summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:55:21 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:55:21 -0700
commitc5b2b4d768fa4f7dd386b21dc967221a0ea2506a (patch)
tree18f069375c9c13e0c3b76574e5999a827fcc8b7a
initial commit of ebook 31198HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--31198-0.txt12889
-rw-r--r--31198-0.zipbin0 -> 270868 bytes
-rw-r--r--31198-h.zipbin0 -> 1591232 bytes
-rw-r--r--31198-h/31198-h.htm13931
-rw-r--r--31198-h/images/cover.jpgbin0 -> 53568 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-b.gifbin0 -> 1847 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-c.gifbin0 -> 1874 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-d.gifbin0 -> 1952 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-h.gifbin0 -> 2218 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-i.gifbin0 -> 1911 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-m.gifbin0 -> 2240 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/initial-w.gifbin0 -> 2687 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p000.jpgbin0 -> 76984 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p008.jpgbin0 -> 63352 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p040.jpgbin0 -> 79369 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p056.jpgbin0 -> 91234 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p088.jpgbin0 -> 84084 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p104.jpgbin0 -> 67933 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p124.jpgbin0 -> 81344 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p168.jpgbin0 -> 83911 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p188.jpgbin0 -> 66774 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p208.jpgbin0 -> 69276 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p216.jpgbin0 -> 69977 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p264.jpgbin0 -> 70537 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p276.jpgbin0 -> 72180 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p296.jpgbin0 -> 67705 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p328.jpgbin0 -> 69557 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/p352.jpgbin0 -> 69697 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/spine.jpgbin0 -> 24072 bytes
-rw-r--r--31198-h/images/titlepage.gifbin0 -> 20232 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/31198-8.txt12889
-rw-r--r--old/31198-8.zipbin0 -> 270306 bytes
35 files changed, 39725 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/31198-0.txt b/31198-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..fafad52
--- /dev/null
+++ b/31198-0.txt
@@ -0,0 +1,12889 @@
+Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Legenden en Romances van Spanje
+
+Author: Lewis Spence
+
+Illustrator: Otway McCannel
+
+Translator: S. Vos-Goudsmit
+
+Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE
+
+ Door
+
+ Lewis Spence F.R.A.I.
+
+ Schrijver van:
+
+ »Legenden en Romances van Bretagne«, »Helden-verhalen en
+ Legenden van den Rijn«, »Handleiding bij de studie van de
+ Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers«, enz.
+
+ Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A.
+
+ Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit
+
+
+
+
+
+ Zutphen--W. J. Thieme & Cie
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche romantische literatuur
+niet die belangstelling van Engelsche schrijvers en kritiek genoten,
+waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen enkel land van Europa
+heeft het zaad van de Romantiek zóó gemakkelijk wortel geschoten,
+of is het tot zulk een weelderigen bloei gekomen als in Spanje, waar
+de geaardheid van het volk nog duidelijker te voorschijn trad uit de
+ridderverhalen, dan dit het geval was in Frankrijk of Engeland. Denken
+wij bij het begrip Ridderlijkheid niet het eerst aan Spanje, aan zijn
+eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa, aan
+zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan
+den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige
+geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven
+alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen
+geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de
+gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als
+van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen
+vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een
+onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn òf gebaseerd
+op geschiedkundige gebeurtenissen òf zij zijn voortbrengselen van
+die schitterende en sprankelende fantasie, die alles kenmerkt, wat
+dit Schiereiland aan literatuur heeft voortgebracht.
+
+Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband bewijzen
+tusschen de Fransche chansons de gestes en de Spaansche cantares de
+gesta, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over
+Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de
+begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel
+Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn
+aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen
+ontbreken van Moorschen invloed op de Spaansch romanceros, wordt
+gesteund door critici, die veel beter dan ik in staat zijn dit
+vraagstuk te beoordeelen; maar bij de behandeling van de ballade
+heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen hiertoe gerechtigd te zijn
+door een jarenlange studie van dit onderwerp, dat zoo ten volle mijn
+belangstelling en liefde heeft. Mijne vertalingen zijn dan ook niet
+slechts een wedergave van den inhoud, doch het zijn een getrouwe en
+nauwkeurige overzetting van de oorspronkelijke balladen.
+
+Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen van
+de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen
+in de cantares de gesta, de ridderverhalen, romanceros en balladen,
+en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende hoofdstukken
+zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al deze uitingen
+der Spaansche letterkunde.
+
+Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van enkele
+lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan zou
+het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van
+deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend
+aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden
+bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de
+armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen wonderen.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Hoofdstuk Bldz.
+
+ I. De Bronnen van de Spaansche Romance 1
+ II. De »Cantares de Gesta« en de »Poema del Cid« 40
+ III. »Amadis de Galliër« 82
+ IV. Vervolg van »Amadis de Galliër« 132
+ V. De Romances van Palmerin 164
+ VI. Catalonische Romances 181
+ VII. Roderick, de laatste der Gothen 198
+ VIII. »Calaynos de Moor«, »Gayferos« en »Graaf Alarcos« 211
+ IX. De Romanceros of Balladen 221
+ X. Vervolg van de Romanceros of Balladen 241
+ XI. Moorsche Romances van Spanje 252
+ XII. Verhalen van Spaansche tooverkracht en hekserij 323
+ XIII. Humoristische Romances van Spanje 342
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I. DE BRONNEN VAN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+
+ Het teedere Fransche liefdeslied,
+ De zangen van 't schoone Brittanje,
+ Legenden van het zwaard en de speer,
+ Geboren in Allemanje,
+ Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht
+ Der balladen van 't oude Spanje!
+
+
+Wanneer een vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van
+het oude Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren,
+en zijn oor zou openen voor de melodieën der wateren van de
+Granaatappelstad, en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer,
+dan zou het hem gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen
+hare kleuren minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder
+verkwikkend was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop
+de weefsels van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den
+indruk krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft,
+na eeuwen van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde
+echo's van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd
+opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras,
+die zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd,
+om het te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen
+en door de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals
+een kind door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen,
+dat de menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze
+muren beschilderden van het palet van den zonsondergang, ook het
+onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de
+Spaansche Romance opbouwden.
+
+Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over
+de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven
+aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis
+van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit
+de Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven,
+dat in deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de
+passiebloem van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide?
+
+Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodieën niet meer vinden,
+noch kunnen wij samenvoegen het mozaïk van verbroken harmonieën in de
+warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin als in de »mijn van
+zijde en zilver«, het oude Granada; noch te midden van de marmeren
+overblijfselen van Cordova, waar het marktplein overstroomd was met de
+geschilderde perkamenten van Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten
+ons afwenden van het bloeiende Zuiden, en de kale hoogten van Castilië
+en Asturië beklimmen, waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren
+gevangen was op eene dorre en verschroeide vlakte en waar geboren
+werd een diepe hartstocht van vaderlandsliefde en zelfopoffering,
+die uiting vond in heerlijke krijgszangen, waarvan de echo's tusschen
+de bergen weerklinken als spook-klaroenen op een vergeten slagveld.
+
+Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger
+prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van
+Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk
+voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in
+Burgos en Carrión, ontroerender, zij het dan ook minder fantastisch,
+dan ooit ontsprongen aan de guitaren van Granada. Maar de nooit
+eindigende strijd tusschen Arabier en Spanjaard bracht met zich
+mede een voortdurende uitwisseling van den zinnelijken geest van het
+Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het Noorden, zoodat ten slotte
+het Saraceensche goud het staal van het Spaansche lied versierde,
+en de Spaansche ziel gevangen werd in de netten van de Oostersche
+fantasie. In lateren tijd verzachtte eene openlijke bewondering voor
+de kunst en beschaving van den Moslim den ouden haat, en de Moorsche
+cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal niet de dichtkunst na,
+van den Castiliaanschen ridder. [1]
+
+
+
+DE BAKERMAT VAN HET SPAANSCHE LIED.
+
+Het vaderland van de Spaansche overlevering was inderdaad een
+geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen iederen duim
+van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die oneindig
+veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij dan
+ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van
+saamhoorigheid.
+
+Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje,
+die tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men
+onverwachts weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een
+steile, vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-,
+kastanje- en dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging
+beschut tegen de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneeën jagen,
+bieden betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere
+Zuiden van het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer
+tusschen de verschillende dalen gering was, waren deze toch voor de
+Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe
+krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd
+tegen de Saracenen.
+
+In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld
+gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een
+gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van
+menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien
+is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen,
+wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat vóór het
+tijdperk der Saraceensche overheersching, de Castiliaansche taal
+slechts een samenraapsel was uit de elementen van de Romeinsche lingua
+rustica en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige autoriteiten,
+zonder bepaalde taalregels of een taaleigen. [2] Zeker is het, dat
+de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch plaats vond na
+den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote waarde hechten
+aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij beweerden,
+dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk vóór die periode,
+niets was dan een patois, zonder regels of methode.
+
+
+
+ROMEINSCH EN VISIGOTHISCH.
+
+Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de Visigothen, als
+achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje binnentrokken,
+bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne beschaving,
+doch zij behielden de gewoonten van hun Noordelijk vaderland, en zij
+schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn beïnvloed door
+de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal van het volk,
+dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen, ofschoon zij
+door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk, deze taal
+ongetwijfeld kenden.
+
+De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd
+afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten
+Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den
+roem der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is
+meestal niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk
+hare taal op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard
+gaat aan letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in
+staat waren, zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde
+kolonisten van Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk
+toe, de Romeinsche taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid
+was echter niet de eenige reden voor het verlies van hunne taal,
+want ofschoon zij in militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne
+tegenstanders, waren zij in getal verreweg de mindere. Zij hadden
+bij hun inval in het Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht,
+en waren dus genoodzaakt, vrouwen uit het overwonnen land te huwen,
+die hunne kinderen de Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk
+verkeer tusschen overwinnaar en overwonnene schiep in den loop der
+tijden een potjes-Latijn, dat in zijn verhouding tot het klassiek
+Latijn te vergelijken was met het Engelsch van de handeldrijvenden
+aan de Stille Zuidzee. [3]
+
+Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van Spanje,
+waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd een
+beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het
+gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De
+wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid
+van vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel
+duidelijk, dat de spreektaal ten minste vóór het tijdperk van den
+Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen.
+
+De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking verdreven
+werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een kleine
+belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den strijd
+tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal
+tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat
+aanmerkelijk verrijkt.
+
+
+
+DE ROMAANSCHE TALEN VAN SPANJE.
+
+Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er gesproken in dat
+gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen bleef. In
+Catalonië en Aragon het Provençaalsch, Cataleensch of Limousinsch;
+in Asturië, Oud-Castilië en Leon, Castiliaansch, en in Galicia,
+Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is voortgekomen. Het Cataleensch
+was bijna volkomen gelijk aan het Provençaalsch of de langue d'oc
+van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van Provence door
+Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de volken
+van Catalonië en Provence onder één regeering samengevoegd. Het
+Provençaalsch, de taal der Troubadours, was van Franschen oorsprong,
+en draagt de duidelijke sporen van zijne afstamming van het Latijn
+van Provençaalsch-Gallië. Het schijnt, dat het in Catalonië werd
+geïmporteerd door de Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te
+ontkomen aan het Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts
+trokken, toen de meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd
+waren van de aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid
+van Catalonië en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid
+van levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook,
+dat de bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de
+ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland
+van de Gai Saber had overgenomen.
+
+Door geheel Provençaalsch Catalonië werden die romantische
+liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over
+de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen,
+met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan
+wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de
+hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van
+de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante
+wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder
+overdreven en gestreng waren. Deze Provençaalsche ridderlijkheid vond
+langzamerhand ingang in Castilië; zij verhoogde en verlevendigde de
+verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk
+voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de
+Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere
+letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige
+tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen
+karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te
+voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid
+in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours
+van Provence en Catalonië, en deze vorm van dichtkunst baande den
+weg voor een lyrische poëzie, die, zoo zij al niet uitblonk door
+grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in
+welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze
+verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts één
+onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking
+met de dichtkunst in de beminnelijke Provençaalsche taal, wordt men
+getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men
+vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane
+aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der
+taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig
+herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door
+dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze
+eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel,
+zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het
+geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan
+den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor
+natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die
+beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder
+blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde
+letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die
+oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve,
+gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en
+die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van
+kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren
+ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren
+van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk. [4]
+
+De Provençaalsche en Catalanische troubadours hadden inderdaad een
+zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche dichtkunst
+en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer met
+Castilië. Het »Boek van Apollonius« uit de 13e eeuw, is vol van
+Provençalismen, evenals de latere »Geschiedenis der Kruistochten.«
+Gedurende de vervolgingen, waaraan zij blootstonden tijdens de
+Albigenser-oorlogen, vluchtten zij in grooten getale naar Spanje, waar
+zij een schuilplaats vonden voor hunne onverdraagzame vijanden. Zoo
+vluchtte Aimeric de Bellinai naar het hof van Alfonso IX en hij bleef
+later aan het hof van Alfonso X, evenals Montagnagunt en Folquet
+de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand Carbunel, die met Riguier
+hunne werken opdroegen aan dien vorst, of treurzangen dichtten ter
+gelegenheid van zijn dood.
+
+Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar Provençaalsch
+karakter en nog in 1433 schreef de Markies de Villena, een familielid
+van den beroemden Markies van Santillana, dien wij later nog zullen
+ontmoeten, een verhandeling over de kunst der Troubadours, [5] welke
+hij wilde herboren zien in Castilië. [6]
+
+Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had als
+het Portugeesch, is nauw verwant aan het Castiliaansch. Maar het is
+niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat het in
+zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch dan
+zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed van
+sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken,
+wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen
+van den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar
+reeds spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche
+literatuur op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was.
+
+
+
+DE OPKOMST VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+De ontwikkeling van het Castiliaansch uit het oorspronkelijke Latijn,
+dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje werd gesproken, werd
+door verschillende plaatselijke omstandigheden bemoeielijkt. Bij het
+samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, liet men niet dezelfde
+letters weg als in het Italiaansch. Ook verkortte men de woorden niet
+in die mate, als in het Provençaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk
+tengevolge van de overheersching van het Gothische element onder hen,
+die Castiliaansch spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft
+zij een sterker bouw dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche
+f is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in een h, zooals bij
+hablar = fabulari (spreken). De letter f, die sterk geaspireerd wordt,
+vervangt dikwijls de l, zoodat filius (zoon) hijo wordt. De zachte ll
+daarentegen komt in de plaats van de Latijnsche pl, en zoo vinden wij
+het Latijnsche planus (zacht), in het Castiliaansch terug als llano
+(spreek uit: lyàh-no). Het Spaansche ch neemt de plaats in van het
+Latijnsche ct, zooals facto = hecho, dictu = dicho, enz.
+
+Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch ontbreken
+niet. Zoo heeft de g voor de c en i, die in het Gothisch en Duitsch
+een keelklank is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche
+verandering van de o in de ue vindt hare analogie in het Duitsch. Wij
+kunnen bv. het Castiliaansche cuerpo en pueblo vergelijken met het
+Duitsche Körper en Pöbel.
+
+
+
+DE UITBREIDING NAAR HET ZUIDEN VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en schrijftaal werd
+tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van het stoutmoedige
+volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche bezetting van hun
+vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door een strijd, die
+geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en district na
+district inplaats van provincie na provincie, heroverden, verdrong hun
+taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne Arabische
+vijanden, [7] totdat tenslotte de laatste vesting van de Mooren viel
+en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland. »Wel
+was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders moesten
+doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning en
+tot verovering van de wereld,« zegt Martinez in zijn roman Isabel de
+Solis, [8] »neergedrukt door hun harnas en met het zwaard in de hand,
+sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht rustig.«
+
+Van de nederlaag van Roderick af, »den laatste der Visigothen«,
+bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot aan den val van
+Granada in 1492, was Spanje inderdaad een land van veldslagen. Bijna
+oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden
+de Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het
+Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen
+van Biskaje en Asturië. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners
+van Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend
+hebben met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten,
+maar de omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg
+er slechts toe bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van
+vaderlandsliefde, en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk
+bezit te herwinnen.
+
+Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich
+voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten,
+waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en
+moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te
+verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen
+zich konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij,
+met hun klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun
+moed en vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw
+verloopen was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castilië
+heroverd. Alleen reeds de naam van deze provincie, »Het Land van
+Kasteelen«, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts behouden
+kon blijven, wanneer elke heuveltop versterkt was door vestingen; en
+zoo gaf deze landstreek, met al hare kasteelen, ten slotte haar naam
+aan het volk, dat haar bezit op zulk een hoogen prijs stelde. Voordat
+er weder 20 jaren verloopen waren, hadden de Castiliaansche strijders
+vasten voet in Nieuw-Castilië gekregen, en van dat oogenblik af,
+schijnen zij voortdurend met succes te hebben gestreden.
+
+Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche bezetting van
+drie en een halve eeuw, begint een nieuw tijdperk voor den voortgang
+van de Castilianen in Zuidelijke richting, en met de inname van
+Saragossa in 1118, keerden de kansen voor de Arabische overweldigers,
+die nu verdreven werden naar een klein gebied in het Zuiden en het
+Zuid-westen van het land. Deze omstandigheid schijnt echter meer
+gunstig te zijn geweest voor hun gevoel van saamhoorigheid, dan dat
+het hen heeft vernietigd, en de Castilianen moesten nog gedurende
+vier eeuwen rekening met hen houden, totdat bij den val van Granada,
+Boabdil of Abu-Abdallah, de laatste der Moorsche koningen, de sleutels
+afstond aan Koning Ferdinand van Castilië, een laatsten blik wierp
+op de stad, en naar Afrika voer, waar hij strijdend den dood vond.
+
+In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de
+romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt
+niet verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit
+wapengekletter. Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde
+van dezen tijd is niet alleen de afspiegeling van den geest van een
+strijdend volk, maar zij is tevens een noodzakelijk product, want
+uit de liederen en legenden putten de ridders van Castilië nieuwen
+moed, strijdlust en opgewektheid, en zij werden er door bezield op
+den dag van den strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castilië,
+zooals in de oude ballade, zingen:
+
+
+ »Het harnas is mijn eenig kleed,
+ En strijd is mij festijn!
+ Mijne lamp, de straal van een planeet,
+ Mijn wereld .... een woestijn.« [9]
+
+
+Grensgevechten met hun herhaalde verandering van tooneel en
+voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot het
+dolende ridderschap.
+
+
+
+DE LETTERKUNDIGE ONTWIKKELING VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het Castiliaansch
+inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen letterkundig karakter,
+voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals blijken zal bij de
+behandeling van zijne diverse Romantische vormen. Het had niets
+overgenomen van de letterkundige methoden van het Provençaalsch
+of Catalonisch, echter wel van den geest en den uitwendigen vorm
+daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche dichterlijke
+systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het ernstige en
+krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang weerstand te
+bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de oorzaak
+waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren zij
+het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De
+regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in
+aanraking geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand
+de Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was
+een Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus
+feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer
+onze gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen
+van Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412-'58), dat de
+invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van
+Catalonië. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt bij een
+zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia gehouden,
+en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen, zijn
+later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd. Vier
+hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar beschouwd
+werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij zulk
+een wedstrijd te worden gebezigd. Het schijnt, dat Valencia, dat in
+vroegere tijden, wat spraak en kunst betreft, zuiver Catalonisch was,
+van 1470-1550 een eigen school had voor Castiliaansche dichters,
+die er veel toe hebben bijgedragen, het Castiliaansch als volkstaal
+te bestendigen. Maar de Cataloniërs waren niet van zins, hun taal,
+als de letterkundige taal van Spanje, zonder meer prijs te geven,
+en zij trachtten haar te handhaven door de instelling van een
+vakopleiding voor Troubadours, en door de schoonheden hunner taal
+hoog te prijzen bij de groote openbare zangwedstrijden. Het was te
+vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen een taal, die krachtiger en
+rijker aan woorden en vormen was, en die daarenboven gesteund werd
+door een politieke macht, die sterker was dan de hunne.
+
+
+
+DE DICHTKUNST AAN DE HOVEN VAN CASTILIË.
+
+De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige taal werd ook
+zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke belangstelling van
+verscheidene vorsten van Castilië. Alfonso de Wijze was zelf een
+dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand en toewijding,
+waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van uitdrukking
+aanmerkelijk verbeterde.
+
+Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch
+vertaald, en op zijn aandringen werd een Algemeene Kroniek van Spanje,
+zoowel als de Geschiedenis der Eerste Kruistocht, geschreven. Hij
+maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven en trachtte
+in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke zinswendingen
+der Provençalen over te brengen.
+
+Alfonso XI schreef een Algemeene Kroniek in de vlotte en vloeiende
+versmaat van de inheemsche redondillas, inplaats van de stijve
+en strakke Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in
+letterkundige kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch
+proza over de jachtkunst en over den stamboom van den adel. [10] Zijn
+familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de
+Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza
+in zijn Conde Lucanor, een boek van ethische en politieke stelregels,
+waarvan de strekking duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en
+fabels, ontleend aan de geschiedenis en de klassieke literatuur.
+
+Hoewel Juan II [11] een zwak en lui vorst was, was hij toch een
+beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met
+dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste
+Spaansche gedichten.
+
+Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er
+de Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de
+Provençaalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze kunstmatige
+hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote vorderingen op
+haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der Romance geworden,
+en de Romance zou in Spanje voor een geheele generatie van dien tijd
+de voornaamste letterkundige vorm worden.
+
+
+
+DE OPKOMST VAN DE ROMANCE.
+
+De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de verschillende phasen,
+die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van belangstelling
+van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had mogen
+verwachten in dezen tijd, waarin de kenner met toewijding de
+verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe
+letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen
+van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats
+van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het
+materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid,
+die het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste
+indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling
+verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen,
+te slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten
+wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever
+tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van
+de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den
+lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken
+zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen
+duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige
+voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste gevolgtrekkingen.
+
+Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de elfde
+tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit twee
+kwartieren--Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste is voor
+het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige uitingen
+waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje, dat,
+zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte, totdat
+de strijd tusschen 't zwaard en de kromme sabel was uitgevochten. Maar
+in Frankrijk had Castilië een schitterend voorbeeld, dat het volgde op
+zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven werd zoowel door nationalen
+trots als door politieke noodzakelijkheid.
+
+Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In
+het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land
+van de langue d'oïl, ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig
+was, veel beter in staat, goede literatuur voort te brengen dan
+Castilië, welks voortdurende Vendetta met de Mooren, slechts weinig
+gelegenheid overliet aan het intellectueele deel der bevolking, zich
+aan de letterkunde te wijden, eene gelegenheid, waarvan de fijnste
+geesten echter een ruim gebruik maakten. De opkomst van de kaste der
+reizende dichters in Frankrijk voldeed aan de behoefte van het volk
+naar verhalen, en de trouvères van de twaalfde eeuw vonden in den
+glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds vloeiende bron
+voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang vond bij een
+middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de epische poëzie,
+die zij ontleenden aan de geschiedenis van het Carlovingische tijdperk,
+waren bekend als chansons de gestes, »zangen van daden« van den
+grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De
+trouvères zelf noemden ze Matière de France, terwijl de verhalen van
+Koning Arthur aangeduid werden als Matière de Bretagne, en die, welke
+berustten op de klassieke geschiedenis, Matière de Rome werden genoemd.
+
+Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken,
+waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan,
+eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de
+letterkundige autoriteiten. [12]
+
+Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van vorm, na
+dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar
+zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige
+moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft
+de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld
+uit deze werken.
+
+Deze chansons waren bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der
+riddersloten, door rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of
+ze aan elkander afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan
+over teedere gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk
+beschreven waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in
+coupletten, laisses of tirades genoemd, elk bestaande uit twintig tot
+meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen onderlingen
+samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter waren de
+geheele chansons berijmd.
+
+
+
+CASTILIAANSCHE OPPOSITIE TEGEN DE CHANSONS DE GESTES.
+
+In deze gedichten, die waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Noorden
+van Frankrijk kwamen, en zich in den loop der tijden naar het Zuiden
+verspreidden, werd Karel de Groote voorgesteld als het bolwerk van
+het Christendom tegen de Saracenen van Spanje. Omringd door zijne
+paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en Willem van Oranje,
+voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren of de »Saracenen«
+(heidenen) van Saksen. Van deze gedichten heeft Gautier er 110
+gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde eeuw stamt. Een
+aantal van de latere chansons zijn in het Provençaalsch geschreven,
+maar alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken
+vorm op te sporen, hebben blijkbaar gefaald.
+
+Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond
+in Castilië. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde door
+Provence en Catalonië, maar het is niet onmogelijk, dat dit het geval
+was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn moeilijken strijd
+tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een literatuur, die zoo
+voortdurend handelde over de nederlagen van zijn aartsvijand. Dit was
+oorspronkelijk ook het geval, en de chanson vond dan ook een gunstig
+onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene
+onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castilië
+van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote
+Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard
+tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige
+autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij
+de Baskiërs bekend als Altobiskarko Cantar, of Lied van Altobiskar,
+dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de achterhoede van Karel
+den Groote niet te danken was aan de Saracenen, maar aan de Baskiërs,
+die gebelgd waren over de doortocht van het Frankische leger door
+hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig stuk in het Baskisch,
+door den Baskischen student Duhalde vertaald uit het Fransche gedicht
+van François Garay de Montglave (circa 1833). Een tweede slag van
+Roncevalles had plaats onder de regeering van Lodewijk den Vrome in
+824, toen twee Frankische graven, uit Spanje komende, weder overvallen
+werden en verslagen door de Pyreneesche bergbewoners. Maar er schijnt
+nog een vroeger gevecht te zijn geweest tusschen Franken en Baskiërs
+in de Pyreneeën, onder de regeering van Dagobert I (631-638). De
+herinnering aan deze gevechten schijnt bij de bevolking levendig te
+zijn gebleven, zoodat de Spanjaard den Frank bleef beschouwen als zijn
+erfvijand. Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die
+Spaansche juglares, die de heldendaden van Karel den Groote in Spanje
+bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte, zooveel het hem mogelijk was,
+de mythische overwinningen van den Frankischen keizer te kleineeren.
+
+Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn
+intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich
+uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het
+patriotisme van de Castilianen, die de chansons de gestes in hun
+eigen geest wenschten uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk
+over te nemen, zelf een verzameling liederen schiepen. Zij namen als
+den nationalen held van het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen
+ridder aan, Bernaldo de Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder
+van Castilië, en ter wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin
+hij wordt voorgesteld als de strijder, die Roland bij Roncevalles
+versloeg aan het hoofd van een zegevierend leger, dat niet uit
+Arabieren of Baskiërs, maar uit Castilianen was samengesteld.
+
+
+
+DE CANTARES DE GESTA.
+
+Maar al namen de Castilianen den inhoud van de chansons niet aan, den
+vorm namen zij wél over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en
+de strekking van de chansons schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd
+nadat zij door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester
+uit het begin der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van
+Aartsbisschop Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving
+voorstellen van dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke
+bedoeling was, aan te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan
+in het geschrift sprake was. Vele Franken trokken naar deze heilige
+plaats, onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den
+geest en de metriek van de chansons brachten tot de Castiliaansche
+zangers, zoodat wij later hooren van Spaansche Cantares de gesta,
+waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne Fransche
+voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde Poema del Cid,
+handelende over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch
+held, is in vorm en geest het type van een Cantar de gesta, en wij
+mogen op goede gronden aannemen, dat vele van de latere romanceros
+of balladen over helden als Bernaldo de Carpio, Gonzalvo de Cordova
+en Gayferos, oude cantares zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd.
+
+Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de Cantares de gesta
+hun aanzien. In den loop der tijden werden zij verdrongen naar
+marktplaatsen en herbergen. Van verscheidene werd de stof verwerkt in
+kronieken, maar de Juglares, die ze nu zongen, maakten er, wanneer
+ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of vervormden ze
+tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van een minder
+beschaafd publiek. [13]
+
+
+
+DE KRONIEKEN.
+
+Maar al kunnen wij het meerendeel van de Cantares de gesta niet meer
+in hun ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude
+kronieken van Spanje. Zoo vertelt de Algemeene Kroniek van Spanje
+(c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste onderzoekingen,
+mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of bewerkingen
+van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de Carpio,
+Fernán González, en de zeven kinderen van Lara; zij geeft korte
+vertellingen over Karel den Groote, terwijl het laatste gedeelte de
+geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en dan zelfs verwezen
+wordt naar de Cantares als de bron van een of ander relaas. Daarenboven
+zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk in hun
+geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat zij hun
+oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden behouden,
+maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder om te
+werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van Bernaldo
+de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm vinden
+wij ze terug in de cancioneros of bundels Volkszangen.
+
+
+
+DE BALLADEN.
+
+De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het onderwerp geweest van een
+fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt ons, er een afzonderlijk
+hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe zij behooren in
+aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere verhalende
+gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig behandelen. Volgens
+sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum dan verzen als de
+Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze, terwijl anderen
+als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het grootste gedeelte
+der ballades uit een lateren tijd stammen. Het schijnt mij toe, dat er
+waarheid schuilt in beide veronderstellingen, en dat het hier zooals
+dikwijls in de letterkundige zeevaart, verstandig is, den middenkoers
+te houden. Volgens mijne opvatting zijn er vier verschillende typen
+van Spaansche balladen:
+
+1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen
+tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij
+er al eenige overblijfselen van bezitten, waarschijnlijk zóó totaal
+veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst gezongen hebben, ze zelf
+niet meer zouden herkennen;
+
+2. balladen, die als kronieken uit de Cantares de gesta zijn
+overgenomen;
+
+3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd;
+
+4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst.
+
+Ik geloof, dat de balladen of romanceros weer verdeeld moeten worden
+in twee soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen,
+zonder letterkundige basis, en die, welke eigenlijk Cantares de gesta
+of gedeelten uit kronieken zijn, die in den loop der tijden een ander
+uiterlijk hebben gekregen. Ik ben met de meeste onderzoekers van de
+oude Spaansche literatuur van meening, dat de Cantares of Kronieken
+niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar
+ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten
+deze twee soorten niet de meer »poëtische« of vervalschte balladen, die
+geschreven werden, nadat de ballade een erkende vorm voor proefnemingen
+op het gebied van bewuste dichtkunst was geworden; het is duidelijk,
+dat deze soort in geen der beide klassen kan worden ondergebracht.
+
+Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van vervalsching
+of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij verzameld en
+uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer geen balladen
+uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan ook in
+veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting van
+zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een lied,
+alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of omdat
+men het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, als wanneer men
+zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een volksgebruik, op
+grond van het feit, dat deze in onze dagen nog gangbaar zijn, tenzij
+men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen bewijzen. Toch
+schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder zijn dan
+bijv. die van Schotland of Denemarken.
+
+Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan
+de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen
+in hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de
+romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk
+aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven,
+nl. Romanceros. [14] Sommige ervan zijn eigenlijk slechts in naam
+romances of Cantares de gesta, doch inderdaad behandelen zij alle
+onderwerpen, die in de Cantares bezongen zijn, of in de Kronieken
+beschreven, zooals de Cid, Bernaldo de Carpio, Graaf Alarcos
+enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te hebben met de latere,
+werkelijke romance, zooals Amadis, Palmerin of Felixmarte, en wel,
+omdat in den tijd, toen deze in de mode waren, de ballade reeds het
+eigendom geworden was van het volk. Zooals de markies van Santillana
+(1398-1458), die zelf een verdienstelijk dichter was, opmerkte in
+een brief, die beroemd is geworden om het licht, dat hij werpt op
+den toestand van de Spaansche letterkunde van dien tijd: »Er zijn
+verachtelijke dichters, die zonder systeem, methode of maat van die
+liederen en romances maken, waarin het gemeene volk behagen schept.«
+Zoo zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven
+over de Engelsche balladedichters.
+
+Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de
+arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen
+hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele Cantares de gesta,
+die op schrift waren gebracht. Maar als gevolg van de vernietiging der
+Moorsche staten in Spanje, van den toenemenden rijkdom onder de hoogere
+standen en de uitvinding der boekdrukkunst, ontstond een meerdere
+vraag naar gedrukte boeken, die in de behoefte naar ontspanning
+zouden voorzien. Een groote scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd
+de romantische stof, die als het ware versteend en begraven lag in
+de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. Voor sommige dezer gedichten
+was het slechts een kleine stap naar de eigenlijke romances. Maar
+Spanje snakte naar iets nieuws, en in het begin der vijftiende eeuw
+wendden de romancedichters hunne oogen opnieuw naar Frankrijk, welks
+onuitputtelijke bron van geestelijken rijkdom hun een overvloed van
+romantische stof begon te verschaffen.
+
+
+
+DE BLOEITIJD VAN DE ROMANCE.
+
+Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten over de echte
+Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van Castilië (1407),
+die zich in zijn Rimado de Palacio beklaagt over den tijd, dien hij
+verspilde met het lezen van zulk een »leugenachtig prul« als Amadis
+de Galliër. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, maar
+hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den
+machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen
+geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het
+slaafsch nabootsen van het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets
+zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad
+van de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te
+ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde
+en overdaad van bloem en vrucht.
+
+Amadis werd gevolgd door een lange rij van dergelijke verhalen,
+die de lezer alle in dit boek zal ontmoeten. Het wordt algemeen
+erkend door de critici, te beginnen met Cervantes, als de beste en
+belangrijkste van de Spaansche Romances, en het werd vertaald in het
+Fransch, het Italiaansch en de meeste Europeesche talen; zelfs werd
+er, naar men zegt, een speciale vertaling van gemaakt voor Joodsche
+lezers. Met één slag had de Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke
+fantasie overwonnen op haar eigen terrein. Maar Amadis was niet,
+zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in
+Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt Tirante de Witte
+toe (1490), dat volgens Southey geen ridderlijken geest ademt. Onder
+anderen maken wij hierin kennis met Warwick den Konings-maker, die
+met goed gevolg een inval in Engeland door den Koning der Canarische
+Eilanden afslaat, en ten slotte geheel alleen den overrompelaar doodt
+en zijn krijgsmacht op de vlucht jaagt. Maar al vergist Cervantes zich
+in zijne bibliographie, de verklaring van zijn barbier, dat »Amadis
+het beste is van alle boeken, die in deze soort geschreven zijn,« is
+niet ver van de waarheid. [15] Tasso beschouwde het als »het mooiste
+en misschien ook het leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan
+lezen.« Gaf hij slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder,
+zooals men wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken?
+
+Amadis werd gevolgd door een menigte van dergelijke gedichten. Door
+het buitengewone succes bij het publiek, ontstond er een heele
+literatuur van gelijke strekking en karakter, zij het ook niet van
+gelijke waarde. De eerste van deze letterkundige voortbrengselen
+was Palmerin de Oliva, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in
+Sevilla verscheen, en die, evenals de Amadis, weer gevolgd werd door
+soortgelijke gedichten, zooals Primaleón, Platir en Palmerin van
+Engeland, misschien wel het beste van deze reeks.
+
+Men neemt als vaststaand aan, dat Amadis en Palmerin van Portugeeschen
+oorsprong zijn, en ik zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier
+slechts vermelden, dat er geen Portugeesch origineel bestaat, noch
+gedrukt, noch in manuscript. Maar deze romances werden zóó zuiver
+Castiliaansch als de Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun
+vreemden oorsprong; en Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het
+volk als voor de critici van geheel Europa.
+
+De Palmerin-reeks wakkerde slechts de hartstocht voor Romantiek aan,
+en Spanje snakte zóó naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek
+voor zijne behoeften, dat zij, die trachtten het publiek te voorzien
+van romantische lectuur, nauwelijks in staat waren, een voldoende
+hoeveelheid ervan te leveren. Het natuurlijk gevolg hiervan was een
+stroom van haastig geschreven minderwaardige verhalen. De fantasie,
+die eerst alleen maar gewaagd was, werd nu schaamteloos, en het toppunt
+werd in dit opzicht bereikt in uitingen van een ongezonde verbeelding
+als Belianis van Griekenland, Olivante de Laura, en Felixmarte van
+Hyrcania. Maar ofschoon de meeste van deze voortbrengselen onzinnig
+waren en beleedigend voor het menschelijk intellect en den goeden
+smaak, vonden zij toch ontelbare lezers, en alles wijst er op, dat
+het beroep van uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende
+eeuw buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen,
+die de schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de
+andere romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een
+menigte romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die
+van Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische
+geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over
+de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met
+zulk een flauwe kost bezighoudt; »want«, zegt hij, »er zijn menschen,
+die gelooven, dat al die dingen werkelijk gebeurd zijn, ofschoon het
+grootste gedeelte ervan onmogelijk is.« Zoo zou een criticus van onze
+dagen kunnen spreken over de voorkeur van het groote publiek voor de
+goedkoope romans, of de minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen,
+die in het groot worden gefabriceerd door de al te vlugge machines
+van de »Vernuft-Onderneming«.
+
+Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van
+het verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de
+godsdienstige verhalen als De Hemelsche Ridderschap, De Ridder van de
+Heldere Ster, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche
+figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan
+naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der
+Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar
+er verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van Amadis en de
+allerlaatste van zijne waardelooze imitaties. Het is niet moeilijk een
+verklaring te vinden voor de vlugge fabricatie en verspreiding van zulk
+een hoeveelheid goede en slechte lectuur. Wanneer wij bedenken, dat
+Spanje sedert eeuwen het land was geweest van de ware ridderlijkheid,
+dat zijn fantasie sterk ontwikkeld was in een langdurigen strijd
+met zijne heidensche vijanden, en dat het, in de ridderverhalen, die
+het nu met zulk een groote bewondering las, de afspiegeling vond van
+zijn eigen hoffelijken en heldhaftigen geest--den fijnstbesnaarden
+en ridderlijksten geest van Europa.
+
+
+
+EEN MOGELIJKE MOORSCHE INVLOED OP DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd op leven en dood
+met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft uitgeoefend op de
+Spaansche romantische verbeelding. Maar was die invloed van directen
+aard, en het gevolg van een voortdurend contact met de Mooren, of kwam
+hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die de Saraceen in Spanje
+achterliet, een betoovering, die nog versterkt werd door de wonderen
+van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat bijna geen Spaansche
+romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als een caballero en een
+waardig vijand. Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in
+deze lijvige boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien
+lijken in gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der
+verbeelding, een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de
+Turk in de werken van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche
+literatuur op de Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig
+wanbegrip van het publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van
+de Arabische letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze
+in staat waren, de Castiliaansche kunst en fantasie te beïnvloeden.
+
+De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect
+van een zwervende woestijnbevolking tot een taal, waarvan de schoonheid
+en dichterlijkheid wellicht ongeëvenaard zijn, is op zichzelf
+belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch tijdperk
+te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in Spanje
+optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering opwekken
+van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. Het
+ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en
+handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde
+trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen,
+waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk
+een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen
+wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat
+is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van
+hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als
+onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van
+hare fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de
+Arabieren in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne
+letterkunde zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan
+wel niet afstaan van den Castiliaan of den Cataloniër?
+
+
+
+ARABISCHE DICHTKUNST.
+
+De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog een onbeschaafd volk
+waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig voor het bereiken van
+een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid, maar zij bevorderde
+wel de ontwikkeling van hunne aangeboren opmerkingsgave, die hen een
+schat van synoniemen deed vinden, waardoor hunne taal zeer verrijkt
+werd. De vondst van synoniemen en van mooie en treffende vergelijkingen
+moeten beschouwd worden als de eerste voorwaarde voor een bloeiende
+dichtkunst, en gedurende een eeuw in het tijdperk der Moorsche
+overheersching in het Oosten, zien wij de schitterende dynastie van
+de Abbassiden (circa 750) optreden als beschermers van een dichtkunst,
+die door de rijke Arabische taal zoo gemakkelijk tot uiting kwam.
+
+Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van
+de Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen
+oefening van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste
+voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde
+in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen
+»marktwaarde« meer heeft, was toen voor de waarlijk ontwikkelde hoogere
+standen een noodzakelijke levensbehoefte, kostbaarder dan de balen
+zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand, of de reukwerken van
+Syrië, waarvan hunne legenden vol zijn, zooals de muren van Aladins
+paleis overdekt zijn met tooverachtige edelsteenen. Maar voor de
+Arabieren waren woorden inderdaad juweelen. Toen Al-Mamoun, de zoon
+van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden dicteerde aan den
+Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de cijns, dien hij van
+zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling manuscripten van de
+beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den heerscher over een
+volk van dichters waardig!
+
+Maar het veroverde Spanje was vóór alles de zetel en het middelpunt
+van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova, Granada, Sevilla--ja,
+eigenlijk alle steden van het Schiereiland, die door de Saracenen
+bezet waren, betwistten elkander den roem van hunne scholen en
+onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere centra voor den
+geleerde en den kunstenaar.
+
+De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje
+bestonden, maakten Europa, met zijn gebrek aan ontwikkeling, te
+schande, en in dien tijd was het veel meer Arabië dan het vervallen
+Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch
+werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van
+duizenden Spanjaarden, die in het Zuiden onder Moorsche heerschappij
+leefden. Zelfs werd in het midden der achtste eeuw de Heilige Schrift
+in het Arabisch vertaald voor de talrijke Christenen, die geen andere
+taal kenden. De colleges en universiteiten, die door Abderahman
+en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht door een groote
+menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de dichtkunst,
+ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van grooten
+invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij echter
+dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige beschaving,
+dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken heeft aan de
+Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf.
+
+De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk belangstellen,
+is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien deze gehad heeft
+op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit zeer begaafde volk,
+dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het oogenblik van
+hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt. Haar warme
+en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met de meer
+stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door de
+Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard,
+vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen
+was, in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere
+gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het
+andere. Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading
+te kort kan doen aan de schoonheid van iets, dat uit zichzelf reeds
+waarlijk schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden,
+ons gerust te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen
+betreft. Maar reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de
+Arabische literatuur, zien wij, dat de dichter werd meegesleept door
+zijn groote liefde voor het onderwerp, dat hij beschreef. In den
+tuin van den Arabischen dichter is elke bloem een juweel, elk stukje
+grond een kostbaar Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het
+Paradijs, wier lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het
+onderwerp worden van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik
+van synoniemen en van den overtreffenden trap, de overdrijving in
+de uitingen hunner liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een
+strekking en van die wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters
+van het Westen hunne tijdgenooten geleerd hebben, filosofische
+vraagstukken voor zichzelf op te lossen--dat waren de zwakheden van
+de Arabische zangers. Zij stelden een korte spreuk in de plaats van
+een verhandeling. Zij begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts
+vermaak beoogt, maar ook een middel is van groote opvoedkundige waarde.
+
+De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer
+te hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn
+onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van
+een lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een
+voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was
+de natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden,
+een diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen.
+
+Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der Arabieren
+een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen. Wij kunnen
+het slechts betreuren, dat hun, door verschillende omstandigheden,
+de gelegenheid niet werd geboden, hunne gaven in de goede richting te
+ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen der Arabische staten,
+met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk bezochte academies,
+en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte van Centraal-Azië tot
+aan de Westelijke havens van de Middellandsche Zee, en wij wenden ons
+dan naar de plaatsen, waar dit alles bloeide, dan moet het ons wel
+zeer aan verbeeldingskracht ontbreken, wanneer wij niet onder den
+indruk komen van het totale verval, waaraan deze streken ten prooi
+zijn geworden. Het groote, naijverige en moedige ras, dat deze landen
+heeft overwonnen en beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten
+verzameld, en de onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan
+zijne voeten, om te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de
+Openbaringen der Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk,
+dat uit de woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug.
+
+
+ Waar ééns, in Djamschids fonkelend paleis
+ De jonge Houri's dansten bij den klank der luit,
+ Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn;
+ En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar buit.
+
+
+
+DE MOORSCHE »MODE« IN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte van gevoel, vinden
+wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste tot aan het begin
+der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren beslist, zoo nu en dan
+zelfs hinderlijk, Europeesch, hetgeen verklaard moest worden uit
+haar oorsprong. [16] Maar het schijnt, dat met de Castiliaansche
+bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de atmosfeer, die
+de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed uitoefende op den
+Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben omgeven met een
+stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne beschaving, waarvan
+de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in zijn architectuur en
+andere kunstuitingen, hij zulk een diepe bewondering had. Wanneer
+onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er ongeveer in dien tijd
+een Moorsche »Mode« in de Spaansche letterkunde zijn opgetreden,
+zooals er in Engeland een hartstocht ontwaakte voor alles wat
+Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, toen de Engelschen
+in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was voornamelijk
+pseudo-Saraceensch, niet beïnvloed door letterkundige voorbeelden,
+en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de kunstuitingen dan van
+het persoonlijk contact met de bevolking. Lang vóór de vijftiende eeuw
+echter, met hare manie voor alles wat Moorsch was, had de Arabische
+geest al ingewerkt op de Spaansche letterkunde, zij het ook slechts
+in geringe mate en onbewust. Wat echter de uiterlijke vormen van de
+Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in
+poëzie, iets van de Moorsche overgenomen, en dit is voornamelijk
+het geval met de assonanten, die de Castiliaansche dichtkunst
+kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de gedichten
+van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren schijnen
+echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar hunne
+behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking
+hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd
+op Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies
+van Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne
+de Fransche rondeau, of Dobson de ballade, of zooals droogstoppels
+aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven,
+waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige,
+de onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen
+taal hun biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit
+alle tijden zich hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den
+grooten stroom van Castiliaansche literatuur, dan dergelijke pogingen
+plegen te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige
+van de populaire Coplas, of coupletten, schijnen echter rechtstreeks
+uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen niet te verwonderen is,
+wanneer wij denken aan het groote aantal menschen van gekruist ras,
+dat in het midden der zeventiende eeuw Spanje bewoonde. Het staat ook
+vast, dat Arabisch de spreektaal was van duizenden Christenen in het
+zuiden van Spanje. Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen
+tegenstander had in het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch
+even hardnekkig bestreed als de Spanjaard het den Moor deed. [17]
+
+Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het
+Arabisch als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van
+verscheidene romances beweren, dat het slechts vertalingen uit
+het Arabisch zijn--meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars
+en sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden
+weerlegd. Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten
+wij erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden
+van Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek,
+de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden waren echter
+ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, was de
+invloed meer »geestelijk« dan »materieel.« Christelijk Spanje had
+gedurende achthonderd jaar de Saracenen van zich af weten te houden
+en toen het tenslotte erin toestemde uit den Saraceenschen beker te
+drinken, vulde het dien met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank,
+die dezen beker vroeger tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen
+geur en smaak van het Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak,
+maar toch onmiskenbaar.
+
+
+
+HET TYPE VAN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Het beste type van de Spaansche Romance is dat, waarin de geest van
+het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van ridderlijkheid. Het
+oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer, zijn fijn gevoel
+voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was als het ware de
+smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd werden. De
+eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er ruimschoots
+toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis wemelde,
+te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een levendige
+belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen enkel ander
+land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de kenteekenen
+der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of de
+Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met
+een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te
+overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was
+dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn
+ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte,
+toen hij bemerkte, dat zijn riddermanieren en zijn pantser veranderd
+waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat
+dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme
+gewonnen als het ontgoochelde.
+
+De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van
+ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht
+en uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken,
+groote hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol
+getrouwen, in Valencia, Mexico, Italië of Arancanië, de fabelachtige
+daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere tijden zond
+het ijzerland Castilië oorlogsschepen uit, om zijne banieren over
+de onmetelijke zeeën te dragen naar de verst verwijderde gedeelten
+der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven in het harnas,
+omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van kwaadwillige
+toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders ontmoetten, die
+op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield hen staande in
+hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en doodsgevaar? Kunnen
+wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun Vaderland hen als
+met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer zij ten strijde
+trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der helden uit de oude
+romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare uit de trompetten
+van herauten bij een tournooi?
+
+
+ En toen wij rustten ons ten strijd,
+ Toen zong ons hart van zaligheid,
+ Wij hoorden 't krijgsgetier.
+ Bij 't denken aan Orlando's smart
+ Aan Felixmarte's ridderhart
+ En den dood van Olivier.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II. DE »CANTARES DE GESTA« EN DE »POEMA DEL CID«.
+
+
+ Als in de hooge koningszaal
+ De ridders en jonkvrouwen bij het maal
+ Een kostelijk lied verlangen,
+ Dan komt des minstreels schoone tijd,
+ Hij zingt van ridders en woesten strijd
+ En zijn teedere minnezangen.
+
+
+Wij hebben reeds gesproken over den Franschen oorsprong van de Cantares
+de Gesta; hun naam reeds verraadt hunne Gallische afkomst. Maar
+wij moeten nog eens duidelijk in het licht stellen, dat de Cantares
+spoedig hun Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche
+kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen
+karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken
+op wat hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk,
+wat over hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt
+omgetooverd, zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast
+aan zijne nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte
+en Amerika het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van
+de Fransche Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen
+dichtvorm zal hun oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de
+aard van de scheppende en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet
+voorgoed worden veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn,
+wanneer wij in Spanje de Fransche trouvères en jongleurs terugvinden
+als trovadores en juglares. De trovador was de dichter, de schepper;
+de juglar was slechts de zanger, de voordrager, ofschoon de grenslijn
+tusschen beiden niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde
+juglares waren ook de makers van de cantares, die zij zongen, terwijl
+een onbeteekenende trovador soms genoodzaakt was, de liederen van
+anderen te zingen. Instrumentalisten of begeleiders waren bekend
+onder den naam van juglares de péñola, ter onderscheiding van de
+voordragers of zangers, de juglares de boca.
+
+
+
+DE ZANGERS VAN HET OUDE SPANJE.
+
+Met het optreden van den juglar werd er afstand gedaan van den Cantar,
+want hij pleegde hem te veranderen en te besnoeien, langer of korter
+te maken, naar zijn gevoel voor de behoeften en den smaak zijner
+toehoorders het hem ingaf. Menigmaal trachtte hij den Cantar te gieten
+in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten goede
+kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een instrumentalist,
+maar door een remendador of gebarenspeler, die zijn verhaal door
+een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren
+berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij
+leefden meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een
+beker wijn was hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog
+niet bezoedeld door den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal
+naar feestzaal, van kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun
+zending--het verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw.
+
+
+ Gij lang gestorven broeders van de minnezangen,
+ Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt ontvangen,
+ Gij leeft nog voort in 't hedendaagsche lied!
+
+
+Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. Met het toenemen van
+den smaak voor de cantares, werden de trovadores en hunne trawanten,
+zooals dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de genietingen
+van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, dat de
+uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van den
+kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, »te bezoedelen
+met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den dichter.«
+
+Deze »geesten uit hooger sfeer« versmaadden helaas de goede gaven
+niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den trovador met
+hunne gunsten, vleiden hem, door zijn kunst en zijn leven na te
+bootsen, en voegden zichzelf bij hun gilde. Weinig menschen van
+geest zijn zóó geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid
+en heerschzucht volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt
+dichterlijke aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als
+militaire blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij
+waren door vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne
+onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte
+en zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte,
+zelfs in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het
+publiek kreeg genoeg van die eeuwige cantares en het getokkel op
+één snaar. Het werd meer en meer gebruikelijk romances te lezen,
+inplaats van ernaar te luisteren, en zóó kwam het voor, dat de
+juglares langs de heirwegen van Spanje trokken en op de hoeken der
+straten hunne liederen voordroegen in een toestand van verarming, die
+vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere gebrekkige,
+maar toch eervolle omstandigheden.
+
+Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven,
+in tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk
+kan vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons
+een duidelijk beeld te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger
+aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan één ervan te danken
+aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de oude Kronieken
+van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van letterkundig
+balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de cantar van Bernaldo
+de Carpio werd ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de
+Algemeene Kroniek van Spanje, die in 1260 door Koning Alfonso den
+Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal kunnen vinden
+in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De dichterkoning
+verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft gegrond op
+»Oude balladen« en in den geest, zoowel als den vorm van zijn verhaal
+van den legendarischen held kunnen wij den invloed van den cantar
+duidelijk waarnemen.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN BERNALDO DE CARPIO.
+
+Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken leeftijd bereikt had,
+was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend met de omstandigheid,
+dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn moeder was een zuster
+van Don Alfonso van Castilië en was in het geheim gehuwd met den
+dapperen en edelen Graaf de Sandras de Saldaña. Koning Alfonso, diep
+beleedigd dat zijn zuster iemand gehuwd had, die zoo zeer haar mindere
+in rang was, wierp den graaf in de gevangenis, waar hij hem van het
+gezicht liet berooven, en sloot de prinses in een klooster op. Hun
+zoon Bernaldo voedde hij echter zeer zorgvuldig op. Toen hij nog een
+jongeling was, bewees hij zijn oom belangrijke diensten, maar toen
+hij vernam, dat zijn vader in de gevangenis zuchtte, maakte een diepe
+zwaarmoedigheid zich van hem meester, en hij stelde geen prijs meer op
+de dingen, die vroeger zijn grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van
+zich bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren
+rouw, en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem,
+zijn vader de vrijheid terug te geven.
+
+Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was
+met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat
+voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde
+voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard,
+zóó verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit het veld
+geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te helpen
+door een barsch antwoord, zeide hij streng: »Bernaldo, als gij mij
+lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer u,
+dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal verlaten.«
+
+»Sire«, antwoordde Bernaldo, »gij zijt mijn Koning en kunt doen,
+wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere gedachten
+moge brengen.«
+
+Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde
+hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem
+zou opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus,
+en weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van
+Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel
+van Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder
+het voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw
+had van zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten,
+verzamelde zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap
+met de Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd
+bij Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden,
+voornamelijk door de behendigheid van Bernaldo, die met eigen hand
+den beroemden ridder Roland doodde.
+
+Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te
+beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit 's Konings handen
+ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde
+de koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond
+hij een voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte
+Bernaldo, bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en
+zijn verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de
+populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een
+laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader
+in vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het
+groote kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem
+oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem
+dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke
+Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden.
+
+»Daar komt uw vader, Bernaldo«, zeide hij spottend, »omhels hem.«
+
+Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand. Maar
+toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep hij,
+dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo
+luid te schreien en te jammeren, zeggende: »Helaas, Graaf Sandas,
+ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand zóó verlaten
+als ik; want nu gij dood zijt, en mijn kasteel is weg, weet ik niet,
+wat ik beginnen moet!« Sommige Cantares de Gesta vermelden, dat de
+koning toen zeide: »Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele woorden,
+en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te verlaten.«
+
+Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door dezen genadeslag,
+wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van dien dag af
+werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien, noch werd
+de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord. Ongelukkig en
+wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam leeft in de
+balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een dapper
+ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en wraakgierig
+Koning, groot onrecht is aangedaan.
+
+Ofschoon de Cantares van Fernán González en de Kinderen van Lara ook
+in de kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven,
+deze in het hoofdstuk over de ballades te behandelen, daar zij in
+dien vorm het meest bekend zijn.
+
+
+
+DE »POEMA DEL CID«.
+
+Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste van de Cantares
+de gesta is de beroemde Poema del Cid, die nog steeds zoo genoemd
+wordt, ondanks alles wat wij van den oorspronkelijken vorm weten. Dat
+het een Cantar is, moet iedereen duidelijk zijn, die eenigszins
+bekend is met de Fransche Chansons de gestes. Zooals zoovelen der
+Chansons-helden wordt de Cid het slachtoffer van de ondankbaarheid
+zijns Konings, en wordt hij later weder in genade aangenomen. Wij
+ontmoeten in het gedicht voortdurend den gebruikelijken zinsbouw
+van de Chansons, en ook de atmosfeer van blufferige heldhaftigheid
+versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat. Er zijn ook
+duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de Poema, de Chanson de
+Roland had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet beweren,
+dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat pleegde
+ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er bestaat
+overeenkomst tusschen verschillende kleinere gebeurtenissen, hetgeen
+echter volkomen wordt goedgemaakt door de oorspronkelijke en bezielende
+wijze, waarop het onderwerp behandeld is. De gedachte en de vorm
+zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen Franschen invloed,
+behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde uitdrukkingen,
+die de clichés zijn van het middeleeuwsche heldengedicht.
+
+
+
+HET EENIGE MANUSCRIPT.
+
+Er is slechts één manuscript bekend van de Poema del Cid, het
+handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in
+het laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke
+bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden,
+dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de
+geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het
+in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt
+MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan,
+daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt,
+met opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245
+(1207 Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de
+juiste datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht
+zelf dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van
+de 12e en het midden van de 13e eeuw.
+
+Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. Het
+begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het
+midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame
+hand. Sanchez verklaart in zijn Poesias Castellanas anteriores al
+Siglio XV (1779-'90), dat hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596
+gemaakt is en waaruit blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde
+onvolkomenheden vertoonde als nu.
+
+
+
+
+DE SCHRIJVER ONBEKEND.
+
+De persoonlijkheid van den schrijver van de Poema del Cid zal
+waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een
+priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het
+een beroeps-trovador was. In Frankrijk waren de trouvères en niet de
+geestelijken de scheppers van dergelijke gedichten, waarom zouden de
+trovadores het dan niet in Spanje zijn? [18]
+
+Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de
+gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk;
+waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste
+maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van
+verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen,
+heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo,
+en een monnik was uit het klooster Cardeña, in de nabijheid van Burgos;
+maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit het
+gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker dan het
+vermoeden, dat hij een Asturiër zou zijn, omdat hij den tweeklank
+ue niet gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen,
+dat hij in elk geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn
+heftigen politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat
+daarbij behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copiïst was, blijkt
+duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij
+hem het behoud van de Poema te danken hebben, wordt onze dankbaarheid
+wel zeer getemperd door onze ontstemming over de wijze, waarop hij
+zijn taak volbracht. Want de copie staat vol noodelooze herhalingen,
+hij schrijft dikwijls twee regels door elkaar, en plaatst zoo nu en
+dan zelfs den inhoud van den éénen regel op den anderen, in zijn haast,
+om van zijn werk af te zijn.
+
+
+
+ANDERE CANTARES VAN DEN CID.
+
+Dat er ook andere Cantares zijn, die van den Cid verhalen, weten
+wij door de onderzoekingen van Señor Don Ramón Menéndez Pidal,
+die bewezen heeft, dat één ervan is opgenomen in de oudste uitgave
+van de Crónica General, waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard
+zijn gebleven, dateerende uit verschillende tijdperken. Wij weten
+nu ook, dat het gedeelte, waarvan hier sprake is, niet zooals men
+vroeger meende, afkomstig is van de Poema zooals wij die kennen. De
+gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Crónica zijn
+ook overgenomen uit een anderen Cantar van den vereerden held, bekend
+als de Crónica Rimáda, of Cantar de Rodrigo, dat waarschijnlijk het
+werk was van een juglar uit Palencia, en blijkbaar een mengelmoes
+van verschillende verloren Cantares over den Cid, zoowel als van
+andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar dateert echter
+uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat er
+verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van
+Spanje in zijn opgenomen.
+
+
+
+DE MAAT VAN DE »POEMA DEL CID«.
+
+Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht, zooals dit met alle
+Cantares het geval was, geschreven is om in het openbaar te worden
+voorgedragen. De uitdrukking »O Señores,« die wij telkens ontmoeten,
+heeft dezelfde bedoeling als het »Listen lordings,« dat zoo veelvuldig
+in de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht
+te trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een
+middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is
+bijna even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is
+voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige
+regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen,
+terwijl andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de
+onoplettendheid of de haast van den copiïst. Het komt mij voor, dat
+de Poema, ofschoon in veel van de beste gedeelten van groote waarde,
+toch eenigszins overschat is, en ik verdenk menig Engelsch criticus,
+die zoo uitbundig de voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan,
+het nooit in zijn geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn
+buitengewoon onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij,
+die ons herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer
+de oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott
+wekt (de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend)
+en een machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in
+een waar Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het
+breken der Castiliaansche speren op de Moorsche schilden, dan worden
+wij herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne's Erechtheus:
+
+
+ »Met een aardschok van botsend geweld,
+ en met hoeven, bloeddruipend en rood,
+ Grijpt de woedende krijg naar de zeis
+ en zijn voet brengt den vlammenden dood.«
+
+
+Maar de waarde der muziek van de Poema is niet uitsluitend gelegen
+in luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed
+vuriger door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect
+niet alleen door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit
+met den Engelschen dichter het geval is.
+
+
+
+BEGIN VAN HET GEDICHT.
+
+Het begin van de Poema del Cid, zooals wij dat bezitten, is treffend
+en dramatisch genoeg, om ons te troosten over het verlies van het
+oorspronkelijke begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het
+verraad van de Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een
+koninklijk bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088),
+rijdt ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een
+vrij nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier:
+
+
+ Hij wendt den blik nog eens naar 't huis, en tranen stroomen neer,
+ De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar nauwlijks
+ meer.
+ Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door de hal,
+ Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in den stal.
+ Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn hand;
+ Een ridderlijke bedelaar...., zóó trekt hij uit zijn land,
+ Hij zucht, zooals een strijder zucht: »U Heer, zij lof en prijs!
+ Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig gunstbewijs.
+ De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij terneer,
+ Maar éénmaal komt de dag, dat Gij mij wreken zult, o Heer!«
+ Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit Bivar's poort.
+ Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel voort.
+ En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik:
+ »Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als ik!«
+ Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de straat;
+ Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef gelaat.
+ »Daar gaat,« zoo zuchtte menig hart, »een goed en trouw vasal,
+ Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten val.
+ En zeker had hem menig dak beschut dien droeven nacht,
+ Als Burgos' volk niet had gevreesd des Konings sterke macht;
+ Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het gansche land:
+ »Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis wordt platgebrand.«
+ Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men den blik....
+ Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder Roderick.
+ Bij 't huis, waar hij te wonen placht, daar sprong hij van zijn ros:
+ »Uw meester staat hier voor de poort, maak slot en grendels los!«
+ Maar uit een venster sprak de maagd, die 't slot voor hem bewaart:
+ »O Heer, die eens in beter tijd hanteerde 't roemrijk zwaard,
+ Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door zijn hand,
+ Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit 't Spaansche land.
+ Wie onzer, zij het slechts één nacht, een schuilplaats U mocht biên,
+ Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht zien.
+ Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U bij;
+ Voor U geen rust in 't Vaderland, want gij zijt vogelvrij.
+
+
+Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen plaats konden
+vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig naar
+de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten
+opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez
+Antolinez zich bij hen, één van de vroegere vasallen van den Cid,
+die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en hem
+trachtte te troosten. De Cid bezat geen maravedi en wist niet,
+hoe hij zijne mannen van voedsel en wapenen moest voorzien. Maar
+hij en Antolinez bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het
+noodige voor den krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten,
+bedekten deze met rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers,
+zoodat zij er zeer kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met
+rivierzand, en sloten ze stevig dicht.
+
+
+
+GELD LEENEN IN DE ELFDE EEUW.
+
+»Martinez Antolinez«, zeide de Cid, »gij zijt een eerlijk man en
+een trouw vasal. Ga naar de Joden Raquel en Vidas, en vertel hun,
+dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, die ik hun in bewaring wil
+geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te nemen. Geef hun deze
+kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. Ik roep God en
+al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik tot het
+uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij vertrouwen.«
+Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, zocht de Joden Raquel
+en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, hun rijkdom en hun
+winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een groote schatting
+had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat hij hun die in
+bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke som daarop wilden
+leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten gedurende een vol
+jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en stemden er in toe,
+de kisten te verbergen en gedurende minstens een jaar den inhoud niet
+te onderzoeken. »Maar zeg ons eens«, zeiden zij, »met hoeveel is de
+Cid tevreden en welke interest wil hij ons voor dat jaar geven?«
+
+»Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den Cid, om
+hulp«, zeide Antolinez; »hij heeft minstens zeshonderd Marken noodig.«
+
+»Wij willen hem die som met genoegen geven«, zeiden Raquel en Vidas,
+»want de schat van zulk een machtig heer als de Cid, kan niet anders
+dan onmetelijk groot zijn.«
+
+»Haast u dan«, zeide Antolinez, »want de nacht nadert en mijn meester,
+de Cid, is door een vonnis gedwongen, Castilië oogenblikkelijk te
+verlaten.«
+
+»Neen«, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, »dat is geen
+zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen.« Zij verzochten dus te
+worden gebracht naar de plaats, waar de Cid kampeerde, en nadat zij
+hem begroet hadden, betaalden zij hem de afgesproken som. Zij waren
+verbaasd en verrukt over de zwaarte der kisten, en vertrokken hoogst
+voldaan, nadat zij Antolinez nog een commissieloon van 30 gouden
+Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat hij in de zaak gehad had.
+
+
+
+DONNA XIMENA.
+
+Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp op, en galoppeerde
+door den nacht naar het klooster San Pedro de Cardeña, waar zijn vrouw,
+Donna Ximena, met zijn beide jeugdige dochters vertoefden. Hij vond
+haar verzonken in gebed voor zijn welzijn, en zij ontvingen hem met
+de hartelijkste betuigingen van vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en
+deelde hem mede, dat hij op het punt stond op avontuur uit te trekken
+naar het land van de Mooren, en hij overhandigde hem een som, die
+toereikend was voor het onderhoud van Donna Ximena en hare dochters
+tot aan zijn terugkomst en hij voegde daarbij nog een milde gift ten
+behoeve van het klooster.
+
+Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het
+geheele land verspreid en zóó groot was de roem van zijn dapperheid,
+dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren schaarden. Toen
+hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug van Arlanzon,
+was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem wenschten te
+volgen op zijn avontuurlijke tocht. Het afscheid van zijn vrouw en
+dochters is treffend geteekend:
+
+
+ Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de hand,
+ Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn land.
+ En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van rouw,
+ Bij d'aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn kinderen en vrouw.
+ Totdat Minaya eind'lijk riep, zijn metgezel en vriend:
+ »De droefheid is geen passend kleed voor wie de wapens dient,
+ Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig uur,
+ Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar avontuur.
+ Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen zaligheid!
+ Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van den strijd!«
+
+
+Toen gaven zij hunne paarden de sporen en galoppeerden naar de grenzen
+van Christelijk Spanje en staken op vlotten de rivier Duero over,
+waarna zij op Moorschen bodem stonden. Ver in het Westen konden zij de
+sierlijke Minaretten van de Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende
+in de middagzon, een zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden
+veroveren in het land der heidenen. In Higeruela schaarden zich nog
+meer dappere strijders onder de banieren van den Cid, grensbewoners,
+voor wie een rooftocht een feest was, en het breken van speren de
+schoonste muziek. Toen de Cid dien nacht sliep, droomde hij, dat
+de Aartsengel Gabriel hem verscheen, en tot hem zeide: »Stijg op,
+o Cid Campeador, stijg op en rijd heen; uw zaak is rechtvaardig;
+zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij onderneemt, u gelukken.«
+
+Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen. Hij
+lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Fañez en andere ridders een
+rooftocht ondernamen naar Alcalá. In hun afwezigheid bemerkte de
+Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche stad, de
+plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de poorten te
+sluiten. Hij en zijne mannen deden een aanval op de poorten, doodden
+de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen de stad zonder veel
+strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de schat van goud en
+zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen vonden. Maar zij
+waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer tot dienaren
+dan tot slaven maakten.
+
+
+
+DE INNEMING VAN ALCOCER.
+
+Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid en zijne volgelingen
+door de Vallei van Henares langs Alhamia naar Bubierca en Ateca, en
+daar hij in een onbekend land was, omringd door een menigte vijanden,
+nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke Saraceensche stad
+Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed bewaakt en hij
+zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde heendringen, het door
+krijgslist moest gebeuren en niet alleen door vechten. Daarom riep hij
+op een morgen, nadat hij gedurende vijftien weken Alcocer belegerd had,
+zijne manschappen terug, alsof hij zijne nuttelooze pogingen opgaf,
+en hij liet maar één tent achter.
+
+Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne
+begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden,
+liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en
+zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de
+stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren
+en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte
+hem niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te
+halen. De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen
+op de dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De
+ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten
+in alle richtingen en spoedig was de vlakte overdekt met in het wit
+gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met enkele vertrouwde
+volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de Spanjaarden
+Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte was,
+behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem overgaven,
+barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen, en wij
+zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden. Laat
+ons liever hen tot onze dienaren maken.
+
+De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer
+verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij
+berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo
+Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te
+plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning
+Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond
+een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador
+tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den
+Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen,
+opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de
+komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen
+op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de
+geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op
+hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden
+dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht,
+dat zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem,
+ten strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was
+bekend met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te
+willigen. Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar
+de Cid wist te goed, dat het dwaasheid zou zijn, met zijne driehonderd
+man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen,
+en hij wachtte dus zijn tijd af.
+
+
+
+DE STRIJD MET DEN MOORSCHEN KONING.
+
+Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer van Alcocer af
+te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid begreep, dat
+zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig maakte. Alvarez
+Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals een strijdros,
+wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een krachtigen uitval,
+en de Cid, die den moed van zijne mannen kende, stemde toe. Eerst zond
+hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde de versterkingen. Hij
+liet slechts twee mannen achter om de poort te bewaken, stelde zijne
+troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten rijen en in volkomen
+slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten aan den dichter.
+
+
+ Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme zwaard,
+ Hoor 't schetterend trompetgeschal en 't dreunen van de aard!
+ Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest gebaar,
+ En om elk vaandel legert zich een zwarte heidenschaar;
+ Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand aan,
+ En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te slaan.
+ »Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij ridders,« roept de Cid,
+ »En sluit de rijen, want de aard' zag nog zoo'n aanval niet.«
+ Maar 't vurig hart van Bermuez sprong op bij 't tromgeluid:
+ »Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat nooit!« zoo riep hij uit.
+ »Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij in den strijd!
+ Op, Ridders, tegen 't heidendom, voor Spanje en Christenheid!«
+ »Blijf kameraad,« zoo sprak de Cid, maar Pedro schudde 't hoofd,
+ En sprak: »Hij volg' mij trouw, die in de heil'ge zaak gelooft.«
+ Fier hief de ridder zich in 't zaâl, en liet de teugels los,
+ De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros.
+ En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten doet,
+ Zoo wierp de held zich in die zee, den Saracenenvloed;
+ En onbewogen als een rots, die in de branding staat,
+ Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter slaat,
+ Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen doet
+ Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken moed.
+ »Ter hulpe!« roept de eedle Cid, »op! voor het heilig kruis!
+ Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch gespuis!«
+ Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten losgemaakt,
+ Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn kluisters slaakt,
+ Nòg feller dan de vurigheid van 't ongebreideld ros,
+ Zoo barst de woede van Castille op den vijand los.
+ »Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden aan,
+ En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd weerstaan!«
+ Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op bevel,
+ Driehonderd heid'nen liggen neer, een vlug en dood'lijk spel,
+ De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer;
+ Ontelb're schilden liggen dan in 't zand versplinterd neer.
+ Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in 't bloed nu van den Moor,
+ Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte door.
+ Gelijk de bliksem 't luchtruim klieft, zoo schittert in de hand
+ Van Roderick het scherpe zwaard; en mèt hem houden stand
+ Alvarez Fannez, Gustior, en enk'le trouwen meer.
+ Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer
+ Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen held!
+ Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp gesneld,
+ Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den dood,
+ Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg bood.
+ Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste hand,
+ Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt in 't zand.
+ »Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog dreigt gevaar,
+ De phalanx van den vijand staat nog ongebroken daar.«
+ Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en dood,
+ Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de aarde rood.
+ De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild met kracht,
+ De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de macht.
+ De moedige Antolinea valt dan op Galve aan;
+ Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te staan.
+ Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den smaad,
+ Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed gelaat.
+ Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen strijd,
+ Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen tijd.
+ Geen waardiger en trotscher strijd bezong een heldenlied:
+ Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle Cid!
+
+
+Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was
+volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man
+verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een
+schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij
+hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik
+was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer
+verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castilië,
+zond hij Alvarez Fañez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof met
+dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden.
+
+Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins,
+den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag,
+dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden,
+onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den
+losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor
+drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de
+Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden
+van het district Mont'real. Hij maakte alle Moorsche steden in den
+omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw kamp.
+
+Intusschen was Alvarez Fañez naar het Hof gereisd, en had den Koning
+de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten geschenke
+aangeboden. »Nog is het geen tijd om den Cid weder in genade aan te
+nemen«, zeide Alfonso; »maar daar deze paarden van de ongeloovigen
+komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen. Ik schenk u vergiffenis,
+Alvarez Fañez, en hef uw ballingschap op. Wat den Cid betreft, ik kan
+niet anders zeggen, dan dat, wanneer een dapper strijder zich onder
+zijn banier wil scharen, ik hem dat niet zal beletten.
+
+
+
+DE OORLOG MET RAYMOND BERENGER.
+
+De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger, een trotsch en
+aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid in een gebied,
+zóó dicht bij het zijne gelegen, als een persoonlijke beleediging, en
+in groote woede verzamelde hij al zijne manschappen, Mooren zoowel als
+Christenen, en maakte zich op, om den Cid te verdrijven uit de streek,
+die hij schatplichtig had gemaakt. Toen de Campeador hoorde, dat dit
+leger in aantocht was, zond hij een afgezant naar Graaf Raymond, om
+hem de verzekering te geven van zijne vredelievende bedoelingen ten
+opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat zijn persoonlijke waardigheid
+beleedigd was, en hij weigerde den boodschapper te ontvangen.
+
+Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van
+Mont'real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren
+geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat
+hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die
+de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende
+Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd
+zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische
+krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige
+huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den
+Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want
+de ridders van Castilië, geschoold in een voortdurend oorlogvoeren,
+hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid zelf viel Graaf
+Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada af te staan,
+dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere oorlogsdaden
+van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de overlevering vertelt,
+dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche Excalibur, wordt nog
+getoond in de Armeria te Madrid, en alle geloovige bewonderaars van
+ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat dit het zwaard is, dat de
+Campeador op den trotschen Berenger veroverde; zelfs de zekerheid,
+dat het gevest uit de vijftiende eeuw dateert, brengt dit geloof niet
+aan 't wankelen.
+
+De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal
+zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht,
+om de blijde gebeurtenis te vieren.
+
+De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze
+uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit
+de hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust
+benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem
+weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood
+met hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben
+gedronken. Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel,
+en op den derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in
+vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit
+was teveel voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek
+te zijn dan zijn tegenstand. »Groote Goden!« roept de dichter uit,
+»met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo vlug,
+dat de Cid de bewegingen niet kon volgen.« Toen gaf de Cid hem de
+vrijheid en zij scheidden als goede vrienden.
+
+
+ »Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij en moedig Frank,
+ Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte dank.
+ En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans keer',
+ Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken weer.«
+ »Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons is 't vree:
+ Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard blijv' in de schee.«
+ Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels 't gelaat
+ En keek hij angstig achterom, als vreesde hij verraad;
+ Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer opgeweld,
+ In 't harte van den trouwen Cid, dien nooit volprezen held!
+
+
+
+DE CID VOERT OORLOG AAN DE ZEEKUST.
+
+De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en voerde zijne troepen
+naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia bemerkten, dat hij
+zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden zij zeer, en zij
+besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te zenden, dat hij
+onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde zijne aanvallers
+met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem langer tegen
+te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze streek en
+ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders vestigden
+zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij aten het
+brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak onder
+de Mooren, die bij duizenden stierven.
+
+Toen zond de Cid afgezanten naar Castilië en Aragon met de boodschap,
+dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden
+onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden
+duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor zóó
+versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen Valencia, de
+Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich met zijn
+geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar. Negen
+maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden de
+inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was
+de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het
+aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend
+Marken. Zijn macht nam dientengevolge zóó toe, dat niet alleen zijn
+eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem begonnen
+te beschouwen als hun rechtmatigen Koning.
+
+Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen Koning
+van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te
+mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen
+Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en
+versloeg hem zóó volkomen, dat hij na dien nooit meer in staat was
+den Campeador te bestoken.
+
+Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem weer
+in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken. En
+hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer
+zijn baard zou laten scheren. »Zoo,« zeide hij, »zal mijn baard beroemd
+worden onder Mooren en Christenen.« Hij zond Alvarez Fañez ten tweede
+male naar het Hof, met een geschenk van honderd schitterend opgetuigde
+paarden van het zuiverst Arabische bloed, met de bede, dat hij zijn
+vrouw, Donna Ximena, en hunne dochters, zou mogen brengen naar zijne
+goederen, die hij zich met het zwaard veroverd had.
+
+Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen,
+Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had
+gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De
+Cid was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor
+den dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te
+verspreiden en de Saracenen uit te roeien.
+
+Inmiddels reisde Alvarez Fañez naar het Hof en werd tot den Koning
+toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Fañez hem deed over
+de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren had bevochten
+in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen aan de Kroon
+van Castilië, en een bisdom had gesticht midden in het gebied der
+heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna Ximena en de
+jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij het hooren
+van dit bericht, was Graaf Garcia Ordoñez van de Leonesische partij,
+die indertijd de aanleiding was geweest tot de verbanning van den Cid,
+en die hem uit den grond van zijn hart haatte, zeer verstoord. De
+twee Infantes of Prinsen van Carrión echter, die de groote macht en
+den groeienden invloed van den Cid zagen, besloten, diens dochters
+ten huwelijk te vragen aan den Koning, maar zij verzwegen dit plan
+voorloopig.
+
+Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de
+Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden,
+dat Alvarez Fañez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich daarheen,
+en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen. Alvarez Fañez
+verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals de Cid beloofd had,
+en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn meester belet had,
+aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen. Zij waren volkomen
+bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun vertrouwen in
+den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend, om den aard
+te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven had.
+
+
+
+DE CID VERWELKOMT ZIJN GEZIN.
+
+Alvarez Fañez reisde nu met Donna Ximena en de dochters van den
+Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar hare nieuwe
+woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg hij zijn
+beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de Mooren
+veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, om haar
+naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie met
+groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het kasteel,
+van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar veroverd
+had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave.
+
+Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen zij
+van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij beschouwden
+het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van Spanje op
+hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning Yussef
+verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij over
+zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad
+voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit:
+»Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters hier
+heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons brood
+verdienen in het vreemde land.«
+
+De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij
+omsingelden Valencia zóó dicht, dat niemand de stad kon binnengaan
+of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, die om de
+stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde haar
+gerust. »Houdt goeden moed,« zeide hij, »want groote rijkdom zal ons
+deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze dochters veroveren.«
+
+
+
+DE STRIJD MET KONING YUSSEF.
+
+De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in het veld tegen de
+Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en woeste strijd. De
+Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche bloed, en de
+Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado zóó verwoed, dat de Saracenen
+werden weggemaaid als het koren door de zeis. Hij richtte het zwaard
+op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche aanvoerder ontweek den
+slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in razende vaart, gevolgd
+door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de buit in goud, zilver,
+kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden en wapenrustingen.
+
+Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den vijand
+te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed, reed hij
+naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd gevolgd
+hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij uit:
+»Zóó worden de Mooren op het slagveld vernietigd.« Maar als steeds
+gedachtig aan zijn Koning en leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez
+Fañez en Pero Bermuez naar het Hof met de tent van Koning Yussef en
+200 kostbaar uitgeruste paarden. Alfonso was zeer verheugd. »Ik zal
+dit geschenk van den Cid gaarne aannemen,« zeide hij, »en moge de
+dag van onze verzoening spoedig aanbreken.«
+
+Toen de Infantes van Carrión zagen, dat de roem van den Cid dagelijks
+toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de hand
+van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun,
+met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk
+van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij
+was zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador
+hem bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Fañez en Pero Bermuez,
+stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van Carrión,
+en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te brengen en hem
+tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven.
+
+De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den
+Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder
+verheugd over de toenadering. »Het is mij een vreugde de wenschen
+van mijn Koning te vervullen,« zeide hij, »ofschoon de Infantes van
+Carrión trotsch zijn, en slechte vasallen van den Troon. Maar de wil
+van God en van den Koning geschiede.«
+
+Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het Hof;
+en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis
+en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en
+hij beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don
+Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de
+verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de
+Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning
+een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij
+namens de Infantes van Carrión aanzoek om de hand zijner dochters. De
+Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van den Koning
+waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon geven.
+
+
+
+DE DOCHTERS VAN DEN CID TREDEN IN HET HUWELIJK.
+
+Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de Campeador terug
+naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van Carrión. Hij
+vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk niet tot stand
+was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij niet zonder
+vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte echter die
+voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de belangrijkheid
+van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten van Spanje;
+en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van Carrión in den
+echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door den krijgsman-bisschop
+Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien dagen, en de Cid had
+geen reden tot ontevredenheid over zijn schoonzoons, die zich zoowel
+in het tournooi als bij den dans als ware ridders gedroegen.
+
+
+
+HET AVONTUUR VAN DEN LEEUW.
+
+De Infantes van Carrión hadden met hunne echtgenooten ongeveer twee
+jaar in Valencia gewoond, toen er iets ernstigs gebeurde. Op zekeren
+dag, tijdens het middagrustuur, verbrak een leeuw, die gehouden werd
+ten dienste van de arena, zijne tralies, en drong het paleis binnen. De
+Campeador lag op een rustbank te slapen, maar al zijne onverschrokken
+schildknapen schaarden zich om hem heen om hem te beschermen, behalve
+de Infantes van Carrión, van wien de een achter de divan wegschoot,
+terwijl de ander zóó haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den
+boom van een druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het
+rumoer ontwaakte de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe,
+legde zijn vaste hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier
+naar zijn hok terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk
+voelde hij in den Campeador zijn meester.
+
+Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten
+zij hun schuilplaats; zij zagen er zóó bleek en angstig uit, dat de
+dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te lachen. De
+trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep beleedigd,
+en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak.
+
+Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de
+hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van
+Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden
+zich over dit bericht; de Infantes van Carrión echter waren minder
+verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over middelen
+om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied terug
+te keeren.
+
+Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop
+blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking hebben op een proeve
+van moed van ten minste één der Infantes, die, geprikkeld door de
+beschuldiging van lafheid, zich wapende om met een Moor te strijden,
+die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero Bermuez, die de gevoelens
+van den Cid wilde sparen, doodde den Saraceen, en liet het voorkomen,
+alsof de Infante het had gedaan.
+
+
+
+EEN »GEHEIME DIENST«-GESCHIEDENIS VAN »DE CID«.
+
+Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den eersten regel
+van het volgende gedeelte van het gedicht:
+
+
+ »Eens koom' de dag, dat 'k van U bei hetzelfde ondervind.«
+
+
+Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn van de toespraak
+van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem waarschijnlijk
+zijn dankbaarheid had betuigd.
+
+De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de Poema del Cid te
+vertalen, was John Hookham Frere, de vertaler van de tooneelstukken
+van Aristophanes, die jaren geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij
+gaf een waarschijnlijke verklaring van bovengenoemden regel en stelde
+den Markies de la Roma daarmede in kennis. Eenige jaren later, in
+1808, toen de Markies in Franschen dienst het bevel voerde over een
+legerafdeeling in Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een
+vertrouwelijke instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen
+bevelhebber te overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem
+gebracht werd, zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel,
+waarvan slechts den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De
+boodschap leidde tot één van de gewichtigste troepenbewegingen in
+den oorlog met Napoleon.
+
+
+
+DE STRIJDENDE BISSCHOP.
+
+De Infantes van Carrión, die niet veel lust hadden in een langdurigen
+oorlog met de Mooren, besloten, bij de eerstvoorkomende gelegenheid
+naar hun eigen grondgebied terug te keeren. Maar, als om hen te
+beschamen, verscheen de strijdlustige Bisschop Jerome tot de tanden
+gewapend voor den Cid, en smeekte hem, aan het gevecht te mogen
+deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn toestemming, en oogenblikkelijk
+daarna besteeg de dappere geestelijke een reusachtig strijdros en rende
+in vollen draf de poort uit en den Saracenen tegemoet. Bij het eerste
+samentreffen doodde hij er dadelijk twee, maar hij had het ongeluk,
+zijn lans te breken. Niet in het minst uit het veld geslagen, trok deze
+vurige zoon van de Kerk het zwaard, zwaaide het boven zijn hoofd als
+de meest geoefende soldaat, en wierp zich met zijn geweldig strijdros
+ten tweede male op de Moorsche gelederen; en terwijl hij verwoed om
+zich heensloeg, wondde of doodde hij met elken slag een Moor. Maar
+de vijand omsingelde hem, en het zou slecht zijn afgeloopen met den
+vechtenden Bisschop, als niet de Cid, die met de oprechte bewondering
+die den strijder gevoelt voor de daden van een ander moedig man,
+diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen strijd had gestaakt,
+Babieca de sporen had gegeven, en zich in het heetst van het gevecht
+had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken de lichtgewapende
+Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op hen in, brak
+door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en verderf om zich
+heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden uiteengeslagen en zij
+vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den Cid viel toen op hen
+aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden zij het Moorsche kamp
+binnen, verbraken de koorden der tenten, en wierpen de schitterende
+Oostersche paviljoens omver, waarin de Saracenen gehuisd hadden.
+
+
+ Zóó stormt in het vijandlijk kamp de Spaansche ruiterschaar,
+ En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen daar.
+ Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van 't lijf gekapt,
+ Verbrijzeld liggen zij in 't zand, door paardenhoef vertrapt.
+ »Halt Koning Bucar!« roept de Cid; »tot mij kwaamt ge over zee;
+ Gij zocht mij in deez' fellen strijd!... aan mij is 't woord
+ van vree.«
+ »Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw steigrend ros,
+ Begeer ik uwen vrede niet!...« Hij laat de teugels los.
+ En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open zee,
+ En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje's ridder mee.
+ Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning aan:
+ »Kies!« wilt gij sterven door het zwaard, of in de golven gaan?«
+ Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen vloeit
+ zijn bloed.
+ Moog' zóó verdwijnen van de aard' het gansche Moorsch gebroed!
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ 't Was op deez' glorierijken dag, dat Spanje's ridder won
+ Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard Tizon.
+
+
+Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de Infantes van
+Carrión, en begroette hen: »Nu zij zich als dapperen gedragen,
+zullen zij ook door de dapperen goed worden ontvangen,« zeide hij
+ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche en domme prinsen waren zeer
+vertoornd, toen zij deze uitlating toevallig hoorden, en de zucht
+naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne harten. »Wij zullen den Cid in
+den steek laten en naar Carrión terugkeeren,« zeiden zij, »wij worden
+door deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis
+zullen wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters.«
+
+Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend
+verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming,
+overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado en
+Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had, en droeg zijn neef, Felix
+Muñoz, op, de Infantes en zijne dochters naar Carrión te begeleiden.
+
+
+
+DE WRAAK VAN DE INFANTES.
+
+Groot was de droefheid van den Cid en van Donna Ximena, toen zij
+afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want zij waren
+niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix Muñoz op, hunne
+dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te zullen doen. Na een
+reis van enkele dagen moest het gezelschap het groote woud van Corpes
+doortrekken, waar zij op een open plek hunne tenten opsloegen en den
+nacht doorbrachten. In den morgen zonden de Infantes de leden van
+hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van hunne paarden en sloegen
+daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke wijze. De ongelukkige
+vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan deze schande te moeten
+ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes lachten verachtelijk,
+bespotten haar en mishandelden haar zóó schandelijk, dat zij haar
+voor dood achterlieten. »Zoo,« zeiden zij, »is de schande van het
+avontuur met den leeuw gewroken.« Daarop bestegen zij hunne paarden
+en reden heen.
+
+Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen,
+kwam Felix Muñoz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte van
+het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar ongelukkigen
+toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij hare wonden
+zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de naastbijgelegen
+stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar, zooals haar rang
+dat eischte.
+
+Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd
+zijn hart vervuld van toorn; hij gaf daaraan echter geen uiting,
+maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na
+enkele uren riep hij uit: »Bij mijn baard! dit zal den Infantes van
+Carrión geen voordeel brengen!« Spoedig daarna kwamen de dames Elvira
+en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol maar niet met
+beklag. »Welkom, dochters,« zeide hij, »God behoede u voor kwaad. Ik
+heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik het niet kon tegengaan. God geve,
+dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd zie, en dat ik mij zal kunnen
+wreken op mijn schoonzoons van Carrión.«
+
+
+
+HET HOF VAN TOLEDO.
+
+De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om hem in kennis
+te stellen met den grooten smaad, zijne dochters aangedaan door de
+Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat gerechtigheid zou
+geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over het gebeurde, en
+beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat de Infantes daar
+zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te verantwoorden. Zij
+verzochten toestemming on weg te blijven, maar de Koning weigerde
+beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij oogenblikkelijk gehoor
+zouden geven aan zijn oproep. Met grooten tegenzin reisden zij naar
+Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia, Asur González, Gonzalo
+Asurez en verscheiden vazallen, in de hoop, door uiterlijk vertoon
+den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig kwam ook de Campeador aan
+het Hof aan, met eenige beproefde strijders, allen tot de tanden
+gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood fluweel met goud
+geborduurd, en zijn baard was met een koord samengebonden. Toen hij
+binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te begroeten, behalve de
+Infantes van Carrión met hun gevolg, want hij leek een hoog edelman,
+en de Infantes waagden het niet, hem aan te zien.
+
+»Vorsten, baronnen en edelen«, zeide Koning Alfonso, »ik heb
+u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht te
+spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande
+aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken
+en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht
+in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro,
+dat hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden
+verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de
+zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid
+zijn klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes
+van Carrión hooren.«
+
+Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur onder
+al deze hooge ridders aan het Hof.
+
+»Mijn Heer en Koning«, zeide hij, »niet alleen mij hebben de Infantes
+van Carrión beleedigd, maar ook u, die hun mijne dochters ten huwelijk
+hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn schoonzoons niet langer zijn,
+mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon teruggeven.«
+
+Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij niet
+verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar terug
+had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning. Maar
+het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle middelen,
+die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare zwaarden
+uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze oogenblikkelijk
+Felix Muñoz en Martinez Antolinez aan, daarmede te kennen gevende,
+dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna wendde hij zich
+weer tot den Koning.
+
+»Heer«, zeide hij, »toen de Infantes Valencia verlieten, gaf ik hun
+drieduizend Marken in goud en zilver ten geschenke. Laat hen, nu zij
+mijne schoonzoons niet langer zijn, mij dit geld teruggeven.«
+
+»Neen«, riepen de Infantes uit, »wanneer wij daartoe gedwongen worden,
+verarmt de landstreek Carrión.« Maar de rechters eischten, dat de som
+oogenblikkelijk betaald zou worden. De verraderlijke prinsen konden
+zulk een schat niet in geld opbrengen, en dus besliste het Hof, dat
+zij dan in natura moesten betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen
+ontkomen aan was, en dus brachten zij den Cid verscheiden prachtige en
+kostbaar getuigde rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van
+hun gevolg moesten leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren,
+groote verplichtingen op zich moesten nemen.
+
+
+
+EERHERSTEL DOOR STRIJD.
+
+Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste
+aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in
+het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop
+stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte,
+dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen
+gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees
+de oudste van de Infantes, Fernandez González, van zijn zitplaats
+om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had,
+en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had
+aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van
+zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn;
+hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw,
+en daagde hen tot den strijd uit.
+
+
+
+HET OPTREDEN VAN ASUR GONZÁLEZ.
+
+Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur González, een
+aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen.
+
+
+ Het grof gelaat verhit door wijn en 't overvloedig maal,
+ De kleeren slordig en gescheurd, zóó drong hij in de zaal.
+ Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik
+ En riep: »Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick?
+ Wil hij zich meten met Carrión, dat edel Vorstenhuis,
+ Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis?«
+ Maar woest sprong Muño Gustioz op: »Zwijg stil, gij dronken zwijn,
+ Die 's morgens vroeg, nog voor 't gebed, reeds zat zijt van
+ den wijn,
+ Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord,
+ Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord!
+ O, moog' het mij gegeven zijn, dat 'k met dit scherpe staal
+ De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal!«
+ »Genoeg!« zoo riep de Koning uit; »deez' twist wordt niet beslecht
+ Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht.«
+
+
+Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins
+bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren
+afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren,
+om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de
+dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht
+zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne
+machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het
+huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de
+strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden
+uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrión, die
+in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn,
+zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten
+slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats
+hebben over drie weken, en wel in Carrión, zoodat de Infantes geen
+enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren,
+dat de strijders van den Cid iets op hen vóór hadden gehad.
+
+Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht
+hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso
+weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke
+verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden
+meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die
+geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige
+hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl
+de Koning naar Carrión reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen.
+
+
+
+HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD.
+
+Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de
+strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats
+vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te
+wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrión hadden een groote
+menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de
+kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet
+op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op
+verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen
+ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op
+leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen
+van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te
+gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van
+deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze
+hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen.
+
+»Gij hebt uwe eigen zwaarden,« zeide hij kortaf; »deze zijn zeer
+voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt
+er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen
+worden begaan.«
+
+De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op
+hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises
+op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrión bestegen ook
+hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten,
+wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak
+te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak
+Koning Alfonso: »Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrión. Het
+was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij
+wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrión
+gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie
+verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan.«
+
+Hier volgt de beschrijving van den strijd:
+
+
+ Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog,
+ Zij heffen 't schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog;
+ Tot d'aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard,
+ En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.
+ Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond,
+ Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond.
+ Ferrando's speer stoot door het schild van Bermuez met kracht,
+ Maar vóór hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht.
+ Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand;
+ Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in 't zand,
+ En kermend smeekt hij om genâ, het bloed stroomt uit zijn borst,
+ En angstig op d'omwoelden grond ligt daar de laffe vorst!
+ Toen trok Bermuez 't zwaard Tizon, te eindigen den strijd,
+ Maar de Infant riep: »Ik erken, dat ge overwinnaar zijt.«
+
+
+Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den
+anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de
+tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander
+in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego,
+dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte
+van het hoofdhaar van Diègo medenam. De verschrikte prins wendde zijn
+paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede,
+en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Zóó kreeg de
+lafaard de straf der laffen. Toen Diègo de aanraking van het zwaard
+voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen
+en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de
+regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende.
+
+Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muño Gustioz en
+Asur González op elkander in. De punt van Asurs speer gleed af op
+de wapenrusting van Muño, maar de speer van den kampioen van den Cid
+doorboorde het schild van zijn tegenstander en ging door diens borst
+heen, zoodat zij meer dan een vadem uit zijn schouderbladen stak. De
+trotsche Asur viel met een doffen slag ter aarde, maar had nog kracht
+genoeg, om genade te smeeken.
+
+Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de
+overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij
+naar Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het
+blijde bericht, dat zijn eer gewroken was.
+
+Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de
+dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De
+Poema del Cid eindigt echter even plotseling als zij begon:
+
+
+ Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en macht,
+ En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk nageslacht.
+ Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn zwaard,
+ Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van deez' aard.
+ Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig 'k mij ootmoedig neer,
+ Zóó leefde de Campeador, zijn grooten naam zij eer!
+
+
+
+DE WARE CID.
+
+De bewerking, die Cervantes geeft van de Poema del Cid is misschien wel
+de beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid
+geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want
+de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid
+van den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar
+een slim, gewetenloos en wreed man was. De Poema is dus een romance,
+gebaseerd op de historie, en daar dit boek handelt over de romance en
+niet over geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op
+een beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. »Mio Cid«,
+de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half Arabische,
+half Spaansche vertaling van het Arabische »Sid-y«--»Mijn Heer«,
+onder welken naam hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche
+onderdanen in Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn
+leven zoo werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in
+het Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang
+het hart van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning
+Arthur genoemd wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam
+van Roland, zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren,
+die als een machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis
+van zijn vaderland,--den Cid Campeador.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III. »AMADIS DE GALLIËR«.
+
+
+ Op tooverheuvel staat een heerlijk slot;
+ Betreed met mij de lichte tooverpaden,
+ Waarop ééns jonkvrouwen en ridders traden;
+ Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot:
+ Uw blik zal waren langs de schoone dreven,
+ De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid
+ Van roem en glorie uit den schoonen tijd,
+ Die in aloude verzen is beschreven.
+
+ De wapenrusting glinsterend in teere kleuren,
+ Vergeten schimmen uit het licht verleden,
+ Verbleekte flarden van veroverde banieren,
+ Doordrongen van de onsterfelijke geuren
+ Van d'ouden tijd! O, kom met mij getreden:
+ De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren!
+
+
+Menig venster in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft
+het uitzicht op tafereelen van fantastische schoonheid of sombere
+grootschheid, maar geen enkel verschaft ons zulk een schitterend
+afwisselend en kleurrijk vergezicht, als het hooge torenvenster, van
+waaruit wij die omgeving van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen
+aanschouwen, waar de beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den
+Galliër zich heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is,
+bevindt zich in een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont
+ons de soort van landschap, die de wevers van oude tapijten, of de
+fantastische schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden
+ons ligt een vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren
+beekjes doorheen stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels,
+waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer
+gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp
+geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna
+bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk
+van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland
+is bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de
+heldere kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het
+geschitter der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der
+krijgsmuziek. Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd
+ijs, verrijzen aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren
+op een vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen
+en terrassen loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het
+tooneel is inderdaad »schoon als een stukje van het Paradijs.«
+
+Zóó schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer wij voor het
+eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar wanneer wij,
+met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter, er een
+dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen het
+heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen
+liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei
+monsters krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen,
+de lichte paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze
+toovenaars. Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke
+eilanden, die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de
+rotsen en bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte
+gedeelten, de atmospheer van Amadis is doortrokken van zulk een
+glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief te krijgen;
+wij gevoelen, dat de gruwelen, die zij bevatten, slechts een sterker
+product zijn van den wijnstok der romantiek, een bijzondere oogst,
+die bedwelming geeft.
+
+En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze observatiepost
+blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze wonderbare
+streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank worden
+toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige maanlicht
+glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche blankheid;
+bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der toovenaars, en de
+bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee en bosch als
+levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de heuvelen en de
+ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige monsters,
+en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven ontwaakt.
+
+Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de oogen
+van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een geestdriftig
+gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen der
+letterkunde begroet werden? De schrijver van Amadis ontsluierde
+voor de ridderschap van Spanje die wereld, waarvan zij gedroomd
+had. Elke ridder voelde in zich de mogelijkheid van een Amadis
+en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de eigenschappen van een
+Oriana. De geest en de stemming van het boek veroverden de Spaansche
+ziel volkomen, verbonden grovere idealen, en schiepen een nieuw
+wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige van het verhaal
+en de verschillende gebeurtenissen, die er uit voortkomen, zijn een
+samenhangend geheel en niet slechts een opsomming van afzonderlijke
+krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van kleederen,
+uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf van ruwe
+ridders of breedsprakige koningen, zooals dat bij de Cantares de
+gesta het geval was geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met
+de liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw,
+inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn,
+werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals
+dat nooit gedroomd was door de ruwere dichters der Cantara.
+
+
+
+DE OORSPRONG DER »AMADIS«-ROMANCES.
+
+De eerste Spaansche lezing van Amadis verscheen in een Portugeesch
+kleed en was het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira
+(1261-1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed,
+waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld
+tot ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert
+Southey het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat
+was van deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs
+melding gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere Pedro de Lobeira,
+Amadis uit het Fransch vertaalde, in opdracht van den Infant Don Pedro,
+den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke Fransche verhaal is volkomen
+verloren gegaan, maar de Spaansche vertalingen, die er uit voortkwamen,
+bleven behouden, en ook de Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard
+gebleven. Het is bekend, dat een handschrift van Lobeira's romance
+reeds in het eind van de zestiende eeuw in de archieven der Hertogen
+van Arveiro te Lissabon gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was
+in 1750. Na dit tijdstip echter werd het door de boekenverzamelaars
+uit het oog verloren, en alles wijst er op, dat het vernietigd werd
+bij de aardbeving van Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk
+paleis, waarin het bewaard werd.
+
+Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door de Spaansche
+vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het geboorteland van
+Amadis in het Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den
+Castiliaanschen geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard
+bleef, maar dat dit waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden
+vorm. In de jaren tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoñez de
+Montalvo, gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak,
+de romance te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer
+het werk gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan,
+maar men zegt, dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren
+door de gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover
+in Amadis gesproken werd. Dit was in 1519 en niet in 1549, zooals
+Southey vermeldt. Misschien hadden zij het oog op de Portugeesche
+vertaling, maar in ieder geval is het bekend, dat er in 1519 een
+uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. Wij hebben elders
+reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd overgebracht,
+en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, maar wij
+moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van Amadis
+(dus de oorspronkelijke Amadis) door Montalvo zijn geschreven; de
+rest is van de hand van anderen.
+
+
+
+ELISENA EN PERION.
+
+De handeling der romance begint op een duister en onbepaald tijdstip,
+dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na den dood van
+den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning leefde,
+Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke dochters. De
+oudste, bekend als »de vrouw met de guirlande«, omdat zij steeds
+een bloemenkrans droeg, was eenige jaren tevoren in het huwelijk
+getreden met Koning Languines (Angus) van Schotland, en zij had twee
+mooie kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter,
+was over de geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid,
+maar ofschoon vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden
+gedongen, wilde zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan
+heilige werken. Volgens de opvatting van alle ridders en edelvrouwen
+van haar vaders Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw
+door ongehuwd te blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde,
+dat de schoone en heilige Elisena door de meer wereldschen onder de
+vroolijke ridderschap, werd aangeduid als de »Verloren Kwezel.«
+
+Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar
+koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door
+in de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van
+Klein-Brittanje bedekten. Bij één van deze gelegenheden, toen hij,
+zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen reed,
+hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het bosch
+kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee Britsche
+ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien hij,
+afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en hooge
+geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid
+gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te verslaan.
+
+Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken,
+ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke
+wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk
+Spanje, zóó door de bewoners behandeld kon worden, als dit met hem
+het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig antwoordde,
+dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden werden,
+en dat de verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, en hun lot
+hadden verdiend.
+
+De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning van
+Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit hoorde,
+maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning Perion
+van Gallië was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met hem te
+sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke ambtgenoot
+hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin toestemde,
+keerden zij naar de stad terug.
+
+Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk
+feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena
+aanzaten. Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd,
+of zij gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van
+hen had meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal
+hadden verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd
+en vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de
+Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld
+was geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde
+voor Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde,
+haar tot vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena
+te brengen, opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn
+liefde te verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze
+boodschap, en Elisena was zóó verlangend, zelf van Perions lippen de
+bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats
+of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de
+morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door
+haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen
+en ridderlijken vorst, die zoo plotseling erin geslaagd was, haar
+ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en droefgeestig
+was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van Garinter, toen
+moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid nam, gaf hij zijn
+woord aan Elisena, wie hij één van de twee volkomen gelijke ringen,
+die hij droeg, als pand gaf van zijn trouw. Hoe hij echter zocht,
+hij kon zijn zwaard niet vinden, een beproefd en betrouwbaar wapen,
+en tenslotte gaf hij het op, ernaar te zoeken.
+
+
+
+DE GEBOORTE EN HET VERSTOOTEN VAN AMADIS.
+
+Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep bedroefd, en Darioleta
+slaagde er niet in, haar te troosten en haar op te wekken uit den
+toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In het rijk van
+haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een oude wet,
+die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen eed aan
+elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig hadden om
+hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat het later
+door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden elkander
+deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den toorn van
+haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden gevraagd,
+en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten angst
+voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en driftig
+man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen, voordat
+hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de wereldsche
+en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen om haar
+meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den Koning,
+en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om het te
+beletten, bouwde zij een kleine houten ark, maakte die waterdicht met
+teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer meesteres,
+plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard van Perion,
+dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef zij op
+een stuk perkament: »Dit is de Koningszoon Amadis«, bedekte dit
+geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden uitgewischt,
+bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had gegeven, en
+hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind. Toen droeg
+zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de rivier,
+die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het toe
+aan de kabbelende golfjes van het diepe water.
