summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:23 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:23 -0700
commitdf069b312067827ea8d91bb397bdf7c81ab5d21c (patch)
tree39a1b5107dcb3253428d164d3a926c8afab4f3b1
initial commit of ebook 29369HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--29369-8.txt7065
-rw-r--r--29369-8.zipbin0 -> 150614 bytes
-rw-r--r--29369-h.zipbin0 -> 938450 bytes
-rw-r--r--29369-h/29369-h.htm11048
-rw-r--r--29369-h/images/ammerzode.jpgbin0 -> 93390 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/gemert.jpgbin0 -> 109443 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/hetloo.jpgbin0 -> 98770 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/heusden.jpgbin0 -> 100423 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/ijsselstein.jpgbin0 -> 100531 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/montfoort.jpgbin0 -> 91685 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/titlepage-image.jpgbin0 -> 117203 bytes
-rw-r--r--29369-h/images/titlepage.jpgbin0 -> 52167 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
15 files changed, 18129 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/29369-8.txt b/29369-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..49fbc50
--- /dev/null
+++ b/29369-8.txt
@@ -0,0 +1,7065 @@
+The Project Gutenberg EBook of Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel
+II (van VI), by J. van Lennep and W. J. Hofdijk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)
+
+Author: J. van Lennep
+ W. J. Hofdijk
+
+Release Date: July 10, 2009 [EBook #29369]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KASTEELEN IN NEDERLAND, DEEL II ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Merkwaardige Kasteelen in Nederland.
+
+
+ Door
+
+ Mr. J. van Lennep en W. J. Hofdijk.
+
+
+ II.
+
+
+
+ Amsterdam, G. W. Tielkemeijer.
+
+ 1854.
+
+
+
+
+
+
+
+HET KASTEEL VAN HEUSDEN.
+
+
+In de ruimte, welke ten noorden door de Maas, ten oosten en ten zuiden
+door de Meiery van den Bosch en ten westen door het Land van Altena
+omgrensd wordt, liggen ruim tienduizend bunders laag bouwland bevat,
+die het hoofdbestaan verschaffen aan een bevolking van nagenoeg 15000
+zielen, over een kleine stad en zeventien dorpen verspreid. Ofschoon
+noch die stad, noch de daar om heen gelegen vlas-, hennep-, en
+hopvelden den reiziger veel bekoorlijks of merkwaardigs aanbieden,
+by den geschiedvorscher en by den dichter wekt de aanblik daarvan
+herinneringen op, die niet van belangrijkheid ontbloot zijn, al ware
+het maar om de wisselingen, welke de streek ondergaan heeft. Maakt zy
+thands een deel uit van de Provincie Noord-Brabant, en onder Napoleon
+van het Departement der Monden van den Rijn, in 1801 was zy in tweën
+gesplitst en voor de helft by Brabant, voor de wederhelft by Holland
+ingedeeld geweest, na vijf d'halve eeuw lang tot dit laatstgenoemde
+en vroeger een geruimen tijd tot het eerstgenoemde Gewest behoord te
+hebben. Die streek is nog heden ten dage bekend onder den naam van
+het Land van Heusden: die stad is Heusden: die dorpen zijn Engelen,
+Vlijmen, Honsoirt of Onsenoord, Hedikhuizen, Herpt, Oud-Heusden
+en Baardwijk, die van ouds den naam van »bovendorpen," Heesbeen,
+Genderen, Doeveren, Drongelen, Eethen, Meeuwen, Babyloniënbroek,
+Veen, Wijk en Aalburgh, die den naam van »benedendorpen" dragen.
+
+Maar had die streek dikwijls in de laatste eeuwen van meester
+verwisseld, en, eer zy aan Holland kwam, tot een twistappel gestrekt,
+waar hevig om gestreden werd, er had een tijd bestaan toen zy haar
+eigen, schier onafhankelijke Heeren had, en wel zoodanigen, die,
+ondanks de beperktheid van hun grondgebied, rijk, aanzienlijk en by
+hun naburen geducht waren, die zich reeds vroeg door verbintenissen
+met machtige Vorsten en Heeren versterkt hadden, zoo dat wederkeerig
+de hunne met yver gezocht werd.
+
+Wat den oorsprong en afkomst dier Heeren betreft, die zijn even
+onzeker als die onzer meeste adelijke Huizen en het daaromtrent
+vermelde evenzeer met tastbare fabelen doormengd. Buiten twijfel
+echter schijnt het, dat het Land van Heusden oorspronkelijk een deel
+uitmaakte van het Graafschap Teisterbant, en in vervolg van tijd,
+by broederdeeling, onder Cleve kwam, aan welk laatste Graafschap
+het tot op het einde der dertiende eeuw leenroerig schijnt geweest
+te zijn. Een jongere zoon uit het Teisterbantsche of Kleefsche
+Huis, Robbert geheeten, wordt voor den eersten Heer van Heusden
+gehouden. Het was voorwaar niet onder gelukkige voorteekenen, dat
+deze nieuwe dynastie begon. Nog duurde de eeuw van plondering en
+geweld, toen onze nog onbeschermde kusten gedurig bloot stonden aan
+de herhaalde invallen dier Noordsche Zeekoningen, die eerlang aan
+Nederland, aan Normandyen, aan Engeland, aan Siciliën, zijn vorsten
+zouden schenken: en by eenen dier strooptochten was het, dat in 839
+de stad en 't slot, waar Heer Robbert zijn zetel had, door de vreemde
+zeeschuimers verwoest werden. Schooner en sterker dan te voren echter,
+rezen beiden weder op onder de regeering van Boudewijn, die in 857
+zijn vader Robbert opvolgde. Was het vroegere kasteel niet sterk
+genoeg geweest, om aan een onverwachten aanval weêrstand te bieden,
+het nieuwer zoû dien beter kunnen verduren; want het paarde nu de
+zwaarte en omvang van dubbele wallen en torens aan de sterkte zijner
+natuurlijke ligging: terwijl het een natuurlijke verdediging bezat in
+de breede Maas, die er voorby stroomde, en in de oude of zoogenaamde
+verloren Maas, die er langs kronkelde, om zich hooger op, by Aalburg,
+te verliezen. Ook het stichten der Sloten van Poederoyen, van Brakel,
+en van Aelst wordt aan Boudewijn van Heusden toegeschreven; waaruit
+men zoû moeten opmaken, dat hy, ook elders dan in het eigentlijke
+Land van Heusden, Heerlijkheden bezeten heeft.
+
+Maar vrij wat belangrijker, of liever behagelijker herinneringen,
+dan die het bouwen van kasteelen oplevert, biedt ons de legende
+met betrekking tot Boudewijn aan. Van hem toch verhaalt zy, hoe hy,
+in zijn jeugd met Reinout Grave van Angiers naar Engeland getogen,
+den Koning Edmund in den krijg bystond, door zijn dappere daden de
+liefde won der schoone Sofia, 's Konings dochter, en deze heimelijk
+ontvoerde. Lang treurde de Koning om zijn spruit en zocht vergeefs
+den naam van haren roover en het oord, waar zy zich onthield, te
+ontdekken. In 't eind gelukte hem dit, en vonden zijn zendelingen haar
+te Heusden, aan 't spinnewiel gezeten. Een verzoening had plaats,
+en onder de voorwaarden daarvan was er eene, dat Heusden voortaan
+een rad van keel als wapen voeren zoû, ter gedachtenis aan het roode
+spinnewiel, waarby Sophia teruggevonden was.
+
+Zoodanig, met eenig gering verschil in byzonderheden by sommigen,
+luidt de legende. Nu weet ik vooraf, dat er ongeloovigen zijn, die
+haar als geheel fabelachtig zullen verwerpen; die met een glimlach
+de schouderen zullen ophalen, en zeggen, dat alle geslachtboomen van
+onze oude Hollandsche Huizen reeds in den beginne een verbintenis
+aantoonen met het een of ander vorsten-geslacht, de eene nog meer
+uit de lucht gegrepen dan de andere: dat er geen Koning van Engeland
+onder den naam van Edmund in de dagen van Boudewijn van Heusden
+geregeerd heeft, maar wel, achtereenvolgends, Egbert en Ethelwolf,
+en dat de geschiedenis van Engeland niets vermeldt van het wegloopen
+der dochter van een van beiden met een Ridder uit Neder-Duitschland:
+eindelijk, dat er in de negende eeuw nog geen blazoenen bekend waren,
+en dat het wiel van Heusden in allen gevalle niets anders is, dan de
+acht schepters van Cleve, met een band omringd.
+
+Al moge ik de beide laatste aanmerkingen gedeeltelijk toegeven, zoo
+zie ik in de rest van 't verhaal niets, dat zoo onbepaald verworpen
+behoeft te worden. Of is er iets onwaarschijnlijks in, dat Boudewijn,
+gedurende het leven zijns vaders, en vooral toen zijn door de Noren
+verwoest erfgoed hem weinig aanlokkelijks aanbood, even als zoo vele
+andere jonge Edellieden van dien tijd, zijn fortuin heeft zoeken te
+maken in een uitheemschen oorlog? En wat dien Koning van Engeland
+betreft, wy behoeven hier niet aan een Koning over dat gandsche
+Rijk te denken. Op het tijdstip, dat Boudewijn van Heusden Engeland
+bezocht zoû hebben, waren er nog maar weinige jaren verloopen, sedert
+Koning Egbert de Vorsten der Heptarchy onderworpen had, en enkelen
+hunner bleven waarschijnlijk levenslang hun tytel behouden. Onder
+die Vorsten treffen wy, omstreeks dien zelfden tijd, een Koning van
+Oost-Engeland aan, die den naam van Edmond droeg, van wien gemeld
+wordt, dat hy zich door byzondere vroomheid onderscheidde (zoo zelfs,
+dat hy heilig werd verklaard) en dat hy sneuvelde in den krijg tegen
+de Denen of Noormannen. En waarom nu, vraag ik, zou het ongelooflijk,
+waarom niet integendeel zeer aannemelijk zijn, dat onze Boudewijn aan
+de zijde diens Konings Edmond gestreden zoû hebben tegen diezelfde
+zeeschuimers, die zijn erfslot in puin verwoest hadden?--Waarom
+ongelooflijk, dat hy een schoone vorstendochter verleid zoû hebben,
+hem over zee te volgen?--Er is nog in 1841 wel een Infante van Spanje
+geweest, die zich heeft laten schaken.--En wie door die redenen niet
+overtuigd is, die leze de bekoorlijke Romance van Bilderdijk, Het
+Wiel van Heusden getyteld [1], en hy zal niet meer willen twijfelen
+aan de echtheid van een verhaal, dat de stof tot zulk een meesterstuk
+van poëzy heeft opgeleverd.
+
+In 870 overleed Boudewijn van Heusden en werd, daar zijn oudste zoon,
+Edmond, in Engeland by zijn grootvader verbleven en tot grooten staat
+geraakt was, opgevolgd door zijn tweeden zoon, Robbert II, die tot
+huisvrouw nam des Graven van Zutfen dochter, welke my veel apokryfer
+voorkomt dan die Engelsche princes. Robbert streed heel dapper.... in
+'t Heilige Land, een anakronismus, aan welken de kronijkschrijvers
+zich met betrekking tot al de Edele Heeren uit die dagen schuldig
+maken: hy stierf in 914, en liet de Heerlijkheid na aan zijn zoon
+Edmond, die getrouwd was met een dochter des Graven van Seyn. 'k Wil
+'t liever blind gelooven dan dat ik het zoû gaan onderzoeken.
+
+Op Edmond volgde in 929 zijn zoon Jan I, wiens huisvrouw al wederom
+een Gravedochter was, en wel van dien van Loon; op Jan I die in 956
+overleed, Robert III, die de dochter des Graven van Spanheim tot
+vrouwe nam, en in 972 stierf: op dezen, Boudewijn II, met een dochter
+des Graven van Gennep getrouwd.
+
+Hier begint de kronijk een meer historische kleur aan te nemen;
+en, even als dit met de meeste oude geslachtnamen het geval is,
+zien wy allengskens de Gravedochters door eenvoudige Jonkvrouwen
+afgewisseld. Zoo trouwt Jan II, die in 1028 aan de regeering kwam, met
+Machtelt van Steenvoorde, en Robbert IV, die hem in 1073 opvolgde,
+met een dochter uit den Huize van Arkel. Boudewijn III, die in
+1092 Heer werd, kreeg tot echtgenote een dochter des Graven van der
+Lippe. Hy stierf in 1100, en liet de Heerlijkheid aan zijn zoon Jan
+III, met een Jonkvrouwe van Arentsbergh gehuwd. Na Jan III kwam in
+1135, zijn zoon Willem, die, in 1153 overleden, Heusden naliet aan
+zijn broeder Aernout. Deze verwekte by een dochter des Graven van
+Salm Jan IV, die hem in 1168 opvolgde. Een tweede zoon van Aernout,
+Boudewijn Knijf geheeten, was de stamvader der Heeren van Heeswijk,
+en voerde twee raderen van keel op een half sabel half gouden schild.
+
+Op Jan IV volgde in 1192 Robbert V, uit wiens broeder Wouter, bygenaamd
+Spiering, het geslacht der Spieringen sproot, die een gouden rad in
+een veld van sabel voerden. Robbert stierf in 1202: hy had by zijn
+Huisvrouw, een dochter des heeren van Diest, verwekt Jan V, die,
+tochtgenoot van Graaf Willem van Holland, twee malen het Heilige Land
+bezocht. Van zijn broeder Willem sproot het geslacht der Hedikhuysens,
+die een gouden rad op lazuur voerden.
+
+Jan VI, zoon van Jan V en van de dochter des Graven van Vernenburgh,
+volgde in 1235 zijn vader op; hy zelf verkreeg de hand eener Gravinne
+van Loon, zuster van dien Graaf van Loon, wiens huwelijk met Ada van
+Holland zoo veel rampen verwekte. Zijn broeder, die mede den naam
+droeg van Jan, wordt gezegd de eerste Heer van Veen geweest te zijn.
+
+Meer dan van Jan VI, die in 1279 overleed, valt van zijn zoon Jan
+VII, te vermelden. Nog naauwelijks was hy aan de regeering gekomen,
+of hy vond zich in krijg gewikkeld met een machtigen nabuur. Deze
+was Hertog Jan I van Brabant, die, te recht of te onrecht, zich
+beklaagde over geweldenarijen, door die van Heusden tegen ingezetenen
+der Meiery gepleegd, en zijn Drossaart met krijgsbenden afzond om
+Heusden in te sluiten. De bezetting, 't ergste duchtende, gaf zich
+over, en de Hertog, eerlang de stad binnengetrokken, liet er zich tot
+Heer huldigen: zoo dat Jan VII, wilde hy anders in 't bezit zijner
+Heerlijkheid blijven, zich genoodzaakt zag, daarvan hulde te doen aan
+Brabant, en den Hertog als zijn Leenheer te erkennen. Hierby bleef
+het niet; toen kort daarna die geweldige oorlog om 't bezit van
+Limburg uitbarstte tusschen Reinout van Gelre en Jan van Brabant,
+toen volgde Jan van Heusden zijn nieuwen Leenheer in den strijd;
+en met hem togen zijn broeders, Aernout van der Sluyse, die het rad
+van zilver voerde op het veld van keel, Jan, Heer van Heesbeen,
+die het rad van goud droeg op een veld van keel, en Diederik, de
+eenige van zijn geslacht, die niet uit den krijg terug zoû keeren:
+voorts zijn zonen, Jan, die later zijn opvolger werd, en Aernout,
+die, ofschoon tot den geestelijken stand behoorende, geen zijner
+ridderlijken stamgenooten in heldenmoed week. Het was by de banier
+van Jan van Kuik, dat zy de hunne opstaken, en onder de aanvoering
+van dien wakkeren krijgsman, dat zy in 't jaar 1286 den tocht begonnen.
+
+
+Te Senne
+
+(d. i. Sennewyne, in de Thielerwaard) verhaalt Jan van Heelu in
+zijn heldendicht,
+
+
+ Te Senne, daer vergadert lagen
+ Des Graven (van Gelre) lieden te dier tide,
+ Daer socht se coenlike met stride
+ Heer Jan van Cuyck met sine gesellen,
+ Daer men wonder af mach tellen.
+ Soe eerlike ende soe scone
+ Waegden syt. Daer was de heere
+ Van Hoesdinne (Heusden) met ende her Jan
+ Van Hesbinne (Heesbeen) een vromich man,
+ Ende van der Sluys her Arnout,
+ Een coene ridder ende een stout
+ Ende van Hoesdinne her Dideric.
+
+
+Hevig was de strijd.
+
+
+ Ende menegen helm mogt men scouwen,
+ Seere gescoort ende dorhouwen
+ Eer die sege gewonnen wart.
+
+
+Ja in den aanvang scheen de kans ongunstig voor den Heer van Kuik te
+loopen, toen hem Jan uten Hove met zijn Bredasche krijgsknechten ter
+hulpe kwam. Otto van Bueren en Allart van Driel, die de Gelderschen
+aanvoerden, werden gevangen, en Tiel, waarop zy 't gemunt hadden,
+voor Brabant bewaard. Dan dit gevecht, hoe veel het ook tot den roem
+der overwinnaars bybracht, was maar een voorspel van den gewichtigen
+veldslag, waaraan zy later zouden deel nemen. Het was op den 5en July
+1288, dat by Woeringen dat hevig samentreffen plaats had tusschen de
+legers van den Aartsbisschop van Keulen, den Graaf van Luxemburg en
+dien van Gelre ter eener, en die van den Hertog van Brabant en zijn
+bondgenooten aan den anderen kant. Reeds zoo menigmalen is die slag
+beschreven, dat het noodeloos kan geächt worden die beschrijving hier
+te herhalen: alleen moet hier medegedeeld worden, in hoeverre Heusden
+en de zijnen aandeel hadden in den zege, door Brabant behaald. De
+eerste aanval, door den Aartsbisschop gedaan op den linker vleugel,
+die door Graaf Adolf van den Bergh werd aangevoerd, had dezen doen
+wijken. Toen was het, dat Kuik, met Arkel en Heusden, de orde hielp
+herstellen, en den vyand een wijl tot staan bracht. Luxemburg, die mede
+toegeschoten was, wordt teruggedrongen; doch Bernard van Halloy, tot
+zijn hulp gekomen, doet voor een wijl de kans wederom keeren. Het was
+nu, dat drie wakkere helden een nieuwen uitval tegen de Luxemburgers
+waagden; zy waren de Heer van Frambach, die van Ysele, en
+
+
+ Des heren broeder [2] van Hoesdinne,
+ Arnout hiet hi ende was clerck,
+ Maer ridderlike was syn werc.
+ Van groote persse ende meswinde (tegenspoed)
+ Leet hi: daer bleef ooc een inde
+ Van sinen nase, dat hi vercochte
+ Eerlike daer hi den stryt sochte.
+
+
+Doch niet alleen had Aernout van Heusden zijn neus in den strijd
+verkocht, of, als wy nu zouden zeggen, verspeeld, zijn vader was
+in erger gevaar, ja een wijl in 's vyands handen geweest: men hoore
+slechts:
+
+
+ Hier noemic nu eenen van de besten,
+ Die in des hertoghen side
+ Met banieren was ten stride.
+ Dat was van Kuc her Jan
+ Die in den stryt, doe men began,
+ Comen was in grooten noot.
+ Met hem waren in syn convoot
+ Twee baenroetse, twee vromige man,
+ Beide her Jan ende her Jan
+ Van Ercle (Arkel) ende van Hoesdinne
+ Die beide in dien beghinne
+ Waeren ooc in selke pine
+ Comen, dat si in scine
+ Waender mede ondergaen
+ Dat eerlyc wert wederstaen;
+ Want het wederbrachte (hy herstelde dit)
+ Met grooter daden die hi wrachte
+ Van Kuc die vrome ridder alsoe,
+ Wert, inder viande side,
+ Doe die here van Kuc met stride
+ Overhant dus weder nam
+ Maer eert alsoe vere quam
+ Dat hi die plaetse weder wan
+ Was bleven gevaen her Jan
+ Van Hoesdinne, die stoute heere
+ Die hem weerde alsoe seere
+ Als ridderen mochte doen, met stride
+ Maer noch doen te dien tide
+ Reden met so sterken roten
+ Die gene die gerne hadden genoten
+ Maselendre (Maaslanders) ende Ruire (Roerlanders)
+ Dan si vingen [3]; maer sine baniere [4]
+ Bleef gehouden in den tas
+ Ontploken; met gheninde,
+ Eerlyc ende wale toten inde:
+ Want daer waren bi bleven
+ Vromighe ridderen sinen neven,
+ Dese hilden met gewout
+ Van der Sclues her Arnout
+ Dire vroomster ridder een
+ Van den conroete, dat wale sceen
+ Aen groote dade, die hi dede:
+ Maer daer was syn neve mede
+ Her Diederic van Hoesdinne
+ Die men te Ceulen inne
+ Vueren moeste, na den stryt,
+ Daer hi sterf in corten tijt.
+ Want hem coste syn leven
+ Vromicheit, die hy gedreven
+ Hadde in den stryt, met groeten daden.
+ Die siele moet varen te genaden
+ Soo dat si hemelrike vercrighe!
+
+
+Hoe en door wie Heusden weder uit de handen der Maaslanders geraakte,
+wordt niet gemeld; doch by de volkomen nederlaag, die Gelre en
+zijn bondgenooten leden, mogen wy hoogst waarschijnlijk aannemen,
+dat hy reeds voor het einde van den slag weder aan de zijnen was
+teruggegeven.--De opgevolgde vrede tusschen de twistende partyen deed
+Heusden eerlang weder huiswaart keeren.
+
+Niet weinig had de oorlog, dien zijne naburen tegen elkander voerden,
+gestrekt om de macht van den wakkeren Floris V, die toen in Holland de
+gravekroon droeg, te bevestigen. Niet alleen was hy door Hertog Jan,
+die zijn bondgenootschap zocht, van alle leenhulde voor Zuid-Holland
+ontheven; maar hy had zich, terwijl het krijgstooneel op een verwijderd
+grondgebied was overgebracht, in staat gezien, zijn onrustige Edelen te
+fnuiken, de erfgoederen van de meesten hunner in leen te verkeeren, de
+Westfriezen te tuchtigen, landbouw en handel in zijn Graafschap te doen
+bloeien. Wel zag hy zich eerlang in twist gewikkeld met de Zeeuwsche
+Edelen, en dien ten gevolge met den Graaf van Vlaanderen; doch twee
+malen werd een zoen getroffen, de eerste reis, door bemiddeling van
+Hertog Jan, de tweede reis, in 1295, toen deze brave Vorst overleden
+was, door die van Jan van Kuik.
+
+Het was te dezer gelegenheid, dat Jan van Heusden, 't zij gewillig,
+'t zij door dwang, zijn stad aan Floris opdroeg en weder van hem in
+leen ontfing. Hoe hy dit kon rijmen met de vroegere opdracht, aan
+Brabant gedaan, en of die opdracht al dan niet met toestemming van
+den nieuwen Hertog Jan II geschiedde, zie daar, wat we niet kunnen
+beslissen. Zeker is het, dat Graaf Floris zijn aanspraak op den tytel
+van Leenheer niet bloot uit die opdracht ontleende, maar uit een gift,
+hem door Diederik, Grave van Kleef, in 1290 gedaan. Immers volgends
+de oude overlevering berustte, als wy gezien hebben, het leenrecht
+by dezen. Intusschen, de verknochtheid van Heusden aan zijn nieuwen
+Leenheer was niet van langen duur. Reeds toen smeulde, onder schijn
+van trouw en dienstbetoon, by een aantal Hollandsche Edelen hevige
+verbittering tegen den Graaf, die hen van zoo vele voorrechten had
+beroofd. Die verbittering werd in 't geheim gevoed door Koning Eduard
+van Engeland, wiens ongenoegen was opgewekt door de naauwe verbintenis,
+door Floris met Frankrijk aangegaan. Tot werktuig bediende zich de
+Koning van Jan van Kuik, die meer dan eens in Engeland geweest was,
+en zijn vol vertrouwen genoot. Kuik had zich mede genoodzaakt gezien,
+zijn slot te Tongelare als leen aan Floris op te dragen, en hem dat
+van ter Horst in vollen eigendom af te staan; en zoo wel hieruit,
+als uit de geschenken, welke hy van Eduard ontfing, laat zich zijn
+vijandelijke handelwijze jegends den Graaf verklaren. Heusden,
+aan wiens zoon Jan hy zijn dochter ten vrouwe geschonken had, was
+van ouds zijn vriend en wapenbroeder, en liet zich, vermoedelijk
+door hem, overhalen om aan een geheim verbond tegen Floris deel te
+nemen. Vroegere schrijvers hebben de reden van Heusdens toetreding tot
+het verbond toegeschreven aan zijn verbolgenheid, omdat de Graaf de
+eer zijner dochter zoû hebben geschonden. Latere nasporingen hebben
+echter bewezen, dat de overlevering op dat punt wel niet op zoo
+valsche en logenachtige gronden als die betreffende
+
+
+
+ 't Schandelyck omhelzen,
+ Het schennen van de spruyt, de schoone bloem van Velsen;--
+
+
+
+maar toch evenzeer uit een dwaling is gesproten. De schoone Agneta,
+voor welke Floris in liefde ontstak, en die hem en 't Vaderland den
+edelen Witte van Holland schonk, was wel een telg uit het Huis van
+Heusden, maar geen dochter van Heer Jan. Haar vader was die Aernout
+van der Sluyse, van wiens heldendaden voor Woeringen wy vroeger hebben
+gewach gemaakt, doch wiens naam ons verder in de geschiedenis niet
+is voorgekomen: en schier alle getuigenissen vereenigen zich, om in
+Witte geen spruit van bastaardy, maar een zoon uit wettigen echt te
+erkennen. De geslachtlijst der Elshouten--mede een stam der Heusdens,
+als wy later zullen zien--vermeldt met ronde woorden, dat Agneta den
+Graaf huwde: haar zoon voerde van den aanvang af en overal den naam
+van Witte van Holland, en, wat meer zegt, den leeuw van Holland,
+gebroken met het rad van van der Sluyse, doch zonder eenig filet of
+ander teeken van bastaardy: iets dat hy zich niet zoû hebben durven
+onderstaan, zonder zich aan misdaad van gekwetste majesteit schuldig
+te maken, indien zijn geboorte onwettig ware geweest. Wat echter
+van de betrekking tusschen Floris en Agneta zij, genoeg, dat zy de
+aanleiding niet geweest kan zijn om Heusden in het eed-verbond tegen
+den Graaf te doen treden.
+
+Onder de diensten, welke Eduard van de Hollandsche Edelen verwachtte,
+was voornamelijk begrepen het verydelen van het bondgenootschap
+tusschen Frankrijk en Holland, en hiertoe deed zich geen beter middel
+aan de hand, dan den Graaf op te lichten en naar Engeland te zenden,
+terwijl hem dan zijn zoon als vasal van Eduard, zou opvolgen. De
+afspraak tot het plegen dier schanddaad geschiedde te Bergen-op-Zoom,
+op een byeenkomst, waartoe Velzen, Woerden, Heusden en anderen
+door Kuik genoodigd waren. Hier verzekerde hy de wankelmoedigen
+van den bystand des Konings van Engeland niet alleen, maar ook van
+die van Hertog Jan II en van Graaf Gwy van Vlaanderen, terwijl hy
+hen waarborgde, dat zy niets van de zijde van 's Graven zoon, Jan,
+die zich in Engeland bevond, te vreezen hadden. Een schriftelijk
+verbond tot verderf van Floris werd thands bezegeld, en later te
+Kamerijk het plan nader overwogen en vastgesteld. Kuik wilde nog zijn
+snood verraad met den schijn van kordaatheid bestempelen, en zond
+aan Floris een ontzegbrief: of Heusden dit voorbeeld gevolgd heeft,
+vinden wy niet gemeld: by de gevangenneming en moord des Graven was
+hy niet tegenwoordig: intusschen schijnt het vrij zeker, ofschoon de
+kronijkschrijvers het niet bepaald vermelden, dat ook hy ten lande
+heeft moeten uitwijken, toen de wrekende hand der gerechtigheid de
+moordenaars vervolgde. Nog beleefde hy 't, dat Holland aan 't Huis
+van Henegouwen verviel, en overleed in den jare 1303. Twee malen was
+hy gehuwd geweest: de eerste reis met Aleid, 's Graven dochter van
+Wybestein, die hem Jan, zijn opvolger gebaard had, en Jan, eersten
+heer van Drongelen, die een zilveren rad op lazuur voerde: de tweede
+reis met Ermgard van Wickeloo, die hem mede een zoon schonk, insgelijks
+Jan geheeten, en die de stamvader werd van het geslacht van Elshout.
+
+
+
+Wat Jan VIII betreft, van hem is het zeker, dat hy met Kuik, zijn
+schoonvader, naar Engeland week en aldaar een geruimen tijd ten dienste
+van Eduard de wapens tegen Frankrijk voerde. Wy vinden ook, dat hem,
+voor de diensten aan Engeland bewezen, door Hertog Jan van Brabant,
+twee duizend pond Tornoois en een rente van honderd pond Brabantsch
+werden toegezegd. Jaren verliepen er, eer Heusden van zijns vaders
+erfgoed bezit kwam nemen: en niet lang had hy er genot van, daar hy
+reeds in 1318 overleed, by zijn tweede gemalin Sofia, van Kranendonk,
+een zoon nalatende, die hem opvolgde als Jan IX.
+
+Niet geheel zonder tegenkanting schijnt deze laatste aan de regeering
+te zijn gekomen. Immers er bestaat een handvest van datzelfde jaar
+1318, waarin Jan, Heer van Saffenbergh, en zijn vrouw Sofia, die
+uit het huwelijk van Jan VIII met Margaretha van Kuik geboren was,
+als wettige Heeren beschikkingen maken, en zich het oppergezach over
+Heusden aanmatigen. Waarschijnlijk begreep dit echtpaar, dat Jan IX,
+wiens huwelijk met Cunigunda van Arkel door geen kinderen gezegend
+werd, hun toch de Heerlijkheid zoû moeten overlaten, en dat het dus
+maar zaak was, zich by voorraad in 't bezit daarvan te stellen. 't
+Kan echter ook zijn, dat Jan IX zwak van geestvermogens was, en
+buiten staat zijn goederen zelf te beheeren: weinig vermelden van
+hem de Kronijkschrijvers, en slechts een hunner bericht, dat hy in
+'t Heilige Land tot Ridder zoû geslagen zijn geweest, iets, wat van
+zoo velen verteld wordt, dat men, vooral by het letten op tijden en
+omstandigheden er niet dan met groote omzichtigheid geloof aan hechten
+moet. Jan IX stierf in 1334, en met hem de laatste van die reeks van
+Heeren, die achtereenvolgends, van vader tot zoon, hun banier van
+Heusdens torentrans hadden laten waaien.
+
+Sofia van Sassenbergh, die alsnu zijn naaste erfgename was, zocht
+de Heerlijkheid aan Hertog Jan III van Brabant op te dragen, in de
+hoop van er wederkeerig 't verlij van te bekomen; doch de Hertog,
+die liever de vrije beschikking over Heusden aan zich behouden wilde,
+sloeg 't haar af; waarop zy aan den Graaf van Holland, Willem den
+Goede, haar recht op de Heerlijkheid afstond, en hy haar echtgenoot
+daarmede verlijdde. Intusschen viel het den Graaf gemakkelijker
+een verlijbrief te geven, dan de stad-zelve, die reeds van wege den
+Hertog met krijgsvolk bezet was geworden, aangevoerd door Jan van
+Elshout. Waarschijnlijk had deze laatste, die toch aan de Heusdens was
+vermaagschapt, eenige hoop, het leen voor zich te bekomen. Moedig wees
+hy elken aanval af, dien de Hollandsche benden op den burg beproefden,
+en dwong hen, met groot verlies weder af te trekken. Ziende, dat hy
+met geweld niets winnen kon, en ongeneigd wellicht tot een volslagen
+vredebreuk met Brabant, onderwierp Graaf Willem de zaak aan de
+beslissing van den Graaf van Gulik, die ten voordeele van den Hertog
+uitspraak deed: waarop deze de stad en 't land van Heusden in leen
+gaf aan den Graaf van Kleef. Wel berustte Sassenbergh niet in deze
+schikkingen, waardoor hy van zijn aanspraak verstoken was, wel viel
+hy in Brabant, en plunderde en verbrandde Turnhout; maar hy begreep
+toch in tijds dat de Hertog een te machtige tegenparty voor hem wezen
+zou, en stond hem zijn aanspraken af tegen een rente van drie honderd
+gouden realen, waar de stad 's Hertogenbosch borg voor bleef.
+
+Dan, intusschen deed zich een nieuwe pretendent op, die op Heusden
+aanspraak maakte. Deze was Jan van Drongelen, die, oom van Jan IX,
+en, in geval Heusden niet als een spilleleen beschouwd kon worden,
+het naaste tot de erfenis gerechtigd was. Vergeefs echter wendde
+hy zich tot Willem van Holland, om door dezen in zijn aanspraak
+gehandhaafd te worden. De Graaf wees hem af, en Drongelen stierf,
+eer hy zijn vermeend recht had kunnen doen gelden; maar hy had het
+niet opgegeven en het aan zijn zonen nagelaten.
+
+Hertog Jan III, de noodzakelijkheid inziende, om de stad tegen nieuwe
+aanvallen te dekken, liet in 1340 een aanvang maken met het versterken
+en vergrooten van het kasteel. Op een afstand van het hoofdgebouw deed
+hy een hoogen, boven alle andere torens uitstekenden, achtkantigen
+toren rijzen, die--langs een stevige ophaalbrug, gelegen over een
+diepe gracht, welke de geheele vest omgaf--gemeenschap had met het
+ruim betimmerde nederhof, 't welk niet alleen geschikte woningen voor
+de dienaars bevatte, maar ook ruime verblijven voor krijgsknechten,
+en uitgestrekte paardenstallen. Van daar geleidde een tweede zware
+ophaalbrug tot het kasteel-zelf, van welks groote en luchtige
+binnenplaats men den toegang had tot talrijke vertrekken, waaronder
+vooral de ridderzaal uitmuntte. Een onderaardsch gewelf, waarvan
+de opening potvormig in het midden van het binnenplein uitkwam,
+verstrekte tot gevangenis.
+
+Het was echter eerst onder de regeering van 's Hertogen dochter
+en opvolgster Johanna, dat de vergrooting van het Kasteel geheel
+voltooid werd: en zoo aanzienlijk waren de onkosten, daaraan besteed,
+dat Brabant er tot driemaal toe voor geschat werd.
+
+Hoe vaster en prachtiger intusschen de burcht opgebouwd, en hoe sterker
+de plaats--hoe meer begeerlijk haar bezit geworden was: en geen wonder,
+dat die van Holland haar niet dan met leede oogen in de macht des
+Hertogs bleven zien. Willem III, hoezeer hy van den Graaf van Kleef
+diens rechten op Heusden had afgekocht, had zijn aanspraken na den
+gesloten vrede wel niet laten gelden; doch zijn opvolgers zochten
+alleen naar een geschikte gelegenheid om die te doen herleven. Willem
+van Drongelen, even als zijn vader Jan hakende naar 't bezit van
+wat hy oordeelde, hem naar erfrecht te behoorden, liet niet na, den
+wrevel der Hollanders te voeden, en het vuur van tweedracht tusschen
+hen en de Brabanders aan te stoken. Strooptochten over en weder waren
+niet ongewoon: en het waren alsdan doorgaands Willem van Drongelen
+en zijn zonen, die de Zuid-Hollanders aanvoerden. Eens echter had
+er een samentreffen plaats der beide partyen, waarby met ongewone
+hevigheid gestreden werd. De Hollanders behielden de overhand; doch
+die gekocht werd met het bloed van Robbert van Drongelen, den oudsten
+zoon des mans, die hen tot den strijd had aangespoord.
+
+De staat van zaken was echter met betrekking tot Heusden de zelfde
+gebleven, toen in 1355 Jan III overleed, en zijn dochter Johanna, gade
+van Wenceslaus van Luxemburg hem in 't Hertogdom opvolgde. Naauwlijks
+echter waren de beide echtgenooten plechtig ingehuldigd, toen de Graaf
+van Vlaanderen, verbitterd, dat zy hem gelden onthielden, welke zy hem
+wettig schuldig waren, plotseling den vollen prijs eischte, waarvoor
+hy, tien jaren te voren, zijn recht op Mechelen aan Hertog Jan III
+had afgestaan, en die nog niet voldaan was. Vruchteloos waren alle
+onderhandelingen, tot vereffening van den twist gehouden. De krijg
+begon: de Vlamingen rukten, terwijl Wenceslaus te Maastricht zijn tijd
+in werkeloosheid doorbracht, Brabant binnen, vermeesterden Brussel,
+Leuven, en een aantal andere plaatsen, en brachten Wenceslaus op den
+rand des verderfs. De moed van Evert 'Tserclaes, die Brussel weêr
+verraste, deed de krijgkans keeren, en bracht eerlang geheel Brabant
+onder 't gezach van Wenceslaus terug. Niet te min bleef de Graaf van
+Vlaanderen den krijg met afgewisseld geluk voortzetten, tot partyen,
+het strijden moede, besloten hun geschil aan de bemiddeling van
+Graaf Willem V van Holland te onderwerpen. Met blijdschap nam deze
+het voorstel aan, zich daarby ten stelligsten voornemende, om in
+elk geval te zorgen, dat, welke der beide partyen zich ook over zijn
+uitspraak beklagen mocht, hy-zelf er wel by varen zoû. Hy begon daarom
+met aan Wenceslaus den afstand van Heusden als voorwaarde te stellen,
+zonder welken hy zich niet met de zaak bemoeien wilde. Die eisch werd
+toegestaan: hy nam het ambt van middelaar aan, en, hoezeer de vrede,
+welken hy tot stand bracht, alles behalven eervol voor die van Brabant
+was, hy wees echter Wenceslaus Mechelen toe, tegen allen schijn van
+billijkheid, en tot verbazing van hen, die hem niet hadden hooren
+zeggen tot den Hertog: »Heusden mijn, Mechelen dijn;" woorden die
+van dien tijd af tot een spreekwoord werden, dat zoo veel gold als:
+»de eene dienst is de andere waard."
+
+Nu was Heusden met Holland vereenigd; maar ook Willem van Drongelen
+moest te vrede gesteld worden. Wel kwam het den Graaf niet in de
+gedachte, hem de Heerlijkheid-zelve in leen af te staan, welke hy
+liever voor zich behield; maar hy kon hem echter zijn aandeel in den
+zoo gemakkelijk verworven buit niet onthouden; en hy had te zorgen
+bovendien, dat voortaan alle geschil betreffende den wettigen eigendom
+van Heusden voor goed uit ware. Hy schonk daarom aan de Heeren van
+Drongelen de Heerlijkheid van Eethen en Meeuwen tot een Hollandsch
+erfleen, en stelde Jan van Drongelen tot Baljuw van Zuid-Holland
+aan, onder voorwaarden, dat zy van alle aanspraken op Stad, Slot
+en Heerlijkheid van Heusden voor eeuwig afstand deden ten zijnen
+behoeve. Wat zouden de Drongelens doen? Zy onderwierpen zich aan wat
+zy niet beletten konden. En dit was in hun geval wel het wijste.
+
+Nu dacht Graaf Willem de rust der Heerlijkheid voor goed verzekerd
+te hebben!--en echter, geen drie jaren waren er verloopen, of
+Heusden moest de ellende des oorlogs ondervinden. Wel waren het
+deze reize geene aanspraken op erf- of domeinrecht die den krijg
+ontstaken, maar de gevolgen van binnenlandsche verdeeldheid. Willem
+V, krankzinnig geworden, was van de regeering ontzet. Zijn broeder,
+Hertog Aelbrecht, had, Ruwaard geworden, de Kabeljauwschen van de
+bedieningen, die zy bekleedden, verstoken, en die aan de Hoekschen
+geschonken. Maar niet geduldig hadden de eerstgenoemden zich die
+vernedering getroost. Heemskerk riep Kennemerland in de wapens,
+Delft stond openlijk tegen den Ruwaard op, en Floris van Borselen
+bracht Zeeland in rep en roer.
+
+Laatstgenoemde Edelman was door Willem V tot Burggraaf van Heusden
+aangesteld; hy maakte zich meester van het zegel en de papieren des
+Graven, en borg die met eenige kleinodiën op het slot. Daar werd hy
+door Hertog Aelbrecht belegerd, en genoodzaakt zich by verdrag over
+te geven. Maar kort was de rust, welke Heusden genoot. Toen in 't
+zelfde jaar Delft zich aan den Graaf moest onderwerpen, namen eenige
+Edelen, die den opstandelingen hulp hadden geboden, en waaronder
+Gijsbert van Nyenrode en Jan Kervena genoemd worden, de wijk naar
+Heusden en verschansten zich op 't slot. Op nieuw werd dit belegerd;
+doch zoo hardnekkig was de verdediging, dat Nyenrode en de zijnen
+het een rond jaar tegen de macht van Aelbrecht uithielden. Toen
+werd er, door bemiddeling van Otto van Arkel een zoen getroffen,
+en de belegerden in genade aangenomen, onder voorwaarde van binnen
+twee jaren naar Jeruzalem in bedevaart te gaan.
+
+Na 't vermelden dezer gebeurtenis zwijgen de Kronijken een tijd lang
+over Heusden, of bepalen zich tot het gewagen van eenige handvesten,
+door Aelbrecht of door zijn opvolger Willem van Beyeren aan de stad
+geschonken, en van eenige stichtingen, aldaar door den tot Kastelein
+aangestelden Willem van Kroonenburg gedaan. By het uitbarsten van
+den twist tusschen Hertog Jan van Beyeren en Gravin Jakoba, hield
+Heusden de zijde des eerstgenoemden, als uit een handvest blijkt,
+door hem ten jare 1419 aan de stad geschonken; doch in 't volgend jaar
+verscheen Jakoba met haar krijgsvolk voor de stad. De inwoners, voor
+een storm beducht, openden haar de poorten; en zy vertoefde een tijd
+lang op het slot; haar verblijf gaf den kronijkschrijvers van Heusden
+stof tot gelijke verhalen, als door anderen ten opzichte van haar
+gevangenschap op Teylingen worden opgedischt; namelijk, dat zy gewoon
+was, goed te drinken, en alle kannetjens, na ze geledigd te hebben,
+over 't hoofd in de slotgracht te werpen. Men weet, dat hieruit later
+het laffe volkssprookjen ontstaan, en zelfs door Wagenaar en andere
+deftige schrijvers nagepraat is, als zoude zy zich zelve onledig
+gehouden hebben met het fabriceeren van dergelijke kannetjens. Wat
+my betreft, ik geloof noch aan de eene noch aan de andere vertelling,
+althands zoo lang men daar geen beteren grond voor aanvoert, dan het
+vinden van aarden kannetjens in de grachten van kasteelen.
+
+In 1446 werden de President of Stadhouder van Holland, Gozewijn de
+Wilde, en Filip Banjaart, Kastelein van het slot te Medemblik, die
+elkander van een schandelijke wandaad beticht hadden, te Heusden
+gevangen gezet. De eerste werd naderhand te Loevestein onthoofd,
+en de andere vrijgelaten.
+
+Sedert Filips van Bourgondiën de Hertogskroon van Brabant en de
+Gravenkroon van Holland tevens droeg, kon er wel geen twijfel bestaan,
+of Heusden hem als zijn Heer erkennen moest, maar ontstond er van
+tijd tot tijd weder verschil, over de vraag, in welke hoedanigheid
+zulks geschiedde. Immers, toen Graaf Jan van Nassau, Heer van Breda,
+na 't overlijden van Dirk van Merwede door Filips tot kastelein van
+Heusden werd aangesteld, brachten die van Holland bezwaren daartegen
+in, op grond dat gemelde Graaf Drossaart van Brabant was, en die
+aanstelling schijnbaar te kennen gaf, dat Heusden gerekend werd onder
+Brabant te behooren. Filips begreep zich echter aan die bezwaren niet
+te moeten stooren, maar gaf by besluit van 18 December 1447 aan die
+van Heusden te kennen, dat zy Grave Jan zouden hebben te gehoorzamen,
+zonder daaruit af te leiden dat zy meer aan Brabant dan aan Holland
+verbonden waren; terwijl hy de vraag, onder welke Souvereiniteit de
+plaats behoorde, geheel in 't midden liet. Het vraagpunt bleef alzoo
+hangende, en, wat opmerking verdient, terwijl de Staten van Brabant
+voortdurend, ter gelegenheid der blijde inkomsten, hunne Vorsten
+lieten zweeren, dat zy Heusden weder aan Brabant zouden hechten,
+lieten die van Holland hen ter zelfder gelegenheid zweeren, dat zy
+het nooit van Holland zouden scheiden.
+
+In den Gelderschen oorlog, die in 't jaar 1497 begon, had het platte
+land rondom Heusden veel van de Gelderschen onder den Overste Boudewijn
+te lijden; doch die van Heusden versloegen hen tusschen Herp en
+Hedikhuizen; by welke gelegenheid zy, hetgeen zeldzaam is, een grooter
+getal vyanden gevangen maakten dan zy zelve sterk waren. Boudewijn zelf
+sneuvelde te dier gelegenheid, en werd met meer Gelderschen begraven,
+ter plaatse, die sedert den naam van Boukens-kerkhof droeg. Men wil,
+dat het er daarna geweldig spookte, van waar nog lang de spreekwijze
+in zwang bleef: »'t Spookt als Boukens geest."
+
+Het was ook te Heusden, dat, op den 4en July 1524, een stilstand
+van wapenen tusschen de Gelderschen en Borgondiërs gesloten werd: en
+vijftien jaar later had de stad het voorrecht, Keizer Karel V binnen
+haar muren te begroeten, wien zy een zekere hoeveelheid Rijnwijn
+vereerde. Dan, in 1542 vertoonde zich een min welkome bezoeker voor
+de poort, en wel geen ander dan de gevreesde Maarten van Rossum,
+die zich niet met een weinig Rijnwijn paaien liet, maar eerst tegen
+voldoening eener aanzienlijke geldsom weder aftrok.
+
+Geen jaar meer duurde het echter, of al de Nederlanden waren onder
+Keizer Karel gebracht, en mochten zich een geruimen tijd in 't
+genot eener zoete rust verheugen. Op den 24en September 1549 was het
+wederom feest op het hooge slot te Heusden: de pektonnen brandden op de
+burchtpleinen: wimpels, banieren en feestlantaarnen werden uitgestoken
+van de tinnen: muziek en gezang weêrgalmden langs de straten, en
+blijde begroette de stad haar toekomstigen Heer, Prins Filips, des
+Keizers zoon, die zijn aanstaande Nederlandsche onderdanen met een
+bezoek vereerde. Die hem toen als Kastelein-Drossaart de sleutels der
+stad aanbood was Jonker Gerard Spieringh van Wel, uit het geslacht
+van Heusden gesproten, en in 1533 in gemelde hoedanigheid opgevolgd
+aan Jonker Wynand Maschareel.
+
+Toen Alva in de Nederlanden kwam, en alle vaste plaatsen door zijne
+troepen in bedwang werden gehouden, ontfing Heusden een bezetting
+Albaneesche ruiters, gemeenlijk Roodrokken genoemd, onder Nicolao
+de Basto, en werd de burgery met den last bezwaard, om hen van den
+noodigen leeftocht en voeragie te verzorgen. Reeds dit op zich-zelf
+was lastig en onaangenaam; doch nog minder te verdragen was de
+trots en moedwil dier woeste vreemdelingen, waarvan onder anderen
+drie burgers, Geraert Geraertsen van Ghesel, Jan Bruer en Huybert
+Leendertsz Goudsmit, de slachtoffers werden, die op 24 Mei 1567
+buiten de Oud-Heusdensche poort jammerlijk door eenige beschonken
+ruiters werden vermoord. Wel raakten de Heusdeners van die lastige
+gasten ontslagen; maar op den 17en January 1569 bekwamen zy Francisco
+Vargas met een vendel Spanjaarts in hun plaats, die er insgelijks
+vrij onbehoorlijk huis hielden.
+
+De Heusdensche kronijken brengen tot dat zelfde jaar 1569 een poging,
+door de anti-Spaansche party aangewend, om Heusden te verrassen. Op
+een tijdstip namelijk, dat er geen bezetting lag, trok de Hopman
+Waerdenburgh met Joost Hoeck (een uitgeweken Heusdenaar) en eenig volk
+de stad binnen: waarop de Drossaert Spieringh, bygenaamd Quaedtael,
+met eenige arbeidslieden op 't kasteel weken. Hier werd hy door
+Waardenburg belegerd; doch toen deze het buskruit aan zijn volk
+uitdeelde, gebeurde het, dat door onvoorzichtigheid een brandende
+lont in een buskruitvaatjen viel, en een ontploffing veroorzaakte,
+ten gevolge waarvan niet alleen een menigte volks gekwetst raakte, maar
+ook schier het derde deel der stad afbrandde, benevens de Katharynekerk
+en 't Raadhuis. De krygsbende, die uit nieuw geworven en saamgeraapt
+volk bestond, was door het gebeurde zoo ontsteld, dat zy uit de stad
+week, en om geen belegering meer dacht. Wel wist de Hopman hen te
+overreden om terug te keeren; doch na eenigen tijd toevens zag hy zich
+genoodzaakt, Heusden weder te verlaten, op de aankomst van Jan Hol,
+opperste Ritmeester des Hertogen van Holstein, die op 16 September
+met troepen uit 's Hertogenbosch was afgezonden. Hoewel als vriend te
+Heusden ontfangen, beäntwoordde hy het onthaal slecht, en plunderde
+de stad; terwijl ettelijken van Waerdenburghs volk door de zijnen
+achterhaald en gedood werden. Vier dagen later kwam de Hertog van
+Holstein zelf binnen Heusden, ontfing de inwoners in genade, en nam
+hun den eed van getrouwheid af, terwijl er voorts aldaar afwisselend
+Duitsche en Waalsche bezetting bleef.
+
+Wy vermelden het feit, zoo als het door de kronijkschrijvers is
+opgegeven. Alleen mogen wy de opmerking maken, dat het jaartal ons
+apokryf voorkomt. Immers de eerste pogingen, door Oranje, Graaf
+Lodewijk en anderen aangewend, om de Nederlanden van Alvaas juk
+te bevrijden, waren in 1568 reeds verydeld geworden en werden--te
+lande namelijk--niet voor 1572 hernieuwd. In 1569 heerschte hier
+betrekkelijke rust, en een op zich zelf staande aanslag op een
+binnenstad als Heusden zou belachlijk zijn geweest, en tot niets hebben
+kunnen leiden. De gebeurtenis moet dus of veel vroeger plaats gehad en
+in verband gestaan hebben met den inval, door Hoogstraten en Kuilenburg
+in Gelderland beproefd:--of later, na 1572: welk laatste men schier
+zoude aannemen, omdat Spieringh van Wel, genaamd Quaedtael, eerst in
+1571 zijn vader als Kastelein-Drossaart opvolgde. Waarschijnlijk heeft
+het verbranden van het Stadhuis, met de aldaar bewaarde registers en
+archieven, de verwarring in de opgave van het jaartal veroorzaakt.
+
+Nog sluit zich aan het hier gegeven verhaal een ander, 't welk
+wy elders vinden, en waarin vermeld wordt, hoe Joost Hoeck en de
+Heusdeners, die met hem uitgeweken waren, zich dapper weerden by 't
+beleg van Bommeneede; doch, by 't innemen der stad door de Spaanschen
+op den 25 October 1575, met de overige bezettelingen om 't leven
+werden gebracht.
+
+Het was ook aan een afstammeling uit het geslacht van Heusden,
+dat Walcheren zijn bevrijding van 't Spaansche juk te danken had,
+en wel aan Jan van Kuik, Heer van Herp, die in 1571 Vlissingen tot
+'s Prinsen zijde deed overslaan; voor welke kloeke daad hy later met
+de Heerlijkheid Domburg beleend werd.
+
+Eerst in 1577 werd Heusden, ten gevolge der Pacifikatie van
+Gent, van vreemde bezetting ontslagen. Kort daarna trokken de
+Kastelein-Drossaart en de Schout naar Brabant metter woon, en werd
+in de plaats van eerstgemelde aangesteld Jonker Johan Bax, een
+der leden uit dat geslacht van krijgshelden, zoo beroemd in onze
+militaire oirkonden. Reeds twee jaren daarna werd hem gelegenheid
+verschaft, zijn wakkerheid te toonen, toen Parma, na 't innemen
+van Maastricht, Valdez afzond om Heusden te verrassen. Reeds had
+hy geduchte toebereidselen gemaakt ter belegering; en de pogingen,
+door Bax gedaan, om het omliggende land onder water te zetten,
+werden verydeld door den lagen stand der rivier, toen er gelukkig een
+stormwind opstak, die het water tot een verbazende hoogte rijzen deed,
+zoodat de dijk buiten de Herpsche poort doorbrak, en de vyand genoeg te
+doen had om het instroomende water door een snelle vlucht te ontkomen.
+
+Hoezeer, als wy gezien hebben, de stad in 1577 de Pacifikatie aannam,
+bleef de Roomsche Godsdienst nog een tijd lang de heerschende en
+werd de Hervormde leer alleen op 't kasteel gepredikt. In 't jaar
+1579 echter werden, voornamelijk door toedoen van eenige naar Heusden
+geweken Bosschenaars, de beelden en andere voorwerpen van eeredienst
+uit de kerken genomen, en de nieuwe leer zonder opschudding ingevoerd.
+
+In 1588 leed Heusden wederom last; doch deze reis niet van een vyand
+van buiten. Leycester had de stad met een zware bezetting voorzien,
+onder bevel van Christoffel van Ysselstein. De wanbetaling der
+soldij bracht hier, gelijk in vele andere steden, de troepen aan
+'t muiten: de stadsregeering werd op het raadhuis gevangen gezet,
+en Ysselstein zelf op 't kasteel belegerd. Het oproer duurde van 31
+January tot 23 Maart, toen het Nikolaas Blanckaert, die in 1584 aan
+Bax als Kastelein-Drossaart was opgevolgd, en den Burgemeester Dierck
+Hamel Diercksz gelukte, de rust te herstellen.
+
+Sedert er voortdurend Staatsche bezetting binnen Heusden lag, onthield
+zich de Drossaart niet langer op 't kasteel, maar liet, waarschijnlijk
+om alle konflikt van gezach te vermijden, het verblijf aldaar over
+aan den Kommandant. Karel van Levin, Heer van Famars, had Ysselstein
+als zoodanig vervangen, toen Graaf Karel van Mansveld zich in 1589 aan
+'t hoofd van een aanzienlijk leger voor de stad vertoonde en haar in
+'s Konings naam opeischte. De bezetting was op dat tijdstip zwak,
+en Famars drong by Prins Maurits aan op versterking. Deze voldeed
+gereedelijk aan het verzoek, en liet, niet ver van Hedikhuizen,
+eenige benden over de Maas voeren; maar nu kwam het er nog op aan,
+hoe men die binnen de stad zoû brengen, welke reeds door den vyand
+was ingesloten. Het eenige middel daartoe was, zich, met de wapens
+in de vuist, een weg door de Spaanschen en hun verschansingen heen
+te banen: dit werd beproefd, en, hoezeer niet dan na een hardnekkig
+gevecht, en verlies van vrij wat volk, met een gewenschten uitslag
+bekroond. De plaats, waar dit gevecht voorviel, bewaart nog in haar
+naam het aandenken van dezen strijd, en heet de Spanjaartsslag. Vijf
+maanden en twee dagen stond de stad het beleg door, zich alleen tot
+verdediging bepalende, daar de rondom liggende schansen te Doeveren,
+Elshout en Hemert alle door den vyand bemachtigd waren; doch toen
+kwamen de winter en vooral het wassende water den Staatschen te hulp,
+zoodat de troepen van Mansveld zich niet alleen gedwongen zagen
+van allen verderen aanval af te zien, maar zelfs het beleg op te
+breken. De schansen, door hen bezet, werden in 't volgende jaar door
+Maurits ingenomen.
+
+Een aandoenlijke plechtigheid viel op den 20en Oktober 1603 te
+Heusden voor: namelijk de begrafenis van den wakkeren en beweenden
+krijgsoverste Olivier van den Tempel, Heer van Corbecke, die voor
+'s Hertogenbosch door een kanonschot van 't leven was beroofd
+geworden. Het lichaam werd met groote staatsie in de Groote kerk
+ter aarde besteld, en de laatste eer aan den overledene bewezen door
+Prins Maurits, Grave Willem van Nassau, den Vorst van Anholt, en een
+aanzienlijk getal krijgshoofden en voorname Heeren.
+
+Op den 6en September 1614 had een zware doorbraak plaats, door welke
+al de steenwerken buiten de Wijksche poort wegspoelden. In 1623
+zond de Landvoogdes Izabella heimelijk zekeren Priester, Michiel
+van Ophoven genaamd, Prior der Preekheeren te Antwerpen, tot Willem
+Adriaan van Hoorne, Heer van Kessel, destijds Gouverneur der stad,
+met belofte, dat, indien hy Heusden in hare handen leverde, zy hem
+den tytel van Graaf van Hoorne, de ridderorde van 't Gulden Vlies,
+en een aanzienlijke geldsom zou verstrekken, alsmede zijn kinderen
+tot hoogen rang verheffen. Kessel, dit voorstel gehoord hebbende,
+wees het met fierheid van de hand, zeggende, dat hy om al de schatten
+des Konings van Spanje geen verrader worden zoû; terwijl hy voorts den
+Prior aanzeide, dat hy zijn gevangen blijven moest. Werkelijk werd dan
+ook Ophoven naar den Hage gezonden, waar hy ruim anderhalf jaar op
+de voorpoort gevangen zat, en toen werd uitgewisseld. Hy werd later
+Bisschop van 's Hertogenbosch, en bleef zulks tot aan de verovering
+dier stad door Frederik Hendrik.
+
+Gedurende het beleg van Breda door Spinola, in de jaren 1624 en
+1625, werden in de naaste grensvestingen Bezettingen gelegd, uit
+vrijwilligers van de Burgeryen: en zoo viel aan die van Haarlem en aan
+eenige Hagenaars het lot te beurt, in Heusden gelegerd te worden. Deze
+bezettelingen waren aangevoerd door Jan Klaasz. Loo, Burgemeester van
+Haarlem, als Kolonel. Hun optocht werd, nevens een gezicht op de stad
+Heusden, in 't koper gebracht door den beroemden Matham.
+
+Gedurende het beleg van 's Hertogenbosch, in den jare 1629, werden
+nogmaals te Heusden twee voor die stad gevallen krijgshelden begraven:
+de een was de Ritmeester Nikolaas Smeetsing, die zes-en-dertig jaren
+den Lande gediend, het Luitenant Gouverneurschap over de steden van
+Overyssel voor den Prins van Oranje, en het Voorzitterschap van den
+krijgsraad bekleed had. Zijn lichaam, geleid door den Vorst van Nassau,
+de Graven Ernst en Willem van Nassau, en andere Legerhoofden, werd
+in Mei van genoemd jaar in 't zelfde graf gelegd, waarin Olivier van
+den Tempel begraven was.--De andere was de Kolonel Louis de Levin,
+Heer van Famars, zoon van den reeds genoemden Charles de Levin,
+en broeder van Filips de Levin, die beiden Gouverneurs van Heusden
+waren geweest. Onder 't doen eener ronde in den rug door een kogel
+getroffen, was hy in de zelfde nacht overleden. Zijn lijk werd tot
+buiten het leger vergezelschapt door den Prins van Oranje, den Koning
+van Bohemen, en de meeste krijgsoversten.
+
+Meer dan ooit in den loop van dertig jaren werd de stad door hevige
+pestkoortsen aangetast: de eerste reis in 1624 en 25, toen er wekelijks
+van twintig tot dertig menschen stierven: de tweede in 1634-35,
+en de derde reis in 1664.
+
+In den jare 1666 sloeg de bliksem in den hoogen burchttoren, doch
+werd gebluscht, tot groot geluk voor de inwoners, aangezien het
+kruitmagazijn daar onder was, en door het openslaan der deuren groot
+gevaar liep. Wy zullen zoo aanstonds zien, dat deze waarschuwing,
+die aanleiding tot het nemen van betere voorzorgen had moeten geven,
+geheel vruchteloos bleef.
+
+Het verdient opmerking, dat Heusden, nadat het Staatsch geworden
+was, noch in den oorlog tegen Spanje, noch in dien tegen Frankrijk
+gevoerd, het lot ondervond, dat byna alle andere grenssteden en
+zoovele landsteden te beurt viel, van namelijk in handen van den
+vyand te geraken, en dat alle daartoe aangewende pogingen vruchteloos
+afliepen. Merkwaardig vooral was dit in den jare 1672, toen, by de
+algemeene flaauwhartigheid der ingezetenen, schier alle rondom Heusden
+gelegen plaatsen door de Franschen bezet waren geworden. Op zekeren
+Zondag van gemeld jaar was een troep van ongeveer tachtig man, die
+een toeleg op Heusden in den zin had, in 't dorp Baartwyk gekomen,
+dat ongeveer een uur gaands van daar gelegen is. Zy vroegen eenen
+huisman den weg naar de stad, hem daarby te kennen gevende, dat zy
+onderricht waren, voorby zekere schans te moeten trekken, waarmede
+zy de Elswoutsche schans bedoelden, langs welke zy over Oud-Heusden
+wellicht ongemerkt in de stad hadden kunnen komen. De boer echter,
+'t zij uit misverstand, 't zij met opzet, wees hun den weg aan door de
+Baartwyksche steeg op het dorp Doeveren, waar mede een schans lag, toen
+geslecht, en zoo tot Heesbeen. Hier gekomen, zonden zy twee trompetters
+naar de stad, die, voor de Wijksche poort gekomen, Heusden in naam des
+Konings opeischten. Maar de sergeant, die er toen de wacht had, gaf hun
+dit moedig bescheid, dat er kruid en lood genoeg binnen de stad was,
+om hun eisch voeglijk te beäntwoorden, waarna hy hen verjaagde, de
+valbrug liet ophalen, en de poort sluiten. De gandsche stad geraakte
+in de wapenen: de schuttery wedyverde met de bezettelingen in yver:
+het geschut werd op den wal geplaatst, en de vyanden, hun toeleg
+mislukt ziende, dropen af met schande. Intusschen deed het gebeurde de
+aandacht der Staten op Heusden vestigen, en werd het Gouverneurschap
+over die stad, 't welk sedert 1663 door den Heer van Schagen, by
+wijze van sinecure, bekleed was geworden, aan den Veldmaarschalk
+Paulus Würtz opgedragen, die er een tijdlang in persoon aanwezig bleef.
+
+Het was omtrent dezen zelfden tijd, dat zekere Heusdenaar, Jan Beens
+genaamd, zich voor eenig werk buiten de stad begeven moest. Een
+vuurroer om den schouder gehangen hebbende, toog hy de poort uit,
+toen hy, te Heesbeen gekomen, Fransche soldaten bespeurde. Hen
+willende ontwijken, sloeg hy een pad in, dat hem naar Genderen
+brengen moest; doch in de zoogenaamde Groensteeg gekomen, reed hem
+een Fransch ruiter te gemoet, die hem reeds van verre toeschreeuwde,
+dat hy staan moest en zich gevangen geven. Hiertoe wilde echter Jan
+Beens niet besluiten, die naar een hek terug week en zich daarachter
+verborg. De Franschman naderde, greep zijn karabijn, en loste die op
+Jan Beens, maar trof alleen eene der hekstijlen, waarop de Heusdenaar,
+zijn kans waarnemende, met zijn snaphaan op den ruiter aanlegde,
+hem van 't paard deed tuimelen, overweldigde, gevangen nam, en met
+paard en rusting, tot aller verwondering, binnen Heusden voerde.
+
+De moed, door de Heusdenaars betoond, en de sterkte der plaats,
+hadden waarschijnlijk aan de Franschen de lust ontnomen een nieuwen
+aanval te beproeven, en de stad leed dan ook minder dan andere van
+de rampen van den krijg.
+
+Maar van droeviger gevolg dan het onweer van 1666 was een onweer dat
+op den 24en July des jaars 1680 boven Heusden losbarstte, wanneer
+de bliksem andermaal in den grooten achtkantigen toren sloeg. Het
+buskruit, dat daaronder in diepe gewelven bewaard werd, geraakte in
+vlam, en de toren niet alleen, maar het grootste gedeelte des kasteels,
+van zijn grondvesten afgerukt, sprong met een schrikkelijken slag
+uit elkander. Verscheiden huizen in de nabyheid werden door dien
+schok het onderst boven gesmeten; in velen daarvan vond men vijf tot
+zes dooden, jammerlijk omgekomen onder 't puin hunner verbrijzelde
+woningen. Slechts enkelen, onder de opgerukte steenen gered, doch
+meest deerlijk gekwetst en gekneusd, behielden 't leven. Het jammer, de
+schade en de ellende waren groot; want van de geheele straat, omtrent
+het kasteel gelegen, was byna niet een huis overeind gebleven. De
+plaats, waar de kruittoren gestaan had, was veranderd in een diepen
+kolk, vol zwart water, 't welk, door het geweld des poeders beroerd,
+al borrelende scheen te koken. En toch, hoe ijsselijk de verwoesting
+was, nog moest men het gelukkig noemen, dat het losgebarsten buspoeder
+zijn meeste uitwerking van de stadszijde af en buitenwaart gedaan had:
+dewijl anders de stad een algeheele vernieling zou hebben ondergaan.
+
+Aan Willem Adriaan, Grave van Hornes, die Würtz als Gouverneur
+vervangen had, volgde in 1688 Daniel de Tafin de Torsay. Tijdens
+diens bestuur werd de stad door het aanleggen van sterke beeren en
+schutsluizen tegen overstrooming beveiligd, en nieuwe vestingwerken
+aangelegd, terwijl een der torens tot kruitmagazijn werd ingericht. Na
+het overlijden van Tafin, in 1709, werd Johan Theodoor Baron van
+Friesheim tot Gouverneur aangesteld, welke betrekking hy in 1723 tegen
+die van Gouverneur van 's Hertogenbosch verwisselde. Hem vervingen
+achtereenvolgends in 't zelfde jaar Jacob Harduïn Palm en Statius
+Filip Grave tot Benthem.
+
+De stad Heusden, die, by de vestiging van het Gemeenebest, op de
+Dagvaarten beschreven werd en teekende vóor Purmerend, had zich, even
+als vele andere kleinere Steden, dit recht--waarvan de uitoefening met
+geen geringe kosten gepaard ging--van lieverlede laten ontnemen. Ten
+tijde der troebelen van 1787 deed zy echter deze aanspraken weder
+gelden, 't welk de toenmalige Staten niet weinig in verlegenheid
+bracht, om het voorbeeld, dat hierdoor aan andere kleine Steden
+zou gegeven worden. De zaak werd slepende gehouden, en weldra deden
+gewichtige gebeurtenissen het geheele vraagpunt van zelf vervallen. De
+oorlog tegen Frankrijk was uitgebarsten. De Franschen, in 1793 in ons
+Land gevallen, hadden Breda en Geertruidenberg veroverd, en eischten
+nu ook Heusden op. Die eisch werd echter afgeslagen, daar de stad
+zich in genoegzamen staat van tegenweer bevond. De vestingwerken
+toch waren sterk, de schansen te Doeveren en Hemert in goede orde, en
+de Bezetting boven de 2000 man sterk. De Erfprins van Oranje (later
+Koning Willem I) kwam zelf in de nacht van 10 Maart te Heusden zijn
+hoofdkwartier vestigen, doch bleef er niet lang, en werd door zijn
+broeder Frederik vervangen.
+
+Misten de Franschen te dier gelegenheid hun kans, in 't volgende jaar
+waren zy voorspoediger: zy hadden op 9 Oktober den Bosch overmeesterd,
+en men was te Heusden hun aanval verwachtende; weshalve men, ter
+meerdere bevestiging, een doorsnijding in den hoogen Maasdijk te
+Hedikhuizen gemaakt had. Inmiddels was de gemeenschap met Holland, door
+de om Heusden zwervende of gelegerde Franschen, afgesneden; de vorst
+viel met buitengewone strengheid in, en de middelen tot verdediging
+werden hierdoor grootendeels verzwakt. Van Liesvelt, die het bevel
+over de bezetting voerde, ziende, dat het ijs de onder-water-zetting
+nutteloos maakte, gelastte den burgeren, gezamentlijk met zijn
+krijgsvolk, de stadsgrachten en de Maas open te houden, waarmede,
+den 28sten December, door veertig burgers tevens, een aanvang werd
+gemaakt. Het leed tot in het begin van January 1795, dat de bezetting
+in 't ongewisse bleef, of de vyand het inderdaad op Heusden gemunt
+had. Dan op den vijfden dier maand deed de Generaal Daendels de
+vesting opeischen, met bedreiging van storm te zullen loopen indien
+men niet gewillig de poorten voor hem openstelde. Zelfs liet hy aan
+een hem toegezonden officier zijn gemaakte voorbereidselen zien, ten
+bewijze, dat zijn dreigen geen ijdele grootspraak was. Niettemin sloeg
+men den eisch af: waarop het beschieten der stad op den negenden een
+aanvang nam, en tot den twaalfden voortduurde. De stad werd nogmaals
+opgeëischt: de Kommandant, na zich nevens zijn volk verbonden te
+hebben, in geen jaar en zes weken tegen de Franschen te zullen dienen,
+verkreeg een vrijen uittocht, met achterlating van een verbazenden
+voorraad krijgs- en mondbehoeften, welke Daendels in handen vielen.
+
+Onder het bewind van Napoleon lagen er veteranen in bezetting te
+Heusden, die in 1813, op het gerucht van de aannadering der Pruissen,
+de stad verlieten. Naauwlijks waren zy de Herptsche poort uitgetrokken
+of de Pruissen rukten die binnen. Nu scheen Heusden eensklaps uit den
+doodslaap, waarin het gedurende achttien jaren was verzonken geweest,
+herrezen, en in een wapenplaats herschapen te zijn. Duizenden van
+Russen en Pruissen stroomden er beurtelings in en uit, en de Generaal
+Bulow had er een tijd lang zijn hoofdkwartier.
+
+Maar weldra zou de tijd aanbreken, dat Heusden uit den rij van
+Neêrlands sterke plaatsen verdwijnen moest. In 1821 werd de stad
+ontmanteld, de bolwerken en ravelijnen aan partikulieren verhuurd
+en tot warmoeziersland aangelegd. Alleen bleef er nog een kazerne
+bestaan, die in 1837 belangrijke herstellingen onderging: voorts een
+arsenaal en artillerieloods; terwijl een nieuwe affuitloods op het
+Burchtplein gebouwd werd. De eenig overgebleven zijtoren en de kelders
+van het oude slot werden tot een bomvrij kruitmagazijn ingericht,
+en vertoonen zich thands nog als een vierkant gevaarte zonder kap,
+maar met zware muren en diepe gewelven; terwijl het plein, daarnevens,
+met iepenboomen bezet, een fraaie wandeling oplevert.
+
+
+
+
+
+
+
+HET KASTEEL TE GEMERT.
+
+
+De witte mantel met het roode kruis, die kenmerkende dracht des
+roemruchtigen Tempeliers, was reeds lang in de wentelende golven van
+den tijdstroom ondergegaan, of liever: in de vlammen, door Clemens den
+Vijfde en Filips den Schoone ontstoken, verteerd--toen eene andere
+Ridder-orde, jonger van erkenning, maar weinig minder beroemd dan
+die van den Tempel, nog in vollen bloei stond: wy bedoelen de Orde
+der Marianen of Duitsche Ridders, ook Kruisheeren, Teutonisten,
+en Ridders van den Duitschen Huize genoemd.
+
+Nadat Jeruzalem in 1099 door de Kruisvaarders veroverd was, deed
+een Duitsch Edelman aldaar een huis inrichten, ter verpleging van
+zoodanige pelgrims en Ridders onder zijne landgenoten, als zulks
+mochten behoeven. Zijn voorbeeld vond navolging: eenige andere edele
+Duitschers, wier hart warm sloeg voor zelfopofferende menschenliefde,
+sloten zich by hem aan, voegden de inkomsten hunner goederen by die der
+zijnen, en vormden alzoo weldra eene broederschap van barmhartigheid,
+die, door geen anderen regel dan onderlinge overeenkomst verbonden,
+hare weldaden uitdeelde zonder veel geruchts, en in tijden van gevaar
+weder even snel naar het zwaard greep als voorheen, en het niet minder
+wakker voerde.
+
+Toen het meerendeel dezer Ridders in de moedige maar onbedachte
+verdediging van Tiberias, 1187, was gevallen, en de overigen daarop
+by het verlies van Jeruzalem die stad moesten verlaten, zou de
+Vereeniging geheel onder zijn gegaan, indien eenige medelijdende
+kooplieden van Lubeck en Bremen haar niet hadden ondersteund. Nadat
+er in 1190 eene versterking door nieuwe leden had plaats gevonden,
+besloot men zich, naar het voorbeeld der Tempeliers en Hospitaliters
+of Sint-Jans-Ridders, tot eene gesloten Geestelijke Ridderorde te
+vereenigen, en wendde zich om vergunning daartoe tot Keizer Hendrik
+den Zesde en Paus Celestinus den Derde, welke laatste by een bul van
+den 12en Februari 1191 zijne toestemming gaf, en bepaalde, dat zy
+den naam zouden dragen van Ridders der H. Maagd Maria, of Broeders
+van het Duitsche huis onzer Lieve Vrouwe te Jeruzalem; zy zouden
+aan de kloosterregelen van Sint Augustinus onderworpen zijn, en hun
+onderscheidend gewaad moest bestaan uit een zwart kleed, waarover
+een witte mantel met een zwart kruis op den linker schouder. De
+Keizer schonk bovendien den Ordemeester, waartoe Henrik van Walpott
+van Bassenheim reeds in 1190 gekozen was, het recht om ridders te
+slaan, met eenige andere gunstbewijzen daarenboven, en zoo zag de
+nieuwe Orde, niet zonder nayver der Johannieten en Tempeliers, haar
+bestaan gevestigd.
+
+By de verovering van Akkaron (Ptolemais) kocht de Ordemeester daar
+een uitgestrekten hof, en stichtte er eene kerk en een hospitaal,
+benevens een kloostergebouw voor de broeders; en nu ging de Orde
+rustig, en aanvankelijk zonder veel opzien te baren, haren weg, niet
+minder dapper, maar veel minder begiftigd, veel minder weelderig door
+rijkdom dan beide genoemde orden.
+
+De zaak der Christenen was echter in Palestina, na den val
+van het Koningrijk Jeruzalem verloren: daarom besloot de vierde
+Ordemeester, Herman van Salza, den zetel der Orde naar Venetië over
+te brengen. Herman van Salza, een der edelste en grootste mannen
+van zijnen tijd, was de adelaar, op wiens stoute vleugelen de Orde
+zich tot eene ongekende hoogte verhief. De roep zijner onkreukbare
+goede trouw en rechtschapenheid was zoo groot, dat Keizer Frederik
+de Tweede en Paus Honorius de Derde een onderling geschil aan zijn
+oordeel onderwierpen, en zich naar zijne uitspraak gedroegen;
+beide waren evenzeer over hem voldaan, en de Orde oogstte er de
+voordeelen van in: Honorius ontsloeg haar van het geven van tienden
+en van onderworpenheid aan het geestelijk gericht, en Frederik
+begiftigde haar met voorrechten en goederen; daarenboven verhief
+hy Herman, die van den Paus een kostbaren ring, in 't vervolg het
+Ordemeesterschap eigen, ontfangen had, voor hem en zijne opvolgers
+in den Rijksvorstenstand. Van toen af breidden de bezittingen der
+Orde in Europa zich snel uit. In 1226 door den Hertog der Masoeren
+naar Pruissen gebeden, om er de wilde heidensche bewoners ten onder te
+brengen, met toezegging van de landstreken, die zy zoude overwinnen, in
+eigendom te zullen ontfangen, werd Herman van Balco derwaart gezonden
+aan het hoofd van eenige Ridders en knechten, wier heldhaftigheid met
+zoo goed gevolg werd bekroond, dat de geheele Orde, na het verlies van
+Akkaron in 1291, zich in het overwonnen land aan de Oostzee vestigde,
+en in 1309 Marienburg tot Hoofdzetel koos. In de laatste helft dier
+eeuw bedroegen hare inkomsten, alleen van gemelde landstreek, 900,000
+Rijnsguldens, eene som, waarover geen Europesche Staat van die dagen
+beschikken kon, terwijl de bloeiende toestand harer bezittingen en
+de welvaart der onderhoorigen de beschuldiging weerspreken, dat zy
+een tyranniesch bestuur voerde.
+
+Hare bezittingen werden verdeeld in 12 Landschappen, Balyen of
+Landkommanderyen genaamd, die door Landkommandeurs werden bestuurd, en
+waarvan er 2 in Nederland lagen. De hoofdzetels daarvan stonden, voor
+het noorderdeel, te Utrecht, en, voor het zuiderdeel, te Aldenbiezen,
+in Limburg, zijnde de laatste, die reeds in 1220 voorkomt, de oudste
+[5]. De onderafdeelingen die te zamen eene landkommandery uitmaakten,
+werden eenvoudig kommanderyen genoemd, en stonden onder het beheer
+van een Orde-ridder, die den tytel van Kommandeur voerde. Tot Utrecht
+behoorden 12 kommanderyen, waarvan wy de vermelding, met byvoeging
+der weinige tot ons gekomen byzonderheden, hier geheel op hare
+plaats achten.
+
+1. Middelburch, waar het huis der Orde in 1249 werd gesticht op
+een erf, haar door Niclaes van Putten geschonken. Graaf Floris de
+Vijfde heeft deze kommandery mild begiftigd, »en 't zelve huis is
+metter tijd zoo magtig geworden, dat, wanneer de Graaf van Holland,
+of deszelfs oudste zoon, ter hooge vierschaar binnen Middelburg zaten,
+de Abt van Middelburg aan de rechter, en de Kommandeur der Duytsche
+orden aan de slinkerzijde van den Graaf gezeten waren."
+
+2. Leyden, mede een gift van Grave Floris den Vijfde: hy schonk er
+in 1268 de St. Pieterskerk, en de Orde richtte er het gebouw der
+kommandery by op.
+
+3. Dieren, op de Veluwe, een kasteel, met vele daartoe behoorende
+landerijen. Graaf Adolf van Bergen schonk het der Orde in 1240, waarop
+het aan de kamer des Grootmeesters werd getrokken, tot in 1420, toen
+het aan den Landkommandeur van Giessen overging; maar Heer Herman
+van Keppel, Landkommandeur van Utrecht, kocht het in 1433 voor eene
+som van 3000 Rijnsguldens, en voegde het by zijne eigene Baly.
+
+4. Oetmarsen, weleer tot de landkommandery van Munster behoord
+hebbende, maar in de eerste helft der vijftiende eeuw onder die
+van Utrecht gebracht. Het huis was gesticht in het jaar 1290, door
+zekeren Leffard, een schildboortig poorter van Oldensael, die zich
+mede in de Orde begaf.
+
+5. Valckenburch. Graaf Willem de Tweede schonk der Orde in 1251 de
+kerk aldaar, waaronder twee parochiën behoorden, nl. Katwijc op Zee en
+Katwijc op den Rijn. In 1378 verplaatste Splinter uten Eng, toenmaals
+aan het hoofd der Baly van Utrecht staande, den kommandeurszetel van
+Valckenburch naar Katwijc op den Rijn, ten gerieve der zeedorpers,
+en liet de eerstgenoemde plaats als eene pastory op zich-zelf. Sints
+dien tijd wordt er gewoonlijk van de kommandery van Katwijc gesproken.
+
+6. Hofdijc, die mede aan Grave Willem, door het schenken der kerk te
+Maesland, in 1251, haar oorsprong dankt. Zijn zoon Floris begiftigde
+later de Orde met eenige landerijen aan den Hofdijk, waarop de
+Utrechtsche Baly er een huis deed stichten voor een Kommandeur. In
+1365 deed de Landkommandeur Henric van Alckemade, met toestemming
+van Graaf-Hertog Aelbrecht, het huis ten Hofdijc afbreken, en een
+ander by de kerk van Maesland oprichten. De goederen aan den Hofdijk
+werden aan de landkommandery gehecht, en de Ridders mede derwaart
+verplaatst. Sedert stond de kommandery van Maesland op zich-zelf.
+
+7. Doesborch, die in 1266 een aanvang nam: De Regulieren van het
+klooster Bethlehem, zich tegen de Orde misgrepen hebbende, en tot
+voldoening genoodzaakt, schonken haar in dat jaar de kerk dezer plaats,
+waarover zy te beschikken hadden.
+
+8. Rhenen, waar Graaf Egbert van Bentheim de kerk in 1268 aan de
+Orde maakte; eene aanzienlijke schenking, die door zijn zoon Otto
+bevestigd werd.
+
+9. Schoonhoven. Gwy van Blois gaf der Orde in 1390 de keuze tusschen
+de kerk van Gouda en die van Schoonhoven; zy koos de laatste, welke
+hy daarop met eenige andere goederen afstond.
+
+10. Scaluynen, of Schelluynen, eene heerlijkheid, geschonken door Heer
+Dirc van Altena, met de kerk en de tienden van het dorp, benevens de
+ten deele onder Giessen behoorende visscherij, en drie landhoeven.
+
+11. Bunen, in Drenthe, was eerst een konvent van zusteren der Duitsche
+Orde, en omstreeks 1271 opgericht. Het kwam toen onder de Westfaalsche
+Baly te Munster, maar werd door den Utrechtschen Landkommandeur
+Gosewijn van Gaerne, die in het midden der veertiende eeuw vermeld
+wordt, voor eene som van 1500 pond aangekocht.
+
+12. Nesse, almede ontstaan uit de gift der kerk, door eenige Friesche
+Edelen in 1298, schijnt de geringste der kommanderyen geweest te zijn;
+ten minste werd het huis, naby de kerk gesticht, slechts door Priesters
+en dienende broeders, geenszins door Ridders bewoond.
+
+En nog waren deze bezittingen niet de eenigen der Utrechtsche Baly:
+te Hemert in Gelderland, en te Scoten in Friesland, vond men nog een
+konvent. Het huis en konvent te Scoten, waar aanvankelijk slechts
+zusteren der Orde woonden, was gesticht omstreeks den aanvang der
+veertiende eeuw. Later werden er Priesters en dienende broederen in
+geplaatst. Het huis te Hemert was in 1270 gesticht. De Landkommandeur
+Johan van Hoenhorst verwisselde het in 1328 tegen andere goederen
+te Thiel, toebehoorende aan de Kanunniken van de St. Walburgskerk
+aldaar, die zich vervolgends te Aernhem neêrsloegen, en de St. Walburg
+aan de Orde schonken, waarop de Landkommandeur het huis te Hemert
+deed afbreken, en een nieuw gebouw by gemelde kerk binnen Thiel
+oprichten. [6]
+
+Tot de landkommandery van Aldenbiesen (Vieux-Joncs), in de nabyheid
+van Tongeren gelegen, behoorden de volgende kommanderyen:
+
+1. Jongebiesen, te Maestricht; 2. Rebsdorf in Gulick; 3. St. Gilis
+te Aken; 4. Biesen te Keulen; 5. Ramesdorf by Bonn; 6. Bernesheym,
+en 7. Ordingen, beide by St. Truden; 8. St. Petersvoren in Limburg;
+9. Gruytrode in de Luyksche Kempen; 10. Beckevoort by Diest; 11. Feucht
+of Vught, en 12. Gemert, beide in de Meiery van 's Hertogenbosch.
+
+En behalven al deze goederen, bezat de Orde nog op verschillende
+plaatsen het patronaatschap, dat is het recht tot aanstelling van
+een pastoor.
+
+Nadat wy dus de Orde in het algemeen met betrekking tot Nederland
+hebben beschouwd, wenden wy ons tot een harer bezittingen in het
+byzonder, en kiezen daartoe, als eene der niet onbelangrijksten de
+kommandery van Gemert.
+
+Reeds in het begin der dertiende eeuw bezat de Orde aan deze plaats
+eenige goederen, waarover in 1249, volgends een brief van dat jaar,
+nog op het archief van Postel aanwezig, een Provisor bestuurde. Uit
+een charter van 1270 blijkt, dat Gemert toen voor de eene helft
+als vrij land aan Jonkheer Diedryc van Gemert, voor de andere aan
+de Ridders van het Duitsche Huis behoorde. Te dien tijde bestond er
+reeds een Kommandeur, want in het genoemde archief berust mede een
+document van 1261, waarby Broeder Henric, Kommandeur van Gemert, met
+toestemming van den Luykschen Kommandeur de Prenthage, eenige goederen
+aan het huis van Postel verkocht, die gedeeltelijk door den Hertog van
+Brabant, gedeeltelijk door den Beschermvoogd van Mol aan de Kommandery
+geschonken, en in de dorpen Lommel en Hilvarenbeec gelegen waren.
+
+In 1366 was broeder Gheryt van Audenhoven Kommandeur. Op den 21en
+Juni van dat jaar kocht hy van den toenmaligen Diedryc van Gemert
+dat gedeelte der Heerlijkheid, dat tot hiertoe nog door dit geslacht,
+sedert 1364 als leen, bezeten was, waardoor het Duitsche Huis alzoo
+in het volledig bezit geraakte. Kort daarna, het zij onder zijn
+bestuur, het zij onder dat van zijn opvolger Henric Reynart van
+Husen, in 1387 vermeld, werd er ten zuiden van de dorpskapel een ruim
+gedeelte gronds, aan den zoom van het watertjen de Rups, afgebakend,
+en daarop het sterke kasteel gebouwd, dat sints den Kommandeurs met
+de hunnen ten verblijf diende. Het hoofdgebouw rees als een zwaar
+vierkant gevaarte, uit drie of vier andere gebouwen bestaande, met
+steile daken, en alleen slechts door trapgevels en hoektorens ietwat
+verlevendigd, kloosterachtig somber uit de diepe gracht op, en werd
+nog door buitenwallen en eene versterkte voorpoort beschermd. De
+inwoners van Gemert zullen zich evenwel waarschijnlijk niet over den
+afstand van Heer Diedryc beklaagd hebben: de Duitsche Ridders waren
+geen harde heeren voor hunne onderzaten; en zoo men al beproefd heeft
+hen daarvan te beschuldigen--de wetten van den Grootmeester Siegfried
+van Feuchtwangen [7], 1309-1312, zijn daar, om den aanklager, dien
+het om waarheid te doen zij, te beschamen: de wijsheid van den Regent
+spreekt er u op iedere bladzijde uit tegen; en waar ze strengheid
+ademen, daar is het om een vergrijp te voorkomen, of te straffen,
+opdat de goedgezinde onderdaan in vrede en veiligheid het zijne
+bezitten moge, en orde en zedelijkheid bevorderd worde. Welke eene
+naauwlettende zorg spreekt zich uit in verordeningen, by de Art. XX,
+XXIV, XXVII, inhoudende:
+
+Vee, den eigenaar tot zijn daaglijkschen arbeid noodig, mag voor
+geenerlei schuld in pand worden genomen.
+
+Jaarlijks zullen de dorpsrechters met hunne byzitters de grenzen
+hunner gemeente omrijden, en de marksteenen en grensteekens, waar deze
+onkenbaar mochten geworden zijn, vernieuwen, op straffe van vergoeding
+der schade, die door nalatigheid in deze verplichting mocht ontstaan.
+
+De voogden van weduwen en weezen zullen de goederen hunner pleeglingen
+schriftelijk doen opteekenen en beschrijven, en het hun toevertrouwde
+gants zoo als zy het hebben ontfangen, by het einde hunner voogdijschap
+te rug leveren, op verlies van hunne eer.
+
+Zulk eene naauwlettende zorg kan niet worden overschaduwd door eene
+strenge strafbepaling, als die, waarby vrijheid gegeven wordt, om
+een wechgeloopen dienstknecht by het oor vast te spijkeren (Art. VI):
+de laatste verordening had niets wreeds naar de zienswijze van dien
+tijd--de eersten zijn nog weldadig en billijk in het oog van den onze.
+
+Het zou zeker de moeite waardig zijn, zoo men kon nasporen, in
+hoeverre het bestuur der Orde over hare goederen in ons land, van
+invloed mag geweest zijn op de denkwijze van de hooge Regeering
+omtrent de regeling van dezer gemeentebelangen.
+
+De Orde scheen hier echter gee grooten prijs te stellen op het volle
+bezit van allen eigendom, want de kommandeur Iwan van Cortenbach
+verkocht op den 1en Augustus 1421 de gemeente Gemert aan de
+ingezetenen, voor eene erfpacht van 50 kroonen 's jaars. Heer Iwan
+(ook Ywan genoemd), die voor het eerst als Kommandeur van Gemert
+gemeld wordt in een schepenbrief van 25 November 1418, was tevens
+Landkommandeur van Aldenbiesen.
+
+Als Iwans opvolger wordt genoemd Heer Dirc van Betenhausen, of
+Bergenhuysen. Blijkends eene aanteekening in het pastoreele register
+der gemeente, kocht hy de moerige Peellanden van Gemert van den
+Brabantschen Hertog Filips, en gaf ze vervolgends voor een pacht van
+61 karolusguldens aan de ingezetenen weder uit. Daarna benoemd tot
+Landkommandeur van Aldenbiesen, werd hy in de kommandery van Gemert
+opgevolgd door Heer Henric van Eynatten. Het was onder het bestuur
+van dezen Kommandeur, dat de kapel te Gemert [8], grootendeels door
+bemoeiïng en tusschenkomst van den Landkommandeur Bergenhuysen, tot
+eene parochiekerk verheven werd, waarvan de wijding op den 18en Maart
+1437, door den Luykschen Bisschop Johan van Heynsbergen, met groote
+plechtigheid plaats vond. Heer Henric, overleden 17 Juli 1444, en in
+de kerk te Gemert voor het hoog-altaar begraven, werd als Kommandeur
+opgevolgd door Niclaes van der Dussen, uit het Hollands-Brabantsch
+geslacht van dien naam. Hy was de tweede zoon van Jan van der Dussen,
+Heer van Dussen, Aertwaerde, en Munsterkercke. Vóor 1439 in de Orde
+getreden, bekleedde hy, onder andere aanzienlijke betrekkingen, de
+waardigheid van Kommandeur te Gemert tot in het jaar 1467, toen hem
+het Landkommandeurschap werd opgedragen, weshalven hy naar Aldenbiesen
+vertrok, en daarna in 1476 overleed. Zijn bloedverwant Aernout van
+der Dussen, die te Gemert zijn plaats verving, deed er het nieuwe
+parochiale kerkgebouw vergrooten met een aanzienlijk choor, waarop
+een klein torentjen geplaatst is.
+
+In vrede en rust ging het leven op het kommanderykasteel doorgaands
+steeds voorby; hoewel de Ridders voor 't overige de strenge
+onthoudingsregelen niet meer zoo naauwgezet hielden als in den beginne:
+de Grootmeester Wallenrode b.v. gaf zijnen Duitschen gasten eens
+een zoo prachtig eeremaal, dat de onkosten daarvan, zoo men zegt,
+de verbazende som van 500,000 markzilvers bedragen hebben. Ook
+moeten wy niet voorby zien, dat de beöefening der wetenschappen
+aan de Orde volstrekt niet vreemd was. En al is het ontwijfelbaar
+dat sommige Grootmeesters zekere historische documenten opzettelijk
+hebben vernietigd, en bepaalde plaatsen in kronijken, waar van de Orde
+gesproken werd, doen wechnemen--de Grootmeester Winrich van Kniprode
+daarentegen, die van 1351 tot 1382 regeerde, was een voorstander en
+beschermer van wetenschappelijken vooruitgang. Hy deed de weinige
+bestaande scholen in Pruissen verbeteren, en nieuwe oprichten, opdat
+het zijnen jongen Ridderen, wanneer zy in rijd- en strijdkunst volkomen
+bedreven waren, aan geen onderricht van den geest ontbreken zoû. Wy
+zijn dus volkomen gerechtigd tot de onderstelling, dat er buiten het
+Breviarium, of de Orde-statuten, of den Blaffert van eigendommen,
+nog wel eens een andere foliant of kwartijn door den Kommandeur van
+Gemert, of diens Ridders, zal zijn opengeslagen; dat een Bestiaris
+van Maerlant, of een Slag by Woeronc van Heelu er geen onbekende
+verschijnselen zullen zijn geweest; ja dat, al gedoogden de ernst van
+het verblijf en de eerwaardigheid der Krijgsmonniken niet altoos, als
+op de kasteelen der waereldlijke Edelen, open hof en blijde ontfangst
+voor een reizenden Minstreel of Sprookspreker--Heynrycs Roman der
+Kinderen van Limborch behoeft er wel zoo min een onbekende gast te
+zijn geweest, als Dirc Potters sproken van Der Minnenloep. Ook was
+het den Kommandeurs en Ridders volstrekt niet ontzegd, om aan een
+waereldsch feest of vreugdebedrijf, op den een of anderen burch,
+of aan het Hertooglijk hof gegeven, deel te nemen, evenmin als het
+genot van den wandelrid of dat van het weidspel,
+
+
+ Hair met hair, en veêr met veêr,
+
+
+onder de verboden uitspanningen werd gerekend. Dit alles te zamen
+genomen, vinden wy dus redenen te over om te gelooven, dat het
+verblijf in de zalen en gewelven der kommandery (al vond men ze,
+naar de gewoonte der Orde, door het overal aangebrachte zwarte kruis
+meer versomberd dan vercierd) zoo min als de landstreken daar rondom,
+niet zoo eentonig en van alle afwisseling ontdaan zal zijn geweest,
+als eene oppervlakkige beschouwing zou kunnen doen vermoeden.
+
+Toen Aernout van der Dussen in 1482 overleden was, werd hy opgevolgd
+door Heer Maximiliaen van Eynatten, die er tot in 1503 zijn ambt
+bekleedde, om het toen, als zoo menig een zijner voorgangers, met
+dat van Landkommandeur van Aldenbiesen te verwisselen.
+
+Van de Kommandeurs Wynand van Breyl (benoemd 1536, overleden 1554)
+en Wynand van Eynatten (overleden 25 Mei 1570) vinden wy niets
+merkwaardigs opgeteekend. Zy schijnen, niettegenstaande de klimmende
+onrust der tijden, zonder stoornis bestuurd te hebben.
+
+Minder rustig liep het onder Heer Wynands opvolger Godaert van Aere. In
+1588 deed de onvertsaagde maar woeste Marten Schenck een strooptocht
+in het dorp Gemert, waarby de inwoners veel van zijne wapenknechten
+te lijden hadden. Niettegenstaande de bemanning van het kasteel te
+gering was om een uitval te doen en de dorpelingen by te springen,
+werd er toch zoo vinnig van de wallen geschoten, dat de plunderaars
+het niet waagden om den ingang der kerk, die naar de kasteelzijde
+lag, te bemachtigen. Toen, om toch de gehoopte buit der kerkelijke
+kostbaarheden niet te verliezen, braken zy aan de noordzijde van het
+gebouw een opening waardoor zy binnendrongen, het inwendige van al
+zijne cieraden beroofden, en de kenteekenen der eeredienst baldadig
+vernielden. De toen gemaakte opening werd niet weder dichtgemetseld,
+maar slechts bygewerkt, en sedert tot een gewonen ingang in orde
+gebracht.
+
+Een dergelijk onheil herhaalde zich in 1599 in nog veel grootere mate,
+toen de Spanjaarden in het dorp vielen, en het geheel uitplonderden.
+
+Henrik van Holtorp, dien wy na Godaert van Aere vermeld vinden,
+overleed te Gemert in 1630, en werd voor het hoog-altaar in de kerk
+begraven.
+
+Zijn opvolger was de Kommandeur Ulrich van Hoensbroek, een fier en
+hooghartig man, die zich door trotschheid en heerschzucht by velen
+gehaat, by niemant, zelfs zijner Orde, bemind maakte. Hy berokkende
+zoowel der kommandery als het dorp veel onaangenaamheid. Reeds stond
+hy te Gemert aan het hoofd der zaken, toen hy naar het opengevallen
+Landkommandeurschap dong, en zien moest dat men hem voorby ging, en
+een jongeren Ridder, Graaf Godfried van Huyn de Geleen aanstelde. Vol
+van verbittering, weigerde hy nu diens bevelen te volbrengen; en toen
+hy in 1648 over dezen inbreuk op de wetten der Orde ter verandwoording
+gedagvaard werd, beriep hy zich op de Staten der Vereenigde Provinciën,
+aan wie sedert den 30en Januari van dat jaar te Munster de Meiery van
+'s Hertogenbosch was afgestaan. Op den 24en Juli nam eene Staatsche
+bende van Gemert bezit, en verjoeg er terstond de Dominicanen, die,
+in 1629 reeds eenmaal uit 's Hertogenbosch verdreven, zich onder de
+schaduwe der kommandery hadden nedergeslagen. In 1649 schijnen eenigen
+hunner weer heimelijk naar Gemert te rug gekeerd te zijn; ten minste
+het gerucht daarvan liep rond, en kwam ter ooren van den Schout van
+Peelland, Prouninck gezegd Deventer, die gants niet monniksgezind
+was. Of het nu waar of onwaar mocht zijn--Prouninck sloeg er geloof
+aan, en viel op een vroegen morgen in den zomer, kort na pinksteren,
+met eene ruiterbende in het dorp. Het klooster [9] werd terstond
+aangevallen, de vensters stuk geslagen, en--torschte men er al geen
+
+
+ kelcken uit, kassuiffelen, en kappen,
+ Die stijf staen van gesteente, en paerlen en root gout,
+ Om 't heerelijckst, als 't placht, wanneer men hooghtyd houdt--
+
+
+de plonderaars keerden toch niet met ledige handen uit het ontwijde
+gebouw. Maar wat erger was dan deze moedwil, aan levenlooze voorwerpen
+gepleegd--de geprikkelde baldadigheid koelde zich ook aan een grijzen
+leekebroeder, die byna naakt door de vensters werd gesleurd, naar de
+markt gevoerd, en daar, van de ruwe ruiters omringd, der bespotting
+prijs gegeven. De pastory en des kapellaans woning werden mede
+geplunderd; de pastoor, benevens de prioor der Dominicanen, gevangen
+naar 's Hertogenbosch gebracht, en niet, dan tegen betaling van een
+groot losgeld, weder ontslagen; de kerk bleef in handen der hervormden.
+
+Zoodra deze handelingen den Landkommandeur waren kenbaar geworden,
+bracht hy terstond zijne klachten in by den toenmaligen Grootmeester
+der Orde, den Aarts-Hertog Leopold van Oostenrijk, die zonder eenig
+vertoef zijn Licentiaat Verheye naar 's Gravenhage zond, om de
+kommandery te rug te eischen. De Staten waren daartoe echter volstrekt
+niet genegen: zy beweerden, dat Gemert noch eene vrije Heerlijkheid
+was, noch tot het Rijk kon worden gerekend, maar onder de Meiery
+van den Bosch, en alzoo onder het recht van hunne soevereiniteit
+behoorde. Zy grondden dit op het volgende:
+
+»Uit verschillende oude brieven bleek het, dat Gemert by het kwartier
+van Peelland ingesloten was, zijnde het in 1572 onder het Bisdom
+'s Hertogenbosch, en wel onder het Landdekenschap van Helmond, de
+hoofdplaats van 't kwartier Peelland, gesteld. Gemert was weleer een
+gehucht van het dorp Bakel, en de kerk een dochterkerk van die der
+laatste plaats geweest. De Koning van Spanje had, als Hertog van
+Brabant, den Bisschop van Luyk (die zich over het onttrekken van
+Brabant aan zijn geestelijk rechtsgebied beklaagde) ten andwoord
+gegeven, dat hy in zijn eigen land, met toestemming van den Paus,
+zooveel Bisdommen kon oprichten als hem goed dacht. Men had zich van
+alle vonnissen, te Gemert gewezen, altijd op de hoofdbank des kwartiers
+van Peelland, te Helmond, van dáar op Schepenen van 's Hertogenbosch,
+en vervolgends op den Raad van Brabant, te Brussel, beroepen, als uit
+twee brieven, van 1434 en 1451, bewijsbaar was. Het op-, of afzetten
+der munt was te Gemert altijd door den Hertog van Brabant geschied. De
+maten en gewichten, die men er bezigde, waren te Helmond geijkt. De
+gantsche Gemertsche gemeente of heide was eigen goed van den Hertog
+van Brabant geweest, die het op den 6en Juli 1450 aan de Heerlijkheid
+had verkocht, behoudens een cijns van 50 oude grooten tornois. De
+inwoners van Gemert stonden onder het ingebod van 's Hertogenbosch,
+dat eene der vier hoofdsteden van Brabant was, en de Judicatuur van
+Gemert kwam den Staat toe, gelijk de Orde zelf bekende."
+
+De Grootmeester daarentegen beweerde, dat Gemert niet in Peelland
+geënclaveerd was, en vestigde deze stelling op het volgende:
+
+»Gemert grensde aan het land van Ravesteyn, aan het opperkwartier
+van Gelderland, en aan Spaansch-Brabant. De Landkommandeur Johan van
+Cortenbach had, als gemachtigde van den Grootmeester, in 1421 aan de
+ingezetenen van Gemert zekere gemeente- en peelvelden verkocht. Toen
+in het jaar 1270 eenig geschil tusschen den Hertog en die van
+Gemert gerezen was, had de eerste verklaard, dat hem noch hooge,
+noch lage heerlijkheid, noch eenig recht te Gemert toekwam, maar
+begeerden zy van hem hulpe, dan was hy als opperste Beschermheer
+verplicht hun die te verleenen. Gemert was door den Raad van Staten
+in 1621, toen de brandschattingen in de Meiery waren uitgeschreven,
+erkend als niet behoorende onder Brabant. De Kommandeurs te Gemert
+hadden kwijtschelding van doodslag gegeven, en wel in de jaren 1603
+en 1607. Verschillende aan doodslag schuldigen uit de Meiery waren
+naar Gemert gevlucht, en er onvervolgd gebleven. De Landkommandeur
+der Orde had er in het jaar 1613 een vrije jaarmarkt opgericht. Het
+beroepen van vonnissen op Schepenen van Helmond, en van daar op die
+van 's Hertogenbosch, was geen bewijs van onderhoorigheid, omdat men
+zich in verschillende plaatsen der Meiery van aldaar gevelde vonnissen
+op Schepenen van Antwerpen beriep; die van Nymegen, Stevenswaert en
+andere beriepen zich op de Wethouderschap van Aken; voorheen was men
+in verschillende plaatsen van Brabant gewoon zich van de vonnissen op
+de Wethouders van Luyk te beroepen, totdat zulks in 1469 door Hertog
+Karel den Stoute afgeschaft werd. Dat Gemert onder het Duitsche Rijk
+behoorde bleek daaruit, dat het zijn aandeel in de oorlogen tegen
+de Turken had betaald, zoowel als in de vijf millioen rijksdaalders,
+door het Ryk by den vrede van 1648 aan Zweden toegestaan: dit zouden
+de Algemeene Staten niet toegelaten hebben, indien het zeker was,
+dat Gemert tot de Meiery behoorde. Dat het, eindelijk, onder het
+Bisdom van 's Hertogenbosch gelegen was, bewees niets, omdat het
+grootste gedeelte van Brabant, Limburg, en Namen, vóor de oprichting
+der nieuwe Bisdommen in 1565, onder den Bisschop van Luyk behoord had."
+
+Het onderzoeken, uiteenzetten en bepleiten dezer bewijsgronden vorderde
+op zich zelf reeds veel tijd, en het geding werd bovendien traag
+voortgezet. Welk deel de Kommandeur Hoensbroeck, die zich meestal in
+'s Gravenhage ophield, er in had, wordt niet gemeld. Hy beleefde het
+einde van het geschil niet, maar overleed in 1654; zijn lijk werd
+naar Gemert vervoerd, en in het choor der kerk aldaar begraven.
+
+Ambrosius, Baron van Wirmundt, die na hem Kommandeur werd, liet
+zich veel aan de regeling der zaak gelegen liggen; en het was voor
+een groot deel aan zijne rustelooze bemoeiïngen dank te wijten,
+dat er eindelijk tusschen de Staten der Vereenigde Provinciën en den
+Grootmeester een concordaat tot stand kwam, waarby de laatste, onder
+zekere voorwaarden, in zijn recht op Gemert werd erkend. Het besluit
+daartoe, door de Staten op den 8en Juni 1662 in den Haag geteekend,
+bevatte hoofdzakelijk het volgende:
+
+»De Staten Generaal verklaarden, dat Gemert onder het Duitsche Ryk
+behoorde, en zy derhalven daarover geen gezach, hoegenaamd, behouden
+of op nieuw eischen zouden. Dat zy de opperheerschappij volkomen
+afstonden, met beding echter, dat de Heerlijkheid onder het appèl
+en ingebod des gerichts van 's Hertogenbosch zoû blijven, gelijk tot
+hiertoe gebruikelijk was geweest. De Grootmeester en de Orde zouden
+voortaan de vrije oefening der hervormde godsdienst moeten toelaten,
+en daartoe ten hunnen koste, en naar genoegen der Staten eene geschikte
+kapel, benevens woningen voor predikant en schoolmeester doen bouwen;
+het recht tot benoeming van een predikant zou aan de Orde blijven,
+doch het onderhoud zijner woning voor rekening der Staten komen. De
+Orde mocht er geen kloosters, het zij van geördende monniken of andere
+geestelijken, toelaten. Zy zoude voor den afstand aan de Staten 40,000
+gulden betalen: een derde zes maanden na de onderteekening van het
+verdrag, en de twee overige derdedeelen telkens een jaar daarna. De
+Algemeene Staten zouden nergends in gehouden zijn, indien de twee
+laatste betalingen niet op den bepaalden termijn geschiedden."
+
+Op den avond van den 28en Juni, 1662, werd de geslotene voorwaarde
+te Gemert afgekondigd, de parochiekerk den volgenden feestdag van
+Petrus en Paulus door de roomschgezinden weder in bezit genomen, en
+het kerkjen der Dominicanen aan de hervormden afgestaan. De Baron
+van Wirmundt bestuurde vervolgends de kommandery nog ruim twintig
+jaren in rust: hy overleed te Gemert, op den 18en Maart, 1684, en
+werd ter linkerzijde van het hoogaltaar begraven onder een zerk,
+wier latijnsch inschrift zijne deugden en verdiensten vermeldde.
+
+Een Edelman uit Hollands oudst geslacht voerde daarna te Gemert den
+staf: Baron Hendrik van Wassenaer, zoon van Johan van Wassenaer en
+Maria van Erckel. Reeds Kommandeur van Gruytrode, verwisselde hy die
+kommandery, na Wirmundts dood, met Gemert, van waar hy in 1690 naar
+Aldenbiesen vertrok, om daar de waardigheid van Landkommandeur te
+aanvaarden. In het eerste jaar van zijn bestuur, 1685, was Gemert
+geteisterd geworden door een zwaren brand, die honderd huizen
+vernielde.
+
+Bertram Wessel, Baron van Loë, Heer van Wissen, by Kevelaar, kwam
+daarop te Gemert, stierf den 21en Maart 1710, een jaar na zijn
+voorganger, en werdt opgevolgd door
+
+Bertram Antonie, Baron van Wachtendonk, die tevens Kommandeur was
+van Ramersdorff, by Bonn. Deze wakkere krijgsman hield echter op geen
+zijner beide kommanderyen verblijf, daar hy als Keizerlijk Bevelhebber
+by het leger van Karel den Zesde stond. Ook verwierf hy er zich geene
+rustplaats aan de zijde van zoovele hem reeds voorgegane Ordebroeders:
+hy overleed op Sicilië.
+
+Het afzijn van den Kommandeur was intusschen den goederen niet zeer
+voordeelig geweest: het kasteel, dat nu reeds ruim twee eeuwen het
+kruis der Orde gedragen had, was verouderd, en behoefde noodzakelijke
+herstellingen.
+
+Er werd derhalven besloten om voor als nog geen nieuwen Kommandeur te
+benoemen, en met de op deze wijze uitgespaarde gelden in de onkosten
+der vernieuwing van het gebouw te voorzien. De Landkommandeur van
+Aldenbiesen, Damian Hugo, Graaf van Schönborn, Kardinaal-Bisschop
+van Spiers en Constans, beheerde zoo lang de kommandery; en onder
+zijn toezicht werd in 1740 alles weder in goeden staat gebracht,
+en zelfs, in den smakeloozen stijl der achttiende eeuw, zoogenaamd
+opgecierd. Drie jaren later deed men den Kommandeur van Bernesheim,
+Baron van der Noot, zijn standplaats met die van Gemert verwisselen;
+maar na zijn overlijden werd het Kommandeurschap nogmaals eenige jaren
+onvervuld gelaten, om de landkommandery, die door den successie-oorlog,
+waartoe zy heur contingent moest leveren, in zware schulden stak,
+in de afdoening daarvan te kunnen ondersteunen.
+
+Eerst in 1770 vinden wy Gemert dan weder bezet, en wel door Nicolaes
+Bernhard de Borggrave, die in 1777 werd opgevolgd door den Baron
+van Plettenberg.
+
+Deze moest zijn plaats later weder afstaan aan den Landkommandeur
+van Aldenbiesen, Baron Frans Jozef Nepomuc Fidelis van Reisschag,
+onder wiens bestuur werd aangevangen met het bouwen van een schoonen
+toren, aan de westzijde der kerk. Reeds waren de fondamenten gelegd,
+toen in 1794 het werk werd gestoord door de verschijning der Fransche
+driekleur op den Nederlandschen bodem. De woeste republikeinen, die
+der Orde ontnamen wat zy konden bemachtigen, maakten zich ook van
+de kommandery Gemert meester, en nu ging deze den Duitschen Huize
+voor altijd verloren. In 1810, toen Napoleon het Koninkrijk Holland
+by Frankrijk had ingelijfd, schonk hy de bouwhoeven en eenige losse
+gronden der kommandery aan den Maarschalk Oudinot, Hertog van Reggio,
+die er ook, hoewel korten tijd, de opbrengsten van trok [10]. Het
+kasteel werd echter gerekend tot de domeingoederen te behooren,
+en als zoodanig door de Keizerlijke regeering in 1812 verkocht aan
+Jonkh. Mr. Adrianus van Riemsdijk, die er in 1832, mede door aankoop,
+eenige molens, bouwhoeven en landerijen byvoegde, weleer onder het
+bestuur der Orde er reeds toe behoord hebbende.
+
+De zichtbare herinnering aan het oude is te Gemert niet gants
+verloren gegaan. Nog bestaat de voorpoort van het kasteel nagenoeg
+in den ouden toestand. Is men door deze echter op het binnenplein
+gekomen, dan ontwaart men groote verandering: de gracht is wel ten
+deele overgebleven, maar het hoofdgebouw vertoont zich veel minder
+luisterrijk dan vroeger: de torens met hunne ranke spitsen, die in het
+begin dezer eeuw nog allen aanwezig waren,--de levendige trapgevels en
+hooge schoorsteenen--zy zijn voor goed verdwenen; 't is regelmatiger,
+maar veel minder indrukwekkend geworden. En het inwendige?.... Wanneer
+ge met eenige liefde voor onze monumentale geschiedenis bezield, den
+drempel wilt overschrijden, in de hoop daar nog een spoor van verleden
+dagen aan te treffen; met het voornemen om in eene oude zaal, waar
+de zonnestraal den rij zwart ingelijste, fiere en ernstige gestalten,
+in hunne witte mantels met zwarte kruisen gehuld, gelukkig-spaarzaam
+verlicht, u te verdiepen in niet altoos onvruchtbare droomen van een
+nog niet genoeg gekenden tijd--dan raden wy u: »bewaar uwe illusiën
+en treed te rug."
+
+Maar maakt de levendige werkzaamheid eener katoenspinnerij
+(in onze dagen ontegenzeggelijk van grooter praktiesch nut dan
+een ridderkasteel) een aangenamen indruk op uw gemoed--ga dan het
+westelijk gedeelte binnen, en verheug u by de overtuiging, dat daar
+eene minder bevoorrechte klasse door eigene vlijt in haar onderhoud
+voorziet, en de welvaart van waardige en edeldenkende meesters met
+dien arbeid ondersteunt.
+
+
+
+
+
+
+
+HET KASTEEL VAN MONTFOORT.
+
+
+Godfried van Rhenen, Bisschop van Utrecht, was geen man des vredes;
+zijne regeering (1156-1178) is ten minste een aaneenschakeling van
+oorlogen te noemen. Even fier van moed, als reusachtig van lichaam
+[11], gaf hy het den belagers van het bloeiende Sticht, die hy zoowel
+onder zijne vasallen als onder zijne naburen vond, volstrekt niet
+gewonnen; en om het aan zijne zorg toevertrouwde gewest beter te
+kunnen beveiligen, onderzocht hy met een scherp oog naar de zwakste
+plaatsen, waarlangs den vijand het indringen gemakkelijk viel, en
+deed er sterkten bouwen, die by den eersten aanval niet licht zouden
+bezwijken. Om de muitzieke Edelen van Aemstel in bedwang te houden,
+stichtte hy een kasteel te Woerden. Om de Friesche grenzen te dekken,
+deed hy er een te Vollenhoven bouwen; en tegen de Gelderschen richtte
+hy by Rhenen het geduchte kasteel ter Horst op. Hy had echter een
+te goeden blik in den toestand des lands geworpen, om niet te zien,
+dat de verdedigingsmaatregel nog slechts ten deele was uitgevoerd,
+zoolang de Hollandsche zijde niet gesloten werd. De geschiktste plaats
+hiertoe scheen hem de landstreek beöosten Oudewater, aan den linker
+Yssel-oever, tegenover het Yssel-veld, en slechts drie uren van zijn
+zetelstad verwijderd; hier verrees dan omstreeks 1174 op zijnen last
+het sterke slot, dat, zoo men wil, door hem Mons fortis werd genoemd,
+maar waarvan zeker is, dat het weldra onder den naam van Montfoert
+of Montfoort bekend staat.
+
+Ongetwijfeld werd dit kasteel terstond na zijne voltooiïng in
+handen gesteld van een Burchtvoogd of Kastelein, aan het hoofd eener
+genoegzame bezetting, om de invallen en strooperijen der Hollanders
+af te weeren en te keer te gaan. Van deze Kasteleins, die spoedig den
+tytel van Burchtgraaf verkregen, wordt echter met name geen melding
+gemaakt voor 1227, wanneer wy Everaert Burchtgraaf van Montfoort
+vinden, die tot wapen voerde een schaakbord, met ruiten van zilver en
+sabel of zwart, blijkends het zegel, dat hy als getuige aan een brief
+van Bisschop Otto van der Lippe hing. Vervolgends wordt er gewach
+gemaakt van eenen Willem, zonder bepaling of hy tot het geslacht
+zijns voorgangers behoorde, en daarna, in een brief van Bisschop
+Henric den Eerste, 1260, van den Burchtgraaf Wouter, Geraerts zone
+uit den huize van der Goude.
+
+Dan trekken de nevelen der onzekerheid allengs wech, en treden de
+handelende personen op het tooneel der gebeurtenissen in een meer
+helder licht ons voor het oog.
+
+Bisschop Johan van Nassau, die van 1267 tot 1288 [12] regeerde, was
+een goedhartig mensch, maar een volstrekt ongeschikt regent. Een
+kerkelijk historieschrijver heeft de geschiedenis van dat bestuur
+zeer zakelijk en naar waarheid samengevat in deze regelen:
+
+»Geduurende al den tijd van zijne regeeringe is 't er zeer holbollig
+in het Bisdom toegegaan. De regeering van 't gemeenebeste is tenemaal
+t'onderste boven gekeert; de edelen en groote Heeren zijn ter stede
+uytgejaagt; de Regenten en de Magistraat van toen af, en zederd
+altijd, uyt het gemeene volk gekozen; ambachtsgilden ingestelt,
+die zedert het opzigt over de stad en de Majestraat gehad hebben;
+ja het zegel zelf van de stad is verandert geweest."
+
+Trouwens--er was een vaste hand noodig in die dagen, toen by het volk
+besef van natuurlijke rechten begon te ontwaken, de steeds naar macht
+grijpende Adel, dat volstrekt zocht te onderdrukken, en de Vorst,
+in het midden der soms in den volsten zin des woords strijdende
+partijen geplaatst, tegen de aanmatiging des laatsten de rechten
+van het eerste steunde--om er dikwijls zelf, het zij reeds in zich,
+het zij eerst in zijne nakomelingen, het slachtoffer van te worden.
+
+Eener ongeschikte regeering mangelt het gewoonlijk aan geld. Zoo
+ging het ook Bisschop Johan; en by een der maatregelen tot
+voorziening hierin, verpandde hy twee Stichtsche kasteelen, het
+slot Vreeland en dat van Montfoort, welks Burchtgraaf overleden
+was, aan twee met elkander zeer bevriende en voor hunnen Leenheer
+allergevaarlijkste vasallen van het Bisdom: Gijsbrecht van Aemstel,
+en Herman van Woerden. Het onvoorzichtige dezer handelwijze kwam
+weldra ten duidelijkste aan den dag, toen Gijsbrecht by Vreeland een
+tol hief, tot groot bezwaar der handeldrijvende Stichtenaren. Wel
+bood de Bisschop, door de zijnen hierover zeker niet weinig lastig
+gevallen, terstond de teruggave der pandpenningen aan--maar hier had
+de Aemstellander geen ooren naar; en toen de getergde Bisschop in
+'t eind de wapenen opvattede, om den valschen Leenman te tuchtigen,
+riep deze de hulp van zijn waardigen bondgenoot, den nieuwen
+Burchtgraaf van Montfoort in. Herman van Woerden sammelde niet lang,
+en kwam met eene aanzienlijke krijgsbende Aemstels leger versterken,
+waarop zy, aldus toegerust, samen den Bisschop, by den Soester eng,
+tegentrokken. Gijsbrecht, aan het hoofd van den voortocht, leed
+eene geduchte nederlaag, en velen der zijnen werden gevangen of
+verslagen; maar Woerden, daarop met zijne versche benden uit Holland
+aanrukkende, keerde weldra de kans van den strijd ten nadeele der
+Bisschoppelijken. Ofschoon Woerden reeds in den eersten aanval
+zwaar gekwetst werd, verdedigde hy zich evenwel nog »vromelic"; en
+zijne krijgers, zijn voorbeeld volgende, en verbitterd wellicht over
+het ongeval huns aanvoerders, gaven zijnen vijanden de nederlaag:
+Bisschop Johan verliet in haaste het veld, met verlies van vele
+kloeke strijders, waaronder vooral Steven en Frederyk van Zuylen
+moeten hebben uitgemunt, en bergde zich binnen Amersfoort.
+
+In het pijnlijk gevoel zijner onmacht riep hy toen den strijdbaren
+Hollander, Graaf Floris den Vijfde, te hulp; en het bleek, dat
+hy thands ten minste eene goede keuze gedaan had. Floris zond den
+beiden Edelen een ontzegbrief, en rukte spoedig voor Vreeland; zijne
+moedige Zeeuwen, onder Costijn van Renesse, sloegen den tot ontzet
+aangesnelden Gijsbrecht geheel, en namen hem zelfs gevangen; Arent
+van Aemstel zag zich toen genoodzaakt tot de overgave van Vreeland,
+en Floris, na het kasteel van eene Hollandsche bezetting voorzien te
+hebben, sloeg den weg in naar Montfoort.
+
+Hier had Herman van Woerden hem niet afgewacht. 's Graven krijgsmacht
+duchtende, had hy het kasteel versterkt en van manschap en leeftocht
+wel voorzien, maar was toen ook uit het land geweken, om veilig het
+einde te kunnen afwachten. De »magnelen ende andere instrumenten omme
+dat slot dair mede te que tsen ende te vernielen" [13], die reeds
+voor Vreeland hadden gediend, werden ongetwijfeld ook voor Montfoort
+gebezigd, want de Graaf deed byna daaglijks storm blazen en den muur
+beuken. Toen bleek het, dat Godfried van Rhenen goede bouwmeesters in
+'t werk gesteld, en te gelijk, dat Herman van Woerden zijne ongerechte
+zaak toch aan goede handen toevertrouwd had: byna een jaar lang boden
+de belegerden een moedigen en hardnekkigen tegenstand aan het staal
+der grafelijke wapenknechten, even als de muren van het kasteel aan
+blyde en stormram. Telkens vinniger trokken de Hollanders, by het
+schetteren der klaroenen, by het kraken en dreunen hunner geschut-
+en beukwerktuigen, ten storm; sloegen hunne ladders aan de wallen,
+en stegen by hoopen onder beschutting van het schilddak op--telkens
+werden zy met bebloede koppen te rug geworpen. Toch besliste eindelijk
+de overmacht: meer verbitterd dan ontmoedigd herhalen zy eenmaal weder
+den aanval; de verdedigers, misschien lijdende onder vermindering
+van leeftocht, blijken zwakker, deinzen, en--»Holland! Holland!" is
+de zegekreet, die binnen Montfoorts wallen den val vermeld der
+burchtzaten, waarvan de meesten een beter lot verdiend hadden dan zy
+ondergingen: de bestormers, aan de hitte hunner strijdlust toegevende,
+velden hen allen op slechts twee na. Dus viel de bontgekleurde banier
+van Woerden, die zich boven het roode kruis des Bisschops verheven had,
+en de klimmende liebaart van Holland
+
+
+ Zag fier van de transen langs d' Yssel-boord rond:
+
+
+want de Graaf, het kasteel met den zwaarde gewonnen hebbende, deed het
+door zijne eigene wapentuurs bezetten. Er bestaat verschil omtrent
+de opgave van den tijd dezer gebeurtenissen; maar wanneer men alles
+naauwkeurig nagaat, moeten zy ongeveer in den nazomer van 1279,
+en in den voorzomer van 1280 hebben plaats gehad.
+
+Na de verzoening, tusschen den Bisschop en den Grave eenerzijds,
+en de Aemstellaers [14] ter anderer zijde, op den 27en Oktober 1285
+tot stand gekomen, werden de veroverde kasteelen te rug gegeven,
+en kwam Montfoort alzoo weder in handen van den Bisschop.
+
+Tijdens deze voorvallen bevond zich onder de Edelen die Graaf Floris
+omringden een Brabantsch Ridder, Henric van Roden of Royen, jonger
+zoon uit het geslacht der Graven van Roden, en om manslag uit zijn
+vaderland gevlucht. Hy moet de zelfde zijn, die in een brief van 1296
+Henric de Rover genoemd wordt, waarschijnlijk ten gevolge eener kwade
+lezing: eene andere opvatting is hier niet mooglijk, en een latere
+Henric van dien naam, kleinzoon van Burchtgraaf Sweder den Eerste,
+zal wel aanleiding tot deze verwarring hebben gegeven.
+
+De zaak van den manslag droeg zich op volgende wijze toe. Terwijl
+Heer Henric van Roden zich nog in Brabant bevond, stierf daar zijn
+oudste broeder, nalatende twee dochters, beide in den geest des tijds
+zeer vrome Jonkvrouwen, die hun vaderlijk erfgoed voor een groot deel
+aan godsdienstige doeleinden besteedden. Zoo stichtten zy drie halve
+Kanunnikdijen: te Roden, te Hilvarenbeec, en te Oirschot; begiftigden
+er elken Kanunnik met 100 Fransche schilden, en den Deken in elk der
+Kerken met 200 oude schilden. Dit alles ergerde op 't hoogst Heer
+Henric, die haar erf-oom was, en, minder een vriend der geestelijken,
+de goederen der Heerlijkheid ongaarne zoo aanmerkelijk zag krimpen. Hy
+verbond zich met andere verwanten en eenige vrienden in de Meiery
+tot verzet; en de twist, daardoor ontstaan, werd zoo handdadig,
+dat er eenmaal twee Kanunniken het leven by inschoten. Het gevolg
+daarvan was, dat de heftige Ridder en de zijnen moesten vluchten, en
+huns levens lang ballingen van Brabant blijven: sommigen begaven zich
+naar Vlaanderen, en verbleven te Brugge, hy-zelf week naar Holland,
+en begaf zich tot Graaf Floris den Vijfde, by wien hy een goede
+ontfangst genoot. Ook schijnt hy er zich verdienstelijk te hebben
+gemaakt: ten minste het jammerde den Graaf, dat zoo fier een Heer van
+eigendommen en inkomen verstoken moest zijn; en toen de Stichtsche
+zaken in 1285 ten einde waren gebracht, vond hy eenige jaren later
+juist daarin eene geschikte gelegenheid om hem te helpen, op eene
+wijze, den Edelman waardig.
+
+De jongste dochter van den Burchtgraaf, die vóor Herman van Woerden
+Montfoort bezeten had, was nog in leven, en de waardigheid heurs
+overledenen vaders onvervuld. Graaf Floris wendde zich daarop tot
+Bisschop Johan van Syric, en wist door zijne voorspraak te bewerken,
+dat Heer Henric van Roden de hand der verweesde Jonkvrouwe van
+Montfoort bekwam, en daarby tevens het Burchtgraafschap, op gelijke
+wijze en voorwaarde, als dit voorheen door haren vader en Heer Herman
+bezeten was geweest. De Bisschop verstond misschien daardoor: als
+gewoon-, Henric echter als erfleen, schoon 't niet blijkt, dat een
+van beide zich daarover verklaard heeft.
