diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:21 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:21 -0700 |
| commit | c5b2b4d768fa4f7dd386b21dc967221a0ea2506a (patch) | |
| tree | 18f069375c9c13e0c3b76574e5999a827fcc8b7a | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 31198-0.txt | 12889 | ||||
| -rw-r--r-- | 31198-0.zip | bin | 0 -> 270868 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h.zip | bin | 0 -> 1591232 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/31198-h.htm | 13931 | ||||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 53568 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-b.gif | bin | 0 -> 1847 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-c.gif | bin | 0 -> 1874 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-d.gif | bin | 0 -> 1952 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-h.gif | bin | 0 -> 2218 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-i.gif | bin | 0 -> 1911 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-m.gif | bin | 0 -> 2240 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/initial-w.gif | bin | 0 -> 2687 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p000.jpg | bin | 0 -> 76984 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p008.jpg | bin | 0 -> 63352 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p040.jpg | bin | 0 -> 79369 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p056.jpg | bin | 0 -> 91234 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p088.jpg | bin | 0 -> 84084 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p104.jpg | bin | 0 -> 67933 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p124.jpg | bin | 0 -> 81344 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p168.jpg | bin | 0 -> 83911 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p188.jpg | bin | 0 -> 66774 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p208.jpg | bin | 0 -> 69276 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p216.jpg | bin | 0 -> 69977 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p264.jpg | bin | 0 -> 70537 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p276.jpg | bin | 0 -> 72180 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p296.jpg | bin | 0 -> 67705 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p328.jpg | bin | 0 -> 69557 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/p352.jpg | bin | 0 -> 69697 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/spine.jpg | bin | 0 -> 24072 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31198-h/images/titlepage.gif | bin | 0 -> 20232 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/31198-8.txt | 12889 | ||||
| -rw-r--r-- | old/31198-8.zip | bin | 0 -> 270306 bytes |
35 files changed, 39725 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/31198-0.txt b/31198-0.txt new file mode 100644 index 0000000..fafad52 --- /dev/null +++ b/31198-0.txt @@ -0,0 +1,12889 @@ +Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Legenden en Romances van Spanje + +Author: Lewis Spence + +Illustrator: Otway McCannel + +Translator: S. Vos-Goudsmit + +Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE + + Door + + Lewis Spence F.R.A.I. + + Schrijver van: + + »Legenden en Romances van Bretagne«, »Helden-verhalen en + Legenden van den Rijn«, »Handleiding bij de studie van de + Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers«, enz. + + Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A. + + Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit + + + + + + Zutphen--W. J. Thieme & Cie + + + + + + + +VOORWOORD. + + +Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche romantische literatuur +niet die belangstelling van Engelsche schrijvers en kritiek genoten, +waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen enkel land van Europa +heeft het zaad van de Romantiek zóó gemakkelijk wortel geschoten, +of is het tot zulk een weelderigen bloei gekomen als in Spanje, waar +de geaardheid van het volk nog duidelijker te voorschijn trad uit de +ridderverhalen, dan dit het geval was in Frankrijk of Engeland. Denken +wij bij het begrip Ridderlijkheid niet het eerst aan Spanje, aan zijn +eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa, aan +zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan +den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige +geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven +alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen +geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de +gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als +van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen +vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een +onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn òf gebaseerd +op geschiedkundige gebeurtenissen òf zij zijn voortbrengselen van +die schitterende en sprankelende fantasie, die alles kenmerkt, wat +dit Schiereiland aan literatuur heeft voortgebracht. + +Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband bewijzen +tusschen de Fransche chansons de gestes en de Spaansche cantares de +gesta, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over +Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de +begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel +Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn +aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen +ontbreken van Moorschen invloed op de Spaansch romanceros, wordt +gesteund door critici, die veel beter dan ik in staat zijn dit +vraagstuk te beoordeelen; maar bij de behandeling van de ballade +heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen hiertoe gerechtigd te zijn +door een jarenlange studie van dit onderwerp, dat zoo ten volle mijn +belangstelling en liefde heeft. Mijne vertalingen zijn dan ook niet +slechts een wedergave van den inhoud, doch het zijn een getrouwe en +nauwkeurige overzetting van de oorspronkelijke balladen. + +Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen van +de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen +in de cantares de gesta, de ridderverhalen, romanceros en balladen, +en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende hoofdstukken +zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al deze uitingen +der Spaansche letterkunde. + +Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van enkele +lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan zou +het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van +deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend +aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden +bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de +armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen wonderen. + + + + + + + +INHOUD. + + +Hoofdstuk Bldz. + + I. De Bronnen van de Spaansche Romance 1 + II. De »Cantares de Gesta« en de »Poema del Cid« 40 + III. »Amadis de Galliër« 82 + IV. Vervolg van »Amadis de Galliër« 132 + V. De Romances van Palmerin 164 + VI. Catalonische Romances 181 + VII. Roderick, de laatste der Gothen 198 + VIII. »Calaynos de Moor«, »Gayferos« en »Graaf Alarcos« 211 + IX. De Romanceros of Balladen 221 + X. Vervolg van de Romanceros of Balladen 241 + XI. Moorsche Romances van Spanje 252 + XII. Verhalen van Spaansche tooverkracht en hekserij 323 + XIII. Humoristische Romances van Spanje 342 + + + + + + + +HOOFDSTUK I. DE BRONNEN VAN DE SPAANSCHE ROMANCE. + + + Het teedere Fransche liefdeslied, + De zangen van 't schoone Brittanje, + Legenden van het zwaard en de speer, + Geboren in Allemanje, + Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht + Der balladen van 't oude Spanje! + + +Wanneer een vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van +het oude Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren, +en zijn oor zou openen voor de melodieën der wateren van de +Granaatappelstad, en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer, +dan zou het hem gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen +hare kleuren minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder +verkwikkend was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop +de weefsels van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den +indruk krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft, +na eeuwen van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde +echo's van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd +opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras, +die zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd, +om het te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen +en door de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals +een kind door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen, +dat de menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze +muren beschilderden van het palet van den zonsondergang, ook het +onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de +Spaansche Romance opbouwden. + +Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over +de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven +aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis +van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit +de Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven, +dat in deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de +passiebloem van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide? + +Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodieën niet meer vinden, +noch kunnen wij samenvoegen het mozaïk van verbroken harmonieën in de +warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin als in de »mijn van +zijde en zilver«, het oude Granada; noch te midden van de marmeren +overblijfselen van Cordova, waar het marktplein overstroomd was met de +geschilderde perkamenten van Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten +ons afwenden van het bloeiende Zuiden, en de kale hoogten van Castilië +en Asturië beklimmen, waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren +gevangen was op eene dorre en verschroeide vlakte en waar geboren +werd een diepe hartstocht van vaderlandsliefde en zelfopoffering, +die uiting vond in heerlijke krijgszangen, waarvan de echo's tusschen +de bergen weerklinken als spook-klaroenen op een vergeten slagveld. + +Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger +prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van +Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk +voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in +Burgos en Carrión, ontroerender, zij het dan ook minder fantastisch, +dan ooit ontsprongen aan de guitaren van Granada. Maar de nooit +eindigende strijd tusschen Arabier en Spanjaard bracht met zich +mede een voortdurende uitwisseling van den zinnelijken geest van het +Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het Noorden, zoodat ten slotte +het Saraceensche goud het staal van het Spaansche lied versierde, +en de Spaansche ziel gevangen werd in de netten van de Oostersche +fantasie. In lateren tijd verzachtte eene openlijke bewondering voor +de kunst en beschaving van den Moslim den ouden haat, en de Moorsche +cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal niet de dichtkunst na, +van den Castiliaanschen ridder. [1] + + + +DE BAKERMAT VAN HET SPAANSCHE LIED. + +Het vaderland van de Spaansche overlevering was inderdaad een +geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen iederen duim +van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die oneindig +veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij dan +ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van +saamhoorigheid. + +Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje, +die tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men +onverwachts weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een +steile, vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-, +kastanje- en dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging +beschut tegen de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneeën jagen, +bieden betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere +Zuiden van het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer +tusschen de verschillende dalen gering was, waren deze toch voor de +Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe +krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd +tegen de Saracenen. + +In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld +gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een +gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van +menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien +is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen, +wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat vóór het +tijdperk der Saraceensche overheersching, de Castiliaansche taal +slechts een samenraapsel was uit de elementen van de Romeinsche lingua +rustica en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige autoriteiten, +zonder bepaalde taalregels of een taaleigen. [2] Zeker is het, dat +de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch plaats vond na +den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote waarde hechten +aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij beweerden, +dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk vóór die periode, +niets was dan een patois, zonder regels of methode. + + + +ROMEINSCH EN VISIGOTHISCH. + +Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de Visigothen, als +achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje binnentrokken, +bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne beschaving, +doch zij behielden de gewoonten van hun Noordelijk vaderland, en zij +schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn beïnvloed door +de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal van het volk, +dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen, ofschoon zij +door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk, deze taal +ongetwijfeld kenden. + +De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd +afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten +Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den +roem der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is +meestal niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk +hare taal op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard +gaat aan letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in +staat waren, zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde +kolonisten van Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk +toe, de Romeinsche taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid +was echter niet de eenige reden voor het verlies van hunne taal, +want ofschoon zij in militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne +tegenstanders, waren zij in getal verreweg de mindere. Zij hadden +bij hun inval in het Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht, +en waren dus genoodzaakt, vrouwen uit het overwonnen land te huwen, +die hunne kinderen de Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk +verkeer tusschen overwinnaar en overwonnene schiep in den loop der +tijden een potjes-Latijn, dat in zijn verhouding tot het klassiek +Latijn te vergelijken was met het Engelsch van de handeldrijvenden +aan de Stille Zuidzee. [3] + +Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van Spanje, +waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd een +beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het +gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De +wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid +van vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel +duidelijk, dat de spreektaal ten minste vóór het tijdperk van den +Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen. + +De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking verdreven +werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een kleine +belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den strijd +tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal +tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat +aanmerkelijk verrijkt. + + + +DE ROMAANSCHE TALEN VAN SPANJE. + +Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er gesproken in dat +gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen bleef. In +Catalonië en Aragon het Provençaalsch, Cataleensch of Limousinsch; +in Asturië, Oud-Castilië en Leon, Castiliaansch, en in Galicia, +Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is voortgekomen. Het Cataleensch +was bijna volkomen gelijk aan het Provençaalsch of de langue d'oc +van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van Provence door +Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de volken +van Catalonië en Provence onder één regeering samengevoegd. Het +Provençaalsch, de taal der Troubadours, was van Franschen oorsprong, +en draagt de duidelijke sporen van zijne afstamming van het Latijn +van Provençaalsch-Gallië. Het schijnt, dat het in Catalonië werd +geïmporteerd door de Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te +ontkomen aan het Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts +trokken, toen de meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd +waren van de aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid +van Catalonië en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid +van levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook, +dat de bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de +ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland +van de Gai Saber had overgenomen. + +Door geheel Provençaalsch Catalonië werden die romantische +liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over +de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen, +met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan +wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de +hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van +de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante +wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder +overdreven en gestreng waren. Deze Provençaalsche ridderlijkheid vond +langzamerhand ingang in Castilië; zij verhoogde en verlevendigde de +verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk +voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de +Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere +letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige +tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen +karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te +voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid +in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours +van Provence en Catalonië, en deze vorm van dichtkunst baande den +weg voor een lyrische poëzie, die, zoo zij al niet uitblonk door +grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in +welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze +verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts één +onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking +met de dichtkunst in de beminnelijke Provençaalsche taal, wordt men +getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men +vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane +aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der +taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig +herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door +dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze +eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel, +zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het +geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan +den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor +natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die +beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder +blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde +letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die +oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve, +gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en +die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van +kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren +ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren +van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk. [4] + +De Provençaalsche en Catalanische troubadours hadden inderdaad een +zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche dichtkunst +en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer met +Castilië. Het »Boek van Apollonius« uit de 13e eeuw, is vol van +Provençalismen, evenals de latere »Geschiedenis der Kruistochten.« +Gedurende de vervolgingen, waaraan zij blootstonden tijdens de +Albigenser-oorlogen, vluchtten zij in grooten getale naar Spanje, waar +zij een schuilplaats vonden voor hunne onverdraagzame vijanden. Zoo +vluchtte Aimeric de Bellinai naar het hof van Alfonso IX en hij bleef +later aan het hof van Alfonso X, evenals Montagnagunt en Folquet +de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand Carbunel, die met Riguier +hunne werken opdroegen aan dien vorst, of treurzangen dichtten ter +gelegenheid van zijn dood. + +Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar Provençaalsch +karakter en nog in 1433 schreef de Markies de Villena, een familielid +van den beroemden Markies van Santillana, dien wij later nog zullen +ontmoeten, een verhandeling over de kunst der Troubadours, [5] welke +hij wilde herboren zien in Castilië. [6] + +Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had als +het Portugeesch, is nauw verwant aan het Castiliaansch. Maar het is +niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat het in +zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch dan +zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed van +sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken, +wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen +van den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar +reeds spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche +literatuur op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was. + + + +DE OPKOMST VAN HET CASTILIAANSCH. + +De ontwikkeling van het Castiliaansch uit het oorspronkelijke Latijn, +dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje werd gesproken, werd +door verschillende plaatselijke omstandigheden bemoeielijkt. Bij het +samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, liet men niet dezelfde +letters weg als in het Italiaansch. Ook verkortte men de woorden niet +in die mate, als in het Provençaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk +tengevolge van de overheersching van het Gothische element onder hen, +die Castiliaansch spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft +zij een sterker bouw dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche +f is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in een h, zooals bij +hablar = fabulari (spreken). De letter f, die sterk geaspireerd wordt, +vervangt dikwijls de l, zoodat filius (zoon) hijo wordt. De zachte ll +daarentegen komt in de plaats van de Latijnsche pl, en zoo vinden wij +het Latijnsche planus (zacht), in het Castiliaansch terug als llano +(spreek uit: lyàh-no). Het Spaansche ch neemt de plaats in van het +Latijnsche ct, zooals facto = hecho, dictu = dicho, enz. + +Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch ontbreken +niet. Zoo heeft de g voor de c en i, die in het Gothisch en Duitsch +een keelklank is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche +verandering van de o in de ue vindt hare analogie in het Duitsch. Wij +kunnen bv. het Castiliaansche cuerpo en pueblo vergelijken met het +Duitsche Körper en Pöbel. + + + +DE UITBREIDING NAAR HET ZUIDEN VAN HET CASTILIAANSCH. + +Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en schrijftaal werd +tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van het stoutmoedige +volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche bezetting van hun +vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door een strijd, die +geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en district na +district inplaats van provincie na provincie, heroverden, verdrong hun +taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne Arabische +vijanden, [7] totdat tenslotte de laatste vesting van de Mooren viel +en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland. »Wel +was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders moesten +doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning en +tot verovering van de wereld,« zegt Martinez in zijn roman Isabel de +Solis, [8] »neergedrukt door hun harnas en met het zwaard in de hand, +sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht rustig.« + +Van de nederlaag van Roderick af, »den laatste der Visigothen«, +bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot aan den val van +Granada in 1492, was Spanje inderdaad een land van veldslagen. Bijna +oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden +de Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het +Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen +van Biskaje en Asturië. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners +van Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend +hebben met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten, +maar de omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg +er slechts toe bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van +vaderlandsliefde, en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk +bezit te herwinnen. + +Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich +voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten, +waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en +moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te +verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen +zich konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij, +met hun klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun +moed en vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw +verloopen was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castilië +heroverd. Alleen reeds de naam van deze provincie, »Het Land van +Kasteelen«, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts behouden +kon blijven, wanneer elke heuveltop versterkt was door vestingen; en +zoo gaf deze landstreek, met al hare kasteelen, ten slotte haar naam +aan het volk, dat haar bezit op zulk een hoogen prijs stelde. Voordat +er weder 20 jaren verloopen waren, hadden de Castiliaansche strijders +vasten voet in Nieuw-Castilië gekregen, en van dat oogenblik af, +schijnen zij voortdurend met succes te hebben gestreden. + +Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche bezetting van +drie en een halve eeuw, begint een nieuw tijdperk voor den voortgang +van de Castilianen in Zuidelijke richting, en met de inname van +Saragossa in 1118, keerden de kansen voor de Arabische overweldigers, +die nu verdreven werden naar een klein gebied in het Zuiden en het +Zuid-westen van het land. Deze omstandigheid schijnt echter meer +gunstig te zijn geweest voor hun gevoel van saamhoorigheid, dan dat +het hen heeft vernietigd, en de Castilianen moesten nog gedurende +vier eeuwen rekening met hen houden, totdat bij den val van Granada, +Boabdil of Abu-Abdallah, de laatste der Moorsche koningen, de sleutels +afstond aan Koning Ferdinand van Castilië, een laatsten blik wierp +op de stad, en naar Afrika voer, waar hij strijdend den dood vond. + +In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de +romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt +niet verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit +wapengekletter. Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde +van dezen tijd is niet alleen de afspiegeling van den geest van een +strijdend volk, maar zij is tevens een noodzakelijk product, want +uit de liederen en legenden putten de ridders van Castilië nieuwen +moed, strijdlust en opgewektheid, en zij werden er door bezield op +den dag van den strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castilië, +zooals in de oude ballade, zingen: + + + »Het harnas is mijn eenig kleed, + En strijd is mij festijn! + Mijne lamp, de straal van een planeet, + Mijn wereld .... een woestijn.« [9] + + +Grensgevechten met hun herhaalde verandering van tooneel en +voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot het +dolende ridderschap. + + + +DE LETTERKUNDIGE ONTWIKKELING VAN HET CASTILIAANSCH. + +Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het Castiliaansch +inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen letterkundig karakter, +voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals blijken zal bij de +behandeling van zijne diverse Romantische vormen. Het had niets +overgenomen van de letterkundige methoden van het Provençaalsch +of Catalonisch, echter wel van den geest en den uitwendigen vorm +daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche dichterlijke +systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het ernstige en +krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang weerstand te +bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de oorzaak +waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren zij +het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De +regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in +aanraking geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand +de Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was +een Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus +feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer +onze gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen +van Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412-'58), dat de +invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van +Catalonië. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt bij een +zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia gehouden, +en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen, zijn +later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd. Vier +hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar beschouwd +werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij zulk +een wedstrijd te worden gebezigd. Het schijnt, dat Valencia, dat in +vroegere tijden, wat spraak en kunst betreft, zuiver Catalonisch was, +van 1470-1550 een eigen school had voor Castiliaansche dichters, +die er veel toe hebben bijgedragen, het Castiliaansch als volkstaal +te bestendigen. Maar de Cataloniërs waren niet van zins, hun taal, +als de letterkundige taal van Spanje, zonder meer prijs te geven, +en zij trachtten haar te handhaven door de instelling van een +vakopleiding voor Troubadours, en door de schoonheden hunner taal +hoog te prijzen bij de groote openbare zangwedstrijden. Het was te +vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen een taal, die krachtiger en +rijker aan woorden en vormen was, en die daarenboven gesteund werd +door een politieke macht, die sterker was dan de hunne. + + + +DE DICHTKUNST AAN DE HOVEN VAN CASTILIË. + +De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige taal werd ook +zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke belangstelling van +verscheidene vorsten van Castilië. Alfonso de Wijze was zelf een +dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand en toewijding, +waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van uitdrukking +aanmerkelijk verbeterde. + +Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch +vertaald, en op zijn aandringen werd een Algemeene Kroniek van Spanje, +zoowel als de Geschiedenis der Eerste Kruistocht, geschreven. Hij +maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven en trachtte +in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke zinswendingen +der Provençalen over te brengen. + +Alfonso XI schreef een Algemeene Kroniek in de vlotte en vloeiende +versmaat van de inheemsche redondillas, inplaats van de stijve +en strakke Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in +letterkundige kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch +proza over de jachtkunst en over den stamboom van den adel. [10] Zijn +familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de +Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza +in zijn Conde Lucanor, een boek van ethische en politieke stelregels, +waarvan de strekking duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en +fabels, ontleend aan de geschiedenis en de klassieke literatuur. + +Hoewel Juan II [11] een zwak en lui vorst was, was hij toch een +beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met +dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste +Spaansche gedichten. + +Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er +de Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de +Provençaalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze kunstmatige +hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote vorderingen op +haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der Romance geworden, +en de Romance zou in Spanje voor een geheele generatie van dien tijd +de voornaamste letterkundige vorm worden. + + + +DE OPKOMST VAN DE ROMANCE. + +De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de verschillende phasen, +die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van belangstelling +van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had mogen +verwachten in dezen tijd, waarin de kenner met toewijding de +verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe +letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen +van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats +van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het +materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid, +die het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste +indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling +verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen, +te slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten +wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever +tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van +de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den +lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken +zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen +duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige +voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste gevolgtrekkingen. + +Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de elfde +tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit twee +kwartieren--Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste is voor +het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige uitingen +waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje, dat, +zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte, totdat +de strijd tusschen 't zwaard en de kromme sabel was uitgevochten. Maar +in Frankrijk had Castilië een schitterend voorbeeld, dat het volgde op +zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven werd zoowel door nationalen +trots als door politieke noodzakelijkheid. + +Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In +het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land +van de langue d'oïl, ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig +was, veel beter in staat, goede literatuur voort te brengen dan +Castilië, welks voortdurende Vendetta met de Mooren, slechts weinig +gelegenheid overliet aan het intellectueele deel der bevolking, zich +aan de letterkunde te wijden, eene gelegenheid, waarvan de fijnste +geesten echter een ruim gebruik maakten. De opkomst van de kaste der +reizende dichters in Frankrijk voldeed aan de behoefte van het volk +naar verhalen, en de trouvères van de twaalfde eeuw vonden in den +glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds vloeiende bron +voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang vond bij een +middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de epische poëzie, +die zij ontleenden aan de geschiedenis van het Carlovingische tijdperk, +waren bekend als chansons de gestes, »zangen van daden« van den +grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De +trouvères zelf noemden ze Matière de France, terwijl de verhalen van +Koning Arthur aangeduid werden als Matière de Bretagne, en die, welke +berustten op de klassieke geschiedenis, Matière de Rome werden genoemd. + +Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken, +waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan, +eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de +letterkundige autoriteiten. [12] + +Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van vorm, na +dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar +zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige +moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft +de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld +uit deze werken. + +Deze chansons waren bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der +riddersloten, door rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of +ze aan elkander afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan +over teedere gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk +beschreven waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in +coupletten, laisses of tirades genoemd, elk bestaande uit twintig tot +meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen onderlingen +samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter waren de +geheele chansons berijmd. + + + +CASTILIAANSCHE OPPOSITIE TEGEN DE CHANSONS DE GESTES. + +In deze gedichten, die waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Noorden +van Frankrijk kwamen, en zich in den loop der tijden naar het Zuiden +verspreidden, werd Karel de Groote voorgesteld als het bolwerk van +het Christendom tegen de Saracenen van Spanje. Omringd door zijne +paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en Willem van Oranje, +voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren of de »Saracenen« +(heidenen) van Saksen. Van deze gedichten heeft Gautier er 110 +gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde eeuw stamt. Een +aantal van de latere chansons zijn in het Provençaalsch geschreven, +maar alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken +vorm op te sporen, hebben blijkbaar gefaald. + +Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond +in Castilië. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde door +Provence en Catalonië, maar het is niet onmogelijk, dat dit het geval +was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn moeilijken strijd +tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een literatuur, die zoo +voortdurend handelde over de nederlagen van zijn aartsvijand. Dit was +oorspronkelijk ook het geval, en de chanson vond dan ook een gunstig +onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene +onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castilië +van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote +Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard +tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige +autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij +de Baskiërs bekend als Altobiskarko Cantar, of Lied van Altobiskar, +dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de achterhoede van Karel +den Groote niet te danken was aan de Saracenen, maar aan de Baskiërs, +die gebelgd waren over de doortocht van het Frankische leger door +hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig stuk in het Baskisch, +door den Baskischen student Duhalde vertaald uit het Fransche gedicht +van François Garay de Montglave (circa 1833). Een tweede slag van +Roncevalles had plaats onder de regeering van Lodewijk den Vrome in +824, toen twee Frankische graven, uit Spanje komende, weder overvallen +werden en verslagen door de Pyreneesche bergbewoners. Maar er schijnt +nog een vroeger gevecht te zijn geweest tusschen Franken en Baskiërs +in de Pyreneeën, onder de regeering van Dagobert I (631-638). De +herinnering aan deze gevechten schijnt bij de bevolking levendig te +zijn gebleven, zoodat de Spanjaard den Frank bleef beschouwen als zijn +erfvijand. Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die +Spaansche juglares, die de heldendaden van Karel den Groote in Spanje +bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte, zooveel het hem mogelijk was, +de mythische overwinningen van den Frankischen keizer te kleineeren. + +Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn +intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich +uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het +patriotisme van de Castilianen, die de chansons de gestes in hun +eigen geest wenschten uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk +over te nemen, zelf een verzameling liederen schiepen. Zij namen als +den nationalen held van het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen +ridder aan, Bernaldo de Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder +van Castilië, en ter wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin +hij wordt voorgesteld als de strijder, die Roland bij Roncevalles +versloeg aan het hoofd van een zegevierend leger, dat niet uit +Arabieren of Baskiërs, maar uit Castilianen was samengesteld. + + + +DE CANTARES DE GESTA. + +Maar al namen de Castilianen den inhoud van de chansons niet aan, den +vorm namen zij wél over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en +de strekking van de chansons schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd +nadat zij door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester +uit het begin der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van +Aartsbisschop Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving +voorstellen van dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke +bedoeling was, aan te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan +in het geschrift sprake was. Vele Franken trokken naar deze heilige +plaats, onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den +geest en de metriek van de chansons brachten tot de Castiliaansche +zangers, zoodat wij later hooren van Spaansche Cantares de gesta, +waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne Fransche +voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde Poema del Cid, +handelende over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch +held, is in vorm en geest het type van een Cantar de gesta, en wij +mogen op goede gronden aannemen, dat vele van de latere romanceros +of balladen over helden als Bernaldo de Carpio, Gonzalvo de Cordova +en Gayferos, oude cantares zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd. + +Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de Cantares de gesta +hun aanzien. In den loop der tijden werden zij verdrongen naar +marktplaatsen en herbergen. Van verscheidene werd de stof verwerkt in +kronieken, maar de Juglares, die ze nu zongen, maakten er, wanneer +ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of vervormden ze +tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van een minder +beschaafd publiek. [13] + + + +DE KRONIEKEN. + +Maar al kunnen wij het meerendeel van de Cantares de gesta niet meer +in hun ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude +kronieken van Spanje. Zoo vertelt de Algemeene Kroniek van Spanje +(c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste onderzoekingen, +mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of bewerkingen +van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de Carpio, +Fernán González, en de zeven kinderen van Lara; zij geeft korte +vertellingen over Karel den Groote, terwijl het laatste gedeelte de +geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en dan zelfs verwezen +wordt naar de Cantares als de bron van een of ander relaas. Daarenboven +zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk in hun +geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat zij hun +oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden behouden, +maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder om te +werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van Bernaldo +de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm vinden +wij ze terug in de cancioneros of bundels Volkszangen. + + + +DE BALLADEN. + +De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het onderwerp geweest van een +fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt ons, er een afzonderlijk +hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe zij behooren in +aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere verhalende +gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig behandelen. Volgens +sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum dan verzen als de +Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze, terwijl anderen +als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het grootste gedeelte +der ballades uit een lateren tijd stammen. Het schijnt mij toe, dat er +waarheid schuilt in beide veronderstellingen, en dat het hier zooals +dikwijls in de letterkundige zeevaart, verstandig is, den middenkoers +te houden. Volgens mijne opvatting zijn er vier verschillende typen +van Spaansche balladen: + +1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen +tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij +er al eenige overblijfselen van bezitten, waarschijnlijk zóó totaal +veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst gezongen hebben, ze zelf +niet meer zouden herkennen; + +2. balladen, die als kronieken uit de Cantares de gesta zijn +overgenomen; + +3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd; + +4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst. + +Ik geloof, dat de balladen of romanceros weer verdeeld moeten worden +in twee soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen, +zonder letterkundige basis, en die, welke eigenlijk Cantares de gesta +of gedeelten uit kronieken zijn, die in den loop der tijden een ander +uiterlijk hebben gekregen. Ik ben met de meeste onderzoekers van de +oude Spaansche literatuur van meening, dat de Cantares of Kronieken +niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar +ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten +deze twee soorten niet de meer »poëtische« of vervalschte balladen, die +geschreven werden, nadat de ballade een erkende vorm voor proefnemingen +op het gebied van bewuste dichtkunst was geworden; het is duidelijk, +dat deze soort in geen der beide klassen kan worden ondergebracht. + +Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van vervalsching +of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij verzameld en +uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer geen balladen +uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan ook in +veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting van +zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een lied, +alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of omdat +men het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, als wanneer men +zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een volksgebruik, op +grond van het feit, dat deze in onze dagen nog gangbaar zijn, tenzij +men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen bewijzen. Toch +schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder zijn dan +bijv. die van Schotland of Denemarken. + +Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan +de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen +in hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de +romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk +aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven, +nl. Romanceros. [14] Sommige ervan zijn eigenlijk slechts in naam +romances of Cantares de gesta, doch inderdaad behandelen zij alle +onderwerpen, die in de Cantares bezongen zijn, of in de Kronieken +beschreven, zooals de Cid, Bernaldo de Carpio, Graaf Alarcos +enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te hebben met de latere, +werkelijke romance, zooals Amadis, Palmerin of Felixmarte, en wel, +omdat in den tijd, toen deze in de mode waren, de ballade reeds het +eigendom geworden was van het volk. Zooals de markies van Santillana +(1398-1458), die zelf een verdienstelijk dichter was, opmerkte in +een brief, die beroemd is geworden om het licht, dat hij werpt op +den toestand van de Spaansche letterkunde van dien tijd: »Er zijn +verachtelijke dichters, die zonder systeem, methode of maat van die +liederen en romances maken, waarin het gemeene volk behagen schept.« +Zoo zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven +over de Engelsche balladedichters. + +Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de +arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen +hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele Cantares de gesta, +die op schrift waren gebracht. Maar als gevolg van de vernietiging der +Moorsche staten in Spanje, van den toenemenden rijkdom onder de hoogere +standen en de uitvinding der boekdrukkunst, ontstond een meerdere +vraag naar gedrukte boeken, die in de behoefte naar ontspanning +zouden voorzien. Een groote scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd +de romantische stof, die als het ware versteend en begraven lag in +de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. Voor sommige dezer gedichten +was het slechts een kleine stap naar de eigenlijke romances. Maar +Spanje snakte naar iets nieuws, en in het begin der vijftiende eeuw +wendden de romancedichters hunne oogen opnieuw naar Frankrijk, welks +onuitputtelijke bron van geestelijken rijkdom hun een overvloed van +romantische stof begon te verschaffen. + + + +DE BLOEITIJD VAN DE ROMANCE. + +Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten over de echte +Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van Castilië (1407), +die zich in zijn Rimado de Palacio beklaagt over den tijd, dien hij +verspilde met het lezen van zulk een »leugenachtig prul« als Amadis +de Galliër. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, maar +hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den +machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen +geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het +slaafsch nabootsen van het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets +zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad +van de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te +ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde +en overdaad van bloem en vrucht. + +Amadis werd gevolgd door een lange rij van dergelijke verhalen, +die de lezer alle in dit boek zal ontmoeten. Het wordt algemeen +erkend door de critici, te beginnen met Cervantes, als de beste en +belangrijkste van de Spaansche Romances, en het werd vertaald in het +Fransch, het Italiaansch en de meeste Europeesche talen; zelfs werd +er, naar men zegt, een speciale vertaling van gemaakt voor Joodsche +lezers. Met één slag had de Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke +fantasie overwonnen op haar eigen terrein. Maar Amadis was niet, +zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in +Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt Tirante de Witte +toe (1490), dat volgens Southey geen ridderlijken geest ademt. Onder +anderen maken wij hierin kennis met Warwick den Konings-maker, die +met goed gevolg een inval in Engeland door den Koning der Canarische +Eilanden afslaat, en ten slotte geheel alleen den overrompelaar doodt +en zijn krijgsmacht op de vlucht jaagt. Maar al vergist Cervantes zich +in zijne bibliographie, de verklaring van zijn barbier, dat »Amadis +het beste is van alle boeken, die in deze soort geschreven zijn,« is +niet ver van de waarheid. [15] Tasso beschouwde het als »het mooiste +en misschien ook het leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan +lezen.« Gaf hij slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder, +zooals men wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken? + +Amadis werd gevolgd door een menigte van dergelijke gedichten. Door +het buitengewone succes bij het publiek, ontstond er een heele +literatuur van gelijke strekking en karakter, zij het ook niet van +gelijke waarde. De eerste van deze letterkundige voortbrengselen +was Palmerin de Oliva, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in +Sevilla verscheen, en die, evenals de Amadis, weer gevolgd werd door +soortgelijke gedichten, zooals Primaleón, Platir en Palmerin van +Engeland, misschien wel het beste van deze reeks. + +Men neemt als vaststaand aan, dat Amadis en Palmerin van Portugeeschen +oorsprong zijn, en ik zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier +slechts vermelden, dat er geen Portugeesch origineel bestaat, noch +gedrukt, noch in manuscript. Maar deze romances werden zóó zuiver +Castiliaansch als de Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun +vreemden oorsprong; en Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het +volk als voor de critici van geheel Europa. + +De Palmerin-reeks wakkerde slechts de hartstocht voor Romantiek aan, +en Spanje snakte zóó naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek +voor zijne behoeften, dat zij, die trachtten het publiek te voorzien +van romantische lectuur, nauwelijks in staat waren, een voldoende +hoeveelheid ervan te leveren. Het natuurlijk gevolg hiervan was een +stroom van haastig geschreven minderwaardige verhalen. De fantasie, +die eerst alleen maar gewaagd was, werd nu schaamteloos, en het toppunt +werd in dit opzicht bereikt in uitingen van een ongezonde verbeelding +als Belianis van Griekenland, Olivante de Laura, en Felixmarte van +Hyrcania. Maar ofschoon de meeste van deze voortbrengselen onzinnig +waren en beleedigend voor het menschelijk intellect en den goeden +smaak, vonden zij toch ontelbare lezers, en alles wijst er op, dat +het beroep van uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende +eeuw buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen, +die de schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de +andere romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een +menigte romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die +van Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische +geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over +de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met +zulk een flauwe kost bezighoudt; »want«, zegt hij, »er zijn menschen, +die gelooven, dat al die dingen werkelijk gebeurd zijn, ofschoon het +grootste gedeelte ervan onmogelijk is.« Zoo zou een criticus van onze +dagen kunnen spreken over de voorkeur van het groote publiek voor de +goedkoope romans, of de minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen, +die in het groot worden gefabriceerd door de al te vlugge machines +van de »Vernuft-Onderneming«. + +Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van +het verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de +godsdienstige verhalen als De Hemelsche Ridderschap, De Ridder van de +Heldere Ster, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche +figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan +naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der +Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar +er verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van Amadis en de +allerlaatste van zijne waardelooze imitaties. Het is niet moeilijk een +verklaring te vinden voor de vlugge fabricatie en verspreiding van zulk +een hoeveelheid goede en slechte lectuur. Wanneer wij bedenken, dat +Spanje sedert eeuwen het land was geweest van de ware ridderlijkheid, +dat zijn fantasie sterk ontwikkeld was in een langdurigen strijd +met zijne heidensche vijanden, en dat het, in de ridderverhalen, die +het nu met zulk een groote bewondering las, de afspiegeling vond van +zijn eigen hoffelijken en heldhaftigen geest--den fijnstbesnaarden +en ridderlijksten geest van Europa. + + + +EEN MOGELIJKE MOORSCHE INVLOED OP DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd op leven en dood +met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft uitgeoefend op de +Spaansche romantische verbeelding. Maar was die invloed van directen +aard, en het gevolg van een voortdurend contact met de Mooren, of kwam +hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die de Saraceen in Spanje +achterliet, een betoovering, die nog versterkt werd door de wonderen +van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat bijna geen Spaansche +romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als een caballero en een +waardig vijand. Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in +deze lijvige boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien +lijken in gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der +verbeelding, een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de +Turk in de werken van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche +literatuur op de Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig +wanbegrip van het publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van +de Arabische letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze +in staat waren, de Castiliaansche kunst en fantasie te beïnvloeden. + +De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect +van een zwervende woestijnbevolking tot een taal, waarvan de schoonheid +en dichterlijkheid wellicht ongeëvenaard zijn, is op zichzelf +belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch tijdperk +te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in Spanje +optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering opwekken +van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. Het +ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en +handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde +trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen, +waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk +een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen +wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat +is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van +hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als +onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van +hare fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de +Arabieren in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne +letterkunde zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan +wel niet afstaan van den Castiliaan of den Cataloniër? + + + +ARABISCHE DICHTKUNST. + +De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog een onbeschaafd volk +waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig voor het bereiken van +een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid, maar zij bevorderde +wel de ontwikkeling van hunne aangeboren opmerkingsgave, die hen een +schat van synoniemen deed vinden, waardoor hunne taal zeer verrijkt +werd. De vondst van synoniemen en van mooie en treffende vergelijkingen +moeten beschouwd worden als de eerste voorwaarde voor een bloeiende +dichtkunst, en gedurende een eeuw in het tijdperk der Moorsche +overheersching in het Oosten, zien wij de schitterende dynastie van +de Abbassiden (circa 750) optreden als beschermers van een dichtkunst, +die door de rijke Arabische taal zoo gemakkelijk tot uiting kwam. + +Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van +de Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen +oefening van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste +voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde +in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen +»marktwaarde« meer heeft, was toen voor de waarlijk ontwikkelde hoogere +standen een noodzakelijke levensbehoefte, kostbaarder dan de balen +zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand, of de reukwerken van +Syrië, waarvan hunne legenden vol zijn, zooals de muren van Aladins +paleis overdekt zijn met tooverachtige edelsteenen. Maar voor de +Arabieren waren woorden inderdaad juweelen. Toen Al-Mamoun, de zoon +van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden dicteerde aan den +Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de cijns, dien hij van +zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling manuscripten van de +beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den heerscher over een +volk van dichters waardig! + +Maar het veroverde Spanje was vóór alles de zetel en het middelpunt +van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova, Granada, Sevilla--ja, +eigenlijk alle steden van het Schiereiland, die door de Saracenen +bezet waren, betwistten elkander den roem van hunne scholen en +onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere centra voor den +geleerde en den kunstenaar. + +De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje +bestonden, maakten Europa, met zijn gebrek aan ontwikkeling, te +schande, en in dien tijd was het veel meer Arabië dan het vervallen +Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch +werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van +duizenden Spanjaarden, die in het Zuiden onder Moorsche heerschappij +leefden. Zelfs werd in het midden der achtste eeuw de Heilige Schrift +in het Arabisch vertaald voor de talrijke Christenen, die geen andere +taal kenden. De colleges en universiteiten, die door Abderahman +en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht door een groote +menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de dichtkunst, +ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van grooten +invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij echter +dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige beschaving, +dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken heeft aan de +Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf. + +De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk belangstellen, +is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien deze gehad heeft +op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit zeer begaafde volk, +dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het oogenblik van +hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt. Haar warme +en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met de meer +stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door de +Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard, +vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen +was, in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere +gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het +andere. Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading +te kort kan doen aan de schoonheid van iets, dat uit zichzelf reeds +waarlijk schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden, +ons gerust te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen +betreft. Maar reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de +Arabische literatuur, zien wij, dat de dichter werd meegesleept door +zijn groote liefde voor het onderwerp, dat hij beschreef. In den +tuin van den Arabischen dichter is elke bloem een juweel, elk stukje +grond een kostbaar Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het +Paradijs, wier lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het +onderwerp worden van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik +van synoniemen en van den overtreffenden trap, de overdrijving in +de uitingen hunner liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een +strekking en van die wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters +van het Westen hunne tijdgenooten geleerd hebben, filosofische +vraagstukken voor zichzelf op te lossen--dat waren de zwakheden van +de Arabische zangers. Zij stelden een korte spreuk in de plaats van +een verhandeling. Zij begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts +vermaak beoogt, maar ook een middel is van groote opvoedkundige waarde. + +De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer +te hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn +onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van +een lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een +voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was +de natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden, +een diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen. + +Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der Arabieren +een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen. Wij kunnen +het slechts betreuren, dat hun, door verschillende omstandigheden, +de gelegenheid niet werd geboden, hunne gaven in de goede richting te +ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen der Arabische staten, +met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk bezochte academies, +en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte van Centraal-Azië tot +aan de Westelijke havens van de Middellandsche Zee, en wij wenden ons +dan naar de plaatsen, waar dit alles bloeide, dan moet het ons wel +zeer aan verbeeldingskracht ontbreken, wanneer wij niet onder den +indruk komen van het totale verval, waaraan deze streken ten prooi +zijn geworden. Het groote, naijverige en moedige ras, dat deze landen +heeft overwonnen en beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten +verzameld, en de onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan +zijne voeten, om te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de +Openbaringen der Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk, +dat uit de woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug. + + + Waar ééns, in Djamschids fonkelend paleis + De jonge Houri's dansten bij den klank der luit, + Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn; + En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar buit. + + + +DE MOORSCHE »MODE« IN DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte van gevoel, vinden +wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste tot aan het begin +der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren beslist, zoo nu en dan +zelfs hinderlijk, Europeesch, hetgeen verklaard moest worden uit +haar oorsprong. [16] Maar het schijnt, dat met de Castiliaansche +bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de atmosfeer, die +de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed uitoefende op den +Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben omgeven met een +stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne beschaving, waarvan +de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in zijn architectuur en +andere kunstuitingen, hij zulk een diepe bewondering had. Wanneer +onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er ongeveer in dien tijd +een Moorsche »Mode« in de Spaansche letterkunde zijn opgetreden, +zooals er in Engeland een hartstocht ontwaakte voor alles wat +Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, toen de Engelschen +in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was voornamelijk +pseudo-Saraceensch, niet beïnvloed door letterkundige voorbeelden, +en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de kunstuitingen dan van +het persoonlijk contact met de bevolking. Lang vóór de vijftiende eeuw +echter, met hare manie voor alles wat Moorsch was, had de Arabische +geest al ingewerkt op de Spaansche letterkunde, zij het ook slechts +in geringe mate en onbewust. Wat echter de uiterlijke vormen van de +Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in +poëzie, iets van de Moorsche overgenomen, en dit is voornamelijk +het geval met de assonanten, die de Castiliaansche dichtkunst +kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de gedichten +van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren schijnen +echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar hunne +behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking +hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd +op Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies +van Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne +de Fransche rondeau, of Dobson de ballade, of zooals droogstoppels +aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven, +waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige, +de onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen +taal hun biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit +alle tijden zich hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den +grooten stroom van Castiliaansche literatuur, dan dergelijke pogingen +plegen te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige +van de populaire Coplas, of coupletten, schijnen echter rechtstreeks +uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen niet te verwonderen is, +wanneer wij denken aan het groote aantal menschen van gekruist ras, +dat in het midden der zeventiende eeuw Spanje bewoonde. Het staat ook +vast, dat Arabisch de spreektaal was van duizenden Christenen in het +zuiden van Spanje. Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen +tegenstander had in het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch +even hardnekkig bestreed als de Spanjaard het den Moor deed. [17] + +Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het +Arabisch als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van +verscheidene romances beweren, dat het slechts vertalingen uit +het Arabisch zijn--meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars +en sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden +weerlegd. Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten +wij erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden +van Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek, +de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden waren echter +ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, was de +invloed meer »geestelijk« dan »materieel.« Christelijk Spanje had +gedurende achthonderd jaar de Saracenen van zich af weten te houden +en toen het tenslotte erin toestemde uit den Saraceenschen beker te +drinken, vulde het dien met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank, +die dezen beker vroeger tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen +geur en smaak van het Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak, +maar toch onmiskenbaar. + + + +HET TYPE VAN DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Het beste type van de Spaansche Romance is dat, waarin de geest van +het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van ridderlijkheid. Het +oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer, zijn fijn gevoel +voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was als het ware de +smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd werden. De +eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er ruimschoots +toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis wemelde, +te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een levendige +belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen enkel ander +land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de kenteekenen +der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of de +Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met +een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te +overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was +dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn +ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte, +toen hij bemerkte, dat zijn riddermanieren en zijn pantser veranderd +waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat +dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme +gewonnen als het ontgoochelde. + +De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van +ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht +en uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken, +groote hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol +getrouwen, in Valencia, Mexico, Italië of Arancanië, de fabelachtige +daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere tijden zond +het ijzerland Castilië oorlogsschepen uit, om zijne banieren over +de onmetelijke zeeën te dragen naar de verst verwijderde gedeelten +der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven in het harnas, +omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van kwaadwillige +toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders ontmoetten, die +op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield hen staande in +hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en doodsgevaar? Kunnen +wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun Vaderland hen als +met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer zij ten strijde +trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der helden uit de oude +romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare uit de trompetten +van herauten bij een tournooi? + + + En toen wij rustten ons ten strijd, + Toen zong ons hart van zaligheid, + Wij hoorden 't krijgsgetier. + Bij 't denken aan Orlando's smart + Aan Felixmarte's ridderhart + En den dood van Olivier. + + + + + + + +HOOFDSTUK II. DE »CANTARES DE GESTA« EN DE »POEMA DEL CID«. + + + Als in de hooge koningszaal + De ridders en jonkvrouwen bij het maal + Een kostelijk lied verlangen, + Dan komt des minstreels schoone tijd, + Hij zingt van ridders en woesten strijd + En zijn teedere minnezangen. + + +Wij hebben reeds gesproken over den Franschen oorsprong van de Cantares +de Gesta; hun naam reeds verraadt hunne Gallische afkomst. Maar +wij moeten nog eens duidelijk in het licht stellen, dat de Cantares +spoedig hun Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche +kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen +karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken +op wat hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk, +wat over hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt +omgetooverd, zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast +aan zijne nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte +en Amerika het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van +de Fransche Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen +dichtvorm zal hun oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de +aard van de scheppende en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet +voorgoed worden veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn, +wanneer wij in Spanje de Fransche trouvères en jongleurs terugvinden +als trovadores en juglares. De trovador was de dichter, de schepper; +de juglar was slechts de zanger, de voordrager, ofschoon de grenslijn +tusschen beiden niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde +juglares waren ook de makers van de cantares, die zij zongen, terwijl +een onbeteekenende trovador soms genoodzaakt was, de liederen van +anderen te zingen. Instrumentalisten of begeleiders waren bekend +onder den naam van juglares de péñola, ter onderscheiding van de +voordragers of zangers, de juglares de boca. + + + +DE ZANGERS VAN HET OUDE SPANJE. + +Met het optreden van den juglar werd er afstand gedaan van den Cantar, +want hij pleegde hem te veranderen en te besnoeien, langer of korter +te maken, naar zijn gevoel voor de behoeften en den smaak zijner +toehoorders het hem ingaf. Menigmaal trachtte hij den Cantar te gieten +in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten goede +kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een instrumentalist, +maar door een remendador of gebarenspeler, die zijn verhaal door +een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren +berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij +leefden meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een +beker wijn was hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog +niet bezoedeld door den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal +naar feestzaal, van kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun +zending--het verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw. + + + Gij lang gestorven broeders van de minnezangen, + Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt ontvangen, + Gij leeft nog voort in 't hedendaagsche lied! + + +Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. Met het toenemen van +den smaak voor de cantares, werden de trovadores en hunne trawanten, +zooals dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de genietingen +van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, dat de +uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van den +kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, »te bezoedelen +met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den dichter.« + +Deze »geesten uit hooger sfeer« versmaadden helaas de goede gaven +niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den trovador met +hunne gunsten, vleiden hem, door zijn kunst en zijn leven na te +bootsen, en voegden zichzelf bij hun gilde. Weinig menschen van +geest zijn zóó geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid +en heerschzucht volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt +dichterlijke aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als +militaire blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij +waren door vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne +onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte +en zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte, +zelfs in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het +publiek kreeg genoeg van die eeuwige cantares en het getokkel op +één snaar. Het werd meer en meer gebruikelijk romances te lezen, +inplaats van ernaar te luisteren, en zóó kwam het voor, dat de +juglares langs de heirwegen van Spanje trokken en op de hoeken der +straten hunne liederen voordroegen in een toestand van verarming, die +vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere gebrekkige, +maar toch eervolle omstandigheden. + +Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven, +in tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk +kan vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons +een duidelijk beeld te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger +aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan één ervan te danken +aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de oude Kronieken +van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van letterkundig +balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de cantar van Bernaldo +de Carpio werd ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de +Algemeene Kroniek van Spanje, die in 1260 door Koning Alfonso den +Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal kunnen vinden +in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De dichterkoning +verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft gegrond op +»Oude balladen« en in den geest, zoowel als den vorm van zijn verhaal +van den legendarischen held kunnen wij den invloed van den cantar +duidelijk waarnemen. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN BERNALDO DE CARPIO. + +Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken leeftijd bereikt had, +was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend met de omstandigheid, +dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn moeder was een zuster +van Don Alfonso van Castilië en was in het geheim gehuwd met den +dapperen en edelen Graaf de Sandras de Saldaña. Koning Alfonso, diep +beleedigd dat zijn zuster iemand gehuwd had, die zoo zeer haar mindere +in rang was, wierp den graaf in de gevangenis, waar hij hem van het +gezicht liet berooven, en sloot de prinses in een klooster op. Hun +zoon Bernaldo voedde hij echter zeer zorgvuldig op. Toen hij nog een +jongeling was, bewees hij zijn oom belangrijke diensten, maar toen +hij vernam, dat zijn vader in de gevangenis zuchtte, maakte een diepe +zwaarmoedigheid zich van hem meester, en hij stelde geen prijs meer op +de dingen, die vroeger zijn grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van +zich bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren +rouw, en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem, +zijn vader de vrijheid terug te geven. + +Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was +met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat +voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde +voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard, +zóó verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit het veld +geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te helpen +door een barsch antwoord, zeide hij streng: »Bernaldo, als gij mij +lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer u, +dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal verlaten.« + +»Sire«, antwoordde Bernaldo, »gij zijt mijn Koning en kunt doen, +wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere gedachten +moge brengen.« + +Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde +hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem +zou opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus, +en weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van +Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel +van Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder +het voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw +had van zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten, +verzamelde zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap +met de Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd +bij Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden, +voornamelijk door de behendigheid van Bernaldo, die met eigen hand +den beroemden ridder Roland doodde. + +Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te +beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit 's Konings handen +ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde +de koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond +hij een voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte +Bernaldo, bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en +zijn verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de +populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een +laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader +in vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het +groote kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem +oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem +dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke +Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden. + +»Daar komt uw vader, Bernaldo«, zeide hij spottend, »omhels hem.« + +Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand. Maar +toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep hij, +dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo +luid te schreien en te jammeren, zeggende: »Helaas, Graaf Sandas, +ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand zóó verlaten +als ik; want nu gij dood zijt, en mijn kasteel is weg, weet ik niet, +wat ik beginnen moet!« Sommige Cantares de Gesta vermelden, dat de +koning toen zeide: »Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele woorden, +en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te verlaten.« + +Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door dezen genadeslag, +wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van dien dag af +werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien, noch werd +de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord. Ongelukkig en +wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam leeft in de +balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een dapper +ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en wraakgierig +Koning, groot onrecht is aangedaan. + +Ofschoon de Cantares van Fernán González en de Kinderen van Lara ook +in de kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven, +deze in het hoofdstuk over de ballades te behandelen, daar zij in +dien vorm het meest bekend zijn. + + + +DE »POEMA DEL CID«. + +Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste van de Cantares +de gesta is de beroemde Poema del Cid, die nog steeds zoo genoemd +wordt, ondanks alles wat wij van den oorspronkelijken vorm weten. Dat +het een Cantar is, moet iedereen duidelijk zijn, die eenigszins +bekend is met de Fransche Chansons de gestes. Zooals zoovelen der +Chansons-helden wordt de Cid het slachtoffer van de ondankbaarheid +zijns Konings, en wordt hij later weder in genade aangenomen. Wij +ontmoeten in het gedicht voortdurend den gebruikelijken zinsbouw +van de Chansons, en ook de atmosfeer van blufferige heldhaftigheid +versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat. Er zijn ook +duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de Poema, de Chanson de +Roland had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet beweren, +dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat pleegde +ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er bestaat +overeenkomst tusschen verschillende kleinere gebeurtenissen, hetgeen +echter volkomen wordt goedgemaakt door de oorspronkelijke en bezielende +wijze, waarop het onderwerp behandeld is. De gedachte en de vorm +zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen Franschen invloed, +behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde uitdrukkingen, +die de clichés zijn van het middeleeuwsche heldengedicht. + + + +HET EENIGE MANUSCRIPT. + +Er is slechts één manuscript bekend van de Poema del Cid, het +handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in +het laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke +bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden, +dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de +geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het +in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt +MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan, +daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt, +met opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245 +(1207 Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de +juiste datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht +zelf dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van +de 12e en het midden van de 13e eeuw. + +Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. Het +begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het +midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame +hand. Sanchez verklaart in zijn Poesias Castellanas anteriores al +Siglio XV (1779-'90), dat hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596 +gemaakt is en waaruit blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde +onvolkomenheden vertoonde als nu. + + + + +DE SCHRIJVER ONBEKEND. + +De persoonlijkheid van den schrijver van de Poema del Cid zal +waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een +priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het +een beroeps-trovador was. In Frankrijk waren de trouvères en niet de +geestelijken de scheppers van dergelijke gedichten, waarom zouden de +trovadores het dan niet in Spanje zijn? [18] + +Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de +gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk; +waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste +maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van +verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen, +heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo, +en een monnik was uit het klooster Cardeña, in de nabijheid van Burgos; +maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit het +gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker dan het +vermoeden, dat hij een Asturiër zou zijn, omdat hij den tweeklank +ue niet gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen, +dat hij in elk geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn +heftigen politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat +daarbij behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copiïst was, blijkt +duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij +hem het behoud van de Poema te danken hebben, wordt onze dankbaarheid +wel zeer getemperd door onze ontstemming over de wijze, waarop hij +zijn taak volbracht. Want de copie staat vol noodelooze herhalingen, +hij schrijft dikwijls twee regels door elkaar, en plaatst zoo nu en +dan zelfs den inhoud van den éénen regel op den anderen, in zijn haast, +om van zijn werk af te zijn. + + + +ANDERE CANTARES VAN DEN CID. + +Dat er ook andere Cantares zijn, die van den Cid verhalen, weten +wij door de onderzoekingen van Señor Don Ramón Menéndez Pidal, +die bewezen heeft, dat één ervan is opgenomen in de oudste uitgave +van de Crónica General, waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard +zijn gebleven, dateerende uit verschillende tijdperken. Wij weten +nu ook, dat het gedeelte, waarvan hier sprake is, niet zooals men +vroeger meende, afkomstig is van de Poema zooals wij die kennen. De +gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Crónica zijn +ook overgenomen uit een anderen Cantar van den vereerden held, bekend +als de Crónica Rimáda, of Cantar de Rodrigo, dat waarschijnlijk het +werk was van een juglar uit Palencia, en blijkbaar een mengelmoes +van verschillende verloren Cantares over den Cid, zoowel als van +andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar dateert echter +uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat er +verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van +Spanje in zijn opgenomen. + + + +DE MAAT VAN DE »POEMA DEL CID«. + +Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht, zooals dit met alle +Cantares het geval was, geschreven is om in het openbaar te worden +voorgedragen. De uitdrukking »O Señores,« die wij telkens ontmoeten, +heeft dezelfde bedoeling als het »Listen lordings,« dat zoo veelvuldig +in de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht +te trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een +middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is +bijna even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is +voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige +regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen, +terwijl andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de +onoplettendheid of de haast van den copiïst. Het komt mij voor, dat +de Poema, ofschoon in veel van de beste gedeelten van groote waarde, +toch eenigszins overschat is, en ik verdenk menig Engelsch criticus, +die zoo uitbundig de voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan, +het nooit in zijn geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn +buitengewoon onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij, +die ons herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer +de oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott +wekt (de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend) +en een machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in +een waar Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het +breken der Castiliaansche speren op de Moorsche schilden, dan worden +wij herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne's Erechtheus: + + + »Met een aardschok van botsend geweld, + en met hoeven, bloeddruipend en rood, + Grijpt de woedende krijg naar de zeis + en zijn voet brengt den vlammenden dood.« + + +Maar de waarde der muziek van de Poema is niet uitsluitend gelegen +in luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed +vuriger door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect +niet alleen door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit +met den Engelschen dichter het geval is. + + + +BEGIN VAN HET GEDICHT. + +Het begin van de Poema del Cid, zooals wij dat bezitten, is treffend +en dramatisch genoeg, om ons te troosten over het verlies van het +oorspronkelijke begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het +verraad van de Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een +koninklijk bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088), +rijdt ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een +vrij nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier: + + + Hij wendt den blik nog eens naar 't huis, en tranen stroomen neer, + De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar nauwlijks + meer. + Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door de hal, + Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in den stal. + Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn hand; + Een ridderlijke bedelaar...., zóó trekt hij uit zijn land, + Hij zucht, zooals een strijder zucht: »U Heer, zij lof en prijs! + Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig gunstbewijs. + De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij terneer, + Maar éénmaal komt de dag, dat Gij mij wreken zult, o Heer!« + Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit Bivar's poort. + Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel voort. + En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik: + »Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als ik!« + Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de straat; + Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef gelaat. + »Daar gaat,« zoo zuchtte menig hart, »een goed en trouw vasal, + Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten val. + En zeker had hem menig dak beschut dien droeven nacht, + Als Burgos' volk niet had gevreesd des Konings sterke macht; + Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het gansche land: + »Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis wordt platgebrand.« + Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men den blik.... + Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder Roderick. + Bij 't huis, waar hij te wonen placht, daar sprong hij van zijn ros: + »Uw meester staat hier voor de poort, maak slot en grendels los!« + Maar uit een venster sprak de maagd, die 't slot voor hem bewaart: + »O Heer, die eens in beter tijd hanteerde 't roemrijk zwaard, + Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door zijn hand, + Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit 't Spaansche land. + Wie onzer, zij het slechts één nacht, een schuilplaats U mocht biên, + Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht zien. + Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U bij; + Voor U geen rust in 't Vaderland, want gij zijt vogelvrij. + + +Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen plaats konden +vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig naar +de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten +opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez +Antolinez zich bij hen, één van de vroegere vasallen van den Cid, +die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en hem +trachtte te troosten. De Cid bezat geen maravedi en wist niet, +hoe hij zijne mannen van voedsel en wapenen moest voorzien. Maar +hij en Antolinez bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het +noodige voor den krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten, +bedekten deze met rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers, +zoodat zij er zeer kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met +rivierzand, en sloten ze stevig dicht. + + + +GELD LEENEN IN DE ELFDE EEUW. + +»Martinez Antolinez«, zeide de Cid, »gij zijt een eerlijk man en +een trouw vasal. Ga naar de Joden Raquel en Vidas, en vertel hun, +dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, die ik hun in bewaring wil +geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te nemen. Geef hun deze +kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. Ik roep God en +al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik tot het +uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij vertrouwen.« +Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, zocht de Joden Raquel +en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, hun rijkdom en hun +winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een groote schatting +had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat hij hun die in +bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke som daarop wilden +leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten gedurende een vol +jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en stemden er in toe, +de kisten te verbergen en gedurende minstens een jaar den inhoud niet +te onderzoeken. »Maar zeg ons eens«, zeiden zij, »met hoeveel is de +Cid tevreden en welke interest wil hij ons voor dat jaar geven?« + +»Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den Cid, om +hulp«, zeide Antolinez; »hij heeft minstens zeshonderd Marken noodig.« + +»Wij willen hem die som met genoegen geven«, zeiden Raquel en Vidas, +»want de schat van zulk een machtig heer als de Cid, kan niet anders +dan onmetelijk groot zijn.« + +»Haast u dan«, zeide Antolinez, »want de nacht nadert en mijn meester, +de Cid, is door een vonnis gedwongen, Castilië oogenblikkelijk te +verlaten.« + +»Neen«, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, »dat is geen +zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen.« Zij verzochten dus te +worden gebracht naar de plaats, waar de Cid kampeerde, en nadat zij +hem begroet hadden, betaalden zij hem de afgesproken som. Zij waren +verbaasd en verrukt over de zwaarte der kisten, en vertrokken hoogst +voldaan, nadat zij Antolinez nog een commissieloon van 30 gouden +Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat hij in de zaak gehad had. + + + +DONNA XIMENA. + +Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp op, en galoppeerde +door den nacht naar het klooster San Pedro de Cardeña, waar zijn vrouw, +Donna Ximena, met zijn beide jeugdige dochters vertoefden. Hij vond +haar verzonken in gebed voor zijn welzijn, en zij ontvingen hem met +de hartelijkste betuigingen van vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en +deelde hem mede, dat hij op het punt stond op avontuur uit te trekken +naar het land van de Mooren, en hij overhandigde hem een som, die +toereikend was voor het onderhoud van Donna Ximena en hare dochters +tot aan zijn terugkomst en hij voegde daarbij nog een milde gift ten +behoeve van het klooster. + +Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het +geheele land verspreid en zóó groot was de roem van zijn dapperheid, +dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren schaarden. Toen +hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug van Arlanzon, +was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem wenschten te +volgen op zijn avontuurlijke tocht. Het afscheid van zijn vrouw en +dochters is treffend geteekend: + + + Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de hand, + Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn land. + En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van rouw, + Bij d'aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn kinderen en vrouw. + Totdat Minaya eind'lijk riep, zijn metgezel en vriend: + »De droefheid is geen passend kleed voor wie de wapens dient, + Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig uur, + Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar avontuur. + Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen zaligheid! + Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van den strijd!« + + +Toen gaven zij hunne paarden de sporen en galoppeerden naar de grenzen +van Christelijk Spanje en staken op vlotten de rivier Duero over, +waarna zij op Moorschen bodem stonden. Ver in het Westen konden zij de +sierlijke Minaretten van de Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende +in de middagzon, een zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden +veroveren in het land der heidenen. In Higeruela schaarden zich nog +meer dappere strijders onder de banieren van den Cid, grensbewoners, +voor wie een rooftocht een feest was, en het breken van speren de +schoonste muziek. Toen de Cid dien nacht sliep, droomde hij, dat +de Aartsengel Gabriel hem verscheen, en tot hem zeide: »Stijg op, +o Cid Campeador, stijg op en rijd heen; uw zaak is rechtvaardig; +zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij onderneemt, u gelukken.« + +Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen. Hij +lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Fañez en andere ridders een +rooftocht ondernamen naar Alcalá. In hun afwezigheid bemerkte de +Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche stad, de +plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de poorten te +sluiten. Hij en zijne mannen deden een aanval op de poorten, doodden +de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen de stad zonder veel +strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de schat van goud en +zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen vonden. Maar zij +waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer tot dienaren +dan tot slaven maakten. + + + +DE INNEMING VAN ALCOCER. + +Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid en zijne volgelingen +door de Vallei van Henares langs Alhamia naar Bubierca en Ateca, en +daar hij in een onbekend land was, omringd door een menigte vijanden, +nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke Saraceensche stad +Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed bewaakt en hij +zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde heendringen, het door +krijgslist moest gebeuren en niet alleen door vechten. Daarom riep hij +op een morgen, nadat hij gedurende vijftien weken Alcocer belegerd had, +zijne manschappen terug, alsof hij zijne nuttelooze pogingen opgaf, +en hij liet maar één tent achter. + +Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne +begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden, +liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en +zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de +stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren +en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte +hem niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te +halen. De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen +op de dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De +ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten +in alle richtingen en spoedig was de vlakte overdekt met in het wit +gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met enkele vertrouwde +volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de Spanjaarden +Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte was, +behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem overgaven, +barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen, en wij +zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden. Laat +ons liever hen tot onze dienaren maken. + +De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer +verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij +berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo +Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te +plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning +Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond +een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador +tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den +Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen, +opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de +komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen +op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de +geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op +hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden +dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht, +dat zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem, +ten strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was +bekend met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te +willigen. Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar +de Cid wist te goed, dat het dwaasheid zou zijn, met zijne driehonderd +man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen, +en hij wachtte dus zijn tijd af. + + + +DE STRIJD MET DEN MOORSCHEN KONING. + +Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer van Alcocer af +te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid begreep, dat +zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig maakte. Alvarez +Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals een strijdros, +wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een krachtigen uitval, +en de Cid, die den moed van zijne mannen kende, stemde toe. Eerst zond +hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde de versterkingen. Hij +liet slechts twee mannen achter om de poort te bewaken, stelde zijne +troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten rijen en in volkomen +slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten aan den dichter. + + + Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme zwaard, + Hoor 't schetterend trompetgeschal en 't dreunen van de aard! + Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest gebaar, + En om elk vaandel legert zich een zwarte heidenschaar; + Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand aan, + En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te slaan. + »Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij ridders,« roept de Cid, + »En sluit de rijen, want de aard' zag nog zoo'n aanval niet.« + Maar 't vurig hart van Bermuez sprong op bij 't tromgeluid: + »Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat nooit!« zoo riep hij uit. + »Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij in den strijd! + Op, Ridders, tegen 't heidendom, voor Spanje en Christenheid!« + »Blijf kameraad,« zoo sprak de Cid, maar Pedro schudde 't hoofd, + En sprak: »Hij volg' mij trouw, die in de heil'ge zaak gelooft.« + Fier hief de ridder zich in 't zaâl, en liet de teugels los, + De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros. + En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten doet, + Zoo wierp de held zich in die zee, den Saracenenvloed; + En onbewogen als een rots, die in de branding staat, + Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter slaat, + Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen doet + Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken moed. + »Ter hulpe!« roept de eedle Cid, »op! voor het heilig kruis! + Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch gespuis!« + Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten losgemaakt, + Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn kluisters slaakt, + Nòg feller dan de vurigheid van 't ongebreideld ros, + Zoo barst de woede van Castille op den vijand los. + »Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden aan, + En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd weerstaan!« + Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op bevel, + Driehonderd heid'nen liggen neer, een vlug en dood'lijk spel, + De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer; + Ontelb're schilden liggen dan in 't zand versplinterd neer. + Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in 't bloed nu van den Moor, + Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte door. + Gelijk de bliksem 't luchtruim klieft, zoo schittert in de hand + Van Roderick het scherpe zwaard; en mèt hem houden stand + Alvarez Fannez, Gustior, en enk'le trouwen meer. + Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer + Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen held! + Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp gesneld, + Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den dood, + Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg bood. + Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste hand, + Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt in 't zand. + »Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog dreigt gevaar, + De phalanx van den vijand staat nog ongebroken daar.« + Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en dood, + Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de aarde rood. + De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild met kracht, + De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de macht. + De moedige Antolinea valt dan op Galve aan; + Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te staan. + Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den smaad, + Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed gelaat. + Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen strijd, + Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen tijd. + Geen waardiger en trotscher strijd bezong een heldenlied: + Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle Cid! + + +Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was +volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man +verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een +schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij +hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik +was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer +verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castilië, +zond hij Alvarez Fañez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof met +dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden. + +Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins, +den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag, +dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden, +onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den +losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor +drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de +Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden +van het district Mont'real. Hij maakte alle Moorsche steden in den +omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw kamp. + +Intusschen was Alvarez Fañez naar het Hof gereisd, en had den Koning +de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten geschenke +aangeboden. »Nog is het geen tijd om den Cid weder in genade aan te +nemen«, zeide Alfonso; »maar daar deze paarden van de ongeloovigen +komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen. Ik schenk u vergiffenis, +Alvarez Fañez, en hef uw ballingschap op. Wat den Cid betreft, ik kan +niet anders zeggen, dan dat, wanneer een dapper strijder zich onder +zijn banier wil scharen, ik hem dat niet zal beletten. + + + +DE OORLOG MET RAYMOND BERENGER. + +De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger, een trotsch en +aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid in een gebied, +zóó dicht bij het zijne gelegen, als een persoonlijke beleediging, en +in groote woede verzamelde hij al zijne manschappen, Mooren zoowel als +Christenen, en maakte zich op, om den Cid te verdrijven uit de streek, +die hij schatplichtig had gemaakt. Toen de Campeador hoorde, dat dit +leger in aantocht was, zond hij een afgezant naar Graaf Raymond, om +hem de verzekering te geven van zijne vredelievende bedoelingen ten +opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat zijn persoonlijke waardigheid +beleedigd was, en hij weigerde den boodschapper te ontvangen. + +Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van +Mont'real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren +geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat +hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die +de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende +Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd +zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische +krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige +huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den +Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want +de ridders van Castilië, geschoold in een voortdurend oorlogvoeren, +hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid zelf viel Graaf +Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada af te staan, +dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere oorlogsdaden +van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de overlevering vertelt, +dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche Excalibur, wordt nog +getoond in de Armeria te Madrid, en alle geloovige bewonderaars van +ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat dit het zwaard is, dat de +Campeador op den trotschen Berenger veroverde; zelfs de zekerheid, +dat het gevest uit de vijftiende eeuw dateert, brengt dit geloof niet +aan 't wankelen. + +De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal +zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht, +om de blijde gebeurtenis te vieren. + +De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze +uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit +de hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust +benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem +weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood +met hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben +gedronken. Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel, +en op den derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in +vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit +was teveel voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek +te zijn dan zijn tegenstand. »Groote Goden!« roept de dichter uit, +»met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo vlug, +dat de Cid de bewegingen niet kon volgen.« Toen gaf de Cid hem de +vrijheid en zij scheidden als goede vrienden. + + + »Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij en moedig Frank, + Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte dank. + En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans keer', + Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken weer.« + »Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons is 't vree: + Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard blijv' in de schee.« + Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels 't gelaat + En keek hij angstig achterom, als vreesde hij verraad; + Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer opgeweld, + In 't harte van den trouwen Cid, dien nooit volprezen held! + + + +DE CID VOERT OORLOG AAN DE ZEEKUST. + +De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en voerde zijne troepen +naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia bemerkten, dat hij +zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden zij zeer, en zij +besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te zenden, dat hij +onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde zijne aanvallers +met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem langer tegen +te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze streek en +ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders vestigden +zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij aten het +brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak onder +de Mooren, die bij duizenden stierven. + +Toen zond de Cid afgezanten naar Castilië en Aragon met de boodschap, +dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden +onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden +duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor zóó +versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen Valencia, de +Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich met zijn +geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar. Negen +maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden de +inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was +de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het +aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend +Marken. Zijn macht nam dientengevolge zóó toe, dat niet alleen zijn +eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem begonnen +te beschouwen als hun rechtmatigen Koning. + +Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen Koning +van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te +mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen +Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en +versloeg hem zóó volkomen, dat hij na dien nooit meer in staat was +den Campeador te bestoken. + +Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem weer +in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken. En +hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer +zijn baard zou laten scheren. »Zoo,« zeide hij, »zal mijn baard beroemd +worden onder Mooren en Christenen.« Hij zond Alvarez Fañez ten tweede +male naar het Hof, met een geschenk van honderd schitterend opgetuigde +paarden van het zuiverst Arabische bloed, met de bede, dat hij zijn +vrouw, Donna Ximena, en hunne dochters, zou mogen brengen naar zijne +goederen, die hij zich met het zwaard veroverd had. + +Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen, +Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had +gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De +Cid was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor +den dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te +verspreiden en de Saracenen uit te roeien. + +Inmiddels reisde Alvarez Fañez naar het Hof en werd tot den Koning +toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Fañez hem deed over +de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren had bevochten +in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen aan de Kroon +van Castilië, en een bisdom had gesticht midden in het gebied der +heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna Ximena en de +jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij het hooren +van dit bericht, was Graaf Garcia Ordoñez van de Leonesische partij, +die indertijd de aanleiding was geweest tot de verbanning van den Cid, +en die hem uit den grond van zijn hart haatte, zeer verstoord. De +twee Infantes of Prinsen van Carrión echter, die de groote macht en +den groeienden invloed van den Cid zagen, besloten, diens dochters +ten huwelijk te vragen aan den Koning, maar zij verzwegen dit plan +voorloopig. + +Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de +Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden, +dat Alvarez Fañez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich daarheen, +en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen. Alvarez Fañez +verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals de Cid beloofd had, +en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn meester belet had, +aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen. Zij waren volkomen +bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun vertrouwen in +den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend, om den aard +te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven had. + + + +DE CID VERWELKOMT ZIJN GEZIN. + +Alvarez Fañez reisde nu met Donna Ximena en de dochters van den +Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar hare nieuwe +woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg hij zijn +beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de Mooren +veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, om haar +naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie met +groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het kasteel, +van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar veroverd +had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave. + +Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen zij +van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij beschouwden +het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van Spanje op +hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning Yussef +verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij over +zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad +voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit: +»Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters hier +heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons brood +verdienen in het vreemde land.« + +De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij +omsingelden Valencia zóó dicht, dat niemand de stad kon binnengaan +of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, die om de +stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde haar +gerust. »Houdt goeden moed,« zeide hij, »want groote rijkdom zal ons +deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze dochters veroveren.« + + + +DE STRIJD MET KONING YUSSEF. + +De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in het veld tegen de +Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en woeste strijd. De +Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche bloed, en de +Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado zóó verwoed, dat de Saracenen +werden weggemaaid als het koren door de zeis. Hij richtte het zwaard +op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche aanvoerder ontweek den +slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in razende vaart, gevolgd +door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de buit in goud, zilver, +kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden en wapenrustingen. + +Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den vijand +te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed, reed hij +naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd gevolgd +hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij uit: +»Zóó worden de Mooren op het slagveld vernietigd.« Maar als steeds +gedachtig aan zijn Koning en leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez +Fañez en Pero Bermuez naar het Hof met de tent van Koning Yussef en +200 kostbaar uitgeruste paarden. Alfonso was zeer verheugd. »Ik zal +dit geschenk van den Cid gaarne aannemen,« zeide hij, »en moge de +dag van onze verzoening spoedig aanbreken.« + +Toen de Infantes van Carrión zagen, dat de roem van den Cid dagelijks +toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de hand +van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun, +met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk +van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij +was zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador +hem bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Fañez en Pero Bermuez, +stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van Carrión, +en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te brengen en hem +tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven. + +De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den +Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder +verheugd over de toenadering. »Het is mij een vreugde de wenschen +van mijn Koning te vervullen,« zeide hij, »ofschoon de Infantes van +Carrión trotsch zijn, en slechte vasallen van den Troon. Maar de wil +van God en van den Koning geschiede.« + +Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het Hof; +en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis +en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en +hij beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don +Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de +verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de +Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning +een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij +namens de Infantes van Carrión aanzoek om de hand zijner dochters. De +Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van den Koning +waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon geven. + + + +DE DOCHTERS VAN DEN CID TREDEN IN HET HUWELIJK. + +Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de Campeador terug +naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van Carrión. Hij +vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk niet tot stand +was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij niet zonder +vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte echter die +voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de belangrijkheid +van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten van Spanje; +en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van Carrión in den +echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door den krijgsman-bisschop +Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien dagen, en de Cid had +geen reden tot ontevredenheid over zijn schoonzoons, die zich zoowel +in het tournooi als bij den dans als ware ridders gedroegen. + + + +HET AVONTUUR VAN DEN LEEUW. + +De Infantes van Carrión hadden met hunne echtgenooten ongeveer twee +jaar in Valencia gewoond, toen er iets ernstigs gebeurde. Op zekeren +dag, tijdens het middagrustuur, verbrak een leeuw, die gehouden werd +ten dienste van de arena, zijne tralies, en drong het paleis binnen. De +Campeador lag op een rustbank te slapen, maar al zijne onverschrokken +schildknapen schaarden zich om hem heen om hem te beschermen, behalve +de Infantes van Carrión, van wien de een achter de divan wegschoot, +terwijl de ander zóó haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den +boom van een druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het +rumoer ontwaakte de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe, +legde zijn vaste hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier +naar zijn hok terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk +voelde hij in den Campeador zijn meester. + +Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten +zij hun schuilplaats; zij zagen er zóó bleek en angstig uit, dat de +dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te lachen. De +trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep beleedigd, +en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak. + +Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de +hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van +Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden +zich over dit bericht; de Infantes van Carrión echter waren minder +verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over middelen +om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied terug +te keeren. + +Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop +blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking hebben op een proeve +van moed van ten minste één der Infantes, die, geprikkeld door de +beschuldiging van lafheid, zich wapende om met een Moor te strijden, +die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero Bermuez, die de gevoelens +van den Cid wilde sparen, doodde den Saraceen, en liet het voorkomen, +alsof de Infante het had gedaan. + + + +EEN »GEHEIME DIENST«-GESCHIEDENIS VAN »DE CID«. + +Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den eersten regel +van het volgende gedeelte van het gedicht: + + + »Eens koom' de dag, dat 'k van U bei hetzelfde ondervind.« + + +Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn van de toespraak +van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem waarschijnlijk +zijn dankbaarheid had betuigd. + +De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de Poema del Cid te +vertalen, was John Hookham Frere, de vertaler van de tooneelstukken +van Aristophanes, die jaren geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij +gaf een waarschijnlijke verklaring van bovengenoemden regel en stelde +den Markies de la Roma daarmede in kennis. Eenige jaren later, in +1808, toen de Markies in Franschen dienst het bevel voerde over een +legerafdeeling in Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een +vertrouwelijke instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen +bevelhebber te overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem +gebracht werd, zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel, +waarvan slechts den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De +boodschap leidde tot één van de gewichtigste troepenbewegingen in +den oorlog met Napoleon. + + + +DE STRIJDENDE BISSCHOP. + +De Infantes van Carrión, die niet veel lust hadden in een langdurigen +oorlog met de Mooren, besloten, bij de eerstvoorkomende gelegenheid +naar hun eigen grondgebied terug te keeren. Maar, als om hen te +beschamen, verscheen de strijdlustige Bisschop Jerome tot de tanden +gewapend voor den Cid, en smeekte hem, aan het gevecht te mogen +deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn toestemming, en oogenblikkelijk +daarna besteeg de dappere geestelijke een reusachtig strijdros en rende +in vollen draf de poort uit en den Saracenen tegemoet. Bij het eerste +samentreffen doodde hij er dadelijk twee, maar hij had het ongeluk, +zijn lans te breken. Niet in het minst uit het veld geslagen, trok deze +vurige zoon van de Kerk het zwaard, zwaaide het boven zijn hoofd als +de meest geoefende soldaat, en wierp zich met zijn geweldig strijdros +ten tweede male op de Moorsche gelederen; en terwijl hij verwoed om +zich heensloeg, wondde of doodde hij met elken slag een Moor. Maar +de vijand omsingelde hem, en het zou slecht zijn afgeloopen met den +vechtenden Bisschop, als niet de Cid, die met de oprechte bewondering +die den strijder gevoelt voor de daden van een ander moedig man, +diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen strijd had gestaakt, +Babieca de sporen had gegeven, en zich in het heetst van het gevecht +had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken de lichtgewapende +Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op hen in, brak +door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en verderf om zich +heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden uiteengeslagen en zij +vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den Cid viel toen op hen +aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden zij het Moorsche kamp +binnen, verbraken de koorden der tenten, en wierpen de schitterende +Oostersche paviljoens omver, waarin de Saracenen gehuisd hadden. + + + Zóó stormt in het vijandlijk kamp de Spaansche ruiterschaar, + En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen daar. + Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van 't lijf gekapt, + Verbrijzeld liggen zij in 't zand, door paardenhoef vertrapt. + »Halt Koning Bucar!« roept de Cid; »tot mij kwaamt ge over zee; + Gij zocht mij in deez' fellen strijd!... aan mij is 't woord + van vree.« + »Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw steigrend ros, + Begeer ik uwen vrede niet!...« Hij laat de teugels los. + En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open zee, + En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje's ridder mee. + Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning aan: + »Kies!« wilt gij sterven door het zwaard, of in de golven gaan?« + Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen vloeit + zijn bloed. + Moog' zóó verdwijnen van de aard' het gansche Moorsch gebroed! + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + 't Was op deez' glorierijken dag, dat Spanje's ridder won + Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard Tizon. + + +Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de Infantes van +Carrión, en begroette hen: »Nu zij zich als dapperen gedragen, +zullen zij ook door de dapperen goed worden ontvangen,« zeide hij +ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche en domme prinsen waren zeer +vertoornd, toen zij deze uitlating toevallig hoorden, en de zucht +naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne harten. »Wij zullen den Cid in +den steek laten en naar Carrión terugkeeren,« zeiden zij, »wij worden +door deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis +zullen wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters.« + +Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend +verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming, +overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado en +Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had, en droeg zijn neef, Felix +Muñoz, op, de Infantes en zijne dochters naar Carrión te begeleiden. + + + +DE WRAAK VAN DE INFANTES. + +Groot was de droefheid van den Cid en van Donna Ximena, toen zij +afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want zij waren +niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix Muñoz op, hunne +dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te zullen doen. Na een +reis van enkele dagen moest het gezelschap het groote woud van Corpes +doortrekken, waar zij op een open plek hunne tenten opsloegen en den +nacht doorbrachten. In den morgen zonden de Infantes de leden van +hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van hunne paarden en sloegen +daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke wijze. De ongelukkige +vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan deze schande te moeten +ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes lachten verachtelijk, +bespotten haar en mishandelden haar zóó schandelijk, dat zij haar +voor dood achterlieten. »Zoo,« zeiden zij, »is de schande van het +avontuur met den leeuw gewroken.« Daarop bestegen zij hunne paarden +en reden heen. + +Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen, +kwam Felix Muñoz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte van +het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar ongelukkigen +toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij hare wonden +zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de naastbijgelegen +stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar, zooals haar rang +dat eischte. + +Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd +zijn hart vervuld van toorn; hij gaf daaraan echter geen uiting, +maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na +enkele uren riep hij uit: »Bij mijn baard! dit zal den Infantes van +Carrión geen voordeel brengen!« Spoedig daarna kwamen de dames Elvira +en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol maar niet met +beklag. »Welkom, dochters,« zeide hij, »God behoede u voor kwaad. Ik +heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik het niet kon tegengaan. God geve, +dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd zie, en dat ik mij zal kunnen +wreken op mijn schoonzoons van Carrión.« + + + +HET HOF VAN TOLEDO. + +De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om hem in kennis +te stellen met den grooten smaad, zijne dochters aangedaan door de +Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat gerechtigheid zou +geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over het gebeurde, en +beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat de Infantes daar +zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te verantwoorden. Zij +verzochten toestemming on weg te blijven, maar de Koning weigerde +beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij oogenblikkelijk gehoor +zouden geven aan zijn oproep. Met grooten tegenzin reisden zij naar +Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia, Asur González, Gonzalo +Asurez en verscheiden vazallen, in de hoop, door uiterlijk vertoon +den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig kwam ook de Campeador aan +het Hof aan, met eenige beproefde strijders, allen tot de tanden +gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood fluweel met goud +geborduurd, en zijn baard was met een koord samengebonden. Toen hij +binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te begroeten, behalve de +Infantes van Carrión met hun gevolg, want hij leek een hoog edelman, +en de Infantes waagden het niet, hem aan te zien. + +»Vorsten, baronnen en edelen«, zeide Koning Alfonso, »ik heb +u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht te +spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande +aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken +en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht +in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro, +dat hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden +verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de +zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid +zijn klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes +van Carrión hooren.« + +Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur onder +al deze hooge ridders aan het Hof. + +»Mijn Heer en Koning«, zeide hij, »niet alleen mij hebben de Infantes +van Carrión beleedigd, maar ook u, die hun mijne dochters ten huwelijk +hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn schoonzoons niet langer zijn, +mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon teruggeven.« + +Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij niet +verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar terug +had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning. Maar +het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle middelen, +die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare zwaarden +uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze oogenblikkelijk +Felix Muñoz en Martinez Antolinez aan, daarmede te kennen gevende, +dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna wendde hij zich +weer tot den Koning. + +»Heer«, zeide hij, »toen de Infantes Valencia verlieten, gaf ik hun +drieduizend Marken in goud en zilver ten geschenke. Laat hen, nu zij +mijne schoonzoons niet langer zijn, mij dit geld teruggeven.« + +»Neen«, riepen de Infantes uit, »wanneer wij daartoe gedwongen worden, +verarmt de landstreek Carrión.« Maar de rechters eischten, dat de som +oogenblikkelijk betaald zou worden. De verraderlijke prinsen konden +zulk een schat niet in geld opbrengen, en dus besliste het Hof, dat +zij dan in natura moesten betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen +ontkomen aan was, en dus brachten zij den Cid verscheiden prachtige en +kostbaar getuigde rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van +hun gevolg moesten leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren, +groote verplichtingen op zich moesten nemen. + + + +EERHERSTEL DOOR STRIJD. + +Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste +aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in +het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop +stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte, +dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen +gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees +de oudste van de Infantes, Fernandez González, van zijn zitplaats +om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had, +en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had +aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van +zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn; +hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw, +en daagde hen tot den strijd uit. + + + +HET OPTREDEN VAN ASUR GONZÁLEZ. + +Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur González, een +aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen. + + + Het grof gelaat verhit door wijn en 't overvloedig maal, + De kleeren slordig en gescheurd, zóó drong hij in de zaal. + Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik + En riep: »Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick? + Wil hij zich meten met Carrión, dat edel Vorstenhuis, + Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis?« + Maar woest sprong Muño Gustioz op: »Zwijg stil, gij dronken zwijn, + Die 's morgens vroeg, nog voor 't gebed, reeds zat zijt van + den wijn, + Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord, + Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord! + O, moog' het mij gegeven zijn, dat 'k met dit scherpe staal + De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal!« + »Genoeg!« zoo riep de Koning uit; »deez' twist wordt niet beslecht + Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht.« + + +Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins +bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren +afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren, +om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de +dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht +zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne +machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het +huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de +strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden +uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrión, die +in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn, +zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten +slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats +hebben over drie weken, en wel in Carrión, zoodat de Infantes geen +enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren, +dat de strijders van den Cid iets op hen vóór hadden gehad. + +Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht +hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso +weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke +verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden +meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die +geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige +hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl +de Koning naar Carrión reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen. + + + +HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD. + +Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de +strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats +vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te +wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrión hadden een groote +menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de +kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet +op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op +verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen +ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op +leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen +van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te +gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van +deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze +hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen. + +»Gij hebt uwe eigen zwaarden,« zeide hij kortaf; »deze zijn zeer +voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt +er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen +worden begaan.« + +De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op +hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises +op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrión bestegen ook +hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten, +wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak +te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak +Koning Alfonso: »Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrión. Het +was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij +wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrión +gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie +verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan.« + +Hier volgt de beschrijving van den strijd: + + + Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog, + Zij heffen 't schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog; + Tot d'aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard, + En stormen op elkander toe in razend woeste vaart. + Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond, + Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond. + Ferrando's speer stoot door het schild van Bermuez met kracht, + Maar vóór hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht. + Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand; + Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in 't zand, + En kermend smeekt hij om genâ, het bloed stroomt uit zijn borst, + En angstig op d'omwoelden grond ligt daar de laffe vorst! + Toen trok Bermuez 't zwaard Tizon, te eindigen den strijd, + Maar de Infant riep: »Ik erken, dat ge overwinnaar zijt.« + + +Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den +anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de +tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander +in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego, +dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte +van het hoofdhaar van Diègo medenam. De verschrikte prins wendde zijn +paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede, +en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Zóó kreeg de +lafaard de straf der laffen. Toen Diègo de aanraking van het zwaard +voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen +en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de +regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende. + +Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muño Gustioz en +Asur González op elkander in. De punt van Asurs speer gleed af op +de wapenrusting van Muño, maar de speer van den kampioen van den Cid +doorboorde het schild van zijn tegenstander en ging door diens borst +heen, zoodat zij meer dan een vadem uit zijn schouderbladen stak. De +trotsche Asur viel met een doffen slag ter aarde, maar had nog kracht +genoeg, om genade te smeeken. + +Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de +overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij +naar Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het +blijde bericht, dat zijn eer gewroken was. + +Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de +dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De +Poema del Cid eindigt echter even plotseling als zij begon: + + + Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en macht, + En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk nageslacht. + Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn zwaard, + Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van deez' aard. + Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig 'k mij ootmoedig neer, + Zóó leefde de Campeador, zijn grooten naam zij eer! + + + +DE WARE CID. + +De bewerking, die Cervantes geeft van de Poema del Cid is misschien wel +de beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid +geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want +de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid +van den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar +een slim, gewetenloos en wreed man was. De Poema is dus een romance, +gebaseerd op de historie, en daar dit boek handelt over de romance en +niet over geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op +een beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. »Mio Cid«, +de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half Arabische, +half Spaansche vertaling van het Arabische »Sid-y«--»Mijn Heer«, +onder welken naam hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche +onderdanen in Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn +leven zoo werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in +het Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang +het hart van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning +Arthur genoemd wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam +van Roland, zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren, +die als een machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis +van zijn vaderland,--den Cid Campeador. + + + + + + + +HOOFDSTUK III. »AMADIS DE GALLIËR«. + + + Op tooverheuvel staat een heerlijk slot; + Betreed met mij de lichte tooverpaden, + Waarop ééns jonkvrouwen en ridders traden; + Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot: + Uw blik zal waren langs de schoone dreven, + De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid + Van roem en glorie uit den schoonen tijd, + Die in aloude verzen is beschreven. + + De wapenrusting glinsterend in teere kleuren, + Vergeten schimmen uit het licht verleden, + Verbleekte flarden van veroverde banieren, + Doordrongen van de onsterfelijke geuren + Van d'ouden tijd! O, kom met mij getreden: + De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren! + + +Menig venster in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft +het uitzicht op tafereelen van fantastische schoonheid of sombere +grootschheid, maar geen enkel verschaft ons zulk een schitterend +afwisselend en kleurrijk vergezicht, als het hooge torenvenster, van +waaruit wij die omgeving van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen +aanschouwen, waar de beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den +Galliër zich heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is, +bevindt zich in een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont +ons de soort van landschap, die de wevers van oude tapijten, of de +fantastische schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden +ons ligt een vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren +beekjes doorheen stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels, +waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer +gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp +geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna +bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk +van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland +is bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de +heldere kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het +geschitter der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der +krijgsmuziek. Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd +ijs, verrijzen aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren +op een vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen +en terrassen loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het +tooneel is inderdaad »schoon als een stukje van het Paradijs.« + +Zóó schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer wij voor het +eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar wanneer wij, +met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter, er een +dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen het +heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen +liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei +monsters krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen, +de lichte paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze +toovenaars. Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke +eilanden, die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de +rotsen en bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte +gedeelten, de atmospheer van Amadis is doortrokken van zulk een +glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief te krijgen; +wij gevoelen, dat de gruwelen, die zij bevatten, slechts een sterker +product zijn van den wijnstok der romantiek, een bijzondere oogst, +die bedwelming geeft. + +En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze observatiepost +blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze wonderbare +streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank worden +toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige maanlicht +glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche blankheid; +bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der toovenaars, en de +bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee en bosch als +levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de heuvelen en de +ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige monsters, +en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven ontwaakt. + +Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de oogen +van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een geestdriftig +gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen der +letterkunde begroet werden? De schrijver van Amadis ontsluierde +voor de ridderschap van Spanje die wereld, waarvan zij gedroomd +had. Elke ridder voelde in zich de mogelijkheid van een Amadis +en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de eigenschappen van een +Oriana. De geest en de stemming van het boek veroverden de Spaansche +ziel volkomen, verbonden grovere idealen, en schiepen een nieuw +wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige van het verhaal +en de verschillende gebeurtenissen, die er uit voortkomen, zijn een +samenhangend geheel en niet slechts een opsomming van afzonderlijke +krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van kleederen, +uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf van ruwe +ridders of breedsprakige koningen, zooals dat bij de Cantares de +gesta het geval was geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met +de liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw, +inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn, +werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals +dat nooit gedroomd was door de ruwere dichters der Cantara. + + + +DE OORSPRONG DER »AMADIS«-ROMANCES. + +De eerste Spaansche lezing van Amadis verscheen in een Portugeesch +kleed en was het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira +(1261-1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed, +waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld +tot ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert +Southey het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat +was van deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs +melding gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere Pedro de Lobeira, +Amadis uit het Fransch vertaalde, in opdracht van den Infant Don Pedro, +den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke Fransche verhaal is volkomen +verloren gegaan, maar de Spaansche vertalingen, die er uit voortkwamen, +bleven behouden, en ook de Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard +gebleven. Het is bekend, dat een handschrift van Lobeira's romance +reeds in het eind van de zestiende eeuw in de archieven der Hertogen +van Arveiro te Lissabon gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was +in 1750. Na dit tijdstip echter werd het door de boekenverzamelaars +uit het oog verloren, en alles wijst er op, dat het vernietigd werd +bij de aardbeving van Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk +paleis, waarin het bewaard werd. + +Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door de Spaansche +vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het geboorteland van +Amadis in het Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den +Castiliaanschen geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard +bleef, maar dat dit waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden +vorm. In de jaren tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoñez de +Montalvo, gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak, +de romance te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer +het werk gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan, +maar men zegt, dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren +door de gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover +in Amadis gesproken werd. Dit was in 1519 en niet in 1549, zooals +Southey vermeldt. Misschien hadden zij het oog op de Portugeesche +vertaling, maar in ieder geval is het bekend, dat er in 1519 een +uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. Wij hebben elders +reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd overgebracht, +en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, maar wij +moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van Amadis +(dus de oorspronkelijke Amadis) door Montalvo zijn geschreven; de +rest is van de hand van anderen. + + + +ELISENA EN PERION. + +De handeling der romance begint op een duister en onbepaald tijdstip, +dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na den dood van +den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning leefde, +Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke dochters. De +oudste, bekend als »de vrouw met de guirlande«, omdat zij steeds +een bloemenkrans droeg, was eenige jaren tevoren in het huwelijk +getreden met Koning Languines (Angus) van Schotland, en zij had twee +mooie kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter, +was over de geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid, +maar ofschoon vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden +gedongen, wilde zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan +heilige werken. Volgens de opvatting van alle ridders en edelvrouwen +van haar vaders Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw +door ongehuwd te blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde, +dat de schoone en heilige Elisena door de meer wereldschen onder de +vroolijke ridderschap, werd aangeduid als de »Verloren Kwezel.« + +Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar +koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door +in de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van +Klein-Brittanje bedekten. Bij één van deze gelegenheden, toen hij, +zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen reed, +hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het bosch +kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee Britsche +ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien hij, +afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en hooge +geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid +gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te verslaan. + +Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken, +ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke +wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk +Spanje, zóó door de bewoners behandeld kon worden, als dit met hem +het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig antwoordde, +dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden werden, +en dat de verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, en hun lot +hadden verdiend. + +De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning van +Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit hoorde, +maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning Perion +van Gallië was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met hem te +sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke ambtgenoot +hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin toestemde, +keerden zij naar de stad terug. + +Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk +feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena +aanzaten. Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd, +of zij gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van +hen had meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal +hadden verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd +en vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de +Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld +was geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde +voor Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde, +haar tot vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena +te brengen, opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn +liefde te verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze +boodschap, en Elisena was zóó verlangend, zelf van Perions lippen de +bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats +of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de +morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door +haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen +en ridderlijken vorst, die zoo plotseling erin geslaagd was, haar +ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en droefgeestig +was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van Garinter, toen +moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid nam, gaf hij zijn +woord aan Elisena, wie hij één van de twee volkomen gelijke ringen, +die hij droeg, als pand gaf van zijn trouw. Hoe hij echter zocht, +hij kon zijn zwaard niet vinden, een beproefd en betrouwbaar wapen, +en tenslotte gaf hij het op, ernaar te zoeken. + + + +DE GEBOORTE EN HET VERSTOOTEN VAN AMADIS. + +Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep bedroefd, en Darioleta +slaagde er niet in, haar te troosten en haar op te wekken uit den +toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In het rijk van +haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een oude wet, +die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen eed aan +elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig hadden om +hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat het later +door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden elkander +deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den toorn van +haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden gevraagd, +en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten angst +voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en driftig +man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen, voordat +hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de wereldsche +en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen om haar +meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den Koning, +en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om het te +beletten, bouwde zij een kleine houten ark, maakte die waterdicht met +teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer meesteres, +plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard van Perion, +dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef zij op +een stuk perkament: »Dit is de Koningszoon Amadis«, bedekte dit +geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden uitgewischt, +bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had gegeven, en +hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind. Toen droeg +zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de rivier, +die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het toe +aan de kabbelende golfjes van het diepe water. + +De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl +van het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door +de golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch +schip, waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit +Gallië naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel +zetten de zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig +gegrepen hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van +Gandales was zóó verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij +besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer +het schip de Schotsche haven Antalia [19] binnen, en Gandales bracht +den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn +eigen zoontje Gandalin. + +Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was, brachten +Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin, »de Vrouw met +de Guirlande,« een bezoek aan het kasteel van Gandales, en zij waren +zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid van Amadis, dat zij +den wensch uitdrukten, hem als hun eigen kind aan te nemen. Gandales +vertelde hun, wat hij van de geschiedenis van het kind wist, en +het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als hun eigen zoon te +beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige omstandigheden, waaronder +hij gevonden was, bij iedereen bekend als »het Kind van de Zee,« en +deze naam bleef aan hem verbonden, totdat zijn identiteit volkomen +bewezen was. Hij toonde geen tegenzin zijne nieuwe beschermers +te volgen, maar hij was wel bedroefd, omdat hij zijne pleegouders +verlaten moest. De kleine Gandalin wilde echter volstrekt niet van +hem gescheiden worden, en hij smeekte zóó hen samen te laten, dat +Koning Languines tenslotte beide jongens met zich medenam. + + + +PERIONS DROOM. + +Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel hij weer in beslag +genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch bezwaard van ziel +om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn verblijf aan het Hof van +Garinter. In dien droom was iemand zijn slaapvertrek binnengekomen, had +een hand in zijn borst gestoken, zijn hart er uitgenomen en dat in de +rivier geworpen, die langs den tuin van Koning Garinter stroomde. Toen +hij in zijn angst gilde, zeide een stem, dat hem nog een hart was +overgebleven. Hij werd verontrust door de herinnering aan dezen droom, +dien hij niet kon ontraadselen, en dus riep hij alle wijzen van zijn +koninkrijk te zamen en verzocht hen te beproeven, een verklaring +ervan te vinden. Slechts één van hen kon den droom uitleggen, en de +wijze verzekerde hem, dat het hart, dat hem uit de borst was gerukt, +een zoon was, die hem door een edele jonkvrouw was geboren, terwijl +het tweede hart een andere zoon beteekende, die op een of andere +wijze zou worden weggenomen tegen den wil van haar, die zich van het +eerste kind had ontdaan. Toen de Koning terugkwam van den wijzen man, +ontmoette hij een geheimzinnige jonkvrouw, die hem groette, en zeide: +»Weet, o Koning Perion, dat wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het +Koninkrijk Ierland zijn schoonste bloem zal verliezen«, en voordat de +Koning haar terug kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen. + +Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena traden +in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw vroeg, +of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over de rol +die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij alles +loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon +en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts +twee en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin, +die in dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden, +eens in de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige +reus uit de golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met +hem uit de voeten maakte, voordat iemand het kon verhinderen. + +Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een +schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit: +»De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken!« De ouders waren diep +bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet +bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze +de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over +de twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen +had, was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en +vriendelijk schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het één van +zijn eigen reuzengeslacht ware geweest. + +Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue, +en bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland +bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van +een vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden +tot een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een +jonge vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion +gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat +slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den +reus Albadan [20], die zijn vader gedood had en hem de rots Galtares +had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den kluizenaar. + + + +ORIANA. + +Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte van Brittanje +in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon ontvangen werd +door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote Brisena en zijn +bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste schepseltje +ter wereld; en omdat zij zoo'n last van zeeziekte had, besloten +de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te laten. Amadis +was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien, zóó groot en +forsch was hij, en de Koningin stelde hem aan als page van Oriana, +die zeide, dat zij »dit prettig vond«. Amadis koesterde deze woorden +in zijn hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist +niet, dat Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve +en ernstige kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid +opvatte. De stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen, +was aandoenlijk schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis +was zeer bescheiden en Oriana was een ingetogen meisje. + +In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van ridderlijkheid, +zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem tot ridder te +slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen verlangde naar +een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou opleggen, maar hij +ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens voor hem gesmeed +zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem in zee gevonden +had, het bericht van de plannen van den jongen, en Gandales stuurde +een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en het perkament, +die hij in de ark had gevonden bij den kleinen zeevaarder. + +Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en +toen hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het +perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig +document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna +bracht Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te +vragen tegen Koning Abies van Ierland, die Gallië was binnengevallen +met zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten +naam Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand +tot ridder worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn +voorspraak te zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette +niet op zijn vraag. Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid, +en zij antwoordde: »Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij +mij ooit gedaan hebt.« + +»Ach jonkvrouw«, zeide Amadis, »ik ben niet waard iets te vragen aan +iemand zooals gij.« + +»Wat?« riep zij uit, »is uw hart zóó zwak?« + +»O, jonkvrouw«, antwoordde hij, »het is te zwak in alles wat u betreft; +maar het zou u willen dienen, alsof het uw eigendom was.« + +»Mijn eigendom«, zeide Oriana verward, »en sedert wanneer?« + +»Sinds gij »het prettig vondt«, antwoordde Amadis met een +glimlach. »Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren, toen de +Koningin mij voor uw dienst bestemde?« + +»Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt«, zeide Oriana +verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door haar +allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden +van haar droefheid te vragen. + +De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het +Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana +keerde tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op +zijn vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen, +naar Gallië te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden, +en Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. »Gij zult als mijn +ridder ten strijde trekken,« zeide zij eenvoudig en lieftallig. Amadis +kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions dochter +(en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen, dat +haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem dit, +en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den +jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus +te knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen +aan zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan. + + + +AMADIS TREKT OP AVONTUUR UIT. + +Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar Gallië, en dus nam hij +teeder afscheid van Oriana, en verliet, begeleid door zijn pleegbroeder +Gandalin, tegen den avond het paleis. Zij hadden nog niet lang gereden, +of zij ontmoetten de geheimzinnige toovenares, die, zooals wij gezien +hebben, zulk een levendig belang stelde in het lot van onzen held, +en wier naam Urganda was. + +De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten +geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen »het huis, waaruit hij +was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden.« Zij was vergezeld van +een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef deze bij hem, en +zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en dat zij gewoonlijk +niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig had ontmoet. Zij +hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel kwamen, waar zij +een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester daarin bedreigd werd +door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het voorplein, en ontdekte +Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde tegen twee ridders en +eenige soldaten. Met een kreet van woede viel Amadis de belagers aan, +zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en deelde zulke hevige slagen +uit, dat de verachtelijke ridders, die den Koning hadden aangevallen, +gedood werden, en dat hunne volgelingen op de vlucht werden gedreven. + +Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij +niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen +het kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met +de wederzijdsche belofte, elkander in Gallië weder te ontmoeten. De +jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde hem, dat zij +een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den naam +zijner Vrouwe, zóó begon te beven van vreugde, dat hij, als Gandalin +hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn gevallen. Toen nam +de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij haar meesteres zijn +succes zou melden. + +Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het +Hof van Koning Perion van Gallië aan. Zij hadden nog slechts eenige +oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van +Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen +dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een +uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd, +waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne +volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder +in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren, +terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis, +die met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en +in het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling +van Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd, +en toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den +volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus +samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde, +werd Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde. + +Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring +verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de +Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en +die het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en +dien zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem +ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het verlies zou bemerken, +gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar de Koning vond zelf +het verloren kleinood en stelde een onderzoek in naar de herkomst van +den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia, en de herkenning +van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de overtuiging, +dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren zoon; en +toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe hij +in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn +identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden, +en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger. + +Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis, +Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij +was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij +gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest +heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot +hij daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen +ontvangen. Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden +nog slechts twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van +een wreeden ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist +een eenzamen krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde +erin, de bende te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor +den vreemdeling, dat hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag +te mogen ontvangen. Deze gunst werd hem met vreugde verleend, en +nadat Amadis--want hij was de vreemde ridder--vertrokken was, vroeg +Galaor een jonkvrouw, die hij plotseling naast zich vond staan, of +zij den naam kende van den ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De +jonkvrouw, de toovenares Urganda, antwoordde, dat hij Amadis heette +en dat hij de eigen broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde, +was hij uitgelaten van vreugde, maar zijn vreugde was vermengd +met groote droefheid, omdat hij hun verwantschap niet ontdekt had, +voordat zij afscheid van elkander hadden genomen. + +Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis achterna, +die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor. Zij +vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had, +het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem, +maar bedroefde hem tevens. + +Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn +reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan +de wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had. + +Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming, +en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig +strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed +onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met één slag den +strijd te beslechten. Maar toen hij woest zijn knots zwaaide, trof hij +zijn eigen paard; hij viel met donderend geweld ter aarde, en Galaor +reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel hij echter van zijn ros, +en ontving een vreeselijken vuistslag van den reus, maar hij herstelde +zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den arm van het monster bij +den schouder af. Feitelijk was hiermede de strijd geëindigd, want +met een tweeden slag van zijn zwaard, onthoofde hij zijn tegenstander. + +Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen in +den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner ondernemingen, +zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der edelste paladijnen +van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan het Hof van +Lisuarte zouden boekdeelen kunnen vullen; zijne voornaamste praestaties +waren een verdelgingsoorlog tegen de reuzen, de nederlaag van den +overweldiger Barsinan en den toovenaar Archelaus, benevens een groote +menigte krijgsverrichtingen, te veel om ze hier te beschrijven. Zijne +heldendaden zijn samengeweven met die van zijn broeder Galaor, met +wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte, daar geen van beiden +den ander herkende door de wapenrusting. + + + +DE BELOFTE VAN LISUARTE. + +Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te Londen, er een +bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een wonderschoone kroon +en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze tot elken prijs +te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een bepaalden dag zou +terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning verbond zich, +kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van verlies van +zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den valschen +toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte getoond had, +waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze wenschte te +dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, hij ontdekte, +dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en verlangde zijn +loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en mantel +verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar eischte +Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak oogenblik +ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met Oriana, +die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte viel in +een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd was. + +Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof +vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden zij zich naar Windsor, +vast besloten de booze plannen van den toovenaar te verijdelen. Deze +wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent naar den Britschen +troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door Amadis overwonnen +was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner vijanden, en +nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele jonkvrouw, +ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door Archelaus +werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het oog +kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen, +maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de +handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht. + + + +HET VERSTERKTE EILAND. + +Met het begin van het Tweede Boek treden wij een wonderbaarlijke +en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in waarheid het Cor +Cordium, de spiegel, de quintessence der romantiek genoemd worden. Het +brengt ons in kennis met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons +beschreven wordt als een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij +stond zijne rechten af aan zijn jongeren broeder, en voer door de +Groote Zee, waar hij een eiland ontdekte, dat slechts door boeren +bewoond werd, en waar een machtige reus heerschte; dit eiland was +bekend als het Versterkte Eiland, en werd in verscheidene romances +bezongen als een waar paradijs. + +Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen +totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar +voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige +betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen, +die niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even schoon als zijn +geliefde Grymenysa. De wonderen van dit tooverland zijn wel waard +beschreven te worden, en daar een groot gedeelte van de handeling +dezer romance zich daar afspeelt, zullen wij ons inschepen op de +toovergalei, die altijd gereed ligt in de haven der legende, en naar +het eiland zeilen, om op de betooverde kust te landen. + +Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland. + + + HET VERSTERKTE EILAND. + + Apolidon, door toovermacht, + Bouwde een huis van wondre pracht + Op een eiland, waar geen enkel schip + Voer door de zee langs die eenzame klip. + Op de granieten zuilen van de poort + Grifte hij het strenge woord, + Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk, + Zou mogen komen in dit gezegend rijk. + Hangende terrassen glinsterend wit in de zon, + Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van Babylon, + En de hoogte was van zulk een stralende pracht + Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht, + En uit een groep van mirten, teedergroen, + Verrees een wit en heerlijk paviljoen, + Dat toescheen aan de zeelieden van ver, + Een op een weiland neergedaalde ster. + Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan 't oog + Een tooverachtig fonkelende stralenboog + Met zon en sterren heerlijk bejuweeld; + En in die nis stond een betooverd beeld, + In welks ten hemel opgeheven hand + Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen brand. + En als een ridder of een maagd + In overmoed het had gewaagd, + Geboren uit een vrij geslacht, + Minder in schoonheid en in macht + Dan toovenaar Apolidoon, + Of Grymenysa, wonderschoon, + Te treden in de tooverhal, + Dan zou, met bulderend geschal + De koperen klaroen uitbarsten in geweld, + Zoodat daar de vermetele werd neergeveld. + Maar als een jonkvrouw, hoog van naam, + Een ridder zonder vrees of blaam + Zou komen aan de poort, + Dan zouden in den zaal'gen hof + Fanfares, daverend van lof + En vreugde zijn gehoord. + Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn; + Een platte steen van jaspis of van serpentijn, + Waar, tusschen vlammende arabesken glinst'ren zou de naam + Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam, + Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden + Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden, + Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs + De heerschers uit dit wond're paradijs, + Gegoten in de bovenaardsche praal + Van glinsterend, onsterfelijk metaal. + Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar + Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin, + Als een verheerlijking van grenzenlooze min, + Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar: + Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren deur + Opdat slechts 't edelst hart, dat ooit werd voortgebracht, + Aanschouwen zou die goddelijke pracht + En zich zou laven aan den bovenaardschen geur. + En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan, + Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in de zwaarden, + Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde, + Als strenge wachters voor de kamer staan. + En alle draden van zijn wonderbaren geest, + Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel + Rondom de schaduwen van deze citadel + Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest. + Toen ging hij uit die plaats van zaligheid, + Aanroepend alle geesten als beschermers dezer oorden: + Sabitu, Baphomet, Siduri, met zijn tooverwoorden, + En macht hun gevend tot in eeuwigheid. + En toen de maan verduisterde aan de lucht, + Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht; + Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit gehoord, + En nimmer keerde hij terug naar 't zalig oord. + Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht, + Gestalten zweven, witter dan de neev'len dicht, + En altijd hooren zij nog bij het vallend duister, + Een teeder zuchten en een lispelend gefluister. + + +Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins Apolidon er een +gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er niet in slaagde, +door den eereboog te gaan en toch het geweldige trompetgeschal +overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou worden gegooid; +maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond, ontvangen en gediend +zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij, dat, wanneer het +eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de betoovering zou worden +opgeheven. + +Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had geduurd, +ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen en op +avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de wonderen +van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide, nauwelijks +twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij zich toen +bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn geluk te +beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder, stemde erin +toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming. Toen zij bij +het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen, waarvan de +muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs getracht +hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen gelukt +was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het paviljoen +doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere ridders gefaald +hadden, ontzonk hem de moed. + + + +AMADIS GAAT ONDER DEN BOOG DOOR. + +Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van koning Languines van +Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk zouden trachten onder +den boog door te gaan. Toen hij door de poort trad, deed de trompet, +die door het tooverbeeld werd omhoog geheven, zachte klanken hooren, +en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde Amadis den overdekten +gang, en de trompet blies nog luider en melodieuser dan zij eerst +gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne schreden naar de +afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis, waarop geschreven +stond: »Dit is Amadis van Gallië, de ware minnaar, zoon van koning +Perion.« Terwijl zij dit lazen, kwam Ardian, de dwerg van Amadis, +op hem toeloopen met de mededeeling, dat Galaor en Florestan, zijn +broeders, getracht hadden onder den boog door te gaan, maar dat zij +van alle kanten door onzichtbare handen waren aangevallen, en nu voor +dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes keerden dadelijk op hunne +schreden terug en vonden de jonge ridders in een toestand van diepe +bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo goed mogelijk hielp, +trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te treden, maar ook hij +ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn verloor. + +Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de +uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen +hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht +was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten +kamer binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij +raapte dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen +de zuilen en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare +krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen. Hij hoorde +een verschrikkelijk geweld van stemmen, alsof alle ridders der geheele +wereld tegen hem schreeuwden, en de slagen daalden met verdubbelde +kracht en woede op hem neer. Maar de gedachte aan zijn geliefde maakte +hem sterk en hij hield stand. Zoo nu en dan kreeg hij stompen tegen +de knieën, en éénmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar +hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf +openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd +hem een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep +uit: »Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft +in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft, +en die in zijn tijd zijn gelijke niet had.« De hand die hem leidde, +was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt +door een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween +de hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren. + +Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland +hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij +naar het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij +bewonderden alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de +wonderbaarlijkste schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker +te aanschouwen dan de standbeelden van Apolidon en Grymenysa. + + + +ORIANA'S WREEDHEID. + +Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben genomen, Brittanje +verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het paleis terug, om de +stukken van een zwaard te halen, die hem door een jonkvrouw gegeven +waren met de bede den dood te wreken van haar vader, die door de hand +van een laffen moordenaar gevallen was. Amadis had als een goed ridder +beloofd het gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken +had. Toen Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn +terugkomst, en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had, +een zeker zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het +te halen. Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana +maakte een verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg, +en daar zij Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem +een wreeden brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht, +niet terug te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange +reis vond hij Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem +den brief. + +Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had +scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat +Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid +liet Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen, +en verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat +hij zien zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis zou +hebben gehoord. Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te +openen, zoodat hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen +krijgen. Vergezeld door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan +achten, begaf hij zich op weg naar een dichtbij gelegen kapel van +de Heilige Maagd; daar bad hij innig, dat zij zijn voorspraak zou +zijn bij haar Goddelijken Zoon, opdat hij hem genadig zou zijn, want +hij gevoelde, dat zijne dagen geteld waren. Daarna nam hij hartelijk +afscheid van den Gouverneur, besteeg zijn paard, en reed zonder schild, +speer of helm, heen. + +Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen +ridder Gandales, die bij al deze avonturen zijn meester nooit had +verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden brief van +Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij besloten, den +wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou overkomen. Zij +vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron, uitgeput door +zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het vallen +van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot hem +doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig +lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin, +en hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn +neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder, +die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen +rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam, +zou dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong +hij te paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden +wreker te zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig, +en Amadis daagde hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een +woedend gevecht, waarin Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een +hevigen slag toediende, dat deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis +liet den gewonden ridder over aan de zorgen van Durin en reed verder, +nog steeds gevolgd door Gandalin. + +Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden +toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te +volgen. Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen +en klachten de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de +zorgzame Gandalin sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok +door de meest verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij +was afgedwaald. Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een +berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien hij verzocht, bij hem +te mogen blijven. De kluizenaar groette hem vriendelijk en Amadis +stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit, die hem vertelde, +dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven mijlen in zee +vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of »de Schoone +Sombere Ridder,« omdat hij even beminnelijk als bedroefd was. + + + +DE KALE ROTS. + +Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het strand, en nadat hij zijn +paard aan de zeelieden had gegeven, ging Amadis met den kluizenaar +aan boord van een schip en voer naar de Kale Rots, zooals de monnik +de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde Amadis het leven van +ontbering van den kluizenaar, »niet uit godsvrucht, maar uit wanhoop, +niet denkende aan zijn roem als krijgsman, en verlangende naar den +dood--dit alles om de wreedheid eener vrouw!« + +Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof, +en vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen, +en hoe schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland +had doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon +zijn geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan +om te sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij +schreef haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij één harer +kamervrouwen, die »de Maagd van Denemarken« genoemd werd, en een +zuster was van Durin, naar hem toezond. + +Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen +had op den avond van den dag, waarop hij Oriana's wreeden brief had +ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende, +die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem, op den rand van de +bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had aangehoord, was +zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat zij zich diep +bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost wilde worden. + +Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed, +de volgende versregels: + + + Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en ridderspel! + Waarom te leven met een smart, oneindig groot?! + Roemvoller is een eed'le heldendood. + + De trouwe dood, in zijn barmhartigheid + Zal eens mij brengen de vergetelheid. + Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden, + Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed lijden, + Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft bedorven, + Maar ook den krijgsmansroem, in dapp'ren strijd verworven. + + +Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die Florestan liefhad, bij +de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de geschiedenis van +Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette, maar dat het +gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij vroeger gekend +had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren, zongen de jonge +meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist, dat Amadis en +Beltenebros dezelfde waren. De »Maagd van Denemarken«, die uitgezonden +was, om Amadis te zoeken, werd door stormen overvallen en naar den +voet van de Kale Rots gedreven. [21] Zij landde met Durin en een +dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan, biddende in een kapel; +en toen hij het gelaat van het meisje aanschouwde, bezwijmde hij. + +Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook +moge toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de +middeleeuwen. Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van +iemand, die zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe, +en dat hij zich voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken +op een kale rots, omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet +menschen van onzen tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan. + + + Moet 'k, door liefdesmart geplaagd, + Sterven om een schoone maagd? + + +Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo voorzichtig +hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer overgrootmoeders, dat in +stukken zou vallen, wanneer wij het ruw behandelden. Wanneer wij denken +aan de wijze, waarop Dante en Petrarca uiting gaven aan hunne vereering +voor de vrouw, en hoe de Hoven der Liefde het werk hebben voortgezet, +dat zij begonnen waren, kunnen wij er ons niet over verwonderen, +dat mannen, opgevoed in dergelijke opvattingen, en de vereering van +de vrouw beschouwende als bijna even belangrijk als de Godsvereering, +in staat waren zich over te geven aan zulke hartstochtelijke uitingen +van wanhoop, wanneer het voorwerp hunner aanbidding hen griefde of +verliet. Daarenboven is door alle eeuwen heen de mannelijke geest +uiterst gevoelig geweest voor vrouwelijke ongenade. Zooals wij +bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij levensbeschrijvingen lezen +van groote mannen, zooals Goethe. + +Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot +dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de +verzen van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere, +nuchtere verstand van den middelmatigen man, en door de combinatie van +mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd, de gevoelens +van beide sexen te doorleven. + +Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de +besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale +blijft, moet zij beschouwd worden als één van de groote stuwende +krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets anders heeft +bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der wereld. En juist +in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de aangewezen plaats +is voor zulke overdreven uitingen, behoort het jongere geslacht met +waardeering de teedere schoonheid en de groote bekoring op te merken +van een eeredienst, die, al is hij nog niet geheel dood, dan toch +zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne jeugd, dat zij deze +overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag haar een open oog +te hebben voor den fijnen geest, de groote ridderlijkheid, en bovenal +voor de ingetogenheid en het gevoel van eigenwaarde, die deze uitingen +kenmerkten. Het is een verblijdend teeken des tijds, dat de beide +sexen elkander beter leeren kennen. Maar wij moeten ons hoeden voor +een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek aan waardeering. Wij +moeten nog iets overhouden van de ernst en de schoonheid van den +vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet vervallen tot een +gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren ongetwijfeld +met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen terugdenken. + +Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd van +Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug te +keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed dat +zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid van den goeden kluizenaar, +en voer met het schip, waarmede de Maagd van Denemarken gekomen was, +naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen tijd bleef, want hij +was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te ondernemen. Maar na +verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn schildknaap in dienst, en +hij begaf zich met Durin en diens zuster op weg naar het Engelsche Hof. + + + +DE BEROUWVOLLE ORIANA. + +Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes tevergeefs naar +Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte stemming te Londen +aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, begaf zij zich naar +het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de stad verwijderd +was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de overtuiging, +dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, waarop +zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw op +hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van +Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van +Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best +worden weergegeven in verzen. + + + Miraflores, waar ontspringen + Zilvren beekjes, vogels zingen, + En het hoog en statig hout + Slechts een deel schijnt van het woud, + In de stilte uwer lanen, + In de schaduw der platanen + Wacht ik zijn vergiffenis, + Die mijn troost en redding is. + + Miraflores, naam van pracht! + Moge ik leeren dag en nacht, + In uw zoet doorgeurde dreven, + Wat het hoogste is in 't leven: + Mij in 't goede te verblijden, + Booze woorden te vermijden, + Zoodat ik, in deemoed klein, + Zijn vergeving waard zal zijn. + + +Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te Windsor, die hem +uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, zijn neef, +den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van den +Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning Abies +van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd +hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die +met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer +vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven; +hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen +hem zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven, +wanneer Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd +te geven aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan +Basagante, zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met +rustige waardigheid af. + +Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan +ook zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de +oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud +aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een +tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen +strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij +wisselden dus den handschoen. + +Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora +met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat +hij niet meer gedaan had sedert het bericht van de verdwijning van +Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in +scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen +dus het volgende liedje: + + + Leonora, scheppings roem! + Witte, smettelooze bloem, + Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen, + Waarom in lentetijd + Geurt gij in eenzaamheid, + Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen? + + Wilt gij, o bloesem rein, + Dan niet de mijne zijn, + Dat ik u koesteren kan en dragen. + Geef dan uw zoeten geur, + Bloei dan in teere kleur, + Als lieve troost in mijn droeve dagen. + + +Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te deelen, dat Corisande +aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met Florestan gelukkig +hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, maar kon toch niet +nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met haar eigen droevig +lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit oogenblik trad de +Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met kloppend hart naar +het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw haar den brief van +Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij bijna van vreugde. + +Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende +was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij +doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een +groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich +op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij +een ridder, den reus Quadragante, één van de verbonden vijanden van +Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen strijder uit het zadel, en +dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich te onderwerpen aan Lisuarte. + + + +AMADIS VERSLAAT FAMONGOMADAN. + +Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige tenten, die in een weiland +waren opgeslagen, en bewoond werden door een gezelschap van ridders +en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses Leonora. De ridders +drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou breken. Hij wierp hen +allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. Terwijl hij zich eenige +mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn oog op een wagen, +vol geladen met ridders en maagden, die geketend waren. Gezeten op +een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor den wagen uit, +vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als Famongomadan, +die den ridder gezonden had om Lisuarte uit te dagen. Amadis was +zeer vermoeid door het gevecht met de ridders, en hij gevoelde dus +weinig lust, hem op dit oogenblik te ontmoeten, maar toen hij zag, +dat Leonora en hare maagden ook in den wagen waren, sprong hij op +zijn paard, en met den blik gericht op Miraflores, waar Oriana was, +wachtte hij den aanval van den reus af. + +Toen Famongomadan hem zag, overrompelde hij hem als een menschelijke +lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van Amadis, maar de +ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het monster, en het +wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante dit zag, snelde +hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn gevallen paard vandaan, +trok zijn zwaard, en hieuw één der beenen van zijn tegenstander +af. Maar zijn zwaard sprong in stukken door de kracht van den slag, +en er volgde een verwoed gevecht om de strijdbijl van Basagante, +maar Amadis ontrukte zijn vijand de bijl en sloeg hem het hoofd +af. Daarna doodde hij Famongomadan met diens eigen speer, bevrijdde +de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de lijken der verslagen +reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de mededeeling, dat zij +gezonden waren door een onbekenden ridder, Beltenebros genaamd. Toen +besteeg hij het groote, zwarte paard van Famongomadan, en draafde weg. + +Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en +zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn +geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in +zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben, +den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten +de reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven +ernstig door Amadis verwond. + +Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis +het gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij +verliefd was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar +niet liefhad. Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele +Hof wist nu, dat Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was +zeer verwonderd over de macht van dien éénen arm. + +Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming +en het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en +bij hem voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte +was hierover zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten +den Koning tegen Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste +ridders op deze wijze van het Hof verwijderde. + +Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven, +waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij +slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar +toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met +geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land +terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote +vreugde van alle bewoners. + +Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de geaardheid +van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven mijlen breed +was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. Apolidon had +zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; één ervan heette +Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; het tweede was Het Kasteel +van het Hert en de Honden. Het derde heette Het Draaiende Paleis, +want driemaal daags en drie keer per nacht draaide het met groote +snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de muren bevonden, dachten, +dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was Het Paleis van den +Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit een overdekte laan +te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, alsof hij ze wilde +dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer te voorschijn +met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen weer naar +zijn verborgen verblijf terug joeg. + +Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer, +de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte; +maar deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter +Madasima en andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten +onthoofden, wanneer zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen +afstand deed van haar koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden +het in Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke maatregelen nam, +en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om de bedreigde +vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het Hof van +Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten val +wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch, +om zich daardoor te laten beïnvloeden, en bij de komst der ridders +stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid. + + + +AMADIS TWIST MET LISUARTE. + +Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige menschen zijn +dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De raadslieden van +Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste vesting der +reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen verdedigd +werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming als een +onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd medegedeeld, +ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan Amadis op +het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien Madasima, +de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een vriend +zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer bewoond +werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle macht +verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland, +met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen, +dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opgeëischt; het gelukte +hun deze overweldigers spoedig te verdrijven. + +Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok +zoo spoedig mogelijk naar Gallië, omdat hij zich ongerust maakte +over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om +levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder +Galaor en Koning Cildadan te verlossen uit de macht van een reus, +die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in Gallië +begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene jaren niet +gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza geland, +waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst, versloeg; +maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen vijanden, +en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van Galvanes +en zijn vrouw Madasima. + +Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde, +vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn +geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep +van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien +zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder +leven op te kunnen teren. »Jonkvrouwen, die een beleediging, haar +aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij +in de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden was.« + +Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een +brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij +hem een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Gallië niet te +verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem +niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer +hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht, +niet de wapenen tegen haar vader te voeren, en Gallië slechts dan te +verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis +besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden, +met wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was +binnengevallen. + +De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des +nachts door een donker woud weggevoerd, om hare meesteres voor schande +te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had, was een +leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht had, +Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het met +zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen +jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde, +zoowel in huis als op de jacht. + +Intusschen had Amadis, die zich de »Ridder met het Groene Zwaard« +noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij den laatsten +tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg, met zich +mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier jaren +een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te +ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd +aan het Hof vertoefde. + +Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne dochters +op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano woonde; +daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot zich te +nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians hals +gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda geschreven +was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en bevatte den +raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem eenmaal uit +een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus, Esplandian +en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te nemen, +en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een leeuwin +bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest zijn; +want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van +het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had weggevoerd. + +Bij één zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke avonturen, +was Amadis ernstig gewond door een monster, dat hij verslagen had, +en hij werd toen verpleegd door een jonkvrouw, Grasinda geheeten, +die hij, uit dankbaarheid voor hare vriendelijkheid en hulp, beloofd +had, op haar verlangen elk avontuur te zullen ondernemen. Ongeveer +in denzelfden tijd besloot El Patin, de Keizer van Rome, aanzoek te +doen om de hand van Oriana. Toen Koningin Sardamira van Sardinië, +die El Patin lief had, dit hoorde, reisde zij in gezelschap van de +afgezanten van den Romeinschen Keizer naar Brittanje, waar zij Oriana +ontmoette, wie zij bericht bracht over Amadis en wie zij vertelde, +hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen strijd had overwonnen, +en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat toedroeg. Galaor, +die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief hadden, ging naar +Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne toestemming te +geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den Keizer; daarna +reisde hij naar Gallië, in de hoop, daar eenig bericht over Amadis +te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich naar het Versterkte +Eiland, om Agrayes in te lichten over de moeilijkheden, waarin Oriana +zich bevond, en hem tevens bericht te brengen van zijne geliefde +Mabilia, die zeer naar hem verlangde. + + + +DE »GRIEKSCHE RIDDER.« + +Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip Amadis, die zich nu +den »Griekschen Ridder« noemde, met jonkvrouw Grasinda in Brittanje +aankwam. Hij wenschte incognito te blijven, en gaf daarom het strenge +bevel, dat zijn gevolg zijn naam niet mocht openbaren. Toen hij hoorde, +dat Oriana op het punt stond te worden uitgehuwelijkt aan den Keizer, +besloot hij, zijne maatregelen te nemen. Grasinda echter, gedachtig +aan zijn belofte, zich terwille van haar in elk avontuur te zullen +begeven, dat zij voor hem zou uitkiezen, zond een brief aan koning +Lisuarte, met de mededeeling, dat zij zichzelf schooner achtte dan +welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof, en dat, wanneer een ridder +van een ander oordeel mocht zijn, hij zou moeten strijden met haar +kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche afgezanten vroegen +Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit werd hun toegestaan. + +Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche +ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag +brak aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer +zenden moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome +te worden gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip, +nam hartelijk afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na, +die zijn dochter wegvoerde van het witte strand van Brittanje. + +Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij +zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van +het Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel +de Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden, +bevrijdde Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden +strand van het Versterkte Eiland. + +Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van +het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar +aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij +zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele +wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, »kon zij niet +gelooven, dat eenig sterfelijk wezen zóó verblindend schoon kon zijn.« + +Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren +van het paleis, dat de toovenaar Apolidon geschapen had, en op haar +verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar vader +haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed, dat +de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond +dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld, +met het verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te +willen bijstaan. + +De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en +Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans, +die hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij +verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor, +wanneer de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning, +zich met hun strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld, +en wanneer één der strijdende partijen de overwinning behaald had, +zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op +deze wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond +grooten bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen, +en zij besloten, het ten uitvoer te brengen. + + + +OORLOG MET LISUARTE. + +Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof van Lisuarte +gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. Maar +de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem +een oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook +in Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met +Amadis. Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij +op, om de troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen, +een uitval had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de +strijdmacht van Lisuarte en den Keizer te ontmoeten. + +De vrienden van Amadis hadden hem niet in den steek gelaten. In de +eerste plaats was zijn vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met +de geheele troepenmacht van Gallië. Ierland had een groot contingent +geleverd, en zijne oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van +Konstantinopel hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle +onder de bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd +het leger begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen +en prinsessen, die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en +hare tegenwoordigheid spoorde de ridders aan tot daden van grooten +moed. De toovenaar Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een +schaduw de troepen van Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen, +wanneer zij teruggeslagen werden. + +Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van +samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan +schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende +vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat +de ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke +legers elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij +aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen, +trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij +vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der +zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend +hamers op even zoovele aambeelden. + +Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van +Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp +hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen; +maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich +in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen ridder uit het zadel, +en gaf diens strijdros aan den held, die, gevolgd door Gandelin en +andere paladijnen, een krachtigen aanval deed op de flank van het +Romeinsche leger. Intusschen hield Quadragante geweldig huis aan het +vijandelijke front, en slechts weinigen onder zijne tegenstanders, +konden zijn reuzenkracht weerstaan. + +De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op hetzelfde +oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend man +aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: »Rome! Rome!« en hij +zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter op Quadragante, +die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij terug moest +wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen soldaten. + +Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en +verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als +vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen +terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten +uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij +was echter zóó uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat hij ervan +afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat het leger +van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het beter +oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de ontmoeting +met Lisuartes troepen. + +Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu bracht +Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede waren +gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang geduurd, +toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij afmaakte +met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. Bij den +aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en Britten te +vluchten, en toen Lisuarte dit zag, trachtte hij zijne troepen in +goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze pogingen op, +en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van Lisuarte, +maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook zijn +eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en +zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke terugtocht. + +Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid +tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen, +om verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig +was, slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De +beide veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter +reeds geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde +hem dat Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat +Esplandian hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning +diep bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste +af, terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden +zijn gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij +verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede +monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian, +begaf hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke +wijze ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit +van Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn +zoon hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet, +en voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen +hem en den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was +besloten dat hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een +duurzamen vrede te sluiten. + + + +HET VERRAAD VAN ARCHELAUS. + +De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn ontevreden bondgenooten +hadden in groote spanning den gang van zaken gevolgd, en toen hunne +spionnen hun mededeelden, dat de vijandelijkheden tusschen Lisuarte en +Amadis geëindigd waren, besloten zij, het leger van den ouden Koning +onverwijld aan te vallen. Maar Esplandian was getuige van den opmarsch +hunner troepen, toen hij op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en +hij reisde oogenblikkelijk terug naar Amadis, om hem te waarschuwen, +dat er onraad dreigde. Bij dit bericht begaven Amadis en Koning +Perion zich dadelijk op weg, om de uitgeputte troepen van Lisuarte +bij te staan. Maar voordat Amadis en zijne ridders het leger van +Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte en de weinige troepen, +die hem gebleven waren, reeds overrompeld door de strijdmacht van +den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een geweldigen nederlaag +bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, zoo goed mogelijk een +heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een naburige stad, waar hij +zich gereed maakte tot een laatste wanhopige verdediging tegen zijn +meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig bestookt door Archelaus, +maar werd niet minder krachtig verdedigd door Lisuarte en de ridders, +die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar op het punt stond de stad +stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en zijne paladijnen, die +hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus en zijne bondgenooten +werden in boeien geslagen, maar werden, zeer onvoorzichtig, weer in +vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich in de toekomst van +elke vijandelijkheid te onthouden. + +De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon hartelijk, +en het bleek duidelijk, dat hunne oude vriendschap spoedig weer geheel +hersteld zou zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen, +en toen zij allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving +van Amadis en Oriana mede. + +Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder Lisuarte, +Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en vele +anderen, naar het Versterkte Eiland, waar het huwelijk van Amadis en +Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun aankomst op +de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen getroffen +voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en Amadis in het +huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden tegelijkertijd in +den echt worden verbonden. Temidden dezer voorbereidingen verscheen de +goede fee Urganda, gezeten op den rug van een grooten draak, en allen, +over wier geluk zij met zooveel zorg gewaakt had, heetten haar met +groote hartelijkheid welkom. + + + +HET HUWELIJK VAN AMADIS EN ORIANA. + +Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk was aangebroken, +besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en reed naar de kerk, +waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na de plechtigheid +verzocht Amadis den Koning, vóórdat de feestelijkheden een aanvang +zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef af te leggen van den Boog +der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog van kracht was, waar +het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor zijn toestemming. Toen +Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet omhoog, en blies zulk een +welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland gehoord was, en uit den +mond der trompet vielen rozen en andere bloemen in zulk een menigte, +dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een enkele aarzeling trad +Oriana op de verboden kamer toe. Toen zij tusschen de zuilen doorging, +voelde zij onzichtbare handen, die haar met kracht tegenhielden, +en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar door haar onovertroffen +trouw en schoonheid gelukte het haar toch, ondanks alle tegenwerking, +het betooverde portaal te doorschrijden, waar de hand, die Amadis had +binnengeleid, ook naar haar uitgestoken werd. Toen betrad zij de kamer, +terwijl de stemmen van onzichtbare zangers teedere liederen zongen, +ter verheerlijking harer schoonheid en standvastigheid. + +Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit +laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De +langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten +slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen +zij een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts +ten deel valt aan stervelingen in oude romances. + +Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten +en opvattingen beschreven worden, die zóózeer verschillen van +de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op +een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn +wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe +fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was +afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen +wij den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch +niet nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders +en machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van +toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen +lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis +een sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven +der schrijvers. + +Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze +betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van +menig bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak +gesteld, de groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste +gebeurtenissen te beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het +boeken van de wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om +den lezer een algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk +zijn gevallen, de schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te +verhoogen, wanneer ik mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen +te beschrijven, en slechts een relaas te geven van de meest treffende +gebeurtenissen, waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals +ik reeds zeide, mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is, +om den oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal +van den geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd, +den geest der romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt +is, moet dit ten deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het +geen gemakkelijke taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een +beknopten vorm. Terecht zegt hij, die ons Amadis in dichtvorm gaf: + + + Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag, + Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag. + 'k Vertel niet, wie in 't steekspel brak zoo menig lans, + Wie 't meeste uitblonk in den zang of bij den dans. + Wie in het spreekgestoelt' heeft naar den prijs gedongen, + En wie het schoonst den lof der liefde heeft bezongen. [22] + + + + + + + +HOOFDSTUK IV: DE VERVOLGBOEKEN VAN »AMADIS DE GALLIËR«. + + + »Al staan de vervolgboeken van Amadis niet op de hoogte van het + oorspronkelijke gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd, + waarin zij geschreven zijn, van genoeg belang on een korten inhoud + van de geheele serie hier weer te geven.« + + Southey. + + +Bij het behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland, +een taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het +instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al +mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer »vervolgboeken« van +Amadis zeer zwak zijn, toch kunnen wij niet nalaten er onze aandacht +aan te schenken, al ware het slechts ter wille van hun beteekenis als +letterkundig verschijnsel. In deze verdichte verhalen was de fantasie, +die zoo welig gebloeid had in Amadis, dikwijls zóózeer overdreven, +dat deze voortbrengselen van den geest, in de snelheid waarmede zij +verwelkten en verloren gingen, deden denken aan de bloembladeren, +die uit een stervende roos vallen. + +Het eerste dezer vervolgboeken, dat Het Vijfde Boek van Amadis heet, +is meer algemeen bekend onder den naam van Esplandian, daar het +voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held. + +Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze romance, +wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen: »Inderdaad mag +de deugd van den vader geen verontschuldiging zijn voor het ontbreken +dezer deugd bij den zoon. Hier, mijn beste huishoudster, open het raam, +en smijt dit boek op het erf; laat het het eerste stuk van den hoop +rommel zijn, dien wij straks in brand zullen steken«. + +De eerste uitgave van Esplandian verscheen in 1542 te Sevilla. Het +grootste gedeelte hiervan schijnt te zijn gemaakt door Montalva, +den oorspronkelijken vertaler van Amadis. Maar waar hij bij het +neerschrijven van dit werk slechts den rol van vertaler vervulde, +daar trad hij bij de bewerking van Esplandian ook als schrijver op, +en het blijkt uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen +te kort schoten. Het is echter ook weer overdreven, in Esplandian +niets dan een minderwaardig product te zien, en ik verdenk meer dan +één dezer strenge critici ervan, den origineelen tekst niet te hebben +gelezen, of het ongunstig oordeel van Cervantes na te spreken. Het is +bekend, dat verscheidene Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen, +een werk, geschreven in het Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij +slechts oppervlakkig met deze taal op de hoogte zijn, en dat onder +vele letterkundigen het wanbegrip heerscht, dat, wanneer men Latijn en +Fransch kent, men slechts een beetje Castiliaansch behoeft te lezen, +om ook deze taal spoedig volkomen machtig te zijn. + +Esplandian bezit vele schoonheden, en de mengeling van tooverkunst +en beminnelijken eenvoud maakt het tot een bekoorlijk en stemmingsvol +geheel. Waar vinden wij daarenboven een sprekender voorbeeld van een +goede uiting van romantische overdrijving? Want Esplandian bezit, +zonder te vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken, +de rijke en kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is +van alle ware dichters die er echter niet allen in slagen zich in +dit opzicht te beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat Esplandian +slechts kost is voor den enthousiast, en ik moet den niet romantischen +lezer dit werk dan ook ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven +voor de barbiers en pastoors dezer wereld, en het is te betreuren, +dat zij, die den geest van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed +gebruiken, om ook anderen ervan afkeerig te maken. + +Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader, +Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de +roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht +kon spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan +zijne hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming, +hetgeen er op wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige +betoovering. Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte +Eiland, waarheen hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen, +een grooten vuurberg, die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de +sylphide-achtige gestalte van de toovenares »Urganda de Onbekende« +omhoog, die door de lucht voer op den rug van een reusachtigen +draak. Eenigen tijd tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze +Archelaus zich bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der +tooverwereld weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna +tot zijn schade gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had +gemaakt van zijn herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte +weer in zijn macht had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door +ondervinding niet wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van +het kasteel des toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden +schoonzoon mede, dat het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging +nemen, en voordat Amadis in de gelegenheid was iets naders te vragen, +voerde zij den jongeling op den rug van het gevleugelde monster met +zich mede. + +De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een +geheimzinnig vaartuig, Het Schip van de Groote Slang genaamd, en toen +hij bij zijn ontwaken bemerkte, dat hij zich op zee bevond, was hij +uitgelaten van blijdschap. Toen hij over de rustige golven gedragen +werd, voelde hij een groote, innerlijke vreugde over de wonderbaarlijke +snelheid, waarmede de betooverde galei de baren kliefde. Na eenigen +tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland, midden in een verlaten zee, +en toen hij aan land ging, zag hij, dat het onbewoond was, en dat er +zich niets op bevond dan een hooge toren, die op het hoogste punt +der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop de toren stond, +en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was. Bij een nader +onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een rijk versierd +zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te trekken, werd +de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een geweldigen +draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat, vóórdat hij zich +tot den aanval had kunnen gereedmaken, het monster zijn reuzenklauwen +om hem heengeslagen had, met het kennelijk doel, de platen van zijn +wapenrusting te breken, en hem te vermorzelen. De man en de draak +worstelden op leven en dood, en zóó hevig was hun strijd, dat de +aarde beefde en het kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij +zich wendden en wrongen in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde +Esplandian er in, zijn rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van +den draak, en, een tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven +had, stak hij het door de geschubde huid van het monster. Doodelijk +gewond liet het tooverdier zijn prooi los, en het geweldige lichaam +verstijfde in den dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had, +dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en +keerde naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid +door een bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde, +dat hij uit het rotsblok getrokken had. + +Nu voer hij op het Schip van de Groote Slang weer verder en belandde op +een woeste plaats, bekend als de Verboden Berg, een vesting, gelegen +op de grens tusschen Griekenland en Turkije. Uit de verte zag hij een +kasteel, en toen hij zich daarheen begaf, ontmoette hij een kluizenaar, +die hem ontraadde, in de nabijheid daarvan te komen. Hij vertelde hem, +dat een beroemd vorst daarin gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk +begreep Esplandian, dat dit niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en +dat het kasteel de vesting was van den boozen toovenaar Archelaus; +deze overwegingen deden hem natuurlijk besluiten, de plaats nader +te onderzoeken. + +Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door +een reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op +hem afkwam een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval +van zijn reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het +tooverzwaard, en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden, +toen hij plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er +volgde een vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd +over de onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had +door te dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef, +dat hij stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte, +viel Esplandian met groote woede aan. Maar zijn blinde woede +was niet opgewassen tegen de koelbloedigheid van zijn jeugdigen +tegenstander, die erin slaagde, hem met zijn tooverzwaard te dooden, +en die hierdoor voor goed een einde maakte aan de gevaarlijke streken +van den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel +daarna den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het +tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus, +Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst, +hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die +in zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de +vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij +beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden +werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te bevrijden. + +Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te +verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone +aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen +vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en +in verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens +krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De +beide mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de +heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend, +gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede +te mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en +de stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd. + +Esplandian noemde zich nu »de Zwarte Ridder« om de kleur van zijn +wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van het +kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund, +want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een +groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden zich echter vele +ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen, versloeg hij +de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen. Aangemoedigd door +dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart van Turkije, en +veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was uitgetrokken, had +hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van Constantinopel; +hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den oorlog vele +boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de standvastigheid +zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij aan zijn trouw +was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en toen dus +de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig naar +Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig gebeeldhouwde +kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op, deze naar +zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid harer +vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar minnaar +er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het onvermijdelijk, +dat de liefde van den held en de heldin verborgen blijft voor de +verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de romantische smaak +van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat de Spaansche +opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de gedachte aan eenige +toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het betreft iets meer +dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de gelieven vóór het +huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen heerschen ook nu nog onder den +middenstand en in de hoogere kringen van Spanje en Spaansch Amerika, +en het is met een gevoel van verbazing, dat wij hooren, hoe verliefde +jongelingen met de meisjes, waarmede zij officiëel verloofd zijn, +slechts een vertrouwelijk woord kunnen wisselen door zich onherkenbaar +te vermommen, of door de vriendelijke hulp van ondergeschikten. Het +komt niet zelden voor, dat jonge Spaansche paartjes, wier verloving +volkomen en règle is, en tegen wier vereeniging niet het minste bezwaar +gemaakt wordt, hun toevlucht nemen tot een schaking, alleen om het +romantische van het geval. Door zulke toestanden krijgen wij eerst +een juist begrip van de groote macht, die de romantiek uitoefent op +het Spaansche hart. + +Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken +zich weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun +in Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen +werden door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen +Sultan, die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een +gevleugelden draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares +was toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede +hij Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als +het zand der zee; één ervan was een schoone Amazonenkoningin, die +naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van +vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers, +vuur en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners. + +Zóó vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in dezen slag +tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte overeengekomen werd, +den strijd te beslechten door een dubbel tweegevecht. Esplandian en +Amadis werden door de ééne partij aangewezen, en de Amazonenkoningin +en een bevriend heidensch Sultan door de andere. De heidenen werden +verslagen, maar zij waren zóó woedend over hun nederlaag, dat zij +zich met elken man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand +wierpen. Maar de Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner +kampioenen, brachten hun groote verliezen toe en drongen den vijand +terug van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was +overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand +te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve +van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland +vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden. + +Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten, +kon zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen +harer beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere +hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat +Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan +het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel +in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien, +waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij +ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten +wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij +besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen +naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de +sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare +bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk +zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in +toe, in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal +zouden worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in +het bezit zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou +zijn, hun een nieuw leven en verjongde krachten te schenken. + +Het Zesde Boek van de Amadis-Serie behandelt de avonturen van +Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in rechte lijn afstamt van +de vorige helden, en hij daarenboven onverdragelijk vervelend is, +zullen wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon. + + + +LISUARTE VAN GRIEKENLAND. + +Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held van het zesde +en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn door Juan +Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden in +1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want +Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke +rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de +dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot +dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden +geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een +jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid +werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op +een gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en +nam plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen +waren zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit +avontuur had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en +zeilden verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar +zij de verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant +Lisuarte besloot, hem te gaan zoeken. + +Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in +het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken, +gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij +de dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden, +maar hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de +jonkvrouw met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne +voorbereidingen voor de taak, die zij hem had opgedragen. Nauwelijks +hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de stad, +en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den +Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam +een geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte, +die hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst +naar den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid +gedurende een vol jaar geëischt werd, overal, waar de reusachtige +jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion, +die dit verzonnen had, om Lisuarte, die één der steunpilaren van +Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een +moeilijk en gevaarlijk tijdstip. + +Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam +de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke +functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door +middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels, +en waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou +worden door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had +met zeven en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de +keizerlijke stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den +Koning van het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd +werd en hem hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel, +waarheen hij dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden, +die de stad belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die +nu in Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de +Apen te hebben voldaan. + +Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht +was, zijn slapende voorouders te verlossen uit de betoovering, +waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te verlengen. Na +vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam hij in het +bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het Versterkte +Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis, Esplandian +en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij waren +natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar een +beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan +van de heidensche troepen, en verzekerden zóó den vrede in het +land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten, kon +hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus +naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden +daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk, +vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van +overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette +hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne +huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl +zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die +hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen, +en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden. + + + +AMADIS VAN GRIEKENLAND. + +Het Negende Boek behandelt de avonturen en heldendaden van het geslacht +van Amadis, van wien in meer dan één beteekenis gezegd kan worden, dat +hij onsterfelijk was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos, +een letterkundig centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn +in het Grieksch werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche +romance Dares en Dictys, en dat het in een latere periode vertaald is +in de Romaansche taal door den machtigen en wijzen toovenaar Alquife, +klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst van een schrijver, +die deze romance schreef met buitengewoon veel verbeeldingskracht +en zeer weinig routine. Amadis van Griekenland is nl. een mengsel +van de grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij +belanden in zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen, +dat het geen gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld +relaas van te geven. + +Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den +ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat +Amadis van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte +niet bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria, +Prinses van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge +scheiding van dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd +aan een bron op een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was +om openbaarheid te vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd, +en verkocht aan den Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst +het beeld van een zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen +Vorst den ridderslag te hebben ontvangen, »De Ridder van het Vlammende +Zwaard.« Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan beschuldigd, +een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren, en daar hij +den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en stortte zich in +een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht gebruikelijk was. + +Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus +bij den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der +ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem +verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar als +verdedigers waren neergezet. Toen de groote Esplandian, die nu Keizer +van Constantinopel was, hoorde, dat het werk der Christenen bedreigd +werd, spoedde hij zich naar het tooneel der vijandelijkheden, en daagde +den dapperen jongeling tot een tweegevecht uit; hij werd echter door +hem verslagen, een omstandigheid, die nooit zou zijn opgekomen in het +brein van den enthousiasten schrijver, die de romance van dezen held +dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn geweest over den val +van zijn "ster". Korten tijd na deze gebeurtenis ontmoette Amadis den +Koning van Sicilië; hun kennismaking begon met een gevecht, want dit +was de gebruikelijke manier, waarop dolende ridders zich aan elkander +voorstelden; maar toen zij elkander leerden kennen en hoogachten, +sloten zij een vriendschap, die nog hechter werd door de liefde van +Amadis voor de bekoorlijke dochter van den strijdlustigen Koning. + +Op weg naar Sicilië kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar +hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in +een betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij +ontvoerd door de handlangers der heidenen. + +Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Gallië, die +blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de +Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou +zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken +ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar +naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed, +en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn +naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening +van den Koning, haar echtgenoot. + +Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit hun tooverslaap +gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicilië. Hij had nog niet +lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de buurt van +het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk kwam +zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den +lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking, +zocht hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder +resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in, +hem te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen; +maar ten slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en +dat de zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen +op het hart van het voorwerp zijner liefde. + +Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held, +naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de +hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses +in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te +Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk +bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten +op de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand +vertoornde den Sultan zóó hevig, dat hij tot krachtige maatregelen +overging, en »Trebizonde met de vele Torens« belegerde. Toen het beleg +geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide legers eenige ridders, +om den strijd door tweegevechten te beslechten. Maar de paladijnen van +den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de dochter van den Koning +van het Reuzeneiland, die zich als ridder vermomde, en die met zulk +een woede vocht, dat de ongelukkige Babyloniërs volkomen machteloos +tegenover haar waren. De Sultan echter brak, zooals de overwonnenen +in de romances dat veelvuldig deden, de regelen van het tournooi, +en ontvoerde Onoloria door een krijgslist. + +Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde, +ontmoette hij die van Amadis den Galliër, die op weg was naar deze +stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden +bij de Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal +Recht. Het is natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood +werd. Maar de zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische +ras door den dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn +zuster Abra besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in +de gelukkige dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder +en Lisuarte waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij +onder de bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer +men tenminste de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij +de vrouwen van het Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover +het voorwerp harer genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet +zoo ruw afwees, als de onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed, +toen de schoone Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met +de bekentenis harer liefde: + + + Hij zei: »Waart gij geen afgezant, + Ik doodde u met eigen hand. + Geen voet verzet ik van den grond, + Voor zulk een vuilen heidenhond! + Zij is een hond, en dus onrein: + Mijn kamer uit, gij smerig zwijn!« + + +Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat, waartoe een +versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der schoone +Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten naar +alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap +van ieder koninkrijk haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te +brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een +harer kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een +heiden was, gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat +hij niet zou rusten, voordat hij Lisuarte's hoofd aan Jonkvrouw Abra +zou hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde +er dus een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd +beëindigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar gewoonte +de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge Amadis +ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de liefdesbetuigingen van +heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van een Oostersch Sultan, +was alleen reeds door de verhalen over hem, verliefd op hem geworden, +en zij had hem haar beeltenis gezonden, die door haar dwerg gemaakt +was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame ongetwijfeld bezat, +wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat ieder, die haar +verblindende schoonheid aanschouwde, òf stierf, òf beroofd werd van +zijn verstand. Haar vader, een verstandig man, sloot haar op in een +toren, waarin niemand werd toegelaten behalve de naaste familieleden, +die zooals meestal het geval is, niet zoo gemakkelijk onder den indruk +harer bekoorlijkheden kwamen als vreemden. + +Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van +Sicilië, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd, +of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart +aan de Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het +origineel van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen +te aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten +tot den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander +trouw en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren. Onnoodig te +zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk aanbracht. + +Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die +een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde +optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk +verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest, +het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op +aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische +Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog. + +Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en +zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te +Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon +geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held +is van een andere geschiedenis. + +Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering +van de Grieksche helden en prinsessen in den »Toren van het Heelal«, +door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde, dat dit de +eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen. Maar +in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de +betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen, +niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne +jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met +elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden, +omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest. + +Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap, +behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en +zorgzame toovenaar had in den toren een toestel aangebracht, waardoor +zij alles konden aanschouwen, wat er in de buitenwereld gebeurde, +een bron van ontspanning en vermaak, waarvan mevrouw d'Aulnoy ook +gebruik heeft gemaak in één harer sprookjes. + +De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig +gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke +opvolgers. »Smijt het heele zoodje op het erf«, riep de priester uit; +»want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als ik hem tegenkwam in +de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik Koningin Pintiquinestra +en den herder Darinel met zijn herderszangen en de gruwelijk overdreven +toespraken van den schrijver spaarde.« + + + +FLORISEL VAN NIQUEA. + +De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging heeft opgewekt van +den onromantischen priester en den nog minder dichterlijken barbier +van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat den naam draagt van +Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld, dat het geschreven +is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van Argos, die het dan +zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar gelaten waren +bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit verlaagt zich er +niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium was, dat zij +in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar wanneer wij, +zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een prijs mochten +bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige ontboezeming +dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn geweest met een +stuiver per regel. In één woord, Cirfea, of de tienderangs schrijver, +die zich achter haar vorstelijke persoon verbergt, is betrekkelijk +vervelend, en haar flauwe herdersverhalen kunnen onmogelijk ernstig +genomen worden. Het eenige, wat haar werk nog eenige beteekenis geeft, +is, dat zij waarschijnlijk de eerste was, die het landelijk element +in de romance heeft gebracht, en dat zij dus de schepper is van een +lange rij gekunstelde en sentimenteele herders en herderinnen, wier +tranen en zuchten de bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche +dichtwerken vullen, en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn, +dat men er tegen op ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de +verte herinnert aan l'esprit de bergères. + +De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte +en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan +de ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandrië werd opgevoed +voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien +een zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan +zeker te danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert, +hetgeen blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen +Sylvia grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en +vertrouwende op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar +allerliefsten naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel, +wiens naam evenals de hare in het land der Pharao's uitheemsch was, +aan haar wil. Sylvia was van oordeel, dat een herderin »hardvochtig« +tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor +de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te +beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn +goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te +stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces +zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek +gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot +het inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende +tot de uitvoering van zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de +omgeving van Babylonië, waar hij, zoekende naar bergen in een streek, +waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was vriendschap te +sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er wel eens genoeg +van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de schoone oogen +der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels beschrijvingen +van Sylvia's bekoorlijkheden waren echter zóó geestdriftig, dat +Florisel werd aangestoken door de gevoelens van zijn ongelukkigen +vriend, zoodat hij ten slotte zóó weinig in staat was, de hartstocht, +die hem verteerde te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde, +en den ongelukkigen Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van +Sylvia te brengen. Maar hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen, +den geheelen weg van Babylon te voet af te leggen om beloond te worden +met een blik uit hare oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed +als zij dat tegenover Darinel geweest was. + +Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne klachten +aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde hij haar, +hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd paleis +gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de wispelturige +Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in liefde voor +Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste niet meer +naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken om den +Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen. Maar toen +zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was opgesloten, +hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door Alastraxare, +een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland en de +Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt de lotgevallen +van deze vrouwelijk Hercules te volgen, wier onuitsprekelijke naam een +struikelblok is geweest voor heele geslachten van boekdrukkers. Hare +avonturen vullen vele bladzijden. + +Het kleine gezelschap uit Alexandrië ging op zoek naar deze heldin +en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de belangrijkste +daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda, Prinses van +Thracië, die op hetgeen men haar van hem verteld had, verliefd op +hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt te zijn +geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance. + +Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en verlokte +hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke gelegenheid zij er +in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de vaste verbeelding +was, dat zij de herderin was, die hij zoolang vruchteloos met zijne +liefdesbetuigingen vervolgd had. + +Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm +van hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden +terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis +van Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van +Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van +het grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als +de dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax +vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht +geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk +aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia. + +Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den +meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te +genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar +hij was uitverkoren om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden. Toen +hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg +naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand +van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen +hij te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk +had gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van +Florisel. Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt, +in het huwelijk te treden met den Prins van Gallië, welke verbintenis +om politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou +niet waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit +lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij +had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de +koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van +de geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken. + +Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden natuurlijk +door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het Oosten en het +Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen door de Russen, +die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te hebben gehad voor +het omverwerpen van een bestaande maatschappij, wierpen de landen +van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van Constantinopel, +en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen nederlaag toe. Maar +de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche bondgenooten, +verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en stelden Florisel +ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het Oosten en van +Prinses Helena. + +Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk Finis +hebben kunnen schrijven onder deze verbazingwekkende historie. Maar +in dit stadium van het verhaal schept de schrijfster op nieuw adem, +waarschijnlijk in verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren +in Valladolid hunne klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden +worden op zooveel duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde +teleurstellen om redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had +behooren te zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm +land, waarvan de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting +betalen. Hoe het zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd +van den Balkan, dat door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest +komen; zij voorzag zich dus van een nieuwen riem perkament van het +Departement van Argos (want het is bekend, dat Gouvernements-papier +vanaf de tijden van Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer +nieuwe verwikkelingen, en maakte zich gereed om die uit te werken. + +Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche +legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe +plannen uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde +Europa. Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat +zooveel te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet +te spreken van zijn financiëele verplichtingen) gevoelig moest worden +gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij +vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam +terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen +ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn +ontrouw tegenover de Prinses van Sicilië. Natuurlijk belandde deze +dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had +gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde +echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde. + +Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel +terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en +Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het +eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd +werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag +zich echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te +toonen. Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een +allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin +te fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze +geschiedenis. + + + +AGESILAN VAN COLCHOS. + +Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne studieën te Athene +vertoefde, zag hij toevallig het portret van de schoone Diana. Hij +gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, en besloot +het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te aanschouwen; dus +vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde naar het Hof +van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem in dienst +nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er achtereenvolgens +verscheiden ondernemende ridders naar het eiland kwamen, kon hij niet +nalaten in de vermomming van een Amazone met hen te strijden, en bij +deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn kant. Toen Agesilan +van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel verwaarloosd werd, stelde +hij zich zeer gedienstig tot haar beschikking, om haar het hoofd van +den dolenden ridder te brengen, en tegelijkertijd deelde hij haar mede, +wie hij was. Sidonia koesterde een diepen wrok tegen haar echtgenoot, +die haar zoo trouweloos verlaten had, en dus nam zij het aanbod van +den jongen ridder gretig aan. Agesilan vertrok dus naar Constantinopel +en daagde den trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald, +dat het samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden, +maar toen de a. s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het +koninkrijk belegerd werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet +tevreden met hunne eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar +een zonniger plaats met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet +edelmoedig, twee zulke beroemde kampvechters tegelijk op de woeste +Russen af te sturen, en na korten tijd was de overwinning dan ook +aan de zijde der ridders. Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover +Florisel en Sidonia weer tot elkaar, en alles verliep volkomen naar +wensch, want Agelisan en Diane verloofden zich met elkander. + +Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een +waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus +scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer +had genoten van een bezoek van Amadis van Gallië in eigen persoon, die +ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond +in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis +van Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader, +en nog gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder. + +Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen +werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het +overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten +rots geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een +hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig +boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn +woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van +hun redder verdween, toen hij de schoonheid van Diana aanschouwde, +en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij haar naar +een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn domein +heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want juist +op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een +kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld +ontvoerden. + +Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad, +en in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te +zoeken. Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos +het geheele eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een +»motordefect« of een nog onverklaarbaarder reden, was hij genoodzaakt +te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met blindheid was +geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. Daarenboven +werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid werd, +dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste +hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde +imitatie van een gedeelte van Orlando Furioso, waarin Senapus, Koning +van Ethiopië, bezocht wordt door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel +dagelijks verslonden wordt door harpijen, totdat hij verlost wordt door +Astolpho, die in het koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar +de schrijver van Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want +beiden hebben hunne gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus +en de Harpijen in de Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij +zijn zoeken naar Diana kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God +Tervagant (Termagaunt, Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd +geworden op de Koningin van dit land, maar toen zij hem had afgewezen, +had hij een heel leger van duivels op haar bezittingen losgelaten, +die alles wijd en zijd verwoestten. Het orakel van den god had +verkondigd, dat hij zijn wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners +moesten dagelijks een jong meisje op het strand tentoonstellen, +totdat hij er een had gevonden, dat evenzeer in zijn smaak viel als +de Koningin. Elken dag werd er dus een ongelukkige jonkvrouw aan +de rots van het Verlaten Eiland geketend, en oogenblikkelijk werd +zij verslonden door een monster, dat uit de zee verrees. Hierdoor +werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk schaarsch, en om nu één +der jonkvrouwen uit het land voor een volgende gelegenheid te sparen, +werd Diana, die naar het eiland gebracht was, op een morgen aan de rots +gebonden, en als een tweede Andromeda aan de genade van het monster +prijs gegeven. Maar toen Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht +vloog, zag hij, welk een vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde +haar te hulp en versloeg na een hevig gevecht het monster, dat haar +juist verslinden zou. Nadat hij met den Satelliet van Tervagant had +afgerekend, nam hij de half bezwijmde Diana op zijn vliegend paard, +dat hij in de richting van Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg +daarheen ontdekte de nu geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat +hij en zijn geliefde bij den storm uit het oog hadden verloren. Hij +vloog recht op het vaartuig af, zooals de loods van een reddingsboot +op het »moederschip«, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en +eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk +der hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd. + + + +SILVIO DE LA SELVA. + +Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van Griekenland en een +zekere Finistea, is de held van het twaalfde en laatste boek +der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst kennis met hem bij +het beleg van Constantinopel, waar hij zich onderscheidde door +groote dapperheid. Toen de Czar van dit krijgszuchtige volk +voor de afwisseling weer eens een oorlog wenschte te ondernemen, +behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard trok, en die de twaalf +dwergachtige afgezanten van de moskovieten de verzekering gaf, dat de +honderdzestig vorsten, die zich tegen Griekenland hadden verbonden, +weinig kans hadden naar hunne respectieve landen terug te keeren. Wij +zullen geen beschrijving geven van het beleg, dat op dit antwoord +volgde, noch van alle slagen en uitvallen, maar slechts terloops +opmerken, dat het een strijd was met veel afwisseling. Maar wanneer +de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat zij door deze overwinning +op het slagveld waren ontsnapt aan de gevolgen van hun tarten van +de strijdlustige Russen, dan hadden zij buiten den waard gerekend; +want door één enkele aanraking met den tooverstaf, was het geheele +schitterende leger van ridders van de aarde gevaagd. De bewoners +van de romantische stad aan de Bosporus verkeerden ten tweeden male +in grooten angst; maar de ridders en paladijnen in de familie--op +zichzelf reeds een niet onbelangrijk leger--lieten zich niet uit +het veld slaan, en trokken uit om hunne geliefde bloedverwanten te +zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost uit het net van intriges, +dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen was, en de uitgaande +kaars van de groote romance van Amadis dooft niet na een laatste +opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en heldinnen, +die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een eindelooze +opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen veilig +waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende +hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons +de lotgevallen ook weer verteld werden; zoodat ten slotte de lezer, +geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons +Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende: + + + »Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik vluchten?« + + +Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot het einde volharden, +en zich heenworstelen door de avonturen van Spheramond, den zoon +van Rogel van Griekenland, en van Amadis van Astre, den zoon van +Agelisan--of, wanneer hij dit niet wil, moet hij doen zooals wij deden, +en eerbiedig het wormstekige boek terugbrengen naar de bibliotheek, +waar de kunstig versierde band waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt +dan de overdreven inhoud. + +Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd +door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer; +en misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie +wel in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur +omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk +paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een +soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van +wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige +beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk +bewind. + +Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van Amadis de Galliër +als een stralende zon over Spanje opging, en hoe het door het geknoei +van prulschrijvers onderging in onbeduidendheid, tot ergernis van +de meer ontwikkelden en tot spot van de groote menigte. Het is alsof +het onvergelijkelijke Engelsche epos van Koning Arthur, het verheven +heldendicht over de daden van hen, die + + + »Streden in Aspremont of Montalban, + Damascus, of Marocco, of Trebizonde,« + + +verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er den +God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze heerlijke +Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij erkennen +moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van Amadis +worden steeds minder in kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn +dan flauw gewauwel. Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans, +die van het oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de +herinnering aan den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de +hoffelijke welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke +werk in geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in +onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere +schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot +een grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden +naar zijne imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de +Amadis-romances als oleographieën naast een heerlijk schilderij. Grof +van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel +onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor +een museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer +wij de Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets, +waarmede wij ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen: +Wanneer een volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van +waardeloozen en onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste +plaats te bekleeden in de rij der volkeren. De literatuur is een +uiting der volksziel, en wat moeten wij zeggen van een benepen ziel, +die zich uit in kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van +een bekrompen en ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit +onwaardige product te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten +ook de andere volken niet hun voordeel doen met de les, die Amadis ons +leert? Nooit was Spanje zoo groot als in den tijd, toen zijn eerste +boeken de ridderlijkheid van het volk verhieven tot een nationale +deugd; en nooit was het zoo klein als in het tijdperk, waarin de +drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa die steden bedolven +onder de voortbrengselen van een groven geest, handelsartikelen, +die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, en die met +geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust publiek. + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK: DE PALMERIN-ROMANCES. + + + Moge Palmerin van Engeland bewaard blijven als + een merkwaardige relikwie uit de oudheid. + + Cervantes. + + +De eerste critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te +zijn geweest in elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong +op te sporen. Zij schijnen uit de geschiedenis van de Amadis-serie +te hebben opgemaakt, dat elke romantische uiting stamde uit het +Lusitanische koninkrijk, terwijl zij toch voortdurend wezen op den +grooten invloed, dien de Provençaalsche en Moorsche letterkunde op +de Spaansche romance had. Het is precies, alsof men zeggen zou: »Ja, +het heldengedicht van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen +van een Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales +voor het eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland +aanvaardde het kunstwerk slechts, dat is alles!« + +De Palmerin-serie liep in chronologisch opzicht bijna parallel met +de Amadis, en volgens de overlevering werd het eerste boek geschreven +door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar wij hebben alle reden, +om, op grond van een gedeelte uit Primaleón--een onderdeel van het +werk--aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez de +Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de +Spaansche editie van de eerste romance dezer serie Palmerin de Oliva, +die in 1525 te Sevilla gedrukt werd, was stellig niet de eerste vorm, +waarin het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony +Munday werd in 1588 in een gotisch lettertype gedrukt. + + + +PALMERIN DE OLIVA. + +Bij zijn verschijning werd Palmerin de Oliva ontvangen met een bijna +even groot enthousiasme als Amadis, waarmede het, waarschijnlijk niet +geheel toevallig, veel overeenkomst vertoonde; en ook verschenen +er, evenals van deze romance, verrassend snel nieuwe uitgaven en +vertalingen van. + +Het begin van Palmerin de Oliva brengt ons opnieuw naar het +tooverachtige strand van den Gouden Hoorn. Reymicio, de Keizer van +Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had +voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef +van de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos +van Macedonië, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van +haar vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een +eenzame plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het +meenam naar zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den +naam van Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel, +die weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen. + +De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen +hij vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het +krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een +donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman, +die door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier +en hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was +naar zijn eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en +vergezelde hem naar de stad Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem +van wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor +het leven van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedonië, +waar hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den +Koning van dit rijk, en dus zijn eigen vader. + +Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te +onderscheiden. Primaleón, de Koning van Macedonië, was reeds geruimen +tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne geneesheeren hadden +hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er in slaagde water +uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd bewaakt door +een reusachtige slang, die zóó kwaadaardig was, dat het reeds +levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen. Vele ridders +hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het venijnige +dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den zieken Koning +het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen Palmerin een +welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder zich goed +rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer onderneming, +wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting van de bron. + + + +DE FEEËN. + +Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den juist ontvangen +ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de gouden sporen +die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin niet weinig +gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt had bij +een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang van +het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen +opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn +paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet huppelen en springen, +zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor wie hij zulk een +schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren voor aardsche +wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar genoegen bekeken, +waren prinsessen uit het geslacht der Feeën, en zij hadden zich op +den weg van den jongen ridder geplaatst met het doel, hem met haar +toovermacht te helpen. + +Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in +staat was. + +»God behoede u, schoone jonkvrouwen«, zeide hij, terwijl hij zóó +diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard raakte, »kunt gij +mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de bron, die door de +booze slang bewaakt wordt?« + +»Edele ridder«, antwoordde één der nymphen, »gij zijt slechts een mijl +ervan verwijderd. Maar wij smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele +ridders, met roem beladen, hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te +strijden met het monster, dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde +één hunner terug«. + +»Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven,« zeide Palmerin +uit de hoogte. »Heb ik u goed begrepen, dat de bron nog geen mijl +van deze plaats verwijderd is?« + +»Een kleine mijl, Heer Ridder,« antwoordde de fee. En zich tot hare +gezellinnen wendende, zeide zij: »Zusters, dit schijnt de jongeling +te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben; hij is moedig en +standvastig; zullen wij hem de wondergave schenken?« + +Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven, +openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij +verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen, +geen monster of toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen wezen +zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en zij +verdwenen in het donkere woud. + +Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar +nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit +een groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde +hem, dat de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige +vrees reed hij echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den +muil van het monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over +het zadel, en ontkwam zóó aan den vuurgloed. En terwijl hij op den +venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil, +en die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn +zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen, +maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te +krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen. + +Bij zijn terugkomst in Macedonië werd de jonge held overladen met +verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of +andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met +zulk een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid +was over geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in België, +waar hij den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige +verraderlijke ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was +bij deze gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone +Polinarda, die hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen +en haar lief kreeg. Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij +zulk een verheven jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij +vele ridders ter wille van haar had overwonnen, en hij besloot dus, +zich in avonturen te begeven, die nog veel moeilijker waren dan die, +waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem had verworven. Toen +hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in Frankrijk zou worden +gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als overwinnaar uit den strijd +te voorschijn. + +Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog +gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met +den Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was +echter niet naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer, +die de Engelsche koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok +dus in alle stilte met Palmerin, om den vader zijner geliefde te +helpen. Na vele wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin, +de Engelsche prinses te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden, +werden zij door een hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea +gedreven. Toen de storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige +eiland Calpa, om zich daar bezig te houden met de valkenjacht, +en gedurende zijn afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne +vrienden had achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers, +die Agriola medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus +was er nog ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een +woest eiland, waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar +hij oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand +nog vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van één der +edelste soorten van het hondenras, maar van een kleinen schoothond, +zooals men ze in damesboudoirs vindt. + +Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner +vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter +van den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam, +en weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten +aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen jongen ridder, +en de moeilijkheid werd voor hem nog grooter door de wetenschap, dat +ook haar nicht Ardemira verliefd op hem was geworden. De ridder wees +echter zeer beslist hare vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit +zóó hevig aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig +nadat het gezelschap aan het Hof van Babylonië was aangekomen. Toen +Amaran, de zoon van den Koning van Phrygië, die met haar verloofd +was, dit treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en +beschuldigde Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn +van haar dood, terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een +tweegevecht. Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging +aan de prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen, +en verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in +den oorlog met Phrygië, die het gevolg was van dit tweegevecht. + +De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de grenzen +van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een veldtocht +tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij te +vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door +storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust +te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich +in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef. + +Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn +vriend Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan +zoeken. Bij zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar +hij hoorde, dat Florendos, Prins van Macedonië, kort geleden Tarisius +had verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger +was geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd +door haar vader, den heerschzuchtigen keizer van Constantinopel, +gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen +door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd, +waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana, +die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam, +dat het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist, +zijne ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel, +waar hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood +de neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te +bewaren voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij +te bed lag om te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de +dankbare Griana, die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door +de mededeeling, dat hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen +de Keizer haar verhaal hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich, +en hij erkende hem als zijn opvolger. + + + +OP ZOEK NAAR TRINEUS. + +Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat Palmerin niet, +dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend Trineus +te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee voer, +werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen +genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde +er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna +ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus, +in zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen +van de menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige +verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en +verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch +toovenaar, die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen bevrijden +van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede, dat zij +slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in de +nabijheid van »Het Kasteel met de tien Trappen« groeide. + +Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar +Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der +feeën, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel, plukte +de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een betooverden +vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te kondigen door +een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de betoovering weg van +het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem in de gedaante +van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte weer aan. + +De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige, +dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof +van den éénen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het ééne +wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de tweegevechten +volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen Palmerin en +Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns harten. + +De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over +Palmerin de Oliva. Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat +het Palmerin de Oliva was. »Ha, heb ik je daar te pakken?« riep de +priester, »neem deze Oliva mee, scheur hem in stukken, verbrand hem, +en strooi de asch in den wind!« Toch zijn er schitterende bladzijden +in de romance, die wij zooeven in groote trekken hebben beschreven, +korrels stofgoud in een woestijn van verwarde en oppervlakkige +vertelsels, vonken van het genie, zooals wij die hier en daar in +Shelley' Zastrozzi, St. Irvyne en andere hysterische uitingen uit +zijn studententijd aantreffen. + + + +PRIMALEÓN. + +Men is het er algemeen over eens, dat de aard en oorsprong van +Primaleón, den zoon en opvolger van Palmerin de Oliva echt Spaansch +zijn; toch vond de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens +de voorliefde van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig +en Oostersch was, het aan te kondigen als een vertaling uit het +Grieksch. De eerste uitgave verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd +door tal van vertalingen, o.a. een Engelsche van de hand van Anthony +Munday, uitgegeven in 1589 en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze +vertaling bevatte echter slechts dat gedeelte der romance, waarin de +heldendaden van Polendos beschreven waren, maar Munday vulde het werk +aan in uitgaven, die in 1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen +van Polendos zijn echter verreweg het beste uit het boek. + +Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op zekeren +dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op de +treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid +wegschopte. »Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een andere +manier!« riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze wijze +vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was inderdaad de +zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was verrukt door +deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te onderscheiden +door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden zijn. Hij +begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn vader +bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij bleef +niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om Prinses +Francelina te verlossen uit de macht van een reus en een dwerg, die +haar in een betooverd paleis gevangen hielden. Bij zijn terugkomst +in Constantinopel onderscheidde hij zich zeer in een tournooi, dat +gehouden werd bij gelegenheid van het huwelijk van een der dochters +van den Keizer, en Primaleón, de eigenlijke held dezer geschiedenis, +de zoon van Palmerin en Polinarda, wenschte zich met zijn halfbroeder +te meten; daartoe werd hij tot ridder geslagen en hij kon toen aan den +strijd deelnemen. De rest van de romance handelt over de lotgevallen +van dezen jongen held en van Duardos (Eduard) van Engeland. + +Bij één zijner avonturen had Primaleón den zoon der Hertogin van +Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de gelofte af, dat zij +haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den man, die haar +het hoofd van Primaleón zou brengen. Primaleón versloeg één voor één +de minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het +laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen +Primaleón aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, vatte +zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner liefde +was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald en in +1533 te Valladolid werden uitgegeven. Wij zullen ons niet bezighouden +met deze onbeteekenende romance, maar liever onze aandacht wijden +aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling waard is. + + + +PALMERIN VAN ENGELAND. + +Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de geheele serie. Men +zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is gegaan, maar +een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en een +Italiaansche in 1555 te Venetië. Southey houdt echter vol, dat het +Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit bestaan heeft, en dat zij +oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven werd. Deze bewering werd +echter te niet gedaan, doordat Salva een afschrift van het verdwenen +Spaansche werk ontdekte, dat door Luis Kuxtado geschreven was en in +twee gedeelten te Toledo verscheen, in 1547 en 1548. Southey trachtte +in de Europeesche vertaling van Palmerin van Engeland aan te toonen, +dat een nadere beschouwing van de mise en scène het onweerlegbaar +bewijs zou leveren, dat deze romance van zuiver Lusitanischen oorsprong +was,--uit welke redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er +schuilt in dergelijke spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond +zou men kunnen beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat +het voornamelijk speelt binnen de grenzen van het »gevaarlijke eiland« +Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont met Amadis. + +In Palmerin van Engeland vinden wij de levensgeschiedenis van de +ouders van den held geschetst. Don Duardos, of Eduard, de zoon van den +Koning van Engeland, was gehuwd met Flerida, de dochter van Palmerin +de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op de jacht was, verdwaalde hij +in een Engelsch woud, en kwam terecht in een geheimzinnig kasteel, +waar hij gevangen gehouden werd door een reuzin, Eutropa genaamd, +wier broeder hij in den strijd gedood had. Maar Dramuziando haar neef, +en de zoon van den reus, die door Duardos naar de andere wereld was +geholpen, was zachter van gemoed dan zijn geweldige tante, en hij +vatte een eigenaardige vriendschap op voor den gevangen Duardos. + +Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het uitblijven +van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal ridders, op +weg om hem te zoeken. Terwijl zij het bosch door trok in de hoop hem te +vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die door haar kapelaan onder +het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks was deze plechtigheid +afgeloopen, toen een woeste man, die in een verborgen schuilplaats +van het woud woonde, uit het dichte gebladerte te voorschijn sprong, +de kinderen greep en zich haastig met hen verwijderde. Niemand kon +hem tegenhouden, want hij was vergezeld van twee leeuwen, die zóó +reusachtig groot waren en verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs +de dappersten uit het gevolg van Flerida met angst geslagen waren. + +De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian +gedoopt waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te +werpen. Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond +een boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat +haar overkomen was. Toen Primaleón de treurige tijding ontvangen had, +scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij +hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden +werd. Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende +ridders gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten +strijde te trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door +Dramuziando, die elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem +te vechten. + +De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen +als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn +vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden +dood der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde +hen op met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij +zeer bedreven in de jacht en den boschbouw, en op één zijner tochten +door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde, ontmoette +Florian den zoon van den hertog van Wales, Pridos, die hem medenam +naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn moeder Flerida gebracht +werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot den schuwen knaap, nam +hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van »Het Kind van het Woud,« +en voedde hem op in beschaafde manieren. + +Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden was, +liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een galei, +die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens vroegere +lotgevallen in de romance Primaleón beschreven zijn) stapte aan wal +in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die met hem naar +Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en Selvianus +vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer zee koos, +en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar zij bij +den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de afkomst +van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen had +van een zekere »Jonkvrouw van het Bad«, die als beschermengel van +den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend, dat de knaap +van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling dezer +edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg +hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primaleón, gordde hem +het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te Constantinopel +werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde ridder, die +als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee leeuwen, +zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling vertrok +nog incognito, maar later ontdekte men, dat het Florian was, die van +dit oogenblik bekend bleef als »De Ridder met den Boschbewoner.« + +Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda, +maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het +natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele +jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid, +verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van +den »Gelukzoeker« naar Engeland, waarheen hij Selvianus als zijn +schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen, +waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij +in het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch +trok, waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem +te staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij +zich verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar +de slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den »Ridder met den +Boschbewoner«, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar Londen +en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide en +verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had eindelijk +Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de geboorte +der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en door +hun pleegvader bevestigd. + + + +HET KASTEEL ALMAUROL. + +Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden Florian en Palmerin +het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken weer verder. Wij +kunnen hen niet volgen door den doolhof van verwikkelingen, waarin +zij belandden, maar verscheidene hunner beproevingen, vooral die, +welke Palmerin op het »Gevaarlijke Eiland« moest doorstaan, behooren +tot het belangrijkste en bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat +naar hem genoemd is. + +In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus +Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa +blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins, +en zij smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht +van den toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te +vernietigen. Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol, +waar, onder de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige +Miraguarda woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat +boven de poort van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door +een stoet van ridders, die verliefd waren geworden op het origineel, +en wanneer er andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner +aangebedenen prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot +de slachtoffers der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando; +maar terwijl hij de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd +door Alhayzar, den Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana, +de dochter van den Sultan van Turkije, hem had bevolen, het haar te +brengen als bewijs van zijn trouw. + +De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden, +zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het +huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin +werd in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian +met Leonarda, de Koningin van Thracië, zoodat de gelieven allen +gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet +met deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan, +door de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije +opvat voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had, +terwijl hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid +gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, en ofschoon zij nu goed en +wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en schilderijendief, +had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude gevoelens bewaard, +die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare bekoorlijkheden +vergeten had om de schoonheid der Koningin van Thracië. + +Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een toovenaar +om de Koningin van Thracië in het verderf te storten. Terwijl de jonge +vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij overvallen +door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een betooverd +kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote slang. Haar +ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een avontuur naar +zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had geraadpleegd, gelukte +het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw gevangen gehouden werd, +en hij slaagde erin, de betoovering van haar weg te nemen. + +Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate; +deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken, +en hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te +leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het +Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man, +die uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van +het Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen +geleverd, en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der +heidenen volkomen vernietigd. + + + +EEN LOFREDE VAN CERVANTES. + +Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze romance »Deze +Palmerin van Engeland«, zegt hij, »moet bewaard blijven als een unicum, +en er zou een kistje voor gemaakt moeten worden, zooals Alexander er +een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, mijn waarde vriend, +is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten eerste is het op +zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, dat een wijs +Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen in het kasteel +van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid beschreven; +de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in overeenstemming +met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou dus, meester +Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, en Amadis +de Galliër uit de vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder +verder onderzoek moet worden vernietigd.« + +Met Uw verlof, meester Cervantes, zou ik hierover gaarne nog eens +met U van gedachten wisselen; want ofschoon Palmerin van Engeland +de beste van deze soort romances is, steekt hij toch niet zóó ver +uit boven de andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook +mogelijk kunnen zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze +romance zoo bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het +werk is van een Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een +dagblad-criticus, wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances, +die gij niet gelezen hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan +vereenigen met de minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont +voor het schoone geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven +zijn? Geen goed ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben +kunnen neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid +en gebrek aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er +marionnetten van gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor één +ding blijf ik hem echter dankbaar--voor de persoonsbeschrijving van +den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in het »Dal der Verdoemden« +woont, verdiept in het aanschouwen van geheimzinnige zaken. Maar nog +meer ben ik hem dankbaar voor de atmosfeer van wonderbaarlijke en +bedwelmende betoovering, waarin hij deze geschiedenis heeft gehuld; +en wanneer de schrijver U heeft meegesleept in zijn vervoering, en +Uwe oogen heeft gesloten voor de gebreken dezer romance, dan moeten +wij tot Uw verontschuldiging aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet +in staat waren die fouten te zien, en dat zij slecht den uiterlijken +glans konden aanschouwen van deze tooverwereld. + + + + + + + +HOOFDSTUK VI: CATALONISCHE ROMANCES. + + + »Romances van een kust van liefde en wijn, + Waarin nog klinkt de galm van 't edel staal, + Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn, + En woorden ruischen van een langvergeten taal.« + + +De letterkundige geest van Catalonië was van zuiver lyrischen aard, +zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo +heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat +omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische +poezië heeft haar vaderland in woeste en door stormen geteisterde +landen, waar de windvlagen in wilde zangen de ziel van den mensch +wekken tot vurige liederen, en zijn geest ontvankelijk maken voor het +rumoer van den krijg. Maar op beschutte kusten, doortrokken met zon, +en gekleurd met de warme tinten van den overvloed, worden de aeolische +geluiden der zefirs, die zich als zachtklinkende geesten door tuinen en +wijngaarden spoeden, omgetooverd in teederder en waziger muziek. Toch +ontbraken in deze provincie van minnezangers de ridderlegenden niet; +en zelfs ontstonden er twee romances van zulk een groote schoonheid, +dat deze in de letterkunde van het Schiereiland zich voor goed een +belangrijke plaats veroverd hebben. + + + +PARTENOPEX DE BLOIS. + +De schoone en uitstekend bewerkte romance van Partenopex de Blois +was in de dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488 +gedrukt te Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een +Fransche romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den loop +der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even +echt Catalonisch werd als de Cid Castiliaansch geworden is. Hier +volgt dan de geschiedenis van Ridder Partenopex. + +Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn +dochter Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele +buitengewone gaven, die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de +tooverkunst. Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare +raadslieden het niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus +drongen zij er op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden +haar een tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel +te vinden; en om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die +volkomen haar gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar +de verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen +te krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden +kunnen komen. + +In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote schoonheid +en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, Partenopex de +Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van zijn +koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het +overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt +den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen +morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij +het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig +voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar +huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar +vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan, +toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over +de baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat +Partenopex het schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even korte +als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend schoone +landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich van de +kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en zag +tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig, +dat hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht +door den glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die +langzamerhand uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een +uitgezochte maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle +voorwerpen in het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden, +die in zulk een overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn +mond, en toen hij verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in +de lucht bewegende, een brandende toorts, die hem den weg wees naar +een slaapkamer, waar onzichtbare handen hem ontkleedden. + +Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was +overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde, +dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde +den jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten, +liefde voor hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem +door toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in +het kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou +trachten haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren, +hij haar liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek; +maar den volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de +schitterendste kleederen bracht. + + + +HET GEHEIMZINNIGE KASTEEL. + +Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel van Melior +niet aan verstrooiingen van allerlei aard; want de uitgestrekte +landerijen en bosschen waardoor het omgeven was, verschaften hem een +prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij vergast op de heerlijke +liederen van onzichtbare zangers. Al het mogelijke en onmogelijke werd +gedaan, om zijn verblijf in het slot te veraangenamen, en om hem te +boeien. Maar te midden van alle heerlijkheden waardoor hij omringd +was, hoorde hij, dat zijn land was aangevallen door vijandelijke +troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare gebiedster, voor zijn vaderland +te mogen strijden, en toen zij van hem de verzekering had gekregen, +dat hij zou terugkeeren, stelde zij het tooverschip, waarmede hij in +haar rijk geland was, tot zijn beschikking, en kort daarna kwam hij +daarmede in Frankrijk aan. + +Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf, +om zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette +hij een ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot +een tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte +Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de +minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden +werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het +Hof van Parijs reden. + +Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis +met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten +aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat +»alles in de liefde geoorloofd is«, onderschepte zij zijne brieven aan +Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn hartstocht voor +de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen kluizenaar er toe, +zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn geliefde af te schilderen +als een geest der duisternis, die zóó verdorven was, dat zij zelfs +de gedaante had aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een +zwarte huid, witte oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist +dit alles te gelooven, maar toen de vijandelijkheden geëindigd waren, +en hij weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het +verhaal van den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot +zich zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker +bezocht en hij wist niet, hoe zij er uit zag. + +Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam +de jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij +wist dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp +boven zijn slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke +schoonheid aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar +verteld had, laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den +aanblik van haar bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit +zijn lamp op haar boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn +ongehoorzaamheid aan hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar +stellig op de plaats gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die +op den toornigen uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had; +en de vertoornde Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken. + +De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na +eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot +te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere +schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard +verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het +gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om +hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel +in Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer zuster bedaard +zou zijn. Daarna keerde zij naar de vertoornde Keizerin terug, en +haalde haar over, af te kondigen, dat zij haar hand zou schenken aan +den overwinnaar in een tournooi, dat zij van plan was uit te schrijven. + +In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen, +en Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van +Uracla in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te +verblijven, want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een +hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij +een kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex, +ten zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig +door een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syrië +geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen +door de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon +gebracht, en in den kerker geworpen. + +Partenopex was diep bedroefd toen hij vernam, dat Hermon en +verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren getrokken, om +deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in gevangenschap +zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner aangebedene +door groote dapperheid te herwinnen. + +Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te +stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en +bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te +nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van +Perzië de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen, +en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door +Melior weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen. + + + +HET TYPE VAN »PARTENOPEX.« + +De romance van Partenopex behoort tot de groep waartoe Amor en +Psyche en Melusine behooren, en waarin de ééne geliefde de andere +niet mag aanschouwen, op straffe van verlies van het voorwerp zijner +liefde. Onveranderlijk verliezen zij elkander dan ook inderdaad; +maar de dichterlijke rechtvaardigheid eischt, dat na vele beproevingen +alles weder in orde komt. Dikwijls neemt de man of de vrouw de gedaante +van een verscheurend dier of van een slang aan, zooals in de beroemde +romance van Melusine, waarmede Partenopex groote overeenkomst heeft, +zoodat ik de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit +heeft overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld +hebben, was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk +bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben +hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken +vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de +meer moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De +geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling +van den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe +geschonken werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische +zoowel als de Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren, +opdat zij deze belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen. + + + +TIRANTE DE WITTE. + +Het merkwaardige oude verhaal van Tirante de Witte was het werk van +twee Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie +de laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart, +dat hij de romance uit het Engelsch vertaalde, en het heeft er +inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van het gedicht +sterk beïnvloed zijn door de oude romance Sir Guy of Warwick. Ik +kan echter niets in deze romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij +bepaald vertaald is, en het lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de +verklaring van den schrijver moet worden opgevat als een truc, die +door de dichters van het oude Spanje veel werd toegepast om hunne +geschriften te omgeven met een waas van geheimzinnigheid, of om zich +te beschermen tegen de meedoogenlooze kritiek, die in dien tijd, +toen ongeveer alle bewoners van het Schiereiland behept schijnen te +zijn geweest met een manie voor belletrie, daar gebruikelijk was. De +romance werd in 1490 gedrukt. Er wordt in gesproken over de Canarische +Eilanden, die in 1326 ontdekt zijn en die zelfs in Spanje vóór het +begin der vijftiende eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij +wel met zekerheid mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien +tijd geschreven is, vooral ook, omdat er een ridderverhaal, l'Arbre des +Batailles in vermeld wordt, dat eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek +werd in het Castiliaansch vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511; +kort daarna zag een Italiaansche vertaling van Manfredi het licht, +en een Fransche van de hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste +heeft het oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij +de voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd +en er iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten +éénenmale mist. + +Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland +met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden +de meest grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis +waardig te vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een +jonge ridder uit Bretagne, van deze preparatieven hoorde, besloot +hij aan de ridderspelen deel te nemen, en hij scheepte zich in met +een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde plan hadden opgevat, +en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, en de reis naar +Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de vermoeienissen +van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het sukkeldrafje +van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te verwonderen, dat hij +op deze wijze gescheiden werd van zijn veerkrachtiger metgezellen, +en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat hij geheel alleen op +den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en sukkelde eenige +mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend behoefte aan +rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; hij was +zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die hij +aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op +eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door +het dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond +zich plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag +in zijn armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder +spoedig een hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder +verbaasd, toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing +van l'Arbre des Batailles, een boek vol lessen en wetenswaardigheden +op het gebied der ridderlijkheid. + + + +DE GRAFELIJKE KLUIZENAAR. + +Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan William, Graaf van +Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de ijdelheden van +het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar Jeruzalem. Toen hij +bij het Heilige Graf was aangekomen, liet hij het bericht van zijn +dood verspreiden; daarna was hij naar Engeland teruggekeerd in de +vermomming van een pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut, +waar Tirante hem ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het +kasteel, waar zijn echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet +van langen duur zijn, want toen de machtige Koning der Canarische +Eilanden met een reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf +naar de wapenen om het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers +rukten echter zoo snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig +uit Canterbury en Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een +schuilplaats te zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd +door het Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf +hem te hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een +tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna +maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de +eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen +beschreven is in de oude Engelsche romance Sir Guy of Warwick. + +Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde +hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat +zijn vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van +Frankrijk, dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn +moeder een dochter was van den Hertog van Bretagne. Ook vertelde hij +zijn gastheer, dat hij van plan was deel te nemen aan het tournooi, +dat gehouden zou worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk, +waarop de Graaf hem uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante +verdiept was, een hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten +in het algemeen van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling +voor over den wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen +hij geëindigd had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat Tirante, +daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, verstandig zou +doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, waaruit hij +hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem. + +Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was +getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had +aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en +hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze +vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij +de ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had +verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen +verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van +den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht +op leven en dood, en geëischt, dat zij zich zouden uitrusten met +papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd +gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in +het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders, +die bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van +Bourgondië en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van +Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of »God +ontferm U onzer«, en die een afstammeling was van de oude reuzen, +kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. Toen hij +echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van Tirante, +die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij zóó overweldigd door +smart, dat hij den geest gaf. Zijn plaats werd ingenomen door zijn +broeder, Thomas van Montauban, die een nog reusachtiger gestalte +had, maar toch door den jongen Bretonschen ridder overwonnen werd, +en genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen. + +Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar zijn +vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in +zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht +bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en +den Sultan van Caïro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon van +den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland te +bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen hield +hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij eindelijk +te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, en +nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf +hij zich met zijne manschappen naar Sicilië, waar Prins Philips in +het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren +de huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer +van Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende +mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een +inval hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als +ridder gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den +heidenschen aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel, +waar hem bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen +werd opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de +bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf +spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om +een wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende +dien rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden. + +Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in +Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden Arthur, Koning +van Brittanje, kwam zoeken. De Keizer daalde af in zijn duisterste +kerkers, en vond daar den grootste onder de helden opgesloten in +een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste levensdagen in de diepste +ellende en volkomen verzwakt van geest doorbracht. Nadat men hem zijn +oude wapen, het beroemde zwaard Excalibur, in de hand had gegeven, +was de ongelukkige Koning in staat, alle vragen, die hem met eenig +beleid gesteld werden, te beantwoorden; maar toen men hem het zwaard +weer uit de hand nam, verviel hij nog dieper in den toestand van +kindschheid. Nadat Urganda een schitterend feestmaal gegeven had, +verdween zij met haar bejaarden broeder, en niemand wist, waarheen +zij gegaan waren. + +Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van +vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig +slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses +Carmesina. Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der +hofdames van de Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde +voor den jongen ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche +list zijn jalousie op te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner +ziel gekwetst door de vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder +afscheid van haar te nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het +schip, waarmede hij wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen, +en naar de kust van Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het +strand wandelde, ontmoette Tirante een gezant van den Koning van +Tormeceno, die hem naar het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder +voorstelde, waarna Tirante hem bijstond in de oorlogen, waarin deze +vorst natuurlijk gewikkeld was. Toen hij bij zulk een gelegenheid de +stad Montagata bestookte, trad een jonkvrouw buiten de poorten, om +voor de inwoners om vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij +in haar één der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de waarheid +vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij hief +oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een machtig +leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij te +staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een terugtocht +van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij in staat +een zeer voordeeligen vrede te sluiten. + +Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk +van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag +op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van +zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten +totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus +een wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen +van Ethiopië, Fez en Sicilië, kreeg hij een hevige pleuritis, en +ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort +daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren +zij niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag, +waarop zij het doodsbericht hadden gekregen. + +Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet +gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping +door het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders, +of de lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid +van het slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van +Cervantes, dat Tirante de Witte een lievelingsromance van het Spaansche +volk was. »Toen zij een heele verzameling romances tegelijk opnam«, +zegt hij, »viel er een op den grond voor de voeten van den barbier, +die den inval had den titel te lezen, en zag, dat het Tirante de +Witte was. God beware mij, riep de priester luidkeels, is Tirante de +Witte er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een bron van +vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de huishoudster +aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, »want ofschoon de +schrijver verdient te worden opgehangen, omdat hij in vollen ernst +zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek toch in zeker opzicht +het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. Hier eten en slapen de +ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor hun dood hun testament, +natuurlijke zaken, die in alle andere boeken ontbreken.« + +Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het +onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance +kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd +uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond? + + + + + + + +HOOFDSTUK VII: RODERICK, DE LAATSTE DER GOTHEN. + + + Nog gistren was ik Spanje's Vorst--mijn rijk werd mij ontroofd. + Nog gistren in mijn heerlijk slot--waar leg ik nu mijn hoofd? + Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij neer, + Daar dient vandaag d'onttroonden vorst geen enkle schildknaap meer. + + Lockhart: Spaansche Balladen. + + +De tragische en rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje +overging in de handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard +is behandeld te worden door een groot dichter; maar of het de nationale +trots beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet +door aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven +bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich zóó tot de +schildering der diepere menschelijke hartstochten als de episode, +die eindigde met het verraad van een geheel land uit persoonlijke +wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als die, welke Aeschylus bewoog, +zijn ontroerend en grootsch drama Elektra te schrijven. Toch vindt men +deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche +kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, Roderick, de +Laatste der Gothen, dat geïnspireerd is door een onware voorstelling +van dit gedeelte der geschiedenis. [23] + +Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, dat begraven +ligt in De Kroniek van Roderick, met de Verwoesting van Spanje, +moeten wij eerst de geschiedenis van den ondergang van het Gothische +rijk in Spanje nagaan, met behulp van die gegevens, waarvan wij mogen +veronderstellen, dat zij ons betrekkelijk juist inlichten over het +geval. Deze gegevens vinden wij in de Algemeene Kroniek van Spanje +en in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk +zijn de feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis, +in het kort als volgt: + +Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren +in Mauretanië, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van +Andalusië, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland bij +hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche +Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd +door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid, +dat de vesting Ceuta in Mauretanië nog in Gothische handen was +gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door +het beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer, +die erin slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige +overmacht. Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick, +die het recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen +had. Zijn voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van +een of andere provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht +naar wraak, hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick +erin, met voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza, +zelf den troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in +Spanje nog door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer +goed mogelijk, dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen +heeft. Waarschijnlijk was Graaf Julianus een lid van de partij aan +welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat +hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten, +de hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen. + +De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen, +dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot +deze onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer +verklaring van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een +slecht en ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige +hartstocht voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus, +en verleidde en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van +Roderick, besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak; +hij stelde zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij +zoo lang tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa, +den Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje; +en om zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij +zelfs hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in +over de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk +op den weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding +der soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa +begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het +Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap +af naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te +vragen over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur +zeer aan. Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat, +maar ook een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote +vloot af te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts +weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in Juli van het jaar +710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als het ware eerst +poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner tegenstanders. De +expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij te Tarifa geland +waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied naar het kasteel +en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich de trouwelooze +volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen tegenstand +te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika terug. + +Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de +Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden +in het voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik, +op Spaanschen boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun +aanvoerder draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent »De +Berg van Tarik«. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche +legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien, +dat zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal +bijna honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik +zijn leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche +soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en +afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix, +en de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die +schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en +goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door +witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door +de overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden +zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne +ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht +onmogelijk was: »Vóór u is de vijand«, zeide hij, »achter u ligt de +zee. Waarheen zoudt gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien +Koning der Gothen verdelgen of zelf ondergaan.« + + + +RODERICK'S LOT. + +Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de beide zonen van +Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche leger bekleedden, +scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit veroorzaakte een +geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros Orelia, en +trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn diadeem en +vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het gelukte +hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op aandringen van +Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich echter drie volle +maanden staande hield, en hij zond een leger uit om het koninkrijk +Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo gaf zich over, +nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had, dat zij de +stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een belofte, +die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de heidensche +aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen beloond, en zij +sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan, totdat beiden +na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van Toledo zette +Tarik zijne veroveringstochten voort over Castilië en Leon en trok +hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon in Asturië, +waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van Biskaje. In enkele +maanden was geheel Spanje feitelijk een Mohamedaansche provincie +geworden, en alleen in de valleien van Asturië hield een troepje +Gothische soldaten nog stand tegen den overwinnenden Moor. + +Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, om den meer +schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der romance te +gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke verdorvenheid van +Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus aangestookte inval +der Mooren den karakterloozen Koning als een donderslag trof. De strijd +met de Saracenen wordt beschreven, en de vlucht van Roderick wordt in +de somberste kleuren afgeschilderd. Maar zooals de volksoverlevering +weigerde te gelooven, dat Arthur op dien gedenkwaardigen dag bij +Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van Schotland op het slagveld van +Flodden, en Harold bij Hastings hun einde vonden, zoo weigerde zij +ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is den mensch aangeboren, +zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een beroemd legeraanvoerder +werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog in onzen tijd, niet +legenden in omloop geweest met betrekking tot den diep betreurden +Lord Kitchener? + +De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt stond +zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling beschenen +werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem bezwoer +te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde den +raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner koninklijke +waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een gesneuvelden boer +aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den geheelen nacht +liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen van goddelijke +wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de gruwelijke +gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de slagvelden, +werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting. Na zeven +dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat gelegen +was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van Minda. Het +klooster was geheel verlaten, maar de rampzalige vluchteling wierp +zich voor het altaar neder, om in gebed zijn noodlot af te wachten, +want hij was er vast van overtuigd, dat de heidenen hem zouden opsporen +en dooden. Hij voedde de lampen met olie, en verliet slechts zoo nu en +dan het altaar, om te zien of de Saracenen naderden. Hij lag voor het +crucifix geknield, en omvatte de voeten van het beeld des Verlossers, +terwijl hij bloedige tranen van het diepste berouw schreide. Terwijl +hij daar in het stof gebogen terneder lag, bemerkte hij, dat iemand de +kapel was binnengetreden, en toen hij de oogen opsloeg, in de hoop, +dat het kromme zwaard van een Moorsch soldaat hem den verlossenden +dood zou brengen, zag hij tot zijn verbazing een monnik, die hem +vriendelijk toesprak en hem zeide, dat hij naar het klooster, dat hem +vijf en zestig jaren tot woonplaats had gediend, was teruggekeerd in +het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven door de hand van een heiden, +en dat hij op deze wijze den martelaarskroon zou verwerven. + +Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die diep +getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden +sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst +gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat +hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen +de morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren +nog een der machtigste koningen van het Christendom was geweest, +de kapel, om hun moeilijken weg te gaan. + +De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij +hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te +blijven, zoo lang dit God zou behagen. »Wat mij betreft«, sprak hij, +»over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan moet gij mij +begraven, mijne kleederen aantrekken en tenminste een jaar hier blijven +om honger en koude en dorst te lijden uit liefde voor onzen Heer, opdat +Hij zich over u ontferme.« Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij +drie dagen later den geest. Roderick was diep bedroefd over zijn dood; +hij maakte zich dadelijk gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren, +en groef met zijn bloote handen en met behulp van een boomtak een graf +voor den vromen monnik. Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen, +zag hij, dat de doode kluizenaar een papierrol in de hand had, die +beschreven was met raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze +in de kluizenaarshut. De onttroonde Koning las het geschrift met +groote aandacht, en hij besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen. + +Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten arbeiden +aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden nacht, +terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij kwam +in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de +monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen +gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht, +dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de +hand kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: »Het zou niet +gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig +dienaar van God.« Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker bekend +was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een heilige, +die zich op deze wijze aan hem openbaarde. »Helaas«, zeide hij, »ik +ben geen Koning, maar een ellendige zondaar, van wien het beter zou +zijn geweest indien hij nooit geboren ware, zooveel wee is over het +land gekomen door mijn misdaad.« + +»Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent«, antwoordde Satan, +»want de ramp, waarover gij spreekt, zou in ieder geval het land +getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het was niet uw +schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest van God, +die door mijn mond spreekt.« De Booze zeide daarna, dat hij den +langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn strijd +bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer verheugd en +luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan sprak en die +ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door allerlei +drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den pseudo-heilige +verzocht hem te helpen bij het begraven van het stoffelijk omhulsel +van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem niettegenstaande zijn +voorgewende kreupelheid de vlucht te zien nemen. + +Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de +heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick +bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders +hem éénmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit bevel, +weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en Satan +wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche langdradigheid +uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de haarkloverij +en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs van een +schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten, dat +hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben +weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding, +dat op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn +ware gedaante van een vreeselijken duivel. + + + +DE KRIJGSLIST VAN SATAN. + +Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren avond, toen de +zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand naderen, die +met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed van een +gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende Roderick +tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem naderde +met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn verraad +volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van den +Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer +de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche +troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar +Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd +en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger +te aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met +wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen +terug, onder wie Roderick verscheiden ridders ontdekte, van wie hij +dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte +het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen +dat zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar +de lager gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie, +alsof zij een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een +menigte pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad +volgde. Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel +gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen +op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met +de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden +behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele schouwspel +van den veldslag als rook in den wind, en toen wist de Koning, dat +hij ten tweeden male de verlokkingen des Duivels had weerstaan. + +Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na +verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was +dan alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl +hij zijne gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een +stoet ruiters in de richting van zijn hut komen, en toen zij daar +stilhielden en afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante +van dezelfde Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een +gruwelijk onrecht had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart +van den rampzaligen Koning bijna stil, maar voordat hij een woord +kon uitbrengen, vertelde zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de +Mooren gekeerd had, en hen had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote +des Konings, gestorven was, dat een monnik haar bevolen had, Don +Roderick op te sporen en hem zoo spoedig mogelijk te huwen, en dat +hij haar voorspeld had, dat zij het leven zou schenken aan een zoon, +Elbersan genaamd, die de geheele wereld onder den scepter van Spanje +zou brengen. Toen Roderick deze woorden hoorde, begon hij vreeselijk +te beven, want hij had Cava zeer liefgehad. Zij gaf hare dienaren +bevel, een tent op te slaan in de nabijheid van de kluizenaarshut +en de leden van haar gevolg richtten een overvloedig maal aan. Toen +de Koning haar groote schoonheid aanschouwde, sidderde hij, alsof hij +door een beroerte was getroffen, maar hij vouwde zijne handen in gebed +en wendde zich tot God, smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou +laten voorbijgaan. Toen hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte +de valsche Cava hem, luidkeels schreeuwende, en de helsche machten, +die haar vergezelden, volgden haar in zulk een hevige verwarring en +met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals +waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor +de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle, +maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God, +die hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze. + + + +DE DOOD VAN RODERICK. + +De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner afzondering zou +verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking had weerstaan. Hij +volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou, gordde zijne +lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den eersten +dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij bleef +overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een klooster, +waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat bestemd was +zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster beval hem, +naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut bevond, die +hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden steen +zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie kleine +slangen vinden, van welke de één twee koppen had. Deze tweehoofdige +slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het geheim voeden, +zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou verborgen moeten +blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar lichaam langs den +wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den kop naar buiten +te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er zelf ontkleed +naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God zijn boete +zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel van +het klooster. + +Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den Abt op; hij +vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier in +de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich +in tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij +zich nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een +grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de +Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte, +en begon met één kop zijn zondige natuur en met het andere zijn hart te +verslinden. Roderick lag onder vreeselijke kwellingen ter neder, maar +ten slotte doorboorde de slang het hart, waarop de Koning onmiddellijk +zijn geest aan God gaf, die in zijn Heilige Barmhartigheid hem in Zijn +Heerlijkheid opnam. En in zijn stervensuur begonnen alle klokken van +het klooster te luiden als werden ze door menschenhanden bewogen. + +Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek +het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe +beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals +Thomas Newton in zijn Notable History of the Saracens gelooft, »dat de +slang met de twee koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten?« +Requiescas in pace, Domine Roderice! + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII: »CALAYNOS DE MOOR«, »GAYFEROS« EN »GRAAF ALARCOS«. + + +Ik neem deze drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen +omdat zij blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk +een hooge gunst hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister +beeld geven van den smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere +romances van dezelfde soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf +een afzonderlijke groep vormden, wat ik altijd verondersteld heb op +grond van het feit, dat in alle Castiliaansche verhandelingen over +de romance, deze drie gedichten te zamen worden vermeld. Hieruit +meen ik te mogen opmaken, dat deze drie romances een eigen genre +vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest van ernst en strengheid, +die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche letterkunde, en +tenminste in één dezer drie gedichten vindt men zoo duidelijk de +atmosfeer van groote droefheid en van wreedheid, die slechts wordt +opgewekt door Latijnsche en Grieksche treurspelen. Want zelfs niet +de grootste meesters van het Noorden, Marlowe noch Massinger, Goethe +noch Shakespeare, zijn er in geslaagd, met zulke sombere kleuren hunne +tooneelen af te schilderen, als de Spanjaarden Calderon of Lope dat +hebben gedaan. + + + +CALAYNOS. + +Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders, is de held van +verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende daarvan is de +Coplas de Calainos, waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde vertaling +heeft geleverd in zijn Spaansche Balladen. + +De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een +jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij +haar uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in +haar overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte +van hem de hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid: +Rinaldo, Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf +zich oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide +hij de Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn +hoorn, waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den +klank herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige +mijlen van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de +koninklijke stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte, +hoe hij het durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van +zijn rijk te vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was +van Calaynos, die Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde, +en die hun aanval in Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den +overmoedigen heiden te strijden, stelde Karel de Groote Roland voor, +dat deze Calaynos zou tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat +dit de taak behoorde te zijn van een of anderen saletjonker, daar hij +het beneden zijn waardigheid vond met één enkelen Moor te vechten. Heer +Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van +Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en +bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem +minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn geliefde. + +Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden hoorde; hij slingerde +Calaynos zijn uitdaging in het gezicht, en riep hem toe zich gereed +te maken tot den strijd. De Moor wierp zich in het zadel, richtte +zijn lans op de borst van zijn tegenstander, reed in vollen draf op +Boudewijn toe, en wierp hem ter aarde, waarna hij hem dwong om genade +te smeeken. Maar Roland, de oom van den jeugdigen ridder, was in de +nabijheid; hij zwaaide zijn geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat +hij zich moest wapenen voor een nieuwen strijd. »Wie zijt gij?« vroeg +Calaynos. »Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U niet.« + +»Zwijg, ellendige Moor!« antwoordde Roland. »Uw laatste uur is +geslagen«; en dit zeggende, reed hij in vollen draf op zijn vijand +toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland sprong van zijn +paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem heen. + +»Hoe heet gij, heiden?« vroeg hij, »spreek of sterf.« + +»Heer,« antwoordde Calaynos, »ik dien een trotsche Spaansche jonkvrouw, +die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen dan de hoofden van +de drie edelste paladijnen van Karel den Groote.« + +»Zoo,« lachte Roland, »dan zijt gij een groote gek; zij kan +u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons te +trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven«; en met deze +woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met de +halve maan. »Deze maan zal nooit meer opgaan boven de Seinevlakte,« +riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede stak. + +Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw +en door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer +onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder +ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal +draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke +strekking. + + + +GAYFEROS. + +Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche romantiek; zijn +geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den Groote, en werd +opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop Turpinus. Ofschoon hij +een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder aantrekkelijk te zijn +geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen hij waarschijnlijk +te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven jaren heeft gezocht +naar zijn vrouw, die zich in Spaansche gevangenschap bevond. Gayferos +van Bordeaux was een bloedverwant van Roland, den onoverwinnelijken +held uit de Chansons de gestes, en hij was gehuwd met Melisenda, +een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd de dame +geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te Saragossa +opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der heidenen te +bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te zoeken. Maar +na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de plaats te +vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar provincie, +van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij eindelijk, +ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In de +hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos +zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote +hem met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem: +»Hoe nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen, +terwijl uw vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij +even bekwaam waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen, +zoudt gij u haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden.« Deze +terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist +gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog +niet bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen hij van Karel den +Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf hij zich haastig +naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een paard. + +Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn +eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en zóó uitgerust, reisde +Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd daarna kwam hij +te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd tegengehouden, +reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw gevangen werd +gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en smeekte hem, +indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van haar aan +haar echtgenoot Gayferos te brengen: + + + »Zeven jaren in deez' toren heb ik Gayferos gewacht, + Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren doorgebracht, + Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar smart; + Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle hart.« + Maar hij richt zich op in 't zadel: »Eedle Vrouwe, klaag niet meer, + Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en heer. + Spring in 't zadel uit den toren! in mijn armen, aan mijn borst, + Voer 'k u veilig uit de landen van den wreeden Moorschen vorst.« + + +Melisenda sprong uit het venster in de armen van haar trouwen ridder, +die haar in het zadel hief en spoorslags met haar wegreed om de +poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige was geweest +van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden spoedig +achtervolgd door zeven colonnes ruiters. + +De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds kleiner, +maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard waarop +zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat wanneer +men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de sporen in +zijne zijden drukte, men hem zonder eenig gevaar voor de berijders +over elke hindernis kon laten heenspringen. Haastig deelde zij haar +echtgenoot dit mede, en toen hij op haar aanwijzing gehandeld had, +stuurde hij het ros naar de stadsmuur, waar het met het grootste gemak +over heensprong. Toen de Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de +verdere vervolging op. Kort daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te +Parijs terug, en hun verder leven was even gelukkig als hun verleden +droevig was geweest. + + + +GRAAF ALARCOS. + +Somber, tragisch en vol afwisseling is de geschiedenis van Graaf +Alarcos, een romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het +Engelsch vertaald door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen +hebben veel overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied +toonden voor den geest van het origineel. De romance begint met den +eenvoud, die de ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter +van den Koning van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos, +maar hij had haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie +hij verscheidene kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar +verleiding, trok de ongelukkige prinses zich van de wereld terug, +en bracht hare mooiste levensjaren in groote droefheid door. Haar +koninklijke vader, die niets van dit geheime huwelijk wist, vroeg +haar naar de oorzaak van haar leed, en zij antwoordde hem, dat zij +treurde omdat zij niet gehuwd was zooals andere vrouwen van haar rang. + +»Dochter«, antwoordde de Koning, »dat is mijn schuld niet. Heeft de +edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk gevraagd? Ik ken in +Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat hij u zou kunnen +huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds getrouwd.« + +»Helaas«, zeide de Infante, »het is juist Graaf Alarcos die mijn hart +gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en hij beloofde +mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het huwelijk trad.« + +Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak +hij: »Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk +geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt.« + +Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie, +en zij riep uit: »Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over +mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat +ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos +nog met mij trouwen.« + +Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos +op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn +misdaad tegenover de Infante. + +»Is het waar, Don Alarcos«, vroeg hij, »dat gij mijn dochter trouw +beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister dan goed +naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter toekomt: +zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat +zij aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante +huwen. Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van +u het eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven.« + +»Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb«, antwoordde +Alarcos. »Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar mijn onschuldige +vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn misdaad, maar tref +mijn vrouw niet.« + +»Het is onmogelijk«, antwoordde de strenge oude Koning. »Ik zeg u, dat +zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. Wanneer het wapenschild van +een Koning bevlekt is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze +vlek moet uitwisschen, schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg +mijn bevel op, of gij zult uw misdaad met uw leven betalen.« + +Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde +was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken, +stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij +reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De +gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief +had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig +van smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette, +vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd +zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug, +en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar +in haar kamer zou mededeelen. + +Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare +vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon +eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide, +alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk +voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar +geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen. + +»Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad,« zeide hij. »Ik beloofde +haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met haar. Zij is de dochter +des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en wil, dat ik mijn belofte +aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het zeggen moet! heeft +bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen avond.« »Wat,« riep de +gravin verschrikt, »is dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u, +Alarcos? Waarom moet ik sterven? O, zend mij terug naar mijn ouderlijk +huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn kinderen +kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht ben.« + +»Het is onmogelijk,« antwoordde de rampzalige Graaf; »ik heb mijn +woord gegeven.« + +»Ik heb geen vrienden in dit land,« riep de ongelukkige vrouw uit, +»maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen, voordat ik sterf.« + +»Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust, omhelzen,« kermde +Alarcos; »de andere kinderen moogt gij niet meer zien. Maak u gereed +om te sterven.« + +De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een Ave, stond op +en smeekte haar hardvochtigen echtgenoot, goed voor de kinderen te +zijn. Zij schonk hem vergiffenis, maar legde op den Koning en zijn +dochter de vreeselijke vloek, die in de middeleeuwen onder het volk +bekend was als Het Gericht der Stervenden, waarvan zoo menigmaal +werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld +waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn +moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon +te verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te +verantwoorden over hun misdaad. + +De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de +afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag, +riep hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn +groote droefheid. + +Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke +pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en +voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed +en tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van +Alarcos. Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de +diepe ontroering, die zich daarbij van ons meester maakt, kunnen +wij er moeilijk een legende in zien, en wij weten niet, voor wie +wij den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses, +den wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende +en trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van »eer«, +dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en waarvoor bijna +evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor iederen anderen +vorm van bijgeloof of fanatisme. + + + + + + + +HOOFDSTUK IX: DE ROMANCEROS OF BALLADEN. + + + De Ilias zonder een Homerus. + + Lope de Vega. + + +De naam romancero wordt in het moderne Spaansch eigenlijk uitsluitend +toegepast op een bepaalden versvorm, een verhalend gedicht, dat +geschreven is in zestienlettergrepige regels, die alle in eenzelfden +assonant eindigen. Oorspronkelijk werd het woord gebruikt voor die +dialecten of talen, die aan het Romaansch of Latijn verwant waren, +de spreektaal dus van het oude Rome in hare moderne vormen. Later +duidde men er slechts de geschreven vormen dezer talen mede aan, +en ten slotte alleen maar den poëtischen lyrisch-verhalenden vorm, +zooals wij reeds eerder opmerkten. De romancero verschilt dus van +de romance hierin, dat zij in verzen geschreven is; en het blijkt +uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de naam »romance« ontstaan is +in het overgangstijdperk, toen het woord werd gebruikt voor hetgeen +geschreven werd in modern Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch, +Fransch en Provençaalsch, onafhankelijk van de omstandigheid, of +het proza of poëzie was. Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte +romances--zooals Amadis, Palmerin en Partenopex--in proza geschreven +waren, maar de romancero was vóór alles een verhaal in verzen. Zoo +behooren de drie verhalen, die wij in het vorige hoofdstuk behandelden, +tot de groep der romanceros--een versvorm, die, zooals wij zullen zien, +even geliefd was bij de lagere volksklassen van het Schiereiland +als de echte romance dat was bij den hidalgo en den caballero. De +romancero was dus de volksballade van Spanje. + +In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de +Spaansche ballade of romancero als volgt te schetsen: + +1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen. + +2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of cantares +de gesta. + +3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum. + +4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste kunst. + +Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote groepen: + +1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen. + +2. Letterkundige producten. + +Wat de eerste soort der romanceros betreft, ik heb er evenmin als +Sancho Panza een oordeel over, hoe oud zij zijn. Over deze vraag zijn +de tegenstrijdigste beweringen geuit, maar zooals ik reeds gezegd heb, +het zou al heel verwonderlijk zijn, wanneer geen overblijfselen van +het oude Castiliaansche volkslied in een veranderden vorm tot ons +gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied een even groote kans heeft, +bewaard te blijven, als een oude gewoonte of een legende, en wij weten +hoe deze in bepaalde streken onveranderd bewaard zijn gebleven. Ik zie +dus niet in, waarom niet een zeker aantal oorspronkelijke Spaansche +balladen tot ons gekomen zouden zijn in een veranderden vorm, zoodat +degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou als zijn schepping; +want ook de dichter van Tom de Rijmer, de oude Schotsche ballade, +zou zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren +vorm weer onder de oogen zou hebben gekregen. + +Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige, men +hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging kunnen +ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend iets, +een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan van de +wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de oudheid--een museum. Ik +heb niets tegen de beheerders van dat museum, en ik lees met genoegen +hunne boeken, die een land beschrijven, dat door weinigen van hen +bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een bewijs te weerleggen, +dat geleverd is door een instinct, dat zij missen, dan worden zij +vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de kunst, hare ingevingen, +haar hoogere visie, en het is betreurenswaardig, dat zij, die deze +intuitie missen, de juistheid hunner opvatting willen bewijzen door +doode logica. + +Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van +het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken, +»dat zij te oud zijn om te liegen.« Ik heb duidelijk aangetoond, +dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de kronieken +en cantares, een omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun +betrekkelijk hoogen ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden +met de latere kunstmatige imitaties van Góngora en Lope de Vega +en met andere producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten +slotte slechts de Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de +cancioneros vinden. Evenals de balladen van Schotland en Denemarken +zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden verzameld en uitgegeven, +en in de bladzijden der cancioneros is oud en nieuw, volkslied en +letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen +gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer cancioneros eens nader +beschouwen, deze schatkamer der dichtkunst van een volk, en laat ons +hun ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in +het algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong +behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip. + + + +DE »CANCIONERO GENERAL«. + +Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van +Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of +het »Algemeen Liederenboek«, zooals men het zou kunnen noemen, +verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een +zekeren Fernando del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn, +noch naar tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt, +ofschoon de voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden +zijn gehouden. Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk, +en telkens wanneer de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe +gedeelte achter het oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het +grootste gedeelte uit de balladen van schrijvers uit de vijftiende +en het begin der zestiende eeuw, zooals Tallante, Nicolas Núñez, +Juan de Mena, Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana. + +Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke +liederen (obras de devoción). Deze zijn eentonig en zeer fanatiek. De +daarop volgende »zedelijke liederen« zijn al evenmin aantrekkelijk; zij +geven zinnebeeldige voorstellingen van deugden en ondeugden volgens +de opvattingen van een schoolsche filosofie. De liefdesgedichten +uit de verzameling zijn meer eenvoudig dan poëtisch; er ontbreekt +diep gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig +herhalen van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed +over ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo filosofisch +beroep op het verstand. Toch ontbreken ook de vroolijke, sierlijke +liefdesliedjes niet in dezen bundel, zooals bv. »Muy más clara que +de luna« van Juan de Meux, of »Pensamienti, pues mostrays«, van Diego +Lopez de Haro. Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling, +en het teedere gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang +getuigde, loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen. + +Boeiender zijn de canciones of lyrische gedichten, die al iets +moderner zijn, en reeds een eigen karakter en metrischen vorm +vertoonen. Zij bestaan gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee +gedeelten gescheiden. De eerste vier regels bevatten de gedachte +waarop het gedicht is gebaseerd, en die in de acht volgende +regels wordt uitgewerkt of toegelicht. De Cancionero General +bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en sommige daarvan +behooren tot het beste uit den geheelen bundel. Waarschijnlijk is hun +beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun poëtische waarde. Een +daaraan verwante vorm is de villancico, een versje van gewoonlijk +drie of vier regels, een invallende gedachte, een gedichtje, waarin +een vluchtige ontroering is vastgelegd. + + + +DE »ROMANCERO GENERAL«. + +De titel Romancero General werd gegeven aan verscheiden verzamelingen +van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances, die in de +zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere hiervan +komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste bundel +der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een ander +werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam +draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de +verzameling van Pedro de Flores (1614). Dit is een bloemlezing, die +blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar dat doet niets +af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de bewering van +den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche romanceros bevat, +want wij vinden er geen enkel gedicht uit de Cancionero General +in. Al deze bundels bevatten een groot aantal liefdesliederen van de +soort waarvan de Cancionero General er zoovele geeft; maar deze zijn +voor ons niet van groote beteekenis, en onze belangstelling gaat +meer uit naar de echte romanceros. Deze stammen voor het grootste +gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over +de burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in +Spanje, en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche +ridders. Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element +in de Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig +hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen, +dat deze gedichten een navolging waren van Moorsche poëzie. Maar er +zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden, +zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio, +Fernán González, de Infantes van Lara en de Cid. De meeste dezer +verhalen zijn geschreven door menschen uit het volk, de laatste +vertegenwoordigers van het geslacht der jùglares, die de cantares de +gesta [24] hadden gedicht of voorgedragen. + +Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel degeen, +die het best op de hoogte is, waar het de romancero betreft. In +zijn knap werk over Spaansche letterkunde voert hij ons door de +belangrijkste provincies van het rijk der Spaansche dichtkunst, +en wijdt hij aan de romancero ongeveer veertig bladzijden, die, +zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt, +interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart's Spaansche Balladen, +en levert een geestige kritiek op de verzameling van den Schotschen +vertaler. Een betere handleiding voor den Engelschsprekenden lezer +zou moeilijk gevonden kunnen worden, want het boek van Lockhart is +algemeen bekend, en werd in den tijd van Koningin Victoria in de +woning van bijna elk ontwikkeld Engelschman aangetroffen. Wij zullen +dus het voorbeeld van Kelly volgen, en uit de vertalingen van Lockhart +de balladen, die ons het belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp +en de bewerking betreft, aan een nadere beschouwing onderwerpen. In +navolging van Depping verdeelt Lockhart zijn hoofdstuk over de +balladen in drie paragraphen: een Historisch, een Moorsch en een +Romantisch gedeelte. Met de eerste twee groepen, of juister gezegd, +met de onderwerpen daarvan, nl. Koning Roderick en Bernaldo de Carpio, +hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds kennis gemaakt. + + + +DE CIJNS DER MAAGDEN. + +Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den Moorschen Vorst +Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden zouden worden +gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken eisch te +voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang werd +er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had +het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge van de strenge +discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden behalen +over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de schutspatroon +van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij beloofde hem +voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des morgens +werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd had, +het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden. Daarna +werd de cijns der maagden nooit meer betaald. + +De vertaling van Lockhart blijft ver beneden het oorspronkelijke +gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan. + + + +GRAAF FERNÁN GONZÁLEZ. + +»De ontvluchting van Graaf Fernán González«, waarvoor de stof is geput +uit de oude Estoria del noble caballero Fernán González, een populaire +bewerking van de Cronica General (1344), is van lateren datum dan twee +andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn gegaan. Aan +den naam van dezen ridder is een schat van legenden verbonden, en een +reeks van romanceros werden door hem geïnspireerd. Maar moeten wij +daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde persoonlijkheid +het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn voortgekomen +uit één groot heldendicht, dat zich heeft opgelost in kleinere +volksliederen? Is er één zeker bewijs voor de veronderstelling, +dat zulk een proces ooit heeft plaats gehad? En geeft het ontbreken +van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat het tegendeel het geval +was? Praktische dichters (Voor zoover een dichter ooit praktisch zijn +kan) staan eenigszins afwerend tegenover deze stelling: zij erkennen +een principieel verschil tusschen den geest van het heldendicht en +dien van het volkslied, en zij zijn van oordeel, dat in het geval, +waarin beide hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was, +en niet het noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces. + +Fernán González had zijn romantische reputatie voornamelijk te +danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee gelegenheden uit de +gevangenis verloste. In de ballade, die deze gebeurtenissen beschrijft, +wordt zij voorgesteld als een trouwe, liefhebbende gade, en een ware +heldin. González was door zijne vijanden gevangen genomen en naar een +vesting in Navarra gebracht. Een Moorsch ridder, die door dat land +reisde, verzocht den gouverneur van het kasteel om een onderhoud met +den gevangene, en daar hij hem een groote som aanbood, liet de hooge +beambte zich gemakkelijk omkoopen. Toen het onderhoud geëindigd was, +vertrok de ridder weer, en hij begaf zich naar het paleis van Koning +Garcia van Navarra, die González had laten gevangen zetten. Een van +de beschuldigingen tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat +hij Garcia om de hand zijner dochter had gevraagd, en het was tot +deze prinses, die den gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de +volgende woorden sprak: + + + De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje's leed: + Zijn ridder is gevangen, die voor Castilië streed. + De Mooren overstroomen als een rivier het land, + Vervloekt de Christenkoning, die bindt González hand. + + +In het holst van den nacht stond de Infante op en zij begaf zich geheel +alleen naar het kasteel, waar González gevangen zat; daar bood zij +den gouverneur zulk een groote som aan, dat hij voor de verzoeking +bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te vluchten. Maar de +handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen het paar werd +aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun verblijfplaats +aan de houtvesters van den Koning te verraden, indien de Infante zich +niet aan hem gaf, was González niet in staat, hem te straffen zooals +hij dat verdiende. Maar toen de ellendeling de prinses omhelsde, greep +zij hem bij de keel, en González raapte de speer op, die hij had laten +vallen, en doodde hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een +afdeeling van zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht, +die zoo rijk was aan gebeurtenissen. + + + +DE INFANTES VAN LARA. + +Er zijn weinig Spaansche romanceros, die een treffender en tragischer +onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes +of Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo +Velásquez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat één dezer romanceros +is ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en +1344 werd geschreven, »of misschien wel uit een verloren imitatie +van dit verloren heldengedicht.« Het lijkt mij vreemd toe, dat al +deze gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat +Lockhart van »krachtiger« balladen gebruik had moeten maken om een +juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met +deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van +»De Wraak van Mudara.« + + + O, vergeefs heb 'k gedood de Infantes van Lara, + Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara, + 't Is het jong van de afvallige, 't heidensche broed: + O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed! + + +Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering tot mij, aan een +groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters uitzien op een +wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die onwezenlijke +gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op de tafel +van wormstekig rozenhout ligt een deel van de Spaansche Balladen, +in een beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke +boeken nog ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk +dienden. Als kind van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen, +dit hemelsch verblijf van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik +zonder een bepaald doel het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande +dichtregels. Voor het eerst in mijn leven werd ik getroffen door de +schoonheid van het rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten +zich vast in mijn brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat +de duisternis viel, scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar +was, dat er geen verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang +zat. Maar ik had eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen +en nachten werden een hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek +zouden zijn. Het duurde geruimen tijd voordat ik iets ontmoette, +dat het heerlijke rhytme van »De Wraak van Mudara« overtrof of +zelfs evenaarde. De jaren hebben mij in aanraking gebracht met veel +schoons, waarnaast mijn eerste ontdekking verbleekte, boeken van een +fijneren geest, die mij een diepe ontroering gaven; maar geen enkel +dichtwerk was mij ooit zulk een openbaring als deze bladzijde van +dit onvergetelijke boek in die onvergetelijke kamer. + +De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de Infantes +van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake was, +volgt op deze ballade) is getiteld: »De zeven Hoofden«, en beschrijft +den moord van de ongelukkige prinsen. Uit de Historia de España van +Juan de Marinia (1537-1624) leeren wij, dat in het jaar 986 Ruy +Velásquez, Heer van Villaren, te Burgos in het huwelijk trad met +Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge geboorte. Deze gebeurtenis +werd met schitterende feesten gevierd, en onder de gasten bevonden +zich Gustio González, Heer van Salas en van Lara, en zijne zeven +zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der Graven van Castilië, +waren bekend om hun grooten moed en ridderlijkheid, en allen waren +zij op denzelfden dag tot ridder geslagen. + +Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen González, +den jongsten der zeven broeders, en een zekeren Alvarez Sanchez, +een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich beleedigd, en +toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van haar gemaal +geleidden, gaf zij, om zich te wreken, één harer slaven het bevel, +González een wilde komkommer, gedoopt in bloed, naar het hoofd +te werpen, een zware beleediging en een hevige smaad, volgens de +toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en opvattingen. De verborgen +beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat +ook de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen +gesloten waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad +was, vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid +meer, dan dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had +opgevolgd, zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan +de zijde zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde +Infantes doodden hem »in de plooien van het feestgewaad der bruid.« + +Ruy Velásquez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen hij als +een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan, beschouwde, +besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg zijn plan op +listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich tegenover hen, +alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna belastte +hij Gustio González, den vader van de zeven jonge ridders, met een +zending naar Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor +hem in ontvangst te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning +dezer stad; maar Velásquez gaf Gustio een brief mede, die in het +Arabisch geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin +den Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te +dooden. Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen, +en inplaats van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads +vermoedenden afgezant in de gevangenis. + +Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed Velásquez een +schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich liet vergezellen +door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner volgelingen. Met +waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in een hinderlaag +te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche troepen, besloten +zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij stonden rug aan rug, +en richtten een gruwelijk bloedblad onder de Mooren aan; en één voor +één vielen zij, verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden +door den Moorschen Koning aan Velásquez gezonden als een pand van +vriendschap, en zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van +hem en den rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Velásquez +zich zou kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij +op deze wijze voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen +vader toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren. + +Maar Ruy Velásquez zou zijn gerechte straf niet ontgaan. Terwijl +Gustio González zich in Moorsche gevangenschap bevond, had hij +liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning van +Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren. Toen +de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging hij, op +aandringen van zijn moeder, op zoek naar zijn vader; en toen hij hem, +die nu reeds een man op hoogen leeftijd was, gevonden had, hoorde hij, +door welk een verraderlijken daad zijne zeven broeders om het leven +waren gekomen. Vastbesloten tot wraak, wachtte hij rustig zijn tijd +af, en toen hij ter gelegenheid van een jachtpartij Ruy Velásquez +ontmoette, doodde hij hem met eigen hand. Daarna verzamelde hij een +troep dappere mannen om zich heen, en omsingelde met hen het kasteel +Villaren; hij nam een vreeselijke wraak op Donna Lombra, die hij +liet steenigen en op den brandstapel ter dood brengen. Na verloop +van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders, Donna Sancha, +als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als erfgenaam van zijn +vaders bezittingen. + +Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de »Wraak +van Mudara« werd beschreven. De ballade uit Lockhart's verzameling, +waarin de rampzalige vader de zeven hoofden zijner vermoorde zonen +aanschouwt, staat lang niet op dezelfde hoogte, wat betreft de kracht +van uitdrukking. + + + »Mijn lieve, dappre jongens,« sprak Lara diep bedroefd. + »Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag beproefd; + De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht voort + Zijn door die laffe handen verraderlijk vermoord.« + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op keer, + En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer; + Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand, + Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand. + »Waart gij naast mij gevallen in glorierijken strijd, + Uw vader had geen tranen van zwakheid dan geschreid. + O, waart gij toch gestorven den schoonen heldendood, + De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog rood!« + + + +HET HUWELIJK VAN JONKVROUW THERESA. + +»Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa« is een half-historische ballade, +waarin de gedwongen verbintenis behandeld wordt van een Christelijke +jonkvrouw met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte +zijn bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij +besloot daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne +politieke doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar +de verzekering te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den +Christelijken godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de +groote voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met +den Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van +de situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok +naar Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar +op den trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder +haar schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst +alleen was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders +dan in naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen +niet tot het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte +haar uit en maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals +zij voorspeld had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een +vreeselijke ziekte. Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen +met geschenken, naar haar broeder terug, en zij trok zich terug in +het klooster St. Pelagius in Leon, waar zij hare verdere levensdagen +in gebed en vrome werken doorbracht. + + + Verslagen hoorde zij 't bericht van de overeenkomst aan, + Het wreede vonnis, dat haar dwong tot 't vreemde volk te gaan, + En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst trouw, + Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche Koningsvrouw. + Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre tranenvloed, + Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester tegemoet. + + +Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie +te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den éénen +kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur van Toledo, en +aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, Bermudo II, +waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden schept. + +Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen held +reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu aan + + + +GARCIA PÉREZ DE VARGAS. + +Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele woorden af, ofschoon +het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel waard is. De Vargas +onderscheidde zich door groote dapperheid bij het beleg van Sevilla +in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van de rivier +reed, door slechts één metgezel begeleid, werd hij aangevallen +door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte, doch Pérez +sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche krijgslieden af. Toen +deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden, maakten zij haastig +rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn kamp, ontdekte Pérez, +dat hij zijn ceintuur, het onderpand zijner geliefde, verloren had, +en hij keerde oogenblikkelijk om, om haar te zoeken. Maar ofschoon +hij zich ver in de gevaarlijke zone waagde voordat hij zijn eigendom +gevonden had, ontweken de Mooren hem voortdurend, en hij bereikte +veilig het Spaansche kamp. In de ballade ontrukt Pérez de ceintuur +aan de Mooren, die haar gevonden en »op een speer gestoken« hadden. + + + »Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij mijn gordel weer!« + Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Toen hij in 't Spaansche kamp verscheen als overwinnend vorst, + Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche heldenborst. + Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een + krijgstrophee + Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren mee. + + + +PEDRO DE WREEDE. + +Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de boeiende maar bloedige +geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men heeft menigmaal +getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een onmensch +was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar het +is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind +hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben +om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van +wreedheid was die, welke in »De Meester van St. Jago« beschreven is, +en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder. Bij den dood van +dien edelman vluchtte zijn vader, die het wraakzuchtige karakter van +Pedro kende, naar de stad Coimbra in Portugal. Maar daar hij vertrouwde +op de plechtige verzekering van Pedro, dat hij hem geen geweld zou +aandoen, nam hij diens uitnoodiging aan, om naar het Hof van Sevilla +te komen, waar grootsche tournooien zouden worden gehouden. Zoodra +hij echter was aangekomen, werd hij heimelijk ter dood gebracht, +naar men gelooft, op aandringen van Pedro's minnares, Maria de Padilla. + +De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla +gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs, +dat zij de aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor +gestraft werd. Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance +ontegenzeggelijk dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken +had van melodramatische kwaliteiten, zouden wij ons beter met zijn +oordeel kunnen vereenigen. + +»Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen dood van +de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij gehuwd +en dadelijk na het huwelijk verlaten had,« zegt Lockhart. Maar of +hij wèl of niet zijn koningin vermoordde, zijn bijzit, Maria de +Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze misdaad, waarvan +de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat de verzen, die +op haar betrekking hebben, geschreven zijn met oneerlijke politieke +bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag worden, verhaalt, +dat Pedro's gedrag tegenover zijn koningin de verontwaardiging +opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven protest bij hem +indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig karakter, ontstak +in woede over hetgeen hij beschouwde als een ongepaste inmenging in +zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, +zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis door vergif om het +leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe Pedro en zijn +minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin beramen. + +In »De Dood van Pedro« krijgen wij de bloedige beschrijving van den +vreeselijken strijd tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die +door Henrico van Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen +genomen, wordt op laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem, +in een uitbarsting van dierlijken moed en koninklijke woede, naar de +keel. Met stomheid geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven +en dood tusschen vorst en overweldiger, kijken Henrico's mannen, onder +wie de beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara +tegen den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du +Guesclin wendt zich tot den page van Henrico: »Laat gij uw meester +zóó sterven, gij, die zijn brood eet!« roept hij schamper uit. De +schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen en trekt hem +van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een opening kan +zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn dolk diep +in het wreede hart. De moordenaar, de vriend van Joden en Saracenen, +is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn trotsch lichaam door +paardenhoeven vertrapt. + + + Zóó dreigend staren Pedro's doode oogen nog zijn broeder aan, + Zóó onheilspellend, of hij tot de wrake op zal staan! + Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig rood; + Ach Pedro waar' zijn Cain, had' hij hem niet eerst gedood. + + +zegt de ballade. »Zijn deze wreede oogen werkelijk dood? Zie ik +er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van het bloed mijns +broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet bevlekt +zijn met mijn bloed.« Dit gedeelte van het gedicht is treffend om de +atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het oogenblik van den +moord--beangstigend, beklemmend. Ook de diepe droefheid der minnares +van den Koning is goed geteekend: + + + Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend heet, + Eerst ziet zij naar Henrico's kroon, en naar zijn vorstlijk kleed; + Dan staart zij op 't verscheurd gewaad, dat nauwelijks bedekt + Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed bevlekt. + + + +DE MOOR REDUAN. + +Wij slaan »De Heer van Brutayo« en »De Koning van Arragon« over, en +komen dan aan de ballade, die tot titel heeft: »De Moor Reduan«, een +gedicht, dat betrekking heeft op het beleg van Granada, de laatste +vesting der Mooren. Het is de eerste van een groep balladen, die +romanceros fronterizos of »grensromances« genoemd worden, en die, +zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan. Het +is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate +een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs +de gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de romancero +zegt Kelly: »Men kan er Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken, +dat hij de ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van +ieder schrijver, die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan +zou willen geven, zou hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij +zou het zeker noodig oordeelen, in een noot het resultaat neer te +leggen van de onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks +begonnen waren. Het is nu wel zeker, dat Pérez de Hita twee romanceros +door elkander werkte, en dat de verzen van het vierde gedeelte van +Lockhart's vertaling: + + + »Zij trokken met ontplooide vaandels door Elvira's poort«, + + +thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft op de veldtocht van +Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer goed, dat het gedicht +niet homogeen was; want hij zegt: »Het volgende is een vertaling van +bepaalde gedeelten van twee balladen, maar hij schijnt niet te hebben +geweten, dat één dezer gedeelten handelde over de tocht van Boabdil. En +juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het gedicht. + + + Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint, + De pluimen en de veeren, ze wapp'ren in den wind; + De kromme zwaarden schitt'ren, 't is glans, waarheen men ziet. + De dapp're harten zingen een heerlijk strijderslied. + + + + + + + +HOOFDSTUK X: DE ROMANCEROS OF BALLADEN (VERVOLG). + + + Daar was rumoer in Granada, des avonds bij 't gebed: + Want de één riep de Drieëenheid aan, de ander Mahomed; + Hier stierf een trouwe Moor--daar werd een Christenkind geboren; + Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche horen. + + +Deze regels geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die +volgde op de vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der +Saracenen in Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende +leger van Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar +van de ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is +vrij onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan. + + + +DON ALONZO DE AQUILAR. + +Na den val van Granada beijverden Ferdinand en Isabella zich, om de +Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te brengen. De meesten +der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste uiterlijk, aan het +koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra bleef het onder de +Mooren gisten, en zij weigerden den doop te ontvangen uit de handen +der priesters, die gezonden waren om hen te bekeeren. Ten slotte +werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de onwilligen met +geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het ondergaan van de +plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand met den koppigen +moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij onderworpen +en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met zware +verliezen aan de zijde van hunne quasi-weldoeners, onder wie één +der voornaamsten was Don Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo +Hernández de Cordova de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam +van »Den Grooten Kapitein«. Maar de ballade houdt zich niet aan de +historie, want zij laat Aquilar sterven vóór den val van Granada, +terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice +Kelly besluit hieruit, »dat de romance eerst geschreven werd, lang +nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden reeds +vergeten waren.« Maar waarom zouden wij een geheel volk laken om +iets, dat misschien een lapsus memoriae is geweest van een enkelen +balladeschrijver? En zou Kelly één enkele ballade kunnen aanwijzen, +die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de bijzonderheden den +toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek kunnen doorstaan? + +Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat meestal +met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een bewerking, +die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche origineel. + + + Fernando, Spanje's hooge vorst, ligt voor Granada's wallen + Met alle grandes van het land, met heel zijn staf vazallen; + En met Castilië's ridderschaar in al haar hoofsche pracht, + Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens legermacht. + + +Wij komen nu tot een serie gedichten, die door Lockhart + + + +DE MOORSCHE BALLADEN + +worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de meerdere of mindere +»Moorschheid« dezer balladen reeds besproken, en wij zullen ze +dus nu slechts als balladen zonder meer beschouwen. De eerste, +Het Stierengevecht van Ganzul, is een beroemd gedicht, waarin de +vaardigheid van den Moorschen ridder Ganzul in de arena beschreven +wordt; deze ballade draagt een beslist Moorsch karakter: + + + Almanzor, Vorst van Granada, riep met trompetgeschal, + De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit dal. + Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit 't woud, + Met helm en met kuras van staal en van gedreven goud. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Acht dappre ridders uit het land houden zich nu bereid, + Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den strijd; + Maar vóór de zon ten middag stijgt, ligt elke Moorsche held + Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer geveld. + + Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle horen; + »Maakt plaats, maakt plaats voor Ganzul!«... de ridder treedt + naar voren. + Nog feller raast de trommel; laat luid den horen schallen: + D'Alcaydé van Agalva komt, de dapperste van allen! + + +Hij verslaat de stieren, die op hem worden afgezonden, met uitzondering +van Harpado, een woest, maar verstandig dier. + + + Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het bloed; + Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen gloed, + Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde vaart, + Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held ontwaart. + + +Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen den Moorschen ridder, +die het onderwerp is van zoovele verhalen, die vooral betrekking +hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche schoone. + + + +DE BRUID VAN DEN ZEGRI. + +Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de veete tusschen +twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de Abencerrages, +de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad, waarvan de +val ongetwijfeld verhaast werd door de voortdurende twisten dezer +adellijke geslachten. + + + Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri's hoog geslacht; + Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote kracht. + Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog vóór de dageraad + Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad. + + +De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed voor den strijd, +niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt dan ook een +donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren opgetuigd, +zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan trekken: + + + Zijn gordel en 't gevest zijn zwart, maar glanzend is zijn zwaard; + Zwart zijn het kleed en 't zaâl, maar licht de hoeven van zijn + paard. + + +Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat zijn geliefde, Zayda, +hem gegeven heeft: + + + En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste gaf..., + »God weet, of ik niet heden nog zal rusten in mijn graf.« + + +Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn bruid, zooals wij +lezen in het korte slotcouplet: + + + De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten tijd + Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de strijd. + De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn bruid, + En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit. + + + +DE BRUILOFT VAN ANDELLA. + +Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch getint: + + + Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam, + Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam; + Hoor naar de zilv'ren tonen van de luiten en guitaren, + Naar 't schetterend trompetgeschal, en 't lieflijk spel der snaren, + Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en balkon, + En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de zon. + Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam, + Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te zaam. + + +Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom, +had zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur +is niet bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In +het land der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte +en witte, hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet +op het verbreken der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde, +die bijzondere studie van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij, +deze wet schijnt een einde te hebben gemaakt aan het schrijven van +balladen, waarschijnlijk omdat zij de voornaamste voorwaarde daarvoor +heeft weggenomen. + + + +ZARA'S OORRINGEN. + +Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. Misschien is +zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel eens. In ieder +geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden weergegeven. + + + »Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de bron, + Wist ik maar, wat ik Muça, mijn liefste, zeggen kon!« + En stil en treurig hoorde zij naar 't zacht fonteingeklater. + »Zij liggen in de diepe bron, in 't koude, blauwe water. + Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo teêr, + 'k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij eens tot mij weer!« + + +Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij in de gegeven +omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er bestaan +talrijke romances over dezen Muça, die van hooge geboorte schijnt te +zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien Lockhart en Depping +ook eenige bladzijden gewijd hebben. + + + +ROMANTISCHE BALLADEN. + +Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de derde en laatste +rubriek van Lockharts verzameling. Over »De Moor Calaynos« hebben wij +reeds gesproken, evenals over »Gayferos« en »Melisendra«. Daarop volgt +»De Droom van Vrouwe Alda,« volgens Lockhart een van de schoonste +balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet vereenigen en +geef verre de voorkeur aan »Admiraal Guarinos,« dat in een mooi en +martiaal rhytme is geschreven. Guarinos was een admiraal van Karel +den Groote. In het laatst der vorige eeuw was de toestand van de +Britsche zeemacht een onderwerp van de allergrootste belangstelling +onder alle lagen der maatschappij; en toen de schrijver van dit werk +in zijn jeugd de ballade »Guarinos« las, maakte hij zich dan ook zeer +bezorgd over de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht +bij de Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den +opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen +gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich +bevond, behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen, +den Islam te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide +dochters ten huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet +laten omkoopen, en weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over +te gaan. Marlotes kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien, +die het bijzondere voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche +potentaten, en hij gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker +van zijn kasteel zou geworpen worden. + +Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit +hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van +het volk. Bij één dezer gelegenheden, op het feest van Johannes den +Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten oprichten, waar de +Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl zij trachtten, haar +met hunne speren te doorboren. Maar de schijf was zóó hoog geplaatst, +dat het geen hunner gelukte, en de Koning, die ontevreden was over +hun gebrek aan vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen, +voordat de schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op, +de proeve van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg +de koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus +de wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn +oud strijdros. + + + Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de speer, + Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en zoo teer. + En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang vervlogen tijd: + Zóó wachtte hij dan aan de poort, gereed weer tot den strijd. + + +Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude paard, en het herkende +de stem van zijn meester. + + + Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in het zaâl, + En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke praal. + Maar schamper lachte toen de Moor: »Heer Ridder, wees gegroet! + Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw moed!« + + Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den Moorschen vorst, + En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens borst. + Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend voor + uw leven, + Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal geven! + + +Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze ballade en de +Fransche romance »Ogier de Deen,« en Erman vertelt ons, dat zij in +1828 in Siberië in het Russisch gezongen werd. + + + +GRAAF ARNALDOS. + +Deze mooie ballade, die in de Cancionero van Antwerpen (uitgegeven in +1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs +het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige gezang +van een matroos, die zich op een voorbijvarende galei bevond. + + + Moge 't oog verlangend stralen, + Moge 't hart vergaan van wee, + Nooit zal meer een stervling hooren + 't Lied, dat opstijgt uit de zee. + + Bij het zingen van den zeeman + Kwam de woeste storm tot rust, + En de aarde lag te droomen + Als een maagd, in slaap gekust. + + Helder lichtend rees de zeester + Uit haar duister kil gebied + En de adelaar bleef zweven + Als betooverd door het lied. + + »In den naam van God, den Schepper,« + Kreet Arnaldos, droef en bang, + »Oude man, ach, wil mij leeren + Het geheim van uwen zang.« + + »Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos! + Kom aan boord, vaar met ons mee, + Want de zee kan u slechts leeren + De geheimen van de zee.« + + +Vele kleinere balladen volgen dan, die niet belangrijk genoeg zijn, +om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke »Serenade,« overgenomen +uit de Romancero General van 1604, is zeker niet het werk van een +eenvoudigen boer. + + + Alle sterren stralen + Aan den hemeltrans + In den stroom zich spieglend + Met verhoogden glans. + + Kom zoele zuiderzucht, + Maar laat geen wolkje komen, + Verduisterend de lucht, + En Zara's teedre droomen + Jagend in ijle vlucht. + + + +»DE GEVANGEN RIDDER EN DE MEREL« + +verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in zijn diepen kerker +niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan wast en afneemt: + + + Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei ook straalt, + Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond daalt; + Eéns zong een blijde vogelstem bij 't rijzen van de zon; + Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag begon. + + +Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde had uitgemaakt +van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn droeve klacht, +toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den ongelukkige de +vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige »Valladolid« voorbijgaan, +dat een beschrijving geeft van het bezoek van een ridder aan het graf +zijner geliefde, die in deze stad gewoond had. »De Ongelukkig-Getrouwde +Vrouw« verhaalt het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw +is, en die zich met een anderen ridder troost. Zij worden verrast +door haar heer en gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf +spreekt: »Moet ik vandaag nog sterven?« en zij smeekt hem, haar onder +de oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of +haar laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht +werd, maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit +waarschijnlijk zóó vanzelfsprekend, dat het onnoodig was, het nog +te vermelden. + +»Dragut« geeft het verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip +in den grond geboord werd door een galei, behoorende aan de Maltezer +Ridders. Dragut ontkwam aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar +de Christen gevangenen, waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken +allen, met uitzondering van één, wien de ridders een touw toewierpen. + + + Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht, + Die lang gezucht had onder Saraceensche macht. + Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand, + Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land. + + +De romancero: »Sale la estrella de Venus« verhaalt een tragische +geschiedenis. Een Moorsch krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was +om de wreedheid zijner geliefde, die hem bespot had om zijn armoede +en haar hand aan een ander geschonken had, vervult de lucht met zijn +droeve klachten. Hij vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die +hem zoo gegriefd heeft. Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het +paleis van den Alcade, met wien de trouwelooze schoone dien avond in +het huwelijk zal treden. Het gebouw schittert in een zee van licht, +en is vervuld van vroolijk gezang. + + + En de gasten gaan opzijde, + Als hij voortschrijdt als een vorst. + Wee! hij nadert den Alcade + En doorsteekt diens trotsche borst. + Ach, het bloed uit diepe wonde + Kleurt het vorstelijke kleed. + Het paleis weergalmt van klagen, + Angstgeschrei en wanhoopskreet! + En terwijl de bange klachten + Nog weerklinken in de lucht, + Is de ridderlijke wreker + Naar Medina reeds gevlucht. + + +Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst min of meer +uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de domineerende +toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de gemoedsgesteldheid +van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij, dat tal van +deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus raseigenschappen +vertoonen. »Arm Spanje!« Hoe menigmaal hooren wij deze uitdrukking +gebruiken door menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen +zich. Wat beteekent materieele armoede voor een volk, dat begaafd +is met zulk een heerlijke verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk +Spanje, schatkamer van een onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen, +van de kostbaarste juweelen der romance, van het drama en van het lied! + + + + + + + +HOOFDSTUK XI: MOORSCHE ROMANCES UIT SPANJE. + + +Het spreekt vanzelf, dat dit meer romances over Mooren zijn dan door +Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk Spaansche volkszangen, +die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den tijd der Saraceensche +overheersching beschrijven, en niet, zooals men wellicht zou meenen, +overleveringen geput uit oude Arabische manuscripten. De Arabische +letterkunde van Spanje draagt eerder een didactisch, theologisch +en philosophisch, dan een romantisch karakter. Het verdichtsel was +voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden zanger, zooals het +dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, dat vele Moorsche +legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche boerenbevolking, +speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het Schiereiland. De +verzamelaars hebben echter niet veel aandacht geschonken aan deze +gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk zijn. Maar de +weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door haar groote +schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling overleveringen +van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van Washington Irving, +de Vertellingen uit het Alhambra. Hij verklaart zelf, dat hij deze +»met groote toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding +van de verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op +zijne vele voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige +een historisch document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens +van een bijna uitgewischt opschrift.« De eerste van onze Moorsche +legenden zal ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den +grooten Amerikaanschen schrijver. + + + +DE ARABISCHE STERRENWICHELAAR. + +Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel aanspraak maken op een +rustigen ouden dag. Maar de jonge en strijdlustige vorsten, wier landen +aan zijn gebied grensden, waren niet van plan hem de verschrikkingen +van den oorlog te besparen; en ofschoon hij alle mogelijke voorzorgen +nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn tegen de invallen dezer +heethoofden, vervulde de voortdurende bedreiging van een aanval van +één hunner, en de telkens terugkeerende binnenlandsche woelingen, +zijn ouden dag met angst en ergernis. + +Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou +kunnen helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen +en edelen aan zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en +gebrek aan vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon, +één hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne +staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men +tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was +aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele +Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was +Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in +den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke +vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal +van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was +gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd +had gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin +de Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn +hoogen ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij +den langen weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf, +waarin allerlei geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard reikte +tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een bijna +bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was waardiger en +vorstelijker dan van den meest verheven Mullah in Granada. Men vertelde +van hem, dat hij het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij +dit slechts op lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten, +dat hij het uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in +geslaagd was, zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren. + +Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn, zulk +een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij hem +met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was afkeerig +van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een grot van +den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd. Hij +liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige +van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren +van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die +het dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan, +zoodat hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den +dag den loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed +in de studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele +kunst der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen +erkend wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die +door de oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd +is geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal +dit wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne +bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel +voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende letters +van de taal der wijzen, en de even geheimzinnige symbolen van het +oude Egypte, versierden de muren der grot van den sterrenwichelaar, +en omringd door deze hieroglyphen, en voorzien van den primitieven +telescoop, dien wij beschreven hebben, bracht de wijze Ibrahim zijne +dagen door met het ontcijferen van de geschiedenis der toekomst, +die in de schitterende bladzijden van het uitspansel beschreven stond. + +Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz +hulp zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het +duurde dan ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden, +en werd overal in geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk +en stelde zijne wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den +gekwelden vorst. Op zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter +erover, dat hij voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen +zijner strijdlustige buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken +in gedachten verzonken; toen antwoordde hij: »O, Koning, lang geleden +heb ik iets wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze +priesteres van dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich +een reusachtige berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is, +waarboven een haan zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en +draaien om een spil. Wanneer het land door een inval bedreigd wordt, +keert de ram zich in de richting van den vijand, en de haan begint +te kraaien. Op deze wijze zijn de inwoners van Borsia in staat, +tijdig hunne verdedigingsmaatregelen te treffen. + +»Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden,« riep de Koning +uit, »dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen neerleggen.« + +De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning. »Ik heb +u reeds verteld, o Koning,« zeide hij, »dat ik vele jaren in Egypte +heb doorgebracht, en mij heb toegelegd op de verborgen wetenschappen +van dat geheimzinnige land. Op zekeren dag, toen ik aan den oever van +de Nijl zat, en van gedachten wisselde met een Egyptischen priester, +sprak mijn metgezel, wijzende op de geweldige pyramiden, die hunne +schaduwen wierpen op de plek, waar wij ons bevonden: »Mijn zoon, hier +ziet gij deze bergen van steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die +stierven toen Griekenland nog in opkomst was, en er nog geen steen van +Rome stond; alle kennis, die wij u kunnen schenken, is als een droppel +water in den Oceaan, vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten +bevatten. In het hart van de Groote Pyramide is een doodenkamer, +waar de mummie rust van een hoogepriester, die dit geweldige monument +ontwierp en bouwde. Op zijn borst ligt een wonderboek, dat gewichtige +toovergeheimen bevat; het is hetzelfde boek, dat Adam geschonken +werd na zijn val en met welks hulp Salomon den tempel te Jeruzalem +bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik deze woorden hoorde, o Koning, +had ik geen rust meer. Ik besloot, door te dringen in de Groote +Pyramide, en in het bezit te komen van dit wonderboek. Ik vormde een +klein leger uit soldaten van den zegevierenden Amru en uit geboren +Egyptenaren, en begon het stevige gebouw te doorboren, waarin dat boek +van onschatbare waarde verborgen was. Na onbeschrijfelijk veel moeite +en arbeid gelukte het mij, de verborgen gangen op te sporen. Langen +tijd doorzocht ik de labyrinthen der reusachtige pyramide, voordat ik +bij de doodenkamer kwam. En tastende in de zwartste duisternis, terwijl +ik telkens opgeschrikt werd door het geritsel der kleeden, waarin de +mummies der Pharao's gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats, +waar het lichaam van den hoogepriester in zijn strenge waardigheid +lag. Ik opende de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van +zijne omhulsels, en vond het geheimzinnige boek, dat temidden van +geurige kruiden en amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep +het, vluchtte terug door de duistere gangen en herademde eerst, toen +ik den helderen Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der +rivier weder aanschouwde.« + +»Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o zoon +van Abu Ajib?« vroeg de Koning geprikkeld. + +»Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit +wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik +met hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij +de stad Borsia.« + +De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking kreeg +over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een hoogen +toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel droegen +de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en hieruit +werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte hij een +ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en voor +elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord, +houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis +van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag +een kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd +gesloten met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning +bewaard werd. Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van +een Moorsch ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het +droeg een schild en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand +hield. Het beeld keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde, +zou de ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten, +alsof hij hem wilde aanvallen. + +Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben Habuz +van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven. Hij +behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men hem +de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen +was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope +wees. Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar +Ibrahim verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne +troepen niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal +in den toren. + +Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den +pas van Lope uitzag, wijd open. »Aanschouw nu, o Koning,« zeide de +astroloog, »het wonder van de tafel.« Aben Habuz keek naar de tafel, +die bedekt was met de kleine houten ruiters en het voetvolk, en tot +zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle actie waren, dat +de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de paarden hinnikten, +maar deze geluiden waren niet sterker dan het gezoem, dat uit een +bijenkorf opstijgt. + +»Uwe Majesteit,« zeide de sterrenwichelaar, »indien U wenscht een +paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden, dan behoeft gij slechts met +den knop van de tooverspeer op de tafel te slaan; maar wanneer gij +dood en verderf onder hen wilt brengen, moet gij met de punt slaan.« + +Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine +figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten +vielen voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote +verwarring over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden, +die zich ervan overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers +inderdaad verslagen waren, en zij kwamen terug met het bericht, +dat Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat +zij onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun +eigen land teruggevlucht waren. + +De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim, +zelf zijn belooning te noemen. »Ik heb slechts weinig behoeften,« +antwoordde de sterrenwichelaar; »wanneer mijn grot wordt ingericht +als een gepaste verblijfplaats van een philosoof, dan begeer ik +niets meer.« + +Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn +schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen +van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele +reeks vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied +was, gaf hij bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden +ingericht. Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle +hoeken, en de vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden +stoffen van Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren +met de schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren +aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De +vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen +lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die +voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd. + +De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting +van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar +Zijne Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens +verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide +komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig +voltooid zou zijn. Toen de »kluizenaarswoning« eindelijk gevuld was +met de weelde-artikelen van drie koninkrijken, vroeg de schatbewaarder, +of de wijze tevreden was. + +»Ik heb nog één klein verzoek,« antwoordde hij; »ik zou nl. gaarne +eenige danseressen tot mijn beschikking hebben, om mij te verstrooien.« + +Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch, +volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus +alles had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn +onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren +bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet +bij de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich +met het verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons +door een enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren zóó +ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij +tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef +de bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van +zijn liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar +op een goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter +zijn lans had gekeerd naar de bergen van Guadix. + +De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de +toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees, +bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje +hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden +na verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was, +en dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw, +die bij een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden. + +Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche +houding en haar kostbare kleeding verraadden haar hooge afkomst. Op +een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een Gothische prinses +was, en dat het leger haars vaders als het ware door een tooverslag +in de bergen was uiteengejaagd. + +»Wacht U voor deze vrouw, o Koning,« fluisterde de astroloog, die +naast hem stond; »het schijnt mij toe, dat zij een toovenares is, +die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg U: wees +voorzichtig!« + +»Zwijg Ibrahim,« antwoordde Aben Habuz, »gij zijt een wijs man, maar +wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen toovenares? De jonkvrouw +behaagt mij.« + +»O Koning,« zeide Ibrahim, »ik heb U vele overwinningen bezorgd, maar +van allen buit, dien gij behaald hebt, heb ik niets ontvangen. Geef +mij deze gevangen Christin, die, zooals ik zie, een zilveren lier +bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor mij kan maken in +mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals ik vermoed, +een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar onschadelijk +te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij haar in uw +huis opneemt.« + +»Wat!« riep de vertoornde vorst uit, »bij den baard van den Profeet, +gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze jonkvrouw is niet voor u!« + +»Het zij zoo,« sprak Ibrahim met van woede trillende stem, »maar +ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht, herhaal ik; +wees voorzichtig.« En met deze woorden trok de sterrenwichelaar zich +terug in zijn onderaardsche woonplaats. + +Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd +geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar +te behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij +overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om +haar genoegen te doen, honderd feesten aan--stierengevechten, +tooneeluitvoeringen en tournooien. Dit alles aanvaardde de schoone +als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn van, +alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer +uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij +weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de +lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te +spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen, +en zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed, +voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken +zich van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap, +waaruit hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne +onderdanen waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken; +zij waren ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit, +dat hij zulk een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een +vijandelijk ras, en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar +evenals Sardanapalus van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte +ketenen, plaatste zich aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte +het oproer, nog voordat het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval +verontrustte hem echter zeer, en hij herinnerde zich de woorden van +den wijzen Ibrahim, die hem gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses +zijn ongeluk zou worden. + +Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem +raad. Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven, +zoolang de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar +echter niets van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem +op te zoeken, waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen +doorbrengen met de prinses, die hij zoo vurig beminde. + +»En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats voor U +vind?« vroeg Ibrahim. + +»Gij moogt uw belooning zelf kiezen,« antwoordde de onverstandige +oude vorst. + +»Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning, dat +kleinood van Arabië?« + +»Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o astroloog?« + +»Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want ikzelf +heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind was, +ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn vader +zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was gesticht +door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die besloot, +daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het Paradijs in +schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof hem wegens +deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde weggevaagd, +en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij onzichtbaar +werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van Salomon gevonden +had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en ik ontfutselde +den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het tooverwoord, +dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door middel van +dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk oord +zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o Koning!« + +»O wijze sterrenwichelaar,« riep Aben Habuz geestdriftig uit, »het was +verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe wat gij beloofd +hebt en bepaal zelf uw belooning.« + +»Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat de poort +van Uw paradijs zal binnengaan,« zeide Ibrahim; »dat is toch zeker +een bescheiden eisch?« + +»Bescheidener kan het al niet,« riep de Koning uit, opgewonden door +de gedachte aan zijn toekomstig geluk; »uw wensch zal vervuld worden.« + +De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top +van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met +een groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de +beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van +een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom +hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den +volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede, +dat hij zijn werk beëindigd had, en dat het paradijs, dat slechts +zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte. + +Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap +van de prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed +de sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten +staf. Zoo naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige +hand en sleutel. »Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen +sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs,« zeide hij. + +Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort. + +»Zie,« riep de sterrenwichelaar uit, »kwamen wij niet overeen, dat +het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden, met zijn lading +mij zou toekomen?« + +Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den +astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was, +werd hij woedend. + +»Vermetele sterrenwichelaar,« schreeuwde hij, »durft gij uwe oogen +op te slaan naar haar, die ik onder alle vrouwen heb uitverkoren?« + +»Gij hebt uw koninklijk woord gegeven,« antwoordde Ibrahim. »Ik eisch +de prinses op.« + +»Hond der woestijn!« riep Aben Habuz, »gij zult gevoelen, wat het +zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij bedrieger!« + +»Daar lach ik om,« riep Ibrahim spottend. »Geen sterfelijke hand kan +mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en heersch met genoegen +over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen, waar gij mij niet volgen +kunt.« En dit zeggende, greep hij het paard bij den teugel, sloeg met +zijn tooverstaf op den grond en verzonk met de prinses in het binnenste +van den heuvel. De aarde sloot zich over hunne hoofden en er was geen +spoor meer te bekennen van de opening, waardoor zij verdwenen waren. + +Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij +een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde +de opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den +sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman, +waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde +te werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen +kwam een boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij +den heuvel overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij +doorgekropen, en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal, +waar de sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl +de prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning +slaagde er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het +paradijs niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De +top van den heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van +»Het Paradijs van den Dwaas« ontving. De verdere levensdagen van den +ongelukkigen Koning werden hem tot een ondragelijken last door de +voortdurende invallen van zijne oorlogszuchtige buren. + +Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een paleis +is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen van +Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar geheel, +en is nu bekend als »De Poort der Rechtvaardigheid.« Men zegt, dat +onder deze poort de oude Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen +hal woont, in een voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier +der prinses. Zij zijn elkanders gevangenen, en zullen dat blijven +totdat de tooversleutel zal worden aangevat door de tooverhand, +en de betoovering zoo van den heuvel zal worden afgenomen. + + + +CLEOMADES EN CLAREMOND. + +Het bekoorlijke verhaal van Cleomades en Claremond is zoo goed als +zeker indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot Berte aux +grans piés van Adenès (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer +geneigd te gelooven, dat het origineel van de vertelling Cleomades +werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle personen zijn Saracenen of +Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, en zijn karakter vertoont +sterke overeenkomst met dat van andere Oostersche verhalen. Keightley +was van meening, dat Blanche van Castilië, de vrouw van Lodewijk VIII +van Frankrijk, het verhaal in Spanje had gehoord, en het verteld had +aan den Franschen dichter Adenès, die er een letterkundigen vorm aan +gegeven heeft. + +Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te Sevilla, +waarbij Marchabias, Prins van Sardinië zich zóó onderscheidde, dat +hij haar hart won. Zij schonk den jongen ridder haar hand, en hun +huwelijk was zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en +één zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de +meisjes Melior, Soliades en Maxima werden genoemd. + +Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat hij, +gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij weer +naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk zijner +zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie machtige +vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der tooverkunst. Het +waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, Koning van Armenië, +en Croppart, Koning van Hongarije. De laatste had het ongeluk gebocheld +te zijn, en daarenboven had hij een scherpe tong en een wreed hart. + +De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en +zij hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven, +dat het genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te +bieden. Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden +beeltenis van een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde +metaal hield, waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans +schonk hun een gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren +nagebootst, dat zij korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om +de twee dagen legde de kip een paarlen ei. Croppart gaf een groot +houten paard, dat buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens +zijn zeggen, over land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig +mijlen per uur. + +De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden de +vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg te +schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die +van Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat Prinses Maxima +hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee oudste zusters +waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die beiden schoon +en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en mismaakten +Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en smeekte hem, +haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar. + +Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door zijn +toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield vol, +dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit huwelijk +wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij beginnen moest, +zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der geschenken van +Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat zijn verhaal +over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood aan, de +waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de gouden man +luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden met zulk +een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand op hem +lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en draaide op +verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar plotseling +werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij binnen +enkele minuten uit het oog verdwenen was. + +De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart +gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten, +totdat hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard +moest omgaan. Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn +merkwaardig paard bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid, +en toen de duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten +om zijn vaart te verminderen. Cleomades vloog den geheelen nacht door, +en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn gevaarlijken +toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op de schouders +van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, besloot hij +te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat hij, door een +dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard van richting +kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere pen draaide, +het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag brak nu aan +en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door handig +met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op een +hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom +door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij +een schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn +nadering ontwaakte zij, en riep uit: »Antwoord mij, man, hoe hebt +gij het gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die +Koning Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?« + +»Ja, dat ben ik,« antwoordde Cleomades. »Mag ik niet met u spreken?« +vervolgde hij, want hij had op het eerste gezicht een hartstochtelijke +liefde voor haar opgevat. + +»Ga dadelijk naar den tuin terug,« zeide zij, »en daar zal ik bij +u komen.« + +De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij +hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der +jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk +voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins +vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten +paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het, +draaide vliegensvlug de pen om, en verdween in de lucht, terwijl hij +de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven. + +Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote blijdschap +van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te verlaten, +maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en bleef +in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee +oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en +Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten, +en hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede +in de richting van het koninkrijk haars vaders. + +Hij had het zóó uitgerekend, dat hij in den nacht aan het paleis +zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was afgestegen, +begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in vasten slaap +aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam en positie, +bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade over. + +»Wat!« riep de prinses uit, »zijt gij werkelijk die Cleomades, dien +wij allen beschouwen als het voorbeeld van een volmaakt ridder?« + +De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar +te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van +een kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf +bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses +bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem +het houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de +tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep +hem toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in +de richting van Sevilla, en reed snel weg. + +Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van +het Hof, en liet de prinses daar achter om uit te rusten van de +vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne +koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich +wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat +lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden +van haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt +door Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was +gekomen, oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar +in werkelijkheid om het terrein te verkennen. + +Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw den +naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, het +jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar +naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende, +aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de +pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid +de lucht in. + +Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg +zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van +dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij +smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen, +maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput +door leed en angst. + +Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses met +water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen deelde +hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije te +maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van geest, +en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door hare +ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot gevolg, +dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende dan tot +nu toe het geval was geweest, zoodat zij, om aan de beleedigende +behandeling te ontkomen, erin toestemde hem te huwen, in de eerste +stad, waar zij zouden aankomen. + +Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, die +zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was +zóó ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel bewusteloos ter +aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, uitgeput door +angst en vermoeienis. Zóó vond haar Mendulus, Koning van Salermo, die +zich dadelijk sterk tot het slapende meisje aangetrokken gevoelde. Hij +nam haar mede naar zijn paleis, waar hij haar in een prachtig vertrek +onderbracht. Croppart werd echter zóó zwaar ziek door het drinken +uit de ijskoude bron, dat hij spoedig daarna overleed. + +Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was, +Trouvée genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, van +de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje +brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn +hand en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen, +wendde Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol zóó +uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de hoede te stellen +van tien vrouwen, wier taak het was haar te bewaken. + +Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen +Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was +Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was zóó hevig, +dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een toestand, +die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij zich naar +het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn geliefde te +vernemen. Op zijn eenzamen tocht kwam hij bij een kasteel, waar hij +twee ridders versloeg, die weigerden hem door te laten. Van hen hoorde +hij, dat een prins, Liopatris genaamd, aan wien Claremond ten huwelijk +beloofd was, aan het Hof van Toskane was aangekomen, en dat drie van +zijn ridders drie van Claremonds jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden, +medeplichtig te zijn aan de ontvoering harer meesteres. De beide +ridders, die door Cleomades verslagen waren, dongen naar de hand van +twee dezer jonkvrouwen, en zij hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar +nu echter één van hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in +staat ten strijde te trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in +de plaats van den gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met +zijn niet gewonden kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant. + +Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie +beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig +verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe +wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug +naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter +ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door +de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid +toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar één van haar +smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd sterrenwichelaar, +die te Salerno woonde, en »die de meest verborgen dingen duidelijk +zag.« Cleomades besloot dadelijk den wijze te gaan raadplegen, en +dus begaf hij zich den volgenden morgen op weg naar Salerno, nadat +hij hartelijk afscheid had genomen van de gelieven. + +Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af, +en zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den +sterrenwichelaar zou kunnen vinden. + +»Edele Heer,« zeide de herbergier, »hij is helaas een jaar geleden +gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit noodig, want indien +hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen helpen om het schoonste +schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand terug te geven.« En +hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den gebochelde en de jonkvrouw +gevonden had. Bij de vermelding van het houten paard schrikte +Cleomades hevig, maar hij behield zijn tegenwoordigheid van geest, +en deelde den waard mede, dat hij een onfeilbaar middel bezat tegen +krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem bij den Koning te brengen, +en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen argwaan zouden wekken, +vermomde hij zich met een valschen baard en de kleeding van een +geneesheer. + +Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel van +zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats waar +Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen medegebracht, +die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt met kruiden, +en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden brengen, legde hij +den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen handschoen zag, +keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij herkende haar geliefde +onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde zij krankzinnigheid, +en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou brengen, opdat het +met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men bracht het in +den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast te gelooven, +dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den geneesheer het +houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn toestemming, en toen +zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, draaide Cleomades de pen +om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als een pijl uit de boog het +luchtruim in. Den volgenden morgen kwam het gelukkige paar te Sevilla +aan. Hun huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte +zich met Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had. + + + +DE DRIE SCHOONE PRINSESSEN. + +Toen Mohammed el Haygari, of »de Linksche« in Granada regeerde, +ontmoette hij eens een troep ruiters, die terugkeerden van een +rooftocht in Christelijke landen. Onder hunne gevangenen merkte hij +een schoone en kostbaar gekleede maagd op, en men vertelde hem, dat +zij de dochter was van den bevelhebber van een vesting, die bij deze +gelegenheid veroverd en geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld +van een kamervrouw, en Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar +zijn harem zouden worden overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de +gevangen jonkvrouw op aan, dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn +godsdienst zoowel als zijn leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie +niet op zijn aanzoek wenschte in te gaan. Ten einde raad besloot hij +gebruik te maken van de bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde +hem, zijn zaak bij haar jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot +de jonkvrouw, dat het onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie +leven in de afgelegen vesting, zou volharden in haar weigering, en dat +zij, door Mohammed te huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat +haar omringde, inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten +slotte gaf de Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst, +en nam zelfs zijn godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al +het vuur, een bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den +Moorschen naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin +haar heer en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken +den horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende waarschuwingen +drongen zij er bij den vader op aan, zijne dochters streng te bewaken, +wanneer zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben. + +Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en +Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars, +besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobreña op te sluiten, +een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en waar, +naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen. + +De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren +leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig +waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij +natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een +onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede, +had een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de +oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar +spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen, +en geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon, +en wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek, +schudde zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij +zuchtte, ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug +op een ander onderwerp over. + +Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de +hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte +geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde +aan den heuvel, waarop het kasteel Salobreña stond. Het was één +van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te gelooven, dat wij +niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar alles schoon, maar +onwezenlijk is. De ondergaande zon kleurde de nevelen lichtrood als +wierook, die opstijgt uit de urnen der schemering, en zee en horizon +aan het oog onttrekt. Van achter de sluiers van zeedampen kwam een +galei met witte zeilen te voorschijn, die naar de kust gleed en +daar het anker liet vallen. Een aantal Moorsche soldaten brachten +verscheidene Christengevangenen aan wal, onder wie zich drie kostbaar +gekleede Spaansche ridders bevonden. Ofschoon zij met ketenen beladen +waren, was hun optreden waardig en voornaam, en de prinsessen konden +hare oogen niet van hen afhouden. Nog nooit hadden zij zulke edele +jongelingen aanschouwd, want tot dusverre hadden zij nooit anders +dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit die streek gezien, +zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik van deze jonge +ridders haar het hart sneller deed kloppen. + +De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog +verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden +zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder. + +Zóó vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij vertelden +haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over zulke, +in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare vragen +met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er slechts toe +bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen, die door de +verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was opgewekt. Maar +het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk een kwaad zij +met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare angst, zond +zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een zinnebeeldige +boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met vijgebladeren, +waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle drie in +het eerste stadium van verleidelijke rijpheid, een symbool, waarvan +Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche beeldspraak van vruchten +en bloemen, de beteekenis volkomen begreep. Gedachtig aan den raad der +sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen onder zijn onmiddellijke +bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, den toren +van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te brengen. Hij +reisde zelf naar Salobreña om zijne dochters te halen, en toen hij +ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij dankbaar, dat +hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn persoonlijk +toezicht had genomen. Hij was zich zóó zeer bewust van het groote +gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen, dat hij zijn reis +naar Granada voorbereidde door het zenden van herauten, met het bevel, +dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen zou, door iedereen moest +worden verlaten, op straffe des doods. Toen ondernam hij de reis naar +de hoofdstad, begeleid door een troep van de afschuwlijkste zwarte +ruiters, die hij vinden kon. + +Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje +Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden +geen tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met +het aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde +te doen. Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de +prinsessen op een afstand uit het venster van het kasteel Salobreña +gezien hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen +vijand te kruipen, bleven zij staan. + +Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke +ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de +ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich +tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van +het escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood dezer ridders +ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen rang, en +hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere jongelingen +gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de Spaansche vlag +streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed het zwaard weder +in de scheede. »Ik zal hun leven sparen«, zeide hij, »maar zij moeten +voorbeeldig gestraft worden voor hun onbeschaamdheid«. Brengt hen +naar den Vermiljoenen Toren, en laat hen daar dwangarbeid verrichten. + +In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie +prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid +te zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op +het eerste gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel, +en de drie edele ridders ontvlamden plotseling in liefde voor +de koninklijke jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit +hadden. Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere +schoone, maar het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer +wij zouden vragen naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering +van Jonkvrouw Natuur, die in de romance misschien verstandiger wordt +voorgesteld, dan zij in werkelijkheid is. + +De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar +hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats, +die voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in +heerlijkheid alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken +bevonden zich in een toren, die eenigszins afgezonderd stond van +het eigenlijke paleis van het Alhambra; aan één kant zag men uit +op een tuin, die schoon was als de eerste schrede in het paradijs, +terwijl men aan de andere zijde het uitzicht had over een diep en +schaduwrijk ravijn, dat de terreinen van het Alhambra scheidde van +de Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor de schoonheden +van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en niemand zag de +gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude Kadiga, die +gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van medelijden +met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar, dat zij, +langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun dagtaak bij +de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der jonkvrouwen, +bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het werk te +zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den volgenden +dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het heetst van +den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een Spaansch lied +bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij hoorden, dat het +een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen antwoordden met +een romance, waarvan het refrein aldus luidde: + + + De roos wordt verborgen door 't bladerenschild, + Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt. + + +Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en dagelijks onderhielden +zij zich met de eveneens gevangen prinsessen, door middel van liederen +en romances, die de gevoelens van weerskanten vertolkten. En telkens +wanneer de bewakers hun middagslaap deden, vertoonden de prinsessen +zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan dezen zaligen toestand, +want de familie van de drie jonge ridders betaalde een losprijs, en zij +werden naar Granada gebracht, vanwaar zij de reis naar hun vaderland +zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de oude Kadiga, en smeekten +haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje te ontvoeren. De oude +vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel over, en daar zij +allen dadelijk bereid waren, werd er een plan tot ontvluchting beraamd. + +De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd +doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar +verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de +koninklijke jonkvrouwen door één dezer gangen naar een uitvalpoort +buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de ridders +haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de grenzen +zouden brengen. + +De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag, +lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een +touwladder uit hare vensters in den tuin zakken--allen, behalve +Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende +oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de +nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren +hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende +vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in, +de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten +haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde, +dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd +te verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer +geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven, +en het gezelschap draafde in vliegende vaart weg. + +Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de +alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den +hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden +met alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne +vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen weinig +begane paden, verborgen zich in dichte bosschen, en waren eindelijk +zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de prinsessen werden opgenomen +in den schoot der Kerk, en met hunne respectieve minnaars in den echt +verbonden werden. + +Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne +dochters. Maar hij nam--eenigszins noodeloos--zijne maatregelen, +om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige Zorahayda, +die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw over +haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten +over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van +Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover +de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar +treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige +ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in +dit opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige +zusters niet bezongen werden. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN PRINS AHMED. + +Weer is de oude stad Granada het tooneel der legende, die wij nu +behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen, die wij later +zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het verhaal van +Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins Ahmed, +bijgenaamd »al Kamel«, of »de Volmaakte«, om de evenwichtigheid en +schoonheid van zijn karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken +prins, voorspelden de astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig +zou zijn, mits men één moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die +moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te +verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst niet verwonderd, wanneer +wij hooren, dat zijn koninklijke vader pessimistisch gestemd werd, wat +de gelukskansen van den prins betreft, toen de wijzen hem mededeelden, +dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een droevig lot, hij ver moest worden +gehouden van de verlokkingen der liefde, totdat hij den mannelijken +leeftijd zou hebben bereikt. De ontstelde vader deed, zooals de +meeste vaders in romances doen, hij sloot n.l. zijn pasgeboren zoon +op in een allerliefst en afgelegen paleis, dat hij voor dit doel liet +bouwen op den rand van den heuvel boven het Alhambra. Dit gebouw, +dat tegenwoordig bekend is als de Generalife, is omringd door hooge +muren, en hier groeide de prins op, onder de goede zorgen van Eben +Bonabben, een Arabisch geleerde, die vele buitengewone gaven van hart +en verstand had, welke hem geschikt maakten voor het bewaken van een +jeugdigen vorst in de omstandigheden van Ahmed. + +Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins +zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde +betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid, +en inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben +Bonabben, verwaarloosde hij zijne studieën, en nam hij de gewoonte +aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag +hoe het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen +ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest +afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken +voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die +wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de +taal der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige +wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met +groot succes zijn vaardigheid beproefd had, achtereenvolgens op een +havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het vogelenkoor +in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger stortte zijn hart +uit in een jubelend lied van liefde, welk woord telkens herhaald werd. + +»Liefde,« riep de prins eindelijk uit, »wat beteekent dat, liefde?« +Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij deze vraag in gedachte zijn +hoofd reeds op zijne schouders voelde rollen, als een waarschuwing +voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet in staat zou zijn, de +vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat liefde een van de ergste +kwellingen was, die de ongelukkige menschheid te dragen heeft, dat +zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en broeders, en verscheidenen +der edelste mannen ten val had gebracht. Daarna verwijderde hij zich +in de grootste verwarring en liet den prins aan zijn eigen gedachten +over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die zoo lustig zongen, +volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde hij aan de +waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den volgenden +morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel op te +lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een duif, die +vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel fladderend +op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en streek de +verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en op zijn +vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om haar +doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad. + +»Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde, waarvan +de vogels in den tuin steeds zingen?« + +»Liefde,« zeide de vogel, »is het grootste mysterie en de oorsprong van +alle leven. Ieder levend schepsel heeft zijn maat. Hebt gij zoovele +kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht zonder de liefde te leeren +kennen? Heeft nog geen schoone prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw +hart veroverd?« + +De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op. »Schurk,« +riep hij uit, »waarom hebt gij mij zoo totaal onwetend gelaten? Waarom +hebt gij het groote mysterie en den oorsprong van alle leven voor +mij verborgen gehouden? Waarom moet ik alleen het geluk der liefde +ontberen?« Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren, +en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld +hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren +geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij +tot den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen +beschaamd was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was +zóó verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde, zijn nieuw +verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit stelde +den wijze weer eenigszins gerust. + +Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin; plotseling +zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer. Hij vroeg +haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een ver land +gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die, evenals +Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een afgelegen +kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde. De +wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in +dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk +op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de +hartstochtelijkste taal aan »De Onbekende Schoone, van den gevangen +Prins Ahmed,« en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem dadelijk aan +het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen. + +Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst van den +boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif +eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en +den laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar +hart doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar +zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat +het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een +bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De +prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij +besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te +zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten zijn. + +Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken had +sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie der +vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog dienzelfden +nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de buitenmuren +van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen ouden uil, +die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op weg naar +Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den uil, +een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het opsporen +van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en zochten +den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden vogel, +die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te zoeken +van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de +voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger +vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen. + +Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova, waar +zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in kwestie, +een groote volksmenigte vonden, die met belangstelling luisterde naar +het gekakel van een papegaai, wiens pluimage schitterend groen was, +en wiens levendig oog een schat van wijsheid verried. Toen de menigte +zich verspreid had, vroeg de prins den schoonen vogel naar het voorwerp +zijner liefde, en hij was verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren, +waarmee hij naar de beeltenis der jonge prinses keek. + +»Arme jongeling,« kakelde hij, »zijt gij ook het slachtoffer geworden +van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij zoo innig vereert, de +beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter van den Christenkoning +van Toledo.« + +»Help mij, goede vogel,« riep de prins uit, »en ik zal u een hooge +betrekking aan het Hof bezorgen.« + +»Heel goed,« zeide de papegaai, »het eenige, wat ik vraag is, dat ik +niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben een grooten afkeer +van hard werken.« + +Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis naar +Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts langzaam +door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de verschroeiend +heete vlakten van La Mancha en Castilië, maar eindelijk kwamen zij in +het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den rand van een afgrond, +waar de Taag bruisend doorheen loopt. De praatzieke papegaai wees zijne +reisgenooten dadelijk het verblijf van Prinses Aldegonda, een statig +paleis, dat zich verhief uit de heesters van een verrukkelijken tuin. + +»Ach Toledo«, riep de uil in extase uit, »Toledo, gij stad van +toovenarij en mysterie!« Welk een macht van tooverformulieren zijn er +niet uitgesproken in uwe donkere schuilhoeken. Stad van geleerdheid, +van wonderen, van duizenden geheimenissen!« + +»Kletspraat«, riep de papegaai. »Wind je niet op, mijn vriend +de wijsgeer! O Toledo,« oreerde hij met uitgespreide vleugels, in +navolging van den uil, stad van noten en van wijn, van vijgen en olie, +van feesten, steekspelen en bekoorlijke señoritas! Nu, Prins, moet +ik niet naar Prinses Aldegonda vliegen, en haar uw aankomst melden?« + +»Doe dat, beste van alle vogels«, antwoordde de prins met +warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo +is gekomen om haar te zoeken.« + +De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met deze +boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat hij +neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een volmaakten +hoveling. »Schoone Prinses«, zeide hij met een diepe buiging, »ik kom +als afgezant van Prins Ahmed van Granada, die naar Toledo is gereisd +om zich te koesteren in de stralen uwer oogen.« + +»O, welk een heerlijk nieuws«, riep de prinses uit. »Ik begon juist +te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed. Vlieg naar hem terug, +zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en vertel hem, dat zijn +schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en dat zijne woorden in +mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er op voorbereiden, +de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen. Morgen is het mijn +zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader een schitterend +tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal mijn hand zijn.« + +Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar +zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit, +dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend +in het ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den +wijzen uil, die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te +vertellen, dat er in een naburigen berg een grot was, waar op een +ijzeren tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een +betooverd strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan +had. Na eenig zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig +brandende olie verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte +en met behulp daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard +spoedig gevonden. Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het +paard, dat luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde, +terwijl de uil en de papegaai naast hem vlogen. + +Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in +de nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk +schoon schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren +bij honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen, +en haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen +in schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij +de komst van Ahmed, die aangekondigd werd als »de Pelgrim der Liefde«, +steeg de opwinding ten top, want hij was een buitengewoon ridderlijke +en schitterende verschijning in zijn glinsterende wapenrusting en met +juweelen bezaaiden helm. Men deelde hem mede, dat slechts kampioenen +van vorstelijken bloede in het strijdperk werden toegelaten, en toen +hij dit vernam, maakte hij zich bekend. Toen men hoorde, dat hij een +muzelman was, begonnen de Christenridders hem te beschimpen, waarop +Ahmed in woede ontstak en den ridder, die het heftigst in zijn spot +geweest was, uitdaagde. Zij renden op elkander in, en de gespierde +tegenstander werd uit het zadel geworpen. Maar de prins ontdekte nu, +dat hij te doen had met een betooverd paard; want toen het eenmaal +in actie was, kon niets het meer tegenhouden. Het Arabische ros +wierp zich midden tusschen de ridders; Ahmeds tegenstanders vielen +als een kegelspel onder zijn opgeheven speer, zoodat het strijdperk +in een oogenblik bedekt was met hunne uitgestrekte lichamen. Maar +des middags twaalf uur, hield de betoovering waaronder het paard +handelde, plotseling op. Het ros draafde over het veld, sprong over de +afsluiting, stortte zich in de Taag, zwom door den bruisenden stroom, +en droeg den prins doodmoe maar voldaan naar de grot terug, waar het +zijn plaats weer innam naast de ijzeren tafel, waarop de prins de +wapenrusting weer neerlegde. + +Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder degenen, +die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop, was +de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de +verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd +hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond +hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai +keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis +in Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de +algemeene opinie was, dat de prins òf een Arabisch toovenaar, òf een +van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de grotten der +bergen huisden. + +Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters +van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van +Ahmed kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht +naar den hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd +streng bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van +haar meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van +toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning--de kostbaarste +diamant uit de koninklijke schatkamer--was uitgeloofd voor hem, +die haar zou genezen. + +Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer +een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven +was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden +konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed, +dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling +gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich +van zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een +Arabier uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en +handen donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het +koninklijk paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning +werd toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg, +antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te +genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten +was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der +muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was. + +Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem +dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men +op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het +omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon +op zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna +herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van +den brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn +liefde verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de +woorden, en beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd +in haar kamer geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij +verkeerden, begrepen, waren op hun hoede, en stelden zich tevreden met +het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden. Nooit +behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de +bleeke wangen der prinses, en de Koning was zóó verrukt, dat hij Ahmed +verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te kiezen. De prins +wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en antwoordde, dat +hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud vloerkleed wenschte, +dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die door de muzelmannen, +die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten. De koffer werd +oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op het terras uit. + +»Dit karpet«, zeide de prins, »was eens het eigendom van Koning +Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te dragen. Laat de Prinses +het betreden.« + +De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier +in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast +haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende: + +»Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang hebben +liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet?« + +Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich +in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden +de gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht. + +Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses +in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang +eischte. Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was +langdurig en gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat +hij toch zijne gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot +zijn grootvizier en den papegaai tot ceremoniemeester, en wij mogen +dit beschouwen als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en +huiselijke omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid +geleid werd. + +Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal +oorspronkelijke en afzonderlijke elementen--de gelieven, die onbekend +met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun geboorte; het +oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en het onderwerp +van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een andere vorm van +het oude begrip, dat een toovenaar zich op bovennatuurlijke wijze +door de lucht kan voortbewegen; deze kunst schijnt hij te hebben +geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier bezemstelen slechts het +vliegende paard vervingen. Maar uit de omstandigheid, dat het karpet +in dit verhaal voorkomt, mogen wij opmaken, dat het waarschijnlijk uit +Perzië afkomstig is, het land waar het eerst karpetten geweven werden; +vooral ook, omdat de toovenaars van primitiever volken andere en +eenvoudiger middelen gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen. + + + +DE GELOFTE VAN DEN HEIDEN. + +Het volgende verhaal werpt een helder licht op de verdraagzaamheid, +en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje somtijds tusschen Moor +en Christen betracht werd. Het betreft de geschiedenis van Narvaez, +den generaal, die het bevel voerde over het garnizoen van Medina +Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de Spanjaarden gevallen +was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt, vanwaar hij een reeks +invallen deed in het naburige district Granada, met het doel provisie +machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van dezen streek alles +te ontnemen, wat hun nog was overgebleven. + +Bij één van deze gelegenheden had Narvaez een groote ruiterschaar +uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den vroegen +morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij bij +zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen. De +bevelvoerende officier reed eenige honderden meters voor den troep +uit, en ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die +in het duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man +hield moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig +overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin +zij zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar +de vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden +zij naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden. + +De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was +een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los, +zijden gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch +gebruik, rijk versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver +Arabisch ras. Uit deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een +hooggeboren ridder was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst, +en vernam dat zijn gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda, +een aanzienlijk Moor en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar +toen Narvaez den jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn +verwondering, dat hij niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen +stroomden langs zijn gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken +door snikken die uit het diepst zijner ziel schenen op te stijgen. + +»Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien,« zeide Narvaez. »Dat gij, +een ridder van goeden huize, en de zoon van zulk een dapper edelman +als uw vader is, zoo bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl +gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig +soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet.« + +»Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben,« antwoordde de +jongeling; »ik stort tranen om een veel grooter leed, waarbij +vergeleken mijn gevangenschap niets is.« + +Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met +zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de +reden zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den +generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde: + +»Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de dochter +van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter harer +eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij haar +wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik +was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te +ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn +vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende +te bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet +ik niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen +kans u duidelijk te maken, hoezeer ik lijd.« + +De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van +zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig +hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig +lot van den jongeling te verzachten. + +»Gij zijt een ridder uit een edel geslacht«, zeide hij, »en wanneer +gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult terugkeeren, +zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te zeggen wat de +reden is, dat gij heden niet bij haar waart.« + +De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de gevraagde +belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel, waarin +zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het teeken, +waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte, en +zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander gewoonlijk +ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het afgesproken +uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de oorzaak van zijn +wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat hem overkomen was, +barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte haar te troosten; +maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn gelofte aan +Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder gegeven had, +dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren. + +»Er blijft mij niets anders over dan te gaan«, zeide hij. »Ik heb +mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u, die ik zoo innig +liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw vrijheid gevaar zou +loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit mijn gevangenschap +verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u weder.« + +De jonkvrouw antwoordde echter: »Gij hebt mij reeds vele bewijzen +gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die duidelijker +dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou het ondankbaar +van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw gevangenschap te +deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet leven, wil ik +het ook doen.« + +De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen, +en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den +geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan, +waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den +trouw der jonkvrouw en de rechtschapenheid en standvastigheid van +den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de +vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen, +stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, én gaf hun +een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land. Deze +gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den +Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber, +werden buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van +Granada, bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne +geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle +opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien +nog de verdienste, volkomen historisch te zijn. + + + +DE DROOM VAN KONING ALFONSO. + +Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don Alfonso, Koning van +Galicië één van de Christelijke Staten, die het tegen de Mooren hadden +uitgehouden, vervolgd werd door een droom, die steeds zijne nachtwaken +verontrustte, en waarvan hij den diepen zin niet kon doorgronden, +zoodat hij eindelijk er toe moest overgaan, zich om raad te wenden +tot de beoefenaren der occulte wetenschap, diezelfde vijanden, tegen +wie de droom hem waarschuwde. + +In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied +van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van +Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk +Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso +kwam, lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het +dreigende gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en +maakte hij zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl +zij uit zichzelf reeds talrijk waren, nog versterkt werden door de +Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje. Voordat +Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die vreeselijke +visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo menigmaal den +val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij op een olifant +gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het reusachtige dier, een +atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf sloeg. Maar het geweld, +dat uit het instrument voortkwam, was zóó hevig en onrustbarend, +dat hij oogenblikkelijk doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin +sloeg hij weinig acht op dezen droom en beschouwde hem als een gewone +nachtmerrie, maar toen hij steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende +nachten van zijn verblijf te Toledo, begon hij te gelooven, dat er +een ernstige waarschuwing in verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte +hij doodelijk verschrikt, badende in het zweet en met den nagalm +van den Oosterschen trom nog in zijne ooren, totdat hij eindelijk +in de grootste onrust besloot, de geleerden van zijn Hof te vragen, +wat de beteekenis van den droom zou kunnen zijn. + +Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich, +evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen, +die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne +Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had, +vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste +bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus: »Wat +mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de eigenaardige +omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een dier dat in +ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een anderen vorm dan +die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk is. Ik vraag u, +wat de beteekenis van dezen droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste +hierop uw antwoord.« + +De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den +Koning terug. + +»Heer Koning,« zeiden zij, »wij zijn van meening, dat deze droom u +is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het machtige leger, +dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult overwinnen, +dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult buitmaken, +dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult terugkeeren, +overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw overwinning in het +geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant, die u elken nacht +verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben Taxfin, Koning +der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van Afrika, +die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen van +dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom +zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest +afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden.« + +Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging, +en toen de wijzen zwegen, zeide hij: »Het schijnt mij toe, dat uw +verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij +geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf aan.« + +Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot eenige +Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht een +Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen. Zij +antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een +der Moskeeën leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van +den Koning een verklaring geven van het visioen. + +Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in zijn tegenwoordigheid +zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche ridders terug met +den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir Mohammed Aben Iza, +die echter beslist weigerde den droom van een afvallige te verklaren; +en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden was, wilde hij zelfs +niet het paleis betreden. + +Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat +godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk +Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed +kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den +wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor, +en toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: »Gaat +naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom +zeer nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen +worden in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij +zal vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal +blijvend aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem +verder, dat deze verklaring uit den Koran is afgeleid: »Weet gij niet, +wat God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij +zijn kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos +zien worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen +gebracht heeft?« Deze woorden--vervolgde de Fakir, voorspelden den +val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen +Arabië optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot zijn +vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend vuur +op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en +asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent, +dat het uur van zijn ondergang nabij is.« + +De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, tot den Koning +terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir mede. De +Koning werd doodsbleek, en riep uit: »Bij den God, dien ik vereer, +het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft, want gij +kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal straffen.« + +Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit +een onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend +ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok +hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem +in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca +geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers +waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende +boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso òf zijn Christelijk +geloof zou afzweren, òf zich als zijn Vasal zou onderwerpen. Toen +Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den brief woedend op den +grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant: »Zeg tegen Taxfin, +dat hij zich niet moet schuil houden tijdens het gevecht, opdat wij +met elkander kunnen afrekenen.« + +Verschillende omstandigheden beïnvloedden den strijd. De Vrijdag was de +heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath der Joden, die +ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de Zondag was de +rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een wapenstilstand +verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin toegestemd. Maar +Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen des Vrijdags, +op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in twee divisies, +en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van Sevilla had +zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om den afloop +van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig voor de +Muzelmannen was uitgevallen, waren zij eenigszins ontmoedigd. Maar +toen het hun gelukt was den eersten aanval van Alfonso te weerstaan, +trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop en bij deze gelegenheid +luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De Koning van Sevilla, +bezield door de gelukkige profetie, zette zich neder in zijn tent, +nam pen en perkament, en dichtte de volgende regels, die hij ter +bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond: + + + Door Godes toorn en 't Moorsche zwaard, + Wordt 't Christenvolk verjaagd van de aard', + Terwijl het sterrenbeeld voorspelt + Uw grooten roem op 't oorlogsveld. + + +Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en hij reed langs +de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak. Maar hij +had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het +hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in +Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en +bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige +ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen +van alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in +actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusië, en de geschiedenis +vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige menschen- en +paardenmassa veroorzaakt werd, zóó geweldig was, dat de strijdenden +elkander niet meer konden zien, en in het blinde worstelden, alsof het +in het diepst van den nacht was. Tenslotte begonnen Taxfins troepen +zich in groote wanorde terug te trekken, terwijl het paardevolk der +Christenen steeds verder opdrong. Slechts de Mooren van Sevilla hielden +stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd van zijne reservetroepen, +en reed met zijne ruitercolonnes recht op het paviljoen van Koning +Alfonso toe, dat slechts zeer onvoldoende beschermd was, en dus +zonder veel moeite met alle kostbaarheden, die zich daarin bevonden, +den Mooren in handen viel. Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong, +viel hem in de flank aan, en de beide opperbevelhebbers waren spoedig +in een woedend gevecht gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf +zich onder zijne manschappen, spoorde hen aan tot standvastigheid, +en riep hun toe, dat de belooning voor hun moed de kroon van het +paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne herhaalde aanvallen, begon +het leger der Christenen achteruit te wijken, en bij een hernieuwden +aanval van Taxfins bondgenooten, die eerst verslagen waren, gaf +het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag, dat alles verloren was, +vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd volgelingen, voor +de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite de stad Toledo, +waar hij met slechts honderd man aankwam. + +Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige jaren +later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de nederlaag +van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en stierf +hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld. + + + +DE PRINS, DIE ZIJN KROON VERRUILDE. + +Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de Gothische en Arabische +rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden kleine koninkrijken, die +even snel weer verdwenen, en waarvan de namen reeds lang vergeten +zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen vasten voet in +Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van het land twee +miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen, waarvan het +noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche nationaliteit +terwijl het andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn Moorsche +zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche vorstendom +een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn opvoeding +was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche buren met +den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde. Zij waren, +zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras, dat geen +naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en wraakgierig +volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de jonge Fernando, +die voortdurend in dien geest over zijne buren had hooren spreken, +een geweldigen afkeer van hen had gekregen. + +De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide +vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor +de eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied +deden, want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide +landen, zich daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een +rooftocht ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf +ook deel, want het werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in +bijna voortdurend oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van +de praktijk der krijgskunst. Bij één van die vele miniatuurinvallen, +was de troep, die onder Fernando's bevelen stond, ver in het Moorsche +gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en +zoo kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos +voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand, +die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine +troepje Spanjaarden werd op deze wijze in tweeën verdeeld, en vluchtte +in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door een +klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde in de richting +van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te komen. + +Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten +omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel +gereden hadden, waren hunne paarden na korten tijd zóó oververmoeid, +dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp zagen zij, dat +de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun leven zoo duur +mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders betaamde, en zij +waren op het punt af te stijgen, en een gunstig terrein te zoeken voor +den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand een gebouw zagen, +dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was opgetrokken. »Als er +ergens een geschikte plek is, om ons te verdedigen, dan is het daar,« +zeide Fernando. »Laat ons daar stelling nemen, en gebruik maken van +de beschutting, die het gebouw ons biedt.« + +Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning, en +bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij afgestegen +waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen gebouw, en +hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn verbazing +een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig gebed +verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn geheele +uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar was, +een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om in +vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde +hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan, +toen de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het +gestamp van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg, +wat hij wenschte. + +»Maak, dat gij wegkomt,« zeide Fernando, »want wij moeten deze plaats +tot het uiterste verdedigen tegen uwe afvallige broeders.« + +De kluizenaar glimlachte. »Jonge man,« zeide hij, »hoe kunt gij een +oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige gebouw verdedigen kunt +tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken omsingelen zullen? Uw +zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin kunnen beschermen +als deze vervallen muren, die in enkele minuten ineengestort zullen +zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild tegen het ruw geweld +der menschen, dan steen of staal«. + +»Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man«, zeide Fernando. »Maar ik +ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die zaken, die gij veracht«. + +»Dat is treurig genoeg«, zeide de kluizenaar, »hebt gij in uw +eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een beter beschermer +is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele stoffelijke +bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede van hunne +medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u bijstaan door +middel van den minsten zijner dienaren«. + +»Indien het de God der Christenen was, van wien gij spreekt«, +antwoordde Fernando, »zou ik moeten erkennen, dat gij woorden van +wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een ongeloovige klinken +zij mij godslasterlijk in de ooren«. + +»Heer Ridder«, zeide de kluizenaar, »gij zijt nog jong, maar wanneer +gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben leeren begrijpen, +dat God dezelfde is in alle landen, en dat verdeeldheid over Zijn +persoonlijkheid, één der middelen is, waarmede de Duivel vijandschap +zaait tusschen de geloovigen. Luister naar mijne woorden: Deze steenen +ruïne is de laatst overgebleven toren van een oude vesting, waaronder +zich een labyrinth van kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk +in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de +vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal +zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren.« + +»Wees voorzichtig, Don Fernando,« riep een van de metgezellen van +den Prins uit; »deze heiden tracht u in een valstrik te lokken, +opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen vermoorden.« + +»Neen,« antwoordde de Prins, »want ik kan zien, dat deze brave en vrome +man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw mij met een gerust hart +aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader, naar de plaats waarvan +gij spreekt.« + +Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij +wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden +leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken, +waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen +vervolgd hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder +riep den kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien +voorbijkomen. »Neen, er zijn hier geen Christenridders voorbijgegaan, +mijn zoon,« antwoordde de vrome man, »ga heen in vrede.« De Moorsche +kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer, +en de troep reed verder. + +De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en keerde +binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de duisternis +was ingevallen. »Nu kunt gij veilig naar uw eigen land terugkeeren«, +zeide hij. + +»Hoe kan ik u beloonen?« riep Fernando uit, die diep getroffen was +door den vriendelijken eenvoud van den ouden man. + +»Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het vervolg +mijne rasgenooten zachter te beoordeelen.« + +»Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk,« zeide de Prins droevig, +»want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik veel kwaads en +weinig goeds van de Mooren gehoord heb.« + +»Dat verwondert mij niets,« zeide de kluizenaar glimlachend, »want +gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen slechts ontmoet hebt met +het zwaard in de hand of als gevangenen, wier harten verbitterd waren +door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge man, of liever, bid, +dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren, opengeworpen mogen +worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen te laten. Tracht +het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan zult gij genoeg +goeds in hen vinden.« + +Terwijl hij sprak had Fernando inderdaad het gevoel, dat de poorten +van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel, +ontgrendeld werden. »Ik zal uw raad niet vergeten,« zeide hij, »want +het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel mensch iets kwaads +komt,« en met een eerbiedigen groet besteeg hij zijn paard en reed weg, +vergezeld van zijne makkers. + +In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij +zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar +de raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling +naar het verslag van zijne ondervindingen luisterden. + +»Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit,« zeide één van zijne +raadslieden; »zonder de hulp van dezen vromen man zoudt gij nu stellig +de gevangene zijn van uwe vijanden. Er zullen niet veel van zulke +geesten in Moorsche lichamen huizen.« + +»Hoe zoo, Señor,« antwoordde de Prins; »is het niet mogelijk dat gij +u vergist? Wat weten wij eigenlijk van de Mooren, behalve wat wij in +een voortdurenden strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn, +wanneer wij trachtten hen beter te leeren kennen?« + +»Wat,« riep de Minister uit, »kennen wij hen niet als honden en +afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders van valsche +goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort zouden leeren +kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het gemeenschappelijk +strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun trouwelooze borst +kunnen richten«. + +»Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe,« zeide Fernando +vriendelijk; »en ik wil u vertellen, heeren, dat ik dezen morgen +huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren beter +te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun +instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats +als vijanden tegemoet treden.« + +»Dwaasheid,« riep de Kanselier uit; »dat is een onbekookt besluit +van een jong en onervaren vorst.« + +»Ik denk er anders over,« antwoordde Fernando; »maar om +noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als Muzelman te +vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als een geboren +Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige gebruiken +onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en laat +mij daar niet van afbrengen.« + +»De wil van uwe Majesteit is wet«, antwoordde de Kanselier, die in +het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor de uitbreiding +van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg trachtten nog +Fernando's besluit aan het wankelen te brengen, doch tevergeefs. De +voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen en drie dagen nadat +hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok Fernando als Moor +vermomd, over de grenzen van het land zijner vijanden. Hij besloot +zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij belangrijke plaats; +daar aangekomen, steeg hij af en zocht een khan of herberg op. Hij +trof daar allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan +dezelfde tafel als de Mullah of priester, en de soldaat deelde zijn +maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij dit volk opviel, +was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en dronken niets dan +melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de herberg heerschte, +verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende mannen zaten voor het +meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en rustig sprekende met +zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets gevraagd werd, spraken +zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig na te denken, +voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen antwoordden. Al hunne +handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando merkte op, dat +zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun kleeding, +maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg gedurende +de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend ingerichte +openbare baden der stad. + +Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen +slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een +bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in +alle hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen +plaats te zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een +gesprek aan met één van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek +van de herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen +lezen. Eerst toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen +hij bemerkte, dat de Prins met hem van gedachten wilde wisselen, +bracht hij het gesprek op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet, +dat hij bezig was te bestudeeren, en hij verviel daarbij in zulk +een haarkloverij, dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde, +hem ooit te hebben aangesproken. + + + +FERNANDO MAAKT VERGELIJKINGEN. + +Toen Fernando zich dien avond ter ruste had begeven, maakte hij +de balans van den dag op. Deze menschen schijnen mij buitengewoon +vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar tegenover +staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun +gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die Mullah +was vreeselijk lang van stof, maar zijn er onder ons ook niet een +menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle werelddeelen voor, +dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid een schrik voor +zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte der menschheid +zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar zelden een sterke +persoonlijkheid aantreft. + +Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de +groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche +kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming +heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een +gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar, +die zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en +godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want +zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk +geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij +zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van +de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen +priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen +schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in een vleugel +van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een aantal +oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten, vloeiend +schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van den +Koran en andere godsdienstige werken. + +Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de +universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke +geestelijke leven, dat daar bloeide. In één der kamers was een leeraar, +gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te houden over de +praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een scherpzinnigheid +en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had aangetroffen. Zijn +kennis van medicijnen en van de eigenschappen van planten en kruiden, +scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen Fernando dacht aan +de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks zoovelen zijner +onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep beschaamd, dat +deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie zoowel als in de +praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was scherpzinnig genoeg om +in te zien, dat de spreker de medische wetenschap beschouwde als +iets, dat in het verleden reeds zijn hoogtepunt bereikt had. Hij +sprak van proefnemingen in den verleden tijd en vermeldde slechts de +groote leermeesters der oudheid: Galenus en Hippocrates, Avicenna en +Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide van de leermeesters van zijn +eigen tijd, dan geschiedde dit altijd eenigszins geringschattend, en +nooit met een woord van waardeering; de oudheid was alles voor hem, +en de leerstellingen der oude meesters in de medicijnkunst waren hem +in zeker opzicht even heilig als de woorden van den Profeet. + +In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando +eenigen tijd luisteren naar een leermeester in de astrologie. Deze +oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring voor hem gehad, +en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren tot hare groote +beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig den invloed, dien +de verschillende planeten op het lot van den mensch hadden, hoe haar +onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven bepaalde, en hij +behandelde het karakter van personen, die onder bepaalde astrologische +voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap was volgens den spreker +niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en terwijl Fernando +naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat hij veel +als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet wetenschappelijk +bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer planeten, niets +feitelijks over de beweging der sterren, of over hun verhouding tot de +aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter een andere geest; +daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er werd gewezen +op de werken van Arabische reizigers die Azië en Afrika doorkruist +hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden besproken, en +over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche scholen, +die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd werden, +waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer aandacht +geschonken werd aan het buitengewone dan aan het waarschijnlijke. + +Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein +overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende +wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het +dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door +verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat +dit gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren en +kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt, +vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door +gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine +groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of +van de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken +terneder zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen, +die het marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig: +smeden, sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op, +dat het werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne +gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking +tot die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd +drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied +de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten +nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere +verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand, +maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een +oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde, +hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen +geen gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer +zij een toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen +strookt, zou het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken +over te nemen, die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn +eenvoudig, gelukkig en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei +werd opgedrongen van wat in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk +dan niet verkeeren in ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun +waarschijnlijk geleerd, dat hun tegenwoordige levenswijze de meest +geschikte voor hen is. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat hun +afkeer van ons het gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten +en instellingen der beide volken? Maar zou dit verschil misschien +alleen maar aan de oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathieën +en antipathieën zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn +volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat +hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne +zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel +als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en +omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel +los te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden +is. Wij verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven, +maar slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat +de goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men +trouw moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte +zou elk van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid +was, dezelfde vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten +zoo aan mij gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te +onderscheiden zou zijn. + +Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het +landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn +eigen rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen +kleine sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange +rijen maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle +richtingen over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde +zich bij één van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn verwondering, +dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en landlieden in +Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk onderbroken, en de +maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar het zwaarmoedige +fluitspel van één hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig +en weinig eischend waren als de boeren van zijn eigen land. Zij +deelden hun brood en kaas met hem, en boden hem een slok geitemelk +aan uit een grooten lederen zak, en het gelukte hem met veel moeite, +deze lekkernij met een benauwd gezicht naar binnen te werken, want +vorsten zijn niet gewoon aan de scherpe geuren van zulk een drank. Na +zich op deze wijze versterkt te hebben, wandelde hij langzaam verder +over de gloeiende velden, zoo nu en dan rustende in de schaduw der +boomen, die langs den weg groeiden. + +Hij had misschien 1 1/2 mijl afgelegd, toen hij bij een open vlakte +kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte. Hij +volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en +zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge +bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden +met hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en +legden met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen +het bevel »halt« gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk, +zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van één +der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de Prins stond, +en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een Moorsch +priester hield, groette hem hoffelijk. + +»Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons, eerwaarde +heer,« zeide hij, »dat ik meen te mogen aannemen, dat gij vroeger +zelf soldaat zijt geweest.« + +»Dat is zoo,« antwoordde Fernando; »ik was vele jaren soldaat, en heb +lang in een ander gedeelte van het land gediend; maar nu is de oorlog +niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor mijn genoegen ten +strijde trok, liggen achter mij.« + +»Maar«, zeide de officier, »de oorlog is toch het eenige, waartoe +een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong, en hebt het +leger blijkbaar te vroeg verlaten.« + +»Neen,« antwoordde de Prins, »wanneer het noodig is, ben ik bereid het +zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen inval +te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd heb, +de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan.« + +»Maar,« zeide de krijgsman glimlachend, »gij meent toch niet, dat wij +ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij aangevallen worden. Wij +weten toch niet vooruit, wanneer de onbeschaafde en woeste Christenen +uit het Noorden ons zullen overvallen?« + +»Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal opkomen, +een strooptocht in hun rijk te ondernemen,« zeide Fernando. + +»Maar,« zeide de officier weder, »wanneer wij dat doen, is het ten +slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want het blijkt toch +wel, dat zij ons nooit met rust zullen laten.« + +»Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen?« vroeg Fernando, +»ik geloof van niet, maar wij hebben wel verdragen met hen gesloten, +doch die schijnen gemaakt te zijn om verbroken te worden.