+
+De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl
+van het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door
+de golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch
+schip, waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit
+Gallië naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel
+zetten de zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig
+gegrepen hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van
+Gandales was zóó verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij
+besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer
+het schip de Schotsche haven Antalia [19] binnen, en Gandales bracht
+den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn
+eigen zoontje Gandalin.
+
+Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was, brachten
+Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin, »de Vrouw met
+de Guirlande,« een bezoek aan het kasteel van Gandales, en zij waren
+zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid van Amadis, dat zij
+den wensch uitdrukten, hem als hun eigen kind aan te nemen. Gandales
+vertelde hun, wat hij van de geschiedenis van het kind wist, en
+het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als hun eigen zoon te
+beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige omstandigheden, waaronder
+hij gevonden was, bij iedereen bekend als »het Kind van de Zee,« en
+deze naam bleef aan hem verbonden, totdat zijn identiteit volkomen
+bewezen was. Hij toonde geen tegenzin zijne nieuwe beschermers
+te volgen, maar hij was wel bedroefd, omdat hij zijne pleegouders
+verlaten moest. De kleine Gandalin wilde echter volstrekt niet van
+hem gescheiden worden, en hij smeekte zóó hen samen te laten, dat
+Koning Languines tenslotte beide jongens met zich medenam.
+
+
+
+PERIONS DROOM.
+
+Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel hij weer in beslag
+genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch bezwaard van ziel
+om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn verblijf aan het Hof van
+Garinter. In dien droom was iemand zijn slaapvertrek binnengekomen, had
+een hand in zijn borst gestoken, zijn hart er uitgenomen en dat in de
+rivier geworpen, die langs den tuin van Koning Garinter stroomde. Toen
+hij in zijn angst gilde, zeide een stem, dat hem nog een hart was
+overgebleven. Hij werd verontrust door de herinnering aan dezen droom,
+dien hij niet kon ontraadselen, en dus riep hij alle wijzen van zijn
+koninkrijk te zamen en verzocht hen te beproeven, een verklaring
+ervan te vinden. Slechts één van hen kon den droom uitleggen, en de
+wijze verzekerde hem, dat het hart, dat hem uit de borst was gerukt,
+een zoon was, die hem door een edele jonkvrouw was geboren, terwijl
+het tweede hart een andere zoon beteekende, die op een of andere
+wijze zou worden weggenomen tegen den wil van haar, die zich van het
+eerste kind had ontdaan. Toen de Koning terugkwam van den wijzen man,
+ontmoette hij een geheimzinnige jonkvrouw, die hem groette, en zeide:
+»Weet, o Koning Perion, dat wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het
+Koninkrijk Ierland zijn schoonste bloem zal verliezen«, en voordat de
+Koning haar terug kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen.
+
+Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena traden
+in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw vroeg,
+of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over de rol
+die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij alles
+loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon
+en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts
+twee en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin,
+die in dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden,
+eens in de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige
+reus uit de golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met
+hem uit de voeten maakte, voordat iemand het kon verhinderen.
+
+Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een
+schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit:
+»De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken!« De ouders waren diep
+bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet
+bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze
+de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over
+de twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen
+had, was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en
+vriendelijk schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het één van
+zijn eigen reuzengeslacht ware geweest.
+
+Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue,
+en bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland
+bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van
+een vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden
+tot een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een
+jonge vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion
+gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat
+slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den
+reus Albadan [20], die zijn vader gedood had en hem de rots Galtares
+had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den kluizenaar.
+
+
+
+ORIANA.
+
+Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte van Brittanje
+in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon ontvangen werd
+door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote Brisena en zijn
+bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste schepseltje
+ter wereld; en omdat zij zoo'n last van zeeziekte had, besloten
+de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te laten. Amadis
+was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien, zóó groot en
+forsch was hij, en de Koningin stelde hem aan als page van Oriana,
+die zeide, dat zij »dit prettig vond«. Amadis koesterde deze woorden
+in zijn hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist
+niet, dat Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve
+en ernstige kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid
+opvatte. De stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen,
+was aandoenlijk schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis
+was zeer bescheiden en Oriana was een ingetogen meisje.
+
+In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van ridderlijkheid,
+zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem tot ridder te
+slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen verlangde naar
+een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou opleggen, maar hij
+ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens voor hem gesmeed
+zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem in zee gevonden
+had, het bericht van de plannen van den jongen, en Gandales stuurde
+een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en het perkament,
+die hij in de ark had gevonden bij den kleinen zeevaarder.
+
+Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en
+toen hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het
+perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig
+document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna
+bracht Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te
+vragen tegen Koning Abies van Ierland, die Gallië was binnengevallen
+met zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten
+naam Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand
+tot ridder worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn
+voorspraak te zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette
+niet op zijn vraag. Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid,
+en zij antwoordde: »Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij
+mij ooit gedaan hebt.«
+
+»Ach jonkvrouw«, zeide Amadis, »ik ben niet waard iets te vragen aan
+iemand zooals gij.«
+
+»Wat?« riep zij uit, »is uw hart zóó zwak?«
+
+»O, jonkvrouw«, antwoordde hij, »het is te zwak in alles wat u betreft;
+maar het zou u willen dienen, alsof het uw eigendom was.«
+
+»Mijn eigendom«, zeide Oriana verward, »en sedert wanneer?«
+
+»Sinds gij »het prettig vondt«, antwoordde Amadis met een
+glimlach. »Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren, toen de
+Koningin mij voor uw dienst bestemde?«
+
+»Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt«, zeide Oriana
+verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door haar
+allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden
+van haar droefheid te vragen.
+
+De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het
+Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana
+keerde tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op
+zijn vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen,
+naar Gallië te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden,
+en Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. »Gij zult als mijn
+ridder ten strijde trekken,« zeide zij eenvoudig en lieftallig. Amadis
+kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions dochter
+(en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen, dat
+haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem dit,
+en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den
+jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus
+te knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen
+aan zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan.
+
+
+
+AMADIS TREKT OP AVONTUUR UIT.
+
+Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar Gallië, en dus nam hij
+teeder afscheid van Oriana, en verliet, begeleid door zijn pleegbroeder
+Gandalin, tegen den avond het paleis. Zij hadden nog niet lang gereden,
+of zij ontmoetten de geheimzinnige toovenares, die, zooals wij gezien
+hebben, zulk een levendig belang stelde in het lot van onzen held,
+en wier naam Urganda was.
+
+De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten
+geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen »het huis, waaruit hij
+was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden.« Zij was vergezeld van
+een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef deze bij hem, en
+zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en dat zij gewoonlijk
+niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig had ontmoet. Zij
+hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel kwamen, waar zij
+een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester daarin bedreigd werd
+door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het voorplein, en ontdekte
+Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde tegen twee ridders en
+eenige soldaten. Met een kreet van woede viel Amadis de belagers aan,
+zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en deelde zulke hevige slagen
+uit, dat de verachtelijke ridders, die den Koning hadden aangevallen,
+gedood werden, en dat hunne volgelingen op de vlucht werden gedreven.
+
+Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij
+niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen
+het kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met
+de wederzijdsche belofte, elkander in Gallië weder te ontmoeten. De
+jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde hem, dat zij
+een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den naam
+zijner Vrouwe, zóó begon te beven van vreugde, dat hij, als Gandalin
+hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn gevallen. Toen nam
+de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij haar meesteres zijn
+succes zou melden.
+
+Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het
+Hof van Koning Perion van Gallië aan. Zij hadden nog slechts eenige
+oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van
+Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen
+dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een
+uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd,
+waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne
+volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder
+in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren,
+terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis,
+die met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en
+in het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling
+van Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd,
+en toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den
+volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus
+samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde,
+werd Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde.
+
+Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring
+verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de
+Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en
+die het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en
+dien zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem
+ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het verlies zou bemerken,
+gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar de Koning vond zelf
+het verloren kleinood en stelde een onderzoek in naar de herkomst van
+den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia, en de herkenning
+van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de overtuiging,
+dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren zoon; en
+toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe hij
+in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn
+identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden,
+en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger.
+
+Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis,
+Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij
+was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij
+gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest
+heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot
+hij daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen
+ontvangen. Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden
+nog slechts twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van
+een wreeden ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist
+een eenzamen krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde
+erin, de bende te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor
+den vreemdeling, dat hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag
+te mogen ontvangen. Deze gunst werd hem met vreugde verleend, en
+nadat Amadis--want hij was de vreemde ridder--vertrokken was, vroeg
+Galaor een jonkvrouw, die hij plotseling naast zich vond staan, of
+zij den naam kende van den ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De
+jonkvrouw, de toovenares Urganda, antwoordde, dat hij Amadis heette
+en dat hij de eigen broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde,
+was hij uitgelaten van vreugde, maar zijn vreugde was vermengd
+met groote droefheid, omdat hij hun verwantschap niet ontdekt had,
+voordat zij afscheid van elkander hadden genomen.
+
+Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis achterna,
+die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor. Zij
+vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had,
+het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem,
+maar bedroefde hem tevens.
+
+Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn
+reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan
+de wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had.
+
+Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming,
+en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig
+strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed
+onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met één slag den
+strijd te beslechten. Maar toen hij woest zijn knots zwaaide, trof hij
+zijn eigen paard; hij viel met donderend geweld ter aarde, en Galaor
+reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel hij echter van zijn ros,
+en ontving een vreeselijken vuistslag van den reus, maar hij herstelde
+zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den arm van het monster bij
+den schouder af. Feitelijk was hiermede de strijd geëindigd, want
+met een tweeden slag van zijn zwaard, onthoofde hij zijn tegenstander.
+
+Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen in
+den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner ondernemingen,
+zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der edelste paladijnen
+van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan het Hof van
+Lisuarte zouden boekdeelen kunnen vullen; zijne voornaamste praestaties
+waren een verdelgingsoorlog tegen de reuzen, de nederlaag van den
+overweldiger Barsinan en den toovenaar Archelaus, benevens een groote
+menigte krijgsverrichtingen, te veel om ze hier te beschrijven. Zijne
+heldendaden zijn samengeweven met die van zijn broeder Galaor, met
+wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte, daar geen van beiden
+den ander herkende door de wapenrusting.
+
+
+
+DE BELOFTE VAN LISUARTE.
+
+Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te Londen, er een
+bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een wonderschoone kroon
+en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze tot elken prijs
+te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een bepaalden dag zou
+terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning verbond zich,
+kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van verlies van
+zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den valschen
+toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte getoond had,
+waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze wenschte te
+dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, hij ontdekte,
+dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en verlangde zijn
+loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en mantel
+verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar eischte
+Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak oogenblik
+ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met Oriana,
+die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte viel in
+een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd was.
+
+Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof
+vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden zij zich naar Windsor,
+vast besloten de booze plannen van den toovenaar te verijdelen. Deze
+wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent naar den Britschen
+troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door Amadis overwonnen
+was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner vijanden, en
+nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele jonkvrouw,
+ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door Archelaus
+werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het oog
+kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen,
+maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de
+handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht.
+
+
+
+HET VERSTERKTE EILAND.
+
+Met het begin van het Tweede Boek treden wij een wonderbaarlijke
+en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in waarheid het Cor
+Cordium, de spiegel, de quintessence der romantiek genoemd worden. Het
+brengt ons in kennis met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons
+beschreven wordt als een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij
+stond zijne rechten af aan zijn jongeren broeder, en voer door de
+Groote Zee, waar hij een eiland ontdekte, dat slechts door boeren
+bewoond werd, en waar een machtige reus heerschte; dit eiland was
+bekend als het Versterkte Eiland, en werd in verscheidene romances
+bezongen als een waar paradijs.
+
+Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen
+totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar
+voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige
+betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen,
+die niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even schoon als zijn
+geliefde Grymenysa. De wonderen van dit tooverland zijn wel waard
+beschreven te worden, en daar een groot gedeelte van de handeling
+dezer romance zich daar afspeelt, zullen wij ons inschepen op de
+toovergalei, die altijd gereed ligt in de haven der legende, en naar
+het eiland zeilen, om op de betooverde kust te landen.
+
+Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland.
+
+
+ HET VERSTERKTE EILAND.
+
+ Apolidon, door toovermacht,
+ Bouwde een huis van wondre pracht
+ Op een eiland, waar geen enkel schip
+ Voer door de zee langs die eenzame klip.
+ Op de granieten zuilen van de poort
+ Grifte hij het strenge woord,
+ Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk,
+ Zou mogen komen in dit gezegend rijk.
+ Hangende terrassen glinsterend wit in de zon,
+ Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van Babylon,
+ En de hoogte was van zulk een stralende pracht
+ Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht,
+ En uit een groep van mirten, teedergroen,
+ Verrees een wit en heerlijk paviljoen,
+ Dat toescheen aan de zeelieden van ver,
+ Een op een weiland neergedaalde ster.
+ Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan 't oog
+ Een tooverachtig fonkelende stralenboog
+ Met zon en sterren heerlijk bejuweeld;
+ En in die nis stond een betooverd beeld,
+ In welks ten hemel opgeheven hand
+ Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen brand.
+ En als een ridder of een maagd
+ In overmoed het had gewaagd,
+ Geboren uit een vrij geslacht,
+ Minder in schoonheid en in macht
+ Dan toovenaar Apolidoon,
+ Of Grymenysa, wonderschoon,
+ Te treden in de tooverhal,
+ Dan zou, met bulderend geschal
+ De koperen klaroen uitbarsten in geweld,
+ Zoodat daar de vermetele werd neergeveld.
+ Maar als een jonkvrouw, hoog van naam,
+ Een ridder zonder vrees of blaam
+ Zou komen aan de poort,
+ Dan zouden in den zaal'gen hof
+ Fanfares, daverend van lof
+ En vreugde zijn gehoord.
+ Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn;
+ Een platte steen van jaspis of van serpentijn,
+ Waar, tusschen vlammende arabesken glinst'ren zou de naam
+ Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam,
+ Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden
+ Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden,
+ Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs
+ De heerschers uit dit wond're paradijs,
+ Gegoten in de bovenaardsche praal
+ Van glinsterend, onsterfelijk metaal.
+ Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar
+ Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin,
+ Als een verheerlijking van grenzenlooze min,
+ Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar:
+ Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren deur
+ Opdat slechts 't edelst hart, dat ooit werd voortgebracht,
+ Aanschouwen zou die goddelijke pracht
+ En zich zou laven aan den bovenaardschen geur.
+ En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan,
+ Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in de zwaarden,
+ Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde,
+ Als strenge wachters voor de kamer staan.
+ En alle draden van zijn wonderbaren geest,
+ Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel
+ Rondom de schaduwen van deze citadel
+ Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest.
+ Toen ging hij uit die plaats van zaligheid,
+ Aanroepend alle geesten als beschermers dezer oorden:
+ Sabitu, Baphomet, Siduri, met zijn tooverwoorden,
+ En macht hun gevend tot in eeuwigheid.
+ En toen de maan verduisterde aan de lucht,
+ Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht;
+ Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit gehoord,
+ En nimmer keerde hij terug naar 't zalig oord.
+ Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht,
+ Gestalten zweven, witter dan de neev'len dicht,
+ En altijd hooren zij nog bij het vallend duister,
+ Een teeder zuchten en een lispelend gefluister.
+
+
+Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins Apolidon er een
+gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er niet in slaagde,
+door den eereboog te gaan en toch het geweldige trompetgeschal
+overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou worden gegooid;
+maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond, ontvangen en gediend
+zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij, dat, wanneer het
+eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de betoovering zou worden
+opgeheven.
+
+Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had geduurd,
+ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen en op
+avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de wonderen
+van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide, nauwelijks
+twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij zich toen
+bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn geluk te
+beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder, stemde erin
+toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming. Toen zij bij
+het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen, waarvan de
+muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs getracht
+hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen gelukt
+was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het paviljoen
+doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere ridders gefaald
+hadden, ontzonk hem de moed.
+
+
+
+AMADIS GAAT ONDER DEN BOOG DOOR.
+
+Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van koning Languines van
+Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk zouden trachten onder
+den boog door te gaan. Toen hij door de poort trad, deed de trompet,
+die door het tooverbeeld werd omhoog geheven, zachte klanken hooren,
+en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde Amadis den overdekten
+gang, en de trompet blies nog luider en melodieuser dan zij eerst
+gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne schreden naar de
+afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis, waarop geschreven
+stond: »Dit is Amadis van Gallië, de ware minnaar, zoon van koning
+Perion.« Terwijl zij dit lazen, kwam Ardian, de dwerg van Amadis,
+op hem toeloopen met de mededeeling, dat Galaor en Florestan, zijn
+broeders, getracht hadden onder den boog door te gaan, maar dat zij
+van alle kanten door onzichtbare handen waren aangevallen, en nu voor
+dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes keerden dadelijk op hunne
+schreden terug en vonden de jonge ridders in een toestand van diepe
+bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo goed mogelijk hielp,
+trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te treden, maar ook hij
+ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn verloor.
+
+Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de
+uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen
+hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht
+was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten
+kamer binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij
+raapte dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen
+de zuilen en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare
+krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen. Hij hoorde
+een verschrikkelijk geweld van stemmen, alsof alle ridders der geheele
+wereld tegen hem schreeuwden, en de slagen daalden met verdubbelde
+kracht en woede op hem neer. Maar de gedachte aan zijn geliefde maakte
+hem sterk en hij hield stand. Zoo nu en dan kreeg hij stompen tegen
+de knieën, en éénmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar
+hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf
+openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd
+hem een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep
+uit: »Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft
+in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft,
+en die in zijn tijd zijn gelijke niet had.« De hand die hem leidde,
+was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt
+door een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween
+de hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren.
+
+Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland
+hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij
+naar het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij
+bewonderden alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de
+wonderbaarlijkste schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker
+te aanschouwen dan de standbeelden van Apolidon en Grymenysa.
+
+
+
+ORIANA'S WREEDHEID.
+
+Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben genomen, Brittanje
+verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het paleis terug, om de
+stukken van een zwaard te halen, die hem door een jonkvrouw gegeven
+waren met de bede den dood te wreken van haar vader, die door de hand
+van een laffen moordenaar gevallen was. Amadis had als een goed ridder
+beloofd het gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken
+had. Toen Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn
+terugkomst, en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had,
+een zeker zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het
+te halen. Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana
+maakte een verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg,
+en daar zij Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem
+een wreeden brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht,
+niet terug te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange
+reis vond hij Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem
+den brief.
+
+Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had
+scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat
+Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid
+liet Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen,
+en verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat
+hij zien zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis zou
+hebben gehoord. Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te
+openen, zoodat hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen
+krijgen. Vergezeld door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan
+achten, begaf hij zich op weg naar een dichtbij gelegen kapel van
+de Heilige Maagd; daar bad hij innig, dat zij zijn voorspraak zou
+zijn bij haar Goddelijken Zoon, opdat hij hem genadig zou zijn, want
+hij gevoelde, dat zijne dagen geteld waren. Daarna nam hij hartelijk
+afscheid van den Gouverneur, besteeg zijn paard, en reed zonder schild,
+speer of helm, heen.
+
+Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen
+ridder Gandales, die bij al deze avonturen zijn meester nooit had
+verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden brief van
+Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij besloten, den
+wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou overkomen. Zij
+vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron, uitgeput door
+zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het vallen
+van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot hem
+doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig
+lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin,
+en hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn
+neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder,
+die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen
+rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam,
+zou dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong
+hij te paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden
+wreker te zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig,
+en Amadis daagde hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een
+woedend gevecht, waarin Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een
+hevigen slag toediende, dat deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis
+liet den gewonden ridder over aan de zorgen van Durin en reed verder,
+nog steeds gevolgd door Gandalin.
+
+Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden
+toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te
+volgen. Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen
+en klachten de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de
+zorgzame Gandalin sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok
+door de meest verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij
+was afgedwaald. Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een
+berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien hij verzocht, bij hem
+te mogen blijven. De kluizenaar groette hem vriendelijk en Amadis
+stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit, die hem vertelde,
+dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven mijlen in zee
+vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of »de Schoone
+Sombere Ridder,« omdat hij even beminnelijk als bedroefd was.
+
+
+
+DE KALE ROTS.
+
+Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het strand, en nadat hij zijn
+paard aan de zeelieden had gegeven, ging Amadis met den kluizenaar
+aan boord van een schip en voer naar de Kale Rots, zooals de monnik
+de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde Amadis het leven van
+ontbering van den kluizenaar, »niet uit godsvrucht, maar uit wanhoop,
+niet denkende aan zijn roem als krijgsman, en verlangende naar den
+dood--dit alles om de wreedheid eener vrouw!«
+
+Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof,
+en vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen,
+en hoe schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland
+had doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon
+zijn geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan
+om te sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij
+schreef haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij één harer
+kamervrouwen, die »de Maagd van Denemarken« genoemd werd, en een
+zuster was van Durin, naar hem toezond.
+
+Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen
+had op den avond van den dag, waarop hij Oriana's wreeden brief had
+ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende,
+die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem, op den rand van de
+bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had aangehoord, was
+zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat zij zich diep
+bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost wilde worden.
+
+Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed,
+de volgende versregels:
+
+
+ Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en ridderspel!
+ Waarom te leven met een smart, oneindig groot?!
+ Roemvoller is een eed'le heldendood.
+
+ De trouwe dood, in zijn barmhartigheid
+ Zal eens mij brengen de vergetelheid.
+ Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden,
+ Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed lijden,
+ Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft bedorven,
+ Maar ook den krijgsmansroem, in dapp'ren strijd verworven.
+
+
+Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die Florestan liefhad, bij
+de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de geschiedenis van
+Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette, maar dat het
+gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij vroeger gekend
+had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren, zongen de jonge
+meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist, dat Amadis en
+Beltenebros dezelfde waren. De »Maagd van Denemarken«, die uitgezonden
+was, om Amadis te zoeken, werd door stormen overvallen en naar den
+voet van de Kale Rots gedreven. [21] Zij landde met Durin en een
+dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan, biddende in een kapel;
+en toen hij het gelaat van het meisje aanschouwde, bezwijmde hij.
+
+Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook
+moge toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de
+middeleeuwen. Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van
+iemand, die zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe,
+en dat hij zich voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken
+op een kale rots, omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet
+menschen van onzen tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan.
+
+
+ Moet 'k, door liefdesmart geplaagd,
+ Sterven om een schoone maagd?
+
+
+Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo voorzichtig
+hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer overgrootmoeders, dat in
+stukken zou vallen, wanneer wij het ruw behandelden. Wanneer wij denken
+aan de wijze, waarop Dante en Petrarca uiting gaven aan hunne vereering
+voor de vrouw, en hoe de Hoven der Liefde het werk hebben voortgezet,
+dat zij begonnen waren, kunnen wij er ons niet over verwonderen,
+dat mannen, opgevoed in dergelijke opvattingen, en de vereering van
+de vrouw beschouwende als bijna even belangrijk als de Godsvereering,
+in staat waren zich over te geven aan zulke hartstochtelijke uitingen
+van wanhoop, wanneer het voorwerp hunner aanbidding hen griefde of
+verliet. Daarenboven is door alle eeuwen heen de mannelijke geest
+uiterst gevoelig geweest voor vrouwelijke ongenade. Zooals wij
+bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij levensbeschrijvingen lezen
+van groote mannen, zooals Goethe.
+
+Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot
+dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de
+verzen van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere,
+nuchtere verstand van den middelmatigen man, en door de combinatie van
+mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd, de gevoelens
+van beide sexen te doorleven.
+
+Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de
+besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale
+blijft, moet zij beschouwd worden als één van de groote stuwende
+krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets anders heeft
+bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der wereld. En juist
+in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de aangewezen plaats
+is voor zulke overdreven uitingen, behoort het jongere geslacht met
+waardeering de teedere schoonheid en de groote bekoring op te merken
+van een eeredienst, die, al is hij nog niet geheel dood, dan toch
+zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne jeugd, dat zij deze
+overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag haar een open oog
+te hebben voor den fijnen geest, de groote ridderlijkheid, en bovenal
+voor de ingetogenheid en het gevoel van eigenwaarde, die deze uitingen
+kenmerkten. Het is een verblijdend teeken des tijds, dat de beide
+sexen elkander beter leeren kennen. Maar wij moeten ons hoeden voor
+een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek aan waardeering. Wij
+moeten nog iets overhouden van de ernst en de schoonheid van den
+vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet vervallen tot een
+gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren ongetwijfeld
+met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen terugdenken.
+
+Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd van
+Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug te
+keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed dat
+zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid van den goeden kluizenaar,
+en voer met het schip, waarmede de Maagd van Denemarken gekomen was,
+naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen tijd bleef, want hij
+was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te ondernemen. Maar na
+verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn schildknaap in dienst, en
+hij begaf zich met Durin en diens zuster op weg naar het Engelsche Hof.
+
+
+
+DE BEROUWVOLLE ORIANA.
+
+Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes tevergeefs naar
+Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte stemming te Londen
+aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, begaf zij zich naar
+het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de stad verwijderd
+was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de overtuiging,
+dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, waarop
+zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw op
+hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van
+Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van
+Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best
+worden weergegeven in verzen.
+
+
+ Miraflores, waar ontspringen
+ Zilvren beekjes, vogels zingen,
+ En het hoog en statig hout
+ Slechts een deel schijnt van het woud,
+ In de stilte uwer lanen,
+ In de schaduw der platanen
+ Wacht ik zijn vergiffenis,
+ Die mijn troost en redding is.
+
+ Miraflores, naam van pracht!
+ Moge ik leeren dag en nacht,
+ In uw zoet doorgeurde dreven,
+ Wat het hoogste is in 't leven:
+ Mij in 't goede te verblijden,
+ Booze woorden te vermijden,
+ Zoodat ik, in deemoed klein,
+ Zijn vergeving waard zal zijn.
+
+
+Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te Windsor, die hem
+uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, zijn neef,
+den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van den
+Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning Abies
+van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd
+hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die
+met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer
+vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven;
+hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen
+hem zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven,
+wanneer Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd
+te geven aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan
+Basagante, zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met
+rustige waardigheid af.
+
+Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan
+ook zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de
+oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud
+aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een
+tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen
+strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij
+wisselden dus den handschoen.
+
+Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora
+met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat
+hij niet meer gedaan had sedert het bericht van de verdwijning van
+Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in
+scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen
+dus het volgende liedje:
+
+
+ Leonora, scheppings roem!
+ Witte, smettelooze bloem,
+ Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen,
+ Waarom in lentetijd
+ Geurt gij in eenzaamheid,
+ Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen?
+
+ Wilt gij, o bloesem rein,
+ Dan niet de mijne zijn,
+ Dat ik u koesteren kan en dragen.
+ Geef dan uw zoeten geur,
+ Bloei dan in teere kleur,
+ Als lieve troost in mijn droeve dagen.
+
+
+Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te deelen, dat Corisande
+aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met Florestan gelukkig
+hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, maar kon toch niet
+nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met haar eigen droevig
+lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit oogenblik trad de
+Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met kloppend hart naar
+het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw haar den brief van
+Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij bijna van vreugde.
+
+Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende
+was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij
+doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een
+groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich
+op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij
+een ridder, den reus Quadragante, één van de verbonden vijanden van
+Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen strijder uit het zadel, en
+dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich te onderwerpen aan Lisuarte.
+
+
+
+AMADIS VERSLAAT FAMONGOMADAN.
+
+Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige tenten, die in een weiland
+waren opgeslagen, en bewoond werden door een gezelschap van ridders
+en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses Leonora. De ridders
+drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou breken. Hij wierp hen
+allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. Terwijl hij zich eenige
+mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn oog op een wagen,
+vol geladen met ridders en maagden, die geketend waren. Gezeten op
+een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor den wagen uit,
+vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als Famongomadan,
+die den ridder gezonden had om Lisuarte uit te dagen. Amadis was
+zeer vermoeid door het gevecht met de ridders, en hij gevoelde dus
+weinig lust, hem op dit oogenblik te ontmoeten, maar toen hij zag,
+dat Leonora en hare maagden ook in den wagen waren, sprong hij op
+zijn paard, en met den blik gericht op Miraflores, waar Oriana was,
+wachtte hij den aanval van den reus af.
+
+Toen Famongomadan hem zag, overrompelde hij hem als een menschelijke
+lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van Amadis, maar de
+ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het monster, en het
+wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante dit zag, snelde
+hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn gevallen paard vandaan,
+trok zijn zwaard, en hieuw één der beenen van zijn tegenstander
+af. Maar zijn zwaard sprong in stukken door de kracht van den slag,
+en er volgde een verwoed gevecht om de strijdbijl van Basagante,
+maar Amadis ontrukte zijn vijand de bijl en sloeg hem het hoofd
+af. Daarna doodde hij Famongomadan met diens eigen speer, bevrijdde
+de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de lijken der verslagen
+reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de mededeeling, dat zij
+gezonden waren door een onbekenden ridder, Beltenebros genaamd. Toen
+besteeg hij het groote, zwarte paard van Famongomadan, en draafde weg.
+
+Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en
+zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn
+geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in
+zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben,
+den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten
+de reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven
+ernstig door Amadis verwond.
+
+Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis
+het gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij
+verliefd was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar
+niet liefhad. Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele
+Hof wist nu, dat Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was
+zeer verwonderd over de macht van dien éénen arm.
+
+Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming
+en het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en
+bij hem voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte
+was hierover zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten
+den Koning tegen Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste
+ridders op deze wijze van het Hof verwijderde.
+
+Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven,
+waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij
+slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar
+toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met
+geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land
+terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote
+vreugde van alle bewoners.
+
+Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de geaardheid
+van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven mijlen breed
+was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. Apolidon had
+zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; één ervan heette
+Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; het tweede was Het Kasteel
+van het Hert en de Honden. Het derde heette Het Draaiende Paleis,
+want driemaal daags en drie keer per nacht draaide het met groote
+snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de muren bevonden, dachten,
+dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was Het Paleis van den
+Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit een overdekte laan
+te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, alsof hij ze wilde
+dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer te voorschijn
+met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen weer naar
+zijn verborgen verblijf terug joeg.
+
+Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer,
+de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte;
+maar deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter
+Madasima en andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten
+onthoofden, wanneer zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen
+afstand deed van haar koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden
+het in Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke maatregelen nam,
+en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om de bedreigde
+vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het Hof van
+Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten val
+wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch,
+om zich daardoor te laten beïnvloeden, en bij de komst der ridders
+stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid.
+
+
+
+AMADIS TWIST MET LISUARTE.
+
+Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige menschen zijn
+dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De raadslieden van
+Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste vesting der
+reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen verdedigd
+werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming als een
+onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd medegedeeld,
+ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan Amadis op
+het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien Madasima,
+de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een vriend
+zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer bewoond
+werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle macht
+verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland,
+met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen,
+dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opgeëischt; het gelukte
+hun deze overweldigers spoedig te verdrijven.
+
+Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok
+zoo spoedig mogelijk naar Gallië, omdat hij zich ongerust maakte
+over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om
+levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder
+Galaor en Koning Cildadan te verlossen uit de macht van een reus,
+die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in Gallië
+begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene jaren niet
+gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza geland,
+waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst, versloeg;
+maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen vijanden,
+en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van Galvanes
+en zijn vrouw Madasima.
+
+Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde,
+vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn
+geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep
+van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien
+zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder
+leven op te kunnen teren. »Jonkvrouwen, die een beleediging, haar
+aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij
+in de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden was.«
+
+Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een
+brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij
+hem een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Gallië niet te
+verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem
+niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer
+hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht,
+niet de wapenen tegen haar vader te voeren, en Gallië slechts dan te
+verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis
+besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden,
+met wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was
+binnengevallen.
+
+De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des
+nachts door een donker woud weggevoerd, om hare meesteres voor schande
+te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had, was een
+leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht had,
+Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het met
+zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen
+jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde,
+zoowel in huis als op de jacht.
+
+Intusschen had Amadis, die zich de »Ridder met het Groene Zwaard«
+noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij den laatsten
+tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg, met zich
+mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier jaren
+een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te
+ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd
+aan het Hof vertoefde.
+
+Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne dochters
+op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano woonde;
+daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot zich te
+nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians hals
+gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda geschreven
+was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en bevatte den
+raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem eenmaal uit
+een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus, Esplandian
+en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te nemen,
+en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een leeuwin
+bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest zijn;
+want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van
+het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had weggevoerd.
+
+Bij één zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke avonturen,
+was Amadis ernstig gewond door een monster, dat hij verslagen had,
+en hij werd toen verpleegd door een jonkvrouw, Grasinda geheeten,
+die hij, uit dankbaarheid voor hare vriendelijkheid en hulp, beloofd
+had, op haar verlangen elk avontuur te zullen ondernemen. Ongeveer
+in denzelfden tijd besloot El Patin, de Keizer van Rome, aanzoek te
+doen om de hand van Oriana. Toen Koningin Sardamira van Sardinië,
+die El Patin lief had, dit hoorde, reisde zij in gezelschap van de
+afgezanten van den Romeinschen Keizer naar Brittanje, waar zij Oriana
+ontmoette, wie zij bericht bracht over Amadis en wie zij vertelde,
+hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen strijd had overwonnen,
+en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat toedroeg. Galaor,
+die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief hadden, ging naar
+Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne toestemming te
+geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den Keizer; daarna
+reisde hij naar Gallië, in de hoop, daar eenig bericht over Amadis
+te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich naar het Versterkte
+Eiland, om Agrayes in te lichten over de moeilijkheden, waarin Oriana
+zich bevond, en hem tevens bericht te brengen van zijne geliefde
+Mabilia, die zeer naar hem verlangde.
+
+
+
+DE »GRIEKSCHE RIDDER.«
+
+Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip Amadis, die zich nu
+den »Griekschen Ridder« noemde, met jonkvrouw Grasinda in Brittanje
+aankwam. Hij wenschte incognito te blijven, en gaf daarom het strenge
+bevel, dat zijn gevolg zijn naam niet mocht openbaren. Toen hij hoorde,
+dat Oriana op het punt stond te worden uitgehuwelijkt aan den Keizer,
+besloot hij, zijne maatregelen te nemen. Grasinda echter, gedachtig
+aan zijn belofte, zich terwille van haar in elk avontuur te zullen
+begeven, dat zij voor hem zou uitkiezen, zond een brief aan koning
+Lisuarte, met de mededeeling, dat zij zichzelf schooner achtte dan
+welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof, en dat, wanneer een ridder
+van een ander oordeel mocht zijn, hij zou moeten strijden met haar
+kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche afgezanten vroegen
+Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit werd hun toegestaan.
+
+Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche
+ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag
+brak aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer
+zenden moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome
+te worden gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip,
+nam hartelijk afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na,
+die zijn dochter wegvoerde van het witte strand van Brittanje.
+
+Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij
+zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van
+het Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel
+de Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden,
+bevrijdde Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden
+strand van het Versterkte Eiland.
+
+Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van
+het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar
+aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij
+zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele
+wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, »kon zij niet
+gelooven, dat eenig sterfelijk wezen zóó verblindend schoon kon zijn.«
+
+Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren
+van het paleis, dat de toovenaar Apolidon geschapen had, en op haar
+verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar vader
+haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed, dat
+de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond
+dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld,
+met het verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te
+willen bijstaan.
+
+De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en
+Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans,
+die hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij
+verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor,
+wanneer de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning,
+zich met hun strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld,
+en wanneer één der strijdende partijen de overwinning behaald had,
+zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op
+deze wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond
+grooten bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen,
+en zij besloten, het ten uitvoer te brengen.
+
+
+
+OORLOG MET LISUARTE.
+
+Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof van Lisuarte
+gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. Maar
+de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem
+een oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook
+in Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met
+Amadis. Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij
+op, om de troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen,
+een uitval had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de
+strijdmacht van Lisuarte en den Keizer te ontmoeten.
+
+De vrienden van Amadis hadden hem niet in den steek gelaten. In de
+eerste plaats was zijn vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met
+de geheele troepenmacht van Gallië. Ierland had een groot contingent
+geleverd, en zijne oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van
+Konstantinopel hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle
+onder de bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd
+het leger begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen
+en prinsessen, die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en
+hare tegenwoordigheid spoorde de ridders aan tot daden van grooten
+moed. De toovenaar Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een
+schaduw de troepen van Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen,
+wanneer zij teruggeslagen werden.
+
+Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van
+samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan
+schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende
+vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat
+de ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke
+legers elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij
+aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen,
+trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij
+vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der
+zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend
+hamers op even zoovele aambeelden.
+
+Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van
+Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp
+hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen;
+maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich
+in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen ridder uit het zadel,
+en gaf diens strijdros aan den held, die, gevolgd door Gandelin en
+andere paladijnen, een krachtigen aanval deed op de flank van het
+Romeinsche leger. Intusschen hield Quadragante geweldig huis aan het
+vijandelijke front, en slechts weinigen onder zijne tegenstanders,
+konden zijn reuzenkracht weerstaan.
+
+De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op hetzelfde
+oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend man
+aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: »Rome! Rome!« en hij
+zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter op Quadragante,
+die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij terug moest
+wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen soldaten.
+
+Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en
+verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als
+vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen
+terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten
+uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij
+was echter zóó uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat hij ervan
+afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat het leger
+van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het beter
+oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de ontmoeting
+met Lisuartes troepen.
+
+Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu bracht
+Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede waren
+gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang geduurd,
+toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij afmaakte
+met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. Bij den
+aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en Britten te
+vluchten, en toen Lisuarte dit zag, trachtte hij zijne troepen in
+goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze pogingen op,
+en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van Lisuarte,
+maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook zijn
+eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en
+zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke terugtocht.
+
+Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid
+tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen,
+om verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig
+was, slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De
+beide veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter
+reeds geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde
+hem dat Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat
+Esplandian hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning
+diep bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste
+af, terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden
+zijn gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij
+verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede
+monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian,
+begaf hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke
+wijze ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit
+van Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn
+zoon hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet,
+en voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen
+hem en den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was
+besloten dat hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een
+duurzamen vrede te sluiten.
+
+
+
+HET VERRAAD VAN ARCHELAUS.
+
+De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn ontevreden bondgenooten
+hadden in groote spanning den gang van zaken gevolgd, en toen hunne
+spionnen hun mededeelden, dat de vijandelijkheden tusschen Lisuarte en
+Amadis geëindigd waren, besloten zij, het leger van den ouden Koning
+onverwijld aan te vallen. Maar Esplandian was getuige van den opmarsch
+hunner troepen, toen hij op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en
+hij reisde oogenblikkelijk terug naar Amadis, om hem te waarschuwen,
+dat er onraad dreigde. Bij dit bericht begaven Amadis en Koning
+Perion zich dadelijk op weg, om de uitgeputte troepen van Lisuarte
+bij te staan. Maar voordat Amadis en zijne ridders het leger van
+Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte en de weinige troepen,
+die hem gebleven waren, reeds overrompeld door de strijdmacht van
+den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een geweldigen nederlaag
+bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, zoo goed mogelijk een
+heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een naburige stad, waar hij
+zich gereed maakte tot een laatste wanhopige verdediging tegen zijn
+meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig bestookt door Archelaus,
+maar werd niet minder krachtig verdedigd door Lisuarte en de ridders,
+die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar op het punt stond de stad
+stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en zijne paladijnen, die
+hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus en zijne bondgenooten
+werden in boeien geslagen, maar werden, zeer onvoorzichtig, weer in
+vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich in de toekomst van
+elke vijandelijkheid te onthouden.
+
+De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon hartelijk,
+en het bleek duidelijk, dat hunne oude vriendschap spoedig weer geheel
+hersteld zou zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen,
+en toen zij allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving
+van Amadis en Oriana mede.
+
+Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder Lisuarte,
+Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en vele
+anderen, naar het Versterkte Eiland, waar het huwelijk van Amadis en
+Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun aankomst op
+de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen getroffen
+voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en Amadis in het
+huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden tegelijkertijd in
+den echt worden verbonden. Temidden dezer voorbereidingen verscheen de
+goede fee Urganda, gezeten op den rug van een grooten draak, en allen,
+over wier geluk zij met zooveel zorg gewaakt had, heetten haar met
+groote hartelijkheid welkom.
+
+
+
+HET HUWELIJK VAN AMADIS EN ORIANA.
+
+Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk was aangebroken,
+besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en reed naar de kerk,
+waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na de plechtigheid
+verzocht Amadis den Koning, vóórdat de feestelijkheden een aanvang
+zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef af te leggen van den Boog
+der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog van kracht was, waar
+het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor zijn toestemming. Toen
+Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet omhoog, en blies zulk een
+welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland gehoord was, en uit den
+mond der trompet vielen rozen en andere bloemen in zulk een menigte,
+dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een enkele aarzeling trad
+Oriana op de verboden kamer toe. Toen zij tusschen de zuilen doorging,
+voelde zij onzichtbare handen, die haar met kracht tegenhielden,
+en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar door haar onovertroffen
+trouw en schoonheid gelukte het haar toch, ondanks alle tegenwerking,
+het betooverde portaal te doorschrijden, waar de hand, die Amadis had
+binnengeleid, ook naar haar uitgestoken werd. Toen betrad zij de kamer,
+terwijl de stemmen van onzichtbare zangers teedere liederen zongen,
+ter verheerlijking harer schoonheid en standvastigheid.
+
+Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit
+laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De
+langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten
+slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen
+zij een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts
+ten deel valt aan stervelingen in oude romances.
+
+Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten
+en opvattingen beschreven worden, die zóózeer verschillen van
+de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op
+een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn
+wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe
+fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was
+afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen
+wij den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch
+niet nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders
+en machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van
+toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen
+lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis
+een sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven
+der schrijvers.
+
+Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze
+betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van
+menig bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak
+gesteld, de groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste
+gebeurtenissen te beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het
+boeken van de wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om
+den lezer een algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk
+zijn gevallen, de schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te
+verhoogen, wanneer ik mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen
+te beschrijven, en slechts een relaas te geven van de meest treffende
+gebeurtenissen, waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals
+ik reeds zeide, mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is,
+om den oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal
+van den geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd,
+den geest der romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt
+is, moet dit ten deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het
+geen gemakkelijke taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een
+beknopten vorm. Terecht zegt hij, die ons Amadis in dichtvorm gaf:
+
+
+ Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag,
+ Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag.
+ 'k Vertel niet, wie in 't steekspel brak zoo menig lans,
+ Wie 't meeste uitblonk in den zang of bij den dans.
+ Wie in het spreekgestoelt' heeft naar den prijs gedongen,
+ En wie het schoonst den lof der liefde heeft bezongen. [22]
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV: DE VERVOLGBOEKEN VAN »AMADIS DE GALLIËR«.
+
+
+ »Al staan de vervolgboeken van Amadis niet op de hoogte van het
+ oorspronkelijke gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd,
+ waarin zij geschreven zijn, van genoeg belang on een korten inhoud
+ van de geheele serie hier weer te geven.«
+
+ Southey.
+
+
+Bij het behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland,
+een taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het
+instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al
+mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer »vervolgboeken« van
+Amadis zeer zwak zijn, toch kunnen wij niet nalaten er onze aandacht
+aan te schenken, al ware het slechts ter wille van hun beteekenis als
+letterkundig verschijnsel. In deze verdichte verhalen was de fantasie,
+die zoo welig gebloeid had in Amadis, dikwijls zóózeer overdreven,
+dat deze voortbrengselen van den geest, in de snelheid waarmede zij
+verwelkten en verloren gingen, deden denken aan de bloembladeren,
+die uit een stervende roos vallen.
+
+Het eerste dezer vervolgboeken, dat Het Vijfde Boek van Amadis heet,
+is meer algemeen bekend onder den naam van Esplandian, daar het
+voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held.
+
+Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze romance,
+wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen: »Inderdaad mag
+de deugd van den vader geen verontschuldiging zijn voor het ontbreken
+dezer deugd bij den zoon. Hier, mijn beste huishoudster, open het raam,
+en smijt dit boek op het erf; laat het het eerste stuk van den hoop
+rommel zijn, dien wij straks in brand zullen steken«.
+
+De eerste uitgave van Esplandian verscheen in 1542 te Sevilla. Het
+grootste gedeelte hiervan schijnt te zijn gemaakt door Montalva,
+den oorspronkelijken vertaler van Amadis. Maar waar hij bij het
+neerschrijven van dit werk slechts den rol van vertaler vervulde,
+daar trad hij bij de bewerking van Esplandian ook als schrijver op,
+en het blijkt uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen
+te kort schoten. Het is echter ook weer overdreven, in Esplandian
+niets dan een minderwaardig product te zien, en ik verdenk meer dan
+één dezer strenge critici ervan, den origineelen tekst niet te hebben
+gelezen, of het ongunstig oordeel van Cervantes na te spreken. Het is
+bekend, dat verscheidene Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen,
+een werk, geschreven in het Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij
+slechts oppervlakkig met deze taal op de hoogte zijn, en dat onder
+vele letterkundigen het wanbegrip heerscht, dat, wanneer men Latijn en
+Fransch kent, men slechts een beetje Castiliaansch behoeft te lezen,
+om ook deze taal spoedig volkomen machtig te zijn.
+
+Esplandian bezit vele schoonheden, en de mengeling van tooverkunst
+en beminnelijken eenvoud maakt het tot een bekoorlijk en stemmingsvol
+geheel. Waar vinden wij daarenboven een sprekender voorbeeld van een
+goede uiting van romantische overdrijving? Want Esplandian bezit,
+zonder te vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken,
+de rijke en kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is
+van alle ware dichters die er echter niet allen in slagen zich in
+dit opzicht te beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat Esplandian
+slechts kost is voor den enthousiast, en ik moet den niet romantischen
+lezer dit werk dan ook ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven
+voor de barbiers en pastoors dezer wereld, en het is te betreuren,
+dat zij, die den geest van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed
+gebruiken, om ook anderen ervan afkeerig te maken.
+
+Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader,
+Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de
+roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht
+kon spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan
+zijne hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming,
+hetgeen er op wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige
+betoovering. Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte
+Eiland, waarheen hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen,
+een grooten vuurberg, die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de
+sylphide-achtige gestalte van de toovenares »Urganda de Onbekende«
+omhoog, die door de lucht voer op den rug van een reusachtigen
+draak. Eenigen tijd tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze
+Archelaus zich bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der
+tooverwereld weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna
+tot zijn schade gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had
+gemaakt van zijn herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte
+weer in zijn macht had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door
+ondervinding niet wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van
+het kasteel des toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden
+schoonzoon mede, dat het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging
+nemen, en voordat Amadis in de gelegenheid was iets naders te vragen,
+voerde zij den jongeling op den rug van het gevleugelde monster met
+zich mede.
+
+De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een
+geheimzinnig vaartuig, Het Schip van de Groote Slang genaamd, en toen
+hij bij zijn ontwaken bemerkte, dat hij zich op zee bevond, was hij
+uitgelaten van blijdschap. Toen hij over de rustige golven gedragen
+werd, voelde hij een groote, innerlijke vreugde over de wonderbaarlijke
+snelheid, waarmede de betooverde galei de baren kliefde. Na eenigen
+tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland, midden in een verlaten zee,
+en toen hij aan land ging, zag hij, dat het onbewoond was, en dat er
+zich niets op bevond dan een hooge toren, die op het hoogste punt
+der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop de toren stond,
+en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was. Bij een nader
+onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een rijk versierd
+zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te trekken, werd
+de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een geweldigen
+draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat, vóórdat hij zich
+tot den aanval had kunnen gereedmaken, het monster zijn reuzenklauwen
+om hem heengeslagen had, met het kennelijk doel, de platen van zijn
+wapenrusting te breken, en hem te vermorzelen. De man en de draak
+worstelden op leven en dood, en zóó hevig was hun strijd, dat de
+aarde beefde en het kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij
+zich wendden en wrongen in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde
+Esplandian er in, zijn rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van
+den draak, en, een tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven
+had, stak hij het door de geschubde huid van het monster. Doodelijk
+gewond liet het tooverdier zijn prooi los, en het geweldige lichaam
+verstijfde in den dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had,
+dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en
+keerde naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid
+door een bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde,
+dat hij uit het rotsblok getrokken had.
+
+Nu voer hij op het Schip van de Groote Slang weer verder en belandde op
+een woeste plaats, bekend als de Verboden Berg, een vesting, gelegen
+op de grens tusschen Griekenland en Turkije. Uit de verte zag hij een
+kasteel, en toen hij zich daarheen begaf, ontmoette hij een kluizenaar,
+die hem ontraadde, in de nabijheid daarvan te komen. Hij vertelde hem,
+dat een beroemd vorst daarin gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk
+begreep Esplandian, dat dit niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en
+dat het kasteel de vesting was van den boozen toovenaar Archelaus;
+deze overwegingen deden hem natuurlijk besluiten, de plaats nader
+te onderzoeken.
+
+Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door
+een reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op
+hem afkwam een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval
+van zijn reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het
+tooverzwaard, en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden,
+toen hij plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er
+volgde een vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd
+over de onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had
+door te dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef,
+dat hij stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte,
+viel Esplandian met groote woede aan. Maar zijn blinde woede
+was niet opgewassen tegen de koelbloedigheid van zijn jeugdigen
+tegenstander, die erin slaagde, hem met zijn tooverzwaard te dooden,
+en die hierdoor voor goed een einde maakte aan de gevaarlijke streken
+van den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel
+daarna den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het
+tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus,
+Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst,
+hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die
+in zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de
+vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij
+beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden
+werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te bevrijden.
+
+Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te
+verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone
+aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen
+vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en
+in verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens
+krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De
+beide mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de
+heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend,
+gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede
+te mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en
+de stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd.
+
+Esplandian noemde zich nu »de Zwarte Ridder« om de kleur van zijn
+wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van het
+kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund,
+want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een
+groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden zich echter vele
+ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen, versloeg hij
+de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen. Aangemoedigd door
+dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart van Turkije, en
+veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was uitgetrokken, had
+hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van Constantinopel;
+hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den oorlog vele
+boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de standvastigheid
+zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij aan zijn trouw
+was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en toen dus
+de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig naar
+Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig gebeeldhouwde
+kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op, deze naar
+zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid harer
+vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar minnaar
+er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het onvermijdelijk,
+dat de liefde van den held en de heldin verborgen blijft voor de
+verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de romantische smaak
+van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat de Spaansche
+opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de gedachte aan eenige
+toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het betreft iets meer
+dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de gelieven vóór het
+huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen heerschen ook nu nog onder den
+middenstand en in de hoogere kringen van Spanje en Spaansch Amerika,
+en het is met een gevoel van verbazing, dat wij hooren, hoe verliefde
+jongelingen met de meisjes, waarmede zij officiëel verloofd zijn,
+slechts een vertrouwelijk woord kunnen wisselen door zich onherkenbaar
+te vermommen, of door de vriendelijke hulp van ondergeschikten. Het
+komt niet zelden voor, dat jonge Spaansche paartjes, wier verloving
+volkomen en règle is, en tegen wier vereeniging niet het minste bezwaar
+gemaakt wordt, hun toevlucht nemen tot een schaking, alleen om het
+romantische van het geval. Door zulke toestanden krijgen wij eerst
+een juist begrip van de groote macht, die de romantiek uitoefent op
+het Spaansche hart.
+
+Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken
+zich weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun
+in Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen
+werden door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen
+Sultan, die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een
+gevleugelden draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares
+was toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede
+hij Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als
+het zand der zee; één ervan was een schoone Amazonenkoningin, die
+naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van
+vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers,
+vuur en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners.
+
+Zóó vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in dezen slag
+tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte overeengekomen werd,
+den strijd te beslechten door een dubbel tweegevecht. Esplandian en
+Amadis werden door de ééne partij aangewezen, en de Amazonenkoningin
+en een bevriend heidensch Sultan door de andere. De heidenen werden
+verslagen, maar zij waren zóó woedend over hun nederlaag, dat zij
+zich met elken man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand
+wierpen. Maar de Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner
+kampioenen, brachten hun groote verliezen toe en drongen den vijand
+terug van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was
+overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand
+te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve
+van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland
+vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden.
+
+Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten,
+kon zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen
+harer beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere
+hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat
+Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan
+het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel
+in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien,
+waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij
+ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten
+wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij
+besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen
+naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de
+sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare
+bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk
+zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in
+toe, in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal
+zouden worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in
+het bezit zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou
+zijn, hun een nieuw leven en verjongde krachten te schenken.
+
+Het Zesde Boek van de Amadis-Serie behandelt de avonturen van
+Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in rechte lijn afstamt van
+de vorige helden, en hij daarenboven onverdragelijk vervelend is,
+zullen wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon.
+
+
+
+LISUARTE VAN GRIEKENLAND.
+
+Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held van het zesde
+en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn door Juan
+Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden in
+1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want
+Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke
+rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de
+dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot
+dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden
+geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een
+jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid
+werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op
+een gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en
+nam plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen
+waren zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit
+avontuur had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en
+zeilden verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar
+zij de verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant
+Lisuarte besloot, hem te gaan zoeken.
+
+Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in
+het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken,
+gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij
+de dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden,
+maar hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de
+jonkvrouw met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne
+voorbereidingen voor de taak, die zij hem had opgedragen. Nauwelijks
+hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de stad,
+en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den
+Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam
+een geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte,
+die hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst
+naar den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid
+gedurende een vol jaar geëischt werd, overal, waar de reusachtige
+jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion,
+die dit verzonnen had, om Lisuarte, die één der steunpilaren van
+Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een
+moeilijk en gevaarlijk tijdstip.
+
+Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam
+de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke
+functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door
+middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels,
+en waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou
+worden door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had
+met zeven en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de
+keizerlijke stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den
+Koning van het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd
+werd en hem hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel,
+waarheen hij dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden,
+die de stad belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die
+nu in Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de
+Apen te hebben voldaan.
+
+Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht
+was, zijn slapende voorouders te verlossen uit de betoovering,
+waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te verlengen. Na
+vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam hij in het
+bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het Versterkte
+Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis, Esplandian
+en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij waren
+natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar een
+beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan
+van de heidensche troepen, en verzekerden zóó den vrede in het
+land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten, kon
+hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus
+naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden
+daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk,
+vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van
+overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette
+hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne
+huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl
+zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die
+hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen,
+en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden.
+
+
+
+AMADIS VAN GRIEKENLAND.
+
+Het Negende Boek behandelt de avonturen en heldendaden van het geslacht
+van Amadis, van wien in meer dan één beteekenis gezegd kan worden, dat
+hij onsterfelijk was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos,
+een letterkundig centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn
+in het Grieksch werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche
+romance Dares en Dictys, en dat het in een latere periode vertaald is
+in de Romaansche taal door den machtigen en wijzen toovenaar Alquife,
+klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst van een schrijver,
+die deze romance schreef met buitengewoon veel verbeeldingskracht
+en zeer weinig routine. Amadis van Griekenland is nl. een mengsel
+van de grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij
+belanden in zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen,
+dat het geen gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld
+relaas van te geven.
+
+Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den
+ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat
+Amadis van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte
+niet bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria,
+Prinses van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge
+scheiding van dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd
+aan een bron op een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was
+om openbaarheid te vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd,
+en verkocht aan den Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst
+het beeld van een zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen
+Vorst den ridderslag te hebben ontvangen, »De Ridder van het Vlammende
+Zwaard.« Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan beschuldigd,
+een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren, en daar hij
+den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en stortte zich in
+een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht gebruikelijk was.
+
+Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus
+bij den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der
+ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem
+verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar als
+verdedigers waren neergezet. Toen de groote Esplandian, die nu Keizer
+van Constantinopel was, hoorde, dat het werk der Christenen bedreigd
+werd, spoedde hij zich naar het tooneel der vijandelijkheden, en daagde
+den dapperen jongeling tot een tweegevecht uit; hij werd echter door
+hem verslagen, een omstandigheid, die nooit zou zijn opgekomen in het
+brein van den enthousiasten schrijver, die de romance van dezen held
+dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn geweest over den val
+van zijn "ster". Korten tijd na deze gebeurtenis ontmoette Amadis den
+Koning van Sicilië; hun kennismaking begon met een gevecht, want dit
+was de gebruikelijke manier, waarop dolende ridders zich aan elkander
+voorstelden; maar toen zij elkander leerden kennen en hoogachten,
+sloten zij een vriendschap, die nog hechter werd door de liefde van
+Amadis voor de bekoorlijke dochter van den strijdlustigen Koning.
+
+Op weg naar Sicilië kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar
+hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in
+een betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij
+ontvoerd door de handlangers der heidenen.
+
+Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Gallië, die
+blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de
+Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou
+zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken
+ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar
+naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed,
+en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn
+naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening
+van den Koning, haar echtgenoot.
+
+Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit hun tooverslaap
+gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicilië. Hij had nog niet
+lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de buurt van
+het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk kwam
+zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den
+lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking,
+zocht hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder
+resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in,
+hem te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen;
+maar ten slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en
+dat de zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen
+op het hart van het voorwerp zijner liefde.
+
+Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held,
+naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de
+hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses
+in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te
+Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk
+bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten
+op de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand
+vertoornde den Sultan zóó hevig, dat hij tot krachtige maatregelen
+overging, en »Trebizonde met de vele Torens« belegerde. Toen het beleg
+geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide legers eenige ridders,
+om den strijd door tweegevechten te beslechten. Maar de paladijnen van
+den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de dochter van den Koning
+van het Reuzeneiland, die zich als ridder vermomde, en die met zulk
+een woede vocht, dat de ongelukkige Babyloniërs volkomen machteloos
+tegenover haar waren. De Sultan echter brak, zooals de overwonnenen
+in de romances dat veelvuldig deden, de regelen van het tournooi,
+en ontvoerde Onoloria door een krijgslist.
+
+Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde,
+ontmoette hij die van Amadis den Galliër, die op weg was naar deze
+stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden
+bij de Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal
+Recht. Het is natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood
+werd. Maar de zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische
+ras door den dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn
+zuster Abra besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in
+de gelukkige dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder
+en Lisuarte waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij
+onder de bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer
+men tenminste de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij
+de vrouwen van het Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover
+het voorwerp harer genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet
+zoo ruw afwees, als de onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed,
+toen de schoone Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met
+de bekentenis harer liefde:
+
+
+ Hij zei: »Waart gij geen afgezant,
+ Ik doodde u met eigen hand.
+ Geen voet verzet ik van den grond,
+ Voor zulk een vuilen heidenhond!
+ Zij is een hond, en dus onrein:
+ Mijn kamer uit, gij smerig zwijn!«
+
+
+Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat, waartoe een
+versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der schoone
+Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten naar
+alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap
+van ieder koninkrijk haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te
+brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een
+harer kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een
+heiden was, gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat
+hij niet zou rusten, voordat hij Lisuarte's hoofd aan Jonkvrouw Abra
+zou hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde
+er dus een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd
+beëindigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar gewoonte
+de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge Amadis
+ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de liefdesbetuigingen van
+heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van een Oostersch Sultan,
+was alleen reeds door de verhalen over hem, verliefd op hem geworden,
+en zij had hem haar beeltenis gezonden, die door haar dwerg gemaakt
+was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame ongetwijfeld bezat,
+wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat ieder, die haar
+verblindende schoonheid aanschouwde, òf stierf, òf beroofd werd van
+zijn verstand. Haar vader, een verstandig man, sloot haar op in een
+toren, waarin niemand werd toegelaten behalve de naaste familieleden,
+die zooals meestal het geval is, niet zoo gemakkelijk onder den indruk
+harer bekoorlijkheden kwamen als vreemden.
+
+Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van
+Sicilië, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd,
+of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart
+aan de Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het
+origineel van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen
+te aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten
+tot den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander
+trouw en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren. Onnoodig te
+zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk aanbracht.
+
+Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die
+een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde
+optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk
+verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest,
+het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op
+aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische
+Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog.
+
+Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en
+zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te
+Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon
+geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held
+is van een andere geschiedenis.
+
+Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering
+van de Grieksche helden en prinsessen in den »Toren van het Heelal«,
+door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde, dat dit de
+eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen. Maar
+in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de
+betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen,
+niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne
+jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met
+elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden,
+omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest.
+
+Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap,
+behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en
+zorgzame toovenaar had in den toren een toestel aangebracht, waardoor
+zij alles konden aanschouwen, wat er in de buitenwereld gebeurde,
+een bron van ontspanning en vermaak, waarvan mevrouw d'Aulnoy ook
+gebruik heeft gemaak in één harer sprookjes.
+
+De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig
+gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke
+opvolgers. »Smijt het heele zoodje op het erf«, riep de priester uit;
+»want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als ik hem tegenkwam in
+de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik Koningin Pintiquinestra
+en den herder Darinel met zijn herderszangen en de gruwelijk overdreven
+toespraken van den schrijver spaarde.«
+
+
+
+FLORISEL VAN NIQUEA.
+
+De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging heeft opgewekt van
+den onromantischen priester en den nog minder dichterlijken barbier
+van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat den naam draagt van
+Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld, dat het geschreven
+is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van Argos, die het dan
+zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar gelaten waren
+bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit verlaagt zich er
+niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium was, dat zij
+in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar wanneer wij,
+zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een prijs mochten
+bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige ontboezeming
+dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn geweest met een
+stuiver per regel. In één woord, Cirfea, of de tienderangs schrijver,
+die zich achter haar vorstelijke persoon verbergt, is betrekkelijk
+vervelend, en haar flauwe herdersverhalen kunnen onmogelijk ernstig
+genomen worden. Het eenige, wat haar werk nog eenige beteekenis geeft,
+is, dat zij waarschijnlijk de eerste was, die het landelijk element
+in de romance heeft gebracht, en dat zij dus de schepper is van een
+lange rij gekunstelde en sentimenteele herders en herderinnen, wier
+tranen en zuchten de bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche
+dichtwerken vullen, en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn,
+dat men er tegen op ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de
+verte herinnert aan l'esprit de bergères.
+
+De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte
+en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan
+de ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandrië werd opgevoed
+voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien
+een zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan
+zeker te danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert,
+hetgeen blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen
+Sylvia grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en
+vertrouwende op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar
+allerliefsten naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel,
+wiens naam evenals de hare in het land der Pharao's uitheemsch was,
+aan haar wil. Sylvia was van oordeel, dat een herderin »hardvochtig«
+tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor
+de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te
+beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn
+goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te
+stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces
+zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek
+gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot
+het inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende
+tot de uitvoering van zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de
+omgeving van Babylonië, waar hij, zoekende naar bergen in een streek,
+waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was vriendschap te
+sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er wel eens genoeg
+van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de schoone oogen
+der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels beschrijvingen
+van Sylvia's bekoorlijkheden waren echter zóó geestdriftig, dat
+Florisel werd aangestoken door de gevoelens van zijn ongelukkigen
+vriend, zoodat hij ten slotte zóó weinig in staat was, de hartstocht,
+die hem verteerde te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde,
+en den ongelukkigen Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van
+Sylvia te brengen. Maar hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen,
+den geheelen weg van Babylon te voet af te leggen om beloond te worden
+met een blik uit hare oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed
+als zij dat tegenover Darinel geweest was.
+
+Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne klachten
+aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde hij haar,
+hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd paleis
+gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de wispelturige
+Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in liefde voor
+Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste niet meer
+naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken om den
+Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen. Maar toen
+zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was opgesloten,
+hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door Alastraxare,
+een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland en de
+Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt de lotgevallen
+van deze vrouwelijk Hercules te volgen, wier onuitsprekelijke naam een
+struikelblok is geweest voor heele geslachten van boekdrukkers. Hare
+avonturen vullen vele bladzijden.
+
+Het kleine gezelschap uit Alexandrië ging op zoek naar deze heldin
+en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de belangrijkste
+daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda, Prinses van
+Thracië, die op hetgeen men haar van hem verteld had, verliefd op
+hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt te zijn
+geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance.
+
+Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en verlokte
+hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke gelegenheid zij er
+in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de vaste verbeelding
+was, dat zij de herderin was, die hij zoolang vruchteloos met zijne
+liefdesbetuigingen vervolgd had.
+
+Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm
+van hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden
+terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis
+van Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van
+Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van
+het grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als
+de dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax
+vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht
+geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk
+aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia.
+
+Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den
+meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te
+genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar
+hij was uitverkoren om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden. Toen
+hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg
+naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand
+van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen
+hij te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk
+had gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van
+Florisel. Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt,
+in het huwelijk te treden met den Prins van Gallië, welke verbintenis
+om politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou
+niet waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit
+lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij
+had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de
+koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van
+de geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken.
+
+Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden natuurlijk
+door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het Oosten en het
+Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen door de Russen,
+die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te hebben gehad voor
+het omverwerpen van een bestaande maatschappij, wierpen de landen
+van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van Constantinopel,
+en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen nederlaag toe. Maar
+de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche bondgenooten,
+verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en stelden Florisel
+ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het Oosten en van
+Prinses Helena.
+
+Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk Finis
+hebben kunnen schrijven onder deze verbazingwekkende historie. Maar
+in dit stadium van het verhaal schept de schrijfster op nieuw adem,
+waarschijnlijk in verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren
+in Valladolid hunne klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden
+worden op zooveel duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde
+teleurstellen om redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had
+behooren te zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm
+land, waarvan de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting
+betalen. Hoe het zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd
+van den Balkan, dat door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest
+komen; zij voorzag zich dus van een nieuwen riem perkament van het
+Departement van Argos (want het is bekend, dat Gouvernements-papier
+vanaf de tijden van Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer
+nieuwe verwikkelingen, en maakte zich gereed om die uit te werken.
+
+Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche
+legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe
+plannen uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde
+Europa. Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat
+zooveel te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet
+te spreken van zijn financiëele verplichtingen) gevoelig moest worden
+gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij
+vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam
+terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen
+ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn
+ontrouw tegenover de Prinses van Sicilië. Natuurlijk belandde deze
+dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had
+gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde
+echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde.
+
+Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel
+terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en
+Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het
+eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd
+werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag
+zich echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te
+toonen. Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een
+allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin
+te fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze
+geschiedenis.
+
+
+
+AGESILAN VAN COLCHOS.
+
+Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne studieën te Athene
+vertoefde, zag hij toevallig het portret van de schoone Diana. Hij
+gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, en besloot
+het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te aanschouwen; dus
+vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde naar het Hof
+van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem in dienst
+nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er achtereenvolgens
+verscheiden ondernemende ridders naar het eiland kwamen, kon hij niet
+nalaten in de vermomming van een Amazone met hen te strijden, en bij
+deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn kant. Toen Agesilan
+van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel verwaarloosd werd, stelde
+hij zich zeer gedienstig tot haar beschikking, om haar het hoofd van
+den dolenden ridder te brengen, en tegelijkertijd deelde hij haar mede,
+wie hij was. Sidonia koesterde een diepen wrok tegen haar echtgenoot,
+die haar zoo trouweloos verlaten had, en dus nam zij het aanbod van
+den jongen ridder gretig aan. Agesilan vertrok dus naar Constantinopel
+en daagde den trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald,
+dat het samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden,
+maar toen de a. s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het
+koninkrijk belegerd werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet
+tevreden met hunne eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar
+een zonniger plaats met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet
+edelmoedig, twee zulke beroemde kampvechters tegelijk op de woeste
+Russen af te sturen, en na korten tijd was de overwinning dan ook
+aan de zijde der ridders. Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover
+Florisel en Sidonia weer tot elkaar, en alles verliep volkomen naar
+wensch, want Agelisan en Diane verloofden zich met elkander.
+
+Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een
+waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus
+scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer
+had genoten van een bezoek van Amadis van Gallië in eigen persoon, die
+ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond
+in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis
+van Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader,
+en nog gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder.
+
+Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen
+werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het
+overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten
+rots geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een
+hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig
+boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn
+woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van
+hun redder verdween, toen hij de schoonheid van Diana aanschouwde,
+en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij haar naar
+een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn domein
+heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want juist
+op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een
+kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld
+ontvoerden.
+
+Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad,
+en in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te
+zoeken. Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos
+het geheele eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een
+»motordefect« of een nog onverklaarbaarder reden, was hij genoodzaakt
+te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met blindheid was
+geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. Daarenboven
+werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid werd,
+dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste
+hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde
+imitatie van een gedeelte van Orlando Furioso, waarin Senapus, Koning
+van Ethiopië, bezocht wordt door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel
+dagelijks verslonden wordt door harpijen, totdat hij verlost wordt door
+Astolpho, die in het koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar
+de schrijver van Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want
+beiden hebben hunne gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus
+en de Harpijen in de Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij
+zijn zoeken naar Diana kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God
+Tervagant (Termagaunt, Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd
+geworden op de Koningin van dit land, maar toen zij hem had afgewezen,
+had hij een heel leger van duivels op haar bezittingen losgelaten,
+die alles wijd en zijd verwoestten. Het orakel van den god had
+verkondigd, dat hij zijn wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners
+moesten dagelijks een jong meisje op het strand tentoonstellen,
+totdat hij er een had gevonden, dat evenzeer in zijn smaak viel als
+de Koningin. Elken dag werd er dus een ongelukkige jonkvrouw aan
+de rots van het Verlaten Eiland geketend, en oogenblikkelijk werd
+zij verslonden door een monster, dat uit de zee verrees. Hierdoor
+werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk schaarsch, en om nu één
+der jonkvrouwen uit het land voor een volgende gelegenheid te sparen,
+werd Diana, die naar het eiland gebracht was, op een morgen aan de rots
+gebonden, en als een tweede Andromeda aan de genade van het monster
+prijs gegeven. Maar toen Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht
+vloog, zag hij, welk een vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde
+haar te hulp en versloeg na een hevig gevecht het monster, dat haar
+juist verslinden zou. Nadat hij met den Satelliet van Tervagant had
+afgerekend, nam hij de half bezwijmde Diana op zijn vliegend paard,
+dat hij in de richting van Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg
+daarheen ontdekte de nu geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat
+hij en zijn geliefde bij den storm uit het oog hadden verloren. Hij
+vloog recht op het vaartuig af, zooals de loods van een reddingsboot
+op het »moederschip«, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en
+eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk
+der hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd.
+
+
+
+SILVIO DE LA SELVA.
+
+Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van Griekenland en een
+zekere Finistea, is de held van het twaalfde en laatste boek
+der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst kennis met hem bij
+het beleg van Constantinopel, waar hij zich onderscheidde door
+groote dapperheid. Toen de Czar van dit krijgszuchtige volk
+voor de afwisseling weer eens een oorlog wenschte te ondernemen,
+behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard trok, en die de twaalf
+dwergachtige afgezanten van de moskovieten de verzekering gaf, dat de
+honderdzestig vorsten, die zich tegen Griekenland hadden verbonden,
+weinig kans hadden naar hunne respectieve landen terug te keeren. Wij
+zullen geen beschrijving geven van het beleg, dat op dit antwoord
+volgde, noch van alle slagen en uitvallen, maar slechts terloops
+opmerken, dat het een strijd was met veel afwisseling. Maar wanneer
+de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat zij door deze overwinning
+op het slagveld waren ontsnapt aan de gevolgen van hun tarten van
+de strijdlustige Russen, dan hadden zij buiten den waard gerekend;
+want door één enkele aanraking met den tooverstaf, was het geheele
+schitterende leger van ridders van de aarde gevaagd. De bewoners
+van de romantische stad aan de Bosporus verkeerden ten tweeden male
+in grooten angst; maar de ridders en paladijnen in de familie--op
+zichzelf reeds een niet onbelangrijk leger--lieten zich niet uit
+het veld slaan, en trokken uit om hunne geliefde bloedverwanten te
+zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost uit het net van intriges,
+dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen was, en de uitgaande
+kaars van de groote romance van Amadis dooft niet na een laatste
+opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en heldinnen,
+die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een eindelooze
+opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen veilig
+waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende
+hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons
+de lotgevallen ook weer verteld werden; zoodat ten slotte de lezer,
+geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons
+Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende:
+
+
+ »Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik vluchten?«
+
+
+Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot het einde volharden,
+en zich heenworstelen door de avonturen van Spheramond, den zoon
+van Rogel van Griekenland, en van Amadis van Astre, den zoon van
+Agelisan--of, wanneer hij dit niet wil, moet hij doen zooals wij deden,
+en eerbiedig het wormstekige boek terugbrengen naar de bibliotheek,
+waar de kunstig versierde band waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt
+dan de overdreven inhoud.
+
+Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd
+door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer;
+en misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie
+wel in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur
+omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk
+paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een
+soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van
+wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige
+beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk
+bewind.
+
+Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van Amadis de Galliër
+als een stralende zon over Spanje opging, en hoe het door het geknoei
+van prulschrijvers onderging in onbeduidendheid, tot ergernis van
+de meer ontwikkelden en tot spot van de groote menigte. Het is alsof
+het onvergelijkelijke Engelsche epos van Koning Arthur, het verheven
+heldendicht over de daden van hen, die
+
+
+ »Streden in Aspremont of Montalban,
+ Damascus, of Marocco, of Trebizonde,«
+
+
+verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er den
+God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze heerlijke
+Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij erkennen
+moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van Amadis
+worden steeds minder in kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn
+dan flauw gewauwel. Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans,
+die van het oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de
+herinnering aan den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de
+hoffelijke welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke
+werk in geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in
+onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere
+schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot
+een grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden
+naar zijne imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de
+Amadis-romances als oleographieën naast een heerlijk schilderij. Grof
+van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel
+onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor
+een museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer
+wij de Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets,
+waarmede wij ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen:
+Wanneer een volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van
+waardeloozen en onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste
+plaats te bekleeden in de rij der volkeren. De literatuur is een
+uiting der volksziel, en wat moeten wij zeggen van een benepen ziel,
+die zich uit in kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van
+een bekrompen en ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit
+onwaardige product te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten
+ook de andere volken niet hun voordeel doen met de les, die Amadis ons
+leert? Nooit was Spanje zoo groot als in den tijd, toen zijn eerste
+boeken de ridderlijkheid van het volk verhieven tot een nationale
+deugd; en nooit was het zoo klein als in het tijdperk, waarin de
+drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa die steden bedolven
+onder de voortbrengselen van een groven geest, handelsartikelen,
+die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, en die met
+geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust publiek.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK: DE PALMERIN-ROMANCES.
+
+
+ Moge Palmerin van Engeland bewaard blijven als
+ een merkwaardige relikwie uit de oudheid.
+
+ Cervantes.
+
+
+De eerste critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te
+zijn geweest in elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong
+op te sporen. Zij schijnen uit de geschiedenis van de Amadis-serie
+te hebben opgemaakt, dat elke romantische uiting stamde uit het
+Lusitanische koninkrijk, terwijl zij toch voortdurend wezen op den
+grooten invloed, dien de Provençaalsche en Moorsche letterkunde op
+de Spaansche romance had. Het is precies, alsof men zeggen zou: »Ja,
+het heldengedicht van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen
+van een Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales
+voor het eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland
+aanvaardde het kunstwerk slechts, dat is alles!«
+
+De Palmerin-serie liep in chronologisch opzicht bijna parallel met
+de Amadis, en volgens de overlevering werd het eerste boek geschreven
+door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar wij hebben alle reden,
+om, op grond van een gedeelte uit Primaleón--een onderdeel van het
+werk--aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez de
+Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de
+Spaansche editie van de eerste romance dezer serie Palmerin de Oliva,
+die in 1525 te Sevilla gedrukt werd, was stellig niet de eerste vorm,
+waarin het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony
+Munday werd in 1588 in een gotisch lettertype gedrukt.
+
+
+
+PALMERIN DE OLIVA.
+
+Bij zijn verschijning werd Palmerin de Oliva ontvangen met een bijna
+even groot enthousiasme als Amadis, waarmede het, waarschijnlijk niet
+geheel toevallig, veel overeenkomst vertoonde; en ook verschenen
+er, evenals van deze romance, verrassend snel nieuwe uitgaven en
+vertalingen van.
+
+Het begin van Palmerin de Oliva brengt ons opnieuw naar het
+tooverachtige strand van den Gouden Hoorn. Reymicio, de Keizer van
+Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had
+voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef
+van de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos
+van Macedonië, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van
+haar vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een
+eenzame plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het
+meenam naar zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den
+naam van Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel,
+die weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen.
+
+De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen
+hij vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het
+krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een
+donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman,
+die door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier
+en hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was
+naar zijn eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en
+vergezelde hem naar de stad Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem
+van wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor
+het leven van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedonië,
+waar hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den
+Koning van dit rijk, en dus zijn eigen vader.
+
+Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te
+onderscheiden. Primaleón, de Koning van Macedonië, was reeds geruimen
+tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne geneesheeren hadden
+hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er in slaagde water
+uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd bewaakt door
+een reusachtige slang, die zóó kwaadaardig was, dat het reeds
+levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen. Vele ridders
+hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het venijnige
+dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den zieken Koning
+het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen Palmerin een
+welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder zich goed
+rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer onderneming,
+wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting van de bron.
+
+
+
+DE FEEËN.
+
+Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den juist ontvangen
+ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de gouden sporen
+die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin niet weinig
+gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt had bij
+een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang van
+het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen
+opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn
+paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet huppelen en springen,
+zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor wie hij zulk een
+schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren voor aardsche
+wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar genoegen bekeken,
+waren prinsessen uit het geslacht der Feeën, en zij hadden zich op
+den weg van den jongen ridder geplaatst met het doel, hem met haar
+toovermacht te helpen.
+
+Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in
+staat was.
+
+»God behoede u, schoone jonkvrouwen«, zeide hij, terwijl hij zóó
+diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard raakte, »kunt gij
+mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de bron, die door de
+booze slang bewaakt wordt?«
+
+»Edele ridder«, antwoordde één der nymphen, »gij zijt slechts een mijl
+ervan verwijderd. Maar wij smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele
+ridders, met roem beladen, hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te
+strijden met het monster, dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde
+één hunner terug«.
+
+»Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven,« zeide Palmerin
+uit de hoogte. »Heb ik u goed begrepen, dat de bron nog geen mijl
+van deze plaats verwijderd is?«
+
+»Een kleine mijl, Heer Ridder,« antwoordde de fee. En zich tot hare
+gezellinnen wendende, zeide zij: »Zusters, dit schijnt de jongeling
+te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben; hij is moedig en
+standvastig; zullen wij hem de wondergave schenken?«
+
+Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven,
+openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij
+verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen,
+geen monster of toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen wezen
+zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en zij
+verdwenen in het donkere woud.
+
+Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar
+nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit
+een groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde
+hem, dat de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige
+vrees reed hij echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den
+muil van het monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over
+het zadel, en ontkwam zóó aan den vuurgloed. En terwijl hij op den
+venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil,
+en die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn
+zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen,
+maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te
+krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen.
+
+Bij zijn terugkomst in Macedonië werd de jonge held overladen met
+verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of
+andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met
+zulk een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid
+was over geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in België,
+waar hij den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige
+verraderlijke ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was
+bij deze gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone
+Polinarda, die hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen
+en haar lief kreeg. Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij
+zulk een verheven jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij
+vele ridders ter wille van haar had overwonnen, en hij besloot dus,
+zich in avonturen te begeven, die nog veel moeilijker waren dan die,
+waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem had verworven. Toen
+hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in Frankrijk zou worden
+gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als overwinnaar uit den strijd
+te voorschijn.
+
+Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog
+gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met
+den Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was
+echter niet naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer,
+die de Engelsche koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok
+dus in alle stilte met Palmerin, om den vader zijner geliefde te
+helpen. Na vele wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin,
+de Engelsche prinses te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden,
+werden zij door een hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea
+gedreven. Toen de storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige
+eiland Calpa, om zich daar bezig te houden met de valkenjacht,
+en gedurende zijn afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne
+vrienden had achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers,
+die Agriola medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus
+was er nog ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een
+woest eiland, waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar
+hij oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand
+nog vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van één der
+edelste soorten van het hondenras, maar van een kleinen schoothond,
+zooals men ze in damesboudoirs vindt.
+
+Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner
+vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter
+van den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam,
+en weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten
+aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen jongen ridder,
+en de moeilijkheid werd voor hem nog grooter door de wetenschap, dat
+ook haar nicht Ardemira verliefd op hem was geworden. De ridder wees
+echter zeer beslist hare vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit
+zóó hevig aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig
+nadat het gezelschap aan het Hof van Babylonië was aangekomen. Toen
+Amaran, de zoon van den Koning van Phrygië, die met haar verloofd
+was, dit treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en
+beschuldigde Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn
+van haar dood, terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een
+tweegevecht. Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging
+aan de prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen,
+en verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in
+den oorlog met Phrygië, die het gevolg was van dit tweegevecht.
+
+De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de grenzen
+van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een veldtocht
+tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij te
+vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door
+storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust
+te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich
+in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef.
+
+Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn
+vriend Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan
+zoeken. Bij zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar
+hij hoorde, dat Florendos, Prins van Macedonië, kort geleden Tarisius
+had verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger
+was geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd
+door haar vader, den heerschzuchtigen keizer van Constantinopel,
+gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen
+door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd,
+waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana,
+die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam,
+dat het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist,
+zijne ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel,
+waar hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood
+de neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te
+bewaren voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij
+te bed lag om te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de
+dankbare Griana, die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door
+de mededeeling, dat hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen
+de Keizer haar verhaal hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich,
+en hij erkende hem als zijn opvolger.
+
+
+
+OP ZOEK NAAR TRINEUS.
+
+Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat Palmerin niet,
+dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend Trineus
+te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee voer,
+werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen
+genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde
+er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna
+ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus,
+in zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen
+van de menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige
+verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en
+verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch
+toovenaar, die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen bevrijden
+van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede, dat zij
+slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in de
+nabijheid van »Het Kasteel met de tien Trappen« groeide.
+
+Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar
+Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der
+feeën, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel, plukte
+de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een betooverden
+vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te kondigen door
+een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de betoovering weg van
+het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem in de gedaante
+van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte weer aan.
+
+De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige,
+dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof
+van den éénen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het ééne
+wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de tweegevechten
+volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen Palmerin en
+Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns harten.
+
+De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over
+Palmerin de Oliva. Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat
+het Palmerin de Oliva was. »Ha, heb ik je daar te pakken?« riep de
+priester, »neem deze Oliva mee, scheur hem in stukken, verbrand hem,
+en strooi de asch in den wind!« Toch zijn er schitterende bladzijden
+in de romance, die wij zooeven in groote trekken hebben beschreven,
+korrels stofgoud in een woestijn van verwarde en oppervlakkige
+vertelsels, vonken van het genie, zooals wij die hier en daar in
+Shelley' Zastrozzi, St. Irvyne en andere hysterische uitingen uit
+zijn studententijd aantreffen.
+
+
+
+PRIMALEÓN.
+
+Men is het er algemeen over eens, dat de aard en oorsprong van
+Primaleón, den zoon en opvolger van Palmerin de Oliva echt Spaansch
+zijn; toch vond de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens
+de voorliefde van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig
+en Oostersch was, het aan te kondigen als een vertaling uit het
+Grieksch. De eerste uitgave verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd
+door tal van vertalingen, o.a. een Engelsche van de hand van Anthony
+Munday, uitgegeven in 1589 en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze
+vertaling bevatte echter slechts dat gedeelte der romance, waarin de
+heldendaden van Polendos beschreven waren, maar Munday vulde het werk
+aan in uitgaven, die in 1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen
+van Polendos zijn echter verreweg het beste uit het boek.
+
+Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op zekeren
+dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op de
+treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid
+wegschopte. »Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een andere
+manier!« riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze wijze
+vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was inderdaad de
+zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was verrukt door
+deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te onderscheiden
+door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden zijn. Hij
+begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn vader
+bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij bleef
+niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om Prinses
+Francelina te verlossen uit de macht van een reus en een dwerg, die
+haar in een betooverd paleis gevangen hielden. Bij zijn terugkomst
+in Constantinopel onderscheidde hij zich zeer in een tournooi, dat
+gehouden werd bij gelegenheid van het huwelijk van een der dochters
+van den Keizer, en Primaleón, de eigenlijke held dezer geschiedenis,
+de zoon van Palmerin en Polinarda, wenschte zich met zijn halfbroeder
+te meten; daartoe werd hij tot ridder geslagen en hij kon toen aan den
+strijd deelnemen. De rest van de romance handelt over de lotgevallen
+van dezen jongen held en van Duardos (Eduard) van Engeland.
+
+Bij één zijner avonturen had Primaleón den zoon der Hertogin van
+Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de gelofte af, dat zij
+haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den man, die haar
+het hoofd van Primaleón zou brengen. Primaleón versloeg één voor één
+de minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het
+laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen
+Primaleón aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, vatte
+zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner liefde
+was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald en in
+1533 te Valladolid werden uitgegeven. Wij zullen ons niet bezighouden
+met deze onbeteekenende romance, maar liever onze aandacht wijden
+aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling waard is.
+
+
+
+PALMERIN VAN ENGELAND.
+
+Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de geheele serie. Men
+zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is gegaan, maar
+een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en een
+Italiaansche in 1555 te Venetië. Southey houdt echter vol, dat het
+Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit bestaan heeft, en dat zij
+oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven werd. Deze bewering werd
+echter te niet gedaan, doordat Salva een afschrift van het verdwenen
+Spaansche werk ontdekte, dat door Luis Kuxtado geschreven was en in
+twee gedeelten te Toledo verscheen, in 1547 en 1548. Southey trachtte
+in de Europeesche vertaling van Palmerin van Engeland aan te toonen,
+dat een nadere beschouwing van de mise en scène het onweerlegbaar
+bewijs zou leveren, dat deze romance van zuiver Lusitanischen oorsprong
+was,--uit welke redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er
+schuilt in dergelijke spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond
+zou men kunnen beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat
+het voornamelijk speelt binnen de grenzen van het »gevaarlijke eiland«
+Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont met Amadis.
+
+In Palmerin van Engeland vinden wij de levensgeschiedenis van de
+ouders van den held geschetst. Don Duardos, of Eduard, de zoon van den
+Koning van Engeland, was gehuwd met Flerida, de dochter van Palmerin
+de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op de jacht was, verdwaalde hij
+in een Engelsch woud, en kwam terecht in een geheimzinnig kasteel,
+waar hij gevangen gehouden werd door een reuzin, Eutropa genaamd,
+wier broeder hij in den strijd gedood had. Maar Dramuziando haar neef,
+en de zoon van den reus, die door Duardos naar de andere wereld was
+geholpen, was zachter van gemoed dan zijn geweldige tante, en hij
+vatte een eigenaardige vriendschap op voor den gevangen Duardos.
+
+Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het uitblijven
+van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal ridders, op
+weg om hem te zoeken. Terwijl zij het bosch door trok in de hoop hem te
+vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die door haar kapelaan onder
+het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks was deze plechtigheid
+afgeloopen, toen een woeste man, die in een verborgen schuilplaats
+van het woud woonde, uit het dichte gebladerte te voorschijn sprong,
+de kinderen greep en zich haastig met hen verwijderde. Niemand kon
+hem tegenhouden, want hij was vergezeld van twee leeuwen, die zóó
+reusachtig groot waren en verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs
+de dappersten uit het gevolg van Flerida met angst geslagen waren.
+
+De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian
+gedoopt waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te
+werpen. Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond
+een boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat
+haar overkomen was. Toen Primaleón de treurige tijding ontvangen had,
+scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij
+hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden
+werd. Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende
+ridders gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten
+strijde te trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door
+Dramuziando, die elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem
+te vechten.
+
+De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen
+als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn
+vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden
+dood der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde
+hen op met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij
+zeer bedreven in de jacht en den boschbouw, en op één zijner tochten
+door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde, ontmoette
+Florian den zoon van den hertog van Wales, Pridos, die hem medenam
+naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn moeder Flerida gebracht
+werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot den schuwen knaap, nam
+hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van »Het Kind van het Woud,«
+en voedde hem op in beschaafde manieren.
+
+Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden was,
+liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een galei,
+die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens vroegere
+lotgevallen in de romance Primaleón beschreven zijn) stapte aan wal
+in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die met hem naar
+Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en Selvianus
+vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer zee koos,
+en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar zij bij
+den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de afkomst
+van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen had
+van een zekere »Jonkvrouw van het Bad«, die als beschermengel van
+den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend, dat de knaap
+van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling dezer
+edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg
+hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primaleón, gordde hem
+het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te Constantinopel
+werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde ridder, die
+als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee leeuwen,
+zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling vertrok
+nog incognito, maar later ontdekte men, dat het Florian was, die van
+dit oogenblik bekend bleef als »De Ridder met den Boschbewoner.«
+
+Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda,
+maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het
+natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele
+jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid,
+verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van
+den »Gelukzoeker« naar Engeland, waarheen hij Selvianus als zijn
+schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen,
+waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij
+in het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch
+trok, waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem
+te staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij
+zich verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar
+de slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den »Ridder met den
+Boschbewoner«, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar Londen
+en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide en
+verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had eindelijk
+Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de geboorte
+der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en door
+hun pleegvader bevestigd.
+
+
+
+HET KASTEEL ALMAUROL.
+
+Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden Florian en Palmerin
+het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken weer verder. Wij
+kunnen hen niet volgen door den doolhof van verwikkelingen, waarin
+zij belandden, maar verscheidene hunner beproevingen, vooral die,
+welke Palmerin op het »Gevaarlijke Eiland« moest doorstaan, behooren
+tot het belangrijkste en bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat
+naar hem genoemd is.
+
+In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus
+Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa
+blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins,
+en zij smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht
+van den toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te
+vernietigen. Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol,
+waar, onder de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige
+Miraguarda woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat
+boven de poort van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door
+een stoet van ridders, die verliefd waren geworden op het origineel,
+en wanneer er andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner
+aangebedenen prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot
+de slachtoffers der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando;
+maar terwijl hij de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd
+door Alhayzar, den Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana,
+de dochter van den Sultan van Turkije, hem had bevolen, het haar te
+brengen als bewijs van zijn trouw.
+
+De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden,
+zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het
+huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin
+werd in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian
+met Leonarda, de Koningin van Thracië, zoodat de gelieven allen
+gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet
+met deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan,
+door de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije
+opvat voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had,
+terwijl hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid
+gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, en ofschoon zij nu goed en
+wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en schilderijendief,
+had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude gevoelens bewaard,
+die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare bekoorlijkheden
+vergeten had om de schoonheid der Koningin van Thracië.
+
+Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een toovenaar
+om de Koningin van Thracië in het verderf te storten. Terwijl de jonge
+vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij overvallen
+door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een betooverd
+kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote slang. Haar
+ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een avontuur naar
+zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had geraadpleegd, gelukte
+het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw gevangen gehouden werd,
+en hij slaagde erin, de betoovering van haar weg te nemen.
+
+Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate;
+deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken,
+en hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te
+leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het
+Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man,
+die uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van
+het Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen
+geleverd, en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der
+heidenen volkomen vernietigd.
+
+
+
+EEN LOFREDE VAN CERVANTES.
+
+Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze romance »Deze
+Palmerin van Engeland«, zegt hij, »moet bewaard blijven als een unicum,
+en er zou een kistje voor gemaakt moeten worden, zooals Alexander er
+een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, mijn waarde vriend,
+is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten eerste is het op
+zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, dat een wijs
+Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen in het kasteel
+van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid beschreven;
+de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in overeenstemming
+met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou dus, meester
+Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, en Amadis
+de Galliër uit de vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder
+verder onderzoek moet worden vernietigd.«
+
+Met Uw verlof, meester Cervantes, zou ik hierover gaarne nog eens
+met U van gedachten wisselen; want ofschoon Palmerin van Engeland
+de beste van deze soort romances is, steekt hij toch niet zóó ver
+uit boven de andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook
+mogelijk kunnen zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze
+romance zoo bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het
+werk is van een Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een
+dagblad-criticus, wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances,
+die gij niet gelezen hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan
+vereenigen met de minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont
+voor het schoone geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven
+zijn? Geen goed ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben
+kunnen neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid
+en gebrek aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er
+marionnetten van gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor één
+ding blijf ik hem echter dankbaar--voor de persoonsbeschrijving van
+den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in het »Dal der Verdoemden«
+woont, verdiept in het aanschouwen van geheimzinnige zaken. Maar nog
+meer ben ik hem dankbaar voor de atmosfeer van wonderbaarlijke en
+bedwelmende betoovering, waarin hij deze geschiedenis heeft gehuld;
+en wanneer de schrijver U heeft meegesleept in zijn vervoering, en
+Uwe oogen heeft gesloten voor de gebreken dezer romance, dan moeten
+wij tot Uw verontschuldiging aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet
+in staat waren die fouten te zien, en dat zij slecht den uiterlijken
+glans konden aanschouwen van deze tooverwereld.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI: CATALONISCHE ROMANCES.
+
+
+ »Romances van een kust van liefde en wijn,
+ Waarin nog klinkt de galm van 't edel staal,
+ Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn,
+ En woorden ruischen van een langvergeten taal.«
+
+
+De letterkundige geest van Catalonië was van zuiver lyrischen aard,
+zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo
+heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat
+omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische
+poezië heeft haar vaderland in woeste en door stormen geteisterde
+landen, waar de windvlagen in wilde zangen de ziel van den mensch
+wekken tot vurige liederen, en zijn geest ontvankelijk maken voor het
+rumoer van den krijg. Maar op beschutte kusten, doortrokken met zon,
+en gekleurd met de warme tinten van den overvloed, worden de aeolische
+geluiden der zefirs, die zich als zachtklinkende geesten door tuinen en
+wijngaarden spoeden, omgetooverd in teederder en waziger muziek. Toch
+ontbraken in deze provincie van minnezangers de ridderlegenden niet;
+en zelfs ontstonden er twee romances van zulk een groote schoonheid,
+dat deze in de letterkunde van het Schiereiland zich voor goed een
+belangrijke plaats veroverd hebben.
+
+
+
+PARTENOPEX DE BLOIS.
+
+De schoone en uitstekend bewerkte romance van Partenopex de Blois
+was in de dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488
+gedrukt te Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een
+Fransche romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den loop
+der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even
+echt Catalonisch werd als de Cid Castiliaansch geworden is. Hier
+volgt dan de geschiedenis van Ridder Partenopex.
+
+Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn
+dochter Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele
+buitengewone gaven, die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de
+tooverkunst. Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare
+raadslieden het niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus
+drongen zij er op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden
+haar een tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel
+te vinden; en om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die
+volkomen haar gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar
+de verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen
+te krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden
+kunnen komen.
+
+In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote schoonheid
+en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, Partenopex de
+Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van zijn
+koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het
+overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt
+den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen
+morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij
+het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig
+voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar
+huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar
+vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan,
+toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over
+de baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat
+Partenopex het schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even korte
+als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend schoone
+landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich van de
+kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en zag
+tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig,
+dat hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht
+door den glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die
+langzamerhand uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een
+uitgezochte maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle
+voorwerpen in het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden,
+die in zulk een overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn
+mond, en toen hij verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in
+de lucht bewegende, een brandende toorts, die hem den weg wees naar
+een slaapkamer, waar onzichtbare handen hem ontkleedden.
+
+Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was
+overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde,
+dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde
+den jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten,
+liefde voor hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem
+door toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in
+het kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou
+trachten haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren,
+hij haar liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek;
+maar den volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de
+schitterendste kleederen bracht.
+
+
+
+HET GEHEIMZINNIGE KASTEEL.
+
+Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel van Melior
+niet aan verstrooiingen van allerlei aard; want de uitgestrekte
+landerijen en bosschen waardoor het omgeven was, verschaften hem een
+prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij vergast op de heerlijke
+liederen van onzichtbare zangers. Al het mogelijke en onmogelijke werd
+gedaan, om zijn verblijf in het slot te veraangenamen, en om hem te
+boeien. Maar te midden van alle heerlijkheden waardoor hij omringd
+was, hoorde hij, dat zijn land was aangevallen door vijandelijke
+troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare gebiedster, voor zijn vaderland
+te mogen strijden, en toen zij van hem de verzekering had gekregen,
+dat hij zou terugkeeren, stelde zij het tooverschip, waarmede hij in
+haar rijk geland was, tot zijn beschikking, en kort daarna kwam hij
+daarmede in Frankrijk aan.
+
+Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf,
+om zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette
+hij een ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot
+een tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte
+Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de
+minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden
+werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het
+Hof van Parijs reden.
+
+Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis
+met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten
+aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat
+»alles in de liefde geoorloofd is«, onderschepte zij zijne brieven aan
+Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn hartstocht voor
+de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen kluizenaar er toe,
+zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn geliefde af te schilderen
+als een geest der duisternis, die zóó verdorven was, dat zij zelfs
+de gedaante had aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een
+zwarte huid, witte oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist
+dit alles te gelooven, maar toen de vijandelijkheden geëindigd waren,
+en hij weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het
+verhaal van den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot
+zich zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker
+bezocht en hij wist niet, hoe zij er uit zag.
+
+Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam
+de jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij
+wist dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp
+boven zijn slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke
+schoonheid aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar
+verteld had, laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den
+aanblik van haar bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit
+zijn lamp op haar boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn
+ongehoorzaamheid aan hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar
+stellig op de plaats gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die
+op den toornigen uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had;
+en de vertoornde Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken.
+
+De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na
+eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot
+te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere
+schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard
+verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het
+gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om
+hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel
+in Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer zuster bedaard
+zou zijn. Daarna keerde zij naar de vertoornde Keizerin terug, en
+haalde haar over, af te kondigen, dat zij haar hand zou schenken aan
+den overwinnaar in een tournooi, dat zij van plan was uit te schrijven.
+
+In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen,
+en Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van
+Uracla in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te
+verblijven, want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een
+hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij
+een kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex,
+ten zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig
+door een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syrië
+geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen
+door de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon
+gebracht, en in den kerker geworpen.
+
+Partenopex was diep bedroefd toen hij vernam, dat Hermon en
+verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren getrokken, om
+deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in gevangenschap
+zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner aangebedene
+door groote dapperheid te herwinnen.
+
+Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te
+stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en
+bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te
+nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van
+Perzië de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen,
+en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door
+Melior weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen.
+
+
+
+HET TYPE VAN »PARTENOPEX.«
+
+De romance van Partenopex behoort tot de groep waartoe Amor en
+Psyche en Melusine behooren, en waarin de ééne geliefde de andere
+niet mag aanschouwen, op straffe van verlies van het voorwerp zijner
+liefde. Onveranderlijk verliezen zij elkander dan ook inderdaad;
+maar de dichterlijke rechtvaardigheid eischt, dat na vele beproevingen
+alles weder in orde komt. Dikwijls neemt de man of de vrouw de gedaante
+van een verscheurend dier of van een slang aan, zooals in de beroemde
+romance van Melusine, waarmede Partenopex groote overeenkomst heeft,
+zoodat ik de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit
+heeft overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld
+hebben, was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk
+bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben
+hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken
+vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de
+meer moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De
+geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling
+van den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe
+geschonken werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische
+zoowel als de Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren,
+opdat zij deze belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen.
+
+
+
+TIRANTE DE WITTE.
+
+Het merkwaardige oude verhaal van Tirante de Witte was het werk van
+twee Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie
+de laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart,
+dat hij de romance uit het Engelsch vertaalde, en het heeft er
+inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van het gedicht
+sterk beïnvloed zijn door de oude romance Sir Guy of Warwick. Ik
+kan echter niets in deze romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij
+bepaald vertaald is, en het lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de
+verklaring van den schrijver moet worden opgevat als een truc, die
+door de dichters van het oude Spanje veel werd toegepast om hunne
+geschriften te omgeven met een waas van geheimzinnigheid, of om zich
+te beschermen tegen de meedoogenlooze kritiek, die in dien tijd,
+toen ongeveer alle bewoners van het Schiereiland behept schijnen te
+zijn geweest met een manie voor belletrie, daar gebruikelijk was. De
+romance werd in 1490 gedrukt. Er wordt in gesproken over de Canarische
+Eilanden, die in 1326 ontdekt zijn en die zelfs in Spanje vóór het
+begin der vijftiende eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij
+wel met zekerheid mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien
+tijd geschreven is, vooral ook, omdat er een ridderverhaal, l'Arbre des
+Batailles in vermeld wordt, dat eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek
+werd in het Castiliaansch vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511;
+kort daarna zag een Italiaansche vertaling van Manfredi het licht,
+en een Fransche van de hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste
+heeft het oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij
+de voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd
+en er iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten
+éénenmale mist.
+
+Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland
+met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden
+de meest grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis
+waardig te vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een
+jonge ridder uit Bretagne, van deze preparatieven hoorde, besloot
+hij aan de ridderspelen deel te nemen, en hij scheepte zich in met
+een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde plan hadden opgevat,
+en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, en de reis naar
+Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de vermoeienissen
+van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het sukkeldrafje
+van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te verwonderen, dat hij
+op deze wijze gescheiden werd van zijn veerkrachtiger metgezellen,
+en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat hij geheel alleen op
+den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en sukkelde eenige
+mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend behoefte aan
+rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; hij was
+zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die hij
+aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op
+eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door
+het dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond
+zich plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag
+in zijn armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder
+spoedig een hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder
+verbaasd, toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing
+van l'Arbre des Batailles, een boek vol lessen en wetenswaardigheden
+op het gebied der ridderlijkheid.
+
+
+
+DE GRAFELIJKE KLUIZENAAR.
+
+Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan William, Graaf van
+Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de ijdelheden van
+het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar Jeruzalem. Toen hij
+bij het Heilige Graf was aangekomen, liet hij het bericht van zijn
+dood verspreiden; daarna was hij naar Engeland teruggekeerd in de
+vermomming van een pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut,
+waar Tirante hem ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het
+kasteel, waar zijn echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet
+van langen duur zijn, want toen de machtige Koning der Canarische
+Eilanden met een reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf
+naar de wapenen om het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers
+rukten echter zoo snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig
+uit Canterbury en Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een
+schuilplaats te zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd
+door het Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf
+hem te hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een
+tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna
+maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de
+eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen
+beschreven is in de oude Engelsche romance Sir Guy of Warwick.
+
+Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde
+hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat
+zijn vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van
+Frankrijk, dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn
+moeder een dochter was van den Hertog van Bretagne. Ook vertelde hij
+zijn gastheer, dat hij van plan was deel te nemen aan het tournooi,
+dat gehouden zou worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk,
+waarop de Graaf hem uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante
+verdiept was, een hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten
+in het algemeen van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling
+voor over den wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen
+hij geëindigd had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat Tirante,
+daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, verstandig zou
+doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, waaruit hij
+hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem.
+
+Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was
+getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had
+aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en
+hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze
+vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij
+de ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had
+verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen
+verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van
+den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht
+op leven en dood, en geëischt, dat zij zich zouden uitrusten met
+papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd
+gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in
+het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders,
+die bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van
+Bourgondië en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van
+Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of »God
+ontferm U onzer«, en die een afstammeling was van de oude reuzen,
+kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. Toen hij
+echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van Tirante,
+die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij zóó overweldigd door
+smart, dat hij den geest gaf. Zijn plaats werd ingenomen door zijn
+broeder, Thomas van Montauban, die een nog reusachtiger gestalte
+had, maar toch door den jongen Bretonschen ridder overwonnen werd,
+en genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen.