+
+Die onvolledigheid in den verlijbrief: »alsoo vry als haer vader,
+ofte Heer Herman van Woerden oyt geweest hadde," gaf evenwel
+aanleiding tot eene botsing met Johans opvolger Willem van Mechelen,
+die zoo hoog liep, dat het in den aanvang van 1297 noodzakelijk werd
+geacht om er een einde aan te maken. Het moet gezegd, dat de Bisschop
+daarby hoogst onpartijdig te werk ging: hy kende zich het recht toe,
+om den Burchtgraaf te ontzetten en hem te doen vervangen wanneer
+hy zulks goed dacht; de Burchtgraaf hield daarentegen vast, dat hy
+zich Erf-Borchman op het Slot te Montfoort wist, en dat de goederen,
+tot het huis behoorende, zijn Erf-borch-leen uitmaakten, altoos,
+gelijk hy erkende, in dienst van het Sticht. Hy eischte daarom een
+dag, om zijne zaak voor goede Stichts-mannen te brengen. De Bisschop
+stemde hier in als naar goed recht toe, en beide beloofden zich aan
+de uitspraak onvoorwaardelijk te onderwerpen.
+
+Vrijdag voor Maria-Lichtmis, 1297, op het bestemde uur, verscheen
+de Burchtgraaf met zijne vrienden in de zaal van het Bisschoppelijk
+paleis te Utrecht, waar hy met den Bisschop ook de Ridders Hubrecht
+van Bosinchen, Ghysebrecht van Schalcwijc, Ghysebrecht uten Goye,
+Hubrecht van Vyanen, en Lambrecht de Frese vond, benevens de Heeren
+Jacob van Lichtenberch, Herman Teutelaer en Ghysebrecht Pellencussen,
+Schepenen der Stede, allen Sint-Maartens-mannen, die het verschil
+zouden beöordeelen en slechten. Beide partijen zetteden vervolgends
+hunne aanspraken uit een, en de Rechtzitters, het gebrek aan bescheiden
+ziende, vonnisden: dat, wanneer de Burchtgraaf en nog twee Leenmannen
+van het Sticht, der zake kundig, met eede de wettigheid van zijn
+erfrecht op kasteel en goederen konden bevestigen, hy voor zich en
+zijne nakomelingen, in het rustig bezit daarvan blijven moest. Toen
+legde Heer Henric met zijne getuigen de hand op een voorgebracht
+reliekkistjen, en deed den gevorderden eed, waarop zijn recht door
+allen werd erkend, en hy, ten bewijze daarvan, eene door den Bisschop
+en de Rechtzitters gezegelde oirconde ontfing.
+
+Hy bracht daarna den geslachtsnaam zijner gemalin op zijn oudsten
+zoon over, en kwartileerde zijn eigen wapenschild, bestaande uit een
+zilveren veld, beladen met drie molenijzers van keel, met dat van
+graafschap; de jongste zoon daarentegen behield den geslachtsnaam
+van Royen, en voerde op het zilveren veld een enkel molenijzer van
+keel. [15]
+
+In 1300 was Burchtgraaf Henric niet meer in leven, en te Montfoort
+heerschte zijn oudste zoon Sweder. Deze, zegt men, huwde met eene
+Jonkvrouwe van Holland; maar het proza der geschiedenis wordt hier
+zoo ruw, dat wy ons gelukkig rekenen, het te kunnen verwisselen voor
+de poëzy der sage, die dus luidt:
+
+
+
+ EEN DOCHTER VAN HOLLAND.
+
+ --»Gy Heeren! maakt u reê ten tocht,"
+ »Wy zoeken Holland weer."
+ Zoo sprak in 't hof van Engeland
+ Graaf Willems Edele Gezant,
+ Volyvrig voor zijn Heer.
+
+ Maar ijlings trad, met biddend oog,
+ Een jonker hem ter zij.
+ Die droeg in 't oog een vurig hart;
+ Een wapen, wit en rood en zwart,
+ Gestikt op zijn kleedij.
+
+ --»Ter wille van uw Edelvrouw
+ »Die gy in 't hart vereert--
+ »Twee enkle dagen nog getoefd,"
+ Zoo bad hy: »schoon 't mijn ziel bedroeft--
+ »En dan--naar gy begeert."
+
+ --»Die bede zy u toegestaan
+ »Mijn Jonker van Montfoort!"--
+ En ijlings was de Jonker heen,
+ Te paard, en voort, en gants alleen;
+ Men wist niet naar wat oord.--
+
+ Aan Medways blaauwen waterstroom
+ Daar rijst een landkasteel.
+ Daar staart een Jonkvrouw van den trans.
+ Heur lieflijk aanzicht blinkt van glans,
+ Als ducht zy 't lot niet veel.
+
+ Nu wuift zy snel ten toren af,
+ Met hoog-gebloosd gelaat:
+ Een ruiter nadert, gants verhit...
+ Zijn wapen, zwart en rood en wit,
+ Gestikt op zijn gewaad.
+
+ Hy stijgt van 't paard--en ijlings op,
+ En zy daalt ijlings neer.
+ Hy klemt haar vrolijk aan zijn hart,
+ En zy, van zoete vreugd verward,
+ Zy stelt zich niet te weer.
+
+ Hy sprak: »Een tijding droef--en blij:
+ »Ras keer ik naar mijn land.
+ »Nu zeg my, Ellen! dierbre Maagd!
+ »Van wat geslacht den naam gy draagt,
+ »En 'k spoed my om uw hand."
+
+ Zy bloost--zy siddert--zy ontzet--
+ Zy slaakt een droeve kreet;
+ Zy meldt met diepe droefenis:
+ »Ik weet niet wie mijn moeder is,
+ »Noch hoe mijn vader heet!...."
+
+ --»Ik ben van onbetwijfeld bloed!"
+ Zoo borst hy angstig uit:
+ »Mijn vader is een Hooge Heer....
+ »Toch, Ellen! toch--ik zie u weêr,
+ »En als mijn dierbre bruid!"--
+
+ Straks joeg een strijdros langs den weg
+ Die recht naar Londen gaat.
+ Zijn Ruiter reed met rustloos hart;
+ Een wapen, wit en rood en zwart,
+ Gestikt op zijn gewaad.
+
+ En later reed er, eer de schaaûw
+ Nog heenkroop naar het oost,
+ Een droeve Jonkvrouw langs die baan.
+ Toch blonk er door zoo menig traan
+ Een stille hoop van troost.
+
+ Zy wisselde in de ruime stad
+ Met niemant woord of taal;
+ Maar waar 't arduin paleisbordes
+ 't Blazoen droeg van de Rijks-princes,
+ Daar steeg zy uit het zaal.
+
+ Zy vroeg geen lijftrawant den weg,
+ Geen knaap of kamervrouw:
+ Zy ging er tot in 't rijk klozet,
+ En boog zich neêr, als ten gebed,
+ Alleen met de Edelvrouw,
+
+ Zy bad met woorden uit de ziel,
+ Maar diepe eerbiedenis:
+ »O zeg, Mevrouwe! hoog van staat,
+ »Die my steeds gunstig gade slaat,
+ »Zeg wie mijn vader is?"
+
+ De Rijksprinces verschoot van blos,
+ En siddrend boog ze saâm:
+ »Wat raadslen, Ellen! vraagt ge my...
+ »Wat weet ik wie uw vader zij?
+ »Wie noemde me ooit zijn naam?"--
+
+ En zichtbaar greep het Ellen aan
+ Met zielsontroerenis;
+ En dieper, dieper boog ze neêr,
+ En schreide, en smeekte naamloos teêr:
+ »Zeg wie mijn vader is."--
+
+ Dat brak het hart der Rijksprinces:
+ Zy snikte op schellen toon:
+ »Weet!..." maar toen duizelig en dof:
+ »Aan Hollands machtig Gravenhof
+ »Daar draagt hy-zelf de kroon!..."
+
+ En Ellen brak in jubel uit,
+ En viel haar aan de borst.
+ --»Dat andwoord, Vrouwe! loone u God:
+ »Dat spelt me een eindloos zoeter lot
+ »Dan ik ooit hopen dorst.
+
+ »Neem nu mijn droef en blij vaarwel:
+ »Ik trek naar ander oord;
+ »En zoo gy ooit my wederziet,
+ »Dan is 't in Hollands rijksgebied,
+ »En Vrouwe van Montfoort!"
+
+ Toen scheen de hooge Vrouwe een lijk;
+ Maar zy verhief zich ras:
+ »Gy gaat, gy gaat, met vrolijk hart...
+ »Maar wat dan..." en zy kreet van smart:
+ »Zoo ik... uw moeder was?..."
+
+ En Ellen trad versteend te rug:
+ »Mevrouw! wat zegt ge my?
+ »Gy, die steeds aan mijn eigen haard
+ »My goedig--maar als vreemde waart,
+ »Myn moeder, moeder gy?"--
+
+ Toen kromp het moederhart in een:
+ »U afstaan!..." rilde zy:
+ »Neen, Ellen! spreek dat woord niet weêr:
+ »Al kostte 't my mijn rang, mijn eer--
+ »Kies tusschen hem en my!..."
+
+ --»Ik heb... gekozen..." sprak zy zacht
+ (Van smart bestierf heur stem):
+ »Mijn moeder... heeft my... nooit bemind:
+ »Zy was een vreemde voor heur kind.
+ »Mevrouwe!... ik ga met hem."--
+
+ Wie vraagt gehoor by Hollands Graaf?
+ De Jonker van Montfoort.
+ --»Al wat ik Uw Genade breng,
+ »Wanneer ze 't my in gunst geheng,
+ »Dat is een luttel woord:
+
+ »Een groete van de Rijksprinces,
+ »Een vorstelijke groet;
+ »Daarby een bede, koen en stout:
+ »Een Jonkvrouw, twintig jaren oud,
+ »Die drukt ze u op 't gemoed.--"
+
+ Graaf Willem sloot zijn kind aan 't hart,
+ Geroerd en blij te moê:
+ »Nu spreek, mijn dochter! gul en rond:
+ »Ik zie, een beê zweeft om uw mond;
+ »'k Zweer u verhooring toe."
+
+ Wie vraagt nog, wat de Jonkvrouw bad
+ Na 's Graven plechtig woord?
+ Daar gingen luttel weken om,
+ Toen was zy bruid; de bruidegom
+ Was Sweder van Montfoort.
+
+ Maar wie, wie schepen flux daarna
+ In 't heimlijk zich aan boord,
+ En houden koers naar 't Britsche strand?
+ Het wapen, schittrend aan het want,
+ Is 't wapen van Montfoort.
+
+ Men vraagt, met hoofsche plechtigheid,
+ Der Rijksprinces gehoor;
+ Maar als geheel den gang bewust,
+ Treedt de Edelvrouw van Hollands kust
+ Heur eedlen gade voor.
+
+ Zy knielde voor de Rijksprinces,
+ Wel kinderlijk gezind:
+ »Doof niet aan 't Hof uw gloriekrans,
+ »Maar, moeder! wees in 't heimlijk thands
+ »Gelukkig met uw kind!"
+
+
+Sweder van Montfoort gingen de weldaden vergeten, die zijne ouders van
+den Bisschoppelijken stoel hadden ontfangen, en die den grond tot zijne
+eigene grootheid hadden gelegd. By de oneenigheden tusschen Bisschop
+Willem van Mechelen, die het algemeen leenrecht zeer goed kende, het
+byzondere onderzocht, en zijn vasallen zoowel op den fulpen als op den
+ijzeren handschoe zag, koos Sweder de partij van Hubrecht van Vianen,
+Jan van Linschoten, Jacob van Lichtenberch, en andere samenspannende
+Edelen, en was onder hen, die zich gerechtigd meenden den strengen
+Leenheer een halfjaar lang in zijne eigene stad gevangen te houden. De
+Bisschop ontkwam evenwel, en zocht zich, op Pauselijken last bygestaan
+door den Aartsbisschop van Keulen, en nog veel meer vrijwillig
+door zijne getrouwe Overijsselaars, weder van zijne ongehoorzame
+stad Utrecht, waar de Burgemeester Jacob van Lichtenberch thands
+het hoogbewind in handen had, meester te maken. Eenige Hollandsche
+Ridders, Diederic van Wassenaer, Henric, Burchtgraaf van Leyden,
+Filips van Duvenvoirde, Simon van Benthem, en Jacob van der Woude,
+rukten daarop hunne dienstmannen by een, om Lichtenberch ter hulp te
+komen. Het gevolg daarvan was een vinnig gevecht op de Hooge-woerd,
+eene vlakte, omstreeks den oever des Ouden-Rijns. Met schetterende
+klaroenen en wapperende banieren was de Bisschop zijns vijands helpers
+tegen getrokken; reeds richtte hy er een geduchte slachting onder
+aan; reeds was een deel der tegenstanders te rug gedeinsd, en reeds
+vleide hy zich met eene volkomene overwinning. Toen klonk er op nieuw
+een trompet van de zijde van Montfoort, en de banier, weldra boven de
+aanrukkende bende zichtbaar, vertoonde het schaakbord en de molenijzers
+gekwartileerd. Een juichkreet ging by de Hollanders op: er naderde een
+nieuwe bondgenoot met versche krijgers, »en daar begonste van niwes een
+groote strijt, want die vechters sloegen elc anderen ter neder, harde
+manlicken, om den seghe te vercryghen." Maar de moedige Bisschop gaf
+het nog niet verloren: tweewerf reed hy dwars door het Hollandsche
+heir, als Bisschop kenbaar, als Ridder strijdende, en om zijne
+waardigheid door allen ontzien; maar toen hy het ten derdemaal waagde,
+viel hy als een offer zijner roekeloosheid, en werd verslagen. Deze
+strijd geschiedde op den 12en Juli, 1301. Sweder van Montfoort had
+de overwinning aan de zijde der Hollandsche Ridders gebracht.
+
+In de eerste dagen des jaars 1353, terwijl Bisschop Jan van Arckel voor
+het kasteel Woudenburch, en zijn Maarschalk voor dat van Ruwiel lagen,
+zonden de Ridders Jan van Culemborch en Gijsbrecht van Vianen hem een
+ontzegbrief, vielen roovende in zijn land, en verbrandden zijne dorpen
+en kasteelen. Burchtgraaf Sweder deed daarin dapper meê, zonder dat wy
+weten of hy er oorzaak toe had; maar Jan van Arckel was geen Bisschop
+om het ongestraft toe te laten. Zoodra hy den overmoed des Jonkers
+van Woudenburch gebogen, en het kasteel ten gronde toe vernield had,
+ordende hy op nieuw zijn leger, en trok op Sint-Pancraes voor de stad
+en het kasteel Montfoort, beide door Sweder bezet en verdedigd.
+
+De Bisschop had een geweldige stormkat met zich gebracht, en de
+bloedige bestormingstooneelen van 1280 gingen zich vernieuwen. Wakker
+en hardnekkig was de verdediging van den Burchtgraaf, maar by het
+beschouwen van de maatregelen des Bisschops, die zoowel van moed als
+van volharding getuigden, werd het hem evenwel een weinig angstig:
+hy begon de onmooglijkheid in te zien van een duurzaam verzet tegen
+een Opperheer van zoo krachtigen wil. Daarom zocht hy een algeheelen
+ondergang door onderwerping te voorkomen, en verzocht vrede en
+lijfsgenade; en de voorwaarden, waarop de Bisschop hem deze verleende,
+getuigen maar al te zeer van zijn benarden toestand. Dat hy, dien men
+om zijne groote goederen Sweder den rijke noemde, eene belangrijke
+som gelds moest betalen, was in zich-zelf niet moeielijker dan het
+doen van een nieuwen eed van trouw, al stond beide hem tegen; maar
+het zwaarst van allen viel hem den gedwongen afstand van het hooge
+recht in de Heerlijkheid Montfoort, voor altoos, terwijl hy het lage
+recht niet als eigendom, maar slechts als leen van den Bisschop weder
+ontfing. Ook trad de staatkundige Prelaat, zichtbaar tot verkleining
+van des Burchtgraven aanzien en gezach, in een afzonderlijk verdrag
+met Schout, Schepenen en gemeene buren van Montfoort, waarby deze
+beloofden de stad nimmer op eigen gezach te zullen omwallen, en met
+niemant, wie 't ook zijn mochte, tegen hunnen rechten Landsheere, den
+Bisschop van Utrecht, samen te spannen, op verbeurte van goed en eere.
+
+Het zij nu dat Sweder edel genoeg dacht, om ook eene door den nood
+afgeperste belofte gestand te doen, het zij de krachtige hand van den
+geduchten Bisschop hem zijns ondanks in toom hield--het blijkt niet,
+dat hy meer in eenig verzet is gekomen, en hy schijnt zich rustig
+te hebben gehouden tot aan zijn dood, die ook niet veel later kan
+zijn voorgevallen.
+
+Dat valt niet te getuigen van zijn oudsten zoon Henric [16]. Deze
+Burchtgraaf, die zich den tytel van Heer van Montfoort aanmatigde,
+verbond zich omstreeks 1379 met den Maarschalk van Abcou, Heer Willem,
+tegen Bisschop Floris van Wevelichoven, en eigende zich met kracht
+van wapenen de tienden van het Bisdom toe, terwijl hy zich daarby
+het hoogste recht over de ingezetenen toekende. Dat kon de Bisschop
+niet dulden. Hy begon met den wederspannigen Vasal van diens steun te
+berooven, en belegerde het slot van Abcou; toen hy dit overmeesterd,
+en den Maarschalk tot onderwerping gedwongen had, wendde hy zich tot
+Henric van Montfoort, en daagde dezen voor den rechterstoel van het
+Sticht. Te vergeefs beriep de onberaden Burchtgraaf zich thands op den
+verdragsbrief van 1297: Bisschop Floris wilde, als een voorzichtig
+Staatsman, een arm knotten, die hem in het midden van zijn eigen
+gebied meer dan gevaarlijk werd, en thands de machtigste zijnde,
+maakte hy, als 't gewoonlijk gaat, van die macht misbruik.
+
+Voor het generaal Kapittel verschenen, dat uit vertegenwoordigers van
+de Geestelijkheid, de Ridderschap, en de Steden van het Sticht bestond,
+werd de Burchtgraaf door den Bisschop beschuldigd, dat hy zich binnen
+de banne van Montfoort meer gezach aanmatigde dan hem toekwam; dat hy
+er het hooggerecht uitoefende; de lieden placht te dwingen, om in de
+stad Montfoort te komen wonen, en van daar niet weder te vertrekken;
+en dat hy zich schuldig maakte aan meer andere zaken, strijdende
+tegen de bisschoppelijke leenheerschappij. Henric verdedigde zich
+met kracht. Zijne voorouders, zeide hy, hadden reeds sedert honderd
+jaren en langer het betwist rechtsgebied van de Bisschoppen en de
+stad Utrecht in leen ontfangen en uitgeöefend; dat kon men bewijzen
+uit de opene brieven, daarvan zijnde, waarin alles breedelijk stond
+uitgedrukt. Wat men hem in betrekking daartoe aantichtte, was valsch,
+en hy-zelf derhalven onschuldig. Daarom was hy met de meeste gerustheid
+voor het Kapittel verschenen, en vorderde nu ernstig, dat zijne zaak
+zou worden uitgesproken volgends het Landrecht van Utrecht, door den
+Bisschop, by diens komst aan het bestuur, bezworen, en ten gevolge
+waarvan deze gehouden was een iegelijk recht en vonnisse te doen,
+en niemant aan lijf of goed te vervolgen, dan na schuldig verklaring
+volgends recht en oordeel. Naar dit landrecht, of naar het algemeen
+Keizerlijk recht, verlangde de Burchtgraaf gevonnisd te worden;
+maar daarmeê ging onderzoek gepaard, dat, misschien, niet geheel ten
+nadeele des beklaagden leiden zou, en het blijkt uit alles, dat men
+niet voornemens was te onderzoeken, maar wel te oordeelen. De Bisschop
+bracht ten minste, zonder van eenige inzage van brieven te reppen, daar
+tegen in: dat de Burchtgraaf zich het hooge rechtsgebied willekeurig
+had aangematigd, en in meer andere zaken boven zijn gezach was gegaan,
+waarover voldoening gegeven moest worden. Heer Henric verklaarde die
+gaarne te willen geven--mits zijn schuld uit het onderzoek blijken
+zou. Toen geliet zich de Domdeken van het Sticht, alsof hy onpartijdig
+bemiddelaar wilde zijn, en vroeg den Burchtgraaf, of deze de uitspraak
+wilde stellen in handen van het algemeen Kapittel. Maar Henric was
+te goed Ridder, om een slag verloren te willen geven eer er nog
+gestreden was: hy bleef bestendig by zijn beroep op het landrecht,
+of op dat des Keizers, en bood den Bisschop zelfs duizend Fransche
+schilden, indien hem »lantrecht geschien mogt, gelyk den minsten en
+den meesten van den lande." En daar hem zulks niet werd toegestaan,
+verliet hy de vergadering, protesteerde openlijk, en klaagde dat men
+hem opzettelijk zijn recht onthield.
+
+Vertoonde de Bisschop zich hier in een niet volkomen gunstig licht,
+nog ongunstiger verschijnt hy ons in zijne volgende daden. Hy-zelf
+had Heer Henric verlijd met het Dijkgraafschap »tusscen den nywen-Dam
+ende Sevenhoven, die Lecke langens, ende tusscen den nywen-Dam ende
+Haestrecht, weder die Ysel langens," gelijk dit van ouds Stichtsch
+eigendom geweest, en steeds door de Montfoorts al van over honderd
+jaren en meer, bezeten was; thands echter nam hy het weder zonder
+eenig vervolg van recht te rug, deed hem in den ban, en begon de
+Montfoortenaars op allerlei wijze te kwellen en te benaauwen met
+brandstichting, plundering, en gevangenneming. Hy dwong zijne Edelen,
+Leenmannen en Steden van 't Sticht met den Burchtgraaf te breken;
+en al gehoorzaamden hem niet allen, hy wist toch op deze wijze een
+bondgenootschap te voorkomen, en zijn Leenman machteloos te maken. Toen
+naderde hy zijn doel; en als nu het kwade jaargetijde van 1387 voor
+goed geweken was, en de zachte aprils-dagen welhaast de naderende
+meimaand verkondigden, trok hy, den dag na Sint-Joris (23 April), met
+een sterk leger voor Montfoort. Daar deed hy eene reusachtige blyde
+oprichten, die steenen van wel dertienhonderd pond wierp, en stelde
+er zestien groote steenbussen, waarvan de minste honderd pond zwaarte
+schoot; de kleine bussen, hoewel zy wel degelijk in werking werden
+gebracht, telde men niet eens. Bovendien had hy zich voorzien van een
+aantal tuimelaars of schanskorven, van teenen gevlochten, om by de
+bestorming te dienen; twee katten echter, die hy mede had doen bouwen,
+deden weinig werking. Intusschen blijkt uit dit alles de geduchte
+sterkte van het kasteel, dat, niettegenstaande het daaglijks werd
+gebeukt en beschoten, met bussteenen geteisterd en met blydesteenen
+gepletterd, toch zestien weken lang de felle aanvallen weerstond, en
+een veilige toevlucht bood aan de verdedigers, die van hunne zijde
+niets onvergolden lieten, maar insgelijks, zoo wel met steenbussen
+als met klein geschut, hunnen vijanden groot nadeel toebrachten. Het
+gebrek zou evenwel datgene hebben bewerkt, waartoe zelfs de overmacht
+te onmachtig was, toen nog ter goeder ure de voormalige Utrechtsche,
+thands Luyksche, Bisschop Aernout van Hoorn, oom van Heer Henrics
+gemalin, tusschen beide kwam, met voorstel om eene verzoening te
+bewerken. Dit werd door beide partijen aangenomen; maar de harde
+voorwaarden, waaronder de verdreven Burchtgraaf gedwongen werd het
+hoofd te buigen, spreken ook weder hier luide het wanhopige van zijnen
+toestand uit. Hoofdzakelijk komen zy hierop neder:
+
+Daar het hooggericht in de Heerlijkheid alleen mag geoefend worden
+door den Bisschop, zoo zullen de Burchtgraaf en zijne nakomelingen
+zich nimmermeer Heeren, maar Burchtgraven van Montfoort schrijven. De
+stad en het kasteel zullen ten allen tijde voor den Bisschop en
+diens opvolgers opensta an, zoo dikwijls het hun gelust, daar
+te komen. Het zenden van indaag- en banbrieven, en al wat tot
+het geestelijk gericht behoort, zal vrij en ongehinderd in het
+Burchtgraafschap plaats vinden. De Burchtgraaf mocht de tienden niet
+meer stellen naar zijn goeddunken, maar hy moest ze verpachten,
+of doen mijnen; hy zou ook niemant meer dwingen zich te Montfoort
+neêr te zetten. Met betrekking tot het Dijkgraafschap zou nader
+uitspraak worden gedaan, maar de Burchtgraaf moest het huisgeld en
+andere belastingen, die hy in de Heerlijkheid ontfangen en nog niet
+verandwoord had, terstond uitbetalen; ook moest hy de oirconde van
+Bisschop Jan van Nassau aan den Luykenaar in handen geven, waarvoor
+hy een andere van Bisschop Willem zou ontfangen, inhoudende de nieuw
+gemaakte bepalingen. Vervolgends moesten de wederzijdsche gevangenen
+uitgeleverd, door onbetaalde rantsoenen een streep gehaald, en dooden
+tegen dooden, roof tegen roof, brand tegen brand kwijtgescholden
+worden.
+
+Hiermede was echter nog niet alles afgedaan: de Burchtgraaf moest
+zich nog persoonlijke vernedering onderwerpen, wilde hy eenmaal weder
+hoogen staat voeren. Met twintig van zijne mannen moest hy komen,
+blootshoofds en in 't openbaar, dragende in zijne hand de sleutels
+van het kasteel en van de stede, om die den Bisschop over te geven,
+daarby vergiffenis biddende voor zijn verzet, of een nieuwen eed
+van trouwe doende [17]. En totdat deze zoen geheel geregeld was,
+mits binnen den tijd van zes weken, zou hy zich met vijfentwintig
+man in Utrecht legeren, terwijl gedurende dien tijd de banieren van
+den Bisschop van Utrecht en van Amersfoort zoo wel op der stede als
+op des kasteels wallen bleven waaien, en zes Bisschoppelijke Edelen
+dit laatste zouden inhouden. Zoo ik nu den loop der hier verhaalde
+gebeurtenissen, in verband met de geslachts-opgave, wèl vat, dan
+komt het my voor, dat de Bisschop inmiddels tot Burchtgraaf benoemde
+Henric van Montfoort, Heer Henrics neef, die daarom van zijne anders
+denkende verwanten, of misschien van de verontwaardigde burchtzaten,
+den toenaam »de Rover" ontfing. Wy lezen ten minste: »dese Heer Henric
+de Rover, Heer Willems soon, bleef doot in het besit van Montfoort,
+t'welck Godt geklaegt moet syn, in het jaer doe men schreef 1387. des
+Vrydaechs nae Pinsterdach."
+
+Was nu eenmaal de zoen gesloten, dan kon de Burchtgraaf weer huiswaart
+rijden, frank en vrij, en zijn leengoed te rug nemen, maar bleef dan
+nog gehouden om, zoo hy werd opgeroepen, den Bisschop van Utrecht te
+dienen, deszijds den IJssel met 25 speeren [18], op eigene kosten,
+en, des gevorderd, tot drie verschillende reizen toe.
+
+Op zoodanige voorwaarden verzoende zich de Burchtgraaf met zijn
+»lieven, geminden Heer", en werd de oirconde daarvan bezegeld »dynsdags
+na S. Laurentius-dag (10 Aug.) 1387." Nogtans verklaarde hy, en
+wel, zonderling genoeg, tevens in 't volle kapittel, by zijn eed en
+ridderschap, dat hy 't alleen deed uit bedwang en noodzakelijkheid,
+vreezende anders lijf, goed en onderzaten te moeten verliezen. Ook
+schijnt het werkelijk, dat er met betrekking tot het bovengemelde
+Dijkgraafschap een onrechtvaardig vonnis is geveld, blijkends
+des Ridders sterke bewoordingen in 't kapittel.--»Daarmeê neem ik
+geen vrede," sprak hy: »dat men het Dijkgraafschap den Bisschop,
+en niet my toe wijst. Zulk eene verklaring kan my in mijn recht
+niet benadeelen:--omdat allen, die hierover moeten zitten, niet
+tegenwoordig, en ook niet beroepen zijn geweest; omdat ik het onder den
+vorigen Bisschop reeds heb bezeten, zoo als mijne getuigen (maar die
+men niet gehoord heeft!) kunnen bevestigen; omdat vele Baanrotsen,
+Ridders, Schildknapen, Vasallen en Dienstmannen van het Sticht
+verklaard en gevonnisd hebben, dat mijn recht tot het Dijkgraafschap
+beter gegrond is dan dat des Bisschops, duidelijk thands blijkende,
+daar verschillende Baanrotsen, Ridders, en anderen, die hier ten
+oordeele hebben gezeten, ziende dat niet alle gerechtigden waren
+beroepen, het kapittel hebben verlaten, zonder vonnis te spreken;
+omdat, eindelijk, zelfs de openbare roep der gemeente my gelijk geeft,
+en erkent, dat mijne voorouders en ik sedert honderd jaar en langer in
+'t bezit van het Dijkgraafschap zijn geweest."
+
+Zijne verdediging blijkt echter niet te hebben gebaat; en in zoo
+knellende kluisters geprangd, moest hy, schoon van een hoog gemoed
+en onrustigen aart, zich wel onderwerpelijk houden: hy had de klaauw
+van den leeuw op zijn schouder gevoeld, en de lust tot terging was
+hem voor goed vergaan. De Bisschop daarentegen toonde by de eerste
+gelegenheid de beste, dat hy ernstig bedacht was, om zijn verkregen
+recht te handhaven: Nog in het zelfde jaar werd er binnen Montfoort,
+door zekeren Jan Jans van Boemel, een manslag gepleegd op eenen Arent
+den Schermer; de Maarschalk van het Sticht trok de stad binnen, en
+maakte er zich meester van den moordenaar, die, naar Utrecht gevoerd,
+daar werd gevonnisd, en zijn schuld met het hoofd boette.
+
+Van Henrics twee zonen, Sweder, Ridder, en Jan, Domdeken en Proost te
+Utrecht, volgde de oudste hem na zijn dood niet terstond op, als toch
+wel billijk ware geweest. Bisschop Frederic van Blanckenheym weigerde
+dezen Edelman aanvankelijk met het leen te verlijen, en verklaarde in
+'t openbaar, dat hy hem het recht, waarop hy aandrong, niet schuldig
+was, en dat het goed en leen verwillekeurd waren. Echter, 't zij nu dat
+deze ongunstige beschikking van den Bisschop werkelijk gegrond was op
+zijn geloof aan zijn goed recht, het zij dat hy ze alleen voorwendde,
+ter strengere handhaving van zijn gezach--hy liet zich eindelijk door
+bidden en dreigen van Sweder en diens vrienden bewegen, om hem met het
+Burchtgraafschap te beleenen, maar--op de zelfde voorwaarden, waarop
+Heer Henric dat ontfangen had. Heer Sweder bleef geen andere keuze,
+en hy onderwierp zich; men legde hem den zoenbrief zijns vaders voor,
+waarin die voorwaarden werden uiteengezet, en hy hing er zijn zegel
+aan, ten blijke dat hy ze bevestigde, 26 Mei 1405. De Bisschop,
+thands te vreden, beleende hem toen ook met het Dijkgraafschap, en
+hield verder het woord, waarby hy beloofd had »hem sonder sorge van
+gewelde" te zullen laten.
+
+Toen Sweder, kort daarna, ongehuwd overleden was, hernieuwde zich de
+zelfde strijd. Zijn broeder Jan, de Utrechtsche Domdeken, had de kap
+aan den wand gehangen, en begeerde nu verlij der Heerlijkheid; hy kon
+echter niets meer verkrijgen dan de beleening van het Burchtgraafschap,
+waarmede hy eindelijk (1413) wijs genoeg was vrede te nemen, hoewel
+almede onder protest van zijnen kant. Weldra rees er dan ook verschil
+tusschen hem en Bisschop Frederic, over het verbreken der overeenkomst
+van 1387, waarin Graaf Willem van Holland, als scheidsman, hem echter
+in 't gelijk stelde.
+
+De goede verstandhouding werd sints niet weder verstoord; integendeel
+werd zy versterkt, toen in den aanvang van 1420 de oneenigheden
+tusschen Utrecht en den slinkschen Jan van Beieren tot dadelijken
+krijg overgingen, en de Montfoorters des Bisschops partij kozen. In
+dezen oorlog maakte een van des Burchtgraven verwanten, Heer Lodewijc
+van Montfoort, zich door een wakker feit van wapenen vermaard:
+
+By een inval van die van Oudewater in 't Sticht, trok Lodewijc
+in der haast te Montfoort zoo vele manschappen samen, als er uit
+de verdedigers van slot en stede gemist konden worden, en voerde
+deze luttele bende, alleen uit voetknechten bestaande, den vijand
+tegen. En, zegt de Bisschoppelijke kronijkschrijver Van der Beke,
+toen Heer Lodewijc met de zijnen hen ontmoette, gedroeg hy zich als
+een onvertsaagd Ridder, die den moed van een leeuw bezat, en reed op de
+vijanden in; en zijne voetknechten deden als heerlijk stoute mannen, en
+streden vromelijk nevens hem. Ook de vijanden weerden zich mannelijk en
+stout, of zy Jonkers waren, en zoo werd er, niettegenstaande het getal
+volks aan beide zijden slechts klein was, kloek en wakker gestreden,
+want elk wilde gaarne het veld behouden. Maar die van Oudewater moesten
+'t eindelijk opgeven, en ruimden met een verlies van omstreeks 70 man
+aan dooden en gevangenen het veld, terwijl de Montfoorters in triomf
+met de buit binnen hunne stad keerden, »ende dancten Gode ende sinte
+Martyn, dat si mit sulker eeren ende mit sulcken gewin ontstaen waren."
+
+Ook de Burchtgraaf-zelf deed de zaak der ongelukkige en trouwloos
+behandelde Jacoba van Beieren zoo menig goede dienst, dat zy hem
+uit erkentelijkheid de toezegging deed tot het verlij met drie
+Heerlijkheden, palende aan het Land van Montfoort, namelijk: Linscoten,
+Hekendorp en Snelrewaerd, die hy later, schoon eerst onder Filips
+van Borgondiën, 1440, ook werkelijk bekwam. Vóor dien tijd had hy
+ook bezittingen in Holland verkregen: de Heerlijkheid Purmerende,
+die hy in 1431 van den Ridder van Sijl had gekocht.
+
+Onder hem raakte ook de verhouding van den Leenheer tot den Leenman,
+van den Bisschop van Utrecht tot den Burchtgraaf van Montfoort, in eene
+omgekeerde verhouding van wat zy te voren geweest was. De aanleidende
+oorzaak hiertoe rees uit den strijd om den zetel, tusschen Rudolf
+van Diepholt en Sweder van Culemborch. De Burchtgraaf, by het verdrag
+tusschen Bisschop Frederic en Jan van Beieren buiten gesloten, vond
+zich deswege verongelijkt en beleedigd, en dit was wellicht de oorzaak,
+waarom hy de zijde des door den Paus beschermden, maar door 't groote
+meerendeel der Stichtenaars gehaten, Bisschops Sweder koos. Hy leende
+dezen, op zich-zelf onwaardigen, Prelaat de belangrijke som van 12000
+Hollandsche Wilhelmsschilden [19], en ontfing daarvoor ten jare 1430
+in pandschap de hooge Heerlijkheid van Montfoort, met uitdrukkelijke
+voorwaarden, dat de bepalingen van den ouden zoenbrief, die zoo
+dikwerf aanleiding tot twist en tweespalt hadden gegeven, nietig en
+krachteloos bleven, zoolang de voorgeschoten penningen niet werden te
+rug betaald. Van die aflossing kwam niet, en de Burchtgraven konden
+zich dus voortaan met volle recht betytelen: Heeren van Montfoort,
+wat in onze ooren minder fraai moge klinken, maar destijds ongelijk
+hoogere aanspraken gaf, en veel minder afhankelijkheid vooruitstelde.
+
+Heer Jan van Montfoort had alzoo door zijne rijkdommen verworven,
+wat zijne voorgangers zoo dikwerf te vergeefs door het zwaard hadden
+getracht te vermeesteren. Zijn verdere levensloop was daarom niet
+gelukkiger, maar werd integendeel verbitterd door een leed, dat te
+feller griefde, omdat het de hand van een kind was, die het sloeg.
+
+Uit zijn huwelijk met Cunigonde van Bronchorst waren hem drie
+zonen geboren, Henric, Willem, en Sweder. Henric, een heethoofdig
+en onberaden jongeling, had eene vurige genegenheid opgevat voor
+Agnes van IJsselsteyn, zeer tegen den zin zijns vaders, omdat het
+huwelijksgoed der Jonkvrouwe van zoo weinig beteekenis was: hare
+bezittingen bestonden slechts in twee hoeven, de eene boven aan
+Blocland, de andere in Benscoep. Dat was te luttel om hun, nu zy,
+ondanks de bestaande bezwaren, zich toch in den echt verbonden hadden,
+een inkomen te geven naar hunnen stand; en de Burchtgraaf wilde van
+geene ondersteuning zijner zijds iets weten, en schijnt niet vreemd
+geweest te zijn aan het voornemen om zijnen ongehoorzamen zoon te
+onterven.
+
+De gevolgen waren droevig. Geperst door zijne bekrompene
+omstandigheden, kwam Henric tot het gruwzaam besluit, om zijnen grijzen
+vader te dwingen. Gants in 't heimelijk bracht hy zyne aanhangelingen,
+waaronder voornamelijk de verwanten van zekeren Jan van Naerden,
+poorters van Woerden, worden genoemd, allengs in zoo grooten getale
+op het kasteel, dat hy er eerlang geheel meester werd, alle dingen
+naar zijne hand zettede, en zijn vader »jammerlycken en deerlycken"
+gevangen hield. Zyn broeder Willem, wien dit verdroot, begaf zich, daar
+de Bisschop door verdeeldheid met diens eigene onderdanen machteloos
+was, naar Holland, en klaagde Filips van Borgondiën wat er te Montfoort
+plaats greep. De Hertog begaf zich daarop, in het belang van den
+ouden Burchtgraaf, dien hy in 1439 zijn getrouwen Raad en Kamerling
+noemt, derwaart, en bracht de schandelijke zaak tot een vergelijk,
+waarby Johan in het bezit zijner goederen hersteld en bevestigd werd,
+onder voorwaarde, dat hy Jonker Henric noch onterven, noch ook maar
+een deel van diens toekomende goederen vervreemden zou. Leest men
+echter daarby op eene andere plaats: »deselve Heer Johan Voorsz. sterf
+daer nae in de gevangenis, Anno 1448, op sanct Anthonis dach," dan
+heeft men zeker niet ongegronde reden om te gelooven, dat Henric in
+zyn onwaardig gedrag is voortgegaan, en, op zijn zachtst gesproken,
+het gezach over 't Burchtgraafschap in handen gehouden heeft, zonder
+zich aan de gemaakte bepalingen te storen.
+
+In geen gunstiger licht komt verder ook het karakter van zijn
+broeder Willem voor. Deze had zich door dorperlijke aanslagen te
+Utrecht zoo gehaat, en te gelijk bevreesd, gemaakt, dat de Raad dier
+stad in 1445 een prijs uitloofde van duizend Borgoensche schilden
+voor die hem dood, van drie duizend voor die hem levend in hunne
+handen stelde; daarby werd der burgerij tevens op lijf en goed
+verboden, om in eenige verstandhouding met hem te zijn. De listige
+staatkunde evenwel van Filips den Goede, die in de toekomst alreeds den
+opengevallen bisschopszetel door zijn bastertzoon David zag bekleeden,
+sloot zich den Montfoorters aan, en maakte hen, door een verbond
+van onderlingen bystand met hem en de Edelen van Mynden, Zuylen,
+Cronenborch en anderen, waarby zich ook de Stad Amersfoort voegde,
+zoo machtig, dat zy weldra eene geduchte partij vormden, en Bisschop
+Rudolf de hand konden bieden, om hem weder in 't bezit zijner met hem
+in oneenigheid geraakte stad te brengen, en op deze wijze zelf invloed
+op de Stichtsche zaken te erlangen. De Utrechtenaars verfoeiden den
+slechten zoon; de Bisschop echter schold hem de schuld jegens zijn kort
+te voren overleden vader kwijt, en onthief hem van den ban, maar deed
+hem toch eene belangrijke boete betalen. Willem van Montfoort hield,
+na de bevrediging door Filips, geheel de zijde zijns broeders, en
+beproefde, door zich met eenige speerruiters naby de wallen van Utrecht
+te vertoonen, eene opschudding binnen de Stad ten voordeele van Rudolf
+te verwekken, wat echter door de waakzaamheid van den Raad mislukte.
+
+En toch verkreeg de Bisschop reeds het volgende jaar wat hy zocht.
+
+Zaturdag voor St. Blasius, 1449, was, volgends jaarlijksche
+gewoonte, het bestuur binnen Utrecht veranderd, en de poorters
+hielden, almede naar oud gebruik, vrolijken avond, met feestmalen en
+drinkgelagen. Wie daar evenwel niet in deelden, waren de aanhangers van
+den Bisschop. Onder bedekking der luidruchtigheid van het feestrumoer,
+waarby de zorgvuldigheid der wacht veronachtzaamd werd, brachten zy
+eenige moddervletten in de buitengracht, tusschen de Wittevrouwenpoort
+en den Plompentoren, wel wetende wat de Bisschop, dien zy in 't
+heimelijk verwachtten, daarmede zou aanvangen. De nacht kwam--en,
+in hare duisternis verborgen, ook Bisschop Rudolf. Met hem waren zijn
+neef Proost Coenraad van Diepholt, de Domproost Sweder van Culemborch,
+Burchtgraaf Henric, en andere Edelen en Geestelijken, benevens eene
+bende krijgsvolk. Allen naderden in de grootste stilte. Een deel der
+krijgers stak in de vaartuigen de gracht over, en drong door eene
+ijlings in den muur gegravene opening de stad binnen, brak daarop
+de Wittevrouwenpoort open, en gaf den Bisschop met diens volgers
+den toegang. De Utrechtenaars, door 't gerucht en de kreten thands
+gewekt, klepten de noodklok, liepen ondanks het nachtelijk donker
+te wapen, en verzetteden zich met kracht. Een onstuimig gevecht
+greep plaats in de Schoutensteeg; en, waren de Amersfoorters die
+van Utrecht niet in den rug gevallen--de Bisschoppelijken hadden de
+stad waarschijnlijk niet behouden. Rudolf behaalde de overwinning,
+maar werd zwaar aan het been gekwetst, zoodat hy sints altoos mank
+ging. Ook de Burchtgraaf bekwam eene kwetsuur, die echter niet van
+belang schijnt geweest te zijn, en niet in aanmerking kwam by de
+voordeelen, die uit zijne verzoening met den Bisschop voortvloeiden,
+en waarin natuurlijk zijn broeder Willem deelde, wiens banvonnis door
+den Stedelijken Raad terstond herroepen werd.
+
+Na den dood van Bisschop Rudolf schijnen de broeders minder eenstemmig
+geweest te zijn: Heer Willem wordt gevonden op de lijst dergenen,
+wien, als tegenstanders van Bisschop Gijsbrecht van Brederode, in 1456
+by klokkeslag de stad werd ontzegd; terwijl de Burchtgraaf in dat
+zelfde jaar voorkomt onder de Edelen, die zich, hoewel vruchteloos,
+met Reynout van Brederode en Johan van Cleve naar Leyden begaven,
+om Hertog Filips met den Bisschop en diens stad te bevredigen.
+
+Twee jaar later, 1458, overleed Henric, en werd opgevolgd door zijn
+zoon Johan den Tweede, bekend onder den naam van Johan de Rijke,
+thands Heer van Montfoort, Lynschoten en Purmerende, en, door zijn
+huwelijk met Willemyne, Erfdochter van Naeltwyc, na 1496 tevens Heer
+van Naeltwyc, Cappelle en Wateringhe, en Erfmaarschalk van Holland. Het
+verlij met Montfoort, dat in 1461 plaats vond, geschiedde weer geheel
+en al op de oude voorwaarden, volgends »alle punten ende articulen,
+die inder zoenen, die tusschen den eerwaerdigen in Goide Heren Florens
+van Wevelkoven, Bisscop te Utrecht an die een zyde, ende Heeren
+Henrick Borchgrave tot Montfoirde an die ander zyde, gededingt was,
+begrepen syn." Intusschen was hier het hoogheerlijkheidsrecht niet
+onder begrepen, en bleef de Burchtgraaf altijd een der machtigste
+vasallen van het Bisdom, en van grooten invloed op den loop der
+Stichtsche zaken. Aanvankelijk liet hy zich daar echter niet veel
+meê in, en onttrok zich zelfs eenigen tijd geheel en al aan zijn
+vaderland, door een tocht naar het Heilige Land, van waar hy in 1469
+te rug keerde. De oversten der gilden te Utrecht gaven hem toen,
+met goedkeuring der Magistraat, een bewijs van hunne vreugde over
+zijn behouden wederkomst, door hem een maaltijd aan te bieden, die
+door den Domproost, door Heer Jan van Renesse, en andere voorname
+leden van Adel en Geestelijkheid, benevens onderscheidene leden
+van den ouden en nieuwen Raad der stad werd bygewoond, en waarvan
+de onkosten aan spijzen, gebakken, confituren, geleien, en wijn,
+eene som van 10 rijnsguldens (f 13.) en 14 stuivers beliepen.
+
+Bisschop David van Borgondiën, die niet zeer by zijne poorters
+gezien was, mag uit hunne goede gezindheid jegens den Burchtgrave wel
+eenige achterdocht geraapt hebben [20]; hy vond ten minste goed om hem
+naauwer aan zich te verbinden, en ontfing van hem eene verzekering van
+trouwe als vasal en onderdaan, by gezegelden brieve van 1474. Johan
+gaf die verklaring toenmaals misschien gants in oprechtheid en ter
+goeder trouwe; maar de Bisschop had wijzer gehandeld, wanneer hy,
+in plaats van zich op dergelijke verbindtenissen met zijne Edelen te
+steunen, zijne onderzaten in 't algemeen minder van zich verwijderd,
+en zijn Borgondische willekeur meer ingetoomd had; hy deed dit
+evenwel niet--en het gevolg daarvan was eene openbare breuke met
+zijne stad Utrecht, die in 1477 den Burchtgraaf tot haren Hoofdman
+verkoos. Johan was voorzichtig genoeg, om zich niet terstond binnen
+Utrecht te vestigen, maar liet zich eindelijk overhalen, en was
+er toen ook ten eenenmale meester, zoodat de Raad niets ondernam
+dan met zijn voorkennis en medeweten, hetgeen zelfs op de zaak der
+Hoekschen in Holland, die hy ten sterkste toegedaan was, gunstig
+inwerkte. Toen Reynier van Broechusen in 1481 de stad Leyden voor die
+partij niet langer behouden kon, maar heimelijk in de nacht vertrok,
+spoedde hy zich over Woerden naar Montfoort, wel wetende daar eene
+goede ontfangst te zullen vinden. Hy bedroog zich niet, hoewel de
+Burchtgraaf afwezig was, en de trouw der Montfoorters terstond op eene
+zware proef werd gesteld. De Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk
+zette hem, met ongeveer 600 krijgsknechten, byna op den voet na,
+kwam voor de stad, eischte vrijen ingang, en daarby de uitlevering
+van Heer Reynier met diens manschap. Hy ontfing nogtans een ander
+andwoord dan hy verwacht had: die van Montfoort stelden zich te weer,
+en deden hunne donderbussen en serpentynen dapper op de Hollandsche
+benden spelen, zoodat Maximiliaan zelf byna door een serpentijnkogel
+gekwetst werd. Vertoornd trok hy daarop, schoon 't Palmzondag was,
+te rug, maar niet zonder op dien keertocht eenige dorpen en gebouwen,
+tot de eigendommen van Montfoort behoorende, aan de vlammen te hebben
+opgeofferd. Ook was hy naauwelijks weder in den Hage, of hy vaardigde
+tegen Broechusen, Henric van Nyevelt en anderen, waaronder ook Johan
+behoorde, een banvonnis uit, daarby hunne goederen, voor zoo ver zy
+onder zijn gebied lagen, verbeurd verklarende. Den Burchtgraaf kwam
+dit op het verlies zijner Heerlijkheid Purmerende te staan, met wier
+inwoners hy trouwens reeds sedert 1470 op onaangenamen voet stond.
+
+Maximiliaans maatregelen van ontzeg en in beslagneming strekten
+zich ook over de Stichtenaars uit, die zich thands ernstig ongerust
+maakten, en den Bisschop gezanten zonden, om diens voorspraak by den
+Aartshertog af te bidden. David stelde ter voorwaarde de uitdrijving
+van den Burchtgraaf, 'tgeen den Raad in groote ongelegenheid en
+tweespalt bracht, en ten gevolge had dat Johan, die in den laatsten
+tijd steeds van een twintigtal lijftrawanten omringd was, allen
+verzamelde die hem getrouw waren, met hen en zijn neef Henric van
+Zuylen van Nyevelt voor het stadhuis trok, waar hy de stads banier
+plantte, en de poorters op het kleppen der buurkerkklok te wapen
+deed snellen. Terstond openbaarden zich twee partijen; het kwam
+tot handdadigheid; het staal besliste--de Burchtgraaf verdreef zijn
+tegenstanders, en werd volstrekt meester van de stad.
+
+Thands was de oorlog zoo goed als verklaard. De Bisschop trok, half
+genoodzaakt, de zijde van Maximiliaan, stelde Frederyc van Egmond
+van IJsselsteyn, die zich met 200 man tot hem begeven had, als
+Legeroverste aan, ontfing uit Holland, behalven 400 wapenknechten
+onder Jan van Cats en Jacob van Boshuzen, den bekenden Ridder
+Petit Salisart, met 34 Biscaysche boogschutters, en deed al het
+mogelijke, om zijnen ongehoorzamen onderdanen afbreuk te doen en
+hen te verzwakken. Onderhandelingen, door deze laatsten met den
+Aartshertog aangeknoopt, leidden zoo weinig tot bevrediging, dat een
+Hollandsch heir van ruim 8000 man, onder opperbevel van den Stadhouder
+La Layng, in October 1481 het Sticht binnentrok, en den 10en dier
+maand het beleg sloeg voor het blokhuis te Vreeswijc aan de vaart,
+dat op des Burchtgraven last gesticht was. Zoodra die van Utrecht
+de noodvuren der belegerden hadden bespeurd, deed de Burchtgraaf
+terstond de reizige-ruiters [21] en voetknechten uit Montfoort en
+Amersfoort lichten, voegde daar soudenieren en poorters by, en trok,
+met zijn oom Sweder van Montfoort, Henric van Zuylen van Nyevelt,
+Dirc van Zuylen van der Haer, Vincent van Swanenburch, en Willem van
+Wachtendonck, aan het hoofd van 3500 man den belegeraars tegen. Nadat
+het leger by Engelenburch was gerangschikt, werden Vincent, Willem,
+en Dirc (Henric weigerde die eer) Ridder geslagen, en trok men de
+vijanden stout en welgemoed tegen. Deze meenden aanvankelijk dat
+het de Bisschop met zijne afgesprokene versterking was, maar zagen
+weldra hunne misvatting in, en stelden zich haastig te weer. Eene
+achterwaartsche beweging hunner eigene reizige-ruiters by den
+eersten aanval reeds als wijken aanziende, werden zy echter door
+een plotselijke schrik bevangen, en sloegen ijlings in de grootste
+verwarring op de vlucht. Op de wegen naar Schoonhoven, Oudewater,
+Woerden, en IJsselsteyn, stoven de vliedenden voort, en wierpen hunne
+wapenen van zich; velen vloden de uiterwaarden op, en verdronken in
+de Leck; de krijgshoofden, wie bidden noch dreigen om hen tot staan
+te brengen hielp, werden medegesleept. Van tien ure des morgens tot
+in het duister van den laten avond zettenden Montfoort en de zijnen
+hen na, en bekwamen een belangrijke buit aan wapenen, krijgsvoorraad,
+geld, en gevangenen. Met een honderdtal dezer laatsten, en de veroverde
+vanen van Dordrecht, Delft, Rotterdam, en Heusden, trokken zy in triomf
+hunne stad weder binnen. Des Burchtgraven gezach was er merkelijk door
+gestevigd, hoewel de bedaarden zich door dezen aanvankelijken voorspoed
+niet lieten misleiden, maar zeer goed inzagen, dat drie Utrechtsche
+steden niet tegen de Nederlandsche Hertogdommen en Graafschappen, de
+Burchtgraaf van Montfoort niet tegen den Aartshertog van Oostenrijk,
+op den duur bestand waren. De inmiddels nog hangende onderhandelingen
+over den vrede werden thands door de stoutere eischen der Utrechtenaren
+afgebroken; want de Burchtgraaf, zegt men, verklaarde: dat hy liever
+de velden verwoest, en de ploegschaar door de grondvesten der stad
+zou zien gaan,--dat hy en zijne aanhangers liever den nood van
+honger, pest, en andere kwalen wilden ondergaan, ja lijden dat alle
+poorters met hen werden verdelgd, dan dáarin toe te geven, dat Utrecht
+ongeschonden onder de heerschappij van Bisschop David zou te rug komen.
+
+Een listige aanslag tegen Naerden, 8 Dec. 1481, met goed gevolg
+bekroond, maar door toeval zonder ondersteuning gebleven, werkte
+meer kwaads dan goeds, daar de Hollanders terstond daarop de plaats
+bezet hielden, en van daar uit herhaalde strooptochten deden. Ook
+hielp het Eemnes weinig, of een honderdtal Stichtsche krijgers het
+kwam versterken:--de bloeiende plaats werd door het Hollandsch leger
+ingenomen en zoo deerlijk verwoest, dat zy zich nooit weder heeft
+kunnen herstellen. Evenmin baatte het Baern en Soest, dat hunne
+inwoners beroemd waren om heldenmoed zoowel als om bekwaamheid
+in het voeren van den boog:--beide dorpen werden overvallen, en de
+gloed hunner vlammen lichtte tot op den Amersfoortschen berg, vanwaar
+Engelbert van Cleve ze aanschouwde, juist toen hy naar Utrecht trok om
+het hem aangeboden ruwaardschap over het Sticht te aanvaarden. Tot
+die aanbieding was men overgegaan op raad van den Burchtgraaf,
+die de noodzakelijkheid van een machtigen bondgenoot al te wel
+inzag, sedert hy zich overtuigd hield, dat de vrede met Maximiliaan
+zonder herstelling van den Bisschop onmooglijk werd. Engelbert-zelf
+was slechts negentien jaar, zijn broeder, Hertog Jan, een machtig
+Heer.--Waarlijk! de vroede, maar al te heerschzuchtige Burchtgraaf
+had geen beter bondgenoot kunnen kiezen.
+
+De Stichtsche zaken werden er evenwel niet gunstiger door. Die van
+Utrecht, by een uitval in eene hinderlaag gelokt, verloren 150 dooden
+en 100 gevangenen [22]. Dat gaf eene droevige verslagenheid binnen de
+stad, waar de lagere klasse alreeds gebrek, de kleine burger behoefte
+begon te lijden, en de meer-gegoeden en rijken de toekomst beängst
+gingen inzien. Montfoort ging onwankelbaar zijn weg: hy versterkte de
+wallen, deed scherpe wacht houden, en de landstreek rondom onder water
+zetten. Den 15en Januari 1482 verscheen de Stadhouder van Holland met
+zijn leger naby Utrecht, maar trok, na eene vruchtelooze opeisching,
+drie dagen later weder te rug. Twee maanden verder, 18 Maart, deed de
+Burchtgraaf, door Vincent van Swanenburch, Vianen innemen en bezetten;
+maar den Raad der Bisschopsstad was dit weinig naar den zin, en hare
+burgers droegen er eerder meer dan minder oorlogskosten om: beiden
+morden in stilte, en de wolken, die boven de kim van Montfoorts gezach
+oprezen, werden hoe langer hoe zwarter en dreigender. Een mislukte
+toeleg op Dordrecht, in April, beterde daar niet aan. De Burchtgraaf
+meende zelfs op het spoor eener samenzwering te zijn, deed eenige
+burgers de stad ruimen, en haalde er verscheidene vroegere ballingen
+weder in; een burger, die kwalijk van hem gesproken had, werd openlijk
+onthalsd. In kleine, afmattende strooptochten en schermutselingen
+(by een van welke Jan van Schaffelaer die grootheid van ziel toonde,
+die wy nog met eerbied bewonderen) ging de oorlog steeds voort,
+meestal met verlies aan de zijde der Stichtschen. Eindelijk meende
+men dat de tijd voor groote handelingen aangebroken was: de Cleefsche
+hulpbenden zouden weldra opdagen, en in afwachting daarvan, om tot eene
+bestorming over te gaan, sloeg de Burchtgraaf het beleg voor de stad
+IJsselsteyn. Maar zelfs hierin maakten onvoorziene omstandigheden zijne
+kloeke maatregelen weer te schande: toen de Cleefschen nu ook werkelijk
+waren aangekomen, verklaarden zy gezonden te zijn om te stroopen, niet
+om steden te bestormen, en weigerden volstandig alle meêwerking. Hy
+moest dus met bittere teleurstelling weder aftrekken, daar zijne
+eigene manschap te weinig in getal was. Beter integendeel dan deze
+onderneming slaagde die der Hollanders, in de maand September, op het
+blokhuis Gildenburch aan de vaart: de tijding van de overmeestering
+en volkomen vernieling dezer sterkte baarde te Utrecht weder nieuwe
+angst en bekommering.
+
+De roem van des Burchtgraven persoonlijke dapperheid leed toch
+volstrekt niet onder de gedurige mislukking zijner kloekberaamde,
+maar door anderen slecht uitgevoerde of ondersteunde plannen. De
+koene Ridder Jan van Egmond [23], wiens gebrek aan den voet door
+eene dubbele mate van kracht in de borst meer dan opgewogen werd,
+voelde begeerte om zich met den Montfoorter, man tegen man, in
+het strijdperk te meten. Hy zond hem daarom eene uitdaging tot een
+ridderlijken tweekamp; de overwinnaar zou van den overwonnene een
+losgeld van 1000 kroonen erlangen. De Burchtgraaf liet zich echter
+niet overhalen. Misschien achtte hy het ongeraden, om het vertrouwen
+op zijne dapperheid aan den onzekeren uitslag van zulk een strijd prijs
+te geven, vooral in een tijd, waarop hy het getal zijner aanhangelingen
+met den dag verminderen zag. Zelfs Engelbrechts gezindheid te hemwaart
+nam af, blijkends diens goedkeuring op de verkiezing van Aernt Ram tot
+Schout en Schepen-Burgemeester der stad, 12 Nov. 1482, in de plaats
+van den overleden Jan de Coningh:--Rams goed-hoekschgezindheid was
+niet buiten verdenking.
+
+De volkomen nederlaag deed zich niet lang wachten. Op den 4en April van
+het volgende jaar, terwijl de Ruwaard zich te Amersfoort bevond, brak
+er eene omwenteling uit, die Bisschop David in de stad, en Johan van
+Montfoort met eenigen der zijnen in de gevangenis bracht. Gelukkig
+voor den Burchtgraaf was Henric van Zuylen van Nyevelt nog in
+vrijheid. Deze wakkere bondgenoot (dien de kronijk »een cloeck,
+stout, vroom man" noemt) verzamelde met den Ruwaard en Gijsbrecht
+Baes een deel gewapenden, overviel de stad op Hemelvaartsdag, en
+verloor er wel het leven, maar sprak nog stervende zijnen volgers zoo
+vurigen moed in, dat zy werkelijk boven des Borgondiërs aanhang meester
+bleven. De Bisschop, in 't onzekere over den afloop, had intusschen den
+Burchtgraaf voor zich doen brengen, en was met dezen overeen gekomen,
+dat de een des anderen lijf zou schutten, wiens partij ook overwon. De
+Burchtgraaf hield woord: hy beschermde het leven van den Kerkvoogd,
+die naar Amersfoort gevoerd en aldaar gevangen gehouden werd.
+
+Nu begreep men in Holland om tot afdoende maatregelen over te
+moeten gaan--en de stad Utrecht zag zich weldra door eene sterke
+belegering onder Maximiliaan geheel ingesloten. Vergeefs waren alle
+onderhandelingen, en de Aartshertog was eindelijk oneerlijk genoeg, om
+de afgezonden onderhandelaars, Engelbrecht van Cleve en Burgemeester
+Gerrit Soudenbalch, gevangen te houden. De Burchtgraaf, die met hen
+was, ontkwam by geluk. Door een heimelijken vriend gewaarschuwd, nam
+hy den schijn aan als of hy, ter uitbreiding van hunnen lastbrief,
+spoedig naar de stad moest gaan, en terstond te rug zou keeren; zoodra
+hy echter in 't zaal zat gaf hy zijn ros de spooren, en rende heen in
+volle vaart. Dat mag achterdocht verwekt hebben: eenige reizige-ruiters
+zetteden hem terstond na, en waren hem dicht op den voet, toen hy
+gelukkig naby de boomgaarden was, van 't paard sprong, en dwars door
+'t geboomte, over slooten en greppels, langs bypaden en heimelijke
+wegen voortsnellende, behouden de poort bereikte. Zondag daarop werd de
+stad heftig bestormd door de Hollandsche benden, maar de Burchtgraaf
+sloeg ze wakker af. By eene volgende bestorming werd de voorstad de
+Waard verloren, waar de vijanden zich nestelden, en vooral geschut
+plaatsten. Op het einde neep het gebrek in de stad gevoelig; men kwam
+tot een verdrag, en op den 6en September 1483 trok Maximiliaan als
+overwinnaar, door eene gemaakte bres in de wallen, Utrecht binnen. De
+tot overmoed aangegroeide heldhaftigheid van Johan van Montfoort had
+niet geholpen: in genade aangenomen, vertrok hy naar zijne eigene stad,
+maar peinzende hoe hy den Cabiljaauwschen toch verder afbreuk zou doen.
+
+De gelegenheid daartoe kwam.
+
+Een klein uur zuidwaart van Montfoort hief steeds het zware kasteel van
+Woerden de grijze spitsen boven het geboomte. De Burchtgraaf vernam,
+dat de Hollandsche Slotvoogd Aernout, bastaart van Ysselsteyn, een
+schraapziek Ridder was, die, bouwende op de sterkte der burcht, de
+door hem genotene inkomsten niet, gelijk het zijn moest, ten deele
+tot het uitrusten en in standhouden eener goede bezetting besteedde,
+maar ze geheel voor zich-zelven behield, zoodat er slechts éen man
+de nachtwake deed en ieder uur éenmaal de wallen rond ging, om onraad
+of kwaden aanslag te verspieden. Toen was zijn plan gemaakt.
+
+De lange nacht na den tweeden Kersdag, 1488, hing met hare doodsche
+stilte op het kasteel van Woerden, toen Heer Aernout door wapenklank en
+staalgekletter werd gewekt. En eer hy nog zijne echtgenote opmerkzaam
+kon maken, ging de deur van het slaapvertrek open, vertoonden zich de
+Burchtgraaf met diens oom Sweder en eenige andere Hoeksche Edelen, in
+volle harnas en met getrokken zwaard, voor den ontstelden Kastelein,
+en verklaarden hem hun gevangene. 's Morgens zagen de omwoners van
+het kasteel met verwondering en schrik, dat er niet meer de liebaart
+van Holland, maar de banier van Montfoort in de koude Decemberlucht
+wapperde. Zoo onverwacht en ijlings was de burcht in de nacht beklommen
+en overmeesterd geworden.
+
+De Burchtgraaf zorgde beter voor eene goede bezetting, en hield
+er zich dikwijls op, zendende zijne gewapende knechten tegen de
+Hollandsche dorpen uit. »Ende dair geschieden veel rovingen, branden
+ende brantscattingen ende andere dingen, alsmen in zulken feiten
+van orlogen plach te gebruiken: van scepen ende scuiten, die na der
+Goude ende Utrecht voeren te beroven ende te bescadigen. Ende alle
+dye dorpen, ghelegen tusschen Leyden, Hairlem, ende Amstelredamme
+mosten allegader meest brantscattyngen gheven: dair hy alten groten
+swaren goet of creech."
+
+Een aanslag op Leyden, met den uit Rotterdam afgezonden Heer van
+Naeltwijc beraamd, mislukte, even als later een op Naerden. Maar
+in dien tusschentijd overmeesterde de Burchtgraaf het blokhuis by
+Woerden, en verwoestten zijne krijgslieden, op een helderen Oktoberdag
+in het natte najaar van 1489, het versterkte Bodegraven. Kort daarna
+overvielen zy Stolwijc, en legden het mede in de asch; ja zy trokken
+door de veenen tot Nyeberch, en plunderden het, niettegenstaande de
+dorpelingen aan den Burchtgraaf brandschatting betaalden.
+
+De klachten, over dezen onophoudelijken moedwil gerezen, deden
+eindelijk den Stadhouder-Generaal, Hertog Aelbrecht van Saxen,
+gehoor geven aan het verlangen van Edelen en steden, om Montfoort,
+het brandpunt dezer verzengende stralen, te belegeren. In het laatst
+van Mei, 1490, kwam hy met vele Ridderen, Heeren, en knechten, in 't
+geheel een groote macht volks, en sloeg zich om de stad en het kasteel
+neder. Terstond werden de donderbussen en andere schietwerktuigen
+opgericht, en weldra dreunde de grond onophoudelijk van den donder des
+geschuts niet alleen, maar ook van de vallende steenklompen van muren,
+poorten, en torens: het geschut werd goed bestierd, en richtte geduchte
+verwoestingen aan. In 't begin van Juli werd tot den storm besloten,
+en de Henegouwsche knechten deden den eersten aanval; maar daar zy door
+de Duitsche benden niet behoorlijk werden ondersteund, en de wakkere
+Montfoorters zich hunnen Burchtgraaf waardig toonden en hen vromelijk
+te lijf gingen, werden zy met verlies te rug geslagen. De Hertog liet
+zich echter door eene eerste mislukking niet ontmoedigen. Nog in het
+laatst der zelfde maand gelastte hy eenen tweeden storm--maar die
+niet beter afliep: de brug, door de bestormers met groote moeite over
+de gracht gelegd, begaf hun en zonk; daar ontstond groote verwarring;
+zy werden nogmaals afgeslagen, en verloren een groot aantal gekwetsten
+en dooden. Onder de laatsten telde men den Grave van 'Tsoorle, wiens
+broeders reeds in den Utrechtschen oorlog waren gevallen.
+
+De moed van den Burchtgrave en der zijnen werd door den gelukkigen
+uitslag van hunnen weerstand niet weinig gestijfd. Herhaaldelijk
+deden zy onverwachte uitvallen in het Hollandsche heir, sloegen er
+menigen vijand neder, en keerden gemeenlijk met buit en gevangenen
+te rug. Zeker, de Hertog mocht al de overtuiging hebben, dat stad
+en burcht, steeds ingesloten door een macht als de zijne, eenmaal
+zouden moeten overgaan--maar hoe lang zouden zy 't nog volhouden,
+aangevoerd en aangevuurd door een stouten bevelhebber als Johan van
+Montfoort? Eene dergelijke overweging mag wel hebben bygedragen tot het
+leenen van een gunstig oor, toen in Augustus de Graven van Nassau en
+van Chimay in Holland kwamen, en den Hertoge woorden van bevrediging
+toespraken, ten einde »dese twist, schade, hinder ende grote
+verderflijcke oncosten ende dye grote bloedstortinghe te beletten."
+
+En werkelijk kwam het nu spoedig tot eenen zoen, nadat de belegering
+byna vier maanden geduurd had. De beide strijdende partijen werden
+vereenigd, maar hoe of op wat wijze, zegt de kronijkschrijver, dat is
+onder de Heeren geheim gebleven, en het algemeen is er onkondig van
+geweest; alleen weet men, dat de Burchtgraaf beloofde geen Hollandsche
+ballingen op zijn burcht meer te herbergen. Voor 't overige deed
+hy hulde en manschap aan Maximiliaan en diens zoon, en leverde het
+kasteel van Woerden te rug in handen des Hertogs, die het terstond
+van een waakzamer Kastelein en behoorlijke bezetting voorzag.
+
+Nu haalde Holland weder ruim adem: de belemmering van wegen en vaarten
+werd opgeheven, zoodat men overal weder vrij en veilig reizen en
+trekken kon.
+
+Ongestoord en rustig bleef de rijke Burchtgraaf thands in het bezit
+zijner goederen. Dat er echter geheime vijanden waren, die hem dit
+misgunden, mag worden opgemaakt uit een vreemd voorval van eenige
+jaren later, waarby men moeielijk alleen aan al te koene vrijbuiters
+denken kan.
+
+Het was in 1495, kort na den 14en Juli, waarop er zulk een ontzettend
+onweder gewoed had. De nacht was gedaald, en mag wel niet zeer helder
+geweest zijn, toen eenige mannen, aan de gracht van het kasteel te
+Montfoort genaderd, er eene schouw te water brachten, kennelijk met
+het doel om de wallen te beklimmen. Maar het was hier niet, zoo als te
+Woerden: De naauwlettende wacht werd opmerkzaam, en in een oogenblik
+was de gantsche bezetting op de been. Haastig namen de vijanden de
+vlucht, en wie of wat zy geweest zijn, is altoos een raadsel gebleven.
+
+Bisschop Davids opvolger, Frederic van Baden, in 1499, kort na het
+ten onder brengen van de Heeren van Wisch, met den Hertog van Cleve
+in oorlog geraakt, behoefde herhaaldelijk geld, dat hy wel voor een
+groot deel, maar toch niet geheel en al, by zijne getrouwe steden van
+het Bovensticht vinden kon. Hy wendde zich daarom ook tot Burchtgraaf
+Johan, die hem met vier duizend gouden rijnsguldens bystond, en
+daarvoor het recht der hooge heerlijkheid weder in pand ontfing voor
+zich en zijn geslacht, tot zoolang de pandsom weder te rug betaald
+zou zijn. De oirconde daarvan werd den 21en Augustus 1499 bezegeld,
+en op Sint-Andries [24] daarna beloofde de Bisschop, by open brieve,
+dat hy-voor-zich het pand nimmer zou doen lossen.
+
+De Burchtgraaf maakte zich ook nog in zijn ouderdom by den Bisschop
+verdienstelijk, want het was vooral aan zijne onverpoosde bemoeiïngen
+te danken, dat de vrede tusschen Utrecht en Holland in het voordeel
+van den Prelaat tot stand kwam, en in het laatst van Juli, 1511, met
+de Landvoogdes Margareta van Oostenrijk gesloten werd. Verder vindt
+men niets byzonders meer van hem opgeteekend. De juiste datum van
+zijn overlijden schijnt niet bekend te zijn; hy leefde nog in 1512,
+maar zijne echtgenote was hem reeds in 1506 door den dood ontvallen.
+
+Hun zoon Joost van Montfoort, gehuwd met Anna van La-Layng, volgde hem
+op, en werd in 1530 door Keizer Karel den Vijfde in alle voorrechten
+bevestigd, hoewel het Hoogheerlijk recht, waarop de Burchtgraven
+zoo grooten prijs stelden, merkelijk was besnoeid door het sedert
+eenigen tijd te Utrecht gevestigde provinciaal Gerechtshof. Heer
+Joost overleed reeds in 1539, terwijl zijne kinderen Johan en Filippa
+nog minderjarig waren, weshalven Vrouwe Anna ten hunnen behoeve het
+Burchtgraafschap bestuurde.
+
+De Stichtsche zaken waren thands onder het waereldsch beheer
+allengs op een geregelder voet gekomen, zoodat men de vroeger
+gemaakte pandschulden kon beginnen af te lossen. Zoo werden in
+1545 aan de voogden van Joosts oudsten zoon Johan de vier duizend
+rijnsguldens te rug betaald, die in 1499 aan Bisschop Frederyc waren
+voorgeschoten. Daarmede werd natuurlijk de vergunning tot uitoefening
+van het hoog gerecht ingetrokken. Te vergeefs trachtte Johan dit
+later weder in bezit te krijgen; en toen hy eene proeve waagde,
+om het eigenmachtig weder uit te oefenen, werd hy in 1551 door het
+provinciaal Gerechtshof van Utrecht daarin belet.
+
+Hy overleed kinderloos, en het Burchtgraafschap kwam alzoo op
+zijne zuster Filippa. Deze huwde met Heer Jan van Merode, geboren
+uit het aanzienlijk Grafelijk geslacht van dien naam, uit Gulik
+herkomstig, en aldaar reeds in 1250 bekend. Hy werd in 1583 met
+het Burchtgraafschap verlijd, maar bezat het niet zoo lang als zijn
+schoonvader. Zijn huwelijk had hem geen zonen, slechts eene dochter,
+Anna, geschonken. Anna van Merode was dus Erfdochter van Montfoort,
+en trad in den echt met Filips van Merode, Baron van Petershem,
+die op den 8en December 1593 als Burchtgraaf werd erkend. Onder zijn
+bestuur, in 1617, werd met goedkeuring der Staten-Generaal en die van
+Holland de gracht gegraven, die van het water de Linschoten tot aan
+de IJsselpoort loopt, en der scheepvaart vrij wat gemaks verschafte.
+
+Zijn zoon, naamgenoot, en opvolger, Filips van Merode, van wien wy
+niets meer weten, dan dat hy, Vrijheer van Merode en Markgraaf van
+Westerloo zijnde, in 1628 Burchtgraaf van Montfoort werd, stierf na
+een twaalfjarig bezit, nalatende Ferdinand Filips van Merode, Vrijheer
+van Merode, Graaf van Olem, Markgraaf van Westerloo, Burchtgraaf van
+Montfoort, Heer van IJsselmonde, Ridderkercke, enz.
+
+Met dezen Ferdinand Filips eindigt de rij der Burchtgraven van
+Montfoort, wier historische figuur, na Johan den Rijke, ook hoe langer
+zoo kleurloozer wordt. In 1648 verkocht hy het Burchtgraafschap en
+de Heerlijkheid van Montfoort aan de Provinciale Staten van Utrecht,
+voor eene som van 225,000 gulden.
+
+Uit den belangrijken koopbrief van 4 Juli des gemelden jaars, zien wy
+volledig wat toenmaals tot het Burchtgraafschap en de Heerlijkheid van
+Montfoort behoorde, waarvan het voornaamste eene mededeeling verdient.
+
+Allereerst: het recht van patroonschap over de kerk van Montfoort en
+verschillende vicaryen, zoowel dáar als te Woerden en te Linschoten,
+enz. Vervolgends:
+
+De stad en vrijheid van Montfoort, met het rechtsgebied, het aanstellen
+van Schout, Burgemeesteren, Schepenen, Sekretaris, Kerk-, Huis-,
+en Schoolmeester, Bode, Organist, en Koster, en nog andere ambten en
+bedieningen. Verder:
+
+Het kasteel met grachten en verdere aanhoorigheden; de hof of boomgaard
+in de stad, voor de poorten van 't kasteel; twee boomgaarden, waarvan
+de een, het Cingel genoemd, binnen, de ander, tusschen de groote en
+kleine grachten, buiten de stad gelegen is; het aan deze laatste
+palende wilde bosch, met gebouwen, beplantingen en kunstheuvelen,
+mitsgaders de opperhof, het olmboomenbosch, en de cingels daar buiten,
+met de visscherij in de kleine gracht, al hetwelk in jaarlijksche pacht
+werd uitgegeven; de visscherij in de grachten van het kasteel en de
+stad, en gedeeltelijk in den IJssel, van Snadelenhoeck tot Oudewater;
+de zwanendrift, het recht van den wind, de wind- en de roskorenmolen
+met het molenaarshuis en erf, voor zoover dit den Burchtgrave behoort;
+alle thynsen die hem toekomen, van verschillende huizen, boomgaarden,
+en erven, binnen het Burchtgraafschap, jaarlijks bedragende 132
+gl. en 5 st.; het heerenrecht van een aantal leenen en vasallagiën,
+tot het Burchtgraafschap, de stad en het kasteel behoorende: Achthoven,
+Heeswijck, Kattenbroeck, Papencop, enz.; het Erfdijkgraafscbap langs
+de Leck, tusschen den Nieuwen-dam en Schoonhoven, en langs den IJssel
+tusschen den Nieuwen-dam en Haestrechter-Were; de aanstelling van
+Sekretaris en dijkbode by het kollegie van Dijkgraaf en Heemraden
+van Lopickerweerd; enz. Bovendien blijkt uit den zelfden brief,
+dat de Burchtgraven binnen de stad Utrecht bezaten een huis en erve,
+genaamd: de Huizinge van Montfoort.
+
+Het grootste gedeelte van al deze rechten en bezittingen kwam door
+dezen koop aan de Staten, en alzoo werd het land van Montfoort voor
+goed aan de provincie verbonden; de stad op zich-zelf was overigens
+reeds stellig in 1530, en nog duidelijker in 1585, tot de leden van
+het Neder-Sticht gerekend, en als zoodanig in de Provinciale Staten
+vertegenwoordigd geworden. De burchtgrafelijke praal »metten aencleve
+van dien," was nu voor altijd verdwenen, en men kon het kasteel
+vergelijken by een grijzen eik, die het laatste groen, dat hem nog
+tooide en vrolijk maakte, thands verloren had. Zeker, de landzaat
+had nog eerbied voor zijne eerwaardigheid; maar wanneer daar eens
+vreemden kwamen en te machtig werden, zou men dan de vernielende bijl
+kunnen weeren?
+
+Den 7en April 1672, verklaarde Frankrijk [25] aan het Gemeenebest den
+oorlog, en, ten gevolge van de jammerlijke bekrompenheid der Algemeene
+Staten (te laat ingezien!) waren de Franschen reeds in Juni meester
+van Utrecht. Het spreekt van zelf, dat het bezit van eene plaats als
+Montfoort, door een zwaar kasteel versterkt, den overweldigers niet
+onverschillig was: den 21en Juni woei dan ook de lelievaan van den
+burchttrans. De Montfoorters hadden aanvankelijk van deze eerste
+vestiging niet lang te lijden: Lodewijk, in de eerste helft der
+volgende maand ziende, dat de voorlanden van Noord-Holland allen
+onder water werden gezet, gaf bevel om de voorposten uit Woerden
+en Montfoort op Utrecht te rug te trekken. In de laatste helft van
+September echter, toen de Maarschalk Luxemburg Utrecht door eene
+lijn van versterkte posten beschermen deed, lag ook Montfoort in
+die rij, en werd het kasteel van eene bezetting voorzien, die op den
+7en Oktober 70 man bedroeg. In die zelfde maand trokken zy weder af,
+maar niet zonder er eene altoosdurende herinnering aan hun verblijf
+achter te laten: zy deden het kasteel door buskruit springen, en in
+een verwarden puinhoop veranderen. Daarmede was echter de stad niet
+van hunne plaag bevrijd, want toen de winter kwam, en Luxemburg zijn
+voornemen, om over het ijs in Holland te trekken, ging bewerkstelligen,
+was Montfoort in het laatst van December de verzamelplaats van 2000
+man. Zoo duurde het by afwisseling met minder en meerder kwelling, tot
+in de maand November des volgenden jaars, toen de snoevende vijand,
+door de uitmuntende maatregelen van onzen grooten Willem den Derde
+tot den aftocht genoodzaakt, het Sticht moest verlaten, en derhalven
+ook Montfoort ontruimd werd.
+
+Maar waar nu ook de geliefde Oranjevlag zegevierend mocht
+wapperen--niet van het verdelgde kasteel, waaraan de stad haren
+oorsprong dankte. Slechts de voorpoort, weêrszijds door een
+dikken ronden toren beschermd, was staande gebleven, het gebouw
+byna volstrekte ruïne geworden; de sterke muren waren gescheurd en
+samengestort, de grachten ten deele met het puin gevuld. Metter tijd
+werd een deel der bouwvallen wechgeruimd, een ander, gering gedeelte,
+hersteld en tot woonverblijf geschikt gemaakt.
+
+Die huizinge werd nog in 1833 bewoond door het geslacht Gobius,
+dat toenmaals in het bezit van den opstal des kasteels was, en
+dien op gemeld jaar aan de stad Montfoort verkocht. Later kocht
+deze ook den kasteelgrond, aan het domein behoorende, en richtte
+het huis tot eene kostschool in, die onder het bestuur van den
+vroegeren hoofdonderwijzer aan de stadsschool eenig aanzien begon
+te verkrijgen. De toenemende bloei der nieuwe inrichting bracht
+der overigens arme en vervallene stad talrijke voordeelen aan,
+en de stedelijke regeering, van gevoelen dat de inwendige goede
+toestand zich ook wel in uitwendige verbeteringen mocht uitspreken,
+besloot om daartoe het vervallen gebouw en den grond meer naar den
+tegenwoordigen smaak in te richten. Ten gevolge daarvan, werden de
+hier en daar nog overgebleven ringmuren wechgeruimd; de oude houten
+stallen naast de voorpoort deed men door ruime steenen gebouwen,--de
+knotwilgen langs de moerassige grachten door net plantsoen vervangen;
+de brug over de gracht werd afgebroken en hare plaats gedempt, en zoo
+ging er byna alle zichtbare herinnering aan het verledene verloren. En
+waren niet nog de beide torens daar als proeven van den ouden bouwtrant
+overgebleven--niemant zoude er aan een alouden slotbodem denken.
+
+Sic tempora mutantur! Op de plaats, die dikwerf van krijgsgeschrei en
+soldatenliederen weergalmde, klinkt thans de stem van dartele knapen;
+en de grond, zoo vaak van het bloed der strijders doorweekt, brengt
+kleurige bloemen voort. Zoo volgen de gebeurtenissen elkander op;
+zoo wisselen de tijden van gelaat--en de geschiedenis van het Kasteel
+der Burchtgraven van Montfoort eindigt met eene kostschool.
+
+
+
+
+
+
+
+HET KASTEEL VAN IJSSELSTEYN.
+
+
+Daar zijn oogenblikken in het leven, waarop men waarlijk in verzoeking
+komt om te wenschen, dat sommige sprookjens uit de kinderkamer
+zich mochten verwerkelijken. Dat zijn wel het minst oogenblikken van
+kortswijl en luim--meer van hoogen ernst, en verreweg de meesten onzer
+hebben ze wel eens doorleefd. Het zij ge koopman zijt, en u een (want
+ge zijt Hollander! [26]) rechtvaardigen mammon tracht te verwerven;
+krijgsman, en de rust onzer dagen verwenscht, wijl ze u belet bloedige
+lauweren te winnen; geleerde, en dus het recht hebt om aan alles,
+soms ook aan u-zelf, te twijfelen; staatsman, en zoo doordrongen
+van de voortreffelijkheid uws stelsels, dat ge des noods den throon
+uws Konings zoudt ondermijnen, om u-zelf op het republikeinsch
+presidents-kussen te plaatsen--ja, schoon ge dit alles te gelijk
+waart--dan nog is er wel eens een oogenblik in uw leven geweest,
+waarop ge gewenscht hebt:--»dat toch steenen eens konden spreken!"
+
+Het was dan, wanneer ge u in de sombere, zwaarmoedige bouwvallen van de
+eene of andere burcht bevond, en de geschiedenis daar de geheimen van
+den voortijd zoo spaarzaam ontsluierde, dat ge die donkere wulfsels,
+die holle gangen, die ledige hallen, die gewelflooze zalen, wel zoudt
+hebben willen ondervragen, indien ge ook maar half verzekerd waart
+geweest een enkel andwoord te zullen ontfangen.
+
+Wien deze gewaarwordingen nog onbekend mochten zijn--zoo hy Holland
+bewoont, ga hy naar de kollossale bouwvallen van Brederode; zoo
+hy Stichtenaar is, wende hy zich naar de geringe overblijfselen
+van het Kasteel te IJsselsteyn--en ik vrees niet, dat hy, van daar
+wederkeerende, mijne stelling weêrspreken zal.
+
+Intusschen, wat de geschiedenis ook maar met eenige zekerheid van
+het eerste vermelden kon, hebben wy reeds getracht in het geheugen
+te rug te roepen [27]; beproeven wy dit thands ook met betrekking
+tot het laatste.
+
+De oorsprong van het edel geslacht IJsselsteyn kan met redelijkheid
+niet vroeger dan op het midden der dertiende eeuw worden gebracht,
+en wijst op eene afstamming uit het toenmaals zoo machtige Huis van
+Aemstel. Wel vinden wy melding gemaakt van een Heer van IJsselsteyn,
+in den Grimbergschen oorlog, 1144, gesneuveld, maar dit moet eene
+vergissing zijn [28], terwijl Jan van IJsselsteyn, wiens erfdochter
+Bertrande met Aernout van Aemstel zou gehuwd zijn, moedwillig uit
+de lucht gegrepen is, om tusschen de beide geslachten een verband te
+brengen, dat door historische documenten geheel wordt weêrsproken.
+
+Gaan wy de geschiedenis-zelve volgen, zonder langer stil te staan by
+drooge verdichtselen, die niet eens, als zoo menige dichterlijke sage
+of naïve volks-overlevering, een historischen grondslag hebben.
+
+Heer Gijsbrecht (de Derde) van Aemstel, die in 1251 overleed, had,
+behalven eene dochter Badeloch, die met Herman van Woerden gehuwd was,
+nog drie zoons, waarvan de oudste, de schandvlek van zijn geslacht,
+hem opvolgde, de jongste, Willem, Proost van St. Jan was, en de
+middelste, Aernout of Arent, wellicht verstandig zou hebben gedaan,
+indien hy zich aan de Erfdochter van een of ander rijk geslacht had
+verbonden, omdat zijne erfgoederen, daar hy de tweede zoon was, niet
+groot konden zijn. Hy raadpleegde evenwel zeker meer zijn hart dan
+zijn hoofd, want hy huwde eene Jonkvrouwe van onbekenden stam, Janne,
+of Joanna, van wie het vrij duidelijk blijkt, dat zy volstrekt geene
+eigendommen bezat, en na den dood haars gemaals al heur inkomen trok
+uit eenige goederen, die hy haar in lijftocht had na gelaten. In 1267
+legde hy den grondslag tot de latere Heerlijkheid IJsselsteyn. Hy
+pachtte namelijk in dat jaar, van het Utrechtsche Domkapittel,
+eenige goederen aan den IJssel, ongeveer ter plaatse waar deze zich
+toen reeds met de Leck vereenigde. Het voornaamste daarvan was het
+oude Eyteren of Heteren, thands een gehucht, toenmaals een welvarend
+en uitgestrekt dorp. Hier in de nabyheid stichtte hy vóor 1279 een
+burch of stein, dien hy IJsselsteyn noemde, welke naam, vervolgends
+op hem en zijn geslacht overgedragen, zoowel in de geschiedenis van
+het Graafschap Holland, als in die van het Bisdom Utrecht, byna even
+spoedig vermaard als bekend werd.
+
+Aanvankelijk legde Aernout zich vooral op het vermeerderen en
+inrichten zijner bezittingen toe. In 1278 kocht hy van den Abt van
+Oostbroec eenige goederen in het naby gelegene Geyn, en in het laatst
+des volgenden jaars pachtte hy de tienden over de landerijen rondom
+zijn kasteel gelegen, die aan het Maria-kapittel te Utrecht behoorden,
+voor vijf jaren, tegen 154 pond 's jaars. De vijandelijkheden over den
+Vreelandschen tol, door zijn broeder Gijsbrecht eigenmachtig geheven
+[29], hadden inmiddels een einde gemaakt aan deze rustige bemoeiïngen
+van het landleven. Aernout, Gijsbrechts partij kiezende, en mede breed
+opgevende van de grieven, hun door den Bisschop aangedaan, ontzegde
+zijn leenmanschap aan het Sticht, en nam in zijns broeders plaats het
+bevelhebberschap van Vreeland op zich. Graaf Floris, den 5en September
+1278 met Utrecht een verbond gesloten hebbende, sloeg weldra het beleg
+voor dat kasteel, maar zag zich door Aernouts wakkere verdediging tot
+den aftocht gedwongen. Maar toen de strijd by Loenen voorgevallen,
+en Gijsbrecht daarby door Costijn van Renesse gevangen genomen was,
+werd Aernout onmachtig om zich alleen staande te houden, en leverde
+Vreeland in 's Graven handen. Daarop werd hy met zijne broeders naar
+Zeeland gevoerd, en moest daar blijven in eerlijke gevangenschap, tot
+zy zich hadden onderworpen aan de voorwaarden van den strengen zoen,
+die op den 27en Oktober 1285 bezegeld werd, waarby zy hunne goederen
+ten volle aan Floris moesten opdragen, en ze slechts gedeeltelijk
+weêr in leen te rug ontfingen.
+
+Toen zy eenmaal het weerspannig hoofd gebogen hadden, zullen zy nogtans
+den dag der bezegeling van de overeenkomst niet in 's Graven hechtenis
+hebben behoeven af te wachten, maar wel onder verzekerden borgtocht
+ontslagen zijn. Wy vinden Aernout ten minste in de voorhelft dier
+zelfde maand reeds weder zorgende voor de goederen zijner Heerlijkheid:
+Vrijdag na St. Victor (12 Okt.) 1285, werd de pacht der tienden
+verlengd voor zestien jaren, en vergroot met het daaglijksch recht
+en met de visscherij, om welke voordeelen het pachtgeld met 31 pond
+en vijf zalmen verhoogd werd.
+
+Hy smaakte zijne herkregen vrijheid niet zeer lang, en overleed reeds
+in het laatst van 1290, of in het begin van 1291. Vrouwe Joanna
+(die door Grave Jan in het tijdelijk bezit harer weduwgoederen
+bevestigd werd) had hem twee zonen geschonken, waarvan de jongste,
+Heer van Benscoep, eene treurige vermaardheid in de samenzwering
+tegen Floris den Vijfde verkregen heeft, en de oudste, Gijsbrecht,
+als tweede Heer van IJsselsteyn optrad.
+
+Gijsbrecht van IJsselsteyn, Maarschalk van het Sticht, verbond zich
+op den 25en Oktober, 1294, benevens tien andere voorname Utrechtsche
+Edelen, met Graaf Floris, om dezen, ware 't nood, te dienen tegen elk
+zijner vijanden, den Bisschop van Utrecht daar buiten gesloten. Hy
+heeft zich echter niet kunnen vrijwaren van de verdenking van
+meêplichtigheid aan de samenzwering, schoon hy niet handdadig was aan
+den moord. Dat hy met den Heer van Zuylen zich voegde by Loef van
+Cleve en de Hollandsche benden, die de moordenaars op Cronenburch
+belegerden, bewijst overigens nog niets voor zijne onschuld: zijn
+broeder Benscoep toch was mede daar binnen, en het liet zich reeds van
+den beginne af wel aanzien, dat die ruwe dorpersvuisten, brandende om
+toe te slaan, verpletterend en vermorzelend zouden nedervallen op die
+adelijke verradershoofden, wie honger en gebrek tot overgave dwingen
+moest. En schoon Arent van Benscoep geen beter lot verdiende dan
+Willem van Zaenden--ter wille van Gijsbrechts broederhart is het ons
+toch lief, dat Loef van Cleve den verrader nog heeft kunnen behoeden,
+en Gijsbrecht hem in veiligheid te Kervenheym wist.
+
+Maar weldra werd gijsbrechts toestand zelf hachelijk. Wolfaert van
+Borssele, de heerschzuchtige staatsdienaar van den kinderlijken Jan den
+Eerste, de bondbreukigheid van Bisschop Willem van Mechelen bemerkende,
+begon het Graafschap te versterken, en trachtte vooral daartoe de
+kasteelen op de Stichtsche grenzen te bezetten. Dat gelukte hem met
+het slot van Ameide, door Dirc van Herlaer by overeenkomst daartoe
+afgestaan. Wie zich niet zoo gemakkelijk liet vinden, was Gijsbrecht
+van IJsselsteyn.
+
+»Dat ware schande!" andwoordde hy op Borsseles aanzoek: »wanneer ik den
+Grave van Holland mijn huis ruimde, daar ik Maarschalk van 't Sticht
+ben [30], en de Bisschop mijn rechte Heere is. 't Bracht my oneere,
+zoo ik dat toestond--des weiger ik, er moge van komen wat er wil!"
+
+Verbitterd over dit mannelijk betoon van trouwe, zocht Wolfaert
+nu langs den weg des gewelds zijn doel te bereiken. Den Maarschalk
+werden buiten het kasteel lagen gelegd door zijne valsche geburen,
+Hubrecht van Vyanen en diens verwanten, op aanstoken uit Holland; en
+werkelijk gelukte het hun zich van hem meester te maken. Doch, schoon
+men hem naar het Kasteel van Culemborch bracht, en aldaar in hechtenis
+hield--dat van IJsselsteyn was daarom nog niet gewonnen: Bertrade,
+of Baerte, van Heuckelom, Gijsbrechts gemalin, was een kloekhartige
+vrouw, die den vijanden van haren echtgenoot zoo wel den intocht
+weigerde als hy 't zelf had gedaan. Dat men hem geen leed zou doen,
+daarvoor achtte zy zich ook gewaarborgd door een trouweloozen knecht
+van Vyanen, die zich van zijns Heeren kind meester gemaakt, en het
+op den IJsselsteyn gebracht had. En gelukkig voor haar, die kleene
+gijzelaar! Wie weet aan wat zielestrijd een Wolfaert van Borssele
+haar zou hebben overgeleverd, indien Vyanen niet in Gijsbrecht den
+borg voor het leven zijns kinds hadde te beveiligen gehad.
+
+Borssele deed 's Graven banier voor het Kasteel planten, en het
+dicht en zwaar beleggen; daarop herhaalde hy zijn eisch om overgave,
+op den forschen toon van stormtuig en staal:
+
+
+ Straks wordt het schaatrend aanvals-teeken
+ Van rij tot rij in 't rond gehoord,
+ En onder luid gejubel breken
+ De benden op en rukken voort.
+ Als golven die het strand beklimmen,
+ Door barsche winden voortgestuwd,
+ Zoo stormen ze aan. Een bui van vlimmen
+ En werpgesteente paart en huwt
+ Zich aan 't gedrang. 't Klaroengeschetter
+ En 't rofflen van de holle trom
+ Dreunt samen met het staalgekletter
+ En krijten van den strijdbren drom.
+
+ De hooge trans--de borstweer--'t kraakt
+ Van steenen, 't werptuig uitgebraakt.
+ De stormram beukt de poort.
+ Het rijs, in bergen aangebracht,
+ Bevloert welras de diepe gracht,
+ En stijgt er tot den boord.
+ De ladders worden saamgetast,
+ En hechten aan den muur zich vast;
+ De strijders dringen voort,
+ En klautren op, met sterke hand,
+ En klemmen zich met knie en tand
+ Aan stijl en sporten vast.
+ En stuift een dichte pijlenregen
+ Uit schietgat en kanteel hun tegen--
+ Het aantal groeit en wast.
+
+ En 't scherp en gierend strijdgeluid
+ Galmt boven gil en jammer uit,
+ Al valt er menig een.
+ En dondert ook een raatlend heir
+ Van keien langs de wallen nêer
+ En morselt hoofd en leên;
+ En storten krakend, splintrend daar
+ De ladders op en door elkaâr,
+ De klimmers onder een,
+ Verplet, verbrijzeld of verwond--
+ Wie kan, verrijst weêr van den grond,
+ Ten nieuwen storm gereed.
+ En steeds vergroot zich weêr 't getal
+ Dat opstijgt naar kanteel en wal,
+ Met luider oorlogskreet.
+
+
+Maar Bertrade stond (om met Vondel te spreken) als eene heldin op de
+haar toebetrouwde post, en iedere storm, hoe fel en langdurig, hoe
+scherp en vernielend, werd afgeslagen; en de blyde-steenen mochten
+een dak verbrijzelen, of een venster in stukken doen springen, of een
+verdediger dooden--zy maakten geen bres in de muren, die niet werd
+gedekt met trouwe in 't staal gehulde borsten, tot dat de opening
+weer gevuld was.
+
+Nogmaals beproefde Wolfaert den weg der onderhandeling, maar met geen
+beteren uitslag. De trouwe gade wilde van niets hooren, tenzij men haar
+eerst toestond met Gijsbrecht, haar gemaal, onbeluisterd te spreken,
+opdat ze zijn eigen woord mocht hooren, en zijn raad innemen, dien
+ze zekerlijk zou opvolgen. Maar of nu de belegeraars daar een list
+achter zochten, of dat zy Gijsbrecht genoeg kenden om van zijn raad
+geene verandering te wachten--hare voorwaarde werd niet aangenomen,
+en--schande over het hoofd van een Edelman, die aldus eene vrouw
+bestreed!--er werd besloten om haar door uithongering te dwingen.
+
+Lang hield de heldin het nog vol: byna een jaar; toen had gebrek
+aan voedsel de krachten verteerd; toen waren er slechts zeventien
+weerbare mannen op 't kasteel--en in welken toestand nog!--Zoo de
+vijand thands storm blies, was alles reddeloos verloren. Trachte zy
+ten minste nu nog te behouden, wat behouden kon worden: zy bood de
+overgave van het kasteel aan, op voorwaarde van vrijen aftocht voor
+zich en de ingenoten.
+
+Het moet wel een hatelijke, een onmenschelijke glimlach zijn geweest,
+waarmeê Wolfaert dien voorslag ontfing. Dat Hubrecht van Vyanen,
+die mede onder de belegeraars was, de uitlevering van den kinderdief
+wilde bepaald hebben, daarin lag niets onbillijks; maar laaghartig was
+het van Borssele, dat hy volstrekt weigerde om meer dan de helft der
+verdedigers lijfsgenade toe te zeggen. Op de burcht werd over dien
+harden eisch beraadslaagd.--»De helft die aan my komt, zal die vrij
+zijn en van alles kwijtgescholden?" vroeg Bertrade.--»Dat zal zy,"
+andwoordde men haar. Toen onderwierp zy zich aan den bangen nood,
+die haar dwong om toe te geven. De poort werd geopend, en daar de
+brug geheel vernield was, werden er horden gelegd, waarover 's Graven
+leger binnentrok. Hubrecht van Vyanen sloot zijn kind ongedeerd in de
+armen; over den verraderlijken knecht hield hy kort recht, en deed
+hem op het rad leggen. Bertrade moest aanvankelijk hare burchtzaten
+naar Dordrecht volgen, om getuige te zijn van een tooneel, waarin
+Wolfaerts gemoed zijn volle gruwzaamheid uitsprak.
+
+De verachtelijke Baljuw van Zuid-Holland, Aloud, Wolfaerts
+oogendienaar, zat daar in den richterstoel, en er moest geloot
+worden om dood en leven. Hy verdeelde de zestien mannen aan twee
+zijden. Een uit hen zou beslissen welke acht de zaal slechts zouden
+verlaten om te sterven, want er waren twee balletjens, even groot en
+gelijk van kleur, maar het een besloot een Hollandschen penning die
+ten leven--het ander een Leuvenschen die ter dood wees. Aloud maakte
+Bertrade met dat doel bekend.--»Nu zie, minnelijke Vrouwe!" sprak hy:
+»wien de Leuvensche penning ten deele valt, hebben 't lijf verbeurd;
+wien de Hollandsche komt, zullen het behouden."--
+
+Baljuw Aloud! zie wel toe op de gelaatstrekken dier zestien mannen;
+zie vooral dáar heen, waar ze den vreeselijken angst der onzekerheid
+verraden, want--nog weinige maanden, en dan zult gy zoo voor eene
+woedende volksmenigte staan, die ook geen barmhartigheid kent! Als
+ge dan de koord om den hals zult voelen, waarmeê men u hangen zal,
+naast den beul--zult ge dan sterven als acht van dézen: met het
+bewustzijn van uw plicht te hebben gedaan?...
+
+Maar niemant voorzag dit nu nog; Aloud allerminst. Het lot besliste,
+hoe de hand gesidderd moge hebben die de wreede keuze moest doen;
+de verwezene helft der trouwe bezetting werd terstond onthalsd, de
+andere volgde Bertrade naar Heuckelom, indien ten minste dit bericht
+meer waarheid behelst dan de regelen van den kronijkdichter:
+
+
+ Dandre dedemen doe ghevaen.
+
+
+waar hy in billijke verontwaardiging op laat volgen:
+
+
+ Dat dochte mi onrecht ende mesdaen!--
+
+
+Het kasteel en de landerijen van IJsselsteyn (met Benscoep en Woerden
+daarby) gingen uit Bertrades handen in die eener andere Edelvrouw
+over: Graaf Jan beleende ze, op Wolfaerts bede, aan diens gemalin
+Sybille, die er zich toch niet lang Vrouwe van schrijven mocht: 1
+Augustus, 1299, viel haar echtgenoot onder de moorddadige handen der
+verbitterde Delftenaren, en den 21 Mei 1300 ontfing Gwy van Avennes
+van zijn broeder Graaf Jan den Tweede in rechten leen al de goederen
+op Stichtschen bodem [31] van diegenen, die met raad of daad schuldig
+waren aan Grave Floris dood, en hiertoe werd ook Gijsbrecht gerekend.
+
+Deze, die na de overgave van zijn kasteel losgelaten was, loerde
+slechts op de gelegenheid, om zich van zijn wettig eigendom weder
+meester te maken. De inval der Vlamingen in 1304, en de verwarring,
+door de gevangenneming des Bisschops in den noodlottigen strijd op
+Duveland, over het gantsche Sticht heerschende, kwamen hem daartoe
+weldra te stade. Of hy het in vrede, dan wel met gewapender hand
+weder in bezit nam, is onbekend. Stoke meldt alleen in twee regels
+den uitslag, niet de handeling van het feit, en zingt, als nam hy de
+slotwoorden van een volkslied over,
+
+
+ En Ghisebrecht is op IJselsteine,
+ Dat sine hadde geweest te voren.
+
+
+Zeker is hem dat bezit niet betwist geworden, want reeds den 13en
+Juni vinden wy hem rustig voor het belang zijner inkomsten zorgen,
+en daartoe van het Kapittel van St. Maria voor twee jaren in pacht
+nemen het laag gericht (om de opbrengst der boeten en breuken) van
+IJsselsteyn, van Merlo, en van Marnedijc, met de tienden en visscherij,
+tegen 126 pond 's jaars.
+
+In Augustus daarop stierf graaf Jan de Tweede, en bekwam de dappere en
+edelmoedige Willem de Derde den stoel van Holland. Gijsbrecht haastte
+zich tot eenen zoen, en werd waarschijnlijk door den Graaf tot Ridder
+geslagen: op den 11en Augustus 1305, by eene dagvaart te 's Gravenhage
+tegenwoordig, werd hy onder de »Edele luyden, 's Graven lieve en
+getrouwe mannen" genoemd, en by de Ridders geteld. En toen nu zijn
+oudste zoon, Aernout, in 't huwelijk trad met 's Graven nicht Maria,
+bastert-dochter van Bisschop Gwy van Avennes, ontfing Gijsbrecht-zelf
+het kasteel van IJsselsteyn met de 32 morgen lands waar 't op stond,
+een zeker stuk lands aan de noordzijde van de gracht te IJsselsteyn,
+7.5 hoeven in 't Geyn, 60 morgen lands te Rypikerwaert, 44 morgen
+te Benscoep, 75 te Polsbroec, 18 te Hoenscoep, en 12 te Bloclant, in
+rechten leen. Wanneer wy nu hierby voegen de bezittingen en pachten
+onder den eersten Gijsbrecht vermeld, benevens die op blz. 118
+voorkomende, dan kunnen wy ons van de Heerlijkheid in haren oudsten
+toestand, al een vrij duidelijk denkbeeld vormen.
+
+Intusschen was het getal der houten en rieten arbeiders- en
+dienstmanswoningen, rondom en in de schutse van het kasteel
+neêrgeslagen, allengs uitgebreid, en hier en daar met de woning van
+dezen en genen ambachtsman vermeerderd; menig bewoner van Eyteren
+had die plaats verlaten, en zich onder den IJsselsteyn neêrgezet;
+zoodoende was de buurt een gehucht geworden, en het gehucht tot de
+uitgestrektheid van een dorp aangegroeid, waar men groote behoefte
+begon te gevoelen aan eene kerk. Heer Gijsbrecht verplaatste daarom,
+met toestemming van Bisschop Gwy, en onder erkenning van het recht
+der Kanunniken van St. Maria tot de begeving, de Kerspel-kerk van
+Eyteren naar zijn kasteeldorp, en bevestigde daarmede voor goed den
+grondslag der tegenwoordige stad, die nog altijd zijn naam draagt,
+schoon zijn wakker Geslacht reeds lang is uitgestorven.
+
+By dit alles vergat hy de ridderlijke wapenoefening niet: nog in het
+zelfde jaar, 1310, op het beroemd tornier van Bergen, waar omstreeks
+190 Graven, Baanderheeren, Ridders, en Knapen, uit Engeland, Frankrijk,
+Duitschland en de Nederlanden saamgevloeid waren, pronkte ook zijn
+wapenbord: een gouden schild, beladen met een balk van sabel, alles
+gedekt door een sint-andries-kruis, van zilver en keel geschakeerd
+[32]. Hoeveel aanzien hy aan Graaf Willems hof genoot, blijkt daaruit,
+dat deze hem in 1314 toestond om jaarlijks in het groene woud van
+Haerlem een hert te mogen dooden, en dit voorrecht zelfs erfelijk op
+zijn geslacht over te brengen. Ook werd hy tot 's Graven Raad verheven,
+welke waardigheid hy tevens by den Bisschop schijnt bekleed te hebben;
+en in Maart 1317 beleende de Graaf hem met het gerecht, de tienden,
+de kerkbegeving, en eenige landerijen te Benscoep, met het gerecht en
+de tienden van Polsbroec, en met de helft van het gerecht en van de
+visscherij te Opburen. Deze bezittingen vermeerderde hy nog in November
+1319 met de Cuyksche leengoederen, ook reeds door zijne ouders bezeten,
+strekkende, langs deze zijde des IJssels, van Opburen tot Snadelenhoec,
+aan gene zijde, van 't Geyn tot Fellenoirde, en verder bestaande uit
+het hooge en lage recht in den IJssel, de putten en palen, waarden en
+visscherijen aldaar, met alles wat tot eene Hooge Heerlijkheid behoort.
+
+In 1326 verkocht de Heer van Cuyk al zijne eigendommen in het Sticht
+aan Graaf Willem, en deze bevestigde het volgende jaar Heer Gijsbrecht
+in het verlij; tot hiertoe was slechts het kasteel met eenige goederen
+daar rondom Hollandsch leen geweest, thands kwam er ook het hooge
+rechtsgebied der Heerlijkheid onder, want dit was uit de Cuyksche
+leenen ontstaan.
+
+In 1333 had hy het verdriet, zijn wakkeren jongsten zoon Herbarn,
+Ridder, Heer van den Bussche, door eene noodlottige gebeurtenis
+te verliezen. Herbarn was met Johan van den Zande in oneenigheid
+geraakt, die zoo hoog liep, dat het tot een gevecht kwam, waarin
+beide Edellieden sneuvelden. Het onrecht schijnt aan de zijde des
+Heeren van den Zande geweest te zijn, want in den zoen, tusschen de
+aanvankelijk verbitterde geslachten der gesneuvelden door den Proost
+van Sint-Pieter gesloten, werd den verwanten van Johan opgelegd om een
+altaar en vicary te stichten in de kerk van IJsselsteyn, met opdracht
+van het begevingsrecht aan Herbarns zoon Gijsbrecht en diens nazaten,
+en daarenboven tot het vestigen eener jaarlijksche rente van veertig
+grooten tornois, op de Maria-kerk te Utrecht, voor het doen van
+zielmissen ten behoeve van Heer Herbarn.
+
+Gijsbrecht van IJsselsteyn overleed tusschen 1341 en 1344, en werd
+opgevolgd door Aernout, den oudsten zijner drie toen nog levende zonen
+[33]. Deze was, als wy weten, in 1308 gehuwd met Maria van Avennes,
+en werd kort daarop tot de Ridderlijke waardigheid verheven, schoon
+sommige Edelen er laag op neêr zagen, dat hy zich aan eene Jonkvrouwe
+uit onechten bedde verbond. Hy voer er intusschen wel by; ontfing
+van zijn schoonvader nog op diens onverwacht doodbed (29 Mei 1317)
+de voogdij van het kasteel Goye; vermeerderde zijne inkomsten met
+eenige dagelijksche gerichten en schout-ambten, en was reeds een
+gezien Edelman, toen hy de Heerlijkheid van zijn geslacht beërfde,
+waarmede hy zich niet alleen door Gravin Margareta deed beleenen
+(1346), maar ook nog daarenboven door Bisschop Jan van Arckel, voor
+zoo ver deze te eeniger tijd in het bezit dier goederen mocht komen;
+ten opzichte van den Bisschop verbond hy zich daarentegen om te
+zorgen dat een verlangd huwelijk tusschen diens broeder Robbrecht,
+den Ruwaard van 't Sticht, en Aleyde [34], Heer Otto van Arckels
+Erfzuster van Asperen en Hagesteyn, tot stand kwam, hetgeen ook
+werkelijk geschiedde. De goede verstandhouding tusschen hem en den
+Kerkvoogd ging echter in de oneenigheden tusschen den laatste met het
+Beiersch Gravenhuis van Holland ten onder: Aernout die de Hollandsche
+zijde hield, verkreeg daarvoor wel van Hertog Willem het belangrijk
+voorrecht om Utrechtsche ballingen tot poorters van IJsselsteyn te
+mogen toelaten, maar de uitoefening daarvan duurde niet lang, want
+toen zijn bestand met Bisschop Jan ten einde geloopen was, terwijl
+deze zich te Rome bevond, trok de Maarschalk van het Sticht op maandag
+na beloken Paschen voor IJsselsteyn en sloeg er zijne tenten om heen.
+
+Vijf weken lang werd de plaats met allerlei stormtuig aangetast,
+en toen zag Aernout zich gedwongen tot de overgave, en genoodzaakt
+om met eede te bezweren, dat hy en de zijnen in 't vervolg goede
+en getrouwe Stichtsmannen zouden blijven, en nimmer weder tegen den
+Bisschop of de stad oorlog voeren. Hy hield echter zeer slecht woord,
+voegde zich spoedig weder aan de Hollandsche zijde, en werd door Hertog
+Willem, die hem »zwager" [35] noemde, met gunsten overladen, ja zelfs,
+met den tytel van Baanderheer, tot Hertooglijken Raad benoemd.
+
+De Bisschop was over dit alles niet weinig verbitterd, maar te
+vergeefs; en in Holland was Aernouts aanzien zoo gestegen, dat hy,
+met Heer Jan van Drongelen en de stad Dordrecht, in 1358 gemachtigd
+werd tot het waarnemen der regeering, tijdens de afwezigheid van
+Hertog Aelbrecht.
+
+Zijn ouderdom en langdurige ervaring moeten hem een groot vertrouwen
+verworven hebben, want dikwerf werd hy in belangrijke geschillen
+als scheidsman geroepen: onder anderen in 1359 tusschen Eduard, des
+Hertogen broeder van Gelre, en Hertoge Aelbrecht; tusschen Hertog
+Aelbrecht en Jan, den Heere van Arckel; tusschen den Heer van Arckel
+en Jan, Heer van Polanen en van de Leck. Ook schijnt er tusschen hem
+en den Bisschop eene volkomene verzoening tot stand gekomen te zijn:
+toen hy in 1360 eenige goederen aan de kerk te IJsselsteyn schonk,
+en de Bisschop dit goedkeurde en bevestigde, noemt deze hem »onzen
+bloedverwant en Baanderheer."
+
+Hy stierf, hoog bejaard, in 1362 of 1363, en werd in het volledig bezit
+der Heerlijkheid en alle goederen opgevolgd door zijne Erfdochter
+Guyotte of Gwyda [36], die sedert 1330 gehuwd was met den rijken,
+machtigen, en onvertsaagden Jan van Egmond, van wiens daden reeds
+by de behandeling der Egmonder burcht gesproken is, en die, nevens
+zijne echtgenote, in 1366 door Hertog Aelbrecht met de Heerlijkheid
+verlijd werd.
+
+Ook hunnen oudsten zoon en opvolger, Aernout, behoeft hier slechts
+herinnerd te worden. Als Heer van Egmond en IJsselsteyn bewees hy,
+in 1380, Bisschop Floris van Wevelichoven groote diensten by den
+oorlog met den overmoedigen Ridder Everaert van Essen, en het beleg
+van diens kasteel van Eerde. Ook werd onder zijn bestuur de stad in
+1390 merkelijk versterkt, nadat ze in 1374 door de plundering van
+Heer Willem van Rees, Krijgsoverste van Bisschop Aernout van Hoorn,
+veel geleden had.
+
+Heer Aernout stierf in 1409, en liet twee zonen na, waarvan de oudste,
+Jan, Heer van Egmond werd, terwijl de tweede, Willem, in het bezit
+van IJsselsteyn geraakte.
+
+Willem van Egmond van IJsselsteyn, gehuwd met Jacob van Borssele van
+Brigdammes weduwe, Anna van Hennin, eene dochter van Gauthier, Heer van
+Bossu, werd weldra in de oneenigheden gewikkeld, die tusschen zijnen
+broeder en Willem den Zesde ontstaan waren, en reeds onder Egmond door
+ons vermeld zijn [37]. Toen namelijk Jan van Egmond onder vrij geleide
+voor den Hoogen-raad van Holland was gedaagd, maar niet verscheen,
+werd hy ten gevolge daarvan gevonnisd als schuldig aan hoog verraad,
+en, met verbeurtverklaring zijner goederen, uit den lande gebannen. Hy
+achtte zich daarop in Holland niet langer veilig, maar vertrok ijlings
+naar IJsselsteyn, en zocht er by zijn broeder eene schuilplaats. De
+Graaf-Hertog zond, zonder lang te toeven, zijne gezanten derwaart,
+en deed kasteel en stad opeischen, maar ontfing een weigerend
+andwoord. Hierop verzamelde hy een deel zijner Ridderen en knechten,
+en zond ze, omstreeks Sint-Maria Magdelena, 1416, met een groot aantal
+poorters uit de Hollandsche steden naar de weêrspannige plaats, om die
+te belegeren. Egmonds vrienden en verwanten, waaronder voornamelijk
+Heer Jan van Vyanen, Jonker Jacob van Gaesbeec en Heer Hubrecht van
+Culenborch, maakten zich nu over zijn lot bezorgd, wel inziende dat
+hy op den duur geen tegenstand zou kunnen bieden, en gevaar liep om,
+wanneer hy den Graaf-Hertog als gevangene in handen viel, als een
+landverrader het lijf te verliezen. Zy besloten om eene poging tot
+verzoening te wagen; begaven zich in allerijl naar Schoonhoven, waar
+Willem van Beieren nog vertoefde, en werkelijk gelukte het hun hem te
+verbidden, mits de Egmonders zich onderwierpen. Zoo terstond lieten
+deze zich echter niet vinden. De bemiddelaars reden menigmaal over
+en weêr, dàn naar den vertoornden Landsheere, dàn naar de oproerige
+broeders, en brachten het eindelijk tot een vergelijk. Zeker hebben zy
+den overmoedigen Ridders het wanhopige van een gewapenden weêrstand,
+en het noodlottig einde eener dwaze volharding, doen inzien, want de
+voorwaarden der bevrediging waren zoo goed als verkoop hunner rechten
+en goederen:
+
+»De Heer van Egmond en Heer Willem zijn broeder zouden rijden uit
+IJsselsteyn, en behouden hun reede have, die zy daar binnen hadden,
+en blijven uit den lande van Holland en Zeeland, en daar niet weder
+in komen, ten zij by wille en meêweten van Hertoge Willem. En de
+Heer van Egmond zou overgeven en afstaan alle recht en toezeggen,
+dat hy had aan den huize en aan der stede van IJsselsteyn, en aan
+der Heerlijkheid, tot 's Hertogen Willems behoef. En de Hertog zou
+jaarlijks doen uitreiken aan den Heer van Egmond, hem en den zijnen,
+ten eeuwigen dage, tweeduizend oude schilden; aan Heere Willem, zijnen
+broeder van IJsselsteyn, zeshonderd kroonen, en hun beider moeder,
+Vrouwe Jolande van Linningen, achthonderd kroonen tot haren lijftocht."
+
+De brieven dezer voorwaarden werden opgemaakt en van wederzijde
+bezegeld, en de beide broeders verlieten daarop met hun gevolg en
+tilbare have de stad en het kasteel van IJsselsteyn, die onmiddellijk
+overgingen in handen van den Graaf-Hertog, en van zijnentwege bezet
+werden. De inwoners ontfingen hem voor hunnen Heer, en beloofden hem
+hoû en trouw te zijn, »en swoeren dat ten Heyligen."
+
+Den 31en Mei, 1417, stierf Willem de Zesde te Bouchain--en toen
+bleek het weldra, dat de IJsselsteyners hunnen eed, schoon zelfs op
+geheiligde overblijfselen gedaan, als gedwongen beschouwden, en zich
+niet gebonden achtten om hem te houden.
+
+Naauwlijks was den Egmonders de doodsmare ter oore gekomen, of zy
+verzamelden in korten tijd een bende gewapenden, waarmeê Heer Willem
+naar IJsselsteyn toog. Op Sacramentsnacht, by het krieken van den
+dageraad, kwam hy voor de stad; en zijne aanhangers daar binnen,
+die reeds van zijn aantocht verwittigd waren, openden hem terstond
+eene poort, zoodat hy er zonder slag of stoot meester werd, pas elf
+dagen na des Hertogen dood. De slotvoogd, die het kasteel voor de
+Hertogin Jacoba bewaarde, was echter getrouw aan zijn eed, versperde
+allen ingang, en wachtte beleg en bestorming af, hoewel het aantal der
+mannen van de bezetting niet groot was. Het duurde evenwel niet lang,
+of hy kreeg vaste hoop op ontzet.
+
+Jan van Montfoort en Walraven van Brederode, de natuurlijke vijanden
+van IJsselsteyn en Egmond, vernamen niet zoodra der broederen feit,
+en daarby te gelijk des slotvoogds trouw, of zy stelden alle andere
+zaken ter zijde, om het kasteel te ontzetten en de stad weder te
+winnen. Montfoort, de voormalige Domdeken, begaf zich oogenblikkelijk
+naar Utrecht, waar hy den volksgeest by uitnemendheid kende, en stelde
+den Raad voor, om zich het belang van Jacoba in deze aan te trekken,
+hem van manschap en krijgsvoorraad te voorzien, en zonder marren tegen
+IJsselsteyn op te trekken; hy stelde zich borg, dat de Hertogin zou
+goedkeuren om kasteel en stadsmuren ten bodem te werpen en geheel
+te slechten. Dat was een te groot lok-aas voor de goede mannen van
+Utrecht, om het te kunnen weerstaan: IJsselsteyn was hun te lang
+een zwaard in de zijde geweest, om zich niet hoogst gaarne eene
+opoffering te getroosten, wanneer zy er spoedig van verlost mochten
+worden. En alzoo trokken de Sint-Maartens-mannen reeds op Vrijdag na
+Sacraments-dag voor de thands zooveel onrust barende plaats.
+
+Toen Montfoort hunne aankomst vernam, spoedde hy zich ijling mede
+derwaart, en sloot zich met zijne eigene wapentuurs by hen aan. Daarop
+zonden zy eene goed gewapende bende vooruit naar 't kasteel, om den
+slotvoogd by te springen, maar--het vaandel van den trans woei hun
+eene slechte tijding tegen: Heer Willem had in dien tusschentijd
+mede niet stil gezeten, en, wel peinzende wat er volgen mocht, zich
+meester van zijn voorvaderlijke burcht gemaakt.
+
+Dit viel den verbondenen zeer tegen; maar nu zy eenmaal ter plaatse
+waren, besloten zy, na korten raadslag, om niet onverrichter zake het
+veld te verlaten, maar daar by voorraad te blijven liggen. Het duurde
+niet lang, of ook Brederode kwam met de zijnen aan, en sloeg zich by
+hen neder; en toen nu weldra ook de benden der Hollandsche steden en
+de poorters van Amersfoort verschenen en zich by hen voegden, werd
+het inderdaad een insluitings-leger, waarover IJsselsteyn zich wel
+verontrusten mocht. Want wanneer hy van den slottoren staarde, zag hy
+zich ingesloten door een zee van tenten en paviljoenen, waarvan slechts
+vijandelijke wimpels en banderollen woeien; en wanneer in de verte een
+oprijzende stofwolk, of het flitsen der zonnestralen op stormkappen
+en speerpunten, de aannadering van krijgsknechten vermeldden, dan
+moest hem dit een verdrietelijk en onrustbarend gezicht zijn:--hy had
+geen machtige bondgenoten, met wier hulp tot ontzet hy zich vleien
+mocht, en zijn broeder van Egmond, hoe ridderlijk en onvertsaagd hy
+was, mocht een storm helpen afslaan, en de tuimelende vijanden doen
+vloeken op »Jan met de bellen."--hy vermocht toch geen gantsch leger
+te vernielen, al deden dat ook zijne nobele voorbeelden: de Paladijnen
+der Arthur- en Karel-romans. Ook werd er yverig aan het beleg gewerkt;
+de Utrechtenaars vooral, »dien menich leet uyt Ysselsteyn gedaen was,"
+werkten onvermoeid aan loopgraven en bolwerken, zoodat zy al spoedig
+een der laatsten zoo naby de stad opwierpen, dat de afstand op sommige
+plaatsen geen boogschot ver meer was.
+
+Een deel der stede-bannelingen van Utrecht, met den Domdeken Herman van
+Lochorst, Johan van den Spiegel, en eenige vijanden van het sticht,
+hadden zich intusschen by Heer Willem gevoegd, en waren de bezetting
+van het kasteel komen versterken; maar ook de belegeraars kregen een
+nieuwen bondgenoot in Jan van Beieren, die, als mede zorg schijnende
+te dragen voor de belangen zijner nicht, zich ten spoedigste had
+uitgerust, en het getal der bespringers kwam vergrooten.
+
+Heer Willems kans werd meer dan hachlijk, en hy zag dit zeer wel
+in. Een vergelijk-alleen kon hem van gevangenschap of dood ontslaan--en
+hy neigde tot het eerste. De onderhandeling, door bemiddeling van Heer
+Jan van Heynsbergen gevoerd, duurde kort, want het was als overmacht
+tegen onmacht.
+
+En veertien dagen na den aanvang van 't beleg trokken de broeders,
+met hunne meêgebrachte goederen, en met hun gevolg en aanhang,
+waaronder ook de Utrechtsche ballingen, uit burcht en stede, en werden,
+ingevolge de voorwaarden van het verdrag, uitgeleid tot Nyendam, van
+waar zy, altoos buiten de landen der Hertoginne, een goed heenkomen
+moesten zoeken.
+
+De arme poorters intusschen, die met een nieuwen eed van hulde
+waanden vrij te komen, werden, zoodra de overwinnaars binnen waren
+getrokken, gevangen genomen, en ter beschikking van Jacoba gesteld, met
+uitzondering van een gedeelte, waarover de Elect zich meester stelde.
+
+Toen de Hertoginne kort daarna in Holland kwam, herinnerden de
+Stichtschen Montfoort aan zijne belofte omtrent de vernieling van
+IJsselsteyn; en werkelijk wist de Burchtgraaf door tusschenkomst
+van Brederode het daarheen te brengen, dat Jacoba, die nog weinig
+blik in 's Lands toestand had, aan de willekeurige voorwaarde hare
+goedkeuring schonk. Vervolgends kwam Heer Walraven op Sint Pieter en
+Pauwels daarna te Utrecht, en nam een hoop volks van daar met zich
+naar IJsselsteyn, om den arbeid der verwoesting aan te vangen. Nu
+speelden moker en houweel een spel, dat den sloopers uit onze dagen
+zoû doen watertanden: de eene toren na den andere stortte in; de
+eene poort na de andere viel te zamen; het eene muurvak na het andere
+bedekte den bodem; en dat alles onder het woest en spottend gejuich
+der baldadige poorters van Utrecht, die in hunne dwaze en hoovaardige
+vreugde aan niets dan aan het koelen van hun wrok dachten--zonder er
+zich over te bekommeren of het Geslacht, dat zy zich op deze wijze ten
+doodvijand maakten, niet te eeniger tijd by machte van weêrvergelding
+zou kunnen komen. Zy arbeidden, naar hun eigen inzien, als goede
+en verstandige Sint-Maartens-mannen, voor de eere en het welzijn
+hunner stad, onvermoeid als onbevreesd, en zetteden, na alle steen
+tot puin gestort te hebben, hun werk de kroon op, door de geschonden
+plaats aan de vlammen ter prooi te geven, waarvan slechts de kerk en
+het klooster verschoond werden. Op beide deze gebouwen na, was het
+IJsselsteyn van 1417 het Egmond van 1315 gelijk geworden.
+
+Heer Willem van Egmond van IJsselsteyn overleed op den 31en December
+1451, nalatende twee natuurlijke kinderen, eene dochter, Belia,
+gehuwd met Berthout van Rietwijc, en een zoon, Aernout van IJsselsteyn
+genoemd, die in den echt trad met Barbara van Borssele, en in wien
+wy den schraapzieken Slotvoogd van Woerden hervinden, wiens vrekkige
+aart het der kloekheid van Johan van Montfoort zoo gemakkelijk maakte,
+om hem op tweede kersnacht, 1488, te verschalken.