« + +»Ja,« zeide de officier verachtelijk, »het zijn verraderlijke honden, +deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man vertrouwen kan; +zij hebben het eene verdrag na het andere verbroken.« + +»Als ik mij niet vergis,« zeide Fernando, »hebben wij hetzelfde gedaan, +alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat het volk niet te +weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze vijanden gedragen, +en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden handelen, omdat +onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn. Mag ik U vragen, +edele heer, of gij ooit in Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere +Christenen ontmoet hebt dan die, welke gij toevallig gevangen genomen +hebt?« + +De ruiter schudde ontkennend het hoofd. »Nu ik erover nadenk«, zeide +hij, »heb ik met meer Spanjaarden het zwaard gekruist dan met hen +gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag aannemen, dat er onder dat +volk edele geesten zijn, want ik weet uit eigen ondervinding, dat +het dappere krijgslieden zijn, en een goed soldaat kan niet anders +dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij verontschuldigen waarde +heer: ik kan niet langer blijven. In den naam van God wensch ik u +een aangename reis toe«. + + + +FERNANDO ONTMOET ZIJN DUBBELGANGER. + +Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist beschreven dag moet +beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere dagen; drie maanden +lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde er de instellingen +en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze wijze een juist +inzicht in den volksaard. + +Aan het einde van dit tijdperk, had hij zulk een hoogen dunk +gekregen van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet +zijne schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn +eigen rijk. In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te +betreden, besloot hij den nacht door te brengen in een kleine khan +aan de Moorsche zijde der heuvelen. Het was een armoedige herberg, +maar mooi gelegen bij den ingang van een vredig klein dal. Nadat hij +zijn paard had overgegeven aan den witgekaftanden waard, trad hij +binnen. Tot zijn groote verbazing was de eerste, dien hij ontmoette, +een jonge man, die zóó sprekend op hem geleek, dat hij verrast en +verschrikt achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van +den vreemde, die niet weerspiegeld was in het zijne. De jonge man +schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een +glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach: +»Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar ik +hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen +heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar +gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben.« +»Daar is niet veel kans op, mijn vriend,« zeide Fernando, »want als +God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze lichamen, ben ik +ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk mensch zijt, en,« +voegde hij er lachend bij, op een tafel wijzende, »het spreekt vanzelf, +dat wij het brood samen breken.« »Uitstekend«, riep de ander uit. »Ik +neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld aan.« + +Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij +in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren +geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel +hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang +bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling: »Ik heb +het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend hebben, en daar +ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik u mijn geheim +openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit land, en dat +ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf in het land +der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde bestudeeren.« + +»Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen van Uwe +Majesteit,« antwoordde Fernando, »en gij kunt er van overtuigd zijn, +dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u vragen, wat uw indruk +is van de bewoners van Christelijk Spanje?« + +»Ik heb zulk een achting voor hen gekregen,« antwoordde Muza, »dat +ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er heerscht onder +hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant is dan die +onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige verzekering geef, +dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn eigen volk.« + +»Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza,« zeide Fernando opstaande; +»want ik ben Fernando, Koning der Christenen, die gedreven door +eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb omgezworven, en die zulk een +sympathie heb opgevat voor het karakter en de gewoonten van uw volk, +dat ik niets liever wil dan over hen te regeeren. Dat ik werkelijk +degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult gij aan dit teeken kunnen +zien.« Dit zeggende, haalde hij van onder zijn burnous een gouden +keten te voorschijn, waaraan het koninklijk zegel hing. »Er bestaat +voor zoover ik zien kan, slechts één beletsel voor onze overeenkomst, +en dat is het verschil in godsdienst.« + +»Neen Fernando,« zeide Muza met opgeheven handen, »ik zie de +moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn opvatting, bestaat +het verschil slechts in uiterlijkheden. De innerlijke geest van ons +geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen ligt het verschil. Beide +godsdiensten komen van den eenigen God, die ze bestemde voor het +gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn; en wanneer gij +dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het ons niet +moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan elkaars +gewoonten.« + +»Ik ben het volkomen met u eens,« antwoordde Fernando, maar ik +vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve onderdanen te +overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij moeten in geen +geval op de hoogte gebracht worden van onze overeenkomst.«--»De +buitengewone overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor, +dat ons geheim bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij +elkander eerst inlichten over de geschiedenis van ons volk en over +onze persoonlijke omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit +opzicht, geen argwaan wekken.« + +»Gij spreekt als een wijs man,« zeide Fernando, »laten wij dan maar +dadelijk beginnen.« Tot laat in den nacht zaten de jonge vorsten +bijeen, om elkander in te wijden in de geheimen der diplomatie van +hun land, en in hunne familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak, +scheidden zij met alle teekenen van wederzijdsche achting. Zij +bestegen hunne paarden, en reden weg, Fernando naar de hoofdstad van +het Moorsche rijk, Muza naar die van de Christenen. Maar alvorens te +scheiden, spraken zij af, dat zij elkander tenminste eenmaal in de drie +maanden in deze herberg zouden ontmoeten.--Drie maanden vlogen voorbij, +en precies op den afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander +ten tweeden male in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen. + +»En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner vaderen«, +vroeg Fernando. »Helaas, uwe Majesteit,« antwoordde Muza, »het spijt +mij, te moeten zeggen, dat het maar matig is. Elken dag komen uwe +ministers met nieuwe plannen aan voor rooftochten in mijn vroeger rijk, +en ik weet niet, hoe ik mij daaronder moet houden; en dan doen zij mij +hevige verwijten over wat zij mijn trouweloosheid noemen«. »Precies +hetzelfde heb ik ondervonden«, zeide Fernando, en mag ik met alle +respect voor het ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij +niet te vergelijken zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn +eigen volk; dat zij vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn.« + +»Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en onrustig, +en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid, waaraan +ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen mag, +ontbreekt het hun aan waardigheid«. + +»Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook verre van +aangenaam,« mopperde Fernando; »bv. uwe huwelijksinrichting.« + +»En bij u het ontbreken daarvan,« antwoordde Muza. + +»Over het geheel geloof ik«, zeide Fernando. »Ik ben het volkomen +met u eens«, antwoordde Muza. + +»Als wij de zaak eens in de doofpot stopten«, merkte Fernando op. »Het +is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met een ruimen blik, +onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne opvattingen +ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd kans veel +te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot onaangename +vergelijkingen dwingt.« + +»Ook dit ben ik met u eens,« zeide Muza. »Als eenmaal het nieuwtje +er af is«.... + +»Juist«, antwoordde Fernando; »ten slotte gaat er toch niets boven +het land, waarin men geboren is.« + +Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar +ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen +van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te +doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat +Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke +grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen +hunne respectieve staten gerezen waren--een onnatuurlijke toestand, +die volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen. + + + + + + + +HOOFDSTUK XII: VERHALEN OVER SPAANSCHE TOOVENARIJ. + + +Het schijnt, dat Spanje door de andere landen van West-Europa +beschouwd werd als de bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij, +waarschijnlijk doordat er zulk een openbaarheid is gegeven aan de +ontdekkingen van de Moorsche alchemisten, de eerste scheikundigen +in Europa. Maar met de opkomst van de Inquisitie werden de occulte +wetenschappen naar den achtergrond gedrongen, want alles, wat +maar in de verte zweemde naar ketterij, werd op de strengste wijze +door deze onverdraagzame instelling onderdrukt. Daardoor zijn vele +volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de Spaansche boeren +geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende legende is voorgoed +verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de zuivering der Kerk +niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen geest verbannen, +maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en veld, het geheele +gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad deden en de huisvrouw +en dienstmaagd tot grooten steun waren. + +Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van plan +was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der geesten, +goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een Franciscaner +monnik uit Castilië, die in 1458 of 1460 een boek schreef, dat +voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en waarin ook +een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van volksgeloof, +die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het geloof in +heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt afkomstig +te zijn uit de Dauphiné of Gascogne, waar zij volgens zijn verklaring, +overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo verhaalt hij ons, gewoon, des +nachts in grooten getale bijeen te komen op een hooggelegen vlakte, +elke heks bracht een kaars mede ter eere van Satan, die tot haar +kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in die van een bok, +in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden verscheen. + +Llorente vertelt in zijn Geschiedenis van de Spaansche Inquistie, +dat de eerste auto-de-fé tegen de toovenarij in 1507 gehouden werd te +Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen, die beschuldigd +waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste verhandeling over +Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een Franciskaner +monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als bakermat +der hekserij, en dat deze provincie vele »zendelingen« naar Aragon +stuurde om daar de vrouwen tot de tooverkunst te bekeeren. Maar +wij lezen ook, dat de Spaansche godgeleerden van de zestiende +eeuw zóóveel verlichter waren dan die van andere landen, dat zij +toegaven, dat hekserij slechts een begoocheling was; en de straf die +zij toedienden aan hen, die er in geloofden, werd gegeven, omdat +deze afdwaling in strijd was met de voorschriften der Kerk. Pedro +de Valentin geeft in een verhandeling over dit onderwerp (1610) +toe, dat de daden, waarvan de heksen beschuldigd werden, slechts +denkbeeldig waren. Hij schreef ze gedeeltelijk toe aan de wijze, +waarop het onderzoek geleid werd, en aan den wensch van het domme +volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te gaan, door datgene +te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar wenschten te hooren, +en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en drankjes, die zij +moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die slaap verwekten, +en invloed hadden op de verbeelding en de geestelijke vermogens. + + + +DE GODSDIENST DER HEKSERIJ. + +De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige verschijnsel +wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de onderzoekingen van +Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en anderen, schijnen er +op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij volstrekt niet op de +verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze cultus stamt van +een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en godsdienstige +voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het offeren van +kinderen had bewaard. + +Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een eigen +priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de verbeelding +slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit geloof. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN DR TORRALVA. + +Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om zijne toovenaars, +bij wie nog iets was overgebleven van de occulte wetenschap der +Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was wel de beroemdste +van deze betrekkelijk moderne meesters in de tooverkunst Dr. Eugenio +Torralva, de arts van het gezin van den Admiraal van Castilië. Hij +was in Rome opgevoed en had reeds op jeugdigen leeftijd uitgesproken +sceptische neigingen. Hij sloot vriendschap met een zekeren meester +Alfonso, een man, die, nadat hij eerst zijn Joodsch geloof had +verwisseld voor den Islam, overging tot het Christendom, en ten +slotte vrijdenker geworden was. Een tweede ongeschikte kameraad +was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro genaamd, die Torralva +vertelde, dat hij een goeden geest in zijn dienst had, Zequiel, die in +de geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien +zulk een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen, +die hem een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap +wisten te waardeeren. + +Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge +mate. Hij was één van die, misschien gelukkige menschen, in wie de +liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen Pietro hem +goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod met beide +handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de verandering van +meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en verzekerde hij +Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en dat hij bereid +was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan het uiterlijk +van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart overkleed +droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van blond haar. + +Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke wisseling +van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig had, +hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een +verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de +gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van +een reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk, +uit welk feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk +gezinde geest was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen, +ondervinden, dat het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet +den minsten waarborg geeft voor vroomheid. + +Torralva bleef vele jaren in Italië wonen, maar in het jaar 1502 kreeg +hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde daarheen terug, +maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn hoofdkwartier te +hebben gekozen, waar hij zich onder de bescherming stelde van zijn +ouden patroon, den Bisschop van Volterra, die in dien tijd kardinaal +geworden was. Deze invloedrijke relatie was hem van groot voordeel, +en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als geneesheer beroemd. Maar +noch de vrome kardinaal, noch een van de andere voorname patiënten, +die zijn hulp zochten, wist, dat hij feitelijk zijn geheele medische +kennis te danken had aan zijn onzichtbaren knecht, die hem de +geheime kracht leerde van jonge planten, die andere geneesheeren niet +kenden. Zequiel was echter vrij van alle winstbejag, want wanneer +zijn meester de klinkende munten in den zak stak, waarvan geen goed +geneesheer afkeerig is, berispte de geest hem, want, zeide hij, +aangezien de dokter zijn kennis gratis kreeg, behoorde hij haar ook +kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva daarentegen geld noodig had, +vond hij altijd een som in zijn particulier vertrek, en hij wist zonder +dat er over gesproken werd, dat zijn dienaar het daar had neergelegd. + +Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen tijd +aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide Zequiel +hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename +tijding zou krijgen. Torralva deelde dit bericht oogenblikkelijk +aan Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande +Capitan, Gonzálvo Hernández de Cordova mede. Dienzelfden dag kwam er +een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling voor Zijne +Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren mislukt was, +en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon van den +Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome de +onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer, Kardinaal +Volterra, te laten verschijnen, die, toen hij bemerkte, op welke wijze +zijn protégé de nederlaag van het Spaansche leger »voorspeld« had, +den Aartsbisschop van Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter +zijn wijsheid putte. Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging +voort politieke en andere gebeurtenissen te »voorspellen«, waardoor +hij zich spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen, +die hem kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz, +tot wien een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare +nachten verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de +gestalte van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales, +had 's nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar +de griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had +hij niets kunnen zien. + +Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij +in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht +haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest +Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva, +die beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte, +gelijkende op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van +een vrouw. »Wat zoekt gij hier?« vroeg hij met luide stem, waarop +het voorste spook antwoordde: »Ik zoek een schat.« Op hetzelfde +oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde +Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders +van het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man +te voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men +hem een Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke +bezoeken op. + +Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de +Zuñiga, een bloedverwant van den Hertog van Bejar, en een broeder van +Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan in Castilië. Zuñiga +had den geleerden dokter geraadpleegd, hoe hij door toovermiddelen +geld zou kunnen verdienen, en Torralva zeide, dat dit mogelijk zou +zijn, door bepaalde letters op papier te schrijven met het bloed van +een vleermuis inplaats van met inkt. Dit toovermiddel moest hij om +zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel geluk zou hebben. + +In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet, +vertelde hij Zuñiga, dat hij in staat was op een bezemsteel daarheen +te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen. Bij zijn +aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en den +Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op aandrongen, +dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven. Naar +aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn +dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest +raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde +hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora, +Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van +Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok Torralva wederom naar zijn +geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde +er iets, dat Torralva's roem als profeet nog zeer verhoogde. Op den +vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem, dat het leger van den +Keizer den volgenden dag Rome zou innemen. Torralva beval den geest +hem naar Rome te brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke +gebeurtenis zou kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok +in de hand, en zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn +dienaar hem bevolen had, en toen de geest hem na eenigen tijd zeide de +oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen +toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag +werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke +gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon, +de vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de +inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde +wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd, +maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar; +en toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot +het Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd. + +Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter +betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en één van hen, +gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over +zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zuñiga, die zooveel voordeel +had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde zich +tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuença over hem in, +waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte toovenaar +bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien hij bleef +beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de gevangenis niet +minder dan acht verklaringen over zijne bovennatuurlijke handelingen, +waarin hij zichzelf voortdurend tegensprak. Daar zijne vervolgers niet +tevreden waren met deze bekentenissen, legden zij den ongelukkigen +toovenaar op de pijnbank, en men ontlokte hem dan ook spoedig een +volledige erkenning van den duivelschen aard van zijn dienaar. + +In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit, +een gebruikelijke methode bij dit lichaam, om de slachtoffers te +temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva verscheen er een nieuwe +getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook reeds in zijn jonge +jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte wetenschappen, zoodat +Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters verschijnen moest. De +Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om zijn bekeering +te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen voor al zijne +zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet verzaken, met wien +hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot zijne geestelijke +leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te ontslaan. Nadat hij het +eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn dienaar ontsloeg, en zijn +ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en trad hij in dienst van den +Admiraal van Castilië, die al zijn invloed gebruikt had om vergeving +voor hem te verkrijgen. Doordat hij in de geschiedenis van Don Quixote +voorkomt, is hij onsterfelijk geworden en is hij voor alle tijden +het type gebleven van den Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw. + + + +MOORSCHE TOOVERKUNST. + +Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk een ernst bestudeerd +als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des te verwonderlijker, +dat ons slechts aanteekeningen over de desbetreffende werken +bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij beroemd waren als +toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door Europeesche +geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben zich niet +nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf hebben +zóó weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze achtergelaten, +dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten, zoodat wij +onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel moeite moeten +verzamelen uit de losse aanteekeningen, die in de hedendaagsche +Europeesche en Arabische letterkunde te vinden zijn. + +De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over +Moorsch occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens +glansperiode viel in de jaren 720-750, en van wien vermeld staat, +dat hij meer dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der +wijzen en het levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als +zijne mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen +te vinden. Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de +aardsche onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt +hij de menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben +geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest +genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in +een toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun +oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne +werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek +geacht, maar zijn Summa Perfectionis, een handboek voor den beoefenaar +der alchemie, is in verscheidene vertalingen verschenen. + +De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan +door samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende +verhoudingen. Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te +krijgen uit de verschillende mengsels en reacties van de weinige +scheikundige stoffen, waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij +geloofden in de theorie der verandering der metalen, legden zij er +zich niet praktisch op toe. Het was voor hen meer een geloof, en +zij vertegenwoordigden vóór alles een school van wetenschappelijke +ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk +hun alchemistische kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn beurt +weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet +onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht +uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de »groote kunst« +der alchemie in ieder geval geboren werd. + + + +ASTROLOGIE. + +De Astrologie was ook een belangrijke tak van de verborgen studie, +waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig bezig hielden, +en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de wiskundige +wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds zijn +Arabischen naam draagt (al = het, jabara = berekenen), tot ontwikkeling +te brengen. + +Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te +profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de +Chaldeeërs, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de +lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis +herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze +kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was +de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten +der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den +toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de +elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen +der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden +toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel +weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat +zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den +grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische +Thoth, de god van het schrijven, het rekenen en de wetenschap. + +Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche +geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere +wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was +Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te +Cordova bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en +de niet minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen +bracht. Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste +bij zijne klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de +oude en lastige Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons, +dat Gerbert vele belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der +tooverkunst, en wij hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend +onderaardsch paleis bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon +was om te aanschouwen, plotseling van de aarde verdween, zoodra een +menschelijke hand het aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts +wiskundige diagrammen voor tooverteekens aan, en zijn reputatie als +toovenaar steeg, naarmate hij zelf meer in discrediet kwam. + +Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou +sterven, voordat hij de hoogmis in Jeruzalem zou hebben opgedragen. Op +zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van +Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij +vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van +den Booze, en gaf den geest. Zóó luidt de sage, die de domme menigte +spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten man. + + + +DE DEKEN VAN SANTIAGO. + +In de Conde Lucanon, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling +van verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken, +komt een geschiedenis voor over den Deken van Santiago, die naar +Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in +de tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals +hij zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de +toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al +zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te +verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne +vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker +zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam +genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar +een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen, +een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet +te braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen. + +Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan, +werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor +den geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn +sterfbed liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist +begonnen les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier +dagen later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de +Aartsbisschop overleden was, en nòg later bracht hij de mededeeling, +dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen Illan +dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van +Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen +broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn +Hof te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en +wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop +wees het verzoek af, en gaf de plaats aan één van zijn ooms. + +Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar +Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het +Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk +werd de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome +vergezeld had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel +excuus had, om de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had, +niet te vervullen. De Paus ontstak hierover in woede, en hij +dreigde Illan met de gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich +met ketterij en toovenarij had ingelaten. »Ondankbare!« riep de +vertoornde toovenaar uit, »nu gij mij zóó wilt laten verhongeren, +ben ik wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor +den avondmaaltijd besteld heb.« Dit zeggende, zwaaide hij zijn +tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te +maken. Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo, +nog altijd als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren, +die hij als Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht, +schijn geweest en zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als +een begoocheling van den toovenaar. Dit was het middel, waardoor de +wijze zijn karakter op de proef had gesteld, voordat hij hem zijn +vertrouwen schonk. De geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij +niets kon antwoorden op de verwijten van Illan, die hem wegzond, +zonder hem zelfs van de patrijzen te laten mee-eten. + +Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren +en priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche +tooververhalen. Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer +wij er even aan denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden +beschouwd werd door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada +vertelt de geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer +bekwamen, jongen man, die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen +hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij +door een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen +dienst bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te +stijgen, opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen +brengen. Het paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het +gewicht van twee stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte +de student eerst voor het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van +den geestelijke drong zóó bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en +zich achter hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student, +niet onder het rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder, +zonder dat hij den indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar +bij het aanbreken van den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote +verbazing, dat hij zich dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam +afscheid van den ruiter, zich verwonderende over het feit, dat hij +den afstand tusschen twee zoo ver van elkander verwijderde plaatsen +in een enkelen nacht had kunnen afleggen. + + + +SPOKEN EN GEESTVERSCHIJNINGEN. + +Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de bijgeloovigheid, een +eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo sterk is ontwikkeld, +en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd door de strenge +voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander gebied van het +occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen verspreide geloof +in de macht van de dooden om weer terug te keeren naar het tooneel van +hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed geïllustreerd door +een griezelig gedeelte van het boeiende en geheimzinnige verhaal van +Goulart, die in zijn Trésor des Histoiris Admirables toont de kunst +van het schilderen van pakkende tooneelen zoo goed te verstaan. Hij +verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez Ayala, en twee andere jonge +Spanjaarden, die op weg waren naar een Fransche universiteit, er niet +in slaagden een geschikt onderkomen te vinden in een of ander dorp, +waar zij den nacht wilden doorbrengen, en hoe zij genoodzaakt waren te +overnachten in een eenzaam huis, waarvan de dorpsbewoners vertelden, +dat het er spookte. + +De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei +huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen +bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden. + +Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij nauwelijks +ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van rammelende +ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen te komen. + +Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok +zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken +wat de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne +makkers gewekt waren. Hij droeg in de ééne hand een getrokken zwaard, +en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij de deur kwam, +die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een vreeselijk spook, +een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het spook, dat hij +onverwachts tegenover zich vond, was beladen met ketenen, die met een +somber en dof geluid rammelden. De jonge student was echter volstrekt +niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte de punt van zijn +zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij zijn rust was +komen verstoren. + +De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en +noodigde Ayala door een handbeweging uit, mede te gaan. De student +zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de trap begon +af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als iemand, wiens +gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde hem onbevreesd, +maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te flikkeren en doofde +zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt was om zijn moed +te verhoogen. »Halt!« riep hij het spook toe, »je ziet toch, dat mijn +kaars is uitgegaan! Als je even wachten wilt tot ik haar weer heb +aangestoken, kom ik dadelijk terug.« Hij begaf zich haastig naar de +hal, waar een lamp brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde +hij terug naar de plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij +betrad den tuin, waar hij het spook in de nabijheid van een put zag +staan. Op haar wenken volgde de jonge student de verschijning weder, +maar toen zij een klein eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige +begeleider plotseling spoorloos verdwenen. + +In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij +verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij +ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij +den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet +den tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek, +waar het spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met +ketenen beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke +begrafenis bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling +op; maar het avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden zóó hevig +aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van +hun voorgenomen reis afzagen. + +Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische +spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er niet verder over +uitweiden, want een boek over Spaansche romances en legenden is niet +de geschikte plaats voor een verhandeling over het occultisme. Maar +wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een ander oogpunt +te beschouwen dan onze grootvaders uit een materialistisch +tijdperk deden, die met groote minachting alle bovennatuurlijke +verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een oogenblik erin te willen +verdiepen. In elk geval behoort de schrijver van dit boek tot hen, +die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te behouden, zoodat +de bespiegelingen van iemand, die zóó bevooroordeeld is, niet veel +waarde kunnen hebben. + +Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio +Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op +reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht +plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot +zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden, +en daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn +paard in die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut +kwam, en nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen, +en begon hij te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de +duisternis, bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden +zich in de kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte +mantels gehuld. Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met +woeste, sombere oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven, +sprong hij in het zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan +te voorschijn, en bij het licht daarvan herkende hij de drie mannen, +die hij nog in de kapel waande, maar die op zwarte paarden een eindje +voor hem uit reden. + +Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij een zijweg in, +maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen voor zich +uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen, die hij +wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van zijn paard +sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij alweder de +drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar binnen en liep +naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende. Dadelijk kwam +het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds schreeuwde, +dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden, waarop hij +was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen later +stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield, dat +drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met vreeselijke +gebaren bedreigden! + +Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in +Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de +vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het +volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel +toe bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit +Spanje te verbannen. + + + + + + + +HOOFDSTUK XIII: HUMORISTISCHE SPAANSCHE ROMANCES. + + + Cervantes' »Don Quixote«. + + +Cervantes was een van de grootste satiristen, die de wereld heeft +voortgebracht, een man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig +gevoel voor het belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn, +die gelachen zou hebben om die moderne critici, die in hem een groot +dichter zagen, en inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven, +toen hij zijn voornaamste werk, het humoristische heldengedicht De reis +naar den Parnassus, schreef, verklaard, dat hij de gave der dichtkunst +miste. Dat hij een merkwaardige fantasie had is wel duidelijk voor +iedereen, die de moeite neemt zijn Galatea te lezen, en Don Quixote +vloeit over van zeldzame vondsten en schitterenden geest, ofschoon +latere bladzijden van deze satire wel sterk herinneren aan sommige +stukken uit het eerste gedeelte. + +Ik persoonlijk heb Don Quixote altijd een van de boeiendste en +merkwaardigste boeken gevonden, die ooit geschreven zijn; maar +waarschijnlijk om geheel andere redenen dan die het meerendeel van +het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk heeft. Want voor +mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het inzicht, dat +het ons geeft in de romantische literatuur en in de gewoonten van +dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij kostelijk, +maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en heb ik +den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op de +overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen den +geheelen geest en het karakter van de romance. Cervantes zou er wèl bij +gevaren zijn, wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire; +want wanneer hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij +met voorliefde belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler +dan de zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te +trekken. Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes, +zijn lang van stof en ingebeeld, en hij was sterk beïnvloed door het +vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn +hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid +en zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was +met zijn Arcadia inderdaad het voorbeeld geweest, dat Cervantes langen +tijd volgde, totdat zijn eigen gezond verstand hem de minderwaardigheid +liet zien van de modellen, die hij nabootste. + +De schrijver van de Pastor de Filida Luiz Galvez de Montalva, was zijn +intieme vriend, en het staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde +op minderwaardige rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk +van hen, die deze school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets +van de bekoorlijkheid der schilderijtjes van Watteau of Fragonard, +hoe onnatuurlijk hunne herders en herderinnetjes in zijden en satijnen +kleederen ook mochten zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale +had coulissen van bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten +over het tooneel. Het was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die +inplaats van het werk te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander, +en den rampzaligen reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten, +gruwelijk verveelden met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen +over hun liefdessmart. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het +aangeboren gezond verstand van Cervantes later in opstand kwam tegen +dezen onwaardigen en onmannelijken onzin. Maar toch is het merkwaardig, +dat hij, ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak +bleef behouden voor de dwaasheden van Arcadië, waarvan hij zich nooit +geheel heeft kunnen losmaken. + +De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op +de denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der +belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van +het leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de +ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om +een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en +op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed, +en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding +is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en +fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn +natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik. + +Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne +reisgenooten in de posadas, waar hij zijne tenten had opgeslagen, +hebben onthaald op hoogdravende verhalen van dolende herders +en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons gemakkelijk een +voorstelling maken van de wijze, waarop deze zoetsappige verhalen +ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den eenvoudigen soldaat +en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is niet slechts ruw, +zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het gelach, waarmede +zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door dit publiek, +de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes wegvaagde? + +Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de +eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was +gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk +van de opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten invloed was +geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de bevolking. Zou +het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij zag, dat zijne +toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet bewonderden, +dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk thuis hoorden +bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot de romance, +waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze eveneens met +hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het niet voor +de hand, dat te midden van de spotternijen zijner toehoorders, die zoo +in alles verschilden van de romantische personen, van wie hij gedroomd +had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren werd, en dat hij, +onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden leerde begrijpen, +dat een caricatuur van de ridderschap meer in den smaak zou vallen +bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer waarschijnlijk toe. + +Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de +onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers +waren ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor +een gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een +gezonde, geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring +gesticht in de hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet +gewoon was voor zichzelf te denken, en dat niet in staat was te +oordeelen over de fouten van een gedicht. In alle landen en in alle +tijden wordt deze groep van menschen aangetroffen, die bijzonder +gemakkelijk te beïnvloeden zijn en in bewondering komen voor de +prulligste sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij +zeggen, dat in deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot +gevaar schuilt voor de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de +menschen af van hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor ernstig werk, +maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en brengt hen er +toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken hebben als de +onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste verhalen. Het +eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der menschheid kan +gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is gezonde spot. Maar +het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van de gevoelens van +het publiek tegen deze letterkundige buitensporigheden, niet alleen +de onzin verdwijnen zal, waardoor de onnadenkenden op een dwaalspoor +gebracht, en de verstandigen geërgerd werden, maar dat de deugden +en bekoorlijkheden, waarvan die dwaasheden de weerspiegeling zijn, +niet bewaard zullen blijven, maar tegelijkertijd zullen worden +vernietigd. Dit was tenminste het lot, dat de grootere romances +ondergingen, deze paarlen van menschelijke verbeelding, die ondanks +de reddingspogingen van iemand als Cervantes, bedolven werden bij +den ondergang der fantasie, van welke plant zij de bloesem waren; +totdat de smaak en het beter inzicht van een lateren tijd haar weder +opgroeven uit de zware aardlaag, waaronder zij begraven lagen. + + + +DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE. + +Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf +aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer +uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens +van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het +dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen +met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen +ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven, +belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden +kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote +leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen, +die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo +rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend; +door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig +vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een +beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer +tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne +visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom +tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij +was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel +om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet +gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving +van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een +kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen, +of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren +dochter is van een geheimzinnigen graaf. + +Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid, +dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn +ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen +en denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar +hem luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen +vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de +denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd +door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften +van een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne +wonderlijke fantasieën hem doet. Sancho's twistzieke vrouw verzet +zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken Don; +maar wanneer een droomer en een domkop zich vereenigen, heeft het +gezond verstand niets in te brengen, en moet het rustig wachten, +totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen ontvangen zijn. + +Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft +volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne +ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter +worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt, +des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever +wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het +verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap +de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van +den meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don +Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een +eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van +praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff, +met dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van +Sancho Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing +van een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy, +zou in alle landen kunnen voorkomen. + + + +HET AVONTUUR IN DE HERBERG. + +De ware aard van Don Quixote komt misschien het best uit in dat +hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de herberg, die +hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone Spaansche +posada te zijn geweest. De waard en waardin waren vriendelijke +menschen, die door den ridder verheven werden tot slotheer en +slotvrouwe, en in de slordige dienstmaagd, die onsterfelijk is +geworden onder den naam van Maritornes, zag hij een dame van hoogen +rang, die bij hem woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij +van de Yangueesche paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige +ridder dankbaar, zijne pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken +in een armelijke zolderkamer, terwijl Sancho de herbergbezoekers +een beschrijving gaf van het leven van een dolenden ridder en de +wisselvalligheden van zijn bestaan, dat hem den éénen dag dwong tot +het ondergaan van een ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem +een volgenden dag verhief tot heerscher over vele keizerrijken. Deze +uitleggingen werden bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur +in eigen persoon, die vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd +onthaalde op een toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in +de grootste bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden +als iemand uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar +verlangde, van zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op, +den »heer van het kasteel« te verzoeken, hem eenige bestanddeelen +van een tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander +ridderboek gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om +het toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo's en paternosters +opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke +vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld +volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg +van zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was, +omdat hij niet tot ridder geslagen was. + +Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis vervolgen; +maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den »heer Gouverneur van +het Kasteel«, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem was voor de +eerbetuigingen, die hij onder zijn dak ontvangen had. De herbergier +waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog betalen moest, maar Don +Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon doen, daar hij nooit +gelezen had, dat het de gewoonte van dolende ridders was, voor kost +en inwoning te betalen. De waard protesteerde hevig, waarop de ridder +Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed. Toen trachtte de waard +zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar zonder succes, daar de +schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als zijn meester, waarop +eenige gasten hem beetpakten en hem in een beddelaken jonasten. Toen +Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij terug, maar ofschoon +hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort, Sancho te jonassen, +totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen, ophielden en hem +lieten loopen. + + + +DON QUIXOTE'S LIEFDESWAANZIN. + +Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote stap voor stap wilden +volgen door het land der valsche romantiek, dat hij voor zichzelf had +geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het Versterkte Eiland +jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen Don Quixote op +een plaats kwam, bekend als de Zwarte Berg, besloot hij het voorbeeld +te volgen van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij +zijn geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een +boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso +gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij +zijne dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en +bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor +Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in +dit opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op zijn +schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was +van zijn verliefd en opgewonden gedoe. + +»Zeg eens, heer«, vroeg Sancho, »wat zijt gij van plan uit te voeren +in deze negorij?« + +»Ik heb u toch al verteld«, antwoordde Don Quixote, »dat ik van plan +ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, wanhoop en woede? Maar +tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso's opgewondenheid nabootsen, toen +hij waanzinnig werd, bij welke gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen +ontwortelde, het water der heldere bronnen troebel maakte, de herders +doodsloeg, hunne kudden verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden +deed, die waard zijn te worden vereeuwigd in de boeken van den roem.« + +»Heer,« vroeg Sancho, »ik veronderstel, dat de ridder, die dit alles +deed, reden had om krankzinnig te worden, maar welke jonkvrouw heeft +u versmaad, of een blauwtje laten loopen?« + +»Dat is het juist«, riep Don Quixote, »want hieruit bestaat juist +het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. Er is voor een ridder +volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden om een goeden reden, +maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden zonder oorzaak, +zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt zijn geliefde +een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil dus geen +tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam gelukkig +en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat gij +terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar +jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt, +zal mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval, +wensch ik gek te blijven.« + +»Hemelsche goedheid!« riep Sancho uit, »waarom stelt gij u zoo aan, +Heer Ridder? Al die verhalen van u over het veroveren van koninkrijken, +en het wegschenken van eilanden, lijken mij groote opsnijderij, +en deze nieuwste kuur van u....« + +»Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik je +zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat +alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht +dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door +de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars.« Zoo +sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de wilde +planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de Ridder +van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. Hij +wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan. + +»Ga nog niet heen«, riep hij Sancho toe, »want ik wensch, dat gij +getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen zal, opdat gij +het haar kunt vertellen.« + +»Groote goedheid,« riep Sancho uit; »wat voor dwaasheden kan ik nog +meer te zien krijgen?« + +»Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen +verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van +deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.« + +»Beware mij, heer,« riep de knecht, »als het dan bepaald noodig is, +dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan een beetje +voorzichtig, als 't u belieft.« + + + +HET LEGER VAN SCHAPEN. + +Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don Quixote is zeker +wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een leger. Hij en +Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte, toen zij op +eenigen afstand een dichte stofwolk zagen. + +»De dag is gekomen,« riep de ridder uit, »de gelukkige dag, dien +de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht van mijn arm mij +zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre nageslacht er nog +van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk? Weet dan, dat deze +wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat hierheen komt, en dat +bestaat uit een onnoemelijk aantal volkeren.« + +De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met +verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen, +verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo +dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op +opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde +kanten schenen te naderen. + +»Mooi zoo«, riep Don Quixote, »dan zullen wij den zwaksten troep +helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons tegemoet komt, +wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer van het Eiland +Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons optrekt, is +zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw, de Koning +der Garamanten.« + +»Zeg eens, Heer,« vroeg Sancho, »wat is de reden van de vijandschap +tusschen die twee hooge vorsten?« + +»Dat is in twee woorden gezegd«, antwoordde Don Quixote, »de heiden +Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de hand te dingen +van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat hij niets +van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof afzweert.« + +»Wanneer er een gevecht op handen is«, zeide Sancho zenuwachtig, +»zal ik mijn ezel maar buiten schot brengen, want ik vrees, dat hij +niet veel waard is in den strijd«. + +»Dat is waar«, antwoordde Don Quixote. »Zoodra de ridders uit +hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros voor u +uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen eens nagaan. Die ridder +met de vergulde wapenen en het schild, waarop een gekleurde leeuw aan +de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere Luarcalco, Heer van de +Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen Micocolembo, den grooten +Hertog van Quiracië, die een wapenrusting draagt, bedekt met gouden +bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn rechterkant is de vermetele +Brandabarbaran, de vorst van de Drie Arabië's, wiens wapenrusting +gemaakt is uit slangenhuid, en die als schild de poort van den tempel +draagt, dien Samson verwoest heeft in zijn stervensuur. Maar onze +bondgenooten komen ook naderbij. Ginds loopt Timonel van Carcaxona, +Prins van Nieuw Biskaje, die op zijn schild een goudkleurige kat in een +rood veld draagt, met het motto »Miauw«. Naast hem rijdt Espartafilardo +van het Woud, wiens blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar +de heidenen dringen op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die +uit den vriendelijken stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe +bergbewoners van Massilia, daar achter de gouddelvers van Arabia +Felix, de verraderlijke Mundiërs, de boogschutters van Perzië, de +Meden en de Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren +en de zwarte Aethiopiërs«. + +»Bij mijn ziel«, riep Sancho uit, »stellig zijn uwe toovenaars weer +aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of soldaat zie ik, +van al die menschen, die gij opnoemt«. + +»Stommeling!« riep Don Quixote uit, »luister dan naar het gehinnik +der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het tromgeroffel.« + +»Dat moet toovenarij zijn,« riep de verbaasde Sancho uit, »want ik +hoor niets dan het geblaat van schapen«. + +»Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest,« antwoordde Don Quixote +schamper. »Mijn eigen arm is mij genoeg om de overwinning te brengen +aan het leger, dat ik met mijn hulp zal vereeren;« en met een luiden +strijdkreet zwaaide hij zijn lans, en wierp hij zich als een razende +in het veld, roepende: »Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten +ongeloovige Alifanfaron van Taprobana!« Op hetzelfde oogenblik was +hij midden tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en +met elken lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders +grepen hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo +groot als hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie, +bleef hij verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich +verbeeldde handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een +groote appel, zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk +gewond te zijn, haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn +toovermedicijn bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht, +werd hij geraakt door een steen uit den slinger van een der herders, +en zij werd totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie +zijner tanden, en wierp hij den ridder uit het zadel. De herders, +die bevreesd waren, dat zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode +schapen op en maakten zich uit de voeten, Don Quixote meer dood dan +levend achterlatende. + + + +DE HELM VAN MAMBRINO. + +Niet minder merkwaardig is het verhaal van Cervantes, hoe Don Quixote +er in slaagde, in het bezit te komen van den helm van Mambrino. Hij +zag in de verte een ruiter, die op het hoofd iets droeg, dat als goud +schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en zeide: »zie, ginds komt hij, +die op het hoofd den helm van Mambrino draagt, en ik heb gezworen, +dat ik dien bezitten zal.« + +»In werkelijkheid,« zegt Cervantes, »was het echter als volgt: +Er waren in dat gedeelte van het land twee dorpen, waarvan het +ééne zóó klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te vinden +was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste +bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest +worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn +koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om +zijn hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar +het bekken juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien +glinsteren. Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien +Don Quixote natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den +barbier voor een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden +helm; want in zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne +romantische ideeën. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag +naderen, greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden +om zijn niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed +hij zoo woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten +hem te doorboren, onderwijl luidkeels roepende: »Schurk, ellendeling, +verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit over.« + +De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich +zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don +Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den +grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne +voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende. + +»Bij mijn ziel,« zeide Don Quixote, »de heiden, die dezen helm +heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de bever, die, +bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt, door met +de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk instinct hem +zegt, dat het de aanleiding is tot de vervolging.« »In ieder geval +is het een prachtig scheerbekken,« zeide Sancho, »en minstens acht +stuivers waard.« + +Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het visier +niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide hij: +»Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk gemaakt +werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte van +het hoofddeksel.« + +Hierop barstte Sancho in lachen uit. + +»Ik denk«, vervolgde Don Quixote, »dat deze betooverde helm door een +of ander toeval in handen is gekomen van iemand, die uit geldzucht, +en ziende, dat hij van zuiver goud is, de ééne helft gesmolten heeft, +en van de andere een hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij +terecht opmerkt, eenige overeenkomst vertoont met een scheerbekken«. + + + +HET AVONTUUR VAN DE WINDMOLENS. + +Het bekendste, zij het dan ook niet het vermakelijkste avontuur van Don +Quixote, is zeker wel dat van de windmolens. De uitdrukking »vechten +met windmolens«, is spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en +zijn schildknaap waren bij een vlakte gekomen, waar dertig à veertig +windmolens stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg, +riep hij uit: »De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij +het hadden kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig +woeste reuzen met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit +zullen veroveren«. + +»Welke reuzen?« vroeg Sancho Panza. + +»Die gij daarginds ziet«, antwoordde Don Quixote, »met hunne lange, +uitgestrekte armen«. + +»Met uw verlof, heer«, zeide de schildknaap, »die dingen daar zijn +geen reuzen, maar windmolens.« + +»Ach Sancho,« zeide Don Quixote, »wat zijt gij toch slecht op de +hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen zijn, dus, +als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want ik heb +besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te ondernemen«. En +na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen, onder het geroep van: +»Blijft staan, verachtelijke wezens, en vlucht niet lafhartig voor +een enkelen ridder, die den moed heeft, u allen te bestrijden!« Op +hetzelfde oogenblik stak de wind op, en de molenwieken begonnen te +draaien, waarop de Don luidkeels uitriep: »Ellendige heidenen, al +beweegt gij meer armen dan de reus Briareus, toch zult gij gestraft +worden voor uw onbeschaamdheid!« + +Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en +wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een +wiek dóorboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar trokken +den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans in +stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte +naar beneden tuimelde. + +Sancho Panza kwam dadelijk op den gevallen ridder toeloopen, die er +leelijk gehavend uitzag. + +»Ach, uw genade,« riep hij uit, »heb ik u niet gezegd, dat het +windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn hoofd +heeft, er anders over denken kon.« + +»Houd je mond!« antwoordde Don Quixote, die erg van streek was door den +val; »ik ben ervan overtuigd, dat die vervloekte toovenaar Freston, +die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen in windmolens veranderd +heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al zijne listen en gemeene +streken machteloos blijken tegenover mijn scherp zwaard.« + + + +DE GESCHIEDENIS VAN DEN GEVANGENE. + +Een van de merkwaardigste verhalen uit de geschiedenis van Don Quixote +is dat van den gevangene, dien de held in een herberg ontmoet. Dit +verhaal is misschien niet een volkomen getrouw verslag van Cervantes' +eigen gevangenschap onder de Moorsche zeeroovers, maar het is er toch +zeker door geïnspireerd. + +Op den 26en September 1575 werd het vaartuig Sol, waarop Cervantes +als vrijwilliger diende in de buurt van Marseille, gescheiden van het +overige gedeelte van het Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van +Moorsche zeeroovers, wien het na een wanhopigen tegenstand in handen +viel. Cervantes zelf werd als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami, +een Grieksch afvallige, die op zijn gevangene eenige zeer vleiende +brieven vond van Aartshertog Johan van Oostenrijk en den Hertog van +Sessa. De aard dezer brieven deed zijn nieuwen meester vermoeden, +dat Cervantes een persoon van gewicht was, en dat hij waarschijnlijk +wel in staat zou zijn, een hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel +de grooten der aarde dikwijls zeer gaarne bereid zijn, het genie te +beloonen met welsprekende getuigschriften, die hun niets kosten dan +wat papier en inkt, zijn zij meestal volstrekt niet zoo vlug met het +neertellen van groote sommen gelds, om hunne lofspraken meer klem bij +te zetten, zoodat Cervantes in gevangenschap moest blijven zuchten. In +1576 gelukte het hem, met andere gevangenen te vluchten. Maar hun +Moorsche gids bedroog hen, en zij waren door den honger gedwongen, +naar Algiers terug te keeren. Het volgend jaar werd de broeder van +Cervantes bevrijd, en deze rustte een schip uit, om Miguel en zijne +vrienden te ontvoeren. Intusschen had de schrijver van Don Quixote +vriendschap gesloten met een Spaansch afvallige, een Navarreeschen +tuinman, Juan genaamd. Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de +zee gelegen was, een hol, en daarin verborgen zij één voor één veertien +Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het geheim gevoed +werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador genaamd. Het +vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag bij de kust, +en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen waren, op te +nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die de bevrijders +zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen. Intusschen +had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan Pasha, den +Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten tweeden +male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen, omsingelden de +troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap Christenen +werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote edelmoedigheid, +die zijn geheele leven kenmerkte, de volle verantwoordelijkheid voor +de samenzwering op zich. Toen hij gebonden voor Hassan gesleept werd, +volhardde hij in zijn verklaring; en ofschoon de ongelukkige tuinman +opgehangen werd, besloot Hassan Cervantes te sparen. Om een reden, die +slechts hemzelf bekend was, kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd +kronen van Dali Mami. Misschien verwachtte de tiran een geweldigen +losprijs van iemand, wiens waardig optreden zeker niet heeft nagelaten, +indruk op hem te maken. Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk +een derde plan tot ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan +den Spaanschen Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze +brief werd onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen +veroordeeld, die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen +op het denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot +een opstand, waarbij zij zich zouden meester maken van de stad. Bij dit +plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia. Maar +zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner +monnik, en de Valenciërs, die de gevolgen voor zich vreesden, smeekten +Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond, naar Spanje +te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in den steek te +laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met het koord +van den beul om den nek, en men hem dreigde met een onmiddellijken +dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet wilde noemen, +was hij evenmin te bewegen, hen te verraden. + +Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te bevrijden; +en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs gemakkelijker +bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een weduwe, ofschoon +haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in leven was. Met +geweldige moeite verzamelden zijne verwanten tweehonderdvijftig +dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die geregeld naar +Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar hij voor +een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend dukaten +eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel tusschenpersoon +optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan vijfhonderd +dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes vrij +te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd de +schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid +gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de +Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden +had, hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat +Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over +zijn levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in +staat, deze berichten tegen te spreken, en zijn heldenmoed als leider +der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze geschiedenis, waarvoor +Cervantes het twijfelachtige voorrecht had, persoonlijk de »lokale +kleur« te hebben kunnen verzamelen, wordt Don Quixote verteld door +een ontvluchten slaaf, die met zijn Moorsche geliefde in de herberg +aankwam, waar de Ridder van de Droevige Figuur verblijf hield. Ik +zal mij houden aan den verhaaltrant van Cervantes, die in de eerste +persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een belangrijk stuk van het +eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben ik wel genoodzaakt, +het aanmerkelijk te bekorten. + +»Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn vader +een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en mijne +broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons +fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indië te gaan, +de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend +dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte +naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger +van den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen +diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik, +dat Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken, +die juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik +vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze +onderneming was opgedragen, keerde ik naar Italië terug, en nam ik +dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto, +bij welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken, +die zoolang de Christenen misleid had, een einde vond. Maar inplaats +van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo ongelukkig +gevangen genomen te worden bij het gevecht. Nadat Rehali, de vermetele +zeeroover en Koning van Algiers, de galei Capitana van Malta genomen +had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik dienst deed, de +bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het vijandelijk vaartuig, +dat er echter in slaagde, zich los te maken van de enterhaken, die men +uitgeworpen had en ik was in een oogenblik omringd door vijanden, die +mij overmeesterden. Ik werd naar Constantinopel gevoerd, en kwam als +slaaf op de veroverde Capitana te Navarino. Daar ik mijn vader niet +wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen +bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf, +kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die +naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht, +dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren +mij in een bagnio, en werd ik niet gedwongen tot arbeiden zooals die +gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond. Op de binnenplaats +der gevangenis zagen de vensters uit van het huis van een rijken Moor, +en op zekeren dag, toen ik daar rondliep, verscheen er uit één dier +vensters een lange stok, waaraan een linnen zak was gebonden. Deze +zak werd heen en weer bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar +grijpen zou, en een van ons ging er dadelijk onder staan om te wachten +totdat de stok weer zou dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde, +werd de stok weer omhoog getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen, +als bij een ontkenning. Een tweede mijner makkers trad naar voren, +maar had evenmin succes. Dit ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te +beproeven, en toen ik onder den stok kwam, viel hij voor mijne voeten +op den grond. Ik maakte de lap los, en vond er ongeveer tien gouden +munten, zoogenaamde zianins, in gebonden. Ik nam het geld, brak den +stok, en keek naar boven, waar ik een blanke hand zag, die haastig +het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde men uit hetzelfde +venster een klein houten kruis, en hieruit maakten wij op, dat een +of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden werd. Maar de +blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden brachten ons +op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een Christen +jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was overgegaan. + +Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen +van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het +venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een +hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen +verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet +minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische +letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons +verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden, +die den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor +uit Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen +van zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief +voor mij te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde: + +»Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw godsdienst +leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd noemt. Toen +mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den droom, +en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd te +leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster vele +Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote vertrouwen, +dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over veel geld +en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid met +mij te vluchten, en wanneer wij in uw vaderland zijn aangekomen, +zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij dat begeert. Maar indien +gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij, want de Maagd zal mij wel +een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen Moor over dezen brief, +want zij zijn allen onbetrouwbaar«. + +De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde, +dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden +trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig, +want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw, +die vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden +kunnen zijn bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den +afvallige een antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat +ik in de gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner +makkers aan te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde, +haar te zullen huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster +neergelaten. Ik bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog +werd gehaald. Dien nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste +wijze tot ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van +Zoraida (wij hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te +wachten, daar wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons +zou kunnen raden. Gedurende eenige dagen was het bagnio vol menschen, +en al dien tijd bleef de stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan +onszelf waren overgelaten, werd hij weder uit het raam gestoken, +en dit keer bevatte de zak een brief en honderd gouden kronen. De +afvallige vertaalde den brief voor ons, waarin ons werd medegedeeld, +dat de schrijfster wel is waar geen ontvluchtingsplan kon beramen, maar +dat zij ons voldoende geld kon verschaffen voor onzen losprijs. Zij +opperde het plan, dat, wanneer wij zóó onze vrijheid herkregen hadden, +één van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip zou koopen, en de +anderen zou komen halen. Zij eindigde met de mededeeling, dat zij +binnenkort met haar vader naar buiten zou vertrekken, en dat zij den +geheelen zomer in een landhuis in de nabijheid der zee zou wonen, +en zij gaf een nauwkeurige beschrijving van de ligging en omgeving +van dit zomerverblijf. + +Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den aankoop +van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige, die +in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich hiertegen, +want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken, doordat +men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een schip +in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en op deze +wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het bagnio en het vijandelijk +land weg te voeren. Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen +haar raad zouden opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van +den stok, nogmaals tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den +afvallige vijfhonderd kronen om een schip te koopen, en door de goede +diensten van een koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor +achthonderd kronen. Maar op raad van dezen koopman werd die som niet +dadelijk aan den Dey uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou +worden; wij deelden hem dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje +zou worden gezonden, en intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof, +in het huis van den Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida +naar het buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend +kronen; deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde, +dat zij de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had; +en ditmaal nam ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen. + + + +DE VLUCHT UIT ALGIERS. + +Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip, dat groot genoeg +was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij, volgens zijn +zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een Moorschen +deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden. Telkens +wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een kleine +baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de bedienden +gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde zelfs bij +verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht Zoraida's vader +om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want de oude Moor was +zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida zelf te spreken +te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver gevorderd, dat hij +ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de groote onderneming, +waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus twaalf Spanjaarden in +dienst, die bekend waren als goede roeiers, en wier gangen niet al te +nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden afgesproken, dat wij in het +geheim de stad zouden verlaten in den avond van den eerstvolgenden +Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden ontmoeten dicht bij het huis +van Agimorato. Maar het was noodig, dat Zoraida zelf ook in kennis +werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik op zekeren dag haar tuin, +onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden wilde plukken. Maar bijna +op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar vader, die mij vroeg, wat +ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een slaaf was van Arnaut Mami, +(van wien het mij bekend was, dat hij met hem bevriend was,) en dat ik +eenige kruiden noodig had voor een salade. Terwijl wij spraken kwam +Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de gewoonte was, dat Moorsche +vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven, riep haar vader haar tot +zich. Zij was buitengewoon kostbaar gekleed, en droeg een overvloed +van juweelen, en toen ik haar zoo voor het eerst aanschouwde, was ik +getroffen door haar groote schoonheid. Haar vader vertelde haar de +reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg mij, of ik spoedig losgekocht +zou worden. Gebruik makende van de lingua franca, vertelde ik haar, +dat ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag +op een Fransch vaartuig in te schepen. + +Op hetzelfde oogenblik werd de Moor voor zaken weggeroepen, en ik +deelde Zoraida haastig mede, dat ik haar den volgenden dag zou komen +halen. Zij sloeg dadelijk hare armen om mij heen, en leidde mij naar +het huis; maar haar vader, die juist terug kwam, bespiedde ons; en +kwam hevig verschrikt op ons af. Oogenblikkelijk wendde Zoraida een +bezwijming voor, en zij vertelde Agimorato dat zij zich plotseling +onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan haar vader over, en zij gingen +het huis binnen. + +Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen +tegenover Zoraida's woning. Toen de duisternis was ingevallen, betraden +wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het huis open +vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad ons dadelijk +tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij vertelde ons, +dat haar vader sliep. Maar het ongeluk wilde, dat wij hem door een +onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels +roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog +dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter +aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het +schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren. + +Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak een hevige +wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer bevreesd, +dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in de +buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem +bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik +vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van +haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude +man dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden +was. Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts +met de grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij +een kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal +ik de vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde; +maar toen wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag, +en hij smeekte haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in +de handen, en bad de Heilige Maagd, hem te behoeden. + +Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan verduisterd +werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot vaartuig, +waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar wij +bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen +antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning +een boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte; +Zoraida werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim +van het schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust +bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een +kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling +van medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer +veertig gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder, +en kwamen eenige uren later aan land. Nadat wij verscheidene mijlen +geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze +Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen +wij een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant +van een onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden, +en spoedig bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons +regelrecht naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die +Hij ons betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste +maal de Heilige Maagd. + +»Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover +gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken, +of mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het +geheele verhaal van mijne ondervindingen«. Nauwelijks had de ontvluchte +gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor de herberg +stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en traden de +posada binnen, waar Don Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet +trad. De Christen vluchteling herkende in den heer zijn broeder, +die nu rechter was aan het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht +hartelijk, en stelde hem de dame voor als zijn dochter. De man, die +zooveel ondervonden had, besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla +terug te keeren, waar zij hun vader alles konden mededeelen, wat hun +overkomen was. Tevens zou die oude man dan getuige kunnen zijn van den +doop en het huwelijk van Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor +haar toekomst en die van zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen. + + + +DE GROEI VAN CERVANTES. + +Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij duidelijk, hoe de +stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler wordt naarmate de +geschiedenis vordert. Het is duidelijk, dat hij zijn best heeft +gedaan zich los te maken van de literaire kluisters van zijn tijd, +en dit met succes. Hij vindt het niet langer noodig schrijvers +als Antonio de Guevara na te bootsen, zooals hij deed in dat +gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw beschrijft. Hij heeft +de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere bladzijden afgeschud, +en is menschelijker en eenvoudiger geworden. Zijne gesprekken zijn +meer in overeenstemming met de karakters, zijn dialoog is levendig, +en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in deze bladzijden +den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch nooit geheel +het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; alleen wordt +die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij alle +aanstellerij volkomen laten varen. + +Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter +voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave +van de Spaansche typen uit Cervantes' tijd. Naast de figuren met +wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere +persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig +type uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid +en andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest +trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje +bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang +van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van +dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasieën hij op +het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke licht +zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan overeenstemming +tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin hij leefde, bij +het stemmige en ernstige Spanje een onbedaarlijk gelach, men erkende +toch de typeering van hem en van Sancho Panza als een meesterlijke +schepping, en men zag in deze persoonlijkheden de belichaming van +een tot waanzin opgevoerde fantasie, en van het primitiefste gezond +verstand. + +De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van +techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te +maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van +een man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er +spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier +is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen +of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met +bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste +maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens +de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen +middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het +uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne +schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver +in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij +moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne +beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn, +het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal, +nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in +de kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd. + + + +HET TWEEDE DEEL VAN DON QUIXOTE. + +Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes liet verloopen +tusschen het eerste en het tweede deel van zijn beroemden roman, +opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat niet een minderwaardig +vervolg zijn welverdiende reputatie zou bederven; en de romanschrijver +van dezen tijd, die zich door de sensatielust van het publiek, en zijn +eigen ijdelheid laat verleiden tot veelschrijverij, zou in dit opzicht +wel eens een voorbeeld mogen nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd, +dat de moderne schrijver bij de heerschende letterkundige toestanden +den tijd mist, dien hij noodig zou hebben voor een goed overdachten +opzet, een zorgvuldig ontwikkelde techniek, en een zuiveren stijl. Dit +is helaas maar al te waar! De hedendaagsche schrijver, die succes +heeft, kan zich de luxe niet permiteeren tien maanden, laat staan +tien jaren te laten verloopen tusschen zijne verschillende werken, +en het is waarschijnlijk te danken aan de koortsachtige haast, +waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het vervolg op een goeden +roman zoo menigmaal een groote teleurstelling brengt. Onze eeuw is +waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten, drinken en lezen +nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al mopperen wij een +beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij gevoelen zeer goed, +dat klachten geen verandering kunnen brengen in de omstandigheden, +die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het Spanje uit +de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen slecht +of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren toch +elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend +boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte +verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt, +dat Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede +deel van Don Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van +Alonso Fernández de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was +op het eerste deel van zijn groot werk, en welks inleiding allerlei +onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat Cervantes zeer +verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt wel uit het +feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel te geven +aan het beëindigen van Don Quixote. + +De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken, +omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet +alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig +mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een +belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote +moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden, +en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook +de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het +vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de +Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt +door middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het +werk moet wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden +schrijver, en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen +van een leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede. + + + +LAZARILLO DE TORMES. + +De grootste humoristische roman, die in Spanje geschreven was, +voordat Don Quixote verscheen, was Lazarillo de Tormes van Diego +Hurfado de Mendoza, een veelzijdig man, die Spaansch gezant in +Engeland is geweest. Hij was zoowel van vaders als van moeders zijde +van adellijke afkomst, en werd in 1503 te Granada geboren. Daar +hij een jongere zoon was, werd hij voor de kerk bestemd en dus +studeerde hij aan de universiteit te Salamanca, waar hij reeds +gedurende zijn studententijd den roman schreef, die hem beroemd +heeft gemaakt. De levendige beschrijvingen, het diep doordringen in +de verschillende karakters en de frissche humor, bezorgden het werk +dadelijk een belangrijke plaats in de Spaansche letterkunde van dien +tijd. Maar Mendoza veranderde reeds spoedig van beroep, en koos de +politieke loopbaan. Karel V benoemde hem tot Gouverneur van Siena, +een kleine Italiaansche republiek, die onder Spaansche heerschappij +gekomen was. Mendoza had echter een trotsch en hardvochtig karakter, +en tyranniseerde het ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was +toevertrouwd, op ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den +Keizer bitter over zijn gedrag, en toen er geen verbetering in den +toestand kwam, trachtte men hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op +zijn leven, werd zijn paard onder hem gedood door een schot, dat voor +hemzelf bestemd was. Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen +door een Fransch leger, en daar de weerlooze toestand der stad werd +toegeschreven aan de omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena +verwijderd had, werd hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen. + +Terwijl hij als staatsman en officier in Italië vertoefde, was +Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want +hij had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling +van Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere +belangrijke werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen, +de populariteit te verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had. + +Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam) +was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers +van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te +danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn +vader gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en daar zijn moeder +niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem toe aan de +zorgen van een blinden man, die bedelend door het land trok. + +Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een +steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide +hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou +hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een +geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor; +en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat +de jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten +houden. »Ik kan je geen zilver of goud geven,« zeide hij, »maar wel +iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de wereldwijsheid, die ik door +ondervinding gekregen heb.« + +De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te eten +krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een linnen +knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen maakte +een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze wijze +de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn +taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den +blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn +mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke +hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen. + +Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn dronk, +terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een grooten +aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok van den +verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte zijn +meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik +tusschen zijne knieën en bedekte hij de opening met zijn hand. Daarom +boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje, dat hij met +was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd bij het +vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het gat, +en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen hij +bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning +toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje +herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik +vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de +jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een +wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door +hem langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden. + +Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar +geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van +Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde +oversteken, moest men òf springen, òf er tot den nek doorwaden. De +bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem, +dat het smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was, +en de ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een +aanloop te kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de +beek, dat hij tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met +een triomfkreet holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer. + +Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne +ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets +in vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome +man was boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk +hongerlijden. Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist, +en toen de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden +ketellapper een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks +kon te goed doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De +priester dacht, dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene +gaten in de kist waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes +hout; maar het brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een +slang gezien had in de woning van den priester, kwam hij tot de +conclusie, dat die de boosdoener was. Om niet ontdekt te worden, +sliep Lazarillo met den sleutel van de kist in zijn mond; maar op +zekeren nacht maakte hij bij het ademhalen een fluitend geluid op de +opening van dit instrument, en de oude priester, die dacht, dat het +het gesis van een slang was, gaf zulk een hevigen slag in de richting +vanwaar het geluid kwam, dat hij Lazarillo voor geruimen tijd kreupel +maakte. Toen de jongen hersteld was, nam de oude priester hem bij de +hand, bracht hem naar buiten, en zeide: »Lazarillo, mijn zoon, gij hebt +groote natuurlijke gaven: gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk +een oud man als ik ben, en ik wensch je nooit terug te zien. Vaarwel!« + +Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en +beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger +bezeild was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer, +hij bezat geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch +brood volkomen afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van +weldadige menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de +heer vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen; +maar hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer +zonder meester was. + +Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten, +die van stad tot stad trok. Op een dezer reizen bevonden zij +zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een +alguazil of konstabel. Op een keer hielden de vrienden tot laat in +den nacht te zamen een drinkgelag, dat met een twist eindigde. En +toen de priester den volgenden dag een inleidende preek hield om +zijn waren aan te prijzen, trad de alguazil binnen en beschuldigde +hem van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van +vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den alguazil +straffen, en deze viel onder hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele +kerkbezoekers smeekten den monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken, +opdat de toorn des hemels den verrader minder zwaar zou treffen, en +de vrome man daalde van de preekstoel, en legde een bul, die hij, +naar hij zeide, van den Paus had ontvangen, op het voorhoofd van +den lijder. De man stond oogenblikkelijk quasi genezen op, en de +gemeente was zoozeer overtuigd, dat er een wonder was geschied, dat +zij den geheelen voorraad van den priester opkocht. Maar de slimme +Lazarillo begreep dadelijk, dat het een opgezette vertooning van het +tweetal was geweest. De laatste meester, dien Lazarillo kreeg, was de +Aartspriester van Salvador, in wiens dienst het hem uitstekend ging; +hij huwde een van diens dienstmaagden, maar zij bracht schande over +zijn huis, en bij den dood zijner vrouw was hij armer dan ooit. + +Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte +schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van +het menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. Lazarillo de +Tormes was de voorlooper van de geheele school van Schelmen-romans, +die in lateren tijd het type van de Spaansche geestesvoortbrengselen +werd, en waaruit meesterwerken als Guzman de Alfarache, de Gil Blas van +Le Sage en de verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest +ademen als de boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne; +en nog steeds is de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in +sommige werken van Maurice Hewlett en Jeffery Farnol. + + + +GUZMAN DE ALFARACHE. + +Mateo Aleman, de schrijver van den grooten Schelmenroman Guzman de +Alfarache werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een +gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in +1609 een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene +Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf +hij door zijn Vita del Picaro Guzman de Alfarache, een werk, dat +van zijn eerste verschijning in 1599 af, overgebracht is in elke +Europeesche taal. Ofschoon het geschreven is in de meest zuivere en +klassiek letterkundige stijl, is het toch los en natuurlijk, en het +vindt zijn weerga niet in de schildering van de laagste klassen der +Castiliaansche maatschappij en van de gewoonten en denkbeelden van +den tijd, waarin hij leefde. + +»Mijne voorouders,« vertelt Guzman, »kwamen oorspronkelijk uit de +Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en oefenden in die stad het +beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat zij beschuldigd werden +van woeker«. + +De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig +eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op +jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar +al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den +handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel +van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit +bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun +particulier leven. Voor de geboorte van Guzman hoorde zijn vader, +dat één zijner correspondenten te Sevilla failliet was gegaan, en +toen hij daarheen ging om zelf orde op zaken te stellen, werd hij +gevangen genomen door een Algerijnschen zeeroover; hij ging over tot +den Mohammedaanschen godsdienst en huwde een Moorsche vrouw. Toen zijn +agent te Sevilla hoorde wat zijn voornaamsten schuldeischer overkomen +was, ordende hij zijne zaken zonder diens hulp, en zoo was hij in +korten tijd beter af dan ooit tevoren. Maar het gelukte den vader +van Guzman te ontsnappen, en toen hij te Sevilla aankwam, eischte +hij een afrekening van zijn oneerlijken handelsvriend, van wien hij +een flinke som loskreeg. Daarna vestigde hij een zaak te Sevilla, en +kocht een landgoed, dat hij St. Juan de Alfarache noemde. Hier leefde +hij in overvloed, en nadat hij de weduwe van een ouden ridder gehuwd +had, was ook zijn maatschappelijke positie uitstekend. Kort daarna +werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de Alfarache was zeer gesteld op +vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk vertoon, en nadat hij eerst +een groot gedeelte van zijn fortuin verkwist had, duurde het niet lang, +of hij ging zelf bankroet, waarna hij de tol aan de natuur betaalde. + +Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen +de knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te +zoeken; hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten +van zijn vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij +een herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet, +die, zooals hij zeide, beter een »eierpap« zou kunnen heeten, maar +waarop hij toch aanviel »als een varken op eikels.« Bij het verlaten +van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een toestand, +die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver, wien +hij het onsmakelijke maal beschreef, dat hij juist genuttigd had; +deze lachte hartelijk om het verhaal en bood hem vriendelijk aan, +een zijner muilezels te bestijgen waarna zij spoedig in Oostelijke +richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten zij twee monniken, +en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een slecht maal kregen, +dat door den waard echter zóó werd opgehemeld, dat de arme jongen wel +gedwongen was, het zonder veel drukte te verorberen. Maar tot zijn +grooten schrik ontdekte hij later, dat het gerecht bereid was van het +vleesch van een jongen muilezel. Toen de herbergier hiervan beschuldigd +werd, was hij zoo woedend, dat hij een groot zwaard greep, waarop de +ezeldrijver een hooivork nam, en er zou zeker een moord gebeurd zijn, +wanneer niet de stedelijke politie de vechtenden gescheiden had. De +oneerlijke waard werd naar de gevangenis gebracht, maar ofschoon hij +bekende den muilezel te hebben geslacht, wilde hij niet toegeven, +dat hij den mantel van Guzman gestolen had, die spoorloos verdwenen +was, en de knaap was dus genoodzaakt de herberg te verlaten zonder +dit uitrustingstuk. + +Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig +achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren, +en die hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling +wierpen zij zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige +kostbare juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden, +maar ook hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide +reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de +twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van +verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van +'s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier te +vertellen en daarenboven hebben zij weinig te maken met den draad +van ons verhaal. + +Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het gerecht +uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en waar hem +dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de beste +herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf hij +zich te voet op weg naar Madrid. + +In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij een +weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden +morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was +op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de +ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en +als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De +slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan, +den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de +ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het +stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd +in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast +de herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een +handvol voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad +was deze herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven +daar werd Guzman zóó ondragelijk, dat hij met het kleine beetje geld, +dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met de +noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars +voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij +bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en 's avonds +had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam hij +echter dienst als koksjongen bij een adellijk heer. + + + +GUZMAN ALS KOKSJONGEN. + +In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd door, want +het ontbrak in het huis van den ridder niet aan vroolijkheid. De +jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de ondeugd van het +spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat in den nacht +met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op deze wijze +verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer, en toen +hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te voldoen, +begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig worden, +te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de overweging, +dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn meester voor +eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen Guzman +de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in +vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker +staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het +voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de +verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid +bracht, die hem zóó mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw leek. Hij +bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst verkeerde, +dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde haar, +dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien hij +voor zes-en-vijftig reales kon koopen; en in haar verlangen, niet in +moeilijkheden te komen, gaf zij hem dadelijk deze som. Maar het geld, +dat op deze oneerlijke wijze verkregen was, werd oogenblikkelijk weer +aan de speeltafel verloren, zoodat Guzman even arm was als voorheen. + +Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd aan +te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in Madrid +vertoefde. De koksjongen moest hiervoor een grooten zak met wild in +ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar het reeds laat +was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer. Midden in den +nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van de hazen, +die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas niet miste, +en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen, stak hij een +half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het en gaf hem +zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de gebroken eieren +uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de omstanders. Het gelukte +hem echter, een paar patrijzen en eenige kwartels te verdonkeremanen; +deze wilde hij aan een anderen kok verkoopen; maar zijn meester, +die hem niet vertrouwde, volgde hem, en ontdekte, wat hij in zijn +schild voerde, waarop hij op staanden voet ontslagen werd, nadat hij +een flink pak ransel gekregen had. + +Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn +vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat +er binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept, +en hij besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker, +die nooit iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar +een vreemden koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman +in een diepen kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden +morgen bij deze plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef, +ontdekte hij, dat zij vijf-en-twintig-honderd reales in zilver, +en dertig pistoles in goud bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug, +opdat men ze voor de bagage van een reiziger zou aanzien, en begaf +zich op weg naar Toledo. Hij zorgde er echter steeds voor, den grooten +weg te vermijden, en slechts stille wegen te bewandelen. + +Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij +een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde +rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker was. + +Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op +te zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best +zou kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op +hen te maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig +omkeerde, zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd, +die achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman +deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij +geen cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen +te koopen, die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een +van zijne geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat +was te betalen. Voor honderd reales ging een prachtig pak kleeren +in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had van +den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk +zijn intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte +hij zich allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar +zijn ijdelheid werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak, +dat hem een schat kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal, +waar hij een bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar +huis te geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman +bestelde voor deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken, +maar het paar had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op +de deur geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder +thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen +moest. De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon, +was een groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats had hij het +genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen, alle +kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier flesschen +wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den laatsten +droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer in +een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg +te sluipen als een armer doch wijzer man. + +Daar Guzman hoorde, dat een alguazil bijzonder belangstellend naar +hem gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te +Almagro bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die +onder den indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn +wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo +een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde +overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs +van onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de +helft van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het +gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden +in Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten, +en hij door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden +werd. Zijn kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een +plaats aan zijn bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen, +het eenige wat hij voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt +buitenshuis te gaan eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden +thuis te ontvangen. Guzman betuigde hem zijn dankbaarheid, en gaf +hem te kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn, +hem weer te helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd, +en Guzman verzon het systeem van in elk huis meer manschappen onder +te brengen dan noodzakelijk was; hij dreigde tenminste dit te doen, +zoodat de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden +afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken +toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken +in den vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners +werden toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een +goed leven. Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest +roekelooze mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers +op den heirweg te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde, +maakte hij dadelijk een einde aan dit gevaarlijke spelletje. + +Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden, +die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi +gouden relikwieën-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij +vroeg hem dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling +ging er dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk +aanbood voor tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan +honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De +juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod, +dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem +het foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor +in ruil de honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man +het huis verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: »Houd den +dief! houd den dief!« Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman +riep opgewonden, dat hij hem het relikwieën-kastje van den kapitein +ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat hij het +voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd door +Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter gebracht, +en daar hij wegens woekerhandel een slechte reputatie genoot, werd +hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te geven. Maar ofschoon de +kapitein heel blij was met het geld, dat zoo onrechtmatig verkregen +was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang met zulk een schurk als +de Alfarache, hem ten gronde zou richten. Eenige dagen later scheepten +de troepen zich in naar Genua, en toen zij daar waren aangekomen, +zeide zijn chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden, en hij +drukte hem een pistole in de hand. + + + +GEKWELD DOOR DUIVELS. + +De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren naar zijne +bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en machtigste +personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun woning, +waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar +hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij +ervoor gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was, +konden zij hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette +hij een eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader +gekend had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn +familie hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek +te nemen. Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk +naar bed, waar de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den +honger. Voordat hij zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat +het in de kamer, waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig +lag Guzman wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche +gestalten de kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij +smeten hem in een beddelaken, en zwaaiden hem zóó hevig heen en weer, +dat hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij uitgeput door +de inspanning, hem weer in zijn bed gooiden, waarna zij de kamer +verlieten. In den vroegen morgen verliet Guzman, stijf, pijnlijk +en terneergeslagen het huis, maar hij zwoer een duren eed, nooit +te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn familie hem behandeld had, +en dat hij zich bij de eerste de beste gelegenheid zou weten te wreken. + + + +GUZMAN VOEGT ZICH BIJ DE BEDELAARS VAN ROME. + +Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen toestand, waarin +hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog levend uit +den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar Rome te +gaan. »Italië«, zoo redeneerde hij, »is het weldadigste land van +de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan binnen de grenzen +van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over zijn volgenden +maaltijd«. Een paar weken later bevond hij zich dan ook inderdaad te +Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw pak kleeren te koopen; +maar hij weerstond de verleiding en zwierf bedelend door de straten +der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds spoedig een lotgenoot, +die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten van de bedelaars +van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij al heel gauw +meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was Guzman een +meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige weken had +doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de stad, +die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij in +zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman +uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des +avonds om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in +allerlei praktijken, waardoor zij medelijden konden opwekken. Des +morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater +bij den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste +oogst; en 's avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de +landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen +terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en +ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta +een vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam, +gaf hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van +een kerk met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest +voorstellen, en het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de +Gouverneur weer voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem +eenige afgelegde kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde +gaan. Daar aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig +geneesmiddel hij gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van +zijn vroegere ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij +een geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde, +dat de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over +aan zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna +de stad uitjoegen. + +Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een +Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem +hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer +in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom +een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal +twee der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen +waren van dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren, +het been af te zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend +vertrek het geval bespraken, ging hij naar de deur om het gesprek +af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn meening te kennen, +dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit niet met hem +eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den Kardinaal voor +te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen Guzman de +kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog bekende, +en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen. De +geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen, +gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige +ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was, +drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen +tot het herstel van den patiënt. De geneesheeren waren zóó verlangend +een hooge rekening te kunnen uitschrijven, dat zij Guzman dwongen +drie maanden het bed te houden; die maanden schenen hem drie eeuwen +toe, want het zwervende leven was hem een behoefte geworden, en het +viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te moeten doen. Aan het +einde van dien termijn, dienden de geneesheeren bij den Kardinaal hun +rekening in met de verklaring, dat de patiënt volkomen hersteld was, +en de geestelijke was zóó verrukt over deze wonderbaarlijke genezing, +en zóó ingenomen met den levendigen geest van Guzman, dat hij den +jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken dienaar. + +Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven, +dat voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek, +en tafeldienen. De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon +bestond uit een paar eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een +groote hoeveelheid heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard +werden, en daaraan deed hij zich toen te goed. De Kardinaal ontdekte +de verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman +een volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen +en betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van +den Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was. + + + +GUZMAN BEDRIEGT DEN BANKIER. + +Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in het paleis van den +Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er tenslotte genoeg van +kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen gezant, een vriend +van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van de hebbelijkheden +van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen hoogwaardigheidsbekleeder +te hebben gediend, besloot hij Rome te verlaten, en een reis door +Italië te maken. Even te voren had hij kennis gemaakt met een +Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij vriendschap sloot. Met +ongeveer driehonderd pistoles en eenige juweelen, die hij van den +gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had +een wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor +diens vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp +van den gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij +Sayavedra weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem +als zijn bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had, +stemde hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot +het verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het +gerucht, dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij +had zelfs de onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof, +waar hij wegens deze familierelatie door den Groothertog ontvangen +werd. Daar ontmoette hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe, +op wie hij verliefd werd. Maar haar familie informeerde naar hem, +en toen het uitkwam, dat hij indertijd langs Rome's straten gebedeld +had, was hij gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij +het spel een belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan +aankwamen, huurden zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om +hunne juist verkregen rijkdommen productief te maken. Zij sloten +vriendschap met een deugniet, die klerk was op een bankierskantoor, +en bespraken met hem de mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van +een gedeelte van zijn geld. Guzman bezocht den bankier, en zeide, +dat hij hem ongeveer twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde +geven. Hij werd vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn +naam en eenige andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis +kocht Guzman een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood; +deze gaf hij aan Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij +drukte hem op het hart een praatje te maken met den herbergier en hem +te vertellen, dat hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen, +wat hij natuurlijk geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk +liet een valschen sleutel maken op de geldkist van zijn patroon, en +toen deze den volgenden Zondag naar de Mis was, opende hij de kist, +en zette er de vergulde cassette in, die nu inplaats van lood, tien +quadruples, dertig Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den +inhoud bevatte. Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester +na en vulde diens aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin, +dat hij het deed voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette, +maar de geheele inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des +Maandags begaf Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd +het geld terug, dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. De man +ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman zulk +een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd zóó +hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld was van den waard +van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. Guzman beweerde, +dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, men zich ervan +zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie liep, inderdaad +genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn gehaald werd, bleek +dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige bankier gaf toe, +dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf geschreven had, +en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders te wekken, +want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne woekerpraktijken en +schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een nauwkeurige opgave +te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze geopend werd, +vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde cassette in, +waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem genoemd +was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met de +lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de +eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen, +overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne +medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om +zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld +hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als +een hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname +herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de +praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te +brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet, +die eenige jaren te voren hun hulp had gevraagd, en zijn oom vertelde +hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze wijze een +indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen volkomen, en +daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met een gerust +hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar hij zeide, +een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te dragen. Met +deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, maar op weg +daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van ijlkoorts +sprong hij overboord en verdronk. + +Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na vele +avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman +verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn +dochter ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom +van Guzman als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op +de eveneens denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de +verkwistende jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was +de geheele familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig +voor de dame, en zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader, +genoeg uit de schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen. + +Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot +de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om +in de theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de +universiteit van Alcalà de Henares, waar hij zijn candidaatsexamen +aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de godgeleerdheid, +wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om het priesterambt +te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden weer op den +slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een familie met +verscheidene dochters, op een waarvan hij verliefd werd, waarna een +huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te Madrid, waar zij een +avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren later liep de jonge vrouw +van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij te pakken kon krijgen, +mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn moeder weer opgezocht, +en inplaats dat zij hem van zijne kwade praktijken trachtte af te +houden, hielp zij hem bij het verzinnen van zijne gemeene streken, +zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot vele jaren dwangarbeid +veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de overheid kon helpen +bij het ontdekken van een opstand, en als belooning hiervoor kreeg +hij zijn vrijheid terug. + +En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit +de literatuur. Maar al is Guzman de Alfarache misschien de sluwste +boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet hebben, hij is ook +de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter merkwaardig, +dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, en dat hij +aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het begin. Het +vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de voorgewende +onberispelijke toon, waarin hij geschreven is--een stijl, die bijna +slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn Gil Blas, een werk, dat +niet alleen wat zijn atmosfeer betreft, veel overeenkomst vertoont +met Guzman de Alfarache, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit +heeft overgenomen. + + + +BESLUIT. + +Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde bewandeld, den +ernstigen, den quasi-heroïschen en den humoristischen. Misschien is +wel geen enkel hoofdstuk van de letterkunde der wereld zóó rijk aan +kleur, zóó afwisselend en zóó gevoelig. Er klinkt een toon in van +hooge en edele schoonheid, van voorname ridderlijkheid, van grooten +ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet bezoedeld door alledaagschheid +en bekrompenheid. De drinkbeker der Spaansche romantiek is gevuld met +het hartebloed van een groot, ridderlijk en dichterlijk volk, dat de +voorkeur heeft gegeven aan idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de +verhevenheid van een nationale aristocratie boven de leegheid eener +onware democratie. Arm Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser +deze uitdrukking in medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost +van zulk een schatkamer van dichterlijken en romantischen rijkdom, +kan Spanje het vaste vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen, +die door zijne trovadores bezongen, en door zijne dichters vereeuwigd +zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren. Arm Spanje! Neen, +gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende van heerlijke +liederen? Veelkleurige schatkamer der legende, glinsterend juweel +der onsterfelijke romance! + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De Moro latinado of de Spaansch sprekende Moor, is een voorname +figuur in de latere Spaansche geschiedenis. + +[2] In Bisschop Odoor's testament (747) zien wij het verval van het +Spaansche Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict +van 844 op de usitato vocabulo der Spanjaarden, hun »Spreektaal.« +Over het Gothische tijdperk zie men Père Jules Pailham, in het 4e deel +van Cahier en Martin's Nouveaux Mélanges d'Archéologie d'Histoire, +et de Littérature sur le Moyen Age (1877). + +[3] Dit dialect was veel meer verwant aan de lingua rustica dan aan +het Gothisch, dat grooter invloed heeft gehad op de uitspraak en den +zinbouw van het Spaansch, dan op de woorden. + +[4] »Over het geheel,« zegt Professor Saintsbury, »zijn het gemak, +de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de verscheidenheid van +vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel en van gedachten« +(Flourishing of Romance and Rise of Allegory, p. 308-369). Hij merkt +verder op, dat het Provençaalsche vers is een »uiting van kleine +kunst.«--»Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden uitstekende boven +het middelmatige.« + +[5] Deze was getiteld El Arte de Trobar en een slecht uittreksel +daarvan vindt men in Mayan's Origenes de la Langua Española (Madrid +1737). + +[6] Over Provençaalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie +men Manuel Mila y Fontanal Trovadores en España (Barcelona 1887); en +E. Baret, Espagne et Provence (1857), een meer beknopte verhandeling. + +[7] Toch vonden zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die +streken en het was de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte +in Spanje overheerschend was. + +[8] Madrid, 1839. + +[9] Cancionero de Romances (Antwerpen, 1555). + +[10] Zie het artikel over Alfonso XI in N. Antonio, Bibliotheca +Hispana Vetus. + +[11] Regeerde van 1407 tot 1454. + +[12] Gaston Paris, La Littérature Française au Moyen Age (Paris 1888) +en Léon Gautier, Les Epopées Françaises (Paris 1878-'92), zijn de +voornaamste kenners van de Chansons de Gestes. + +[13] Zie Manuel Milo' y Fontanal, Poesia heróico-populair Castellana +(Barcelona, 1874). + +[14] Deze naam, die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van +Poitiers, den eersten troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk, +dat in de inheemsche talen der Romance geschreven was. Later werd hij +in Spanje gebruikt als equivalent voor Cantar, en tenslotte duidde +men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in achtlettergrepige +assonanten. + +[15] Don Quixote. Deel I, hoofdstuk VI. + +[16] In het hoofdstuk, getiteld: »Moorsche Romances van Spanje«, zal +de lezer voorbeelden vinden van romantische verhalen van dit volk, +waaruit hem de verwantschap met de Spaansche romances zal blijken. + +[17] Zie Dozy, History of the Moors in Spain (Engelsche vertaling) +en Recherches sur l'Histoire politique et littéraire de l'Espagne +(1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn Glosario de Voces iberias +y latinas usadas entre los Muzárabes (1888); Renan, Averroës et +Averroïsme (1866). + +[18] Ormsby (The Poem of the Cid), die zijne verhandeling in 1879 +schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen te hebben gehad over wat een +Cantar was, en hij zegt, dat de Poema bijna gelijktijdig ontstond met +de »chansons de gestes«. Maar hij is waarschijnlijk minstens een eeuw +in de war, daar de eerste Chansons dateeren uit het midden der elfde +eeuw. Van trovadores en juglares had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch +is hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het +beste, dat in Engeland over de Poema geschreven is. Het is jammer, +zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat noch Ticknor noch Southey, +die zoo uitvoerig over de oude Spaansche letterkunde schreven, +bekend waren met de »Chansons de gestes.« Nog betreurenswaardiger +is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche vertalingen is +overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade schandelijk +verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat dan hij, +een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle kern +en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn, +zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers +ervan gemaakt hebben. + +[19] Waarschijnlijk Anstruther in Fife. + +[20] Er bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan +dezelfde is als de reus Albiona, één der twee monsters, »zonen +van Neptunus,« die volgens Pomponius Mela, Hercules in Ligurië +aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en +later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend +was als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit »de Witte«, wat +betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel waarschijnlijker is +het, dat het beteekent: »het rijk van den God Alba, het land van den +Witten God.« Alle Schotsche goden waren reuzen, evenals de Fomorianen +van Ierland. + +[21] Eerst had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept +naar »Groot Brittanje«. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots +terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het +is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak +punt was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van +ontdekkingen en zeevaart. + +[22] William Stuart Rose, Amadis de Galliër: Een gedicht in drie +boeken. + +[23] Tenzij wij een uitzondering maken voor de Anseis de Carthage--een +romance, die den ondergang van Spanje toeschrijft aan een zoon van +Karel den Groote, wiens daden overeenkomen met die van Roderick. De +Anseis is een Fransch werk. + +[24] Behalve de verzameling romances, waarover wij hier spraken, +en waarin de voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn, +waren er in het midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven +te Antwerpen en Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban +de Nájera. De lezer kan ook de Primavera y Flor de Romance door Wolf +en Hofman raadplegen, waarvan een nieuwe uitgave verscheen bij Señor +Menéndez y Pelayo, de verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844) +en de Engelsche vertalingen van Lockhart en Bowring. + + + + + + + +IN DEZE SERIE VERSCHENEN REEDS + + +H. A. Guerber, Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen. Haar +oorsprong en invloed op letterkunde en kunst. Bewerkt door Dr +H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. + Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +H. A. Guerber, Noorsche Mythen. Uit de Edda's en de Sagen. Bewerkt door +Dr H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga, Met 64 fraaie platen. Derde +druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +H. A. Guerber, Mythen van Griekenland en Rome. Haar oorsprong +en beteekenis. Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit. Met 64 fraaie +platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Woislav M. Petrovitch, Heldensagen en Legenden van de Serviërs. Met een +voorbericht van Chedo Miyatovitch, gewezen Servische Gezant aan het +Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. J. P. Wesselink--v. Rossum. Met 32 +prachtige gekleurde platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Dr H. Salomons, Verhalen en Legenden van Hindoes en Boeddhisten. Met +een introductie van Prof. Dr W. Caland. Met 32 prachtige gekleurde +platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +T. W. Rolleston, Keltische Mythen en Legenden. Bewerkt door Dr +B. C. Goudsmit. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +F. Hadland Davis, Mythen en Legenden van Japan. Bewerkt door Dr +B. C. Goudsmit. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk. + Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Josef Cohen, Nederlandsche Sagen en Legenden I en II. Met +32 illustratiën in kleurendruk en zwart van Pol Dom. 2e druk. +Per deel Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Lewis Spence, Mythen en Legenden van Egypte. Voor Nederland bewerkt +door Dr J. W. van Rooijen. Met 8 gekleurde en zwarte platen. Tweede +druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Nelly Montijn-De Fouw, Sagen van Koning Arthur en de Ridders van +de Tafelronde. Geïllustreerd door Arthur Rackham. + Ing. f 10.-, Geb. f 12.50 + +Dr H. van Prooye-Salomons, De Geschiedenis van Koning Nala. Een +Episode uit het Mahabharata. Ing. f 3.90, Geb. f 4.90 + + + + + + + +UITGAVEN VAN W. J. THIEME & CIE TE ZUTPHEN. + + +Dr C. te Lintum, De Geschiedenis van het Amerikaansche Volk, met +vele illustraties. Ing. f 2.75, Geb. f 3.90 + +E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Romeinsche Volk. Bewerkt +door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk. + Ing. f 2.75. Geb. f 3.90 + +E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Grieksche Volk. Bewerkt +door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk. + Ing. f 2.75, Geb. f 3.90 + +W. Jansen, Geschiedenis der Wijsbegeerte. +I. Van Thales tot Plotinus. Ing. f 4.35, Geb. f 5.25 +II. Van Origenez tot Leibnitz. Ing. f 5.50, Geb. f 6.50 + +Dr Jos. Schrijnen, Nederlandsche Volkskunde. Compleet in 2 deelen. Per +deel Ing. f 4.50, Geb. f 5.75 + +Jonathan Swift, Gulliver's Reizen. Vertaald naar de nieuwe uitgave +van Padraci Colum. Geïllustreerd door Willy Pogány. Met 12 gekleurde +en vele zwarte platen. Ing. f 4.90, Geb. f 5.90 + +M. de Cervantes, Don Quyote de la Mancha. Vrij bewerkt naar Albert +Geyer door G. D. Ell. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen naar +George Scholz. Geb. f 3.90 + +De Sprookjes van Andersen. Naar het Deensch bewerkt door Ph. R. F. C +de Bruyn. Met twaalf gekleurde platen van Wanda Zeigner-Ebel. + Geb. f 3.90 + +H. Beecher Stowe, De Kleine Vossen. 7e druk. Ing. f 1.75, Geb. f 2.50 + +Dr E. Vogel, Fotografisch Zakboek. Een handleiding en vraagbaak +voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld door +J. J. M. M. v. d. Bergh. 5e druk. Ing. f 2.60, Geb. f 3.95 + +Dr P. G. Buekers, Plantenboek. Bewerkt naar Christiansen, Taschenbuch +einheimischer Pflanzen. Met 48 fraai gekleurde platen. Geb. f 2.50 + +Kerst Zwart, Het Vogelboek. Zangers en Krassers bij huis en schuur, +in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan plas +en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk. + Ing. f 3.25, Geb. f 4.25 + + + + + +End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + +***** This file should be named 31198-0.txt or 31198-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
\ No newline at end of file diff --git a/31198-0.zip b/31198-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5cda967 --- /dev/null +++ b/31198-0.zip diff --git a/31198-h.zip b/31198-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..09a051a --- /dev/null +++ b/31198-h.zip diff --git a/31198-h/31198-h.htm b/31198-h/31198-h.htm new file mode 100644 index 0000000..0d770e4 --- /dev/null +++ b/31198-h/31198-h.htm @@ -0,0 +1,13931 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> +<title>Legenden en romances van Spanje</title> + +<style type="text/css"> + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/***** Titlepage *****************************************************/ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/***** End Titlepage *****/ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/****** Tables ******/ +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/****** Poetry ******/ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/***** Drama *****/ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/***** End Drama *****/ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/****** Font Styles and Colors *****/ +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/***** End Font Styles and Colors *****/ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +.xd20e81width +{ +width:496px; +} +.xd20e87 +{ +text-align:center; +} +.xd20e92width +{ +width:494px; +} +.xd20e99width +{ +width:471px; +} +.xd20e281 +{ +background: url(images/initial-w.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e281init +{ +float: left; +width: 125px; +height: 80px; +background: url(images/initial-w.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e373width +{ +width:496px; +} +.xd20e1102width +{ +width:506px; +} +.xd20e1352 +{ +text-indent:2em; +} +.xd20e1504width +{ +width:501px; +} +.xd20e2036 +{ +background: url(images/initial-m.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e2036init +{ +float: left; +width: 110px; +height: 80px; +background: url(images/initial-m.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e2114width +{ +width:497px; +} +.xd20e2408width +{ +width:500px; +} +.xd20e2671width +{ +width:494px; +} +.xd20e2763 +{ +text-align:right; +} +.xd20e2765 +{ +background: url(images/initial-b.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e2765init +{ +float: left; +width: 85px; +height: 80px; +background: url(images/initial-b.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e3052 +{ +background: url(images/initial-d.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e3052init +{ +float: left; +width: 95px; +height: 80px; +background: url(images/initial-d.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e3125width +{ +width:492px; +} +.xd20e3337width +{ +width:492px; +} +.xd20e3524width +{ +width:486px; +} +.xd20e3553 +{ +background: url(images/initial-i.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e3553init +{ +float: left; +width: 87px; +height: 80px; +background: url(images/initial-i.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e3628width +{ +width:501px; +} +.xd20e4514 +{ +background: url(images/initial-h.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e4514init +{ +float: left; +width: 105px; +height: 80px; +background: url(images/initial-h.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e4635width +{ +width:490px; +} +.xd20e4751width +{ +width:493px; +} +.xd20e4921width +{ +width:491px; +} +.xd20e5274width +{ +width:500px; +} +.xd20e5401 +{ +background: url(images/initial-c.gif) no-repeat top left; +} +.xd20e5401init +{ +float: left; +width: 85px; +height: 80px; +background: url(images/initial-c.gif) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e5498width +{ +width:486px; +} +.xd20e6166width +{ +width:151px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Legenden en Romances van Spanje + +Author: Lewis Spence + +Illustrator: Otway McCannel + +Translator: S. Vos-Goudsmit + +Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e81width"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="496" height="720"></div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar xd20e87">Legenden en Romances van Spanje</p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e92width"><img src="images/p000.jpg" alt="De Cid neemt afscheid van zijn vrouw." width="494" height="720"> +<p class="figureHead">De Cid neemt afscheid van zijn vrouw.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e99width"><img src="images/titlepage.gif" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="471" height="720"></div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">Legenden en Romances van Spanje</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">Lewis Spence F.R.A.I.</span><br> +Schrijver van:<br> +»Legenden en Romances van Bretagne«, »Helden-verhalen +en Legenden van den Rijn«, »Handleiding bij de studie van +de Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers«, enz.<br> +Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A.<br> +Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit</div> +<div class="docImprint">Zutphen—W. J. Thieme & +C<sup>ie</sup></div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Voorwoord.</h2> +<p class="firstpar">Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche +romantische literatuur niet die belangstelling van Engelsche schrijvers +en kritiek genoten, waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen +enkel land van Europa heeft het zaad van de Romantiek zóó +gemakkelijk wortel geschoten, of is het tot zulk een weelderigen bloei +gekomen als in Spanje, waar de geaardheid van het volk nog duidelijker +te voorschijn trad uit de ridderverhalen, dan dit het geval was in +Frankrijk of Engeland. Denken wij bij het begrip <span class="letterspaced">Ridderlijkheid</span> niet het eerst aan Spanje, aan +zijn eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa, +aan zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan +den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige +geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven +alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen +geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de +gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als +van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen +vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een +onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn òf +gebaseerd op geschiedkundige gebeurtenissen òf zij zijn +voortbrengselen van die schitterende en sprankelende fantasie, die +alles kenmerkt, wat dit Schiereiland aan literatuur heeft +voortgebracht.</p> +<p>Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband +bewijzen tusschen de Fransche <span class="letterspaced">chansons de +gestes</span> en de <span class="letterspaced">Spaansche cantares de +gesta</span>, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over +Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de +begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel +Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn +aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen ontbreken +van Moorschen invloed op de Spaansch <span class="letterspaced">romanceros</span>, wordt gesteund door critici, die veel +beter dan ik in staat zijn dit vraagstuk te beoordeelen; maar bij de +behandeling van de ballade heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen +hiertoe gerechtigd te zijn door een jarenlange studie van dit +onderwerp, dat zoo ten volle mijn belangstelling en liefde heeft. Mijne +vertalingen zijn dan ook niet slechts een wedergave van den inhoud, +doch het zijn een getrouwe en nauwkeurige overzetting van de +oorspronkelijke balladen.</p> +<p>Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen +van de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen +in de <span class="letterspaced">cantares de gesta</span>, de +ridderverhalen, <span class="letterspaced">romanceros</span> en +balladen, en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende +hoofdstukken zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al +deze uitingen der Spaansche letterkunde.</p> +<p>Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van +enkele lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan +zou het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van +deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend +aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden +bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de +armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen +wonderen.</p> +</div> +<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Inhoud.</h2> +<ul> +<li>Hoofdstuk <span class="tocPagenum">Bldz.</span></li> +<li>I. <a href="#ch1">De Bronnen van de Spaansche Romance</a> + <span class="tocPagenum">1</span></li> +<li>II. <a href="#ch2">De »Cantares de Gesta« en de +»Poema del Cid«</a> <span class="tocPagenum">40</span></li> +<li>III. <a href="#ch3">»Amadis de Galliër«</a> + <span class="tocPagenum">82</span></li> +<li>IV. <a href="#ch4">Vervolg van »Amadis de +Galliër«</a> <span class="tocPagenum">132</span></li> +<li>V. <a href="#ch5">De Romances van Palmerin</a> + <span class="tocPagenum">164</span></li> +<li>VI. <a href="#ch6">Catalonische Romances</a> + <span class="tocPagenum">181</span></li> +<li>VII. <a href="#ch7">Roderick, de laatste der Gothen</a> + <span class="tocPagenum">198</span></li> +<li>VIII. <a href="#ch8">»Calaynos de Moor«, +»Gayferos« en »Graaf Alarcos«</a> + <span class="tocPagenum">211</span></li> +<li>IX. <a href="#ch9">De Romanceros of Balladen</a> + <span class="tocPagenum">221</span></li> +<li>X. <a href="#ch10">Vervolg van de Romanceros of Balladen</a> + <span class="tocPagenum">241</span></li> +<li>XI. <a href="#ch11">Moorsche Romances van Spanje</a> + <span class="tocPagenum">252</span></li> +<li>XII. <a href="#ch12">Verhalen van Spaansche tooverkracht en +hekserij</a> <span class="tocPagenum">323</span></li> +<li>XIII. <a href="#ch13">Humoristische Romances van Spanje</a> + <span class="tocPagenum">342</span></li> +</ul> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk I. De Bronnen van de Spaansche Romance.</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Het teedere Fransche liefdeslied,</p> +<p class="line">De zangen van ’t schoone Brittanje,</p> +<p class="line">Legenden van het zwaard en de speer,</p> +<p class="line">Geboren in Allemanje,</p> +<p class="line">Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht</p> +<p class="line">Der balladen van ’t oude Spanje!</p> +</div> +</div> +<p class="xd20e281"><span class="xd20e281init">W</span>anneer een +vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van het oude +Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren, en zijn oor +zou openen voor de melodieën der wateren van de Granaatappelstad, +en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer, dan zou het hem +gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen hare kleuren +minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder verkwikkend +was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop de weefsels +van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den indruk +krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft, na eeuwen +van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde +echo’s van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd +opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras, die +zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd, om het +te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen en door +de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals een kind +door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen, dat de +menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze muren +beschilderden van het <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" +name="pb2">2</a>]</span>palet van den zonsondergang, ook het +onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de +Spaansche Romance opbouwden.</p> +<p>Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over +de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven +aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis +van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit de +Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven, dat in +deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de passiebloem +van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide?</p> +<p>Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodieën niet meer +vinden, noch kunnen wij samenvoegen het mozaïk van verbroken +harmonieën in de warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin +als in de »mijn van zijde en zilver«, het oude Granada; +noch te midden van de marmeren overblijfselen van Cordova, waar het +marktplein overstroomd was met de geschilderde perkamenten van +Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten ons afwenden van het bloeiende +Zuiden, en de kale hoogten van Castilië en Asturië beklimmen, +waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren gevangen was op eene +dorre en verschroeide vlakte en waar geboren werd een diepe hartstocht +van vaderlandsliefde en zelfopoffering, die uiting vond in heerlijke +krijgszangen, waarvan de echo’s tusschen de bergen weerklinken +als spook-klaroenen op een vergeten slagveld.</p> +<p>Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger +prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van +Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk +voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in +Burgos en Carrión, ontroerender, zij het dan ook minder +<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span>fantastisch, dan ooit ontsprongen aan de guitaren +van Granada. Maar de nooit eindigende strijd tusschen Arabier en +Spanjaard bracht met zich mede een voortdurende uitwisseling van den +zinnelijken geest van het Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het +Noorden, zoodat ten slotte het Saraceensche goud het staal van het +Spaansche lied versierde, en de Spaansche ziel gevangen werd in de +netten van de Oostersche fantasie. In lateren tijd verzachtte eene +openlijke bewondering voor de kunst en beschaving van den Moslim den +ouden haat, en de Moorsche cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal +niet de dichtkunst na, van den Castiliaanschen ridder.<a class="noteref" id="xd20e293src" href="#xd20e293" name="xd20e293src">1</a></p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De bakermat van het Spaansche lied.</h3> +<p class="firstpar">Het vaderland van de Spaansche overlevering was +inderdaad een geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen +iederen duim van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die +oneindig veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij +dan ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van +saamhoorigheid.</p> +<p>Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje, die +tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men onverwachts +weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een steile, +vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-, kastanje- en +dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging beschut tegen +de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneeën jagen, bieden +betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere Zuiden van +het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer tusschen de +verschillende dalen gering was, waren deze <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>toch voor de +Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe +krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd +tegen de Saracenen.</p> +<p>In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld +gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een +gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van +menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien +is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen, +wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat +vóór het tijdperk der Saraceensche overheersching, de +Castiliaansche taal slechts een samenraapsel was uit de elementen van +de Romeinsche <span class="letterspaced" lang="la">lingua +rustica</span> en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige +autoriteiten, zonder bepaalde taalregels of een taaleigen.<a class="noteref" id="xd20e313src" href="#xd20e313" name="xd20e313src">2</a> +Zeker is het, dat de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch +plaats vond na den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote +waarde hechten aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij +beweerden, dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk +vóór die periode, niets was dan een <span class="letterspaced">patois</span>, zonder regels of methode.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Romeinsch en Visigothisch.</h3> +<p class="firstpar">Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de +Visigothen, als achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje +binnentrokken, bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne +beschaving, doch zij behielden <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>de gewoonten van hun Noordelijk +vaderland, en zij schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn +beïnvloed door de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal +van het volk, dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen, +ofschoon zij door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk, +deze taal ongetwijfeld kenden.</p> +<p>De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd +afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten +Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den roem +der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is meestal +niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk hare taal +op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard gaat aan +letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in staat waren, +zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde kolonisten van +Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk toe, de Romeinsche +taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid was echter niet de +eenige reden voor het verlies van hunne taal, want ofschoon zij in +militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne tegenstanders, waren zij +in getal verreweg de mindere. Zij hadden bij hun inval in het +Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht, en waren dus genoodzaakt, +vrouwen uit het overwonnen land te huwen, die hunne kinderen de +Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk verkeer tusschen overwinnaar +en overwonnene schiep in den loop der tijden een potjes-Latijn, dat in +zijn verhouding tot het klassiek Latijn te vergelijken was met het +Engelsch van de handeldrijvenden aan de Stille Zuidzee.<a class="noteref" id="xd20e334src" href="#xd20e334" name="xd20e334src">3</a> +<span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span></p> +<p>Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van +Spanje, waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd +een beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het +gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De +wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid van +vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel +duidelijk, dat de spreektaal ten minste vóór het tijdperk +van den Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen.</p> +<p>De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking +verdreven werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een +kleine belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den +strijd tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal +tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat +aanmerkelijk verrijkt.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Romaansche talen van Spanje.</h3> +<p class="firstpar">Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er +gesproken in dat gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen +bleef. In Catalonië en Aragon het Provençaalsch, +Cataleensch of Limousinsch; in Asturië, Oud-Castilië en Leon, +Castiliaansch, en in Galicia, Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is +voortgekomen. Het Cataleensch was bijna volkomen gelijk aan het +Provençaalsch of de <span class="letterspaced" lang="fr">langue +d’oc</span> van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van +Provence door Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de +volken van Catalonië en Provence onder één regeering +samengevoegd. Het Provençaalsch, de taal der Troubadours, was +van Franschen oorsprong, en draagt de duidelijke sporen van zijne +afstamming van het Latijn van Provençaalsch-Gallië. Het +schijnt, dat het in Catalonië <span class="pagenum">[<a id="pb7" +href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span>werd geïmporteerd door de +Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te ontkomen aan het +Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts trokken, toen de +meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd waren van de +aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid van Catalonië +en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid van +levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook, dat de +bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de +ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland van +de <span class="letterspaced">Gai Saber</span> had overgenomen.</p> +<p>Door geheel Provençaalsch Catalonië werden die +romantische liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld +werd over de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de +liederen, met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd +geacht aan wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der +liefde de hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze +verheerlijking van de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de +daaraan verwante wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten +niet minder overdreven en gestreng waren. Deze Provençaalsche +ridderlijkheid vond langzamerhand ingang in Castilië; zij +verhoogde en verlevendigde de verbeelding der bevolking en maakte den +Spaanschen geest ontvankelijk voor de romantische literatuur. Maar in +geen enkel tijdperk was de Castiliaansche verbeelding zuiver passief; +zij onderwierp iedere letterkundige strooming, die haar beroerde, aan +zulk een geweldige tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde +elementen hun eigen karakter verloren en uit de smeltkroes van den +Spaanschen geest te voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. +De volmaaktheid in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de +Troubadours van Provence en Catalonië, <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>en deze vorm +van dichtkunst baande den weg voor een lyrische poëzie, die, zoo +zij al niet uitblonk door grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden +overtroffen werd in welluidendheid en fijnheid; maar het is +opmerkelijk, dat al deze verzen, met uitzondering van enkele politieke +satyren, slechts één onderwerp behandelden.... de +vervoering der liefde. Bij kennismaking met de dichtkunst in de +beminnelijke Provençaalsche taal, wordt men getroffen door de +welluidendheid; zij is altijd melodieus en men vindt er steeds een +zekere statigheid in terug, die men in de <span class="letterspaced">Pavane</span> aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer +voortvloeit uit den geest der taal als uit het zuivere maatgevoel der +zangers. Maar het eentonig herhalen van de gevoelens der liefde, die +men steeds uitdrukte door dezelfde begrippen en woorden, de weinige +natuurlijkheid van deze eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm +menschelijk gevoel, zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die +met vreugde het geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen +afstaan aan den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in +ruil voor natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, +die beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder +blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde +letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die +oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve, +gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en die +zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van kleur. +De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren ons niet +door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren van het +zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk.<a class="noteref" id="xd20e365src" href="#xd20e365" name="xd20e365src">4</a></p> +<div class="figure xd20e373width"><img src="images/p008.jpg" alt="Een blik op het oude Spanje." width="496" height="720"> +<p class="figureHead">Een blik op het oude Spanje.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p> +<p>De Provençaalsche en Catalanische troubadours hadden +inderdaad een zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche +dichtkunst en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer +met Castilië. Het »Boek van Apollonius« uit de 13e +eeuw, is vol van Provençalismen, evenals de latere +»Geschiedenis der Kruistochten.« Gedurende de vervolgingen, +waaraan zij blootstonden tijdens de Albigenser-oorlogen, vluchtten zij +in grooten getale naar Spanje, waar zij een schuilplaats vonden voor +hunne onverdraagzame vijanden. Zoo vluchtte Aimeric de Bellinai naar +het hof van Alfonso IX en hij bleef later aan het hof van Alfonso X, +evenals Montagnagunt en Folquet de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand +Carbunel, die met Riguier hunne werken opdroegen aan dien vorst, of +treurzangen dichtten ter gelegenheid van zijn dood.</p> +<p>Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar +Provençaalsch karakter en nog in 1433 schreef de Markies de +Villena, een familielid van den beroemden Markies van Santillana, dien +wij later nog zullen ontmoeten, een verhandeling over de kunst der +Troubadours,<a class="noteref" id="xd20e382src" href="#xd20e382" name="xd20e382src">5</a> welke hij wilde herboren zien in +Castilië.<a class="noteref" id="xd20e391src" href="#xd20e391" +name="xd20e391src">6</a></p> +<p>Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had +als het Portugeesch, is nauw verwant aan <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>het Castiliaansch. Maar +het is niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat +het in zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch +dan zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed +van sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken, +wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen van +den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar reeds +spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche literatuur +op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De opkomst van het Castiliaansch.</h3> +<p class="firstpar">De ontwikkeling van het <span class="corr" id="xd20e409" title="Bron: Gastiliaansch">Castiliaansch</span> uit het +oorspronkelijke Latijn, dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje +werd gesproken, werd door verschillende plaatselijke omstandigheden +bemoeielijkt. Bij het samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, +liet men niet dezelfde letters weg als in het Italiaansch. Ook +verkortte men de woorden niet in die mate, als in het +Provençaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk tengevolge van de +overheersching van het Gothische element onder hen, die Castiliaansch +spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft zij een sterker bouw +dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche <span class="letterspaced">f</span> is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in +een <span class="letterspaced">h</span>, zooals bij <span class="letterspaced" lang="es">hablar</span> = <span class="letterspaced" +lang="la">fabulari</span> (spreken). De letter <span class="letterspaced">f</span>, die sterk geaspireerd wordt, vervangt dikwijls +de <span class="letterspaced">l</span>, zoodat <span class="letterspaced" lang="la">filius</span> (zoon) <span class="letterspaced" lang="es">hijo</span> wordt. De zachte <span class="letterspaced">ll</span> daarentegen komt in de plaats van de +Latijnsche <span class="letterspaced">pl</span>, en zoo vinden wij het +Latijnsche <span class="letterspaced" lang="la">planus</span> (zacht), +in het Castiliaansch terug als <span class="letterspaced" lang="es">llano</span> (spreek uit: lyàh-no). Het Spaansche +<span class="letterspaced">ch</span> neemt de plaats in van het +Latijnsche <span class="letterspaced">ct</span>, zooals <span class="letterspaced" lang="la">facto</span> = <span class="letterspaced" +lang="es">hecho</span>, <span class="letterspaced" lang="la">dictu</span> = <span class="letterspaced" lang="es">dicho</span>, +enz. <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p> +<p>Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch +ontbreken niet. Zoo heeft de <span class="letterspaced">g</span> voor +de <span class="letterspaced">c</span> en <span class="letterspaced">i</span>, die in het Gothisch en Duitsch een keelklank +is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche verandering +van de <span class="letterspaced">o</span> in de <span class="letterspaced">ue</span> vindt hare analogie in het Duitsch. Wij kunnen +bv. het Castiliaansche <span class="letterspaced">cuerpo</span> en +<span class="letterspaced">pueblo</span> vergelijken met het Duitsche +Körper en Pöbel.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De uitbreiding naar het Zuiden van het Castiliaansch.</h3> +<p class="firstpar">Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en +schrijftaal werd tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van +het stoutmoedige volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche +bezetting van hun vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door +een strijd, die geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en +district na district inplaats van provincie na provincie, heroverden, +verdrong hun taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne +Arabische vijanden,<a class="noteref" id="xd20e499src" href="#xd20e499" +name="xd20e499src">7</a> totdat tenslotte de laatste vesting van de +Mooren viel en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland. +»Wel was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders +moesten doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning +en tot verovering van de wereld,« zegt Martinez in zijn roman +<span class="letterspaced">Isabel de Solis</span>,<a class="noteref" +id="xd20e505src" href="#xd20e505" name="xd20e505src">8</a> +»<span class="corr" id="xd20e511" title="Bron: Neergedrukt">neergedrukt</span> door hun harnas en met het +zwaard in de hand, sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht +rustig.«</p> +<p>Van de nederlaag van Roderick af, »den laatste der +Visigothen«, bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot +aan den val van Granada in 1492, was Spanje <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>inderdaad een land van veldslagen. Bijna +oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden de +Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het +Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen van +Biskaje en Asturië. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners van +Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend hebben +met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten, maar de +omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg er slechts toe +bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van vaderlandsliefde, +en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk bezit te +herwinnen.</p> +<p>Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich +voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten, +waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en +moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te +verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen zich +konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij, met hun +klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun moed en +vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw verloopen +was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castilië heroverd. +Alleen reeds de naam van deze provincie, »Het Land van +Kasteelen«, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts +<span class="letterspaced">behouden</span> kon blijven, wanneer elke +heuveltop versterkt was door vestingen; en zoo gaf deze landstreek, met +al hare kasteelen, ten slotte haar naam aan het volk, dat haar bezit op +zulk een hoogen prijs stelde. Voordat er weder 20 jaren verloopen +waren, hadden de Castiliaansche strijders vasten voet in +Nieuw-Castilië gekregen, en van dat oogenblik af, schijnen zij +voortdurend met succes te hebben gestreden.</p> +<p>Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>bezetting van drie en een halve eeuw, begint een +nieuw tijdperk voor den voortgang van de Castilianen in Zuidelijke +richting, en met de inname van Saragossa in 1118, keerden de kansen +voor de Arabische overweldigers, die nu verdreven werden naar een klein +gebied in het Zuiden en het Zuid-westen van het land. Deze +omstandigheid schijnt echter meer gunstig te zijn geweest voor hun +gevoel van saamhoorigheid, dan dat het hen heeft vernietigd, en de +Castilianen moesten nog gedurende vier eeuwen rekening met hen houden, +totdat bij den val van Granada, <span class="corr" id="xd20e527" title="Bron: Boabdill">Boabdil</span> of Abu-Abdallah, de laatste der +Moorsche koningen, de sleutels afstond aan Koning Ferdinand van +Castilië, een laatsten blik wierp op de stad, en naar Afrika voer, +waar hij strijdend den dood vond.</p> +<p>In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de +romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt niet +verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit wapengekletter. +Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde van dezen tijd +is niet alleen de afspiegeling van den geest van een strijdend volk, +maar zij is tevens een noodzakelijk product, want uit de liederen en +legenden putten de ridders van Castilië nieuwen moed, strijdlust +en opgewektheid, en zij werden er door bezield op den dag van den +strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castilië, zooals in de +oude ballade, zingen:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Het harnas is mijn eenig kleed,</p> +<p class="line">En strijd is mij festijn!</p> +<p class="line">Mijne lamp, de straal van een planeet,</p> +<p class="line">Mijn wereld .... een woestijn.«<a class="noteref" +id="xd20e541src" href="#xd20e541" name="xd20e541src">9</a></p> +</div> +<p class="firstpar">Grensgevechten met hun herhaalde verandering van +tooneel en voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot +het dolende ridderschap. <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De letterkundige ontwikkeling van het Castiliaansch.</h3> +<p class="firstpar">Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het +Castiliaansch inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen +letterkundig karakter, voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals +blijken zal bij de behandeling van zijne diverse Romantische vormen. +Het had niets overgenomen van de letterkundige methoden van het +Provençaalsch of Catalonisch, echter wel van den geest en den +uitwendigen vorm daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche +dichterlijke systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het +ernstige en krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang +weerstand te bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de +oorzaak waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren +zij het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De +regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in aanraking +geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand de +Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was een +Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus +feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer onze +gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen van +Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412–’58), dat de +invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van +Catalonië. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt +bij een zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia +gehouden, en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen, +zijn later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd. +Vier hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar +beschouwd werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij +<span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>zulk een wedstrijd te worden gebezigd. Het +schijnt, dat Valencia, dat in vroegere tijden, wat spraak en kunst +betreft, zuiver Catalonisch was, van 1470–1550 een eigen school +had voor Castiliaansche dichters, die er veel toe hebben bijgedragen, +het Castiliaansch als volkstaal te bestendigen. Maar de +Cataloniërs waren niet van zins, hun taal, als de letterkundige +taal van Spanje, zonder meer prijs te geven, en zij trachtten haar te +handhaven door de instelling van een vakopleiding voor Troubadours, en +door de schoonheden hunner taal hoog te prijzen bij de groote openbare +zangwedstrijden. Het was te vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen +een taal, die krachtiger en rijker aan woorden en vormen was, en die +daarenboven gesteund werd door een politieke macht, die sterker was dan +de hunne.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De dichtkunst aan de hoven van Castilië.</h3> +<p class="firstpar">De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige +taal werd ook zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke +belangstelling van verscheidene vorsten van Castilië. Alfonso de +Wijze was zelf een dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand +en toewijding, waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van +uitdrukking aanmerkelijk verbeterde.</p> +<p>Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch +vertaald, en op zijn aandringen werd een <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span>, zoowel als de +<span class="letterspaced">Geschiedenis der Eerste Kruistocht</span>, +geschreven. Hij maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven +en trachtte in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke +zinswendingen der Provençalen over te brengen.</p> +<p>Alfonso XI schreef een <span class="letterspaced">Algemeene +Kroniek</span> in de vlotte en vloeiende versmaat van de inheemsche +<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span><span class="letterspaced" lang="es">redondillas</span>, inplaats van de stijve en strakke +Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in letterkundige +kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch proza over de +jachtkunst en over den stamboom van den adel.<a class="noteref" id="xd20e578src" href="#xd20e578" name="xd20e578src">10</a> Zijn +familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de +Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza in +zijn <span class="letterspaced" lang="es">Conde Lucanor</span>, een +boek van ethische en politieke stelregels, waarvan de strekking +duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en fabels, ontleend aan de +geschiedenis en de klassieke literatuur.</p> +<p>Hoewel Juan II<a class="noteref" id="xd20e589src" href="#xd20e589" +name="xd20e589src">11</a> een zwak en lui vorst was, was hij toch een +beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met +dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste +Spaansche gedichten.</p> +<p>Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er de +Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de +Provençaalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze +kunstmatige hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote +vorderingen op haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der +Romance geworden, en de Romance zou in Spanje voor een geheele +generatie van dien tijd de voornaamste letterkundige vorm worden.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De opkomst van de Romance.</h3> +<p class="firstpar">De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de +verschillende phasen, die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van +belangstelling van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had +mogen verwachten in <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" +name="pb17">17</a>]</span>dezen tijd, waarin de kenner met toewijding +de verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe +letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen +van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats +van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het +materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid, die +het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste +indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling +verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen, te +slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten +wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever +tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van +de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den +lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken +zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen +duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige +voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste +gevolgtrekkingen.</p> +<p>Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de +elfde tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit +twee kwartieren—Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste +is voor het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige +uitingen waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje, +dat, zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte, +totdat de strijd tusschen ’t zwaard en de kromme sabel was +uitgevochten. Maar in Frankrijk had Castilië een schitterend +voorbeeld, dat het volgde op zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven +werd zoowel door nationalen trots als door politieke noodzakelijkheid. +<span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p> +<p>Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In +het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land van +de <span class="letterspaced" lang="fr">langue d’oïl</span>, +ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig was, veel beter in staat, +goede literatuur voort te brengen dan Castilië, welks voortdurende +Vendetta met de Mooren, slechts weinig gelegenheid overliet aan het +intellectueele deel der bevolking, zich aan de letterkunde te wijden, +eene gelegenheid, waarvan de fijnste geesten echter een ruim gebruik +maakten. De opkomst van de kaste der reizende dichters in Frankrijk +voldeed aan de behoefte van het volk naar verhalen, en de <span class="letterspaced" lang="fr">trouvères</span> van de twaalfde eeuw +vonden in den glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds +vloeiende bron voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang +vond bij een middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de +epische poëzie, die zij ontleenden aan de geschiedenis van het +Carlovingische tijdperk, waren bekend als <span class="letterspaced" +lang="fr">chansons de gestes</span>, »zangen van daden« van +den grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De +<span class="letterspaced" lang="fr">trouvères</span> zelf +noemden ze <span class="letterspaced" lang="fr">Matière de +France</span>, terwijl de verhalen van Koning Arthur aangeduid werden +als <span class="letterspaced" lang="fr">Matière de +Bretagne</span>, en die, welke berustten op de klassieke geschiedenis, +<span class="letterspaced" lang="fr">Matière de Rome</span> +werden genoemd.</p> +<p>Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken, +waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan, +eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de +letterkundige autoriteiten.<a class="noteref" id="xd20e630src" href="#xd20e630" name="xd20e630src">12</a></p> +<p>Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>vorm, na +dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar +zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige +moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft +de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld uit +deze werken.</p> +<p>Deze <span class="letterspaced" lang="fr">chansons</span> waren +bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der riddersloten, door +rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of ze aan elkander +afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan over teedere +gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk beschreven +waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in coupletten, +<span class="letterspaced" lang="fr">laisses</span> of <span class="letterspaced" lang="fr">tirades</span> genoemd, elk bestaande uit +twintig tot meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen +onderlingen samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter +waren de geheele <span class="letterspaced">chansons</span> +berijmd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Castiliaansche oppositie tegen de Chansons de Gestes.</h3> +<p class="firstpar">In deze gedichten, die waarschijnlijk +oorspronkelijk uit het Noorden van Frankrijk kwamen, en zich in den +loop der tijden naar het Zuiden verspreidden, werd Karel de Groote +voorgesteld als het bolwerk van het Christendom tegen de Saracenen van +Spanje. Omringd door zijne paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en +Willem van Oranje, voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren +of de »Saracenen« (heidenen) van Saksen. Van deze gedichten +heeft Gautier er 110 gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde +eeuw stamt. Een aantal van de latere <span class="letterspaced" lang="fr">chansons</span> zijn in het Provençaalsch geschreven, maar +alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken vorm op te +sporen, hebben blijkbaar gefaald. <span class="pagenum">[<a id="pb20" +href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p> +<p>Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond +in Castilië. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde +door Provence en Catalonië, maar het is niet onmogelijk, dat dit +het geval was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn +moeilijken strijd tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een +literatuur, die zoo voortdurend handelde over de nederlagen van zijn +aartsvijand. Dit was oorspronkelijk ook het geval, en de <span class="letterspaced" lang="fr">chanson</span> vond dan ook een gunstig +onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene +onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castilië +van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote +Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard +tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige +autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij de +Baskiërs bekend als <span class="letterspaced" lang="es">Altobiskarko Cantar</span>, of <span class="letterspaced">Lied van +Altobiskar</span>, dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de +achterhoede van Karel den Groote niet te danken was aan de Saracenen, +maar aan de Baskiërs, die gebelgd waren over de doortocht van het +Frankische leger door hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig +stuk in het Baskisch, door den Baskischen student Duhalde vertaald uit +het Fransche gedicht van François Garay de Montglave (circa +1833). Een tweede slag van Roncevalles had plaats onder de regeering +van Lodewijk den Vrome in 824, toen twee Frankische graven, uit Spanje +komende, weder overvallen werden en verslagen door de Pyreneesche +bergbewoners. Maar er schijnt nog een vroeger gevecht te zijn geweest +tusschen Franken en Baskiërs in de Pyreneeën, onder de +regeering van Dagobert I (631–638). De herinnering aan deze +gevechten schijnt bij de bevolking levendig te zijn gebleven, zoodat de +Spanjaard <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>den Frank bleef beschouwen als zijn erfvijand. +Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die Spaansche +<span class="letterspaced">juglares</span>, die de heldendaden van +Karel den Groote in Spanje bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte, +zooveel het hem mogelijk was, de mythische overwinningen van den +Frankischen keizer te kleineeren.</p> +<p>Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn +intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich +uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het +patriotisme van de Castilianen, die de <span class="letterspaced">chansons de gestes</span> in hun eigen geest wenschten +uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk over te nemen, zelf een +verzameling liederen schiepen. Zij namen als den nationalen held van +het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen ridder aan, Bernaldo de +Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder van Castilië, en ter +wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin hij wordt voorgesteld +als de strijder, die Roland bij Roncevalles versloeg aan het hoofd van +een zegevierend leger, dat niet uit Arabieren of Baskiërs, maar +uit Castilianen was samengesteld.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Cantares de Gesta.</h3> +<p class="firstpar">Maar al namen de Castilianen den inhoud van de +<span class="letterspaced" lang="es">chansons</span> niet aan, den vorm +namen zij wél over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en +de strekking van de <span class="letterspaced" lang="es">chansons</span> schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd nadat zij +door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester uit het begin +der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van Aartsbisschop +Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving voorstellen van +dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke bedoeling was, aan +te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan in het geschrift +sprake was. <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>Vele Franken trokken naar deze heilige plaats, +onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den geest en de +metriek van de <span class="letterspaced" lang="es">chansons</span> +brachten tot de Castiliaansche zangers, zoodat wij later hooren van +Spaansche <span class="letterspaced" lang="es">Cantares de +gesta</span>, waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne +Fransche voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde +<span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span>, handelende +over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch held, is in +vorm en geest het type van een <span class="letterspaced" lang="es">Cantar de gesta</span>, en wij mogen op goede gronden aannemen, +dat vele van de latere <span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> of balladen over helden als Bernaldo de Carpio, +Gonzalvo de Cordova en Gayferos, oude <span class="letterspaced" lang="es">cantares</span> zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd.</p> +<p>Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de <span class="letterspaced" lang="es">Cantares de gesta</span> hun aanzien. In den +loop der tijden werden zij verdrongen naar marktplaatsen en herbergen. +Van verscheidene werd de stof verwerkt in kronieken, maar de +<span class="letterspaced" lang="es">Juglares</span>, die ze nu zongen, +maakten er, wanneer ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of +vervormden ze tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van +een minder beschaafd publiek.<a class="noteref" id="xd20e730src" href="#xd20e730" name="xd20e730src">13</a></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De kronieken.</h3> +<p class="firstpar">Maar al kunnen wij het meerendeel van de +<span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> niet meer in hun +ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude kronieken +van Spanje. Zoo vertelt de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek +van Spanje</span> (c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste +onderzoekingen, mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of +bewerkingen van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de +Carpio, Fernán <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" +name="pb23">23</a>]</span>González, en de zeven kinderen van +Lara; zij geeft korte vertellingen over Karel den Groote, terwijl het +laatste gedeelte de geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en +dan zelfs verwezen wordt naar de <span class="letterspaced">Cantares</span> als de bron van een of ander relaas. +Daarenboven zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk +in hun geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat +zij hun oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden +behouden, maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder +om te werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van +Bernaldo de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm +vinden wij ze terug in de <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> of bundels Volkszangen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De balladen.</h3> +<p class="firstpar">De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het +onderwerp geweest van een fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt +ons, er een afzonderlijk hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe +zij behooren in aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere +verhalende gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig +behandelen. Volgens sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum +dan verzen als de Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze, +terwijl anderen als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het +grootste gedeelte der ballades uit een lateren tijd stammen. Het +schijnt mij toe, dat er waarheid schuilt in beide veronderstellingen, +en dat het hier zooals dikwijls in de letterkundige zeevaart, +verstandig is, den middenkoers te houden. Volgens mijne opvatting zijn +er vier verschillende typen van Spaansche balladen:</p> +<p>1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen +tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij er +al eenige overblijfselen van <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>bezitten, waarschijnlijk +zóó totaal veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst +gezongen hebben, ze zelf niet meer zouden herkennen;</p> +<p>2. balladen, die als kronieken uit de <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> zijn overgenomen;</p> +<p>3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd;</p> +<p>4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst.</p> +<p>Ik geloof, dat de balladen of <span class="letterspaced">romanceros</span> weer verdeeld moeten worden in twee +soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen, zonder +letterkundige basis, en die, welke eigenlijk <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> of gedeelten uit kronieken +zijn, die in den loop der tijden een ander uiterlijk hebben gekregen. +Ik ben met de meeste onderzoekers van de oude Spaansche literatuur van +meening, dat de <span class="letterspaced">Cantares</span> of Kronieken +niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar +ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten +deze twee soorten niet de meer »poëtische« of +vervalschte balladen, die geschreven werden, nadat de ballade een +erkende vorm voor proefnemingen op het gebied van bewuste dichtkunst +was geworden; het is duidelijk, dat deze soort in geen der beide +klassen kan worden ondergebracht.</p> +<p>Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van +vervalsching of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij +verzameld en uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer +geen balladen uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan +ook in veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting +van zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een +lied, alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of +omdat men <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, +als wanneer men zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een +volksgebruik, op grond van het feit, dat deze in onze dagen nog +gangbaar zijn, tenzij men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen +bewijzen. Toch schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder +zijn dan bijv. die van Schotland of Denemarken.</p> +<p>Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan +de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen in +hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de +romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk +aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven, +nl. <span class="letterspaced">Romanceros</span>.<a class="noteref" id="xd20e793src" href="#xd20e793" name="xd20e793src">14</a> Sommige ervan +zijn eigenlijk slechts in naam romances of <span class="letterspaced" +lang="fr">Cantares de gesta</span>, doch inderdaad behandelen zij alle +onderwerpen, die in de <span class="letterspaced">Cantares</span> +bezongen zijn, of in de Kronieken beschreven, zooals de Cid, Bernaldo +de Carpio, Graaf Alarcos enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te +hebben met de latere, werkelijke romance, zooals <span class="letterspaced">Amadis</span>, <span class="letterspaced">Palmerin</span> of <span class="letterspaced">Felixmarte</span>, en wel, omdat in den tijd, toen deze +in de mode waren, de ballade reeds het eigendom geworden was van het +volk. Zooals de markies van Santillana (1398–1458), die zelf een +verdienstelijk dichter was, opmerkte in een brief, die beroemd is +geworden om het licht, dat hij werpt op den toestand van de Spaansche +letterkunde van dien tijd: »Er zijn verachtelijke dichters, die +zonder systeem, methode of maat van die liederen en romances maken, +<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>waarin het gemeene volk behagen schept.« Zoo +zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven over +de Engelsche balladedichters.</p> +<p>Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de +arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen +hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span>, die op schrift waren gebracht. +Maar als gevolg van de vernietiging der Moorsche staten in Spanje, van +den toenemenden rijkdom onder de hoogere standen en de uitvinding der +boekdrukkunst, ontstond een meerdere vraag naar gedrukte boeken, die in +de behoefte naar ontspanning zouden voorzien. Een groote +scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd de romantische stof, die als het +ware versteend en begraven lag in de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. +Voor sommige dezer gedichten was het slechts een kleine stap naar de +eigenlijke romances. Maar Spanje snakte naar iets nieuws, en in het +begin der vijftiende eeuw wendden de romancedichters hunne oogen +opnieuw naar Frankrijk, welks onuitputtelijke bron van geestelijken +rijkdom hun een overvloed van romantische stof begon te +verschaffen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De bloeitijd van de Romance.</h3> +<p class="firstpar">Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten +over de echte Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van +Castilië (1407), die zich in zijn <span class="letterspaced">Rimado de Palacio</span> beklaagt over den tijd, dien +hij verspilde met het lezen van zulk een »leugenachtig +prul« als <span class="letterspaced">Amadis de +Galliër</span>. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, +maar hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den +machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen +geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het +slaafsch nabootsen van <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" +name="pb27">27</a>]</span>het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets +zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad van +de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te +ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde +en overdaad van bloem en vrucht.</p> +<p><span class="letterspaced">Amadis</span> werd gevolgd door een lange +rij van dergelijke verhalen, die de lezer alle in dit boek zal +ontmoeten. Het wordt algemeen erkend door de critici, te beginnen met +Cervantes, als de beste en belangrijkste van de Spaansche Romances, en +het werd vertaald in het Fransch, het Italiaansch en de meeste +Europeesche talen; zelfs werd er, naar men zegt, een speciale vertaling +van gemaakt voor Joodsche lezers. Met één slag had de +Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke fantasie overwonnen op haar +eigen terrein. Maar <span class="letterspaced">Amadis</span> was niet, +zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in +Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> toe (1490), dat volgens Southey +geen ridderlijken geest ademt. Onder anderen maken wij hierin kennis +met Warwick den Konings-maker, die met goed gevolg een inval in +Engeland door den Koning der Canarische Eilanden afslaat, en ten slotte +geheel alleen den overrompelaar doodt en zijn krijgsmacht op de vlucht +jaagt. Maar al vergist Cervantes zich in zijne bibliographie, de +verklaring van zijn barbier, dat »<span class="letterspaced">Amadis</span> het beste is van alle boeken, die in deze +soort geschreven zijn,« is niet ver van de waarheid.<a class="noteref" id="xd20e848src" href="#xd20e848" name="xd20e848src">15</a> +Tasso beschouwde het als »het mooiste en misschien ook het +leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan lezen.« Gaf hij +slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder, zooals men +wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken? <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span></p> +<p><span class="letterspaced">Amadis</span> werd gevolgd door een +menigte van dergelijke gedichten. Door het buitengewone succes bij het +publiek, ontstond er een heele literatuur van gelijke strekking en +karakter, zij het ook niet van gelijke waarde. De eerste van deze +letterkundige voortbrengselen was <span class="letterspaced">Palmerin +de Oliva</span>, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in Sevilla +verscheen, en die, evenals de <span class="letterspaced">Amadis</span>, +weer gevolgd werd door soortgelijke gedichten, zooals <span class="letterspaced">Primaleón</span>, <span class="letterspaced">Platir</span> en <span class="letterspaced">Palmerin van +Engeland</span>, misschien wel het beste van deze reeks.</p> +<p>Men neemt als vaststaand aan, dat <span class="letterspaced">Amadis</span> en <span class="letterspaced">Palmerin</span> van Portugeeschen oorsprong zijn, en ik +zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier slechts vermelden, dat er +geen Portugeesch origineel bestaat, noch gedrukt, noch in manuscript. +Maar deze romances werden zóó zuiver Castiliaansch als de +Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun vreemden oorsprong; en +Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het volk als voor de critici +van geheel Europa.</p> +<p>De <span class="letterspaced">Palmerin</span>-reeks wakkerde slechts +de hartstocht voor Romantiek aan, en Spanje snakte zóó +naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek voor zijne behoeften, +dat zij, die trachtten het publiek te voorzien van romantische lectuur, +nauwelijks in staat waren, een voldoende hoeveelheid ervan te leveren. +Het natuurlijk gevolg hiervan was een stroom van haastig geschreven +minderwaardige verhalen. De fantasie, die eerst alleen maar gewaagd +was, werd nu schaamteloos, en het toppunt werd in dit opzicht bereikt +in uitingen van een ongezonde verbeelding als <span class="letterspaced">Belianis van Griekenland</span>, <span class="letterspaced">Olivante de Laura</span>, en <span class="letterspaced">Felixmarte van Hyrcania</span>. Maar ofschoon de meeste +van deze voortbrengselen onzinnig waren en beleedigend voor het +menschelijk intellect en den goeden smaak, vonden zij toch ontelbare +<span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>lezers, en alles wijst er op, dat het beroep van +uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende eeuw +buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen, die de +schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de andere +romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een menigte +romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die van +Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische +geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over +de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met +zulk een flauwe kost bezighoudt; »want«, zegt hij, +»er zijn menschen, die gelooven, dat al die dingen werkelijk +gebeurd zijn, ofschoon het grootste gedeelte ervan onmogelijk +is.« Zoo zou een criticus van onze dagen kunnen spreken over de +voorkeur van het groote publiek voor de goedkoope romans, of de +minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen, die in het groot worden +gefabriceerd door de al te vlugge machines van de +»Vernuft-Onderneming«.</p> +<p>Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van het +verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de +godsdienstige verhalen als <span class="letterspaced">De Hemelsche +Ridderschap</span>, <span class="letterspaced">De Ridder van de Heldere +Ster</span>, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche +figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan +naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der +Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar er +verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van <span class="letterspaced">Amadis</span> en de allerlaatste van zijne waardelooze +imitaties. Het is niet moeilijk een verklaring te vinden voor de vlugge +fabricatie en verspreiding van zulk een hoeveelheid goede en slechte +lectuur. Wanneer wij bedenken, dat Spanje sedert eeuwen het land was +geweest van de ware ridderlijkheid, <span class="pagenum">[<a id="pb30" +href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>dat zijn fantasie sterk +ontwikkeld was in een langdurigen strijd met zijne heidensche vijanden, +en dat het, in de ridderverhalen, die het nu met zulk een groote +bewondering las, de afspiegeling vond van zijn eigen hoffelijken en +heldhaftigen geest—den fijnstbesnaarden en ridderlijksten geest +van Europa.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Een mogelijke Moorsche invloed op de Spaansche Romance.</h3> +<p class="firstpar">Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd +op leven en dood met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft +uitgeoefend op de Spaansche romantische verbeelding. Maar was die +invloed van directen aard, en het gevolg van een voortdurend contact +met de Mooren, of kwam hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die +de Saraceen in Spanje achterliet, een betoovering, die nog versterkt +werd door de wonderen van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat +bijna geen Spaansche romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als +een <span class="letterspaced">caballero</span> en een waardig vijand. +Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in deze lijvige +boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien lijken in +gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der verbeelding, +een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de Turk in de werken +van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche literatuur op de +Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig wanbegrip van het +publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van de Arabische +letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze in staat waren, +de Castiliaansche kunst en fantasie te beïnvloeden.</p> +<p>De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect +van een zwervende woestijnbevolking tot <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>een taal, waarvan de +schoonheid en dichterlijkheid wellicht ongeëvenaard zijn, is op +zichzelf belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch +tijdperk te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in +Spanje optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering +opwekken van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. +Het ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en +handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde +trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen, +waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk +een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen +wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat +is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van +hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als +onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van hare +fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de Arabieren +in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne letterkunde +zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan wel niet afstaan +van den Castiliaan of den Cataloniër?</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Arabische dichtkunst.</h3> +<p class="firstpar">De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog +een onbeschaafd volk waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig +voor het bereiken van een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid, +maar zij bevorderde wel de ontwikkeling van hunne aangeboren +opmerkingsgave, die hen een schat van synoniemen deed vinden, waardoor +hunne taal zeer verrijkt werd. De vondst van synoniemen en van mooie en +treffende vergelijkingen moeten beschouwd worden als de eerste +voorwaarde voor een bloeiende <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>dichtkunst, en gedurende een eeuw in +het tijdperk der Moorsche overheersching in het Oosten, zien wij de +schitterende dynastie van de Abbassiden (circa 750) optreden als +beschermers van een dichtkunst, die door de rijke Arabische taal zoo +gemakkelijk tot uiting kwam.</p> +<p>Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van de +Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen oefening +van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste +voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde +in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen +»marktwaarde« meer heeft, was toen voor de waarlijk +ontwikkelde hoogere standen een noodzakelijke levensbehoefte, +kostbaarder dan de balen zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand, +of de reukwerken van Syrië, waarvan hunne legenden vol zijn, +zooals de muren van Aladins paleis overdekt zijn met tooverachtige +edelsteenen. Maar voor de Arabieren waren woorden inderdaad juweelen. +Toen Al-Mamoun, de zoon van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden +dicteerde aan den Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de +cijns, dien hij van zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling +manuscripten van de beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den +heerscher over een volk van dichters waardig!</p> +<p>Maar het veroverde Spanje was vóór alles de zetel en +het middelpunt van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova, +Granada, Sevilla—ja, eigenlijk alle steden van het Schiereiland, +die door de Saracenen bezet waren, betwistten elkander den roem van +hunne scholen en onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere +centra voor den geleerde en den kunstenaar.</p> +<p>De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje +bestonden, maakten Europa, met zijn <span class="pagenum">[<a id="pb33" +href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>gebrek aan ontwikkeling, te +schande, en in dien tijd was het veel meer Arabië dan het +vervallen Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch +werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van +<span class="corr" id="xd20e935" title="Bron: duizende">duizenden</span> Spanjaarden, die in het Zuiden onder +Moorsche heerschappij leefden. Zelfs werd in het midden der achtste +eeuw de Heilige Schrift in het Arabisch vertaald voor de talrijke +Christenen, die geen andere taal kenden. De colleges en universiteiten, +die door Abderahman en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht +door een groote menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de +dichtkunst, ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van +grooten invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij +echter dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige +beschaving, dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken +heeft aan de Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf.</p> +<p>De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk +belangstellen, is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien +deze gehad heeft op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit +zeer begaafde volk, dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het +oogenblik van hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt. +Haar warme en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met +de meer stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door +de Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard, +vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen was, +in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere +gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het andere. +Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading te kort kan +doen aan de schoonheid van iets, dat uit <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>zichzelf reeds waarlijk +schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden, ons gerust +te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen betreft. Maar +reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de Arabische literatuur, +zien wij, dat de dichter werd meegesleept door zijn groote liefde voor +het onderwerp, dat hij beschreef. In den tuin van den Arabischen +dichter is elke bloem een juweel, elk stukje grond een kostbaar +Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het Paradijs, wier +lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het onderwerp worden +van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik van synoniemen en +van den overtreffenden trap, de overdrijving in de uitingen hunner +liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een strekking en van die +wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters van het Westen hunne +tijdgenooten geleerd hebben, filosofische vraagstukken voor zichzelf op +te lossen—dat waren de zwakheden van de Arabische zangers. Zij +stelden een korte spreuk in de plaats van een verhandeling. Zij +begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts vermaak beoogt, maar ook +een middel is van groote opvoedkundige waarde.</p> +<p>De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer te +hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn +onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van een +lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een +voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was de +natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden, een +diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen.</p> +<p>Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der +Arabieren een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen. +Wij kunnen het slechts betreuren, dat hun, door verschillende +omstandigheden, de gelegenheid <span class="pagenum">[<a id="pb35" +href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>niet werd geboden, hunne gaven +in de goede richting te ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen +der Arabische staten, met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk +bezochte academies, en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte +van Centraal-Azië tot aan de Westelijke havens van de +Middellandsche Zee, en wij wenden ons dan naar de plaatsen, waar dit +alles bloeide, dan moet het ons wel zeer aan verbeeldingskracht +ontbreken, wanneer wij niet onder den indruk komen van het totale +verval, waaraan deze streken ten prooi zijn geworden. Het groote, +naijverige en moedige ras, dat deze landen heeft overwonnen en +beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten verzameld, en de +onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan zijne voeten, om +te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de Openbaringen der +Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk, dat uit de +woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Waar ééns, in Djamschids fonkelend +paleis</p> +<p class="line">De jonge Houri’s dansten bij den klank der +luit,</p> +<p class="line">Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn;</p> +<p class="line">En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar +buit.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Moorsche »mode« in de Spaansche Romance.</h3> +<p class="firstpar">Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte +van gevoel, vinden wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste +tot aan het begin der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren +beslist, zoo nu en dan zelfs hinderlijk, <span class="letterspaced">Europeesch</span>, hetgeen verklaard moest worden uit +haar oorsprong.<a class="noteref" id="xd20e965src" href="#xd20e965" +name="xd20e965src">16</a> Maar het schijnt, dat met <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>de +Castiliaansche bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de +atmosfeer, die de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed +uitoefende op den Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben +omgeven met een stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne +beschaving, waarvan de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in +zijn architectuur en andere kunstuitingen, hij zulk een diepe +bewondering had. Wanneer onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er +ongeveer in dien tijd een Moorsche »Mode« in de Spaansche +letterkunde zijn opgetreden, zooals er in Engeland een hartstocht +ontwaakte voor alles wat Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, +toen de Engelschen in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was +voornamelijk pseudo-Saraceensch, niet beïnvloed door letterkundige +voorbeelden, en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de +kunstuitingen dan van het persoonlijk contact met de bevolking. Lang +vóór de vijftiende eeuw echter, met hare manie voor alles +wat Moorsch was, had de Arabische geest al ingewerkt op de Spaansche +letterkunde, zij het ook slechts in geringe mate en onbewust. Wat +echter de <span class="letterspaced">uiterlijke vormen</span> van de +Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in +<span class="corr" id="xd20e976" title="Bron: poesie">poëzie</span>, iets van de Moorsche overgenomen, en +dit is voornamelijk het geval met de <span class="corr" id="xd20e980" +title="Bron: assonnanten">assonanten</span>, die de Castiliaansche +dichtkunst kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de +gedichten van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren +schijnen echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar +hunne behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking +hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd op +Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies van +Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne de +Fransche rondeau, of <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" +name="pb37">37</a>]</span>Dobson de ballade, of zooals droogstoppels +aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven, +waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige, de +onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen taal hun +biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit alle tijden zich +hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den grooten stroom van +Castiliaansche <span class="corr" id="xd20e985" title="Bron: litteratuur">literatuur</span>, dan dergelijke pogingen plegen +te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige van de +populaire <span class="letterspaced">Coplas</span>, of coupletten, +schijnen echter rechtstreeks uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen +niet te verwonderen is, wanneer wij denken aan het groote aantal +menschen van gekruist ras, dat in het midden der zeventiende eeuw +Spanje bewoonde. Het staat ook vast, dat Arabisch de spreektaal was van +<span class="corr" id="xd20e991" title="Bron: duizende">duizenden</span> Christenen in het zuiden van Spanje. +Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen tegenstander had in +het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch even hardnekkig +bestreed als de Spanjaard het den Moor deed.<a class="noteref" id="xd20e994src" href="#xd20e994" name="xd20e994src">17</a></p> +<p>Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het Arabisch +als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van verscheidene +romances beweren, dat het slechts vertalingen uit het Arabisch +zijn—meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars en +sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden weerlegd. +Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten wij +erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden van +Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek, +<span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden +waren echter ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, +was de invloed meer »geestelijk« dan +»materieel.« Christelijk Spanje had gedurende achthonderd +jaar de Saracenen van zich af weten te houden en toen het tenslotte +erin toestemde uit den Saraceenschen beker te drinken, vulde het dien +met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank, die dezen beker vroeger +tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen geur en smaak van het +Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak, maar toch +onmiskenbaar.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het type van de Spaansche Romance.</h3> +<p class="firstpar">Het beste type van de Spaansche Romance is dat, +waarin de geest van het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van +ridderlijkheid. Het oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer, +zijn fijn gevoel voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was +als het ware de smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd +werden. De eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er +ruimschoots toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis +wemelde, te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een +levendige belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen +enkel ander land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de +kenteekenen der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of +de Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met +een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te +overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was +dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn +ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte, toen +hij bemerkte, dat zijn riddermanieren <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>en zijn pantser veranderd +waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat +dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme +gewonnen als het ontgoochelde.</p> +<p>De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van +ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht en +uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken, groote +hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol +getrouwen, in Valencia, Mexico, Italië of Arancanië, de +fabelachtige daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere +tijden zond het ijzerland Castilië oorlogsschepen uit, om zijne +banieren over de onmetelijke zeeën te dragen naar de verst +verwijderde gedeelten der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven +in het harnas, omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van +kwaadwillige toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders +ontmoetten, die op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield +hen staande in hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en +doodsgevaar? Kunnen wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun +Vaderland hen als met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer +zij ten strijde trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der +helden uit de oude romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare +uit de trompetten van herauten bij een tournooi?</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">En toen wij rustten ons ten strijd,</p> +<p class="line">Toen zong ons hart van zaligheid,</p> +<p class="line">Wij hoorden ’t krijgsgetier.</p> +<p class="line">Bij ’t denken aan Orlando’s smart</p> +<p class="line">Aan Felixmarte’s ridderhart</p> +<p class="line">En den dood van Olivier.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e293" href="#xd20e293src" name="xd20e293">1</a></span> De +<span class="letterspaced" lang="es">Moro latinado</span> of de +Spaansch sprekende Moor, is een voorname figuur in de latere Spaansche +geschiedenis.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e313" href="#xd20e313src" name="xd20e313">2</a></span> In Bisschop +Odoor’s testament (747) zien wij het verval van het Spaansche +Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict van 844 op +de <span class="letterspaced" lang="es">usitato vocabulo</span> der +Spanjaarden, hun »Spreektaal.« Over het Gothische tijdperk +zie men Père Jules Pailham, in het 4e deel van Cahier en +Martin’s <span class="letterspaced" lang="fr">Nouveaux +Mélanges d’Archéologie d’Histoire, et de +Littérature sur le Moyen Age</span> (1877).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e334" href="#xd20e334src" name="xd20e334">3</a></span> Dit dialect +was veel meer verwant aan de <span class="letterspaced" lang="la">lingua rustica</span> dan aan het Gothisch, dat grooter invloed +heeft gehad op de uitspraak en den zinbouw van het Spaansch, dan op de +woorden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e365" href="#xd20e365src" name="xd20e365">4</a></span> »Over +het geheel,« zegt Professor Saintsbury, »zijn het gemak, +<span class="pagenum">[<a id="xd20e367" href="#xd20e367" name="xd20e367">8n</a>]</span>de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de +verscheidenheid van vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel +en van gedachten« (<span lang="en">Flourishing of Romance and +Rise of Allegory</span>, p. 308–369). Hij merkt verder op, dat +het Provençaalsche vers is een »uiting van kleine +kunst.«—»Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden +uitstekende boven het middelmatige.«</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e382" href="#xd20e382src" name="xd20e382">5</a></span> Deze was +getiteld <span class="letterspaced" lang="es">El Arte de Trobar</span> +en een slecht uittreksel daarvan vindt men in Mayan’s +<span class="letterspaced" lang="es">Origenes de la Langua +Española</span> (Madrid 1737).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e391" href="#xd20e391src" name="xd20e391">6</a></span> Over +Provençaalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie men +Manuel Mila y Fontanal <span class="letterspaced" lang="es">Trovadores +en España</span> (Barcelona 1887); en E. Baret, <span class="letterspaced" lang="es">Espagne et Provence</span> (1857), een meer +beknopte verhandeling.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e499" href="#xd20e499src" name="xd20e499">7</a></span> Toch vonden +zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die streken en het was +de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte in Spanje +overheerschend was.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e505" href="#xd20e505src" name="xd20e505">8</a></span> +Madrid<span class="corr" id="xd20e507" title="Niet in bron">,</span> +1839.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e541" href="#xd20e541src" name="xd20e541">9</a></span> +<span class="letterspaced" lang="es">Cancionero de Romances</span> +(Antwerpen, 1555).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e578" href="#xd20e578src" name="xd20e578">10</a></span> Zie het +artikel over Alfonso XI in N. Antonio, <span class="letterspaced" lang="la">Bibliotheca Hispana Vetus</span>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e589" href="#xd20e589src" name="xd20e589">11</a></span> Regeerde +van 1407 tot 1454.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e630" href="#xd20e630src" name="xd20e630">12</a></span> Gaston +Paris, <span class="letterspaced" lang="fr">La Littérature +Française au Moyen Age</span> (Paris 1888) en Léon +Gautier, <span class="letterspaced" lang="fr">Les Epopées +Françaises</span> (Paris 1878–’92), zijn de +voornaamste kenners van de <span class="letterspaced" lang="fr">Chansons de Gestes</span>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e730" href="#xd20e730src" name="xd20e730">13</a></span> Zie Manuel +Milo’ y Fontanal, <span class="letterspaced" lang="es">Poesia +heróico-populair Castellana</span> (Barcelona, 1874).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e793" href="#xd20e793src" name="xd20e793">14</a></span> Deze naam, +die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van Poitiers, den eersten +troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk, dat in de inheemsche +talen der Romance geschreven was. Later werd hij in Spanje gebruikt als +equivalent voor <span class="letterspaced">Cantar</span>, en tenslotte +duidde men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in +achtlettergrepige assonanten.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e848" href="#xd20e848src" name="xd20e848">15</a></span> Don +Quixote. Deel I, hoofdstuk VI.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e965" href="#xd20e965src" name="xd20e965">16</a></span> In het +hoofdstuk, getiteld: »<a href="#ch11">Moorsche Romances van +Spanje</a>«, zal de lezer voorbeelden vinden van romantische +verhalen van dit volk, waaruit hem de verwantschap met de Spaansche +romances zal blijken.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e994" href="#xd20e994src" name="xd20e994">17</a></span> Zie Dozy, +<span class="letterspaced" lang="en">History of the Moors in +Spain</span> (Engelsche vertaling) en <span class="letterspaced" lang="fr">Recherches sur l’Histoire politique et littéraire de +l’Espagne</span> (1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn +<span class="letterspaced" lang="es">Glosario de Voces iberias y +latinas usadas entre los Muzárabes</span> (1888); Renan, +<span class="letterspaced" lang="fr">Averroës et +Averroïsme</span> (<span class="corr" id="xd20e1008" title="Bron: 1886">1866</span>).</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk II. De »Cantares de Gesta« en de »Poema +del Cid«.</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Als in de hooge koningszaal</p> +<p class="line">De ridders en jonkvrouwen bij het maal</p> +<p class="line">Een kostelijk lied verlangen,</p> +<p class="line">Dan komt des minstreels schoone tijd,</p> +<p class="line">Hij zingt van ridders en woesten strijd</p> +<p class="line">En zijn teedere minnezangen.</p> +</div> +</div> +<p class="xd20e281"><span class="xd20e281init">W</span>ij hebben reeds +gesproken over den Franschen oorsprong van de <span class="letterspaced">Cantares de Gesta</span>; hun naam reeds verraadt hunne +Gallische afkomst. Maar wij moeten nog eens duidelijk in het licht +stellen, dat de <span class="letterspaced">Cantares</span> spoedig hun +Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche +kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen +karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken op wat +hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk, wat over +hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt omgetooverd, +zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast aan zijne +nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte en Amerika +het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van de Fransche +Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen dichtvorm zal hun +oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de aard van de scheppende +en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet voorgoed worden +veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn, wanneer wij in +Spanje de Fransche <span class="letterspaced" lang="fr">trouvères</span> en <span class="letterspaced">jongleurs</span> terugvinden als <span class="letterspaced" lang="es">trovadores</span> en <span class="letterspaced" lang="es">juglares</span>. De <span class="letterspaced" +lang="es">trovador</span> was de dichter, de schepper; de <span class="letterspaced" lang="es">juglar</span> was slechts de zanger, de +<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>voordrager, ofschoon de grenslijn tusschen beiden +niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde <span class="letterspaced" lang="es">juglares</span> waren ook de makers van de +<span class="letterspaced">cantares</span>, die zij zongen, terwijl een +onbeteekenende <span class="letterspaced">trovador</span> soms +genoodzaakt was, de liederen van anderen te zingen. Instrumentalisten +of begeleiders waren bekend onder den naam van <span class="letterspaced" lang="es">juglares de péñola</span>, ter +onderscheiding van de voordragers of zangers, de <span class="letterspaced" lang="es">juglares de boca</span>.</p> +<div class="figure xd20e1102width"><img src="images/p040.jpg" alt="Een »Troubadour« van het oude Spanje." width="506" height="720"> +<p class="figureHead">Een »Troubadour« van het oude +Spanje.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De zangers van het oude Spanje.</h3> +<p class="firstpar">Met het optreden van den <span class="letterspaced">juglar</span> werd er afstand gedaan van den +<span class="letterspaced">Cantar</span>, want hij pleegde hem te +veranderen en te besnoeien, langer of korter te maken, naar zijn gevoel +voor de behoeften en den smaak zijner toehoorders het hem ingaf. +Menigmaal trachtte hij den <span class="letterspaced">Cantar</span> te +gieten in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten +goede kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een +instrumentalist, maar door een <span class="letterspaced">remendador</span> of gebarenspeler, die zijn verhaal +door een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren +berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij leefden +meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een beker wijn was +hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog niet bezoedeld door +den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal naar feestzaal, van +kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun zending—het +verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Gij lang gestorven broeders van de minnezangen,</p> +<p class="line">Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt +ontvangen,</p> +<p class="line">Gij leeft nog voort in ’t hedendaagsche lied!</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. +Met het toenemen van den smaak voor de <span class="letterspaced">cantares</span>, werden de <span class="letterspaced">trovadores</span> en hunne trawanten, zooals +<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de +genietingen van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, +dat de uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van +den kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, »te +bezoedelen met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den +dichter.«</p> +<p>Deze »geesten uit hooger sfeer« versmaadden helaas de +goede gaven niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den +<span class="letterspaced">trovador</span> met hunne gunsten, vleiden +hem, door zijn kunst en zijn leven na te bootsen, en voegden zichzelf +bij hun gilde. Weinig menschen van geest zijn zóó +geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid en heerschzucht +volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt dichterlijke +aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als militaire +blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij waren door +vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne +onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte en +zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte, zelfs +in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het publiek +kreeg genoeg van die eeuwige <span class="letterspaced">cantares</span> +en het getokkel op één snaar. Het werd meer en meer +gebruikelijk romances te lezen, inplaats van ernaar te luisteren, en +zóó kwam het voor, dat de <span class="letterspaced">juglares</span> langs de heirwegen van Spanje trokken en +op de hoeken der straten hunne liederen voordroegen in een toestand van +verarming, die vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere +gebrekkige, maar toch eervolle omstandigheden.</p> +<p>Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven, in +tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk kan +vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons een +duidelijk beeld <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger +aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan één +ervan te danken aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de +oude Kronieken van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van +letterkundig balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de +<span class="letterspaced">cantar</span> van Bernaldo de Carpio werd +ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span>, die in 1260 door +Koning Alfonso den Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal +kunnen vinden in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De +dichterkoning verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft +gegrond op »Oude balladen« en in den geest, zoowel als den +vorm van zijn verhaal van den legendarischen held kunnen wij den +invloed van den <span class="letterspaced">cantar</span> duidelijk +waarnemen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De geschiedenis van Bernaldo de Carpio.</h3> +<p class="firstpar">Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken +leeftijd bereikt had, was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend +met de omstandigheid, dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn +moeder was een zuster van Don Alfonso van Castilië en was in het +geheim gehuwd met den dapperen en edelen Graaf de Sandras de +Saldaña. Koning Alfonso, diep beleedigd dat zijn zuster iemand +gehuwd had, die zoo zeer haar mindere in rang was, wierp den graaf in +de gevangenis, waar hij hem van het gezicht liet berooven, en sloot de +prinses in een klooster op. Hun zoon Bernaldo voedde hij echter zeer +zorgvuldig op. Toen hij nog een jongeling was, bewees hij zijn oom +belangrijke diensten, maar toen hij vernam, dat zijn vader in de +gevangenis zuchtte, maakte een diepe zwaarmoedigheid zich van hem +meester, en hij stelde geen prijs meer op de dingen, die vroeger zijn +<span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van zich +bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren rouw, +en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem, zijn +vader de vrijheid terug te geven.</p> +<p>Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was +met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat +voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde +voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard, +zóó verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit +het veld geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te +helpen door een barsch antwoord, zeide hij streng: »Bernaldo, als +gij mij lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer +u, dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal +verlaten.«</p> +<p>»Sire«, antwoordde Bernaldo, »gij zijt mijn Koning +en kunt doen, wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere +gedachten moge brengen.«</p> +<p>Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde +hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem zou +opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus, en +weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van +Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel van +Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder het +voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw had van +zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten, verzamelde +zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap met de +Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd bij +Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden, +voornamelijk door <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" +name="pb45">45</a>]</span>de behendigheid van Bernaldo, die met eigen +hand den beroemden ridder Roland doodde.</p> +<p>Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te +beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit ’s Konings handen +ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde de +koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond hij een +voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte Bernaldo, +bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en zijn +verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de +populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een +laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader in +vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het groote +kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem +oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem +dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke +Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden.</p> +<p>»Daar komt uw vader, Bernaldo«, zeide hij spottend, +»omhels hem.«</p> +<p>Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand. +Maar toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep +hij, dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo +luid te schreien en te jammeren, zeggende: »Helaas, Graaf Sandas, +ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand +zóó verlaten als ik; want nu gij dood zijt, en mijn +kasteel is weg, weet ik niet, wat ik beginnen moet!« Sommige +<span class="letterspaced">Cantares de Gesta</span> vermelden, dat de +koning toen zeide: »Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele +woorden, en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te +verlaten.«</p> +<p>Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>dezen +genadeslag, wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van +dien dag af werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien, +noch werd de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord. +Ongelukkig en wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam +leeft in de balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een +dapper ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en +wraakgierig Koning, groot onrecht is aangedaan.</p> +<p>Ofschoon de <span class="letterspaced">Cantares</span> van +Fernán González en de Kinderen van Lara ook in de +kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven, deze in +het <a href="#ch9">hoofdstuk over de ballades</a> te behandelen, daar +zij in dien vorm het meest bekend zijn.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De »Poema del Cid«.</h3> +<p class="firstpar">Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste +van de <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> is de +beroemde <span class="letterspaced">Poema del Cid</span>, die nog +steeds zoo genoemd wordt, ondanks alles wat wij van den +oorspronkelijken vorm weten. Dat het een <span class="letterspaced">Cantar</span> is, moet iedereen duidelijk zijn, die +eenigszins bekend is met de Fransche <span class="letterspaced">Chansons de gestes</span>. Zooals zoovelen der +<span class="letterspaced">Chansons</span>-helden wordt de Cid het +slachtoffer van de ondankbaarheid zijns Konings, en wordt hij later +weder in genade aangenomen. Wij ontmoeten in het gedicht voortdurend +den gebruikelijken zinsbouw van de <span class="letterspaced">Chansons</span>, en ook de atmosfeer van blufferige +heldhaftigheid versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat. +Er zijn ook duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de <span class="letterspaced">Poema</span>, de <span class="letterspaced">Chanson de +Roland</span> had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet +beweren, dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat +pleegde ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er +bestaat overeenkomst tusschen <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>verschillende kleinere +gebeurtenissen, hetgeen echter volkomen wordt goedgemaakt door de +oorspronkelijke en bezielende wijze, waarop het onderwerp behandeld is. +De gedachte en de vorm zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen +Franschen invloed, behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde +uitdrukkingen, die de <span class="letterspaced">clichés</span> +zijn van het middeleeuwsche heldengedicht.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het eenige manuscript.</h3> +<p class="firstpar">Er is slechts één manuscript bekend +van de <span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span>, het +handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in het +laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke +bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden, +dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de +geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het +in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt +MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan, +daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt, met +opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245 (1207 +Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de juiste +datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht zelf +dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van de +12<sup>e</sup> en het midden van de 13<sup>e</sup> eeuw.</p> +<p>Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. +Het begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het +midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame hand. +Sanchez verklaart in zijn <span class="letterspaced" lang="es">Poesias +Castellanas anteriores al Siglio XV</span> (1779–’90), dat +hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596 gemaakt is en waaruit +blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde onvolkomenheden +vertoonde als nu. <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" +name="pb48">48</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De schrijver onbekend.</h3> +<p class="firstpar">De persoonlijkheid van den schrijver van de +<span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span> zal +waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een +priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het +een beroeps-<span class="letterspaced">trovador</span> was. In +Frankrijk waren de <span class="letterspaced" lang="fr">trouvères</span> en niet de geestelijken de scheppers van +dergelijke gedichten, waarom zouden de <span class="letterspaced">trovadores</span> het dan niet in Spanje zijn?<a class="noteref" id="xd20e1272src" href="#xd20e1272" name="xd20e1272src">1</a></p> +<p>Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de +gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk; +waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste +maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van +verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen, +heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo, +en een monnik was uit het klooster Cardeña, in de nabijheid van +Burgos; maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit +het gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker +<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>dan het vermoeden, dat hij een Asturiër zou +zijn, omdat hij den tweeklank <span class="letterspaced">ue</span> niet +gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen, dat hij in elk +geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn heftigen +politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat daarbij +behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copiïst was, blijkt +duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij hem +het behoud van de <span class="letterspaced">Poema</span> te danken +hebben, wordt onze dankbaarheid wel zeer getemperd door onze +ontstemming over de wijze, waarop hij zijn taak volbracht. Want de +copie staat vol noodelooze herhalingen, hij schrijft dikwijls twee +regels door elkaar, en plaatst zoo nu en dan zelfs den inhoud van den +éénen regel op den anderen, in zijn haast, om van zijn +werk af te zijn.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Andere Cantares van den Cid.</h3> +<p class="firstpar">Dat er ook andere <span class="letterspaced">Cantares</span> zijn, die van den Cid verhalen, weten +wij door de onderzoekingen van Señor Don Ramón +Menéndez Pidal, die bewezen heeft, dat één ervan +is opgenomen in de oudste uitgave van de Crónica General, +waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard zijn gebleven, dateerende uit +verschillende tijdperken. Wij weten nu ook, dat het gedeelte, waarvan +hier sprake is, niet zooals men vroeger meende, afkomstig is van de +<span class="letterspaced">Poema</span> zooals wij die kennen. De +gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Crónica +zijn ook overgenomen uit een anderen <span class="letterspaced">Cantar</span> van den vereerden held, bekend als de +Crónica Rimáda, of <span class="letterspaced">Cantar de +Rodrigo</span>, dat waarschijnlijk het werk was van een juglar uit +Palencia, en blijkbaar een mengelmoes van verschillende verloren +<span class="letterspaced">Cantares</span> over den Cid, zoowel als van +andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>dateert +echter uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat +er verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van +Spanje in zijn opgenomen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De maat van de »Poema del Cid«.</h3> +<p class="firstpar">Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht, +zooals dit met alle Cantares het geval was, geschreven is om in het +openbaar te worden voorgedragen. De uitdrukking »O +Señores,« die wij telkens ontmoeten, heeft dezelfde +bedoeling als het »Listen lordings,« dat zoo veelvuldig in +de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht te +trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een +middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is bijna +even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is +voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige +regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen, terwijl +andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de +onoplettendheid of de haast van den copiïst. Het komt mij voor, +dat de <span class="letterspaced">Poema</span>, ofschoon in veel van de +beste gedeelten van groote waarde, toch eenigszins overschat is, en ik +verdenk menig Engelsch criticus, die zoo uitbundig de +voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan, het nooit in zijn +geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn buitengewoon +onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij, die ons +herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer de +oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott wekt +(de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend) en een +machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in een waar +Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het breken der +Castiliaansche speren op de Moorsche <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>schilden, dan worden wij +herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne’s <span class="letterspaced">Erechtheus</span>:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Met een aardschok van botsend geweld,</p> +<p class="line xd20e1352">en met hoeven, bloeddruipend en rood,</p> +<p class="line">Grijpt de woedende krijg naar de zeis</p> +<p class="line xd20e1352">en zijn voet brengt den vlammenden +dood.«</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar de waarde der muziek van de <span class="letterspaced">Poema</span> is niet uitsluitend gelegen in +luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed vuriger +door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect niet alleen +door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit met den +Engelschen dichter het geval is.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Begin van het gedicht.</h3> +<p class="firstpar">Het begin van de <span class="letterspaced">Poema +del Cid</span>, zooals wij dat bezitten, is treffend en dramatisch +genoeg, om ons te troosten over het verlies van het oorspronkelijke +begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het verraad van de +Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een koninklijk +bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088), rijdt +ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een vrij +nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Hij wendt den blik nog eens naar ’t huis, en +tranen stroomen neer,</p> +<p class="line">De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar +nauwlijks meer.</p> +<p class="line">Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door +de hal,</p> +<p class="line">Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in +den stal.</p> +<p class="line">Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn +hand;</p> +<p class="line">Een ridderlijke bedelaar...., zóó trekt +hij uit zijn land,</p> +<p class="line">Hij zucht, zooals een strijder zucht: »U Heer, +zij lof en prijs!</p> +<p class="line">Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig +gunstbewijs.</p> +<p class="line">De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij +terneer,</p> +<p class="line">Maar éénmaal komt de dag, dat Gij mij +wreken zult, o Heer!« <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span></p> +<p class="line">Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit +Bivar’s poort.</p> +<p class="line">Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel +voort.</p> +<p class="line">En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik:</p> +<p class="line">»Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als +ik!«</p> +<p class="line">Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de +straat;</p> +<p class="line">Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef +gelaat.</p> +<p class="line">»Daar gaat,« zoo zuchtte menig hart, +»een goed en trouw vasal,</p> +<p class="line">Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten +val.</p> +<p class="line">En zeker had hem menig dak beschut dien droeven +nacht,</p> +<p class="line">Als Burgos’ volk niet had gevreesd des Konings +sterke macht;</p> +<p class="line">Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het +gansche land:</p> +<p class="line">»Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis +wordt platgebrand.«</p> +<p class="line">Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men +den blik....</p> +<p class="line">Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder +Roderick.</p> +<p class="line">Bij ’t huis, waar hij te wonen placht, daar +sprong hij van zijn ros:</p> +<p class="line">»Uw meester staat hier voor de poort, maak slot +en grendels los!«</p> +<p class="line">Maar uit een venster sprak de maagd, die ’t slot +voor hem bewaart:</p> +<p class="line">»O Heer, die eens in beter tijd hanteerde +’t roemrijk zwaard,</p> +<p class="line">Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door +zijn hand,</p> +<p class="line">Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit ’t +Spaansche land.</p> +<p class="line">Wie onzer, zij het slechts <span class="corr" id="xd20e1437" title="Bron: êén">één</span> +nacht, een schuilplaats U mocht biên,</p> +<p class="line">Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht +zien.</p> +<p class="line">Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U +bij;</p> +<p class="line">Voor U geen rust in ’t Vaderland, want gij zijt +vogelvrij.</p> +</div> +<p class="firstpar">Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen +plaats konden vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig +naar de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten +opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez +Antolinez zich bij hen, één van de vroegere vasallen van +den Cid, die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en +hem trachtte te troosten. De Cid bezat geen <span class="letterspaced" +lang="es">maravedi</span> en wist niet, hoe hij zijne mannen van +voedsel en wapenen <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" +name="pb53">53</a>]</span>moest voorzien. Maar hij en Antolinez +bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het noodige voor den +krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten, bedekten deze met +rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers, zoodat zij er zeer +kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met rivierzand, en sloten +ze stevig dicht.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Geld leenen in de elfde eeuw.</h3> +<p class="firstpar">»Martinez Antolinez«, zeide de Cid, +»gij zijt een eerlijk man en een trouw vasal. Ga naar de Joden +Raquel en Vidas, en vertel hun, dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, +die ik hun in bewaring wil geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te +nemen. Geef hun deze kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. +Ik roep God en al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik +tot het uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij +vertrouwen.« Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, +zocht de Joden Raquel en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, +hun rijkdom en hun winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een +groote schatting had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat +hij hun die in bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke +som daarop wilden leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten +gedurende een vol jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en +stemden er in toe, de kisten te verbergen en gedurende minstens een +jaar den inhoud niet te onderzoeken. »Maar zeg ons eens«, +zeiden zij, »met hoeveel is de Cid tevreden en welke interest wil +hij ons voor dat jaar geven?«</p> +<p>»Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den +Cid, om hulp«, zeide Antolinez; »hij heeft minstens +zeshonderd Marken noodig.«</p> +<p>»Wij willen hem die som met genoegen geven«, zeiden +Raquel en Vidas, »want de schat van zulk een machtig <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>heer als +de Cid, kan niet anders dan onmetelijk groot zijn.«</p> +<p>»Haast u dan«, zeide Antolinez, »want de nacht +nadert en mijn meester, de Cid, is door een vonnis gedwongen, +Castilië oogenblikkelijk te verlaten.«</p> +<p>»Neen«, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, +»dat is geen zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen.« +Zij verzochten dus te worden gebracht naar de plaats, waar de Cid +kampeerde, en nadat zij hem begroet hadden, betaalden zij hem de +afgesproken som. Zij waren verbaasd en verrukt over de zwaarte der +kisten, en vertrokken hoogst voldaan, nadat zij Antolinez nog een +commissieloon van 30 gouden Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat +hij in de zaak gehad had.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Donna Ximena.</h3> +<p class="firstpar">Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp +op, en galoppeerde door den nacht naar het klooster San Pedro de +Cardeña, waar zijn vrouw, Donna Ximena, met zijn beide jeugdige +dochters vertoefden. Hij vond haar verzonken in gebed voor zijn +welzijn, en zij ontvingen hem met de hartelijkste betuigingen van +vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en deelde hem mede, dat hij op het +punt stond op avontuur uit te trekken naar het land van de Mooren, en +hij overhandigde hem een som, die toereikend was voor het onderhoud van +Donna Ximena en hare dochters tot aan zijn terugkomst en hij voegde +daarbij nog een milde gift ten behoeve van het klooster.</p> +<p>Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het +geheele land verspreid en zóó groot was de roem van zijn +dapperheid, dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren +schaarden. Toen hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug +van Arlanzon, was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem +wenschten te volgen op zijn avontuurlijke <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>tocht. Het afscheid van +zijn vrouw en dochters is treffend geteekend:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de +hand,</p> +<p class="line">Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn +land.</p> +<p class="line">En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van +rouw,</p> +<p class="line">Bij d’aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn +kinderen en vrouw.