+
+Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar zijn
+vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in
+zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht
+bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en
+den Sultan van Caïro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon van
+den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland te
+bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen hield
+hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij eindelijk
+te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, en
+nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf
+hij zich met zijne manschappen naar Sicilië, waar Prins Philips in
+het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren
+de huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer
+van Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende
+mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een
+inval hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als
+ridder gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den
+heidenschen aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel,
+waar hem bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen
+werd opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de
+bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf
+spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om
+een wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende
+dien rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden.
+
+Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in
+Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden Arthur, Koning
+van Brittanje, kwam zoeken. De Keizer daalde af in zijn duisterste
+kerkers, en vond daar den grootste onder de helden opgesloten in
+een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste levensdagen in de diepste
+ellende en volkomen verzwakt van geest doorbracht. Nadat men hem zijn
+oude wapen, het beroemde zwaard Excalibur, in de hand had gegeven,
+was de ongelukkige Koning in staat, alle vragen, die hem met eenig
+beleid gesteld werden, te beantwoorden; maar toen men hem het zwaard
+weer uit de hand nam, verviel hij nog dieper in den toestand van
+kindschheid. Nadat Urganda een schitterend feestmaal gegeven had,
+verdween zij met haar bejaarden broeder, en niemand wist, waarheen
+zij gegaan waren.
+
+Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van
+vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig
+slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses
+Carmesina. Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der
+hofdames van de Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde
+voor den jongen ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche
+list zijn jalousie op te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner
+ziel gekwetst door de vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder
+afscheid van haar te nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het
+schip, waarmede hij wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen,
+en naar de kust van Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het
+strand wandelde, ontmoette Tirante een gezant van den Koning van
+Tormeceno, die hem naar het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder
+voorstelde, waarna Tirante hem bijstond in de oorlogen, waarin deze
+vorst natuurlijk gewikkeld was. Toen hij bij zulk een gelegenheid de
+stad Montagata bestookte, trad een jonkvrouw buiten de poorten, om
+voor de inwoners om vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij
+in haar één der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de waarheid
+vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij hief
+oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een machtig
+leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij te
+staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een terugtocht
+van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij in staat
+een zeer voordeeligen vrede te sluiten.
+
+Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk
+van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag
+op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van
+zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten
+totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus
+een wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen
+van Ethiopië, Fez en Sicilië, kreeg hij een hevige pleuritis, en
+ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort
+daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren
+zij niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag,
+waarop zij het doodsbericht hadden gekregen.
+
+Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet
+gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping
+door het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders,
+of de lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid
+van het slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van
+Cervantes, dat Tirante de Witte een lievelingsromance van het Spaansche
+volk was. »Toen zij een heele verzameling romances tegelijk opnam«,
+zegt hij, »viel er een op den grond voor de voeten van den barbier,
+die den inval had den titel te lezen, en zag, dat het Tirante de
+Witte was. God beware mij, riep de priester luidkeels, is Tirante de
+Witte er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een bron van
+vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de huishoudster
+aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, »want ofschoon de
+schrijver verdient te worden opgehangen, omdat hij in vollen ernst
+zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek toch in zeker opzicht
+het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. Hier eten en slapen de
+ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor hun dood hun testament,
+natuurlijke zaken, die in alle andere boeken ontbreken.«
+
+Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het
+onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance
+kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd
+uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond?
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII: RODERICK, DE LAATSTE DER GOTHEN.
+
+
+ Nog gistren was ik Spanje's Vorst--mijn rijk werd mij ontroofd.
+ Nog gistren in mijn heerlijk slot--waar leg ik nu mijn hoofd?
+ Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij neer,
+ Daar dient vandaag d'onttroonden vorst geen enkle schildknaap meer.
+
+ Lockhart: Spaansche Balladen.
+
+
+De tragische en rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje
+overging in de handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard
+is behandeld te worden door een groot dichter; maar of het de nationale
+trots beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet
+door aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven
+bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich zóó tot de
+schildering der diepere menschelijke hartstochten als de episode,
+die eindigde met het verraad van een geheel land uit persoonlijke
+wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als die, welke Aeschylus bewoog,
+zijn ontroerend en grootsch drama Elektra te schrijven. Toch vindt men
+deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche
+kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, Roderick, de
+Laatste der Gothen, dat geïnspireerd is door een onware voorstelling
+van dit gedeelte der geschiedenis. [23]
+
+Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, dat begraven
+ligt in De Kroniek van Roderick, met de Verwoesting van Spanje,
+moeten wij eerst de geschiedenis van den ondergang van het Gothische
+rijk in Spanje nagaan, met behulp van die gegevens, waarvan wij mogen
+veronderstellen, dat zij ons betrekkelijk juist inlichten over het
+geval. Deze gegevens vinden wij in de Algemeene Kroniek van Spanje
+en in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk
+zijn de feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis,
+in het kort als volgt:
+
+Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren
+in Mauretanië, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van
+Andalusië, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland bij
+hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche
+Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd
+door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid,
+dat de vesting Ceuta in Mauretanië nog in Gothische handen was
+gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door
+het beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer,
+die erin slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige
+overmacht. Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick,
+die het recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen
+had. Zijn voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van
+een of andere provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht
+naar wraak, hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick
+erin, met voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza,
+zelf den troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in
+Spanje nog door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer
+goed mogelijk, dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen
+heeft. Waarschijnlijk was Graaf Julianus een lid van de partij aan
+welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat
+hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten,
+de hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen.
+
+De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen,
+dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot
+deze onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer
+verklaring van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een
+slecht en ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige
+hartstocht voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus,
+en verleidde en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van
+Roderick, besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak;
+hij stelde zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij
+zoo lang tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa,
+den Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje;
+en om zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij
+zelfs hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in
+over de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk
+op den weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding
+der soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa
+begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het
+Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap
+af naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te
+vragen over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur
+zeer aan. Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat,
+maar ook een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote
+vloot af te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts
+weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in Juli van het jaar
+710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als het ware eerst
+poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner tegenstanders. De
+expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij te Tarifa geland
+waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied naar het kasteel
+en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich de trouwelooze
+volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen tegenstand
+te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika terug.
+
+Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de
+Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden
+in het voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik,
+op Spaanschen boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun
+aanvoerder draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent »De
+Berg van Tarik«. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche
+legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien,
+dat zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal
+bijna honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik
+zijn leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche
+soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en
+afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix,
+en de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die
+schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en
+goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door
+witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door
+de overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden
+zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne
+ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht
+onmogelijk was: »Vóór u is de vijand«, zeide hij, »achter u ligt de
+zee. Waarheen zoudt gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien
+Koning der Gothen verdelgen of zelf ondergaan.«
+
+
+
+RODERICK'S LOT.
+
+Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de beide zonen van
+Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche leger bekleedden,
+scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit veroorzaakte een
+geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros Orelia, en
+trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn diadeem en
+vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het gelukte
+hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op aandringen van
+Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich echter drie volle
+maanden staande hield, en hij zond een leger uit om het koninkrijk
+Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo gaf zich over,
+nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had, dat zij de
+stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een belofte,
+die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de heidensche
+aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen beloond, en zij
+sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan, totdat beiden
+na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van Toledo zette
+Tarik zijne veroveringstochten voort over Castilië en Leon en trok
+hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon in Asturië,
+waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van Biskaje. In enkele
+maanden was geheel Spanje feitelijk een Mohamedaansche provincie
+geworden, en alleen in de valleien van Asturië hield een troepje
+Gothische soldaten nog stand tegen den overwinnenden Moor.
+
+Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, om den meer
+schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der romance te
+gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke verdorvenheid van
+Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus aangestookte inval
+der Mooren den karakterloozen Koning als een donderslag trof. De strijd
+met de Saracenen wordt beschreven, en de vlucht van Roderick wordt in
+de somberste kleuren afgeschilderd. Maar zooals de volksoverlevering
+weigerde te gelooven, dat Arthur op dien gedenkwaardigen dag bij
+Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van Schotland op het slagveld van
+Flodden, en Harold bij Hastings hun einde vonden, zoo weigerde zij
+ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is den mensch aangeboren,
+zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een beroemd legeraanvoerder
+werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog in onzen tijd, niet
+legenden in omloop geweest met betrekking tot den diep betreurden
+Lord Kitchener?
+
+De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt stond
+zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling beschenen
+werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem bezwoer
+te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde den
+raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner koninklijke
+waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een gesneuvelden boer
+aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den geheelen nacht
+liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen van goddelijke
+wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de gruwelijke
+gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de slagvelden,
+werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting. Na zeven
+dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat gelegen
+was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van Minda. Het
+klooster was geheel verlaten, maar de rampzalige vluchteling wierp
+zich voor het altaar neder, om in gebed zijn noodlot af te wachten,
+want hij was er vast van overtuigd, dat de heidenen hem zouden opsporen
+en dooden. Hij voedde de lampen met olie, en verliet slechts zoo nu en
+dan het altaar, om te zien of de Saracenen naderden. Hij lag voor het
+crucifix geknield, en omvatte de voeten van het beeld des Verlossers,
+terwijl hij bloedige tranen van het diepste berouw schreide. Terwijl
+hij daar in het stof gebogen terneder lag, bemerkte hij, dat iemand de
+kapel was binnengetreden, en toen hij de oogen opsloeg, in de hoop,
+dat het kromme zwaard van een Moorsch soldaat hem den verlossenden
+dood zou brengen, zag hij tot zijn verbazing een monnik, die hem
+vriendelijk toesprak en hem zeide, dat hij naar het klooster, dat hem
+vijf en zestig jaren tot woonplaats had gediend, was teruggekeerd in
+het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven door de hand van een heiden,
+en dat hij op deze wijze den martelaarskroon zou verwerven.
+
+Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die diep
+getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden
+sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst
+gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat
+hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen
+de morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren
+nog een der machtigste koningen van het Christendom was geweest,
+de kapel, om hun moeilijken weg te gaan.
+
+De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij
+hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te
+blijven, zoo lang dit God zou behagen. »Wat mij betreft«, sprak hij,
+»over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan moet gij mij
+begraven, mijne kleederen aantrekken en tenminste een jaar hier blijven
+om honger en koude en dorst te lijden uit liefde voor onzen Heer, opdat
+Hij zich over u ontferme.« Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij
+drie dagen later den geest. Roderick was diep bedroefd over zijn dood;
+hij maakte zich dadelijk gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren,
+en groef met zijn bloote handen en met behulp van een boomtak een graf
+voor den vromen monnik. Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen,
+zag hij, dat de doode kluizenaar een papierrol in de hand had, die
+beschreven was met raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze
+in de kluizenaarshut. De onttroonde Koning las het geschrift met
+groote aandacht, en hij besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen.
+
+Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten arbeiden
+aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden nacht,
+terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij kwam
+in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de
+monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen
+gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht,
+dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de
+hand kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: »Het zou niet
+gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig
+dienaar van God.« Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker bekend
+was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een heilige,
+die zich op deze wijze aan hem openbaarde. »Helaas«, zeide hij, »ik
+ben geen Koning, maar een ellendige zondaar, van wien het beter zou
+zijn geweest indien hij nooit geboren ware, zooveel wee is over het
+land gekomen door mijn misdaad.«
+
+»Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent«, antwoordde Satan,
+»want de ramp, waarover gij spreekt, zou in ieder geval het land
+getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het was niet uw
+schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest van God,
+die door mijn mond spreekt.« De Booze zeide daarna, dat hij den
+langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn strijd
+bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer verheugd en
+luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan sprak en die
+ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door allerlei
+drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den pseudo-heilige
+verzocht hem te helpen bij het begraven van het stoffelijk omhulsel
+van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem niettegenstaande zijn
+voorgewende kreupelheid de vlucht te zien nemen.
+
+Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de
+heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick
+bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders
+hem éénmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit bevel,
+weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en Satan
+wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche langdradigheid
+uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de haarkloverij
+en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs van een
+schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten, dat
+hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben
+weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding,
+dat op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn
+ware gedaante van een vreeselijken duivel.
+
+
+
+DE KRIJGSLIST VAN SATAN.
+
+Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren avond, toen de
+zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand naderen, die
+met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed van een
+gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende Roderick
+tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem naderde
+met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn verraad
+volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van den
+Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer
+de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche
+troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar
+Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd
+en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger
+te aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met
+wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen
+terug, onder wie Roderick verscheiden ridders ontdekte, van wie hij
+dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte
+het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen
+dat zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar
+de lager gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie,
+alsof zij een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een
+menigte pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad
+volgde. Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel
+gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen
+op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met
+de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden
+behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele schouwspel
+van den veldslag als rook in den wind, en toen wist de Koning, dat
+hij ten tweeden male de verlokkingen des Duivels had weerstaan.
+
+Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na
+verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was
+dan alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl
+hij zijne gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een
+stoet ruiters in de richting van zijn hut komen, en toen zij daar
+stilhielden en afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante
+van dezelfde Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een
+gruwelijk onrecht had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart
+van den rampzaligen Koning bijna stil, maar voordat hij een woord
+kon uitbrengen, vertelde zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de
+Mooren gekeerd had, en hen had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote
+des Konings, gestorven was, dat een monnik haar bevolen had, Don
+Roderick op te sporen en hem zoo spoedig mogelijk te huwen, en dat
+hij haar voorspeld had, dat zij het leven zou schenken aan een zoon,
+Elbersan genaamd, die de geheele wereld onder den scepter van Spanje
+zou brengen. Toen Roderick deze woorden hoorde, begon hij vreeselijk
+te beven, want hij had Cava zeer liefgehad. Zij gaf hare dienaren
+bevel, een tent op te slaan in de nabijheid van de kluizenaarshut
+en de leden van haar gevolg richtten een overvloedig maal aan. Toen
+de Koning haar groote schoonheid aanschouwde, sidderde hij, alsof hij
+door een beroerte was getroffen, maar hij vouwde zijne handen in gebed
+en wendde zich tot God, smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou
+laten voorbijgaan. Toen hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte
+de valsche Cava hem, luidkeels schreeuwende, en de helsche machten,
+die haar vergezelden, volgden haar in zulk een hevige verwarring en
+met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals
+waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor
+de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle,
+maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God,
+die hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze.
+
+
+
+DE DOOD VAN RODERICK.
+
+De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner afzondering zou
+verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking had weerstaan. Hij
+volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou, gordde zijne
+lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den eersten
+dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij bleef
+overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een klooster,
+waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat bestemd was
+zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster beval hem,
+naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut bevond, die
+hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden steen
+zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie kleine
+slangen vinden, van welke de één twee koppen had. Deze tweehoofdige
+slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het geheim voeden,
+zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou verborgen moeten
+blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar lichaam langs den
+wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den kop naar buiten
+te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er zelf ontkleed
+naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God zijn boete
+zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel van
+het klooster.
+
+Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den Abt op; hij
+vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier in
+de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich
+in tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij
+zich nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een
+grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de
+Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte,
+en begon met één kop zijn zondige natuur en met het andere zijn hart te
+verslinden. Roderick lag onder vreeselijke kwellingen ter neder, maar
+ten slotte doorboorde de slang het hart, waarop de Koning onmiddellijk
+zijn geest aan God gaf, die in zijn Heilige Barmhartigheid hem in Zijn
+Heerlijkheid opnam. En in zijn stervensuur begonnen alle klokken van
+het klooster te luiden als werden ze door menschenhanden bewogen.
+
+Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek
+het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe
+beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals
+Thomas Newton in zijn Notable History of the Saracens gelooft, »dat de
+slang met de twee koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten?«
+Requiescas in pace, Domine Roderice!
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII: »CALAYNOS DE MOOR«, »GAYFEROS« EN »GRAAF ALARCOS«.
+
+
+Ik neem deze drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen
+omdat zij blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk
+een hooge gunst hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister
+beeld geven van den smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere
+romances van dezelfde soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf
+een afzonderlijke groep vormden, wat ik altijd verondersteld heb op
+grond van het feit, dat in alle Castiliaansche verhandelingen over
+de romance, deze drie gedichten te zamen worden vermeld. Hieruit
+meen ik te mogen opmaken, dat deze drie romances een eigen genre
+vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest van ernst en strengheid,
+die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche letterkunde, en
+tenminste in één dezer drie gedichten vindt men zoo duidelijk de
+atmosfeer van groote droefheid en van wreedheid, die slechts wordt
+opgewekt door Latijnsche en Grieksche treurspelen. Want zelfs niet
+de grootste meesters van het Noorden, Marlowe noch Massinger, Goethe
+noch Shakespeare, zijn er in geslaagd, met zulke sombere kleuren hunne
+tooneelen af te schilderen, als de Spanjaarden Calderon of Lope dat
+hebben gedaan.
+
+
+
+CALAYNOS.
+
+Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders, is de held van
+verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende daarvan is de
+Coplas de Calainos, waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde vertaling
+heeft geleverd in zijn Spaansche Balladen.
+
+De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een
+jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij
+haar uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in
+haar overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte
+van hem de hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid:
+Rinaldo, Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf
+zich oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide
+hij de Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn
+hoorn, waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den
+klank herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige
+mijlen van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de
+koninklijke stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte,
+hoe hij het durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van
+zijn rijk te vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was
+van Calaynos, die Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde,
+en die hun aanval in Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den
+overmoedigen heiden te strijden, stelde Karel de Groote Roland voor,
+dat deze Calaynos zou tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat
+dit de taak behoorde te zijn van een of anderen saletjonker, daar hij
+het beneden zijn waardigheid vond met één enkelen Moor te vechten. Heer
+Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van
+Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en
+bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem
+minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn geliefde.
+
+Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden hoorde; hij slingerde
+Calaynos zijn uitdaging in het gezicht, en riep hem toe zich gereed
+te maken tot den strijd. De Moor wierp zich in het zadel, richtte
+zijn lans op de borst van zijn tegenstander, reed in vollen draf op
+Boudewijn toe, en wierp hem ter aarde, waarna hij hem dwong om genade
+te smeeken. Maar Roland, de oom van den jeugdigen ridder, was in de
+nabijheid; hij zwaaide zijn geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat
+hij zich moest wapenen voor een nieuwen strijd. »Wie zijt gij?« vroeg
+Calaynos. »Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U niet.«
+
+»Zwijg, ellendige Moor!« antwoordde Roland. »Uw laatste uur is
+geslagen«; en dit zeggende, reed hij in vollen draf op zijn vijand
+toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland sprong van zijn
+paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem heen.
+
+»Hoe heet gij, heiden?« vroeg hij, »spreek of sterf.«
+
+»Heer,« antwoordde Calaynos, »ik dien een trotsche Spaansche jonkvrouw,
+die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen dan de hoofden van
+de drie edelste paladijnen van Karel den Groote.«
+
+»Zoo,« lachte Roland, »dan zijt gij een groote gek; zij kan
+u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons te
+trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven«; en met deze
+woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met de
+halve maan. »Deze maan zal nooit meer opgaan boven de Seinevlakte,«
+riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede stak.
+
+Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw
+en door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer
+onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder
+ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal
+draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke
+strekking.
+
+
+
+GAYFEROS.
+
+Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche romantiek; zijn
+geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den Groote, en werd
+opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop Turpinus. Ofschoon hij
+een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder aantrekkelijk te zijn
+geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen hij waarschijnlijk
+te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven jaren heeft gezocht
+naar zijn vrouw, die zich in Spaansche gevangenschap bevond. Gayferos
+van Bordeaux was een bloedverwant van Roland, den onoverwinnelijken
+held uit de Chansons de gestes, en hij was gehuwd met Melisenda,
+een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd de dame
+geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te Saragossa
+opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der heidenen te
+bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te zoeken. Maar
+na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de plaats te
+vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar provincie,
+van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij eindelijk,
+ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In de
+hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos
+zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote
+hem met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem:
+»Hoe nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen,
+terwijl uw vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij
+even bekwaam waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen,
+zoudt gij u haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden.« Deze
+terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist
+gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog
+niet bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen hij van Karel den
+Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf hij zich haastig
+naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een paard.
+
+Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn
+eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en zóó uitgerust, reisde
+Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd daarna kwam hij
+te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd tegengehouden,
+reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw gevangen werd
+gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en smeekte hem,
+indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van haar aan
+haar echtgenoot Gayferos te brengen:
+
+
+ »Zeven jaren in deez' toren heb ik Gayferos gewacht,
+ Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren doorgebracht,
+ Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar smart;
+ Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle hart.«
+ Maar hij richt zich op in 't zadel: »Eedle Vrouwe, klaag niet meer,
+ Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en heer.
+ Spring in 't zadel uit den toren! in mijn armen, aan mijn borst,
+ Voer 'k u veilig uit de landen van den wreeden Moorschen vorst.«
+
+
+Melisenda sprong uit het venster in de armen van haar trouwen ridder,
+die haar in het zadel hief en spoorslags met haar wegreed om de
+poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige was geweest
+van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden spoedig
+achtervolgd door zeven colonnes ruiters.
+
+De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds kleiner,
+maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard waarop
+zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat wanneer
+men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de sporen in
+zijne zijden drukte, men hem zonder eenig gevaar voor de berijders
+over elke hindernis kon laten heenspringen. Haastig deelde zij haar
+echtgenoot dit mede, en toen hij op haar aanwijzing gehandeld had,
+stuurde hij het ros naar de stadsmuur, waar het met het grootste gemak
+over heensprong. Toen de Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de
+verdere vervolging op. Kort daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te
+Parijs terug, en hun verder leven was even gelukkig als hun verleden
+droevig was geweest.
+
+
+
+GRAAF ALARCOS.
+
+Somber, tragisch en vol afwisseling is de geschiedenis van Graaf
+Alarcos, een romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het
+Engelsch vertaald door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen
+hebben veel overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied
+toonden voor den geest van het origineel. De romance begint met den
+eenvoud, die de ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter
+van den Koning van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos,
+maar hij had haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie
+hij verscheidene kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar
+verleiding, trok de ongelukkige prinses zich van de wereld terug,
+en bracht hare mooiste levensjaren in groote droefheid door. Haar
+koninklijke vader, die niets van dit geheime huwelijk wist, vroeg
+haar naar de oorzaak van haar leed, en zij antwoordde hem, dat zij
+treurde omdat zij niet gehuwd was zooals andere vrouwen van haar rang.
+
+»Dochter«, antwoordde de Koning, »dat is mijn schuld niet. Heeft de
+edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk gevraagd? Ik ken in
+Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat hij u zou kunnen
+huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds getrouwd.«
+
+»Helaas«, zeide de Infante, »het is juist Graaf Alarcos die mijn hart
+gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en hij beloofde
+mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het huwelijk trad.«
+
+Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak
+hij: »Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk
+geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt.«
+
+Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie,
+en zij riep uit: »Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over
+mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat
+ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos
+nog met mij trouwen.«
+
+Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos
+op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn
+misdaad tegenover de Infante.
+
+»Is het waar, Don Alarcos«, vroeg hij, »dat gij mijn dochter trouw
+beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister dan goed
+naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter toekomt:
+zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat
+zij aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante
+huwen. Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van
+u het eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven.«
+
+»Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb«, antwoordde
+Alarcos. »Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar mijn onschuldige
+vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn misdaad, maar tref
+mijn vrouw niet.«
+
+»Het is onmogelijk«, antwoordde de strenge oude Koning. »Ik zeg u, dat
+zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. Wanneer het wapenschild van
+een Koning bevlekt is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze
+vlek moet uitwisschen, schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg
+mijn bevel op, of gij zult uw misdaad met uw leven betalen.«
+
+Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde
+was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken,
+stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij
+reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De
+gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief
+had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig
+van smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette,
+vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd
+zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug,
+en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar
+in haar kamer zou mededeelen.
+
+Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare
+vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon
+eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide,
+alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk
+voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar
+geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen.
+
+»Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad,« zeide hij. »Ik beloofde
+haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met haar. Zij is de dochter
+des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en wil, dat ik mijn belofte
+aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het zeggen moet! heeft
+bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen avond.« »Wat,« riep de
+gravin verschrikt, »is dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u,
+Alarcos? Waarom moet ik sterven? O, zend mij terug naar mijn ouderlijk
+huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn kinderen
+kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht ben.«
+
+»Het is onmogelijk,« antwoordde de rampzalige Graaf; »ik heb mijn
+woord gegeven.«
+
+»Ik heb geen vrienden in dit land,« riep de ongelukkige vrouw uit,
+»maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen, voordat ik sterf.«
+
+»Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust, omhelzen,« kermde
+Alarcos; »de andere kinderen moogt gij niet meer zien. Maak u gereed
+om te sterven.«
+
+De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een Ave, stond op
+en smeekte haar hardvochtigen echtgenoot, goed voor de kinderen te
+zijn. Zij schonk hem vergiffenis, maar legde op den Koning en zijn
+dochter de vreeselijke vloek, die in de middeleeuwen onder het volk
+bekend was als Het Gericht der Stervenden, waarvan zoo menigmaal
+werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld
+waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn
+moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon
+te verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te
+verantwoorden over hun misdaad.
+
+De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de
+afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag,
+riep hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn
+groote droefheid.
+
+Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke
+pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en
+voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed
+en tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van
+Alarcos. Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de
+diepe ontroering, die zich daarbij van ons meester maakt, kunnen
+wij er moeilijk een legende in zien, en wij weten niet, voor wie
+wij den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses,
+den wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende
+en trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van »eer«,
+dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en waarvoor bijna
+evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor iederen anderen
+vorm van bijgeloof of fanatisme.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX: DE ROMANCEROS OF BALLADEN.
+
+
+ De Ilias zonder een Homerus.
+
+ Lope de Vega.
+
+
+De naam romancero wordt in het moderne Spaansch eigenlijk uitsluitend
+toegepast op een bepaalden versvorm, een verhalend gedicht, dat
+geschreven is in zestienlettergrepige regels, die alle in eenzelfden
+assonant eindigen. Oorspronkelijk werd het woord gebruikt voor die
+dialecten of talen, die aan het Romaansch of Latijn verwant waren,
+de spreektaal dus van het oude Rome in hare moderne vormen. Later
+duidde men er slechts de geschreven vormen dezer talen mede aan,
+en ten slotte alleen maar den poëtischen lyrisch-verhalenden vorm,
+zooals wij reeds eerder opmerkten. De romancero verschilt dus van
+de romance hierin, dat zij in verzen geschreven is; en het blijkt
+uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de naam »romance« ontstaan is
+in het overgangstijdperk, toen het woord werd gebruikt voor hetgeen
+geschreven werd in modern Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch,
+Fransch en Provençaalsch, onafhankelijk van de omstandigheid, of
+het proza of poëzie was. Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte
+romances--zooals Amadis, Palmerin en Partenopex--in proza geschreven
+waren, maar de romancero was vóór alles een verhaal in verzen. Zoo
+behooren de drie verhalen, die wij in het vorige hoofdstuk behandelden,
+tot de groep der romanceros--een versvorm, die, zooals wij zullen zien,
+even geliefd was bij de lagere volksklassen van het Schiereiland
+als de echte romance dat was bij den hidalgo en den caballero. De
+romancero was dus de volksballade van Spanje.
+
+In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de
+Spaansche ballade of romancero als volgt te schetsen:
+
+1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen.
+
+2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of cantares
+de gesta.
+
+3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum.
+
+4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste kunst.
+
+Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote groepen:
+
+1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen.
+
+2. Letterkundige producten.
+
+Wat de eerste soort der romanceros betreft, ik heb er evenmin als
+Sancho Panza een oordeel over, hoe oud zij zijn. Over deze vraag zijn
+de tegenstrijdigste beweringen geuit, maar zooals ik reeds gezegd heb,
+het zou al heel verwonderlijk zijn, wanneer geen overblijfselen van
+het oude Castiliaansche volkslied in een veranderden vorm tot ons
+gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied een even groote kans heeft,
+bewaard te blijven, als een oude gewoonte of een legende, en wij weten
+hoe deze in bepaalde streken onveranderd bewaard zijn gebleven. Ik zie
+dus niet in, waarom niet een zeker aantal oorspronkelijke Spaansche
+balladen tot ons gekomen zouden zijn in een veranderden vorm, zoodat
+degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou als zijn schepping;
+want ook de dichter van Tom de Rijmer, de oude Schotsche ballade,
+zou zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren
+vorm weer onder de oogen zou hebben gekregen.
+
+Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige, men
+hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging kunnen
+ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend iets,
+een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan van de
+wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de oudheid--een museum. Ik
+heb niets tegen de beheerders van dat museum, en ik lees met genoegen
+hunne boeken, die een land beschrijven, dat door weinigen van hen
+bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een bewijs te weerleggen,
+dat geleverd is door een instinct, dat zij missen, dan worden zij
+vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de kunst, hare ingevingen,
+haar hoogere visie, en het is betreurenswaardig, dat zij, die deze
+intuitie missen, de juistheid hunner opvatting willen bewijzen door
+doode logica.
+
+Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van
+het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken,
+»dat zij te oud zijn om te liegen.« Ik heb duidelijk aangetoond,
+dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de kronieken
+en cantares, een omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun
+betrekkelijk hoogen ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden
+met de latere kunstmatige imitaties van Góngora en Lope de Vega
+en met andere producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten
+slotte slechts de Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de
+cancioneros vinden. Evenals de balladen van Schotland en Denemarken
+zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden verzameld en uitgegeven,
+en in de bladzijden der cancioneros is oud en nieuw, volkslied en
+letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen
+gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer cancioneros eens nader
+beschouwen, deze schatkamer der dichtkunst van een volk, en laat ons
+hun ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in
+het algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong
+behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip.
+
+
+
+DE »CANCIONERO GENERAL«.
+
+Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van
+Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of
+het »Algemeen Liederenboek«, zooals men het zou kunnen noemen,
+verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een
+zekeren Fernando del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn,
+noch naar tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt,
+ofschoon de voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden
+zijn gehouden. Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk,
+en telkens wanneer de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe
+gedeelte achter het oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het
+grootste gedeelte uit de balladen van schrijvers uit de vijftiende
+en het begin der zestiende eeuw, zooals Tallante, Nicolas Núñez,
+Juan de Mena, Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana.
+
+Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke
+liederen (obras de devoción). Deze zijn eentonig en zeer fanatiek. De
+daarop volgende »zedelijke liederen« zijn al evenmin aantrekkelijk; zij
+geven zinnebeeldige voorstellingen van deugden en ondeugden volgens
+de opvattingen van een schoolsche filosofie. De liefdesgedichten
+uit de verzameling zijn meer eenvoudig dan poëtisch; er ontbreekt
+diep gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig
+herhalen van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed
+over ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo filosofisch
+beroep op het verstand. Toch ontbreken ook de vroolijke, sierlijke
+liefdesliedjes niet in dezen bundel, zooals bv. »Muy más clara que
+de luna« van Juan de Meux, of »Pensamienti, pues mostrays«, van Diego
+Lopez de Haro. Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling,
+en het teedere gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang
+getuigde, loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen.
+
+Boeiender zijn de canciones of lyrische gedichten, die al iets
+moderner zijn, en reeds een eigen karakter en metrischen vorm
+vertoonen. Zij bestaan gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee
+gedeelten gescheiden. De eerste vier regels bevatten de gedachte
+waarop het gedicht is gebaseerd, en die in de acht volgende
+regels wordt uitgewerkt of toegelicht. De Cancionero General
+bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en sommige daarvan
+behooren tot het beste uit den geheelen bundel. Waarschijnlijk is hun
+beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun poëtische waarde. Een
+daaraan verwante vorm is de villancico, een versje van gewoonlijk
+drie of vier regels, een invallende gedachte, een gedichtje, waarin
+een vluchtige ontroering is vastgelegd.
+
+
+
+DE »ROMANCERO GENERAL«.
+
+De titel Romancero General werd gegeven aan verscheiden verzamelingen
+van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances, die in de
+zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere hiervan
+komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste bundel
+der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een ander
+werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam
+draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de
+verzameling van Pedro de Flores (1614). Dit is een bloemlezing, die
+blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar dat doet niets
+af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de bewering van
+den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche romanceros bevat,
+want wij vinden er geen enkel gedicht uit de Cancionero General
+in. Al deze bundels bevatten een groot aantal liefdesliederen van de
+soort waarvan de Cancionero General er zoovele geeft; maar deze zijn
+voor ons niet van groote beteekenis, en onze belangstelling gaat
+meer uit naar de echte romanceros. Deze stammen voor het grootste
+gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over
+de burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in
+Spanje, en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche
+ridders. Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element
+in de Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig
+hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen,
+dat deze gedichten een navolging waren van Moorsche poëzie. Maar er
+zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden,
+zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio,
+Fernán González, de Infantes van Lara en de Cid. De meeste dezer
+verhalen zijn geschreven door menschen uit het volk, de laatste
+vertegenwoordigers van het geslacht der jùglares, die de cantares de
+gesta [24] hadden gedicht of voorgedragen.
+
+Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel degeen,
+die het best op de hoogte is, waar het de romancero betreft. In
+zijn knap werk over Spaansche letterkunde voert hij ons door de
+belangrijkste provincies van het rijk der Spaansche dichtkunst,
+en wijdt hij aan de romancero ongeveer veertig bladzijden, die,
+zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt,
+interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart's Spaansche Balladen,
+en levert een geestige kritiek op de verzameling van den Schotschen
+vertaler. Een betere handleiding voor den Engelschsprekenden lezer
+zou moeilijk gevonden kunnen worden, want het boek van Lockhart is
+algemeen bekend, en werd in den tijd van Koningin Victoria in de
+woning van bijna elk ontwikkeld Engelschman aangetroffen. Wij zullen
+dus het voorbeeld van Kelly volgen, en uit de vertalingen van Lockhart
+de balladen, die ons het belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp
+en de bewerking betreft, aan een nadere beschouwing onderwerpen. In
+navolging van Depping verdeelt Lockhart zijn hoofdstuk over de
+balladen in drie paragraphen: een Historisch, een Moorsch en een
+Romantisch gedeelte. Met de eerste twee groepen, of juister gezegd,
+met de onderwerpen daarvan, nl. Koning Roderick en Bernaldo de Carpio,
+hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds kennis gemaakt.
+
+
+
+DE CIJNS DER MAAGDEN.
+
+Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den Moorschen Vorst
+Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden zouden worden
+gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken eisch te
+voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang werd
+er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had
+het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge van de strenge
+discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden behalen
+over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de schutspatroon
+van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij beloofde hem
+voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des morgens
+werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd had,
+het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden. Daarna
+werd de cijns der maagden nooit meer betaald.
+
+De vertaling van Lockhart blijft ver beneden het oorspronkelijke
+gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan.
+
+
+
+GRAAF FERNÁN GONZÁLEZ.
+
+»De ontvluchting van Graaf Fernán González«, waarvoor de stof is geput
+uit de oude Estoria del noble caballero Fernán González, een populaire
+bewerking van de Cronica General (1344), is van lateren datum dan twee
+andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn gegaan. Aan
+den naam van dezen ridder is een schat van legenden verbonden, en een
+reeks van romanceros werden door hem geïnspireerd. Maar moeten wij
+daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde persoonlijkheid
+het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn voortgekomen
+uit één groot heldendicht, dat zich heeft opgelost in kleinere
+volksliederen? Is er één zeker bewijs voor de veronderstelling,
+dat zulk een proces ooit heeft plaats gehad? En geeft het ontbreken
+van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat het tegendeel het geval
+was? Praktische dichters (Voor zoover een dichter ooit praktisch zijn
+kan) staan eenigszins afwerend tegenover deze stelling: zij erkennen
+een principieel verschil tusschen den geest van het heldendicht en
+dien van het volkslied, en zij zijn van oordeel, dat in het geval,
+waarin beide hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was,
+en niet het noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces.
+
+Fernán González had zijn romantische reputatie voornamelijk te
+danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee gelegenheden uit de
+gevangenis verloste. In de ballade, die deze gebeurtenissen beschrijft,
+wordt zij voorgesteld als een trouwe, liefhebbende gade, en een ware
+heldin. González was door zijne vijanden gevangen genomen en naar een
+vesting in Navarra gebracht. Een Moorsch ridder, die door dat land
+reisde, verzocht den gouverneur van het kasteel om een onderhoud met
+den gevangene, en daar hij hem een groote som aanbood, liet de hooge
+beambte zich gemakkelijk omkoopen. Toen het onderhoud geëindigd was,
+vertrok de ridder weer, en hij begaf zich naar het paleis van Koning
+Garcia van Navarra, die González had laten gevangen zetten. Een van
+de beschuldigingen tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat
+hij Garcia om de hand zijner dochter had gevraagd, en het was tot
+deze prinses, die den gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de
+volgende woorden sprak:
+
+
+ De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje's leed:
+ Zijn ridder is gevangen, die voor Castilië streed.
+ De Mooren overstroomen als een rivier het land,
+ Vervloekt de Christenkoning, die bindt González hand.
+
+
+In het holst van den nacht stond de Infante op en zij begaf zich geheel
+alleen naar het kasteel, waar González gevangen zat; daar bood zij
+den gouverneur zulk een groote som aan, dat hij voor de verzoeking
+bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te vluchten. Maar de
+handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen het paar werd
+aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun verblijfplaats
+aan de houtvesters van den Koning te verraden, indien de Infante zich
+niet aan hem gaf, was González niet in staat, hem te straffen zooals
+hij dat verdiende. Maar toen de ellendeling de prinses omhelsde, greep
+zij hem bij de keel, en González raapte de speer op, die hij had laten
+vallen, en doodde hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een
+afdeeling van zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht,
+die zoo rijk was aan gebeurtenissen.
+
+
+
+DE INFANTES VAN LARA.
+
+Er zijn weinig Spaansche romanceros, die een treffender en tragischer
+onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes
+of Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo
+Velásquez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat één dezer romanceros
+is ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en
+1344 werd geschreven, »of misschien wel uit een verloren imitatie
+van dit verloren heldengedicht.« Het lijkt mij vreemd toe, dat al
+deze gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat
+Lockhart van »krachtiger« balladen gebruik had moeten maken om een
+juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met
+deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van
+»De Wraak van Mudara.«
+
+
+ O, vergeefs heb 'k gedood de Infantes van Lara,
+ Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara,
+ 't Is het jong van de afvallige, 't heidensche broed:
+ O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed!
+
+
+Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering tot mij, aan een
+groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters uitzien op een
+wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die onwezenlijke
+gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op de tafel
+van wormstekig rozenhout ligt een deel van de Spaansche Balladen,
+in een beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke
+boeken nog ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk
+dienden. Als kind van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen,
+dit hemelsch verblijf van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik
+zonder een bepaald doel het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande
+dichtregels. Voor het eerst in mijn leven werd ik getroffen door de
+schoonheid van het rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten
+zich vast in mijn brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat
+de duisternis viel, scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar
+was, dat er geen verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang
+zat. Maar ik had eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen
+en nachten werden een hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek
+zouden zijn. Het duurde geruimen tijd voordat ik iets ontmoette,
+dat het heerlijke rhytme van »De Wraak van Mudara« overtrof of
+zelfs evenaarde. De jaren hebben mij in aanraking gebracht met veel
+schoons, waarnaast mijn eerste ontdekking verbleekte, boeken van een
+fijneren geest, die mij een diepe ontroering gaven; maar geen enkel
+dichtwerk was mij ooit zulk een openbaring als deze bladzijde van
+dit onvergetelijke boek in die onvergetelijke kamer.
+
+De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de Infantes
+van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake was,
+volgt op deze ballade) is getiteld: »De zeven Hoofden«, en beschrijft
+den moord van de ongelukkige prinsen. Uit de Historia de España van
+Juan de Marinia (1537-1624) leeren wij, dat in het jaar 986 Ruy
+Velásquez, Heer van Villaren, te Burgos in het huwelijk trad met
+Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge geboorte. Deze gebeurtenis
+werd met schitterende feesten gevierd, en onder de gasten bevonden
+zich Gustio González, Heer van Salas en van Lara, en zijne zeven
+zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der Graven van Castilië,
+waren bekend om hun grooten moed en ridderlijkheid, en allen waren
+zij op denzelfden dag tot ridder geslagen.
+
+Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen González,
+den jongsten der zeven broeders, en een zekeren Alvarez Sanchez,
+een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich beleedigd, en
+toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van haar gemaal
+geleidden, gaf zij, om zich te wreken, één harer slaven het bevel,
+González een wilde komkommer, gedoopt in bloed, naar het hoofd
+te werpen, een zware beleediging en een hevige smaad, volgens de
+toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en opvattingen. De verborgen
+beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat
+ook de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen
+gesloten waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad
+was, vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid
+meer, dan dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had
+opgevolgd, zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan
+de zijde zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde
+Infantes doodden hem »in de plooien van het feestgewaad der bruid.«
+
+Ruy Velásquez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen hij als
+een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan, beschouwde,
+besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg zijn plan op
+listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich tegenover hen,
+alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna belastte
+hij Gustio González, den vader van de zeven jonge ridders, met een
+zending naar Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor
+hem in ontvangst te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning
+dezer stad; maar Velásquez gaf Gustio een brief mede, die in het
+Arabisch geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin
+den Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te
+dooden. Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen,
+en inplaats van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads
+vermoedenden afgezant in de gevangenis.
+
+Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed Velásquez een
+schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich liet vergezellen
+door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner volgelingen. Met
+waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in een hinderlaag
+te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche troepen, besloten
+zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij stonden rug aan rug,
+en richtten een gruwelijk bloedblad onder de Mooren aan; en één voor
+één vielen zij, verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden
+door den Moorschen Koning aan Velásquez gezonden als een pand van
+vriendschap, en zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van
+hem en den rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Velásquez
+zich zou kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij
+op deze wijze voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen
+vader toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren.
+
+Maar Ruy Velásquez zou zijn gerechte straf niet ontgaan. Terwijl
+Gustio González zich in Moorsche gevangenschap bevond, had hij
+liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning van
+Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren. Toen
+de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging hij, op
+aandringen van zijn moeder, op zoek naar zijn vader; en toen hij hem,
+die nu reeds een man op hoogen leeftijd was, gevonden had, hoorde hij,
+door welk een verraderlijken daad zijne zeven broeders om het leven
+waren gekomen. Vastbesloten tot wraak, wachtte hij rustig zijn tijd
+af, en toen hij ter gelegenheid van een jachtpartij Ruy Velásquez
+ontmoette, doodde hij hem met eigen hand. Daarna verzamelde hij een
+troep dappere mannen om zich heen, en omsingelde met hen het kasteel
+Villaren; hij nam een vreeselijke wraak op Donna Lombra, die hij
+liet steenigen en op den brandstapel ter dood brengen. Na verloop
+van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders, Donna Sancha,
+als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als erfgenaam van zijn
+vaders bezittingen.
+
+Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de »Wraak
+van Mudara« werd beschreven. De ballade uit Lockhart's verzameling,
+waarin de rampzalige vader de zeven hoofden zijner vermoorde zonen
+aanschouwt, staat lang niet op dezelfde hoogte, wat betreft de kracht
+van uitdrukking.
+
+
+ »Mijn lieve, dappre jongens,« sprak Lara diep bedroefd.
+ »Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag beproefd;
+ De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht voort
+ Zijn door die laffe handen verraderlijk vermoord.«
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op keer,
+ En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer;
+ Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand,
+ Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand.
+ »Waart gij naast mij gevallen in glorierijken strijd,
+ Uw vader had geen tranen van zwakheid dan geschreid.
+ O, waart gij toch gestorven den schoonen heldendood,
+ De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog rood!«
+
+
+
+HET HUWELIJK VAN JONKVROUW THERESA.
+
+»Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa« is een half-historische ballade,
+waarin de gedwongen verbintenis behandeld wordt van een Christelijke
+jonkvrouw met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte
+zijn bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij
+besloot daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne
+politieke doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar
+de verzekering te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den
+Christelijken godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de
+groote voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met
+den Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van
+de situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok
+naar Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar
+op den trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder
+haar schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst
+alleen was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders
+dan in naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen
+niet tot het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte
+haar uit en maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals
+zij voorspeld had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een
+vreeselijke ziekte. Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen
+met geschenken, naar haar broeder terug, en zij trok zich terug in
+het klooster St. Pelagius in Leon, waar zij hare verdere levensdagen
+in gebed en vrome werken doorbracht.
+
+
+ Verslagen hoorde zij 't bericht van de overeenkomst aan,
+ Het wreede vonnis, dat haar dwong tot 't vreemde volk te gaan,
+ En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst trouw,
+ Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche Koningsvrouw.
+ Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre tranenvloed,
+ Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester tegemoet.
+
+
+Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie
+te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den éénen
+kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur van Toledo, en
+aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, Bermudo II,
+waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden schept.
+
+Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen held
+reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu aan
+
+
+
+GARCIA PÉREZ DE VARGAS.
+
+Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele woorden af, ofschoon
+het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel waard is. De Vargas
+onderscheidde zich door groote dapperheid bij het beleg van Sevilla
+in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van de rivier
+reed, door slechts één metgezel begeleid, werd hij aangevallen
+door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte, doch Pérez
+sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche krijgslieden af. Toen
+deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden, maakten zij haastig
+rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn kamp, ontdekte Pérez,
+dat hij zijn ceintuur, het onderpand zijner geliefde, verloren had,
+en hij keerde oogenblikkelijk om, om haar te zoeken. Maar ofschoon
+hij zich ver in de gevaarlijke zone waagde voordat hij zijn eigendom
+gevonden had, ontweken de Mooren hem voortdurend, en hij bereikte
+veilig het Spaansche kamp. In de ballade ontrukt Pérez de ceintuur
+aan de Mooren, die haar gevonden en »op een speer gestoken« hadden.
+
+
+ »Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij mijn gordel weer!«
+ Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Toen hij in 't Spaansche kamp verscheen als overwinnend vorst,
+ Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche heldenborst.
+ Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een
+ krijgstrophee
+ Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren mee.
+
+
+
+PEDRO DE WREEDE.
+
+Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de boeiende maar bloedige
+geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men heeft menigmaal
+getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een onmensch
+was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar het
+is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind
+hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben
+om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van
+wreedheid was die, welke in »De Meester van St. Jago« beschreven is,
+en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder. Bij den dood van
+dien edelman vluchtte zijn vader, die het wraakzuchtige karakter van
+Pedro kende, naar de stad Coimbra in Portugal. Maar daar hij vertrouwde
+op de plechtige verzekering van Pedro, dat hij hem geen geweld zou
+aandoen, nam hij diens uitnoodiging aan, om naar het Hof van Sevilla
+te komen, waar grootsche tournooien zouden worden gehouden. Zoodra
+hij echter was aangekomen, werd hij heimelijk ter dood gebracht,
+naar men gelooft, op aandringen van Pedro's minnares, Maria de Padilla.
+
+De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla
+gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs,
+dat zij de aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor
+gestraft werd. Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance
+ontegenzeggelijk dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken
+had van melodramatische kwaliteiten, zouden wij ons beter met zijn
+oordeel kunnen vereenigen.
+
+»Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen dood van
+de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij gehuwd
+en dadelijk na het huwelijk verlaten had,« zegt Lockhart. Maar of
+hij wèl of niet zijn koningin vermoordde, zijn bijzit, Maria de
+Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze misdaad, waarvan
+de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat de verzen, die
+op haar betrekking hebben, geschreven zijn met oneerlijke politieke
+bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag worden, verhaalt,
+dat Pedro's gedrag tegenover zijn koningin de verontwaardiging
+opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven protest bij hem
+indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig karakter, ontstak
+in woede over hetgeen hij beschouwde als een ongepaste inmenging in
+zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf oogenblikkelijk bevel,
+zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis door vergif om het
+leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe Pedro en zijn
+minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin beramen.
+
+In »De Dood van Pedro« krijgen wij de bloedige beschrijving van den
+vreeselijken strijd tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die
+door Henrico van Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen
+genomen, wordt op laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem,
+in een uitbarsting van dierlijken moed en koninklijke woede, naar de
+keel. Met stomheid geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven
+en dood tusschen vorst en overweldiger, kijken Henrico's mannen, onder
+wie de beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara
+tegen den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du
+Guesclin wendt zich tot den page van Henrico: »Laat gij uw meester
+zóó sterven, gij, die zijn brood eet!« roept hij schamper uit. De
+schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen en trekt hem
+van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een opening kan
+zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn dolk diep
+in het wreede hart. De moordenaar, de vriend van Joden en Saracenen,
+is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn trotsch lichaam door
+paardenhoeven vertrapt.
+
+
+ Zóó dreigend staren Pedro's doode oogen nog zijn broeder aan,
+ Zóó onheilspellend, of hij tot de wrake op zal staan!
+ Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig rood;
+ Ach Pedro waar' zijn Cain, had' hij hem niet eerst gedood.
+
+
+zegt de ballade. »Zijn deze wreede oogen werkelijk dood? Zie ik
+er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van het bloed mijns
+broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet bevlekt
+zijn met mijn bloed.« Dit gedeelte van het gedicht is treffend om de
+atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het oogenblik van den
+moord--beangstigend, beklemmend. Ook de diepe droefheid der minnares
+van den Koning is goed geteekend:
+
+
+ Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend heet,
+ Eerst ziet zij naar Henrico's kroon, en naar zijn vorstlijk kleed;
+ Dan staart zij op 't verscheurd gewaad, dat nauwelijks bedekt
+ Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed bevlekt.
+
+
+
+DE MOOR REDUAN.
+
+Wij slaan »De Heer van Brutayo« en »De Koning van Arragon« over, en
+komen dan aan de ballade, die tot titel heeft: »De Moor Reduan«, een
+gedicht, dat betrekking heeft op het beleg van Granada, de laatste
+vesting der Mooren. Het is de eerste van een groep balladen, die
+romanceros fronterizos of »grensromances« genoemd worden, en die,
+zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan. Het
+is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate
+een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs
+de gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de romancero
+zegt Kelly: »Men kan er Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken,
+dat hij de ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van
+ieder schrijver, die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan
+zou willen geven, zou hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij
+zou het zeker noodig oordeelen, in een noot het resultaat neer te
+leggen van de onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks
+begonnen waren. Het is nu wel zeker, dat Pérez de Hita twee romanceros
+door elkander werkte, en dat de verzen van het vierde gedeelte van
+Lockhart's vertaling:
+
+
+ »Zij trokken met ontplooide vaandels door Elvira's poort«,
+
+
+thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft op de veldtocht van
+Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer goed, dat het gedicht
+niet homogeen was; want hij zegt: »Het volgende is een vertaling van
+bepaalde gedeelten van twee balladen, maar hij schijnt niet te hebben
+geweten, dat één dezer gedeelten handelde over de tocht van Boabdil. En
+juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het gedicht.
+
+
+ Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint,
+ De pluimen en de veeren, ze wapp'ren in den wind;
+ De kromme zwaarden schitt'ren, 't is glans, waarheen men ziet.
+ De dapp're harten zingen een heerlijk strijderslied.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X: DE ROMANCEROS OF BALLADEN (VERVOLG).
+
+
+ Daar was rumoer in Granada, des avonds bij 't gebed:
+ Want de één riep de Drieëenheid aan, de ander Mahomed;
+ Hier stierf een trouwe Moor--daar werd een Christenkind geboren;
+ Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche horen.
+
+
+Deze regels geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die
+volgde op de vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der
+Saracenen in Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende
+leger van Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar
+van de ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is
+vrij onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan.
+
+
+
+DON ALONZO DE AQUILAR.
+
+Na den val van Granada beijverden Ferdinand en Isabella zich, om de
+Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te brengen. De meesten
+der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste uiterlijk, aan het
+koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra bleef het onder de
+Mooren gisten, en zij weigerden den doop te ontvangen uit de handen
+der priesters, die gezonden waren om hen te bekeeren. Ten slotte
+werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de onwilligen met
+geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het ondergaan van de
+plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand met den koppigen
+moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij onderworpen
+en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met zware
+verliezen aan de zijde van hunne quasi-weldoeners, onder wie één
+der voornaamsten was Don Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo
+Hernández de Cordova de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam
+van »Den Grooten Kapitein«. Maar de ballade houdt zich niet aan de
+historie, want zij laat Aquilar sterven vóór den val van Granada,
+terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice
+Kelly besluit hieruit, »dat de romance eerst geschreven werd, lang
+nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden reeds
+vergeten waren.« Maar waarom zouden wij een geheel volk laken om
+iets, dat misschien een lapsus memoriae is geweest van een enkelen
+balladeschrijver? En zou Kelly één enkele ballade kunnen aanwijzen,
+die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de bijzonderheden den
+toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek kunnen doorstaan?
+
+Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat meestal
+met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een bewerking,
+die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche origineel.
+
+
+ Fernando, Spanje's hooge vorst, ligt voor Granada's wallen
+ Met alle grandes van het land, met heel zijn staf vazallen;
+ En met Castilië's ridderschaar in al haar hoofsche pracht,
+ Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens legermacht.
+
+
+Wij komen nu tot een serie gedichten, die door Lockhart
+
+
+
+DE MOORSCHE BALLADEN
+
+worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de meerdere of mindere
+»Moorschheid« dezer balladen reeds besproken, en wij zullen ze
+dus nu slechts als balladen zonder meer beschouwen. De eerste,
+Het Stierengevecht van Ganzul, is een beroemd gedicht, waarin de
+vaardigheid van den Moorschen ridder Ganzul in de arena beschreven
+wordt; deze ballade draagt een beslist Moorsch karakter:
+
+
+ Almanzor, Vorst van Granada, riep met trompetgeschal,
+ De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit dal.
+ Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit 't woud,
+ Met helm en met kuras van staal en van gedreven goud.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Acht dappre ridders uit het land houden zich nu bereid,
+ Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den strijd;
+ Maar vóór de zon ten middag stijgt, ligt elke Moorsche held
+ Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer geveld.
+
+ Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle horen;
+ »Maakt plaats, maakt plaats voor Ganzul!«... de ridder treedt
+ naar voren.
+ Nog feller raast de trommel; laat luid den horen schallen:
+ D'Alcaydé van Agalva komt, de dapperste van allen!
+
+
+Hij verslaat de stieren, die op hem worden afgezonden, met uitzondering
+van Harpado, een woest, maar verstandig dier.
+
+
+ Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het bloed;
+ Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen gloed,
+ Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde vaart,
+ Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held ontwaart.
+
+
+Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen den Moorschen ridder,
+die het onderwerp is van zoovele verhalen, die vooral betrekking
+hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche schoone.
+
+
+
+DE BRUID VAN DEN ZEGRI.
+
+Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de veete tusschen
+twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de Abencerrages,
+de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad, waarvan de
+val ongetwijfeld verhaast werd door de voortdurende twisten dezer
+adellijke geslachten.
+
+
+ Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri's hoog geslacht;
+ Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote kracht.
+ Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog vóór de dageraad
+ Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad.
+
+
+De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed voor den strijd,
+niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt dan ook een
+donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren opgetuigd,
+zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan trekken:
+
+
+ Zijn gordel en 't gevest zijn zwart, maar glanzend is zijn zwaard;
+ Zwart zijn het kleed en 't zaâl, maar licht de hoeven van zijn
+ paard.
+
+
+Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat zijn geliefde, Zayda,
+hem gegeven heeft:
+
+
+ En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste gaf...,
+ »God weet, of ik niet heden nog zal rusten in mijn graf.«
+
+
+Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn bruid, zooals wij
+lezen in het korte slotcouplet:
+
+
+ De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten tijd
+ Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de strijd.
+ De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn bruid,
+ En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit.
+
+
+
+DE BRUILOFT VAN ANDELLA.
+
+Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch getint:
+
+
+ Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,
+ Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam;
+ Hoor naar de zilv'ren tonen van de luiten en guitaren,
+ Naar 't schetterend trompetgeschal, en 't lieflijk spel der snaren,
+ Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en balkon,
+ En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de zon.
+ Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,
+ Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te zaam.
+
+
+Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom,
+had zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur
+is niet bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In
+het land der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte
+en witte, hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet
+op het verbreken der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde,
+die bijzondere studie van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij,
+deze wet schijnt een einde te hebben gemaakt aan het schrijven van
+balladen, waarschijnlijk omdat zij de voornaamste voorwaarde daarvoor
+heeft weggenomen.
+
+
+
+ZARA'S OORRINGEN.
+
+Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. Misschien is
+zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel eens. In ieder
+geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden weergegeven.
+
+
+ »Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de bron,
+ Wist ik maar, wat ik Muça, mijn liefste, zeggen kon!«
+ En stil en treurig hoorde zij naar 't zacht fonteingeklater.
+ »Zij liggen in de diepe bron, in 't koude, blauwe water.
+ Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo teêr,
+ 'k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij eens tot mij weer!«
+
+
+Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij in de gegeven
+omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er bestaan
+talrijke romances over dezen Muça, die van hooge geboorte schijnt te
+zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien Lockhart en Depping
+ook eenige bladzijden gewijd hebben.
+
+
+
+ROMANTISCHE BALLADEN.
+
+Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de derde en laatste
+rubriek van Lockharts verzameling. Over »De Moor Calaynos« hebben wij
+reeds gesproken, evenals over »Gayferos« en »Melisendra«. Daarop volgt
+»De Droom van Vrouwe Alda,« volgens Lockhart een van de schoonste
+balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet vereenigen en
+geef verre de voorkeur aan »Admiraal Guarinos,« dat in een mooi en
+martiaal rhytme is geschreven. Guarinos was een admiraal van Karel
+den Groote. In het laatst der vorige eeuw was de toestand van de
+Britsche zeemacht een onderwerp van de allergrootste belangstelling
+onder alle lagen der maatschappij; en toen de schrijver van dit werk
+in zijn jeugd de ballade »Guarinos« las, maakte hij zich dan ook zeer
+bezorgd over de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht
+bij de Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den
+opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen
+gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich
+bevond, behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen,
+den Islam te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide
+dochters ten huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet
+laten omkoopen, en weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over
+te gaan. Marlotes kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien,
+die het bijzondere voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche
+potentaten, en hij gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker
+van zijn kasteel zou geworpen worden.
+
+Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit
+hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van
+het volk. Bij één dezer gelegenheden, op het feest van Johannes den
+Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten oprichten, waar de
+Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl zij trachtten, haar
+met hunne speren te doorboren. Maar de schijf was zóó hoog geplaatst,
+dat het geen hunner gelukte, en de Koning, die ontevreden was over
+hun gebrek aan vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen,
+voordat de schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op,
+de proeve van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg
+de koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus
+de wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn
+oud strijdros.
+
+
+ Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de speer,
+ Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en zoo teer.
+ En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang vervlogen tijd:
+ Zóó wachtte hij dan aan de poort, gereed weer tot den strijd.
+
+
+Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude paard, en het herkende
+de stem van zijn meester.
+
+
+ Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in het zaâl,
+ En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke praal.
+ Maar schamper lachte toen de Moor: »Heer Ridder, wees gegroet!
+ Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw moed!«
+
+ Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den Moorschen vorst,
+ En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens borst.
+ Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend voor
+ uw leven,
+ Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal geven!
+
+
+Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze ballade en de
+Fransche romance »Ogier de Deen,« en Erman vertelt ons, dat zij in
+1828 in Siberië in het Russisch gezongen werd.
+
+
+
+GRAAF ARNALDOS.
+
+Deze mooie ballade, die in de Cancionero van Antwerpen (uitgegeven in
+1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs
+het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige gezang
+van een matroos, die zich op een voorbijvarende galei bevond.
+
+
+ Moge 't oog verlangend stralen,
+ Moge 't hart vergaan van wee,
+ Nooit zal meer een stervling hooren
+ 't Lied, dat opstijgt uit de zee.
+
+ Bij het zingen van den zeeman
+ Kwam de woeste storm tot rust,
+ En de aarde lag te droomen
+ Als een maagd, in slaap gekust.
+
+ Helder lichtend rees de zeester
+ Uit haar duister kil gebied
+ En de adelaar bleef zweven
+ Als betooverd door het lied.
+
+ »In den naam van God, den Schepper,«
+ Kreet Arnaldos, droef en bang,
+ »Oude man, ach, wil mij leeren
+ Het geheim van uwen zang.«
+
+ »Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos!
+ Kom aan boord, vaar met ons mee,
+ Want de zee kan u slechts leeren
+ De geheimen van de zee.«
+
+
+Vele kleinere balladen volgen dan, die niet belangrijk genoeg zijn,
+om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke »Serenade,« overgenomen
+uit de Romancero General van 1604, is zeker niet het werk van een
+eenvoudigen boer.
+
+
+ Alle sterren stralen
+ Aan den hemeltrans
+ In den stroom zich spieglend
+ Met verhoogden glans.
+
+ Kom zoele zuiderzucht,
+ Maar laat geen wolkje komen,
+ Verduisterend de lucht,
+ En Zara's teedre droomen
+ Jagend in ijle vlucht.
+
+
+
+»DE GEVANGEN RIDDER EN DE MEREL«
+
+verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in zijn diepen kerker
+niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan wast en afneemt:
+
+
+ Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei ook straalt,
+ Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond daalt;
+ Eéns zong een blijde vogelstem bij 't rijzen van de zon;
+ Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag begon.
+
+
+Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde had uitgemaakt
+van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn droeve klacht,
+toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den ongelukkige de
+vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige »Valladolid« voorbijgaan,
+dat een beschrijving geeft van het bezoek van een ridder aan het graf
+zijner geliefde, die in deze stad gewoond had. »De Ongelukkig-Getrouwde
+Vrouw« verhaalt het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw
+is, en die zich met een anderen ridder troost. Zij worden verrast
+door haar heer en gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf
+spreekt: »Moet ik vandaag nog sterven?« en zij smeekt hem, haar onder
+de oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of
+haar laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht
+werd, maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit
+waarschijnlijk zóó vanzelfsprekend, dat het onnoodig was, het nog
+te vermelden.
+
+»Dragut« geeft het verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip
+in den grond geboord werd door een galei, behoorende aan de Maltezer
+Ridders. Dragut ontkwam aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar
+de Christen gevangenen, waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken
+allen, met uitzondering van één, wien de ridders een touw toewierpen.
+
+
+ Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht,
+ Die lang gezucht had onder Saraceensche macht.
+ Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand,
+ Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land.
+
+
+De romancero: »Sale la estrella de Venus« verhaalt een tragische
+geschiedenis. Een Moorsch krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was
+om de wreedheid zijner geliefde, die hem bespot had om zijn armoede
+en haar hand aan een ander geschonken had, vervult de lucht met zijn
+droeve klachten. Hij vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die
+hem zoo gegriefd heeft. Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het
+paleis van den Alcade, met wien de trouwelooze schoone dien avond in
+het huwelijk zal treden. Het gebouw schittert in een zee van licht,
+en is vervuld van vroolijk gezang.
+
+
+ En de gasten gaan opzijde,
+ Als hij voortschrijdt als een vorst.
+ Wee! hij nadert den Alcade
+ En doorsteekt diens trotsche borst.
+ Ach, het bloed uit diepe wonde
+ Kleurt het vorstelijke kleed.
+ Het paleis weergalmt van klagen,
+ Angstgeschrei en wanhoopskreet!
+ En terwijl de bange klachten
+ Nog weerklinken in de lucht,
+ Is de ridderlijke wreker
+ Naar Medina reeds gevlucht.
+
+
+Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst min of meer
+uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de domineerende
+toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de gemoedsgesteldheid
+van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij, dat tal van
+deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus raseigenschappen
+vertoonen. »Arm Spanje!« Hoe menigmaal hooren wij deze uitdrukking
+gebruiken door menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen
+zich. Wat beteekent materieele armoede voor een volk, dat begaafd
+is met zulk een heerlijke verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk
+Spanje, schatkamer van een onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen,
+van de kostbaarste juweelen der romance, van het drama en van het lied!
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI: MOORSCHE ROMANCES UIT SPANJE.
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat dit meer romances over Mooren zijn dan door
+Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk Spaansche volkszangen,
+die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den tijd der Saraceensche
+overheersching beschrijven, en niet, zooals men wellicht zou meenen,
+overleveringen geput uit oude Arabische manuscripten. De Arabische
+letterkunde van Spanje draagt eerder een didactisch, theologisch
+en philosophisch, dan een romantisch karakter. Het verdichtsel was
+voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden zanger, zooals het
+dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, dat vele Moorsche
+legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche boerenbevolking,
+speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het Schiereiland. De
+verzamelaars hebben echter niet veel aandacht geschonken aan deze
+gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk zijn. Maar de
+weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door haar groote
+schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling overleveringen
+van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van Washington Irving,
+de Vertellingen uit het Alhambra. Hij verklaart zelf, dat hij deze
+»met groote toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding
+van de verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op
+zijne vele voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige
+een historisch document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens
+van een bijna uitgewischt opschrift.« De eerste van onze Moorsche
+legenden zal ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den
+grooten Amerikaanschen schrijver.
+
+
+
+DE ARABISCHE STERRENWICHELAAR.
+
+Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel aanspraak maken op een
+rustigen ouden dag. Maar de jonge en strijdlustige vorsten, wier landen
+aan zijn gebied grensden, waren niet van plan hem de verschrikkingen
+van den oorlog te besparen; en ofschoon hij alle mogelijke voorzorgen
+nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn tegen de invallen dezer
+heethoofden, vervulde de voortdurende bedreiging van een aanval van
+één hunner, en de telkens terugkeerende binnenlandsche woelingen,
+zijn ouden dag met angst en ergernis.
+
+Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou
+kunnen helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen
+en edelen aan zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en
+gebrek aan vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon,
+één hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne
+staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men
+tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was
+aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele
+Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was
+Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in
+den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke
+vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal
+van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was
+gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd
+had gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin
+de Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn
+hoogen ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij
+den langen weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf,
+waarin allerlei geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard reikte
+tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een bijna
+bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was waardiger en
+vorstelijker dan van den meest verheven Mullah in Granada. Men vertelde
+van hem, dat hij het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij
+dit slechts op lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten,
+dat hij het uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in
+geslaagd was, zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren.
+
+Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn, zulk
+een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij hem
+met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was afkeerig
+van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een grot van
+den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd. Hij
+liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige
+van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren
+van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die
+het dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan,
+zoodat hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den
+dag den loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed
+in de studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele
+kunst der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen
+erkend wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die
+door de oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd
+is geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal
+dit wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne
+bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel
+voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende letters
+van de taal der wijzen, en de even geheimzinnige symbolen van het
+oude Egypte, versierden de muren der grot van den sterrenwichelaar,
+en omringd door deze hieroglyphen, en voorzien van den primitieven
+telescoop, dien wij beschreven hebben, bracht de wijze Ibrahim zijne
+dagen door met het ontcijferen van de geschiedenis der toekomst,
+die in de schitterende bladzijden van het uitspansel beschreven stond.
+
+Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz
+hulp zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het
+duurde dan ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden,
+en werd overal in geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk
+en stelde zijne wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den
+gekwelden vorst. Op zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter
+erover, dat hij voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen
+zijner strijdlustige buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken
+in gedachten verzonken; toen antwoordde hij: »O, Koning, lang geleden
+heb ik iets wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze
+priesteres van dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich
+een reusachtige berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is,
+waarboven een haan zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en
+draaien om een spil. Wanneer het land door een inval bedreigd wordt,
+keert de ram zich in de richting van den vijand, en de haan begint
+te kraaien. Op deze wijze zijn de inwoners van Borsia in staat,
+tijdig hunne verdedigingsmaatregelen te treffen.
+
+»Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden,« riep de Koning
+uit, »dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen neerleggen.«
+
+De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning. »Ik heb
+u reeds verteld, o Koning,« zeide hij, »dat ik vele jaren in Egypte
+heb doorgebracht, en mij heb toegelegd op de verborgen wetenschappen
+van dat geheimzinnige land. Op zekeren dag, toen ik aan den oever van
+de Nijl zat, en van gedachten wisselde met een Egyptischen priester,
+sprak mijn metgezel, wijzende op de geweldige pyramiden, die hunne
+schaduwen wierpen op de plek, waar wij ons bevonden: »Mijn zoon, hier
+ziet gij deze bergen van steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die
+stierven toen Griekenland nog in opkomst was, en er nog geen steen van
+Rome stond; alle kennis, die wij u kunnen schenken, is als een droppel
+water in den Oceaan, vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten
+bevatten. In het hart van de Groote Pyramide is een doodenkamer,
+waar de mummie rust van een hoogepriester, die dit geweldige monument
+ontwierp en bouwde. Op zijn borst ligt een wonderboek, dat gewichtige
+toovergeheimen bevat; het is hetzelfde boek, dat Adam geschonken
+werd na zijn val en met welks hulp Salomon den tempel te Jeruzalem
+bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik deze woorden hoorde, o Koning,
+had ik geen rust meer. Ik besloot, door te dringen in de Groote
+Pyramide, en in het bezit te komen van dit wonderboek. Ik vormde een
+klein leger uit soldaten van den zegevierenden Amru en uit geboren
+Egyptenaren, en begon het stevige gebouw te doorboren, waarin dat boek
+van onschatbare waarde verborgen was. Na onbeschrijfelijk veel moeite
+en arbeid gelukte het mij, de verborgen gangen op te sporen. Langen
+tijd doorzocht ik de labyrinthen der reusachtige pyramide, voordat ik
+bij de doodenkamer kwam. En tastende in de zwartste duisternis, terwijl
+ik telkens opgeschrikt werd door het geritsel der kleeden, waarin de
+mummies der Pharao's gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats,
+waar het lichaam van den hoogepriester in zijn strenge waardigheid
+lag. Ik opende de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van
+zijne omhulsels, en vond het geheimzinnige boek, dat temidden van
+geurige kruiden en amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep
+het, vluchtte terug door de duistere gangen en herademde eerst, toen
+ik den helderen Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der
+rivier weder aanschouwde.«
+
+»Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o zoon
+van Abu Ajib?« vroeg de Koning geprikkeld.
+
+»Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit
+wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik
+met hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij
+de stad Borsia.«
+
+De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking kreeg
+over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een hoogen
+toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel droegen
+de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en hieruit
+werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte hij een
+ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en voor
+elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord,
+houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis
+van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag
+een kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd
+gesloten met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning
+bewaard werd. Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van
+een Moorsch ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het
+droeg een schild en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand
+hield. Het beeld keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde,
+zou de ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten,
+alsof hij hem wilde aanvallen.
+
+Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben Habuz
+van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven. Hij
+behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men hem
+de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen
+was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope
+wees. Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar
+Ibrahim verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne
+troepen niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal
+in den toren.
+
+Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den
+pas van Lope uitzag, wijd open. »Aanschouw nu, o Koning,« zeide de
+astroloog, »het wonder van de tafel.« Aben Habuz keek naar de tafel,
+die bedekt was met de kleine houten ruiters en het voetvolk, en tot
+zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle actie waren, dat
+de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de paarden hinnikten,
+maar deze geluiden waren niet sterker dan het gezoem, dat uit een
+bijenkorf opstijgt.
+
+»Uwe Majesteit,« zeide de sterrenwichelaar, »indien U wenscht een
+paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden, dan behoeft gij slechts met
+den knop van de tooverspeer op de tafel te slaan; maar wanneer gij
+dood en verderf onder hen wilt brengen, moet gij met de punt slaan.«
+
+Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine
+figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten
+vielen voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote
+verwarring over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden,
+die zich ervan overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers
+inderdaad verslagen waren, en zij kwamen terug met het bericht,
+dat Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat
+zij onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun
+eigen land teruggevlucht waren.
+
+De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim,
+zelf zijn belooning te noemen. »Ik heb slechts weinig behoeften,«
+antwoordde de sterrenwichelaar; »wanneer mijn grot wordt ingericht
+als een gepaste verblijfplaats van een philosoof, dan begeer ik
+niets meer.«
+
+Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn
+schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen
+van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele
+reeks vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied
+was, gaf hij bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden
+ingericht. Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle
+hoeken, en de vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden
+stoffen van Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren
+met de schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren
+aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De
+vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen
+lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die
+voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd.
+
+De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting
+van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar
+Zijne Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens
+verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide
+komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig
+voltooid zou zijn. Toen de »kluizenaarswoning« eindelijk gevuld was
+met de weelde-artikelen van drie koninkrijken, vroeg de schatbewaarder,
+of de wijze tevreden was.
+
+»Ik heb nog één klein verzoek,« antwoordde hij; »ik zou nl. gaarne
+eenige danseressen tot mijn beschikking hebben, om mij te verstrooien.«
+
+Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch,
+volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus
+alles had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn
+onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren
+bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet
+bij de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich
+met het verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons
+door een enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren zóó
+ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij
+tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef
+de bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van
+zijn liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar
+op een goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter
+zijn lans had gekeerd naar de bergen van Guadix.
+
+De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de
+toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees,
+bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje
+hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden
+na verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was,
+en dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw,
+die bij een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden.
+
+Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche
+houding en haar kostbare kleeding verraadden haar hooge afkomst. Op
+een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een Gothische prinses
+was, en dat het leger haars vaders als het ware door een tooverslag
+in de bergen was uiteengejaagd.
+
+»Wacht U voor deze vrouw, o Koning,« fluisterde de astroloog, die
+naast hem stond; »het schijnt mij toe, dat zij een toovenares is,
+die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg U: wees
+voorzichtig!«
+
+»Zwijg Ibrahim,« antwoordde Aben Habuz, »gij zijt een wijs man, maar
+wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen toovenares? De jonkvrouw
+behaagt mij.«
+
+»O Koning,« zeide Ibrahim, »ik heb U vele overwinningen bezorgd, maar
+van allen buit, dien gij behaald hebt, heb ik niets ontvangen. Geef
+mij deze gevangen Christin, die, zooals ik zie, een zilveren lier
+bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor mij kan maken in
+mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals ik vermoed,
+een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar onschadelijk
+te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij haar in uw
+huis opneemt.«
+
+»Wat!« riep de vertoornde vorst uit, »bij den baard van den Profeet,
+gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze jonkvrouw is niet voor u!«
+
+»Het zij zoo,« sprak Ibrahim met van woede trillende stem, »maar
+ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht, herhaal ik;
+wees voorzichtig.« En met deze woorden trok de sterrenwichelaar zich
+terug in zijn onderaardsche woonplaats.
+
+Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd
+geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar
+te behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij
+overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om
+haar genoegen te doen, honderd feesten aan--stierengevechten,
+tooneeluitvoeringen en tournooien. Dit alles aanvaardde de schoone
+als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn van,
+alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer
+uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij
+weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de
+lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te
+spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen,
+en zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed,
+voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken
+zich van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap,
+waaruit hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne
+onderdanen waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken;
+zij waren ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit,
+dat hij zulk een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een
+vijandelijk ras, en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar
+evenals Sardanapalus van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte
+ketenen, plaatste zich aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte
+het oproer, nog voordat het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval
+verontrustte hem echter zeer, en hij herinnerde zich de woorden van
+den wijzen Ibrahim, die hem gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses
+zijn ongeluk zou worden.
+
+Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem
+raad. Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven,
+zoolang de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar
+echter niets van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem
+op te zoeken, waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen
+doorbrengen met de prinses, die hij zoo vurig beminde.
+
+»En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats voor U
+vind?« vroeg Ibrahim.
+
+»Gij moogt uw belooning zelf kiezen,« antwoordde de onverstandige
+oude vorst.
+
+»Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning, dat
+kleinood van Arabië?«
+
+»Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o astroloog?«
+
+»Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want ikzelf
+heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind was,
+ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn vader
+zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was gesticht
+door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die besloot,
+daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het Paradijs in
+schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof hem wegens
+deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde weggevaagd,
+en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij onzichtbaar
+werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van Salomon gevonden
+had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en ik ontfutselde
+den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het tooverwoord,
+dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door middel van
+dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk oord
+zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o Koning!«
+
+»O wijze sterrenwichelaar,« riep Aben Habuz geestdriftig uit, »het was
+verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe wat gij beloofd
+hebt en bepaal zelf uw belooning.«
+
+»Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat de poort
+van Uw paradijs zal binnengaan,« zeide Ibrahim; »dat is toch zeker
+een bescheiden eisch?«
+
+»Bescheidener kan het al niet,« riep de Koning uit, opgewonden door
+de gedachte aan zijn toekomstig geluk; »uw wensch zal vervuld worden.«
+
+De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top
+van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met
+een groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de
+beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van
+een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom
+hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den
+volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede,
+dat hij zijn werk beëindigd had, en dat het paradijs, dat slechts
+zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte.
+
+Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap
+van de prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed
+de sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten
+staf. Zoo naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige
+hand en sleutel. »Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen
+sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs,« zeide hij.
+
+Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort.
+
+»Zie,« riep de sterrenwichelaar uit, »kwamen wij niet overeen, dat
+het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden, met zijn lading
+mij zou toekomen?«
+
+Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den
+astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was,
+werd hij woedend.
+
+»Vermetele sterrenwichelaar,« schreeuwde hij, »durft gij uwe oogen
+op te slaan naar haar, die ik onder alle vrouwen heb uitverkoren?«
+
+»Gij hebt uw koninklijk woord gegeven,« antwoordde Ibrahim. »Ik eisch
+de prinses op.«
+
+»Hond der woestijn!« riep Aben Habuz, »gij zult gevoelen, wat het
+zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij bedrieger!«
+
+»Daar lach ik om,« riep Ibrahim spottend. »Geen sterfelijke hand kan
+mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en heersch met genoegen
+over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen, waar gij mij niet volgen
+kunt.« En dit zeggende, greep hij het paard bij den teugel, sloeg met
+zijn tooverstaf op den grond en verzonk met de prinses in het binnenste
+van den heuvel. De aarde sloot zich over hunne hoofden en er was geen
+spoor meer te bekennen van de opening, waardoor zij verdwenen waren.
+
+Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij
+een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde
+de opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den
+sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman,
+waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde
+te werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen
+kwam een boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij
+den heuvel overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij
+doorgekropen, en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal,
+waar de sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl
+de prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning
+slaagde er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het
+paradijs niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De
+top van den heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van
+»Het Paradijs van den Dwaas« ontving. De verdere levensdagen van den
+ongelukkigen Koning werden hem tot een ondragelijken last door de
+voortdurende invallen van zijne oorlogszuchtige buren.
+
+Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een paleis
+is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen van
+Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar geheel,
+en is nu bekend als »De Poort der Rechtvaardigheid.« Men zegt, dat
+onder deze poort de oude Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen
+hal woont, in een voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier
+der prinses. Zij zijn elkanders gevangenen, en zullen dat blijven
+totdat de tooversleutel zal worden aangevat door de tooverhand,
+en de betoovering zoo van den heuvel zal worden afgenomen.
+
+
+
+CLEOMADES EN CLAREMOND.
+
+Het bekoorlijke verhaal van Cleomades en Claremond is zoo goed als
+zeker indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot Berte aux
+grans piés van Adenès (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer
+geneigd te gelooven, dat het origineel van de vertelling Cleomades
+werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle personen zijn Saracenen of
+Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, en zijn karakter vertoont
+sterke overeenkomst met dat van andere Oostersche verhalen. Keightley
+was van meening, dat Blanche van Castilië, de vrouw van Lodewijk VIII
+van Frankrijk, het verhaal in Spanje had gehoord, en het verteld had
+aan den Franschen dichter Adenès, die er een letterkundigen vorm aan
+gegeven heeft.
+
+Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te Sevilla,
+waarbij Marchabias, Prins van Sardinië zich zóó onderscheidde, dat
+hij haar hart won. Zij schonk den jongen ridder haar hand, en hun
+huwelijk was zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en
+één zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de
+meisjes Melior, Soliades en Maxima werden genoemd.
+
+Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat hij,
+gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij weer
+naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk zijner
+zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie machtige
+vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der tooverkunst. Het
+waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, Koning van Armenië,
+en Croppart, Koning van Hongarije. De laatste had het ongeluk gebocheld
+te zijn, en daarenboven had hij een scherpe tong en een wreed hart.
+
+De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en
+zij hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven,
+dat het genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te
+bieden. Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden
+beeltenis van een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde
+metaal hield, waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans
+schonk hun een gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren
+nagebootst, dat zij korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om
+de twee dagen legde de kip een paarlen ei. Croppart gaf een groot
+houten paard, dat buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens
+zijn zeggen, over land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig
+mijlen per uur.
+
+De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden de
+vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg te
+schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die
+van Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat Prinses Maxima
+hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee oudste zusters
+waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die beiden schoon
+en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en mismaakten
+Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en smeekte hem,
+haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar.
+
+Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door zijn
+toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield vol,
+dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit huwelijk
+wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij beginnen moest,
+zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der geschenken van
+Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat zijn verhaal
+over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood aan, de
+waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de gouden man
+luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden met zulk
+een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand op hem
+lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en draaide op
+verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar plotseling
+werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij binnen
+enkele minuten uit het oog verdwenen was.
+
+De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart
+gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten,
+totdat hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard
+moest omgaan. Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn
+merkwaardig paard bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid,
+en toen de duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten
+om zijn vaart te verminderen. Cleomades vloog den geheelen nacht door,
+en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn gevaarlijken
+toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op de schouders
+van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, besloot hij
+te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat hij, door een
+dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard van richting
+kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere pen draaide,
+het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag brak nu aan
+en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door handig
+met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op een
+hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom
+door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij
+een schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn
+nadering ontwaakte zij, en riep uit: »Antwoord mij, man, hoe hebt
+gij het gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die
+Koning Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?«
+
+»Ja, dat ben ik,« antwoordde Cleomades. »Mag ik niet met u spreken?«
+vervolgde hij, want hij had op het eerste gezicht een hartstochtelijke
+liefde voor haar opgevat.
+
+»Ga dadelijk naar den tuin terug,« zeide zij, »en daar zal ik bij
+u komen.«
+
+De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij
+hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der
+jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk
+voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins
+vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten
+paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het,
+draaide vliegensvlug de pen om, en verdween in de lucht, terwijl hij
+de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven.
+
+Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote blijdschap
+van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te verlaten,
+maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en bleef
+in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee
+oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en
+Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten,
+en hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede
+in de richting van het koninkrijk haars vaders.
+
+Hij had het zóó uitgerekend, dat hij in den nacht aan het paleis
+zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was afgestegen,
+begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in vasten slaap
+aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam en positie,
+bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade over.
+
+»Wat!« riep de prinses uit, »zijt gij werkelijk die Cleomades, dien
+wij allen beschouwen als het voorbeeld van een volmaakt ridder?«
+
+De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar
+te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van
+een kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf
+bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses
+bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem
+het houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de
+tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep
+hem toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in
+de richting van Sevilla, en reed snel weg.
+
+Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van
+het Hof, en liet de prinses daar achter om uit te rusten van de
+vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne
+koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich
+wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat
+lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden
+van haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt
+door Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was
+gekomen, oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar
+in werkelijkheid om het terrein te verkennen.
+
+Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw den
+naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, het
+jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar
+naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende,
+aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de
+pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid
+de lucht in.
+
+Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg
+zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van
+dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij
+smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen,
+maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput
+door leed en angst.
+
+Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses met
+water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen deelde
+hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije te
+maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van geest,
+en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door hare
+ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot gevolg,
+dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende dan tot
+nu toe het geval was geweest, zoodat zij, om aan de beleedigende
+behandeling te ontkomen, erin toestemde hem te huwen, in de eerste
+stad, waar zij zouden aankomen.
+
+Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, die
+zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was
+zóó ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel bewusteloos ter
+aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, uitgeput door
+angst en vermoeienis. Zóó vond haar Mendulus, Koning van Salermo, die
+zich dadelijk sterk tot het slapende meisje aangetrokken gevoelde. Hij
+nam haar mede naar zijn paleis, waar hij haar in een prachtig vertrek
+onderbracht. Croppart werd echter zóó zwaar ziek door het drinken
+uit de ijskoude bron, dat hij spoedig daarna overleed.
+
+Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was,
+Trouvée genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, van
+de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje
+brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn
+hand en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen,
+wendde Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol zóó
+uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de hoede te stellen
+van tien vrouwen, wier taak het was haar te bewaken.
+
+Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen
+Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was
+Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was zóó hevig,
+dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een toestand,
+die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij zich naar
+het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn geliefde te
+vernemen. Op zijn eenzamen tocht kwam hij bij een kasteel, waar hij
+twee ridders versloeg, die weigerden hem door te laten. Van hen hoorde
+hij, dat een prins, Liopatris genaamd, aan wien Claremond ten huwelijk
+beloofd was, aan het Hof van Toskane was aangekomen, en dat drie van
+zijn ridders drie van Claremonds jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden,
+medeplichtig te zijn aan de ontvoering harer meesteres. De beide
+ridders, die door Cleomades verslagen waren, dongen naar de hand van
+twee dezer jonkvrouwen, en zij hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar
+nu echter één van hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in
+staat ten strijde te trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in
+de plaats van den gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met
+zijn niet gewonden kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant.
+
+Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie
+beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig
+verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe
+wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug
+naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter
+ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door
+de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid
+toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar één van haar
+smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd sterrenwichelaar,
+die te Salerno woonde, en »die de meest verborgen dingen duidelijk
+zag.« Cleomades besloot dadelijk den wijze te gaan raadplegen, en
+dus begaf hij zich den volgenden morgen op weg naar Salerno, nadat
+hij hartelijk afscheid had genomen van de gelieven.
+
+Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af,
+en zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den
+sterrenwichelaar zou kunnen vinden.
+
+»Edele Heer,« zeide de herbergier, »hij is helaas een jaar geleden
+gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit noodig, want indien
+hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen helpen om het schoonste
+schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand terug te geven.« En
+hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den gebochelde en de jonkvrouw
+gevonden had. Bij de vermelding van het houten paard schrikte
+Cleomades hevig, maar hij behield zijn tegenwoordigheid van geest,
+en deelde den waard mede, dat hij een onfeilbaar middel bezat tegen
+krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem bij den Koning te brengen,
+en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen argwaan zouden wekken,
+vermomde hij zich met een valschen baard en de kleeding van een
+geneesheer.
+
+Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel van
+zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats waar
+Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen medegebracht,
+die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt met kruiden,
+en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden brengen, legde hij
+den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen handschoen zag,
+keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij herkende haar geliefde
+onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde zij krankzinnigheid,
+en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou brengen, opdat het
+met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men bracht het in
+den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast te gelooven,
+dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den geneesheer het
+houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn toestemming, en toen
+zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, draaide Cleomades de pen
+om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als een pijl uit de boog het
+luchtruim in. Den volgenden morgen kwam het gelukkige paar te Sevilla
+aan. Hun huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte
+zich met Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had.
+
+
+
+DE DRIE SCHOONE PRINSESSEN.
+
+Toen Mohammed el Haygari, of »de Linksche« in Granada regeerde,
+ontmoette hij eens een troep ruiters, die terugkeerden van een
+rooftocht in Christelijke landen. Onder hunne gevangenen merkte hij
+een schoone en kostbaar gekleede maagd op, en men vertelde hem, dat
+zij de dochter was van den bevelhebber van een vesting, die bij deze
+gelegenheid veroverd en geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld
+van een kamervrouw, en Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar
+zijn harem zouden worden overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de
+gevangen jonkvrouw op aan, dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn
+godsdienst zoowel als zijn leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie
+niet op zijn aanzoek wenschte in te gaan. Ten einde raad besloot hij
+gebruik te maken van de bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde
+hem, zijn zaak bij haar jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot
+de jonkvrouw, dat het onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie
+leven in de afgelegen vesting, zou volharden in haar weigering, en dat
+zij, door Mohammed te huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat
+haar omringde, inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten
+slotte gaf de Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst,
+en nam zelfs zijn godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al
+het vuur, een bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den
+Moorschen naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin
+haar heer en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken
+den horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende waarschuwingen
+drongen zij er bij den vader op aan, zijne dochters streng te bewaken,
+wanneer zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben.
+
+Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en
+Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars,
+besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobreña op te sluiten,
+een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en waar,
+naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen.
+
+De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren
+leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig
+waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij
+natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een
+onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede,
+had een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de
+oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar
+spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen,
+en geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon,
+en wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek,
+schudde zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij
+zuchtte, ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug
+op een ander onderwerp over.
+
+Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de
+hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte
+geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde
+aan den heuvel, waarop het kasteel Salobreña stond. Het was één
+van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te gelooven, dat wij
+niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar alles schoon, maar
+onwezenlijk is. De ondergaande zon kleurde de nevelen lichtrood als
+wierook, die opstijgt uit de urnen der schemering, en zee en horizon
+aan het oog onttrekt. Van achter de sluiers van zeedampen kwam een
+galei met witte zeilen te voorschijn, die naar de kust gleed en
+daar het anker liet vallen. Een aantal Moorsche soldaten brachten
+verscheidene Christengevangenen aan wal, onder wie zich drie kostbaar
+gekleede Spaansche ridders bevonden. Ofschoon zij met ketenen beladen
+waren, was hun optreden waardig en voornaam, en de prinsessen konden
+hare oogen niet van hen afhouden. Nog nooit hadden zij zulke edele
+jongelingen aanschouwd, want tot dusverre hadden zij nooit anders
+dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit die streek gezien,
+zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik van deze jonge
+ridders haar het hart sneller deed kloppen.
+
+De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog
+verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden
+zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder.
+
+Zóó vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij vertelden
+haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over zulke,
+in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare vragen
+met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er slechts toe
+bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen, die door de
+verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was opgewekt. Maar
+het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk een kwaad zij
+met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare angst, zond
+zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een zinnebeeldige
+boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met vijgebladeren,
+waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle drie in
+het eerste stadium van verleidelijke rijpheid, een symbool, waarvan
+Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche beeldspraak van vruchten
+en bloemen, de beteekenis volkomen begreep. Gedachtig aan den raad der
+sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen onder zijn onmiddellijke
+bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, den toren
+van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te brengen. Hij
+reisde zelf naar Salobreña om zijne dochters te halen, en toen hij
+ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij dankbaar, dat
+hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn persoonlijk
+toezicht had genomen. Hij was zich zóó zeer bewust van het groote
+gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen, dat hij zijn reis
+naar Granada voorbereidde door het zenden van herauten, met het bevel,
+dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen zou, door iedereen moest
+worden verlaten, op straffe des doods. Toen ondernam hij de reis naar
+de hoofdstad, begeleid door een troep van de afschuwlijkste zwarte
+ruiters, die hij vinden kon.
+
+Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje
+Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden
+geen tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met
+het aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde
+te doen. Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de
+prinsessen op een afstand uit het venster van het kasteel Salobreña
+gezien hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen
+vijand te kruipen, bleven zij staan.
+
+Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke
+ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de
+ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich
+tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van
+het escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood dezer ridders
+ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen rang, en
+hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere jongelingen
+gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de Spaansche vlag
+streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed het zwaard weder
+in de scheede. »Ik zal hun leven sparen«, zeide hij, »maar zij moeten
+voorbeeldig gestraft worden voor hun onbeschaamdheid«. Brengt hen
+naar den Vermiljoenen Toren, en laat hen daar dwangarbeid verrichten.
+
+In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie
+prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid
+te zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op
+het eerste gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel,
+en de drie edele ridders ontvlamden plotseling in liefde voor
+de koninklijke jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit
+hadden. Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere
+schoone, maar het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer
+wij zouden vragen naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering
+van Jonkvrouw Natuur, die in de romance misschien verstandiger wordt
+voorgesteld, dan zij in werkelijkheid is.
+
+De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar
+hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats,
+die voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in
+heerlijkheid alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken
+bevonden zich in een toren, die eenigszins afgezonderd stond van
+het eigenlijke paleis van het Alhambra; aan één kant zag men uit
+op een tuin, die schoon was als de eerste schrede in het paradijs,
+terwijl men aan de andere zijde het uitzicht had over een diep en
+schaduwrijk ravijn, dat de terreinen van het Alhambra scheidde van
+de Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor de schoonheden
+van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en niemand zag de
+gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude Kadiga, die
+gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van medelijden
+met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar, dat zij,
+langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun dagtaak bij
+de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der jonkvrouwen,
+bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het werk te
+zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den volgenden
+dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het heetst van
+den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een Spaansch lied
+bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij hoorden, dat het
+een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen antwoordden met
+een romance, waarvan het refrein aldus luidde:
+
+
+ De roos wordt verborgen door 't bladerenschild,
+ Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt.
+
+
+Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en dagelijks onderhielden
+zij zich met de eveneens gevangen prinsessen, door middel van liederen
+en romances, die de gevoelens van weerskanten vertolkten. En telkens
+wanneer de bewakers hun middagslaap deden, vertoonden de prinsessen
+zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan dezen zaligen toestand,
+want de familie van de drie jonge ridders betaalde een losprijs, en zij
+werden naar Granada gebracht, vanwaar zij de reis naar hun vaderland
+zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de oude Kadiga, en smeekten
+haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje te ontvoeren. De oude
+vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel over, en daar zij
+allen dadelijk bereid waren, werd er een plan tot ontvluchting beraamd.
+
+De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd
+doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar
+verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de
+koninklijke jonkvrouwen door één dezer gangen naar een uitvalpoort
+buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de ridders
+haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de grenzen
+zouden brengen.
+
+De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag,
+lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een
+touwladder uit hare vensters in den tuin zakken--allen, behalve
+Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende
+oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de
+nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren
+hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende
+vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in,
+de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten
+haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde,
+dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd
+te verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer
+geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven,
+en het gezelschap draafde in vliegende vaart weg.
+
+Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de
+alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den
+hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden
+met alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne
+vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen weinig
+begane paden, verborgen zich in dichte bosschen, en waren eindelijk
+zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de prinsessen werden opgenomen
+in den schoot der Kerk, en met hunne respectieve minnaars in den echt
+verbonden werden.
+
+Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne
+dochters. Maar hij nam--eenigszins noodeloos--zijne maatregelen,
+om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige Zorahayda,
+die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw over
+haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten
+over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van
+Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover
+de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar
+treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige
+ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in
+dit opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige
+zusters niet bezongen werden.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN PRINS AHMED.
+
+Weer is de oude stad Granada het tooneel der legende, die wij nu
+behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen, die wij later
+zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het verhaal van
+Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins Ahmed,
+bijgenaamd »al Kamel«, of »de Volmaakte«, om de evenwichtigheid en
+schoonheid van zijn karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken
+prins, voorspelden de astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig
+zou zijn, mits men één moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die
+moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te
+verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst niet verwonderd, wanneer
+wij hooren, dat zijn koninklijke vader pessimistisch gestemd werd, wat
+de gelukskansen van den prins betreft, toen de wijzen hem mededeelden,
+dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een droevig lot, hij ver moest worden
+gehouden van de verlokkingen der liefde, totdat hij den mannelijken
+leeftijd zou hebben bereikt. De ontstelde vader deed, zooals de
+meeste vaders in romances doen, hij sloot n.l. zijn pasgeboren zoon
+op in een allerliefst en afgelegen paleis, dat hij voor dit doel liet
+bouwen op den rand van den heuvel boven het Alhambra. Dit gebouw,
+dat tegenwoordig bekend is als de Generalife, is omringd door hooge
+muren, en hier groeide de prins op, onder de goede zorgen van Eben
+Bonabben, een Arabisch geleerde, die vele buitengewone gaven van hart
+en verstand had, welke hem geschikt maakten voor het bewaken van een
+jeugdigen vorst in de omstandigheden van Ahmed.
+
+Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins
+zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde
+betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid,
+en inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben
+Bonabben, verwaarloosde hij zijne studieën, en nam hij de gewoonte
+aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag
+hoe het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen
+ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest
+afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken
+voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die
+wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de
+taal der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige
+wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met
+groot succes zijn vaardigheid beproefd had, achtereenvolgens op een
+havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het vogelenkoor
+in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger stortte zijn hart
+uit in een jubelend lied van liefde, welk woord telkens herhaald werd.
+
+»Liefde,« riep de prins eindelijk uit, »wat beteekent dat, liefde?«
+Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij deze vraag in gedachte zijn
+hoofd reeds op zijne schouders voelde rollen, als een waarschuwing
+voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet in staat zou zijn, de
+vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat liefde een van de ergste
+kwellingen was, die de ongelukkige menschheid te dragen heeft, dat
+zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en broeders, en verscheidenen
+der edelste mannen ten val had gebracht. Daarna verwijderde hij zich
+in de grootste verwarring en liet den prins aan zijn eigen gedachten
+over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die zoo lustig zongen,
+volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde hij aan de
+waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den volgenden
+morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel op te
+lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een duif, die
+vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel fladderend
+op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en streek de
+verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en op zijn
+vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om haar
+doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad.
+
+»Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde, waarvan
+de vogels in den tuin steeds zingen?«
+
+»Liefde,« zeide de vogel, »is het grootste mysterie en de oorsprong van
+alle leven. Ieder levend schepsel heeft zijn maat. Hebt gij zoovele
+kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht zonder de liefde te leeren
+kennen? Heeft nog geen schoone prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw
+hart veroverd?«
+
+De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op. »Schurk,«
+riep hij uit, »waarom hebt gij mij zoo totaal onwetend gelaten? Waarom
+hebt gij het groote mysterie en den oorsprong van alle leven voor
+mij verborgen gehouden? Waarom moet ik alleen het geluk der liefde
+ontberen?« Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren,
+en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld
+hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren
+geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij
+tot den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen
+beschaamd was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was
+zóó verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde, zijn nieuw
+verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit stelde
+den wijze weer eenigszins gerust.
+
+Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin; plotseling
+zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer. Hij vroeg
+haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een ver land
+gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die, evenals
+Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een afgelegen
+kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde. De
+wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in
+dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk
+op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de
+hartstochtelijkste taal aan »De Onbekende Schoone, van den gevangen
+Prins Ahmed,« en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem dadelijk aan
+het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen.
+
+Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst van den
+boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif
+eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en
+den laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar
+hart doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar
+zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat
+het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een
+bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De
+prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij
+besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te
+zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten zijn.
+
+Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken had
+sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie der
+vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog dienzelfden
+nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de buitenmuren
+van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen ouden uil,
+die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op weg naar
+Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den uil,
+een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het opsporen
+van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en zochten
+den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden vogel,
+die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te zoeken
+van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de
+voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger
+vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen.
+
+Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova, waar
+zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in kwestie,
+een groote volksmenigte vonden, die met belangstelling luisterde naar
+het gekakel van een papegaai, wiens pluimage schitterend groen was,
+en wiens levendig oog een schat van wijsheid verried. Toen de menigte
+zich verspreid had, vroeg de prins den schoonen vogel naar het voorwerp
+zijner liefde, en hij was verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren,
+waarmee hij naar de beeltenis der jonge prinses keek.
+
+»Arme jongeling,« kakelde hij, »zijt gij ook het slachtoffer geworden
+van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij zoo innig vereert, de
+beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter van den Christenkoning
+van Toledo.«
+
+»Help mij, goede vogel,« riep de prins uit, »en ik zal u een hooge
+betrekking aan het Hof bezorgen.«
+
+»Heel goed,« zeide de papegaai, »het eenige, wat ik vraag is, dat ik
+niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben een grooten afkeer
+van hard werken.«
+
+Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis naar
+Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts langzaam
+door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de verschroeiend
+heete vlakten van La Mancha en Castilië, maar eindelijk kwamen zij in
+het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den rand van een afgrond,
+waar de Taag bruisend doorheen loopt. De praatzieke papegaai wees zijne
+reisgenooten dadelijk het verblijf van Prinses Aldegonda, een statig
+paleis, dat zich verhief uit de heesters van een verrukkelijken tuin.
+
+»Ach Toledo«, riep de uil in extase uit, »Toledo, gij stad van
+toovenarij en mysterie!« Welk een macht van tooverformulieren zijn er
+niet uitgesproken in uwe donkere schuilhoeken. Stad van geleerdheid,
+van wonderen, van duizenden geheimenissen!«
+
+»Kletspraat«, riep de papegaai. »Wind je niet op, mijn vriend
+de wijsgeer! O Toledo,« oreerde hij met uitgespreide vleugels, in
+navolging van den uil, stad van noten en van wijn, van vijgen en olie,
+van feesten, steekspelen en bekoorlijke señoritas! Nu, Prins, moet
+ik niet naar Prinses Aldegonda vliegen, en haar uw aankomst melden?«
+
+»Doe dat, beste van alle vogels«, antwoordde de prins met
+warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo
+is gekomen om haar te zoeken.«
+
+De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met deze
+boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat hij
+neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een volmaakten
+hoveling. »Schoone Prinses«, zeide hij met een diepe buiging, »ik kom
+als afgezant van Prins Ahmed van Granada, die naar Toledo is gereisd
+om zich te koesteren in de stralen uwer oogen.«
+
+»O, welk een heerlijk nieuws«, riep de prinses uit. »Ik begon juist
+te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed. Vlieg naar hem terug,
+zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en vertel hem, dat zijn
+schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en dat zijne woorden in
+mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er op voorbereiden,
+de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen. Morgen is het mijn
+zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader een schitterend
+tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal mijn hand zijn.«
+
+Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar
+zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit,
+dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend
+in het ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den
+wijzen uil, die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te
+vertellen, dat er in een naburigen berg een grot was, waar op een
+ijzeren tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een
+betooverd strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan
+had. Na eenig zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig
+brandende olie verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte
+en met behulp daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard
+spoedig gevonden. Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het
+paard, dat luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde,
+terwijl de uil en de papegaai naast hem vlogen.
+
+Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in
+de nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk
+schoon schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren
+bij honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen,
+en haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen
+in schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij
+de komst van Ahmed, die aangekondigd werd als »de Pelgrim der Liefde«,
+steeg de opwinding ten top, want hij was een buitengewoon ridderlijke
+en schitterende verschijning in zijn glinsterende wapenrusting en met
+juweelen bezaaiden helm. Men deelde hem mede, dat slechts kampioenen
+van vorstelijken bloede in het strijdperk werden toegelaten, en toen
+hij dit vernam, maakte hij zich bekend. Toen men hoorde, dat hij een
+muzelman was, begonnen de Christenridders hem te beschimpen, waarop
+Ahmed in woede ontstak en den ridder, die het heftigst in zijn spot
+geweest was, uitdaagde. Zij renden op elkander in, en de gespierde
+tegenstander werd uit het zadel geworpen. Maar de prins ontdekte nu,
+dat hij te doen had met een betooverd paard; want toen het eenmaal
+in actie was, kon niets het meer tegenhouden. Het Arabische ros
+wierp zich midden tusschen de ridders; Ahmeds tegenstanders vielen
+als een kegelspel onder zijn opgeheven speer, zoodat het strijdperk
+in een oogenblik bedekt was met hunne uitgestrekte lichamen. Maar
+des middags twaalf uur, hield de betoovering waaronder het paard
+handelde, plotseling op. Het ros draafde over het veld, sprong over de
+afsluiting, stortte zich in de Taag, zwom door den bruisenden stroom,
+en droeg den prins doodmoe maar voldaan naar de grot terug, waar het
+zijn plaats weer innam naast de ijzeren tafel, waarop de prins de
+wapenrusting weer neerlegde.
+
+Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder degenen,
+die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop, was
+de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de
+verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd
+hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond
+hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai
+keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis
+in Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de
+algemeene opinie was, dat de prins òf een Arabisch toovenaar, òf een
+van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de grotten der
+bergen huisden.
+
+Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters
+van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van
+Ahmed kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht
+naar den hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd
+streng bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van
+haar meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van
+toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning--de kostbaarste
+diamant uit de koninklijke schatkamer--was uitgeloofd voor hem,
+die haar zou genezen.