+
+Na Heer Willems dood viel, by gebrek alzoo van een wettigen telg,
+de Heerlijkheid op zijn neef en naamgenoot Willem, tweede zoon van
+den vurigen Jan van Egmond, dien wy nu reeds herhaaldelijk als den
+krijgshaften »Jan met de Bellen" hebben leeren kennen.
+
+Willem van Egmond was reeds door zijn ouderen broeder, Hertog
+Aernout van Gelder, beschonken met de goederen van Willem van Buren,
+in 1430 ontzet, en voerde den tytel van Heer van Buren, Leerdam,
+Schonerwoert en Haestrecht, en des lands van Mechelen. In den slag
+met Hertog Gerhard van Berg, 10 November, 1444, die vooral door de
+lafhartigheid van Geraert van Culenborch verloren ging, toonde Willem
+van Egmond een ridderlijken en onvertsaagden moed, maar zag zich,
+door de overmacht gedwongen, eindelijk met zijn getrouwen Drossaat
+tot de overgave genoodzaakt. De onbescheidenheid van zijn aartsvijand
+Willem van Buren, sints 1430 Veldheer van den Hertog van Berg, was
+gelukkig oorzaak van zijn bespoedigden loskoop. Hy was reeds een vol
+jaar krijgsgevangen, en Hertog Aernouts geldelijke toestand had het
+betalen van den losprijs nog niet gedoogd, toon Buren hem op den 13
+November, 1445, een brief zond, waarin hy hem gelastte zich over acht
+maanden na Sint-Jacob, toen volgende, naar de stad Berchem te begeven,
+er leisting, of verblijf om schuld, te houden in het huis van zijn
+tollenaar Koenraed van Boelendorp, en niet van daar te vertrekken
+buiten zijne bewilliging, of hy zou hem met woorden en schandbrieven
+voor de gantsche waereld als eerloos en meineedig verklaren.
+
+Eene dergelijke leisting had voor Geldersche Ridders niets vreemds,
+maar de wijze waarop zy nu gedaagd werd, was krenkend voor Egmond
+en Gelder beiden. Hertog Aernout nam daarop zijne maatregelen, en de
+loskooping volgde eerstdaags.
+
+Toen de laaghartige Adolf, Hertog Aernouts zoon, in verbond met zijne
+onnatuurlijke moeder Catherine van Cleve en een deel verraderlijke
+Edelen, zijn vader in 1465 te Grave gevangen nam, deed hy ook den
+niets kwaads vermoedenden Frederic van Egmond, Heer Willems zoon, in
+hechtenis nemen. Vergeefs trachtte Heer Willem, die ter goeder trouw
+maar al te dikwijls Adolfs voorspraak by diens vader was geweest,
+thands voor broeder en zoon te spreken: hoe zou hy, die de vaderlijke
+weldaden met den gruwelijksten ondank vergold, herinnering hebben
+voor de weldaden van den oom!
+
+Het duurde zelfs niet lang, of Adolf, die de wederspannigheid
+der Roermonders aan heimelijk opstooken van zijn oom toeschreef,
+liet al diens leenen in Gelderland aanslaan, en viel hem met
+allerlei betichtingen lastig. Graaf Vincent van Meurs, Heer Willems
+schoonbroeder, wist voor hem nog vrijgeleide te verkrijgen; maar toen
+Willem te Arnhem kwam om zich te verandwoorden, en daartoe met Vincent
+naar 's Hertogen hof ging, keerde de woesteling hun den rug toe en
+liet hen staan. En toen de Graaf in een afzonderlijk gesprek er op
+aan drong, om te weten hoe het dan toch met Heer Willems zaak gaan
+moest, voer Adolf toornig uit: »Wy beboeten hem voor 20000 Rijnsche
+goudgulden--tenzij hy de inkomsten van den tol te IJsseloord zal
+betalen, of dien tol laten varen."
+
+Toen de Graaf dit woord overbracht, sprak Willem met bitterheid: »Zie,
+dit is dan de dank, dat ik zijn vader zoo dikwerf heb verbeden, en de
+verschillen tusschen zijne steden beslecht: hy, die my mijn lieven
+broeder (zijn eigen vader!) en mijn zoon ontroofd heeft, dreigt my
+thands ook van mijne inkomsten te berooven."--En nadat hy den Grave
+gemachtigd had om met den overweldiger nader te onderhandelen, wierp hy
+zich netelig in 't zaal, en reed, van een enkelen dienaar vergezeld,
+naar zijn Slot van Baer, waar hy zich terstond maatregelen nam,
+om Hertog Jan van Cleve, de stede Wageningen, en eenige anderen,
+met de meineedige handelwijze en onverdraaglijke trotschheid van
+Adolf bekend te maken.
+
+Gedurende den daarop gevolgden oorlog met den Clevenaar, zond Adolf
+eene bende krijgslieden onder Otho van Weeren naar IJsselsteyn,
+waar men allengs weder was beginnen aan te bouwen, maar nog altoos
+zonder beschutting van muren lag. Het viel den Geldersman derhalven
+niet moeielijk de plaats te overrompelen. De kerk en het klooster,
+door de Stichtenaars nog gespaard, werden thands met de herbouwde
+woningen en hutten mede aan de vlammen overgegeven, en de weerlooze
+menigte werd schandelijk en laaghartig mishandeld. Deze boosaartigheid
+bleef niet gants ongestraft: vijfenveertig der plunderaars op hun
+keertocht toevende binnen Gorcum, waar zy zich veilig waanden [38],
+werden onverhoeds gevangen genomen en in de ijzers gezet. Negentien
+hunner, uit den stok brekende, zochten deels in het Minoritenklooster,
+voor een ander deel in de H. Geesthuiskerk een toevlucht. Maar te
+vergeefs: de stadhouder van Holland deed hen van daar en naar 's
+Gravenhage voeren, waar zy op den 26en en 29en Mei, 1466, ondanks
+alle smeekingen en voorbeden hunner verwanten en betrekkingen,
+onthalsd en geraderd werden.
+
+Jonkheer Frederic was intusschen zijne gevangenis door list ontsnapt,
+en by zijnen vader aangekomen, waarop zy-beiden hunne volgers gewapend,
+en zich by het leger des Hertogen van Cleve gevoegd hadden, van waar
+zy hunnen vijandelijken bloedverwant menige schade toe brachten,
+en zelfs Arnhem verrasten.
+
+Na den vrede van Gent, 1469, begon de roekelooze Adolf weder de oude
+treken tegen zijnen oom. Heer Willem, evenzeer verontwaardigd als
+verraderij duchtend, begaf zich onmiddelijk naar Hertog Karel van
+Borgondië, door wiens ernstige tusschenkomst eindelijk de rollen werden
+verwisseld: Adolf in hechtenis geraakte, en Aernout op vrije voeten
+kwam. De oude Vorst erkende de trouw en gehechtheid van zijn broeder
+en diens zoon: Hy beschonk den eerste met de tollen van IJsseloort en
+Arnhem, en begiftigde den tweede met de stad en het kasteel van Buren,
+geheel en al, met tollen, dorpen, inkomsten, en rechten; daarenboven
+benoemde hy hem later tot Slotvoogd van het kasteel te Grave, waar
+hy, na zijn afstand van het Hertogdom aan Karel, gewoonlijk verblijf
+hield en ook, op den 23en Februari 1473, overleed.
+
+By het verzet der Gelderschen tegen Hertog Karel, sloot Heer Willem
+zich der partij van den laatste aan, en verscheen met zijne drie zonen
+en hunne wapenknechten zelf in 't Hertooglijk heir, waar hy groote
+diensten bewees, en in het beleg van Nymegen, 1473, zijne tenten
+opsloeg aan de overzijde van de Waal in 't dorp Lent, aan de zijde van
+zijn ouden vriend den Hertog van Cleve, met wien hy de overmoedige stad
+zeer in de engte bracht. Hertog Karel toonde hoezeer hy de diensten
+en bekwaamheden van Willem op prijs stelde, en stelde hem, na de
+onderwerping van Gelderland, tot zijnen Ruwaard over dat gewest aan.
+
+De dood van Karel den Stoute, 5 Januari 1477, bracht Willem in
+ongelegenheid met de Gelderschen, die hem wantrouwden, en Catharyne
+van Gelre, op verlangen van heur geslaakten broeder Adolf (kort
+daarna echter voor Doornic gesneuveld) als Voogdesse aannamen. In
+de vijandelijkheden, hieruit metterdaad ontstaan, werden zijne beide
+jongere zonen Frederic en Willem door de poorters van Nymegen gevangen,
+en drie jaren lang in den zwaren toren tegen over het Valkhof in
+hechtenis gehouden.
+
+De Aarts-Hertog Maximiliaan, in deze zaak gemoeid, wierp zelf een oog
+op het bestreden Hertogdom, en nam Heer Willem, om hem aan zich te
+verbinden, in 1478, te Brugge, onder de Ridders van het Gulden-vlies
+op. De grijze Ridder, in wien wy thands moeielijk den ranken Edelman
+met de zwarte krullende hairen kunnen herkennen, dien wy in 1451
+op het kasteel te Egmond aantroffen [39], droeg het vorstelijk
+onderscheidingsteeken nog byna vijf jaren op de fiere borst. Toen
+overleed hy op het kasteel van Grave, 19 Januari 1483, en werd aan
+de zijde van zijnen broeder Aernout begraven.
+
+Frederic van Egmond, zijn opvolger als Heer van IJsselsteyn, en
+gehuwd met Jonkvrouwe Aleyde, Heer Geraerts dochter van Culenborch,
+had intusschen reeds overvloedig van zich doen spreken. Ook wy hebben
+hem reeds ontmoet by de Utrechtsche onlusten, waarin de Burchtgraaf
+van Montfoort, zijn erfvijand, zulk een overmoedige rol speelde [40],
+en Frederic als Opperbevelhebber het leger des Bisschops aanvoerde.
+
+Hy begon de vijandelijkheden met het verbranden van eenige huizen aan
+de Catrynepoort buiten Utrecht, het rooven van vee uit de landerijen
+aan den Rijn, en het gevangennemen van eenige Stichtschen, die hy
+deed uitschudden en naar IJsselsteyn voeren, dat door hem reeds onder
+Karel den Stoute, en met diens goedkeuring, opgebouwd en versterkt
+was geworden. Een inval der Montfoorters onder Jan van Middachten werd
+door den IJsselsteynschen Bevelhebber Lambrecht Myllinck gekeerd. In
+de nabyheid van het steedjen had een hevig gevecht plaats, waarby
+Middachten met negen ruiters en zeven poorters gevangen genomen werd,
+terwijl Myllinck, zijn behaald voordeel vervolgende, de landen van
+Montfoort en Utrecht met vuur en staal verwoestte. Eene onderneming
+der IJsselsteynschen in het volgende jaar gelukte volkomen. Van het
+kasteel Oudegein, aan de vereeniging van Lec en IJssel gelegen,
+en wel op den noordelijken oever der laatste rivier, werden een
+tijd lang de hinderlagen bespied, die de ruiters van IJsselsteyn
+langs den vaartschen Rijn legden, wanneer zy den voorraad, die van
+tijd tot tijd naar het blokhuis aan de Vaart werd gevoerd, wilden
+onderscheppen. Zoodra men de loerende krijgsknechten bespeurd had,
+werd het sein gegeven aan het kasteel Vronesteyn en aan de Vaart,
+en de vaartuigen die beladen waren zetteden hunne reis niet verder
+voort. Te vergeefs mochten die van IJsselsteyn zich een poos afmatten,
+wie hun dezen trek speelde. Eindelijk ontdekten zy de ware toedracht,
+en besloten zich van den steenen spie te ontdoen. Op zondag,
+16 Juni 1482, overvielen zy den Oudegein, verjoegen de bezetting,
+plunderden en verbrandden de burcht, en keerden met de behaalde buit
+triomfantelijk in hunne stad te rug. De Stichtschen leden door dit
+verlies grooten last, want van nu aan legden Heer Frederics mannen
+hunne hinderlagen weer onbespied, en maakten zich zoowel van de
+vijandelijke krijgslieden, als van mond- en krijgsvoorraad meester.
+
+De bebouwde en bloeiende vallei van het Sticht werd door deze
+onophoudelijke en wederkeerige invallen een woestenij, waar netel en
+klisbloem welig tusschen de zwartgebrande puinhoopen opschoten, en
+het rijpe koren den paarden der vernielzuchtige ruiters tot voedsel
+diende. En zoo mocht de geplaagde Stichtenaar van 1482 wel met den
+verdrukten Kennemer van 885 klagen:
+
+
+ »Des vlegels maatslag op den dorschvloer,--op de velden
+ Het vrolijk arbeidslied by spade of zeis--hoe zelden
+ Wordt meer hun volle galm, hun heldre toon gehoord!
+ Ach! 't land brengt doornen meest en ruige distlen voort!"--
+
+
+Toen de Burchtgraaf van Montfoort eindelijk meende den oorlog
+op grootere schaal te kunnen voeren, besloot hy om zich in de
+eerste plaats meester te maken van den zetel zijner doodvijanden,
+de Heeren van IJsselsteyn. Met allen spoed, maar te gelijk met ernst
+en naauwlettendheid, werden de toebereidselen daartoe gemaakt--en
+zoo zagen de poorters der stad op dingsdag den 27en Augustus 1482,
+ten 4 ure in den namiddag, een leger van ongeveer 4000 man voor hunne
+wallen. Zeventien schouwen voerden groote en kleine donderbussen,
+stormtuigen, en andere krijgsbenoodigdheden aan; en alles deed zien,
+dat het Cleve en Montfoort met de bestorming ernst was. Het leger
+werd in drie hoofdbenden verdeeld, waarvan de eerste achter langs
+den IJsseldijk de tenten opsloeg, de tweede den kruisweg die naar
+Lopic voerde bezettede, en de derde zich in en rondom het klooster der
+Cysteriënsen vestigde. Ofschoon er met bestormen werd getoefd, totdat
+Reynier van Broechusen met de Cleefsche hulpbenden zou zijn aangekomen,
+liet men evenwel de stad niet met rust. De groote donderbussen, die
+reeds in de nacht tusschen dingsdag en woensdag by het klooster waren
+opgericht, wierpen spoedig een aantal vuurkogels in de stad, hoewel
+de schade die zy aanrichtten niet groot was, en slechts weinigen er
+het leven by verloren.
+
+De wakkere IJsselsteyners, vertrouwende op ontzet van den kant huns
+Heeren, lieten zich mede niet onbetuigd: hun geschut brandde van
+de wallen rusteloos op de belegeraars los; en te midden van dezen
+sulferdonder deden zy eenen heftigen uitval, die door de Stichtschen
+niet minder stout weerstaan werd, zoodat het tot een scherp gevecht
+kwam, waarin de laatsten natuurlijk wel den boventoon behielden, maar
+toch ook een niet onbeduidend verlies aan dooden en gekwetsten leden.
+
+Intusschen was Broechusen met zijne Clevenaars den 31en Augustus
+over Utrecht naar IJsselsteyn getogen; en het leger alzoo voltallig
+geworden. Montfoort naderde dus eindelijk tot het vurig gewenschte
+uur, waarop hy de stad zijns vijands met eene vinnige bestorming zou
+kunnen overmeesteren--maar toen het er nu op aan kwam om dien storm
+te regelen, weigerden de aangekomen krijgsbenden volstrekt om een
+praam te bestijgen of een leer te beklimmen, ten zij de stad eerst
+gewonnen ware, »want," zeiden deze eerlijke Duitschers, »wy zijn
+herwaart gekomen om strooptochten te maken en te plunderen, niet om
+steden te bestormen."
+
+En de geest die in de afdeeling der Stichtenaars heerschte, was
+mede niet opwekkend: in die weinige dagen die het beleg nog maar
+duurde, had menig goede poorter der Bisschopsstad van de duisternis
+der regenachtige najaarsnachten gebruik gemaakt, om in alle stilte
+zijn warm bed binnen de veilige muren van Utrecht weder op te zoeken,
+zoodat de Stedelijke Raad genoodzaakt was, op dergelijke desertie reeds
+den 1en September eene boete van 10 pond te zetten, en dit, slechts
+4 dagen later, te verhoogen op 100 pond, en 10 jaren ballingschap.
+
+De onwil der Clevenaars maakte nu aan het gantsche beleg een einde,
+want de Burchtgraaf wist zeer wel, dat Frederic te Schoonhoven
+lag, met een reeds niet onaanzienlijk leger, en slechts nog eenige
+versterking wachtte, om tot ontzet uit te rukken. Een snelle storm
+alleen had de stad in zijne handen kunnen brengen. Nu de gelegenheid
+daartoe voorby was, werd een langer vertoef zelfs gevaarlijk, en,
+hoe hem het hooge hart ook van verbittering moge geklopt hebben--een
+spoedige terugtocht was de beste handeling waartoe de fiere Johan
+van Montfoort thands besluiten kon.
+
+En nu dat besluit eenmaal genomen was, werd het ook ten spoedigste
+uitgevoerd; maar juist die spoed werkte noodlottig: de krijgsknechten,
+die de oorzaak daarvan waarschijnlijk in eene mare van aanrukkenden
+vijand zochten, braken ten bestemden tijde (9 ure in den avond van 6
+September) met zooveel overhaasting op, dat het wel eene halve vlucht
+scheen, en er eene menigte van krijgs- en stormtuig achtergelaten
+werd, waartoe het felle busvuur uit de stad, waar men van bet vertrek
+bespeurd had, mede niet weinig bydroeg. De Stichtschen verloren by
+dezen vruchteloozen aanslag, alleen aan dooden, 150 man, verwijl het
+verlies der Clevenaars nog meer bedroeg.
+
+Die van IJsselsteyn maakten zich terstond van het achtergelaten
+krijgstuig meester; en daar zy het Cysteriënsen klooster nu als een
+al te voordeelige legerplaats voor den vijand hadden leeren kennen,
+lieten zy er den rooden haan kraaien, d. i.: zy staken het in den
+brand, waarna zy het vervolgends met al de daarby behoorende gebouwen
+ten gronde toe vernielden, en den monniken eene plaats binnen de
+stad inruimden.
+
+Van omstreeks dezen tijd dagteekent waarschijnlijk de aan een der
+wallen van IJsselsteyn ingemetselde steen, die tot aan het einde der
+vorige eeuw nog aldaar gezien werd, en waarop men las:
+
+
+ Wech, Uytersen met uw tuten en blasen,
+ Doet uyt twee leuwen en set twee hasen,
+ Want doe die van Ysselsteyn quamen in tfelt,
+ Hebbent die van Utrecht op een loopen gestelt.
+
+
+Tijdens de omwenteling van 1795 werd deze steen door een hoop
+Utrechtenaars uitgebroken en in de gracht geworpen, waar hy misschien
+nog ligt.
+
+Heer Frederic, hoewel voor het verlies zijner stad thands niet meer
+bevreesd, brandde van verlangen, om zich op het stoutmoedige Utrecht
+te verhalen. Nog altoos had de Bisschop er aanhangers, en dezen, in
+eene herberg »de Sleutel" samenkomende, vonden daar in de dienstboden
+gewillige briefdragers voor hunne samenspanning met den Hollandschen
+Veldheer. Het naauwlettend toezicht van den stedelijken Raad voorkwam
+echter de uitvoering van het plan; verschillende personen werden
+gevangen genomen, en, als verdacht van meêplichtigheid aan het verraad,
+ter stad uit gebannen.
+
+Even ongunstige uitslag volgde in 1491 op zijne poging, om de door
+de stedelingen herwonnen en bezette Catheryne-poort te heroveren. Hy
+zag zich genoodzaakt om met verlies weder te rug te trekken, en de
+poorters koelden hunne verbittering op negen zijner krijgsknechten, die
+zy gevangen hadden gemaakt: zy deden hen door beulshanden onthalzen, en
+hingen daar na de lichamen en hoofden aan den toren der poort ten toon.
+
+De Geldersche oorlog, waarin zijne stad Buren overweldigd, en het
+kasteel vernield werd, gaf hem daarop de handen te vol, om dezen
+hoon te wreken; maar in 1493 maakte hy zich van de voorstad de Weert
+meester, en sloot Utrecht zoo naauw in, dat het weldra gedwongen werd
+om vrede te sluiten, zich genoodzaakt zag tot de betaling van 25000
+goudgulden, en de overblijfselen der onthoofden, die nog altijd een
+afschuwelijk schouwspel aan de poort maakten, oogenblikkelijk te
+doen begraven.
+
+Een jaar te voren waren des wakkeren Ridders diensten reeds openlijk
+erkend door Keizer Maximiliaan, die de Heerlijkheid Buren tot een
+Graafschap verhief, zoodat de broeders van Egmond nu beiden den
+Graven-tytel voerden.
+
+Frederic van Egmond van IJsselsteyn, Graaf van Buren en Leerdam,
+Heer van IJsselsteyn, Sint Maertensdijc, Cortgene, Cranendoncq,
+en Jaersvelt, overleed in 1500, en werd in het choor der kerk van
+IJsselsteyn bygezet aan de zijde zijner echtgenote, die hem reeds
+op den 26en Juli, 1471, in de dood was voorgegaan, en boven wier
+stoffelijk overschot hy een verheven tombe, die heur beeld in liggende
+houding draagt, deed oprichten.
+
+Hun oudste zoon Floris, gehuwd met Margareta van Zevenberghe, volgde in
+het bezit van het Graafschap Buren en Leerdam. De jongste, Wennemaer,
+kwam aan de Heerlijkheden IJsselsteyn, St.-Maertensdijc, Cortgene,
+Cranendoncq, en Jaersvelt; maar daar hy weldra overleed, zonder
+andere kinderen dan een natuurlijken zoon, Willem van IJsselsteyn,
+zoo gingen de gantsche bezittingen weder onverdeeld op Floris over,
+die daardoor de zelfde tytels voerde als zijn vader weleer droeg,
+en nog daarenboven onder de Ridders van het Gulden-vlies opgenomen was.
+
+In 1510 trachtten de Stichtschen zich van IJsselsteyn meester te maken,
+'t geen hun echter mislukte. Niet beter voer Floris van zijnen kant
+in den winter van 1511: Met den aanvang van dat jaar zocht hy zich
+een bondgenoot in de felle vorst, en dacht de stad over het ijs te
+verrassen; maar eenige Geldersche ruiters, die zich op het platte
+land van 't Sticht onthielden, overmeesterden de wagens waarop de
+stormtuigen werden aangevoerd, en verijdelden dus den aanslag.
+
+Toen Hertog Karel van Egmond daarop als Beschermheer van Utrecht was
+aangenomen, werden nog dat zelfde jaar de vereenigde Geldersche en
+Stichtsche wapenen tegen IJsselsteyn gekeerd. Drie weken lang duurde
+het beleg, en 1600 voetknechten, 300 ruiters, en 2000 poorters van
+Utrecht lagen gedurende dien tijd onder den standaart van Karel
+rondom de stad gelegerd. De Lekdijk, naar den kant van Schoonhoven,
+staken zy door, om van die zijde voor overval beveiligd te zijn, en
+de schade, door de hieruit ontstane overstrooming in de omstreken en
+den Crimpenerwaert veroorzaakt, kostte Holland meer dan honderdduizend
+kroonen. Onderhandelingen van de zijde dezer provincie aangevangen,
+waren vruchteloos, en middelerwijl viel ook het kasteel Jaersvelt,
+aan de Lec, in handen der Stichtschen. Toen was het geduld van
+Floris ten einde. Hy vereenigde zijne vaandels met die van Graaf
+Henric van Nassau, en noodzaakte den vijand, op den 1en Juni 1511,
+tot het opbreken van 't beleg. In die zelfde maand overviel hy,
+in vereeniging met den Heer van Wassenaer, aan het hoofd van 200
+ruiters en 600 voetknechten de vijandelijke bezetting van Jutfaes,
+die hy tot aan de poorten van Utrecht voor zich uit dreef, er velen
+van deed neêrsabelen, en omstreeks 400 gevangen nam.
+
+Onder dit alles had hy dikwijls met geldgebrek te worstelen, daar
+de Landvoogdes niet altijd in staat was, om ten behoorlijken tijde
+zijne krijgskas te voorzien, zoodat hy genoodzaakt was, om met de
+opbrengsten der Utrechtsche bezittingen in IJsselsteyn de soudeniers
+te betalen. Misschien is het aan deze geldelijke ongelegenheden
+te wijten, dat hy in de wandeling Floortjen Dunbier werd genoemd,
+schoon 't ook zijn kan, dat hy dezen schimpnaam aan de Stichtenaren
+te danken had, die alles behalven ingenomen waren met den Hollandschen
+Kapitein-Generaal, wiens oorlogzuchtige aart hem zijne lastbrieven wel
+eens te buiten deed gaan, en die, wanneer de bevelen van Hertog Karel
+van Oostenrijk of van Margareta niet met zijne zienswijze strookten,
+stoutmoedig verklaarde, dat hy een man des Keizers was, en in diens
+belang handelde.
+
+Des niettegenstaande stelde Karel van Oostenrijk een groot vertrouwen
+in den bekwamen Ridder, die zijn Stadhouder in Holland was, en zond
+hem in 1515 naar Friesland, om in zijnen naam de hulde te ontvangen
+van dit Gewest, dat de Gelderschen meer dan moede begon te worden. En
+hier was Floris vastheid van karakter de oorzaak, dat de Friezen,
+hoe lang zy ook tegenstribbelden, eindelijk genoodzaakt waren om den
+Oostenrijker als Erfheer en Erflandvoogd des Heiligen Roomschen Rijks
+in Friesland te erkennen en aan te nemen.
+
+De huldiging geschiedde op den 1en Juni, 1515, met veel plechtigheid te
+Leeuwarden. Floris vertegenwoordigde er zijn hooge Heer: Voorafgegaan
+door den Herout (wiens dalmatiek Karels wapens droeg) en gevolgd
+door een stoet van Edelen, trad hy met het zwaard in de hand naar
+den Sint-Veits dom, waar hy de mis hoorde, daarna voor het choor
+de gelofte van onderdanigheid der Geestelijken, vervolgends ook
+den eed van hulde en manschap der Edelen en poorters ontfing, en
+eindelijk zelf de bevestiging van der Friezen privilegiën en vrijheden
+bezwoer. Na deze plechtigheid deed hy gouden en zilveren penningen
+onder het volk rondstrooien, en sloeg vier voorname Friesche Edelen
+tot Ridder, waarvan hunne vijanden schimpend zeiden, dat de vlierboom
+den koolstruik tot ridder geslagen had!
+
+Belangrijke diensten bewees hy daarna in de Stichtsche oneenigheden,
+en droeg er veel toe by, om Karel, die inmiddels (1519) de Duitsche
+Keizerskroon droeg, het waereldlijk bestuur over het Sticht te doen
+verkrijgen.
+
+Niettegenstaande zijn onrustig en zwervend leven, bereikte Floris toch
+den gunstigen ouderdom van 70 jaren, waarvan hy de laatsten in rust
+schijnt te hebben doorgebracht. Hy overleed den 20en Oktober, 1539,
+nalatende drie kinderen, een zoon, Maximiliaen, en twee dochters, Anna
+(die door heur huwelyk met Jozef van Montmorency moeder was van Floris
+en Filips van Montmorency, zoo bekend in onze historie) en Walburga.
+
+Maximiliaen van Egmond van IJsselsteyn, thands Graaf van Buren en
+Leerdam, Heer van IJsselsteyn, Jaersvelt, St.-Maertensdijc, Cortgene
+en Cranendoncq, Ridder van het Gulden-vlies, werd een jaar na zijns
+vaders dood door den Keizer in de plaats van den overleden Joris
+Schenck van Tautenborch, benoemd tot Stadhouder en Kapitein-Generaal
+van Friesland, Overijssel, Groningen, en Groningerland, waar hy
+rustig bestuurde en zich zeer bemind maakte. Hy deelde in hooge
+mate de gunst van Keizer Karel, dien hy in verschillende oorlogen
+volgde, en met onkreukbare trouw aanhing, zoodat hy zelfs nooit met
+een protestant dronk, niet uit geloofshaat, maar omdat hy in den
+afgewekene van de kerk den vijand zijns meesters zag. De Keizer,
+zegt men, wilde uit ingenomenheid met den dapperen en trouwen Graaf
+diens Graafschap Buren tot een Hertogdom verheffen--zonder echter
+daarby ook de inkomsten te kunnen verhoogen; maar juist dit laatste
+bewoog Maximiliaen tot eene dankvolle afwijzing: »Liever," sprak hy:
+»wil ik een rijke Graaf, dan een arme Hertog zijn."--
+
+Eene plotselijke ongesteldheid aan de keel werd, kort nadat hy uit
+Engeland in een gezantschap van 's Keizers wege was te rug gekeerd,
+oorzaak van zijn dood, die hem in de kracht zijns levens te Brussel
+overviel. Zijn vriend, de keizerlijke lijfarts Andries van Wesel
+(Vesalius), het gevaar ziende rijzen en het oogenblik van sterven
+naderen, achtte het zich ten plicht hem daarvan niet onkundig te laten,
+en verklaarde dat hy nog vijf of hoogstens zes uren leven kon. Dat was
+op den 22en December, 1548, tegen middernacht. De groothartige Ridder
+hoorde dit bericht met rustige bedaardheid aan, zond oogenblikkelijk
+om zijne twee gemeenzaamste vrienden, de Heeren van Ligne en van
+Granvelle, en regelde met hen zijne belangrijkste zaken.
+
+Nu heerschte er een droevige onrust door het gantsche huis. Het
+onheilvol gerucht had reeds zijne dienaren, en vele aanzienlijke
+bekenden bovendien, in de groote zaal samen doen vloeien, om naar
+zijnen toestand te vernemen. Het verschijnen der priesters, die naar
+het slaapvertrek gaan en hem het laatste sacrament zullen toedienen,
+voorspelt het noodlottigste. Allen staan in angstige verwachting, en
+ziet, daar wordt gezegd, dat de Graaf zoo aanstonds in hun midden zal
+komen. En werkelijk, de deuren worden geopend, en, eene eerbiedige
+huivering bevangt hen--Maximiliaen van Egmond, geheel in 't harnas
+gegespt, in plechtgewaad getooid, en met den keten van het Gulden-vlies
+omhangen, wordt binnen gevoerd. Hy spreekt allen vriendelijk toe;
+beveelt zijne bedienden aan zijner vrienden zorg, bespreekt zelf
+hun eene gedachtenis, en reikt hun de hand ten afscheid. Nu verlangt
+hy nog eens den gulden beker, waaruit hy gewoon was op feestmalen te
+drinken; en nadat hy met korte trekken zijn leven geschetst, en daarin
+met warmte van de ontfangen weldaden en gunsten des Keizers gesproken
+heeft, reikt hy den Heer van Ligne zijn Ordeteeken over, om het den
+Keizer te rug te geven, en brengt vervolgends, door twee lijfknapen
+ondersteund, zijn laatsten dronk aan zijnen Heer en Meester. Het was
+een plechtig, een roerend oogenblik; mannen weenden.
+
+Toen dankte hy zijne beiden vrienden voor hunne dienst, sprak allen
+voor het laatst een hartelijk vaarwel, omarmde den getrouwen arts,
+en deed zich naar zijn leger voeren. Maar de sponde ontfing alleen
+zijn zielloos stof: toen men hem neder legde, had de fiere geest het
+lichaam reeds verlaten.
+
+Zijne weduwe, Françoise, Heer Hugoos Erfdochter van Lannoy, overleefde
+hem nog lang: zy stierf in 1562. Maar voor haren dood had zy het
+geluk, hun eenig kind en erfdochter op achttienjarigen leeftijd
+door het huwelijk verbonden te zien aan een edelen jongeling van
+gelijken ouderdom, van Vorstelijken Huize, en sinds zijn elfde jaar
+aan het Keizerlijk hof te Brussel opgevoed: in 1551 huwde Willem
+van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Baron van Breda en Diest,
+met Anna van Egmond van IJsselsteyn, Erfdochter van Buren en Leerdam
+en der overige uitgestrekte goederen heurs vaders.
+
+Al te kort was zy met hem gelukkig. Zy overleed reeds in 1558, nadat
+zy hem twee kinderen had geschonken, een zoon, Filips Willem, in 1554,
+en een dochter, Maria, in 1556, die later de echtgenote des Graven
+Filips van Hohenlo werd.
+
+Hierdoor kwam IJsselsteyn alzoo in handen van het doorluchtig Huis van
+Oranje-Nassau, waarin het ook tot aan Willem den Derde bleef, zonder
+dat er gedurende al dien tijd iets merkwaardigs van werd opgeteekend,
+dan alleen een enkel voorval tijdens den driedubbelen oorlog van
+1672. In den namiddag van 12 Juli van dat jaar rukte een groot aantal
+dragonders van de Fransche bezetting uit Utrecht naar IJsselsteyn, om
+het te bemachtigen. Zy kwamen er in de nacht, en waarschijnlijk zeer
+onverwacht aan, maar werden er door de zeesoldaten zoo wel onthaald,
+»dat de meeste part het weder-komen vergaten"; de overige helden
+spoedden zich ijlings weder naar Utrecht, »blasende en trommelende voor
+de Poorte Alarm, waer op in haer Wachten groote alteratie ontstondt."
+
+De kloekmoedige mariniers schijnen er echter slechts tijdelijk verblijf
+gehouden te hebben, want reeds binnen een week daarna waren kasteel
+en stad, zonder eenigen weêrstand, in 's vijands handen overgegaan,
+en werden niet weder ontruimd, dan met het vertrek der Franschen
+uit Utrecht.
+
+Na Koning Willems plotselijke en onvoorziene dood in 1702, ontstond
+er tusschen Frederik den Tweede, Koning van Pruissen, en Johan Willem
+Friso, een langdurig verschil over zijne nalatenschap, dat eerst door
+hunne erfgenamen in 1732 by overeenkomst geschikt werd. IJsselsteyn
+kwam toen aan Willem Carel Hendrik Friso, destijds Stadhouder van
+Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland, en in 1747, als Willem
+de Vierde, Stadhouder der Vereenigde Provinciën. Zijne moeder, de
+beminnelijke Maria Louisa van Hessen-Cassel, die, na gade en zoon
+overleefd te hebben, eerst in 1765 te Leeuwarden overleed, hield
+zich van tijd tot tijd in het kasteel op, dat zy als douairie bezat,
+en de IJsselsteyners spraken nog in het begin dezer eeuw met dankbare
+herinnering van de edele Vorstin.
+
+Gemeenlijk werd het in dien tijd bewoond door den Drost van
+IJsselsteyn. By de dwaze omwenteling van 1795 werd die waardigheid
+bekleed door den Heer de Beaufort, die er toen afstand van moest doen,
+en het kasteel verlaten, dat onder de in beslag genomen goederen
+des Stadhouders behoorde, en als zoodanig aan de fraaie Republiek
+werd gebracht.
+
+Nu moest het, dàn als hospitaal--dàn als kazerne dienen, en speelde
+de ruwe soldaat er den meester, natuurlijk niet ten voordeele van het
+eerwaardig gebouw, dat veel van die bewoners te lijden had. Vervolgends
+werd het eenige jaren lang aan zich-zelf en den tijd overgelaten,
+en stond geheel ledig, toen Mevrouw de Weduwe van de Capelle als
+huurderesse optrad, en er met een aanverwant van den Heer van der
+Duin van Maasdam heur verblijf vestigde.
+
+Eindelijk werd het, na het overlijden van Mevrouw van de Capelle, in
+1812 door het Rijk verkocht, en ging toen over in handen van Jonkheer
+Mr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten, Heer van Bunnik en Vechten,
+wiens Geslacht het nog steeds in bezit heeft.
+
+Intusschen heeft de uitwendige vorm van den IJsselsteyn natuurlijk
+veel in stoutheid en rijkdom verloren. Eene afbeelding van den
+tegenwoordigen toestand wordt gevonden in Robidé van der Aas
+»Oud-Nederland," en geeft de hoofdvormen nog kennelijk te rug. Men
+kan zich een denkbeeld maken van de voormalige sterkte dezer burcht,
+wanneer men ziet, dat de dikte van den overgebleven voormuur meer
+dan eene Ned. el bedraagt, terwijl de muur des torens, zelfs wel 1.5
+N. el dikte heeft.
+
+De nog bestaande onderaardsche gangen zijn, door de stiklucht die zich
+daarin ontwikkelt, nooit geheel onderzocht, hoe wenschelijk dit ook
+ware. Men verhaalt elkander, dat zy weleer hebben gediend »om, onder
+het water door, de gemeenschap met de stad en het aldaar gevestigde
+klooster te onderhouden." De ondervinding heeft evenwel reeds dikwerf
+geleerd, hoe zeldzaam dergelijke verhalen, die in menigte van kasteelen
+en bouwvallen voorkomen, by onderzoek op waarheid gegrond zijn.
+
+Waarlijk, ook by het overschot der IJsselsteynsche burcht, mag men
+met den dichter spreken:
+
+
+ Wel, zeker, wie 't herdenken mint
+ Van lang voorleden, schooner dagen--
+ Wie een weemoedig-zoet behagen
+ In de eeuwig groene Erinring vindt,
+ Heeft slechts die muren te ondervragen,
+ Die 't merk van koninklijke pracht,
+ Van oude--eilaas! verlamde--kracht--
+ In reuzenschrift aan 't voorhoofd dragen.
+
+ o, Fluisterstem van dat Voorleden,
+ Hoe heeft mij dáar uw klank bekoord,
+ Die, als een zangrig harpaccoord,
+ Ter helft geraden, half gehoord,
+ Den avondwandlaar langs gegleden,
+ De stilte van den bouwval stoort!
+ Hoe woei mij dàar de Erinring tegen
+ Van Liefde en Haat, van Zwakte en Kracht,
+ Van Riddereer en Riddermagt,
+ Van Lust en Last, van Ramp en Zegen!
+
+ Dan rijst voor mijn verwonderd oog
+ Op nieuw het burggewelf omhoog,
+ Zoo als 'et prijkte in vroeger dagen;
+ Dan krijgt die slotpoort als weleer
+ Zijn ijzren vleugeldeuren weêr;
+ Dán wappert van den hoogen toren
+ Op nieuw de slanke baanrol uit;
+ Dan is 't, of 't avondzonnegloren
+ Op 't blankgeslepen borstschild stuit,
+ En blikkert op de stormhelmetten,
+ En 't flikkrend staal der krijgsgenetten,
+ Die zich verdringen in het krijt
+ En joken naar den strijd!
+
+ Dán treedt een sleep die hallen binnen
+ Van Edelvrouwen, jonk en schoon,
+ Van Ridders, vurig in 't beminnen,
+ Van Knapen, vrij en hoofsch van zinnen,
+ En Minstreels, die den zang beginnen
+ Voor Vrouwengunst en Minneloon!
+
+ Waar is uw luister heêngevaren,
+ En, sombre Puinhoop, wáar uw praal?
+
+ Gij spreekt de vreeselijke taal
+ Van moeilijke Opkomst, vroeg Verderven,
+ Van korten Bloei en langzaam Sterven;
+ Gij zingt het slepend grafgezang
+ Van eeuwgen, eeuwgen Ondergang!
+
+ Doch neen, geen Dood!
+ De geest blijft leven,
+ Die, eens dier stichting ingedreven,
+ Nog scheemrig in den bouwval gloort.--
+ Want wat des menschen vinding stichtte,
+ Want wat de kracht zijns wils verrigtte,
+ De daad die is duurt altoos voort!
+
+
+
+
+
+
+
+JACHTSLOT HET LOO.
+
+
+Schoon ik een open zin en een warm hart voor het oude heb, ben ik
+toch volstrekt niet ingenomen met het verouderde, en van weinige
+dingen heb ik een zoo volstrekten afkeer, als van verouderde klachten.
+
+En niettegenstaande dit, wil ik echter nog eenmaal op eene verouderde
+klacht terug komen, omdat de ergelijke grond van haar ontstaan met
+iederen zomer weer op nieuw herleeft:
+
+»Wy--neen, Goddank! nog niet wy, maar toch, helaas! nog velen
+onzer--zoeken de oorspronkelijke schoonheid der natuur nog altoos
+buiten, niet in ons vaderland; en wie onder ons aanspraak maakt op den
+naam van man van beschaving en opvoeding, kent, zoo hem Zwitserland en
+Italië nog vreemd zijn, ten minste de Maas- en Rijn-streken door eigene
+aanschouwing; ook nog, by toeval, de omstreken eens buitenverblijfs
+van verwant of vriend, en heeft waarlijk ook wel eens hooren beweren
+dat Nederland zelfs rijk aan natuurschoonheid is--maar onder dit
+laatste schrijven zijne verbaasde blikken: »quod est demonstrandum!"
+
+De arme dwaas!--
+
+Ik erger my over hem, meent ge? Waarlijk niet: den man, die f 50.000
+jaarlijksch inkomen bezit, en zich nog altijd misdeeld waant, omdat
+hy geen f 500.000 heeft--beklaag ik slechts; en--in een zeer netelige
+luim zou ik misschien zeggen, dat hy voor Meerenberg rijp is, als
+zoo menige politieke Tinnegieter onzes tijds.
+
+Nederland arm aan waarachtige natuurschoonheid!
+
+»Zou het oord misdeeld zijn, waar de rivier tusschen bloemhoven
+en lustwaranden kronkelt, waar de duinbeek onder het eikenloof
+ruischt, en de nachtegaal uit de bloeiende meidoorn zingt!--Schaduw
+en lommer is, ook na den val der oude bosschen, nog immer in Holland
+overvloedig onder boomen van allerhande soort: want ook hier vertoont
+zich de bevallige verscheidenheid, en onze herfst pronkt even zeer
+met het late groen der eiken, als onze lente met het vroege loof van
+olmen, beuken, linden. Waait ons van deze laatsten in den zomer een
+welriekende balsemgeur toe--niet minder streelt ons in het voorjaar de
+balsemgeur der voor den daauw zich openende berkenknoppen.--Naast de
+hooggetopte boomen onzer dreven tiert weelderig het lager houtgewas,
+met veelvuldige schakeering van elzen- en esschen- en berken- en
+eikenloof, in bosschen, die voor de bijl der houthakkers niet vallen,
+dan om blijder telkends weder uit te schieten. Tusschen deze bosschen
+loopen rij- en wandelwegen in bochten en kronkelingen, zoo verscheiden,
+dat Vondel ze eigenaardig by die van den Cretenzer doolhof vergelijken
+kon. Op dezen rondgevoerd, zien wy nu dichte houtwallen, dan een open
+plein; hier het geboomte schilderachtig tegen de duinen opklimmen, dáar
+met abeelen- en berkenstammen aardig in het watervlak zich spiegelen,
+gints met donker loof bevallig tegen het goud der akkervelden of
+het malsche klavergroen der weiden afsteken.--Zoo groeien hier op
+Hollands bodem duizenderlei bloemen in het wilde op, en vormen onze
+weiden tot een veldtapijt, en onze bosschen en dreven, ja ook onze
+wildernissen en duinen, tot geurige lusthoven. Op klei en veen,
+op geest en duinzanden, op land en water, wassen hier in een kort
+bestek de kruiden en heesters van ver uit een liggende landstreken:
+de plant der Alpen en het zeewier, de boterbloem der moerassen en
+het varenkruid.--Over de kelken dezer in het wild verspreide bloemen
+zweven tallooze bontgewiekte vlinders, en dartelen en glansen in
+de zomerzon.--Zoo leeft en tiert dan ook by ons het bosch.--Maar
+als in de Hollandsche, door ons afgemaalde streken, op een schoonen
+lentemorgen de leeuwrik klapwiekend en zingend stijgt van uit de weide,
+waar het jonge lam by de moeder dartelt, en het runddier wellustig de
+klaver afscheert; als de liefelijke waassem van het jeugdig groen en
+van duizend lentebloemen ons verkwikkend tegenwaait; als in vaart of
+vliet, tusschen waterlisch en geurige calmus, de visschen spartelen;
+als uit elzen- en iepenloover het gekir van woud en tortelduiven,
+het gefluit der meerels, en de zang der nachtegalen zich onderling
+afwisselen--dan gebeurt het niet zelden, dat, by zooveel genot, ons
+gevoel als overstelpt wordt, en ons hart te eng schijnt om tevens al
+dien wellust te bevatten." [41]
+
+Laat hem in den vreemde gaan reizen, die misdeeld genoeg is om
+Hollands weelderigen rijkdom aan schilderachtig natuurschoon te
+kunnen ontkennen; laat hem in den vreemde gaan reizen--hy zal 't
+ook dáar niet vinden: zijn gemoed mist den open zin, den spiegel die
+'t weerkaatsen moet.
+
+En valt er zooveel reeds in de natuur aan den Hollandschen duinzoom
+te genieten--hoeveel meer dan nog in dat uitnemend gewest, dat
+(door onze vervelende zucht naar vergelijking met den vreemde) den
+naam van Neêrlands Zwitserland, of eener dergelijke Nederlandsche
+vreemdigheid, draagt!
+
+»O!" wordt er gezegd: »ook daar zijn we geen vreemdelingen; wy kennen
+Arnhem en zijne verrukkelijke omstreken zeer goed!"
+
+Maar ge zult toch in waarheid niet meenen, dat ge het oorspronkelijk
+schoon van Gelderland dáar te zoeken hebt?--Zoo ge my toestemmend
+andwoorden moet, dan bewijst ge daarmêe, dat ge genoegen smaakt in
+wandelen tusschen groene bergen en fraaie dreven, onder prachtige
+beuken zoowel als onder cierlijke acaciaas, door kunstelijk grotwerk
+zoowel als langs klaterende fonteinen--maar uw gevoel voor de
+natuur spreekt er nog volstrekt niet uit.--Zijt ge zoo gelukkig
+dit te bezitten, en weet ge alzoo vruchtbaarheid van produktiviteit,
+statigen ernst van eentoonigheid, vrije natuurschakeering van kunstige
+afwisseling te onderscheiden--ga dan naar dat deel van Gelderland,
+dat door een zijner eigene Hertogen [42] werd gekenmerkt als »een
+wilt en bijster lant, daer veel overgrepen in geschiên plegen."--
+
+Dáar, op de Hooge-Veluwe, zal de reiziger, die gewoon is in vreemde
+gewesten de natuur te gaan bewonderen, zich met eigene oogen gaan
+overtuigen, hoe rijk ook onze vaderlandsche bodem aan natuurschoon
+is. Met welgevallen zal hy opmerken, welk eene bekoorlijke afwisseling
+van land- en veldgezichten die landstreek oplevert; hoe ook daar de
+kunst op eene bevallige wijze de hand reikt aan de natuur; hoe schoon,
+hoe schilderachtig vele dorpen en gehuchten dáar zijn gelegen;
+hoe ongelijk en golvend er de grond is, vooral aan den voet der
+zoogenaamde Woldbergen; hy zal verbaasd staan over die uitgestrekte
+heide, die zich over een lange keten van heuvels uitbreidt; in
+die heide, waarop de veelsoortige erica met hare zacht en helder
+purperen bloemen bloeit, eene plant, die slechts aan de eene zijde
+van onze planeet, te weten in Jutland, Holstein, Hanover, Westfalen,
+en Nederland, wordt gevonden:--en niet zonder belangstelling zal hy
+die eeuwenheugende wouden aanstaren, die zich als ware het nog in
+hunnen natuurstaat bevinden.
+
+En hoe vele boeiende overleveringen zijn niet verbonden aan dien
+belangwekkenden bodem; hoe vele herinneringen uit lang vervlogen
+dagen doemen dáar op voor onze verbeelding; hoe wordt daar de geest
+gestemd tot ernst en overdenking!-- [43]
+
+En juist dáarom is die woeste, purperbruine, met donkergroen
+geschakeerde Veluwe zoo dubbel aantrekkelijk voor den beschaafden
+Nederlander (wie de geschiedenis zijns lands niet kent, zal men
+natuurlijk niet beschaafd heeten!). En hoe eindeloos in getal, hoe
+veelsoortig en afwisselend zijn hier de historische herinneringen! By
+iederen voetstap: uit elken tijd: van toen de eerste Germaan er het
+zand boven de urne zijner dooden ten heuvel opwierp, tot toen de
+hervorming er de Sint-Jans Ridders uit hun rustig verblijf wechdreef;
+van dat een Koning van Engeland er ter verpoozing van staatszorg zijne
+valken opschoot, tot toen een Koning van Nederland, door staatszorg
+vermoeid, er den scepter nederleî.--Hoe veel voor het hart; hoeveel
+voor het hoofd! Hoe veel voor de wetenschap; hoe veel voor de poëzy!--
+
+Wie onzer schilders zal nog eenmaal by zijne gave ook wetenschappelijk
+genoeg gevormd zijn, om er ons de historische landschappen van te
+schenken? Wie onzer dichters, om die landschappen met de handelingen
+van het voorgeslacht te bezielen?
+
+By zoo grooten rijkdom wordt de keuze van onderwerp zeker moeielijk;
+maar niet alleen voor den dichter, of den schilder--ook voor den
+geschiedschrijver, wanneer hy zich ten taak heeft gesteld om slechts
+enkele onderwerpen te behandelen. Dus is het thands my, nu ik op de
+Veluwe tusschen de eeuwen rondwandel, en niet naar eenig merkwaardig
+overblijfsel zoek, maar deze zich by menigten aan my opdringen.
+
+En wanneer ik dan den vinger zet op eene plaats, waar de herinneringen
+zich ten naauwste aan het Huis van Oranje verbinden, dan vreeze ik
+geenszins naar het minder belangrijke te hebben gegrepen.
+
+
+
+Een halfuur noordwaart van het grijze Apeldoorn ligt eene heerlijke
+plek gronds; niet, gelijk men ze wel eens heeft aangeduid, als een
+
+
+ Blinkende esmeraud, gevallen midden in het heidezand;
+
+
+maar
+
+
+ Als in glansend goudgevonkel 't flonkren van den diamant.
+
+
+Van heuvelige heide, en dichte, eeuwenheugende wouden omgeven, rees
+daar in de 16e eeuw het jachtslot van den Hertooglijken Maarschalk
+Johan Bentynck, uit de heldere gracht omhoog.
+
+Heer Johan was een zoon uit het oud en edel Geslacht van Bentync, dat
+reeds in de veertiende eeuw in groot aanzien stond. Zijne echtgenote,
+Joanna, des Heeren dochter van Appeltern, ontsproot mede uit een der
+edelste geslachten van het Gelreland. Zy schonk hem vier dochters,
+waarvan de twee oudsten in den geestelijken staat--de beide jongsten
+in het huwelijk traden; en vier zoons, waarvan drie ongehuwd, en de
+eenige die gehuwd was, toch kinderloos overleed. [44]
+
+Reeds in 1503 werd hy met de Heerlijkheid Arensberghe (thands
+Berrinkhuizen) en de tienden in Engeland, op de Veluwe, beleend,
+en omstreeks dien zelfden tijd verlijd met het Jagermeesterschap op
+Veluwe en in het Nederrijkswald, waarin hy vervolgends in 1511 weder
+bevestigd werd.
+
+Wanneer, en door wie zijn huis het Loo gesticht was, en of het leven
+zijner vroegere bewoners in rust of in onvrede was voorby gegaan,
+daarvan weet de historie, noch de overlevering te spreken. Dat het
+een lust- en jachtslot der Geldersche Hertogen zou geweest zijn,
+is eene opvatting van lateren tijd, in den onze wederlegd, en voor
+goed vernietigd.
+
+Onder het toenmalig kerspel Apeldoirn gelegen, was het tot in 1537
+een vrij, eigen goed, en werd den 31en Augustus van dat jaar door
+Johan in leen opgedragen aan Karel van Egmond, zijn Hertog en Heer,
+dien hy sints veertig jaren getrouwelijk gediend had.
+
+De Hertog nam die opdracht willig aan, en maakte uit erkentelijkheid
+voor dit en menige trouwe dienst, het ambt van Jagermeester op
+Veluwe en in het Nederrijks-wald, »mit allen sijnen rechten, renten
+ind toebehoir" erfelijk in het Geslacht van Bentynck. Te voren was
+aan deze waardigheid ook het bezit van het Huis en de Heerlijkheid
+Hoeckelom verknocht geweest; maar daar dit sedert 1481 met Herman van
+Hoeckelom vervallen was, verbond Karel er andere, nieuwe voordeelen
+aan, en regelde de inkomsten van het ambt voor goed; 31 Augustus
+1537. Tevens bepaalde hy de erfopvolging in dezer voege:
+
+
+ »Ind nae sijner doet sall datselve Ampt erven ind vallen op
+ sijnen altsten soen Adolph Bentynck, in soe voirtaen then
+ euwigen daegen toe, soe lange dair mansgeboert is, van sijnen
+ Adolffs ind Kairls sijnen sone, van lijven gekoemen. Ind
+ ingevall die mansgebuert te eniger tijt gebreecke, soe sal
+ dat vurscr. onse meyster Jhegerampt erven ind vallen op
+ onsen diener ind lieven getrouwen Seger van Arnhem, ind op
+ sijne kynderen mansgebuert, die hij ind sijne huysvrouwe Anna
+ Bentynckx toe saemen verkregen hedden. Ind gebreck van den sall
+ datselve ampt weder aen ons, onsen erven ind naekoemelyngen
+ koemen ind vallen."
+
+
+En de omstandigheid, by deze laatste bepaling geregeld, had weldra
+plaats.
+
+Johan Bentynck, die als eerste Edelman uit de Veluwe de overeenkomst
+van 27 Januari 1538, omtrent de vereeniging van Gelder en Sutphen met
+Gulick en Cleve mede bezegelde, bekleedde zijne waardigheid tot in
+1543, toen hy op den 16en Oktober overleed, en ze, met het bezit van
+'t Loo, aan zijn oudsten zoon Adolf naliet.
+
+Heer Adolf, nu Erf-Jagermeester van de Veluwe, werd terstond beleend
+met de Heerlijkheden Arensberghe en Westerhof, en met de tienden
+van Engeland. Het liep echter tot den 19en September 1547, eer hy
+door Keizer Karel den Vijfde, sedert 1543 Hertog van Gelder, met het
+Jagermeesterschap der Veluwe en de Heerlijkheid het Loo verlyd werd,
+waarby het heergewaad, ook voor 't vervolg, werd vastgesteld op twee
+witte windhonden en een jachthoorn.
+
+Hy overleefde de bevestiging van zijn erfrecht niet lang, want
+hy stierf reeds den 30en Mei des volgenden jaars, en liet zijne
+kinderlooze gade, Margareta van Valck, als eene eenzame weduwe achter.
+
+Daar nu zijn broeder Karel, gelijk wy gezien hebben, reeds ongehuwd
+overleden was, viel het Jagermeesterschap, ingevolge de door Hertog
+Karel van Egmond gemaakte bepalingen, op hun schoonbroeder Seger van
+Arnhem, gehuwd met Anna Bentynck, na wier (mede kinderloos) overlijden,
+het weder aan het Hertogdom te rug kwam. [45]
+
+De Heerlijkheid het Loo bleef echter nog een wijle aan de vrouwelijke
+zijlinie van het geslacht: Aleyde Bentynck, Heer Filips echtgenote
+van Varick, bekwam het by erfenis van haren broeder, te gelijk met
+de Heerlijkheid Westerhof.
+
+In hoeverre het, nu wy dit alles met zekerheid weten, nog daarenboven
+aan te nemen zij, dat Gelderlands meest beruchte Maarschalk, Marten
+van Rossum, de bouwheer van het kasteel wezen mag, kunnen wy niet
+meer verdedigen, al schijnt zijn wapen, met het jaartal 1538, op het
+binnenplein boven den ingang van den linker zijvleugel [46] te staan.
+
+En al moeten wy nu in de prachtige bosschen, of op de heuvelige
+heide rondom het Loo, den forsch-gebouwden krijgsman en jager by
+uitnemendheid, den ruwen brandstichter met zijn toch zoo open en
+welwillend gelaat, missen--de Bentyncks en hunne verwanten en vrienden
+(of wat Edelman, vroeger of daarna, het gezellige jachtslot moge
+bewoond hebben) zullen de groene wouden en paersche heivelden niet
+steeds eenzaam, en het ranke horendragend-, het knorrende tandmachtig-,
+of het schuwe kleine wild, niet steeds in rust gelaten hebben. Daarom
+willen wy ons dan ook eens geheel in de eigenaardige woeling rondom
+een jachtslot verplaatsen,--den bezitters en hunne gasten in hun
+geliefkoosd vermaak volgen, en ons daar in laten geleiden door twee
+uitmuntende gidsen. Volgen wy eerst den Heer Haasloop Werner, wanneer
+hy de jacht in 't woud vergezelt.
+
+»Een prachtige stoet van jagers en jageressen, gezeten op statige
+rossen en vurige telgangers, op de hand den afgerichten sperwer of
+den vluggen valk houdende, doortrok toen meermalen deze foreesten. De
+trein werd geopend door moedige en fraai gekleede edelknapen, aan
+lederen leibanden de slanke hazewindhonden, de brakken en speurhonden
+voorttrekkende, die zoo driftig en ongeduldig waren, dat het hunnen
+geleiders veel moeite kostte, hen in hunne vaart te betoomen. Dan
+weergalmde het anders zoo stille woud heinde en verre van hondgebas
+en horengeschal; de grond daverde van het getrappel van paarden, en
+onder dat alles mengde zich nog het geroep van mannen en jongens,
+die met stokken op het kreupelhout sloegen, om het wild uit zijne
+schuilplaats te verdrijven. Dan werd het majestueuze hert,--dat nog
+op den morgen zijn dorst aan de bron gelescht, toen zijn fieren kop
+opgeheven, en met een zekeren trotsch het veld (dat met heuvelen en
+bosschen omringd, zich zoo aanlokkend voordeed) had overzien--opgejaagd
+en vervolgd; zijn fijne reuk had hem reeds den naderenden vijand
+voorspeld; éen oogenblik had het luisterend stil gestaan; was toen
+met bliksemsnelheid door het geboomte gevlogen; maar de nog snellere
+pijlen en jachtsprieten, soms afgeschoten door eene vorstelijke hand,
+bereikten het meestal, en stervend zonk het ter aarde, om straks door
+de bloeddorstige honden te worden afgemaakt."
+
+Niet minder levendig was de hartstocht voor de valkenjacht, dat
+voorrecht en lievelingsbedrijf der Edelen, in het genieten waarvan
+de Heer Verster van Wulvenhorst ons geleiden zal.
+
+»Naauwelijks heeft de rijzende zon de nevelen van den ochtendstond
+voor zich heen gedreven, of alles is op het binnenplein van den
+ridderlijken burg reeds vol leven en beweging. De knapen hebben
+de fiere rossen opgetoomd, en de stallingen der ongeduldige honden
+ontsloten; de valkeniers de valken uit het valkenhuis gedragen en,
+van hunne fraaie kappen en schelklinkende belletjens voorzien, op het
+raam geplaatst; terwijl de havikken hunne gewone plaats in de keuken,
+voor de vuist van den rustigen weidman hebben verwisseld.
+
+»Uit de hooge poort van het burchtgebouw treden nu de edele Vrouwen
+en Jonkers, door de luidblaffende spagnoelen (oude naam der spaansche
+honden, Espagneuls) omringd, in cierlijk gewaad te voorschijn. De
+eersten bestijgen de fraaie hakkenijen, of telgangers, met eerbiedige
+hulp der Jonkers, terwijl de geliefkoosde vogel de adelijke hand
+verciert. Behendig werpen zich de Ridders in den zadel der moedige
+rossen, en onder vrolijk jachtgeschal en het blaffen der honden trekt
+de statige trein over de breede ophaalbrug in het vrije veld.
+
+»Op de ruime vlakte hebben de yverige honden pas een reiger uit het
+moeras opgedaan, of even spoedig stijgt de edele vogel met pijlsnelle
+vaart van de hand der Burchtvrouw. Te vergeefs tracht de reiger in
+eene bespoedigde vlucht zijn heil te zoeken. Een tweede opgeworpen valk
+dwingt hem tot het opklimmen in het luchtruim. Immer hooger en hooger
+stijgende, begint, onder het bemoedigend geroep der jagers, de felle
+kamp. Met de scherpe neb verdedigt de reiger zich onverschrokken tegen
+zijne machtige aanvallers, en de zege blijft onbeslist. Een daverend
+gejuich van den jachtstoet kondigt het opwerpen van den derden vogel,
+den ouden beproefden geervalk, aan. Een pijl gelijk, stijgt hy, terwijl
+aller oogen op hem gevestigd zijn, boven den reiger en diens bekampers.
+
+»In éen oogenblik heeft zijn geoefend oog het juiste punt gekozen,
+en eensklaps stort de reiger, door een krachtigen stoot als verlamd,
+van zijne overwinnaars gevolgd, uit het luchtruim. Ras ijlen de
+Jonkers toe; bevrijden den reiger uit de scherpe klaauwen, en bieden
+de buit aan hunne gebiedsters, terwijl een welgevallige blik van deze,
+het edel jachtvermaak verhoogt."
+
+
+
+En wilt ge, na de bywoning dezer beide jacht-dagen, nog die van een
+derde, en wel de vervolging van den ever, dat grimmige dier, dat nog
+lang op de Veluwe gevonden, en waarvan waarschijnlijk de laatste in
+1826 door den Baron van Lijnden van Oldenaller geschoten werd--zoo
+wil ik, by gebrek aan een anderen gids, zelf u voorgaan.
+
+
+ Het vochtige geboomt strijdt om zijn laatsten dosch,
+ En laat het nog zoo noô van twijg en stengel los.--
+ Alleen de krachtige eik draagt fier zijn bonte blâren,
+ Al dorden aan zijn voet de rimpelende varen,--
+ Al slaat de braamstruik, aan een purper-groene loot,
+ Zijn laatsten looverpronk van hel en gloeiend rood
+ Om 't bruin en vochtig mosch van tronk en wortlen henen.
+
+ Een borstlige ever ligt daar aan den tronk te lenen,
+ Op 't uur des dageraads, die met zijn zilverglans
+ Reeds opstijgt tegen 't blaauw van d' oostelijken trans.
+ De mistdrop kleurende aan de hooge en naakte takken,
+ Door 't windgeruisch verspat, laat zich door 't loover zakken
+ Op 't geelend woudriet en het hoog-gewassen kruid,
+ Dat, weeldrig saamgegroeid, des evers kuil omsluit.
+ Het zwart en ruige dier, half in dat groen verstoken,
+ Ligt in zijn volle lengte, en knorrend, neêrgedoken.
+ By wijlen steekt hy 't oor door 't nat gebladerte op,
+ En richt van 't laauwe mosch den borsteligen kop.
+ Hy wordt onrustig. Op de schrap gezette hoeven
+ Verheft hy 't bovenlijf, en blijft beweegloos toeven,
+ Met star gevesten blik, van grimmige angst vervuld,
+ Terwijl zijn vochte lip zich om den slagtand krult:--
+ Twee donkere oogen, door de lagere elzenstammen
+ Genaderd, blikken scherp de zijnen toe, en vlammen
+ Hem aan:--de speurhond is aan 't einde van zijn spoor;
+ Hy koos zijn richting goed--en is zijn vijand voor.
+
+ Het boschzwijn richt zich gants, en houdt de rollende oogen
+ Niet van den spie meer af. Daar komt hy toegevlogen,
+ Als tot den houw gereed. De rappe jachthond deinst,
+ En springt gestrekt te rug. Maar de aanval is geveinsd:
+ De listige ever schudt de borstels; wendt omzichtig
+ En schijnbaar traag zich af... en schiet dan, snel en schichtig,
+ Door struiken en struweel, en stormend op de vlucht...
+
+ Een blaffen schalt hem na--en plotslijk trilt de lucht
+ Van 't bassen van rondom, dat andwoordt. Kreten rijzen,
+ En rossen brieschen; schelle woudhoorngalmen wijzen
+ En seinen plaats en spoor. 't Gevogelt krijscht in 't rond.
+ Al 't wild, vervaard, schiet op van 't leger, langs den grond.
+ Het dorre loover kraakt beneden; ratelt boven;
+ De felle jachtstorm is de woudkrocht ingestoven--
+ 't Is alles éen rumoer.
+
+ Voort, jaagt het boschzwijn, voort!
+ De dichtste struiken in; het ruwst, moerassigst oord,
+ De diepste wildernis en dreven om en over.
+ Het schaaft door 't reuzig riet; het sproeit het dorre loover
+ Met schuim; het streeft moeras en woudstroom in en door--
+ De drijvers marren niet, maar houden kloek het spoor.
+ Het dreunend hoefgestamp, het schallen van den horen,
+ Het schaatrend jachtgekrijt, klinkt altoos in zijne ooren:
+ Dan verre, en dan naby--maar immer onvermoeid,
+ En tot éen krijgskreet van verschrikking aangegroeid.
+
+ De trillende aadren zijn den vluchteling gezwollen.
+ Zijn gloeiende adem schijnt tot lillend schuim te stollen
+ Om d' opgestoken snuit. Zijn puilend oog, van bloed
+ Doorspat, wordt haast onzeekre leidsman voor zijn voet.
+ Zijn kracht schept voedsel uit zijn woede. Twee paar drijvers,
+ Hem tot op 't lijf genaakt in 't blinde vuur huns ijvers,
+ Zien zich besprongen van den vluchtling, snel gedraaid,
+ En hun op 't lijf gestort met bitse kracht. Hy zwaait
+ Den groven kop, en scheurt zijn houwers, fel en vlimmig
+ Gescherpt, met heesch gesnaauw, maar moordend snel en grimmig,
+ Den heeten honden dwars door buik en ingewand,
+ En werpt hen krimpend in 't met bloed gekleurde zand.
+
+ Maar 't spoor blijft ongewischt. En 't huilen der gewonden
+ Is slechts een lokkend sein voor nieuwe koppels honden,
+ Wier gretig bassen van hun komst reeds waarschuwt. Wild
+ Van woede en vrees, die in de ontstoken nieren lilt,
+ Schuimt de ever voort, en door de breedst-gewassen varen,--
+ Het rankrigst kreupelgroen,--de dichtste hazelaren,
+ En breekt een hollen gang door 't ruige struikgewelf.
+ Maar in zijn listig pad vermoeit hy slechts zich-zelf:
+ De veilige eenzaamheid is dáar ook slechts gedroomd.
+ Als drupplen in een straal, niet scheidbaar meer, zóo stroomt
+ De jachtstoet altoos na.
+
+ De felle drijvers winnen
+ Met ingespannen kracht, en louter vuur van binnen.
+ Zy naadren..... naadren..... Als een pijl schiet een hun vóor,
+ En 't hijgend zwijn ter zij. Het voelt in 't siddrend oor
+ De heete tanden. 't Rilt, en staat. Het rukt, en bukt zich
+ Ten doodelijken houw--maar thands vergeefs.
+
+ Daar drukt zich
+ Een tweede hondenmuil 't gebit in 't ander oor....
+ En heel de stortvloed volgt, hem nageschuimd in 't spoor,
+ En werpt zich op zijn leên. Het schijnt een berggevaarte
+ Van wriemelend gediert, hem plettrend met hun zwaarte.
+ Het zwarte bloed stroomt neer; het schuim vliegt op en om;
+ De zweetdamp walmt in 't rond; geblaf, gehuil, gebrom
+ Galmt schor en wild door een. De doggen slaan de tanden
+ In rug en schoft en zij.
+
+ Van dolle woede aan 't branden,
+ En trillende van pijn, houwt hy nog eenmaal rond,
+ En kwetst in 't wilde, en sleurt een enklen dog ten grond...
+ Maar krimpt zijn spieren saam, by de ijskoû van de rilling
+ Die hem naar 't harte schiet--en strekt met woeste trilling
+ De grove leden uit, voor immer:--
+
+ En nu toog
+ De jager 't staal, dat tusschen schouderblad en oog
+ Het hart getroffen had, te rug, en wischte 't rustig
+ In 't zweet der borstlen af.
+
+
+Zulke tafreelen rijzen u onwillekeurig voor den geest, wanneer ge
+in de ruime keuken, aan den rechter vleugel van 't gebouw, voor den
+breeden met hertshorens vercierden schoorsteen staat, en nog half onder
+den indruk ligt van het statig en geurig lommer, dat ge pas verlaten
+hebt. Want, zoo als de dichter van den »Hollandschen Duinzang" zingt:
+
+
+ Nog is jacht hier genoeglijk, en 't weidspel in eer,
+ By wie rustig de leden wil reppen;
+
+
+en de vergaderde buit wordt natuurlijk in de keuken saamgebracht,
+thands nog zoo wel als in de dagen der Edelen van Arnhem, van Voorst,
+van Isendoorn, van Stepradt, en van Dornick, die slot en Heerlijkheid
+achtereenvolgend bezaten.
+
+In het midden der zeventiende eeuw, trok het de aandacht van den
+Prins-Stadhouder Willem den Derde, die, even als zijn vader, dikwerf
+op de Veluwe de genoegens der jacht genoot. De toenmalige eigenaar
+was Heer Johan Carselis van Dornick, met wien de Prins onderhandelen
+deed over den verkoop, die in 1656 tot stand kwam.
+
+Willem de Derde was een te voortreffelijk jager, om niet aan
+de uitmuntende omstreken zijner nieuwe bezitting by voorkeur te
+hechten. Maar ook als lustplaats trok ze hem aan, en hy besloot tot
+de oprichting van een nieuw gebouw, in de nabyheid van het eerste,
+'tgeen ook weldra onder het geoefend opzicht van zijn vriend Godart
+van Reede, later Graaf van Portland, verrees, en naar den toenmaligen
+bouwtrant schoon mocht genoemd worden, al kon men niet zeggen dat
+die stijve bouwlijnen zoo goed met de weelderig-trotsche natuur daar
+rondom samenstemden, als het oude jachtslot, dat met zijn bus- en
+klokvormige torenspitsen zoo rustig tusschen het reusachtig geboomte
+in de heldere gracht lag. Het was toen echter geen smaak om de kunst
+met de natuur te doen harmoniëren: men waande het genialer, om de
+natuur naar regelen, door de kunst voorgeschreven, te vervormen,
+en zoo ging het ook hier. De tijdgeest vond dat schoon, vond dat
+prachtig--en de grootste mannen der eeuw bogen hun fier hoofd voor
+het corset en den hoepelrok.
+
+En de rijke en weelderige lokken van het krachtige Veluw-landschap
+vielen onder de spichtige vingeren van een Franschen kapper, die
+ze besnoeide, verknipte, tot averechts krullen of sluik neerhangen
+dwong--kortom: ze ten eenenmale tot een magere pruik vernielde--alles
+volgends de dorre en ijskoude metriek van den vernuftigen
+natuur-verminker le Notre, den toenmaligen wetgever in de hofbouwkunst.
+
+In 1672 bedreigde echter de uitgebroken oorlog al dit kunstwerk met
+vernietiging. Een bende Franschen kwam stroopende in de nabyheid
+van het Loo, en scheen wel voornemens zich er meester van te maken,
+toen zekere Jan van Sprang, achter boomen en struiken verborgen,
+zoo wakker zijn trom roerde, dat de stroopers, geregelden weêrstand,
+misschien zelfs wel aanval duchtende, ijlings aftrokken. Nog wijst
+men er u zijn graf, op de zelfde plek, die eenmaal getuige zijner
+kloekmoedige beradenheid was.
+
+Toen de Prins later den troon van Engeland beklom, vormde hy al
+spoedig het plan, om zijn princelijk lusthuis tot een echt koninklijk
+buitenverblijf te verheffen.
+
+De gebouwen, lusthoven, beplantingen, fonteinen en waterwerken
+verkregen, naar den eisch des tijds, een nieuwen luister. De
+gantsche plaats, met al de lanen en dreven, besloeg ongeveer eene
+ruimte van 160 morgen lands. Drie tuinen, die de geheele breedte
+van het hoofdgebouw met zijne zijvleugels besloegen, van elkander
+afgescheiden door rechte, lommerrijke lanen, en allen omringd door
+terrassen en beplantingen, volgden elkander achter het paleis op,
+en verrukten den toenmaligen beschouwer door hunne regelmatigheid,
+door hunnen rijkdom van watersprongen, marmerbeelden, grotwerken,
+taxis-figuren, palm-pyramiden en andere hofcieraden--schoon ze ons
+thands, ondanks hunne schaduwloosheid, zouden doen huiveren. En om
+dat alles de kroon op te zetten, werd er besloten om van den Asselt,
+een hoogen heuvel, door middel van steenen potten, een waterleiding
+naar den tuin te brengen, om eene fontein te vormen, wier waterstralen
+zich in den sprong boven het paleis zouden verheffen. Van deze potten,
+die, den weg van een uur lang, in eene doorloopende richting onder
+den grond zitten, wordt tegenwoordig nog menig een opgegraven.
+
+De vorstelijke Stadhouder, op wiens schouderen zoo groote en zoo
+moeielijke staatszorgen rustten, kwam byna jaarlijks naar herwaart
+over, om er in zijn geliefkoosd jachtbedrijf eene verkwikkende
+uitspanning te vinden; en de krachtige hand, die in die dagen
+het evenwicht van Europa omklemde, en Frankrijks trotschen Koning
+onverwrikt diens plaatse aanwees--schoot hier met vrolijke behendigheid
+den valk op, of loste het jachtroer op den borsteligen ever of
+het snelvoetige hert. Nog wijst men in het Gardersche bosch een op
+zich-zelf staanden eik aan, den Konings-eik genoemd, waar Willem zijne
+jachtmaaltijden hield, en die, naar het schijnt, ook wel eens voor
+schijf moet hebben gediend: scheuren in de schors toch, doen hier en
+daar menigen kogel bespeuren. Niet verre van daar, in het zoogenaamde
+Heidendal, ligt ook nog de hertenbron, een schilderachtige waterkom,
+waar, rustig en eenzaam, het statig geboomte zich weêrzijds van den
+rand en uit de diepte verheft, en den vlakken spiegel met een verheven
+lommer dekt.
+
+De reigerjacht was het evenwel by uitnemendheid, die er door den Vorst
+werd uitgeoefend, waartoe de ruime heivelden rondom de Udeler-meir zoo
+gunstige en uitlokkende gelegenheid aanboden, terwijl het vischrijk
+water-zelf de reigers uit het Soerensche bosch by menigte aan zijn
+kalmen oeverzoom lokte.
+
+De Staten van Gelderland gaven den Koninklijken jager intusschen een
+bewijs hunner hulde, door het Loo en de buurschap Noord-Apeldoorn,
+op de 10en December 1694, te verheffen tot eene hooge Heerlijkheid,
+ten behoeve van hem en zijne nakomelingen.
+
+Vroeger dan men vermoed had, viel deze verheffing weder in een. Zes
+jaren later, in de eerste dagen van Maart, deed de Koning zijn
+noodlottigen wandelrid naar Hamptoncourt; plotselijk struikelt
+het paard,--de ruiter valt,--breekt het sleutelbeen--en reeds
+op den 19en dier zelfde maand beweent Engeland het verlies zijns
+Konings,--Nederland dat zijns Stadhouders, aan wien het zoo groote,
+en niet altoos naar waarde erkende, verplichtingen had.
+
+Daar Willem de Derde geen kinderen naliet, werd de hooge-Heerlijkheid
+van het Loo ook terstond vervallen verklaard, en op den 4en April
+1702 weder aan het Landdrost-ambt der Veluwe gehecht.
+
+Nu behoorde het Loo, even als IJsselsteyn [47], onder de goederen
+der nalatenschap, waarvan het bezit door de erfgerechtigden, Koning
+Frederik van Pruissen en Johan Willem Friso, onderling betwist
+werd. Na den dood des laatsten, 1711, geraakte het slechts tot eene
+voorloopige bemiddeling; maar by de meerderjarigheid van Prins Willem
+Carel Hendrik Friso kwam men op de zaak te rug, en deed moeite tot
+eene bepaalde afdoening.
+
+Baron Diederik van Lynden, Heer van de Park, 's Princen
+Opperhofmeester,--Baron Hobbe van Aylva, Drossaat van 't Graafschap
+Buren, 's Princen Opperstalmeester, en Johan Duncan, zijn gewone Raad
+en Rekestmeester, en Raad en Rekenmeester zijner domeinen, werden als
+gevolmachtigden naar Berlijn gezonden, en sloten er in 's Princen naam
+eene overeenkomst, die zy vervolgends op den 16en Juni 1732 te Dieren
+onderschreven, nadat de onderteekening van 's koningswege reeds den
+14en der vorige maand te Berlijn had plaats gevonden.
+
+By deze schikking geraakte het Loo gelukkig in handen van den Prins,
+en werd alzoo weder het eigendom van den Nassauschen stam. [48]
+
+Na 's Princen benoeming tot Stadhouder der geünieerde Provinciën,
+beschonken de Staten van Gelderland nogmaals, en wel by besluit van
+13 Januari 1748, het Loo met de rechten eener hooge Heerlijkheid, en
+vergrootten er het gebied van, door de byvoeging van het geheele Ambt
+van Apeldoorn en der Udeler-meir. Thands werd het weder levendiger in
+de zalen, dreven, tuinen en pleinen der lustplaats; want ook Willem de
+Vierde vertoefde er van tijd tot tijd, en deed verbeteren en verfraaien
+waar hy dat noodig rekende. En toen de wakkere en bedrijvige Vorst
+»die zich ook zonder den oorlog voor het Vaderland opofferde,"
+onder zijn onvermoeiden arbeid voor het belang der Nederlanden,
+op den 24en Oktober, 1751, bezweek, keerden stilte en eenzaamheid
+op het Loo te rug, en hielden er weder gedurende eenigen tijd een
+ongestoord verblijf.
+
+'s Princen eenige zoon, de goedaardige Willem de Vijfde, die reeds
+op achttienjarigen leeftijd de waardigheden en--staatszorgen zijns
+vaders erfde, verpoosde zich gaarne op het Loo, en deed er vooral de
+diergaarde uitbreiden, waartoe het geschenk van den Admiraal van Braem,
+na de verovering van Malabar, van twee schoone Aziatische olifanten,
+hem uitmuntend te stade kwam. Zijne zachte geaartheid deed hem in
+de jacht weinig aanlokkelijks vinden, zoodat hy die byna geheel ter
+zijde stelde voor zijn meer geliefkoosd vermaak der visscherij, die
+door de nabyheid der Udeler meir, met hare verbazend groote snoeken,
+steeds uitlokkende bevrediging vond. Van deze vischpartijen wist
+de geleider, die nog voor korte jaren den bezoeker van het paleis
+en der tuinen vergezelde, veel te verhalen; en de goede Prins, wiens
+verlangde komst telkens door hardloopers met hunne mytervormige mutsen
+en geslingerde staven werd aangekondigd, en die zoo lieftallig en
+gemeenzaam jegens allen was, stond hem, hoewel toen pas een knaap
+zijnde, nog helder voor den geest.
+
+Het bleven intusschen niet immer pleziertochten, die reizen naar
+het Loo: Toen heerschzucht en vrijheidskoorts den Staten van Holland
+dermate benevelden, dat zy het Stadhouderschap vervallen verklaarden,
+en den Prins daarenboven het bevel over de Haagsche bezetting
+ontnamen--waren het zeker geene genoeglijke denkbeelden van uitspanning
+en verpoozing, die den edelen Vorst door het hoofd dwaalden, toen hy
+de onstuimige hofplaats voor zijne stille lustplaats ontweek.
+
+Dit was nog niet de treurigste slag die hem trof.
+
+De tusschenkomst der Pruissische benden, onder den Hertog van
+Brunswijk, herstelde het geschonden gezach slechts voor een tijd. Op
+den 18en Januari, 1795, verliet de miskende Stadhouder het misleide
+Nederland, en het Loo zag hem nimmer weder rustig en nadenkend door
+de dreven dwalen.
+
+En hoe het toen met Gelderlands prachtigst buitenverblijf
+geschapen stond, blijkt uit de woorden van den Baron van Spaen, wier
+aandoenlijkheid in hunne eenvoudigheid spreekt: »Thands heeft deeze
+Heerlijkheid het lot van alle de goederen van het huis van Oranje
+ondergaan; en de vriend van zijn Vaderland moet de eenzaamheid van
+die uitgestrekte gebouwen, van die kunstige waterwerken, van die
+aangename wandeldreven betreuren, dewijl die, door eene talrijke
+Hofhouding in den zomer bewoond, vreemdelingen aanlokten en veel
+vertier veroorzaakten; 'twelk voor de ingezetenen der schrale hooge
+Veluwe een bron van welvaart was, die nu uitgedroogd is."
+
+En die toestand van verlatenheid was nog de ergste niet; zelfs
+niet de baldadigheden, door de Engelschen gepleegd, toen zy uit de
+zuidelijke Nederlanden terug, en hier door trokken, brachtten er zoo
+veel verwoesting, als de naar geld grijpende hand van het Bestuur der
+eerlijke Bataafsche-Republiek: De zwaarste boomen werden omgehouwen,
+het lood der daken en fonteinpijpen afgeworpen en opgegraven, en met
+de prachtige meubelen, en wat door kostbaarheid van waarde was.... te
+gelde gemaakt!
+
+En indien dit geschiedde door den Staat-zelf--hoe kon men dan
+verwachten, dat de vreemdeling minder dorre gevoelloosheid verraden
+zou! Zeker--wanneer Johan Bentynck zijn fieren gebieder op zijn
+jachtslot onthaalde, en alles daar wemelde van den rijkdom en de
+pracht des Hertooglijken aanhangs--dan heeft hy wel nooit, ook maar
+niet van verre, vermoed, dat het eenmaal tot een »armzalig hospitaal"
+voor soldaten zou worden verlaagd. En wanneer Graaf Godart van
+Portland de door hem aangelegde zalen en vertrekken voor Nederland
+zag gewijd door de voetstappen van zijn vorstelijken vriend, dien
+men thands erkent een der grootste Koningen van Groot-Britanje te
+zijn geweest--toen heeft hy zeker ook nooit gedacht, dat eenmaal een
+deel der armee van die zelfde Franschen, door een Willem den Derde
+zoo nadrukkelijk in toom gehouden, de leden, met eene walgelijke
+huidziekte overdekt, daar zouden neêrstrekken, en somtijds, door
+verregaande onvoorzichtigheid hunne eigene krijgsgenoten, gevaar
+zouden loopen om met het gebouw-zelf in vlammen te verteeren.
+
+En toch--het jachtslot werd tot een hospitaal verlaagd; en toen het
+getal der kranken tot byna zes duizend geklommen was, vervulde het
+ook voor een groot deel de zalen en vertrekken van het paleis. En
+toen eenmaal, nog steeds in 1795, Deventer, Zutphen, Doesburg en
+Arnhem nalatig waren in het voldoen der vorderingen ten behoeve
+van dat hospitaal, dreigde de Generaal van Damme, met de volmaakte
+onbeschaamdheid van een Franschen veroveraar, dat hy een deel der
+besmettelijke huidzieken van het Loo by de burgers dier steden zou
+doen inlegeren.
+
+De herschepping van de Noordelijke Nederlanden in een Koninkrijk
+Holland, was voor het Loo eene weldaad. De goede Lodewijk--een andere
+Willem de Vijfde, maar met minder begrip eener voormalige Hollandsche
+deugd, die spaarzaamheid heette--had niet zoodra kennis met de
+vernielde lustplaats gemaakt, of hy verlangde dat ze in beteren staat
+gebracht, en weder tot een vorstelijk verblijf zou ingericht worden.
+
+Op dien koninklijken last togen nu alle handen aan het werk; en
+weder naar den toenmaligen, wel ietwat kleingeestigen, maar minder
+onnatuurlijken, smaak ingericht--was het Loo weldra in staat, zijn
+vroegeren roem te handhaven. Jammer slechts, dat Lodewijks bygeloovige
+zwakheid het jachtslot (waar intusschen reeds voor 1730 de peer- en
+klokvormige torendaken in de tegenwoordige spitsen veranderd waren)
+een der grootste cieraden ontnam, door het doen dempen der gracht,
+wijl hem gezegd was, dat hy zich in 't algemeen voor water zou
+hebben te hoeden. Het voorkomen van het jachthuis is er merkelijk
+door verminderd, en het maakt thands meer den indruk van een zware
+en versterkte poort, dan van een klein kasteel. Op het paleis, weldra
+door zijn bekwamen bouwmeester Tibault hersteld en verbeterd, deed hy
+de eetzaal tot kapel inrichten; dit is later weder veranderd en op
+den ouden voet gebracht, maar de gedempte gracht zal waarschijnlijk
+wel immer in den tegenwoordigen toestand blijven. Onder Lodewijks
+belangrijkste verbeteringen behoort voorzeker het aanleggen van den
+straatweg, die de tot op dien tijd gebezigde mulle heibaan verving. De
+koning, hoe wisselziek van aart ook, bevond zich dikwerf op het Loo;
+en in den zomer van 1808 konden de omwoners zich elken zondag te goed
+doen aan het vreemde en schitterende schouwspel, dat de parade van
+de garde, de ruiterij, en het voetvolk hun opleverde.
+
+Maar ook dit ging weldra voorby. Het jaar 1810 was daar; het Koningrijk
+Holland werd by het Keizerrijk ingelijfd, en met Lodewijks vertrek
+bleven van den voormaligen drokken en woeligen stoet in paleis en
+jachtslot niet dan slechts weinige beambten over.
+
+Toen echter de groote veroveraar Napoleon in het volgende jaar door
+Gelderland trok, kreeg alles op het Loo weder voor korten tijd een
+vorstelijk aanzien. In de maand Oktober was de Keizerin, vergezeld
+van den Prins Neufchatel, de schoone Hertogin Monte-Bello, en geheel
+een schitterenden hofstoet, aangekomen, en men verwachtte er ook
+den Keizer-zelf. Deze, den 29e dier maand onder het geleide van
+talrijke gewapenden van Zwolle vertrekkende, kwam nog dien zelfden
+dag op het paleis aan, met den Maarschalk Duroc, Hertog van Frioul,
+en een aanzienlijk gevolg, waarvan een deel hem op zijne wandelingen
+door de lustplaats vergezelde, nadat alvorens de paden en lanen van
+tuin en park door eene gewapende wacht van alle andere bezoekers
+was ontruimd. Geen arbeider zelfs was dan het blijven vergund. »Zoo
+bevreesd was de man, op wiens wenk duizenden zich in het stof
+bogen, dat de Hollanders, dien hy onlangs de weldaad bewezen had,
+van hen met het Groote Rijk te vereenigen, hem met ondank beloonen,
+en wellicht door gehuurde moordenaars een aanslag op zijn leven
+ondernemen zouden." [49]--In de nacht tusschen 30 en 31 Oktober kwamen
+twee koeriers, met haastigen spoed, op het Loo aan, en de rust in de
+koninklijke slaapkamer, waar slechts de wit-satijnen ledikant-gordijnen
+Napoleons sluimer bespiedden, werd voor goed gestoord. Onverwacht gaf
+de Keizer bevel om nog dien zelfden dag te vertrekken; en op den avond
+sprak men er van zijne kortstondige verschijning, als van een bonten en
+wonderlijken droom, die van eene zonderlinge rust was opgevolgd. Kort
+daarna was de rust van geheel Europa weder gestoord, en werden alom
+de geduchte toebereidselen gemaakt tot den tocht naar Rusland.
+
+En deze tocht naar Rusland legde den grondslag tot de opeenvolging
+van gebeurtenissen, die den oranjeboomen op het Loo weder eene
+eigenaardige en vrolijke beteekenis gaven: in 1813 zette het Huis
+van Oranje vasten voet op den Nederlandschen bodem, en Willem de
+Eerste kende weldra geen uitlokkender oord tot ontspanning en rust,
+dan de schepping van Willem den Derde.
+
+»Sedert dien tijd werd het Loo de geliefkoosde lustplaats onzer
+vorstelijke familië, die hier meer dan op het kasteel te Laeken
+aan hare zucht voor eene burgerlijke levenswijze gehoor gaf." Nog
+toont de gids die u er rond leidt »al de plekjens aan, waar Koning
+Willem van zijne wandelingen door het park uitrustte, vooral aan den
+grooten vijver, in de nabyheid van een zacht-ruischenden waterval,
+en maakt u opmerkzaam op het kleine eilandjen, waar de Vorstelijke
+familië dikwijls op schoone zomeravonden in de open lucht de thee
+gebruikte. De regtschapen Vorst, die steeds het goede wilde, ook
+schoon hy misschien dikwijls faalde in de keuze der middelen om het
+te bereiken, zocht hier, vooral gedurende het laatste tiental jaren
+zijner regeering, dikwerf verpoozing van de zorgen, die by voorkeur
+de hooggewelfde paleizen omzwerven."
+
+Voorwaar! Wie ook thands dat prachtige park doorwandelt, hy zal nog
+het woord bestemmen, reeds in 1841 gesproken: Het is zoo aangenaam
+er rond te dolen met iemant, die er zich thuis vindt, en nog iets
+weet te verhalen van gintsche tijden, toen Princes Louize hier nog
+haar geliefkoosd verblijf hield, en een dier bekoorlijke tentjens
+bewoonde; toen onze Koningin met zooveel blijdschap hare rust genoot
+in deze stille afgescheidenheid van de waereld; toen Princes Marianne
+zich nog in het liefelijk hofjen verblijdde, dat ter zijde van het
+paleis nog de dagen harer kindsheid vertoont; toen de boerderij, die
+zoo vriendelijk door het groen bedekt is, haar een zoo beminnelijk
+Nederlandsch karakter deed bezitten.--O, het Loo bevat een waereld
+van gedachten, niet uit te spreken, maar die menigmaal een traan in
+ons oog deed opwellen!--
+
+Onder Willem den Eerste werden ook de ruime vijvers gegraven, wier
+oevers zulk een prachtig gezicht opleveren, en die in onze dagen door
+zijn kleinzoon aanmerkelijk werden verbeterd en verfraaid, zoodat zy
+thands een der grootste cieraden van het trotsche park uitmaken.
+
+Ook de oude en reeds lang vergeten valkenjacht werd er weder in
+het leven terug geroepen, en met koninklijke vergunning aangelegd
+door den Baron d' Offemont, Sir Charles Stuart Wortley, en de beide
+Heeren Newcombe, en wel van den 1en Juni 1839, tot in den aanvang
+der volgende maand.--Tot den jachtstoet behoorden 16 edelvalken en
+2 tertsels, onder het opzicht der gebroeders Both, Valkeniers van
+Valkenswaard. De heide rondom de Soerensche bosschen was ook weder de
+streek die door de ervaren jagers gekozen was. Wanneer regen, of te
+sterke wind, den valken het snel vliegen niet verhinderden, en de jacht
+alzoo onbelemmerd plaats kon vinden, werden de terugkeerende reigers
+op een kwartier afstands van het woud, en onder den wind daarvan,
+opgewacht: gedurende het tijdsverloop van 2 ure in den namiddag,
+tot aan het vallen van den avond. Telkens werden er twee valken naar
+een reiger geworpen, waarvan er echter altoos éen hem ving, en nooit
+beiden te zamen; somtijds werd er slechts een enkele valk opgeworpen,
+die om zijne byzondere vlugheid en kracht Bulldog heette. Het getal
+der gevangen reigers bedroeg in het geheel 104.
+
+Ernstiger herinnering bewaart het Loo van het volgende jaar 1840. De
+Koning, moede van de zorgen eener regeering, die sedert 1830 vooral
+door de schandelijke trouweloosheid der Mogendheden verbitterd was,
+en vergeefs worstelende tegen een tijdgeest, waarmede hy zich niet
+vereenigen kon, kwam tot een besluit, zeldsaam onder gekroonde
+hoofden: hy wilde van zijn kroon afstand doen. In het laatst van
+September vertrok hy uit 's Gravenhage naar het Loo. En op Woensdag
+den 7en Oktober daaraanvolgende, ten 12 ure op den middag, stond hy
+in de groote receptie-zaal van het paleis voor de marmeren tafel,
+omgeven van zijne kinderen en kleinkinderen, in tegenwoordigheid
+van de Ministers, de Leden van den Raad van State, en die van den
+Geheimen-Raad voor Luxemburg, en teekende er de acte van abdicatie,
+ten behoeven van zijnen oudsten zoon, wien Nederland sints by voorkeur
+zijn ridderlijken Koning noemt.
+
+Zonderling is men te moede, wanneer men in die rijke zaal staat, en
+zich dat belangrijk en plechtig oogenblik voor den geest stelt. Maar
+als ge dan door de spiegelheldere glasschijven over het ruime met
+acaciaas beplante voorplein, tusschen de zware eiken tegenover den
+ingang, door de lange beukenlaan staart--dan gevoelt ge zoo levendig,
+hoe de door zorgen beknelde borst vrij en ruim ademen moest, nu ze
+het persende harnas had afgegespt.
+
+Koning Willem de Tweede had eene voorliefde voor het door hem
+byna omgeschapene Tilburg, en was derhalven niet zoo dikwerf als
+zijn vorstelijke vader op de oude lustplaats der Oranjes te vinden,
+schoon de valkenjachten nog eenigen tijd in wezen bleven. Toen echter
+zijn onverwachte en te vroege dood hem wech nam van een volk dat hem
+vereerde en liefhad; en dat diep en ongekunsteld rouwe droeg by de
+mare van zijn spoedigen dood--toen werd op het Loo weder eene oude
+herinnering als opgewekt met den naam van Willem den Derde.
+
+Met dezen Vorst is ook werkelijk weder een nieuw tijdperk van
+bloei voor het Loo aangevangen. Talloos zijn de veranderingen en
+verfraaiïngen, door hem aan dit uitstekende landgoed aangebracht,
+waarvan, behalven de reeds gemelde opluistering der groote vijvers
+achter in het park, vooral de verbetering der wegen opmerking
+verdient. Natuur en kunst gaan thands op de uitnemendste wijze hand
+aan hand; en by het eenzaam omdwalen onder dat prachtig geboomte, die
+trotsche beuken, die eerwaardige eiken, die statige linden, die donkere
+dennen: allen reusachtige scheppingen der krachtige natuur, vergeet
+ge haast, dat de kunst juist daar is geweest, om u dat alles in die
+weelde te doen genieten. Byna 400 bunders grond zijn thands omperkt;
+en de moestuin, die geen gelijke in Europa heeft, beslaat 7 bunders.
+
+Een geheel nieuw schouwspel vertoonde zich op het Loo in 1851, door den
+wedstrijd der Boogschutterijen, die op het ruime, daartoe opzettelijk
+ten vorigen jare ingerichte grasperk by den ijskelder, de proeven
+hunner behendigheid aflegden,--feestelijk werden onthaald, en uit de
+Vorstelijke hand de hun toegezegde prijzen ontfingen. Later diende
+dit perk voor de tentoonstelling, door de Geldersche maatschappij van
+landbouw gehouden. In het zelfde jaar 1851, werd ook de smaakvolle
+schouwburgzaal ingewijd, die onder 's Konings toezicht aan den rechter
+vleugel der voorgebouwen is opgericht.
+
+Alzoo is het Loo een kolossaal en prachtig gedenkteeken, dat de
+geschiedenis van het Huis van Oranje omvat, van den eersten Willem
+den Derde af, tot aan den tweeden Willem den Derde toe, van wien het
+nageslacht eenmaal moge kunnen getuigen, als het thands van zijnen
+grooten voorvader doet. En gaarne spreekt de rechtschapen Nederlander
+den dichter na, die den Vorst uit de warmte zijns harten toebidt:
+
+
+ Een derde Willem stichtte 't Loo.
+ Wordt ook Uw naam niet dus gelezen?--
+ O Derde Willem! moge ook zoo
+ De naam Uws Vaders op U wezen!
+ Hy was het borstschild van Euroop--
+ Wees gy Oud-Nederlands beschermer!
+
+ En Gy, Oud-Nederlands Ontfermer!
+ Vervul door Willem Neêrlands hoop!--
+
+
+
+
+
+
+
+HET KASTEEL AMMERSODE.
+
+
+Voor wie de geschiedenis van zijn land lief heeft,--voor wie beseft,
+dat groote handelingen en bewegingen zich in duizend kleinere splitsen,
+daarvan zijn voorafgegaan, daarmeê samenhangen, daardoor gevolgd
+worden,--voor wie alzoo begrijpt dat elke uiting eener eeuw, niet
+alleen in het openbaar--, maar ook in het huisselijk leven en wat
+zich daaraan vasthecht, eene historische belangrijkheid bezit, die
+vooral dáar in waarde klimt, waar vele dier enkele verschijnselen nog
+zijn samengebleven in een groot geheel, dat het eigenaardig kenmerk
+van zijn bepaalden tijd draagt--voor hem is het meer dan een bloot
+genoegen, nog eens rond te wandelen in de zalen en vertrekken en
+gewelven van een dier weinige kasteelen, die in ons vaderland aan de
+geduchte handen des tijds en der sloopers ontkomen zijn: voor hem is
+het wetenschappelijk genot.
+
+En wie nu dit genot nog eens in ruime mate wenscht te doorleven, wende
+den voet naar dat gedeelte van het aloude Teisterbant, dat thands den
+naam van Bommelerwaard draagt, en wel dáar heen, waar aan den rechter
+Maas-oever het dorp Ammerzode zich in het welige geboomte verbergt,
+en niet verre van de rivier een kasteel ernstig en statig oprijst.
+
+En wie zich nu, ondanks zijn goeden wil, tot dien tocht belemmerd
+vinde--hy vergezelle met ons den Heer van Engelen, waar deze
+kennisrijke en smaakvolle verhaler, wien wy reeds op het Loo eenige
+voetstappen ter zijde gingen, zich naar den Ammersode richt:--
+
+Een diepe gracht, nog voor een gedeelte van een aarden wal voorzien,
+omgeeft het kasteel. Een brug verleent den toegang, eerst op een
+uitgestrekt voorplein, van oude, thands grootendeels onbewoonde
+nevengebouwen omringd, waaraan slechts een talrijke duivenslag leven
+byzet. Vervolgends komt men door eene poort op een binnenhof; en
+thands het hoofdgebouw betredende, treffen al aanstonds de verbazende
+dikte der muren en de buitengewone omvang der hooggezolderde
+vertrekken de opmerkzaamheid des bezoekers. De uitstekende netheid
+die overal heerscht, en talrijke voorwerpen, tot de hedendaagsche
+huishouding behoorende, mogen al voor een oogenblik het denkbeeld
+aan vroegere eeuwen, door de eerste beschouwing van het gebouw
+opgewekt, verwijderen--toch zullen spoedig de vele overblijfselen
+van een huisraad, dat een geheel ander tijdperk aanduidt, en dat te
+midden van meer moderne voorwerpen verspreid is, den eersten indruk
+hernieuwen. Vooral zullen de fraai gestikte tapijten langs den wand,
+vercierd met de wapens van het stamhuis van Arckel, dat in de zestiende
+en zeventiende eeuw de Heerlijkheid bezat,--de groote spiegels met
+hunne blinkende stalen lijsten, een cieraad van vroegere tijden,
+dat al te zeer in vergetelheid is gekomen,--de met kunstig snijwerk
+voorziene schoorsteenranden, en de ouderwetsche stoelen, met hooge
+ruggen en lage zittingen--den bezoeker telkens herinneren aan een
+tijd die lang voorby is.
+
+Tot vóor korten tijd waren, behalven het belangrijk archief in
+een onbewoond gedeelte van het slot, ook nog eenige oude wapenen
+en een aantal familië-portretten hier aanwezig. Dit een en ander
+was echter door den tegenwoordigen eigenaar der Heerlijkheid, den
+Baron de Woelmond, Lid der Provinciale Staten van Limburg, en aldaar
+woonachtig, meerendeels van hier wech gevoerd. Intusschen waren er
+nog enkele familië-stukken achter gelaten, meestal vrouwenportretten,
+in de stijve kleederdracht van een vroeger tijdperk, benevens een
+groot familië-tafreel, eenige spelende kinderen voorstellende. Men
+vermaande my, toch vooral den hoofdtoren van het slot te beklimmen,
+boven welke zich een zoogenaamde peer of pijnappel verheft, die
+een keurig vergezicht over den omtrek aanbiedt. De wind, die vrij
+hevig woei, deed dit hoogste gedeelte van het kasteel eene gedurige
+schudding ondergaan, hetgeen my echter niet verhinderde, een geruimen
+tijd mijne blikken door de kleine torenvensters over deze vruchtbare
+landstreek te laten rond weiden. Aan de eene zijde vertoonden zich
+de breede Waal-stroom en de statige toren van Bommel, schijnbaar
+in de onmiddelijke nabyheid; terwijl aan den anderen kant de stad
+'s Hertogenbosch zich met hare vestingwerken en forten, torens en
+kerkspitsen uitbreidde. Den geheelen Bommelerwaard, met zijne talrijke
+dorpen, korenrijke akkers, weiden, en boomgaarden, kon men van hier
+met een enkelen blik omvatten. Na my met moeite aan dit gezicht
+onttrokken te hebben, voerde men my uit de hoogte naar de diepte:
+in de verbazend ruime overwelfde kelders van het slot namelijk,
+thands tot dienstbodenvertrekken, provisiekamers, enz. ingericht,
+maar in vroeger tijden voor een gedeelte tot een kerker dienende,
+gelijk men nog een blok, waaraan de gevangenen gekluisterd werden,
+als eene rariteit bewaart.-- [50]
+
+
+
+Staat ons alzoo nu het ernstig en kolossaal gebouw in deze duidelijke
+omtrekken levendig voor den geest--werpen wy dan den blik te rug,
+en zien wy, welke historische herinneringen zich daaraan verbinden,
+welke feiten aan die muren zijn verknocht, welke lotgevallen hunne
+bewoners of eigenaars hebben ondergaan.
+
+Wanneer, en op wiens last, hier de spade in den grond werd gestoken,
+om de rooiïng der grondslagen in vasten steen te verwerkelijken, is
+onbekend. Zeker weet men echter, dat de sterke burcht in het laatste
+gedeelte der dertiende eeuw in eigendom behoorde aan Johan van Herlar
+(uit het oud en edel geslacht van Lo), daarna op zijn zoon Dirc,
+en vervolgends weder op diens zoon Gerard overging.
+
+Gerard, die het in 1351 bezat, was een aanhanger van den Hollandschen
+Graaf Willem den Vijfde, wiens kleederen hy droeg; en dat hy Jonker
+Eduard van Gelre genegen was boven diens broeder, den Hertog,
+blijkt uit het aandeel dat hy nam in 't verzet van eenige Edelen
+tegen Reynald, ten behoeve van Eduards verkort recht, in 1353. Na
+zijn kinderloos overlijden kwam het kasteel, by magescheid of
+broederdeeling, in handen van Johan van Herlar, Heer van Ameyde, die
+er zyn jongsten broeder Arndt meê verlijdde, wiens Erfdochter het door
+huwelijk weder aan Arnold van Hoemen, Heer van Hoemen en Midlar bracht.
+
+In den oorlog tusschen den Gelderschen Hertog Willem van Gulich
+en Joanna, de Hertogin-weduwe van Brabant, koos Heer Arnold, met
+voorbyzien van zijn leenmansplicht, de partij der laatste, en yverde
+zeer voor hare zaak. Hy was er echter niet gelukkig in. Op den 24en
+Juni, 1386, krijgsvoorraad en levensmiddelen van 's Hertogenbosch naar
+zijn kasteel van Midlar geleidende [51], werd hy by het uitkomen van
+een bosch, zuidwaart van Grave, door Gerard van Oyen aan het hoofd
+eener talrijke bende Gelderschen overvallen, en met zijn zoon Reynald
+en eenige Brabantsche ridders gevangen genomen. Hertog Willem, hiermede
+zijn voordeel trachtende te doen, deed den gevangene voor zich brengen,
+en gaf hem de keuze tusschen de oogenblikkelijke overgave van den
+Ammersode, of--de dood. Maar ook in dien nijpenden oogenblik begaf
+den heldhaftigen Ridder zijne fierheid niet:--»Moet ik sterven,"
+gaf hy onvertsaagd ten andwoord: »ik zal het met eere weten te
+doen--maar de bezworen trouw aan mijn Vrouwe van Brabant verbreek ik
+niet."--'s Hertogs scherp voorstel bleef toen een bloote bedreiging,
+'t zij hy getroffen was door de moedige taal des Edelmans, of dat
+hy wellicht diens dood nooit in den zin had gehad, maar slechts op
+deze wijze de bemachtiging van 't kasteel wilde beproeven. Thands
+schoot hem hiertoe niets anders over dan een beleg. Hy liet Heer
+Arnold het leven, maar wendde zich met de wapenen voor den Ammersode,
+die, niettegenstaande een kloekmoedigen weêrstand, na weinige dagen,
+in Augustus gewonnen, en met het kasteel Midlar, dat in de volgende
+maand het zelfde lot onderging, verbeurd verklaard werd. En schoon hun
+dappere eigenaar later by Hertog Willem in aanzien geraakte--hy ontfing
+zijn fraai goed aan de Maze, zoo min als zijn schoone Heerlijkheid in
+Bommelerwaert weder te rug [52]. Evenmin kwam ze in handen van Gherit
+van Bruechem, die er aanspraak op maakte (waarschijnlijk uit hoofde
+van bloedverwantschap), maar in 1391 afstand van deed, behoudens zijn
+recht op eenige morgen lands, die zijner moeder behoorden.
+
+Toen de Hertog zich in 1392 tot zijn derden tocht naar Pruissen gereed
+maakte, stelde hy het kasteel in hoede van zijn oversten rentmeester
+Godart van Stamprade, die zich daartoe verbond »mit op gerichten
+vingheren ende mit ghestaefden eden ten heiligen gheswoeren."--En
+toen hy, in Januari 1402, zijn einde voelde naderen, en de verdeeling
+zijner bezittingen by testament regelde, schonk hy slot en Heerlijkheid
+Midlar, met uitzondering van den tol, aan zijn oudsten bastertzoon
+Willem van Cuyc; en den tweeden, Johan, begiftigde hy met Ammersode,
+onder voorwaarde dat dit, in geval van kinderloos overlijden, weder op
+'s Hertogs rechte erfgenamen zou te rug komen,--ten allen tijde voor
+hen open staan,--en tegen uitkeering van 1000 Rijnsche guldens steeds
+losbaar zou zijn.
+
+Men vindt echter niet, dat Johan ooit in 't bezit der hem beschikte
+heerlijkheid gekomen is. Waarschijnlijk heeft hy zich daaromtrent
+verstaan met zijn oom Reynald, die ten minste in 1405, tegen ruiling
+met het kasteel ter Knype, en het hoog en laag gericht van Beecke
+en van Sterckerode, aan Johan Steck van Beecke, Heer van Beecke, en
+Hertooglijk Raad, overlevert: »slot, borch ende herlicheit Amersoyen,
+mit hogen gerichte ende degelixschen gerichte, mit mannen, mit
+dyenstmannen, horigen luden, wastijnsigen luden, coirmetschen luden,
+eygenen luden, mit hoenren, capuenen, gansen, mit renthen, mit paichte,
+mit theenden, mit tijnse, mit gulden, mit jairgulden, mit wijnde,
+mit watere, wijhere, mit busschen, mit broeken, mit artlande, mit
+beemde, visscherijen, forefeyten, mit allen opkomyngen, mit heyden,
+mit weyden, hoge ende lege, ende mit allen anderen goiden ende
+erven, tot der voirscr. herlicheit van Amersoye gehoirende." [53]
+Zeven jaren later deed Heer Johan er weder afstand van, tegen een
+bepaalde som. Het moet hier echter aan een of andere voldoening van
+'s Hertogs wege gehaperd hebben; want Meralda Steck van Beecke,
+Johans erfdochter, gehuwd met Heer Goossen van Rossem, deed zich na
+heurs vaders dood met de Heerlijkheid beleenen, schoon zy overigens
+evenmin in 't bezit getreden schijnt te zijn, als Willems Johan.
+
+Een andere Bastert van Gelre werd er meê beschonken, en wel Hertog
+Reynalds zoon Willem van Wachtendonc, die op den 25en April 1424, in
+overeenstemming »mit Hermanna van Batenborch, sijn echte huysvrouw,
+Johan Heer tot Broeckhuysen ende tot Weerdenburch verkocht 't slot
+van Amersoyen, mit den voorburchte ende graven, mit der heerlijcheyt
+van Amersoyen, mit den dorpe" enz., verder gelijk reeds in Hertog
+Willems brief van ruiling werd omschreven. Hertog Reynald keurde
+dezen overgang goed, en gaf het in 't volgend jaar aan Broeckhuysen
+en diens erven tot een onversterfelijk leen, te verheergewaden met
+éen pond goed geld. De goede luiden van Ammersode hadden reden om
+zich over dezen verkoop te verheugen: hun nieuwe Heer toonde zich
+hunnen belangen niet onverschillig, en gaf hun in 1428 landrechten
+en keuren, met die van Tielre- en Bommelerwaert overeenstemmende,
+terwijl hy de ingenoten van het kasteel meer gemaks verschafte,
+door er eene slotkapel te stichten.
+
+Heer Johan van Broeckhuysen van Waerdenburch overleed vervolgends
+in 1443, en liet zijn eenigen zoon Gerard, die met Walravina, Heer
+Walravens dochter van Brederode [54], gehuwd was, en de waardigheid
+van Erf-Hofmeester des Hertogen van Gelder bekleedde, den Ammersode.
+
+Wanneer zijne onderzaten met goede hope hem zijne goederen hebben zien
+aanvaarden--zy zagen die hoop niet verwezendlijkt: reeds het volgende
+jaar viel de bekende slag van Sint-Hubert voor, waarin Willem van
+Egmond van IJsselsteyn gevangen genomen werd [55], en in dezen strijd
+sneuvelde Heer Gerard, die, edeler dan zijn lafhartige naamgenoot van
+Culemborch, dus zijn ridder-eer en leensmans-trouwe met zijn dood
+staafde. Hy mocht sterven in het vertrouwen dat zijn bloed zich in
+zijn kroost niet verloochenen zoû: slechts weinige uren te voren,
+vóor den aanvang van 't gevecht, zag hy zijn oudsten zoon Johan op
+het slagveld ridder geslagen, en alzoo tot de hoogste waardigheid
+van den adel verheven.
+
+Het geluk was den jongen held echter niet gunstig: strijdende werd hy
+krijgsgevangen gemaakt, en moest zich eenigen tijd het gemis zijner
+vrijheid getroosten.
+
+De listige Jan van Rossem, dien Sweder van Culemborch later »die
+alde cat" noemde, had de laagheid om zich met dit dubbel onheil te
+bevoordeelen. Hy zond, eensdeels misschien op grond der verouderde,
+aanspraak van zijn vader Goossen, anderdeels uit wraakzucht, omdat
+Heer Johan hem zijn verloofde ontvrijd had, zekeren Jacob Ottens,
+om den Ammersode te vermeesteren. De aanslag gelukte, maar zijne
+vreugde daarover was slechts van korten duur. Heer Jan van Culemborch,
+een verwant der vrouwe van Broechuysen, Elisabeth van Haeften, had
+naauwelijks het feit vernomen, of hy besloot om de weduwe, die wellicht
+van hare vier jongere zonen nog geene hulp verwachten kon, in dien
+nood by te springen.--Vóor het kasteel stond een rosmolen, en in de
+deur der kasteelpoort schijnt geen winket of tralievenster geweest
+te zijn; op deze toevallige omstandigheden bouwde de naauwlettende
+Ridder zijn plan tot herovering.
+
+Op eenen dag in 1445, zeker niet laat in den morgen, komt er een bode
+van Culemborch, met de bus, het teeken van zijn ambt, op de borst,
+voor 't kasteel aan, en klopt er op de poort. Den poortier, die hem
+te woord staat, verzoekt hy een brief te willen ontfangen, om dien
+zijn Heer, by diens komst op 't huis, te overhandigen. De thands
+geen kwaad vermoedende poortwachter opent de deur ten deele--maar nu
+brengt de bode er vaardig zijn arm tusschen, en weert de sluiting;
+en daarop schieten Culemborchs krijgsknechten, heimelijk in den
+rosmolen verborgen en op de loer liggende, haastig toe, stormen de
+poort binnen, vermeesteren het kasteel, en brengen het op deze wijze
+weder in handen der rechtmatige bezitters.
+
+In hoeverre nu Ammersode, dat, blijkends Schotels onderzoek, den
+tweeden zoon, Walraven, »aenbestorven ende toegeleeghen was van doode
+Gerits sijnen vader," nu nog door den oudsten, Johan, op hem verlijd
+moest worden, is duister; maar in elk geval zijn de stukken daarvan nog
+voor handen, en de bepalingen der broederdeeling, van 20 Januari 1457,
+worden bevestigd door den leenbrief van acht dagen later, waarby Johan
+van Walraven »beleent ende verlijt die leenweer mit allen rechts ende
+toezeggens, dat hij gehadt heeft oft hebben mochte aen dat slot tot
+Amersoyen metter heerlijcheyt, leenmannen, renten, gueden, bezegelde
+brieven ende allen zijnen toebehoiren, nyet daer van vuytgescheyden, te
+houden tot eenen rechten onversterffelijken erffleen, met al dusdanige
+voorwaarden, oft saecke waer dat Walraven voirs ofte sijne kinderen
+storven, sonder wettelijcke blijvende geboorte after hem te laten,
+dat Godt verhueden wil, soo sal dese voirs. heerlijcheit mit allen
+horen toebehoiren voirs. wederom besterven aen Jan voirs. oft sijnen
+rechten leenvolgeren, in der tijt, in levende lijve wesende."
+
+De onverhoopte omstandigheid, in de gevolgen waarvan deze laatste
+bepaling voorzag, vond werkelijk plaats: Heer Walraven overleed
+kinderloos, in 1480. Ammersode ging toen over op Johans zoon Gerhard
+van Broechuysen van Weerdenburch, wiens Heerlijkheid van den laatsten
+naam, benevens de dorpen Hiern en Neerijnen, door den Aartshertog
+Maximiliaan in 1481 verheven werd tot eene Hooge-heerlijkheid, met
+het recht van galg en put. Heer Gerhard, een getrouw aanhanger van
+Hertog Karel van Egmond, by wien hy de waardigheid van Hofmeester
+bekleedde, stierf in 1494, zonder ooit gehuwd geweest te zijn,
+waardoor Weerdenburch en Ammersode by erfenis overgingen op zijne
+zuster Walravina, die ze in het geslacht der Arckels bracht.
+
+Zy was namelijk in 1480 gehuwd met Otto van Arckel, een Edelman voor
+'t overige, die den beroemden naam van zijn Huis tot weinig eere
+was, en zijn eigenen te schande maakte. Samenspannende met Gherit
+van Culemborch, zijn oom van moeders zijde, had hy zijn vader
+gevangen genomen, en op het kasteel van zijn oom in verzekerde
+bewaring gebracht, terwijl hy-zelf dat van Heuckelom bezet hield,
+en van daaruit zijne soudeniers roovende en ruitende door gantsch
+Zuid-Holland zond. Maar--een andere Adolf van Egmond, trof hem weldra
+ook gelijke straf. De Graaf van Charlois, deze strooperijen moede,
+deed zijn Drossaart Valckesteyn Heuckelom overmeesteren, en dwong
+Otto tot afstand der Heerlijkheid, waarvan hy zich-zelf tot Heer liet
+huldigen. Later, volgends sommigen nog by des Borgondiërs leven,
+ontfing de onwaardige zoon zijne goederen te rug. Hy stierf op ver
+gevorderden ouderdom, in het jaar 1505; Vrouwe Walravina huwde twee
+jaren later weder met Heer Herman van Wachtendoncq, en overleed
+in 1511.
+
+Heur oudste zoon uit het eerste huwelijk, Johan van Arckel, Heer
+van Heuckelom, bekwam toen den Ammersode, maar overleed reeds ten
+volgenden jare, en zijn huwelijk met Adriana, des Heeren van Alsten
+dochter, was kinderloos gebleven.
+
+Op den 24en Juni 1513 werd het kasteel door Henrick van Nassau voor
+Hertog Karel van Borgondiën gewonnen, maar schijnt niet lang in
+diens bezit gebleven te zijn, want weldra vindt men het weder als
+een eigendom van Johans broeder, hoewel niet van den tweeden broeder,
+maar van den jongsten, Walraven, wien Hertog Karel van Egmond in 1514
+ook met Weerdenburch beleende; blijk van eene gunstige gezindheid,
+die niet immer duurde. Hy viel by den argwanenden Prins in ongenade,
+waarop eene verzoening volgde, die, 25 Augustus 1520 bezegeld,
+hem weder in het bezit stelde van alle breuken, wapenschouwing,
+waakzetting en waakschouwing, verder alle rechten en privilegiën,
+met uitzondering van lijfgoed en klokkenslag, om ze te genieten tot
+wederopzeggens toe. Intusschen--ter zelfde maand van het volgende
+jaar weder, dwong de Hertog hem tot afstand aan zijn ouderen broeder
+Gerhard, van Weerdenburch met het dagelijksch gericht, van Ammersode
+met het hoog en laag gericht, en van de tienden van Rossem, Driel
+en Herwaerden, met bepaling, dat Weerdenburch altijd aan den rechten
+stam versterven, en nimmer overgebracht worden zou.
+
+Toch bleef hy 's Hertogen dienst houden. Ten minste in den oorlog met
+Bisschop Henric van Beiëren, was hy met den Stadhouder van Meurs binnen
+Utrecht, en aan diens zijde, toen hy by de overrompeling van 1528 de
+stad ontweek; maar zy werden, te gelijk met den Hertooglijken Raad
+Wynand van Arnhem, »van het boerengespuys aen de Vecht bekend, en weder
+naer de stad gebraght," waar hun echter verder geen leed, dan dat der
+gevangenschap weêrvoer. Na het treffen van den vrede werden zy weder
+ontslagen. Vier jaren later, en wel op den 27 September 1532 verbond
+hy zich in den echt met Jonkvrouwe Catharyne van Gelder, natuurlijke
+dochter van Hertog Karel en Anna van Merwijc, die hem acht kinderen
+schonk, vier zonen en vier dochters, waarvan drie ongehuwd overleden.
+
+Intusschen bezat zijn broeder Gerhard, Heer van Heuckelom en
+Weerdenburch steeds ook den Ammersode, en ontfing van het laatste
+in 1539 de bevestiging van Keizer Karel den Vijfde, »met bedingh,
+dat het zelve altoos voor den Keyser zoude open staen, als zijnde
+niet alleen Hertogh van Braband, maer ook van Gelder."
+
+Gerhard, sedert 1512 gehuwd met Margareta, Erfdochter van Heer
+Daniel van Praet van Moerkercken, Heer van Merwede, en Baliuw van
+Zuid-Holland, bleef zonder kinderen, zoodat by zijn dood, die in 1547
+plaats vond, de vaderlijke erfgoederen weder te rug vielen op Heer
+Walraven, die ze nu tot op zijn sterfdag, in 1557, behield.
+
+Zijn oudste zoon, Otto, erfde Heuckelom, en stierf in 1567 door een
+noodlottigen val met het oor in zijn zwaard, toen hy met een wagen by
+Herwynen omstortte [56]. De tweede zoon, Karel, bekwam Weerdenburch;
+de derde, Joris of George, de Heerlijkheid Ammersode.
+
+Joris van Arckel was nog een kind, toen zijn vader overleed,
+waarom Goirt van Gellekom zijne plaats bekleedde by het doen der
+leenhulde. Later, in 1569, legde Heer Joris persoonlijk den leen-eed
+af, en werd toen namens Filips den Tweede, als Hertog van Gelderland,
+met de Heerlijkheid verlijd, en alzoo bevestigd in het bezit van
+zijn vaderlijk erfgoed. Hy trad in 't huwelijk met Anna, Heer Johans
+dochter van Lockhorst, waardoor hy de Heerlijkheden van Heemstede en
+van Lockhorst verkreeg. De beide echtgenoten verzekerden elkander,
+by testament van 24 Februari 1581, »in lijftochte duysent guldens
+siaers, wt elcx haer respective goederen haer leven lanck gedurende
+van lancst leven." Vrouwe Anna overleed vóor haren echtgenoot, die
+in 1590 stierf; maar de oorzaak van zijn noodlottigen dood is zoo
+zonderling, en van zoo veel raadselachtigs en onverklaarbaars omweven
+en doorvlochten, dat de tastbare vormen der historie zich hierby in
+de zwevende gestalten der overlevering verliezen, en de gloed der
+poëzy vereischt wordt, om een meer helder licht te werpen op die
+
+
+
+SAGE VAN DEN AMMERSODE.
+
+
+Glad is de ijskorst van den winter, die den rug der waatren dekt,
+En den helder-blaauwen hemel tot een blanken spiegel strekt;
+Maar wie meldt het, wat daaronder in den schoot dier waatren huist?
+Wat er in de donkre diepte langs den bodem woelt en bruist?--
+
+Feest is 't op den Ammersode, schoon geen dartel looffestoen
+Poort of brug omzwiert met bloemen, nis noch zuil met lachend groen.
+Schoon geen zang der burchtgenoten klinkt met vrolijk maatgeluid--
+Feest is 't op den Ammersode: Jonkvrouw Ada is de bruid.--
+
+--»Dartle lijfknaap! hoe zoo somber? Waarom in uw oog die traan?
+Aan het feestmaal zit uw Jonkvrouw; gy doolt eenzaam door de laan?
+'k Ben een vergereisde zanger, vreemd in Arckels burchtgebied.
+Sneeuwt het daar geen roode rozen? Is de bruid uw Jonkvrouw niet?"
+
+--»Och! al sneeuwt het roode rozen, tranen reegnen daar door heen!
+Maar ze duchten er geen jammer: Ik ben angstig, ik-alleen.
+'t Proefjaar is ten end geloopen; 't is heur laatst banket op 't slot:
+Morgen volgt heur nonnenwijding... morgen, morgen! o mijn God!...
+
+--»Maar waarom die siddrende angstkreet?--Lijfknaap! gy, nog half een kind!
+Hebt gy dan uw schoone Jonkvrouw licht in 't heimelijk bemind?
+Was ze u meer dan rijke bloeme, bloeiende in een vreemde gaard,
+Waar gy slechts de zorg mocht deelen, die haar voor het
+weêr bewaart?
+
+--»Heb ik haar mijn hart geschonken--'t was, gebogen op mijn kniên;
+'t Was met kinderlijken eerbied, zoo ik tot haar op dorst zien.
+Neen--dat drukt niet op mijn boezem... maar een geest waart om my rond,
+Die in 't kleppren van zijn vlerken my een naamloos wee verkondt.
+
+»Sints dees dag aan 't oosten lichtte, toeft een vreemde op 't slot als gast--
+En mijn pols krimpt wech van vreeze, waar zijn aanblik my verrast.
+Zeven knechten, even somber als hun meester, naar den schijn,
+Hangen zwijgend aan zijn wenken; hy mag wel de Boze zijn!"...
+
+En een huivring van verschrikking greep den vreemden zanger aan.
+Blaauw scheen hem het zwijmend maanlicht in de dorre lindelaan.
+Zwijgend week hy naar den landweg, die naar 't eenzaam klooster bracht,
+Waar men hem geen maal zou weigren en geen schuilplaats voor de nacht.--
+
+Feest is 't op den Ammersode. Buiten zwijmt de maanlichtstraal--
+Binnen flikkren honderd toortsen door de hooge burchtslotzaal.
+Buiten klaagt door 't naakt geboomte slechts het slepend uilgesteen--
+Binnen klinken pijp en cymbel door de hooge welfsels heen.
+
+Twintig Eedlen, hoog van wapen, tusschen Maze en Leek vermaard,--
+Twintig Jonk- en Edelvrouwen, aan dien Ridderstoet gepaard,--
+Veertig knapen, hooggeboren, dienende aan den rijken disch--
+Wie nog vraagt er van dat feestmaal, of 't een Arckel waardig is?--
+
+Aan de zij' des grijzen Burchtheers, Vrouw Joannaas plaats weleer,
+Voor haar de englen tot zich riepen, zit de grijze Abdisse neer.
+Aan de zij der teedre Jonkvrouw, wie nu 't waereldsch haast ontging,
+Zit de gast van d' Ammersode, zit de sombre vreemdeling.
+
+Ravenzwarte lokken rollen langs zijn bleeke wangen heen;
+Ravenzwarte wimpers zoomen zijner donkere oogen leên;
+Ravenzwarte knevels dekken 't plooien van zijn bleeken mond.
+Affaytadies wapen voert hy--maar wie zegt het met wat grond?--
+
+Goudblond worstlen nog de tressen aan de huif der Jonkvrouw uit;
+Goudblond is de zijden wimper, die heur teêr-blaauw oog omsluit;
+En heur zacht-gebloosde trekken ademen zoo kalm een rust,
+Of er de engel van den vrede haar het voorhoofd had gekust.
+
+Bleek zijn Affaytadies wangen, als daar buiten 't licht der maan.
+Duister staan zijn donkere oogen, blikt hy soms de Jonkvrouw aan.
+Heel een waereld van verlangen, van verlating, van verdriet,
+Trilt er in dien neevlend' oogstraal, dien hy naar de Jonkvrouw schiet.
+
+Hooger bruist de klank der pauken; vrolijk schettert de cymbaal.
+Lust en leven, vrede en vreugde stroomen zonlicht door de zaal.
+Luider klinkt de toon der gasten by hun levendig gebaar.
+Affaytadi fluistert somber, of hem 't spreken moeilijk waar':
+
+»Jonkvrouw Ada! Bruid des hemels! wilt ge luistren naar een droom?
+'t Was, als doolde ik in 't verleden, en aan d' oever van een stroom:
+'t Was de Maas, wier blonde golven vloeiden langs een eilandzoom,
+En een oude grenssteen rustte er aan een grijzen wilgeboom."--
+
+Bevend zag de Jonkvrouw opwaart, en heur fijne blos verschoot.