</p> +<p class="line">Totdat Minaya eind’lijk riep, zijn metgezel en +vriend:</p> +<p class="line">»De droefheid is geen passend kleed voor wie de +wapens dient,</p> +<p class="line">Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig +uur,</p> +<p class="line">Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar +avontuur.</p> +<p class="line">Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen +zaligheid!</p> +<p class="line">Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van +den strijd!<span class="corr" id="xd20e1500" title="Niet in bron">«</span></p> +</div> +<p class="firstpar">Toen gaven zij hunne paarden de sporen en +galoppeerden naar de grenzen van Christelijk Spanje en staken op +vlotten de rivier Duero over, waarna zij op Moorschen bodem stonden. +Ver in het Westen konden zij de sierlijke Minaretten van de +Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende in de middagzon, een +zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden veroveren in het land der +heidenen. In Higeruela schaarden zich nog meer dappere strijders onder +de banieren van den Cid, grensbewoners, voor wie een rooftocht een +feest was, en het breken van speren de schoonste muziek. Toen de Cid +dien nacht sliep, droomde hij, dat de Aartsengel Gabriel hem verscheen, +en tot hem zeide: »Stijg op, o Cid Campeador, stijg op en rijd +heen; uw zaak is rechtvaardig; zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij +onderneemt, u gelukken.«</p> +<div class="figure xd20e1504width"><img src="images/p056.jpg" alt="De Cid in den strijd." width="501" height="720"> +<p class="figureHead">De Cid in den strijd.</p> +</div> +<p>Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen. +Hij lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Fañez en andere ridders +een rooftocht ondernamen naar Alcalá. In hun afwezigheid +bemerkte de Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche +stad, de plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de +poorten te sluiten. Hij en zijne mannen deden een <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>aanval +op de poorten, doodden de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen +de stad zonder veel strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de +schat van goud en zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen +vonden. Maar zij waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer +tot dienaren dan tot slaven maakten.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De inneming van Alcocer.</h3> +<p class="firstpar">Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid +en zijne volgelingen door de Vallei van Henares langs Alhamia naar +Bubierca en Ateca, en daar hij in een onbekend land was, omringd door +een menigte vijanden, nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke +Saraceensche stad Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed +bewaakt en hij zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde +heendringen, het door krijgslist moest gebeuren en niet alleen door +vechten. Daarom riep hij op een morgen, nadat hij gedurende vijftien +weken Alcocer belegerd had, zijne manschappen terug, alsof hij zijne +nuttelooze pogingen opgaf, en hij liet maar één tent +achter.</p> +<p>Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne +begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden, +liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en +zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de +stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren +en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte hem +niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te halen. +De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen op de +dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De +ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten +<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>in alle richtingen en spoedig was de vlakte +overdekt met in het wit gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met +enkele vertrouwde volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de +Spanjaarden Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte +was, behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem +overgaven, barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen, +en wij zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden. +Laat ons liever hen tot onze dienaren maken.</p> +<p>De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer +verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij +berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo +Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te +plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning +Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond +een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador +tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den +Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen, +opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de +komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen +op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de +geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op +hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden +dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht, dat +zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem, ten +strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was bekend +met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te willigen. +Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar de Cid +wist te goed, dat het dwaasheid <span class="pagenum">[<a id="pb58" +href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>zou zijn, met zijne driehonderd +man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen, +en hij wachtte dus zijn tijd af.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De strijd met den Moorschen koning.</h3> +<p class="firstpar">Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer +van Alcocer af te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid +begreep, dat zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig +maakte. Alvarez Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals +een strijdros, wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een +krachtigen uitval, en de Cid, die den moed van zijne mannen kende, +stemde toe. Eerst zond hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde +de versterkingen. Hij liet slechts twee mannen achter om de poort te +bewaken, stelde zijne troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten +rijen en in volkomen slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten +aan den dichter.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme +zwaard,</p> +<p class="line">Hoor ’t schetterend trompetgeschal en ’t +dreunen van de aard!</p> +<p class="line">Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest +gebaar,</p> +<p class="line">En om elk vaandel legert zich een zwarte +heidenschaar;</p> +<p class="line">Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand +aan,</p> +<p class="line">En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te +slaan.</p> +<p class="line">»Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij +ridders,« roept de Cid,</p> +<p class="line">»En sluit de rijen, want de aard’ zag nog +zoo’n aanval niet.«</p> +<p class="line">Maar ’t vurig hart van Bermuez sprong op bij +’t tromgeluid:</p> +<p class="line">»Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat +nooit!« zoo riep hij uit.</p> +<p class="line">»Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij +in den strijd!</p> +<p class="line">Op, Ridders, tegen ’t heidendom, voor Spanje en +Christenheid!«</p> +<p class="line">»Blijf kameraad,« zoo sprak de Cid, maar +Pedro schudde ’t hoofd,</p> +<p class="line">En sprak: »Hij volg’ mij trouw, die in de +heil’ge zaak gelooft.«</p> +<p class="line">Fier hief de ridder zich in ’t zaâl, en +liet de teugels los,</p> +<p class="line">De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros.</p> +<p class="line">En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten +doet,</p> +<p class="line">Zoo wierp de held zich in die zee, den +Saracenenvloed;</p> +<p class="line">En onbewogen als een rots, die in de branding staat, +<span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span></p> +<p class="line">Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter +slaat,</p> +<p class="line">Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen +doet</p> +<p class="line">Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken +moed.</p> +<p class="line">»Ter hulpe!« roept de eedle Cid, »op! +voor het heilig kruis!</p> +<p class="line">Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch +gespuis!«</p> +<p class="line">Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten +losgemaakt,</p> +<p class="line">Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn +kluisters slaakt,</p> +<p class="line">Nòg feller dan de vurigheid van ’t +ongebreideld ros,</p> +<p class="line">Zoo barst de woede van Castille op den vijand los.</p> +<p class="line">»Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden +aan,</p> +<p class="line">En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd +weerstaan!«</p> +<p class="line">Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op +bevel,</p> +<p class="line">Driehonderd heid’nen liggen neer, een vlug en +dood’lijk spel,</p> +<p class="line">De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer;</p> +<p class="line">Ontelb’re schilden liggen dan in ’t zand +versplinterd neer.</p> +<p class="line">Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in ’t bloed nu +van den Moor,</p> +<p class="line">Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte +door.</p> +<p class="line">Gelijk de bliksem ’t luchtruim klieft, zoo +schittert in de hand</p> +<p class="line">Van Roderick het scherpe zwaard; en mèt hem +houden stand</p> +<p class="line">Alvarez Fannez, Gustior, en enk’le trouwen +meer.</p> +<p class="line">Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer</p> +<p class="line">Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen +held!</p> +<p class="line">Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp +gesneld,</p> +<p class="line">Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den +dood,</p> +<p class="line">Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg +bood.</p> +<p class="line">Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste +hand,</p> +<p class="line">Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt +in ’t zand.</p> +<p class="line">»Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog +dreigt gevaar,</p> +<p class="line">De phalanx van den vijand staat nog ongebroken +daar.«</p> +<p class="line">Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en +dood,</p> +<p class="line">Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de +aarde rood.</p> +<p class="line">De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild +met kracht,</p> +<p class="line">De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de +macht.</p> +<p class="line">De moedige Antolinea valt dan op Galve aan;</p> +<p class="line">Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te +staan.</p> +<p class="line">Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den +smaad,</p> +<p class="line">Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed +gelaat.</p> +<p class="line">Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen +strijd,</p> +<p class="line">Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen +tijd.</p> +<p class="line">Geen waardiger en trotscher strijd bezong een +heldenlied:</p> +<p class="line">Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle +Cid!</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p> +<p>Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was +volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man +verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een +schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij +hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik +was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer +verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castilië, +zond hij Alvarez Fañez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof +met dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden.</p> +<p>Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins, +den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag, +dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden, +onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den +losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor +drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de +Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden +van het district Mont’real. Hij maakte alle Moorsche steden in +den omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw +kamp.</p> +<p>Intusschen was Alvarez Fañez naar het Hof gereisd, en had den +Koning de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten +geschenke aangeboden. »Nog is het geen tijd om den Cid weder in +genade aan te nemen«, zeide Alfonso; »maar daar deze +paarden van de ongeloovigen komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen. +Ik schenk u vergiffenis, Alvarez Fañez, en hef uw ballingschap +op. Wat den Cid betreft, ik kan niet anders zeggen, dan dat, wanneer +een dapper strijder zich onder zijn banier wil scharen, ik hem dat niet +zal beletten. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De oorlog met Raymond Berenger.</h3> +<p class="firstpar">De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger, +een trotsch en aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid +in een gebied, zóó dicht bij het zijne gelegen, als een +persoonlijke beleediging, en in groote woede verzamelde hij al zijne +manschappen, Mooren zoowel als Christenen, en maakte zich op, om den +Cid te verdrijven uit de streek, die hij schatplichtig had gemaakt. +Toen de Campeador hoorde, dat dit leger in aantocht was, zond hij een +afgezant naar Graaf Raymond, om hem de verzekering te geven van zijne +vredelievende bedoelingen ten opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat +zijn persoonlijke waardigheid beleedigd was, en hij weigerde den +boodschapper te ontvangen.</p> +<p>Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van +Mont’real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren +geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat +hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die +de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende +Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd +zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische +krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige +huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den +Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want +de ridders van Castilië, geschoold in een voortdurend +oorlogvoeren, hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid +zelf viel Graaf Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada +af te staan, dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere +oorlogsdaden van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de +overlevering vertelt, dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche +Excalibur, wordt nog getoond <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>in de Armeria te Madrid, en alle +geloovige bewonderaars van ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat +dit het zwaard is, dat de Campeador op den trotschen Berenger +veroverde; zelfs de zekerheid, dat het gevest uit de vijftiende eeuw +dateert, brengt dit geloof niet aan ’t wankelen.</p> +<p>De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal +zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht, om +de blijde gebeurtenis te vieren.</p> +<p>De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze +uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit de +hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust +benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem +weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood met +hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben gedronken. +Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel, en op den +derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in vrijheid zou +worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit was teveel +voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek te zijn dan +zijn tegenstand. »Groote Goden!« roept de dichter uit, +»met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo +vlug, dat de Cid de bewegingen niet kon volgen.« Toen gaf de Cid +hem de vrijheid en zij scheidden als goede vrienden.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij +en moedig Frank,</p> +<p class="line">Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte +dank.</p> +<p class="line">En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans +keer’,</p> +<p class="line">Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken +weer.«</p> +<p class="line">»Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons +is ’t vree:</p> +<p class="line">Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard +blijv’ in de schee.«</p> +<p class="line">Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels +’t gelaat</p> +<p class="line">En keek hij angstig achterom, als vreesde hij +verraad;</p> +<p class="line">Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer +opgeweld,</p> +<p class="line">In ’t harte van den trouwen Cid, dien nooit +volprezen held!</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Cid voert oorlog aan de zeekust.</h3> +<p class="firstpar">De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en +voerde zijne troepen naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia +bemerkten, dat hij zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden +zij zeer, en zij besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te +zenden, dat hij onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde +zijne aanvallers met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem +langer tegen te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze +streek en ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders +vestigden zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij +aten het brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak +onder de Mooren, die bij duizenden stierven.</p> +<p>Toen zond de Cid afgezanten naar Castilië en Aragon met de +boodschap, dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden +onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden +duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor +zóó versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen +Valencia, de Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich +met zijn geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar. +Negen maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden +de inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was +de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het +aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend +Marken. Zijn macht nam dientengevolge zóó toe, dat niet +alleen zijn eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem +begonnen te beschouwen als hun rechtmatigen Koning.</p> +<p>Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>Koning +van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te +mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen +Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en +versloeg hem zóó volkomen, dat hij na dien nooit meer in +staat was den Campeador te bestoken.</p> +<p>Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem +weer in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken. +En hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer +zijn baard zou laten scheren. »Zoo,« zeide hij, »zal +mijn baard beroemd worden onder Mooren en Christenen.« Hij zond +Alvarez Fañez ten tweede male naar het Hof, met een geschenk van +honderd schitterend opgetuigde paarden van het zuiverst Arabische +bloed, met de bede, dat hij zijn vrouw, Donna Ximena, en hunne +dochters, zou mogen brengen naar zijne goederen, die hij zich met het +zwaard veroverd had.</p> +<p>Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen, +Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had +gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De Cid +was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor den +dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te +verspreiden en de Saracenen uit te roeien.</p> +<p>Inmiddels reisde Alvarez Fañez naar het Hof en werd tot den +Koning toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Fañez +hem deed over de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren +had bevochten in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen +aan de Kroon van Castilië, en een bisdom had gesticht midden in +het gebied der heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna +Ximena en de jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij +het hooren <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>van dit bericht, was Graaf Garcia Ordoñez +van de Leonesische partij, die indertijd de aanleiding was geweest tot +de verbanning van den Cid, en die hem uit den grond van zijn hart +haatte, zeer verstoord. De twee Infantes of Prinsen van Carrión +echter, die de groote macht en den groeienden invloed van den Cid +zagen, besloten, diens dochters ten huwelijk te vragen aan den Koning, +maar zij verzwegen dit plan voorloopig.</p> +<p>Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de +Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden, +dat Alvarez Fañez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich +daarheen, en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen. +Alvarez Fañez verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals +de Cid beloofd had, en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn +meester belet had, aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen. +Zij waren volkomen bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun +vertrouwen in den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend, +om den aard te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven +had.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Cid verwelkomt zijn gezin.</h3> +<p class="firstpar">Alvarez Fañez reisde nu met Donna Ximena en +de dochters van den Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar +hare nieuwe woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg +hij zijn beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de +Mooren veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, +om haar naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie +met groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het +kasteel, van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar +veroverd had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave. <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span></p> +<p>Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen +zij van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij +beschouwden het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van +Spanje op hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning +Yussef verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij +over zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad +voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit: +»Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters +hier heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons +brood verdienen in het vreemde land.«</p> +<p>De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij +omsingelden Valencia zóó dicht, dat niemand de stad kon +binnengaan of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, +die om de stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde +haar gerust. »Houdt goeden moed,« zeide hij, »want +groote rijkdom zal ons deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze +dochters veroveren.«</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De strijd met Koning Yussef.</h3> +<p class="firstpar">De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in +het veld tegen de Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en +woeste strijd. De Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche +bloed, en de Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado zóó +verwoed, dat de Saracenen werden weggemaaid als het koren door de zeis. +Hij richtte het zwaard op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche +aanvoerder ontweek den slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in +razende vaart, gevolgd door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de +buit in goud, zilver, kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden +en wapenrustingen. <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" +name="pb67">67</a>]</span></p> +<p>Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den +vijand te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed, +reed hij naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd +gevolgd hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij +uit: »Zóó worden de Mooren op het slagveld +vernietigd.« Maar als steeds gedachtig aan zijn Koning en +leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez Fañez en Pero Bermuez +naar het Hof met de tent van Koning Yussef en 200 kostbaar uitgeruste +paarden. Alfonso was zeer verheugd. »Ik zal dit geschenk van den +Cid gaarne aannemen,« zeide hij, »en moge de dag van onze +verzoening spoedig aanbreken.«</p> +<p>Toen de Infantes van Carrión zagen, dat de roem van den Cid +dagelijks toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de +hand van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun, +met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk +van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij was +zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador hem +bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Fañez en Pero Bermuez, +stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van +Carrión, en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te +brengen en hem tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven.</p> +<p>De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den +Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder +verheugd over de toenadering. »Het is mij een vreugde de wenschen +van mijn Koning te vervullen,« zeide hij, »ofschoon de +Infantes van Carrión trotsch zijn, en slechte vasallen van den +Troon. Maar de wil van God en van den Koning geschiede.« +<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span></p> +<p>Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het +Hof; en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis +en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en hij +beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don +Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de +verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de +Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning +een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij +namens de Infantes van Carrión aanzoek om de hand zijner +dochters. De Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van +den Koning waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon +geven.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De dochters van den Cid treden in het huwelijk.</h3> +<p class="firstpar">Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de +Campeador terug naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van +Carrión. Hij vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk +niet tot stand was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij +niet zonder vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte +echter die voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de +belangrijkheid van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten +van Spanje; en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van +Carrión in den echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door +den krijgsman-bisschop Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien +dagen, en de Cid had geen reden tot ontevredenheid over zijn +schoonzoons, die zich zoowel in het tournooi als bij den dans als ware +ridders gedroegen. <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" +name="pb69">69</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het avontuur van den leeuw.</h3> +<p class="firstpar">De Infantes van Carrión hadden met hunne +echtgenooten ongeveer twee jaar in Valencia gewoond, toen er iets +ernstigs gebeurde. Op zekeren dag, tijdens het middagrustuur, verbrak +een leeuw, die gehouden werd ten dienste van de arena, zijne tralies, +en drong het paleis binnen. De Campeador lag op een rustbank te slapen, +maar al zijne onverschrokken schildknapen schaarden zich om hem heen om +hem te beschermen, behalve de Infantes van Carrión, van wien de +een achter de divan wegschoot, terwijl de ander zóó +haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den boom van een +druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het rumoer ontwaakte +de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe, legde zijn vaste +hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier naar zijn hok +terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk voelde hij in den +Campeador zijn meester.</p> +<p>Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten +zij hun schuilplaats; zij zagen er zóó bleek en angstig +uit, dat de dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te +lachen. De trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep +beleedigd, en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak.</p> +<p>Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de +hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van +Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden +zich over dit bericht; de Infantes van Carrión echter waren +minder verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over +middelen om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied +terug te keeren.</p> +<p>Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop +blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>hebben +op een proeve van moed van ten minste één der Infantes, +die, geprikkeld door de beschuldiging van lafheid, zich wapende om met +een Moor te strijden, die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero +Bermuez, die de gevoelens van den Cid wilde sparen, doodde den +Saraceen, en liet het voorkomen, alsof de Infante het had gedaan.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Een »Geheime Dienst«-geschiedenis van »de +Cid«.</h3> +<p class="firstpar">Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den +eersten regel van het volgende gedeelte van het gedicht:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Eens koom’ de dag, dat ’k van U bei +hetzelfde ondervind.«</p> +</div> +<p class="firstpar">Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn +van de toespraak van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem +waarschijnlijk zijn dankbaarheid had betuigd.</p> +<p>De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de <span class="letterspaced">Poema del Cid</span> te vertalen, was John Hookham +Frere, de vertaler van de tooneelstukken van Aristophanes, die jaren +geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij gaf een waarschijnlijke +verklaring van bovengenoemden regel en stelde den Markies de la Roma +daarmede in kennis. Eenige jaren later, in 1808, toen de Markies in +Franschen dienst het bevel voerde over een legerafdeeling in +Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een vertrouwelijke +instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen bevelhebber te +overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem gebracht werd, +zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel, waarvan slechts +den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De boodschap leidde +tot één van de gewichtigste troepenbewegingen in den +oorlog met Napoleon. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" +name="pb71">71</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De strijdende Bisschop.</h3> +<p class="firstpar">De Infantes van Carrión, die niet veel lust +hadden in een langdurigen oorlog met de Mooren, besloten, bij de +eerstvoorkomende gelegenheid naar hun eigen grondgebied terug te +keeren. Maar, als om hen te beschamen, verscheen de strijdlustige +Bisschop Jerome tot de tanden gewapend voor den Cid, en smeekte hem, +aan het gevecht te mogen deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn +toestemming, en oogenblikkelijk daarna besteeg de dappere geestelijke +een reusachtig strijdros en rende in vollen draf de poort uit en den +Saracenen tegemoet. Bij het eerste samentreffen doodde hij er dadelijk +twee, maar hij had het ongeluk, zijn lans te breken. Niet in het minst +uit het veld geslagen, trok deze vurige zoon van de Kerk het zwaard, +zwaaide het boven zijn hoofd als de meest geoefende soldaat, en wierp +zich met zijn geweldig strijdros ten tweede male op de Moorsche +gelederen; en terwijl hij verwoed om zich heensloeg, wondde of doodde +hij met elken slag een Moor. Maar de vijand omsingelde hem, en het zou +slecht zijn afgeloopen met den vechtenden Bisschop, als niet de Cid, +die met de oprechte bewondering die den strijder gevoelt voor de daden +van een ander moedig man, diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen +strijd had gestaakt, Babieca de sporen had gegeven, en zich in het +heetst van het gevecht had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken +de lichtgewapende Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op +hen in, brak door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en +verderf om zich heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden +uiteengeslagen en zij vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den +Cid viel toen op hen aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden +zij het Moorsche kamp binnen, verbraken de koorden der tenten, en +wierpen de schitterende <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>Oostersche paviljoens omver, waarin +de Saracenen gehuisd hadden.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zóó stormt in het vijandlijk kamp de +Spaansche ruiterschaar,</p> +<p class="line">En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen +daar.</p> +<p class="line">Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van ’t +lijf gekapt,</p> +<p class="line">Verbrijzeld liggen zij in ’t zand, door +paardenhoef vertrapt.</p> +<p class="line">»Halt Koning Bucar!« roept de Cid; +»tot mij kwaamt ge over zee;</p> +<p class="line">Gij zocht mij in deez’ fellen strijd!... aan mij +is ’t woord van vree.«</p> +<p class="line">»Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw +steigrend ros,</p> +<p class="line">Begeer ik uwen vrede niet!...« Hij laat de +teugels los.</p> +<p class="line">En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open +zee,</p> +<p class="line">En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje’s +ridder mee.</p> +<p class="line">Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning +aan:</p> +<p class="line">»Kies!« wilt gij sterven door het zwaard, +of in de golven gaan?«</p> +<p class="line">Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen +vloeit zijn bloed.</p> +<p class="line">Moog’ zóó verdwijnen van de +aard’ het gansche Moorsch gebroed!</p> +<p class="line">— — — — — — — +— — — —</p> +<p class="line">’t Was op deez’ glorierijken dag, dat +Spanje’s ridder won</p> +<p class="line">Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard +Tizon.</p> +</div> +<p class="firstpar">Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de +Infantes van Carrión, en begroette hen: »Nu zij zich als +dapperen gedragen, zullen zij ook door de dapperen goed worden +ontvangen,« zeide hij ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche +en domme prinsen waren zeer vertoornd, toen zij deze uitlating +toevallig hoorden, en de zucht naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne +harten. »Wij zullen den Cid in den steek laten en naar +Carrión terugkeeren,« zeiden zij, »wij worden door +deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis zullen +wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters.«</p> +<p>Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend +verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming, +overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado +<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>en Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had, +en droeg zijn neef, Felix Muñoz, op, de Infantes en zijne +dochters naar Carrión te begeleiden.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De wraak van de Infantes.</h3> +<p class="firstpar">Groot was de droefheid van den Cid en van Donna +Ximena, toen zij afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want +zij waren niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix +Muñoz op, hunne dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te +zullen doen. Na een reis van enkele dagen moest het gezelschap het +groote woud van Corpes doortrekken, waar zij op een open plek hunne +tenten opsloegen en den nacht doorbrachten. In den morgen zonden de +Infantes de leden van hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van +hunne paarden en sloegen daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke +wijze. De ongelukkige vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan +deze schande te moeten ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes +lachten verachtelijk, bespotten haar en mishandelden haar +zóó schandelijk, dat zij haar voor dood achterlieten. +»Zoo,« zeiden zij, »is de schande van het avontuur +met den leeuw gewroken.« Daarop bestegen zij hunne paarden en +reden heen.</p> +<p>Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen, +kwam Felix Muñoz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte +van het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar +ongelukkigen toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij +hare wonden zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de +naastbijgelegen stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar, +zooals haar rang dat eischte.</p> +<p>Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd +zijn hart vervuld van toorn; hij gaf <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>daaraan echter geen +uiting, maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na +enkele uren riep hij uit: »Bij mijn baard! dit zal den Infantes +van Carrión geen voordeel brengen!« Spoedig daarna kwamen +de dames Elvira en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol +maar niet met beklag. »Welkom, dochters,« zeide hij, +»God behoede u voor kwaad. Ik heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik +het niet kon tegengaan. God geve, dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd +zie, en dat ik mij zal kunnen wreken op mijn schoonzoons van +Carrión.«</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het hof van Toledo.</h3> +<p class="firstpar">De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om +hem in kennis te stellen met den grooten smaad, zijne dochters +aangedaan door de Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat +gerechtigheid zou geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over +het gebeurde, en beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat +de Infantes daar zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te +verantwoorden. Zij verzochten toestemming on weg te blijven, maar de +Koning weigerde beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij +oogenblikkelijk gehoor zouden geven aan zijn oproep. Met grooten +tegenzin reisden zij naar Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia, +Asur González, Gonzalo Asurez en verscheiden vazallen, in de +hoop, door uiterlijk vertoon den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig +kwam ook de Campeador aan het Hof aan, met eenige beproefde strijders, +allen tot de tanden gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood +fluweel met goud geborduurd, en zijn baard was met een koord +samengebonden. Toen hij binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te +begroeten, behalve de Infantes van Carrión met hun <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>gevolg, +want hij leek een hoog edelman, en de Infantes waagden het niet, hem +aan te zien.</p> +<p>»Vorsten, baronnen en edelen«, zeide Koning Alfonso, +»ik heb u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht +te spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande +aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken +en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht +in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro, dat +hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden +verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de +zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid zijn +klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes van +Carrión hooren.«</p> +<p>Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur +onder al deze hooge ridders aan het Hof.</p> +<p>»Mijn Heer en Koning«, zeide hij, »niet alleen mij +hebben de Infantes van Carrión beleedigd, maar ook u, die hun +mijne dochters ten huwelijk hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn +schoonzoons niet langer zijn, mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon +teruggeven.«</p> +<p>Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij +niet verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar +terug had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning. +Maar het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle +middelen, die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare +zwaarden uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze +oogenblikkelijk Felix Muñoz en Martinez Antolinez aan, daarmede +te kennen gevende, dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna +wendde hij zich weer tot den Koning.</p> +<p>»Heer«, zeide hij, »toen de Infantes Valencia +verlieten, <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>gaf ik hun drieduizend Marken in goud en zilver +ten geschenke. Laat hen, nu zij mijne schoonzoons niet langer zijn, mij +dit geld teruggeven.«</p> +<p>»Neen«, riepen de Infantes uit, »wanneer wij +daartoe gedwongen worden, verarmt de landstreek Carrión.« +Maar de rechters eischten, dat de som oogenblikkelijk betaald zou +worden. De verraderlijke prinsen konden zulk een schat niet in geld +opbrengen, en dus besliste het Hof, dat zij dan in natura moesten +betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen ontkomen aan was, en dus +brachten zij den Cid verscheiden prachtige en kostbaar getuigde +rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van hun gevolg moesten +leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren, groote verplichtingen +op zich moesten nemen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Eerherstel door strijd.</h3> +<p class="firstpar">Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de +Cid zijn voornaamste aanklacht tegen de Infantes in het geding, en +vroeg eerherstel in het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters +aangedaan. Hierop stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. +Hij pleitte, dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds +daarom volkomen gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den +Cid. Toen verrees de oudste van de Infantes, Fernandez <span class="corr" id="xd20e1868" title="Bron: Gonzalez">González</span>, +van zijn zitplaats om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn +vazal gesproken had, en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het +huwelijk dat hij had aangegaan, door zijn laffe handelwijze te +verdedigen, op grond van zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero +Bermuez in hevigen toorn; hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het +avontuur met den leeuw, en daagde hen tot den strijd uit. <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het optreden van Asur González.</h3> +<p class="firstpar">Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur +<span class="corr" id="xd20e1877" title="Bron: Gonzalez">González</span>, een aanmatigende vazal van de +Infantes, de rechtszaal binnen.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Het grof gelaat verhit door wijn en ’t +overvloedig maal,</p> +<p class="line">De kleeren slordig en gescheurd, zóó +drong hij in de zaal.</p> +<p class="line">Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden +blik</p> +<p class="line">En riep: »Wat moet die bluffer hier, die roover +Roderick?</p> +<p class="line">Wil hij zich meten met Carrión, dat edel +Vorstenhuis,</p> +<p class="line">Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil +gespuis?«</p> +<p class="line">Maar woest sprong Muño Gustioz op: »Zwijg +stil, gij dronken zwijn,</p> +<p class="line">Die ’s morgens vroeg, nog voor ’t gebed, +reeds zat zijt van den wijn,</p> +<p class="line">Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts +was een woord,</p> +<p class="line">Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd +gehoord!</p> +<p class="line">O, moog’ het mij gegeven zijn, dat ’k met +dit scherpe staal</p> +<p class="line">De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw +leugentaal!«</p> +<p class="line">»Genoeg!« zoo riep de Koning uit; +»deez’ twist wordt niet beslecht</p> +<p class="line">Met woorden in het Parlement, maar met een +zwaardgevecht.«</p> +</div> +<p class="firstpar">Nauwelijks was het tumult door het optreden van den +Koning eenigszins bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal +binnen. Het waren afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, +die gekomen waren, om namens hunne meesters den Koning om de hand te +vragen van de dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid +en verzocht zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig +zijne machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat +het huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de +strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden +uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van +Carrión, die in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de +gelegenheid te <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>zijn, zich te voorzien van goede paarden en +wapenen, zoodat de Koning ten slotte minachtend zeide, dat het tournooi +nu definitief zou plaats hebben over drie weken, en wel in +Carrión, zoodat de Infantes geen enkele uitvlucht zouden kunnen +bedenken of zouden kunnen beweren, dat de strijders van den Cid iets op +hen vóór hadden gehad.</p> +<p>Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht +hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso +weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke +verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden +meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die +geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige +hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl +de Koning naar Carrión reisde, om het zwaardgevecht bij te +wonen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het gerechtelijk bewijs door middel van den strijd.</h3> +<p class="firstpar">Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, +begaven de strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi +zou plaats vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig +om zich te wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrión +hadden een groote menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in +den nacht de kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer +dezen niet op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen +waren op verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat +er geen ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun +tegenpartij op leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de +kampioenen van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en +Tizon te gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>voor de +macht van deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat +zij ze hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te +voldoen.</p> +<p>»Gij hebt uwe eigen zwaarden,« zeide hij kortaf; +»deze zijn zeer voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen +hanteert, want gij kunt er op aan, dat er van de zijde van den +Campeador geen fouten zullen worden begaan.«</p> +<p>De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen +op hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des +kruises op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrión +bestegen ook hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of +herauten, wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en +uitspraak te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. +Toen sprak Koning Alfonso: »Hoort naar mijne woorden, Infantes +van Carrión. Het was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo +te voeren, maar gij wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig +naar Carrión gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met +eerlijke middelen. Wie verraderlijk handelt, dien zal het slecht +vergaan.«</p> +<p>Hier volgt de beschrijving van den strijd:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in +oog,</p> +<p class="line">Zij heffen ’t schild zich voor de borst, de +speren gaan omhoog;</p> +<p class="line">Tot d’aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij +het paard,</p> +<p class="line">En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.</p> +<p class="line">Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de +grond,</p> +<p class="line">Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is +gewond.</p> +<p class="line">Ferrando’s speer stoot door het schild van +Bermuez met kracht,</p> +<p class="line">Maar vóór hij nog het harnas raakt, +versplintert reeds de schacht.</p> +<p class="line">Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche +hand;</p> +<p class="line">Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt +in ’t zand,</p> +<p class="line">En kermend smeekt hij om genâ, het bloed stroomt +uit zijn borst,</p> +<p class="line">En angstig op d’omwoelden grond ligt daar de +laffe vorst!</p> +<p class="line">Toen trok Bermuez ’t zwaard Tizon, te eindigen +den strijd,</p> +<p class="line">Maar de Infant riep: »Ik erken, dat ge +overwinnaar zijt.«</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span></p> +<p>Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den anderen +Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de tegenpartij. +Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander in. Antolinez deed +met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego, dat het scherpe +zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte van het +hoofdhaar van Diègo medenam. De verschrikte prins wendde zijn +paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede, +en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. +Zóó kreeg de lafaard de straf der laffen. Toen +Diègo de aanraking van het zwaard voelde, begon hij luidkeels te +schreeuwen, gaf zijn paard de sporen en sprong over de omheining van +het strijdperk, hiermede, volgens de regelen van het gevecht, zich +gewonnen gevende.</p> +<p>Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muño +Gustioz en Asur <span class="corr" id="xd20e1964" title="Bron: Gonzalez">González</span> op elkander in. De punt van +Asurs speer gleed af op de wapenrusting van Muño, maar de speer +van den kampioen van den Cid doorboorde het schild van zijn +tegenstander en ging door diens borst heen, zoodat zij meer dan een +vadem uit zijn schouderbladen stak. De trotsche Asur viel met een +doffen slag ter aarde, maar had nog kracht genoeg, om genade te +smeeken.</p> +<p>Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de +overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij naar +Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het blijde +bericht, dat zijn eer gewroken was.</p> +<p>Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de +dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De +<span class="letterspaced">Poema del Cid</span> eindigt echter even +plotseling als zij begon: <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span></p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en +macht,</p> +<p class="line">En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk +nageslacht.</p> +<p class="line">Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn +zwaard,</p> +<p class="line">Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van +deez’ aard.</p> +<p class="line">Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig ’k mij +ootmoedig neer,</p> +<p class="line">Zóó leefde de Campeador, zijn grooten +naam zij eer!</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De ware Cid.</h3> +<p class="firstpar">De bewerking, die Cervantes geeft van de +<span class="letterspaced">Poema del Cid</span> is misschien wel de +beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid +geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want +de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid van +den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar een +slim, gewetenloos en wreed man was. De <span class="letterspaced">Poema</span> is dus een romance, gebaseerd op de +historie, en daar dit boek handelt over de romance en niet over +geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op een +beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. »Mio +Cid«, de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half +Arabische, half Spaansche vertaling van het Arabische +»Sid-y«—»Mijn Heer«, onder welken naam +hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche onderdanen in +Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn leven zoo +werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in het +Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang het hart +van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning Arthur genoemd +wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam van Roland, +zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren, die als een +machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis van zijn +vaderland,—den Cid Campeador. <span class="pagenum">[<a id="pb82" +href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1272" href="#xd20e1272src" name="xd20e1272">1</a></span> Ormsby +(<span class="letterspaced" lang="en">The Poem of the Cid</span>), die +zijne verhandeling in 1879 schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen +te hebben gehad over wat een <span class="letterspaced">Cantar</span> +was, en hij zegt, dat de <span class="letterspaced">Poema</span> bijna +gelijktijdig ontstond met de »<span class="letterspaced" lang="fr">chansons de gestes</span>«. Maar hij is waarschijnlijk +minstens een eeuw in de war, daar de eerste <span class="letterspaced">Chansons</span> dateeren uit het midden der elfde eeuw. +Van <span class="letterspaced">trovadores</span> en <span class="letterspaced">juglares</span> had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch is +hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het +beste, dat in Engeland over de <span class="letterspaced">Poema</span> +geschreven is. Het is jammer, zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat +noch Ticknor noch Southey, die zoo uitvoerig over de oude Spaansche +letterkunde schreven, bekend waren met de »<span class="letterspaced" lang="fr">Chansons de gestes</span>.« Nog +betreurenswaardiger is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche +vertalingen is overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade +schandelijk verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat +dan hij, een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle +kern en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn, +zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers ervan +gemaakt hebben.</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk III. »Amadis de Galliër«.</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Op tooverheuvel staat een heerlijk slot;</p> +<p class="line">Betreed met mij de lichte tooverpaden,</p> +<p class="line">Waarop ééns jonkvrouwen en ridders +traden;</p> +<p class="line">Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot:</p> +<p class="line">Uw blik zal waren langs de schoone dreven,</p> +<p class="line">De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid</p> +<p class="line">Van roem en glorie uit den schoonen tijd,</p> +<p class="line">Die in aloude verzen is beschreven.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">De wapenrusting glinsterend in teere kleuren,</p> +<p class="line">Vergeten schimmen uit het licht verleden,</p> +<p class="line">Verbleekte flarden van veroverde banieren,</p> +<p class="line">Doordrongen van de onsterfelijke geuren</p> +<p class="line">Van d’ouden tijd! O, kom met mij getreden:</p> +<p class="line">De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren!</p> +</div> +</div> +</div> +<p class="xd20e2036"><span class="xd20e2036init">M</span>enig venster +in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft het uitzicht op +tafereelen van fantastische schoonheid of sombere grootschheid, maar +geen enkel verschaft ons zulk een schitterend afwisselend en kleurrijk +vergezicht, als het hooge torenvenster, van waaruit wij die omgeving +van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen aanschouwen, waar de +beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den Galliër zich +heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is, bevindt zich in +een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont ons de soort van +landschap, die de wevers van oude tapijten, of de fantastische +schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden ons ligt een +vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren beekjes doorheen +<span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels, +waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer +gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp +geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna +bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk +van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland is +bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de heldere +kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het geschitter +der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der krijgsmuziek. +Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd ijs, verrijzen +aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren op een +vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen en terrassen +loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het tooneel is +inderdaad »schoon als een stukje van het Paradijs.«</p> +<p>Zóó schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer +wij voor het eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar +wanneer wij, met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter, +er een dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen +het heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen +liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei monsters +krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen, de lichte +paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze toovenaars. +Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke eilanden, +die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de rotsen en +bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte gedeelten, de +atmospheer van <span class="letterspaced">Amadis</span> is doortrokken +van zulk een glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief +te krijgen; wij gevoelen, dat <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>de gruwelen, die zij bevatten, +slechts een sterker product zijn van den wijnstok der romantiek, een +bijzondere oogst, die bedwelming geeft.</p> +<p>En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze +observatiepost blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze +wonderbare streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank +worden toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige +maanlicht glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche +blankheid; bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der +toovenaars, en de bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee +en bosch als levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de +heuvelen en de ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige +monsters, en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven +ontwaakt.</p> +<p>Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de +oogen van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een +geestdriftig gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen +der letterkunde begroet werden? De schrijver van <span class="letterspaced">Amadis</span> ontsluierde voor de ridderschap van Spanje +die wereld, waarvan zij gedroomd had. Elke ridder voelde in zich de +mogelijkheid van een Amadis en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de +eigenschappen van een Oriana. De geest en de stemming van het boek +veroverden de Spaansche ziel volkomen, <span class="corr" id="xd20e2054" title="Bron: verbanden">verbonden</span> grovere idealen, +en schiepen een nieuw wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige +van het verhaal en de verschillende gebeurtenissen, die er uit +voortkomen, zijn een samenhangend geheel en niet slechts een opsomming +van afzonderlijke krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van +kleederen, uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf +van ruwe ridders of breedsprakige koningen, zooals dat <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>bij de +<span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> het geval was +geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met de +liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw, +inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn, +werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals dat +<span class="letterspaced">nooit</span> gedroomd was door de ruwere +dichters der <span class="letterspaced">Cantara</span>.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De oorsprong der »Amadis«-Romances.</h3> +<p class="firstpar">De eerste Spaansche lezing van <span class="letterspaced">Amadis</span> verscheen in een Portugeesch kleed en was +het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira +(1261–1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed, +waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld tot +ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert Southey +het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat was van +deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs melding +gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere <span class="letterspaced">Pedro de Lobeira</span>, <span class="letterspaced">Amadis</span> uit het Fransch vertaalde, in opdracht van +den Infant Don Pedro, den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke +Fransche verhaal is volkomen verloren gegaan, maar de Spaansche +vertalingen, die er uit voortkwamen, bleven behouden, en ook de +Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard gebleven. Het is bekend, dat +een handschrift van Lobeira’s romance reeds in het eind van de +zestiende eeuw in de archieven der Hertogen van Arveiro te Lissabon +gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was in 1750. Na dit tijdstip +echter werd het door de boekenverzamelaars uit het oog verloren, en +alles wijst er op, dat het vernietigd werd bij de aardbeving van +Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk paleis, waarin het +bewaard werd.</p> +<p>Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door <span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>de +Spaansche vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het +geboorteland van <span class="letterspaced">Amadis</span> in het +Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den Castiliaanschen +geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard bleef, maar dat dit +waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden vorm. In de jaren +tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoñez de Montalvo, +gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak, de romance +te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer het werk +gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan, maar men zegt, +dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren door de +gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover in +<span class="letterspaced">Amadis</span> gesproken werd. Dit was in +1519 en niet in 1549, zooals Southey vermeldt. Misschien hadden zij het +oog op de Portugeesche vertaling, maar in ieder geval is het bekend, +dat er in 1519 een uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. +Wij hebben elders reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd +overgebracht, en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, +maar wij moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van +<span class="letterspaced">Amadis</span> (dus de oorspronkelijke +<span class="letterspaced">Amadis</span>) door Montalvo zijn +geschreven; de rest is van de hand van anderen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Elisena en Perion.</h3> +<p class="firstpar">De handeling der romance begint op een duister en +onbepaald tijdstip, dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na +den dood van den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning +leefde, Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke +dochters. De oudste, bekend als »de vrouw met de +guirlande«, omdat zij steeds een bloemenkrans droeg, was eenige +jaren tevoren in het huwelijk getreden met Koning Languines +<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>(Angus) van Schotland, en zij had twee mooie +kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter, was over de +geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid, maar ofschoon +vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden gedongen, wilde +zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan heilige werken. Volgens +de opvatting van alle ridders en edelvrouwen van haar vaders +Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw door ongehuwd te +blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde, dat de schoone en +heilige Elisena door de meer wereldschen onder de vroolijke +ridderschap, werd aangeduid als de »Verloren Kwezel.«</p> +<p>Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar +koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door in +de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van +Klein-Brittanje bedekten. Bij één van deze gelegenheden, +toen hij, zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen +reed, hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het +bosch kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee +Britsche ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien +hij, afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en +hooge geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid +gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te +verslaan.</p> +<p>Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken, +ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke +wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk +Spanje, zóó door de bewoners behandeld kon worden, als +dit met hem het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig +antwoordde, dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden +werden, en dat de <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" +name="pb88">88</a>]</span>verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, +en hun lot hadden verdiend.</p> +<p>De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning +van Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit +hoorde, maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning +Perion van Gallië was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met +hem te sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke +ambtgenoot hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin +toestemde, keerden zij naar de stad terug.</p> +<div class="figure xd20e2114width"><img src="images/p088.jpg" alt="Elisena en Perion zien elkander aan." width="497" height="720"> +<p class="figureHead">Elisena en Perion zien elkander aan.</p> +</div> +<p>Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk +feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena aanzaten. +Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd, of zij +gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van hen had +meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal hadden +verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd en +vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de +Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld was +geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde voor +Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde, haar tot +vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena te brengen, +opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn liefde te +verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze boodschap, en +Elisena was zóó verlangend, zelf van Perions lippen de +bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats +of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de +morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door +haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen +en ridderlijken vorst, die zoo <span class="pagenum">[<a id="pb89" +href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>plotseling erin geslaagd was, +haar ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en +droefgeestig was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van +Garinter, toen moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid +nam, gaf hij zijn woord aan Elisena, wie hij één van de +twee volkomen gelijke ringen, die hij droeg, als pand gaf van zijn +trouw. Hoe hij echter zocht, hij kon zijn zwaard niet vinden, een +beproefd en betrouwbaar wapen, en tenslotte gaf hij het op, ernaar te +zoeken.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De geboorte en het verstooten van Amadis.</h3> +<p class="firstpar">Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep +bedroefd, en Darioleta slaagde er niet in, haar te troosten en haar op +te wekken uit den toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In +het rijk van haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een +oude wet, die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen +eed aan elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig +hadden om hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat +het later door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden +elkander deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den +toorn van haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden +gevraagd, en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten +angst voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en +driftig man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen, +voordat hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de +wereldsche en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen +om haar meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den +Koning, en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om +het te beletten, bouwde <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>zij een kleine houten ark, maakte die +waterdicht met teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer +meesteres, plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard +van Perion, dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef +zij op een stuk perkament: »Dit is de Koningszoon Amadis«, +bedekte dit geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden +uitgewischt, bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had +gegeven, en hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind. +Toen droeg zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de +rivier, die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het +toe aan de kabbelende golfjes van het diepe water.</p> +<p>De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl van +het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door de +golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch schip, +waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit Gallië +naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel zetten de +zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig gegrepen +hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van Gandales +was zóó verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij +besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer het +schip de Schotsche haven Antalia<a class="noteref" id="xd20e2131src" +href="#xd20e2131" name="xd20e2131src">1</a> binnen, en Gandales bracht +den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn +eigen zoontje Gandalin.</p> +<p>Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was, +brachten Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin, +»de Vrouw met de Guirlande,« een bezoek aan het kasteel van +Gandales, en zij waren zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid +van Amadis, <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>dat zij den wensch uitdrukten, hem als hun eigen +kind aan te nemen. Gandales vertelde hun, wat hij van de geschiedenis +van het kind wist, en het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als +hun eigen zoon te beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige +omstandigheden, waaronder hij gevonden was, bij iedereen bekend als +»het Kind van de Zee,« en deze naam bleef aan hem +verbonden, totdat zijn identiteit volkomen bewezen was. Hij toonde geen +tegenzin zijne nieuwe beschermers te volgen, maar hij was wel bedroefd, +omdat hij zijne pleegouders verlaten moest. De kleine Gandalin wilde +echter volstrekt niet van hem gescheiden worden, en hij smeekte +zóó hen samen te laten, dat Koning Languines tenslotte +beide jongens met zich medenam.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Perions droom.</h3> +<p class="firstpar">Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel +hij weer in beslag genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch +bezwaard van ziel om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn +verblijf aan het Hof van Garinter. In dien droom was iemand zijn +slaapvertrek binnengekomen, had een hand in zijn borst gestoken, zijn +hart er uitgenomen en dat in de rivier geworpen, die langs den tuin van +Koning Garinter stroomde. Toen hij in zijn angst gilde, zeide een stem, +dat hem nog een hart was overgebleven. Hij werd verontrust door de +herinnering aan dezen droom, dien hij niet kon ontraadselen, en dus +riep hij alle wijzen van zijn koninkrijk te zamen en verzocht hen te +beproeven, een verklaring ervan te vinden. Slechts één +van hen kon den droom uitleggen, en de wijze verzekerde hem, dat het +hart, dat hem uit de borst was gerukt, een zoon was, die hem door een +edele jonkvrouw was geboren, terwijl het tweede hart een andere zoon +beteekende, die op een of andere wijze <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>zou worden weggenomen +tegen den wil van haar, die zich van het eerste kind had ontdaan. Toen +de Koning terugkwam van den wijzen man, ontmoette hij een geheimzinnige +jonkvrouw, die hem groette, en zeide: »Weet, o Koning Perion, dat +wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het Koninkrijk Ierland zijn +schoonste bloem zal verliezen«, en voordat de Koning haar terug +kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen.</p> +<p>Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena +traden in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw +vroeg, of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over +de rol die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij +alles loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon +en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts twee +en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin, die in +dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden, eens in +de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige reus uit de +golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met hem uit de voeten +maakte, voordat iemand het kon verhinderen.</p> +<p>Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een +schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit: +»De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken!« De ouders waren +diep bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet +bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze +de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over de +twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen had, +was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en vriendelijk +schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het één van +zijn eigen reuzengeslacht ware geweest. <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span></p> +<p>Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue, en +bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland +bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van een +vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden tot +een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een jonge +vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion +gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat +slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den +reus Albadan<a class="noteref" id="xd20e2152src" href="#xd20e2152" +name="xd20e2152src">2</a>, die zijn vader gedood had en hem de rots +Galtares had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den +kluizenaar.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Oriana.</h3> +<p class="firstpar">Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte +van Brittanje in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon +ontvangen werd door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote +Brisena en zijn bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste +schepseltje ter wereld; en omdat zij zoo’n last van zeeziekte +had, besloten de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te +laten. Amadis was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien, +zóó groot en forsch was hij, en de Koningin stelde hem +aan als page van Oriana, die zeide, dat zij »dit prettig +vond«. Amadis koesterde deze woorden in <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>zijn +hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist niet, dat +Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve en ernstige +kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid opvatte. De +stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen, was aandoenlijk +schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis was zeer bescheiden +en Oriana was een ingetogen meisje.</p> +<p>In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van +ridderlijkheid, zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem +tot ridder te slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen +verlangde naar een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou +opleggen, maar hij ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens +voor hem gesmeed zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem +in zee gevonden had, het bericht van de plannen van den jongen, en +Gandales stuurde een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en +het perkament, die hij in de ark had gevonden bij den kleinen +zeevaarder.</p> +<p>Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en toen +hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het +perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig +document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna bracht +Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te vragen +tegen Koning Abies van Ierland, die Gallië was binnengevallen met +zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten naam +Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand tot ridder +worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn voorspraak te +zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette niet op zijn vraag. +Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid, en zij antwoordde: +»Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij mij ooit gedaan +hebt.« <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span></p> +<p>»Ach jonkvrouw«, zeide Amadis, »ik ben niet waard +iets te vragen aan iemand zooals gij.«</p> +<p>»Wat?« riep zij uit, »is uw hart zóó +zwak?«</p> +<p>»O, jonkvrouw«, antwoordde hij, »het is te zwak in +alles wat u betreft; maar het zou u willen dienen, alsof het uw +eigendom was.«</p> +<p>»Mijn eigendom«, zeide Oriana verward, »en sedert +wanneer?«</p> +<p>»Sinds gij »het prettig vondt«, antwoordde Amadis +met een glimlach. »Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren, +toen de Koningin mij voor uw dienst bestemde?«</p> +<p>»Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt«, zeide +Oriana verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door +haar allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden +van haar droefheid te vragen.</p> +<p>De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het +Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana keerde +tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op zijn +vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen, naar +Gallië te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden, en +Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. »Gij zult als mijn +ridder ten strijde trekken,« zeide zij eenvoudig en lieftallig. +Amadis kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions +dochter (en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen, +dat haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem +dit, en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den +jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus te +knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen aan +zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan. <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Amadis trekt op avontuur uit.</h3> +<p class="firstpar">Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar +Gallië, en dus nam hij teeder afscheid van Oriana, en verliet, +begeleid door zijn pleegbroeder Gandalin, tegen den avond het paleis. +Zij hadden nog niet lang gereden, of zij ontmoetten de geheimzinnige +toovenares, die, zooals wij gezien hebben, zulk een levendig belang +stelde in het lot van onzen held, en wier naam Urganda was.</p> +<p>De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten +geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen »het huis, +waaruit hij was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden.« Zij +was vergezeld van een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef +deze bij hem, en zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en +dat zij gewoonlijk niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig +had ontmoet. Zij hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel +kwamen, waar zij een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester +daarin bedreigd werd door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het +voorplein, en ontdekte Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde +tegen twee ridders en eenige soldaten. Met een kreet van woede viel +Amadis de belagers aan, zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en +deelde zulke hevige slagen uit, dat de verachtelijke ridders, die den +Koning hadden aangevallen, gedood werden, en dat hunne volgelingen op +de vlucht werden gedreven.</p> +<p>Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij +niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen het +kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met de +wederzijdsche belofte, elkander in Gallië weder te ontmoeten. De +jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>hem, dat +zij een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den +naam zijner Vrouwe, zóó begon te beven van vreugde, dat +hij, als Gandalin hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn +gevallen. Toen nam de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij +haar meesteres zijn succes zou melden.</p> +<p>Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het +Hof van Koning Perion van Gallië aan. Zij hadden nog slechts +eenige oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van +Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen +dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een +uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd, +waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne +volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder +in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren, +terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis, die +met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en in +het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling van +Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd, en +toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den +volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus +samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde, werd +Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde.</p> +<p>Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring +verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de +Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en die +het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en dien +zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem +<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het +verlies zou bemerken, gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar +de Koning vond zelf het verloren kleinood en stelde een onderzoek in +naar de herkomst van den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia, +en de herkenning van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de +overtuiging, dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren +zoon; en toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe +hij in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn +identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden, +en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger.</p> +<p>Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis, +Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij +was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij +gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest +heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot hij +daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen ontvangen. +Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden nog slechts +twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van een wreeden +ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist een eenzamen +krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde erin, de bende +te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor den vreemdeling, dat +hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag te mogen ontvangen. Deze +gunst werd hem met vreugde verleend, en nadat Amadis—want hij was +de vreemde ridder—vertrokken was, vroeg Galaor een jonkvrouw, die +hij plotseling naast zich vond staan, of zij den naam kende van den +ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De jonkvrouw, de toovenares +Urganda, antwoordde, dat hij Amadis <span class="pagenum">[<a id="pb99" +href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>heette en dat hij de eigen +broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde, was hij uitgelaten van +vreugde, maar zijn vreugde was vermengd met groote droefheid, omdat hij +hun verwantschap niet ontdekt had, voordat zij afscheid van elkander +hadden genomen.</p> +<p>Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis +achterna, die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor. +Zij vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had, +het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem, maar +bedroefde hem tevens.</p> +<p>Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn +reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan de +wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had.</p> +<p>Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming, +en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig +strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed +onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met +één slag den strijd te beslechten. Maar toen hij woest +zijn knots zwaaide, trof hij zijn eigen paard; hij viel met donderend +geweld ter aarde, en Galaor reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel +hij echter van zijn ros, en ontving een vreeselijken vuistslag van den +reus, maar hij herstelde zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den +arm van het monster bij den schouder af. Feitelijk was hiermede de +strijd geëindigd, want met een tweeden slag van zijn zwaard, +onthoofde hij zijn tegenstander.</p> +<p>Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen +in den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner +ondernemingen, zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der +edelste paladijnen van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan +het <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span>Hof van Lisuarte zouden boekdeelen kunnen +vullen; zijne voornaamste praestaties waren een verdelgingsoorlog tegen +de reuzen, de nederlaag van den overweldiger Barsinan en den toovenaar +Archelaus, benevens een groote menigte krijgsverrichtingen, te veel om +ze hier te beschrijven. Zijne heldendaden zijn samengeweven met die van +zijn broeder Galaor, met wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte, +daar geen van beiden den ander herkende door de wapenrusting.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De belofte van Lisuarte.</h3> +<p class="firstpar">Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te +Londen, er een bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een +wonderschoone kroon en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze +tot elken prijs te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een +bepaalden dag zou terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning +verbond zich, kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van +verlies van zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den +valschen toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte +getoond had, waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze +wenschte te dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, +hij ontdekte, dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en +verlangde zijn loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en +mantel verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar +eischte Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak +oogenblik ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met +Oriana, die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte +viel in een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd +was.</p> +<p>Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof +vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>zij +zich naar Windsor, vast besloten de booze plannen van den toovenaar te +verijdelen. Deze wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent +naar den Britschen troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door +Amadis overwonnen was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner +vijanden, en nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele +jonkvrouw, ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door +Archelaus werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het +oog kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen, +maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de +handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het Versterkte Eiland.</h3> +<p class="firstpar">Met het begin van het Tweede Boek treden wij een +wonderbaarlijke en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in +waarheid het <span class="letterspaced">Cor Cordium</span>, de spiegel, +de quintessence der romantiek genoemd worden. Het brengt ons in kennis +met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons beschreven wordt als +een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij stond zijne rechten af +aan zijn jongeren broeder, en voer door de Groote Zee, waar hij een +eiland ontdekte, dat slechts door boeren bewoond werd, en waar een +machtige reus heerschte; dit eiland was bekend als het Versterkte +Eiland, en werd in verscheidene romances bezongen als een waar +paradijs.</p> +<p>Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen +totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar +voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige +betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen, die +niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>schoon als zijn geliefde Grymenysa. De wonderen +van dit tooverland zijn wel waard beschreven te worden, en daar een +groot gedeelte van de handeling dezer romance zich daar afspeelt, +zullen wij ons inschepen op de toovergalei, die altijd gereed ligt in +de haven der legende, en naar het eiland zeilen, om op de betooverde +kust te landen.</p> +<p>Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland.</p> +<div class="lgouter"> +<h4>Het Versterkte Eiland.</h4> +<p class="line">Apolidon, door toovermacht,</p> +<p class="line">Bouwde een huis van wondre pracht</p> +<p class="line">Op een eiland, waar geen enkel schip</p> +<p class="line">Voer door de zee langs die eenzame klip.</p> +<p class="line">Op de granieten zuilen van de poort</p> +<p class="line">Grifte hij het strenge woord,</p> +<p class="line">Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk,</p> +<p class="line">Zou mogen komen in dit gezegend rijk.</p> +<p class="line">Hangende terrassen glinsterend wit in de zon,</p> +<p class="line">Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van +Babylon,</p> +<p class="line">En de hoogte was van zulk een stralende pracht</p> +<p class="line">Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht,</p> +<p class="line">En uit een groep <span class="corr" id="xd20e2267" +title="Bron: von">van</span> mirten, teedergroen,</p> +<p class="line">Verrees een wit en heerlijk paviljoen,</p> +<p class="line">Dat toescheen aan de zeelieden van ver,</p> +<p class="line">Een op een weiland neergedaalde ster.</p> +<p class="line">Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan ’t +oog</p> +<p class="line">Een tooverachtig fonkelende stralenboog</p> +<p class="line">Met zon en sterren heerlijk bejuweeld;</p> +<p class="line">En in die nis stond een betooverd beeld,</p> +<p class="line">In welks ten hemel opgeheven hand</p> +<p class="line">Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen +brand.</p> +<p class="line">En als een ridder of een maagd</p> +<p class="line">In overmoed het had gewaagd,</p> +<p class="line">Geboren uit een vrij geslacht,</p> +<p class="line">Minder in schoonheid en in macht</p> +<p class="line">Dan toovenaar Apolidoon,</p> +<p class="line">Of Grymenysa, wonderschoon, <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p> +<p class="line">Te treden in de tooverhal,</p> +<p class="line">Dan zou, met bulderend geschal</p> +<p class="line">De koperen klaroen uitbarsten in geweld,</p> +<p class="line">Zoodat daar de vermetele werd neergeveld.</p> +<p class="line">Maar als een jonkvrouw, hoog van naam,</p> +<p class="line">Een ridder zonder vrees of blaam</p> +<p class="line">Zou komen aan de poort,</p> +<p class="line">Dan zouden in den zaal’gen hof</p> +<p class="line">Fanfares, daverend van lof</p> +<p class="line">En vreugde zijn gehoord.</p> +<p class="line">Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn;</p> +<p class="line">Een platte steen van jaspis of van serpentijn,</p> +<p class="line">Waar, tusschen vlammende arabesken glinst’ren zou +de naam</p> +<p class="line">Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam,</p> +<p class="line">Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden</p> +<p class="line">Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden,</p> +<p class="line">Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs</p> +<p class="line">De heerschers uit dit wond’re paradijs,</p> +<p class="line">Gegoten in de bovenaardsche praal</p> +<p class="line">Van glinsterend, onsterfelijk metaal.</p> +<p class="line">Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar</p> +<p class="line">Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin,</p> +<p class="line">Als een verheerlijking van grenzenlooze min,</p> +<p class="line">Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar:</p> +<p class="line">Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren +deur</p> +<p class="line">Opdat slechts ’t edelst hart, dat ooit werd +voortgebracht,</p> +<p class="line">Aanschouwen zou die goddelijke pracht</p> +<p class="line">En zich zou laven aan den bovenaardschen geur.</p> +<p class="line">En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan,</p> +<p class="line">Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in +de zwaarden,</p> +<p class="line">Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde,</p> +<p class="line">Als strenge wachters voor de kamer staan.</p> +<p class="line">En alle draden van zijn wonderbaren geest,</p> +<p class="line">Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel</p> +<p class="line">Rondom de schaduwen van deze citadel</p> +<p class="line">Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest.</p> +<p class="line">Toen ging hij uit die plaats van zaligheid,</p> +<p class="line">Aanroepend alle geesten als beschermers dezer +oorden:</p> +<p class="line">Sabitu, Baphomet, <span class="letterspaced">Siduri</span>, met zijn tooverwoorden,</p> +<p class="line">En macht hun gevend tot in eeuwigheid. <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p> +<p class="line">En toen de maan verduisterde aan de lucht,</p> +<p class="line">Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht;</p> +<p class="line">Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit +gehoord,</p> +<p class="line">En nimmer keerde hij terug naar ’t zalig +oord.</p> +<p class="line">Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht,</p> +<p class="line">Gestalten zweven, witter dan de neev’len +dicht,</p> +<p class="line">En altijd hooren zij nog bij het vallend duister,</p> +<p class="line">Een teeder zuchten en een lispelend gefluister.</p> +</div> +<p class="firstpar">Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins +Apolidon er een gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er +niet in slaagde, door den eereboog te gaan en toch het geweldige +trompetgeschal overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou +worden gegooid; maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond, +ontvangen en gediend zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij, +dat, wanneer het eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de +betoovering zou worden opgeheven.</p> +<div class="figure xd20e2408width"><img src="images/p104.jpg" alt="Het Versterkte Eiland." width="500" height="720"> +<p class="figureHead">Het Versterkte Eiland.</p> +</div> +<p>Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had +geduurd, ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen +en op avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de +wonderen van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide, +nauwelijks twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij +zich toen bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn +geluk te beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder, +stemde erin toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming. +Toen zij bij het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen, +waarvan de muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs +getracht hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen +gelukt was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het +paviljoen doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere +ridders gefaald hadden, ontzonk hem de moed. <span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Amadis gaat onder den boog door.</h3> +<p class="firstpar">Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van +koning Languines van Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk +zouden trachten onder den boog door te gaan. Toen hij door de poort +trad, deed de trompet, die door het tooverbeeld werd omhoog geheven, +zachte klanken hooren, en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde +Amadis den overdekten gang, en de trompet blies nog luider en +melodieuser dan zij eerst gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne +schreden naar de afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis, +waarop geschreven stond: »Dit is Amadis van Gallië, de ware +minnaar, zoon van koning Perion.« Terwijl zij dit lazen, kwam +Ardian, de dwerg van Amadis, op hem toeloopen met de mededeeling, dat +Galaor en Florestan, zijn broeders, getracht hadden onder den boog door +te gaan, maar dat zij van alle kanten door onzichtbare handen waren +aangevallen, en nu voor dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes +keerden dadelijk op hunne schreden terug en vonden de jonge ridders in +een toestand van diepe bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo +goed mogelijk hielp, trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te +treden, maar ook hij ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn +verloor.</p> +<p>Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de +uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen +hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht +was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten kamer +binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij raapte +dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen de zuilen +en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare +krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen. +<span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span>Hij hoorde een verschrikkelijk geweld van +stemmen, alsof alle ridders der geheele wereld tegen hem schreeuwden, +en de slagen daalden met verdubbelde kracht en woede op hem neer. Maar +de gedachte aan zijn geliefde maakte hem sterk en hij hield stand. Zoo +nu en dan kreeg hij stompen tegen de knieën, en +éénmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar +hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf +openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd hem +een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep uit: +»Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft +in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft, en +die in zijn tijd zijn gelijke niet had.« De hand die hem leidde, +was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt door +een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween de +hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren.</p> +<p>Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland +hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij naar +het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij bewonderden +alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de wonderbaarlijkste +schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker te aanschouwen dan +de standbeelden van Apolidon en Grymenysa.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Oriana’s wreedheid.</h3> +<p class="firstpar">Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben +genomen, Brittanje verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het +paleis terug, om de stukken van een zwaard te halen, die hem door een +jonkvrouw gegeven waren met de bede den dood te wreken van haar vader, +die door de hand van een laffen moordenaar gevallen was. <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>Amadis had als een goed ridder beloofd het +gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken had. Toen +Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn terugkomst, +en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had, een zeker +zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het te halen. +Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana maakte een +verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg, en daar zij +Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem een wreeden +brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht, niet terug +te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange reis vond hij +Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem den brief.</p> +<p>Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had +scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat +Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid liet +Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen, en +verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat hij zien +zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis <span class="corr" id="xd20e2435" title="Bron: zouden">zou</span> hebben gehoord. +Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te openen, zoodat +hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen krijgen. Vergezeld +door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan achten, begaf hij zich +op weg naar een dichtbij gelegen kapel van de Heilige Maagd; daar bad +hij innig, dat zij zijn voorspraak zou zijn bij haar Goddelijken Zoon, +opdat hij hem genadig zou zijn, want hij gevoelde, dat zijne dagen +geteld waren. Daarna nam hij hartelijk afscheid van den Gouverneur, +besteeg zijn paard, en reed zonder schild, speer of helm, heen.</p> +<p>Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen +ridder Gandales, die bij al deze avonturen <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>zijn +meester nooit had verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden +brief van Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij +besloten, den wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou +overkomen. Zij vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron, +uitgeput door zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het +vallen van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot +hem doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig +lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin, en +hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn +neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder, +die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen +rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam, zou +dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong hij te +paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden wreker te +zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig, en Amadis daagde +hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een woedend gevecht, waarin +Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een hevigen slag toediende, dat +deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis liet den gewonden ridder over +aan de zorgen van Durin en reed verder, nog steeds gevolgd door +Gandalin.</p> +<p>Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden +toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te volgen. +Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen en klachten +de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de zorgzame Gandalin +sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok door de meest +verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij was afgedwaald. +Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien +hij verzocht, bij hem te mogen blijven. De kluizenaar groette hem +vriendelijk en Amadis stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit, +die hem vertelde, dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven +mijlen in zee vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of +»de Schoone Sombere Ridder,« omdat hij even beminnelijk als +bedroefd was.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Kale Rots.</h3> +<p class="firstpar">Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het +strand, en nadat hij zijn paard aan de zeelieden had gegeven, ging +Amadis met den kluizenaar aan boord van een schip en voer naar de Kale +Rots, zooals de monnik de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde +Amadis het leven van ontbering van den kluizenaar, »niet uit +godsvrucht, maar uit wanhoop, niet denkende aan zijn roem als +krijgsman, en verlangende naar den dood—dit alles om de wreedheid +eener vrouw!«</p> +<p>Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof, en +vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen, en hoe +schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland had +doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon zijn +geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan om te +sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij schreef +haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij één +harer kamervrouwen, die »de Maagd van Denemarken« genoemd +werd, en een zuster was van Durin, naar hem toezond.</p> +<p>Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen had +op den avond van den dag, waarop hij Oriana’s wreeden brief had +ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende, +<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem, +op den rand van de bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had +aangehoord, was zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat +zij zich diep bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost +wilde worden.</p> +<p>Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed, de +volgende versregels:</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en +ridderspel!</p> +<p class="line">Waarom te leven met een smart, oneindig groot?!</p> +<p class="line">Roemvoller is een eed’le heldendood.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">De trouwe dood, in zijn barmhartigheid</p> +<p class="line">Zal eens mij brengen de vergetelheid.</p> +<p class="line">Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden,</p> +<p class="line">Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed +lijden,</p> +<p class="line">Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft +bedorven,</p> +<p class="line">Maar ook den krijgsmansroem, in dapp’ren strijd +verworven<span class="corr" id="xd20e2480" title="Niet in bron">.</span></p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die +Florestan liefhad, bij de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de +geschiedenis van Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette, +maar dat het gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij +vroeger gekend had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren, +zongen de jonge meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist, +dat Amadis en Beltenebros dezelfde waren. De »Maagd van +Denemarken«, die uitgezonden was, om Amadis te zoeken, werd door +stormen overvallen en naar den voet van de Kale Rots gedreven.<a class="noteref" id="xd20e2484src" href="#xd20e2484" name="xd20e2484src">3</a> +Zij landde met Durin en een dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan, +biddende in een kapel; en toen hij het gelaat van het meisje +aanschouwde, bezwijmde hij. <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span></p> +<p>Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook moge +toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de middeleeuwen. +Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van iemand, die +zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe, en dat hij zich +voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken op een kale rots, +omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet menschen van onzen +tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Moet ’k, door liefdesmart geplaagd,</p> +<p class="line">Sterven om een schoone maagd?</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo +voorzichtig hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer +overgrootmoeders, dat in stukken zou vallen, wanneer wij het ruw +behandelden. Wanneer wij denken aan de wijze, waarop Dante en Petrarca +uiting gaven aan hunne vereering voor de vrouw, en hoe de Hoven der +Liefde het werk hebben voortgezet, dat zij begonnen waren, kunnen wij +er ons niet over verwonderen, dat mannen, opgevoed in dergelijke +opvattingen, en de vereering van de vrouw beschouwende als bijna even +belangrijk als de Godsvereering, in staat waren zich over te geven aan +zulke hartstochtelijke uitingen van wanhoop, wanneer het voorwerp +hunner aanbidding hen griefde of verliet. Daarenboven is door alle +eeuwen heen de mannelijke geest uiterst gevoelig geweest voor +vrouwelijke ongenade. Zooals wij bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij +levensbeschrijvingen lezen van groote mannen, zooals Goethe.</p> +<p>Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot +dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de verzen +van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere, +nuchtere verstand <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" +name="pb112">112</a>]</span>van den middelmatigen man, en door de +combinatie van mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd, +de gevoelens van beide sexen te doorleven.</p> +<p>Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de +besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale +blijft, moet zij beschouwd worden als één van de groote +stuwende krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets +anders heeft bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der +wereld. En juist in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de +aangewezen plaats is voor zulke overdreven uitingen, behoort het +jongere geslacht met waardeering de teedere schoonheid en de groote +bekoring op te merken van een eeredienst, die, al is hij nog niet +geheel dood, dan toch zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne +jeugd, dat zij deze overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag +haar een open oog te hebben voor den fijnen geest, de groote +ridderlijkheid, en bovenal voor de ingetogenheid en het gevoel van +eigenwaarde, die deze uitingen kenmerkten. Het is een verblijdend +teeken des tijds, dat de beide sexen elkander beter leeren kennen. Maar +wij moeten ons hoeden voor een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek +aan waardeering. Wij moeten nog iets overhouden van de ernst en de +schoonheid van den vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet +vervallen tot een gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren +ongetwijfeld met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen +terugdenken.</p> +<p>Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd +van Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug +te keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed +dat zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>van +den goeden kluizenaar, en voer met het schip, waarmede de Maagd van +Denemarken gekomen was, naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen +tijd bleef, want hij was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te +ondernemen. Maar na verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn +schildknaap in dienst, en hij begaf zich met Durin en diens zuster op +weg naar het Engelsche Hof.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Berouwvolle Oriana.</h3> +<p class="firstpar">Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes +tevergeefs naar Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte +stemming te Londen aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, +begaf zij zich naar het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de +stad verwijderd was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de +overtuiging, dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, +waarop zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw +op hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van +Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van +Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best +worden weergegeven in verzen.</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Miraflores, waar ontspringen</p> +<p class="line">Zilvren beekjes, vogels zingen,</p> +<p class="line">En het hoog en statig hout</p> +<p class="line">Slechts een deel schijnt van het woud,</p> +<p class="line">In de stilte uwer lanen,</p> +<p class="line">In de schaduw der platanen</p> +<p class="line">Wacht ik zijn vergiffenis,</p> +<p class="line">Die mijn troost en redding is.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Miraflores, naam van pracht!</p> +<p class="line">Moge ik leeren dag en nacht,</p> +<p class="line">In uw zoet doorgeurde dreven, <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span></p> +<p class="line">Wat het hoogste is in ’t leven:</p> +<p class="line">Mij in ’t goede te verblijden,</p> +<p class="line">Booze woorden te vermijden,</p> +<p class="line">Zoodat ik, in deemoed klein,</p> +<p class="line">Zijn vergeving waard zal zijn.</p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te +Windsor, die hem uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, +zijn neef, den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van +den Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning +Abies van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd +hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die +met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer +vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven; +hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen hem +zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven, wanneer +Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd te geven +aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan Basagante, +zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met rustige +waardigheid af.</p> +<p>Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan ook +zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de +oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud +aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een +tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen +strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij +wisselden dus den handschoen.</p> +<p>Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora +met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat hij +niet meer gedaan had <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" +name="pb115">115</a>]</span>sedert het bericht van de verdwijning van +Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in +scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen dus +het volgende liedje:</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Leonora, scheppings roem!</p> +<p class="line">Witte, smettelooze bloem,</p> +<p class="line">Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen,</p> +<p class="line">Waarom in lentetijd</p> +<p class="line">Geurt gij in eenzaamheid,</p> +<p class="line">Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen?</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Wilt gij, o bloesem rein,</p> +<p class="line">Dan niet de mijne zijn,</p> +<p class="line">Dat ik u koesteren kan en dragen.</p> +<p class="line">Geef dan uw zoeten geur,</p> +<p class="line">Bloei dan in teere kleur,</p> +<p class="line">Als lieve troost in mijn droeve dagen.</p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te +deelen, dat Corisande aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met +Florestan gelukkig hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, +maar kon toch niet nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met +haar eigen droevig lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit +oogenblik trad de Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met +kloppend hart naar het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw +haar den brief van Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij +bijna van vreugde.</p> +<p>Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende +was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij +doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een +groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich +op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij een +ridder, den reus Quadragante, één <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>van +de verbonden vijanden van Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen +strijder uit het zadel, en dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich +te onderwerpen aan Lisuarte.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Amadis verslaat <span class="corr" id="xd20e2593" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>.</h3> +<p class="firstpar">Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige +tenten, die in een weiland waren opgeslagen, en bewoond werden door een +gezelschap van ridders en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses +Leonora. De ridders drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou +breken. Hij wierp hen allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. +Terwijl hij zich eenige mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn +oog op een wagen, vol geladen met ridders en maagden, die geketend +waren. Gezeten op een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor +den wagen uit, vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als +<span class="corr" id="xd20e2598" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>, die den ridder gezonden had +om Lisuarte uit te dagen. Amadis was zeer vermoeid door het gevecht met +de ridders, en hij gevoelde dus weinig lust, hem op dit oogenblik te +ontmoeten, maar toen hij zag, dat Leonora en hare maagden ook in den +wagen waren, sprong hij op zijn paard, en met den blik gericht op +Miraflores, waar Oriana was, wachtte hij den aanval van den reus +af.</p> +<p>Toen <span class="corr" id="xd20e2603" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span> hem zag, overrompelde hij hem +als een menschelijke lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van +Amadis, maar de ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het +monster, en het wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante +dit zag, snelde hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn +gevallen paard vandaan, trok zijn zwaard, en hieuw één +der beenen van zijn tegenstander af. Maar zijn zwaard sprong in stukken +door de kracht van den slag, en er volgde <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>een verwoed gevecht +om de strijdbijl van Basagante, maar Amadis ontrukte zijn vijand de +bijl en sloeg hem het hoofd af. Daarna doodde hij <span class="corr" +id="xd20e2608" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span> met diens +eigen speer, bevrijdde de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de +lijken der verslagen reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de +mededeeling, dat zij gezonden waren door een onbekenden ridder, +Beltenebros genaamd. Toen besteeg hij het groote, zwarte paard van +<span class="corr" id="xd20e2611" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>, en draafde weg.</p> +<p>Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en +zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn +geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in +zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben, +den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten de +reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven +ernstig door Amadis verwond.</p> +<p>Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis het +gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij verliefd +was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar niet liefhad. +Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele Hof wist nu, dat +Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was zeer verwonderd over +de macht van dien éénen arm.</p> +<p>Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming en +het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en bij hem +voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte was hierover +zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten den Koning tegen +Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste ridders op deze +wijze van het Hof verwijderde. <span class="pagenum">[<a id="pb118" +href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span></p> +<p>Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven, +waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij +slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar +toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met +geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land +terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote +vreugde van alle bewoners.</p> +<p>Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de +geaardheid van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven +mijlen breed was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. +Apolidon had zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; +één ervan heette Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; +het tweede was Het Kasteel van het Hert en de Honden. Het derde heette +Het Draaiende Paleis, want driemaal daags en drie keer per nacht +draaide het met groote snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de +muren bevonden, dachten, dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was +Het Paleis van den Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit +een overdekte laan te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, +alsof hij ze wilde dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer +te voorschijn met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen +weer naar zijn verborgen verblijf terug joeg.</p> +<p>Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer, +de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte; maar +deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter Madasima en +andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten onthoofden, wanneer +zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen afstand deed van haar +koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden het in <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke +maatregelen nam, en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om +de bedreigde vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het +Hof van Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten +val wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch, om +zich daardoor te laten beïnvloeden, en bij de komst der ridders +stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Amadis twist met Lisuarte.</h3> +<p class="firstpar">Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige +menschen zijn dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De +raadslieden van Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste +vesting der reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen +verdedigd werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming +als een onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd +medegedeeld, ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan +Amadis op het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien +Madasima, de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een +vriend zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer +bewoond werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle +macht verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland, +met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen, +dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opgeëischt; het +gelukte hun deze overweldigers spoedig te verdrijven.</p> +<p>Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok +zoo spoedig mogelijk naar Gallië, omdat hij zich ongerust maakte +over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om +levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder +Galaor en <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>Koning Cildadan te verlossen uit de macht van +een reus, die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in +Gallië begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene +jaren niet gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza +geland, waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst, +versloeg; maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen +vijanden, en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van +Galvanes en zijn vrouw Madasima.</p> +<p>Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde, +vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn +geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep +van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien +zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder +leven op te kunnen teren. »Jonkvrouwen, die een beleediging, haar +aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij in +de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden +was.«</p> +<p>Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een +brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij hem +een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Gallië niet te +verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem +niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer +hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht, niet +de wapenen tegen haar vader te voeren, en Gallië slechts dan te +verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis +besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden, met +wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was +binnengevallen.</p> +<p>De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des +nachts door een donker woud weggevoerd, <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>om hare meesteres +voor schande te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had, +was een leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht +had, Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het +met zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen +jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde, zoowel +in huis als op de jacht.</p> +<p>Intusschen had Amadis, die zich de »Ridder met het Groene +Zwaard« noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij +den laatsten tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg, +met zich mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier +jaren een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te +ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd aan +het Hof vertoefde.</p> +<p>Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne +dochters op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano +woonde; daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot +zich te nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians +hals gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda +geschreven was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en +bevatte den raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem +eenmaal uit een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus, +Esplandian en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te +nemen, en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een +leeuwin bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest +zijn; want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van +het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had +weggevoerd.</p> +<p>Bij één zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke +<span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>avonturen, was Amadis ernstig gewond door een +monster, dat hij verslagen had, en hij werd toen verpleegd door een +jonkvrouw, Grasinda geheeten, die hij, uit dankbaarheid voor hare +vriendelijkheid en hulp, beloofd had, op haar verlangen elk avontuur te +zullen ondernemen. Ongeveer in denzelfden tijd besloot El Patin, de +Keizer van Rome, aanzoek te doen om de hand van Oriana. Toen Koningin +Sardamira van Sardinië, die El Patin lief had, dit hoorde, reisde +zij in gezelschap van de afgezanten van den Romeinschen Keizer naar +Brittanje, waar zij Oriana ontmoette, wie zij bericht bracht over +Amadis en wie zij vertelde, hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen +strijd had overwonnen, en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat +toedroeg. Galaor, die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief +hadden, ging naar Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne +toestemming te geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den +Keizer; daarna reisde hij naar Gallië, in de hoop, daar eenig +bericht over Amadis te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich +naar het Versterkte Eiland, om Agrayes in te lichten over de +moeilijkheden, waarin Oriana zich bevond, en hem tevens bericht te +brengen van zijne geliefde Mabilia, die zeer naar hem verlangde.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De »Grieksche Ridder.«</h3> +<p class="firstpar">Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip +Amadis, die zich nu den »Griekschen Ridder« noemde, met +jonkvrouw Grasinda in Brittanje aankwam. Hij wenschte incognito te +blijven, en gaf daarom het strenge bevel, dat zijn gevolg zijn naam +niet mocht openbaren. Toen hij hoorde, dat Oriana op het punt stond te +worden uitgehuwelijkt aan den Keizer, besloot hij, zijne maatregelen te +nemen. Grasinda echter, gedachtig aan zijn belofte, zich terwille van +haar in elk avontuur te zullen <span class="pagenum">[<a id="pb123" +href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>begeven, dat zij voor hem zou +uitkiezen, zond een brief aan koning Lisuarte, met de mededeeling, dat +zij zichzelf schooner achtte dan welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof, +en dat, wanneer een ridder van een ander oordeel mocht zijn, hij zou +moeten strijden met haar kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche +afgezanten vroegen Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit +werd hun toegestaan.</p> +<p>Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche +ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag brak +aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer zenden +moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome te worden +gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip, nam hartelijk +afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na, die zijn dochter +wegvoerde van het witte strand van Brittanje.</p> +<p>Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij +zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van het +Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel de +Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden, bevrijdde +Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden strand van +het Versterkte Eiland.</p> +<p>Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van +het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar +aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij +zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele +wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, »kon zij +niet gelooven, dat eenig sterfelijk wezen zóó verblindend +schoon kon zijn.«</p> +<p>Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren +van het paleis, dat de toovenaar <span class="pagenum">[<a id="pb124" +href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span>Apolidon geschapen had, en op +haar verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar +vader haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed, +dat de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond +dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld, met het +verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te willen +bijstaan.</p> +<div class="figure xd20e2671width"><img src="images/p124.jpg" alt="De trotsche Ridderschap." width="494" height="720"> +<p class="figureHead">De trotsche Ridderschap.</p> +</div> +<p>De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en +Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans, die +hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij +verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor, wanneer +de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning, zich met hun +strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld, en wanneer +één der strijdende partijen de overwinning behaald had, +zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op deze +wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond grooten +bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen, en zij +besloten, het ten uitvoer te brengen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Oorlog met Lisuarte.</h3> +<p class="firstpar">Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof +van Lisuarte gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. +Maar de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem een +oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook in +Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met Amadis. +Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij op, om de +troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen, een uitval +had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de strijdmacht van +Lisuarte en den Keizer te ontmoeten.</p> +<p>De vrienden van Amadis hadden hem niet in den <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>steek gelaten. In de eerste plaats was zijn +vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met de geheele troepenmacht +van Gallië. Ierland had een groot contingent geleverd, en zijne +oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van Konstantinopel +hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle onder de +bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd het leger +begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen en prinsessen, +die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en hare tegenwoordigheid +spoorde de ridders aan tot daden van grooten moed. De toovenaar +Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een schaduw de troepen van +Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen, wanneer zij +teruggeslagen werden.</p> +<p>Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van +samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan +schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende +vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat de +ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke legers +elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij +aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen, +trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij +vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der +zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend +hamers op even zoovele aambeelden.</p> +<p>Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van +Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp +hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen; +maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich +in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>ridder uit het zadel, en gaf diens strijdros aan +den held, die, gevolgd door Gandelin en andere paladijnen, een +krachtigen aanval deed op de flank van het Romeinsche leger. Intusschen +hield Quadragante geweldig huis aan het vijandelijke front, en slechts +weinigen onder zijne tegenstanders, konden zijn reuzenkracht +weerstaan.</p> +<p>De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op +hetzelfde oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend +man aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: »Rome! +Rome!« en hij zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter +op Quadragante, die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij +terug moest wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen +soldaten.</p> +<p>Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en +verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als +vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen +terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten +uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij +was echter zóó uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat +hij ervan afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat +het leger van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het +beter oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de +ontmoeting met Lisuartes troepen.</p> +<p>Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu +bracht Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede +waren gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang +geduurd, toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij +afmaakte met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. +Bij den aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en +Britten te vluchten, en toen Lisuarte <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>dit zag, trachtte hij +zijne troepen in goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze +pogingen op, en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van +Lisuarte, maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook +zijn eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en +zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke +terugtocht.</p> +<p>Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid +tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen, om +verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig was, +slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De beide +veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter reeds +geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde hem dat +Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat Esplandian +hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning diep +bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste af, +terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden zijn +gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij +verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede +monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian, begaf +hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke wijze +ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit van +Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn zoon +hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet, en +voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen hem en +den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was besloten dat +hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een duurzamen vrede +te sluiten. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het verraad van Archelaus.</h3> +<p class="firstpar">De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn +ontevreden bondgenooten hadden in groote spanning den gang van zaken +gevolgd, en toen hunne spionnen hun mededeelden, dat de +vijandelijkheden tusschen Lisuarte en Amadis geëindigd waren, +besloten zij, het leger van den ouden Koning onverwijld aan te vallen. +Maar Esplandian was getuige van den opmarsch hunner troepen, toen hij +op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en hij reisde oogenblikkelijk +terug naar Amadis, om hem te waarschuwen, dat er onraad dreigde. Bij +dit bericht begaven Amadis en Koning Perion zich dadelijk op weg, om de +uitgeputte troepen van Lisuarte bij te staan. Maar voordat Amadis en +zijne ridders het leger van Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte +en de weinige troepen, die hem gebleven waren, reeds overrompeld door +de strijdmacht van den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een +geweldigen nederlaag bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, +zoo goed mogelijk een heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een +naburige stad, waar hij zich gereed maakte tot een laatste wanhopige +verdediging tegen zijn meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig +bestookt door Archelaus, maar werd niet minder krachtig verdedigd door +Lisuarte en de ridders, die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar +op het punt stond de stad stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en +zijne paladijnen, die hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus +en zijne bondgenooten werden in boeien geslagen, maar werden, zeer +onvoorzichtig, weer in vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich +in de toekomst van elke vijandelijkheid te onthouden.</p> +<p>De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon +hartelijk, en het bleek duidelijk, dat hunne oude <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>vriendschap spoedig weer geheel hersteld zou +zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen, en toen zij +allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving van Amadis +en Oriana mede.</p> +<p>Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder +Lisuarte, Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en +vele anderen, naar het <span class="corr" id="xd20e2715" title="Bron: versterkte">Versterkte</span> Eiland, waar het huwelijk van +Amadis en Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun +aankomst op de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen +getroffen voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en +Amadis in het huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden +tegelijkertijd in den echt worden verbonden. Temidden dezer +voorbereidingen verscheen de goede fee Urganda, gezeten op den rug van +een grooten draak, en allen, over wier geluk zij met zooveel zorg +gewaakt had, heetten haar met groote hartelijkheid welkom.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het huwelijk van Amadis en Oriana.</h3> +<p class="firstpar">Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk +was aangebroken, besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en +reed naar de kerk, waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na +de plechtigheid verzocht Amadis den Koning, vóórdat de +feestelijkheden een aanvang zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef +af te leggen van den Boog der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog +van kracht was, waar het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor +zijn toestemming. Toen Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet +omhoog, en blies zulk een welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland +gehoord was, en uit den mond der trompet vielen rozen en andere bloemen +in zulk een menigte, dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een +enkele aarzeling <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" +name="pb130">130</a>]</span>trad Oriana op de verboden kamer toe. Toen +zij tusschen de zuilen doorging, voelde zij onzichtbare handen, die +haar met kracht tegenhielden, en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar +door haar onovertroffen trouw en schoonheid gelukte het haar toch, +ondanks alle tegenwerking, het betooverde portaal te doorschrijden, +waar de hand, die Amadis had binnengeleid, ook naar haar uitgestoken +werd. Toen betrad zij de kamer, terwijl de stemmen van onzichtbare +zangers teedere liederen zongen, ter verheerlijking harer schoonheid en +standvastigheid.</p> +<p>Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit +laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De +langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten +slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen zij +een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts ten +deel valt aan stervelingen in oude romances.</p> +<p>Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten en +opvattingen beschreven worden, die zóózeer verschillen +van de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op +een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn +wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe +fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was +afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen wij +den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch niet +nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders en +machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van +toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen +lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis een +sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven der +schrijvers. <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span></p> +<p>Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze +betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van menig +bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak gesteld, de +groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste gebeurtenissen te +beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het boeken van de +wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om den lezer een +algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk zijn gevallen, de +schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te verhoogen, wanneer ik +mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen te beschrijven, en +slechts een relaas te geven van de meest treffende gebeurtenissen, +waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals ik reeds zeide, +mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is, om den +oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal van den +geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd, den geest der +romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt is, moet dit ten +deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het geen gemakkelijke +taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een beknopten vorm. +Terecht zegt hij, die ons <span class="letterspaced">Amadis</span> in +dichtvorm gaf:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag,</p> +<p class="line">Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag.</p> +<p class="line">’k Vertel niet, wie in ’t steekspel brak +zoo menig lans,</p> +<p class="line">Wie ’t meeste uitblonk in den zang of bij den +dans.</p> +<p class="line">Wie in het spreekgestoelt’ heeft naar den prijs +gedongen,</p> +<p class="line">En wie het schoonst den lof der liefde heeft +bezongen.<a class="noteref" id="xd20e2748src" href="#xd20e2748" name="xd20e2748src">4</a></p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2131" href="#xd20e2131src" name="xd20e2131">1</a></span> +Waarschijnlijk Anstruther in Fife.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2152" href="#xd20e2152src" name="xd20e2152">2</a></span> Er +bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan dezelfde is als +de reus Albiona, één der twee monsters, »zonen van +Neptunus,« die volgens Pomponius Mela, Hercules in Ligurië +aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en +later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend was +als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit »de Witte«, +wat betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel +waarschijnlijker is het, dat het beteekent: »het rijk van den God +Alba, het land van den Witten God.« Alle Schotsche goden waren +reuzen, evenals de Fomorianen van Ierland.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2484" href="#xd20e2484src" name="xd20e2484">3</a></span> Eerst +had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept naar +»Groot Brittanje«. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots +terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het +is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak punt +was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van +ontdekkingen en zeevaart.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2748" href="#xd20e2748src" name="xd20e2748">4</a></span> William +Stuart Rose, <span class="letterspaced">Amadis de Galliër: Een +gedicht in drie boeken</span>.</p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk IV: De vervolgboeken van »Amadis de +Galliër«.</h2> +<div class="epigraph"> +<p class="firstpar">»Al staan de vervolgboeken van <span class="letterspaced">Amadis</span> niet op de hoogte van het oorspronkelijke +gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd, waarin zij geschreven +zijn, van genoeg belang on een korten inhoud van de geheele serie hier +weer te geven.«</p> +<p class="xd20e2763">Southey.</p> +</div> +<p class="xd20e2765"><span class="xd20e2765init">B</span>ij het +behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland, een +taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het +instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al +mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer »vervolgboeken« +van <span class="letterspaced">Amadis</span> zeer zwak zijn, toch +kunnen wij niet nalaten er onze aandacht aan te schenken, al ware het +slechts ter wille van hun beteekenis als letterkundig verschijnsel. In +deze verdichte verhalen was de fantasie, die zoo welig gebloeid had in +<span class="letterspaced">Amadis</span>, dikwijls +zóózeer overdreven, dat deze voortbrengselen van den +geest, in de snelheid waarmede zij verwelkten en verloren gingen, deden +denken aan de bloembladeren, die uit een stervende roos vallen.</p> +<p>Het eerste dezer vervolgboeken, dat <span class="letterspaced">Het +Vijfde Boek van Amadis</span> heet, is meer algemeen bekend onder den +naam van <span class="letterspaced">Esplandian</span>, daar het +voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held.</p> +<p>Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze +romance, wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen: +»Inderdaad mag de deugd van den vader <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>geen +verontschuldiging zijn voor het ontbreken dezer deugd bij den zoon. +Hier, mijn beste huishoudster, open het raam, en smijt dit boek op het +erf; laat het het eerste stuk van den hoop rommel zijn, dien wij straks +in brand zullen steken«.</p> +<p>De eerste uitgave van <span class="letterspaced">Esplandian</span> +verscheen in 1542 te Sevilla. Het grootste gedeelte hiervan schijnt te +zijn gemaakt door Montalva, den oorspronkelijken vertaler van Amadis. +Maar waar hij bij het neerschrijven van dit werk slechts den rol van +vertaler vervulde, daar trad hij bij de bewerking van <span class="letterspaced">Esplandian</span> ook als schrijver op, en het blijkt +uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen te kort schoten. +Het is echter ook weer overdreven, in <span class="letterspaced">Esplandian</span> niets dan een minderwaardig product te +zien, en ik verdenk meer dan één dezer strenge critici +ervan, den origineelen tekst niet te hebben gelezen, of het ongunstig +oordeel van Cervantes na te spreken. Het is bekend, dat verscheidene +Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen, een werk, geschreven in het +Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij slechts oppervlakkig met deze +taal op de hoogte zijn, en dat onder vele letterkundigen het wanbegrip +heerscht, dat, wanneer men Latijn en Fransch kent, men slechts een +beetje Castiliaansch behoeft te lezen, om ook deze taal spoedig +volkomen machtig te zijn.</p> +<p><span class="letterspaced">Esplandian</span> bezit vele schoonheden, +en de mengeling van tooverkunst en beminnelijken eenvoud maakt het tot +een bekoorlijk en stemmingsvol geheel. Waar vinden wij daarenboven een +sprekender voorbeeld van een goede uiting van romantische overdrijving? +Want <span class="letterspaced">Esplandian</span> bezit, zonder te +vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken, de rijke en +kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is van alle ware +dichters die er echter niet allen in slagen zich in dit opzicht te +<span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat +<span class="letterspaced">Esplandian</span> slechts kost is voor den +enthousiast, en ik moet den niet romantischen lezer dit werk dan ook +ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven voor de barbiers en +pastoors dezer wereld, en het is te betreuren, dat zij, die den geest +van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed gebruiken, om ook +anderen ervan afkeerig te maken.</p> +<p>Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader, +Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de +roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht kon +spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan zijne +hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming, hetgeen er op +wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige betoovering. +Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte Eiland, waarheen +hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen, een grooten vuurberg, +die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de sylphide-achtige gestalte +van de toovenares »Urganda de Onbekende« omhoog, die door +de lucht voer op den rug van een reusachtigen draak. Eenigen tijd +tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze Archelaus zich +bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der tooverwereld +weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna tot zijn schade +gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had gemaakt van zijn +herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte weer in zijn macht +had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door ondervinding niet +wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van het kasteel des +toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden schoonzoon mede, dat +het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging nemen, en voordat +Amadis in de gelegenheid was iets naders te <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>vragen, voerde zij den jongeling op den rug van +het gevleugelde monster met zich mede.</p> +<p>De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een +geheimzinnig vaartuig, <span class="letterspaced">Het Schip van de +Groote Slang</span> genaamd, en toen hij bij zijn ontwaken bemerkte, +dat hij zich op zee bevond, was hij uitgelaten van blijdschap. Toen hij +over de rustige golven gedragen werd, voelde hij een groote, innerlijke +vreugde over de wonderbaarlijke snelheid, waarmede de betooverde galei +de baren kliefde. Na eenigen tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland, +midden in een verlaten zee, en toen hij aan land ging, zag hij, dat het +onbewoond was, en dat er zich niets op bevond dan een hooge toren, die +op het hoogste punt der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop +de toren stond, en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was. +Bij een nader onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een +rijk versierd zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te +trekken, werd de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een +geweldigen draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat, +vóórdat hij zich tot den aanval had kunnen gereedmaken, +het monster zijn reuzenklauwen om hem heengeslagen had, met het +kennelijk doel, de platen van zijn wapenrusting te breken, en hem te +vermorzelen. De man en de draak worstelden op leven en dood, en +zóó hevig was hun strijd, dat de aarde beefde en het +kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij zich wendden en wrongen +in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde Esplandian er in, zijn +rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van den draak, en, een +tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven had, stak hij het door +de geschubde huid van het monster. Doodelijk gewond liet het tooverdier +zijn prooi los, en het geweldige lichaam verstijfde in den <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had, +dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en keerde +naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid door een +bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde, dat hij uit +het rotsblok getrokken had.</p> +<p>Nu voer hij op het <span class="letterspaced">Schip van de Groote +Slang</span> weer verder en belandde op een woeste plaats, bekend als +de Verboden Berg, een vesting, gelegen op de grens tusschen Griekenland +en Turkije. Uit de verte zag hij een kasteel, en toen hij zich daarheen +begaf, ontmoette hij een kluizenaar, die hem ontraadde, in de nabijheid +daarvan te komen. Hij vertelde hem, dat een beroemd vorst daarin +gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk begreep Esplandian, dat dit +niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en dat het kasteel de vesting was +van den boozen toovenaar Archelaus; deze overwegingen deden hem +natuurlijk besluiten, de plaats nader te onderzoeken.</p> +<p>Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door een +reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op hem afkwam +een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval van zijn +reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het tooverzwaard, +en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden, toen hij +plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er volgde een +vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd over de +onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had door te +dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef, dat hij +stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte, viel Esplandian +met groote woede aan. Maar zijn blinde woede was niet opgewassen tegen +de koelbloedigheid van zijn jeugdigen tegenstander, die erin slaagde, +hem met zijn tooverzwaard te dooden, en die hierdoor voor goed +<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>een einde maakte aan de gevaarlijke streken van +den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel daarna +den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het +tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus, +Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst, +hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die in +zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de +vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij +beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden +werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te +bevrijden.</p> +<p>Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te +verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone +aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen +vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en in +verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens +krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De beide +mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de +heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend, +gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede te +mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en de +stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd.</p> +<p>Esplandian noemde zich nu »de Zwarte Ridder« om de kleur +van zijn wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van +het kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund, +want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een +groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>zich +echter vele ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen, +versloeg hij de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen. +Aangemoedigd door dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart +van Turkije, en veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was +uitgetrokken, had hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van +Constantinopel; hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den +oorlog vele boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de +standvastigheid zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij +aan zijn trouw was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en +toen dus de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig +naar Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig +gebeeldhouwde kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op, +deze naar zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid +harer vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar +minnaar er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het +onvermijdelijk, dat de liefde van den held en de heldin verborgen +blijft voor de verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de +romantische smaak van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat +de Spaansche opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de +gedachte aan eenige toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het +betreft iets meer dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de +gelieven vóór het huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen +heerschen ook nu nog onder den middenstand en in de hoogere kringen van +Spanje en Spaansch Amerika, en het is met een gevoel van verbazing, dat +wij hooren, hoe verliefde jongelingen met de meisjes, waarmede zij +officiëel verloofd zijn, slechts een vertrouwelijk woord kunnen +wisselen door zich onherkenbaar te vermommen, of door de vriendelijke +hulp van ondergeschikten. Het <span class="pagenum">[<a id="pb139" +href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>komt niet zelden voor, dat +jonge Spaansche paartjes, wier verloving volkomen en <span class="letterspaced" lang="fr">règle</span> is, en tegen wier +vereeniging niet het minste bezwaar gemaakt wordt, hun toevlucht nemen +tot een schaking, alleen om het romantische van het geval. Door zulke +toestanden krijgen wij eerst een juist begrip van de groote macht, die +de romantiek uitoefent op het Spaansche hart.</p> +<p>Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken zich +weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun in +Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen werden +door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen Sultan, +die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een gevleugelden +draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares was +toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede hij +Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als het zand +der zee; één ervan was een schoone Amazonenkoningin, die +naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van +vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers, vuur +en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners.</p> +<p>Zóó vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in +dezen slag tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte +overeengekomen werd, den strijd te beslechten door een dubbel +tweegevecht. Esplandian en Amadis werden door de ééne +partij aangewezen, en de Amazonenkoningin en een bevriend heidensch +Sultan door de andere. De heidenen werden verslagen, maar zij waren +zóó woedend over hun nederlaag, dat zij zich met elken +man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand wierpen. Maar de +Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner kampioenen, +brachten hun groote <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" +name="pb140">140</a>]</span>verliezen toe en drongen den vijand terug +van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was +overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand +te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve +van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland +vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden.</p> +<p>Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten, kon +zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen harer +beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere +hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat +Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan +het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel +in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien, +waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij +ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten +wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij +besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen +naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de +sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare +bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk +zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in toe, +in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal zouden +worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in het bezit +zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou zijn, hun een +nieuw leven en verjongde krachten te schenken.</p> +<p>Het Zesde Boek van de <span class="letterspaced">Amadis</span>-Serie +behandelt de avonturen van Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in +rechte lijn afstamt van de vorige helden, en hij <span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>daarenboven onverdragelijk vervelend is, zullen +wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Lisuarte van Griekenland.</h3> +<p class="firstpar">Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held +van het zesde en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn +door Juan Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden +in 1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want +Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke +rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de +dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot +dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden +geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een +jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid +werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op een +gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en nam +plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen waren +zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit avontuur +had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en zeilden +verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar zij de +verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant Lisuarte +besloot, hem te gaan zoeken.</p> +<p>Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in +het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken, +gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij de +dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden, maar +hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de jonkvrouw +met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne +voorbereidingen voor de taak, <span class="pagenum">[<a id="pb142" +href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>die zij hem had opgedragen. +Nauwelijks hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de +stad, en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den +Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam een +geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte, die +hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst naar +den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid +gedurende een vol jaar geëischt werd, overal, waar de reusachtige +jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion, die dit +verzonnen had, om Lisuarte, die één der steunpilaren van +Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een +moeilijk en gevaarlijk tijdstip.</p> +<p>Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam +de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke +functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door +middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels, en +waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou worden +door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had met zeven +en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de keizerlijke +stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den Koning van +het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd werd en hem +hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel, waarheen hij +dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden, die de stad +belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die nu in +Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de Apen te +hebben voldaan.</p> +<p>Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht +was, zijn slapende voorouders te verlossen <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>uit +de betoovering, waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te +verlengen. Na vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam +hij in het bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het +Versterkte Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis, +Esplandian en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij +waren natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar +een beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan van +de heidensche troepen, en verzekerden zóó den vrede in +het land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten, +kon hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus +naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden +daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk, +vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van +overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette +hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne +huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl +zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die +hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen, +en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Amadis van Griekenland.</h3> +<p class="firstpar">Het Negende Boek behandelt de avonturen en +heldendaden van het geslacht van Amadis, van wien in meer dan +één beteekenis gezegd kan worden, dat hij onsterfelijk +was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos, een letterkundig +centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn in het Grieksch +werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche romance <span class="letterspaced">Dares en Dictys</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>en dat het in een +latere periode vertaald is in de Romaansche taal door den machtigen en +wijzen toovenaar Alquife, klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst +van een schrijver, die deze romance schreef met buitengewoon veel +verbeeldingskracht en zeer weinig routine. <span class="letterspaced">Amadis van Griekenland</span> is nl. een mengsel van de +grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij belanden in +zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen, dat het geen +gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld relaas van te +geven.</p> +<p>Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den +ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat Amadis +van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte niet +bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria, Prinses +van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge scheiding van +dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd aan een bron op +een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was om openbaarheid te +vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd, en verkocht aan den +Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst het beeld van een +zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen Vorst den +ridderslag te hebben ontvangen, »De Ridder van het Vlammende +Zwaard.« Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan +beschuldigd, een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren, +en daar hij den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en +stortte zich in een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht +gebruikelijk was.</p> +<p>Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus bij +den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der +ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem +verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar +<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>als verdedigers waren neergezet. Toen de groote +Esplandian, die nu Keizer van Constantinopel was, hoorde, dat het werk +der Christenen bedreigd werd, spoedde hij zich naar het tooneel der +vijandelijkheden, en daagde den dapperen jongeling tot een tweegevecht +uit; hij werd echter door hem verslagen, een omstandigheid, die nooit +zou zijn opgekomen in het brein van den enthousiasten schrijver, die de +romance van dezen held dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn +geweest over den val van zijn „ster”. Korten tijd na deze +gebeurtenis ontmoette Amadis den Koning van Sicilië; hun +kennismaking begon met een gevecht, want dit was de gebruikelijke +manier, waarop dolende ridders zich aan elkander voorstelden; maar toen +zij elkander leerden kennen en hoogachten, sloten zij een vriendschap, +die nog hechter werd door de liefde van Amadis voor de bekoorlijke +dochter van den strijdlustigen Koning.</p> +<p>Op weg naar Sicilië kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar +hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in een +betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij ontvoerd +door de handlangers der heidenen.</p> +<p>Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Gallië, die +blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de +Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou +zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken +ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar +naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed, +en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn +naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening +van den Koning, haar echtgenoot.</p> +<p>Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>hun +tooverslaap gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicilië. Hij +had nog niet lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de +buurt van het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk +kwam zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den +lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking, zocht +hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder +resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in, hem +te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen; maar ten +slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en dat de +zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen op het +hart van het voorwerp zijner liefde.</p> +<p>Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held, +naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de +hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses +in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te +Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk +bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten op +de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand +vertoornde den Sultan zóó hevig, dat hij tot krachtige +maatregelen overging, en »Trebizonde met de vele Torens« +belegerde. Toen het beleg geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide +legers eenige ridders, om den strijd door tweegevechten te beslechten. +Maar de paladijnen van den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de +dochter van den Koning van het Reuzeneiland, die zich als ridder +vermomde, en die met zulk een woede vocht, dat de ongelukkige +Babyloniërs volkomen machteloos tegenover haar waren. De Sultan +echter brak, zooals de overwonnenen in de romances <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>dat +veelvuldig deden, de regelen van het tournooi, en ontvoerde Onoloria +door een krijgslist.</p> +<p>Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde, +ontmoette hij die van Amadis den Galliër, die op weg was naar deze +stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden bij de +Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal Recht. Het is +natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood werd. Maar de +zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische ras door den +dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn zuster Abra +besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in de gelukkige +dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder en Lisuarte +waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij onder de +bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer men tenminste +de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij de vrouwen van het +Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover het voorwerp harer +genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet zoo ruw afwees, als de +onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed, toen de schoone +Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met de bekentenis +harer liefde:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Hij zei: »Waart gij geen afgezant,</p> +<p class="line">Ik doodde u met eigen hand.</p> +<p class="line">Geen voet verzet ik van den grond,</p> +<p class="line">Voor zulk een vuilen heidenhond!</p> +<p class="line">Zij is een hond, en dus onrein:</p> +<p class="line">Mijn kamer uit, gij smerig zwijn!«</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat, +waartoe een versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der +schoone Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten +naar alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap +van ieder koninkrijk <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" +name="pb148">148</a>]</span>haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te +brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een harer +kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een heiden was, +gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat hij niet zou +rusten, voordat hij Lisuarte’s hoofd aan Jonkvrouw Abra zou +hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde er dus +een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd +beëindigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar +gewoonte de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge +Amadis ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de +liefdesbetuigingen van heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van +een Oostersch Sultan, was alleen reeds door de verhalen over hem, +verliefd op hem geworden, en zij had hem haar beeltenis gezonden, die +door haar dwerg gemaakt was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame +ongetwijfeld bezat, wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat +ieder, die haar verblindende schoonheid aanschouwde, òf stierf, +òf beroofd werd van zijn verstand. Haar vader, een verstandig +man, sloot haar op in een toren, waarin niemand werd toegelaten behalve +de naaste familieleden, die zooals meestal het geval is, niet zoo +gemakkelijk onder den indruk harer bekoorlijkheden kwamen als +vreemden.</p> +<p>Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van +Sicilië, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd, +of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart aan de +Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het origineel +van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen te +aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten tot +den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander trouw +<span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren. +Onnoodig te zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk +aanbracht.</p> +<p>Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die +een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde +optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk +verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest, +het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op +aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische +Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog.</p> +<p>Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en +zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te +Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon +geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held is +van een andere geschiedenis.</p> +<p>Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering +van de Grieksche helden en prinsessen in den »Toren van het +Heelal«, door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde, +dat dit de eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen. +Maar in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de +betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen, +niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne +jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met +elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden, +omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest.</p> +<p>Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap, +behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en +zorgzame toovenaar had in den <span class="pagenum">[<a id="pb150" +href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>toren een toestel +aangebracht, waardoor zij alles konden aanschouwen, wat er in de +buitenwereld gebeurde, een bron van ontspanning en vermaak, waarvan +mevrouw d’Aulnoy ook gebruik heeft gemaak in één +harer sprookjes.</p> +<p>De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig +gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke +opvolgers. »Smijt het heele zoodje op het erf«, riep de +priester uit; »want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als +ik hem tegenkwam in de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik +Koningin Pintiquinestra en den herder Darinel met zijn herderszangen en +de gruwelijk overdreven toespraken van den schrijver +spaarde.«</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Florisel van Niquea.</h3> +<p class="firstpar">De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging +heeft opgewekt van den onromantischen priester en den nog minder +dichterlijken barbier van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat +den naam draagt van Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld, +dat het geschreven is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van +Argos, die het dan zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar +gelaten waren bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit +verlaagt zich er niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium +was, dat zij in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar +wanneer wij, zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een +prijs mochten bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige +ontboezeming dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn +geweest met een stuiver per regel. In één woord, Cirfea, +of de tienderangs schrijver, die zich achter haar vorstelijke persoon +verbergt, is betrekkelijk vervelend, en haar flauwe herdersverhalen +kunnen onmogelijk ernstig genomen worden. Het eenige, <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>wat +haar werk nog eenige beteekenis geeft, is, dat zij waarschijnlijk de +eerste was, die het landelijk element in de romance heeft gebracht, en +dat zij dus de schepper is van een lange rij gekunstelde en +sentimenteele herders en herderinnen, wier tranen en zuchten de +bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche dichtwerken vullen, +en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn, dat men er tegen op +ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de verte herinnert aan +<span class="letterspaced" lang="fr">l’esprit de +bergères</span>.</p> +<p>De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte +en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan de +ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandrië werd opgevoed +voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien een +zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan zeker te +danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert, hetgeen +blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen Sylvia +grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en vertrouwende +op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar allerliefsten +naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel, wiens naam evenals +de hare in het land der Pharao’s uitheemsch was, aan haar wil. +Sylvia was van oordeel, dat een herderin »hardvochtig« +tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor +de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te +beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn +goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te +stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces +zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek +gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot het +inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende tot de +uitvoering van <span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de +omgeving van Babylonië, waar hij, zoekende naar bergen in een +streek, waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was +vriendschap te sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er +wel eens genoeg van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de +schoone oogen der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels +beschrijvingen van Sylvia’s bekoorlijkheden waren echter +zóó geestdriftig, dat Florisel werd aangestoken door de +gevoelens van zijn ongelukkigen vriend, zoodat hij ten slotte +zóó weinig in staat was, de hartstocht, die hem verteerde +te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde, en den ongelukkigen +Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van Sylvia te brengen. Maar +hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen, den geheelen weg van +Babylon te voet af te leggen om beloond te worden met een blik uit hare +oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed als zij dat tegenover +Darinel geweest was.</p> +<p>Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne +klachten aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde +hij haar, hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd +paleis gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de +wispelturige Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in +liefde voor Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste +niet meer naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken +om den Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen. +Maar toen zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was +opgesloten, hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door +Alastraxare, een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland +en de Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt +<span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name="pb153">153</a>]</span>de lotgevallen van deze vrouwelijk Hercules te +volgen, wier onuitsprekelijke naam een struikelblok is geweest voor +heele geslachten van boekdrukkers. Hare avonturen vullen vele +bladzijden.</p> +<p>Het kleine gezelschap uit Alexandrië ging op zoek naar deze +heldin en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de +belangrijkste daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda, +Prinses van Thracië, die op hetgeen men haar van hem verteld had, +verliefd op hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt +te zijn geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance.</p> +<p>Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en +verlokte hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke +gelegenheid zij er in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de +vaste verbeelding was, dat zij de herderin was, die hij zoolang +vruchteloos met zijne liefdesbetuigingen vervolgd had.</p> +<p>Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm van +hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden +terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis van +Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van +Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van het +grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als de +dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax +vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht +geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk +aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia.</p> +<p>Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den +meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te +genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar +hij was uitverkoren <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" +name="pb154">154</a>]</span>om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden. +Toen hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg +naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand +van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen hij +te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk had +gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van Florisel. +Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt, in het +huwelijk te treden met den Prins van Gallië, welke verbintenis om +politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou niet +waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit +lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij +had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de +koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van de +geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken.</p> +<p>Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden +natuurlijk door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het +Oosten en het Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen +door de Russen, die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te +hebben gehad voor het omverwerpen van een bestaande maatschappij, +wierpen de landen van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van +Constantinopel, en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen +nederlaag toe. Maar de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche +bondgenooten, verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en +stelden Florisel ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het +Oosten en van Prinses Helena.</p> +<p>Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk +<span class="letterspaced">Finis</span> hebben kunnen schrijven onder +deze verbazingwekkende historie. Maar in dit stadium van het verhaal +schept de schrijfster op nieuw adem, waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>in +verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren in Valladolid hunne +klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden worden op zooveel +duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde teleurstellen om +redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had behooren te +zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm land, waarvan +de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting betalen. Hoe het +zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd van den Balkan, dat +door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest komen; zij voorzag +zich dus van een nieuwen riem perkament van het Departement van Argos +(want het is bekend, dat Gouvernements-papier vanaf de tijden van +Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer nieuwe verwikkelingen, en +maakte zich gereed om die uit te werken.</p> +<p>Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche +legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe plannen +uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde Europa. +Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat zooveel +te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet te spreken +van zijn financiëele verplichtingen) gevoelig moest worden +gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij +vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam +terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen +ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn +ontrouw tegenover de Prinses van Sicilië. Natuurlijk belandde deze +dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had +gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde +echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde. <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p> +<p>Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel +terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en +Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het +eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd +werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag zich +echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te toonen. +Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een +allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin te +fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze +geschiedenis.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Agesilan van Colchos.</h3> +<p class="firstpar">Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne +studieën te Athene vertoefde, zag hij toevallig het portret van de +schoone Diana. Hij gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, +en besloot het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te +aanschouwen; dus vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde +naar het Hof van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem +in dienst nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er +achtereenvolgens verscheiden ondernemende ridders naar het eiland +kwamen, kon hij niet nalaten in de vermomming van een Amazone met hen +te strijden, en bij deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn +kant. Toen Agesilan van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel +verwaarloosd werd, stelde hij zich zeer gedienstig tot haar +beschikking, om haar het hoofd van den dolenden ridder te brengen, en +tegelijkertijd deelde hij haar mede, wie hij was. Sidonia koesterde een +diepen wrok tegen haar echtgenoot, die haar zoo trouweloos verlaten +had, en dus nam zij het aanbod van den jongen ridder gretig aan. +Agesilan vertrok <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" +name="pb157">157</a>]</span>dus naar Constantinopel en daagde den +trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald, dat het +samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden, maar toen de a. +s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het koninkrijk belegerd +werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet tevreden met hunne +eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar een zonniger plaats +met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet edelmoedig, twee zulke +beroemde kampvechters tegelijk op de woeste Russen af te sturen, en na +korten tijd was de overwinning dan ook aan de zijde der ridders. +Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover Florisel en Sidonia weer tot +elkaar, en alles verliep volkomen naar wensch, want Agelisan en Diane +verloofden zich met elkander.</p> +<p>Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een +waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus +scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer +had genoten van een bezoek van Amadis van Gallië in eigen persoon, +die ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond +in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis van +Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader, en nog +gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder.</p> +<p>Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen +werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het +overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten rots +geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een +hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig +boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn +woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van hun +redder verdween, <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" +name="pb158">158</a>]</span>toen hij de schoonheid van Diana +aanschouwde, en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij +haar naar een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn +domein heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want +juist op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een +kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld +ontvoerden.</p> +<p>Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad, en +in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te zoeken. +Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos het geheele +eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een +»motordefect« of een nog onverklaarbaarder reden, was hij +genoodzaakt te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met +blindheid was geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. +Daarenboven werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid +werd, dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste +hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde +imitatie van een gedeelte van <span class="letterspaced">Orlando +Furioso</span>, waarin Senapus, Koning van Ethiopië, bezocht wordt +door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel dagelijks verslonden wordt +door harpijen, totdat hij verlost wordt door Astolpho, die in het +koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar de schrijver van +Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want beiden hebben hunne +gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus en de Harpijen in de +Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij zijn zoeken naar Diana +kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God Tervagant (Termagaunt, +Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd geworden op de Koningin van +dit land, maar toen zij hem had afgewezen, had hij een heel leger van +duivels op haar <span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" +name="pb159">159</a>]</span>bezittingen losgelaten, die alles wijd en +zijd verwoestten. Het orakel van den god had verkondigd, dat hij zijn +wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners moesten dagelijks een jong +meisje op het strand tentoonstellen, totdat hij er een had gevonden, +dat evenzeer in zijn smaak viel als de Koningin. Elken dag werd er dus +een ongelukkige jonkvrouw aan de rots van het Verlaten Eiland geketend, +en oogenblikkelijk werd zij verslonden door een monster, dat uit de zee +verrees. Hierdoor werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk +schaarsch, en om nu één der jonkvrouwen uit het land voor +een volgende gelegenheid te sparen, werd Diana, die naar het eiland +gebracht was, op een morgen aan de rots gebonden, en als een tweede +Andromeda aan de genade van het monster prijs gegeven. Maar toen +Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht vloog, zag hij, welk een +vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde haar te hulp en versloeg +na een hevig gevecht het monster, dat haar juist verslinden zou. Nadat +hij met den Satelliet van Tervagant had afgerekend, nam hij de half +bezwijmde Diana op zijn vliegend paard, dat hij in de richting van +Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg daarheen ontdekte de nu +geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat hij en zijn geliefde bij +den storm uit het oog hadden verloren. Hij vloog recht op het vaartuig +af, zooals de loods van een reddingsboot op het +»moederschip«, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en +eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk der +hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Silvio de la Selva.</h3> +<p class="firstpar">Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van +Griekenland en een zekere Finistea, is de held van het twaalfde en +laatste boek der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>kennis met hem bij het beleg van Constantinopel, +waar hij zich onderscheidde door groote dapperheid. Toen de Czar van +dit krijgszuchtige volk voor de afwisseling weer eens een oorlog +wenschte te ondernemen, behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard +trok, en die de twaalf dwergachtige afgezanten van de moskovieten de +verzekering gaf, dat de honderdzestig vorsten, die zich tegen +Griekenland hadden verbonden, weinig kans hadden naar hunne respectieve +landen terug te keeren. Wij zullen geen beschrijving geven van het +beleg, dat op dit antwoord volgde, noch van alle slagen en uitvallen, +maar slechts terloops opmerken, dat het een strijd was met veel +afwisseling. Maar wanneer de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat +zij door deze overwinning op het slagveld waren ontsnapt aan de +gevolgen van hun tarten van de strijdlustige Russen, dan hadden zij +buiten den waard gerekend; want door één enkele aanraking +met den tooverstaf, was het geheele schitterende leger van ridders van +de aarde gevaagd. De bewoners van de romantische stad aan de Bosporus +verkeerden ten tweeden male in grooten angst; maar de ridders en +paladijnen in de familie—op zichzelf reeds een niet onbelangrijk +leger—lieten zich niet uit het veld slaan, en trokken uit om +hunne geliefde bloedverwanten te zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost +uit het net van intriges, dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen +was, en de uitgaande kaars van de groote romance van Amadis dooft niet +na een laatste opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en +heldinnen, die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een +eindelooze opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen +veilig waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende +hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons de +lotgevallen ook <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" +name="pb161">161</a>]</span>weer verteld werden; zoodat ten slotte de +lezer, geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons +Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik +vluchten?«</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot +het einde volharden, en zich heenworstelen door de avonturen van +Spheramond, den zoon van Rogel van Griekenland, en van Amadis van +Astre, den zoon van Agelisan—of, wanneer hij dit niet wil, moet +hij doen zooals wij deden, en eerbiedig het wormstekige boek +terugbrengen naar de bibliotheek, waar de kunstig versierde band +waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt dan de overdreven inhoud.</p> +<p>Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd +door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer; en +misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie wel +in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur +omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk +paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een +soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van +wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige +beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk +bewind.</p> +<p>Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van <span class="letterspaced">Amadis de Galliër</span> als een stralende zon over +Spanje opging, en hoe het door het geknoei van prulschrijvers onderging +in onbeduidendheid, tot <span class="corr" id="xd20e3021" title="Bron: ergenis">ergernis</span> van de meer ontwikkelden en tot spot +van de groote menigte. Het is alsof het onvergelijkelijke Engelsche +epos van Koning Arthur, het verheven heldendicht over de daden van hen, +die</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Streden in Aspremont of Montalban,</p> +<p class="line">Damascus, of Marocco, of Trebizonde,«</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span></p> +<p>verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er +den God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze +heerlijke Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij +erkennen moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van +<span class="letterspaced">Amadis</span> worden steeds minder in +kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn dan flauw gewauwel. +Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans, die van het +oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de herinnering aan +den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de hoffelijke +welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke werk in +geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in +onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere +schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot een +grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden naar zijne +imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de +Amadis-romances als oleographieën naast een heerlijk schilderij. +Grof van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel +onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor een +museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer wij de +Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets, waarmede wij +ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen: Wanneer een +volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van waardeloozen en +onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste plaats te bekleeden +in de rij der volkeren. De literatuur is een uiting der volksziel, en +wat moeten wij zeggen van een benepen ziel, die zich uit in +kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van een bekrompen en +ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit onwaardige product +te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten ook <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>de +andere volken niet hun voordeel doen met de les, die <span class="letterspaced">Amadis</span> ons leert? Nooit was Spanje zoo groot als +in den tijd, toen zijn eerste boeken de ridderlijkheid van het volk +verhieven tot een nationale deugd; en nooit was het zoo klein als in +het tijdperk, waarin de drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa +die steden bedolven onder de voortbrengselen van een groven geest, +handelsartikelen, die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, +en die met geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust +publiek. <span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Vijfde Hoofdstuk: De Palmerin-Romances.</h2> +<div class="epigraph"> +<p class="firstpar">Moge <span class="letterspaced">Palmerin van +Engeland</span> bewaard blijven als een merkwaardige relikwie uit de +oudheid.</p> +<p class="xd20e2763">Cervantes.</p> +</div> +<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e eerste +critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te zijn geweest in +elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong op te sporen. Zij +schijnen uit de geschiedenis van de <span class="letterspaced">Amadis</span>-serie te hebben opgemaakt, dat elke +romantische uiting stamde uit het Lusitanische koninkrijk, terwijl zij +toch voortdurend wezen op den grooten invloed, dien de +Provençaalsche en Moorsche letterkunde op de Spaansche romance +had. Het is precies, alsof men zeggen zou: »Ja, het heldengedicht +van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen van een +Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales voor het +eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland aanvaardde +het kunstwerk slechts, dat is alles!«</p> +<p>De <span class="letterspaced">Palmerin</span>-serie liep in +chronologisch opzicht bijna parallel met de <span class="letterspaced">Amadis</span>, en volgens de overlevering werd het +eerste boek geschreven door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar +wij hebben alle reden, om, op grond van een gedeelte uit <span class="letterspaced">Primaleón</span>—een onderdeel van het +werk—aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez +de Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de +Spaansche editie van de eerste romance dezer serie <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span>, die in 1525 te Sevilla gedrukt +<span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span>werd, was stellig niet de eerste vorm, waarin +het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony Munday +werd in 1588 in een <span class="corr" id="xd20e3074" title="Bron: zwart">gotisch</span> lettertype gedrukt.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Palmerin de Oliva.</h3> +<p class="firstpar">Bij zijn verschijning werd <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> ontvangen met een bijna even +groot enthousiasme als <span class="letterspaced">Amadis</span>, +waarmede het, waarschijnlijk niet geheel toevallig, veel overeenkomst +vertoonde; en ook verschenen er, evenals van deze romance, verrassend +snel nieuwe uitgaven en vertalingen van.</p> +<p>Het begin van <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> +brengt ons opnieuw naar het tooverachtige strand van den <span class="letterspaced">Gouden Hoorn</span>. Reymicio, de Keizer van +Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had +voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef van +de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos van +Macedonië, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van haar +vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een eenzame +plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het meenam naar +zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den naam van +Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel, die +weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen.</p> +<p>De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen hij +vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het +krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een +donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman, die +door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier en +hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was naar zijn +eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en vergezelde hem +naar de stad <span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem van +wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor het leven +van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedonië, waar +hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den Koning +van dit rijk, en dus zijn eigen vader.</p> +<p>Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te +onderscheiden. Primaleón, de Koning van Macedonië, was +reeds geruimen tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne +geneesheeren hadden hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er +in slaagde water uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd +bewaakt door een reusachtige slang, die zóó kwaadaardig +was, dat het reeds levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen. +Vele ridders hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het +venijnige dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den +zieken Koning het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen +Palmerin een welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder +zich goed rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer +onderneming, wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting +van de bron.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Feeën.</h3> +<p class="firstpar">Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den +juist ontvangen ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de +gouden sporen die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin +niet weinig gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt +had bij een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang +van het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen +opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn +<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name="pb167">167</a>]</span>paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet +huppelen en springen, zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor +wie hij zulk een schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren +voor aardsche wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar +genoegen bekeken, waren prinsessen uit het geslacht der Feeën, en +zij hadden zich op den weg van den jongen ridder geplaatst met het +doel, hem met haar toovermacht te helpen.</p> +<p>Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in staat +was.</p> +<p>»God behoede u, schoone jonkvrouwen«, zeide hij, terwijl +hij zóó diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard +raakte, »kunt gij mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de +bron, die door de booze slang bewaakt wordt?«</p> +<p>»Edele ridder«, antwoordde één der +nymphen, »gij zijt slechts een mijl ervan verwijderd. Maar wij +smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele ridders, met roem beladen, +hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te strijden met het monster, +dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde één hunner +terug«.</p> +<p>»Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven,« +zeide Palmerin uit de hoogte. »Heb ik u goed begrepen, dat de +bron nog geen mijl van deze plaats verwijderd is?«</p> +<p>»Een kleine mijl, Heer Ridder,« antwoordde de fee. En +zich tot hare gezellinnen wendende, zeide zij: »Zusters, dit +schijnt de jongeling te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben; +hij is moedig en standvastig; zullen wij hem de wondergave +schenken?«</p> +<p>Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven, +openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij +verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen, +geen monster of <span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" +name="pb168">168</a>]</span>toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen +wezen zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en +zij verdwenen in het donkere woud.</p> +<p>Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar +nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit een +groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde hem, dat +de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige vrees reed hij +echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den muil van het +monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over het zadel, en +ontkwam zóó aan den vuurgloed. En terwijl hij op den +venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil, en +die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn +zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen, +maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te +krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen.</p> +<div class="figure xd20e3125width"><img src="images/p168.jpg" alt="Palmerin ontmoet feeën aan den zoom van het woud." width="492" +height="720"> +<p class="figureHead">Palmerin ontmoet feeën aan den zoom van het +woud.</p> +</div> +<p>Bij zijn terugkomst in Macedonië werd de jonge held overladen +met verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of +andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met zulk +een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid was over +geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in België, waar hij +den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige verraderlijke +ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was bij deze +gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone Polinarda, die +hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen en haar lief kreeg. +Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij zulk een verheven +jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij vele ridders ter wille +van haar had overwonnen, en hij besloot dus, zich in avonturen te +begeven, die nog veel moeilijker waren dan die, <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name="pb169">169</a>]</span>waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem +had verworven. Toen hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in +Frankrijk zou worden gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als +overwinnaar uit den strijd te voorschijn.</p> +<p>Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog +gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met den +Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was echter niet +naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer, die de Engelsche +koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok dus in alle stilte met +Palmerin, om den vader zijner geliefde te helpen. Na vele +wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin, de Engelsche prinses +te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden, werden zij door een +hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea gedreven. Toen de +storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige eiland Calpa, om +zich daar bezig te houden met de valkenjacht, en gedurende zijn +afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne vrienden had +achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers, die Agriola +medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus was er nog +ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een woest eiland, +waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar hij +oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand nog +vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van +één der edelste soorten van het hondenras, maar van een +kleinen schoothond, zooals men ze in damesboudoirs vindt.</p> +<p>Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner +vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter van +den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam, en +weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten +aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span>jongen ridder, en de moeilijkheid werd voor hem +nog grooter door de wetenschap, dat ook haar nicht Ardemira verliefd op +hem was geworden. De ridder wees echter zeer beslist hare +vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit zóó hevig +aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig nadat het +gezelschap aan het Hof van Babylonië was aangekomen. Toen Amaran, +de zoon van den Koning van Phrygië, die met haar verloofd was, dit +treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en beschuldigde +Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn van haar dood, +terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een tweegevecht. +Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging aan de +prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen, en +verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in den +oorlog met Phrygië, die het gevolg was van dit tweegevecht.</p> +<p>De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de +grenzen van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een +veldtocht tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij +te vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door +storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust +te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich +in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef.</p> +<p>Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn vriend +Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan zoeken. Bij +zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar hij hoorde, +dat Florendos, Prins van Macedonië, kort geleden Tarisius had +verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger was +geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd door +haar vader, den <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" +name="pb171">171</a>]</span>heerschzuchtigen keizer van Constantinopel, +gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen +door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd, +waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana, +die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam, dat +het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist, zijne +ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel, waar +hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood de +neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te bewaren +voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij te bed lag om +te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de dankbare Griana, +die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door de mededeeling, dat +hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen de Keizer haar verhaal +hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich, en hij erkende hem als +zijn opvolger.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Op zoek naar Trineus.</h3> +<p class="firstpar">Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat +Palmerin niet, dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend +Trineus te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee +voer, werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen +genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde +er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna +ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus, in +zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen van de +menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige +verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en +verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch +toovenaar, <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen +bevrijden van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede, +dat zij slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in +de nabijheid van »Het Kasteel met de tien Trappen« +groeide.</p> +<p>Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar +Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der +feeën, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel, +plukte de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een +betooverden vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te +kondigen door een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de +betoovering weg van het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem +in de gedaante van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte +weer aan.</p> +<p>De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige, +dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof van den +éénen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het +ééne wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de +tweegevechten volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen +Palmerin en Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns +harten.</p> +<p>De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over +<span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span>. <a id="xd20e3162" +name="xd20e3162"></a>Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat het +<span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> was. »Ha, heb +ik je daar te pakken?« riep de priester, »neem deze Oliva +mee, scheur hem in stukken, verbrand hem, en strooi de asch in den +wind!« Toch zijn er schitterende bladzijden in de romance, die +wij zooeven in groote trekken hebben beschreven, korrels stofgoud in +een woestijn van verwarde en oppervlakkige vertelsels, vonken van het +genie, zooals wij die hier en daar in Shelley’ <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span><span class="letterspaced">Zastrozzi</span>, +<span class="letterspaced">St. Irvyne</span> en andere hysterische +uitingen uit zijn studententijd aantreffen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Primaleón.</h3> +<p class="firstpar">Men is het er algemeen over eens, dat de aard en +oorsprong van Primaleón, den zoon en opvolger van <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> echt Spaansch zijn; toch vond +de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens de voorliefde +van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig en Oostersch was, het +aan te kondigen als een vertaling uit het Grieksch. De eerste uitgave +verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd door tal van vertalingen, +o.a. een Engelsche van de hand van Anthony Munday, uitgegeven in 1589 +en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze vertaling bevatte echter +slechts dat gedeelte der romance, waarin de heldendaden van Polendos +beschreven waren, maar Munday vulde het werk aan in uitgaven, die in +1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen van Polendos zijn echter +verreweg het beste uit het boek.</p> +<p>Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op +zekeren dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op +de treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid +wegschopte. »Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een +andere manier!« riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze +wijze vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was +inderdaad de zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was +verrukt door deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te +onderscheiden door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden +zijn. Hij begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn +vader bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij +bleef niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om +<span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>Prinses Francelina te verlossen uit de macht van +een reus en een dwerg, die haar in een betooverd paleis gevangen +hielden. Bij zijn terugkomst in Constantinopel onderscheidde hij zich +zeer in een tournooi, dat gehouden werd bij gelegenheid van het +huwelijk van een der dochters van den Keizer, en Primaleón, de +eigenlijke held dezer geschiedenis, de zoon van Palmerin en Polinarda, +wenschte zich met zijn halfbroeder te meten; daartoe werd hij tot +ridder geslagen en hij kon toen aan den strijd deelnemen. De rest van +de romance handelt over de lotgevallen van dezen jongen held en van +Duardos (Eduard) van Engeland.</p> +<p>Bij één zijner avonturen had Primaleón den zoon +der Hertogin van Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de +gelofte af, dat zij haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den +man, die haar het hoofd van Primaleón zou brengen. +Primaleón versloeg één voor één de +minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het +laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen +Primaleón aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, +vatte zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner +liefde was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald +en in 1533 te <span class="corr" id="xd20e3188" title="Bron: Vallodolid">Valladolid</span> werden uitgegeven. Wij zullen ons +niet bezighouden met deze onbeteekenende romance, maar liever onze +aandacht wijden aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling +waard is.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Palmerin van Engeland.</h3> +<p class="firstpar">Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de +geheele serie. Men zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is +gegaan, maar een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en +een Italiaansche in 1555 <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span>te Venetië. Southey houdt +echter vol, dat het Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit +bestaan heeft, en dat zij oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven +werd. Deze bewering werd echter te niet gedaan, doordat Salva een +afschrift van het verdwenen Spaansche werk ontdekte, dat door Luis +Kuxtado geschreven was en in twee gedeelten te Toledo verscheen, in +1547 en 1548. Southey trachtte in de Europeesche vertaling van +<span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> aan te toonen, +dat een nadere beschouwing van de <span class="letterspaced">mise en +scène</span> het onweerlegbaar bewijs zou leveren, dat deze +romance van zuiver Lusitanischen oorsprong was,—uit welke +redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er schuilt in dergelijke +spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond zou men kunnen +beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat het +voornamelijk speelt binnen de grenzen van het »gevaarlijke +eiland« Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont +met <span class="letterspaced">Amadis</span>.</p> +<p>In <span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> vinden +wij de levensgeschiedenis van de ouders van den held geschetst. Don +Duardos, of Eduard, de zoon van den Koning van Engeland, was gehuwd met +Flerida, de dochter van Palmerin de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op +de jacht was, verdwaalde hij in een Engelsch woud, en kwam terecht in +een geheimzinnig kasteel, waar hij gevangen gehouden werd door een +reuzin, Eutropa genaamd, wier broeder hij in den strijd gedood had. +Maar Dramuziando haar neef, en de zoon van den reus, die door Duardos +naar de andere wereld was geholpen, was zachter van gemoed dan zijn +geweldige tante, en hij vatte een eigenaardige vriendschap op voor den +gevangen Duardos.</p> +<p>Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het +uitblijven van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal +ridders, op weg om hem te zoeken. <span class="pagenum">[<a id="pb176" +href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span>Terwijl zij het bosch door +trok in de hoop hem te vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die +door haar kapelaan onder het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks +was deze plechtigheid afgeloopen, toen een woeste man, die in een +verborgen schuilplaats van het woud woonde, uit het dichte gebladerte +te voorschijn sprong, de kinderen greep en zich haastig met hen +verwijderde. Niemand kon hem tegenhouden, want hij was vergezeld van +twee leeuwen, die zóó reusachtig groot waren en +verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs de dappersten uit het +gevolg van Flerida met angst geslagen waren.</p> +<p>De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian gedoopt +waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te werpen. +Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond een +boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat haar +overkomen was. Toen Primaleón de treurige tijding ontvangen had, +scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij +hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden werd. +Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende ridders +gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten strijde te +trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door Dramuziando, die +elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem te vechten.</p> +<p>De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen +als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn +vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden dood +der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde hen op +met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij zeer +bedreven in de jacht en den boschbouw, en op één zijner +tochten door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde, +ontmoette <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span>Florian den zoon van den hertog van Wales, +Pridos, die hem medenam naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn +moeder Flerida gebracht werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot +den schuwen knaap, nam hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van +»Het Kind van het Woud,« en voedde hem op in beschaafde +manieren.</p> +<p>Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden +was, liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een +galei, die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens +vroegere lotgevallen in de romance Primaleón beschreven zijn) +stapte aan wal in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die +met hem naar Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en +Selvianus vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer +zee koos, en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar +zij bij den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de +afkomst van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen +had van een zekere »Jonkvrouw van het Bad«, die als +beschermengel van den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend, +dat de knaap van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling +dezer edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg +hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primaleón, gordde +hem het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te +Constantinopel werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde +ridder, die als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee +leeuwen, zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling +vertrok nog <span class="letterspaced">incognito</span>, maar later +ontdekte men, dat het Florian was, die van dit oogenblik bekend bleef +als »De Ridder met den Boschbewoner.« <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span></p> +<p>Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda, +maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het +natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele +jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid, +verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van den +»Gelukzoeker« naar Engeland, waarheen hij Selvianus als +zijn schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen, +waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij in +het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch trok, +waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem te +staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij zich +verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar de +slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den »Ridder met den +Boschbewoner«, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar +Londen en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide +en verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had +eindelijk Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de +geboorte der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en +door hun pleegvader bevestigd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het kasteel Almaurol.</h3> +<p class="firstpar">Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden +Florian en Palmerin het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken +weer verder. Wij kunnen hen niet volgen door den doolhof van +verwikkelingen, waarin zij belandden, maar verscheidene hunner +beproevingen, vooral die, welke Palmerin op het »Gevaarlijke +Eiland« moest doorstaan, behooren tot het belangrijkste en +bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat naar hem genoemd is. +<span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span></p> +<p>In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus +Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa +blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins, en zij +smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht van den +toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te vernietigen. +Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol, waar, onder +de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige Miraguarda +woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat boven de poort +van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door een stoet van +ridders, die verliefd waren geworden op het origineel, en wanneer er +andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner aangebedenen +prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot de slachtoffers +der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando; maar terwijl hij +de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd door Alhayzar, den +Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana, de dochter van den Sultan +van Turkije, hem had bevolen, het haar te brengen als bewijs van zijn +trouw.</p> +<p>De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden, +zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het +huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin werd +in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian met +Leonarda, de Koningin van Thracië, zoodat de gelieven allen +gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet met +deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan, door +de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije opvat +voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had, terwijl +hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid +gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span>en ofschoon zij nu +goed en wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en +schilderijendief, had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude +gevoelens bewaard, die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare +bekoorlijkheden vergeten had om de schoonheid der Koningin van +Thracië.</p> +<p>Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een +toovenaar om de Koningin van Thracië in het verderf te storten. +Terwijl de jonge vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij +overvallen door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een +betooverd kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote +slang. Haar ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een +avontuur naar zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had +geraadpleegd, gelukte het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw +gevangen gehouden werd, en hij slaagde erin, de betoovering van haar +weg te nemen.</p> +<p>Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate; +deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken, en +hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te +leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het +Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man, die +uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van het +Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen geleverd, +en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der heidenen +volkomen vernietigd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Een lofrede van Cervantes.</h3> +<p class="firstpar">Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze +romance »Deze <span class="letterspaced">Palmerin van +Engeland</span>«, zegt hij, »moet bewaard blijven als een +unicum, en er zou een <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span>kistje voor gemaakt moeten worden, +zooals Alexander er een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, +mijn waarde vriend, is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten +eerste is het op zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, +dat een wijs Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen +in het kasteel van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid +beschreven; de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in +overeenstemming met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou +dus, meester Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, +en <span class="letterspaced">Amadis de Galliër</span> uit de +vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder verder onderzoek +moet worden vernietigd.«</p> +<p>Met <span class="letterspaced">Uw</span> verlof, meester Cervantes, +zou ik hierover gaarne nog eens met <span class="letterspaced">U</span> +van gedachten wisselen; want ofschoon <span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> de beste van deze soort +romances is, steekt hij toch niet zóó ver uit boven de +andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook mogelijk kunnen +zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze romance zoo +bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het werk is van een +Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een dagblad-criticus, +wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances, die gij niet gelezen +hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan vereenigen met de +minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont voor het schoone +geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven zijn? Geen goed +ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben kunnen +neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid en gebrek +aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er marionnetten van +gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor één ding +blijf ik hem echter dankbaar—voor de persoonsbeschrijving +<span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>van den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in +het »Dal der Verdoemden« woont, verdiept in het aanschouwen +van geheimzinnige zaken. Maar nog meer ben ik hem dankbaar voor de +atmosfeer van wonderbaarlijke en bedwelmende betoovering, waarin hij +deze geschiedenis heeft gehuld; en wanneer de schrijver U heeft +meegesleept in zijn vervoering, en Uwe oogen heeft gesloten voor de +gebreken dezer romance, dan moeten wij tot Uw verontschuldiging +aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet in staat waren die fouten te +zien, en dat zij slecht den uiterlijken glans konden aanschouwen van +deze tooverwereld. <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" +name="pb183">183</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk VI: Catalonische Romances.</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Romances van een kust van liefde en wijn,</p> +<p class="line xd20e1352">Waarin nog klinkt de galm van ’t edel +staal,</p> +<p class="line">Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn,</p> +<p class="line xd20e1352">En woorden ruischen van een langvergeten +taal.«</p> +</div> +</div> +<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e +letterkundige geest van Catalonië was van zuiver lyrischen aard, +zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo +heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat +omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische +<span class="corr" id="xd20e3288" title="Bron: poezie">poezië</span> heeft haar vaderland in woeste en +door stormen geteisterde landen, waar de windvlagen in wilde zangen de +ziel van den mensch wekken tot vurige liederen, en zijn geest +ontvankelijk maken voor het rumoer van den krijg. Maar op beschutte +kusten, doortrokken met zon, en gekleurd met de warme tinten van den +overvloed, worden de aeolische geluiden der zefirs, die zich als +zachtklinkende geesten door tuinen en wijngaarden spoeden, omgetooverd +in teederder en waziger muziek. Toch ontbraken in deze provincie van +minnezangers de ridderlegenden niet; en zelfs ontstonden er twee +romances van zulk een groote schoonheid, dat deze in de letterkunde van +het Schiereiland zich voor goed een belangrijke plaats veroverd +hebben.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Partenopex de Blois.</h3> +<p class="firstpar">De schoone en uitstekend bewerkte romance van +<span class="letterspaced">Partenopex de Blois</span> was in de +dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488 gedrukt te +Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een Fransche +romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>loop +der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even +echt Catalonisch werd als de <span class="letterspaced">Cid</span> +Castiliaansch geworden is. Hier volgt dan de geschiedenis van Ridder +Partenopex.</p> +<p>Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn dochter +Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele buitengewone gaven, +die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de tooverkunst. +Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare raadslieden het +niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus drongen zij er +op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden haar een +tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel te vinden; en +om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die volkomen haar +gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar de +verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen te +krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden +kunnen komen.</p> +<p>In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote +schoonheid en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, +Partenopex de Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van +zijn koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het +overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt +den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen +morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij +het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig +voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar +huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar +vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan, +toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over de +baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat +Partenopex het <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span>schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even +korte als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend +schoone landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich +van de kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en +zag tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig, dat +hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht door den +glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die langzamerhand +uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een uitgezochte +maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle voorwerpen in +het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden, die in zulk een +overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn mond, en toen hij +verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in de lucht bewegende, +een brandende toorts, die hem den weg wees naar een slaapkamer, waar +onzichtbare handen hem ontkleedden.</p> +<p>Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was +overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde, +dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde den +jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten, liefde voor +hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem door +toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in het +kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou trachten +haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren, hij haar +liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek; maar den +volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de +schitterendste kleederen bracht.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het Geheimzinnige Kasteel.</h3> +<p class="firstpar">Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel +van Melior niet aan verstrooiingen van allerlei aard; <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span>want +de uitgestrekte landerijen en bosschen waardoor het omgeven was, +verschaften hem een prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij +vergast op de heerlijke liederen van onzichtbare zangers. Al het +mogelijke en onmogelijke werd gedaan, om zijn verblijf in het slot te +veraangenamen, en om hem te boeien. Maar te midden van alle +heerlijkheden waardoor hij omringd was, hoorde hij, dat zijn land was +aangevallen door vijandelijke troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare +gebiedster, voor zijn vaderland te mogen strijden, en toen zij van hem +de verzekering had gekregen, dat hij zou terugkeeren, stelde zij het +tooverschip, waarmede hij in haar rijk geland was, tot zijn +beschikking, en kort daarna kwam hij daarmede in Frankrijk aan.</p> +<p>Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf, om +zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette hij een +ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot een +tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte +Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de +minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden +werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het Hof +van Parijs reden.</p> +<p>Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis +met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten +aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat +»alles in de liefde geoorloofd is«, onderschepte zij zijne +brieven aan Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn +hartstocht voor de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen +kluizenaar er toe, zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn +geliefde af te schilderen als een geest der duisternis, die +zóó verdorven was, dat zij zelfs de gedaante <span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span>had +aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een zwarte huid, witte +oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist dit alles te +gelooven, maar toen de vijandelijkheden geëindigd waren, en hij +weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het verhaal van +den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot zich +zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker bezocht en +hij wist niet, hoe zij er uit zag.</p> +<p>Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam de +jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij wist +dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp boven zijn +slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke schoonheid +aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar verteld had, +laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den aanblik van haar +bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit zijn lamp op haar +boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn ongehoorzaamheid aan +hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar stellig op de plaats +gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die op den toornigen +uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had; en de vertoornde +Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken.</p> +<p>De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na +eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot +te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere +schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard +verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het +gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om +hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel in +Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer <span class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>zuster bedaard zou zijn. Daarna keerde zij naar +de vertoornde Keizerin terug, en haalde haar over, af te kondigen, dat +zij haar hand zou schenken aan den overwinnaar in een tournooi, dat zij +van plan was uit te schrijven.</p> +<p>In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen, en +Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van Uracla +in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te verblijven, +want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een +hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij een +kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex, ten +zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig door +een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syrië +geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen door +de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon +gebracht, en in den kerker geworpen.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e3334" title="Bron: Partinopex">Partenopex</span> was diep bedroefd toen hij vernam, +dat Hermon en verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren +getrokken, om deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in +gevangenschap zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner +aangebedene door groote dapperheid te herwinnen.</p> +<div class="figure xd20e3337width"><img src="images/p188.jpg" alt="Partenopex in de kamer van Melior." width="492" height="720"> +<p class="figureHead">Partenopex in de kamer van Melior.</p> +</div> +<p>Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te +stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en +bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te +nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van +Perzië de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen, +en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door Melior +weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen. <span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het type van »Partenopex.«</h3> +<p class="firstpar">De romance van Partenopex behoort tot de groep +waartoe Amor en Psyche en Melusine behooren, en waarin de +ééne geliefde de andere niet mag aanschouwen, op straffe +van verlies van het voorwerp zijner liefde. Onveranderlijk verliezen +zij elkander dan ook inderdaad; maar de dichterlijke rechtvaardigheid +eischt, dat na vele beproevingen alles weder in orde komt. Dikwijls +neemt de man of de vrouw de gedaante van een verscheurend dier of van +een slang aan, zooals in de beroemde romance van <span class="letterspaced">Melusine</span>, waarmede <span class="letterspaced">Partenopex</span> groote overeenkomst heeft, zoodat ik +de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit heeft +overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld hebben, +was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk +bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben +hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken +vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de meer +moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De +geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling van +den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe geschonken +werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische zoowel als de +Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren, opdat zij deze +belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Tirante de Witte.</h3> +<p class="firstpar">Het merkwaardige oude verhaal van <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> was het werk van twee +Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie de +laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart, dat +hij de romance uit het Engelsch vertaalde, <span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span>en +het heeft er inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van +het gedicht sterk beïnvloed zijn door de oude romance <span class="letterspaced">Sir Guy of Warwick</span>. Ik kan echter niets in deze +romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij bepaald vertaald is, en het +lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de verklaring van den schrijver +moet worden opgevat als een truc, die door de dichters van het oude +Spanje veel werd toegepast om hunne geschriften te omgeven met een waas +van geheimzinnigheid, of om zich te beschermen tegen de meedoogenlooze +kritiek, die in dien tijd, toen ongeveer alle bewoners van het +Schiereiland behept schijnen te zijn geweest met een manie voor +belletrie, daar gebruikelijk was. De romance werd in 1490 gedrukt. Er +wordt in gesproken over de Canarische Eilanden, die in 1326 ontdekt +zijn en die zelfs in Spanje vóór het begin der vijftiende +eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij wel met zekerheid +mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien tijd geschreven is, +vooral ook, omdat er een ridderverhaal, <span class="letterspaced">l’Arbre des Batailles</span> in vermeld wordt, dat +eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek werd in het Castiliaansch +vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511; kort daarna zag een +Italiaansche vertaling van Manfredi het licht, en een Fransche van de +hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste heeft het +oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij de +voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd en er +iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten +éénenmale mist.</p> +<p>Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland +met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden de meest +grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis waardig te +vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span>jonge ridder uit Bretagne, van deze +preparatieven hoorde, besloot hij aan de ridderspelen deel te nemen, en +hij scheepte zich in met een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde +plan hadden opgevat, en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, +en de reis naar Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de +vermoeienissen van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het +sukkeldrafje van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te +verwonderen, dat hij op deze wijze gescheiden werd van zijn +veerkrachtiger metgezellen, en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat +hij geheel alleen op den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en +sukkelde eenige mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend +behoefte aan rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; +hij was zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die +hij aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op +eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door het +dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond zich +plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag in zijn +armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder spoedig een +hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder verbaasd, +toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing van +<span class="letterspaced">l’Arbre des Batailles</span>, een boek +vol lessen en wetenswaardigheden op het gebied der ridderlijkheid.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De grafelijke kluizenaar.</h3> +<p class="firstpar">Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan +William, Graaf van Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de +ijdelheden van het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar +<span class="corr" id="xd20e3383" title="Bron: Jerusalem">Jeruzalem</span>. Toen hij bij het Heilige Graf was +aangekomen, liet hij het bericht van zijn dood verspreiden; daarna was +hij naar Engeland <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" +name="pb192">192</a>]</span>teruggekeerd in de vermomming van een +pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut, waar Tirante hem +ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het kasteel, waar zijn +echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet van langen duur +zijn, want toen de machtige Koning der Canarische Eilanden met een +reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf naar de wapenen om +het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers rukten echter zoo +snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig uit Canterbury en +Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een schuilplaats te +zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd door het +Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf hem te +hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een +tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna +maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de +eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen +beschreven is in de oude Engelsche romance <span class="letterspaced">Sir Guy of Warwick</span>.</p> +<p>Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde +hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat zijn +vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van Frankrijk, +dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn moeder een +dochter was van den Hertog van <span class="corr" id="xd20e3393" title="Bron: Bretanje">Bretagne</span>. Ook vertelde hij zijn gastheer, dat +hij van plan was deel te nemen aan het tournooi, dat gehouden zou +worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk, waarop de Graaf hem +uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante verdiept was, een +hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten in het algemeen +van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling voor over den +wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen hij geëindigd +<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat +Tirante, daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, +verstandig zou doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, +waaruit hij hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem.</p> +<p>Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was +getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had +aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en +hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze +vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij de +ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had +verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen +verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van +den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht +op leven en dood, en geëischt, dat zij zich zouden uitrusten met +papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd +gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in +het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders, die +bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van +Bourgondië en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van +Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of +»God ontferm U onzer«, en die een afstammeling was van de +oude reuzen, kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. +Toen hij echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van +Tirante, die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij +zóó overweldigd door smart, dat hij den geest gaf. Zijn +plaats werd ingenomen door zijn broeder, Thomas van Montauban, die een +nog reusachtiger gestalte had, maar toch door den jongen <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>Bretonschen ridder overwonnen werd, en +genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen.</p> +<p>Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar +zijn vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in +zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht +bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en +den Sultan van Caïro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon +van den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland +te bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen +hield hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij +eindelijk te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, +en nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf +hij zich met zijne manschappen naar Sicilië, waar Prins Philips in +het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren de +huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer van +Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende +mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een inval +hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als ridder +gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den heidenschen +aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel, waar hem +bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen werd +opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de +bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf +spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om een +wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende dien +rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden.</p> +<p>Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in +Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span>Arthur, Koning van Brittanje, kwam zoeken. De +Keizer daalde af in zijn duisterste kerkers, en vond daar den grootste +onder de helden opgesloten in een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste +levensdagen in de diepste ellende en volkomen verzwakt van geest +doorbracht. Nadat men hem zijn oude wapen, het beroemde zwaard +Excalibur, in de hand had gegeven, was de ongelukkige Koning in staat, +alle vragen, die hem met eenig beleid gesteld werden, te beantwoorden; +maar toen men hem het zwaard weer uit de hand nam, verviel hij nog +dieper in den toestand van kindschheid. Nadat Urganda een schitterend +feestmaal gegeven had, verdween zij met haar bejaarden broeder, en +niemand wist, waarheen zij gegaan waren.</p> +<p>Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van +vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig +slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses Carmesina. +Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der hofdames van de +Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde voor den jongen +ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche list zijn jalousie op +te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner ziel gekwetst door de +vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder afscheid van haar te +nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het schip, waarmede hij +wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen, en naar de kust van +Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het strand wandelde, +ontmoette Tirante een gezant van den Koning van Tormeceno, die hem naar +het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder voorstelde, waarna Tirante hem +bijstond in de oorlogen, waarin deze vorst natuurlijk gewikkeld was. +Toen hij bij zulk een gelegenheid de stad Montagata bestookte, trad een +jonkvrouw buiten de poorten, om voor de inwoners <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span>om +vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij in haar +één der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de +waarheid vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij +hief oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een +machtig leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij +te staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een +terugtocht van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij +in staat een zeer voordeeligen vrede te sluiten.</p> +<p>Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk +van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag +op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van +zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten +totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus een +wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen van +Ethiopië, Fez en Sicilië, kreeg hij een hevige pleuritis, en +ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort +daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren zij +niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag, +waarop zij het doodsbericht hadden gekregen.</p> +<p>Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet +gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping door +het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders, of de +lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid van het +slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van +Cervantes, dat <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> een +lievelingsromance van het Spaansche volk was. »Toen zij een heele +verzameling romances tegelijk opnam«, zegt hij, »viel er +een op den grond voor de voeten van <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>den barbier, die den +inval had den titel te lezen, en zag, dat het <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> was. God beware mij, riep de +priester luidkeels, is <span class="letterspaced">Tirante de +Witte</span> er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een +bron van vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de +huishoudster aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, +»want ofschoon de schrijver verdient te worden opgehangen, omdat +hij in vollen ernst zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek +toch in zeker opzicht het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. +Hier eten en slapen de ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor +hun dood hun testament, natuurlijke zaken, die in alle andere boeken +ontbreken.«</p> +<p>Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het +onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance +kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd +uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond? +<span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk VII: Roderick, de laatste der Gothen.</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Nog gistren was ik Spanje’s Vorst—mijn rijk +werd mij ontroofd.</p> +<p class="line">Nog gistren in mijn heerlijk slot—waar leg ik nu +mijn hoofd?</p> +<p class="line">Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij +neer,</p> +<p class="line">Daar dient vandaag d’onttroonden vorst geen enkle +schildknaap meer.</p> +</div> +<p class="firstpar xd20e2763">Lockhart: <span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>.</p> +</div> +<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e tragische en +rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje overging in de +handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard is behandeld te +worden door een groot dichter; maar of het de nationale trots +beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet door +aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven +bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich +zóó tot de schildering der diepere menschelijke +hartstochten als de episode, die eindigde met het verraad van een +geheel land uit persoonlijke wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als +die, welke Aeschylus bewoog, zijn ontroerend en grootsch drama +<span class="letterspaced">Elektra</span> te schrijven. Toch vindt men +deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche +kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, <span class="letterspaced">Roderick, de Laatste der Gothen</span>, dat +geïnspireerd is door een onware voorstelling van dit gedeelte der +geschiedenis.