+
+Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer
+een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven
+was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden
+konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed,
+dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling
+gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich
+van zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een
+Arabier uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en
+handen donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het
+koninklijk paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning
+werd toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg,
+antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te
+genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten
+was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der
+muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was.
+
+Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem
+dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men
+op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het
+omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon
+op zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna
+herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van
+den brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn
+liefde verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de
+woorden, en beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd
+in haar kamer geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij
+verkeerden, begrepen, waren op hun hoede, en stelden zich tevreden met
+het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden. Nooit
+behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de
+bleeke wangen der prinses, en de Koning was zóó verrukt, dat hij Ahmed
+verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te kiezen. De prins
+wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en antwoordde, dat
+hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud vloerkleed wenschte,
+dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die door de muzelmannen,
+die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten. De koffer werd
+oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op het terras uit.
+
+»Dit karpet«, zeide de prins, »was eens het eigendom van Koning
+Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te dragen. Laat de Prinses
+het betreden.«
+
+De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier
+in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast
+haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende:
+
+»Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang hebben
+liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet?«
+
+Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich
+in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden
+de gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht.
+
+Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses
+in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang
+eischte. Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was
+langdurig en gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat
+hij toch zijne gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot
+zijn grootvizier en den papegaai tot ceremoniemeester, en wij mogen
+dit beschouwen als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en
+huiselijke omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid
+geleid werd.
+
+Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal
+oorspronkelijke en afzonderlijke elementen--de gelieven, die onbekend
+met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun geboorte; het
+oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en het onderwerp
+van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een andere vorm van
+het oude begrip, dat een toovenaar zich op bovennatuurlijke wijze
+door de lucht kan voortbewegen; deze kunst schijnt hij te hebben
+geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier bezemstelen slechts het
+vliegende paard vervingen. Maar uit de omstandigheid, dat het karpet
+in dit verhaal voorkomt, mogen wij opmaken, dat het waarschijnlijk uit
+Perzië afkomstig is, het land waar het eerst karpetten geweven werden;
+vooral ook, omdat de toovenaars van primitiever volken andere en
+eenvoudiger middelen gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen.
+
+
+
+DE GELOFTE VAN DEN HEIDEN.
+
+Het volgende verhaal werpt een helder licht op de verdraagzaamheid,
+en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje somtijds tusschen Moor
+en Christen betracht werd. Het betreft de geschiedenis van Narvaez,
+den generaal, die het bevel voerde over het garnizoen van Medina
+Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de Spanjaarden gevallen
+was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt, vanwaar hij een reeks
+invallen deed in het naburige district Granada, met het doel provisie
+machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van dezen streek alles
+te ontnemen, wat hun nog was overgebleven.
+
+Bij één van deze gelegenheden had Narvaez een groote ruiterschaar
+uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den vroegen
+morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij bij
+zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen. De
+bevelvoerende officier reed eenige honderden meters voor den troep
+uit, en ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die
+in het duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man
+hield moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig
+overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin
+zij zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar
+de vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden
+zij naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden.
+
+De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was
+een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los,
+zijden gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch
+gebruik, rijk versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver
+Arabisch ras. Uit deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een
+hooggeboren ridder was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst,
+en vernam dat zijn gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda,
+een aanzienlijk Moor en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar
+toen Narvaez den jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn
+verwondering, dat hij niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen
+stroomden langs zijn gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken
+door snikken die uit het diepst zijner ziel schenen op te stijgen.
+
+»Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien,« zeide Narvaez. »Dat gij,
+een ridder van goeden huize, en de zoon van zulk een dapper edelman
+als uw vader is, zoo bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl
+gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig
+soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet.«
+
+»Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben,« antwoordde de
+jongeling; »ik stort tranen om een veel grooter leed, waarbij
+vergeleken mijn gevangenschap niets is.«
+
+Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met
+zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de
+reden zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den
+generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde:
+
+»Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de dochter
+van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter harer
+eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij haar
+wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik
+was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te
+ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn
+vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende
+te bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet
+ik niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen
+kans u duidelijk te maken, hoezeer ik lijd.«
+
+De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van
+zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig
+hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig
+lot van den jongeling te verzachten.
+
+»Gij zijt een ridder uit een edel geslacht«, zeide hij, »en wanneer
+gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult terugkeeren,
+zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te zeggen wat de
+reden is, dat gij heden niet bij haar waart.«
+
+De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de gevraagde
+belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel, waarin
+zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het teeken,
+waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte, en
+zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander gewoonlijk
+ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het afgesproken
+uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de oorzaak van zijn
+wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat hem overkomen was,
+barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte haar te troosten;
+maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn gelofte aan
+Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder gegeven had,
+dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren.
+
+»Er blijft mij niets anders over dan te gaan«, zeide hij. »Ik heb
+mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u, die ik zoo innig
+liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw vrijheid gevaar zou
+loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit mijn gevangenschap
+verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u weder.«
+
+De jonkvrouw antwoordde echter: »Gij hebt mij reeds vele bewijzen
+gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die duidelijker
+dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou het ondankbaar
+van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw gevangenschap te
+deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet leven, wil ik
+het ook doen.«
+
+De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen,
+en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den
+geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan,
+waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den
+trouw der jonkvrouw en de rechtschapenheid en standvastigheid van
+den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de
+vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen,
+stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, én gaf hun
+een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land. Deze
+gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den
+Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber,
+werden buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van
+Granada, bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne
+geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle
+opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien
+nog de verdienste, volkomen historisch te zijn.
+
+
+
+DE DROOM VAN KONING ALFONSO.
+
+Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don Alfonso, Koning van
+Galicië één van de Christelijke Staten, die het tegen de Mooren hadden
+uitgehouden, vervolgd werd door een droom, die steeds zijne nachtwaken
+verontrustte, en waarvan hij den diepen zin niet kon doorgronden,
+zoodat hij eindelijk er toe moest overgaan, zich om raad te wenden
+tot de beoefenaren der occulte wetenschap, diezelfde vijanden, tegen
+wie de droom hem waarschuwde.
+
+In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied
+van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van
+Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk
+Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso
+kwam, lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het
+dreigende gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en
+maakte hij zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl
+zij uit zichzelf reeds talrijk waren, nog versterkt werden door de
+Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje. Voordat
+Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die vreeselijke
+visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo menigmaal den
+val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij op een olifant
+gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het reusachtige dier, een
+atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf sloeg. Maar het geweld,
+dat uit het instrument voortkwam, was zóó hevig en onrustbarend,
+dat hij oogenblikkelijk doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin
+sloeg hij weinig acht op dezen droom en beschouwde hem als een gewone
+nachtmerrie, maar toen hij steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende
+nachten van zijn verblijf te Toledo, begon hij te gelooven, dat er
+een ernstige waarschuwing in verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte
+hij doodelijk verschrikt, badende in het zweet en met den nagalm
+van den Oosterschen trom nog in zijne ooren, totdat hij eindelijk
+in de grootste onrust besloot, de geleerden van zijn Hof te vragen,
+wat de beteekenis van den droom zou kunnen zijn.
+
+Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich,
+evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen,
+die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne
+Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had,
+vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste
+bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus: »Wat
+mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de eigenaardige
+omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een dier dat in
+ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een anderen vorm dan
+die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk is. Ik vraag u,
+wat de beteekenis van dezen droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste
+hierop uw antwoord.«
+
+De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den
+Koning terug.
+
+»Heer Koning,« zeiden zij, »wij zijn van meening, dat deze droom u
+is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het machtige leger,
+dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult overwinnen,
+dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult buitmaken,
+dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult terugkeeren,
+overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw overwinning in het
+geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant, die u elken nacht
+verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben Taxfin, Koning
+der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van Afrika,
+die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen van
+dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom
+zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest
+afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden.«
+
+Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging,
+en toen de wijzen zwegen, zeide hij: »Het schijnt mij toe, dat uw
+verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij
+geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf aan.«
+
+Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot eenige
+Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht een
+Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen. Zij
+antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een
+der Moskeeën leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van
+den Koning een verklaring geven van het visioen.
+
+Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in zijn tegenwoordigheid
+zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche ridders terug met
+den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir Mohammed Aben Iza,
+die echter beslist weigerde den droom van een afvallige te verklaren;
+en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden was, wilde hij zelfs
+niet het paleis betreden.
+
+Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat
+godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk
+Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed
+kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den
+wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor,
+en toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: »Gaat
+naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom
+zeer nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen
+worden in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij
+zal vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal
+blijvend aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem
+verder, dat deze verklaring uit den Koran is afgeleid: »Weet gij niet,
+wat God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij
+zijn kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos
+zien worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen
+gebracht heeft?« Deze woorden--vervolgde de Fakir, voorspelden den
+val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen
+Arabië optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot zijn
+vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend vuur
+op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en
+asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent,
+dat het uur van zijn ondergang nabij is.«
+
+De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, tot den Koning
+terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir mede. De
+Koning werd doodsbleek, en riep uit: »Bij den God, dien ik vereer,
+het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft, want gij
+kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal straffen.«
+
+Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit
+een onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend
+ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok
+hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem
+in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca
+geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers
+waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende
+boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso òf zijn Christelijk
+geloof zou afzweren, òf zich als zijn Vasal zou onderwerpen. Toen
+Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den brief woedend op den
+grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant: »Zeg tegen Taxfin,
+dat hij zich niet moet schuil houden tijdens het gevecht, opdat wij
+met elkander kunnen afrekenen.«
+
+Verschillende omstandigheden beïnvloedden den strijd. De Vrijdag was de
+heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath der Joden, die
+ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de Zondag was de
+rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een wapenstilstand
+verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin toegestemd. Maar
+Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen des Vrijdags,
+op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in twee divisies,
+en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van Sevilla had
+zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om den afloop
+van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig voor de
+Muzelmannen was uitgevallen, waren zij eenigszins ontmoedigd. Maar
+toen het hun gelukt was den eersten aanval van Alfonso te weerstaan,
+trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop en bij deze gelegenheid
+luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De Koning van Sevilla,
+bezield door de gelukkige profetie, zette zich neder in zijn tent,
+nam pen en perkament, en dichtte de volgende regels, die hij ter
+bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond:
+
+
+ Door Godes toorn en 't Moorsche zwaard,
+ Wordt 't Christenvolk verjaagd van de aard',
+ Terwijl het sterrenbeeld voorspelt
+ Uw grooten roem op 't oorlogsveld.
+
+
+Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en hij reed langs
+de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak. Maar hij
+had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het
+hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in
+Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en
+bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige
+ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen
+van alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in
+actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusië, en de geschiedenis
+vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige menschen- en
+paardenmassa veroorzaakt werd, zóó geweldig was, dat de strijdenden
+elkander niet meer konden zien, en in het blinde worstelden, alsof het
+in het diepst van den nacht was. Tenslotte begonnen Taxfins troepen
+zich in groote wanorde terug te trekken, terwijl het paardevolk der
+Christenen steeds verder opdrong. Slechts de Mooren van Sevilla hielden
+stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd van zijne reservetroepen,
+en reed met zijne ruitercolonnes recht op het paviljoen van Koning
+Alfonso toe, dat slechts zeer onvoldoende beschermd was, en dus
+zonder veel moeite met alle kostbaarheden, die zich daarin bevonden,
+den Mooren in handen viel. Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong,
+viel hem in de flank aan, en de beide opperbevelhebbers waren spoedig
+in een woedend gevecht gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf
+zich onder zijne manschappen, spoorde hen aan tot standvastigheid,
+en riep hun toe, dat de belooning voor hun moed de kroon van het
+paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne herhaalde aanvallen, begon
+het leger der Christenen achteruit te wijken, en bij een hernieuwden
+aanval van Taxfins bondgenooten, die eerst verslagen waren, gaf
+het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag, dat alles verloren was,
+vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd volgelingen, voor
+de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite de stad Toledo,
+waar hij met slechts honderd man aankwam.
+
+Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige jaren
+later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de nederlaag
+van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en stierf
+hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld.
+
+
+
+DE PRINS, DIE ZIJN KROON VERRUILDE.
+
+Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de Gothische en Arabische
+rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden kleine koninkrijken, die
+even snel weer verdwenen, en waarvan de namen reeds lang vergeten
+zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen vasten voet in
+Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van het land twee
+miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen, waarvan het
+noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche nationaliteit
+terwijl het andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn Moorsche
+zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche vorstendom
+een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn opvoeding
+was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche buren met
+den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde. Zij waren,
+zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras, dat geen
+naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en wraakgierig
+volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de jonge Fernando,
+die voortdurend in dien geest over zijne buren had hooren spreken,
+een geweldigen afkeer van hen had gekregen.
+
+De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide
+vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor
+de eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied
+deden, want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide
+landen, zich daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een
+rooftocht ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf
+ook deel, want het werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in
+bijna voortdurend oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van
+de praktijk der krijgskunst. Bij één van die vele miniatuurinvallen,
+was de troep, die onder Fernando's bevelen stond, ver in het Moorsche
+gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en
+zoo kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos
+voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand,
+die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine
+troepje Spanjaarden werd op deze wijze in tweeën verdeeld, en vluchtte
+in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door een
+klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde in de richting
+van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te komen.
+
+Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten
+omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel
+gereden hadden, waren hunne paarden na korten tijd zóó oververmoeid,
+dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp zagen zij, dat
+de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun leven zoo duur
+mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders betaamde, en zij
+waren op het punt af te stijgen, en een gunstig terrein te zoeken voor
+den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand een gebouw zagen,
+dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was opgetrokken. »Als er
+ergens een geschikte plek is, om ons te verdedigen, dan is het daar,«
+zeide Fernando. »Laat ons daar stelling nemen, en gebruik maken van
+de beschutting, die het gebouw ons biedt.«
+
+Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning, en
+bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij afgestegen
+waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen gebouw, en
+hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn verbazing
+een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig gebed
+verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn geheele
+uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar was,
+een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om in
+vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde
+hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan,
+toen de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het
+gestamp van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg,
+wat hij wenschte.
+
+»Maak, dat gij wegkomt,« zeide Fernando, »want wij moeten deze plaats
+tot het uiterste verdedigen tegen uwe afvallige broeders.«
+
+De kluizenaar glimlachte. »Jonge man,« zeide hij, »hoe kunt gij een
+oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige gebouw verdedigen kunt
+tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken omsingelen zullen? Uw
+zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin kunnen beschermen
+als deze vervallen muren, die in enkele minuten ineengestort zullen
+zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild tegen het ruw geweld
+der menschen, dan steen of staal«.
+
+»Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man«, zeide Fernando. »Maar ik
+ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die zaken, die gij veracht«.
+
+»Dat is treurig genoeg«, zeide de kluizenaar, »hebt gij in uw
+eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een beter beschermer
+is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele stoffelijke
+bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede van hunne
+medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u bijstaan door
+middel van den minsten zijner dienaren«.
+
+»Indien het de God der Christenen was, van wien gij spreekt«,
+antwoordde Fernando, »zou ik moeten erkennen, dat gij woorden van
+wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een ongeloovige klinken
+zij mij godslasterlijk in de ooren«.
+
+»Heer Ridder«, zeide de kluizenaar, »gij zijt nog jong, maar wanneer
+gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben leeren begrijpen,
+dat God dezelfde is in alle landen, en dat verdeeldheid over Zijn
+persoonlijkheid, één der middelen is, waarmede de Duivel vijandschap
+zaait tusschen de geloovigen. Luister naar mijne woorden: Deze steenen
+ruïne is de laatst overgebleven toren van een oude vesting, waaronder
+zich een labyrinth van kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk
+in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de
+vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal
+zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren.«
+
+»Wees voorzichtig, Don Fernando,« riep een van de metgezellen van
+den Prins uit; »deze heiden tracht u in een valstrik te lokken,
+opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen vermoorden.«
+
+»Neen,« antwoordde de Prins, »want ik kan zien, dat deze brave en vrome
+man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw mij met een gerust hart
+aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader, naar de plaats waarvan
+gij spreekt.«
+
+Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij
+wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden
+leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken,
+waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen
+vervolgd hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder
+riep den kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien
+voorbijkomen. »Neen, er zijn hier geen Christenridders voorbijgegaan,
+mijn zoon,« antwoordde de vrome man, »ga heen in vrede.« De Moorsche
+kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer,
+en de troep reed verder.
+
+De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en keerde
+binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de duisternis
+was ingevallen. »Nu kunt gij veilig naar uw eigen land terugkeeren«,
+zeide hij.
+
+»Hoe kan ik u beloonen?« riep Fernando uit, die diep getroffen was
+door den vriendelijken eenvoud van den ouden man.
+
+»Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het vervolg
+mijne rasgenooten zachter te beoordeelen.«
+
+»Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk,« zeide de Prins droevig,
+»want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik veel kwaads en
+weinig goeds van de Mooren gehoord heb.«
+
+»Dat verwondert mij niets,« zeide de kluizenaar glimlachend, »want
+gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen slechts ontmoet hebt met
+het zwaard in de hand of als gevangenen, wier harten verbitterd waren
+door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge man, of liever, bid,
+dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren, opengeworpen mogen
+worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen te laten. Tracht
+het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan zult gij genoeg
+goeds in hen vinden.«
+
+Terwijl hij sprak had Fernando inderdaad het gevoel, dat de poorten
+van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel,
+ontgrendeld werden. »Ik zal uw raad niet vergeten,« zeide hij, »want
+het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel mensch iets kwaads
+komt,« en met een eerbiedigen groet besteeg hij zijn paard en reed weg,
+vergezeld van zijne makkers.
+
+In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij
+zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar
+de raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling
+naar het verslag van zijne ondervindingen luisterden.
+
+»Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit,« zeide één van zijne
+raadslieden; »zonder de hulp van dezen vromen man zoudt gij nu stellig
+de gevangene zijn van uwe vijanden. Er zullen niet veel van zulke
+geesten in Moorsche lichamen huizen.«
+
+»Hoe zoo, Señor,« antwoordde de Prins; »is het niet mogelijk dat gij
+u vergist? Wat weten wij eigenlijk van de Mooren, behalve wat wij in
+een voortdurenden strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn,
+wanneer wij trachtten hen beter te leeren kennen?«
+
+»Wat,« riep de Minister uit, »kennen wij hen niet als honden en
+afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders van valsche
+goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort zouden leeren
+kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het gemeenschappelijk
+strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun trouwelooze borst
+kunnen richten«.
+
+»Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe,« zeide Fernando
+vriendelijk; »en ik wil u vertellen, heeren, dat ik dezen morgen
+huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren beter
+te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun
+instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats
+als vijanden tegemoet treden.«
+
+»Dwaasheid,« riep de Kanselier uit; »dat is een onbekookt besluit
+van een jong en onervaren vorst.«
+
+»Ik denk er anders over,« antwoordde Fernando; »maar om
+noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als Muzelman te
+vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als een geboren
+Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige gebruiken
+onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en laat
+mij daar niet van afbrengen.«
+
+»De wil van uwe Majesteit is wet«, antwoordde de Kanselier, die in
+het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor de uitbreiding
+van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg trachtten nog
+Fernando's besluit aan het wankelen te brengen, doch tevergeefs. De
+voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen en drie dagen nadat
+hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok Fernando als Moor
+vermomd, over de grenzen van het land zijner vijanden. Hij besloot
+zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij belangrijke plaats;
+daar aangekomen, steeg hij af en zocht een khan of herberg op. Hij
+trof daar allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan
+dezelfde tafel als de Mullah of priester, en de soldaat deelde zijn
+maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij dit volk opviel,
+was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en dronken niets dan
+melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de herberg heerschte,
+verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende mannen zaten voor het
+meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en rustig sprekende met
+zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets gevraagd werd, spraken
+zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig na te denken,
+voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen antwoordden. Al hunne
+handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando merkte op, dat
+zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun kleeding,
+maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg gedurende
+de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend ingerichte
+openbare baden der stad.
+
+Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen
+slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een
+bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in
+alle hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen
+plaats te zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een
+gesprek aan met één van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek
+van de herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen
+lezen. Eerst toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen
+hij bemerkte, dat de Prins met hem van gedachten wilde wisselen,
+bracht hij het gesprek op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet,
+dat hij bezig was te bestudeeren, en hij verviel daarbij in zulk
+een haarkloverij, dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde,
+hem ooit te hebben aangesproken.
+
+
+
+FERNANDO MAAKT VERGELIJKINGEN.
+
+Toen Fernando zich dien avond ter ruste had begeven, maakte hij
+de balans van den dag op. Deze menschen schijnen mij buitengewoon
+vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar tegenover
+staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun
+gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die Mullah
+was vreeselijk lang van stof, maar zijn er onder ons ook niet een
+menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle werelddeelen voor,
+dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid een schrik voor
+zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte der menschheid
+zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar zelden een sterke
+persoonlijkheid aantreft.
+
+Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de
+groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche
+kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming
+heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een
+gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar,
+die zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en
+godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want
+zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk
+geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij
+zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van
+de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen
+priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen
+schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in een vleugel
+van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een aantal
+oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten, vloeiend
+schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van den
+Koran en andere godsdienstige werken.
+
+Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de
+universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke
+geestelijke leven, dat daar bloeide. In één der kamers was een leeraar,
+gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te houden over de
+praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een scherpzinnigheid
+en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had aangetroffen. Zijn
+kennis van medicijnen en van de eigenschappen van planten en kruiden,
+scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen Fernando dacht aan
+de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks zoovelen zijner
+onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep beschaamd, dat
+deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie zoowel als in de
+praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was scherpzinnig genoeg om
+in te zien, dat de spreker de medische wetenschap beschouwde als
+iets, dat in het verleden reeds zijn hoogtepunt bereikt had. Hij
+sprak van proefnemingen in den verleden tijd en vermeldde slechts de
+groote leermeesters der oudheid: Galenus en Hippocrates, Avicenna en
+Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide van de leermeesters van zijn
+eigen tijd, dan geschiedde dit altijd eenigszins geringschattend, en
+nooit met een woord van waardeering; de oudheid was alles voor hem,
+en de leerstellingen der oude meesters in de medicijnkunst waren hem
+in zeker opzicht even heilig als de woorden van den Profeet.
+
+In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando
+eenigen tijd luisteren naar een leermeester in de astrologie. Deze
+oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring voor hem gehad,
+en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren tot hare groote
+beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig den invloed, dien
+de verschillende planeten op het lot van den mensch hadden, hoe haar
+onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven bepaalde, en hij
+behandelde het karakter van personen, die onder bepaalde astrologische
+voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap was volgens den spreker
+niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en terwijl Fernando
+naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat hij veel
+als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet wetenschappelijk
+bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer planeten, niets
+feitelijks over de beweging der sterren, of over hun verhouding tot de
+aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter een andere geest;
+daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er werd gewezen
+op de werken van Arabische reizigers die Azië en Afrika doorkruist
+hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden besproken, en
+over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche scholen,
+die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd werden,
+waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer aandacht
+geschonken werd aan het buitengewone dan aan het waarschijnlijke.
+
+Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein
+overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende
+wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het
+dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door
+verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat
+dit gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren en
+kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt,
+vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door
+gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine
+groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of
+van de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken
+terneder zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen,
+die het marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig:
+smeden, sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op,
+dat het werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne
+gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking
+tot die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd
+drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied
+de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten
+nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere
+verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand,
+maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een
+oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde,
+hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen
+geen gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer
+zij een toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen
+strookt, zou het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken
+over te nemen, die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn
+eenvoudig, gelukkig en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei
+werd opgedrongen van wat in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk
+dan niet verkeeren in ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun
+waarschijnlijk geleerd, dat hun tegenwoordige levenswijze de meest
+geschikte voor hen is. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat hun
+afkeer van ons het gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten
+en instellingen der beide volken? Maar zou dit verschil misschien
+alleen maar aan de oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathieën
+en antipathieën zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn
+volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat
+hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne
+zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel
+als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en
+omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel
+los te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden
+is. Wij verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven,
+maar slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat
+de goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men
+trouw moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte
+zou elk van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid
+was, dezelfde vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten
+zoo aan mij gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te
+onderscheiden zou zijn.
+
+Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het
+landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn
+eigen rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen
+kleine sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange
+rijen maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle
+richtingen over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde
+zich bij één van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn verwondering,
+dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en landlieden in
+Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk onderbroken, en de
+maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar het zwaarmoedige
+fluitspel van één hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig
+en weinig eischend waren als de boeren van zijn eigen land. Zij
+deelden hun brood en kaas met hem, en boden hem een slok geitemelk
+aan uit een grooten lederen zak, en het gelukte hem met veel moeite,
+deze lekkernij met een benauwd gezicht naar binnen te werken, want
+vorsten zijn niet gewoon aan de scherpe geuren van zulk een drank. Na
+zich op deze wijze versterkt te hebben, wandelde hij langzaam verder
+over de gloeiende velden, zoo nu en dan rustende in de schaduw der
+boomen, die langs den weg groeiden.
+
+Hij had misschien 1 1/2 mijl afgelegd, toen hij bij een open vlakte
+kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte. Hij
+volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en
+zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge
+bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden
+met hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en
+legden met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen
+het bevel »halt« gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk,
+zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van één
+der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de Prins stond,
+en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een Moorsch
+priester hield, groette hem hoffelijk.
+
+»Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons, eerwaarde
+heer,« zeide hij, »dat ik meen te mogen aannemen, dat gij vroeger
+zelf soldaat zijt geweest.«
+
+»Dat is zoo,« antwoordde Fernando; »ik was vele jaren soldaat, en heb
+lang in een ander gedeelte van het land gediend; maar nu is de oorlog
+niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor mijn genoegen ten
+strijde trok, liggen achter mij.«
+
+»Maar«, zeide de officier, »de oorlog is toch het eenige, waartoe
+een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong, en hebt het
+leger blijkbaar te vroeg verlaten.«
+
+»Neen,« antwoordde de Prins, »wanneer het noodig is, ben ik bereid het
+zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen inval
+te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd heb,
+de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan.«
+
+»Maar,« zeide de krijgsman glimlachend, »gij meent toch niet, dat wij
+ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij aangevallen worden. Wij
+weten toch niet vooruit, wanneer de onbeschaafde en woeste Christenen
+uit het Noorden ons zullen overvallen?«
+
+»Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal opkomen,
+een strooptocht in hun rijk te ondernemen,« zeide Fernando.
+
+»Maar,« zeide de officier weder, »wanneer wij dat doen, is het ten
+slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want het blijkt toch
+wel, dat zij ons nooit met rust zullen laten.«
+
+»Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen?« vroeg Fernando,
+»ik geloof van niet, maar wij hebben wel verdragen met hen gesloten,
+doch die schijnen gemaakt te zijn om verbroken te worden.«
+
+»Ja,« zeide de officier verachtelijk, »het zijn verraderlijke honden,
+deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man vertrouwen kan;
+zij hebben het eene verdrag na het andere verbroken.«
+
+»Als ik mij niet vergis,« zeide Fernando, »hebben wij hetzelfde gedaan,
+alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat het volk niet te
+weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze vijanden gedragen,
+en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden handelen, omdat
+onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn. Mag ik U vragen,
+edele heer, of gij ooit in Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere
+Christenen ontmoet hebt dan die, welke gij toevallig gevangen genomen
+hebt?«
+
+De ruiter schudde ontkennend het hoofd. »Nu ik erover nadenk«, zeide
+hij, »heb ik met meer Spanjaarden het zwaard gekruist dan met hen
+gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag aannemen, dat er onder dat
+volk edele geesten zijn, want ik weet uit eigen ondervinding, dat
+het dappere krijgslieden zijn, en een goed soldaat kan niet anders
+dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij verontschuldigen waarde
+heer: ik kan niet langer blijven. In den naam van God wensch ik u
+een aangename reis toe«.
+
+
+
+FERNANDO ONTMOET ZIJN DUBBELGANGER.
+
+Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist beschreven dag moet
+beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere dagen; drie maanden
+lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde er de instellingen
+en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze wijze een juist
+inzicht in den volksaard.
+
+Aan het einde van dit tijdperk, had hij zulk een hoogen dunk
+gekregen van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet
+zijne schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn
+eigen rijk. In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te
+betreden, besloot hij den nacht door te brengen in een kleine khan
+aan de Moorsche zijde der heuvelen. Het was een armoedige herberg,
+maar mooi gelegen bij den ingang van een vredig klein dal. Nadat hij
+zijn paard had overgegeven aan den witgekaftanden waard, trad hij
+binnen. Tot zijn groote verbazing was de eerste, dien hij ontmoette,
+een jonge man, die zóó sprekend op hem geleek, dat hij verrast en
+verschrikt achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van
+den vreemde, die niet weerspiegeld was in het zijne. De jonge man
+schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een
+glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach:
+»Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar ik
+hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen
+heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar
+gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben.«
+»Daar is niet veel kans op, mijn vriend,« zeide Fernando, »want als
+God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze lichamen, ben ik
+ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk mensch zijt, en,«
+voegde hij er lachend bij, op een tafel wijzende, »het spreekt vanzelf,
+dat wij het brood samen breken.« »Uitstekend«, riep de ander uit. »Ik
+neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld aan.«
+
+Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij
+in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren
+geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel
+hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang
+bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling: »Ik heb
+het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend hebben, en daar
+ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik u mijn geheim
+openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit land, en dat
+ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf in het land
+der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde bestudeeren.«
+
+»Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen van Uwe
+Majesteit,« antwoordde Fernando, »en gij kunt er van overtuigd zijn,
+dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u vragen, wat uw indruk
+is van de bewoners van Christelijk Spanje?«
+
+»Ik heb zulk een achting voor hen gekregen,« antwoordde Muza, »dat
+ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er heerscht onder
+hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant is dan die
+onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige verzekering geef,
+dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn eigen volk.«
+
+»Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza,« zeide Fernando opstaande;
+»want ik ben Fernando, Koning der Christenen, die gedreven door
+eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb omgezworven, en die zulk een
+sympathie heb opgevat voor het karakter en de gewoonten van uw volk,
+dat ik niets liever wil dan over hen te regeeren. Dat ik werkelijk
+degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult gij aan dit teeken kunnen
+zien.« Dit zeggende, haalde hij van onder zijn burnous een gouden
+keten te voorschijn, waaraan het koninklijk zegel hing. »Er bestaat
+voor zoover ik zien kan, slechts één beletsel voor onze overeenkomst,
+en dat is het verschil in godsdienst.«
+
+»Neen Fernando,« zeide Muza met opgeheven handen, »ik zie de
+moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn opvatting, bestaat
+het verschil slechts in uiterlijkheden. De innerlijke geest van ons
+geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen ligt het verschil. Beide
+godsdiensten komen van den eenigen God, die ze bestemde voor het
+gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn; en wanneer gij
+dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het ons niet
+moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan elkaars
+gewoonten.«
+
+»Ik ben het volkomen met u eens,« antwoordde Fernando, maar ik
+vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve onderdanen te
+overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij moeten in geen
+geval op de hoogte gebracht worden van onze overeenkomst.«--»De
+buitengewone overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor,
+dat ons geheim bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij
+elkander eerst inlichten over de geschiedenis van ons volk en over
+onze persoonlijke omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit
+opzicht, geen argwaan wekken.«
+
+»Gij spreekt als een wijs man,« zeide Fernando, »laten wij dan maar
+dadelijk beginnen.« Tot laat in den nacht zaten de jonge vorsten
+bijeen, om elkander in te wijden in de geheimen der diplomatie van
+hun land, en in hunne familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak,
+scheidden zij met alle teekenen van wederzijdsche achting. Zij
+bestegen hunne paarden, en reden weg, Fernando naar de hoofdstad van
+het Moorsche rijk, Muza naar die van de Christenen. Maar alvorens te
+scheiden, spraken zij af, dat zij elkander tenminste eenmaal in de drie
+maanden in deze herberg zouden ontmoeten.--Drie maanden vlogen voorbij,
+en precies op den afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander
+ten tweeden male in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen.
+
+»En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner vaderen«,
+vroeg Fernando. »Helaas, uwe Majesteit,« antwoordde Muza, »het spijt
+mij, te moeten zeggen, dat het maar matig is. Elken dag komen uwe
+ministers met nieuwe plannen aan voor rooftochten in mijn vroeger rijk,
+en ik weet niet, hoe ik mij daaronder moet houden; en dan doen zij mij
+hevige verwijten over wat zij mijn trouweloosheid noemen«. »Precies
+hetzelfde heb ik ondervonden«, zeide Fernando, en mag ik met alle
+respect voor het ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij
+niet te vergelijken zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn
+eigen volk; dat zij vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn.«
+
+»Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en onrustig,
+en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid, waaraan
+ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen mag,
+ontbreekt het hun aan waardigheid«.
+
+»Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook verre van
+aangenaam,« mopperde Fernando; »bv. uwe huwelijksinrichting.«
+
+»En bij u het ontbreken daarvan,« antwoordde Muza.
+
+»Over het geheel geloof ik«, zeide Fernando. »Ik ben het volkomen
+met u eens«, antwoordde Muza.
+
+»Als wij de zaak eens in de doofpot stopten«, merkte Fernando op. »Het
+is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met een ruimen blik,
+onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne opvattingen
+ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd kans veel
+te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot onaangename
+vergelijkingen dwingt.«
+
+»Ook dit ben ik met u eens,« zeide Muza. »Als eenmaal het nieuwtje
+er af is«....
+
+»Juist«, antwoordde Fernando; »ten slotte gaat er toch niets boven
+het land, waarin men geboren is.«
+
+Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar
+ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen
+van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te
+doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat
+Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke
+grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen
+hunne respectieve staten gerezen waren--een onnatuurlijke toestand,
+die volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII: VERHALEN OVER SPAANSCHE TOOVENARIJ.
+
+
+Het schijnt, dat Spanje door de andere landen van West-Europa
+beschouwd werd als de bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij,
+waarschijnlijk doordat er zulk een openbaarheid is gegeven aan de
+ontdekkingen van de Moorsche alchemisten, de eerste scheikundigen
+in Europa. Maar met de opkomst van de Inquisitie werden de occulte
+wetenschappen naar den achtergrond gedrongen, want alles, wat
+maar in de verte zweemde naar ketterij, werd op de strengste wijze
+door deze onverdraagzame instelling onderdrukt. Daardoor zijn vele
+volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de Spaansche boeren
+geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende legende is voorgoed
+verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de zuivering der Kerk
+niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen geest verbannen,
+maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en veld, het geheele
+gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad deden en de huisvrouw
+en dienstmaagd tot grooten steun waren.
+
+Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van plan
+was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der geesten,
+goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een Franciscaner
+monnik uit Castilië, die in 1458 of 1460 een boek schreef, dat
+voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en waarin ook
+een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van volksgeloof,
+die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het geloof in
+heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt afkomstig
+te zijn uit de Dauphiné of Gascogne, waar zij volgens zijn verklaring,
+overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo verhaalt hij ons, gewoon, des
+nachts in grooten getale bijeen te komen op een hooggelegen vlakte,
+elke heks bracht een kaars mede ter eere van Satan, die tot haar
+kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in die van een bok,
+in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden verscheen.
+
+Llorente vertelt in zijn Geschiedenis van de Spaansche Inquistie,
+dat de eerste auto-de-fé tegen de toovenarij in 1507 gehouden werd te
+Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen, die beschuldigd
+waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste verhandeling over
+Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een Franciskaner
+monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als bakermat
+der hekserij, en dat deze provincie vele »zendelingen« naar Aragon
+stuurde om daar de vrouwen tot de tooverkunst te bekeeren. Maar
+wij lezen ook, dat de Spaansche godgeleerden van de zestiende
+eeuw zóóveel verlichter waren dan die van andere landen, dat zij
+toegaven, dat hekserij slechts een begoocheling was; en de straf die
+zij toedienden aan hen, die er in geloofden, werd gegeven, omdat
+deze afdwaling in strijd was met de voorschriften der Kerk. Pedro
+de Valentin geeft in een verhandeling over dit onderwerp (1610)
+toe, dat de daden, waarvan de heksen beschuldigd werden, slechts
+denkbeeldig waren. Hij schreef ze gedeeltelijk toe aan de wijze,
+waarop het onderzoek geleid werd, en aan den wensch van het domme
+volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te gaan, door datgene
+te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar wenschten te hooren,
+en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en drankjes, die zij
+moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die slaap verwekten,
+en invloed hadden op de verbeelding en de geestelijke vermogens.
+
+
+
+DE GODSDIENST DER HEKSERIJ.
+
+De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige verschijnsel
+wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de onderzoekingen van
+Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en anderen, schijnen er
+op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij volstrekt niet op de
+verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze cultus stamt van
+een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en godsdienstige
+voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het offeren van
+kinderen had bewaard.
+
+Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een eigen
+priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de verbeelding
+slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit geloof.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN DR TORRALVA.
+
+Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om zijne toovenaars,
+bij wie nog iets was overgebleven van de occulte wetenschap der
+Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was wel de beroemdste
+van deze betrekkelijk moderne meesters in de tooverkunst Dr. Eugenio
+Torralva, de arts van het gezin van den Admiraal van Castilië. Hij
+was in Rome opgevoed en had reeds op jeugdigen leeftijd uitgesproken
+sceptische neigingen. Hij sloot vriendschap met een zekeren meester
+Alfonso, een man, die, nadat hij eerst zijn Joodsch geloof had
+verwisseld voor den Islam, overging tot het Christendom, en ten
+slotte vrijdenker geworden was. Een tweede ongeschikte kameraad
+was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro genaamd, die Torralva
+vertelde, dat hij een goeden geest in zijn dienst had, Zequiel, die in
+de geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien
+zulk een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen,
+die hem een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap
+wisten te waardeeren.
+
+Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge
+mate. Hij was één van die, misschien gelukkige menschen, in wie de
+liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen Pietro hem
+goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod met beide
+handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de verandering van
+meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en verzekerde hij
+Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en dat hij bereid
+was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan het uiterlijk
+van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart overkleed
+droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van blond haar.
+
+Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke wisseling
+van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig had,
+hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een
+verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de
+gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van
+een reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk,
+uit welk feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk
+gezinde geest was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen,
+ondervinden, dat het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet
+den minsten waarborg geeft voor vroomheid.
+
+Torralva bleef vele jaren in Italië wonen, maar in het jaar 1502 kreeg
+hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde daarheen terug,
+maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn hoofdkwartier te
+hebben gekozen, waar hij zich onder de bescherming stelde van zijn
+ouden patroon, den Bisschop van Volterra, die in dien tijd kardinaal
+geworden was. Deze invloedrijke relatie was hem van groot voordeel,
+en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als geneesheer beroemd. Maar
+noch de vrome kardinaal, noch een van de andere voorname patiënten,
+die zijn hulp zochten, wist, dat hij feitelijk zijn geheele medische
+kennis te danken had aan zijn onzichtbaren knecht, die hem de
+geheime kracht leerde van jonge planten, die andere geneesheeren niet
+kenden. Zequiel was echter vrij van alle winstbejag, want wanneer
+zijn meester de klinkende munten in den zak stak, waarvan geen goed
+geneesheer afkeerig is, berispte de geest hem, want, zeide hij,
+aangezien de dokter zijn kennis gratis kreeg, behoorde hij haar ook
+kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva daarentegen geld noodig had,
+vond hij altijd een som in zijn particulier vertrek, en hij wist zonder
+dat er over gesproken werd, dat zijn dienaar het daar had neergelegd.
+
+Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen tijd
+aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide Zequiel
+hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename
+tijding zou krijgen. Torralva deelde dit bericht oogenblikkelijk
+aan Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande
+Capitan, Gonzálvo Hernández de Cordova mede. Dienzelfden dag kwam er
+een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling voor Zijne
+Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren mislukt was,
+en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon van den
+Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome de
+onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer, Kardinaal
+Volterra, te laten verschijnen, die, toen hij bemerkte, op welke wijze
+zijn protégé de nederlaag van het Spaansche leger »voorspeld« had,
+den Aartsbisschop van Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter
+zijn wijsheid putte. Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging
+voort politieke en andere gebeurtenissen te »voorspellen«, waardoor
+hij zich spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen,
+die hem kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz,
+tot wien een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare
+nachten verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de
+gestalte van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales,
+had 's nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar
+de griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had
+hij niets kunnen zien.
+
+Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij
+in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht
+haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest
+Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva,
+die beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte,
+gelijkende op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van
+een vrouw. »Wat zoekt gij hier?« vroeg hij met luide stem, waarop
+het voorste spook antwoordde: »Ik zoek een schat.« Op hetzelfde
+oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde
+Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders
+van het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man
+te voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men
+hem een Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke
+bezoeken op.
+
+Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de
+Zuñiga, een bloedverwant van den Hertog van Bejar, en een broeder van
+Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan in Castilië. Zuñiga
+had den geleerden dokter geraadpleegd, hoe hij door toovermiddelen
+geld zou kunnen verdienen, en Torralva zeide, dat dit mogelijk zou
+zijn, door bepaalde letters op papier te schrijven met het bloed van
+een vleermuis inplaats van met inkt. Dit toovermiddel moest hij om
+zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel geluk zou hebben.
+
+In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet,
+vertelde hij Zuñiga, dat hij in staat was op een bezemsteel daarheen
+te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen. Bij zijn
+aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en den
+Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op aandrongen,
+dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven. Naar
+aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn
+dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest
+raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde
+hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora,
+Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van
+Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok Torralva wederom naar zijn
+geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde
+er iets, dat Torralva's roem als profeet nog zeer verhoogde. Op den
+vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem, dat het leger van den
+Keizer den volgenden dag Rome zou innemen. Torralva beval den geest
+hem naar Rome te brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke
+gebeurtenis zou kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok
+in de hand, en zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn
+dienaar hem bevolen had, en toen de geest hem na eenigen tijd zeide de
+oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen
+toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag
+werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke
+gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon,
+de vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de
+inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde
+wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd,
+maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar;
+en toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot
+het Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd.
+
+Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter
+betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en één van hen,
+gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over
+zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zuñiga, die zooveel voordeel
+had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde zich
+tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuença over hem in,
+waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte toovenaar
+bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien hij bleef
+beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de gevangenis niet
+minder dan acht verklaringen over zijne bovennatuurlijke handelingen,
+waarin hij zichzelf voortdurend tegensprak. Daar zijne vervolgers niet
+tevreden waren met deze bekentenissen, legden zij den ongelukkigen
+toovenaar op de pijnbank, en men ontlokte hem dan ook spoedig een
+volledige erkenning van den duivelschen aard van zijn dienaar.
+
+In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit,
+een gebruikelijke methode bij dit lichaam, om de slachtoffers te
+temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva verscheen er een nieuwe
+getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook reeds in zijn jonge
+jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte wetenschappen, zoodat
+Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters verschijnen moest. De
+Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om zijn bekeering
+te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen voor al zijne
+zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet verzaken, met wien
+hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot zijne geestelijke
+leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te ontslaan. Nadat hij het
+eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn dienaar ontsloeg, en zijn
+ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en trad hij in dienst van den
+Admiraal van Castilië, die al zijn invloed gebruikt had om vergeving
+voor hem te verkrijgen. Doordat hij in de geschiedenis van Don Quixote
+voorkomt, is hij onsterfelijk geworden en is hij voor alle tijden
+het type gebleven van den Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw.
+
+
+
+MOORSCHE TOOVERKUNST.
+
+Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk een ernst bestudeerd
+als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des te verwonderlijker,
+dat ons slechts aanteekeningen over de desbetreffende werken
+bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij beroemd waren als
+toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door Europeesche
+geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben zich niet
+nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf hebben
+zóó weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze achtergelaten,
+dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten, zoodat wij
+onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel moeite moeten
+verzamelen uit de losse aanteekeningen, die in de hedendaagsche
+Europeesche en Arabische letterkunde te vinden zijn.
+
+De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over
+Moorsch occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens
+glansperiode viel in de jaren 720-750, en van wien vermeld staat,
+dat hij meer dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der
+wijzen en het levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als
+zijne mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen
+te vinden. Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de
+aardsche onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt
+hij de menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben
+geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest
+genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in
+een toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun
+oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne
+werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek
+geacht, maar zijn Summa Perfectionis, een handboek voor den beoefenaar
+der alchemie, is in verscheidene vertalingen verschenen.
+
+De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan
+door samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende
+verhoudingen. Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te
+krijgen uit de verschillende mengsels en reacties van de weinige
+scheikundige stoffen, waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij
+geloofden in de theorie der verandering der metalen, legden zij er
+zich niet praktisch op toe. Het was voor hen meer een geloof, en
+zij vertegenwoordigden vóór alles een school van wetenschappelijke
+ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk
+hun alchemistische kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn beurt
+weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet
+onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht
+uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de »groote kunst«
+der alchemie in ieder geval geboren werd.
+
+
+
+ASTROLOGIE.
+
+De Astrologie was ook een belangrijke tak van de verborgen studie,
+waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig bezig hielden,
+en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de wiskundige
+wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds zijn
+Arabischen naam draagt (al = het, jabara = berekenen), tot ontwikkeling
+te brengen.
+
+Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te
+profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de
+Chaldeeërs, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de
+lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis
+herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze
+kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was
+de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten
+der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den
+toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de
+elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen
+der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden
+toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel
+weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat
+zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den
+grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische
+Thoth, de god van het schrijven, het rekenen en de wetenschap.
+
+Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche
+geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere
+wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was
+Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te
+Cordova bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en
+de niet minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen
+bracht. Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste
+bij zijne klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de
+oude en lastige Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons,
+dat Gerbert vele belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der
+tooverkunst, en wij hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend
+onderaardsch paleis bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon
+was om te aanschouwen, plotseling van de aarde verdween, zoodra een
+menschelijke hand het aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts
+wiskundige diagrammen voor tooverteekens aan, en zijn reputatie als
+toovenaar steeg, naarmate hij zelf meer in discrediet kwam.
+
+Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou
+sterven, voordat hij de hoogmis in Jeruzalem zou hebben opgedragen. Op
+zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van
+Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij
+vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van
+den Booze, en gaf den geest. Zóó luidt de sage, die de domme menigte
+spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten man.
+
+
+
+DE DEKEN VAN SANTIAGO.
+
+In de Conde Lucanon, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling
+van verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken,
+komt een geschiedenis voor over den Deken van Santiago, die naar
+Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in
+de tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals
+hij zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de
+toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al
+zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te
+verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne
+vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker
+zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam
+genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar
+een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen,
+een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet
+te braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen.
+
+Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan,
+werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor
+den geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn
+sterfbed liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist
+begonnen les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier
+dagen later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de
+Aartsbisschop overleden was, en nòg later bracht hij de mededeeling,
+dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen Illan
+dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van
+Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen
+broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn
+Hof te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en
+wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop
+wees het verzoek af, en gaf de plaats aan één van zijn ooms.
+
+Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar
+Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het
+Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk
+werd de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome
+vergezeld had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel
+excuus had, om de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had,
+niet te vervullen. De Paus ontstak hierover in woede, en hij
+dreigde Illan met de gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich
+met ketterij en toovenarij had ingelaten. »Ondankbare!« riep de
+vertoornde toovenaar uit, »nu gij mij zóó wilt laten verhongeren,
+ben ik wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor
+den avondmaaltijd besteld heb.« Dit zeggende, zwaaide hij zijn
+tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te
+maken. Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo,
+nog altijd als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren,
+die hij als Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht,
+schijn geweest en zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als
+een begoocheling van den toovenaar. Dit was het middel, waardoor de
+wijze zijn karakter op de proef had gesteld, voordat hij hem zijn
+vertrouwen schonk. De geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij
+niets kon antwoorden op de verwijten van Illan, die hem wegzond,
+zonder hem zelfs van de patrijzen te laten mee-eten.
+
+Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren
+en priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche
+tooververhalen. Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer
+wij er even aan denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden
+beschouwd werd door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada
+vertelt de geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer
+bekwamen, jongen man, die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen
+hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij
+door een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen
+dienst bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te
+stijgen, opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen
+brengen. Het paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het
+gewicht van twee stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte
+de student eerst voor het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van
+den geestelijke drong zóó bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en
+zich achter hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student,
+niet onder het rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder,
+zonder dat hij den indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar
+bij het aanbreken van den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote
+verbazing, dat hij zich dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam
+afscheid van den ruiter, zich verwonderende over het feit, dat hij
+den afstand tusschen twee zoo ver van elkander verwijderde plaatsen
+in een enkelen nacht had kunnen afleggen.
+
+
+
+SPOKEN EN GEESTVERSCHIJNINGEN.
+
+Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de bijgeloovigheid, een
+eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo sterk is ontwikkeld,
+en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd door de strenge
+voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander gebied van het
+occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen verspreide geloof
+in de macht van de dooden om weer terug te keeren naar het tooneel van
+hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed geïllustreerd door
+een griezelig gedeelte van het boeiende en geheimzinnige verhaal van
+Goulart, die in zijn Trésor des Histoiris Admirables toont de kunst
+van het schilderen van pakkende tooneelen zoo goed te verstaan. Hij
+verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez Ayala, en twee andere jonge
+Spanjaarden, die op weg waren naar een Fransche universiteit, er niet
+in slaagden een geschikt onderkomen te vinden in een of ander dorp,
+waar zij den nacht wilden doorbrengen, en hoe zij genoodzaakt waren te
+overnachten in een eenzaam huis, waarvan de dorpsbewoners vertelden,
+dat het er spookte.
+
+De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei
+huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen
+bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden.
+
+Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij nauwelijks
+ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van rammelende
+ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen te komen.
+
+Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok
+zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken
+wat de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne
+makkers gewekt waren. Hij droeg in de ééne hand een getrokken zwaard,
+en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij de deur kwam,
+die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een vreeselijk spook,
+een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het spook, dat hij
+onverwachts tegenover zich vond, was beladen met ketenen, die met een
+somber en dof geluid rammelden. De jonge student was echter volstrekt
+niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte de punt van zijn
+zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij zijn rust was
+komen verstoren.
+
+De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en
+noodigde Ayala door een handbeweging uit, mede te gaan. De student
+zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de trap begon
+af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als iemand, wiens
+gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde hem onbevreesd,
+maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te flikkeren en doofde
+zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt was om zijn moed
+te verhoogen. »Halt!« riep hij het spook toe, »je ziet toch, dat mijn
+kaars is uitgegaan! Als je even wachten wilt tot ik haar weer heb
+aangestoken, kom ik dadelijk terug.« Hij begaf zich haastig naar de
+hal, waar een lamp brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde
+hij terug naar de plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij
+betrad den tuin, waar hij het spook in de nabijheid van een put zag
+staan. Op haar wenken volgde de jonge student de verschijning weder,
+maar toen zij een klein eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige
+begeleider plotseling spoorloos verdwenen.
+
+In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij
+verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij
+ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij
+den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet
+den tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek,
+waar het spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met
+ketenen beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke
+begrafenis bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling
+op; maar het avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden zóó hevig
+aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van
+hun voorgenomen reis afzagen.
+
+Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische
+spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er niet verder over
+uitweiden, want een boek over Spaansche romances en legenden is niet
+de geschikte plaats voor een verhandeling over het occultisme. Maar
+wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een ander oogpunt
+te beschouwen dan onze grootvaders uit een materialistisch
+tijdperk deden, die met groote minachting alle bovennatuurlijke
+verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een oogenblik erin te willen
+verdiepen. In elk geval behoort de schrijver van dit boek tot hen,
+die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te behouden, zoodat
+de bespiegelingen van iemand, die zóó bevooroordeeld is, niet veel
+waarde kunnen hebben.
+
+Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio
+Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op
+reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht
+plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot
+zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden,
+en daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn
+paard in die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut
+kwam, en nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen,
+en begon hij te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de
+duisternis, bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden
+zich in de kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte
+mantels gehuld. Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met
+woeste, sombere oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven,
+sprong hij in het zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan
+te voorschijn, en bij het licht daarvan herkende hij de drie mannen,
+die hij nog in de kapel waande, maar die op zwarte paarden een eindje
+voor hem uit reden.
+
+Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij een zijweg in,
+maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen voor zich
+uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen, die hij
+wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van zijn paard
+sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij alweder de
+drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar binnen en liep
+naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende. Dadelijk kwam
+het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds schreeuwde,
+dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden, waarop hij
+was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen later
+stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield, dat
+drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met vreeselijke
+gebaren bedreigden!
+
+Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in
+Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de
+vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het
+volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel
+toe bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit
+Spanje te verbannen.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII: HUMORISTISCHE SPAANSCHE ROMANCES.
+
+
+ Cervantes' »Don Quixote«.
+
+
+Cervantes was een van de grootste satiristen, die de wereld heeft
+voortgebracht, een man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig
+gevoel voor het belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn,
+die gelachen zou hebben om die moderne critici, die in hem een groot
+dichter zagen, en inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven,
+toen hij zijn voornaamste werk, het humoristische heldengedicht De reis
+naar den Parnassus, schreef, verklaard, dat hij de gave der dichtkunst
+miste. Dat hij een merkwaardige fantasie had is wel duidelijk voor
+iedereen, die de moeite neemt zijn Galatea te lezen, en Don Quixote
+vloeit over van zeldzame vondsten en schitterenden geest, ofschoon
+latere bladzijden van deze satire wel sterk herinneren aan sommige
+stukken uit het eerste gedeelte.
+
+Ik persoonlijk heb Don Quixote altijd een van de boeiendste en
+merkwaardigste boeken gevonden, die ooit geschreven zijn; maar
+waarschijnlijk om geheel andere redenen dan die het meerendeel van
+het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk heeft. Want voor
+mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het inzicht, dat
+het ons geeft in de romantische literatuur en in de gewoonten van
+dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij kostelijk,
+maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en heb ik
+den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op de
+overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen den
+geheelen geest en het karakter van de romance. Cervantes zou er wèl bij
+gevaren zijn, wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire;
+want wanneer hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij
+met voorliefde belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler
+dan de zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te
+trekken. Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes,
+zijn lang van stof en ingebeeld, en hij was sterk beïnvloed door het
+vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn
+hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid
+en zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was
+met zijn Arcadia inderdaad het voorbeeld geweest, dat Cervantes langen
+tijd volgde, totdat zijn eigen gezond verstand hem de minderwaardigheid
+liet zien van de modellen, die hij nabootste.
+
+De schrijver van de Pastor de Filida Luiz Galvez de Montalva, was zijn
+intieme vriend, en het staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde
+op minderwaardige rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk
+van hen, die deze school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets
+van de bekoorlijkheid der schilderijtjes van Watteau of Fragonard,
+hoe onnatuurlijk hunne herders en herderinnetjes in zijden en satijnen
+kleederen ook mochten zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale
+had coulissen van bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten
+over het tooneel. Het was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die
+inplaats van het werk te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander,
+en den rampzaligen reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten,
+gruwelijk verveelden met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen
+over hun liefdessmart. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het
+aangeboren gezond verstand van Cervantes later in opstand kwam tegen
+dezen onwaardigen en onmannelijken onzin. Maar toch is het merkwaardig,
+dat hij, ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak
+bleef behouden voor de dwaasheden van Arcadië, waarvan hij zich nooit
+geheel heeft kunnen losmaken.
+
+De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op
+de denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der
+belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van
+het leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de
+ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om
+een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en
+op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed,
+en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding
+is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en
+fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn
+natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik.
+
+Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne
+reisgenooten in de posadas, waar hij zijne tenten had opgeslagen,
+hebben onthaald op hoogdravende verhalen van dolende herders
+en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons gemakkelijk een
+voorstelling maken van de wijze, waarop deze zoetsappige verhalen
+ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den eenvoudigen soldaat
+en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is niet slechts ruw,
+zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het gelach, waarmede
+zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door dit publiek,
+de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes wegvaagde?
+
+Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de
+eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was
+gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk
+van de opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten invloed was
+geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de bevolking. Zou
+het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij zag, dat zijne
+toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet bewonderden,
+dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk thuis hoorden
+bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot de romance,
+waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze eveneens met
+hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het niet voor
+de hand, dat te midden van de spotternijen zijner toehoorders, die zoo
+in alles verschilden van de romantische personen, van wie hij gedroomd
+had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren werd, en dat hij,
+onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden leerde begrijpen,
+dat een caricatuur van de ridderschap meer in den smaak zou vallen
+bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer waarschijnlijk toe.
+
+Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de
+onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers
+waren ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor
+een gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een
+gezonde, geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring
+gesticht in de hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet
+gewoon was voor zichzelf te denken, en dat niet in staat was te
+oordeelen over de fouten van een gedicht. In alle landen en in alle
+tijden wordt deze groep van menschen aangetroffen, die bijzonder
+gemakkelijk te beïnvloeden zijn en in bewondering komen voor de
+prulligste sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij
+zeggen, dat in deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot
+gevaar schuilt voor de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de
+menschen af van hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor ernstig werk,
+maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en brengt hen er
+toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken hebben als de
+onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste verhalen. Het
+eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der menschheid kan
+gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is gezonde spot. Maar
+het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van de gevoelens van
+het publiek tegen deze letterkundige buitensporigheden, niet alleen
+de onzin verdwijnen zal, waardoor de onnadenkenden op een dwaalspoor
+gebracht, en de verstandigen geërgerd werden, maar dat de deugden
+en bekoorlijkheden, waarvan die dwaasheden de weerspiegeling zijn,
+niet bewaard zullen blijven, maar tegelijkertijd zullen worden
+vernietigd. Dit was tenminste het lot, dat de grootere romances
+ondergingen, deze paarlen van menschelijke verbeelding, die ondanks
+de reddingspogingen van iemand als Cervantes, bedolven werden bij
+den ondergang der fantasie, van welke plant zij de bloesem waren;
+totdat de smaak en het beter inzicht van een lateren tijd haar weder
+opgroeven uit de zware aardlaag, waaronder zij begraven lagen.
+
+
+
+DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE.
+
+Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf
+aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer
+uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens
+van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het
+dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen
+met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen
+ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven,
+belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden
+kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote
+leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen,
+die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo
+rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend;
+door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig
+vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een
+beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer
+tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne
+visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom
+tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij
+was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel
+om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet
+gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving
+van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een
+kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen,
+of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren
+dochter is van een geheimzinnigen graaf.
+
+Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid,
+dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn
+ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen
+en denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar
+hem luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen
+vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de
+denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd
+door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften
+van een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne
+wonderlijke fantasieën hem doet. Sancho's twistzieke vrouw verzet
+zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken Don;
+maar wanneer een droomer en een domkop zich vereenigen, heeft het
+gezond verstand niets in te brengen, en moet het rustig wachten,
+totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen ontvangen zijn.
+
+Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft
+volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne
+ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter
+worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt,
+des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever
+wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het
+verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap
+de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van
+den meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don
+Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een
+eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van
+praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff,
+met dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van
+Sancho Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing
+van een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy,
+zou in alle landen kunnen voorkomen.
+
+
+
+HET AVONTUUR IN DE HERBERG.
+
+De ware aard van Don Quixote komt misschien het best uit in dat
+hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de herberg, die
+hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone Spaansche
+posada te zijn geweest. De waard en waardin waren vriendelijke
+menschen, die door den ridder verheven werden tot slotheer en
+slotvrouwe, en in de slordige dienstmaagd, die onsterfelijk is
+geworden onder den naam van Maritornes, zag hij een dame van hoogen
+rang, die bij hem woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij
+van de Yangueesche paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige
+ridder dankbaar, zijne pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken
+in een armelijke zolderkamer, terwijl Sancho de herbergbezoekers
+een beschrijving gaf van het leven van een dolenden ridder en de
+wisselvalligheden van zijn bestaan, dat hem den éénen dag dwong tot
+het ondergaan van een ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem
+een volgenden dag verhief tot heerscher over vele keizerrijken. Deze
+uitleggingen werden bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur
+in eigen persoon, die vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd
+onthaalde op een toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in
+de grootste bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden
+als iemand uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar
+verlangde, van zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op,
+den »heer van het kasteel« te verzoeken, hem eenige bestanddeelen
+van een tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander
+ridderboek gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om
+het toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo's en paternosters
+opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke
+vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld
+volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg
+van zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was,
+omdat hij niet tot ridder geslagen was.
+
+Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis vervolgen;
+maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den »heer Gouverneur van
+het Kasteel«, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem was voor de
+eerbetuigingen, die hij onder zijn dak ontvangen had. De herbergier
+waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog betalen moest, maar Don
+Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon doen, daar hij nooit
+gelezen had, dat het de gewoonte van dolende ridders was, voor kost
+en inwoning te betalen. De waard protesteerde hevig, waarop de ridder
+Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed. Toen trachtte de waard
+zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar zonder succes, daar de
+schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als zijn meester, waarop
+eenige gasten hem beetpakten en hem in een beddelaken jonasten. Toen
+Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij terug, maar ofschoon
+hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort, Sancho te jonassen,
+totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen, ophielden en hem
+lieten loopen.
+
+
+
+DON QUIXOTE'S LIEFDESWAANZIN.
+
+Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote stap voor stap wilden
+volgen door het land der valsche romantiek, dat hij voor zichzelf had
+geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het Versterkte Eiland
+jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen Don Quixote op
+een plaats kwam, bekend als de Zwarte Berg, besloot hij het voorbeeld
+te volgen van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij
+zijn geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een
+boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso
+gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij
+zijne dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en
+bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor
+Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in
+dit opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op zijn
+schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was
+van zijn verliefd en opgewonden gedoe.
+
+»Zeg eens, heer«, vroeg Sancho, »wat zijt gij van plan uit te voeren
+in deze negorij?«
+
+»Ik heb u toch al verteld«, antwoordde Don Quixote, »dat ik van plan
+ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, wanhoop en woede? Maar
+tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso's opgewondenheid nabootsen, toen
+hij waanzinnig werd, bij welke gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen
+ontwortelde, het water der heldere bronnen troebel maakte, de herders
+doodsloeg, hunne kudden verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden
+deed, die waard zijn te worden vereeuwigd in de boeken van den roem.«
+
+»Heer,« vroeg Sancho, »ik veronderstel, dat de ridder, die dit alles
+deed, reden had om krankzinnig te worden, maar welke jonkvrouw heeft
+u versmaad, of een blauwtje laten loopen?«
+
+»Dat is het juist«, riep Don Quixote, »want hieruit bestaat juist
+het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. Er is voor een ridder
+volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden om een goeden reden,
+maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden zonder oorzaak,
+zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt zijn geliefde
+een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil dus geen
+tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam gelukkig
+en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat gij
+terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar
+jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt,
+zal mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval,
+wensch ik gek te blijven.«
+
+»Hemelsche goedheid!« riep Sancho uit, »waarom stelt gij u zoo aan,
+Heer Ridder? Al die verhalen van u over het veroveren van koninkrijken,
+en het wegschenken van eilanden, lijken mij groote opsnijderij,
+en deze nieuwste kuur van u....«
+
+»Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik je
+zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat
+alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht
+dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door
+de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars.« Zoo
+sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de wilde
+planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de Ridder
+van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. Hij
+wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan.
+
+»Ga nog niet heen«, riep hij Sancho toe, »want ik wensch, dat gij
+getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen zal, opdat gij
+het haar kunt vertellen.«
+
+»Groote goedheid,« riep Sancho uit; »wat voor dwaasheden kan ik nog
+meer te zien krijgen?«
+
+»Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen
+verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van
+deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.«
+
+»Beware mij, heer,« riep de knecht, »als het dan bepaald noodig is,
+dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan een beetje
+voorzichtig, als 't u belieft.«
+
+
+
+HET LEGER VAN SCHAPEN.
+
+Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don Quixote is zeker
+wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een leger. Hij en
+Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte, toen zij op
+eenigen afstand een dichte stofwolk zagen.
+
+»De dag is gekomen,« riep de ridder uit, »de gelukkige dag, dien
+de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht van mijn arm mij
+zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre nageslacht er nog
+van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk? Weet dan, dat deze
+wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat hierheen komt, en dat
+bestaat uit een onnoemelijk aantal volkeren.«
+
+De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met
+verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen,
+verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo
+dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op
+opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde
+kanten schenen te naderen.
+
+»Mooi zoo«, riep Don Quixote, »dan zullen wij den zwaksten troep
+helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons tegemoet komt,
+wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer van het Eiland
+Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons optrekt, is
+zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw, de Koning
+der Garamanten.«
+
+»Zeg eens, Heer,« vroeg Sancho, »wat is de reden van de vijandschap
+tusschen die twee hooge vorsten?«
+
+»Dat is in twee woorden gezegd«, antwoordde Don Quixote, »de heiden
+Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de hand te dingen
+van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat hij niets
+van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof afzweert.«
+
+»Wanneer er een gevecht op handen is«, zeide Sancho zenuwachtig,
+»zal ik mijn ezel maar buiten schot brengen, want ik vrees, dat hij
+niet veel waard is in den strijd«.
+
+»Dat is waar«, antwoordde Don Quixote. »Zoodra de ridders uit
+hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros voor u
+uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen eens nagaan. Die ridder
+met de vergulde wapenen en het schild, waarop een gekleurde leeuw aan
+de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere Luarcalco, Heer van de
+Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen Micocolembo, den grooten
+Hertog van Quiracië, die een wapenrusting draagt, bedekt met gouden
+bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn rechterkant is de vermetele
+Brandabarbaran, de vorst van de Drie Arabië's, wiens wapenrusting
+gemaakt is uit slangenhuid, en die als schild de poort van den tempel
+draagt, dien Samson verwoest heeft in zijn stervensuur. Maar onze
+bondgenooten komen ook naderbij. Ginds loopt Timonel van Carcaxona,
+Prins van Nieuw Biskaje, die op zijn schild een goudkleurige kat in een
+rood veld draagt, met het motto »Miauw«. Naast hem rijdt Espartafilardo
+van het Woud, wiens blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar
+de heidenen dringen op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die
+uit den vriendelijken stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe
+bergbewoners van Massilia, daar achter de gouddelvers van Arabia
+Felix, de verraderlijke Mundiërs, de boogschutters van Perzië, de
+Meden en de Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren
+en de zwarte Aethiopiërs«.
+
+»Bij mijn ziel«, riep Sancho uit, »stellig zijn uwe toovenaars weer
+aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of soldaat zie ik,
+van al die menschen, die gij opnoemt«.
+
+»Stommeling!« riep Don Quixote uit, »luister dan naar het gehinnik
+der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het tromgeroffel.«
+
+»Dat moet toovenarij zijn,« riep de verbaasde Sancho uit, »want ik
+hoor niets dan het geblaat van schapen«.
+
+»Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest,« antwoordde Don Quixote
+schamper. »Mijn eigen arm is mij genoeg om de overwinning te brengen
+aan het leger, dat ik met mijn hulp zal vereeren;« en met een luiden
+strijdkreet zwaaide hij zijn lans, en wierp hij zich als een razende
+in het veld, roepende: »Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten
+ongeloovige Alifanfaron van Taprobana!« Op hetzelfde oogenblik was
+hij midden tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en
+met elken lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders
+grepen hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo
+groot als hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie,
+bleef hij verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich
+verbeeldde handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een
+groote appel, zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk
+gewond te zijn, haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn
+toovermedicijn bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht,
+werd hij geraakt door een steen uit den slinger van een der herders,
+en zij werd totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie
+zijner tanden, en wierp hij den ridder uit het zadel. De herders,
+die bevreesd waren, dat zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode
+schapen op en maakten zich uit de voeten, Don Quixote meer dood dan
+levend achterlatende.
+
+
+
+DE HELM VAN MAMBRINO.
+
+Niet minder merkwaardig is het verhaal van Cervantes, hoe Don Quixote
+er in slaagde, in het bezit te komen van den helm van Mambrino. Hij
+zag in de verte een ruiter, die op het hoofd iets droeg, dat als goud
+schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en zeide: »zie, ginds komt hij,
+die op het hoofd den helm van Mambrino draagt, en ik heb gezworen,
+dat ik dien bezitten zal.«
+
+»In werkelijkheid,« zegt Cervantes, »was het echter als volgt:
+Er waren in dat gedeelte van het land twee dorpen, waarvan het
+ééne zóó klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te vinden
+was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste
+bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest
+worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn
+koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om
+zijn hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar
+het bekken juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien
+glinsteren. Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien
+Don Quixote natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den
+barbier voor een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden
+helm; want in zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne
+romantische ideeën. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag
+naderen, greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden
+om zijn niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed
+hij zoo woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten
+hem te doorboren, onderwijl luidkeels roepende: »Schurk, ellendeling,
+verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit over.«
+
+De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich
+zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don
+Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den
+grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne
+voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende.
+
+»Bij mijn ziel,« zeide Don Quixote, »de heiden, die dezen helm
+heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de bever, die,
+bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt, door met
+de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk instinct hem
+zegt, dat het de aanleiding is tot de vervolging.« »In ieder geval
+is het een prachtig scheerbekken,« zeide Sancho, »en minstens acht
+stuivers waard.«
+
+Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het visier
+niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide hij:
+»Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk gemaakt
+werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte van
+het hoofddeksel.«
+
+Hierop barstte Sancho in lachen uit.
+
+»Ik denk«, vervolgde Don Quixote, »dat deze betooverde helm door een
+of ander toeval in handen is gekomen van iemand, die uit geldzucht,
+en ziende, dat hij van zuiver goud is, de ééne helft gesmolten heeft,
+en van de andere een hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij
+terecht opmerkt, eenige overeenkomst vertoont met een scheerbekken«.
+
+
+
+HET AVONTUUR VAN DE WINDMOLENS.
+
+Het bekendste, zij het dan ook niet het vermakelijkste avontuur van Don
+Quixote, is zeker wel dat van de windmolens. De uitdrukking »vechten
+met windmolens«, is spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en
+zijn schildknaap waren bij een vlakte gekomen, waar dertig à veertig
+windmolens stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg,
+riep hij uit: »De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij
+het hadden kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig
+woeste reuzen met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit
+zullen veroveren«.
+
+»Welke reuzen?« vroeg Sancho Panza.
+
+»Die gij daarginds ziet«, antwoordde Don Quixote, »met hunne lange,
+uitgestrekte armen«.
+
+»Met uw verlof, heer«, zeide de schildknaap, »die dingen daar zijn
+geen reuzen, maar windmolens.«
+
+»Ach Sancho,« zeide Don Quixote, »wat zijt gij toch slecht op de
+hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen zijn, dus,
+als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want ik heb
+besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te ondernemen«. En
+na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen, onder het geroep van:
+»Blijft staan, verachtelijke wezens, en vlucht niet lafhartig voor
+een enkelen ridder, die den moed heeft, u allen te bestrijden!« Op
+hetzelfde oogenblik stak de wind op, en de molenwieken begonnen te
+draaien, waarop de Don luidkeels uitriep: »Ellendige heidenen, al
+beweegt gij meer armen dan de reus Briareus, toch zult gij gestraft
+worden voor uw onbeschaamdheid!«
+
+Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en
+wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een
+wiek dóorboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar trokken
+den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans in
+stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte
+naar beneden tuimelde.
+
+Sancho Panza kwam dadelijk op den gevallen ridder toeloopen, die er
+leelijk gehavend uitzag.
+
+»Ach, uw genade,« riep hij uit, »heb ik u niet gezegd, dat het
+windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn hoofd
+heeft, er anders over denken kon.«
+
+»Houd je mond!« antwoordde Don Quixote, die erg van streek was door den
+val; »ik ben ervan overtuigd, dat die vervloekte toovenaar Freston,
+die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen in windmolens veranderd
+heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al zijne listen en gemeene
+streken machteloos blijken tegenover mijn scherp zwaard.«
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN DEN GEVANGENE.
+
+Een van de merkwaardigste verhalen uit de geschiedenis van Don Quixote
+is dat van den gevangene, dien de held in een herberg ontmoet. Dit
+verhaal is misschien niet een volkomen getrouw verslag van Cervantes'
+eigen gevangenschap onder de Moorsche zeeroovers, maar het is er toch
+zeker door geïnspireerd.
+
+Op den 26en September 1575 werd het vaartuig Sol, waarop Cervantes
+als vrijwilliger diende in de buurt van Marseille, gescheiden van het
+overige gedeelte van het Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van
+Moorsche zeeroovers, wien het na een wanhopigen tegenstand in handen
+viel. Cervantes zelf werd als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami,
+een Grieksch afvallige, die op zijn gevangene eenige zeer vleiende
+brieven vond van Aartshertog Johan van Oostenrijk en den Hertog van
+Sessa. De aard dezer brieven deed zijn nieuwen meester vermoeden,
+dat Cervantes een persoon van gewicht was, en dat hij waarschijnlijk
+wel in staat zou zijn, een hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel
+de grooten der aarde dikwijls zeer gaarne bereid zijn, het genie te
+beloonen met welsprekende getuigschriften, die hun niets kosten dan
+wat papier en inkt, zijn zij meestal volstrekt niet zoo vlug met het
+neertellen van groote sommen gelds, om hunne lofspraken meer klem bij
+te zetten, zoodat Cervantes in gevangenschap moest blijven zuchten. In
+1576 gelukte het hem, met andere gevangenen te vluchten. Maar hun
+Moorsche gids bedroog hen, en zij waren door den honger gedwongen,
+naar Algiers terug te keeren. Het volgend jaar werd de broeder van
+Cervantes bevrijd, en deze rustte een schip uit, om Miguel en zijne
+vrienden te ontvoeren. Intusschen had de schrijver van Don Quixote
+vriendschap gesloten met een Spaansch afvallige, een Navarreeschen
+tuinman, Juan genaamd. Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de
+zee gelegen was, een hol, en daarin verborgen zij één voor één veertien
+Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het geheim gevoed
+werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador genaamd. Het
+vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag bij de kust,
+en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen waren, op te
+nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die de bevrijders
+zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen. Intusschen
+had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan Pasha, den
+Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten tweeden
+male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen, omsingelden de
+troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap Christenen
+werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote edelmoedigheid,
+die zijn geheele leven kenmerkte, de volle verantwoordelijkheid voor
+de samenzwering op zich. Toen hij gebonden voor Hassan gesleept werd,
+volhardde hij in zijn verklaring; en ofschoon de ongelukkige tuinman
+opgehangen werd, besloot Hassan Cervantes te sparen. Om een reden, die
+slechts hemzelf bekend was, kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd
+kronen van Dali Mami. Misschien verwachtte de tiran een geweldigen
+losprijs van iemand, wiens waardig optreden zeker niet heeft nagelaten,
+indruk op hem te maken. Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk
+een derde plan tot ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan
+den Spaanschen Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze
+brief werd onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen
+veroordeeld, die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen
+op het denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot
+een opstand, waarbij zij zich zouden meester maken van de stad. Bij dit
+plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia. Maar
+zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner
+monnik, en de Valenciërs, die de gevolgen voor zich vreesden, smeekten
+Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond, naar Spanje
+te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in den steek te
+laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met het koord
+van den beul om den nek, en men hem dreigde met een onmiddellijken
+dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet wilde noemen,
+was hij evenmin te bewegen, hen te verraden.
+
+Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te bevrijden;
+en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs gemakkelijker
+bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een weduwe, ofschoon
+haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in leven was. Met
+geweldige moeite verzamelden zijne verwanten tweehonderdvijftig
+dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die geregeld naar
+Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar hij voor
+een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend dukaten
+eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel tusschenpersoon
+optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan vijfhonderd
+dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes vrij
+te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd de
+schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid
+gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de
+Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden
+had, hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat
+Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over
+zijn levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in
+staat, deze berichten tegen te spreken, en zijn heldenmoed als leider
+der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze geschiedenis, waarvoor
+Cervantes het twijfelachtige voorrecht had, persoonlijk de »lokale
+kleur« te hebben kunnen verzamelen, wordt Don Quixote verteld door
+een ontvluchten slaaf, die met zijn Moorsche geliefde in de herberg
+aankwam, waar de Ridder van de Droevige Figuur verblijf hield. Ik
+zal mij houden aan den verhaaltrant van Cervantes, die in de eerste
+persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een belangrijk stuk van het
+eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben ik wel genoodzaakt,
+het aanmerkelijk te bekorten.
+
+»Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn vader
+een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en mijne
+broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons
+fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indië te gaan,
+de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend
+dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte
+naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger
+van den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen
+diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik,
+dat Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken,
+die juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik
+vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze
+onderneming was opgedragen, keerde ik naar Italië terug, en nam ik
+dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto,
+bij welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken,
+die zoolang de Christenen misleid had, een einde vond. Maar inplaats
+van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo ongelukkig
+gevangen genomen te worden bij het gevecht. Nadat Rehali, de vermetele
+zeeroover en Koning van Algiers, de galei Capitana van Malta genomen
+had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik dienst deed, de
+bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het vijandelijk vaartuig,
+dat er echter in slaagde, zich los te maken van de enterhaken, die men
+uitgeworpen had en ik was in een oogenblik omringd door vijanden, die
+mij overmeesterden. Ik werd naar Constantinopel gevoerd, en kwam als
+slaaf op de veroverde Capitana te Navarino. Daar ik mijn vader niet
+wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen
+bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf,
+kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die
+naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht,
+dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren
+mij in een bagnio, en werd ik niet gedwongen tot arbeiden zooals die
+gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond. Op de binnenplaats
+der gevangenis zagen de vensters uit van het huis van een rijken Moor,
+en op zekeren dag, toen ik daar rondliep, verscheen er uit één dier
+vensters een lange stok, waaraan een linnen zak was gebonden. Deze
+zak werd heen en weer bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar
+grijpen zou, en een van ons ging er dadelijk onder staan om te wachten
+totdat de stok weer zou dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde,
+werd de stok weer omhoog getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen,
+als bij een ontkenning. Een tweede mijner makkers trad naar voren,
+maar had evenmin succes. Dit ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te
+beproeven, en toen ik onder den stok kwam, viel hij voor mijne voeten
+op den grond. Ik maakte de lap los, en vond er ongeveer tien gouden
+munten, zoogenaamde zianins, in gebonden. Ik nam het geld, brak den
+stok, en keek naar boven, waar ik een blanke hand zag, die haastig
+het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde men uit hetzelfde
+venster een klein houten kruis, en hieruit maakten wij op, dat een
+of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden werd. Maar de
+blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden brachten ons
+op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een Christen
+jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was overgegaan.
+
+Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen
+van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het
+venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een
+hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen
+verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet
+minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische
+letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons
+verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden,
+die den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor
+uit Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen
+van zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief
+voor mij te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde:
+
+»Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw godsdienst
+leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd noemt. Toen
+mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den droom,
+en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd te
+leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster vele
+Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote vertrouwen,
+dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over veel geld
+en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid met
+mij te vluchten, en wanneer wij in uw vaderland zijn aangekomen,
+zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij dat begeert. Maar indien
+gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij, want de Maagd zal mij wel
+een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen Moor over dezen brief,
+want zij zijn allen onbetrouwbaar«.
+
+De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde,
+dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden
+trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig,
+want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw,
+die vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden
+kunnen zijn bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den
+afvallige een antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat
+ik in de gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner
+makkers aan te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde,
+haar te zullen huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster
+neergelaten. Ik bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog
+werd gehaald. Dien nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste
+wijze tot ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van
+Zoraida (wij hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te
+wachten, daar wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons
+zou kunnen raden. Gedurende eenige dagen was het bagnio vol menschen,
+en al dien tijd bleef de stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan
+onszelf waren overgelaten, werd hij weder uit het raam gestoken,
+en dit keer bevatte de zak een brief en honderd gouden kronen. De
+afvallige vertaalde den brief voor ons, waarin ons werd medegedeeld,
+dat de schrijfster wel is waar geen ontvluchtingsplan kon beramen, maar
+dat zij ons voldoende geld kon verschaffen voor onzen losprijs. Zij
+opperde het plan, dat, wanneer wij zóó onze vrijheid herkregen hadden,
+één van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip zou koopen, en de
+anderen zou komen halen. Zij eindigde met de mededeeling, dat zij
+binnenkort met haar vader naar buiten zou vertrekken, en dat zij den
+geheelen zomer in een landhuis in de nabijheid der zee zou wonen,
+en zij gaf een nauwkeurige beschrijving van de ligging en omgeving
+van dit zomerverblijf.
+
+Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den aankoop
+van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige, die
+in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich hiertegen,
+want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken, doordat
+men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een schip
+in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en op deze
+wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het bagnio en het vijandelijk
+land weg te voeren. Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen
+haar raad zouden opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van
+den stok, nogmaals tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den
+afvallige vijfhonderd kronen om een schip te koopen, en door de goede
+diensten van een koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor
+achthonderd kronen. Maar op raad van dezen koopman werd die som niet
+dadelijk aan den Dey uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou
+worden; wij deelden hem dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje
+zou worden gezonden, en intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof,
+in het huis van den Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida
+naar het buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend
+kronen; deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde,
+dat zij de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had;
+en ditmaal nam ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen.
+
+
+
+DE VLUCHT UIT ALGIERS.
+
+Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip, dat groot genoeg
+was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij, volgens zijn
+zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een Moorschen
+deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden. Telkens
+wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een kleine
+baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de bedienden
+gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde zelfs bij
+verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht Zoraida's vader
+om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want de oude Moor was
+zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida zelf te spreken
+te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver gevorderd, dat hij
+ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de groote onderneming,
+waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus twaalf Spanjaarden in
+dienst, die bekend waren als goede roeiers, en wier gangen niet al te
+nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden afgesproken, dat wij in het
+geheim de stad zouden verlaten in den avond van den eerstvolgenden
+Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden ontmoeten dicht bij het huis
+van Agimorato. Maar het was noodig, dat Zoraida zelf ook in kennis
+werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik op zekeren dag haar tuin,
+onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden wilde plukken. Maar bijna
+op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar vader, die mij vroeg, wat
+ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een slaaf was van Arnaut Mami,
+(van wien het mij bekend was, dat hij met hem bevriend was,) en dat ik
+eenige kruiden noodig had voor een salade. Terwijl wij spraken kwam
+Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de gewoonte was, dat Moorsche
+vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven, riep haar vader haar tot
+zich. Zij was buitengewoon kostbaar gekleed, en droeg een overvloed
+van juweelen, en toen ik haar zoo voor het eerst aanschouwde, was ik
+getroffen door haar groote schoonheid. Haar vader vertelde haar de
+reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg mij, of ik spoedig losgekocht
+zou worden. Gebruik makende van de lingua franca, vertelde ik haar,
+dat ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag
+op een Fransch vaartuig in te schepen.
+
+Op hetzelfde oogenblik werd de Moor voor zaken weggeroepen, en ik
+deelde Zoraida haastig mede, dat ik haar den volgenden dag zou komen
+halen. Zij sloeg dadelijk hare armen om mij heen, en leidde mij naar
+het huis; maar haar vader, die juist terug kwam, bespiedde ons; en
+kwam hevig verschrikt op ons af. Oogenblikkelijk wendde Zoraida een
+bezwijming voor, en zij vertelde Agimorato dat zij zich plotseling
+onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan haar vader over, en zij gingen
+het huis binnen.
+
+Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen
+tegenover Zoraida's woning. Toen de duisternis was ingevallen, betraden
+wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het huis open
+vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad ons dadelijk
+tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij vertelde ons,
+dat haar vader sliep. Maar het ongeluk wilde, dat wij hem door een
+onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels
+roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog
+dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter
+aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het
+schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren.
+
+Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak een hevige
+wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer bevreesd,
+dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in de
+buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem
+bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik
+vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van
+haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude
+man dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden
+was. Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts
+met de grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij
+een kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal
+ik de vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde;
+maar toen wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag,
+en hij smeekte haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in
+de handen, en bad de Heilige Maagd, hem te behoeden.
+
+Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan verduisterd
+werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot vaartuig,
+waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar wij
+bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen
+antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning
+een boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte;
+Zoraida werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim
+van het schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust
+bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een
+kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling
+van medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer
+veertig gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder,
+en kwamen eenige uren later aan land. Nadat wij verscheidene mijlen
+geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze
+Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen
+wij een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant
+van een onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden,
+en spoedig bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons
+regelrecht naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die
+Hij ons betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste
+maal de Heilige Maagd.
+
+»Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover
+gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken,
+of mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het
+geheele verhaal van mijne ondervindingen«. Nauwelijks had de ontvluchte
+gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor de herberg
+stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en traden de
+posada binnen, waar Don Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet
+trad. De Christen vluchteling herkende in den heer zijn broeder,
+die nu rechter was aan het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht
+hartelijk, en stelde hem de dame voor als zijn dochter. De man, die
+zooveel ondervonden had, besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla
+terug te keeren, waar zij hun vader alles konden mededeelen, wat hun
+overkomen was. Tevens zou die oude man dan getuige kunnen zijn van den
+doop en het huwelijk van Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor
+haar toekomst en die van zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen.
+
+
+
+DE GROEI VAN CERVANTES.
+
+Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij duidelijk, hoe de
+stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler wordt naarmate de
+geschiedenis vordert. Het is duidelijk, dat hij zijn best heeft
+gedaan zich los te maken van de literaire kluisters van zijn tijd,
+en dit met succes. Hij vindt het niet langer noodig schrijvers
+als Antonio de Guevara na te bootsen, zooals hij deed in dat
+gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw beschrijft. Hij heeft
+de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere bladzijden afgeschud,
+en is menschelijker en eenvoudiger geworden. Zijne gesprekken zijn
+meer in overeenstemming met de karakters, zijn dialoog is levendig,
+en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in deze bladzijden
+den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch nooit geheel
+het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; alleen wordt
+die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij alle
+aanstellerij volkomen laten varen.
+
+Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter
+voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave
+van de Spaansche typen uit Cervantes' tijd. Naast de figuren met
+wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere
+persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig
+type uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid
+en andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest
+trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje
+bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang
+van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van
+dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasieën hij op
+het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke licht
+zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan overeenstemming
+tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin hij leefde, bij
+het stemmige en ernstige Spanje een onbedaarlijk gelach, men erkende
+toch de typeering van hem en van Sancho Panza als een meesterlijke
+schepping, en men zag in deze persoonlijkheden de belichaming van
+een tot waanzin opgevoerde fantasie, en van het primitiefste gezond
+verstand.
+
+De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van
+techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te
+maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van
+een man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er
+spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier
+is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen
+of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met
+bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste
+maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens
+de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen
+middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het
+uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne
+schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver
+in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij
+moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne
+beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn,
+het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal,
+nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in
+de kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd.
+
+
+
+HET TWEEDE DEEL VAN DON QUIXOTE.
+
+Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes liet verloopen
+tusschen het eerste en het tweede deel van zijn beroemden roman,
+opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat niet een minderwaardig
+vervolg zijn welverdiende reputatie zou bederven; en de romanschrijver
+van dezen tijd, die zich door de sensatielust van het publiek, en zijn
+eigen ijdelheid laat verleiden tot veelschrijverij, zou in dit opzicht
+wel eens een voorbeeld mogen nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd,
+dat de moderne schrijver bij de heerschende letterkundige toestanden
+den tijd mist, dien hij noodig zou hebben voor een goed overdachten
+opzet, een zorgvuldig ontwikkelde techniek, en een zuiveren stijl. Dit
+is helaas maar al te waar! De hedendaagsche schrijver, die succes
+heeft, kan zich de luxe niet permiteeren tien maanden, laat staan
+tien jaren te laten verloopen tusschen zijne verschillende werken,
+en het is waarschijnlijk te danken aan de koortsachtige haast,
+waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het vervolg op een goeden
+roman zoo menigmaal een groote teleurstelling brengt. Onze eeuw is
+waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten, drinken en lezen
+nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al mopperen wij een
+beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij gevoelen zeer goed,
+dat klachten geen verandering kunnen brengen in de omstandigheden,
+die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het Spanje uit
+de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen slecht
+of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren toch
+elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend
+boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte
+verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt,
+dat Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede
+deel van Don Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van
+Alonso Fernández de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was
+op het eerste deel van zijn groot werk, en welks inleiding allerlei
+onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat Cervantes zeer
+verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt wel uit het
+feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel te geven
+aan het beëindigen van Don Quixote.
+
+De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken,
+omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet
+alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig
+mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een
+belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote
+moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden,
+en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook
+de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het
+vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de
+Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt
+door middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het
+werk moet wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden
+schrijver, en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen
+van een leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede.
+
+
+
+LAZARILLO DE TORMES.
+
+De grootste humoristische roman, die in Spanje geschreven was,
+voordat Don Quixote verscheen, was Lazarillo de Tormes van Diego
+Hurfado de Mendoza, een veelzijdig man, die Spaansch gezant in
+Engeland is geweest. Hij was zoowel van vaders als van moeders zijde
+van adellijke afkomst, en werd in 1503 te Granada geboren. Daar
+hij een jongere zoon was, werd hij voor de kerk bestemd en dus
+studeerde hij aan de universiteit te Salamanca, waar hij reeds
+gedurende zijn studententijd den roman schreef, die hem beroemd
+heeft gemaakt. De levendige beschrijvingen, het diep doordringen in
+de verschillende karakters en de frissche humor, bezorgden het werk
+dadelijk een belangrijke plaats in de Spaansche letterkunde van dien
+tijd. Maar Mendoza veranderde reeds spoedig van beroep, en koos de
+politieke loopbaan. Karel V benoemde hem tot Gouverneur van Siena,
+een kleine Italiaansche republiek, die onder Spaansche heerschappij
+gekomen was. Mendoza had echter een trotsch en hardvochtig karakter,
+en tyranniseerde het ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was
+toevertrouwd, op ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den
+Keizer bitter over zijn gedrag, en toen er geen verbetering in den
+toestand kwam, trachtte men hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op
+zijn leven, werd zijn paard onder hem gedood door een schot, dat voor
+hemzelf bestemd was. Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen
+door een Fransch leger, en daar de weerlooze toestand der stad werd
+toegeschreven aan de omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena
+verwijderd had, werd hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen.
+
+Terwijl hij als staatsman en officier in Italië vertoefde, was
+Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want
+hij had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling
+van Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere
+belangrijke werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen,
+de populariteit te verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had.
+
+Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam)
+was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers
+van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te
+danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn
+vader gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en daar zijn moeder
+niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem toe aan de
+zorgen van een blinden man, die bedelend door het land trok.
+
+Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een
+steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide
+hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou
+hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een
+geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor;
+en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat
+de jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten
+houden. »Ik kan je geen zilver of goud geven,« zeide hij, »maar wel
+iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de wereldwijsheid, die ik door
+ondervinding gekregen heb.«
+
+De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te eten
+krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een linnen
+knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen maakte
+een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze wijze
+de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn
+taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den
+blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn
+mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke
+hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen.
+
+Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn dronk,
+terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een grooten
+aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok van den
+verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte zijn
+meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik
+tusschen zijne knieën en bedekte hij de opening met zijn hand. Daarom
+boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje, dat hij met
+was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd bij het
+vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het gat,
+en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen hij
+bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning
+toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje
+herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik
+vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de
+jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een
+wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door
+hem langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden.
+
+Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar
+geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van
+Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde
+oversteken, moest men òf springen, òf er tot den nek doorwaden. De
+bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem,
+dat het smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was,
+en de ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een
+aanloop te kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de
+beek, dat hij tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met
+een triomfkreet holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer.
+
+Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne
+ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets
+in vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome
+man was boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk
+hongerlijden. Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist,
+en toen de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden
+ketellapper een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks
+kon te goed doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De
+priester dacht, dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene
+gaten in de kist waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes
+hout; maar het brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een
+slang gezien had in de woning van den priester, kwam hij tot de
+conclusie, dat die de boosdoener was. Om niet ontdekt te worden,
+sliep Lazarillo met den sleutel van de kist in zijn mond; maar op
+zekeren nacht maakte hij bij het ademhalen een fluitend geluid op de
+opening van dit instrument, en de oude priester, die dacht, dat het
+het gesis van een slang was, gaf zulk een hevigen slag in de richting
+vanwaar het geluid kwam, dat hij Lazarillo voor geruimen tijd kreupel
+maakte. Toen de jongen hersteld was, nam de oude priester hem bij de
+hand, bracht hem naar buiten, en zeide: »Lazarillo, mijn zoon, gij hebt
+groote natuurlijke gaven: gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk
+een oud man als ik ben, en ik wensch je nooit terug te zien. Vaarwel!«
+
+Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en
+beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger
+bezeild was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer,
+hij bezat geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch
+brood volkomen afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van
+weldadige menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de
+heer vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen;
+maar hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer
+zonder meester was.
+
+Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten,
+die van stad tot stad trok. Op een dezer reizen bevonden zij
+zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een
+alguazil of konstabel. Op een keer hielden de vrienden tot laat in
+den nacht te zamen een drinkgelag, dat met een twist eindigde. En
+toen de priester den volgenden dag een inleidende preek hield om
+zijn waren aan te prijzen, trad de alguazil binnen en beschuldigde
+hem van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van
+vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den alguazil
+straffen, en deze viel onder hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele
+kerkbezoekers smeekten den monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken,
+opdat de toorn des hemels den verrader minder zwaar zou treffen, en
+de vrome man daalde van de preekstoel, en legde een bul, die hij,
+naar hij zeide, van den Paus had ontvangen, op het voorhoofd van
+den lijder. De man stond oogenblikkelijk quasi genezen op, en de
+gemeente was zoozeer overtuigd, dat er een wonder was geschied, dat
+zij den geheelen voorraad van den priester opkocht. Maar de slimme
+Lazarillo begreep dadelijk, dat het een opgezette vertooning van het
+tweetal was geweest. De laatste meester, dien Lazarillo kreeg, was de
+Aartspriester van Salvador, in wiens dienst het hem uitstekend ging;
+hij huwde een van diens dienstmaagden, maar zij bracht schande over
+zijn huis, en bij den dood zijner vrouw was hij armer dan ooit.
+
+Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte
+schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van
+het menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. Lazarillo de
+Tormes was de voorlooper van de geheele school van Schelmen-romans,
+die in lateren tijd het type van de Spaansche geestesvoortbrengselen
+werd, en waaruit meesterwerken als Guzman de Alfarache, de Gil Blas van
+Le Sage en de verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest
+ademen als de boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne;
+en nog steeds is de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in
+sommige werken van Maurice Hewlett en Jeffery Farnol.
+
+
+
+GUZMAN DE ALFARACHE.
+
+Mateo Aleman, de schrijver van den grooten Schelmenroman Guzman de
+Alfarache werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een
+gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in
+1609 een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene
+Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf
+hij door zijn Vita del Picaro Guzman de Alfarache, een werk, dat
+van zijn eerste verschijning in 1599 af, overgebracht is in elke
+Europeesche taal. Ofschoon het geschreven is in de meest zuivere en
+klassiek letterkundige stijl, is het toch los en natuurlijk, en het
+vindt zijn weerga niet in de schildering van de laagste klassen der
+Castiliaansche maatschappij en van de gewoonten en denkbeelden van
+den tijd, waarin hij leefde.
+
+»Mijne voorouders,« vertelt Guzman, »kwamen oorspronkelijk uit de
+Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en oefenden in die stad het
+beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat zij beschuldigd werden
+van woeker«.
+
+De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig
+eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op
+jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar
+al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den
+handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel
+van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit
+bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun
+particulier leven. Voor de geboorte van Guzman hoorde zijn vader,
+dat één zijner correspondenten te Sevilla failliet was gegaan, en
+toen hij daarheen ging om zelf orde op zaken te stellen, werd hij
+gevangen genomen door een Algerijnschen zeeroover; hij ging over tot
+den Mohammedaanschen godsdienst en huwde een Moorsche vrouw. Toen zijn
+agent te Sevilla hoorde wat zijn voornaamsten schuldeischer overkomen
+was, ordende hij zijne zaken zonder diens hulp, en zoo was hij in
+korten tijd beter af dan ooit tevoren. Maar het gelukte den vader
+van Guzman te ontsnappen, en toen hij te Sevilla aankwam, eischte
+hij een afrekening van zijn oneerlijken handelsvriend, van wien hij
+een flinke som loskreeg. Daarna vestigde hij een zaak te Sevilla, en
+kocht een landgoed, dat hij St. Juan de Alfarache noemde. Hier leefde
+hij in overvloed, en nadat hij de weduwe van een ouden ridder gehuwd
+had, was ook zijn maatschappelijke positie uitstekend. Kort daarna
+werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de Alfarache was zeer gesteld op
+vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk vertoon, en nadat hij eerst
+een groot gedeelte van zijn fortuin verkwist had, duurde het niet lang,
+of hij ging zelf bankroet, waarna hij de tol aan de natuur betaalde.
+
+Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen
+de knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te
+zoeken; hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten
+van zijn vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij
+een herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet,
+die, zooals hij zeide, beter een »eierpap« zou kunnen heeten, maar
+waarop hij toch aanviel »als een varken op eikels.« Bij het verlaten
+van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een toestand,
+die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver, wien
+hij het onsmakelijke maal beschreef, dat hij juist genuttigd had;
+deze lachte hartelijk om het verhaal en bood hem vriendelijk aan,
+een zijner muilezels te bestijgen waarna zij spoedig in Oostelijke
+richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten zij twee monniken,
+en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een slecht maal kregen,
+dat door den waard echter zóó werd opgehemeld, dat de arme jongen wel
+gedwongen was, het zonder veel drukte te verorberen. Maar tot zijn
+grooten schrik ontdekte hij later, dat het gerecht bereid was van het
+vleesch van een jongen muilezel. Toen de herbergier hiervan beschuldigd
+werd, was hij zoo woedend, dat hij een groot zwaard greep, waarop de
+ezeldrijver een hooivork nam, en er zou zeker een moord gebeurd zijn,
+wanneer niet de stedelijke politie de vechtenden gescheiden had. De
+oneerlijke waard werd naar de gevangenis gebracht, maar ofschoon hij
+bekende den muilezel te hebben geslacht, wilde hij niet toegeven,
+dat hij den mantel van Guzman gestolen had, die spoorloos verdwenen
+was, en de knaap was dus genoodzaakt de herberg te verlaten zonder
+dit uitrustingstuk.
+
+Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig
+achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren,
+en die hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling
+wierpen zij zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige
+kostbare juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden,
+maar ook hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide
+reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de
+twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van
+verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van
+'s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier te
+vertellen en daarenboven hebben zij weinig te maken met den draad
+van ons verhaal.
+
+Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het gerecht
+uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en waar hem
+dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de beste
+herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf hij
+zich te voet op weg naar Madrid.
+
+In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij een
+weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden
+morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was
+op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de
+ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en
+als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De
+slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan,
+den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de
+ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het
+stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd
+in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast
+de herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een
+handvol voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad
+was deze herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven
+daar werd Guzman zóó ondragelijk, dat hij met het kleine beetje geld,
+dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met de
+noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars
+voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij
+bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en 's avonds
+had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam hij
+echter dienst als koksjongen bij een adellijk heer.
+
+
+
+GUZMAN ALS KOKSJONGEN.
+
+In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd door, want
+het ontbrak in het huis van den ridder niet aan vroolijkheid. De
+jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de ondeugd van het
+spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat in den nacht
+met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op deze wijze
+verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer, en toen
+hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te voldoen,
+begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig worden,
+te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de overweging,
+dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn meester voor
+eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen Guzman
+de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in
+vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker
+staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het
+voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de
+verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid
+bracht, die hem zóó mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw leek. Hij
+bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst verkeerde,
+dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde haar,
+dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien hij
+voor zes-en-vijftig reales kon koopen; en in haar verlangen, niet in
+moeilijkheden te komen, gaf zij hem dadelijk deze som. Maar het geld,
+dat op deze oneerlijke wijze verkregen was, werd oogenblikkelijk weer
+aan de speeltafel verloren, zoodat Guzman even arm was als voorheen.
+
+Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd aan
+te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in Madrid
+vertoefde. De koksjongen moest hiervoor een grooten zak met wild in
+ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar het reeds laat
+was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer. Midden in den
+nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van de hazen,
+die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas niet miste,
+en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen, stak hij een
+half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het en gaf hem
+zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de gebroken eieren
+uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de omstanders. Het gelukte
+hem echter, een paar patrijzen en eenige kwartels te verdonkeremanen;
+deze wilde hij aan een anderen kok verkoopen; maar zijn meester,
+die hem niet vertrouwde, volgde hem, en ontdekte, wat hij in zijn
+schild voerde, waarop hij op staanden voet ontslagen werd, nadat hij
+een flink pak ransel gekregen had.
+
+Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn
+vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat
+er binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept,
+en hij besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker,
+die nooit iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar
+een vreemden koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman
+in een diepen kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden
+morgen bij deze plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef,
+ontdekte hij, dat zij vijf-en-twintig-honderd reales in zilver,
+en dertig pistoles in goud bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug,
+opdat men ze voor de bagage van een reiziger zou aanzien, en begaf
+zich op weg naar Toledo. Hij zorgde er echter steeds voor, den grooten
+weg te vermijden, en slechts stille wegen te bewandelen.
+
+Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij
+een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde
+rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker was.
+
+Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op
+te zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best
+zou kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op
+hen te maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig
+omkeerde, zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd,
+die achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman
+deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij
+geen cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen
+te koopen, die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een
+van zijne geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat
+was te betalen. Voor honderd reales ging een prachtig pak kleeren
+in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had van
+den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk
+zijn intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte
+hij zich allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar
+zijn ijdelheid werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak,
+dat hem een schat kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal,
+waar hij een bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar
+huis te geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman
+bestelde voor deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken,
+maar het paar had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op
+de deur geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder
+thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen
+moest. De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon,
+was een groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats had hij het
+genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen, alle
+kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier flesschen
+wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den laatsten
+droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer in
+een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg
+te sluipen als een armer doch wijzer man.
+
+Daar Guzman hoorde, dat een alguazil bijzonder belangstellend naar
+hem gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te
+Almagro bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die
+onder den indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn
+wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo
+een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde
+overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs
+van onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de
+helft van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het
+gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden
+in Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten,
+en hij door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden
+werd. Zijn kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een
+plaats aan zijn bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen,
+het eenige wat hij voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt
+buitenshuis te gaan eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden
+thuis te ontvangen. Guzman betuigde hem zijn dankbaarheid, en gaf
+hem te kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn,
+hem weer te helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd,
+en Guzman verzon het systeem van in elk huis meer manschappen onder
+te brengen dan noodzakelijk was; hij dreigde tenminste dit te doen,
+zoodat de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden
+afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken
+toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken
+in den vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners
+werden toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een
+goed leven. Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest
+roekelooze mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers
+op den heirweg te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde,
+maakte hij dadelijk een einde aan dit gevaarlijke spelletje.