+Affaytadies wangen kleurden langsaam tot een scheemrend rood.
+»Luister, Jonkvrouwe! en blijf rustig," sprak hy met een kouden lach:
+»Zoudt ge huivren om een landschap dat ik in mijn droomen zag?"--
+
+Zwijgend zag ze voor zich neder. Fluistrend boog hy tot haar heen:
+»'k Zag een jeugdig tweetal zitten op dien graauw bemoschten steen.
+'t Was een meisjen, blond van lokken, blaauw van oogen, zoet van leest;
+'t Was een knaap, met zwarte hairen, bleek van wangen, droef van geest."
+
+Siddrend zag de Jonkvrouw opwaart, en thands bleeker dan de dood.
+Affaytadies wangen kleurden tot een hoog en donker rood.
+»Luister, Ada! en blijf rustig," sprak hy met een bittren lach:
+»Zoudt ge voor twee kindren siddren, die ik in mijn droom slechts zag?"
+
+IJzend zag ze voor zich neder. Somber fluistrend sprak hy weêr:
+»Zy was dochter van den huize; hy--een vondling, en niets meer.
+Maar toch zwoer ze hem heur trouwe, by den weedom van heur ziel
+En der zielen van heure oudren, zoo ze van heur trouw verviel!"--
+
+--»Maar dat was voor twalef jaren!" riep zy met gesmoorden kreet:
+»En hy is van hier verdwenen--en vergeten is die eed....."
+--»Maar hy is te rug gekomen!" sprak hy, met een oog vol glans:
+»En de vondling van 't verleden--is Graaf Affaytadi thands!"--
+
+--»Heere Jezus!" kreet ze rillend; maar dien kreet vernam men niet,
+Toonloos als hy ging verzwonden in het schaatrend tafellied.
+Half bezwijmd zonk ze in heur zetel; maar de woeling aan den disch
+Bond den blijden geest der gasten--en daar was geen stoorenis.
+
+--»'t Is te laat thands, Affaytadi!".... En 't vloot biddend van heur mond:
+»Morgen treed ik in het klooster, morgen met den uchtendstond.
+Affaytadi, Affaytadi!..... hebt gy ook mijn rust vermoord--
+Geef my d' eed van trouwe weder, 't onbedachte kinderwoord!"--
+
+--»'t Is te laat thands, Ada!" ruischte weer zijn sombre fluisterstem:
+»By het welzijn van drie zielen! houdt ge uw eed--of breekt ge hem?
+Laadt ge een eeuwigheid van jammer op 't onschuldig ouderhoofd--
+Of bewijst ge een Affaytadi, wat ge een vondling hebt beloofd?"--
+
+--»O! daar is, daar is geen redding!" riep ze met een luiden gil.
+En het dischgedruisch verstomde, zang en feestmuziek zweeg stil.
+Roerloos lag zy in heur zetel, als een offer van den dood.
+Affaytadies oogen vlamden, en zijn wang was gloeiend rood.
+
+Hy was ijlings opgesprongen; maar hy scheen het niet te zien
+Wie er snelden tot den zetel, om der Jonkvrouw hulp te biên.
+En hy achtte, half-gebogen in een diepe vensternis,
+Noch op 's vaders handenwringen, noch op 't schreien der Abdis.
+
+Bleek was weer zijn wang geworden, en zijn mond stond strak en kil.
+»Nog gaat gy my niet verloren--daar is redding, als ik 't wil"....
+Sprak hy momplend.--»En ik wil het!" sprak hy ijlings voor zich heen.
+--»Waar is Affaytadi?" vroeg men.... In de zaal vond hem niet een.
+
+En een droevige verwarring heerschte in die verlichte zaal.
+Buiten was het stil en zwijgend: alles schaduw, alles vaal.
+In de handen 't hoofd verborgen,--in het oog een stillen traan,--
+Zat de Lijfknaap op een boomtronk, in de dorre lindelaan.
+
+Ruischte daar geen staalgekletter? Dreunde daar geen hoefgestamp,
+Half gesmoord en gants verborgen in den vochten avonddamp?
+Gonsde 't van den kant van 't burchtslot als een nachtgeest niet voorby?
+Angstig staart hy door het duister naar de onzichtbare overzij.
+
+Hoe!.. ging reeds de nacht ten einde? Breekt de purpren uchtendgloor
+Met een vloed van rossche stralen plotslijk dus de wolken door
+En verlicht de kruin der linden?... Hy blikt om naar d' oosterkant--
+En springt gillend overende, met den ijsbren kreet van »brand!"
+
+Brand!... Als stof voor wervelwinden, breekt uit raam en torentrans
+Gloeiend rood een wolk van vonken, met een schrikkelijken glans.
+Zwarte rookkolommen rijzen om 't gevonkel, dicht in een--
+En dan breken wilde vlammen door de rookkolommen heen.
+
+Poort en valbrug staan in vuurgloed; 't water kookt er in de gracht.
+»Redding! Redding!" is het gillen... maar hoe redding toegebracht?
+Als een onverdoofbre krater spuwt de burch zijn vlammen uit,
+En in 't kraken van de muren smoort het kermend angstgeluid.
+
+'t Raafgebroed, van 't nest verdreven, krijscht en krast om trans en tin,
+En het kleppen van de noodklok valt er ijzingwekkend in.
+Louter vuur is de Ammersode,--lucht en water louter vuur.....
+God bewaar' de burchtgenoten! want de redding kost er duur.
+
+En de Zanger uit den vreemde, die naar 't gintsche klooster trad,
+Wendt ontzet en schuw zijn blikken, en houdt stand op 't eenzaam pad.
+En hy stort er op de kniën; en hy bidt, met bang gemoed,
+Voor zoo menig deerniswaarde, die een graf vond in den gloed.--
+
+Rammelde er geen staalgekletter? Dreunde daar geen hoefgedruisch,
+Toen hy neêr lag, innig biddend voor wie omkwam op het huis?
+Gonsde 't van den kant van 't burchtslot als een nachtwind niet voorby?
+Met een angstig voorgevoelen staart hy naar de kloosterzij.
+
+En hy duizelt van ontzetting, en hy steunt zich aan een stam:
+Is de jongste dag verschenen? Staat heel de aarde reeds in vlam?
+Dreigend rees de kloostertoren als een donkre geest omhoog--
+Maar te midden van een vuurgloed, barstende uit gewelf en boog:
+
+Vuurgloed, die het nachtlijk donker van den zwarten hemel joeg,--
+Die heel d' omtrek op deed waken, en het hart met siddring sloeg.
+Raadloos woelt de ontzette menigt, waar geen redding mooglijk was...
+En de burcht gaat op in vlammen; en het klooster zinkt in asch.
+
+In de borst van welken duivel rijpte, met die gruwzaamheid,
+Zoo afschuwelijk een denkbeeld tot zoo schrikkelijk een feit?
+Waarom is die dubble moordbrand in de zelfde nacht geschied?
+Huivrend gaat de vraag in 't ronde--maar een andwoord is er niet.--
+
+Treurig werpt het uchtendzonlicht over 't rookend puin zijn glans.
+Als een wrak, ter helft versplinterd, rijst er nog een enkle trans,
+Rijst er nog een enkle toren, rijst er nog een enkle boog
+Van de burcht der Ammersoden uit de laauwe gracht omhoog.
+
+Snikkende, en met schreiende oogen, zag men 't bitter schouwspel aan:
+Zooveel jeugd, en zooveel grijsheid--in den wilden gloed vergaan!
+Snikkende, en met schreiende oogen, groef men lijken en gebeent
+Uit de zwart-gerooste puinen--al te droevig grafgesteent!--
+
+Menig nog herkenbaar teeken: wapentooi of pronkcieraad,
+Dat van 't stofflijk overblijfsel nog geslacht en naam verraadt.
+En toen 't al was opgedolven, wat zoo wreed begraven waar,
+Miste men met stille ontzetting nog een enkel lijken-paar.
+
+Waar bleef Affaytadi? waar de Jonkvrouw?--En een kille schrik
+Deed er aller wang verbleeken by die vraag, dat oogenblik:
+Spoorloos waren beiden henen; en geen teeken, dat verried,
+Wat er, na dees nacht vol jammer, met die beiden zij geschied.--
+
+Jaren kwamen, jaren gingen--en de burch rees uit zijn puin,
+En het drietal zware torens hief er weêr de trotsche kruin.
+Maar, wat ooit van verre of vreemde weêr op 't burchtslot werd gehoord
+Nooit een woord van Affaytadi; van de Jonkvrouw nooit een woord.
+
+
+
+Volgends eene overlevering op de plaats-zelve, spaarden de felle
+vlammen nog een ronden toren, met een gering deel van het hoofdgebouw,
+en den buitengevel eener poort, die thands nog, onder een wapenschild
+dat in het laatst der voorgaande eeuw met gipskalk onkennelijk werd
+gemaakt, het jaartal 1564 draagt.
+
+Eene verklaring van den Secretaris Moll te Ammersode, 15 Augustus
+1606 opgemaakt [57], zegt echter, »datter in timmeragie nauwelyx een
+splinter en was overgebleven." En verder: »dat daer benevens d' Edele
+Welgeboren Heere, Heere George van Arckel onze lieve weerden Heere,
+wiens ziele God genadigh zij, ende met sijne Edele Huys off sloth
+voors. ter selver tijt mede verbrant is worden en den sesden dagh daer
+na deser weerelt over leeden, gelijk ook in den voors. brand te niete
+gegaen ende tot assche gekomen is Zijne Edele huysraat, meubilen,
+juweelen, boeken, brieven en papieren, als doen op den voors. Huyse
+weesende, behalve dat eenig gout en zilver naderhand uyten assche
+ende gruys wederom nog sijn bevonden, item dat dergelijke fortune
+en ongeluk ook gevuelt hebben de nabuiren en inwoonders, die meest
+alle hun gelt, goederen, huysraat, klederen, klijnodien, boeken en
+brieven, overmits den pereyculeusen tijt, op het voors. sloth, als
+ten eenre en ter andere zijde vrij zittende, gevlugt hadden, en niet
+gewoon en waren in hun eygen huyse yet te behouden, dan 't geene sij
+'t allen uure ten eenemaal nodig hadden."
+
+Nadat Heer Joris op zoo treurige wijze was omgekomen, werd hy opgevolgd
+door zijn eenigen zoon Otto [58], die omstreeks 1600 de verwoesting
+liet herstellen, het kasteel uit zijn puinen deed ophalen, en weder als
+een waardig gedenkteeken van voorvaderlijke macht en aanzien herrijzen.
+
+Deze Otto van Arckel was thands de eenige »overblijvelingh van manlijk
+oir, van den Arkelsen stam, gesproten uyt de Heeren van Heukelem,
+de xj in 't dalend getal van Heer Jan de Sterke, de tweede Heer van
+Heukelem." In 1614 huwde hy met Jonkvrouw Francelina, dochter van Heer
+Cosmo degli Affaytadi, Baanderheer tot Ghistelle, Hilst en Lavenacker
+[59]; de bruid ontfing daarby als huwelijksgave van haren vader »vijf
+honderd gulden 's jaars zuijvere renthe tot laste van de domeijnen
+van Zeelandt." Zy overleefde haren echtgenoot, die zich in den strijd
+met Spanje als een rechtgeaart Nederlander en wakker krijgsman kweet,
+en by voortduring te velde trok. Hy liet drie dochters na en éen zoon,
+Thomas Walraven, die Heer van Wordragen en Well, den Ipelaer en ter
+Lucht wordt genoemd, en in 1641 met Ammersode beleend werd.
+
+Thomas Walraven was gehuwd met Jonkvrouwe Joanna Barbara, Heer
+Lodewijks dochter van la Kethulle, Heer van Rijhove en Tamers, Kolonel
+te paard, Ritmeester over eene kompagnie kurassiers in dienst van den
+Staat, en Gouverneur van Bergen-op-Zoom. De krijgshaftige voorbeelden
+zijns vaders en schoonvaders schijnen echter op hem geen invloed
+te hebben gehad: men vindt niet dat hy den Staat heeft gediend. Dat
+kon hem evenwel niet immer een vreedzaam leven waarborgen: de inval
+der Franschen in 1672 brachten hem menige moeielijkheid, waarvoor de
+sauvegarde, hem door Prins Willem den Derde op den 29en Juni vereerd,
+evenmin behoeden kon. Wel ontkwam de burcht het lot dat zoo vele
+anderen in die dagen trof, en werd voor vernieling bewaard--maar
+niet dan ten koste van groote opofferingen, evenzeer drukkende voor
+de onderdanen als voor hun Heer, wien het verblijf op het kasteel
+soms maar al te bitter werd gemaakt. Alleen in 1672 moest hy eene
+schatting betalen van byna 7000 gulden aan geld, haver, gerst, hooi,
+stroo, kapotten, en schoenen. De arme boeren werden geprest, om drie
+maanden lang te arbeiden aan de versterking van het fort Crevecoeur. In
+het volgende jaar waren de afpersingen in geen geringer mate, en by
+de minste vertraging volgden er oogenblikkelijk brutale aanmaningen,
+zoowel van den bevelhebber van Crevecoeur als van dien der sterkte
+St. Andries, waarby gedreigd werd »het slot en de woningen der
+onderhoorigen zonder genade aan de vlammen ter prooi te zullen
+geven, indien de geëischte som of voorraad van voeder en vee niet
+oogenblikkelijk werd opgebracht."
+
+Waarlijk! de Franschen van 1672 gingen het die van 1795 waardig voor;
+en de Luitenant-Generaal der Koninklijke Armee, Graaf de l'Orge,
+behoefde voor den Generaal van Damme in onbeschaamdheid niet te wijken.
+
+In die treurige dagen hield Heer Thomas Walraven niet altoos zijn
+verblijf op het kasteel, maar was ook dikmaals te 's Hertogenbosch. Het
+zal hem gewis geen rouwe hebben gebracht, toen de roemrijke lelievaan
+eindelijk den Nederlandschen bodem ontwijken moest.
+
+Op den 1en Juni 1683 gaf hy, ten behoeve van Willem den Derde, die
+in een verschil over jachtrecht was met den Heer van Broeckhuysen, de
+verklaring, dat hy toenmaals was »het laatste en eenighste mans-oir,
+gesproten in wettigen huwelijk uyt het opgemelte Huys van Arckel,
+wel willende ende begeerende dat de posteriteyt hier aff kennisse
+hebbe." Hy bleef ook de laatste mannelijke nazaat van wettigen bloede,
+en overleed kinderloos, op den 23en Oktober 1693. Drie jaren later
+volgde hem zijne weduwe.
+
+Nu kwam Ammersode in het geslacht der Baronnen van Lichtervelde,
+door Renesse van Elderen aan Arckel vermaagschapt. Catharyne, Heer
+Joris dochter, had namelijk de derde harer kinderen, hare oudste
+dochter Anna van Renesse van Elderen, in 1626 ten huwelijk geschonken
+aan Pieter van Lichtervelde, Heer van Beaurevant, Vellenaere, Croix,
+Caeskerke, Vrijlandt enz., uit welk huwelijk Johan Ferdinand, Baron
+van Lichtervelde, Heer van Vellenaere en Beaurevant geboren werd. Ten
+gevolge eener bepaling van Heer Otto van Arckel, door Thomas Walraven
+bekrachtigd, om »gene off gesubstitueerde erffgenaemen feudael, als
+den oltsten en naeste van sijnen bloede, met seclusie van alle andere
+aen te stellen," erfde deze Baron thands de heerlijkheid Ammersode,
+Well en Wordragen, en werd er wettig meê beleend. Hy vestigde met zijne
+echtgenote Maria Catharina de Belveer zijn verblijf op het kasteel,
+en overleed er op den 22en Oktober 1711.
+
+Zijne nog minderjarige dochter, Jonkvrouwe Maria Isabella Catharina,
+werd er reeds het volgende jaar mede beleend, doch hare moeder,
+vrouwe Maria Catharina, genoot tot in 1754 het vruchtgebruik.
+
+De Jonkvrouw huwde vervolgends met den Vlaamschen Edelman Jacques
+Joseph de Vilsteren, Baron van Laerne, wien zy, behalven eene
+dochter, drie zonen schonk, waarvan de eerste, Jean Joseph François de
+Vilsteren, na den dood zijner moeder den Ammersode met de Heerlijkheid
+aanvaardde. De tweede zoon, Nicolas Joseph Guislain de Vilsteren,
+Baron van Laerne, werd er daarna meê beleend, en eindelijk ook de
+derde der broeders, Theodore Joseph François, Baron de Vilsteren van
+Laerne, die in 1792 stierf.
+
+Het scheen alzoo, als of het bestemd was dat Ammersode beurtelings in
+handen van Jacques gantsche gezin moest overgaan: want nu met Theodore
+ook de jongste der zonen overleden was, erfde de Heerlijkheid over op
+hunne zuster Marie Theodore Genoveve Collette, Baronnesse de Vilsteren,
+echtgenote van Lebert François Christien, Graaf de Ribaucourt.
+
+Dus was de heerlijkheid weder in een nieuw stamhuis gekomen, waaraan ze
+echter slechts twee geslachten bleef. Christien, Graaf de Ribaucourt,
+die zijne moeder opvolgde, had by zijne gemalin, eene Baronesse du
+Quarré, twee kinderen, een zoon, Prosper Christien de Ribaucourt,
+gehuwd met eene Baronnesse de Thiennes de Lombise, en eene dochter,
+Eugènie Françoise Sidonie Marie Guislaine. De laatste werd by het
+kinderloos overlijden haars broeders, Vrouwe van Ammersode, Well en
+Wordragen, en bracht daarmede de Heerlijkheid over op de familië van
+haren echtgenoot, Jonkheer Louis Alexandre Alphonse, Baron de Woelmond,
+in België verblijvende, die het thands nog in bezit heeft.
+
+Het kasteel, dat tegenwoordig door een Rentmeester bewoond wordt,
+heeft in den loop der tijden, en by zoo vele verschillende bezitters,
+natuurlijk herstellingen en verbeteringen noodig gehad, maar is in
+hoofdvorm weinig veranderd, en komt thands nog zoo goed als in alles
+overeen met de hierby gevoegde afbeelding, waarvan echter de voeting
+der torens, door onnaauwkeurigheid van den steenteekenaar, niet breed
+genoeg uit het water der slotgracht oprijzen. Welke lotgevallen het
+in den tachtig-jarigen oorlog heeft doorgestaan--daarvan is niets
+in byzonderheden bekend. Men vindt alleen in 't algemeen vermeld,
+dat het in den aanvang der onlusten te lijden heeft gehad. Dit was
+echter vóor den brand, en bracht dus geene verandering in de gedaante
+van den lateren bouw, die, zoo als wy reeds opmerkten, nog een gering
+overschot van het oude kasteel in zich opnam. Die vleugel (zegt de Heer
+Schotel) waarin zich de kapel en de archiven-kamer bevinden, sedert
+menschengeheugen niet bewoond, schijnt, ofschoon inwendig hersteld,
+in zijn oorspronkelijk muurwerk gebleven te zijn. De dikke muren,
+de diep daarin uitgehakte vensters, de steenen vloeren, de verwulfde
+vertrekken, heugen meer dan twee eeuwen. De bouwvallige staat, waarin
+zich deze overblijfselen bevinden, doet ons vreezen, dat zy welhaast
+een prooi van hamer en moker zullen moeten worden, waardoor het statige
+voorkomen van den ridderlijken Ammersode niet weinig zoude verliezen.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+   Bladz.
+
+ Het Kasteel van Heusden 1.
+ Het Kasteel te Gemert 35.
+ Het Kasteel van Montfoort 57.
+ Het Kasteel van IJsselsteyn 105.
+ Jachtslot Het Loo 145.
+ Het Kasteel Ammersode 175.
+
+
+
+
+
+OPHELDERING.
+
+
+Bladz. 42 staat: Scoten in Friesland; lees: Oudescoot (een dorp van
+de gemeente Schoterland) in Friesland.
+
+
+
+
+
+
+
+NAAMLIJST DER INTEEKENAREN.
+
+
+Zijne Majesteit de Koning.
+
+Hare Majesteit de Koningin.
+
+Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden.
+
+Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Frederik der Nederlanden.
+
+Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Marianne der Nederlanden.
+
+
+
+Aarsse, (Mej. A. J.) Huisonderwijzeres te 's Gravenhage.
+Ahlers Jr., (A.) te Amsterdam.
+Allart, (D.) te Amsterdam.
+Altman, (J. D.) te Amsterdam.
+Anemaet, (J. K. B.) Instituteur te Amsterdam.
+Arrenberg, (C.) Boekhandelaar te Rotterdam.
+Artler, (Mej. A. C. C.) te Amsterdam.
+Asher & C., (A.) te Berlijn voor de K. K. Hofbibliotheek te Weenen.
+Avis, (C.) te Krommenie.
+
+
+
+Backer, (S.) te Amsterdam.
+Bähler, (P. P.) te Nijmegen.
+Balveren, (Baron van) te Nijmegen.
+Baud, (J. C.) te 's Gravenhage.
+Becking, (W.) Boekhandelaar te Doesburg.
+Beek, (Dr. A. van) te Utrecht.
+Beer, (Johs. de) te Amsterdam.
+Bek, Wijnhandelaar in de Rijp.
+Berchuys, (Mr. A. van) te Groningen.
+Berg Jr., (J. H.) te Amsterdam.
+Berkhout, (Mr. P. J. Teding van) Regter bij de Arrondissements Regtbank
+te Amsterdam.
+Beusichem van Harmelen, (Mevr. van) te Harmelen.
+Beynen, (Dr. L. R.) te 's Gravenhage.
+Biben, (Chn.) te Amsterdam.
+Bierman, (M. A.) Notaris te Waardenburg.
+Blaauw, (J.) te Amsterdam.
+Blikman Kikkert, (D.) te Amsterdam.
+Bodel Nijenhuis, (Mr. J. T.) te Leijden.
+Boekeren, (W. van) Boekhandelaar te Groningen.
+Boellaard, (M. C.) te Utrecht.
+Bogaard, (P. Th.) te Hees bij Eindhoven.
+Böhtlingk, (Mr. F.) Procureur te Arnhem.
+Bok Jr., (J. H.) Notaris te Amsterdam.
+Bom, (G. Theod.) Boekhandelaar te Amsterdam, 2 Ex.
+Bombled, (K. F.) te 's Gravenhage.
+Boon Hartsinck, (M. S.) te Amsterdam.
+Boonzajer, (C. G.) Notaris te Gorinchem.
+Bormeester, (C.) te Amsterdam.
+Bos, (J.) te Amsterdam.
+Bosch, (Mr. Graaf E. van den) te 's Gravenhage.
+Bosscha, (J.) Hoogleeraar.
+Bouberg Wilson, (W.) te 's Gravenhage.
+Braam, (P. T.) Boekhandelaar te Rotterdam.
+Brakel, (van Dam van) te Brakel.
+Brakell van Doorwerth, (Baron)
+Brantsen, (Mevr. Baronesse) huize de Zijp bij Arnhem.
+Breda, (J. G. S. van) Hoogleeraar, Secretaris van de Holl. Maatschappij
+der Wetenschappen te Haarlem.
+Brederode, (J. J. van) Boekhandelaar te Haarlem.
+Breijer, (H. B.) Boekhandelaar te Arnhem.
+Breuninghoff, (H.) te Amsterdam.
+Broekhuizen, jr., (C.) te Amsterdam.
+Brugmans, (Mr. A.) te Amsterdam.
+Bruin, jr., (W.) Boekhandelaar te Wormerveer.
+Brunet, (L. de) te Amsterdam.
+Bruyn, (Mej. de) Landgoed Warnsborn bij Arnhem.
+Bruyn, (Mr. J. H. de) Advocaat te Amsterdam.
+Bruyn, (A. de) Onderwijzer te Batavia.
+Büchler, (D. D.) te Amsterdam.
+Burnier, (G. A.) te 's Gravenhage.
+Bijlandt, (E. J. A. Graaf van) te 's Gravenhage.
+Bijlandt, (W. Graaf van) te Nijmegen.
+Bijleveld, (H.) te Middelburg.
+Bijsterbos, jr. (N. van Berkum) Secretaris der stad Kampen.
+
+
+
+Cantzlaar, (G.) te Utrecht.
+Casembroot, (Jonkhr. J. L. de) Rentmeester van 's Konings particulier
+Domein en Burgemeester der Gemeente St. Maartensdijk, eiland Tholen.
+Casembroot, (Jonkhr. E. A. O. de) Majoor, Gouverneur van Z. K. H. Prins
+van Oranje, Buitengew. Adj. van Z. M. de Koning.
+Castro, Mzn., (d. H. de) te Amsterdam.
+Citters, (Mr. C. van) te Utrecht.
+Charbon, (E.) te Amsterdam.
+Charbon, (J. A.) te Amsterdam.
+Chijs, (P. O. van der) Professor te Leyden.
+Cleef, (Gebrs. van) Boekhandelaar te 's Gravenhage.
+Crommelin, (G. C.) Huize de Lathmer bij Deventer.
+
+
+
+Dam, (J. H. van) te Rotterdam.
+Dapperen, (J. W. van) Directeur van het Instituut tot Onderwijs van
+Blinden te Amsterdam.
+Deketh, (Mr. A.) te 's Gravenhage.
+Derfelden van Hinderstein, (Baron van) Kamerheer des Konings.
+Dishoeck, (A. M. E. van) Boekhandelaar te Zierikzee.
+Dittlinger, (J. v. D.) 1e Luit. bij de Gen. Staf.
+Doesburgh, (Ds. H. G. J. van) te Rotterdam.
+Doorman, (J. D.) Boekhandelaar te Utrecht. 2 Ex.
+Drieling, (Mr. F. H.) te Utrecht.
+Driest (van) te Heerde.
+Driest, (J. C. van) te Lienden.
+Duivenvoorde, (Jonkhr. steengracht van) Hoogheemraad van Rijnland te
+'s Gravenhage.
+Dunlop, (D.) Koopman te Rotterdam.
+Dyserinck, (J. H.) te Haarlem.
+
+
+
+Ebeling, (A.) te Amsterdam.
+Ebeling, (W.) te Amsterdam.
+Eckhardt, (Jonkhr. van Harenkarspel) op den huize Baarschot te Esch,
+N. Braband.
+Eeghen, (Mevr. de Wed. P. van) te Amsterdam.
+Eeghen, (C. P. van) te Amsterdam.
+Ekker, (Dr. A. H. A.) Praeceptor aan de Latijnsche School te Utrecht.
+Elias (G. H.) te Amsterdam.
+Ellinkhuizen, (Mej.) te 's Gravenhage.
+Embden, (van) te Zeist.
+Engelen van Pylsweert, (Jonkhr. W.) te Nijmegen.
+Ermerins, (R. C.) Jur. Student.
+Evekink, (F. N.) te Arnhem.
+Eversz, (J. W.) Boekhandelaar te Zeist.
+Everwijn, (Ds.) huize Presikhaaf bij Arnhem.
+Eyssel, (M.) te 's Gravenhage.
+
+
+
+Fabius, (F. W.) te Amsterdam.
+Fabricius van Heukelom, (Mevr. Douairière A. L. C.) te Soest.
+Fabricius van Leijenburg, (J. C. W.) te Amsterdam.
+Feije, (R. H. J.) te Amsterdam.
+Fiedeldij, (J. C.) te Amsterdam.
+Fock, (J.) te Amsterdam.
+Fodor, (J. C.) te Amsterdam.
+Foreest v. d. Palm, (Mevr. Douairière van) te Alkmaar.
+Frohwein, (J. O.) te Amsterdam.
+Fuchs, (F. G.) Koopman te Amsterdam.
+Furstner, (J. M.) te Amsterdam.
+
+
+
+Gaarlandt, (G. L.) te Bussem.
+Gelder, (G. A. de) 1e Luitenant der Infanterie te Hoorn.
+Gelder, (P. H. van) te Wormerveer.
+Gockinga, (Mr. C. H.) te 's Gravenhage.
+Gori, (G. T. N.) te Utrecht.
+Goslings, (O.) Lid van den Gemeenteraad en Kassier te Dokkum.
+Gunckel, (P. G.) te Amsterdam.
+Guijot, (P. C. G.) te 's Gravenhage.
+Hajenius, (P. G. C.) te Amsterdam.
+Hamininck Schepel (J. G. P.) Kapitein Infanterie.
+Hana, (H.) Architect te Amsterdam.
+Harinxma Thoe Slooten (D. J. A. Baron) Raadsheer in het
+Prov. Geregtshof van Friesland te Leeuwarden.
+Harpen Kuijper, (Mevr. de Wed. A. L. van) te Amsterdam.
+Heeckeren van Walien, (W. F. Baron van) Luitenant ter Zee.
+Heeckeren van de Heest, (W. Baron van)
+Heineken, (C. A.) te Amsterdam.
+Heineken, (A. G.) te Amsterdam.
+Herbschleb, te Amsterdam.
+Hesselink. (J.) in q. q. voor een Leesgezelschap te Groningen.
+Heukelom, jr., (J. van) te Pouderoijen.
+Heuvel Rijnders, (J. W. van den) te Oostburg.
+Hinlopen, (J.) Wethouder te Utrecht.
+Hinsbeek, (J. A.) te Amsterdam.
+Hoffmann, (A.) te Amsterdam.
+Holst, (C. P.) te Amsterdam.
+Hooft van Woudenberg en Grovestein, (Jonkhr. N. D.) te Amsterdam.
+Hoop, Jz., (A. van der) te Rotterdam.
+Hoorn, (L. G. van) Stedelijk Ontvanger te Amsterdam.
+Hooij, (A. J.) te Beverwijk.
+Huidekoper, (A.) te Amsterdam.
+Huurkamp van der Vinne, (V. H.) te Haarlem.
+Huijdecoper van Nigtevecht, Jonkhr. (E.) te Utrecht.
+
+
+
+Iterson, (A. A. G. van) Apothecaris te Gouda.
+
+
+
+Jacobs & Meijers, Boekhandelaars te Amersfoort. 2 Ex.
+Jeune, (P. F. J. le) te Amsterdam.
+Jochems, (Mevr.) te 's Gravenhage.
+Jolles, (Mr. J. A.) te Amsterdam.
+Jolles, (J. A.) te Amsterdam.
+Jongh, (C. de) te Tiel.
+Jordens, (Mr. C. A. van Munster) als bestuurder van een Leesgenootschap
+te Deventer.
+
+
+
+Karsten, (E. H.) Litt. Hum. Stud. te Utrecht.
+Kater, (P.) Monnickendam.
+Keer, (Otto) te Amsterdam.
+Kempenaar, (Mr. J. M. de) te Amsterdam.
+Kesper, (L. A.) Makelaar te Amsterdam.
+Kesteren (H. J. van) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Klasing, (J.) te Amsterdam.
+Klein, (J.) te Nijmegen.
+Kleinpenning, (J. S.) te Amsterdam.
+Kleinpenning, (H. C.) te Amsterdam.
+Klinkert, (R. L.) Boekhandelaar te Amsterdam. 2 Ex.
+Klerck, (G. de) te Amsterdam.
+Klijnsma, (S. F.) Luit.-Kolonel Ingenieur, op de Lyclama Stins bij
+Wolvega Prov. Friesland.
+Kneppelhout van Starkenburg, (K. J. F. C.) te Leyden.
+Knoll, (P.) te Amsterdam.
+Koch, (G. F.) Boekhandelaar te Utrecht. 2 Ex.
+Koker Bz., (J.) Boekhandelaar te Monnickendam.
+Komans, (W.) te Abcoude.
+Kooijker, (W. N.) Instituteur te Bergen op Zoom.
+Kop, (Mevr. de Wed. C. A.) te Rotterdam, 2 Ex.
+Kotzé, (J. J.) Theol. Student te Utrecht.
+Krabbendam Bzn., (J.) te Alkmaar.
+Kremer, (A. J. C.) Med. Student te Utrecht.
+Krook van Harpe, (A. L.) te Amsterdam.
+Kroon, (C. F.) te Amsterdam.
+Kruseman, (A. C.) Boekhandelaar te Haarlem.
+Kruijf, (J. de) Boekhandelaar te Utrecht.
+
+
+
+Lange, (G. C.) te Amsterdam.
+Langenhuysen, (Gebrs. van) Boekhandelaars 's Gravenhage.
+Lans, geb. Wintgens, (Mevr.) te 's Gravenhage.
+Leesgezelschap, Lust en Rust te Soetermeer.
+Leesgezelschap, tot Oefening en Vermaak te Medemblik.
+Leesgezelschap, Leerzaam Vermaak te Amsterdam.
+Leesgezelschap, Disce Legenda te Utrecht.
+Leesgezelschap, Oefening bevordert Wetenschap te Amsterdam.
+Leesgezelschap, (Het Hollandsche) te St. Petersburg.
+Leesgezelschap, tot Nut en Verpoozing te Amsterdam.
+Leesgezelschap, tot Nut en Vermaak te Moordrecht.
+Leesmuseum (Het) te Amsterdam.
+Lennep, (H. A. van) te Amsterdam.
+Lenshoek, (C. P.) Jur. Stud. te Utrecht.
+Leuveling Tjeenk, (D.) te Amsterdam.
+Lichtenbelt Jr., (J. H.) Notaris te Aalsmeer.
+Limburg Stirum, (Graaf van) te Amsterdam.
+Linse, (F. A.) te Amsterdam.
+Löben Sels, te Zutphen.
+Loder J. Mzn., (C. L.) te Amsterdam.
+Loder, (C. L.) 1e Luitenant Adjud.
+Loofs, (Mr. W. M.) Advocaat te Amsterdam.
+Loon, (Mevr. Douarière van) te Amsterdam.
+Lorraine Holling, (C. H. de) te 's Gravenhage.
+Ludolph, (L. J. C.) Onderwijzer te Rotterdam.
+Lutgers, (J. P.) te Loenen.
+Lycklama a Nyeholt, (Jonkhr. J. A.) Burgemeester van Opsterland,
+te Beesterwaag.
+Lynden van Lunenburg, (J. H. Baron van) te Utrecht.
+
+
+
+Macaré, (Jonkhr. Rethaan) te Utrecht.
+Made, (P. M. van der) te Amsterdam.
+Maire, (Mr. G. E. le) Regter in de Arr. Regtbank te Heerenveen.
+Maurik, (J. van) te Amsterdam.
+Mebius, (J. E.) voor het Leesgezelschap de Harmonie te Kollum.
+Meerburg, (Dr. P. C.) te Rotterdam.
+Meijer, (Wed. H.) Boekhandelaar te Zwolle.
+Meijer, (J. M. E.) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Meijes, (F.) Predikant te Leersum.
+Mensing, (J. C. W.) te 's Gravenhage.
+Metman, (Mr. L.) te 's Gravenhage.
+Middelhoff, (A. M.) te Purmerende.
+Moens van Bloois, (Mr. A.) te Zierikzee.
+Mohr, (E.) te Amsterdam.
+Molengraaff, (Ds.) te Nijmegen.
+Montauban van Swijndregt, (W. H.) te Rotterdam.
+Morrees, (Mr. C. W.) te Utrecht.
+Moulin, (J.) Deurwaarder bij het Kantongeregt te Kampen.
+Muller, (Fr.) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Mumm, (S. T.) te Amsterdam.
+
+
+
+Nahuijs, (P. H.) Jur. Student te Deventer.
+Nauta, (Mr. G. R.) President van de Arr. Regtbank te Heerenveen,
+Ridder van de orde van den Nederl. Leeuw.
+Nepveu (J. J. D.) te Utrecht.
+Nepveu, (Roosmale) te Utrecht.
+Nispen van Pannerden, (Baron van) te Zevenaar.
+Nolet, (J. D.) Boekhandelaar te Utrecht.
+Nomen, (Dk.) Houtkooper te Zaandam.
+Noortbergh van Brandwijk, (J.) Gep. Luit. Kolonel, Ridder der Orde
+v. d. Ned. Leeuw, te Amsterdam.
+Nooten, (S. J. van) Burgemeester te Lopik.
+Noteboom, (C. J. Q.) te Amsterdam.
+Notten, (F. H. van) te Amsterdam.
+Nouhuijs, (H. J. C. van) te Amsterdam.
+Nout, (F.) Instituteur te Amsterdam.
+
+
+
+Ontijd, (Dr. C. G. R.) te Brummen.
+Ooster, (M. C.) te Amsterdam.
+Otterloo, (W. F. van) Secretaris van Z. K. H. Prins Frederik der
+Nederlanden, te 's Gravenhage.
+Oudermeulen, (E. van) te 's Gravenhage.
+Oudermeulen, (F. van der) te Amsterdam.
+
+
+
+Pabst Rutgers, (van) Wethouder te Hoorn.
+Pallandt van Walfort, (Mevr. Baronesse Douairière van)
+Pallandt van Waardenburg van Neerynen, (H. H. Baron van Aijlva van)
+Lid van de eerste kamer der Staten-Generaal, Opperkamerheer van
+Z. M. de Koning, enz. op den huize Neerynen.
+Panhuijs, (Jonkhr. J. E. van) Commissaris des Konings in de Provincie
+Friesland te Leeuwarden.
+Paris, (G.) Theol. Stud. te Amsterdam.
+Patijn, te 's Gravenhage.
+Poll, (A. v. d.) Chirurgijn te Amsterdam.
+Poll, (Mr. W. van de) Kantonregter te Geldermalsen.
+Post Jr., (C. v. d.) Boekhandelaar te Utrecht.
+Post, (C. G. v. d.) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Post Uiterweer, (G.) te Schiedam.
+Prill Morell, (Dr. W. C. de) te Nijmegen.
+Proes, (Ds.) voor het Leesgezelschap Amica Veritas te Leeuwarden.
+Punt, (P.) Watergraafsmeer.
+
+
+
+Quarles van Ufford, (Jonkh. L. I.) Lid van de Prov. Staten van
+Noord-Holl. Wethouder der stad Haarlem, enz.
+
+
+
+Rahusen, (A.) te Amsterdam.
+Ramaer, (E. H.) Ontvanger der Registratie, te Wageningen.
+Rappard, (Jonkhr. F. A. L. van) te 's Gravenhage.
+Remmelink, (J. H.) te Amsterdam.
+Rengers, (Baron Aylva) Kolonel te Bergen op Zoom.
+Revers, (C.) te Utrecht.
+Reynvaan, (A. J.) te Amsterdam.
+Rhemen van Gelder's Toren. (Baron van)
+Rhemen van Rhemenshuizen, (Mr. C. H. Baron van) te Brummen.
+Riboulleau, (J. P.) te Amsterdam.
+Rieke, (J. G. L.) te Amsterdam.
+Rochussen, (W. F.) Jur. Student te Amsterdam.
+Rochussen, (Chs.) te Amsterdam.
+Roëll, (Jonkhr. Mr. H. H.) te Haarlem.
+Rossem, (E. J. van) te Rotterdam.
+Rotta, (Jonkhr. N. de) te Amsterdam.
+Rijnbende, (S. W. M.) te Utrecht.
+
+
+
+Sant, (D. van 't) Instituteur te Gorinchem.
+Schaafsma, (A.) Boekhandelaar te Dokkum. 2 Ex.
+Schaap, (J.) Burgemeester te Krommenie.
+Schade van Westrum, (A. T.) te Schiedam.
+Schalk, (P. C. v. d.) Boekhandelaar te Dordrecht.
+Schierbeek, (R. J.) Boekhandelaar te Groningen.
+Schotsman, (L. H.) Predikant te Papendrecht, voor het Leesgezelschap
+aldaar.
+Schuylenburch van Wisch. (Mevr. Baronnesse Douairière)
+Schuyt, (A. A. W.) te Utrecht.
+Senden, (G. H. van) Predikant op de Leur.
+Sillem, (E.) te Amsterdam.
+Sirtema van Grovestins, (Mevr. Baronesse Douairière) te 's Gravenhage.
+Six, (J. P.) te Amsterdam.
+Sloet van Tautenburg, (Baron) te 's Gravenhage.
+Sluiter, (J. W.) te Rotterdam.
+Sluys, (C. v. d.) te Gouda.
+Sminia, (Jonkhr. Mr. H. B. van) Burgemeester van Tietjerksteradeel,
+te Bergum.
+Smith, (A. G. F.) te Amsterdam.
+Snoeck, (Mevr. de Douairière Jonkhr. M.) 's Hertogenbosch.
+Snoeck, (S. van Reyn) Boekhandelaar te Rotterdam.
+Someren Brand, (J. van) te Amsterdam.
+Someren Greve, (K. van) Steen- en Beeldhouwer te Sneek.
+Spegnler, (F. H.) Burgemeester v. d. Bilt.
+Spree, (I. A.) te Amsterdam.
+Stachelhausen, (Mej. A.) te Amsterdam.
+Steeden, (J. W. C. van) Predikant te Banda.
+Steenbergen, (H. C.) Officier van Gezondh. bij de Marine te
+Helvoetsluis.
+Steineken, (D.) te Amsterdam.
+Stemler, (C. F.) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Sterr, (C. van der) aan den Helder.
+Stibolt, (N. C.) te Amsterdam.
+Stockum, (P. W. C. van) te 's Gravenhage.
+Stokbroo van Hoog en Aarswoud, (L.) voor het Leesgezelschap: Varietas
+Delectat.
+Stoppelaar, (Mr. J. H. de) Burgemeester van Veere en Zanddijk binnen,
+Gapinge en de Vrouwe Polder c. a., Advocaat te Veere.
+Stoppelaar, (Mr. G. N. de) Advocaat te Middelburg.
+Storm van 's Gravesande, (N. J.) te Rotterdam.
+Stronck, (W. H.) te Rotterdam.
+Strijen, (C. E. van) Notaris te Wijk bij Duurstede.
+Swalue, (E. B.) Theol. Dr. en Predikant te Amsterdam.
+
+
+
+Taets van Amerongen (Freule L. A.) te Utrecht.
+Taets van Amerongen van Natewisch, (J. Baron) Lid van Gedeputeerde
+Staten van Utrecht.
+Tak, (Adn.) te Middelburg.
+Tienhoven, (G. van) te Werkendam.
+Tilanus, (C.) te 's Gravenhage.
+Tulleken, (Mr. J. B.) op Brakensteyn bij Nijmegen.
+
+
+
+Uitwerf Sterling, (Mw. de Wed.) te Amsterdam.
+Umbgrove, (Mr. W. J. L.) te Zutphen.
+Vas Visser, (D.) Jur. Stud. te Amsterdam.
+Veen, (Mr. J. E. Nuhout van der) Kantonregter te Alkmaar.
+Verbeek, (W. I. L.) voor het Leesgezelschap te Wijk bij Duurstede.
+Verbrugge, (W. J.) te Rotterdam.
+Verdam, (G. J.) Professor te Leyden.
+Verheije van Sonsbeek, (J. C.) te Delft.
+Verkouteren, (A.) te Arnhem.
+Verschuur van Heilo, (Jonkhr. D. C. de dieu fontein) lid van den Raad
+te Alkmaar.
+Villars, (Baron di constant rebecque) bij Wageningen.
+Visser, (J.) te Heeg in Vriesland.
+Vlielander, (A.) Burgemeester te Niemansdorp.
+Vlierboom, (M.) te Rotterdam.
+Vogel, (Mej. G. M.) te Zwalue.
+Vorstman, (J. G.) te 's Gravenhage. 2 Ex.
+Vos, (A.) te Dordrecht.
+Vos Jacobzn., (Jacob de) Lid van den Raad van Bestuur der Koninklijke
+Academie van Beeldende kunsten te Amsterdam.
+Vos, (Mr. C. L. de) President aan de Arrondissements Regtbank te
+Utrecht.
+Vos, (W. de) te Amsterdam.
+Vries, (Dr. M. de) Hoogleeraar te Leyden.
+Vroom, (C.) te Amsterdam.
+
+
+
+Waal, (K. de) te Arnhem.
+Waanders, (J. M. W.) Boekhandelaar te Zwolle.
+Warnsinck, te Amsterdam.
+Wehlburg, (Ths.) Cargadoor te Amsterdam.
+Wehlburg, (A. F.) Essaijeur van Goud en Zilv. te Amsterdam.
+Wesseling, (Johs.) te Amsterdam.
+West, (J. H. van) te Amsterdam.
+Westbroek, (G. H.) Instituteur te Schoonhoven.
+Weijtingh, (J.) Koopman te George d' Elmina.
+Wijtingh en Van der Haart, Boekhandelaars te Amsterdam. 6 Ex.
+Weijerman, (J. W.) te Haarlem.
+Willems, (W.) Boekhandelaar te Amsterdam. 4 Ex.
+Willems, (H. W.) Boekhandelaar te Amsterdam.
+Willink, (H.) te Amsterdam.
+Wind, (S. de) te Middelburg.
+Wolfs, (J. J.) te Amsterdam.
+Wolterbeek, (R. Daniel) te Amsterdam, voor de Leesvereeniging.
+Wolterbeek, (J. G. W.) te Utrecht.
+Wor, (Ds.) voor het Leesgezelschap te Zwolle.
+Wor, (Mej. H. M.) Institutrice te Assen.
+Woude, (v. d.) te Amsterdam.
+Wundt, (Mej. S.) op Standwijk bij Leiden.
+Wijngaarden, (W. J. C. van) te Rijssen.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Voorkomende in den Muzen Almanak van 1821, pag. 149.
+
+[2] Namelijk van Jan VIII die regeerde, toen Heelu schreef; want
+Aernout, broeder van Jan VII, was geen klerk.
+
+[3] De zin is: »die liever zich (genoten) vereenigd hadden, dan den
+Heer van Heusden te vangen.
+
+[4] Die van Heusden namelijk.
+
+[5] De Baly van Utrecht werd opgericht in 1231, tijdens Bisschop
+Otto den Derde; de eerste Landkommandeur aldaar was Antonie van
+Ledersake, een Edelman van Prinshagen, daarom verkeerdelijk ook wel
+Ant. v. Prinshagen genoemd.
+
+[6] Dat het Duitsche Huis ook eene kommandery te Oudewater zou bezeten
+hebben, berust op eene valsche opvatting van Van Rijn, in zijn aant. op
+Van Heussen (Kerkel. Outh. II, 87). De door hem aangevoerde brief
+»beroerende de Heeren van S. Catharynen, en de electie van den Balier"
+behoort by de Ridders van Sint-Jan te huis. Deze bezaten reeds in 1250
+de Balie van Sinte Catheryne te Utrecht, waardoor de Landkommandeur
+den naam van Baljuw van Sint Catheryne droeg.
+
+[7] De Poolsche kronijken maken van dezen Grootmeester een gruwzaam
+en half waanzinnig tyran; de Pruissische daarentegen heeten hem een
+voortreffelijk regent.
+
+[8] Deze Kapel was beroemd om het bezit van een stuk des kruises, door
+een Ridder van het Duitsche Huis, by zijne terugkomst uit Palestina
+aldaar geschonken. De offergaven der bedevaartgangers, die weldra in
+groot aantal derwaart trokken, hadden de Kapel zeer verrijkt, zoodat
+de eerste pastoor der parochiekerk, Joan Attendoren, priester der
+Duitsche Orde, zich reeds in staat zag gesteld, om het oude gebouw te
+doen vervangen door een geheel nieuw, dat omstreeks 1450 werd ingewijd.
+
+[9] De gantsche Priory bestond slechts uit een kloosterwoning met een
+klein kerkgebouw, maar was evenwel door het provinciaal Kapittel der
+orde in 1643 als een volkomen klooster erkend.
+
+[10] By den vrede van Weenen, 1809, was de Orde reeds vormelijk
+opgeheven, en werden hare goederen geschonken aan de verschillende
+Vorsten, binnen wier grenzen zy gelegen waren.
+
+[11] Zijn gebeente, in 1580 in zijn graf gevonden, toonde een man
+van buitengewone grootte aan.
+
+[12] In 1288 heeft hy, die wèl gekozen was en bestuurd heeft, maar
+nooit van 's Pausen wegen bevestigd is, afstand gedaan, tegen een
+jaargeld van 1000 pond Hollandsch, d. i. het pond tegen 75 cts. Een
+pond goed geld stond met onzen gulden gelijk.
+
+[13] Zie Dl. I. blz. 11-17. Magneelen zijn muurbrekers; echter geene
+soort van ram, maar van blyde.
+
+[14] Behalven Gijsbrecht en Arent van Aemstel, welke laatste Heer van
+IJsselsteyn was, wordt hierby ook nog Willem van Aemstel, Proost van
+St. Jan, genoemd.
+
+[15] De geschiedenis der Montfoortsche Burchtgraven, zoo als wy die tot
+hiertoe bezitten, de een door den ander nageschreven, is vol verwarring
+en tegenstrijdigheden, waarvan de ontleding hier niet aan de plaats
+is. Ik hoop er later, afzonderlijk, uitvoeriger op te rug te komen,
+en geef hier voorloopig slechts de slotsom mijner vergelijking van
+de verschillende opgaven.
+
+[16] Sweder van Montfoort liet twee zonen na, Henric en Willem. De
+laatste had drie kinderen: een zoon, Henric de Rover, en twee dochters,
+waarvan de eene in het geslacht van Haestrecht, de andere in dat van
+Winssen huwde.
+
+[17] Ook moeten »alle de gene die binnen Montfoort beseten hebben
+geweest, die uten gesticht ende twaelf jaren out zijn, bloets
+hoefts uitcomen, ende vallen den Bisscop te voeten, ende bidden hem
+vergiffenis."
+
+[18] Dat zijn speerruiters, die gewoonlijk gevolgd werden van nog
+twee gewapenden te voet.
+
+[19] 9000 Gulden volgends onze tegenwoordige munt.
+
+[20] Burchtgraaf Johan was bovendien zeer bevriend met den Utrechtschen
+Burchtgraaf Reynout van Brederode en diens broeder Gijsbrecht, die
+David tot vijanden rekende.--Zie Dl. I, blz. 69-71.
+
+[21] Gemeenlijk ook stalbroeders, en rijzigers, genaamd.
+
+[22] Het aantal dooden en gevangenen te zamen wordt door sommigen
+zelfs tot op 1500 overdreven.
+
+[23] Zie van hem Dl. I, blz. 42-44.
+
+[24] Waarschijnlijk 30 November.
+
+[25] En daarby te gelijk, als men weet, ook Engeland, Keulen en
+Munster.
+
+[26] In de ruime beteekenis van Nederlander.
+
+[27] Zie Dl. I. blz. 49-80.
+
+[28] Zal het misschien een Heer van IJsselborch zijn geweest?
+
+[29] Zie Blz. 61-63.
+
+[30] Maarschalk, niet in de beteekenis van Veldheer, maar van Rechter,
+gelijk staande met Baljuw in Holland.
+
+[31] Met uitzondering van 't reigerbosch in »Aemstellelant," en
+de manschap der beleende goederen in 't algemeen, die de Graaf aan
+zich behield.
+
+[32] De andere Nederlandsche Heeren waren die van Voorn, van der
+Lecke (Aelbrecht en Pieter) van Arckel, van Merode, Otto van Cuyk,
+Daniël van Goor, Robbrecht van Appeltern, Warnaer van Merode, Peter
+van Diest en Walram van Luxemborch.
+
+[33] Heer Gijsbrecht had in 't geheel zeven kinderen, vijf zoons en
+twee dochters gehad. Twee dier zonen, de genoemde Herbarn, en Jan,
+Domproost te Utrecht, waren hem in den dood voorgegaan.
+
+[34] Zy wordt ook Elisabeth, en zelfs Jenne genoemd.
+
+[35] d. i. Aangehuwde bloedverwant; toen gold het b. v. evenzeer voor
+schoonzoon als thands alleen voor schoonbroeder.
+
+[36] Van Catharyne van IJsselsteyn, die mede in dezen tijd leefde,
+is het onzeker of zy eene dochter of wel eene zuster van Heer Aernout
+geweest zij.--Gwyda is, Dl. I. blz. 35, ten onrechte, in navolging
+van anderen, Erfzuster geschreven.
+
+[37] Dl. I. blz. 38.
+
+[38] Gorcum behoorde aan den Grave van Charlois, Karel den Stoute, en
+lag op Hollandsch grondgebied, dat door Otho van Weeren geschonden was.
+
+[39] Zie Dl. I, blz. 41.
+
+[40] Blz. 29, enz.
+
+[41] Zie Prof. van Lenneps boeiende Verhandeling over het belangrijke
+van Hollands grond en oudheden voor gevoel en verbeelding.
+
+[42] Hertog Arnold.
+
+[43] Haasloop Werner.
+
+[44] Henrick Bentynck overleed in 1530.--Margareta was Prioresse
+van het klooster te Sutphen.--Fenne werd Non in het klooster te
+Ysendoorn.--Adolf volgde zijn vader op.--Jan werd Proost van Arnhem,
+en Deken van Deventer.--Anna huwde met Heer Seger van Arnhem; en
+Aleyde met Filips van Varick. Karel overleed in 1536 ongehuwd.
+
+[45] Filips van Lalaing, Grave van Hoogstraten, 's Keizers Stadhouder
+over Gelderland, en na hem zijne opvolgers ook onder het bestuur
+der Staten, hebben er tytel en voordeelen van genoten, tot op de
+omwenteling van 1795.
+
+[46] En niet, zoo als men, zelfs by Gelderschen, geschreven vindt,
+in den voorgevel.
+
+[47] Zie blz. 141.
+
+[48] De zoon en opvolger des konings van Pruissen, Frederik de
+Derde, heeft in 't jaar 1754, alles wat zijn vader by dit verdrag
+in de Provincie Holland toebedeeld was (zijnde de Heerlijkheden der
+Hooge- en Lage Zwaluwe met Klein-Waspik en Twintighoeven, en de
+Heerlijkheden Naaltwijk, Hoenderland, Wateringen, Oranje-polder,
+'s Gravesande en Zand-ambacht, het Huis in den Hage, genaamd het
+Oude-Hof, en het Huis te Hondsholredijk), ten behoeve van den zoon
+en opvolger des Prinsen van Oranje, Prins Willem den Vijfde, voor f
+700,000 verkocht.--Wagenaar.
+
+[49] Engelen.
+
+[50] In een der torens kan men, langs een verborgen ladder, die, meen
+ik, door het wegnemen van een gedeelte van den vloer zichtbaar wordt,
+naar beneden dalen. In de dikke muren vindt men geheime bergplaatsen
+voor goederen.--Schotel.
+
+[51] Gelegen op den rechter Maas-oever, tusschen Gennep en Mook.
+
+[52] Zijn zoon, Guyart van Hoemen, Burchtgraaf van Odenkercke,
+verdroeg zich met Anthony van Borgondiën, Ruwaard van Brabant, over
+de schade die zijn vader in den Gelderschen oorlog geleden had, ten
+opzichte van een mansleen van 200 oude schilden 's jaars, die hy als
+Heer van Ammersode van den Hertog plach te honden.--v. Spaen.
+
+[53] »Also als ons dat van onsen seligen alderen ende vervaeren
+anverstorven ende angekomen is," zegt de Hertog in den brief van
+erfwissel (Nyhoff III, 268). Ik geloof niet, dat deze uitdrukking
+voor iets anders dan een gewoon formulier op te vatten is.
+
+[54] Zie Dl. I, bl. 67.
+
+[55] Zie hiervan bl. 127.
+
+[56] Volgends de huwelijksvoorwaarden van den 13 Juni 1534 kwam hy
+weder in 't bezit der Hooge Heerlijkheid [van Weerdenburch], en werd
+daarmede beleend. Maar na den dood van Hertog Karel, ontstond deswegens
+verschil tusschen de stad Bommel en den Heer van Weerdenburch; en de
+Landschap vonnisde den 29 Juni 1538, dat in Tielreweerd niet meer dan
+twee banken moesten zijn; dat dus de bank van Weerdenburch afgeschaft
+zou worden, maar dat de Heer behouden zal de visscherije, de breuken,
+en alle oude gerechtigheden.--v. Spaen.
+
+[57] Naar deze acte zou de brand in de maand April 1590 hebben
+plaats gehad.
+
+[58] Joris van Arckel liet drie kinderen na: behalven Otto nog twee
+dochters: Anna en Catharyne; de eerste huwde met een Nederlandsch
+krijgsman, Walraven, Baron van Gent, Heer van Dieden en Oyen; de
+tweede met René van Renesse, Heer van Raucourt, Wasnes, Brumorher,
+Hern en Schalckhoven.
+
+[59] Cosmo degli Affaytadi, Baron van Ghistelles in Vlaanderen,
+gesproten uit een aanzienlijk geslacht in 't Hertogdom Milaan. Hy
+was, naar alle vermoeden, een zoon van Carlo d' Affaytadi, een
+Milaneesch Edelman, die in 1545 te Antwerpen woonde, en door koop
+de Baronny Ghistelles verkreeg, die door Koning Karel den Tweede
+tot een Graafschap verheven werd, 21 Januari 1676, ten behoeve van
+Jean François d' Affaytadi, Baron van Ghistelles, Heer van Hilst,
+Lavenacker en Braduc, misschien een kleinzoon van Cosmo.--Te Water.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Merkwaardige Kasteelen in Nederland,
+Deel II (van VI), by J. van Lennep and W. J. Hofdijk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KASTEELEN IN NEDERLAND, DEEL II ***
+
+***** This file should be named 29369-8.txt or 29369-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/3/6/29369/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/29369-8.zip b/29369-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..a61b396
--- /dev/null
+++ b/29369-8.zip
Binary files differ
diff --git a/29369-h.zip b/29369-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..beacc9a
--- /dev/null
+++ b/29369-h.zip
Binary files differ
diff --git a/29369-h/29369-h.htm b/29369-h/29369-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..2936550
--- /dev/null
+++ b/29369-h/29369-h.htm
@@ -0,0 +1,11048 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org">
+<meta http-equiv="Content-Type" content=
+"text/html; charset=ISO-8859-1">
+<title>Merkwaardige Kasteelen in Nederland</title>
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="J. van Lennep en W. J. Hofdijk">
+<meta name="DC.Creator" content="J. van Lennep en W. J. Hofdijk">
+<meta name="DC.Title" content="Merkwaardige Kasteelen in Nederland">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<style type="text/css">
+ /* Standard CSS stylesheet */
+body
+{
+ font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+ margin: 1.58em 16%;
+ text-align: left;
+}
+.titlePage
+{
+ border: #DDDDDD 2px solid;
+ margin: 3em 0% 7em 0%;
+ padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+h1.docTitle
+{
+ font-size:1.6em;
+ line-height:2em;
+}
+h2.byline
+{
+ font-size:1.1em;
+ font-weight:normal;
+ line-height:1.44em;
+}
+span.docAuthor
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:bold;
+}
+h2.docImprint
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:normal;
+}
+.transcribernote
+{
+ background-color:#DDE;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ font-family:sans-serif;
+ font-size:80%;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+ background-color:#FFFEE0;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.div0
+{
+ padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+ padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+ padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+ padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+ padding: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+ clear: both;
+ font-style: normal;
+ text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h4.lghead
+{
+ margin-left:10%;
+ margin-right:10%;
+}
+.alignleft
+{
+ text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+ text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+ text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+ margin-top: 1.6em;
+ margin-bottom: 1.6em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ text-align: center;
+}
+p.poetry
+{
+ margin:0 10% 1.58em;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+ color: white;
+}
+p.line
+{
+ margin:0 10%;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+ margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+ margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+ margin:0.7em 5%;
+}
+div.epigraph
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ width: 60%;
+ margin-left: auto;
+}
+.epigraph .bibl
+{
+ text-align: right;
+}
+.epigraph .poem
+{
+ margin-left: 0;
+}
+.epigraph .line
+{
+ margin-left: 0;
+ text-indent: 0;
+}
+.trailer
+{
+ clear: both;
+ padding-top: 2.4em;
+ padding-bottom: 1.6em;
+}
+.floatLeft
+{
+ float:left;
+ margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+ float:right;
+ margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+ font-size:100%;
+ text-align:center;
+}
+.figure p
+{
+ font-size:80%;
+ margin-top:0;
+ text-align:center;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+ color:#666666;
+ font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+ font-weight: bold;
+}
+.leftnote
+{
+ font-size:0.8em;
+ height:0;
+ left:1%;
+ line-height:1.2em;
+ position:absolute;
+ text-indent:0;
+ width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+ display:inline;
+ font-size:70%;
+ font-style:normal;
+ margin:0;
+ padding:0;
+ position:absolute;
+ right:1%;
+ text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+ font-size: 80%;
+ text-decoration: none;
+ vertical-align: 0.25em;
+}
+.red
+{
+ color: red;
+}
+.displayfootnote
+{
+ display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+ margin-top: 1em;
+ padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+ margin-left: 0;
+ margin-right: 0;
+ text-align: left;
+ width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+ font-size: 80%;
+ margin-bottom: 0.5em;
+ margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+ float: left;
+ text-align:left;
+ width:2em;
+}
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.centertable
+{
+ /* center the table */
+ margin: 0px auto;
+}
+.poem
+{
+ margin-left:5%;
+ position:relative;
+ text-align:left;
+ width:90%;
+}
+.poem h4
+{
+ font-weight:normal;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .linenum
+{
+ color:#777;
+ font-size:90%;
+ left:-2.5em;
+ margin:0;
+ position:absolute;
+ text-align:center;
+ text-indent:0;
+ top:auto;
+ width:1.75em;
+}
+.versenum
+{
+ font-weight:bold;
+}
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+ position: absolute;
+ right: 16%;
+ top: auto;
+}
+.footnotes .line
+{
+ font-size:80%;
+ margin:0 5%;
+}
+.poem .i0
+{
+ display:block;
+ margin-left:2em;
+}
+.poem .i1
+{
+ display:block;
+ margin-left:3em;
+}
+.poem .i2
+{
+ display:block;
+ margin-left:4em;
+}
+.poem .i3
+{
+ display:block;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .i4
+{
+ display:block;
+ margin-left:6em;
+}
+.poem .i5
+{
+ display:block;
+ margin-left:7em;
+}
+.poem .i6
+{
+ display:block;
+ margin-left:8em;
+}
+.poem .i7
+{
+ display:block;
+ margin-left:9em;
+}
+.poem .i8
+{
+ display:block;
+ margin-left:10em;
+}
+.poem .i9
+{
+ display:block;
+ margin-left:11em;
+}
+span.corr
+{
+ border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+ border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+ border-bottom:1px dotted green;
+}
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+ font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+ text-transform:uppercase;
+}
+.fraktur
+{
+ font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+.rm
+{
+ font-style: normal;
+}
+hr
+{
+ clear:both;
+ height:1px;
+ margin-left:auto;
+ margin-right:auto;
+ margin-top:1em;
+ text-align:center;
+ width:45%;
+}
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+ text-align:center;
+}
+h1,h2
+{
+ font-size:1.44em;
+ line-height:1.5em;
+}
+h1.label,h2.label
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h5,h6
+{
+ font-size:1em;
+ font-style:italic;
+ line-height:1em;
+}
+p,p.initial
+{
+ text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+ text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin: 0em 0.05em 0 0;
+ padding: 0px;
+ line-height: 0.8em;
+ font-size: 420%;
+ vertical-align:super;
+}
+.poem
+{
+ padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+ text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsdisc { list-style-type: disc; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+ /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+ " */
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+ font-style: italic;
+ margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+ color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ color: #001FA4;
+ font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+ line-height: 0;
+}
+ /* Standard Aural CSS stylesheet */
+.pagenum, .linenum
+{
+ speak: none;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel
+II (van VI), by J. van Lennep and W. J. Hofdijk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)
+
+Author: J. van Lennep
+ W. J. Hofdijk
+
+Release Date: July 10, 2009 [EBook #29369]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KASTEELEN IN NEDERLAND, DEEL II ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<p class="aligncenter">Merkwaardige Kasteelen in Nederland.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/titlepage.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina." width="463" height="720"></div>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">Merkwaardige Kasteelen in Nederland.</h1>
+
+<h2 class="byline">Door <span class="docAuthor">Mr. J. van
+Lennep</span> en <span class="docAuthor">W. J. Hofdijk.</span></h2>
+
+<h1 class="docTitle">II.</h1>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/titlepage-image.jpg"
+alt="" width="691" height="601"></div>
+
+<h2 class="docImprint">Amsterdam, G. W. Tielkemeijer.<br>
+ 1854.</h2>
+</div>
+</div>
+
+<div class="body"><span class="pagenum">[<a id="pb3" href=
+"#pb3">3</a>]</span>
+<div id="ch2.1" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Het Kasteel van Heusden.</h2>
+
+<p>In de ruimte, welke ten noorden door de <i>Maas</i>, ten oosten en
+ten zuiden door de Meiery van <i>den Bosch</i> en ten westen door het
+Land van <i>Altena</i> omgrensd wordt, liggen ruim tienduizend bunders
+laag bouwland bevat, die het hoofdbestaan verschaffen aan een bevolking
+van nagenoeg 15000 zielen, over een kleine stad en zeventien dorpen
+verspreid. Ofschoon noch die stad, noch de daar om heen gelegen vlas-,
+hennep-, en hopvelden den reiziger veel bekoorlijks of merkwaardigs
+aanbieden, by den geschiedvorscher en by den dichter wekt de aanblik
+daarvan herinneringen op, die niet van belangrijkheid ontbloot zijn, al
+ware het maar om de wisselingen, welke de streek ondergaan heeft. Maakt
+zy thands een deel uit van de Provincie <i>Noord-Brabant</i>, en onder
+<span class="smallcaps">Napoleon</span> van het Departement der <i>
+Monden van den Rijn</i>, in 1801 was zy in twe&euml;n gesplitst en voor
+de helft by <i>Brabant</i>, voor de wederhelft by <i>Holland</i>
+ingedeeld geweest, na vijf d&rsquo;halve eeuw lang tot dit
+laatstgenoemde en vroeger een geruimen tijd tot het eerstgenoemde
+Gewest behoord te hebben. Die streek is nog heden ten dage bekend onder
+den naam van het <i>Land van Heusden</i>: die stad is <i>Heusden</i>:
+die dorpen zijn <i>Engelen</i>, <i>Vlijmen</i>, <i>Honsoirt</i> of <i>
+Onsenoord</i>, <i>Hedikhuizen</i>, <i>Herpt</i>, <i>Oud-Heusden</i>
+<span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>en <i>
+Baardwijk</i>, die van ouds den naam van &raquo;bovendorpen,&rdquo; <i>
+Heesbeen</i>, <i>Genderen</i>, <i>Doeveren</i>, <i>Drongelen</i>, <i>
+Eethen</i>, <i>Meeuwen</i>, <i>Babyloni&euml;nbroek</i>, <i>Veen</i>,
+<i>Wijk</i> en <i>Aalburgh</i>, die den naam van
+&raquo;benedendorpen&rdquo; dragen.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/heusden.jpg" alt=
+"Het kasteel van Heusden." width="720" height="499">
+<p class="figureHead">Het kasteel van Heusden.</p>
+</div>
+
+<p>Maar had die streek dikwijls in de laatste eeuwen van meester
+verwisseld, en, eer zy aan Holland kwam, tot een twistappel gestrekt,
+waar hevig om gestreden werd, er had een tijd bestaan toen zy haar
+eigen, schier onafhankelijke Heeren had, en wel zoodanigen, die,
+ondanks de beperktheid van hun grondgebied, rijk, aanzienlijk en by hun
+naburen geducht waren, die zich reeds vroeg door verbintenissen met
+machtige Vorsten en Heeren versterkt hadden, zoo dat wederkeerig de
+hunne met yver gezocht werd.</p>
+
+<p>Wat den oorsprong en afkomst dier Heeren betreft, die zijn even
+onzeker als die onzer meeste adelijke Huizen en het daaromtrent
+vermelde evenzeer met tastbare fabelen doormengd. Buiten twijfel echter
+schijnt het, dat het Land van <i>Heusden</i> oorspronkelijk een deel
+uitmaakte van het Graafschap <i>Teisterbant</i>, en in vervolg van
+tijd, by broederdeeling, onder <i>Cleve</i> kwam, aan welk laatste
+Graafschap het tot op het einde der dertiende eeuw leenroerig schijnt
+geweest te zijn. Een jongere zoon uit het Teisterbantsche of Kleefsche
+Huis, <span class="smallcaps">Robbert</span> geheeten, wordt voor den
+eersten Heer van <i>Heusden</i> gehouden. Het was voorwaar niet onder
+gelukkige voorteekenen, dat deze nieuwe dynastie begon. Nog duurde de
+eeuw van plondering en geweld, toen onze nog onbeschermde kusten
+gedurig bloot stonden aan de herhaalde invallen dier Noordsche
+Zeekoningen, die eerlang aan <i>Nederland</i>, aan <i>Normandyen</i>,
+aan <i>Engeland</i>, aan <i>Sicili&euml;n</i>, zijn vorsten zouden
+schenken: en by eenen dier strooptochten was het, dat in 839 de stad en
+&rsquo;t slot, waar Heer <span class="smallcaps">Robbert</span> zijn
+zetel had, door de vreemde zeeschuimers verwoest werden. Schooner en
+sterker dan te voren echter, rezen beiden weder op onder de regeering
+van <span class="smallcaps">Boudewijn</span>, die in 857 zijn vader
+<span class="smallcaps">Robbert</span> opvolgde. Was het vroegere
+kasteel niet sterk genoeg geweest, om <span class="pagenum">[<a id=
+"pb5" href="#pb5">5</a>]</span>aan een onverwachten aanval
+we&ecirc;rstand te bieden, het nieuwer zo&ucirc; dien beter kunnen
+verduren; want het paarde nu de zwaarte en omvang van dubbele wallen en
+torens aan de sterkte zijner natuurlijke ligging: terwijl het een
+natuurlijke verdediging bezat in de breede <i>Maas</i>, die er voorby
+stroomde, en in de oude of zoogenaamde <i>verloren Maas</i>, die er
+langs kronkelde, om zich hooger op, by <i>Aalburg</i>, te verliezen.
+Ook het stichten der Sloten van <i>Poederoyen</i>, van <i>Brakel</i>,
+en van <i>Aelst</i> wordt aan <span class="smallcaps">Boudewijn</span>
+van <span class="smallcaps">Heusden</span> toegeschreven; waaruit men
+zo&ucirc; moeten opmaken, dat hy, ook elders dan in het eigentlijke
+Land van <i>Heusden</i>, Heerlijkheden bezeten heeft.</p>
+
+<p>Maar vrij wat belangrijker, of liever behagelijker herinneringen,
+dan die het bouwen van kasteelen oplevert, biedt ons de legende met
+betrekking tot <span class="smallcaps">Boudewijn</span> aan. Van hem
+toch verhaalt zy, hoe hy, in zijn jeugd met <span class="smallcaps">
+Reinout</span> Grave van <i>Angiers</i> naar <i>Engeland</i> getogen,
+den Koning <span class="smallcaps">Edmund</span> in den krijg bystond,
+door zijn dappere daden de liefde won der schoone <span class=
+"smallcaps">Sofia</span>, &rsquo;s Konings dochter, en deze heimelijk
+ontvoerde. Lang treurde de Koning om zijn spruit en zocht vergeefs den
+naam van haren roover en het oord, waar zy zich onthield, te ontdekken.
+In &rsquo;t eind gelukte hem dit, en vonden zijn zendelingen haar te
+<i>Heusden</i>, aan &rsquo;t spinnewiel gezeten. Een verzoening had
+plaats, en onder de voorwaarden daarvan was er eene, dat <span class=
+"smallcaps">Heusden</span> voortaan een rad van keel als wapen voeren
+zo&ucirc;, ter gedachtenis aan het roode spinnewiel, waarby <span
+class="smallcaps">Sophia</span> teruggevonden was.</p>
+
+<p>Zoodanig, met eenig gering verschil in byzonderheden by sommigen,
+luidt de legende. Nu weet ik vooraf, dat er ongeloovigen zijn, die haar
+als geheel fabelachtig zullen verwerpen; die met een glimlach de
+schouderen zullen ophalen, en zeggen, dat alle geslachtboomen van onze
+oude Hollandsche Huizen reeds in den beginne een verbintenis aantoonen
+met het een of ander vorsten-geslacht, de eene nog meer uit de lucht
+gegrepen dan de andere: dat er geen Koning van <i>Engeland</i> onder
+den naam van <span class="smallcaps">Edmund</span> in de dagen van
+<span class="smallcaps">Boudewijn</span> van <span class="smallcaps">
+Heusden</span> geregeerd <span class="pagenum">[<a id="pb6" href=
+"#pb6">6</a>]</span>heeft, maar wel, achtereenvolgends, <span class=
+"smallcaps">Egbert</span> en <span class="smallcaps">Ethelwolf</span>,
+en dat de geschiedenis van <i>Engeland</i> niets vermeldt van het
+wegloopen der dochter van een van beiden met een Ridder uit <i>
+Neder-Duitschland</i>: eindelijk, dat er in de negende eeuw nog geen
+blazoenen bekend waren, en dat het wiel van <i>Heusden</i> in allen
+gevalle niets anders is, dan de acht schepters van <span class=
+"smallcaps">Cleve</span>, met een band omringd.</p>
+
+<p>Al moge ik de beide laatste aanmerkingen gedeeltelijk toegeven, zoo
+zie ik in de rest van &rsquo;t verhaal niets, dat zoo onbepaald
+verworpen behoeft te worden. Of is er iets onwaarschijnlijks in, dat
+<span class="smallcaps">Boudewijn</span>, gedurende het leven zijns
+vaders, en vooral toen zijn door de Noren verwoest erfgoed hem weinig
+aanlokkelijks aanbood, even als zoo vele andere jonge Edellieden van
+dien tijd, zijn fortuin heeft zoeken te maken in een uitheemschen
+oorlog? En wat dien Koning van <i>Engeland</i> betreft, wy behoeven
+hier niet aan een Koning over dat gandsche Rijk te denken. Op het
+tijdstip, dat <span class="smallcaps">Boudewijn</span> van <span class=
+"smallcaps">Heusden</span> <i>Engeland</i> bezocht zo&ucirc; hebben,
+waren er nog maar weinige jaren verloopen, sedert Koning <span class=
+"smallcaps">Egbert</span> de Vorsten der Heptarchy onderworpen had, en
+enkelen hunner bleven waarschijnlijk levenslang hun tytel behouden.
+Onder die Vorsten treffen wy, omstreeks dien zelfden tijd, een Koning
+van <i>Oost-Engeland</i> aan, die den naam van <span class="smallcaps">
+Edmond</span> droeg, van wien gemeld wordt, dat hy zich door byzondere
+vroomheid onderscheidde (zoo zelfs, dat hy heilig werd verklaard) en
+dat hy sneuvelde in den krijg tegen de Denen of Noormannen. En waarom
+nu, vraag ik, zou het ongelooflijk, waarom niet integendeel zeer
+aannemelijk zijn, dat onze <span class="smallcaps">Boudewijn</span> aan
+de zijde diens Konings <span class="smallcaps">Edmond</span> gestreden
+zo&ucirc; hebben tegen diezelfde zeeschuimers, die zijn erfslot in puin
+verwoest hadden?&mdash;Waarom ongelooflijk, dat hy een schoone
+vorstendochter verleid zo&ucirc; hebben, hem over zee te
+volgen?&mdash;Er is nog in 1841 wel een Infante van <i>Spanje</i>
+geweest, die zich heeft laten schaken.&mdash;En wie door die redenen
+niet overtuigd is, die leze de bekoorlijke Romance van <span class=
+"smallcaps">Bilderdijk</span>, <i>Het <span class="pagenum">[<a id=
+"pb7" href="#pb7">7</a>]</span>Wiel van Heusden</i> getyteld<a class=
+"noteref" id="xd0e376src" href="#xd0e376">1</a>, en hy zal niet meer
+willen twijfelen aan de echtheid van een verhaal, dat de stof tot zulk
+een meesterstuk van po&euml;zy heeft opgeleverd.</p>
+
+<p>In 870 overleed <span class="smallcaps">Boudewijn</span> van <span
+class="smallcaps">Heusden</span> en werd, daar zijn oudste zoon, <span
+class="smallcaps">Edmond</span>, in <i>Engeland</i> by zijn grootvader
+verbleven en tot grooten staat geraakt was, opgevolgd door zijn tweeden
+zoon, <span class="smallcaps">Robbert II</span>, die tot huisvrouw nam
+des Graven van <i>Zutfen</i> dochter, welke my veel apokryfer voorkomt
+dan die Engelsche princes. <span class="smallcaps">Robbert</span>
+streed heel dapper.... in &rsquo;t Heilige Land, een anakronismus, aan
+welken de kronijkschrijvers zich met betrekking tot al de Edele Heeren
+uit die dagen schuldig maken: hy stierf in 914, en liet de Heerlijkheid
+na aan zijn zoon <span class="smallcaps">Edmond</span>, die getrouwd
+was met een dochter des Graven van <span class="smallcaps">Seyn</span>.
+&rsquo;k Wil &rsquo;t liever blind gelooven dan dat ik het zo&ucirc;
+gaan onderzoeken.</p>
+
+<p>Op <span class="smallcaps">Edmond</span> volgde in 929 zijn zoon
+<span class="smallcaps">Jan I</span>, wiens huisvrouw al wederom een
+Gravedochter was, en wel van dien van <i>Loon</i>; op <span class=
+"smallcaps">Jan I</span> die in 956 overleed, <span class="smallcaps">
+Robert III</span>, die de dochter des Graven van <i>Spanheim</i> tot
+vrouwe nam, en in 972 stierf: op dezen, <span class="smallcaps">
+Boudewijn II</span>, met een dochter des Graven van <i>Gennep</i>
+getrouwd.</p>
+
+<p>Hier begint de kronijk een meer historische kleur aan te nemen; en,
+even als dit met de meeste oude geslachtnamen het geval is, zien wy
+allengskens de Gravedochters door eenvoudige Jonkvrouwen afgewisseld.
+Zoo trouwt <span class="smallcaps">Jan II</span>, die in 1028 aan de
+regeering kwam, met <span class="smallcaps">Machtelt</span> van <span
+class="smallcaps">Steenvoorde</span>, en <span class="smallcaps">
+Robbert IV</span>, die hem in 1073 opvolgde, met een dochter uit den
+Huize van <span class="smallcaps">Arkel</span>. <span class=
+"smallcaps">Boudewijn III</span>, die in 1092 Heer werd, kreeg tot
+echtgenote een dochter des Graven van der <span class="smallcaps">
+Lippe</span>. Hy stierf in 1100, en liet de Heerlijkheid aan zijn zoon
+<span class="smallcaps">Jan III</span>, met een Jonkvrouwe van <span
+class="smallcaps">Arentsbergh</span> gehuwd. Na <span class=
+"smallcaps">Jan III</span> kwam in 1135, zijn zoon <span class=
+"smallcaps">Willem</span>, die, in 1153 overleden, <i>Heusden</i> <span
+class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8">8</a>]</span>naliet aan zijn
+broeder <span class="smallcaps">Aernout</span>. Deze verwekte by een
+dochter des Graven van <i>Salm</i> <span class="smallcaps">Jan
+IV</span>, die hem in 1168 opvolgde. Een tweede zoon van <span class=
+"smallcaps">Aernout</span>, <span class="smallcaps">Boudewijn
+Knijf</span> geheeten, was de stamvader der Heeren van <i>Heeswijk</i>,
+en voerde twee raderen van keel op een half sabel half gouden
+schild.</p>
+
+<p>Op <span class="smallcaps">Jan IV</span> volgde in 1192 <span class=
+"smallcaps">Robbert V</span>, uit wiens broeder <span class=
+"smallcaps">Wouter</span>, bygenaamd Spiering, het geslacht der <span
+class="smallcaps">Spieringen</span> sproot, die een gouden rad in een
+veld van sabel voerden. <span class="smallcaps">Robbert</span> stierf
+in 1202: hy had by zijn Huisvrouw, een dochter des heeren van <i>
+Diest</i>, verwekt <span class="smallcaps">Jan V</span>, die,
+tochtgenoot van Graaf <span class="smallcaps">Willem</span> van <span
+class="smallcaps">Holland</span>, twee malen het Heilige Land bezocht.
+Van zijn broeder <span class="smallcaps">Willem</span> sproot het
+geslacht der <span class="smallcaps">Hedikhuysens</span>, die een
+gouden rad op lazuur voerden.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Jan VI</span>, zoon van <span class=
+"smallcaps">Jan V</span> en van de dochter des Graven van <i>
+Vernenburgh</i>, volgde in 1235 zijn vader op; hy zelf verkreeg de hand
+eener Gravinne van <span class="smallcaps">Loon</span>, zuster van dien
+Graaf van <span class="smallcaps">Loon</span>, wiens huwelijk met <span
+class="smallcaps">Ada</span> van <span class="smallcaps">Holland</span>
+zoo veel rampen verwekte. Zijn broeder, die mede den naam droeg van
+<span class="smallcaps">Jan</span>, wordt gezegd de eerste Heer van <i>
+Veen</i> geweest te zijn.</p>
+
+<p>Meer dan van <span class="smallcaps">Jan VI</span>, die in 1279
+overleed, valt van zijn zoon <span class="smallcaps">Jan VII</span>, te
+vermelden. Nog naauwelijks was hy aan de regeering gekomen, of hy vond
+zich in krijg gewikkeld met een machtigen nabuur. Deze was Hertog <span
+class="smallcaps">Jan I</span> van <i>Brabant</i>, die, te recht of te
+onrecht, zich beklaagde over geweldenarijen, door die van <i>
+Heusden</i> tegen ingezetenen der <i>Meiery</i> gepleegd, en zijn
+Drossaart met krijgsbenden afzond om <i>Heusden</i> in te sluiten. De
+bezetting, &rsquo;t ergste duchtende, gaf zich over, en de Hertog,
+eerlang de stad binnengetrokken, liet er zich tot Heer huldigen: zoo
+dat <span class="smallcaps">Jan VII</span>, wilde hy anders in &rsquo;t
+bezit zijner Heerlijkheid blijven, zich genoodzaakt zag, daarvan hulde
+te doen aan <i>Brabant</i>, en den Hertog als zijn Leenheer te
+erkennen. Hierby bleef het niet; toen kort daarna die geweldige oorlog
+om &rsquo;t bezit van <i>Limburg</i> uitbarstte tusschen <span class=
+"smallcaps">Reinout</span> van <i>Gelre</i> en <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <i>Brabant</i>, toen volgde <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <span class="smallcaps">Heusden</span> zijn nieuwen
+Leenheer in <span class="pagenum">[<a id="pb9" href=
+"#pb9">9</a>]</span>den strijd; en met hem togen zijn broeders, <span
+class="smallcaps">Aernout</span> van der <span class="smallcaps">
+Sluyse</span>, die het rad van zilver voerde op het veld van keel,
+<span class="smallcaps">Jan</span>, Heer van <i>Heesbeen</i>, die het
+rad van goud droeg op een veld van keel, en <span class="smallcaps">
+Diederik</span>, de eenige van zijn geslacht, die niet uit den krijg
+terug zo&ucirc; keeren: voorts zijn zonen, <span class="smallcaps">
+Jan</span>, die later zijn opvolger werd, en <span class="smallcaps">
+Aernout</span>, die, ofschoon tot den geestelijken stand behoorende,
+geen zijner ridderlijken stamgenooten in heldenmoed week. Het was by de
+banier van <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Kuik</span>, dat zy de hunne opstaken, en onder de
+aanvoering van dien wakkeren krijgsman, dat zy in &rsquo;t jaar 1286
+den tocht begonnen.</p>
+
+<p>Te Senne</p>
+
+<p>(d. i. <i>Sennewyne</i>, in de <i>Thielerwaard</i>) verhaalt <span
+class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Heelu</span>
+in zijn heldendicht,</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Te Senne, daer vergadert lagen</p>
+
+<p class="line">Des Graven (<i>van Gelre</i>) lieden te dier tide,</p>
+
+<p class="line">Daer socht se coenlike met stride</p>
+
+<p class="line">Heer Jan van Cuyck met sine gesellen,</p>
+
+<p class="line">Daer men wonder af mach tellen.</p>
+
+<p class="line">Soe eerlike ende soe scone</p>
+
+<p class="line">Waegden syt. Daer was de heere</p>
+
+<p class="line">Van Hoesdinne (<i>Heusden</i>) met ende her Jan</p>
+
+<p class="line">Van Hesbinne (<i>Heesbeen</i>) een vromich man,</p>
+
+<p class="line">Ende van der Sluys her Arnout,</p>
+
+<p class="line">Een coene ridder ende een stout</p>
+
+<p class="line">Ende van Hoesdinne her Dideric.</p>
+</div>
+
+<p>Hevig was de strijd.</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Ende menegen helm mogt men scouwen,</p>
+
+<p class="line">Seere gescoort ende dorhouwen</p>
+
+<p class="line">Eer die sege gewonnen wart.</p>
+</div>
+
+<p>Ja in den aanvang scheen de kans ongunstig voor den Heer <span
+class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span>van <span
+class="smallcaps">Kuik</span> te loopen, toen hem <span class=
+"smallcaps">Jan</span> uten <span class="smallcaps">Hove</span> met
+zijn Bredasche krijgsknechten ter hulpe kwam. <span class="smallcaps">
+Otto</span> van <span class="smallcaps">Bueren</span> en <span class=
+"smallcaps">Allart</span> van <span class="smallcaps">Driel</span>, die
+de Gelderschen aanvoerden, werden gevangen, en <i>Tiel</i>, waarop zy
+&rsquo;t gemunt hadden, voor <i>Brabant</i> bewaard. Dan dit gevecht,
+hoe veel het ook tot den roem der overwinnaars bybracht, was maar een
+voorspel van den gewichtigen veldslag, waaraan zy later zouden deel
+nemen. Het was op den 5<sup>en</sup> July 1288, dat by <i>Woeringen</i>
+dat hevig samentreffen plaats had tusschen de legers van den
+Aartsbisschop van <i>Keulen</i>, den Graaf van <i>Luxemburg</i> en dien
+van <i>Gelre</i> ter eener, en die van den Hertog van <i>Brabant</i> en
+zijn bondgenooten aan den anderen kant. Reeds zoo menigmalen is die
+slag beschreven, dat het noodeloos kan ge&auml;cht worden die
+beschrijving hier te herhalen: alleen moet hier medegedeeld worden, in
+hoeverre <span class="smallcaps">Heusden</span> en de zijnen aandeel
+hadden in den zege, door <i>Brabant</i> behaald. De eerste aanval, door
+den Aartsbisschop gedaan op den linker vleugel, die door Graaf <span
+class="smallcaps">Adolf</span> van den <span class="smallcaps">
+Bergh</span> werd aangevoerd, had dezen doen wijken. Toen was het, dat
+<span class="smallcaps">Kuik</span>, met <span class="smallcaps">
+Arkel</span> en <span class="smallcaps">Heusden</span>, de orde hielp
+herstellen, en den vyand een wijl tot staan bracht. <span class=
+"smallcaps">Luxemburg</span>, die mede toegeschoten was, wordt
+teruggedrongen; doch <span class="smallcaps">Bernard</span> van <span
+class="smallcaps">Halloy</span>, tot zijn hulp gekomen, doet voor een
+wijl de kans wederom keeren. Het was nu, dat drie wakkere helden een
+nieuwen uitval tegen de Luxemburgers waagden; zy waren de Heer van
+<span class="smallcaps">Frambach</span>, die van <span class=
+"smallcaps">Ysele</span>, en</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Des heren broeder<a class="noteref" id="xd0e781src"
+href="#xd0e781">2</a> van Hoesdinne,</p>
+
+<p class="line">Arnout hiet hi ende was clerck,</p>
+
+<p class="line">Maer ridderlike was syn werc.</p>
+
+<p class="line">Van groote persse ende meswinde (<i>tegenspoed</i>)
+<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11">11</a>]</span></p>
+
+<p class="line">Leet hi: daer bleef ooc een inde</p>
+
+<p class="line">Van sinen nase, dat hi vercochte</p>
+
+<p class="line">Eerlike daer hi den stryt sochte.</p>
+</div>
+
+<p>Doch niet alleen had <span class="smallcaps">Aernout van
+Heusden</span> zijn neus in den strijd verkocht, of, als wy nu zouden
+zeggen, verspeeld, zijn vader was in erger gevaar, ja een wijl in
+&rsquo;s vyands handen geweest: men hoore slechts:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Hier noemic nu eenen van de besten,</p>
+
+<p class="line">Die in des hertoghen side</p>
+
+<p class="line">Met banieren was ten stride.</p>
+
+<p class="line">Dat was van Kuc her Jan</p>
+
+<p class="line">Die in den stryt, doe men began,</p>
+
+<p class="line">Comen was in grooten noot.</p>
+
+<p class="line">Met hem waren in syn convoot</p>
+
+<p class="line">Twee baenroetse, twee vromige man,</p>
+
+<p class="line">Beide her Jan ende her Jan</p>
+
+<p class="line">Van Ercle (<i>Arkel</i>) ende van Hoesdinne</p>
+
+<p class="line">Die beide in dien beghinne</p>
+
+<p class="line">Waeren ooc in selke pine</p>
+
+<p class="line">Comen, dat si in scine</p>
+
+<p class="line">Waender mede ondergaen</p>
+
+<p class="line">Dat eerlyc wert wederstaen;</p>
+
+<p class="line">Want het wederbrachte (<i>hy herstelde dit</i>)</p>
+
+<p class="line">Met grooter daden die hi wrachte</p>
+
+<p class="line">Van Kuc die vrome ridder alsoe,</p>
+
+<p class="line">Wert, inder viande side,</p>
+
+<p class="line">Doe die here van Kuc met stride</p>
+
+<p class="line">Overhant dus weder nam</p>
+
+<p class="line">Maer eert alsoe vere quam</p>
+
+<p class="line">Dat hi die plaetse weder wan</p>
+
+<p class="line">Was bleven gevaen her Jan</p>
+
+<p class="line">Van Hoesdinne, die stoute heere <span class="pagenum">
+[<a id="pb12" href="#pb12">12</a>]</span></p>
+
+<p class="line">Die hem weerde alsoe seere</p>
+
+<p class="line">Als ridderen mochte doen, met stride</p>
+
+<p class="line">Maer noch doen te dien tide</p>
+
+<p class="line">Reden met so sterken roten</p>
+
+<p class="line">Die gene die gerne hadden genoten</p>
+
+<p class="line">Maselendre (<i>Maaslanders</i>) ende Ruire
+(<i>Roerlanders</i>)</p>
+
+<p class="line">Dan si vingen<a class="noteref" id="xd0e898src" href=
+"#xd0e898">3</a>; maer sine baniere<a class="noteref" id="xd0e907src"
+href="#xd0e907">4</a></p>
+
+<p class="line">Bleef gehouden in den tas</p>
+
+<p class="line">Ontploken; met gheninde,</p>
+
+<p class="line">Eerlyc ende wale toten inde:</p>
+
+<p class="line">Want daer waren bi bleven</p>
+
+<p class="line">Vromighe ridderen sinen neven,</p>
+
+<p class="line">Dese hilden met gewout</p>
+
+<p class="line">Van der Sclues her Arnout</p>
+
+<p class="line">Dire vroomster ridder een</p>
+
+<p class="line">Van den conroete, dat wale sceen</p>
+
+<p class="line">Aen groote dade, die hi dede:</p>
+
+<p class="line">Maer daer was syn neve mede</p>
+
+<p class="line">Her Diederic van Hoesdinne</p>
+
+<p class="line">Die men te Ceulen inne</p>
+
+<p class="line">Vueren moeste, na den stryt,</p>
+
+<p class="line">Daer hi sterf in corten tijt.</p>
+
+<p class="line">Want hem coste syn leven</p>
+
+<p class="line">Vromicheit, die hy gedreven</p>
+
+<p class="line">Hadde in den stryt, met groeten daden.</p>
+
+<p class="line">Die siele moet varen te genaden</p>
+
+<p class="line">Soo dat si hemelrike vercrighe!</p>
+</div>
+
+<p>Hoe en door wie <span class="smallcaps">Heusden</span> weder uit de
+handen der Maaslanders geraakte, wordt niet gemeld; doch by de volkomen
+nederlaag, <span class="pagenum">[<a id="pb13" href=
+"#pb13">13</a>]</span>die <span class="smallcaps">Gelre</span> en zijn
+bondgenooten leden, mogen wy hoogst waarschijnlijk aannemen, dat hy
+reeds voor het einde van den slag weder aan de zijnen was
+teruggegeven.&mdash;De opgevolgde vrede tusschen de twistende partyen
+deed <span class="smallcaps">Heusden</span> eerlang weder huiswaart
+keeren.</p>
+
+<p>Niet weinig had de oorlog, dien zijne naburen tegen elkander
+voerden, gestrekt om de macht van den wakkeren <span class="smallcaps">
+Floris V</span>, die toen in <i>Holland</i> de gravekroon droeg, te
+bevestigen. Niet alleen was hy door Hertog <span class="smallcaps">
+Jan</span>, die zijn bondgenootschap zocht, van alle leenhulde voor <i>
+Zuid-Holland</i> ontheven; maar hy had zich, terwijl het krijgstooneel
+op een verwijderd grondgebied was overgebracht, in staat gezien, zijn
+onrustige Edelen te fnuiken, de erfgoederen van de meesten hunner in
+leen te verkeeren, de Westfriezen te tuchtigen, landbouw en handel in
+zijn Graafschap te doen bloeien. Wel zag hy zich eerlang in twist
+gewikkeld met de Zeeuwsche Edelen, en dien ten gevolge met den Graaf
+van <i>Vlaanderen</i>; doch twee malen werd een zoen getroffen, de
+eerste reis, door bemiddeling van Hertog <span class="smallcaps">
+Jan</span>, de tweede reis, in 1295, toen deze brave Vorst overleden
+was, door die van <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Kuik.</span></p>
+
+<p>Het was te dezer gelegenheid, dat <span class="smallcaps">Jan</span>
+van <i>Heusden</i>, &rsquo;t zij gewillig, &rsquo;t zij door dwang,
+zijn stad aan <span class="smallcaps">Floris</span> opdroeg en weder
+van hem in leen ontfing. Hoe hy dit kon rijmen met de vroegere
+opdracht, aan <i>Brabant</i> gedaan, en of die opdracht al dan niet met
+toestemming van den nieuwen Hertog <span class="smallcaps">Jan
+II</span> geschiedde, zie daar, wat we niet kunnen beslissen. Zeker is
+het, dat Graaf <span class="smallcaps">Floris</span> zijn aanspraak op
+den tytel van Leenheer niet bloot uit die opdracht ontleende, maar uit
+een gift, hem door <span class="smallcaps">Diederik</span>, Grave van
+<i>Kleef</i>, in 1290 gedaan. Immers volgends de oude overlevering
+berustte, als wy gezien hebben, het leenrecht by dezen. Intusschen, de
+verknochtheid van <span class="smallcaps">Heusden</span> aan zijn
+nieuwen Leenheer was niet van langen duur. Reeds toen smeulde, onder
+schijn van trouw en dienstbetoon, by een aantal Hollandsche Edelen
+hevige verbittering tegen den Graaf, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb14" href="#pb14">14</a>]</span>die hen van zoo vele voorrechten had
+beroofd. Die verbittering werd in &rsquo;t geheim gevoed door Koning
+<span class="smallcaps">Eduard</span> van <i>Engeland</i>, wiens
+ongenoegen was opgewekt door de naauwe verbintenis, door <span class=
+"smallcaps">Floris</span> met <i>Frankrijk</i> aangegaan. Tot werktuig
+bediende zich de Koning van <span class="smallcaps">Jan</span> van
+<span class="smallcaps">Kuik,</span> die meer dan eens in <i>
+Engeland</i> geweest was, en zijn vol vertrouwen genoot. <span class=
+"smallcaps">Kuik</span> had zich mede genoodzaakt gezien, zijn slot te
+<i>Tongelare</i> als leen aan <span class="smallcaps">Floris</span> op
+te dragen, en hem dat van <i>ter Horst</i> in vollen eigendom af te
+staan; en zoo wel hieruit, als uit de geschenken, welke hy van <span
+class="smallcaps">Eduard</span> ontfing, laat zich zijn vijandelijke
+handelwijze jegends den Graaf verklaren. <span class="smallcaps">
+Heusden,</span> aan wiens zoon <span class="smallcaps">Jan</span> hy
+zijn dochter ten vrouwe geschonken had, was van ouds zijn vriend en
+wapenbroeder, en liet zich, vermoedelijk door hem, overhalen om aan een
+geheim verbond tegen <span class="smallcaps">Floris</span> deel te
+nemen. Vroegere schrijvers hebben de reden van <span class="smallcaps">
+Heusdens</span> toetreding tot het verbond toegeschreven aan zijn
+verbolgenheid, omdat de Graaf de eer zijner dochter zo&ucirc; hebben
+geschonden. Latere nasporingen hebben echter bewezen, dat de
+overlevering op dat punt wel niet op zoo valsche en logenachtige
+gronden als die betreffende</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 20em; ">&rsquo;t Schandelyck
+omhelzen,</p>
+
+<p class="line">Het schennen van de spruyt, de schoone bloem van
+Velsen;&mdash;</p>
+</div>
+
+<p>maar toch evenzeer uit een dwaling is gesproten. De schoone <span
+class="smallcaps">Agneta,</span> voor welke <span class="smallcaps">
+Floris</span> in liefde ontstak, en die hem en &rsquo;t Vaderland den
+edelen <span class="smallcaps">Witte</span> van <span class=
+"smallcaps">Holland</span> schonk, was wel een telg uit het Huis van
+<span class="smallcaps">Heusden</span>, maar geen dochter van Heer
+<span class="smallcaps">Jan.</span> Haar vader was die <span class=
+"smallcaps">Aernout</span> van der <span class="smallcaps">
+Sluyse,</span> van wiens heldendaden voor <i>Woeringen</i> wy vroeger
+hebben gewach gemaakt, doch wiens naam ons verder in de geschiedenis
+niet is voorgekomen: en schier alle getuigenissen vereenigen zich, om
+in <span class="smallcaps">Witte</span> geen spruit van bastaardy, maar
+een zoon uit wettigen echt te erkennen. De geslachtlijst der <span
+class="smallcaps">Elshouten</span>&mdash;mede een <span class=
+"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>stam der <span
+class="smallcaps">Heusdens</span>, als wy later zullen
+zien&mdash;vermeldt met ronde woorden, dat <span class="smallcaps">
+Agneta</span> den Graaf huwde: haar zoon voerde van den aanvang af en
+overal den naam van <span class="smallcaps">Witte</span> van <span
+class="smallcaps">Holland,</span> en, wat meer zegt, den leeuw van <i>
+Holland</i>, gebroken met het rad van van der <span class="smallcaps">
+Sluyse,</span> doch zonder eenig filet of ander teeken van bastaardy:
+iets dat hy zich niet zo&ucirc; hebben durven onderstaan, zonder zich
+aan misdaad van gekwetste majesteit schuldig te maken, indien zijn
+geboorte onwettig ware geweest. Wat echter van de betrekking tusschen
+<span class="smallcaps">Floris</span> en <span class="smallcaps">
+Agneta</span> zij, genoeg, dat zy de aanleiding niet geweest kan zijn
+om <span class="smallcaps">Heusden</span> in het eed-verbond tegen den
+Graaf te doen treden.</p>
+
+<p>Onder de diensten, welke <span class="smallcaps">Eduard</span> van
+de Hollandsche Edelen verwachtte, was voornamelijk begrepen het
+verydelen van het bondgenootschap tusschen <i>Frankrijk</i> en <i>
+Holland</i>, en hiertoe deed zich geen beter middel aan de hand, dan
+den Graaf op te lichten en naar <i>Engeland</i> te zenden, terwijl hem
+dan zijn zoon als vasal van <span class="smallcaps">Eduard,</span> zou
+opvolgen. De afspraak tot het plegen dier schanddaad geschiedde te <i>
+Bergen-op-Zoom,</i> op een byeenkomst, waartoe <span class="smallcaps">
+Velzen</span>, <span class="smallcaps">Woerden</span>, <span class=
+"smallcaps">Heusden</span> en anderen door <span class="smallcaps">
+Kuik</span> genoodigd waren. Hier verzekerde hy de wankelmoedigen van
+den bystand des Konings van <i>Engeland</i> niet alleen, maar ook van
+die van Hertog <span class="smallcaps">Jan II</span> en van Graaf <span
+class="smallcaps">Gwy</span> van <i>Vlaanderen</i>, terwijl hy hen
+waarborgde, dat zy niets van de zijde van &rsquo;s Graven zoon, <span
+class="smallcaps">Jan</span>, die zich in <i>Engeland</i> bevond, te
+vreezen hadden. Een schriftelijk verbond tot verderf van <span class=
+"smallcaps">Floris</span> werd thands bezegeld, en later te <i>
+Kamerijk</i> het plan nader overwogen en vastgesteld. <span class=
+"smallcaps">Kuik</span> wilde nog zijn snood verraad met den schijn van
+kordaatheid bestempelen, en zond aan <span class="smallcaps">
+Floris</span> een ontzegbrief: of <span class="smallcaps">
+Heusden</span> dit voorbeeld gevolgd heeft, vinden wy niet gemeld: by
+de gevangenneming en moord des Graven was hy niet tegenwoordig:
+intusschen schijnt het vrij zeker, ofschoon de kronijkschrijvers het
+niet bepaald vermelden, dat ook hy ten lande heeft moeten uitwijken,
+toen de wrekende hand der gerechtigheid de moordenaars vervolgde. Nog
+beleefde hy &rsquo;t, dat <i>Holland</i> aan <span class="pagenum">[<a
+id="pb16" href="#pb16">16</a>]</span>&rsquo;t Huis van <span class=
+"smallcaps">Henegouwen</span> verviel, en overleed in den jare 1303.
+Twee malen was hy gehuwd geweest: de eerste reis met <span class=
+"smallcaps">Aleid</span>, &rsquo;s Graven dochter van <span class=
+"smallcaps">Wybestein</span>, die hem <span class="smallcaps">
+Jan</span>, zijn opvolger gebaard had, en <span class="smallcaps">
+Jan</span>, eersten heer van <i>Drongelen</i>, die een zilveren rad op
+lazuur voerde: de tweede reis met <span class="smallcaps">
+Ermgard</span> van <span class="smallcaps">Wickeloo</span>, die hem
+mede een zoon schonk, insgelijks <span class="smallcaps">Jan</span>
+geheeten, en die de stamvader werd van het geslacht van <span class=
+"smallcaps">Elshout</span>.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Wat <span class="smallcaps">Jan VIII</span> betreft, van hem is het
+zeker, dat hy met <span class="smallcaps">Kuik</span>, zijn
+schoonvader, naar <i>Engeland</i> week en aldaar een geruimen tijd ten
+dienste van <span class="smallcaps"><span class="corr" id="xd0e1254"
+title="Bron: Eudard">Eduard</span></span> de wapens tegen <i>
+Frankrijk</i> voerde. Wy vinden ook, dat hem, voor de diensten aan <i>
+Engeland</i> bewezen, door Hertog <span class="smallcaps">Jan</span>
+van <span class="smallcaps">Brabant</span>, twee duizend pond Tornoois
+en een rente van honderd pond Brabantsch werden toegezegd. Jaren
+verliepen er, eer <span class="smallcaps">Heusden</span> van zijns
+vaders erfgoed bezit kwam nemen: en niet lang had hy er genot van, daar
+hy reeds in 1318 overleed, by zijn tweede gemalin <span class=
+"smallcaps">Sofia</span>, van <span class="smallcaps">
+Kranendonk</span>, een zoon nalatende, die hem opvolgde als <span
+class="smallcaps">Jan IX</span>.</p>
+
+<p>Niet geheel zonder tegenkanting schijnt deze laatste aan de
+regeering te zijn gekomen. Immers er bestaat een handvest van datzelfde
+jaar 1318, waarin <span class="smallcaps">Jan</span>, Heer van <i>
+Saffenbergh</i>, en zijn vrouw <span class="smallcaps">Sofia</span>,
+die uit het huwelijk van <span class="smallcaps">Jan VIII</span> met
+<span class="smallcaps">Margaretha</span> van <span class="smallcaps">
+Kuik</span> geboren was, als wettige Heeren beschikkingen maken, en
+zich het oppergezach over <i>Heusden</i> aanmatigen. Waarschijnlijk
+begreep dit echtpaar, dat <span class="smallcaps">Jan IX</span>, wiens
+huwelijk met <span class="smallcaps">Cunigunda</span> van <span class=
+"smallcaps">Arkel</span> door geen kinderen gezegend werd, hun toch de
+Heerlijkheid zo&ucirc; moeten overlaten, en dat het dus maar zaak was,
+zich by voorraad in &rsquo;t bezit daarvan te stellen. &rsquo;t Kan
+echter ook zijn, dat <span class="smallcaps">Jan IX</span> zwak van
+geestvermogens was, en buiten staat zijn goederen zelf te beheeren:
+weinig vermelden van hem de Kronijkschrijvers, en slechts een hunner
+bericht, dat hy in &rsquo;t Heilige Land tot Ridder zo&ucirc; geslagen
+zijn geweest, iets, wat van zoo velen verteld wordt, dat men, vooral by
+het <span class="pagenum">[<a id="pb17" href=
+"#pb17">17</a>]</span>letten op tijden en omstandigheden er niet dan
+met groote omzichtigheid geloof aan hechten moet. <span class=
+"smallcaps">Jan IX</span> stierf in 1334, en met hem de laatste van die
+reeks van Heeren, die achtereenvolgends, van vader tot zoon, hun banier
+van <i>Heusdens</i> torentrans hadden laten waaien.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Sofia</span> van <span class="smallcaps">
+Sassenbergh</span>, die alsnu zijn naaste erfgename was, zocht de
+Heerlijkheid aan Hertog <span class="smallcaps">Jan III</span> van <i>
+Brabant</i> op te dragen, in de hoop van er wederkeerig &rsquo;t verlij
+van te bekomen; doch de Hertog, die liever de vrije beschikking over
+<i>Heusden</i> aan zich behouden wilde, sloeg &rsquo;t haar af; waarop
+zy aan den Graaf van <i>Holland</i>, <span class="smallcaps">
+Willem</span> den <i>Goede</i>, haar recht op de Heerlijkheid afstond,
+en hy haar echtgenoot daarmede verlijdde. Intusschen viel het den Graaf
+gemakkelijker een verlijbrief te geven, dan de stad-zelve, die reeds
+van wege den Hertog met krijgsvolk bezet was geworden, aangevoerd door
+<span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Elshout</span>. Waarschijnlijk had deze laatste, die toch aan de <span
+class="smallcaps">Heusdens</span> was vermaagschapt, eenige hoop, het
+leen voor zich te bekomen. Moedig wees hy elken aanval af, dien de
+Hollandsche benden op den burg beproefden, en dwong hen, met groot
+verlies weder af te trekken. Ziende, dat hy met geweld niets winnen
+kon, en ongeneigd wellicht tot een volslagen vredebreuk met <i>
+Brabant</i>, onderwierp Graaf <span class="smallcaps">Willem</span> de
+zaak aan de beslissing van den Graaf van <i>Gulik</i>, die ten
+voordeele van den Hertog uitspraak deed: waarop deze de stad en
+&rsquo;t land van <i>Heusden</i> in leen gaf aan den Graaf van <i>
+Kleef</i>. Wel berustte <span class="smallcaps">Sassenbergh</span> niet
+in deze schikkingen, waardoor hy van zijn aanspraak verstoken was, wel
+viel hy in <i>Brabant</i>, en plunderde en verbrandde <i>Turnhout</i>;
+maar hy begreep toch in tijds dat de Hertog een te machtige tegenparty
+voor hem wezen zou, en stond hem zijn aanspraken af tegen een rente van
+drie honderd gouden realen, waar de stad <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>
+borg voor bleef.</p>
+
+<p>Dan, intusschen deed zich een nieuwe pretendent op, die op <i>
+Heusden</i> aanspraak maakte. Deze was <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <span class="smallcaps">Drongelen</span>, die, oom van
+<span class="smallcaps">Jan IX</span>, en, in geval <i>Heusden</i> niet
+als een spilleleen <span class="pagenum">[<a id="pb18" href=
+"#pb18">18</a>]</span>beschouwd kon worden, het naaste tot de erfenis
+gerechtigd was. Vergeefs echter wendde hy zich tot <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">Holland</span>,
+om door dezen in zijn aanspraak gehandhaafd te worden. De Graaf wees
+hem af, en <span class="smallcaps">Drongelen</span> stierf, eer hy zijn
+vermeend recht had kunnen doen gelden; maar hy had het niet opgegeven
+en het aan zijn zonen nagelaten.</p>
+
+<p>Hertog <span class="smallcaps">Jan III</span>, de noodzakelijkheid
+inziende, om de stad tegen nieuwe aanvallen te dekken, liet in 1340 een
+aanvang maken met het versterken en vergrooten van het kasteel. Op een
+afstand van het hoofdgebouw deed hy een hoogen, boven alle andere
+torens uitstekenden, achtkantigen toren rijzen, die&mdash;langs een
+stevige ophaalbrug, gelegen over een diepe gracht, welke de geheele
+vest omgaf&mdash;gemeenschap had met het ruim betimmerde nederhof,
+&rsquo;t welk niet alleen geschikte woningen voor de dienaars bevatte,
+maar ook ruime verblijven voor krijgsknechten, en uitgestrekte
+paardenstallen. Van daar geleidde een tweede zware ophaalbrug tot het
+kasteel-zelf, van welks groote en luchtige binnenplaats men den toegang
+had tot talrijke vertrekken, waaronder vooral de ridderzaal uitmuntte.
+Een onderaardsch gewelf, waarvan de opening potvormig in het midden van
+het binnenplein uitkwam, verstrekte tot gevangenis.</p>
+
+<p>Het was echter eerst onder de regeering van &rsquo;s Hertogen
+dochter en opvolgster <span class="smallcaps">Johanna</span>, dat de
+vergrooting van het Kasteel geheel voltooid werd: en zoo aanzienlijk
+waren de onkosten, daaraan besteed, dat <i>Brabant</i> er tot driemaal
+toe voor geschat werd.</p>
+
+<p>Hoe vaster en prachtiger intusschen de burcht opgebouwd, en hoe
+sterker de plaats&mdash;hoe meer begeerlijk haar bezit geworden was: en
+geen wonder, dat die van <i>Holland</i> haar niet dan met leede oogen
+in de macht des Hertogs bleven zien. <span class="smallcaps">Willem
+III</span>, hoezeer hy van den Graaf van <i>Kleef</i> diens rechten op
+<i>Heusden</i> had afgekocht, had zijn aanspraken na den gesloten vrede
+wel niet laten gelden; doch zijn opvolgers zochten alleen naar een
+geschikte gelegenheid om die te doen herleven. <span class="smallcaps">
+Willem</span> van <span class="pagenum">[<a id="pb19" href=
+"#pb19">19</a>]</span><span class="smallcaps">Drongelen</span>, even
+als zijn vader <span class="smallcaps">Jan</span> hakende naar &rsquo;t
+bezit van wat hy oordeelde, hem naar erfrecht te behoorden, liet niet
+na, den wrevel der Hollanders te voeden, en het vuur van tweedracht
+tusschen hen en de Brabanders aan te stoken. Strooptochten over en
+weder waren niet ongewoon: en het waren alsdan doorgaands <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">Drongelen</span>
+en zijn zonen, die de Zuid-Hollanders aanvoerden. Eens echter had er
+een samentreffen plaats der beide partyen, waarby met ongewone
+hevigheid gestreden werd. De Hollanders behielden de overhand; doch die
+gekocht werd met het bloed van <span class="smallcaps">Robbert</span>
+van <span class="smallcaps">Drongelen</span>, den oudsten zoon des
+mans, die hen tot den strijd had aangespoord.</p>
+
+<p>De staat van zaken was echter met betrekking tot <i>Heusden</i> de
+zelfde gebleven, toen in 1355 <span class="smallcaps">Jan III</span>
+overleed, en zijn dochter <span class="smallcaps">Johanna</span>, gade
+van <span class="smallcaps">Wenceslaus</span> van <span class=
+"smallcaps">Luxemburg</span> hem in &rsquo;t Hertogdom opvolgde.