<a class="noteref" id="xd20e3456src" href="#xd20e3456" +name="xd20e3456src">1</a></p> +<p>Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, <span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span>dat +begraven ligt in <span class="letterspaced">De Kroniek van Roderick, +met de Verwoesting van Spanje</span>, moeten wij eerst de geschiedenis +van den ondergang van het Gothische rijk in Spanje nagaan, met behulp +van die gegevens, waarvan wij mogen veronderstellen, dat zij ons +betrekkelijk juist inlichten over het geval. Deze gegevens vinden wij +in de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span> en +in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk zijn de +feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis, in het +kort als volgt:</p> +<p>Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren in +Mauretanië, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van +Andalusië, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland +bij hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche +Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd +door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid, dat +de vesting Ceuta in Mauretanië nog in Gothische handen was +gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door het +beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer, die erin +slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige overmacht. +Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick, die het +recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen had. Zijn +voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van een of andere +provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht naar wraak, +hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick erin, met +voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza, zelf den +troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in Spanje nog +door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer goed mogelijk, +dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen heeft. +Waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span>was Graaf Julianus een lid van de partij aan +welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat +hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten, de +hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen.</p> +<p>De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen, +dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot deze +onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer verklaring +van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een slecht en +ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige hartstocht +voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus, en verleidde +en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van Roderick, +besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak; hij stelde +zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij zoo lang +tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa, den +Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje; en om +zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij zelfs +hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in over +de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk op den +weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding der +soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa +begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het +Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap af +naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te vragen +over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur zeer aan. +Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat, maar ook +een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote vloot af +te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts <span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in +Juli van het jaar 710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als +het ware eerst poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner +tegenstanders. De expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij +te Tarifa geland waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied +naar het kasteel en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich +de trouwelooze volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen +tegenstand te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika +terug.</p> +<p>Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de +Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden in het +voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik, op Spaanschen +boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun aanvoerder +draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent »De Berg van +Tarik«. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche +legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien, dat +zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal bijna +honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik zijn +leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche +soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en +afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix, en +de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die +schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en +goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door +witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door de +overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden +zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne +ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht +onmogelijk was: »Vóór <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>u is de +vijand«, zeide hij, »achter u ligt de zee. Waarheen zoudt +gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien Koning der Gothen +verdelgen of zelf ondergaan.«</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Roderick’s lot.</h3> +<p class="firstpar">Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de +beide zonen van Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche +leger bekleedden, scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit +veroorzaakte een geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros +Orelia, en trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn +diadeem en vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het +gelukte hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op +aandringen van Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich +echter drie volle maanden staande hield, en hij zond een leger uit om +het koninkrijk Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo +gaf zich over, nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had, +dat zij de stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een +belofte, die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de +heidensche aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen +beloond, en zij sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan, +totdat beiden na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van +Toledo zette Tarik zijne veroveringstochten voort over Castilië en +Leon en trok hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon +in Asturië, waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van +Biskaje. In enkele maanden was geheel Spanje feitelijk een +Mohamedaansche provincie geworden, en alleen in de valleien van +Asturië hield een troepje Gothische soldaten nog stand tegen den +overwinnenden Moor.</p> +<p>Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, <span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>om +den meer schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der +romance te gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke +verdorvenheid van Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus +aangestookte inval der Mooren den karakterloozen Koning als een +donderslag trof. De strijd met de Saracenen wordt beschreven, en de +vlucht van Roderick wordt in de somberste kleuren afgeschilderd. Maar +zooals de volksoverlevering weigerde te gelooven, dat Arthur op dien +gedenkwaardigen dag bij Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van +Schotland op het slagveld van Flodden, en Harold bij Hastings hun einde +vonden, zoo weigerde zij ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is +den mensch aangeboren, zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een +beroemd legeraanvoerder werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog +in onzen tijd, niet legenden in omloop geweest met betrekking tot den +diep betreurden Lord Kitchener?</p> +<p>De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt +stond zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling +beschenen werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem +bezwoer te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde +den raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner +koninklijke waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een +gesneuvelden boer aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den +geheelen nacht liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen +van goddelijke wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de +gruwelijke gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de +slagvelden, werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting. +Na zeven dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat +gelegen was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van +<span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>Minda. Het klooster was geheel verlaten, maar de +rampzalige vluchteling wierp zich voor het altaar neder, om in gebed +zijn noodlot af te wachten, want hij was er vast van overtuigd, dat de +heidenen hem zouden opsporen en dooden. Hij voedde de lampen met olie, +en verliet slechts zoo nu en dan het altaar, om te zien of de Saracenen +naderden. Hij lag voor het crucifix geknield, en omvatte de voeten van +het beeld des Verlossers, terwijl hij bloedige tranen van het diepste +berouw schreide. Terwijl hij daar in het stof gebogen terneder lag, +bemerkte hij, dat iemand de kapel was binnengetreden, en toen hij de +oogen opsloeg, in de hoop, dat het kromme zwaard van een Moorsch +soldaat hem den verlossenden dood zou brengen, zag hij tot zijn +verbazing een monnik, die hem vriendelijk toesprak en hem zeide, dat +hij naar het klooster, dat hem vijf en zestig jaren tot woonplaats had +gediend, was teruggekeerd in het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven +door de hand van een heiden, en dat hij op deze wijze den +martelaarskroon zou verwerven.</p> +<p>Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die +diep getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden +sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst +gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat +hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen de +morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren nog een +der machtigste koningen van het Christendom was geweest, de kapel, om +hun moeilijken weg te gaan.</p> +<p>De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij +hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te +blijven, zoo lang dit God zou behagen. »Wat mij betreft«, +sprak hij, »over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan +moet <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span>gij mij begraven, mijne kleederen aantrekken en +tenminste een jaar hier blijven om honger en koude en dorst te lijden +uit liefde voor onzen Heer, opdat Hij zich over u ontferme.« +Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij drie dagen later den geest. +Roderick was diep bedroefd over zijn dood; hij maakte zich dadelijk +gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren, en groef met zijn bloote +handen en met behulp van een boomtak een graf voor den vromen monnik. +Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen, zag hij, dat de doode +kluizenaar een papierrol in de hand had, die beschreven was met +raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze in de kluizenaarshut. +De onttroonde Koning las het geschrift met groote aandacht, en hij +besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen.</p> +<p>Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten +arbeiden aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden +nacht, terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij +kwam in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de +monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen +gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht, +dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de hand +kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: »Het zou niet +gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig +dienaar van God.« Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker +bekend was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een +heilige, die zich op deze wijze aan hem openbaarde. +»Helaas«, zeide hij, »ik ben geen Koning, maar een +ellendige zondaar, van wien het beter zou zijn geweest indien hij nooit +geboren ware, zooveel wee is over het land gekomen door mijn +misdaad.« <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206" +name="pb206">206</a>]</span></p> +<p>»Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent«, +antwoordde Satan, »want de ramp, waarover gij spreekt, zou in +ieder geval het land getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het +was niet uw schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest +van God, die door mijn mond spreekt.« De Booze zeide daarna, dat +hij den langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn +strijd bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer +verheugd en luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan +sprak en die ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door +allerlei drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den +pseudo-heilige verzocht hem te helpen bij het begraven van het +stoffelijk omhulsel van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem +niettegenstaande zijn voorgewende kreupelheid de vlucht te zien +nemen.</p> +<p>Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de +heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick +bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders hem +éénmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit +bevel, weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en +Satan wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche +langdradigheid uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de +haarkloverij en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs +van een schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten, +dat hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben +weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding, dat +op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn ware +gedaante van een vreeselijken duivel. <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De krijgslist van Satan.</h3> +<p class="firstpar">Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren +avond, toen de zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand +naderen, die met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed +van een gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende +Roderick tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem +naderde met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn +verraad volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van +den Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer +de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche +troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar +Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd +en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger te +aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met +wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen +terug, onder wie <span class="corr" id="xd20e3519" title="Bron: Rhoderick">Roderick</span> verscheiden ridders ontdekte, van wie +hij dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte +het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen dat +zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar de lager +gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie, alsof zij +een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een menigte +pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad volgde. +Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel +gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen +op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met +de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden +behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>schouwspel van den veldslag als rook in den +wind, en toen wist de Koning, dat hij ten tweeden male de verlokkingen +des Duivels had weerstaan.</p> +<div class="figure xd20e3524width"><img src="images/p208.jpg" alt="Don Roderick in verzoeking gebracht door een Schijnbeeld van Cava." +width="486" height="720"> +<p class="figureHead">Don Roderick in verzoeking gebracht door een +Schijnbeeld van Cava.</p> +</div> +<p>Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na +verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was dan +alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl hij zijne +gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een stoet ruiters in +de richting van zijn hut komen, en toen zij daar stilhielden en +afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante van dezelfde +Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een gruwelijk onrecht +had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart van den rampzaligen +Koning bijna stil, maar voordat hij een woord kon uitbrengen, vertelde +zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de Mooren gekeerd had, en hen +had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote des Konings, gestorven was, +dat een monnik haar bevolen had, Don Roderick op te sporen en hem zoo +spoedig mogelijk te huwen, en dat hij haar voorspeld had, dat zij het +leven zou schenken aan een zoon, Elbersan genaamd, die de geheele +wereld onder den scepter van Spanje zou brengen. Toen Roderick deze +woorden hoorde, begon hij vreeselijk te beven, want hij had Cava zeer +liefgehad. Zij gaf hare dienaren bevel, een tent op te slaan in de +nabijheid van de kluizenaarshut en de leden van haar gevolg richtten +een overvloedig maal aan. Toen de Koning haar groote schoonheid +aanschouwde, sidderde hij, alsof hij door een beroerte was getroffen, +maar hij vouwde zijne handen in gebed en wendde zich tot God, +smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou laten voorbijgaan. Toen +hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte de valsche Cava hem, +luidkeels schreeuwende, en de helsche machten, die haar vergezelden, +volgden haar in zulk een hevige verwarring <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>en +met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals +waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor +de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle, +maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God, die +hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De dood van Roderick.</h3> +<p class="firstpar">De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner +afzondering zou verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking +had weerstaan. Hij volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou, +gordde zijne lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den +eersten dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij +bleef overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een +klooster, waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat +bestemd was zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster +beval hem, naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut +bevond, die hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden +steen zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie +kleine slangen vinden, van welke de één twee koppen had. +Deze tweehoofdige slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het +geheim voeden, zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou +verborgen moeten blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar +lichaam langs den wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den +kop naar buiten te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er +zelf ontkleed naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God +zijn boete zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel +van het klooster.</p> +<p>Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span>Abt +op; hij vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier +in de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich in +tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij zich +nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een +grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de +Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte, +en begon met één kop zijn zondige natuur en met het +andere zijn hart te verslinden. Roderick lag onder vreeselijke +kwellingen ter neder, maar ten slotte doorboorde de slang het hart, +waarop de Koning onmiddellijk zijn geest aan God gaf, die in zijn +Heilige Barmhartigheid hem in Zijn Heerlijkheid opnam. En in zijn +stervensuur begonnen alle klokken van het klooster te luiden als werden +ze door menschenhanden bewogen.</p> +<p>Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek +het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe +beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals +Thomas Newton in zijn <span class="letterspaced" lang="en">Notable +History of the Saracens</span> gelooft, »dat de slang met de twee +koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten?« <span class="letterspaced" lang="la">Requiescas in pace, Domine Roderice!</span> +<span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name="pb211">211</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3456" href="#xd20e3456src" name="xd20e3456">1</a></span> Tenzij +wij een uitzondering maken voor de <span class="letterspaced">Anseis de +Carthage</span>—een romance, die den ondergang van Spanje +toeschrijft aan een zoon van Karel den Groote, wiens daden overeenkomen +met die van Roderick. De <span class="letterspaced">Anseis</span> is +een Fransch werk.</p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk VIII: »Calaynos de Moor«, +»Gayferos« en »Graaf Alarcos«.</h2> +<p class="xd20e3553"><span class="xd20e3553init">I</span>k neem deze +drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen omdat zij +blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk een hooge gunst +hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister beeld geven van den +smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere romances van dezelfde +soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf een afzonderlijke groep +vormden, wat ik altijd verondersteld heb op grond van het feit, dat in +alle Castiliaansche verhandelingen over de romance, deze drie gedichten +te zamen worden vermeld. Hieruit meen ik te mogen opmaken, dat deze +drie romances een eigen genre vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest +van ernst en strengheid, die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche +letterkunde, en tenminste in één dezer drie gedichten +vindt men zoo duidelijk de atmosfeer van groote droefheid en van +wreedheid, die slechts wordt opgewekt door Latijnsche en Grieksche +treurspelen. Want zelfs niet de grootste meesters van het Noorden, +Marlowe noch Massinger, Goethe noch Shakespeare, zijn er in geslaagd, +met zulke sombere kleuren hunne tooneelen af te schilderen, als de +Spanjaarden Calderon of Lope dat hebben gedaan.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Calaynos.</h3> +<p class="firstpar">Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders, +is de held van verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende +daarvan is de <span class="letterspaced">Coplas de Calainos</span>, +<span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span>waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde +vertaling heeft geleverd in zijn <span class="letterspaced">Spaansche +Balladen</span>.</p> +<p>De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een +jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij haar +uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in haar +overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte van hem de +hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid: Rinaldo, +Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf zich +oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide hij de +Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn hoorn, +waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den klank +herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige mijlen +van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de koninklijke +stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte, hoe hij het +durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van zijn rijk te +vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was van Calaynos, die +Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde, en die hun aanval in +Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den overmoedigen heiden te +strijden, stelde Karel de Groote Roland voor, dat deze Calaynos zou +tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat dit de taak behoorde te +zijn van een of anderen saletjonker, daar hij het beneden zijn +waardigheid vond met één enkelen Moor te vechten. Heer +Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van +Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en +bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem +minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn +geliefde.</p> +<p>Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span>hoorde; hij slingerde Calaynos zijn uitdaging in +het gezicht, en riep hem toe zich gereed te maken tot den strijd. De +Moor wierp zich in het zadel, richtte zijn lans op de borst van zijn +tegenstander, reed in vollen draf op Boudewijn toe, en wierp hem ter +aarde, waarna hij hem dwong om genade te smeeken. Maar Roland, de oom +van den jeugdigen ridder, was in de nabijheid; hij zwaaide zijn +geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat hij zich moest wapenen voor +een nieuwen strijd. »Wie zijt gij?« vroeg Calaynos. +»Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U +niet.«</p> +<p>»Zwijg, ellendige Moor!« antwoordde Roland. »Uw +laatste uur is geslagen«; en dit zeggende, reed hij in vollen +draf op zijn vijand toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland +sprong van zijn paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem +heen.</p> +<p>»Hoe heet gij, heiden?« vroeg hij, »spreek of +sterf.«</p> +<p>»Heer,« antwoordde Calaynos, »ik dien een trotsche +Spaansche jonkvrouw, die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen +dan de hoofden van de drie edelste paladijnen van Karel den +Groote.«</p> +<p>»Zoo,« lachte Roland, »dan zijt gij een groote +gek; zij kan u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons +te trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven«; en met +deze woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met +de halve maan. »Deze maan zal nooit meer opgaan boven de +Seinevlakte,« riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede +stak.</p> +<p>Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw en +door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer +onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder +ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal +draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke +strekking. <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Gayferos.</h3> +<p class="firstpar">Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche +romantiek; zijn geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den +Groote, en werd opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop +Turpinus. Ofschoon hij een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder +aantrekkelijk te zijn geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen +hij waarschijnlijk te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven +jaren heeft gezocht naar zijn vrouw, die zich in Spaansche +gevangenschap bevond. Gayferos van Bordeaux was een bloedverwant van +Roland, den onoverwinnelijken held uit de <span class="letterspaced">Chansons de gestes</span>, en hij was gehuwd met +Melisenda, een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd +de dame geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te +Saragossa opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der +heidenen te bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te +zoeken. Maar na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de +plaats te vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar +provincie, van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij +eindelijk, ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In +de hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos +zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote hem +met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem: »Hoe +nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen, terwijl uw +vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij even bekwaam +waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen, zoudt gij u +haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden.« Deze +terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist +gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog +niet <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen +hij van Karel den Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf +hij zich haastig naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een +paard.</p> +<p>Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn +eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en zóó +uitgerust, reisde Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd +daarna kwam hij te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd +tegengehouden, reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw +gevangen werd gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en +smeekte hem, indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van +haar aan haar echtgenoot Gayferos te brengen:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Zeven jaren in deez’ toren heb ik Gayferos +gewacht,</p> +<p class="line">Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren +doorgebracht,</p> +<p class="line">Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar +smart;</p> +<p class="line">Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle +hart.«</p> +<p class="line">Maar hij richt zich op in ’t zadel: »Eedle +Vrouwe, klaag niet meer,</p> +<p class="line">Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en +heer.</p> +<p class="line">Spring in ’t zadel uit den toren! in mijn armen, +aan mijn borst,</p> +<p class="line">Voer ’k u veilig uit de landen van den wreeden +Moorschen vorst.«</p> +</div> +<p class="firstpar">Melisenda sprong uit het venster in de armen van +haar trouwen ridder, die haar in het zadel hief en spoorslags met haar +wegreed om de poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige +was geweest van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden +spoedig achtervolgd door zeven colonnes ruiters.</p> +<p>De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds +kleiner, maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard +waarop zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat +wanneer men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de +sporen in zijne zijden drukte, men hem zonder eenig <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>gevaar voor de berijders over elke hindernis kon +laten heenspringen. Haastig deelde zij haar echtgenoot dit mede, en +toen hij op haar aanwijzing gehandeld had, stuurde hij het ros naar de +stadsmuur, waar het met het grootste gemak over heensprong. Toen de +Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de verdere vervolging op. Kort +daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te Parijs terug, en hun verder +leven was even gelukkig als hun verleden droevig was geweest.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Graaf Alarcos.</h3> +<p class="firstpar">Somber, tragisch en vol afwisseling is de +geschiedenis van <span class="letterspaced">Graaf Alarcos</span>, een +romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het Engelsch vertaald +door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen hebben veel +overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied toonden voor +den geest van het origineel. De romance begint met den eenvoud, die de +ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter van den Koning +van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos, maar hij had +haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie hij verscheidene +kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar verleiding, trok de +ongelukkige prinses zich van de wereld terug, en bracht hare mooiste +levensjaren in groote droefheid door. Haar koninklijke vader, die niets +van dit geheime huwelijk wist, vroeg haar naar de oorzaak van haar +leed, en zij antwoordde hem, dat zij treurde omdat zij niet gehuwd was +zooals andere vrouwen van haar rang.</p> +<div class="figure xd20e3628width"><img src="images/p216.jpg" alt="Graaf Alarcos ontmoet zijn vrouw en kinderen aan de poort van het kasteel." +width="501" height="720"> +<p class="figureHead">Graaf Alarcos ontmoet zijn vrouw en kinderen aan +de poort van het kasteel.</p> +</div> +<p>»Dochter«, antwoordde de Koning, »dat is mijn +schuld niet. Heeft de edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk +gevraagd? Ik ken in Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat +hij u zou kunnen huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds +getrouwd.« <span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" +name="pb217">217</a>]</span></p> +<p>»Helaas«, zeide de <span class="corr" id="xd20e3637" +title="Bron: Infanta">Infante</span>, »het is juist Graaf Alarcos +die mijn hart gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en +hij beloofde mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het +huwelijk trad.«</p> +<p>Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak +hij: »Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk +geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt.«</p> +<p>Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie, en +zij riep uit: »Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over +mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat +ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos nog +met mij trouwen.«</p> +<p>Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos +op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn +misdaad tegenover de Infante.</p> +<p>»Is het waar, Don Alarcos«, vroeg hij, »dat gij +mijn dochter trouw beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister +dan goed naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter +toekomt<span class="corr" id="xd20e3648" title="Niet in bron">:</span> +zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat zij +aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante huwen. +Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van u het +eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven.«</p> +<p>»Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb«, +antwoordde Alarcos. »Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar +mijn onschuldige vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn +misdaad, maar tref mijn vrouw niet.«</p> +<p>»Het is onmogelijk<span class="corr" id="xd20e3655" title="Niet in bron">«,</span> antwoordde de strenge oude Koning. +<span class="corr" id="xd20e3658" title="Niet in bron">»</span>Ik +zeg u, dat zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>Wanneer het wapenschild van een Koning bevlekt +is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze vlek moet uitwisschen, +schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg mijn bevel op, of gij zult +uw misdaad met uw leven betalen.«</p> +<p>Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde +was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken, +stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij +reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De +gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief +had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig van +smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette, +vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd +zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug, +en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar in +haar kamer zou mededeelen.</p> +<p>Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare +vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon +eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide, +alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk +voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar +geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen.</p> +<p>»Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad,« zeide +hij. »Ik beloofde haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met +haar. Zij is de dochter des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en +wil, dat ik mijn belofte aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het +zeggen moet! heeft bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen +avond.« »Wat,« riep de gravin verschrikt, »is +dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u, Alarcos? Waarom moet +<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>ik sterven? O, zend mij terug naar mijn +ouderlijk huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn +kinderen kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht +ben.«</p> +<p>»Het is onmogelijk,« antwoordde de rampzalige Graaf; +»ik heb mijn woord gegeven.«</p> +<p>»Ik heb geen vrienden in dit land,« riep de ongelukkige +vrouw uit, »maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen, +voordat ik sterf.«</p> +<p>»Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust, +omhelzen,« kermde Alarcos; »de andere kinderen moogt gij +niet meer zien. Maak u gereed om te sterven.«</p> +<p>De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een <span class="letterspaced">Ave</span>, stond op en smeekte haar hardvochtigen +echtgenoot, goed voor de kinderen te zijn. Zij schonk hem vergiffenis, +maar legde op den Koning en zijn dochter de vreeselijke vloek, die in +de middeleeuwen onder het volk bekend was als <span class="letterspaced">Het Gericht der Stervenden</span>, waarvan zoo menigmaal +werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld +waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn +moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon te +verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te +verantwoorden over hun misdaad.</p> +<p>De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de +afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag, riep +hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn groote +droefheid.</p> +<p>Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke +pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en +voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed en +tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van Alarcos. +Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>diepe ontroering, die zich daarbij van ons +meester maakt, kunnen wij er moeilijk een <span class="letterspaced">legende</span> in zien, en wij weten niet, voor wie wij +den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses, den +wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende en +trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van +»eer«, dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en +waarvoor bijna evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor +iederen anderen vorm van bijgeloof of fanatisme. <span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk IX: De Romanceros of Balladen.</h2> +<div class="epigraph"> +<p class="firstpar">De Ilias zonder een Homerus.</p> +<p class="xd20e2763">Lope de Vega.</p> +</div> +<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e naam +<span class="letterspaced">romancero</span> wordt in het moderne +Spaansch eigenlijk uitsluitend toegepast op een bepaalden versvorm, een +verhalend gedicht, dat geschreven is in zestienlettergrepige regels, +die alle in eenzelfden <span class="corr" id="xd20e3709" title="Bron: assonnant">assonant</span> eindigen. Oorspronkelijk werd het +woord gebruikt voor die dialecten of talen, die aan het Romaansch of +Latijn verwant waren, de spreektaal dus van het oude Rome in hare +moderne vormen. Later duidde men er slechts de geschreven vormen dezer +talen mede aan, en ten slotte alleen maar den poëtischen +lyrisch-verhalenden vorm, zooals wij reeds eerder opmerkten. De +romancero verschilt dus van de romance hierin, dat zij in verzen +geschreven is; en het blijkt uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de +naam »romance« ontstaan is in het overgangstijdperk, toen +het woord werd gebruikt voor hetgeen geschreven werd in modern +Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch, Fransch en Provençaalsch, +onafhankelijk van de omstandigheid, of het proza of poëzie was. +Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte romances—zooals +<span class="letterspaced">Amadis</span>, <span class="letterspaced">Palmerin</span> en <span class="letterspaced">Partenopex</span>—in proza geschreven waren, maar +de <span class="letterspaced">romancero</span> was vóór +alles een verhaal in verzen. Zoo behooren de drie verhalen, die wij in +het vorige hoofdstuk behandelden, tot de groep der <span class="letterspaced">romanceros</span>—een versvorm, die, zooals wij +zullen zien, even geliefd was bij de lagere volksklassen van het +Schiereiland als de echte romance <span class="pagenum">[<a id="pb222" +href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>dat was bij den <span class="letterspaced">hidalgo</span> en den <span class="letterspaced">caballero</span>. De <span class="letterspaced">romancero</span> was dus de volksballade van Spanje.</p> +<p>In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de +Spaansche ballade of <span class="letterspaced">romancero</span> als +volgt te schetsen:</p> +<p>1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen.</p> +<p>2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of +<span class="letterspaced">cantares de gesta</span>.</p> +<p>3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum.</p> +<p>4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste +kunst.</p> +<p>Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote +groepen:</p> +<p>1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen.</p> +<p>2. Letterkundige producten.</p> +<p>Wat de eerste soort der <span class="letterspaced">romanceros</span> +betreft, ik heb er evenmin als Sancho Panza een oordeel over, hoe oud +zij zijn. Over deze vraag zijn de tegenstrijdigste beweringen geuit, +maar zooals ik reeds gezegd heb, het zou al heel verwonderlijk zijn, +wanneer geen overblijfselen van het oude Castiliaansche volkslied in +een veranderden vorm tot ons gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied +een even groote kans heeft, bewaard te blijven, als een oude gewoonte +of een legende, en wij weten hoe deze in bepaalde streken onveranderd +bewaard zijn gebleven. Ik zie dus niet in, waarom niet een zeker aantal +oorspronkelijke Spaansche balladen tot ons gekomen zouden zijn in een +veranderden vorm, zoodat degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou +als zijn schepping; want ook de dichter van <span class="letterspaced">Tom de Rijmer</span>, de oude Schotsche ballade, zou +zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren vorm weer +onder de oogen zou hebben gekregen. <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span></p> +<p>Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige, +men hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging +kunnen ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend +iets, een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan +van de wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de +oudheid—een museum. Ik heb niets tegen de beheerders van dat +museum, en ik lees met genoegen hunne boeken, die een land beschrijven, +dat door weinigen van hen bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een +bewijs te weerleggen, dat geleverd is door een instinct, dat zij +missen, dan worden zij vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de +kunst, hare ingevingen, haar hoogere visie, en het is +betreurenswaardig, dat zij, die deze intuitie missen, de juistheid +hunner opvatting willen bewijzen door doode logica.</p> +<p>Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van +het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken, +»dat zij te oud zijn om te liegen.« Ik heb duidelijk +aangetoond, dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de +kronieken en <span class="letterspaced" lang="es">cantares</span>, een +omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun betrekkelijk hoogen +ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden met de latere +kunstmatige imitaties van Góngora en Lope de Vega en met andere +producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten slotte slechts de +Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> vinden. Evenals de balladen +van Schotland en Denemarken zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden +verzameld en uitgegeven, en in de bladzijden der <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> is oud en nieuw, volkslied +en letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen +gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer <span class="letterspaced" +lang="es">cancioneros</span> eens nader beschouwen, deze schatkamer der +<span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span>dichtkunst van een volk, en laat ons hun +ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in het +algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong +behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De »<span lang="es">Cancionero General</span>«.</h3> +<p class="firstpar">Met uitzondering van de fragmentarische verzameling +van Juan Fernandez de Constantina, werd de <span class="letterspaced" +lang="es">Cancionero General</span> of het »Algemeen +Liederenboek«, zooals men het zou kunnen noemen, verzameld en +uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een zekeren Fernando +del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn, noch naar +tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt, ofschoon de +voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden zijn gehouden. +Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk, en telkens wanneer +de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe gedeelte achter het +oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het grootste gedeelte uit de +balladen van schrijvers uit de vijftiende en het begin der zestiende +eeuw, zooals Tallante, Nicolas Núñez, Juan de Mena, +Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana.</p> +<p>Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke +liederen (<span lang="es">obras de devoción</span>). Deze zijn +eentonig en zeer fanatiek. De daarop volgende »zedelijke +liederen« zijn al evenmin aantrekkelijk; zij geven zinnebeeldige +voorstellingen van deugden en ondeugden volgens de opvattingen van een +schoolsche <span class="corr" id="xd20e3805" title="Bron: filisofie">filosofie</span>. De liefdesgedichten uit de +verzameling zijn meer eenvoudig dan poëtisch; er ontbreekt diep +gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig herhalen +van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed over +ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" name="pb225">225</a>]</span>filosofisch beroep op het verstand. Toch +ontbreken ook de vroolijke, sierlijke liefdesliedjes niet in dezen +bundel, zooals bv. »<span lang="es">Muy más clara que de +luna</span>« van Juan de Meux, of »<span lang="es">Pensamienti, pues mostrays</span>«, van Diego Lopez de Haro. +Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling, en het teedere +gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang getuigde, +loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen.</p> +<p>Boeiender zijn de <span class="letterspaced" lang="es">canciones</span> of lyrische gedichten, die al iets moderner zijn, +en reeds een eigen karakter en metrischen vorm vertoonen. Zij bestaan +gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee gedeelten gescheiden. De +eerste vier regels bevatten de gedachte waarop het gedicht is +gebaseerd, en die in de acht volgende regels wordt uitgewerkt of +toegelicht. De <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero +General</span> bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en +sommige daarvan behooren tot het beste uit den geheelen bundel. +Waarschijnlijk is hun beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun +poëtische waarde. Een daaraan verwante vorm is de villancico, een +versje van gewoonlijk drie of vier regels, een invallende gedachte, een +gedichtje, waarin een vluchtige ontroering is vastgelegd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De »<span lang="es">Romancero General</span>«.</h3> +<p class="firstpar">De titel <span class="letterspaced" lang="es">Romancero General</span> werd gegeven aan verscheiden +verzamelingen van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances, +die in de zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere +hiervan komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste +bundel der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een +ander werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam +draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de +verzameling van Pedro de Flores (1614). <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>Dit is een +bloemlezing, die blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar +dat doet niets af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de +bewering van den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche +<span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> bevat, want wij +vinden er geen enkel gedicht uit de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero General</span> in. Al deze bundels bevatten een groot +aantal liefdesliederen van de soort waarvan de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero General</span> er zoovele geeft; +maar deze zijn voor ons niet van groote beteekenis, en onze +belangstelling gaat meer uit naar de echte <span class="letterspaced">romanceros</span>. Deze stammen voor het grootste +gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over de +burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in Spanje, +en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche ridders. +Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element in de +Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig +hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen, dat +deze gedichten een navolging waren van Moorsche poëzie. Maar er +zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden, +zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio, +Fernán <span class="corr" id="xd20e3850" title="Bron: Gonsález">González</span>, de Infantes van Lara en +de Cid. De meeste dezer verhalen zijn geschreven door menschen uit het +volk, de laatste vertegenwoordigers van het geslacht der <span class="letterspaced">jùglares</span>, die de <span class="letterspaced">cantares de gesta</span><a class="noteref" id="xd20e3858src" href="#xd20e3858" name="xd20e3858src">1</a> hadden +gedicht of voorgedragen. <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span></p> +<p>Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel +degeen, die het best op de hoogte is, waar het de <span class="letterspaced">romancero</span> betreft. In zijn knap werk over +Spaansche letterkunde voert hij ons door de belangrijkste provincies +van het rijk der Spaansche dichtkunst, en wijdt hij aan de <span class="letterspaced">romancero</span> ongeveer veertig bladzijden, die, +zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt, +interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart’s <span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>, en levert een geestige +kritiek op de verzameling van den Schotschen vertaler. Een betere +handleiding voor den Engelschsprekenden lezer zou moeilijk gevonden +kunnen worden, want het boek van Lockhart is algemeen bekend, en werd +in den tijd van Koningin Victoria in de woning van bijna elk ontwikkeld +Engelschman aangetroffen. Wij zullen dus het voorbeeld van Kelly +volgen, en uit de vertalingen van Lockhart de balladen, die ons het +belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp en de bewerking betreft, aan +een nadere beschouwing onderwerpen. In navolging van Depping verdeelt +Lockhart zijn hoofdstuk over de balladen in drie paragraphen: een +Historisch, een Moorsch en een Romantisch gedeelte. Met de eerste twee +groepen, of juister gezegd, met de onderwerpen daarvan, nl. Koning +Roderick en Bernaldo de Carpio, hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds +kennis gemaakt.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Cijns der Maagden.</h3> +<p class="firstpar">Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den +Moorschen Vorst Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden +zouden worden gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken +eisch te voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang +werd er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had +het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van +de strenge discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden +behalen over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de +schutspatroon van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij +beloofde hem voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des +morgens werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd +had, het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden. +Daarna werd de cijns der maagden nooit meer betaald.</p> +<p>De vertaling van <span class="corr" id="xd20e3885" title="Bron: Lockkart">Lockhart</span> blijft ver beneden het oorspronkelijke +gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Graaf Fernán González.</h3> +<p class="firstpar">»De ontvluchting van Graaf Fernán +González«, waarvoor de stof is geput uit de oude +<span class="letterspaced">Estoria del noble caballero Fernán +González</span>, een populaire bewerking van de <span class="letterspaced">Cronica General</span> (1344), is van lateren datum dan +twee andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn +gegaan. Aan den naam van dezen ridder is een schat van legenden +verbonden, en een reeks van <span class="letterspaced">romanceros</span> werden door hem geïnspireerd. +Maar moeten wij daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde +persoonlijkheid het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn +voortgekomen uit één groot heldendicht, dat zich heeft +opgelost in kleinere volksliederen? Is er één zeker +bewijs voor de veronderstelling, dat zulk een proces ooit heeft plaats +gehad? En geeft het ontbreken van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat +het tegendeel het geval was? Praktische dichters (Voor zoover een +dichter ooit praktisch zijn kan) staan eenigszins afwerend tegenover +deze stelling: zij erkennen een principieel verschil tusschen den geest +van het heldendicht en dien van het volkslied, en zij zijn van +<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span>oordeel, dat in het geval, waarin beide +hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was, en niet het +noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces.</p> +<p>Fernán González had zijn romantische reputatie +voornamelijk te danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee +gelegenheden uit de gevangenis verloste. In de ballade, die deze +gebeurtenissen beschrijft, wordt zij voorgesteld als een trouwe, +liefhebbende gade, en een ware heldin. González was door zijne +vijanden gevangen genomen en naar een vesting in Navarra gebracht. Een +Moorsch ridder, die door dat land reisde, verzocht den gouverneur van +het kasteel om een onderhoud met den gevangene, en daar hij hem een +groote som aanbood, liet de hooge beambte zich gemakkelijk omkoopen. +Toen het onderhoud geëindigd was, vertrok de ridder weer, en hij +begaf zich naar het paleis van Koning Garcia van Navarra, die +González had laten gevangen zetten. Een van de beschuldigingen +tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat hij Garcia om de hand +zijner dochter had gevraagd, en het was tot deze prinses, die den +gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de volgende woorden +sprak:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje’s +leed:</p> +<p class="line">Zijn ridder is gevangen, die voor Castilië +streed.</p> +<p class="line">De Mooren overstroomen als een rivier het land,</p> +<p class="line">Vervloekt de Christenkoning, die bindt González +hand.</p> +</div> +<p class="firstpar">In het holst van den nacht stond de Infante op en +zij begaf zich geheel alleen naar het kasteel, waar González +gevangen zat; daar bood zij den gouverneur zulk een groote som aan, dat +hij voor de verzoeking bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te +vluchten. Maar de handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen +het paar werd aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun +verblijfplaats aan de houtvesters van <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>den Koning te +verraden, indien de Infante zich niet aan hem gaf, was González +niet in staat, hem te straffen zooals hij dat verdiende. Maar toen de +ellendeling de prinses omhelsde, greep zij hem bij de keel, en +González raapte de speer op, die hij had laten vallen, en doodde +hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een afdeeling van +zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht, die zoo rijk was +aan gebeurtenissen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Infantes van Lara.</h3> +<p class="firstpar">Er zijn weinig Spaansche <span class="letterspaced">romanceros</span>, die een treffender en tragischer +onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes of +Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo +Velásquez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat +één dezer <span class="letterspaced">romanceros</span> is +ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en 1344 werd +geschreven, »of misschien wel uit een verloren imitatie van dit +verloren heldengedicht.« Het lijkt mij vreemd toe, dat al deze +gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat Lockhart +van »krachtiger« balladen gebruik had moeten maken om een +juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met +deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van +»De Wraak van Mudara.«</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">O, vergeefs heb ’k gedood de Infantes van +Lara,</p> +<p class="line">Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara,</p> +<p class="line">’t Is het jong van de afvallige, ’t +heidensche broed:</p> +<p class="line">O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed!</p> +</div> +<p class="firstpar">Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering +tot mij, aan een groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters +uitzien op een wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die +onwezenlijke gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op +de tafel van wormstekig <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span>rozenhout ligt een deel van de +<span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>, in een +beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke boeken nog +ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk dienden. Als kind +van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen, dit hemelsch verblijf +van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik zonder een bepaald doel +het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande dichtregels. Voor het +eerst in mijn leven werd ik getroffen door de schoonheid van het +rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten zich vast in mijn +brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat de duisternis viel, +scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar was, dat er geen +verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang zat. Maar ik had +eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen en nachten werden een +hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek zouden zijn. Het duurde +geruimen tijd voordat ik iets ontmoette, dat het heerlijke rhytme van +»De Wraak van Mudara« overtrof of zelfs <span class="corr" +id="xd20e3946" title="Bron: evenaardde">evenaarde</span>. De jaren +hebben mij in aanraking gebracht met veel schoons, waarnaast mijn +eerste ontdekking verbleekte, boeken van een fijneren geest, die mij +een diepe ontroering gaven; maar geen enkel dichtwerk was mij ooit zulk +een openbaring als deze bladzijde van dit onvergetelijke boek in die +onvergetelijke kamer.</p> +<p>De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de +Infantes van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake +was, volgt op deze ballade) is getiteld: »De zeven +Hoofden«, en beschrijft den moord van de ongelukkige prinsen. Uit +de <span class="letterspaced" lang="es">Historia de +España</span> van Juan de Marinia (1537–1624) leeren wij, +dat in het jaar 986 Ruy Velásquez, Heer van Villaren, te Burgos +in het huwelijk trad met Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge +geboorte. Deze gebeurtenis werd met schitterende <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span>feesten gevierd, en onder de gasten bevonden +zich Gustio <span class="corr" id="xd20e3956" title="Bron: Gouzález">González</span>, Heer van Salas en van +Lara, en zijne zeven zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der +Graven van Castilië, waren bekend om hun grooten moed en +ridderlijkheid, en allen waren zij op denzelfden dag tot ridder +geslagen.</p> +<p>Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen +González, den jongsten der zeven broeders, en een zekeren +Alvarez Sanchez, een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich +beleedigd, en toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van +haar gemaal geleidden, gaf zij, om zich te wreken, één +harer slaven het bevel, González een wilde komkommer, gedoopt in +bloed, naar het hoofd te werpen, een zware beleediging en een hevige +smaad, volgens de toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en +opvattingen.<a id="xd20e3961" name="xd20e3961"></a> De verborgen +beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat ook +de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen gesloten +waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad was, +vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid meer, dan +dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had opgevolgd, +zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan de zijde +zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde Infantes +doodden hem »in de plooien van het feestgewaad der +bruid.«</p> +<p>Ruy Velásquez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen +hij als een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan, +beschouwde, besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg +zijn plan op listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich +tegenover hen, alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna +belastte hij Gustio González, den vader van de <span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>zeven jonge ridders, met een zending naar +Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor hem in ontvangst +te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning dezer stad; maar +Velásquez gaf Gustio een brief mede, die in het Arabisch +geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin den +Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te dooden. +Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen, en inplaats +van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads vermoedenden +afgezant in de gevangenis.</p> +<p>Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed +Velásquez een schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich +liet vergezellen door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner +volgelingen. Met waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in +een hinderlaag te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche +troepen, besloten zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij +stonden rug aan rug, en richtten een gruwelijk bloedblad onder de +Mooren aan; en één voor één vielen zij, +verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden door den Moorschen +Koning aan Velásquez gezonden als een pand van vriendschap, en +zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van hem en den +rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Velásquez zich zou +kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij op deze wijze +voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen vader +toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren.</p> +<p>Maar Ruy Velásquez zou zijn gerechte straf niet ontgaan. +Terwijl Gustio González zich in Moorsche gevangenschap bevond, +had hij liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning +van Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren. +Toen de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging +<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span>hij, op aandringen van zijn moeder, op zoek naar +zijn vader; en toen hij hem, die nu reeds een man op hoogen leeftijd +was, gevonden had, hoorde hij, door welk een verraderlijken daad zijne +zeven broeders om het leven waren gekomen. Vastbesloten tot wraak, +wachtte hij rustig zijn tijd af, en toen hij ter gelegenheid van een +jachtpartij Ruy Velásquez ontmoette, doodde hij hem met eigen +hand. Daarna verzamelde hij een troep dappere mannen om zich heen, en +omsingelde met hen het kasteel Villaren; hij nam een vreeselijke wraak +op Donna Lombra, die hij liet steenigen en op den brandstapel ter dood +brengen. Na verloop van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders, +Donna Sancha, als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als +erfgenaam van zijn vaders bezittingen.</p> +<p>Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de +»Wraak van Mudara« werd beschreven. De ballade uit +Lockhart’s verzameling, waarin de rampzalige vader de zeven +hoofden zijner vermoorde zonen aanschouwt, staat lang niet op dezelfde +hoogte, wat betreft de kracht van uitdrukking.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Mijn lieve, dappre jongens,« sprak Lara +diep bedroefd.</p> +<p class="line">»Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag +beproefd;</p> +<p class="line">De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht +voort</p> +<p class="line">Zijn door die laffe handen verraderlijk +vermoord.«</p> +<p class="line">— — — — — — — +— — — —</p> +<p class="line">Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op +keer,</p> +<p class="line">En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer;</p> +<p class="line">Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand,</p> +<p class="line">Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand.</p> +<p class="line">»Waart gij naast mij gevallen in glorierijken +strijd,</p> +<p class="line">Uw vader had geen tranen van zwakheid dan +geschreid.</p> +<p class="line">O, waart gij toch gestorven den schoonen +heldendood,</p> +<p class="line">De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog +rood!«</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa.</h3> +<p class="firstpar">»Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa« is +een half-historische ballade, waarin de gedwongen verbintenis +<span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span>behandeld wordt van een Christelijke jonkvrouw +met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte zijn +bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij besloot +daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne politieke +doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar de verzekering +te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den Christelijken +godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de groote +voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met den +Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van de +situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok naar +Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar op den +trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder haar +schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst alleen +was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders dan in +naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen niet tot +het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte haar uit en +maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals zij voorspeld +had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een vreeselijke ziekte. +Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen met geschenken, naar +haar broeder terug, en zij trok zich terug in het klooster St. Pelagius +in Leon, waar zij hare verdere levensdagen in gebed en vrome werken +doorbracht.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Verslagen hoorde zij ’t bericht van de +overeenkomst aan,</p> +<p class="line">Het wreede vonnis, dat haar dwong tot ’t vreemde +volk te gaan,</p> +<p class="line">En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst +trouw,</p> +<p class="line">Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche +Koningsvrouw.</p> +<p class="line">Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre +tranenvloed,</p> +<p class="line">Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester +tegemoet.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span></p> +<p>Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie +te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den +éénen kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur +van Toledo, en aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, +Bermudo II, waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden +schept.</p> +<p>Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen +held reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu +aan</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Garcia Pérez de Vargas.</h3> +<p class="firstpar">Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele +woorden af, ofschoon het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel +waard is. De Vargas onderscheidde zich door groote dapperheid bij het +beleg van Sevilla in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van +de rivier reed, door slechts één metgezel begeleid, werd +hij aangevallen door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte, +doch Pérez sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche +krijgslieden af. Toen deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden, +maakten zij haastig rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn +kamp, ontdekte Pérez, dat hij zijn ceintuur, het onderpand +zijner geliefde, verloren had, en hij keerde oogenblikkelijk om, om +haar te zoeken. Maar ofschoon hij zich ver in de gevaarlijke zone +waagde voordat hij zijn eigendom gevonden had, ontweken de Mooren hem +voortdurend, en hij bereikte veilig het Spaansche kamp. In de ballade +ontrukt Pérez de ceintuur aan de Mooren, die haar gevonden en +»op een speer gestoken« hadden.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij +mijn gordel weer!«</p> +<p class="line">Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer.</p> +<p class="line">— — — — — — — +— — — —</p> +<p class="line">Toen hij in ’t Spaansche kamp verscheen als +overwinnend vorst,</p> +<p class="line">Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche +heldenborst.</p> +<p class="line">Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een +<span class="corr" id="xd20e4046" title="Bron: krijgstropee">krijgstrophee</span></p> +<p class="line">Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren +mee.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Pedro de Wreede.</h3> +<p class="firstpar">Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de +boeiende maar bloedige geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men +heeft menigmaal getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een +onmensch was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar +het is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind +hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben +om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van +wreedheid was die, welke in »De Meester van St. Jago« +beschreven is, en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder. +Bij den dood van dien edelman vluchtte zijn vader, die het +wraakzuchtige karakter van Pedro kende, naar de stad Coimbra in +Portugal. Maar daar hij vertrouwde op de plechtige verzekering van +Pedro, dat hij hem geen geweld zou aandoen, nam hij diens uitnoodiging +aan, om naar het Hof van Sevilla te komen, waar grootsche tournooien +zouden worden gehouden. Zoodra hij echter was aangekomen, werd hij +heimelijk ter dood gebracht, naar men gelooft, op aandringen van +Pedro’s minnares, Maria de Padilla.</p> +<p>De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla +gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs, dat zij de +aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor gestraft werd. +Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance ontegenzeggelijk +dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken had van +<span class="letterspaced">melodramatische</span> kwaliteiten, zouden +wij ons beter met zijn oordeel kunnen vereenigen.</p> +<p>»Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen +dood van de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij +gehuwd en dadelijk na het huwelijk verlaten had,« zegt Lockhart. +Maar of hij wèl <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span>of niet zijn koningin vermoordde, +zijn bijzit, Maria de Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze +misdaad, waarvan de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat +de verzen, die op haar betrekking hebben, geschreven zijn met +oneerlijke politieke bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag +worden, verhaalt, dat Pedro’s gedrag tegenover zijn koningin de +verontwaardiging opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven +protest bij hem indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig +karakter, ontstak in woede over hetgeen hij beschouwde als een +ongepaste inmenging in zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf +oogenblikkelijk bevel, zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis +door vergif om het leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe +Pedro en zijn minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin +beramen.</p> +<p>In »<span class="letterspaced">De Dood van Pedro</span>« +krijgen wij de bloedige beschrijving van den vreeselijken strijd +tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die door Henrico van +Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen genomen, wordt op +laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem, in een uitbarsting van +dierlijken moed en koninklijke woede, naar de keel. Met stomheid +geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven en dood tusschen +vorst en overweldiger, kijken Henrico’s mannen, onder wie de +beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara tegen +den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du Guesclin +wendt zich tot den page van Henrico: »Laat gij uw meester +zóó sterven, gij, die zijn brood eet!« roept hij +schamper uit. De schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen +en trekt hem van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een +opening kan zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn +dolk diep in het <span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" +name="pb239">239</a>]</span>wreede hart. De moordenaar, de vriend van +Joden en Saracenen, is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn +trotsch lichaam door paardenhoeven vertrapt.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zóó dreigend staren Pedro’s doode +oogen nog zijn broeder aan,</p> +<p class="line">Zóó onheilspellend, of hij tot de wrake +op zal staan!</p> +<p class="line">Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig +rood;</p> +<p class="line">Ach Pedro waar’ zijn Cain, had’ hij hem +niet eerst gedood.</p> +</div> +<p class="firstpar">zegt de ballade. »Zijn deze wreede oogen +werkelijk dood? Zie ik er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van +het bloed mijns broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet +bevlekt zijn met mijn bloed.« Dit gedeelte van het gedicht is +treffend om de atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het +oogenblik van den moord—beangstigend, beklemmend. Ook de diepe +droefheid der minnares van den Koning is goed geteekend:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend +heet,</p> +<p class="line">Eerst ziet zij naar Henrico’s kroon, en naar zijn +vorstlijk kleed;</p> +<p class="line">Dan staart zij op ’t verscheurd gewaad, dat +nauwelijks bedekt</p> +<p class="line">Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed +bevlekt.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Moor Reduan.</h3> +<p class="firstpar">Wij slaan »<span class="letterspaced">De Heer +van Brutayo</span>« en »<span class="letterspaced">De +Koning van Arragon</span>« over, en komen dan aan de ballade, die +tot titel heeft: »<span class="letterspaced">De Moor +Reduan</span>«, een gedicht, dat betrekking heeft op het beleg +van Granada, de laatste vesting der Mooren. Het is de eerste van een +groep balladen, die <span class="letterspaced" lang="es">romanceros +fronterizos</span> of »grensromances« genoemd worden, en +die, zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan. +Het is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate +een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs de +gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de <span class="letterspaced" lang="es">romancero</span> zegt Kelly: »Men kan er +Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>de +ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van ieder schrijver, +die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan zou willen geven, zou +hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij zou het zeker noodig +oordeelen, in een noot het resultaat neer te leggen van de +onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks begonnen waren. +Het is nu wel zeker, dat Pérez de Hita twee <span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> door elkander werkte, en dat +de verzen van het vierde gedeelte van Lockhart’s vertaling:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Zij trokken met ontplooide vaandels door +Elvira’s poort«,</p> +</div> +<p class="firstpar">thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft +op de veldtocht van Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer +goed, dat het gedicht niet homogeen was; want hij zegt: »Het +volgende is een vertaling van bepaalde gedeelten van <span class="letterspaced">twee balladen</span>, maar hij schijnt niet te hebben +geweten, dat één dezer gedeelten handelde over de tocht +van Boabdil. En juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het +gedicht.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint,</p> +<p class="line">De pluimen en de veeren, ze wapp’ren in den +wind;</p> +<p class="line">De kromme zwaarden schitt’ren, ’t is glans, +waarheen men ziet.</p> +<p class="line">De dapp’re harten zingen een heerlijk +strijderslied.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3858" href="#xd20e3858src" name="xd20e3858">1</a></span> Behalve +de verzameling romances, waarover wij hier spraken, en waarin de +voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn, waren er in het +midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven te Antwerpen en +Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban de +Nájera. De lezer kan ook de <span class="letterspaced">Primavera +y Flor de Romance</span> door Wolf en Hofman raadplegen, waarvan een +nieuwe uitgave verscheen bij Señor Menéndez y Pelayo, de +verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844) en de Engelsche +vertalingen van Lockhart en Bowring.</p> +</div> +</div> +<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk X: De Romanceros of Balladen (vervolg).</h2> +<div class="epigraph"> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Daar was rumoer in Granada, des avonds bij ’t +gebed:</p> +<p class="line">Want de één riep de Drieëenheid aan, +de ander Mahomed;</p> +<p class="line">Hier stierf een trouwe Moor—daar werd een +Christenkind geboren;</p> +<p class="line">Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche +horen.</p> +</div> +</div> +<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>eze regels +geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die volgde op de +vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der Saracenen in +Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende leger van +Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar van de +ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is vrij +onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Don Alonzo de Aquilar.</h3> +<p class="firstpar">Na den val van Granada beijverden Ferdinand en +Isabella zich, om de Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te +brengen. De meesten der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste +uiterlijk, aan het koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra +bleef het onder de Mooren gisten, en zij weigerden den doop te +ontvangen uit de handen der priesters, die gezonden waren om hen te +bekeeren. Ten slotte werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de +onwilligen met geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het +ondergaan van de plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand +met den koppigen moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij +onderworpen en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met +<span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>zware verliezen aan de zijde van hunne +quasi-weldoeners, onder wie één der voornaamsten was Don +Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo Hernández de Cordova +de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam van »Den Grooten +Kapitein«. Maar de ballade houdt zich niet aan de historie, want +zij laat Aquilar sterven vóór den val van Granada, +terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice +Kelly besluit hieruit, »dat de romance eerst geschreven werd, +lang nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden +reeds vergeten waren.« Maar waarom zouden wij een geheel volk +laken om iets, dat misschien een <span class="letterspaced" lang="la">lapsus memoriae</span> is geweest van een enkelen +balladeschrijver? En zou Kelly één enkele ballade kunnen +aanwijzen, die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de +bijzonderheden den toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek +kunnen doorstaan?</p> +<p>Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat +meestal met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een +bewerking, die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche +origineel.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Fernando, Spanje’s hooge vorst, ligt voor +Granada’s wallen</p> +<p class="line">Met alle grandes van het land, met heel zijn staf +vazallen;</p> +<p class="line">En met Castilië’s ridderschaar in al haar +hoofsche pracht,</p> +<p class="line">Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens +legermacht.</p> +</div> +<p class="firstpar">Wij komen nu tot een serie gedichten, die door +Lockhart</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Moorsche Balladen</h3> +<p class="firstpar">worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de +meerdere of mindere »Moorschheid« dezer balladen reeds +besproken, en wij zullen ze dus nu slechts als balladen zonder meer +beschouwen. De eerste, <span class="letterspaced">Het Stierengevecht +van Ganzul</span>, is een beroemd gedicht, waarin de vaardigheid van +den Moorschen ridder Ganzul <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span>in de arena beschreven wordt; deze +ballade draagt een beslist Moorsch karakter:</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Almanzor, Vorst van Granada, riep met +trompetgeschal,</p> +<p class="line">De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit +dal.</p> +<p class="line">Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit ’t +woud,</p> +<p class="line">Met helm en met kuras van staal en van gedreven +goud.</p> +<p class="line">— — — — — — — +— — — —</p> +<p class="line">Acht dappre ridders uit het land houden zich nu +bereid,</p> +<p class="line">Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den +strijd;</p> +<p class="line">Maar vóór de zon ten middag stijgt, ligt +elke Moorsche held</p> +<p class="line">Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer +geveld.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle +horen;</p> +<p class="line">»Maakt plaats, maakt plaats voor +Ganzul!«... de ridder treedt naar voren.</p> +<p class="line">Nog feller raast de trommel; laat luid den horen +schallen:</p> +<p class="line">D’Alcaydé van Agalva komt, de dapperste +van allen!</p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Hij verslaat de stieren, die op hem worden +afgezonden, met uitzondering van Harpado, een woest, maar verstandig +dier.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het +bloed;</p> +<p class="line">Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen +gloed,</p> +<p class="line">Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde +vaart,</p> +<p class="line">Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held +ontwaart.</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen +den Moorschen ridder, die het onderwerp is van zoovele verhalen, die +vooral betrekking hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche +schoone.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Bruid van den Zegri.</h3> +<p class="firstpar">Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de +veete tusschen twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de +Abencerrages, de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad, +waarvan de val ongetwijfeld <span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>verhaast werd door de voortdurende +twisten dezer adellijke geslachten.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri’s hoog +geslacht;</p> +<p class="line">Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote +kracht.</p> +<p class="line">Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog +vóór de dageraad</p> +<p class="line">Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad.</p> +</div> +<p class="firstpar">De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed +voor den strijd, niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt +dan ook een donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren +opgetuigd, zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan +trekken:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zijn gordel en ’t gevest zijn zwart, maar +glanzend is zijn zwaard;</p> +<p class="line">Zwart zijn het kleed en ’t zaâl, maar licht +de hoeven van zijn paard.</p> +</div> +<p class="firstpar">Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat +zijn geliefde, Zayda, hem gegeven heeft:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste +gaf...,</p> +<p class="line">»God weet, of ik niet heden nog zal rusten in +mijn graf.«</p> +</div> +<p class="firstpar">Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn +bruid, zooals wij lezen in het korte slotcouplet:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten +tijd</p> +<p class="line">Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de +strijd.</p> +<p class="line">De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn +bruid,</p> +<p class="line">En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Bruiloft van Andella.</h3> +<p class="firstpar">Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch +getint:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,</p> +<p class="line">Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam;</p> +<p class="line">Hoor naar de zilv’ren tonen van de luiten en +guitaren,</p> +<p class="line">Naar ’t schetterend trompetgeschal, en ’t +lieflijk spel der snaren,</p> +<p class="line">Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en +balkon,</p> +<p class="line">En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de +zon.</p> +<p class="line">Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,</p> +<p class="line">Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te +zaam.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span></p> +<p>Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom, had +zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur is niet +bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In het land +der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte en witte, +hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet op het verbreken +der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde, die bijzondere studie +van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij, deze wet schijnt een einde +te hebben gemaakt aan het schrijven van balladen, waarschijnlijk omdat +zij de voornaamste voorwaarde daarvoor heeft weggenomen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Zara’s Oorringen.</h3> +<p class="firstpar">Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. +Misschien is zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel +eens. In ieder geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden +weergegeven.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">»Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de +bron,</p> +<p class="line">Wist ik maar, wat ik Muça, mijn liefste, zeggen +kon!«</p> +<p class="line">En stil en treurig hoorde zij naar ’t zacht +fonteingeklater.</p> +<p class="line">»Zij liggen in de diepe bron, in ’t koude, +blauwe water.</p> +<p class="line">Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo +teêr,</p> +<p class="line">’k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij +eens tot mij weer!«</p> +</div> +<p class="firstpar">Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij +in de gegeven omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er +bestaan talrijke romances over dezen Muça, die van hooge +geboorte schijnt te zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien +Lockhart en Depping ook eenige bladzijden gewijd hebben.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Romantische Balladen.</h3> +<p class="firstpar">Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de +derde en laatste rubriek van Lockharts verzameling. <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span>Over +»De Moor Calaynos« hebben wij reeds gesproken, evenals over +»Gayferos« en »Melisendra«. Daarop volgt +»De Droom van Vrouwe Alda,« volgens Lockhart een van de +schoonste balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet +vereenigen en geef verre de voorkeur aan »Admiraal +Guarinos,« dat in een mooi en martiaal rhytme is geschreven. +Guarinos was een admiraal van Karel den Groote. In het laatst der +vorige eeuw was de toestand van de Britsche zeemacht een onderwerp van +de allergrootste belangstelling onder alle lagen der maatschappij; en +toen de schrijver van dit werk in zijn jeugd de ballade +»Guarinos« las, maakte hij zich dan ook zeer bezorgd over +de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht bij de +Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den +opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen +gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich bevond, +behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen, den Islam +te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide dochters ten +huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet laten omkoopen, en +weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over te gaan. Marlotes +kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien, die het bijzondere +voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche potentaten, en hij +gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker van zijn kasteel zou +geworpen worden.</p> +<p>Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit +hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van het +volk. Bij één dezer gelegenheden, op het feest van +Johannes den Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten +oprichten, waar de Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl +zij trachtten, haar met hunne speren te doorboren. <span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span>Maar +de schijf was zóó hoog geplaatst, dat het geen hunner +gelukte, en de Koning, die ontevreden was over hun gebrek aan +vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen, voordat de +schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op, de proeve +van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg de +koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus de +wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn oud +strijdros.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de +speer,</p> +<p class="line">Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en +zoo teer.</p> +<p class="line">En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang +vervlogen tijd:</p> +<p class="line">Zóó wachtte hij dan aan de poort, gereed +weer tot den strijd.</p> +</div> +<p class="firstpar">Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude +paard, en het herkende de stem van zijn meester.</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in +het zaâl,</p> +<p class="line">En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke +praal.</p> +<p class="line">Maar schamper lachte toen de Moor: »Heer Ridder, +wees gegroet!</p> +<p class="line">Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw +moed!«</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den +Moorschen vorst,</p> +<p class="line">En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens +borst.</p> +<p class="line">Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend +voor uw leven,</p> +<p class="line">Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal +geven!</p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze +ballade en de Fransche romance »Ogier de Deen,« en Erman +vertelt ons, dat zij in 1828 in Siberië in het Russisch gezongen +werd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Graaf Arnaldos.</h3> +<p class="firstpar">Deze mooie ballade, die in de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero</span> van Antwerpen (uitgegeven in +1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs +het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige +<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span>gezang van een matroos, die zich op een +voorbijvarende galei bevond.</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Moge ’t oog verlangend stralen,</p> +<p class="line">Moge ’t hart vergaan van wee,</p> +<p class="line">Nooit zal meer een stervling hooren</p> +<p class="line">’t Lied, dat opstijgt uit de zee.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Bij het zingen van den zeeman</p> +<p class="line">Kwam de woeste storm tot rust,</p> +<p class="line">En de aarde lag te droomen</p> +<p class="line">Als een maagd, in slaap gekust.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Helder lichtend rees de zeester</p> +<p class="line">Uit haar duister kil gebied</p> +<p class="line">En de adelaar bleef zweven</p> +<p class="line">Als betooverd door het lied.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">»In den naam van God, den Schepper,«</p> +<p class="line">Kreet Arnaldos, droef en bang,</p> +<p class="line">»Oude man, ach, wil mij leeren</p> +<p class="line">Het geheim van uwen zang.«</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">»Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos!</p> +<p class="line">Kom aan boord, vaar met ons mee,</p> +<p class="line">Want de zee kan u slechts leeren</p> +<p class="line">De geheimen van de zee.«</p> +</div> +</div> +<p class="firstpar">Vele kleinere balladen volgen dan, die niet +belangrijk genoeg zijn, om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke +»Serenade,« overgenomen uit de <span class="letterspaced">Romancero General</span> van 1604, is zeker niet het +werk van een eenvoudigen boer.</p> +<div class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Alle sterren stralen</p> +<p class="line">Aan den hemeltrans</p> +<p class="line">In den stroom zich spieglend</p> +<p class="line">Met verhoogden glans.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Kom zoele zuiderzucht,</p> +<p class="line">Maar laat geen wolkje komen,</p> +<p class="line">Verduisterend de lucht,</p> +<p class="line">En Zara’s teedre droomen</p> +<p class="line">Jagend in ijle vlucht.</p> +</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>»De Gevangen Ridder en de Merel«</h3> +<p class="firstpar">verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in +zijn diepen kerker niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan +wast en afneemt:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei +ook straalt,</p> +<p class="line">Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond +daalt;</p> +<p class="line">Eéns zong een blijde vogelstem bij ’t +rijzen van de zon;</p> +<p class="line">Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag +begon.</p> +</div> +<p class="firstpar">Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde +had uitgemaakt van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn +droeve klacht, toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den +ongelukkige de vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige +»Valladolid« voorbijgaan, dat een beschrijving geeft van +het bezoek van een ridder aan het graf zijner geliefde, die in deze +stad gewoond had. »De Ongelukkig-Getrouwde Vrouw« verhaalt +het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw is, en die zich met +een anderen ridder troost. Zij worden verrast door haar heer en +gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf spreekt: »Moet ik +vandaag nog sterven?« en zij smeekt hem, haar onder de +oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of haar +laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht werd, +maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit +waarschijnlijk zóó vanzelfsprekend, dat het onnoodig was, +het nog te vermelden.</p> +<p>»<span class="letterspaced">Dragut</span>« geeft het +verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip in den grond geboord +werd door een galei, behoorende aan de Maltezer Ridders. Dragut ontkwam +aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar de Christen gevangenen, +waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken allen, met uitzondering +van één, wien de ridders een touw toewierpen. +<span class="pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span></p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht,</p> +<p class="line">Die lang gezucht had onder Saraceensche macht.</p> +<p class="line">Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand,</p> +<p class="line">Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land.</p> +</div> +<p class="firstpar">De <span class="letterspaced" lang="es">romancero</span>: »<span lang="es">Sale la estrella de +Venus</span>« verhaalt een tragische geschiedenis. Een Moorsch +krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was om de wreedheid zijner +geliefde, die hem bespot had om zijn armoede en haar hand aan een ander +geschonken had, vervult de lucht met zijn droeve klachten. Hij +vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die hem zoo gegriefd heeft. +Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het paleis van den Alcade, +met wien de trouwelooze schoone dien avond in het huwelijk zal treden. +Het gebouw schittert in een zee van licht, en is vervuld van vroolijk +gezang.</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">En de gasten gaan opzijde,</p> +<p class="line">Als hij voortschrijdt als een vorst.</p> +<p class="line">Wee! hij nadert den Alcade</p> +<p class="line">En doorsteekt diens trotsche borst.</p> +<p class="line">Ach, het bloed uit diepe wonde</p> +<p class="line">Kleurt het vorstelijke kleed.</p> +<p class="line">Het paleis weergalmt van klagen,</p> +<p class="line">Angstgeschrei en wanhoopskreet!</p> +<p class="line">En terwijl de bange klachten</p> +<p class="line">Nog weerklinken in de lucht,</p> +<p class="line">Is de ridderlijke wreker</p> +<p class="line">Naar Medina reeds gevlucht.</p> +</div> +<p class="firstpar">Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst +min of meer uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de +domineerende toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de +gemoedsgesteldheid van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij, +dat tal van deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus +raseigenschappen vertoonen. »Arm Spanje!« Hoe menigmaal +<span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span>hooren wij deze uitdrukking gebruiken door +menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen zich. Wat beteekent +materieele armoede voor een volk, dat begaafd is met zulk een heerlijke +verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk Spanje, schatkamer van een +onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen, van de kostbaarste +juweelen der romance, van het drama en van het lied! <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk XI: Moorsche Romances uit Spanje.</h2> +<p class="xd20e4514"><span class="xd20e4514init">H</span>et spreekt +vanzelf, dat dit meer romances <span class="letterspaced">over</span> +Mooren zijn dan door Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk +Spaansche volkszangen, die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den +tijd der Saraceensche overheersching beschrijven, en niet, zooals men +wellicht zou meenen, overleveringen geput uit oude Arabische +manuscripten. De Arabische letterkunde van Spanje draagt eerder een +didactisch, theologisch en philosophisch, dan een romantisch karakter. +Het verdichtsel was voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden +zanger, zooals het dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, +dat vele Moorsche legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche +boerenbevolking, speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het +Schiereiland. De verzamelaars hebben echter niet veel aandacht +geschonken aan deze gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk +zijn. Maar de weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door +haar groote schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling +overleveringen van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van +Washington Irving, de <span class="letterspaced">Vertellingen uit het +Alhambra</span>. Hij verklaart zelf, dat hij deze »met groote +toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding van de +verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op zijne vele +voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige een historisch +document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens van een bijna +uitgewischt opschrift.« De eerste van onze Moorsche legenden zal +ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den grooten +Amerikaanschen schrijver. <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span></p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Arabische Sterrenwichelaar.</h3> +<p class="firstpar">Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel +aanspraak maken op een rustigen ouden dag. Maar de jonge en +strijdlustige vorsten, wier landen aan zijn gebied grensden, waren niet +van plan hem de verschrikkingen van den oorlog te besparen; en ofschoon +hij alle mogelijke voorzorgen nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn +tegen de invallen dezer heethoofden, vervulde de voortdurende +bedreiging van een aanval van één hunner, en de telkens +terugkeerende binnenlandsche woelingen, zijn ouden dag met angst en +ergernis.</p> +<p>Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou kunnen +helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen en edelen aan +zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en gebrek aan +vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon, één +hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne +staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men +tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was +aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele +Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was +Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in +den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke +vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal +van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was +gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd had +gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin de +Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn hoogen +ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij den langen +weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf, waarin +allerlei <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span>geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard +reikte tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een +bijna bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was +waardiger en vorstelijker dan van den meest verheven <span class="letterspaced">Mullah</span> in Granada. Men vertelde van hem, dat hij +het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij dit slechts op +lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten, dat hij het +uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in geslaagd was, +zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren.</p> +<p>Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn, +zulk een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij +hem met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was +afkeerig van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een +grot van den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd. +Hij liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige +van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren +van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die het +dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan, zoodat +hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den dag den +loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed in de +studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele kunst +der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen erkend +wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die door de +oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd is +geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal dit +wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne +bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel +voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende <span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name="pb255">255</a>]</span>letters van de taal der wijzen, en de even +geheimzinnige symbolen van het oude Egypte, versierden de muren der +grot van den sterrenwichelaar, en omringd door deze hieroglyphen, en +voorzien van den primitieven telescoop, dien wij beschreven hebben, +bracht de wijze Ibrahim zijne dagen door met het ontcijferen van de +geschiedenis der toekomst, die in de schitterende bladzijden van het +uitspansel beschreven stond.</p> +<p>Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz hulp +zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het duurde dan +ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden, en werd overal in +geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk en stelde zijne +wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den gekwelden vorst. Op +zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter erover, dat hij +voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen zijner strijdlustige +buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken in gedachten verzonken; +toen antwoordde hij: »O, Koning, lang geleden heb ik iets +wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze priesteres van +dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich een reusachtige +berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is, waarboven een haan +zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en draaien om een spil. +Wanneer het land door een inval bedreigd wordt, keert de ram zich in de +richting van den vijand, en de haan begint te kraaien. Op deze wijze +zijn de inwoners van Borsia in staat, tijdig hunne +verdedigingsmaatregelen te treffen.</p> +<p>»Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden,« +riep de Koning uit, »dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen +neerleggen.«</p> +<p>De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning. +»Ik heb u reeds verteld, o Koning,« zeide <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span>hij, +»dat ik vele jaren in Egypte heb doorgebracht, en mij heb +toegelegd op de verborgen wetenschappen van dat geheimzinnige land. Op +zekeren dag, toen ik aan den oever van de Nijl zat, en van gedachten +wisselde met een Egyptischen priester, sprak mijn metgezel, wijzende op +de geweldige pyramiden, die hunne schaduwen wierpen op de plek, waar +wij ons bevonden: »Mijn zoon, hier ziet gij deze bergen van +steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die stierven toen Griekenland +nog in opkomst was, en er nog geen steen van Rome stond; alle kennis, +die wij u kunnen schenken, is als een droppel water in den Oceaan, +vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten bevatten. In het hart +van de Groote Pyramide is een doodenkamer, waar de mummie rust van een +hoogepriester, die dit geweldige monument ontwierp en bouwde. Op zijn +borst ligt een wonderboek, dat gewichtige toovergeheimen bevat; het is +hetzelfde boek, dat Adam geschonken werd na zijn val en met welks hulp +Salomon den tempel te Jeruzalem bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik +deze woorden hoorde, o Koning, had ik geen rust meer. Ik besloot, door +te dringen in de Groote Pyramide, en in het bezit te komen van dit +wonderboek. Ik vormde een klein leger uit soldaten van den +zegevierenden Amru en uit geboren Egyptenaren, en begon het stevige +gebouw te doorboren, waarin dat boek van onschatbare waarde verborgen +was. Na onbeschrijfelijk veel moeite en arbeid gelukte het mij, de +verborgen gangen op te sporen. Langen tijd doorzocht ik de labyrinthen +der reusachtige pyramide, voordat ik bij de doodenkamer kwam. En +tastende in de zwartste duisternis, terwijl ik telkens opgeschrikt werd +door het geritsel der kleeden, waarin de mummies der Pharao’s +gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats, waar het lichaam van +den hoogepriester <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257" +name="pb257">257</a>]</span>in zijn strenge waardigheid lag. Ik opende +de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van zijne omhulsels, en +vond het geheimzinnige boek, dat temidden van geurige kruiden en +amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep het, vluchtte terug +door de duistere gangen en herademde eerst, toen ik den helderen +Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der rivier weder +aanschouwde.«</p> +<p>»Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o +zoon van Abu Ajib?« vroeg de Koning geprikkeld.</p> +<p>»Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit +wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik met +hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij de stad +<span class="corr" id="xd20e4553" title="Bron: Borsa">Borsia</span>.«</p> +<p>De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking +kreeg over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een +hoogen toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel +droegen de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en +hieruit werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte +hij een ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en +voor elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord, +houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis +van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag een +kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd gesloten +met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning bewaard werd. +Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van een Moorsch +ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het droeg een schild +en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand hield. Het beeld +keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde, zou <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" name="pb258">258</a>]</span>de +ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten, alsof hij hem +wilde aanvallen.</p> +<p>Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben +Habuz van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven. +Hij behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men +hem de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen +was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope wees. +Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar Ibrahim +verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne troepen +niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal in den +toren.</p> +<p>Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den pas +van Lope uitzag, wijd open. »Aanschouw nu, o Koning,« zeide +de astroloog, »het wonder van de tafel.« Aben Habuz keek +naar de tafel, die bedekt was met de kleine houten ruiters en het +voetvolk, en tot zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle +actie waren, dat de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de +paarden hinnikten, maar deze geluiden waren niet sterker dan het +gezoem, dat uit een bijenkorf opstijgt.</p> +<p>»Uwe Majesteit,« zeide de sterrenwichelaar, +»indien U wenscht een paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden, +dan behoeft gij slechts met den knop van de tooverspeer op de tafel te +slaan; maar wanneer gij dood en verderf onder hen wilt brengen, moet +gij met de punt slaan.«</p> +<p>Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine +figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten vielen +voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote verwarring +over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden, die zich ervan +overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers inderdaad verslagen +waren, en zij kwamen terug met <span class="pagenum">[<a id="pb259" +href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>het bericht, dat +Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat zij +onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun eigen +land teruggevlucht waren.</p> +<p>De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim, +zelf zijn belooning te noemen. »Ik heb slechts weinig +behoeften,« antwoordde de sterrenwichelaar; »wanneer mijn +grot wordt ingericht als een gepaste verblijfplaats van een philosoof, +dan begeer ik niets meer.«</p> +<p>Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn +schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen +van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele reeks +vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied was, gaf hij +bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden ingericht. +Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle hoeken, en de +vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden stoffen van +Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren met de +schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren +aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De +vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen +lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die +voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd.</p> +<p>De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting +van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar Zijne +Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens +verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide +komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig +voltooid zou zijn. Toen de »kluizenaarswoning« eindelijk +gevuld was met de weelde-artikelen <span class="pagenum">[<a id="pb260" +href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>van drie koninkrijken, vroeg +de schatbewaarder, of de wijze tevreden was.</p> +<p>»Ik heb nog één klein verzoek,« antwoordde +hij; »ik zou nl. gaarne eenige danseressen tot mijn beschikking +hebben, om mij te verstrooien.«</p> +<p>Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch, +volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus alles +had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn +onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren +bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet bij +de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich met het +verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons door een +enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren zóó +ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij +tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef de +bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van zijn +liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar op een +goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter zijn +lans had gekeerd naar de bergen van Guadix.</p> +<p>De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de +toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees, +bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje +hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden na +verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was, en +dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw, die bij +een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden.</p> +<p>Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche +houding en haar kostbare kleeding <span class="pagenum">[<a id="pb261" +href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>verraadden haar hooge +afkomst. Op een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een +Gothische prinses was, en dat het leger haars vaders als het ware door +een tooverslag in de bergen was uiteengejaagd.</p> +<p>»Wacht U voor deze vrouw, o Koning,« fluisterde de +astroloog, die naast hem stond; »het schijnt mij toe, dat zij een +toovenares is, die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg +U: wees voorzichtig!«</p> +<p>»Zwijg Ibrahim,« antwoordde Aben Habuz, »gij zijt +een wijs man, maar wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen +toovenares? De jonkvrouw behaagt mij.«</p> +<p>»O Koning,« zeide Ibrahim, »ik heb U vele +overwinningen bezorgd, maar van allen buit, dien gij behaald hebt, heb +ik niets ontvangen. Geef mij deze gevangen Christin, die, zooals ik +zie, een zilveren lier bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor +mij kan maken in mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals +ik vermoed, een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar +onschadelijk te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij +haar in uw huis opneemt.«</p> +<p>»Wat!« riep de vertoornde vorst uit, »bij den +baard van den Profeet, gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze +jonkvrouw is niet voor u!«</p> +<p>»Het zij zoo,« sprak Ibrahim met van woede trillende +stem, »maar ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht, +herhaal ik; wees voorzichtig.« En met deze woorden trok de +sterrenwichelaar zich terug in zijn onderaardsche woonplaats.</p> +<p>Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd +geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar te +behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij +overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om haar +genoegen te doen, honderd feesten aan—stierengevechten, +tooneeluitvoeringen <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" +name="pb262">262</a>]</span>en tournooien. Dit alles aanvaardde de +schoone als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn +van, alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer +uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij +weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de +lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te +spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen, en +zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed, +voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken zich +van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap, waaruit +hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne onderdanen +waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken; zij waren +ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit, dat hij zulk +een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een vijandelijk ras, +en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar evenals Sardanapalus +van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte ketenen, plaatste zich +aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte het oproer, nog voordat +het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval verontrustte hem echter +zeer, en hij herinnerde zich de woorden van den wijzen Ibrahim, die hem +gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses zijn ongeluk zou worden.</p> +<p>Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem raad. +Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven, zoolang +de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar echter niets +van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem op te zoeken, +waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen doorbrengen met de +prinses, die hij zoo vurig beminde. <span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span></p> +<p>»En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats +voor U vind?« vroeg Ibrahim.</p> +<p>»Gij moogt uw belooning zelf kiezen,« antwoordde de +onverstandige oude vorst.</p> +<p>»Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning, +dat kleinood van Arabië?«</p> +<p>»Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o +astroloog?«</p> +<p>»Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want +ikzelf heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind +was, ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn +vader zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was +gesticht door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die +besloot, daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het +Paradijs in schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof +hem wegens deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde +weggevaagd, en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij +onzichtbaar werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van +Salomon gevonden had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en +ik ontfutselde den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het +tooverwoord, dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door +middel van dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk +oord zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o +Koning!«</p> +<p>»O wijze sterrenwichelaar,« riep Aben Habuz geestdriftig +uit, »het was verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe +wat gij beloofd hebt en bepaal zelf uw belooning.«</p> +<p>»Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat +de poort van Uw paradijs zal binnengaan,« zeide Ibrahim; +»dat is toch zeker een bescheiden eisch?« <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span></p> +<p>»Bescheidener kan het al niet,« riep de Koning uit, +opgewonden door de gedachte aan zijn toekomstig geluk; »uw wensch +zal vervuld worden.«</p> +<p>De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top +van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met een +groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de +beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van +een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom +hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den +volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede, +dat hij zijn werk beëindigd had, en dat het paradijs, dat slechts +zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte.</p> +<p>Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap van de +prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed de +sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten staf. Zoo +naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige hand en +sleutel. »Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen +sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs,« +zeide hij.</p> +<p>Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort.</p> +<p>»Zie,« riep de sterrenwichelaar uit, »kwamen wij +niet overeen, dat het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden, +met zijn lading mij zou toekomen?«</p> +<p>Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den +astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was, +werd hij woedend.</p> +<div class="figure xd20e4635width"><img src="images/p264.jpg" alt="Aben Habuz en de Gevangen Prinses." width="490" height="720"> +<p class="figureHead">Aben Habuz en de Gevangen Prinses.</p> +</div> +<p>»Vermetele sterrenwichelaar,« schreeuwde hij, +»durft gij uwe oogen op te slaan naar haar, die ik onder alle +vrouwen heb uitverkoren?« <span class="pagenum">[<a id="pb265" +href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span></p> +<p>»Gij hebt uw koninklijk woord gegeven,« antwoordde +Ibrahim. »Ik eisch de prinses op.«</p> +<p>»Hond der woestijn!« riep Aben Habuz, »gij zult +gevoelen, wat het zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij +bedrieger!«</p> +<p>»Daar lach ik om,« riep Ibrahim spottend. »Geen +sterfelijke hand kan mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en +heersch met genoegen over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen, +waar gij mij niet volgen kunt.« En dit zeggende, greep hij het +paard bij den teugel, sloeg met zijn tooverstaf op den grond en verzonk +met de prinses in het binnenste van den heuvel. De aarde sloot zich +over hunne hoofden en er was geen spoor meer te bekennen van de +opening, waardoor zij verdwenen waren.</p> +<p>Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij +een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde de +opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den +sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman, +waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde te +werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen kwam een +boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij den heuvel +overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij doorgekropen, +en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal, waar de +sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl de +prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning slaagde +er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het paradijs +niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De top van den +heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van »Het +Paradijs van den Dwaas« ontving. De verdere levensdagen van den +<span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span>ongelukkigen Koning werden hem tot een +ondragelijken last door de voortdurende invallen van zijne +oorlogszuchtige buren.</p> +<p>Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een +paleis is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen +van Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar +geheel, en is nu bekend als »De Poort der +Rechtvaardigheid.« Men zegt, dat onder deze poort de oude +Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen hal woont, in een +voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier der prinses. Zij zijn +elkanders gevangenen, en zullen dat blijven totdat de tooversleutel zal +worden aangevat door de tooverhand, en de betoovering zoo van den +heuvel zal worden afgenomen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Cleomades en Claremond.</h3> +<p class="firstpar">Het bekoorlijke verhaal van <span class="letterspaced">Cleomades en Claremond</span> is zoo goed als zeker +indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot <span class="letterspaced" lang="fr">Berte aux grans piés</span> van +Adenès (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer geneigd te +gelooven, dat het origineel van de vertelling <span class="letterspaced">Cleomades</span> werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle +personen zijn Saracenen of Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, +en zijn karakter vertoont sterke overeenkomst met dat van andere +Oostersche verhalen. Keightley was van meening, dat Blanche van +Castilië, de vrouw van Lodewijk VIII van Frankrijk, het verhaal in +Spanje had gehoord, en het verteld had aan den Franschen dichter +Adenès, die er een letterkundigen vorm aan gegeven heeft.</p> +<p>Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te +Sevilla, waarbij Marchabias, Prins van Sardinië zich +zóó onderscheidde, dat hij haar hart won. Zij schonk +<span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span>den jongen ridder haar hand, en hun huwelijk was +zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en één +zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de meisjes +Melior, Soliades en Maxima werden genoemd.</p> +<p>Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat +hij, gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij +weer naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk +zijner zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie +machtige vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der +tooverkunst. Het waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, +Koning van <span class="corr" id="xd20e4675" title="Bron: Armenie">Armenië</span>, en Croppart, Koning van Hongarije. +De laatste had het ongeluk gebocheld te zijn, en daarenboven had hij +een scherpe tong en een wreed hart.</p> +<p>De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en zij +hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven, dat het +genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te bieden. +Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden beeltenis van +een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde metaal hield, +waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans schonk hun een +gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren nagebootst, dat zij +korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om de twee dagen legde de +kip een paarlen ei. <span class="corr" id="xd20e4680" title="Bron: Croppard">Croppart</span> gaf een groot houten paard, dat +buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens zijn zeggen, over +land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig mijlen per uur.</p> +<p>De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden +de vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg +te schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die +van <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span>Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat +Prinses Maxima hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee +oudste zusters waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die +beiden schoon en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en +mismaakten Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en +smeekte hem, haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar.</p> +<p>Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door +zijn toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield +vol, dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit +huwelijk wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij +beginnen moest, zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der +geschenken van Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat +zijn verhaal over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood +aan, de waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de +gouden man luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden +met zulk een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand +op hem lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en +draaide op verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar +plotseling werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij +binnen enkele minuten uit het oog verdwenen was.</p> +<p>De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart +gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten, totdat +hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard moest omgaan. +Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn merkwaardig paard +bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid, en toen de +duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten om zijn +vaart te verminderen. <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span>Cleomades vloog den geheelen nacht +door, en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn +gevaarlijken toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op +de schouders van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, +besloot hij te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat +hij, door een dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard +van richting kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere +pen draaide, het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag +brak nu aan en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door +handig met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op +een hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom +door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij een +schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn nadering +ontwaakte zij, en riep uit: »Antwoord mij, man, hoe hebt gij het +gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die Koning +Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?«</p> +<p>»Ja, dat ben ik,« antwoordde Cleomades. »Mag ik +niet met u spreken?« vervolgde hij, want hij had op het eerste +gezicht een hartstochtelijke liefde voor haar opgevat.</p> +<p>»Ga dadelijk naar den tuin terug,« zeide zij, »en +daar zal ik bij u komen.«</p> +<p>De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij +hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der +jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk +voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins +vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten +paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het, +draaide vliegensvlug de <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>pen om, en verdween in de lucht, +terwijl hij de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven.</p> +<p>Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote +blijdschap van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te +verlaten, maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en +bleef in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee +oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en +Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten, en +hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede in de +richting van het koninkrijk haars vaders.</p> +<p>Hij had het zóó uitgerekend, dat hij in den nacht aan +het paleis zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was +afgestegen, begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in +vasten slaap aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam +en positie, bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade +over.</p> +<p>»Wat!« riep de prinses uit, »zijt gij werkelijk +die Cleomades, dien wij allen beschouwen als het voorbeeld van een +volmaakt ridder?«</p> +<p>De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar +te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van een +kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf +bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses +bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem het +houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de +tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep hem +toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in de +richting van Sevilla, en reed snel weg.</p> +<p>Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van +het Hof, en liet de prinses daar achter <span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>om uit te rusten van +de vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne +koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich +wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat +lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden van +haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt door +Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was gekomen, +oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar in +werkelijkheid om het terrein te verkennen.</p> +<p>Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw +den naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, +het jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar +naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende, +aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de +pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid +de lucht in.</p> +<p>Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg +zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van +dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij +smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen, +maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput +door leed en angst.</p> +<p>Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses +met water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen +deelde hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije +te maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van +geest, en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door +hare ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot +gevolg, dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende +<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name="pb272">272</a>]</span>dan tot nu toe het geval was geweest, zoodat +zij, om aan de beleedigende behandeling te ontkomen, erin toestemde hem +te huwen, in de eerste stad, waar zij zouden aankomen.</p> +<p>Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, +die zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was +zóó ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel +bewusteloos ter aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, +uitgeput door angst en vermoeienis. Zóó vond haar +Mendulus, Koning van Salermo, die zich dadelijk sterk tot het slapende +meisje aangetrokken gevoelde. Hij nam haar mede naar zijn paleis, waar +hij haar in een prachtig vertrek onderbracht. Croppart werd echter +zóó zwaar ziek door het drinken uit de ijskoude bron, dat +hij spoedig daarna overleed.</p> +<p>Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was, +Trouvée genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, +van de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje +brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn hand +en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen, wendde +Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol +zóó uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de +hoede te stellen van tien vrouwen, wier taak het was haar te +bewaken.</p> +<p>Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen +Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was +Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was zóó +hevig, dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een +toestand, die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij +zich naar het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn +geliefde te vernemen. Op zijn eenzamen tocht <span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span>kwam +hij bij een kasteel, waar hij twee ridders versloeg, die weigerden hem +door te laten. Van hen hoorde hij, dat een prins, Liopatris genaamd, +aan wien Claremond ten huwelijk beloofd was, aan het Hof van Toskane +was aangekomen, en dat drie van zijn ridders drie van Claremonds +jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden, medeplichtig te zijn aan de +ontvoering harer meesteres. De beide ridders, die door Cleomades +verslagen waren, dongen naar de hand van twee dezer jonkvrouwen, en zij +hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar nu echter één van +hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in staat ten strijde te +trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in de plaats van den +gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met zijn niet gewonden +kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant.</p> +<p>Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie +beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig +verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe +wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug +naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter +ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door +de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid +toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar één +van haar smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd +sterrenwichelaar, die te Salerno woonde, en »die de meest +verborgen dingen duidelijk zag.« Cleomades besloot dadelijk den +wijze te gaan raadplegen, en dus begaf hij zich den volgenden morgen op +weg naar Salerno, nadat hij hartelijk afscheid had genomen van de +gelieven.</p> +<p>Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af, en +zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den +sterrenwichelaar zou kunnen vinden. <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span></p> +<p>»Edele Heer,« zeide de herbergier, »hij is helaas +een jaar geleden gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit +noodig, want indien hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen +helpen om het schoonste schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand +terug te geven.« En hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den +gebochelde en de jonkvrouw gevonden had. Bij de vermelding van het +houten paard schrikte Cleomades hevig, maar hij behield zijn +tegenwoordigheid van geest, en deelde den waard mede, dat hij een +onfeilbaar middel bezat tegen krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem +bij den Koning te brengen, en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen +argwaan zouden wekken, vermomde hij zich met een valschen baard en de +kleeding van een geneesheer.</p> +<p>Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel +van zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats +waar Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen +medegebracht, die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt +met kruiden, en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden +brengen, legde hij den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen +handschoen zag, keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij +herkende haar geliefde onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde +zij krankzinnigheid, en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou +brengen, opdat het met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men +bracht het in den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast +te gelooven, dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den +geneesheer het houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn +toestemming, en toen zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, +draaide Cleomades de pen om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als +een pijl uit de boog het luchtruim in. Den volgenden morgen +<span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>kwam het gelukkige paar te Sevilla aan. Hun +huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte zich met +Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Drie Schoone Prinsessen.</h3> +<p class="firstpar">Toen Mohammed el Haygari, of »de +Linksche« in Granada regeerde, ontmoette hij eens een troep +ruiters, die terugkeerden van een rooftocht in Christelijke landen. +Onder hunne gevangenen merkte hij een schoone en kostbaar gekleede +maagd op, en men vertelde hem, dat zij de dochter was van den +bevelhebber van een vesting, die bij deze gelegenheid veroverd en +geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld van een kamervrouw, en +Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar zijn harem zouden worden +overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de gevangen jonkvrouw op aan, +dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn godsdienst zoowel als zijn +leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie niet op zijn aanzoek wenschte +in te gaan. Ten einde raad besloot hij gebruik te maken van de +bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde hem, zijn zaak bij haar +jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot de jonkvrouw, dat het +onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie leven in de afgelegen +vesting, zou volharden in haar weigering, en dat zij, door Mohammed te +huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat haar omringde, +inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten slotte gaf de +Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst, en nam zelfs zijn +godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al het vuur, een +bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den Moorschen +naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin haar heer +en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken den +horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende <span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>waarschuwingen drongen zij er bij den vader op +aan, zijne dochters streng te bewaken, wanneer zij den huwbaren +leeftijd bereikt zouden hebben.</p> +<p>Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en +Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars, +besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobreña op te +sluiten, een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en +waar, naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen.</p> +<div class="figure xd20e4751width"><img src="images/p276.jpg" alt="De drie Prinsessen bemerken de nadering van de galei met de witte zeilen." +width="493" height="720"> +<p class="figureHead">De drie Prinsessen bemerken de nadering van de +galei met de witte zeilen.</p> +</div> +<p>De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren +leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig +waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij +natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een +onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede, had +een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de +oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar +spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen, en +geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon, en +wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek, schudde +zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij zuchtte, +ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug op een ander +onderwerp over.</p> +<p>Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de +hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte +geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde aan +den heuvel, waarop het kasteel Salobreña stond. Het was +één van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te +gelooven, dat wij niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar +alles schoon, maar onwezenlijk is. De ondergaande <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span>zon +kleurde de nevelen lichtrood als wierook, die opstijgt uit de urnen der +schemering, en zee en horizon aan het oog onttrekt. Van achter de +sluiers van zeedampen kwam een galei met witte zeilen te voorschijn, +die naar de kust gleed en daar het anker liet vallen. Een aantal +Moorsche soldaten brachten verscheidene Christengevangenen aan wal, +onder wie zich drie kostbaar gekleede Spaansche ridders bevonden. +Ofschoon zij met ketenen beladen waren, was hun optreden waardig en +voornaam, en de prinsessen konden hare oogen niet van hen afhouden. Nog +nooit hadden zij zulke edele jongelingen aanschouwd, want tot dusverre +hadden zij nooit anders dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit +die streek gezien, zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik +van deze jonge ridders haar het hart sneller deed kloppen.</p> +<p>De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog +verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden +zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder.</p> +<p>Zóó vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij +vertelden haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over +zulke, in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare +vragen met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er +slechts toe bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen, +die door de verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was +opgewekt. Maar het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk +een kwaad zij met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare +angst, zond zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een +zinnebeeldige boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met +vijgebladeren, waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle +drie in het eerste stadium <span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>van verleidelijke rijpheid, een +symbool, waarvan Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche +beeldspraak van vruchten en bloemen, de beteekenis volkomen begreep. +Gedachtig aan den raad der sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen +onder zijn onmiddellijke bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk +bevel, den toren van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te +brengen. Hij reisde zelf naar Salobreña om zijne dochters te +halen, en toen hij ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij +dankbaar, dat hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn +persoonlijk toezicht had genomen. Hij was zich zóó zeer +bewust van het groote gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen, +dat hij zijn reis naar Granada voorbereidde door het zenden van +herauten, met het bevel, dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen +zou, door iedereen moest worden verlaten, op straffe des doods. Toen +ondernam hij de reis naar de hoofdstad, begeleid door een troep van de +afschuwlijkste zwarte ruiters, die hij vinden kon.</p> +<p>Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje +Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden geen +tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met het +aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde te doen. +Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de prinsessen op +een afstand uit het venster van het kasteel Salobreña gezien +hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen vijand te +kruipen, bleven zij staan.</p> +<p>Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke +ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de +ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich +tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van +het <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span>escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood +dezer ridders ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen +rang, en hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere +jongelingen gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de +Spaansche vlag streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed +het zwaard weder in de scheede. »Ik zal hun leven sparen«, +zeide hij, »maar zij moeten voorbeeldig gestraft worden voor hun +onbeschaamdheid«. Brengt hen naar den Vermiljoenen Toren, en laat +hen daar dwangarbeid verrichten.</p> +<p>In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie +prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid te +zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op het eerste +gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel, en de drie edele +ridders ontvlamden plotseling in liefde voor de koninklijke +jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit hadden. +Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere schoone, maar +het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer wij zouden vragen +naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering van Jonkvrouw Natuur, +die in de romance misschien verstandiger wordt voorgesteld, dan zij in +werkelijkheid is.</p> +<p>De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar +hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats, die +voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in heerlijkheid +alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken bevonden zich in een +toren, die eenigszins afgezonderd stond van het eigenlijke paleis van +het Alhambra; aan één kant zag men uit op een tuin, die +schoon was als de eerste schrede in het paradijs, terwijl men aan de +andere zijde het uitzicht had over een diep en schaduwrijk ravijn, dat +de terreinen van het Alhambra scheidde van de <span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor +de schoonheden van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en +niemand zag de gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude +Kadiga, die gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van +medelijden met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar, +dat zij, langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun +dagtaak bij de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der +jonkvrouwen, bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het +werk te zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den +volgenden dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het +heetst van den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een +Spaansch lied bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij +hoorden, dat het een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen +antwoordden met een romance, waarvan het refrein aldus luidde:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">De roos wordt verborgen door ’t +bladerenschild,</p> +<p class="line">Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt.</p> +</div> +<p class="firstpar">Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en +dagelijks onderhielden zij zich met de eveneens gevangen prinsessen, +door middel van liederen en romances, die de gevoelens van weerskanten +vertolkten. En telkens wanneer de bewakers hun middagslaap deden, +vertoonden de prinsessen zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan +dezen zaligen toestand, want de familie van de drie jonge ridders +betaalde een losprijs, en zij werden naar Granada gebracht, vanwaar zij +de reis naar hun vaderland zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de +oude Kadiga, en smeekten haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje +te ontvoeren. De oude vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel +over, en <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>daar zij allen dadelijk bereid waren, werd er +een plan tot ontvluchting beraamd.</p> +<p>De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd +doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar +verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de +koninklijke jonkvrouwen door één dezer gangen naar een +uitvalpoort buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de +ridders haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de +grenzen zouden brengen.</p> +<p>De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag, +lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een +touwladder uit hare vensters in den tuin zakken—allen, behalve +Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende +oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de +nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren +hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende +vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in, +de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten +haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde, +dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd te +verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer +geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven, en +het gezelschap draafde in vliegende vaart weg.</p> +<p>Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de +alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den +hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden met +alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne +vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen <span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>weinig begane paden, verborgen zich in dichte +bosschen, en waren eindelijk zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de +prinsessen werden opgenomen in den schoot der Kerk, en met hunne +respectieve minnaars in den echt verbonden werden.</p> +<p>Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne +dochters. Maar hij nam—eenigszins noodeloos—zijne +maatregelen, om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige +Zorahayda, die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw +over haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten +over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van +Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover +de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar +treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige +ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in dit +opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige +zusters niet bezongen werden.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Geschiedenis van Prins Ahmed.</h3> +<p class="firstpar">Weer is de oude stad Granada het tooneel der +legende, die wij nu behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen, +die wij later zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het +verhaal van Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins +Ahmed, bijgenaamd »al Kamel«, of »de +Volmaakte«, om de evenwichtigheid en schoonheid van zijn +karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken prins, voorspelden de +astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig zou zijn, mits men +één moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die +moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te +verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span>niet +verwonderd, wanneer wij hooren, dat zijn koninklijke vader +pessimistisch gestemd werd, wat de gelukskansen van den prins betreft, +toen de wijzen hem mededeelden, dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een +droevig lot, hij ver moest worden gehouden van de verlokkingen der +liefde, totdat hij den mannelijken leeftijd zou hebben bereikt. De +ontstelde vader deed, zooals de meeste vaders in romances doen, hij +sloot n.l. zijn pasgeboren zoon op in een allerliefst en afgelegen +paleis, dat hij voor dit doel liet bouwen op den rand van den heuvel +boven het Alhambra. Dit gebouw, dat tegenwoordig bekend is als de +Generalife, is omringd door hooge muren, en hier groeide de prins op, +onder de goede zorgen van Eben Bonabben, een Arabisch geleerde, die +vele buitengewone gaven van hart en verstand had, welke hem geschikt +maakten voor het bewaken van een jeugdigen vorst in de omstandigheden +van Ahmed.</p> +<p>Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins +zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde +betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid, en +inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben +Bonabben, verwaarloosde hij zijne studieën, en nam hij de gewoonte +aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag hoe +het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen +ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest +afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken +voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die +wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de taal +der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige +wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met +groot succes zijn vaardigheid beproefd <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>had, achtereenvolgens +op een havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het +vogelenkoor in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger +stortte zijn hart uit in een jubelend lied van liefde, welk woord +telkens herhaald werd.</p> +<p>»Liefde,« riep de prins eindelijk uit, »wat +beteekent dat, liefde?« Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij +deze vraag in gedachte zijn hoofd reeds op zijne schouders voelde +rollen, als een waarschuwing voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet +in staat zou zijn, de vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat +liefde een van de ergste kwellingen was, die de ongelukkige menschheid +te dragen heeft, dat zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en +broeders, en verscheidenen der edelste mannen ten val had gebracht. +Daarna verwijderde hij zich in de grootste verwarring en liet den prins +aan zijn eigen gedachten over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die +zoo lustig zongen, volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde +hij aan de waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den +volgenden morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel +op te lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een +duif, die vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel +fladderend op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en +streek de verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en +op zijn vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om +haar doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad.</p> +<p>»Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde, +waarvan de vogels in den tuin steeds zingen?«</p> +<p>»Liefde,« zeide de vogel, »is het grootste +mysterie en de oorsprong van alle leven. Ieder levend schepsel heeft +zijn maat. Hebt gij zoovele kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht +zonder de liefde te leeren kennen? Heeft <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span>nog geen schoone +prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw hart veroverd?«</p> +<p>De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op. +»Schurk,« riep hij uit, »waarom hebt gij mij zoo +totaal onwetend gelaten? Waarom hebt gij het groote mysterie en den +oorsprong van alle leven voor mij verborgen gehouden? Waarom moet +<span class="letterspaced">ik</span> alleen het geluk der liefde +ontberen?« Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren, +en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld +hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren +geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij tot +den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen beschaamd +was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was +zóó verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde, +zijn nieuw verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit +stelde den wijze weer eenigszins gerust.</p> +<p>Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin; +plotseling zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer. +Hij vroeg haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een +ver land gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die, +evenals Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een +afgelegen kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde. +De wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in +dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk +op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de +hartstochtelijkste taal aan »De Onbekende Schoone, van den +gevangen Prins Ahmed,« en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem +dadelijk aan het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen.</p> +<p>Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst <span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span>van +den boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif +eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en den +laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar hart +doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar +zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat +het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een +bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De +prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij +besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te +zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten +zijn.</p> +<p>Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken +had sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie +der vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog +dienzelfden nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de +buitenmuren van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen +ouden uil, die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op +weg naar Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den +uil, een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het +opsporen van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en +zochten den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden +vogel, die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te +zoeken van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de +voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger +vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen.</p> +<p>Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova, +waar zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in +kwestie, een groote volksmenigte <span class="pagenum">[<a id="pb287" +href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span>vonden, die met +belangstelling luisterde naar het gekakel van een papegaai, wiens +pluimage schitterend groen was, en wiens levendig oog een schat van +wijsheid verried. Toen de menigte zich verspreid had, vroeg de prins +den schoonen vogel naar het voorwerp zijner liefde, en hij was +verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren, waarmee hij naar de +beeltenis der jonge prinses keek.</p> +<p>»Arme jongeling,« kakelde hij, »zijt gij ook het +slachtoffer geworden van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij +zoo innig vereert, de beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter +van den Christenkoning van Toledo.«</p> +<p>»Help mij, goede vogel,« riep de prins uit, »en ik +zal u een hooge betrekking aan het Hof bezorgen.«</p> +<p>»Heel goed,« zeide de papegaai, »het eenige, wat +ik vraag is, dat ik niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben +een grooten afkeer van hard werken.«</p> +<p>Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis +naar Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts +langzaam door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de +verschroeiend heete vlakten van La Mancha en Castilië, maar +eindelijk kwamen zij in het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den +rand van een afgrond, waar de Taag bruisend doorheen loopt. De +praatzieke papegaai wees zijne reisgenooten dadelijk het verblijf van +Prinses Aldegonda, een statig paleis, dat zich verhief uit de heesters +van een verrukkelijken tuin.</p> +<p>»Ach Toledo«, riep de uil in extase uit, »Toledo, +gij stad van toovenarij en mysterie!« Welk een macht van +tooverformulieren zijn er niet uitgesproken in uwe donkere +schuilhoeken. Stad van geleerdheid, van wonderen, van <span class="corr" id="xd20e4846" title="Bron: duizende">duizenden</span> +geheimenissen!«</p> +<p>»Kletspraat«, riep de papegaai. »Wind je niet op, +mijn <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span>vriend de wijsgeer! O Toledo,« oreerde hij +met uitgespreide vleugels, in navolging van den uil, stad van noten en +van wijn, van vijgen en olie, van feesten, steekspelen en bekoorlijke +señoritas! Nu, Prins, moet ik niet naar Prinses Aldegonda +vliegen, en haar uw aankomst melden?«</p> +<p>»Doe dat, beste van alle vogels«, antwoordde de prins +met warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo +is gekomen om haar te zoeken.«</p> +<p>De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met +deze boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat +hij neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een +volmaakten hoveling. »Schoone Prinses«, zeide hij met een +diepe buiging, »ik kom als afgezant van Prins Ahmed van Granada, +die naar Toledo is gereisd om zich te koesteren in de stralen uwer +oogen.«</p> +<p>»O, welk een heerlijk nieuws«, riep de prinses uit. +»Ik begon juist te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed. +Vlieg naar hem terug, zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en +vertel hem, dat zijn schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en +dat zijne woorden in mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er +op voorbereiden, de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen. +Morgen is het mijn zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader +een schitterend tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal +mijn hand zijn.«</p> +<p>Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar +zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit, +dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend in het +ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den wijzen uil, +die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te vertellen, dat er +in een naburigen berg een grot was, <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name="pb289">289</a>]</span>waar op een ijzeren +tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een betooverd +strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan had. Na eenig +zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig brandende olie +verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte en met behulp +daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard spoedig gevonden. +Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het paard, dat +luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde, terwijl de uil +en de papegaai naast hem vlogen.</p> +<p>Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in de +nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk schoon +schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren bij +honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen, en +haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen in +schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij de +komst van Ahmed, die aangekondigd werd als »de Pelgrim der +Liefde«, steeg de opwinding ten top, want hij was een +buitengewoon ridderlijke en schitterende verschijning in zijn +glinsterende wapenrusting en met juweelen bezaaiden helm. Men deelde +hem mede, dat slechts kampioenen van vorstelijken bloede in het +strijdperk werden toegelaten, en toen hij dit vernam, maakte hij zich +bekend. Toen men hoorde, dat hij een muzelman was, begonnen de +Christenridders hem te beschimpen, waarop Ahmed in woede ontstak en den +ridder, die het heftigst in zijn spot geweest was, uitdaagde. Zij +renden op elkander in, en de gespierde tegenstander werd uit het zadel +geworpen. Maar de prins ontdekte nu, dat hij te doen had met een +betooverd paard; want toen het eenmaal in actie was, kon niets het meer +tegenhouden. Het Arabische ros <span class="pagenum">[<a id="pb290" +href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span>wierp zich midden tusschen de +ridders; Ahmeds tegenstanders vielen als een kegelspel onder zijn +opgeheven speer, zoodat het strijdperk in een oogenblik bedekt was met +hunne uitgestrekte lichamen. Maar des middags twaalf uur, hield de +betoovering waaronder het paard handelde, plotseling op. Het ros +draafde over het veld, sprong over de afsluiting, stortte zich in de +Taag, zwom door den bruisenden stroom, en droeg den prins doodmoe maar +voldaan naar de grot terug, waar het zijn plaats weer innam naast de +ijzeren tafel, waarop de prins de wapenrusting weer neerlegde.</p> +<p>Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder +degenen, die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop, +was de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de +verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd +hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond +hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai +keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis in +Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de +algemeene opinie was, dat de prins òf een Arabisch toovenaar, +òf een van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de +grotten der bergen huisden.</p> +<p>Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters +van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van Ahmed +kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht naar den +hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd streng +bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van haar +meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van +toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning—de +kostbaarste diamant uit de <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>koninklijke schatkamer—was +uitgeloofd voor hem, die haar zou genezen.</p> +<p>Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer +een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven +was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden +konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed, +dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling +gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich van +zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een Arabier +uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en handen +donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het koninklijk +paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning werd +toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg, +antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te +genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten +was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der +muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was.</p> +<p>Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem +dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men +op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het +omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon op +zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna +herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van den +brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn liefde +verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de woorden, en +beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd in haar kamer +geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij verkeerden, +begrepen, waren op hun <span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>hoede, en stelden zich tevreden +met het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden. +Nooit behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de +bleeke wangen der prinses, en de Koning was zóó verrukt, +dat hij Ahmed verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te +kiezen. De prins wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en +antwoordde, dat hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud +vloerkleed wenschte, dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die +door de muzelmannen, die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten. +De koffer werd oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op +het terras uit.</p> +<p>»Dit karpet«, zeide de prins, »was eens het +eigendom van Koning Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te +dragen. Laat de Prinses het betreden.«</p> +<p>De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier +in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast +haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende:</p> +<p>»Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang +hebben liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet?«</p> +<p>Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich +in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden de +gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht.</p> +<p>Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses +in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang eischte. +Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was langdurig en +gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat hij toch zijne +gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot zijn grootvizier en +den papegaai tot ceremoniemeester, <span class="pagenum">[<a id="pb293" +href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span>en wij mogen dit beschouwen +als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en huiselijke +omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid geleid werd.</p> +<p>Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal +oorspronkelijke en afzonderlijke elementen—de gelieven, die +onbekend met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun +geboorte; het oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en +het onderwerp van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een +andere vorm van het oude begrip, dat een toovenaar zich op +bovennatuurlijke wijze door de lucht kan voortbewegen; deze kunst +schijnt hij te hebben geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier +bezemstelen slechts het vliegende paard vervingen. Maar uit de +omstandigheid, dat het karpet in dit verhaal voorkomt, mogen wij +opmaken, dat het waarschijnlijk uit Perzië afkomstig is, het land +waar het eerst karpetten geweven werden; vooral ook, omdat de +toovenaars van primitiever volken andere en eenvoudiger middelen +gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Gelofte van den Heiden.</h3> +<p class="firstpar">Het volgende verhaal werpt een helder licht op de +verdraagzaamheid, en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje +somtijds tusschen Moor en Christen betracht werd. Het betreft de +geschiedenis van Narvaez, den generaal, die het bevel voerde over het +garnizoen van Medina Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de +Spanjaarden gevallen was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt, +vanwaar hij een reeks invallen deed in het naburige district Granada, +met het doel provisie machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van +dezen streek alles te ontnemen, wat hun nog was overgebleven. +<span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span></p> +<p>Bij één van deze gelegenheden had Narvaez een groote +ruiterschaar uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den +vroegen morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij +bij zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen. +De bevelvoerende officier reed eenige <span class="corr" id="xd20e4902" +title="Bron: honderde">honderden</span> meters voor den troep uit, en +ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die in het +duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man hield +moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig +overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin zij +zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar de +vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden zij +naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden.</p> +<p>De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was +een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los, zijden +gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch gebruik, rijk +versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver Arabisch ras. Uit +deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een hooggeboren ridder +was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst, en vernam dat zijn +gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda, een aanzienlijk Moor +en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar toen Narvaez den +jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn verwondering, dat hij +niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen stroomden langs zijn +gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken door snikken die uit het +diepst zijner ziel schenen op te stijgen.</p> +<p>»Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien,« zeide +Narvaez. »Dat gij, een ridder van goeden huize, en de zoon van +zulk een dapper edelman als uw vader is, zoo <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl +gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig +soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet.«</p> +<p>»Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben,« +antwoordde de jongeling; »ik stort tranen om een veel grooter +leed, waarbij vergeleken mijn gevangenschap niets is.«</p> +<p>Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met +zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de reden +zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den +generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde:</p> +<p>»Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de +dochter van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter +harer eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij +haar wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik +was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te +ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn +vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende te +bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet ik +niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen kans u +duidelijk te maken, hoezeer ik lijd.«</p> +<p>De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van +zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig +hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig lot +van den jongeling te verzachten.</p> +<p>»Gij zijt een ridder uit een edel geslacht«, zeide hij, +»en wanneer gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult +terugkeeren, zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te +zeggen wat de reden is, dat gij heden niet bij haar waart.«</p> +<div class="figure xd20e4921width"><img src="images/p296.jpg" alt="Don Alfonso ontbiedt zijne Wijzen." width="491" height="720"> +<p class="figureHead">Don Alfonso ontbiedt zijne Wijzen.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span></p> +<p>De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de +gevraagde belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel, +waarin zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het +teeken, waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte, +en zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander +gewoonlijk ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het +afgesproken uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de +oorzaak van zijn wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat +hem overkomen was, barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte +haar te troosten; maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn +gelofte aan Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder +gegeven had, dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren.</p> +<p>»Er blijft mij niets anders over dan te gaan«, zeide +hij. »Ik heb mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u, +die ik zoo innig liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw +vrijheid gevaar zou loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit +mijn gevangenschap verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u +weder.«</p> +<p>De jonkvrouw antwoordde echter: »Gij hebt mij reeds vele +bewijzen gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die +duidelijker dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou +het ondankbaar van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw +gevangenschap te deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet +leven, wil ik het ook doen.«</p> +<p>De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen, +en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den +geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan, +waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den trouw +der jonkvrouw en de rechtschapenheid <span class="pagenum">[<a id="pb297" href="#pb297" name="pb297">297</a>]</span>en standvastigheid +van den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de +vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen, +stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, én gaf +hun een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land. +Deze gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den +Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber, werden +buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van Granada, +bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne +geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle +opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien nog +de verdienste, volkomen historisch te zijn.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Droom van Koning Alfonso.</h3> +<p class="firstpar">Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don +Alfonso, Koning van Galicië één van de Christelijke +Staten, die het tegen de Mooren hadden uitgehouden, vervolgd werd door +een droom, die steeds zijne nachtwaken verontrustte, en waarvan hij den +diepen zin niet kon doorgronden, zoodat hij eindelijk er toe moest +overgaan, zich om raad te wenden tot de beoefenaren der occulte +wetenschap, diezelfde vijanden, tegen wie de droom hem waarschuwde.</p> +<p>In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied +van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van +Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk +Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso kwam, +lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het dreigende +gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en maakte hij +zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl zij uit +zichzelf <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span>reeds talrijk waren, nog versterkt werden door +de Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje. +Voordat Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die +vreeselijke visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo +menigmaal den val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij +op een olifant gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het +reusachtige dier, een atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf +sloeg. Maar het geweld, dat uit het instrument voortkwam, was +zóó hevig en onrustbarend, dat hij oogenblikkelijk +doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin sloeg hij weinig acht op +dezen droom en beschouwde hem als een gewone nachtmerrie, maar toen hij +steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende nachten van zijn verblijf +te Toledo, begon hij te gelooven, dat er een ernstige waarschuwing in +verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte hij doodelijk verschrikt, +badende in het zweet en met den nagalm van den Oosterschen trom nog in +zijne ooren, totdat hij eindelijk in de grootste onrust besloot, de +geleerden van zijn Hof te vragen, wat de beteekenis van den droom zou +kunnen zijn.</p> +<p>Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich, +evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen, +die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne +Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had, +vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste +bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus: +»Wat mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de +eigenaardige omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een +dier dat in ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een +anderen vorm dan die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk +<span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" name="pb299">299</a>]</span>is. Ik vraag u, wat de beteekenis van dezen +droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste hierop uw +antwoord.«</p> +<p>De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den +Koning terug.</p> +<p>»Heer Koning,« zeiden zij, »wij zijn van meening, +dat deze droom u is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het +machtige leger, dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult +overwinnen, dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult +buitmaken, dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult +terugkeeren, overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw +overwinning in het geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant, +die u elken nacht verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben +Taxfin, Koning der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van +Afrika, die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen +van dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom +zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest +afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden.«</p> +<p>Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging, en +toen de wijzen zwegen, zeide hij: »Het schijnt mij toe, dat uw +verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij +geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf +aan.«</p> +<p>Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot +eenige Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht +een Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen. +Zij antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een +der Moskeeën leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van +den Koning een verklaring geven van het visioen.</p> +<p>Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span>zijn +tegenwoordigheid zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche +ridders terug met den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir +Mohammed Aben Iza, die echter beslist weigerde den droom van een +afvallige te verklaren; en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden +was, wilde hij zelfs niet het paleis betreden.</p> +<p>Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat +godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk +Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed +kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den +wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor, en +toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: »Gaat +naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom zeer +nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen worden +in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij zal +vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal blijvend +aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem verder, dat +deze verklaring uit den Koran is afgeleid: »Weet gij niet, wat +God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij zijn +kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos zien +worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen gebracht +heeft?« Deze woorden—vervolgde de Fakir, voorspelden den +val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen +Arabië optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot +zijn vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend +vuur op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en +asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent, +dat het uur van zijn ondergang nabij is.«</p> +<p>De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>tot +den Koning terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir +mede. De Koning werd doodsbleek, en riep uit: »Bij den God, dien +ik vereer, het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft, +want gij kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal +straffen.«</p> +<p>Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit een +onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend +ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok +hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem +in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca +geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers +waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende +boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso òf zijn +Christelijk geloof zou afzweren, òf zich als zijn Vasal zou +onderwerpen. Toen Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den +brief woedend op den grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant: +»Zeg tegen Taxfin, dat hij zich niet moet schuil houden tijdens +het gevecht, opdat wij met elkander kunnen afrekenen.«</p> +<p>Verschillende omstandigheden <span class="corr" id="xd20e4973" +title="Bron: beinvloedden">beïnvloedden</span> den strijd. De +Vrijdag was de heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath +der Joden, die ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de +Zondag was de rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een +wapenstilstand verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin +toegestemd. Maar Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen +des Vrijdags, op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in +twee divisies, en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van +Sevilla had zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om +den afloop van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig +voor <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span>de Muzelmannen was uitgevallen, waren zij +eenigszins ontmoedigd. Maar toen het hun gelukt was den eersten aanval +van Alfonso te weerstaan, trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop +en bij deze gelegenheid luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De +Koning van Sevilla, bezield door de gelukkige profetie, zette zich +neder in zijn tent, nam pen en perkament, en dichtte de volgende +regels, die hij ter bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Door Godes toorn en ’t Moorsche zwaard,</p> +<p class="line">Wordt ’t Christenvolk verjaagd van de +<span class="corr" id="xd20e4983" title="Bron: aard,’">aard’,</span></p> +<p class="line">Terwijl het sterrenbeeld voorspelt</p> +<p class="line">Uw grooten roem op ’t oorlogsveld.</p> +</div> +<p class="firstpar">Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en +hij reed langs de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak. +Maar hij had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het +hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in +Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en +bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige +ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen van +alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in +actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusië, en de +geschiedenis vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige +menschen- en paardenmassa veroorzaakt werd, zóó geweldig +was, dat de strijdenden elkander niet meer konden zien, en in het +blinde worstelden, alsof het in het diepst van den nacht was. Tenslotte +begonnen Taxfins troepen zich in groote wanorde terug te trekken, +terwijl het paardevolk der Christenen steeds verder opdrong. Slechts de +Mooren van Sevilla hielden stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd +van zijne reservetroepen, en reed met zijne ruitercolonnes recht op het +<span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span>paviljoen van Koning Alfonso toe, dat slechts +zeer onvoldoende beschermd was, en dus zonder veel moeite met alle +kostbaarheden, die zich daarin bevonden, den Mooren in handen viel. +Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong, viel hem in de flank aan, en +de beide opperbevelhebbers waren spoedig in een woedend gevecht +gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf zich onder zijne manschappen, +spoorde hen aan tot standvastigheid, en riep hun toe, dat de belooning +voor hun moed de kroon van het paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne +herhaalde aanvallen, begon het leger der Christenen achteruit te +wijken, en bij een hernieuwden aanval van Taxfins bondgenooten, die +eerst verslagen waren, gaf het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag, +dat alles verloren was, vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd +volgelingen, voor de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite +de stad Toledo, waar hij met slechts honderd man aankwam.</p> +<p>Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige +jaren later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de +nederlaag van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en +stierf hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Prins, die zijn Kroon verruilde.</h3> +<p class="firstpar">Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de +Gothische en Arabische rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden +kleine koninkrijken, die even snel weer verdwenen, en waarvan de namen +reeds lang vergeten zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen +vasten voet in Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van +het land twee miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen, +waarvan het noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche +nationaliteit <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name="pb304">304</a>]</span>terwijl <span class="corr" id="xd20e5003" title="Bron: bet">het</span> andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn +Moorsche zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche +vorstendom een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn +opvoeding was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche +buren met den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde. +Zij waren, zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras, +dat geen naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en +wraakgierig volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de +jonge Fernando, die voortdurend in dien geest over zijne buren had +hooren spreken, een geweldigen afkeer van hen had gekregen.</p> +<p>De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide +vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor de +eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied deden, +want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide landen, zich +daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een rooftocht +ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf ook deel, want het +werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in bijna voortdurend +oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van de praktijk der +krijgskunst. Bij één van die vele miniatuurinvallen, was +de troep, die onder Fernando’s bevelen stond, ver in het Moorsche +gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en zoo +kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos +voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand, +die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine +troepje Spanjaarden werd op deze wijze in tweeën verdeeld, en +vluchtte in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door +een klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde <span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span>in +de richting van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te +komen.</p> +<p>Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten +omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel gereden +hadden, waren hunne paarden na korten tijd zóó +oververmoeid, dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp +zagen zij, dat de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun +leven zoo duur mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders +betaamde, en zij waren op het punt af te stijgen, en een gunstig +terrein te zoeken voor den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand +een gebouw zagen, dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was +opgetrokken. »Als er ergens een geschikte plek is, om ons te +verdedigen, dan is het daar,« zeide Fernando. »Laat ons +daar stelling nemen, en gebruik maken van de beschutting, die het +gebouw ons biedt.«</p> +<p>Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning, +en bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij +afgestegen waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen +gebouw, en hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn +verbazing een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig +gebed verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn +geheele uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar +was, een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om +in vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde +hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan, toen +de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het gestamp +van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg, wat hij +wenschte.</p> +<p>»Maak, dat gij wegkomt,« zeide Fernando, »want wij +<span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306" name="pb306">306</a>]</span>moeten deze plaats tot het uiterste verdedigen +tegen uwe afvallige broeders.«</p> +<p>De kluizenaar glimlachte. »Jonge man,« zeide hij, +»hoe kunt gij een oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige +gebouw verdedigen kunt tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken +omsingelen zullen? Uw zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin +kunnen beschermen als deze vervallen muren, die in enkele minuten +ineengestort zullen zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild +tegen het ruw geweld der menschen, dan steen of staal«.</p> +<p>»Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man«, zeide +Fernando. »Maar ik ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die +zaken, die gij veracht«.</p> +<p>»Dat is treurig genoeg«, zeide de kluizenaar, +»hebt gij in uw eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een +beter beschermer is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele +stoffelijke bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede +van hunne medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u +bijstaan door middel van den minsten zijner dienaren«.</p> +<p>»Indien het de God der Christenen was, van wien gij +spreekt«, antwoordde Fernando, »zou ik moeten erkennen, dat +gij woorden van wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een +ongeloovige klinken zij mij godslasterlijk in de ooren«.</p> +<p>»Heer Ridder«, zeide de kluizenaar, »gij zijt nog +jong, maar wanneer gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben +leeren begrijpen, dat God dezelfde is in alle landen, en dat +verdeeldheid over Zijn persoonlijkheid, één der middelen +is, waarmede de Duivel vijandschap zaait tusschen de geloovigen. +Luister naar mijne woorden: Deze steenen ruïne is de laatst +overgebleven toren van een oude vesting, waaronder zich een labyrinth +van <span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span>kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk +in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de +vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal +zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren.«</p> +<p>»Wees voorzichtig, Don Fernando,« riep een van de +metgezellen van den Prins uit; »deze heiden tracht u in een +valstrik te lokken, opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen +vermoorden.«</p> +<p>»Neen,« antwoordde de Prins, »want ik kan zien, +dat deze brave en vrome man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw +mij met een gerust hart aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader, +naar de plaats waarvan gij spreekt.«</p> +<p>Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij +wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden +leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken, +waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen vervolgd +hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder riep den +kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien +voorbijkomen. »Neen, er zijn hier geen Christenridders +<span class="letterspaced">voorbijgegaan</span>, mijn zoon,« +antwoordde de vrome man, »ga heen in vrede.« De Moorsche +kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer, en de +troep reed verder.</p> +<p>De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en +keerde binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de +duisternis was ingevallen. »Nu kunt gij veilig naar uw eigen land +terugkeeren«, zeide hij.</p> +<p>»Hoe kan ik u beloonen?« riep Fernando uit, die diep +getroffen was door den vriendelijken eenvoud van den ouden man. +<span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span></p> +<p>»Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het +vervolg mijne rasgenooten zachter te beoordeelen.«</p> +<p>»Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk,« zeide de +<span class="corr" id="xd20e5049" title="Bron: prins">Prins</span> +droevig, <span class="corr" id="xd20e5052" title="Niet in bron">»</span>want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, +dat ik veel kwaads en weinig goeds van de Mooren gehoord +heb.«</p> +<p>»Dat verwondert mij niets,« zeide de kluizenaar +glimlachend, »want gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen +slechts ontmoet hebt met het zwaard in de hand of als gevangenen, wier +harten verbitterd waren door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge +man, of liever, bid, dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren, +opengeworpen mogen worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen +te laten. Tracht het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan +zult gij genoeg goeds in hen vinden.«</p> +<p>Terwijl hij sprak had <span class="corr" id="xd20e5059" title="Bron: Fermando">Fernando</span> inderdaad het gevoel, dat de poorten +van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel, +ontgrendeld werden. »Ik zal uw raad niet vergeten,« zeide +hij, »want het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel +mensch iets kwaads komt,« en met een eerbiedigen groet besteeg +hij zijn paard en reed weg, vergezeld van zijne makkers.</p> +<p>In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij +zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar de +raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling naar het +verslag van zijne ondervindingen luisterden.</p> +<p>»Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit,« zeide +één van zijne raadslieden; »zonder de hulp van +dezen vromen man zoudt gij nu stellig de gevangene zijn van uwe +vijanden. Er zullen niet veel van zulke geesten in Moorsche lichamen +huizen.«</p> +<p>»Hoe zoo, Señor,« antwoordde de Prins; +<span class="corr" id="xd20e5069" title="Niet in bron">»</span>is +het niet mogelijk dat gij u vergist? Wat weten wij eigenlijk van +<span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span>de Mooren, behalve wat wij in een voortdurenden +strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn, wanneer wij +trachtten hen beter te leeren kennen?«</p> +<p>»Wat,« riep de Minister uit, »kennen wij hen niet +als honden en afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders +van valsche goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort +zouden leeren kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het +gemeenschappelijk strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun +trouwelooze borst kunnen richten«.</p> +<p>»Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe,« +zeide Fernando vriendelijk; <span class="corr" id="xd20e5078" title="Niet in bron">»</span>en ik wil u vertellen, heeren, dat ik +dezen morgen huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren +beter te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun +instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats +als vijanden tegemoet treden.«</p> +<p>»Dwaasheid,« riep de Kanselier uit; »dat is een +onbekookt besluit van een jong en onervaren vorst.«</p> +<p>»Ik denk er anders over,« antwoordde Fernando; +»maar om noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als +Muzelman te vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als +een geboren Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige +gebruiken onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en +laat mij daar niet van afbrengen.«</p> +<p>»De wil van uwe Majesteit is wet«, antwoordde de +Kanselier, die in het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor +de uitbreiding van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg +trachtten nog Fernando’s besluit aan het wankelen te brengen, +doch tevergeefs. De voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen +en drie dagen nadat hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok +Fernando als Moor vermomd, over de <span class="pagenum">[<a id="pb310" +href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span>grenzen van het land zijner +vijanden. Hij besloot zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij +belangrijke plaats; daar aangekomen, steeg hij af en zocht een +<span class="letterspaced">khan</span> of herberg op. Hij trof daar +allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan dezelfde tafel +als de <span class="letterspaced">Mullah</span> of priester, en de +soldaat deelde zijn maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij +dit volk opviel, was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en +dronken niets dan melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de +herberg heerschte, verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende +mannen zaten voor het meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en +rustig sprekende met zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets +gevraagd werd, spraken zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig +na te denken, voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen +antwoordden. Al hunne handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando +merkte op, dat zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun +kleeding, maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg +gedurende de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend +ingerichte openbare baden der stad.</p> +<p>Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen +slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een +bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in alle +hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen plaats te +zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een gesprek aan met +één van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek van de +herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen lezen. Eerst +toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen hij bemerkte, dat +de Prins met hem van gedachten wilde wisselen, bracht hij het gesprek +op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet, dat hij bezig was te +bestudeeren, <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>en hij verviel daarbij in zulk een haarkloverij, +dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde, hem ooit te hebben +aangesproken.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Fernando maakt vergelijkingen.</h3> +<p class="firstpar">Toen Fernando zich dien avond ter ruste had +begeven, maakte hij de balans van den dag op. Deze menschen schijnen +mij buitengewoon vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar +tegenover staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun +gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die <span class="letterspaced">Mullah</span> was vreeselijk lang van stof, maar zijn er +onder ons ook niet een menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle +werelddeelen voor, dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid +een schrik voor zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte +der menschheid zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar +zelden een sterke persoonlijkheid aantreft.</p> +<p>Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de +groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche +kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming +heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een +gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar, die +zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en +godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want +zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk +geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij +zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van +de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen +priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen +schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span>een +vleugel van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een +aantal oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten, +vloeiend schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van +den Koran en andere godsdienstige werken.</p> +<p>Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de +universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke +geestelijke leven, dat daar bloeide. In één der kamers +was een leeraar, gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te +houden over de praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een +scherpzinnigheid en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had +aangetroffen. Zijn kennis van medicijnen en van de eigenschappen van +planten en kruiden, scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen +Fernando dacht aan de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks +zoovelen zijner onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep +beschaamd, dat deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie +zoowel als in de praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was +scherpzinnig genoeg om in te zien, dat de spreker de medische +wetenschap beschouwde als iets, dat in het verleden reeds zijn +hoogtepunt bereikt had. Hij sprak van proefnemingen in den verleden +tijd en vermeldde slechts de groote leermeesters der oudheid: Galenus +en Hippocrates, Avicenna en Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide +van de leermeesters van zijn eigen tijd, dan geschiedde dit altijd +eenigszins geringschattend, en nooit met een woord van waardeering; de +oudheid was alles voor hem, en de leerstellingen der oude meesters in +de medicijnkunst waren hem in zeker opzicht even heilig als de woorden +van den Profeet.</p> +<p>In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando +eenigen tijd luisteren naar een leermeester <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span>in +de astrologie. Deze oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring +voor hem gehad, en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren +tot hare groote beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig +den invloed, dien de verschillende planeten op het lot van den mensch +hadden, hoe haar onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven +bepaalde, en hij behandelde het karakter van personen, die onder +bepaalde astrologische voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap +was volgens den spreker niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en +terwijl Fernando naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat +hij veel als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet +wetenschappelijk bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer +planeten, niets feitelijks over de beweging der sterren, of over hun +verhouding tot de aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter +een andere geest; daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er +werd gewezen op de werken van Arabische reizigers die Azië en +Afrika doorkruist hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden +besproken, en over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche +scholen, die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd +werden, waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer +aandacht geschonken werd aan het buitengewone dan aan het +waarschijnlijke.</p> +<p>Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein +overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende +wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het +dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door +verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat dit +gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span>en +kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt, +vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door +gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine +groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of van +de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken terneder +zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen, die het +marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig: smeden, +sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op, dat het +werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne +gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking tot +die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd +drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied +de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten +nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere +verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand, +maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een +oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde, +hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen geen +gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer zij een +toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen strookt, zou +het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken over te nemen, +die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn eenvoudig, gelukkig +en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei werd opgedrongen van wat +in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk dan niet verkeeren in +ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun waarschijnlijk geleerd, +dat hun tegenwoordige levenswijze de meest geschikte voor hen is. Zou +het niet mogelijk <span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" +name="pb315">315</a>]</span>kunnen zijn, dat hun afkeer van ons het +gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten en instellingen der +beide volken? Maar zou dit verschil misschien alleen maar aan de +oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathieën en +antipathieën zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn +volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat +hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne +zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel +als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en +omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel los +te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden is. Wij +verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven, maar +slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat de +goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men trouw +moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte zou elk +van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid was, dezelfde +vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten zoo aan mij +gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te onderscheiden +zou zijn.</p> +<p>Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het +landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn eigen +rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen kleine +sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange rijen +maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle richtingen +over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde zich bij +één van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn +verwondering, dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en +landlieden in Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk +onderbroken, en de maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar +<span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name="pb316">316</a>]</span>het zwaarmoedige fluitspel van één +hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig en weinig eischend +waren als de boeren van zijn eigen land. Zij deelden hun brood en kaas +met hem, en boden hem een slok geitemelk aan uit een grooten lederen +zak, en het gelukte hem met veel moeite, deze lekkernij met een benauwd +gezicht naar binnen te werken, want vorsten zijn niet gewoon aan de +scherpe geuren van zulk een drank. Na zich op deze wijze versterkt te +hebben, wandelde hij langzaam verder over de gloeiende velden, zoo nu +en dan rustende in de schaduw der boomen, die langs den weg +groeiden.</p> +<p>Hij had misschien 1½ mijl afgelegd, toen hij bij een open +vlakte kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte. +Hij volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en +zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge +bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden met +hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en legden +met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen het bevel +»halt« gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk, +zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van +één der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de +<span class="corr" id="xd20e5129" title="Bron: prins">Prins</span> +stond, en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een +Moorsch priester hield, groette hem hoffelijk.</p> +<p>»Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons, +eerwaarde heer,« zeide hij, »dat ik meen te mogen aannemen, +dat gij vroeger zelf soldaat zijt geweest.«</p> +<p>»Dat is zoo,« antwoordde Fernando; »ik was vele +jaren soldaat, en heb lang in een ander gedeelte van het land gediend; +maar nu is de oorlog niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor +mijn genoegen ten strijde trok, liggen achter mij.« <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317" name="pb317">317</a>]</span></p> +<p>»Maar«, zeide de officier, »de oorlog is toch het +eenige, waartoe een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong, +en hebt het leger blijkbaar te vroeg verlaten.«</p> +<p>»Neen,« antwoordde de <span class="corr" id="xd20e5142" +title="Bron: prins">Prins</span>, »wanneer het noodig is, ben ik +bereid het zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen +inval te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd +heb, de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan.«</p> +<p>»Maar,« zeide de krijgsman glimlachend, »gij meent +toch niet, dat wij ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij +aangevallen worden. Wij weten toch niet vooruit, wanneer de +onbeschaafde en woeste Christenen uit het Noorden ons zullen +overvallen?«</p> +<p>»Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal +opkomen, een strooptocht in hun rijk te ondernemen,« zeide +Fernando.</p> +<p>»Maar,« zeide de officier weder, »wanneer wij dat +doen, is het ten slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want +het blijkt toch wel, dat zij ons nooit met rust zullen +laten.«</p> +<p>»Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen?« +vroeg Fernando, »ik geloof van niet, maar wij hebben wel +verdragen met hen gesloten, doch die schijnen gemaakt te zijn om +verbroken te worden.«</p> +<p>»Ja,« zeide de officier verachtelijk, »het zijn +verraderlijke honden, deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man +vertrouwen kan; zij hebben het eene verdrag na het andere +verbroken.«</p> +<p>»Als ik mij niet vergis,« zeide Fernando, »hebben +wij hetzelfde gedaan, alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat +het volk niet te weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze +vijanden gedragen, en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden +handelen, omdat onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn. +<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name="pb318">318</a>]</span>Mag ik U vragen, edele heer, of gij ooit in +Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere Christenen ontmoet hebt dan +die, welke gij toevallig gevangen genomen hebt?«</p> +<p>De ruiter schudde ontkennend het hoofd. »Nu ik erover +nadenk«, zeide hij, »heb ik met meer Spanjaarden het zwaard +gekruist dan met hen gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag +aannemen, dat er onder dat volk edele geesten zijn, want ik weet uit +eigen ondervinding, dat het dappere krijgslieden zijn, en een goed +soldaat kan niet anders dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij +verontschuldigen waarde heer: ik kan niet langer blijven. In den naam +van God wensch ik u een aangename reis toe«.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Fernando ontmoet zijn dubbelganger.</h3> +<p class="firstpar">Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist +beschreven dag moet beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere +dagen; drie maanden lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde +er de instellingen en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze +wijze een juist inzicht in den volksaard.</p> +<p>Aan het einde van dit tijdperk, had <span class="corr" id="xd20e5168" title="Bron: zij">hij</span> zulk een hoogen dunk gekregen +van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet zijne +schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn eigen rijk. +In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te betreden, besloot +hij den nacht door te brengen in een kleine khan aan de Moorsche zijde +der heuvelen. Het was een armoedige herberg, maar mooi gelegen bij den +ingang van een vredig klein dal. Nadat hij zijn paard had overgegeven +aan den witgekaftanden waard, trad hij binnen. Tot zijn groote +verbazing was de eerste, dien hij ontmoette, een jonge man, die +zóó sprekend op hem geleek, dat hij verrast en verschrikt +achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van den vreemde, +die niet weerspiegeld <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span>was in het zijne. De jonge man +schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een +glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach: +»Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar +ik hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen +heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar +gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben.« +»Daar is niet veel kans op, mijn vriend,« zeide Fernando, +»want als God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze +lichamen, ben ik ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk +mensch zijt, en,« voegde hij er lachend bij, op een tafel +wijzende, »het spreekt vanzelf, dat wij het brood samen +breken.« »Uitstekend«, riep de ander uit. »Ik +neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld +aan.«</p> +<p>Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij +in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren +geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel +hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang +bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling: +»Ik heb het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend +hebben, en daar ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik +u mijn geheim openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit +land, en dat ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf +in het land der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde +bestudeeren.«</p> +<p>»Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen +van Uwe Majesteit,« antwoordde Fernando, »en gij kunt er +van overtuigd zijn, dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u +vragen, wat uw indruk is van de bewoners van Christelijk Spanje?« +<span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name="pb320">320</a>]</span></p> +<p>»Ik heb zulk een achting voor hen gekregen,« antwoordde +Muza, »dat ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er +heerscht onder hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant +is dan die onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige +verzekering geef, dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn +eigen volk.«</p> +<p>»Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza,« zeide +Fernando opstaande; »want ik ben Fernando, Koning der Christenen, +die gedreven door eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb +omgezworven, en die zulk een sympathie heb opgevat voor het karakter en +de gewoonten van uw volk, dat ik niets liever wil dan over hen te +regeeren. Dat ik werkelijk degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult +gij aan dit teeken kunnen zien.« Dit zeggende, haalde hij van +onder zijn burnous een gouden keten te voorschijn, waaraan het +koninklijk zegel hing. »Er bestaat voor zoover ik zien kan, +slechts één beletsel voor onze overeenkomst, en dat is +het verschil in godsdienst.«</p> +<p>»Neen Fernando,« zeide Muza met opgeheven handen, +»ik zie de moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn +opvatting, bestaat het verschil slechts in uiterlijkheden. De +innerlijke geest van ons geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen +ligt het verschil. Beide godsdiensten komen van den eenigen God, die ze +bestemde voor het gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn; +en wanneer gij dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het +ons niet moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan +elkaars gewoonten.«</p> +<p>»Ik ben het volkomen met u eens,« antwoordde Fernando, +maar ik vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve +onderdanen te overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij +moeten in geen geval op de hoogte gebracht worden van onze +overeenkomst.«—<span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span>»De buitengewone +overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor, dat ons geheim +bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij elkander eerst +inlichten over de geschiedenis van ons volk en over onze persoonlijke +omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit opzicht, geen +argwaan wekken.«</p> +<p>»Gij spreekt als een wijs man,« zeide Fernando, +»laten wij dan maar dadelijk beginnen.« Tot laat in den +nacht zaten de jonge vorsten bijeen, om elkander in te wijden in de +geheimen der diplomatie van hun land, en in hunne +familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak, scheidden zij met alle +teekenen van wederzijdsche achting. Zij bestegen hunne paarden, en +reden weg, Fernando naar de hoofdstad van het Moorsche rijk, Muza naar +die van de Christenen. Maar alvorens te scheiden, spraken zij af, dat +zij elkander tenminste eenmaal in de drie maanden in deze herberg +zouden ontmoeten.—Drie maanden vlogen voorbij, en precies op den +afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander ten tweeden male +in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen.</p> +<p>»En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner +vaderen«, vroeg Fernando. »Helaas, uwe Majesteit,« +antwoordde Muza, »het spijt mij, te moeten zeggen, dat het maar +matig is. Elken dag komen uwe ministers met nieuwe plannen aan voor +rooftochten in mijn vroeger rijk, en ik weet niet, hoe ik mij daaronder +moet houden; en dan doen zij mij hevige verwijten over wat zij mijn +trouweloosheid noemen«. »Precies hetzelfde heb ik +ondervonden«, zeide Fernando, en mag ik met alle respect voor het +ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij niet te vergelijken +zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn eigen volk; dat zij +vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn.« <span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span></p> +<p>»Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en +onrustig, en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid, +waaraan ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen +mag, ontbreekt het hun aan waardigheid«.</p> +<p>»Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook +verre van aangenaam,« mopperde Fernando; »bv. uwe +huwelijksinrichting.«</p> +<p><span class="corr" id="xd20e5199" title="Niet in bron">»</span>En bij u het ontbreken daarvan,« +antwoordde Muza.</p> +<p>»Over het geheel geloof ik«, zeide Fernando. »Ik +ben het volkomen met u eens«, antwoordde Muza.</p> +<p>»Als wij de zaak eens in de doofpot stopten«, merkte +Fernando op. »Het is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met +een ruimen blik, onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne +opvattingen ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd +kans veel te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot +onaangename vergelijkingen dwingt.«</p> +<p>»Ook dit ben ik met u eens,« zeide Muza. »Als +eenmaal het nieuwtje er af is«....</p> +<p>»Juist«, antwoordde Fernando; »ten slotte gaat er +toch niets boven het land, waarin men geboren is.«</p> +<p>Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar +ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen +van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te +doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat +Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke +grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen hunne +respectieve staten gerezen waren—een onnatuurlijke toestand, die +volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen. +<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk XII: Verhalen over Spaansche toovenarij.</h2> +<p class="xd20e4514"><span class="xd20e4514init">H</span>et schijnt, +dat Spanje door de andere landen van West-Europa beschouwd werd als de +bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij, waarschijnlijk doordat +er zulk een openbaarheid is gegeven aan de ontdekkingen van de Moorsche +alchemisten, de eerste scheikundigen in Europa. Maar met de opkomst van +de Inquisitie werden de occulte wetenschappen naar den achtergrond +gedrongen, want alles, wat maar in de verte zweemde naar ketterij, werd +op de strengste wijze door deze onverdraagzame instelling onderdrukt. +Daardoor zijn vele volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de +Spaansche boeren geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende +legende is voorgoed verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de +zuivering der Kerk niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen +geest verbannen, maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en +veld, het geheele gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad +deden en de huisvrouw en dienstmaagd tot grooten steun waren.</p> +<p>Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van +plan was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der +geesten, goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een +Franciscaner monnik uit Castilië, die in 1458 of 1460 een boek +schreef, dat voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en +waarin ook een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van +volksgeloof, die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het +geloof in heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt +afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>te zijn uit de Dauphiné of Gascogne, waar +zij volgens zijn verklaring, overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo +verhaalt hij ons, gewoon, des nachts in grooten getale bijeen te komen +op een hooggelegen vlakte, elke heks bracht een kaars mede ter eere van +Satan, die tot haar kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in +die van een bok, in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden +verscheen.</p> +<p>Llorente vertelt in zijn <span class="letterspaced">Geschiedenis van +de Spaansche Inquistie</span>, dat de eerste <span class="letterspaced">auto-de-fé</span> tegen de toovenarij in 1507 +gehouden werd te Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen, +die beschuldigd waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste +verhandeling over Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een +Franciskaner monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als +bakermat der hekserij, en dat deze provincie vele +»zendelingen« naar Aragon stuurde om daar de vrouwen tot de +tooverkunst te bekeeren. Maar wij lezen ook, dat de Spaansche +godgeleerden van de zestiende eeuw zóóveel verlichter +waren dan die van andere landen, dat zij toegaven, dat hekserij slechts +een begoocheling was; en de straf die zij toedienden aan hen, die er in +geloofden, werd gegeven, omdat deze afdwaling in strijd was met de +voorschriften der Kerk. Pedro de Valentin geeft in een verhandeling +over dit onderwerp (1610) toe, dat de daden, waarvan de heksen +beschuldigd werden, slechts denkbeeldig waren. Hij schreef ze +gedeeltelijk toe aan de wijze, waarop het onderzoek geleid werd, en aan +den wensch van het domme volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te +gaan, door datgene te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar +wenschten te hooren, en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en +drankjes, die zij moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die +slaap verwekten, <span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" +name="pb325">325</a>]</span>en invloed hadden op de verbeelding en de +geestelijke vermogens.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Godsdienst der hekserij.</h3> +<p class="firstpar">De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige +verschijnsel wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de +onderzoekingen van Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en +anderen, schijnen er op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij +volstrekt niet op de verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze +cultus stamt van een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en +godsdienstige voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het +offeren van kinderen had bewaard.</p> +<p>Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een +eigen priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de +verbeelding slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit +geloof.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Geschiedenis van D<sup>r</sup> Torralva.</h3> +<p class="firstpar">Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om +zijne toovenaars, bij wie nog iets was overgebleven van de occulte +wetenschap der Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was +wel de beroemdste van deze betrekkelijk moderne meesters in de +tooverkunst Dr. Eugenio Torralva, de arts van het gezin van den +Admiraal van Castilië. Hij was in Rome opgevoed en had reeds op +jeugdigen leeftijd uitgesproken sceptische neigingen. Hij sloot +vriendschap met een zekeren meester Alfonso, een man, die, nadat hij +eerst zijn Joodsch geloof had verwisseld voor den Islam, overging tot +het Christendom, en ten slotte vrijdenker geworden was. Een tweede +ongeschikte kameraad was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro +genaamd, die Torralva vertelde, dat hij een goeden <span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>geest in zijn dienst had, Zequiel, die in de +geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien zulk +een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen, die hem +een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap wisten +te waardeeren.</p> +<p>Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge +mate. Hij was één van die, misschien gelukkige menschen, +in wie de liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen +Pietro hem goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod +met beide handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de +verandering van meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en +verzekerde hij Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en +dat hij bereid was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan +het uiterlijk van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart +overkleed droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van +blond haar.</p> +<p>Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke +wisseling van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig +had, hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een +verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de +gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van een +reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk, uit welk +feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk gezinde geest +was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen, ondervinden, dat +het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet den minsten +waarborg geeft voor vroomheid.</p> +<p>Torralva bleef vele jaren in Italië wonen, maar in het jaar +1502 kreeg hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde +daarheen terug, maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn +hoofdkwartier te hebben gekozen, <span class="pagenum">[<a id="pb327" +href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span>waar hij zich onder de +bescherming stelde van zijn ouden patroon, den Bisschop van Volterra, +die in dien tijd kardinaal geworden was. Deze invloedrijke relatie was +hem van groot voordeel, en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als +geneesheer beroemd. Maar noch de vrome kardinaal, noch een van de +andere voorname <span class="corr" id="xd20e5258" title="Bron: patienten">patiënten</span>, die zijn hulp zochten, wist, +dat hij feitelijk zijn geheele medische kennis te danken had aan zijn +onzichtbaren knecht, die hem de geheime kracht leerde van jonge +planten, die andere geneesheeren niet kenden. Zequiel was echter vrij +van alle winstbejag, want wanneer zijn meester de klinkende munten in +den zak stak, waarvan geen goed geneesheer afkeerig is, berispte de +geest hem, want, zeide hij, aangezien de dokter zijn kennis gratis +kreeg, behoorde hij haar ook kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva +daarentegen geld noodig had, vond hij altijd een som in zijn +particulier vertrek, en hij wist zonder dat er over gesproken werd, dat +zijn dienaar het daar had neergelegd.</p> +<p>Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen +tijd aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide +<span class="corr" id="xd20e5263" title="Bron: Zeguiel">Zequiel</span> +hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename +tijding zou krijgen. <span class="corr" id="xd20e5266" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> deelde dit bericht oogenblikkelijk aan +Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande +Capitan, Gonzálvo Hernández de Cordova mede. Dienzelfden +dag kwam er een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling +voor Zijne Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren +mislukt was, en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon +van den Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome +de onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer, +Kardinaal Volterra, te laten verschijnen, die, toen <span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>hij +bemerkte, op welke wijze zijn <span class="letterspaced">protégé</span> de nederlaag van het +Spaansche leger »voorspeld« had, den Aartsbisschop van +Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter zijn wijsheid putte. +Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging voort politieke en +andere gebeurtenissen te »voorspellen«, waardoor hij zich +spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen, die hem +kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz, tot wien +een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare nachten +verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de gestalte +van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales, had +’s nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar de +griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had hij +niets kunnen zien.</p> +<div class="figure xd20e5274width"><img src="images/p328.jpg" alt="Torralva en de Geesten." width="500" height="720"> +<p class="figureHead">Torralva en de Geesten.</p> +</div> +<p>Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij +in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht +haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest +Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva, die +beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte, gelijkende +op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van een vrouw. +»Wat zoekt gij hier?« vroeg hij met luide stem, waarop het +voorste spook antwoordde: »Ik zoek een schat.« Op hetzelfde +oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde +Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders van +het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man te +voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men hem een +Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke bezoeken +op.</p> +<p>Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de +Zuñiga, een bloedverwant van <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span>den Hertog van Bejar, +en een broeder van Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan +in Castilië. Zuñiga had den geleerden dokter geraadpleegd, +hoe hij door toovermiddelen geld zou kunnen verdienen, en Torralva +zeide, dat dit mogelijk zou zijn, door bepaalde letters op papier te +schrijven met het bloed van een vleermuis inplaats van met inkt. Dit +toovermiddel moest hij om zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel +geluk zou hebben.</p> +<p>In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet, +vertelde hij Zuñiga, dat hij in staat was op een bezemsteel +daarheen te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen. +Bij zijn aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en +den Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op +aandrongen, dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven. +Naar aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn +dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest +raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde +hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora, +Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van +Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok <span class="corr" id="xd20e5286" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> wederom naar zijn +geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde +er iets, dat <span class="corr" id="xd20e5289" title="Bron: Torralvo’s">Torralva’s</span> roem als profeet nog +zeer verhoogde. Op den vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem, +dat het leger van den Keizer den volgenden dag Rome zou innemen. +<span class="corr" id="xd20e5292" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> beval den geest hem naar Rome te +brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke gebeurtenis zou +kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok in de hand, en +zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn dienaar hem +bevolen had, en toen de <span class="pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span>geest hem na eenigen tijd zeide de +oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen +toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag +werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke +gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon, de +vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de +inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde +wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd, +maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar; en +toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot het +Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd.</p> +<p>Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter +betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en één van +hen, gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over +zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zuñiga, die zooveel +voordeel had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde +zich tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuença over +hem in, waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte +toovenaar bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien +hij bleef beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de +gevangenis niet minder dan acht verklaringen over zijne +bovennatuurlijke handelingen, waarin hij zichzelf voortdurend +tegensprak. Daar zijne vervolgers niet tevreden waren met deze +bekentenissen, legden zij den ongelukkigen toovenaar op de pijnbank, en +men ontlokte hem dan ook spoedig een volledige erkenning van den +duivelschen aard van zijn dienaar.</p> +<p>In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit, +een gebruikelijke methode bij dit lichaam, <span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331" name="pb331">331</a>]</span>om +de slachtoffers te temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva +verscheen er een nieuwe getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook +reeds in zijn jonge jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte +wetenschappen, zoodat Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters +verschijnen moest. De Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om +zijn bekeering te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen +voor al zijne zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet +verzaken, met wien hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot +zijne geestelijke leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te +ontslaan. Nadat hij het eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn +dienaar ontsloeg, en zijn ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en +trad hij in dienst van den Admiraal van Castilië, die al zijn +invloed gebruikt had om vergeving voor hem te verkrijgen. Doordat hij +in de geschiedenis van Don Quixote voorkomt, is hij onsterfelijk +geworden en is hij voor alle tijden het type gebleven van den +Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Moorsche tooverkunst.</h3> +<p class="firstpar">Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk +een ernst bestudeerd als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des +te verwonderlijker, dat ons slechts aanteekeningen over de +desbetreffende werken bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij +beroemd waren als toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door +Europeesche geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben +zich niet nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf +hebben zóó weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze +achtergelaten, dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten, +zoodat wij onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel +<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span>moeite moeten verzamelen uit de losse +aanteekeningen, die in de hedendaagsche Europeesche en Arabische +letterkunde te vinden zijn.</p> +<p>De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over Moorsch +occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens glansperiode +viel in de jaren 720–750, en van wien vermeld staat, dat hij meer +dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der wijzen en het +levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als zijne +mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen te vinden. +Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de aardsche +onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt hij de +menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben +geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest +genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in een +toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun +oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne +werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek +geacht, maar zijn <span class="letterspaced">Summa Perfectionis</span>, +een handboek voor den beoefenaar der alchemie, is in verscheidene +vertalingen verschenen.</p> +<p>De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan door +samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende verhoudingen. +Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te krijgen uit de +verschillende mengsels en reacties van de weinige scheikundige stoffen, +waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij geloofden in de theorie der +verandering der metalen, legden zij er zich niet praktisch op toe. Het +was voor hen meer een geloof, en zij vertegenwoordigden +vóór alles een school van wetenschappelijke +ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk +hun alchemistische <span class="pagenum">[<a id="pb333" href="#pb333" +name="pb333">333</a>]</span>kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn +beurt weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet +onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht +uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de »groote +kunst« der alchemie in ieder geval geboren werd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Astrologie.</h3> +<p class="firstpar">De Astrologie was ook een belangrijke tak van de +verborgen studie, waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig +bezig hielden, en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de +wiskundige wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds +zijn Arabischen naam draagt (al = het, <span class="letterspaced">jabara</span> = <span class="letterspaced">berekenen</span>), tot ontwikkeling te brengen.</p> +<p>Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te +profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de +Chaldeeërs, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de +lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis +herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze +kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was +de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten +der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den +toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de +elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen +der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden +toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel +weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat +zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den +grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische +Thoth, de <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name="pb334">334</a>]</span>god van het schrijven, het rekenen en de +wetenschap.</p> +<p>Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche +geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere +wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was +Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te Cordova +bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en de niet +minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen bracht. +Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste bij zijne +klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de oude en lastige +Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons, dat Gerbert vele +belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der tooverkunst, en wij +hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend onderaardsch paleis +bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon was om te aanschouwen, +plotseling van de aarde verdween, zoodra een menschelijke hand het +aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts wiskundige diagrammen voor +tooverteekens aan, en zijn reputatie als toovenaar steeg, naarmate hij +zelf meer in discrediet kwam.</p> +<p>Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou +sterven, voordat hij de hoogmis in <span class="corr" id="xd20e5338" +title="Bron: Jerusalem">Jeruzalem</span> zou hebben opgedragen. Op +zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van +Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij +vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van den +Booze, en gaf den geest. Zóó luidt de sage, die de domme +menigte spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten +man.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Deken van Santiago.</h3> +<p class="firstpar">In de <span class="letterspaced">Conde +Lucanon</span>, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling van +verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken, komt een +geschiedenis voor <span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" +name="pb335">335</a>]</span>over den Deken van Santiago, die naar +Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in de +tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals hij +zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de +toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al +zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te +verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne +vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker +zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam +genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar +een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen, +een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet te +braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen.</p> +<p>Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan, +werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor den +geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn sterfbed +liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist begonnen +les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier dagen +later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de +Aartsbisschop overleden was, en nòg later bracht hij de +mededeeling, dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen +Illan dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van +Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen +broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn Hof +te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en +wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop +wees het verzoek af, en gaf de plaats aan één van zijn +ooms. <span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span></p> +<p>Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar +Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het +Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk werd +de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome vergezeld +had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel excuus had, om +de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had, niet te vervullen. +De Paus ontstak hierover in woede, en hij dreigde Illan met de +gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich met ketterij en toovenarij +had ingelaten. »Ondankbare!« riep de vertoornde toovenaar +uit, »nu gij mij zóó wilt laten verhongeren, ben ik +wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor den +avondmaaltijd besteld heb.« Dit zeggende, zwaaide hij zijn +tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te maken. +Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo, nog altijd +als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren, die hij als +Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht, schijn geweest en +zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als een begoocheling van den +toovenaar. Dit was het middel, waardoor de wijze zijn karakter op de +proef had gesteld, voordat hij hem zijn vertrouwen schonk. De +geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij niets kon antwoorden op de +verwijten van Illan, die hem wegzond, zonder hem zelfs van de patrijzen +te laten mee-eten.</p> +<p>Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren en +priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche tooververhalen. +Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer wij er even aan +denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden beschouwd werd +door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada vertelt de +geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer bekwamen, jongen +man, <span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name="pb337">337</a>]</span>die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen +hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij door +een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen dienst +bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te stijgen, +opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen brengen. Het +paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het gewicht van twee +stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte de student eerst voor +het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van den geestelijke drong +zóó bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en zich achter +hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student, niet onder het +rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder, zonder dat hij den +indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar bij het aanbreken van +den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote verbazing, dat hij zich +dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam afscheid van den ruiter, +zich verwonderende over het feit, dat hij den afstand tusschen twee zoo +ver van elkander verwijderde plaatsen in een enkelen nacht had kunnen +afleggen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Spoken en Geestverschijningen.</h3> +<p class="firstpar">Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de +bijgeloovigheid, een eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo +sterk is ontwikkeld, en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd +door de strenge voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander +gebied van het occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen +verspreide geloof in de macht van de dooden om weer terug te keeren +naar het tooneel van hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed +geïllustreerd door een griezelig gedeelte van het boeiende en +geheimzinnige verhaal van Goulart, die in zijn <span class="letterspaced" lang="fr">Trésor des Histoiris Admirables</span> +<span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span>toont de kunst van het schilderen van pakkende +tooneelen zoo goed te verstaan. Hij verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez +Ayala, en twee andere jonge Spanjaarden, die op weg waren naar een +Fransche universiteit, er niet in slaagden een geschikt onderkomen te +vinden in een of ander dorp, waar zij den nacht wilden doorbrengen, en +hoe zij genoodzaakt waren te overnachten in een eenzaam huis, waarvan +de dorpsbewoners vertelden, dat het er spookte.</p> +<p>De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei +huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen +bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden.</p> +<p>Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij +nauwelijks ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van +rammelende ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen +te komen.</p> +<p>Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok +zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken wat +de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne +makkers gewekt waren. Hij droeg in de ééne hand een +getrokken zwaard, en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij +de deur kwam, die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een +vreeselijk spook, een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het +spook, dat hij onverwachts tegenover zich vond, was beladen met +ketenen, die met een somber en dof geluid rammelden. De jonge student +was echter volstrekt niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte +de punt van zijn zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij +zijn rust was komen verstoren.</p> +<p>De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en +noodigde Ayala door een handbeweging <span class="pagenum">[<a id="pb339" href="#pb339" name="pb339">339</a>]</span>uit, mede te gaan. De +student zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de +trap begon af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als +iemand, wiens gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde +hem onbevreesd, maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te +flikkeren en doofde zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt +was om zijn moed te verhoogen. »Halt!« riep hij het spook +toe, »je ziet toch, dat mijn kaars is uitgegaan! Als je even +wachten wilt tot ik haar weer heb aangestoken, kom ik dadelijk +terug.« Hij begaf zich haastig naar de hal, waar een lamp +brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde hij terug naar de +plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij betrad den tuin, waar +hij het spook in de nabijheid van een put zag staan. Op haar wenken +volgde de jonge student de verschijning weder, maar toen zij een klein +eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige begeleider plotseling +spoorloos verdwenen.</p> +<p>In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij +verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij +ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij +den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet den +tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek, waar het +spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met ketenen +beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke begrafenis +bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling op; maar het +avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden zóó hevig +aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van hun +voorgenomen reis afzagen.</p> +<p>Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische +spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>niet +verder over uitweiden, want een boek over Spaansche romances en +legenden is niet de geschikte plaats voor een verhandeling over het +occultisme. Maar wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een +ander oogpunt te beschouwen dan onze grootvaders uit een +materialistisch tijdperk deden, die met groote minachting alle +bovennatuurlijke verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een +oogenblik erin te willen verdiepen. In elk geval behoort de schrijver +van dit boek tot hen, die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te +behouden, zoodat de bespiegelingen van iemand, die zóó +bevooroordeeld is, niet veel waarde kunnen hebben.</p> +<p>Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio +Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op +reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht +plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot +zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden, en +daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn paard in +die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut kwam, en +nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen, en begon hij +te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de duisternis, +bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden zich in de +kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte mantels gehuld. +Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met woeste, sombere +oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven, sprong hij in het +zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan te voorschijn, en bij +het licht daarvan herkende hij de drie mannen, die hij nog in de kapel +waande, maar die op zwarte paarden een eindje voor hem uit reden.</p> +<p>Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span>een +zijweg in, maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen +voor zich uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen, +die hij wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van +zijn paard sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij +alweder de drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar +binnen en liep naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende. +Dadelijk kwam het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds +schreeuwde, dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden, +waarop hij was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen +later stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield, +dat drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met +vreeselijke gebaren bedreigden!</p> +<p>Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in +Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de +vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het +volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel toe +bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit Spanje +te verbannen. <span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name="pb342">342</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Hoofdstuk XIII: Humoristische Spaansche Romances.</h2> +<div class="epigraph"> +<p class="firstpar">Cervantes’ »Don Quixote«.</p> +</div> +<p class="xd20e5401"><span class="xd20e5401init">C</span>ervantes was +een van de grootste satiristen, die de wereld heeft voortgebracht, een +man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig gevoel voor het +belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn, die gelachen zou +hebben om die moderne critici, die in hem een groot dichter zagen, en +inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven, toen hij zijn +voornaamste werk, het humoristische heldengedicht <span class="letterspaced">De reis naar den Parnassus</span>, schreef, verklaard, +dat hij de gave der dichtkunst miste. Dat hij een merkwaardige fantasie +had is wel duidelijk voor iedereen, die de moeite neemt zijn +<span class="letterspaced">Galatea</span> te lezen, en <span class="letterspaced">Don Quixote</span> vloeit over van zeldzame vondsten en +schitterenden geest, ofschoon latere bladzijden van deze satire wel +sterk herinneren aan sommige stukken uit het eerste gedeelte.</p> +<p>Ik persoonlijk heb <span class="letterspaced">Don Quixote</span> +altijd een van de boeiendste en merkwaardigste boeken gevonden, die +ooit geschreven zijn; maar waarschijnlijk om geheel andere redenen dan +die het meerendeel van het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk +heeft. Want voor mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het +inzicht, dat het ons geeft in de romantische literatuur en in de +gewoonten van dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij +kostelijk, maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en +heb ik den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op +de overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen +den geheelen geest en het karakter van de romance. <span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name="pb343">343</a>]</span>Cervantes zou er wèl bij gevaren zijn, +wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire; want wanneer +hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij met voorliefde +belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler dan de +zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te trekken. +Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes, zijn lang +van stof en ingebeeld, en hij was sterk beïnvloed door het +vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn +hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid en +zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was met +zijn <span class="letterspaced">Arcadia</span> inderdaad het voorbeeld +geweest, dat Cervantes langen tijd volgde, totdat zijn eigen gezond +verstand hem de minderwaardigheid liet zien van de modellen, die hij +nabootste.</p> +<p>De schrijver van de <span class="letterspaced">Pastor de +Filida</span> Luiz Galvez de Montalva, was zijn intieme vriend, en het +staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde op minderwaardige +rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk van hen, die deze +school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets van de bekoorlijkheid +der schilderijtjes van Watteau of Fragonard, hoe onnatuurlijk hunne +herders en herderinnetjes in zijden en satijnen kleederen ook mochten +zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale had coulissen van +bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten over het tooneel. Het +was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die inplaats van het werk +te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander, en den rampzaligen +reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten, gruwelijk verveelden +met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen over hun liefdessmart. +Het was dan ook niet te verwonderen, dat het aangeboren gezond verstand +van Cervantes later in opstand kwam tegen dezen onwaardigen en +onmannelijken onzin. Maar toch <span class="pagenum">[<a id="pb344" +href="#pb344" name="pb344">344</a>]</span>is het merkwaardig, dat hij, +ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak bleef +behouden voor de dwaasheden van Arcadië, waarvan hij zich nooit +geheel heeft kunnen losmaken.</p> +<p>De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op de +denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der +belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van het +leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de +ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om +een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en +op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed, +en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding +is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en +fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn +natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik.</p> +<p>Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne +reisgenooten in de <span class="letterspaced">posadas</span>, waar hij +zijne tenten had opgeslagen, hebben onthaald op hoogdravende verhalen +van dolende herders en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons +gemakkelijk een voorstelling maken van de wijze, waarop deze +zoetsappige verhalen ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den +eenvoudigen soldaat en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is +niet slechts ruw, zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het +gelach, waarmede zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door +dit publiek, de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes +wegvaagde?</p> +<p>Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de +eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was +gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk +van de <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span>opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten +invloed was geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de +bevolking. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij +zag, dat zijne toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet +bewonderden, dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk +thuis hoorden bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot +de romance, waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze +eveneens met hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het +niet voor de hand, dat te midden van de spotternijen zijner +toehoorders, die zoo in alles verschilden van de romantische personen, +van wie hij gedroomd had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren +werd, en dat hij, onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden +leerde begrijpen, dat een caricatuur van de ridderschap meer in den +smaak zou vallen bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer +waarschijnlijk toe.</p> +<p>Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de +onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers waren +ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor een +gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een gezonde, +geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring gesticht in de +hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet gewoon was voor +zichzelf te denken, en dat niet in staat was te oordeelen over de +fouten van een gedicht. In alle landen en in alle tijden wordt deze +groep van menschen aangetroffen, die bijzonder gemakkelijk te +beïnvloeden zijn en in bewondering komen voor de prulligste +sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij zeggen, dat in +deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot gevaar schuilt voor +de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de menschen af van +<span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span>hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor +ernstig werk, maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en +brengt hen er toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken +hebben als de onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste +verhalen. Het eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der +menschheid kan gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is +gezonde spot. Maar het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van +de gevoelens van het publiek tegen deze letterkundige +buitensporigheden, niet alleen de onzin verdwijnen zal, waardoor de +onnadenkenden op een dwaalspoor gebracht, en de verstandigen +geërgerd werden, maar dat de deugden en bekoorlijkheden, waarvan +die dwaasheden de weerspiegeling zijn, niet bewaard zullen blijven, +maar tegelijkertijd zullen worden vernietigd. Dit was tenminste het +lot, dat de grootere romances ondergingen, deze paarlen van +menschelijke verbeelding, die ondanks de reddingspogingen van iemand +als Cervantes, bedolven werden bij den ondergang der fantasie, van +welke plant zij de bloesem waren; totdat de smaak en het beter inzicht +van een lateren tijd haar weder opgroeven uit de zware aardlaag, +waaronder zij begraven lagen.</p> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De figuur van Don Quixote.</h3> +<p class="firstpar">Don Quixote, de held van de machtige satire, die +den doodsteek gaf aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den +romancelezer uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan +den grens van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken +van het dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft +niets gemeen met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan +aanpassen. In dezen ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de +fantasie aankleven, belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk +een groot nut zouden kunnen zijn <span class="pagenum">[<a id="pb347" +href="#pb347" name="pb347">347</a>]</span>voor de gemeenschap, er in +worden voorgesteld. Don Quixote leeft in een wereld van fantasie, die +bewoond wordt door de schimmen, die hij ontmoet heeft in de boeken, +waarvan zijn bibliotheek zoo rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus +niet eens scheppend; door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft +het publiek weinig vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren +beschouwd als een beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar +wanneer de droomer tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, +wanneer zijne visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht +een droom tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don +Quixote. Hij was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, +maar wel om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook +niet gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door +overdrijving van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, +zooals een kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective +verhalen, of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang +verloren dochter is van een geheimzinnigen graaf.</p> +<p>Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid, +dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn +ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen en +denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar hem +luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen +vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de +denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd +door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften van +een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne +wonderlijke fantasieën hem doet. Sancho’s twistzieke vrouw +verzet zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken +<span class="pagenum">[<a id="pb348" href="#pb348" name="pb348">348</a>]</span>Don; maar wanneer een droomer en een domkop zich +vereenigen, heeft het gezond verstand niets in te brengen, en moet het +rustig wachten, totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen +ontvangen zijn.</p> +<p>Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft +volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne +ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter +worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt, +des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever +wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het +verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap +de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van den +meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don +Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een +eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van +praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff, met +dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van Sancho +Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing van +een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy, zou in +alle landen kunnen voorkomen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het avontuur in de Herberg.</h3> +<p class="firstpar">De ware aard van Don Quixote komt misschien het +best uit in dat hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de +herberg, die hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone +Spaansche <span class="letterspaced">posada</span> te zijn geweest. De +waard en waardin waren vriendelijke menschen, die door den ridder +verheven werden tot slotheer en slotvrouwe, en in de slordige +dienstmaagd, die onsterfelijk is geworden onder den naam van +Maritornes, <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349" name="pb349">349</a>]</span>zag hij een dame van hoogen rang, die bij hem +woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij van de Yangueesche +paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige ridder dankbaar, zijne +pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken in een armelijke zolderkamer, +terwijl Sancho de herbergbezoekers een beschrijving gaf van het leven +van een dolenden ridder en de wisselvalligheden van zijn bestaan, dat +hem den éénen dag dwong tot het ondergaan van een +ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem een volgenden dag verhief +tot heerscher over vele keizerrijken. Deze uitleggingen werden +bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur in eigen persoon, die +vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd onthaalde op een +toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in de grootste +bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden als iemand +uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar verlangde, van +zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op, den »heer +van het kasteel« te verzoeken, hem eenige bestanddeelen van een +tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander ridderboek +gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om het +toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo’s en paternosters +opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke +vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld +volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg van +zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was, omdat +hij niet tot ridder geslagen was.</p> +<p>Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis +vervolgen; maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den »heer +Gouverneur van het Kasteel«, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem +was voor de eerbetuigingen, <span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>die hij onder zijn dak ontvangen +had. De herbergier waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog +betalen moest, maar Don Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon +doen, daar hij nooit gelezen had, dat het de gewoonte van dolende +ridders was, voor kost en inwoning te betalen. De waard protesteerde +hevig, waarop de ridder Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed. +Toen trachtte de waard zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar +zonder succes, daar de schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als +zijn meester, waarop eenige gasten hem beetpakten en hem in een +beddelaken jonasten. Toen Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij +terug, maar ofschoon hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort, +Sancho te jonassen, totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen, +ophielden en hem lieten loopen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Don Quixote’s Liefdeswaanzin.</h3> +<p class="firstpar">Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote +stap voor stap wilden volgen door het land der valsche romantiek, dat +hij voor zichzelf had geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het +Versterkte Eiland jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen +Don Quixote op een plaats kwam, bekend als de <span class="letterspaced">Zwarte Berg</span>, besloot hij het voorbeeld te volgen +van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij zijn +geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een +boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso +gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij zijne +dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en +bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor +Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in dit +opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>zijn +schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was van +zijn verliefd en opgewonden gedoe.</p> +<p>»Zeg eens, heer«, vroeg Sancho, »wat zijt gij van +plan uit te voeren in deze negorij?«</p> +<p>»Ik heb u toch al verteld«, antwoordde Don Quixote, +»dat ik van plan ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, +wanhoop en woede? Maar tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso’s +opgewondenheid nabootsen, toen hij waanzinnig werd, bij welke +gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen ontwortelde, het water der +heldere bronnen troebel maakte, de herders doodsloeg, hunne kudden +verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden deed, die waard zijn te +worden vereeuwigd in de boeken van den roem.«</p> +<p>»Heer,« vroeg Sancho, »ik veronderstel, dat de +ridder, die dit alles deed, reden had om krankzinnig te worden, maar +welke jonkvrouw heeft u versmaad, of een blauwtje laten +loopen?«</p> +<p>»Dat is het juist«, riep Don Quixote, »want +hieruit bestaat juist het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. +Er is voor een ridder volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden +om een goeden reden, maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden +zonder oorzaak, zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt +zijn geliefde een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil +dus geen tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam +gelukkig en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat +gij terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar +jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt, zal +mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval, wensch +ik gek te blijven.«</p> +<p>»Hemelsche goedheid!« riep Sancho uit, »waarom +stelt gij u zoo aan, Heer Ridder?<a id="xd20e5492" name="xd20e5492"></a> Al die verhalen van u over <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name="pb352">352</a>]</span>het +veroveren van koninkrijken, en het wegschenken van eilanden, lijken mij +groote opsnijderij, en deze nieuwste kuur van u....«</p> +<p>»Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik +je zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat +alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht +dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door +de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars.« +Zoo sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de +wilde planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de +Ridder van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. +Hij wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan.</p> +<div class="figure xd20e5498width"><img src="images/p352.jpg" alt="Don Quixote’s Liefdeswaanzin." width="486" height="720"> +<p class="figureHead">Don Quixote’s Liefdeswaanzin.</p> +</div> +<p>»Ga nog niet heen«, riep hij Sancho toe, »want ik +wensch, dat gij getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen +zal, opdat gij het haar kunt vertellen.«</p> +<p>»Groote goedheid,« riep Sancho uit; »wat voor +dwaasheden kan ik nog meer te zien krijgen?«</p> +<p>»Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen +verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van +deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.«</p> +<p>»Beware mij, heer,« riep de knecht, »als het dan +bepaald noodig is, dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan +een beetje voorzichtig, als ’t u belieft.«</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het Leger van Schapen.</h3> +<p class="firstpar">Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don +Quixote is zeker wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een +leger. Hij en Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte, +toen zij op eenigen afstand een dichte stofwolk zagen. <span class="pagenum">[<a id="pb353" href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p> +<p>»De dag is gekomen,« riep de ridder uit, »de +gelukkige dag, dien de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht +van mijn arm mij zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre +nageslacht er nog van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk? +Weet dan, dat deze wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat +hierheen komt, en dat bestaat uit een onnoemelijk aantal +volkeren.«</p> +<p>De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met +verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen, +verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo +dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op +opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde +kanten schenen te naderen.</p> +<p>»Mooi zoo«, riep Don Quixote, »dan zullen wij den +zwaksten troep helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons +tegemoet komt, wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer +van het Eiland Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons +optrekt, is zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw, +de Koning der Garamanten.«</p> +<p>»Zeg eens, Heer,« vroeg Sancho, »wat is de reden +van de vijandschap tusschen die twee hooge vorsten?«</p> +<p>»Dat is in twee woorden gezegd«, antwoordde Don Quixote, +»de heiden Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de +hand te dingen van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat +hij niets van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof +afzweert.«</p> +<p>»Wanneer er een gevecht op handen is«, zeide Sancho +zenuwachtig, <span class="corr" id="xd20e5529" title="Niet in bron">»</span>zal ik mijn ezel maar buiten schot +brengen, want ik vrees, dat hij niet veel waard is in den +strijd«.</p> +<p>»Dat is waar«, antwoordde Don Quixote. »Zoodra de +ridders uit hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros +voor u uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name="pb354">354</a>]</span>eens +nagaan. Die ridder met de vergulde wapenen en het schild, waarop een +gekleurde leeuw aan de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere +Luarcalco, Heer van de Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen +Micocolembo, den grooten Hertog van Quiracië, die een wapenrusting +draagt, bedekt met gouden bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn +rechterkant is de vermetele Brandabarbaran, de vorst van de Drie +Arabië’s, wiens wapenrusting gemaakt is uit slangenhuid, en +die als schild de poort van den tempel draagt, dien Samson verwoest +heeft in zijn stervensuur. Maar onze bondgenooten komen ook naderbij. +Ginds loopt Timonel van Carcaxona, Prins van Nieuw <span class="corr" +id="xd20e5536" title="Bron: Biskaye">Biskaje</span>, die op zijn schild +een goudkleurige kat in een rood veld draagt, met het motto +»Miauw«. Naast hem rijdt Espartafilardo van het Woud, wiens +blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar de heidenen dringen +op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die uit den vriendelijken +stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe bergbewoners van Massilia, +daar achter de gouddelvers van Arabia Felix, de verraderlijke +Mundiërs, de boogschutters van Perzië, de Meden en de +Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren en de zwarte +Aethiopiërs«.</p> +<p>»Bij mijn ziel«, riep Sancho uit, »stellig zijn +uwe toovenaars weer aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of +soldaat zie ik, van al die menschen, die gij opnoemt«.</p> +<p>»Stommeling!« riep Don Quixote uit, »luister dan +naar het gehinnik der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het +tromgeroffel.«</p> +<p>»Dat moet toovenarij zijn,« riep de verbaasde Sancho +uit, »want ik hoor niets dan het geblaat van schapen«.</p> +<p>»Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest<span class="corr" id="xd20e5548" title="Niet in bron">,</span>« antwoordde +Don Quixote schamper. »Mijn eigen arm is mij genoeg om de +overwinning te brengen aan het leger, <span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name="pb355">355</a>]</span>dat ik met mijn hulp +zal vereeren;« en met een luiden strijdkreet zwaaide hij zijn +lans, en wierp hij zich als een razende in het veld, roepende: +»Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten ongeloovige +Alifanfaron van Taprobana!« Op hetzelfde oogenblik was hij midden +tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en met elken +lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders grepen +hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo groot als +hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie, bleef hij +verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich verbeeldde +handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een groote appel, +zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk gewond te zijn, +haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn toovermedicijn +bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht, werd hij +geraakt door een steen uit den slinger van een der herders, en zij werd +totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie zijner tanden, en +wierp hij den ridder uit het zadel. De herders, die bevreesd waren, dat +zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode schapen op en maakten zich +uit de voeten, Don Quixote meer dood dan levend achterlatende.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Helm van Mambrino.</h3> +<p class="firstpar">Niet minder merkwaardig is het verhaal van +Cervantes, hoe Don Quixote er in slaagde, in het bezit te komen van den +helm van Mambrino. Hij zag in de verte een ruiter, die op het hoofd +iets droeg, dat als goud schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en +zeide: »zie, ginds komt hij, die op het hoofd den helm van +Mambrino draagt, en ik heb gezworen, dat ik dien bezitten +zal.«</p> +<p>»In werkelijkheid,« zegt Cervantes, »was het +echter als volgt: Er waren in dat gedeelte van het land twee +<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name="pb356">356</a>]</span>dorpen, waarvan het ééne +zóó klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te +vinden was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste +bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest +worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn +koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om zijn +hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar het bekken +juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien glinsteren. +Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien Don Quixote +natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den barbier voor +een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden helm; want in +zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne romantische +ideeën. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag naderen, +greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden om zijn +niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed hij zoo +woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten hem te +doorboren, onderwijl luidkeels roepende: »Schurk, ellendeling, +verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit +over.«</p> +<p>De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich +zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don +Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den +grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne +voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende.</p> +<p>»Bij mijn ziel,« zeide Don Quixote, »de heiden, +die dezen helm heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de +bever, die, bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt, +door met de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk +instinct <span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span>hem zegt, dat het de aanleiding is tot de +vervolging.« »In ieder geval is het een prachtig +scheerbekken,<span class="corr" id="xd20e5568" title="Niet in bron">«</span> zeide Sancho, »en minstens acht +stuivers waard.«</p> +<p>Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het +visier niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide +hij: »Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk +gemaakt werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte +van het hoofddeksel.«</p> +<p>Hierop barstte Sancho in lachen uit.</p> +<p>»Ik denk«, vervolgde Don Quixote, »dat deze +betooverde helm door een of ander toeval in handen is gekomen van +iemand, die uit geldzucht, en ziende, dat hij van zuiver goud is, de +ééne helft gesmolten heeft, en van de andere een +hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij terecht opmerkt, eenige +overeenkomst vertoont met een scheerbekken«.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het Avontuur van de Windmolens.</h3> +<p class="firstpar">Het bekendste, zij het dan ook niet het +vermakelijkste avontuur van Don Quixote, is zeker wel dat van de +windmolens. De uitdrukking »vechten met windmolens«, is +spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en zijn schildknaap waren +bij een vlakte gekomen, waar dertig à veertig windmolens +stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg, riep hij uit: +»De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij het hadden +kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig woeste reuzen +met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit zullen +veroveren«.</p> +<p>»Welke reuzen?« vroeg Sancho Panza.</p> +<p>»Die gij daarginds ziet«, antwoordde Don Quixote, +»met hunne lange, uitgestrekte armen«.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e5587" title="Bron: «">»</span>Met uw verlof, heer«, zeide de +schildknaap, »die dingen daar zijn geen reuzen, maar +windmolens.« <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" +name="pb358">358</a>]</span></p> +<p>»Ach Sancho,« zeide Don Quixote, »wat zijt gij +toch slecht op de hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen +zijn, dus, als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want +ik heb besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te +ondernemen«. En na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen, +onder het geroep van: »Blijft staan, verachtelijke wezens, en +vlucht niet lafhartig voor een enkelen ridder, die den moed heeft, u +allen te bestrijden!« Op hetzelfde oogenblik stak de wind op, en +de molenwieken begonnen te draaien, waarop de Don luidkeels uitriep: +»Ellendige heidenen, al beweegt gij meer armen dan de reus +Briareus, toch zult gij <span class="corr" id="xd20e5593" title="Bron: getraft">gestraft</span> worden voor uw +onbeschaamdheid!«</p> +<p>Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en +wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een +wiek dóorboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar +trokken den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans +in stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte +naar beneden tuimelde.</p> +<p>Sancho <span class="corr" id="xd20e5600" title="Bron: Pama">Panza</span> kwam dadelijk op den gevallen ridder +toeloopen, die er leelijk gehavend uitzag.</p> +<p>»Ach, uw genade,« riep hij uit, <span class="corr" id="xd20e5605" title="Niet in bron">»</span>heb ik u niet gezegd, +dat het windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn +hoofd heeft, er anders over denken kon.«</p> +<p>»Houd je mond!« antwoordde Don Quixote, die erg van +streek was door den val; »ik ben ervan overtuigd, dat die +vervloekte toovenaar Freston, die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen +in windmolens veranderd heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al +zijne listen en gemeene streken machteloos blijken tegenover mijn +scherp zwaard.« <span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name="pb359">359</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Geschiedenis van den Gevangene.</h3> +<p class="firstpar">Een van de merkwaardigste verhalen uit de +geschiedenis van Don Quixote is dat van den gevangene, dien de held in +een herberg ontmoet. Dit verhaal is misschien niet een volkomen getrouw +verslag van Cervantes’ eigen gevangenschap onder de Moorsche +zeeroovers, maar het is er toch zeker door geïnspireerd.</p> +<p>Op den 26en September 1575 werd het vaartuig <span class="letterspaced">Sol</span>, waarop Cervantes als vrijwilliger diende in +de buurt van Marseille, gescheiden van het overige gedeelte van het +Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van Moorsche zeeroovers, wien +het na een wanhopigen tegenstand in handen viel. Cervantes zelf werd +als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami, een Grieksch afvallige, +die op zijn gevangene eenige zeer vleiende brieven vond van Aartshertog +Johan van Oostenrijk en den Hertog van Sessa. De aard dezer brieven +deed zijn nieuwen meester vermoeden, dat Cervantes een persoon van +gewicht was, en dat hij waarschijnlijk wel in staat zou zijn, een +hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel de grooten der aarde dikwijls +zeer gaarne bereid zijn, het genie te beloonen met welsprekende +getuigschriften, die hun niets kosten dan wat papier en inkt, zijn zij +meestal volstrekt niet zoo vlug met het neertellen van groote sommen +gelds, om hunne lofspraken meer klem bij te zetten, zoodat Cervantes in +gevangenschap moest blijven zuchten. In 1576 gelukte het hem, met +andere gevangenen te vluchten. Maar hun Moorsche gids bedroog hen, en +zij waren door den honger gedwongen, naar Algiers terug te keeren. Het +volgend jaar werd de broeder van Cervantes bevrijd, en deze rustte een +schip uit, om Miguel en zijne vrienden te ontvoeren. Intusschen had de +schrijver van Don Quixote vriendschap gesloten met een Spaansch +afvallige, een Navarreeschen tuinman, Juan genaamd. <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name="pb360">360</a>]</span> +Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de zee gelegen was, een +hol, en daarin verborgen zij één voor één +veertien Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het +geheim gevoed werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador +genaamd. Het vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag +bij de kust, en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen +waren, op te nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die +de bevrijders zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen. +Intusschen had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan +Pasha, den Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten +tweeden male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen, +omsingelden de troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap +Christenen werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote +edelmoedigheid, die zijn geheele leven kenmerkte, de volle +verantwoordelijkheid voor de samenzwering op zich. Toen hij gebonden +voor Hassan gesleept werd, volhardde hij in zijn verklaring; en +ofschoon de ongelukkige tuinman opgehangen werd, besloot Hassan +Cervantes te sparen. Om een reden, die slechts hemzelf bekend was, +kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd kronen van Dali Mami. +Misschien verwachtte de tiran een geweldigen losprijs van iemand, wiens +waardig optreden zeker niet heeft nagelaten, indruk op hem te maken. +Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk een derde plan tot +ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan den Spaanschen +Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze brief werd +onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen veroordeeld, +die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen op het +denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot een +opstand, waarbij zij zich zouden meester <span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>maken van de stad. +Bij dit plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia. +Maar zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner +monnik, en de Valenciërs, die de gevolgen voor zich vreesden, +smeekten Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond, +naar Spanje te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in +den steek te laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met +het koord van den beul om den nek, en men hem dreigde met een +onmiddellijken dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet +wilde noemen, was hij evenmin te bewegen, hen te verraden.</p> +<p>Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te +bevrijden; en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs +gemakkelijker bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een +weduwe, ofschoon haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in +leven was. Met geweldige moeite verzamelden zijne verwanten +tweehonderdvijftig dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die +geregeld naar Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar +hij voor een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend +dukaten eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel +tusschenpersoon optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan +vijfhonderd dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes +vrij te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd +de schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid +gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de +Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden had, +hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat +Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over zijn +levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in staat, +<span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span>deze berichten tegen te spreken, en zijn +heldenmoed als leider der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze +geschiedenis, waarvoor Cervantes het twijfelachtige voorrecht had, +persoonlijk de »lokale kleur« te hebben kunnen verzamelen, +wordt Don Quixote verteld door een ontvluchten slaaf, die met zijn +Moorsche geliefde in de herberg aankwam, waar de Ridder van de Droevige +Figuur verblijf hield. Ik zal mij houden aan den verhaaltrant van +Cervantes, die in de eerste persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een +belangrijk stuk van het eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben +ik wel genoodzaakt, het aanmerkelijk te bekorten.</p> +<p>»Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn +vader een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en +mijne broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons +fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indië te +gaan, de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend +dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte +naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger van +den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen +diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik, dat +Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken, die +juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik +vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze +onderneming was opgedragen, keerde ik naar Italië terug, en nam ik +dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto, bij +welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken, die +zoolang de <span class="corr" id="xd20e5631" title="Bron: Cristenen">Christenen</span> misleid had, een einde vond. Maar +inplaats van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo +ongelukkig gevangen genomen te worden bij het <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363" name="pb363">363</a>]</span>gevecht. Nadat Rehali, de vermetele zeeroover en +Koning van Algiers, de galei <span class="letterspaced">Capitana</span> +van Malta genomen had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik +dienst deed, de bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het +vijandelijk vaartuig, dat er echter in slaagde, zich los te maken van +de enterhaken, die men uitgeworpen had en ik was in een oogenblik +omringd door vijanden, die mij overmeesterden. Ik werd naar +Constantinopel gevoerd, en kwam als slaaf op de veroverde <span class="letterspaced">Capitana</span> te Navarino. Daar ik mijn vader niet +wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen +bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf, +kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die +naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht, +dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren +mij <span class="corr" id="xd20e5642" title="Bron: is">in</span> een +<span class="letterspaced">bagnio</span>, en werd ik niet gedwongen tot +arbeiden zooals die gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond. +Op de binnenplaats der gevangenis zagen de vensters uit van het huis +van een rijken Moor, en op zekeren dag, toen ik daar rondliep, +verscheen er uit één dier vensters een lange stok, +waaraan een linnen zak was gebonden. Deze zak werd heen en weer +bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar grijpen zou, en een van +ons ging er dadelijk onder staan om te wachten totdat de stok weer zou +dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde, werd de stok weer omhoog +getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen, als bij een ontkenning. +Een tweede mijner makkers trad naar voren, maar had evenmin succes. Dit +ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te beproeven, en toen ik onder +den stok kwam, viel hij voor mijne voeten op den grond. Ik maakte de +lap los, en vond er ongeveer tien gouden munten, zoogenaamde +<span class="letterspaced">zianins</span>, in gebonden. Ik nam het +geld, brak <span class="pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>den stok, en keek naar boven, waar ik een blanke +hand zag, die haastig het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde +men uit hetzelfde venster een klein houten kruis, en hieruit maakten +wij op, dat een of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden +werd. Maar de blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden +brachten ons op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een +Christen jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was +overgegaan.</p> +<p>Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen +van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het +venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een +hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen +verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet +minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische +letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons +verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden, die +den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor uit +Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen van +zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief voor mij +te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde:</p> +<p>»Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw +godsdienst leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd +noemt. Toen mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den +droom, en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd +te leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster +vele Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote +vertrouwen, dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over +veel geld en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid +<span class="pagenum">[<a id="pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span>met mij te vluchten, en wanneer wij in uw +vaderland zijn aangekomen, zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij +dat begeert. Maar indien gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij, +want de Maagd zal mij wel een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen +Moor over dezen brief, want zij zijn allen onbetrouwbaar«.</p> +<p>De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde, +dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden +trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig, +want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw, die +vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden kunnen zijn +bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den afvallige een +antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat ik in de +gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner makkers aan +te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde, haar te zullen +huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster neergelaten. Ik +bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog werd gehaald. Dien +nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste wijze tot +ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van Zoraida (wij +hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te wachten, daar +wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons zou kunnen +raden. Gedurende eenige dagen was het <span class="letterspaced">bagnio</span> vol menschen, en al dien tijd bleef de +stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan onszelf waren overgelaten, +werd hij weder uit het raam gestoken, en dit keer bevatte de zak een +brief en honderd gouden kronen. De afvallige vertaalde den brief voor +ons, waarin ons werd medegedeeld, dat de schrijfster wel is waar geen +ontvluchtingsplan kon beramen, maar dat zij ons voldoende geld kon +verschaffen voor onzen losprijs. Zij opperde het plan, dat, wanneer +<span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name="pb366">366</a>]</span>wij zóó onze vrijheid herkregen +hadden, één van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip +zou koopen, en de anderen zou komen halen. Zij eindigde met de +mededeeling, dat zij binnenkort met haar vader naar buiten zou +vertrekken, en dat zij den geheelen zomer in een landhuis in de +nabijheid der zee zou wonen, en zij gaf een nauwkeurige beschrijving +van de ligging en omgeving van dit zomerverblijf.</p> +<p>Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den +aankoop van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige, +die in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich +hiertegen, want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken, +doordat men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een +schip in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en +op deze wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het <span class="letterspaced">bagnio</span> en het vijandelijk land weg te voeren. +Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen haar raad zouden +opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van den stok, nogmaals +tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den afvallige vijfhonderd +kronen om een schip te koopen, en door de goede diensten van een +koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor achthonderd kronen. +Maar op raad van dezen koopman werd die som niet dadelijk aan den Dey +uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou worden; wij deelden hem +dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje zou worden gezonden, en +intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof, in het huis van den +Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida naar het +buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend kronen; +deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde, dat zij +de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had; en ditmaal nam +ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen. <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De Vlucht uit Algiers.</h3> +<p class="firstpar">Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip, +dat groot genoeg was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij, +volgens zijn zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een +Moorschen deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden. +Telkens wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een +kleine baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de +bedienden gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde +zelfs bij verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht +Zoraida’s vader om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want +de oude Moor was zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida +zelf te spreken te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver +gevorderd, dat hij ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de +groote onderneming, waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus +twaalf Spanjaarden in dienst, die bekend waren als goede roeiers, en +wier gangen niet al te nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden +afgesproken, dat wij in het geheim de stad zouden verlaten in den avond +van den eerstvolgenden Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden +ontmoeten dicht bij het huis van Agimorato. Maar het was noodig, dat +Zoraida zelf ook in kennis werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik +op zekeren dag haar tuin, onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden +wilde plukken. Maar bijna op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar +vader, die mij vroeg, wat ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een +slaaf was van Arnaut Mami, (van wien het mij bekend was, dat hij met +hem bevriend was,) en dat ik eenige kruiden noodig had voor een salade. +Terwijl wij spraken kwam Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de +gewoonte was, dat Moorsche vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven, +riep haar vader haar tot zich. Zij was <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name="pb368">368</a>]</span>buitengewoon kostbaar +gekleed, en droeg een overvloed van juweelen, en toen ik haar zoo voor +het eerst aanschouwde, was ik getroffen door haar groote schoonheid. +Haar vader vertelde haar de reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg +mij, of ik spoedig losgekocht zou worden. Gebruik makende van de +<span class="letterspaced">lingua franca</span>, vertelde ik haar, dat +ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag op een +Fransch vaartuig in te schepen.</p> +<p><a id="xd20e5684" name="xd20e5684"></a>Op hetzelfde oogenblik werd +de Moor voor zaken weggeroepen, en ik deelde Zoraida haastig mede, dat +ik haar den volgenden dag zou komen halen. Zij sloeg dadelijk hare +armen om mij heen, en leidde mij naar het huis; maar haar vader, die +juist terug kwam, bespiedde ons; en kwam hevig verschrikt op ons af. +Oogenblikkelijk wendde Zoraida een bezwijming voor, en zij vertelde +Agimorato dat zij zich plotseling onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan +haar vader over, en zij gingen het huis binnen.</p> +<p>Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen +tegenover Zoraida’s woning. Toen de duisternis was ingevallen, +betraden wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het +huis open vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad +ons dadelijk tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij +vertelde ons, dat haar vader sliep. Maar het ongeluk <span class="corr" +id="xd20e5688" title="Bron: wllde">wilde</span>, dat wij hem door een +onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels +roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog +dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter +aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het +schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren.</p> +<p>Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name="pb369">369</a>]</span>een +hevige wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer +bevreesd, dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in +de buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem +bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik +vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van +haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude man +dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden was. +Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts met de +grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij een +kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal ik de +vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde; maar toen +wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag, en hij smeekte +haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in de handen, en bad +de Heilige Maagd, hem te behoeden.</p> +<p>Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan +verduisterd werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot +vaartuig, waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar +wij bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen +antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning een +boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte; Zoraida +werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim van het +schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust +bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een +kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling van +medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer veertig +gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder, en kwamen +eenige uren later aan land. Nadat <span class="pagenum">[<a id="pb370" +href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span>wij verscheidene mijlen +geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze +Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen wij +een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant van een +onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden, en spoedig +bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons regelrecht +naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die Hij ons +betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste maal de +Heilige Maagd.</p> +<p>»Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover +gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken, of +mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het +geheele verhaal van mijne ondervindingen«. Nauwelijks had de +ontvluchte gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor +de herberg stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en +traden de <span class="letterspaced">posada</span> binnen, waar Don +Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet trad. De Christen +vluchteling herkende in den heer zijn broeder, die nu rechter was aan +het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht hartelijk, en stelde hem +de dame voor als zijn dochter. De man, die zooveel ondervonden had, +besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla terug te keeren, waar zij +hun vader alles konden mededeelen, wat hun overkomen was. Tevens zou +die oude man dan getuige kunnen zijn van den doop en het huwelijk van +Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor haar toekomst en die van +zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>De groei van Cervantes.</h3> +<p class="firstpar">Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij +duidelijk, hoe de stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler +<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name="pb371">371</a>]</span>wordt naarmate de geschiedenis vordert. Het is +duidelijk, dat hij zijn best heeft gedaan zich los te maken van de +literaire kluisters van zijn tijd, en dit met succes. Hij vindt het +niet langer noodig schrijvers als Antonio de Guevara na te bootsen, +zooals hij deed in dat gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw +beschrijft. Hij heeft de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere +bladzijden afgeschud, en is menschelijker en eenvoudiger geworden. +Zijne gesprekken zijn meer in overeenstemming met de karakters, zijn +dialoog is levendig, en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in +deze bladzijden den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch +nooit geheel het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; +alleen wordt die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij +alle aanstellerij volkomen laten varen.</p> +<p>Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter +voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave +van de Spaansche typen uit <span class="corr" id="xd20e5713" title="Bron: Cervante’s">Cervantes’</span> tijd. Naast de figuren +met wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere +persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig type +uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid en +andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest +trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje +bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang +van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van +dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasieën +hij op het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke +licht zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan +overeenstemming tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin +hij leefde, <span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>bij het stemmige en ernstige Spanje een +onbedaarlijk gelach, men erkende toch de typeering van hem en van +Sancho Panza als een meesterlijke schepping, en men zag in deze +persoonlijkheden de belichaming van een tot waanzin opgevoerde +fantasie, en van het primitiefste gezond verstand.</p> +<p>De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van +techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te +maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van een +man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er +spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier +is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen +of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met +bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste +maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens +de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen +middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het +uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne +schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver +in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij +moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne +beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn, +het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal, +nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in de +kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Het tweede deel van Don Quixote.</h3> +<p class="firstpar">Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes +liet verloopen tusschen het eerste en het tweede deel <span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span>van +zijn beroemden roman, opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat +niet een minderwaardig vervolg zijn welverdiende reputatie zou +bederven; en de romanschrijver van dezen tijd, die zich door de +sensatielust van het publiek, en zijn eigen ijdelheid laat verleiden +tot veelschrijverij, zou in dit opzicht wel eens een voorbeeld mogen +nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd, dat de moderne schrijver bij +de heerschende letterkundige toestanden den tijd mist, dien hij noodig +zou hebben voor een goed overdachten opzet, een zorgvuldig ontwikkelde +techniek, en een zuiveren stijl. Dit is helaas maar al te waar! De +hedendaagsche schrijver, die succes heeft, kan zich de luxe niet +permiteeren tien maanden, laat staan tien jaren te laten verloopen +tusschen zijne verschillende werken, en het is waarschijnlijk te danken +aan de koortsachtige haast, waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het +vervolg op een goeden roman zoo menigmaal een groote teleurstelling +brengt. Onze eeuw is waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten, +drinken en lezen nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al +mopperen wij een beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij +gevoelen zeer goed, dat klachten geen verandering kunnen brengen in de +omstandigheden, die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het +Spanje uit de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen +slecht of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren +toch elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend +boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte +verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt, dat +Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede deel van Don +Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van Alonso +Fernández de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was op +het eerste deel van zijn <span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name="pb374">374</a>]</span>groot werk, en welks inleiding +allerlei onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat +Cervantes zeer verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt +wel uit het feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel +te geven aan het beëindigen van Don Quixote.</p> +<p>De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken, +omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet +alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig +mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een +belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote +moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden, +en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook +de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het +vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de +Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt door +middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het werk moet +wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden schrijver, +en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen van een +leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Lazarillo de Tormes.</h3> +<p class="firstpar">De grootste humoristische roman, die in Spanje +geschreven was, voordat Don Quixote verscheen, was <span class="letterspaced">Lazarillo de Tormes</span> van Diego Hurfado de Mendoza, +een veelzijdig man, die Spaansch gezant in Engeland is geweest. Hij was +zoowel van vaders als van moeders zijde van <span class="corr" id="xd20e5739" title="Bron: adelijke">adellijke</span> afkomst, en werd in +1503 te Granada geboren. Daar hij een jongere zoon was, werd hij voor +de kerk bestemd en dus studeerde hij aan de universiteit te Salamanca, +waar hij reeds gedurende zijn studententijd <span class="pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>den +roman schreef, die hem beroemd heeft gemaakt. De levendige +beschrijvingen, het diep doordringen in de verschillende karakters en +de frissche humor, bezorgden het werk dadelijk een belangrijke plaats +in de Spaansche letterkunde van dien tijd. Maar Mendoza veranderde +reeds spoedig van beroep, en koos de politieke loopbaan. Karel V +benoemde hem tot Gouverneur van Siena, een kleine Italiaansche +republiek, die onder Spaansche heerschappij gekomen was. Mendoza had +echter een trotsch en hardvochtig karakter, en tyranniseerde het +ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was toevertrouwd, op +ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den Keizer bitter over zijn +gedrag, en toen er geen verbetering in den toestand kwam, trachtte men +hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op zijn leven, werd zijn paard +onder hem gedood door een schot, dat voor hemzelf bestemd was. +Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen door een Fransch leger, +en daar de weerlooze toestand der stad werd toegeschreven aan de +omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena verwijderd had, werd +hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen.</p> +<p>Terwijl hij als staatsman en officier in Italië vertoefde, was +Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want hij +had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling van +Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere belangrijke +werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen, de populariteit te +verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had.</p> +<p>Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam) +was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers +van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te +danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn vader +gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en <span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name="pb376">376</a>]</span>daar +zijn moeder niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem +toe aan de zorgen van een blinden man, die bedelend door het land +trok.</p> +<p>Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een +steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide +hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou +hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een +geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor; +en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat de +jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten houden. +»Ik kan je geen zilver of goud geven,« zeide hij, +»maar wel iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de +wereldwijsheid, die ik door ondervinding gekregen heb.«</p> +<p>De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te +eten krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een +linnen knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen +maakte een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze +wijze de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn +taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den +blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn +mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke +hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen.</p> +<p>Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn +dronk, terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een +grooten aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok +van den verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte +zijn meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik +tusschen zijne knieën en bedekte <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name="pb377">377</a>]</span>hij de opening met +zijn hand. Daarom boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje, +dat hij met was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd +bij het vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het +gat, en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen +hij bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning +toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje +herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik +vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de +jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een +wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door hem +langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden.</p> +<p>Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar +geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van +Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde +oversteken, moest men òf springen, òf er tot den nek +doorwaden<span class="corr" id="xd20e5760" title="Bron: ,">.</span> De +bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem, dat het +smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was, en de +ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een aanloop te +kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de beek, dat hij +tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met een triomfkreet +holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer.</p> +<p>Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne +ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets in +vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome man was +boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk hongerlijden. +Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist, en <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378" name="pb378">378</a>]</span>toen +de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden ketellapper +een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks kon te goed +doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De priester dacht, +dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene gaten in de kist +waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes hout; maar het +brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een slang gezien had in +de woning van den priester, kwam hij tot de conclusie, dat die de +boosdoener was. Om niet ontdekt te worden, sliep Lazarillo met den +sleutel van de kist in zijn mond; maar op zekeren nacht maakte hij bij +het ademhalen een fluitend geluid op de opening van dit instrument, en +de oude priester, die dacht, dat het het gesis van een slang was, gaf +zulk een hevigen slag in de richting vanwaar het geluid kwam, dat hij +Lazarillo voor geruimen tijd kreupel maakte. Toen de jongen hersteld +was, nam de oude priester hem bij de hand, bracht hem naar buiten, en +zeide: »Lazarillo, mijn zoon, gij hebt groote natuurlijke gaven: +gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk een oud man als ik ben, en ik +wensch je nooit terug te zien. Vaarwel!«</p> +<p>Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en +beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger bezeild +was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer, hij bezat +geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch brood volkomen +afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van weldadige +menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de heer +vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen; maar +hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer zonder +meester was.</p> +<p>Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten, +die van stad tot stad trok. Op <span class="pagenum">[<a id="pb379" +href="#pb379" name="pb379">379</a>]</span>een dezer reizen bevonden zij +zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een +<span class="letterspaced">alguazil</span> of konstabel. Op een keer +hielden de vrienden tot laat in den nacht te zamen een drinkgelag, dat +met een twist eindigde. En toen de priester den volgenden dag een +inleidende preek hield om zijn waren aan te prijzen, trad de +<span class="letterspaced">alguazil</span> binnen en beschuldigde hem +van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van +vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den +<span class="letterspaced">alguazil</span> straffen, en deze viel onder +hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele kerkbezoekers smeekten den +monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken, opdat de toorn des hemels +den verrader minder zwaar zou treffen, en de vrome man daalde van de +preekstoel, en legde een bul, die hij, naar hij zeide, van den Paus had +ontvangen, op het voorhoofd van den lijder. De man stond +oogenblikkelijk quasi genezen op, en de gemeente was zoozeer overtuigd, +dat er een wonder was geschied, dat zij den geheelen voorraad van den +priester opkocht. Maar de slimme Lazarillo begreep dadelijk, dat het +een opgezette vertooning van het tweetal was geweest. De laatste +meester, dien Lazarillo kreeg, was de Aartspriester van Salvador, in +wiens dienst het hem uitstekend ging; hij huwde een van diens +dienstmaagden, maar zij bracht schande over zijn huis, en bij den dood +zijner vrouw was hij armer dan ooit.</p> +<p>Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte +schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van het +menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. <span class="letterspaced">Lazarillo de Tormes</span> was de voorlooper van de +geheele school van Schelmen-romans, die in lateren tijd het type van de +Spaansche geestesvoortbrengselen werd, en waaruit meesterwerken als +<span class="letterspaced">Guzman de Alfarache</span>, de <span class="letterspaced">Gil Blas</span> van Le Sage en <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380" name="pb380">380</a>]</span>de +verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest ademen als de +boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne; en nog steeds is +de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in sommige werken van +Maurice Hewlett en Jeffery Farnol.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Guzman de Alfarache.</h3> +<p class="firstpar">Mateo Aleman, de schrijver van den grooten +Schelmenroman <span class="letterspaced">Guzman de Alfarache</span> +werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een +gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in 1609 +een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene +Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf +hij door zijn <span class="letterspaced">Vita del Picaro Guzman de +Alfarache</span>, een werk, dat van zijn eerste verschijning in 1599 +af, overgebracht is in elke Europeesche taal. Ofschoon het geschreven +is in de meest zuivere en klassiek letterkundige stijl, is het toch los +en natuurlijk, en het vindt zijn weerga niet in de schildering van de +laagste klassen der <span class="corr" id="xd20e5807" title="Bron: Casriliaansche">Castiliaansche</span> maatschappij en van de +gewoonten en denkbeelden van den tijd, waarin hij leefde.</p> +<p>»Mijne voorouders,« vertelt Guzman, »kwamen +oorspronkelijk uit de Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en +oefenden in die stad het beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat +zij beschuldigd werden van woeker«.</p> +<p>De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig +eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op +jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar +al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den +handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel +van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit +bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun +<span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span>particulier leven. Voor de geboorte van Guzman +hoorde zijn vader, dat één zijner correspondenten te +Sevilla failliet was gegaan, en toen hij daarheen ging om zelf orde op +zaken te stellen, werd hij gevangen genomen door een Algerijnschen +zeeroover; hij ging over tot den Mohammedaanschen godsdienst en huwde +een Moorsche vrouw. Toen zijn agent te Sevilla hoorde wat zijn +voornaamsten schuldeischer overkomen was, ordende hij zijne zaken +zonder diens hulp, en zoo was hij in korten tijd beter af dan ooit +tevoren. Maar het gelukte den vader van Guzman te ontsnappen, en toen +hij te Sevilla aankwam, eischte hij een afrekening van zijn oneerlijken +handelsvriend, van wien hij een flinke som loskreeg. Daarna vestigde +hij een zaak te Sevilla, en kocht een landgoed, dat hij St. Juan de +Alfarache noemde. Hier leefde hij in overvloed, en nadat hij de weduwe +van een ouden ridder gehuwd had, was ook zijn maatschappelijke positie +uitstekend. Kort daarna werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de +Alfarache was zeer gesteld op vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk +vertoon, en nadat hij eerst een groot gedeelte van zijn fortuin +verkwist had, duurde het niet lang, of hij ging zelf bankroet, waarna +hij de tol aan de natuur betaalde.</p> +<p>Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen de +knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te zoeken; +hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten van zijn +vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij een +herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet, die, +zooals hij zeide, beter een »eierpap« zou kunnen heeten, +maar waarop hij toch aanviel »als een varken op eikels.« +Bij het verlaten van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een +toestand, die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver, +<span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>wien hij het onsmakelijke maal beschreef, dat +hij juist genuttigd had; deze lachte hartelijk om het verhaal en bood +hem vriendelijk aan, een zijner muilezels te bestijgen waarna zij +spoedig in Oostelijke richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten +zij twee monniken, en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een +slecht maal kregen, dat door den waard echter zóó werd +opgehemeld, dat de arme jongen wel gedwongen was, het zonder veel +drukte te verorberen. Maar tot zijn grooten schrik ontdekte hij later, +dat het gerecht bereid was van het vleesch van een jongen muilezel. +Toen de herbergier hiervan beschuldigd werd, was hij zoo woedend, dat +hij een groot zwaard greep, waarop de ezeldrijver een hooivork nam, en +er zou zeker een moord gebeurd zijn, wanneer niet de stedelijke politie +de vechtenden gescheiden had. De oneerlijke waard werd naar de +gevangenis gebracht, maar ofschoon hij bekende den muilezel te hebben +geslacht, wilde hij niet toegeven, dat hij den mantel van Guzman +gestolen had, die spoorloos verdwenen was, en de knaap was dus +genoodzaakt de herberg te verlaten zonder dit uitrustingstuk.</p> +<p>Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig +achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren, en die +hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling wierpen zij +zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige kostbare +juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden, maar ook +hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide +reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de +twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van +verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van +’s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier +te <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span>vertellen en daarenboven hebben <span class="corr" id="xd20e5824" title="Bron: zii">zij</span> weinig te maken met +den draad van ons verhaal.</p> +<p>Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het +gerecht uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en +waar hem dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de +beste herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf +hij zich te voet op weg naar Madrid.</p> +<p>In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij +een weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden +morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was +op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de +ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en +als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De +slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan, +den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de +ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het +stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd +in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast de +herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een handvol +voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad was deze +herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven daar werd +Guzman zóó ondragelijk, dat hij met het kleine beetje +geld, dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met +de noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars +voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij +bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en ’s +avonds had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam +hij echter dienst als koksjongen bij een <span class="corr" id="xd20e5831" title="Bron: adelijk">adellijk</span> heer. <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384" name="pb384">384</a>]</span></p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Guzman als koksjongen.</h3> +<p class="firstpar">In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd +door, want het ontbrak in het huis van den ridder niet aan +vroolijkheid. De jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de +ondeugd van het spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat +in den nacht met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op +deze wijze verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer, +en toen hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te +voldoen, begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig +worden, te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de +overweging, dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn +meester voor eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen +Guzman de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in +vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker +staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het +voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de +verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid +bracht, die hem zóó mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw +leek. Hij bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst +verkeerde, dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde +haar, dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien +hij voor zes-en-vijftig <span class="letterspaced">reales</span> kon +koopen; en in haar verlangen, niet in moeilijkheden te komen, gaf zij +hem dadelijk deze som. Maar het geld, dat op deze oneerlijke wijze +verkregen was, werd oogenblikkelijk weer aan de speeltafel verloren, +zoodat Guzman even arm was als voorheen.</p> +<p>Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd +aan te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in +Madrid vertoefde. De koksjongen <span class="pagenum">[<a id="pb385" +href="#pb385" name="pb385">385</a>]</span>moest hiervoor een grooten +zak met wild in ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar +het reeds laat was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer. +Midden in den nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van +de hazen, die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas +niet miste, en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen, +stak hij een half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het +en gaf hem zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de +gebroken eieren uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de +omstanders. Het gelukte hem echter, een paar patrijzen en eenige +kwartels te verdonkeremanen; deze wilde hij aan een anderen kok +verkoopen; maar zijn meester, die hem niet vertrouwde, volgde hem, en +ontdekte, wat hij in zijn schild voerde, waarop hij op staanden voet +ontslagen werd, nadat hij een flink pak ransel gekregen had.</p> +<p>Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn +vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat er +binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept, en hij +besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker, die nooit +iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar een vreemden +koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman in een diepen +kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden morgen bij deze +plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef, ontdekte hij, dat zij +vijf-en-twintig-honderd <span class="letterspaced">reales</span> in +zilver, en dertig <span class="letterspaced">pistoles</span> in goud +bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug, opdat men ze voor de bagage +van een reiziger zou aanzien, en begaf zich op weg naar Toledo. Hij +zorgde er echter steeds voor, den grooten weg te vermijden, en slechts +stille wegen te bewandelen. <span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p> +<p>Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij +een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde +rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker +was.</p> +<p>Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op te +zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best zou +kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op hen te +maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig omkeerde, +zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd, die +achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman +deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij geen +cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen te koopen, +die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een van zijne +geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat was te betalen. +Voor honderd <span class="letterspaced">reales</span> ging een prachtig +pak kleeren in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had +van den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk zijn +intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte hij zich +allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar zijn ijdelheid +werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak, dat hem een schat +kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal, waar hij een +bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar huis te +geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman bestelde voor +deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken, maar het paar +had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op de deur +geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder +thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen moest. +De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon, was een +groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name="pb387">387</a>]</span>had +hij het genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen, +alle kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier +flesschen wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den +laatsten droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer +in een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg +te sluipen als een armer doch wijzer man.</p> +<p>Daar Guzman hoorde, dat een <span class="letterspaced">alguazil</span> bijzonder belangstellend naar hem +gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te Almagro +bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die onder den +indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn +wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo +een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde +overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs van +onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de helft +van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het +gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden in +Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten, en hij +door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden werd. Zijn +kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een plaats aan zijn +bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen, het eenige wat hij +voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt buitenshuis te gaan +eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden thuis te ontvangen. +Guzman <span class="corr" id="xd20e5870" title="Bron: betuigdo">betuigde</span> hem zijn dankbaarheid, en gaf hem te +kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn, hem weer te +helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd, en Guzman verzon +het systeem van in elk huis meer manschappen onder te brengen dan +noodzakelijk was; hij dreigde <span class="pagenum">[<a id="pb388" +href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span>tenminste dit te doen, zoodat +de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden +afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken +toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken in den +vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners werden +toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een goed leven. +Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest roekelooze +mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers op den heirweg +te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde, maakte hij dadelijk +een einde aan dit gevaarlijke spelletje.</p> +<p>Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden, +die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi gouden +relikwieën-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij vroeg hem +dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling ging er +dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk aanbood voor +tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan +honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De +juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod, +dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem het +foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor in ruil de +honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man het huis +verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: »Houd den dief! +houd den dief!« Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman +riep opgewonden, dat hij hem het relikwieën-kastje van den +kapitein ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat +hij het voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd +door Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter +gebracht, <span class="pagenum">[<a id="pb389" href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>en daar hij wegens woekerhandel een slechte +reputatie genoot, werd hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te +geven. Maar ofschoon de kapitein heel blij was met het geld, dat zoo +onrechtmatig verkregen was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang +met zulk een schurk als de Alfarache, hem ten gronde zou richten. +Eenige dagen later scheepten de troepen zich in naar Genua, en toen zij +daar waren aangekomen, zeide <span class="corr" id="xd20e5879" title="Bron: zij">zijn</span> chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden, +en hij drukte hem een <span class="letterspaced">pistole</span> in de +hand.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Gekweld door Duivels.</h3> +<p class="firstpar">De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren +naar zijne bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en +machtigste personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun +woning, waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar +hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij ervoor +gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was, konden zij +hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette hij een +eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader gekend +had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn familie +hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek te nemen. +Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk naar bed, waar +de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den honger. Voordat hij +zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat het in de kamer, +waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig lag Guzman +wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche gestalten de +kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij smeten hem in een +beddelaken, en zwaaiden hem zóó hevig heen en weer, dat +hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij <span class="pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name="pb390">390</a>]</span>uitgeput door de inspanning, hem weer in zijn +bed gooiden, waarna zij de kamer verlieten. In den vroegen morgen +verliet Guzman, stijf, pijnlijk en terneergeslagen het huis, maar hij +zwoer een duren eed, nooit te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn +familie hem behandeld had, en dat hij zich bij de eerste de beste +gelegenheid zou weten te wreken.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Guzman voegt zich bij de bedelaars van Rome.</h3> +<p class="firstpar">Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen +toestand, waarin hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog +levend uit den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar +Rome te gaan. »Italië«, zoo redeneerde hij, »is +het weldadigste land van de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan +binnen de grenzen van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over +zijn volgenden maaltijd«. Een paar weken later bevond hij zich +dan ook inderdaad te Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw +pak kleeren te koopen; maar hij weerstond de verleiding en zwierf +bedelend door de straten der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds +spoedig een lotgenoot, die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten +van de bedelaars van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij +al heel gauw meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was +Guzman een meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige +weken had doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de +stad, die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij +in zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman +uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des avonds +om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in allerlei +praktijken, <span class="pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name="pb391">391</a>]</span>waardoor zij medelijden konden opwekken. Des +morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater bij +den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste oogst; +en ’s avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de +landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen +terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en +ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta een +vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam, gaf +hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van een kerk +met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest voorstellen, en +het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de Gouverneur weer +voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem eenige afgelegde +kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde gaan. Daar +aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig geneesmiddel hij +gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van zijn vroegere +ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij een +geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde, dat +de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over aan +zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna de +stad uitjoegen.</p> +<p>Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een +Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem +hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer +in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom +een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal twee +der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen waren van +dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren, het been af te +zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392" name="pb392">392</a>]</span>vertrek het geval bespraken, ging hij naar de +deur om het gesprek af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn +meening te kennen, dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit +niet met hem eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den +Kardinaal voor te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen +Guzman de kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog +bekende, en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen. +De geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen, +gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige +ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was, +drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen +tot het herstel van den <span class="corr" id="xd20e5904" title="Bron: patient">patiënt</span>. De geneesheeren waren +zóó verlangend een hooge rekening te kunnen uitschrijven, +dat zij Guzman dwongen drie maanden het bed te houden; die maanden +schenen hem drie eeuwen toe, want het zwervende leven was hem een +behoefte geworden, en het viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te +moeten doen. Aan het einde van dien termijn, dienden de geneesheeren +bij den Kardinaal hun rekening in met de verklaring, dat de +<span class="corr" id="xd20e5907" title="Bron: patient">patiënt</span> volkomen hersteld was, en de +geestelijke was zóó verrukt over deze wonderbaarlijke +genezing, en zóó ingenomen met den levendigen geest van +Guzman, dat hij den jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken +dienaar.</p> +<p>Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven, dat +voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek, en tafeldienen. +De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon bestond uit een paar +eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een groote hoeveelheid +heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard werden, en daaraan +deed hij zich toen te goed. <span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name="pb393">393</a>]</span>De Kardinaal ontdekte de +verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman een +volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen en +betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van den +Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Guzman bedriegt den bankier.</h3> +<p class="firstpar">Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in +het paleis van den Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er +tenslotte genoeg van kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen +gezant, een vriend van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van +de hebbelijkheden van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen +hoogwaardigheidsbekleeder te hebben gediend, besloot hij Rome te +verlaten, en een reis door Italië te maken. Even te voren had hij +kennis gemaakt met een Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij +vriendschap sloot. Met ongeveer driehonderd <span class="letterspaced">pistoles</span> en eenige juweelen, die hij van den +gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had een +wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor diens +vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp van den +gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij Sayavedra +weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem als zijn +bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had, stemde +hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot het +verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het gerucht, +dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij had zelfs de +onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof, waar hij wegens +deze familierelatie door den Groothertog ontvangen werd. Daar ontmoette +hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe, <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394" name="pb394">394</a>]</span>op wie hij verliefd +werd. Maar haar familie informeerde naar hem, en toen het uitkwam, dat +hij indertijd langs Rome’s straten gebedeld had, was hij +gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij het spel een +belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan aankwamen, huurden +zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om hunne juist verkregen +rijkdommen productief te maken. Zij sloten vriendschap met een +deugniet, die klerk was op een bankierskantoor, en bespraken met hem de +mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van een gedeelte van zijn geld. +Guzman bezocht den bankier, en zeide, dat hij hem ongeveer +twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde geven. Hij werd +vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn naam en eenige +andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis kocht Guzman +een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood; deze gaf hij aan +Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij drukte hem op het +hart een praatje te maken met den herbergier en hem te vertellen, dat +hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen, wat hij natuurlijk +geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk liet een valschen sleutel +maken op de geldkist van zijn patroon, en toen deze den volgenden +Zondag naar de Mis was, opende hij de kist, en zette er de vergulde +cassette in, die nu inplaats van lood, tien quadruples, dertig +Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den inhoud bevatte. +Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester na en vulde diens +aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin, dat hij het deed +voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette, maar de geheele +inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des Maandags begaf +Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd het geld terug, +dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. <span class="pagenum">[<a id="pb395" href="#pb395" name="pb395">395</a>]</span>De +man ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman +zulk een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd +zóó hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld +was van den waard van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. +Guzman beweerde, dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, +men zich ervan zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie +liep, inderdaad genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn +gehaald werd, bleek dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige +bankier gaf toe, dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf +geschreven had, en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders +te wekken, want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne +woekerpraktijken en schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een +nauwkeurige opgave te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze +geopend werd, vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde +cassette in, waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem +genoemd was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met +de lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de +eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen, +overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne +medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om +zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld +hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als een +hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname +herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de +praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te +brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet, +die eenige jaren te voren hun <span class="pagenum">[<a id="pb396" +href="#pb396" name="pb396">396</a>]</span>hulp had gevraagd, en zijn +oom vertelde hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze +wijze een indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen +volkomen, en daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met +een gerust hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar +hij zeide, een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te +dragen. Met deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, +maar op weg daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van +ijlkoorts sprong hij overboord en verdronk.</p> +<p>Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na +vele avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman +verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn dochter +ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom van Guzman +als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op de eveneens +denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de verkwistende +jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was de geheele +familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig voor de dame, en +zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader, genoeg uit de +schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen.</p> +<p>Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot +de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om in de +theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de +universiteit van Alcalà de Henares, waar hij zijn +candidaatsexamen aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de +godgeleerdheid, wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om +het priesterambt te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden +weer op den slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een +familie met verscheidene dochters, <span class="pagenum">[<a id="pb397" +href="#pb397" name="pb397">397</a>]</span>op een waarvan hij verliefd +werd, waarna een huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te +Madrid, waar zij een avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren +later liep de jonge vrouw van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij +te pakken kon krijgen, mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn +moeder weer opgezocht, en inplaats dat zij hem van zijne kwade +praktijken trachtte af te houden, hielp zij hem bij het verzinnen van +zijne gemeene streken, zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot +vele jaren dwangarbeid veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de +overheid kon helpen bij het ontdekken van een opstand, en als belooning +hiervoor kreeg hij zijn vrijheid terug.</p> +<p>En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit +de <span class="corr" id="xd20e5936" title="Bron: litteratuur">literatuur</span>. Maar al is Guzman de Alfarache +misschien de sluwste boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet +hebben, hij is ook de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter +merkwaardig, dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, +en dat hij aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het +begin. Het vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de +voorgewende onberispelijke toon, waarin hij geschreven is—een +stijl, die bijna slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn +<span class="letterspaced">Gil Blas</span>, een werk, dat niet alleen +wat zijn <span class="letterspaced">atmosfeer</span> betreft, veel +overeenkomst vertoont met <span class="letterspaced">Guzman de +Alfarache</span>, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit heeft +overgenomen.</p> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h3>Besluit.</h3> +<p class="firstpar">Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde +bewandeld, den ernstigen, den quasi-heroïschen en den +humoristischen. Misschien is wel geen enkel hoofdstuk van de +letterkunde der wereld zóó rijk aan kleur, +zóó <span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398" +name="pb398">398</a>]</span>afwisselend en zóó gevoelig. +Er klinkt een toon in van hooge en edele schoonheid, van voorname +ridderlijkheid, van grooten ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet +bezoedeld door alledaagschheid en bekrompenheid. De drinkbeker der +Spaansche romantiek is gevuld met het hartebloed van een groot, +ridderlijk en dichterlijk volk, dat de voorkeur heeft gegeven aan +idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de verhevenheid van een +nationale aristocratie boven de leegheid eener onware democratie. Arm +Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser deze uitdrukking in +medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost van zulk een schatkamer +van dichterlijken en romantischen rijkdom, kan Spanje het vaste +vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen, die door zijne +<span class="letterspaced">trovadores</span> bezongen, en door zijne +dichters vereeuwigd zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren. +Arm Spanje! Neen, gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende +van heerlijke liederen? Veelkleurige schatkamer der legende, +glinsterend juweel der onsterfelijke romance! <span class="pagenum">[<a id="pb399" href="#pb399" name="pb399">399</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>In deze serie verschenen reeds</h2> +<p class="firstpar">H. A. Guerber, <b>Mythen en Legenden uit de +Middeleeuwen</b>. Haar oorsprong en invloed op letterkunde en kunst. +Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. +Eysinga</span>. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, +Geb. f 6.50</p> +<p>H. A. Guerber, <b>Noorsche Mythen</b>. Uit de Edda’s en de +Sagen. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">H. W. Ph. E. v. d. +Bergh v. Eysinga</span>, Met 64 fraaie platen. Derde druk. Ing. +f 4.90, Geb. f 6.50</p> +<p>H. A. Guerber, <b>Mythen van Griekenland en Rome</b>. Haar oorsprong +en beteekenis. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C. +Goudsmit</span>. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, +Geb. f 6.50</p> +<p>Woislav M. Petrovitch, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/18363">Heldensagen en Legenden van de +Serviërs</a></b>. Met een voorbericht van <span class="letterspaced">Chedo Miyatovitch</span>, gewezen Servische Gezant aan +het Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. <span class="letterspaced">J. P. +Wesselink—v. Rossum</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen. +Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50</p> +<p>Dr H. Salomons, <b>Verhalen en Legenden van Hindoes en +Boeddhisten</b>. Met een introductie van Prof. Dr <span class="letterspaced">W. Caland</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen. +Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50</p> +<p>T. W. Rolleston, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/18305">Keltische Mythen en +Legenden</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C. +Goudsmit</span>. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f 4.90, Geb. +f 6.50</p> +<p>F. Hadland Davis, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/16043">Mythen en Legenden van +Japan</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C. +Goudsmit</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk. Ing. +f 4.90, Geb. f 6.50</p> +<p>Josef Cohen, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/3455">Nederlandsche Sagen en +Legenden</a> I en II</b>. Met 32 illustratiën in kleurendruk en +zwart van Pol Dom. 2e druk. Per deel Ing. f 4.90, Geb. +f 6.50</p> +<p>Lewis Spence, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/14826">Mythen en Legenden van +Egypte</a></b>. Voor Nederland bewerkt door Dr <span class="letterspaced">J. W. van Rooijen</span>. Met 8 gekleurde en zwarte +platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50</p> +<p>Nelly Montijn-De Fouw, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/23759">Sagen van Koning Arthur en de +Ridders van de Tafelronde</a></b>. Geïllustreerd door <span class="letterspaced">Arthur Rackham</span>. Ing. f 10.–, Geb. +f 12.50</p> +<p>Dr H. van Prooye-Salomons, <b>De Geschiedenis van Koning Nala</b>. +Een Episode uit het Mahabharata. Ing. f 3.90, Geb. f 4.90 +<span class="pagenum">[<a id="pb400" href="#pb400" name="pb400">400</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2>Uitgaven van W. J. Thieme & Cie te Zutphen.</h2> +<p class="firstpar">Dr C. te Lintum, <b>De Geschiedenis van het +Amerikaansche Volk</b>, met vele illustraties. Ing. f 2.75, Geb. +f 3.90</p> +<p>E. M. Tappan Ph. D., <b>De Geschiedenis van het Romeinsche Volk</b>. +Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C. Goudsmit</span>. Met +vele illustraties. Tweede druk. Ing. f 2.75. Geb. f 3.90</p> +<p>E. M. Tappan Ph. D., <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/28581">De Geschiedenis van het +Grieksche Volk</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. +C. Goudsmit</span>. Met vele illustraties. Tweede druk. Ing. +f 2.75, Geb. f 3.90</p> +<p>W. Jansen, <b>Geschiedenis der Wijsbegeerte</b>.<br> +I. <b>Van Thales tot Plotinus.</b> Ing. f 4.35, Geb. +f 5.25<br> +II. <b>Van Origenez tot Leibnitz.</b> Ing. f 5.50, Geb. +f 6.50</p> +<p>Dr Jos. Schrijnen, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/22968">Nederlandsche +Volkskunde</a></b>. Compleet in 2 deelen. Per deel Ing. f 4.50, +Geb. f 5.75</p> +<p>Jonathan Swift, <b>Gulliver’s Reizen</b>. Vertaald naar de +nieuwe uitgave van <span class="letterspaced">Padraci Colum</span>. +Geïllustreerd door <span class="letterspaced">Willy +Pogány</span>. Met 12 gekleurde en vele zwarte platen. Ing. +f 4.90, Geb. f 5.90</p> +<p>M. de Cervantes, <b>Don Quyote de la Mancha</b>. Vrij bewerkt naar +<span class="letterspaced">Albert Geyer</span> door <span class="letterspaced">G. D. Ell</span>. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen +naar <span class="letterspaced">George Scholz</span>. Geb. +f 3.90</p> +<p><b>De Sprookjes van Andersen.</b> Naar het Deensch bewerkt door +<span class="letterspaced">Ph. R. F. C de Bruyn</span>. Met twaalf +gekleurde platen van <span class="letterspaced">Wanda +Zeigner-Ebel</span>. Geb. f 3.90</p> +<p>H. Beecher Stowe, <b>De Kleine Vossen</b>. 7e druk. Ing. +f 1.75, Geb. f 2.50</p> +<p>Dr E. Vogel, <b>Fotografisch Zakboek</b>. Een handleiding en +vraagbaak voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld +door <span class="letterspaced">J. J. M. M. v. d. Bergh</span>. 5e +druk. Ing. f 2.60, Geb. f 3.95</p> +<p>Dr P. G. Buekers, <b>Plantenboek</b>. Bewerkt naar Christiansen, +<span lang="de">Taschenbuch einheimischer Pflanzen</span>. Met 48 fraai +gekleurde platen. Geb. f 2.50</p> +<p>Kerst Zwart, <b>Het Vogelboek</b>. Zangers en Krassers bij huis en +schuur, in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan +plas en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk. +Ing. f 3.25, Geb. f 4.25</p> +<div class="figure xd20e6166width"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="151" height="720"></div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Codering</h3> +<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is +geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e409">10</a></td> +<td class="width40">Gastiliaansch</td> +<td class="width40">Castiliaansch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e507">11</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e511">11</a></td> +<td class="width40">Neergedrukt</td> +<td class="width40">neergedrukt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e527">13</a></td> +<td class="width40">Boabdill</td> +<td class="width40">Boabdil</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e935">33</a></td> +<td class="width40">duizende</td> +<td class="width40">duizenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e976">36</a></td> +<td class="width40">poesie</td> +<td class="width40">poëzie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e980">36</a></td> +<td class="width40">assonnanten</td> +<td class="width40">assonanten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e985">37</a></td> +<td class="width40">litteratuur</td> +<td class="width40">literatuur</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e991">37</a></td> +<td class="width40">duizende</td> +<td class="width40">duizenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1008">37</a></td> +<td class="width40">1886</td> +<td class="width40">1866</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1437">52</a></td> +<td class="width40">êén</td> +<td class="width40">één</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1500">55</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">«</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1868">76</a></td> +<td class="width40">Gonzalez</td> +<td class="width40">González</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1877">77</a></td> +<td class="width40">Gonzalez</td> +<td class="width40">González</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1964">80</a></td> +<td class="width40">Gonzalez</td> +<td class="width40">González</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2054">84</a></td> +<td class="width40">verbanden</td> +<td class="width40">verbonden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2267">102</a></td> +<td class="width40">von</td> +<td class="width40">van</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2435">107</a></td> +<td class="width40">zouden</td> +<td class="width40">zou</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2480">110</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2593">116</a></td> +<td class="width40">Famongomadon</td> +<td class="width40">Famongomadan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2598">116</a></td> +<td class="width40">Famongomadon</td> +<td class="width40">Famongomadan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2603">116</a></td> +<td class="width40">Famongomadon</td> +<td class="width40">Famongomadan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2608">117</a></td> +<td class="width40">Famongomadon</td> +<td class="width40">Famongomadan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2611">117</a></td> +<td class="width40">Famongomadon</td> +<td class="width40">Famongomadan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2715">129</a></td> +<td class="width40">versterkte</td> +<td class="width40">Versterkte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3021">161</a></td> +<td class="width40">ergenis</td> +<td class="width40">ergernis</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3074">165</a></td> +<td class="width40">zwart</td> +<td class="width40">gotisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3162">172</a></td> +<td class="width40">»</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3188">174</a></td> +<td class="width40">Vallodolid</td> +<td class="width40">Valladolid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3288">183</a></td> +<td class="width40">poezie</td> +<td class="width40">poezië</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3334">188</a></td> +<td class="width40">Partinopex</td> +<td class="width40">Partenopex</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3383">191</a></td> +<td class="width40">Jerusalem</td> +<td class="width40">Jeruzalem</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3393">192</a></td> +<td class="width40">Bretanje</td> +<td class="width40">Bretagne</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3519">207</a></td> +<td class="width40">Rhoderick</td> +<td class="width40">Roderick</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3637">217</a></td> +<td class="width40">Infanta</td> +<td class="width40">Infante</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3648">217</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">:</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3655">217</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">«,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3658">217</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3709">221</a></td> +<td class="width40">assonnant</td> +<td class="width40">assonant</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3805">224</a></td> +<td class="width40">filisofie</td> +<td class="width40">filosofie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3850">226</a></td> +<td class="width40">Gonsález</td> +<td class="width40">González</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3885">228</a></td> +<td class="width40">Lockkart</td> +<td class="width40">Lockhart</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3946">231</a></td> +<td class="width40">evenaardde</td> +<td class="width40">evenaarde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3956">232</a></td> +<td class="width40">Gouzález</td> +<td class="width40">González</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3961">232</a></td> +<td class="width40">«</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4046">236</a></td> +<td class="width40">krijgstropee</td> +<td class="width40">krijgstrophee</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4553">257</a></td> +<td class="width40">Borsa</td> +<td class="width40">Borsia</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4675">267</a></td> +<td class="width40">Armenie</td> +<td class="width40">Armenië</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4680">267</a></td> +<td class="width40">Croppard</td> +<td class="width40">Croppart</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4846">287</a></td> +<td class="width40">duizende</td> +<td class="width40">duizenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4902">294</a></td> +<td class="width40">honderde</td> +<td class="width40">honderden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4973">301</a></td> +<td class="width40">beinvloedden</td> +<td class="width40">beïnvloedden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4983">302</a></td> +<td class="width40">aard,’</td> +<td class="width40">aard’,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5003">304</a></td> +<td class="width40">bet</td> +<td class="width40">het</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5049">308</a></td> +<td class="width40">prins</td> +<td class="width40">Prins</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5052">308</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5059">308</a></td> +<td class="width40">Fermando</td> +<td class="width40">Fernando</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5069">308</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5078">309</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5129">316</a></td> +<td class="width40">prins</td> +<td class="width40">Prins</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5142">317</a></td> +<td class="width40">prins</td> +<td class="width40">Prins</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5168">318</a></td> +<td class="width40">zij</td> +<td class="width40">hij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5199">322</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5258">327</a></td> +<td class="width40">patienten</td> +<td class="width40">patiënten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5263">327</a></td> +<td class="width40">Zeguiel</td> +<td class="width40">Zequiel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5266">327</a></td> +<td class="width40">Torralvo</td> +<td class="width40">Torralva</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5286">329</a></td> +<td class="width40">Torralvo</td> +<td class="width40">Torralva</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5289">329</a></td> +<td class="width40">Torralvo’s</td> +<td class="width40">Torralva’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5292">329</a></td> +<td class="width40">Torralvo</td> +<td class="width40">Torralva</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5338">334</a></td> +<td class="width40">Jerusalem</td> +<td class="width40">Jeruzalem</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5492">351</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5529">353</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5536">354</a></td> +<td class="width40">Biskaye</td> +<td class="width40">Biskaje</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5548">354</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5568">357</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">«</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5587">357</a></td> +<td class="width40">«</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5593">358</a></td> +<td class="width40">getraft</td> +<td class="width40">gestraft</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5600">358</a></td> +<td class="width40">Pama</td> +<td class="width40">Panza</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5605">358</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">»</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5631">362</a></td> +<td class="width40">Cristenen</td> +<td class="width40">Christenen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5642">363</a></td> +<td class="width40">is</td> +<td class="width40">in</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5684">368</a></td> +<td class="width40">»</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5688">368</a></td> +<td class="width40">wllde</td> +<td class="width40">wilde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5713">371</a></td> +<td class="width40">Cervante’s</td> +<td class="width40">Cervantes’</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5739">374</a></td> +<td class="width40">adelijke</td> +<td class="width40">adellijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5760">377</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5807">380</a></td> +<td class="width40">Casriliaansche</td> +<td class="width40">Castiliaansche</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5824">383</a></td> +<td class="width40">zii</td> +<td class="width40">zij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5831">383</a></td> +<td class="width40">adelijk</td> +<td class="width40">adellijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5870">387</a></td> +<td class="width40">betuigdo</td> +<td class="width40">betuigde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5879">389</a></td> +<td class="width40">zij</td> +<td class="width40">zijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5904">392</a></td> +<td class="width40">patient</td> +<td class="width40">patiënt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5907">392</a></td> +<td class="width40">patient</td> +<td class="width40">patiënt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5936">397</a></td> +<td class="width40">litteratuur</td> +<td class="width40">literatuur</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + +***** This file should be named 31198-h.htm or 31198-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/31198-h/images/cover.jpg b/31198-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..db60b4a --- /dev/null +++ b/31198-h/images/cover.jpg diff --git a/31198-h/images/initial-b.gif b/31198-h/images/initial-b.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8b922bf --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-b.gif diff --git a/31198-h/images/initial-c.gif b/31198-h/images/initial-c.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8d26a20 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-c.gif diff --git a/31198-h/images/initial-d.gif b/31198-h/images/initial-d.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c757d7e --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-d.gif diff --git a/31198-h/images/initial-h.gif b/31198-h/images/initial-h.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bb1bbc9 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-h.gif diff --git a/31198-h/images/initial-i.gif b/31198-h/images/initial-i.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..79bd1e8 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-i.gif diff --git a/31198-h/images/initial-m.gif b/31198-h/images/initial-m.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c3a4a9e --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-m.gif diff --git a/31198-h/images/initial-w.gif b/31198-h/images/initial-w.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..439f0e9 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/initial-w.gif diff --git a/31198-h/images/p000.jpg b/31198-h/images/p000.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..24973a4 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p000.jpg diff --git a/31198-h/images/p008.jpg b/31198-h/images/p008.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b487a2d --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p008.jpg diff --git a/31198-h/images/p040.jpg b/31198-h/images/p040.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6e4d61f --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p040.jpg diff --git a/31198-h/images/p056.jpg b/31198-h/images/p056.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5c9a855 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p056.jpg diff --git a/31198-h/images/p088.jpg b/31198-h/images/p088.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5a366f0 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p088.jpg diff --git a/31198-h/images/p104.jpg b/31198-h/images/p104.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f006345 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p104.jpg diff --git a/31198-h/images/p124.jpg b/31198-h/images/p124.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..73a4292 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p124.jpg diff --git a/31198-h/images/p168.jpg b/31198-h/images/p168.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2ccadc6 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p168.jpg diff --git a/31198-h/images/p188.jpg b/31198-h/images/p188.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..845a14f --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p188.jpg diff --git a/31198-h/images/p208.jpg b/31198-h/images/p208.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9ceeb75 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p208.jpg diff --git a/31198-h/images/p216.jpg b/31198-h/images/p216.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d5d6bee --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p216.jpg diff --git a/31198-h/images/p264.jpg b/31198-h/images/p264.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..660e314 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p264.jpg diff --git a/31198-h/images/p276.jpg b/31198-h/images/p276.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c63dcc8 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p276.jpg diff --git a/31198-h/images/p296.jpg b/31198-h/images/p296.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7bf3037 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p296.jpg diff --git a/31198-h/images/p328.jpg b/31198-h/images/p328.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4c8cb3b --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p328.jpg diff --git a/31198-h/images/p352.jpg b/31198-h/images/p352.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..87ef62c --- /dev/null +++ b/31198-h/images/p352.jpg diff --git a/31198-h/images/spine.jpg b/31198-h/images/spine.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d25267f --- /dev/null +++ b/31198-h/images/spine.jpg diff --git a/31198-h/images/titlepage.gif b/31198-h/images/titlepage.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cf65b36 --- /dev/null +++ b/31198-h/images/titlepage.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..62aabe7 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #31198 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31198) diff --git a/old/31198-8.txt b/old/31198-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a372b84 --- /dev/null +++ b/old/31198-8.txt @@ -0,0 +1,12889 @@ +Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Legenden en Romances van Spanje + +Author: Lewis Spence + +Illustrator: Otway McCannel + +Translator: S. Vos-Goudsmit + +Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE + + Door + + Lewis Spence F.R.A.I. + + Schrijver van: + + Legenden en Romances van Bretagne, Helden-verhalen en + Legenden van den Rijn, Handleiding bij de studie van de + Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers, enz. + + Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A. + + Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit + + + + + + Zutphen--W. J. Thieme & Cie + + + + + + + +VOORWOORD. + + +Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche romantische literatuur +niet die belangstelling van Engelsche schrijvers en kritiek genoten, +waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen enkel land van Europa +heeft het zaad van de Romantiek z gemakkelijk wortel geschoten, +of is het tot zulk een weelderigen bloei gekomen als in Spanje, waar +de geaardheid van het volk nog duidelijker te voorschijn trad uit de +ridderverhalen, dan dit het geval was in Frankrijk of Engeland. Denken +wij bij het begrip Ridderlijkheid niet het eerst aan Spanje, aan zijn +eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa, aan +zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan +den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige +geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven +alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen +geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de +gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als +van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen +vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een +onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn f gebaseerd +op geschiedkundige gebeurtenissen f zij zijn voortbrengselen van +die schitterende en sprankelende fantasie, die alles kenmerkt, wat +dit Schiereiland aan literatuur heeft voortgebracht. + +Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband bewijzen +tusschen de Fransche chansons de gestes en de Spaansche cantares de +gesta, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over +Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de +begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel +Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn +aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen +ontbreken van Moorschen invloed op de Spaansch romanceros, wordt +gesteund door critici, die veel beter dan ik in staat zijn dit +vraagstuk te beoordeelen; maar bij de behandeling van de ballade +heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen hiertoe gerechtigd te zijn +door een jarenlange studie van dit onderwerp, dat zoo ten volle mijn +belangstelling en liefde heeft. Mijne vertalingen zijn dan ook niet +slechts een wedergave van den inhoud, doch het zijn een getrouwe en +nauwkeurige overzetting van de oorspronkelijke balladen. + +Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen van +de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen +in de cantares de gesta, de ridderverhalen, romanceros en balladen, +en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende hoofdstukken +zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al deze uitingen +der Spaansche letterkunde. + +Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van enkele +lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan zou +het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van +deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend +aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden +bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de +armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen wonderen. + + + + + + + +INHOUD. + + +Hoofdstuk Bldz. + + I. De Bronnen van de Spaansche Romance 1 + II. De Cantares de Gesta en de Poema del Cid 40 + III. Amadis de Gallir 82 + IV. Vervolg van Amadis de Gallir 132 + V. De Romances van Palmerin 164 + VI. Catalonische Romances 181 + VII. Roderick, de laatste der Gothen 198 + VIII. Calaynos de Moor, Gayferos en Graaf Alarcos 211 + IX. De Romanceros of Balladen 221 + X. Vervolg van de Romanceros of Balladen 241 + XI. Moorsche Romances van Spanje 252 + XII. Verhalen van Spaansche tooverkracht en hekserij 323 + XIII. Humoristische Romances van Spanje 342 + + + + + + + +HOOFDSTUK I. DE BRONNEN VAN DE SPAANSCHE ROMANCE. + + + Het teedere Fransche liefdeslied, + De zangen van 't schoone Brittanje, + Legenden van het zwaard en de speer, + Geboren in Allemanje, + Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht + Der balladen van 't oude Spanje! + + +Wanneer een vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van +het oude Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren, +en zijn oor zou openen voor de melodien der wateren van de +Granaatappelstad, en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer, +dan zou het hem gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen +hare kleuren minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder +verkwikkend was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop +de weefsels van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den +indruk krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft, +na eeuwen van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde +echo's van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd +opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras, +die zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd, +om het te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen +en door de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals +een kind door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen, +dat de menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze +muren beschilderden van het palet van den zonsondergang, ook het +onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de +Spaansche Romance opbouwden. + +Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over +de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven +aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis +van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit +de Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven, +dat in deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de +passiebloem van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide? + +Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodien niet meer vinden, +noch kunnen wij samenvoegen het mozak van verbroken harmonien in de +warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin als in de mijn van +zijde en zilver, het oude Granada; noch te midden van de marmeren +overblijfselen van Cordova, waar het marktplein overstroomd was met de +geschilderde perkamenten van Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten +ons afwenden van het bloeiende Zuiden, en de kale hoogten van Castili +en Asturi beklimmen, waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren +gevangen was op eene dorre en verschroeide vlakte en waar geboren +werd een diepe hartstocht van vaderlandsliefde en zelfopoffering, +die uiting vond in heerlijke krijgszangen, waarvan de echo's tusschen +de bergen weerklinken als spook-klaroenen op een vergeten slagveld. + +Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger +prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van +Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk +voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in +Burgos en Carrin, ontroerender, zij het dan ook minder fantastisch, +dan ooit ontsprongen aan de guitaren van Granada. Maar de nooit +eindigende strijd tusschen Arabier en Spanjaard bracht met zich +mede een voortdurende uitwisseling van den zinnelijken geest van het +Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het Noorden, zoodat ten slotte +het Saraceensche goud het staal van het Spaansche lied versierde, +en de Spaansche ziel gevangen werd in de netten van de Oostersche +fantasie. In lateren tijd verzachtte eene openlijke bewondering voor +de kunst en beschaving van den Moslim den ouden haat, en de Moorsche +cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal niet de dichtkunst na, +van den Castiliaanschen ridder. [1] + + + +DE BAKERMAT VAN HET SPAANSCHE LIED. + +Het vaderland van de Spaansche overlevering was inderdaad een +geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen iederen duim +van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die oneindig +veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij dan +ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van +saamhoorigheid. + +Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje, +die tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men +onverwachts weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een +steile, vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-, +kastanje- en dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging +beschut tegen de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneen jagen, +bieden betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere +Zuiden van het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer +tusschen de verschillende dalen gering was, waren deze toch voor de +Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe +krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd +tegen de Saracenen. + +In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld +gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een +gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van +menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien +is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen, +wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat vr het +tijdperk der Saraceensche overheersching, de Castiliaansche taal +slechts een samenraapsel was uit de elementen van de Romeinsche lingua +rustica en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige autoriteiten, +zonder bepaalde taalregels of een taaleigen. [2] Zeker is het, dat +de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch plaats vond na +den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote waarde hechten +aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij beweerden, +dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk vr die periode, +niets was dan een patois, zonder regels of methode. + + + +ROMEINSCH EN VISIGOTHISCH. + +Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de Visigothen, als +achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje binnentrokken, +bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne beschaving, +doch zij behielden de gewoonten van hun Noordelijk vaderland, en zij +schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn benvloed door +de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal van het volk, +dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen, ofschoon zij +door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk, deze taal +ongetwijfeld kenden. + +De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd +afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten +Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den +roem der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is +meestal niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk +hare taal op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard +gaat aan letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in +staat waren, zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde +kolonisten van Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk +toe, de Romeinsche taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid +was echter niet de eenige reden voor het verlies van hunne taal, +want ofschoon zij in militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne +tegenstanders, waren zij in getal verreweg de mindere. Zij hadden +bij hun inval in het Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht, +en waren dus genoodzaakt, vrouwen uit het overwonnen land te huwen, +die hunne kinderen de Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk +verkeer tusschen overwinnaar en overwonnene schiep in den loop der +tijden een potjes-Latijn, dat in zijn verhouding tot het klassiek +Latijn te vergelijken was met het Engelsch van de handeldrijvenden +aan de Stille Zuidzee. [3] + +Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van Spanje, +waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd een +beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het +gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De +wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid +van vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel +duidelijk, dat de spreektaal ten minste vr het tijdperk van den +Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen. + +De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking verdreven +werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een kleine +belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den strijd +tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal +tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat +aanmerkelijk verrijkt. + + + +DE ROMAANSCHE TALEN VAN SPANJE. + +Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er gesproken in dat +gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen bleef. In +Cataloni en Aragon het Provenaalsch, Cataleensch of Limousinsch; +in Asturi, Oud-Castili en Leon, Castiliaansch, en in Galicia, +Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is voortgekomen. Het Cataleensch +was bijna volkomen gelijk aan het Provenaalsch of de langue d'oc +van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van Provence door +Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de volken +van Cataloni en Provence onder n regeering samengevoegd. Het +Provenaalsch, de taal der Troubadours, was van Franschen oorsprong, +en draagt de duidelijke sporen van zijne afstamming van het Latijn +van Provenaalsch-Galli. Het schijnt, dat het in Cataloni werd +gemporteerd door de Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te +ontkomen aan het Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts +trokken, toen de meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd +waren van de aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid +van Cataloni en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid +van levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook, +dat de bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de +ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland +van de Gai Saber had overgenomen. + +Door geheel Provenaalsch Cataloni werden die romantische +liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over +de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen, +met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan +wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de +hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van +de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante +wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder +overdreven en gestreng waren. Deze Provenaalsche ridderlijkheid vond +langzamerhand ingang in Castili; zij verhoogde en verlevendigde de +verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk +voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de +Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere +letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige +tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen +karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te +voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid +in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours +van Provence en Cataloni, en deze vorm van dichtkunst baande den +weg voor een lyrische pozie, die, zoo zij al niet uitblonk door +grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in +welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze +verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts n +onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking +met de dichtkunst in de beminnelijke Provenaalsche taal, wordt men +getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men +vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane +aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der +taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig +herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door +dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze +eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel, +zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het +geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan +den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor +natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die +beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder +blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde +letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die +oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve, +gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en +die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van +kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren +ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren +van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk. [4] + +De Provenaalsche en Catalanische troubadours hadden inderdaad een +zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche dichtkunst +en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer met +Castili. Het Boek van Apollonius uit de 13e eeuw, is vol van +Provenalismen, evenals de latere Geschiedenis der Kruistochten. +Gedurende de vervolgingen, waaraan zij blootstonden tijdens de +Albigenser-oorlogen, vluchtten zij in grooten getale naar Spanje, waar +zij een schuilplaats vonden voor hunne onverdraagzame vijanden. Zoo +vluchtte Aimeric de Bellinai naar het hof van Alfonso IX en hij bleef +later aan het hof van Alfonso X, evenals Montagnagunt en Folquet +de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand Carbunel, die met Riguier +hunne werken opdroegen aan dien vorst, of treurzangen dichtten ter +gelegenheid van zijn dood. + +Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar Provenaalsch +karakter en nog in 1433 schreef de Markies de Villena, een familielid +van den beroemden Markies van Santillana, dien wij later nog zullen +ontmoeten, een verhandeling over de kunst der Troubadours, [5] welke +hij wilde herboren zien in Castili. [6] + +Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had als +het Portugeesch, is nauw verwant aan het Castiliaansch. Maar het is +niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat het in +zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch dan +zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed van +sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken, +wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen +van den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar +reeds spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche +literatuur op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was. + + + +DE OPKOMST VAN HET CASTILIAANSCH. + +De ontwikkeling van het Castiliaansch uit het oorspronkelijke Latijn, +dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje werd gesproken, werd +door verschillende plaatselijke omstandigheden bemoeielijkt. Bij het +samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, liet men niet dezelfde +letters weg als in het Italiaansch. Ook verkortte men de woorden niet +in die mate, als in het Provenaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk +tengevolge van de overheersching van het Gothische element onder hen, +die Castiliaansch spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft +zij een sterker bouw dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche +f is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in een h, zooals bij +hablar = fabulari (spreken). De letter f, die sterk geaspireerd wordt, +vervangt dikwijls de l, zoodat filius (zoon) hijo wordt. De zachte ll +daarentegen komt in de plaats van de Latijnsche pl, en zoo vinden wij +het Latijnsche planus (zacht), in het Castiliaansch terug als llano +(spreek uit: lyh-no). Het Spaansche ch neemt de plaats in van het +Latijnsche ct, zooals facto = hecho, dictu = dicho, enz. + +Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch ontbreken +niet. Zoo heeft de g voor de c en i, die in het Gothisch en Duitsch +een keelklank is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche +verandering van de o in de ue vindt hare analogie in het Duitsch. Wij +kunnen bv. het Castiliaansche cuerpo en pueblo vergelijken met het +Duitsche Krper en Pbel. + + + +DE UITBREIDING NAAR HET ZUIDEN VAN HET CASTILIAANSCH. + +Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en schrijftaal werd +tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van het stoutmoedige +volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche bezetting van hun +vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door een strijd, die +geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en district na +district inplaats van provincie na provincie, heroverden, verdrong hun +taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne Arabische +vijanden, [7] totdat tenslotte de laatste vesting van de Mooren viel +en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland. Wel +was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders moesten +doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning en +tot verovering van de wereld, zegt Martinez in zijn roman Isabel de +Solis, [8] neergedrukt door hun harnas en met het zwaard in de hand, +sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht rustig. + +Van de nederlaag van Roderick af, den laatste der Visigothen, +bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot aan den val van +Granada in 1492, was Spanje inderdaad een land van veldslagen. Bijna +oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden +de Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het +Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen +van Biskaje en Asturi. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners +van Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend +hebben met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten, +maar de omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg +er slechts toe bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van +vaderlandsliefde, en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk +bezit te herwinnen. + +Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich +voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten, +waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en +moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te +verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen +zich konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij, +met hun klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun +moed en vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw +verloopen was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castili +heroverd. Alleen reeds de naam van deze provincie, Het Land van +Kasteelen, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts behouden +kon blijven, wanneer elke heuveltop versterkt was door vestingen; en +zoo gaf deze landstreek, met al hare kasteelen, ten slotte haar naam +aan het volk, dat haar bezit op zulk een hoogen prijs stelde. Voordat +er weder 20 jaren verloopen waren, hadden de Castiliaansche strijders +vasten voet in Nieuw-Castili gekregen, en van dat oogenblik af, +schijnen zij voortdurend met succes te hebben gestreden. + +Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche bezetting van +drie en een halve eeuw, begint een nieuw tijdperk voor den voortgang +van de Castilianen in Zuidelijke richting, en met de inname van +Saragossa in 1118, keerden de kansen voor de Arabische overweldigers, +die nu verdreven werden naar een klein gebied in het Zuiden en het +Zuid-westen van het land. Deze omstandigheid schijnt echter meer +gunstig te zijn geweest voor hun gevoel van saamhoorigheid, dan dat +het hen heeft vernietigd, en de Castilianen moesten nog gedurende +vier eeuwen rekening met hen houden, totdat bij den val van Granada, +Boabdil of Abu-Abdallah, de laatste der Moorsche koningen, de sleutels +afstond aan Koning Ferdinand van Castili, een laatsten blik wierp +op de stad, en naar Afrika voer, waar hij strijdend den dood vond. + +In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de +romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt +niet verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit +wapengekletter. Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde +van dezen tijd is niet alleen de afspiegeling van den geest van een +strijdend volk, maar zij is tevens een noodzakelijk product, want +uit de liederen en legenden putten de ridders van Castili nieuwen +moed, strijdlust en opgewektheid, en zij werden er door bezield op +den dag van den strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castili, +zooals in de oude ballade, zingen: + + + Het harnas is mijn eenig kleed, + En strijd is mij festijn! + Mijne lamp, de straal van een planeet, + Mijn wereld .... een woestijn. [9] + + +Grensgevechten met hun herhaalde verandering van tooneel en +voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot het +dolende ridderschap. + + + +DE LETTERKUNDIGE ONTWIKKELING VAN HET CASTILIAANSCH. + +Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het Castiliaansch +inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen letterkundig karakter, +voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals blijken zal bij de +behandeling van zijne diverse Romantische vormen. Het had niets +overgenomen van de letterkundige methoden van het Provenaalsch +of Catalonisch, echter wel van den geest en den uitwendigen vorm +daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche dichterlijke +systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het ernstige en +krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang weerstand te +bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de oorzaak +waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren zij +het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De +regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in +aanraking geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand +de Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was +een Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus +feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer +onze gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen +van Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412-'58), dat de +invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van +Cataloni. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt bij een +zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia gehouden, +en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen, zijn +later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd. Vier +hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar beschouwd +werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij zulk +een wedstrijd te worden gebezigd. Het schijnt, dat Valencia, dat in +vroegere tijden, wat spraak en kunst betreft, zuiver Catalonisch was, +van 1470-1550 een eigen school had voor Castiliaansche dichters, +die er veel toe hebben bijgedragen, het Castiliaansch als volkstaal +te bestendigen. Maar de Catalonirs waren niet van zins, hun taal, +als de letterkundige taal van Spanje, zonder meer prijs te geven, +en zij trachtten haar te handhaven door de instelling van een +vakopleiding voor Troubadours, en door de schoonheden hunner taal +hoog te prijzen bij de groote openbare zangwedstrijden. Het was te +vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen een taal, die krachtiger en +rijker aan woorden en vormen was, en die daarenboven gesteund werd +door een politieke macht, die sterker was dan de hunne. + + + +DE DICHTKUNST AAN DE HOVEN VAN CASTILI. + +De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige taal werd ook +zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke belangstelling van +verscheidene vorsten van Castili. Alfonso de Wijze was zelf een +dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand en toewijding, +waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van uitdrukking +aanmerkelijk verbeterde. + +Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch +vertaald, en op zijn aandringen werd een Algemeene Kroniek van Spanje, +zoowel als de Geschiedenis der Eerste Kruistocht, geschreven. Hij +maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven en trachtte +in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke zinswendingen +der Provenalen over te brengen. + +Alfonso XI schreef een Algemeene Kroniek in de vlotte en vloeiende +versmaat van de inheemsche redondillas, inplaats van de stijve +en strakke Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in +letterkundige kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch +proza over de jachtkunst en over den stamboom van den adel. [10] Zijn +familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de +Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza +in zijn Conde Lucanor, een boek van ethische en politieke stelregels, +waarvan de strekking duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en +fabels, ontleend aan de geschiedenis en de klassieke literatuur. + +Hoewel Juan II [11] een zwak en lui vorst was, was hij toch een +beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met +dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste +Spaansche gedichten. + +Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er +de Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de +Provenaalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze kunstmatige +hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote vorderingen op +haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der Romance geworden, +en de Romance zou in Spanje voor een geheele generatie van dien tijd +de voornaamste letterkundige vorm worden. + + + +DE OPKOMST VAN DE ROMANCE. + +De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de verschillende phasen, +die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van belangstelling +van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had mogen +verwachten in dezen tijd, waarin de kenner met toewijding de +verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe +letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen +van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats +van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het +materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid, +die het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste +indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling +verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen, +te slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten +wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever +tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van +de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den +lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken +zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen +duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige +voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste gevolgtrekkingen. + +Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de elfde +tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit twee +kwartieren--Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste is voor +het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige uitingen +waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje, dat, +zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte, totdat +de strijd tusschen 't zwaard en de kromme sabel was uitgevochten. Maar +in Frankrijk had Castili een schitterend voorbeeld, dat het volgde op +zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven werd zoowel door nationalen +trots als door politieke noodzakelijkheid. + +Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In +het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land +van de langue d'ol, ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig +was, veel beter in staat, goede literatuur voort te brengen dan +Castili, welks voortdurende Vendetta met de Mooren, slechts weinig +gelegenheid overliet aan het intellectueele deel der bevolking, zich +aan de letterkunde te wijden, eene gelegenheid, waarvan de fijnste +geesten echter een ruim gebruik maakten. De opkomst van de kaste der +reizende dichters in Frankrijk voldeed aan de behoefte van het volk +naar verhalen, en de trouvres van de twaalfde eeuw vonden in den +glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds vloeiende bron +voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang vond bij een +middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de epische pozie, +die zij ontleenden aan de geschiedenis van het Carlovingische tijdperk, +waren bekend als chansons de gestes, zangen van daden van den +grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De +trouvres zelf noemden ze Matire de France, terwijl de verhalen van +Koning Arthur aangeduid werden als Matire de Bretagne, en die, welke +berustten op de klassieke geschiedenis, Matire de Rome werden genoemd. + +Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken, +waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan, +eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de +letterkundige autoriteiten. [12] + +Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van vorm, na +dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar +zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige +moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft +de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld +uit deze werken. + +Deze chansons waren bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der +riddersloten, door rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of +ze aan elkander afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan +over teedere gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk +beschreven waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in +coupletten, laisses of tirades genoemd, elk bestaande uit twintig tot +meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen onderlingen +samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter waren de +geheele chansons berijmd. + + + +CASTILIAANSCHE OPPOSITIE TEGEN DE CHANSONS DE GESTES. + +In deze gedichten, die waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Noorden +van Frankrijk kwamen, en zich in den loop der tijden naar het Zuiden +verspreidden, werd Karel de Groote voorgesteld als het bolwerk van +het Christendom tegen de Saracenen van Spanje. Omringd door zijne +paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en Willem van Oranje, +voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren of de Saracenen +(heidenen) van Saksen. Van deze gedichten heeft Gautier er 110 +gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde eeuw stamt. Een +aantal van de latere chansons zijn in het Provenaalsch geschreven, +maar alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken +vorm op te sporen, hebben blijkbaar gefaald. + +Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond +in Castili. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde door +Provence en Cataloni, maar het is niet onmogelijk, dat dit het geval +was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn moeilijken strijd +tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een literatuur, die zoo +voortdurend handelde over de nederlagen van zijn aartsvijand. Dit was +oorspronkelijk ook het geval, en de chanson vond dan ook een gunstig +onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene +onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castili +van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote +Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard +tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige +autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij +de Baskirs bekend als Altobiskarko Cantar, of Lied van Altobiskar, +dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de achterhoede van Karel +den Groote niet te danken was aan de Saracenen, maar aan de Baskirs, +die gebelgd waren over de doortocht van het Frankische leger door +hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig stuk in het Baskisch, +door den Baskischen student Duhalde vertaald uit het Fransche gedicht +van Franois Garay de Montglave (circa 1833). Een tweede slag van +Roncevalles had plaats onder de regeering van Lodewijk den Vrome in +824, toen twee Frankische graven, uit Spanje komende, weder overvallen +werden en verslagen door de Pyreneesche bergbewoners. Maar er schijnt +nog een vroeger gevecht te zijn geweest tusschen Franken en Baskirs +in de Pyreneen, onder de regeering van Dagobert I (631-638). De +herinnering aan deze gevechten schijnt bij de bevolking levendig te +zijn gebleven, zoodat de Spanjaard den Frank bleef beschouwen als zijn +erfvijand. Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die +Spaansche juglares, die de heldendaden van Karel den Groote in Spanje +bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte, zooveel het hem mogelijk was, +de mythische overwinningen van den Frankischen keizer te kleineeren. + +Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn +intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich +uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het +patriotisme van de Castilianen, die de chansons de gestes in hun +eigen geest wenschten uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk +over te nemen, zelf een verzameling liederen schiepen. Zij namen als +den nationalen held van het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen +ridder aan, Bernaldo de Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder +van Castili, en ter wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin +hij wordt voorgesteld als de strijder, die Roland bij Roncevalles +versloeg aan het hoofd van een zegevierend leger, dat niet uit +Arabieren of Baskirs, maar uit Castilianen was samengesteld. + + + +DE CANTARES DE GESTA. + +Maar al namen de Castilianen den inhoud van de chansons niet aan, den +vorm namen zij wl over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en +de strekking van de chansons schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd +nadat zij door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester +uit het begin der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van +Aartsbisschop Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving +voorstellen van dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke +bedoeling was, aan te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan +in het geschrift sprake was. Vele Franken trokken naar deze heilige +plaats, onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den +geest en de metriek van de chansons brachten tot de Castiliaansche +zangers, zoodat wij later hooren van Spaansche Cantares de gesta, +waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne Fransche +voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde Poema del Cid, +handelende over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch +held, is in vorm en geest het type van een Cantar de gesta, en wij +mogen op goede gronden aannemen, dat vele van de latere romanceros +of balladen over helden als Bernaldo de Carpio, Gonzalvo de Cordova +en Gayferos, oude cantares zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd. + +Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de Cantares de gesta +hun aanzien. In den loop der tijden werden zij verdrongen naar +marktplaatsen en herbergen. Van verscheidene werd de stof verwerkt in +kronieken, maar de Juglares, die ze nu zongen, maakten er, wanneer +ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of vervormden ze +tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van een minder +beschaafd publiek. [13] + + + +DE KRONIEKEN. + +Maar al kunnen wij het meerendeel van de Cantares de gesta niet meer +in hun ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude +kronieken van Spanje. Zoo vertelt de Algemeene Kroniek van Spanje +(c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste onderzoekingen, +mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of bewerkingen +van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de Carpio, +Fernn Gonzlez, en de zeven kinderen van Lara; zij geeft korte +vertellingen over Karel den Groote, terwijl het laatste gedeelte de +geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en dan zelfs verwezen +wordt naar de Cantares als de bron van een of ander relaas. Daarenboven +zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk in hun +geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat zij hun +oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden behouden, +maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder om te +werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van Bernaldo +de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm vinden +wij ze terug in de cancioneros of bundels Volkszangen. + + + +DE BALLADEN. + +De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het onderwerp geweest van een +fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt ons, er een afzonderlijk +hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe zij behooren in +aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere verhalende +gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig behandelen. Volgens +sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum dan verzen als de +Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze, terwijl anderen +als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het grootste gedeelte +der ballades uit een lateren tijd stammen. Het schijnt mij toe, dat er +waarheid schuilt in beide veronderstellingen, en dat het hier zooals +dikwijls in de letterkundige zeevaart, verstandig is, den middenkoers +te houden. Volgens mijne opvatting zijn er vier verschillende typen +van Spaansche balladen: + +1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen +tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij +er al eenige overblijfselen van bezitten, waarschijnlijk z totaal +veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst gezongen hebben, ze zelf +niet meer zouden herkennen; + +2. balladen, die als kronieken uit de Cantares de gesta zijn +overgenomen; + +3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd; + +4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst. + +Ik geloof, dat de balladen of romanceros weer verdeeld moeten worden +in twee soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen, +zonder letterkundige basis, en die, welke eigenlijk Cantares de gesta +of gedeelten uit kronieken zijn, die in den loop der tijden een ander +uiterlijk hebben gekregen. Ik ben met de meeste onderzoekers van de +oude Spaansche literatuur van meening, dat de Cantares of Kronieken +niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar +ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten +deze twee soorten niet de meer potische of vervalschte balladen, die +geschreven werden, nadat de ballade een erkende vorm voor proefnemingen +op het gebied van bewuste dichtkunst was geworden; het is duidelijk, +dat deze soort in geen der beide klassen kan worden ondergebracht. + +Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van vervalsching +of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij verzameld en +uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer geen balladen +uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan ook in +veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting van +zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een lied, +alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of omdat +men het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, als wanneer men +zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een volksgebruik, op +grond van het feit, dat deze in onze dagen nog gangbaar zijn, tenzij +men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen bewijzen. Toch +schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder zijn dan +bijv. die van Schotland of Denemarken. + +Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan +de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen +in hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de +romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk +aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven, +nl. Romanceros. [14] Sommige ervan zijn eigenlijk slechts in naam +romances of Cantares de gesta, doch inderdaad behandelen zij alle +onderwerpen, die in de Cantares bezongen zijn, of in de Kronieken +beschreven, zooals de Cid, Bernaldo de Carpio, Graaf Alarcos +enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te hebben met de latere, +werkelijke romance, zooals Amadis, Palmerin of Felixmarte, en wel, +omdat in den tijd, toen deze in de mode waren, de ballade reeds het +eigendom geworden was van het volk. Zooals de markies van Santillana +(1398-1458), die zelf een verdienstelijk dichter was, opmerkte in +een brief, die beroemd is geworden om het licht, dat hij werpt op +den toestand van de Spaansche letterkunde van dien tijd: Er zijn +verachtelijke dichters, die zonder systeem, methode of maat van die +liederen en romances maken, waarin het gemeene volk behagen schept. +Zoo zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven +over de Engelsche balladedichters. + +Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de +arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen +hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele Cantares de gesta, +die op schrift waren gebracht. Maar als gevolg van de vernietiging der +Moorsche staten in Spanje, van den toenemenden rijkdom onder de hoogere +standen en de uitvinding der boekdrukkunst, ontstond een meerdere +vraag naar gedrukte boeken, die in de behoefte naar ontspanning +zouden voorzien. Een groote scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd +de romantische stof, die als het ware versteend en begraven lag in +de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. Voor sommige dezer gedichten +was het slechts een kleine stap naar de eigenlijke romances. Maar +Spanje snakte naar iets nieuws, en in het begin der vijftiende eeuw +wendden de romancedichters hunne oogen opnieuw naar Frankrijk, welks +onuitputtelijke bron van geestelijken rijkdom hun een overvloed van +romantische stof begon te verschaffen. + + + +DE BLOEITIJD VAN DE ROMANCE. + +Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten over de echte +Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van Castili (1407), +die zich in zijn Rimado de Palacio beklaagt over den tijd, dien hij +verspilde met het lezen van zulk een leugenachtig prul als Amadis +de Gallir. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, maar +hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den +machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen +geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het +slaafsch nabootsen van het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets +zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad +van de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te +ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde +en overdaad van bloem en vrucht. + +Amadis werd gevolgd door een lange rij van dergelijke verhalen, +die de lezer alle in dit boek zal ontmoeten. Het wordt algemeen +erkend door de critici, te beginnen met Cervantes, als de beste en +belangrijkste van de Spaansche Romances, en het werd vertaald in het +Fransch, het Italiaansch en de meeste Europeesche talen; zelfs werd +er, naar men zegt, een speciale vertaling van gemaakt voor Joodsche +lezers. Met n slag had de Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke +fantasie overwonnen op haar eigen terrein. Maar Amadis was niet, +zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in +Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt Tirante de Witte +toe (1490), dat volgens Southey geen ridderlijken geest ademt. Onder +anderen maken wij hierin kennis met Warwick den Konings-maker, die +met goed gevolg een inval in Engeland door den Koning der Canarische +Eilanden afslaat, en ten slotte geheel alleen den overrompelaar doodt +en zijn krijgsmacht op de vlucht jaagt. Maar al vergist Cervantes zich +in zijne bibliographie, de verklaring van zijn barbier, dat Amadis +het beste is van alle boeken, die in deze soort geschreven zijn, is +niet ver van de waarheid. [15] Tasso beschouwde het als het mooiste +en misschien ook het leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan +lezen. Gaf hij slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder, +zooals men wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken? + +Amadis werd gevolgd door een menigte van dergelijke gedichten. Door +het buitengewone succes bij het publiek, ontstond er een heele +literatuur van gelijke strekking en karakter, zij het ook niet van +gelijke waarde. De eerste van deze letterkundige voortbrengselen +was Palmerin de Oliva, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in +Sevilla verscheen, en die, evenals de Amadis, weer gevolgd werd door +soortgelijke gedichten, zooals Primalen, Platir en Palmerin van +Engeland, misschien wel het beste van deze reeks. + +Men neemt als vaststaand aan, dat Amadis en Palmerin van Portugeeschen +oorsprong zijn, en ik zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier +slechts vermelden, dat er geen Portugeesch origineel bestaat, noch +gedrukt, noch in manuscript. Maar deze romances werden z zuiver +Castiliaansch als de Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun +vreemden oorsprong; en Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het +volk als voor de critici van geheel Europa. + +De Palmerin-reeks wakkerde slechts de hartstocht voor Romantiek aan, +en Spanje snakte z naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek +voor zijne behoeften, dat zij, die trachtten het publiek te voorzien +van romantische lectuur, nauwelijks in staat waren, een voldoende +hoeveelheid ervan te leveren. Het natuurlijk gevolg hiervan was een +stroom van haastig geschreven minderwaardige verhalen. De fantasie, +die eerst alleen maar gewaagd was, werd nu schaamteloos, en het toppunt +werd in dit opzicht bereikt in uitingen van een ongezonde verbeelding +als Belianis van Griekenland, Olivante de Laura, en Felixmarte van +Hyrcania. Maar ofschoon de meeste van deze voortbrengselen onzinnig +waren en beleedigend voor het menschelijk intellect en den goeden +smaak, vonden zij toch ontelbare lezers, en alles wijst er op, dat +het beroep van uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende +eeuw buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen, +die de schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de +andere romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een +menigte romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die +van Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische +geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over +de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met +zulk een flauwe kost bezighoudt; want, zegt hij, er zijn menschen, +die gelooven, dat al die dingen werkelijk gebeurd zijn, ofschoon het +grootste gedeelte ervan onmogelijk is. Zoo zou een criticus van onze +dagen kunnen spreken over de voorkeur van het groote publiek voor de +goedkoope romans, of de minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen, +die in het groot worden gefabriceerd door de al te vlugge machines +van de Vernuft-Onderneming. + +Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van +het verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de +godsdienstige verhalen als De Hemelsche Ridderschap, De Ridder van de +Heldere Ster, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche +figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan +naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der +Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar +er verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van Amadis en de +allerlaatste van zijne waardelooze imitaties. Het is niet moeilijk een +verklaring te vinden voor de vlugge fabricatie en verspreiding van zulk +een hoeveelheid goede en slechte lectuur. Wanneer wij bedenken, dat +Spanje sedert eeuwen het land was geweest van de ware ridderlijkheid, +dat zijn fantasie sterk ontwikkeld was in een langdurigen strijd +met zijne heidensche vijanden, en dat het, in de ridderverhalen, die +het nu met zulk een groote bewondering las, de afspiegeling vond van +zijn eigen hoffelijken en heldhaftigen geest--den fijnstbesnaarden +en ridderlijksten geest van Europa. + + + +EEN MOGELIJKE MOORSCHE INVLOED OP DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd op leven en dood +met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft uitgeoefend op de +Spaansche romantische verbeelding. Maar was die invloed van directen +aard, en het gevolg van een voortdurend contact met de Mooren, of kwam +hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die de Saraceen in Spanje +achterliet, een betoovering, die nog versterkt werd door de wonderen +van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat bijna geen Spaansche +romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als een caballero en een +waardig vijand. Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in +deze lijvige boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien +lijken in gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der +verbeelding, een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de +Turk in de werken van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche +literatuur op de Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig +wanbegrip van het publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van +de Arabische letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze +in staat waren, de Castiliaansche kunst en fantasie te benvloeden. + +De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect +van een zwervende woestijnbevolking tot een taal, waarvan de schoonheid +en dichterlijkheid wellicht ongevenaard zijn, is op zichzelf +belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch tijdperk +te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in Spanje +optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering opwekken +van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. Het +ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en +handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde +trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen, +waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk +een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen +wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat +is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van +hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als +onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van +hare fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de +Arabieren in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne +letterkunde zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan +wel niet afstaan van den Castiliaan of den Catalonir? + + + +ARABISCHE DICHTKUNST. + +De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog een onbeschaafd volk +waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig voor het bereiken van +een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid, maar zij bevorderde +wel de ontwikkeling van hunne aangeboren opmerkingsgave, die hen een +schat van synoniemen deed vinden, waardoor hunne taal zeer verrijkt +werd. De vondst van synoniemen en van mooie en treffende vergelijkingen +moeten beschouwd worden als de eerste voorwaarde voor een bloeiende +dichtkunst, en gedurende een eeuw in het tijdperk der Moorsche +overheersching in het Oosten, zien wij de schitterende dynastie van +de Abbassiden (circa 750) optreden als beschermers van een dichtkunst, +die door de rijke Arabische taal zoo gemakkelijk tot uiting kwam. + +Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van +de Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen +oefening van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste +voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde +in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen +marktwaarde meer heeft, was toen voor de waarlijk ontwikkelde hoogere +standen een noodzakelijke levensbehoefte, kostbaarder dan de balen +zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand, of de reukwerken van +Syri, waarvan hunne legenden vol zijn, zooals de muren van Aladins +paleis overdekt zijn met tooverachtige edelsteenen. Maar voor de +Arabieren waren woorden inderdaad juweelen. Toen Al-Mamoun, de zoon +van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden dicteerde aan den +Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de cijns, dien hij van +zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling manuscripten van de +beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den heerscher over een +volk van dichters waardig! + +Maar het veroverde Spanje was vr alles de zetel en het middelpunt +van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova, Granada, Sevilla--ja, +eigenlijk alle steden van het Schiereiland, die door de Saracenen +bezet waren, betwistten elkander den roem van hunne scholen en +onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere centra voor den +geleerde en den kunstenaar. + +De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje +bestonden, maakten Europa, met zijn gebrek aan ontwikkeling, te +schande, en in dien tijd was het veel meer Arabi dan het vervallen +Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch +werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van +duizenden Spanjaarden, die in het Zuiden onder Moorsche heerschappij +leefden. Zelfs werd in het midden der achtste eeuw de Heilige Schrift +in het Arabisch vertaald voor de talrijke Christenen, die geen andere +taal kenden. De colleges en universiteiten, die door Abderahman +en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht door een groote +menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de dichtkunst, +ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van grooten +invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij echter +dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige beschaving, +dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken heeft aan de +Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf. + +De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk belangstellen, +is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien deze gehad heeft +op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit zeer begaafde volk, +dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het oogenblik van +hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt. Haar warme +en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met de meer +stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door de +Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard, +vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen +was, in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere +gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het +andere. Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading +te kort kan doen aan de schoonheid van iets, dat uit zichzelf reeds +waarlijk schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden, +ons gerust te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen +betreft. Maar reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de +Arabische literatuur, zien wij, dat de dichter werd meegesleept door +zijn groote liefde voor het onderwerp, dat hij beschreef. In den +tuin van den Arabischen dichter is elke bloem een juweel, elk stukje +grond een kostbaar Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het +Paradijs, wier lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het +onderwerp worden van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik +van synoniemen en van den overtreffenden trap, de overdrijving in +de uitingen hunner liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een +strekking en van die wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters +van het Westen hunne tijdgenooten geleerd hebben, filosofische +vraagstukken voor zichzelf op te lossen--dat waren de zwakheden van +de Arabische zangers. Zij stelden een korte spreuk in de plaats van +een verhandeling. Zij begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts +vermaak beoogt, maar ook een middel is van groote opvoedkundige waarde. + +De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer +te hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn +onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van +een lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een +voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was +de natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden, +een diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen. + +Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der Arabieren +een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen. Wij kunnen +het slechts betreuren, dat hun, door verschillende omstandigheden, +de gelegenheid niet werd geboden, hunne gaven in de goede richting te +ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen der Arabische staten, +met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk bezochte academies, +en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte van Centraal-Azi tot +aan de Westelijke havens van de Middellandsche Zee, en wij wenden ons +dan naar de plaatsen, waar dit alles bloeide, dan moet het ons wel +zeer aan verbeeldingskracht ontbreken, wanneer wij niet onder den +indruk komen van het totale verval, waaraan deze streken ten prooi +zijn geworden. Het groote, naijverige en moedige ras, dat deze landen +heeft overwonnen en beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten +verzameld, en de onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan +zijne voeten, om te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de +Openbaringen der Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk, +dat uit de woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug. + + + Waar ns, in Djamschids fonkelend paleis + De jonge Houri's dansten bij den klank der luit, + Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn; + En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar buit. + + + +DE MOORSCHE MODE IN DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte van gevoel, vinden +wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste tot aan het begin +der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren beslist, zoo nu en dan +zelfs hinderlijk, Europeesch, hetgeen verklaard moest worden uit +haar oorsprong. [16] Maar het schijnt, dat met de Castiliaansche +bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de atmosfeer, die +de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed uitoefende op den +Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben omgeven met een +stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne beschaving, waarvan +de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in zijn architectuur en +andere kunstuitingen, hij zulk een diepe bewondering had. Wanneer +onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er ongeveer in dien tijd +een Moorsche Mode in de Spaansche letterkunde zijn opgetreden, +zooals er in Engeland een hartstocht ontwaakte voor alles wat +Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, toen de Engelschen +in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was voornamelijk +pseudo-Saraceensch, niet benvloed door letterkundige voorbeelden, +en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de kunstuitingen dan van +het persoonlijk contact met de bevolking. Lang vr de vijftiende eeuw +echter, met hare manie voor alles wat Moorsch was, had de Arabische +geest al ingewerkt op de Spaansche letterkunde, zij het ook slechts +in geringe mate en onbewust. Wat echter de uiterlijke vormen van de +Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in +pozie, iets van de Moorsche overgenomen, en dit is voornamelijk +het geval met de assonanten, die de Castiliaansche dichtkunst +kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de gedichten +van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren schijnen +echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar hunne +behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking +hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd +op Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies +van Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne +de Fransche rondeau, of Dobson de ballade, of zooals droogstoppels +aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven, +waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige, +de onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen +taal hun biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit +alle tijden zich hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den +grooten stroom van Castiliaansche literatuur, dan dergelijke pogingen +plegen te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige +van de populaire Coplas, of coupletten, schijnen echter rechtstreeks +uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen niet te verwonderen is, +wanneer wij denken aan het groote aantal menschen van gekruist ras, +dat in het midden der zeventiende eeuw Spanje bewoonde. Het staat ook +vast, dat Arabisch de spreektaal was van duizenden Christenen in het +zuiden van Spanje. Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen +tegenstander had in het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch +even hardnekkig bestreed als de Spanjaard het den Moor deed. [17] + +Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het +Arabisch als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van +verscheidene romances beweren, dat het slechts vertalingen uit +het Arabisch zijn--meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars +en sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden +weerlegd. Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten +wij erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden +van Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek, +de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden waren echter +ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, was de +invloed meer geestelijk dan materieel. Christelijk Spanje had +gedurende achthonderd jaar de Saracenen van zich af weten te houden +en toen het tenslotte erin toestemde uit den Saraceenschen beker te +drinken, vulde het dien met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank, +die dezen beker vroeger tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen +geur en smaak van het Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak, +maar toch onmiskenbaar. + + + +HET TYPE VAN DE SPAANSCHE ROMANCE. + +Het beste type van de Spaansche Romance is dat, waarin de geest van +het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van ridderlijkheid. Het +oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer, zijn fijn gevoel +voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was als het ware de +smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd werden. De +eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er ruimschoots +toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis wemelde, +te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een levendige +belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen enkel ander +land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de kenteekenen +der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of de +Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met +een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te +overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was +dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn +ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte, +toen hij bemerkte, dat zijn riddermanieren en zijn pantser veranderd +waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat +dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme +gewonnen als het ontgoochelde. + +De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van +ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht +en uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken, +groote hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol +getrouwen, in Valencia, Mexico, Itali of Arancani, de fabelachtige +daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere tijden zond +het ijzerland Castili oorlogsschepen uit, om zijne banieren over +de onmetelijke zeen te dragen naar de verst verwijderde gedeelten +der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven in het harnas, +omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van kwaadwillige +toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders ontmoetten, die +op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield hen staande in +hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en doodsgevaar? Kunnen +wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun Vaderland hen als +met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer zij ten strijde +trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der helden uit de oude +romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare uit de trompetten +van herauten bij een tournooi? + + + En toen wij rustten ons ten strijd, + Toen zong ons hart van zaligheid, + Wij hoorden 't krijgsgetier. + Bij 't denken aan Orlando's smart + Aan Felixmarte's ridderhart + En den dood van Olivier. + + + + + + + +HOOFDSTUK II. DE CANTARES DE GESTA EN DE POEMA DEL CID. + + + Als in de hooge koningszaal + De ridders en jonkvrouwen bij het maal + Een kostelijk lied verlangen, + Dan komt des minstreels schoone tijd, + Hij zingt van ridders en woesten strijd + En zijn teedere minnezangen. + + +Wij hebben reeds gesproken over den Franschen oorsprong van de Cantares +de Gesta; hun naam reeds verraadt hunne Gallische afkomst. Maar +wij moeten nog eens duidelijk in het licht stellen, dat de Cantares +spoedig hun Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche +kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen +karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken +op wat hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk, +wat over hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt +omgetooverd, zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast +aan zijne nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte +en Amerika het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van +de Fransche Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen +dichtvorm zal hun oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de +aard van de scheppende en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet +voorgoed worden veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn, +wanneer wij in Spanje de Fransche trouvres en jongleurs terugvinden +als trovadores en juglares. De trovador was de dichter, de schepper; +de juglar was slechts de zanger, de voordrager, ofschoon de grenslijn +tusschen beiden niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde +juglares waren ook de makers van de cantares, die zij zongen, terwijl +een onbeteekenende trovador soms genoodzaakt was, de liederen van +anderen te zingen. Instrumentalisten of begeleiders waren bekend +onder den naam van juglares de pola, ter onderscheiding van de +voordragers of zangers, de juglares de boca. + + + +DE ZANGERS VAN HET OUDE SPANJE. + +Met het optreden van den juglar werd er afstand gedaan van den Cantar, +want hij pleegde hem te veranderen en te besnoeien, langer of korter +te maken, naar zijn gevoel voor de behoeften en den smaak zijner +toehoorders het hem ingaf. Menigmaal trachtte hij den Cantar te gieten +in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten goede +kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een instrumentalist, +maar door een remendador of gebarenspeler, die zijn verhaal door +een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren +berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij +leefden meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een +beker wijn was hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog +niet bezoedeld door den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal +naar feestzaal, van kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun +zending--het verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw. + + + Gij lang gestorven broeders van de minnezangen, + Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt ontvangen, + Gij leeft nog voort in 't hedendaagsche lied! + + +Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. Met het toenemen van +den smaak voor de cantares, werden de trovadores en hunne trawanten, +zooals dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de genietingen +van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, dat de +uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van den +kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, te bezoedelen +met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den dichter. + +Deze geesten uit hooger sfeer versmaadden helaas de goede gaven +niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den trovador met +hunne gunsten, vleiden hem, door zijn kunst en zijn leven na te +bootsen, en voegden zichzelf bij hun gilde. Weinig menschen van +geest zijn z geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid +en heerschzucht volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt +dichterlijke aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als +militaire blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij +waren door vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne +onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte +en zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte, +zelfs in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het +publiek kreeg genoeg van die eeuwige cantares en het getokkel op +n snaar. Het werd meer en meer gebruikelijk romances te lezen, +inplaats van ernaar te luisteren, en z kwam het voor, dat de +juglares langs de heirwegen van Spanje trokken en op de hoeken der +straten hunne liederen voordroegen in een toestand van verarming, die +vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere gebrekkige, +maar toch eervolle omstandigheden. + +Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven, +in tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk +kan vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons +een duidelijk beeld te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger +aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan n ervan te danken +aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de oude Kronieken +van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van letterkundig +balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de cantar van Bernaldo +de Carpio werd ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de +Algemeene Kroniek van Spanje, die in 1260 door Koning Alfonso den +Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal kunnen vinden +in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De dichterkoning +verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft gegrond op +Oude balladen en in den geest, zoowel als den vorm van zijn verhaal +van den legendarischen held kunnen wij den invloed van den cantar +duidelijk waarnemen. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN BERNALDO DE CARPIO. + +Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken leeftijd bereikt had, +was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend met de omstandigheid, +dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn moeder was een zuster +van Don Alfonso van Castili en was in het geheim gehuwd met den +dapperen en edelen Graaf de Sandras de Saldaa. Koning Alfonso, diep +beleedigd dat zijn zuster iemand gehuwd had, die zoo zeer haar mindere +in rang was, wierp den graaf in de gevangenis, waar hij hem van het +gezicht liet berooven, en sloot de prinses in een klooster op. Hun +zoon Bernaldo voedde hij echter zeer zorgvuldig op. Toen hij nog een +jongeling was, bewees hij zijn oom belangrijke diensten, maar toen +hij vernam, dat zijn vader in de gevangenis zuchtte, maakte een diepe +zwaarmoedigheid zich van hem meester, en hij stelde geen prijs meer op +de dingen, die vroeger zijn grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van +zich bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren +rouw, en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem, +zijn vader de vrijheid terug te geven. + +Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was +met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat +voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde +voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard, +z verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit het veld +geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te helpen +door een barsch antwoord, zeide hij streng: Bernaldo, als gij mij +lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer u, +dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal verlaten. + +Sire, antwoordde Bernaldo, gij zijt mijn Koning en kunt doen, +wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere gedachten +moge brengen. + +Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde +hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem +zou opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus, +en weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van +Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel +van Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder +het voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw +had van zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten, +verzamelde zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap +met de Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd +bij Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden, +voornamelijk door de behendigheid van Bernaldo, die met eigen hand +den beroemden ridder Roland doodde. + +Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te +beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit 's Konings handen +ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde +de koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond +hij een voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte +Bernaldo, bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en +zijn verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de +populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een +laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader +in vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het +groote kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem +oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem +dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke +Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden. + +Daar komt uw vader, Bernaldo, zeide hij spottend, omhels hem. + +Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand. Maar +toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep hij, +dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo +luid te schreien en te jammeren, zeggende: Helaas, Graaf Sandas, +ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand z verlaten +als ik; want nu gij dood zijt, en mijn kasteel is weg, weet ik niet, +wat ik beginnen moet! Sommige Cantares de Gesta vermelden, dat de +koning toen zeide: Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele woorden, +en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te verlaten. + +Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door dezen genadeslag, +wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van dien dag af +werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien, noch werd +de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord. Ongelukkig en +wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam leeft in de +balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een dapper +ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en wraakgierig +Koning, groot onrecht is aangedaan. + +Ofschoon de Cantares van Fernn Gonzlez en de Kinderen van Lara ook +in de kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven, +deze in het hoofdstuk over de ballades te behandelen, daar zij in +dien vorm het meest bekend zijn. + + + +DE POEMA DEL CID. + +Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste van de Cantares +de gesta is de beroemde Poema del Cid, die nog steeds zoo genoemd +wordt, ondanks alles wat wij van den oorspronkelijken vorm weten. Dat +het een Cantar is, moet iedereen duidelijk zijn, die eenigszins +bekend is met de Fransche Chansons de gestes. Zooals zoovelen der +Chansons-helden wordt de Cid het slachtoffer van de ondankbaarheid +zijns Konings, en wordt hij later weder in genade aangenomen. Wij +ontmoeten in het gedicht voortdurend den gebruikelijken zinsbouw +van de Chansons, en ook de atmosfeer van blufferige heldhaftigheid +versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat. Er zijn ook +duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de Poema, de Chanson de +Roland had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet beweren, +dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat pleegde +ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er bestaat +overeenkomst tusschen verschillende kleinere gebeurtenissen, hetgeen +echter volkomen wordt goedgemaakt door de oorspronkelijke en bezielende +wijze, waarop het onderwerp behandeld is. De gedachte en de vorm +zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen Franschen invloed, +behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde uitdrukkingen, +die de clichs zijn van het middeleeuwsche heldengedicht. + + + +HET EENIGE MANUSCRIPT. + +Er is slechts n manuscript bekend van de Poema del Cid, het +handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in +het laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke +bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden, +dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de +geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het +in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt +MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan, +daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt, +met opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245 +(1207 Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de +juiste datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht +zelf dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van +de 12e en het midden van de 13e eeuw. + +Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. Het +begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het +midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame +hand. Sanchez verklaart in zijn Poesias Castellanas anteriores al +Siglio XV (1779-'90), dat hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596 +gemaakt is en waaruit blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde +onvolkomenheden vertoonde als nu. + + + + +DE SCHRIJVER ONBEKEND. + +De persoonlijkheid van den schrijver van de Poema del Cid zal +waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een +priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het +een beroeps-trovador was. In Frankrijk waren de trouvres en niet de +geestelijken de scheppers van dergelijke gedichten, waarom zouden de +trovadores het dan niet in Spanje zijn? [18] + +Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de +gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk; +waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste +maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van +verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen, +heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo, +en een monnik was uit het klooster Cardea, in de nabijheid van Burgos; +maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit het +gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker dan het +vermoeden, dat hij een Asturir zou zijn, omdat hij den tweeklank +ue niet gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen, +dat hij in elk geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn +heftigen politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat +daarbij behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copist was, blijkt +duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij +hem het behoud van de Poema te danken hebben, wordt onze dankbaarheid +wel zeer getemperd door onze ontstemming over de wijze, waarop hij +zijn taak volbracht. Want de copie staat vol noodelooze herhalingen, +hij schrijft dikwijls twee regels door elkaar, en plaatst zoo nu en +dan zelfs den inhoud van den nen regel op den anderen, in zijn haast, +om van zijn werk af te zijn. + + + +ANDERE CANTARES VAN DEN CID. + +Dat er ook andere Cantares zijn, die van den Cid verhalen, weten +wij door de onderzoekingen van Seor Don Ramn Menndez Pidal, +die bewezen heeft, dat n ervan is opgenomen in de oudste uitgave +van de Crnica General, waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard +zijn gebleven, dateerende uit verschillende tijdperken. Wij weten +nu ook, dat het gedeelte, waarvan hier sprake is, niet zooals men +vroeger meende, afkomstig is van de Poema zooals wij die kennen. De +gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Crnica zijn +ook overgenomen uit een anderen Cantar van den vereerden held, bekend +als de Crnica Rimda, of Cantar de Rodrigo, dat waarschijnlijk het +werk was van een juglar uit Palencia, en blijkbaar een mengelmoes +van verschillende verloren Cantares over den Cid, zoowel als van +andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar dateert echter +uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat er +verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van +Spanje in zijn opgenomen. + + + +DE MAAT VAN DE POEMA DEL CID. + +Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht, zooals dit met alle +Cantares het geval was, geschreven is om in het openbaar te worden +voorgedragen. De uitdrukking O Seores, die wij telkens ontmoeten, +heeft dezelfde bedoeling als het Listen lordings, dat zoo veelvuldig +in de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht +te trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een +middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is +bijna even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is +voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige +regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen, +terwijl andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de +onoplettendheid of de haast van den copist. Het komt mij voor, dat +de Poema, ofschoon in veel van de beste gedeelten van groote waarde, +toch eenigszins overschat is, en ik verdenk menig Engelsch criticus, +die zoo uitbundig de voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan, +het nooit in zijn geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn +buitengewoon onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij, +die ons herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer +de oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott +wekt (de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend) +en een machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in +een waar Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het +breken der Castiliaansche speren op de Moorsche schilden, dan worden +wij herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne's Erechtheus: + + + Met een aardschok van botsend geweld, + en met hoeven, bloeddruipend en rood, + Grijpt de woedende krijg naar de zeis + en zijn voet brengt den vlammenden dood. + + +Maar de waarde der muziek van de Poema is niet uitsluitend gelegen +in luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed +vuriger door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect +niet alleen door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit +met den Engelschen dichter het geval is. + + + +BEGIN VAN HET GEDICHT. + +Het begin van de Poema del Cid, zooals wij dat bezitten, is treffend +en dramatisch genoeg, om ons te troosten over het verlies van het +oorspronkelijke begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het +verraad van de Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een +koninklijk bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088), +rijdt ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een +vrij nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier: + + + Hij wendt den blik nog eens naar 't huis, en tranen stroomen neer, + De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar nauwlijks + meer. + Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door de hal, + Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in den stal. + Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn hand; + Een ridderlijke bedelaar...., z trekt hij uit zijn land, + Hij zucht, zooals een strijder zucht: U Heer, zij lof en prijs! + Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig gunstbewijs. + De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij terneer, + Maar nmaal komt de dag, dat Gij mij wreken zult, o Heer! + Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit Bivar's poort. + Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel voort. + En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik: + Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als ik! + Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de straat; + Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef gelaat. + Daar gaat, zoo zuchtte menig hart, een goed en trouw vasal, + Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten val. + En zeker had hem menig dak beschut dien droeven nacht, + Als Burgos' volk niet had gevreesd des Konings sterke macht; + Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het gansche land: + Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis wordt platgebrand. + Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men den blik.... + Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder Roderick. + Bij 't huis, waar hij te wonen placht, daar sprong hij van zijn ros: + Uw meester staat hier voor de poort, maak slot en grendels los! + Maar uit een venster sprak de maagd, die 't slot voor hem bewaart: + O Heer, die eens in beter tijd hanteerde 't roemrijk zwaard, + Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door zijn hand, + Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit 't Spaansche land. + Wie onzer, zij het slechts n nacht, een schuilplaats U mocht bin, + Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht zien. + Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U bij; + Voor U geen rust in 't Vaderland, want gij zijt vogelvrij. + + +Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen plaats konden +vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig naar +de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten +opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez +Antolinez zich bij hen, n van de vroegere vasallen van den Cid, +die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en hem +trachtte te troosten. De Cid bezat geen maravedi en wist niet, +hoe hij zijne mannen van voedsel en wapenen moest voorzien. Maar +hij en Antolinez bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het +noodige voor den krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten, +bedekten deze met rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers, +zoodat zij er zeer kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met +rivierzand, en sloten ze stevig dicht. + + + +GELD LEENEN IN DE ELFDE EEUW. + +Martinez Antolinez, zeide de Cid, gij zijt een eerlijk man en +een trouw vasal. Ga naar de Joden Raquel en Vidas, en vertel hun, +dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, die ik hun in bewaring wil +geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te nemen. Geef hun deze +kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. Ik roep God en +al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik tot het +uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij vertrouwen. +Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, zocht de Joden Raquel +en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, hun rijkdom en hun +winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een groote schatting +had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat hij hun die in +bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke som daarop wilden +leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten gedurende een vol +jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en stemden er in toe, +de kisten te verbergen en gedurende minstens een jaar den inhoud niet +te onderzoeken. Maar zeg ons eens, zeiden zij, met hoeveel is de +Cid tevreden en welke interest wil hij ons voor dat jaar geven? + +Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den Cid, om +hulp, zeide Antolinez; hij heeft minstens zeshonderd Marken noodig. + +Wij willen hem die som met genoegen geven, zeiden Raquel en Vidas, +want de schat van zulk een machtig heer als de Cid, kan niet anders +dan onmetelijk groot zijn. + +Haast u dan, zeide Antolinez, want de nacht nadert en mijn meester, +de Cid, is door een vonnis gedwongen, Castili oogenblikkelijk te +verlaten. + +Neen, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, dat is geen +zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen. Zij verzochten dus te +worden gebracht naar de plaats, waar de Cid kampeerde, en nadat zij +hem begroet hadden, betaalden zij hem de afgesproken som. Zij waren +verbaasd en verrukt over de zwaarte der kisten, en vertrokken hoogst +voldaan, nadat zij Antolinez nog een commissieloon van 30 gouden +Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat hij in de zaak gehad had. + + + +DONNA XIMENA. + +Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp op, en galoppeerde +door den nacht naar het klooster San Pedro de Cardea, waar zijn vrouw, +Donna Ximena, met zijn beide jeugdige dochters vertoefden. Hij vond +haar verzonken in gebed voor zijn welzijn, en zij ontvingen hem met +de hartelijkste betuigingen van vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en +deelde hem mede, dat hij op het punt stond op avontuur uit te trekken +naar het land van de Mooren, en hij overhandigde hem een som, die +toereikend was voor het onderhoud van Donna Ximena en hare dochters +tot aan zijn terugkomst en hij voegde daarbij nog een milde gift ten +behoeve van het klooster. + +Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het +geheele land verspreid en z groot was de roem van zijn dapperheid, +dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren schaarden. Toen +hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug van Arlanzon, +was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem wenschten te +volgen op zijn avontuurlijke tocht. Het afscheid van zijn vrouw en +dochters is treffend geteekend: + + + Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de hand, + Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn land. + En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van rouw, + Bij d'aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn kinderen en vrouw. + Totdat Minaya eind'lijk riep, zijn metgezel en vriend: + De droefheid is geen passend kleed voor wie de wapens dient, + Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig uur, + Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar avontuur. + Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen zaligheid! + Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van den strijd! + + +Toen gaven zij hunne paarden de sporen en galoppeerden naar de grenzen +van Christelijk Spanje en staken op vlotten de rivier Duero over, +waarna zij op Moorschen bodem stonden. Ver in het Westen konden zij de +sierlijke Minaretten van de Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende +in de middagzon, een zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden +veroveren in het land der heidenen. In Higeruela schaarden zich nog +meer dappere strijders onder de banieren van den Cid, grensbewoners, +voor wie een rooftocht een feest was, en het breken van speren de +schoonste muziek. Toen de Cid dien nacht sliep, droomde hij, dat +de Aartsengel Gabriel hem verscheen, en tot hem zeide: Stijg op, +o Cid Campeador, stijg op en rijd heen; uw zaak is rechtvaardig; +zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij onderneemt, u gelukken. + +Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen. Hij +lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Faez en andere ridders een +rooftocht ondernamen naar Alcal. In hun afwezigheid bemerkte de +Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche stad, de +plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de poorten te +sluiten. Hij en zijne mannen deden een aanval op de poorten, doodden +de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen de stad zonder veel +strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de schat van goud en +zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen vonden. Maar zij +waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer tot dienaren +dan tot slaven maakten. + + + +DE INNEMING VAN ALCOCER. + +Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid en zijne volgelingen +door de Vallei van Henares langs Alhamia naar Bubierca en Ateca, en +daar hij in een onbekend land was, omringd door een menigte vijanden, +nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke Saraceensche stad +Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed bewaakt en hij +zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde heendringen, het door +krijgslist moest gebeuren en niet alleen door vechten. Daarom riep hij +op een morgen, nadat hij gedurende vijftien weken Alcocer belegerd had, +zijne manschappen terug, alsof hij zijne nuttelooze pogingen opgaf, +en hij liet maar n tent achter. + +Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne +begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden, +liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en +zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de +stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren +en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte +hem niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te +halen. De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen +op de dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De +ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten +in alle richtingen en spoedig was de vlakte overdekt met in het wit +gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met enkele vertrouwde +volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de Spanjaarden +Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte was, +behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem overgaven, +barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen, en wij +zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden. Laat +ons liever hen tot onze dienaren maken. + +De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer +verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij +berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo +Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te +plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning +Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond +een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador +tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den +Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen, +opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de +komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen +op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de +geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op +hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden +dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht, +dat zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem, +ten strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was +bekend met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te +willigen. Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar +de Cid wist te goed, dat het dwaasheid zou zijn, met zijne driehonderd +man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen, +en hij wachtte dus zijn tijd af. + + + +DE STRIJD MET DEN MOORSCHEN KONING. + +Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer van Alcocer af +te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid begreep, dat +zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig maakte. Alvarez +Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals een strijdros, +wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een krachtigen uitval, +en de Cid, die den moed van zijne mannen kende, stemde toe. Eerst zond +hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde de versterkingen. Hij +liet slechts twee mannen achter om de poort te bewaken, stelde zijne +troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten rijen en in volkomen +slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten aan den dichter. + + + Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme zwaard, + Hoor 't schetterend trompetgeschal en 't dreunen van de aard! + Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest gebaar, + En om elk vaandel legert zich een zwarte heidenschaar; + Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand aan, + En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te slaan. + Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij ridders, roept de Cid, + En sluit de rijen, want de aard' zag nog zoo'n aanval niet. + Maar 't vurig hart van Bermuez sprong op bij 't tromgeluid: + Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat nooit! zoo riep hij uit. + Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij in den strijd! + Op, Ridders, tegen 't heidendom, voor Spanje en Christenheid! + Blijf kameraad, zoo sprak de Cid, maar Pedro schudde 't hoofd, + En sprak: Hij volg' mij trouw, die in de heil'ge zaak gelooft. + Fier hief de ridder zich in 't zal, en liet de teugels los, + De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros. + En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten doet, + Zoo wierp de held zich in die zee, den Saracenenvloed; + En onbewogen als een rots, die in de branding staat, + Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter slaat, + Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen doet + Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken moed. + Ter hulpe! roept de eedle Cid, op! voor het heilig kruis! + Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch gespuis! + Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten losgemaakt, + Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn kluisters slaakt, + Ng feller dan de vurigheid van 't ongebreideld ros, + Zoo barst de woede van Castille op den vijand los. + Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden aan, + En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd weerstaan! + Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op bevel, + Driehonderd heid'nen liggen neer, een vlug en dood'lijk spel, + De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer; + Ontelb're schilden liggen dan in 't zand versplinterd neer. + Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in 't bloed nu van den Moor, + Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte door. + Gelijk de bliksem 't luchtruim klieft, zoo schittert in de hand + Van Roderick het scherpe zwaard; en mt hem houden stand + Alvarez Fannez, Gustior, en enk'le trouwen meer. + Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer + Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen held! + Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp gesneld, + Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den dood, + Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg bood. + Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste hand, + Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt in 't zand. + Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog dreigt gevaar, + De phalanx van den vijand staat nog ongebroken daar. + Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en dood, + Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de aarde rood. + De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild met kracht, + De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de macht. + De moedige Antolinea valt dan op Galve aan; + Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te staan. + Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den smaad, + Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed gelaat. + Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen strijd, + Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen tijd. + Geen waardiger en trotscher strijd bezong een heldenlied: + Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle Cid! + + +Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was +volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man +verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een +schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij +hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik +was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer +verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castili, +zond hij Alvarez Faez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof met +dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden. + +Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins, +den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag, +dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden, +onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den +losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor +drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de +Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden +van het district Mont'real. Hij maakte alle Moorsche steden in den +omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw kamp. + +Intusschen was Alvarez Faez naar het Hof gereisd, en had den Koning +de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten geschenke +aangeboden. Nog is het geen tijd om den Cid weder in genade aan te +nemen, zeide Alfonso; maar daar deze paarden van de ongeloovigen +komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen. Ik schenk u vergiffenis, +Alvarez Faez, en hef uw ballingschap op. Wat den Cid betreft, ik kan +niet anders zeggen, dan dat, wanneer een dapper strijder zich onder +zijn banier wil scharen, ik hem dat niet zal beletten. + + + +DE OORLOG MET RAYMOND BERENGER. + +De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger, een trotsch en +aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid in een gebied, +z dicht bij het zijne gelegen, als een persoonlijke beleediging, en +in groote woede verzamelde hij al zijne manschappen, Mooren zoowel als +Christenen, en maakte zich op, om den Cid te verdrijven uit de streek, +die hij schatplichtig had gemaakt. Toen de Campeador hoorde, dat dit +leger in aantocht was, zond hij een afgezant naar Graaf Raymond, om +hem de verzekering te geven van zijne vredelievende bedoelingen ten +opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat zijn persoonlijke waardigheid +beleedigd was, en hij weigerde den boodschapper te ontvangen. + +Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van +Mont'real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren +geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat +hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die +de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende +Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd +zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische +krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige +huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den +Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want +de ridders van Castili, geschoold in een voortdurend oorlogvoeren, +hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid zelf viel Graaf +Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada af te staan, +dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere oorlogsdaden +van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de overlevering vertelt, +dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche Excalibur, wordt nog +getoond in de Armeria te Madrid, en alle geloovige bewonderaars van +ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat dit het zwaard is, dat de +Campeador op den trotschen Berenger veroverde; zelfs de zekerheid, +dat het gevest uit de vijftiende eeuw dateert, brengt dit geloof niet +aan 't wankelen. + +De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal +zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht, +om de blijde gebeurtenis te vieren. + +De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze +uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit +de hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust +benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem +weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood +met hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben +gedronken. Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel, +en op den derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in +vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit +was teveel voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek +te zijn dan zijn tegenstand. Groote Goden! roept de dichter uit, +met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo vlug, +dat de Cid de bewegingen niet kon volgen. Toen gaf de Cid hem de +vrijheid en zij scheidden als goede vrienden. + + + Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij en moedig Frank, + Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte dank. + En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans keer', + Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken weer. + Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons is 't vree: + Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard blijv' in de schee. + Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels 't gelaat + En keek hij angstig achterom, als vreesde hij verraad; + Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer opgeweld, + In 't harte van den trouwen Cid, dien nooit volprezen held! + + + +DE CID VOERT OORLOG AAN DE ZEEKUST. + +De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en voerde zijne troepen +naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia bemerkten, dat hij +zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden zij zeer, en zij +besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te zenden, dat hij +onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde zijne aanvallers +met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem langer tegen +te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze streek en +ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders vestigden +zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij aten het +brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak onder +de Mooren, die bij duizenden stierven. + +Toen zond de Cid afgezanten naar Castili en Aragon met de boodschap, +dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden +onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden +duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor z +versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen Valencia, de +Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich met zijn +geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar. Negen +maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden de +inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was +de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het +aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend +Marken. Zijn macht nam dientengevolge z toe, dat niet alleen zijn +eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem begonnen +te beschouwen als hun rechtmatigen Koning. + +Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen Koning +van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te +mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen +Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en +versloeg hem z volkomen, dat hij na dien nooit meer in staat was +den Campeador te bestoken. + +Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem weer +in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken. En +hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer +zijn baard zou laten scheren. Zoo, zeide hij, zal mijn baard beroemd +worden onder Mooren en Christenen. Hij zond Alvarez Faez ten tweede +male naar het Hof, met een geschenk van honderd schitterend opgetuigde +paarden van het zuiverst Arabische bloed, met de bede, dat hij zijn +vrouw, Donna Ximena, en hunne dochters, zou mogen brengen naar zijne +goederen, die hij zich met het zwaard veroverd had. + +Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen, +Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had +gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De +Cid was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor +den dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te +verspreiden en de Saracenen uit te roeien. + +Inmiddels reisde Alvarez Faez naar het Hof en werd tot den Koning +toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Faez hem deed over +de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren had bevochten +in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen aan de Kroon +van Castili, en een bisdom had gesticht midden in het gebied der +heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna Ximena en de +jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij het hooren +van dit bericht, was Graaf Garcia Ordoez van de Leonesische partij, +die indertijd de aanleiding was geweest tot de verbanning van den Cid, +en die hem uit den grond van zijn hart haatte, zeer verstoord. De +twee Infantes of Prinsen van Carrin echter, die de groote macht en +den groeienden invloed van den Cid zagen, besloten, diens dochters +ten huwelijk te vragen aan den Koning, maar zij verzwegen dit plan +voorloopig. + +Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de +Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden, +dat Alvarez Faez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich daarheen, +en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen. Alvarez Faez +verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals de Cid beloofd had, +en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn meester belet had, +aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen. Zij waren volkomen +bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun vertrouwen in +den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend, om den aard +te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven had. + + + +DE CID VERWELKOMT ZIJN GEZIN. + +Alvarez Faez reisde nu met Donna Ximena en de dochters van den +Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar hare nieuwe +woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg hij zijn +beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de Mooren +veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, om haar +naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie met +groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het kasteel, +van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar veroverd +had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave. + +Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen zij +van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij beschouwden +het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van Spanje op +hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning Yussef +verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij over +zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad +voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit: +Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters hier +heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons brood +verdienen in het vreemde land. + +De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij +omsingelden Valencia z dicht, dat niemand de stad kon binnengaan +of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, die om de +stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde haar +gerust. Houdt goeden moed, zeide hij, want groote rijkdom zal ons +deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze dochters veroveren. + + + +DE STRIJD MET KONING YUSSEF. + +De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in het veld tegen de +Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en woeste strijd. De +Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche bloed, en de +Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado z verwoed, dat de Saracenen +werden weggemaaid als het koren door de zeis. Hij richtte het zwaard +op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche aanvoerder ontweek den +slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in razende vaart, gevolgd +door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de buit in goud, zilver, +kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden en wapenrustingen. + +Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den vijand +te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed, reed hij +naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd gevolgd +hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij uit: +Z worden de Mooren op het slagveld vernietigd. Maar als steeds +gedachtig aan zijn Koning en leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez +Faez en Pero Bermuez naar het Hof met de tent van Koning Yussef en +200 kostbaar uitgeruste paarden. Alfonso was zeer verheugd. Ik zal +dit geschenk van den Cid gaarne aannemen, zeide hij, en moge de +dag van onze verzoening spoedig aanbreken. + +Toen de Infantes van Carrin zagen, dat de roem van den Cid dagelijks +toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de hand +van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun, +met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk +van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij +was zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador +hem bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Faez en Pero Bermuez, +stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van Carrin, +en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te brengen en hem +tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven. + +De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den +Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder +verheugd over de toenadering. Het is mij een vreugde de wenschen +van mijn Koning te vervullen, zeide hij, ofschoon de Infantes van +Carrin trotsch zijn, en slechte vasallen van den Troon. Maar de wil +van God en van den Koning geschiede. + +Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het Hof; +en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis +en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en +hij beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don +Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de +verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de +Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning +een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij +namens de Infantes van Carrin aanzoek om de hand zijner dochters. De +Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van den Koning +waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon geven. + + + +DE DOCHTERS VAN DEN CID TREDEN IN HET HUWELIJK. + +Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de Campeador terug +naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van Carrin. Hij +vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk niet tot stand +was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij niet zonder +vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte echter die +voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de belangrijkheid +van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten van Spanje; +en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van Carrin in den +echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door den krijgsman-bisschop +Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien dagen, en de Cid had +geen reden tot ontevredenheid over zijn schoonzoons, die zich zoowel +in het tournooi als bij den dans als ware ridders gedroegen. + + + +HET AVONTUUR VAN DEN LEEUW. + +De Infantes van Carrin hadden met hunne echtgenooten ongeveer twee +jaar in Valencia gewoond, toen er iets ernstigs gebeurde. Op zekeren +dag, tijdens het middagrustuur, verbrak een leeuw, die gehouden werd +ten dienste van de arena, zijne tralies, en drong het paleis binnen. De +Campeador lag op een rustbank te slapen, maar al zijne onverschrokken +schildknapen schaarden zich om hem heen om hem te beschermen, behalve +de Infantes van Carrin, van wien de een achter de divan wegschoot, +terwijl de ander z haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den +boom van een druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het +rumoer ontwaakte de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe, +legde zijn vaste hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier +naar zijn hok terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk +voelde hij in den Campeador zijn meester. + +Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten +zij hun schuilplaats; zij zagen er z bleek en angstig uit, dat de +dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te lachen. De +trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep beleedigd, +en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak. + +Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de +hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van +Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden +zich over dit bericht; de Infantes van Carrin echter waren minder +verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over middelen +om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied terug +te keeren. + +Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop +blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking hebben op een proeve +van moed van ten minste n der Infantes, die, geprikkeld door de +beschuldiging van lafheid, zich wapende om met een Moor te strijden, +die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero Bermuez, die de gevoelens +van den Cid wilde sparen, doodde den Saraceen, en liet het voorkomen, +alsof de Infante het had gedaan. + + + +EEN GEHEIME DIENST-GESCHIEDENIS VAN DE CID. + +Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den eersten regel +van het volgende gedeelte van het gedicht: + + + Eens koom' de dag, dat 'k van U bei hetzelfde ondervind. + + +Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn van de toespraak +van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem waarschijnlijk +zijn dankbaarheid had betuigd. + +De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de Poema del Cid te +vertalen, was John Hookham Frere, de vertaler van de tooneelstukken +van Aristophanes, die jaren geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij +gaf een waarschijnlijke verklaring van bovengenoemden regel en stelde +den Markies de la Roma daarmede in kennis. Eenige jaren later, in +1808, toen de Markies in Franschen dienst het bevel voerde over een +legerafdeeling in Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een +vertrouwelijke instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen +bevelhebber te overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem +gebracht werd, zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel, +waarvan slechts den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De +boodschap leidde tot n van de gewichtigste troepenbewegingen in +den oorlog met Napoleon. + + + +DE STRIJDENDE BISSCHOP. + +De Infantes van Carrin, die niet veel lust hadden in een langdurigen +oorlog met de Mooren, besloten, bij de eerstvoorkomende gelegenheid +naar hun eigen grondgebied terug te keeren. Maar, als om hen te +beschamen, verscheen de strijdlustige Bisschop Jerome tot de tanden +gewapend voor den Cid, en smeekte hem, aan het gevecht te mogen +deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn toestemming, en oogenblikkelijk +daarna besteeg de dappere geestelijke een reusachtig strijdros en rende +in vollen draf de poort uit en den Saracenen tegemoet. Bij het eerste +samentreffen doodde hij er dadelijk twee, maar hij had het ongeluk, +zijn lans te breken. Niet in het minst uit het veld geslagen, trok deze +vurige zoon van de Kerk het zwaard, zwaaide het boven zijn hoofd als +de meest geoefende soldaat, en wierp zich met zijn geweldig strijdros +ten tweede male op de Moorsche gelederen; en terwijl hij verwoed om +zich heensloeg, wondde of doodde hij met elken slag een Moor. Maar +de vijand omsingelde hem, en het zou slecht zijn afgeloopen met den +vechtenden Bisschop, als niet de Cid, die met de oprechte bewondering +die den strijder gevoelt voor de daden van een ander moedig man, +diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen strijd had gestaakt, +Babieca de sporen had gegeven, en zich in het heetst van het gevecht +had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken de lichtgewapende +Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op hen in, brak +door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en verderf om zich +heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden uiteengeslagen en zij +vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den Cid viel toen op hen +aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden zij het Moorsche kamp +binnen, verbraken de koorden der tenten, en wierpen de schitterende +Oostersche paviljoens omver, waarin de Saracenen gehuisd hadden. + + + Z stormt in het vijandlijk kamp de Spaansche ruiterschaar, + En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen daar. + Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van 't lijf gekapt, + Verbrijzeld liggen zij in 't zand, door paardenhoef vertrapt. + Halt Koning Bucar! roept de Cid; tot mij kwaamt ge over zee; + Gij zocht mij in deez' fellen strijd!... aan mij is 't woord + van vree. + Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw steigrend ros, + Begeer ik uwen vrede niet!... Hij laat de teugels los. + En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open zee, + En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje's ridder mee. + Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning aan: + Kies! wilt gij sterven door het zwaard, of in de golven gaan? + Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen vloeit + zijn bloed. + Moog' z verdwijnen van de aard' het gansche Moorsch gebroed! + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + 't Was op deez' glorierijken dag, dat Spanje's ridder won + Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard Tizon. + + +Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de Infantes van +Carrin, en begroette hen: Nu zij zich als dapperen gedragen, +zullen zij ook door de dapperen goed worden ontvangen, zeide hij +ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche en domme prinsen waren zeer +vertoornd, toen zij deze uitlating toevallig hoorden, en de zucht +naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne harten. Wij zullen den Cid in +den steek laten en naar Carrin terugkeeren, zeiden zij, wij worden +door deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis +zullen wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters. + +Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend +verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming, +overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado en +Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had, en droeg zijn neef, Felix +Muoz, op, de Infantes en zijne dochters naar Carrin te begeleiden. + + + +DE WRAAK VAN DE INFANTES. + +Groot was de droefheid van den Cid en van Donna Ximena, toen zij +afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want zij waren +niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix Muoz op, hunne +dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te zullen doen. Na een +reis van enkele dagen moest het gezelschap het groote woud van Corpes +doortrekken, waar zij op een open plek hunne tenten opsloegen en den +nacht doorbrachten. In den morgen zonden de Infantes de leden van +hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van hunne paarden en sloegen +daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke wijze. De ongelukkige +vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan deze schande te moeten +ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes lachten verachtelijk, +bespotten haar en mishandelden haar z schandelijk, dat zij haar +voor dood achterlieten. Zoo, zeiden zij, is de schande van het +avontuur met den leeuw gewroken. Daarop bestegen zij hunne paarden +en reden heen. + +Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen, +kwam Felix Muoz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte van +het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar ongelukkigen +toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij hare wonden +zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de naastbijgelegen +stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar, zooals haar rang +dat eischte. + +Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd +zijn hart vervuld van toorn; hij gaf daaraan echter geen uiting, +maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na +enkele uren riep hij uit: Bij mijn baard! dit zal den Infantes van +Carrin geen voordeel brengen! Spoedig daarna kwamen de dames Elvira +en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol maar niet met +beklag. Welkom, dochters, zeide hij, God behoede u voor kwaad. Ik +heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik het niet kon tegengaan. God geve, +dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd zie, en dat ik mij zal kunnen +wreken op mijn schoonzoons van Carrin. + + + +HET HOF VAN TOLEDO. + +De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om hem in kennis +te stellen met den grooten smaad, zijne dochters aangedaan door de +Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat gerechtigheid zou +geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over het gebeurde, en +beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat de Infantes daar +zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te verantwoorden. Zij +verzochten toestemming on weg te blijven, maar de Koning weigerde +beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij oogenblikkelijk gehoor +zouden geven aan zijn oproep. Met grooten tegenzin reisden zij naar +Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia, Asur Gonzlez, Gonzalo +Asurez en verscheiden vazallen, in de hoop, door uiterlijk vertoon +den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig kwam ook de Campeador aan +het Hof aan, met eenige beproefde strijders, allen tot de tanden +gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood fluweel met goud +geborduurd, en zijn baard was met een koord samengebonden. Toen hij +binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te begroeten, behalve de +Infantes van Carrin met hun gevolg, want hij leek een hoog edelman, +en de Infantes waagden het niet, hem aan te zien. + +Vorsten, baronnen en edelen, zeide Koning Alfonso, ik heb +u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht te +spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande +aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken +en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht +in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro, +dat hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden +verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de +zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid +zijn klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes +van Carrin hooren. + +Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur onder +al deze hooge ridders aan het Hof. + +Mijn Heer en Koning, zeide hij, niet alleen mij hebben de Infantes +van Carrin beleedigd, maar ook u, die hun mijne dochters ten huwelijk +hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn schoonzoons niet langer zijn, +mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon teruggeven. + +Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij niet +verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar terug +had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning. Maar +het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle middelen, +die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare zwaarden +uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze oogenblikkelijk +Felix Muoz en Martinez Antolinez aan, daarmede te kennen gevende, +dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna wendde hij zich +weer tot den Koning. + +Heer, zeide hij, toen de Infantes Valencia verlieten, gaf ik hun +drieduizend Marken in goud en zilver ten geschenke. Laat hen, nu zij +mijne schoonzoons niet langer zijn, mij dit geld teruggeven. + +Neen, riepen de Infantes uit, wanneer wij daartoe gedwongen worden, +verarmt de landstreek Carrin. Maar de rechters eischten, dat de som +oogenblikkelijk betaald zou worden. De verraderlijke prinsen konden +zulk een schat niet in geld opbrengen, en dus besliste het Hof, dat +zij dan in natura moesten betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen +ontkomen aan was, en dus brachten zij den Cid verscheiden prachtige en +kostbaar getuigde rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van +hun gevolg moesten leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren, +groote verplichtingen op zich moesten nemen. + + + +EERHERSTEL DOOR STRIJD. + +Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste +aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in +het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop +stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte, +dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen +gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees +de oudste van de Infantes, Fernandez Gonzlez, van zijn zitplaats +om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had, +en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had +aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van +zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn; +hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw, +en daagde hen tot den strijd uit. + + + +HET OPTREDEN VAN ASUR GONZLEZ. + +Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur Gonzlez, een +aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen. + + + Het grof gelaat verhit door wijn en 't overvloedig maal, + De kleeren slordig en gescheurd, z drong hij in de zaal. + Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik + En riep: Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick? + Wil hij zich meten met Carrin, dat edel Vorstenhuis, + Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis? + Maar woest sprong Muo Gustioz op: Zwijg stil, gij dronken zwijn, + Die 's morgens vroeg, nog voor 't gebed, reeds zat zijt van + den wijn, + Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord, + Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord! + O, moog' het mij gegeven zijn, dat 'k met dit scherpe staal + De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal! + Genoeg! zoo riep de Koning uit; deez' twist wordt niet beslecht + Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht. + + +Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins +bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren +afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren, +om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de +dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht +zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne +machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het +huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de +strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden +uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrin, die +in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn, +zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten +slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats +hebben over drie weken, en wel in Carrin, zoodat de Infantes geen +enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren, +dat de strijders van den Cid iets op hen vr hadden gehad. + +Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht +hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso +weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke +verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden +meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die +geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige +hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl +de Koning naar Carrin reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen. + + + +HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD. + +Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de +strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats +vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te +wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrin hadden een groote +menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de +kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet +op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op +verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen +ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op +leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen +van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te +gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van +deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze +hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen. + +Gij hebt uwe eigen zwaarden, zeide hij kortaf; deze zijn zeer +voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt +er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen +worden begaan. + +De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op +hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises +op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrin bestegen ook +hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten, +wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak +te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak +Koning Alfonso: Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrin. Het +was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij +wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrin +gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie +verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan. + +Hier volgt de beschrijving van den strijd: + + + Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog, + Zij heffen 't schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog; + Tot d'aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard, + En stormen op elkander toe in razend woeste vaart. + Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond, + Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond. + Ferrando's speer stoot door het schild van Bermuez met kracht, + Maar vr hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht. + Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand; + Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in 't zand, + En kermend smeekt hij om gen, het bloed stroomt uit zijn borst, + En angstig op d'omwoelden grond ligt daar de laffe vorst! + Toen trok Bermuez 't zwaard Tizon, te eindigen den strijd, + Maar de Infant riep: Ik erken, dat ge overwinnaar zijt. + + +Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den +anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de +tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander +in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego, +dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte +van het hoofdhaar van Digo medenam. De verschrikte prins wendde zijn +paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede, +en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Z kreeg de +lafaard de straf der laffen. Toen Digo de aanraking van het zwaard +voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen +en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de +regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende. + +Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muo Gustioz en +Asur Gonzlez op elkander in. De punt van Asurs speer gleed af op +de wapenrusting van Muo, maar de speer van den kampioen van den Cid +doorboorde het schild van zijn tegenstander en ging door diens borst +heen, zoodat zij meer dan een vadem uit zijn schouderbladen stak. De +trotsche Asur viel met een doffen slag ter aarde, maar had nog kracht +genoeg, om genade te smeeken. + +Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de +overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij +naar Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het +blijde bericht, dat zijn eer gewroken was. + +Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de +dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De +Poema del Cid eindigt echter even plotseling als zij begon: + + + Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en macht, + En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk nageslacht. + Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn zwaard, + Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van deez' aard. + Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig 'k mij ootmoedig neer, + Z leefde de Campeador, zijn grooten naam zij eer! + + + +DE WARE CID. + +De bewerking, die Cervantes geeft van de Poema del Cid is misschien wel +de beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid +geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want +de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid +van den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar +een slim, gewetenloos en wreed man was. De Poema is dus een romance, +gebaseerd op de historie, en daar dit boek handelt over de romance en +niet over geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op +een beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. Mio Cid, +de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half Arabische, +half Spaansche vertaling van het Arabische Sid-y--Mijn Heer, +onder welken naam hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche +onderdanen in Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn +leven zoo werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in +het Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang +het hart van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning +Arthur genoemd wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam +van Roland, zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren, +die als een machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis +van zijn vaderland,--den Cid Campeador. + + + + + + + +HOOFDSTUK III. AMADIS DE GALLIR. + + + Op tooverheuvel staat een heerlijk slot; + Betreed met mij de lichte tooverpaden, + Waarop ns jonkvrouwen en ridders traden; + Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot: + Uw blik zal waren langs de schoone dreven, + De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid + Van roem en glorie uit den schoonen tijd, + Die in aloude verzen is beschreven. + + De wapenrusting glinsterend in teere kleuren, + Vergeten schimmen uit het licht verleden, + Verbleekte flarden van veroverde banieren, + Doordrongen van de onsterfelijke geuren + Van d'ouden tijd! O, kom met mij getreden: + De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren! + + +Menig venster in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft +het uitzicht op tafereelen van fantastische schoonheid of sombere +grootschheid, maar geen enkel verschaft ons zulk een schitterend +afwisselend en kleurrijk vergezicht, als het hooge torenvenster, van +waaruit wij die omgeving van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen +aanschouwen, waar de beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den +Gallir zich heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is, +bevindt zich in een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont +ons de soort van landschap, die de wevers van oude tapijten, of de +fantastische schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden +ons ligt een vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren +beekjes doorheen stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels, +waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer +gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp +geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna +bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk +van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland +is bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de +heldere kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het +geschitter der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der +krijgsmuziek. Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd +ijs, verrijzen aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren +op een vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen +en terrassen loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het +tooneel is inderdaad schoon als een stukje van het Paradijs. + +Z schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer wij voor het +eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar wanneer wij, +met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter, er een +dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen het +heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen +liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei +monsters krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen, +de lichte paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze +toovenaars. Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke +eilanden, die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de +rotsen en bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte +gedeelten, de atmospheer van Amadis is doortrokken van zulk een +glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief te krijgen; +wij gevoelen, dat de gruwelen, die zij bevatten, slechts een sterker +product zijn van den wijnstok der romantiek, een bijzondere oogst, +die bedwelming geeft. + +En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze observatiepost +blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze wonderbare +streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank worden +toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige maanlicht +glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche blankheid; +bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der toovenaars, en de +bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee en bosch als +levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de heuvelen en de +ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige monsters, +en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven ontwaakt. + +Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de oogen +van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een geestdriftig +gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen der +letterkunde begroet werden? De schrijver van Amadis ontsluierde +voor de ridderschap van Spanje die wereld, waarvan zij gedroomd +had. Elke ridder voelde in zich de mogelijkheid van een Amadis +en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de eigenschappen van een +Oriana. De geest en de stemming van het boek veroverden de Spaansche +ziel volkomen, verbonden grovere idealen, en schiepen een nieuw +wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige van het verhaal +en de verschillende gebeurtenissen, die er uit voortkomen, zijn een +samenhangend geheel en niet slechts een opsomming van afzonderlijke +krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van kleederen, +uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf van ruwe +ridders of breedsprakige koningen, zooals dat bij de Cantares de +gesta het geval was geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met +de liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw, +inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn, +werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals +dat nooit gedroomd was door de ruwere dichters der Cantara. + + + +DE OORSPRONG DER AMADIS-ROMANCES. + +De eerste Spaansche lezing van Amadis verscheen in een Portugeesch +kleed en was het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira +(1261-1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed, +waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld +tot ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert +Southey het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat +was van deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs +melding gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere Pedro de Lobeira, +Amadis uit het Fransch vertaalde, in opdracht van den Infant Don Pedro, +den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke Fransche verhaal is volkomen +verloren gegaan, maar de Spaansche vertalingen, die er uit voortkwamen, +bleven behouden, en ook de Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard +gebleven. Het is bekend, dat een handschrift van Lobeira's romance +reeds in het eind van de zestiende eeuw in de archieven der Hertogen +van Arveiro te Lissabon gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was +in 1750. Na dit tijdstip echter werd het door de boekenverzamelaars +uit het oog verloren, en alles wijst er op, dat het vernietigd werd +bij de aardbeving van Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk +paleis, waarin het bewaard werd. + +Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door de Spaansche +vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het geboorteland van +Amadis in het Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den +Castiliaanschen geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard +bleef, maar dat dit waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden +vorm. In de jaren tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoez de +Montalvo, gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak, +de romance te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer +het werk gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan, +maar men zegt, dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren +door de gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover +in Amadis gesproken werd. Dit was in 1519 en niet in 1549, zooals +Southey vermeldt. Misschien hadden zij het oog op de Portugeesche +vertaling, maar in ieder geval is het bekend, dat er in 1519 een +uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. Wij hebben elders +reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd overgebracht, +en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, maar wij +moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van Amadis +(dus de oorspronkelijke Amadis) door Montalvo zijn geschreven; de +rest is van de hand van anderen. + + + +ELISENA EN PERION. + +De handeling der romance begint op een duister en onbepaald tijdstip, +dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na den dood van +den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning leefde, +Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke dochters. De +oudste, bekend als de vrouw met de guirlande, omdat zij steeds +een bloemenkrans droeg, was eenige jaren tevoren in het huwelijk +getreden met Koning Languines (Angus) van Schotland, en zij had twee +mooie kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter, +was over de geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid, +maar ofschoon vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden +gedongen, wilde zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan +heilige werken. Volgens de opvatting van alle ridders en edelvrouwen +van haar vaders Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw +door ongehuwd te blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde, +dat de schoone en heilige Elisena door de meer wereldschen onder de +vroolijke ridderschap, werd aangeduid als de Verloren Kwezel. + +Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar +koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door +in de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van +Klein-Brittanje bedekten. Bij n van deze gelegenheden, toen hij, +zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen reed, +hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het bosch +kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee Britsche +ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien hij, +afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en hooge +geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid +gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te verslaan. + +Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken, +ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke +wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk +Spanje, z door de bewoners behandeld kon worden, als dit met hem +het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig antwoordde, +dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden werden, +en dat de verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, en hun lot +hadden verdiend. + +De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning van +Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit hoorde, +maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning Perion +van Galli was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met hem te +sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke ambtgenoot +hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin toestemde, +keerden zij naar de stad terug. + +Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk +feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena +aanzaten. Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd, +of zij gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van +hen had meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal +hadden verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd +en vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de +Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld +was geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde +voor Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde, +haar tot vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena +te brengen, opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn +liefde te verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze +boodschap, en Elisena was z verlangend, zelf van Perions lippen de +bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats +of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de +morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door +haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen +en ridderlijken vorst, die zoo plotseling erin geslaagd was, haar +ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en droefgeestig +was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van Garinter, toen +moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid nam, gaf hij zijn +woord aan Elisena, wie hij n van de twee volkomen gelijke ringen, +die hij droeg, als pand gaf van zijn trouw. Hoe hij echter zocht, +hij kon zijn zwaard niet vinden, een beproefd en betrouwbaar wapen, +en tenslotte gaf hij het op, ernaar te zoeken. + + + +DE GEBOORTE EN HET VERSTOOTEN VAN AMADIS. + +Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep bedroefd, en Darioleta +slaagde er niet in, haar te troosten en haar op te wekken uit den +toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In het rijk van +haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een oude wet, +die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen eed aan +elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig hadden om +hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat het later +door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden elkander +deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den toorn van +haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden gevraagd, +en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten angst +voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en driftig +man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen, voordat +hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de wereldsche +en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen om haar +meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den Koning, +en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om het te +beletten, bouwde zij een kleine houten ark, maakte die waterdicht met +teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer meesteres, +plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard van Perion, +dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef zij op +een stuk perkament: Dit is de Koningszoon Amadis, bedekte dit +geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden uitgewischt, +bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had gegeven, en +hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind. Toen droeg +zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de rivier, +die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het toe +aan de kabbelende golfjes van het diepe water. + +De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl +van het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door +de golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch +schip, waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit +Galli naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel +zetten de zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig +gegrepen hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van +Gandales was z verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij +besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer +het schip de Schotsche haven Antalia [19] binnen, en Gandales bracht +den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn +eigen zoontje Gandalin. + +Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was, brachten +Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin, de Vrouw met +de Guirlande, een bezoek aan het kasteel van Gandales, en zij waren +zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid van Amadis, dat zij +den wensch uitdrukten, hem als hun eigen kind aan te nemen. Gandales +vertelde hun, wat hij van de geschiedenis van het kind wist, en +het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als hun eigen zoon te +beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige omstandigheden, waaronder +hij gevonden was, bij iedereen bekend als het Kind van de Zee, en +deze naam bleef aan hem verbonden, totdat zijn identiteit volkomen +bewezen was. Hij toonde geen tegenzin zijne nieuwe beschermers +te volgen, maar hij was wel bedroefd, omdat hij zijne pleegouders +verlaten moest. De kleine Gandalin wilde echter volstrekt niet van +hem gescheiden worden, en hij smeekte z hen samen te laten, dat +Koning Languines tenslotte beide jongens met zich medenam. + + + +PERIONS DROOM. + +Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel hij weer in beslag +genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch bezwaard van ziel +om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn verblijf aan het Hof van +Garinter. In dien droom was iemand zijn slaapvertrek binnengekomen, had +een hand in zijn borst gestoken, zijn hart er uitgenomen en dat in de +rivier geworpen, die langs den tuin van Koning Garinter stroomde. Toen +hij in zijn angst gilde, zeide een stem, dat hem nog een hart was +overgebleven. Hij werd verontrust door de herinnering aan dezen droom, +dien hij niet kon ontraadselen, en dus riep hij alle wijzen van zijn +koninkrijk te zamen en verzocht hen te beproeven, een verklaring +ervan te vinden. Slechts n van hen kon den droom uitleggen, en de +wijze verzekerde hem, dat het hart, dat hem uit de borst was gerukt, +een zoon was, die hem door een edele jonkvrouw was geboren, terwijl +het tweede hart een andere zoon beteekende, die op een of andere +wijze zou worden weggenomen tegen den wil van haar, die zich van het +eerste kind had ontdaan. Toen de Koning terugkwam van den wijzen man, +ontmoette hij een geheimzinnige jonkvrouw, die hem groette, en zeide: +Weet, o Koning Perion, dat wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het +Koninkrijk Ierland zijn schoonste bloem zal verliezen, en voordat de +Koning haar terug kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen. + +Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena traden +in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw vroeg, +of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over de rol +die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij alles +loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon +en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts +twee en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin, +die in dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden, +eens in de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige +reus uit de golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met +hem uit de voeten maakte, voordat iemand het kon verhinderen. + +Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een +schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit: +De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken! De ouders waren diep +bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet +bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze +de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over +de twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen +had, was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en +vriendelijk schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het n van +zijn eigen reuzengeslacht ware geweest. + +Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue, +en bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland +bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van +een vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden +tot een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een +jonge vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion +gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat +slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den +reus Albadan [20], die zijn vader gedood had en hem de rots Galtares +had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den kluizenaar. + + + +ORIANA. + +Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte van Brittanje +in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon ontvangen werd +door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote Brisena en zijn +bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste schepseltje +ter wereld; en omdat zij zoo'n last van zeeziekte had, besloten +de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te laten. Amadis +was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien, z groot en +forsch was hij, en de Koningin stelde hem aan als page van Oriana, +die zeide, dat zij dit prettig vond. Amadis koesterde deze woorden +in zijn hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist +niet, dat Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve +en ernstige kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid +opvatte. De stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen, +was aandoenlijk schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis +was zeer bescheiden en Oriana was een ingetogen meisje. + +In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van ridderlijkheid, +zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem tot ridder te +slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen verlangde naar +een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou opleggen, maar hij +ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens voor hem gesmeed +zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem in zee gevonden +had, het bericht van de plannen van den jongen, en Gandales stuurde +een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en het perkament, +die hij in de ark had gevonden bij den kleinen zeevaarder. + +Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en +toen hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het +perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig +document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna +bracht Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te +vragen tegen Koning Abies van Ierland, die Galli was binnengevallen +met zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten +naam Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand +tot ridder worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn +voorspraak te zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette +niet op zijn vraag. Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid, +en zij antwoordde: Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij +mij ooit gedaan hebt. + +Ach jonkvrouw, zeide Amadis, ik ben niet waard iets te vragen aan +iemand zooals gij. + +Wat? riep zij uit, is uw hart z zwak? + +O, jonkvrouw, antwoordde hij, het is te zwak in alles wat u betreft; +maar het zou u willen dienen, alsof het uw eigendom was. + +Mijn eigendom, zeide Oriana verward, en sedert wanneer? + +Sinds gij het prettig vondt, antwoordde Amadis met een +glimlach. Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren, toen de +Koningin mij voor uw dienst bestemde? + +Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt, zeide Oriana +verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door haar +allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden +van haar droefheid te vragen. + +De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het +Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana +keerde tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op +zijn vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen, +naar Galli te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden, +en Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. Gij zult als mijn +ridder ten strijde trekken, zeide zij eenvoudig en lieftallig. Amadis +kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions dochter +(en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen, dat +haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem dit, +en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den +jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus +te knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen +aan zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan. + + + +AMADIS TREKT OP AVONTUUR UIT. + +Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar Galli, en dus nam hij +teeder afscheid van Oriana, en verliet, begeleid door zijn pleegbroeder +Gandalin, tegen den avond het paleis. Zij hadden nog niet lang gereden, +of zij ontmoetten de geheimzinnige toovenares, die, zooals wij gezien +hebben, zulk een levendig belang stelde in het lot van onzen held, +en wier naam Urganda was. + +De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten +geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen het huis, waaruit hij +was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden. Zij was vergezeld van +een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef deze bij hem, en +zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en dat zij gewoonlijk +niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig had ontmoet. Zij +hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel kwamen, waar zij +een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester daarin bedreigd werd +door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het voorplein, en ontdekte +Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde tegen twee ridders en +eenige soldaten. Met een kreet van woede viel Amadis de belagers aan, +zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en deelde zulke hevige slagen +uit, dat de verachtelijke ridders, die den Koning hadden aangevallen, +gedood werden, en dat hunne volgelingen op de vlucht werden gedreven. + +Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij +niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen +het kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met +de wederzijdsche belofte, elkander in Galli weder te ontmoeten. De +jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde hem, dat zij +een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den naam +zijner Vrouwe, z begon te beven van vreugde, dat hij, als Gandalin +hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn gevallen. Toen nam +de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij haar meesteres zijn +succes zou melden. + +Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het +Hof van Koning Perion van Galli aan. Zij hadden nog slechts eenige +oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van +Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen +dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een +uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd, +waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne +volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder +in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren, +terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis, +die met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en +in het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling +van Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd, +en toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den +volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus +samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde, +werd Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde. + +Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring +verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de +Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en +die het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en +dien zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem +ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het verlies zou bemerken, +gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar de Koning vond zelf +het verloren kleinood en stelde een onderzoek in naar de herkomst van +den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia, en de herkenning +van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de overtuiging, +dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren zoon; en +toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe hij +in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn +identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden, +en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger. + +Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis, +Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij +was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij +gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest +heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot +hij daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen +ontvangen. Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden +nog slechts twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van +een wreeden ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist +een eenzamen krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde +erin, de bende te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor +den vreemdeling, dat hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag +te mogen ontvangen. Deze gunst werd hem met vreugde verleend, en +nadat Amadis--want hij was de vreemde ridder--vertrokken was, vroeg +Galaor een jonkvrouw, die hij plotseling naast zich vond staan, of +zij den naam kende van den ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De +jonkvrouw, de toovenares Urganda, antwoordde, dat hij Amadis heette +en dat hij de eigen broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde, +was hij uitgelaten van vreugde, maar zijn vreugde was vermengd +met groote droefheid, omdat hij hun verwantschap niet ontdekt had, +voordat zij afscheid van elkander hadden genomen. + +Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis achterna, +die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor. Zij +vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had, +het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem, +maar bedroefde hem tevens. + +Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn +reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan +de wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had. + +Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming, +en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig +strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed +onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met n slag den +strijd te beslechten. Maar toen hij woest zijn knots zwaaide, trof hij +zijn eigen paard; hij viel met donderend geweld ter aarde, en Galaor +reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel hij echter van zijn ros, +en ontving een vreeselijken vuistslag van den reus, maar hij herstelde +zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den arm van het monster bij +den schouder af. Feitelijk was hiermede de strijd geindigd, want +met een tweeden slag van zijn zwaard, onthoofde hij zijn tegenstander. + +Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen in +den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner ondernemingen, +zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der edelste paladijnen +van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan het Hof van +Lisuarte zouden boekdeelen kunnen vullen; zijne voornaamste praestaties +waren een verdelgingsoorlog tegen de reuzen, de nederlaag van den +overweldiger Barsinan en den toovenaar Archelaus, benevens een groote +menigte krijgsverrichtingen, te veel om ze hier te beschrijven. Zijne +heldendaden zijn samengeweven met die van zijn broeder Galaor, met +wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte, daar geen van beiden +den ander herkende door de wapenrusting. + + + +DE BELOFTE VAN LISUARTE. + +Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te Londen, er een +bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een wonderschoone kroon +en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze tot elken prijs +te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een bepaalden dag zou +terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning verbond zich, +kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van verlies van +zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den valschen +toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte getoond had, +waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze wenschte te +dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, hij ontdekte, +dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en verlangde zijn +loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en mantel +verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar eischte +Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak oogenblik +ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met Oriana, +die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte viel in +een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd was. + +Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof +vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden zij zich naar Windsor, +vast besloten de booze plannen van den toovenaar te verijdelen. Deze +wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent naar den Britschen +troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door Amadis overwonnen +was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner vijanden, en +nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele jonkvrouw, +ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door Archelaus +werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het oog +kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen, +maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de +handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht. + + + +HET VERSTERKTE EILAND. + +Met het begin van het Tweede Boek treden wij een wonderbaarlijke +en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in waarheid het Cor +Cordium, de spiegel, de quintessence der romantiek genoemd worden. Het +brengt ons in kennis met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons +beschreven wordt als een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij +stond zijne rechten af aan zijn jongeren broeder, en voer door de +Groote Zee, waar hij een eiland ontdekte, dat slechts door boeren +bewoond werd, en waar een machtige reus heerschte; dit eiland was +bekend als het Versterkte Eiland, en werd in verscheidene romances +bezongen als een waar paradijs. + +Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen +totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar +voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige +betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen, +die niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even schoon als zijn +geliefde Grymenysa. De wonderen van dit tooverland zijn wel waard +beschreven te worden, en daar een groot gedeelte van de handeling +dezer romance zich daar afspeelt, zullen wij ons inschepen op de +toovergalei, die altijd gereed ligt in de haven der legende, en naar +het eiland zeilen, om op de betooverde kust te landen. + +Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland. + + + HET VERSTERKTE EILAND. + + Apolidon, door toovermacht, + Bouwde een huis van wondre pracht + Op een eiland, waar geen enkel schip + Voer door de zee langs die eenzame klip. + Op de granieten zuilen van de poort + Grifte hij het strenge woord, + Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk, + Zou mogen komen in dit gezegend rijk. + Hangende terrassen glinsterend wit in de zon, + Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van Babylon, + En de hoogte was van zulk een stralende pracht + Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht, + En uit een groep van mirten, teedergroen, + Verrees een wit en heerlijk paviljoen, + Dat toescheen aan de zeelieden van ver, + Een op een weiland neergedaalde ster. + Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan 't oog + Een tooverachtig fonkelende stralenboog + Met zon en sterren heerlijk bejuweeld; + En in die nis stond een betooverd beeld, + In welks ten hemel opgeheven hand + Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen brand. + En als een ridder of een maagd + In overmoed het had gewaagd, + Geboren uit een vrij geslacht, + Minder in schoonheid en in macht + Dan toovenaar Apolidoon, + Of Grymenysa, wonderschoon, + Te treden in de tooverhal, + Dan zou, met bulderend geschal + De koperen klaroen uitbarsten in geweld, + Zoodat daar de vermetele werd neergeveld. + Maar als een jonkvrouw, hoog van naam, + Een ridder zonder vrees of blaam + Zou komen aan de poort, + Dan zouden in den zaal'gen hof + Fanfares, daverend van lof + En vreugde zijn gehoord. + Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn; + Een platte steen van jaspis of van serpentijn, + Waar, tusschen vlammende arabesken glinst'ren zou de naam + Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam, + Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden + Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden, + Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs + De heerschers uit dit wond're paradijs, + Gegoten in de bovenaardsche praal + Van glinsterend, onsterfelijk metaal. + Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar + Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin, + Als een verheerlijking van grenzenlooze min, + Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar: + Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren deur + Opdat slechts 't edelst hart, dat ooit werd voortgebracht, + Aanschouwen zou die goddelijke pracht + En zich zou laven aan den bovenaardschen geur. + En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan, + Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in de zwaarden, + Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde, + Als strenge wachters voor de kamer staan. + En alle draden van zijn wonderbaren geest, + Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel + Rondom de schaduwen van deze citadel + Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest. + Toen ging hij uit die plaats van zaligheid, + Aanroepend alle geesten als beschermers dezer oorden: + Sabitu, Baphomet, Siduri, met zijn tooverwoorden, + En macht hun gevend tot in eeuwigheid. + En toen de maan verduisterde aan de lucht, + Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht; + Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit gehoord, + En nimmer keerde hij terug naar 't zalig oord. + Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht, + Gestalten zweven, witter dan de neev'len dicht, + En altijd hooren zij nog bij het vallend duister, + Een teeder zuchten en een lispelend gefluister. + + +Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins Apolidon er een +gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er niet in slaagde, +door den eereboog te gaan en toch het geweldige trompetgeschal +overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou worden gegooid; +maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond, ontvangen en gediend +zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij, dat, wanneer het +eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de betoovering zou worden +opgeheven. + +Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had geduurd, +ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen en op +avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de wonderen +van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide, nauwelijks +twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij zich toen +bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn geluk te +beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder, stemde erin +toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming. Toen zij bij +het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen, waarvan de +muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs getracht +hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen gelukt +was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het paviljoen +doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere ridders gefaald +hadden, ontzonk hem de moed. + + + +AMADIS GAAT ONDER DEN BOOG DOOR. + +Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van koning Languines van +Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk zouden trachten onder +den boog door te gaan. Toen hij door de poort trad, deed de trompet, +die door het tooverbeeld werd omhoog geheven, zachte klanken hooren, +en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde Amadis den overdekten +gang, en de trompet blies nog luider en melodieuser dan zij eerst +gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne schreden naar de +afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis, waarop geschreven +stond: Dit is Amadis van Galli, de ware minnaar, zoon van koning +Perion. Terwijl zij dit lazen, kwam Ardian, de dwerg van Amadis, +op hem toeloopen met de mededeeling, dat Galaor en Florestan, zijn +broeders, getracht hadden onder den boog door te gaan, maar dat zij +van alle kanten door onzichtbare handen waren aangevallen, en nu voor +dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes keerden dadelijk op hunne +schreden terug en vonden de jonge ridders in een toestand van diepe +bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo goed mogelijk hielp, +trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te treden, maar ook hij +ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn verloor. + +Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de +uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen +hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht +was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten +kamer binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij +raapte dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen +de zuilen en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare +krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen. Hij hoorde +een verschrikkelijk geweld van stemmen, alsof alle ridders der geheele +wereld tegen hem schreeuwden, en de slagen daalden met verdubbelde +kracht en woede op hem neer. Maar de gedachte aan zijn geliefde maakte +hem sterk en hij hield stand. Zoo nu en dan kreeg hij stompen tegen +de knien, en nmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar +hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf +openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd +hem een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep +uit: Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft +in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft, +en die in zijn tijd zijn gelijke niet had. De hand die hem leidde, +was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt +door een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween +de hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren. + +Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland +hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij +naar het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij +bewonderden alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de +wonderbaarlijkste schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker +te aanschouwen dan de standbeelden van Apolidon en Grymenysa. + + + +ORIANA'S WREEDHEID. + +Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben genomen, Brittanje +verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het paleis terug, om de +stukken van een zwaard te halen, die hem door een jonkvrouw gegeven +waren met de bede den dood te wreken van haar vader, die door de hand +van een laffen moordenaar gevallen was. Amadis had als een goed ridder +beloofd het gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken +had. Toen Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn +terugkomst, en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had, +een zeker zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het +te halen. Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana +maakte een verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg, +en daar zij Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem +een wreeden brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht, +niet terug te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange +reis vond hij Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem +den brief. + +Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had +scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat +Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid +liet Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen, +en verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat +hij zien zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis zou +hebben gehoord. Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te +openen, zoodat hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen +krijgen. Vergezeld door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan +achten, begaf hij zich op weg naar een dichtbij gelegen kapel van +de Heilige Maagd; daar bad hij innig, dat zij zijn voorspraak zou +zijn bij haar Goddelijken Zoon, opdat hij hem genadig zou zijn, want +hij gevoelde, dat zijne dagen geteld waren. Daarna nam hij hartelijk +afscheid van den Gouverneur, besteeg zijn paard, en reed zonder schild, +speer of helm, heen. + +Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen +ridder Gandales, die bij al deze avonturen zijn meester nooit had +verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden brief van +Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij besloten, den +wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou overkomen. Zij +vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron, uitgeput door +zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het vallen +van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot hem +doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig +lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin, +en hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn +neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder, +die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen +rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam, +zou dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong +hij te paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden +wreker te zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig, +en Amadis daagde hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een +woedend gevecht, waarin Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een +hevigen slag toediende, dat deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis +liet den gewonden ridder over aan de zorgen van Durin en reed verder, +nog steeds gevolgd door Gandalin. + +Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden +toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te +volgen. Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen +en klachten de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de +zorgzame Gandalin sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok +door de meest verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij +was afgedwaald. Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een +berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien hij verzocht, bij hem +te mogen blijven. De kluizenaar groette hem vriendelijk en Amadis +stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit, die hem vertelde, +dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven mijlen in zee +vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of de Schoone +Sombere Ridder, omdat hij even beminnelijk als bedroefd was. + + + +DE KALE ROTS. + +Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het strand, en nadat hij zijn +paard aan de zeelieden had gegeven, ging Amadis met den kluizenaar +aan boord van een schip en voer naar de Kale Rots, zooals de monnik +de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde Amadis het leven van +ontbering van den kluizenaar, niet uit godsvrucht, maar uit wanhoop, +niet denkende aan zijn roem als krijgsman, en verlangende naar den +dood--dit alles om de wreedheid eener vrouw! + +Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof, +en vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen, +en hoe schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland +had doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon +zijn geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan +om te sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij +schreef haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij n harer +kamervrouwen, die de Maagd van Denemarken genoemd werd, en een +zuster was van Durin, naar hem toezond. + +Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen +had op den avond van den dag, waarop hij Oriana's wreeden brief had +ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende, +die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem, op den rand van de +bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had aangehoord, was +zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat zij zich diep +bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost wilde worden. + +Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed, +de volgende versregels: + + + Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en ridderspel! + Waarom te leven met een smart, oneindig groot?! + Roemvoller is een eed'le heldendood. + + De trouwe dood, in zijn barmhartigheid + Zal eens mij brengen de vergetelheid. + Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden, + Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed lijden, + Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft bedorven, + Maar ook den krijgsmansroem, in dapp'ren strijd verworven. + + +Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die Florestan liefhad, bij +de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de geschiedenis van +Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette, maar dat het +gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij vroeger gekend +had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren, zongen de jonge +meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist, dat Amadis en +Beltenebros dezelfde waren. De Maagd van Denemarken, die uitgezonden +was, om Amadis te zoeken, werd door stormen overvallen en naar den +voet van de Kale Rots gedreven. [21] Zij landde met Durin en een +dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan, biddende in een kapel; +en toen hij het gelaat van het meisje aanschouwde, bezwijmde hij. + +Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook +moge toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de +middeleeuwen. Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van +iemand, die zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe, +en dat hij zich voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken +op een kale rots, omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet +menschen van onzen tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan. + + + Moet 'k, door liefdesmart geplaagd, + Sterven om een schoone maagd? + + +Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo voorzichtig +hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer overgrootmoeders, dat in +stukken zou vallen, wanneer wij het ruw behandelden. Wanneer wij denken +aan de wijze, waarop Dante en Petrarca uiting gaven aan hunne vereering +voor de vrouw, en hoe de Hoven der Liefde het werk hebben voortgezet, +dat zij begonnen waren, kunnen wij er ons niet over verwonderen, +dat mannen, opgevoed in dergelijke opvattingen, en de vereering van +de vrouw beschouwende als bijna even belangrijk als de Godsvereering, +in staat waren zich over te geven aan zulke hartstochtelijke uitingen +van wanhoop, wanneer het voorwerp hunner aanbidding hen griefde of +verliet. Daarenboven is door alle eeuwen heen de mannelijke geest +uiterst gevoelig geweest voor vrouwelijke ongenade. Zooals wij +bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij levensbeschrijvingen lezen +van groote mannen, zooals Goethe. + +Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot +dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de +verzen van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere, +nuchtere verstand van den middelmatigen man, en door de combinatie van +mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd, de gevoelens +van beide sexen te doorleven. + +Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de +besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale +blijft, moet zij beschouwd worden als n van de groote stuwende +krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets anders heeft +bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der wereld. En juist +in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de aangewezen plaats +is voor zulke overdreven uitingen, behoort het jongere geslacht met +waardeering de teedere schoonheid en de groote bekoring op te merken +van een eeredienst, die, al is hij nog niet geheel dood, dan toch +zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne jeugd, dat zij deze +overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag haar een open oog +te hebben voor den fijnen geest, de groote ridderlijkheid, en bovenal +voor de ingetogenheid en het gevoel van eigenwaarde, die deze uitingen +kenmerkten. Het is een verblijdend teeken des tijds, dat de beide +sexen elkander beter leeren kennen. Maar wij moeten ons hoeden voor +een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek aan waardeering. Wij +moeten nog iets overhouden van de ernst en de schoonheid van den +vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet vervallen tot een +gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren ongetwijfeld +met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen terugdenken. + +Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd van +Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug te +keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed dat +zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid van den goeden kluizenaar, +en voer met het schip, waarmede de Maagd van Denemarken gekomen was, +naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen tijd bleef, want hij +was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te ondernemen. Maar na +verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn schildknaap in dienst, en +hij begaf zich met Durin en diens zuster op weg naar het Engelsche Hof. + + + +DE BEROUWVOLLE ORIANA. + +Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes tevergeefs naar +Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte stemming te Londen +aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, begaf zij zich naar +het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de stad verwijderd +was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de overtuiging, +dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, waarop +zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw op +hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van +Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van +Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best +worden weergegeven in verzen. + + + Miraflores, waar ontspringen + Zilvren beekjes, vogels zingen, + En het hoog en statig hout + Slechts een deel schijnt van het woud, + In de stilte uwer lanen, + In de schaduw der platanen + Wacht ik zijn vergiffenis, + Die mijn troost en redding is. + + Miraflores, naam van pracht! + Moge ik leeren dag en nacht, + In uw zoet doorgeurde dreven, + Wat het hoogste is in 't leven: + Mij in 't goede te verblijden, + Booze woorden te vermijden, + Zoodat ik, in deemoed klein, + Zijn vergeving waard zal zijn. + + +Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te Windsor, die hem +uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, zijn neef, +den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van den +Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning Abies +van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd +hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die +met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer +vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven; +hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen +hem zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven, +wanneer Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd +te geven aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan +Basagante, zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met +rustige waardigheid af. + +Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan +ook zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de +oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud +aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een +tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen +strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij +wisselden dus den handschoen. + +Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora +met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat +hij niet meer gedaan had sedert het bericht van de verdwijning van +Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in +scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen +dus het volgende liedje: + + + Leonora, scheppings roem! + Witte, smettelooze bloem, + Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen, + Waarom in lentetijd + Geurt gij in eenzaamheid, + Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen? + + Wilt gij, o bloesem rein, + Dan niet de mijne zijn, + Dat ik u koesteren kan en dragen. + Geef dan uw zoeten geur, + Bloei dan in teere kleur, + Als lieve troost in mijn droeve dagen. + + +Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te deelen, dat Corisande +aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met Florestan gelukkig +hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, maar kon toch niet +nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met haar eigen droevig +lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit oogenblik trad de +Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met kloppend hart naar +het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw haar den brief van +Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij bijna van vreugde. + +Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende +was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij +doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een +groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich +op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij +een ridder, den reus Quadragante, n van de verbonden vijanden van +Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen strijder uit het zadel, en +dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich te onderwerpen aan Lisuarte. + + + +AMADIS VERSLAAT FAMONGOMADAN. + +Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige tenten, die in een weiland +waren opgeslagen, en bewoond werden door een gezelschap van ridders +en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses Leonora. De ridders +drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou breken. Hij wierp hen +allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. Terwijl hij zich eenige +mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn oog op een wagen, +vol geladen met ridders en maagden, die geketend waren. Gezeten op +een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor den wagen uit, +vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als Famongomadan, +die den ridder gezonden had om Lisuarte uit te dagen. Amadis was +zeer vermoeid door het gevecht met de ridders, en hij gevoelde dus +weinig lust, hem op dit oogenblik te ontmoeten, maar toen hij zag, +dat Leonora en hare maagden ook in den wagen waren, sprong hij op +zijn paard, en met den blik gericht op Miraflores, waar Oriana was, +wachtte hij den aanval van den reus af. + +Toen Famongomadan hem zag, overrompelde hij hem als een menschelijke +lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van Amadis, maar de +ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het monster, en het +wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante dit zag, snelde +hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn gevallen paard vandaan, +trok zijn zwaard, en hieuw n der beenen van zijn tegenstander +af. Maar zijn zwaard sprong in stukken door de kracht van den slag, +en er volgde een verwoed gevecht om de strijdbijl van Basagante, +maar Amadis ontrukte zijn vijand de bijl en sloeg hem het hoofd +af. Daarna doodde hij Famongomadan met diens eigen speer, bevrijdde +de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de lijken der verslagen +reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de mededeeling, dat zij +gezonden waren door een onbekenden ridder, Beltenebros genaamd. Toen +besteeg hij het groote, zwarte paard van Famongomadan, en draafde weg. + +Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en +zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn +geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in +zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben, +den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten +de reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven +ernstig door Amadis verwond. + +Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis +het gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij +verliefd was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar +niet liefhad. Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele +Hof wist nu, dat Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was +zeer verwonderd over de macht van dien nen arm. + +Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming +en het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en +bij hem voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte +was hierover zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten +den Koning tegen Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste +ridders op deze wijze van het Hof verwijderde. + +Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven, +waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij +slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar +toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met +geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land +terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote +vreugde van alle bewoners. + +Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de geaardheid +van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven mijlen breed +was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. Apolidon had +zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; n ervan heette +Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; het tweede was Het Kasteel +van het Hert en de Honden. Het derde heette Het Draaiende Paleis, +want driemaal daags en drie keer per nacht draaide het met groote +snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de muren bevonden, dachten, +dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was Het Paleis van den +Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit een overdekte laan +te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, alsof hij ze wilde +dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer te voorschijn +met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen weer naar +zijn verborgen verblijf terug joeg. + +Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer, +de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte; +maar deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter +Madasima en andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten +onthoofden, wanneer zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen +afstand deed van haar koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden +het in Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke maatregelen nam, +en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om de bedreigde +vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het Hof van +Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten val +wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch, +om zich daardoor te laten benvloeden, en bij de komst der ridders +stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid. + + + +AMADIS TWIST MET LISUARTE. + +Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige menschen zijn +dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De raadslieden van +Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste vesting der +reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen verdedigd +werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming als een +onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd medegedeeld, +ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan Amadis op +het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien Madasima, +de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een vriend +zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer bewoond +werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle macht +verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland, +met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen, +dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opgeischt; het gelukte +hun deze overweldigers spoedig te verdrijven. + +Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok +zoo spoedig mogelijk naar Galli, omdat hij zich ongerust maakte +over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om +levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder +Galaor en Koning Cildadan te verlossen uit de macht van een reus, +die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in Galli +begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene jaren niet +gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza geland, +waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst, versloeg; +maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen vijanden, +en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van Galvanes +en zijn vrouw Madasima. + +Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde, +vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn +geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep +van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien +zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder +leven op te kunnen teren. Jonkvrouwen, die een beleediging, haar +aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij +in de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden was. + +Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een +brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij +hem een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Galli niet te +verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem +niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer +hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht, +niet de wapenen tegen haar vader te voeren, en Galli slechts dan te +verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis +besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden, +met wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was +binnengevallen. + +De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des +nachts door een donker woud weggevoerd, om hare meesteres voor schande +te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had, was een +leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht had, +Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het met +zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen +jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde, +zoowel in huis als op de jacht. + +Intusschen had Amadis, die zich de Ridder met het Groene Zwaard +noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij den laatsten +tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg, met zich +mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier jaren +een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te +ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd +aan het Hof vertoefde. + +Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne dochters +op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano woonde; +daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot zich te +nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians hals +gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda geschreven +was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en bevatte den +raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem eenmaal uit +een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus, Esplandian +en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te nemen, +en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een leeuwin +bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest zijn; +want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van +het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had weggevoerd. + +Bij n zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke avonturen, +was Amadis ernstig gewond door een monster, dat hij verslagen had, +en hij werd toen verpleegd door een jonkvrouw, Grasinda geheeten, +die hij, uit dankbaarheid voor hare vriendelijkheid en hulp, beloofd +had, op haar verlangen elk avontuur te zullen ondernemen. Ongeveer +in denzelfden tijd besloot El Patin, de Keizer van Rome, aanzoek te +doen om de hand van Oriana. Toen Koningin Sardamira van Sardini, +die El Patin lief had, dit hoorde, reisde zij in gezelschap van de +afgezanten van den Romeinschen Keizer naar Brittanje, waar zij Oriana +ontmoette, wie zij bericht bracht over Amadis en wie zij vertelde, +hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen strijd had overwonnen, +en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat toedroeg. Galaor, +die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief hadden, ging naar +Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne toestemming te +geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den Keizer; daarna +reisde hij naar Galli, in de hoop, daar eenig bericht over Amadis +te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich naar het Versterkte +Eiland, om Agrayes in te lichten over de moeilijkheden, waarin Oriana +zich bevond, en hem tevens bericht te brengen van zijne geliefde +Mabilia, die zeer naar hem verlangde. + + + +DE GRIEKSCHE RIDDER. + +Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip Amadis, die zich nu +den Griekschen Ridder noemde, met jonkvrouw Grasinda in Brittanje +aankwam. Hij wenschte incognito te blijven, en gaf daarom het strenge +bevel, dat zijn gevolg zijn naam niet mocht openbaren. Toen hij hoorde, +dat Oriana op het punt stond te worden uitgehuwelijkt aan den Keizer, +besloot hij, zijne maatregelen te nemen. Grasinda echter, gedachtig +aan zijn belofte, zich terwille van haar in elk avontuur te zullen +begeven, dat zij voor hem zou uitkiezen, zond een brief aan koning +Lisuarte, met de mededeeling, dat zij zichzelf schooner achtte dan +welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof, en dat, wanneer een ridder +van een ander oordeel mocht zijn, hij zou moeten strijden met haar +kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche afgezanten vroegen +Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit werd hun toegestaan. + +Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche +ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag +brak aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer +zenden moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome +te worden gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip, +nam hartelijk afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na, +die zijn dochter wegvoerde van het witte strand van Brittanje. + +Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij +zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van +het Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel +de Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden, +bevrijdde Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden +strand van het Versterkte Eiland. + +Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van +het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar +aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij +zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele +wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, kon zij niet +gelooven, dat eenig sterfelijk wezen z verblindend schoon kon zijn. + +Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren +van het paleis, dat de toovenaar Apolidon geschapen had, en op haar +verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar vader +haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed, dat +de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond +dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld, +met het verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te +willen bijstaan. + +De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en +Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans, +die hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij +verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor, +wanneer de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning, +zich met hun strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld, +en wanneer n der strijdende partijen de overwinning behaald had, +zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op +deze wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond +grooten bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen, +en zij besloten, het ten uitvoer te brengen. + + + +OORLOG MET LISUARTE. + +Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof van Lisuarte +gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. Maar +de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem +een oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook +in Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met +Amadis. Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij +op, om de troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen, +een uitval had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de +strijdmacht van Lisuarte en den Keizer te ontmoeten. + +De vrienden van Amadis hadden hem niet in den steek gelaten. In de +eerste plaats was zijn vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met +de geheele troepenmacht van Galli. Ierland had een groot contingent +geleverd, en zijne oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van +Konstantinopel hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle +onder de bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd +het leger begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen +en prinsessen, die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en +hare tegenwoordigheid spoorde de ridders aan tot daden van grooten +moed. De toovenaar Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een +schaduw de troepen van Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen, +wanneer zij teruggeslagen werden. + +Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van +samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan +schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende +vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat +de ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke +legers elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij +aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen, +trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij +vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der +zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend +hamers op even zoovele aambeelden. + +Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van +Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp +hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen; +maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich +in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen ridder uit het zadel, +en gaf diens strijdros aan den held, die, gevolgd door Gandelin en +andere paladijnen, een krachtigen aanval deed op de flank van het +Romeinsche leger. Intusschen hield Quadragante geweldig huis aan het +vijandelijke front, en slechts weinigen onder zijne tegenstanders, +konden zijn reuzenkracht weerstaan. + +De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op hetzelfde +oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend man +aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: Rome! Rome! en hij +zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter op Quadragante, +die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij terug moest +wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen soldaten. + +Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en +verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als +vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen +terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten +uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij +was echter z uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat hij ervan +afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat het leger +van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het beter +oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de ontmoeting +met Lisuartes troepen. + +Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu bracht +Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede waren +gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang geduurd, +toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij afmaakte +met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. Bij den +aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en Britten te +vluchten, en toen Lisuarte dit zag, trachtte hij zijne troepen in +goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze pogingen op, +en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van Lisuarte, +maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook zijn +eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en +zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke terugtocht. + +Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid +tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen, +om verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig +was, slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De +beide veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter +reeds geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde +hem dat Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat +Esplandian hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning +diep bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste +af, terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden +zijn gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij +verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede +monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian, +begaf hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke +wijze ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit +van Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn +zoon hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet, +en voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen +hem en den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was +besloten dat hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een +duurzamen vrede te sluiten. + + + +HET VERRAAD VAN ARCHELAUS. + +De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn ontevreden bondgenooten +hadden in groote spanning den gang van zaken gevolgd, en toen hunne +spionnen hun mededeelden, dat de vijandelijkheden tusschen Lisuarte en +Amadis geindigd waren, besloten zij, het leger van den ouden Koning +onverwijld aan te vallen. Maar Esplandian was getuige van den opmarsch +hunner troepen, toen hij op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en +hij reisde oogenblikkelijk terug naar Amadis, om hem te waarschuwen, +dat er onraad dreigde. Bij dit bericht begaven Amadis en Koning +Perion zich dadelijk op weg, om de uitgeputte troepen van Lisuarte +bij te staan. Maar voordat Amadis en zijne ridders het leger van +Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte en de weinige troepen, +die hem gebleven waren, reeds overrompeld door de strijdmacht van +den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een geweldigen nederlaag +bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, zoo goed mogelijk een +heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een naburige stad, waar hij +zich gereed maakte tot een laatste wanhopige verdediging tegen zijn +meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig bestookt door Archelaus, +maar werd niet minder krachtig verdedigd door Lisuarte en de ridders, +die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar op het punt stond de stad +stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en zijne paladijnen, die +hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus en zijne bondgenooten +werden in boeien geslagen, maar werden, zeer onvoorzichtig, weer in +vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich in de toekomst van +elke vijandelijkheid te onthouden. + +De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon hartelijk, +en het bleek duidelijk, dat hunne oude vriendschap spoedig weer geheel +hersteld zou zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen, +en toen zij allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving +van Amadis en Oriana mede. + +Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder Lisuarte, +Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en vele +anderen, naar het Versterkte Eiland, waar het huwelijk van Amadis en +Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun aankomst op +de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen getroffen +voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en Amadis in het +huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden tegelijkertijd in +den echt worden verbonden. Temidden dezer voorbereidingen verscheen de +goede fee Urganda, gezeten op den rug van een grooten draak, en allen, +over wier geluk zij met zooveel zorg gewaakt had, heetten haar met +groote hartelijkheid welkom. + + + +HET HUWELIJK VAN AMADIS EN ORIANA. + +Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk was aangebroken, +besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en reed naar de kerk, +waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na de plechtigheid +verzocht Amadis den Koning, vrdat de feestelijkheden een aanvang +zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef af te leggen van den Boog +der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog van kracht was, waar +het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor zijn toestemming. Toen +Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet omhoog, en blies zulk een +welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland gehoord was, en uit den +mond der trompet vielen rozen en andere bloemen in zulk een menigte, +dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een enkele aarzeling trad +Oriana op de verboden kamer toe. Toen zij tusschen de zuilen doorging, +voelde zij onzichtbare handen, die haar met kracht tegenhielden, +en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar door haar onovertroffen +trouw en schoonheid gelukte het haar toch, ondanks alle tegenwerking, +het betooverde portaal te doorschrijden, waar de hand, die Amadis had +binnengeleid, ook naar haar uitgestoken werd. Toen betrad zij de kamer, +terwijl de stemmen van onzichtbare zangers teedere liederen zongen, +ter verheerlijking harer schoonheid en standvastigheid. + +Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit +laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De +langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten +slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen +zij een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts +ten deel valt aan stervelingen in oude romances. + +Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten +en opvattingen beschreven worden, die zzeer verschillen van +de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op +een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn +wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe +fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was +afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen +wij den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch +niet nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders +en machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van +toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen +lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis +een sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven +der schrijvers. + +Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze +betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van +menig bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak +gesteld, de groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste +gebeurtenissen te beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het +boeken van de wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om +den lezer een algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk +zijn gevallen, de schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te +verhoogen, wanneer ik mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen +te beschrijven, en slechts een relaas te geven van de meest treffende +gebeurtenissen, waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals +ik reeds zeide, mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is, +om den oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal +van den geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd, +den geest der romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt +is, moet dit ten deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het +geen gemakkelijke taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een +beknopten vorm. Terecht zegt hij, die ons Amadis in dichtvorm gaf: + + + Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag, + Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag. + 'k Vertel niet, wie in 't steekspel brak zoo menig lans, + Wie 't meeste uitblonk in den zang of bij den dans. + Wie in het spreekgestoelt' heeft naar den prijs gedongen, + En wie het schoonst den lof der liefde heeft bezongen. [22] + + + + + + + +HOOFDSTUK IV: DE VERVOLGBOEKEN VAN AMADIS DE GALLIR. + + + Al staan de vervolgboeken van Amadis niet op de hoogte van het + oorspronkelijke gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd, + waarin zij geschreven zijn, van genoeg belang on een korten inhoud + van de geheele serie hier weer te geven. + + Southey. + + +Bij het behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland, +een taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het +instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al +mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer vervolgboeken van +Amadis zeer zwak zijn, toch kunnen wij niet nalaten er onze aandacht +aan te schenken, al ware het slechts ter wille van hun beteekenis als +letterkundig verschijnsel. In deze verdichte verhalen was de fantasie, +die zoo welig gebloeid had in Amadis, dikwijls zzeer overdreven, +dat deze voortbrengselen van den geest, in de snelheid waarmede zij +verwelkten en verloren gingen, deden denken aan de bloembladeren, +die uit een stervende roos vallen. + +Het eerste dezer vervolgboeken, dat Het Vijfde Boek van Amadis heet, +is meer algemeen bekend onder den naam van Esplandian, daar het +voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held. + +Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze romance, +wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen: Inderdaad mag +de deugd van den vader geen verontschuldiging zijn voor het ontbreken +dezer deugd bij den zoon. Hier, mijn beste huishoudster, open het raam, +en smijt dit boek op het erf; laat het het eerste stuk van den hoop +rommel zijn, dien wij straks in brand zullen steken. + +De eerste uitgave van Esplandian verscheen in 1542 te Sevilla. Het +grootste gedeelte hiervan schijnt te zijn gemaakt door Montalva, +den oorspronkelijken vertaler van Amadis. Maar waar hij bij het +neerschrijven van dit werk slechts den rol van vertaler vervulde, +daar trad hij bij de bewerking van Esplandian ook als schrijver op, +en het blijkt uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen +te kort schoten. Het is echter ook weer overdreven, in Esplandian +niets dan een minderwaardig product te zien, en ik verdenk meer dan +n dezer strenge critici ervan, den origineelen tekst niet te hebben +gelezen, of het ongunstig oordeel van Cervantes na te spreken. Het is +bekend, dat verscheidene Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen, +een werk, geschreven in het Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij +slechts oppervlakkig met deze taal op de hoogte zijn, en dat onder +vele letterkundigen het wanbegrip heerscht, dat, wanneer men Latijn en +Fransch kent, men slechts een beetje Castiliaansch behoeft te lezen, +om ook deze taal spoedig volkomen machtig te zijn. + +Esplandian bezit vele schoonheden, en de mengeling van tooverkunst +en beminnelijken eenvoud maakt het tot een bekoorlijk en stemmingsvol +geheel. Waar vinden wij daarenboven een sprekender voorbeeld van een +goede uiting van romantische overdrijving? Want Esplandian bezit, +zonder te vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken, +de rijke en kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is +van alle ware dichters die er echter niet allen in slagen zich in +dit opzicht te beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat Esplandian +slechts kost is voor den enthousiast, en ik moet den niet romantischen +lezer dit werk dan ook ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven +voor de barbiers en pastoors dezer wereld, en het is te betreuren, +dat zij, die den geest van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed +gebruiken, om ook anderen ervan afkeerig te maken. + +Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader, +Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de +roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht +kon spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan +zijne hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming, +hetgeen er op wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige +betoovering. Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte +Eiland, waarheen hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen, +een grooten vuurberg, die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de +sylphide-achtige gestalte van de toovenares Urganda de Onbekende +omhoog, die door de lucht voer op den rug van een reusachtigen +draak. Eenigen tijd tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze +Archelaus zich bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der +tooverwereld weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna +tot zijn schade gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had +gemaakt van zijn herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte +weer in zijn macht had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door +ondervinding niet wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van +het kasteel des toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden +schoonzoon mede, dat het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging +nemen, en voordat Amadis in de gelegenheid was iets naders te vragen, +voerde zij den jongeling op den rug van het gevleugelde monster met +zich mede. + +De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een +geheimzinnig vaartuig, Het Schip van de Groote Slang genaamd, en toen +hij bij zijn ontwaken bemerkte, dat hij zich op zee bevond, was hij +uitgelaten van blijdschap. Toen hij over de rustige golven gedragen +werd, voelde hij een groote, innerlijke vreugde over de wonderbaarlijke +snelheid, waarmede de betooverde galei de baren kliefde. Na eenigen +tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland, midden in een verlaten zee, +en toen hij aan land ging, zag hij, dat het onbewoond was, en dat er +zich niets op bevond dan een hooge toren, die op het hoogste punt +der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop de toren stond, +en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was. Bij een nader +onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een rijk versierd +zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te trekken, werd +de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een geweldigen +draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat, vrdat hij zich +tot den aanval had kunnen gereedmaken, het monster zijn reuzenklauwen +om hem heengeslagen had, met het kennelijk doel, de platen van zijn +wapenrusting te breken, en hem te vermorzelen. De man en de draak +worstelden op leven en dood, en z hevig was hun strijd, dat de +aarde beefde en het kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij +zich wendden en wrongen in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde +Esplandian er in, zijn rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van +den draak, en, een tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven +had, stak hij het door de geschubde huid van het monster. Doodelijk +gewond liet het tooverdier zijn prooi los, en het geweldige lichaam +verstijfde in den dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had, +dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en +keerde naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid +door een bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde, +dat hij uit het rotsblok getrokken had. + +Nu voer hij op het Schip van de Groote Slang weer verder en belandde op +een woeste plaats, bekend als de Verboden Berg, een vesting, gelegen +op de grens tusschen Griekenland en Turkije. Uit de verte zag hij een +kasteel, en toen hij zich daarheen begaf, ontmoette hij een kluizenaar, +die hem ontraadde, in de nabijheid daarvan te komen. Hij vertelde hem, +dat een beroemd vorst daarin gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk +begreep Esplandian, dat dit niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en +dat het kasteel de vesting was van den boozen toovenaar Archelaus; +deze overwegingen deden hem natuurlijk besluiten, de plaats nader +te onderzoeken. + +Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door +een reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op +hem afkwam een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval +van zijn reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het +tooverzwaard, en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden, +toen hij plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er +volgde een vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd +over de onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had +door te dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef, +dat hij stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte, +viel Esplandian met groote woede aan. Maar zijn blinde woede +was niet opgewassen tegen de koelbloedigheid van zijn jeugdigen +tegenstander, die erin slaagde, hem met zijn tooverzwaard te dooden, +en die hierdoor voor goed een einde maakte aan de gevaarlijke streken +van den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel +daarna den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het +tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus, +Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst, +hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die +in zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de +vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij +beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden +werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te bevrijden. + +Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te +verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone +aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen +vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en +in verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens +krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De +beide mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de +heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend, +gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede +te mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en +de stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd. + +Esplandian noemde zich nu de Zwarte Ridder om de kleur van zijn +wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van het +kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund, +want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een +groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden zich echter vele +ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen, versloeg hij +de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen. Aangemoedigd door +dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart van Turkije, en +veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was uitgetrokken, had +hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van Constantinopel; +hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den oorlog vele +boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de standvastigheid +zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij aan zijn trouw +was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en toen dus +de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig naar +Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig gebeeldhouwde +kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op, deze naar +zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid harer +vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar minnaar +er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het onvermijdelijk, +dat de liefde van den held en de heldin verborgen blijft voor de +verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de romantische smaak +van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat de Spaansche +opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de gedachte aan eenige +toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het betreft iets meer +dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de gelieven vr het +huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen heerschen ook nu nog onder den +middenstand en in de hoogere kringen van Spanje en Spaansch Amerika, +en het is met een gevoel van verbazing, dat wij hooren, hoe verliefde +jongelingen met de meisjes, waarmede zij officiel verloofd zijn, +slechts een vertrouwelijk woord kunnen wisselen door zich onherkenbaar +te vermommen, of door de vriendelijke hulp van ondergeschikten. Het +komt niet zelden voor, dat jonge Spaansche paartjes, wier verloving +volkomen en rgle is, en tegen wier vereeniging niet het minste bezwaar +gemaakt wordt, hun toevlucht nemen tot een schaking, alleen om het +romantische van het geval. Door zulke toestanden krijgen wij eerst +een juist begrip van de groote macht, die de romantiek uitoefent op +het Spaansche hart. + +Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken +zich weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun +in Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen +werden door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen +Sultan, die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een +gevleugelden draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares +was toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede +hij Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als +het zand der zee; n ervan was een schoone Amazonenkoningin, die +naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van +vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers, +vuur en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners. + +Z vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in dezen slag +tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte overeengekomen werd, +den strijd te beslechten door een dubbel tweegevecht. Esplandian en +Amadis werden door de ne partij aangewezen, en de Amazonenkoningin +en een bevriend heidensch Sultan door de andere. De heidenen werden +verslagen, maar zij waren z woedend over hun nederlaag, dat zij +zich met elken man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand +wierpen. Maar de Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner +kampioenen, brachten hun groote verliezen toe en drongen den vijand +terug van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was +overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand +te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve +van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland +vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden. + +Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten, +kon zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen +harer beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere +hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat +Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan +het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel +in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien, +waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij +ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten +wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij +besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen +naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de +sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare +bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk +zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in +toe, in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal +zouden worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in +het bezit zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou +zijn, hun een nieuw leven en verjongde krachten te schenken. + +Het Zesde Boek van de Amadis-Serie behandelt de avonturen van +Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in rechte lijn afstamt van +de vorige helden, en hij daarenboven onverdragelijk vervelend is, +zullen wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon. + + + +LISUARTE VAN GRIEKENLAND. + +Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held van het zesde +en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn door Juan +Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden in +1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want +Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke +rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de +dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot +dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden +geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een +jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid +werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op +een gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en +nam plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen +waren zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit +avontuur had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en +zeilden verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar +zij de verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant +Lisuarte besloot, hem te gaan zoeken. + +Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in +het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken, +gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij +de dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden, +maar hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de +jonkvrouw met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne +voorbereidingen voor de taak, die zij hem had opgedragen. Nauwelijks +hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de stad, +en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den +Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam +een geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte, +die hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst +naar den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid +gedurende een vol jaar geischt werd, overal, waar de reusachtige +jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion, +die dit verzonnen had, om Lisuarte, die n der steunpilaren van +Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een +moeilijk en gevaarlijk tijdstip. + +Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam +de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke +functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door +middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels, +en waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou +worden door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had +met zeven en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de +keizerlijke stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den +Koning van het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd +werd en hem hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel, +waarheen hij dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden, +die de stad belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die +nu in Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de +Apen te hebben voldaan. + +Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht +was, zijn slapende voorouders te verlossen uit de betoovering, +waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te verlengen. Na +vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam hij in het +bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het Versterkte +Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis, Esplandian +en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij waren +natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar een +beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan +van de heidensche troepen, en verzekerden z den vrede in het +land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten, kon +hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus +naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden +daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk, +vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van +overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette +hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne +huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl +zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die +hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen, +en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden. + + + +AMADIS VAN GRIEKENLAND. + +Het Negende Boek behandelt de avonturen en heldendaden van het geslacht +van Amadis, van wien in meer dan n beteekenis gezegd kan worden, dat +hij onsterfelijk was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos, +een letterkundig centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn +in het Grieksch werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche +romance Dares en Dictys, en dat het in een latere periode vertaald is +in de Romaansche taal door den machtigen en wijzen toovenaar Alquife, +klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst van een schrijver, +die deze romance schreef met buitengewoon veel verbeeldingskracht +en zeer weinig routine. Amadis van Griekenland is nl. een mengsel +van de grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij +belanden in zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen, +dat het geen gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld +relaas van te geven. + +Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den +ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat +Amadis van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte +niet bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria, +Prinses van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge +scheiding van dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd +aan een bron op een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was +om openbaarheid te vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd, +en verkocht aan den Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst +het beeld van een zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen +Vorst den ridderslag te hebben ontvangen, De Ridder van het Vlammende +Zwaard. Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan beschuldigd, +een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren, en daar hij +den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en stortte zich in +een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht gebruikelijk was. + +Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus +bij den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der +ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem +verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar als +verdedigers waren neergezet. Toen de groote Esplandian, die nu Keizer +van Constantinopel was, hoorde, dat het werk der Christenen bedreigd +werd, spoedde hij zich naar het tooneel der vijandelijkheden, en daagde +den dapperen jongeling tot een tweegevecht uit; hij werd echter door +hem verslagen, een omstandigheid, die nooit zou zijn opgekomen in het +brein van den enthousiasten schrijver, die de romance van dezen held +dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn geweest over den val +van zijn "ster". Korten tijd na deze gebeurtenis ontmoette Amadis den +Koning van Sicili; hun kennismaking begon met een gevecht, want dit +was de gebruikelijke manier, waarop dolende ridders zich aan elkander +voorstelden; maar toen zij elkander leerden kennen en hoogachten, +sloten zij een vriendschap, die nog hechter werd door de liefde van +Amadis voor de bekoorlijke dochter van den strijdlustigen Koning. + +Op weg naar Sicili kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar +hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in +een betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij +ontvoerd door de handlangers der heidenen. + +Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Galli, die +blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de +Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou +zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken +ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar +naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed, +en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn +naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening +van den Koning, haar echtgenoot. + +Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit hun tooverslaap +gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicili. Hij had nog niet +lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de buurt van +het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk kwam +zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den +lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking, +zocht hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder +resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in, +hem te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen; +maar ten slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en +dat de zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen +op het hart van het voorwerp zijner liefde. + +Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held, +naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de +hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses +in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te +Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk +bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten +op de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand +vertoornde den Sultan z hevig, dat hij tot krachtige maatregelen +overging, en Trebizonde met de vele Torens belegerde. Toen het beleg +geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide legers eenige ridders, +om den strijd door tweegevechten te beslechten. Maar de paladijnen van +den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de dochter van den Koning +van het Reuzeneiland, die zich als ridder vermomde, en die met zulk +een woede vocht, dat de ongelukkige Babylonirs volkomen machteloos +tegenover haar waren. De Sultan echter brak, zooals de overwonnenen +in de romances dat veelvuldig deden, de regelen van het tournooi, +en ontvoerde Onoloria door een krijgslist. + +Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde, +ontmoette hij die van Amadis den Gallir, die op weg was naar deze +stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden +bij de Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal +Recht. Het is natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood +werd. Maar de zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische +ras door den dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn +zuster Abra besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in +de gelukkige dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder +en Lisuarte waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij +onder de bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer +men tenminste de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij +de vrouwen van het Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover +het voorwerp harer genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet +zoo ruw afwees, als de onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed, +toen de schoone Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met +de bekentenis harer liefde: + + + Hij zei: Waart gij geen afgezant, + Ik doodde u met eigen hand. + Geen voet verzet ik van den grond, + Voor zulk een vuilen heidenhond! + Zij is een hond, en dus onrein: + Mijn kamer uit, gij smerig zwijn! + + +Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat, waartoe een +versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der schoone +Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten naar +alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap +van ieder koninkrijk haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te +brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een +harer kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een +heiden was, gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat +hij niet zou rusten, voordat hij Lisuarte's hoofd aan Jonkvrouw Abra +zou hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde +er dus een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd +beindigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar gewoonte +de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge Amadis +ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de liefdesbetuigingen van +heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van een Oostersch Sultan, +was alleen reeds door de verhalen over hem, verliefd op hem geworden, +en zij had hem haar beeltenis gezonden, die door haar dwerg gemaakt +was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame ongetwijfeld bezat, +wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat ieder, die haar +verblindende schoonheid aanschouwde, f stierf, f beroofd werd van +zijn verstand. Haar vader, een verstandig man, sloot haar op in een +toren, waarin niemand werd toegelaten behalve de naaste familieleden, +die zooals meestal het geval is, niet zoo gemakkelijk onder den indruk +harer bekoorlijkheden kwamen als vreemden. + +Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van +Sicili, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd, +of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart +aan de Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het +origineel van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen +te aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten +tot den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander +trouw en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren. Onnoodig te +zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk aanbracht. + +Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die +een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde +optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk +verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest, +het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op +aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische +Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog. + +Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en +zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te +Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon +geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held +is van een andere geschiedenis. + +Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering +van de Grieksche helden en prinsessen in den Toren van het Heelal, +door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde, dat dit de +eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen. Maar +in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de +betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen, +niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne +jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met +elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden, +omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest. + +Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap, +behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en +zorgzame toovenaar had in den toren een toestel aangebracht, waardoor +zij alles konden aanschouwen, wat er in de buitenwereld gebeurde, +een bron van ontspanning en vermaak, waarvan mevrouw d'Aulnoy ook +gebruik heeft gemaak in n harer sprookjes. + +De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig +gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke +opvolgers. Smijt het heele zoodje op het erf, riep de priester uit; +want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als ik hem tegenkwam in +de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik Koningin Pintiquinestra +en den herder Darinel met zijn herderszangen en de gruwelijk overdreven +toespraken van den schrijver spaarde. + + + +FLORISEL VAN NIQUEA. + +De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging heeft opgewekt van +den onromantischen priester en den nog minder dichterlijken barbier +van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat den naam draagt van +Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld, dat het geschreven +is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van Argos, die het dan +zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar gelaten waren +bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit verlaagt zich er +niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium was, dat zij +in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar wanneer wij, +zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een prijs mochten +bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige ontboezeming +dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn geweest met een +stuiver per regel. In n woord, Cirfea, of de tienderangs schrijver, +die zich achter haar vorstelijke persoon verbergt, is betrekkelijk +vervelend, en haar flauwe herdersverhalen kunnen onmogelijk ernstig +genomen worden. Het eenige, wat haar werk nog eenige beteekenis geeft, +is, dat zij waarschijnlijk de eerste was, die het landelijk element +in de romance heeft gebracht, en dat zij dus de schepper is van een +lange rij gekunstelde en sentimenteele herders en herderinnen, wier +tranen en zuchten de bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche +dichtwerken vullen, en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn, +dat men er tegen op ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de +verte herinnert aan l'esprit de bergres. + +De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte +en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan +de ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandri werd opgevoed +voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien +een zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan +zeker te danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert, +hetgeen blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen +Sylvia grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en +vertrouwende op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar +allerliefsten naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel, +wiens naam evenals de hare in het land der Pharao's uitheemsch was, +aan haar wil. Sylvia was van oordeel, dat een herderin hardvochtig +tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor +de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te +beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn +goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te +stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces +zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek +gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot +het inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende +tot de uitvoering van zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de +omgeving van Babyloni, waar hij, zoekende naar bergen in een streek, +waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was vriendschap te +sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er wel eens genoeg +van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de schoone oogen +der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels beschrijvingen +van Sylvia's bekoorlijkheden waren echter z geestdriftig, dat +Florisel werd aangestoken door de gevoelens van zijn ongelukkigen +vriend, zoodat hij ten slotte z weinig in staat was, de hartstocht, +die hem verteerde te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde, +en den ongelukkigen Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van +Sylvia te brengen. Maar hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen, +den geheelen weg van Babylon te voet af te leggen om beloond te worden +met een blik uit hare oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed +als zij dat tegenover Darinel geweest was. + +Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne klachten +aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde hij haar, +hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd paleis +gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de wispelturige +Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in liefde voor +Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste niet meer +naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken om den +Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen. Maar toen +zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was opgesloten, +hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door Alastraxare, +een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland en de +Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt de lotgevallen +van deze vrouwelijk Hercules te volgen, wier onuitsprekelijke naam een +struikelblok is geweest voor heele geslachten van boekdrukkers. Hare +avonturen vullen vele bladzijden. + +Het kleine gezelschap uit Alexandri ging op zoek naar deze heldin +en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de belangrijkste +daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda, Prinses van +Thraci, die op hetgeen men haar van hem verteld had, verliefd op +hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt te zijn +geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance. + +Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en verlokte +hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke gelegenheid zij er +in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de vaste verbeelding +was, dat zij de herderin was, die hij zoolang vruchteloos met zijne +liefdesbetuigingen vervolgd had. + +Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm +van hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden +terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis +van Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van +Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van +het grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als +de dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax +vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht +geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk +aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia. + +Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den +meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te +genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar +hij was uitverkoren om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden. Toen +hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg +naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand +van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen +hij te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk +had gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van +Florisel. Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt, +in het huwelijk te treden met den Prins van Galli, welke verbintenis +om politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou +niet waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit +lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij +had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de +koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van +de geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken. + +Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden natuurlijk +door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het Oosten en het +Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen door de Russen, +die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te hebben gehad voor +het omverwerpen van een bestaande maatschappij, wierpen de landen +van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van Constantinopel, +en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen nederlaag toe. Maar +de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche bondgenooten, +verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en stelden Florisel +ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het Oosten en van +Prinses Helena. + +Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk Finis +hebben kunnen schrijven onder deze verbazingwekkende historie. Maar +in dit stadium van het verhaal schept de schrijfster op nieuw adem, +waarschijnlijk in verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren +in Valladolid hunne klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden +worden op zooveel duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde +teleurstellen om redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had +behooren te zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm +land, waarvan de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting +betalen. Hoe het zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd +van den Balkan, dat door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest +komen; zij voorzag zich dus van een nieuwen riem perkament van het +Departement van Argos (want het is bekend, dat Gouvernements-papier +vanaf de tijden van Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer +nieuwe verwikkelingen, en maakte zich gereed om die uit te werken. + +Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche +legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe +plannen uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde +Europa. Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat +zooveel te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet +te spreken van zijn financiele verplichtingen) gevoelig moest worden +gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij +vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam +terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen +ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn +ontrouw tegenover de Prinses van Sicili. Natuurlijk belandde deze +dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had +gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde +echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde. + +Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel +terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en +Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het +eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd +werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag +zich echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te +toonen. Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een +allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin +te fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze +geschiedenis. + + + +AGESILAN VAN COLCHOS. + +Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne studien te Athene +vertoefde, zag hij toevallig het portret van de schoone Diana. Hij +gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, en besloot +het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te aanschouwen; dus +vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde naar het Hof +van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem in dienst +nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er achtereenvolgens +verscheiden ondernemende ridders naar het eiland kwamen, kon hij niet +nalaten in de vermomming van een Amazone met hen te strijden, en bij +deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn kant. Toen Agesilan +van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel verwaarloosd werd, stelde +hij zich zeer gedienstig tot haar beschikking, om haar het hoofd van +den dolenden ridder te brengen, en tegelijkertijd deelde hij haar mede, +wie hij was. Sidonia koesterde een diepen wrok tegen haar echtgenoot, +die haar zoo trouweloos verlaten had, en dus nam zij het aanbod van +den jongen ridder gretig aan. Agesilan vertrok dus naar Constantinopel +en daagde den trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald, +dat het samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden, +maar toen de a. s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het +koninkrijk belegerd werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet +tevreden met hunne eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar +een zonniger plaats met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet +edelmoedig, twee zulke beroemde kampvechters tegelijk op de woeste +Russen af te sturen, en na korten tijd was de overwinning dan ook +aan de zijde der ridders. Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover +Florisel en Sidonia weer tot elkaar, en alles verliep volkomen naar +wensch, want Agelisan en Diane verloofden zich met elkander. + +Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een +waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus +scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer +had genoten van een bezoek van Amadis van Galli in eigen persoon, die +ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond +in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis +van Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader, +en nog gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder. + +Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen +werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het +overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten +rots geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een +hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig +boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn +woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van +hun redder verdween, toen hij de schoonheid van Diana aanschouwde, +en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij haar naar +een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn domein +heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want juist +op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een +kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld +ontvoerden. + +Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad, +en in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te +zoeken. Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos +het geheele eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een +motordefect of een nog onverklaarbaarder reden, was hij genoodzaakt +te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met blindheid was +geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. Daarenboven +werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid werd, +dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste +hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde +imitatie van een gedeelte van Orlando Furioso, waarin Senapus, Koning +van Ethiopi, bezocht wordt door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel +dagelijks verslonden wordt door harpijen, totdat hij verlost wordt door +Astolpho, die in het koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar +de schrijver van Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want +beiden hebben hunne gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus +en de Harpijen in de Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij +zijn zoeken naar Diana kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God +Tervagant (Termagaunt, Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd +geworden op de Koningin van dit land, maar toen zij hem had afgewezen, +had hij een heel leger van duivels op haar bezittingen losgelaten, +die alles wijd en zijd verwoestten. Het orakel van den god had +verkondigd, dat hij zijn wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners +moesten dagelijks een jong meisje op het strand tentoonstellen, +totdat hij er een had gevonden, dat evenzeer in zijn smaak viel als +de Koningin. Elken dag werd er dus een ongelukkige jonkvrouw aan +de rots van het Verlaten Eiland geketend, en oogenblikkelijk werd +zij verslonden door een monster, dat uit de zee verrees. Hierdoor +werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk schaarsch, en om nu n +der jonkvrouwen uit het land voor een volgende gelegenheid te sparen, +werd Diana, die naar het eiland gebracht was, op een morgen aan de rots +gebonden, en als een tweede Andromeda aan de genade van het monster +prijs gegeven. Maar toen Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht +vloog, zag hij, welk een vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde +haar te hulp en versloeg na een hevig gevecht het monster, dat haar +juist verslinden zou. Nadat hij met den Satelliet van Tervagant had +afgerekend, nam hij de half bezwijmde Diana op zijn vliegend paard, +dat hij in de richting van Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg +daarheen ontdekte de nu geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat +hij en zijn geliefde bij den storm uit het oog hadden verloren. Hij +vloog recht op het vaartuig af, zooals de loods van een reddingsboot +op het moederschip, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en +eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk +der hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd. + + + +SILVIO DE LA SELVA. + +Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van Griekenland en een +zekere Finistea, is de held van het twaalfde en laatste boek +der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst kennis met hem bij +het beleg van Constantinopel, waar hij zich onderscheidde door +groote dapperheid. Toen de Czar van dit krijgszuchtige volk +voor de afwisseling weer eens een oorlog wenschte te ondernemen, +behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard trok, en die de twaalf +dwergachtige afgezanten van de moskovieten de verzekering gaf, dat de +honderdzestig vorsten, die zich tegen Griekenland hadden verbonden, +weinig kans hadden naar hunne respectieve landen terug te keeren. Wij +zullen geen beschrijving geven van het beleg, dat op dit antwoord +volgde, noch van alle slagen en uitvallen, maar slechts terloops +opmerken, dat het een strijd was met veel afwisseling. Maar wanneer +de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat zij door deze overwinning +op het slagveld waren ontsnapt aan de gevolgen van hun tarten van +de strijdlustige Russen, dan hadden zij buiten den waard gerekend; +want door n enkele aanraking met den tooverstaf, was het geheele +schitterende leger van ridders van de aarde gevaagd. De bewoners +van de romantische stad aan de Bosporus verkeerden ten tweeden male +in grooten angst; maar de ridders en paladijnen in de familie--op +zichzelf reeds een niet onbelangrijk leger--lieten zich niet uit +het veld slaan, en trokken uit om hunne geliefde bloedverwanten te +zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost uit het net van intriges, +dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen was, en de uitgaande +kaars van de groote romance van Amadis dooft niet na een laatste +opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en heldinnen, +die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een eindelooze +opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen veilig +waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende +hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons +de lotgevallen ook weer verteld werden; zoodat ten slotte de lezer, +geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons +Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende: + + + Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik vluchten? + + +Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot het einde volharden, +en zich heenworstelen door de avonturen van Spheramond, den zoon +van Rogel van Griekenland, en van Amadis van Astre, den zoon van +Agelisan--of, wanneer hij dit niet wil, moet hij doen zooals wij deden, +en eerbiedig het wormstekige boek terugbrengen naar de bibliotheek, +waar de kunstig versierde band waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt +dan de overdreven inhoud. + +Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd +door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer; +en misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie +wel in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur +omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk +paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een +soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van +wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige +beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk +bewind. + +Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van Amadis de Gallir +als een stralende zon over Spanje opging, en hoe het door het geknoei +van prulschrijvers onderging in onbeduidendheid, tot ergernis van +de meer ontwikkelden en tot spot van de groote menigte. Het is alsof +het onvergelijkelijke Engelsche epos van Koning Arthur, het verheven +heldendicht over de daden van hen, die + + + Streden in Aspremont of Montalban, + Damascus, of Marocco, of Trebizonde, + + +verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er den +God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze heerlijke +Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij erkennen +moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van Amadis +worden steeds minder in kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn +dan flauw gewauwel. Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans, +die van het oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de +herinnering aan den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de +hoffelijke welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke +werk in geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in +onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere +schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot +een grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden +naar zijne imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de +Amadis-romances als oleographien naast een heerlijk schilderij. Grof +van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel +onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor +een museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer +wij de Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets, +waarmede wij ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen: +Wanneer een volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van +waardeloozen en onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste +plaats te bekleeden in de rij der volkeren. De literatuur is een +uiting der volksziel, en wat moeten wij zeggen van een benepen ziel, +die zich uit in kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van +een bekrompen en ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit +onwaardige product te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten +ook de andere volken niet hun voordeel doen met de les, die Amadis ons +leert? Nooit was Spanje zoo groot als in den tijd, toen zijn eerste +boeken de ridderlijkheid van het volk verhieven tot een nationale +deugd; en nooit was het zoo klein als in het tijdperk, waarin de +drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa die steden bedolven +onder de voortbrengselen van een groven geest, handelsartikelen, +die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, en die met +geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust publiek. + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK: DE PALMERIN-ROMANCES. + + + Moge Palmerin van Engeland bewaard blijven als + een merkwaardige relikwie uit de oudheid. + + Cervantes. + + +De eerste critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te +zijn geweest in elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong +op te sporen. Zij schijnen uit de geschiedenis van de Amadis-serie +te hebben opgemaakt, dat elke romantische uiting stamde uit het +Lusitanische koninkrijk, terwijl zij toch voortdurend wezen op den +grooten invloed, dien de Provenaalsche en Moorsche letterkunde op +de Spaansche romance had. Het is precies, alsof men zeggen zou: Ja, +het heldengedicht van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen +van een Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales +voor het eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland +aanvaardde het kunstwerk slechts, dat is alles! + +De Palmerin-serie liep in chronologisch opzicht bijna parallel met +de Amadis, en volgens de overlevering werd het eerste boek geschreven +door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar wij hebben alle reden, +om, op grond van een gedeelte uit Primalen--een onderdeel van het +werk--aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez de +Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de +Spaansche editie van de eerste romance dezer serie Palmerin de Oliva, +die in 1525 te Sevilla gedrukt werd, was stellig niet de eerste vorm, +waarin het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony +Munday werd in 1588 in een gotisch lettertype gedrukt. + + + +PALMERIN DE OLIVA. + +Bij zijn verschijning werd Palmerin de Oliva ontvangen met een bijna +even groot enthousiasme als Amadis, waarmede het, waarschijnlijk niet +geheel toevallig, veel overeenkomst vertoonde; en ook verschenen +er, evenals van deze romance, verrassend snel nieuwe uitgaven en +vertalingen van. + +Het begin van Palmerin de Oliva brengt ons opnieuw naar het +tooverachtige strand van den Gouden Hoorn. Reymicio, de Keizer van +Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had +voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef +van de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos +van Macedoni, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van +haar vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een +eenzame plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het +meenam naar zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den +naam van Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel, +die weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen. + +De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen +hij vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het +krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een +donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman, +die door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier +en hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was +naar zijn eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en +vergezelde hem naar de stad Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem +van wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor +het leven van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedoni, +waar hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den +Koning van dit rijk, en dus zijn eigen vader. + +Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te +onderscheiden. Primalen, de Koning van Macedoni, was reeds geruimen +tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne geneesheeren hadden +hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er in slaagde water +uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd bewaakt door +een reusachtige slang, die z kwaadaardig was, dat het reeds +levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen. Vele ridders +hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het venijnige +dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den zieken Koning +het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen Palmerin een +welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder zich goed +rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer onderneming, +wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting van de bron. + + + +DE FEEN. + +Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den juist ontvangen +ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de gouden sporen +die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin niet weinig +gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt had bij +een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang van +het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen +opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn +paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet huppelen en springen, +zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor wie hij zulk een +schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren voor aardsche +wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar genoegen bekeken, +waren prinsessen uit het geslacht der Feen, en zij hadden zich op +den weg van den jongen ridder geplaatst met het doel, hem met haar +toovermacht te helpen. + +Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in +staat was. + +God behoede u, schoone jonkvrouwen, zeide hij, terwijl hij z +diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard raakte, kunt gij +mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de bron, die door de +booze slang bewaakt wordt? + +Edele ridder, antwoordde n der nymphen, gij zijt slechts een mijl +ervan verwijderd. Maar wij smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele +ridders, met roem beladen, hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te +strijden met het monster, dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde +n hunner terug. + +Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven, zeide Palmerin +uit de hoogte. Heb ik u goed begrepen, dat de bron nog geen mijl +van deze plaats verwijderd is? + +Een kleine mijl, Heer Ridder, antwoordde de fee. En zich tot hare +gezellinnen wendende, zeide zij: Zusters, dit schijnt de jongeling +te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben; hij is moedig en +standvastig; zullen wij hem de wondergave schenken? + +Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven, +openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij +verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen, +geen monster of toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen wezen +zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en zij +verdwenen in het donkere woud. + +Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar +nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit +een groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde +hem, dat de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige +vrees reed hij echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den +muil van het monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over +het zadel, en ontkwam z aan den vuurgloed. En terwijl hij op den +venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil, +en die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn +zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen, +maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te +krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen. + +Bij zijn terugkomst in Macedoni werd de jonge held overladen met +verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of +andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met +zulk een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid +was over geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in Belgi, +waar hij den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige +verraderlijke ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was +bij deze gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone +Polinarda, die hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen +en haar lief kreeg. Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij +zulk een verheven jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij +vele ridders ter wille van haar had overwonnen, en hij besloot dus, +zich in avonturen te begeven, die nog veel moeilijker waren dan die, +waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem had verworven. Toen +hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in Frankrijk zou worden +gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als overwinnaar uit den strijd +te voorschijn. + +Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog +gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met +den Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was +echter niet naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer, +die de Engelsche koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok +dus in alle stilte met Palmerin, om den vader zijner geliefde te +helpen. Na vele wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin, +de Engelsche prinses te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden, +werden zij door een hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea +gedreven. Toen de storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige +eiland Calpa, om zich daar bezig te houden met de valkenjacht, +en gedurende zijn afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne +vrienden had achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers, +die Agriola medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus +was er nog ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een +woest eiland, waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar +hij oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand +nog vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van n der +edelste soorten van het hondenras, maar van een kleinen schoothond, +zooals men ze in damesboudoirs vindt. + +Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner +vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter +van den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam, +en weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten +aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen jongen ridder, +en de moeilijkheid werd voor hem nog grooter door de wetenschap, dat +ook haar nicht Ardemira verliefd op hem was geworden. De ridder wees +echter zeer beslist hare vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit +z hevig aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig +nadat het gezelschap aan het Hof van Babyloni was aangekomen. Toen +Amaran, de zoon van den Koning van Phrygi, die met haar verloofd +was, dit treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en +beschuldigde Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn +van haar dood, terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een +tweegevecht. Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging +aan de prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen, +en verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in +den oorlog met Phrygi, die het gevolg was van dit tweegevecht. + +De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de grenzen +van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een veldtocht +tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij te +vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door +storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust +te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich +in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef. + +Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn +vriend Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan +zoeken. Bij zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar +hij hoorde, dat Florendos, Prins van Macedoni, kort geleden Tarisius +had verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger +was geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd +door haar vader, den heerschzuchtigen keizer van Constantinopel, +gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen +door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd, +waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana, +die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam, +dat het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist, +zijne ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel, +waar hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood +de neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te +bewaren voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij +te bed lag om te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de +dankbare Griana, die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door +de mededeeling, dat hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen +de Keizer haar verhaal hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich, +en hij erkende hem als zijn opvolger. + + + +OP ZOEK NAAR TRINEUS. + +Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat Palmerin niet, +dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend Trineus +te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee voer, +werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen +genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde +er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna +ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus, +in zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen +van de menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige +verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en +verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch +toovenaar, die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen bevrijden +van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede, dat zij +slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in de +nabijheid van Het Kasteel met de tien Trappen groeide. + +Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar +Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der +feen, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel, plukte +de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een betooverden +vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te kondigen door +een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de betoovering weg van +het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem in de gedaante +van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte weer aan. + +De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige, +dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof +van den nen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het ne +wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de tweegevechten +volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen Palmerin en +Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns harten. + +De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over +Palmerin de Oliva. Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat +het Palmerin de Oliva was. Ha, heb ik je daar te pakken? riep de +priester, neem deze Oliva mee, scheur hem in stukken, verbrand hem, +en strooi de asch in den wind! Toch zijn er schitterende bladzijden +in de romance, die wij zooeven in groote trekken hebben beschreven, +korrels stofgoud in een woestijn van verwarde en oppervlakkige +vertelsels, vonken van het genie, zooals wij die hier en daar in +Shelley' Zastrozzi, St. Irvyne en andere hysterische uitingen uit +zijn studententijd aantreffen. + + + +PRIMALEN. + +Men is het er algemeen over eens, dat de aard en oorsprong van +Primalen, den zoon en opvolger van Palmerin de Oliva echt Spaansch +zijn; toch vond de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens +de voorliefde van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig +en Oostersch was, het aan te kondigen als een vertaling uit het +Grieksch. De eerste uitgave verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd +door tal van vertalingen, o.a. een Engelsche van de hand van Anthony +Munday, uitgegeven in 1589 en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze +vertaling bevatte echter slechts dat gedeelte der romance, waarin de +heldendaden van Polendos beschreven waren, maar Munday vulde het werk +aan in uitgaven, die in 1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen +van Polendos zijn echter verreweg het beste uit het boek. + +Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op zekeren +dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op de +treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid +wegschopte. Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een andere +manier! riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze wijze +vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was inderdaad de +zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was verrukt door +deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te onderscheiden +door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden zijn. Hij +begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn vader +bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij bleef +niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om Prinses +Francelina te verlossen uit de macht van een reus en een dwerg, die +haar in een betooverd paleis gevangen hielden. Bij zijn terugkomst +in Constantinopel onderscheidde hij zich zeer in een tournooi, dat +gehouden werd bij gelegenheid van het huwelijk van een der dochters +van den Keizer, en Primalen, de eigenlijke held dezer geschiedenis, +de zoon van Palmerin en Polinarda, wenschte zich met zijn halfbroeder +te meten; daartoe werd hij tot ridder geslagen en hij kon toen aan den +strijd deelnemen. De rest van de romance handelt over de lotgevallen +van dezen jongen held en van Duardos (Eduard) van Engeland. + +Bij n zijner avonturen had Primalen den zoon der Hertogin van +Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de gelofte af, dat zij +haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den man, die haar +het hoofd van Primalen zou brengen. Primalen versloeg n voor n +de minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het +laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen +Primalen aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, vatte +zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner liefde +was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald en in +1533 te Valladolid werden uitgegeven. Wij zullen ons niet bezighouden +met deze onbeteekenende romance, maar liever onze aandacht wijden +aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling waard is. + + + +PALMERIN VAN ENGELAND. + +Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de geheele serie. Men +zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is gegaan, maar +een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en een +Italiaansche in 1555 te Veneti. Southey houdt echter vol, dat het +Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit bestaan heeft, en dat zij +oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven werd. Deze bewering werd +echter te niet gedaan, doordat Salva een afschrift van het verdwenen +Spaansche werk ontdekte, dat door Luis Kuxtado geschreven was en in +twee gedeelten te Toledo verscheen, in 1547 en 1548. Southey trachtte +in de Europeesche vertaling van Palmerin van Engeland aan te toonen, +dat een nadere beschouwing van de mise en scne het onweerlegbaar +bewijs zou leveren, dat deze romance van zuiver Lusitanischen oorsprong +was,--uit welke redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er +schuilt in dergelijke spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond +zou men kunnen beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat +het voornamelijk speelt binnen de grenzen van het gevaarlijke eiland +Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont met Amadis. + +In Palmerin van Engeland vinden wij de levensgeschiedenis van de +ouders van den held geschetst. Don Duardos, of Eduard, de zoon van den +Koning van Engeland, was gehuwd met Flerida, de dochter van Palmerin +de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op de jacht was, verdwaalde hij +in een Engelsch woud, en kwam terecht in een geheimzinnig kasteel, +waar hij gevangen gehouden werd door een reuzin, Eutropa genaamd, +wier broeder hij in den strijd gedood had. Maar Dramuziando haar neef, +en de zoon van den reus, die door Duardos naar de andere wereld was +geholpen, was zachter van gemoed dan zijn geweldige tante, en hij +vatte een eigenaardige vriendschap op voor den gevangen Duardos. + +Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het uitblijven +van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal ridders, op +weg om hem te zoeken. Terwijl zij het bosch door trok in de hoop hem te +vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die door haar kapelaan onder +het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks was deze plechtigheid +afgeloopen, toen een woeste man, die in een verborgen schuilplaats +van het woud woonde, uit het dichte gebladerte te voorschijn sprong, +de kinderen greep en zich haastig met hen verwijderde. Niemand kon +hem tegenhouden, want hij was vergezeld van twee leeuwen, die z +reusachtig groot waren en verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs +de dappersten uit het gevolg van Flerida met angst geslagen waren. + +De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian +gedoopt waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te +werpen. Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond +een boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat +haar overkomen was. Toen Primalen de treurige tijding ontvangen had, +scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij +hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden +werd. Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende +ridders gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten +strijde te trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door +Dramuziando, die elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem +te vechten. + +De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen +als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn +vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden +dood der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde +hen op met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij +zeer bedreven in de jacht en den boschbouw, en op n zijner tochten +door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde, ontmoette +Florian den zoon van den hertog van Wales, Pridos, die hem medenam +naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn moeder Flerida gebracht +werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot den schuwen knaap, nam +hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van Het Kind van het Woud, +en voedde hem op in beschaafde manieren. + +Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden was, +liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een galei, +die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens vroegere +lotgevallen in de romance Primalen beschreven zijn) stapte aan wal +in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die met hem naar +Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en Selvianus +vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer zee koos, +en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar zij bij +den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de afkomst +van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen had +van een zekere Jonkvrouw van het Bad, die als beschermengel van +den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend, dat de knaap +van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling dezer +edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg +hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primalen, gordde hem +het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te Constantinopel +werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde ridder, die +als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee leeuwen, +zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling vertrok +nog incognito, maar later ontdekte men, dat het Florian was, die van +dit oogenblik bekend bleef als De Ridder met den Boschbewoner. + +Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda, +maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het +natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele +jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid, +verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van +den Gelukzoeker naar Engeland, waarheen hij Selvianus als zijn +schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen, +waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij +in het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch +trok, waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem +te staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij +zich verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar +de slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den Ridder met den +Boschbewoner, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar Londen +en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide en +verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had eindelijk +Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de geboorte +der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en door +hun pleegvader bevestigd. + + + +HET KASTEEL ALMAUROL. + +Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden Florian en Palmerin +het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken weer verder. Wij +kunnen hen niet volgen door den doolhof van verwikkelingen, waarin +zij belandden, maar verscheidene hunner beproevingen, vooral die, +welke Palmerin op het Gevaarlijke Eiland moest doorstaan, behooren +tot het belangrijkste en bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat +naar hem genoemd is. + +In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus +Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa +blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins, +en zij smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht +van den toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te +vernietigen. Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol, +waar, onder de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige +Miraguarda woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat +boven de poort van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door +een stoet van ridders, die verliefd waren geworden op het origineel, +en wanneer er andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner +aangebedenen prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot +de slachtoffers der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando; +maar terwijl hij de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd +door Alhayzar, den Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana, +de dochter van den Sultan van Turkije, hem had bevolen, het haar te +brengen als bewijs van zijn trouw. + +De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden, +zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het +huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin +werd in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian +met Leonarda, de Koningin van Thraci, zoodat de gelieven allen +gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet +met deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan, +door de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije +opvat voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had, +terwijl hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid +gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, en ofschoon zij nu goed en +wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en schilderijendief, +had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude gevoelens bewaard, +die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare bekoorlijkheden +vergeten had om de schoonheid der Koningin van Thraci. + +Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een toovenaar +om de Koningin van Thraci in het verderf te storten. Terwijl de jonge +vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij overvallen +door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een betooverd +kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote slang. Haar +ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een avontuur naar +zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had geraadpleegd, gelukte +het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw gevangen gehouden werd, +en hij slaagde erin, de betoovering van haar weg te nemen. + +Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate; +deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken, +en hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te +leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het +Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man, +die uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van +het Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen +geleverd, en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der +heidenen volkomen vernietigd. + + + +EEN LOFREDE VAN CERVANTES. + +Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze romance Deze +Palmerin van Engeland, zegt hij, moet bewaard blijven als een unicum, +en er zou een kistje voor gemaakt moeten worden, zooals Alexander er +een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, mijn waarde vriend, +is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten eerste is het op +zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, dat een wijs +Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen in het kasteel +van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid beschreven; +de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in overeenstemming +met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou dus, meester +Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, en Amadis +de Gallir uit de vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder +verder onderzoek moet worden vernietigd. + +Met Uw verlof, meester Cervantes, zou ik hierover gaarne nog eens +met U van gedachten wisselen; want ofschoon Palmerin van Engeland +de beste van deze soort romances is, steekt hij toch niet z ver +uit boven de andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook +mogelijk kunnen zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze +romance zoo bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het +werk is van een Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een +dagblad-criticus, wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances, +die gij niet gelezen hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan +vereenigen met de minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont +voor het schoone geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven +zijn? Geen goed ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben +kunnen neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid +en gebrek aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er +marionnetten van gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor n +ding blijf ik hem echter dankbaar--voor de persoonsbeschrijving van +den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in het Dal der Verdoemden +woont, verdiept in het aanschouwen van geheimzinnige zaken. Maar nog +meer ben ik hem dankbaar voor de atmosfeer van wonderbaarlijke en +bedwelmende betoovering, waarin hij deze geschiedenis heeft gehuld; +en wanneer de schrijver U heeft meegesleept in zijn vervoering, en +Uwe oogen heeft gesloten voor de gebreken dezer romance, dan moeten +wij tot Uw verontschuldiging aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet +in staat waren die fouten te zien, en dat zij slecht den uiterlijken +glans konden aanschouwen van deze tooverwereld. + + + + + + + +HOOFDSTUK VI: CATALONISCHE ROMANCES. + + + Romances van een kust van liefde en wijn, + Waarin nog klinkt de galm van 't edel staal, + Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn, + En woorden ruischen van een langvergeten taal. + + +De letterkundige geest van Cataloni was van zuiver lyrischen aard, +zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo +heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat +omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische +poezi heeft haar vaderland in woeste en door stormen geteisterde +landen, waar de windvlagen in wilde zangen de ziel van den mensch +wekken tot vurige liederen, en zijn geest ontvankelijk maken voor het +rumoer van den krijg. Maar op beschutte kusten, doortrokken met zon, +en gekleurd met de warme tinten van den overvloed, worden de aeolische +geluiden der zefirs, die zich als zachtklinkende geesten door tuinen en +wijngaarden spoeden, omgetooverd in teederder en waziger muziek. Toch +ontbraken in deze provincie van minnezangers de ridderlegenden niet; +en zelfs ontstonden er twee romances van zulk een groote schoonheid, +dat deze in de letterkunde van het Schiereiland zich voor goed een +belangrijke plaats veroverd hebben. + + + +PARTENOPEX DE BLOIS. + +De schoone en uitstekend bewerkte romance van Partenopex de Blois +was in de dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488 +gedrukt te Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een +Fransche romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den loop +der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even +echt Catalonisch werd als de Cid Castiliaansch geworden is. Hier +volgt dan de geschiedenis van Ridder Partenopex. + +Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn +dochter Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele +buitengewone gaven, die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de +tooverkunst. Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare +raadslieden het niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus +drongen zij er op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden +haar een tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel +te vinden; en om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die +volkomen haar gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar +de verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen +te krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden +kunnen komen. + +In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote schoonheid +en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, Partenopex de +Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van zijn +koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het +overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt +den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen +morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij +het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig +voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar +huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar +vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan, +toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over +de baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat +Partenopex het schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even korte +als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend schoone +landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich van de +kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en zag +tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig, +dat hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht +door den glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die +langzamerhand uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een +uitgezochte maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle +voorwerpen in het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden, +die in zulk een overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn +mond, en toen hij verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in +de lucht bewegende, een brandende toorts, die hem den weg wees naar +een slaapkamer, waar onzichtbare handen hem ontkleedden. + +Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was +overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde, +dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde +den jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten, +liefde voor hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem +door toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in +het kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou +trachten haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren, +hij haar liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek; +maar den volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de +schitterendste kleederen bracht. + + + +HET GEHEIMZINNIGE KASTEEL. + +Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel van Melior +niet aan verstrooiingen van allerlei aard; want de uitgestrekte +landerijen en bosschen waardoor het omgeven was, verschaften hem een +prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij vergast op de heerlijke +liederen van onzichtbare zangers. Al het mogelijke en onmogelijke werd +gedaan, om zijn verblijf in het slot te veraangenamen, en om hem te +boeien. Maar te midden van alle heerlijkheden waardoor hij omringd +was, hoorde hij, dat zijn land was aangevallen door vijandelijke +troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare gebiedster, voor zijn vaderland +te mogen strijden, en toen zij van hem de verzekering had gekregen, +dat hij zou terugkeeren, stelde zij het tooverschip, waarmede hij in +haar rijk geland was, tot zijn beschikking, en kort daarna kwam hij +daarmede in Frankrijk aan. + +Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf, +om zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette +hij een ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot +een tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte +Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de +minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden +werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het +Hof van Parijs reden. + +Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis +met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten +aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat +alles in de liefde geoorloofd is, onderschepte zij zijne brieven aan +Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn hartstocht voor +de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen kluizenaar er toe, +zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn geliefde af te schilderen +als een geest der duisternis, die z verdorven was, dat zij zelfs +de gedaante had aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een +zwarte huid, witte oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist +dit alles te gelooven, maar toen de vijandelijkheden geindigd waren, +en hij weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het +verhaal van den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot +zich zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker +bezocht en hij wist niet, hoe zij er uit zag. + +Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam +de jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij +wist dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp +boven zijn slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke +schoonheid aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar +verteld had, laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den +aanblik van haar bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit +zijn lamp op haar boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn +ongehoorzaamheid aan hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar +stellig op de plaats gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die +op den toornigen uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had; +en de vertoornde Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken. + +De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na +eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot +te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere +schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard +verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het +gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om +hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel +in Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer zuster bedaard +zou zijn. Daarna keerde zij naar de vertoornde Keizerin terug, en +haalde haar over, af te kondigen, dat zij haar hand zou schenken aan +den overwinnaar in een tournooi, dat zij van plan was uit te schrijven. + +In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen, +en Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van +Uracla in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te +verblijven, want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een +hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij +een kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex, +ten zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig +door een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syri +geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen +door de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon +gebracht, en in den kerker geworpen. + +Partenopex was diep bedroefd toen hij vernam, dat Hermon en +verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren getrokken, om +deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in gevangenschap +zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner aangebedene +door groote dapperheid te herwinnen. + +Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te +stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en +bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te +nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van +Perzi de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen, +en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door +Melior weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen. + + + +HET TYPE VAN PARTENOPEX. + +De romance van Partenopex behoort tot de groep waartoe Amor en +Psyche en Melusine behooren, en waarin de ne geliefde de andere +niet mag aanschouwen, op straffe van verlies van het voorwerp zijner +liefde. Onveranderlijk verliezen zij elkander dan ook inderdaad; +maar de dichterlijke rechtvaardigheid eischt, dat na vele beproevingen +alles weder in orde komt. Dikwijls neemt de man of de vrouw de gedaante +van een verscheurend dier of van een slang aan, zooals in de beroemde +romance van Melusine, waarmede Partenopex groote overeenkomst heeft, +zoodat ik de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit +heeft overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld +hebben, was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk +bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben +hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken +vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de +meer moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De +geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling +van den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe +geschonken werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische +zoowel als de Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren, +opdat zij deze belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen. + + + +TIRANTE DE WITTE. + +Het merkwaardige oude verhaal van Tirante de Witte was het werk van +twee Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie +de laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart, +dat hij de romance uit het Engelsch vertaalde, en het heeft er +inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van het gedicht +sterk benvloed zijn door de oude romance Sir Guy of Warwick. Ik +kan echter niets in deze romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij +bepaald vertaald is, en het lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de +verklaring van den schrijver moet worden opgevat als een truc, die +door de dichters van het oude Spanje veel werd toegepast om hunne +geschriften te omgeven met een waas van geheimzinnigheid, of om zich +te beschermen tegen de meedoogenlooze kritiek, die in dien tijd, +toen ongeveer alle bewoners van het Schiereiland behept schijnen te +zijn geweest met een manie voor belletrie, daar gebruikelijk was. De +romance werd in 1490 gedrukt. Er wordt in gesproken over de Canarische +Eilanden, die in 1326 ontdekt zijn en die zelfs in Spanje vr het +begin der vijftiende eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij +wel met zekerheid mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien +tijd geschreven is, vooral ook, omdat er een ridderverhaal, l'Arbre des +Batailles in vermeld wordt, dat eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek +werd in het Castiliaansch vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511; +kort daarna zag een Italiaansche vertaling van Manfredi het licht, +en een Fransche van de hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste +heeft het oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij +de voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd +en er iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten +nenmale mist. + +Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland +met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden +de meest grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis +waardig te vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een +jonge ridder uit Bretagne, van deze preparatieven hoorde, besloot +hij aan de ridderspelen deel te nemen, en hij scheepte zich in met +een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde plan hadden opgevat, +en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, en de reis naar +Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de vermoeienissen +van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het sukkeldrafje +van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te verwonderen, dat hij +op deze wijze gescheiden werd van zijn veerkrachtiger metgezellen, +en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat hij geheel alleen op +den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en sukkelde eenige +mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend behoefte aan +rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; hij was +zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die hij +aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op +eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door +het dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond +zich plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag +in zijn armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder +spoedig een hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder +verbaasd, toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing +van l'Arbre des Batailles, een boek vol lessen en wetenswaardigheden +op het gebied der ridderlijkheid. + + + +DE GRAFELIJKE KLUIZENAAR. + +Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan William, Graaf van +Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de ijdelheden van +het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar Jeruzalem. Toen hij +bij het Heilige Graf was aangekomen, liet hij het bericht van zijn +dood verspreiden; daarna was hij naar Engeland teruggekeerd in de +vermomming van een pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut, +waar Tirante hem ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het +kasteel, waar zijn echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet +van langen duur zijn, want toen de machtige Koning der Canarische +Eilanden met een reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf +naar de wapenen om het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers +rukten echter zoo snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig +uit Canterbury en Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een +schuilplaats te zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd +door het Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf +hem te hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een +tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna +maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de +eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen +beschreven is in de oude Engelsche romance Sir Guy of Warwick. + +Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde +hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat +zijn vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van +Frankrijk, dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn +moeder een dochter was van den Hertog van Bretagne. Ook vertelde hij +zijn gastheer, dat hij van plan was deel te nemen aan het tournooi, +dat gehouden zou worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk, +waarop de Graaf hem uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante +verdiept was, een hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten +in het algemeen van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling +voor over den wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen +hij geindigd had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat Tirante, +daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, verstandig zou +doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, waaruit hij +hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem. + +Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was +getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had +aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en +hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze +vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij +de ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had +verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen +verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van +den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht +op leven en dood, en geischt, dat zij zich zouden uitrusten met +papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd +gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in +het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders, +die bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van +Bourgondi en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van +Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of God +ontferm U onzer, en die een afstammeling was van de oude reuzen, +kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. Toen hij +echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van Tirante, +die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij z overweldigd door +smart, dat hij den geest gaf. Zijn plaats werd ingenomen door zijn +broeder, Thomas van Montauban, die een nog reusachtiger gestalte +had, maar toch door den jongen Bretonschen ridder overwonnen werd, +en genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen. + +Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar zijn +vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in +zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht +bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en +den Sultan van Caro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon van +den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland te +bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen hield +hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij eindelijk +te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, en +nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf +hij zich met zijne manschappen naar Sicili, waar Prins Philips in +het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren +de huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer +van Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende +mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een +inval hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als +ridder gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den +heidenschen aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel, +waar hem bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen +werd opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de +bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf +spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om +een wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende +dien rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden. + +Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in +Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden Arthur, Koning +van Brittanje, kwam zoeken. De Keizer daalde af in zijn duisterste +kerkers, en vond daar den grootste onder de helden opgesloten in +een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste levensdagen in de diepste +ellende en volkomen verzwakt van geest doorbracht. Nadat men hem zijn +oude wapen, het beroemde zwaard Excalibur, in de hand had gegeven, +was de ongelukkige Koning in staat, alle vragen, die hem met eenig +beleid gesteld werden, te beantwoorden; maar toen men hem het zwaard +weer uit de hand nam, verviel hij nog dieper in den toestand van +kindschheid. Nadat Urganda een schitterend feestmaal gegeven had, +verdween zij met haar bejaarden broeder, en niemand wist, waarheen +zij gegaan waren. + +Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van +vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig +slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses +Carmesina. Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der +hofdames van de Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde +voor den jongen ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche +list zijn jalousie op te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner +ziel gekwetst door de vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder +afscheid van haar te nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het +schip, waarmede hij wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen, +en naar de kust van Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het +strand wandelde, ontmoette Tirante een gezant van den Koning van +Tormeceno, die hem naar het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder +voorstelde, waarna Tirante hem bijstond in de oorlogen, waarin deze +vorst natuurlijk gewikkeld was. Toen hij bij zulk een gelegenheid de +stad Montagata bestookte, trad een jonkvrouw buiten de poorten, om +voor de inwoners om vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij +in haar n der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de waarheid +vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij hief +oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een machtig +leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij te +staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een terugtocht +van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij in staat +een zeer voordeeligen vrede te sluiten. + +Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk +van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag +op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van +zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten +totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus +een wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen +van Ethiopi, Fez en Sicili, kreeg hij een hevige pleuritis, en +ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort +daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren +zij niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag, +waarop zij het doodsbericht hadden gekregen. + +Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet +gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping +door het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders, +of de lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid +van het slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van +Cervantes, dat Tirante de Witte een lievelingsromance van het Spaansche +volk was. Toen zij een heele verzameling romances tegelijk opnam, +zegt hij, viel er een op den grond voor de voeten van den barbier, +die den inval had den titel te lezen, en zag, dat het Tirante de +Witte was. God beware mij, riep de priester luidkeels, is Tirante de +Witte er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een bron van +vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de huishoudster +aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, want ofschoon de +schrijver verdient te worden opgehangen, omdat hij in vollen ernst +zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek toch in zeker opzicht +het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. Hier eten en slapen de +ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor hun dood hun testament, +natuurlijke zaken, die in alle andere boeken ontbreken. + +Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het +onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance +kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd +uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond? + + + + + + + +HOOFDSTUK VII: RODERICK, DE LAATSTE DER GOTHEN. + + + Nog gistren was ik Spanje's Vorst--mijn rijk werd mij ontroofd. + Nog gistren in mijn heerlijk slot--waar leg ik nu mijn hoofd? + Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij neer, + Daar dient vandaag d'onttroonden vorst geen enkle schildknaap meer. + + Lockhart: Spaansche Balladen. + + +De tragische en rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje +overging in de handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard +is behandeld te worden door een groot dichter; maar of het de nationale +trots beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet +door aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven +bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich z tot de +schildering der diepere menschelijke hartstochten als de episode, +die eindigde met het verraad van een geheel land uit persoonlijke +wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als die, welke Aeschylus bewoog, +zijn ontroerend en grootsch drama Elektra te schrijven. Toch vindt men +deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche +kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, Roderick, de +Laatste der Gothen, dat genspireerd is door een onware voorstelling +van dit gedeelte der geschiedenis. [23] + +Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, dat begraven +ligt in De Kroniek van Roderick, met de Verwoesting van Spanje, +moeten wij eerst de geschiedenis van den ondergang van het Gothische +rijk in Spanje nagaan, met behulp van die gegevens, waarvan wij mogen +veronderstellen, dat zij ons betrekkelijk juist inlichten over het +geval. Deze gegevens vinden wij in de Algemeene Kroniek van Spanje +en in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk +zijn de feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis, +in het kort als volgt: + +Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren +in Mauretani, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van +Andalusi, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland bij +hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche +Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd +door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid, +dat de vesting Ceuta in Mauretani nog in Gothische handen was +gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door +het beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer, +die erin slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige +overmacht. Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick, +die het recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen +had. Zijn voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van +een of andere provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht +naar wraak, hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick +erin, met voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza, +zelf den troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in +Spanje nog door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer +goed mogelijk, dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen +heeft. Waarschijnlijk was Graaf Julianus een lid van de partij aan +welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat +hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten, +de hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen. + +De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen, +dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot +deze onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer +verklaring van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een +slecht en ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige +hartstocht voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus, +en verleidde en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van +Roderick, besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak; +hij stelde zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij +zoo lang tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa, +den Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje; +en om zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij +zelfs hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in +over de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk +op den weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding +der soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa +begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het +Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap +af naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te +vragen over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur +zeer aan. Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat, +maar ook een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote +vloot af te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts +weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in Juli van het jaar +710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als het ware eerst +poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner tegenstanders. De +expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij te Tarifa geland +waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied naar het kasteel +en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich de trouwelooze +volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen tegenstand +te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika terug. + +Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de +Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden +in het voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik, +op Spaanschen boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun +aanvoerder draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent De +Berg van Tarik. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche +legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien, +dat zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal +bijna honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik +zijn leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche +soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en +afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix, +en de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die +schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en +goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door +witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door +de overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden +zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne +ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht +onmogelijk was: Vr u is de vijand, zeide hij, achter u ligt de +zee. Waarheen zoudt gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien +Koning der Gothen verdelgen of zelf ondergaan. + + + +RODERICK'S LOT. + +Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de beide zonen van +Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche leger bekleedden, +scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit veroorzaakte een +geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros Orelia, en +trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn diadeem en +vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het gelukte +hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op aandringen van +Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich echter drie volle +maanden staande hield, en hij zond een leger uit om het koninkrijk +Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo gaf zich over, +nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had, dat zij de +stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een belofte, +die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de heidensche +aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen beloond, en zij +sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan, totdat beiden +na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van Toledo zette +Tarik zijne veroveringstochten voort over Castili en Leon en trok +hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon in Asturi, +waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van Biskaje. In enkele +maanden was geheel Spanje feitelijk een Mohamedaansche provincie +geworden, en alleen in de valleien van Asturi hield een troepje +Gothische soldaten nog stand tegen den overwinnenden Moor. + +Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, om den meer +schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der romance te +gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke verdorvenheid van +Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus aangestookte inval +der Mooren den karakterloozen Koning als een donderslag trof. De strijd +met de Saracenen wordt beschreven, en de vlucht van Roderick wordt in +de somberste kleuren afgeschilderd. Maar zooals de volksoverlevering +weigerde te gelooven, dat Arthur op dien gedenkwaardigen dag bij +Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van Schotland op het slagveld van +Flodden, en Harold bij Hastings hun einde vonden, zoo weigerde zij +ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is den mensch aangeboren, +zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een beroemd legeraanvoerder +werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog in onzen tijd, niet +legenden in omloop geweest met betrekking tot den diep betreurden +Lord Kitchener? + +De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt stond +zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling beschenen +werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem bezwoer +te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde den +raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner koninklijke +waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een gesneuvelden boer +aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den geheelen nacht +liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen van goddelijke +wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de gruwelijke +gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de slagvelden, +werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting. Na zeven +dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat gelegen +was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van Minda. Het +klooster was geheel verlaten, maar de rampzalige vluchteling wierp +zich voor het altaar neder, om in gebed zijn noodlot af te wachten, +want hij was er vast van overtuigd, dat de heidenen hem zouden opsporen +en dooden. Hij voedde de lampen met olie, en verliet slechts zoo nu en +dan het altaar, om te zien of de Saracenen naderden. Hij lag voor het +crucifix geknield, en omvatte de voeten van het beeld des Verlossers, +terwijl hij bloedige tranen van het diepste berouw schreide. Terwijl +hij daar in het stof gebogen terneder lag, bemerkte hij, dat iemand de +kapel was binnengetreden, en toen hij de oogen opsloeg, in de hoop, +dat het kromme zwaard van een Moorsch soldaat hem den verlossenden +dood zou brengen, zag hij tot zijn verbazing een monnik, die hem +vriendelijk toesprak en hem zeide, dat hij naar het klooster, dat hem +vijf en zestig jaren tot woonplaats had gediend, was teruggekeerd in +het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven door de hand van een heiden, +en dat hij op deze wijze den martelaarskroon zou verwerven. + +Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die diep +getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden +sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst +gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat +hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen +de morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren +nog een der machtigste koningen van het Christendom was geweest, +de kapel, om hun moeilijken weg te gaan. + +De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij +hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te +blijven, zoo lang dit God zou behagen. Wat mij betreft, sprak hij, +over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan moet gij mij +begraven, mijne kleederen aantrekken en tenminste een jaar hier blijven +om honger en koude en dorst te lijden uit liefde voor onzen Heer, opdat +Hij zich over u ontferme. Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij +drie dagen later den geest. Roderick was diep bedroefd over zijn dood; +hij maakte zich dadelijk gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren, +en groef met zijn bloote handen en met behulp van een boomtak een graf +voor den vromen monnik. Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen, +zag hij, dat de doode kluizenaar een papierrol in de hand had, die +beschreven was met raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze +in de kluizenaarshut. De onttroonde Koning las het geschrift met +groote aandacht, en hij besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen. + +Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten arbeiden +aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden nacht, +terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij kwam +in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de +monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen +gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht, +dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de +hand kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: Het zou niet +gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig +dienaar van God. Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker bekend +was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een heilige, +die zich op deze wijze aan hem openbaarde. Helaas, zeide hij, ik +ben geen Koning, maar een ellendige zondaar, van wien het beter zou +zijn geweest indien hij nooit geboren ware, zooveel wee is over het +land gekomen door mijn misdaad. + +Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent, antwoordde Satan, +want de ramp, waarover gij spreekt, zou in ieder geval het land +getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het was niet uw +schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest van God, +die door mijn mond spreekt. De Booze zeide daarna, dat hij den +langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn strijd +bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer verheugd en +luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan sprak en die +ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door allerlei +drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den pseudo-heilige +verzocht hem te helpen bij het begraven van het stoffelijk omhulsel +van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem niettegenstaande zijn +voorgewende kreupelheid de vlucht te zien nemen. + +Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de +heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick +bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders +hem nmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit bevel, +weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en Satan +wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche langdradigheid +uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de haarkloverij +en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs van een +schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten, dat +hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben +weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding, +dat op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn +ware gedaante van een vreeselijken duivel. + + + +DE KRIJGSLIST VAN SATAN. + +Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren avond, toen de +zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand naderen, die +met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed van een +gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende Roderick +tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem naderde +met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn verraad +volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van den +Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer +de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche +troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar +Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd +en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger +te aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met +wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen +terug, onder wie Roderick verscheiden ridders ontdekte, van wie hij +dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte +het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen +dat zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar +de lager gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie, +alsof zij een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een +menigte pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad +volgde. Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel +gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen +op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met +de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden +behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele schouwspel +van den veldslag als rook in den wind, en toen wist de Koning, dat +hij ten tweeden male de verlokkingen des Duivels had weerstaan. + +Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na +verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was +dan alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl +hij zijne gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een +stoet ruiters in de richting van zijn hut komen, en toen zij daar +stilhielden en afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante +van dezelfde Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een +gruwelijk onrecht had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart +van den rampzaligen Koning bijna stil, maar voordat hij een woord +kon uitbrengen, vertelde zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de +Mooren gekeerd had, en hen had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote +des Konings, gestorven was, dat een monnik haar bevolen had, Don +Roderick op te sporen en hem zoo spoedig mogelijk te huwen, en dat +hij haar voorspeld had, dat zij het leven zou schenken aan een zoon, +Elbersan genaamd, die de geheele wereld onder den scepter van Spanje +zou brengen. Toen Roderick deze woorden hoorde, begon hij vreeselijk +te beven, want hij had Cava zeer liefgehad. Zij gaf hare dienaren +bevel, een tent op te slaan in de nabijheid van de kluizenaarshut +en de leden van haar gevolg richtten een overvloedig maal aan. Toen +de Koning haar groote schoonheid aanschouwde, sidderde hij, alsof hij +door een beroerte was getroffen, maar hij vouwde zijne handen in gebed +en wendde zich tot God, smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou +laten voorbijgaan. Toen hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte +de valsche Cava hem, luidkeels schreeuwende, en de helsche machten, +die haar vergezelden, volgden haar in zulk een hevige verwarring en +met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals +waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor +de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle, +maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God, +die hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze. + + + +DE DOOD VAN RODERICK. + +De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner afzondering zou +verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking had weerstaan. Hij +volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou, gordde zijne +lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den eersten +dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij bleef +overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een klooster, +waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat bestemd was +zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster beval hem, +naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut bevond, die +hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden steen +zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie kleine +slangen vinden, van welke de n twee koppen had. Deze tweehoofdige +slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het geheim voeden, +zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou verborgen moeten +blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar lichaam langs den +wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den kop naar buiten +te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er zelf ontkleed +naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God zijn boete +zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel van +het klooster. + +Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den Abt op; hij +vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier in +de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich +in tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij +zich nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een +grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de +Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte, +en begon met n kop zijn zondige natuur en met het andere zijn hart te +verslinden. Roderick lag onder vreeselijke kwellingen ter neder, maar +ten slotte doorboorde de slang het hart, waarop de Koning onmiddellijk +zijn geest aan God gaf, die in zijn Heilige Barmhartigheid hem in Zijn +Heerlijkheid opnam. En in zijn stervensuur begonnen alle klokken van +het klooster te luiden als werden ze door menschenhanden bewogen. + +Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek +het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe +beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals +Thomas Newton in zijn Notable History of the Saracens gelooft, dat de +slang met de twee koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten? +Requiescas in pace, Domine Roderice! + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII: CALAYNOS DE MOOR, GAYFEROS EN GRAAF ALARCOS. + + +Ik neem deze drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen +omdat zij blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk +een hooge gunst hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister +beeld geven van den smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere +romances van dezelfde soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf +een afzonderlijke groep vormden, wat ik altijd verondersteld heb op +grond van het feit, dat in alle Castiliaansche verhandelingen over +de romance, deze drie gedichten te zamen worden vermeld. Hieruit +meen ik te mogen opmaken, dat deze drie romances een eigen genre +vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest van ernst en strengheid, +die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche letterkunde, en +tenminste in n dezer drie gedichten vindt men zoo duidelijk de +atmosfeer van groote droefheid en van wreedheid, die slechts wordt +opgewekt door Latijnsche en Grieksche treurspelen. Want zelfs niet +de grootste meesters van het Noorden, Marlowe noch Massinger, Goethe +noch Shakespeare, zijn er in geslaagd, met zulke sombere kleuren hunne +tooneelen af te schilderen, als de Spanjaarden Calderon of Lope dat +hebben gedaan. + + + +CALAYNOS. + +Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders, is de held van +verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende daarvan is de +Coplas de Calainos, waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde vertaling +heeft geleverd in zijn Spaansche Balladen. + +De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een +jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij +haar uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in +haar overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte +van hem de hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid: +Rinaldo, Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf +zich oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide +hij de Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn +hoorn, waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den +klank herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige +mijlen van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de +koninklijke stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte, +hoe hij het durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van +zijn rijk te vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was +van Calaynos, die Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde, +en die hun aanval in Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den +overmoedigen heiden te strijden, stelde Karel de Groote Roland voor, +dat deze Calaynos zou tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat +dit de taak behoorde te zijn van een of anderen saletjonker, daar hij +het beneden zijn waardigheid vond met n enkelen Moor te vechten. Heer +Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van +Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en +bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem +minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn geliefde. + +Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden hoorde; hij slingerde +Calaynos zijn uitdaging in het gezicht, en riep hem toe zich gereed +te maken tot den strijd. De Moor wierp zich in het zadel, richtte +zijn lans op de borst van zijn tegenstander, reed in vollen draf op +Boudewijn toe, en wierp hem ter aarde, waarna hij hem dwong om genade +te smeeken. Maar Roland, de oom van den jeugdigen ridder, was in de +nabijheid; hij zwaaide zijn geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat +hij zich moest wapenen voor een nieuwen strijd. Wie zijt gij? vroeg +Calaynos. Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U niet. + +Zwijg, ellendige Moor! antwoordde Roland. Uw laatste uur is +geslagen; en dit zeggende, reed hij in vollen draf op zijn vijand +toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland sprong van zijn +paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem heen. + +Hoe heet gij, heiden? vroeg hij, spreek of sterf. + +Heer, antwoordde Calaynos, ik dien een trotsche Spaansche jonkvrouw, +die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen dan de hoofden van +de drie edelste paladijnen van Karel den Groote. + +Zoo, lachte Roland, dan zijt gij een groote gek; zij kan +u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons te +trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven; en met deze +woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met de +halve maan. Deze maan zal nooit meer opgaan boven de Seinevlakte, +riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede stak. + +Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw +en door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer +onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder +ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal +draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke +strekking. + + + +GAYFEROS. + +Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche romantiek; zijn +geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den Groote, en werd +opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop Turpinus. Ofschoon hij +een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder aantrekkelijk te zijn +geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen hij waarschijnlijk +te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven jaren heeft gezocht +naar zijn vrouw, die zich in Spaansche gevangenschap bevond. Gayferos +van Bordeaux was een bloedverwant van Roland, den onoverwinnelijken +held uit de Chansons de gestes, en hij was gehuwd met Melisenda, +een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd de dame +geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te Saragossa +opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der heidenen te +bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te zoeken. Maar +na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de plaats te +vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar provincie, +van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij eindelijk, +ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In de +hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos +zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote +hem met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem: +Hoe nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen, +terwijl uw vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij +even bekwaam waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen, +zoudt gij u haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden. Deze +terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist +gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog +niet bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen hij van Karel den +Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf hij zich haastig +naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een paard. + +Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn +eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en z uitgerust, reisde +Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd daarna kwam hij +te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd tegengehouden, +reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw gevangen werd +gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en smeekte hem, +indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van haar aan +haar echtgenoot Gayferos te brengen: + + + Zeven jaren in deez' toren heb ik Gayferos gewacht, + Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren doorgebracht, + Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar smart; + Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle hart. + Maar hij richt zich op in 't zadel: Eedle Vrouwe, klaag niet meer, + Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en heer. + Spring in 't zadel uit den toren! in mijn armen, aan mijn borst, + Voer 'k u veilig uit de landen van den wreeden Moorschen vorst. + + +Melisenda sprong uit het venster in de armen van haar trouwen ridder, +die haar in het zadel hief en spoorslags met haar wegreed om de +poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige was geweest +van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden spoedig +achtervolgd door zeven colonnes ruiters. + +De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds kleiner, +maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard waarop +zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat wanneer +men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de sporen in +zijne zijden drukte, men hem zonder eenig gevaar voor de berijders +over elke hindernis kon laten heenspringen. Haastig deelde zij haar +echtgenoot dit mede, en toen hij op haar aanwijzing gehandeld had, +stuurde hij het ros naar de stadsmuur, waar het met het grootste gemak +over heensprong. Toen de Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de +verdere vervolging op. Kort daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te +Parijs terug, en hun verder leven was even gelukkig als hun verleden +droevig was geweest. + + + +GRAAF ALARCOS. + +Somber, tragisch en vol afwisseling is de geschiedenis van Graaf +Alarcos, een romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het +Engelsch vertaald door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen +hebben veel overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied +toonden voor den geest van het origineel. De romance begint met den +eenvoud, die de ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter +van den Koning van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos, +maar hij had haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie +hij verscheidene kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar +verleiding, trok de ongelukkige prinses zich van de wereld terug, +en bracht hare mooiste levensjaren in groote droefheid door. Haar +koninklijke vader, die niets van dit geheime huwelijk wist, vroeg +haar naar de oorzaak van haar leed, en zij antwoordde hem, dat zij +treurde omdat zij niet gehuwd was zooals andere vrouwen van haar rang. + +Dochter, antwoordde de Koning, dat is mijn schuld niet. Heeft de +edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk gevraagd? Ik ken in +Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat hij u zou kunnen +huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds getrouwd. + +Helaas, zeide de Infante, het is juist Graaf Alarcos die mijn hart +gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en hij beloofde +mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het huwelijk trad. + +Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak +hij: Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk +geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt. + +Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie, +en zij riep uit: Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over +mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat +ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos +nog met mij trouwen. + +Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos +op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn +misdaad tegenover de Infante. + +Is het waar, Don Alarcos, vroeg hij, dat gij mijn dochter trouw +beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister dan goed +naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter toekomt: +zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat +zij aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante +huwen. Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van +u het eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven. + +Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb, antwoordde +Alarcos. Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar mijn onschuldige +vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn misdaad, maar tref +mijn vrouw niet. + +Het is onmogelijk, antwoordde de strenge oude Koning. Ik zeg u, dat +zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. Wanneer het wapenschild van +een Koning bevlekt is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze +vlek moet uitwisschen, schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg +mijn bevel op, of gij zult uw misdaad met uw leven betalen. + +Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde +was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken, +stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij +reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De +gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief +had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig +van smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette, +vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd +zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug, +en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar +in haar kamer zou mededeelen. + +Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare +vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon +eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide, +alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk +voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar +geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen. + +Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad, zeide hij. Ik beloofde +haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met haar. Zij is de dochter +des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en wil, dat ik mijn belofte +aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het zeggen moet! heeft +bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen avond. Wat, riep de +gravin verschrikt, is dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u, +Alarcos? Waarom moet ik sterven? O, zend mij terug naar mijn ouderlijk +huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn kinderen +kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht ben. + +Het is onmogelijk, antwoordde de rampzalige Graaf; ik heb mijn +woord gegeven. + +Ik heb geen vrienden in dit land, riep de ongelukkige vrouw uit, +maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen, voordat ik sterf. + +Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust, omhelzen, kermde +Alarcos; de andere kinderen moogt gij niet meer zien. Maak u gereed +om te sterven. + +De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een Ave, stond op +en smeekte haar hardvochtigen echtgenoot, goed voor de kinderen te +zijn. Zij schonk hem vergiffenis, maar legde op den Koning en zijn +dochter de vreeselijke vloek, die in de middeleeuwen onder het volk +bekend was als Het Gericht der Stervenden, waarvan zoo menigmaal +werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld +waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn +moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon +te verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te +verantwoorden over hun misdaad. + +De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de +afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag, +riep hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn +groote droefheid. + +Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke +pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en +voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed +en tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van +Alarcos. Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de +diepe ontroering, die zich daarbij van ons meester maakt, kunnen +wij er moeilijk een legende in zien, en wij weten niet, voor wie +wij den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses, +den wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende +en trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van eer, +dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en waarvoor bijna +evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor iederen anderen +vorm van bijgeloof of fanatisme. + + + + + + + +HOOFDSTUK IX: DE ROMANCEROS OF BALLADEN. + + + De Ilias zonder een Homerus. + + Lope de Vega. + + +De naam romancero wordt in het moderne Spaansch eigenlijk uitsluitend +toegepast op een bepaalden versvorm, een verhalend gedicht, dat +geschreven is in zestienlettergrepige regels, die alle in eenzelfden +assonant eindigen. Oorspronkelijk werd het woord gebruikt voor die +dialecten of talen, die aan het Romaansch of Latijn verwant waren, +de spreektaal dus van het oude Rome in hare moderne vormen. Later +duidde men er slechts de geschreven vormen dezer talen mede aan, +en ten slotte alleen maar den potischen lyrisch-verhalenden vorm, +zooals wij reeds eerder opmerkten. De romancero verschilt dus van +de romance hierin, dat zij in verzen geschreven is; en het blijkt +uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de naam romance ontstaan is +in het overgangstijdperk, toen het woord werd gebruikt voor hetgeen +geschreven werd in modern Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch, +Fransch en Provenaalsch, onafhankelijk van de omstandigheid, of +het proza of pozie was. Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte +romances--zooals Amadis, Palmerin en Partenopex--in proza geschreven +waren, maar de romancero was vr alles een verhaal in verzen. Zoo +behooren de drie verhalen, die wij in het vorige hoofdstuk behandelden, +tot de groep der romanceros--een versvorm, die, zooals wij zullen zien, +even geliefd was bij de lagere volksklassen van het Schiereiland +als de echte romance dat was bij den hidalgo en den caballero. De +romancero was dus de volksballade van Spanje. + +In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de +Spaansche ballade of romancero als volgt te schetsen: + +1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen. + +2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of cantares +de gesta. + +3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum. + +4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste kunst. + +Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote groepen: + +1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen. + +2. Letterkundige producten. + +Wat de eerste soort der romanceros betreft, ik heb er evenmin als +Sancho Panza een oordeel over, hoe oud zij zijn. Over deze vraag zijn +de tegenstrijdigste beweringen geuit, maar zooals ik reeds gezegd heb, +het zou al heel verwonderlijk zijn, wanneer geen overblijfselen van +het oude Castiliaansche volkslied in een veranderden vorm tot ons +gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied een even groote kans heeft, +bewaard te blijven, als een oude gewoonte of een legende, en wij weten +hoe deze in bepaalde streken onveranderd bewaard zijn gebleven. Ik zie +dus niet in, waarom niet een zeker aantal oorspronkelijke Spaansche +balladen tot ons gekomen zouden zijn in een veranderden vorm, zoodat +degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou als zijn schepping; +want ook de dichter van Tom de Rijmer, de oude Schotsche ballade, +zou zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren +vorm weer onder de oogen zou hebben gekregen. + +Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige, men +hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging kunnen +ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend iets, +een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan van de +wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de oudheid--een museum. Ik +heb niets tegen de beheerders van dat museum, en ik lees met genoegen +hunne boeken, die een land beschrijven, dat door weinigen van hen +bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een bewijs te weerleggen, +dat geleverd is door een instinct, dat zij missen, dan worden zij +vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de kunst, hare ingevingen, +haar hoogere visie, en het is betreurenswaardig, dat zij, die deze +intuitie missen, de juistheid hunner opvatting willen bewijzen door +doode logica. + +Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van +het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken, +dat zij te oud zijn om te liegen. Ik heb duidelijk aangetoond, +dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de kronieken +en cantares, een omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun +betrekkelijk hoogen ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden +met de latere kunstmatige imitaties van Gngora en Lope de Vega +en met andere producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten +slotte slechts de Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de +cancioneros vinden. Evenals de balladen van Schotland en Denemarken +zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden verzameld en uitgegeven, +en in de bladzijden der cancioneros is oud en nieuw, volkslied en +letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen +gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer cancioneros eens nader +beschouwen, deze schatkamer der dichtkunst van een volk, en laat ons +hun ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in +het algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong +behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip. + + + +DE CANCIONERO GENERAL. + +Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van +Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of +het Algemeen Liederenboek, zooals men het zou kunnen noemen, +verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een +zekeren Fernando del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn, +noch naar tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt, +ofschoon de voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden +zijn gehouden. Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk, +en telkens wanneer de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe +gedeelte achter het oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het +grootste gedeelte uit de balladen van schrijvers uit de vijftiende +en het begin der zestiende eeuw, zooals Tallante, Nicolas Nez, +Juan de Mena, Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana. + +Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke +liederen (obras de devocin). Deze zijn eentonig en zeer fanatiek. De +daarop volgende zedelijke liederen zijn al evenmin aantrekkelijk; zij +geven zinnebeeldige voorstellingen van deugden en ondeugden volgens +de opvattingen van een schoolsche filosofie. De liefdesgedichten +uit de verzameling zijn meer eenvoudig dan potisch; er ontbreekt +diep gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig +herhalen van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed +over ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo filosofisch +beroep op het verstand. Toch ontbreken ook de vroolijke, sierlijke +liefdesliedjes niet in dezen bundel, zooals bv. Muy ms clara que +de luna van Juan de Meux, of Pensamienti, pues mostrays, van Diego +Lopez de Haro. Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling, +en het teedere gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang +getuigde, loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen. + +Boeiender zijn de canciones of lyrische gedichten, die al iets +moderner zijn, en reeds een eigen karakter en metrischen vorm +vertoonen. Zij bestaan gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee +gedeelten gescheiden. De eerste vier regels bevatten de gedachte +waarop het gedicht is gebaseerd, en die in de acht volgende +regels wordt uitgewerkt of toegelicht. De Cancionero General +bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en sommige daarvan +behooren tot het beste uit den geheelen bundel. Waarschijnlijk is hun +beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun potische waarde. Een +daaraan verwante vorm is de villancico, een versje van gewoonlijk +drie of vier regels, een invallende gedachte, een gedichtje, waarin +een vluchtige ontroering is vastgelegd. + + + +DE ROMANCERO GENERAL. + +De titel Romancero General werd gegeven aan verscheiden verzamelingen +van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances, die in de +zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere hiervan +komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste bundel +der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een ander +werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam +draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de +verzameling van Pedro de Flores (1614). Dit is een bloemlezing, die +blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar dat doet niets +af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de bewering van +den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche romanceros bevat, +want wij vinden er geen enkel gedicht uit de Cancionero General +in. Al deze bundels bevatten een groot aantal liefdesliederen van de +soort waarvan de Cancionero General er zoovele geeft; maar deze zijn +voor ons niet van groote beteekenis, en onze belangstelling gaat +meer uit naar de echte romanceros. Deze stammen voor het grootste +gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over +de burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in +Spanje, en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche +ridders. Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element +in de Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig +hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen, +dat deze gedichten een navolging waren van Moorsche pozie. Maar er +zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden, +zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio, +Fernn Gonzlez, de Infantes van Lara en de Cid. De meeste dezer +verhalen zijn geschreven door menschen uit het volk, de laatste +vertegenwoordigers van het geslacht der jglares, die de cantares de +gesta [24] hadden gedicht of voorgedragen. + +Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel degeen, +die het best op de hoogte is, waar het de romancero betreft. In +zijn knap werk over Spaansche letterkunde voert hij ons door de +belangrijkste provincies van het rijk der Spaansche dichtkunst, +en wijdt hij aan de romancero ongeveer veertig bladzijden, die, +zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt, +interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart's Spaansche Balladen, +en levert een geestige kritiek op de verzameling van den Schotschen +vertaler. Een betere handleiding voor den Engelschsprekenden lezer +zou moeilijk gevonden kunnen worden, want het boek van Lockhart is +algemeen bekend, en werd in den tijd van Koningin Victoria in de +woning van bijna elk ontwikkeld Engelschman aangetroffen. Wij zullen +dus het voorbeeld van Kelly volgen, en uit de vertalingen van Lockhart +de balladen, die ons het belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp +en de bewerking betreft, aan een nadere beschouwing onderwerpen. In +navolging van Depping verdeelt Lockhart zijn hoofdstuk over de +balladen in drie paragraphen: een Historisch, een Moorsch en een +Romantisch gedeelte. Met de eerste twee groepen, of juister gezegd, +met de onderwerpen daarvan, nl. Koning Roderick en Bernaldo de Carpio, +hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds kennis gemaakt. + + + +DE CIJNS DER MAAGDEN. + +Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den Moorschen Vorst +Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden zouden worden +gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken eisch te +voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang werd +er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had +het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge van de strenge +discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden behalen +over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de schutspatroon +van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij beloofde hem +voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des morgens +werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd had, +het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden. Daarna +werd de cijns der maagden nooit meer betaald. + +De vertaling van Lockhart blijft ver beneden het oorspronkelijke +gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan. + + + +GRAAF FERNN GONZLEZ. + +De ontvluchting van Graaf Fernn Gonzlez, waarvoor de stof is geput +uit de oude Estoria del noble caballero Fernn Gonzlez, een populaire +bewerking van de Cronica General (1344), is van lateren datum dan twee +andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn gegaan. Aan +den naam van dezen ridder is een schat van legenden verbonden, en een +reeks van romanceros werden door hem genspireerd. Maar moeten wij +daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde persoonlijkheid +het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn voortgekomen +uit n groot heldendicht, dat zich heeft opgelost in kleinere +volksliederen? Is er n zeker bewijs voor de veronderstelling, +dat zulk een proces ooit heeft plaats gehad? En geeft het ontbreken +van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat het tegendeel het geval +was? Praktische dichters (Voor zoover een dichter ooit praktisch zijn +kan) staan eenigszins afwerend tegenover deze stelling: zij erkennen +een principieel verschil tusschen den geest van het heldendicht en +dien van het volkslied, en zij zijn van oordeel, dat in het geval, +waarin beide hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was, +en niet het noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces. + +Fernn Gonzlez had zijn romantische reputatie voornamelijk te +danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee gelegenheden uit de +gevangenis verloste. In de ballade, die deze gebeurtenissen beschrijft, +wordt zij voorgesteld als een trouwe, liefhebbende gade, en een ware +heldin. Gonzlez was door zijne vijanden gevangen genomen en naar een +vesting in Navarra gebracht. Een Moorsch ridder, die door dat land +reisde, verzocht den gouverneur van het kasteel om een onderhoud met +den gevangene, en daar hij hem een groote som aanbood, liet de hooge +beambte zich gemakkelijk omkoopen. Toen het onderhoud geindigd was, +vertrok de ridder weer, en hij begaf zich naar het paleis van Koning +Garcia van Navarra, die Gonzlez had laten gevangen zetten. Een van +de beschuldigingen tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat +hij Garcia om de hand zijner dochter had gevraagd, en het was tot +deze prinses, die den gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de +volgende woorden sprak: + + + De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje's leed: + Zijn ridder is gevangen, die voor Castili streed. + De Mooren overstroomen als een rivier het land, + Vervloekt de Christenkoning, die bindt Gonzlez hand. + + +In het holst van den nacht stond de Infante op en zij begaf zich geheel +alleen naar het kasteel, waar Gonzlez gevangen zat; daar bood zij +den gouverneur zulk een groote som aan, dat hij voor de verzoeking +bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te vluchten. Maar de +handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen het paar werd +aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun verblijfplaats +aan de houtvesters van den Koning te verraden, indien de Infante zich +niet aan hem gaf, was Gonzlez niet in staat, hem te straffen zooals +hij dat verdiende. Maar toen de ellendeling de prinses omhelsde, greep +zij hem bij de keel, en Gonzlez raapte de speer op, die hij had laten +vallen, en doodde hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een +afdeeling van zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht, +die zoo rijk was aan gebeurtenissen. + + + +DE INFANTES VAN LARA. + +Er zijn weinig Spaansche romanceros, die een treffender en tragischer +onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes +of Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo +Velsquez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat n dezer romanceros +is ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en +1344 werd geschreven, of misschien wel uit een verloren imitatie +van dit verloren heldengedicht. Het lijkt mij vreemd toe, dat al +deze gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat +Lockhart van krachtiger balladen gebruik had moeten maken om een +juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met +deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van +De Wraak van Mudara. + + + O, vergeefs heb 'k gedood de Infantes van Lara, + Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara, + 't Is het jong van de afvallige, 't heidensche broed: + O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed! + + +Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering tot mij, aan een +groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters uitzien op een +wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die onwezenlijke +gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op de tafel +van wormstekig rozenhout ligt een deel van de Spaansche Balladen, +in een beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke +boeken nog ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk +dienden. Als kind van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen, +dit hemelsch verblijf van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik +zonder een bepaald doel het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande +dichtregels. Voor het eerst in mijn leven werd ik getroffen door de +schoonheid van het rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten +zich vast in mijn brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat +de duisternis viel, scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar +was, dat er geen verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang +zat. Maar ik had eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen +en nachten werden een hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek +zouden zijn. Het duurde geruimen tijd voordat ik iets ontmoette, +dat het heerlijke rhytme van De Wraak van Mudara overtrof of +zelfs evenaarde. De jaren hebben mij in aanraking gebracht met veel +schoons, waarnaast mijn eerste ontdekking verbleekte, boeken van een +fijneren geest, die mij een diepe ontroering gaven; maar geen enkel +dichtwerk was mij ooit zulk een openbaring als deze bladzijde van +dit onvergetelijke boek in die onvergetelijke kamer. + +De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de Infantes +van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake was, +volgt op deze ballade) is getiteld: De zeven Hoofden, en beschrijft +den moord van de ongelukkige prinsen. Uit de Historia de Espaa van +Juan de Marinia (1537-1624) leeren wij, dat in het jaar 986 Ruy +Velsquez, Heer van Villaren, te Burgos in het huwelijk trad met +Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge geboorte. Deze gebeurtenis +werd met schitterende feesten gevierd, en onder de gasten bevonden +zich Gustio Gonzlez, Heer van Salas en van Lara, en zijne zeven +zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der Graven van Castili, +waren bekend om hun grooten moed en ridderlijkheid, en allen waren +zij op denzelfden dag tot ridder geslagen. + +Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen Gonzlez, +den jongsten der zeven broeders, en een zekeren Alvarez Sanchez, +een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich beleedigd, en +toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van haar gemaal +geleidden, gaf zij, om zich te wreken, n harer slaven het bevel, +Gonzlez een wilde komkommer, gedoopt in bloed, naar het hoofd +te werpen, een zware beleediging en een hevige smaad, volgens de +toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en opvattingen. De verborgen +beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat +ook de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen +gesloten waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad +was, vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid +meer, dan dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had +opgevolgd, zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan +de zijde zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde +Infantes doodden hem in de plooien van het feestgewaad der bruid. + +Ruy Velsquez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen hij als +een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan, beschouwde, +besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg zijn plan op +listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich tegenover hen, +alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna belastte +hij Gustio Gonzlez, den vader van de zeven jonge ridders, met een +zending naar Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor +hem in ontvangst te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning +dezer stad; maar Velsquez gaf Gustio een brief mede, die in het +Arabisch geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin +den Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te +dooden. Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen, +en inplaats van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads +vermoedenden afgezant in de gevangenis. + +Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed Velsquez een +schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich liet vergezellen +door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner volgelingen. Met +waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in een hinderlaag +te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche troepen, besloten +zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij stonden rug aan rug, +en richtten een gruwelijk bloedblad onder de Mooren aan; en n voor +n vielen zij, verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden +door den Moorschen Koning aan Velsquez gezonden als een pand van +vriendschap, en zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van +hem en den rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Velsquez +zich zou kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij +op deze wijze voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen +vader toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren. + +Maar Ruy Velsquez zou zijn gerechte straf niet ontgaan. Terwijl +Gustio Gonzlez zich in Moorsche gevangenschap bevond, had hij +liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning van +Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren. Toen +de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging hij, op +aandringen van zijn moeder, op zoek naar zijn vader; en toen hij hem, +die nu reeds een man op hoogen leeftijd was, gevonden had, hoorde hij, +door welk een verraderlijken daad zijne zeven broeders om het leven +waren gekomen. Vastbesloten tot wraak, wachtte hij rustig zijn tijd +af, en toen hij ter gelegenheid van een jachtpartij Ruy Velsquez +ontmoette, doodde hij hem met eigen hand. Daarna verzamelde hij een +troep dappere mannen om zich heen, en omsingelde met hen het kasteel +Villaren; hij nam een vreeselijke wraak op Donna Lombra, die hij +liet steenigen en op den brandstapel ter dood brengen. Na verloop +van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders, Donna Sancha, +als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als erfgenaam van zijn +vaders bezittingen. + +Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de Wraak +van Mudara werd beschreven. De ballade uit Lockhart's verzameling, +waarin de rampzalige vader de zeven hoofden zijner vermoorde zonen +aanschouwt, staat lang niet op dezelfde hoogte, wat betreft de kracht +van uitdrukking. + + + Mijn lieve, dappre jongens, sprak Lara diep bedroefd. + Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag beproefd; + De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht voort + Zijn door die laffe handen verraderlijk vermoord. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op keer, + En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer; + Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand, + Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand. + Waart gij naast mij gevallen in glorierijken strijd, + Uw vader had geen tranen van zwakheid dan geschreid. + O, waart gij toch gestorven den schoonen heldendood, + De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog rood! + + + +HET HUWELIJK VAN JONKVROUW THERESA. + +Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa is een half-historische ballade, +waarin de gedwongen verbintenis behandeld wordt van een Christelijke +jonkvrouw met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte +zijn bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij +besloot daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne +politieke doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar +de verzekering te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den +Christelijken godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de +groote voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met +den Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van +de situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok +naar Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar +op den trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder +haar schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst +alleen was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders +dan in naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen +niet tot het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte +haar uit en maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals +zij voorspeld had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een +vreeselijke ziekte. Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen +met geschenken, naar haar broeder terug, en zij trok zich terug in +het klooster St. Pelagius in Leon, waar zij hare verdere levensdagen +in gebed en vrome werken doorbracht. + + + Verslagen hoorde zij 't bericht van de overeenkomst aan, + Het wreede vonnis, dat haar dwong tot 't vreemde volk te gaan, + En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst trouw, + Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche Koningsvrouw. + Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre tranenvloed, + Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester tegemoet. + + +Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie +te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den nen +kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur van Toledo, en +aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, Bermudo II, +waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden schept. + +Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen held +reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu aan + + + +GARCIA PREZ DE VARGAS. + +Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele woorden af, ofschoon +het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel waard is. De Vargas +onderscheidde zich door groote dapperheid bij het beleg van Sevilla +in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van de rivier +reed, door slechts n metgezel begeleid, werd hij aangevallen +door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte, doch Prez +sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche krijgslieden af. Toen +deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden, maakten zij haastig +rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn kamp, ontdekte Prez, +dat hij zijn ceintuur, het onderpand zijner geliefde, verloren had, +en hij keerde oogenblikkelijk om, om haar te zoeken. Maar ofschoon +hij zich ver in de gevaarlijke zone waagde voordat hij zijn eigendom +gevonden had, ontweken de Mooren hem voortdurend, en hij bereikte +veilig het Spaansche kamp. In de ballade ontrukt Prez de ceintuur +aan de Mooren, die haar gevonden en op een speer gestoken hadden. + + + Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij mijn gordel weer! + Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Toen hij in 't Spaansche kamp verscheen als overwinnend vorst, + Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche heldenborst. + Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een + krijgstrophee + Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren mee. + + + +PEDRO DE WREEDE. + +Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de boeiende maar bloedige +geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men heeft menigmaal +getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een onmensch +was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar het +is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind +hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben +om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van +wreedheid was die, welke in De Meester van St. Jago beschreven is, +en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder. Bij den dood van +dien edelman vluchtte zijn vader, die het wraakzuchtige karakter van +Pedro kende, naar de stad Coimbra in Portugal. Maar daar hij vertrouwde +op de plechtige verzekering van Pedro, dat hij hem geen geweld zou +aandoen, nam hij diens uitnoodiging aan, om naar het Hof van Sevilla +te komen, waar grootsche tournooien zouden worden gehouden. Zoodra +hij echter was aangekomen, werd hij heimelijk ter dood gebracht, +naar men gelooft, op aandringen van Pedro's minnares, Maria de Padilla. + +De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla +gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs, +dat zij de aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor +gestraft werd. Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance +ontegenzeggelijk dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken +had van melodramatische kwaliteiten, zouden wij ons beter met zijn +oordeel kunnen vereenigen. + +Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen dood van +de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij gehuwd +en dadelijk na het huwelijk verlaten had, zegt Lockhart. Maar of +hij wl of niet zijn koningin vermoordde, zijn bijzit, Maria de +Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze misdaad, waarvan +de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat de verzen, die +op haar betrekking hebben, geschreven zijn met oneerlijke politieke +bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag worden, verhaalt, +dat Pedro's gedrag tegenover zijn koningin de verontwaardiging +opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven protest bij hem +indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig karakter, ontstak +in woede over hetgeen hij beschouwde als een ongepaste inmenging in +zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, +zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis door vergif om het +leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe Pedro en zijn +minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin beramen. + +In De Dood van Pedro krijgen wij de bloedige beschrijving van den +vreeselijken strijd tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die +door Henrico van Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen +genomen, wordt op laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem, +in een uitbarsting van dierlijken moed en koninklijke woede, naar de +keel. Met stomheid geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven +en dood tusschen vorst en overweldiger, kijken Henrico's mannen, onder +wie de beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara +tegen den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du +Guesclin wendt zich tot den page van Henrico: Laat gij uw meester +z sterven, gij, die zijn brood eet! roept hij schamper uit. De +schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen en trekt hem +van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een opening kan +zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn dolk diep +in het wreede hart. De moordenaar, de vriend van Joden en Saracenen, +is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn trotsch lichaam door +paardenhoeven vertrapt. + + + Z dreigend staren Pedro's doode oogen nog zijn broeder aan, + Z onheilspellend, of hij tot de wrake op zal staan! + Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig rood; + Ach Pedro waar' zijn Cain, had' hij hem niet eerst gedood. + + +zegt de ballade. Zijn deze wreede oogen werkelijk dood? Zie ik +er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van het bloed mijns +broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet bevlekt +zijn met mijn bloed. Dit gedeelte van het gedicht is treffend om de +atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het oogenblik van den +moord--beangstigend, beklemmend. Ook de diepe droefheid der minnares +van den Koning is goed geteekend: + + + Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend heet, + Eerst ziet zij naar Henrico's kroon, en naar zijn vorstlijk kleed; + Dan staart zij op 't verscheurd gewaad, dat nauwelijks bedekt + Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed bevlekt. + + + +DE MOOR REDUAN. + +Wij slaan De Heer van Brutayo en De Koning van Arragon over, en +komen dan aan de ballade, die tot titel heeft: De Moor Reduan, een +gedicht, dat betrekking heeft op het beleg van Granada, de laatste +vesting der Mooren. Het is de eerste van een groep balladen, die +romanceros fronterizos of grensromances genoemd worden, en die, +zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan. Het +is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate +een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs +de gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de romancero +zegt Kelly: Men kan er Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken, +dat hij de ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van +ieder schrijver, die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan +zou willen geven, zou hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij +zou het zeker noodig oordeelen, in een noot het resultaat neer te +leggen van de onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks +begonnen waren. Het is nu wel zeker, dat Prez de Hita twee romanceros +door elkander werkte, en dat de verzen van het vierde gedeelte van +Lockhart's vertaling: + + + Zij trokken met ontplooide vaandels door Elvira's poort, + + +thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft op de veldtocht van +Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer goed, dat het gedicht +niet homogeen was; want hij zegt: Het volgende is een vertaling van +bepaalde gedeelten van twee balladen, maar hij schijnt niet te hebben +geweten, dat n dezer gedeelten handelde over de tocht van Boabdil. En +juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het gedicht. + + + Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint, + De pluimen en de veeren, ze wapp'ren in den wind; + De kromme zwaarden schitt'ren, 't is glans, waarheen men ziet. + De dapp're harten zingen een heerlijk strijderslied. + + + + + + + +HOOFDSTUK X: DE ROMANCEROS OF BALLADEN (VERVOLG). + + + Daar was rumoer in Granada, des avonds bij 't gebed: + Want de n riep de Drieenheid aan, de ander Mahomed; + Hier stierf een trouwe Moor--daar werd een Christenkind geboren; + Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche horen. + + +Deze regels geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die +volgde op de vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der +Saracenen in Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende +leger van Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar +van de ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is +vrij onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan. + + + +DON ALONZO DE AQUILAR. + +Na den val van Granada beijverden Ferdinand en Isabella zich, om de +Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te brengen. De meesten +der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste uiterlijk, aan het +koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra bleef het onder de +Mooren gisten, en zij weigerden den doop te ontvangen uit de handen +der priesters, die gezonden waren om hen te bekeeren. Ten slotte +werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de onwilligen met +geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het ondergaan van de +plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand met den koppigen +moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij onderworpen +en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met zware +verliezen aan de zijde van hunne quasi-weldoeners, onder wie n +der voornaamsten was Don Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo +Hernndez de Cordova de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam +van Den Grooten Kapitein. Maar de ballade houdt zich niet aan de +historie, want zij laat Aquilar sterven vr den val van Granada, +terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice +Kelly besluit hieruit, dat de romance eerst geschreven werd, lang +nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden reeds +vergeten waren. Maar waarom zouden wij een geheel volk laken om +iets, dat misschien een lapsus memoriae is geweest van een enkelen +balladeschrijver? En zou Kelly n enkele ballade kunnen aanwijzen, +die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de bijzonderheden den +toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek kunnen doorstaan? + +Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat meestal +met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een bewerking, +die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche origineel. + + + Fernando, Spanje's hooge vorst, ligt voor Granada's wallen + Met alle grandes van het land, met heel zijn staf vazallen; + En met Castili's ridderschaar in al haar hoofsche pracht, + Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens legermacht. + + +Wij komen nu tot een serie gedichten, die door Lockhart + + + +DE MOORSCHE BALLADEN + +worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de meerdere of mindere +Moorschheid dezer balladen reeds besproken, en wij zullen ze +dus nu slechts als balladen zonder meer beschouwen. De eerste, +Het Stierengevecht van Ganzul, is een beroemd gedicht, waarin de +vaardigheid van den Moorschen ridder Ganzul in de arena beschreven +wordt; deze ballade draagt een beslist Moorsch karakter: + + + Almanzor, Vorst van Granada, riep met trompetgeschal, + De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit dal. + Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit 't woud, + Met helm en met kuras van staal en van gedreven goud. + -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- + Acht dappre ridders uit het land houden zich nu bereid, + Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den strijd; + Maar vr de zon ten middag stijgt, ligt elke Moorsche held + Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer geveld. + + Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle horen; + Maakt plaats, maakt plaats voor Ganzul!... de ridder treedt + naar voren. + Nog feller raast de trommel; laat luid den horen schallen: + D'Alcayd van Agalva komt, de dapperste van allen! + + +Hij verslaat de stieren, die op hem worden afgezonden, met uitzondering +van Harpado, een woest, maar verstandig dier. + + + Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het bloed; + Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen gloed, + Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde vaart, + Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held ontwaart. + + +Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen den Moorschen ridder, +die het onderwerp is van zoovele verhalen, die vooral betrekking +hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche schoone. + + + +DE BRUID VAN DEN ZEGRI. + +Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de veete tusschen +twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de Abencerrages, +de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad, waarvan de +val ongetwijfeld verhaast werd door de voortdurende twisten dezer +adellijke geslachten. + + + Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri's hoog geslacht; + Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote kracht. + Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog vr de dageraad + Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad. + + +De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed voor den strijd, +niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt dan ook een +donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren opgetuigd, +zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan trekken: + + + Zijn gordel en 't gevest zijn zwart, maar glanzend is zijn zwaard; + Zwart zijn het kleed en 't zal, maar licht de hoeven van zijn + paard. + + +Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat zijn geliefde, Zayda, +hem gegeven heeft: + + + En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste gaf..., + God weet, of ik niet heden nog zal rusten in mijn graf. + + +Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn bruid, zooals wij +lezen in het korte slotcouplet: + + + De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten tijd + Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de strijd. + De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn bruid, + En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit. + + + +DE BRUILOFT VAN ANDELLA. + +Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch getint: + + + Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam, + Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam; + Hoor naar de zilv'ren tonen van de luiten en guitaren, + Naar 't schetterend trompetgeschal, en 't lieflijk spel der snaren, + Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en balkon, + En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de zon. + Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam, + Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te zaam. + + +Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom, +had zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur +is niet bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In +het land der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte +en witte, hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet +op het verbreken der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde, +die bijzondere studie van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij, +deze wet schijnt een einde te hebben gemaakt aan het schrijven van +balladen, waarschijnlijk omdat zij de voornaamste voorwaarde daarvoor +heeft weggenomen. + + + +ZARA'S OORRINGEN. + +Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. Misschien is +zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel eens. In ieder +geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden weergegeven. + + + Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de bron, + Wist ik maar, wat ik Mua, mijn liefste, zeggen kon! + En stil en treurig hoorde zij naar 't zacht fonteingeklater. + Zij liggen in de diepe bron, in 't koude, blauwe water. + Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo ter, + 'k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij eens tot mij weer! + + +Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij in de gegeven +omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er bestaan +talrijke romances over dezen Mua, die van hooge geboorte schijnt te +zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien Lockhart en Depping +ook eenige bladzijden gewijd hebben. + + + +ROMANTISCHE BALLADEN. + +Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de derde en laatste +rubriek van Lockharts verzameling. Over De Moor Calaynos hebben wij +reeds gesproken, evenals over Gayferos en Melisendra. Daarop volgt +De Droom van Vrouwe Alda, volgens Lockhart een van de schoonste +balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet vereenigen en +geef verre de voorkeur aan Admiraal Guarinos, dat in een mooi en +martiaal rhytme is geschreven. Guarinos was een admiraal van Karel +den Groote. In het laatst der vorige eeuw was de toestand van de +Britsche zeemacht een onderwerp van de allergrootste belangstelling +onder alle lagen der maatschappij; en toen de schrijver van dit werk +in zijn jeugd de ballade Guarinos las, maakte hij zich dan ook zeer +bezorgd over de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht +bij de Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den +opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen +gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich +bevond, behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen, +den Islam te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide +dochters ten huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet +laten omkoopen, en weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over +te gaan. Marlotes kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien, +die het bijzondere voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche +potentaten, en hij gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker +van zijn kasteel zou geworpen worden. + +Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit +hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van +het volk. Bij n dezer gelegenheden, op het feest van Johannes den +Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten oprichten, waar de +Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl zij trachtten, haar +met hunne speren te doorboren. Maar de schijf was z hoog geplaatst, +dat het geen hunner gelukte, en de Koning, die ontevreden was over +hun gebrek aan vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen, +voordat de schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op, +de proeve van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg +de koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus +de wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn +oud strijdros. + + + Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de speer, + Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en zoo teer. + En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang vervlogen tijd: + Z wachtte hij dan aan de poort, gereed weer tot den strijd. + + +Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude paard, en het herkende +de stem van zijn meester. + + + Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in het zal, + En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke praal. + Maar schamper lachte toen de Moor: Heer Ridder, wees gegroet! + Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw moed! + + Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den Moorschen vorst, + En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens borst. + Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend voor + uw leven, + Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal geven! + + +Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze ballade en de +Fransche romance Ogier de Deen, en Erman vertelt ons, dat zij in +1828 in Siberi in het Russisch gezongen werd. + + + +GRAAF ARNALDOS. + +Deze mooie ballade, die in de Cancionero van Antwerpen (uitgegeven in +1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs +het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige gezang +van een matroos, die zich op een voorbijvarende galei bevond. + + + Moge 't oog verlangend stralen, + Moge 't hart vergaan van wee, + Nooit zal meer een stervling hooren + 't Lied, dat opstijgt uit de zee. + + Bij het zingen van den zeeman + Kwam de woeste storm tot rust, + En de aarde lag te droomen + Als een maagd, in slaap gekust. + + Helder lichtend rees de zeester + Uit haar duister kil gebied + En de adelaar bleef zweven + Als betooverd door het lied. + + In den naam van God, den Schepper, + Kreet Arnaldos, droef en bang, + Oude man, ach, wil mij leeren + Het geheim van uwen zang. + + Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos! + Kom aan boord, vaar met ons mee, + Want de zee kan u slechts leeren + De geheimen van de zee. + + +Vele kleinere balladen volgen dan, die niet belangrijk genoeg zijn, +om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke Serenade, overgenomen +uit de Romancero General van 1604, is zeker niet het werk van een +eenvoudigen boer. + + + Alle sterren stralen + Aan den hemeltrans + In den stroom zich spieglend + Met verhoogden glans. + + Kom zoele zuiderzucht, + Maar laat geen wolkje komen, + Verduisterend de lucht, + En Zara's teedre droomen + Jagend in ijle vlucht. + + + +DE GEVANGEN RIDDER EN DE MEREL + +verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in zijn diepen kerker +niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan wast en afneemt: + + + Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei ook straalt, + Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond daalt; + Ens zong een blijde vogelstem bij 't rijzen van de zon; + Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag begon. + + +Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde had uitgemaakt +van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn droeve klacht, +toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den ongelukkige de +vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige Valladolid voorbijgaan, +dat een beschrijving geeft van het bezoek van een ridder aan het graf +zijner geliefde, die in deze stad gewoond had. De Ongelukkig-Getrouwde +Vrouw verhaalt het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw +is, en die zich met een anderen ridder troost. Zij worden verrast +door haar heer en gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf +spreekt: Moet ik vandaag nog sterven? en zij smeekt hem, haar onder +de oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of +haar laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht +werd, maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit +waarschijnlijk z vanzelfsprekend, dat het onnoodig was, het nog +te vermelden. + +Dragut geeft het verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip +in den grond geboord werd door een galei, behoorende aan de Maltezer +Ridders. Dragut ontkwam aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar +de Christen gevangenen, waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken +allen, met uitzondering van n, wien de ridders een touw toewierpen. + + + Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht, + Die lang gezucht had onder Saraceensche macht. + Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand, + Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land. + + +De romancero: Sale la estrella de Venus verhaalt een tragische +geschiedenis. Een Moorsch krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was +om de wreedheid zijner geliefde, die hem bespot had om zijn armoede +en haar hand aan een ander geschonken had, vervult de lucht met zijn +droeve klachten. Hij vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die +hem zoo gegriefd heeft. Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het +paleis van den Alcade, met wien de trouwelooze schoone dien avond in +het huwelijk zal treden. Het gebouw schittert in een zee van licht, +en is vervuld van vroolijk gezang. + + + En de gasten gaan opzijde, + Als hij voortschrijdt als een vorst. + Wee! hij nadert den Alcade + En doorsteekt diens trotsche borst. + Ach, het bloed uit diepe wonde + Kleurt het vorstelijke kleed. + Het paleis weergalmt van klagen, + Angstgeschrei en wanhoopskreet! + En terwijl de bange klachten + Nog weerklinken in de lucht, + Is de ridderlijke wreker + Naar Medina reeds gevlucht. + + +Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst min of meer +uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de domineerende +toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de gemoedsgesteldheid +van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij, dat tal van +deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus raseigenschappen +vertoonen. Arm Spanje! Hoe menigmaal hooren wij deze uitdrukking +gebruiken door menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen +zich. Wat beteekent materieele armoede voor een volk, dat begaafd +is met zulk een heerlijke verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk +Spanje, schatkamer van een onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen, +van de kostbaarste juweelen der romance, van het drama en van het lied! + + + + + + + +HOOFDSTUK XI: MOORSCHE ROMANCES UIT SPANJE. + + +Het spreekt vanzelf, dat dit meer romances over Mooren zijn dan door +Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk Spaansche volkszangen, +die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den tijd der Saraceensche +overheersching beschrijven, en niet, zooals men wellicht zou meenen, +overleveringen geput uit oude Arabische manuscripten. De Arabische +letterkunde van Spanje draagt eerder een didactisch, theologisch +en philosophisch, dan een romantisch karakter. Het verdichtsel was +voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden zanger, zooals het +dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, dat vele Moorsche +legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche boerenbevolking, +speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het Schiereiland. De +verzamelaars hebben echter niet veel aandacht geschonken aan deze +gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk zijn. Maar de +weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door haar groote +schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling overleveringen +van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van Washington Irving, +de Vertellingen uit het Alhambra. Hij verklaart zelf, dat hij deze +met groote toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding +van de verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op +zijne vele voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige +een historisch document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens +van een bijna uitgewischt opschrift. De eerste van onze Moorsche +legenden zal ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den +grooten Amerikaanschen schrijver. + + + +DE ARABISCHE STERRENWICHELAAR. + +Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel aanspraak maken op een +rustigen ouden dag. Maar de jonge en strijdlustige vorsten, wier landen +aan zijn gebied grensden, waren niet van plan hem de verschrikkingen +van den oorlog te besparen; en ofschoon hij alle mogelijke voorzorgen +nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn tegen de invallen dezer +heethoofden, vervulde de voortdurende bedreiging van een aanval van +n hunner, en de telkens terugkeerende binnenlandsche woelingen, +zijn ouden dag met angst en ergernis. + +Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou +kunnen helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen +en edelen aan zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en +gebrek aan vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon, +n hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne +staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men +tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was +aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele +Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was +Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in +den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke +vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal +van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was +gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd +had gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin +de Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn +hoogen ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij +den langen weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf, +waarin allerlei geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard reikte +tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een bijna +bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was waardiger en +vorstelijker dan van den meest verheven Mullah in Granada. Men vertelde +van hem, dat hij het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij +dit slechts op lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten, +dat hij het uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in +geslaagd was, zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren. + +Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn, zulk +een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij hem +met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was afkeerig +van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een grot van +den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd. Hij +liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige +van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren +van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die +het dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan, +zoodat hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den +dag den loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed +in de studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele +kunst der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen +erkend wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die +door de oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd +is geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal +dit wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne +bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel +voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende letters +van de taal der wijzen, en de even geheimzinnige symbolen van het +oude Egypte, versierden de muren der grot van den sterrenwichelaar, +en omringd door deze hieroglyphen, en voorzien van den primitieven +telescoop, dien wij beschreven hebben, bracht de wijze Ibrahim zijne +dagen door met het ontcijferen van de geschiedenis der toekomst, +die in de schitterende bladzijden van het uitspansel beschreven stond. + +Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz +hulp zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het +duurde dan ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden, +en werd overal in geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk +en stelde zijne wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den +gekwelden vorst. Op zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter +erover, dat hij voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen +zijner strijdlustige buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken +in gedachten verzonken; toen antwoordde hij: O, Koning, lang geleden +heb ik iets wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze +priesteres van dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich +een reusachtige berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is, +waarboven een haan zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en +draaien om een spil. Wanneer het land door een inval bedreigd wordt, +keert de ram zich in de richting van den vijand, en de haan begint +te kraaien. Op deze wijze zijn de inwoners van Borsia in staat, +tijdig hunne verdedigingsmaatregelen te treffen. + +Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden, riep de Koning +uit, dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen neerleggen. + +De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning. Ik heb +u reeds verteld, o Koning, zeide hij, dat ik vele jaren in Egypte +heb doorgebracht, en mij heb toegelegd op de verborgen wetenschappen +van dat geheimzinnige land. Op zekeren dag, toen ik aan den oever van +de Nijl zat, en van gedachten wisselde met een Egyptischen priester, +sprak mijn metgezel, wijzende op de geweldige pyramiden, die hunne +schaduwen wierpen op de plek, waar wij ons bevonden: Mijn zoon, hier +ziet gij deze bergen van steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die +stierven toen Griekenland nog in opkomst was, en er nog geen steen van +Rome stond; alle kennis, die wij u kunnen schenken, is als een droppel +water in den Oceaan, vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten +bevatten. In het hart van de Groote Pyramide is een doodenkamer, +waar de mummie rust van een hoogepriester, die dit geweldige monument +ontwierp en bouwde. Op zijn borst ligt een wonderboek, dat gewichtige +toovergeheimen bevat; het is hetzelfde boek, dat Adam geschonken +werd na zijn val en met welks hulp Salomon den tempel te Jeruzalem +bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik deze woorden hoorde, o Koning, +had ik geen rust meer. Ik besloot, door te dringen in de Groote +Pyramide, en in het bezit te komen van dit wonderboek. Ik vormde een +klein leger uit soldaten van den zegevierenden Amru en uit geboren +Egyptenaren, en begon het stevige gebouw te doorboren, waarin dat boek +van onschatbare waarde verborgen was. Na onbeschrijfelijk veel moeite +en arbeid gelukte het mij, de verborgen gangen op te sporen. Langen +tijd doorzocht ik de labyrinthen der reusachtige pyramide, voordat ik +bij de doodenkamer kwam. En tastende in de zwartste duisternis, terwijl +ik telkens opgeschrikt werd door het geritsel der kleeden, waarin de +mummies der Pharao's gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats, +waar het lichaam van den hoogepriester in zijn strenge waardigheid +lag. Ik opende de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van +zijne omhulsels, en vond het geheimzinnige boek, dat temidden van +geurige kruiden en amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep +het, vluchtte terug door de duistere gangen en herademde eerst, toen +ik den helderen Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der +rivier weder aanschouwde. + +Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o zoon +van Abu Ajib? vroeg de Koning geprikkeld. + +Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit +wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik +met hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij +de stad Borsia. + +De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking kreeg +over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een hoogen +toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel droegen +de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en hieruit +werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte hij een +ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en voor +elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord, +houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis +van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag +een kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd +gesloten met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning +bewaard werd. Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van +een Moorsch ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het +droeg een schild en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand +hield. Het beeld keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde, +zou de ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten, +alsof hij hem wilde aanvallen. + +Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben Habuz +van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven. Hij +behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men hem +de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen +was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope +wees. Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar +Ibrahim verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne +troepen niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal +in den toren. + +Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den +pas van Lope uitzag, wijd open. Aanschouw nu, o Koning, zeide de +astroloog, het wonder van de tafel. Aben Habuz keek naar de tafel, +die bedekt was met de kleine houten ruiters en het voetvolk, en tot +zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle actie waren, dat +de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de paarden hinnikten, +maar deze geluiden waren niet sterker dan het gezoem, dat uit een +bijenkorf opstijgt. + +Uwe Majesteit, zeide de sterrenwichelaar, indien U wenscht een +paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden, dan behoeft gij slechts met +den knop van de tooverspeer op de tafel te slaan; maar wanneer gij +dood en verderf onder hen wilt brengen, moet gij met de punt slaan. + +Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine +figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten +vielen voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote +verwarring over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden, +die zich ervan overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers +inderdaad verslagen waren, en zij kwamen terug met het bericht, +dat Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat +zij onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun +eigen land teruggevlucht waren. + +De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim, +zelf zijn belooning te noemen. Ik heb slechts weinig behoeften, +antwoordde de sterrenwichelaar; wanneer mijn grot wordt ingericht +als een gepaste verblijfplaats van een philosoof, dan begeer ik +niets meer. + +Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn +schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen +van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele +reeks vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied +was, gaf hij bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden +ingericht. Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle +hoeken, en de vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden +stoffen van Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren +met de schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren +aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De +vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen +lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die +voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd. + +De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting +van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar +Zijne Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens +verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide +komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig +voltooid zou zijn. Toen de kluizenaarswoning eindelijk gevuld was +met de weelde-artikelen van drie koninkrijken, vroeg de schatbewaarder, +of de wijze tevreden was. + +Ik heb nog n klein verzoek, antwoordde hij; ik zou nl. gaarne +eenige danseressen tot mijn beschikking hebben, om mij te verstrooien. + +Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch, +volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus +alles had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn +onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren +bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet +bij de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich +met het verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons +door een enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren z +ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij +tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef +de bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van +zijn liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar +op een goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter +zijn lans had gekeerd naar de bergen van Guadix. + +De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de +toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees, +bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje +hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden +na verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was, +en dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw, +die bij een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden. + +Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche +houding en haar kostbare kleeding verraadden haar hooge afkomst. Op +een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een Gothische prinses +was, en dat het leger haars vaders als het ware door een tooverslag +in de bergen was uiteengejaagd. + +Wacht U voor deze vrouw, o Koning, fluisterde de astroloog, die +naast hem stond; het schijnt mij toe, dat zij een toovenares is, +die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg U: wees +voorzichtig! + +Zwijg Ibrahim, antwoordde Aben Habuz, gij zijt een wijs man, maar +wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen toovenares? De jonkvrouw +behaagt mij. + +O Koning, zeide Ibrahim, ik heb U vele overwinningen bezorgd, maar +van allen buit, dien gij behaald hebt, heb ik niets ontvangen. Geef +mij deze gevangen Christin, die, zooals ik zie, een zilveren lier +bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor mij kan maken in +mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals ik vermoed, +een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar onschadelijk +te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij haar in uw +huis opneemt. + +Wat! riep de vertoornde vorst uit, bij den baard van den Profeet, +gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze jonkvrouw is niet voor u! + +Het zij zoo, sprak Ibrahim met van woede trillende stem, maar +ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht, herhaal ik; +wees voorzichtig. En met deze woorden trok de sterrenwichelaar zich +terug in zijn onderaardsche woonplaats. + +Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd +geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar +te behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij +overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om +haar genoegen te doen, honderd feesten aan--stierengevechten, +tooneeluitvoeringen en tournooien. Dit alles aanvaardde de schoone +als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn van, +alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer +uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij +weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de +lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te +spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen, +en zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed, +voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken +zich van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap, +waaruit hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne +onderdanen waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken; +zij waren ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit, +dat hij zulk een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een +vijandelijk ras, en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar +evenals Sardanapalus van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte +ketenen, plaatste zich aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte +het oproer, nog voordat het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval +verontrustte hem echter zeer, en hij herinnerde zich de woorden van +den wijzen Ibrahim, die hem gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses +zijn ongeluk zou worden. + +Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem +raad. Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven, +zoolang de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar +echter niets van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem +op te zoeken, waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen +doorbrengen met de prinses, die hij zoo vurig beminde. + +En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats voor U +vind? vroeg Ibrahim. + +Gij moogt uw belooning zelf kiezen, antwoordde de onverstandige +oude vorst. + +Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning, dat +kleinood van Arabi? + +Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o astroloog? + +Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want ikzelf +heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind was, +ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn vader +zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was gesticht +door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die besloot, +daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het Paradijs in +schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof hem wegens +deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde weggevaagd, +en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij onzichtbaar +werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van Salomon gevonden +had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en ik ontfutselde +den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het tooverwoord, +dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door middel van +dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk oord +zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o Koning! + +O wijze sterrenwichelaar, riep Aben Habuz geestdriftig uit, het was +verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe wat gij beloofd +hebt en bepaal zelf uw belooning. + +Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat de poort +van Uw paradijs zal binnengaan, zeide Ibrahim; dat is toch zeker +een bescheiden eisch? + +Bescheidener kan het al niet, riep de Koning uit, opgewonden door +de gedachte aan zijn toekomstig geluk; uw wensch zal vervuld worden. + +De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top +van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met +een groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de +beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van +een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom +hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den +volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede, +dat hij zijn werk beindigd had, en dat het paradijs, dat slechts +zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte. + +Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap +van de prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed +de sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten +staf. Zoo naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige +hand en sleutel. Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen +sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs, zeide hij. + +Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort. + +Zie, riep de sterrenwichelaar uit, kwamen wij niet overeen, dat +het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden, met zijn lading +mij zou toekomen? + +Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den +astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was, +werd hij woedend. + +Vermetele sterrenwichelaar, schreeuwde hij, durft gij uwe oogen +op te slaan naar haar, die ik onder alle vrouwen heb uitverkoren? + +Gij hebt uw koninklijk woord gegeven, antwoordde Ibrahim. Ik eisch +de prinses op. + +Hond der woestijn! riep Aben Habuz, gij zult gevoelen, wat het +zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij bedrieger! + +Daar lach ik om, riep Ibrahim spottend. Geen sterfelijke hand kan +mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en heersch met genoegen +over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen, waar gij mij niet volgen +kunt. En dit zeggende, greep hij het paard bij den teugel, sloeg met +zijn tooverstaf op den grond en verzonk met de prinses in het binnenste +van den heuvel. De aarde sloot zich over hunne hoofden en er was geen +spoor meer te bekennen van de opening, waardoor zij verdwenen waren. + +Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij +een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde +de opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den +sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman, +waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde +te werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen +kwam een boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij +den heuvel overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij +doorgekropen, en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal, +waar de sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl +de prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning +slaagde er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het +paradijs niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De +top van den heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van +Het Paradijs van den Dwaas ontving. De verdere levensdagen van den +ongelukkigen Koning werden hem tot een ondragelijken last door de +voortdurende invallen van zijne oorlogszuchtige buren. + +Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een paleis +is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen van +Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar geheel, +en is nu bekend als De Poort der Rechtvaardigheid. Men zegt, dat +onder deze poort de oude Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen +hal woont, in een voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier +der prinses. Zij zijn elkanders gevangenen, en zullen dat blijven +totdat de tooversleutel zal worden aangevat door de tooverhand, +en de betoovering zoo van den heuvel zal worden afgenomen. + + + +CLEOMADES EN CLAREMOND. + +Het bekoorlijke verhaal van Cleomades en Claremond is zoo goed als +zeker indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot Berte aux +grans pis van Adens (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer +geneigd te gelooven, dat het origineel van de vertelling Cleomades +werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle personen zijn Saracenen of +Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, en zijn karakter vertoont +sterke overeenkomst met dat van andere Oostersche verhalen. Keightley +was van meening, dat Blanche van Castili, de vrouw van Lodewijk VIII +van Frankrijk, het verhaal in Spanje had gehoord, en het verteld had +aan den Franschen dichter Adens, die er een letterkundigen vorm aan +gegeven heeft. + +Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te Sevilla, +waarbij Marchabias, Prins van Sardini zich z onderscheidde, dat +hij haar hart won. Zij schonk den jongen ridder haar hand, en hun +huwelijk was zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en +n zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de +meisjes Melior, Soliades en Maxima werden genoemd. + +Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat hij, +gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij weer +naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk zijner +zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie machtige +vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der tooverkunst. Het +waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, Koning van Armeni, +en Croppart, Koning van Hongarije. De laatste had het ongeluk gebocheld +te zijn, en daarenboven had hij een scherpe tong en een wreed hart. + +De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en +zij hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven, +dat het genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te +bieden. Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden +beeltenis van een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde +metaal hield, waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans +schonk hun een gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren +nagebootst, dat zij korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om +de twee dagen legde de kip een paarlen ei. Croppart gaf een groot +houten paard, dat buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens +zijn zeggen, over land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig +mijlen per uur. + +De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden de +vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg te +schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die +van Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat Prinses Maxima +hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee oudste zusters +waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die beiden schoon +en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en mismaakten +Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en smeekte hem, +haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar. + +Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door zijn +toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield vol, +dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit huwelijk +wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij beginnen moest, +zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der geschenken van +Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat zijn verhaal +over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood aan, de +waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de gouden man +luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden met zulk +een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand op hem +lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en draaide op +verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar plotseling +werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij binnen +enkele minuten uit het oog verdwenen was. + +De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart +gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten, +totdat hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard +moest omgaan. Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn +merkwaardig paard bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid, +en toen de duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten +om zijn vaart te verminderen. Cleomades vloog den geheelen nacht door, +en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn gevaarlijken +toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op de schouders +van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, besloot hij +te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat hij, door een +dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard van richting +kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere pen draaide, +het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag brak nu aan +en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door handig +met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op een +hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom +door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij +een schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn +nadering ontwaakte zij, en riep uit: Antwoord mij, man, hoe hebt +gij het gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die +Koning Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken? + +Ja, dat ben ik, antwoordde Cleomades. Mag ik niet met u spreken? +vervolgde hij, want hij had op het eerste gezicht een hartstochtelijke +liefde voor haar opgevat. + +Ga dadelijk naar den tuin terug, zeide zij, en daar zal ik bij +u komen. + +De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij +hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der +jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk +voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins +vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten +paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het, +draaide vliegensvlug de pen om, en verdween in de lucht, terwijl hij +de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven. + +Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote blijdschap +van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te verlaten, +maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en bleef +in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee +oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en +Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten, +en hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede +in de richting van het koninkrijk haars vaders. + +Hij had het z uitgerekend, dat hij in den nacht aan het paleis +zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was afgestegen, +begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in vasten slaap +aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam en positie, +bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade over. + +Wat! riep de prinses uit, zijt gij werkelijk die Cleomades, dien +wij allen beschouwen als het voorbeeld van een volmaakt ridder? + +De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar +te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van +een kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf +bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses +bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem +het houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de +tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep +hem toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in +de richting van Sevilla, en reed snel weg. + +Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van +het Hof, en liet de prinses daar achter om uit te rusten van de +vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne +koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich +wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat +lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden +van haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt +door Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was +gekomen, oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar +in werkelijkheid om het terrein te verkennen. + +Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw den +naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, het +jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar +naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende, +aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de +pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid +de lucht in. + +Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg +zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van +dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij +smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen, +maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput +door leed en angst. + +Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses met +water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen deelde +hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije te +maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van geest, +en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door hare +ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot gevolg, +dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende dan tot +nu toe het geval was geweest, zoodat zij, om aan de beleedigende +behandeling te ontkomen, erin toestemde hem te huwen, in de eerste +stad, waar zij zouden aankomen. + +Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, die +zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was +z ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel bewusteloos ter +aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, uitgeput door +angst en vermoeienis. Z vond haar Mendulus, Koning van Salermo, die +zich dadelijk sterk tot het slapende meisje aangetrokken gevoelde. Hij +nam haar mede naar zijn paleis, waar hij haar in een prachtig vertrek +onderbracht. Croppart werd echter z zwaar ziek door het drinken +uit de ijskoude bron, dat hij spoedig daarna overleed. + +Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was, +Trouve genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, van +de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje +brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn +hand en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen, +wendde Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol z +uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de hoede te stellen +van tien vrouwen, wier taak het was haar te bewaken. + +Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen +Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was +Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was z hevig, +dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een toestand, +die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij zich naar +het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn geliefde te +vernemen. Op zijn eenzamen tocht kwam hij bij een kasteel, waar hij +twee ridders versloeg, die weigerden hem door te laten. Van hen hoorde +hij, dat een prins, Liopatris genaamd, aan wien Claremond ten huwelijk +beloofd was, aan het Hof van Toskane was aangekomen, en dat drie van +zijn ridders drie van Claremonds jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden, +medeplichtig te zijn aan de ontvoering harer meesteres. De beide +ridders, die door Cleomades verslagen waren, dongen naar de hand van +twee dezer jonkvrouwen, en zij hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar +nu echter n van hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in +staat ten strijde te trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in +de plaats van den gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met +zijn niet gewonden kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant. + +Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie +beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig +verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe +wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug +naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter +ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door +de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid +toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar n van haar +smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd sterrenwichelaar, +die te Salerno woonde, en die de meest verborgen dingen duidelijk +zag. Cleomades besloot dadelijk den wijze te gaan raadplegen, en +dus begaf hij zich den volgenden morgen op weg naar Salerno, nadat +hij hartelijk afscheid had genomen van de gelieven. + +Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af, +en zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den +sterrenwichelaar zou kunnen vinden. + +Edele Heer, zeide de herbergier, hij is helaas een jaar geleden +gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit noodig, want indien +hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen helpen om het schoonste +schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand terug te geven. En +hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den gebochelde en de jonkvrouw +gevonden had. Bij de vermelding van het houten paard schrikte +Cleomades hevig, maar hij behield zijn tegenwoordigheid van geest, +en deelde den waard mede, dat hij een onfeilbaar middel bezat tegen +krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem bij den Koning te brengen, +en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen argwaan zouden wekken, +vermomde hij zich met een valschen baard en de kleeding van een +geneesheer. + +Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel van +zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats waar +Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen medegebracht, +die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt met kruiden, +en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden brengen, legde hij +den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen handschoen zag, +keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij herkende haar geliefde +onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde zij krankzinnigheid, +en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou brengen, opdat het +met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men bracht het in +den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast te gelooven, +dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den geneesheer het +houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn toestemming, en toen +zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, draaide Cleomades de pen +om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als een pijl uit de boog het +luchtruim in. Den volgenden morgen kwam het gelukkige paar te Sevilla +aan. Hun huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte +zich met Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had. + + + +DE DRIE SCHOONE PRINSESSEN. + +Toen Mohammed el Haygari, of de Linksche in Granada regeerde, +ontmoette hij eens een troep ruiters, die terugkeerden van een +rooftocht in Christelijke landen. Onder hunne gevangenen merkte hij +een schoone en kostbaar gekleede maagd op, en men vertelde hem, dat +zij de dochter was van den bevelhebber van een vesting, die bij deze +gelegenheid veroverd en geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld +van een kamervrouw, en Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar +zijn harem zouden worden overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de +gevangen jonkvrouw op aan, dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn +godsdienst zoowel als zijn leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie +niet op zijn aanzoek wenschte in te gaan. Ten einde raad besloot hij +gebruik te maken van de bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde +hem, zijn zaak bij haar jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot +de jonkvrouw, dat het onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie +leven in de afgelegen vesting, zou volharden in haar weigering, en dat +zij, door Mohammed te huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat +haar omringde, inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten +slotte gaf de Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst, +en nam zelfs zijn godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al +het vuur, een bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den +Moorschen naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin +haar heer en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken +den horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende waarschuwingen +drongen zij er bij den vader op aan, zijne dochters streng te bewaken, +wanneer zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben. + +Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en +Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars, +besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobrea op te sluiten, +een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en waar, +naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen. + +De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren +leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig +waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij +natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een +onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede, +had een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de +oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar +spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen, +en geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon, +en wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek, +schudde zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij +zuchtte, ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug +op een ander onderwerp over. + +Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de +hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte +geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde +aan den heuvel, waarop het kasteel Salobrea stond. Het was n +van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te gelooven, dat wij +niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar alles schoon, maar +onwezenlijk is. De ondergaande zon kleurde de nevelen lichtrood als +wierook, die opstijgt uit de urnen der schemering, en zee en horizon +aan het oog onttrekt. Van achter de sluiers van zeedampen kwam een +galei met witte zeilen te voorschijn, die naar de kust gleed en +daar het anker liet vallen. Een aantal Moorsche soldaten brachten +verscheidene Christengevangenen aan wal, onder wie zich drie kostbaar +gekleede Spaansche ridders bevonden. Ofschoon zij met ketenen beladen +waren, was hun optreden waardig en voornaam, en de prinsessen konden +hare oogen niet van hen afhouden. Nog nooit hadden zij zulke edele +jongelingen aanschouwd, want tot dusverre hadden zij nooit anders +dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit die streek gezien, +zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik van deze jonge +ridders haar het hart sneller deed kloppen. + +De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog +verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden +zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder. + +Z vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij vertelden +haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over zulke, +in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare vragen +met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er slechts toe +bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen, die door de +verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was opgewekt. Maar +het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk een kwaad zij +met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare angst, zond +zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een zinnebeeldige +boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met vijgebladeren, +waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle drie in +het eerste stadium van verleidelijke rijpheid, een symbool, waarvan +Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche beeldspraak van vruchten +en bloemen, de beteekenis volkomen begreep. Gedachtig aan den raad der +sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen onder zijn onmiddellijke +bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, den toren +van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te brengen. Hij +reisde zelf naar Salobrea om zijne dochters te halen, en toen hij +ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij dankbaar, dat +hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn persoonlijk +toezicht had genomen. Hij was zich z zeer bewust van het groote +gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen, dat hij zijn reis +naar Granada voorbereidde door het zenden van herauten, met het bevel, +dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen zou, door iedereen moest +worden verlaten, op straffe des doods. Toen ondernam hij de reis naar +de hoofdstad, begeleid door een troep van de afschuwlijkste zwarte +ruiters, die hij vinden kon. + +Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje +Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden +geen tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met +het aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde +te doen. Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de +prinsessen op een afstand uit het venster van het kasteel Salobrea +gezien hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen +vijand te kruipen, bleven zij staan. + +Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke +ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de +ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich +tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van +het escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood dezer ridders +ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen rang, en +hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere jongelingen +gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de Spaansche vlag +streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed het zwaard weder +in de scheede. Ik zal hun leven sparen, zeide hij, maar zij moeten +voorbeeldig gestraft worden voor hun onbeschaamdheid. Brengt hen +naar den Vermiljoenen Toren, en laat hen daar dwangarbeid verrichten. + +In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie +prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid +te zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op +het eerste gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel, +en de drie edele ridders ontvlamden plotseling in liefde voor +de koninklijke jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit +hadden. Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere +schoone, maar het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer +wij zouden vragen naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering +van Jonkvrouw Natuur, die in de romance misschien verstandiger wordt +voorgesteld, dan zij in werkelijkheid is. + +De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar +hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats, +die voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in +heerlijkheid alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken +bevonden zich in een toren, die eenigszins afgezonderd stond van +het eigenlijke paleis van het Alhambra; aan n kant zag men uit +op een tuin, die schoon was als de eerste schrede in het paradijs, +terwijl men aan de andere zijde het uitzicht had over een diep en +schaduwrijk ravijn, dat de terreinen van het Alhambra scheidde van +de Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor de schoonheden +van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en niemand zag de +gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude Kadiga, die +gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van medelijden +met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar, dat zij, +langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun dagtaak bij +de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der jonkvrouwen, +bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het werk te +zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den volgenden +dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het heetst van +den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een Spaansch lied +bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij hoorden, dat het +een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen antwoordden met +een romance, waarvan het refrein aldus luidde: + + + De roos wordt verborgen door 't bladerenschild, + Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt. + + +Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en dagelijks onderhielden +zij zich met de eveneens gevangen prinsessen, door middel van liederen +en romances, die de gevoelens van weerskanten vertolkten. En telkens +wanneer de bewakers hun middagslaap deden, vertoonden de prinsessen +zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan dezen zaligen toestand, +want de familie van de drie jonge ridders betaalde een losprijs, en zij +werden naar Granada gebracht, vanwaar zij de reis naar hun vaderland +zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de oude Kadiga, en smeekten +haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje te ontvoeren. De oude +vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel over, en daar zij +allen dadelijk bereid waren, werd er een plan tot ontvluchting beraamd. + +De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd +doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar +verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de +koninklijke jonkvrouwen door n dezer gangen naar een uitvalpoort +buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de ridders +haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de grenzen +zouden brengen. + +De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag, +lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een +touwladder uit hare vensters in den tuin zakken--allen, behalve +Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende +oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de +nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren +hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende +vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in, +de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten +haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde, +dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd +te verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer +geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven, +en het gezelschap draafde in vliegende vaart weg. + +Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de +alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den +hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden +met alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne +vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen weinig +begane paden, verborgen zich in dichte bosschen, en waren eindelijk +zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de prinsessen werden opgenomen +in den schoot der Kerk, en met hunne respectieve minnaars in den echt +verbonden werden. + +Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne +dochters. Maar hij nam--eenigszins noodeloos--zijne maatregelen, +om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige Zorahayda, +die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw over +haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten +over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van +Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover +de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar +treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige +ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in +dit opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige +zusters niet bezongen werden. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN PRINS AHMED. + +Weer is de oude stad Granada het tooneel der legende, die wij nu +behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen, die wij later +zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het verhaal van +Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins Ahmed, +bijgenaamd al Kamel, of de Volmaakte, om de evenwichtigheid en +schoonheid van zijn karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken +prins, voorspelden de astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig +zou zijn, mits men n moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die +moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te +verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst niet verwonderd, wanneer +wij hooren, dat zijn koninklijke vader pessimistisch gestemd werd, wat +de gelukskansen van den prins betreft, toen de wijzen hem mededeelden, +dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een droevig lot, hij ver moest worden +gehouden van de verlokkingen der liefde, totdat hij den mannelijken +leeftijd zou hebben bereikt. De ontstelde vader deed, zooals de +meeste vaders in romances doen, hij sloot n.l. zijn pasgeboren zoon +op in een allerliefst en afgelegen paleis, dat hij voor dit doel liet +bouwen op den rand van den heuvel boven het Alhambra. Dit gebouw, +dat tegenwoordig bekend is als de Generalife, is omringd door hooge +muren, en hier groeide de prins op, onder de goede zorgen van Eben +Bonabben, een Arabisch geleerde, die vele buitengewone gaven van hart +en verstand had, welke hem geschikt maakten voor het bewaken van een +jeugdigen vorst in de omstandigheden van Ahmed. + +Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins +zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde +betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid, +en inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben +Bonabben, verwaarloosde hij zijne studien, en nam hij de gewoonte +aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag +hoe het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen +ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest +afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken +voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die +wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de +taal der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige +wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met +groot succes zijn vaardigheid beproefd had, achtereenvolgens op een +havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het vogelenkoor +in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger stortte zijn hart +uit in een jubelend lied van liefde, welk woord telkens herhaald werd. + +Liefde, riep de prins eindelijk uit, wat beteekent dat, liefde? +Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij deze vraag in gedachte zijn +hoofd reeds op zijne schouders voelde rollen, als een waarschuwing +voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet in staat zou zijn, de +vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat liefde een van de ergste +kwellingen was, die de ongelukkige menschheid te dragen heeft, dat +zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en broeders, en verscheidenen +der edelste mannen ten val had gebracht. Daarna verwijderde hij zich +in de grootste verwarring en liet den prins aan zijn eigen gedachten +over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die zoo lustig zongen, +volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde hij aan de +waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den volgenden +morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel op te +lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een duif, die +vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel fladderend +op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en streek de +verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en op zijn +vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om haar +doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad. + +Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde, waarvan +de vogels in den tuin steeds zingen? + +Liefde, zeide de vogel, is het grootste mysterie en de oorsprong van +alle leven. Ieder levend schepsel heeft zijn maat. Hebt gij zoovele +kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht zonder de liefde te leeren +kennen? Heeft nog geen schoone prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw +hart veroverd? + +De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op. Schurk, +riep hij uit, waarom hebt gij mij zoo totaal onwetend gelaten? Waarom +hebt gij het groote mysterie en den oorsprong van alle leven voor +mij verborgen gehouden? Waarom moet ik alleen het geluk der liefde +ontberen? Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren, +en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld +hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren +geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij +tot den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen +beschaamd was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was +z verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde, zijn nieuw +verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit stelde +den wijze weer eenigszins gerust. + +Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin; plotseling +zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer. Hij vroeg +haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een ver land +gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die, evenals +Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een afgelegen +kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde. De +wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in +dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk +op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de +hartstochtelijkste taal aan De Onbekende Schoone, van den gevangen +Prins Ahmed, en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem dadelijk aan +het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen. + +Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst van den +boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif +eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en +den laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar +hart doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar +zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat +het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een +bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De +prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij +besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te +zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten zijn. + +Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken had +sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie der +vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog dienzelfden +nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de buitenmuren +van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen ouden uil, +die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op weg naar +Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den uil, +een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het opsporen +van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en zochten +den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden vogel, +die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te zoeken +van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de +voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger +vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen. + +Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova, waar +zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in kwestie, +een groote volksmenigte vonden, die met belangstelling luisterde naar +het gekakel van een papegaai, wiens pluimage schitterend groen was, +en wiens levendig oog een schat van wijsheid verried. Toen de menigte +zich verspreid had, vroeg de prins den schoonen vogel naar het voorwerp +zijner liefde, en hij was verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren, +waarmee hij naar de beeltenis der jonge prinses keek. + +Arme jongeling, kakelde hij, zijt gij ook het slachtoffer geworden +van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij zoo innig vereert, de +beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter van den Christenkoning +van Toledo. + +Help mij, goede vogel, riep de prins uit, en ik zal u een hooge +betrekking aan het Hof bezorgen. + +Heel goed, zeide de papegaai, het eenige, wat ik vraag is, dat ik +niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben een grooten afkeer +van hard werken. + +Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis naar +Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts langzaam +door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de verschroeiend +heete vlakten van La Mancha en Castili, maar eindelijk kwamen zij in +het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den rand van een afgrond, +waar de Taag bruisend doorheen loopt. De praatzieke papegaai wees zijne +reisgenooten dadelijk het verblijf van Prinses Aldegonda, een statig +paleis, dat zich verhief uit de heesters van een verrukkelijken tuin. + +Ach Toledo, riep de uil in extase uit, Toledo, gij stad van +toovenarij en mysterie! Welk een macht van tooverformulieren zijn er +niet uitgesproken in uwe donkere schuilhoeken. Stad van geleerdheid, +van wonderen, van duizenden geheimenissen! + +Kletspraat, riep de papegaai. Wind je niet op, mijn vriend +de wijsgeer! O Toledo, oreerde hij met uitgespreide vleugels, in +navolging van den uil, stad van noten en van wijn, van vijgen en olie, +van feesten, steekspelen en bekoorlijke seoritas! Nu, Prins, moet +ik niet naar Prinses Aldegonda vliegen, en haar uw aankomst melden? + +Doe dat, beste van alle vogels, antwoordde de prins met +warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo +is gekomen om haar te zoeken. + +De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met deze +boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat hij +neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een volmaakten +hoveling. Schoone Prinses, zeide hij met een diepe buiging, ik kom +als afgezant van Prins Ahmed van Granada, die naar Toledo is gereisd +om zich te koesteren in de stralen uwer oogen. + +O, welk een heerlijk nieuws, riep de prinses uit. Ik begon juist +te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed. Vlieg naar hem terug, +zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en vertel hem, dat zijn +schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en dat zijne woorden in +mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er op voorbereiden, +de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen. Morgen is het mijn +zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader een schitterend +tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal mijn hand zijn. + +Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar +zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit, +dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend +in het ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den +wijzen uil, die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te +vertellen, dat er in een naburigen berg een grot was, waar op een +ijzeren tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een +betooverd strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan +had. Na eenig zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig +brandende olie verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte +en met behulp daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard +spoedig gevonden. Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het +paard, dat luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde, +terwijl de uil en de papegaai naast hem vlogen. + +Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in +de nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk +schoon schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren +bij honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen, +en haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen +in schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij +de komst van Ahmed, die aangekondigd werd als de Pelgrim der Liefde, +steeg de opwinding ten top, want hij was een buitengewoon ridderlijke +en schitterende verschijning in zijn glinsterende wapenrusting en met +juweelen bezaaiden helm. Men deelde hem mede, dat slechts kampioenen +van vorstelijken bloede in het strijdperk werden toegelaten, en toen +hij dit vernam, maakte hij zich bekend. Toen men hoorde, dat hij een +muzelman was, begonnen de Christenridders hem te beschimpen, waarop +Ahmed in woede ontstak en den ridder, die het heftigst in zijn spot +geweest was, uitdaagde. Zij renden op elkander in, en de gespierde +tegenstander werd uit het zadel geworpen. Maar de prins ontdekte nu, +dat hij te doen had met een betooverd paard; want toen het eenmaal +in actie was, kon niets het meer tegenhouden. Het Arabische ros +wierp zich midden tusschen de ridders; Ahmeds tegenstanders vielen +als een kegelspel onder zijn opgeheven speer, zoodat het strijdperk +in een oogenblik bedekt was met hunne uitgestrekte lichamen. Maar +des middags twaalf uur, hield de betoovering waaronder het paard +handelde, plotseling op. Het ros draafde over het veld, sprong over de +afsluiting, stortte zich in de Taag, zwom door den bruisenden stroom, +en droeg den prins doodmoe maar voldaan naar de grot terug, waar het +zijn plaats weer innam naast de ijzeren tafel, waarop de prins de +wapenrusting weer neerlegde. + +Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder degenen, +die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop, was +de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de +verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd +hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond +hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai +keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis +in Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de +algemeene opinie was, dat de prins f een Arabisch toovenaar, f een +van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de grotten der +bergen huisden. + +Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters +van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van +Ahmed kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht +naar den hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd +streng bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van +haar meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van +toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning--de kostbaarste +diamant uit de koninklijke schatkamer--was uitgeloofd voor hem, +die haar zou genezen. + +Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer +een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven +was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden +konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed, +dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling +gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich +van zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een +Arabier uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en +handen donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het +koninklijk paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning +werd toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg, +antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te +genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten +was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der +muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was. + +Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem +dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men +op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het +omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon +op zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna +herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van +den brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn +liefde verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de +woorden, en beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd +in haar kamer geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij +verkeerden, begrepen, waren op hun hoede, en stelden zich tevreden met +het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden. Nooit +behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de +bleeke wangen der prinses, en de Koning was z verrukt, dat hij Ahmed +verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te kiezen. De prins +wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en antwoordde, dat +hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud vloerkleed wenschte, +dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die door de muzelmannen, +die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten. De koffer werd +oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op het terras uit. + +Dit karpet, zeide de prins, was eens het eigendom van Koning +Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te dragen. Laat de Prinses +het betreden. + +De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier +in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast +haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende: + +Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang hebben +liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet? + +Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich +in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden +de gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht. + +Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses +in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang +eischte. Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was +langdurig en gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat +hij toch zijne gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot +zijn grootvizier en den papegaai tot ceremoniemeester, en wij mogen +dit beschouwen als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en +huiselijke omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid +geleid werd. + +Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal +oorspronkelijke en afzonderlijke elementen--de gelieven, die onbekend +met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun geboorte; het +oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en het onderwerp +van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een andere vorm van +het oude begrip, dat een toovenaar zich op bovennatuurlijke wijze +door de lucht kan voortbewegen; deze kunst schijnt hij te hebben +geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier bezemstelen slechts het +vliegende paard vervingen. Maar uit de omstandigheid, dat het karpet +in dit verhaal voorkomt, mogen wij opmaken, dat het waarschijnlijk uit +Perzi afkomstig is, het land waar het eerst karpetten geweven werden; +vooral ook, omdat de toovenaars van primitiever volken andere en +eenvoudiger middelen gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen. + + + +DE GELOFTE VAN DEN HEIDEN. + +Het volgende verhaal werpt een helder licht op de verdraagzaamheid, +en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje somtijds tusschen Moor +en Christen betracht werd. Het betreft de geschiedenis van Narvaez, +den generaal, die het bevel voerde over het garnizoen van Medina +Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de Spanjaarden gevallen +was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt, vanwaar hij een reeks +invallen deed in het naburige district Granada, met het doel provisie +machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van dezen streek alles +te ontnemen, wat hun nog was overgebleven. + +Bij n van deze gelegenheden had Narvaez een groote ruiterschaar +uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den vroegen +morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij bij +zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen. De +bevelvoerende officier reed eenige honderden meters voor den troep +uit, en ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die +in het duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man +hield moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig +overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin +zij zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar +de vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden +zij naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden. + +De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was +een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los, +zijden gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch +gebruik, rijk versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver +Arabisch ras. Uit deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een +hooggeboren ridder was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst, +en vernam dat zijn gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda, +een aanzienlijk Moor en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar +toen Narvaez den jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn +verwondering, dat hij niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen +stroomden langs zijn gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken +door snikken die uit het diepst zijner ziel schenen op te stijgen. + +Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien, zeide Narvaez. Dat gij, +een ridder van goeden huize, en de zoon van zulk een dapper edelman +als uw vader is, zoo bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl +gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig +soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet. + +Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben, antwoordde de +jongeling; ik stort tranen om een veel grooter leed, waarbij +vergeleken mijn gevangenschap niets is. + +Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met +zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de +reden zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den +generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde: + +Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de dochter +van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter harer +eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij haar +wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik +was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te +ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn +vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende +te bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet +ik niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen +kans u duidelijk te maken, hoezeer ik lijd. + +De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van +zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig +hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig +lot van den jongeling te verzachten. + +Gij zijt een ridder uit een edel geslacht, zeide hij, en wanneer +gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult terugkeeren, +zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te zeggen wat de +reden is, dat gij heden niet bij haar waart. + +De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de gevraagde +belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel, waarin +zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het teeken, +waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte, en +zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander gewoonlijk +ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het afgesproken +uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de oorzaak van zijn +wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat hem overkomen was, +barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte haar te troosten; +maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn gelofte aan +Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder gegeven had, +dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren. + +Er blijft mij niets anders over dan te gaan, zeide hij. Ik heb +mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u, die ik zoo innig +liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw vrijheid gevaar zou +loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit mijn gevangenschap +verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u weder. + +De jonkvrouw antwoordde echter: Gij hebt mij reeds vele bewijzen +gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die duidelijker +dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou het ondankbaar +van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw gevangenschap te +deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet leven, wil ik +het ook doen. + +De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen, +en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den +geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan, +waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den +trouw der jonkvrouw en de rechtschapenheid en standvastigheid van +den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de +vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen, +stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, n gaf hun +een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land. Deze +gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den +Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber, +werden buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van +Granada, bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne +geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle +opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien +nog de verdienste, volkomen historisch te zijn. + + + +DE DROOM VAN KONING ALFONSO. + +Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don Alfonso, Koning van +Galici n van de Christelijke Staten, die het tegen de Mooren hadden +uitgehouden, vervolgd werd door een droom, die steeds zijne nachtwaken +verontrustte, en waarvan hij den diepen zin niet kon doorgronden, +zoodat hij eindelijk er toe moest overgaan, zich om raad te wenden +tot de beoefenaren der occulte wetenschap, diezelfde vijanden, tegen +wie de droom hem waarschuwde. + +In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied +van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van +Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk +Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso +kwam, lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het +dreigende gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en +maakte hij zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl +zij uit zichzelf reeds talrijk waren, nog versterkt werden door de +Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje. Voordat +Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die vreeselijke +visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo menigmaal den +val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij op een olifant +gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het reusachtige dier, een +atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf sloeg. Maar het geweld, +dat uit het instrument voortkwam, was z hevig en onrustbarend, +dat hij oogenblikkelijk doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin +sloeg hij weinig acht op dezen droom en beschouwde hem als een gewone +nachtmerrie, maar toen hij steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende +nachten van zijn verblijf te Toledo, begon hij te gelooven, dat er +een ernstige waarschuwing in verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte +hij doodelijk verschrikt, badende in het zweet en met den nagalm +van den Oosterschen trom nog in zijne ooren, totdat hij eindelijk +in de grootste onrust besloot, de geleerden van zijn Hof te vragen, +wat de beteekenis van den droom zou kunnen zijn. + +Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich, +evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen, +die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne +Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had, +vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste +bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus: Wat +mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de eigenaardige +omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een dier dat in +ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een anderen vorm dan +die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk is. Ik vraag u, +wat de beteekenis van dezen droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste +hierop uw antwoord. + +De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den +Koning terug. + +Heer Koning, zeiden zij, wij zijn van meening, dat deze droom u +is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het machtige leger, +dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult overwinnen, +dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult buitmaken, +dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult terugkeeren, +overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw overwinning in het +geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant, die u elken nacht +verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben Taxfin, Koning +der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van Afrika, +die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen van +dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom +zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest +afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden. + +Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging, +en toen de wijzen zwegen, zeide hij: Het schijnt mij toe, dat uw +verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij +geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf aan. + +Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot eenige +Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht een +Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen. Zij +antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een +der Moskeen leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van +den Koning een verklaring geven van het visioen. + +Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in zijn tegenwoordigheid +zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche ridders terug met +den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir Mohammed Aben Iza, +die echter beslist weigerde den droom van een afvallige te verklaren; +en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden was, wilde hij zelfs +niet het paleis betreden. + +Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat +godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk +Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed +kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den +wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor, +en toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: Gaat +naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom +zeer nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen +worden in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij +zal vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal +blijvend aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem +verder, dat deze verklaring uit den Koran is afgeleid: Weet gij niet, +wat God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij +zijn kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos +zien worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen +gebracht heeft? Deze woorden--vervolgde de Fakir, voorspelden den +val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen +Arabi optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot zijn +vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend vuur +op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en +asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent, +dat het uur van zijn ondergang nabij is. + +De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, tot den Koning +terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir mede. De +Koning werd doodsbleek, en riep uit: Bij den God, dien ik vereer, +het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft, want gij +kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal straffen. + +Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit +een onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend +ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok +hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem +in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca +geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers +waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende +boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso f zijn Christelijk +geloof zou afzweren, f zich als zijn Vasal zou onderwerpen. Toen +Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den brief woedend op den +grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant: Zeg tegen Taxfin, +dat hij zich niet moet schuil houden tijdens het gevecht, opdat wij +met elkander kunnen afrekenen. + +Verschillende omstandigheden benvloedden den strijd. De Vrijdag was de +heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath der Joden, die +ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de Zondag was de +rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een wapenstilstand +verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin toegestemd. Maar +Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen des Vrijdags, +op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in twee divisies, +en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van Sevilla had +zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om den afloop +van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig voor de +Muzelmannen was uitgevallen, waren zij eenigszins ontmoedigd. Maar +toen het hun gelukt was den eersten aanval van Alfonso te weerstaan, +trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop en bij deze gelegenheid +luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De Koning van Sevilla, +bezield door de gelukkige profetie, zette zich neder in zijn tent, +nam pen en perkament, en dichtte de volgende regels, die hij ter +bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond: + + + Door Godes toorn en 't Moorsche zwaard, + Wordt 't Christenvolk verjaagd van de aard', + Terwijl het sterrenbeeld voorspelt + Uw grooten roem op 't oorlogsveld. + + +Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en hij reed langs +de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak. Maar hij +had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het +hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in +Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en +bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige +ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen +van alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in +actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusi, en de geschiedenis +vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige menschen- en +paardenmassa veroorzaakt werd, z geweldig was, dat de strijdenden +elkander niet meer konden zien, en in het blinde worstelden, alsof het +in het diepst van den nacht was. Tenslotte begonnen Taxfins troepen +zich in groote wanorde terug te trekken, terwijl het paardevolk der +Christenen steeds verder opdrong. Slechts de Mooren van Sevilla hielden +stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd van zijne reservetroepen, +en reed met zijne ruitercolonnes recht op het paviljoen van Koning +Alfonso toe, dat slechts zeer onvoldoende beschermd was, en dus +zonder veel moeite met alle kostbaarheden, die zich daarin bevonden, +den Mooren in handen viel. Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong, +viel hem in de flank aan, en de beide opperbevelhebbers waren spoedig +in een woedend gevecht gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf +zich onder zijne manschappen, spoorde hen aan tot standvastigheid, +en riep hun toe, dat de belooning voor hun moed de kroon van het +paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne herhaalde aanvallen, begon +het leger der Christenen achteruit te wijken, en bij een hernieuwden +aanval van Taxfins bondgenooten, die eerst verslagen waren, gaf +het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag, dat alles verloren was, +vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd volgelingen, voor +de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite de stad Toledo, +waar hij met slechts honderd man aankwam. + +Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige jaren +later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de nederlaag +van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en stierf +hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld. + + + +DE PRINS, DIE ZIJN KROON VERRUILDE. + +Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de Gothische en Arabische +rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden kleine koninkrijken, die +even snel weer verdwenen, en waarvan de namen reeds lang vergeten +zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen vasten voet in +Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van het land twee +miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen, waarvan het +noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche nationaliteit +terwijl het andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn Moorsche +zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche vorstendom +een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn opvoeding +was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche buren met +den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde. Zij waren, +zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras, dat geen +naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en wraakgierig +volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de jonge Fernando, +die voortdurend in dien geest over zijne buren had hooren spreken, +een geweldigen afkeer van hen had gekregen. + +De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide +vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor +de eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied +deden, want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide +landen, zich daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een +rooftocht ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf +ook deel, want het werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in +bijna voortdurend oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van +de praktijk der krijgskunst. Bij n van die vele miniatuurinvallen, +was de troep, die onder Fernando's bevelen stond, ver in het Moorsche +gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en +zoo kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos +voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand, +die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine +troepje Spanjaarden werd op deze wijze in tween verdeeld, en vluchtte +in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door een +klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde in de richting +van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te komen. + +Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten +omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel +gereden hadden, waren hunne paarden na korten tijd z oververmoeid, +dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp zagen zij, dat +de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun leven zoo duur +mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders betaamde, en zij +waren op het punt af te stijgen, en een gunstig terrein te zoeken voor +den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand een gebouw zagen, +dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was opgetrokken. Als er +ergens een geschikte plek is, om ons te verdedigen, dan is het daar, +zeide Fernando. Laat ons daar stelling nemen, en gebruik maken van +de beschutting, die het gebouw ons biedt. + +Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning, en +bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij afgestegen +waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen gebouw, en +hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn verbazing +een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig gebed +verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn geheele +uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar was, +een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om in +vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde +hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan, +toen de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het +gestamp van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg, +wat hij wenschte. + +Maak, dat gij wegkomt, zeide Fernando, want wij moeten deze plaats +tot het uiterste verdedigen tegen uwe afvallige broeders. + +De kluizenaar glimlachte. Jonge man, zeide hij, hoe kunt gij een +oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige gebouw verdedigen kunt +tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken omsingelen zullen? Uw +zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin kunnen beschermen +als deze vervallen muren, die in enkele minuten ineengestort zullen +zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild tegen het ruw geweld +der menschen, dan steen of staal. + +Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man, zeide Fernando. Maar ik +ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die zaken, die gij veracht. + +Dat is treurig genoeg, zeide de kluizenaar, hebt gij in uw +eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een beter beschermer +is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele stoffelijke +bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede van hunne +medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u bijstaan door +middel van den minsten zijner dienaren. + +Indien het de God der Christenen was, van wien gij spreekt, +antwoordde Fernando, zou ik moeten erkennen, dat gij woorden van +wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een ongeloovige klinken +zij mij godslasterlijk in de ooren. + +Heer Ridder, zeide de kluizenaar, gij zijt nog jong, maar wanneer +gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben leeren begrijpen, +dat God dezelfde is in alle landen, en dat verdeeldheid over Zijn +persoonlijkheid, n der middelen is, waarmede de Duivel vijandschap +zaait tusschen de geloovigen. Luister naar mijne woorden: Deze steenen +rune is de laatst overgebleven toren van een oude vesting, waaronder +zich een labyrinth van kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk +in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de +vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal +zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren. + +Wees voorzichtig, Don Fernando, riep een van de metgezellen van +den Prins uit; deze heiden tracht u in een valstrik te lokken, +opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen vermoorden. + +Neen, antwoordde de Prins, want ik kan zien, dat deze brave en vrome +man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw mij met een gerust hart +aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader, naar de plaats waarvan +gij spreekt. + +Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij +wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden +leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken, +waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen +vervolgd hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder +riep den kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien +voorbijkomen. Neen, er zijn hier geen Christenridders voorbijgegaan, +mijn zoon, antwoordde de vrome man, ga heen in vrede. De Moorsche +kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer, +en de troep reed verder. + +De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en keerde +binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de duisternis +was ingevallen. Nu kunt gij veilig naar uw eigen land terugkeeren, +zeide hij. + +Hoe kan ik u beloonen? riep Fernando uit, die diep getroffen was +door den vriendelijken eenvoud van den ouden man. + +Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het vervolg +mijne rasgenooten zachter te beoordeelen. + +Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk, zeide de Prins droevig, +want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik veel kwaads en +weinig goeds van de Mooren gehoord heb. + +Dat verwondert mij niets, zeide de kluizenaar glimlachend, want +gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen slechts ontmoet hebt met +het zwaard in de hand of als gevangenen, wier harten verbitterd waren +door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge man, of liever, bid, +dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren, opengeworpen mogen +worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen te laten. Tracht +het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan zult gij genoeg +goeds in hen vinden. + +Terwijl hij sprak had Fernando inderdaad het gevoel, dat de poorten +van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel, +ontgrendeld werden. Ik zal uw raad niet vergeten, zeide hij, want +het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel mensch iets kwaads +komt, en met een eerbiedigen groet besteeg hij zijn paard en reed weg, +vergezeld van zijne makkers. + +In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij +zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar +de raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling +naar het verslag van zijne ondervindingen luisterden. + +Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit, zeide n van zijne +raadslieden; zonder de hulp van dezen vromen man zoudt gij nu stellig +de gevangene zijn van uwe vijanden. Er zullen niet veel van zulke +geesten in Moorsche lichamen huizen. + +Hoe zoo, Seor, antwoordde de Prins; is het niet mogelijk dat gij +u vergist? Wat weten wij eigenlijk van de Mooren, behalve wat wij in +een voortdurenden strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn, +wanneer wij trachtten hen beter te leeren kennen? + +Wat, riep de Minister uit, kennen wij hen niet als honden en +afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders van valsche +goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort zouden leeren +kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het gemeenschappelijk +strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun trouwelooze borst +kunnen richten. + +Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe, zeide Fernando +vriendelijk; en ik wil u vertellen, heeren, dat ik dezen morgen +huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren beter +te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun +instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats +als vijanden tegemoet treden. + +Dwaasheid, riep de Kanselier uit; dat is een onbekookt besluit +van een jong en onervaren vorst. + +Ik denk er anders over, antwoordde Fernando; maar om +noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als Muzelman te +vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als een geboren +Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige gebruiken +onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en laat +mij daar niet van afbrengen. + +De wil van uwe Majesteit is wet, antwoordde de Kanselier, die in +het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor de uitbreiding +van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg trachtten nog +Fernando's besluit aan het wankelen te brengen, doch tevergeefs. De +voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen en drie dagen nadat +hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok Fernando als Moor +vermomd, over de grenzen van het land zijner vijanden. Hij besloot +zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij belangrijke plaats; +daar aangekomen, steeg hij af en zocht een khan of herberg op. Hij +trof daar allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan +dezelfde tafel als de Mullah of priester, en de soldaat deelde zijn +maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij dit volk opviel, +was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en dronken niets dan +melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de herberg heerschte, +verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende mannen zaten voor het +meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en rustig sprekende met +zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets gevraagd werd, spraken +zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig na te denken, +voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen antwoordden. Al hunne +handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando merkte op, dat +zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun kleeding, +maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg gedurende +de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend ingerichte +openbare baden der stad. + +Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen +slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een +bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in +alle hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen +plaats te zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een +gesprek aan met n van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek +van de herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen +lezen. Eerst toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen +hij bemerkte, dat de Prins met hem van gedachten wilde wisselen, +bracht hij het gesprek op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet, +dat hij bezig was te bestudeeren, en hij verviel daarbij in zulk +een haarkloverij, dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde, +hem ooit te hebben aangesproken. + + + +FERNANDO MAAKT VERGELIJKINGEN. + +Toen Fernando zich dien avond ter ruste had begeven, maakte hij +de balans van den dag op. Deze menschen schijnen mij buitengewoon +vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar tegenover +staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun +gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die Mullah +was vreeselijk lang van stof, maar zijn er onder ons ook niet een +menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle werelddeelen voor, +dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid een schrik voor +zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte der menschheid +zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar zelden een sterke +persoonlijkheid aantreft. + +Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de +groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche +kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming +heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een +gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar, +die zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en +godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want +zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk +geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij +zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van +de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen +priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen +schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in een vleugel +van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een aantal +oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten, vloeiend +schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van den +Koran en andere godsdienstige werken. + +Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de +universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke +geestelijke leven, dat daar bloeide. In n der kamers was een leeraar, +gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te houden over de +praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een scherpzinnigheid +en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had aangetroffen. Zijn +kennis van medicijnen en van de eigenschappen van planten en kruiden, +scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen Fernando dacht aan +de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks zoovelen zijner +onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep beschaamd, dat +deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie zoowel als in de +praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was scherpzinnig genoeg om +in te zien, dat de spreker de medische wetenschap beschouwde als +iets, dat in het verleden reeds zijn hoogtepunt bereikt had. Hij +sprak van proefnemingen in den verleden tijd en vermeldde slechts de +groote leermeesters der oudheid: Galenus en Hippocrates, Avicenna en +Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide van de leermeesters van zijn +eigen tijd, dan geschiedde dit altijd eenigszins geringschattend, en +nooit met een woord van waardeering; de oudheid was alles voor hem, +en de leerstellingen der oude meesters in de medicijnkunst waren hem +in zeker opzicht even heilig als de woorden van den Profeet. + +In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando +eenigen tijd luisteren naar een leermeester in de astrologie. Deze +oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring voor hem gehad, +en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren tot hare groote +beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig den invloed, dien +de verschillende planeten op het lot van den mensch hadden, hoe haar +onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven bepaalde, en hij +behandelde het karakter van personen, die onder bepaalde astrologische +voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap was volgens den spreker +niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en terwijl Fernando +naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat hij veel +als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet wetenschappelijk +bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer planeten, niets +feitelijks over de beweging der sterren, of over hun verhouding tot de +aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter een andere geest; +daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er werd gewezen +op de werken van Arabische reizigers die Azi en Afrika doorkruist +hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden besproken, en +over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche scholen, +die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd werden, +waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer aandacht +geschonken werd aan het buitengewone dan aan het waarschijnlijke. + +Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein +overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende +wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het +dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door +verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat +dit gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren en +kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt, +vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door +gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine +groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of +van de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken +terneder zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen, +die het marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig: +smeden, sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op, +dat het werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne +gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking +tot die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd +drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied +de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten +nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere +verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand, +maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een +oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde, +hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen +geen gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer +zij een toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen +strookt, zou het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken +over te nemen, die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn +eenvoudig, gelukkig en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei +werd opgedrongen van wat in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk +dan niet verkeeren in ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun +waarschijnlijk geleerd, dat hun tegenwoordige levenswijze de meest +geschikte voor hen is. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat hun +afkeer van ons het gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten +en instellingen der beide volken? Maar zou dit verschil misschien +alleen maar aan de oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathien +en antipathien zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn +volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat +hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne +zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel +als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en +omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel +los te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden +is. Wij verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven, +maar slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat +de goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men +trouw moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte +zou elk van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid +was, dezelfde vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten +zoo aan mij gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te +onderscheiden zou zijn. + +Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het +landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn +eigen rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen +kleine sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange +rijen maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle +richtingen over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde +zich bij n van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn verwondering, +dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en landlieden in +Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk onderbroken, en de +maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar het zwaarmoedige +fluitspel van n hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig +en weinig eischend waren als de boeren van zijn eigen land. Zij +deelden hun brood en kaas met hem, en boden hem een slok geitemelk +aan uit een grooten lederen zak, en het gelukte hem met veel moeite, +deze lekkernij met een benauwd gezicht naar binnen te werken, want +vorsten zijn niet gewoon aan de scherpe geuren van zulk een drank. Na +zich op deze wijze versterkt te hebben, wandelde hij langzaam verder +over de gloeiende velden, zoo nu en dan rustende in de schaduw der +boomen, die langs den weg groeiden. + +Hij had misschien 1 1/2 mijl afgelegd, toen hij bij een open vlakte +kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte. Hij +volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en +zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge +bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden +met hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en +legden met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen +het bevel halt gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk, +zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van n +der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de Prins stond, +en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een Moorsch +priester hield, groette hem hoffelijk. + +Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons, eerwaarde +heer, zeide hij, dat ik meen te mogen aannemen, dat gij vroeger +zelf soldaat zijt geweest. + +Dat is zoo, antwoordde Fernando; ik was vele jaren soldaat, en heb +lang in een ander gedeelte van het land gediend; maar nu is de oorlog +niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor mijn genoegen ten +strijde trok, liggen achter mij. + +Maar, zeide de officier, de oorlog is toch het eenige, waartoe +een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong, en hebt het +leger blijkbaar te vroeg verlaten. + +Neen, antwoordde de Prins, wanneer het noodig is, ben ik bereid het +zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen inval +te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd heb, +de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan. + +Maar, zeide de krijgsman glimlachend, gij meent toch niet, dat wij +ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij aangevallen worden. Wij +weten toch niet vooruit, wanneer de onbeschaafde en woeste Christenen +uit het Noorden ons zullen overvallen? + +Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal opkomen, +een strooptocht in hun rijk te ondernemen, zeide Fernando. + +Maar, zeide de officier weder, wanneer wij dat doen, is het ten +slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want het blijkt toch +wel, dat zij ons nooit met rust zullen laten. + +Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen? vroeg Fernando, +ik geloof van niet, maar wij hebben wel verdragen met hen gesloten, +doch die schijnen gemaakt te zijn om verbroken te worden. + +Ja, zeide de officier verachtelijk, het zijn verraderlijke honden, +deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man vertrouwen kan; +zij hebben het eene verdrag na het andere verbroken. + +Als ik mij niet vergis, zeide Fernando, hebben wij hetzelfde gedaan, +alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat het volk niet te +weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze vijanden gedragen, +en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden handelen, omdat +onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn. Mag ik U vragen, +edele heer, of gij ooit in Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere +Christenen ontmoet hebt dan die, welke gij toevallig gevangen genomen +hebt? + +De ruiter schudde ontkennend het hoofd. Nu ik erover nadenk, zeide +hij, heb ik met meer Spanjaarden het zwaard gekruist dan met hen +gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag aannemen, dat er onder dat +volk edele geesten zijn, want ik weet uit eigen ondervinding, dat +het dappere krijgslieden zijn, en een goed soldaat kan niet anders +dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij verontschuldigen waarde +heer: ik kan niet langer blijven. In den naam van God wensch ik u +een aangename reis toe. + + + +FERNANDO ONTMOET ZIJN DUBBELGANGER. + +Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist beschreven dag moet +beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere dagen; drie maanden +lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde er de instellingen +en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze wijze een juist +inzicht in den volksaard. + +Aan het einde van dit tijdperk, had hij zulk een hoogen dunk +gekregen van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet +zijne schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn +eigen rijk. In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te +betreden, besloot hij den nacht door te brengen in een kleine khan +aan de Moorsche zijde der heuvelen. Het was een armoedige herberg, +maar mooi gelegen bij den ingang van een vredig klein dal. Nadat hij +zijn paard had overgegeven aan den witgekaftanden waard, trad hij +binnen. Tot zijn groote verbazing was de eerste, dien hij ontmoette, +een jonge man, die z sprekend op hem geleek, dat hij verrast en +verschrikt achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van +den vreemde, die niet weerspiegeld was in het zijne. De jonge man +schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een +glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach: +Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar ik +hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen +heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar +gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben. +Daar is niet veel kans op, mijn vriend, zeide Fernando, want als +God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze lichamen, ben ik +ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk mensch zijt, en, +voegde hij er lachend bij, op een tafel wijzende, het spreekt vanzelf, +dat wij het brood samen breken. Uitstekend, riep de ander uit. Ik +neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld aan. + +Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij +in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren +geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel +hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang +bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling: Ik heb +het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend hebben, en daar +ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik u mijn geheim +openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit land, en dat +ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf in het land +der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde bestudeeren. + +Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen van Uwe +Majesteit, antwoordde Fernando, en gij kunt er van overtuigd zijn, +dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u vragen, wat uw indruk +is van de bewoners van Christelijk Spanje? + +Ik heb zulk een achting voor hen gekregen, antwoordde Muza, dat +ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er heerscht onder +hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant is dan die +onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige verzekering geef, +dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn eigen volk. + +Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza, zeide Fernando opstaande; +want ik ben Fernando, Koning der Christenen, die gedreven door +eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb omgezworven, en die zulk een +sympathie heb opgevat voor het karakter en de gewoonten van uw volk, +dat ik niets liever wil dan over hen te regeeren. Dat ik werkelijk +degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult gij aan dit teeken kunnen +zien. Dit zeggende, haalde hij van onder zijn burnous een gouden +keten te voorschijn, waaraan het koninklijk zegel hing. Er bestaat +voor zoover ik zien kan, slechts n beletsel voor onze overeenkomst, +en dat is het verschil in godsdienst. + +Neen Fernando, zeide Muza met opgeheven handen, ik zie de +moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn opvatting, bestaat +het verschil slechts in uiterlijkheden. De innerlijke geest van ons +geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen ligt het verschil. Beide +godsdiensten komen van den eenigen God, die ze bestemde voor het +gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn; en wanneer gij +dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het ons niet +moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan elkaars +gewoonten. + +Ik ben het volkomen met u eens, antwoordde Fernando, maar ik +vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve onderdanen te +overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij moeten in geen +geval op de hoogte gebracht worden van onze overeenkomst.--De +buitengewone overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor, +dat ons geheim bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij +elkander eerst inlichten over de geschiedenis van ons volk en over +onze persoonlijke omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit +opzicht, geen argwaan wekken. + +Gij spreekt als een wijs man, zeide Fernando, laten wij dan maar +dadelijk beginnen. Tot laat in den nacht zaten de jonge vorsten +bijeen, om elkander in te wijden in de geheimen der diplomatie van +hun land, en in hunne familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak, +scheidden zij met alle teekenen van wederzijdsche achting. Zij +bestegen hunne paarden, en reden weg, Fernando naar de hoofdstad van +het Moorsche rijk, Muza naar die van de Christenen. Maar alvorens te +scheiden, spraken zij af, dat zij elkander tenminste eenmaal in de drie +maanden in deze herberg zouden ontmoeten.--Drie maanden vlogen voorbij, +en precies op den afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander +ten tweeden male in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen. + +En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner vaderen, +vroeg Fernando. Helaas, uwe Majesteit, antwoordde Muza, het spijt +mij, te moeten zeggen, dat het maar matig is. Elken dag komen uwe +ministers met nieuwe plannen aan voor rooftochten in mijn vroeger rijk, +en ik weet niet, hoe ik mij daaronder moet houden; en dan doen zij mij +hevige verwijten over wat zij mijn trouweloosheid noemen. Precies +hetzelfde heb ik ondervonden, zeide Fernando, en mag ik met alle +respect voor het ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij +niet te vergelijken zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn +eigen volk; dat zij vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn. + +Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en onrustig, +en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid, waaraan +ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen mag, +ontbreekt het hun aan waardigheid. + +Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook verre van +aangenaam, mopperde Fernando; bv. uwe huwelijksinrichting. + +En bij u het ontbreken daarvan, antwoordde Muza. + +Over het geheel geloof ik, zeide Fernando. Ik ben het volkomen +met u eens, antwoordde Muza. + +Als wij de zaak eens in de doofpot stopten, merkte Fernando op. Het +is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met een ruimen blik, +onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne opvattingen +ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd kans veel +te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot onaangename +vergelijkingen dwingt. + +Ook dit ben ik met u eens, zeide Muza. Als eenmaal het nieuwtje +er af is.... + +Juist, antwoordde Fernando; ten slotte gaat er toch niets boven +het land, waarin men geboren is. + +Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar +ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen +van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te +doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat +Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke +grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen +hunne respectieve staten gerezen waren--een onnatuurlijke toestand, +die volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen. + + + + + + + +HOOFDSTUK XII: VERHALEN OVER SPAANSCHE TOOVENARIJ. + + +Het schijnt, dat Spanje door de andere landen van West-Europa +beschouwd werd als de bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij, +waarschijnlijk doordat er zulk een openbaarheid is gegeven aan de +ontdekkingen van de Moorsche alchemisten, de eerste scheikundigen +in Europa. Maar met de opkomst van de Inquisitie werden de occulte +wetenschappen naar den achtergrond gedrongen, want alles, wat +maar in de verte zweemde naar ketterij, werd op de strengste wijze +door deze onverdraagzame instelling onderdrukt. Daardoor zijn vele +volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de Spaansche boeren +geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende legende is voorgoed +verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de zuivering der Kerk +niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen geest verbannen, +maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en veld, het geheele +gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad deden en de huisvrouw +en dienstmaagd tot grooten steun waren. + +Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van plan +was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der geesten, +goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een Franciscaner +monnik uit Castili, die in 1458 of 1460 een boek schreef, dat +voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en waarin ook +een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van volksgeloof, +die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het geloof in +heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt afkomstig +te zijn uit de Dauphin of Gascogne, waar zij volgens zijn verklaring, +overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo verhaalt hij ons, gewoon, des +nachts in grooten getale bijeen te komen op een hooggelegen vlakte, +elke heks bracht een kaars mede ter eere van Satan, die tot haar +kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in die van een bok, +in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden verscheen. + +Llorente vertelt in zijn Geschiedenis van de Spaansche Inquistie, +dat de eerste auto-de-f tegen de toovenarij in 1507 gehouden werd te +Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen, die beschuldigd +waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste verhandeling over +Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een Franciskaner +monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als bakermat +der hekserij, en dat deze provincie vele zendelingen naar Aragon +stuurde om daar de vrouwen tot de tooverkunst te bekeeren. Maar +wij lezen ook, dat de Spaansche godgeleerden van de zestiende +eeuw zveel verlichter waren dan die van andere landen, dat zij +toegaven, dat hekserij slechts een begoocheling was; en de straf die +zij toedienden aan hen, die er in geloofden, werd gegeven, omdat +deze afdwaling in strijd was met de voorschriften der Kerk. Pedro +de Valentin geeft in een verhandeling over dit onderwerp (1610) +toe, dat de daden, waarvan de heksen beschuldigd werden, slechts +denkbeeldig waren. Hij schreef ze gedeeltelijk toe aan de wijze, +waarop het onderzoek geleid werd, en aan den wensch van het domme +volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te gaan, door datgene +te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar wenschten te hooren, +en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en drankjes, die zij +moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die slaap verwekten, +en invloed hadden op de verbeelding en de geestelijke vermogens. + + + +DE GODSDIENST DER HEKSERIJ. + +De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige verschijnsel +wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de onderzoekingen van +Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en anderen, schijnen er +op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij volstrekt niet op de +verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze cultus stamt van +een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en godsdienstige +voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het offeren van +kinderen had bewaard. + +Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een eigen +priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de verbeelding +slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit geloof. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN DR TORRALVA. + +Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om zijne toovenaars, +bij wie nog iets was overgebleven van de occulte wetenschap der +Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was wel de beroemdste +van deze betrekkelijk moderne meesters in de tooverkunst Dr. Eugenio +Torralva, de arts van het gezin van den Admiraal van Castili. Hij +was in Rome opgevoed en had reeds op jeugdigen leeftijd uitgesproken +sceptische neigingen. Hij sloot vriendschap met een zekeren meester +Alfonso, een man, die, nadat hij eerst zijn Joodsch geloof had +verwisseld voor den Islam, overging tot het Christendom, en ten +slotte vrijdenker geworden was. Een tweede ongeschikte kameraad +was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro genaamd, die Torralva +vertelde, dat hij een goeden geest in zijn dienst had, Zequiel, die in +de geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien +zulk een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen, +die hem een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap +wisten te waardeeren. + +Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge +mate. Hij was n van die, misschien gelukkige menschen, in wie de +liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen Pietro hem +goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod met beide +handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de verandering van +meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en verzekerde hij +Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en dat hij bereid +was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan het uiterlijk +van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart overkleed +droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van blond haar. + +Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke wisseling +van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig had, +hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een +verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de +gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van +een reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk, +uit welk feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk +gezinde geest was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen, +ondervinden, dat het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet +den minsten waarborg geeft voor vroomheid. + +Torralva bleef vele jaren in Itali wonen, maar in het jaar 1502 kreeg +hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde daarheen terug, +maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn hoofdkwartier te +hebben gekozen, waar hij zich onder de bescherming stelde van zijn +ouden patroon, den Bisschop van Volterra, die in dien tijd kardinaal +geworden was. Deze invloedrijke relatie was hem van groot voordeel, +en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als geneesheer beroemd. Maar +noch de vrome kardinaal, noch een van de andere voorname patinten, +die zijn hulp zochten, wist, dat hij feitelijk zijn geheele medische +kennis te danken had aan zijn onzichtbaren knecht, die hem de +geheime kracht leerde van jonge planten, die andere geneesheeren niet +kenden. Zequiel was echter vrij van alle winstbejag, want wanneer +zijn meester de klinkende munten in den zak stak, waarvan geen goed +geneesheer afkeerig is, berispte de geest hem, want, zeide hij, +aangezien de dokter zijn kennis gratis kreeg, behoorde hij haar ook +kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva daarentegen geld noodig had, +vond hij altijd een som in zijn particulier vertrek, en hij wist zonder +dat er over gesproken werd, dat zijn dienaar het daar had neergelegd. + +Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen tijd +aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide Zequiel +hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename +tijding zou krijgen. Torralva deelde dit bericht oogenblikkelijk +aan Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande +Capitan, Gonzlvo Hernndez de Cordova mede. Dienzelfden dag kwam er +een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling voor Zijne +Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren mislukt was, +en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon van den +Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome de +onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer, Kardinaal +Volterra, te laten verschijnen, die, toen hij bemerkte, op welke wijze +zijn protg de nederlaag van het Spaansche leger voorspeld had, +den Aartsbisschop van Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter +zijn wijsheid putte. Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging +voort politieke en andere gebeurtenissen te voorspellen, waardoor +hij zich spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen, +die hem kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz, +tot wien een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare +nachten verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de +gestalte van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales, +had 's nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar +de griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had +hij niets kunnen zien. + +Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij +in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht +haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest +Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva, +die beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte, +gelijkende op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van +een vrouw. Wat zoekt gij hier? vroeg hij met luide stem, waarop +het voorste spook antwoordde: Ik zoek een schat. Op hetzelfde +oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde +Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders +van het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man +te voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men +hem een Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke +bezoeken op. + +Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de +Zuiga, een bloedverwant van den Hertog van Bejar, en een broeder van +Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan in Castili. Zuiga +had den geleerden dokter geraadpleegd, hoe hij door toovermiddelen +geld zou kunnen verdienen, en Torralva zeide, dat dit mogelijk zou +zijn, door bepaalde letters op papier te schrijven met het bloed van +een vleermuis inplaats van met inkt. Dit toovermiddel moest hij om +zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel geluk zou hebben. + +In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet, +vertelde hij Zuiga, dat hij in staat was op een bezemsteel daarheen +te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen. Bij zijn +aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en den +Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op aandrongen, +dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven. Naar +aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn +dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest +raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde +hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora, +Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van +Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok Torralva wederom naar zijn +geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde +er iets, dat Torralva's roem als profeet nog zeer verhoogde. Op den +vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem, dat het leger van den +Keizer den volgenden dag Rome zou innemen. Torralva beval den geest +hem naar Rome te brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke +gebeurtenis zou kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok +in de hand, en zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn +dienaar hem bevolen had, en toen de geest hem na eenigen tijd zeide de +oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen +toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag +werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke +gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon, +de vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de +inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde +wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd, +maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar; +en toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot +het Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd. + +Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter +betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en n van hen, +gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over +zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zuiga, die zooveel voordeel +had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde zich +tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuena over hem in, +waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte toovenaar +bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien hij bleef +beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de gevangenis niet +minder dan acht verklaringen over zijne bovennatuurlijke handelingen, +waarin hij zichzelf voortdurend tegensprak. Daar zijne vervolgers niet +tevreden waren met deze bekentenissen, legden zij den ongelukkigen +toovenaar op de pijnbank, en men ontlokte hem dan ook spoedig een +volledige erkenning van den duivelschen aard van zijn dienaar. + +In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit, +een gebruikelijke methode bij dit lichaam, om de slachtoffers te +temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva verscheen er een nieuwe +getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook reeds in zijn jonge +jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte wetenschappen, zoodat +Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters verschijnen moest. De +Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om zijn bekeering +te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen voor al zijne +zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet verzaken, met wien +hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot zijne geestelijke +leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te ontslaan. Nadat hij het +eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn dienaar ontsloeg, en zijn +ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en trad hij in dienst van den +Admiraal van Castili, die al zijn invloed gebruikt had om vergeving +voor hem te verkrijgen. Doordat hij in de geschiedenis van Don Quixote +voorkomt, is hij onsterfelijk geworden en is hij voor alle tijden +het type gebleven van den Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw. + + + +MOORSCHE TOOVERKUNST. + +Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk een ernst bestudeerd +als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des te verwonderlijker, +dat ons slechts aanteekeningen over de desbetreffende werken +bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij beroemd waren als +toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door Europeesche +geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben zich niet +nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf hebben +z weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze achtergelaten, +dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten, zoodat wij +onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel moeite moeten +verzamelen uit de losse aanteekeningen, die in de hedendaagsche +Europeesche en Arabische letterkunde te vinden zijn. + +De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over +Moorsch occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens +glansperiode viel in de jaren 720-750, en van wien vermeld staat, +dat hij meer dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der +wijzen en het levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als +zijne mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen +te vinden. Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de +aardsche onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt +hij de menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben +geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest +genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in +een toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun +oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne +werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek +geacht, maar zijn Summa Perfectionis, een handboek voor den beoefenaar +der alchemie, is in verscheidene vertalingen verschenen. + +De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan +door samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende +verhoudingen. Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te +krijgen uit de verschillende mengsels en reacties van de weinige +scheikundige stoffen, waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij +geloofden in de theorie der verandering der metalen, legden zij er +zich niet praktisch op toe. Het was voor hen meer een geloof, en +zij vertegenwoordigden vr alles een school van wetenschappelijke +ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk +hun alchemistische kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn beurt +weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet +onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht +uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de groote kunst +der alchemie in ieder geval geboren werd. + + + +ASTROLOGIE. + +De Astrologie was ook een belangrijke tak van de verborgen studie, +waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig bezig hielden, +en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de wiskundige +wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds zijn +Arabischen naam draagt (al = het, jabara = berekenen), tot ontwikkeling +te brengen. + +Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te +profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de +Chaldeers, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de +lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis +herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze +kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was +de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten +der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den +toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de +elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen +der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden +toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel +weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat +zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den +grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische +Thoth, de god van het schrijven, het rekenen en de wetenschap. + +Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche +geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere +wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was +Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te +Cordova bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en +de niet minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen +bracht. Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste +bij zijne klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de +oude en lastige Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons, +dat Gerbert vele belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der +tooverkunst, en wij hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend +onderaardsch paleis bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon +was om te aanschouwen, plotseling van de aarde verdween, zoodra een +menschelijke hand het aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts +wiskundige diagrammen voor tooverteekens aan, en zijn reputatie als +toovenaar steeg, naarmate hij zelf meer in discrediet kwam. + +Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou +sterven, voordat hij de hoogmis in Jeruzalem zou hebben opgedragen. Op +zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van +Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij +vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van +den Booze, en gaf den geest. Z luidt de sage, die de domme menigte +spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten man. + + + +DE DEKEN VAN SANTIAGO. + +In de Conde Lucanon, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling +van verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken, +komt een geschiedenis voor over den Deken van Santiago, die naar +Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in +de tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals +hij zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de +toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al +zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te +verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne +vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker +zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam +genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar +een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen, +een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet +te braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen. + +Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan, +werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor +den geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn +sterfbed liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist +begonnen les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier +dagen later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de +Aartsbisschop overleden was, en ng later bracht hij de mededeeling, +dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen Illan +dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van +Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen +broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn +Hof te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en +wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop +wees het verzoek af, en gaf de plaats aan n van zijn ooms. + +Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar +Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het +Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk +werd de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome +vergezeld had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel +excuus had, om de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had, +niet te vervullen. De Paus ontstak hierover in woede, en hij +dreigde Illan met de gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich +met ketterij en toovenarij had ingelaten. Ondankbare! riep de +vertoornde toovenaar uit, nu gij mij z wilt laten verhongeren, +ben ik wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor +den avondmaaltijd besteld heb. Dit zeggende, zwaaide hij zijn +tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te +maken. Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo, +nog altijd als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren, +die hij als Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht, +schijn geweest en zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als +een begoocheling van den toovenaar. Dit was het middel, waardoor de +wijze zijn karakter op de proef had gesteld, voordat hij hem zijn +vertrouwen schonk. De geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij +niets kon antwoorden op de verwijten van Illan, die hem wegzond, +zonder hem zelfs van de patrijzen te laten mee-eten. + +Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren +en priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche +tooververhalen. Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer +wij er even aan denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden +beschouwd werd door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada +vertelt de geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer +bekwamen, jongen man, die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen +hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij +door een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen +dienst bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te +stijgen, opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen +brengen. Het paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het +gewicht van twee stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte +de student eerst voor het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van +den geestelijke drong z bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en +zich achter hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student, +niet onder het rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder, +zonder dat hij den indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar +bij het aanbreken van den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote +verbazing, dat hij zich dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam +afscheid van den ruiter, zich verwonderende over het feit, dat hij +den afstand tusschen twee zoo ver van elkander verwijderde plaatsen +in een enkelen nacht had kunnen afleggen. + + + +SPOKEN EN GEESTVERSCHIJNINGEN. + +Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de bijgeloovigheid, een +eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo sterk is ontwikkeld, +en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd door de strenge +voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander gebied van het +occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen verspreide geloof +in de macht van de dooden om weer terug te keeren naar het tooneel van +hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed gellustreerd door +een griezelig gedeelte van het boeiende en geheimzinnige verhaal van +Goulart, die in zijn Trsor des Histoiris Admirables toont de kunst +van het schilderen van pakkende tooneelen zoo goed te verstaan. Hij +verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez Ayala, en twee andere jonge +Spanjaarden, die op weg waren naar een Fransche universiteit, er niet +in slaagden een geschikt onderkomen te vinden in een of ander dorp, +waar zij den nacht wilden doorbrengen, en hoe zij genoodzaakt waren te +overnachten in een eenzaam huis, waarvan de dorpsbewoners vertelden, +dat het er spookte. + +De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei +huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen +bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden. + +Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij nauwelijks +ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van rammelende +ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen te komen. + +Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok +zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken +wat de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne +makkers gewekt waren. Hij droeg in de ne hand een getrokken zwaard, +en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij de deur kwam, +die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een vreeselijk spook, +een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het spook, dat hij +onverwachts tegenover zich vond, was beladen met ketenen, die met een +somber en dof geluid rammelden. De jonge student was echter volstrekt +niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte de punt van zijn +zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij zijn rust was +komen verstoren. + +De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en +noodigde Ayala door een handbeweging uit, mede te gaan. De student +zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de trap begon +af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als iemand, wiens +gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde hem onbevreesd, +maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te flikkeren en doofde +zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt was om zijn moed +te verhoogen. Halt! riep hij het spook toe, je ziet toch, dat mijn +kaars is uitgegaan! Als je even wachten wilt tot ik haar weer heb +aangestoken, kom ik dadelijk terug. Hij begaf zich haastig naar de +hal, waar een lamp brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde +hij terug naar de plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij +betrad den tuin, waar hij het spook in de nabijheid van een put zag +staan. Op haar wenken volgde de jonge student de verschijning weder, +maar toen zij een klein eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige +begeleider plotseling spoorloos verdwenen. + +In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij +verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij +ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij +den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet +den tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek, +waar het spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met +ketenen beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke +begrafenis bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling +op; maar het avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden z hevig +aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van +hun voorgenomen reis afzagen. + +Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische +spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er niet verder over +uitweiden, want een boek over Spaansche romances en legenden is niet +de geschikte plaats voor een verhandeling over het occultisme. Maar +wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een ander oogpunt +te beschouwen dan onze grootvaders uit een materialistisch +tijdperk deden, die met groote minachting alle bovennatuurlijke +verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een oogenblik erin te willen +verdiepen. In elk geval behoort de schrijver van dit boek tot hen, +die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te behouden, zoodat +de bespiegelingen van iemand, die z bevooroordeeld is, niet veel +waarde kunnen hebben. + +Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio +Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op +reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht +plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot +zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden, +en daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn +paard in die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut +kwam, en nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen, +en begon hij te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de +duisternis, bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden +zich in de kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte +mantels gehuld. Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met +woeste, sombere oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven, +sprong hij in het zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan +te voorschijn, en bij het licht daarvan herkende hij de drie mannen, +die hij nog in de kapel waande, maar die op zwarte paarden een eindje +voor hem uit reden. + +Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij een zijweg in, +maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen voor zich +uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen, die hij +wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van zijn paard +sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij alweder de +drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar binnen en liep +naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende. Dadelijk kwam +het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds schreeuwde, +dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden, waarop hij +was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen later +stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield, dat +drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met vreeselijke +gebaren bedreigden! + +Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in +Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de +vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het +volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel +toe bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit +Spanje te verbannen. + + + + + + + +HOOFDSTUK XIII: HUMORISTISCHE SPAANSCHE ROMANCES. + + + Cervantes' Don Quixote. + + +Cervantes was een van de grootste satiristen, die de wereld heeft +voortgebracht, een man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig +gevoel voor het belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn, +die gelachen zou hebben om die moderne critici, die in hem een groot +dichter zagen, en inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven, +toen hij zijn voornaamste werk, het humoristische heldengedicht De reis +naar den Parnassus, schreef, verklaard, dat hij de gave der dichtkunst +miste. Dat hij een merkwaardige fantasie had is wel duidelijk voor +iedereen, die de moeite neemt zijn Galatea te lezen, en Don Quixote +vloeit over van zeldzame vondsten en schitterenden geest, ofschoon +latere bladzijden van deze satire wel sterk herinneren aan sommige +stukken uit het eerste gedeelte. + +Ik persoonlijk heb Don Quixote altijd een van de boeiendste en +merkwaardigste boeken gevonden, die ooit geschreven zijn; maar +waarschijnlijk om geheel andere redenen dan die het meerendeel van +het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk heeft. Want voor +mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het inzicht, dat +het ons geeft in de romantische literatuur en in de gewoonten van +dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij kostelijk, +maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en heb ik +den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op de +overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen den +geheelen geest en het karakter van de romance. Cervantes zou er wl bij +gevaren zijn, wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire; +want wanneer hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij +met voorliefde belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler +dan de zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te +trekken. Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes, +zijn lang van stof en ingebeeld, en hij was sterk benvloed door het +vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn +hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid +en zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was +met zijn Arcadia inderdaad het voorbeeld geweest, dat Cervantes langen +tijd volgde, totdat zijn eigen gezond verstand hem de minderwaardigheid +liet zien van de modellen, die hij nabootste. + +De schrijver van de Pastor de Filida Luiz Galvez de Montalva, was zijn +intieme vriend, en het staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde +op minderwaardige rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk +van hen, die deze school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets +van de bekoorlijkheid der schilderijtjes van Watteau of Fragonard, +hoe onnatuurlijk hunne herders en herderinnetjes in zijden en satijnen +kleederen ook mochten zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale +had coulissen van bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten +over het tooneel. Het was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die +inplaats van het werk te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander, +en den rampzaligen reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten, +gruwelijk verveelden met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen +over hun liefdessmart. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het +aangeboren gezond verstand van Cervantes later in opstand kwam tegen +dezen onwaardigen en onmannelijken onzin. Maar toch is het merkwaardig, +dat hij, ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak +bleef behouden voor de dwaasheden van Arcadi, waarvan hij zich nooit +geheel heeft kunnen losmaken. + +De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op +de denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der +belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van +het leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de +ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om +een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en +op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed, +en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding +is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en +fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn +natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik. + +Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne +reisgenooten in de posadas, waar hij zijne tenten had opgeslagen, +hebben onthaald op hoogdravende verhalen van dolende herders +en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons gemakkelijk een +voorstelling maken van de wijze, waarop deze zoetsappige verhalen +ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den eenvoudigen soldaat +en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is niet slechts ruw, +zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het gelach, waarmede +zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door dit publiek, +de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes wegvaagde? + +Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de +eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was +gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk +van de opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten invloed was +geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de bevolking. Zou +het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij zag, dat zijne +toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet bewonderden, +dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk thuis hoorden +bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot de romance, +waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze eveneens met +hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het niet voor +de hand, dat te midden van de spotternijen zijner toehoorders, die zoo +in alles verschilden van de romantische personen, van wie hij gedroomd +had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren werd, en dat hij, +onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden leerde begrijpen, +dat een caricatuur van de ridderschap meer in den smaak zou vallen +bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer waarschijnlijk toe. + +Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de +onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers +waren ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor +een gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een +gezonde, geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring +gesticht in de hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet +gewoon was voor zichzelf te denken, en dat niet in staat was te +oordeelen over de fouten van een gedicht. In alle landen en in alle +tijden wordt deze groep van menschen aangetroffen, die bijzonder +gemakkelijk te benvloeden zijn en in bewondering komen voor de +prulligste sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij +zeggen, dat in deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot +gevaar schuilt voor de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de +menschen af van hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor ernstig werk, +maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en brengt hen er +toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken hebben als de +onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste verhalen. Het +eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der menschheid kan +gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is gezonde spot. Maar +het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van de gevoelens van +het publiek tegen deze letterkundige buitensporigheden, niet alleen +de onzin verdwijnen zal, waardoor de onnadenkenden op een dwaalspoor +gebracht, en de verstandigen gergerd werden, maar dat de deugden +en bekoorlijkheden, waarvan die dwaasheden de weerspiegeling zijn, +niet bewaard zullen blijven, maar tegelijkertijd zullen worden +vernietigd. Dit was tenminste het lot, dat de grootere romances +ondergingen, deze paarlen van menschelijke verbeelding, die ondanks +de reddingspogingen van iemand als Cervantes, bedolven werden bij +den ondergang der fantasie, van welke plant zij de bloesem waren; +totdat de smaak en het beter inzicht van een lateren tijd haar weder +opgroeven uit de zware aardlaag, waaronder zij begraven lagen. + + + +DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE. + +Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf +aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer +uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens +van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het +dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen +met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen +ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven, +belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden +kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote +leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen, +die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo +rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend; +door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig +vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een +beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer +tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne +visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom +tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij +was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel +om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet +gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving +van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een +kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen, +of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren +dochter is van een geheimzinnigen graaf. + +Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid, +dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn +ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen +en denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar +hem luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen +vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de +denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd +door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften +van een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne +wonderlijke fantasien hem doet. Sancho's twistzieke vrouw verzet +zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken Don; +maar wanneer een droomer en een domkop zich vereenigen, heeft het +gezond verstand niets in te brengen, en moet het rustig wachten, +totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen ontvangen zijn. + +Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft +volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne +ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter +worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt, +des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever +wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het +verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap +de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van +den meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don +Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een +eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van +praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff, +met dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van +Sancho Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing +van een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy, +zou in alle landen kunnen voorkomen. + + + +HET AVONTUUR IN DE HERBERG. + +De ware aard van Don Quixote komt misschien het best uit in dat +hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de herberg, die +hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone Spaansche +posada te zijn geweest. De waard en waardin waren vriendelijke +menschen, die door den ridder verheven werden tot slotheer en +slotvrouwe, en in de slordige dienstmaagd, die onsterfelijk is +geworden onder den naam van Maritornes, zag hij een dame van hoogen +rang, die bij hem woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij +van de Yangueesche paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige +ridder dankbaar, zijne pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken +in een armelijke zolderkamer, terwijl Sancho de herbergbezoekers +een beschrijving gaf van het leven van een dolenden ridder en de +wisselvalligheden van zijn bestaan, dat hem den nen dag dwong tot +het ondergaan van een ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem +een volgenden dag verhief tot heerscher over vele keizerrijken. Deze +uitleggingen werden bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur +in eigen persoon, die vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd +onthaalde op een toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in +de grootste bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden +als iemand uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar +verlangde, van zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op, +den heer van het kasteel te verzoeken, hem eenige bestanddeelen +van een tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander +ridderboek gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om +het toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo's en paternosters +opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke +vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld +volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg +van zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was, +omdat hij niet tot ridder geslagen was. + +Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis vervolgen; +maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den heer Gouverneur van +het Kasteel, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem was voor de +eerbetuigingen, die hij onder zijn dak ontvangen had. De herbergier +waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog betalen moest, maar Don +Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon doen, daar hij nooit +gelezen had, dat het de gewoonte van dolende ridders was, voor kost +en inwoning te betalen. De waard protesteerde hevig, waarop de ridder +Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed. Toen trachtte de waard +zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar zonder succes, daar de +schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als zijn meester, waarop +eenige gasten hem beetpakten en hem in een beddelaken jonasten. Toen +Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij terug, maar ofschoon +hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort, Sancho te jonassen, +totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen, ophielden en hem +lieten loopen. + + + +DON QUIXOTE'S LIEFDESWAANZIN. + +Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote stap voor stap wilden +volgen door het land der valsche romantiek, dat hij voor zichzelf had +geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het Versterkte Eiland +jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen Don Quixote op +een plaats kwam, bekend als de Zwarte Berg, besloot hij het voorbeeld +te volgen van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij +zijn geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een +boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso +gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij +zijne dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en +bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor +Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in +dit opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op zijn +schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was +van zijn verliefd en opgewonden gedoe. + +Zeg eens, heer, vroeg Sancho, wat zijt gij van plan uit te voeren +in deze negorij? + +Ik heb u toch al verteld, antwoordde Don Quixote, dat ik van plan +ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, wanhoop en woede? Maar +tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso's opgewondenheid nabootsen, toen +hij waanzinnig werd, bij welke gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen +ontwortelde, het water der heldere bronnen troebel maakte, de herders +doodsloeg, hunne kudden verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden +deed, die waard zijn te worden vereeuwigd in de boeken van den roem. + +Heer, vroeg Sancho, ik veronderstel, dat de ridder, die dit alles +deed, reden had om krankzinnig te worden, maar welke jonkvrouw heeft +u versmaad, of een blauwtje laten loopen? + +Dat is het juist, riep Don Quixote, want hieruit bestaat juist +het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. Er is voor een ridder +volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden om een goeden reden, +maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden zonder oorzaak, +zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt zijn geliefde +een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil dus geen +tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam gelukkig +en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat gij +terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar +jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt, +zal mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval, +wensch ik gek te blijven. + +Hemelsche goedheid! riep Sancho uit, waarom stelt gij u zoo aan, +Heer Ridder? Al die verhalen van u over het veroveren van koninkrijken, +en het wegschenken van eilanden, lijken mij groote opsnijderij, +en deze nieuwste kuur van u.... + +Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik je +zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat +alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht +dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door +de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars. Zoo +sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de wilde +planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de Ridder +van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. Hij +wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan. + +Ga nog niet heen, riep hij Sancho toe, want ik wensch, dat gij +getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen zal, opdat gij +het haar kunt vertellen. + +Groote goedheid, riep Sancho uit; wat voor dwaasheden kan ik nog +meer te zien krijgen? + +Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen +verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van +deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan. + +Beware mij, heer, riep de knecht, als het dan bepaald noodig is, +dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan een beetje +voorzichtig, als 't u belieft. + + + +HET LEGER VAN SCHAPEN. + +Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don Quixote is zeker +wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een leger. Hij en +Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte, toen zij op +eenigen afstand een dichte stofwolk zagen. + +De dag is gekomen, riep de ridder uit, de gelukkige dag, dien +de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht van mijn arm mij +zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre nageslacht er nog +van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk? Weet dan, dat deze +wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat hierheen komt, en dat +bestaat uit een onnoemelijk aantal volkeren. + +De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met +verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen, +verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo +dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op +opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde +kanten schenen te naderen. + +Mooi zoo, riep Don Quixote, dan zullen wij den zwaksten troep +helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons tegemoet komt, +wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer van het Eiland +Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons optrekt, is +zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw, de Koning +der Garamanten. + +Zeg eens, Heer, vroeg Sancho, wat is de reden van de vijandschap +tusschen die twee hooge vorsten? + +Dat is in twee woorden gezegd, antwoordde Don Quixote, de heiden +Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de hand te dingen +van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat hij niets +van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof afzweert. + +Wanneer er een gevecht op handen is, zeide Sancho zenuwachtig, +zal ik mijn ezel maar buiten schot brengen, want ik vrees, dat hij +niet veel waard is in den strijd. + +Dat is waar, antwoordde Don Quixote. Zoodra de ridders uit +hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros voor u +uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen eens nagaan. Die ridder +met de vergulde wapenen en het schild, waarop een gekleurde leeuw aan +de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere Luarcalco, Heer van de +Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen Micocolembo, den grooten +Hertog van Quiraci, die een wapenrusting draagt, bedekt met gouden +bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn rechterkant is de vermetele +Brandabarbaran, de vorst van de Drie Arabi's, wiens wapenrusting +gemaakt is uit slangenhuid, en die als schild de poort van den tempel +draagt, dien Samson verwoest heeft in zijn stervensuur. Maar onze +bondgenooten komen ook naderbij. Ginds loopt Timonel van Carcaxona, +Prins van Nieuw Biskaje, die op zijn schild een goudkleurige kat in een +rood veld draagt, met het motto Miauw. Naast hem rijdt Espartafilardo +van het Woud, wiens blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar +de heidenen dringen op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die +uit den vriendelijken stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe +bergbewoners van Massilia, daar achter de gouddelvers van Arabia +Felix, de verraderlijke Mundirs, de boogschutters van Perzi, de +Meden en de Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren +en de zwarte Aethiopirs. + +Bij mijn ziel, riep Sancho uit, stellig zijn uwe toovenaars weer +aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of soldaat zie ik, +van al die menschen, die gij opnoemt. + +Stommeling! riep Don Quixote uit, luister dan naar het gehinnik +der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het tromgeroffel. + +Dat moet toovenarij zijn, riep de verbaasde Sancho uit, want ik +hoor niets dan het geblaat van schapen. + +Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest, antwoordde Don Quixote +schamper. Mijn eigen arm is mij genoeg om de overwinning te brengen +aan het leger, dat ik met mijn hulp zal vereeren; en met een luiden +strijdkreet zwaaide hij zijn lans, en wierp hij zich als een razende +in het veld, roepende: Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten +ongeloovige Alifanfaron van Taprobana! Op hetzelfde oogenblik was +hij midden tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en +met elken lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders +grepen hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo +groot als hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie, +bleef hij verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich +verbeeldde handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een +groote appel, zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk +gewond te zijn, haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn +toovermedicijn bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht, +werd hij geraakt door een steen uit den slinger van een der herders, +en zij werd totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie +zijner tanden, en wierp hij den ridder uit het zadel. De herders, +die bevreesd waren, dat zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode +schapen op en maakten zich uit de voeten, Don Quixote meer dood dan +levend achterlatende. + + + +DE HELM VAN MAMBRINO. + +Niet minder merkwaardig is het verhaal van Cervantes, hoe Don Quixote +er in slaagde, in het bezit te komen van den helm van Mambrino. Hij +zag in de verte een ruiter, die op het hoofd iets droeg, dat als goud +schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en zeide: zie, ginds komt hij, +die op het hoofd den helm van Mambrino draagt, en ik heb gezworen, +dat ik dien bezitten zal. + +In werkelijkheid, zegt Cervantes, was het echter als volgt: +Er waren in dat gedeelte van het land twee dorpen, waarvan het +ne z klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te vinden +was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste +bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest +worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn +koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om +zijn hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar +het bekken juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien +glinsteren. Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien +Don Quixote natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den +barbier voor een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden +helm; want in zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne +romantische ideen. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag +naderen, greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden +om zijn niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed +hij zoo woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten +hem te doorboren, onderwijl luidkeels roepende: Schurk, ellendeling, +verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit over. + +De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich +zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don +Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den +grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne +voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende. + +Bij mijn ziel, zeide Don Quixote, de heiden, die dezen helm +heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de bever, die, +bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt, door met +de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk instinct hem +zegt, dat het de aanleiding is tot de vervolging. In ieder geval +is het een prachtig scheerbekken, zeide Sancho, en minstens acht +stuivers waard. + +Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het visier +niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide hij: +Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk gemaakt +werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte van +het hoofddeksel. + +Hierop barstte Sancho in lachen uit. + +Ik denk, vervolgde Don Quixote, dat deze betooverde helm door een +of ander toeval in handen is gekomen van iemand, die uit geldzucht, +en ziende, dat hij van zuiver goud is, de ne helft gesmolten heeft, +en van de andere een hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij +terecht opmerkt, eenige overeenkomst vertoont met een scheerbekken. + + + +HET AVONTUUR VAN DE WINDMOLENS. + +Het bekendste, zij het dan ook niet het vermakelijkste avontuur van Don +Quixote, is zeker wel dat van de windmolens. De uitdrukking vechten +met windmolens, is spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en +zijn schildknaap waren bij een vlakte gekomen, waar dertig veertig +windmolens stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg, +riep hij uit: De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij +het hadden kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig +woeste reuzen met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit +zullen veroveren. + +Welke reuzen? vroeg Sancho Panza. + +Die gij daarginds ziet, antwoordde Don Quixote, met hunne lange, +uitgestrekte armen. + +Met uw verlof, heer, zeide de schildknaap, die dingen daar zijn +geen reuzen, maar windmolens. + +Ach Sancho, zeide Don Quixote, wat zijt gij toch slecht op de +hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen zijn, dus, +als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want ik heb +besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te ondernemen. En +na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen, onder het geroep van: +Blijft staan, verachtelijke wezens, en vlucht niet lafhartig voor +een enkelen ridder, die den moed heeft, u allen te bestrijden! Op +hetzelfde oogenblik stak de wind op, en de molenwieken begonnen te +draaien, waarop de Don luidkeels uitriep: Ellendige heidenen, al +beweegt gij meer armen dan de reus Briareus, toch zult gij gestraft +worden voor uw onbeschaamdheid! + +Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en +wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een +wiek dorboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar trokken +den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans in +stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte +naar beneden tuimelde. + +Sancho Panza kwam dadelijk op den gevallen ridder toeloopen, die er +leelijk gehavend uitzag. + +Ach, uw genade, riep hij uit, heb ik u niet gezegd, dat het +windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn hoofd +heeft, er anders over denken kon. + +Houd je mond! antwoordde Don Quixote, die erg van streek was door den +val; ik ben ervan overtuigd, dat die vervloekte toovenaar Freston, +die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen in windmolens veranderd +heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al zijne listen en gemeene +streken machteloos blijken tegenover mijn scherp zwaard. + + + +DE GESCHIEDENIS VAN DEN GEVANGENE. + +Een van de merkwaardigste verhalen uit de geschiedenis van Don Quixote +is dat van den gevangene, dien de held in een herberg ontmoet. Dit +verhaal is misschien niet een volkomen getrouw verslag van Cervantes' +eigen gevangenschap onder de Moorsche zeeroovers, maar het is er toch +zeker door genspireerd. + +Op den 26en September 1575 werd het vaartuig Sol, waarop Cervantes +als vrijwilliger diende in de buurt van Marseille, gescheiden van het +overige gedeelte van het Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van +Moorsche zeeroovers, wien het na een wanhopigen tegenstand in handen +viel. Cervantes zelf werd als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami, +een Grieksch afvallige, die op zijn gevangene eenige zeer vleiende +brieven vond van Aartshertog Johan van Oostenrijk en den Hertog van +Sessa. De aard dezer brieven deed zijn nieuwen meester vermoeden, +dat Cervantes een persoon van gewicht was, en dat hij waarschijnlijk +wel in staat zou zijn, een hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel +de grooten der aarde dikwijls zeer gaarne bereid zijn, het genie te +beloonen met welsprekende getuigschriften, die hun niets kosten dan +wat papier en inkt, zijn zij meestal volstrekt niet zoo vlug met het +neertellen van groote sommen gelds, om hunne lofspraken meer klem bij +te zetten, zoodat Cervantes in gevangenschap moest blijven zuchten. In +1576 gelukte het hem, met andere gevangenen te vluchten. Maar hun +Moorsche gids bedroog hen, en zij waren door den honger gedwongen, +naar Algiers terug te keeren. Het volgend jaar werd de broeder van +Cervantes bevrijd, en deze rustte een schip uit, om Miguel en zijne +vrienden te ontvoeren. Intusschen had de schrijver van Don Quixote +vriendschap gesloten met een Spaansch afvallige, een Navarreeschen +tuinman, Juan genaamd. Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de +zee gelegen was, een hol, en daarin verborgen zij n voor n veertien +Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het geheim gevoed +werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador genaamd. Het +vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag bij de kust, +en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen waren, op te +nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die de bevrijders +zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen. Intusschen +had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan Pasha, den +Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten tweeden +male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen, omsingelden de +troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap Christenen +werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote edelmoedigheid, +die zijn geheele leven kenmerkte, de volle verantwoordelijkheid voor +de samenzwering op zich. Toen hij gebonden voor Hassan gesleept werd, +volhardde hij in zijn verklaring; en ofschoon de ongelukkige tuinman +opgehangen werd, besloot Hassan Cervantes te sparen. Om een reden, die +slechts hemzelf bekend was, kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd +kronen van Dali Mami. Misschien verwachtte de tiran een geweldigen +losprijs van iemand, wiens waardig optreden zeker niet heeft nagelaten, +indruk op hem te maken. Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk +een derde plan tot ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan +den Spaanschen Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze +brief werd onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen +veroordeeld, die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen +op het denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot +een opstand, waarbij zij zich zouden meester maken van de stad. Bij dit +plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia. Maar +zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner +monnik, en de Valencirs, die de gevolgen voor zich vreesden, smeekten +Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond, naar Spanje +te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in den steek te +laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met het koord +van den beul om den nek, en men hem dreigde met een onmiddellijken +dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet wilde noemen, +was hij evenmin te bewegen, hen te verraden. + +Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te bevrijden; +en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs gemakkelijker +bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een weduwe, ofschoon +haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in leven was. Met +geweldige moeite verzamelden zijne verwanten tweehonderdvijftig +dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die geregeld naar +Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar hij voor +een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend dukaten +eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel tusschenpersoon +optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan vijfhonderd +dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes vrij +te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd de +schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid +gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de +Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden +had, hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat +Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over +zijn levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in +staat, deze berichten tegen te spreken, en zijn heldenmoed als leider +der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze geschiedenis, waarvoor +Cervantes het twijfelachtige voorrecht had, persoonlijk de lokale +kleur te hebben kunnen verzamelen, wordt Don Quixote verteld door +een ontvluchten slaaf, die met zijn Moorsche geliefde in de herberg +aankwam, waar de Ridder van de Droevige Figuur verblijf hield. Ik +zal mij houden aan den verhaaltrant van Cervantes, die in de eerste +persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een belangrijk stuk van het +eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben ik wel genoodzaakt, +het aanmerkelijk te bekorten. + +Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn vader +een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en mijne +broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons +fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indi te gaan, +de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend +dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte +naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger +van den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen +diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik, +dat Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken, +die juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik +vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze +onderneming was opgedragen, keerde ik naar Itali terug, en nam ik +dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto, +bij welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken, +die zoolang de Christenen misleid had, een einde vond. Maar inplaats +van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo ongelukkig +gevangen genomen te worden bij het gevecht. Nadat Rehali, de vermetele +zeeroover en Koning van Algiers, de galei Capitana van Malta genomen +had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik dienst deed, de +bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het vijandelijk vaartuig, +dat er echter in slaagde, zich los te maken van de enterhaken, die men +uitgeworpen had en ik was in een oogenblik omringd door vijanden, die +mij overmeesterden. Ik werd naar Constantinopel gevoerd, en kwam als +slaaf op de veroverde Capitana te Navarino. Daar ik mijn vader niet +wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen +bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf, +kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die +naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht, +dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren +mij in een bagnio, en werd ik niet gedwongen tot arbeiden zooals die +gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond. Op de binnenplaats +der gevangenis zagen de vensters uit van het huis van een rijken Moor, +en op zekeren dag, toen ik daar rondliep, verscheen er uit n dier +vensters een lange stok, waaraan een linnen zak was gebonden. Deze +zak werd heen en weer bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar +grijpen zou, en een van ons ging er dadelijk onder staan om te wachten +totdat de stok weer zou dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde, +werd de stok weer omhoog getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen, +als bij een ontkenning. Een tweede mijner makkers trad naar voren, +maar had evenmin succes. Dit ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te +beproeven, en toen ik onder den stok kwam, viel hij voor mijne voeten +op den grond. Ik maakte de lap los, en vond er ongeveer tien gouden +munten, zoogenaamde zianins, in gebonden. Ik nam het geld, brak den +stok, en keek naar boven, waar ik een blanke hand zag, die haastig +het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde men uit hetzelfde +venster een klein houten kruis, en hieruit maakten wij op, dat een +of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden werd. Maar de +blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden brachten ons +op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een Christen +jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was overgegaan. + +Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen +van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het +venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een +hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen +verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet +minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische +letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons +verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden, +die den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor +uit Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen +van zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief +voor mij te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde: + +Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw godsdienst +leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd noemt. Toen +mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den droom, +en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd te +leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster vele +Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote vertrouwen, +dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over veel geld +en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid met +mij te vluchten, en wanneer wij in uw vaderland zijn aangekomen, +zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij dat begeert. Maar indien +gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij, want de Maagd zal mij wel +een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen Moor over dezen brief, +want zij zijn allen onbetrouwbaar. + +De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde, +dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden +trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig, +want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw, +die vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden +kunnen zijn bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den +afvallige een antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat +ik in de gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner +makkers aan te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde, +haar te zullen huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster +neergelaten. Ik bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog +werd gehaald. Dien nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste +wijze tot ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van +Zoraida (wij hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te +wachten, daar wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons +zou kunnen raden. Gedurende eenige dagen was het bagnio vol menschen, +en al dien tijd bleef de stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan +onszelf waren overgelaten, werd hij weder uit het raam gestoken, +en dit keer bevatte de zak een brief en honderd gouden kronen. De +afvallige vertaalde den brief voor ons, waarin ons werd medegedeeld, +dat de schrijfster wel is waar geen ontvluchtingsplan kon beramen, maar +dat zij ons voldoende geld kon verschaffen voor onzen losprijs. Zij +opperde het plan, dat, wanneer wij z onze vrijheid herkregen hadden, +n van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip zou koopen, en de +anderen zou komen halen. Zij eindigde met de mededeeling, dat zij +binnenkort met haar vader naar buiten zou vertrekken, en dat zij den +geheelen zomer in een landhuis in de nabijheid der zee zou wonen, +en zij gaf een nauwkeurige beschrijving van de ligging en omgeving +van dit zomerverblijf. + +Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den aankoop +van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige, die +in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich hiertegen, +want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken, doordat +men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een schip +in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en op deze +wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het bagnio en het vijandelijk +land weg te voeren. Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen +haar raad zouden opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van +den stok, nogmaals tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den +afvallige vijfhonderd kronen om een schip te koopen, en door de goede +diensten van een koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor +achthonderd kronen. Maar op raad van dezen koopman werd die som niet +dadelijk aan den Dey uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou +worden; wij deelden hem dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje +zou worden gezonden, en intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof, +in het huis van den Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida +naar het buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend +kronen; deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde, +dat zij de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had; +en ditmaal nam ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen. + + + +DE VLUCHT UIT ALGIERS. + +Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip, dat groot genoeg +was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij, volgens zijn +zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een Moorschen +deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden. Telkens +wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een kleine +baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de bedienden +gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde zelfs bij +verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht Zoraida's vader +om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want de oude Moor was +zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida zelf te spreken +te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver gevorderd, dat hij +ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de groote onderneming, +waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus twaalf Spanjaarden in +dienst, die bekend waren als goede roeiers, en wier gangen niet al te +nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden afgesproken, dat wij in het +geheim de stad zouden verlaten in den avond van den eerstvolgenden +Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden ontmoeten dicht bij het huis +van Agimorato. Maar het was noodig, dat Zoraida zelf ook in kennis +werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik op zekeren dag haar tuin, +onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden wilde plukken. Maar bijna +op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar vader, die mij vroeg, wat +ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een slaaf was van Arnaut Mami, +(van wien het mij bekend was, dat hij met hem bevriend was,) en dat ik +eenige kruiden noodig had voor een salade. Terwijl wij spraken kwam +Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de gewoonte was, dat Moorsche +vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven, riep haar vader haar tot +zich. Zij was buitengewoon kostbaar gekleed, en droeg een overvloed +van juweelen, en toen ik haar zoo voor het eerst aanschouwde, was ik +getroffen door haar groote schoonheid. Haar vader vertelde haar de +reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg mij, of ik spoedig losgekocht +zou worden. Gebruik makende van de lingua franca, vertelde ik haar, +dat ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag +op een Fransch vaartuig in te schepen. + +Op hetzelfde oogenblik werd de Moor voor zaken weggeroepen, en ik +deelde Zoraida haastig mede, dat ik haar den volgenden dag zou komen +halen. Zij sloeg dadelijk hare armen om mij heen, en leidde mij naar +het huis; maar haar vader, die juist terug kwam, bespiedde ons; en +kwam hevig verschrikt op ons af. Oogenblikkelijk wendde Zoraida een +bezwijming voor, en zij vertelde Agimorato dat zij zich plotseling +onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan haar vader over, en zij gingen +het huis binnen. + +Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen +tegenover Zoraida's woning. Toen de duisternis was ingevallen, betraden +wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het huis open +vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad ons dadelijk +tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij vertelde ons, +dat haar vader sliep. Maar het ongeluk wilde, dat wij hem door een +onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels +roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog +dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter +aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het +schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren. + +Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak een hevige +wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer bevreesd, +dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in de +buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem +bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik +vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van +haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude +man dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden +was. Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts +met de grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij +een kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal +ik de vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde; +maar toen wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag, +en hij smeekte haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in +de handen, en bad de Heilige Maagd, hem te behoeden. + +Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan verduisterd +werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot vaartuig, +waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar wij +bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen +antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning +een boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte; +Zoraida werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim +van het schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust +bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een +kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling +van medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer +veertig gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder, +en kwamen eenige uren later aan land. Nadat wij verscheidene mijlen +geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze +Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen +wij een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant +van een onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden, +en spoedig bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons +regelrecht naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die +Hij ons betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste +maal de Heilige Maagd. + +Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover +gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken, +of mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het +geheele verhaal van mijne ondervindingen. Nauwelijks had de ontvluchte +gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor de herberg +stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en traden de +posada binnen, waar Don Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet +trad. De Christen vluchteling herkende in den heer zijn broeder, +die nu rechter was aan het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht +hartelijk, en stelde hem de dame voor als zijn dochter. De man, die +zooveel ondervonden had, besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla +terug te keeren, waar zij hun vader alles konden mededeelen, wat hun +overkomen was. Tevens zou die oude man dan getuige kunnen zijn van den +doop en het huwelijk van Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor +haar toekomst en die van zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen. + + + +DE GROEI VAN CERVANTES. + +Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij duidelijk, hoe de +stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler wordt naarmate de +geschiedenis vordert. Het is duidelijk, dat hij zijn best heeft +gedaan zich los te maken van de literaire kluisters van zijn tijd, +en dit met succes. Hij vindt het niet langer noodig schrijvers +als Antonio de Guevara na te bootsen, zooals hij deed in dat +gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw beschrijft. Hij heeft +de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere bladzijden afgeschud, +en is menschelijker en eenvoudiger geworden. Zijne gesprekken zijn +meer in overeenstemming met de karakters, zijn dialoog is levendig, +en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in deze bladzijden +den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch nooit geheel +het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; alleen wordt +die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij alle +aanstellerij volkomen laten varen. + +Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter +voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave +van de Spaansche typen uit Cervantes' tijd. Naast de figuren met +wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere +persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig +type uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid +en andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest +trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje +bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang +van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van +dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasien hij op +het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke licht +zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan overeenstemming +tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin hij leefde, bij +het stemmige en ernstige Spanje een onbedaarlijk gelach, men erkende +toch de typeering van hem en van Sancho Panza als een meesterlijke +schepping, en men zag in deze persoonlijkheden de belichaming van +een tot waanzin opgevoerde fantasie, en van het primitiefste gezond +verstand. + +De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van +techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te +maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van +een man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er +spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier +is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen +of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met +bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste +maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens +de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen +middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het +uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne +schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver +in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij +moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne +beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn, +het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal, +nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in +de kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd. + + + +HET TWEEDE DEEL VAN DON QUIXOTE. + +Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes liet verloopen +tusschen het eerste en het tweede deel van zijn beroemden roman, +opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat niet een minderwaardig +vervolg zijn welverdiende reputatie zou bederven; en de romanschrijver +van dezen tijd, die zich door de sensatielust van het publiek, en zijn +eigen ijdelheid laat verleiden tot veelschrijverij, zou in dit opzicht +wel eens een voorbeeld mogen nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd, +dat de moderne schrijver bij de heerschende letterkundige toestanden +den tijd mist, dien hij noodig zou hebben voor een goed overdachten +opzet, een zorgvuldig ontwikkelde techniek, en een zuiveren stijl. Dit +is helaas maar al te waar! De hedendaagsche schrijver, die succes +heeft, kan zich de luxe niet permiteeren tien maanden, laat staan +tien jaren te laten verloopen tusschen zijne verschillende werken, +en het is waarschijnlijk te danken aan de koortsachtige haast, +waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het vervolg op een goeden +roman zoo menigmaal een groote teleurstelling brengt. Onze eeuw is +waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten, drinken en lezen +nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al mopperen wij een +beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij gevoelen zeer goed, +dat klachten geen verandering kunnen brengen in de omstandigheden, +die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het Spanje uit +de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen slecht +of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren toch +elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend +boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte +verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt, +dat Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede +deel van Don Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van +Alonso Fernndez de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was +op het eerste deel van zijn groot werk, en welks inleiding allerlei +onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat Cervantes zeer +verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt wel uit het +feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel te geven +aan het beindigen van Don Quixote. + +De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken, +omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet +alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig +mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een +belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote +moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden, +en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook +de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het +vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de +Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt +door middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het +werk moet wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden +schrijver, en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen +van een leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede. + + + +LAZARILLO DE TORMES. + +De grootste humoristische roman, die in Spanje geschreven was, +voordat Don Quixote verscheen, was Lazarillo de Tormes van Diego +Hurfado de Mendoza, een veelzijdig man, die Spaansch gezant in +Engeland is geweest. Hij was zoowel van vaders als van moeders zijde +van adellijke afkomst, en werd in 1503 te Granada geboren. Daar +hij een jongere zoon was, werd hij voor de kerk bestemd en dus +studeerde hij aan de universiteit te Salamanca, waar hij reeds +gedurende zijn studententijd den roman schreef, die hem beroemd +heeft gemaakt. De levendige beschrijvingen, het diep doordringen in +de verschillende karakters en de frissche humor, bezorgden het werk +dadelijk een belangrijke plaats in de Spaansche letterkunde van dien +tijd. Maar Mendoza veranderde reeds spoedig van beroep, en koos de +politieke loopbaan. Karel V benoemde hem tot Gouverneur van Siena, +een kleine Italiaansche republiek, die onder Spaansche heerschappij +gekomen was. Mendoza had echter een trotsch en hardvochtig karakter, +en tyranniseerde het ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was +toevertrouwd, op ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den +Keizer bitter over zijn gedrag, en toen er geen verbetering in den +toestand kwam, trachtte men hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op +zijn leven, werd zijn paard onder hem gedood door een schot, dat voor +hemzelf bestemd was. Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen +door een Fransch leger, en daar de weerlooze toestand der stad werd +toegeschreven aan de omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena +verwijderd had, werd hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen. + +Terwijl hij als staatsman en officier in Itali vertoefde, was +Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want +hij had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling +van Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere +belangrijke werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen, +de populariteit te verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had. + +Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam) +was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers +van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te +danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn +vader gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en daar zijn moeder +niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem toe aan de +zorgen van een blinden man, die bedelend door het land trok. + +Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een +steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide +hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou +hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een +geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor; +en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat +de jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten +houden. Ik kan je geen zilver of goud geven, zeide hij, maar wel +iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de wereldwijsheid, die ik door +ondervinding gekregen heb. + +De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te eten +krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een linnen +knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen maakte +een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze wijze +de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn +taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den +blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn +mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke +hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen. + +Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn dronk, +terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een grooten +aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok van den +verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte zijn +meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik +tusschen zijne knien en bedekte hij de opening met zijn hand. Daarom +boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje, dat hij met +was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd bij het +vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het gat, +en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen hij +bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning +toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje +herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik +vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de +jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een +wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door +hem langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden. + +Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar +geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van +Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde +oversteken, moest men f springen, f er tot den nek doorwaden. De +bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem, +dat het smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was, +en de ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een +aanloop te kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de +beek, dat hij tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met +een triomfkreet holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer. + +Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne +ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets +in vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome +man was boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk +hongerlijden. Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist, +en toen de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden +ketellapper een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks +kon te goed doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De +priester dacht, dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene +gaten in de kist waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes +hout; maar het brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een +slang gezien had in de woning van den priester, kwam hij tot de +conclusie, dat die de boosdoener was. Om niet ontdekt te worden, +sliep Lazarillo met den sleutel van de kist in zijn mond; maar op +zekeren nacht maakte hij bij het ademhalen een fluitend geluid op de +opening van dit instrument, en de oude priester, die dacht, dat het +het gesis van een slang was, gaf zulk een hevigen slag in de richting +vanwaar het geluid kwam, dat hij Lazarillo voor geruimen tijd kreupel +maakte. Toen de jongen hersteld was, nam de oude priester hem bij de +hand, bracht hem naar buiten, en zeide: Lazarillo, mijn zoon, gij hebt +groote natuurlijke gaven: gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk +een oud man als ik ben, en ik wensch je nooit terug te zien. Vaarwel! + +Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en +beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger +bezeild was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer, +hij bezat geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch +brood volkomen afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van +weldadige menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de +heer vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen; +maar hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer +zonder meester was. + +Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten, +die van stad tot stad trok. Op een dezer reizen bevonden zij +zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een +alguazil of konstabel. Op een keer hielden de vrienden tot laat in +den nacht te zamen een drinkgelag, dat met een twist eindigde. En +toen de priester den volgenden dag een inleidende preek hield om +zijn waren aan te prijzen, trad de alguazil binnen en beschuldigde +hem van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van +vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den alguazil +straffen, en deze viel onder hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele +kerkbezoekers smeekten den monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken, +opdat de toorn des hemels den verrader minder zwaar zou treffen, en +de vrome man daalde van de preekstoel, en legde een bul, die hij, +naar hij zeide, van den Paus had ontvangen, op het voorhoofd van +den lijder. De man stond oogenblikkelijk quasi genezen op, en de +gemeente was zoozeer overtuigd, dat er een wonder was geschied, dat +zij den geheelen voorraad van den priester opkocht. Maar de slimme +Lazarillo begreep dadelijk, dat het een opgezette vertooning van het +tweetal was geweest. De laatste meester, dien Lazarillo kreeg, was de +Aartspriester van Salvador, in wiens dienst het hem uitstekend ging; +hij huwde een van diens dienstmaagden, maar zij bracht schande over +zijn huis, en bij den dood zijner vrouw was hij armer dan ooit. + +Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte +schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van +het menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. Lazarillo de +Tormes was de voorlooper van de geheele school van Schelmen-romans, +die in lateren tijd het type van de Spaansche geestesvoortbrengselen +werd, en waaruit meesterwerken als Guzman de Alfarache, de Gil Blas van +Le Sage en de verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest +ademen als de boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne; +en nog steeds is de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in +sommige werken van Maurice Hewlett en Jeffery Farnol. + + + +GUZMAN DE ALFARACHE. + +Mateo Aleman, de schrijver van den grooten Schelmenroman Guzman de +Alfarache werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een +gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in +1609 een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene +Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf +hij door zijn Vita del Picaro Guzman de Alfarache, een werk, dat +van zijn eerste verschijning in 1599 af, overgebracht is in elke +Europeesche taal. Ofschoon het geschreven is in de meest zuivere en +klassiek letterkundige stijl, is het toch los en natuurlijk, en het +vindt zijn weerga niet in de schildering van de laagste klassen der +Castiliaansche maatschappij en van de gewoonten en denkbeelden van +den tijd, waarin hij leefde. + +Mijne voorouders, vertelt Guzman, kwamen oorspronkelijk uit de +Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en oefenden in die stad het +beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat zij beschuldigd werden +van woeker. + +De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig +eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op +jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar +al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den +handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel +van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit +bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun +particulier leven. Voor de geboorte van Guzman hoorde zijn vader, +dat n zijner correspondenten te Sevilla failliet was gegaan, en +toen hij daarheen ging om zelf orde op zaken te stellen, werd hij +gevangen genomen door een Algerijnschen zeeroover; hij ging over tot +den Mohammedaanschen godsdienst en huwde een Moorsche vrouw. Toen zijn +agent te Sevilla hoorde wat zijn voornaamsten schuldeischer overkomen +was, ordende hij zijne zaken zonder diens hulp, en zoo was hij in +korten tijd beter af dan ooit tevoren. Maar het gelukte den vader +van Guzman te ontsnappen, en toen hij te Sevilla aankwam, eischte +hij een afrekening van zijn oneerlijken handelsvriend, van wien hij +een flinke som loskreeg. Daarna vestigde hij een zaak te Sevilla, en +kocht een landgoed, dat hij St. Juan de Alfarache noemde. Hier leefde +hij in overvloed, en nadat hij de weduwe van een ouden ridder gehuwd +had, was ook zijn maatschappelijke positie uitstekend. Kort daarna +werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de Alfarache was zeer gesteld op +vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk vertoon, en nadat hij eerst +een groot gedeelte van zijn fortuin verkwist had, duurde het niet lang, +of hij ging zelf bankroet, waarna hij de tol aan de natuur betaalde. + +Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen +de knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te +zoeken; hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten +van zijn vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij +een herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet, +die, zooals hij zeide, beter een eierpap zou kunnen heeten, maar +waarop hij toch aanviel als een varken op eikels. Bij het verlaten +van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een toestand, +die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver, wien +hij het onsmakelijke maal beschreef, dat hij juist genuttigd had; +deze lachte hartelijk om het verhaal en bood hem vriendelijk aan, +een zijner muilezels te bestijgen waarna zij spoedig in Oostelijke +richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten zij twee monniken, +en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een slecht maal kregen, +dat door den waard echter z werd opgehemeld, dat de arme jongen wel +gedwongen was, het zonder veel drukte te verorberen. Maar tot zijn +grooten schrik ontdekte hij later, dat het gerecht bereid was van het +vleesch van een jongen muilezel. Toen de herbergier hiervan beschuldigd +werd, was hij zoo woedend, dat hij een groot zwaard greep, waarop de +ezeldrijver een hooivork nam, en er zou zeker een moord gebeurd zijn, +wanneer niet de stedelijke politie de vechtenden gescheiden had. De +oneerlijke waard werd naar de gevangenis gebracht, maar ofschoon hij +bekende den muilezel te hebben geslacht, wilde hij niet toegeven, +dat hij den mantel van Guzman gestolen had, die spoorloos verdwenen +was, en de knaap was dus genoodzaakt de herberg te verlaten zonder +dit uitrustingstuk. + +Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig +achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren, +en die hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling +wierpen zij zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige +kostbare juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden, +maar ook hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide +reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de +twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van +verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van +'s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier te +vertellen en daarenboven hebben zij weinig te maken met den draad +van ons verhaal. + +Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het gerecht +uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en waar hem +dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de beste +herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf hij +zich te voet op weg naar Madrid. + +In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij een +weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden +morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was +op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de +ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en +als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De +slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan, +den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de +ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het +stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd +in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast +de herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een +handvol voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad +was deze herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven +daar werd Guzman z ondragelijk, dat hij met het kleine beetje geld, +dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met de +noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars +voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij +bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en 's avonds +had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam hij +echter dienst als koksjongen bij een adellijk heer. + + + +GUZMAN ALS KOKSJONGEN. + +In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd door, want +het ontbrak in het huis van den ridder niet aan vroolijkheid. De +jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de ondeugd van het +spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat in den nacht +met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op deze wijze +verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer, en toen +hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te voldoen, +begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig worden, +te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de overweging, +dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn meester voor +eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen Guzman +de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in +vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker +staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het +voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de +verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid +bracht, die hem z mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw leek. Hij +bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst verkeerde, +dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde haar, +dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien hij +voor zes-en-vijftig reales kon koopen; en in haar verlangen, niet in +moeilijkheden te komen, gaf zij hem dadelijk deze som. Maar het geld, +dat op deze oneerlijke wijze verkregen was, werd oogenblikkelijk weer +aan de speeltafel verloren, zoodat Guzman even arm was als voorheen. + +Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd aan +te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in Madrid +vertoefde. De koksjongen moest hiervoor een grooten zak met wild in +ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar het reeds laat +was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer. Midden in den +nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van de hazen, +die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas niet miste, +en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen, stak hij een +half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het en gaf hem +zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de gebroken eieren +uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de omstanders. Het gelukte +hem echter, een paar patrijzen en eenige kwartels te verdonkeremanen; +deze wilde hij aan een anderen kok verkoopen; maar zijn meester, +die hem niet vertrouwde, volgde hem, en ontdekte, wat hij in zijn +schild voerde, waarop hij op staanden voet ontslagen werd, nadat hij +een flink pak ransel gekregen had. + +Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn +vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat +er binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept, +en hij besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker, +die nooit iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar +een vreemden koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman +in een diepen kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden +morgen bij deze plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef, +ontdekte hij, dat zij vijf-en-twintig-honderd reales in zilver, +en dertig pistoles in goud bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug, +opdat men ze voor de bagage van een reiziger zou aanzien, en begaf +zich op weg naar Toledo. Hij zorgde er echter steeds voor, den grooten +weg te vermijden, en slechts stille wegen te bewandelen. + +Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij +een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde +rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker was. + +Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op +te zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best +zou kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op +hen te maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig +omkeerde, zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd, +die achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman +deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij +geen cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen +te koopen, die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een +van zijne geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat +was te betalen. Voor honderd reales ging een prachtig pak kleeren +in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had van +den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk +zijn intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte +hij zich allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar +zijn ijdelheid werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak, +dat hem een schat kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal, +waar hij een bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar +huis te geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman +bestelde voor deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken, +maar het paar had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op +de deur geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder +thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen +moest. De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon, +was een groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats had hij het +genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen, alle +kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier flesschen +wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den laatsten +droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer in +een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg +te sluipen als een armer doch wijzer man. + +Daar Guzman hoorde, dat een alguazil bijzonder belangstellend naar +hem gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te +Almagro bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die +onder den indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn +wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo +een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde +overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs +van onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de +helft van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het +gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden +in Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten, +en hij door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden +werd. Zijn kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een +plaats aan zijn bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen, +het eenige wat hij voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt +buitenshuis te gaan eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden +thuis te ontvangen. Guzman betuigde hem zijn dankbaarheid, en gaf +hem te kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn, +hem weer te helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd, +en Guzman verzon het systeem van in elk huis meer manschappen onder +te brengen dan noodzakelijk was; hij dreigde tenminste dit te doen, +zoodat de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden +afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken +toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken +in den vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners +werden toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een +goed leven. Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest +roekelooze mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers +op den heirweg te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde, +maakte hij dadelijk een einde aan dit gevaarlijke spelletje. + +Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden, +die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi +gouden relikwien-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij +vroeg hem dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling +ging er dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk +aanbood voor tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan +honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De +juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod, +dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem +het foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor +in ruil de honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man +het huis verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: Houd den +dief! houd den dief! Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman +riep opgewonden, dat hij hem het relikwien-kastje van den kapitein +ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat hij het +voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd door +Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter gebracht, +en daar hij wegens woekerhandel een slechte reputatie genoot, werd +hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te geven. Maar ofschoon de +kapitein heel blij was met het geld, dat zoo onrechtmatig verkregen +was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang met zulk een schurk als +de Alfarache, hem ten gronde zou richten. Eenige dagen later scheepten +de troepen zich in naar Genua, en toen zij daar waren aangekomen, +zeide zijn chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden, en hij +drukte hem een pistole in de hand. + + + +GEKWELD DOOR DUIVELS. + +De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren naar zijne +bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en machtigste +personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun woning, +waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar +hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij +ervoor gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was, +konden zij hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette +hij een eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader +gekend had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn +familie hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek +te nemen. Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk +naar bed, waar de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den +honger. Voordat hij zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat +het in de kamer, waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig +lag Guzman wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche +gestalten de kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij +smeten hem in een beddelaken, en zwaaiden hem z hevig heen en weer, +dat hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij uitgeput door +de inspanning, hem weer in zijn bed gooiden, waarna zij de kamer +verlieten. In den vroegen morgen verliet Guzman, stijf, pijnlijk +en terneergeslagen het huis, maar hij zwoer een duren eed, nooit +te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn familie hem behandeld had, +en dat hij zich bij de eerste de beste gelegenheid zou weten te wreken. + + + +GUZMAN VOEGT ZICH BIJ DE BEDELAARS VAN ROME. + +Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen toestand, waarin +hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog levend uit +den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar Rome te +gaan. Itali, zoo redeneerde hij, is het weldadigste land van +de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan binnen de grenzen +van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over zijn volgenden +maaltijd. Een paar weken later bevond hij zich dan ook inderdaad te +Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw pak kleeren te koopen; +maar hij weerstond de verleiding en zwierf bedelend door de straten +der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds spoedig een lotgenoot, +die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten van de bedelaars +van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij al heel gauw +meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was Guzman een +meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige weken had +doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de stad, +die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij in +zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman +uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des +avonds om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in +allerlei praktijken, waardoor zij medelijden konden opwekken. Des +morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater +bij den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste +oogst; en 's avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de +landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen +terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en +ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta +een vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam, +gaf hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van +een kerk met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest +voorstellen, en het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de +Gouverneur weer voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem +eenige afgelegde kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde +gaan. Daar aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig +geneesmiddel hij gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van +zijn vroegere ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij +een geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde, +dat de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over +aan zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna +de stad uitjoegen. + +Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een +Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem +hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer +in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom +een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal +twee der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen +waren van dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren, +het been af te zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend +vertrek het geval bespraken, ging hij naar de deur om het gesprek +af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn meening te kennen, +dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit niet met hem +eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den Kardinaal voor +te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen Guzman de +kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog bekende, +en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen. De +geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen, +gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige +ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was, +drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen +tot het herstel van den patint. De geneesheeren waren z verlangend +een hooge rekening te kunnen uitschrijven, dat zij Guzman dwongen +drie maanden het bed te houden; die maanden schenen hem drie eeuwen +toe, want het zwervende leven was hem een behoefte geworden, en het +viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te moeten doen. Aan het +einde van dien termijn, dienden de geneesheeren bij den Kardinaal hun +rekening in met de verklaring, dat de patint volkomen hersteld was, +en de geestelijke was z verrukt over deze wonderbaarlijke genezing, +en z ingenomen met den levendigen geest van Guzman, dat hij den +jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken dienaar. + +Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven, +dat voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek, +en tafeldienen. De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon +bestond uit een paar eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een +groote hoeveelheid heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard +werden, en daaraan deed hij zich toen te goed. De Kardinaal ontdekte +de verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman +een volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen +en betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van +den Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was. + + + +GUZMAN BEDRIEGT DEN BANKIER. + +Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in het paleis van den +Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er tenslotte genoeg van +kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen gezant, een vriend +van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van de hebbelijkheden +van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen hoogwaardigheidsbekleeder +te hebben gediend, besloot hij Rome te verlaten, en een reis door +Itali te maken. Even te voren had hij kennis gemaakt met een +Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij vriendschap sloot. Met +ongeveer driehonderd pistoles en eenige juweelen, die hij van den +gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had +een wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor +diens vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp +van den gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij +Sayavedra weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem +als zijn bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had, +stemde hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot +het verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het +gerucht, dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij +had zelfs de onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof, +waar hij wegens deze familierelatie door den Groothertog ontvangen +werd. Daar ontmoette hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe, +op wie hij verliefd werd. Maar haar familie informeerde naar hem, +en toen het uitkwam, dat hij indertijd langs Rome's straten gebedeld +had, was hij gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij +het spel een belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan +aankwamen, huurden zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om +hunne juist verkregen rijkdommen productief te maken. Zij sloten +vriendschap met een deugniet, die klerk was op een bankierskantoor, +en bespraken met hem de mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van +een gedeelte van zijn geld. Guzman bezocht den bankier, en zeide, +dat hij hem ongeveer twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde +geven. Hij werd vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn +naam en eenige andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis +kocht Guzman een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood; +deze gaf hij aan Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij +drukte hem op het hart een praatje te maken met den herbergier en hem +te vertellen, dat hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen, +wat hij natuurlijk geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk +liet een valschen sleutel maken op de geldkist van zijn patroon, en +toen deze den volgenden Zondag naar de Mis was, opende hij de kist, +en zette er de vergulde cassette in, die nu inplaats van lood, tien +quadruples, dertig Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den +inhoud bevatte. Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester +na en vulde diens aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin, +dat hij het deed voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette, +maar de geheele inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des +Maandags begaf Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd +het geld terug, dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. De man +ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman zulk +een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd z +hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld was van den waard +van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. Guzman beweerde, +dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, men zich ervan +zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie liep, inderdaad +genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn gehaald werd, bleek +dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige bankier gaf toe, +dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf geschreven had, +en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders te wekken, +want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne woekerpraktijken en +schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een nauwkeurige opgave +te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze geopend werd, +vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde cassette in, +waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem genoemd +was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met de +lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de +eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen, +overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne +medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om +zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld +hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als +een hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname +herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de +praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te +brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet, +die eenige jaren te voren hun hulp had gevraagd, en zijn oom vertelde +hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze wijze een +indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen volkomen, en +daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met een gerust +hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar hij zeide, +een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te dragen. Met +deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, maar op weg +daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van ijlkoorts +sprong hij overboord en verdronk. + +Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na vele +avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman +verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn +dochter ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom +van Guzman als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op +de eveneens denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de +verkwistende jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was +de geheele familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig +voor de dame, en zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader, +genoeg uit de schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen. + +Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot +de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om +in de theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de +universiteit van Alcal de Henares, waar hij zijn candidaatsexamen +aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de godgeleerdheid, +wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om het priesterambt +te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden weer op den +slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een familie met +verscheidene dochters, op een waarvan hij verliefd werd, waarna een +huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te Madrid, waar zij een +avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren later liep de jonge vrouw +van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij te pakken kon krijgen, +mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn moeder weer opgezocht, +en inplaats dat zij hem van zijne kwade praktijken trachtte af te +houden, hielp zij hem bij het verzinnen van zijne gemeene streken, +zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot vele jaren dwangarbeid +veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de overheid kon helpen +bij het ontdekken van een opstand, en als belooning hiervoor kreeg +hij zijn vrijheid terug. + +En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit +de literatuur. Maar al is Guzman de Alfarache misschien de sluwste +boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet hebben, hij is ook +de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter merkwaardig, +dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, en dat hij +aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het begin. Het +vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de voorgewende +onberispelijke toon, waarin hij geschreven is--een stijl, die bijna +slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn Gil Blas, een werk, dat +niet alleen wat zijn atmosfeer betreft, veel overeenkomst vertoont +met Guzman de Alfarache, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit +heeft overgenomen. + + + +BESLUIT. + +Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde bewandeld, den +ernstigen, den quasi-heroschen en den humoristischen. Misschien is +wel geen enkel hoofdstuk van de letterkunde der wereld z rijk aan +kleur, z afwisselend en z gevoelig. Er klinkt een toon in van +hooge en edele schoonheid, van voorname ridderlijkheid, van grooten +ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet bezoedeld door alledaagschheid +en bekrompenheid. De drinkbeker der Spaansche romantiek is gevuld met +het hartebloed van een groot, ridderlijk en dichterlijk volk, dat de +voorkeur heeft gegeven aan idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de +verhevenheid van een nationale aristocratie boven de leegheid eener +onware democratie. Arm Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser +deze uitdrukking in medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost +van zulk een schatkamer van dichterlijken en romantischen rijkdom, +kan Spanje het vaste vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen, +die door zijne trovadores bezongen, en door zijne dichters vereeuwigd +zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren. Arm Spanje! Neen, +gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende van heerlijke +liederen? Veelkleurige schatkamer der legende, glinsterend juweel +der onsterfelijke romance! + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De Moro latinado of de Spaansch sprekende Moor, is een voorname +figuur in de latere Spaansche geschiedenis. + +[2] In Bisschop Odoor's testament (747) zien wij het verval van het +Spaansche Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict +van 844 op de usitato vocabulo der Spanjaarden, hun Spreektaal. +Over het Gothische tijdperk zie men Pre Jules Pailham, in het 4e deel +van Cahier en Martin's Nouveaux Mlanges d'Archologie d'Histoire, +et de Littrature sur le Moyen Age (1877). + +[3] Dit dialect was veel meer verwant aan de lingua rustica dan aan +het Gothisch, dat grooter invloed heeft gehad op de uitspraak en den +zinbouw van het Spaansch, dan op de woorden. + +[4] Over het geheel, zegt Professor Saintsbury, zijn het gemak, +de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de verscheidenheid van +vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel en van gedachten +(Flourishing of Romance and Rise of Allegory, p. 308-369). Hij merkt +verder op, dat het Provenaalsche vers is een uiting van kleine +kunst.--Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden uitstekende boven +het middelmatige. + +[5] Deze was getiteld El Arte de Trobar en een slecht uittreksel +daarvan vindt men in Mayan's Origenes de la Langua Espaola (Madrid +1737). + +[6] Over Provenaalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie +men Manuel Mila y Fontanal Trovadores en Espaa (Barcelona 1887); en +E. Baret, Espagne et Provence (1857), een meer beknopte verhandeling. + +[7] Toch vonden zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die +streken en het was de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte +in Spanje overheerschend was. + +[8] Madrid, 1839. + +[9] Cancionero de Romances (Antwerpen, 1555). + +[10] Zie het artikel over Alfonso XI in N. Antonio, Bibliotheca +Hispana Vetus. + +[11] Regeerde van 1407 tot 1454. + +[12] Gaston Paris, La Littrature Franaise au Moyen Age (Paris 1888) +en Lon Gautier, Les Epopes Franaises (Paris 1878-'92), zijn de +voornaamste kenners van de Chansons de Gestes. + +[13] Zie Manuel Milo' y Fontanal, Poesia herico-populair Castellana +(Barcelona, 1874). + +[14] Deze naam, die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van +Poitiers, den eersten troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk, +dat in de inheemsche talen der Romance geschreven was. Later werd hij +in Spanje gebruikt als equivalent voor Cantar, en tenslotte duidde +men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in achtlettergrepige +assonanten. + +[15] Don Quixote. Deel I, hoofdstuk VI. + +[16] In het hoofdstuk, getiteld: Moorsche Romances van Spanje, zal +de lezer voorbeelden vinden van romantische verhalen van dit volk, +waaruit hem de verwantschap met de Spaansche romances zal blijken. + +[17] Zie Dozy, History of the Moors in Spain (Engelsche vertaling) +en Recherches sur l'Histoire politique et littraire de l'Espagne +(1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn Glosario de Voces iberias +y latinas usadas entre los Muzrabes (1888); Renan, Averros et +Averrosme (1866). + +[18] Ormsby (The Poem of the Cid), die zijne verhandeling in 1879 +schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen te hebben gehad over wat een +Cantar was, en hij zegt, dat de Poema bijna gelijktijdig ontstond met +de chansons de gestes. Maar hij is waarschijnlijk minstens een eeuw +in de war, daar de eerste Chansons dateeren uit het midden der elfde +eeuw. Van trovadores en juglares had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch +is hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het +beste, dat in Engeland over de Poema geschreven is. Het is jammer, +zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat noch Ticknor noch Southey, +die zoo uitvoerig over de oude Spaansche letterkunde schreven, +bekend waren met de Chansons de gestes. Nog betreurenswaardiger +is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche vertalingen is +overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade schandelijk +verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat dan hij, +een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle kern +en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn, +zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers +ervan gemaakt hebben. + +[19] Waarschijnlijk Anstruther in Fife. + +[20] Er bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan +dezelfde is als de reus Albiona, n der twee monsters, zonen +van Neptunus, die volgens Pomponius Mela, Hercules in Liguri +aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en +later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend +was als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit de Witte, wat +betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel waarschijnlijker is +het, dat het beteekent: het rijk van den God Alba, het land van den +Witten God. Alle Schotsche goden waren reuzen, evenals de Fomorianen +van Ierland. + +[21] Eerst had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept +naar Groot Brittanje. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots +terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het +is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak +punt was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van +ontdekkingen en zeevaart. + +[22] William Stuart Rose, Amadis de Gallir: Een gedicht in drie +boeken. + +[23] Tenzij wij een uitzondering maken voor de Anseis de Carthage--een +romance, die den ondergang van Spanje toeschrijft aan een zoon van +Karel den Groote, wiens daden overeenkomen met die van Roderick. De +Anseis is een Fransch werk. + +[24] Behalve de verzameling romances, waarover wij hier spraken, +en waarin de voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn, +waren er in het midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven +te Antwerpen en Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban +de Njera. De lezer kan ook de Primavera y Flor de Romance door Wolf +en Hofman raadplegen, waarvan een nieuwe uitgave verscheen bij Seor +Menndez y Pelayo, de verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844) +en de Engelsche vertalingen van Lockhart en Bowring. + + + + + + + +IN DEZE SERIE VERSCHENEN REEDS + + +H. A. Guerber, Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen. Haar +oorsprong en invloed op letterkunde en kunst. Bewerkt door Dr +H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. + Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +H. A. Guerber, Noorsche Mythen. Uit de Edda's en de Sagen. Bewerkt door +Dr H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga, Met 64 fraaie platen. Derde +druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +H. A. Guerber, Mythen van Griekenland en Rome. Haar oorsprong +en beteekenis. Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit. Met 64 fraaie +platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Woislav M. Petrovitch, Heldensagen en Legenden van de Servirs. Met een +voorbericht van Chedo Miyatovitch, gewezen Servische Gezant aan het +Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. J. P. Wesselink--v. Rossum. Met 32 +prachtige gekleurde platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Dr H. Salomons, Verhalen en Legenden van Hindoes en Boeddhisten. Met +een introductie van Prof. Dr W. Caland. Met 32 prachtige gekleurde +platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +T. W. Rolleston, Keltische Mythen en Legenden. Bewerkt door Dr +B. C. Goudsmit. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +F. Hadland Davis, Mythen en Legenden van Japan. Bewerkt door Dr +B. C. Goudsmit. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk. + Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Josef Cohen, Nederlandsche Sagen en Legenden I en II. Met +32 illustratin in kleurendruk en zwart van Pol Dom. 2e druk. +Per deel Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Lewis Spence, Mythen en Legenden van Egypte. Voor Nederland bewerkt +door Dr J. W. van Rooijen. Met 8 gekleurde en zwarte platen. Tweede +druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50 + +Nelly Montijn-De Fouw, Sagen van Koning Arthur en de Ridders van +de Tafelronde. Gellustreerd door Arthur Rackham. + Ing. f 10.-, Geb. f 12.50 + +Dr H. van Prooye-Salomons, De Geschiedenis van Koning Nala. Een +Episode uit het Mahabharata. Ing. f 3.90, Geb. f 4.90 + + + + + + + +UITGAVEN VAN W. J. THIEME & CIE TE ZUTPHEN. + + +Dr C. te Lintum, De Geschiedenis van het Amerikaansche Volk, met +vele illustraties. Ing. f 2.75, Geb. f 3.90 + +E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Romeinsche Volk. Bewerkt +door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk. + Ing. f 2.75. Geb. f 3.90 + +E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Grieksche Volk. Bewerkt +door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk. + Ing. f 2.75, Geb. f 3.90 + +W. Jansen, Geschiedenis der Wijsbegeerte. +I. Van Thales tot Plotinus. Ing. f 4.35, Geb. f 5.25 +II. Van Origenez tot Leibnitz. Ing. f 5.50, Geb. f 6.50 + +Dr Jos. Schrijnen, Nederlandsche Volkskunde. Compleet in 2 deelen. Per +deel Ing. f 4.50, Geb. f 5.75 + +Jonathan Swift, Gulliver's Reizen. Vertaald naar de nieuwe uitgave +van Padraci Colum. Gellustreerd door Willy Pogny. Met 12 gekleurde +en vele zwarte platen. Ing. f 4.90, Geb. f 5.90 + +M. de Cervantes, Don Quyote de la Mancha. Vrij bewerkt naar Albert +Geyer door G. D. Ell. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen naar +George Scholz. Geb. f 3.90 + +De Sprookjes van Andersen. Naar het Deensch bewerkt door Ph. R. F. C +de Bruyn. Met twaalf gekleurde platen van Wanda Zeigner-Ebel. + Geb. f 3.90 + +H. Beecher Stowe, De Kleine Vossen. 7e druk. Ing. f 1.75, Geb. f 2.50 + +Dr E. Vogel, Fotografisch Zakboek. Een handleiding en vraagbaak +voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld door +J. J. M. M. v. d. Bergh. 5e druk. Ing. f 2.60, Geb. f 3.95 + +Dr P. G. Buekers, Plantenboek. Bewerkt naar Christiansen, Taschenbuch +einheimischer Pflanzen. Met 48 fraai gekleurde platen. Geb. f 2.50 + +Kerst Zwart, Het Vogelboek. Zangers en Krassers bij huis en schuur, +in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan plas +en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk. + Ing. f 3.25, Geb. f 4.25 + + + + + +End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE *** + +***** This file should be named 31198-8.txt or 31198-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/31198-8.zip b/old/31198-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9e8e76f --- /dev/null +++ b/old/31198-8.zip |