+
+Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden,
+die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi
+gouden relikwieën-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij
+vroeg hem dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling
+ging er dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk
+aanbood voor tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan
+honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De
+juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod,
+dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem
+het foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor
+in ruil de honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man
+het huis verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: »Houd den
+dief! houd den dief!« Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman
+riep opgewonden, dat hij hem het relikwieën-kastje van den kapitein
+ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat hij het
+voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd door
+Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter gebracht,
+en daar hij wegens woekerhandel een slechte reputatie genoot, werd
+hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te geven. Maar ofschoon de
+kapitein heel blij was met het geld, dat zoo onrechtmatig verkregen
+was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang met zulk een schurk als
+de Alfarache, hem ten gronde zou richten. Eenige dagen later scheepten
+de troepen zich in naar Genua, en toen zij daar waren aangekomen,
+zeide zijn chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden, en hij
+drukte hem een pistole in de hand.
+
+
+
+GEKWELD DOOR DUIVELS.
+
+De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren naar zijne
+bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en machtigste
+personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun woning,
+waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar
+hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij
+ervoor gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was,
+konden zij hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette
+hij een eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader
+gekend had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn
+familie hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek
+te nemen. Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk
+naar bed, waar de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den
+honger. Voordat hij zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat
+het in de kamer, waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig
+lag Guzman wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche
+gestalten de kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij
+smeten hem in een beddelaken, en zwaaiden hem zóó hevig heen en weer,
+dat hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij uitgeput door
+de inspanning, hem weer in zijn bed gooiden, waarna zij de kamer
+verlieten. In den vroegen morgen verliet Guzman, stijf, pijnlijk
+en terneergeslagen het huis, maar hij zwoer een duren eed, nooit
+te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn familie hem behandeld had,
+en dat hij zich bij de eerste de beste gelegenheid zou weten te wreken.
+
+
+
+GUZMAN VOEGT ZICH BIJ DE BEDELAARS VAN ROME.
+
+Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen toestand, waarin
+hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog levend uit
+den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar Rome te
+gaan. »Italië«, zoo redeneerde hij, »is het weldadigste land van
+de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan binnen de grenzen
+van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over zijn volgenden
+maaltijd«. Een paar weken later bevond hij zich dan ook inderdaad te
+Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw pak kleeren te koopen;
+maar hij weerstond de verleiding en zwierf bedelend door de straten
+der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds spoedig een lotgenoot,
+die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten van de bedelaars
+van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij al heel gauw
+meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was Guzman een
+meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige weken had
+doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de stad,
+die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij in
+zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman
+uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des
+avonds om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in
+allerlei praktijken, waardoor zij medelijden konden opwekken. Des
+morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater
+bij den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste
+oogst; en 's avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de
+landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen
+terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en
+ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta
+een vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam,
+gaf hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van
+een kerk met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest
+voorstellen, en het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de
+Gouverneur weer voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem
+eenige afgelegde kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde
+gaan. Daar aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig
+geneesmiddel hij gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van
+zijn vroegere ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij
+een geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde,
+dat de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over
+aan zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna
+de stad uitjoegen.
+
+Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een
+Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem
+hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer
+in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom
+een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal
+twee der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen
+waren van dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren,
+het been af te zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend
+vertrek het geval bespraken, ging hij naar de deur om het gesprek
+af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn meening te kennen,
+dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit niet met hem
+eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den Kardinaal voor
+te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen Guzman de
+kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog bekende,
+en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen. De
+geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen,
+gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige
+ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was,
+drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen
+tot het herstel van den patiënt. De geneesheeren waren zóó verlangend
+een hooge rekening te kunnen uitschrijven, dat zij Guzman dwongen
+drie maanden het bed te houden; die maanden schenen hem drie eeuwen
+toe, want het zwervende leven was hem een behoefte geworden, en het
+viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te moeten doen. Aan het
+einde van dien termijn, dienden de geneesheeren bij den Kardinaal hun
+rekening in met de verklaring, dat de patiënt volkomen hersteld was,
+en de geestelijke was zóó verrukt over deze wonderbaarlijke genezing,
+en zóó ingenomen met den levendigen geest van Guzman, dat hij den
+jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken dienaar.
+
+Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven,
+dat voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek,
+en tafeldienen. De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon
+bestond uit een paar eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een
+groote hoeveelheid heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard
+werden, en daaraan deed hij zich toen te goed. De Kardinaal ontdekte
+de verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman
+een volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen
+en betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van
+den Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was.
+
+
+
+GUZMAN BEDRIEGT DEN BANKIER.
+
+Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in het paleis van den
+Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er tenslotte genoeg van
+kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen gezant, een vriend
+van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van de hebbelijkheden
+van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen hoogwaardigheidsbekleeder
+te hebben gediend, besloot hij Rome te verlaten, en een reis door
+Italië te maken. Even te voren had hij kennis gemaakt met een
+Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij vriendschap sloot. Met
+ongeveer driehonderd pistoles en eenige juweelen, die hij van den
+gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had
+een wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor
+diens vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp
+van den gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij
+Sayavedra weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem
+als zijn bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had,
+stemde hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot
+het verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het
+gerucht, dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij
+had zelfs de onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof,
+waar hij wegens deze familierelatie door den Groothertog ontvangen
+werd. Daar ontmoette hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe,
+op wie hij verliefd werd. Maar haar familie informeerde naar hem,
+en toen het uitkwam, dat hij indertijd langs Rome's straten gebedeld
+had, was hij gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij
+het spel een belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan
+aankwamen, huurden zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om
+hunne juist verkregen rijkdommen productief te maken. Zij sloten
+vriendschap met een deugniet, die klerk was op een bankierskantoor,
+en bespraken met hem de mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van
+een gedeelte van zijn geld. Guzman bezocht den bankier, en zeide,
+dat hij hem ongeveer twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde
+geven. Hij werd vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn
+naam en eenige andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis
+kocht Guzman een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood;
+deze gaf hij aan Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij
+drukte hem op het hart een praatje te maken met den herbergier en hem
+te vertellen, dat hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen,
+wat hij natuurlijk geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk
+liet een valschen sleutel maken op de geldkist van zijn patroon, en
+toen deze den volgenden Zondag naar de Mis was, opende hij de kist,
+en zette er de vergulde cassette in, die nu inplaats van lood, tien
+quadruples, dertig Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den
+inhoud bevatte. Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester
+na en vulde diens aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin,
+dat hij het deed voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette,
+maar de geheele inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des
+Maandags begaf Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd
+het geld terug, dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. De man
+ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman zulk
+een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd zóó
+hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld was van den waard
+van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. Guzman beweerde,
+dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, men zich ervan
+zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie liep, inderdaad
+genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn gehaald werd, bleek
+dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige bankier gaf toe,
+dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf geschreven had,
+en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders te wekken,
+want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne woekerpraktijken en
+schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een nauwkeurige opgave
+te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze geopend werd,
+vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde cassette in,
+waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem genoemd
+was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met de
+lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de
+eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen,
+overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne
+medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om
+zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld
+hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als
+een hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname
+herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de
+praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te
+brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet,
+die eenige jaren te voren hun hulp had gevraagd, en zijn oom vertelde
+hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze wijze een
+indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen volkomen, en
+daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met een gerust
+hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar hij zeide,
+een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te dragen. Met
+deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, maar op weg
+daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van ijlkoorts
+sprong hij overboord en verdronk.
+
+Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na vele
+avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman
+verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn
+dochter ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom
+van Guzman als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op
+de eveneens denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de
+verkwistende jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was
+de geheele familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig
+voor de dame, en zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader,
+genoeg uit de schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen.
+
+Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot
+de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om
+in de theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de
+universiteit van Alcalà de Henares, waar hij zijn candidaatsexamen
+aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de godgeleerdheid,
+wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om het priesterambt
+te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden weer op den
+slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een familie met
+verscheidene dochters, op een waarvan hij verliefd werd, waarna een
+huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te Madrid, waar zij een
+avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren later liep de jonge vrouw
+van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij te pakken kon krijgen,
+mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn moeder weer opgezocht,
+en inplaats dat zij hem van zijne kwade praktijken trachtte af te
+houden, hielp zij hem bij het verzinnen van zijne gemeene streken,
+zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot vele jaren dwangarbeid
+veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de overheid kon helpen
+bij het ontdekken van een opstand, en als belooning hiervoor kreeg
+hij zijn vrijheid terug.
+
+En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit
+de literatuur. Maar al is Guzman de Alfarache misschien de sluwste
+boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet hebben, hij is ook
+de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter merkwaardig,
+dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, en dat hij
+aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het begin. Het
+vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de voorgewende
+onberispelijke toon, waarin hij geschreven is--een stijl, die bijna
+slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn Gil Blas, een werk, dat
+niet alleen wat zijn atmosfeer betreft, veel overeenkomst vertoont
+met Guzman de Alfarache, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit
+heeft overgenomen.
+
+
+
+BESLUIT.
+
+Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde bewandeld, den
+ernstigen, den quasi-heroïschen en den humoristischen. Misschien is
+wel geen enkel hoofdstuk van de letterkunde der wereld zóó rijk aan
+kleur, zóó afwisselend en zóó gevoelig. Er klinkt een toon in van
+hooge en edele schoonheid, van voorname ridderlijkheid, van grooten
+ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet bezoedeld door alledaagschheid
+en bekrompenheid. De drinkbeker der Spaansche romantiek is gevuld met
+het hartebloed van een groot, ridderlijk en dichterlijk volk, dat de
+voorkeur heeft gegeven aan idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de
+verhevenheid van een nationale aristocratie boven de leegheid eener
+onware democratie. Arm Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser
+deze uitdrukking in medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost
+van zulk een schatkamer van dichterlijken en romantischen rijkdom,
+kan Spanje het vaste vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen,
+die door zijne trovadores bezongen, en door zijne dichters vereeuwigd
+zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren. Arm Spanje! Neen,
+gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende van heerlijke
+liederen? Veelkleurige schatkamer der legende, glinsterend juweel
+der onsterfelijke romance!
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De Moro latinado of de Spaansch sprekende Moor, is een voorname
+figuur in de latere Spaansche geschiedenis.
+
+[2] In Bisschop Odoor's testament (747) zien wij het verval van het
+Spaansche Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict
+van 844 op de usitato vocabulo der Spanjaarden, hun »Spreektaal.«
+Over het Gothische tijdperk zie men Père Jules Pailham, in het 4e deel
+van Cahier en Martin's Nouveaux Mélanges d'Archéologie d'Histoire,
+et de Littérature sur le Moyen Age (1877).
+
+[3] Dit dialect was veel meer verwant aan de lingua rustica dan aan
+het Gothisch, dat grooter invloed heeft gehad op de uitspraak en den
+zinbouw van het Spaansch, dan op de woorden.
+
+[4] »Over het geheel,« zegt Professor Saintsbury, »zijn het gemak,
+de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de verscheidenheid van
+vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel en van gedachten«
+(Flourishing of Romance and Rise of Allegory, p. 308-369). Hij merkt
+verder op, dat het Provençaalsche vers is een »uiting van kleine
+kunst.«--»Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden uitstekende boven
+het middelmatige.«
+
+[5] Deze was getiteld El Arte de Trobar en een slecht uittreksel
+daarvan vindt men in Mayan's Origenes de la Langua Española (Madrid
+1737).
+
+[6] Over Provençaalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie
+men Manuel Mila y Fontanal Trovadores en España (Barcelona 1887); en
+E. Baret, Espagne et Provence (1857), een meer beknopte verhandeling.
+
+[7] Toch vonden zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die
+streken en het was de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte
+in Spanje overheerschend was.
+
+[8] Madrid, 1839.
+
+[9] Cancionero de Romances (Antwerpen, 1555).
+
+[10] Zie het artikel over Alfonso XI in N. Antonio, Bibliotheca
+Hispana Vetus.
+
+[11] Regeerde van 1407 tot 1454.
+
+[12] Gaston Paris, La Littérature Française au Moyen Age (Paris 1888)
+en Léon Gautier, Les Epopées Françaises (Paris 1878-'92), zijn de
+voornaamste kenners van de Chansons de Gestes.
+
+[13] Zie Manuel Milo' y Fontanal, Poesia heróico-populair Castellana
+(Barcelona, 1874).
+
+[14] Deze naam, die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van
+Poitiers, den eersten troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk,
+dat in de inheemsche talen der Romance geschreven was. Later werd hij
+in Spanje gebruikt als equivalent voor Cantar, en tenslotte duidde
+men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in achtlettergrepige
+assonanten.
+
+[15] Don Quixote. Deel I, hoofdstuk VI.
+
+[16] In het hoofdstuk, getiteld: »Moorsche Romances van Spanje«, zal
+de lezer voorbeelden vinden van romantische verhalen van dit volk,
+waaruit hem de verwantschap met de Spaansche romances zal blijken.
+
+[17] Zie Dozy, History of the Moors in Spain (Engelsche vertaling)
+en Recherches sur l'Histoire politique et littéraire de l'Espagne
+(1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn Glosario de Voces iberias
+y latinas usadas entre los Muzárabes (1888); Renan, Averroës et
+Averroïsme (1866).
+
+[18] Ormsby (The Poem of the Cid), die zijne verhandeling in 1879
+schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen te hebben gehad over wat een
+Cantar was, en hij zegt, dat de Poema bijna gelijktijdig ontstond met
+de »chansons de gestes«. Maar hij is waarschijnlijk minstens een eeuw
+in de war, daar de eerste Chansons dateeren uit het midden der elfde
+eeuw. Van trovadores en juglares had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch
+is hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het
+beste, dat in Engeland over de Poema geschreven is. Het is jammer,
+zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat noch Ticknor noch Southey,
+die zoo uitvoerig over de oude Spaansche letterkunde schreven,
+bekend waren met de »Chansons de gestes.« Nog betreurenswaardiger
+is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche vertalingen is
+overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade schandelijk
+verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat dan hij,
+een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle kern
+en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn,
+zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers
+ervan gemaakt hebben.
+
+[19] Waarschijnlijk Anstruther in Fife.
+
+[20] Er bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan
+dezelfde is als de reus Albiona, één der twee monsters, »zonen
+van Neptunus,« die volgens Pomponius Mela, Hercules in Ligurië
+aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en
+later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend
+was als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit »de Witte«, wat
+betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel waarschijnlijker is
+het, dat het beteekent: »het rijk van den God Alba, het land van den
+Witten God.« Alle Schotsche goden waren reuzen, evenals de Fomorianen
+van Ierland.
+
+[21] Eerst had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept
+naar »Groot Brittanje«. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots
+terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het
+is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak
+punt was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van
+ontdekkingen en zeevaart.
+
+[22] William Stuart Rose, Amadis de Galliër: Een gedicht in drie
+boeken.
+
+[23] Tenzij wij een uitzondering maken voor de Anseis de Carthage--een
+romance, die den ondergang van Spanje toeschrijft aan een zoon van
+Karel den Groote, wiens daden overeenkomen met die van Roderick. De
+Anseis is een Fransch werk.
+
+[24] Behalve de verzameling romances, waarover wij hier spraken,
+en waarin de voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn,
+waren er in het midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven
+te Antwerpen en Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban
+de Nájera. De lezer kan ook de Primavera y Flor de Romance door Wolf
+en Hofman raadplegen, waarvan een nieuwe uitgave verscheen bij Señor
+Menéndez y Pelayo, de verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844)
+en de Engelsche vertalingen van Lockhart en Bowring.
+
+
+
+
+
+
+
+IN DEZE SERIE VERSCHENEN REEDS
+
+
+H. A. Guerber, Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen. Haar
+oorsprong en invloed op letterkunde en kunst. Bewerkt door Dr
+H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga. Met 64 fraaie platen. Vierde druk.
+ Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+H. A. Guerber, Noorsche Mythen. Uit de Edda's en de Sagen. Bewerkt door
+Dr H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga, Met 64 fraaie platen. Derde
+druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+H. A. Guerber, Mythen van Griekenland en Rome. Haar oorsprong
+en beteekenis. Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit. Met 64 fraaie
+platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Woislav M. Petrovitch, Heldensagen en Legenden van de Serviërs. Met een
+voorbericht van Chedo Miyatovitch, gewezen Servische Gezant aan het
+Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. J. P. Wesselink--v. Rossum. Met 32
+prachtige gekleurde platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Dr H. Salomons, Verhalen en Legenden van Hindoes en Boeddhisten. Met
+een introductie van Prof. Dr W. Caland. Met 32 prachtige gekleurde
+platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+T. W. Rolleston, Keltische Mythen en Legenden. Bewerkt door Dr
+B. C. Goudsmit. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+F. Hadland Davis, Mythen en Legenden van Japan. Bewerkt door Dr
+B. C. Goudsmit. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk.
+ Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Josef Cohen, Nederlandsche Sagen en Legenden I en II. Met
+32 illustratiën in kleurendruk en zwart van Pol Dom. 2e druk.
+Per deel Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Lewis Spence, Mythen en Legenden van Egypte. Voor Nederland bewerkt
+door Dr J. W. van Rooijen. Met 8 gekleurde en zwarte platen. Tweede
+druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Nelly Montijn-De Fouw, Sagen van Koning Arthur en de Ridders van
+de Tafelronde. Geïllustreerd door Arthur Rackham.
+ Ing. f 10.-, Geb. f 12.50
+
+Dr H. van Prooye-Salomons, De Geschiedenis van Koning Nala. Een
+Episode uit het Mahabharata. Ing. f 3.90, Geb. f 4.90
+
+
+
+
+
+
+
+UITGAVEN VAN W. J. THIEME & CIE TE ZUTPHEN.
+
+
+Dr C. te Lintum, De Geschiedenis van het Amerikaansche Volk, met
+vele illustraties. Ing. f 2.75, Geb. f 3.90
+
+E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Romeinsche Volk. Bewerkt
+door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk.
+ Ing. f 2.75. Geb. f 3.90
+
+E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Grieksche Volk. Bewerkt
+door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk.
+ Ing. f 2.75, Geb. f 3.90
+
+W. Jansen, Geschiedenis der Wijsbegeerte.
+I. Van Thales tot Plotinus. Ing. f 4.35, Geb. f 5.25
+II. Van Origenez tot Leibnitz. Ing. f 5.50, Geb. f 6.50
+
+Dr Jos. Schrijnen, Nederlandsche Volkskunde. Compleet in 2 deelen. Per
+deel Ing. f 4.50, Geb. f 5.75
+
+Jonathan Swift, Gulliver's Reizen. Vertaald naar de nieuwe uitgave
+van Padraci Colum. Geïllustreerd door Willy Pogány. Met 12 gekleurde
+en vele zwarte platen. Ing. f 4.90, Geb. f 5.90
+
+M. de Cervantes, Don Quyote de la Mancha. Vrij bewerkt naar Albert
+Geyer door G. D. Ell. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen naar
+George Scholz. Geb. f 3.90
+
+De Sprookjes van Andersen. Naar het Deensch bewerkt door Ph. R. F. C
+de Bruyn. Met twaalf gekleurde platen van Wanda Zeigner-Ebel.
+ Geb. f 3.90
+
+H. Beecher Stowe, De Kleine Vossen. 7e druk. Ing. f 1.75, Geb. f 2.50
+
+Dr E. Vogel, Fotografisch Zakboek. Een handleiding en vraagbaak
+voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld door
+J. J. M. M. v. d. Bergh. 5e druk. Ing. f 2.60, Geb. f 3.95
+
+Dr P. G. Buekers, Plantenboek. Bewerkt naar Christiansen, Taschenbuch
+einheimischer Pflanzen. Met 48 fraai gekleurde platen. Geb. f 2.50
+
+Kerst Zwart, Het Vogelboek. Zangers en Krassers bij huis en schuur,
+in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan plas
+en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk.
+ Ing. f 3.25, Geb. f 4.25
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+***** This file should be named 31198-0.txt or 31198-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/31198-0.zip b/31198-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..5cda967
--- /dev/null
+++ b/31198-0.zip
Binary files differ
diff --git a/31198-h.zip b/31198-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..09a051a
--- /dev/null
+++ b/31198-h.zip
Binary files differ
diff --git a/31198-h/31198-h.htm b/31198-h/31198-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..0d770e4
--- /dev/null
+++ b/31198-h/31198-h.htm
@@ -0,0 +1,13931 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<title>Legenden en romances van Spanje</title>
+
+<style type="text/css">
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/***** Titlepage *****************************************************/
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/***** End Titlepage *****/
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/****** Tables ******/
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/****** Poetry ******/
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/***** Drama *****/
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/***** End Drama *****/
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/****** Font Styles and Colors *****/
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/***** End Font Styles and Colors *****/
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+.xd20e81width
+{
+width:496px;
+}
+.xd20e87
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e92width
+{
+width:494px;
+}
+.xd20e99width
+{
+width:471px;
+}
+.xd20e281
+{
+background: url(images/initial-w.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e281init
+{
+float: left;
+width: 125px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-w.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e373width
+{
+width:496px;
+}
+.xd20e1102width
+{
+width:506px;
+}
+.xd20e1352
+{
+text-indent:2em;
+}
+.xd20e1504width
+{
+width:501px;
+}
+.xd20e2036
+{
+background: url(images/initial-m.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e2036init
+{
+float: left;
+width: 110px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-m.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e2114width
+{
+width:497px;
+}
+.xd20e2408width
+{
+width:500px;
+}
+.xd20e2671width
+{
+width:494px;
+}
+.xd20e2763
+{
+text-align:right;
+}
+.xd20e2765
+{
+background: url(images/initial-b.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e2765init
+{
+float: left;
+width: 85px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-b.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e3052
+{
+background: url(images/initial-d.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e3052init
+{
+float: left;
+width: 95px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-d.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e3125width
+{
+width:492px;
+}
+.xd20e3337width
+{
+width:492px;
+}
+.xd20e3524width
+{
+width:486px;
+}
+.xd20e3553
+{
+background: url(images/initial-i.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e3553init
+{
+float: left;
+width: 87px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-i.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e3628width
+{
+width:501px;
+}
+.xd20e4514
+{
+background: url(images/initial-h.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e4514init
+{
+float: left;
+width: 105px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-h.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e4635width
+{
+width:490px;
+}
+.xd20e4751width
+{
+width:493px;
+}
+.xd20e4921width
+{
+width:491px;
+}
+.xd20e5274width
+{
+width:500px;
+}
+.xd20e5401
+{
+background: url(images/initial-c.gif) no-repeat top left;
+}
+.xd20e5401init
+{
+float: left;
+width: 85px;
+height: 80px;
+background: url(images/initial-c.gif) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e5498width
+{
+width:486px;
+}
+.xd20e6166width
+{
+width:151px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Legenden en Romances van Spanje
+
+Author: Lewis Spence
+
+Illustrator: Otway McCannel
+
+Translator: S. Vos-Goudsmit
+
+Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e81width"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="496" height="720"></div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar xd20e87">Legenden en Romances van Spanje</p>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e92width"><img src="images/p000.jpg" alt="De Cid neemt afscheid van zijn vrouw." width="494" height="720">
+<p class="figureHead">De Cid neemt afscheid van zijn vrouw.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e99width"><img src="images/titlepage.gif" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="471" height="720"></div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">Legenden en Romances van Spanje</div>
+</div>
+<div class="byline">Door<br>
+<span class="docAuthor">Lewis Spence F.R.A.I.</span><br>
+Schrijver van:<br>
+&raquo;Legenden en Romances van Bretagne&laquo;, &raquo;Helden-verhalen
+en Legenden van den Rijn&laquo;, &raquo;Handleiding bij de studie van
+de Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers&laquo;, enz.<br>
+Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A.<br>
+Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit</div>
+<div class="docImprint">Zutphen&mdash;W. J. Thieme &amp;
+C<sup>ie</sup></div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Voorwoord.</h2>
+<p class="firstpar">Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche
+romantische literatuur niet die belangstelling van Engelsche schrijvers
+en kritiek genoten, waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen
+enkel land van Europa heeft het zaad van de Romantiek z&oacute;&oacute;
+gemakkelijk wortel geschoten, of is het tot zulk een weelderigen bloei
+gekomen als in Spanje, waar de geaardheid van het volk nog duidelijker
+te voorschijn trad uit de ridderverhalen, dan dit het geval was in
+Frankrijk of Engeland. Denken wij bij het begrip <span class="letterspaced">Ridderlijkheid</span> niet het eerst aan Spanje, aan
+zijn eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa,
+aan zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan
+den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige
+geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven
+alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen
+geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de
+gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als
+van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen
+vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een
+onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn &ograve;f
+gebaseerd op geschiedkundige gebeurtenissen &ograve;f zij zijn
+voortbrengselen van die schitterende en sprankelende fantasie, die
+alles kenmerkt, wat dit Schiereiland aan literatuur heeft
+voortgebracht.</p>
+<p>Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband
+bewijzen tusschen de Fransche <span class="letterspaced">chansons de
+gestes</span> en de <span class="letterspaced">Spaansche cantares de
+gesta</span>, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over
+Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de
+begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel
+Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn
+aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen ontbreken
+van Moorschen invloed op de Spaansch <span class="letterspaced">romanceros</span>, wordt gesteund door critici, die veel
+beter dan ik in staat zijn dit vraagstuk te beoordeelen; maar bij de
+behandeling van de ballade heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen
+hiertoe gerechtigd te zijn door een jarenlange studie van dit
+onderwerp, dat zoo ten volle mijn belangstelling en liefde heeft. Mijne
+vertalingen zijn dan ook niet slechts een wedergave van den inhoud,
+doch het zijn een getrouwe en nauwkeurige overzetting van de
+oorspronkelijke balladen.</p>
+<p>Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen
+van de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen
+in de <span class="letterspaced">cantares de gesta</span>, de
+ridderverhalen, <span class="letterspaced">romanceros</span> en
+balladen, en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende
+hoofdstukken zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al
+deze uitingen der Spaansche letterkunde.</p>
+<p>Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van
+enkele lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan
+zou het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van
+deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend
+aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden
+bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de
+armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen
+wonderen.</p>
+</div>
+<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Inhoud.</h2>
+<ul>
+<li>Hoofdstuk &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">Bldz.</span></li>
+<li>I. <a href="#ch1">De Bronnen van de Spaansche Romance</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">1</span></li>
+<li>II. <a href="#ch2">De &raquo;Cantares de Gesta&laquo; en de
+&raquo;Poema del Cid&laquo;</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">40</span></li>
+<li>III. <a href="#ch3">&raquo;Amadis de Galli&euml;r&laquo;</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">82</span></li>
+<li>IV. <a href="#ch4">Vervolg van &raquo;Amadis de
+Galli&euml;r&laquo;</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">132</span></li>
+<li>V. <a href="#ch5">De Romances van Palmerin</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">164</span></li>
+<li>VI. <a href="#ch6">Catalonische Romances</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">181</span></li>
+<li>VII. <a href="#ch7">Roderick, de laatste der Gothen</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">198</span></li>
+<li>VIII. <a href="#ch8">&raquo;Calaynos de Moor&laquo;,
+&raquo;Gayferos&laquo; en &raquo;Graaf Alarcos&laquo;</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">211</span></li>
+<li>IX. <a href="#ch9">De Romanceros of Balladen</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">221</span></li>
+<li>X. <a href="#ch10">Vervolg van de Romanceros of Balladen</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">241</span></li>
+<li>XI. <a href="#ch11">Moorsche Romances van Spanje</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">252</span></li>
+<li>XII. <a href="#ch12">Verhalen van Spaansche tooverkracht en
+hekserij</a> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">323</span></li>
+<li>XIII. <a href="#ch13">Humoristische Romances van Spanje</a>
+&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum">342</span></li>
+</ul>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk I. De Bronnen van de Spaansche Romance.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Het teedere Fransche liefdeslied,</p>
+<p class="line">De zangen van &rsquo;t schoone Brittanje,</p>
+<p class="line">Legenden van het zwaard en de speer,</p>
+<p class="line">Geboren in Allemanje,</p>
+<p class="line">Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht</p>
+<p class="line">Der balladen van &rsquo;t oude Spanje!</p>
+</div>
+</div>
+<p class="xd20e281"><span class="xd20e281init">W</span>anneer een
+vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van het oude
+Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren, en zijn oor
+zou openen voor de melodie&euml;n der wateren van de Granaatappelstad,
+en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer, dan zou het hem
+gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen hare kleuren
+minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder verkwikkend
+was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop de weefsels
+van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den indruk
+krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft, na eeuwen
+van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde
+echo&rsquo;s van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd
+opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras, die
+zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd, om het
+te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen en door
+de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals een kind
+door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen, dat de
+menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze muren
+beschilderden van het <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2"
+name="pb2">2</a>]</span>palet van den zonsondergang, ook het
+onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de
+Spaansche Romance opbouwden.</p>
+<p>Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over
+de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven
+aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis
+van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit de
+Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven, dat in
+deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de passiebloem
+van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide?</p>
+<p>Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodie&euml;n niet meer
+vinden, noch kunnen wij samenvoegen het moza&iuml;k van verbroken
+harmonie&euml;n in de warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin
+als in de &raquo;mijn van zijde en zilver&laquo;, het oude Granada;
+noch te midden van de marmeren overblijfselen van Cordova, waar het
+marktplein overstroomd was met de geschilderde perkamenten van
+Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten ons afwenden van het bloeiende
+Zuiden, en de kale hoogten van Castili&euml; en Asturi&euml; beklimmen,
+waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren gevangen was op eene
+dorre en verschroeide vlakte en waar geboren werd een diepe hartstocht
+van vaderlandsliefde en zelfopoffering, die uiting vond in heerlijke
+krijgszangen, waarvan de echo&rsquo;s tusschen de bergen weerklinken
+als spook-klaroenen op een vergeten slagveld.</p>
+<p>Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger
+prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van
+Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk
+voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in
+Burgos en Carri&oacute;n, ontroerender, zij het dan ook minder
+<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span>fantastisch, dan ooit ontsprongen aan de guitaren
+van Granada. Maar de nooit eindigende strijd tusschen Arabier en
+Spanjaard bracht met zich mede een voortdurende uitwisseling van den
+zinnelijken geest van het Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het
+Noorden, zoodat ten slotte het Saraceensche goud het staal van het
+Spaansche lied versierde, en de Spaansche ziel gevangen werd in de
+netten van de Oostersche fantasie. In lateren tijd verzachtte eene
+openlijke bewondering voor de kunst en beschaving van den Moslim den
+ouden haat, en de Moorsche cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal
+niet de dichtkunst na, van den Castiliaanschen ridder.<a class="noteref" id="xd20e293src" href="#xd20e293" name="xd20e293src">1</a></p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De bakermat van het Spaansche lied.</h3>
+<p class="firstpar">Het vaderland van de Spaansche overlevering was
+inderdaad een geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen
+iederen duim van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die
+oneindig veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij
+dan ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van
+saamhoorigheid.</p>
+<p>Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje, die
+tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men onverwachts
+weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een steile,
+vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-, kastanje- en
+dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging beschut tegen
+de ijzig scherpe winden, die van de Pyrenee&euml;n jagen, bieden
+betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere Zuiden van
+het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer tusschen de
+verschillende dalen gering was, waren deze <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>toch voor de
+Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe
+krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd
+tegen de Saracenen.</p>
+<p>In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld
+gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een
+gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van
+menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien
+is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen,
+wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat
+v&oacute;&oacute;r het tijdperk der Saraceensche overheersching, de
+Castiliaansche taal slechts een samenraapsel was uit de elementen van
+de Romeinsche <span class="letterspaced" lang="la">lingua
+rustica</span> en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige
+autoriteiten, zonder bepaalde taalregels of een taaleigen.<a class="noteref" id="xd20e313src" href="#xd20e313" name="xd20e313src">2</a>
+Zeker is het, dat de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch
+plaats vond na den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote
+waarde hechten aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij
+beweerden, dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk
+v&oacute;&oacute;r die periode, niets was dan een <span class="letterspaced">patois</span>, zonder regels of methode.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Romeinsch en Visigothisch.</h3>
+<p class="firstpar">Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de
+Visigothen, als achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje
+binnentrokken, bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne
+beschaving, doch zij behielden <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>de gewoonten van hun Noordelijk
+vaderland, en zij schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn
+be&iuml;nvloed door de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal
+van het volk, dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen,
+ofschoon zij door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk,
+deze taal ongetwijfeld kenden.</p>
+<p>De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd
+afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten
+Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den roem
+der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is meestal
+niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk hare taal
+op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard gaat aan
+letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in staat waren,
+zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde kolonisten van
+Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk toe, de Romeinsche
+taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid was echter niet de
+eenige reden voor het verlies van hunne taal, want ofschoon zij in
+militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne tegenstanders, waren zij
+in getal verreweg de mindere. Zij hadden bij hun inval in het
+Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht, en waren dus genoodzaakt,
+vrouwen uit het overwonnen land te huwen, die hunne kinderen de
+Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk verkeer tusschen overwinnaar
+en overwonnene schiep in den loop der tijden een potjes-Latijn, dat in
+zijn verhouding tot het klassiek Latijn te vergelijken was met het
+Engelsch van de handeldrijvenden aan de Stille Zuidzee.<a class="noteref" id="xd20e334src" href="#xd20e334" name="xd20e334src">3</a>
+<span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span></p>
+<p>Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van
+Spanje, waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd
+een beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het
+gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De
+wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid van
+vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel
+duidelijk, dat de spreektaal ten minste v&oacute;&oacute;r het tijdperk
+van den Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen.</p>
+<p>De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking
+verdreven werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een
+kleine belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den
+strijd tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal
+tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat
+aanmerkelijk verrijkt.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Romaansche talen van Spanje.</h3>
+<p class="firstpar">Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er
+gesproken in dat gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen
+bleef. In Cataloni&euml; en Aragon het Proven&ccedil;aalsch,
+Cataleensch of Limousinsch; in Asturi&euml;, Oud-Castili&euml; en Leon,
+Castiliaansch, en in Galicia, Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is
+voortgekomen. Het Cataleensch was bijna volkomen gelijk aan het
+Proven&ccedil;aalsch of de <span class="letterspaced" lang="fr">langue
+d&rsquo;oc</span> van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van
+Provence door Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de
+volken van Cataloni&euml; en Provence onder &eacute;&eacute;n regeering
+samengevoegd. Het Proven&ccedil;aalsch, de taal der Troubadours, was
+van Franschen oorsprong, en draagt de duidelijke sporen van zijne
+afstamming van het Latijn van Proven&ccedil;aalsch-Galli&euml;. Het
+schijnt, dat het in Cataloni&euml; <span class="pagenum">[<a id="pb7"
+href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span>werd ge&iuml;mporteerd door de
+Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te ontkomen aan het
+Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts trokken, toen de
+meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd waren van de
+aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid van Cataloni&euml;
+en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid van
+levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook, dat de
+bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de
+ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland van
+de <span class="letterspaced">Gai Saber</span> had overgenomen.</p>
+<p>Door geheel Proven&ccedil;aalsch Cataloni&euml; werden die
+romantische liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld
+werd over de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de
+liederen, met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd
+geacht aan wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der
+liefde de hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze
+verheerlijking van de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de
+daaraan verwante wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten
+niet minder overdreven en gestreng waren. Deze Proven&ccedil;aalsche
+ridderlijkheid vond langzamerhand ingang in Castili&euml;; zij
+verhoogde en verlevendigde de verbeelding der bevolking en maakte den
+Spaanschen geest ontvankelijk voor de romantische literatuur. Maar in
+geen enkel tijdperk was de Castiliaansche verbeelding zuiver passief;
+zij onderwierp iedere letterkundige strooming, die haar beroerde, aan
+zulk een geweldige tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde
+elementen hun eigen karakter verloren en uit de smeltkroes van den
+Spaanschen geest te voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch.
+De volmaaktheid in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de
+Troubadours van Provence en Cataloni&euml;, <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>en deze vorm
+van dichtkunst baande den weg voor een lyrische po&euml;zie, die, zoo
+zij al niet uitblonk door grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden
+overtroffen werd in welluidendheid en fijnheid; maar het is
+opmerkelijk, dat al deze verzen, met uitzondering van enkele politieke
+satyren, slechts &eacute;&eacute;n onderwerp behandelden.... de
+vervoering der liefde. Bij kennismaking met de dichtkunst in de
+beminnelijke Proven&ccedil;aalsche taal, wordt men getroffen door de
+welluidendheid; zij is altijd melodieus en men vindt er steeds een
+zekere statigheid in terug, die men in de <span class="letterspaced">Pavane</span> aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer
+voortvloeit uit den geest der taal als uit het zuivere maatgevoel der
+zangers. Maar het eentonig herhalen van de gevoelens der liefde, die
+men steeds uitdrukte door dezelfde begrippen en woorden, de weinige
+natuurlijkheid van deze eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm
+menschelijk gevoel, zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die
+met vreugde het geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen
+afstaan aan den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in
+ruil voor natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken,
+die beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder
+blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde
+letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die
+oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve,
+gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en die
+zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van kleur.
+De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren ons niet
+door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren van het
+zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk.<a class="noteref" id="xd20e365src" href="#xd20e365" name="xd20e365src">4</a></p>
+<div class="figure xd20e373width"><img src="images/p008.jpg" alt="Een blik op het oude Spanje." width="496" height="720">
+<p class="figureHead">Een blik op het oude Spanje.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p>
+<p>De Proven&ccedil;aalsche en Catalanische troubadours hadden
+inderdaad een zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche
+dichtkunst en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer
+met Castili&euml;. Het &raquo;Boek van Apollonius&laquo; uit de 13e
+eeuw, is vol van Proven&ccedil;alismen, evenals de latere
+&raquo;Geschiedenis der Kruistochten.&laquo; Gedurende de vervolgingen,
+waaraan zij blootstonden tijdens de Albigenser-oorlogen, vluchtten zij
+in grooten getale naar Spanje, waar zij een schuilplaats vonden voor
+hunne onverdraagzame vijanden. Zoo vluchtte Aimeric de Bellinai naar
+het hof van Alfonso IX en hij bleef later aan het hof van Alfonso X,
+evenals Montagnagunt en Folquet de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand
+Carbunel, die met Riguier hunne werken opdroegen aan dien vorst, of
+treurzangen dichtten ter gelegenheid van zijn dood.</p>
+<p>Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar
+Proven&ccedil;aalsch karakter en nog in 1433 schreef de Markies de
+Villena, een familielid van den beroemden Markies van Santillana, dien
+wij later nog zullen ontmoeten, een verhandeling over de kunst der
+Troubadours,<a class="noteref" id="xd20e382src" href="#xd20e382" name="xd20e382src">5</a> welke hij wilde herboren zien in
+Castili&euml;.<a class="noteref" id="xd20e391src" href="#xd20e391"
+name="xd20e391src">6</a></p>
+<p>Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had
+als het Portugeesch, is nauw verwant aan <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>het Castiliaansch. Maar
+het is niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat
+het in zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch
+dan zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed
+van sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken,
+wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen van
+den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar reeds
+spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche literatuur
+op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De opkomst van het Castiliaansch.</h3>
+<p class="firstpar">De ontwikkeling van het <span class="corr" id="xd20e409" title="Bron: Gastiliaansch">Castiliaansch</span> uit het
+oorspronkelijke Latijn, dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje
+werd gesproken, werd door verschillende plaatselijke omstandigheden
+bemoeielijkt. Bij het samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal,
+liet men niet dezelfde letters weg als in het Italiaansch. Ook
+verkortte men de woorden niet in die mate, als in het
+Proven&ccedil;aalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk tengevolge van de
+overheersching van het Gothische element onder hen, die Castiliaansch
+spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft zij een sterker bouw
+dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche <span class="letterspaced">f</span> is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in
+een <span class="letterspaced">h</span>, zooals bij <span class="letterspaced" lang="es">hablar</span> = <span class="letterspaced"
+lang="la">fabulari</span> (spreken). De letter <span class="letterspaced">f</span>, die sterk geaspireerd wordt, vervangt dikwijls
+de <span class="letterspaced">l</span>, zoodat <span class="letterspaced" lang="la">filius</span> (zoon) <span class="letterspaced" lang="es">hijo</span> wordt. De zachte <span class="letterspaced">ll</span> daarentegen komt in de plaats van de
+Latijnsche <span class="letterspaced">pl</span>, en zoo vinden wij het
+Latijnsche <span class="letterspaced" lang="la">planus</span> (zacht),
+in het Castiliaansch terug als <span class="letterspaced" lang="es">llano</span> (spreek uit: ly&agrave;h-no). Het Spaansche
+<span class="letterspaced">ch</span> neemt de plaats in van het
+Latijnsche <span class="letterspaced">ct</span>, zooals <span class="letterspaced" lang="la">facto</span> = <span class="letterspaced"
+lang="es">hecho</span>, <span class="letterspaced" lang="la">dictu</span> = <span class="letterspaced" lang="es">dicho</span>,
+enz. <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p>
+<p>Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch
+ontbreken niet. Zoo heeft de <span class="letterspaced">g</span> voor
+de <span class="letterspaced">c</span> en <span class="letterspaced">i</span>, die in het Gothisch en Duitsch een keelklank
+is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche verandering
+van de <span class="letterspaced">o</span> in de <span class="letterspaced">ue</span> vindt hare analogie in het Duitsch. Wij kunnen
+bv. het Castiliaansche <span class="letterspaced">cuerpo</span> en
+<span class="letterspaced">pueblo</span> vergelijken met het Duitsche
+K&ouml;rper en P&ouml;bel.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De uitbreiding naar het Zuiden van het Castiliaansch.</h3>
+<p class="firstpar">Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en
+schrijftaal werd tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van
+het stoutmoedige volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche
+bezetting van hun vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door
+een strijd, die geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en
+district na district inplaats van provincie na provincie, heroverden,
+verdrong hun taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne
+Arabische vijanden,<a class="noteref" id="xd20e499src" href="#xd20e499"
+name="xd20e499src">7</a> totdat tenslotte de laatste vesting van de
+Mooren viel en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland.
+&raquo;Wel was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders
+moesten doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning
+en tot verovering van de wereld,&laquo; zegt Martinez in zijn roman
+<span class="letterspaced">Isabel de Solis</span>,<a class="noteref"
+id="xd20e505src" href="#xd20e505" name="xd20e505src">8</a>
+&raquo;<span class="corr" id="xd20e511" title="Bron: Neergedrukt">neergedrukt</span> door hun harnas en met het
+zwaard in de hand, sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht
+rustig.&laquo;</p>
+<p>Van de nederlaag van Roderick af, &raquo;den laatste der
+Visigothen&laquo;, bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot
+aan den val van Granada in 1492, was Spanje <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>inderdaad een land van veldslagen. Bijna
+oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden de
+Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het
+Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen van
+Biskaje en Asturi&euml;. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners van
+Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend hebben
+met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten, maar de
+omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg er slechts toe
+bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van vaderlandsliefde,
+en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk bezit te
+herwinnen.</p>
+<p>Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich
+voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten,
+waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en
+moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te
+verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen zich
+konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij, met hun
+klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun moed en
+vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw verloopen
+was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castili&euml; heroverd.
+Alleen reeds de naam van deze provincie, &raquo;Het Land van
+Kasteelen&laquo;, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts
+<span class="letterspaced">behouden</span> kon blijven, wanneer elke
+heuveltop versterkt was door vestingen; en zoo gaf deze landstreek, met
+al hare kasteelen, ten slotte haar naam aan het volk, dat haar bezit op
+zulk een hoogen prijs stelde. Voordat er weder 20 jaren verloopen
+waren, hadden de Castiliaansche strijders vasten voet in
+Nieuw-Castili&euml; gekregen, en van dat oogenblik af, schijnen zij
+voortdurend met succes te hebben gestreden.</p>
+<p>Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>bezetting van drie en een halve eeuw, begint een
+nieuw tijdperk voor den voortgang van de Castilianen in Zuidelijke
+richting, en met de inname van Saragossa in 1118, keerden de kansen
+voor de Arabische overweldigers, die nu verdreven werden naar een klein
+gebied in het Zuiden en het Zuid-westen van het land. Deze
+omstandigheid schijnt echter meer gunstig te zijn geweest voor hun
+gevoel van saamhoorigheid, dan dat het hen heeft vernietigd, en de
+Castilianen moesten nog gedurende vier eeuwen rekening met hen houden,
+totdat bij den val van Granada, <span class="corr" id="xd20e527" title="Bron: Boabdill">Boabdil</span> of Abu-Abdallah, de laatste der
+Moorsche koningen, de sleutels afstond aan Koning Ferdinand van
+Castili&euml;, een laatsten blik wierp op de stad, en naar Afrika voer,
+waar hij strijdend den dood vond.</p>
+<p>In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de
+romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt niet
+verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit wapengekletter.
+Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde van dezen tijd
+is niet alleen de afspiegeling van den geest van een strijdend volk,
+maar zij is tevens een noodzakelijk product, want uit de liederen en
+legenden putten de ridders van Castili&euml; nieuwen moed, strijdlust
+en opgewektheid, en zij werden er door bezield op den dag van den
+strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castili&euml;, zooals in de
+oude ballade, zingen:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Het harnas is mijn eenig kleed,</p>
+<p class="line">En strijd is mij festijn!</p>
+<p class="line">Mijne lamp, de straal van een planeet,</p>
+<p class="line">Mijn wereld .... een woestijn.&laquo;<a class="noteref"
+id="xd20e541src" href="#xd20e541" name="xd20e541src">9</a></p>
+</div>
+<p class="firstpar">Grensgevechten met hun herhaalde verandering van
+tooneel en voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot
+het dolende ridderschap. <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De letterkundige ontwikkeling van het Castiliaansch.</h3>
+<p class="firstpar">Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het
+Castiliaansch inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen
+letterkundig karakter, voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals
+blijken zal bij de behandeling van zijne diverse Romantische vormen.
+Het had niets overgenomen van de letterkundige methoden van het
+Proven&ccedil;aalsch of Catalonisch, echter wel van den geest en den
+uitwendigen vorm daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche
+dichterlijke systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het
+ernstige en krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang
+weerstand te bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de
+oorzaak waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren
+zij het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De
+regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in aanraking
+geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand de
+Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was een
+Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus
+feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer onze
+gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen van
+Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412&ndash;&rsquo;58), dat de
+invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van
+Cataloni&euml;. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt
+bij een zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia
+gehouden, en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen,
+zijn later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd.
+Vier hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar
+beschouwd werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij
+<span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>zulk een wedstrijd te worden gebezigd. Het
+schijnt, dat Valencia, dat in vroegere tijden, wat spraak en kunst
+betreft, zuiver Catalonisch was, van 1470&ndash;1550 een eigen school
+had voor Castiliaansche dichters, die er veel toe hebben bijgedragen,
+het Castiliaansch als volkstaal te bestendigen. Maar de
+Cataloni&euml;rs waren niet van zins, hun taal, als de letterkundige
+taal van Spanje, zonder meer prijs te geven, en zij trachtten haar te
+handhaven door de instelling van een vakopleiding voor Troubadours, en
+door de schoonheden hunner taal hoog te prijzen bij de groote openbare
+zangwedstrijden. Het was te vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen
+een taal, die krachtiger en rijker aan woorden en vormen was, en die
+daarenboven gesteund werd door een politieke macht, die sterker was dan
+de hunne.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De dichtkunst aan de hoven van Castili&euml;.</h3>
+<p class="firstpar">De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige
+taal werd ook zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke
+belangstelling van verscheidene vorsten van Castili&euml;. Alfonso de
+Wijze was zelf een dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand
+en toewijding, waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van
+uitdrukking aanmerkelijk verbeterde.</p>
+<p>Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch
+vertaald, en op zijn aandringen werd een <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span>, zoowel als de
+<span class="letterspaced">Geschiedenis der Eerste Kruistocht</span>,
+geschreven. Hij maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven
+en trachtte in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke
+zinswendingen der Proven&ccedil;alen over te brengen.</p>
+<p>Alfonso XI schreef een <span class="letterspaced">Algemeene
+Kroniek</span> in de vlotte en vloeiende versmaat van de inheemsche
+<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span><span class="letterspaced" lang="es">redondillas</span>, inplaats van de stijve en strakke
+Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in letterkundige
+kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch proza over de
+jachtkunst en over den stamboom van den adel.<a class="noteref" id="xd20e578src" href="#xd20e578" name="xd20e578src">10</a> Zijn
+familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de
+Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza in
+zijn <span class="letterspaced" lang="es">Conde Lucanor</span>, een
+boek van ethische en politieke stelregels, waarvan de strekking
+duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en fabels, ontleend aan de
+geschiedenis en de klassieke literatuur.</p>
+<p>Hoewel Juan II<a class="noteref" id="xd20e589src" href="#xd20e589"
+name="xd20e589src">11</a> een zwak en lui vorst was, was hij toch een
+beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met
+dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste
+Spaansche gedichten.</p>
+<p>Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er de
+Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de
+Proven&ccedil;aalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze
+kunstmatige hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote
+vorderingen op haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der
+Romance geworden, en de Romance zou in Spanje voor een geheele
+generatie van dien tijd de voornaamste letterkundige vorm worden.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De opkomst van de Romance.</h3>
+<p class="firstpar">De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de
+verschillende phasen, die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van
+belangstelling van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had
+mogen verwachten in <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17"
+name="pb17">17</a>]</span>dezen tijd, waarin de kenner met toewijding
+de verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe
+letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen
+van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats
+van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het
+materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid, die
+het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste
+indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling
+verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen, te
+slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten
+wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever
+tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van
+de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den
+lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken
+zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen
+duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige
+voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste
+gevolgtrekkingen.</p>
+<p>Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de
+elfde tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit
+twee kwartieren&mdash;Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste
+is voor het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige
+uitingen waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje,
+dat, zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte,
+totdat de strijd tusschen &rsquo;t zwaard en de kromme sabel was
+uitgevochten. Maar in Frankrijk had Castili&euml; een schitterend
+voorbeeld, dat het volgde op zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven
+werd zoowel door nationalen trots als door politieke noodzakelijkheid.
+<span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p>
+<p>Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In
+het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land van
+de <span class="letterspaced" lang="fr">langue d&rsquo;o&iuml;l</span>,
+ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig was, veel beter in staat,
+goede literatuur voort te brengen dan Castili&euml;, welks voortdurende
+Vendetta met de Mooren, slechts weinig gelegenheid overliet aan het
+intellectueele deel der bevolking, zich aan de letterkunde te wijden,
+eene gelegenheid, waarvan de fijnste geesten echter een ruim gebruik
+maakten. De opkomst van de kaste der reizende dichters in Frankrijk
+voldeed aan de behoefte van het volk naar verhalen, en de <span class="letterspaced" lang="fr">trouv&egrave;res</span> van de twaalfde eeuw
+vonden in den glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds
+vloeiende bron voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang
+vond bij een middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de
+epische po&euml;zie, die zij ontleenden aan de geschiedenis van het
+Carlovingische tijdperk, waren bekend als <span class="letterspaced"
+lang="fr">chansons de gestes</span>, &raquo;zangen van daden&laquo; van
+den grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De
+<span class="letterspaced" lang="fr">trouv&egrave;res</span> zelf
+noemden ze <span class="letterspaced" lang="fr">Mati&egrave;re de
+France</span>, terwijl de verhalen van Koning Arthur aangeduid werden
+als <span class="letterspaced" lang="fr">Mati&egrave;re de
+Bretagne</span>, en die, welke berustten op de klassieke geschiedenis,
+<span class="letterspaced" lang="fr">Mati&egrave;re de Rome</span>
+werden genoemd.</p>
+<p>Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken,
+waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan,
+eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de
+letterkundige autoriteiten.<a class="noteref" id="xd20e630src" href="#xd20e630" name="xd20e630src">12</a></p>
+<p>Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>vorm, na
+dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar
+zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige
+moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft
+de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld uit
+deze werken.</p>
+<p>Deze <span class="letterspaced" lang="fr">chansons</span> waren
+bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der riddersloten, door
+rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of ze aan elkander
+afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan over teedere
+gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk beschreven
+waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in coupletten,
+<span class="letterspaced" lang="fr">laisses</span> of <span class="letterspaced" lang="fr">tirades</span> genoemd, elk bestaande uit
+twintig tot meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen
+onderlingen samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter
+waren de geheele <span class="letterspaced">chansons</span>
+berijmd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Castiliaansche oppositie tegen de Chansons de Gestes.</h3>
+<p class="firstpar">In deze gedichten, die waarschijnlijk
+oorspronkelijk uit het Noorden van Frankrijk kwamen, en zich in den
+loop der tijden naar het Zuiden verspreidden, werd Karel de Groote
+voorgesteld als het bolwerk van het Christendom tegen de Saracenen van
+Spanje. Omringd door zijne paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en
+Willem van Oranje, voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren
+of de &raquo;Saracenen&laquo; (heidenen) van Saksen. Van deze gedichten
+heeft Gautier er 110 gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde
+eeuw stamt. Een aantal van de latere <span class="letterspaced" lang="fr">chansons</span> zijn in het Proven&ccedil;aalsch geschreven, maar
+alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken vorm op te
+sporen, hebben blijkbaar gefaald. <span class="pagenum">[<a id="pb20"
+href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p>
+<p>Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond
+in Castili&euml;. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde
+door Provence en Cataloni&euml;, maar het is niet onmogelijk, dat dit
+het geval was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn
+moeilijken strijd tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een
+literatuur, die zoo voortdurend handelde over de nederlagen van zijn
+aartsvijand. Dit was oorspronkelijk ook het geval, en de <span class="letterspaced" lang="fr">chanson</span> vond dan ook een gunstig
+onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene
+onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castili&euml;
+van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote
+Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard
+tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige
+autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij de
+Baski&euml;rs bekend als <span class="letterspaced" lang="es">Altobiskarko Cantar</span>, of <span class="letterspaced">Lied van
+Altobiskar</span>, dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de
+achterhoede van Karel den Groote niet te danken was aan de Saracenen,
+maar aan de Baski&euml;rs, die gebelgd waren over de doortocht van het
+Frankische leger door hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig
+stuk in het Baskisch, door den Baskischen student Duhalde vertaald uit
+het Fransche gedicht van Fran&ccedil;ois Garay de Montglave (circa
+1833). Een tweede slag van Roncevalles had plaats onder de regeering
+van Lodewijk den Vrome in 824, toen twee Frankische graven, uit Spanje
+komende, weder overvallen werden en verslagen door de Pyreneesche
+bergbewoners. Maar er schijnt nog een vroeger gevecht te zijn geweest
+tusschen Franken en Baski&euml;rs in de Pyrenee&euml;n, onder de
+regeering van Dagobert I (631&ndash;638). De herinnering aan deze
+gevechten schijnt bij de bevolking levendig te zijn gebleven, zoodat de
+Spanjaard <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>den Frank bleef beschouwen als zijn erfvijand.
+Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die Spaansche
+<span class="letterspaced">juglares</span>, die de heldendaden van
+Karel den Groote in Spanje bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte,
+zooveel het hem mogelijk was, de mythische overwinningen van den
+Frankischen keizer te kleineeren.</p>
+<p>Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn
+intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich
+uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het
+patriotisme van de Castilianen, die de <span class="letterspaced">chansons de gestes</span> in hun eigen geest wenschten
+uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk over te nemen, zelf een
+verzameling liederen schiepen. Zij namen als den nationalen held van
+het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen ridder aan, Bernaldo de
+Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder van Castili&euml;, en ter
+wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin hij wordt voorgesteld
+als de strijder, die Roland bij Roncevalles versloeg aan het hoofd van
+een zegevierend leger, dat niet uit Arabieren of Baski&euml;rs, maar
+uit Castilianen was samengesteld.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Cantares de Gesta.</h3>
+<p class="firstpar">Maar al namen de Castilianen den inhoud van de
+<span class="letterspaced" lang="es">chansons</span> niet aan, den vorm
+namen zij w&eacute;l over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en
+de strekking van de <span class="letterspaced" lang="es">chansons</span> schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd nadat zij
+door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester uit het begin
+der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van Aartsbisschop
+Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving voorstellen van
+dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke bedoeling was, aan
+te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan in het geschrift
+sprake was. <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>Vele Franken trokken naar deze heilige plaats,
+onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den geest en de
+metriek van de <span class="letterspaced" lang="es">chansons</span>
+brachten tot de Castiliaansche zangers, zoodat wij later hooren van
+Spaansche <span class="letterspaced" lang="es">Cantares de
+gesta</span>, waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne
+Fransche voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde
+<span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span>, handelende
+over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch held, is in
+vorm en geest het type van een <span class="letterspaced" lang="es">Cantar de gesta</span>, en wij mogen op goede gronden aannemen,
+dat vele van de latere <span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> of balladen over helden als Bernaldo de Carpio,
+Gonzalvo de Cordova en Gayferos, oude <span class="letterspaced" lang="es">cantares</span> zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd.</p>
+<p>Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de <span class="letterspaced" lang="es">Cantares de gesta</span> hun aanzien. In den
+loop der tijden werden zij verdrongen naar marktplaatsen en herbergen.
+Van verscheidene werd de stof verwerkt in kronieken, maar de
+<span class="letterspaced" lang="es">Juglares</span>, die ze nu zongen,
+maakten er, wanneer ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of
+vervormden ze tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van
+een minder beschaafd publiek.<a class="noteref" id="xd20e730src" href="#xd20e730" name="xd20e730src">13</a></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De kronieken.</h3>
+<p class="firstpar">Maar al kunnen wij het meerendeel van de
+<span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> niet meer in hun
+ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude kronieken
+van Spanje. Zoo vertelt de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek
+van Spanje</span> (c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste
+onderzoekingen, mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of
+bewerkingen van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de
+Carpio, Fern&aacute;n <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23"
+name="pb23">23</a>]</span>Gonz&aacute;lez, en de zeven kinderen van
+Lara; zij geeft korte vertellingen over Karel den Groote, terwijl het
+laatste gedeelte de geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en
+dan zelfs verwezen wordt naar de <span class="letterspaced">Cantares</span> als de bron van een of ander relaas.
+Daarenboven zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk
+in hun geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat
+zij hun oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden
+behouden, maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder
+om te werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van
+Bernaldo de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm
+vinden wij ze terug in de <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> of bundels Volkszangen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De balladen.</h3>
+<p class="firstpar">De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het
+onderwerp geweest van een fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt
+ons, er een afzonderlijk hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe
+zij behooren in aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere
+verhalende gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig
+behandelen. Volgens sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum
+dan verzen als de Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze,
+terwijl anderen als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het
+grootste gedeelte der ballades uit een lateren tijd stammen. Het
+schijnt mij toe, dat er waarheid schuilt in beide veronderstellingen,
+en dat het hier zooals dikwijls in de letterkundige zeevaart,
+verstandig is, den middenkoers te houden. Volgens mijne opvatting zijn
+er vier verschillende typen van Spaansche balladen:</p>
+<p>1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen
+tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij er
+al eenige overblijfselen van <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>bezitten, waarschijnlijk
+z&oacute;&oacute; totaal veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst
+gezongen hebben, ze zelf niet meer zouden herkennen;</p>
+<p>2. balladen, die als kronieken uit de <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> zijn overgenomen;</p>
+<p>3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd;</p>
+<p>4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst.</p>
+<p>Ik geloof, dat de balladen of <span class="letterspaced">romanceros</span> weer verdeeld moeten worden in twee
+soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen, zonder
+letterkundige basis, en die, welke eigenlijk <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> of gedeelten uit kronieken
+zijn, die in den loop der tijden een ander uiterlijk hebben gekregen.
+Ik ben met de meeste onderzoekers van de oude Spaansche literatuur van
+meening, dat de <span class="letterspaced">Cantares</span> of Kronieken
+niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar
+ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten
+deze twee soorten niet de meer &raquo;po&euml;tische&laquo; of
+vervalschte balladen, die geschreven werden, nadat de ballade een
+erkende vorm voor proefnemingen op het gebied van bewuste dichtkunst
+was geworden; het is duidelijk, dat deze soort in geen der beide
+klassen kan worden ondergebracht.</p>
+<p>Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van
+vervalsching of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij
+verzameld en uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer
+geen balladen uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan
+ook in veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting
+van zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een
+lied, alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of
+omdat men <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen,
+als wanneer men zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een
+volksgebruik, op grond van het feit, dat deze in onze dagen nog
+gangbaar zijn, tenzij men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen
+bewijzen. Toch schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder
+zijn dan bijv. die van Schotland of Denemarken.</p>
+<p>Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan
+de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen in
+hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de
+romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk
+aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven,
+nl. <span class="letterspaced">Romanceros</span>.<a class="noteref" id="xd20e793src" href="#xd20e793" name="xd20e793src">14</a> Sommige ervan
+zijn eigenlijk slechts in naam romances of <span class="letterspaced"
+lang="fr">Cantares de gesta</span>, doch inderdaad behandelen zij alle
+onderwerpen, die in de <span class="letterspaced">Cantares</span>
+bezongen zijn, of in de Kronieken beschreven, zooals de Cid, Bernaldo
+de Carpio, Graaf Alarcos enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te
+hebben met de latere, werkelijke romance, zooals <span class="letterspaced">Amadis</span>, <span class="letterspaced">Palmerin</span> of <span class="letterspaced">Felixmarte</span>, en wel, omdat in den tijd, toen deze
+in de mode waren, de ballade reeds het eigendom geworden was van het
+volk. Zooals de markies van Santillana (1398&ndash;1458), die zelf een
+verdienstelijk dichter was, opmerkte in een brief, die beroemd is
+geworden om het licht, dat hij werpt op den toestand van de Spaansche
+letterkunde van dien tijd: &raquo;Er zijn verachtelijke dichters, die
+zonder systeem, methode of maat van die liederen en romances maken,
+<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>waarin het gemeene volk behagen schept.&laquo; Zoo
+zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven over
+de Engelsche balladedichters.</p>
+<p>Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de
+arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen
+hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span>, die op schrift waren gebracht.
+Maar als gevolg van de vernietiging der Moorsche staten in Spanje, van
+den toenemenden rijkdom onder de hoogere standen en de uitvinding der
+boekdrukkunst, ontstond een meerdere vraag naar gedrukte boeken, die in
+de behoefte naar ontspanning zouden voorzien. Een groote
+scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd de romantische stof, die als het
+ware versteend en begraven lag in de Kronieken, tot nieuw leven gewekt.
+Voor sommige dezer gedichten was het slechts een kleine stap naar de
+eigenlijke romances. Maar Spanje snakte naar iets nieuws, en in het
+begin der vijftiende eeuw wendden de romancedichters hunne oogen
+opnieuw naar Frankrijk, welks onuitputtelijke bron van geestelijken
+rijkdom hun een overvloed van romantische stof begon te
+verschaffen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De bloeitijd van de Romance.</h3>
+<p class="firstpar">Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten
+over de echte Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van
+Castili&euml; (1407), die zich in zijn <span class="letterspaced">Rimado de Palacio</span> beklaagt over den tijd, dien
+hij verspilde met het lezen van zulk een &raquo;leugenachtig
+prul&laquo; als <span class="letterspaced">Amadis de
+Galli&euml;r</span>. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden,
+maar hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den
+machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen
+geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het
+slaafsch nabootsen van <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27"
+name="pb27">27</a>]</span>het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets
+zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad van
+de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te
+ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde
+en overdaad van bloem en vrucht.</p>
+<p><span class="letterspaced">Amadis</span> werd gevolgd door een lange
+rij van dergelijke verhalen, die de lezer alle in dit boek zal
+ontmoeten. Het wordt algemeen erkend door de critici, te beginnen met
+Cervantes, als de beste en belangrijkste van de Spaansche Romances, en
+het werd vertaald in het Fransch, het Italiaansch en de meeste
+Europeesche talen; zelfs werd er, naar men zegt, een speciale vertaling
+van gemaakt voor Joodsche lezers. Met &eacute;&eacute;n slag had de
+Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke fantasie overwonnen op haar
+eigen terrein. Maar <span class="letterspaced">Amadis</span> was niet,
+zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in
+Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> toe (1490), dat volgens Southey
+geen ridderlijken geest ademt. Onder anderen maken wij hierin kennis
+met Warwick den Konings-maker, die met goed gevolg een inval in
+Engeland door den Koning der Canarische Eilanden afslaat, en ten slotte
+geheel alleen den overrompelaar doodt en zijn krijgsmacht op de vlucht
+jaagt. Maar al vergist Cervantes zich in zijne bibliographie, de
+verklaring van zijn barbier, dat &raquo;<span class="letterspaced">Amadis</span> het beste is van alle boeken, die in deze
+soort geschreven zijn,&laquo; is niet ver van de waarheid.<a class="noteref" id="xd20e848src" href="#xd20e848" name="xd20e848src">15</a>
+Tasso beschouwde het als &raquo;het mooiste en misschien ook het
+leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan lezen.&laquo; Gaf hij
+slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder, zooals men
+wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken? <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span></p>
+<p><span class="letterspaced">Amadis</span> werd gevolgd door een
+menigte van dergelijke gedichten. Door het buitengewone succes bij het
+publiek, ontstond er een heele literatuur van gelijke strekking en
+karakter, zij het ook niet van gelijke waarde. De eerste van deze
+letterkundige voortbrengselen was <span class="letterspaced">Palmerin
+de Oliva</span>, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in Sevilla
+verscheen, en die, evenals de <span class="letterspaced">Amadis</span>,
+weer gevolgd werd door soortgelijke gedichten, zooals <span class="letterspaced">Primale&oacute;n</span>, <span class="letterspaced">Platir</span> en <span class="letterspaced">Palmerin van
+Engeland</span>, misschien wel het beste van deze reeks.</p>
+<p>Men neemt als vaststaand aan, dat <span class="letterspaced">Amadis</span> en <span class="letterspaced">Palmerin</span> van Portugeeschen oorsprong zijn, en ik
+zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier slechts vermelden, dat er
+geen Portugeesch origineel bestaat, noch gedrukt, noch in manuscript.
+Maar deze romances werden z&oacute;&oacute; zuiver Castiliaansch als de
+Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun vreemden oorsprong; en
+Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het volk als voor de critici
+van geheel Europa.</p>
+<p>De <span class="letterspaced">Palmerin</span>-reeks wakkerde slechts
+de hartstocht voor Romantiek aan, en Spanje snakte z&oacute;&oacute;
+naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek voor zijne behoeften,
+dat zij, die trachtten het publiek te voorzien van romantische lectuur,
+nauwelijks in staat waren, een voldoende hoeveelheid ervan te leveren.
+Het natuurlijk gevolg hiervan was een stroom van haastig geschreven
+minderwaardige verhalen. De fantasie, die eerst alleen maar gewaagd
+was, werd nu schaamteloos, en het toppunt werd in dit opzicht bereikt
+in uitingen van een ongezonde verbeelding als <span class="letterspaced">Belianis van Griekenland</span>, <span class="letterspaced">Olivante de Laura</span>, en <span class="letterspaced">Felixmarte van Hyrcania</span>. Maar ofschoon de meeste
+van deze voortbrengselen onzinnig waren en beleedigend voor het
+menschelijk intellect en den goeden smaak, vonden zij toch ontelbare
+<span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>lezers, en alles wijst er op, dat het beroep van
+uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende eeuw
+buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen, die de
+schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de andere
+romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een menigte
+romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die van
+Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische
+geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over
+de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met
+zulk een flauwe kost bezighoudt; &raquo;want&laquo;, zegt hij,
+&raquo;er zijn menschen, die gelooven, dat al die dingen werkelijk
+gebeurd zijn, ofschoon het grootste gedeelte ervan onmogelijk
+is.&laquo; Zoo zou een criticus van onze dagen kunnen spreken over de
+voorkeur van het groote publiek voor de goedkoope romans, of de
+minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen, die in het groot worden
+gefabriceerd door de al te vlugge machines van de
+&raquo;Vernuft-Onderneming&laquo;.</p>
+<p>Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van het
+verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de
+godsdienstige verhalen als <span class="letterspaced">De Hemelsche
+Ridderschap</span>, <span class="letterspaced">De Ridder van de Heldere
+Ster</span>, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche
+figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan
+naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der
+Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar er
+verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van <span class="letterspaced">Amadis</span> en de allerlaatste van zijne waardelooze
+imitaties. Het is niet moeilijk een verklaring te vinden voor de vlugge
+fabricatie en verspreiding van zulk een hoeveelheid goede en slechte
+lectuur. Wanneer wij bedenken, dat Spanje sedert eeuwen het land was
+geweest van de ware ridderlijkheid, <span class="pagenum">[<a id="pb30"
+href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>dat zijn fantasie sterk
+ontwikkeld was in een langdurigen strijd met zijne heidensche vijanden,
+en dat het, in de ridderverhalen, die het nu met zulk een groote
+bewondering las, de afspiegeling vond van zijn eigen hoffelijken en
+heldhaftigen geest&mdash;den fijnstbesnaarden en ridderlijksten geest
+van Europa.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Een mogelijke Moorsche invloed op de Spaansche Romance.</h3>
+<p class="firstpar">Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd
+op leven en dood met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft
+uitgeoefend op de Spaansche romantische verbeelding. Maar was die
+invloed van directen aard, en het gevolg van een voortdurend contact
+met de Mooren, of kwam hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die
+de Saraceen in Spanje achterliet, een betoovering, die nog versterkt
+werd door de wonderen van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat
+bijna geen Spaansche romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als
+een <span class="letterspaced">caballero</span> en een waardig vijand.
+Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in deze lijvige
+boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien lijken in
+gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der verbeelding,
+een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de Turk in de werken
+van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche literatuur op de
+Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig wanbegrip van het
+publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van de Arabische
+letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze in staat waren,
+de Castiliaansche kunst en fantasie te be&iuml;nvloeden.</p>
+<p>De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect
+van een zwervende woestijnbevolking tot <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>een taal, waarvan de
+schoonheid en dichterlijkheid wellicht onge&euml;venaard zijn, is op
+zichzelf belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch
+tijdperk te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in
+Spanje optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering
+opwekken van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid.
+Het ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en
+handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde
+trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen,
+waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk
+een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen
+wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat
+is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van
+hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als
+onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van hare
+fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de Arabieren
+in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne letterkunde
+zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan wel niet afstaan
+van den Castiliaan of den Cataloni&euml;r?</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Arabische dichtkunst.</h3>
+<p class="firstpar">De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog
+een onbeschaafd volk waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig
+voor het bereiken van een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid,
+maar zij bevorderde wel de ontwikkeling van hunne aangeboren
+opmerkingsgave, die hen een schat van synoniemen deed vinden, waardoor
+hunne taal zeer verrijkt werd. De vondst van synoniemen en van mooie en
+treffende vergelijkingen moeten beschouwd worden als de eerste
+voorwaarde voor een bloeiende <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>dichtkunst, en gedurende een eeuw in
+het tijdperk der Moorsche overheersching in het Oosten, zien wij de
+schitterende dynastie van de Abbassiden (circa 750) optreden als
+beschermers van een dichtkunst, die door de rijke Arabische taal zoo
+gemakkelijk tot uiting kwam.</p>
+<p>Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van de
+Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen oefening
+van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste
+voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde
+in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen
+&raquo;marktwaarde&laquo; meer heeft, was toen voor de waarlijk
+ontwikkelde hoogere standen een noodzakelijke levensbehoefte,
+kostbaarder dan de balen zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand,
+of de reukwerken van Syri&euml;, waarvan hunne legenden vol zijn,
+zooals de muren van Aladins paleis overdekt zijn met tooverachtige
+edelsteenen. Maar voor de Arabieren waren woorden inderdaad juweelen.
+Toen Al-Mamoun, de zoon van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden
+dicteerde aan den Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de
+cijns, dien hij van zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling
+manuscripten van de beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den
+heerscher over een volk van dichters waardig!</p>
+<p>Maar het veroverde Spanje was v&oacute;&oacute;r alles de zetel en
+het middelpunt van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova,
+Granada, Sevilla&mdash;ja, eigenlijk alle steden van het Schiereiland,
+die door de Saracenen bezet waren, betwistten elkander den roem van
+hunne scholen en onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere
+centra voor den geleerde en den kunstenaar.</p>
+<p>De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje
+bestonden, maakten Europa, met zijn <span class="pagenum">[<a id="pb33"
+href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>gebrek aan ontwikkeling, te
+schande, en in dien tijd was het veel meer Arabi&euml; dan het
+vervallen Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch
+werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van
+<span class="corr" id="xd20e935" title="Bron: duizende">duizenden</span> Spanjaarden, die in het Zuiden onder
+Moorsche heerschappij leefden. Zelfs werd in het midden der achtste
+eeuw de Heilige Schrift in het Arabisch vertaald voor de talrijke
+Christenen, die geen andere taal kenden. De colleges en universiteiten,
+die door Abderahman en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht
+door een groote menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de
+dichtkunst, ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van
+grooten invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij
+echter dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige
+beschaving, dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken
+heeft aan de Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf.</p>
+<p>De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk
+belangstellen, is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien
+deze gehad heeft op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit
+zeer begaafde volk, dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het
+oogenblik van hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt.
+Haar warme en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met
+de meer stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door
+de Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard,
+vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen was,
+in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere
+gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het andere.
+Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading te kort kan
+doen aan de schoonheid van iets, dat uit <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>zichzelf reeds waarlijk
+schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden, ons gerust
+te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen betreft. Maar
+reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de Arabische literatuur,
+zien wij, dat de dichter werd meegesleept door zijn groote liefde voor
+het onderwerp, dat hij beschreef. In den tuin van den Arabischen
+dichter is elke bloem een juweel, elk stukje grond een kostbaar
+Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het Paradijs, wier
+lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het onderwerp worden
+van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik van synoniemen en
+van den overtreffenden trap, de overdrijving in de uitingen hunner
+liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een strekking en van die
+wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters van het Westen hunne
+tijdgenooten geleerd hebben, filosofische vraagstukken voor zichzelf op
+te lossen&mdash;dat waren de zwakheden van de Arabische zangers. Zij
+stelden een korte spreuk in de plaats van een verhandeling. Zij
+begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts vermaak beoogt, maar ook
+een middel is van groote opvoedkundige waarde.</p>
+<p>De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer te
+hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn
+onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van een
+lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een
+voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was de
+natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden, een
+diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen.</p>
+<p>Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der
+Arabieren een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen.
+Wij kunnen het slechts betreuren, dat hun, door verschillende
+omstandigheden, de gelegenheid <span class="pagenum">[<a id="pb35"
+href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>niet werd geboden, hunne gaven
+in de goede richting te ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen
+der Arabische staten, met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk
+bezochte academies, en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte
+van Centraal-Azi&euml; tot aan de Westelijke havens van de
+Middellandsche Zee, en wij wenden ons dan naar de plaatsen, waar dit
+alles bloeide, dan moet het ons wel zeer aan verbeeldingskracht
+ontbreken, wanneer wij niet onder den indruk komen van het totale
+verval, waaraan deze streken ten prooi zijn geworden. Het groote,
+naijverige en moedige ras, dat deze landen heeft overwonnen en
+beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten verzameld, en de
+onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan zijne voeten, om
+te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de Openbaringen der
+Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk, dat uit de
+woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Waar &eacute;&eacute;ns, in Djamschids fonkelend
+paleis</p>
+<p class="line">De jonge Houri&rsquo;s dansten bij den klank der
+luit,</p>
+<p class="line">Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn;</p>
+<p class="line">En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar
+buit.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Moorsche &raquo;mode&laquo; in de Spaansche Romance.</h3>
+<p class="firstpar">Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte
+van gevoel, vinden wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste
+tot aan het begin der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren
+beslist, zoo nu en dan zelfs hinderlijk, <span class="letterspaced">Europeesch</span>, hetgeen verklaard moest worden uit
+haar oorsprong.<a class="noteref" id="xd20e965src" href="#xd20e965"
+name="xd20e965src">16</a> Maar het schijnt, dat met <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>de
+Castiliaansche bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de
+atmosfeer, die de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed
+uitoefende op den Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben
+omgeven met een stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne
+beschaving, waarvan de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in
+zijn architectuur en andere kunstuitingen, hij zulk een diepe
+bewondering had. Wanneer onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er
+ongeveer in dien tijd een Moorsche &raquo;Mode&laquo; in de Spaansche
+letterkunde zijn opgetreden, zooals er in Engeland een hartstocht
+ontwaakte voor alles wat Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore,
+toen de Engelschen in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was
+voornamelijk pseudo-Saraceensch, niet be&iuml;nvloed door letterkundige
+voorbeelden, en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de
+kunstuitingen dan van het persoonlijk contact met de bevolking. Lang
+v&oacute;&oacute;r de vijftiende eeuw echter, met hare manie voor alles
+wat Moorsch was, had de Arabische geest al ingewerkt op de Spaansche
+letterkunde, zij het ook slechts in geringe mate en onbewust. Wat
+echter de <span class="letterspaced">uiterlijke vormen</span> van de
+Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in
+<span class="corr" id="xd20e976" title="Bron: poesie">po&euml;zie</span>, iets van de Moorsche overgenomen, en
+dit is voornamelijk het geval met de <span class="corr" id="xd20e980"
+title="Bron: assonnanten">assonanten</span>, die de Castiliaansche
+dichtkunst kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de
+gedichten van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren
+schijnen echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar
+hunne behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking
+hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd op
+Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies van
+Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne de
+Fransche rondeau, of <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37"
+name="pb37">37</a>]</span>Dobson de ballade, of zooals droogstoppels
+aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven,
+waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige, de
+onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen taal hun
+biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit alle tijden zich
+hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den grooten stroom van
+Castiliaansche <span class="corr" id="xd20e985" title="Bron: litteratuur">literatuur</span>, dan dergelijke pogingen plegen
+te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige van de
+populaire <span class="letterspaced">Coplas</span>, of coupletten,
+schijnen echter rechtstreeks uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen
+niet te verwonderen is, wanneer wij denken aan het groote aantal
+menschen van gekruist ras, dat in het midden der zeventiende eeuw
+Spanje bewoonde. Het staat ook vast, dat Arabisch de spreektaal was van
+<span class="corr" id="xd20e991" title="Bron: duizende">duizenden</span> Christenen in het zuiden van Spanje.
+Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen tegenstander had in
+het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch even hardnekkig
+bestreed als de Spanjaard het den Moor deed.<a class="noteref" id="xd20e994src" href="#xd20e994" name="xd20e994src">17</a></p>
+<p>Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het Arabisch
+als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van verscheidene
+romances beweren, dat het slechts vertalingen uit het Arabisch
+zijn&mdash;meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars en
+sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden weerlegd.
+Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten wij
+erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden van
+Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek,
+<span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden
+waren echter ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft,
+was de invloed meer &raquo;geestelijk&laquo; dan
+&raquo;materieel.&laquo; Christelijk Spanje had gedurende achthonderd
+jaar de Saracenen van zich af weten te houden en toen het tenslotte
+erin toestemde uit den Saraceenschen beker te drinken, vulde het dien
+met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank, die dezen beker vroeger
+tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen geur en smaak van het
+Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak, maar toch
+onmiskenbaar.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het type van de Spaansche Romance.</h3>
+<p class="firstpar">Het beste type van de Spaansche Romance is dat,
+waarin de geest van het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van
+ridderlijkheid. Het oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer,
+zijn fijn gevoel voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was
+als het ware de smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd
+werden. De eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er
+ruimschoots toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis
+wemelde, te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een
+levendige belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen
+enkel ander land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de
+kenteekenen der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of
+de Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met
+een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te
+overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was
+dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn
+ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte, toen
+hij bemerkte, dat zijn riddermanieren <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>en zijn pantser veranderd
+waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat
+dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme
+gewonnen als het ontgoochelde.</p>
+<p>De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van
+ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht en
+uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken, groote
+hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol
+getrouwen, in Valencia, Mexico, Itali&euml; of Arancani&euml;, de
+fabelachtige daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere
+tijden zond het ijzerland Castili&euml; oorlogsschepen uit, om zijne
+banieren over de onmetelijke zee&euml;n te dragen naar de verst
+verwijderde gedeelten der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven
+in het harnas, omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van
+kwaadwillige toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders
+ontmoetten, die op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield
+hen staande in hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en
+doodsgevaar? Kunnen wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun
+Vaderland hen als met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer
+zij ten strijde trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der
+helden uit de oude romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare
+uit de trompetten van herauten bij een tournooi?</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">En toen wij rustten ons ten strijd,</p>
+<p class="line">Toen zong ons hart van zaligheid,</p>
+<p class="line">Wij hoorden &rsquo;t krijgsgetier.</p>
+<p class="line">Bij &rsquo;t denken aan Orlando&rsquo;s smart</p>
+<p class="line">Aan Felixmarte&rsquo;s ridderhart</p>
+<p class="line">En den dood van Olivier.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e293" href="#xd20e293src" name="xd20e293">1</a></span> De
+<span class="letterspaced" lang="es">Moro latinado</span> of de
+Spaansch sprekende Moor, is een voorname figuur in de latere Spaansche
+geschiedenis.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e313" href="#xd20e313src" name="xd20e313">2</a></span> In Bisschop
+Odoor&rsquo;s testament (747) zien wij het verval van het Spaansche
+Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict van 844 op
+de <span class="letterspaced" lang="es">usitato vocabulo</span> der
+Spanjaarden, hun &raquo;Spreektaal.&laquo; Over het Gothische tijdperk
+zie men P&egrave;re Jules Pailham, in het 4e deel van Cahier en
+Martin&rsquo;s <span class="letterspaced" lang="fr">Nouveaux
+M&eacute;langes d&rsquo;Arch&eacute;ologie d&rsquo;Histoire, et de
+Litt&eacute;rature sur le Moyen Age</span> (1877).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e334" href="#xd20e334src" name="xd20e334">3</a></span> Dit dialect
+was veel meer verwant aan de <span class="letterspaced" lang="la">lingua rustica</span> dan aan het Gothisch, dat grooter invloed
+heeft gehad op de uitspraak en den zinbouw van het Spaansch, dan op de
+woorden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e365" href="#xd20e365src" name="xd20e365">4</a></span> &raquo;Over
+het geheel,&laquo; zegt Professor Saintsbury, &raquo;zijn het gemak,
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e367" href="#xd20e367" name="xd20e367">8n</a>]</span>de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de
+verscheidenheid van vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel
+en van gedachten&laquo; (<span lang="en">Flourishing of Romance and
+Rise of Allegory</span>, p. 308&ndash;369). Hij merkt verder op, dat
+het Proven&ccedil;aalsche vers is een &raquo;uiting van kleine
+kunst.&laquo;&mdash;&raquo;Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden
+uitstekende boven het middelmatige.&laquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e382" href="#xd20e382src" name="xd20e382">5</a></span> Deze was
+getiteld <span class="letterspaced" lang="es">El Arte de Trobar</span>
+en een slecht uittreksel daarvan vindt men in Mayan&rsquo;s
+<span class="letterspaced" lang="es">Origenes de la Langua
+Espa&ntilde;ola</span> (Madrid 1737).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e391" href="#xd20e391src" name="xd20e391">6</a></span> Over
+Proven&ccedil;aalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie men
+Manuel Mila y Fontanal <span class="letterspaced" lang="es">Trovadores
+en Espa&ntilde;a</span> (Barcelona 1887); en E. Baret, <span class="letterspaced" lang="es">Espagne et Provence</span> (1857), een meer
+beknopte verhandeling.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e499" href="#xd20e499src" name="xd20e499">7</a></span> Toch vonden
+zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die streken en het was
+de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte in Spanje
+overheerschend was.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e505" href="#xd20e505src" name="xd20e505">8</a></span>
+Madrid<span class="corr" id="xd20e507" title="Niet in bron">,</span>
+1839.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e541" href="#xd20e541src" name="xd20e541">9</a></span>
+<span class="letterspaced" lang="es">Cancionero de Romances</span>
+(Antwerpen, 1555).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e578" href="#xd20e578src" name="xd20e578">10</a></span> Zie het
+artikel over Alfonso XI in N. Antonio, <span class="letterspaced" lang="la">Bibliotheca Hispana Vetus</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e589" href="#xd20e589src" name="xd20e589">11</a></span> Regeerde
+van 1407 tot 1454.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e630" href="#xd20e630src" name="xd20e630">12</a></span> Gaston
+Paris, <span class="letterspaced" lang="fr">La Litt&eacute;rature
+Fran&ccedil;aise au Moyen Age</span> (Paris 1888) en L&eacute;on
+Gautier, <span class="letterspaced" lang="fr">Les Epop&eacute;es
+Fran&ccedil;aises</span> (Paris 1878&ndash;&rsquo;92), zijn de
+voornaamste kenners van de <span class="letterspaced" lang="fr">Chansons de Gestes</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e730" href="#xd20e730src" name="xd20e730">13</a></span> Zie Manuel
+Milo&rsquo; y Fontanal, <span class="letterspaced" lang="es">Poesia
+her&oacute;ico-populair Castellana</span> (Barcelona, 1874).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e793" href="#xd20e793src" name="xd20e793">14</a></span> Deze naam,
+die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van Poitiers, den eersten
+troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk, dat in de inheemsche
+talen der Romance geschreven was. Later werd hij in Spanje gebruikt als
+equivalent voor <span class="letterspaced">Cantar</span>, en tenslotte
+duidde men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in
+achtlettergrepige assonanten.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e848" href="#xd20e848src" name="xd20e848">15</a></span> Don
+Quixote. Deel I, hoofdstuk VI.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e965" href="#xd20e965src" name="xd20e965">16</a></span> In het
+hoofdstuk, getiteld: &raquo;<a href="#ch11">Moorsche Romances van
+Spanje</a>&laquo;, zal de lezer voorbeelden vinden van romantische
+verhalen van dit volk, waaruit hem de verwantschap met de Spaansche
+romances zal blijken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e994" href="#xd20e994src" name="xd20e994">17</a></span> Zie Dozy,
+<span class="letterspaced" lang="en">History of the Moors in
+Spain</span> (Engelsche vertaling) en <span class="letterspaced" lang="fr">Recherches sur l&rsquo;Histoire politique et litt&eacute;raire de
+l&rsquo;Espagne</span> (1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn
+<span class="letterspaced" lang="es">Glosario de Voces iberias y
+latinas usadas entre los Muz&aacute;rabes</span> (1888); Renan,
+<span class="letterspaced" lang="fr">Averro&euml;s et
+Averro&iuml;sme</span> (<span class="corr" id="xd20e1008" title="Bron: 1886">1866</span>).</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk II. De &raquo;Cantares de Gesta&laquo; en de &raquo;Poema
+del Cid&laquo;.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Als in de hooge koningszaal</p>
+<p class="line">De ridders en jonkvrouwen bij het maal</p>
+<p class="line">Een kostelijk lied verlangen,</p>
+<p class="line">Dan komt des minstreels schoone tijd,</p>
+<p class="line">Hij zingt van ridders en woesten strijd</p>
+<p class="line">En zijn teedere minnezangen.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="xd20e281"><span class="xd20e281init">W</span>ij hebben reeds
+gesproken over den Franschen oorsprong van de <span class="letterspaced">Cantares de Gesta</span>; hun naam reeds verraadt hunne
+Gallische afkomst. Maar wij moeten nog eens duidelijk in het licht
+stellen, dat de <span class="letterspaced">Cantares</span> spoedig hun
+Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche
+kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen
+karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken op wat
+hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk, wat over
+hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt omgetooverd,
+zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast aan zijne
+nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte en Amerika
+het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van de Fransche
+Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen dichtvorm zal hun
+oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de aard van de scheppende
+en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet voorgoed worden
+veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn, wanneer wij in
+Spanje de Fransche <span class="letterspaced" lang="fr">trouv&egrave;res</span> en <span class="letterspaced">jongleurs</span> terugvinden als <span class="letterspaced" lang="es">trovadores</span> en <span class="letterspaced" lang="es">juglares</span>. De <span class="letterspaced"
+lang="es">trovador</span> was de dichter, de schepper; de <span class="letterspaced" lang="es">juglar</span> was slechts de zanger, de
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>voordrager, ofschoon de grenslijn tusschen beiden
+niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde <span class="letterspaced" lang="es">juglares</span> waren ook de makers van de
+<span class="letterspaced">cantares</span>, die zij zongen, terwijl een
+onbeteekenende <span class="letterspaced">trovador</span> soms
+genoodzaakt was, de liederen van anderen te zingen. Instrumentalisten
+of begeleiders waren bekend onder den naam van <span class="letterspaced" lang="es">juglares de p&eacute;&ntilde;ola</span>, ter
+onderscheiding van de voordragers of zangers, de <span class="letterspaced" lang="es">juglares de boca</span>.</p>
+<div class="figure xd20e1102width"><img src="images/p040.jpg" alt="Een &raquo;Troubadour&laquo; van het oude Spanje." width="506" height="720">
+<p class="figureHead">Een &raquo;Troubadour&laquo; van het oude
+Spanje.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De zangers van het oude Spanje.</h3>
+<p class="firstpar">Met het optreden van den <span class="letterspaced">juglar</span> werd er afstand gedaan van den
+<span class="letterspaced">Cantar</span>, want hij pleegde hem te
+veranderen en te besnoeien, langer of korter te maken, naar zijn gevoel
+voor de behoeften en den smaak zijner toehoorders het hem ingaf.
+Menigmaal trachtte hij den <span class="letterspaced">Cantar</span> te
+gieten in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten
+goede kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een
+instrumentalist, maar door een <span class="letterspaced">remendador</span> of gebarenspeler, die zijn verhaal
+door een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren
+berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij leefden
+meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een beker wijn was
+hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog niet bezoedeld door
+den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal naar feestzaal, van
+kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun zending&mdash;het
+verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Gij lang gestorven broeders van de minnezangen,</p>
+<p class="line">Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt
+ontvangen,</p>
+<p class="line">Gij leeft nog voort in &rsquo;t hedendaagsche lied!</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend.
+Met het toenemen van den smaak voor de <span class="letterspaced">cantares</span>, werden de <span class="letterspaced">trovadores</span> en hunne trawanten, zooals
+<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de
+genietingen van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering,
+dat de uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van
+den kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, &raquo;te
+bezoedelen met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den
+dichter.&laquo;</p>
+<p>Deze &raquo;geesten uit hooger sfeer&laquo; versmaadden helaas de
+goede gaven niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den
+<span class="letterspaced">trovador</span> met hunne gunsten, vleiden
+hem, door zijn kunst en zijn leven na te bootsen, en voegden zichzelf
+bij hun gilde. Weinig menschen van geest zijn z&oacute;&oacute;
+geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid en heerschzucht
+volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt dichterlijke
+aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als militaire
+blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij waren door
+vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne
+onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte en
+zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte, zelfs
+in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het publiek
+kreeg genoeg van die eeuwige <span class="letterspaced">cantares</span>
+en het getokkel op &eacute;&eacute;n snaar. Het werd meer en meer
+gebruikelijk romances te lezen, inplaats van ernaar te luisteren, en
+z&oacute;&oacute; kwam het voor, dat de <span class="letterspaced">juglares</span> langs de heirwegen van Spanje trokken en
+op de hoeken der straten hunne liederen voordroegen in een toestand van
+verarming, die vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere
+gebrekkige, maar toch eervolle omstandigheden.</p>
+<p>Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven, in
+tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk kan
+vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons een
+duidelijk beeld <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger
+aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan &eacute;&eacute;n
+ervan te danken aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de
+oude Kronieken van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van
+letterkundig balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de
+<span class="letterspaced">cantar</span> van Bernaldo de Carpio werd
+ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span>, die in 1260 door
+Koning Alfonso den Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal
+kunnen vinden in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De
+dichterkoning verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft
+gegrond op &raquo;Oude balladen&laquo; en in den geest, zoowel als den
+vorm van zijn verhaal van den legendarischen held kunnen wij den
+invloed van den <span class="letterspaced">cantar</span> duidelijk
+waarnemen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De geschiedenis van Bernaldo de Carpio.</h3>
+<p class="firstpar">Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken
+leeftijd bereikt had, was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend
+met de omstandigheid, dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn
+moeder was een zuster van Don Alfonso van Castili&euml; en was in het
+geheim gehuwd met den dapperen en edelen Graaf de Sandras de
+Salda&ntilde;a. Koning Alfonso, diep beleedigd dat zijn zuster iemand
+gehuwd had, die zoo zeer haar mindere in rang was, wierp den graaf in
+de gevangenis, waar hij hem van het gezicht liet berooven, en sloot de
+prinses in een klooster op. Hun zoon Bernaldo voedde hij echter zeer
+zorgvuldig op. Toen hij nog een jongeling was, bewees hij zijn oom
+belangrijke diensten, maar toen hij vernam, dat zijn vader in de
+gevangenis zuchtte, maakte een diepe zwaarmoedigheid zich van hem
+meester, en hij stelde geen prijs meer op de dingen, die vroeger zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van zich
+bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren rouw,
+en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem, zijn
+vader de vrijheid terug te geven.</p>
+<p>Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was
+met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat
+voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde
+voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard,
+z&oacute;&oacute; verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit
+het veld geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te
+helpen door een barsch antwoord, zeide hij streng: &raquo;Bernaldo, als
+gij mij lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer
+u, dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal
+verlaten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Sire&laquo;, antwoordde Bernaldo, &raquo;gij zijt mijn Koning
+en kunt doen, wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere
+gedachten moge brengen.&laquo;</p>
+<p>Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde
+hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem zou
+opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus, en
+weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van
+Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel van
+Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder het
+voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw had van
+zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten, verzamelde
+zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap met de
+Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd bij
+Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden,
+voornamelijk door <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45"
+name="pb45">45</a>]</span>de behendigheid van Bernaldo, die met eigen
+hand den beroemden ridder Roland doodde.</p>
+<p>Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te
+beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit &rsquo;s Konings handen
+ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde de
+koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond hij een
+voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte Bernaldo,
+bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en zijn
+verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de
+populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een
+laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader in
+vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het groote
+kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem
+oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem
+dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke
+Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden.</p>
+<p>&raquo;Daar komt uw vader, Bernaldo&laquo;, zeide hij spottend,
+&raquo;omhels hem.&laquo;</p>
+<p>Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand.
+Maar toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep
+hij, dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo
+luid te schreien en te jammeren, zeggende: &raquo;Helaas, Graaf Sandas,
+ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand
+z&oacute;&oacute; verlaten als ik; want nu gij dood zijt, en mijn
+kasteel is weg, weet ik niet, wat ik beginnen moet!&laquo; Sommige
+<span class="letterspaced">Cantares de Gesta</span> vermelden, dat de
+koning toen zeide: &raquo;Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele
+woorden, en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te
+verlaten.&laquo;</p>
+<p>Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>dezen
+genadeslag, wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van
+dien dag af werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien,
+noch werd de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord.
+Ongelukkig en wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam
+leeft in de balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een
+dapper ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en
+wraakgierig Koning, groot onrecht is aangedaan.</p>
+<p>Ofschoon de <span class="letterspaced">Cantares</span> van
+Fern&aacute;n Gonz&aacute;lez en de Kinderen van Lara ook in de
+kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven, deze in
+het <a href="#ch9">hoofdstuk over de ballades</a> te behandelen, daar
+zij in dien vorm het meest bekend zijn.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De &raquo;Poema del Cid&laquo;.</h3>
+<p class="firstpar">Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste
+van de <span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> is de
+beroemde <span class="letterspaced">Poema del Cid</span>, die nog
+steeds zoo genoemd wordt, ondanks alles wat wij van den
+oorspronkelijken vorm weten. Dat het een <span class="letterspaced">Cantar</span> is, moet iedereen duidelijk zijn, die
+eenigszins bekend is met de Fransche <span class="letterspaced">Chansons de gestes</span>. Zooals zoovelen der
+<span class="letterspaced">Chansons</span>-helden wordt de Cid het
+slachtoffer van de ondankbaarheid zijns Konings, en wordt hij later
+weder in genade aangenomen. Wij ontmoeten in het gedicht voortdurend
+den gebruikelijken zinsbouw van de <span class="letterspaced">Chansons</span>, en ook de atmosfeer van blufferige
+heldhaftigheid versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat.
+Er zijn ook duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de <span class="letterspaced">Poema</span>, de <span class="letterspaced">Chanson de
+Roland</span> had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet
+beweren, dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat
+pleegde ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er
+bestaat overeenkomst tusschen <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>verschillende kleinere
+gebeurtenissen, hetgeen echter volkomen wordt goedgemaakt door de
+oorspronkelijke en bezielende wijze, waarop het onderwerp behandeld is.
+De gedachte en de vorm zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen
+Franschen invloed, behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde
+uitdrukkingen, die de <span class="letterspaced">clich&eacute;s</span>
+zijn van het middeleeuwsche heldengedicht.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het eenige manuscript.</h3>
+<p class="firstpar">Er is slechts &eacute;&eacute;n manuscript bekend
+van de <span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span>, het
+handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in het
+laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke
+bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden,
+dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de
+geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het
+in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt
+MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan,
+daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt, met
+opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245 (1207
+Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de juiste
+datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht zelf
+dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van de
+12<sup>e</sup> en het midden van de 13<sup>e</sup> eeuw.</p>
+<p>Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand.
+Het begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het
+midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame hand.
+Sanchez verklaart in zijn <span class="letterspaced" lang="es">Poesias
+Castellanas anteriores al Siglio XV</span> (1779&ndash;&rsquo;90), dat
+hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596 gemaakt is en waaruit
+blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde onvolkomenheden
+vertoonde als nu. <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48"
+name="pb48">48</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De schrijver onbekend.</h3>
+<p class="firstpar">De persoonlijkheid van den schrijver van de
+<span class="letterspaced" lang="es">Poema del Cid</span> zal
+waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een
+priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het
+een beroeps-<span class="letterspaced">trovador</span> was. In
+Frankrijk waren de <span class="letterspaced" lang="fr">trouv&egrave;res</span> en niet de geestelijken de scheppers van
+dergelijke gedichten, waarom zouden de <span class="letterspaced">trovadores</span> het dan niet in Spanje zijn?<a class="noteref" id="xd20e1272src" href="#xd20e1272" name="xd20e1272src">1</a></p>
+<p>Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de
+gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk;
+waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste
+maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van
+verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen,
+heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo,
+en een monnik was uit het klooster Carde&ntilde;a, in de nabijheid van
+Burgos; maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit
+het gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker
+<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>dan het vermoeden, dat hij een Asturi&euml;r zou
+zijn, omdat hij den tweeklank <span class="letterspaced">ue</span> niet
+gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen, dat hij in elk
+geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn heftigen
+politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat daarbij
+behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copi&iuml;st was, blijkt
+duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij hem
+het behoud van de <span class="letterspaced">Poema</span> te danken
+hebben, wordt onze dankbaarheid wel zeer getemperd door onze
+ontstemming over de wijze, waarop hij zijn taak volbracht. Want de
+copie staat vol noodelooze herhalingen, hij schrijft dikwijls twee
+regels door elkaar, en plaatst zoo nu en dan zelfs den inhoud van den
+&eacute;&eacute;nen regel op den anderen, in zijn haast, om van zijn
+werk af te zijn.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Andere Cantares van den Cid.</h3>
+<p class="firstpar">Dat er ook andere <span class="letterspaced">Cantares</span> zijn, die van den Cid verhalen, weten
+wij door de onderzoekingen van Se&ntilde;or Don Ram&oacute;n
+Men&eacute;ndez Pidal, die bewezen heeft, dat &eacute;&eacute;n ervan
+is opgenomen in de oudste uitgave van de Cr&oacute;nica General,
+waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard zijn gebleven, dateerende uit
+verschillende tijdperken. Wij weten nu ook, dat het gedeelte, waarvan
+hier sprake is, niet zooals men vroeger meende, afkomstig is van de
+<span class="letterspaced">Poema</span> zooals wij die kennen. De
+gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Cr&oacute;nica
+zijn ook overgenomen uit een anderen <span class="letterspaced">Cantar</span> van den vereerden held, bekend als de
+Cr&oacute;nica Rim&aacute;da, of <span class="letterspaced">Cantar de
+Rodrigo</span>, dat waarschijnlijk het werk was van een juglar uit
+Palencia, en blijkbaar een mengelmoes van verschillende verloren
+<span class="letterspaced">Cantares</span> over den Cid, zoowel als van
+andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span>dateert
+echter uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat
+er verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van
+Spanje in zijn opgenomen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De maat van de &raquo;Poema del Cid&laquo;.</h3>
+<p class="firstpar">Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht,
+zooals dit met alle Cantares het geval was, geschreven is om in het
+openbaar te worden voorgedragen. De uitdrukking &raquo;O
+Se&ntilde;ores,&laquo; die wij telkens ontmoeten, heeft dezelfde
+bedoeling als het &raquo;Listen lordings,&laquo; dat zoo veelvuldig in
+de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht te
+trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een
+middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is bijna
+even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is
+voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige
+regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen, terwijl
+andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de
+onoplettendheid of de haast van den copi&iuml;st. Het komt mij voor,
+dat de <span class="letterspaced">Poema</span>, ofschoon in veel van de
+beste gedeelten van groote waarde, toch eenigszins overschat is, en ik
+verdenk menig Engelsch criticus, die zoo uitbundig de
+voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan, het nooit in zijn
+geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn buitengewoon
+onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij, die ons
+herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer de
+oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott wekt
+(de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend) en een
+machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in een waar
+Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het breken der
+Castiliaansche speren op de Moorsche <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>schilden, dan worden wij
+herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne&rsquo;s <span class="letterspaced">Erechtheus</span>:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Met een aardschok van botsend geweld,</p>
+<p class="line xd20e1352">en met hoeven, bloeddruipend en rood,</p>
+<p class="line">Grijpt de woedende krijg naar de zeis</p>
+<p class="line xd20e1352">en zijn voet brengt den vlammenden
+dood.&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar de waarde der muziek van de <span class="letterspaced">Poema</span> is niet uitsluitend gelegen in
+luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed vuriger
+door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect niet alleen
+door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit met den
+Engelschen dichter het geval is.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Begin van het gedicht.</h3>
+<p class="firstpar">Het begin van de <span class="letterspaced">Poema
+del Cid</span>, zooals wij dat bezitten, is treffend en dramatisch
+genoeg, om ons te troosten over het verlies van het oorspronkelijke
+begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het verraad van de
+Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een koninklijk
+bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088), rijdt
+ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een vrij
+nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Hij wendt den blik nog eens naar &rsquo;t huis, en
+tranen stroomen neer,</p>
+<p class="line">De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar
+nauwlijks meer.</p>
+<p class="line">Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door
+de hal,</p>
+<p class="line">Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in
+den stal.</p>
+<p class="line">Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn
+hand;</p>
+<p class="line">Een ridderlijke bedelaar...., z&oacute;&oacute; trekt
+hij uit zijn land,</p>
+<p class="line">Hij zucht, zooals een strijder zucht: &raquo;U Heer,
+zij lof en prijs!</p>
+<p class="line">Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig
+gunstbewijs.</p>
+<p class="line">De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij
+terneer,</p>
+<p class="line">Maar &eacute;&eacute;nmaal komt de dag, dat Gij mij
+wreken zult, o Heer!&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span></p>
+<p class="line">Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit
+Bivar&rsquo;s poort.</p>
+<p class="line">Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel
+voort.</p>
+<p class="line">En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik:</p>
+<p class="line">&raquo;Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als
+ik!&laquo;</p>
+<p class="line">Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de
+straat;</p>
+<p class="line">Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef
+gelaat.</p>
+<p class="line">&raquo;Daar gaat,&laquo; zoo zuchtte menig hart,
+&raquo;een goed en trouw vasal,</p>
+<p class="line">Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten
+val.</p>
+<p class="line">En zeker had hem menig dak beschut dien droeven
+nacht,</p>
+<p class="line">Als Burgos&rsquo; volk niet had gevreesd des Konings
+sterke macht;</p>
+<p class="line">Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het
+gansche land:</p>
+<p class="line">&raquo;Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis
+wordt platgebrand.&laquo;</p>
+<p class="line">Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men
+den blik....</p>
+<p class="line">Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder
+Roderick.</p>
+<p class="line">Bij &rsquo;t huis, waar hij te wonen placht, daar
+sprong hij van zijn ros:</p>
+<p class="line">&raquo;Uw meester staat hier voor de poort, maak slot
+en grendels los!&laquo;</p>
+<p class="line">Maar uit een venster sprak de maagd, die &rsquo;t slot
+voor hem bewaart:</p>
+<p class="line">&raquo;O Heer, die eens in beter tijd hanteerde
+&rsquo;t roemrijk zwaard,</p>
+<p class="line">Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door
+zijn hand,</p>
+<p class="line">Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit &rsquo;t
+Spaansche land.</p>
+<p class="line">Wie onzer, zij het slechts <span class="corr" id="xd20e1437" title="Bron: &ecirc;&eacute;n">&eacute;&eacute;n</span>
+nacht, een schuilplaats U mocht bi&ecirc;n,</p>
+<p class="line">Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht
+zien.</p>
+<p class="line">Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U
+bij;</p>
+<p class="line">Voor U geen rust in &rsquo;t Vaderland, want gij zijt
+vogelvrij.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen
+plaats konden vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig
+naar de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten
+opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez
+Antolinez zich bij hen, &eacute;&eacute;n van de vroegere vasallen van
+den Cid, die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en
+hem trachtte te troosten. De Cid bezat geen <span class="letterspaced"
+lang="es">maravedi</span> en wist niet, hoe hij zijne mannen van
+voedsel en wapenen <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53"
+name="pb53">53</a>]</span>moest voorzien. Maar hij en Antolinez
+bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het noodige voor den
+krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten, bedekten deze met
+rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers, zoodat zij er zeer
+kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met rivierzand, en sloten
+ze stevig dicht.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Geld leenen in de elfde eeuw.</h3>
+<p class="firstpar">&raquo;Martinez Antolinez&laquo;, zeide de Cid,
+&raquo;gij zijt een eerlijk man en een trouw vasal. Ga naar de Joden
+Raquel en Vidas, en vertel hun, dat ik vele kostbaarheden bij mij heb,
+die ik hun in bewaring wil geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te
+nemen. Geef hun deze kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven.