+Naauwlijks echter waren de beide echtgenooten plechtig ingehuldigd,
+toen de Graaf van <i>Vlaanderen</i>, verbitterd, dat zy hem gelden
+onthielden, welke zy hem wettig schuldig waren, plotseling den vollen
+prijs eischte, waarvoor hy, tien jaren te voren, zijn recht op <i>
+Mechelen</i> aan Hertog <span class="smallcaps">Jan III</span> had
+afgestaan, en die nog niet voldaan was. Vruchteloos waren alle
+onderhandelingen, tot vereffening van den twist gehouden. De krijg
+begon: de Vlamingen rukten, terwijl <span class="smallcaps">
+Wenceslaus</span> te <i>Maastricht</i> zijn tijd in werkeloosheid
+doorbracht, <i>Brabant</i> binnen, vermeesterden <i>Brussel</i>, <i>
+Leuven</i>, en een aantal andere plaatsen, en brachten <span class=
+"smallcaps">Wenceslaus</span> op den rand des verderfs. De moed van
+<span class="smallcaps">Evert &rsquo;Tserclaes</span>, die <i>
+Brussel</i> we&ecirc;r verraste, deed de krijgkans keeren, en bracht
+eerlang geheel <i>Brabant</i> onder &rsquo;t gezach van <span class=
+"smallcaps">Wenceslaus</span> terug. Niet te min bleef de Graaf van <i>
+Vlaanderen</i> den krijg met afgewisseld geluk voortzetten, tot
+partyen, het strijden moede, besloten hun geschil aan de bemiddeling
+van Graaf <span class="smallcaps">Willem V</span> van <i>Holland</i> te
+onderwerpen. Met blijdschap nam deze het voorstel aan, zich daarby ten
+stelligsten voornemende, om in elk geval te zorgen, dat, welke der
+beide partyen zich ook over zijn uitspraak beklagen mocht, hy-zelf er
+wel by <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
+"#pb20">20</a>]</span>varen zo&ucirc;. Hy begon daarom met aan <span
+class="smallcaps">Wenceslaus</span> den afstand van <i>Heusden</i> als
+voorwaarde te stellen, zonder welken hy zich niet met de zaak bemoeien
+wilde. Die eisch werd toegestaan: hy nam het ambt van middelaar aan,
+en, hoezeer de vrede, welken hy tot stand bracht, alles behalven eervol
+voor die van <i>Brabant</i> was, hy wees echter <span class=
+"smallcaps">Wenceslaus</span> <i>Mechelen</i> toe, tegen allen schijn
+van billijkheid, en tot verbazing van hen, die hem niet hadden hooren
+zeggen tot den Hertog: &raquo;<i>Heusden</i> mijn, <i>Mechelen</i>
+dijn;&rdquo; woorden die van dien tijd af tot een spreekwoord werden,
+dat zoo veel gold als: &raquo;de eene dienst is de andere
+waard.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu was <i>Heusden</i> met <i>Holland</i> vereenigd; maar ook <span
+class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Drongelen</span> moest te vrede gesteld worden. Wel kwam het den Graaf
+niet in de gedachte, hem de Heerlijkheid-zelve in leen af te staan,
+welke hy liever voor zich behield; maar hy kon hem echter zijn aandeel
+in den zoo gemakkelijk verworven buit niet onthouden; en hy had te
+zorgen bovendien, dat voortaan alle geschil betreffende den wettigen
+eigendom van <i>Heusden</i> voor goed uit ware. Hy schonk daarom aan de
+Heeren van <span class="smallcaps">Drongelen</span> de Heerlijkheid van
+<i>Eethen</i> en <i>Meeuwen</i> tot een Hollandsch erfleen, en stelde
+<span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Drongelen</span> tot Baljuw van <i>Zuid-Holland</i> aan, onder
+voorwaarden, dat zy van alle aanspraken op Stad, Slot en Heerlijkheid
+van <i>Heusden</i> voor eeuwig afstand deden ten zijnen behoeve. Wat
+zouden de <span class="smallcaps">Drongelens</span> doen? Zy
+onderwierpen zich aan wat zy niet beletten konden. En dit was in hun
+geval wel het <span class="corr" id="xd0e1591" title="Bron: wijsste">
+wijste</span>.</p>
+
+<p>Nu dacht Graaf <span class="smallcaps">Willem</span> de rust der
+Heerlijkheid voor goed verzekerd te hebben!&mdash;en echter, geen drie
+jaren waren er verloopen, of <i>Heusden</i> moest de ellende des
+oorlogs ondervinden. Wel waren het deze reize geene aanspraken op erf-
+of domeinrecht die den krijg ontstaken, maar de gevolgen van
+binnenlandsche verdeeldheid. <span class="smallcaps">Willem V</span>,
+krankzinnig geworden, was van de regeering ontzet. Zijn broeder, Hertog
+<span class="smallcaps">Aelbrecht</span>, had, Ruwaard geworden, de
+Kabeljauwschen van de bedieningen, die zy bekleedden, verstoken, en die
+aan de Hoekschen geschonken. <span class="pagenum">[<a id="pb21" href=
+"#pb21">21</a>]</span>Maar niet geduldig hadden de eerstgenoemden zich
+die vernedering getroost. <span class="smallcaps">Heemskerk</span> riep
+<i>Kennemerland</i> in de wapens, <i>Delft</i> stond openlijk tegen den
+Ruwaard op, en <span class="smallcaps">Floris</span> van <span class=
+"smallcaps">Borselen</span> bracht <i>Zeeland</i> in rep en roer.</p>
+
+<p>Laatstgenoemde Edelman was door <span class="smallcaps">Willem
+V</span> tot Burggraaf van <i>Heusden</i> aangesteld; hy maakte zich
+meester van het zegel en de papieren des Graven, en borg die met eenige
+kleinodi&euml;n op het slot. Daar werd hy door Hertog <span class=
+"smallcaps">Aelbrecht</span> belegerd, en genoodzaakt zich by verdrag
+over te geven. Maar kort was de rust, welke <i>Heusden</i> genoot. Toen
+in &rsquo;t zelfde jaar <i>Delft</i> zich aan den Graaf moest
+onderwerpen, namen eenige Edelen, die den opstandelingen hulp hadden
+geboden, en waaronder <span class="smallcaps">Gijsbert</span> van <span
+class="smallcaps">Nyenrode</span> en <span class="smallcaps">Jan
+Kervena</span> genoemd worden, de wijk naar <i>Heusden</i> en
+verschansten zich op &rsquo;t slot. Op nieuw werd dit belegerd; doch
+zoo hardnekkig was de verdediging, dat <span class="smallcaps">
+Nyenrode</span> en de zijnen het een rond jaar tegen de macht van <span
+class="smallcaps">Aelbrecht</span> uithielden. Toen werd er, door
+bemiddeling van <span class="smallcaps">Otto</span> van <span class=
+"smallcaps">Arkel</span> een zoen getroffen, en de belegerden in genade
+aangenomen, onder voorwaarde van binnen twee jaren naar <i>
+Jeruzalem</i> in bedevaart te gaan.</p>
+
+<p>Na &rsquo;t vermelden dezer gebeurtenis zwijgen de Kronijken een
+tijd lang over <i>Heusden</i>, of bepalen zich tot het gewagen van
+eenige handvesten, door <span class="smallcaps">Aelbrecht</span> of
+door zijn opvolger <span class="smallcaps">Willem</span> van <span
+class="smallcaps">Beyeren</span> aan de stad geschonken, en van eenige
+stichtingen, aldaar door den tot Kastelein aangestelden <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Kroonenburg</span> gedaan. By het uitbarsten van den twist tusschen
+Hertog <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Beyeren</span> en Gravin <span class="smallcaps">Jakoba</span>, hield
+<i>Heusden</i> de zijde des eerstgenoemden, als uit een handvest
+blijkt, door hem ten jare 1419 aan de stad geschonken; doch in &rsquo;t
+volgend jaar verscheen <span class="smallcaps">Jakoba</span> met haar
+krijgsvolk voor de stad. De inwoners, voor een storm beducht, openden
+haar de poorten; en zy vertoefde een tijd lang op het slot; haar
+verblijf gaf den kronijkschrijvers van <i>Heusden</i> stof tot gelijke
+verhalen, als door anderen ten opzichte van haar gevangenschap op <i>
+Teylingen</i> worden opgedischt; <span class="pagenum">[<a id="pb22"
+href="#pb22">22</a>]</span>namelijk, dat zy gewoon was, goed te
+drinken, en alle kannetjens, na ze geledigd te hebben, over &rsquo;t
+hoofd in de slotgracht te werpen. Men weet, dat hieruit later het laffe
+volkssprookjen ontstaan, en zelfs door <span class="smallcaps">
+Wagenaar</span> en andere deftige schrijvers nagepraat is, als zoude zy
+zich zelve onledig gehouden hebben met het fabriceeren van dergelijke
+kannetjens. Wat my betreft, ik geloof noch aan de eene noch aan de
+andere vertelling, althands zoo lang men daar geen beteren grond voor
+aanvoert, dan het vinden van aarden kannetjens in de grachten van
+kasteelen.</p>
+
+<p>In 1446 werden de President of Stadhouder van <i>Holland</i>, <span
+class="smallcaps">Gozewijn de Wilde</span>, en <span class="smallcaps">
+Filip Banjaart</span>, Kastelein van het slot te <i>Medemblik</i>, die
+elkander van een schandelijke wandaad beticht hadden, te <i>Heusden</i>
+gevangen gezet. De eerste werd naderhand te <i>Loevestein</i> onthoofd,
+en de andere vrijgelaten.</p>
+
+<p>Sedert <span class="smallcaps">Filips</span> van <span class=
+"smallcaps"><span class="corr" id="xd0e1744" title="Bron:
+Borgondi&euml;n">Bourgondi&euml;n</span></span> de Hertogskroon van <i>
+Brabant</i> en de Gravenkroon van <i>Holland</i> tevens droeg, kon er
+wel geen twijfel bestaan, of <i>Heusden</i> hem als zijn Heer erkennen
+moest, maar ontstond er van tijd tot tijd weder verschil, over de
+vraag, in welke hoedanigheid zulks geschiedde. Immers, toen Graaf <span
+class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Nassau</span>,
+Heer van <i>Breda</i>, na &rsquo;t overlijden van <span class=
+"smallcaps">Dirk</span> van <span class="smallcaps">Merwede</span> door
+<span class="smallcaps">Filips</span> tot kastelein van <i>Heusden</i>
+werd aangesteld, brachten die van <i>Holland</i> bezwaren daartegen in,
+op grond dat gemelde Graaf Drossaart van <i>Brabant</i> was, en die
+aanstelling schijnbaar te kennen gaf, dat <i>Heusden</i> gerekend werd
+onder <i>Brabant</i> te behooren. <span class="smallcaps">Filips</span>
+begreep zich echter aan die bezwaren niet te moeten stooren, maar gaf
+by besluit van 18 December 1447 aan die van <i>Heusden</i> te kennen,
+dat zy Grave <span class="smallcaps">Jan</span> zouden hebben te
+gehoorzamen, zonder daaruit af te leiden dat zy meer aan <i>Brabant</i>
+dan aan <i>Holland</i> verbonden waren; terwijl hy de vraag, onder
+welke Souvereiniteit de plaats behoorde, geheel in &rsquo;t midden
+liet. Het vraagpunt bleef alzoo hangende, en, wat opmerking verdient,
+terwijl de Staten van <i>Brabant</i> voortdurend, ter gelegenheid der
+blijde inkomsten, hunne Vorsten lieten zweeren, dat zy <i>Heusden</i>
+weder aan <i>Brabant</i> zouden hechten, lieten die <span class=
+"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>van <i>Holland</i>
+hen ter zelfder gelegenheid zweeren, dat zy het nooit van <i>
+Holland</i> zouden scheiden.</p>
+
+<p>In den Gelderschen oorlog, die in &rsquo;t jaar 1497 begon, had het
+platte land rondom <i>Heusden</i> veel van de Gelderschen onder den
+Overste <span class="smallcaps">Boudewijn</span> te lijden; doch die
+van <i>Heusden</i> versloegen hen tusschen <i>Herp</i> en <i>
+Hedikhuizen</i>; by welke gelegenheid zy, hetgeen zeldzaam is, een
+grooter getal vyanden gevangen maakten dan zy zelve sterk waren. <span
+class="smallcaps">Boudewijn</span> zelf sneuvelde te dier gelegenheid,
+en werd met meer Gelderschen begraven, ter plaatse, die sedert den naam
+van <i>Boukens-kerkhof</i> droeg. Men wil, dat het er daarna geweldig
+spookte, van waar nog lang de spreekwijze in zwang bleef: &raquo;<span
+class="corr" id="xd0e1844" title="Bron: t">&rsquo;t</span> Spookt als
+<span class="smallcaps">Boukens</span> geest.&rdquo;</p>
+
+<p>Het was ook te <i>Heusden</i>, dat, op den 4<sup>en</sup> July 1524,
+een stilstand van wapenen tusschen de Gelderschen en Borgondi&euml;rs
+gesloten werd: en vijftien jaar later had de stad het voorrecht, Keizer
+<span class="smallcaps">Karel V</span> binnen haar muren te begroeten,
+wien zy een zekere hoeveelheid Rijnwijn vereerde. Dan, in 1542
+vertoonde zich een min welkome bezoeker voor de poort, en wel geen
+ander dan de gevreesde <span class="smallcaps">Maarten</span> van <span
+class="smallcaps">Rossum</span>, die zich niet met een weinig Rijnwijn
+paaien liet, maar eerst tegen voldoening eener aanzienlijke geldsom
+weder aftrok.</p>
+
+<p>Geen jaar meer duurde het echter, of al de <i>Nederlanden</i> waren
+onder Keizer <span class="smallcaps">Karel</span> gebracht, en mochten
+zich een geruimen tijd in &rsquo;t genot eener zoete rust verheugen. Op
+den 24<sup>en</sup> September 1549 was het wederom feest op het hooge
+slot te <i>Heusden</i>: de pektonnen brandden op de burchtpleinen:
+wimpels, banieren en feestlantaarnen werden uitgestoken van de tinnen:
+muziek en gezang we&ecirc;rgalmden langs de straten, en blijde
+begroette de stad haar toekomstigen Heer, Prins <span class=
+"smallcaps">Filips</span>, des Keizers zoon, die zijn aanstaande
+Nederlandsche onderdanen met een bezoek vereerde. Die hem toen als
+Kastelein-Drossaart de sleutels der stad aanbood was Jonker <span
+class="smallcaps">Gerard Spieringh</span> van <span class="smallcaps">
+Wel</span>, uit het geslacht van <i>Heusden</i> gesproten, en in 1533
+in gemelde hoedanigheid opgevolgd aan Jonker <span class="smallcaps">
+Wynand Maschareel</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb24" href=
+"#pb24">24</a>]</span></p>
+
+<p>Toen <span class="smallcaps">Alva</span> in de <i>Nederlanden</i>
+kwam, en alle vaste plaatsen door zijne troepen in bedwang werden
+gehouden, ontfing <i>Heusden</i> een bezetting Albaneesche ruiters,
+gemeenlijk Roodrokken genoemd, onder <span class="smallcaps">
+Nicolao</span> de <span class="smallcaps">Basto</span>, en werd de
+burgery met den last bezwaard, om hen van den noodigen leeftocht en
+voeragie te verzorgen. Reeds dit op zich-zelf was lastig en
+onaangenaam; doch nog minder te verdragen was de trots en moedwil dier
+woeste vreemdelingen, waarvan onder anderen drie burgers, <span class=
+"smallcaps">Geraert Geraertsen van Ghesel</span>, <span class=
+"smallcaps">Jan Bruer</span> en <span class="smallcaps">Huybert
+Leendertsz Goudsmit</span>, de slachtoffers werden, die op 24 Mei 1567
+buiten de Oud-Heusdensche poort jammerlijk door eenige beschonken
+ruiters werden vermoord. Wel raakten de Heusdeners van die lastige
+gasten ontslagen; maar op den 17<sup>en</sup> January 1569 bekwamen zy
+<span class="smallcaps">Francisco Vargas</span> met een vendel
+Spanjaarts in hun plaats, die er insgelijks vrij onbehoorlijk huis
+hielden.</p>
+
+<p>De Heusdensche kronijken brengen tot dat zelfde jaar 1569 een
+poging, door de anti-Spaansche party aangewend, om <i>Heusden</i> te
+verrassen. Op een tijdstip namelijk, dat er geen bezetting lag, trok de
+<span class="corr" id="xd0e1934" title="Bron: Hopmam">Hopman</span>
+<span class="smallcaps">Waerdenburgh</span> met <span class=
+"smallcaps">Joost Hoeck</span> (een uitgeweken Heusdenaar) en eenig
+volk de stad binnen: waarop de Drossaert <span class="smallcaps">
+Spieringh</span>, bygenaamd <span class="smallcaps">Quaedtael</span>,
+met eenige arbeidslieden op &rsquo;t kasteel weken. Hier werd hy door
+<span class="smallcaps">Waardenburg</span> belegerd; doch toen deze het
+buskruit aan zijn volk uitdeelde, gebeurde het, dat door
+onvoorzichtigheid een brandende lont in een buskruitvaatjen viel, en
+een ontploffing veroorzaakte, ten gevolge waarvan niet alleen een
+menigte volks gekwetst raakte, maar ook schier het derde deel der stad
+afbrandde, benevens de Katharynekerk en &rsquo;t Raadhuis. De
+krygsbende, die uit nieuw geworven en saamgeraapt volk bestond, was
+door het gebeurde zoo ontsteld, dat zy uit de stad week, en om geen
+belegering meer dacht. Wel wist de Hopman hen te overreden om terug te
+keeren; doch na eenigen tijd toevens zag hy zich genoodzaakt, <i>
+Heusden</i> weder te verlaten, op de aankomst van <span class=
+"smallcaps">Jan Hol</span>, opperste Ritmeester des Hertogen van <i>
+Holstein</i>, die op 16 September met troepen <span class="pagenum">[<a
+id="pb25" href="#pb25">25</a>]</span>uit <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>
+was afgezonden. Hoewel als vriend te <i>Heusden</i> ontfangen,
+be&auml;ntwoordde hy het onthaal slecht, en plunderde de stad; terwijl
+ettelijken van <span class="smallcaps">Waerdenburghs</span> volk door
+de zijnen achterhaald en gedood werden. Vier dagen later kwam de Hertog
+van <i>Holstein</i> zelf binnen <i>Heusden</i>, ontfing de inwoners in
+genade, en nam hun den eed van getrouwheid af, terwijl er voorts aldaar
+afwisselend Duitsche en Waalsche bezetting bleef.</p>
+
+<p>Wy vermelden het feit, zoo als het door de kronijkschrijvers is
+opgegeven. Alleen mogen wy de opmerking maken, dat het jaartal ons
+apokryf voorkomt. Immers de eerste pogingen, door <span class=
+"smallcaps">Oranje</span>, Graaf <span class="smallcaps">
+Lodewijk</span> en anderen aangewend, om de <i>Nederlanden</i> van
+<span class="smallcaps">Alvaas</span> juk te bevrijden, waren in 1568
+reeds verydeld geworden en werden&mdash;te lande namelijk&mdash;niet
+voor 1572 hernieuwd. In 1569 heerschte hier betrekkelijke rust, en een
+op zich zelf staande aanslag op een binnenstad als <i>Heusden</i> zou
+belachlijk zijn geweest, en tot niets hebben kunnen leiden. De
+gebeurtenis moet dus of veel vroeger plaats gehad en in verband gestaan
+hebben met den inval, door <span class="smallcaps">Hoogstraten</span>
+en <span class="smallcaps">Kuilenburg</span> in <i>Gelderland</i>
+beproefd:&mdash;of later, na 1572: welk laatste men schier zoude
+aannemen, omdat <span class="smallcaps">Spieringh</span> van <span
+class="smallcaps">Wel</span>, genaamd <span class="smallcaps">
+Quaedtael</span>, eerst in 1571 zijn vader als Kastelein-Drossaart
+opvolgde. Waarschijnlijk heeft het verbranden van het Stadhuis, met de
+aldaar bewaarde registers en archieven, de verwarring in de opgave van
+het jaartal veroorzaakt.</p>
+
+<p>Nog sluit zich aan het hier gegeven verhaal een ander, &rsquo;t welk
+wy elders vinden, en waarin vermeld wordt, hoe <span class="smallcaps">
+Joost Hoeck</span> en de Heusdeners, die met hem uitgeweken waren, zich
+dapper weerden by &rsquo;t beleg van <i>Bommeneede</i>; doch, by
+&rsquo;t innemen der stad door de Spaanschen op den 25 October 1575,
+met de overige bezettelingen om &rsquo;t leven werden gebracht.</p>
+
+<p>Het was ook aan een afstammeling uit het geslacht van <span class=
+"smallcaps">Heusden</span>, dat <i>Walcheren</i> zijn bevrijding van
+&rsquo;t Spaansche juk te danken had, en wel aan <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Kuik</span>, Heer
+van <i>Herp</i>, die in 1571 <i>Vlissingen</i> tot &rsquo;s Prinsen
+zijde deed overslaan; <span class="pagenum">[<a id="pb26" href=
+"#pb26">26</a>]</span>voor welke kloeke daad hy later met de
+Heerlijkheid <i>Domburg</i> beleend werd.</p>
+
+<p>Eerst in 1577 werd <i>Heusden</i>, ten gevolge der Pacifikatie van
+<i>Gent</i>, van vreemde bezetting ontslagen. Kort daarna trokken de
+Kastelein-Drossaart en de Schout naar <i>Brabant</i> metter woon, en
+werd in de plaats van eerstgemelde aangesteld Jonker <span class=
+"smallcaps">Johan Bax</span>, een der leden uit dat geslacht van
+krijgshelden, zoo beroemd in onze militaire oirkonden. Reeds twee jaren
+daarna werd hem gelegenheid verschaft, zijn wakkerheid te toonen, toen
+<span class="smallcaps">Parma</span>, na &rsquo;t innemen van <i>
+Maastricht</i>, <span class="smallcaps">Valdez</span> afzond om <i>
+Heusden</i> te verrassen. Reeds had hy geduchte toebereidselen gemaakt
+ter belegering; en de pogingen, door <span class="smallcaps">Bax</span>
+gedaan, om het omliggende land onder water te zetten, werden verydeld
+door den lagen stand der rivier, toen er <span class="corr" id=
+"xd0e2075" title="Bron: gelukig">gelukkig</span> een stormwind opstak,
+die het water tot een verbazende hoogte rijzen deed, zoodat de dijk
+buiten de Herpsche poort doorbrak, en de vyand genoeg te doen had om
+het instroomende water door een snelle vlucht te ontkomen.</p>
+
+<p>Hoezeer, als wy gezien hebben, de stad in 1577 de Pacifikatie
+aannam, bleef de Roomsche Godsdienst nog een tijd lang de heerschende
+en werd de Hervormde leer alleen op &rsquo;t kasteel gepredikt. In
+&rsquo;t jaar 1579 echter werden, voornamelijk door toedoen van eenige
+naar <i>Heusden</i> geweken Bosschenaars, de beelden en andere
+voorwerpen van eeredienst uit de kerken genomen, en de nieuwe leer
+zonder opschudding ingevoerd.</p>
+
+<p>In 1588 leed <i>Heusden</i> wederom last; doch deze reis niet van
+een vyand van buiten. <span class="smallcaps">Leycester</span> had de
+stad met een zware bezetting voorzien, onder bevel van <span class=
+"smallcaps">Christoffel</span> van <span class="smallcaps">
+Ysselstein</span>. De wanbetaling der soldij bracht hier, gelijk in
+vele andere steden, de troepen aan &rsquo;t muiten: de stadsregeering
+werd op het raadhuis gevangen gezet, en <span class="smallcaps">
+Ysselstein</span> zelf op &rsquo;t kasteel belegerd. Het oproer duurde
+van 31 January tot 23 Maart, toen het <span class="smallcaps">Nikolaas
+Blanckaert</span>, die in 1584 aan <span class="smallcaps">Bax</span>
+als Kastelein-Drossaart was opgevolgd, en den Burgemeester <span class=
+"smallcaps">Dierck Hamel Diercksz</span> gelukte, de rust te
+herstellen. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href=
+"#pb27">27</a>]</span></p>
+
+<p>Sedert er voortdurend Staatsche bezetting binnen <i>Heusden</i> lag,
+onthield zich de Drossaart niet langer op &rsquo;t kasteel, maar liet,
+waarschijnlijk om alle konflikt van gezach te vermijden, het verblijf
+aldaar over aan den Kommandant. <span class="smallcaps">Karel</span>
+van <span class="smallcaps">Levin</span>, Heer van <i>Famars</i>, had
+<span class="smallcaps">Ysselstein</span> als zoodanig vervangen, toen
+Graaf <span class="smallcaps">Karel</span> van <span class="smallcaps">
+Mansveld</span> zich in 1589 aan &rsquo;t hoofd van een aanzienlijk
+leger voor de stad vertoonde en haar in &rsquo;s Konings naam
+opeischte. De bezetting was op dat tijdstip zwak, en <span class=
+"smallcaps">Famars</span> drong by Prins <span class="smallcaps">
+Maurits</span> aan op versterking. Deze voldeed gereedelijk aan het
+verzoek, en liet, niet ver van <i>Hedikhuizen</i>, eenige benden over
+de <i>Maas</i> voeren; maar nu kwam het er nog op aan, hoe men die
+binnen de stad zo&ucirc; brengen, welke reeds door den vyand was
+ingesloten. Het eenige middel daartoe was, zich, met de wapens in de
+vuist, een weg door de Spaanschen en hun verschansingen heen te banen:
+dit werd beproefd, en, hoezeer niet dan na een hardnekkig gevecht, en
+verlies van vrij wat volk, met een gewenschten uitslag bekroond. De
+plaats, waar dit gevecht voorviel, bewaart nog in haar naam het
+aandenken van dezen strijd, en heet de <i>Spanjaartsslag</i>. Vijf
+maanden en twee dagen stond de stad het beleg door, zich alleen tot
+verdediging bepalende, daar de rondom liggende schansen te <i>
+Doeveren</i>, <i>Elshout</i> en <i>Hemert</i> alle door den vyand
+bemachtigd waren; doch toen kwamen de winter en vooral het wassende
+water den Staatschen te hulp, zoodat de troepen van <span class=
+"smallcaps">Mansveld</span> zich niet alleen gedwongen zagen van allen
+verderen aanval af te zien, maar zelfs het beleg op te breken. De
+schansen, door hen bezet, werden in &rsquo;t volgende jaar door <span
+class="smallcaps">Maurits</span> ingenomen.</p>
+
+<p>Een aandoenlijke plechtigheid viel op den 20<sup>en</sup> Oktober
+1603 te <i>Heusden</i> voor: namelijk de begrafenis van den wakkeren en
+beweenden krijgsoverste <span class="smallcaps">Olivier</span> van den
+<span class="smallcaps">Tempel</span>, Heer van <i>Corbecke</i>, die
+voor <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> door een kanonschot van &rsquo;t
+leven was beroofd geworden. Het lichaam werd met groote staatsie in de
+Groote kerk ter aarde besteld, en de laatste eer aan den overledene
+bewezen door Prins <span class="smallcaps">Maurits</span>, Grave <span
+class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Nassau</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb28" href=
+"#pb28">28</a>]</span>den Vorst van <i>Anholt</i>, en een aanzienlijk
+getal krijgshoofden en voorname Heeren.</p>
+
+<p>Op den 6<sup>en</sup> September 1614 had een zware doorbraak plaats,
+door welke al de steenwerken buiten de Wijksche poort wegspoelden. In
+1623 zond de Landvoogdes <span class="smallcaps">Izabella</span>
+heimelijk zekeren Priester, <span class="smallcaps">Michiel</span> van
+<span class="smallcaps">Ophoven</span> genaamd, Prior der Preekheeren
+te <i>Antwerpen</i>, tot <span class="smallcaps">Willem Adriaan</span>
+van <span class="smallcaps">Hoorne</span>, Heer van <i>Kessel</i>,
+destijds Gouverneur der stad, met belofte, dat, indien hy <i>
+Heusden</i> in hare handen leverde, zy hem den tytel van Graaf van <i>
+Hoorne</i>, de ridderorde van &rsquo;t Gulden Vlies, en een
+aanzienlijke geldsom zou verstrekken, alsmede zijn kinderen tot hoogen
+rang verheffen. <span class="smallcaps">Kessel</span>, dit voorstel
+gehoord hebbende, wees het met fierheid van de hand, zeggende, dat hy
+om al de schatten des Konings van <i>Spanje</i> geen verrader worden
+zo&ucirc;; terwijl hy voorts den Prior aanzeide, dat hy zijn gevangen
+blijven moest. Werkelijk werd dan ook <span class="smallcaps">
+Ophoven</span> naar <i>den Hage</i> gezonden, waar hy ruim anderhalf
+jaar op de voorpoort gevangen zat, en toen werd uitgewisseld. Hy werd
+later Bisschop van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, en bleef zulks tot
+aan de verovering dier stad door <span class="smallcaps">Frederik
+Hendrik</span>.</p>
+
+<p>Gedurende het beleg van <i>Breda</i> door <span class="smallcaps">
+Spinola</span>, in de jaren 1624 en 1625, werden in de naaste
+grensvestingen Bezettingen gelegd, uit vrijwilligers van de Burgeryen:
+en zoo viel aan die van <i>Haarlem</i> en aan eenige Hagenaars het lot
+te beurt, in <i>Heusden</i> gelegerd te worden. Deze bezettelingen
+waren aangevoerd door <span class="smallcaps">Jan Klaasz. Loo</span>,
+Burgemeester van <i>Haarlem</i>, als Kolonel. Hun optocht werd, nevens
+een gezicht op de stad <i>Heusden</i>, in &rsquo;t koper gebracht door
+den beroemden <span class="smallcaps">Matham</span>.</p>
+
+<p>Gedurende het beleg van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, in den jare
+1629, werden nogmaals te <i>Heusden</i> twee voor die stad gevallen
+krijgshelden begraven: de een was de Ritmeester <span class=
+"smallcaps">Nikolaas Smeetsing</span>, die zes-en-dertig jaren den
+Lande gediend, het Luitenant Gouverneurschap over de steden van <i>
+Overyssel</i> voor den Prins van <span class="smallcaps">Oranje</span>,
+en het Voorzitterschap van den krijgsraad bekleed had. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29">29</a>]</span>Zijn lichaam, geleid
+door den Vorst van <i>Nassau</i>, de Graven <span class="smallcaps">
+Ernst</span> en <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class=
+"smallcaps">Nassau</span>, en andere Legerhoofden, werd in Mei van
+genoemd jaar in &rsquo;t zelfde graf gelegd, waarin <span class=
+"smallcaps">Olivier</span> van den <span class="smallcaps">
+Tempel</span> begraven was.&mdash;De andere was de Kolonel <span class=
+"smallcaps">Louis</span> de <span class="smallcaps">Levin</span>, Heer
+van <i>Famars</i>, zoon van den reeds genoemden <span class=
+"smallcaps">Charles</span> de <span class="smallcaps">Levin</span>, en
+broeder van <span class="smallcaps">Filips</span> de <span class=
+"smallcaps">Levin</span>, die beiden Gouverneurs van <i>Heusden</i>
+waren geweest. Onder &rsquo;t doen eener ronde in den rug door een
+kogel getroffen, was hy in de zelfde nacht overleden. Zijn lijk werd
+tot buiten het leger vergezelschapt door den Prins van <span class=
+"smallcaps">Oranje</span>, den Koning van <i>Bohemen</i>, en de meeste
+krijgsoversten.</p>
+
+<p>Meer dan ooit in den loop van dertig jaren werd de stad door hevige
+pestkoortsen aangetast: de eerste reis in 1624 en 25, toen er wekelijks
+van twintig tot dertig menschen stierven: de tweede in 1634&ndash;35,
+en de derde reis in 1664.</p>
+
+<p>In den jare 1666 sloeg de bliksem in den hoogen burchttoren, doch
+werd gebluscht, tot groot geluk voor de inwoners, aangezien het
+kruitmagazijn daar onder was, en door het openslaan der deuren groot
+gevaar liep. Wy zullen zoo aanstonds zien, dat deze waarschuwing, die
+aanleiding tot het nemen van betere voorzorgen had moeten geven, geheel
+vruchteloos bleef.</p>
+
+<p>Het verdient opmerking, dat <i>Heusden</i>, nadat het Staatsch
+geworden was, noch in den oorlog tegen <i>Spanje</i>, noch in dien
+tegen <i>Frankrijk</i> gevoerd, het lot ondervond, dat byna alle andere
+grenssteden en zoovele landsteden te beurt viel, van namelijk in handen
+van den vyand te geraken, en dat alle daartoe aangewende pogingen
+vruchteloos afliepen. Merkwaardig vooral was dit in den jare 1672,
+toen, by de algemeene flaauwhartigheid der ingezetenen, schier alle
+rondom <i>Heusden</i> gelegen plaatsen door de Franschen bezet waren
+geworden. Op zekeren Zondag van gemeld jaar was een troep van ongeveer
+tachtig man, die een toeleg op <i>Heusden</i> in den zin had, in
+&rsquo;t dorp <i>Baartwyk</i> gekomen, dat ongeveer een uur gaands van
+daar gelegen is. Zy vroegen eenen huisman den weg naar de stad, hem
+daarby te kennen <span class="pagenum">[<a id="pb30" href=
+"#pb30">30</a>]</span>gevende, dat zy onderricht waren, voorby zekere
+schans te moeten trekken, waarmede zy de Elswoutsche schans bedoelden,
+langs welke zy over <i>Oud-Heusden</i> wellicht ongemerkt in de stad
+hadden kunnen komen. De boer echter, &rsquo;t zij uit misverstand,
+&rsquo;t zij met opzet, wees hun den weg aan door de <i>Baartwyksche
+steeg</i> op het dorp <i>Doeveren</i>, waar mede een schans lag, toen
+geslecht, en zoo tot <i>Heesbeen</i>. Hier gekomen, zonden zy twee
+trompetters naar de stad, die, voor de Wijksche poort gekomen, <i>
+Heusden</i> in naam des Konings opeischten. Maar de sergeant, die er
+toen de wacht had, gaf hun dit moedig bescheid, dat er kruid en lood
+genoeg binnen de stad was, om hun eisch voeglijk te be&auml;ntwoorden,
+waarna hy hen verjaagde, de valbrug liet ophalen, en de poort sluiten.
+De gandsche stad geraakte in de wapenen: de schuttery wedyverde met de
+bezettelingen in yver: het geschut werd op den wal geplaatst, en de
+vyanden, hun toeleg mislukt ziende, dropen af met schande. Intusschen
+deed het gebeurde de aandacht der Staten op <i>Heusden</i> vestigen, en
+werd het Gouverneurschap over die stad, &rsquo;t welk sedert 1663 door
+den Heer van <i>Schagen</i>, by wijze van <i>sinecure</i>, bekleed was
+geworden, aan den Veldmaarschalk <span class="smallcaps">Paulus
+W&uuml;rtz</span> opgedragen, die er een tijdlang in persoon aanwezig
+bleef.</p>
+
+<p>Het was omtrent dezen zelfden tijd, dat zekere Heusdenaar, <span
+class="smallcaps">Jan Beens</span> genaamd, zich voor eenig werk buiten
+de stad begeven moest. Een vuurroer om den schouder gehangen hebbende,
+toog hy de poort uit, toen hy, te <i>Heesbeen</i> gekomen, Fransche
+soldaten bespeurde. Hen willende ontwijken, sloeg hy een pad in, dat
+hem naar <i>Genderen</i> brengen moest; doch in de zoogenaamde <i>
+Groensteeg</i> gekomen, reed hem een Fransch ruiter te gemoet, die hem
+reeds van verre toeschreeuwde, dat hy staan moest en zich gevangen
+geven. Hiertoe wilde echter <span class="smallcaps">Jan Beens</span>
+niet besluiten, die naar een hek terug week en zich daarachter verborg.
+De Franschman naderde, greep zijn karabijn, en loste die op <span
+class="smallcaps">Jan Beens</span>, maar trof alleen eene der
+hekstijlen, waarop de Heusdenaar, zijn kans waarnemende, met zijn
+snaphaan op den ruiter <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31">31</a>]</span>aanlegde, hem van &rsquo;t paard deed tuimelen,
+overweldigde, gevangen nam, en met paard en rusting, tot aller
+verwondering, binnen <i>Heusden</i> voerde.</p>
+
+<p>De moed, door de Heusdenaars betoond, en de sterkte der plaats,
+hadden waarschijnlijk aan de Franschen de lust ontnomen een nieuwen
+aanval te beproeven, en de stad leed dan ook minder dan andere van de
+rampen van den krijg.</p>
+
+<p>Maar van droeviger gevolg dan het onweer van 1666 was een onweer dat
+op den 24<sup>en</sup> July des jaars 1680 boven <i>Heusden</i>
+losbarstte, wanneer de bliksem andermaal in den grooten achtkantigen
+toren sloeg. Het buskruit, dat daaronder in diepe gewelven bewaard
+werd, geraakte in vlam, en de toren niet alleen, maar het grootste
+gedeelte des kasteels, van zijn grondvesten afgerukt, sprong met een
+schrikkelijken slag uit elkander. Verscheiden huizen in de nabyheid
+werden door dien schok het onderst boven gesmeten; in velen daarvan
+vond men vijf tot zes dooden, jammerlijk omgekomen onder &rsquo;t puin
+hunner verbrijzelde woningen. Slechts enkelen, onder de opgerukte
+steenen gered, doch meest deerlijk gekwetst en gekneusd, behielden
+&rsquo;t leven. Het jammer, de schade en de ellende waren groot; want
+van de geheele straat, omtrent het kasteel gelegen, was byna niet een
+huis overeind gebleven. De plaats, waar de kruittoren gestaan had, was
+veranderd in een diepen kolk, vol zwart water, &rsquo;t welk, door het
+geweld des poeders beroerd, al borrelende scheen te koken. En toch, hoe
+ijsselijk de verwoesting was, nog moest men het gelukkig noemen, dat
+het losgebarsten buspoeder zijn meeste uitwerking van de stadszijde af
+en buitenwaart gedaan had: dewijl anders de stad een <span class="corr"
+id="xd0e2428" title="Bron: algegeheele">algeheele</span> vernieling zou
+hebben ondergaan.</p>
+
+<p>Aan <span class="smallcaps">Willem Adriaan</span>, Grave van <i>
+Hornes</i>, die <span class="smallcaps">W&uuml;rtz</span> als
+Gouverneur vervangen had, volgde in 1688 <span class="smallcaps">
+Daniel</span> de <span class="smallcaps">Tafin</span> de <span class=
+"smallcaps">Torsay</span>. Tijdens diens bestuur werd de stad door het
+aanleggen van sterke beeren en schutsluizen tegen overstrooming
+beveiligd, en nieuwe vestingwerken aangelegd, terwijl een der torens
+tot <span class="pagenum">[<a id="pb32" href=
+"#pb32">32</a>]</span>kruitmagazijn werd ingericht. Na het overlijden
+van <span class="smallcaps">Tafin</span>, in 1709, werd <span class=
+"smallcaps">Johan Theodoor</span> Baron van <span class="smallcaps">
+Friesheim</span> tot Gouverneur aangesteld, welke betrekking hy in 1723
+tegen die van Gouverneur van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> verwisselde.
+Hem vervingen achtereenvolgends in &rsquo;t zelfde jaar <span class=
+"smallcaps">Jacob Hardu&iuml;n Palm</span> en <span class="smallcaps">
+Statius Filip</span> Grave tot <span class="smallcaps">
+Benthem</span>.</p>
+
+<p>De stad <i>Heusden</i>, die, by de vestiging van het Gemeenebest, op
+de Dagvaarten beschreven werd en teekende v&oacute;or <i>Purmerend</i>,
+had zich, even als vele andere kleinere Steden, dit recht&mdash;waarvan
+de uitoefening met geen geringe kosten gepaard ging&mdash;van
+lieverlede laten ontnemen. Ten tijde der troebelen van 1787 deed zy
+echter deze aanspraken weder gelden, &rsquo;t welk de toenmalige Staten
+niet weinig in verlegenheid bracht, om het voorbeeld, dat hierdoor aan
+andere kleine Steden zou gegeven worden. De zaak werd slepende
+gehouden, en weldra deden gewichtige gebeurtenissen het geheele
+vraagpunt van zelf vervallen. De oorlog tegen <i>Frankrijk</i> was
+uitgebarsten. De Franschen, in 1793 in ons Land gevallen, hadden <i>
+Breda</i> en <i>Geertruidenberg</i> veroverd, en eischten nu ook <i>
+Heusden</i> op. Die eisch werd echter afgeslagen, daar de stad zich in
+genoegzamen staat van tegenweer bevond. De vestingwerken toch waren
+sterk, de schansen te <i>Doeveren</i> en <i>Hemert</i> in goede orde,
+en de Bezetting boven de 2000 man sterk. De Erfprins van <span class=
+"smallcaps">Oranje</span> (later Koning <span class="smallcaps">Willem
+I</span>) kwam zelf in de nacht van 10 Maart te <i>Heusden</i> zijn
+hoofdkwartier vestigen, doch bleef er niet lang, en werd door zijn
+broeder <span class="smallcaps">Frederik</span> vervangen.</p>
+
+<p>Misten de Franschen te dier gelegenheid hun kans, in &rsquo;t
+volgende jaar waren zy voorspoediger: zy hadden op 9 Oktober <i>den
+Bosch</i> overmeesterd, en men was te <i>Heusden</i> hun aanval
+verwachtende; weshalve men, ter meerdere bevestiging, een doorsnijding
+in den hoogen Maasdijk te <i>Hedikhuizen</i> gemaakt had. Inmiddels was
+de gemeenschap met <i>Holland</i>, door de om <i>Heusden</i> zwervende
+of gelegerde Franschen, afgesneden; de vorst viel met buitengewone
+strengheid in, en de middelen tot verdediging werden hierdoor <span
+class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>grootendeels
+verzwakt. <span class="smallcaps">Van Liesvelt</span>, die het bevel
+over de bezetting voerde, ziende, dat het ijs de onder-water-zetting
+nutteloos maakte, gelastte den burgeren, gezamentlijk met zijn
+krijgsvolk, de stadsgrachten en de <i>Maas</i> open te houden,
+waarmede, den 28<sup>sten</sup> December, door veertig burgers tevens,
+een aanvang werd gemaakt. Het leed tot in het begin van January 1795,
+dat de bezetting in &rsquo;t ongewisse bleef, of de vyand het inderdaad
+op <i>Heusden</i> gemunt had. Dan op den vijfden dier maand deed de
+Generaal <span class="smallcaps">Daendels</span> de vesting opeischen,
+met bedreiging van storm te zullen loopen indien men niet gewillig de
+poorten voor hem openstelde. Zelfs liet hy aan een hem toegezonden
+officier zijn gemaakte voorbereidselen zien, ten bewijze, dat zijn
+dreigen geen ijdele grootspraak was. Niettemin sloeg men den eisch af:
+waarop het beschieten der stad op den negenden een aanvang nam, en tot
+den twaalfden voortduurde. De stad werd nogmaals opge&euml;ischt: de
+Kommandant, na zich nevens zijn volk verbonden te hebben, in geen jaar
+en zes weken tegen de Franschen te zullen dienen, verkreeg een vrijen
+uittocht, met achterlating van een verbazenden voorraad krijgs- en
+mondbehoeften, welke <span class="smallcaps">Daendels</span> in handen
+vielen.</p>
+
+<p>Onder het bewind van <span class="smallcaps">Napoleon</span> lagen
+er veteranen in bezetting te <i>Heusden</i>, die in 1813, op het
+gerucht van de aannadering der Pruissen, de stad verlieten. Naauwlijks
+waren zy de Herptsche poort uitgetrokken of de Pruissen rukten die
+binnen. Nu scheen <i>Heusden</i> eensklaps uit den doodslaap, waarin
+het gedurende achttien jaren was verzonken geweest, herrezen, en in een
+wapenplaats herschapen te zijn. Duizenden van Russen en Pruissen
+stroomden er beurtelings in en uit, en de Generaal <span class=
+"smallcaps">Bulow</span> had er een tijd lang zijn hoofdkwartier.</p>
+
+<p>Maar weldra zou de tijd aanbreken, dat <i>Heusden</i> uit den rij
+van <i>Ne&ecirc;rlands</i> sterke plaatsen verdwijnen moest. In 1821
+werd de stad ontmanteld, de bolwerken en ravelijnen aan partikulieren
+verhuurd en tot warmoeziersland aangelegd. Alleen bleef er nog een
+kazerne bestaan, die in 1837 belangrijke herstellingen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34">34</a>]</span>onderging: voorts
+een arsenaal en artillerieloods; terwijl een nieuwe affuitloods op het
+Burchtplein gebouwd werd. De eenig overgebleven zijtoren en de kelders
+van het oude slot werden tot een bomvrij kruitmagazijn ingericht, en
+vertoonen zich thands nog als een vierkant gevaarte zonder kap, maar
+met zware muren en diepe gewelven; terwijl het plein, daarnevens, met
+iepenboomen bezet, een fraaie wandeling oplevert. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span></p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e376src" id="xd0e376">1</a></span> Voorkomende in den Muzen
+Almanak van 1821, pag. 149.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e781src" id="xd0e781">2</a></span> Namelijk van <span class=
+"smallcaps">Jan</span> VIII die regeerde, toen <span class="smallcaps">
+Heelu</span> schreef; want <span class="smallcaps">Aernout</span>,
+broeder van <span class="smallcaps">Jan</span> VII, was geen <i>
+klerk</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e898src" id="xd0e898">3</a></span> De zin is: &raquo;die liever
+zich (<i>genoten</i>) vereenigd hadden, dan den Heer van <span class=
+"smallcaps">Heusden</span> te vangen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e907src" id="xd0e907">4</a></span> Die van <span class=
+"smallcaps">Heusden</span> namelijk.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="ch2.2" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Het Kasteel te Gemert.</h2>
+
+<p>De witte mantel met het roode kruis, die kenmerkende dracht des
+roemruchtigen Tempeliers, was reeds lang in de wentelende golven van
+den tijdstroom ondergegaan, of liever: in de vlammen, door <span class=
+"smallcaps">Clemens</span> den Vijfde en <span class="smallcaps">
+Filips</span> den Schoone ontstoken, verteerd&mdash;toen eene andere
+Ridder-orde, jonger van erkenning, maar weinig minder beroemd dan die
+van den Tempel, nog in vollen bloei stond: wy bedoelen de Orde der
+Marianen of Duitsche Ridders, ook Kruisheeren, Teutonisten, en Ridders
+van den Duitschen Huize genoemd.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/gemert.jpg" alt=
+"Het kasteel te Gemert." width="720" height="477">
+<p class="figureHead">Het kasteel te Gemert.</p>
+</div>
+
+<p>Nadat <i>Jeruzalem</i> in 1099 door de Kruisvaarders veroverd was,
+deed een Duitsch Edelman aldaar een huis inrichten, ter verpleging van
+zoodanige pelgrims en Ridders onder zijne landgenoten, als zulks
+mochten behoeven. Zijn voorbeeld vond navolging: eenige andere edele
+Duitschers, wier hart warm sloeg voor zelfopofferende menschenliefde,
+sloten zich by hem aan, voegden de inkomsten hunner goederen by die der
+zijnen, en vormden alzoo weldra eene broederschap van barmhartigheid,
+die, door geen anderen regel dan onderlinge overeenkomst verbonden,
+hare weldaden uitdeelde zonder veel geruchts, en in tijden van gevaar
+weder even snel naar het zwaard greep als voorheen, en het niet minder
+wakker voerde. <span class="pagenum">[<a id="pb38" href=
+"#pb38">38</a>]</span></p>
+
+<p>Toen het meerendeel dezer Ridders in de moedige maar onbedachte
+verdediging van <i>Tiberias</i>, 1187, was gevallen, en de overigen
+daarop by het verlies van <i>Jeruzalem</i> die stad moesten verlaten,
+zou de Vereeniging geheel onder zijn gegaan, indien eenige medelijdende
+kooplieden van <i>Lubeck</i> en <i>Bremen</i> haar niet hadden
+ondersteund. Nadat er in 1190 eene versterking door nieuwe leden had
+plaats gevonden, besloot men zich, naar het voorbeeld der Tempeliers en
+Hospitaliters of Sint-Jans-Ridders, tot eene gesloten Geestelijke
+Ridderorde te vereenigen, en wendde zich om vergunning daartoe tot
+Keizer <span class="smallcaps">Hendrik</span> den Zesde en Paus <span
+class="smallcaps">Celestinus</span> den Derde, welke laatste by een bul
+van den 12<sup>en</sup> Februari 1191 zijne toestemming gaf, en
+bepaalde, dat zy den naam zouden dragen van <span class="letterspaced">
+Ridders der H. Maagd Maria</span>, of <span class="letterspaced">
+Broeders van het Duitsche huis onzer Lieve Vrouwe te Jeruzalem</span>;
+zy zouden aan de kloosterregelen van Sint <span class="smallcaps">
+Augustinus</span> onderworpen zijn, en hun onderscheidend gewaad moest
+bestaan uit een zwart kleed, waarover een witte mantel met een zwart
+kruis op den linker schouder. De Keizer schonk bovendien den
+Ordemeester, waartoe <span class="smallcaps">Henrik</span> van <span
+class="smallcaps">Walpott van Bassenheim</span> reeds in 1190 gekozen
+was, het recht om ridders te slaan, met eenige andere gunstbewijzen
+daarenboven, en zoo zag de nieuwe Orde, niet zonder nayver der
+Johannieten en Tempeliers, haar bestaan gevestigd.</p>
+
+<p>By de verovering van <i>Akkaron</i> (<i>Ptolemais</i>) kocht de
+Ordemeester daar een uitgestrekten hof, en stichtte er eene kerk en een
+hospitaal, benevens een kloostergebouw voor de broeders; en nu ging de
+Orde rustig, en aanvankelijk zonder veel opzien te baren, haren weg,
+niet minder dapper, maar veel minder begiftigd, veel minder weelderig
+door rijkdom dan beide genoemde orden.</p>
+
+<p>De zaak der Christenen was echter in <i>Palestina</i>, na den val
+van het Koningrijk <i>Jeruzalem</i> verloren: daarom besloot de vierde
+Ordemeester, <span class="smallcaps">Herman</span> van <span class=
+"smallcaps">Salza</span>, den zetel der Orde naar <i>Veneti&euml;</i>
+over te brengen. <span class="smallcaps">Herman</span> van <span class=
+"smallcaps">Salza</span>, een der edelste <span class="pagenum">[<a id=
+"pb39" href="#pb39">39</a>]</span>en grootste mannen van zijnen tijd,
+was de adelaar, op wiens stoute vleugelen de Orde zich tot eene
+ongekende hoogte verhief. De roep zijner onkreukbare goede trouw en
+rechtschapenheid was zoo groot, dat Keizer <span class="smallcaps">
+Frederik</span> de Tweede en Paus <span class="smallcaps">
+Honorius</span> de Derde een onderling geschil aan zijn oordeel
+onderwierpen, en zich naar zijne uitspraak gedroegen; beide waren
+evenzeer over hem voldaan, en de Orde oogstte er de voordeelen van in:
+<span class="smallcaps">Honorius</span> ontsloeg haar van het geven van
+tienden en van onderworpenheid aan het geestelijk gericht, en <span
+class="smallcaps">Frederik</span> begiftigde haar met voorrechten en
+goederen; daarenboven verhief hy <span class="smallcaps">Herman</span>,
+die van den Paus een kostbaren ring, in &rsquo;t vervolg het
+Ordemeesterschap eigen, ontfangen had, voor hem en zijne opvolgers in
+den Rijksvorstenstand. Van toen af breidden de bezittingen der Orde in
+<i>Europa</i> zich snel uit. In 1226 door den Hertog der Masoeren naar
+<i>Pruissen</i> gebeden, om er de wilde heidensche bewoners ten onder
+te brengen, met toezegging van de landstreken, die zy zoude overwinnen,
+in eigendom te zullen ontfangen, werd <span class="smallcaps">
+Herman</span> van <span class="smallcaps">Balco</span> derwaart
+gezonden aan het hoofd van eenige Ridders en knechten, wier
+heldhaftigheid met zoo goed gevolg werd bekroond, dat de geheele Orde,
+na het verlies van <i>Akkaron</i> in 1291, zich in het overwonnen land
+aan de Oostzee vestigde, en in 1309 <i>Marienburg</i> tot Hoofdzetel
+koos. In de laatste helft dier eeuw bedroegen hare inkomsten, alleen
+van gemelde landstreek, 900,000 Rijnsguldens, eene som, waarover geen
+Europesche Staat van die dagen beschikken kon, terwijl de bloeiende
+toestand harer bezittingen en de welvaart der onderhoorigen de
+beschuldiging weerspreken, dat zy een tyranniesch bestuur voerde.</p>
+
+<p>Hare bezittingen werden verdeeld in 12 Landschappen, Balyen of
+Landkommanderyen genaamd, die door Landkommandeurs werden bestuurd, en
+waarvan er 2 in <i>Nederland</i> lagen. De hoofdzetels daarvan stonden,
+voor het noorderdeel, te <i>Utrecht</i>, en, voor het zuiderdeel, te
+<i>Aldenbiezen</i>, in <i>Limburg</i>, zijnde de laatste, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40">40</a>]</span>die reeds in 1220
+voorkomt, de oudste<a class="noteref" id="xd0e2716src" href=
+"#xd0e2716">1</a>. De onderafdeelingen die te zamen eene landkommandery
+uitmaakten, werden eenvoudig kommanderyen genoemd, en stonden onder het
+beheer van een Orde-ridder, die den tytel van Kommandeur voerde. Tot
+<i>Utrecht</i> behoorden 12 kommanderyen, waarvan wy de vermelding, met
+byvoeging der weinige tot ons gekomen byzonderheden, hier geheel op
+hare plaats achten.</p>
+
+<p>1. <i>Middelburch</i>, waar het huis der Orde in 1249 werd gesticht
+op een erf, haar door <span class="smallcaps">Niclaes</span> van <span
+class="smallcaps">Putten</span> geschonken. Graaf <span class=
+"smallcaps">Floris</span> de Vijfde heeft deze kommandery mild
+begiftigd, &raquo;en &rsquo;t zelve huis is metter tijd zoo magtig
+geworden, dat, wanneer de Graaf van <i>Holland</i>, of deszelfs oudste
+zoon, ter hooge vierschaar binnen <i>Middelburg</i> zaten, de Abt van
+<i>Middelburg</i> aan de rechter, en de Kommandeur der Duytsche orden
+aan de slinkerzijde van den Graaf gezeten waren.&rdquo;</p>
+
+<p>2. <i>Leyden</i>, mede een gift van Grave <span class="smallcaps">
+Floris</span> den Vijfde: hy schonk er in 1268 de St. Pieterskerk, en
+de Orde richtte er het gebouw der kommandery by op.</p>
+
+<p>3. <i>Dieren</i>, op de <i>Veluwe</i>, een kasteel, met vele daartoe
+behoorende landerijen. Graaf <span class="smallcaps">Adolf</span> van
+<i>Bergen</i> schonk het der Orde in 1240, waarop het aan de kamer des
+Grootmeesters werd getrokken, tot in 1420, toen het aan den
+Landkommandeur van <i>Giessen</i> overging; maar Heer <span class=
+"smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">Keppel</span>,
+Landkommandeur van <i>Utrecht</i>, kocht het in 1433 voor eene som van
+3000 Rijnsguldens, en voegde het by zijne eigene Baly.</p>
+
+<p>4. <i>Oetmarsen</i>, weleer tot de landkommandery van <i>Munster</i>
+behoord hebbende, maar in de eerste helft der vijftiende eeuw onder die
+van <i>Utrecht</i> gebracht. Het huis was gesticht in het jaar 1290,
+door zekeren <span class="smallcaps">Leffard</span>, een schildboortig
+poorter van <i>Oldensael</i>, die zich mede in de Orde begaf. <span
+class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span></p>
+
+<p>5. <i>Valckenburch.</i> Graaf <span class="smallcaps">Willem</span>
+de Tweede schonk der Orde in 1251 de kerk aldaar, waaronder twee
+parochi&euml;n behoorden, nl. <i>Katwijc op Zee</i> en <i>Katwijc op
+den Rijn</i>. In 1378 verplaatste <span class="smallcaps">
+Splinter</span> uten <span class="smallcaps">Eng</span>, toenmaals aan
+het hoofd der Baly van <i>Utrecht</i> staande, den kommandeurszetel van
+<i>Valckenburch</i> naar <i>Katwijc</i> op den <i>Rijn</i>, ten gerieve
+der zeedorpers, en liet de eerstgenoemde plaats als eene pastory op
+zich-zelf. Sints dien tijd wordt er gewoonlijk van de kommandery van
+<i>Katwijc</i> gesproken.</p>
+
+<p>6. <i>Hofdijc</i>, die mede aan Grave <span class="smallcaps">
+Willem</span>, door het schenken der kerk te <i>Maesland</i>, in 1251,
+haar oorsprong dankt. Zijn zoon <span class="smallcaps">Floris</span>
+begiftigde later de Orde met eenige landerijen aan den Hofdijk, waarop
+de Utrechtsche Baly er een huis deed stichten voor een Kommandeur. In
+1365 deed de Landkommandeur <span class="smallcaps">Henric</span> van
+<span class="smallcaps">Alckemade</span>, met toestemming van
+Graaf-Hertog <span class="smallcaps">Aelbrecht</span>, het huis ten <i>
+Hofdijc</i> afbreken, en een ander by de kerk van <i>Maesland</i>
+oprichten. De goederen aan den Hofdijk werden aan de landkommandery
+gehecht, en de Ridders mede derwaart verplaatst. Sedert stond de
+kommandery van <i>Maesland</i> op zich-zelf.</p>
+
+<p>7. <i>Doesborch</i>, die in 1266 een aanvang nam: De Regulieren van
+het klooster <i>Bethlehem</i>, zich tegen de Orde misgrepen hebbende,
+en tot voldoening genoodzaakt, schonken haar in dat jaar de kerk dezer
+plaats, waarover zy te beschikken hadden.</p>
+
+<p>8. <i>Rhenen</i>, waar Graaf <span class="smallcaps">Egbert</span>
+van <span class="smallcaps">Bentheim</span> de kerk in 1268 aan de Orde
+maakte; eene aanzienlijke schenking, die door zijn zoon <span class=
+"smallcaps">Otto</span> bevestigd werd.</p>
+
+<p>9. <i>Schoonhoven.</i> <span class="smallcaps">Gwy</span> van <span
+class="smallcaps">Blois</span> gaf der Orde in 1390 de keuze tusschen
+de kerk van <i>Gouda</i> en die van <i>Schoonhoven</i>; zy koos de
+laatste, welke hy daarop met eenige andere goederen afstond.</p>
+
+<p>10. <i>Scaluynen</i>, of <i>Schelluynen</i>, eene heerlijkheid,
+geschonken door Heer <span class="smallcaps">Dirc</span> van <span
+class="smallcaps">Altena</span>, met de kerk en de tienden van het
+dorp, benevens de ten deele onder <i>Giessen</i> behoorende visscherij,
+en drie landhoeven.</p>
+
+<p>11. <i>Bunen</i>, in <i>Drenthe</i>, was eerst een konvent van
+zusteren der Duitsche Orde, en omstreeks 1271 opgericht. Het kwam <span
+class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42">42</a>]</span>toen onder de
+Westfaalsche Baly te <i>Munster</i>, maar werd door den Utrechtschen
+Landkommandeur <span class="smallcaps">Gosewijn</span> van <span class=
+"smallcaps">Gaerne</span>, die in het midden der veertiende eeuw
+vermeld wordt, voor eene som van 1500 pond aangekocht.</p>
+
+<p>12. <i>Nesse</i>, almede ontstaan uit de gift der kerk, door eenige
+Friesche Edelen in 1298, schijnt de geringste der kommanderyen geweest
+te zijn; ten minste werd het huis, naby de kerk gesticht, slechts door
+Priesters en dienende broeders, geenszins door Ridders bewoond.</p>
+
+<p>En nog waren deze bezittingen niet de eenigen der Utrechtsche Baly:
+te <i>Hemert</i> in <i>Gelderland</i>, en te <i>Scoten</i> in <i>
+Friesland</i>, vond men nog een konvent. Het huis en konvent te <i>
+Scoten</i>, waar aanvankelijk slechts zusteren der Orde woonden, was
+gesticht omstreeks den aanvang der veertiende eeuw. Later werden er
+Priesters en dienende broederen in geplaatst. Het huis te <i>Hemert</i>
+was in 1270 gesticht. De Landkommandeur <span class="smallcaps">
+Johan</span> van <span class="smallcaps">Hoenhorst</span> verwisselde
+het in 1328 tegen andere goederen te <i>Thiel</i>, toebehoorende aan de
+Kanunniken van de St. Walburgskerk aldaar, die zich vervolgends te <i>
+Aernhem</i> ne&ecirc;rsloegen, en de St. Walburg aan de Orde schonken,
+waarop de Landkommandeur het huis te <i>Hemert</i> deed afbreken, en
+een nieuw gebouw by gemelde kerk binnen <i>Thiel</i> oprichten.<a
+class="noteref" id="xd0e3003src" href="#xd0e3003">2</a></p>
+
+<p>Tot de landkommandery van <i>Aldenbiesen (Vieux-Joncs)</i>, in de
+nabyheid van <i>Tongeren</i> gelegen, behoorden de volgende
+kommanderyen:</p>
+
+<p>1. <i>Jongebiesen</i>, te <i>Maestricht</i>; 2. <i>Rebsdorf</i> in
+<i>Gulick</i>; 3. <i>St. Gilis</i> te <i>Aken</i>; 4. <i>Biesen</i> te
+<i>Keulen</i>; 5. <i>Ramesdorf</i> by <i>Bonn</i>; 6. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span><i>Bernesheym</i>,
+en 7. <i>Ordingen</i>, beide by <i>St. Truden</i>; 8. <i>St.
+Petersvoren</i> in <i>Limburg</i>; 9. <i>Gruytrode</i> in de <i>
+Luyksche Kempen</i>; 10. <i>Beckevoort</i> by <i>Diest</i>; 11. <i>
+Feucht</i> of <i>Vught</i>, en 12. <i>Gemert</i>, beide in de Meiery
+van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>.</p>
+
+<p>En behalven al deze goederen, bezat de Orde nog op verschillende
+plaatsen het patronaatschap, dat is het recht tot aanstelling van een
+pastoor.</p>
+
+<p>Nadat wy dus de Orde in het algemeen met betrekking tot <i>
+Nederland</i> hebben beschouwd, wenden wy ons tot een harer bezittingen
+in het byzonder, en kiezen daartoe, als eene der niet onbelangrijksten
+de kommandery van <i>Gemert</i>.</p>
+
+<p>Reeds in het begin der dertiende eeuw bezat de Orde aan deze plaats
+eenige goederen, waarover in 1249, volgends een brief van dat jaar, nog
+op het archief van <i>Postel</i> aanwezig, een Provisor bestuurde. Uit
+een charter van 1270 blijkt, dat <i>Gemert</i> toen voor de eene helft
+als vrij land aan Jonkheer <span class="smallcaps">Diedryc</span> van
+<span class="smallcaps">Gemert</span>, voor de andere aan de Ridders
+van het Duitsche Huis behoorde. Te dien tijde bestond er reeds een
+Kommandeur, want in het genoemde archief berust mede een document van
+1261, waarby Broeder <span class="smallcaps">Henric</span>, Kommandeur
+van <i>Gemert</i>, met toestemming van den Luykschen Kommandeur de
+<span class="smallcaps">Prenthage</span>, eenige goederen aan het huis
+van <i>Postel</i> verkocht, die gedeeltelijk door den Hertog van <i>
+Brabant</i>, gedeeltelijk door den Beschermvoogd van <i>Mol</i> aan de
+Kommandery geschonken, en in de dorpen <i>Lommel</i> en <i>
+Hilvarenbeec</i> gelegen waren.</p>
+
+<p>In 1366 was broeder <span class="smallcaps">Gheryt</span> van <span
+class="smallcaps">Audenhoven</span> Kommandeur. Op den 21<sup>en</sup>
+Juni van dat jaar kocht hy van den toenmaligen <span class="smallcaps">
+Diedryc</span> van <span class="smallcaps">Gemert</span> dat gedeelte
+der Heerlijkheid, dat tot hiertoe nog door dit geslacht, sedert 1364
+als leen, bezeten was, waardoor het Duitsche Huis alzoo in het volledig
+bezit geraakte. Kort daarna, het zij onder zijn bestuur, het zij onder
+dat van zijn opvolger <span class="smallcaps">Henric Reynart</span> van
+<span class="smallcaps">Husen</span>, in 1387 vermeld, werd er ten
+zuiden van de dorpskapel een ruim gedeelte gronds, aan den zoom van het
+watertjen de <i>Rups</i>, afgebakend, en daarop het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44">44</a>]</span>sterke kasteel
+gebouwd, dat sints den Kommandeurs met de hunnen ten verblijf diende.
+Het hoofdgebouw rees als een zwaar vierkant gevaarte, uit drie of vier
+andere gebouwen bestaande, met steile daken, en alleen slechts door
+trapgevels en hoektorens ietwat verlevendigd, kloosterachtig somber uit
+de diepe gracht op, en werd nog door buitenwallen en eene versterkte
+voorpoort beschermd. De inwoners van <i>Gemert</i> zullen zich evenwel
+waarschijnlijk niet over den afstand van Heer <span class="smallcaps">
+Diedryc</span> beklaagd hebben: de Duitsche Ridders waren geen harde
+heeren voor hunne onderzaten; en zoo men al beproefd heeft hen daarvan
+te beschuldigen&mdash;de wetten van den Grootmeester <span class=
+"smallcaps">Siegfried</span> van <span class="smallcaps">
+Feuchtwangen</span><a class="noteref" id="xd0e3194src" href=
+"#xd0e3194">3</a>, 1309&ndash;1312, zijn daar, om den aanklager, dien
+het om waarheid te doen zij, te beschamen: de wijsheid van den Regent
+spreekt er u op iedere bladzijde uit tegen; en waar ze strengheid
+ademen, daar is het om een vergrijp te voorkomen, of te straffen, opdat
+de goedgezinde onderdaan in vrede en veiligheid het zijne bezitten
+moge, en orde en zedelijkheid bevorderd worde. Welke eene naauwlettende
+zorg spreekt zich uit in verordeningen, by de Art. XX, XXIV, XXVII,
+inhoudende:</p>
+
+<p>Vee, den eigenaar tot zijn daaglijkschen arbeid noodig, mag voor
+geenerlei schuld in pand worden genomen.</p>
+
+<p>Jaarlijks zullen de dorpsrechters met hunne byzitters de grenzen
+hunner gemeente omrijden, en de marksteenen en grensteekens, waar deze
+onkenbaar mochten geworden zijn, vernieuwen, op straffe van vergoeding
+der schade, die door nalatigheid in deze verplichting mocht
+ontstaan.</p>
+
+<p>De voogden van weduwen en weezen zullen de goederen hunner
+pleeglingen schriftelijk doen opteekenen en beschrijven, en het hun
+toevertrouwde gants zoo als zy het hebben ontfangen, by het einde
+hunner voogdijschap te rug leveren, op verlies van hunne eer. <span
+class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45">45</a>]</span></p>
+
+<p>Zulk eene naauwlettende zorg kan niet worden overschaduwd door eene
+strenge strafbepaling, als die, waarby vrijheid gegeven wordt, om een
+wechgeloopen dienstknecht by het oor vast te spijkeren (Art. VI): de
+laatste verordening had niets wreeds naar de zienswijze van <span
+class="letterspaced">dien</span> tijd&mdash;de eersten zijn nog
+weldadig en billijk in het oog van den <span class="letterspaced">
+onze</span>.</p>
+
+<p>Het zou zeker de moeite waardig zijn, zoo men kon nasporen, in
+hoeverre het bestuur der Orde over hare goederen in ons land, van
+invloed mag geweest zijn op de denkwijze van de hooge Regeering omtrent
+de regeling van <span class="letterspaced">dezer</span>
+gemeentebelangen.</p>
+
+<p>De Orde scheen hier echter gee grooten prijs te stellen op het volle
+bezit van allen eigendom, want de kommandeur <span class="smallcaps">
+Iwan</span> van <span class="smallcaps">Cortenbach</span> verkocht op
+den 1<sup>en</sup> Augustus 1421 de gemeente <i>Gemert</i> aan de
+ingezetenen, voor eene erfpacht van 50 kroonen &rsquo;s jaars. Heer
+<span class="smallcaps">Iwan</span> (ook <span class="smallcaps">
+Ywan</span> genoemd), die voor het eerst als Kommandeur van <i>
+Gemert</i> gemeld wordt in een schepenbrief van 25 November 1418, was
+tevens Landkommandeur van <i>Aldenbiesen</i>.</p>
+
+<p>Als <span class="smallcaps">Iwans</span> opvolger wordt genoemd Heer
+<span class="smallcaps">Dirc</span> van <span class="smallcaps">
+Betenhausen</span>, of <span class="smallcaps">Bergenhuysen</span>.
+Blijkends eene aanteekening in het pastoreele register der gemeente,
+kocht hy de moerige Peellanden van <i>Gemert</i> van den Brabantschen
+Hertog <span class="smallcaps">Filips</span>, en gaf ze vervolgends
+voor een pacht van 61 karolusguldens aan de ingezetenen weder uit.
+Daarna benoemd tot Landkommandeur van <i>Aldenbiesen</i>, werd hy in de
+kommandery van <i>Gemert</i> opgevolgd door Heer <span class=
+"smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">Eynatten</span>.
+Het was onder het bestuur van dezen Kommandeur, dat de kapel te <i>
+Gemert</i><a class="noteref" id="xd0e3277src" href="#xd0e3277">4</a>,
+grootendeels <span class="pagenum">[<a id="pb46" href=
+"#pb46">46</a>]</span>door bemoei&iuml;ng en tusschenkomst van den
+Landkommandeur <span class="smallcaps">Bergenhuysen</span>, tot eene
+parochiekerk verheven werd, waarvan de wijding op den 18<sup>en</sup>
+Maart 1437, door den Luykschen Bisschop <span class="smallcaps">
+Johan</span> van <span class="smallcaps">Heynsbergen</span>, met groote
+plechtigheid plaats vond. Heer <span class="smallcaps">Henric</span>,
+overleden 17 Juli 1444, en in de kerk te <i>Gemert</i> voor het
+hoog-altaar begraven, werd als Kommandeur opgevolgd door <span class=
+"smallcaps">Niclaes</span> van der <span class="smallcaps">
+Dussen</span>, uit het Hollands-Brabantsch geslacht van dien naam. Hy
+was de tweede zoon van <span class="smallcaps">Jan</span> van der <span
+class="smallcaps">Dussen</span>, Heer van <i>Dussen</i>, <i>
+Aertwaerde</i>, en <i>Munsterkercke</i>. V&oacute;or 1439 in de Orde
+getreden, bekleedde hy, onder andere aanzienlijke betrekkingen, de
+waardigheid van Kommandeur te <i>Gemert</i> tot in het jaar 1467, toen
+hem het Landkommandeurschap werd opgedragen, weshalven hy naar <i>
+Aldenbiesen</i> vertrok, en daarna in 1476 overleed. Zijn bloedverwant
+<span class="smallcaps">Aernout</span> van der <span class="smallcaps">
+Dussen</span>, die te <i>Gemert</i> zijn plaats verving, deed er het
+nieuwe parochiale kerkgebouw vergrooten met een aanzienlijk choor,
+waarop een klein torentjen geplaatst is.</p>
+
+<p>In vrede en rust ging het leven op het kommanderykasteel doorgaands
+steeds voorby; hoewel de Ridders voor &rsquo;t overige de strenge
+onthoudingsregelen niet meer zoo naauwgezet hielden als in den beginne:
+de Grootmeester <span class="smallcaps">Wallenrode</span> b.v. gaf
+zijnen Duitschen gasten eens een zoo prachtig eeremaal, dat de onkosten
+daarvan, zoo men zegt, de verbazende som van 500,000 markzilvers
+bedragen hebben. Ook moeten wy niet voorby zien, dat de be&ouml;efening
+der wetenschappen aan de Orde volstrekt niet vreemd was. En al is het
+ontwijfelbaar dat sommige Grootmeesters zekere historische documenten
+opzettelijk hebben vernietigd, en bepaalde plaatsen in kronijken, waar
+van de Orde gesproken werd, doen wechnemen&mdash;de Grootmeester <span
+class="smallcaps">Winrich</span> van <span class="smallcaps">
+Kniprode</span> daarentegen, die van 1351 tot 1382 regeerde, was een
+voorstander en beschermer van wetenschappelijken vooruitgang. Hy deed
+de weinige bestaande scholen in <i>Pruissen</i> verbeteren, en nieuwe
+oprichten, opdat het zijnen jongen Ridderen, wanneer zy in rijd- en
+strijdkunst volkomen bedreven waren, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb47" href="#pb47">47</a>]</span>aan geen onderricht van den geest
+ontbreken zo&ucirc;. Wy zijn dus volkomen gerechtigd tot de
+onderstelling, dat er buiten het Breviarium, of de Orde-statuten, of
+den Blaffert van eigendommen, nog wel eens een andere foliant of
+kwartijn door den Kommandeur van <i>Gemert</i>, of diens Ridders, zal
+zijn opengeslagen; dat een Bestiaris van <span class="smallcaps">
+Maerlant</span>, of een Slag by Woeronc van <span class="smallcaps">
+Heelu</span> er geen onbekende verschijnselen zullen zijn geweest; ja
+dat, al gedoogden de ernst van het verblijf en de eerwaardigheid der
+Krijgsmonniken niet altoos, als op de kasteelen der waereldlijke
+Edelen, open hof en blijde ontfangst voor een reizenden Minstreel of
+Sprookspreker&mdash;<span class="smallcaps">Heynrycs</span> Roman der
+Kinderen van Limborch behoeft er wel zoo min een onbekende gast te zijn
+geweest, als <span class="smallcaps">Dirc Potters</span> sproken van
+Der Minnenloep. Ook was het den Kommandeurs en Ridders volstrekt niet
+ontzegd, om aan een waereldsch feest of vreugdebedrijf, op den een of
+anderen burch, of aan het Hertooglijk hof gegeven, deel te nemen,
+evenmin als het genot van den wandelrid of dat van het weidspel,</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 6em; ">Hair met hair, en ve&ecirc;r
+met ve&ecirc;r,</p>
+</div>
+
+<p>onder de verboden uitspanningen werd gerekend. Dit alles te zamen
+genomen, vinden wy dus redenen te over om te gelooven, dat het verblijf
+in de zalen en gewelven der kommandery (al vond men ze, naar de
+gewoonte der Orde, door het overal aangebrachte zwarte kruis meer
+versomberd dan vercierd) zoo min als de landstreken daar rondom, niet
+zoo eentonig en van alle afwisseling ontdaan zal zijn geweest, als eene
+oppervlakkige beschouwing zou kunnen doen vermoeden.</p>
+
+<p>Toen <span class="smallcaps">Aernout</span> van der <span class=
+"smallcaps">Dussen</span> in 1482 overleden was, werd hy opgevolgd door
+Heer <span class="smallcaps">Maximiliaen</span> van <span class=
+"smallcaps">Eynatten</span>, die er tot in 1503 zijn ambt bekleedde, om
+het toen, als zoo menig een zijner voorgangers, met dat van
+Landkommandeur van <i>Aldenbiesen</i> te verwisselen.</p>
+
+<p>Van de Kommandeurs <span class="smallcaps">Wynand</span> van <span
+class="smallcaps">Breyl</span> (benoemd 1536, <span class="pagenum">[<a
+id="pb48" href="#pb48">48</a>]</span>overleden 1554) en <span class=
+"smallcaps">Wynand</span> van <span class="smallcaps">Eynatten</span>
+(overleden 25 Mei 1570) vinden wy niets merkwaardigs opgeteekend. Zy
+schijnen, niettegenstaande de klimmende onrust der tijden, zonder
+stoornis bestuurd te hebben.</p>
+
+<p>Minder rustig liep het onder Heer <span class="smallcaps">
+Wynands</span> opvolger <span class="smallcaps">Godaert</span> van
+<span class="smallcaps">Aere</span>. In 1588 deed de onvertsaagde maar
+woeste <span class="smallcaps">Marten Schenck</span> een strooptocht in
+het dorp <i>Gemert</i>, waarby de inwoners veel van zijne wapenknechten
+te lijden hadden. Niettegenstaande de bemanning van het kasteel te
+gering was om een uitval te doen en de dorpelingen by te springen, werd
+er toch zoo vinnig van de wallen geschoten, dat de plunderaars het niet
+waagden om den ingang der kerk, die naar de kasteelzijde lag, te
+bemachtigen. Toen, om toch de gehoopte buit der kerkelijke
+kostbaarheden niet te verliezen, braken zy aan de noordzijde van het
+gebouw een opening waardoor zy binnendrongen, het inwendige van al
+zijne cieraden beroofden, en de kenteekenen der eeredienst baldadig
+vernielden. De toen gemaakte opening werd niet weder dichtgemetseld,
+maar slechts bygewerkt, en sedert tot een gewonen ingang in orde
+gebracht.</p>
+
+<p>Een dergelijk onheil herhaalde zich in 1599 in nog veel grootere
+mate, toen de Spanjaarden in het dorp vielen, en het geheel
+uitplonderden.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Henrik</span> van <span class="smallcaps">
+Holtorp</span>, dien wy na <span class="smallcaps">Godaert</span> van
+<span class="smallcaps">Aere</span> vermeld vinden, overleed te <i>
+Gemert</i> in 1630, en werd voor het hoog-altaar in de kerk
+begraven.</p>
+
+<p>Zijn opvolger was de Kommandeur <span class="smallcaps">
+Ulrich</span> van <span class="smallcaps">Hoensbroek</span>, een fier
+en hooghartig man, die zich door trotschheid en heerschzucht by velen
+gehaat, by niemant, zelfs zijner Orde, bemind maakte. Hy berokkende
+zoowel der kommandery als het dorp veel onaangenaamheid. Reeds stond hy
+te <i>Gemert</i> aan het hoofd der zaken, toen hy naar het opengevallen
+Landkommandeurschap dong, en zien moest dat men hem voorby ging, en een
+jongeren Ridder, Graaf <span class="smallcaps">Godfried</span> van
+<span class="smallcaps">Huyn de Geleen</span> <span class="pagenum">[<a
+id="pb49" href="#pb49">49</a>]</span>aanstelde. Vol van verbittering,
+weigerde hy nu diens bevelen te volbrengen; en toen hy in 1648 over
+dezen inbreuk op de wetten der Orde ter verandwoording gedagvaard werd,
+beriep hy zich op de Staten der Vereenigde Provinci&euml;n, aan wie
+sedert den 30<sup>en</sup> Januari van dat jaar te <i>Munster</i> de
+Meiery van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> was afgestaan. Op den
+24<sup>en</sup> Juli nam eene Staatsche bende van <i>Gemert</i> bezit,
+en verjoeg er terstond de Dominicanen, die, in 1629 reeds eenmaal uit
+<i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> verdreven, zich onder de schaduwe der
+kommandery hadden nedergeslagen. In 1649 schijnen eenigen hunner weer
+heimelijk naar <i>Gemert</i> te rug gekeerd te zijn; ten minste het
+gerucht daarvan liep rond, en kwam ter ooren van den Schout van <i>
+Peelland</i>, <span class="smallcaps">Prouninck</span> gezegd <span
+class="smallcaps">Deventer</span>, die gants niet monniksgezind was. Of
+het nu waar of onwaar mocht zijn&mdash;<span class=
+"smallcaps">Prouninck</span> sloeg er geloof aan, en viel op een
+vroegen morgen in den zomer, kort na pinksteren, met eene ruiterbende
+in het dorp. Het klooster<a class="noteref" id="xd0e3498src" href=
+"#xd0e3498">5</a> werd terstond aangevallen, de vensters stuk geslagen,
+en&mdash;torschte men er al geen</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 6em; ">kelcken uit, kassuiffelen,
+en kappen,</p>
+
+<p class="line">Die stijf staen van gesteente, en paerlen en root
+gout,</p>
+
+<p class="line">Om &rsquo;t heerelijckst, als &rsquo;t placht, wanneer
+men hooghtyd houdt&mdash;</p>
+</div>
+
+<p>de plonderaars keerden toch niet met ledige handen uit het ontwijde
+gebouw. Maar wat erger was dan deze moedwil, aan levenlooze voorwerpen
+gepleegd&mdash;de geprikkelde baldadigheid koelde zich ook aan een
+grijzen leekebroeder, die byna naakt door de vensters werd gesleurd,
+naar de markt gevoerd, en daar, van de ruwe ruiters omringd, der
+bespotting prijs gegeven. De <span class="pagenum">[<a id="pb50" href=
+"#pb50">50</a>]</span>pastory en des kapellaans woning werden mede
+geplunderd; de pastoor, benevens de prioor der Dominicanen, gevangen
+naar <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> gebracht, en niet, dan tegen
+betaling van een groot losgeld, weder ontslagen; de kerk bleef in
+handen der hervormden.</p>
+
+<p>Zoodra deze handelingen den Landkommandeur waren kenbaar geworden,
+bracht hy terstond zijne klachten in by den toenmaligen Grootmeester
+der Orde, den Aarts-Hertog <span class="smallcaps">Leopold</span> van
+<span class="smallcaps">Oostenrijk</span>, die zonder eenig vertoef
+zijn Licentiaat <span class="smallcaps">Verheye</span> naar <i>&rsquo;s
+Gravenhage</i> zond, om de kommandery te rug te eischen. De Staten
+waren daartoe echter volstrekt niet genegen: zy beweerden, dat <i>
+Gemert</i> noch eene vrije Heerlijkheid was, noch tot het Rijk kon
+worden gerekend, maar onder de Meiery van <i>den Bosch</i>, en alzoo
+onder het recht van hunne soevereiniteit behoorde. Zy grondden dit op
+het volgende:</p>
+
+<p>&raquo;Uit verschillende oude brieven bleek het, dat <i>Gemert</i>
+by het kwartier van <i>Peelland</i> ingesloten was, zijnde het in 1572
+onder het Bisdom <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, en wel onder het
+Landdekenschap van <i>Helmond</i>, de hoofdplaats van &rsquo;t kwartier
+<i>Peelland</i>, gesteld. <i>Gemert</i> was weleer een gehucht van het
+dorp <i>Bakel</i>, en de kerk een dochterkerk van die der laatste
+plaats geweest. De Koning van <i>Spanje</i> had, als Hertog van <i>
+Brabant</i>, den Bisschop van <i>Luyk</i> (die zich over het onttrekken
+van <i>Brabant</i> aan zijn geestelijk rechtsgebied beklaagde) ten
+andwoord gegeven, dat hy in zijn eigen land, met toestemming van den
+Paus, zooveel Bisdommen kon oprichten als hem goed dacht. Men had zich
+van alle vonnissen, te <i>Gemert</i> gewezen, altijd op de hoofdbank
+des kwartiers van <i>Peelland</i>, te <i>Helmond</i>, van d&aacute;ar
+op Schepenen van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, en vervolgends op den
+Raad van <i>Brabant</i>, te <i>Brussel</i>, beroepen, als uit twee
+brieven, van 1434 en 1451, bewijsbaar was. Het op-, of afzetten der
+munt was te <i>Gemert</i> altijd door den Hertog van <i>Brabant</i>
+geschied. De maten en gewichten, die men er bezigde, waren te <i>
+Helmond</i> geijkt. De <span class="pagenum">[<a id="pb51" href=
+"#pb51">51</a>]</span>gantsche Gemertsche gemeente of heide was eigen
+goed van den Hertog van <i>Brabant</i> geweest, die het op den
+6<sup>en</sup> Juli 1450 aan de Heerlijkheid had verkocht, behoudens
+een cijns van 50 oude grooten tornois. De inwoners van <i>Gemert</i>
+stonden onder het ingebod van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, dat eene
+der vier hoofdsteden van <i>Brabant</i> was, en de Judicatuur van <i>
+Gemert</i> kwam den Staat toe, gelijk de Orde zelf bekende.&rdquo;</p>
+
+<p>De Grootmeester daarentegen beweerde, dat <i>Gemert</i> niet in <i>
+Peelland</i> ge&euml;nclaveerd was, en vestigde deze stelling op het
+volgende:</p>
+
+<p>&raquo;<i>Gemert</i> grensde aan het land van <i>Ravesteyn</i>, aan
+het opperkwartier van <i>Gelderland</i>, en aan <i>
+Spaansch-Brabant</i>. De Landkommandeur <span class="smallcaps">
+Johan</span> van <span class="smallcaps">Cortenbach</span> had, als
+gemachtigde van den Grootmeester, in 1421 aan de ingezetenen van <i>
+Gemert</i> zekere gemeente- en peelvelden verkocht. Toen in het jaar
+1270 eenig geschil tusschen den Hertog en die van <i>Gemert</i> gerezen
+was, had de eerste verklaard, dat hem noch hooge, noch lage
+heerlijkheid, noch eenig recht te <i>Gemert</i> toekwam, maar begeerden
+zy van hem hulpe, dan was hy als opperste Beschermheer verplicht hun
+die te verleenen. <i>Gemert</i> was door den Raad van Staten in 1621,
+toen de brandschattingen in de Meiery waren uitgeschreven, erkend als
+niet behoorende onder <i>Brabant</i>. De Kommandeurs te <i>Gemert</i>
+hadden kwijtschelding van doodslag gegeven, en wel in de jaren 1603 en
+1607. Verschillende aan doodslag schuldigen uit de Meiery waren naar
+<i>Gemert</i> gevlucht, en er onvervolgd gebleven. De Landkommandeur
+der Orde had er in het jaar 1613 een vrije jaarmarkt opgericht. Het
+beroepen van vonnissen op Schepenen van <i>Helmond</i>, en van daar op
+die van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i>, was geen bewijs van
+onderhoorigheid, omdat men zich in verschillende plaatsen der Meiery
+van aldaar gevelde vonnissen op Schepenen van <i>Antwerpen</i> beriep;
+die van <i>Nymegen</i>, <i>Stevenswaert</i> en andere beriepen zich op
+de Wethouderschap van <i>Aken</i>; voorheen was men in verschillende
+plaatsen van <span class="pagenum">[<a id="pb52" href=
+"#pb52">52</a>]</span><i>Brabant</i> gewoon zich van de vonnissen op de
+Wethouders van <i>Luyk</i> te beroepen, totdat zulks in 1469 door
+Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> den Stoute afgeschaft werd.
+Dat <i>Gemert</i> onder het Duitsche Rijk behoorde bleek daaruit, dat
+het zijn aandeel in de oorlogen tegen de Turken had betaald, zoowel als
+in de vijf millioen rijksdaalders, door het Ryk by den vrede van 1648
+aan <i>Zweden</i> toegestaan: dit zouden de Algemeene Staten niet
+toegelaten hebben, indien het zeker was, dat <i>Gemert</i> tot de
+Meiery behoorde. Dat het, eindelijk, onder het <span class=
+"letterspaced">Bisdom</span> van <i>&rsquo;s Hertogenbosch</i> gelegen
+was, bewees niets, omdat het grootste gedeelte van <i>Brabant</i>, <i>
+Limburg</i>, en <i>Namen</i>, v&oacute;or de oprichting der nieuwe
+Bisdommen in 1565, onder den Bisschop van <i>Luyk</i> behoord
+had.&rdquo;</p>
+
+<p>Het onderzoeken, uiteenzetten en bepleiten dezer bewijsgronden
+vorderde op zich zelf reeds veel tijd, en het geding werd bovendien
+traag voortgezet. Welk deel de Kommandeur <span class="smallcaps">
+Hoensbroeck</span>, die zich meestal in <i>&rsquo;s Gravenhage</i>
+ophield, er in had, wordt niet gemeld. Hy beleefde het einde van het
+geschil niet, maar overleed in 1654; zijn lijk werd naar <i>Gemert</i>
+vervoerd, en in het choor der kerk aldaar begraven.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Ambrosius,</span> Baron van <span class=
+"smallcaps">Wirmundt</span>, die na hem Kommandeur werd, liet zich veel
+aan de regeling der zaak gelegen liggen; en het was voor een groot deel
+aan zijne rustelooze bemoei&iuml;ngen dank te wijten, dat er eindelijk
+tusschen de Staten der Vereenigde Provinci&euml;n en den Grootmeester
+een concordaat tot stand kwam, waarby de laatste, onder zekere
+voorwaarden, in zijn recht op <i>Gemert</i> werd erkend. Het besluit
+daartoe, door de Staten op den 8<sup>en</sup> Juni 1662 in <i>den
+Haag</i> geteekend, bevatte hoofdzakelijk het volgende:</p>
+
+<p>&raquo;De Staten Generaal verklaarden, dat <i>Gemert</i> onder het
+Duitsche Ryk behoorde, en zy derhalven daarover geen gezach,
+hoegenaamd, behouden of op nieuw eischen zouden. Dat zy de
+opperheerschappij volkomen afstonden, met beding echter, dat de
+Heerlijkheid onder het app&egrave;l en ingebod des gerichts <span
+class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53">53</a>]</span>van <i>
+&rsquo;s Hertogenbosch</i> zo&ucirc; blijven, gelijk tot hiertoe
+gebruikelijk was geweest. De Grootmeester en de Orde zouden voortaan de
+vrije oefening der hervormde godsdienst moeten toelaten, en daartoe ten
+hunnen koste, en naar genoegen der Staten eene geschikte kapel,
+benevens woningen voor predikant en schoolmeester doen bouwen; het
+recht tot benoeming van een predikant zou aan de Orde blijven, doch het
+onderhoud zijner woning voor rekening der Staten komen. De Orde mocht
+er geen kloosters, het zij van ge&ouml;rdende monniken of andere
+geestelijken, toelaten. Zy zoude voor den afstand aan de Staten 40,000
+gulden betalen: een derde zes maanden na de onderteekening van het
+verdrag, en de twee overige derdedeelen telkens een jaar daarna. De
+Algemeene Staten zouden nergends in gehouden zijn, indien de twee
+laatste betalingen niet op den bepaalden termijn
+geschiedden.&rdquo;</p>
+
+<p>Op den avond van den 28<sup>en</sup> Juni, 1662, werd de geslotene
+voorwaarde te <i>Gemert</i> afgekondigd, de parochiekerk den volgenden
+feestdag van <span class="smallcaps">Petrus</span> en <span class=
+"smallcaps">Paulus</span> door de roomschgezinden weder in bezit
+genomen, en het kerkjen der Dominicanen aan de hervormden afgestaan. De
+Baron van <span class="smallcaps">Wirmundt</span> bestuurde vervolgends
+de kommandery nog ruim twintig jaren in rust: hy overleed te <i>
+Gemert</i>, op den 18<sup>en</sup> Maart, 1684, en werd ter linkerzijde
+van het hoogaltaar begraven onder een zerk, wier latijnsch inschrift
+zijne deugden en verdiensten vermeldde.</p>
+
+<p>Een Edelman uit <i>Hollands</i> oudst geslacht voerde daarna te <i>
+Gemert</i> den staf: Baron <span class="smallcaps">Hendrik</span> van
+<span class="smallcaps">Wassenaer</span>, zoon van <span class=
+"smallcaps">Johan</span> van <span class="smallcaps">Wassenaer</span>
+en <span class="smallcaps">Maria</span> van <span class="smallcaps">
+Erckel</span>. Reeds Kommandeur van <i>Gruytrode</i>, verwisselde hy
+die kommandery, na <span class="smallcaps">Wirmundts</span> dood, met
+<i>Gemert</i>, van waar hy in 1690 naar <i>Aldenbiesen</i> vertrok, om
+daar de waardigheid van Landkommandeur te aanvaarden. In het eerste
+jaar van zijn bestuur, 1685, was <i>Gemert</i> geteisterd geworden door
+een zwaren brand, die honderd huizen vernielde. <span class="pagenum">
+[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span></p>
+
+<p><span class="smallcaps">Bertram Wessel</span>, Baron van Lo&euml;,
+Heer van <i>Wissen</i>, by <i>Kevelaar</i>, kwam daarop te <i>
+Gemert</i>, stierf den 21<sup>en</sup> Maart 1710, een jaar na zijn
+voorganger, en werdt opgevolgd door</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Bertram Antonie</span>, Baron van <span
+class="smallcaps">Wachtendonk</span>, die tevens Kommandeur was van <i>
+Ramersdorff</i>, by <i>Bonn</i>. Deze wakkere krijgsman hield echter op
+geen zijner beide kommanderyen verblijf, daar hy als Keizerlijk
+Bevelhebber by het leger van <span class="smallcaps">Karel</span> den
+Zesde stond. Ook verwierf hy er zich geene rustplaats aan de zijde van
+zoovele hem reeds voorgegane Ordebroeders: hy overleed op <i>
+Sicili&euml;</i>.</p>
+
+<p>Het afzijn van den Kommandeur was intusschen den goederen niet zeer
+voordeelig geweest: het kasteel, dat nu reeds ruim twee eeuwen het
+kruis der Orde gedragen had, was verouderd, en behoefde noodzakelijke
+herstellingen.</p>
+
+<p>Er werd derhalven besloten om voor als nog geen nieuwen Kommandeur
+te benoemen, en met de op deze wijze uitgespaarde gelden in de onkosten
+der vernieuwing van het gebouw te voorzien. De Landkommandeur van <i>
+Aldenbiesen</i>, <span class="smallcaps">Damian Hugo</span>, Graaf van
+<span class="smallcaps">Sch&ouml;nborn</span>, Kardinaal-Bisschop van
+<i>Spiers</i> en <i>Constans</i>, beheerde zoo lang de kommandery; en
+onder zijn toezicht werd in 1740 alles weder in goeden staat gebracht,
+en zelfs, in den smakeloozen stijl der achttiende eeuw, zoogenaamd
+opgecierd. Drie jaren later deed men den Kommandeur van <i>
+Bernesheim</i>, Baron van der <span class="smallcaps">Noot</span>, zijn
+standplaats met die van <i>Gemert</i> verwisselen; maar na zijn
+overlijden werd het Kommandeurschap nogmaals eenige jaren onvervuld
+gelaten, om de landkommandery, die door den successie-oorlog, waartoe
+zy heur contingent moest leveren, in zware schulden stak, in de
+afdoening daarvan te kunnen ondersteunen.</p>
+
+<p>Eerst in 1770 vinden wy <i>Gemert</i> dan weder bezet, en wel door
+<span class="smallcaps">Nicolaes Bernhard</span> de <span class=
+"smallcaps">Borggrave</span>, die in 1777 werd opgevolgd door den Baron
+van <span class="smallcaps">Plettenberg</span>.</p>
+
+<p>Deze moest zijn plaats later weder afstaan aan den Landkommandeur
+<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>van <i>
+Aldenbiesen</i>, Baron <span class="smallcaps">Frans Jozef Nepomuc
+Fidelis</span> van <span class="smallcaps">Reisschag</span>, onder
+wiens bestuur werd aangevangen met het bouwen van een schoonen toren,
+aan de westzijde der kerk. Reeds waren de fondamenten gelegd, toen in
+1794 het werk werd gestoord door de verschijning der Fransche driekleur
+op den Nederlandschen bodem. De woeste republikeinen, die der Orde
+ontnamen wat zy konden bemachtigen, maakten zich ook van de kommandery
+<i>Gemert</i> meester, en nu ging deze den Duitschen Huize voor altijd
+verloren. In 1810, toen <span class="smallcaps">Napoleon</span> het
+Koninkrijk <i>Holland</i> by <i>Frankrijk</i> had ingelijfd, schonk hy
+de bouwhoeven en eenige losse gronden der kommandery aan den Maarschalk
+<span class="smallcaps">Oudinot</span>, Hertog van <i>Reggio</i>, die
+er ook, hoewel korten tijd, de opbrengsten van trok<a class="noteref"
+id="xd0e3931src" href="#xd0e3931">6</a>. Het kasteel werd echter
+gerekend tot de domeingoederen te behooren, en als zoodanig door de
+Keizerlijke regeering in 1812 verkocht aan Jonkh. Mr. <span class=
+"smallcaps">Adrianus</span> van <span class="smallcaps">
+Riemsdijk</span>, die er in 1832, mede door aankoop, eenige molens,
+bouwhoeven en landerijen byvoegde, weleer onder het bestuur der Orde er
+reeds toe behoord hebbende.</p>
+
+<p>De zichtbare herinnering aan het oude is te <i>Gemert</i> niet gants
+verloren gegaan. Nog bestaat de voorpoort van het kasteel nagenoeg in
+den ouden toestand. Is men door deze echter op het binnenplein gekomen,
+dan ontwaart men groote verandering: de gracht is wel ten deele
+overgebleven, maar het hoofdgebouw vertoont zich veel minder
+luisterrijk dan vroeger: de torens met hunne ranke spitsen, die in het
+begin dezer eeuw nog allen aanwezig waren,&mdash;de levendige
+trapgevels en hooge schoorsteenen&mdash;zy zijn voor goed verdwenen;
+&rsquo;t is regelmatiger, maar veel minder indrukwekkend geworden. En
+het inwendige?.... Wanneer ge met eenige liefde voor onze monumentale
+geschiedenis <span class="pagenum">[<a id="pb56" href=
+"#pb56">56</a>]</span>bezield, den drempel wilt overschrijden, in de
+hoop daar nog een spoor van verleden dagen aan te treffen; met het
+voornemen om in eene oude zaal, waar de zonnestraal den rij zwart
+ingelijste, fiere en ernstige gestalten, in hunne witte mantels met
+zwarte kruisen gehuld, gelukkig-spaarzaam verlicht, u te verdiepen in
+<span class="letterspaced">niet altoos</span> onvruchtbare droomen van
+een nog niet genoeg gekenden tijd&mdash;dan raden wy u: &raquo;bewaar
+uwe illusi&euml;n en treed te rug.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar maakt de levendige werkzaamheid eener katoenspinnerij (in onze
+dagen ontegenzeggelijk van grooter praktiesch nut dan een
+ridderkasteel) een aangenamen indruk op uw gemoed&mdash;ga dan het
+westelijk gedeelte binnen, en verheug u by de overtuiging, dat daar
+eene minder bevoorrechte klasse door eigene vlijt in haar onderhoud
+voorziet, en de welvaart van waardige en edeldenkende meesters met dien
+arbeid ondersteunt. <span class="pagenum">[<a id="pb57" href=
+"#pb57">57</a>]</span></p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2716src" id="xd0e2716">1</a></span> De Baly van <i>Utrecht</i>
+werd opgericht in 1231, tijdens Bisschop <span class="smallcaps">
+Otto</span> den Derde; de eerste Landkommandeur aldaar was <span class=
+"smallcaps">Antonie</span> van <span class="smallcaps">
+Ledersake</span>, een Edelman van <i>Prinshagen</i>, daarom
+verkeerdelijk ook wel <span class="smallcaps">Ant.</span> v. <span
+class="smallcaps">Prinshagen</span> genoemd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3003src" id="xd0e3003">2</a></span> Dat het Duitsche Huis ook
+eene kommandery te <i>Oudewater</i> zou bezeten hebben, berust op eene
+valsche opvatting van <span class="smallcaps">Van Rijn</span>, in zijn
+aant. op <span class="smallcaps">Van Heussen</span> (<i>Kerkel.
+Outh.</i> II, 87). De door hem aangevoerde brief &raquo;beroerende de
+Heeren van <span class="letterspaced">S. Catharynen</span>, en de
+electie van den Balier&rdquo; behoort by de Ridders van Sint-Jan te
+huis. <span class="letterspaced">Deze</span> bezaten reeds in 1250 de
+Balie van Sinte Catheryne te <i>Utrecht</i>, waardoor de Landkommandeur
+den naam van Baljuw van Sint Catheryne droeg.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3194src" id="xd0e3194">3</a></span> De Poolsche kronijken maken
+van dezen Grootmeester een gruwzaam en half waanzinnig tyran; de
+Pruissische daarentegen heeten hem een voortreffelijk regent.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3277src" id="xd0e3277">4</a></span> Deze Kapel was beroemd om het
+bezit van een stuk des kruises, door een Ridder van het Duitsche Huis,
+by zijne terugkomst uit <i>Palestina</i> aldaar geschonken. De
+offergaven der bedevaartgangers, die weldra in groot aantal derwaart
+trokken, hadden de Kapel zeer verrijkt, zoodat de eerste pastoor der
+parochiekerk, <span class="smallcaps">Joan Attendoren</span>, priester
+der Duitsche Orde, zich reeds in staat zag gesteld, om het oude gebouw
+te doen vervangen door een geheel nieuw, dat omstreeks 1450 werd
+ingewijd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3498src" id="xd0e3498">5</a></span> De gantsche Priory bestond
+slechts uit een kloosterwoning met een klein kerkgebouw, maar was
+evenwel door het provinciaal Kapittel der orde in 1643 als een volkomen
+klooster erkend.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3931src" id="xd0e3931">6</a></span> By den vrede van <i>
+Weenen</i>, 1809, was de Orde reeds vormelijk opgeheven, en werden hare
+goederen geschonken aan de verschillende Vorsten, binnen wier grenzen
+zy gelegen waren.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="ch2.3" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Het Kasteel van Montfoort.</h2>
+
+<p><span class="smallcaps">Godfried</span> van <span class="smallcaps">
+Rhenen</span>, Bisschop van <i>Utrecht</i>, was geen man des vredes;
+zijne regeering (1156&ndash;1178) is ten minste een aaneenschakeling
+van oorlogen te noemen. Even fier van moed, als reusachtig van
+lichaam<a class="noteref" id="xd0e3969src" href="#xd0e3969">1</a>, gaf
+hy het den belagers van het bloeiende Sticht, die hy zoowel onder zijne
+vasallen als onder zijne naburen vond, volstrekt niet gewonnen; en om
+het aan zijne zorg toevertrouwde gewest beter te kunnen beveiligen,
+onderzocht hy met een scherp oog naar de zwakste plaatsen, waarlangs
+den vijand het indringen gemakkelijk viel, en deed er sterkten bouwen,
+die by den eersten aanval niet licht zouden bezwijken. Om de muitzieke
+Edelen van <span class="smallcaps">Aemstel</span> in bedwang te houden,
+stichtte hy een kasteel te <i>Woerden</i>. Om de Friesche grenzen te
+dekken, deed hy er een te <i>Vollenhoven</i> bouwen; en tegen de
+Gelderschen richtte hy by <i>Rhenen</i> het geduchte kasteel <i>ter
+Horst</i> op. Hy had echter een te goeden blik in den toestand des
+lands geworpen, om niet te zien, dat de verdedigingsmaatregel nog
+slechts ten deele was uitgevoerd, zoolang de Hollandsche zijde niet
+gesloten werd. De geschiktste plaats hiertoe scheen hem de landstreek
+be&ouml;osten <i>Oudewater</i>, aan den linker <i>Yssel</i>-oever,
+tegenover het <i>Yssel-veld</i>, en slechts drie uren van zijn
+zetelstad verwijderd; hier verrees dan omstreeks 1174 op zijnen <span
+class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60">60</a>]</span>last het
+sterke slot, dat, zoo men wil, door hem <i>Mons fortis</i> werd
+genoemd, maar waarvan zeker is, dat het weldra onder den naam van <i>
+Montfoert</i> of <i>Montfoort</i> bekend staat.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/montfoort.jpg" alt=
+"Het slot te Montfoort." width="720" height="497">
+<p class="figureHead">Het slot te Montfoort.</p>
+</div>
+
+<p>Ongetwijfeld werd dit kasteel terstond na zijne voltooi&iuml;ng in
+handen gesteld van een Burchtvoogd of Kastelein, aan het hoofd eener
+genoegzame bezetting, om de invallen en strooperijen der Hollanders af
+te weeren en te keer te gaan. Van deze Kasteleins, die spoedig den
+tytel van Burchtgraaf verkregen, wordt echter met name geen melding
+gemaakt voor 1227, wanneer wy <span class="smallcaps">Everaert</span>
+Burchtgraaf van <i>Montfoort</i> vinden, die tot wapen voerde een
+schaakbord, met ruiten van zilver en sabel of zwart, blijkends het
+zegel, dat hy als getuige aan een brief van Bisschop <span class=
+"smallcaps">Otto</span> van der <span class="smallcaps">Lippe</span>
+hing. Vervolgends wordt er gewach gemaakt van eenen <span class=
+"smallcaps">Willem</span>, zonder bepaling of hy tot het geslacht zijns
+voorgangers behoorde, en daarna, in een brief van Bisschop <span class=
+"smallcaps">Henric</span> den Eerste, 1260, van den Burchtgraaf <span
+class="smallcaps">Wouter</span>, <span class="smallcaps">
+Geraerts</span> zone uit den huize van der <span class="smallcaps">
+Goude</span>.</p>
+
+<p>Dan trekken de nevelen der onzekerheid allengs wech, en treden de
+handelende personen op het tooneel der gebeurtenissen in een meer
+helder licht ons voor het oog.</p>
+
+<p>Bisschop <span class="smallcaps">Johan</span> van <span class=
+"smallcaps">Nassau</span>, die van 1267 tot 1288<a class="noteref" id=
+"xd0e4051src" href="#xd0e4051">2</a> regeerde, was een goedhartig
+mensch, maar een volstrekt ongeschikt regent. Een kerkelijk
+historieschrijver heeft de geschiedenis van dat bestuur zeer zakelijk
+en naar waarheid samengevat in deze regelen:</p>
+
+<p>&raquo;Geduurende al den tijd van zijne regeeringe is &rsquo;t er
+zeer holbollig in het Bisdom toegegaan. De regeering van &rsquo;t
+gemeenebeste is tenemaal t&rsquo;onderste boven gekeert; de edelen en
+groote Heeren zijn ter stede uytgejaagt; de Regenten en de Magistraat
+van toen af, en zederd altijd, uyt het gemeene volk gekozen; <span
+class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61">61</a>]</span>ambachtsgilden
+ingestelt, die zedert het opzigt over de stad en de Majestraat gehad
+hebben; ja het zegel zelf van de stad is verandert geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>Trouwens&mdash;er was een vaste hand noodig in die dagen, toen by
+het volk besef van natuurlijke rechten begon te ontwaken, de steeds
+naar macht grijpende Adel, dat volstrekt zocht te onderdrukken, en de
+Vorst, in het midden der soms in den volsten zin des woords strijdende
+partijen geplaatst, tegen de aanmatiging des laatsten de rechten van
+het eerste steunde&mdash;om er dikwijls <span class="letterspaced">
+zelf</span>, het zij reeds in zich, het zij eerst in zijne
+nakomelingen, het slachtoffer van te worden.</p>
+
+<p>Eener ongeschikte regeering mangelt het gewoonlijk aan geld. Zoo
+ging het ook Bisschop <span class="smallcaps">Johan</span>; en by een
+der maatregelen tot voorziening hierin, verpandde hy twee Stichtsche
+kasteelen, het slot <i>Vreeland</i> en dat van <i>Montfoort</i>, welks
+Burchtgraaf overleden was, aan twee met elkander zeer bevriende en voor
+hunnen Leenheer allergevaarlijkste vasallen van het Bisdom: <span
+class="smallcaps">Gijsbrecht</span> van <span class="smallcaps">
+Aemstel</span>, en <span class="smallcaps">Herman</span> van <span
+class="smallcaps">Woerden</span>. Het onvoorzichtige dezer handelwijze
+kwam weldra ten duidelijkste aan den dag, toen <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> by <i>Vreeland</i> een tol hief, tot groot bezwaar
+der handeldrijvende Stichtenaren. Wel bood de Bisschop, door de zijnen
+hierover zeker niet weinig lastig gevallen, terstond de teruggave der
+pandpenningen aan&mdash;maar hier had de Aemstellander geen ooren naar;
+en toen de getergde Bisschop in &rsquo;t eind de wapenen opvattede, om
+den valschen Leenman te tuchtigen, riep deze de hulp van zijn waardigen
+bondgenoot, den nieuwen Burchtgraaf van <i>Montfoort</i> in. <span
+class="smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">
+Woerden</span> sammelde niet lang, en kwam met eene aanzienlijke
+krijgsbende <span class="smallcaps">Aemstels</span> leger versterken,
+waarop zy, aldus toegerust, samen den Bisschop, by den <i>Soester</i>
+eng, tegentrokken. <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span>, aan het
+hoofd van den voortocht, leed eene geduchte nederlaag, en velen der
+zijnen werden gevangen of verslagen; maar <span class="smallcaps">
+Woerden</span>, daarop met zijne versche benden uit <i>Holland</i>
+aanrukkende, keerde weldra de kans van den strijd ten nadeele der
+Bisschoppelijken. Ofschoon <span class="pagenum">[<a id="pb62" href=
+"#pb62">62</a>]</span><span class="smallcaps">Woerden</span> reeds in
+den eersten aanval zwaar gekwetst werd, verdedigde hy zich evenwel nog
+&raquo;vromelic&rdquo;; en zijne krijgers, zijn voorbeeld volgende, en
+verbitterd wellicht over het ongeval huns aanvoerders, gaven zijnen
+vijanden de nederlaag: Bisschop <span class="smallcaps">Johan</span>
+verliet in haaste het veld, met verlies van vele kloeke strijders,
+waaronder vooral <span class="smallcaps">Steven</span> en <span class=
+"smallcaps">Frederyk</span> van <span class="smallcaps">Zuylen</span>
+moeten hebben uitgemunt, en bergde zich binnen <i>Amersfoort</i>.</p>
+
+<p>In het pijnlijk gevoel zijner onmacht riep hy toen den strijdbaren
+Hollander, Graaf <span class="smallcaps">Floris</span> den Vijfde, te
+hulp; en het bleek, dat hy thands ten minste eene goede keuze gedaan
+had. <span class="smallcaps">Floris</span> zond den beiden Edelen een
+ontzegbrief, en rukte spoedig voor <i>Vreeland</i>; zijne moedige
+Zeeuwen, onder <span class="smallcaps">Costijn</span> van <span class=
+"smallcaps">Renesse</span>, sloegen den tot ontzet aangesnelden <span
+class="smallcaps">Gijsbrecht</span> geheel, en namen hem zelfs
+gevangen; <span class="smallcaps">Arent</span> van <span class=
+"smallcaps">Aemstel</span> zag zich toen genoodzaakt tot de overgave
+van <i>Vreeland</i>, en <span class="smallcaps">Floris</span>, na het
+kasteel van eene Hollandsche bezetting voorzien te hebben, sloeg den
+weg in naar <i>Montfoort</i>.</p>
+
+<p>Hier had <span class="smallcaps">Herman</span> van <span class=
+"smallcaps">Woerden</span> hem niet afgewacht. &rsquo;s Graven
+krijgsmacht duchtende, had hy het kasteel versterkt en van manschap en
+leeftocht wel voorzien, maar was toen ook uit het land geweken, om
+veilig het einde te kunnen afwachten. De &raquo;magnelen ende andere
+instrumenten omme dat slot dair mede te que tsen ende te
+vernielen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e4178src" href=
+"#xd0e4178">3</a>, die reeds voor <i>Vreeland</i> hadden gediend,
+werden ongetwijfeld ook voor <i>Montfoort</i> gebezigd, want de Graaf
+deed byna daaglijks storm blazen en den muur beuken. Toen bleek het,
+dat <span class="smallcaps">Godfried</span> van <span class=
+"smallcaps">Rhenen</span> goede bouwmeesters in &rsquo;t werk gesteld,
+en te gelijk, dat <span class="smallcaps">Herman</span> van <span
+class="smallcaps">Woerden</span> zijne ongerechte zaak toch aan goede
+handen toevertrouwd had: byna een jaar lang boden de belegerden een
+moedigen en hardnekkigen tegenstand aan het staal der grafelijke
+wapenknechten, even als de muren van het kasteel aan blyde en stormram.
+Telkens <span class="pagenum">[<a id="pb63" href=
+"#pb63">63</a>]</span>vinniger trokken de Hollanders, by het schetteren
+der klaroenen, by het kraken en dreunen hunner geschut- en
+beukwerktuigen, ten storm; sloegen hunne ladders aan de wallen, en
+stegen by hoopen onder beschutting van het schilddak op&mdash;telkens
+werden zy met bebloede koppen te rug geworpen. Toch besliste eindelijk
+de overmacht: meer verbitterd dan ontmoedigd herhalen zy eenmaal weder
+den aanval; de verdedigers, misschien lijdende onder vermindering van
+leeftocht, blijken zwakker, deinzen, en&mdash;&raquo;Holland!
+Holland!&rdquo; is de zegekreet, die binnen <i>Montfoorts</i> wallen
+den val vermeld der burchtzaten, waarvan de meesten een beter lot
+verdiend hadden dan zy ondergingen: de bestormers, aan de hitte hunner
+strijdlust toegevende, velden hen allen op slechts twee na. Dus viel de
+bontgekleurde banier van <span class="smallcaps">Woerden</span>, die
+zich boven het roode kruis des Bisschops verheven had, en de klimmende
+liebaart van <i>Holland</i></p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zag fier van de transen langs d&rsquo; <i>
+Yssel</i>-boord rond:</p>
+</div>
+
+<p>want de Graaf, het kasteel met den zwaarde gewonnen hebbende, deed
+het door zijne eigene wapentuurs bezetten. Er bestaat verschil omtrent
+de opgave van den tijd dezer gebeurtenissen; maar wanneer men alles
+naauwkeurig nagaat, moeten zy ongeveer in den nazomer van 1279, en in
+den voorzomer van 1280 hebben plaats gehad.</p>
+
+<p>Na de verzoening, tusschen den Bisschop en den Grave eenerzijds, en
+de <span class="smallcaps">Aemstellaers</span><a class="noteref" id=
+"xd0e4222src" href="#xd0e4222">4</a> ter anderer zijde, op den
+27<sup>en</sup> Oktober 1285 tot stand gekomen, werden de veroverde
+kasteelen te rug gegeven, en kwam <i>Montfoort</i> alzoo weder in
+handen van den Bisschop.</p>
+
+<p>Tijdens deze voorvallen bevond zich onder de Edelen die Graaf <span
+class="smallcaps">Floris</span> omringden een Brabantsch Ridder, <span
+class="smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">
+Roden</span> of <span class="pagenum">[<a id="pb64" href=
+"#pb64">64</a>]</span><span class="smallcaps">Royen</span>, jonger zoon
+uit het geslacht der Graven van <span class="smallcaps">Roden</span>,
+en om manslag uit zijn vaderland gevlucht. Hy moet de zelfde zijn, die
+in een brief van 1296 <span class="smallcaps">Henric</span> de Rover
+genoemd wordt, waarschijnlijk ten gevolge eener kwade lezing: eene
+andere opvatting is hier niet mooglijk, en een latere <span class=
+"smallcaps">Henric</span> van dien naam, kleinzoon van Burchtgraaf
+<span class="smallcaps">Sweder</span> den Eerste, zal wel aanleiding
+tot deze verwarring hebben gegeven.</p>
+
+<p>De zaak van den manslag droeg zich op volgende wijze toe. Terwijl
+Heer <span class="smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">
+Roden</span> zich nog in <i>Brabant</i> bevond, stierf daar zijn oudste
+broeder, nalatende twee dochters, beide in den geest des tijds zeer
+vrome Jonkvrouwen, die hun vaderlijk erfgoed voor een groot deel aan
+godsdienstige doeleinden besteedden. Zoo stichtten zy drie halve
+Kanunnikdijen: te <i>Roden</i>, te <i>Hilvarenbeec</i>, en te <i>
+Oirschot</i>; begiftigden er elken Kanunnik met 100 Fransche schilden,
+en den Deken in elk der Kerken met 200 oude schilden. Dit alles ergerde
+op &rsquo;t hoogst Heer <span class="smallcaps">Henric</span>, die haar
+erf-oom was, en, minder een vriend der geestelijken, de goederen der
+Heerlijkheid ongaarne zoo aanmerkelijk zag krimpen. Hy verbond zich met
+andere verwanten en eenige vrienden in de Meiery tot verzet; en de
+twist, daardoor ontstaan, werd zoo handdadig, dat er eenmaal twee
+Kanunniken het leven by inschoten. Het gevolg daarvan was, dat de
+heftige Ridder en de zijnen moesten vluchten, en huns levens lang
+ballingen van <i>Brabant</i> blijven: sommigen begaven zich naar <i>
+Vlaanderen</i>, en verbleven te <i>Brugge</i>, hy-zelf week naar <i>
+Holland</i>, en begaf zich tot Graaf <span class="smallcaps">
+Floris</span> den Vijfde, by wien hy een goede ontfangst genoot. Ook
+schijnt hy er zich verdienstelijk te hebben gemaakt: ten minste het
+jammerde den Graaf, dat zoo fier een Heer van eigendommen en inkomen
+verstoken moest zijn; en toen de Stichtsche zaken in 1285 ten einde
+waren gebracht, vond hy eenige jaren later juist daarin eene geschikte
+gelegenheid om hem te helpen, op eene wijze, den Edelman waardig.</p>
+
+<p>De jongste dochter van den Burchtgraaf, die v&oacute;or <span class=
+"smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">Woerden</span>
+<i>Montfoort</i> bezeten had, was nog in leven, en de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span>waardigheid heurs
+overledenen vaders onvervuld. Graaf <span class="smallcaps">
+Floris</span> wendde zich daarop tot Bisschop <span class="smallcaps">
+Johan</span> van <span class="smallcaps">Syric</span>, en wist door
+zijne voorspraak te bewerken, dat Heer <span class="smallcaps">
+Henric</span> van <span class="smallcaps">Roden</span> de hand der
+verweesde Jonkvrouwe van <span class="smallcaps">Montfoort</span>
+bekwam, en daarby tevens het Burchtgraafschap, op gelijke wijze en
+voorwaarde, als dit voorheen door haren vader en Heer <span class=
+"smallcaps">Herman</span> bezeten was geweest. De Bisschop verstond
+misschien daardoor: als gewoon-, <span class="smallcaps">Henric</span>
+echter als erfleen, schoon &rsquo;t niet blijkt, dat een van beide zich
+daarover verklaard heeft.</p>
+
+<p>Die onvolledigheid in den verlijbrief: &raquo;alsoo vry als haer
+vader, ofte Heer <span class="smallcaps">Herman</span> van <span class=
+"smallcaps">Woerden</span> oyt geweest hadde,&rdquo; gaf evenwel
+aanleiding tot eene botsing met <span class="smallcaps">Johans</span>
+opvolger <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class=
+"smallcaps">Mechelen</span>, die zoo hoog liep, dat het in den aanvang
+van 1297 noodzakelijk werd geacht om er een einde aan te maken. Het
+moet gezegd, dat de Bisschop daarby hoogst onpartijdig te werk ging: hy
+kende zich het recht toe, om den Burchtgraaf te ontzetten en hem te
+doen vervangen wanneer hy zulks goed dacht; de Burchtgraaf hield
+daarentegen vast, dat hy zich Erf-Borchman op het Slot te <i>
+Montfoort</i> wist, en dat de goederen, tot het huis behoorende, zijn
+Erf-borch-leen uitmaakten, altoos, gelijk hy erkende, in dienst van het
+Sticht. Hy eischte daarom een dag, om zijne zaak voor goede
+Stichts-mannen te brengen. De Bisschop stemde hier in als naar goed
+recht toe, en beide beloofden zich aan de uitspraak onvoorwaardelijk te
+onderwerpen.</p>
+
+<p>Vrijdag voor Maria-Lichtmis, 1297, op het bestemde uur, verscheen de
+Burchtgraaf met zijne vrienden in de zaal van het Bisschoppelijk paleis
+te <i>Utrecht</i>, waar hy met den Bisschop ook de Ridders <span class=
+"smallcaps">Hubrecht</span> van <span class="smallcaps">
+Bosinchen</span>, <span class="smallcaps">Ghysebrecht</span> van <span
+class="smallcaps">Schalcwijc</span>, <span class="smallcaps">
+Ghysebrecht</span> uten <span class="smallcaps">Goye</span>, <span
+class="smallcaps">Hubrecht</span> van <span class="smallcaps">
+Vyanen</span>, en <span class="smallcaps">Lambrecht</span> de Frese
+vond, benevens de Heeren <span class="smallcaps">Jacob</span> van <span
+class="smallcaps">Lichtenberch</span>, <span class="smallcaps">Herman
+Teutelaer</span> en <span class="smallcaps">Ghysebrecht
+Pellencussen</span>, Schepenen der Stede, allen Sint-Maartens-mannen,
+die het verschil zouden be&ouml;ordeelen en slechten. Beide partijen
+zetteden vervolgends hunne aanspraken uit een, en de Rechtzitters, het
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span>gebrek
+aan bescheiden ziende, vonnisden: dat, wanneer de Burchtgraaf en nog
+twee Leenmannen van het Sticht, der zake kundig, met eede de wettigheid
+van zijn erfrecht op kasteel en goederen konden bevestigen, hy voor
+zich en zijne nakomelingen, in het rustig bezit daarvan blijven moest.
+Toen legde Heer <span class="smallcaps">Henric</span> met zijne
+getuigen de hand op een voorgebracht reliekkistjen, en deed den
+gevorderden eed, waarop zijn recht door allen werd erkend, en hy, ten
+bewijze daarvan, eene door den Bisschop en de Rechtzitters gezegelde
+oirconde ontfing.</p>
+
+<p>Hy bracht daarna den geslachtsnaam zijner gemalin op zijn oudsten
+zoon over, en kwartileerde zijn eigen wapenschild, bestaande uit een
+zilveren veld, beladen met drie molenijzers van keel, met dat van
+graafschap; de jongste zoon daarentegen behield den geslachtsnaam van
+<span class="smallcaps">Royen</span>, en voerde op het zilveren veld
+een enkel molenijzer van keel.<a class="noteref" id="xd0e4425src" href=
+"#xd0e4425">5</a></p>
+
+<p>In 1300 was Burchtgraaf <span class="smallcaps">Henric</span> niet
+meer in leven, en te <i>Montfoort</i> heerschte zijn oudste zoon <span
+class="smallcaps">Sweder</span>. Deze, zegt men, huwde met eene
+Jonkvrouwe van <span class="smallcaps">Holland</span>; maar het proza
+der geschiedenis wordt hier zoo ruw, dat wy ons gelukkig rekenen, het
+te kunnen verwisselen voor de po&euml;zy der sage, die dus luidt:</p>
+
+<div class="poem">
+<h4 class="
+ lghead
+ ">Een dochter van Holland.</h4>
+
+<p class="line">&mdash;&raquo;Gy Heeren! maakt u re&ecirc; ten
+tocht,&rdquo;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Wy zoeken <i>
+Holland</i> weer.&rdquo;</p>
+
+<p class="line">Zoo sprak in &rsquo;t hof van <i>Engeland</i></p>
+
+<p class="line">Graaf <span class="smallcaps">Willems</span> Edele
+Gezant,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Volyvrig voor zijn Heer.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Maar ijlings trad, met biddend oog,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Een jonker hem ter zij.</p>
+
+<p class="line">Die droeg in &rsquo;t oog een vurig hart;</p>
+
+<p class="line">Een wapen, wit en rood en zwart,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Gestikt op zijn kleedij.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Ter wille van uw Edelvrouw</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Die gy in &rsquo;t
+hart vereert&mdash;</p>
+
+<p class="line">&raquo;Twee enkle dagen nog getoefd,<span class="corr"
+id="xd0e4483" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+
+<p class="line">Zoo bad hy: &raquo;schoon &rsquo;t mijn ziel
+bedroeft&mdash;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;En dan&mdash;naar gy
+begeert.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Die bede zy u toegestaan</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Mijn Jonker van <span
+class="smallcaps">Montfoort</span>!&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p class="line">En ijlings was de Jonker heen,</p>
+
+<p class="line">Te paard, en voort, en gants alleen;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Men wist niet naar wat
+oord.&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Aan <i>Medways</i> blaauwen waterstroom</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Daar rijst een
+landkasteel.</p>
+
+<p class="line">Daar staart een Jonkvrouw van den trans.</p>
+
+<p class="line">Heur lieflijk aanzicht blinkt van glans,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Als ducht zy &rsquo;t lot
+niet veel.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Nu wuift zy snel ten toren af,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Met hoog-gebloosd
+gelaat:</p>
+
+<p class="line">Een ruiter nadert, gants verhit...</p>
+
+<p class="line">Zijn wapen, zwart en rood en wit,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Gestikt op zijn gewaad.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Hy stijgt van &rsquo;t paard&mdash;en ijlings op,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En zy daalt ijlings
+neer.</p>
+
+<p class="line">Hy klemt haar vrolijk aan zijn hart,</p>
+
+<p class="line">En zy, van zoete vreugd verward,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Zy stelt zich niet te
+weer.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Hy sprak: &raquo;Een tijding droef&mdash;en blij:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Ras keer ik naar mijn
+land.</p>
+
+<p class="line">&raquo;Nu zeg my, <span class="smallcaps">Ellen</span>!
+dierbre Maagd!</p>
+
+<p class="line">&raquo;Van wat geslacht den naam gy draagt,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;En &rsquo;k spoed my
+om uw hand.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zy bloost&mdash;zy siddert&mdash;zy ontzet&mdash;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Zy slaakt een droeve
+kreet;</p>
+
+<p class="line">Zy meldt met diepe droefenis:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Ik weet niet wie mijn moeder is,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Noch hoe mijn vader
+heet!....&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Ik ben van onbetwijfeld bloed!&rdquo;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Zoo borst hy angstig
+uit:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Mijn vader is een Hooge Heer....</p>
+
+<p class="line">&raquo;Toch, <span class="smallcaps">Ellen</span>!
+toch&mdash;ik zie u we&ecirc;r,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;En als mijn dierbre
+bruid!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Straks joeg een strijdros langs den weg</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Die recht naar <i>Londen</i>
+gaat.</p>
+
+<p class="line">Zijn Ruiter reed met rustloos hart;</p>
+
+<p class="line">Een wapen, wit en rood en zwart,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Gestikt op zijn gewaad.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">En later reed er, eer de schaa&ucirc;w</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Nog heenkroop naar het
+oost,</p>
+
+<p class="line">Een droeve Jonkvrouw langs die baan.</p>
+
+<p class="line">Toch blonk er door zoo menig traan</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Een stille hoop van
+troost.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zy wisselde in de ruime stad</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Met niemant woord of
+taal;</p>
+
+<p class="line">Maar waar &rsquo;t arduin paleisbordes</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Blazoen droeg van de Rijks-princes,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Daar steeg zy uit het
+zaal.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zy vroeg geen lijftrawant den weg,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Geen knaap of
+kamervrouw:</p>
+
+<p class="line">Zy ging er tot in &rsquo;t rijk klozet,</p>
+
+<p class="line">En boog zich ne&ecirc;r, als ten gebed,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Alleen met de Edelvrouw,</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zy bad met woorden uit de ziel,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Maar diepe eerbiedenis:</p>
+
+<p class="line">&raquo;O zeg, Mevrouwe! hoog van staat,</p>
+
+<p class="line">&raquo;Die my steeds gunstig gade slaat,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Zeg wie mijn vader
+is?&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">De Rijksprinces verschoot van blos,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En siddrend boog ze
+sa&acirc;m:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Wat raadslen, <span class="smallcaps">
+Ellen</span>! vraagt ge my...</p>
+
+<p class="line">&raquo;Wat weet ik wie uw vader zij?</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Wie noemde me ooit
+zijn naam?&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">En zichtbaar greep het <span class="smallcaps">
+Ellen</span> aan</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Met zielsontroerenis;</p>
+
+<p class="line">En dieper, dieper boog ze ne&ecirc;r,</p>
+
+<p class="line">En schreide, en smeekte naamloos te&ecirc;r:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Zeg wie mijn vader
+is.&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Dat brak het hart der Rijksprinces:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Zy snikte op schellen
+toon:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Weet!...&rdquo; maar toen duizelig en dof:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Aan <i>Hollands</i> machtig Gravenhof</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Daar draagt hy-zelf
+de kroon!...&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En <span class="smallcaps">Ellen</span> brak in jubel
+uit,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En viel haar aan de
+borst.</p>
+
+<p class="line">&mdash;&raquo;Dat andwoord, Vrouwe! loone u God:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Dat spelt me een eindloos zoeter lot</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Dan ik ooit hopen
+dorst.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Neem nu mijn droef en blij vaarwel:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Ik trek naar ander
+oord;</p>
+
+<p class="line">&raquo;En zoo gy ooit my wederziet,</p>
+
+<p class="line">&raquo;Dan is &rsquo;t in <i>Hollands</i>
+rijksgebied,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;En Vrouwe van <i>
+Montfoort</i>!&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Toen scheen de hooge Vrouwe een lijk;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Maar zy verhief zich
+ras:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Gy gaat, gy gaat, met vrolijk hart...</p>
+
+<p class="line">&raquo;Maar wat dan...&rdquo; en zy kreet van
+smart:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Zoo ik... uw <span
+class="letterspaced">moeder</span> was?...&rdquo;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71">71</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">En <span class="smallcaps">Ellen</span> trad versteend
+te rug:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Mevrouw! wat zegt ge
+my?</p>
+
+<p class="line">&raquo;Gy, die steeds aan mijn eigen haard</p>
+
+<p class="line">&raquo;My goedig&mdash;maar als vreemde waart,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Myn moeder, <span
+class="letterspaced">moeder</span> gy?&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Toen kromp het moederhart in een:</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;U afstaan!...&rdquo;
+rilde zy:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Neen, <span class="smallcaps">Ellen</span>!
+spreek dat woord niet we&ecirc;r:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Al kostte &rsquo;t my mijn rang, mijn
+eer&mdash;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Kies tusschen hem en
+my!...&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Ik heb... gekozen...&rdquo; sprak zy
+zacht</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">(Van smart bestierf heur
+stem):</p>
+
+<p class="line">&raquo;Mijn moeder... heeft my... nooit bemind:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Zy was een vreemde voor heur kind.</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Mevrouwe!... ik ga
+met <span class="letterspaced">hem</span>.&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Wie vraagt gehoor by <i>Hollands</i> Graaf?</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De Jonker van <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span>.</p>
+
+<p class="line">&mdash;&raquo;Al wat ik Uw Genade breng,</p>
+
+<p class="line">&raquo;Wanneer ze &rsquo;t my in gunst geheng,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Dat is een luttel
+woord:</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Een groete van de Rijksprinces,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Een vorstelijke
+groet;</p>
+
+<p class="line">&raquo;Daarby een bede, koen en stout:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Een Jonkvrouw, <span class="letterspaced">
+twintig</span> jaren oud,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Die drukt ze u op
+&rsquo;t gemoed.&mdash;&rdquo;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Graaf <span class="smallcaps">Willem</span> sloot zijn
+kind aan &rsquo;t hart,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Geroerd en blij te
+mo&ecirc;:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Nu spreek, mijn dochter! gul en rond:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Ik zie, een be&ecirc; zweeft om uw mond;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;&rsquo;k Zweer u
+verhooring toe.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Wie vraagt nog, wat de Jonkvrouw bad</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Na &rsquo;s Graven plechtig
+woord?</p>
+
+<p class="line">Daar gingen luttel weken om,</p>
+
+<p class="line">Toen was zy bruid; de bruidegom</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Was <span class="smallcaps">
+Sweder</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Maar wie, wie schepen flux daarna</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In &rsquo;t heimlijk zich
+aan boord,</p>
+
+<p class="line">En houden koers naar &rsquo;t Britsche strand?</p>
+
+<p class="line">Het wapen, schittrend aan het want,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Is &rsquo;t wapen van <span
+class="smallcaps">Montfoort</span>.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Men vraagt, met hoofsche plechtigheid,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Der Rijksprinces gehoor;</p>
+
+<p class="line">Maar als geheel den gang bewust,</p>
+
+<p class="line">Treedt de Edelvrouw van <i>Hollands</i> kust</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Heur eedlen gade voor.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Zy knielde voor de Rijksprinces,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Wel kinderlijk gezind:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Doof niet aan &rsquo;t Hof uw gloriekrans,</p>
+
+<p class="line">&raquo;Maar, moeder! wees in &rsquo;t heimlijk
+thands</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">&raquo;Gelukkig met uw
+kind!&rdquo;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span>
+<p><span class="smallcaps">Sweder</span> van <span class="smallcaps">
+Montfoort</span> gingen de weldaden vergeten, die zijne ouders van den
+Bisschoppelijken stoel hadden ontfangen, en die den grond tot zijne
+eigene grootheid hadden gelegd. By de oneenigheden tusschen Bisschop
+<span class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Mechelen</span>, die het algemeen leenrecht zeer goed kende, het
+byzondere onderzocht, en zijn vasallen zoowel op den fulpen als op den
+ijzeren handschoe zag, koos <span class="smallcaps">Sweder</span> de
+partij van <span class="smallcaps">Hubrecht</span> van <span class=
+"smallcaps">Vianen</span>, <span class="smallcaps">Jan</span> van <span
+class="smallcaps">Linschoten</span>, <span class="smallcaps">
+Jacob</span> van <span class="smallcaps">Lichtenberch</span>, en andere
+samenspannende Edelen, en was onder hen, die zich gerechtigd meenden
+den strengen Leenheer een halfjaar lang in zijne eigene stad gevangen
+te houden. De Bisschop ontkwam evenwel, en zocht zich, op Pauselijken
+last bygestaan door den Aartsbisschop van <i>Keulen</i>, en nog veel
+meer vrijwillig door zijne getrouwe Overijsselaars, weder van zijne
+ongehoorzame stad <i>Utrecht</i>, waar de Burgemeester <span class=
+"smallcaps">Jacob</span> van <span class="smallcaps">
+Lichtenberch</span> thands het hoogbewind in handen had, meester te
+maken. Eenige Hollandsche Ridders, <span class="smallcaps">
+Diederic</span> van <span class="smallcaps">Wassenaer</span>, <span
+class="smallcaps">Henric</span>, Burchtgraaf van <i>Leyden</i>, <span
+class="smallcaps">Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Duvenvoirde</span>, <span class="smallcaps">Simon</span> van <span
+class="smallcaps">Benthem</span>, en <span class="smallcaps">
+Jacob</span> van der <span class="smallcaps">Woude</span>, rukten
+daarop hunne dienstmannen by een, om <span class="smallcaps">
+Lichtenberch</span> ter hulp te komen. Het gevolg daarvan was een
+vinnig gevecht op de <i>Hooge-woerd</i>, eene vlakte, omstreeks den
+oever des <i>Ouden-Rijns</i>. Met schetterende klaroenen en wapperende
+banieren was de Bisschop zijns vijands helpers tegen getrokken; reeds
+richtte hy er een geduchte slachting onder aan; reeds was een deel der
+tegenstanders te rug gedeinsd, en reeds vleide hy zich met eene
+volkomene overwinning. Toen klonk er op nieuw een trompet van de zijde
+van <i>Montfoort</i>, en de banier, weldra boven de aanrukkende bende
+zichtbaar, vertoonde het schaakbord en de molenijzers gekwartileerd.
+Een juichkreet ging by de Hollanders op: er naderde een nieuwe
+bondgenoot met versche krijgers, &raquo;en daar begonste van niwes een
+groote strijt, want die vechters sloegen elc anderen ter neder, harde
+manlicken, om den seghe te vercryghen.&rdquo; Maar de moedige Bisschop
+gaf het nog niet verloren: tweewerf reed hy dwars door het Hollandsche
+heir, <span class="pagenum">[<a id="pb74" href=
+"#pb74">74</a>]</span>als Bisschop kenbaar, als Ridder strijdende, en
+om zijne waardigheid door allen ontzien; maar toen hy het ten derdemaal
+waagde, viel hy als een offer zijner roekeloosheid, en werd verslagen.
+Deze strijd geschiedde op den 12<sup>en</sup> Juli, 1301. <span class=
+"smallcaps">Sweder</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>
+had de overwinning aan de zijde der Hollandsche Ridders gebracht.</p>
+
+<p>In de eerste dagen des jaars 1353, terwijl Bisschop <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Arckel</span> voor
+het kasteel <i>Woudenburch</i>, en zijn Maarschalk voor dat van <i>
+Ruwiel</i> lagen, zonden de Ridders <span class="smallcaps">Jan</span>
+van <span class="smallcaps">Culemborch</span> en <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span> van <span class="smallcaps">Vianen</span>
+hem een ontzegbrief, vielen roovende in zijn land, en verbrandden zijne
+dorpen en kasteelen. Burchtgraaf <span class="smallcaps">Sweder</span>
+deed daarin dapper me&ecirc;, zonder dat wy weten of hy er oorzaak toe
+had; maar <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Arckel</span> was geen Bisschop om het ongestraft toe te
+laten. Zoodra hy den overmoed des Jonkers van <span class="smallcaps">
+Woudenburch</span> gebogen, en het kasteel ten gronde toe vernield had,
+ordende hy op nieuw zijn leger, en trok op Sint-Pancraes voor de stad
+en het kasteel <i>Montfoort</i>, beide door <span class="smallcaps">
+Sweder</span> bezet en verdedigd.</p>
+
+<p>De Bisschop had een geweldige stormkat met zich gebracht, en de
+bloedige bestormingstooneelen van 1280 gingen zich vernieuwen. Wakker
+en hardnekkig was de verdediging van den Burchtgraaf, maar by het
+beschouwen van de maatregelen des Bisschops, die zoowel van moed als
+van volharding getuigden, werd het hem evenwel een weinig angstig: hy
+begon de onmooglijkheid in te zien van een duurzaam verzet tegen een
+Opperheer van zoo krachtigen wil. Daarom zocht hy een algeheelen
+ondergang door onderwerping te voorkomen, en verzocht vrede en
+lijfsgenade; en de voorwaarden, waarop de Bisschop hem deze verleende,
+getuigen maar al te zeer van zijn benarden toestand. Dat hy, dien men
+om zijne groote goederen <span class="smallcaps">Sweder</span> den
+rijke noemde, eene belangrijke som gelds moest betalen, was in
+zich-zelf niet moeielijker dan het doen van een nieuwen eed van trouw,
+al stond beide hem tegen; maar het zwaarst van allen viel hem den
+gedwongen afstand van het hooge recht in de Heerlijkheid <span class=
+"pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75">75</a>]</span><i>Montfoort</i>,
+voor altoos, terwijl hy het lage recht niet als eigendom, maar slechts
+als leen van den Bisschop weder ontfing. Ook trad de staatkundige
+Prelaat, zichtbaar tot verkleining van des Burchtgraven aanzien en
+gezach, in een afzonderlijk verdrag met Schout, Schepenen en gemeene
+buren van <i>Montfoort</i>, waarby deze beloofden de stad nimmer op
+eigen gezach te zullen omwallen, en met niemant, wie &rsquo;t ook zijn
+mochte, tegen hunnen rechten Landsheere, den Bisschop van <i>
+Utrecht</i>, samen te spannen, op verbeurte van goed en eere.</p>
+
+<p>Het zij nu dat <span class="smallcaps">Sweder</span> edel genoeg
+dacht, om ook eene door den nood afgeperste belofte gestand te doen,
+het zij de krachtige hand van den geduchten Bisschop hem zijns ondanks
+in toom hield&mdash;het blijkt niet, dat hy meer in eenig verzet is
+gekomen, en hy schijnt zich rustig te hebben gehouden tot aan zijn
+dood, die ook niet veel later kan zijn voorgevallen.</p>
+
+<p>Dat valt niet te getuigen van zijn oudsten zoon <span class=
+"smallcaps">Henric</span><a class="noteref" id="xd0e5043src" href=
+"#xd0e5043">6</a>. Deze Burchtgraaf, die zich den tytel van <span
+class="letterspaced">Heer</span> van <i>Montfoort</i> aanmatigde,
+verbond zich omstreeks 1379 met den Maarschalk van <i>Abcou</i>, Heer
+<span class="smallcaps">Willem</span>, tegen Bisschop <span class=
+"smallcaps">Floris</span> van <span class="smallcaps">
+Wevelichoven</span>, en eigende zich met kracht van wapenen de tienden
+van het Bisdom toe, terwijl hy zich daarby het hoogste recht over de
+ingezetenen toekende. Dat kon de Bisschop niet dulden. Hy begon met den
+wederspannigen Vasal van diens steun te berooven, en belegerde het slot
+van <i>Abcou</i>; toen hy dit overmeesterd, en den Maarschalk tot
+onderwerping gedwongen had, wendde hy zich tot <span class="smallcaps">
+Henric</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>, en daagde
+dezen voor den rechterstoel van het Sticht. Te vergeefs beriep de
+onberaden Burchtgraaf zich thands op den verdragsbrief van 1297:
+Bisschop <span class="smallcaps">Floris</span> wilde, als een
+voorzichtig Staatsman, een arm knotten, die hem in het midden van zijn
+eigen gebied meer dan gevaarlijk <span class="pagenum">[<a id="pb76"
+href="#pb76">76</a>]</span>werd, en thands de machtigste zijnde, maakte
+hy, als &rsquo;t gewoonlijk gaat, van die macht misbruik.</p>
+
+<p>Voor het generaal Kapittel verschenen, dat uit vertegenwoordigers
+van de Geestelijkheid, de Ridderschap, en de Steden van het Sticht
+bestond, werd de Burchtgraaf door den Bisschop beschuldigd, dat hy zich
+binnen de banne van <i>Montfoort</i> meer gezach aanmatigde dan hem
+toekwam; dat hy er het hooggerecht uitoefende; de lieden placht te
+dwingen, om in de stad <i>Montfoort</i> te komen wonen, en van daar
+niet weder te vertrekken; en dat hy zich schuldig maakte aan meer
+andere zaken, strijdende tegen de bisschoppelijke leenheerschappij.
+<span class="smallcaps">Henric</span> verdedigde zich met kracht. Zijne
+voorouders, zeide hy, hadden reeds sedert honderd jaren en langer het
+betwist rechtsgebied van de Bisschoppen en de stad <i>Utrecht</i> in
+leen ontfangen en uitge&ouml;efend; dat kon men bewijzen uit de opene
+brieven, daarvan zijnde, waarin alles breedelijk stond uitgedrukt. Wat
+men hem in betrekking daartoe aantichtte, was valsch, en hy-zelf
+derhalven onschuldig. Daarom was hy met de meeste gerustheid voor het
+Kapittel verschenen, en vorderde nu ernstig, dat zijne zaak zou worden
+uitgesproken volgends het Landrecht van <i>Utrecht</i>, door den
+Bisschop, by diens komst aan het bestuur, bezworen, en ten gevolge
+waarvan deze gehouden was een iegelijk recht en vonnisse te doen, en
+niemant aan lijf of goed te vervolgen, dan na schuldig verklaring
+volgends recht en oordeel. Naar dit landrecht, of naar het algemeen
+Keizerlijk recht, verlangde de Burchtgraaf gevonnisd te worden; maar
+daarme&ecirc; ging onderzoek gepaard, dat, misschien, niet geheel ten
+nadeele des beklaagden leiden zou, en het blijkt uit alles, dat men
+niet voornemens was te <span class="letterspaced">onderzoeken</span>,
+maar wel te <span class="letterspaced">oordeelen</span>. De Bisschop
+bracht ten minste, zonder van eenige inzage van brieven te reppen, daar
+tegen in: dat de Burchtgraaf zich het hooge rechtsgebied willekeurig
+had aangematigd, en in meer andere zaken boven zijn gezach was gegaan,
+waarover voldoening gegeven moest worden. Heer <span class="smallcaps">
+Henric</span> verklaarde die gaarne te willen geven&mdash;mits <span
+class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span>zijn schuld
+uit het onderzoek blijken zou. Toen geliet zich de Domdeken van het
+Sticht, alsof hy onpartijdig bemiddelaar wilde zijn, en vroeg den
+Burchtgraaf, of deze de uitspraak wilde stellen in handen van het
+algemeen Kapittel. Maar <span class="smallcaps">Henric</span> was te
+goed Ridder, om een slag verloren te willen geven eer er nog gestreden
+was: hy bleef bestendig by zijn beroep op het landrecht, of op dat des
+Keizers, en bood den Bisschop zelfs duizend Fransche schilden, indien
+hem &raquo;lantrecht geschien mogt, gelyk den minsten en den meesten
+van den lande.&rdquo; En daar hem zulks niet werd toegestaan, verliet
+hy de vergadering, protesteerde openlijk, en klaagde dat men hem
+opzettelijk zijn recht onthield.</p>
+
+<p>Vertoonde de Bisschop zich hier in een niet volkomen gunstig licht,
+nog ongunstiger verschijnt hy ons in zijne volgende daden. Hy-zelf had
+Heer <span class="smallcaps">Henric</span> verlijd met het
+Dijkgraafschap &raquo;tusscen den <i>nywen-Dam</i> ende <i>
+Sevenhoven</i>, die <i>Lecke</i> langens, ende tusscen den <i>
+nywen-Dam</i> ende <i>Haestrecht</i>, weder die <i>Ysel</i>
+langens,&rdquo; gelijk dit van ouds Stichtsch eigendom geweest, en
+steeds door de <span class="smallcaps">Montfoorts</span> al van over
+honderd jaren en meer, bezeten was; thands echter nam hy het weder
+zonder eenig vervolg van recht te rug, deed hem in den ban, en begon de
+Montfoortenaars op allerlei wijze te kwellen en te benaauwen met
+brandstichting, plundering, en gevangenneming. Hy dwong zijne Edelen,
+Leenmannen en Steden van &rsquo;t Sticht met den Burchtgraaf te breken;
+en al gehoorzaamden hem niet allen, hy wist toch op deze wijze een
+bondgenootschap te voorkomen, en zijn Leenman machteloos te maken. Toen
+naderde hy zijn doel; en als nu het kwade jaargetijde van 1387 voor
+goed geweken was, en de zachte aprils-dagen welhaast de naderende
+meimaand verkondigden, trok hy, den dag na Sint-Joris (23 April), met
+een sterk leger voor <i>Montfoort</i>. Daar deed hy eene reusachtige
+blyde oprichten, die steenen van wel dertienhonderd pond wierp, en
+stelde er zestien groote steenbussen, waarvan de minste honderd pond
+zwaarte schoot; de kleine bussen, hoewel zy wel degelijk in werking
+<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78">78</a>]</span>werden
+gebracht, telde men niet eens. Bovendien had hy zich voorzien van een
+aantal tuimelaars of schanskorven, van teenen gevlochten, om by de
+bestorming te dienen; twee katten echter, die hy mede had doen bouwen,
+deden weinig werking. Intusschen blijkt uit dit alles de geduchte
+sterkte van het kasteel, dat, niettegenstaande het daaglijks werd
+gebeukt en beschoten, met bussteenen geteisterd en met blydesteenen
+gepletterd, toch zestien weken lang de felle aanvallen weerstond, en
+een veilige toevlucht bood aan de verdedigers, die van hunne zijde
+niets onvergolden lieten, maar insgelijks, zoo wel met steenbussen als
+met klein geschut, hunnen vijanden groot nadeel toebrachten. Het gebrek
+zou evenwel datgene hebben bewerkt, waartoe zelfs de overmacht te
+onmachtig was, toen nog ter goeder ure de voormalige Utrechtsche,
+thands Luyksche, Bisschop <span class="smallcaps">Aernout</span> van
+<span class="smallcaps">Hoorn</span>, oom van Heer <span class=
+"smallcaps">Henrics</span> gemalin, tusschen beide kwam, met voorstel
+om eene verzoening te bewerken. Dit werd door beide partijen
+aangenomen; maar de harde voorwaarden, waaronder de verdreven
+Burchtgraaf gedwongen werd het hoofd te buigen, spreken ook weder hier
+luide het wanhopige van zijnen toestand uit. Hoofdzakelijk komen zy
+hierop neder:</p>
+
+<p>Daar het hooggericht in de Heerlijkheid alleen mag geoefend worden
+door den Bisschop, zoo zullen de Burchtgraaf en zijne nakomelingen zich
+nimmermeer <span class="letterspaced">Heeren</span>, maar <span class=
+"letterspaced">Burchtgraven</span> van <i>Montfoort</i> schrijven. De
+stad en het kasteel zullen ten allen tijde voor den Bisschop en diens
+opvolgers opensta an, zoo dikwijls het hun gelust, daar te komen. Het
+zenden van indaag- en banbrieven, en al wat tot het geestelijk gericht
+behoort, zal vrij en ongehinderd in het Burchtgraafschap plaats vinden.
+De Burchtgraaf mocht de tienden niet meer stellen naar zijn goeddunken,
+maar hy moest ze verpachten, of doen mijnen; hy zou ook niemant meer
+dwingen zich te <i>Montfoort</i> ne&ecirc;r te zetten. Met betrekking
+tot het Dijkgraafschap zou nader uitspraak worden gedaan, maar de
+Burchtgraaf moest het huisgeld en andere belastingen, die hy in de
+Heerlijkheid ontfangen en nog niet verandwoord had, terstond <span
+class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>uitbetalen;
+ook moest hy de oirconde van Bisschop <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <span class="smallcaps">Nassau</span> aan den Luykenaar
+in handen geven, waarvoor hy een andere van Bisschop <span class=
+"smallcaps">Willem</span> zou ontfangen, inhoudende de nieuw gemaakte
+bepalingen. Vervolgends moesten de wederzijdsche gevangenen
+uitgeleverd, door onbetaalde rantsoenen een streep gehaald, en dooden
+tegen dooden, roof tegen roof, brand tegen brand kwijtgescholden
+worden.</p>
+
+<p>Hiermede was echter nog niet alles afgedaan: de Burchtgraaf moest
+zich nog persoonlijke vernedering onderwerpen, wilde hy eenmaal weder
+hoogen staat voeren. Met twintig van zijne mannen moest hy komen,
+blootshoofds en in &rsquo;t openbaar, dragende in zijne hand de
+sleutels van het kasteel en van de stede, om die den Bisschop over te
+geven, daarby vergiffenis biddende voor zijn verzet, of een nieuwen eed
+van trouwe doende<a class="noteref" id="xd0e5196src" href=
+"#xd0e5196">7</a>. En totdat deze zoen geheel geregeld was, mits binnen
+den tijd van zes weken, zou hy zich met vijfentwintig man in <i>
+Utrecht</i> legeren, terwijl gedurende dien tijd de banieren van den
+Bisschop van <i>Utrecht</i> en van <i>Amersfoort</i> zoo wel op der
+stede als op des kasteels wallen bleven waaien, en zes Bisschoppelijke
+Edelen dit laatste zouden inhouden. Zoo ik nu den loop der hier
+verhaalde gebeurtenissen, in verband met de geslachts-opgave,
+w&egrave;l vat, dan komt het my voor, dat de Bisschop inmiddels tot
+Burchtgraaf benoemde <span class="smallcaps">Henric</span> van <span
+class="smallcaps">Montfoort</span>, Heer <span class="smallcaps">
+Henrics</span> neef, die daarom van zijne anders denkende verwanten, of
+misschien van de verontwaardigde burchtzaten, den toenaam &raquo;de
+Rover&rdquo; ontfing. Wy lezen ten minste: &raquo;dese Heer <span
+class="smallcaps">Henric</span> de Rover, Heer <span class="smallcaps">
+Willems</span> soon, bleef doot in het besit van <i>Montfoort</i>,
+t&rsquo;welck Godt geklaegt moet syn, in het jaer doe men schreef 1387.
+des Vrydaechs nae Pinsterdach.&rdquo;</p>
+
+<p>Was nu eenmaal de zoen gesloten, dan kon de Burchtgraaf <span class=
+"pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>weer huiswaart
+rijden, frank en vrij, en zijn leengoed te rug nemen, maar bleef dan
+nog gehouden om, zoo hy werd opgeroepen, den Bisschop van <i>
+Utrecht</i> te dienen, deszijds den <i>IJssel</i> met 25 speeren<a
+class="noteref" id="xd0e5239src" href="#xd0e5239">8</a>, op eigene
+kosten, en, des gevorderd, tot drie verschillende reizen toe.</p>
+
+<p>Op zoodanige voorwaarden verzoende zich de Burchtgraaf met zijn
+&raquo;lieven, geminden Heer&rdquo;, en werd de oirconde daarvan
+bezegeld &raquo;dynsdags na S. Laurentius-dag (10 Aug.) 1387.&rdquo;
+Nogtans verklaarde hy, en wel, zonderling genoeg, tevens in &rsquo;t
+volle kapittel, by zijn eed en ridderschap, dat hy &rsquo;t alleen deed
+uit bedwang en noodzakelijkheid, vreezende anders lijf, goed en
+onderzaten te moeten verliezen. Ook schijnt het werkelijk, dat er met
+betrekking tot het bovengemelde Dijkgraafschap een onrechtvaardig
+vonnis is geveld, blijkends des Ridders sterke bewoordingen in &rsquo;t
+kapittel.&mdash;&raquo;Daarme&ecirc; neem ik geen vrede,&rdquo; sprak
+hy: &raquo;dat men het Dijkgraafschap den Bisschop, en niet my toe
+wijst. Zulk eene verklaring kan my in mijn recht niet
+benadeelen:&mdash;omdat allen, die hierover moeten zitten, niet
+tegenwoordig, en ook niet beroepen zijn geweest; omdat ik het onder den
+vorigen Bisschop reeds heb bezeten, zoo als mijne getuigen (maar die
+men niet gehoord heeft!) kunnen bevestigen; omdat vele Baanrotsen,
+Ridders, Schildknapen, Vasallen en Dienstmannen van het Sticht
+verklaard en gevonnisd hebben, dat mijn recht tot het Dijkgraafschap
+beter gegrond is dan dat des Bisschops, duidelijk thands blijkende,
+daar verschillende Baanrotsen, Ridders, en anderen, die hier ten
+oordeele hebben gezeten, ziende dat niet alle gerechtigden waren
+beroepen, het kapittel hebben verlaten, zonder vonnis te spreken;
+omdat, eindelijk, zelfs de openbare roep der gemeente my gelijk geeft,
+en erkent, dat mijne voorouders en ik sedert honderd jaar en langer in
+&rsquo;t bezit van het Dijkgraafschap zijn geweest.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81">81</a>]</span></p>
+
+<p>Zijne verdediging blijkt echter niet te hebben gebaat; en in zoo
+knellende kluisters geprangd, moest hy, schoon van een hoog gemoed en
+onrustigen aart, zich wel onderwerpelijk houden: hy had de klaauw van
+den leeuw op zijn schouder gevoeld, en de lust tot terging was hem voor
+goed vergaan. De Bisschop daarentegen toonde by de eerste gelegenheid
+de beste, dat hy ernstig bedacht was, om zijn verkregen recht te
+handhaven: Nog in het zelfde jaar werd er binnen <i>Montfoort</i>, door
+zekeren <span class="smallcaps">Jan Jans</span> van <i>Boemel</i>, een
+manslag gepleegd op eenen <span class="smallcaps">Arent</span> den
+<span class="smallcaps">Schermer</span>; de Maarschalk van het Sticht
+trok de stad binnen, en maakte er zich meester van den moordenaar, die,
+naar <i>Utrecht</i> gevoerd, daar werd gevonnisd, en zijn schuld met
+het hoofd boette.</p>
+
+<p>Van <span class="smallcaps">Henrics</span> twee zonen, <span class=
+"smallcaps">Sweder</span>, Ridder, en <span class="smallcaps">
+Jan</span>, Domdeken en Proost te <i>Utrecht</i>, volgde de oudste hem
+na zijn dood niet terstond op, als toch wel billijk ware geweest.
+Bisschop <span class="smallcaps">Frederic</span> van <span class=
+"smallcaps">Blanckenheym</span> weigerde dezen Edelman aanvankelijk met
+het leen te verlijen, en verklaarde in &rsquo;t openbaar, dat hy hem
+het recht, waarop hy aandrong, niet schuldig was, en dat het goed en
+leen verwillekeurd waren. Echter, &rsquo;t zij nu dat deze ongunstige
+beschikking van den Bisschop werkelijk gegrond was op zijn geloof aan
+zijn goed recht, het zij dat hy ze alleen voorwendde, ter strengere
+handhaving van zijn gezach&mdash;hy liet zich eindelijk door bidden en
+dreigen van <span class="smallcaps">Sweder</span> en diens vrienden
+bewegen, om hem met het Burchtgraafschap te beleenen, maar&mdash;op de
+zelfde voorwaarden, waarop Heer <span class="smallcaps">Henric</span>
+dat ontfangen had. Heer <span class="smallcaps">Sweder</span> bleef
+geen andere keuze, en hy onderwierp zich; men legde hem den zoenbrief
+zijns vaders voor, waarin die voorwaarden werden uiteengezet, en hy
+hing er zijn zegel aan, ten blijke dat hy ze bevestigde, 26 Mei 1405.
+De Bisschop, thands te vreden, beleende hem toen ook met het
+Dijkgraafschap, en hield verder het woord, waarby hy beloofd had
+&raquo;hem sonder sorge van gewelde&rdquo; te zullen laten.</p>
+
+<p>Toen <span class="smallcaps">Sweder</span>, kort daarna, ongehuwd
+overleden was, hernieuwde zich de zelfde strijd. Zijn broeder <span
+class="smallcaps">Jan</span>, de Utrechtsche Domdeken, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>had de kap aan den
+wand gehangen, en begeerde nu verlij der Heerlijkheid; hy kon echter
+niets meer verkrijgen dan de beleening van het Burchtgraafschap,
+waarmede hy eindelijk (1413) wijs genoeg was vrede te nemen, hoewel
+almede onder protest van zijnen kant. Weldra rees er dan ook verschil
+tusschen hem en Bisschop <span class="smallcaps">Frederic</span>, over
+het verbreken der overeenkomst van 1387, waarin Graaf <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <i>Holland</i>, als scheidsman, hem
+echter in &rsquo;t gelijk stelde.</p>
+
+<p>De goede verstandhouding werd sints niet weder verstoord;
+integendeel werd zy versterkt, toen in den aanvang van 1420 de
+oneenigheden tusschen <i>Utrecht</i> en den slinkschen <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Beieren</span> tot
+dadelijken krijg overgingen, en de <span class="smallcaps">
+Montfoorters</span> des Bisschops partij kozen. In dezen oorlog maakte
+een van des Burchtgraven verwanten, Heer <span class="smallcaps">
+Lodewijc</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>, zich door
+een wakker feit van wapenen vermaard:</p>
+
+<p>By een inval van die van <i>Oudewater</i> in &rsquo;t Sticht, trok
+<span class="smallcaps">Lodewijc</span> in der haast te <i>
+Montfoort</i> zoo vele manschappen samen, als er uit de verdedigers van
+slot en stede gemist konden worden, en voerde deze luttele bende,
+alleen uit voetknechten bestaande, den vijand tegen. En, zegt de
+Bisschoppelijke kronijkschrijver <span class="smallcaps">Van der
+Beke</span>, toen Heer <span class="smallcaps">Lodewijc</span> met de
+zijnen hen ontmoette, gedroeg hy zich als een onvertsaagd Ridder, die
+den moed van een leeuw bezat, en reed op de vijanden in; en zijne
+voetknechten deden als heerlijk stoute mannen, en streden vromelijk
+nevens hem. Ook de vijanden weerden zich mannelijk en stout, of zy
+Jonkers waren, en zoo werd er, niettegenstaande het getal volks aan
+beide zijden slechts klein was, kloek en wakker gestreden, want elk
+wilde gaarne het veld behouden. Maar die van <i>Oudewater</i> moesten
+&rsquo;t eindelijk opgeven, en ruimden met een verlies van omstreeks 70
+man aan dooden en gevangenen het veld, terwijl de Montfoorters in
+triomf met de buit binnen hunne stad keerden, &raquo;ende dancten Gode
+ende sinte <span class="smallcaps">Martyn</span>, dat si mit sulker
+eeren ende mit sulcken gewin ontstaen waren.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span></p>
+
+<p>Ook de Burchtgraaf-zelf deed de zaak der ongelukkige en trouwloos
+behandelde <span class="smallcaps">Jacoba</span> van <span class=
+"smallcaps">Beieren</span> zoo menig goede dienst, dat zy hem uit
+erkentelijkheid de toezegging deed tot het verlij met drie
+Heerlijkheden, palende aan het Land van <i>Montfoort</i>, namelijk: <i>
+Linscoten</i>, <i>Hekendorp</i> en <i>Snelrewaerd</i>, die hy later,
+schoon eerst onder <span class="smallcaps">Filips</span> van <span
+class="smallcaps">Borgondi&euml;n</span>, 1440, ook werkelijk bekwam.
+V&oacute;or dien tijd had hy ook bezittingen in <i>Holland</i>
+verkregen: de Heerlijkheid <i>Purmerende</i>, die hy in 1431 van den
+Ridder van <span class="smallcaps">Sijl</span> had gekocht.</p>
+
+<p>Onder hem raakte ook de verhouding van den Leenheer tot den Leenman,
+van den Bisschop van <i>Utrecht</i> tot den Burchtgraaf van <i>
+Montfoort</i>, in eene omgekeerde verhouding van wat zy te voren
+geweest was. De aanleidende oorzaak hiertoe rees uit den strijd om den
+zetel, tusschen <span class="smallcaps">Rudolf</span> van <span class=
+"smallcaps">Diepholt</span> en <span class="smallcaps">Sweder</span>
+van <span class="smallcaps">Culemborch</span>. De Burchtgraaf, by het
+verdrag tusschen Bisschop <span class="smallcaps">Frederic</span> en
+<span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Beieren</span> buiten gesloten, vond zich deswege verongelijkt en
+beleedigd, en dit was wellicht de oorzaak, waarom hy de zijde des door
+den Paus beschermden, maar door &rsquo;t groote meerendeel der
+Stichtenaars gehaten, Bisschops <span class="smallcaps">Sweder</span>
+koos. Hy leende dezen, op zich-zelf onwaardigen, Prelaat de belangrijke
+som van 12000 Hollandsche Wilhelmsschilden<a class="noteref" id=
+"xd0e5424src" href="#xd0e5424">9</a>, en ontfing daarvoor ten jare 1430
+in pandschap de hooge Heerlijkheid van <i>Montfoort</i>, met
+uitdrukkelijke voorwaarden, dat de bepalingen van den ouden zoenbrief,
+die zoo dikwerf aanleiding tot twist en tweespalt hadden gegeven,
+nietig en krachteloos bleven, zoolang de voorgeschoten penningen niet
+werden te rug betaald. Van die aflossing kwam niet, en de Burchtgraven
+konden zich dus voortaan met volle recht betytelen: Heeren van <i>
+Montfoort</i>, wat in onze ooren minder fraai moge klinken, maar
+destijds ongelijk hoogere aanspraken gaf, en veel minder
+afhankelijkheid vooruitstelde.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Montfoort</span> had alzoo door zijne rijkdommen <span class="pagenum">
+[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>verworven, wat zijne
+voorgangers zoo dikwerf te vergeefs door het zwaard hadden getracht te
+vermeesteren. Zijn verdere levensloop was daarom niet gelukkiger, maar
+werd integendeel verbitterd door een leed, dat te feller griefde, omdat
+het de hand van een kind was, die het sloeg.</p>
+
+<p>Uit zijn huwelijk met <span class="smallcaps">Cunigonde</span> van
+<span class="smallcaps">Bronchorst</span> waren hem drie zonen geboren,
+<span class="smallcaps">Henric</span>, <span class="smallcaps">
+Willem</span>, en <span class="smallcaps">Sweder</span>. <span class=
+"smallcaps">Henric</span>, een heethoofdig en onberaden jongeling, had
+eene vurige genegenheid opgevat voor <span class="smallcaps">
+Agnes</span> van <span class="smallcaps">IJsselsteyn</span>, zeer tegen
+den zin zijns vaders, omdat het huwelijksgoed der Jonkvrouwe van zoo
+weinig beteekenis was: hare bezittingen bestonden slechts in twee
+hoeven, de eene boven aan <i>Blocland</i>, de andere in <i>
+Benscoep</i>. Dat was te luttel om hun, nu zy, ondanks de bestaande
+bezwaren, zich toch in den echt verbonden hadden, een inkomen te geven
+naar hunnen stand; en de Burchtgraaf wilde van geene ondersteuning
+zijner zijds iets weten, en schijnt niet vreemd geweest te zijn aan het
+voornemen om zijnen ongehoorzamen zoon te onterven.</p>
+
+<p>De gevolgen waren droevig. Geperst door zijne bekrompene
+omstandigheden, kwam <span class="smallcaps">Henric</span> tot het
+gruwzaam besluit, om zijnen grijzen vader te dwingen. Gants in &rsquo;t
+heimelijk bracht hy zyne aanhangelingen, waaronder voornamelijk de
+verwanten van zekeren <span class="smallcaps">Jan</span> van <i>
+Naerden</i>, poorters van <i>Woerden</i>, worden genoemd, allengs in
+zoo grooten getale op het kasteel, dat hy er eerlang geheel meester
+werd, alle dingen naar zijne hand zettede, en zijn vader
+&raquo;jammerlycken en deerlycken&rdquo; gevangen hield. Zyn broeder
+<span class="smallcaps">Willem</span>, wien dit verdroot, begaf zich,
+daar de Bisschop door verdeeldheid met diens eigene onderdanen
+machteloos was, naar <i>Holland,</i> en klaagde <span class=
+"smallcaps">Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Borgondi&euml;n</span> wat er te <i>Montfoort</i> plaats greep. De
+Hertog begaf zich daarop, in het belang van den ouden Burchtgraaf, dien
+hy in 1439 zijn getrouwen Raad en Kamerling noemt, derwaart, en bracht
+de schandelijke zaak tot een vergelijk, waarby <span class="smallcaps">
+Johan</span> in het bezit zijner goederen hersteld en bevestigd werd,
+onder <span class="pagenum">[<a id="pb85" href=
+"#pb85">85</a>]</span>voorwaarde, dat hy Jonker <span class=
+"smallcaps">Henric</span> noch onterven, noch ook maar een deel van
+diens toekomende goederen vervreemden zou. Leest men echter daarby op
+eene andere plaats: &raquo;deselve Heer <span class="smallcaps">Johan
+Voorsz</span>. sterf daer nae in de gevangenis, Anno 1448, op sanct
+Anthonis dach,&rdquo; dan heeft men zeker niet ongegronde reden om te
+gelooven, dat <span class="smallcaps">Henric</span> in zyn onwaardig
+gedrag is voortgegaan, en, op zijn zachtst gesproken, het gezach over
+&rsquo;t Burchtgraafschap in handen gehouden heeft, zonder zich aan de
+gemaakte bepalingen te storen.</p>
+
+<p>In geen gunstiger licht komt verder ook het karakter van zijn
+broeder <span class="smallcaps">Willem</span> voor. Deze had zich door
+dorperlijke aanslagen te <i>Utrecht</i> zoo gehaat, en te gelijk
+bevreesd, gemaakt, dat de Raad dier stad in 1445 een prijs uitloofde
+van duizend Borgoensche schilden voor die hem dood, van drie duizend
+voor die hem levend in hunne handen stelde; daarby werd der burgerij
+tevens op lijf en goed verboden, om in eenige verstandhouding met hem
+te zijn. De listige staatkunde evenwel van <span class="smallcaps">
+Filips</span> den Goede, die in de toekomst alreeds den opengevallen
+bisschopszetel door zijn bastertzoon <span class="smallcaps">
+David</span> zag bekleeden, sloot zich den <span class="smallcaps">
+Montfoorters</span> aan, en maakte hen, door een verbond van
+onderlingen bystand met hem en de Edelen van <span class="smallcaps">
+Mynden</span>, <span class="smallcaps">Zuylen</span>, <span class=
+"smallcaps">Cronenborch</span> en anderen, waarby zich ook de Stad <i>
+Amersfoort</i> voegde, zoo machtig, dat zy weldra eene geduchte partij
+vormden, en Bisschop <span class="smallcaps">Rudolf</span> de hand
+konden bieden, om hem weder in &rsquo;t bezit zijner met hem in
+oneenigheid geraakte stad te brengen, en op deze wijze zelf invloed op
+de Stichtsche zaken te erlangen. De Utrechtenaars verfoeiden den
+slechten zoon; de Bisschop echter schold hem de schuld jegens zijn kort
+te voren overleden vader kwijt, en onthief hem van den ban, maar deed
+hem toch eene belangrijke boete betalen. <span class="smallcaps">
+Willem</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span> hield, na de
+bevrediging door <span class="smallcaps">Filips</span>, geheel de zijde
+zijns broeders, en beproefde, door zich met eenige speerruiters naby de
+wallen van <i>Utrecht</i> te vertoonen, eene opschudding binnen de Stad
+ten <span class="pagenum">[<a id="pb86" href=
+"#pb86">86</a>]</span>voordeele van <span class="smallcaps">
+Rudolf</span> te verwekken, wat echter door de waakzaamheid van den
+Raad mislukte.</p>
+
+<p>En toch verkreeg de Bisschop reeds het volgende jaar wat hy
+zocht.</p>
+
+<p>Zaturdag voor St. Blasius, 1449, was, volgends jaarlijksche
+gewoonte, het bestuur binnen <i>Utrecht</i> veranderd, en de poorters
+hielden, almede naar oud gebruik, vrolijken avond, met feestmalen en
+drinkgelagen. Wie daar evenwel niet in deelden, waren de aanhangers van
+den Bisschop. Onder bedekking der luidruchtigheid van het feestrumoer,
+waarby de zorgvuldigheid der wacht veronachtzaamd werd, brachten zy
+eenige moddervletten in de buitengracht, tusschen de Wittevrouwenpoort
+en den Plompentoren, wel wetende wat de Bisschop, dien zy in &rsquo;t
+heimelijk verwachtten, daarmede zou aanvangen. De nacht kwam&mdash;en,
+in hare duisternis verborgen, ook Bisschop <span class="smallcaps">
+Rudolf</span>. Met hem waren zijn neef Proost <span class="smallcaps">
+Coenraad</span> van <span class="smallcaps">Diepholt</span>, de
+Domproost <span class="smallcaps">Sweder</span> van <span class=
+"smallcaps">Culemborch</span>, Burchtgraaf <span class="smallcaps">
+Henric</span>, en andere Edelen en Geestelijken, benevens eene bende
+krijgsvolk. Allen naderden in de grootste stilte. Een deel der krijgers
+stak in de vaartuigen de gracht over, en drong door eene ijlings in den
+muur gegravene opening de stad binnen, brak daarop de Wittevrouwenpoort
+open, en gaf den Bisschop met diens volgers den toegang. De
+Utrechtenaars, door &rsquo;t gerucht en de kreten thands gewekt,
+klepten de noodklok, liepen ondanks het nachtelijk donker te wapen, en
+verzetteden zich met kracht. Een onstuimig gevecht greep plaats in de
+Schoutensteeg; en, waren de Amersfoorters die van <i>Utrecht</i> niet
+in den rug gevallen&mdash;de Bisschoppelijken hadden de stad
+waarschijnlijk niet behouden. <span class="smallcaps">Rudolf</span>
+behaalde de overwinning, maar werd zwaar aan het been gekwetst, zoodat
+hy sints altoos mank ging. Ook de Burchtgraaf bekwam eene kwetsuur, die
+echter niet van belang schijnt geweest te zijn, en niet in aanmerking
+kwam by de voordeelen, die uit zijne verzoening met den Bisschop
+voortvloeiden, en <span class="pagenum">[<a id="pb87" href=
+"#pb87">87</a>]</span>waarin natuurlijk zijn broeder <span class=
+"smallcaps">Willem</span> deelde, wiens banvonnis door den Stedelijken
+Raad terstond herroepen werd.</p>
+
+<p>Na den dood van Bisschop <span class="smallcaps">Rudolf</span>
+schijnen de broeders minder eenstemmig geweest te zijn: Heer <span
+class="smallcaps">Willem</span> wordt gevonden op de lijst dergenen,
+wien, als tegenstanders van Bisschop <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> van <span class="smallcaps">Brederode</span>, in 1456
+by klokkeslag de stad werd ontzegd; terwijl de Burchtgraaf in dat
+zelfde jaar voorkomt onder de Edelen, die zich, hoewel vruchteloos, met
+<span class="smallcaps">Reynout</span> van <span class="smallcaps">
+Brederode</span> en <span class="smallcaps">Johan</span> van <span
+class="smallcaps">Cleve</span> naar <i>Leyden</i> begaven, om Hertog
+<span class="smallcaps">Filips</span> met den Bisschop en diens stad te
+bevredigen.</p>
+
+<p>Twee jaar later, 1458, overleed <span class="smallcaps">
+Henric</span>, en werd opgevolgd door zijn zoon <span class=
+"smallcaps">Johan</span> den Tweede, bekend onder den naam van <span
+class="smallcaps">Johan</span> de Rijke, thands Heer van <i>
+Montfoort</i>, <i>Lynschoten</i> en <i>Purmerende</i>, en, door zijn
+huwelijk met <span class="smallcaps">Willemyne</span>, Erfdochter van
+<span class="smallcaps">Naeltwyc</span>, na 1496 tevens Heer van <i>
+Naeltwyc</i>, <i>Cappelle</i> en <i>Wateringhe</i>, en Erfmaarschalk
+van <i>Holland</i>. Het verlij met <i>Montfoort</i>, dat in 1461 plaats
+vond, geschiedde weer geheel en al op de oude voorwaarden, volgends
+&raquo;alle punten ende articulen, die inder zoenen, die tusschen den
+eerwaerdigen in Goide Heren <span class="smallcaps">Florens</span> van
+<span class="smallcaps">Wevelkoven</span>, Bisscop <span class="corr"
+id="xd0e5682" title="Bron: to">te</span> <i>Utrecht</i> an die een
+zyde, ende Heeren <span class="smallcaps">Henrick</span> Borchgrave tot
+<i>Montfoirde</i> an die ander zyde, gededingt was, begrepen
+syn.&rdquo; Intusschen was hier het hoogheerlijkheidsrecht <span class=
+"letterspaced">niet</span> onder begrepen, en bleef de Burchtgraaf
+altijd een der machtigste vasallen van het Bisdom, en van grooten
+invloed op den loop der Stichtsche zaken. Aanvankelijk liet hy zich
+daar echter niet veel me&ecirc; in, en onttrok zich zelfs eenigen tijd
+geheel en al aan zijn vaderland, door een tocht naar het Heilige Land,
+van waar hy in 1469 te rug keerde. De oversten der gilden te <i>
+Utrecht</i> gaven hem toen, met goedkeuring der Magistraat, een bewijs
+van hunne vreugde over zijn behouden wederkomst, door hem een maaltijd
+aan te bieden, die door den Domproost, door Heer <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Renesse</span>, en
+andere voorname leden van Adel en Geestelijkheid, benevens
+onderscheidene leden van den ouden en nieuwen Raad der stad werd
+bygewoond, <span class="pagenum">[<a id="pb88" href=
+"#pb88">88</a>]</span>en waarvan de onkosten aan spijzen, gebakken,
+confituren, geleien, en wijn, eene som van 10 rijnsguldens
+(&fnof;&nbsp;13.) en 14 stuivers beliepen.</p>
+
+<p>Bisschop <span class="smallcaps">David</span> van <span class=
+"smallcaps">Borgondi&euml;n</span>, die niet zeer by zijne poorters
+gezien was, mag uit hunne goede gezindheid jegens den Burchtgrave wel
+eenige achterdocht geraapt hebben<a class="noteref" id="xd0e5716src"
+href="#xd0e5716">10</a>; hy vond ten minste goed om hem naauwer aan
+zich te verbinden, en ontfing van hem eene verzekering van trouwe als
+vasal en onderdaan, by gezegelden brieve van 1474. <span class=
+"smallcaps">Johan</span> gaf die verklaring toenmaals misschien gants
+in oprechtheid en ter goeder trouwe; maar de Bisschop had wijzer
+gehandeld, wanneer hy, in plaats van zich op dergelijke verbindtenissen
+met zijne Edelen te steunen, zijne onderzaten in &rsquo;t algemeen
+minder van zich verwijderd, en zijn Borgondische willekeur meer
+ingetoomd had; hy deed dit evenwel niet&mdash;en het gevolg daarvan was
+eene openbare breuke met zijne stad <i>Utrecht</i>, die in 1477 den
+Burchtgraaf tot haren Hoofdman verkoos. <span class="smallcaps">
+Johan</span> was voorzichtig genoeg, om zich niet terstond binnen <i>
+Utrecht</i> te vestigen, maar liet zich eindelijk overhalen, en was er
+toen ook ten eenenmale meester, zoodat de Raad niets ondernam dan met
+zijn voorkennis en medeweten, hetgeen zelfs op de zaak der Hoekschen in
+<i>Holland</i>, die hy ten sterkste toegedaan was, gunstig inwerkte.
+Toen <span class="smallcaps">Reynier</span> van <span class=
+"smallcaps">Broechusen</span> in 1481 de stad <i>Leyden</i> voor die
+partij niet langer behouden kon, maar heimelijk in de nacht vertrok,
+spoedde hy zich over <i>Woerden</i> naar <i>Montfoort</i>, wel wetende
+daar eene goede ontfangst te zullen vinden. Hy bedroog zich niet,
+hoewel de Burchtgraaf afwezig was, en de trouw der Montfoorters
+terstond op eene zware proef werd gesteld. De Aartshertog <span class=
+"smallcaps">Maximiliaan</span> van <span class="smallcaps">
+Oostenrijk</span> zette hem, met ongeveer 600 krijgsknechten, byna op
+den voet na, kwam voor de stad, eischte vrijen ingang, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89">89</a>]</span>en daarby de
+uitlevering van Heer <span class="smallcaps">Reynier</span> met diens
+manschap. Hy ontfing nogtans een ander andwoord dan hy verwacht had:
+die van <i>Montfoort</i> stelden zich te weer, en deden hunne
+donderbussen en serpentynen dapper op de Hollandsche benden spelen,
+zoodat <span class="smallcaps">Maximiliaan</span> zelf byna door een
+serpentijnkogel gekwetst werd. Vertoornd trok hy daarop, schoon
+&rsquo;t Palmzondag was, te rug, maar niet zonder op dien keertocht
+eenige dorpen en gebouwen, tot de eigendommen van <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span> behoorende, aan de vlammen te hebben
+opgeofferd. Ook was hy naauwelijks weder in den <i>Hage</i>, of hy
+vaardigde tegen <span class="smallcaps">Broechusen</span>, <span class=
+"smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">Nyevelt</span> en
+anderen, waaronder ook <span class="smallcaps">Johan</span> behoorde,
+een banvonnis uit, daarby hunne goederen, voor zoo ver zy onder zijn
+gebied lagen, verbeurd verklarende. Den Burchtgraaf kwam dit op het
+verlies zijner Heerlijkheid <i>Purmerende</i> te staan, met wier
+inwoners hy trouwens reeds sedert 1470 op onaangenamen voet stond.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Maximiliaans</span> maatregelen van ontzeg
+en in beslagneming strekten zich ook over de Stichtenaars uit, die zich
+thands ernstig ongerust maakten, en den Bisschop gezanten zonden, om
+diens voorspraak by den Aartshertog af te bidden. <span class=
+"smallcaps">David</span> stelde ter voorwaarde de uitdrijving van den
+Burchtgraaf, &rsquo;tgeen den Raad in groote ongelegenheid en tweespalt
+bracht, en ten gevolge had dat <span class="smallcaps">Johan</span>,
+die in den laatsten tijd steeds van een twintigtal lijftrawanten
+omringd was, allen verzamelde die hem getrouw waren, met hen en zijn
+neef <span class="smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">
+Zuylen van Nyevelt</span> voor het stadhuis trok, waar hy de stads
+banier plantte, en de poorters op het kleppen der buurkerkklok te wapen
+deed snellen. Terstond openbaarden zich twee partijen; het kwam tot
+handdadigheid; het staal besliste&mdash;de Burchtgraaf verdreef zijn
+tegenstanders, en werd volstrekt meester van de stad.</p>
+
+<p>Thands was de oorlog zoo goed als verklaard. De Bisschop trok, half
+genoodzaakt, de zijde van <span class="smallcaps">Maximiliaan</span>,
+stelde <span class="smallcaps">Frederyc</span> van <span class=
+"smallcaps">Egmond van IJsselsteyn</span>, die zich met 200 man tot hem
+begeven had, als Legeroverste aan, ontfing uit <i>Holland</i>, behalven
+<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span>400
+wapenknechten onder <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Cats</span> en <span class="smallcaps">Jacob</span> van
+<span class="smallcaps">Boshuzen</span>, den bekenden Ridder <span
+class="smallcaps">Petit Salisart</span>, met 34 Biscaysche
+boogschutters, en deed al het mogelijke, om zijnen ongehoorzamen
+onderdanen afbreuk te doen en hen te verzwakken. Onderhandelingen, door
+deze laatsten met den Aartshertog aangeknoopt, leidden zoo weinig tot
+bevrediging, dat een Hollandsch heir van ruim 8000 man, onder
+opperbevel van den Stadhouder <span class="smallcaps">La Layng</span>,
+in October 1481 het Sticht binnentrok, en den 10<sup>en</sup> dier
+maand het beleg sloeg voor het blokhuis te <i>Vreeswijc</i> aan de
+vaart, dat op des Burchtgraven last gesticht was. Zoodra die van <i>
+Utrecht</i> de noodvuren der belegerden hadden bespeurd, deed de
+Burchtgraaf terstond de reizige-ruiters<a class="noteref" id=
+"xd0e5861src" href="#xd0e5861">11</a> en voetknechten uit <i>
+Montfoort</i> en <i>Amersfoort</i> lichten, voegde daar soudenieren en
+poorters by, en trok, met zijn oom <span class="smallcaps">
+Sweder</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>, <span
+class="smallcaps">Henric</span> van <span class="smallcaps">Zuylen van
+Nyevelt</span>, <span class="smallcaps">Dirc</span> van <span class=
+"smallcaps">Zuylen van der Haer</span>, <span class="smallcaps">
+Vincent</span> van <span class="smallcaps">Swanenburch</span>, en <span
+class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Wachtendonck</span>, aan het hoofd van 3500 man den belegeraars tegen.
+Nadat het leger by <i>Engelenburch</i> was gerangschikt, werden <span
+class="smallcaps">Vincent</span>, <span class="smallcaps">
+Willem</span>, en <span class="smallcaps">Dirc</span> (<span class=
+"smallcaps">Henric</span> weigerde die eer) Ridder geslagen, en trok
+men de vijanden stout en welgemoed tegen. Deze meenden aanvankelijk dat
+het de Bisschop met zijne afgesprokene versterking was, maar zagen
+weldra hunne misvatting in, en stelden zich haastig te weer. Eene
+achterwaartsche beweging hunner eigene reizige-ruiters by den eersten
+aanval reeds als wijken aanziende, werden zy echter door een
+plotselijke schrik bevangen, en sloegen ijlings in de grootste
+verwarring op de vlucht. Op de wegen naar <i>Schoonhoven</i>, <i>
+Oudewater</i>, <i>Woerden</i>, en <i>IJsselsteyn</i>, stoven de
+vliedenden voort, en wierpen hunne wapenen van zich; velen vloden de
+uiterwaarden op, en verdronken in de <i>Leck</i>; de krijgshoofden, wie
+bidden noch dreigen om hen tot staan te brengen hielp, werden
+medegesleept. Van tien ure des morgens tot in het duister van den laten
+avond zettenden <span class="pagenum">[<a id="pb91" href=
+"#pb91">91</a>]</span><span class="smallcaps">Montfoort</span> en de
+zijnen hen na, en bekwamen een belangrijke buit aan wapenen,
+krijgsvoorraad, geld, en gevangenen. Met een honderdtal dezer laatsten,
+en de veroverde vanen van <i>Dordrecht</i>, <i>Delft</i>, <i>
+Rotterdam</i>, en <i>Heusden</i>, trokken zy in triomf hunne stad weder
+binnen. Des Burchtgraven gezach was er merkelijk door gestevigd, hoewel
+de bedaarden zich door dezen aanvankelijken voorspoed niet lieten
+misleiden, maar zeer goed inzagen, dat drie Utrechtsche steden niet
+tegen de Nederlandsche Hertogdommen en Graafschappen, de Burchtgraaf
+van <i>Montfoort</i> niet tegen den Aartshertog van <i>Oostenrijk</i>,
+op den duur bestand waren. De inmiddels nog hangende onderhandelingen
+over den vrede werden thands door de stoutere eischen der Utrechtenaren
+afgebroken; want de Burchtgraaf, zegt men, verklaarde: dat hy liever de
+velden verwoest, en de ploegschaar door de grondvesten der stad zou
+zien gaan,&mdash;dat hy en zijne aanhangers liever den nood van honger,
+pest, en andere kwalen wilden ondergaan, ja lijden dat alle poorters
+met hen werden verdelgd, dan d&aacute;arin toe te geven, dat <i>
+Utrecht</i> ongeschonden onder de heerschappij van Bisschop <span
+class="smallcaps">David</span> zou te rug komen.</p>
+
+<p>Een listige aanslag tegen <i>Naerden</i>, 8 Dec. 1481, met goed
+gevolg bekroond, maar door toeval zonder ondersteuning gebleven, werkte
+meer kwaads dan goeds, daar de Hollanders terstond daarop de plaats
+bezet hielden, en van daar uit herhaalde strooptochten deden. Ook hielp
+het <i>Eemnes</i> weinig, of een honderdtal Stichtsche krijgers het
+kwam versterken:&mdash;de bloeiende plaats werd door het Hollandsch
+leger ingenomen en zoo deerlijk verwoest, dat zy zich nooit weder heeft
+kunnen herstellen. Evenmin baatte het <i>Baern</i> en <i>Soest</i>, dat
+hunne inwoners beroemd waren om heldenmoed zoowel als om bekwaamheid in
+het voeren van den boog:&mdash;beide dorpen werden overvallen, en de
+gloed hunner vlammen lichtte tot op den Amersfoortschen berg, vanwaar
+<span class="smallcaps">Engelbert</span> van <span class="smallcaps">
+Cleve</span> ze aanschouwde, juist toen hy naar <i>Utrecht</i> trok om
+het hem aangeboden ruwaardschap over het Sticht te aanvaarden. Tot die
+aanbieding was men overgegaan <span class="pagenum">[<a id="pb92" href=
+"#pb92">92</a>]</span>op raad van den Burchtgraaf, die de
+noodzakelijkheid van een machtigen bondgenoot al te wel inzag, sedert
+hy zich overtuigd hield, dat de vrede met <span class="smallcaps">
+Maximiliaan</span> zonder herstelling van den Bisschop onmooglijk werd.
+<span class="smallcaps">Engelbert</span>-zelf was slechts negentien
+jaar, zijn broeder, Hertog <span class="smallcaps">Jan</span>, een
+machtig Heer.&mdash;Waarlijk! de vroede, maar al te heerschzuchtige
+Burchtgraaf had geen beter bondgenoot kunnen kiezen.</p>
+
+<p>De Stichtsche zaken werden er evenwel niet gunstiger door. Die van
+<i>Utrecht</i>, by een uitval in eene hinderlaag gelokt, verloren 150
+dooden en 100 gevangenen<a class="noteref" id="xd0e5997src" href=
+"#xd0e5997">12</a>. Dat gaf eene droevige verslagenheid binnen de stad,
+waar de lagere klasse alreeds gebrek, de kleine burger behoefte begon
+te lijden, en de meer-gegoeden en rijken de toekomst be&auml;ngst
+gingen inzien. <span class="smallcaps">Montfoort</span> ging
+onwankelbaar zijn weg: hy versterkte de wallen, deed scherpe wacht
+houden, en de landstreek rondom onder water zetten. Den 15<sup>en</sup>
+Januari 1482 verscheen de Stadhouder van <i>Holland</i> met zijn leger
+naby <i>Utrecht</i>, maar trok, na eene vruchtelooze opeisching, drie
+dagen later weder te rug. Twee maanden verder, 18 Maart, deed de
+Burchtgraaf, door <span class="smallcaps">Vincent</span> van <span
+class="smallcaps">Swanenburch</span>, <i>Vianen</i> innemen en
+bezetten; maar den Raad der Bisschopsstad was dit weinig naar den zin,
+en hare burgers droegen er eerder meer dan minder oorlogskosten om:
+beiden morden in stilte, en de wolken, die boven de kim van <span
+class="smallcaps">Montfoorts</span> gezach oprezen, werden hoe langer
+hoe zwarter en dreigender. Een mislukte toeleg op <i>Dordrecht</i>, in
+April, beterde daar niet aan. De Burchtgraaf meende zelfs op het spoor
+eener samenzwering te zijn, deed eenige burgers de stad ruimen, en
+haalde er verscheidene vroegere ballingen weder in; een burger, die
+kwalijk van hem gesproken had, werd openlijk onthalsd. In kleine,
+afmattende strooptochten en schermutselingen (by een van welke <span
+class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Schaffelaer</span> die grootheid van ziel toonde, die <span class=
+"pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>wy nog met eerbied
+bewonderen) ging de oorlog steeds voort, meestal met verlies aan de
+zijde der Stichtschen. Eindelijk meende men dat de tijd voor groote
+handelingen aangebroken was: de Cleefsche hulpbenden zouden weldra
+opdagen, en in afwachting daarvan, om tot eene bestorming over te gaan,
+sloeg de Burchtgraaf het beleg voor de stad <i>IJsselsteyn</i>. Maar
+zelfs hierin maakten onvoorziene omstandigheden zijne kloeke
+maatregelen weer te schande: toen de Cleefschen nu ook werkelijk waren
+aangekomen, verklaarden zy gezonden te zijn om te stroopen, niet om
+steden te bestormen, en weigerden volstandig alle me&ecirc;werking. Hy
+moest dus met bittere teleurstelling weder aftrekken, daar zijne eigene
+manschap te weinig in getal was. Beter integendeel dan deze onderneming
+slaagde die der Hollanders, in de maand September, op het blokhuis <i>
+Gildenburch</i> aan de vaart: de tijding van de overmeestering en
+volkomen vernieling dezer sterkte baarde te <i>Utrecht</i> weder nieuwe
+angst en bekommering.</p>
+
+<p>De roem van des Burchtgraven persoonlijke dapperheid leed toch
+volstrekt niet onder de gedurige mislukking zijner kloekberaamde, maar
+door anderen slecht uitgevoerde of ondersteunde plannen. De koene
+Ridder <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span><a class="noteref" id="xd0e6051src" href=
+"#xd0e6051">13</a>, wiens gebrek aan den voet door eene dubbele mate
+van kracht in de borst meer dan opgewogen werd, voelde begeerte om zich
+met den Montfoorter, man tegen man, in het strijdperk te meten. Hy zond
+hem daarom eene uitdaging tot een ridderlijken tweekamp; de overwinnaar
+zou van den overwonnene een losgeld van 1000 kroonen erlangen. De
+Burchtgraaf liet zich echter niet overhalen. Misschien achtte hy het
+ongeraden, om het vertrouwen op zijne dapperheid aan den onzekeren
+uitslag van zulk een strijd prijs te geven, vooral in een tijd, waarop
+hy het getal zijner aanhangelingen met den dag verminderen zag. Zelfs
+<span class="smallcaps">Engelbrechts</span> gezindheid te hemwaart nam
+af, blijkends diens goedkeuring op de verkiezing van <span class=
+"smallcaps">Aernt Ram</span> tot Schout en Schepen-Burgemeester der
+<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94">94</a>]</span>stad, 12
+Nov. 1482, in de plaats van den overleden <span class="smallcaps">Jan
+de Coningh</span>:&mdash;<span class="smallcaps">Rams</span>
+goed-hoekschgezindheid was niet buiten verdenking.</p>
+
+<p>De volkomen nederlaag deed zich niet lang wachten. Op den
+4<sup>en</sup> April van het volgende jaar, terwijl de Ruwaard zich te
+<i>Amersfoort</i> bevond, brak er eene omwenteling uit, die Bisschop
+<span class="smallcaps">David</span> in de stad, en <span class=
+"smallcaps">Johan</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span>
+met eenigen der zijnen in de gevangenis bracht. Gelukkig voor den
+Burchtgraaf was <span class="smallcaps">Henric</span> van <span class=
+"smallcaps">Zuylen van Nyevelt</span> nog in vrijheid. Deze wakkere
+bondgenoot (dien de kronijk &raquo;een cloeck, stout, vroom man&rdquo;
+noemt) verzamelde met den Ruwaard en <span class="smallcaps">Gijsbrecht
+Baes</span> een deel gewapenden, overviel de stad op Hemelvaartsdag, en
+verloor er wel het leven, maar sprak nog stervende zijnen volgers zoo
+vurigen moed in, dat zy werkelijk boven des Borgondi&euml;rs aanhang
+meester bleven. De Bisschop, in &rsquo;t onzekere over den afloop, had
+intusschen den Burchtgraaf voor zich doen brengen, en was met dezen
+overeen gekomen, dat de een des anderen lijf zou schutten, <span class=
+"letterspaced">wiens</span> partij ook overwon. De Burchtgraaf hield
+woord: hy beschermde het leven van den Kerkvoogd, die naar <i>
+Amersfoort</i> gevoerd en aldaar gevangen gehouden werd.</p>
+
+<p>Nu begreep men in <i>Holland</i> om tot afdoende maatregelen over te
+moeten gaan&mdash;en de stad <i>Utrecht</i> zag zich weldra door eene
+sterke belegering onder <span class="smallcaps">Maximiliaan</span>
+geheel ingesloten. Vergeefs waren alle onderhandelingen, en de
+Aartshertog was eindelijk oneerlijk genoeg, om de afgezonden
+onderhandelaars, <span class="smallcaps">Engelbrecht</span> van <span
+class="smallcaps">Cleve</span> en Burgemeester <span class="smallcaps">
+Gerrit Soudenbalch</span>, gevangen te houden. De Burchtgraaf, die met
+hen was, ontkwam by geluk. Door een heimelijken vriend gewaarschuwd,
+nam hy den schijn aan als of hy, ter uitbreiding van hunnen lastbrief,
+spoedig naar de stad moest gaan, en terstond te rug zou keeren; zoodra
+hy echter in &rsquo;t zaal zat gaf hy zijn ros de spooren, en rende
+heen in volle vaart. Dat mag achterdocht verwekt hebben: eenige
+reizige-ruiters zetteden hem terstond na, en waren hem dicht op den
+voet, toen hy gelukkig naby de boomgaarden was, van &rsquo;t paard
+sprong, <span class="pagenum">[<a id="pb95" href=
+"#pb95">95</a>]</span>en dwars door &rsquo;t geboomte, over slooten en
+greppels, langs bypaden en heimelijke wegen voortsnellende, behouden de
+poort bereikte. Zondag daarop werd de stad heftig bestormd door de
+Hollandsche benden, maar de Burchtgraaf sloeg ze wakker af. By eene
+volgende bestorming werd de voorstad <i>de Waard</i> verloren, waar de
+vijanden zich nestelden, en vooral geschut plaatsten. Op het einde neep
+het gebrek in de stad gevoelig; men kwam tot een verdrag, en op den
+6<sup>en</sup> September 1483 trok <span class="smallcaps">
+Maximiliaan</span> als overwinnaar, door eene gemaakte bres in de
+wallen, <i>Utrecht</i> binnen. De tot overmoed aangegroeide
+heldhaftigheid van <span class="smallcaps">Johan</span> van <span
+class="smallcaps">Montfoort</span> had niet geholpen: in genade
+aangenomen, vertrok hy naar zijne eigene stad, maar peinzende hoe hy
+den Cabiljaauwschen toch verder afbreuk zou doen.</p>
+
+<p>De gelegenheid daartoe kwam.</p>
+
+<p>Een klein uur zuidwaart van <i>Montfoort</i> hief steeds het zware
+kasteel van <i>Woerden</i> de grijze spitsen boven het geboomte. De
+Burchtgraaf vernam, dat de Hollandsche Slotvoogd <span class=
+"smallcaps">Aernout</span>, bastaart van <span class="smallcaps">
+Ysselsteyn</span>, een schraapziek Ridder was, die, bouwende op de
+sterkte der burcht, de door hem genotene inkomsten niet, gelijk het
+zijn moest, ten deele tot het uitrusten en in standhouden eener goede
+bezetting besteedde, maar ze geheel voor zich-zelven behield, zoodat er
+slechts &eacute;en man de nachtwake deed en ieder uur &eacute;enmaal de
+wallen rond ging, om onraad of kwaden aanslag te verspieden. Toen was
+zijn plan gemaakt.</p>
+
+<p>De lange nacht na den tweeden Kersdag, 1488, hing met hare doodsche
+stilte op het kasteel van <i>Woerden</i>, toen Heer <span class=
+"smallcaps">Aernout</span> door wapenklank en staalgekletter werd
+gewekt. En eer hy nog zijne echtgenote opmerkzaam kon maken, ging de
+deur van het slaapvertrek open, vertoonden zich de Burchtgraaf met
+diens oom <span class="smallcaps">Sweder</span> en eenige andere
+Hoeksche Edelen, in volle harnas en met getrokken zwaard, voor den
+ontstelden Kastelein, en verklaarden hem hun gevangene. &rsquo;s
+Morgens zagen de omwoners van het kasteel met verwondering en schrik,
+dat er niet meer de liebaart van <span class="smallcaps">
+Holland</span>, maar de banier van <span class="smallcaps">
+Montfoort</span> <span class="pagenum">[<a id="pb96" href=
+"#pb96">96</a>]</span>in de koude Decemberlucht wapperde. Zoo
+onverwacht en ijlings was de burcht in de nacht beklommen en
+overmeesterd geworden.</p>
+
+<p>De Burchtgraaf zorgde beter voor eene goede bezetting, en hield er
+zich dikwijls op, zendende zijne gewapende knechten tegen de
+Hollandsche dorpen uit. &raquo;Ende dair geschieden veel rovingen,
+branden ende brantscattingen ende andere dingen, alsmen in zulken
+feiten van orlogen plach te gebruiken: van scepen ende scuiten, die na
+der <i>Goude</i> ende <i>Utrecht</i> voeren te beroven ende te
+bescadigen. Ende alle dye dorpen, ghelegen tusschen <i>Leyden</i>, <i>
+Hairlem</i>, ende <i>Amstelredamme</i> mosten allegader meest
+brantscattyngen gheven: dair hy alten groten swaren goet of
+creech.&rdquo;</p>
+
+<p>Een aanslag op <i>Leyden</i>, met den uit <i>Rotterdam</i>
+afgezonden Heer van <i>Naeltwijc</i> beraamd, mislukte, even als later
+een op <i>Naerden</i>. Maar in dien tusschentijd overmeesterde de
+Burchtgraaf het blokhuis by <i>Woerden</i>, en verwoestten zijne
+krijgslieden, op een helderen Oktoberdag in het natte najaar van 1489,
+het versterkte <i>Bodegraven</i>. Kort daarna overvielen zy <i>
+Stolwijc</i>, en legden het mede in de asch; ja zy trokken door de
+veenen tot <i>Nyeberch</i>, en plunderden het, niettegenstaande de
+dorpelingen aan den Burchtgraaf brandschatting betaalden.</p>
+
+<p>De klachten, over dezen onophoudelijken moedwil gerezen, deden
+eindelijk den Stadhouder-Generaal, Hertog <span class="smallcaps">
+Aelbrecht</span> van <span class="smallcaps">Saxen</span>, gehoor geven
+aan het verlangen van Edelen en steden, om <i>Montfoort</i>, het
+brandpunt dezer verzengende stralen, te belegeren. In het laatst van
+Mei, 1490, kwam hy met vele Ridderen, Heeren, en knechten, in &rsquo;t
+geheel een groote macht volks, en sloeg zich om de stad en het kasteel
+neder. Terstond werden de donderbussen en andere schietwerktuigen
+opgericht, en weldra dreunde de grond onophoudelijk van den donder des
+geschuts niet alleen, maar ook van de vallende steenklompen van muren,
+poorten, en torens: het geschut werd goed bestierd, en richtte geduchte
+verwoestingen aan. In &rsquo;t begin van Juli werd tot den storm
+besloten, en de Henegouwsche knechten deden den eersten <span class=
+"pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>aanval; maar daar zy
+door de Duitsche benden niet behoorlijk werden ondersteund, en de
+wakkere Montfoorters zich hunnen Burchtgraaf waardig toonden en hen
+vromelijk te lijf gingen, werden zy met verlies te rug geslagen. De
+Hertog liet zich echter door eene eerste mislukking niet ontmoedigen.
+Nog in het laatst der zelfde maand gelastte hy eenen tweeden
+storm&mdash;maar die niet beter afliep: de brug, door de bestormers met
+groote moeite over de gracht gelegd, begaf hun en zonk; daar ontstond
+groote verwarring; zy werden nogmaals afgeslagen, en verloren een groot
+aantal gekwetsten en dooden. Onder de laatsten telde men den Grave van
+<span class="smallcaps">&rsquo;Tsoorle</span>, wiens broeders reeds in
+den Utrechtschen oorlog waren gevallen.</p>
+
+<p>De moed van den Burchtgrave en der zijnen werd door den gelukkigen
+uitslag van hunnen weerstand niet weinig gestijfd. Herhaaldelijk deden
+zy onverwachte uitvallen in het Hollandsche heir, sloegen er menigen
+vijand neder, en keerden gemeenlijk met buit en gevangenen te rug.
+Zeker, de Hertog mocht al de overtuiging hebben, dat stad en burcht,
+steeds ingesloten door een macht als de zijne, eenmaal zouden <span
+class="letterspaced">moeten</span> overgaan&mdash;maar hoe lang zouden
+zy &rsquo;t nog volhouden, aangevoerd en aangevuurd door een stouten
+bevelhebber als <span class="smallcaps">Johan</span> van <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span>? Eene dergelijke overweging mag wel hebben
+bygedragen tot het leenen van een gunstig oor, toen in Augustus de
+Graven van <i>Nassau</i> en van <i>Chimay</i> in <i>Holland</i> kwamen,
+en den Hertoge woorden van bevrediging toespraken, ten einde
+&raquo;dese twist, schade, hinder ende grote verderflijcke oncosten
+ende dye grote bloedstortinghe te beletten.&rdquo;</p>
+
+<p>En werkelijk kwam het nu spoedig tot eenen zoen, nadat de belegering
+byna vier maanden geduurd had. De beide strijdende partijen werden
+vereenigd, maar <span class="letterspaced">hoe</span> of op <span
+class="letterspaced">wat wijze</span>, zegt de kronijkschrijver, dat is
+onder de Heeren geheim gebleven, en het algemeen is er onkondig van
+geweest; alleen weet men, dat de Burchtgraaf beloofde geen Hollandsche
+ballingen <span class="pagenum">[<a id="pb98" href=
+"#pb98">98</a>]</span>op zijn burcht meer te herbergen. Voor &rsquo;t
+overige deed hy hulde en manschap aan <span class="smallcaps">
+Maximiliaan</span> en diens zoon, en leverde het kasteel van <i>
+Woerden</i> te rug in handen des Hertogs, die het terstond van een
+waakzamer Kastelein en behoorlijke bezetting voorzag.</p>
+
+<p>Nu haalde <i>Holland</i> weder ruim adem: de belemmering van wegen
+en vaarten werd opgeheven, zoodat men overal weder vrij en veilig
+reizen en trekken kon.</p>
+
+<p>Ongestoord en rustig bleef de rijke Burchtgraaf thands in het bezit
+zijner goederen. Dat er echter geheime vijanden waren, die hem dit
+misgunden, mag worden opgemaakt uit een vreemd voorval van eenige jaren
+later, waarby men moeielijk alleen aan al te koene vrijbuiters denken
+kan.</p>
+
+<p>Het was in 1495, kort na den 14<sup>en</sup> Juli, waarop er zulk
+een ontzettend onweder gewoed had. De nacht was gedaald, en mag wel
+niet zeer helder geweest zijn, toen eenige mannen, aan de gracht van
+het kasteel te <i>Montfoort</i> genaderd, er eene schouw te water
+brachten, kennelijk met het doel om de wallen te beklimmen. Maar het
+was hier niet, zoo als te <i>Woerden</i>: De naauwlettende wacht werd
+opmerkzaam, en in een oogenblik was de gantsche bezetting op de been.
+Haastig namen de vijanden de vlucht, en wie of wat zy geweest zijn, is
+altoos een raadsel gebleven.</p>
+
+<p>Bisschop <span class="smallcaps">Davids</span> opvolger, <span
+class="smallcaps">Frederic</span> van <span class="smallcaps">
+Baden</span>, in 1499, kort na het ten onder brengen van de Heeren van
+<span class="smallcaps">Wisch</span>, met den Hertog van <i>Cleve</i>
+in oorlog geraakt, behoefde herhaaldelijk geld, dat hy wel voor een
+groot deel, maar toch niet geheel en al, by zijne getrouwe steden van
+het Bovensticht vinden kon. Hy wendde zich daarom ook tot Burchtgraaf
+<span class="smallcaps">Johan</span>, die hem met vier duizend gouden
+rijnsguldens bystond, en daarvoor het recht der hooge heerlijkheid
+weder in pand ontfing voor zich en zijn geslacht, tot zoolang de
+pandsom weder te rug betaald zou zijn. De oirconde daarvan werd den
+21<sup>en</sup> Augustus 1499 bezegeld, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb99" href="#pb99">99</a>]</span>en op Sint-Andries<a class="noteref"
+id="xd0e6313src" href="#xd0e6313">14</a> daarna beloofde de Bisschop,
+by open brieve, dat hy-voor-zich het pand nimmer zou doen lossen.</p>
+
+<p>De Burchtgraaf maakte zich ook nog in zijn ouderdom by den Bisschop
+verdienstelijk, want het was vooral aan zijne onverpoosde
+bemoei&iuml;ngen te danken, dat de vrede tusschen <i>Utrecht</i> en <i>
+Holland</i> in het voordeel van den Prelaat tot stand kwam, en in het
+laatst van Juli, 1511, met de Landvoogdes <span class="smallcaps">
+Margareta</span> van <span class="smallcaps">Oostenrijk</span> gesloten
+werd. Verder vindt men niets byzonders meer van hem opgeteekend. De
+juiste datum van zijn overlijden schijnt niet bekend te zijn; hy leefde
+nog in 1512, maar zijne echtgenote was hem reeds in 1506 door den dood
+ontvallen.</p>
+
+<p>Hun zoon <span class="smallcaps">Joost</span> van <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span>, gehuwd met <span class="smallcaps">
+Anna</span> van <span class="smallcaps">La-Layng</span>, volgde hem op,
+en werd in 1530 door Keizer <span class="smallcaps">Karel</span> den
+Vijfde in alle voorrechten bevestigd, hoewel het Hoogheerlijk recht,
+waarop de Burchtgraven zoo grooten prijs stelden, merkelijk was
+besnoeid door het sedert eenigen tijd te <i>Utrecht</i> gevestigde
+provinciaal Gerechtshof. Heer <span class="smallcaps">Joost</span>
+overleed reeds in 1539, terwijl zijne kinderen <span class="smallcaps">
+Johan</span> en <span class="smallcaps">Filippa</span> nog minderjarig
+waren, weshalven Vrouwe <span class="smallcaps">Anna</span> ten hunnen
+behoeve het Burchtgraafschap bestuurde.</p>
+
+<p>De Stichtsche zaken waren thands onder het waereldsch beheer allengs
+op een geregelder voet gekomen, zoodat men de vroeger gemaakte
+pandschulden kon beginnen af te lossen. Zoo werden in 1545 aan de
+voogden van <span class="smallcaps">Joosts</span> oudsten zoon <span
+class="smallcaps">Johan</span> de vier duizend rijnsguldens te rug
+betaald, die in 1499 aan Bisschop <span class="smallcaps">
+Frederyc</span> waren voorgeschoten. Daarmede werd natuurlijk de
+vergunning tot uitoefening van het hoog gerecht ingetrokken. Te
+vergeefs trachtte <span class="smallcaps">Johan</span> dit later weder
+in bezit te krijgen; en toen hy eene proeve waagde, om het eigenmachtig
+weder uit te oefenen, werd hy in 1551 door het provinciaal Gerechtshof
+van <i>Utrecht</i> daarin belet. <span class="pagenum">[<a id="pb100"
+href="#pb100">100</a>]</span></p>
+
+<p>Hy overleed kinderloos, en het Burchtgraafschap kwam alzoo op zijne
+zuster <span class="smallcaps">Filippa</span>. Deze huwde met Heer
+<span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Merode</span>, geboren uit het aanzienlijk Grafelijk geslacht van dien
+naam, uit <i>Gulik</i> herkomstig, en aldaar reeds in 1250 bekend. Hy
+werd in 1583 met het Burchtgraafschap verlijd, maar bezat het niet zoo
+lang als zijn schoonvader. Zijn huwelijk had hem geen zonen, slechts
+eene dochter, <span class="smallcaps">Anna</span>, geschonken. <span
+class="smallcaps">Anna</span> van <span class="smallcaps">Merode</span>
+was dus Erfdochter van <i>Montfoort</i>, en trad in den echt met <span
+class="smallcaps">Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Merode</span>, Baron van <i>Petershem</i>, die op den 8<sup>en</sup>
+December 1593 als Burchtgraaf werd erkend. Onder zijn bestuur, in 1617,
+werd met goedkeuring der Staten-Generaal en die van <i>Holland</i> de
+gracht gegraven, die van het water de <i>Linschoten</i> tot aan de
+IJsselpoort loopt, en der scheepvaart vrij wat gemaks verschafte.</p>
+
+<p>Zijn zoon, naamgenoot, en opvolger, <span class="smallcaps">
+Filips</span> van <span class="smallcaps">Merode</span>, van wien wy
+niets meer weten, dan dat hy, Vrijheer van <i>Merode</i> en Markgraaf
+van <i>Westerloo</i> zijnde, in 1628 Burchtgraaf van <i>Montfoort</i>
+werd, stierf na een twaalfjarig bezit, nalatende <span class=
+"smallcaps">Ferdinand Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Merode</span>, Vrijheer van <i>Merode</i>, Graaf van <i>Olem</i>,
+Markgraaf van <i>Westerloo</i>, Burchtgraaf van <i>Montfoort</i>, Heer
+van <i>IJsselmonde</i>, <i>Ridderkercke</i>, enz.</p>
+
+<p>Met dezen <span class="smallcaps">Ferdinand Filips</span> eindigt de
+rij der Burchtgraven van <i>Montfoort</i>, wier historische figuur, na
+<span class="smallcaps">Johan</span> den Rijke, ook hoe langer zoo
+kleurloozer wordt. In 1648 verkocht hy het Burchtgraafschap en de
+Heerlijkheid van <i>Montfoort</i> aan de Provinciale Staten van <i>
+Utrecht</i>, voor eene som van 225,000 gulden.</p>
+
+<p>Uit den belangrijken koopbrief van 4 Juli des gemelden jaars, zien
+wy volledig wat toenmaals tot het Burchtgraafschap en de Heerlijkheid
+van <i>Montfoort</i> behoorde, waarvan het voornaamste eene mededeeling
+verdient.</p>
+
+<p>Allereerst: het recht van patroonschap over de kerk van <i>
+Montfoort</i> en verschillende vicaryen, zoowel d&aacute;ar als te <i>
+Woerden</i> en te <i>Linschoten</i>, enz. Vervolgends: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101">101</a>]</span></p>
+
+<p>De stad en vrijheid van <i>Montfoort</i>, met het rechtsgebied, het
+aanstellen van Schout, Burgemeesteren, Schepenen, Sekretaris, Kerk-,
+Huis-, en Schoolmeester, Bode, Organist, en Koster, en nog andere
+ambten en bedieningen. Verder:</p>
+
+<p>Het kasteel met grachten en verdere aanhoorigheden; de hof of
+boomgaard in de stad, voor de poorten van &rsquo;t kasteel; twee
+boomgaarden, waarvan de een, het <i>Cingel</i> genoemd, binnen, de
+ander, tusschen de groote en kleine grachten, buiten de stad gelegen
+is; het aan deze laatste palende wilde bosch, met gebouwen,
+beplantingen en kunstheuvelen, mitsgaders de opperhof, het
+olmboomenbosch, en de cingels daar buiten, met de visscherij in de
+kleine gracht, al hetwelk in jaarlijksche pacht werd uitgegeven; de
+visscherij in de grachten van het kasteel en de stad, en gedeeltelijk
+in den <i>IJssel</i>, van <i>Snadelenhoeck</i> tot <i>Oudewater</i>; de
+zwanendrift, het recht van den wind, de wind- en de roskorenmolen met
+het molenaarshuis en erf, voor zoover dit den Burchtgrave behoort; alle
+thynsen die hem toekomen, van verschillende huizen, boomgaarden, en
+erven, binnen het Burchtgraafschap, jaarlijks bedragende 132 gl. en 5
+st.; het heerenrecht van een aantal leenen en vasallagi&euml;n, tot het
+Burchtgraafschap, de stad en het kasteel behoorende: <i>Achthoven</i>,
+<i>Heeswijck</i>, <i>Kattenbroeck</i>, <i>Papencop</i>, enz.; het
+Erfdijkgraafscbap langs de <i>Leck</i>, tusschen den <i>Nieuwen-dam</i>
+en <i>Schoonhoven</i>, en langs den <i>IJssel</i> tusschen den <i>
+Nieuwen-dam</i> en <i>Haestrechter-Were</i>; de aanstelling van
+Sekretaris en dijkbode by het kollegie van Dijkgraaf en Heemraden van
+<i>Lopickerweerd</i>; enz. Bovendien blijkt uit den zelfden brief, dat
+de Burchtgraven binnen de stad <i>Utrecht</i> bezaten een huis en erve,
+genaamd: de Huizinge van <span class="smallcaps">Montfoort</span>.</p>
+
+<p>Het grootste gedeelte van al deze rechten en bezittingen kwam door
+dezen koop aan de Staten, en alzoo werd het land van <i>Montfoort</i>
+voor goed aan de provincie verbonden; de stad op zich-zelf was
+overigens reeds stellig in 1530, en nog duidelijker in 1585, tot de
+leden van het Neder-Sticht gerekend, en als zoodanig in <span class=
+"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>de Provinciale
+Staten vertegenwoordigd geworden. De burchtgrafelijke praal
+&raquo;metten aencleve van dien,&rdquo; was nu voor altijd verdwenen,
+en men kon het kasteel vergelijken by een grijzen eik, die het laatste
+groen, dat hem nog tooide en vrolijk maakte, thands verloren had.
+Zeker, de landzaat had nog eerbied voor zijne eerwaardigheid; maar
+wanneer daar eens vreemden kwamen en te machtig werden, zou men dan de
+vernielende bijl kunnen weeren?</p>
+
+<p>Den 7<sup>en</sup> April 1672, verklaarde <i>Frankrijk</i><a class=
+"noteref" id="xd0e6571src" href="#xd0e6571">15</a> aan het Gemeenebest
+den oorlog, en, ten gevolge van de jammerlijke bekrompenheid der
+Algemeene Staten (te laat ingezien!) waren de Franschen reeds in Juni
+meester van <i>Utrecht</i>. Het spreekt van zelf, dat het bezit van
+eene plaats als <i>Montfoort</i>, door een zwaar kasteel versterkt, den
+overweldigers niet onverschillig was: den 21<sup>en</sup> Juni woei dan
+ook de lelievaan van den burchttrans. De Montfoorters hadden
+aanvankelijk van deze eerste vestiging niet lang te lijden: <span
+class="smallcaps">Lodewijk</span>, in de eerste helft der volgende
+maand ziende, dat de voorlanden van <i>Noord-Holland</i> allen onder
+water werden gezet, gaf bevel om de voorposten uit <i>Woerden</i> en
+<i>Montfoort</i> op <i>Utrecht</i> te rug te trekken. In de laatste
+helft van September echter, toen de Maarschalk <span class="smallcaps">
+Luxemburg</span> <i>Utrecht</i> door eene lijn van versterkte posten
+beschermen deed, lag ook <i>Montfoort</i> in die rij, en werd het
+kasteel van eene bezetting voorzien, die op den 7<sup>en</sup> Oktober
+70 man bedroeg. In die zelfde maand trokken zy weder af, maar niet
+zonder er eene altoosdurende herinnering aan hun verblijf achter te
+laten: zy deden het kasteel door <span class="corr" id="xd0e6619"
+title="Bron: buskruid">buskruit</span> springen, en in een verwarden
+puinhoop veranderen. Daarmede was echter de stad niet van hunne plaag
+bevrijd, want toen de winter kwam, en <span class="smallcaps">
+Luxemburg</span> zijn voornemen, om over het ijs in <i>Holland</i> te
+trekken, ging bewerkstelligen, was <i>Montfoort</i> in het laatst van
+December de verzamelplaats van 2000 man. Zoo duurde het by afwisseling
+met minder en meerder kwelling, tot in de maand <span class="pagenum">
+[<a id="pb103" href="#pb103">103</a>]</span>November des volgenden
+jaars, toen de snoevende vijand, door de uitmuntende maatregelen van
+onzen grooten <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde tot den
+aftocht genoodzaakt, het Sticht moest verlaten, en derhalven ook <i>
+Montfoort</i> ontruimd werd.</p>
+
+<p>Maar waar nu ook de geliefde Oranjevlag zegevierend mocht
+wapperen&mdash;niet van het verdelgde kasteel, waaraan de stad haren
+oorsprong dankte. Slechts de voorpoort, we&ecirc;rszijds door een
+dikken ronden toren beschermd, was staande gebleven, het gebouw byna
+volstrekte ru&iuml;ne geworden; de sterke muren waren gescheurd en
+samengestort, de grachten ten deele met het puin gevuld. Metter tijd
+werd een deel der bouwvallen wechgeruimd, een ander, gering gedeelte,
+hersteld en tot woonverblijf geschikt gemaakt.</p>
+
+<p>Die huizinge werd nog in 1833 bewoond door het geslacht <span class=
+"smallcaps">Gobius</span>, dat toenmaals in het bezit van den opstal
+des kasteels was, en dien op gemeld jaar aan de stad <i>Montfoort</i>
+verkocht. Later kocht deze ook den kasteelgrond, aan het domein
+behoorende, en richtte het huis tot eene kostschool in, die onder het
+bestuur van den vroegeren hoofdonderwijzer aan de stadsschool eenig
+aanzien begon te verkrijgen. De toenemende bloei der nieuwe inrichting
+bracht der overigens arme en vervallene stad talrijke voordeelen aan,
+en de stedelijke regeering, van gevoelen dat de inwendige goede
+toestand zich ook wel in uitwendige verbeteringen mocht uitspreken,
+besloot om daartoe het vervallen gebouw en den grond meer naar den
+tegenwoordigen smaak in te richten. Ten gevolge daarvan, werden de hier
+en daar nog overgebleven ringmuren wechgeruimd; de oude houten stallen
+naast de voorpoort deed men door ruime steenen gebouwen,&mdash;de
+knotwilgen langs de moerassige grachten door net plantsoen vervangen;
+de brug over de gracht werd afgebroken en hare plaats gedempt, en zoo
+ging er byna alle zichtbare herinnering aan het verledene verloren. En
+waren niet nog de beide torens daar als proeven van den ouden bouwtrant
+overgebleven&mdash;niemant zoude er aan een alouden slotbodem denken.
+<span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104">104</a>]</span></p>
+
+<p>Sic tempora mutantur! Op de plaats, die dikwerf van krijgsgeschrei
+en soldatenliederen weergalmde, klinkt thans de stem van dartele
+knapen; en de grond, zoo vaak van het bloed der strijders doorweekt,
+brengt kleurige bloemen voort. Zoo volgen de gebeurtenissen elkander
+op; zoo wisselen de tijden van gelaat&mdash;en de geschiedenis van het
+Kasteel der Burchtgraven van <i>Montfoort</i> eindigt met eene
+kostschool. <span class="pagenum">[<a id="pb107" href=
+"#pb107">107</a>]</span></p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3969src" id="xd0e3969">1</a></span> Zijn gebeente, in 1580 in
+zijn graf gevonden, toonde een man van buitengewone grootte aan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4051src" id="xd0e4051">2</a></span> In 1288 heeft hy, die
+w&egrave;l gekozen was en bestuurd heeft, maar nooit van &rsquo;s
+Pausen wegen bevestigd is, afstand gedaan, tegen een jaargeld van 1000
+pond Hollandsch, d. i. het pond tegen 75 cts. Een pond goed geld stond
+met onzen gulden gelijk.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4178src" id="xd0e4178">3</a></span> Zie Dl. I. blz. 11&ndash;17.
+Magneelen zijn muurbrekers; echter geene soort van ram, maar van
+blyde.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4222src" id="xd0e4222">4</a></span> Behalven <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span> en <span class="smallcaps">Arent</span>
+van <span class="smallcaps">Aemstel</span>, welke laatste Heer van <i>
+IJsselsteyn</i> was, wordt hierby ook nog <span class="smallcaps">
+Willem</span> van <span class="smallcaps">Aemstel</span>, Proost van
+St. Jan, genoemd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4425src" id="xd0e4425">5</a></span> De geschiedenis der
+Montfoortsche Burchtgraven, zoo als wy die tot hiertoe bezitten, de een
+door den ander nageschreven, is vol verwarring en tegenstrijdigheden,
+waarvan de ontleding hier niet aan de plaats is. Ik hoop er later,
+afzonderlijk, uitvoeriger op te rug te komen, en geef hier voorloopig
+slechts de slotsom mijner vergelijking van de verschillende
+opgaven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5043src" id="xd0e5043">6</a></span> <span class="smallcaps">
+Sweder</span> van <span class="smallcaps">Montfoort</span> liet twee
+zonen na, <span class="smallcaps">Henric</span> en <span class=
+"smallcaps">Willem</span>. De laatste had drie kinderen: een zoon,
+<span class="smallcaps">Henric</span> de Rover, en twee dochters,
+waarvan de eene in het geslacht van <span class="smallcaps">
+Haestrecht</span>, de andere in dat van <span class="smallcaps">
+Winssen</span> huwde.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5196src" id="xd0e5196">7</a></span> Ook moeten &raquo;alle de
+gene die binnen <i>Montfoort</i> beseten hebben geweest, die uten
+gesticht ende twaelf jaren out zijn, bloets hoefts uitcomen, ende
+vallen den Bisscop te voeten, ende bidden hem vergiffenis.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5239src" id="xd0e5239">8</a></span> Dat zijn speerruiters, die
+gewoonlijk gevolgd werden van nog twee gewapenden te voet.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5424src" id="xd0e5424">9</a></span> 9000 Gulden volgends onze
+tegenwoordige munt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5716src" id="xd0e5716">10</a></span> Burchtgraaf <span class=
+"smallcaps">Johan</span> was bovendien zeer bevriend met den
+Utrechtschen Burchtgraaf <span class="smallcaps">Reynout</span> van
+<span class="smallcaps">Brederode</span> en diens broeder <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span>, die <span class="smallcaps">David</span>
+tot vijanden rekende.&mdash;Zie Dl. I, blz. 69&ndash;71.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5861src" id="xd0e5861">11</a></span> Gemeenlijk ook stalbroeders,
+en rijzigers, genaamd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5997src" id="xd0e5997">12</a></span> Het aantal dooden en
+gevangenen te zamen wordt door sommigen zelfs tot op 1500
+overdreven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6051src" id="xd0e6051">13</a></span> Zie van hem Dl. I, blz.
+42&ndash;44.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6313src" id="xd0e6313">14</a></span> Waarschijnlijk 30
+November.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6571src" id="xd0e6571">15</a></span> En daarby te gelijk, als men
+weet, ook <i>Engeland</i>, <i>Keulen</i> en <i>Munster</i>.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="ch2.4" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Het Kasteel van IJsselsteyn.</h2>
+
+<p>Daar zijn oogenblikken in het leven, waarop men waarlijk in
+verzoeking komt om te wenschen, dat sommige sprookjens uit de
+kinderkamer zich mochten verwerkelijken. Dat zijn wel het minst
+oogenblikken van kortswijl en luim&mdash;meer van hoogen ernst, en
+verreweg de meesten onzer hebben ze wel eens doorleefd. Het zij ge
+koopman zijt, en u een (want ge zijt Hollander!<a class="noteref" id=
+"xd0e6661src" href="#xd0e6661">1</a>) rechtvaardigen mammon tracht te
+verwerven; krijgsman, en de rust onzer dagen verwenscht, wijl ze u
+belet bloedige lauweren te winnen; geleerde, en dus het recht hebt om
+aan alles, soms ook aan u-zelf, te twijfelen; staatsman, en zoo
+doordrongen van de voortreffelijkheid uws stelsels, dat ge des noods
+den throon uws Konings zoudt ondermijnen, om u-zelf op het
+republikeinsch presidents-kussen te plaatsen&mdash;ja, schoon ge dit
+alles te gelijk waart&mdash;dan nog is er wel eens een oogenblik in uw
+leven geweest, waarop ge gewenscht hebt:&mdash;&raquo;dat toch steenen
+eens konden spreken!&rdquo;</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/ijsselstein.jpg" alt=
+"Het kasteel te Ysselsteyn." width="720" height="499">
+<p class="figureHead">Het kasteel te Ysselsteyn.</p>
+</div>
+
+<p>Het was <span class="letterspaced">dan</span>, wanneer ge u in de
+sombere, zwaarmoedige bouwvallen van de eene of andere burcht bevond,
+en de geschiedenis daar de geheimen van den voortijd zoo spaarzaam
+ontsluierde, dat ge die donkere wulfsels, die holle gangen, die ledige
+hallen, die gewelflooze zalen, wel zoudt hebben willen ondervragen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb108" href=
+"#pb108">108</a>]</span>indien ge ook maar half verzekerd waart geweest
+een enkel andwoord te zullen ontfangen.</p>
+
+<p>Wien deze gewaarwordingen nog onbekend mochten zijn&mdash;zoo hy <i>
+Holland</i> bewoont, ga hy naar de kollossale bouwvallen van <i>
+Brederode</i>; zoo hy Stichtenaar is, wende hy zich naar de geringe
+overblijfselen van het Kasteel te <i>IJsselsteyn</i>&mdash;en ik vrees
+niet, dat hy, van daar wederkeerende, mijne stelling we&ecirc;rspreken
+zal.</p>
+
+<p>Intusschen, wat de geschiedenis ook maar met eenige zekerheid van
+het eerste vermelden kon, hebben wy reeds getracht in het geheugen te
+rug te roepen<a class="noteref" id="xd0e6692src" href=
+"#xd0e6692">2</a>; beproeven wy dit thands ook met betrekking tot het
+laatste.</p>
+
+<p>De oorsprong van het edel geslacht <span class="smallcaps">
+IJsselsteyn</span> kan met redelijkheid niet vroeger dan op het midden
+der dertiende eeuw worden gebracht, en wijst op eene afstamming uit het
+toenmaals zoo machtige Huis van <span class="smallcaps">Aemstel</span>.
+Wel vinden wy melding gemaakt van een Heer van <i>IJsselsteyn</i>, in
+den Grimbergschen oorlog, 1144, gesneuveld, maar dit moet eene
+vergissing zijn<a class="noteref" id="xd0e6708src" href=
+"#xd0e6708">3</a>, terwijl <span class="smallcaps">Jan</span> van <span
+class="smallcaps">IJsselsteyn</span>, wiens erfdochter <span class=
+"smallcaps">Bertrande</span> met <span class="smallcaps">Aernout</span>
+van <span class="smallcaps">Aemstel</span> zou gehuwd zijn, moedwillig
+uit de lucht gegrepen is, om tusschen de beide geslachten een verband
+te brengen, dat door historische documenten geheel wordt
+we&ecirc;rsproken.</p>
+
+<p>Gaan wy de geschiedenis-zelve volgen, zonder langer stil te staan by
+drooge verdichtselen, die niet eens, als zoo menige dichterlijke sage
+of na&iuml;ve volks-overlevering, een historischen grondslag
+hebben.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> (de Derde) van <span
+class="smallcaps">Aemstel</span>, die in 1251 overleed, had, behalven
+eene dochter <span class="smallcaps">Badeloch</span>, die met <span
+class="smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">
+Woerden</span> gehuwd was, nog drie zoons, waarvan de oudste, de
+schandvlek van zijn geslacht, hem opvolgde, de jongste, <span class=
+"smallcaps">Willem</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb109" href=
+"#pb109">109</a>]</span>Proost van St. <span class="smallcaps">
+Jan</span> was, en de middelste, <span class="smallcaps">Aernout</span>
+of <span class="smallcaps">Arent</span>, wellicht <span class=
+"letterspaced">verstandig</span> zou hebben gedaan, indien hy zich aan
+de Erfdochter van een of ander rijk geslacht had verbonden, omdat zijne
+erfgoederen, daar hy de tweede zoon was, niet groot konden zijn. Hy
+raadpleegde evenwel zeker meer zijn hart dan zijn hoofd, want hy huwde
+eene Jonkvrouwe van onbekenden stam, <span class="smallcaps">
+Janne</span>, of <span class="smallcaps">Joanna</span>, van wie het
+vrij duidelijk blijkt, dat zy volstrekt geene eigendommen bezat, en na
+den dood haars gemaals al heur inkomen trok uit eenige goederen, die hy
+haar in lijftocht had na gelaten. In 1267 legde hy den grondslag tot de
+latere Heerlijkheid <i>IJsselsteyn</i>. Hy pachtte namelijk in dat
+jaar, van het Utrechtsche Domkapittel, eenige goederen aan den <i>
+IJssel</i>, ongeveer ter plaatse waar deze zich toen reeds met de <i>
+Leck</i> vereenigde. Het voornaamste daarvan was het oude <i>
+Eyteren</i> of <i>Heteren</i>, thands een gehucht, toenmaals een
+welvarend en uitgestrekt dorp. Hier in de nabyheid stichtte hy
+v&oacute;or 1279 een burch of stein, dien hy <i>IJsselsteyn</i> noemde,
+welke naam, vervolgends op hem en zijn geslacht overgedragen, zoowel in
+de geschiedenis van het Graafschap <i>Holland</i>, als in die van het
+Bisdom <i>Utrecht</i>, byna even spoedig vermaard als bekend werd.</p>
+
+<p>Aanvankelijk legde <span class="smallcaps">Aernout</span> zich
+vooral op het vermeerderen en inrichten zijner bezittingen toe. In 1278
+kocht hy van den Abt van <i>Oostbroec</i> eenige goederen in het naby
+gelegene <i>Geyn</i>, en in het laatst des volgenden jaars pachtte hy
+de tienden over de landerijen rondom zijn kasteel gelegen, die aan het
+Maria-kapittel te <i>Utrecht</i> behoorden, voor vijf jaren, tegen 154
+pond &rsquo;s jaars. De vijandelijkheden over den Vreelandschen tol,
+door zijn broeder <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span>
+eigenmachtig geheven<a class="noteref" id="xd0e6814src" href=
+"#xd0e6814">4</a>, hadden inmiddels een einde gemaakt aan deze rustige
+bemoei&iuml;ngen van het landleven. <span class="smallcaps">
+Aernout</span>, <span class="smallcaps">Gijsbrechts</span> partij
+kiezende, en mede breed opgevende van de grieven, hun door den Bisschop
+aangedaan, ontzegde zijn leenmanschap aan het Sticht, en nam in zijns
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href=
+"#pb110">110</a>]</span>broeders plaats het bevelhebberschap van <i>
+Vreeland</i> op zich. Graaf <span class="smallcaps">Floris</span>, den
+5<sup>en</sup> September 1278 met <i>Utrecht</i> een verbond gesloten
+hebbende, sloeg weldra het beleg voor dat kasteel, maar zag zich door
+<span class="smallcaps">Aernouts</span> wakkere verdediging tot den
+aftocht gedwongen. Maar toen de strijd by <i>Loenen</i> voorgevallen,
+en <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> daarby door <span class=
+"smallcaps">Costijn</span> van <span class="smallcaps">Renesse</span>
+gevangen genomen was, werd <span class="smallcaps">Aernout</span>
+onmachtig om zich alleen staande te houden, en leverde <i>Vreeland</i>
+in &rsquo;s Graven handen. Daarop werd hy met zijne broeders naar <i>
+Zeeland</i> gevoerd, en moest daar blijven in eerlijke gevangenschap,
+tot zy zich hadden onderworpen aan de voorwaarden van den strengen
+zoen, die op den 27<sup>en</sup> Oktober 1285 bezegeld werd, waarby zy
+hunne goederen ten volle aan <span class="smallcaps">Floris</span>
+moesten opdragen, en ze slechts gedeeltelijk we&ecirc;r in leen te rug
+ontfingen.</p>
+
+<p>Toen zy eenmaal het weerspannig hoofd gebogen hadden, zullen zy
+nogtans den dag der bezegeling van de overeenkomst niet in &rsquo;s
+Graven hechtenis hebben behoeven af te wachten, maar wel onder
+verzekerden borgtocht ontslagen zijn. Wy vinden <span class=
+"smallcaps">Aernout</span> ten minste in de voorhelft dier zelfde maand
+reeds weder zorgende voor de goederen zijner Heerlijkheid: Vrijdag na
+St. Victor (12 Okt.) 1285, werd de pacht der tienden verlengd voor
+zestien jaren, en vergroot met het daaglijksch recht en met de
+visscherij, om welke voordeelen het pachtgeld met 31 pond en vijf
+zalmen verhoogd werd.</p>
+
+<p>Hy smaakte zijne herkregen vrijheid niet zeer lang, en overleed
+reeds in het laatst van 1290, of in het begin van 1291. Vrouwe <span
+class="smallcaps">Joanna</span> (die door Grave <span class=
+"smallcaps">Jan</span> in het tijdelijk bezit harer weduwgoederen
+bevestigd werd) had hem twee zonen geschonken, waarvan de jongste, Heer
+van <i>Benscoep</i>, eene treurige vermaardheid in de samenzwering
+tegen <span class="smallcaps">Floris</span> den Vijfde verkregen heeft,
+en de oudste, <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span>, als tweede
+Heer van <i>IJsselsteyn</i> optrad.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> van <span class=
+"smallcaps">IJsselsteyn</span>, Maarschalk van het Sticht, verbond zich
+op den 25<sup>en</sup> Oktober, 1294, benevens tien andere <span class=
+"pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111">111</a>]</span>voorname
+Utrechtsche Edelen, met Graaf <span class="smallcaps">Floris</span>, om
+dezen, ware &rsquo;t nood, te dienen tegen elk zijner vijanden, den
+Bisschop van <i>Utrecht</i> daar buiten gesloten. Hy heeft zich echter
+niet kunnen vrijwaren van de verdenking van me&ecirc;plichtigheid aan
+de samenzwering, schoon hy niet handdadig was aan den moord. Dat hy met
+den Heer van <span class="smallcaps">Zuylen</span> zich voegde by <span
+class="smallcaps">Loef</span> van <span class="smallcaps">Cleve</span>
+en de Hollandsche benden, die de moordenaars op <i>Cronenburch</i>
+belegerden, bewijst overigens nog niets voor zijne onschuld: zijn
+broeder <span class="smallcaps">Benscoep</span> toch was mede daar
+binnen, en het liet zich reeds van den beginne af wel aanzien, dat die
+ruwe dorpersvuisten, brandende om toe te slaan, verpletterend en
+vermorzelend zouden nedervallen op die adelijke verradershoofden, wie
+honger en gebrek tot overgave dwingen moest. En schoon <span class=
+"smallcaps">Arent</span> van <span class="smallcaps">Benscoep</span>
+geen beter lot verdiende dan <span class="smallcaps">Willem</span> van
+<span class="smallcaps">Zaenden</span>&mdash;ter wille van <span class=
+"smallcaps">Gijsbrechts</span> broederhart is het ons toch lief, dat
+<span class="smallcaps">Loef</span> van <span class="smallcaps">
+Cleve</span> den verrader nog heeft kunnen behoeden, en <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span> hem in veiligheid te <i>Kervenheym</i>
+wist.</p>
+
+<p>Maar weldra werd <span class="smallcaps">gijsbrechts</span> toestand
+zelf hachelijk. <span class="smallcaps">Wolfaert</span> van <span
+class="smallcaps">Borssele</span>, de heerschzuchtige staatsdienaar van
+den kinderlijken <span class="smallcaps">Jan</span> den Eerste, de
+bondbreukigheid van Bisschop <span class="smallcaps">Willem</span> van
+<span class="smallcaps">Mechelen</span> bemerkende, begon het
+Graafschap te versterken, en trachtte vooral daartoe de kasteelen op de
+Stichtsche grenzen te bezetten. Dat gelukte hem met het slot van <i>
+Ameide</i>, door <span class="smallcaps">Dirc</span> van <span class=
+"smallcaps">Herlaer</span> by overeenkomst daartoe afgestaan. Wie zich
+niet zoo gemakkelijk liet vinden, was <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> van <span class="smallcaps">IJsselsteyn</span>.</p>
+
+<p>&raquo;Dat ware schande!&rdquo; andwoordde hy op <span class=
+"smallcaps">Borsseles</span> aanzoek: &raquo;wanneer ik den Grave van
+<i>Holland</i> mijn huis ruimde, daar ik Maarschalk van &rsquo;t Sticht
+ben<a class="noteref" id="xd0e6995src" href="#xd0e6995">5</a>, en de
+Bisschop mijn rechte Heere is. &rsquo;t Bracht my oneere, zoo ik dat
+toestond&mdash;des weiger ik, er moge van komen wat er wil!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112">112</a>]</span></p>
+
+<p>Verbitterd over dit mannelijk betoon van trouwe, zocht <span class=
+"smallcaps">Wolfaert</span> nu langs den weg des gewelds zijn doel te
+bereiken. Den Maarschalk werden buiten het kasteel lagen gelegd door
+zijne valsche geburen, <span class="smallcaps">Hubrecht</span> van
+<span class="smallcaps">Vyanen</span> en diens verwanten, op aanstoken
+uit <i>Holland</i>; en werkelijk gelukte het hun zich van hem meester
+te maken. Doch, schoon men hem naar het Kasteel van <i>Culemborch</i>
+bracht, en aldaar in hechtenis hield&mdash;dat van <i>IJsselsteyn</i>
+was daarom nog niet gewonnen: <span class="smallcaps">Bertrade</span>,
+of <span class="smallcaps">Baerte</span>, van <span class="smallcaps">
+Heuckelom</span>, <span class="smallcaps">Gijsbrechts</span> gemalin,
+was een kloekhartige vrouw, die den vijanden van haren echtgenoot zoo
+wel den intocht weigerde als hy &rsquo;t zelf had gedaan. Dat men <span
+class="letterspaced">hem</span> geen leed zou doen, daarvoor achtte zy
+zich ook gewaarborgd door een trouweloozen knecht van <span class=
+"smallcaps">Vyanen</span>, die zich van zijns Heeren kind meester
+gemaakt, en het op den <i>IJsselsteyn</i> gebracht had. En gelukkig
+voor haar, die kleene gijzelaar! Wie weet aan wat zielestrijd een <span
+class="smallcaps">Wolfaert</span> van <span class="smallcaps">
+Borssele</span> haar zou hebben overgeleverd, indien <span class=
+"smallcaps">Vyanen</span> niet in <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> den borg voor het leven zijns kinds hadde te
+beveiligen gehad.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Borssele</span> deed &rsquo;s Graven banier
+voor het Kasteel planten, en het dicht en zwaar beleggen; daarop
+herhaalde hy zijn eisch om overgave, op den forschen toon van stormtuig
+en staal:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Straks wordt het schaatrend aanvals-teeken</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van rij tot rij in &rsquo;t
+rond gehoord,</p>
+
+<p class="line">En onder luid gejubel breken</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De benden op en rukken
+voort.</p>
+
+<p class="line">Als golven die het strand beklimmen,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Door barsche winden
+voortgestuwd,</p>
+
+<p class="line">Zoo stormen ze aan. Een bui van vlimmen</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En werpgesteente paart en
+huwt</p>
+
+<p class="line">Zich aan &rsquo;t gedrang. &rsquo;t
+Klaroengeschetter</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En &rsquo;t rofflen van de
+holle trom</p>
+
+<p class="line">Dreunt samen met het staalgekletter</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En krijten van den
+strijdbren drom.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">De hooge trans&mdash;de borstweer&mdash;&rsquo;t
+kraakt</p>
+
+<p class="line">Van steenen, &rsquo;t werptuig uitgebraakt.</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De stormram beukt de
+poort.</p>
+
+<p class="line">Het rijs, in bergen aangebracht,</p>
+
+<p class="line">Bevloert welras de diepe gracht,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En stijgt er tot den
+boord.</p>
+
+<p class="line">De ladders worden saamgetast,</p>
+
+<p class="line">En hechten aan den muur zich vast;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De strijders dringen
+voort,</p>
+
+<p class="line">En klautren op, met sterke hand,</p>
+
+<p class="line">En klemmen zich met knie en tand</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Aan stijl en sporten
+vast.</p>
+
+<p class="line">En stuift een dichte pijlenregen</p>
+
+<p class="line">Uit schietgat en kanteel hun tegen&mdash;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Het aantal groeit en
+wast.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En &rsquo;t scherp en gierend strijdgeluid</p>
+
+<p class="line">Galmt boven gil en jammer uit,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Al valt er menig een.</p>
+
+<p class="line">En dondert ook een raatlend heir</p>
+
+<p class="line">Van keien langs de wallen n&ecirc;er</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En morselt hoofd en
+le&ecirc;n;</p>
+
+<p class="line">En storten krakend, splintrend daar</p>
+
+<p class="line">De ladders op en door elka&acirc;r,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De klimmers onder een,</p>
+
+<p class="line">Verplet, verbrijzeld of verwond&mdash;</p>
+
+<p class="line">Wie kan, verrijst we&ecirc;r van den grond,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Ten nieuwen storm
+gereed.</p>
+
+<p class="line">En steeds vergroot zich we&ecirc;r &rsquo;t getal</p>
+
+<p class="line">Dat opstijgt naar kanteel en wal,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Met luider oorlogskreet.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114">114</a>]</span>
+<p>Maar <span class="smallcaps">Bertrade</span> stond (om met <span
+class="smallcaps">Vondel</span> te spreken) als eene heldin op de haar
+toebetrouwde post, en iedere storm, hoe fel en langdurig, hoe scherp en
+vernielend, werd afgeslagen; en de blyde-steenen mochten een dak
+verbrijzelen, of een venster in stukken doen springen, of een
+verdediger dooden&mdash;zy maakten geen bres in de muren, die niet werd
+gedekt met trouwe in &rsquo;t staal gehulde borsten, tot dat de opening
+weer gevuld was.</p>
+
+<p>Nogmaals beproefde <span class="smallcaps">Wolfaert</span> den weg
+der onderhandeling, maar met geen beteren uitslag. De trouwe gade wilde
+van niets hooren, tenzij men haar eerst toestond met <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span>, haar gemaal, onbeluisterd te spreken,
+opdat ze zijn eigen woord mocht hooren, en zijn raad innemen, dien ze
+zekerlijk zou opvolgen. Maar of nu de belegeraars daar een list achter
+zochten, of dat zy <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> genoeg
+kenden om van zijn raad geene verandering te wachten&mdash;hare
+voorwaarde werd niet aangenomen, en&mdash;schande over het hoofd van
+een Edelman, die aldus eene vrouw bestreed!&mdash;er werd besloten om
+haar door uithongering te dwingen.</p>
+
+<p>Lang hield de heldin het nog vol: byna een jaar; toen had gebrek aan
+voedsel de krachten verteerd; toen waren er slechts <span class=
+"letterspaced">zeventien</span> weerbare mannen op &rsquo;t
+kasteel&mdash;en in welken toestand nog!&mdash;Zoo de vijand thands
+storm blies, was alles reddeloos verloren. Trachte zy ten minste nu nog
+te behouden, wat behouden kon worden: zy bood de overgave van het
+kasteel aan, op voorwaarde van vrijen aftocht voor zich en de
+ingenoten.</p>
+
+<p>Het moet wel een hatelijke, een onmenschelijke glimlach zijn
+geweest, waarme&ecirc; <span class="smallcaps">Wolfaert</span> dien
+voorslag ontfing. Dat <span class="smallcaps">Hubrecht</span> van <span
+class="smallcaps">Vyanen</span>, die mede onder de belegeraars was, de
+uitlevering van den kinderdief wilde bepaald hebben, daarin lag niets
+onbillijks; maar laaghartig was het van <span class="smallcaps">
+Borssele</span>, dat hy volstrekt weigerde om meer dan de helft der
+verdedigers lijfsgenade toe te zeggen. Op de burcht werd over dien
+harden eisch beraadslaagd.&mdash;&raquo;De helft die aan my komt, zal
+die vrij zijn <span class="pagenum">[<a id="pb115" href=
+"#pb115">115</a>]</span>en van alles kwijtgescholden?&rdquo; vroeg
+<span class="smallcaps">Bertrade</span>.&mdash;&raquo;Dat zal
+zy,&rdquo; andwoordde men haar. Toen onderwierp zy zich aan den bangen
+nood, die haar dwong om toe te geven. De poort werd geopend, en daar de
+brug geheel vernield was, werden er horden gelegd, waarover &rsquo;s
+Graven leger binnentrok. <span class="smallcaps">Hubrecht</span> van
+<span class="smallcaps">Vyanen</span> sloot zijn kind ongedeerd in de
+armen; over den verraderlijken knecht hield hy kort recht, en deed hem
+op het rad leggen. <span class="smallcaps">Bertrade</span> moest
+aanvankelijk hare burchtzaten naar <i>Dordrecht</i> volgen, om getuige
+te zijn van een tooneel, waarin <span class="smallcaps">
+Wolfaerts</span> gemoed zijn volle gruwzaamheid uitsprak.</p>
+
+<p>De verachtelijke Baljuw van <i>Zuid-Holland,</i> <span class=
+"smallcaps">Aloud</span>, <span class="smallcaps"><span class="corr"
+id="xd0e7224" title="Bron: Wolferts">Wolfaerts</span></span>
+oogendienaar, zat daar in den richterstoel, en er moest geloot worden
+om dood en leven. Hy verdeelde de zestien mannen aan twee zijden. Een
+uit hen zou beslissen welke acht de zaal slechts zouden verlaten om te
+sterven, want er waren twee balletjens, even groot en gelijk van kleur,
+maar het een besloot een Hollandschen penning die ten leven&mdash;het
+ander een Leuvenschen die ter dood wees. <span class="smallcaps">
+Aloud</span> maakte <span class="smallcaps">Bertrade</span> met dat
+doel bekend.&mdash;&raquo;Nu zie, minnelijke Vrouwe!&rdquo; sprak hy:
+&raquo;wien de Leuvensche penning ten deele valt, hebben &rsquo;t lijf
+verbeurd; wien de Hollandsche komt, zullen het
+behouden.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>Baljuw <span class="smallcaps">Aloud</span>! zie wel toe op de
+gelaatstrekken dier zestien mannen; zie vooral d&aacute;ar heen, waar
+ze den vreeselijken angst der onzekerheid verraden, want&mdash;nog
+weinige maanden, en dan zult gy zoo voor eene woedende volksmenigte
+staan, die ook geen barmhartigheid kent! Als ge dan de koord om den
+hals zult voelen, waarme&ecirc; men u hangen zal, naast den
+beul&mdash;zult ge dan sterven als acht van d&eacute;zen: met het
+bewustzijn van uw plicht te hebben gedaan?...</p>
+
+<p>Maar niemant voorzag dit nu nog; <span class="smallcaps">
+Aloud</span> allerminst. Het lot besliste, hoe de hand gesidderd moge
+hebben die de wreede keuze moest doen; de verwezene helft der trouwe
+bezetting werd terstond onthalsd, de andere volgde <span class=
+"smallcaps">Bertrade</span> naar <i>Heuckelom</i>, indien <span class=
+"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116">116</a>]</span>ten minste dit
+bericht meer waarheid behelst dan de regelen van den
+kronijkdichter:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Dandre dedemen doe ghevaen.</p>
+</div>
+
+<p>waar hy in billijke verontwaardiging op laat volgen:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Dat dochte mi onrecht ende mesdaen!&mdash;</p>
+</div>
+
+<p>Het kasteel en de landerijen van <i>IJsselsteyn</i> (met <i>
+Benscoep</i> en <i>Woerden</i> daarby) gingen uit <span class=
+"smallcaps">Bertrades</span> handen in die eener andere Edelvrouw over:
+Graaf <span class="smallcaps">Jan</span> beleende ze, op <span class=
+"smallcaps"><span class="corr" id="xd0e7277" title="Bron: Wolferts">
+Wolfaerts</span></span> bede, aan diens gemalin <span class=
+"smallcaps">Sybille</span>, die er zich toch niet lang Vrouwe van
+schrijven mocht: 1 Augustus, 1299, viel haar echtgenoot onder de
+moorddadige handen der verbitterde Delftenaren, en den 21 Mei 1300
+ontfing <span class="smallcaps">Gwy</span> van <span class="smallcaps">
+Avennes</span> van zijn broeder Graaf <span class="smallcaps">
+Jan</span> den Tweede in rechten leen al de goederen op Stichtschen
+bodem<a class="noteref" id="xd0e7292src" href="#xd0e7292">6</a> van
+diegenen, die met raad of daad schuldig waren aan Grave <span class=
+"smallcaps">Floris</span> dood, en hiertoe werd ook <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span> gerekend.</p>
+
+<p>Deze, die na de overgave van zijn kasteel losgelaten was, loerde
+slechts op de gelegenheid, om zich van zijn wettig eigendom weder
+meester te maken. De inval der Vlamingen in 1304, en de verwarring,
+door de gevangenneming des Bisschops in den noodlottigen strijd op <i>
+Duveland</i>, over het gantsche Sticht heerschende, kwamen hem daartoe
+weldra te stade. Of hy het in vrede, dan wel met gewapender hand weder
+in bezit nam, is onbekend. <span class="smallcaps">Stoke</span> meldt
+alleen in twee regels den <span class="letterspaced">uitslag</span>,
+niet de <span class="letterspaced">handeling</span> van het feit, en
+zingt, als nam hy de slotwoorden van een volkslied over,</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En <span class="smallcaps">Ghisebrecht</span> is op <i>
+IJselsteine</i>,</p>
+
+<p class="line">Dat sine hadde geweest te voren.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117">117</a>]</span>
+<p>Zeker is hem dat bezit niet betwist geworden, want reeds den
+13<sup>en</sup> Juni vinden wy hem rustig voor het belang zijner
+inkomsten zorgen, en daartoe van het Kapittel van St. Maria voor twee
+jaren in pacht nemen het laag gericht (om de opbrengst der boeten en
+breuken) van <i>IJsselsteyn</i>, van <i>Merlo</i>, en van <i>
+Marnedijc</i>, met de tienden en visscherij, tegen 126 pond &rsquo;s
+jaars.</p>
+
+<p>In Augustus daarop stierf graaf <span class="smallcaps">Jan</span>
+de Tweede, en bekwam de dappere en edelmoedige <span class="smallcaps">
+Willem</span> de Derde den stoel van <i>Holland</i>. <span class=
+"smallcaps">Gijsbrecht</span> haastte zich tot eenen zoen, en werd
+waarschijnlijk door den Graaf tot Ridder geslagen: op den
+11<sup>en</sup> Augustus 1305, by eene dagvaart te &rsquo;s <i>
+Gravenhage</i> tegenwoordig, werd hy onder de &raquo;Edele luyden,
+&rsquo;s Graven lieve en getrouwe mannen&rdquo; genoemd, en by de
+Ridders geteld. En toen nu zijn oudste zoon, <span class="smallcaps">
+Aernout</span>, in &rsquo;t huwelijk trad met &rsquo;s Graven nicht
+<span class="smallcaps">Maria</span>, bastert-dochter van Bisschop
+<span class="smallcaps">Gwy</span> van <span class="smallcaps">
+Avennes</span>, ontfing <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span>-zelf
+het kasteel van <i>IJsselsteyn</i> met de 32 morgen lands waar &rsquo;t
+op stond, een zeker stuk lands aan de noordzijde van de gracht te <i>
+IJsselsteyn</i>, 7.5 hoeven in &rsquo;t <i>Geyn</i>, 60 morgen lands te
+<i>Rypikerwaert</i>, 44 morgen te <i>Benscoep</i>, 75 te <i>
+Polsbroec</i>, 18 te <i>Hoenscoep</i>, en 12 te <i>Bloclant</i>, in
+rechten leen. Wanneer wy nu hierby voegen de bezittingen en pachten
+onder den eersten <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> vermeld,
+benevens die op blz. 118 voorkomende, dan kunnen wy ons van de
+Heerlijkheid in haren oudsten toestand, al een vrij duidelijk denkbeeld
+vormen.</p>
+
+<p>Intusschen was het getal der houten en rieten arbeiders- en
+dienstmanswoningen, rondom en in de schutse van het kasteel
+ne&ecirc;rgeslagen, allengs uitgebreid, en hier en daar met de woning
+van dezen en genen ambachtsman vermeerderd; menig bewoner van <i>
+Eyteren</i> had die plaats verlaten, en zich onder den <i>
+IJsselsteyn</i> ne&ecirc;rgezet; zoodoende was de buurt een gehucht
+geworden, en het gehucht tot de uitgestrektheid van een dorp
+aangegroeid, waar men groote behoefte begon te gevoelen aan eene kerk.