+Ik roep God en al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik
+tot het uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij
+vertrouwen.&laquo; Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending,
+zocht de Joden Raquel en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren,
+hun rijkdom en hun winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een
+groote schatting had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat
+hij hun die in bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke
+som daarop wilden leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten
+gedurende een vol jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en
+stemden er in toe, de kisten te verbergen en gedurende minstens een
+jaar den inhoud niet te onderzoeken. &raquo;Maar zeg ons eens&laquo;,
+zeiden zij, &raquo;met hoeveel is de Cid tevreden en welke interest wil
+hij ons voor dat jaar geven?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den
+Cid, om hulp&laquo;, zeide Antolinez; &raquo;hij heeft minstens
+zeshonderd Marken noodig.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wij willen hem die som met genoegen geven&laquo;, zeiden
+Raquel en Vidas, &raquo;want de schat van zulk een machtig <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>heer als
+de Cid, kan niet anders dan onmetelijk groot zijn.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Haast u dan&laquo;, zeide Antolinez, &raquo;want de nacht
+nadert en mijn meester, de Cid, is door een vonnis gedwongen,
+Castili&euml; oogenblikkelijk te verlaten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Neen&laquo;, zeiden de Joden naar den aard van hun ras,
+&raquo;dat is geen zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen.&laquo;
+Zij verzochten dus te worden gebracht naar de plaats, waar de Cid
+kampeerde, en nadat zij hem begroet hadden, betaalden zij hem de
+afgesproken som. Zij waren verbaasd en verrukt over de zwaarte der
+kisten, en vertrokken hoogst voldaan, nadat zij Antolinez nog een
+commissieloon van 30 gouden Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat
+hij in de zaak gehad had.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Donna Ximena.</h3>
+<p class="firstpar">Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp
+op, en galoppeerde door den nacht naar het klooster San Pedro de
+Carde&ntilde;a, waar zijn vrouw, Donna Ximena, met zijn beide jeugdige
+dochters vertoefden. Hij vond haar verzonken in gebed voor zijn
+welzijn, en zij ontvingen hem met de hartelijkste betuigingen van
+vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en deelde hem mede, dat hij op het
+punt stond op avontuur uit te trekken naar het land van de Mooren, en
+hij overhandigde hem een som, die toereikend was voor het onderhoud van
+Donna Ximena en hare dochters tot aan zijn terugkomst en hij voegde
+daarbij nog een milde gift ten behoeve van het klooster.</p>
+<p>Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het
+geheele land verspreid en z&oacute;&oacute; groot was de roem van zijn
+dapperheid, dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren
+schaarden. Toen hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug
+van Arlanzon, was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem
+wenschten te volgen op zijn avontuurlijke <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>tocht. Het afscheid van
+zijn vrouw en dochters is treffend geteekend:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de
+hand,</p>
+<p class="line">Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn
+land.</p>
+<p class="line">En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van
+rouw,</p>
+<p class="line">Bij d&rsquo;aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn
+kinderen en vrouw.</p>
+<p class="line">Totdat Minaya eind&rsquo;lijk riep, zijn metgezel en
+vriend:</p>
+<p class="line">&raquo;De droefheid is geen passend kleed voor wie de
+wapens dient,</p>
+<p class="line">Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig
+uur,</p>
+<p class="line">Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar
+avontuur.</p>
+<p class="line">Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen
+zaligheid!</p>
+<p class="line">Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van
+den strijd!<span class="corr" id="xd20e1500" title="Niet in bron">&laquo;</span></p>
+</div>
+<p class="firstpar">Toen gaven zij hunne paarden de sporen en
+galoppeerden naar de grenzen van Christelijk Spanje en staken op
+vlotten de rivier Duero over, waarna zij op Moorschen bodem stonden.
+Ver in het Westen konden zij de sierlijke Minaretten van de
+Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende in de middagzon, een
+zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden veroveren in het land der
+heidenen. In Higeruela schaarden zich nog meer dappere strijders onder
+de banieren van den Cid, grensbewoners, voor wie een rooftocht een
+feest was, en het breken van speren de schoonste muziek. Toen de Cid
+dien nacht sliep, droomde hij, dat de Aartsengel Gabriel hem verscheen,
+en tot hem zeide: &raquo;Stijg op, o Cid Campeador, stijg op en rijd
+heen; uw zaak is rechtvaardig; zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij
+onderneemt, u gelukken.&laquo;</p>
+<div class="figure xd20e1504width"><img src="images/p056.jpg" alt="De Cid in den strijd." width="501" height="720">
+<p class="figureHead">De Cid in den strijd.</p>
+</div>
+<p>Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen.
+Hij lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Fa&ntilde;ez en andere ridders
+een rooftocht ondernamen naar Alcal&aacute;. In hun afwezigheid
+bemerkte de Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche
+stad, de plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de
+poorten te sluiten. Hij en zijne mannen deden een <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>aanval
+op de poorten, doodden de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen
+de stad zonder veel strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de
+schat van goud en zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen
+vonden. Maar zij waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer
+tot dienaren dan tot slaven maakten.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De inneming van Alcocer.</h3>
+<p class="firstpar">Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid
+en zijne volgelingen door de Vallei van Henares langs Alhamia naar
+Bubierca en Ateca, en daar hij in een onbekend land was, omringd door
+een menigte vijanden, nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke
+Saraceensche stad Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed
+bewaakt en hij zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde
+heendringen, het door krijgslist moest gebeuren en niet alleen door
+vechten. Daarom riep hij op een morgen, nadat hij gedurende vijftien
+weken Alcocer belegerd had, zijne manschappen terug, alsof hij zijne
+nuttelooze pogingen opgaf, en hij liet maar &eacute;&eacute;n tent
+achter.</p>
+<p>Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne
+begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden,
+liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en
+zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de
+stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren
+en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte hem
+niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te halen.
+De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen op de
+dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De
+ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten
+<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>in alle richtingen en spoedig was de vlakte
+overdekt met in het wit gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met
+enkele vertrouwde volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de
+Spanjaarden Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte
+was, behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem
+overgaven, barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen,
+en wij zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden.
+Laat ons liever hen tot onze dienaren maken.</p>
+<p>De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer
+verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij
+berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo
+Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te
+plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning
+Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond
+een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador
+tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den
+Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen,
+opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de
+komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen
+op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de
+geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op
+hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden
+dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht, dat
+zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem, ten
+strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was bekend
+met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te willigen.
+Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar de Cid
+wist te goed, dat het dwaasheid <span class="pagenum">[<a id="pb58"
+href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>zou zijn, met zijne driehonderd
+man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen,
+en hij wachtte dus zijn tijd af.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De strijd met den Moorschen koning.</h3>
+<p class="firstpar">Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer
+van Alcocer af te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid
+begreep, dat zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig
+maakte. Alvarez Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals
+een strijdros, wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een
+krachtigen uitval, en de Cid, die den moed van zijne mannen kende,
+stemde toe. Eerst zond hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde
+de versterkingen. Hij liet slechts twee mannen achter om de poort te
+bewaken, stelde zijne troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten
+rijen en in volkomen slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten
+aan den dichter.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme
+zwaard,</p>
+<p class="line">Hoor &rsquo;t schetterend trompetgeschal en &rsquo;t
+dreunen van de aard!</p>
+<p class="line">Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest
+gebaar,</p>
+<p class="line">En om elk vaandel legert zich een zwarte
+heidenschaar;</p>
+<p class="line">Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand
+aan,</p>
+<p class="line">En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te
+slaan.</p>
+<p class="line">&raquo;Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij
+ridders,&laquo; roept de Cid,</p>
+<p class="line">&raquo;En sluit de rijen, want de aard&rsquo; zag nog
+zoo&rsquo;n aanval niet.&laquo;</p>
+<p class="line">Maar &rsquo;t vurig hart van Bermuez sprong op bij
+&rsquo;t tromgeluid:</p>
+<p class="line">&raquo;Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat
+nooit!&laquo; zoo riep hij uit.</p>
+<p class="line">&raquo;Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij
+in den strijd!</p>
+<p class="line">Op, Ridders, tegen &rsquo;t heidendom, voor Spanje en
+Christenheid!&laquo;</p>
+<p class="line">&raquo;Blijf kameraad,&laquo; zoo sprak de Cid, maar
+Pedro schudde &rsquo;t hoofd,</p>
+<p class="line">En sprak: &raquo;Hij volg&rsquo; mij trouw, die in de
+heil&rsquo;ge zaak gelooft.&laquo;</p>
+<p class="line">Fier hief de ridder zich in &rsquo;t za&acirc;l, en
+liet de teugels los,</p>
+<p class="line">De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros.</p>
+<p class="line">En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten
+doet,</p>
+<p class="line">Zoo wierp de held zich in die zee, den
+Saracenenvloed;</p>
+<p class="line">En onbewogen als een rots, die in de branding staat,
+<span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span></p>
+<p class="line">Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter
+slaat,</p>
+<p class="line">Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen
+doet</p>
+<p class="line">Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken
+moed.</p>
+<p class="line">&raquo;Ter hulpe!&laquo; roept de eedle Cid, &raquo;op!
+voor het heilig kruis!</p>
+<p class="line">Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch
+gespuis!&laquo;</p>
+<p class="line">Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten
+losgemaakt,</p>
+<p class="line">Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn
+kluisters slaakt,</p>
+<p class="line">N&ograve;g feller dan de vurigheid van &rsquo;t
+ongebreideld ros,</p>
+<p class="line">Zoo barst de woede van Castille op den vijand los.</p>
+<p class="line">&raquo;Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden
+aan,</p>
+<p class="line">En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd
+weerstaan!&laquo;</p>
+<p class="line">Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op
+bevel,</p>
+<p class="line">Driehonderd heid&rsquo;nen liggen neer, een vlug en
+dood&rsquo;lijk spel,</p>
+<p class="line">De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer;</p>
+<p class="line">Ontelb&rsquo;re schilden liggen dan in &rsquo;t zand
+versplinterd neer.</p>
+<p class="line">Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in &rsquo;t bloed nu
+van den Moor,</p>
+<p class="line">Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte
+door.</p>
+<p class="line">Gelijk de bliksem &rsquo;t luchtruim klieft, zoo
+schittert in de hand</p>
+<p class="line">Van Roderick het scherpe zwaard; en m&egrave;t hem
+houden stand</p>
+<p class="line">Alvarez Fannez, Gustior, en enk&rsquo;le trouwen
+meer.</p>
+<p class="line">Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer</p>
+<p class="line">Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen
+held!</p>
+<p class="line">Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp
+gesneld,</p>
+<p class="line">Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den
+dood,</p>
+<p class="line">Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg
+bood.</p>
+<p class="line">Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste
+hand,</p>
+<p class="line">Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt
+in &rsquo;t zand.</p>
+<p class="line">&raquo;Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog
+dreigt gevaar,</p>
+<p class="line">De phalanx van den vijand staat nog ongebroken
+daar.&laquo;</p>
+<p class="line">Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en
+dood,</p>
+<p class="line">Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de
+aarde rood.</p>
+<p class="line">De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild
+met kracht,</p>
+<p class="line">De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de
+macht.</p>
+<p class="line">De moedige Antolinea valt dan op Galve aan;</p>
+<p class="line">Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te
+staan.</p>
+<p class="line">Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den
+smaad,</p>
+<p class="line">Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed
+gelaat.</p>
+<p class="line">Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen
+strijd,</p>
+<p class="line">Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen
+tijd.</p>
+<p class="line">Geen waardiger en trotscher strijd bezong een
+heldenlied:</p>
+<p class="line">Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle
+Cid!</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p>
+<p>Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was
+volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man
+verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een
+schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij
+hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik
+was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer
+verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castili&euml;,
+zond hij Alvarez Fa&ntilde;ez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof
+met dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden.</p>
+<p>Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins,
+den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag,
+dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden,
+onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den
+losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor
+drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de
+Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden
+van het district Mont&rsquo;real. Hij maakte alle Moorsche steden in
+den omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw
+kamp.</p>
+<p>Intusschen was Alvarez Fa&ntilde;ez naar het Hof gereisd, en had den
+Koning de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten
+geschenke aangeboden. &raquo;Nog is het geen tijd om den Cid weder in
+genade aan te nemen&laquo;, zeide Alfonso; &raquo;maar daar deze
+paarden van de ongeloovigen komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen.
+Ik schenk u vergiffenis, Alvarez Fa&ntilde;ez, en hef uw ballingschap
+op. Wat den Cid betreft, ik kan niet anders zeggen, dan dat, wanneer
+een dapper strijder zich onder zijn banier wil scharen, ik hem dat niet
+zal beletten. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De oorlog met Raymond Berenger.</h3>
+<p class="firstpar">De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger,
+een trotsch en aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid
+in een gebied, z&oacute;&oacute; dicht bij het zijne gelegen, als een
+persoonlijke beleediging, en in groote woede verzamelde hij al zijne
+manschappen, Mooren zoowel als Christenen, en maakte zich op, om den
+Cid te verdrijven uit de streek, die hij schatplichtig had gemaakt.
+Toen de Campeador hoorde, dat dit leger in aantocht was, zond hij een
+afgezant naar Graaf Raymond, om hem de verzekering te geven van zijne
+vredelievende bedoelingen ten opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat
+zijn persoonlijke waardigheid beleedigd was, en hij weigerde den
+boodschapper te ontvangen.</p>
+<p>Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van
+Mont&rsquo;real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren
+geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat
+hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die
+de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende
+Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd
+zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische
+krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige
+huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den
+Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want
+de ridders van Castili&euml;, geschoold in een voortdurend
+oorlogvoeren, hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid
+zelf viel Graaf Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada
+af te staan, dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere
+oorlogsdaden van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de
+overlevering vertelt, dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche
+Excalibur, wordt nog getoond <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>in de Armeria te Madrid, en alle
+geloovige bewonderaars van ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat
+dit het zwaard is, dat de Campeador op den trotschen Berenger
+veroverde; zelfs de zekerheid, dat het gevest uit de vijftiende eeuw
+dateert, brengt dit geloof niet aan &rsquo;t wankelen.</p>
+<p>De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal
+zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht, om
+de blijde gebeurtenis te vieren.</p>
+<p>De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze
+uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit de
+hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust
+benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem
+weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood met
+hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben gedronken.
+Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel, en op den
+derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in vrijheid zou
+worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit was teveel
+voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek te zijn dan
+zijn tegenstand. &raquo;Groote Goden!&laquo; roept de dichter uit,
+&raquo;met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo
+vlug, dat de Cid de bewegingen niet kon volgen.&laquo; Toen gaf de Cid
+hem de vrijheid en zij scheidden als goede vrienden.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij
+en moedig Frank,</p>
+<p class="line">Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte
+dank.</p>
+<p class="line">En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans
+keer&rsquo;,</p>
+<p class="line">Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken
+weer.&laquo;</p>
+<p class="line">&raquo;Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons
+is &rsquo;t vree:</p>
+<p class="line">Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard
+blijv&rsquo; in de schee.&laquo;</p>
+<p class="line">Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels
+&rsquo;t gelaat</p>
+<p class="line">En keek hij angstig achterom, als vreesde hij
+verraad;</p>
+<p class="line">Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer
+opgeweld,</p>
+<p class="line">In &rsquo;t harte van den trouwen Cid, dien nooit
+volprezen held!</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Cid voert oorlog aan de zeekust.</h3>
+<p class="firstpar">De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en
+voerde zijne troepen naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia
+bemerkten, dat hij zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden
+zij zeer, en zij besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te
+zenden, dat hij onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde
+zijne aanvallers met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem
+langer tegen te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze
+streek en ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders
+vestigden zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij
+aten het brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak
+onder de Mooren, die bij duizenden stierven.</p>
+<p>Toen zond de Cid afgezanten naar Castili&euml; en Aragon met de
+boodschap, dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden
+onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden
+duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor
+z&oacute;&oacute; versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen
+Valencia, de Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich
+met zijn geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar.
+Negen maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden
+de inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was
+de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het
+aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend
+Marken. Zijn macht nam dientengevolge z&oacute;&oacute; toe, dat niet
+alleen zijn eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem
+begonnen te beschouwen als hun rechtmatigen Koning.</p>
+<p>Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>Koning
+van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te
+mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen
+Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en
+versloeg hem z&oacute;&oacute; volkomen, dat hij na dien nooit meer in
+staat was den Campeador te bestoken.</p>
+<p>Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem
+weer in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken.
+En hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer
+zijn baard zou laten scheren. &raquo;Zoo,&laquo; zeide hij, &raquo;zal
+mijn baard beroemd worden onder Mooren en Christenen.&laquo; Hij zond
+Alvarez Fa&ntilde;ez ten tweede male naar het Hof, met een geschenk van
+honderd schitterend opgetuigde paarden van het zuiverst Arabische
+bloed, met de bede, dat hij zijn vrouw, Donna Ximena, en hunne
+dochters, zou mogen brengen naar zijne goederen, die hij zich met het
+zwaard veroverd had.</p>
+<p>Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen,
+Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had
+gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De Cid
+was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor den
+dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te
+verspreiden en de Saracenen uit te roeien.</p>
+<p>Inmiddels reisde Alvarez Fa&ntilde;ez naar het Hof en werd tot den
+Koning toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Fa&ntilde;ez
+hem deed over de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren
+had bevochten in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen
+aan de Kroon van Castili&euml;, en een bisdom had gesticht midden in
+het gebied der heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna
+Ximena en de jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij
+het hooren <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>van dit bericht, was Graaf Garcia Ordo&ntilde;ez
+van de Leonesische partij, die indertijd de aanleiding was geweest tot
+de verbanning van den Cid, en die hem uit den grond van zijn hart
+haatte, zeer verstoord. De twee Infantes of Prinsen van Carri&oacute;n
+echter, die de groote macht en den groeienden invloed van den Cid
+zagen, besloten, diens dochters ten huwelijk te vragen aan den Koning,
+maar zij verzwegen dit plan voorloopig.</p>
+<p>Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de
+Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden,
+dat Alvarez Fa&ntilde;ez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich
+daarheen, en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen.
+Alvarez Fa&ntilde;ez verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals
+de Cid beloofd had, en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn
+meester belet had, aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen.
+Zij waren volkomen bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun
+vertrouwen in den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend,
+om den aard te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven
+had.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Cid verwelkomt zijn gezin.</h3>
+<p class="firstpar">Alvarez Fa&ntilde;ez reisde nu met Donna Ximena en
+de dochters van den Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar
+hare nieuwe woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg
+hij zijn beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de
+Mooren veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet,
+om haar naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie
+met groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het
+kasteel, van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar
+veroverd had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave. <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span></p>
+<p>Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen
+zij van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij
+beschouwden het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van
+Spanje op hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning
+Yussef verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij
+over zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad
+voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit:
+&raquo;Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters
+hier heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons
+brood verdienen in het vreemde land.&laquo;</p>
+<p>De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij
+omsingelden Valencia z&oacute;&oacute; dicht, dat niemand de stad kon
+binnengaan of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen,
+die om de stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde
+haar gerust. &raquo;Houdt goeden moed,&laquo; zeide hij, &raquo;want
+groote rijkdom zal ons deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze
+dochters veroveren.&laquo;</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De strijd met Koning Yussef.</h3>
+<p class="firstpar">De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in
+het veld tegen de Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en
+woeste strijd. De Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche
+bloed, en de Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado z&oacute;&oacute;
+verwoed, dat de Saracenen werden weggemaaid als het koren door de zeis.
+Hij richtte het zwaard op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche
+aanvoerder ontweek den slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in
+razende vaart, gevolgd door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de
+buit in goud, zilver, kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden
+en wapenrustingen. <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67"
+name="pb67">67</a>]</span></p>
+<p>Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den
+vijand te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed,
+reed hij naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd
+gevolgd hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij
+uit: &raquo;Z&oacute;&oacute; worden de Mooren op het slagveld
+vernietigd.&laquo; Maar als steeds gedachtig aan zijn Koning en
+leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez Fa&ntilde;ez en Pero Bermuez
+naar het Hof met de tent van Koning Yussef en 200 kostbaar uitgeruste
+paarden. Alfonso was zeer verheugd. &raquo;Ik zal dit geschenk van den
+Cid gaarne aannemen,&laquo; zeide hij, &raquo;en moge de dag van onze
+verzoening spoedig aanbreken.&laquo;</p>
+<p>Toen de Infantes van Carri&oacute;n zagen, dat de roem van den Cid
+dagelijks toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de
+hand van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun,
+met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk
+van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij was
+zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador hem
+bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Fa&ntilde;ez en Pero Bermuez,
+stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van
+Carri&oacute;n, en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te
+brengen en hem tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven.</p>
+<p>De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den
+Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder
+verheugd over de toenadering. &raquo;Het is mij een vreugde de wenschen
+van mijn Koning te vervullen,&laquo; zeide hij, &raquo;ofschoon de
+Infantes van Carri&oacute;n trotsch zijn, en slechte vasallen van den
+Troon. Maar de wil van God en van den Koning geschiede.&laquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span></p>
+<p>Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het
+Hof; en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis
+en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en hij
+beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don
+Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de
+verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de
+Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning
+een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij
+namens de Infantes van Carri&oacute;n aanzoek om de hand zijner
+dochters. De Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van
+den Koning waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon
+geven.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De dochters van den Cid treden in het huwelijk.</h3>
+<p class="firstpar">Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de
+Campeador terug naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van
+Carri&oacute;n. Hij vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk
+niet tot stand was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij
+niet zonder vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte
+echter die voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de
+belangrijkheid van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten
+van Spanje; en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van
+Carri&oacute;n in den echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door
+den krijgsman-bisschop Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien
+dagen, en de Cid had geen reden tot ontevredenheid over zijn
+schoonzoons, die zich zoowel in het tournooi als bij den dans als ware
+ridders gedroegen. <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69"
+name="pb69">69</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het avontuur van den leeuw.</h3>
+<p class="firstpar">De Infantes van Carri&oacute;n hadden met hunne
+echtgenooten ongeveer twee jaar in Valencia gewoond, toen er iets
+ernstigs gebeurde. Op zekeren dag, tijdens het middagrustuur, verbrak
+een leeuw, die gehouden werd ten dienste van de arena, zijne tralies,
+en drong het paleis binnen. De Campeador lag op een rustbank te slapen,
+maar al zijne onverschrokken schildknapen schaarden zich om hem heen om
+hem te beschermen, behalve de Infantes van Carri&oacute;n, van wien de
+een achter de divan wegschoot, terwijl de ander z&oacute;&oacute;
+haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den boom van een
+druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het rumoer ontwaakte
+de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe, legde zijn vaste
+hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier naar zijn hok
+terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk voelde hij in den
+Campeador zijn meester.</p>
+<p>Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten
+zij hun schuilplaats; zij zagen er z&oacute;&oacute; bleek en angstig
+uit, dat de dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te
+lachen. De trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep
+beleedigd, en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak.</p>
+<p>Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de
+hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van
+Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden
+zich over dit bericht; de Infantes van Carri&oacute;n echter waren
+minder verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over
+middelen om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied
+terug te keeren.</p>
+<p>Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop
+blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>hebben
+op een proeve van moed van ten minste &eacute;&eacute;n der Infantes,
+die, geprikkeld door de beschuldiging van lafheid, zich wapende om met
+een Moor te strijden, die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero
+Bermuez, die de gevoelens van den Cid wilde sparen, doodde den
+Saraceen, en liet het voorkomen, alsof de Infante het had gedaan.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Een &raquo;Geheime Dienst&laquo;-geschiedenis van &raquo;de
+Cid&laquo;.</h3>
+<p class="firstpar">Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den
+eersten regel van het volgende gedeelte van het gedicht:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Eens koom&rsquo; de dag, dat &rsquo;k van U bei
+hetzelfde ondervind.&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn
+van de toespraak van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem
+waarschijnlijk zijn dankbaarheid had betuigd.</p>
+<p>De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de <span class="letterspaced">Poema del Cid</span> te vertalen, was John Hookham
+Frere, de vertaler van de tooneelstukken van Aristophanes, die jaren
+geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij gaf een waarschijnlijke
+verklaring van bovengenoemden regel en stelde den Markies de la Roma
+daarmede in kennis. Eenige jaren later, in 1808, toen de Markies in
+Franschen dienst het bevel voerde over een legerafdeeling in
+Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een vertrouwelijke
+instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen bevelhebber te
+overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem gebracht werd,
+zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel, waarvan slechts
+den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De boodschap leidde
+tot &eacute;&eacute;n van de gewichtigste troepenbewegingen in den
+oorlog met Napoleon. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71"
+name="pb71">71</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De strijdende Bisschop.</h3>
+<p class="firstpar">De Infantes van Carri&oacute;n, die niet veel lust
+hadden in een langdurigen oorlog met de Mooren, besloten, bij de
+eerstvoorkomende gelegenheid naar hun eigen grondgebied terug te
+keeren. Maar, als om hen te beschamen, verscheen de strijdlustige
+Bisschop Jerome tot de tanden gewapend voor den Cid, en smeekte hem,
+aan het gevecht te mogen deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn
+toestemming, en oogenblikkelijk daarna besteeg de dappere geestelijke
+een reusachtig strijdros en rende in vollen draf de poort uit en den
+Saracenen tegemoet. Bij het eerste samentreffen doodde hij er dadelijk
+twee, maar hij had het ongeluk, zijn lans te breken. Niet in het minst
+uit het veld geslagen, trok deze vurige zoon van de Kerk het zwaard,
+zwaaide het boven zijn hoofd als de meest geoefende soldaat, en wierp
+zich met zijn geweldig strijdros ten tweede male op de Moorsche
+gelederen; en terwijl hij verwoed om zich heensloeg, wondde of doodde
+hij met elken slag een Moor. Maar de vijand omsingelde hem, en het zou
+slecht zijn afgeloopen met den vechtenden Bisschop, als niet de Cid,
+die met de oprechte bewondering die den strijder gevoelt voor de daden
+van een ander moedig man, diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen
+strijd had gestaakt, Babieca de sporen had gegeven, en zich in het
+heetst van het gevecht had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken
+de lichtgewapende Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op
+hen in, brak door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en
+verderf om zich heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden
+uiteengeslagen en zij vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den
+Cid viel toen op hen aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden
+zij het Moorsche kamp binnen, verbraken de koorden der tenten, en
+wierpen de schitterende <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>Oostersche paviljoens omver, waarin
+de Saracenen gehuisd hadden.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Z&oacute;&oacute; stormt in het vijandlijk kamp de
+Spaansche ruiterschaar,</p>
+<p class="line">En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen
+daar.</p>
+<p class="line">Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van &rsquo;t
+lijf gekapt,</p>
+<p class="line">Verbrijzeld liggen zij in &rsquo;t zand, door
+paardenhoef vertrapt.</p>
+<p class="line">&raquo;Halt Koning Bucar!&laquo; roept de Cid;
+&raquo;tot mij kwaamt ge over zee;</p>
+<p class="line">Gij zocht mij in deez&rsquo; fellen strijd!... aan mij
+is &rsquo;t woord van vree.&laquo;</p>
+<p class="line">&raquo;Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw
+steigrend ros,</p>
+<p class="line">Begeer ik uwen vrede niet!...&laquo; Hij laat de
+teugels los.</p>
+<p class="line">En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open
+zee,</p>
+<p class="line">En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje&rsquo;s
+ridder mee.</p>
+<p class="line">Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning
+aan:</p>
+<p class="line">&raquo;Kies!&laquo; wilt gij sterven door het zwaard,
+of in de golven gaan?&laquo;</p>
+<p class="line">Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen
+vloeit zijn bloed.</p>
+<p class="line">Moog&rsquo; z&oacute;&oacute; verdwijnen van de
+aard&rsquo; het gansche Moorsch gebroed!</p>
+<p class="line">&mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash;
+&mdash; &mdash; &mdash; &mdash;</p>
+<p class="line">&rsquo;t Was op deez&rsquo; glorierijken dag, dat
+Spanje&rsquo;s ridder won</p>
+<p class="line">Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard
+Tizon.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de
+Infantes van Carri&oacute;n, en begroette hen: &raquo;Nu zij zich als
+dapperen gedragen, zullen zij ook door de dapperen goed worden
+ontvangen,&laquo; zeide hij ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche
+en domme prinsen waren zeer vertoornd, toen zij deze uitlating
+toevallig hoorden, en de zucht naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne
+harten. &raquo;Wij zullen den Cid in den steek laten en naar
+Carri&oacute;n terugkeeren,&laquo; zeiden zij, &raquo;wij worden door
+deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis zullen
+wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters.&laquo;</p>
+<p>Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend
+verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming,
+overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado
+<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>en Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had,
+en droeg zijn neef, Felix Mu&ntilde;oz, op, de Infantes en zijne
+dochters naar Carri&oacute;n te begeleiden.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De wraak van de Infantes.</h3>
+<p class="firstpar">Groot was de droefheid van den Cid en van Donna
+Ximena, toen zij afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want
+zij waren niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix
+Mu&ntilde;oz op, hunne dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te
+zullen doen. Na een reis van enkele dagen moest het gezelschap het
+groote woud van Corpes doortrekken, waar zij op een open plek hunne
+tenten opsloegen en den nacht doorbrachten. In den morgen zonden de
+Infantes de leden van hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van
+hunne paarden en sloegen daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke
+wijze. De ongelukkige vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan
+deze schande te moeten ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes
+lachten verachtelijk, bespotten haar en mishandelden haar
+z&oacute;&oacute; schandelijk, dat zij haar voor dood achterlieten.
+&raquo;Zoo,&laquo; zeiden zij, &raquo;is de schande van het avontuur
+met den leeuw gewroken.&laquo; Daarop bestegen zij hunne paarden en
+reden heen.</p>
+<p>Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen,
+kwam Felix Mu&ntilde;oz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte
+van het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar
+ongelukkigen toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij
+hare wonden zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de
+naastbijgelegen stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar,
+zooals haar rang dat eischte.</p>
+<p>Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd
+zijn hart vervuld van toorn; hij gaf <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>daaraan echter geen
+uiting, maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na
+enkele uren riep hij uit: &raquo;Bij mijn baard! dit zal den Infantes
+van Carri&oacute;n geen voordeel brengen!&laquo; Spoedig daarna kwamen
+de dames Elvira en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol
+maar niet met beklag. &raquo;Welkom, dochters,&laquo; zeide hij,
+&raquo;God behoede u voor kwaad. Ik heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik
+het niet kon tegengaan. God geve, dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd
+zie, en dat ik mij zal kunnen wreken op mijn schoonzoons van
+Carri&oacute;n.&laquo;</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het hof van Toledo.</h3>
+<p class="firstpar">De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om
+hem in kennis te stellen met den grooten smaad, zijne dochters
+aangedaan door de Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat
+gerechtigheid zou geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over
+het gebeurde, en beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat
+de Infantes daar zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te
+verantwoorden. Zij verzochten toestemming on weg te blijven, maar de
+Koning weigerde beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij
+oogenblikkelijk gehoor zouden geven aan zijn oproep. Met grooten
+tegenzin reisden zij naar Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia,
+Asur Gonz&aacute;lez, Gonzalo Asurez en verscheiden vazallen, in de
+hoop, door uiterlijk vertoon den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig
+kwam ook de Campeador aan het Hof aan, met eenige beproefde strijders,
+allen tot de tanden gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood
+fluweel met goud geborduurd, en zijn baard was met een koord
+samengebonden. Toen hij binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te
+begroeten, behalve de Infantes van Carri&oacute;n met hun <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>gevolg,
+want hij leek een hoog edelman, en de Infantes waagden het niet, hem
+aan te zien.</p>
+<p>&raquo;Vorsten, baronnen en edelen&laquo;, zeide Koning Alfonso,
+&raquo;ik heb u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht
+te spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande
+aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken
+en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht
+in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro, dat
+hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden
+verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de
+zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid zijn
+klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes van
+Carri&oacute;n hooren.&laquo;</p>
+<p>Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur
+onder al deze hooge ridders aan het Hof.</p>
+<p>&raquo;Mijn Heer en Koning&laquo;, zeide hij, &raquo;niet alleen mij
+hebben de Infantes van Carri&oacute;n beleedigd, maar ook u, die hun
+mijne dochters ten huwelijk hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn
+schoonzoons niet langer zijn, mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon
+teruggeven.&laquo;</p>
+<p>Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij
+niet verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar
+terug had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning.
+Maar het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle
+middelen, die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare
+zwaarden uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze
+oogenblikkelijk Felix Mu&ntilde;oz en Martinez Antolinez aan, daarmede
+te kennen gevende, dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna
+wendde hij zich weer tot den Koning.</p>
+<p>&raquo;Heer&laquo;, zeide hij, &raquo;toen de Infantes Valencia
+verlieten, <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>gaf ik hun drieduizend Marken in goud en zilver
+ten geschenke. Laat hen, nu zij mijne schoonzoons niet langer zijn, mij
+dit geld teruggeven.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Neen&laquo;, riepen de Infantes uit, &raquo;wanneer wij
+daartoe gedwongen worden, verarmt de landstreek Carri&oacute;n.&laquo;
+Maar de rechters eischten, dat de som oogenblikkelijk betaald zou
+worden. De verraderlijke prinsen konden zulk een schat niet in geld
+opbrengen, en dus besliste het Hof, dat zij dan in natura moesten
+betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen ontkomen aan was, en dus
+brachten zij den Cid verscheiden prachtige en kostbaar getuigde
+rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van hun gevolg moesten
+leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren, groote verplichtingen
+op zich moesten nemen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Eerherstel door strijd.</h3>
+<p class="firstpar">Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de
+Cid zijn voornaamste aanklacht tegen de Infantes in het geding, en
+vroeg eerherstel in het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters
+aangedaan. Hierop stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen.
+Hij pleitte, dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds
+daarom volkomen gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den
+Cid. Toen verrees de oudste van de Infantes, Fernandez <span class="corr" id="xd20e1868" title="Bron: Gonzalez">Gonz&aacute;lez</span>,
+van zijn zitplaats om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn
+vazal gesproken had, en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het
+huwelijk dat hij had aangegaan, door zijn laffe handelwijze te
+verdedigen, op grond van zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero
+Bermuez in hevigen toorn; hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het
+avontuur met den leeuw, en daagde hen tot den strijd uit. <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het optreden van Asur Gonz&aacute;lez.</h3>
+<p class="firstpar">Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur
+<span class="corr" id="xd20e1877" title="Bron: Gonzalez">Gonz&aacute;lez</span>, een aanmatigende vazal van de
+Infantes, de rechtszaal binnen.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Het grof gelaat verhit door wijn en &rsquo;t
+overvloedig maal,</p>
+<p class="line">De kleeren slordig en gescheurd, z&oacute;&oacute;
+drong hij in de zaal.</p>
+<p class="line">Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden
+blik</p>
+<p class="line">En riep: &raquo;Wat moet die bluffer hier, die roover
+Roderick?</p>
+<p class="line">Wil hij zich meten met Carri&oacute;n, dat edel
+Vorstenhuis,</p>
+<p class="line">Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil
+gespuis?&laquo;</p>
+<p class="line">Maar woest sprong Mu&ntilde;o Gustioz op: &raquo;Zwijg
+stil, gij dronken zwijn,</p>
+<p class="line">Die &rsquo;s morgens vroeg, nog voor &rsquo;t gebed,
+reeds zat zijt van den wijn,</p>
+<p class="line">Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts
+was een woord,</p>
+<p class="line">Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd
+gehoord!</p>
+<p class="line">O, moog&rsquo; het mij gegeven zijn, dat &rsquo;k met
+dit scherpe staal</p>
+<p class="line">De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw
+leugentaal!&laquo;</p>
+<p class="line">&raquo;Genoeg!&laquo; zoo riep de Koning uit;
+&raquo;deez&rsquo; twist wordt niet beslecht</p>
+<p class="line">Met woorden in het Parlement, maar met een
+zwaardgevecht.&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Nauwelijks was het tumult door het optreden van den
+Koning eenigszins bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal
+binnen. Het waren afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon,
+die gekomen waren, om namens hunne meesters den Koning om de hand te
+vragen van de dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid
+en verzocht zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig
+zijne machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat
+het huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de
+strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden
+uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van
+Carri&oacute;n, die in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de
+gelegenheid te <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>zijn, zich te voorzien van goede paarden en
+wapenen, zoodat de Koning ten slotte minachtend zeide, dat het tournooi
+nu definitief zou plaats hebben over drie weken, en wel in
+Carri&oacute;n, zoodat de Infantes geen enkele uitvlucht zouden kunnen
+bedenken of zouden kunnen beweren, dat de strijders van den Cid iets op
+hen v&oacute;&oacute;r hadden gehad.</p>
+<p>Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht
+hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso
+weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke
+verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden
+meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die
+geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige
+hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl
+de Koning naar Carri&oacute;n reisde, om het zwaardgevecht bij te
+wonen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het gerechtelijk bewijs door middel van den strijd.</h3>
+<p class="firstpar">Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was,
+begaven de strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi
+zou plaats vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig
+om zich te wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carri&oacute;n
+hadden een groote menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in
+den nacht de kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer
+dezen niet op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen
+waren op verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat
+er geen ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun
+tegenpartij op leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de
+kampioenen van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en
+Tizon te gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>voor de
+macht van deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat
+zij ze hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te
+voldoen.</p>
+<p>&raquo;Gij hebt uwe eigen zwaarden,&laquo; zeide hij kortaf;
+&raquo;deze zijn zeer voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen
+hanteert, want gij kunt er op aan, dat er van de zijde van den
+Campeador geen fouten zullen worden begaan.&laquo;</p>
+<p>De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen
+op hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des
+kruises op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carri&oacute;n
+bestegen ook hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of
+herauten, wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en
+uitspraak te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in.
+Toen sprak Koning Alfonso: &raquo;Hoort naar mijne woorden, Infantes
+van Carri&oacute;n. Het was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo
+te voeren, maar gij wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig
+naar Carri&oacute;n gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met
+eerlijke middelen. Wie verraderlijk handelt, dien zal het slecht
+vergaan.&laquo;</p>
+<p>Hier volgt de beschrijving van den strijd:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in
+oog,</p>
+<p class="line">Zij heffen &rsquo;t schild zich voor de borst, de
+speren gaan omhoog;</p>
+<p class="line">Tot d&rsquo;aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij
+het paard,</p>
+<p class="line">En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.</p>
+<p class="line">Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de
+grond,</p>
+<p class="line">Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is
+gewond.</p>
+<p class="line">Ferrando&rsquo;s speer stoot door het schild van
+Bermuez met kracht,</p>
+<p class="line">Maar v&oacute;&oacute;r hij nog het harnas raakt,
+versplintert reeds de schacht.</p>
+<p class="line">Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche
+hand;</p>
+<p class="line">Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt
+in &rsquo;t zand,</p>
+<p class="line">En kermend smeekt hij om gen&acirc;, het bloed stroomt
+uit zijn borst,</p>
+<p class="line">En angstig op d&rsquo;omwoelden grond ligt daar de
+laffe vorst!</p>
+<p class="line">Toen trok Bermuez &rsquo;t zwaard Tizon, te eindigen
+den strijd,</p>
+<p class="line">Maar de Infant riep: &raquo;Ik erken, dat ge
+overwinnaar zijt.&laquo;</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span></p>
+<p>Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den anderen
+Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de tegenpartij.
+Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander in. Antolinez deed
+met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego, dat het scherpe
+zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte van het
+hoofdhaar van Di&egrave;go medenam. De verschrikte prins wendde zijn
+paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede,
+en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders.
+Z&oacute;&oacute; kreeg de lafaard de straf der laffen. Toen
+Di&egrave;go de aanraking van het zwaard voelde, begon hij luidkeels te
+schreeuwen, gaf zijn paard de sporen en sprong over de omheining van
+het strijdperk, hiermede, volgens de regelen van het gevecht, zich
+gewonnen gevende.</p>
+<p>Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Mu&ntilde;o
+Gustioz en Asur <span class="corr" id="xd20e1964" title="Bron: Gonzalez">Gonz&aacute;lez</span> op elkander in. De punt van
+Asurs speer gleed af op de wapenrusting van Mu&ntilde;o, maar de speer
+van den kampioen van den Cid doorboorde het schild van zijn
+tegenstander en ging door diens borst heen, zoodat zij meer dan een
+vadem uit zijn schouderbladen stak. De trotsche Asur viel met een
+doffen slag ter aarde, maar had nog kracht genoeg, om genade te
+smeeken.</p>
+<p>Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de
+overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij naar
+Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het blijde
+bericht, dat zijn eer gewroken was.</p>
+<p>Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de
+dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De
+<span class="letterspaced">Poema del Cid</span> eindigt echter even
+plotseling als zij begon: <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en
+macht,</p>
+<p class="line">En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk
+nageslacht.</p>
+<p class="line">Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn
+zwaard,</p>
+<p class="line">Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van
+deez&rsquo; aard.</p>
+<p class="line">Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig &rsquo;k mij
+ootmoedig neer,</p>
+<p class="line">Z&oacute;&oacute; leefde de Campeador, zijn grooten
+naam zij eer!</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De ware Cid.</h3>
+<p class="firstpar">De bewerking, die Cervantes geeft van de
+<span class="letterspaced">Poema del Cid</span> is misschien wel de
+beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid
+geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want
+de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid van
+den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar een
+slim, gewetenloos en wreed man was. De <span class="letterspaced">Poema</span> is dus een romance, gebaseerd op de
+historie, en daar dit boek handelt over de romance en niet over
+geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op een
+beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. &raquo;Mio
+Cid&laquo;, de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half
+Arabische, half Spaansche vertaling van het Arabische
+&raquo;Sid-y&laquo;&mdash;&raquo;Mijn Heer&laquo;, onder welken naam
+hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche onderdanen in
+Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn leven zoo
+werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in het
+Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang het hart
+van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning Arthur genoemd
+wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam van Roland,
+zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren, die als een
+machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis van zijn
+vaderland,&mdash;den Cid Campeador. <span class="pagenum">[<a id="pb82"
+href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1272" href="#xd20e1272src" name="xd20e1272">1</a></span> Ormsby
+(<span class="letterspaced" lang="en">The Poem of the Cid</span>), die
+zijne verhandeling in 1879 schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen
+te hebben gehad over wat een <span class="letterspaced">Cantar</span>
+was, en hij zegt, dat de <span class="letterspaced">Poema</span> bijna
+gelijktijdig ontstond met de &raquo;<span class="letterspaced" lang="fr">chansons de gestes</span>&laquo;. Maar hij is waarschijnlijk
+minstens een eeuw in de war, daar de eerste <span class="letterspaced">Chansons</span> dateeren uit het midden der elfde eeuw.
+Van <span class="letterspaced">trovadores</span> en <span class="letterspaced">juglares</span> had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch is
+hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het
+beste, dat in Engeland over de <span class="letterspaced">Poema</span>
+geschreven is. Het is jammer, zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat
+noch Ticknor noch Southey, die zoo uitvoerig over de oude Spaansche
+letterkunde schreven, bekend waren met de &raquo;<span class="letterspaced" lang="fr">Chansons de gestes</span>.&laquo; Nog
+betreurenswaardiger is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche
+vertalingen is overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade
+schandelijk verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat
+dan hij, een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle
+kern en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn,
+zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers ervan
+gemaakt hebben.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk III. &raquo;Amadis de Galli&euml;r&laquo;.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Op tooverheuvel staat een heerlijk slot;</p>
+<p class="line">Betreed met mij de lichte tooverpaden,</p>
+<p class="line">Waarop &eacute;&eacute;ns jonkvrouwen en ridders
+traden;</p>
+<p class="line">Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot:</p>
+<p class="line">Uw blik zal waren langs de schoone dreven,</p>
+<p class="line">De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid</p>
+<p class="line">Van roem en glorie uit den schoonen tijd,</p>
+<p class="line">Die in aloude verzen is beschreven.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">De wapenrusting glinsterend in teere kleuren,</p>
+<p class="line">Vergeten schimmen uit het licht verleden,</p>
+<p class="line">Verbleekte flarden van veroverde banieren,</p>
+<p class="line">Doordrongen van de onsterfelijke geuren</p>
+<p class="line">Van d&rsquo;ouden tijd! O, kom met mij getreden:</p>
+<p class="line">De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren!</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<p class="xd20e2036"><span class="xd20e2036init">M</span>enig venster
+in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft het uitzicht op
+tafereelen van fantastische schoonheid of sombere grootschheid, maar
+geen enkel verschaft ons zulk een schitterend afwisselend en kleurrijk
+vergezicht, als het hooge torenvenster, van waaruit wij die omgeving
+van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen aanschouwen, waar de
+beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den Galli&euml;r zich
+heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is, bevindt zich in
+een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont ons de soort van
+landschap, die de wevers van oude tapijten, of de fantastische
+schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden ons ligt een
+vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren beekjes doorheen
+<span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels,
+waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer
+gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp
+geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna
+bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk
+van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland is
+bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de heldere
+kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het geschitter
+der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der krijgsmuziek.
+Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd ijs, verrijzen
+aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren op een
+vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen en terrassen
+loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het tooneel is
+inderdaad &raquo;schoon als een stukje van het Paradijs.&laquo;</p>
+<p>Z&oacute;&oacute; schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer
+wij voor het eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar
+wanneer wij, met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter,
+er een dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen
+het heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen
+liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei monsters
+krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen, de lichte
+paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze toovenaars.
+Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke eilanden,
+die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de rotsen en
+bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte gedeelten, de
+atmospheer van <span class="letterspaced">Amadis</span> is doortrokken
+van zulk een glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief
+te krijgen; wij gevoelen, dat <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>de gruwelen, die zij bevatten,
+slechts een sterker product zijn van den wijnstok der romantiek, een
+bijzondere oogst, die bedwelming geeft.</p>
+<p>En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze
+observatiepost blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze
+wonderbare streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank
+worden toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige
+maanlicht glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche
+blankheid; bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der
+toovenaars, en de bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee
+en bosch als levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de
+heuvelen en de ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige
+monsters, en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven
+ontwaakt.</p>
+<p>Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de
+oogen van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een
+geestdriftig gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen
+der letterkunde begroet werden? De schrijver van <span class="letterspaced">Amadis</span> ontsluierde voor de ridderschap van Spanje
+die wereld, waarvan zij gedroomd had. Elke ridder voelde in zich de
+mogelijkheid van een Amadis en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de
+eigenschappen van een Oriana. De geest en de stemming van het boek
+veroverden de Spaansche ziel volkomen, <span class="corr" id="xd20e2054" title="Bron: verbanden">verbonden</span> grovere idealen,
+en schiepen een nieuw wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige
+van het verhaal en de verschillende gebeurtenissen, die er uit
+voortkomen, zijn een samenhangend geheel en niet slechts een opsomming
+van afzonderlijke krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van
+kleederen, uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf
+van ruwe ridders of breedsprakige koningen, zooals dat <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>bij de
+<span class="letterspaced">Cantares de gesta</span> het geval was
+geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met de
+liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw,
+inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn,
+werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals dat
+<span class="letterspaced">nooit</span> gedroomd was door de ruwere
+dichters der <span class="letterspaced">Cantara</span>.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De oorsprong der &raquo;Amadis&laquo;-Romances.</h3>
+<p class="firstpar">De eerste Spaansche lezing van <span class="letterspaced">Amadis</span> verscheen in een Portugeesch kleed en was
+het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira
+(1261&ndash;1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed,
+waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld tot
+ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert Southey
+het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat was van
+deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs melding
+gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere <span class="letterspaced">Pedro de Lobeira</span>, <span class="letterspaced">Amadis</span> uit het Fransch vertaalde, in opdracht van
+den Infant Don Pedro, den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke
+Fransche verhaal is volkomen verloren gegaan, maar de Spaansche
+vertalingen, die er uit voortkwamen, bleven behouden, en ook de
+Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard gebleven. Het is bekend, dat
+een handschrift van Lobeira&rsquo;s romance reeds in het eind van de
+zestiende eeuw in de archieven der Hertogen van Arveiro te Lissabon
+gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was in 1750. Na dit tijdstip
+echter werd het door de boekenverzamelaars uit het oog verloren, en
+alles wijst er op, dat het vernietigd werd bij de aardbeving van
+Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk paleis, waarin het
+bewaard werd.</p>
+<p>Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door <span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>de
+Spaansche vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het
+geboorteland van <span class="letterspaced">Amadis</span> in het
+Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den Castiliaanschen
+geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard bleef, maar dat dit
+waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden vorm. In de jaren
+tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordo&ntilde;ez de Montalvo,
+gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak, de romance
+te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer het werk
+gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan, maar men zegt,
+dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren door de
+gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover in
+<span class="letterspaced">Amadis</span> gesproken werd. Dit was in
+1519 en niet in 1549, zooals Southey vermeldt. Misschien hadden zij het
+oog op de Portugeesche vertaling, maar in ieder geval is het bekend,
+dat er in 1519 een uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla.
+Wij hebben elders reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd
+overgebracht, en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven,
+maar wij moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van
+<span class="letterspaced">Amadis</span> (dus de oorspronkelijke
+<span class="letterspaced">Amadis</span>) door Montalvo zijn
+geschreven; de rest is van de hand van anderen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Elisena en Perion.</h3>
+<p class="firstpar">De handeling der romance begint op een duister en
+onbepaald tijdstip, dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na
+den dood van den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning
+leefde, Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke
+dochters. De oudste, bekend als &raquo;de vrouw met de
+guirlande&laquo;, omdat zij steeds een bloemenkrans droeg, was eenige
+jaren tevoren in het huwelijk getreden met Koning Languines
+<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>(Angus) van Schotland, en zij had twee mooie
+kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter, was over de
+geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid, maar ofschoon
+vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden gedongen, wilde
+zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan heilige werken. Volgens
+de opvatting van alle ridders en edelvrouwen van haar vaders
+Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw door ongehuwd te
+blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde, dat de schoone en
+heilige Elisena door de meer wereldschen onder de vroolijke
+ridderschap, werd aangeduid als de &raquo;Verloren Kwezel.&laquo;</p>
+<p>Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar
+koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door in
+de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van
+Klein-Brittanje bedekten. Bij &eacute;&eacute;n van deze gelegenheden,
+toen hij, zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen
+reed, hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het
+bosch kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee
+Britsche ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien
+hij, afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en
+hooge geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid
+gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te
+verslaan.</p>
+<p>Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken,
+ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke
+wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk
+Spanje, z&oacute;&oacute; door de bewoners behandeld kon worden, als
+dit met hem het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig
+antwoordde, dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden
+werden, en dat de <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88"
+name="pb88">88</a>]</span>verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren,
+en hun lot hadden verdiend.</p>
+<p>De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning
+van Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit
+hoorde, maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning
+Perion van Galli&euml; was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met
+hem te sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke
+ambtgenoot hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin
+toestemde, keerden zij naar de stad terug.</p>
+<div class="figure xd20e2114width"><img src="images/p088.jpg" alt="Elisena en Perion zien elkander aan." width="497" height="720">
+<p class="figureHead">Elisena en Perion zien elkander aan.</p>
+</div>
+<p>Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk
+feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena aanzaten.
+Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd, of zij
+gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van hen had
+meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal hadden
+verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd en
+vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de
+Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld was
+geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde voor
+Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde, haar tot
+vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena te brengen,
+opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn liefde te
+verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze boodschap, en
+Elisena was z&oacute;&oacute; verlangend, zelf van Perions lippen de
+bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats
+of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de
+morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door
+haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen
+en ridderlijken vorst, die zoo <span class="pagenum">[<a id="pb89"
+href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>plotseling erin geslaagd was,
+haar ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en
+droefgeestig was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van
+Garinter, toen moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid
+nam, gaf hij zijn woord aan Elisena, wie hij &eacute;&eacute;n van de
+twee volkomen gelijke ringen, die hij droeg, als pand gaf van zijn
+trouw. Hoe hij echter zocht, hij kon zijn zwaard niet vinden, een
+beproefd en betrouwbaar wapen, en tenslotte gaf hij het op, ernaar te
+zoeken.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De geboorte en het verstooten van Amadis.</h3>
+<p class="firstpar">Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep
+bedroefd, en Darioleta slaagde er niet in, haar te troosten en haar op
+te wekken uit den toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In
+het rijk van haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een
+oude wet, die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen
+eed aan elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig
+hadden om hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat
+het later door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden
+elkander deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den
+toorn van haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden
+gevraagd, en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten
+angst voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en
+driftig man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen,
+voordat hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de
+wereldsche en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen
+om haar meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den
+Koning, en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om
+het te beletten, bouwde <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>zij een kleine houten ark, maakte die
+waterdicht met teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer
+meesteres, plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard
+van Perion, dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef
+zij op een stuk perkament: &raquo;Dit is de Koningszoon Amadis&laquo;,
+bedekte dit geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden
+uitgewischt, bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had
+gegeven, en hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind.
+Toen droeg zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de
+rivier, die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het
+toe aan de kabbelende golfjes van het diepe water.</p>
+<p>De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl van
+het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door de
+golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch schip,
+waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit Galli&euml;
+naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel zetten de
+zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig gegrepen
+hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van Gandales
+was z&oacute;&oacute; verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij
+besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer het
+schip de Schotsche haven Antalia<a class="noteref" id="xd20e2131src"
+href="#xd20e2131" name="xd20e2131src">1</a> binnen, en Gandales bracht
+den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn
+eigen zoontje Gandalin.</p>
+<p>Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was,
+brachten Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin,
+&raquo;de Vrouw met de Guirlande,&laquo; een bezoek aan het kasteel van
+Gandales, en zij waren zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid
+van Amadis, <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>dat zij den wensch uitdrukten, hem als hun eigen
+kind aan te nemen. Gandales vertelde hun, wat hij van de geschiedenis
+van het kind wist, en het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als
+hun eigen zoon te beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige
+omstandigheden, waaronder hij gevonden was, bij iedereen bekend als
+&raquo;het Kind van de Zee,&laquo; en deze naam bleef aan hem
+verbonden, totdat zijn identiteit volkomen bewezen was. Hij toonde geen
+tegenzin zijne nieuwe beschermers te volgen, maar hij was wel bedroefd,
+omdat hij zijne pleegouders verlaten moest. De kleine Gandalin wilde
+echter volstrekt niet van hem gescheiden worden, en hij smeekte
+z&oacute;&oacute; hen samen te laten, dat Koning Languines tenslotte
+beide jongens met zich medenam.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Perions droom.</h3>
+<p class="firstpar">Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel
+hij weer in beslag genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch
+bezwaard van ziel om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn
+verblijf aan het Hof van Garinter. In dien droom was iemand zijn
+slaapvertrek binnengekomen, had een hand in zijn borst gestoken, zijn
+hart er uitgenomen en dat in de rivier geworpen, die langs den tuin van
+Koning Garinter stroomde. Toen hij in zijn angst gilde, zeide een stem,
+dat hem nog een hart was overgebleven. Hij werd verontrust door de
+herinnering aan dezen droom, dien hij niet kon ontraadselen, en dus
+riep hij alle wijzen van zijn koninkrijk te zamen en verzocht hen te
+beproeven, een verklaring ervan te vinden. Slechts &eacute;&eacute;n
+van hen kon den droom uitleggen, en de wijze verzekerde hem, dat het
+hart, dat hem uit de borst was gerukt, een zoon was, die hem door een
+edele jonkvrouw was geboren, terwijl het tweede hart een andere zoon
+beteekende, die op een of andere wijze <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>zou worden weggenomen
+tegen den wil van haar, die zich van het eerste kind had ontdaan. Toen
+de Koning terugkwam van den wijzen man, ontmoette hij een geheimzinnige
+jonkvrouw, die hem groette, en zeide: &raquo;Weet, o Koning Perion, dat
+wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het Koninkrijk Ierland zijn
+schoonste bloem zal verliezen&laquo;, en voordat de Koning haar terug
+kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen.</p>
+<p>Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena
+traden in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw
+vroeg, of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over
+de rol die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij
+alles loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon
+en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts twee
+en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin, die in
+dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden, eens in
+de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige reus uit de
+golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met hem uit de voeten
+maakte, voordat iemand het kon verhinderen.</p>
+<p>Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een
+schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit:
+&raquo;De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken!&laquo; De ouders waren
+diep bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet
+bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze
+de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over de
+twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen had,
+was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en vriendelijk
+schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het &eacute;&eacute;n van
+zijn eigen reuzengeslacht ware geweest. <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span></p>
+<p>Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue, en
+bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland
+bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van een
+vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden tot
+een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een jonge
+vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion
+gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat
+slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den
+reus Albadan<a class="noteref" id="xd20e2152src" href="#xd20e2152"
+name="xd20e2152src">2</a>, die zijn vader gedood had en hem de rots
+Galtares had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den
+kluizenaar.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Oriana.</h3>
+<p class="firstpar">Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte
+van Brittanje in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon
+ontvangen werd door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote
+Brisena en zijn bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste
+schepseltje ter wereld; en omdat zij zoo&rsquo;n last van zeeziekte
+had, besloten de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te
+laten. Amadis was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien,
+z&oacute;&oacute; groot en forsch was hij, en de Koningin stelde hem
+aan als page van Oriana, die zeide, dat zij &raquo;dit prettig
+vond&laquo;. Amadis koesterde deze woorden in <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>zijn
+hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist niet, dat
+Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve en ernstige
+kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid opvatte. De
+stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen, was aandoenlijk
+schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis was zeer bescheiden
+en Oriana was een ingetogen meisje.</p>
+<p>In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van
+ridderlijkheid, zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem
+tot ridder te slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen
+verlangde naar een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou
+opleggen, maar hij ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens
+voor hem gesmeed zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem
+in zee gevonden had, het bericht van de plannen van den jongen, en
+Gandales stuurde een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en
+het perkament, die hij in de ark had gevonden bij den kleinen
+zeevaarder.</p>
+<p>Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en toen
+hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het
+perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig
+document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna bracht
+Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te vragen
+tegen Koning Abies van Ierland, die Galli&euml; was binnengevallen met
+zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten naam
+Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand tot ridder
+worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn voorspraak te
+zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette niet op zijn vraag.
+Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid, en zij antwoordde:
+&raquo;Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij mij ooit gedaan
+hebt.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Ach jonkvrouw&laquo;, zeide Amadis, &raquo;ik ben niet waard
+iets te vragen aan iemand zooals gij.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wat?&laquo; riep zij uit, &raquo;is uw hart z&oacute;&oacute;
+zwak?&laquo;</p>
+<p>&raquo;O, jonkvrouw&laquo;, antwoordde hij, &raquo;het is te zwak in
+alles wat u betreft; maar het zou u willen dienen, alsof het uw
+eigendom was.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Mijn eigendom&laquo;, zeide Oriana verward, &raquo;en sedert
+wanneer?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Sinds gij &raquo;het prettig vondt&laquo;, antwoordde Amadis
+met een glimlach. &raquo;Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren,
+toen de Koningin mij voor uw dienst bestemde?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt&laquo;, zeide
+Oriana verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door
+haar allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden
+van haar droefheid te vragen.</p>
+<p>De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het
+Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana keerde
+tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op zijn
+vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen, naar
+Galli&euml; te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden, en
+Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. &raquo;Gij zult als mijn
+ridder ten strijde trekken,&laquo; zeide zij eenvoudig en lieftallig.
+Amadis kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions
+dochter (en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen,
+dat haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem
+dit, en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den
+jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus te
+knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen aan
+zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan. <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Amadis trekt op avontuur uit.</h3>
+<p class="firstpar">Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar
+Galli&euml;, en dus nam hij teeder afscheid van Oriana, en verliet,
+begeleid door zijn pleegbroeder Gandalin, tegen den avond het paleis.
+Zij hadden nog niet lang gereden, of zij ontmoetten de geheimzinnige
+toovenares, die, zooals wij gezien hebben, zulk een levendig belang
+stelde in het lot van onzen held, en wier naam Urganda was.</p>
+<p>De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten
+geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen &raquo;het huis,
+waaruit hij was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden.&laquo; Zij
+was vergezeld van een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef
+deze bij hem, en zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en
+dat zij gewoonlijk niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig
+had ontmoet. Zij hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel
+kwamen, waar zij een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester
+daarin bedreigd werd door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het
+voorplein, en ontdekte Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde
+tegen twee ridders en eenige soldaten. Met een kreet van woede viel
+Amadis de belagers aan, zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en
+deelde zulke hevige slagen uit, dat de verachtelijke ridders, die den
+Koning hadden aangevallen, gedood werden, en dat hunne volgelingen op
+de vlucht werden gedreven.</p>
+<p>Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij
+niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen het
+kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met de
+wederzijdsche belofte, elkander in Galli&euml; weder te ontmoeten. De
+jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>hem, dat
+zij een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den
+naam zijner Vrouwe, z&oacute;&oacute; begon te beven van vreugde, dat
+hij, als Gandalin hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn
+gevallen. Toen nam de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij
+haar meesteres zijn succes zou melden.</p>
+<p>Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het
+Hof van Koning Perion van Galli&euml; aan. Zij hadden nog slechts
+eenige oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van
+Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen
+dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een
+uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd,
+waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne
+volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder
+in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren,
+terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis, die
+met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en in
+het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling van
+Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd, en
+toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den
+volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus
+samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde, werd
+Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde.</p>
+<p>Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring
+verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de
+Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en die
+het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en dien
+zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem
+<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het
+verlies zou bemerken, gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar
+de Koning vond zelf het verloren kleinood en stelde een onderzoek in
+naar de herkomst van den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia,
+en de herkenning van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de
+overtuiging, dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren
+zoon; en toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe
+hij in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn
+identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden,
+en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger.</p>
+<p>Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis,
+Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij
+was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij
+gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest
+heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot hij
+daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen ontvangen.
+Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden nog slechts
+twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van een wreeden
+ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist een eenzamen
+krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde erin, de bende
+te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor den vreemdeling, dat
+hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag te mogen ontvangen. Deze
+gunst werd hem met vreugde verleend, en nadat Amadis&mdash;want hij was
+de vreemde ridder&mdash;vertrokken was, vroeg Galaor een jonkvrouw, die
+hij plotseling naast zich vond staan, of zij den naam kende van den
+ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De jonkvrouw, de toovenares
+Urganda, antwoordde, dat hij Amadis <span class="pagenum">[<a id="pb99"
+href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>heette en dat hij de eigen
+broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde, was hij uitgelaten van
+vreugde, maar zijn vreugde was vermengd met groote droefheid, omdat hij
+hun verwantschap niet ontdekt had, voordat zij afscheid van elkander
+hadden genomen.</p>
+<p>Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis
+achterna, die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor.
+Zij vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had,
+het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem, maar
+bedroefde hem tevens.</p>
+<p>Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn
+reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan de
+wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had.</p>
+<p>Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming,
+en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig
+strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed
+onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met
+&eacute;&eacute;n slag den strijd te beslechten. Maar toen hij woest
+zijn knots zwaaide, trof hij zijn eigen paard; hij viel met donderend
+geweld ter aarde, en Galaor reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel
+hij echter van zijn ros, en ontving een vreeselijken vuistslag van den
+reus, maar hij herstelde zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den
+arm van het monster bij den schouder af. Feitelijk was hiermede de
+strijd ge&euml;indigd, want met een tweeden slag van zijn zwaard,
+onthoofde hij zijn tegenstander.</p>
+<p>Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen
+in den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner
+ondernemingen, zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der
+edelste paladijnen van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan
+het <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span>Hof van Lisuarte zouden boekdeelen kunnen
+vullen; zijne voornaamste praestaties waren een verdelgingsoorlog tegen
+de reuzen, de nederlaag van den overweldiger Barsinan en den toovenaar
+Archelaus, benevens een groote menigte krijgsverrichtingen, te veel om
+ze hier te beschrijven. Zijne heldendaden zijn samengeweven met die van
+zijn broeder Galaor, met wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte,
+daar geen van beiden den ander herkende door de wapenrusting.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De belofte van Lisuarte.</h3>
+<p class="firstpar">Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te
+Londen, er een bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een
+wonderschoone kroon en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze
+tot elken prijs te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een
+bepaalden dag zou terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning
+verbond zich, kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van
+verlies van zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den
+valschen toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte
+getoond had, waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze
+wenschte te dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden,
+hij ontdekte, dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en
+verlangde zijn loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en
+mantel verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar
+eischte Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak
+oogenblik ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met
+Oriana, die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte
+viel in een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd
+was.</p>
+<p>Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof
+vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>zij
+zich naar Windsor, vast besloten de booze plannen van den toovenaar te
+verijdelen. Deze wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent
+naar den Britschen troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door
+Amadis overwonnen was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner
+vijanden, en nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele
+jonkvrouw, ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door
+Archelaus werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het
+oog kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen,
+maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de
+handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het Versterkte Eiland.</h3>
+<p class="firstpar">Met het begin van het Tweede Boek treden wij een
+wonderbaarlijke en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in
+waarheid het <span class="letterspaced">Cor Cordium</span>, de spiegel,
+de quintessence der romantiek genoemd worden. Het brengt ons in kennis
+met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons beschreven wordt als
+een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij stond zijne rechten af
+aan zijn jongeren broeder, en voer door de Groote Zee, waar hij een
+eiland ontdekte, dat slechts door boeren bewoond werd, en waar een
+machtige reus heerschte; dit eiland was bekend als het Versterkte
+Eiland, en werd in verscheidene romances bezongen als een waar
+paradijs.</p>
+<p>Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen
+totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar
+voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige
+betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen, die
+niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>schoon als zijn geliefde Grymenysa. De wonderen
+van dit tooverland zijn wel waard beschreven te worden, en daar een
+groot gedeelte van de handeling dezer romance zich daar afspeelt,
+zullen wij ons inschepen op de toovergalei, die altijd gereed ligt in
+de haven der legende, en naar het eiland zeilen, om op de betooverde
+kust te landen.</p>
+<p>Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland.</p>
+<div class="lgouter">
+<h4>Het Versterkte Eiland.</h4>
+<p class="line">Apolidon, door toovermacht,</p>
+<p class="line">Bouwde een huis van wondre pracht</p>
+<p class="line">Op een eiland, waar geen enkel schip</p>
+<p class="line">Voer door de zee langs die eenzame klip.</p>
+<p class="line">Op de granieten zuilen van de poort</p>
+<p class="line">Grifte hij het strenge woord,</p>
+<p class="line">Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk,</p>
+<p class="line">Zou mogen komen in dit gezegend rijk.</p>
+<p class="line">Hangende terrassen glinsterend wit in de zon,</p>
+<p class="line">Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van
+Babylon,</p>
+<p class="line">En de hoogte was van zulk een stralende pracht</p>
+<p class="line">Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht,</p>
+<p class="line">En uit een groep <span class="corr" id="xd20e2267"
+title="Bron: von">van</span> mirten, teedergroen,</p>
+<p class="line">Verrees een wit en heerlijk paviljoen,</p>
+<p class="line">Dat toescheen aan de zeelieden van ver,</p>
+<p class="line">Een op een weiland neergedaalde ster.</p>
+<p class="line">Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan &rsquo;t
+oog</p>
+<p class="line">Een tooverachtig fonkelende stralenboog</p>
+<p class="line">Met zon en sterren heerlijk bejuweeld;</p>
+<p class="line">En in die nis stond een betooverd beeld,</p>
+<p class="line">In welks ten hemel opgeheven hand</p>
+<p class="line">Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen
+brand.</p>
+<p class="line">En als een ridder of een maagd</p>
+<p class="line">In overmoed het had gewaagd,</p>
+<p class="line">Geboren uit een vrij geslacht,</p>
+<p class="line">Minder in schoonheid en in macht</p>
+<p class="line">Dan toovenaar Apolidoon,</p>
+<p class="line">Of Grymenysa, wonderschoon, <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p>
+<p class="line">Te treden in de tooverhal,</p>
+<p class="line">Dan zou, met bulderend geschal</p>
+<p class="line">De koperen klaroen uitbarsten in geweld,</p>
+<p class="line">Zoodat daar de vermetele werd neergeveld.</p>
+<p class="line">Maar als een jonkvrouw, hoog van naam,</p>
+<p class="line">Een ridder zonder vrees of blaam</p>
+<p class="line">Zou komen aan de poort,</p>
+<p class="line">Dan zouden in den zaal&rsquo;gen hof</p>
+<p class="line">Fanfares, daverend van lof</p>
+<p class="line">En vreugde zijn gehoord.</p>
+<p class="line">Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn;</p>
+<p class="line">Een platte steen van jaspis of van serpentijn,</p>
+<p class="line">Waar, tusschen vlammende arabesken glinst&rsquo;ren zou
+de naam</p>
+<p class="line">Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam,</p>
+<p class="line">Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden</p>
+<p class="line">Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden,</p>
+<p class="line">Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs</p>
+<p class="line">De heerschers uit dit wond&rsquo;re paradijs,</p>
+<p class="line">Gegoten in de bovenaardsche praal</p>
+<p class="line">Van glinsterend, onsterfelijk metaal.</p>
+<p class="line">Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar</p>
+<p class="line">Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin,</p>
+<p class="line">Als een verheerlijking van grenzenlooze min,</p>
+<p class="line">Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar:</p>
+<p class="line">Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren
+deur</p>
+<p class="line">Opdat slechts &rsquo;t edelst hart, dat ooit werd
+voortgebracht,</p>
+<p class="line">Aanschouwen zou die goddelijke pracht</p>
+<p class="line">En zich zou laven aan den bovenaardschen geur.</p>
+<p class="line">En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan,</p>
+<p class="line">Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in
+de zwaarden,</p>
+<p class="line">Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde,</p>
+<p class="line">Als strenge wachters voor de kamer staan.</p>
+<p class="line">En alle draden van zijn wonderbaren geest,</p>
+<p class="line">Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel</p>
+<p class="line">Rondom de schaduwen van deze citadel</p>
+<p class="line">Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest.</p>
+<p class="line">Toen ging hij uit die plaats van zaligheid,</p>
+<p class="line">Aanroepend alle geesten als beschermers dezer
+oorden:</p>
+<p class="line">Sabitu, Baphomet, <span class="letterspaced">Siduri</span>, met zijn tooverwoorden,</p>
+<p class="line">En macht hun gevend tot in eeuwigheid. <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p>
+<p class="line">En toen de maan verduisterde aan de lucht,</p>
+<p class="line">Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht;</p>
+<p class="line">Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit
+gehoord,</p>
+<p class="line">En nimmer keerde hij terug naar &rsquo;t zalig
+oord.</p>
+<p class="line">Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht,</p>
+<p class="line">Gestalten zweven, witter dan de neev&rsquo;len
+dicht,</p>
+<p class="line">En altijd hooren zij nog bij het vallend duister,</p>
+<p class="line">Een teeder zuchten en een lispelend gefluister.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins
+Apolidon er een gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er
+niet in slaagde, door den eereboog te gaan en toch het geweldige
+trompetgeschal overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou
+worden gegooid; maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond,
+ontvangen en gediend zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij,
+dat, wanneer het eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de
+betoovering zou worden opgeheven.</p>
+<div class="figure xd20e2408width"><img src="images/p104.jpg" alt="Het Versterkte Eiland." width="500" height="720">
+<p class="figureHead">Het Versterkte Eiland.</p>
+</div>
+<p>Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had
+geduurd, ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen
+en op avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de
+wonderen van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide,
+nauwelijks twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij
+zich toen bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn
+geluk te beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder,
+stemde erin toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming.
+Toen zij bij het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen,
+waarvan de muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs
+getracht hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen
+gelukt was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het
+paviljoen doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere
+ridders gefaald hadden, ontzonk hem de moed. <span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Amadis gaat onder den boog door.</h3>
+<p class="firstpar">Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van
+koning Languines van Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk
+zouden trachten onder den boog door te gaan. Toen hij door de poort
+trad, deed de trompet, die door het tooverbeeld werd omhoog geheven,
+zachte klanken hooren, en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde
+Amadis den overdekten gang, en de trompet blies nog luider en
+melodieuser dan zij eerst gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne
+schreden naar de afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis,
+waarop geschreven stond: &raquo;Dit is Amadis van Galli&euml;, de ware
+minnaar, zoon van koning Perion.&laquo; Terwijl zij dit lazen, kwam
+Ardian, de dwerg van Amadis, op hem toeloopen met de mededeeling, dat
+Galaor en Florestan, zijn broeders, getracht hadden onder den boog door
+te gaan, maar dat zij van alle kanten door onzichtbare handen waren
+aangevallen, en nu voor dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes
+keerden dadelijk op hunne schreden terug en vonden de jonge ridders in
+een toestand van diepe bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo
+goed mogelijk hielp, trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te
+treden, maar ook hij ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn
+verloor.</p>
+<p>Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de
+uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen
+hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht
+was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten kamer
+binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij raapte
+dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen de zuilen
+en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare
+krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span>Hij hoorde een verschrikkelijk geweld van
+stemmen, alsof alle ridders der geheele wereld tegen hem schreeuwden,
+en de slagen daalden met verdubbelde kracht en woede op hem neer. Maar
+de gedachte aan zijn geliefde maakte hem sterk en hij hield stand. Zoo
+nu en dan kreeg hij stompen tegen de knie&euml;n, en
+&eacute;&eacute;nmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar
+hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf
+openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd hem
+een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep uit:
+&raquo;Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft
+in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft, en
+die in zijn tijd zijn gelijke niet had.&laquo; De hand die hem leidde,
+was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt door
+een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween de
+hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren.</p>
+<p>Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland
+hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij naar
+het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij bewonderden
+alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de wonderbaarlijkste
+schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker te aanschouwen dan
+de standbeelden van Apolidon en Grymenysa.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Oriana&rsquo;s wreedheid.</h3>
+<p class="firstpar">Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben
+genomen, Brittanje verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het
+paleis terug, om de stukken van een zwaard te halen, die hem door een
+jonkvrouw gegeven waren met de bede den dood te wreken van haar vader,
+die door de hand van een laffen moordenaar gevallen was. <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>Amadis had als een goed ridder beloofd het
+gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken had. Toen
+Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn terugkomst,
+en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had, een zeker
+zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het te halen.
+Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana maakte een
+verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg, en daar zij
+Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem een wreeden
+brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht, niet terug
+te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange reis vond hij
+Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem den brief.</p>
+<p>Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had
+scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat
+Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid liet
+Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen, en
+verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat hij zien
+zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis <span class="corr" id="xd20e2435" title="Bron: zouden">zou</span> hebben gehoord.
+Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te openen, zoodat
+hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen krijgen. Vergezeld
+door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan achten, begaf hij zich
+op weg naar een dichtbij gelegen kapel van de Heilige Maagd; daar bad
+hij innig, dat zij zijn voorspraak zou zijn bij haar Goddelijken Zoon,
+opdat hij hem genadig zou zijn, want hij gevoelde, dat zijne dagen
+geteld waren. Daarna nam hij hartelijk afscheid van den Gouverneur,
+besteeg zijn paard, en reed zonder schild, speer of helm, heen.</p>
+<p>Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen
+ridder Gandales, die bij al deze avonturen <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>zijn
+meester nooit had verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden
+brief van Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij
+besloten, den wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou
+overkomen. Zij vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron,
+uitgeput door zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het
+vallen van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot
+hem doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig
+lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin, en
+hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn
+neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder,
+die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen
+rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam, zou
+dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong hij te
+paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden wreker te
+zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig, en Amadis daagde
+hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een woedend gevecht, waarin
+Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een hevigen slag toediende, dat
+deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis liet den gewonden ridder over
+aan de zorgen van Durin en reed verder, nog steeds gevolgd door
+Gandalin.</p>
+<p>Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden
+toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te volgen.
+Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen en klachten
+de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de zorgzame Gandalin
+sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok door de meest
+verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij was afgedwaald.
+Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien
+hij verzocht, bij hem te mogen blijven. De kluizenaar groette hem
+vriendelijk en Amadis stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit,
+die hem vertelde, dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven
+mijlen in zee vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of
+&raquo;de Schoone Sombere Ridder,&laquo; omdat hij even beminnelijk als
+bedroefd was.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Kale Rots.</h3>
+<p class="firstpar">Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het
+strand, en nadat hij zijn paard aan de zeelieden had gegeven, ging
+Amadis met den kluizenaar aan boord van een schip en voer naar de Kale
+Rots, zooals de monnik de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde
+Amadis het leven van ontbering van den kluizenaar, &raquo;niet uit
+godsvrucht, maar uit wanhoop, niet denkende aan zijn roem als
+krijgsman, en verlangende naar den dood&mdash;dit alles om de wreedheid
+eener vrouw!&laquo;</p>
+<p>Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof, en
+vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen, en hoe
+schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland had
+doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon zijn
+geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan om te
+sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij schreef
+haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij &eacute;&eacute;n
+harer kamervrouwen, die &raquo;de Maagd van Denemarken&laquo; genoemd
+werd, en een zuster was van Durin, naar hem toezond.</p>
+<p>Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen had
+op den avond van den dag, waarop hij Oriana&rsquo;s wreeden brief had
+ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende,
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem,
+op den rand van de bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had
+aangehoord, was zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat
+zij zich diep bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost
+wilde worden.</p>
+<p>Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed, de
+volgende versregels:</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en
+ridderspel!</p>
+<p class="line">Waarom te leven met een smart, oneindig groot?!</p>
+<p class="line">Roemvoller is een eed&rsquo;le heldendood.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">De trouwe dood, in zijn barmhartigheid</p>
+<p class="line">Zal eens mij brengen de vergetelheid.</p>
+<p class="line">Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden,</p>
+<p class="line">Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed
+lijden,</p>
+<p class="line">Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft
+bedorven,</p>
+<p class="line">Maar ook den krijgsmansroem, in dapp&rsquo;ren strijd
+verworven<span class="corr" id="xd20e2480" title="Niet in bron">.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die
+Florestan liefhad, bij de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de
+geschiedenis van Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette,
+maar dat het gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij
+vroeger gekend had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren,
+zongen de jonge meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist,
+dat Amadis en Beltenebros dezelfde waren. De &raquo;Maagd van
+Denemarken&laquo;, die uitgezonden was, om Amadis te zoeken, werd door
+stormen overvallen en naar den voet van de Kale Rots gedreven.<a class="noteref" id="xd20e2484src" href="#xd20e2484" name="xd20e2484src">3</a>
+Zij landde met Durin en een dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan,
+biddende in een kapel; en toen hij het gelaat van het meisje
+aanschouwde, bezwijmde hij. <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span></p>
+<p>Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook moge
+toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de middeleeuwen.
+Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van iemand, die
+zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe, en dat hij zich
+voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken op een kale rots,
+omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet menschen van onzen
+tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Moet &rsquo;k, door liefdesmart geplaagd,</p>
+<p class="line">Sterven om een schoone maagd?</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo
+voorzichtig hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer
+overgrootmoeders, dat in stukken zou vallen, wanneer wij het ruw
+behandelden. Wanneer wij denken aan de wijze, waarop Dante en Petrarca
+uiting gaven aan hunne vereering voor de vrouw, en hoe de Hoven der
+Liefde het werk hebben voortgezet, dat zij begonnen waren, kunnen wij
+er ons niet over verwonderen, dat mannen, opgevoed in dergelijke
+opvattingen, en de vereering van de vrouw beschouwende als bijna even
+belangrijk als de Godsvereering, in staat waren zich over te geven aan
+zulke hartstochtelijke uitingen van wanhoop, wanneer het voorwerp
+hunner aanbidding hen griefde of verliet. Daarenboven is door alle
+eeuwen heen de mannelijke geest uiterst gevoelig geweest voor
+vrouwelijke ongenade. Zooals wij bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij
+levensbeschrijvingen lezen van groote mannen, zooals Goethe.</p>
+<p>Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot
+dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de verzen
+van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere,
+nuchtere verstand <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112"
+name="pb112">112</a>]</span>van den middelmatigen man, en door de
+combinatie van mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd,
+de gevoelens van beide sexen te doorleven.</p>
+<p>Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de
+besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale
+blijft, moet zij beschouwd worden als &eacute;&eacute;n van de groote
+stuwende krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets
+anders heeft bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der
+wereld. En juist in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de
+aangewezen plaats is voor zulke overdreven uitingen, behoort het
+jongere geslacht met waardeering de teedere schoonheid en de groote
+bekoring op te merken van een eeredienst, die, al is hij nog niet
+geheel dood, dan toch zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne
+jeugd, dat zij deze overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag
+haar een open oog te hebben voor den fijnen geest, de groote
+ridderlijkheid, en bovenal voor de ingetogenheid en het gevoel van
+eigenwaarde, die deze uitingen kenmerkten. Het is een verblijdend
+teeken des tijds, dat de beide sexen elkander beter leeren kennen. Maar
+wij moeten ons hoeden voor een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek
+aan waardeering. Wij moeten nog iets overhouden van de ernst en de
+schoonheid van den vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet
+vervallen tot een gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren
+ongetwijfeld met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen
+terugdenken.</p>
+<p>Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd
+van Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug
+te keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed
+dat zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>van
+den goeden kluizenaar, en voer met het schip, waarmede de Maagd van
+Denemarken gekomen was, naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen
+tijd bleef, want hij was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te
+ondernemen. Maar na verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn
+schildknaap in dienst, en hij begaf zich met Durin en diens zuster op
+weg naar het Engelsche Hof.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Berouwvolle Oriana.</h3>
+<p class="firstpar">Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes
+tevergeefs naar Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte
+stemming te Londen aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde,
+begaf zij zich naar het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de
+stad verwijderd was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de
+overtuiging, dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze,
+waarop zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw
+op hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van
+Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van
+Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best
+worden weergegeven in verzen.</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Miraflores, waar ontspringen</p>
+<p class="line">Zilvren beekjes, vogels zingen,</p>
+<p class="line">En het hoog en statig hout</p>
+<p class="line">Slechts een deel schijnt van het woud,</p>
+<p class="line">In de stilte uwer lanen,</p>
+<p class="line">In de schaduw der platanen</p>
+<p class="line">Wacht ik zijn vergiffenis,</p>
+<p class="line">Die mijn troost en redding is.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Miraflores, naam van pracht!</p>
+<p class="line">Moge ik leeren dag en nacht,</p>
+<p class="line">In uw zoet doorgeurde dreven, <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span></p>
+<p class="line">Wat het hoogste is in &rsquo;t leven:</p>
+<p class="line">Mij in &rsquo;t goede te verblijden,</p>
+<p class="line">Booze woorden te vermijden,</p>
+<p class="line">Zoodat ik, in deemoed klein,</p>
+<p class="line">Zijn vergeving waard zal zijn.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te
+Windsor, die hem uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque,
+zijn neef, den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van
+den Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning
+Abies van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd
+hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die
+met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer
+vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven;
+hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen hem
+zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven, wanneer
+Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd te geven
+aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan Basagante,
+zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met rustige
+waardigheid af.</p>
+<p>Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan ook
+zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de
+oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud
+aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een
+tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen
+strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij
+wisselden dus den handschoen.</p>
+<p>Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora
+met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat hij
+niet meer gedaan had <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115"
+name="pb115">115</a>]</span>sedert het bericht van de verdwijning van
+Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in
+scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen dus
+het volgende liedje:</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Leonora, scheppings roem!</p>
+<p class="line">Witte, smettelooze bloem,</p>
+<p class="line">Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen,</p>
+<p class="line">Waarom in lentetijd</p>
+<p class="line">Geurt gij in eenzaamheid,</p>
+<p class="line">Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen?</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Wilt gij, o bloesem rein,</p>
+<p class="line">Dan niet de mijne zijn,</p>
+<p class="line">Dat ik u koesteren kan en dragen.</p>
+<p class="line">Geef dan uw zoeten geur,</p>
+<p class="line">Bloei dan in teere kleur,</p>
+<p class="line">Als lieve troost in mijn droeve dagen.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te
+deelen, dat Corisande aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met
+Florestan gelukkig hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht,
+maar kon toch niet nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met
+haar eigen droevig lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit
+oogenblik trad de Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met
+kloppend hart naar het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw
+haar den brief van Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij
+bijna van vreugde.</p>
+<p>Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende
+was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij
+doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een
+groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich
+op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij een
+ridder, den reus Quadragante, &eacute;&eacute;n <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>van
+de verbonden vijanden van Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen
+strijder uit het zadel, en dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich
+te onderwerpen aan Lisuarte.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Amadis verslaat <span class="corr" id="xd20e2593" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>.</h3>
+<p class="firstpar">Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige
+tenten, die in een weiland waren opgeslagen, en bewoond werden door een
+gezelschap van ridders en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses
+Leonora. De ridders drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou
+breken. Hij wierp hen allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg.
+Terwijl hij zich eenige mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn
+oog op een wagen, vol geladen met ridders en maagden, die geketend
+waren. Gezeten op een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor
+den wagen uit, vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als
+<span class="corr" id="xd20e2598" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>, die den ridder gezonden had
+om Lisuarte uit te dagen. Amadis was zeer vermoeid door het gevecht met
+de ridders, en hij gevoelde dus weinig lust, hem op dit oogenblik te
+ontmoeten, maar toen hij zag, dat Leonora en hare maagden ook in den
+wagen waren, sprong hij op zijn paard, en met den blik gericht op
+Miraflores, waar Oriana was, wachtte hij den aanval van den reus
+af.</p>
+<p>Toen <span class="corr" id="xd20e2603" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span> hem zag, overrompelde hij hem
+als een menschelijke lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van
+Amadis, maar de ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het
+monster, en het wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante
+dit zag, snelde hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn
+gevallen paard vandaan, trok zijn zwaard, en hieuw &eacute;&eacute;n
+der beenen van zijn tegenstander af. Maar zijn zwaard sprong in stukken
+door de kracht van den slag, en er volgde <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>een verwoed gevecht
+om de strijdbijl van Basagante, maar Amadis ontrukte zijn vijand de
+bijl en sloeg hem het hoofd af. Daarna doodde hij <span class="corr"
+id="xd20e2608" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span> met diens
+eigen speer, bevrijdde de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de
+lijken der verslagen reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de
+mededeeling, dat zij gezonden waren door een onbekenden ridder,
+Beltenebros genaamd. Toen besteeg hij het groote, zwarte paard van
+<span class="corr" id="xd20e2611" title="Bron: Famongomadon">Famongomadan</span>, en draafde weg.</p>
+<p>Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en
+zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn
+geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in
+zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben,
+den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten de
+reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven
+ernstig door Amadis verwond.</p>
+<p>Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis het
+gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij verliefd
+was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar niet liefhad.
+Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele Hof wist nu, dat
+Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was zeer verwonderd over
+de macht van dien &eacute;&eacute;nen arm.</p>
+<p>Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming en
+het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en bij hem
+voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte was hierover
+zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten den Koning tegen
+Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste ridders op deze
+wijze van het Hof verwijderde. <span class="pagenum">[<a id="pb118"
+href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span></p>
+<p>Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven,
+waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij
+slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar
+toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met
+geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land
+terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote
+vreugde van alle bewoners.</p>
+<p>Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de
+geaardheid van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven
+mijlen breed was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen.
+Apolidon had zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd;
+&eacute;&eacute;n ervan heette Het Paleis van de Slang en de Leeuwen;
+het tweede was Het Kasteel van het Hert en de Honden. Het derde heette
+Het Draaiende Paleis, want driemaal daags en drie keer per nacht
+draaide het met groote snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de
+muren bevonden, dachten, dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was
+Het Paleis van den Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit
+een overdekte laan te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen,
+alsof hij ze wilde dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer
+te voorschijn met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen
+weer naar zijn verborgen verblijf terug joeg.</p>
+<p>Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer,
+de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte; maar
+deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter Madasima en
+andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten onthoofden, wanneer
+zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen afstand deed van haar
+koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden het in <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span>Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke
+maatregelen nam, en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om
+de bedreigde vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het
+Hof van Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten
+val wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch, om
+zich daardoor te laten be&iuml;nvloeden, en bij de komst der ridders
+stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Amadis twist met Lisuarte.</h3>
+<p class="firstpar">Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige
+menschen zijn dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De
+raadslieden van Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste
+vesting der reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen
+verdedigd werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming
+als een onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd
+medegedeeld, ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan
+Amadis op het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien
+Madasima, de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een
+vriend zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer
+bewoond werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle
+macht verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland,
+met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen,
+dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opge&euml;ischt; het
+gelukte hun deze overweldigers spoedig te verdrijven.</p>
+<p>Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok
+zoo spoedig mogelijk naar Galli&euml;, omdat hij zich ongerust maakte
+over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om
+levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder
+Galaor en <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>Koning Cildadan te verlossen uit de macht van
+een reus, die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in
+Galli&euml; begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene
+jaren niet gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza
+geland, waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst,
+versloeg; maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen
+vijanden, en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van
+Galvanes en zijn vrouw Madasima.</p>
+<p>Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde,
+vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn
+geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep
+van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien
+zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder
+leven op te kunnen teren. &raquo;Jonkvrouwen, die een beleediging, haar
+aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij in
+de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden
+was.&laquo;</p>
+<p>Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een
+brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij hem
+een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Galli&euml; niet te
+verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem
+niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer
+hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht, niet
+de wapenen tegen haar vader te voeren, en Galli&euml; slechts dan te
+verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis
+besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden, met
+wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was
+binnengevallen.</p>
+<p>De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des
+nachts door een donker woud weggevoerd, <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>om hare meesteres
+voor schande te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had,
+was een leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht
+had, Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het
+met zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen
+jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde, zoowel
+in huis als op de jacht.</p>
+<p>Intusschen had Amadis, die zich de &raquo;Ridder met het Groene
+Zwaard&laquo; noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij
+den laatsten tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg,
+met zich mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier
+jaren een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te
+ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd aan
+het Hof vertoefde.</p>
+<p>Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne
+dochters op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano
+woonde; daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot
+zich te nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians
+hals gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda
+geschreven was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en
+bevatte den raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem
+eenmaal uit een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus,
+Esplandian en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te
+nemen, en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een
+leeuwin bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest
+zijn; want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van
+het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had
+weggevoerd.</p>
+<p>Bij &eacute;&eacute;n zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke
+<span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>avonturen, was Amadis ernstig gewond door een
+monster, dat hij verslagen had, en hij werd toen verpleegd door een
+jonkvrouw, Grasinda geheeten, die hij, uit dankbaarheid voor hare
+vriendelijkheid en hulp, beloofd had, op haar verlangen elk avontuur te
+zullen ondernemen. Ongeveer in denzelfden tijd besloot El Patin, de
+Keizer van Rome, aanzoek te doen om de hand van Oriana. Toen Koningin
+Sardamira van Sardini&euml;, die El Patin lief had, dit hoorde, reisde
+zij in gezelschap van de afgezanten van den Romeinschen Keizer naar
+Brittanje, waar zij Oriana ontmoette, wie zij bericht bracht over
+Amadis en wie zij vertelde, hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen
+strijd had overwonnen, en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat
+toedroeg. Galaor, die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief
+hadden, ging naar Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne
+toestemming te geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den
+Keizer; daarna reisde hij naar Galli&euml;, in de hoop, daar eenig
+bericht over Amadis te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich
+naar het Versterkte Eiland, om Agrayes in te lichten over de
+moeilijkheden, waarin Oriana zich bevond, en hem tevens bericht te
+brengen van zijne geliefde Mabilia, die zeer naar hem verlangde.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De &raquo;Grieksche Ridder.&laquo;</h3>
+<p class="firstpar">Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip
+Amadis, die zich nu den &raquo;Griekschen Ridder&laquo; noemde, met
+jonkvrouw Grasinda in Brittanje aankwam. Hij wenschte incognito te
+blijven, en gaf daarom het strenge bevel, dat zijn gevolg zijn naam
+niet mocht openbaren. Toen hij hoorde, dat Oriana op het punt stond te
+worden uitgehuwelijkt aan den Keizer, besloot hij, zijne maatregelen te
+nemen. Grasinda echter, gedachtig aan zijn belofte, zich terwille van
+haar in elk avontuur te zullen <span class="pagenum">[<a id="pb123"
+href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span>begeven, dat zij voor hem zou
+uitkiezen, zond een brief aan koning Lisuarte, met de mededeeling, dat
+zij zichzelf schooner achtte dan welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof,
+en dat, wanneer een ridder van een ander oordeel mocht zijn, hij zou
+moeten strijden met haar kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche
+afgezanten vroegen Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit
+werd hun toegestaan.</p>
+<p>Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche
+ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag brak
+aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer zenden
+moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome te worden
+gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip, nam hartelijk
+afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na, die zijn dochter
+wegvoerde van het witte strand van Brittanje.</p>
+<p>Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij
+zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van het
+Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel de
+Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden, bevrijdde
+Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden strand van
+het Versterkte Eiland.</p>
+<p>Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van
+het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar
+aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij
+zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele
+wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, &raquo;kon zij
+niet gelooven, dat eenig sterfelijk wezen z&oacute;&oacute; verblindend
+schoon kon zijn.&laquo;</p>
+<p>Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren
+van het paleis, dat de toovenaar <span class="pagenum">[<a id="pb124"
+href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span>Apolidon geschapen had, en op
+haar verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar
+vader haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed,
+dat de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond
+dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld, met het
+verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te willen
+bijstaan.</p>
+<div class="figure xd20e2671width"><img src="images/p124.jpg" alt="De trotsche Ridderschap." width="494" height="720">
+<p class="figureHead">De trotsche Ridderschap.</p>
+</div>
+<p>De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en
+Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans, die
+hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij
+verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor, wanneer
+de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning, zich met hun
+strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld, en wanneer
+&eacute;&eacute;n der strijdende partijen de overwinning behaald had,
+zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op deze
+wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond grooten
+bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen, en zij
+besloten, het ten uitvoer te brengen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Oorlog met Lisuarte.</h3>
+<p class="firstpar">Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof
+van Lisuarte gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen.
+Maar de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem een
+oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook in
+Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met Amadis.
+Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij op, om de
+troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen, een uitval
+had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de strijdmacht van
+Lisuarte en den Keizer te ontmoeten.</p>
+<p>De vrienden van Amadis hadden hem niet in den <span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>steek gelaten. In de eerste plaats was zijn
+vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met de geheele troepenmacht
+van Galli&euml;. Ierland had een groot contingent geleverd, en zijne
+oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van Konstantinopel
+hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle onder de
+bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd het leger
+begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen en prinsessen,
+die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en hare tegenwoordigheid
+spoorde de ridders aan tot daden van grooten moed. De toovenaar
+Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een schaduw de troepen van
+Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen, wanneer zij
+teruggeslagen werden.</p>
+<p>Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van
+samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan
+schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende
+vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat de
+ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke legers
+elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij
+aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen,
+trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij
+vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der
+zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend
+hamers op even zoovele aambeelden.</p>
+<p>Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van
+Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp
+hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen;
+maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich
+in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen <span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>ridder uit het zadel, en gaf diens strijdros aan
+den held, die, gevolgd door Gandelin en andere paladijnen, een
+krachtigen aanval deed op de flank van het Romeinsche leger. Intusschen
+hield Quadragante geweldig huis aan het vijandelijke front, en slechts
+weinigen onder zijne tegenstanders, konden zijn reuzenkracht
+weerstaan.</p>
+<p>De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op
+hetzelfde oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend
+man aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: &raquo;Rome!
+Rome!&laquo; en hij zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter
+op Quadragante, die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij
+terug moest wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen
+soldaten.</p>
+<p>Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en
+verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als
+vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen
+terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten
+uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij
+was echter z&oacute;&oacute; uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat
+hij ervan afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat
+het leger van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het
+beter oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de
+ontmoeting met Lisuartes troepen.</p>
+<p>Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu
+bracht Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede
+waren gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang
+geduurd, toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij
+afmaakte met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend.
+Bij den aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en
+Britten te vluchten, en toen Lisuarte <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>dit zag, trachtte hij
+zijne troepen in goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze
+pogingen op, en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van
+Lisuarte, maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook
+zijn eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en
+zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke
+terugtocht.</p>
+<p>Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid
+tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen, om
+verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig was,
+slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De beide
+veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter reeds
+geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde hem dat
+Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat Esplandian
+hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning diep
+bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste af,
+terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden zijn
+gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij
+verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede
+monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian, begaf
+hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke wijze
+ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit van
+Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn zoon
+hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet, en
+voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen hem en
+den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was besloten dat
+hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een duurzamen vrede
+te sluiten. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het verraad van Archelaus.</h3>
+<p class="firstpar">De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn
+ontevreden bondgenooten hadden in groote spanning den gang van zaken
+gevolgd, en toen hunne spionnen hun mededeelden, dat de
+vijandelijkheden tusschen Lisuarte en Amadis ge&euml;indigd waren,
+besloten zij, het leger van den ouden Koning onverwijld aan te vallen.
+Maar Esplandian was getuige van den opmarsch hunner troepen, toen hij
+op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en hij reisde oogenblikkelijk
+terug naar Amadis, om hem te waarschuwen, dat er onraad dreigde. Bij
+dit bericht begaven Amadis en Koning Perion zich dadelijk op weg, om de
+uitgeputte troepen van Lisuarte bij te staan. Maar voordat Amadis en
+zijne ridders het leger van Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte
+en de weinige troepen, die hem gebleven waren, reeds overrompeld door
+de strijdmacht van den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een
+geweldigen nederlaag bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt,
+zoo goed mogelijk een heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een
+naburige stad, waar hij zich gereed maakte tot een laatste wanhopige
+verdediging tegen zijn meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig
+bestookt door Archelaus, maar werd niet minder krachtig verdedigd door
+Lisuarte en de ridders, die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar
+op het punt stond de stad stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en
+zijne paladijnen, die hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus
+en zijne bondgenooten werden in boeien geslagen, maar werden, zeer
+onvoorzichtig, weer in vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich
+in de toekomst van elke vijandelijkheid te onthouden.</p>
+<p>De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon
+hartelijk, en het bleek duidelijk, dat hunne oude <span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>vriendschap spoedig weer geheel hersteld zou
+zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen, en toen zij
+allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving van Amadis
+en Oriana mede.</p>
+<p>Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder
+Lisuarte, Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en
+vele anderen, naar het <span class="corr" id="xd20e2715" title="Bron: versterkte">Versterkte</span> Eiland, waar het huwelijk van
+Amadis en Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun
+aankomst op de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen
+getroffen voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en
+Amadis in het huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden
+tegelijkertijd in den echt worden verbonden. Temidden dezer
+voorbereidingen verscheen de goede fee Urganda, gezeten op den rug van
+een grooten draak, en allen, over wier geluk zij met zooveel zorg
+gewaakt had, heetten haar met groote hartelijkheid welkom.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het huwelijk van Amadis en Oriana.</h3>
+<p class="firstpar">Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk
+was aangebroken, besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en
+reed naar de kerk, waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na
+de plechtigheid verzocht Amadis den Koning, v&oacute;&oacute;rdat de
+feestelijkheden een aanvang zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef
+af te leggen van den Boog der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog
+van kracht was, waar het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor
+zijn toestemming. Toen Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet
+omhoog, en blies zulk een welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland
+gehoord was, en uit den mond der trompet vielen rozen en andere bloemen
+in zulk een menigte, dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een
+enkele aarzeling <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130"
+name="pb130">130</a>]</span>trad Oriana op de verboden kamer toe. Toen
+zij tusschen de zuilen doorging, voelde zij onzichtbare handen, die
+haar met kracht tegenhielden, en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar
+door haar onovertroffen trouw en schoonheid gelukte het haar toch,
+ondanks alle tegenwerking, het betooverde portaal te doorschrijden,
+waar de hand, die Amadis had binnengeleid, ook naar haar uitgestoken
+werd. Toen betrad zij de kamer, terwijl de stemmen van onzichtbare
+zangers teedere liederen zongen, ter verheerlijking harer schoonheid en
+standvastigheid.</p>
+<p>Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit
+laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De
+langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten
+slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen zij
+een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts ten
+deel valt aan stervelingen in oude romances.</p>
+<p>Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten en
+opvattingen beschreven worden, die z&oacute;&oacute;zeer verschillen
+van de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op
+een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn
+wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe
+fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was
+afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen wij
+den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch niet
+nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders en
+machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van
+toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen
+lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis een
+sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven der
+schrijvers. <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span></p>
+<p>Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze
+betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van menig
+bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak gesteld, de
+groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste gebeurtenissen te
+beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het boeken van de
+wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om den lezer een
+algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk zijn gevallen, de
+schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te verhoogen, wanneer ik
+mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen te beschrijven, en
+slechts een relaas te geven van de meest treffende gebeurtenissen,
+waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals ik reeds zeide,
+mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is, om den
+oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal van den
+geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd, den geest der
+romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt is, moet dit ten
+deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het geen gemakkelijke
+taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een beknopten vorm.