+Heer <span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> verplaatste daarom, met
+toestemming van Bisschop <span class="smallcaps">Gwy</span>, en onder
+erkenning van het recht der Kanunniken <span class="pagenum">[<a id=
+"pb118" href="#pb118">118</a>]</span>van St. Maria tot de begeving, de
+Kerspel-kerk van <i>Eyteren</i> naar zijn kasteeldorp, en bevestigde
+daarmede voor goed den grondslag der tegenwoordige stad, die nog altijd
+zijn naam draagt, schoon zijn wakker Geslacht reeds lang is
+uitgestorven.</p>
+
+<p>By dit alles vergat hy de ridderlijke wapenoefening niet: nog in het
+zelfde jaar, 1310, op het beroemd tornier van <i>Bergen</i>, waar
+omstreeks 190 Graven, Baanderheeren, Ridders, en Knapen, uit <i>
+Engeland</i>, <i>Frankrijk</i>, <i>Duitschland</i> en de <i>
+Nederlanden</i> saamgevloeid waren, pronkte ook zijn wapenbord: een
+gouden schild, beladen met een balk van sabel, alles gedekt door een
+sint-andries-kruis, van zilver en keel geschakeerd<a class="noteref"
+id="xd0e7442src" href="#xd0e7442">7</a>. Hoeveel aanzien hy aan Graaf
+<span class="smallcaps">Willems</span> hof genoot, blijkt daaruit, dat
+deze hem in 1314 toestond om jaarlijks in het groene woud van <i>
+Haerlem</i> een hert te mogen dooden, en dit voorrecht zelfs erfelijk
+op zijn geslacht over te brengen. Ook werd hy tot &rsquo;s Graven Raad
+verheven, welke waardigheid hy tevens by den Bisschop schijnt bekleed
+te hebben; en in Maart 1317 beleende de Graaf hem met het gerecht, de
+tienden, de kerkbegeving, en eenige landerijen te <i>Benscoep</i>, met
+het gerecht en de tienden van <i>Polsbroec</i>, en met de helft van het
+gerecht en van de visscherij te <i>Opburen</i>. Deze bezittingen
+vermeerderde hy nog in November 1319 met de Cuyksche leengoederen, ook
+reeds door zijne ouders bezeten, strekkende, langs deze zijde des <i>
+IJssels</i>, van <i>Opburen</i> tot <i>Snadelenhoec</i>, aan gene
+zijde, van &rsquo;t <i>Geyn</i> tot <i>Fellenoirde</i>, en verder
+bestaande uit het hooge en lage recht in den <i>IJssel</i>, de putten
+en palen, waarden en visscherijen aldaar, met alles wat tot eene Hooge
+Heerlijkheid behoort.</p>
+
+<p>In 1326 verkocht de Heer van <i>Cuyk</i> al zijne eigendommen in het
+Sticht aan Graaf <span class="smallcaps">Willem</span>, en deze
+bevestigde het volgende <span class="pagenum">[<a id="pb119" href=
+"#pb119">119</a>]</span>jaar Heer <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> in het verlij; tot hiertoe was slechts het kasteel
+met eenige goederen daar rondom Hollandsch leen geweest, thands kwam er
+ook het hooge rechtsgebied der Heerlijkheid onder, want dit was uit de
+Cuyksche leenen ontstaan.</p>
+
+<p>In 1333 had hy het verdriet, zijn wakkeren jongsten zoon <span
+class="smallcaps">Herbarn</span>, Ridder, Heer van den <i>Bussche</i>,
+door eene noodlottige gebeurtenis te verliezen. <span class=
+"smallcaps">Herbarn</span> was met <span class="smallcaps">Johan</span>
+van den <span class="smallcaps">Zande</span> in oneenigheid geraakt,
+die zoo hoog liep, dat het tot een gevecht kwam, waarin beide
+Edellieden sneuvelden. Het onrecht schijnt aan de zijde des Heeren van
+den <span class="smallcaps">Zande</span> geweest te zijn, want in den
+zoen, tusschen de aanvankelijk verbitterde geslachten der gesneuvelden
+door den Proost van Sint-Pieter gesloten, werd den verwanten van <span
+class="smallcaps">Johan</span> opgelegd om een altaar en vicary te
+stichten in de kerk van <i>IJsselsteyn</i>, met opdracht van het
+begevingsrecht aan <span class="smallcaps">Herbarns</span> zoon <span
+class="smallcaps">Gijsbrecht</span> en diens nazaten, en daarenboven
+tot het vestigen eener jaarlijksche rente van veertig grooten tornois,
+op de Maria-kerk te <i>Utrecht</i>, voor het doen van zielmissen ten
+behoeve van Heer <span class="smallcaps">Herbarn</span>.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Gijsbrecht</span> van <span class=
+"smallcaps">IJsselsteyn</span> overleed tusschen 1341 en 1344, en werd
+opgevolgd door <span class="smallcaps">Aernout</span>, den oudsten
+zijner drie toen nog levende zonen<a class="noteref" id="xd0e7593src"
+href="#xd0e7593">8</a>. Deze was, als wy weten, in 1308 gehuwd met
+<span class="smallcaps">Maria</span> van <span class="smallcaps">
+Avennes</span>, en werd kort daarop tot de Ridderlijke waardigheid
+verheven, schoon sommige Edelen er laag op ne&ecirc;r zagen, dat hy
+zich aan eene Jonkvrouwe uit onechten bedde verbond. Hy voer er
+intusschen wel by; ontfing van zijn schoonvader nog op diens onverwacht
+doodbed (29 Mei 1317) de voogdij van het kasteel <i>Goye</i>;
+vermeerderde zijne inkomsten met eenige dagelijksche gerichten en
+schout-ambten, en was reeds een gezien Edelman, toen hy de Heerlijkheid
+van zijn geslacht be&euml;rfde, waarmede hy zich <span class="pagenum">
+[<a id="pb120" href="#pb120">120</a>]</span>niet alleen door Gravin
+<span class="smallcaps">Margareta</span> deed beleenen (1346), maar ook
+nog daarenboven door Bisschop <span class="smallcaps">Jan</span> van
+<span class="smallcaps">Arckel</span>, voor zoo ver deze te eeniger
+tijd in het bezit dier goederen mocht komen; ten opzichte van den
+Bisschop verbond hy zich daarentegen om te zorgen dat een verlangd
+huwelijk tusschen diens broeder <span class="smallcaps">
+Robbrecht</span>, den Ruwaard van &rsquo;t Sticht, en <span class=
+"smallcaps">Aleyde</span><a class="noteref" id="xd0e7633src" href=
+"#xd0e7633">9</a>, Heer <span class="smallcaps">Otto</span> van <span
+class="smallcaps">Arckels</span> Erfzuster van <i>Asperen</i> en <i>
+Hagesteyn</i>, tot stand kwam, hetgeen ook werkelijk geschiedde. De
+goede verstandhouding tusschen hem en den Kerkvoogd ging echter in de
+oneenigheden tusschen den laatste met het Beiersch Gravenhuis van <i>
+Holland</i> ten onder: <span class="smallcaps">Aernout</span> die de
+Hollandsche zijde hield, verkreeg daarvoor wel van Hertog <span class=
+"smallcaps">Willem</span> het belangrijk voorrecht om Utrechtsche
+ballingen tot poorters van <i>IJsselsteyn</i> te mogen toelaten, maar
+de uitoefening daarvan duurde niet lang, want toen zijn bestand met
+Bisschop <span class="smallcaps">Jan</span> ten einde geloopen was,
+terwijl deze zich te <i>Rome</i> bevond, trok de Maarschalk van het
+Sticht op maandag na beloken Paschen voor <i>IJsselsteyn</i> en sloeg
+er zijne tenten om heen.</p>
+
+<p>Vijf weken lang werd de plaats met allerlei stormtuig aangetast, en
+toen zag <span class="smallcaps">Aernout</span> zich gedwongen tot de
+overgave, en genoodzaakt om met eede te bezweren, dat hy en de zijnen
+in &rsquo;t vervolg goede en getrouwe Stichtsmannen zouden blijven, en
+nimmer weder tegen den Bisschop of de stad oorlog voeren. Hy hield
+echter zeer slecht woord, voegde zich spoedig weder aan de Hollandsche
+zijde, en werd door Hertog <span class="smallcaps">Willem</span>, die
+hem &raquo;zwager&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e7683src" href=
+"#xd0e7683">10</a> noemde, met gunsten overladen, ja zelfs, met den
+tytel van Baanderheer, tot Hertooglijken Raad benoemd.</p>
+
+<p>De Bisschop was over dit alles niet weinig verbitterd, maar te
+vergeefs; en in <i>Holland</i> was <span class="smallcaps">
+Aernouts</span> aanzien zoo gestegen, dat hy, met Heer <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Drongelen</span> en
+de stad <i>Dordrecht</i>, in 1358 gemachtigd werd tot het waarnemen der
+regeering, tijdens de afwezigheid van Hertog <span class="smallcaps">
+Aelbrecht</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb121" href=
+"#pb121">121</a>]</span></p>
+
+<p>Zijn ouderdom en langdurige ervaring moeten hem een groot vertrouwen
+verworven hebben, want dikwerf werd hy in belangrijke geschillen als
+scheidsman geroepen: onder anderen in 1359 tusschen <span class=
+"smallcaps">Eduard</span>, des Hertogen broeder van <i>Gelre</i>, en
+Hertoge <span class="smallcaps">Aelbrecht</span>; tusschen Hertog <span
+class="smallcaps">Aelbrecht</span> en <span class="smallcaps">
+Jan</span>, den Heere van <i>Arckel</i>; tusschen den Heer van <i>
+Arckel</i> en <span class="smallcaps">Jan</span>, Heer van <i>
+Polanen</i> en van de <i>Leck</i>. Ook schijnt er tusschen hem en den
+Bisschop eene volkomene verzoening tot stand gekomen te zijn: toen hy
+in 1360 eenige goederen aan de kerk te <i>IJsselsteyn</i> schonk, en de
+Bisschop dit goedkeurde en bevestigde, noemt deze hem &raquo;onzen
+bloedverwant en Baanderheer.&rdquo;</p>
+
+<p>Hy stierf, hoog bejaard, in 1362 of 1363, en werd in het volledig
+bezit der Heerlijkheid en alle goederen opgevolgd door zijne Erfdochter
+<span class="smallcaps">Guyotte</span> of <span class="smallcaps">
+Gwyda</span><a class="noteref" id="xd0e7752src" href=
+"#xd0e7752">11</a>, die sedert 1330 gehuwd was met den rijken,
+machtigen, en onvertsaagden <span class="smallcaps">Jan</span> van
+<span class="smallcaps">Egmond</span>, van wiens daden reeds by de
+behandeling der <i>Egmonder</i> burcht gesproken is, en die, nevens
+zijne echtgenote, in 1366 door Hertog <span class="smallcaps">
+Aelbrecht</span> met de Heerlijkheid verlijd werd.</p>
+
+<p>Ook hunnen oudsten zoon en opvolger, <span class="smallcaps">
+Aernout</span>, behoeft hier slechts herinnerd te worden. Als Heer van
+<i>Egmond</i> en <i>IJsselsteyn</i> bewees hy, in 1380, Bisschop <span
+class="smallcaps">Floris</span> van <span class="smallcaps">
+Wevelichoven</span> groote diensten by den oorlog met den overmoedigen
+Ridder <span class="smallcaps">Everaert</span> van <span class=
+"smallcaps">Essen</span>, en het beleg van diens kasteel van <i>
+Eerde</i>. Ook werd onder zijn bestuur de stad in 1390 merkelijk
+versterkt, nadat ze in 1374 door de plundering van Heer <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">Rees</span>,
+Krijgsoverste van Bisschop <span class="smallcaps">Aernout</span> van
+<span class="smallcaps">Hoorn</span>, veel geleden had.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Aernout</span> stierf in 1409, en liet
+twee zonen na, waarvan de oudste, <span class="smallcaps">Jan</span>,
+Heer van <i>Egmond</i> werd, terwijl de tweede, <span class=
+"smallcaps">Willem</span>, in het bezit van <i>IJsselsteyn</i>
+geraakte.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond van IJsselsteyn</span>, gehuwd met <span class="smallcaps">
+Jacob</span> <span class="pagenum">[<a id="pb122" href=
+"#pb122">122</a>]</span>van <span class="smallcaps">Borssele van
+Brigdammes</span> weduwe, <span class="smallcaps">Anna</span> van <span
+class="smallcaps">Hennin</span>, eene dochter van <span class=
+"smallcaps">Gauthier</span>, Heer van <i>Bossu</i>, werd weldra in de
+oneenigheden gewikkeld, die tusschen zijnen broeder en <span class=
+"smallcaps">Willem</span> den Zesde ontstaan waren, en reeds onder <i>
+Egmond</i> door ons vermeld zijn<a class="noteref" id="xd0e7876src"
+href="#xd0e7876">12</a>. Toen namelijk <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <span class="smallcaps">Egmond</span> onder vrij geleide
+voor den Hoogen-raad van <i>Holland</i> was gedaagd, maar niet
+verscheen, werd hy ten gevolge daarvan gevonnisd als schuldig aan hoog
+verraad, en, met verbeurtverklaring zijner goederen, uit den lande
+gebannen. Hy achtte zich daarop in <i>Holland</i> niet langer veilig,
+maar vertrok ijlings naar <i>IJsselsteyn</i>, en zocht er by zijn
+broeder eene schuilplaats. De Graaf-Hertog zond, zonder lang te toeven,
+zijne gezanten derwaart, en deed kasteel en stad opeischen, maar
+ontfing een weigerend andwoord. Hierop verzamelde hy een deel zijner
+Ridderen en knechten, en zond ze, omstreeks Sint-Maria Magdelena, 1416,
+met een groot aantal poorters uit de Hollandsche steden naar de
+we&ecirc;rspannige plaats, om die te belegeren. <span class=
+"smallcaps">Egmonds</span> vrienden en verwanten, waaronder
+voornamelijk Heer <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Vyanen</span>, Jonker <span class="smallcaps">Jacob</span>
+van <span class="smallcaps">Gaesbeec</span> en Heer <span class=
+"smallcaps">Hubrecht</span> van <span class="smallcaps">
+Culenborch</span>, maakten zich nu over zijn lot bezorgd, wel inziende
+dat hy op den duur geen tegenstand zou kunnen bieden, en gevaar liep
+om, wanneer hy den Graaf-Hertog als gevangene in handen viel, als een
+landverrader het lijf te verliezen. Zy besloten om eene poging tot
+verzoening te wagen; begaven zich in allerijl naar <i>Schoonhoven</i>,
+waar <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Beieren</span> nog vertoefde, en werkelijk gelukte het hun hem te
+verbidden, mits de <span class="smallcaps">Egmonders</span> zich
+onderwierpen. Zoo terstond lieten deze zich echter niet vinden. De
+bemiddelaars reden menigmaal over en we&ecirc;r, d&agrave;n naar den
+vertoornden Landsheere, d&agrave;n naar de oproerige broeders, en
+brachten het eindelijk tot een vergelijk. Zeker hebben zy den
+overmoedigen Ridders het wanhopige van een gewapenden we&ecirc;rstand,
+en het noodlottig einde eener dwaze volharding, doen inzien, want de
+voorwaarden <span class="pagenum">[<a id="pb123" href=
+"#pb123">123</a>]</span>der bevrediging waren zoo goed als verkoop
+hunner rechten en goederen:</p>
+
+<p>&raquo;De Heer van <i>Egmond</i> en Heer <span class="smallcaps">
+Willem</span> zijn broeder zouden rijden uit <i>IJsselsteyn</i>, en
+behouden hun reede have, die zy daar binnen hadden, en blijven uit den
+lande van <i>Holland</i> en <i>Zeeland</i>, en daar niet weder in
+komen, ten zij by wille en me&ecirc;weten van Hertoge <span class=
+"smallcaps">Willem</span>. En de Heer van <i>Egmond</i> zou overgeven
+en afstaan alle recht en toezeggen, dat hy had aan den huize en aan der
+stede van <i>IJsselsteyn</i>, en aan der Heerlijkheid, tot &rsquo;s
+Hertogen <span class="smallcaps">Willems</span> behoef. En de Hertog
+zou jaarlijks doen uitreiken aan den Heer van <i>Egmond</i>, hem en den
+zijnen, ten eeuwigen dage, tweeduizend oude schilden; aan Heere <span
+class="smallcaps">Willem</span>, zijnen broeder van <i>IJsselsteyn</i>,
+zeshonderd kroonen, en hun beider moeder, Vrouwe <span class=
+"smallcaps">Jolande</span> van <span class="smallcaps">
+Linningen</span>, achthonderd kroonen tot haren lijftocht.&rdquo;</p>
+
+<p>De brieven dezer voorwaarden werden opgemaakt en van wederzijde
+bezegeld, en de beide broeders verlieten daarop met hun gevolg en
+tilbare have de stad en het kasteel van <i>IJsselsteyn</i>, die
+onmiddellijk overgingen in handen van den Graaf-Hertog, en van
+zijnentwege bezet werden. De inwoners ontfingen hem voor hunnen Heer,
+en beloofden hem ho&ucirc; en trouw te zijn, &raquo;en swoeren dat ten
+Heyligen.&rdquo;</p>
+
+<p>Den 31<sup>en</sup> Mei, 1417, stierf <span class="smallcaps">
+Willem</span> de Zesde te <i>Bouchain</i>&mdash;en toen bleek het
+weldra, dat de IJsselsteyners hunnen eed, schoon zelfs op geheiligde
+overblijfselen gedaan, als gedwongen beschouwden, en zich niet gebonden
+achtten om hem te houden.</p>
+
+<p>Naauwlijks was den <span class="smallcaps">Egmonders</span> de
+doodsmare ter oore gekomen, of zy verzamelden in korten tijd een bende
+gewapenden, waarme&ecirc; Heer <span class="smallcaps">Willem</span>
+naar <i>IJsselsteyn</i> toog. Op Sacramentsnacht, by het krieken van
+den dageraad, kwam hy voor de stad; en zijne aanhangers daar binnen,
+die reeds van zijn aantocht verwittigd waren, openden hem terstond eene
+poort, zoodat hy er zonder slag of stoot meester werd, pas elf dagen na
+des Hertogen dood. De slotvoogd, die het kasteel voor de Hertogin <span
+class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124">124</a>]</span><span
+class="smallcaps">Jacoba</span> bewaarde, was echter getrouw aan zijn
+eed, versperde allen ingang, en wachtte beleg en bestorming af, hoewel
+het aantal der mannen van de bezetting niet groot was. Het duurde
+evenwel niet lang, of hy kreeg vaste hoop op ontzet.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Montfoort</span> en <span class="smallcaps">Walraven</span> van <span
+class="smallcaps">Brederode</span>, de natuurlijke vijanden van <span
+class="smallcaps">IJsselsteyn</span> en <span class="smallcaps">
+Egmond</span>, vernamen niet zoodra der broederen feit, en daarby te
+gelijk des slotvoogds trouw, of zy stelden alle andere zaken ter zijde,
+om het kasteel te ontzetten en de stad weder te winnen. <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span>, de voormalige Domdeken, begaf zich
+oogenblikkelijk naar <i>Utrecht</i>, waar hy den volksgeest by
+uitnemendheid kende, en stelde den Raad voor, om zich het belang van
+<span class="smallcaps">Jacoba</span> in deze aan te trekken, hem van
+manschap en krijgsvoorraad te voorzien, en zonder marren tegen <i>
+IJsselsteyn</i> op te trekken; hy stelde zich borg, dat de Hertogin zou
+goedkeuren om kasteel en stadsmuren ten bodem te werpen en geheel te
+slechten. Dat was een te groot lok-aas voor de goede mannen van <i>
+Utrecht</i>, om het te kunnen weerstaan: <i>IJsselsteyn</i> was hun te
+lang een zwaard in de zijde geweest, om zich niet hoogst gaarne eene
+opoffering te getroosten, wanneer zy er spoedig van verlost mochten
+worden. En alzoo trokken de Sint-Maartens-mannen reeds op Vrijdag na
+Sacraments-dag voor de thands zooveel onrust barende plaats.</p>
+
+<p>Toen <span class="smallcaps">Montfoort</span> hunne aankomst vernam,
+spoedde hy zich ijling mede derwaart, en sloot zich met zijne eigene
+wapentuurs by hen aan. Daarop zonden zy eene goed gewapende bende
+vooruit naar &rsquo;t kasteel, om den slotvoogd by te springen,
+maar&mdash;het vaandel van den trans woei hun eene slechte tijding
+tegen: Heer <span class="smallcaps">Willem</span> had in dien
+tusschentijd mede niet stil gezeten, en, wel peinzende wat er volgen
+mocht, zich meester van zijn voorvaderlijke burcht gemaakt.</p>
+
+<p>Dit viel den verbondenen zeer tegen; maar nu zy eenmaal ter plaatse
+waren, besloten zy, na korten raadslag, om niet onverrichter zake het
+veld te verlaten, maar daar by voorraad te blijven liggen. Het duurde
+niet lang, of ook <span class="smallcaps">Brederode</span> kwam <span
+class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125">125</a>]</span>met de
+zijnen aan, en sloeg zich by hen neder; en toen nu weldra ook de benden
+der Hollandsche steden en de poorters van <i>Amersfoort</i> verschenen
+en zich by hen voegden, werd het inderdaad een insluitings-leger,
+waarover <span class="smallcaps">IJsselsteyn</span> zich wel
+verontrusten mocht. Want wanneer hy van den slottoren staarde, zag hy
+zich ingesloten door een zee van tenten en paviljoenen, waarvan slechts
+vijandelijke wimpels en banderollen woeien; en wanneer in de verte een
+oprijzende stofwolk, of het flitsen der zonnestralen op stormkappen en
+speerpunten, de aannadering van krijgsknechten vermeldden, dan moest
+hem dit een verdrietelijk en onrustbarend gezicht zijn:&mdash;hy had
+geen machtige bondgenoten, met wier hulp tot ontzet hy zich vleien
+mocht, en zijn broeder van <i>Egmond</i>, hoe ridderlijk en onvertsaagd
+hy was, mocht een storm helpen afslaan, en de tuimelende vijanden doen
+vloeken op &raquo;<span class="smallcaps">Jan</span> met de
+bellen.&rdquo;&mdash;hy vermocht toch geen gantsch leger te vernielen,
+al deden dat ook zijne nobele voorbeelden: de Paladijnen der Arthur- en
+Karel-romans. Ook werd er yverig aan het beleg gewerkt; de
+Utrechtenaars vooral, &raquo;dien menich leet uyt Ysselsteyn gedaen
+was,&rdquo; werkten onvermoeid aan loopgraven en bolwerken, zoodat zy
+al spoedig een der laatsten zoo naby de stad opwierpen, dat de afstand
+op sommige plaatsen geen boogschot ver meer was.</p>
+
+<p>Een deel der stede-bannelingen van <i>Utrecht</i>, met den Domdeken
+<span class="smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">
+Lochorst</span>, <span class="smallcaps">Johan</span> van den <span
+class="smallcaps">Spiegel</span>, en eenige vijanden van het sticht,
+hadden zich intusschen by Heer <span class="smallcaps">Willem</span>
+gevoegd, en waren de bezetting van het kasteel komen versterken; maar
+ook de belegeraars kregen een nieuwen bondgenoot in <span class=
+"smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Beieren</span>, die,
+als mede zorg schijnende te dragen voor de belangen zijner nicht, zich
+ten spoedigste had uitgerust, en het getal der bespringers kwam
+vergrooten.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Willems</span> kans werd meer dan
+hachlijk, en hy zag dit zeer wel in. Een vergelijk-alleen kon hem van
+gevangenschap of dood ontslaan&mdash;en hy neigde tot het eerste. De
+onderhandeling, door bemiddeling van Heer <span class="smallcaps">
+Jan</span> van <span class="smallcaps">Heynsbergen</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126">126</a>]</span>gevoerd, duurde
+kort, want het was als overmacht tegen onmacht.</p>
+
+<p>En veertien dagen na den aanvang van &rsquo;t beleg trokken de
+broeders, met hunne me&ecirc;gebrachte goederen, en met hun gevolg en
+aanhang, waaronder ook de Utrechtsche ballingen, uit burcht en stede,
+en werden, ingevolge de voorwaarden van het verdrag, uitgeleid tot <i>
+Nyendam</i>, van waar zy, altoos buiten de landen der Hertoginne, een
+goed heenkomen moesten zoeken.</p>
+
+<p>De arme poorters intusschen, die met een nieuwen eed van hulde
+waanden vrij te komen, werden, zoodra de overwinnaars binnen waren
+getrokken, gevangen genomen, en ter beschikking van <span class=
+"smallcaps">Jacoba</span> gesteld, met uitzondering van een gedeelte,
+waarover de Elect zich meester stelde.</p>
+
+<p>Toen de Hertoginne kort daarna in <i>Holland</i> kwam, herinnerden
+de Stichtschen <span class="smallcaps">Montfoort</span> aan zijne
+belofte omtrent de vernieling van <i>IJsselsteyn</i>; en werkelijk wist
+de Burchtgraaf door tusschenkomst van <span class="smallcaps">
+Brederode</span> het daarheen te brengen, dat <span class="smallcaps">
+Jacoba</span>, die nog weinig blik in &rsquo;s Lands toestand had, aan
+de willekeurige voorwaarde hare goedkeuring schonk. Vervolgends kwam
+Heer <span class="smallcaps">Walraven</span> op Sint Pieter en Pauwels
+daarna te <i>Utrecht</i>, en nam een hoop volks van daar met zich naar
+<i>IJsselsteyn</i>, om den arbeid der verwoesting aan te vangen. Nu
+speelden moker en houweel een spel, dat den sloopers uit onze dagen
+zo&ucirc; doen watertanden: de eene toren na den andere stortte in; de
+eene poort na de andere viel te zamen; het eene muurvak na het andere
+bedekte den bodem; en dat alles onder het woest en spottend gejuich der
+baldadige poorters van <i>Utrecht</i>, die in hunne dwaze en
+hoovaardige vreugde aan niets dan aan het koelen van hun wrok
+dachten&mdash;zonder er zich over te bekommeren of het Geslacht, dat zy
+zich op deze wijze ten doodvijand maakten, niet te eeniger tijd by
+machte van we&ecirc;rvergelding zou kunnen komen. Zy arbeidden, naar
+hun eigen inzien, als goede en verstandige Sint-Maartens-mannen, voor
+de eere en het welzijn hunner stad, onvermoeid als onbevreesd, en
+zetteden, na <span class="pagenum">[<a id="pb127" href=
+"#pb127">127</a>]</span>alle steen tot puin gestort te hebben, hun werk
+de kroon op, door de geschonden plaats aan de vlammen ter prooi te
+geven, waarvan slechts de kerk en het klooster verschoond werden. Op
+beide deze gebouwen na, was het <i>IJsselsteyn</i> van 1417 het <i>
+Egmond</i> van 1315 gelijk geworden.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class=
+"smallcaps">Egmond van IJsselsteyn</span> overleed op den
+31<sup>en</sup> December 1451, nalatende twee natuurlijke kinderen,
+eene dochter, <span class="smallcaps">Belia</span>, gehuwd met <span
+class="smallcaps">Berthout</span> van <span class="smallcaps">
+Rietwijc</span>, en een zoon, <span class="smallcaps">Aernout</span>
+van <span class="smallcaps">IJsselsteyn</span> genoemd, die in den echt
+trad met <span class="smallcaps">Barbara</span> van <span class=
+"smallcaps">Borssele</span>, en in wien wy den schraapzieken Slotvoogd
+van <i>Woerden</i> hervinden, wiens vrekkige aart het der kloekheid van
+<span class="smallcaps">Johan</span> van <span class="smallcaps">
+Montfoort</span> zoo gemakkelijk maakte, om hem op tweede kersnacht,
+1488, te verschalken.</p>
+
+<p>Na Heer <span class="smallcaps">Willems</span> dood viel, by gebrek
+alzoo van een wettigen telg, de Heerlijkheid op zijn neef en naamgenoot
+<span class="smallcaps">Willem</span>, tweede zoon van den vurigen
+<span class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span>, dien wy nu reeds herhaaldelijk als den krijgshaften
+&raquo;<span class="smallcaps">Jan</span> met de Bellen&rdquo; hebben
+leeren kennen.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span> was reeds door zijn ouderen broeder, Hertog <span class=
+"smallcaps">Aernout</span> van <i>Gelder</i>, beschonken met de
+goederen van <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class=
+"smallcaps">Buren</span>, in 1430 ontzet, en voerde den tytel van Heer
+van <i>Buren</i>, <i>Leerdam</i>, <i>Schonerwoert</i> en <i>
+Haestrecht</i>, en des lands van <i>Mechelen</i>. In den slag met
+Hertog <span class="smallcaps">Gerhard</span> van <i>Berg</i>, 10
+November, 1444, die vooral door de lafhartigheid van <span class=
+"smallcaps">Geraert</span> van <span class="smallcaps">
+Culenborch</span> verloren ging, toonde <span class="smallcaps">
+Willem</span> van <span class="smallcaps">Egmond</span> een
+ridderlijken en onvertsaagden moed, maar zag zich, door de overmacht
+gedwongen, eindelijk met zijn getrouwen Drossaat tot de overgave
+genoodzaakt. De onbescheidenheid van zijn aartsvijand <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">Buren</span>,
+sints 1430 Veldheer van den Hertog van <i>Berg</i>, was gelukkig
+oorzaak van zijn bespoedigden loskoop. Hy was reeds een vol jaar
+krijgsgevangen, en Hertog <span class="smallcaps">Aernouts</span>
+geldelijke toestand had het betalen van den losprijs nog niet gedoogd,
+toon <span class="smallcaps">Buren</span> hem op den 13 November, 1445,
+een brief zond, waarin hy hem gelastte <span class="pagenum">[<a id=
+"pb128" href="#pb128">128</a>]</span>zich over acht maanden na
+Sint-Jacob, toen volgende, naar de stad <i>Berchem</i> te begeven, er
+leisting, of verblijf om schuld, te houden in het huis van zijn
+tollenaar <span class="smallcaps">Koenraed</span> van <i>
+Boelendorp</i>, en niet van daar te vertrekken buiten zijne
+bewilliging, of hy zou hem met woorden en schandbrieven voor de
+gantsche waereld als eerloos en meineedig verklaren.</p>
+
+<p>Eene dergelijke leisting had voor Geldersche Ridders niets vreemds,
+maar de wijze waarop zy nu gedaagd werd, was krenkend voor <span class=
+"smallcaps">Egmond</span> en <span class="smallcaps">Gelder</span>
+beiden. Hertog <span class="smallcaps">Aernout</span> nam daarop zijne
+maatregelen, en de loskooping volgde eerstdaags.</p>
+
+<p>Toen de laaghartige <span class="smallcaps">Adolf</span>, Hertog
+<span class="smallcaps">Aernouts</span> zoon, in verbond met zijne
+onnatuurlijke moeder <span class="smallcaps">Catherine</span> van <span
+class="smallcaps">Cleve</span> en een deel verraderlijke Edelen, zijn
+vader in 1465 te <i>Grave</i> gevangen nam, deed hy ook den niets
+kwaads vermoedenden <span class="smallcaps">Frederic</span> van <span
+class="smallcaps">Egmond</span>, Heer <span class="smallcaps">
+Willems</span> zoon, in hechtenis nemen. Vergeefs trachtte Heer <span
+class="smallcaps">Willem</span>, die ter goeder trouw maar al te
+dikwijls <span class="smallcaps">Adolfs</span> voorspraak by diens
+vader was geweest, thands voor broeder en zoon te spreken: hoe zou
+<span class="letterspaced">hy</span>, die de <span class=
+"letterspaced">vaderlijke</span> weldaden met den gruwelijksten ondank
+vergold, herinnering hebben voor de weldaden van den <span class=
+"letterspaced">oom</span>!</p>
+
+<p>Het duurde zelfs niet lang, of <span class="smallcaps">Adolf</span>,
+die de wederspannigheid der Roermonders aan heimelijk opstooken van
+zijn oom toeschreef, liet al diens leenen in <i>Gelderland</i>
+aanslaan, en viel hem met allerlei betichtingen lastig. Graaf <span
+class="smallcaps">Vincent</span> van <i>Meurs</i>, Heer <span class=
+"smallcaps">Willems</span> schoonbroeder, wist voor hem nog vrijgeleide
+te verkrijgen; maar toen <span class="smallcaps">Willem</span> te <i>
+Arnhem</i> kwam om zich te verandwoorden, en daartoe met <span class=
+"smallcaps">Vincent</span> naar &rsquo;s Hertogen hof ging, keerde de
+woesteling hun den rug toe en liet hen staan. En toen de Graaf in een
+afzonderlijk gesprek er op aan drong, om te weten hoe het dan toch met
+Heer <span class="smallcaps">Willems</span> zaak gaan moest, voer <span
+class="smallcaps">Adolf</span> toornig uit: &raquo;Wy beboeten hem voor
+20000 Rijnsche goudgulden&mdash;tenzij hy de inkomsten van den tol te
+<i>IJsseloord</i> zal betalen, of dien tol laten varen.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen de Graaf dit woord overbracht, sprak <span class="smallcaps">
+Willem</span> met bitterheid: <span class="pagenum">[<a id="pb129"
+href="#pb129">129</a>]</span>&raquo;Zie, dit is dan de dank, dat ik
+zijn vader zoo dikwerf heb verbeden, en de verschillen tusschen zijne
+steden beslecht: hy, die my mijn lieven broeder (zijn eigen vader!) en
+mijn zoon ontroofd heeft, dreigt my thands ook van mijne inkomsten te
+berooven.&rdquo;&mdash;En nadat hy den Grave gemachtigd had om met den
+overweldiger nader te onderhandelen, wierp hy zich netelig in &rsquo;t
+zaal, en reed, van een enkelen dienaar vergezeld, naar zijn Slot van
+<i>Baer</i>, waar hy zich terstond maatregelen nam, om Hertog <span
+class="smallcaps">Jan</span> van <span class="smallcaps">Cleve</span>,
+de stede <i>Wageningen</i>, en eenige anderen, met de meineedige
+handelwijze en onverdraaglijke trotschheid van <span class="smallcaps">
+Adolf</span> bekend te maken.</p>
+
+<p>Gedurende den daarop gevolgden oorlog met den Clevenaar, zond <span
+class="smallcaps">Adolf</span> eene bende krijgslieden onder <span
+class="smallcaps">Otho</span> van <span class="smallcaps">Weeren</span>
+naar <i>IJsselsteyn</i>, waar men allengs weder was beginnen aan te
+bouwen, maar nog altoos zonder beschutting van muren lag. Het viel den
+Geldersman derhalven niet moeielijk de plaats te overrompelen. De kerk
+en het klooster, door de Stichtenaars nog gespaard, werden thands met
+de herbouwde woningen en hutten mede aan de vlammen overgegeven, en de
+weerlooze menigte werd schandelijk en laaghartig mishandeld. Deze
+boosaartigheid bleef niet gants ongestraft: vijfenveertig der
+plunderaars op hun keertocht toevende binnen <i>Gorcum</i>, waar zy
+zich veilig waanden<a class="noteref" id="xd0e8416src" href=
+"#xd0e8416">13</a>, werden onverhoeds gevangen genomen en in de ijzers
+gezet. Negentien hunner, uit den stok brekende, zochten deels in het
+Minoritenklooster, voor een ander deel in de H. Geesthuiskerk een
+toevlucht. Maar te vergeefs: de stadhouder van <i>Holland</i> deed hen
+van daar en naar &rsquo;s <i>Gravenhage</i> voeren, waar zy op den
+26<sup>en</sup> en 29<sup>en</sup> Mei, 1466, ondanks alle smeekingen
+en voorbeden hunner verwanten en betrekkingen, onthalsd en geraderd
+werden.</p>
+
+<p>Jonkheer <span class="smallcaps">Frederic</span> was intusschen
+zijne gevangenis door list ontsnapt, en by zijnen vader aangekomen,
+waarop zy-beiden hunne <span class="pagenum">[<a id="pb130" href=
+"#pb130">130</a>]</span>volgers gewapend, en zich by het leger des
+Hertogen van <i>Cleve</i> gevoegd hadden, van waar zy hunnen
+vijandelijken bloedverwant menige schade toe brachten, en zelfs <i>
+Arnhem</i> verrasten.</p>
+
+<p>Na den vrede van <i>Gent</i>, 1469, begon de roekelooze <span class=
+"smallcaps">Adolf</span> weder de oude treken tegen zijnen oom. Heer
+<span class="smallcaps">Willem</span>, evenzeer verontwaardigd als
+verraderij duchtend, begaf zich onmiddelijk naar Hertog <span class=
+"smallcaps">Karel</span> van <span class="smallcaps">
+Borgondi&euml;</span>, door wiens ernstige tusschenkomst eindelijk de
+rollen werden verwisseld: <span class="smallcaps">Adolf</span> in
+hechtenis geraakte, en <span class="smallcaps">Aernout</span> op vrije
+voeten kwam. De oude Vorst erkende de trouw en gehechtheid van zijn
+broeder en diens zoon: Hy beschonk den eerste met de tollen van <i>
+IJsseloort</i> en <i>Arnhem</i>, en begiftigde den tweede met de stad
+en het kasteel van <i>Buren</i>, geheel en al, met tollen, dorpen,
+inkomsten, en rechten; daarenboven benoemde hy hem later tot Slotvoogd
+van het kasteel te <i>Grave</i>, waar hy, na zijn afstand van het
+Hertogdom aan <span class="smallcaps">Karel</span>, gewoonlijk verblijf
+hield en ook, op den 23<sup>en</sup> Februari 1473, overleed.</p>
+
+<p>By het verzet der Gelderschen tegen Hertog <span class="smallcaps">
+Karel</span>, sloot Heer <span class="smallcaps">Willem</span> zich der
+partij van den laatste aan, en verscheen met zijne drie zonen en hunne
+wapenknechten zelf in &rsquo;t Hertooglijk heir, waar hy groote
+diensten bewees, en in het beleg van <i>Nymegen</i>, 1473, zijne tenten
+opsloeg aan de overzijde van de <i>Waal</i> in &rsquo;t dorp <i>
+Lent</i>, aan de zijde van zijn ouden vriend den Hertog van <i>
+Cleve</i>, met wien hy de overmoedige stad zeer in de engte bracht.
+Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> toonde hoezeer hy de
+diensten en bekwaamheden van <span class="smallcaps">Willem</span> op
+prijs stelde, en stelde hem, na de onderwerping van <i>Gelderland</i>,
+tot zijnen Ruwaard over dat gewest aan.</p>
+
+<p>De dood van <span class="smallcaps">Karel</span> den Stoute, 5
+Januari 1477, bracht <span class="smallcaps">Willem</span> in
+ongelegenheid met de Gelderschen, die hem wantrouwden, en <span class=
+"smallcaps">Catharyne</span> van <span class="smallcaps">Gelre</span>,
+op verlangen van heur geslaakten broeder <span class="smallcaps">
+Adolf</span> (kort daarna echter voor <i>Doornic</i> gesneuveld) als
+Voogdesse aannamen. In de vijandelijkheden, hieruit metterdaad
+ontstaan, werden zijne beide jongere zonen <span class="smallcaps">
+Frederic</span> en <span class="pagenum">[<a id="pb131" href=
+"#pb131">131</a>]</span><span class="smallcaps">Willem</span> door de
+poorters van <i>Nymegen</i> gevangen, en drie jaren lang in den zwaren
+toren tegen over het <i>Valkhof</i> in hechtenis gehouden.</p>
+
+<p>De Aarts-Hertog <span class="smallcaps">Maximiliaan</span>, in deze
+zaak gemoeid, wierp zelf een oog op het bestreden Hertogdom, en nam
+Heer <span class="smallcaps">Willem</span>, om hem aan zich te
+verbinden, in 1478, te <i>Brugge</i>, onder de Ridders van het
+Gulden-vlies op. De grijze Ridder, in wien wy thands moeielijk den
+ranken Edelman met de zwarte krullende hairen kunnen herkennen, dien wy
+in 1451 op het kasteel te <i>Egmond</i> aantroffen<a class="noteref"
+id="xd0e8575src" href="#xd0e8575">14</a>, droeg het vorstelijk
+onderscheidingsteeken nog byna vijf jaren op de fiere borst. Toen
+overleed hy op het kasteel van <i>Grave</i>, 19 Januari 1483, en werd
+aan de zijde van zijnen broeder <span class="smallcaps">Aernout</span>
+begraven.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Frederic</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span>, zijn opvolger als Heer van <i>IJsselsteyn</i>, en gehuwd
+met Jonkvrouwe <span class="smallcaps">Aleyde</span>, Heer <span class=
+"smallcaps">Geraerts</span> dochter van <span class="smallcaps">
+Culenborch</span>, had intusschen reeds overvloedig van zich doen
+spreken. Ook wy hebben hem reeds ontmoet by de Utrechtsche onlusten,
+waarin de Burchtgraaf van <i>Montfoort</i>, zijn erfvijand, zulk een
+overmoedige rol speelde<a class="noteref" id="xd0e8606src" href=
+"#xd0e8606">15</a>, en <span class="smallcaps">Frederic</span> als
+Opperbevelhebber het leger des Bisschops aanvoerde.</p>
+
+<p>Hy begon de vijandelijkheden met het verbranden van eenige huizen
+aan de Catrynepoort buiten <i>Utrecht</i>, het rooven van vee uit de
+landerijen aan den <i>Rijn</i>, en het gevangennemen van eenige
+Stichtschen, die hy deed uitschudden en naar <i>IJsselsteyn</i> voeren,
+dat door hem reeds onder <span class="smallcaps">Karel</span> den
+Stoute, en met diens goedkeuring, opgebouwd en versterkt was geworden.
+Een inval der Montfoorters onder <span class="smallcaps">Jan</span> van
+<span class="smallcaps">Middachten</span> werd door den
+IJsselsteynschen Bevelhebber <span class="smallcaps">Lambrecht
+Myllinck</span> gekeerd. In de nabyheid van het steedjen had een hevig
+gevecht plaats, waarby <span class="smallcaps">Middachten</span> met
+negen ruiters en zeven poorters gevangen genomen werd, terwijl <span
+class="smallcaps">Myllinck</span>, zijn behaald voordeel <span class=
+"pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132">132</a>]</span>vervolgende, de
+landen van <i>Montfoort</i> en <i>Utrecht</i> met vuur en staal
+verwoestte. Eene onderneming der IJsselsteynschen in het volgende jaar
+gelukte volkomen. Van het kasteel <i>Oudegein</i>, aan de vereeniging
+van <i>Lec</i> en <i>IJssel</i> gelegen, en wel op den noordelijken
+oever der laatste rivier, werden een tijd lang de hinderlagen bespied,
+die de ruiters van <i>IJsselsteyn</i> langs den vaartschen <i>Rijn</i>
+legden, wanneer zy den voorraad, die van tijd tot tijd naar het
+blokhuis aan de <i>Vaart</i> werd gevoerd, wilden onderscheppen. Zoodra
+men de loerende krijgsknechten bespeurd had, werd het sein gegeven aan
+het kasteel <i>Vronesteyn</i> en aan de <i>Vaart</i>, en de vaartuigen
+die beladen waren zetteden hunne reis niet verder voort. Te vergeefs
+mochten die van <i>IJsselsteyn</i> zich een poos afmatten, wie hun
+dezen trek speelde. Eindelijk ontdekten zy de ware toedracht, en
+besloten zich van den steenen spie te ontdoen. Op zondag, 16 Juni 1482,
+overvielen zy den <i>Oudegein</i>, verjoegen de bezetting, plunderden
+en verbrandden de burcht, en keerden met de behaalde buit
+triomfantelijk in hunne stad te rug. De Stichtschen leden door dit
+verlies grooten last, want van nu aan legden Heer <span class=
+"smallcaps">Frederics</span> mannen hunne hinderlagen weer onbespied,
+en maakten zich zoowel van de vijandelijke krijgslieden, als van mond-
+en krijgsvoorraad meester.</p>
+
+<p>De bebouwde en bloeiende vallei van het Sticht werd door deze
+onophoudelijke en wederkeerige invallen een woestenij, waar netel en
+klisbloem welig tusschen de zwartgebrande puinhoopen opschoten, en het
+rijpe koren den paarden der vernielzuchtige ruiters tot voedsel diende.
+En zoo mocht de geplaagde Stichtenaar van 1482 wel met den verdrukten
+Kennemer van 885 klagen:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Des vlegels maatslag op den
+dorschvloer,&mdash;op de velden</p>
+
+<p class="line">Het vrolijk arbeidslied by spade of zeis&mdash;hoe
+zelden</p>
+
+<p class="line">Wordt meer hun volle galm, hun heldre toon gehoord!</p>
+
+<p class="line">Ach! &rsquo;t land brengt doornen meest en ruige
+distlen voort!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<p>Toen de Burchtgraaf van <i>Montfoort</i> eindelijk meende den oorlog
+<span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span>op
+grootere schaal te kunnen voeren, besloot hy om zich in de eerste
+plaats meester te maken van den zetel zijner doodvijanden, de Heeren
+van <i>IJsselsteyn</i>. Met allen spoed, maar te gelijk met ernst en
+naauwlettendheid, werden de toebereidselen daartoe gemaakt&mdash;en zoo
+zagen de poorters der stad op dingsdag den 27<sup>en</sup> Augustus
+1482, ten 4 ure in den namiddag, een leger van ongeveer 4000 man voor
+hunne wallen. Zeventien schouwen voerden groote en kleine donderbussen,
+stormtuigen, en andere krijgsbenoodigdheden aan; en alles deed zien,
+dat het <span class="smallcaps">Cleve</span> en <span class=
+"smallcaps">Montfoort</span> met de bestorming ernst was. Het leger
+werd in drie hoofdbenden verdeeld, waarvan de eerste achter langs den
+IJsseldijk de tenten opsloeg, de tweede den kruisweg die naar <i>
+Lopic</i> voerde bezettede, en de derde zich in en rondom het klooster
+der Cysteri&euml;nsen vestigde. Ofschoon er met bestormen werd getoefd,
+totdat <span class="smallcaps">Reynier</span> van <span class=
+"smallcaps">Broechusen</span> met de Cleefsche hulpbenden zou zijn
+aangekomen, liet men evenwel de stad niet met rust. De groote
+donderbussen, die reeds in de nacht tusschen dingsdag en woensdag by
+het klooster waren opgericht, wierpen spoedig een aantal vuurkogels in
+de stad, hoewel de schade die zy aanrichtten niet groot was, en slechts
+weinigen er het leven by verloren.</p>
+
+<p>De wakkere IJsselsteyners, vertrouwende op ontzet van den kant huns
+Heeren, lieten zich mede niet onbetuigd: hun geschut brandde van de
+wallen rusteloos op de belegeraars los; en te midden van dezen
+sulferdonder deden zy eenen heftigen uitval, die door de Stichtschen
+niet minder stout weerstaan werd, zoodat het tot een scherp gevecht
+kwam, waarin de laatsten natuurlijk wel den boventoon behielden, maar
+toch ook een niet onbeduidend verlies aan dooden en gekwetsten
+leden.</p>
+
+<p>Intusschen was <span class="smallcaps">Broechusen</span> met zijne
+Clevenaars den 31<sup>en</sup> Augustus over <i>Utrecht</i> naar <i>
+IJsselsteyn</i> getogen; en het leger alzoo voltallig geworden. <span
+class="smallcaps">Montfoort</span> naderde dus eindelijk tot het vurig
+gewenschte uur, waarop hy de stad zijns vijands met eene vinnige
+bestorming zou kunnen overmeesteren&mdash;maar toen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134">134</a>]</span>het er nu op aan
+kwam om dien storm te regelen, weigerden de aangekomen krijgsbenden
+volstrekt om een praam te bestijgen of een leer te beklimmen, ten zij
+de stad eerst gewonnen ware, &raquo;want,&rdquo; zeiden deze eerlijke
+Duitschers, &raquo;wy zijn herwaart gekomen om strooptochten te maken
+en te plunderen, niet om steden te bestormen.&rdquo;</p>
+
+<p>En de geest die in de afdeeling der Stichtenaars heerschte, was mede
+niet opwekkend: in die weinige dagen die het beleg nog maar duurde, had
+menig goede poorter der Bisschopsstad van de duisternis der
+regenachtige najaarsnachten gebruik gemaakt, om in alle stilte zijn
+warm bed binnen de veilige muren van <i>Utrecht</i> weder op te zoeken,
+zoodat de Stedelijke Raad genoodzaakt was, op dergelijke desertie reeds
+den 1<sup>en</sup> September eene boete van 10 pond te zetten, en dit,
+slechts 4 dagen later, te verhoogen op 100 pond, en 10 jaren
+ballingschap.</p>
+
+<p>De onwil der Clevenaars maakte nu aan het gantsche beleg een einde,
+want de Burchtgraaf wist zeer wel, dat <span class="smallcaps">
+Frederic</span> te <i>Schoonhoven</i> lag, met een reeds niet
+onaanzienlijk leger, en slechts nog eenige versterking wachtte, om tot
+ontzet uit te rukken. Een snelle storm alleen had de stad in zijne
+handen kunnen brengen. Nu de gelegenheid daartoe voorby was, werd een
+langer vertoef zelfs gevaarlijk, en, hoe hem het hooge hart ook van
+verbittering moge geklopt hebben&mdash;een spoedige terugtocht was de
+beste handeling waartoe de fiere <span class="smallcaps">Johan</span>
+van <span class="smallcaps">Montfoort</span> thands besluiten kon.</p>
+
+<p>En nu dat besluit eenmaal genomen was, werd het ook ten spoedigste
+uitgevoerd; maar juist die spoed werkte noodlottig: de krijgsknechten,
+die de oorzaak daarvan waarschijnlijk in eene mare van aanrukkenden
+vijand zochten, braken ten bestemden tijde (9 ure in den avond van 6
+September) met zooveel overhaasting op, dat het wel eene halve vlucht
+scheen, en er eene menigte van krijgs- en stormtuig achtergelaten werd,
+waartoe het felle busvuur uit de stad, waar men van bet vertrek
+bespeurd had, mede niet weinig bydroeg. De Stichtschen verloren by
+dezen vruchteloozen <span class="pagenum">[<a id="pb135" href=
+"#pb135">135</a>]</span>aanslag, alleen aan dooden, 150 man, verwijl
+het verlies der Clevenaars nog meer bedroeg.</p>
+
+<p>Die van <i>IJsselsteyn</i> maakten zich terstond van het
+achtergelaten krijgstuig meester; en daar zy het Cysteri&euml;nsen
+klooster nu als een al te voordeelige legerplaats voor den vijand
+hadden leeren kennen, lieten zy er den rooden haan kraaien, d. i.: zy
+staken het in den brand, waarna zy het vervolgends met al de daarby
+behoorende gebouwen ten gronde toe vernielden, en den monniken eene
+plaats binnen de stad inruimden.</p>
+
+<p>Van omstreeks dezen tijd dagteekent waarschijnlijk de aan een der
+wallen van <i>IJsselsteyn</i> ingemetselde steen, die tot aan het einde
+der vorige eeuw nog aldaar gezien werd, en waarop men las:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Wech, Uytersen met uw tuten en blasen,</p>
+
+<p class="line">Doet uyt twee leuwen en set twee hasen,</p>
+
+<p class="line">Want doe die van Ysselsteyn quamen in tfelt,</p>
+
+<p class="line">Hebbent die van Utrecht op een loopen gestelt.</p>
+</div>
+
+<p>Tijdens de omwenteling van 1795 werd deze steen door een hoop
+Utrechtenaars uitgebroken en in de gracht geworpen, waar hy misschien
+nog ligt.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Frederic</span>, hoewel voor het
+verlies zijner stad thands niet meer bevreesd, brandde van verlangen,
+om zich op het stoutmoedige <i>Utrecht</i> te verhalen. Nog altoos had
+de Bisschop er aanhangers, en dezen, in eene herberg &raquo;de
+Sleutel&rdquo; samenkomende, vonden daar in de dienstboden gewillige
+briefdragers voor hunne samenspanning met den Hollandschen Veldheer.
+Het naauwlettend toezicht van den stedelijken Raad voorkwam echter de
+uitvoering van het plan; verschillende personen werden gevangen
+genomen, en, als verdacht van me&ecirc;plichtigheid aan het verraad,
+ter stad uit gebannen.</p>
+
+<p>Even ongunstige uitslag volgde in 1491 op zijne poging, om de door
+de stedelingen herwonnen en bezette Catheryne-poort te heroveren. Hy
+zag zich genoodzaakt om met verlies weder te rug te trekken, en de
+poorters koelden hunne verbittering op <span class="pagenum">[<a id=
+"pb136" href="#pb136">136</a>]</span>negen zijner krijgsknechten, die
+zy gevangen hadden gemaakt: zy deden hen door beulshanden onthalzen, en
+hingen daar na de lichamen en hoofden aan den toren der poort ten
+toon.</p>
+
+<p>De Geldersche oorlog, waarin zijne stad <i>Buren</i> overweldigd, en
+het kasteel vernield werd, gaf hem daarop de handen te vol, om dezen
+hoon te wreken; maar in 1493 maakte hy zich van de voorstad de Weert
+meester, en sloot <i>Utrecht</i> zoo naauw in, dat het weldra gedwongen
+werd om vrede te sluiten, zich genoodzaakt zag tot de betaling van
+25000 goudgulden, en de overblijfselen der onthoofden, die nog altijd
+een afschuwelijk schouwspel aan de poort maakten, oogenblikkelijk te
+doen begraven.</p>
+
+<p>Een jaar te voren waren des wakkeren Ridders diensten reeds openlijk
+erkend door Keizer <span class="smallcaps">Maximiliaan</span>, die de
+Heerlijkheid <i>Buren</i> tot een Graafschap verhief, zoodat de
+broeders van <span class="smallcaps">Egmond</span> nu beiden den
+Graven-tytel voerden.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Frederic</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond van IJsselsteyn</span>, Graaf van <i>Buren</i> en <i>
+Leerdam</i>, Heer van <i>IJsselsteyn</i>, <i>Sint Maertensdijc</i>, <i>
+Cortgene</i>, <i>Cranendoncq</i>, en <i>Jaersvelt</i>, overleed in
+1500, en werd in het choor der kerk van <i>IJsselsteyn</i> bygezet aan
+de zijde zijner echtgenote, die hem reeds op den 26<sup>en</sup> Juli,
+1471, in de dood was voorgegaan, en boven wier stoffelijk overschot hy
+een verheven tombe, die heur beeld in liggende houding draagt, deed
+oprichten.</p>
+
+<p>Hun oudste zoon <span class="smallcaps">Floris</span>, gehuwd met
+<span class="smallcaps">Margareta</span> van <span class="smallcaps">
+Zevenberghe</span>, volgde in het bezit van het Graafschap <i>Buren</i>
+en <i>Leerdam</i>. De jongste, <span class="smallcaps">
+Wennemaer</span>, kwam aan de Heerlijkheden <i>IJsselsteyn</i>, <i>
+St.-Maertensdijc</i>, <i>Cortgene</i>, <i>Cranendoncq</i>, en <i>
+Jaersvelt</i>; maar daar hy weldra overleed, zonder andere kinderen dan
+een natuurlijken zoon, <span class="smallcaps">Willem</span> van <span
+class="smallcaps">IJsselsteyn</span>, zoo gingen de gantsche
+bezittingen weder onverdeeld op <span class="smallcaps">Floris</span>
+over, die daardoor de zelfde tytels voerde als zijn vader weleer droeg,
+en nog daarenboven onder de Ridders van het Gulden-vlies opgenomen
+was.</p>
+
+<p>In 1510 trachtten de Stichtschen zich van <i>IJsselsteyn</i> meester
+te maken, &rsquo;t geen hun echter mislukte. Niet beter voer <span
+class="smallcaps">Floris</span> <span class="pagenum">[<a id="pb137"
+href="#pb137">137</a>]</span>van zijnen kant in den winter van 1511:
+Met den aanvang van dat jaar zocht hy zich een bondgenoot in de felle
+vorst, en dacht de stad over het ijs te verrassen; maar eenige
+Geldersche ruiters, die zich op het platte land van &rsquo;t Sticht
+onthielden, overmeesterden de wagens waarop de stormtuigen werden
+aangevoerd, en verijdelden dus den aanslag.</p>
+
+<p>Toen Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> van <span class=
+"smallcaps">Egmond</span> daarop als Beschermheer van <i>Utrecht</i>
+was aangenomen, werden nog dat zelfde jaar de vereenigde Geldersche en
+Stichtsche wapenen tegen <i>IJsselsteyn</i> gekeerd. Drie weken lang
+duurde het beleg, en 1600 voetknechten, 300 ruiters, en 2000 poorters
+van <i>Utrecht</i> lagen gedurende dien tijd onder den standaart van
+<span class="smallcaps">Karel</span> rondom de stad gelegerd. De
+Lekdijk, naar den kant van <i>Schoonhoven</i>, staken zy door, om van
+die zijde voor overval beveiligd te zijn, en de schade, door de hieruit
+ontstane overstrooming in de omstreken en den <i>Crimpenerwaert</i>
+veroorzaakt, kostte <i>Holland</i> meer dan honderdduizend kroonen.
+Onderhandelingen van de zijde dezer provincie aangevangen, waren
+vruchteloos, en middelerwijl viel ook het kasteel <i>Jaersvelt</i>, aan
+de <i>Lec</i>, in handen der Stichtschen. Toen was het geduld van <span
+class="smallcaps">Floris</span> ten einde. Hy vereenigde zijne vaandels
+met die van Graaf <span class="smallcaps">Henric</span> van <span
+class="smallcaps">Nassau</span>, en noodzaakte den vijand, op den
+1<sup>en</sup> Juni 1511, tot het opbreken van &rsquo;t beleg. In die
+zelfde maand overviel hy, in vereeniging met den Heer van <i>
+Wassenaer</i>, aan het hoofd van 200 ruiters en 600 voetknechten de
+vijandelijke bezetting van <i>Jutfaes</i>, die hy tot aan de poorten
+van <i>Utrecht</i> voor zich uit dreef, er velen van deed
+ne&ecirc;rsabelen, en omstreeks 400 gevangen nam.</p>
+
+<p>Onder dit alles had hy dikwijls met geldgebrek te worstelen, daar de
+Landvoogdes niet altijd in staat was, om ten behoorlijken tijde zijne
+krijgskas te voorzien, zoodat hy genoodzaakt was, om met de opbrengsten
+der Utrechtsche bezittingen in <i>IJsselsteyn</i> de soudeniers te
+betalen. Misschien is het aan deze geldelijke ongelegenheden te wijten,
+dat hy in de wandeling <span class="smallcaps">Floortjen</span> Dunbier
+werd genoemd, schoon &rsquo;t ook zijn kan, dat hy dezen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138">138</a>]</span>schimpnaam aan de
+Stichtenaren te danken had, die alles behalven ingenomen waren met den
+Hollandschen Kapitein-Generaal, wiens oorlogzuchtige aart hem zijne
+lastbrieven wel eens te buiten deed gaan, en die, wanneer de bevelen
+van Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> van <span class=
+"smallcaps">Oostenrijk</span> of van <span class="smallcaps">
+Margareta</span> niet met <span class="letterspaced">zijne</span>
+zienswijze strookten, stoutmoedig verklaarde, dat hy een man des
+Keizers was, en in diens belang handelde.</p>
+
+<p>Des niettegenstaande stelde <span class="smallcaps">Karel van
+Oostenrijk</span> een groot vertrouwen in den bekwamen Ridder, die zijn
+Stadhouder in <i>Holland</i> was, en zond hem in 1515 naar <i>
+Friesland</i>, om in zijnen naam de hulde te ontvangen van dit Gewest,
+dat de Gelderschen meer dan moede begon te worden. En hier was <span
+class="smallcaps">Floris</span> vastheid van karakter de oorzaak, dat
+de Friezen, hoe lang zy ook tegenstribbelden, eindelijk genoodzaakt
+waren om den <span class="smallcaps">Oostenrijker</span> als Erfheer en
+Erflandvoogd des Heiligen Roomschen Rijks in <i>Friesland</i> te
+erkennen en aan te nemen.</p>
+
+<p>De huldiging geschiedde op den 1<sup>en</sup> Juni, 1515, met veel
+plechtigheid te <i>Leeuwarden</i>. <span class="smallcaps">
+Floris</span> vertegenwoordigde er zijn hooge Heer: Voorafgegaan door
+den Herout (wiens dalmatiek <span class="smallcaps">Karels</span>
+wapens droeg) en gevolgd door een stoet van Edelen, trad hy met het
+zwaard in de hand naar den Sint-Veits dom, waar hy de mis hoorde,
+daarna voor het choor de gelofte van onderdanigheid der Geestelijken,
+vervolgends ook den eed van hulde en manschap der Edelen en poorters
+ontfing, en eindelijk zelf de bevestiging van der Friezen
+privilegi&euml;n en vrijheden bezwoer. Na deze plechtigheid deed hy
+gouden en zilveren penningen onder het volk rondstrooien, en sloeg vier
+voorname Friesche Edelen tot Ridder, waarvan hunne vijanden schimpend
+zeiden, dat de vlierboom den koolstruik tot ridder geslagen had!</p>
+
+<p>Belangrijke diensten bewees hy daarna in de Stichtsche oneenigheden,
+en droeg er veel toe by, om <span class="smallcaps">Karel</span>, die
+inmiddels (1519) de Duitsche Keizerskroon droeg, het waereldlijk
+bestuur over het Sticht te doen verkrijgen.</p>
+
+<p>Niettegenstaande zijn onrustig en zwervend leven, bereikte <span
+class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span><span
+class="smallcaps">Floris</span> toch den gunstigen ouderdom van 70
+jaren, waarvan hy de laatsten in rust schijnt te hebben doorgebracht.
+Hy overleed den 20<sup>en</sup> Oktober, 1539, nalatende drie kinderen,
+een zoon, <span class="smallcaps">Maximiliaen</span>, en twee dochters,
+<span class="smallcaps">Anna</span> (die door heur huwelyk met <span
+class="smallcaps">Jozef</span> van <span class="smallcaps">
+Montmorency</span> moeder was van <span class="smallcaps">Floris</span>
+en <span class="smallcaps">Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Montmorency</span>, zoo bekend in onze historie) en <span class=
+"smallcaps">Walburga</span>.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Maximiliaen</span> van <span class=
+"smallcaps">Egmond van <span class="corr" id="xd0e9064" title="Bron:
+IJstelsteyn">IJsselsteyn</span></span>, thands Graaf van <i>Buren</i>
+en <i>Leerdam</i>, Heer van <i>IJsselsteyn</i>, <i>Jaersvelt</i>, <i>
+St<span class="corr" id="xd0e9081" title="Niet in
+bron">.</span>-Maertensdijc</i>, <i>Cortgene</i> en <i>Cranendoncq</i>,
+Ridder van het Gulden-vlies, werd een jaar na zijns vaders dood door
+den Keizer in de plaats van den overleden <span class="smallcaps">Joris
+Schenck van Tautenborch</span>, benoemd tot Stadhouder en
+Kapitein-Generaal van <i>Friesland</i>, <i>Overijssel</i>, <i>
+Groningen</i>, en <i>Groningerland</i>, waar hy rustig bestuurde en
+zich zeer bemind maakte. Hy deelde in hooge mate de gunst van Keizer
+<span class="smallcaps">Karel</span>, dien hy in verschillende oorlogen
+volgde, en met onkreukbare trouw aanhing, zoodat hy zelfs nooit met een
+protestant dronk, niet uit geloofshaat, maar omdat hy in den afgewekene
+van de kerk den vijand zijns meesters zag. De Keizer, zegt men, wilde
+uit ingenomenheid met den dapperen en trouwen Graaf diens Graafschap
+<i>Buren</i> tot een Hertogdom verheffen&mdash;zonder echter daarby ook
+de inkomsten te kunnen verhoogen; maar juist dit laatste bewoog <span
+class="smallcaps">Maximiliaen</span> tot eene dankvolle afwijzing:
+&raquo;Liever,&rdquo; sprak hy: &raquo;wil ik een <span class=
+"letterspaced">rijke</span> Graaf, dan een <span class="letterspaced">
+arme</span> Hertog zijn.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>Eene plotselijke ongesteldheid aan de keel werd, kort nadat hy uit
+<i>Engeland</i> in een gezantschap van &rsquo;s Keizers wege was te rug
+gekeerd, oorzaak van zijn dood, die hem in de kracht zijns levens te
+<i>Brussel</i> overviel. Zijn vriend, de keizerlijke lijfarts <span
+class="smallcaps">Andries</span> van <i>Wesel</i> (<span class=
+"smallcaps">Vesalius</span>), het gevaar ziende rijzen en het oogenblik
+van sterven naderen, achtte het zich ten plicht hem daarvan niet
+onkundig te laten, en verklaarde dat hy nog vijf of hoogstens zes uren
+leven kon. Dat was op den 22<sup>en</sup> December, 1548, tegen
+middernacht. De groothartige Ridder hoorde dit bericht met rustige
+bedaardheid aan, zond oogenblikkelijk om zijne twee gemeenzaamste <span
+class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140">140</a>]</span>vrienden,
+de Heeren van <span class="smallcaps">Ligne</span> en van <span class=
+"smallcaps">Granvelle</span>, en regelde met hen zijne belangrijkste
+zaken.</p>
+
+<p>Nu heerschte er een droevige onrust door het gantsche huis. Het
+onheilvol gerucht had reeds zijne dienaren, en vele aanzienlijke
+bekenden bovendien, in de groote zaal samen doen vloeien, om naar
+zijnen toestand te vernemen. Het verschijnen der priesters, die naar
+het slaapvertrek gaan en hem het laatste sacrament zullen toedienen,
+voorspelt het noodlottigste. Allen staan in angstige verwachting, en
+ziet, daar wordt gezegd, dat de Graaf zoo aanstonds in hun midden zal
+komen. En werkelijk, de deuren worden geopend, en, eene eerbiedige
+huivering bevangt hen&mdash;<span class="smallcaps">Maximiliaen</span>
+van <span class="smallcaps">Egmond</span>, geheel in &rsquo;t harnas
+gegespt, in plechtgewaad getooid, en met den keten van het Gulden-vlies
+omhangen, wordt binnen gevoerd. Hy spreekt allen vriendelijk toe;
+beveelt zijne bedienden aan zijner vrienden zorg, bespreekt zelf hun
+eene gedachtenis, en reikt hun de hand ten afscheid. Nu verlangt hy nog
+eens den gulden beker, waaruit hy gewoon was op feestmalen te drinken;
+en nadat hy met korte trekken zijn leven geschetst, en daarin met
+warmte van de ontfangen weldaden en gunsten des Keizers gesproken
+heeft, reikt hy den Heer van <span class="smallcaps">Ligne</span> zijn
+Ordeteeken over, om het den Keizer te rug te geven, en brengt
+vervolgends, door twee lijfknapen ondersteund, zijn laatsten dronk aan
+zijnen Heer en Meester. Het was een plechtig, een roerend oogenblik;
+mannen weenden.</p>
+
+<p>Toen dankte hy zijne beiden vrienden voor hunne dienst, sprak allen
+voor het laatst een hartelijk vaarwel, omarmde den getrouwen arts, en
+deed zich naar zijn leger voeren. Maar de sponde ontfing alleen zijn
+zielloos stof: toen men hem neder legde, had de fiere geest het lichaam
+reeds verlaten.</p>
+
+<p>Zijne weduwe, <span class="smallcaps">Fran&ccedil;oise</span>, Heer
+<span class="smallcaps">Hugoos</span> Erfdochter van <span class=
+"smallcaps">Lannoy</span>, overleefde hem nog lang: zy stierf in 1562.
+Maar voor haren dood had zy het geluk, hun eenig kind en erfdochter op
+achttienjarigen leeftijd door het huwelijk verbonden te zien aan een
+edelen jongeling van gelijken ouderdom, van Vorstelijken <span class=
+"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141">141</a>]</span>Huize, en sinds
+zijn elfde jaar aan het Keizerlijk hof te <i>Brussel</i> opgevoed: in
+1551 huwde <span class="smallcaps">Willem</span> van <span class=
+"smallcaps">Nassau-Dillenburg</span>, Prins van <i>Oranje</i>, Baron
+van <i>Breda</i> en <i>Diest</i>, met <span class="smallcaps">
+Anna</span> van <span class="smallcaps">Egmond van IJsselsteyn</span>,
+Erfdochter van <i>Buren</i> en <i>Leerdam</i> en der overige
+uitgestrekte goederen heurs vaders.</p>
+
+<p>Al te kort was zy met hem gelukkig. Zy overleed reeds in 1558, nadat
+zy hem twee kinderen had geschonken, een zoon, <span class="smallcaps">
+Filips Willem</span>, in 1554, en een dochter, <span class="smallcaps">
+Maria</span>, in 1556, die later de echtgenote des Graven <span class=
+"smallcaps">Filips</span> van <i>Hohenlo</i> werd.</p>
+
+<p>Hierdoor kwam <i>IJsselsteyn</i> alzoo in handen van het doorluchtig
+Huis van <span class="smallcaps">Oranje-Nassau</span>, waarin het ook
+tot aan <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde bleef, zonder
+dat er gedurende al dien tijd iets merkwaardigs van werd opgeteekend,
+dan alleen een enkel voorval tijdens den driedubbelen oorlog van 1672.
+In den namiddag van 12 Juli van dat jaar rukte een groot aantal
+dragonders van de Fransche bezetting uit <i>Utrecht</i> naar <i>
+IJsselsteyn</i>, om het te bemachtigen. Zy kwamen er in de nacht, en
+waarschijnlijk zeer onverwacht aan, maar werden er door de zeesoldaten
+zoo wel onthaald, &raquo;dat de meeste part het weder-komen
+vergaten&rdquo;; de overige helden spoedden zich ijlings weder naar <i>
+Utrecht</i>, &raquo;blasende en trommelende voor de Poorte Alarm, waer
+op in haer Wachten groote alteratie ontstondt.&rdquo;</p>
+
+<p>De kloekmoedige mariniers schijnen er echter slechts tijdelijk
+verblijf gehouden te hebben, want reeds binnen een week daarna waren
+kasteel en stad, zonder eenigen we&ecirc;rstand, in &rsquo;s vijands
+handen overgegaan, en werden niet weder ontruimd, dan met het vertrek
+der Franschen uit <i>Utrecht</i>.</p>
+
+<p>Na Koning <span class="smallcaps">Willems</span> plotselijke en
+onvoorziene dood in 1702, ontstond er tusschen <span class="smallcaps">
+Frederik</span> den Tweede, Koning van <i>Pruissen</i>, en <span class=
+"smallcaps">Johan Willem Friso</span>, een langdurig verschil over
+zijne nalatenschap, dat eerst door hunne erfgenamen in 1732 by
+overeenkomst geschikt werd. <i>IJsselsteyn</i> kwam toen aan <span
+class="smallcaps">Willem Carel Hendrik Friso</span>, destijds
+Stadhouder van <i>Friesland</i>, <i>Groningen</i>, <i>Drenthe</i> en
+<i>Gelderland</i>, en in 1747, als <span class="smallcaps">
+Willem</span> de Vierde, <span class="pagenum">[<a id="pb142" href=
+"#pb142">142</a>]</span>Stadhouder der Vereenigde <span class="corr"
+id="xd0e9281" title="Bron: Provincien">Provinci&euml;n</span>. Zijne
+moeder, de beminnelijke <span class="smallcaps">Maria Louisa</span> van
+<span class="smallcaps">Hessen-Cassel</span>, die, na gade en zoon
+overleefd te hebben, eerst in 1765 te <i>Leeuwarden</i> overleed, hield
+zich van tijd tot tijd in het kasteel op, dat zy als douairie bezat, en
+de IJsselsteyners spraken nog in het begin dezer eeuw met dankbare
+herinnering van de edele Vorstin.</p>
+
+<p>Gemeenlijk werd het in dien tijd bewoond door den Drost van <i>
+IJsselsteyn</i>. By de dwaze omwenteling van 1795 werd die waardigheid
+bekleed door den Heer <span class="smallcaps">de Beaufort</span>, die
+er toen afstand van moest doen, en het kasteel verlaten, dat onder de
+in beslag genomen goederen des Stadhouders behoorde, en als zoodanig
+aan de fraaie Republiek werd gebracht.</p>
+
+<p>Nu moest het, d&agrave;n als hospitaal&mdash;d&agrave;n als kazerne
+dienen, en speelde de ruwe soldaat er den meester, natuurlijk niet ten
+voordeele van het eerwaardig gebouw, dat veel van die bewoners te
+lijden had. Vervolgends werd het eenige jaren lang aan zich-zelf en den
+tijd overgelaten, en stond geheel ledig, toen Mevrouw de Weduwe van de
+<span class="smallcaps">Capelle</span> als huurderesse optrad, en er
+met een aanverwant van den Heer van der <span class="smallcaps">Duin
+van Maasdam</span> heur verblijf vestigde.</p>
+
+<p>Eindelijk werd het, na het overlijden van Mevrouw van de <span
+class="smallcaps">Capelle</span>, in 1812 door het Rijk verkocht, en
+ging toen over in handen van Jonkheer Mr. <span class="smallcaps">
+Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten</span>, Heer van <i>Bunnik</i>
+en <i>Vechten</i>, wiens Geslacht het nog steeds in bezit heeft.</p>
+
+<p>Intusschen heeft de uitwendige vorm van den <i><span class="corr"
+id="xd0e9326" title="Bron: IJselsteyn">IJsselsteyn</span></i>
+natuurlijk veel in stoutheid en rijkdom verloren. Eene afbeelding van
+den tegenwoordigen toestand wordt gevonden in <span class="smallcaps">
+Robid&eacute; van der Aas</span> &raquo;Oud-Nederland,&rdquo; en geeft
+de hoofdvormen nog kennelijk te rug. Men kan zich een denkbeeld maken
+van de voormalige sterkte dezer burcht, wanneer men ziet, dat de dikte
+van den overgebleven voormuur meer dan eene Ned. el bedraagt, terwijl
+de muur des torens, zelfs wel 1.5 N. el dikte heeft.</p>
+
+<p>De nog bestaande onderaardsche gangen zijn, door de stiklucht die
+zich daarin ontwikkelt, nooit geheel onderzocht, hoe <span class=
+"pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143">143</a>]</span>wenschelijk dit
+ook ware. Men verhaalt elkander, dat zy weleer hebben gediend
+&raquo;om, onder het water door, de gemeenschap met de stad en het
+aldaar gevestigde klooster te onderhouden.&rdquo; De ondervinding heeft
+evenwel reeds dikwerf geleerd, hoe zeldzaam dergelijke verhalen, die in
+menigte van kasteelen en bouwvallen voorkomen, by onderzoek op waarheid
+gegrond zijn.</p>
+
+<p>Waarlijk, ook by het overschot der IJsselsteynsche burcht, mag men
+met den dichter spreken:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Wel, zeker, wie &rsquo;t
+herdenken mint</p>
+
+<p class="line">Van lang voorleden, schooner dagen&mdash;</p>
+
+<p class="line">Wie een weemoedig-zoet behagen</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In de eeuwig groene Erinring
+vindt,</p>
+
+<p class="line">Heeft slechts die muren te ondervragen,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Die &rsquo;t merk van
+koninklijke pracht,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van oude&mdash;eilaas!
+verlamde&mdash;kracht&mdash;</p>
+
+<p class="line">In reuzenschrift aan &rsquo;t voorhoofd dragen.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">o, Fluisterstem van dat Voorleden,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hoe heeft mij d&aacute;ar uw
+klank bekoord,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Die, als een zangrig
+harpaccoord,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Ter helft geraden, half
+gehoord,</p>
+
+<p class="line">Den avondwandlaar langs gegleden,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De stilte van den bouwval
+stoort!</p>
+
+<p class="line">Hoe woei mij d&agrave;ar de Erinring tegen</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van Liefde en Haat, van
+Zwakte en Kracht,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van Riddereer en
+Riddermagt,</p>
+
+<p class="line">Van Lust en Last, van Ramp en Zegen!</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Dan rijst voor mijn
+verwonderd oog</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Op nieuw het burggewelf
+omhoog,</p>
+
+<p class="line">Zoo als &rsquo;et prijkte in vroeger dagen;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Dan krijgt die slotpoort als
+weleer</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Zijn ijzren vleugeldeuren
+we&ecirc;r; <span class="pagenum">[<a id="pb144" href=
+"#pb144">144</a>]</span></p>
+
+<p class="line">D&aacute;n wappert van den hoogen toren</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Op nieuw de slanke baanrol
+uit;</p>
+
+<p class="line">Dan is &rsquo;t, of &rsquo;t avondzonnegloren</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Op &rsquo;t blankgeslepen
+borstschild stuit,</p>
+
+<p class="line">En blikkert op de stormhelmetten,</p>
+
+<p class="line">En &rsquo;t flikkrend staal der krijgsgenetten,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Die zich verdringen in het
+krijt</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 6em; ">En joken naar den
+strijd!</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">D&aacute;n treedt een sleep die hallen binnen</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van Edelvrouwen, jonk en
+schoon,</p>
+
+<p class="line">Van Ridders, vurig in &rsquo;t beminnen,</p>
+
+<p class="line">Van Knapen, vrij en hoofsch van zinnen,</p>
+
+<p class="line">En Minstreels, die den zang beginnen</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Voor Vrouwengunst en
+Minneloon!</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Waar is uw luister he&ecirc;ngevaren,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">En, sombre Puinhoop,
+w&aacute;ar uw praal?</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Gij spreekt de vreeselijke
+taal</p>
+
+<p class="line">Van moeilijke Opkomst, vroeg Verderven,</p>
+
+<p class="line">Van korten Bloei en langzaam Sterven;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Gij zingt het slepend
+grafgezang</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Van eeuwgen, eeuwgen
+Ondergang!</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Doch neen, geen Dood!</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 12em; ">De geest blijft leven,</p>
+
+<p class="line">Die, eens dier stichting ingedreven,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Nog scheemrig in den bouwval
+gloort.&mdash;</p>
+
+<p class="line">Want wat des menschen vinding stichtte,</p>
+
+<p class="line">Want wat de kracht zijns wils verrigtte,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">De daad die is duurt altoos
+voort!</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147">147</a>]</span>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6661src" id="xd0e6661">1</a></span> In de ruime beteekenis van
+<span class="letterspaced">Nederlander</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6692src" id="xd0e6692">2</a></span> Zie Dl. I. blz.
+49&ndash;80<span class="corr" id="xd0e6694" title="Niet in
+bron">.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6708src" id="xd0e6708">3</a></span> Zal het misschien een Heer
+van <i>IJssel<span class="letterspaced">borch</span></i> zijn
+geweest?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6814src" id="xd0e6814">4</a></span> Zie Blz. 61&ndash;63.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6995src" id="xd0e6995">5</a></span> Maarschalk, niet in de
+beteekenis van <span class="letterspaced">Veldheer</span>, maar van
+<span class="letterspaced">Rechter</span>, gelijk staande met <span
+class="letterspaced">Baljuw</span> in <i>Holland</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7292src" id="xd0e7292">6</a></span> Met uitzondering van &rsquo;t
+reigerbosch in &raquo;<i>Aemstellelant</i>,&rdquo; en de manschap der
+beleende goederen in &rsquo;t algemeen, die de Graaf aan zich
+behield.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7442src" id="xd0e7442">7</a></span> De andere Nederlandsche
+Heeren waren die van <span class="smallcaps">Voorn</span>, van der
+<span class="smallcaps">Lecke</span> (<span class=
+"smallcaps">Aelbrecht</span> en <span class="smallcaps">Pieter</span>)
+van <span class="smallcaps">Arckel</span>, van <span class="smallcaps">
+Merode</span>, <span class="smallcaps">Otto</span> van <span class=
+"smallcaps">Cuyk</span>, <span class="smallcaps">Dani&euml;l</span> van
+<span class="smallcaps">Goor</span>, <span class="smallcaps">
+Robbrecht</span> van <span class="smallcaps">Appeltern</span>, <span
+class="smallcaps">Warnaer</span> van <span class="smallcaps">
+Merode</span>, <span class="smallcaps">Peter</span> van <span class=
+"smallcaps">Diest</span> en <span class="smallcaps">Walram</span> van
+<span class="smallcaps">Luxemborch</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7593src" id="xd0e7593">8</a></span> Heer <span class="smallcaps">
+Gijsbrecht</span> had in &rsquo;t geheel zeven kinderen, vijf zoons en
+twee dochters gehad. Twee dier zonen, de genoemde <span class=
+"smallcaps">Herbarn</span>, en <span class="smallcaps">Jan</span>,
+Domproost te <i>Utrecht</i>, waren hem in den dood voorgegaan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7633src" id="xd0e7633">9</a></span> Zy wordt ook <span class=
+"smallcaps">Elisabeth</span>, en zelfs <span class="smallcaps">
+Jenne</span> genoemd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7683src" id="xd0e7683">10</a></span> d. i. Aangehuwde
+bloedverwant; toen gold het b. v. evenzeer voor schoon<span class=
+"letterspaced">zoon</span> als thands alleen voor schoonbroeder.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7752src" id="xd0e7752">11</a></span> Van <span class="smallcaps">
+Catharyne</span> van <i>IJsselsteyn</i>, die mede in dezen tijd leefde,
+is het onzeker of zy eene <span class="letterspaced">dochter</span> of
+wel eene <span class="letterspaced">zuster</span> van Heer <span class=
+"smallcaps">Aernout</span> geweest zij.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Gwyda</span> is, Dl. I. blz. 35, ten onrechte, in navolging
+van anderen, Erf<span class="letterspaced">zuster</span>
+geschreven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7876src" id="xd0e7876">12</a></span> Dl. I. blz. 38.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e8416src" id="xd0e8416">13</a></span> <i>Gorcum</i> behoorde aan
+den Grave van <i>Charlois</i>, <span class="smallcaps">Karel</span> den
+Stoute, en lag op Hollandsch grondgebied, dat door <span class=
+"smallcaps">Otho</span> van <span class="smallcaps">Weeren</span>
+geschonden was.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e8575src" id="xd0e8575">14</a></span> Zie Dl. I, blz. 41.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e8606src" id="xd0e8606">15</a></span> Blz. 29, enz.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="ch2.5" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Jachtslot Het Loo.</h2>
+
+<p>Schoon ik een open zin en een warm hart voor het <span class=
+"letterspaced">oude</span> heb, ben ik toch volstrekt niet ingenomen
+met het <span class="letterspaced">verouderde</span>, en van weinige
+dingen heb ik een zoo volstrekten afkeer, als van verouderde
+klachten.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/hetloo.jpg" alt=
+"Het jachtslot Het Loo." width="720" height="492">
+<p class="figureHead">Het jachtslot Het Loo.</p>
+</div>
+
+<p>En niettegenstaande dit, wil ik echter nog eenmaal op eene
+verouderde klacht terug komen, omdat de ergelijke grond van haar
+ontstaan met iederen zomer weer op nieuw herleeft:</p>
+
+<p>&raquo;Wy&mdash;neen, Goddank! nog niet wy, maar toch, helaas! nog
+velen onzer&mdash;zoeken de oorspronkelijke schoonheid der natuur nog
+altoos <span class="letterspaced">buiten</span>, niet in ons vaderland;
+en wie onder ons aanspraak maakt op den naam van man van beschaving en
+opvoeding, kent, zoo hem <i>Zwitserland</i> en <i>Itali&euml;</i> nog
+vreemd zijn, ten minste de <i>Maas</i>- en <i>Rijn</i>-streken door
+eigene aanschouwing; ook nog, by toeval, de omstreken eens
+buitenverblijfs van verwant of vriend, en heeft waarlijk ook wel eens
+hooren beweren dat <i>Nederland</i> zelfs rijk aan natuurschoonheid
+is&mdash;maar onder dit laatste schrijven zijne verbaasde blikken:
+&raquo;quod est demonstrandum!&rdquo;</p>
+
+<p>De arme dwaas!&mdash;</p>
+
+<p>Ik erger my over hem, meent ge? Waarlijk niet: den man, die
+&fnof;&nbsp;50.000 jaarlijksch inkomen bezit, en zich nog altijd
+misdeeld waant, omdat hy geen &fnof;&nbsp;500.000 heeft&mdash;beklaag
+ik slechts; en&mdash;in een zeer netelige luim zou ik misschien zeggen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148">148</a>]</span>dat
+hy voor <i>Meerenberg</i> rijp is, als zoo menige politieke Tinnegieter
+onzes tijds.</p>
+
+<p><i>Nederland</i> arm aan waarachtige natuurschoonheid!</p>
+
+<p>&raquo;Zou het oord misdeeld zijn, waar de rivier tusschen
+bloemhoven en lustwaranden kronkelt, waar de duinbeek onder het
+eikenloof ruischt, en de nachtegaal uit de bloeiende meidoorn
+zingt!&mdash;Schaduw en lommer is, ook na den val der oude bosschen,
+nog immer in <i>Holland</i> overvloedig onder boomen van allerhande
+soort: want ook hier vertoont zich de bevallige verscheidenheid, en
+onze herfst pronkt even zeer met het late groen der eiken, als onze
+lente met het vroege loof van olmen, beuken, linden. Waait ons van deze
+laatsten in den zomer een welriekende balsemgeur toe&mdash;niet minder
+streelt ons in het voorjaar de balsemgeur der voor den daauw zich
+openende berkenknoppen.&mdash;Naast de hooggetopte boomen onzer dreven
+tiert weelderig het lager houtgewas, met veelvuldige schakeering van
+elzen- en esschen- en berken- en eikenloof, in bosschen, die voor de
+bijl der houthakkers niet vallen, dan om blijder telkends weder uit te
+schieten. Tusschen deze bosschen loopen rij- en wandelwegen in bochten
+en kronkelingen, zoo verscheiden, dat <span class="smallcaps">
+Vondel</span> ze eigenaardig by die van den Cretenzer doolhof
+vergelijken kon. Op dezen rondgevoerd, zien wy nu dichte houtwallen,
+dan een open plein; hier het geboomte schilderachtig tegen de duinen
+opklimmen, d&aacute;ar met abeelen- en berkenstammen aardig in het
+watervlak zich spiegelen, gints met donker loof bevallig tegen het goud
+der akkervelden of het malsche klavergroen der weiden
+afsteken.&mdash;Zoo groeien hier op <i>Hollands</i> bodem duizenderlei
+bloemen in het wilde op, en vormen onze weiden tot een veldtapijt, en
+onze bosschen en dreven, ja ook onze wildernissen en duinen, tot
+geurige lusthoven. Op klei en veen, op geest en duinzanden, op land en
+water, wassen hier in een kort bestek de kruiden en heesters van ver
+uit een liggende landstreken: de plant der Alpen en het zeewier, de
+boterbloem der moerassen en het varenkruid.&mdash;Over de kelken dezer
+in het wild verspreide <span class="pagenum">[<a id="pb149" href=
+"#pb149">149</a>]</span>bloemen zweven tallooze bontgewiekte vlinders,
+en dartelen en glansen in de zomerzon.&mdash;Zoo leeft en tiert dan ook
+by ons het bosch.&mdash;Maar als in de Hollandsche, door ons afgemaalde
+streken, op een schoonen lentemorgen de leeuwrik klapwiekend en zingend
+stijgt van uit de weide, waar het jonge lam by de moeder dartelt, en
+het runddier wellustig de klaver afscheert; als de liefelijke waassem
+van het jeugdig groen en van duizend lentebloemen ons verkwikkend
+tegenwaait; als in vaart of vliet, tusschen waterlisch en geurige
+calmus, de visschen spartelen; als uit elzen- en iepenloover het gekir
+van woud en tortelduiven, het gefluit der meerels, en de zang der
+nachtegalen zich onderling afwisselen&mdash;dan gebeurt het niet
+zelden, dat, by zooveel genot, ons gevoel als overstelpt wordt, en ons
+hart te eng schijnt om tevens al dien wellust te bevatten.&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e9513src" href="#xd0e9513">1</a></p>
+
+<p>Laat hem in den vreemde gaan reizen, die misdeeld genoeg is om <i>
+Hollands</i> weelderigen rijkdom aan schilderachtig natuurschoon te
+kunnen ontkennen; laat hem in den vreemde gaan reizen&mdash;hy zal
+&rsquo;t ook d&aacute;ar niet vinden: zijn gemoed mist den open zin,
+den spiegel die &rsquo;t weerkaatsen moet.</p>
+
+<p>En valt er zooveel reeds in de natuur aan den Hollandschen duinzoom
+te genieten&mdash;hoeveel meer dan nog in dat uitnemend gewest, dat
+(door onze vervelende zucht naar vergelijking met den vreemde) den naam
+van <i>Ne&ecirc;rlands Zwitserland</i>, of eener dergelijke
+Nederlandsche vreemdigheid, draagt!</p>
+
+<p>&raquo;O!&rdquo; wordt er gezegd: &raquo;ook daar zijn we geen
+vreemdelingen; wy kennen <i>Arnhem</i> en zijne verrukkelijke omstreken
+zeer goed!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar ge zult toch in waarheid niet meenen, dat ge het oorspronkelijk
+schoon van <i>Gelderland</i> d&aacute;ar te zoeken hebt?&mdash;Zoo ge
+my toestemmend andwoorden moet, dan bewijst ge daarm&ecirc;e, dat ge
+genoegen smaakt in wandelen tusschen groene bergen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150">150</a>]</span>en fraaie dreven,
+onder prachtige beuken zoowel als onder cierlijke acaciaas, door
+kunstelijk grotwerk zoowel als langs klaterende fonteinen&mdash;maar uw
+gevoel voor de natuur spreekt er nog volstrekt niet uit.&mdash;Zijt ge
+zoo gelukkig dit te bezitten, en weet ge alzoo <span class=
+"letterspaced">vruchtbaarheid</span> van produktiviteit, <span class=
+"letterspaced">statigen ernst</span> van eentoonigheid, <span class=
+"letterspaced">vrije natuurschakeering</span> van kunstige afwisseling
+te onderscheiden&mdash;ga dan naar dat deel van <i>Gelderland</i>, dat
+door een zijner eigene Hertogen<a class="noteref" id="xd0e9556src"
+href="#xd0e9556">2</a> werd gekenmerkt als &raquo;een wilt en bijster
+lant, daer veel overgrepen in geschi&ecirc;n plegen.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>D&aacute;ar, op de <i>Hooge-Veluwe</i>, zal de reiziger, die gewoon
+is in vreemde gewesten de natuur te gaan bewonderen, zich met eigene
+oogen gaan overtuigen, hoe rijk ook onze vaderlandsche bodem aan
+natuurschoon is. Met welgevallen zal hy opmerken, welk eene bekoorlijke
+afwisseling van land- en veldgezichten die landstreek oplevert; hoe ook
+daar de kunst op eene bevallige wijze de hand reikt aan de natuur; hoe
+schoon, hoe schilderachtig vele dorpen en gehuchten d&aacute;ar zijn
+gelegen; hoe ongelijk en golvend er de grond is, vooral aan den voet
+der zoogenaamde Woldbergen; hy zal verbaasd staan over die uitgestrekte
+heide, die zich over een lange keten van heuvels uitbreidt; in die
+heide, waarop de veelsoortige erica met hare zacht en helder purperen
+bloemen bloeit, eene plant, die slechts aan de eene zijde van onze
+planeet, te weten in <i>Jutland</i>, <i>Holstein</i>, <i>Hanover</i>,
+<i>Westfalen</i>, en <i>Nederland</i>, wordt gevonden:&mdash;en niet
+zonder belangstelling zal hy die eeuwenheugende wouden aanstaren, die
+zich als ware het nog in hunnen natuurstaat bevinden.</p>
+
+<p>En hoe vele boeiende overleveringen zijn niet verbonden aan dien
+belangwekkenden bodem; hoe vele herinneringen uit lang vervlogen dagen
+doemen d&aacute;ar op voor onze verbeelding; hoe wordt daar de geest
+gestemd tot ernst en overdenking!&mdash;<a class="noteref" id=
+"xd0e9584src" href="#xd0e9584">3</a> <span class="pagenum">[<a id=
+"pb151" href="#pb151">151</a>]</span></p>
+
+<p>En juist d&aacute;arom is die woeste, purperbruine, met donkergroen
+geschakeerde <i>Veluwe</i> zoo dubbel aantrekkelijk voor den
+beschaafden Nederlander (wie de geschiedenis zijns lands niet kent, zal
+men natuurlijk niet <span class="letterspaced">beschaafd</span>
+heeten!). En hoe eindeloos in getal, hoe veelsoortig en afwisselend
+zijn hier de historische herinneringen! By iederen voetstap: uit elken
+tijd: van toen de eerste Germaan er het zand boven de urne zijner
+dooden ten heuvel opwierp, tot toen de hervorming er de Sint-Jans
+Ridders uit hun rustig verblijf wechdreef; van dat een Koning van <i>
+Engeland</i> er ter verpoozing van staatszorg zijne valken opschoot,
+tot toen een Koning van <i>Nederland</i>, door staatszorg vermoeid, er
+den scepter nederle&icirc;.&mdash;Hoe veel voor het hart; hoeveel voor
+het hoofd! Hoe veel voor de wetenschap; hoe veel voor de
+po&euml;zy!&mdash;</p>
+
+<p>Wie onzer schilders zal nog eenmaal by zijne gave ook
+wetenschappelijk genoeg gevormd zijn, om er ons de historische
+landschappen van te schenken? Wie onzer dichters, om die landschappen
+met de handelingen van het voorgeslacht te bezielen?</p>
+
+<p>By zoo grooten rijkdom wordt de keuze van onderwerp zeker moeielijk;
+maar niet alleen voor den dichter, of den schilder&mdash;ook voor den
+geschiedschrijver, wanneer hy zich ten taak heeft gesteld om slechts
+enkele onderwerpen te behandelen. <span class="letterspaced">Dus</span>
+is het thands my, nu ik op de <i>Veluwe</i> tusschen de eeuwen
+rondwandel, en niet naar eenig merkwaardig overblijfsel <span class=
+"letterspaced">zoek</span>, maar deze zich by menigten aan my <span
+class="letterspaced">opdringen</span>.</p>
+
+<p>En wanneer ik dan den vinger zet op eene plaats, waar de
+herinneringen zich ten naauwste aan het Huis van <span class=
+"smallcaps">Oranje</span> verbinden, dan vreeze ik geenszins naar het
+minder belangrijke te hebben gegrepen.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Een halfuur noordwaart van het grijze <i>Apeldoorn</i> ligt eene
+heerlijke plek gronds; niet, gelijk men ze wel eens heeft aangeduid,
+als een <span class="pagenum">[<a id="pb152" href=
+"#pb152">152</a>]</span></p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Blinkende esmeraud, gevallen midden in het
+heidezand;</p>
+</div>
+
+<p>maar</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Als in glansend goudgevonkel &rsquo;t flonkren van den
+diamant.</p>
+</div>
+
+<p>Van heuvelige heide, en dichte, eeuwenheugende wouden omgeven, rees
+daar in de 16<sup>e</sup> eeuw het jachtslot van den Hertooglijken
+Maarschalk <span class="smallcaps">Johan Bentynck</span>, uit de
+heldere gracht omhoog.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Johan</span> was een zoon uit het oud
+en edel Geslacht van <span class="smallcaps">Bentync</span>, dat reeds
+in de veertiende eeuw in groot aanzien stond. Zijne echtgenote, <span
+class="smallcaps">Joanna</span>, des Heeren dochter van <span class=
+"smallcaps">Appeltern</span>, ontsproot mede uit een der edelste
+geslachten van het <i>Gelreland</i>. Zy schonk hem vier dochters,
+waarvan de twee oudsten in den geestelijken staat&mdash;de beide
+jongsten in het huwelijk traden; en vier zoons, waarvan drie ongehuwd,
+en de eenige die gehuwd was, toch kinderloos overleed.<a class=
+"noteref" id="xd0e9666src" href="#xd0e9666">4</a></p>
+
+<p>Reeds in 1503 werd hy met de Heerlijkheid <i>Arensberghe</i> (thands
+<i>Berrinkhuizen</i>) en de tienden in <i>Engeland</i>, op de <i>
+Veluwe</i>, beleend, en omstreeks dien zelfden tijd verlijd met het
+Jagermeesterschap op <i>Veluwe</i> en in het <i>Nederrijkswald</i>,
+waarin hy vervolgends in 1511 weder bevestigd werd.</p>
+
+<p>Wanneer, en door wie zijn huis het <i>Loo</i> gesticht was, en of
+het leven zijner vroegere bewoners in rust of in onvrede was voorby
+gegaan, daarvan weet de historie, noch de overlevering te spreken. Dat
+het een lust- en jachtslot der Geldersche Hertogen zou geweest zijn, is
+eene opvatting van lateren tijd, in den onze wederlegd, en voor goed
+vernietigd. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href=
+"#pb153">153</a>]</span></p>
+
+<p>Onder het toenmalig kerspel <i>Apeldoirn</i> gelegen, was het tot in
+1537 een vrij, eigen goed, en werd den 31<sup>en</sup> Augustus van dat
+jaar door <span class="smallcaps">Johan</span> in leen opgedragen aan
+<span class="smallcaps">Karel</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span>, zijn Hertog en Heer, dien hy sints veertig jaren
+getrouwelijk gediend had.</p>
+
+<p>De Hertog nam die opdracht willig aan, en maakte uit erkentelijkheid
+voor dit en menige trouwe dienst, het ambt van Jagermeester op <i>
+Veluwe</i> en in het <i>Nederrijks-wald</i>, &raquo;mit allen sijnen
+rechten, renten ind toebehoir&rdquo; erfelijk in het Geslacht van <span
+class="smallcaps">Bentynck</span>. Te voren was aan deze waardigheid
+ook het bezit van het Huis en de Heerlijkheid <i>Hoeckelom</i>
+verknocht geweest; maar daar dit sedert 1481 met <span class=
+"smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">Hoeckelom</span>
+vervallen was, verbond <span class="smallcaps">Karel</span> er andere,
+nieuwe voordeelen aan, en regelde de inkomsten van het ambt voor goed;
+31 Augustus 1537. Tevens bepaalde hy de erfopvolging in dezer
+voege:</p>
+
+<div class="blockquote">
+<p>&raquo;Ind nae sijner doet sall datselve Ampt erven ind vallen op
+sijnen altsten soen <span class="smallcaps">Adolph Bentynck</span>, in
+soe voirtaen then euwigen daegen toe, soe lange dair mansgeboert is,
+van sijnen <span class="smallcaps">Adolffs</span> ind <span class=
+"smallcaps">Kairls</span> sijnen sone, van lijven gekoemen. Ind
+ingevall die mansgebuert te eniger tijt gebreecke, soe sal dat vurscr.
+onse meyster Jhegerampt erven ind vallen op onsen diener ind lieven
+getrouwen <span class="smallcaps">Seger</span> van <span class=
+"smallcaps">Arnhem</span>, ind op sijne kynderen mansgebuert, die hij
+ind sijne huysvrouwe <span class="smallcaps">Anna Bentynckx</span> toe
+saemen verkregen hedden. Ind gebreck van den sall datselve ampt weder
+aen ons, onsen erven ind naekoemelyngen koemen ind vallen.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<p>En de omstandigheid, by deze laatste bepaling geregeld, had weldra
+plaats.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Johan Bentynck</span>, die als eerste
+Edelman uit de <i>Veluwe</i> de overeenkomst van 27 Januari 1538,
+omtrent de vereeniging van <i>Gelder</i> en <i>Sutphen</i> met <i>
+Gulick</i> en <i>Cleve</i> mede bezegelde, bekleedde zijne waardigheid
+tot in 1543, toen hy op den 16<sup>en</sup> <span class="pagenum">[<a
+id="pb154" href="#pb154">154</a>]</span>Oktober overleed, en ze, met
+het bezit van &rsquo;t <i>Loo</i>, aan zijn oudsten zoon <span class=
+"smallcaps">Adolf</span> naliet.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Adolf</span>, nu Erf-Jagermeester van
+de <i>Veluwe</i>, werd<a id="xd0e9844"></a> terstond beleend met de
+Heerlijkheden <i>Arensberghe</i> en <i>Westerhof</i>, en met de tienden
+van <i>Engeland</i>. Het liep echter tot den 19<sup>en</sup> September
+1547, eer hy door Keizer <span class="smallcaps">Karel</span> den
+Vijfde, sedert 1543 Hertog van <i>Gelder</i>, met het Jagermeesterschap
+der <i>Veluwe</i> en de Heerlijkheid het <i>Loo</i> verlyd werd, waarby
+het heergewaad, ook voor &rsquo;t vervolg, werd vastgesteld op twee
+witte windhonden en een jachthoorn.</p>
+
+<p>Hy overleefde de bevestiging van zijn erfrecht niet lang, want hy
+stierf reeds den 30<sup>en</sup> Mei des volgenden jaars, en liet zijne
+kinderlooze gade, <span class="smallcaps">Margareta</span> van <span
+class="smallcaps">Valck</span>, als eene eenzame weduwe achter.</p>
+
+<p>Daar nu zijn broeder <span class="smallcaps">Karel</span>, gelijk wy
+gezien hebben, reeds ongehuwd overleden was, viel het
+Jagermeesterschap, ingevolge de door Hertog <span class="smallcaps">
+Karel</span> van <span class="smallcaps">Egmond</span> gemaakte
+bepalingen, op hun schoonbroeder <span class="smallcaps">Seger</span>
+van <span class="smallcaps">Arnhem</span>, gehuwd met <span class=
+"smallcaps">Anna Bentynck</span>, na wier (mede kinderloos) overlijden,
+het weder aan het Hertogdom te rug kwam.<a class="noteref" id=
+"xd0e9901src" href="#xd0e9901">5</a></p>
+
+<p>De Heerlijkheid het <i>Loo</i> bleef echter nog een wijle aan de
+vrouwelijke zijlinie van het geslacht: <span class="smallcaps">Aleyde
+Bentynck</span>, Heer <span class="smallcaps">Filips</span> echtgenote
+van <span class="smallcaps">Varick</span>, bekwam het by erfenis van
+haren broeder, te gelijk met de Heerlijkheid <i>Westerhof</i>.</p>
+
+<p>In hoeverre het, nu wy dit alles met zekerheid weten, nog
+daarenboven aan te nemen zij, dat <i>Gelderlands</i> meest beruchte
+Maarschalk, <span class="smallcaps">Marten</span> van <span class=
+"smallcaps">Rossum</span>, de bouwheer van het kasteel wezen mag,
+kunnen wy niet meer verdedigen, al schijnt zijn wapen, met het jaartal
+1538, op het binnenplein boven den ingang van den linker zijvleugel<a
+class="noteref" id="xd0e9943src" href="#xd0e9943">6</a> te staan. <span
+class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155">155</a>]</span></p>
+
+<p>En al moeten wy nu in de prachtige bosschen, of op de heuvelige
+heide rondom het <i>Loo</i>, den forsch-gebouwden krijgsman en jager by
+uitnemendheid, den ruwen brandstichter met zijn toch zoo open en
+welwillend gelaat, missen&mdash;de <span class="smallcaps">
+Bentyncks</span> en hunne verwanten en vrienden (of wat Edelman,
+vroeger of daarna, het gezellige jachtslot moge bewoond hebben) zullen
+de groene wouden en paersche heivelden niet steeds eenzaam, en het
+ranke horendragend-, het knorrende tandmachtig-, of het schuwe kleine
+wild, niet steeds in rust gelaten hebben. Daarom willen wy ons dan ook
+eens geheel in de eigenaardige woeling rondom een <span class=
+"letterspaced">jachtslot</span> verplaatsen,&mdash;den bezitters en
+hunne gasten in hun geliefkoosd vermaak volgen, en ons daar in laten
+geleiden door twee uitmuntende gidsen. Volgen wy eerst den Heer <span
+class="smallcaps">Haasloop Werner</span>, wanneer hy de jacht in
+&rsquo;t woud vergezelt.</p>
+
+<p>&raquo;Een prachtige stoet van jagers en jageressen, gezeten op
+statige rossen en vurige telgangers, op de hand den afgerichten sperwer
+of den vluggen valk houdende, doortrok toen meermalen deze foreesten.
+De trein werd geopend door moedige en fraai gekleede edelknapen, aan
+lederen leibanden de slanke hazewindhonden, de brakken en speurhonden
+voorttrekkende, die zoo driftig en ongeduldig waren, dat het hunnen
+geleiders veel moeite kostte, hen in hunne vaart te betoomen. Dan
+weergalmde het anders zoo stille woud heinde en verre van hondgebas en
+horengeschal; de grond daverde van het getrappel van paarden, en onder
+dat alles mengde zich nog het geroep van mannen en jongens, die met
+stokken op het kreupelhout sloegen, om het wild uit zijne schuilplaats
+te verdrijven. Dan werd het majestueuze hert,&mdash;dat nog op den
+morgen zijn dorst aan de bron gelescht, toen zijn fieren kop opgeheven,
+en met een zekeren trotsch het veld (dat met heuvelen en bosschen
+omringd, zich zoo aanlokkend voordeed) had overzien&mdash;opgejaagd en
+vervolgd; zijn fijne reuk had hem reeds den naderenden vijand
+voorspeld; &eacute;en oogenblik had het luisterend stil gestaan; was
+toen met bliksemsnelheid door het geboomte gevlogen; maar de <span
+class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156">156</a>]</span>nog
+snellere pijlen en jachtsprieten, soms afgeschoten door eene
+vorstelijke hand, bereikten het meestal, en stervend zonk het ter
+aarde, om straks door de bloeddorstige honden te worden
+afgemaakt.&rdquo;</p>
+
+<p>Niet minder levendig was de hartstocht voor de valkenjacht, dat
+voorrecht en lievelingsbedrijf der Edelen, in het genieten waarvan de
+Heer <span class="smallcaps">Verster</span> van <span class=
+"smallcaps">Wulvenhorst</span> ons geleiden zal.</p>
+
+<p>&raquo;Naauwelijks heeft de rijzende zon de nevelen van den
+ochtendstond voor zich heen gedreven, of alles is op het binnenplein
+van den ridderlijken burg reeds vol leven en beweging. De knapen hebben
+de fiere rossen opgetoomd, en de stallingen der ongeduldige honden
+ontsloten; de valkeniers de valken uit het valkenhuis gedragen en, van
+hunne fraaie kappen en schelklinkende belletjens voorzien, op het raam
+geplaatst; terwijl de havikken hunne gewone plaats in de keuken, voor
+de vuist van den rustigen weidman hebben verwisseld.</p>
+
+<p>&raquo;Uit de hooge poort van het burchtgebouw treden nu de edele
+Vrouwen en Jonkers, door de luidblaffende spagnoelen (oude naam der
+spaansche honden, Espagneuls) omringd, in cierlijk gewaad te
+voorschijn. De eersten bestijgen de fraaie hakkenijen, of telgangers,
+met eerbiedige hulp der Jonkers, terwijl de geliefkoosde vogel de
+adelijke hand verciert. Behendig werpen zich de Ridders in den zadel
+der moedige rossen, en onder vrolijk jachtgeschal en het blaffen der
+honden trekt de statige trein over de breede ophaalbrug in het vrije
+veld.</p>
+
+<p>&raquo;Op de ruime vlakte hebben de yverige honden pas een reiger
+uit het moeras opgedaan, of even spoedig stijgt de edele vogel met
+pijlsnelle vaart van de hand der Burchtvrouw. Te vergeefs tracht de
+reiger in eene bespoedigde vlucht zijn heil te zoeken. Een tweede
+opgeworpen valk dwingt hem tot het opklimmen in het luchtruim. Immer
+hooger en hooger stijgende, begint, onder het bemoedigend geroep der
+jagers, de felle kamp. Met de scherpe neb verdedigt de reiger zich
+onverschrokken tegen zijne machtige aanvallers, en de zege blijft
+onbeslist. Een daverend gejuich van den jachtstoet kondigt het opwerpen
+van <span class="pagenum">[<a id="pb157" href=
+"#pb157">157</a>]</span>den derden vogel, den ouden beproefden
+geervalk, aan. Een pijl gelijk, stijgt hy, terwijl aller oogen op hem
+gevestigd zijn, boven den reiger en diens bekampers.</p>
+
+<p>&raquo;In &eacute;en oogenblik heeft zijn geoefend oog het juiste
+punt gekozen, en eensklaps stort de reiger, door een krachtigen stoot
+als verlamd, van zijne overwinnaars gevolgd, uit het luchtruim. Ras
+ijlen de Jonkers toe; bevrijden den reiger uit de scherpe klaauwen, en
+bieden de buit aan hunne gebiedsters, terwijl een welgevallige blik van
+deze, het edel jachtvermaak verhoogt.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>En wilt ge, na de bywoning dezer beide jacht-dagen, nog die van een
+derde, en wel de vervolging van den ever, dat grimmige dier, dat nog
+lang op de <i>Veluwe</i> gevonden, en waarvan waarschijnlijk de laatste
+in 1826 door den Baron van <span class="smallcaps">Lijnden</span> van
+<span class="smallcaps">Oldenaller</span> geschoten werd&mdash;zoo wil
+ik, by gebrek aan een anderen gids, zelf u voorgaan.</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Het vochtige geboomt strijdt om zijn laatsten
+dosch,</p>
+
+<p class="line">En laat het nog zoo no&ocirc; van twijg en stengel
+los.&mdash;</p>
+
+<p class="line">Alleen de krachtige eik draagt fier zijn bonte
+bl&acirc;ren,</p>
+
+<p class="line">Al dorden aan zijn voet de rimpelende varen,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Al slaat de braamstruik, aan een purper-groene
+loot,</p>
+
+<p class="line">Zijn laatsten looverpronk van hel en gloeiend rood</p>
+
+<p class="line">Om &rsquo;t bruin en vochtig mosch van tronk en wortlen
+henen.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Een borstlige ever ligt daar aan den tronk te
+lenen,</p>
+
+<p class="line">Op &rsquo;t uur des dageraads, die met zijn
+zilverglans</p>
+
+<p class="line">Reeds opstijgt tegen &rsquo;t blaauw van d&rsquo;
+oostelijken trans. <span class="pagenum">[<a id="pb158" href=
+"#pb158">158</a>]</span></p>
+
+<p class="line">De mistdrop kleurende aan de hooge en naakte
+takken,</p>
+
+<p class="line">Door &rsquo;t windgeruisch verspat, laat zich door
+&rsquo;t loover zakken</p>
+
+<p class="line">Op &rsquo;t geelend woudriet en het hoog-gewassen
+kruid,</p>
+
+<p class="line">Dat, weeldrig saamgegroeid, des evers kuil omsluit.</p>
+
+<p class="line">Het zwart en ruige dier, half in dat groen
+verstoken,</p>
+
+<p class="line">Ligt in zijn volle lengte, en knorrend,
+ne&ecirc;rgedoken.</p>
+
+<p class="line">By wijlen steekt hy &rsquo;t oor door &rsquo;t nat
+gebladerte op,</p>
+
+<p class="line">En richt van &rsquo;t laauwe mosch den borsteligen
+kop.</p>
+
+<p class="line">Hy wordt onrustig. Op de schrap gezette hoeven</p>
+
+<p class="line">Verheft hy &rsquo;t bovenlijf, en blijft beweegloos
+toeven,</p>
+
+<p class="line">Met star gevesten blik, van grimmige angst vervuld,</p>
+
+<p class="line">Terwijl zijn vochte lip zich om den slagtand
+krult:&mdash;</p>
+
+<p class="line">Twee donkere oogen, door de lagere elzenstammen</p>
+
+<p class="line">Genaderd, blikken scherp de zijnen toe, en vlammen</p>
+
+<p class="line">Hem aan:&mdash;de speurhond is aan &rsquo;t einde van
+zijn spoor;</p>
+
+<p class="line">Hy koos zijn richting goed&mdash;en is zijn vijand
+voor.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Het boschzwijn richt zich gants, en houdt de rollende
+oogen</p>
+
+<p class="line">Niet van den spie meer af. Daar komt hy
+toegevlogen,</p>
+
+<p class="line">Als tot den houw gereed. De rappe jachthond deinst,</p>
+
+<p class="line">En springt gestrekt te rug. Maar de aanval is
+geveinsd:</p>
+
+<p class="line">De listige ever schudt de borstels; wendt omzichtig</p>
+
+<p class="line">En schijnbaar traag zich af... en schiet dan, snel en
+schichtig,</p>
+
+<p class="line">Door struiken en struweel, en stormend op de
+vlucht...</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Een blaffen schalt hem na&mdash;en plotslijk trilt de
+lucht</p>
+
+<p class="line">Van &rsquo;t bassen van rondom, dat andwoordt. Kreten
+rijzen,</p>
+
+<p class="line">En rossen brieschen; schelle woudhoorngalmen wijzen
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159">159</a>]</span></p>
+
+<p class="line">En seinen plaats en spoor. &rsquo;t Gevogelt krijscht
+in &rsquo;t rond.</p>
+
+<p class="line">Al &rsquo;t wild, vervaard, schiet op van &rsquo;t
+leger, langs den grond.</p>
+
+<p class="line">Het dorre loover kraakt beneden; ratelt boven;</p>
+
+<p class="line">De felle jachtstorm is de woudkrocht
+ingestoven&mdash;</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Is alles &eacute;en rumoer.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line"><span class="hemistich">&rsquo;t Is alles &eacute;en
+rumoer.</span>Voort, jaagt het boschzwijn, voort!</p>
+
+<p class="line">De dichtste struiken in; het ruwst, moerassigst
+oord,</p>
+
+<p class="line">De diepste wildernis en dreven om en over.</p>
+
+<p class="line">Het schaaft door &rsquo;t reuzig riet; het sproeit het
+dorre loover</p>
+
+<p class="line">Met schuim; het streeft moeras en woudstroom in en
+door&mdash;</p>
+
+<p class="line">De drijvers marren niet, maar houden kloek het
+spoor.</p>
+
+<p class="line">Het dreunend hoefgestamp, het schallen van den
+horen,</p>
+
+<p class="line">Het schaatrend jachtgekrijt, klinkt altoos in zijne
+ooren:</p>
+
+<p class="line">Dan verre, en dan naby&mdash;maar immer onvermoeid,</p>
+
+<p class="line">En tot &eacute;en krijgskreet van verschrikking
+aangegroeid.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">De trillende aadren zijn den vluchteling gezwollen.</p>
+
+<p class="line">Zijn gloeiende adem schijnt tot lillend schuim te
+stollen</p>
+
+<p class="line">Om d&rsquo; opgestoken snuit. Zijn puilend oog, van
+bloed</p>
+
+<p class="line">Doorspat, wordt haast onzeekre leidsman voor zijn
+voet.</p>
+
+<p class="line">Zijn kracht schept voedsel uit zijn woede. Twee paar
+drijvers,</p>
+
+<p class="line">Hem tot op &rsquo;t lijf genaakt in &rsquo;t blinde
+vuur huns ijvers,</p>
+
+<p class="line">Zien zich besprongen van den vluchtling, snel
+gedraaid,</p>
+
+<p class="line">En hun op &rsquo;t lijf gestort met bitse kracht. Hy
+zwaait</p>
+
+<p class="line">Den groven kop, en scheurt zijn houwers, fel en
+vlimmig</p>
+
+<p class="line">Gescherpt, met heesch gesnaauw, maar moordend snel en
+grimmig, <span class="pagenum">[<a id="pb160" href=
+"#pb160">160</a>]</span></p>
+
+<p class="line">Den heeten honden dwars door buik en ingewand,</p>
+
+<p class="line">En werpt hen krimpend in &rsquo;t met bloed gekleurde
+zand.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Maar &rsquo;t spoor blijft ongewischt. En &rsquo;t
+huilen der gewonden</p>
+
+<p class="line">Is slechts een lokkend sein voor nieuwe koppels
+honden,</p>
+
+<p class="line">Wier gretig bassen van hun komst reeds waarschuwt.
+Wild</p>
+
+<p class="line">Van woede en vrees, die in de ontstoken nieren
+lilt,</p>
+
+<p class="line">Schuimt de ever voort, en door de breedst-gewassen
+varen,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Het rankrigst kreupelgroen,&mdash;de dichtste
+hazelaren,</p>
+
+<p class="line">En breekt een hollen gang door &rsquo;t ruige
+struikgewelf.</p>
+
+<p class="line">Maar in zijn listig pad vermoeit hy slechts
+zich-zelf:</p>
+
+<p class="line">De veilige eenzaamheid is d&aacute;ar ook slechts
+gedroomd.</p>
+
+<p class="line">Als drupplen in een straal, niet scheidbaar meer,
+z&oacute;o stroomt</p>
+
+<p class="line">De jachtstoet altoos na.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line"><span class="hemistich">De jachtstoet altoos
+na.</span>De felle drijvers winnen</p>
+
+<p class="line">Met ingespannen kracht, en louter vuur van binnen.</p>
+
+<p class="line">Zy naadren..... naadren..... Als een pijl schiet een
+hun v&oacute;or,</p>
+
+<p class="line">En &rsquo;t hijgend zwijn ter zij. Het voelt in
+&rsquo;t siddrend oor</p>
+
+<p class="line">De heete tanden. &rsquo;t Rilt, en staat. Het rukt, en
+bukt zich</p>
+
+<p class="line">Ten doodelijken houw&mdash;maar thands vergeefs.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line"><span class="hemistich">Ten doodelijken houw&mdash;maar
+thands vergeefs.</span>Daar drukt zich</p>
+
+<p class="line">Een tweede hondenmuil &rsquo;t gebit in &rsquo;t ander
+oor....</p>
+
+<p class="line">En heel de stortvloed volgt, hem nageschuimd in
+&rsquo;t spoor,</p>
+
+<p class="line">En werpt zich op zijn le&ecirc;n. Het schijnt een
+berggevaarte</p>
+
+<p class="line">Van wriemelend gediert, hem plettrend met hun
+zwaarte.</p>
+
+<p class="line">Het zwarte bloed stroomt neer; het schuim vliegt op en
+om; <span class="pagenum">[<a id="pb161" href=
+"#pb161">161</a>]</span></p>
+
+<p class="line">De zweetdamp walmt in &rsquo;t rond; geblaf, gehuil,
+gebrom</p>
+
+<p class="line">Galmt schor en wild door een. De doggen slaan de
+tanden</p>
+
+<p class="line">In rug en schoft en zij.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line"><span class="hemistich">In rug en schoft en
+zij.</span>Van dolle woede aan &rsquo;t branden,</p>
+
+<p class="line">En trillende van pijn, houwt hy nog eenmaal rond,</p>
+
+<p class="line">En kwetst in &rsquo;t wilde, en sleurt een enklen dog
+ten grond...</p>
+
+<p class="line">Maar krimpt zijn spieren saam, by de ijsko&ucirc; van
+de rilling</p>
+
+<p class="line">Die hem naar &rsquo;t harte schiet&mdash;en strekt met
+woeste trilling</p>
+
+<p class="line">De grove leden uit, voor immer:&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line"><span class="hemistich">De grove leden uit, voor
+immer:&mdash;</span>En nu toog</p>
+
+<p class="line">De jager &rsquo;t staal, dat tusschen schouderblad en
+oog</p>
+
+<p class="line">Het hart getroffen had, te rug, en wischte &rsquo;t
+rustig</p>
+
+<p class="line">In &rsquo;t zweet der borstlen af.</p>
+</div>
+
+<p>Zulke tafreelen rijzen u onwillekeurig voor den geest, wanneer ge in
+de ruime keuken, aan den rechter vleugel van &rsquo;t gebouw, voor den
+breeden met hertshorens vercierden schoorsteen staat, en nog half onder
+den indruk ligt van het statig en geurig lommer, dat ge pas verlaten
+hebt. Want, zoo als de dichter van den &raquo;Hollandschen
+Duinzang&rdquo; zingt:</p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Nog is jacht hier genoeglijk, en &rsquo;t weidspel in
+eer,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 4em; ">By wie rustig de leden wil
+reppen;</p>
+</div>
+
+<p>en de vergaderde buit wordt natuurlijk in de keuken saamgebracht,
+thands nog zoo wel als in de dagen der Edelen van <span class=
+"pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162">162</a>]</span><span class=
+"smallcaps">Arnhem</span>, van <span class="smallcaps">Voorst</span>,
+van <span class="smallcaps">Isendoorn</span>, van <span class=
+"smallcaps">Stepradt</span>, en van <span class="smallcaps">
+Dornick</span>, die slot en Heerlijkheid achtereenvolgend bezaten.</p>
+
+<p>In het midden der zeventiende eeuw, trok het de aandacht van den
+Prins-Stadhouder <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde, die,
+even als zijn vader, dikwerf op de <i>Veluwe</i> de genoegens der jacht
+genoot. De toenmalige eigenaar was Heer <span class="smallcaps">Johan
+Carselis</span> van <span class="smallcaps">Dornick</span>, met wien de
+Prins onderhandelen deed over den verkoop, die in 1656 tot stand
+kwam.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Willem</span> de Derde was een te
+voortreffelijk jager, om niet aan de uitmuntende omstreken zijner
+nieuwe bezitting by voorkeur te hechten. Maar ook als lustplaats trok
+ze hem aan, en hy besloot tot de oprichting van een nieuw gebouw, in de
+nabyheid van het eerste, &rsquo;tgeen ook weldra onder het geoefend
+opzicht van zijn vriend <span class="smallcaps">Godart</span> van <span
+class="smallcaps">Reede</span>, later Graaf van <i>Portland</i>,
+verrees, en naar den toenmaligen bouwtrant schoon mocht genoemd worden,
+al kon men niet zeggen dat die stijve bouwlijnen zoo goed met de
+weelderig-trotsche natuur daar rondom samenstemden, als het oude
+jachtslot, dat met zijn bus- en klokvormige torenspitsen zoo rustig
+tusschen het reusachtig geboomte in de heldere gracht lag. Het was toen
+echter geen smaak om de kunst met de natuur te doen harmoni&euml;ren:
+men waande het genialer, om de natuur naar regelen, door de kunst
+voorgeschreven, te vervormen, en zoo ging het ook hier. De tijdgeest
+vond dat schoon, vond dat prachtig&mdash;en de grootste mannen der eeuw
+bogen hun fier hoofd voor het corset en den hoepelrok.</p>
+
+<p>En de rijke en weelderige lokken van het krachtige <i>
+Veluw</i>-landschap vielen onder de spichtige vingeren van een
+Franschen kapper, die ze besnoeide, verknipte, tot averechts krullen of
+sluik neerhangen dwong&mdash;kortom: ze ten eenenmale tot een magere
+pruik vernielde&mdash;alles volgends de dorre en ijskoude metriek van
+den vernuftigen natuur-verminker <span class="smallcaps">le
+Notre</span>, den toenmaligen wetgever in de hofbouwkunst.</p>
+
+<p>In 1672 bedreigde echter de uitgebroken oorlog al dit kunstwerk
+<span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163">163</a>]</span>met
+vernietiging. Een bende Franschen kwam stroopende in de nabyheid van
+het <i>Loo</i>, en scheen wel voornemens zich er meester van te maken,
+toen zekere <span class="smallcaps">Jan van Sprang</span>, achter
+boomen en struiken verborgen, zoo wakker zijn trom roerde, dat de
+stroopers, geregelden we&ecirc;rstand, misschien zelfs wel aanval
+duchtende, ijlings aftrokken. Nog wijst men er u zijn graf, op de
+zelfde plek, die eenmaal getuige zijner kloekmoedige beradenheid
+was.</p>
+
+<p>Toen de Prins later den troon van <i>Engeland</i> beklom, vormde hy
+al spoedig het plan, om zijn princelijk lusthuis tot een echt
+koninklijk buitenverblijf te verheffen.</p>
+
+<p>De gebouwen, lusthoven, beplantingen, fonteinen en waterwerken
+verkregen, naar den eisch des tijds, een nieuwen luister. De gantsche
+plaats, met al de lanen en dreven, besloeg ongeveer eene ruimte van 160
+morgen lands. Drie tuinen, die de geheele breedte van het hoofdgebouw
+met zijne zijvleugels besloegen, van elkander afgescheiden door rechte,
+lommerrijke lanen, en allen omringd door terrassen en beplantingen,
+volgden elkander achter het paleis op, en verrukten den toenmaligen
+beschouwer door hunne regelmatigheid, door hunnen rijkdom van
+watersprongen, marmerbeelden, grotwerken, taxis-figuren, palm-pyramiden
+en andere hofcieraden&mdash;schoon ze ons thands, ondanks hunne
+schaduwloosheid, zouden doen huiveren. En om dat alles de kroon op te
+zetten, werd er besloten om van den <i>Asselt</i>, een hoogen heuvel,
+door middel van steenen potten, een waterleiding naar den tuin te
+brengen, om eene fontein te vormen, wier waterstralen zich in den
+sprong boven het paleis zouden verheffen. Van deze potten, die, den weg
+van een uur lang, in eene doorloopende richting onder den grond zitten,
+wordt tegenwoordig nog menig een opgegraven.</p>
+
+<p>De vorstelijke Stadhouder, op wiens schouderen zoo groote en zoo
+moeielijke staatszorgen rustten, kwam byna jaarlijks naar herwaart
+over, om er in zijn geliefkoosd jachtbedrijf eene verkwikkende
+uitspanning te vinden; en de krachtige hand, die in <span class=
+"pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164">164</a>]</span>die dagen het
+evenwicht van <i>Europa</i> omklemde, en <i>Frankrijks</i> trotschen
+Koning onverwrikt diens plaatse aanwees&mdash;schoot hier met vrolijke
+behendigheid den valk op, of loste het jachtroer op den borsteligen
+ever of het snelvoetige hert. Nog wijst men in het Gardersche bosch een
+op zich-zelf staanden eik aan, den Konings-eik genoemd, waar <span
+class="smallcaps">Willem</span> zijne jachtmaaltijden hield, en die,
+naar het schijnt, ook wel eens voor schijf moet hebben gediend:
+scheuren in de schors toch, doen hier en daar menigen kogel bespeuren.
+Niet verre van daar, in het zoogenaamde Heidendal, ligt ook nog de
+hertenbron, een schilderachtige waterkom, waar, rustig en eenzaam, het
+statig geboomte zich we&ecirc;rzijds van den rand en uit de diepte
+verheft, en den vlakken spiegel met een verheven lommer dekt.</p>
+
+<p>De reigerjacht was het evenwel by uitnemendheid, die er door den
+Vorst werd uitgeoefend, waartoe de ruime heivelden rondom de <i>
+Udeler</i>-meir zoo gunstige en uitlokkende gelegenheid aanboden,
+terwijl het vischrijk water-zelf de reigers uit het <i>Soerensche</i>
+bosch by menigte aan zijn kalmen oeverzoom lokte.</p>
+
+<p>De Staten van <i>Gelderland</i> gaven den Koninklijken jager
+intusschen een bewijs hunner hulde, door het <i>Loo</i> en de buurschap
+<i>Noord-Apeldoorn</i>, op de 10<sup>en</sup> December 1694, te
+verheffen tot eene hooge Heerlijkheid, ten behoeve van hem en zijne
+nakomelingen.</p>
+
+<p>Vroeger dan men vermoed had, viel deze verheffing weder in een. Zes
+jaren later, in de eerste dagen van Maart, deed de Koning zijn
+noodlottigen wandelrid naar <i>Hamptoncourt</i>; plotselijk struikelt
+het paard,&mdash;de ruiter valt,&mdash;breekt het sleutelbeen&mdash;en
+reeds op den 19<sup>en</sup> dier zelfde maand beweent <i>Engeland</i>
+het verlies zijns Konings,&mdash;<i>Nederland</i> dat zijns
+Stadhouders, aan wien het zoo groote, en niet altoos naar waarde
+erkende, verplichtingen had.</p>
+
+<p>Daar <span class="smallcaps">Willem</span> de Derde geen kinderen
+naliet, werd de hooge-Heerlijkheid van het <i>Loo</i> ook terstond
+vervallen verklaard, en op den 4<sup>en</sup> April 1702 weder aan het
+Landdrost-ambt der <i>Veluwe</i> gehecht. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb165" href="#pb165">165</a>]</span></p>
+
+<p>Nu behoorde het <i>Loo</i>, even als <i>IJsselsteyn</i><a class=
+"noteref" id="xd0e10360src" href="#xd0e10360">7</a>, onder de <span
+class="corr" id="xd0e10363" title="Bron: go-deren">goederen</span> der
+nalatenschap, waarvan het bezit door de erfgerechtigden, Koning <span
+class="smallcaps">Frederik</span> van <i>Pruissen</i> en <span class=
+"smallcaps">Johan Willem Friso</span>, onderling betwist werd. Na den
+dood des laatsten, 1711, geraakte het slechts tot eene voorloopige
+bemiddeling; maar by de meerderjarigheid van Prins <span class=
+"smallcaps">Willem Carel Hendrik Friso</span> kwam men op de zaak te
+rug, en deed moeite tot eene bepaalde afdoening.</p>
+
+<p>Baron <span class="smallcaps">Diederik</span> van <span class=
+"smallcaps">Lynden</span>, Heer van de <i>Park</i>, &rsquo;s Princen
+Opperhofmeester,&mdash;Baron <span class="smallcaps">Hobbe</span> van
+<span class="smallcaps">Aylva</span>, Drossaat van &rsquo;t Graafschap
+<i>Buren</i>, &rsquo;s Princen Opperstalmeester, en <span class=
+"smallcaps">Johan Duncan</span>, zijn gewone Raad en Rekestmeester, en
+Raad en Rekenmeester zijner domeinen, werden als gevolmachtigden naar
+<i>Berlijn</i> gezonden, en sloten er in &rsquo;s Princen naam eene
+overeenkomst, die zy vervolgends op den 16<sup>en</sup> Juni 1732 te
+<i>Dieren</i> onderschreven, nadat de onderteekening van &rsquo;s
+koningswege reeds den 14<sup>en</sup> der vorige maand te <i>
+Berlijn</i> had plaats gevonden.</p>
+
+<p>By deze schikking geraakte het <i>Loo</i> gelukkig in handen van den
+Prins, en werd alzoo weder het eigendom van den Nassauschen stam.<a
+class="noteref" id="xd0e10421src" href="#xd0e10421">8</a></p>
+
+<p>Na &rsquo;s Princen benoeming tot Stadhouder der ge&uuml;nieerde
+Provinci&euml;n, beschonken de Staten van <i>Gelderland</i> nogmaals,
+en wel by besluit van 13 Januari 1748, het <i>Loo</i> met de rechten
+eener hooge Heerlijkheid, en vergrootten er het gebied van, door de
+byvoeging van het geheele Ambt van <i>Apeldoorn</i> en der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb166" href=
+"#pb166">166</a>]</span><i>Udeler</i>-meir. Thands werd het weder
+levendiger in de zalen, dreven, tuinen en pleinen der lustplaats; want
+ook <span class="smallcaps">Willem</span> de Vierde vertoefde er van
+tijd tot tijd, en deed verbeteren en verfraaien waar hy dat noodig
+rekende. En toen de wakkere en bedrijvige Vorst &raquo;die zich ook
+zonder den oorlog voor het Vaderland opofferde,&rdquo; onder zijn
+onvermoeiden arbeid voor het belang der <i>Nederlanden</i>, op den
+24<sup>en</sup> Oktober, 1751, bezweek, keerden stilte en eenzaamheid
+op het <i>Loo</i> te rug, en hielden er weder gedurende eenigen tijd
+een ongestoord verblijf.</p>
+
+<p>&rsquo;s Princen eenige zoon, de goedaardige <span class=
+"smallcaps">Willem</span> de Vijfde, die reeds op achttienjarigen
+leeftijd de waardigheden en&mdash;staatszorgen zijns vaders erfde,
+verpoosde zich gaarne op het <i>Loo</i>, en deed er vooral de
+diergaarde uitbreiden, waartoe het geschenk van den Admiraal van <span
+class="smallcaps">Braem</span>, na de verovering van <i>Malabar</i>,
+van twee schoone Aziatische olifanten, hem uitmuntend te stade kwam.
+Zijne zachte geaartheid deed hem in de jacht weinig aanlokkelijks
+vinden, zoodat hy die byna geheel ter zijde stelde voor zijn meer
+geliefkoosd vermaak der visscherij, die door de nabyheid der <i>
+Udeler</i> meir, met hare verbazend groote snoeken, steeds uitlokkende
+bevrediging vond. Van deze vischpartijen wist de geleider, die nog voor
+korte jaren den bezoeker van het paleis en der tuinen vergezelde, veel
+te verhalen; en de goede Prins, wiens verlangde komst telkens door
+hardloopers met hunne mytervormige mutsen en geslingerde staven werd
+aangekondigd, en die zoo lieftallig en gemeenzaam jegens allen was,
+stond hem, hoewel toen pas een knaap zijnde, nog helder voor den
+geest.</p>
+
+<p>Het bleven intusschen niet immer pleziertochten, die reizen naar het
+<i>Loo</i>: Toen heerschzucht en vrijheidskoorts den Staten van <i>
+Holland</i> dermate benevelden, dat zy het Stadhouderschap vervallen
+verklaarden, en den Prins daarenboven het bevel over de Haagsche
+bezetting ontnamen&mdash;waren het zeker geene genoeglijke denkbeelden
+van uitspanning en verpoozing, die den edelen Vorst door het hoofd
+dwaalden, toen hy de onstuimige hofplaats voor zijne stille lustplaats
+ontweek. <span class="pagenum">[<a id="pb167" href=
+"#pb167">167</a>]</span></p>
+
+<p>Dit was nog niet de treurigste slag die hem trof.</p>
+
+<p>De tusschenkomst der Pruissische benden, onder den Hertog van <i>
+Brunswijk</i>, herstelde het geschonden gezach slechts voor een tijd.
+Op den 18<sup>en</sup> Januari, 1795, verliet de miskende Stadhouder
+het misleide <i>Nederland</i>, en het <i>Loo</i> zag hem nimmer weder
+rustig en nadenkend door de dreven dwalen.</p>
+
+<p>En hoe het toen met <i>Gelderlands</i> prachtigst buitenverblijf
+geschapen stond, blijkt uit de woorden van den Baron van <span class=
+"smallcaps">Spaen</span>, wier aandoenlijkheid in hunne eenvoudigheid
+spreekt: &raquo;Thands heeft deeze Heerlijkheid het lot van alle de
+goederen van het huis van <span class="smallcaps">Oranje</span>
+ondergaan; en de vriend van zijn Vaderland moet de eenzaamheid van die
+uitgestrekte gebouwen, van die kunstige waterwerken, van die aangename
+wandeldreven betreuren, dewijl die, door eene talrijke Hofhouding in
+den zomer bewoond, vreemdelingen aanlokten en veel vertier
+veroorzaakten; &rsquo;twelk voor de ingezetenen der schrale hooge <i>
+Veluwe</i> een bron van welvaart was, die nu uitgedroogd is.&rdquo;</p>
+
+<p>En die toestand van verlatenheid was nog de ergste niet; zelfs niet
+de baldadigheden, door de Engelschen gepleegd, toen zy uit de
+zuidelijke <i>Nederlanden</i> terug, en hier door trokken, brachtten er
+zoo veel verwoesting, als de naar geld grijpende hand van het Bestuur
+der eerlijke Bataafsche-Republiek: De zwaarste boomen werden
+omgehouwen, het lood der daken en fonteinpijpen afgeworpen en
+opgegraven, en met de prachtige meubelen, en wat door kostbaarheid van
+waarde was.... te gelde gemaakt!</p>
+
+<p>En indien dit geschiedde door den Staat-zelf&mdash;hoe kon men dan
+verwachten, dat de vreemdeling minder dorre gevoelloosheid verraden
+zou! Zeker&mdash;wanneer <span class="smallcaps">Johan Bentynck</span>
+zijn fieren gebieder op zijn jachtslot onthaalde, en alles daar wemelde
+van den rijkdom en de pracht des Hertooglijken aanhangs&mdash;dan heeft
+hy wel nooit, ook maar niet van verre, vermoed, dat het eenmaal tot een
+&raquo;armzalig hospitaal&rdquo; voor soldaten zou worden verlaagd. En
+wanneer Graaf <span class="smallcaps">Godart</span> van <i>Portland</i>
+de door hem aangelegde <span class="pagenum">[<a id="pb168" href=
+"#pb168">168</a>]</span>zalen en vertrekken voor <i>Nederland</i> zag
+gewijd door de voetstappen van zijn vorstelijken vriend, dien men
+thands erkent een der grootste Koningen van <i>Groot-Britanje</i> te
+zijn geweest&mdash;toen heeft hy zeker ook nooit gedacht, dat eenmaal
+een deel der armee van die zelfde Franschen, door een <span class=
+"smallcaps">Willem</span> den Derde zoo nadrukkelijk in toom gehouden,
+de leden, met eene walgelijke huidziekte overdekt, daar zouden
+ne&ecirc;rstrekken, en somtijds, door verregaande onvoorzichtigheid
+hunne eigene krijgsgenoten, gevaar zouden loopen om met het gebouw-zelf
+in vlammen te verteeren.</p>
+
+<p>En toch&mdash;het jachtslot werd tot een hospitaal verlaagd; en toen
+het getal der kranken tot byna zes duizend geklommen was, vervulde het
+ook voor een groot deel de zalen en vertrekken van het paleis. En toen
+eenmaal, nog steeds in 1795, <i>Deventer</i>, <i>Zutphen</i>, <i>
+Doesburg</i> en <i>Arnhem</i> nalatig waren in het voldoen der
+vorderingen ten behoeve van dat hospitaal, dreigde de Generaal <span
+class="smallcaps">van Damme</span>, met de volmaakte onbeschaamdheid
+van een Franschen veroveraar, dat hy een deel der besmettelijke
+huidzieken van het <i>Loo</i> by de burgers dier steden zou doen
+inlegeren.</p>
+
+<p>De herschepping van de Noordelijke <i>Nederlanden</i> in een
+Koninkrijk <i>Holland</i>, was voor het <i>Loo</i> eene weldaad. De
+goede <span class="smallcaps">Lodewijk</span>&mdash;een andere <span
+class="smallcaps">Willem</span> de Vijfde, maar met minder begrip eener
+voormalige Hollandsche deugd, die spaarzaamheid heette&mdash;had niet
+zoodra kennis met de vernielde lustplaats gemaakt, of hy verlangde dat
+ze in beteren staat gebracht, en weder tot een vorstelijk verblijf zou
+ingericht worden.</p>
+
+<p>Op dien koninklijken last togen nu alle handen aan het werk; en
+weder naar den toenmaligen, wel ietwat kleingeestigen, maar minder
+onnatuurlijken, smaak ingericht&mdash;was het <i>Loo</i> weldra in
+staat, zijn vroegeren roem te handhaven. Jammer slechts, dat <span
+class="smallcaps">Lodewijks</span> bygeloovige zwakheid het jachtslot
+(waar intusschen reeds voor 1730 de peer- en klokvormige torendaken in
+de tegenwoordige spitsen veranderd waren) een der grootste cieraden
+ontnam, door het doen dempen der gracht, wijl hem gezegd was, dat hy
+zich in &rsquo;t algemeen voor water zou hebben te hoeden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169">169</a>]</span>Het voorkomen van
+het jachthuis is er merkelijk door verminderd, en het maakt thands meer
+den indruk van een zware en versterkte poort, dan van een klein
+kasteel. Op het paleis, weldra door zijn bekwamen bouwmeester <span
+class="smallcaps">Tibault</span> hersteld en verbeterd, deed hy de
+eetzaal tot kapel inrichten; dit is later weder veranderd en op den
+ouden voet gebracht, maar de gedempte gracht zal waarschijnlijk wel
+immer in den tegenwoordigen toestand blijven. Onder <span class=
+"smallcaps">Lodewijks</span> belangrijkste verbeteringen behoort
+voorzeker het aanleggen van den straatweg, die de tot op dien tijd
+gebezigde mulle heibaan verving. De koning, hoe wisselziek van aart
+ook, bevond zich dikwerf op het <i>Loo</i>; en in den zomer van 1808
+konden de omwoners zich elken zondag te goed doen aan het vreemde en
+schitterende schouwspel, dat de parade van de garde, de ruiterij, en
+het voetvolk hun opleverde.</p>
+
+<p>Maar ook dit ging weldra voorby. Het jaar 1810 was daar; het
+Koningrijk <i>Holland</i> werd by het Keizerrijk ingelijfd, en met
+<span class="smallcaps">Lodewijks</span> vertrek bleven van den
+voormaligen drokken en woeligen stoet in paleis en jachtslot niet dan
+slechts weinige beambten over.</p>
+
+<p>Toen echter de groote veroveraar <span class="smallcaps">
+Napoleon</span> in het volgende jaar door <i>Gelderland</i> trok, kreeg
+alles op het <i>Loo</i> weder voor korten tijd een vorstelijk aanzien.
+In de maand Oktober was de Keizerin, vergezeld van den Prins <span
+class="smallcaps">Neufchatel</span>, de schoone Hertogin <span class=
+"smallcaps">Monte-Bello</span>, en geheel een schitterenden hofstoet,
+aangekomen, en men verwachtte er ook den Keizer-zelf. Deze, den
+29<sup>e</sup> dier maand onder het geleide van talrijke gewapenden van
+<i>Zwolle</i> vertrekkende, kwam nog dien zelfden dag op het paleis
+aan, met den Maarschalk <span class="smallcaps">Duroc</span>, Hertog
+van <i>Frioul</i>, en een aanzienlijk gevolg, waarvan een deel hem op
+zijne wandelingen door de lustplaats vergezelde, nadat alvorens de
+paden en lanen van tuin en park door eene gewapende wacht van alle
+andere bezoekers was ontruimd. Geen arbeider zelfs was dan het blijven
+vergund. &raquo;Zoo bevreesd was de man, op wiens wenk duizenden zich
+in het stof bogen, dat de Hollanders, dien hy onlangs de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170">170</a>]</span>weldaad bewezen
+had, van hen met het Groote Rijk te vereenigen, hem met ondank
+beloonen, en wellicht door gehuurde moordenaars een aanslag op zijn
+leven ondernemen zouden.&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e10683src"
+href="#xd0e10683">9</a>&mdash;In de nacht tusschen 30 en 31 Oktober
+kwamen twee koeriers, met haastigen spoed, op het <i>Loo</i> aan, en de
+rust in de koninklijke slaapkamer, waar slechts de wit-satijnen
+ledikant-gordijnen <span class="smallcaps">Napoleons</span> sluimer
+bespiedden, werd voor goed gestoord. Onverwacht gaf de Keizer bevel om
+nog dien zelfden dag te vertrekken; en op den avond sprak men er van
+zijne kortstondige verschijning, als van een bonten en wonderlijken
+droom, die van eene zonderlinge rust was opgevolgd. Kort daarna was de
+rust van geheel <i>Europa</i> weder gestoord, en werden alom de
+geduchte toebereidselen gemaakt tot den tocht naar <i>Rusland</i>.</p>
+
+<p>En deze tocht naar <i>Rusland</i> legde den grondslag tot de
+opeenvolging van gebeurtenissen, die den oranjeboomen op het <i>Loo</i>
+weder eene eigenaardige en vrolijke beteekenis gaven: in 1813 zette het
+Huis van <span class="smallcaps">Oranje</span> vasten voet op den
+Nederlandschen bodem, en <span class="smallcaps">Willem</span> de
+Eerste kende weldra geen uitlokkender oord tot ontspanning en rust, dan
+de schepping van <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde.</p>
+
+<p>&raquo;Sedert dien tijd werd het <i>Loo</i> de geliefkoosde
+lustplaats onzer vorstelijke famili&euml;, die hier meer dan op het
+kasteel te <i>Laeken</i> aan hare zucht voor eene burgerlijke
+levenswijze gehoor gaf.&rdquo; Nog toont de gids die u er rond leidt
+&raquo;al de plekjens aan, waar Koning <span class="smallcaps">
+Willem</span> van zijne wandelingen door het park uitrustte, vooral aan
+den grooten vijver, in de nabyheid van een zacht-ruischenden waterval,
+en maakt u opmerkzaam op het kleine eilandjen, waar de Vorstelijke
+famili&euml; dikwijls op schoone zomeravonden in de open lucht de thee
+gebruikte. De regtschapen Vorst, die steeds het goede wilde, ook schoon
+hy misschien dikwijls faalde in de keuze der middelen om het te
+bereiken, zocht hier, vooral gedurende het laatste tiental jaren zijner
+regeering, <span class="pagenum">[<a id="pb171" href=
+"#pb171">171</a>]</span>dikwerf verpoozing van de zorgen, die by
+voorkeur de hooggewelfde paleizen omzwerven.&rdquo;</p>
+
+<p>Voorwaar! Wie ook thands dat prachtige park doorwandelt, hy zal nog
+het woord bestemmen, reeds in 1841 gesproken: Het is zoo aangenaam er
+rond te dolen met iemant, die er zich thuis vindt, en nog iets weet te
+verhalen van gintsche tijden, toen Princes <span class="smallcaps">
+Louize</span> hier nog haar geliefkoosd verblijf hield, en een dier
+bekoorlijke tentjens bewoonde; toen onze Koningin met zooveel
+blijdschap hare rust genoot in deze stille afgescheidenheid van de
+waereld; toen Princes <span class="smallcaps">Marianne</span> zich nog
+in het liefelijk hofjen verblijdde, dat ter zijde van het paleis nog de
+dagen harer kindsheid vertoont; toen de boerderij, die zoo vriendelijk
+door het groen bedekt is, haar een zoo beminnelijk Nederlandsch
+karakter deed bezitten.&mdash;O, het <i>Loo</i> bevat een waereld van
+gedachten, niet uit te spreken, maar die menigmaal een traan in ons oog
+deed opwellen!&mdash;</p>
+
+<p>Onder <span class="smallcaps">Willem</span> den Eerste werden ook de
+ruime vijvers gegraven, wier oevers zulk een prachtig gezicht
+opleveren, en die in onze dagen door zijn kleinzoon aanmerkelijk werden
+verbeterd en verfraaid, zoodat zy thands een der grootste cieraden van
+het trotsche park uitmaken.</p>
+
+<p>Ook de oude en reeds lang vergeten valkenjacht werd er weder in het
+leven terug geroepen, en met koninklijke vergunning aangelegd door den
+Baron d&rsquo; <span class="smallcaps">Offemont</span>, Sir <span
+class="smallcaps">Charles Stuart Wortley</span>, en de beide Heeren
+<span class="smallcaps">Newcombe</span>, en wel van den 1<sup>en</sup>
+Juni 1839, tot in den aanvang der volgende maand.&mdash;Tot den
+jachtstoet behoorden 16 edelvalken en 2 tertsels, onder het opzicht der
+gebroeders <span class="smallcaps">Both</span>, Valkeniers van <i>
+Valkenswaard</i>. De heide rondom de Soerensche bosschen was ook weder
+de streek die door de ervaren jagers gekozen was. Wanneer regen, of te
+sterke wind, den valken het snel vliegen niet verhinderden, en de jacht
+alzoo onbelemmerd plaats kon vinden, werden de terugkeerende reigers op
+een kwartier afstands van het woud, en onder den wind daarvan,
+opgewacht: gedurende het tijdsverloop <span class="pagenum">[<a id=
+"pb172" href="#pb172">172</a>]</span>van 2 ure in den namiddag, tot aan
+het vallen van den avond. Telkens werden er twee valken naar een reiger
+geworpen, waarvan er echter altoos &eacute;en hem ving, en nooit beiden
+te zamen; somtijds werd er slechts een enkele valk opgeworpen, die om
+zijne byzondere vlugheid en kracht Bulldog heette. Het getal der
+gevangen reigers bedroeg in het geheel 104.</p>
+
+<p>Ernstiger herinnering bewaart het <i>Loo</i> van het volgende jaar
+1840. De Koning, moede van de zorgen eener regeering, die sedert 1830
+vooral door de schandelijke trouweloosheid der Mogendheden verbitterd
+was, en vergeefs worstelende tegen een tijdgeest, waarmede hy zich niet
+vereenigen kon, kwam tot een besluit, zeldsaam onder gekroonde hoofden:
+hy wilde van zijn kroon afstand doen. In het laatst van September
+vertrok hy uit <i>&rsquo;s Gravenhage</i> naar het <i>Loo</i>. En op
+Woensdag den 7<sup>en</sup> Oktober daaraanvolgende, ten 12 ure op den
+middag, stond hy in de groote receptie-zaal van het paleis voor de
+marmeren tafel, omgeven van zijne kinderen en kleinkinderen, in
+tegenwoordigheid van de Ministers, de Leden van den Raad van State, en
+die van den Geheimen-Raad voor <i>Luxemburg</i>, en teekende er de acte
+van abdicatie, ten behoeven van zijnen oudsten zoon, wien <i>
+Nederland</i> sints by voorkeur zijn ridderlijken Koning noemt.</p>
+
+<p>Zonderling is men te moede, wanneer men in die rijke zaal staat, en
+zich dat belangrijk en plechtig oogenblik voor den geest stelt. Maar
+als ge dan door de spiegelheldere glasschijven over het ruime met
+acaciaas beplante voorplein, tusschen de zware eiken tegenover den
+ingang, door de lange beukenlaan staart&mdash;dan gevoelt ge zoo
+levendig, hoe de door zorgen beknelde borst vrij en ruim ademen moest,
+nu ze het persende harnas had afgegespt.</p>
+
+<p>Koning <span class="smallcaps">Willem</span> de Tweede had eene
+voorliefde voor het door hem byna omgeschapene <i>Tilburg</i>, en was
+derhalven niet zoo dikwerf als zijn vorstelijke vader op de oude
+lustplaats der <span class="smallcaps">Oranjes</span> te vinden, schoon
+de valkenjachten nog eenigen tijd in wezen bleven. Toen echter zijn
+onverwachte en te vroege dood <span class="pagenum">[<a id="pb173"
+href="#pb173">173</a>]</span>hem wech nam van een volk dat hem vereerde
+en liefhad; en dat diep en ongekunsteld rouwe droeg by de mare van zijn
+spoedigen dood&mdash;toen werd op het <i>Loo</i> weder eene oude
+herinnering als opgewekt met den naam van <span class="smallcaps">
+Willem</span> den Derde.</p>
+
+<p>Met dezen Vorst is ook werkelijk weder een nieuw tijdperk van bloei
+voor het <i>Loo</i> aangevangen. Talloos zijn de veranderingen en
+verfraai&iuml;ngen, door hem aan dit uitstekende landgoed aangebracht,
+waarvan, behalven de reeds gemelde opluistering der groote vijvers
+achter in het park, vooral de verbetering der wegen opmerking verdient.
+Natuur en kunst gaan thands op de uitnemendste wijze hand aan hand; en
+by het eenzaam omdwalen onder dat prachtig geboomte, die trotsche
+beuken, die eerwaardige eiken, die statige linden, die donkere dennen:
+allen reusachtige scheppingen der krachtige natuur, vergeet ge haast,
+dat de kunst juist daar is geweest, om u dat alles in die weelde te
+doen genieten. Byna 400 bunders grond zijn thands omperkt; en de
+moestuin, die geen gelijke in <i>Europa</i> heeft, beslaat 7
+bunders.</p>
+
+<p>Een geheel nieuw schouwspel vertoonde zich op het <i>Loo</i> in
+1851, door den wedstrijd der Boogschutterijen, die op het ruime,
+daartoe opzettelijk ten vorigen jare ingerichte grasperk by den
+ijskelder, de proeven hunner behendigheid aflegden,&mdash;feestelijk
+werden onthaald, en uit de Vorstelijke hand de hun toegezegde prijzen
+ontfingen. Later diende dit perk voor de tentoonstelling, door de
+Geldersche maatschappij van landbouw gehouden. In het zelfde jaar 1851,
+werd ook de smaakvolle schouwburgzaal ingewijd, die onder &rsquo;s
+Konings toezicht aan den rechter vleugel der voorgebouwen is
+opgericht.</p>
+
+<p>Alzoo is het <i>Loo</i> een kolossaal en prachtig gedenkteeken, dat
+de geschiedenis van het Huis van <span class="smallcaps">Oranje</span>
+omvat, van den eersten <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde
+af, tot aan den tweeden <span class="smallcaps">Willem</span> den Derde
+toe, van wien het nageslacht eenmaal moge kunnen getuigen, als het
+thands van zijnen grooten voorvader doet. En gaarne spreekt de
+rechtschapen Nederlander den dichter na, die den Vorst uit de warmte
+zijns harten toebidt: <span class="pagenum">[<a id="pb174" href=
+"#pb174">174</a>]</span></p>
+
+<div class="poem">
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Een derde <span class=
+"smallcaps">Willem</span> stichtte &rsquo;t <i>Loo</i>.</p>
+
+<p class="line">Wordt ook Uw naam niet dus gelezen?&mdash;</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">O Derde <span class=
+"smallcaps">Willem</span>! moge ook zoo</p>
+
+<p class="line">De naam Uws Vaders op U wezen!</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hy was het borstschild van
+<i>Euroop</i>&mdash;</p>
+
+<p class="line">Wees gy <i>Oud-Nederlands</i> beschermer!</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En Gy, <i>Oud-Nederlands</i> Ontfermer!</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Vervul door <span class=
+"smallcaps">Willem</span> <i>Ne&ecirc;rlands</i> hoop!&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177">177</a>]</span>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9513src" id="xd0e9513">1</a></span> Zie Prof. <span class=
+"smallcaps">van Lenneps</span> boeiende Verhandeling over het
+belangrijke <span class="corr" id="xd0e9518" title="Niet in bron">
+van</span> Hollands grond en oudheden voor gevoel en verbeelding.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9556src" id="xd0e9556">2</a></span> Hertog <span class=
+"smallcaps">Arnold</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9584src" id="xd0e9584">3</a></span> <span class="smallcaps">
+Haasloop Werner</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9666src" id="xd0e9666">4</a></span> <span class="smallcaps">
+Henrick Bentynck</span> overleed in 1530.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Margareta</span> was Prioresse van het klooster te <i>
+Sutphen</i>.&mdash;<span class="smallcaps">Fenne</span> werd Non in het
+klooster te <i>Ysendoorn</i>.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Adolf</span> volgde zijn vader op.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Jan</span> werd Proost van <i>Arnhem</i>, en Deken van <i>
+Deventer</i>.&mdash;<span class="smallcaps">Anna</span> huwde met Heer
+<span class="smallcaps">Seger</span> van <span class="smallcaps">
+Arnhem</span>; en <span class="smallcaps">Aleyde</span> met <span
+class="smallcaps">Filips</span> van <span class="smallcaps">
+Varick</span>. <span class="smallcaps">Karel</span> overleed in 1536
+ongehuwd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9901src" id="xd0e9901">5</a></span> <span class="smallcaps">
+Filips</span> van <span class="smallcaps">Lalaing</span>, Grave van <i>
+Hoogstraten</i>, &rsquo;s Keizers Stadhouder over <i>Gelderland</i>, en
+na hem zijne opvolgers ook onder het bestuur der Staten, hebben er
+tytel en voordeelen van genoten, tot op de omwenteling van 1795.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e9943src" id="xd0e9943">6</a></span> En niet, zoo als men, zelfs
+by Gelderschen, geschreven vindt, in den voorgevel.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e10360src" id="xd0e10360">7</a></span> Zie blz. 141.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e10421src" id="xd0e10421">8</a></span> De zoon en opvolger des
+konings van <i>Pruissen</i>, <span class="smallcaps">Frederik</span> de
+Derde, heeft in &rsquo;t jaar 1754, alles wat zijn vader by dit verdrag
+in de Provincie <i>Holland</i> toebedeeld was (zijnde de Heerlijkheden
+der <i>Hooge-</i> en <i>Lage Zwaluwe</i> met <i>Klein-Waspik</i> en <i>
+Twintighoeven</i>, en de Heerlijkheden <i>Naaltwijk</i>, <i>
+Hoenderland</i>, <i>Wateringen</i>, <i>Oranje-polder</i>, <i>&rsquo;s
+Gravesande</i> en <i>Zand-ambacht</i>, het Huis in den <i>Hage</i>,
+genaamd het Oude-Hof, en het Huis te <i>Hondsholredijk</i>), ten
+behoeve van den zoon en opvolger des Prinsen van <span class=
+"smallcaps">Oranje</span>, Prins <span class="smallcaps">Willem</span>
+den Vijfde, voor &fnof;&nbsp;700,000 verkocht.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Wagenaar</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e10683src" id="xd0e10683">9</a></span> <span class="smallcaps">
+Engelen</span>.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="ch2.6" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Het Kasteel Ammersode.</h2>
+
+<p>Voor wie de geschiedenis van zijn land lief heeft,&mdash;voor wie
+beseft, dat groote handelingen en bewegingen zich in duizend kleinere
+splitsen, daarvan zijn voorafgegaan, daarme&ecirc; samenhangen,
+daardoor gevolgd worden,&mdash;voor wie alzoo begrijpt dat elke uiting
+eener eeuw, niet alleen in het openbaar&mdash;, maar ook in het
+huisselijk leven en wat zich daaraan vasthecht, eene historische
+belangrijkheid bezit, die vooral d&aacute;ar in waarde klimt, waar vele
+dier <span class="letterspaced">enkele</span> verschijnselen nog zijn
+samengebleven in een groot geheel, dat het eigenaardig kenmerk van zijn
+bepaalden tijd draagt&mdash;voor hem is het meer dan een bloot
+genoegen, nog eens rond te wandelen in de zalen en vertrekken en
+gewelven van een dier weinige kasteelen, die in ons vaderland aan de
+geduchte handen des tijds en der sloopers ontkomen zijn: voor hem is
+het wetenschappelijk genot.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/ammerzode.jpg" alt=
+"Het kasteel Ammerzode." width="720" height="500">
+<p class="figureHead">Het kasteel Ammerzode.</p>
+</div>
+
+<p>En wie nu dit genot nog eens in ruime mate wenscht te doorleven,
+wende den voet naar dat gedeelte van het aloude <i>Teisterbant</i>, dat
+thands den naam van <i>Bommelerwaard</i> draagt, en wel d&aacute;ar
+heen, waar aan den rechter <i>Maas</i>-oever het dorp <i>Ammerzode</i>
+zich in het welige geboomte verbergt, en niet verre van de rivier een
+kasteel ernstig en statig oprijst.</p>
+
+<p>En wie zich nu, ondanks zijn goeden wil, tot dien tocht belemmerd
+vinde&mdash;hy vergezelle met ons den Heer van <span class="smallcaps">
+Engelen</span>, waar deze kennisrijke en smaakvolle verhaler, wien wy
+reeds op het <i>Loo</i> eenige voetstappen ter zijde gingen, zich naar
+den <i>Ammersode</i> richt:&mdash; <span class="pagenum">[<a id="pb178"
+href="#pb178">178</a>]</span></p>
+
+<p>Een diepe gracht, nog voor een gedeelte van een aarden wal voorzien,
+omgeeft het kasteel. Een brug verleent den toegang, eerst op een
+uitgestrekt voorplein, van oude, thands grootendeels onbewoonde
+nevengebouwen omringd, waaraan slechts een talrijke duivenslag leven
+byzet. Vervolgends komt men door eene poort op een binnenhof; en thands
+het hoofdgebouw betredende, treffen al aanstonds de verbazende dikte
+der muren en de buitengewone omvang der hooggezolderde vertrekken de
+opmerkzaamheid des bezoekers. De uitstekende netheid die overal
+heerscht, en talrijke voorwerpen, tot de hedendaagsche huishouding
+behoorende, mogen al voor een oogenblik het denkbeeld aan vroegere
+eeuwen, door de eerste beschouwing van het gebouw opgewekt,
+verwijderen&mdash;toch zullen spoedig de vele overblijfselen van een
+huisraad, dat een geheel ander tijdperk aanduidt, en dat te midden van
+meer moderne voorwerpen verspreid is, den eersten indruk hernieuwen.
+Vooral zullen de fraai gestikte tapijten langs den wand, vercierd met
+de wapens van het stamhuis van <span class="smallcaps">Arckel</span>,
+dat in de zestiende en zeventiende eeuw de Heerlijkheid bezat,&mdash;de
+groote spiegels met hunne blinkende stalen lijsten, een cieraad van
+vroegere tijden, dat al te zeer in vergetelheid is gekomen,&mdash;de
+met kunstig snijwerk voorziene schoorsteenranden, en de ouderwetsche
+stoelen, met hooge ruggen en lage zittingen&mdash;den bezoeker telkens
+herinneren aan een tijd die lang voorby is.</p>
+
+<p>Tot v&oacute;or korten tijd waren, behalven het belangrijk archief
+in een onbewoond gedeelte van het slot, ook nog eenige oude wapenen en
+een aantal famili&euml;-portretten hier aanwezig. Dit een en ander was
+echter door den tegenwoordigen eigenaar der Heerlijkheid, den Baron de
+<span class="smallcaps">Woelmond</span>, Lid der Provinciale Staten van
+<i>Limburg</i>, en aldaar woonachtig, meerendeels van hier wech
+gevoerd. Intusschen waren er nog enkele famili&euml;-stukken achter
+gelaten, meestal vrouwenportretten, in de stijve kleederdracht van een
+vroeger tijdperk, benevens een groot famili&euml;-tafreel, eenige
+spelende kinderen voorstellende. Men vermaande my, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179">179</a>]</span>toch vooral den
+hoofdtoren van het slot te beklimmen, boven welke zich een zoogenaamde
+peer of pijnappel verheft, die een keurig vergezicht over den omtrek
+aanbiedt. De wind, die vrij hevig woei, deed dit hoogste gedeelte van
+het kasteel eene gedurige schudding ondergaan, hetgeen my echter niet
+verhinderde, een geruimen tijd mijne blikken door de kleine
+torenvensters over deze vruchtbare landstreek te laten rond weiden. Aan
+de eene zijde vertoonden zich de breede <i>Waal</i>-stroom en de
+statige toren van <i>Bommel</i>, schijnbaar in de onmiddelijke
+nabyheid; terwijl aan den anderen kant de stad <i>&rsquo;s
+Hertogenbosch</i> zich met hare vestingwerken en forten, torens en
+kerkspitsen uitbreidde. Den geheelen <i>Bommelerwaard</i>, met zijne
+talrijke dorpen, korenrijke akkers, weiden, en boomgaarden, kon men van
+hier met een enkelen blik omvatten. Na my met moeite aan dit gezicht
+onttrokken te hebben, voerde men my uit de hoogte naar de diepte: in de
+verbazend ruime overwelfde kelders van het slot namelijk, thands tot
+dienstbodenvertrekken, provisiekamers, enz. ingericht, maar in vroeger
+tijden voor een gedeelte tot een kerker dienende, gelijk men nog een
+blok, waaraan de gevangenen gekluisterd werden, als eene rariteit
+bewaart.&mdash;<a class="noteref" id="xd0e10946src" href=
+"#xd0e10946">1</a></p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Staat ons alzoo nu het ernstig en kolossaal gebouw in deze
+duidelijke omtrekken levendig voor den geest&mdash;werpen wy dan den
+blik te rug, en zien wy, welke historische herinneringen zich daaraan
+verbinden, welke feiten aan die muren zijn verknocht, welke lotgevallen
+hunne bewoners of eigenaars hebben ondergaan.</p>
+
+<p>Wanneer, en op wiens last, hier de spade in den grond werd gestoken,
+om de rooi&iuml;ng der grondslagen in vasten steen te verwerkelijken,
+is onbekend. Zeker weet men echter, dat de <span class="pagenum">[<a
+id="pb180" href="#pb180">180</a>]</span>sterke burcht in het laatste
+gedeelte der dertiende eeuw in eigendom behoorde aan <span class=
+"smallcaps">Johan</span> van <span class="smallcaps">Herlar</span> (uit
+het oud en edel geslacht van <span class="smallcaps">Lo</span>), daarna
+op zijn zoon <span class="smallcaps">Dirc</span>, en vervolgends weder
+op diens zoon <span class="smallcaps">Gerard</span> overging.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Gerard</span>, die het in 1351 bezat, was
+een aanhanger van den Hollandschen Graaf <span class="smallcaps">
+Willem</span> den Vijfde, wiens kleederen hy droeg; en dat hy Jonker
+<span class="smallcaps">Eduard</span> van <span class="smallcaps">
+Gelre</span> genegen was boven diens broeder, den Hertog, blijkt uit
+het aandeel dat hy nam in &rsquo;t verzet van eenige Edelen tegen <span
+class="smallcaps">Reynald</span>, ten behoeve van <span class=
+"smallcaps">Eduards</span> verkort recht, in 1353. Na zijn kinderloos
+overlijden kwam het kasteel, by magescheid of broederdeeling, in handen
+van <span class="smallcaps">Johan</span> van <span class="smallcaps">
+Herlar</span>, Heer van <i>Ameyde</i>, die er zyn jongsten broeder
+<span class="smallcaps">Arndt</span> me&ecirc; verlijdde, wiens
+Erfdochter het door huwelijk weder aan <span class="smallcaps">
+Arnold</span> van <span class="smallcaps">Hoemen</span>, Heer van <i>
+Hoemen</i> en Midlar bracht.</p>
+
+<p>In den oorlog tusschen den Gelderschen Hertog <span class=
+"smallcaps">Willem</span> van <span class="smallcaps">Gulich</span> en
+<span class="smallcaps">Joanna</span>, de Hertogin-weduwe van <i>
+Brabant</i>, koos Heer <span class="smallcaps">Arnold</span>, met
+voorbyzien van zijn leenmansplicht, de partij der laatste, en yverde
+zeer voor hare zaak. Hy was er echter niet gelukkig in. Op den
+24<sup>en</sup> Juni, 1386, krijgsvoorraad en levensmiddelen van <i>
+&rsquo;s Hertogenbosch</i> naar zijn kasteel van <i>Midlar</i>
+geleidende<a class="noteref" id="xd0e11041src" href="#xd0e11041">2</a>,
+werd hy by het uitkomen van een bosch, zuidwaart van <i>Grave</i>, door
+<span class="smallcaps">Gerard</span> van <span class="smallcaps">
+Oyen</span> aan het hoofd eener talrijke bende Gelderschen overvallen,
+en met zijn zoon <span class="smallcaps">Reynald</span> en eenige
+Brabantsche ridders gevangen genomen. Hertog <span class="smallcaps">
+Willem</span>, hiermede zijn voordeel trachtende te doen, deed den
+gevangene voor zich brengen, en gaf hem de keuze tusschen de
+oogenblikkelijke overgave van den <i>Ammersode</i>, of&mdash;de dood.
+Maar ook in dien nijpenden oogenblik begaf den heldhaftigen Ridder
+zijne fierheid niet:&mdash;&raquo;Moet ik sterven,&rdquo; gaf hy
+onvertsaagd ten andwoord: &raquo;ik zal het met eere weten te
+doen&mdash;maar de bezworen trouw aan mijn Vrouwe van <i>Brabant</i>
+verbreek ik niet.&rdquo;&mdash;&rsquo;s Hertogs scherp voorstel bleef
+toen een <span class="pagenum">[<a id="pb181" href=
+"#pb181">181</a>]</span>bloote bedreiging, &rsquo;t zij hy getroffen
+was door de moedige taal des Edelmans, of dat hy wellicht diens dood
+nooit in den zin had gehad, maar slechts op deze wijze de bemachtiging
+van &rsquo;t kasteel wilde beproeven. Thands schoot hem hiertoe niets
+anders over dan een beleg. Hy liet Heer <span class="smallcaps">
+Arnold</span> het leven, maar wendde zich met de wapenen voor den <i>
+Ammersode</i>, die, niettegenstaande een kloekmoedigen we&ecirc;rstand,
+na weinige dagen, in Augustus gewonnen, en met het kasteel <i>
+Midlar</i>, dat in de volgende maand het zelfde lot onderging, verbeurd
+verklaard werd. En schoon hun dappere eigenaar later by Hertog <span
+class="smallcaps">Willem</span> in aanzien geraakte&mdash;hy ontfing
+zijn fraai goed aan de <i>Maze</i>, zoo min als zijn schoone
+Heerlijkheid in <i>Bommelerwaert</i> weder te rug<a class="noteref" id=
+"xd0e11094src" href="#xd0e11094">3</a>. Evenmin kwam ze in handen van
+<span class="smallcaps">Gherit</span> van <span class="smallcaps">
+Bruechem</span>, die er aanspraak op maakte (waarschijnlijk uit hoofde
+van bloedverwantschap), maar in 1391 afstand van deed, behoudens zijn
+recht op eenige morgen lands, die zijner moeder behoorden.</p>
+
+<p>Toen de Hertog zich in 1392 tot zijn derden tocht naar <i>
+Pruissen</i> gereed maakte, stelde hy het kasteel in hoede van zijn
+oversten rentmeester <span class="smallcaps">Godart</span> van <span
+class="smallcaps">Stamprade</span>, die zich daartoe verbond &raquo;mit
+op gerichten vingheren ende mit ghestaefden eden ten heiligen
+gheswoeren.&rdquo;&mdash;En toen hy, in Januari 1402, zijn einde voelde
+naderen, en de verdeeling zijner bezittingen by testament regelde,
+schonk hy slot en Heerlijkheid <i>Midlar</i>, met uitzondering van den
+tol, aan zijn oudsten bastertzoon <span class="smallcaps">Willem</span>
+van <span class="smallcaps">Cuyc</span>; en den tweeden, <span class=
+"smallcaps">Johan</span>, begiftigde hy met <i>Ammersode</i>, onder
+voorwaarde dat dit, in geval van kinderloos overlijden, weder op
+&rsquo;s Hertogs rechte erfgenamen zou te rug <span class="pagenum">[<a
+id="pb182" href="#pb182">182</a>]</span>komen,&mdash;ten allen tijde
+voor hen open staan,&mdash;en tegen uitkeering van 1000 Rijnsche
+guldens steeds losbaar zou zijn.</p>
+
+<p>Men vindt echter niet, dat <span class="smallcaps">Johan</span> ooit
+in &rsquo;t bezit der hem beschikte heerlijkheid gekomen is.
+Waarschijnlijk heeft hy zich daaromtrent verstaan met zijn oom <span
+class="smallcaps">Reynald</span>, die ten minste in 1405, tegen ruiling
+met het kasteel <i>ter Knype</i>, en het hoog en laag gericht van <i>
+Beecke</i> en van <i>Sterckerode</i>, aan <span class="smallcaps">Johan
+Steck</span> van <span class="smallcaps">Beecke</span>, Heer van <i>
+Beecke</i>, en Hertooglijk Raad, overlevert: &raquo;slot, borch ende
+herlicheit Amersoyen, mit hogen gerichte ende degelixschen gerichte,
+mit mannen, mit dyenstmannen, horigen luden, wastijnsigen luden,
+coirmetschen luden, eygenen luden, mit hoenren, capuenen, gansen, mit
+renthen, mit paichte, mit theenden, mit tijnse, mit gulden, mit
+jairgulden, mit wijnde, mit watere, wijhere, mit busschen, mit broeken,
+mit artlande, mit beemde, visscherijen, forefeyten, mit allen
+opkomyngen, mit heyden, mit weyden, hoge ende lege, ende mit allen
+anderen goiden ende erven, tot der voirscr. herlicheit van Amersoye
+gehoirende.&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e11181src" href=
+"#xd0e11181">4</a> Zeven jaren later deed Heer <span class="smallcaps">
+Johan</span> er weder afstand van, tegen een bepaalde som. Het moet
+hier echter aan een of andere voldoening van &rsquo;s Hertogs wege
+gehaperd hebben; want <span class="smallcaps">Meralda Steck</span> van
+<span class="smallcaps">Beecke</span>, <span class="smallcaps">
+Johans</span> erfdochter, gehuwd met Heer <span class="smallcaps">
+Goossen</span> van <span class="smallcaps">Rossem</span>, deed zich na
+heurs vaders dood met de Heerlijkheid beleenen, schoon zy overigens
+evenmin in &rsquo;t bezit getreden schijnt te zijn, als <span class=
+"smallcaps">Willems Johan</span>.</p>
+
+<p>Een andere Bastert van <span class="smallcaps">Gelre</span> werd er
+me&ecirc; beschonken, en wel Hertog <span class="smallcaps">
+Reynalds</span> zoon <span class="smallcaps">Willem</span> van <span
+class="smallcaps">Wachtendonc</span>, die op den 25<sup>en</sup> April
+1424, in overeenstemming &raquo;mit Hermanna van Batenborch, sijn echte
+huysvrouw, Johan Heer tot Broeckhuysen ende tot Weerdenburch verkocht
+&rsquo;t slot van Amersoyen, mit den voorburchte ende graven, mit der
+heerlijcheyt van Amersoyen, <span class="pagenum">[<a id="pb183" href=
+"#pb183">183</a>]</span>mit den dorpe&rdquo; enz., verder gelijk reeds
+in Hertog <span class="smallcaps">Willems</span> brief van ruiling werd
+omschreven. Hertog <span class="smallcaps">Reynald</span> keurde dezen
+overgang goed, en gaf het in &rsquo;t volgend jaar aan <span class=
+"smallcaps">Broeckhuysen</span> en diens erven tot een onversterfelijk
+leen, te verheergewaden met &eacute;en pond goed geld. De goede luiden
+van <i>Ammersode</i> hadden reden om zich over dezen verkoop te
+verheugen: hun nieuwe Heer toonde zich hunnen belangen niet
+onverschillig, en gaf hun in 1428 landrechten en keuren, met die van
+<i>Tielre-</i> en <i>Bommelerwaert</i> overeenstemmende, terwijl hy de
+ingenoten van het kasteel meer gemaks verschafte, door er eene
+slotkapel te stichten.</p>
+
+<p>Heer <span class="smallcaps">Johan</span> van <span class=
+"smallcaps">Broeckhuysen</span> van <span class="smallcaps">
+Waerdenburch</span> overleed vervolgends in 1443, en liet zijn eenigen
+zoon <span class="smallcaps">Gerard</span>, die met <span class=
+"smallcaps">Walravina</span>, Heer <span class="smallcaps">
+Walravens</span> dochter van <span class="smallcaps">Brederode</span><a
+class="noteref" id="xd0e11269src" href="#xd0e11269">5</a>, gehuwd was,
+en de waardigheid van Erf-Hofmeester des Hertogen van <i>Gelder</i>
+bekleedde, den <i>Ammersode</i>.</p>
+
+<p>Wanneer zijne onderzaten met goede hope hem zijne goederen hebben
+zien aanvaarden&mdash;zy zagen die hoop niet verwezendlijkt: reeds het
+volgende jaar viel de bekende slag van Sint-Hubert voor, waarin <span
+class="smallcaps">Willem van Egmond</span> van <span class="smallcaps">
+IJsselsteyn</span> gevangen genomen werd<a class="noteref" id=
+"xd0e11286src" href="#xd0e11286">6</a>, en in dezen strijd sneuvelde
+Heer <span class="smallcaps">Gerard</span>, die, edeler dan zijn
+lafhartige naamgenoot van <span class="smallcaps">Culemborch</span>,
+dus zijn ridder-eer en leensmans-trouwe met zijn dood staafde. Hy mocht
+sterven in het vertrouwen dat zijn bloed zich in zijn kroost niet
+verloochenen zo&ucirc;: slechts weinige uren te voren, v&oacute;or den
+aanvang van &rsquo;t gevecht, zag hy zijn oudsten zoon <span class=
+"smallcaps">Johan</span> op het slagveld ridder geslagen, en alzoo tot
+de hoogste waardigheid van den adel verheven.</p>
+
+<p>Het geluk was den jongen held echter niet gunstig: strijdende werd
+hy krijgsgevangen gemaakt, en moest zich eenigen tijd het gemis zijner
+vrijheid getroosten. <span class="pagenum">[<a id="pb184" href=
+"#pb184">184</a>]</span></p>
+
+<p>De listige <span class="smallcaps">Jan</span> van <span class=
+"smallcaps">Rossem</span>, dien <span class="smallcaps">Sweder</span>
+van <span class="smallcaps">Culemborch</span> later &raquo;die alde
+cat&rdquo; noemde, had de laagheid om zich met dit dubbel onheil te
+bevoordeelen. Hy zond, eensdeels misschien op grond der verouderde,
+aanspraak van zijn vader <span class="smallcaps">Goossen</span>,
+anderdeels uit wraakzucht, omdat Heer <span class="smallcaps">
+Johan</span> hem zijn verloofde ontvrijd had, zekeren <span class=
+"smallcaps">Jacob Ottens</span>, om den <i>Ammersode</i> te
+vermeesteren. De aanslag gelukte, maar zijne vreugde daarover was
+slechts van korten duur. Heer <span class="smallcaps">Jan</span> van
+<span class="smallcaps">Culemborch</span>, een verwant der vrouwe van
+<span class="smallcaps">Broechuysen</span>, <span class="smallcaps">
+Elisabeth</span> van <span class="smallcaps">Haeften</span>, had
+naauwelijks het feit vernomen, of hy besloot om de weduwe, die wellicht
+van hare vier jongere zonen nog geene hulp verwachten kon, in dien nood
+by te springen.&mdash;V&oacute;or het kasteel stond een rosmolen, en in
+de deur der kasteelpoort schijnt geen winket of tralievenster geweest
+te zijn; op deze toevallige omstandigheden bouwde de naauwlettende
+Ridder zijn plan tot herovering.</p>
+
+<p>Op eenen dag in 1445, zeker niet laat in den morgen, komt er een
+bode van <i>Culemborch</i>, met de bus, het teeken van zijn ambt, op de
+borst, voor &rsquo;t kasteel aan, en klopt er op de poort. Den
+poortier, die hem te woord staat, verzoekt hy een brief te willen
+ontfangen, om dien zijn Heer, by diens komst op &rsquo;t huis, te
+overhandigen. De thands geen kwaad vermoedende poortwachter opent de
+deur ten deele&mdash;maar nu brengt de bode er vaardig zijn arm
+tusschen, en weert de sluiting; en daarop schieten <span class=
+"smallcaps">Culemborchs</span> krijgsknechten, heimelijk in den
+rosmolen verborgen en op de loer liggende, haastig toe, stormen de
+poort binnen, vermeesteren het kasteel, en brengen het op deze wijze
+weder in handen der rechtmatige bezitters.</p>
+
+<p>In hoeverre nu <i>Ammersode</i>, dat, blijkends <span class=
+"smallcaps">Schotels</span> onderzoek, den tweeden zoon, <span class=
+"smallcaps">Walraven</span>, &raquo;aenbestorven ende toegeleeghen was
+van doode Gerits sijnen vader,&rdquo; nu nog door den oudsten, <span
+class="smallcaps">Johan</span>, op hem verlijd moest worden, is
+duister; maar in elk geval zijn de stukken daarvan nog voor handen, en
+de bepalingen der broederdeeling, van 20 Januari 1457, worden bevestigd
+<span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185">185</a>]</span>door
+den leenbrief van acht dagen later, waarby <span class="smallcaps">
+Johan</span> <span class="corr" id="xd0e11369" title="Bron: aan">
+van</span> <span class="smallcaps">Walraven</span> &raquo;beleent ende
+verlijt die leenweer mit allen rechts ende toezeggens, dat hij gehadt
+heeft oft hebben mochte aen dat slot tot Amersoyen metter heerlijcheyt,
+leenmannen, renten, gueden, bezegelde brieven ende allen zijnen
+toebehoiren, nyet daer van vuytgescheyden, te houden tot eenen rechten
+onversterffelijken erffleen, met al dusdanige voorwaarden, oft saecke
+waer dat <span class="smallcaps">Walraven</span> voirs ofte sijne
+kinderen storven, sonder wettelijcke blijvende geboorte after hem te
+laten, dat Godt verhueden wil, soo sal dese voirs. heerlijcheit mit
+allen horen toebehoiren voirs. wederom besterven aen <span class=
+"smallcaps">Jan</span> voirs. oft sijnen rechten leenvolgeren, in der
+tijt, in levende lijve wesende.&rdquo;</p>
+
+<p>De onverhoopte omstandigheid, in de gevolgen waarvan deze laatste
+bepaling voorzag, vond werkelijk plaats: Heer <span class="smallcaps">
+Walraven</span> overleed kinderloos, in 1480. <i>Ammersode</i> ging
+toen over op <span class="smallcaps">Johans</span> zoon <span class=
+"smallcaps">Gerhard</span> van <span class="smallcaps">Broechuysen van
+Weerdenburch</span>, wiens Heerlijkheid van den laatsten naam, benevens
+de dorpen <i>Hiern</i> en <i>Neerijnen</i>, door den Aartshertog <span
+class="smallcaps">Maximiliaan</span> in 1481 verheven werd tot eene
+Hooge-heerlijkheid, met het recht van galg en put. Heer <span class=
+"smallcaps">Gerhard</span>, een getrouw aanhanger van Hertog <span
+class="smallcaps">Karel</span> van <span class="smallcaps">
+Egmond</span>, by wien hy de waardigheid van Hofmeester bekleedde,
+stierf in 1494, zonder ooit gehuwd geweest te zijn, waardoor <i>
+Weerdenburch</i> en <i>Ammersode</i> by erfenis overgingen op zijne
+zuster <span class="smallcaps">Walravina</span>, die ze in het geslacht
+der <span class="smallcaps">Arckels</span> bracht.</p>
+
+<p>Zy was namelijk in 1480 gehuwd met <span class="smallcaps">
+Otto</span> van <span class="smallcaps">Arckel</span>, een Edelman voor
+&rsquo;t overige, die den beroemden naam van zijn Huis tot weinig eere
+was, en zijn eigenen te schande maakte. Samenspannende met <span class=
+"smallcaps">Gherit</span> van <span class="smallcaps">
+Culemborch</span>, zijn oom van moeders zijde, had hy zijn vader
+gevangen genomen, en op het kasteel van zijn oom in verzekerde bewaring
+gebracht, terwijl hy-zelf dat van <i>Heuckelom</i> bezet hield, en van
+daaruit zijne soudeniers roovende en ruitende door gantsch <i>
+Zuid-Holland</i> zond. Maar&mdash;een andere <span class="smallcaps">
+Adolf</span> van <span class="smallcaps">Egmond</span>, trof hem weldra
+ook gelijke <span class="pagenum">[<a id="pb186" href=
+"#pb186">186</a>]</span>straf. De Graaf van <i>Charlois</i>, deze
+strooperijen moede, deed zijn Drossaart <span class="smallcaps">
+Valckesteyn</span> <i>Heuckelom</i> overmeesteren, en dwong <span
+class="smallcaps">Otto</span> tot afstand der Heerlijkheid, waarvan hy
+zich-zelf tot Heer liet huldigen. Later, volgends sommigen nog by des
+<span class="smallcaps">Borgondi&euml;rs</span> leven, ontfing de
+onwaardige zoon zijne goederen te rug. Hy stierf op ver gevorderden
+ouderdom, in het jaar 1505; Vrouwe <span class="smallcaps">
+Walravina</span> huwde twee jaren later weder met Heer <span class=
+"smallcaps">Herman</span> van <span class="smallcaps">
+Wachtendoncq</span>, en overleed in 1511.</p>
+
+<p>Heur oudste zoon uit het eerste huwelijk, <span class="smallcaps">
+Johan</span> van <span class="smallcaps">Arckel</span>, Heer van <i>
+Heuckelom</i>, bekwam toen den <i>Ammersode</i>, maar overleed reeds
+ten volgenden jare, en zijn huwelijk met <span class="smallcaps">
+Adriana</span>, des Heeren van <span class="smallcaps">Alsten</span>
+dochter, was kinderloos gebleven.</p>
+
+<p>Op den 24<sup>en</sup> Juni 1513 werd het kasteel door <span class=
+"smallcaps">Henrick</span> van <span class="smallcaps">Nassau</span>
+voor Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> van <span class=
+"smallcaps">Borgondi&euml;n</span> gewonnen, maar schijnt niet lang in
+diens bezit gebleven te zijn, want weldra vindt men het weder als een
+eigendom van <span class="smallcaps">Johans</span> broeder, hoewel niet
+van den tweeden broeder, maar van den jongsten, <span class=
+"smallcaps">Walraven</span>, wien Hertog <span class="smallcaps">
+Karel</span> van <span class="smallcaps">Egmond</span> in 1514 ook met
+<i>Weerdenburch</i> beleende; blijk van eene gunstige gezindheid, die
+niet immer duurde. Hy viel by den argwanenden Prins in ongenade, waarop
+eene verzoening volgde, die, 25 Augustus 1520 bezegeld, hem weder in
+het bezit stelde van alle breuken, wapenschouwing, waakzetting en
+waakschouwing, verder alle rechten en privilegi&euml;n, met
+uitzondering van lijfgoed en klokkenslag, om ze te genieten tot
+wederopzeggens toe. Intusschen&mdash;ter zelfde maand van het volgende
+jaar weder, dwong de Hertog hem tot afstand aan zijn ouderen broeder
+<span class="smallcaps">Gerhard</span>, van <i>Weerdenburch</i> met het
+dagelijksch gericht, van <i>Ammersode</i> met het hoog en laag gericht,
+en van de tienden van <i>Rossem</i>, <i>Driel</i> en <i>Herwaerden</i>,
+met bepaling, dat <i>Weerdenburch</i> altijd aan den rechten stam
+versterven, en nimmer overgebracht worden zou.</p>
+
+<p>Toch bleef hy &rsquo;s Hertogen dienst houden. Ten minste in den
+oorlog met Bisschop <span class="smallcaps">Henric</span> van <span
+class="smallcaps">Bei&euml;ren</span>, was hy met den Stadhouder van
+<span class="smallcaps">Meurs</span> binnen <i>Utrecht</i>, en aan
+diens zijde, toen <span class="pagenum">[<a id="pb187" href=
+"#pb187">187</a>]</span>hy by de overrompeling van 1528 de stad
+ontweek; maar zy werden, te gelijk met den Hertooglijken Raad <span
+class="smallcaps">Wynand</span> van <span class="smallcaps">
+Arnhem</span>, &raquo;van het boerengespuys aen de <i>Vecht</i> bekend,
+en weder naer de stad gebraght,&rdquo; waar hun echter verder geen
+leed, dan dat der gevangenschap we&ecirc;rvoer. Na het treffen van den
+vrede werden zy weder ontslagen. Vier jaren later, en wel op den 27
+September 1532 verbond hy zich in den echt met Jonkvrouwe <span class=
+"smallcaps">Catharyne</span> van <span class="smallcaps">Gelder</span>,
+natuurlijke dochter van Hertog <span class="smallcaps">Karel</span> en
+<span class="smallcaps">Anna</span> van <span class="smallcaps">
+Merwijc</span>, die hem acht kinderen schonk, vier zonen en vier
+dochters, waarvan drie ongehuwd overleden.</p>
+
+<p>Intusschen bezat zijn broeder <span class="smallcaps">
+Gerhard</span>, Heer van <i>Heuckelom</i> en <i>Weerdenburch</i> steeds
+ook den <i>Ammersode</i>, en ontfing van het laatste in 1539 de
+bevestiging van Keizer <span class="smallcaps">Karel</span> den Vijfde,
+&raquo;met bedingh, dat het zelve altoos voor den Keyser zoude open
+staen, als zijnde niet alleen Hertogh van Braband, maer ook van
+Gelder.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Gerhard</span>, sedert 1512 gehuwd met <span
+class="smallcaps">Margareta</span>, Erfdochter van Heer <span class=
+"smallcaps">Daniel</span> van <span class="smallcaps">Praet van
+Moerkercken</span>, Heer van <i>Merwede</i>, en Baliuw van <i>
+Zuid-Holland</i>, bleef zonder kinderen, zoodat by zijn dood, die in
+1547 plaats vond, de vaderlijke erfgoederen weder te rug vielen op Heer
+<span class="smallcaps">Walraven</span>, die ze nu tot op zijn
+sterfdag, in 1557, behield.</p>
+
+<p>Zijn oudste zoon, <span class="smallcaps">Otto</span>, erfde <i>
+Heuckelom</i>, en stierf in 1567 door een noodlottigen val met het oor
+in zijn zwaard, toen hy met een wagen by <i>Herwynen</i> omstortte<a
+class="noteref" id="xd0e11643src" href="#xd0e11643">7</a>. De tweede
+zoon, <span class="smallcaps">Karel</span>, bekwam <i>Weerdenburch</i>;
+de derde, <span class="smallcaps">Joris</span> of <span class=
+"smallcaps">George</span>, de Heerlijkheid <i>Ammersode</i>. <span
+class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188">188</a>]</span></p>
+
+<p><span class="smallcaps">Joris</span> van <span class="smallcaps">
+Arckel</span> was nog een kind, toen zijn vader overleed, waarom <span
+class="smallcaps">Goirt</span> van <span class="smallcaps">
+Gellekom</span> zijne plaats bekleedde by het doen der leenhulde.
+Later, in 1569, legde Heer <span class="smallcaps">Joris</span>
+persoonlijk den leen-eed af, en werd toen namens <span class=
+"smallcaps">Filips</span> den Tweede, als Hertog van <i>Gelderland</i>,
+met de Heerlijkheid verlijd, en alzoo bevestigd in het bezit van zijn
+vaderlijk erfgoed. Hy trad in &rsquo;t huwelijk met <span class=
+"smallcaps">Anna</span>, Heer <span class="smallcaps">Johans</span>
+dochter van <span class="smallcaps">Lockhorst</span>, waardoor hy de
+Heerlijkheden van <i>Heemstede</i> en van <i>Lockhorst</i> verkreeg. De
+beide echtgenoten verzekerden elkander, by testament van 24 Februari
+1581, &raquo;in lijftochte duysent guldens siaers, wt elcx haer
+respective goederen haer leven lanck gedurende van lancst leven.&rdquo;
+Vrouwe <span class="smallcaps">Anna</span> overleed v&oacute;or haren
+echtgenoot, die in 1590 stierf; maar de oorzaak van zijn noodlottigen
+dood is zoo zonderling, en van zoo veel raadselachtigs en
+onverklaarbaars omweven en doorvlochten, dat de tastbare vormen der
+historie zich hierby in de zwevende gestalten der overlevering
+verliezen, en de gloed der po&euml;zy vereischt wordt, om een meer
+helder licht te werpen op die</p>
+
+<div class="poem">
+<h4 class="
+ lghead
+ ">Sage van den Ammersode.</h4>
+
+<p class="line">Glad is de ijskorst van den winter, die den rug der
+waatren dekt,</p>
+
+<p class="line">En den helder-blaauwen hemel tot een blanken spiegel
+strekt;</p>
+
+<p class="line">Maar wie meldt het, wat daaronder in den schoot dier
+waatren huist?</p>
+
+<p class="line">Wat er in de donkre diepte langs den bodem woelt en
+bruist?&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Feest is &rsquo;t op den Ammersode, schoon geen dartel
+looffestoen</p>
+
+<p class="line">Poort of brug omzwiert met bloemen, nis noch zuil met
+lachend groen.</p>
+
+<p class="line">Schoon geen zang der burchtgenoten klinkt met vrolijk
+maatgeluid&mdash;</p>
+
+<p class="line">Feest is &rsquo;t op den Ammersode: Jonkvrouw <span
+class="smallcaps">Ada</span> is de bruid.&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189">189</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Dartle lijfknaap! hoe zoo somber? Waarom
+in uw oog die traan?</p>
+
+<p class="line">Aan het feestmaal zit uw Jonkvrouw; gy doolt eenzaam
+door de laan?</p>
+
+<p class="line">&rsquo;k Ben een vergereisde zanger, vreemd in <span
+class="smallcaps">Arckels</span> burchtgebied.</p>
+
+<p class="line">Sneeuwt het daar geen roode rozen? Is de bruid uw
+Jonkvrouw niet?&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Och! al sneeuwt het roode rozen, tranen
+reegnen daar door heen!</p>
+
+<p class="line">Maar ze duchten er geen jammer: Ik ben angstig,
+ik-alleen.</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Proefjaar is ten end geloopen; &rsquo;t is
+heur laatst banket op &rsquo;t slot:</p>
+
+<p class="line">Morgen volgt heur nonnenwijding... morgen, morgen! o
+mijn God!...</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Maar waarom die siddrende
+angstkreet?&mdash;Lijfknaap! gy, nog half een kind!</p>
+
+<p class="line">Hebt gy dan uw schoone Jonkvrouw licht in &rsquo;t
+heimelijk bemind?</p>
+
+<p class="line">Was ze u meer dan rijke bloeme, bloeiende in een
+vreemde gaard,</p>
+
+<p class="line">Waar gy slechts de zorg mocht deelen, die haar voor het
+we&ecirc;r bewaart?</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Heb ik haar mijn hart
+geschonken&mdash;&rsquo;t was, gebogen op mijn kni&ecirc;n;</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Was met kinderlijken eerbied, zoo ik tot haar
+op dorst zien.</p>
+
+<p class="line">Neen&mdash;<span class="letterspaced">dat</span> drukt
+niet op mijn boezem... maar een geest waart om my rond,</p>
+
+<p class="line">Die in &rsquo;t kleppren van zijn vlerken my een
+naamloos wee verkondt.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Sints dees dag aan &rsquo;t oosten lichtte,
+toeft een vreemde op &rsquo;t slot als gast&mdash;</p>
+
+<p class="line">En mijn pols krimpt wech van vreeze, waar zijn aanblik
+my verrast.</p>
+
+<p class="line">Zeven knechten, even somber als hun meester, naar den
+schijn,</p>
+
+<p class="line">Hangen zwijgend aan zijn wenken; hy mag wel de Boze
+zijn!&rdquo;...</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190">190</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">En een huivring van verschrikking greep den vreemden
+zanger aan.</p>
+
+<p class="line">Blaauw scheen hem het zwijmend maanlicht in de dorre
+lindelaan.</p>
+
+<p class="line">Zwijgend week hy naar den landweg, die naar &rsquo;t
+eenzaam klooster bracht,</p>
+
+<p class="line">Waar men hem geen maal zou weigren en geen schuilplaats
+voor de nacht.&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Feest is &rsquo;t op den Ammersode. Buiten zwijmt de
+maanlichtstraal&mdash;</p>
+
+<p class="line">Binnen flikkren honderd toortsen door de hooge
+burchtslotzaal.</p>
+
+<p class="line">Buiten klaagt door &rsquo;t naakt geboomte slechts het
+slepend uilgesteen&mdash;</p>
+
+<p class="line">Binnen klinken pijp en cymbel door de hooge welfsels
+heen.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Twintig Eedlen, hoog van wapen, tusschen Maze en Leek
+vermaard,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Twintig Jonk- en Edelvrouwen, aan dien Ridderstoet
+gepaard,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Veertig knapen, hooggeboren, dienende aan den rijken
+disch&mdash;</p>
+
+<p class="line">Wie nog vraagt er van dat feestmaal, of &rsquo;t een
+<span class="smallcaps">Arckel</span> waardig is?&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Aan de zij&rsquo; des grijzen Burchtheers, Vrouw <span
+class="smallcaps">Joannaas</span> plaats weleer,</p>
+
+<p class="line">Voor haar de englen tot zich riepen, zit de grijze
+Abdisse neer.</p>
+
+<p class="line">Aan de zij der teedre Jonkvrouw, wie nu &rsquo;t
+waereldsch haast ontging,</p>
+
+<p class="line">Zit de gast van d&rsquo; Ammersode, zit de sombre
+vreemdeling.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Ravenzwarte lokken rollen langs zijn bleeke wangen
+heen;</p>
+
+<p class="line">Ravenzwarte wimpers zoomen zijner donkere oogen
+le&ecirc;n;</p>
+
+<p class="line">Ravenzwarte knevels dekken &rsquo;t plooien van zijn
+bleeken mond.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadies</span> wapen voert
+hy&mdash;maar wie zegt het met wat grond?&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191">191</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Goudblond worstlen nog de tressen aan de huif der
+Jonkvrouw uit;</p>
+
+<p class="line">Goudblond is de zijden wimper, die heur
+te&ecirc;r-blaauw oog omsluit;</p>
+
+<p class="line">En heur zacht-gebloosde trekken ademen zoo kalm een
+rust,</p>
+
+<p class="line">Of er de engel van den vrede haar het voorhoofd had
+gekust.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Bleek zijn <span class="smallcaps">Affaytadies</span>
+wangen, als daar buiten &rsquo;t licht der maan.</p>
+
+<p class="line">Duister staan zijn donkere oogen, blikt hy soms de
+Jonkvrouw aan.</p>
+
+<p class="line">Heel een waereld van verlangen, van verlating, van
+verdriet,</p>
+
+<p class="line">Trilt er in dien neevlend&rsquo; oogstraal, dien hy
+naar de Jonkvrouw schiet.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Hooger bruist de klank der pauken; vrolijk schettert de
+cymbaal.</p>
+
+<p class="line">Lust en leven, vrede en vreugde stroomen zonlicht door
+de zaal.</p>
+
+<p class="line">Luider klinkt de toon der gasten by hun levendig
+gebaar.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadi</span> fluistert
+somber, of hem &rsquo;t spreken moeilijk waar&rsquo;:</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&raquo;Jonkvrouw <span class="smallcaps">Ada</span>!
+Bruid des hemels! wilt ge luistren naar een droom?</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Was, als doolde ik in &rsquo;t verleden, en
+aan d&rsquo; oever van een stroom:</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Was de Maas, wier blonde golven vloeiden langs
+een eilandzoom,</p>
+
+<p class="line">En een oude grenssteen rustte er aan een grijzen
+wilgeboom.&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Bevend zag de Jonkvrouw opwaart, en heur fijne blos
+verschoot.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadies</span> wangen
+kleurden langsaam tot een scheemrend rood.</p>
+
+<p class="line">&raquo;Luister, Jonkvrouwe! en blijf rustig,&rdquo;
+sprak hy met een kouden lach:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Zoudt ge huivren om een landschap dat ik in mijn
+droomen zag?&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192">192</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Zwijgend zag ze voor zich neder. Fluistrend boog hy tot
+haar heen:</p>
+
+<p class="line">&raquo;&rsquo;k Zag een jeugdig tweetal zitten op dien
+graauw bemoschten steen.</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Was een meisjen, blond van lokken, blaauw van
+oogen, zoet van leest;</p>
+
+<p class="line">&rsquo;t Was een knaap, met zwarte hairen, bleek van
+wangen, droef van geest.&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Siddrend zag de Jonkvrouw opwaart, en thands bleeker
+dan de dood.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadies</span> wangen
+kleurden tot een hoog en donker rood.</p>
+
+<p class="line">&raquo;Luister, <span class="smallcaps">Ada</span>! en
+blijf rustig,&rdquo; sprak hy met een bittren lach:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Zoudt ge voor twee kindren siddren, die ik in
+mijn droom slechts zag?&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">IJzend zag ze voor zich neder. Somber fluistrend sprak
+hy we&ecirc;r:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Zy was dochter van den huize; hy&mdash;een
+vondling, en niets meer.</p>
+
+<p class="line">Maar toch zwoer ze hem heur trouwe, by den weedom van
+heur ziel</p>
+
+<p class="line">En der zielen van heure oudren, zoo ze van heur trouw
+verviel!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Maar dat was voor twalef jaren!&rdquo;
+riep zy met gesmoorden kreet:</p>
+
+<p class="line">&raquo;En hy is van hier verdwenen&mdash;en vergeten is
+die eed.....&rdquo;</p>
+
+<p class="line">&mdash;&raquo;Maar hy is te rug gekomen!&rdquo; sprak
+hy, met een oog vol glans:</p>
+
+<p class="line">&raquo;En de vondling van &rsquo;t verleden&mdash;is
+Graaf <span class="smallcaps">Affaytadi</span>
+thands!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;Heere Jezus!&rdquo; kreet ze rillend;
+maar dien kreet vernam men niet,</p>
+
+<p class="line">Toonloos als hy ging verzwonden in het schaatrend
+tafellied.</p>
+
+<p class="line">Half bezwijmd zonk ze in heur zetel; maar de woeling
+aan den disch</p>
+
+<p class="line">Bond den blijden geest der gasten&mdash;en daar was
+geen stoorenis.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193">193</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;&rsquo;t Is te laat thands, <span class=
+"smallcaps">Affaytadi</span>!&rdquo;.... En &rsquo;t vloot biddend van
+heur mond:</p>
+
+<p class="line">&raquo;Morgen treed ik in het klooster, morgen met den
+uchtendstond.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadi</span>, <span class=
+"smallcaps">Affaytadi</span>!..... hebt gy ook mijn rust
+vermoord&mdash;</p>
+
+<p class="line">Geef my d&rsquo; eed van trouwe weder, &rsquo;t
+onbedachte kinderwoord!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;&rsquo;t Is te laat thands, <span class=
+"smallcaps">Ada</span>!&rdquo; ruischte weer zijn sombre
+fluisterstem:</p>
+
+<p class="line">&raquo;By het welzijn van drie zielen! houdt ge uw
+eed&mdash;of breekt ge hem?</p>
+
+<p class="line">Laadt ge een eeuwigheid van jammer op &rsquo;t
+onschuldig ouderhoofd&mdash;</p>
+
+<p class="line">Of bewijst ge een <span class="smallcaps">
+Affaytadi</span>, wat ge een vondling hebt beloofd?&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">&mdash;&raquo;O! daar is, daar is geen redding!&rdquo;
+riep ze met een luiden gil.</p>
+
+<p class="line">En het dischgedruisch verstomde, zang en feestmuziek
+zweeg stil.</p>
+
+<p class="line">Roerloos lag zy in heur zetel, als een offer van den
+dood.</p>
+
+<p class="line"><span class="smallcaps">Affaytadies</span> oogen
+vlamden, en zijn wang was gloeiend rood.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Hy was ijlings opgesprongen; maar hy scheen het niet te
+zien</p>
+
+<p class="line">Wie er snelden tot den zetel, om der Jonkvrouw hulp te
+bi&ecirc;n.</p>
+
+<p class="line">En hy achtte, half-gebogen in een diepe vensternis,</p>
+
+<p class="line">Noch op &rsquo;s vaders handenwringen, noch op &rsquo;t
+schreien der Abdis.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Bleek was weer zijn wang geworden, en zijn mond stond
+strak en kil.</p>
+
+<p class="line">&raquo;Nog gaat gy my niet verloren&mdash;daar <span
+class="letterspaced">is</span> redding, als ik &rsquo;t
+wil&rdquo;....</p>
+
+<p class="line">Sprak hy momplend.&mdash;&raquo;En ik <span class=
+"letterspaced">wil</span> het!&rdquo; sprak hy ijlings voor zich
+heen.</p>
+
+<p class="line">&mdash;&raquo;Waar is <span class="smallcaps">
+Affaytadi</span>?&rdquo; vroeg men.... In de zaal vond hem niet
+een.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194">194</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">En een droevige verwarring heerschte in die verlichte
+zaal.</p>
+
+<p class="line">Buiten was het stil en zwijgend: alles schaduw, alles
+vaal.</p>
+
+<p class="line">In de handen &rsquo;t hoofd verborgen,&mdash;in het oog
+een stillen traan,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Zat de Lijfknaap op een boomtronk, in de dorre
+lindelaan.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Ruischte daar geen staalgekletter? Dreunde daar geen
+hoefgestamp,</p>
+
+<p class="line">Half gesmoord en gants verborgen in den vochten
+avonddamp?</p>
+
+<p class="line">Gonsde &rsquo;t van den kant van &rsquo;t burchtslot
+als een nachtgeest niet voorby?</p>
+
+<p class="line">Angstig staart hy door het duister naar de onzichtbare
+overzij.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Hoe!.. ging reeds de nacht ten einde? Breekt de purpren
+uchtendgloor</p>
+
+<p class="line">Met een vloed van rossche stralen plotslijk dus de
+wolken door</p>
+
+<p class="line">En verlicht de kruin der linden?... Hy blikt om naar
+d&rsquo; oosterkant&mdash;</p>
+
+<p class="line">En springt gillend overende, met den ijsbren kreet van
+&raquo;brand!&rdquo;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Brand!... Als stof voor wervelwinden, breekt uit raam
+en torentrans</p>
+
+<p class="line">Gloeiend rood een wolk van vonken, met een
+schrikkelijken glans.</p>
+
+<p class="line">Zwarte rookkolommen rijzen om &rsquo;t gevonkel, dicht
+in een&mdash;</p>
+
+<p class="line">En dan breken wilde vlammen door de rookkolommen
+heen.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Poort en valbrug staan in vuurgloed; &rsquo;t water
+kookt er in de gracht.</p>
+
+<p class="line">&raquo;Redding! Redding!&rdquo; is het gillen... maar
+hoe redding toegebracht?</p>
+
+<p class="line">Als een onverdoofbre krater spuwt de burch zijn vlammen
+uit,</p>
+
+<p class="line">En in &rsquo;t kraken van de muren smoort het kermend
+angstgeluid.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195">195</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">&rsquo;t Raafgebroed, van &rsquo;t nest verdreven,
+krijscht en krast om trans en tin,</p>
+
+<p class="line">En het kleppen van de noodklok valt er ijzingwekkend
+in.</p>
+
+<p class="line">Louter vuur is de <i>Ammersode</i>,&mdash;lucht en
+water louter vuur.....</p>
+
+<p class="line">God bewaar&rsquo; de burchtgenoten! want de redding
+kost er duur.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En de Zanger uit den vreemde, die naar &rsquo;t
+gintsche klooster trad,</p>
+
+<p class="line">Wendt ontzet en schuw zijn blikken, en houdt stand op
+&rsquo;t eenzaam pad.</p>
+
+<p class="line">En hy stort er op de kni&euml;n; en hy bidt, met bang
+gemoed,</p>
+
+<p class="line">Voor zoo menig deerniswaarde, die een graf vond in den
+gloed.&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Rammelde er geen staalgekletter? Dreunde daar geen
+hoefgedruisch,</p>
+
+<p class="line">Toen hy ne&ecirc;r lag, innig biddend voor wie omkwam
+op het huis?</p>
+
+<p class="line">Gonsde &rsquo;t van den kant van &rsquo;t burchtslot
+als een nachtwind niet voorby?</p>
+
+<p class="line">Met een angstig voorgevoelen staart hy naar de
+kloosterzij.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">En hy duizelt van ontzetting, en hy steunt zich aan een
+stam:</p>
+
+<p class="line">Is de jongste dag verschenen? Staat heel de aarde reeds
+in vlam?</p>
+
+<p class="line">Dreigend rees de kloostertoren als een donkre geest
+omhoog&mdash;</p>
+
+<p class="line">Maar te midden van een vuurgloed, barstende uit gewelf
+en boog:</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Vuurgloed, die het nachtlijk donker van den zwarten
+hemel joeg,&mdash;</p>
+
+<p class="line">Die heel d&rsquo; omtrek op deed waken, en het hart met
+siddring sloeg.</p>
+
+<p class="line">Raadloos woelt de ontzette menigt, waar geen redding
+mooglijk was...</p>
+
+<p class="line">En de burcht gaat op in vlammen; en het klooster zinkt
+in asch.</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196">196</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">In de borst van welken duivel rijpte, met <span class=
+"letterspaced">die</span> gruwzaamheid,</p>
+
+<p class="line">Zoo afschuwelijk een denkbeeld tot zoo schrikkelijk een
+feit?</p>
+
+<p class="line">Waarom is die dubble moordbrand in de zelfde nacht
+geschied?</p>
+
+<p class="line">Huivrend gaat de vraag in &rsquo;t ronde&mdash;maar een
+andwoord is er niet.&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Treurig werpt het uchtendzonlicht over &rsquo;t rookend
+puin zijn glans.</p>
+
+<p class="line">Als een wrak, ter helft versplinterd, rijst er nog een
+enkle trans,</p>
+
+<p class="line">Rijst er nog een enkle toren, rijst er nog een enkle
+boog</p>
+
+<p class="line">Van de burcht der <span class="smallcaps">
+Ammersoden</span> uit de laauwe gracht omhoog.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Snikkende, en met schreiende oogen, zag men &rsquo;t
+bitter schouwspel aan:</p>
+
+<p class="line">Zooveel jeugd, en zooveel grijsheid&mdash;in den wilden
+gloed vergaan!</p>
+
+<p class="line">Snikkende, en met schreiende oogen, groef men lijken en
+gebeent</p>
+
+<p class="line">Uit de zwart-gerooste puinen&mdash;al te droevig
+grafgesteent!&mdash;</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Menig nog herkenbaar teeken: wapentooi of
+pronkcieraad,</p>
+
+<p class="line">Dat van &rsquo;t stofflijk overblijfsel nog geslacht en
+naam verraadt.</p>
+
+<p class="line">En toen &rsquo;t al was opgedolven, wat zoo wreed
+begraven waar,</p>
+
+<p class="line">Miste men met stille ontzetting nog een enkel
+lijken-paar.</p>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<p class="line">Waar bleef <span class="smallcaps">Affaytadi</span>?
+waar de Jonkvrouw?&mdash;En een kille schrik</p>
+
+<p class="line">Deed er aller wang verbleeken by die vraag, dat
+oogenblik:</p>
+
+<p class="line">Spoorloos waren beiden henen; en geen teeken, dat
+verried,</p>
+
+<p class="line">Wat er, na dees nacht vol jammer, met die beiden zij
+geschied.&mdash;</p>
+</div>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197">197</a>]</span>
+<div class="poem">
+<p class="line">Jaren kwamen, jaren gingen&mdash;en de burch rees uit
+zijn puin,</p>
+
+<p class="line">En het drietal zware torens hief er we&ecirc;r de
+trotsche kruin.</p>
+
+<p class="line">Maar, wat ooit van verre of vreemde we&ecirc;r op
+&rsquo;t burchtslot werd gehoord</p>
+
+<p class="line">Nooit een woord van <span class="smallcaps">
+Affaytadi</span>; van de Jonkvrouw nooit een woord.</p>
+</div>
+
+<p>Volgends eene overlevering op de plaats-zelve, spaarden de felle
+vlammen nog een ronden toren, met een gering deel van het hoofdgebouw,
+en den buitengevel eener poort, die thands nog, onder een wapenschild
+dat in het laatst der voorgaande eeuw met gipskalk onkennelijk werd
+gemaakt, het jaartal 1564 draagt.</p>
+
+<p>Eene verklaring van den Secretaris <span class="smallcaps">
+Moll</span> te <i>Ammersode</i>, 15 Augustus 1606 opgemaakt<a class=
+"noteref" id="xd0e12205src" href="#xd0e12205">8</a>, zegt echter,
+&raquo;datter in timmeragie nauwelyx een splinter en was
+overgebleven.&rdquo; En verder: &raquo;dat daer benevens d&rsquo; Edele
+Welgeboren Heere, Heere George van Arckel onze lieve weerden Heere,
+wiens ziele God genadigh zij, ende met sijne Edele Huys off sloth
+voors. ter selver tijt mede verbrant is worden en den sesden dagh daer
+na deser weerelt over leeden, gelijk ook in den voors. brand te niete
+gegaen ende tot assche gekomen is Zijne Edele huysraat, meubilen,
+juweelen, boeken, brieven en papieren, als doen op den voors. Huyse
+weesende, behalve dat eenig gout en zilver naderhand uyten assche ende
+gruys wederom nog sijn bevonden, item dat dergelijke fortune en ongeluk
+ook gevuelt hebben de nabuiren en inwoonders, die meest alle hun gelt,
+goederen, huysraat, klederen, klijnodien, boeken en brieven, overmits
+den pereyculeusen tijt, op het voors. sloth, als ten eenre en ter
+andere zijde vrij zittende, gevlugt hadden, en niet gewoon en waren in
+hun eygen huyse yet te behouden, dan &rsquo;t geene sij &rsquo;t allen
+uure ten eenemaal nodig hadden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"pb198" href="#pb198">198</a>]</span></p>
+
+<p>Nadat Heer <span class="smallcaps">Joris</span> op zoo treurige
+wijze was omgekomen, werd hy opgevolgd door zijn eenigen zoon <span
+class="smallcaps">Otto</span><a class="noteref" id="xd0e12216src" href=
+"#xd0e12216">9</a>, die omstreeks 1600 de verwoesting liet herstellen,
+het kasteel uit zijn puinen deed ophalen, en weder als een waardig
+gedenkteeken van voorvaderlijke macht en aanzien herrijzen.</p>
+
+<p>Deze <span class="smallcaps">Otto</span> van <span class=
+"smallcaps">Arckel</span> was thands de eenige &raquo;overblijvelingh
+van manlijk oir, van den Arkelsen stam, gesproten uyt de Heeren van
+Heukelem, de xj in &rsquo;t dalend getal van Heer <span class=
+"smallcaps">Jan</span> de Sterke, de tweede Heer van Heukelem.&rdquo;
+In 1614 huwde hy met Jonkvrouw <span class="smallcaps">
+Francelina</span>, dochter van Heer <span class="smallcaps">
+Cosmo</span> degli <span class="smallcaps">Affaytadi</span>,
+Baanderheer tot <i>Ghistelle</i>, <i>Hilst</i> en <i>Lavenacker</i><a
+class="noteref" id="xd0e12294src" href="#xd0e12294">10</a>; de bruid
+ontfing daarby als huwelijksgave van haren vader &raquo;vijf honderd
+gulden &rsquo;s jaars zuijvere renthe tot laste van de domeijnen van
+<i>Zeelandt</i>.&rdquo; Zy overleefde haren echtgenoot, die zich in den
+strijd met <i>Spanje</i> als een rechtgeaart Nederlander en wakker
+krijgsman kweet, en by voortduring te velde trok. Hy liet drie dochters
+na en &eacute;en zoon, <span class="smallcaps">Thomas Walraven</span>,
+die Heer van <i>Wordragen</i> en <i>Well</i>, den <i>Ipelaer</i> en <i>
+ter Lucht</i> wordt genoemd, en in 1641 met <i>Ammersode</i> beleend
+werd.</p>
+
+<p><span class="smallcaps">Thomas Walraven</span> was gehuwd met
+Jonkvrouwe <span class="smallcaps">Joanna Barbara</span>, Heer <span
+class="smallcaps">Lodewijks</span> dochter van la <span class=
+"smallcaps">Kethulle</span>, Heer van <i>Rijhove</i> en <i>Tamers</i>,
+Kolonel te paard, Ritmeester over eene kompagnie kurassiers in dienst
+van den Staat, en Gouverneur van <i>Bergen-op-Zoom</i>. De
+krijgshaftige voorbeelden zijns vaders en schoonvaders <span class=
+"pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199">199</a>]</span>schijnen echter
+op hem geen invloed te hebben gehad: men vindt niet dat hy den Staat
+heeft gediend. Dat kon hem evenwel niet immer een vreedzaam leven
+waarborgen: de inval der Franschen in 1672 brachten hem menige
+moeielijkheid, waarvoor de sauvegarde, hem door Prins <span class=
+"smallcaps">Willem</span> den Derde op den 29<sup>en</sup> Juni
+vereerd, evenmin behoeden kon. Wel ontkwam de burcht het lot dat zoo
+vele anderen in die dagen trof, en werd voor vernieling
+bewaard&mdash;maar niet dan ten koste van groote opofferingen, evenzeer
+drukkende voor de onderdanen als voor hun Heer, wien het verblijf op
+het kasteel soms maar al te bitter werd gemaakt. Alleen in 1672 moest
+hy eene schatting betalen van byna 7000 gulden aan geld, haver, gerst,
+hooi, stroo, kapotten, en schoenen. De arme boeren werden geprest, om
+drie maanden lang te arbeiden aan de versterking van het fort <i>
+Crevecoeur</i>. In het volgende jaar waren de afpersingen in geen
+geringer mate, en by de minste vertraging volgden er oogenblikkelijk
+brutale aanmaningen, zoowel van den bevelhebber van <i>Crevecoeur</i>
+als van dien der sterkte <i>St. Andries</i>, waarby gedreigd werd
+&raquo;het slot en de woningen der onderhoorigen zonder genade aan de
+vlammen ter prooi te zullen geven, indien de ge&euml;ischte som of
+voorraad van voeder en vee niet oogenblikkelijk werd
+opgebracht.&rdquo;</p>
+
+<p>Waarlijk! de Franschen van 1672 gingen het die van 1795 waardig
+voor; en de Luitenant-Generaal der Koninklijke Armee, Graaf de <span
+class="smallcaps">l&rsquo;Orge</span>, behoefde voor den Generaal <span
+class="smallcaps">van Damme</span> in onbeschaamdheid niet te
+wijken.</p>
+
+<p>In die treurige dagen hield Heer <span class="smallcaps">Thomas
+Walraven</span> niet altoos zijn verblijf op het kasteel, maar was ook
+dikmaals te &rsquo;s <i>Hertogenbosch</i>. Het zal hem gewis geen rouwe
+hebben gebracht, toen de roemrijke lelievaan eindelijk den
+Nederlandschen bodem ontwijken moest.</p>
+
+<p>Op den 1<sup>en</sup> Juni 1683 gaf hy, ten behoeve van <span class=
+"smallcaps">Willem</span> den Derde, die in een verschil over
+jachtrecht was met den Heer van <span class="smallcaps">
+Broeckhuysen</span>, de verklaring, dat hy toenmaals was &raquo;het
+laatste en eenighste mans-oir, gesproten in wettigen huwelijk uyt het
+opgemelte <span class="pagenum">[<a id="pb200" href=
+"#pb200">200</a>]</span>Huys van Arckel, wel willende ende begeerende
+dat de posteriteyt hier aff kennisse hebbe.&rdquo; Hy bleef ook de
+laatste mannelijke nazaat van wettigen bloede, en overleed kinderloos,
+op den 23<sup>en</sup> Oktober 1693. Drie jaren later volgde hem zijne
+weduwe.</p>
+
+<p>Nu kwam <i>Ammersode</i> in het geslacht der Baronnen van <span
+class="smallcaps">Lichtervelde</span>, door <span class="smallcaps">
+Renesse van Elderen</span> aan <span class="smallcaps">Arckel</span>
+vermaagschapt. <span class="smallcaps">Catharyne</span>, Heer <span
+class="smallcaps">Joris</span> dochter, had namelijk de derde harer
+kinderen, hare oudste dochter <span class="smallcaps">Anna van Renesse
+van Elderen</span>, in 1626 ten huwelijk geschonken aan <span class=
+"smallcaps">Pieter</span> van <span class="smallcaps">
+Lichtervelde</span>, Heer van <i>Beaurevant</i>, <i>Vellenaere</i>, <i>
+Croix</i>, <i>Caeskerke</i>, <i>Vrijlandt</i> enz., uit welk huwelijk
+<span class="smallcaps">Johan Ferdinand</span>, Baron van <span class=
+"smallcaps">Lichtervelde</span>, Heer van <i>Vellenaere</i> en <i>
+Beaurevant</i> geboren werd. Ten gevolge eener bepaling van Heer <span
+class="smallcaps">Otto</span> van <span class="smallcaps">
+Arckel</span>, door <span class="smallcaps">Thomas Walraven</span>
+bekrachtigd, om &raquo;gene off gesubstitueerde erffgenaemen feudael,
+als den oltsten en naeste van sijnen bloede, met seclusie van alle
+andere aen te stellen,&rdquo; erfde deze Baron thands de heerlijkheid
+<i>Ammersode</i>, <i>Well</i> en <i>Wordragen</i>, en werd er wettig
+me&ecirc; beleend. Hy vestigde met zijne echtgenote <span class=
+"smallcaps">Maria Catharina</span> de <span class="smallcaps">
+Belveer</span> zijn verblijf op het kasteel, en overleed er op den
+22<sup>en</sup> Oktober 1711.</p>
+
+<p>Zijne nog minderjarige dochter, Jonkvrouwe <span class="smallcaps">
+Maria Isabella Catharina</span>, werd er reeds het volgende jaar mede
+beleend, doch hare moeder, vrouwe <span class="smallcaps">Maria
+Catharina</span>, genoot tot in 1754 het vruchtgebruik.</p>
+
+<p>De Jonkvrouw huwde vervolgends met den Vlaamschen Edelman <span
+class="smallcaps"><span class="corr" id="xd0e12538" title="Bron:
+Jaques">Jacques</span> Joseph</span> de <span class="smallcaps">
+Vilsteren</span>, Baron van <i>Laerne</i>, wien zy, behalven eene
+dochter, drie zonen schonk, waarvan de eerste, <span class="smallcaps">
+Jean Joseph Fran&ccedil;ois</span> de <span class="smallcaps">
+Vilsteren</span>, na den dood zijner moeder den <i>Ammersode</i> met de
+Heerlijkheid aanvaardde. De tweede zoon, <span class="smallcaps">
+Nicolas Joseph Guislain</span> de <span class="smallcaps">
+Vilsteren</span>, Baron van <i>Laerne</i>, werd er daarna me&ecirc;
+beleend, en eindelijk ook de derde der broeders, <span class=
+"smallcaps">Theodore Joseph Fran&ccedil;ois</span>, Baron de <span
+class="smallcaps">Vilsteren van Laerne</span>, die in 1792 stierf.
+<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201">201</a>]</span></p>
+
+<p>Het scheen alzoo, als of het bestemd was dat <i>Ammersode</i>
+beurtelings in handen van <span class="smallcaps">Jacques</span>
+gantsche gezin moest overgaan: want nu met <span class="smallcaps">
+Theodore</span> ook de jongste der zonen overleden was, erfde de
+Heerlijkheid over op hunne zuster <span class="smallcaps">Marie
+Theodore Genoveve Collette</span>, Baronnesse de <span class=
+"smallcaps">Vilsteren</span>, echtgenote van <span class="smallcaps">
+Lebert Fran&ccedil;ois Christien</span>, Graaf de <span class=
+"smallcaps">Ribaucourt</span>.</p>
+
+<p>Dus was de heerlijkheid weder in een nieuw stamhuis gekomen, waaraan
+ze echter slechts twee geslachten bleef. <span class="smallcaps">
+Christien</span>, Graaf de <span class="smallcaps">Ribaucourt</span>,
+die zijne moeder opvolgde, had by zijne gemalin, eene Baronesse du
+<span class="smallcaps">Quarr&eacute;</span>, twee kinderen, een zoon,
+<span class="smallcaps">Prosper Christien</span> de <span class=
+"smallcaps">Ribaucourt</span>, gehuwd met eene Baronnesse de <span
+class="smallcaps">Thiennes</span> de <span class="smallcaps">
+Lombise</span>, en eene dochter, <span class="smallcaps">Eug&egrave;nie
+Fran&ccedil;oise Sidonie Marie Guislaine</span>. De laatste werd by het
+kinderloos overlijden haars broeders, Vrouwe van <i>Ammersode</i>, <i>
+Well</i> en <i>Wordragen</i>, en bracht daarmede de Heerlijkheid over
+op de famili&euml; van haren echtgenoot, Jonkheer <span class=
+"smallcaps">Louis Alexandre Alphonse</span>, Baron de <span class=
+"smallcaps">Woelmond</span>, in <i>Belgi&euml;</i> verblijvende, die
+het thands nog in bezit heeft.</p>
+
+<p>Het kasteel, dat tegenwoordig door een Rentmeester bewoond wordt,
+heeft in den loop der tijden, en by zoo vele verschillende bezitters,
+natuurlijk herstellingen en verbeteringen noodig gehad, maar is in
+hoofdvorm weinig veranderd, en komt thands nog zoo goed als in alles
+overeen met de hierby gevoegde afbeelding, waarvan echter de voeting
+der torens, door onnaauwkeurigheid van den steenteekenaar, niet breed
+genoeg uit het water der slotgracht oprijzen. Welke lotgevallen het in
+den tachtig-jarigen oorlog heeft doorgestaan&mdash;daarvan is niets in
+byzonderheden bekend. Men vindt alleen in &rsquo;t algemeen vermeld,
+dat het in den aanvang der onlusten te lijden heeft gehad. Dit was
+echter v&oacute;or den brand, en bracht dus geene verandering in de
+gedaante van den lateren bouw, die, zoo als wy reeds opmerkten, nog een
+gering overschot van het oude kasteel in zich opnam. Die vleugel (zegt
+de Heer <span class="smallcaps">Schotel</span>) waarin zich de kapel en
+de archiven-kamer bevinden, sedert menschengeheugen niet bewoond,
+schijnt, ofschoon inwendig hersteld, in zijn oorspronkelijk <span
+class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202">202</a>]</span>muurwerk
+gebleven te zijn. De dikke muren, de diep daarin uitgehakte vensters,
+de steenen vloeren, de verwulfde vertrekken, heugen meer dan twee
+eeuwen. De bouwvallige staat, waarin zich deze overblijfselen bevinden,
+doet ons vreezen, dat zy welhaast een prooi van hamer en moker zullen
+moeten worden, waardoor het statige voorkomen van den ridderlijken <i>
+Ammersode</i> niet weinig zoude verliezen.</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e10946src" id="xd0e10946">1</a></span> In een der torens kan men,
+langs een verborgen ladder, die, meen ik, door het wegnemen van een
+gedeelte van den vloer zichtbaar wordt, naar beneden dalen. In de dikke
+muren vindt men geheime bergplaatsen voor goederen.&mdash;<span class=
+"smallcaps">Schotel</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11041src" id="xd0e11041">2</a></span> Gelegen op den rechter <i>
+Maas</i>-oever, tusschen <i>Gennep</i> en <i>Mook</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11094src" id="xd0e11094">3</a></span> Zijn zoon, <span class=
+"smallcaps">Guyart</span> van <span class="smallcaps">Hoemen</span>,
+Burchtgraaf van <i>Odenkercke</i>, verdroeg zich met <span class=
+"smallcaps">Anthony</span> van <span class="smallcaps">
+Borgondi&euml;n</span>, Ruwaard van <i>Brabant</i>, over de schade die
+zijn vader in den Gelderschen oorlog geleden had, ten opzichte van een
+mansleen van 200 oude schilden &rsquo;s jaars, die hy als Heer van <i>
+Ammersode</i> van den Hertog plach te honden.&mdash;<span class=
+"smallcaps">v. Spaen</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11181src" id="xd0e11181">4</a></span> <span class="corr" id=
+"xd0e11182" title="Niet in bron">&raquo;</span>Also als ons dat van
+onsen seligen alderen ende vervaeren anverstorven ende angekomen
+is,&rdquo; zegt de Hertog in den brief van erfwissel (<span class=
+"smallcaps">Nyhoff</span> III, 268). Ik geloof niet, dat deze
+uitdrukking voor iets anders dan een gewoon formulier op te vatten
+is.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11269src" id="xd0e11269">5</a></span> Zie Dl. I, bl. 67.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11286src" id="xd0e11286">6</a></span> Zie hiervan bl. 127.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e11643src" id="xd0e11643">7</a></span> Volgends de
+huwelijksvoorwaarden van den 13 Juni 1534 kwam hy weder in &rsquo;t
+bezit der Hooge Heerlijkheid [van <i>Weerdenburch</i>], en werd
+daarmede beleend. Maar na den dood van Hertog <span class="smallcaps">
+Karel</span>, ontstond deswegens verschil tusschen de stad <i>
+Bommel</i> en den Heer van <i>Weerdenburch</i>; en de Landschap
+vonnisde den 29 Juni 1538, dat in <i>Tielreweerd</i> niet meer dan twee
+banken moesten zijn; dat dus de bank van <i>Weerdenburch</i> afgeschaft
+zou worden, maar dat de Heer behouden zal de visscherije, de breuken,
+en alle oude gerechtigheden.&mdash;<span class="smallcaps">v.
+Spaen.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e12205src" id="xd0e12205">8</a></span> Naar deze acte zou de brand
+in de maand April 1590 hebben plaats gehad.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e12216src" id="xd0e12216">9</a></span> <span class="smallcaps">
+Joris</span> van <span class="smallcaps">Arckel</span> liet drie
+kinderen na: behalven <span class="smallcaps">Otto</span> nog twee
+dochters: <span class="smallcaps">Anna</span> en <span class=
+"smallcaps">Catharyne</span>; de eerste huwde met een Nederlandsch
+krijgsman, <span class="smallcaps">Walraven</span>, Baron van <span
+class="smallcaps">Gent</span>, Heer van <i>Dieden</i> en <i>Oyen</i>;
+de tweede met <span class="smallcaps">Ren&eacute;</span> van <span
+class="smallcaps">Renesse</span>, Heer van <i>Raucourt</i>, <i>
+Wasnes</i>, <i>Brumorher</i>, <i>Hern</i> en <i>Schalckhoven</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e12294src" id="xd0e12294">10</a></span> <span class="smallcaps">
+Cosmo</span> degli <span class="smallcaps">Affaytadi</span>, Baron van
+<i>Ghistelles</i> in <i>Vlaanderen</i>, gesproten uit een aanzienlijk
+geslacht in &rsquo;t Hertogdom <i>Milaan</i>. Hy was, naar alle
+vermoeden, een zoon van <span class="smallcaps">Carlo</span> d&rsquo;
+<span class="smallcaps">Affaytadi</span>, een Milaneesch Edelman, die
+in 1545 te <i>Antwerpen</i> woonde, en door koop de Baronny <i>
+Ghistelles</i> verkreeg, die door Koning <span class="smallcaps">
+Karel</span> den Tweede tot een Graafschap verheven werd, 21 Januari
+1676, ten behoeve van <span class="smallcaps">Jean
+Fran&ccedil;ois</span> d&rsquo; <span class="smallcaps">
+Affaytadi</span>, Baron van <i>Ghistelles</i>, Heer van <i>Hilst</i>,
+<i>Lavenacker</i> en <i>Braduc</i>, misschien een kleinzoon van <span
+class="smallcaps">Cosmo</span>.&mdash;<span class="smallcaps">Te
+Water.</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<div class="back"><span class="pagenum">[<a id="pb203" href=
+"#pb203">203</a>]</span>
+<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Inhoud.</h2>
+
+<ol class="lsoff">
+<li>&nbsp; <span class="tocPagenum">Bladz.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.1">Het Kasteel van Heusden</a> <span class=
+"tocPagenum">1.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.2">Het Kasteel te Gemert</a> <span class=
+"tocPagenum">35.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.3">Het Kasteel van Montfoort</a> <span class=
+"tocPagenum">57.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.4">Het Kasteel van IJsselsteyn</a> <span class=
+"tocPagenum">105.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.5">Jachtslot Het Loo</a> <span class="tocPagenum">
+145.</span></li>
+
+<li><a href="#ch2.6">Het Kasteel Ammersode</a> <span class=
+"tocPagenum">175.</span></li>
+</ol>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Opheldering.</h3>
+
+<p>Bladz. <a href="#pb42" class="pageref">42</a> staat: <i>Scoten</i>
+in <i>Friesland</i>; lees: <i>Oudescoot</i> (een dorp van de gemeente
+<i>Schoterland</i>) in <i>Friesland</i>. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb204" href="#pb204">204</a>]</span> <span class="pagenum">[<a id=
+"xd0e12727" href="#xd0e12727">III</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Naamlijst der inteekenaren.</h2>
+
+<p>Zijne Majesteit de Koning.</p>
+
+<p>Hare Majesteit de Koningin.</p>
+
+<p>Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden.</p>
+
+<p>Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Frederik der
+Nederlanden.</p>
+
+<p>Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses Marianne der
+Nederlanden. <span class="pagenum">[<a id="xd0e12741" href=
+"#xd0e12741">IV</a>]</span></p>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Aarsse</span>, (Mej. A. J.)
+Huisonderwijzeres te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ahlers</span> Jr., (A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Allart</span>, (D.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Altman</span>, (J. D.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Anemaet</span>, (J. K. B.) Instituteur te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Arrenberg</span>, (C.) Boekhandelaar te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Artler</span>, (Mej. A. C. C.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Asher &amp; C.</span>, (A.) te Berlijn voor
+de K. K. Hofbibliotheek te Weenen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Avis</span>, (C.) te Krommenie.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Backer</span>, (S.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">B&auml;hler</span>, (P. P.) te
+Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Balveren</span>, (Baron <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Baud</span>, (J. C.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Becking</span>, (W.) Boekhandelaar te
+Doesburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Beek</span>, (Dr. <span class="smallcaps">
+A. van</span>) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Beer</span>, (<span class="smallcaps">Johs.
+de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bek</span>, Wijnhandelaar in de Rijp.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Berchuys</span>, (Mr. <span class=
+"smallcaps">A. van</span>) te Groningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Berg</span> Jr., (J. H.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Berkhout</span>, (Mr. P. J. <span class=
+"smallcaps">Teding van</span>) Regter bij de Arrondissements Regtbank
+te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Beusichem van Harmelen</span>, (Mevr. <span
+class="smallcaps">van</span>) te Harmelen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Beynen</span>, (Dr. L. R.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Biben</span>, (<span class=
+"smallcaps">Chn.</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bierman</span>, (M. A.) Notaris te
+Waardenburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blaauw</span>, (J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blikman Kikkert</span>, (D.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bodel Nijenhuis</span>, (Mr. J. T.) te
+Leijden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boekeren</span>, (W. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Boekhandelaar te Groningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boellaard</span>, (M. C.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bogaard</span>, (P. Th.) te Hees bij
+Eindhoven.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">B&ouml;htlingk</span>, (Mr. F.) Procureur
+te Arnhem.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e12895" href=
+"#xd0e12895">V</a>]</span><span class="smallcaps">Bok</span> Jr., (J.
+H.) Notaris te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bom</span>, (G. <span class="smallcaps">
+Theod.</span>) Boekhandelaar te Amsterdam, 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bombled</span>, (K. F.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boon Hartsinck</span>, (M. S.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boonzajer</span>, (C. G.) Notaris te
+Gorinchem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bormeester</span>, (C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bos</span>, (J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bosch</span>, (Mr. Graaf <span class=
+"smallcaps">E. van den</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bosscha</span>, (J.) Hoogleeraar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bouberg Wilson</span>, (W.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Braam</span>, (P. T.) Boekhandelaar te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brakel</span>, (<span class="smallcaps">van
+Dam van</span>) te Brakel.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brakell van Doorwerth</span>, (Baron)</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brantsen</span>, (Mevr. Baronesse) huize de
+Zijp bij Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Breda</span>, (J. G. S. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Hoogleeraar, Secretaris van de Holl.
+Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brederode</span>, (J. J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Boekhandelaar te Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Breijer</span>, (H. B.) Boekhandelaar te
+Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Breuninghoff</span>, (H.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Broekhuizen, jr.</span>, (C.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brugmans</span>, (Mr. A.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bruin, jr.</span>, (W.) Boekhandelaar te
+Wormerveer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brunet</span>, (L. <span class="smallcaps">
+de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bruyn</span>, (Mej. <span class=
+"smallcaps">de</span>) Landgoed Warnsborn bij Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bruyn</span>, (Mr. J. H. <span class=
+"smallcaps">de</span>) Advocaat te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bruyn</span>, (A. <span class="smallcaps">
+de</span>) Onderwijzer te Batavia.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">B&uuml;chler</span>, (D. D.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Burnier</span>, (G. A.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bijlandt</span>, (E. J. A. Graaf <span
+class="smallcaps">van</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bijlandt</span>, (W. Graaf <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bijleveld</span>, (H.) te Middelburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bijsterbos, jr.</span> (N. <span class=
+"smallcaps">van Berkum</span>) Secretaris der stad Kampen.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Cantzlaar</span>, (G.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13062" href=
+"#xd0e13062">VI</a>]</span><span class="smallcaps">Casembroot</span>,
+(Jonkhr. J. L. <span class="smallcaps">de</span>) Rentmeester van
+&rsquo;s Konings particulier Domein en Burgemeester der Gemeente St.
+Maartensdijk, eiland Tholen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Casembroot</span>, (Jonkhr. E. A. O. <span
+class="smallcaps">de</span>) Majoor, Gouverneur van Z. K. H. Prins van
+Oranje, Buitengew. Adj. van Z. M. de Koning.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Castro, Mzn.</span>, (d. H. <span class=
+"smallcaps">de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Citters</span>, (Mr. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Charbon</span>, (E.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Charbon</span>, (J. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chijs</span>, (P. O. <span class=
+"smallcaps">van der</span>) Professor te Leyden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cleef</span>, (Gebrs. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Boekhandelaar te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Crommelin</span>, (G. C.) Huize de Lathmer
+bij Deventer.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Dam</span>, (J. H. <span class="smallcaps">
+van</span>) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dapperen</span>, (J. W. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Directeur van het Instituut tot Onderwijs van
+Blinden te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Deketh</span>, (Mr. A.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Derfelden van Hinderstein</span>, (Baron
+<span class="smallcaps">van</span>) Kamerheer des Konings.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dishoeck</span>, (A. M. E. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Boekhandelaar te Zierikzee.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dittlinger</span>, (J. <span class=
+"smallcaps">v.</span> D.) 1<sup>e</sup> Luit. bij de Gen. Staf.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Doesburgh</span>, (Ds. H. G. J. <span
+class="smallcaps">van</span>) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Doorman</span>, (J. D.) Boekhandelaar te
+Utrecht. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Drieling</span>, (Mr. F. H.) te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Driest</span> (<span class=
+"smallcaps">van</span>) te Heerde.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Driest</span>, (J. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Lienden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Duivenvoorde</span>, (Jonkhr. <span class=
+"smallcaps">steengracht van</span>) Hoogheemraad van Rijnland te
+&rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dunlop</span>, (D.) Koopman te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dyserinck</span>, (J. H.) te Haarlem.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Ebeling</span>, (A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ebeling</span>, (W.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eckhardt</span>, (Jonkhr. <span class=
+"smallcaps">van Harenkarspel</span>) op den huize Baarschot te Esch, N.
+Braband.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13222" href=
+"#xd0e13222">VII</a>]</span><span class="smallcaps">Eeghen</span>,
+(Mevr. de Wed. P. <span class="smallcaps">van</span>) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eeghen</span>, (C. P. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ekker</span>, (Dr. A. H. A.) Praeceptor aan
+de Latijnsche School te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Elias</span> (G. H.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ellinkhuizen</span>, (Mej.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Embden</span>, (<span class=
+"smallcaps">van</span>) te Zeist.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Engelen van Pylsweert</span>, (Jonkhr. W.)
+te Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ermerins</span>, (R. C.) Jur. Student.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Evekink</span>, (F. N<span class="corr" id=
+"xd0e13267" title="Niet in bron">.</span>) te Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eversz</span>, (J. W.) Boekhandelaar te
+Zeist.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Everwijn</span>, (Ds.) huize Presikhaaf bij
+Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eyssel</span>, (M.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Fabius</span>, (F. W.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fabricius van Heukelom</span>, (Mevr.
+Douairi&egrave;re A. L. C.) te Soest.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fabricius van Leijenburg</span>, (J. C. W.)
+<span class="corr" id="xd0e13296" title="Niet in bron">te</span>
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Feije</span>, (R. H. J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fiedeldij</span>, (J. C.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fock</span>, (J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fodor</span>, (J. C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Foreest v. d. Palm</span>, (Mevr.
+Douairi&egrave;re <span class="smallcaps">van</span>) te Alkmaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Frohwein</span>, (J. O.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fuchs</span><span class="corr" id=
+"xd0e13329" title="Bron: .">,</span> (F. G.) Koopman te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Furstner</span>, (J. M.) te Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Gaarlandt</span>, (G. L.) te Bussem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gelder</span>, (G. A. <span class=
+"smallcaps">de</span>) 1<sup>e</sup> Luitenant der Infanterie te
+Hoorn.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gelder</span>, (P. H. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Wormerveer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gockinga</span>, (Mr. C. H.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gori</span>, (G. T. N.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goslings</span>, (O.) Lid van den
+Gemeenteraad en Kassier te Dokkum.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gunckel</span>, (P. G.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Guijot</span>, (P. C. G.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13380" href=
+"#xd0e13380">VIII</a>]</span><span class="smallcaps">Hajenius</span>,
+(P. G. C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamininck Schepel</span> (J. G. P.)
+Kapitein Infanterie.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hana</span>, (H.) Architect te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harinxma Thoe Slooten</span> (D. J. A.
+Baron) Raadsheer in het Prov. Geregtshof van Friesland te
+Leeuwarden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harpen Kuijper</span>, (Mevr. de Wed. A. L.
+<span class="smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heeckeren van Walien</span>, (W. F. Baron
+<span class="smallcaps">van</span>) Luitenant ter Zee.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heeckeren van de Heest</span>, (W. Baron
+<span class="smallcaps">van</span>)</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heineken</span>, (C. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heineken</span>, (A. G.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Herbschleb</span>, te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hesselink</span>. (J.) in q. q. voor een
+Leesgezelschap te Groningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heukelom, jr.</span>, (J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Pouderoijen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heuvel Rijnders</span>, (J. W. <span class=
+"smallcaps">van den</span>) te Oostburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hinlopen</span>, (J.) Wethouder te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hinsbeek</span>, (J. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoffmann</span>, (A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Holst</span>, (C. P.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hooft van Woudenberg en Grovestein</span>,
+(Jonkhr. N. D.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoop, Jz.</span>, (A. <span class=
+"smallcaps">van der</span>) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoorn</span>, (L. G. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Stedelijk Ontvanger te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hooij</span>, (A. J.) te Beverwijk.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huidekoper</span>, (A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huurkamp van der Vinne</span>, (V. H.) te
+Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huijdecoper van Nigtevecht</span>, Jonkhr.
+(E.) te Utrecht.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Iterson</span>, (A. A. G. <span class=
+"smallcaps">van</span>) <span class="corr" id="xd0e13506" title="Bron:
+Apothecar">Apothecaris</span> te Gouda.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Jacobs &amp; Meijers</span>, Boekhandelaars
+te Amersfoort. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jeune</span>, (P. F. J. <span class=
+"smallcaps">le</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jochems</span>, (Mevr.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jolles</span>, (Mr. J. A.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jolles</span>, (J. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13535" href=
+"#xd0e13535">IX</a>]</span><span class="smallcaps">Jongh</span>, (C.
+<span class="smallcaps">de</span>) te Tiel.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jordens</span>, (Mr. C. A. <span class=
+"smallcaps">van Munster</span>) als bestuurder van een Leesgenootschap
+te Deventer.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Karsten</span>, (E. H.) Litt. Hum. Stud. te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kater</span>, (P.) Monnickendam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Keer</span>, (<span class=
+"smallcaps">Otto</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kempenaar</span>, (Mr. J. M. <span class=
+"smallcaps">de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kesper</span>, (L. A.) Makelaar te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kesteren</span> (H. J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Boekhandelaar te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klasing</span>, (J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klein</span>, (J.) te Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kleinpenning</span>, (J. S.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kleinpenning</span>, (H. C.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klinkert</span>, (R. L.) Boekhandelaar te
+Amsterdam. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klerck</span>, (G. <span class="smallcaps">
+de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klijnsma</span>, (S. F.) Luit.-Kolonel
+Ingenieur, op de Lyclama Stins bij Wolvega Prov. Friesland.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kneppelhout van Starkenburg</span>, (K. J.
+F. C.) te Leyden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Knoll</span>, (P.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koch</span>, (G. F.) Boekhandelaar te
+Utrecht. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koker</span> Bz., (J.) Boekhandelaar te
+Monnickendam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Komans</span>, (W.) te Abcoude.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kooijker</span>, (W. N.) Instituteur te
+Bergen op Zoom.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kop</span>, (Mevr. de Wed. C. A.) te
+Rotterdam, 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kotz&eacute;</span>, (J. J.) Theol. Student
+te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Krabbendam</span> Bzn., (J.) te
+Alkmaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kremer</span>, (A. J. C.) Med. Student te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Krook van Harpe</span>, (A. L.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kroon</span>, (C. F.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kruseman</span>, (A. C.) Boekhandelaar te
+Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kruijf</span>, (J. <span class="smallcaps">
+de</span>) Boekhandelaar te Utrecht.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Lange</span>, (G. C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13681" href=
+"#xd0e13681">X</a>]</span><span class="smallcaps">Langenhuysen</span>,
+(Gebrs. <span class="smallcaps">van</span>) Boekhandelaars &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lans</span>, geb. <span class="smallcaps">
+Wintgens</span>, (Mevr.) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, Lust en Rust te Soetermeer.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, tot Oefening en Vermaak te Medemblik.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, Leerzaam Vermaak te Amsterdam.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, Disce Legenda te Utrecht.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, Oefening bevordert Wetenschap te Amsterdam.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, (Het Hollandsche) te St. Petersburg.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, tot Nut en Verpoozing te Amsterdam.</li>
+
+<li>Leesgezelschap, tot Nut en Vermaak te Moordrecht.</li>
+
+<li>Leesmuseum (Het) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lennep</span>, (H. A. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lenshoek</span>, (C. P.) Jur. Stud. te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Leuveling Tjeenk</span>, (D.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lichtenbelt</span> Jr., (J. H.) Notaris te
+Aalsmeer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Limburg Stirum</span><span class="corr" id=
+"xd0e13749" title="Bron: .">,</span> (Graaf <span class="smallcaps">
+van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Linse</span>, (F. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">L&ouml;ben Sels</span>, te Zutphen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loder</span> J. Mzn., (C. L.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loder</span>, (C. L.) 1<sup>e</sup>
+Luitenant Adjud.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loofs</span>, (Mr. W. M.) Advocaat te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loon</span>, (Mevr. Douari&egrave;re <span
+class="smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lorraine Holling</span>, (C. H. <span
+class="smallcaps">de</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ludolph</span>, (L. J. C.) Onderwijzer te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lutgers</span>, (J. P.) te Loenen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lycklama a Nyeholt</span>, (Jonkhr. J. A.)
+Burgemeester van Opsterland, te Beesterwaag.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lynden van Lunenburg</span>, (J. H. Baron
+<span class="smallcaps">van</span>) te Utrecht.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Macar&eacute;</span>, (Jonkhr. <span class=
+"smallcaps">Rethaan</span>) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Made</span>, (P. M. <span class=
+"smallcaps">van der</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maire</span>, (Mr. G. E. <span class=
+"smallcaps">le</span>) Regter in de Arr. Regtbank te Heerenveen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maurik</span>, (J. <span class="smallcaps">
+van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mebius</span>, (J. E.) voor het
+Leesgezelschap de Harmonie te Kollum.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13846" href=
+"#xd0e13846">XI</a>]</span><span class="smallcaps">Meerburg</span>,
+(Dr. P. C.) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Meijer</span>, (Wed. H.) Boekhandelaar te
+Zwolle.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Meijer</span>, (J. M. E.) Boekhandelaar te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Meijes</span>, (F.) Predikant te
+Leersum.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mensing</span>, (J. C. W.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Metman</span>, (Mr. L.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Middelhoff</span>, (A. M.) te
+Purmerende.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moens van Bloois</span>, (Mr. A.) te
+Zierikzee.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mohr</span>, (E.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Molengraaff</span>, (D<sup>s</sup>.) te
+Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Montauban van Swijndregt</span>, (W. H.) te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Morrees</span>, (Mr. C. W.) te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moulin</span>, (J.) Deurwaarder bij het
+Kantongeregt te Kampen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Muller</span>, (<span class=
+"smallcaps">Fr.</span>) Boekhandelaar te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mumm</span>, (S. T.) te Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Nahuijs</span>, (P. H.) Jur. Student te
+Deventer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nauta</span>, (Mr. G. R.) President van de
+Arr. Regtbank te Heerenveen, Ridder van de orde van den Nederl.
+Leeuw.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nepveu</span> (J. J. D.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nepveu</span>, (<span class=
+"smallcaps">Roosmale</span>) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nispen van Pannerden</span>, (Baron <span
+class="smallcaps">van</span>) te Zevenaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nolet</span>, (J. D.) Boekhandelaar te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nomen</span>, (Dk.) Houtkooper te
+Zaandam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noortbergh van Brandwijk</span>, (J.) Gep.
+Luit. Kolonel, Ridder der Orde v. d. Ned. Leeuw, te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nooten</span>, (S. J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Burgemeester te Lopik.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noteboom</span>, (C. J. Q.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Notten</span>, (F. H. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nouhuijs</span>, (H. J. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nout</span>, (F.) Instituteur te
+Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Ontijd</span>, (Dr. C. G. R.) te
+Brummen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ooster</span>, (M. C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e13992" href=
+"#xd0e13992">XII</a>]</span><span class="smallcaps">Otterloo</span>,
+(W. F. <span class="smallcaps">van</span>) Secretaris van Z. K. H.
+Prins Frederik der Nederlanden, te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oudermeulen</span>, (E. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oudermeulen</span>, (F. <span class=
+"smallcaps">van der</span>) te Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Pabst Rutgers</span>, (<span class=
+"smallcaps">van</span>) Wethouder te Hoorn.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pallandt van Walfort</span>, (Mevr.
+Baronesse Douairi&egrave;re <span class="smallcaps">van</span>)</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pallandt van Waardenburg van
+Neerynen</span>, (H. H. Baron <span class="smallcaps">van Aijlva
+van</span>) Lid van de eerste kamer der Staten-Generaal, Opperkamerheer
+van Z. M. de Koning, enz. op den huize Neerynen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Panhuijs</span>, (Jonkhr. J. E. <span
+class="smallcaps">van</span>) Commissaris des Konings in de Provincie
+Friesland te Leeuwarden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paris</span>, (G.) Theol. Stud. te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Patijn</span>, te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poll</span>, (A. <span class="smallcaps">v.
+d.</span>) Chirurgijn te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poll</span>, (Mr. W. <span class=
+"smallcaps">van de</span>) Kantonregter te Geldermalsen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Post</span> Jr., (C. <span class=
+"smallcaps">v. d.</span>) Boekhandelaar te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Post</span>, (C. G. <span class=
+"smallcaps">v. d.</span>) Boekhandelaar te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Post Uiterweer</span>, (G.) te
+Schiedam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Prill Morell</span>, (Dr. W. C. <span
+class="smallcaps">de</span>) te Nijmegen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Proes</span>, (Ds.) voor het Leesgezelschap
+Amica Veritas te Leeuwarden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Punt</span>, (P.) Watergraafsmeer.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Quarles van Ufford</span>, (Jonkh. L. I.)
+Lid van de Prov. Staten van Noord-Holl. Wethouder der stad Haarlem,
+enz.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Rahusen</span>, (A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ramaer</span>, (E. H.) Ontvanger der
+Registratie, te Wageningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rappard</span>, (Jonkhr. F. A. L. <span
+class="smallcaps">van</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Remmelink</span>, (J. H.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rengers</span>, (Baron <span class=
+"smallcaps">Aylva</span>) Kolonel te Bergen op Zoom.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Revers</span>, (C.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reynvaan</span>, (A. J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rhemen van Gelder&rsquo;s Toren</span>.
+(Baron <span class="smallcaps">van</span>)</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e14148" href=
+"#xd0e14148">XIII</a>]</span><span class="smallcaps">Rhemen van
+Rhemenshuizen</span>, (Mr. C. H. Baron <span class="smallcaps">
+van</span>) te Brummen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Riboulleau</span>, (J. P.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rieke</span>, (J. G. L.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rochussen</span>, (W. F.) Jur. Student te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rochussen</span>, (<span class=
+"smallcaps">Chs.</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ro&euml;ll</span>, (Jonkhr. Mr. H. H.) te
+Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rossem</span>, (E. J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rotta</span>, (Jonkhr. N. <span class=
+"smallcaps">de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rijnbende</span>, (S. W. M.) te
+Utrecht.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Sant</span>, (D. <span class="smallcaps">
+van &rsquo;t</span>) Instituteur te Gorinchem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schaafsma</span>, (A.) Boekhandelaar te
+Dokkum. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schaap</span>, (J.) Burgemeester te
+Krommenie.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schade van Westrum</span>, (A. T.) te
+Schiedam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schalk</span>, (P. C. <span class=
+"smallcaps">v. d.</span>) Boekhandelaar te Dordrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schierbeek</span>, (R. J.) Boekhandelaar te
+Groningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schotsman</span>, (L. H.) Predikant te
+Papendrecht, voor het Leesgezelschap aldaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schuylenburch van Wisch</span>. (Mevr.
+Baronnesse Douairi&egrave;re)</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schuyt</span>, (A. A. W.) te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Senden</span>, (G. H. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Predikant op de Leur.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sillem</span>, (E.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sirtema van Grovestins</span>, (Mevr.
+Baronesse Douairi&egrave;re) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Six</span>, (J. P.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sloet van Tautenburg</span>, (Baron) te
+&rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sluiter</span>, (J. W.) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sluys</span>, (C. <span class="smallcaps">
+v. d.</span>) te Gouda.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sminia</span>, (Jonkhr. Mr. H. B. <span
+class="smallcaps">van</span>) Burgemeester van Tietjerksteradeel, te
+Bergum.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smith</span>, (A. G. F.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Snoeck</span>, (Mevr. de Douairi&egrave;re
+Jonkhr. M.) &rsquo;s Hertogenbosch.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Snoeck</span>, (S. <span class="smallcaps">
+van Reyn</span>) Boekhandelaar te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Someren Brand</span>, (J. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e14304" href=
+"#xd0e14304">XIV</a>]</span><span class="smallcaps">Someren
+Greve</span>, (K. <span class="smallcaps">van</span>) Steen- en
+Beeldhouwer te Sneek.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spegnler</span>, (F. H.) Burgemeester v. d.
+Bilt.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spree</span>, (I. A.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stachelhausen</span>, (Mej. A.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Steeden</span>, (J. W. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Predikant te Banda.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Steenbergen</span>, (H. C.) Officier van
+Gezondh. bij de Marine te Helvoetsluis.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Steineken</span>, (D.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stemler</span>, (C. F.) Boekhandelaar te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sterr</span>, (C. <span class="smallcaps">
+van der</span>) aan den Helder.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stibolt</span>, (N. C.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stockum</span>, (P. W. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te &rsquo;s Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stokbroo van Hoog</span> en <span class=
+"smallcaps">Aarswoud</span>, (L.) voor het Leesgezelschap: Varietas
+Delectat.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stoppelaar</span>, (Mr. J. H. <span class=
+"smallcaps">de</span>) Burgemeester van Veere en Zanddijk binnen,
+Gapinge en de Vrouwe Polder c. a., Advocaat te Veere.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stoppelaar</span>, (Mr. G. N. <span class=
+"smallcaps">de</span>) Advocaat te Middelburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Storm van &rsquo;s Gravesande</span>, (N.
+J.) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stronck</span>, (W. H.) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Strijen</span>, (C. E. <span class=
+"smallcaps">van</span>) Notaris te Wijk bij Duurstede.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Swalue</span>, (E. B.) Theol. Dr. en
+Predikant te Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Taets van Amerongen</span> (Freule L. A.)
+te Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Taets van Amerongen van Natewisch</span>,
+(J. Baron) Lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tak</span>, (<span class=
+"smallcaps">Adn.</span>) te Middelburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tienhoven</span>, (G. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Werkendam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tilanus</span>, (C.) te &rsquo;s
+Gravenhage.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tulleken</span>, (Mr. J. B.) op Brakensteyn
+bij Nijmegen.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Uitwerf Sterling</span>, (Mw. de Wed.) te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Umbgrove</span>, (Mr. W. J. L.) te
+Zutphen.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e14443" href=
+"#xd0e14443">XV</a>]</span><span class="smallcaps">Vas Visser</span>,
+(D.) Jur. Stud. te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Veen</span>, (Mr. J. E. <span class=
+"smallcaps">Nuhout van der</span>) Kantonregter te Alkmaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verbeek</span>, (W. I. L.) voor het
+Leesgezelschap te Wijk bij Duurstede.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verbrugge</span>, (W. J.) te
+Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verdam</span>, (G. J.) Professor te
+Leyden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verheije van Sonsbeek</span>, (J. C.) te
+Delft.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verkouteren</span>, (A.) te Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verschuur van Heilo</span>, (Jonkhr. D. C.
+<span class="smallcaps">de dieu fontein</span>) lid van den Raad te
+Alkmaar.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Villars</span>, (Baron <span class=
+"smallcaps">di constant rebecque</span>) bij Wageningen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Visser</span>, (J.) te Heeg in
+Vriesland.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlielander</span>, (A.) Burgemeester te
+Niemansdorp.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlierboom</span>, (M.) te Rotterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vogel</span>, (Mej. G. M.) te Zwalue.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vorstman</span>, (J. G.) te &rsquo;s
+Gravenhage. 2 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span>, (A.) te Dordrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span> Jacobzn., (<span class=
+"smallcaps">Jacob de</span>) Lid van den Raad van Bestuur der
+Koninklijke Academie van Beeldende kunsten te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span>, (Mr. C. L. <span class=
+"smallcaps">de</span>) President aan de Arrondissements Regtbank te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span>, (W. <span class="smallcaps">
+de</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vries</span>, (Dr. M. <span class=
+"smallcaps">de</span>) Hoogleeraar te Leyden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vroom</span>, (C.) te Amsterdam.</li>
+</ol>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Waal</span>, (K. <span class="smallcaps">
+de</span>) te Arnhem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Waanders</span>, (J. M. W.) Boekhandelaar
+te Zwolle.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Warnsinck</span>, te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wehlburg</span>, (<span class=
+"smallcaps">Ths.</span>) Cargadoor te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wehlburg</span>, (A. F.) Essaijeur van Goud
+en Zilv. te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wesseling</span>, (<span class=
+"smallcaps">Johs.</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">West</span>, (J. H. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Westbroek</span>, (G. H.) Instituteur te
+Schoonhoven.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Weijtingh</span>, (J.) Koopman te George
+d&rsquo; Elmina.</li>
+
+<li><span class="smallcaps"><span class="corr" id="xd0e14596" title=
+"Bron: Weijtinh">Wijtingh</span> en Van der Haart</span>,
+Boekhandelaars te Amsterdam. 6 Ex.</li>
+
+<li><span class="pagenum">[<a id="xd0e14601" href=
+"#xd0e14601">XVI</a>]</span><span class="smallcaps">Weijerman</span>,
+(J. W.) te Haarlem.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Willems</span>, (W.) Boekhandelaar te
+Amsterdam. 4 Ex.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Willems</span>, (H. W.) Boekhandelaar te
+Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Willink</span>, (H.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wind</span>, (S. <span class="smallcaps">
+de</span>) te Middelburg.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wolfs</span>, (J. J.) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wolterbeek</span>, (R. <span class=
+"smallcaps">Daniel</span>) te Amsterdam, voor de Leesvereeniging.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wolterbeek</span>, (J. G. W.) te
+Utrecht.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wor</span>, (Ds.) voor het Leesgezelschap
+te Zwolle.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wor</span>, (Mej. H. M.) Institutrice te
+Assen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Woude</span>, (<span class="smallcaps">v.
+d.</span>) te Amsterdam.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wundt</span>, (Mej. S.) op Standwijk bij
+Leiden.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wijngaarden</span>, (W. J. C. <span class=
+"smallcaps">van</span>) te Rijssen.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met
+vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href=
+"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+
+<p>Gerelateerde WorldCat catalogus pagina: <a href=
+"http://www.worldcat.org/oclc/30451056">30451056</a>.</p>
+
+<h3>Codering</h3>
+
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan
+de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel
+zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het
+corr-element.</p>
+
+<p>Deze edititie is gebaseerd op de fotomechanische herdruk uit ca.
+1976. <a href="http://www.worldcat.org/oclc/64790400">WorldCat</a>. De
+lijst van intekenaren is van het begin verplaatst naar het einde.</p>
+
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li>2009-03-30 Begonnen.</li>
+</ol>
+
+<h3>Externe Referenties</h3>
+
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+<h3>Verbeteringen</h3>
+
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in
+de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1254">16</a></td>
+<td width="40%">Eudard</td>
+<td width="40%">Eduard</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1591">20</a></td>
+<td width="40%">wijsste</td>
+<td width="40%">wijste</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1744">22</a></td>
+<td width="40%">Borgondi&euml;n</td>
+<td width="40%">Bourgondi&euml;n</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1844">23</a></td>
+<td width="40%">t</td>
+<td width="40%">&rsquo;t</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e1934">24</a></td>
+<td width="40%">Hopmam</td>
+<td width="40%">Hopman</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2075">26</a></td>
+<td width="40%">gelukig</td>
+<td width="40%">gelukkig</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2428">31</a></td>
+<td width="40%">algegeheele</td>
+<td width="40%">algeheele</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4483">67</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&rdquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e5682">87</a></td>
+<td width="40%">to</td>
+<td width="40%">te</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e6619">102</a></td>
+<td width="40%">buskruid</td>
+<td width="40%">buskruit</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e6694">108</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7224">115</a></td>
+<td width="40%">Wolferts</td>
+<td width="40%">Wolfaerts</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7277">116</a></td>
+<td width="40%">Wolferts</td>
+<td width="40%">Wolfaerts</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9064">139</a></td>
+<td width="40%">IJstelsteyn</td>
+<td width="40%">IJsselsteyn</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9081">139</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9281">142</a></td>
+<td width="40%">Provincien</td>
+<td width="40%">Provinci&euml;n</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9326">142</a></td>
+<td width="40%">IJselsteyn</td>
+<td width="40%">IJsselsteyn</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9518">149</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">van</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e9844">154</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e10363">165</a></td>
+<td width="40%">go-deren</td>
+<td width="40%">goederen</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e11182">182</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">&raquo;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e11369">185</a></td>
+<td width="40%">aan</td>
+<td width="40%">van</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e12538">200</a></td>
+<td width="40%">Jaques</td>
+<td width="40%">Jacques</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e13267">VII</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e13296">VII</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">te</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e13329">VII</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e13506">VIII</a></td>
+<td width="40%">Apothecar</td>
+<td width="40%">Apothecaris</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e13749">X</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e14596">XV</a></td>
+<td width="40%">Weijtinh</td>
+<td width="40%">Wijtingh</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Merkwaardige Kasteelen in Nederland,
+Deel II (van VI), by J. van Lennep and W. J. Hofdijk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KASTEELEN IN NEDERLAND, DEEL II ***
+
+***** This file should be named 29369-h.htm or 29369-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/3/6/29369/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/29369-h/images/ammerzode.jpg b/29369-h/images/ammerzode.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ca3afd
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/ammerzode.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/gemert.jpg b/29369-h/images/gemert.jpg
new file mode 100644
index 0000000..650d846
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/gemert.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/hetloo.jpg b/29369-h/images/hetloo.jpg
new file mode 100644
index 0000000..138f9f9
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/hetloo.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/heusden.jpg b/29369-h/images/heusden.jpg
new file mode 100644
index 0000000..08da975
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/heusden.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/ijsselstein.jpg b/29369-h/images/ijsselstein.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7bb8cba
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/ijsselstein.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/montfoort.jpg b/29369-h/images/montfoort.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3e4f4d1
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/montfoort.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/titlepage-image.jpg b/29369-h/images/titlepage-image.jpg
new file mode 100644
index 0000000..05d0732
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/titlepage-image.jpg
Binary files differ
diff --git a/29369-h/images/titlepage.jpg b/29369-h/images/titlepage.jpg
new file mode 100644
index 0000000..32e3dec
--- /dev/null
+++ b/29369-h/images/titlepage.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..02f1abe
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #29369 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29369)