+Terecht zegt hij, die ons <span class="letterspaced">Amadis</span> in
+dichtvorm gaf:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag,</p>
+<p class="line">Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag.</p>
+<p class="line">&rsquo;k Vertel niet, wie in &rsquo;t steekspel brak
+zoo menig lans,</p>
+<p class="line">Wie &rsquo;t meeste uitblonk in den zang of bij den
+dans.</p>
+<p class="line">Wie in het spreekgestoelt&rsquo; heeft naar den prijs
+gedongen,</p>
+<p class="line">En wie het schoonst den lof der liefde heeft
+bezongen.<a class="noteref" id="xd20e2748src" href="#xd20e2748" name="xd20e2748src">4</a></p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2131" href="#xd20e2131src" name="xd20e2131">1</a></span>
+Waarschijnlijk Anstruther in Fife.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2152" href="#xd20e2152src" name="xd20e2152">2</a></span> Er
+bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan dezelfde is als
+de reus Albiona, &eacute;&eacute;n der twee monsters, &raquo;zonen van
+Neptunus,&laquo; die volgens Pomponius Mela, Hercules in Liguri&euml;
+aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en
+later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend was
+als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit &raquo;de Witte&laquo;,
+wat betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel
+waarschijnlijker is het, dat het beteekent: &raquo;het rijk van den God
+Alba, het land van den Witten God.&laquo; Alle Schotsche goden waren
+reuzen, evenals de Fomorianen van Ierland.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2484" href="#xd20e2484src" name="xd20e2484">3</a></span> Eerst
+had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept naar
+&raquo;Groot Brittanje&laquo;. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots
+terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het
+is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak punt
+was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van
+ontdekkingen en zeevaart.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2748" href="#xd20e2748src" name="xd20e2748">4</a></span> William
+Stuart Rose, <span class="letterspaced">Amadis de Galli&euml;r: Een
+gedicht in drie boeken</span>.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk IV: De vervolgboeken van &raquo;Amadis de
+Galli&euml;r&laquo;.</h2>
+<div class="epigraph">
+<p class="firstpar">&raquo;Al staan de vervolgboeken van <span class="letterspaced">Amadis</span> niet op de hoogte van het oorspronkelijke
+gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd, waarin zij geschreven
+zijn, van genoeg belang on een korten inhoud van de geheele serie hier
+weer te geven.&laquo;</p>
+<p class="xd20e2763">Southey.</p>
+</div>
+<p class="xd20e2765"><span class="xd20e2765init">B</span>ij het
+behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland, een
+taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het
+instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al
+mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer &raquo;vervolgboeken&laquo;
+van <span class="letterspaced">Amadis</span> zeer zwak zijn, toch
+kunnen wij niet nalaten er onze aandacht aan te schenken, al ware het
+slechts ter wille van hun beteekenis als letterkundig verschijnsel. In
+deze verdichte verhalen was de fantasie, die zoo welig gebloeid had in
+<span class="letterspaced">Amadis</span>, dikwijls
+z&oacute;&oacute;zeer overdreven, dat deze voortbrengselen van den
+geest, in de snelheid waarmede zij verwelkten en verloren gingen, deden
+denken aan de bloembladeren, die uit een stervende roos vallen.</p>
+<p>Het eerste dezer vervolgboeken, dat <span class="letterspaced">Het
+Vijfde Boek van Amadis</span> heet, is meer algemeen bekend onder den
+naam van <span class="letterspaced">Esplandian</span>, daar het
+voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held.</p>
+<p>Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze
+romance, wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen:
+&raquo;Inderdaad mag de deugd van den vader <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>geen
+verontschuldiging zijn voor het ontbreken dezer deugd bij den zoon.
+Hier, mijn beste huishoudster, open het raam, en smijt dit boek op het
+erf; laat het het eerste stuk van den hoop rommel zijn, dien wij straks
+in brand zullen steken&laquo;.</p>
+<p>De eerste uitgave van <span class="letterspaced">Esplandian</span>
+verscheen in 1542 te Sevilla. Het grootste gedeelte hiervan schijnt te
+zijn gemaakt door Montalva, den oorspronkelijken vertaler van Amadis.
+Maar waar hij bij het neerschrijven van dit werk slechts den rol van
+vertaler vervulde, daar trad hij bij de bewerking van <span class="letterspaced">Esplandian</span> ook als schrijver op, en het blijkt
+uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen te kort schoten.
+Het is echter ook weer overdreven, in <span class="letterspaced">Esplandian</span> niets dan een minderwaardig product te
+zien, en ik verdenk meer dan &eacute;&eacute;n dezer strenge critici
+ervan, den origineelen tekst niet te hebben gelezen, of het ongunstig
+oordeel van Cervantes na te spreken. Het is bekend, dat verscheidene
+Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen, een werk, geschreven in het
+Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij slechts oppervlakkig met deze
+taal op de hoogte zijn, en dat onder vele letterkundigen het wanbegrip
+heerscht, dat, wanneer men Latijn en Fransch kent, men slechts een
+beetje Castiliaansch behoeft te lezen, om ook deze taal spoedig
+volkomen machtig te zijn.</p>
+<p><span class="letterspaced">Esplandian</span> bezit vele schoonheden,
+en de mengeling van tooverkunst en beminnelijken eenvoud maakt het tot
+een bekoorlijk en stemmingsvol geheel. Waar vinden wij daarenboven een
+sprekender voorbeeld van een goede uiting van romantische overdrijving?
+Want <span class="letterspaced">Esplandian</span> bezit, zonder te
+vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken, de rijke en
+kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is van alle ware
+dichters die er echter niet allen in slagen zich in dit opzicht te
+<span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat
+<span class="letterspaced">Esplandian</span> slechts kost is voor den
+enthousiast, en ik moet den niet romantischen lezer dit werk dan ook
+ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven voor de barbiers en
+pastoors dezer wereld, en het is te betreuren, dat zij, die den geest
+van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed gebruiken, om ook
+anderen ervan afkeerig te maken.</p>
+<p>Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader,
+Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de
+roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht kon
+spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan zijne
+hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming, hetgeen er op
+wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige betoovering.
+Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte Eiland, waarheen
+hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen, een grooten vuurberg,
+die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de sylphide-achtige gestalte
+van de toovenares &raquo;Urganda de Onbekende&laquo; omhoog, die door
+de lucht voer op den rug van een reusachtigen draak. Eenigen tijd
+tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze Archelaus zich
+bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der tooverwereld
+weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna tot zijn schade
+gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had gemaakt van zijn
+herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte weer in zijn macht
+had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door ondervinding niet
+wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van het kasteel des
+toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden schoonzoon mede, dat
+het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging nemen, en voordat
+Amadis in de gelegenheid was iets naders te <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>vragen, voerde zij den jongeling op den rug van
+het gevleugelde monster met zich mede.</p>
+<p>De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een
+geheimzinnig vaartuig, <span class="letterspaced">Het Schip van de
+Groote Slang</span> genaamd, en toen hij bij zijn ontwaken bemerkte,
+dat hij zich op zee bevond, was hij uitgelaten van blijdschap. Toen hij
+over de rustige golven gedragen werd, voelde hij een groote, innerlijke
+vreugde over de wonderbaarlijke snelheid, waarmede de betooverde galei
+de baren kliefde. Na eenigen tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland,
+midden in een verlaten zee, en toen hij aan land ging, zag hij, dat het
+onbewoond was, en dat er zich niets op bevond dan een hooge toren, die
+op het hoogste punt der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop
+de toren stond, en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was.
+Bij een nader onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een
+rijk versierd zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te
+trekken, werd de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een
+geweldigen draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat,
+v&oacute;&oacute;rdat hij zich tot den aanval had kunnen gereedmaken,
+het monster zijn reuzenklauwen om hem heengeslagen had, met het
+kennelijk doel, de platen van zijn wapenrusting te breken, en hem te
+vermorzelen. De man en de draak worstelden op leven en dood, en
+z&oacute;&oacute; hevig was hun strijd, dat de aarde beefde en het
+kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij zich wendden en wrongen
+in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde Esplandian er in, zijn
+rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van den draak, en, een
+tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven had, stak hij het door
+de geschubde huid van het monster. Doodelijk gewond liet het tooverdier
+zijn prooi los, en het geweldige lichaam verstijfde in den <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had,
+dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en keerde
+naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid door een
+bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde, dat hij uit
+het rotsblok getrokken had.</p>
+<p>Nu voer hij op het <span class="letterspaced">Schip van de Groote
+Slang</span> weer verder en belandde op een woeste plaats, bekend als
+de Verboden Berg, een vesting, gelegen op de grens tusschen Griekenland
+en Turkije. Uit de verte zag hij een kasteel, en toen hij zich daarheen
+begaf, ontmoette hij een kluizenaar, die hem ontraadde, in de nabijheid
+daarvan te komen. Hij vertelde hem, dat een beroemd vorst daarin
+gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk begreep Esplandian, dat dit
+niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en dat het kasteel de vesting was
+van den boozen toovenaar Archelaus; deze overwegingen deden hem
+natuurlijk besluiten, de plaats nader te onderzoeken.</p>
+<p>Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door een
+reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op hem afkwam
+een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval van zijn
+reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het tooverzwaard,
+en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden, toen hij
+plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er volgde een
+vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd over de
+onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had door te
+dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef, dat hij
+stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte, viel Esplandian
+met groote woede aan. Maar zijn blinde woede was niet opgewassen tegen
+de koelbloedigheid van zijn jeugdigen tegenstander, die erin slaagde,
+hem met zijn tooverzwaard te dooden, en die hierdoor voor goed
+<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>een einde maakte aan de gevaarlijke streken van
+den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel daarna
+den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het
+tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus,
+Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst,
+hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die in
+zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de
+vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij
+beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden
+werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te
+bevrijden.</p>
+<p>Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te
+verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone
+aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen
+vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en in
+verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens
+krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De beide
+mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de
+heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend,
+gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede te
+mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en de
+stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd.</p>
+<p>Esplandian noemde zich nu &raquo;de Zwarte Ridder&laquo; om de kleur
+van zijn wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van
+het kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund,
+want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een
+groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>zich
+echter vele ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen,
+versloeg hij de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen.
+Aangemoedigd door dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart
+van Turkije, en veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was
+uitgetrokken, had hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van
+Constantinopel; hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den
+oorlog vele boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de
+standvastigheid zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij
+aan zijn trouw was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en
+toen dus de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig
+naar Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig
+gebeeldhouwde kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op,
+deze naar zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid
+harer vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar
+minnaar er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het
+onvermijdelijk, dat de liefde van den held en de heldin verborgen
+blijft voor de verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de
+romantische smaak van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat
+de Spaansche opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de
+gedachte aan eenige toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het
+betreft iets meer dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de
+gelieven v&oacute;&oacute;r het huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen
+heerschen ook nu nog onder den middenstand en in de hoogere kringen van
+Spanje en Spaansch Amerika, en het is met een gevoel van verbazing, dat
+wij hooren, hoe verliefde jongelingen met de meisjes, waarmede zij
+offici&euml;el verloofd zijn, slechts een vertrouwelijk woord kunnen
+wisselen door zich onherkenbaar te vermommen, of door de vriendelijke
+hulp van ondergeschikten. Het <span class="pagenum">[<a id="pb139"
+href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>komt niet zelden voor, dat
+jonge Spaansche paartjes, wier verloving volkomen en <span class="letterspaced" lang="fr">r&egrave;gle</span> is, en tegen wier
+vereeniging niet het minste bezwaar gemaakt wordt, hun toevlucht nemen
+tot een schaking, alleen om het romantische van het geval. Door zulke
+toestanden krijgen wij eerst een juist begrip van de groote macht, die
+de romantiek uitoefent op het Spaansche hart.</p>
+<p>Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken zich
+weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun in
+Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen werden
+door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen Sultan,
+die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een gevleugelden
+draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares was
+toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede hij
+Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als het zand
+der zee; &eacute;&eacute;n ervan was een schoone Amazonenkoningin, die
+naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van
+vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers, vuur
+en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners.</p>
+<p>Z&oacute;&oacute; vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in
+dezen slag tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte
+overeengekomen werd, den strijd te beslechten door een dubbel
+tweegevecht. Esplandian en Amadis werden door de &eacute;&eacute;ne
+partij aangewezen, en de Amazonenkoningin en een bevriend heidensch
+Sultan door de andere. De heidenen werden verslagen, maar zij waren
+z&oacute;&oacute; woedend over hun nederlaag, dat zij zich met elken
+man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand wierpen. Maar de
+Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner kampioenen,
+brachten hun groote <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140"
+name="pb140">140</a>]</span>verliezen toe en drongen den vijand terug
+van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was
+overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand
+te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve
+van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland
+vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden.</p>
+<p>Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten, kon
+zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen harer
+beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere
+hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat
+Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan
+het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel
+in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien,
+waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij
+ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten
+wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij
+besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen
+naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de
+sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare
+bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk
+zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in toe,
+in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal zouden
+worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in het bezit
+zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou zijn, hun een
+nieuw leven en verjongde krachten te schenken.</p>
+<p>Het Zesde Boek van de <span class="letterspaced">Amadis</span>-Serie
+behandelt de avonturen van Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in
+rechte lijn afstamt van de vorige helden, en hij <span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>daarenboven onverdragelijk vervelend is, zullen
+wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Lisuarte van Griekenland.</h3>
+<p class="firstpar">Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held
+van het zesde en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn
+door Juan Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden
+in 1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want
+Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke
+rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de
+dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot
+dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden
+geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een
+jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid
+werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op een
+gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en nam
+plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen waren
+zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit avontuur
+had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en zeilden
+verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar zij de
+verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant Lisuarte
+besloot, hem te gaan zoeken.</p>
+<p>Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in
+het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken,
+gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij de
+dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden, maar
+hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de jonkvrouw
+met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne
+voorbereidingen voor de taak, <span class="pagenum">[<a id="pb142"
+href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>die zij hem had opgedragen.
+Nauwelijks hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de
+stad, en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den
+Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam een
+geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte, die
+hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst naar
+den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid
+gedurende een vol jaar ge&euml;ischt werd, overal, waar de reusachtige
+jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion, die dit
+verzonnen had, om Lisuarte, die &eacute;&eacute;n der steunpilaren van
+Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een
+moeilijk en gevaarlijk tijdstip.</p>
+<p>Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam
+de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke
+functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door
+middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels, en
+waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou worden
+door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had met zeven
+en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de keizerlijke
+stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den Koning van
+het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd werd en hem
+hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel, waarheen hij
+dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden, die de stad
+belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die nu in
+Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de Apen te
+hebben voldaan.</p>
+<p>Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht
+was, zijn slapende voorouders te verlossen <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>uit
+de betoovering, waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te
+verlengen. Na vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam
+hij in het bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het
+Versterkte Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis,
+Esplandian en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij
+waren natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar
+een beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan van
+de heidensche troepen, en verzekerden z&oacute;&oacute; den vrede in
+het land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten,
+kon hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus
+naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden
+daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk,
+vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van
+overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette
+hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne
+huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl
+zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die
+hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen,
+en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Amadis van Griekenland.</h3>
+<p class="firstpar">Het Negende Boek behandelt de avonturen en
+heldendaden van het geslacht van Amadis, van wien in meer dan
+&eacute;&eacute;n beteekenis gezegd kan worden, dat hij onsterfelijk
+was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos, een letterkundig
+centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn in het Grieksch
+werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche romance <span class="letterspaced">Dares en Dictys</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>en dat het in een
+latere periode vertaald is in de Romaansche taal door den machtigen en
+wijzen toovenaar Alquife, klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst
+van een schrijver, die deze romance schreef met buitengewoon veel
+verbeeldingskracht en zeer weinig routine. <span class="letterspaced">Amadis van Griekenland</span> is nl. een mengsel van de
+grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij belanden in
+zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen, dat het geen
+gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld relaas van te
+geven.</p>
+<p>Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den
+ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat Amadis
+van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte niet
+bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria, Prinses
+van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge scheiding van
+dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd aan een bron op
+een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was om openbaarheid te
+vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd, en verkocht aan den
+Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst het beeld van een
+zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen Vorst den
+ridderslag te hebben ontvangen, &raquo;De Ridder van het Vlammende
+Zwaard.&laquo; Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan
+beschuldigd, een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren,
+en daar hij den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en
+stortte zich in een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht
+gebruikelijk was.</p>
+<p>Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus bij
+den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der
+ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem
+verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar
+<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>als verdedigers waren neergezet. Toen de groote
+Esplandian, die nu Keizer van Constantinopel was, hoorde, dat het werk
+der Christenen bedreigd werd, spoedde hij zich naar het tooneel der
+vijandelijkheden, en daagde den dapperen jongeling tot een tweegevecht
+uit; hij werd echter door hem verslagen, een omstandigheid, die nooit
+zou zijn opgekomen in het brein van den enthousiasten schrijver, die de
+romance van dezen held dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn
+geweest over den val van zijn &bdquo;ster&rdquo;. Korten tijd na deze
+gebeurtenis ontmoette Amadis den Koning van Sicili&euml;; hun
+kennismaking begon met een gevecht, want dit was de gebruikelijke
+manier, waarop dolende ridders zich aan elkander voorstelden; maar toen
+zij elkander leerden kennen en hoogachten, sloten zij een vriendschap,
+die nog hechter werd door de liefde van Amadis voor de bekoorlijke
+dochter van den strijdlustigen Koning.</p>
+<p>Op weg naar Sicili&euml; kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar
+hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in een
+betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij ontvoerd
+door de handlangers der heidenen.</p>
+<p>Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Galli&euml;, die
+blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de
+Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou
+zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken
+ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar
+naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed,
+en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn
+naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening
+van den Koning, haar echtgenoot.</p>
+<p>Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>hun
+tooverslaap gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicili&euml;. Hij
+had nog niet lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de
+buurt van het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk
+kwam zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den
+lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking, zocht
+hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder
+resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in, hem
+te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen; maar ten
+slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en dat de
+zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen op het
+hart van het voorwerp zijner liefde.</p>
+<p>Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held,
+naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de
+hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses
+in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te
+Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk
+bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten op
+de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand
+vertoornde den Sultan z&oacute;&oacute; hevig, dat hij tot krachtige
+maatregelen overging, en &raquo;Trebizonde met de vele Torens&laquo;
+belegerde. Toen het beleg geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide
+legers eenige ridders, om den strijd door tweegevechten te beslechten.
+Maar de paladijnen van den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de
+dochter van den Koning van het Reuzeneiland, die zich als ridder
+vermomde, en die met zulk een woede vocht, dat de ongelukkige
+Babyloni&euml;rs volkomen machteloos tegenover haar waren. De Sultan
+echter brak, zooals de overwonnenen in de romances <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>dat
+veelvuldig deden, de regelen van het tournooi, en ontvoerde Onoloria
+door een krijgslist.</p>
+<p>Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde,
+ontmoette hij die van Amadis den Galli&euml;r, die op weg was naar deze
+stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden bij de
+Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal Recht. Het is
+natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood werd. Maar de
+zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische ras door den
+dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn zuster Abra
+besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in de gelukkige
+dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder en Lisuarte
+waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij onder de
+bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer men tenminste
+de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij de vrouwen van het
+Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover het voorwerp harer
+genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet zoo ruw afwees, als de
+onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed, toen de schoone
+Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met de bekentenis
+harer liefde:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Hij zei: &raquo;Waart gij geen afgezant,</p>
+<p class="line">Ik doodde u met eigen hand.</p>
+<p class="line">Geen voet verzet ik van den grond,</p>
+<p class="line">Voor zulk een vuilen heidenhond!</p>
+<p class="line">Zij is een hond, en dus onrein:</p>
+<p class="line">Mijn kamer uit, gij smerig zwijn!&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat,
+waartoe een versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der
+schoone Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten
+naar alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap
+van ieder koninkrijk <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148"
+name="pb148">148</a>]</span>haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te
+brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een harer
+kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een heiden was,
+gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat hij niet zou
+rusten, voordat hij Lisuarte&rsquo;s hoofd aan Jonkvrouw Abra zou
+hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde er dus
+een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd
+be&euml;indigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar
+gewoonte de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge
+Amadis ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de
+liefdesbetuigingen van heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van
+een Oostersch Sultan, was alleen reeds door de verhalen over hem,
+verliefd op hem geworden, en zij had hem haar beeltenis gezonden, die
+door haar dwerg gemaakt was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame
+ongetwijfeld bezat, wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat
+ieder, die haar verblindende schoonheid aanschouwde, &ograve;f stierf,
+&ograve;f beroofd werd van zijn verstand. Haar vader, een verstandig
+man, sloot haar op in een toren, waarin niemand werd toegelaten behalve
+de naaste familieleden, die zooals meestal het geval is, niet zoo
+gemakkelijk onder den indruk harer bekoorlijkheden kwamen als
+vreemden.</p>
+<p>Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van
+Sicili&euml;, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd,
+of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart aan de
+Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het origineel
+van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen te
+aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten tot
+den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander trouw
+<span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren.
+Onnoodig te zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk
+aanbracht.</p>
+<p>Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die
+een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde
+optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk
+verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest,
+het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op
+aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische
+Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog.</p>
+<p>Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en
+zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te
+Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon
+geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held is
+van een andere geschiedenis.</p>
+<p>Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering
+van de Grieksche helden en prinsessen in den &raquo;Toren van het
+Heelal&laquo;, door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde,
+dat dit de eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen.
+Maar in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de
+betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen,
+niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne
+jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met
+elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden,
+omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest.</p>
+<p>Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap,
+behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en
+zorgzame toovenaar had in den <span class="pagenum">[<a id="pb150"
+href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>toren een toestel
+aangebracht, waardoor zij alles konden aanschouwen, wat er in de
+buitenwereld gebeurde, een bron van ontspanning en vermaak, waarvan
+mevrouw d&rsquo;Aulnoy ook gebruik heeft gemaak in &eacute;&eacute;n
+harer sprookjes.</p>
+<p>De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig
+gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke
+opvolgers. &raquo;Smijt het heele zoodje op het erf&laquo;, riep de
+priester uit; &raquo;want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als
+ik hem tegenkwam in de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik
+Koningin Pintiquinestra en den herder Darinel met zijn herderszangen en
+de gruwelijk overdreven toespraken van den schrijver
+spaarde.&laquo;</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Florisel van Niquea.</h3>
+<p class="firstpar">De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging
+heeft opgewekt van den onromantischen priester en den nog minder
+dichterlijken barbier van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat
+den naam draagt van Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld,
+dat het geschreven is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van
+Argos, die het dan zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar
+gelaten waren bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit
+verlaagt zich er niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium
+was, dat zij in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar
+wanneer wij, zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een
+prijs mochten bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige
+ontboezeming dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn
+geweest met een stuiver per regel. In &eacute;&eacute;n woord, Cirfea,
+of de tienderangs schrijver, die zich achter haar vorstelijke persoon
+verbergt, is betrekkelijk vervelend, en haar flauwe herdersverhalen
+kunnen onmogelijk ernstig genomen worden. Het eenige, <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>wat
+haar werk nog eenige beteekenis geeft, is, dat zij waarschijnlijk de
+eerste was, die het landelijk element in de romance heeft gebracht, en
+dat zij dus de schepper is van een lange rij gekunstelde en
+sentimenteele herders en herderinnen, wier tranen en zuchten de
+bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche dichtwerken vullen,
+en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn, dat men er tegen op
+ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de verte herinnert aan
+<span class="letterspaced" lang="fr">l&rsquo;esprit de
+berg&egrave;res</span>.</p>
+<p>De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte
+en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan de
+ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandri&euml; werd opgevoed
+voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien een
+zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan zeker te
+danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert, hetgeen
+blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen Sylvia
+grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en vertrouwende
+op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar allerliefsten
+naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel, wiens naam evenals
+de hare in het land der Pharao&rsquo;s uitheemsch was, aan haar wil.
+Sylvia was van oordeel, dat een herderin &raquo;hardvochtig&laquo;
+tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor
+de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te
+beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn
+goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te
+stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces
+zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek
+gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot het
+inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende tot de
+uitvoering van <span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de
+omgeving van Babyloni&euml;, waar hij, zoekende naar bergen in een
+streek, waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was
+vriendschap te sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er
+wel eens genoeg van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de
+schoone oogen der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels
+beschrijvingen van Sylvia&rsquo;s bekoorlijkheden waren echter
+z&oacute;&oacute; geestdriftig, dat Florisel werd aangestoken door de
+gevoelens van zijn ongelukkigen vriend, zoodat hij ten slotte
+z&oacute;&oacute; weinig in staat was, de hartstocht, die hem verteerde
+te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde, en den ongelukkigen
+Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van Sylvia te brengen. Maar
+hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen, den geheelen weg van
+Babylon te voet af te leggen om beloond te worden met een blik uit hare
+oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed als zij dat tegenover
+Darinel geweest was.</p>
+<p>Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne
+klachten aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde
+hij haar, hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd
+paleis gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de
+wispelturige Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in
+liefde voor Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste
+niet meer naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken
+om den Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen.
+Maar toen zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was
+opgesloten, hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door
+Alastraxare, een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland
+en de Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt
+<span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name="pb153">153</a>]</span>de lotgevallen van deze vrouwelijk Hercules te
+volgen, wier onuitsprekelijke naam een struikelblok is geweest voor
+heele geslachten van boekdrukkers. Hare avonturen vullen vele
+bladzijden.</p>
+<p>Het kleine gezelschap uit Alexandri&euml; ging op zoek naar deze
+heldin en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de
+belangrijkste daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda,
+Prinses van Thraci&euml;, die op hetgeen men haar van hem verteld had,
+verliefd op hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt
+te zijn geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance.</p>
+<p>Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en
+verlokte hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke
+gelegenheid zij er in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de
+vaste verbeelding was, dat zij de herderin was, die hij zoolang
+vruchteloos met zijne liefdesbetuigingen vervolgd had.</p>
+<p>Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm van
+hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden
+terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis van
+Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van
+Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van het
+grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als de
+dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax
+vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht
+geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk
+aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia.</p>
+<p>Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den
+meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te
+genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar
+hij was uitverkoren <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154"
+name="pb154">154</a>]</span>om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden.
+Toen hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg
+naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand
+van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen hij
+te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk had
+gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van Florisel.
+Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt, in het
+huwelijk te treden met den Prins van Galli&euml;, welke verbintenis om
+politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou niet
+waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit
+lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij
+had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de
+koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van de
+geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken.</p>
+<p>Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden
+natuurlijk door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het
+Oosten en het Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen
+door de Russen, die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te
+hebben gehad voor het omverwerpen van een bestaande maatschappij,
+wierpen de landen van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van
+Constantinopel, en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen
+nederlaag toe. Maar de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche
+bondgenooten, verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en
+stelden Florisel ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het
+Oosten en van Prinses Helena.</p>
+<p>Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk
+<span class="letterspaced">Finis</span> hebben kunnen schrijven onder
+deze verbazingwekkende historie. Maar in dit stadium van het verhaal
+schept de schrijfster op nieuw adem, waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>in
+verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren in Valladolid hunne
+klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden worden op zooveel
+duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde teleurstellen om
+redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had behooren te
+zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm land, waarvan
+de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting betalen. Hoe het
+zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd van den Balkan, dat
+door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest komen; zij voorzag
+zich dus van een nieuwen riem perkament van het Departement van Argos
+(want het is bekend, dat Gouvernements-papier vanaf de tijden van
+Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer nieuwe verwikkelingen, en
+maakte zich gereed om die uit te werken.</p>
+<p>Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche
+legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe plannen
+uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde Europa.
+Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat zooveel
+te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet te spreken
+van zijn financi&euml;ele verplichtingen) gevoelig moest worden
+gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij
+vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam
+terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen
+ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn
+ontrouw tegenover de Prinses van Sicili&euml;. Natuurlijk belandde deze
+dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had
+gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde
+echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde. <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p>
+<p>Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel
+terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en
+Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het
+eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd
+werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag zich
+echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te toonen.
+Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een
+allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin te
+fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze
+geschiedenis.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Agesilan van Colchos.</h3>
+<p class="firstpar">Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne
+studie&euml;n te Athene vertoefde, zag hij toevallig het portret van de
+schoone Diana. Hij gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken,
+en besloot het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te
+aanschouwen; dus vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde
+naar het Hof van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem
+in dienst nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er
+achtereenvolgens verscheiden ondernemende ridders naar het eiland
+kwamen, kon hij niet nalaten in de vermomming van een Amazone met hen
+te strijden, en bij deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn
+kant. Toen Agesilan van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel
+verwaarloosd werd, stelde hij zich zeer gedienstig tot haar
+beschikking, om haar het hoofd van den dolenden ridder te brengen, en
+tegelijkertijd deelde hij haar mede, wie hij was. Sidonia koesterde een
+diepen wrok tegen haar echtgenoot, die haar zoo trouweloos verlaten
+had, en dus nam zij het aanbod van den jongen ridder gretig aan.
+Agesilan vertrok <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157"
+name="pb157">157</a>]</span>dus naar Constantinopel en daagde den
+trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald, dat het
+samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden, maar toen de a.
+s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het koninkrijk belegerd
+werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet tevreden met hunne
+eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar een zonniger plaats
+met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet edelmoedig, twee zulke
+beroemde kampvechters tegelijk op de woeste Russen af te sturen, en na
+korten tijd was de overwinning dan ook aan de zijde der ridders.
+Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover Florisel en Sidonia weer tot
+elkaar, en alles verliep volkomen naar wensch, want Agelisan en Diane
+verloofden zich met elkander.</p>
+<p>Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een
+waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus
+scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer
+had genoten van een bezoek van Amadis van Galli&euml; in eigen persoon,
+die ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond
+in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis van
+Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader, en nog
+gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder.</p>
+<p>Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen
+werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het
+overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten rots
+geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een
+hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig
+boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn
+woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van hun
+redder verdween, <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158"
+name="pb158">158</a>]</span>toen hij de schoonheid van Diana
+aanschouwde, en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij
+haar naar een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn
+domein heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want
+juist op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een
+kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld
+ontvoerden.</p>
+<p>Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad, en
+in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te zoeken.
+Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos het geheele
+eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een
+&raquo;motordefect&laquo; of een nog onverklaarbaarder reden, was hij
+genoodzaakt te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met
+blindheid was geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging.
+Daarenboven werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid
+werd, dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste
+hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde
+imitatie van een gedeelte van <span class="letterspaced">Orlando
+Furioso</span>, waarin Senapus, Koning van Ethiopi&euml;, bezocht wordt
+door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel dagelijks verslonden wordt
+door harpijen, totdat hij verlost wordt door Astolpho, die in het
+koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar de schrijver van
+Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want beiden hebben hunne
+gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus en de Harpijen in de
+Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij zijn zoeken naar Diana
+kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God Tervagant (Termagaunt,
+Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd geworden op de Koningin van
+dit land, maar toen zij hem had afgewezen, had hij een heel leger van
+duivels op haar <span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159"
+name="pb159">159</a>]</span>bezittingen losgelaten, die alles wijd en
+zijd verwoestten. Het orakel van den god had verkondigd, dat hij zijn
+wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners moesten dagelijks een jong
+meisje op het strand tentoonstellen, totdat hij er een had gevonden,
+dat evenzeer in zijn smaak viel als de Koningin. Elken dag werd er dus
+een ongelukkige jonkvrouw aan de rots van het Verlaten Eiland geketend,
+en oogenblikkelijk werd zij verslonden door een monster, dat uit de zee
+verrees. Hierdoor werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk
+schaarsch, en om nu &eacute;&eacute;n der jonkvrouwen uit het land voor
+een volgende gelegenheid te sparen, werd Diana, die naar het eiland
+gebracht was, op een morgen aan de rots gebonden, en als een tweede
+Andromeda aan de genade van het monster prijs gegeven. Maar toen
+Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht vloog, zag hij, welk een
+vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde haar te hulp en versloeg
+na een hevig gevecht het monster, dat haar juist verslinden zou. Nadat
+hij met den Satelliet van Tervagant had afgerekend, nam hij de half
+bezwijmde Diana op zijn vliegend paard, dat hij in de richting van
+Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg daarheen ontdekte de nu
+geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat hij en zijn geliefde bij
+den storm uit het oog hadden verloren. Hij vloog recht op het vaartuig
+af, zooals de loods van een reddingsboot op het
+&raquo;moederschip&laquo;, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en
+eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk der
+hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Silvio de la Selva.</h3>
+<p class="firstpar">Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van
+Griekenland en een zekere Finistea, is de held van het twaalfde en
+laatste boek der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span>kennis met hem bij het beleg van Constantinopel,
+waar hij zich onderscheidde door groote dapperheid. Toen de Czar van
+dit krijgszuchtige volk voor de afwisseling weer eens een oorlog
+wenschte te ondernemen, behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard
+trok, en die de twaalf dwergachtige afgezanten van de moskovieten de
+verzekering gaf, dat de honderdzestig vorsten, die zich tegen
+Griekenland hadden verbonden, weinig kans hadden naar hunne respectieve
+landen terug te keeren. Wij zullen geen beschrijving geven van het
+beleg, dat op dit antwoord volgde, noch van alle slagen en uitvallen,
+maar slechts terloops opmerken, dat het een strijd was met veel
+afwisseling. Maar wanneer de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat
+zij door deze overwinning op het slagveld waren ontsnapt aan de
+gevolgen van hun tarten van de strijdlustige Russen, dan hadden zij
+buiten den waard gerekend; want door &eacute;&eacute;n enkele aanraking
+met den tooverstaf, was het geheele schitterende leger van ridders van
+de aarde gevaagd. De bewoners van de romantische stad aan de Bosporus
+verkeerden ten tweeden male in grooten angst; maar de ridders en
+paladijnen in de familie&mdash;op zichzelf reeds een niet onbelangrijk
+leger&mdash;lieten zich niet uit het veld slaan, en trokken uit om
+hunne geliefde bloedverwanten te zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost
+uit het net van intriges, dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen
+was, en de uitgaande kaars van de groote romance van Amadis dooft niet
+na een laatste opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en
+heldinnen, die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een
+eindelooze opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen
+veilig waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende
+hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons de
+lotgevallen ook <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161"
+name="pb161">161</a>]</span>weer verteld werden; zoodat ten slotte de
+lezer, geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons
+Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik
+vluchten?&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot
+het einde volharden, en zich heenworstelen door de avonturen van
+Spheramond, den zoon van Rogel van Griekenland, en van Amadis van
+Astre, den zoon van Agelisan&mdash;of, wanneer hij dit niet wil, moet
+hij doen zooals wij deden, en eerbiedig het wormstekige boek
+terugbrengen naar de bibliotheek, waar de kunstig versierde band
+waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt dan de overdreven inhoud.</p>
+<p>Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd
+door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer; en
+misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie wel
+in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur
+omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk
+paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een
+soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van
+wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige
+beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk
+bewind.</p>
+<p>Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van <span class="letterspaced">Amadis de Galli&euml;r</span> als een stralende zon over
+Spanje opging, en hoe het door het geknoei van prulschrijvers onderging
+in onbeduidendheid, tot <span class="corr" id="xd20e3021" title="Bron: ergenis">ergernis</span> van de meer ontwikkelden en tot spot
+van de groote menigte. Het is alsof het onvergelijkelijke Engelsche
+epos van Koning Arthur, het verheven heldendicht over de daden van hen,
+die</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Streden in Aspremont of Montalban,</p>
+<p class="line">Damascus, of Marocco, of Trebizonde,&laquo;</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span></p>
+<p>verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er
+den God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze
+heerlijke Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij
+erkennen moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van
+<span class="letterspaced">Amadis</span> worden steeds minder in
+kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn dan flauw gewauwel.
+Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans, die van het
+oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de herinnering aan
+den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de hoffelijke
+welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke werk in
+geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in
+onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere
+schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot een
+grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden naar zijne
+imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de
+Amadis-romances als oleographie&euml;n naast een heerlijk schilderij.
+Grof van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel
+onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor een
+museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer wij de
+Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets, waarmede wij
+ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen: Wanneer een
+volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van waardeloozen en
+onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste plaats te bekleeden
+in de rij der volkeren. De literatuur is een uiting der volksziel, en
+wat moeten wij zeggen van een benepen ziel, die zich uit in
+kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van een bekrompen en
+ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit onwaardige product
+te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten ook <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>de
+andere volken niet hun voordeel doen met de les, die <span class="letterspaced">Amadis</span> ons leert? Nooit was Spanje zoo groot als
+in den tijd, toen zijn eerste boeken de ridderlijkheid van het volk
+verhieven tot een nationale deugd; en nooit was het zoo klein als in
+het tijdperk, waarin de drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa
+die steden bedolven onder de voortbrengselen van een groven geest,
+handelsartikelen, die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers,
+en die met geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust
+publiek. <span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Vijfde Hoofdstuk: De Palmerin-Romances.</h2>
+<div class="epigraph">
+<p class="firstpar">Moge <span class="letterspaced">Palmerin van
+Engeland</span> bewaard blijven als een merkwaardige relikwie uit de
+oudheid.</p>
+<p class="xd20e2763">Cervantes.</p>
+</div>
+<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e eerste
+critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te zijn geweest in
+elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong op te sporen. Zij
+schijnen uit de geschiedenis van de <span class="letterspaced">Amadis</span>-serie te hebben opgemaakt, dat elke
+romantische uiting stamde uit het Lusitanische koninkrijk, terwijl zij
+toch voortdurend wezen op den grooten invloed, dien de
+Proven&ccedil;aalsche en Moorsche letterkunde op de Spaansche romance
+had. Het is precies, alsof men zeggen zou: &raquo;Ja, het heldengedicht
+van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen van een
+Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales voor het
+eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland aanvaardde
+het kunstwerk slechts, dat is alles!&laquo;</p>
+<p>De <span class="letterspaced">Palmerin</span>-serie liep in
+chronologisch opzicht bijna parallel met de <span class="letterspaced">Amadis</span>, en volgens de overlevering werd het
+eerste boek geschreven door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar
+wij hebben alle reden, om, op grond van een gedeelte uit <span class="letterspaced">Primale&oacute;n</span>&mdash;een onderdeel van het
+werk&mdash;aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez
+de Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de
+Spaansche editie van de eerste romance dezer serie <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span>, die in 1525 te Sevilla gedrukt
+<span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span>werd, was stellig niet de eerste vorm, waarin
+het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony Munday
+werd in 1588 in een <span class="corr" id="xd20e3074" title="Bron: zwart">gotisch</span> lettertype gedrukt.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Palmerin de Oliva.</h3>
+<p class="firstpar">Bij zijn verschijning werd <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> ontvangen met een bijna even
+groot enthousiasme als <span class="letterspaced">Amadis</span>,
+waarmede het, waarschijnlijk niet geheel toevallig, veel overeenkomst
+vertoonde; en ook verschenen er, evenals van deze romance, verrassend
+snel nieuwe uitgaven en vertalingen van.</p>
+<p>Het begin van <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span>
+brengt ons opnieuw naar het tooverachtige strand van den <span class="letterspaced">Gouden Hoorn</span>. Reymicio, de Keizer van
+Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had
+voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef van
+de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos van
+Macedoni&euml;, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van haar
+vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een eenzame
+plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het meenam naar
+zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den naam van
+Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel, die
+weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen.</p>
+<p>De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen hij
+vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het
+krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een
+donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman, die
+door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier en
+hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was naar zijn
+eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en vergezelde hem
+naar de stad <span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem van
+wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor het leven
+van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedoni&euml;, waar
+hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den Koning
+van dit rijk, en dus zijn eigen vader.</p>
+<p>Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te
+onderscheiden. Primale&oacute;n, de Koning van Macedoni&euml;, was
+reeds geruimen tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne
+geneesheeren hadden hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er
+in slaagde water uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd
+bewaakt door een reusachtige slang, die z&oacute;&oacute; kwaadaardig
+was, dat het reeds levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen.
+Vele ridders hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het
+venijnige dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den
+zieken Koning het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen
+Palmerin een welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder
+zich goed rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer
+onderneming, wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting
+van de bron.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Fee&euml;n.</h3>
+<p class="firstpar">Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den
+juist ontvangen ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de
+gouden sporen die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin
+niet weinig gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt
+had bij een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang
+van het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen
+opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name="pb167">167</a>]</span>paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet
+huppelen en springen, zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor
+wie hij zulk een schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren
+voor aardsche wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar
+genoegen bekeken, waren prinsessen uit het geslacht der Fee&euml;n, en
+zij hadden zich op den weg van den jongen ridder geplaatst met het
+doel, hem met haar toovermacht te helpen.</p>
+<p>Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in staat
+was.</p>
+<p>&raquo;God behoede u, schoone jonkvrouwen&laquo;, zeide hij, terwijl
+hij z&oacute;&oacute; diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard
+raakte, &raquo;kunt gij mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de
+bron, die door de booze slang bewaakt wordt?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Edele ridder&laquo;, antwoordde &eacute;&eacute;n der
+nymphen, &raquo;gij zijt slechts een mijl ervan verwijderd. Maar wij
+smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele ridders, met roem beladen,
+hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te strijden met het monster,
+dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde &eacute;&eacute;n hunner
+terug&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven,&laquo;
+zeide Palmerin uit de hoogte. &raquo;Heb ik u goed begrepen, dat de
+bron nog geen mijl van deze plaats verwijderd is?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Een kleine mijl, Heer Ridder,&laquo; antwoordde de fee. En
+zich tot hare gezellinnen wendende, zeide zij: &raquo;Zusters, dit
+schijnt de jongeling te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben;
+hij is moedig en standvastig; zullen wij hem de wondergave
+schenken?&laquo;</p>
+<p>Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven,
+openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij
+verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen,
+geen monster of <span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168"
+name="pb168">168</a>]</span>toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen
+wezen zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en
+zij verdwenen in het donkere woud.</p>
+<p>Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar
+nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit een
+groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde hem, dat
+de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige vrees reed hij
+echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den muil van het
+monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over het zadel, en
+ontkwam z&oacute;&oacute; aan den vuurgloed. En terwijl hij op den
+venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil, en
+die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn
+zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen,
+maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te
+krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen.</p>
+<div class="figure xd20e3125width"><img src="images/p168.jpg" alt="Palmerin ontmoet fee&euml;n aan den zoom van het woud." width="492"
+height="720">
+<p class="figureHead">Palmerin ontmoet fee&euml;n aan den zoom van het
+woud.</p>
+</div>
+<p>Bij zijn terugkomst in Macedoni&euml; werd de jonge held overladen
+met verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of
+andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met zulk
+een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid was over
+geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in Belgi&euml;, waar hij
+den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige verraderlijke
+ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was bij deze
+gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone Polinarda, die
+hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen en haar lief kreeg.
+Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij zulk een verheven
+jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij vele ridders ter wille
+van haar had overwonnen, en hij besloot dus, zich in avonturen te
+begeven, die nog veel moeilijker waren dan die, <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name="pb169">169</a>]</span>waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem
+had verworven. Toen hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in
+Frankrijk zou worden gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als
+overwinnaar uit den strijd te voorschijn.</p>
+<p>Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog
+gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met den
+Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was echter niet
+naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer, die de Engelsche
+koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok dus in alle stilte met
+Palmerin, om den vader zijner geliefde te helpen. Na vele
+wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin, de Engelsche prinses
+te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden, werden zij door een
+hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea gedreven. Toen de
+storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige eiland Calpa, om
+zich daar bezig te houden met de valkenjacht, en gedurende zijn
+afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne vrienden had
+achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers, die Agriola
+medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus was er nog
+ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een woest eiland,
+waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar hij
+oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand nog
+vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van
+&eacute;&eacute;n der edelste soorten van het hondenras, maar van een
+kleinen schoothond, zooals men ze in damesboudoirs vindt.</p>
+<p>Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner
+vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter van
+den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam, en
+weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten
+aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen <span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span>jongen ridder, en de moeilijkheid werd voor hem
+nog grooter door de wetenschap, dat ook haar nicht Ardemira verliefd op
+hem was geworden. De ridder wees echter zeer beslist hare
+vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit z&oacute;&oacute; hevig
+aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig nadat het
+gezelschap aan het Hof van Babyloni&euml; was aangekomen. Toen Amaran,
+de zoon van den Koning van Phrygi&euml;, die met haar verloofd was, dit
+treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en beschuldigde
+Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn van haar dood,
+terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een tweegevecht.
+Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging aan de
+prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen, en
+verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in den
+oorlog met Phrygi&euml;, die het gevolg was van dit tweegevecht.</p>
+<p>De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de
+grenzen van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een
+veldtocht tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij
+te vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door
+storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust
+te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich
+in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef.</p>
+<p>Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn vriend
+Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan zoeken. Bij
+zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar hij hoorde,
+dat Florendos, Prins van Macedoni&euml;, kort geleden Tarisius had
+verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger was
+geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd door
+haar vader, den <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171"
+name="pb171">171</a>]</span>heerschzuchtigen keizer van Constantinopel,
+gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen
+door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd,
+waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana,
+die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam, dat
+het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist, zijne
+ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel, waar
+hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood de
+neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te bewaren
+voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij te bed lag om
+te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de dankbare Griana,
+die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door de mededeeling, dat
+hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen de Keizer haar verhaal
+hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich, en hij erkende hem als
+zijn opvolger.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Op zoek naar Trineus.</h3>
+<p class="firstpar">Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat
+Palmerin niet, dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend
+Trineus te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee
+voer, werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen
+genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde
+er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna
+ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus, in
+zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen van de
+menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige
+verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en
+verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch
+toovenaar, <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen
+bevrijden van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede,
+dat zij slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in
+de nabijheid van &raquo;Het Kasteel met de tien Trappen&laquo;
+groeide.</p>
+<p>Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar
+Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der
+fee&euml;n, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel,
+plukte de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een
+betooverden vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te
+kondigen door een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de
+betoovering weg van het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem
+in de gedaante van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte
+weer aan.</p>
+<p>De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige,
+dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof van den
+&eacute;&eacute;nen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het
+&eacute;&eacute;ne wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de
+tweegevechten volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen
+Palmerin en Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns
+harten.</p>
+<p>De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over
+<span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span>. <a id="xd20e3162"
+name="xd20e3162"></a>Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat het
+<span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> was. &raquo;Ha, heb
+ik je daar te pakken?&laquo; riep de priester, &raquo;neem deze Oliva
+mee, scheur hem in stukken, verbrand hem, en strooi de asch in den
+wind!&laquo; Toch zijn er schitterende bladzijden in de romance, die
+wij zooeven in groote trekken hebben beschreven, korrels stofgoud in
+een woestijn van verwarde en oppervlakkige vertelsels, vonken van het
+genie, zooals wij die hier en daar in Shelley&rsquo; <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span><span class="letterspaced">Zastrozzi</span>,
+<span class="letterspaced">St. Irvyne</span> en andere hysterische
+uitingen uit zijn studententijd aantreffen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Primale&oacute;n.</h3>
+<p class="firstpar">Men is het er algemeen over eens, dat de aard en
+oorsprong van Primale&oacute;n, den zoon en opvolger van <span class="letterspaced">Palmerin de Oliva</span> echt Spaansch zijn; toch vond
+de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens de voorliefde
+van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig en Oostersch was, het
+aan te kondigen als een vertaling uit het Grieksch. De eerste uitgave
+verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd door tal van vertalingen,
+o.a. een Engelsche van de hand van Anthony Munday, uitgegeven in 1589
+en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze vertaling bevatte echter
+slechts dat gedeelte der romance, waarin de heldendaden van Polendos
+beschreven waren, maar Munday vulde het werk aan in uitgaven, die in
+1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen van Polendos zijn echter
+verreweg het beste uit het boek.</p>
+<p>Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op
+zekeren dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op
+de treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid
+wegschopte. &raquo;Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een
+andere manier!&laquo; riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze
+wijze vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was
+inderdaad de zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was
+verrukt door deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te
+onderscheiden door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden
+zijn. Hij begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn
+vader bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij
+bleef niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om
+<span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>Prinses Francelina te verlossen uit de macht van
+een reus en een dwerg, die haar in een betooverd paleis gevangen
+hielden. Bij zijn terugkomst in Constantinopel onderscheidde hij zich
+zeer in een tournooi, dat gehouden werd bij gelegenheid van het
+huwelijk van een der dochters van den Keizer, en Primale&oacute;n, de
+eigenlijke held dezer geschiedenis, de zoon van Palmerin en Polinarda,
+wenschte zich met zijn halfbroeder te meten; daartoe werd hij tot
+ridder geslagen en hij kon toen aan den strijd deelnemen. De rest van
+de romance handelt over de lotgevallen van dezen jongen held en van
+Duardos (Eduard) van Engeland.</p>
+<p>Bij &eacute;&eacute;n zijner avonturen had Primale&oacute;n den zoon
+der Hertogin van Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de
+gelofte af, dat zij haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den
+man, die haar het hoofd van Primale&oacute;n zou brengen.
+Primale&oacute;n versloeg &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n de
+minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het
+laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen
+Primale&oacute;n aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was,
+vatte zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner
+liefde was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald
+en in 1533 te <span class="corr" id="xd20e3188" title="Bron: Vallodolid">Valladolid</span> werden uitgegeven. Wij zullen ons
+niet bezighouden met deze onbeteekenende romance, maar liever onze
+aandacht wijden aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling
+waard is.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Palmerin van Engeland.</h3>
+<p class="firstpar">Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de
+geheele serie. Men zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is
+gegaan, maar een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en
+een Italiaansche in 1555 <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span>te Veneti&euml;. Southey houdt
+echter vol, dat het Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit
+bestaan heeft, en dat zij oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven
+werd. Deze bewering werd echter te niet gedaan, doordat Salva een
+afschrift van het verdwenen Spaansche werk ontdekte, dat door Luis
+Kuxtado geschreven was en in twee gedeelten te Toledo verscheen, in
+1547 en 1548. Southey trachtte in de Europeesche vertaling van
+<span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> aan te toonen,
+dat een nadere beschouwing van de <span class="letterspaced">mise en
+sc&egrave;ne</span> het onweerlegbaar bewijs zou leveren, dat deze
+romance van zuiver Lusitanischen oorsprong was,&mdash;uit welke
+redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er schuilt in dergelijke
+spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond zou men kunnen
+beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat het
+voornamelijk speelt binnen de grenzen van het &raquo;gevaarlijke
+eiland&laquo; Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont
+met <span class="letterspaced">Amadis</span>.</p>
+<p>In <span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> vinden
+wij de levensgeschiedenis van de ouders van den held geschetst. Don
+Duardos, of Eduard, de zoon van den Koning van Engeland, was gehuwd met
+Flerida, de dochter van Palmerin de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op
+de jacht was, verdwaalde hij in een Engelsch woud, en kwam terecht in
+een geheimzinnig kasteel, waar hij gevangen gehouden werd door een
+reuzin, Eutropa genaamd, wier broeder hij in den strijd gedood had.
+Maar Dramuziando haar neef, en de zoon van den reus, die door Duardos
+naar de andere wereld was geholpen, was zachter van gemoed dan zijn
+geweldige tante, en hij vatte een eigenaardige vriendschap op voor den
+gevangen Duardos.</p>
+<p>Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het
+uitblijven van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal
+ridders, op weg om hem te zoeken. <span class="pagenum">[<a id="pb176"
+href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span>Terwijl zij het bosch door
+trok in de hoop hem te vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die
+door haar kapelaan onder het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks
+was deze plechtigheid afgeloopen, toen een woeste man, die in een
+verborgen schuilplaats van het woud woonde, uit het dichte gebladerte
+te voorschijn sprong, de kinderen greep en zich haastig met hen
+verwijderde. Niemand kon hem tegenhouden, want hij was vergezeld van
+twee leeuwen, die z&oacute;&oacute; reusachtig groot waren en
+verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs de dappersten uit het
+gevolg van Flerida met angst geslagen waren.</p>
+<p>De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian gedoopt
+waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te werpen.
+Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond een
+boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat haar
+overkomen was. Toen Primale&oacute;n de treurige tijding ontvangen had,
+scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij
+hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden werd.
+Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende ridders
+gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten strijde te
+trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door Dramuziando, die
+elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem te vechten.</p>
+<p>De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen
+als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn
+vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden dood
+der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde hen op
+met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij zeer
+bedreven in de jacht en den boschbouw, en op &eacute;&eacute;n zijner
+tochten door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde,
+ontmoette <span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span>Florian den zoon van den hertog van Wales,
+Pridos, die hem medenam naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn
+moeder Flerida gebracht werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot
+den schuwen knaap, nam hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van
+&raquo;Het Kind van het Woud,&laquo; en voedde hem op in beschaafde
+manieren.</p>
+<p>Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden
+was, liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een
+galei, die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens
+vroegere lotgevallen in de romance Primale&oacute;n beschreven zijn)
+stapte aan wal in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die
+met hem naar Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en
+Selvianus vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer
+zee koos, en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar
+zij bij den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de
+afkomst van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen
+had van een zekere &raquo;Jonkvrouw van het Bad&laquo;, die als
+beschermengel van den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend,
+dat de knaap van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling
+dezer edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg
+hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primale&oacute;n, gordde
+hem het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te
+Constantinopel werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde
+ridder, die als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee
+leeuwen, zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling
+vertrok nog <span class="letterspaced">incognito</span>, maar later
+ontdekte men, dat het Florian was, die van dit oogenblik bekend bleef
+als &raquo;De Ridder met den Boschbewoner.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span></p>
+<p>Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda,
+maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het
+natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele
+jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid,
+verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van den
+&raquo;Gelukzoeker&laquo; naar Engeland, waarheen hij Selvianus als
+zijn schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen,
+waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij in
+het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch trok,
+waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem te
+staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij zich
+verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar de
+slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den &raquo;Ridder met den
+Boschbewoner&laquo;, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar
+Londen en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide
+en verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had
+eindelijk Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de
+geboorte der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en
+door hun pleegvader bevestigd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het kasteel Almaurol.</h3>
+<p class="firstpar">Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden
+Florian en Palmerin het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken
+weer verder. Wij kunnen hen niet volgen door den doolhof van
+verwikkelingen, waarin zij belandden, maar verscheidene hunner
+beproevingen, vooral die, welke Palmerin op het &raquo;Gevaarlijke
+Eiland&laquo; moest doorstaan, behooren tot het belangrijkste en
+bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat naar hem genoemd is.
+<span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span></p>
+<p>In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus
+Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa
+blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins, en zij
+smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht van den
+toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te vernietigen.
+Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol, waar, onder
+de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige Miraguarda
+woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat boven de poort
+van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door een stoet van
+ridders, die verliefd waren geworden op het origineel, en wanneer er
+andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner aangebedenen
+prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot de slachtoffers
+der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando; maar terwijl hij
+de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd door Alhayzar, den
+Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana, de dochter van den Sultan
+van Turkije, hem had bevolen, het haar te brengen als bewijs van zijn
+trouw.</p>
+<p>De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden,
+zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het
+huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin werd
+in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian met
+Leonarda, de Koningin van Thraci&euml;, zoodat de gelieven allen
+gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet met
+deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan, door
+de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije opvat
+voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had, terwijl
+hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid
+gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span>en ofschoon zij nu
+goed en wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en
+schilderijendief, had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude
+gevoelens bewaard, die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare
+bekoorlijkheden vergeten had om de schoonheid der Koningin van
+Thraci&euml;.</p>
+<p>Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een
+toovenaar om de Koningin van Thraci&euml; in het verderf te storten.
+Terwijl de jonge vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij
+overvallen door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een
+betooverd kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote
+slang. Haar ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een
+avontuur naar zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had
+geraadpleegd, gelukte het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw
+gevangen gehouden werd, en hij slaagde erin, de betoovering van haar
+weg te nemen.</p>
+<p>Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate;
+deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken, en
+hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te
+leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het
+Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man, die
+uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van het
+Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen geleverd,
+en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der heidenen
+volkomen vernietigd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Een lofrede van Cervantes.</h3>
+<p class="firstpar">Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze
+romance &raquo;Deze <span class="letterspaced">Palmerin van
+Engeland</span>&laquo;, zegt hij, &raquo;moet bewaard blijven als een
+unicum, en er zou een <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span>kistje voor gemaakt moeten worden,
+zooals Alexander er een vond onder den buit van Darius.... Dit boek,
+mijn waarde vriend, is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten
+eerste is het op zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men,
+dat een wijs Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen
+in het kasteel van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid
+beschreven; de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in
+overeenstemming met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou
+dus, meester Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance,
+en <span class="letterspaced">Amadis de Galli&euml;r</span> uit de
+vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder verder onderzoek
+moet worden vernietigd.&laquo;</p>
+<p>Met <span class="letterspaced">Uw</span> verlof, meester Cervantes,
+zou ik hierover gaarne nog eens met <span class="letterspaced">U</span>
+van gedachten wisselen; want ofschoon <span class="letterspaced">Palmerin van Engeland</span> de beste van deze soort
+romances is, steekt hij toch niet z&oacute;&oacute; ver uit boven de
+andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook mogelijk kunnen
+zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze romance zoo
+bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het werk is van een
+Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een dagblad-criticus,
+wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances, die gij niet gelezen
+hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan vereenigen met de
+minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont voor het schoone
+geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven zijn? Geen goed
+ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben kunnen
+neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid en gebrek
+aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er marionnetten van
+gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor &eacute;&eacute;n ding
+blijf ik hem echter dankbaar&mdash;voor de persoonsbeschrijving
+<span class="pagenum">[<a id="pb182" href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>van den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in
+het &raquo;Dal der Verdoemden&laquo; woont, verdiept in het aanschouwen
+van geheimzinnige zaken. Maar nog meer ben ik hem dankbaar voor de
+atmosfeer van wonderbaarlijke en bedwelmende betoovering, waarin hij
+deze geschiedenis heeft gehuld; en wanneer de schrijver U heeft
+meegesleept in zijn vervoering, en Uwe oogen heeft gesloten voor de
+gebreken dezer romance, dan moeten wij tot Uw verontschuldiging
+aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet in staat waren die fouten te
+zien, en dat zij slecht den uiterlijken glans konden aanschouwen van
+deze tooverwereld. <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183"
+name="pb183">183</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk VI: Catalonische Romances.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Romances van een kust van liefde en wijn,</p>
+<p class="line xd20e1352">Waarin nog klinkt de galm van &rsquo;t edel
+staal,</p>
+<p class="line">Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn,</p>
+<p class="line xd20e1352">En woorden ruischen van een langvergeten
+taal.&laquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e
+letterkundige geest van Cataloni&euml; was van zuiver lyrischen aard,
+zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo
+heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat
+omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische
+<span class="corr" id="xd20e3288" title="Bron: poezie">poezi&euml;</span> heeft haar vaderland in woeste en
+door stormen geteisterde landen, waar de windvlagen in wilde zangen de
+ziel van den mensch wekken tot vurige liederen, en zijn geest
+ontvankelijk maken voor het rumoer van den krijg. Maar op beschutte
+kusten, doortrokken met zon, en gekleurd met de warme tinten van den
+overvloed, worden de aeolische geluiden der zefirs, die zich als
+zachtklinkende geesten door tuinen en wijngaarden spoeden, omgetooverd
+in teederder en waziger muziek. Toch ontbraken in deze provincie van
+minnezangers de ridderlegenden niet; en zelfs ontstonden er twee
+romances van zulk een groote schoonheid, dat deze in de letterkunde van
+het Schiereiland zich voor goed een belangrijke plaats veroverd
+hebben.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Partenopex de Blois.</h3>
+<p class="firstpar">De schoone en uitstekend bewerkte romance van
+<span class="letterspaced">Partenopex de Blois</span> was in de
+dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488 gedrukt te
+Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een Fransche
+romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>loop
+der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even
+echt Catalonisch werd als de <span class="letterspaced">Cid</span>
+Castiliaansch geworden is. Hier volgt dan de geschiedenis van Ridder
+Partenopex.</p>
+<p>Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn dochter
+Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele buitengewone gaven,
+die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de tooverkunst.
+Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare raadslieden het
+niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus drongen zij er
+op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden haar een
+tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel te vinden; en
+om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die volkomen haar
+gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar de
+verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen te
+krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden
+kunnen komen.</p>
+<p>In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote
+schoonheid en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs,
+Partenopex de Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van
+zijn koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het
+overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt
+den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen
+morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij
+het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig
+voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar
+huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar
+vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan,
+toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over de
+baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat
+Partenopex het <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span>schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even
+korte als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend
+schoone landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich
+van de kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en
+zag tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig, dat
+hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht door den
+glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die langzamerhand
+uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een uitgezochte
+maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle voorwerpen in
+het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden, die in zulk een
+overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn mond, en toen hij
+verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in de lucht bewegende,
+een brandende toorts, die hem den weg wees naar een slaapkamer, waar
+onzichtbare handen hem ontkleedden.</p>
+<p>Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was
+overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde,
+dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde den
+jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten, liefde voor
+hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem door
+toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in het
+kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou trachten
+haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren, hij haar
+liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek; maar den
+volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de
+schitterendste kleederen bracht.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het Geheimzinnige Kasteel.</h3>
+<p class="firstpar">Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel
+van Melior niet aan verstrooiingen van allerlei aard; <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span>want
+de uitgestrekte landerijen en bosschen waardoor het omgeven was,
+verschaften hem een prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij
+vergast op de heerlijke liederen van onzichtbare zangers. Al het
+mogelijke en onmogelijke werd gedaan, om zijn verblijf in het slot te
+veraangenamen, en om hem te boeien. Maar te midden van alle
+heerlijkheden waardoor hij omringd was, hoorde hij, dat zijn land was
+aangevallen door vijandelijke troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare
+gebiedster, voor zijn vaderland te mogen strijden, en toen zij van hem
+de verzekering had gekregen, dat hij zou terugkeeren, stelde zij het
+tooverschip, waarmede hij in haar rijk geland was, tot zijn
+beschikking, en kort daarna kwam hij daarmede in Frankrijk aan.</p>
+<p>Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf, om
+zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette hij een
+ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot een
+tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte
+Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de
+minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden
+werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het Hof
+van Parijs reden.</p>
+<p>Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis
+met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten
+aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat
+&raquo;alles in de liefde geoorloofd is&laquo;, onderschepte zij zijne
+brieven aan Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn
+hartstocht voor de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen
+kluizenaar er toe, zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn
+geliefde af te schilderen als een geest der duisternis, die
+z&oacute;&oacute; verdorven was, dat zij zelfs de gedaante <span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span>had
+aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een zwarte huid, witte
+oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist dit alles te
+gelooven, maar toen de vijandelijkheden ge&euml;indigd waren, en hij
+weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het verhaal van
+den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot zich
+zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker bezocht en
+hij wist niet, hoe zij er uit zag.</p>
+<p>Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam de
+jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij wist
+dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp boven zijn
+slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke schoonheid
+aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar verteld had,
+laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den aanblik van haar
+bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit zijn lamp op haar
+boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn ongehoorzaamheid aan
+hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar stellig op de plaats
+gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die op den toornigen
+uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had; en de vertoornde
+Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken.</p>
+<p>De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na
+eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot
+te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere
+schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard
+verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het
+gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om
+hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel in
+Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer <span class="pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>zuster bedaard zou zijn. Daarna keerde zij naar
+de vertoornde Keizerin terug, en haalde haar over, af te kondigen, dat
+zij haar hand zou schenken aan den overwinnaar in een tournooi, dat zij
+van plan was uit te schrijven.</p>
+<p>In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen, en
+Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van Uracla
+in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te verblijven,
+want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een
+hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij een
+kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex, ten
+zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig door
+een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syri&euml;
+geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen door
+de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon
+gebracht, en in den kerker geworpen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e3334" title="Bron: Partinopex">Partenopex</span> was diep bedroefd toen hij vernam,
+dat Hermon en verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren
+getrokken, om deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in
+gevangenschap zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner
+aangebedene door groote dapperheid te herwinnen.</p>
+<div class="figure xd20e3337width"><img src="images/p188.jpg" alt="Partenopex in de kamer van Melior." width="492" height="720">
+<p class="figureHead">Partenopex in de kamer van Melior.</p>
+</div>
+<p>Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te
+stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en
+bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te
+nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van
+Perzi&euml; de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen,
+en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door Melior
+weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen. <span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het type van &raquo;Partenopex.&laquo;</h3>
+<p class="firstpar">De romance van Partenopex behoort tot de groep
+waartoe Amor en Psyche en Melusine behooren, en waarin de
+&eacute;&eacute;ne geliefde de andere niet mag aanschouwen, op straffe
+van verlies van het voorwerp zijner liefde. Onveranderlijk verliezen
+zij elkander dan ook inderdaad; maar de dichterlijke rechtvaardigheid
+eischt, dat na vele beproevingen alles weder in orde komt. Dikwijls
+neemt de man of de vrouw de gedaante van een verscheurend dier of van
+een slang aan, zooals in de beroemde romance van <span class="letterspaced">Melusine</span>, waarmede <span class="letterspaced">Partenopex</span> groote overeenkomst heeft, zoodat ik
+de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit heeft
+overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld hebben,
+was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk
+bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben
+hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken
+vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de meer
+moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De
+geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling van
+den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe geschonken
+werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische zoowel als de
+Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren, opdat zij deze
+belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Tirante de Witte.</h3>
+<p class="firstpar">Het merkwaardige oude verhaal van <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> was het werk van twee
+Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie de
+laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart, dat
+hij de romance uit het Engelsch vertaalde, <span class="pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span>en
+het heeft er inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van
+het gedicht sterk be&iuml;nvloed zijn door de oude romance <span class="letterspaced">Sir Guy of Warwick</span>. Ik kan echter niets in deze
+romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij bepaald vertaald is, en het
+lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de verklaring van den schrijver
+moet worden opgevat als een truc, die door de dichters van het oude
+Spanje veel werd toegepast om hunne geschriften te omgeven met een waas
+van geheimzinnigheid, of om zich te beschermen tegen de meedoogenlooze
+kritiek, die in dien tijd, toen ongeveer alle bewoners van het
+Schiereiland behept schijnen te zijn geweest met een manie voor
+belletrie, daar gebruikelijk was. De romance werd in 1490 gedrukt. Er
+wordt in gesproken over de Canarische Eilanden, die in 1326 ontdekt
+zijn en die zelfs in Spanje v&oacute;&oacute;r het begin der vijftiende
+eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij wel met zekerheid
+mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien tijd geschreven is,
+vooral ook, omdat er een ridderverhaal, <span class="letterspaced">l&rsquo;Arbre des Batailles</span> in vermeld wordt, dat
+eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek werd in het Castiliaansch
+vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511; kort daarna zag een
+Italiaansche vertaling van Manfredi het licht, en een Fransche van de
+hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste heeft het
+oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij de
+voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd en er
+iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten
+&eacute;&eacute;nenmale mist.</p>
+<p>Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland
+met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden de meest
+grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis waardig te
+vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span>jonge ridder uit Bretagne, van deze
+preparatieven hoorde, besloot hij aan de ridderspelen deel te nemen, en
+hij scheepte zich in met een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde
+plan hadden opgevat, en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde,
+en de reis naar Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de
+vermoeienissen van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het
+sukkeldrafje van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te
+verwonderen, dat hij op deze wijze gescheiden werd van zijn
+veerkrachtiger metgezellen, en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat
+hij geheel alleen op den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en
+sukkelde eenige mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend
+behoefte aan rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats;
+hij was zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die
+hij aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op
+eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door het
+dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond zich
+plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag in zijn
+armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder spoedig een
+hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder verbaasd,
+toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing van
+<span class="letterspaced">l&rsquo;Arbre des Batailles</span>, een boek
+vol lessen en wetenswaardigheden op het gebied der ridderlijkheid.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De grafelijke kluizenaar.</h3>
+<p class="firstpar">Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan
+William, Graaf van Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de
+ijdelheden van het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar
+<span class="corr" id="xd20e3383" title="Bron: Jerusalem">Jeruzalem</span>. Toen hij bij het Heilige Graf was
+aangekomen, liet hij het bericht van zijn dood verspreiden; daarna was
+hij naar Engeland <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192"
+name="pb192">192</a>]</span>teruggekeerd in de vermomming van een
+pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut, waar Tirante hem
+ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het kasteel, waar zijn
+echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet van langen duur
+zijn, want toen de machtige Koning der Canarische Eilanden met een
+reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf naar de wapenen om
+het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers rukten echter zoo
+snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig uit Canterbury en
+Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een schuilplaats te
+zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd door het
+Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf hem te
+hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een
+tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna
+maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de
+eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen
+beschreven is in de oude Engelsche romance <span class="letterspaced">Sir Guy of Warwick</span>.</p>
+<p>Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde
+hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat zijn
+vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van Frankrijk,
+dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn moeder een
+dochter was van den Hertog van <span class="corr" id="xd20e3393" title="Bron: Bretanje">Bretagne</span>. Ook vertelde hij zijn gastheer, dat
+hij van plan was deel te nemen aan het tournooi, dat gehouden zou
+worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk, waarop de Graaf hem
+uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante verdiept was, een
+hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten in het algemeen
+van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling voor over den
+wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen hij ge&euml;indigd
+<span class="pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat
+Tirante, daar hij niet bekend was met de wegen in die streek,
+verstandig zou doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke,
+waaruit hij hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem.</p>
+<p>Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was
+getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had
+aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en
+hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze
+vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij de
+ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had
+verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen
+verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van
+den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht
+op leven en dood, en ge&euml;ischt, dat zij zich zouden uitrusten met
+papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd
+gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in
+het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders, die
+bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van
+Bourgondi&euml; en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van
+Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of
+&raquo;God ontferm U onzer&laquo;, en die een afstammeling was van de
+oude reuzen, kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken.
+Toen hij echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van
+Tirante, die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij
+z&oacute;&oacute; overweldigd door smart, dat hij den geest gaf. Zijn
+plaats werd ingenomen door zijn broeder, Thomas van Montauban, die een
+nog reusachtiger gestalte had, maar toch door den jongen <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>Bretonschen ridder overwonnen werd, en
+genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen.</p>
+<p>Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar
+zijn vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in
+zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht
+bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en
+den Sultan van Ca&iuml;ro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon
+van den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland
+te bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen
+hield hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij
+eindelijk te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug,
+en nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf
+hij zich met zijne manschappen naar Sicili&euml;, waar Prins Philips in
+het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren de
+huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer van
+Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende
+mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een inval
+hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als ridder
+gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den heidenschen
+aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel, waar hem
+bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen werd
+opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de
+bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf
+spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om een
+wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende dien
+rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden.</p>
+<p>Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in
+Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span>Arthur, Koning van Brittanje, kwam zoeken. De
+Keizer daalde af in zijn duisterste kerkers, en vond daar den grootste
+onder de helden opgesloten in een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste
+levensdagen in de diepste ellende en volkomen verzwakt van geest
+doorbracht. Nadat men hem zijn oude wapen, het beroemde zwaard
+Excalibur, in de hand had gegeven, was de ongelukkige Koning in staat,
+alle vragen, die hem met eenig beleid gesteld werden, te beantwoorden;
+maar toen men hem het zwaard weer uit de hand nam, verviel hij nog
+dieper in den toestand van kindschheid. Nadat Urganda een schitterend
+feestmaal gegeven had, verdween zij met haar bejaarden broeder, en
+niemand wist, waarheen zij gegaan waren.</p>
+<p>Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van
+vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig
+slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses Carmesina.
+Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der hofdames van de
+Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde voor den jongen
+ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche list zijn jalousie op
+te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner ziel gekwetst door de
+vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder afscheid van haar te
+nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het schip, waarmede hij
+wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen, en naar de kust van
+Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het strand wandelde,
+ontmoette Tirante een gezant van den Koning van Tormeceno, die hem naar
+het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder voorstelde, waarna Tirante hem
+bijstond in de oorlogen, waarin deze vorst natuurlijk gewikkeld was.
+Toen hij bij zulk een gelegenheid de stad Montagata bestookte, trad een
+jonkvrouw buiten de poorten, om voor de inwoners <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span>om
+vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij in haar
+&eacute;&eacute;n der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de
+waarheid vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij
+hief oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een
+machtig leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij
+te staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een
+terugtocht van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij
+in staat een zeer voordeeligen vrede te sluiten.</p>
+<p>Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk
+van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag
+op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van
+zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten
+totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus een
+wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen van
+Ethiopi&euml;, Fez en Sicili&euml;, kreeg hij een hevige pleuritis, en
+ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort
+daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren zij
+niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag,
+waarop zij het doodsbericht hadden gekregen.</p>
+<p>Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet
+gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping door
+het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders, of de
+lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid van het
+slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van
+Cervantes, dat <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> een
+lievelingsromance van het Spaansche volk was. &raquo;Toen zij een heele
+verzameling romances tegelijk opnam&laquo;, zegt hij, &raquo;viel er
+een op den grond voor de voeten van <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>den barbier, die den
+inval had den titel te lezen, en zag, dat het <span class="letterspaced">Tirante de Witte</span> was. God beware mij, riep de
+priester luidkeels, is <span class="letterspaced">Tirante de
+Witte</span> er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een
+bron van vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de
+huishoudster aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen,
+&raquo;want ofschoon de schrijver verdient te worden opgehangen, omdat
+hij in vollen ernst zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek
+toch in zeker opzicht het beste, dat er op de wereld gevonden wordt.
+Hier eten en slapen de ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor
+hun dood hun testament, natuurlijke zaken, die in alle andere boeken
+ontbreken.&laquo;</p>
+<p>Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het
+onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance
+kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd
+uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond?
+<span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk VII: Roderick, de laatste der Gothen.</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Nog gistren was ik Spanje&rsquo;s Vorst&mdash;mijn rijk
+werd mij ontroofd.</p>
+<p class="line">Nog gistren in mijn heerlijk slot&mdash;waar leg ik nu
+mijn hoofd?</p>
+<p class="line">Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij
+neer,</p>
+<p class="line">Daar dient vandaag d&rsquo;onttroonden vorst geen enkle
+schildknaap meer.</p>
+</div>
+<p class="firstpar xd20e2763">Lockhart: <span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>.</p>
+</div>
+<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e tragische en
+rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje overging in de
+handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard is behandeld te
+worden door een groot dichter; maar of het de nationale trots
+beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet door
+aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven
+bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich
+z&oacute;&oacute; tot de schildering der diepere menschelijke
+hartstochten als de episode, die eindigde met het verraad van een
+geheel land uit persoonlijke wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als
+die, welke Aeschylus bewoog, zijn ontroerend en grootsch drama
+<span class="letterspaced">Elektra</span> te schrijven. Toch vindt men
+deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche
+kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, <span class="letterspaced">Roderick, de Laatste der Gothen</span>, dat
+ge&iuml;nspireerd is door een onware voorstelling van dit gedeelte der
+geschiedenis.<a class="noteref" id="xd20e3456src" href="#xd20e3456"
+name="xd20e3456src">1</a></p>
+<p>Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, <span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span>dat
+begraven ligt in <span class="letterspaced">De Kroniek van Roderick,
+met de Verwoesting van Spanje</span>, moeten wij eerst de geschiedenis
+van den ondergang van het Gothische rijk in Spanje nagaan, met behulp
+van die gegevens, waarvan wij mogen veronderstellen, dat zij ons
+betrekkelijk juist inlichten over het geval. Deze gegevens vinden wij
+in de <span class="letterspaced">Algemeene Kroniek van Spanje</span> en
+in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk zijn de
+feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis, in het
+kort als volgt:</p>
+<p>Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren in
+Mauretani&euml;, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van
+Andalusi&euml;, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland
+bij hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche
+Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd
+door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid, dat
+de vesting Ceuta in Mauretani&euml; nog in Gothische handen was
+gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door het
+beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer, die erin
+slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige overmacht.
+Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick, die het
+recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen had. Zijn
+voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van een of andere
+provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht naar wraak,
+hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick erin, met
+voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza, zelf den
+troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in Spanje nog
+door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer goed mogelijk,
+dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen heeft.
+Waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span>was Graaf Julianus een lid van de partij aan
+welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat
+hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten, de
+hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen.</p>
+<p>De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen,
+dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot deze
+onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer verklaring
+van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een slecht en
+ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige hartstocht
+voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus, en verleidde
+en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van Roderick,
+besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak; hij stelde
+zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij zoo lang
+tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa, den
+Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje; en om
+zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij zelfs
+hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in over
+de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk op den
+weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding der
+soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa
+begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het
+Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap af
+naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te vragen
+over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur zeer aan.
+Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat, maar ook
+een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote vloot af
+te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts <span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in
+Juli van het jaar 710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als
+het ware eerst poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner
+tegenstanders. De expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij
+te Tarifa geland waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied
+naar het kasteel en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich
+de trouwelooze volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen
+tegenstand te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika
+terug.</p>
+<p>Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de
+Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden in het
+voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik, op Spaanschen
+boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun aanvoerder
+draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent &raquo;De Berg van
+Tarik&laquo;. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche
+legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien, dat
+zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal bijna
+honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik zijn
+leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche
+soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en
+afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix, en
+de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die
+schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en
+goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door
+witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door de
+overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden
+zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne
+ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht
+onmogelijk was: &raquo;V&oacute;&oacute;r <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>u is de
+vijand&laquo;, zeide hij, &raquo;achter u ligt de zee. Waarheen zoudt
+gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien Koning der Gothen
+verdelgen of zelf ondergaan.&laquo;</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Roderick&rsquo;s lot.</h3>
+<p class="firstpar">Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de
+beide zonen van Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche
+leger bekleedden, scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit
+veroorzaakte een geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros
+Orelia, en trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn
+diadeem en vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het
+gelukte hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op
+aandringen van Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich
+echter drie volle maanden staande hield, en hij zond een leger uit om
+het koninkrijk Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo
+gaf zich over, nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had,
+dat zij de stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een
+belofte, die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de
+heidensche aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen
+beloond, en zij sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan,
+totdat beiden na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van
+Toledo zette Tarik zijne veroveringstochten voort over Castili&euml; en
+Leon en trok hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon
+in Asturi&euml;, waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van
+Biskaje. In enkele maanden was geheel Spanje feitelijk een
+Mohamedaansche provincie geworden, en alleen in de valleien van
+Asturi&euml; hield een troepje Gothische soldaten nog stand tegen den
+overwinnenden Moor.</p>
+<p>Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, <span class="pagenum">[<a id="pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>om
+den meer schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der
+romance te gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke
+verdorvenheid van Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus
+aangestookte inval der Mooren den karakterloozen Koning als een
+donderslag trof. De strijd met de Saracenen wordt beschreven, en de
+vlucht van Roderick wordt in de somberste kleuren afgeschilderd. Maar
+zooals de volksoverlevering weigerde te gelooven, dat Arthur op dien
+gedenkwaardigen dag bij Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van
+Schotland op het slagveld van Flodden, en Harold bij Hastings hun einde
+vonden, zoo weigerde zij ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is
+den mensch aangeboren, zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een
+beroemd legeraanvoerder werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog
+in onzen tijd, niet legenden in omloop geweest met betrekking tot den
+diep betreurden Lord Kitchener?</p>
+<p>De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt
+stond zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling
+beschenen werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem
+bezwoer te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde
+den raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner
+koninklijke waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een
+gesneuvelden boer aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den
+geheelen nacht liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen
+van goddelijke wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de
+gruwelijke gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de
+slagvelden, werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting.
+Na zeven dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat
+gelegen was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van
+<span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>Minda. Het klooster was geheel verlaten, maar de
+rampzalige vluchteling wierp zich voor het altaar neder, om in gebed
+zijn noodlot af te wachten, want hij was er vast van overtuigd, dat de
+heidenen hem zouden opsporen en dooden. Hij voedde de lampen met olie,
+en verliet slechts zoo nu en dan het altaar, om te zien of de Saracenen
+naderden. Hij lag voor het crucifix geknield, en omvatte de voeten van
+het beeld des Verlossers, terwijl hij bloedige tranen van het diepste
+berouw schreide. Terwijl hij daar in het stof gebogen terneder lag,
+bemerkte hij, dat iemand de kapel was binnengetreden, en toen hij de
+oogen opsloeg, in de hoop, dat het kromme zwaard van een Moorsch
+soldaat hem den verlossenden dood zou brengen, zag hij tot zijn
+verbazing een monnik, die hem vriendelijk toesprak en hem zeide, dat
+hij naar het klooster, dat hem vijf en zestig jaren tot woonplaats had
+gediend, was teruggekeerd in het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven
+door de hand van een heiden, en dat hij op deze wijze den
+martelaarskroon zou verwerven.</p>
+<p>Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die
+diep getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden
+sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst
+gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat
+hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen de
+morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren nog een
+der machtigste koningen van het Christendom was geweest, de kapel, om
+hun moeilijken weg te gaan.</p>
+<p>De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij
+hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te
+blijven, zoo lang dit God zou behagen. &raquo;Wat mij betreft&laquo;,
+sprak hij, &raquo;over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan
+moet <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span>gij mij begraven, mijne kleederen aantrekken en
+tenminste een jaar hier blijven om honger en koude en dorst te lijden
+uit liefde voor onzen Heer, opdat Hij zich over u ontferme.&laquo;
+Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij drie dagen later den geest.
+Roderick was diep bedroefd over zijn dood; hij maakte zich dadelijk
+gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren, en groef met zijn bloote
+handen en met behulp van een boomtak een graf voor den vromen monnik.
+Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen, zag hij, dat de doode
+kluizenaar een papierrol in de hand had, die beschreven was met
+raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze in de kluizenaarshut.
+De onttroonde Koning las het geschrift met groote aandacht, en hij
+besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen.</p>
+<p>Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten
+arbeiden aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden
+nacht, terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij
+kwam in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de
+monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen
+gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht,
+dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de hand
+kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: &raquo;Het zou niet
+gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig
+dienaar van God.&laquo; Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker
+bekend was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een
+heilige, die zich op deze wijze aan hem openbaarde.
+&raquo;Helaas&laquo;, zeide hij, &raquo;ik ben geen Koning, maar een
+ellendige zondaar, van wien het beter zou zijn geweest indien hij nooit
+geboren ware, zooveel wee is over het land gekomen door mijn
+misdaad.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206"
+name="pb206">206</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent&laquo;,
+antwoordde Satan, &raquo;want de ramp, waarover gij spreekt, zou in
+ieder geval het land getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het
+was niet uw schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest
+van God, die door mijn mond spreekt.&laquo; De Booze zeide daarna, dat
+hij den langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn
+strijd bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer
+verheugd en luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan
+sprak en die ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door
+allerlei drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den
+pseudo-heilige verzocht hem te helpen bij het begraven van het
+stoffelijk omhulsel van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem
+niettegenstaande zijn voorgewende kreupelheid de vlucht te zien
+nemen.</p>
+<p>Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de
+heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick
+bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders hem
+&eacute;&eacute;nmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit
+bevel, weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en
+Satan wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche
+langdradigheid uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de
+haarkloverij en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs
+van een schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten,
+dat hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben
+weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding, dat
+op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn ware
+gedaante van een vreeselijken duivel. <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De krijgslist van Satan.</h3>
+<p class="firstpar">Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren
+avond, toen de zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand
+naderen, die met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed
+van een gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende
+Roderick tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem
+naderde met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn
+verraad volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van
+den Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer
+de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche
+troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar
+Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd
+en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger te
+aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met
+wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen
+terug, onder wie <span class="corr" id="xd20e3519" title="Bron: Rhoderick">Roderick</span> verscheiden ridders ontdekte, van wie
+hij dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte
+het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen dat
+zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar de lager
+gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie, alsof zij
+een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een menigte
+pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad volgde.
+Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel
+gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen
+op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met
+de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden
+behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>schouwspel van den veldslag als rook in den
+wind, en toen wist de Koning, dat hij ten tweeden male de verlokkingen
+des Duivels had weerstaan.</p>
+<div class="figure xd20e3524width"><img src="images/p208.jpg" alt="Don Roderick in verzoeking gebracht door een Schijnbeeld van Cava."
+width="486" height="720">
+<p class="figureHead">Don Roderick in verzoeking gebracht door een
+Schijnbeeld van Cava.</p>
+</div>
+<p>Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na
+verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was dan
+alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl hij zijne
+gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een stoet ruiters in
+de richting van zijn hut komen, en toen zij daar stilhielden en
+afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante van dezelfde
+Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een gruwelijk onrecht
+had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart van den rampzaligen
+Koning bijna stil, maar voordat hij een woord kon uitbrengen, vertelde
+zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de Mooren gekeerd had, en hen
+had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote des Konings, gestorven was,
+dat een monnik haar bevolen had, Don Roderick op te sporen en hem zoo
+spoedig mogelijk te huwen, en dat hij haar voorspeld had, dat zij het
+leven zou schenken aan een zoon, Elbersan genaamd, die de geheele
+wereld onder den scepter van Spanje zou brengen. Toen Roderick deze
+woorden hoorde, begon hij vreeselijk te beven, want hij had Cava zeer
+liefgehad. Zij gaf hare dienaren bevel, een tent op te slaan in de
+nabijheid van de kluizenaarshut en de leden van haar gevolg richtten
+een overvloedig maal aan. Toen de Koning haar groote schoonheid
+aanschouwde, sidderde hij, alsof hij door een beroerte was getroffen,
+maar hij vouwde zijne handen in gebed en wendde zich tot God,
+smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou laten voorbijgaan. Toen
+hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte de valsche Cava hem,
+luidkeels schreeuwende, en de helsche machten, die haar vergezelden,
+volgden haar in zulk een hevige verwarring <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>en
+met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals
+waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor
+de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle,
+maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God, die
+hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De dood van Roderick.</h3>
+<p class="firstpar">De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner
+afzondering zou verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking
+had weerstaan. Hij volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou,
+gordde zijne lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den
+eersten dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij
+bleef overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een
+klooster, waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat
+bestemd was zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster
+beval hem, naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut
+bevond, die hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden
+steen zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie
+kleine slangen vinden, van welke de &eacute;&eacute;n twee koppen had.
+Deze tweehoofdige slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het
+geheim voeden, zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou
+verborgen moeten blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar
+lichaam langs den wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den
+kop naar buiten te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er
+zelf ontkleed naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God
+zijn boete zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel
+van het klooster.</p>
+<p>Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span>Abt
+op; hij vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier
+in de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich in
+tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij zich
+nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een
+grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de
+Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte,
+en begon met &eacute;&eacute;n kop zijn zondige natuur en met het
+andere zijn hart te verslinden. Roderick lag onder vreeselijke
+kwellingen ter neder, maar ten slotte doorboorde de slang het hart,
+waarop de Koning onmiddellijk zijn geest aan God gaf, die in zijn
+Heilige Barmhartigheid hem in Zijn Heerlijkheid opnam. En in zijn
+stervensuur begonnen alle klokken van het klooster te luiden als werden
+ze door menschenhanden bewogen.</p>
+<p>Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek
+het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe
+beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals
+Thomas Newton in zijn <span class="letterspaced" lang="en">Notable
+History of the Saracens</span> gelooft, &raquo;dat de slang met de twee
+koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten?&laquo; <span class="letterspaced" lang="la">Requiescas in pace, Domine Roderice!</span>
+<span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name="pb211">211</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3456" href="#xd20e3456src" name="xd20e3456">1</a></span> Tenzij
+wij een uitzondering maken voor de <span class="letterspaced">Anseis de
+Carthage</span>&mdash;een romance, die den ondergang van Spanje
+toeschrijft aan een zoon van Karel den Groote, wiens daden overeenkomen
+met die van Roderick. De <span class="letterspaced">Anseis</span> is
+een Fransch werk.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk VIII: &raquo;Calaynos de Moor&laquo;,
+&raquo;Gayferos&laquo; en &raquo;Graaf Alarcos&laquo;.</h2>
+<p class="xd20e3553"><span class="xd20e3553init">I</span>k neem deze
+drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen omdat zij
+blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk een hooge gunst
+hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister beeld geven van den
+smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere romances van dezelfde
+soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf een afzonderlijke groep
+vormden, wat ik altijd verondersteld heb op grond van het feit, dat in
+alle Castiliaansche verhandelingen over de romance, deze drie gedichten
+te zamen worden vermeld. Hieruit meen ik te mogen opmaken, dat deze
+drie romances een eigen genre vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest
+van ernst en strengheid, die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche
+letterkunde, en tenminste in &eacute;&eacute;n dezer drie gedichten
+vindt men zoo duidelijk de atmosfeer van groote droefheid en van
+wreedheid, die slechts wordt opgewekt door Latijnsche en Grieksche
+treurspelen. Want zelfs niet de grootste meesters van het Noorden,
+Marlowe noch Massinger, Goethe noch Shakespeare, zijn er in geslaagd,
+met zulke sombere kleuren hunne tooneelen af te schilderen, als de
+Spanjaarden Calderon of Lope dat hebben gedaan.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Calaynos.</h3>
+<p class="firstpar">Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders,
+is de held van verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende
+daarvan is de <span class="letterspaced">Coplas de Calainos</span>,
+<span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span>waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde
+vertaling heeft geleverd in zijn <span class="letterspaced">Spaansche
+Balladen</span>.</p>
+<p>De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een
+jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij haar
+uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in haar
+overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte van hem de
+hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid: Rinaldo,
+Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf zich
+oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide hij de
+Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn hoorn,
+waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den klank
+herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige mijlen
+van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de koninklijke
+stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte, hoe hij het
+durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van zijn rijk te
+vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was van Calaynos, die
+Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde, en die hun aanval in
+Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den overmoedigen heiden te
+strijden, stelde Karel de Groote Roland voor, dat deze Calaynos zou
+tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat dit de taak behoorde te
+zijn van een of anderen saletjonker, daar hij het beneden zijn
+waardigheid vond met &eacute;&eacute;n enkelen Moor te vechten. Heer
+Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van
+Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en
+bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem
+minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn
+geliefde.</p>
+<p>Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span>hoorde; hij slingerde Calaynos zijn uitdaging in
+het gezicht, en riep hem toe zich gereed te maken tot den strijd. De
+Moor wierp zich in het zadel, richtte zijn lans op de borst van zijn
+tegenstander, reed in vollen draf op Boudewijn toe, en wierp hem ter
+aarde, waarna hij hem dwong om genade te smeeken. Maar Roland, de oom
+van den jeugdigen ridder, was in de nabijheid; hij zwaaide zijn
+geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat hij zich moest wapenen voor
+een nieuwen strijd. &raquo;Wie zijt gij?&laquo; vroeg Calaynos.
+&raquo;Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U
+niet.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Zwijg, ellendige Moor!&laquo; antwoordde Roland. &raquo;Uw
+laatste uur is geslagen&laquo;; en dit zeggende, reed hij in vollen
+draf op zijn vijand toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland
+sprong van zijn paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem
+heen.</p>
+<p>&raquo;Hoe heet gij, heiden?&laquo; vroeg hij, &raquo;spreek of
+sterf.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Heer,&laquo; antwoordde Calaynos, &raquo;ik dien een trotsche
+Spaansche jonkvrouw, die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen
+dan de hoofden van de drie edelste paladijnen van Karel den
+Groote.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Zoo,&laquo; lachte Roland, &raquo;dan zijt gij een groote
+gek; zij kan u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons
+te trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven&laquo;; en met
+deze woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met
+de halve maan. &raquo;Deze maan zal nooit meer opgaan boven de
+Seinevlakte,&laquo; riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede
+stak.</p>
+<p>Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw en
+door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer
+onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder
+ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal
+draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke
+strekking. <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Gayferos.</h3>
+<p class="firstpar">Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche
+romantiek; zijn geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den
+Groote, en werd opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop
+Turpinus. Ofschoon hij een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder
+aantrekkelijk te zijn geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen
+hij waarschijnlijk te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven
+jaren heeft gezocht naar zijn vrouw, die zich in Spaansche
+gevangenschap bevond. Gayferos van Bordeaux was een bloedverwant van
+Roland, den onoverwinnelijken held uit de <span class="letterspaced">Chansons de gestes</span>, en hij was gehuwd met
+Melisenda, een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd
+de dame geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te
+Saragossa opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der
+heidenen te bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te
+zoeken. Maar na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de
+plaats te vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar
+provincie, van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij
+eindelijk, ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In
+de hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos
+zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote hem
+met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem: &raquo;Hoe
+nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen, terwijl uw
+vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij even bekwaam
+waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen, zoudt gij u
+haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden.&laquo; Deze
+terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist
+gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog
+niet <span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen
+hij van Karel den Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf
+hij zich haastig naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een
+paard.</p>
+<p>Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn
+eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en z&oacute;&oacute;
+uitgerust, reisde Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd
+daarna kwam hij te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd
+tegengehouden, reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw
+gevangen werd gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en
+smeekte hem, indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van
+haar aan haar echtgenoot Gayferos te brengen:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Zeven jaren in deez&rsquo; toren heb ik Gayferos
+gewacht,</p>
+<p class="line">Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren
+doorgebracht,</p>
+<p class="line">Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar
+smart;</p>
+<p class="line">Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle
+hart.&laquo;</p>
+<p class="line">Maar hij richt zich op in &rsquo;t zadel: &raquo;Eedle
+Vrouwe, klaag niet meer,</p>
+<p class="line">Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en
+heer.</p>
+<p class="line">Spring in &rsquo;t zadel uit den toren! in mijn armen,
+aan mijn borst,</p>
+<p class="line">Voer &rsquo;k u veilig uit de landen van den wreeden
+Moorschen vorst.&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Melisenda sprong uit het venster in de armen van
+haar trouwen ridder, die haar in het zadel hief en spoorslags met haar
+wegreed om de poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige
+was geweest van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden
+spoedig achtervolgd door zeven colonnes ruiters.</p>
+<p>De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds
+kleiner, maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard
+waarop zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat
+wanneer men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de
+sporen in zijne zijden drukte, men hem zonder eenig <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>gevaar voor de berijders over elke hindernis kon
+laten heenspringen. Haastig deelde zij haar echtgenoot dit mede, en
+toen hij op haar aanwijzing gehandeld had, stuurde hij het ros naar de
+stadsmuur, waar het met het grootste gemak over heensprong. Toen de
+Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de verdere vervolging op. Kort
+daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te Parijs terug, en hun verder
+leven was even gelukkig als hun verleden droevig was geweest.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Graaf Alarcos.</h3>
+<p class="firstpar">Somber, tragisch en vol afwisseling is de
+geschiedenis van <span class="letterspaced">Graaf Alarcos</span>, een
+romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het Engelsch vertaald
+door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen hebben veel
+overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied toonden voor
+den geest van het origineel. De romance begint met den eenvoud, die de
+ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter van den Koning
+van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos, maar hij had
+haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie hij verscheidene
+kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar verleiding, trok de
+ongelukkige prinses zich van de wereld terug, en bracht hare mooiste
+levensjaren in groote droefheid door. Haar koninklijke vader, die niets
+van dit geheime huwelijk wist, vroeg haar naar de oorzaak van haar
+leed, en zij antwoordde hem, dat zij treurde omdat zij niet gehuwd was
+zooals andere vrouwen van haar rang.</p>
+<div class="figure xd20e3628width"><img src="images/p216.jpg" alt="Graaf Alarcos ontmoet zijn vrouw en kinderen aan de poort van het kasteel."
+width="501" height="720">
+<p class="figureHead">Graaf Alarcos ontmoet zijn vrouw en kinderen aan
+de poort van het kasteel.</p>
+</div>
+<p>&raquo;Dochter&laquo;, antwoordde de Koning, &raquo;dat is mijn
+schuld niet. Heeft de edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk
+gevraagd? Ik ken in Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat
+hij u zou kunnen huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds
+getrouwd.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217"
+name="pb217">217</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Helaas&laquo;, zeide de <span class="corr" id="xd20e3637"
+title="Bron: Infanta">Infante</span>, &raquo;het is juist Graaf Alarcos
+die mijn hart gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en
+hij beloofde mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het
+huwelijk trad.&laquo;</p>
+<p>Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak
+hij: &raquo;Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk
+geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt.&laquo;</p>
+<p>Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie, en
+zij riep uit: &raquo;Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over
+mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat
+ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos nog
+met mij trouwen.&laquo;</p>
+<p>Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos
+op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn
+misdaad tegenover de Infante.</p>
+<p>&raquo;Is het waar, Don Alarcos&laquo;, vroeg hij, &raquo;dat gij
+mijn dochter trouw beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister
+dan goed naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter
+toekomt<span class="corr" id="xd20e3648" title="Niet in bron">:</span>
+zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat zij
+aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante huwen.
+Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van u het
+eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb&laquo;,
+antwoordde Alarcos. &raquo;Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar
+mijn onschuldige vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn
+misdaad, maar tref mijn vrouw niet.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Het is onmogelijk<span class="corr" id="xd20e3655" title="Niet in bron">&laquo;,</span> antwoordde de strenge oude Koning.
+<span class="corr" id="xd20e3658" title="Niet in bron">&raquo;</span>Ik
+zeg u, dat zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>Wanneer het wapenschild van een Koning bevlekt
+is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze vlek moet uitwisschen,
+schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg mijn bevel op, of gij zult
+uw misdaad met uw leven betalen.&laquo;</p>
+<p>Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde
+was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken,
+stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij
+reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De
+gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief
+had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig van
+smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette,
+vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd
+zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug,
+en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar in
+haar kamer zou mededeelen.</p>
+<p>Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare
+vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon
+eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide,
+alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk
+voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar
+geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen.</p>
+<p>&raquo;Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad,&laquo; zeide
+hij. &raquo;Ik beloofde haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met
+haar. Zij is de dochter des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en
+wil, dat ik mijn belofte aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het
+zeggen moet! heeft bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen
+avond.&laquo; &raquo;Wat,&laquo; riep de gravin verschrikt, &raquo;is
+dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u, Alarcos? Waarom moet
+<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>ik sterven? O, zend mij terug naar mijn
+ouderlijk huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn
+kinderen kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht
+ben.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Het is onmogelijk,&laquo; antwoordde de rampzalige Graaf;
+&raquo;ik heb mijn woord gegeven.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik heb geen vrienden in dit land,&laquo; riep de ongelukkige
+vrouw uit, &raquo;maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen,
+voordat ik sterf.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust,
+omhelzen,&laquo; kermde Alarcos; &raquo;de andere kinderen moogt gij
+niet meer zien. Maak u gereed om te sterven.&laquo;</p>
+<p>De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een <span class="letterspaced">Ave</span>, stond op en smeekte haar hardvochtigen
+echtgenoot, goed voor de kinderen te zijn. Zij schonk hem vergiffenis,
+maar legde op den Koning en zijn dochter de vreeselijke vloek, die in
+de middeleeuwen onder het volk bekend was als <span class="letterspaced">Het Gericht der Stervenden</span>, waarvan zoo menigmaal
+werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld
+waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn
+moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon te
+verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te
+verantwoorden over hun misdaad.</p>
+<p>De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de
+afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag, riep
+hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn groote
+droefheid.</p>
+<p>Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke
+pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en
+voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed en
+tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van Alarcos.
+Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span>diepe ontroering, die zich daarbij van ons
+meester maakt, kunnen wij er moeilijk een <span class="letterspaced">legende</span> in zien, en wij weten niet, voor wie wij
+den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses, den
+wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende en
+trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van
+&raquo;eer&laquo;, dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en
+waarvoor bijna evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor
+iederen anderen vorm van bijgeloof of fanatisme. <span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk IX: De Romanceros of Balladen.</h2>
+<div class="epigraph">
+<p class="firstpar">De Ilias zonder een Homerus.</p>
+<p class="xd20e2763">Lope de Vega.</p>
+</div>
+<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>e naam
+<span class="letterspaced">romancero</span> wordt in het moderne
+Spaansch eigenlijk uitsluitend toegepast op een bepaalden versvorm, een
+verhalend gedicht, dat geschreven is in zestienlettergrepige regels,
+die alle in eenzelfden <span class="corr" id="xd20e3709" title="Bron: assonnant">assonant</span> eindigen. Oorspronkelijk werd het
+woord gebruikt voor die dialecten of talen, die aan het Romaansch of
+Latijn verwant waren, de spreektaal dus van het oude Rome in hare
+moderne vormen. Later duidde men er slechts de geschreven vormen dezer
+talen mede aan, en ten slotte alleen maar den po&euml;tischen
+lyrisch-verhalenden vorm, zooals wij reeds eerder opmerkten. De
+romancero verschilt dus van de romance hierin, dat zij in verzen
+geschreven is; en het blijkt uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de
+naam &raquo;romance&laquo; ontstaan is in het overgangstijdperk, toen
+het woord werd gebruikt voor hetgeen geschreven werd in modern
+Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch, Fransch en Proven&ccedil;aalsch,
+onafhankelijk van de omstandigheid, of het proza of po&euml;zie was.
+Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte romances&mdash;zooals
+<span class="letterspaced">Amadis</span>, <span class="letterspaced">Palmerin</span> en <span class="letterspaced">Partenopex</span>&mdash;in proza geschreven waren, maar
+de <span class="letterspaced">romancero</span> was v&oacute;&oacute;r
+alles een verhaal in verzen. Zoo behooren de drie verhalen, die wij in
+het vorige hoofdstuk behandelden, tot de groep der <span class="letterspaced">romanceros</span>&mdash;een versvorm, die, zooals wij
+zullen zien, even geliefd was bij de lagere volksklassen van het
+Schiereiland als de echte romance <span class="pagenum">[<a id="pb222"
+href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>dat was bij den <span class="letterspaced">hidalgo</span> en den <span class="letterspaced">caballero</span>. De <span class="letterspaced">romancero</span> was dus de volksballade van Spanje.</p>
+<p>In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de
+Spaansche ballade of <span class="letterspaced">romancero</span> als
+volgt te schetsen:</p>
+<p>1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen.</p>
+<p>2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of
+<span class="letterspaced">cantares de gesta</span>.</p>
+<p>3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum.</p>
+<p>4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste
+kunst.</p>
+<p>Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote
+groepen:</p>
+<p>1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen.</p>
+<p>2. Letterkundige producten.</p>
+<p>Wat de eerste soort der <span class="letterspaced">romanceros</span>
+betreft, ik heb er evenmin als Sancho Panza een oordeel over, hoe oud
+zij zijn. Over deze vraag zijn de tegenstrijdigste beweringen geuit,
+maar zooals ik reeds gezegd heb, het zou al heel verwonderlijk zijn,
+wanneer geen overblijfselen van het oude Castiliaansche volkslied in
+een veranderden vorm tot ons gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied
+een even groote kans heeft, bewaard te blijven, als een oude gewoonte
+of een legende, en wij weten hoe deze in bepaalde streken onveranderd
+bewaard zijn gebleven. Ik zie dus niet in, waarom niet een zeker aantal
+oorspronkelijke Spaansche balladen tot ons gekomen zouden zijn in een
+veranderden vorm, zoodat degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou
+als zijn schepping; want ook de dichter van <span class="letterspaced">Tom de Rijmer</span>, de oude Schotsche ballade, zou
+zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren vorm weer
+onder de oogen zou hebben gekregen. <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span></p>
+<p>Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige,
+men hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging
+kunnen ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend
+iets, een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan
+van de wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de
+oudheid&mdash;een museum. Ik heb niets tegen de beheerders van dat
+museum, en ik lees met genoegen hunne boeken, die een land beschrijven,
+dat door weinigen van hen bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een
+bewijs te weerleggen, dat geleverd is door een instinct, dat zij
+missen, dan worden zij vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de
+kunst, hare ingevingen, haar hoogere visie, en het is
+betreurenswaardig, dat zij, die deze intuitie missen, de juistheid
+hunner opvatting willen bewijzen door doode logica.</p>
+<p>Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van
+het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken,
+&raquo;dat zij te oud zijn om te liegen.&laquo; Ik heb duidelijk
+aangetoond, dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de
+kronieken en <span class="letterspaced" lang="es">cantares</span>, een
+omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun betrekkelijk hoogen
+ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden met de latere
+kunstmatige imitaties van G&oacute;ngora en Lope de Vega en met andere
+producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten slotte slechts de
+Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> vinden. Evenals de balladen
+van Schotland en Denemarken zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden
+verzameld en uitgegeven, en in de bladzijden der <span class="letterspaced" lang="es">cancioneros</span> is oud en nieuw, volkslied
+en letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen
+gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer <span class="letterspaced"
+lang="es">cancioneros</span> eens nader beschouwen, deze schatkamer der
+<span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span>dichtkunst van een volk, en laat ons hun
+ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in het
+algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong
+behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De &raquo;<span lang="es">Cancionero General</span>&laquo;.</h3>
+<p class="firstpar">Met uitzondering van de fragmentarische verzameling
+van Juan Fernandez de Constantina, werd de <span class="letterspaced"
+lang="es">Cancionero General</span> of het &raquo;Algemeen
+Liederenboek&laquo;, zooals men het zou kunnen noemen, verzameld en
+uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een zekeren Fernando
+del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn, noch naar
+tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt, ofschoon de
+voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden zijn gehouden.
+Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk, en telkens wanneer
+de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe gedeelte achter het
+oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het grootste gedeelte uit de
+balladen van schrijvers uit de vijftiende en het begin der zestiende
+eeuw, zooals Tallante, Nicolas N&uacute;&ntilde;ez, Juan de Mena,
+Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana.</p>
+<p>Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke
+liederen (<span lang="es">obras de devoci&oacute;n</span>). Deze zijn
+eentonig en zeer fanatiek. De daarop volgende &raquo;zedelijke
+liederen&laquo; zijn al evenmin aantrekkelijk; zij geven zinnebeeldige
+voorstellingen van deugden en ondeugden volgens de opvattingen van een
+schoolsche <span class="corr" id="xd20e3805" title="Bron: filisofie">filosofie</span>. De liefdesgedichten uit de
+verzameling zijn meer eenvoudig dan po&euml;tisch; er ontbreekt diep
+gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig herhalen
+van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed over
+ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" name="pb225">225</a>]</span>filosofisch beroep op het verstand. Toch
+ontbreken ook de vroolijke, sierlijke liefdesliedjes niet in dezen
+bundel, zooals bv. &raquo;<span lang="es">Muy m&aacute;s clara que de
+luna</span>&laquo; van Juan de Meux, of &raquo;<span lang="es">Pensamienti, pues mostrays</span>&laquo;, van Diego Lopez de Haro.
+Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling, en het teedere
+gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang getuigde,
+loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen.</p>
+<p>Boeiender zijn de <span class="letterspaced" lang="es">canciones</span> of lyrische gedichten, die al iets moderner zijn,
+en reeds een eigen karakter en metrischen vorm vertoonen. Zij bestaan
+gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee gedeelten gescheiden. De
+eerste vier regels bevatten de gedachte waarop het gedicht is
+gebaseerd, en die in de acht volgende regels wordt uitgewerkt of
+toegelicht. De <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero
+General</span> bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en
+sommige daarvan behooren tot het beste uit den geheelen bundel.
+Waarschijnlijk is hun beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun
+po&euml;tische waarde. Een daaraan verwante vorm is de villancico, een
+versje van gewoonlijk drie of vier regels, een invallende gedachte, een
+gedichtje, waarin een vluchtige ontroering is vastgelegd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De &raquo;<span lang="es">Romancero General</span>&laquo;.</h3>
+<p class="firstpar">De titel <span class="letterspaced" lang="es">Romancero General</span> werd gegeven aan verscheiden
+verzamelingen van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances,
+die in de zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere
+hiervan komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste
+bundel der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een
+ander werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam
+draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de
+verzameling van Pedro de Flores (1614). <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>Dit is een
+bloemlezing, die blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar
+dat doet niets af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de
+bewering van den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche
+<span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> bevat, want wij
+vinden er geen enkel gedicht uit de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero General</span> in. Al deze bundels bevatten een groot
+aantal liefdesliederen van de soort waarvan de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero General</span> er zoovele geeft;
+maar deze zijn voor ons niet van groote beteekenis, en onze
+belangstelling gaat meer uit naar de echte <span class="letterspaced">romanceros</span>. Deze stammen voor het grootste
+gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over de
+burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in Spanje,
+en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche ridders.
+Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element in de
+Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig
+hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen, dat
+deze gedichten een navolging waren van Moorsche po&euml;zie. Maar er
+zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden,
+zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio,
+Fern&aacute;n <span class="corr" id="xd20e3850" title="Bron: Gons&aacute;lez">Gonz&aacute;lez</span>, de Infantes van Lara en
+de Cid. De meeste dezer verhalen zijn geschreven door menschen uit het
+volk, de laatste vertegenwoordigers van het geslacht der <span class="letterspaced">j&ugrave;glares</span>, die de <span class="letterspaced">cantares de gesta</span><a class="noteref" id="xd20e3858src" href="#xd20e3858" name="xd20e3858src">1</a> hadden
+gedicht of voorgedragen. <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span></p>
+<p>Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel
+degeen, die het best op de hoogte is, waar het de <span class="letterspaced">romancero</span> betreft. In zijn knap werk over
+Spaansche letterkunde voert hij ons door de belangrijkste provincies
+van het rijk der Spaansche dichtkunst, en wijdt hij aan de <span class="letterspaced">romancero</span> ongeveer veertig bladzijden, die,
+zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt,
+interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart&rsquo;s <span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>, en levert een geestige
+kritiek op de verzameling van den Schotschen vertaler. Een betere
+handleiding voor den Engelschsprekenden lezer zou moeilijk gevonden
+kunnen worden, want het boek van Lockhart is algemeen bekend, en werd
+in den tijd van Koningin Victoria in de woning van bijna elk ontwikkeld
+Engelschman aangetroffen. Wij zullen dus het voorbeeld van Kelly
+volgen, en uit de vertalingen van Lockhart de balladen, die ons het
+belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp en de bewerking betreft, aan
+een nadere beschouwing onderwerpen. In navolging van Depping verdeelt
+Lockhart zijn hoofdstuk over de balladen in drie paragraphen: een
+Historisch, een Moorsch en een Romantisch gedeelte. Met de eerste twee
+groepen, of juister gezegd, met de onderwerpen daarvan, nl. Koning
+Roderick en Bernaldo de Carpio, hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds
+kennis gemaakt.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Cijns der Maagden.</h3>
+<p class="firstpar">Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den
+Moorschen Vorst Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden
+zouden worden gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken
+eisch te voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang
+werd er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had
+het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van
+de strenge discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden
+behalen over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de
+schutspatroon van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij
+beloofde hem voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des
+morgens werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd
+had, het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden.
+Daarna werd de cijns der maagden nooit meer betaald.</p>
+<p>De vertaling van <span class="corr" id="xd20e3885" title="Bron: Lockkart">Lockhart</span> blijft ver beneden het oorspronkelijke
+gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Graaf Fern&aacute;n Gonz&aacute;lez.</h3>
+<p class="firstpar">&raquo;De ontvluchting van Graaf Fern&aacute;n
+Gonz&aacute;lez&laquo;, waarvoor de stof is geput uit de oude
+<span class="letterspaced">Estoria del noble caballero Fern&aacute;n
+Gonz&aacute;lez</span>, een populaire bewerking van de <span class="letterspaced">Cronica General</span> (1344), is van lateren datum dan
+twee andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn
+gegaan. Aan den naam van dezen ridder is een schat van legenden
+verbonden, en een reeks van <span class="letterspaced">romanceros</span> werden door hem ge&iuml;nspireerd.
+Maar moeten wij daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde
+persoonlijkheid het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn
+voortgekomen uit &eacute;&eacute;n groot heldendicht, dat zich heeft
+opgelost in kleinere volksliederen? Is er &eacute;&eacute;n zeker
+bewijs voor de veronderstelling, dat zulk een proces ooit heeft plaats
+gehad? En geeft het ontbreken van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat
+het tegendeel het geval was? Praktische dichters (Voor zoover een
+dichter ooit praktisch zijn kan) staan eenigszins afwerend tegenover
+deze stelling: zij erkennen een principieel verschil tusschen den geest
+van het heldendicht en dien van het volkslied, en zij zijn van
+<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span>oordeel, dat in het geval, waarin beide
+hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was, en niet het
+noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces.</p>
+<p>Fern&aacute;n Gonz&aacute;lez had zijn romantische reputatie
+voornamelijk te danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee
+gelegenheden uit de gevangenis verloste. In de ballade, die deze
+gebeurtenissen beschrijft, wordt zij voorgesteld als een trouwe,
+liefhebbende gade, en een ware heldin. Gonz&aacute;lez was door zijne
+vijanden gevangen genomen en naar een vesting in Navarra gebracht. Een
+Moorsch ridder, die door dat land reisde, verzocht den gouverneur van
+het kasteel om een onderhoud met den gevangene, en daar hij hem een
+groote som aanbood, liet de hooge beambte zich gemakkelijk omkoopen.
+Toen het onderhoud ge&euml;indigd was, vertrok de ridder weer, en hij
+begaf zich naar het paleis van Koning Garcia van Navarra, die
+Gonz&aacute;lez had laten gevangen zetten. Een van de beschuldigingen
+tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat hij Garcia om de hand
+zijner dochter had gevraagd, en het was tot deze prinses, die den
+gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de volgende woorden
+sprak:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje&rsquo;s
+leed:</p>
+<p class="line">Zijn ridder is gevangen, die voor Castili&euml;
+streed.</p>
+<p class="line">De Mooren overstroomen als een rivier het land,</p>
+<p class="line">Vervloekt de Christenkoning, die bindt Gonz&aacute;lez
+hand.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In het holst van den nacht stond de Infante op en
+zij begaf zich geheel alleen naar het kasteel, waar Gonz&aacute;lez
+gevangen zat; daar bood zij den gouverneur zulk een groote som aan, dat
+hij voor de verzoeking bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te
+vluchten. Maar de handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen
+het paar werd aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun
+verblijfplaats aan de houtvesters van <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>den Koning te
+verraden, indien de Infante zich niet aan hem gaf, was Gonz&aacute;lez
+niet in staat, hem te straffen zooals hij dat verdiende. Maar toen de
+ellendeling de prinses omhelsde, greep zij hem bij de keel, en
+Gonz&aacute;lez raapte de speer op, die hij had laten vallen, en doodde
+hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een afdeeling van
+zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht, die zoo rijk was
+aan gebeurtenissen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Infantes van Lara.</h3>
+<p class="firstpar">Er zijn weinig Spaansche <span class="letterspaced">romanceros</span>, die een treffender en tragischer
+onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes of
+Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo
+Vel&aacute;squez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat
+&eacute;&eacute;n dezer <span class="letterspaced">romanceros</span> is
+ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en 1344 werd
+geschreven, &raquo;of misschien wel uit een verloren imitatie van dit
+verloren heldengedicht.&laquo; Het lijkt mij vreemd toe, dat al deze
+gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat Lockhart
+van &raquo;krachtiger&laquo; balladen gebruik had moeten maken om een
+juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met
+deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van
+&raquo;De Wraak van Mudara.&laquo;</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">O, vergeefs heb &rsquo;k gedood de Infantes van
+Lara,</p>
+<p class="line">Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara,</p>
+<p class="line">&rsquo;t Is het jong van de afvallige, &rsquo;t
+heidensche broed:</p>
+<p class="line">O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed!</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering
+tot mij, aan een groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters
+uitzien op een wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die
+onwezenlijke gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op
+de tafel van wormstekig <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span>rozenhout ligt een deel van de
+<span class="letterspaced">Spaansche Balladen</span>, in een
+beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke boeken nog
+ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk dienden. Als kind
+van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen, dit hemelsch verblijf
+van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik zonder een bepaald doel
+het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande dichtregels. Voor het
+eerst in mijn leven werd ik getroffen door de schoonheid van het
+rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten zich vast in mijn
+brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat de duisternis viel,
+scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar was, dat er geen
+verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang zat. Maar ik had
+eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen en nachten werden een
+hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek zouden zijn. Het duurde
+geruimen tijd voordat ik iets ontmoette, dat het heerlijke rhytme van
+&raquo;De Wraak van Mudara&laquo; overtrof of zelfs <span class="corr"
+id="xd20e3946" title="Bron: evenaardde">evenaarde</span>. De jaren
+hebben mij in aanraking gebracht met veel schoons, waarnaast mijn
+eerste ontdekking verbleekte, boeken van een fijneren geest, die mij
+een diepe ontroering gaven; maar geen enkel dichtwerk was mij ooit zulk
+een openbaring als deze bladzijde van dit onvergetelijke boek in die
+onvergetelijke kamer.</p>
+<p>De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de
+Infantes van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake
+was, volgt op deze ballade) is getiteld: &raquo;De zeven
+Hoofden&laquo;, en beschrijft den moord van de ongelukkige prinsen. Uit
+de <span class="letterspaced" lang="es">Historia de
+Espa&ntilde;a</span> van Juan de Marinia (1537&ndash;1624) leeren wij,
+dat in het jaar 986 Ruy Vel&aacute;squez, Heer van Villaren, te Burgos
+in het huwelijk trad met Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge
+geboorte. Deze gebeurtenis werd met schitterende <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span>feesten gevierd, en onder de gasten bevonden
+zich Gustio <span class="corr" id="xd20e3956" title="Bron: Gouz&aacute;lez">Gonz&aacute;lez</span>, Heer van Salas en van
+Lara, en zijne zeven zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der
+Graven van Castili&euml;, waren bekend om hun grooten moed en
+ridderlijkheid, en allen waren zij op denzelfden dag tot ridder
+geslagen.</p>
+<p>Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen
+Gonz&aacute;lez, den jongsten der zeven broeders, en een zekeren
+Alvarez Sanchez, een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich
+beleedigd, en toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van
+haar gemaal geleidden, gaf zij, om zich te wreken, &eacute;&eacute;n
+harer slaven het bevel, Gonz&aacute;lez een wilde komkommer, gedoopt in
+bloed, naar het hoofd te werpen, een zware beleediging en een hevige
+smaad, volgens de toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en
+opvattingen.<a id="xd20e3961" name="xd20e3961"></a> De verborgen
+beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat ook
+de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen gesloten
+waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad was,
+vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid meer, dan
+dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had opgevolgd,
+zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan de zijde
+zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde Infantes
+doodden hem &raquo;in de plooien van het feestgewaad der
+bruid.&laquo;</p>
+<p>Ruy Vel&aacute;squez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen
+hij als een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan,
+beschouwde, besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg
+zijn plan op listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich
+tegenover hen, alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna
+belastte hij Gustio Gonz&aacute;lez, den vader van de <span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>zeven jonge ridders, met een zending naar
+Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor hem in ontvangst
+te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning dezer stad; maar
+Vel&aacute;squez gaf Gustio een brief mede, die in het Arabisch
+geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin den
+Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te dooden.
+Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen, en inplaats
+van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads vermoedenden
+afgezant in de gevangenis.</p>
+<p>Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed
+Vel&aacute;squez een schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich
+liet vergezellen door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner
+volgelingen. Met waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in
+een hinderlaag te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche
+troepen, besloten zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij
+stonden rug aan rug, en richtten een gruwelijk bloedblad onder de
+Mooren aan; en &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n vielen zij,
+verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden door den Moorschen
+Koning aan Vel&aacute;squez gezonden als een pand van vriendschap, en
+zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van hem en den
+rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Vel&aacute;squez zich zou
+kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij op deze wijze
+voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen vader
+toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren.</p>
+<p>Maar Ruy Vel&aacute;squez zou zijn gerechte straf niet ontgaan.
+Terwijl Gustio Gonz&aacute;lez zich in Moorsche gevangenschap bevond,
+had hij liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning
+van Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren.
+Toen de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging
+<span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span>hij, op aandringen van zijn moeder, op zoek naar
+zijn vader; en toen hij hem, die nu reeds een man op hoogen leeftijd
+was, gevonden had, hoorde hij, door welk een verraderlijken daad zijne
+zeven broeders om het leven waren gekomen. Vastbesloten tot wraak,
+wachtte hij rustig zijn tijd af, en toen hij ter gelegenheid van een
+jachtpartij Ruy Vel&aacute;squez ontmoette, doodde hij hem met eigen
+hand. Daarna verzamelde hij een troep dappere mannen om zich heen, en
+omsingelde met hen het kasteel Villaren; hij nam een vreeselijke wraak
+op Donna Lombra, die hij liet steenigen en op den brandstapel ter dood
+brengen. Na verloop van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders,
+Donna Sancha, als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als
+erfgenaam van zijn vaders bezittingen.</p>
+<p>Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de
+&raquo;Wraak van Mudara&laquo; werd beschreven. De ballade uit
+Lockhart&rsquo;s verzameling, waarin de rampzalige vader de zeven
+hoofden zijner vermoorde zonen aanschouwt, staat lang niet op dezelfde
+hoogte, wat betreft de kracht van uitdrukking.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Mijn lieve, dappre jongens,&laquo; sprak Lara
+diep bedroefd.</p>
+<p class="line">&raquo;Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag
+beproefd;</p>
+<p class="line">De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht
+voort</p>
+<p class="line">Zijn door die laffe handen verraderlijk
+vermoord.&laquo;</p>
+<p class="line">&mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash;
+&mdash; &mdash; &mdash; &mdash;</p>
+<p class="line">Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op
+keer,</p>
+<p class="line">En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer;</p>
+<p class="line">Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand,</p>
+<p class="line">Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand.</p>
+<p class="line">&raquo;Waart gij naast mij gevallen in glorierijken
+strijd,</p>
+<p class="line">Uw vader had geen tranen van zwakheid dan
+geschreid.</p>
+<p class="line">O, waart gij toch gestorven den schoonen
+heldendood,</p>
+<p class="line">De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog
+rood!&laquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa.</h3>
+<p class="firstpar">&raquo;Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa&laquo; is
+een half-historische ballade, waarin de gedwongen verbintenis
+<span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span>behandeld wordt van een Christelijke jonkvrouw
+met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte zijn
+bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij besloot
+daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne politieke
+doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar de verzekering
+te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den Christelijken
+godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de groote
+voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met den
+Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van de
+situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok naar
+Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar op den
+trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder haar
+schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst alleen
+was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders dan in
+naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen niet tot
+het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte haar uit en
+maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals zij voorspeld
+had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een vreeselijke ziekte.
+Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen met geschenken, naar
+haar broeder terug, en zij trok zich terug in het klooster St. Pelagius
+in Leon, waar zij hare verdere levensdagen in gebed en vrome werken
+doorbracht.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Verslagen hoorde zij &rsquo;t bericht van de
+overeenkomst aan,</p>
+<p class="line">Het wreede vonnis, dat haar dwong tot &rsquo;t vreemde
+volk te gaan,</p>
+<p class="line">En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst
+trouw,</p>
+<p class="line">Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche
+Koningsvrouw.</p>
+<p class="line">Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre
+tranenvloed,</p>
+<p class="line">Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester
+tegemoet.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span></p>
+<p>Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie
+te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den
+&eacute;&eacute;nen kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur
+van Toledo, en aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader,
+Bermudo II, waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden
+schept.</p>
+<p>Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen
+held reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu
+aan</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Garcia P&eacute;rez de Vargas.</h3>
+<p class="firstpar">Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele
+woorden af, ofschoon het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel
+waard is. De Vargas onderscheidde zich door groote dapperheid bij het
+beleg van Sevilla in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van
+de rivier reed, door slechts &eacute;&eacute;n metgezel begeleid, werd
+hij aangevallen door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte,
+doch P&eacute;rez sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche
+krijgslieden af. Toen deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden,
+maakten zij haastig rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn
+kamp, ontdekte P&eacute;rez, dat hij zijn ceintuur, het onderpand
+zijner geliefde, verloren had, en hij keerde oogenblikkelijk om, om
+haar te zoeken. Maar ofschoon hij zich ver in de gevaarlijke zone
+waagde voordat hij zijn eigendom gevonden had, ontweken de Mooren hem
+voortdurend, en hij bereikte veilig het Spaansche kamp. In de ballade
+ontrukt P&eacute;rez de ceintuur aan de Mooren, die haar gevonden en
+&raquo;op een speer gestoken&laquo; hadden.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij
+mijn gordel weer!&laquo;</p>
+<p class="line">Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer.</p>
+<p class="line">&mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash;
+&mdash; &mdash; &mdash; &mdash;</p>
+<p class="line">Toen hij in &rsquo;t Spaansche kamp verscheen als
+overwinnend vorst,</p>
+<p class="line">Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche
+heldenborst.</p>
+<p class="line">Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een
+<span class="corr" id="xd20e4046" title="Bron: krijgstropee">krijgstrophee</span></p>
+<p class="line">Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren
+mee.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Pedro de Wreede.</h3>
+<p class="firstpar">Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de
+boeiende maar bloedige geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men
+heeft menigmaal getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een
+onmensch was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar
+het is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind
+hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben
+om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van
+wreedheid was die, welke in &raquo;De Meester van St. Jago&laquo;
+beschreven is, en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder.
+Bij den dood van dien edelman vluchtte zijn vader, die het
+wraakzuchtige karakter van Pedro kende, naar de stad Coimbra in
+Portugal. Maar daar hij vertrouwde op de plechtige verzekering van
+Pedro, dat hij hem geen geweld zou aandoen, nam hij diens uitnoodiging
+aan, om naar het Hof van Sevilla te komen, waar grootsche tournooien
+zouden worden gehouden. Zoodra hij echter was aangekomen, werd hij
+heimelijk ter dood gebracht, naar men gelooft, op aandringen van
+Pedro&rsquo;s minnares, Maria de Padilla.</p>
+<p>De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla
+gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs, dat zij de
+aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor gestraft werd.
+Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance ontegenzeggelijk
+dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken had van
+<span class="letterspaced">melodramatische</span> kwaliteiten, zouden
+wij ons beter met zijn oordeel kunnen vereenigen.</p>
+<p>&raquo;Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen
+dood van de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij
+gehuwd en dadelijk na het huwelijk verlaten had,&laquo; zegt Lockhart.
+Maar of hij w&egrave;l <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span>of niet zijn koningin vermoordde,
+zijn bijzit, Maria de Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze
+misdaad, waarvan de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat
+de verzen, die op haar betrekking hebben, geschreven zijn met
+oneerlijke politieke bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag
+worden, verhaalt, dat Pedro&rsquo;s gedrag tegenover zijn koningin de
+verontwaardiging opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven
+protest bij hem indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig
+karakter, ontstak in woede over hetgeen hij beschouwde als een
+ongepaste inmenging in zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf
+oogenblikkelijk bevel, zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis
+door vergif om het leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe
+Pedro en zijn minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin
+beramen.</p>
+<p>In &raquo;<span class="letterspaced">De Dood van Pedro</span>&laquo;
+krijgen wij de bloedige beschrijving van den vreeselijken strijd
+tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die door Henrico van
+Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen genomen, wordt op
+laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem, in een uitbarsting van
+dierlijken moed en koninklijke woede, naar de keel. Met stomheid
+geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven en dood tusschen
+vorst en overweldiger, kijken Henrico&rsquo;s mannen, onder wie de
+beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara tegen
+den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du Guesclin
+wendt zich tot den page van Henrico: &raquo;Laat gij uw meester
+z&oacute;&oacute; sterven, gij, die zijn brood eet!&laquo; roept hij
+schamper uit. De schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen
+en trekt hem van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een
+opening kan zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn
+dolk diep in het <span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239"
+name="pb239">239</a>]</span>wreede hart. De moordenaar, de vriend van
+Joden en Saracenen, is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn
+trotsch lichaam door paardenhoeven vertrapt.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Z&oacute;&oacute; dreigend staren Pedro&rsquo;s doode
+oogen nog zijn broeder aan,</p>
+<p class="line">Z&oacute;&oacute; onheilspellend, of hij tot de wrake
+op zal staan!</p>
+<p class="line">Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig
+rood;</p>
+<p class="line">Ach Pedro waar&rsquo; zijn Cain, had&rsquo; hij hem
+niet eerst gedood.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">zegt de ballade. &raquo;Zijn deze wreede oogen
+werkelijk dood? Zie ik er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van
+het bloed mijns broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet
+bevlekt zijn met mijn bloed.&laquo; Dit gedeelte van het gedicht is
+treffend om de atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het
+oogenblik van den moord&mdash;beangstigend, beklemmend. Ook de diepe
+droefheid der minnares van den Koning is goed geteekend:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend
+heet,</p>
+<p class="line">Eerst ziet zij naar Henrico&rsquo;s kroon, en naar zijn
+vorstlijk kleed;</p>
+<p class="line">Dan staart zij op &rsquo;t verscheurd gewaad, dat
+nauwelijks bedekt</p>
+<p class="line">Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed
+bevlekt.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Moor Reduan.</h3>
+<p class="firstpar">Wij slaan &raquo;<span class="letterspaced">De Heer
+van Brutayo</span>&laquo; en &raquo;<span class="letterspaced">De
+Koning van Arragon</span>&laquo; over, en komen dan aan de ballade, die
+tot titel heeft: &raquo;<span class="letterspaced">De Moor
+Reduan</span>&laquo;, een gedicht, dat betrekking heeft op het beleg
+van Granada, de laatste vesting der Mooren. Het is de eerste van een
+groep balladen, die <span class="letterspaced" lang="es">romanceros
+fronterizos</span> of &raquo;grensromances&laquo; genoemd worden, en
+die, zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan.
+Het is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate
+een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs de
+gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de <span class="letterspaced" lang="es">romancero</span> zegt Kelly: &raquo;Men kan er
+Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>de
+ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van ieder schrijver,
+die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan zou willen geven, zou
+hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij zou het zeker noodig
+oordeelen, in een noot het resultaat neer te leggen van de
+onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks begonnen waren.
+Het is nu wel zeker, dat P&eacute;rez de Hita twee <span class="letterspaced" lang="es">romanceros</span> door elkander werkte, en dat
+de verzen van het vierde gedeelte van Lockhart&rsquo;s vertaling:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Zij trokken met ontplooide vaandels door
+Elvira&rsquo;s poort&laquo;,</p>
+</div>
+<p class="firstpar">thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft
+op de veldtocht van Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer
+goed, dat het gedicht niet homogeen was; want hij zegt: &raquo;Het
+volgende is een vertaling van bepaalde gedeelten van <span class="letterspaced">twee balladen</span>, maar hij schijnt niet te hebben
+geweten, dat &eacute;&eacute;n dezer gedeelten handelde over de tocht
+van Boabdil. En juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het
+gedicht.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint,</p>
+<p class="line">De pluimen en de veeren, ze wapp&rsquo;ren in den
+wind;</p>
+<p class="line">De kromme zwaarden schitt&rsquo;ren, &rsquo;t is glans,
+waarheen men ziet.</p>
+<p class="line">De dapp&rsquo;re harten zingen een heerlijk
+strijderslied.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3858" href="#xd20e3858src" name="xd20e3858">1</a></span> Behalve
+de verzameling romances, waarover wij hier spraken, en waarin de
+voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn, waren er in het
+midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven te Antwerpen en
+Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban de
+N&aacute;jera. De lezer kan ook de <span class="letterspaced">Primavera
+y Flor de Romance</span> door Wolf en Hofman raadplegen, waarvan een
+nieuwe uitgave verscheen bij Se&ntilde;or Men&eacute;ndez y Pelayo, de
+verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844) en de Engelsche
+vertalingen van Lockhart en Bowring.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk X: De Romanceros of Balladen (vervolg).</h2>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Daar was rumoer in Granada, des avonds bij &rsquo;t
+gebed:</p>
+<p class="line">Want de &eacute;&eacute;n riep de Drie&euml;enheid aan,
+de ander Mahomed;</p>
+<p class="line">Hier stierf een trouwe Moor&mdash;daar werd een
+Christenkind geboren;</p>
+<p class="line">Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche
+horen.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="xd20e3052"><span class="xd20e3052init">D</span>eze regels
+geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die volgde op de
+vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der Saracenen in
+Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende leger van
+Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar van de
+ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is vrij
+onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Don Alonzo de Aquilar.</h3>
+<p class="firstpar">Na den val van Granada beijverden Ferdinand en
+Isabella zich, om de Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te
+brengen. De meesten der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste
+uiterlijk, aan het koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra
+bleef het onder de Mooren gisten, en zij weigerden den doop te
+ontvangen uit de handen der priesters, die gezonden waren om hen te
+bekeeren. Ten slotte werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de
+onwilligen met geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het
+ondergaan van de plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand
+met den koppigen moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij
+onderworpen en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met
+<span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>zware verliezen aan de zijde van hunne
+quasi-weldoeners, onder wie &eacute;&eacute;n der voornaamsten was Don
+Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo Hern&aacute;ndez de Cordova
+de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam van &raquo;Den Grooten
+Kapitein&laquo;. Maar de ballade houdt zich niet aan de historie, want
+zij laat Aquilar sterven v&oacute;&oacute;r den val van Granada,
+terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice
+Kelly besluit hieruit, &raquo;dat de romance eerst geschreven werd,
+lang nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden
+reeds vergeten waren.&laquo; Maar waarom zouden wij een geheel volk
+laken om iets, dat misschien een <span class="letterspaced" lang="la">lapsus memoriae</span> is geweest van een enkelen
+balladeschrijver? En zou Kelly &eacute;&eacute;n enkele ballade kunnen
+aanwijzen, die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de
+bijzonderheden den toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek
+kunnen doorstaan?</p>
+<p>Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat
+meestal met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een
+bewerking, die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche
+origineel.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Fernando, Spanje&rsquo;s hooge vorst, ligt voor
+Granada&rsquo;s wallen</p>
+<p class="line">Met alle grandes van het land, met heel zijn staf
+vazallen;</p>
+<p class="line">En met Castili&euml;&rsquo;s ridderschaar in al haar
+hoofsche pracht,</p>
+<p class="line">Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens
+legermacht.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Wij komen nu tot een serie gedichten, die door
+Lockhart</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Moorsche Balladen</h3>
+<p class="firstpar">worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de
+meerdere of mindere &raquo;Moorschheid&laquo; dezer balladen reeds
+besproken, en wij zullen ze dus nu slechts als balladen zonder meer
+beschouwen. De eerste, <span class="letterspaced">Het Stierengevecht
+van Ganzul</span>, is een beroemd gedicht, waarin de vaardigheid van
+den Moorschen ridder Ganzul <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span>in de arena beschreven wordt; deze
+ballade draagt een beslist Moorsch karakter:</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Almanzor, Vorst van Granada, riep met
+trompetgeschal,</p>
+<p class="line">De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit
+dal.</p>
+<p class="line">Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit &rsquo;t
+woud,</p>
+<p class="line">Met helm en met kuras van staal en van gedreven
+goud.</p>
+<p class="line">&mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash; &mdash;
+&mdash; &mdash; &mdash; &mdash;</p>
+<p class="line">Acht dappre ridders uit het land houden zich nu
+bereid,</p>
+<p class="line">Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den
+strijd;</p>
+<p class="line">Maar v&oacute;&oacute;r de zon ten middag stijgt, ligt
+elke Moorsche held</p>
+<p class="line">Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer
+geveld.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle
+horen;</p>
+<p class="line">&raquo;Maakt plaats, maakt plaats voor
+Ganzul!&laquo;... de ridder treedt naar voren.</p>
+<p class="line">Nog feller raast de trommel; laat luid den horen
+schallen:</p>
+<p class="line">D&rsquo;Alcayd&eacute; van Agalva komt, de dapperste
+van allen!</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Hij verslaat de stieren, die op hem worden
+afgezonden, met uitzondering van Harpado, een woest, maar verstandig
+dier.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het
+bloed;</p>
+<p class="line">Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen
+gloed,</p>
+<p class="line">Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde
+vaart,</p>
+<p class="line">Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held
+ontwaart.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen
+den Moorschen ridder, die het onderwerp is van zoovele verhalen, die
+vooral betrekking hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche
+schoone.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Bruid van den Zegri.</h3>
+<p class="firstpar">Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de
+veete tusschen twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de
+Abencerrages, de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad,
+waarvan de val ongetwijfeld <span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>verhaast werd door de voortdurende
+twisten dezer adellijke geslachten.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri&rsquo;s hoog
+geslacht;</p>
+<p class="line">Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote
+kracht.</p>
+<p class="line">Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog
+v&oacute;&oacute;r de dageraad</p>
+<p class="line">Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed
+voor den strijd, niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt
+dan ook een donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren
+opgetuigd, zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan
+trekken:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zijn gordel en &rsquo;t gevest zijn zwart, maar
+glanzend is zijn zwaard;</p>
+<p class="line">Zwart zijn het kleed en &rsquo;t za&acirc;l, maar licht
+de hoeven van zijn paard.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat
+zijn geliefde, Zayda, hem gegeven heeft:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste
+gaf...,</p>
+<p class="line">&raquo;God weet, of ik niet heden nog zal rusten in
+mijn graf.&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn
+bruid, zooals wij lezen in het korte slotcouplet:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten
+tijd</p>
+<p class="line">Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de
+strijd.</p>
+<p class="line">De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn
+bruid,</p>
+<p class="line">En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Bruiloft van Andella.</h3>
+<p class="firstpar">Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch
+getint:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,</p>
+<p class="line">Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam;</p>
+<p class="line">Hoor naar de zilv&rsquo;ren tonen van de luiten en
+guitaren,</p>
+<p class="line">Naar &rsquo;t schetterend trompetgeschal, en &rsquo;t
+lieflijk spel der snaren,</p>
+<p class="line">Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en
+balkon,</p>
+<p class="line">En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de
+zon.</p>
+<p class="line">Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,</p>
+<p class="line">Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te
+zaam.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span></p>
+<p>Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom, had
+zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur is niet
+bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In het land
+der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte en witte,
+hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet op het verbreken
+der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde, die bijzondere studie
+van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij, deze wet schijnt een einde
+te hebben gemaakt aan het schrijven van balladen, waarschijnlijk omdat
+zij de voornaamste voorwaarde daarvoor heeft weggenomen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Zara&rsquo;s Oorringen.</h3>
+<p class="firstpar">Deze ballade draagt het karakter van een volkslied.
+Misschien is zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel
+eens. In ieder geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden
+weergegeven.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&raquo;Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de
+bron,</p>
+<p class="line">Wist ik maar, wat ik Mu&ccedil;a, mijn liefste, zeggen
+kon!&laquo;</p>
+<p class="line">En stil en treurig hoorde zij naar &rsquo;t zacht
+fonteingeklater.</p>
+<p class="line">&raquo;Zij liggen in de diepe bron, in &rsquo;t koude,
+blauwe water.</p>
+<p class="line">Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo
+te&ecirc;r,</p>
+<p class="line">&rsquo;k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij
+eens tot mij weer!&laquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij
+in de gegeven omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er
+bestaan talrijke romances over dezen Mu&ccedil;a, die van hooge
+geboorte schijnt te zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien
+Lockhart en Depping ook eenige bladzijden gewijd hebben.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Romantische Balladen.</h3>
+<p class="firstpar">Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de
+derde en laatste rubriek van Lockharts verzameling. <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span>Over
+&raquo;De Moor Calaynos&laquo; hebben wij reeds gesproken, evenals over
+&raquo;Gayferos&laquo; en &raquo;Melisendra&laquo;. Daarop volgt
+&raquo;De Droom van Vrouwe Alda,&laquo; volgens Lockhart een van de
+schoonste balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet
+vereenigen en geef verre de voorkeur aan &raquo;Admiraal
+Guarinos,&laquo; dat in een mooi en martiaal rhytme is geschreven.
+Guarinos was een admiraal van Karel den Groote. In het laatst der
+vorige eeuw was de toestand van de Britsche zeemacht een onderwerp van
+de allergrootste belangstelling onder alle lagen der maatschappij; en
+toen de schrijver van dit werk in zijn jeugd de ballade
+&raquo;Guarinos&laquo; las, maakte hij zich dan ook zeer bezorgd over
+de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht bij de
+Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den
+opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen
+gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich bevond,
+behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen, den Islam
+te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide dochters ten
+huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet laten omkoopen, en
+weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over te gaan. Marlotes
+kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien, die het bijzondere
+voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche potentaten, en hij
+gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker van zijn kasteel zou
+geworpen worden.</p>
+<p>Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit
+hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van het
+volk. Bij &eacute;&eacute;n dezer gelegenheden, op het feest van
+Johannes den Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten
+oprichten, waar de Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl
+zij trachtten, haar met hunne speren te doorboren. <span class="pagenum">[<a id="pb247" href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span>Maar
+de schijf was z&oacute;&oacute; hoog geplaatst, dat het geen hunner
+gelukte, en de Koning, die ontevreden was over hun gebrek aan
+vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen, voordat de
+schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op, de proeve
+van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg de
+koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus de
+wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn oud
+strijdros.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de
+speer,</p>
+<p class="line">Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en
+zoo teer.</p>
+<p class="line">En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang
+vervlogen tijd:</p>
+<p class="line">Z&oacute;&oacute; wachtte hij dan aan de poort, gereed
+weer tot den strijd.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude
+paard, en het herkende de stem van zijn meester.</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in
+het za&acirc;l,</p>
+<p class="line">En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke
+praal.</p>
+<p class="line">Maar schamper lachte toen de Moor: &raquo;Heer Ridder,
+wees gegroet!</p>
+<p class="line">Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw
+moed!&laquo;</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den
+Moorschen vorst,</p>
+<p class="line">En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens
+borst.</p>
+<p class="line">Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend
+voor uw leven,</p>
+<p class="line">Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal
+geven!</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze
+ballade en de Fransche romance &raquo;Ogier de Deen,&laquo; en Erman
+vertelt ons, dat zij in 1828 in Siberi&euml; in het Russisch gezongen
+werd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Graaf Arnaldos.</h3>
+<p class="firstpar">Deze mooie ballade, die in de <span class="letterspaced" lang="es">Cancionero</span> van Antwerpen (uitgegeven in
+1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs
+het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige
+<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span>gezang van een matroos, die zich op een
+voorbijvarende galei bevond.</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Moge &rsquo;t oog verlangend stralen,</p>
+<p class="line">Moge &rsquo;t hart vergaan van wee,</p>
+<p class="line">Nooit zal meer een stervling hooren</p>
+<p class="line">&rsquo;t Lied, dat opstijgt uit de zee.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Bij het zingen van den zeeman</p>
+<p class="line">Kwam de woeste storm tot rust,</p>
+<p class="line">En de aarde lag te droomen</p>
+<p class="line">Als een maagd, in slaap gekust.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Helder lichtend rees de zeester</p>
+<p class="line">Uit haar duister kil gebied</p>
+<p class="line">En de adelaar bleef zweven</p>
+<p class="line">Als betooverd door het lied.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">&raquo;In den naam van God, den Schepper,&laquo;</p>
+<p class="line">Kreet Arnaldos, droef en bang,</p>
+<p class="line">&raquo;Oude man, ach, wil mij leeren</p>
+<p class="line">Het geheim van uwen zang.&laquo;</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">&raquo;Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos!</p>
+<p class="line">Kom aan boord, vaar met ons mee,</p>
+<p class="line">Want de zee kan u slechts leeren</p>
+<p class="line">De geheimen van de zee.&laquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Vele kleinere balladen volgen dan, die niet
+belangrijk genoeg zijn, om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke
+&raquo;Serenade,&laquo; overgenomen uit de <span class="letterspaced">Romancero General</span> van 1604, is zeker niet het
+werk van een eenvoudigen boer.</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Alle sterren stralen</p>
+<p class="line">Aan den hemeltrans</p>
+<p class="line">In den stroom zich spieglend</p>
+<p class="line">Met verhoogden glans.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Kom zoele zuiderzucht,</p>
+<p class="line">Maar laat geen wolkje komen,</p>
+<p class="line">Verduisterend de lucht,</p>
+<p class="line">En Zara&rsquo;s teedre droomen</p>
+<p class="line">Jagend in ijle vlucht.</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>&raquo;De Gevangen Ridder en de Merel&laquo;</h3>
+<p class="firstpar">verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in
+zijn diepen kerker niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan
+wast en afneemt:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei
+ook straalt,</p>
+<p class="line">Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond
+daalt;</p>
+<p class="line">E&eacute;ns zong een blijde vogelstem bij &rsquo;t
+rijzen van de zon;</p>
+<p class="line">Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag
+begon.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde
+had uitgemaakt van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn
+droeve klacht, toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den
+ongelukkige de vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige
+&raquo;Valladolid&laquo; voorbijgaan, dat een beschrijving geeft van
+het bezoek van een ridder aan het graf zijner geliefde, die in deze
+stad gewoond had. &raquo;De Ongelukkig-Getrouwde Vrouw&laquo; verhaalt
+het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw is, en die zich met
+een anderen ridder troost. Zij worden verrast door haar heer en
+gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf spreekt: &raquo;Moet ik
+vandaag nog sterven?&laquo; en zij smeekt hem, haar onder de
+oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of haar
+laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht werd,
+maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit
+waarschijnlijk z&oacute;&oacute; vanzelfsprekend, dat het onnoodig was,
+het nog te vermelden.</p>
+<p>&raquo;<span class="letterspaced">Dragut</span>&laquo; geeft het
+verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip in den grond geboord
+werd door een galei, behoorende aan de Maltezer Ridders. Dragut ontkwam
+aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar de Christen gevangenen,
+waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken allen, met uitzondering
+van &eacute;&eacute;n, wien de ridders een touw toewierpen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb250" href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht,</p>
+<p class="line">Die lang gezucht had onder Saraceensche macht.</p>
+<p class="line">Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand,</p>
+<p class="line">Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">De <span class="letterspaced" lang="es">romancero</span>: &raquo;<span lang="es">Sale la estrella de
+Venus</span>&laquo; verhaalt een tragische geschiedenis. Een Moorsch
+krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was om de wreedheid zijner
+geliefde, die hem bespot had om zijn armoede en haar hand aan een ander
+geschonken had, vervult de lucht met zijn droeve klachten. Hij
+vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die hem zoo gegriefd heeft.
+Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het paleis van den Alcade,
+met wien de trouwelooze schoone dien avond in het huwelijk zal treden.
+Het gebouw schittert in een zee van licht, en is vervuld van vroolijk
+gezang.</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">En de gasten gaan opzijde,</p>
+<p class="line">Als hij voortschrijdt als een vorst.</p>
+<p class="line">Wee! hij nadert den Alcade</p>
+<p class="line">En doorsteekt diens trotsche borst.</p>
+<p class="line">Ach, het bloed uit diepe wonde</p>
+<p class="line">Kleurt het vorstelijke kleed.</p>
+<p class="line">Het paleis weergalmt van klagen,</p>
+<p class="line">Angstgeschrei en wanhoopskreet!</p>
+<p class="line">En terwijl de bange klachten</p>
+<p class="line">Nog weerklinken in de lucht,</p>
+<p class="line">Is de ridderlijke wreker</p>
+<p class="line">Naar Medina reeds gevlucht.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst
+min of meer uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de
+domineerende toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de
+gemoedsgesteldheid van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij,
+dat tal van deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus
+raseigenschappen vertoonen. &raquo;Arm Spanje!&laquo; Hoe menigmaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span>hooren wij deze uitdrukking gebruiken door
+menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen zich. Wat beteekent
+materieele armoede voor een volk, dat begaafd is met zulk een heerlijke
+verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk Spanje, schatkamer van een
+onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen, van de kostbaarste
+juweelen der romance, van het drama en van het lied! <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk XI: Moorsche Romances uit Spanje.</h2>
+<p class="xd20e4514"><span class="xd20e4514init">H</span>et spreekt
+vanzelf, dat dit meer romances <span class="letterspaced">over</span>
+Mooren zijn dan door Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk
+Spaansche volkszangen, die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den
+tijd der Saraceensche overheersching beschrijven, en niet, zooals men
+wellicht zou meenen, overleveringen geput uit oude Arabische
+manuscripten. De Arabische letterkunde van Spanje draagt eerder een
+didactisch, theologisch en philosophisch, dan een romantisch karakter.
+Het verdichtsel was voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden
+zanger, zooals het dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast,
+dat vele Moorsche legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche
+boerenbevolking, speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het
+Schiereiland. De verzamelaars hebben echter niet veel aandacht
+geschonken aan deze gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk
+zijn. Maar de weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door
+haar groote schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling
+overleveringen van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van
+Washington Irving, de <span class="letterspaced">Vertellingen uit het
+Alhambra</span>. Hij verklaart zelf, dat hij deze &raquo;met groote
+toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding van de
+verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op zijne vele
+voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige een historisch
+document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens van een bijna
+uitgewischt opschrift.&laquo; De eerste van onze Moorsche legenden zal
+ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den grooten
+Amerikaanschen schrijver. <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span></p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Arabische Sterrenwichelaar.</h3>
+<p class="firstpar">Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel
+aanspraak maken op een rustigen ouden dag. Maar de jonge en
+strijdlustige vorsten, wier landen aan zijn gebied grensden, waren niet
+van plan hem de verschrikkingen van den oorlog te besparen; en ofschoon
+hij alle mogelijke voorzorgen nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn
+tegen de invallen dezer heethoofden, vervulde de voortdurende
+bedreiging van een aanval van &eacute;&eacute;n hunner, en de telkens
+terugkeerende binnenlandsche woelingen, zijn ouden dag met angst en
+ergernis.</p>
+<p>Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou kunnen
+helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen en edelen aan
+zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en gebrek aan
+vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon, &eacute;&eacute;n
+hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne
+staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men
+tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was
+aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele
+Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was
+Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in
+den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke
+vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal
+van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was
+gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd had
+gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin de
+Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn hoogen
+ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij den langen
+weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf, waarin
+allerlei <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span>geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard
+reikte tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een
+bijna bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was
+waardiger en vorstelijker dan van den meest verheven <span class="letterspaced">Mullah</span> in Granada. Men vertelde van hem, dat hij
+het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij dit slechts op
+lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten, dat hij het
+uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in geslaagd was,
+zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren.</p>
+<p>Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn,
+zulk een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij
+hem met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was
+afkeerig van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een
+grot van den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd.
+Hij liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige
+van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren
+van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die het
+dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan, zoodat
+hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den dag den
+loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed in de
+studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele kunst
+der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen erkend
+wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die door de
+oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd is
+geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal dit
+wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne
+bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel
+voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende <span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name="pb255">255</a>]</span>letters van de taal der wijzen, en de even
+geheimzinnige symbolen van het oude Egypte, versierden de muren der
+grot van den sterrenwichelaar, en omringd door deze hieroglyphen, en
+voorzien van den primitieven telescoop, dien wij beschreven hebben,
+bracht de wijze Ibrahim zijne dagen door met het ontcijferen van de
+geschiedenis der toekomst, die in de schitterende bladzijden van het
+uitspansel beschreven stond.</p>
+<p>Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz hulp
+zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het duurde dan
+ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden, en werd overal in
+geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk en stelde zijne
+wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den gekwelden vorst. Op
+zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter erover, dat hij
+voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen zijner strijdlustige
+buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken in gedachten verzonken;
+toen antwoordde hij: &raquo;O, Koning, lang geleden heb ik iets
+wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze priesteres van
+dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich een reusachtige
+berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is, waarboven een haan
+zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en draaien om een spil.
+Wanneer het land door een inval bedreigd wordt, keert de ram zich in de
+richting van den vijand, en de haan begint te kraaien. Op deze wijze
+zijn de inwoners van Borsia in staat, tijdig hunne
+verdedigingsmaatregelen te treffen.</p>
+<p>&raquo;Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden,&laquo;
+riep de Koning uit, &raquo;dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen
+neerleggen.&laquo;</p>
+<p>De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning.
+&raquo;Ik heb u reeds verteld, o Koning,&laquo; zeide <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span>hij,
+&raquo;dat ik vele jaren in Egypte heb doorgebracht, en mij heb
+toegelegd op de verborgen wetenschappen van dat geheimzinnige land. Op
+zekeren dag, toen ik aan den oever van de Nijl zat, en van gedachten
+wisselde met een Egyptischen priester, sprak mijn metgezel, wijzende op
+de geweldige pyramiden, die hunne schaduwen wierpen op de plek, waar
+wij ons bevonden: &raquo;Mijn zoon, hier ziet gij deze bergen van
+steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die stierven toen Griekenland
+nog in opkomst was, en er nog geen steen van Rome stond; alle kennis,
+die wij u kunnen schenken, is als een droppel water in den Oceaan,
+vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten bevatten. In het hart
+van de Groote Pyramide is een doodenkamer, waar de mummie rust van een
+hoogepriester, die dit geweldige monument ontwierp en bouwde. Op zijn
+borst ligt een wonderboek, dat gewichtige toovergeheimen bevat; het is
+hetzelfde boek, dat Adam geschonken werd na zijn val en met welks hulp
+Salomon den tempel te Jeruzalem bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik
+deze woorden hoorde, o Koning, had ik geen rust meer. Ik besloot, door
+te dringen in de Groote Pyramide, en in het bezit te komen van dit
+wonderboek. Ik vormde een klein leger uit soldaten van den
+zegevierenden Amru en uit geboren Egyptenaren, en begon het stevige
+gebouw te doorboren, waarin dat boek van onschatbare waarde verborgen
+was. Na onbeschrijfelijk veel moeite en arbeid gelukte het mij, de
+verborgen gangen op te sporen. Langen tijd doorzocht ik de labyrinthen
+der reusachtige pyramide, voordat ik bij de doodenkamer kwam. En
+tastende in de zwartste duisternis, terwijl ik telkens opgeschrikt werd
+door het geritsel der kleeden, waarin de mummies der Pharao&rsquo;s
+gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats, waar het lichaam van
+den hoogepriester <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257"
+name="pb257">257</a>]</span>in zijn strenge waardigheid lag. Ik opende
+de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van zijne omhulsels, en
+vond het geheimzinnige boek, dat temidden van geurige kruiden en
+amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep het, vluchtte terug
+door de duistere gangen en herademde eerst, toen ik den helderen
+Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der rivier weder
+aanschouwde.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o
+zoon van Abu Ajib?&laquo; vroeg de Koning geprikkeld.</p>
+<p>&raquo;Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit
+wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik met
+hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij de stad
+<span class="corr" id="xd20e4553" title="Bron: Borsa">Borsia</span>.&laquo;</p>
+<p>De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking
+kreeg over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een
+hoogen toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel
+droegen de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en
+hieruit werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte
+hij een ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en
+voor elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord,
+houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis
+van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag een
+kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd gesloten
+met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning bewaard werd.
+Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van een Moorsch
+ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het droeg een schild
+en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand hield. Het beeld
+keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde, zou <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" name="pb258">258</a>]</span>de
+ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten, alsof hij hem
+wilde aanvallen.</p>
+<p>Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben
+Habuz van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven.
+Hij behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men
+hem de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen
+was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope wees.
+Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar Ibrahim
+verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne troepen
+niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal in den
+toren.</p>
+<p>Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den pas
+van Lope uitzag, wijd open. &raquo;Aanschouw nu, o Koning,&laquo; zeide
+de astroloog, &raquo;het wonder van de tafel.&laquo; Aben Habuz keek
+naar de tafel, die bedekt was met de kleine houten ruiters en het
+voetvolk, en tot zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle
+actie waren, dat de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de
+paarden hinnikten, maar deze geluiden waren niet sterker dan het
+gezoem, dat uit een bijenkorf opstijgt.</p>
+<p>&raquo;Uwe Majesteit,&laquo; zeide de sterrenwichelaar,
+&raquo;indien U wenscht een paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden,
+dan behoeft gij slechts met den knop van de tooverspeer op de tafel te
+slaan; maar wanneer gij dood en verderf onder hen wilt brengen, moet
+gij met de punt slaan.&laquo;</p>
+<p>Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine
+figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten vielen
+voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote verwarring
+over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden, die zich ervan
+overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers inderdaad verslagen
+waren, en zij kwamen terug met <span class="pagenum">[<a id="pb259"
+href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>het bericht, dat
+Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat zij
+onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun eigen
+land teruggevlucht waren.</p>
+<p>De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim,
+zelf zijn belooning te noemen. &raquo;Ik heb slechts weinig
+behoeften,&laquo; antwoordde de sterrenwichelaar; &raquo;wanneer mijn
+grot wordt ingericht als een gepaste verblijfplaats van een philosoof,
+dan begeer ik niets meer.&laquo;</p>
+<p>Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn
+schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen
+van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele reeks
+vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied was, gaf hij
+bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden ingericht.
+Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle hoeken, en de
+vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden stoffen van
+Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren met de
+schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren
+aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De
+vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen
+lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die
+voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd.</p>
+<p>De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting
+van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar Zijne
+Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens
+verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide
+komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig
+voltooid zou zijn. Toen de &raquo;kluizenaarswoning&laquo; eindelijk
+gevuld was met de weelde-artikelen <span class="pagenum">[<a id="pb260"
+href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>van drie koninkrijken, vroeg
+de schatbewaarder, of de wijze tevreden was.</p>
+<p>&raquo;Ik heb nog &eacute;&eacute;n klein verzoek,&laquo; antwoordde
+hij; &raquo;ik zou nl. gaarne eenige danseressen tot mijn beschikking
+hebben, om mij te verstrooien.&laquo;</p>
+<p>Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch,
+volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus alles
+had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn
+onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren
+bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet bij
+de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich met het
+verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons door een
+enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren z&oacute;&oacute;
+ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij
+tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef de
+bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van zijn
+liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar op een
+goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter zijn
+lans had gekeerd naar de bergen van Guadix.</p>
+<p>De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de
+toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees,
+bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje
+hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden na
+verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was, en
+dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw, die bij
+een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden.</p>
+<p>Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche
+houding en haar kostbare kleeding <span class="pagenum">[<a id="pb261"
+href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>verraadden haar hooge
+afkomst. Op een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een
+Gothische prinses was, en dat het leger haars vaders als het ware door
+een tooverslag in de bergen was uiteengejaagd.</p>
+<p>&raquo;Wacht U voor deze vrouw, o Koning,&laquo; fluisterde de
+astroloog, die naast hem stond; &raquo;het schijnt mij toe, dat zij een
+toovenares is, die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg
+U: wees voorzichtig!&laquo;</p>
+<p>&raquo;Zwijg Ibrahim,&laquo; antwoordde Aben Habuz, &raquo;gij zijt
+een wijs man, maar wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen
+toovenares? De jonkvrouw behaagt mij.&laquo;</p>
+<p>&raquo;O Koning,&laquo; zeide Ibrahim, &raquo;ik heb U vele
+overwinningen bezorgd, maar van allen buit, dien gij behaald hebt, heb
+ik niets ontvangen. Geef mij deze gevangen Christin, die, zooals ik
+zie, een zilveren lier bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor
+mij kan maken in mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals
+ik vermoed, een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar
+onschadelijk te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij
+haar in uw huis opneemt.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wat!&laquo; riep de vertoornde vorst uit, &raquo;bij den
+baard van den Profeet, gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze
+jonkvrouw is niet voor u!&laquo;</p>
+<p>&raquo;Het zij zoo,&laquo; sprak Ibrahim met van woede trillende
+stem, &raquo;maar ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht,
+herhaal ik; wees voorzichtig.&laquo; En met deze woorden trok de
+sterrenwichelaar zich terug in zijn onderaardsche woonplaats.</p>
+<p>Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd
+geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar te
+behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij
+overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om haar
+genoegen te doen, honderd feesten aan&mdash;stierengevechten,
+tooneeluitvoeringen <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262"
+name="pb262">262</a>]</span>en tournooien. Dit alles aanvaardde de
+schoone als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn
+van, alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer
+uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij
+weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de
+lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te
+spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen, en
+zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed,
+voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken zich
+van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap, waaruit
+hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne onderdanen
+waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken; zij waren
+ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit, dat hij zulk
+een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een vijandelijk ras,
+en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar evenals Sardanapalus
+van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte ketenen, plaatste zich
+aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte het oproer, nog voordat
+het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval verontrustte hem echter
+zeer, en hij herinnerde zich de woorden van den wijzen Ibrahim, die hem
+gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses zijn ongeluk zou worden.</p>
+<p>Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem raad.
+Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven, zoolang
+de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar echter niets
+van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem op te zoeken,
+waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen doorbrengen met de
+prinses, die hij zoo vurig beminde. <span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span></p>
+<p>&raquo;En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats
+voor U vind?&laquo; vroeg Ibrahim.</p>
+<p>&raquo;Gij moogt uw belooning zelf kiezen,&laquo; antwoordde de
+onverstandige oude vorst.</p>
+<p>&raquo;Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning,
+dat kleinood van Arabi&euml;?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o
+astroloog?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want
+ikzelf heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind
+was, ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn
+vader zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was
+gesticht door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die
+besloot, daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het
+Paradijs in schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof
+hem wegens deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde
+weggevaagd, en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij
+onzichtbaar werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van
+Salomon gevonden had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en
+ik ontfutselde den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het
+tooverwoord, dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door
+middel van dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk
+oord zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o
+Koning!&laquo;</p>
+<p>&raquo;O wijze sterrenwichelaar,&laquo; riep Aben Habuz geestdriftig
+uit, &raquo;het was verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe
+wat gij beloofd hebt en bepaal zelf uw belooning.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat
+de poort van Uw paradijs zal binnengaan,&laquo; zeide Ibrahim;
+&raquo;dat is toch zeker een bescheiden eisch?&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Bescheidener kan het al niet,&laquo; riep de Koning uit,
+opgewonden door de gedachte aan zijn toekomstig geluk; &raquo;uw wensch
+zal vervuld worden.&laquo;</p>
+<p>De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top
+van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met een
+groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de
+beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van
+een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom
+hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den
+volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede,
+dat hij zijn werk be&euml;indigd had, en dat het paradijs, dat slechts
+zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte.</p>
+<p>Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap van de
+prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed de
+sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten staf. Zoo
+naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige hand en
+sleutel. &raquo;Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen
+sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs,&laquo;
+zeide hij.</p>
+<p>Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort.</p>
+<p>&raquo;Zie,&laquo; riep de sterrenwichelaar uit, &raquo;kwamen wij
+niet overeen, dat het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden,
+met zijn lading mij zou toekomen?&laquo;</p>
+<p>Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den
+astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was,
+werd hij woedend.</p>
+<div class="figure xd20e4635width"><img src="images/p264.jpg" alt="Aben Habuz en de Gevangen Prinses." width="490" height="720">
+<p class="figureHead">Aben Habuz en de Gevangen Prinses.</p>
+</div>
+<p>&raquo;Vermetele sterrenwichelaar,&laquo; schreeuwde hij,
+&raquo;durft gij uwe oogen op te slaan naar haar, die ik onder alle
+vrouwen heb uitverkoren?&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb265"
+href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Gij hebt uw koninklijk woord gegeven,&laquo; antwoordde
+Ibrahim. &raquo;Ik eisch de prinses op.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Hond der woestijn!&laquo; riep Aben Habuz, &raquo;gij zult
+gevoelen, wat het zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij
+bedrieger!&laquo;</p>
+<p>&raquo;Daar lach ik om,&laquo; riep Ibrahim spottend. &raquo;Geen
+sterfelijke hand kan mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en
+heersch met genoegen over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen,
+waar gij mij niet volgen kunt.&laquo; En dit zeggende, greep hij het
+paard bij den teugel, sloeg met zijn tooverstaf op den grond en verzonk
+met de prinses in het binnenste van den heuvel. De aarde sloot zich
+over hunne hoofden en er was geen spoor meer te bekennen van de
+opening, waardoor zij verdwenen waren.</p>
+<p>Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij
+een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde de
+opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den
+sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman,
+waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde te
+werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen kwam een
+boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij den heuvel
+overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij doorgekropen,
+en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal, waar de
+sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl de
+prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning slaagde
+er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het paradijs
+niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De top van den
+heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van &raquo;Het
+Paradijs van den Dwaas&laquo; ontving. De verdere levensdagen van den
+<span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span>ongelukkigen Koning werden hem tot een
+ondragelijken last door de voortdurende invallen van zijne
+oorlogszuchtige buren.</p>
+<p>Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een
+paleis is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen
+van Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar
+geheel, en is nu bekend als &raquo;De Poort der
+Rechtvaardigheid.&laquo; Men zegt, dat onder deze poort de oude
+Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen hal woont, in een
+voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier der prinses. Zij zijn
+elkanders gevangenen, en zullen dat blijven totdat de tooversleutel zal
+worden aangevat door de tooverhand, en de betoovering zoo van den
+heuvel zal worden afgenomen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Cleomades en Claremond.</h3>
+<p class="firstpar">Het bekoorlijke verhaal van <span class="letterspaced">Cleomades en Claremond</span> is zoo goed als zeker
+indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot <span class="letterspaced" lang="fr">Berte aux grans pi&eacute;s</span> van
+Aden&egrave;s (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer geneigd te
+gelooven, dat het origineel van de vertelling <span class="letterspaced">Cleomades</span> werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle
+personen zijn Saracenen of Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje,
+en zijn karakter vertoont sterke overeenkomst met dat van andere
+Oostersche verhalen. Keightley was van meening, dat Blanche van
+Castili&euml;, de vrouw van Lodewijk VIII van Frankrijk, het verhaal in
+Spanje had gehoord, en het verteld had aan den Franschen dichter
+Aden&egrave;s, die er een letterkundigen vorm aan gegeven heeft.</p>
+<p>Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te
+Sevilla, waarbij Marchabias, Prins van Sardini&euml; zich
+z&oacute;&oacute; onderscheidde, dat hij haar hart won. Zij schonk
+<span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" name="pb267">267</a>]</span>den jongen ridder haar hand, en hun huwelijk was
+zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en &eacute;&eacute;n
+zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de meisjes
+Melior, Soliades en Maxima werden genoemd.</p>
+<p>Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat
+hij, gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij
+weer naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk
+zijner zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie
+machtige vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der
+tooverkunst. Het waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans,
+Koning van <span class="corr" id="xd20e4675" title="Bron: Armenie">Armeni&euml;</span>, en Croppart, Koning van Hongarije.
+De laatste had het ongeluk gebocheld te zijn, en daarenboven had hij
+een scherpe tong en een wreed hart.</p>
+<p>De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en zij
+hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven, dat het
+genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te bieden.
+Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden beeltenis van
+een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde metaal hield,
+waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans schonk hun een
+gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren nagebootst, dat zij
+korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om de twee dagen legde de
+kip een paarlen ei. <span class="corr" id="xd20e4680" title="Bron: Croppard">Croppart</span> gaf een groot houten paard, dat
+buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens zijn zeggen, over
+land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig mijlen per uur.</p>
+<p>De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden
+de vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg
+te schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die
+van <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span>Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat
+Prinses Maxima hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee
+oudste zusters waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die
+beiden schoon en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en
+mismaakten Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en
+smeekte hem, haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar.</p>
+<p>Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door
+zijn toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield
+vol, dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit
+huwelijk wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij
+beginnen moest, zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der
+geschenken van Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat
+zijn verhaal over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood
+aan, de waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de
+gouden man luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden
+met zulk een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand
+op hem lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en
+draaide op verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar
+plotseling werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij
+binnen enkele minuten uit het oog verdwenen was.</p>
+<p>De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart
+gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten, totdat
+hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard moest omgaan.
+Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn merkwaardig paard
+bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid, en toen de
+duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten om zijn
+vaart te verminderen. <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span>Cleomades vloog den geheelen nacht
+door, en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn
+gevaarlijken toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op
+de schouders van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop,
+besloot hij te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat
+hij, door een dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard
+van richting kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere
+pen draaide, het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag
+brak nu aan en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door
+handig met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op
+een hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom
+door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij een
+schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn nadering
+ontwaakte zij, en riep uit: &raquo;Antwoord mij, man, hoe hebt gij het
+gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die Koning
+Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ja, dat ben ik,&laquo; antwoordde Cleomades. &raquo;Mag ik
+niet met u spreken?&laquo; vervolgde hij, want hij had op het eerste
+gezicht een hartstochtelijke liefde voor haar opgevat.</p>
+<p>&raquo;Ga dadelijk naar den tuin terug,&laquo; zeide zij, &raquo;en
+daar zal ik bij u komen.&laquo;</p>
+<p>De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij
+hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der
+jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk
+voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins
+vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten
+paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het,
+draaide vliegensvlug de <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>pen om, en verdween in de lucht,
+terwijl hij de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven.</p>
+<p>Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote
+blijdschap van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te
+verlaten, maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en
+bleef in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee
+oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en
+Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten, en
+hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede in de
+richting van het koninkrijk haars vaders.</p>
+<p>Hij had het z&oacute;&oacute; uitgerekend, dat hij in den nacht aan
+het paleis zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was
+afgestegen, begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in
+vasten slaap aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam
+en positie, bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade
+over.</p>
+<p>&raquo;Wat!&laquo; riep de prinses uit, &raquo;zijt gij werkelijk
+die Cleomades, dien wij allen beschouwen als het voorbeeld van een
+volmaakt ridder?&laquo;</p>
+<p>De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar
+te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van een
+kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf
+bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses
+bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem het
+houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de
+tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep hem
+toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in de
+richting van Sevilla, en reed snel weg.</p>
+<p>Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van
+het Hof, en liet de prinses daar achter <span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>om uit te rusten van
+de vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne
+koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich
+wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat
+lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden van
+haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt door
+Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was gekomen,
+oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar in
+werkelijkheid om het terrein te verkennen.</p>
+<p>Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw
+den naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op,
+het jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar
+naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende,
+aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de
+pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid
+de lucht in.</p>
+<p>Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg
+zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van
+dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij
+smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen,
+maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput
+door leed en angst.</p>
+<p>Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses
+met water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen
+deelde hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije
+te maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van
+geest, en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door
+hare ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot
+gevolg, dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende
+<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name="pb272">272</a>]</span>dan tot nu toe het geval was geweest, zoodat
+zij, om aan de beleedigende behandeling te ontkomen, erin toestemde hem
+te huwen, in de eerste stad, waar zij zouden aankomen.</p>
+<p>Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart,
+die zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was
+z&oacute;&oacute; ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel
+bewusteloos ter aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap,
+uitgeput door angst en vermoeienis. Z&oacute;&oacute; vond haar
+Mendulus, Koning van Salermo, die zich dadelijk sterk tot het slapende
+meisje aangetrokken gevoelde. Hij nam haar mede naar zijn paleis, waar
+hij haar in een prachtig vertrek onderbracht. Croppart werd echter
+z&oacute;&oacute; zwaar ziek door het drinken uit de ijskoude bron, dat
+hij spoedig daarna overleed.</p>
+<p>Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was,
+Trouv&eacute;e genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer,
+van de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje
+brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn hand
+en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen, wendde
+Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol
+z&oacute;&oacute; uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de
+hoede te stellen van tien vrouwen, wier taak het was haar te
+bewaken.</p>
+<p>Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen
+Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was
+Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was z&oacute;&oacute;
+hevig, dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een
+toestand, die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij
+zich naar het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn
+geliefde te vernemen. Op zijn eenzamen tocht <span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span>kwam
+hij bij een kasteel, waar hij twee ridders versloeg, die weigerden hem
+door te laten. Van hen hoorde hij, dat een prins, Liopatris genaamd,
+aan wien Claremond ten huwelijk beloofd was, aan het Hof van Toskane
+was aangekomen, en dat drie van zijn ridders drie van Claremonds
+jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden, medeplichtig te zijn aan de
+ontvoering harer meesteres. De beide ridders, die door Cleomades
+verslagen waren, dongen naar de hand van twee dezer jonkvrouwen, en zij
+hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar nu echter &eacute;&eacute;n van
+hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in staat ten strijde te
+trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in de plaats van den
+gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met zijn niet gewonden
+kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant.</p>
+<p>Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie
+beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig
+verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe
+wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug
+naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter
+ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door
+de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid
+toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar &eacute;&eacute;n
+van haar smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd
+sterrenwichelaar, die te Salerno woonde, en &raquo;die de meest
+verborgen dingen duidelijk zag.&laquo; Cleomades besloot dadelijk den
+wijze te gaan raadplegen, en dus begaf hij zich den volgenden morgen op
+weg naar Salerno, nadat hij hartelijk afscheid had genomen van de
+gelieven.</p>
+<p>Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af, en
+zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den
+sterrenwichelaar zou kunnen vinden. <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Edele Heer,&laquo; zeide de herbergier, &raquo;hij is helaas
+een jaar geleden gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit
+noodig, want indien hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen
+helpen om het schoonste schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand
+terug te geven.&laquo; En hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den
+gebochelde en de jonkvrouw gevonden had. Bij de vermelding van het
+houten paard schrikte Cleomades hevig, maar hij behield zijn
+tegenwoordigheid van geest, en deelde den waard mede, dat hij een
+onfeilbaar middel bezat tegen krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem
+bij den Koning te brengen, en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen
+argwaan zouden wekken, vermomde hij zich met een valschen baard en de
+kleeding van een geneesheer.</p>
+<p>Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel
+van zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats
+waar Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen
+medegebracht, die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt
+met kruiden, en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden
+brengen, legde hij den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen
+handschoen zag, keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij
+herkende haar geliefde onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde
+zij krankzinnigheid, en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou
+brengen, opdat het met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men
+bracht het in den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast
+te gelooven, dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den
+geneesheer het houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn
+toestemming, en toen zij goed en wel op het kunstros gezeten waren,
+draaide Cleomades de pen om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als
+een pijl uit de boog het luchtruim in. Den volgenden morgen
+<span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>kwam het gelukkige paar te Sevilla aan. Hun
+huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte zich met
+Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Drie Schoone Prinsessen.</h3>
+<p class="firstpar">Toen Mohammed el Haygari, of &raquo;de
+Linksche&laquo; in Granada regeerde, ontmoette hij eens een troep
+ruiters, die terugkeerden van een rooftocht in Christelijke landen.
+Onder hunne gevangenen merkte hij een schoone en kostbaar gekleede
+maagd op, en men vertelde hem, dat zij de dochter was van den
+bevelhebber van een vesting, die bij deze gelegenheid veroverd en
+geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld van een kamervrouw, en
+Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar zijn harem zouden worden
+overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de gevangen jonkvrouw op aan,
+dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn godsdienst zoowel als zijn
+leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie niet op zijn aanzoek wenschte
+in te gaan. Ten einde raad besloot hij gebruik te maken van de
+bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde hem, zijn zaak bij haar
+jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot de jonkvrouw, dat het
+onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie leven in de afgelegen
+vesting, zou volharden in haar weigering, en dat zij, door Mohammed te
+huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat haar omringde,
+inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten slotte gaf de
+Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst, en nam zelfs zijn
+godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al het vuur, een
+bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den Moorschen
+naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin haar heer
+en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken den
+horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende <span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>waarschuwingen drongen zij er bij den vader op
+aan, zijne dochters streng te bewaken, wanneer zij den huwbaren
+leeftijd bereikt zouden hebben.</p>
+<p>Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en
+Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars,
+besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobre&ntilde;a op te
+sluiten, een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en
+waar, naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen.</p>
+<div class="figure xd20e4751width"><img src="images/p276.jpg" alt="De drie Prinsessen bemerken de nadering van de galei met de witte zeilen."
+width="493" height="720">
+<p class="figureHead">De drie Prinsessen bemerken de nadering van de
+galei met de witte zeilen.</p>
+</div>
+<p>De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren
+leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig
+waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij
+natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een
+onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede, had
+een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de
+oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar
+spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen, en
+geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon, en
+wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek, schudde
+zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij zuchtte,
+ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug op een ander
+onderwerp over.</p>
+<p>Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de
+hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte
+geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde aan
+den heuvel, waarop het kasteel Salobre&ntilde;a stond. Het was
+&eacute;&eacute;n van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te
+gelooven, dat wij niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar
+alles schoon, maar onwezenlijk is. De ondergaande <span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span>zon
+kleurde de nevelen lichtrood als wierook, die opstijgt uit de urnen der
+schemering, en zee en horizon aan het oog onttrekt. Van achter de
+sluiers van zeedampen kwam een galei met witte zeilen te voorschijn,
+die naar de kust gleed en daar het anker liet vallen. Een aantal
+Moorsche soldaten brachten verscheidene Christengevangenen aan wal,
+onder wie zich drie kostbaar gekleede Spaansche ridders bevonden.
+Ofschoon zij met ketenen beladen waren, was hun optreden waardig en
+voornaam, en de prinsessen konden hare oogen niet van hen afhouden. Nog
+nooit hadden zij zulke edele jongelingen aanschouwd, want tot dusverre
+hadden zij nooit anders dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit
+die streek gezien, zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik
+van deze jonge ridders haar het hart sneller deed kloppen.</p>
+<p>De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog
+verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden
+zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder.</p>
+<p>Z&oacute;&oacute; vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij
+vertelden haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over
+zulke, in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare
+vragen met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er
+slechts toe bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen,
+die door de verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was
+opgewekt. Maar het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk
+een kwaad zij met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare
+angst, zond zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een
+zinnebeeldige boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met
+vijgebladeren, waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle
+drie in het eerste stadium <span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>van verleidelijke rijpheid, een
+symbool, waarvan Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche
+beeldspraak van vruchten en bloemen, de beteekenis volkomen begreep.
+Gedachtig aan den raad der sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen
+onder zijn onmiddellijke bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk
+bevel, den toren van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te
+brengen. Hij reisde zelf naar Salobre&ntilde;a om zijne dochters te
+halen, en toen hij ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij
+dankbaar, dat hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn
+persoonlijk toezicht had genomen. Hij was zich z&oacute;&oacute; zeer
+bewust van het groote gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen,
+dat hij zijn reis naar Granada voorbereidde door het zenden van
+herauten, met het bevel, dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen
+zou, door iedereen moest worden verlaten, op straffe des doods. Toen
+ondernam hij de reis naar de hoofdstad, begeleid door een troep van de
+afschuwlijkste zwarte ruiters, die hij vinden kon.</p>
+<p>Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje
+Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden geen
+tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met het
+aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde te doen.
+Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de prinsessen op
+een afstand uit het venster van het kasteel Salobre&ntilde;a gezien
+hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen vijand te
+kruipen, bleven zij staan.</p>
+<p>Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke
+ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de
+ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich
+tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van
+het <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span>escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood
+dezer ridders ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen
+rang, en hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere
+jongelingen gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de
+Spaansche vlag streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed
+het zwaard weder in de scheede. &raquo;Ik zal hun leven sparen&laquo;,
+zeide hij, &raquo;maar zij moeten voorbeeldig gestraft worden voor hun
+onbeschaamdheid&laquo;. Brengt hen naar den Vermiljoenen Toren, en laat
+hen daar dwangarbeid verrichten.</p>
+<p>In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie
+prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid te
+zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op het eerste
+gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel, en de drie edele
+ridders ontvlamden plotseling in liefde voor de koninklijke
+jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit hadden.
+Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere schoone, maar
+het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer wij zouden vragen
+naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering van Jonkvrouw Natuur,
+die in de romance misschien verstandiger wordt voorgesteld, dan zij in
+werkelijkheid is.</p>
+<p>De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar
+hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats, die
+voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in heerlijkheid
+alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken bevonden zich in een
+toren, die eenigszins afgezonderd stond van het eigenlijke paleis van
+het Alhambra; aan &eacute;&eacute;n kant zag men uit op een tuin, die
+schoon was als de eerste schrede in het paradijs, terwijl men aan de
+andere zijde het uitzicht had over een diep en schaduwrijk ravijn, dat
+de terreinen van het Alhambra scheidde van de <span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor
+de schoonheden van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en
+niemand zag de gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude
+Kadiga, die gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van
+medelijden met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar,
+dat zij, langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun
+dagtaak bij de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der
+jonkvrouwen, bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het
+werk te zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den
+volgenden dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het
+heetst van den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een
+Spaansch lied bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij
+hoorden, dat het een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen
+antwoordden met een romance, waarvan het refrein aldus luidde:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De roos wordt verborgen door &rsquo;t
+bladerenschild,</p>
+<p class="line">Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en
+dagelijks onderhielden zij zich met de eveneens gevangen prinsessen,
+door middel van liederen en romances, die de gevoelens van weerskanten
+vertolkten. En telkens wanneer de bewakers hun middagslaap deden,
+vertoonden de prinsessen zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan
+dezen zaligen toestand, want de familie van de drie jonge ridders
+betaalde een losprijs, en zij werden naar Granada gebracht, vanwaar zij
+de reis naar hun vaderland zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de
+oude Kadiga, en smeekten haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje
+te ontvoeren. De oude vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel
+over, en <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>daar zij allen dadelijk bereid waren, werd er
+een plan tot ontvluchting beraamd.</p>
+<p>De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd
+doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar
+verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de
+koninklijke jonkvrouwen door &eacute;&eacute;n dezer gangen naar een
+uitvalpoort buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de
+ridders haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de
+grenzen zouden brengen.</p>
+<p>De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag,
+lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een
+touwladder uit hare vensters in den tuin zakken&mdash;allen, behalve
+Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende
+oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de
+nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren
+hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende
+vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in,
+de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten
+haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde,
+dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd te
+verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer
+geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven, en
+het gezelschap draafde in vliegende vaart weg.</p>
+<p>Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de
+alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den
+hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden met
+alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne
+vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen <span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>weinig begane paden, verborgen zich in dichte
+bosschen, en waren eindelijk zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de
+prinsessen werden opgenomen in den schoot der Kerk, en met hunne
+respectieve minnaars in den echt verbonden werden.</p>
+<p>Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne
+dochters. Maar hij nam&mdash;eenigszins noodeloos&mdash;zijne
+maatregelen, om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige
+Zorahayda, die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw
+over haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten
+over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van
+Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover
+de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar
+treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige
+ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in dit
+opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige
+zusters niet bezongen werden.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Geschiedenis van Prins Ahmed.</h3>
+<p class="firstpar">Weer is de oude stad Granada het tooneel der
+legende, die wij nu behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen,
+die wij later zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het
+verhaal van Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins
+Ahmed, bijgenaamd &raquo;al Kamel&laquo;, of &raquo;de
+Volmaakte&laquo;, om de evenwichtigheid en schoonheid van zijn
+karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken prins, voorspelden de
+astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig zou zijn, mits men
+&eacute;&eacute;n moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die
+moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te
+verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span>niet
+verwonderd, wanneer wij hooren, dat zijn koninklijke vader
+pessimistisch gestemd werd, wat de gelukskansen van den prins betreft,
+toen de wijzen hem mededeelden, dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een
+droevig lot, hij ver moest worden gehouden van de verlokkingen der
+liefde, totdat hij den mannelijken leeftijd zou hebben bereikt. De
+ontstelde vader deed, zooals de meeste vaders in romances doen, hij
+sloot n.l. zijn pasgeboren zoon op in een allerliefst en afgelegen
+paleis, dat hij voor dit doel liet bouwen op den rand van den heuvel
+boven het Alhambra. Dit gebouw, dat tegenwoordig bekend is als de
+Generalife, is omringd door hooge muren, en hier groeide de prins op,
+onder de goede zorgen van Eben Bonabben, een Arabisch geleerde, die
+vele buitengewone gaven van hart en verstand had, welke hem geschikt
+maakten voor het bewaken van een jeugdigen vorst in de omstandigheden
+van Ahmed.</p>
+<p>Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins
+zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde
+betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid, en
+inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben
+Bonabben, verwaarloosde hij zijne studie&euml;n, en nam hij de gewoonte
+aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag hoe
+het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen
+ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest
+afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken
+voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die
+wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de taal
+der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige
+wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met
+groot succes zijn vaardigheid beproefd <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>had, achtereenvolgens
+op een havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het
+vogelenkoor in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger
+stortte zijn hart uit in een jubelend lied van liefde, welk woord
+telkens herhaald werd.</p>
+<p>&raquo;Liefde,&laquo; riep de prins eindelijk uit, &raquo;wat
+beteekent dat, liefde?&laquo; Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij
+deze vraag in gedachte zijn hoofd reeds op zijne schouders voelde
+rollen, als een waarschuwing voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet
+in staat zou zijn, de vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat
+liefde een van de ergste kwellingen was, die de ongelukkige menschheid
+te dragen heeft, dat zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en
+broeders, en verscheidenen der edelste mannen ten val had gebracht.
+Daarna verwijderde hij zich in de grootste verwarring en liet den prins
+aan zijn eigen gedachten over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die
+zoo lustig zongen, volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde
+hij aan de waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den
+volgenden morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel
+op te lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een
+duif, die vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel
+fladderend op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en
+streek de verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en
+op zijn vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om
+haar doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad.</p>
+<p>&raquo;Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde,
+waarvan de vogels in den tuin steeds zingen?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Liefde,&laquo; zeide de vogel, &raquo;is het grootste
+mysterie en de oorsprong van alle leven. Ieder levend schepsel heeft
+zijn maat. Hebt gij zoovele kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht
+zonder de liefde te leeren kennen? Heeft <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span>nog geen schoone
+prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw hart veroverd?&laquo;</p>
+<p>De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op.
+&raquo;Schurk,&laquo; riep hij uit, &raquo;waarom hebt gij mij zoo
+totaal onwetend gelaten? Waarom hebt gij het groote mysterie en den
+oorsprong van alle leven voor mij verborgen gehouden? Waarom moet
+<span class="letterspaced">ik</span> alleen het geluk der liefde
+ontberen?&laquo; Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren,
+en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld
+hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren
+geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij tot
+den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen beschaamd
+was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was
+z&oacute;&oacute; verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde,
+zijn nieuw verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit
+stelde den wijze weer eenigszins gerust.</p>
+<p>Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin;
+plotseling zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer.
+Hij vroeg haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een
+ver land gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die,
+evenals Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een
+afgelegen kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde.
+De wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in
+dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk
+op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de
+hartstochtelijkste taal aan &raquo;De Onbekende Schoone, van den
+gevangen Prins Ahmed,&laquo; en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem
+dadelijk aan het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen.</p>
+<p>Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst <span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span>van
+den boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif
+eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en den
+laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar hart
+doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar
+zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat
+het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een
+bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De
+prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij
+besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te
+zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten
+zijn.</p>
+<p>Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken
+had sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie
+der vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog
+dienzelfden nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de
+buitenmuren van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen
+ouden uil, die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op
+weg naar Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den
+uil, een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het
+opsporen van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en
+zochten den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden
+vogel, die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te
+zoeken van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de
+voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger
+vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen.</p>
+<p>Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova,
+waar zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in
+kwestie, een groote volksmenigte <span class="pagenum">[<a id="pb287"
+href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span>vonden, die met
+belangstelling luisterde naar het gekakel van een papegaai, wiens
+pluimage schitterend groen was, en wiens levendig oog een schat van
+wijsheid verried. Toen de menigte zich verspreid had, vroeg de prins
+den schoonen vogel naar het voorwerp zijner liefde, en hij was
+verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren, waarmee hij naar de
+beeltenis der jonge prinses keek.</p>
+<p>&raquo;Arme jongeling,&laquo; kakelde hij, &raquo;zijt gij ook het
+slachtoffer geworden van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij
+zoo innig vereert, de beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter
+van den Christenkoning van Toledo.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Help mij, goede vogel,&laquo; riep de prins uit, &raquo;en ik
+zal u een hooge betrekking aan het Hof bezorgen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Heel goed,&laquo; zeide de papegaai, &raquo;het eenige, wat
+ik vraag is, dat ik niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben
+een grooten afkeer van hard werken.&laquo;</p>
+<p>Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis
+naar Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts
+langzaam door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de
+verschroeiend heete vlakten van La Mancha en Castili&euml;, maar
+eindelijk kwamen zij in het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den
+rand van een afgrond, waar de Taag bruisend doorheen loopt. De
+praatzieke papegaai wees zijne reisgenooten dadelijk het verblijf van
+Prinses Aldegonda, een statig paleis, dat zich verhief uit de heesters
+van een verrukkelijken tuin.</p>
+<p>&raquo;Ach Toledo&laquo;, riep de uil in extase uit, &raquo;Toledo,
+gij stad van toovenarij en mysterie!&laquo; Welk een macht van
+tooverformulieren zijn er niet uitgesproken in uwe donkere
+schuilhoeken. Stad van geleerdheid, van wonderen, van <span class="corr" id="xd20e4846" title="Bron: duizende">duizenden</span>
+geheimenissen!&laquo;</p>
+<p>&raquo;Kletspraat&laquo;, riep de papegaai. &raquo;Wind je niet op,
+mijn <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span>vriend de wijsgeer! O Toledo,&laquo; oreerde hij
+met uitgespreide vleugels, in navolging van den uil, stad van noten en
+van wijn, van vijgen en olie, van feesten, steekspelen en bekoorlijke
+se&ntilde;oritas! Nu, Prins, moet ik niet naar Prinses Aldegonda
+vliegen, en haar uw aankomst melden?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Doe dat, beste van alle vogels&laquo;, antwoordde de prins
+met warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo
+is gekomen om haar te zoeken.&laquo;</p>
+<p>De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met
+deze boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat
+hij neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een
+volmaakten hoveling. &raquo;Schoone Prinses&laquo;, zeide hij met een
+diepe buiging, &raquo;ik kom als afgezant van Prins Ahmed van Granada,
+die naar Toledo is gereisd om zich te koesteren in de stralen uwer
+oogen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;O, welk een heerlijk nieuws&laquo;, riep de prinses uit.
+&raquo;Ik begon juist te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed.
+Vlieg naar hem terug, zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en
+vertel hem, dat zijn schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en
+dat zijne woorden in mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er
+op voorbereiden, de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen.
+Morgen is het mijn zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader
+een schitterend tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal
+mijn hand zijn.&laquo;</p>
+<p>Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar
+zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit,
+dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend in het
+ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den wijzen uil,
+die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te vertellen, dat er
+in een naburigen berg een grot was, <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name="pb289">289</a>]</span>waar op een ijzeren
+tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een betooverd
+strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan had. Na eenig
+zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig brandende olie
+verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte en met behulp
+daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard spoedig gevonden.
+Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het paard, dat
+luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde, terwijl de uil
+en de papegaai naast hem vlogen.</p>
+<p>Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in de
+nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk schoon
+schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren bij
+honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen, en
+haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen in
+schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij de
+komst van Ahmed, die aangekondigd werd als &raquo;de Pelgrim der
+Liefde&laquo;, steeg de opwinding ten top, want hij was een
+buitengewoon ridderlijke en schitterende verschijning in zijn
+glinsterende wapenrusting en met juweelen bezaaiden helm. Men deelde
+hem mede, dat slechts kampioenen van vorstelijken bloede in het
+strijdperk werden toegelaten, en toen hij dit vernam, maakte hij zich
+bekend. Toen men hoorde, dat hij een muzelman was, begonnen de
+Christenridders hem te beschimpen, waarop Ahmed in woede ontstak en den
+ridder, die het heftigst in zijn spot geweest was, uitdaagde. Zij
+renden op elkander in, en de gespierde tegenstander werd uit het zadel
+geworpen. Maar de prins ontdekte nu, dat hij te doen had met een
+betooverd paard; want toen het eenmaal in actie was, kon niets het meer
+tegenhouden. Het Arabische ros <span class="pagenum">[<a id="pb290"
+href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span>wierp zich midden tusschen de
+ridders; Ahmeds tegenstanders vielen als een kegelspel onder zijn
+opgeheven speer, zoodat het strijdperk in een oogenblik bedekt was met
+hunne uitgestrekte lichamen. Maar des middags twaalf uur, hield de
+betoovering waaronder het paard handelde, plotseling op. Het ros
+draafde over het veld, sprong over de afsluiting, stortte zich in de
+Taag, zwom door den bruisenden stroom, en droeg den prins doodmoe maar
+voldaan naar de grot terug, waar het zijn plaats weer innam naast de
+ijzeren tafel, waarop de prins de wapenrusting weer neerlegde.</p>
+<p>Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder
+degenen, die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop,
+was de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de
+verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd
+hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond
+hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai
+keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis in
+Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de
+algemeene opinie was, dat de prins &ograve;f een Arabisch toovenaar,
+&ograve;f een van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de
+grotten der bergen huisden.</p>
+<p>Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters
+van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van Ahmed
+kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht naar den
+hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd streng
+bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van haar
+meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van
+toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning&mdash;de
+kostbaarste diamant uit de <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>koninklijke schatkamer&mdash;was
+uitgeloofd voor hem, die haar zou genezen.</p>
+<p>Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer
+een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven
+was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden
+konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed,
+dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling
+gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich van
+zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een Arabier
+uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en handen
+donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het koninklijk
+paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning werd
+toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg,
+antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te
+genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten
+was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der
+muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was.</p>
+<p>Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem
+dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men
+op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het
+omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon op
+zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna
+herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van den
+brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn liefde
+verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de woorden, en
+beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd in haar kamer
+geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij verkeerden,
+begrepen, waren op hun <span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>hoede, en stelden zich tevreden
+met het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden.
+Nooit behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de
+bleeke wangen der prinses, en de Koning was z&oacute;&oacute; verrukt,
+dat hij Ahmed verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te
+kiezen. De prins wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en
+antwoordde, dat hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud
+vloerkleed wenschte, dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die
+door de muzelmannen, die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten.
+De koffer werd oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op
+het terras uit.</p>
+<p>&raquo;Dit karpet&laquo;, zeide de prins, &raquo;was eens het
+eigendom van Koning Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te
+dragen. Laat de Prinses het betreden.&laquo;</p>
+<p>De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier
+in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast
+haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende:</p>
+<p>&raquo;Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang
+hebben liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet?&laquo;</p>
+<p>Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich
+in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden de
+gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht.</p>
+<p>Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses
+in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang eischte.
+Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was langdurig en
+gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat hij toch zijne
+gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot zijn grootvizier en
+den papegaai tot ceremoniemeester, <span class="pagenum">[<a id="pb293"
+href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span>en wij mogen dit beschouwen
+als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en huiselijke
+omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid geleid werd.</p>
+<p>Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal
+oorspronkelijke en afzonderlijke elementen&mdash;de gelieven, die
+onbekend met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun
+geboorte; het oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en
+het onderwerp van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een
+andere vorm van het oude begrip, dat een toovenaar zich op
+bovennatuurlijke wijze door de lucht kan voortbewegen; deze kunst
+schijnt hij te hebben geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier
+bezemstelen slechts het vliegende paard vervingen. Maar uit de
+omstandigheid, dat het karpet in dit verhaal voorkomt, mogen wij
+opmaken, dat het waarschijnlijk uit Perzi&euml; afkomstig is, het land
+waar het eerst karpetten geweven werden; vooral ook, omdat de
+toovenaars van primitiever volken andere en eenvoudiger middelen
+gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Gelofte van den Heiden.</h3>
+<p class="firstpar">Het volgende verhaal werpt een helder licht op de
+verdraagzaamheid, en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje
+somtijds tusschen Moor en Christen betracht werd. Het betreft de
+geschiedenis van Narvaez, den generaal, die het bevel voerde over het
+garnizoen van Medina Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de
+Spanjaarden gevallen was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt,
+vanwaar hij een reeks invallen deed in het naburige district Granada,
+met het doel provisie machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van
+dezen streek alles te ontnemen, wat hun nog was overgebleven.
+<span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span></p>
+<p>Bij &eacute;&eacute;n van deze gelegenheden had Narvaez een groote
+ruiterschaar uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den
+vroegen morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij
+bij zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen.
+De bevelvoerende officier reed eenige <span class="corr" id="xd20e4902"
+title="Bron: honderde">honderden</span> meters voor den troep uit, en
+ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die in het
+duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man hield
+moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig
+overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin zij
+zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar de
+vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden zij
+naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden.</p>
+<p>De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was
+een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los, zijden
+gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch gebruik, rijk
+versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver Arabisch ras. Uit
+deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een hooggeboren ridder
+was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst, en vernam dat zijn
+gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda, een aanzienlijk Moor
+en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar toen Narvaez den
+jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn verwondering, dat hij
+niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen stroomden langs zijn
+gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken door snikken die uit het
+diepst zijner ziel schenen op te stijgen.</p>
+<p>&raquo;Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien,&laquo; zeide
+Narvaez. &raquo;Dat gij, een ridder van goeden huize, en de zoon van
+zulk een dapper edelman als uw vader is, zoo <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl
+gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig
+soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben,&laquo;
+antwoordde de jongeling; &raquo;ik stort tranen om een veel grooter
+leed, waarbij vergeleken mijn gevangenschap niets is.&laquo;</p>
+<p>Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met
+zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de reden
+zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den
+generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde:</p>
+<p>&raquo;Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de
+dochter van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter
+harer eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij
+haar wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik
+was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te
+ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn
+vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende te
+bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet ik
+niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen kans u
+duidelijk te maken, hoezeer ik lijd.&laquo;</p>
+<p>De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van
+zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig
+hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig lot
+van den jongeling te verzachten.</p>
+<p>&raquo;Gij zijt een ridder uit een edel geslacht&laquo;, zeide hij,
+&raquo;en wanneer gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult
+terugkeeren, zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te
+zeggen wat de reden is, dat gij heden niet bij haar waart.&laquo;</p>
+<div class="figure xd20e4921width"><img src="images/p296.jpg" alt="Don Alfonso ontbiedt zijne Wijzen." width="491" height="720">
+<p class="figureHead">Don Alfonso ontbiedt zijne Wijzen.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span></p>
+<p>De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de
+gevraagde belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel,
+waarin zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het
+teeken, waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte,
+en zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander
+gewoonlijk ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het
+afgesproken uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de
+oorzaak van zijn wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat
+hem overkomen was, barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte
+haar te troosten; maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn
+gelofte aan Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder
+gegeven had, dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren.</p>
+<p>&raquo;Er blijft mij niets anders over dan te gaan&laquo;, zeide
+hij. &raquo;Ik heb mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u,
+die ik zoo innig liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw
+vrijheid gevaar zou loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit
+mijn gevangenschap verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u
+weder.&laquo;</p>
+<p>De jonkvrouw antwoordde echter: &raquo;Gij hebt mij reeds vele
+bewijzen gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die
+duidelijker dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou
+het ondankbaar van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw
+gevangenschap te deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet
+leven, wil ik het ook doen.&laquo;</p>
+<p>De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen,
+en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den
+geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan,
+waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den trouw
+der jonkvrouw en de rechtschapenheid <span class="pagenum">[<a id="pb297" href="#pb297" name="pb297">297</a>]</span>en standvastigheid
+van den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de
+vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen,
+stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, &eacute;n gaf
+hun een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land.
+Deze gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den
+Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber, werden
+buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van Granada,
+bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne
+geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle
+opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien nog
+de verdienste, volkomen historisch te zijn.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Droom van Koning Alfonso.</h3>
+<p class="firstpar">Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don
+Alfonso, Koning van Galici&euml; &eacute;&eacute;n van de Christelijke
+Staten, die het tegen de Mooren hadden uitgehouden, vervolgd werd door
+een droom, die steeds zijne nachtwaken verontrustte, en waarvan hij den
+diepen zin niet kon doorgronden, zoodat hij eindelijk er toe moest
+overgaan, zich om raad te wenden tot de beoefenaren der occulte
+wetenschap, diezelfde vijanden, tegen wie de droom hem waarschuwde.</p>
+<p>In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied
+van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van
+Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk
+Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso kwam,
+lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het dreigende
+gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en maakte hij
+zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl zij uit
+zichzelf <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span>reeds talrijk waren, nog versterkt werden door
+de Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje.
+Voordat Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die
+vreeselijke visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo
+menigmaal den val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij
+op een olifant gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het
+reusachtige dier, een atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf
+sloeg. Maar het geweld, dat uit het instrument voortkwam, was
+z&oacute;&oacute; hevig en onrustbarend, dat hij oogenblikkelijk
+doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin sloeg hij weinig acht op
+dezen droom en beschouwde hem als een gewone nachtmerrie, maar toen hij
+steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende nachten van zijn verblijf
+te Toledo, begon hij te gelooven, dat er een ernstige waarschuwing in
+verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte hij doodelijk verschrikt,
+badende in het zweet en met den nagalm van den Oosterschen trom nog in
+zijne ooren, totdat hij eindelijk in de grootste onrust besloot, de
+geleerden van zijn Hof te vragen, wat de beteekenis van den droom zou
+kunnen zijn.</p>
+<p>Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich,
+evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen,
+die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne
+Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had,
+vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste
+bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus:
+&raquo;Wat mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de
+eigenaardige omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een
+dier dat in ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een
+anderen vorm dan die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk
+<span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" name="pb299">299</a>]</span>is. Ik vraag u, wat de beteekenis van dezen
+droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste hierop uw
+antwoord.&laquo;</p>
+<p>De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den
+Koning terug.</p>
+<p>&raquo;Heer Koning,&laquo; zeiden zij, &raquo;wij zijn van meening,
+dat deze droom u is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het
+machtige leger, dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult
+overwinnen, dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult
+buitmaken, dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult
+terugkeeren, overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw
+overwinning in het geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant,
+die u elken nacht verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben
+Taxfin, Koning der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van
+Afrika, die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen
+van dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom
+zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest
+afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden.&laquo;</p>
+<p>Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging, en
+toen de wijzen zwegen, zeide hij: &raquo;Het schijnt mij toe, dat uw
+verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij
+geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf
+aan.&laquo;</p>
+<p>Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot
+eenige Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht
+een Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen.
+Zij antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een
+der Moskee&euml;n leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van
+den Koning een verklaring geven van het visioen.</p>
+<p>Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span>zijn
+tegenwoordigheid zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche
+ridders terug met den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir
+Mohammed Aben Iza, die echter beslist weigerde den droom van een
+afvallige te verklaren; en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden
+was, wilde hij zelfs niet het paleis betreden.</p>
+<p>Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat
+godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk
+Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed
+kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den
+wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor, en
+toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: &raquo;Gaat
+naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom zeer
+nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen worden
+in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij zal
+vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal blijvend
+aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem verder, dat
+deze verklaring uit den Koran is afgeleid: &raquo;Weet gij niet, wat
+God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij zijn
+kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos zien
+worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen gebracht
+heeft?&laquo; Deze woorden&mdash;vervolgde de Fakir, voorspelden den
+val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen
+Arabi&euml; optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot
+zijn vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend
+vuur op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en
+asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent,
+dat het uur van zijn ondergang nabij is.&laquo;</p>
+<p>De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>tot
+den Koning terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir
+mede. De Koning werd doodsbleek, en riep uit: &raquo;Bij den God, dien
+ik vereer, het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft,
+want gij kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal
+straffen.&laquo;</p>
+<p>Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit een
+onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend
+ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok
+hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem
+in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca
+geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers
+waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende
+boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso &ograve;f zijn
+Christelijk geloof zou afzweren, &ograve;f zich als zijn Vasal zou
+onderwerpen. Toen Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den
+brief woedend op den grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant:
+&raquo;Zeg tegen Taxfin, dat hij zich niet moet schuil houden tijdens
+het gevecht, opdat wij met elkander kunnen afrekenen.&laquo;</p>
+<p>Verschillende omstandigheden <span class="corr" id="xd20e4973"
+title="Bron: beinvloedden">be&iuml;nvloedden</span> den strijd. De
+Vrijdag was de heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath
+der Joden, die ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de
+Zondag was de rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een
+wapenstilstand verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin
+toegestemd. Maar Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen
+des Vrijdags, op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in
+twee divisies, en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van
+Sevilla had zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om
+den afloop van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig
+voor <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span>de Muzelmannen was uitgevallen, waren zij
+eenigszins ontmoedigd. Maar toen het hun gelukt was den eersten aanval
+van Alfonso te weerstaan, trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop
+en bij deze gelegenheid luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De
+Koning van Sevilla, bezield door de gelukkige profetie, zette zich
+neder in zijn tent, nam pen en perkament, en dichtte de volgende
+regels, die hij ter bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Door Godes toorn en &rsquo;t Moorsche zwaard,</p>
+<p class="line">Wordt &rsquo;t Christenvolk verjaagd van de
+<span class="corr" id="xd20e4983" title="Bron: aard,&rsquo;">aard&rsquo;,</span></p>
+<p class="line">Terwijl het sterrenbeeld voorspelt</p>
+<p class="line">Uw grooten roem op &rsquo;t oorlogsveld.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en
+hij reed langs de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak.
+Maar hij had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het
+hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in
+Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en
+bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige
+ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen van
+alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in
+actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusi&euml;, en de
+geschiedenis vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige
+menschen- en paardenmassa veroorzaakt werd, z&oacute;&oacute; geweldig
+was, dat de strijdenden elkander niet meer konden zien, en in het
+blinde worstelden, alsof het in het diepst van den nacht was. Tenslotte
+begonnen Taxfins troepen zich in groote wanorde terug te trekken,
+terwijl het paardevolk der Christenen steeds verder opdrong. Slechts de
+Mooren van Sevilla hielden stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd
+van zijne reservetroepen, en reed met zijne ruitercolonnes recht op het
+<span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span>paviljoen van Koning Alfonso toe, dat slechts
+zeer onvoldoende beschermd was, en dus zonder veel moeite met alle
+kostbaarheden, die zich daarin bevonden, den Mooren in handen viel.
+Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong, viel hem in de flank aan, en
+de beide opperbevelhebbers waren spoedig in een woedend gevecht
+gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf zich onder zijne manschappen,
+spoorde hen aan tot standvastigheid, en riep hun toe, dat de belooning
+voor hun moed de kroon van het paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne
+herhaalde aanvallen, begon het leger der Christenen achteruit te
+wijken, en bij een hernieuwden aanval van Taxfins bondgenooten, die
+eerst verslagen waren, gaf het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag,
+dat alles verloren was, vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd
+volgelingen, voor de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite
+de stad Toledo, waar hij met slechts honderd man aankwam.</p>
+<p>Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige
+jaren later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de
+nederlaag van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en
+stierf hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Prins, die zijn Kroon verruilde.</h3>
+<p class="firstpar">Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de
+Gothische en Arabische rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden
+kleine koninkrijken, die even snel weer verdwenen, en waarvan de namen
+reeds lang vergeten zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen
+vasten voet in Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van
+het land twee miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen,
+waarvan het noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche
+nationaliteit <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name="pb304">304</a>]</span>terwijl <span class="corr" id="xd20e5003" title="Bron: bet">het</span> andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn
+Moorsche zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche
+vorstendom een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn
+opvoeding was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche
+buren met den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde.
+Zij waren, zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras,
+dat geen naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en
+wraakgierig volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de
+jonge Fernando, die voortdurend in dien geest over zijne buren had
+hooren spreken, een geweldigen afkeer van hen had gekregen.</p>
+<p>De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide
+vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor de
+eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied deden,
+want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide landen, zich
+daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een rooftocht
+ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf ook deel, want het
+werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in bijna voortdurend
+oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van de praktijk der
+krijgskunst. Bij &eacute;&eacute;n van die vele miniatuurinvallen, was
+de troep, die onder Fernando&rsquo;s bevelen stond, ver in het Moorsche
+gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en zoo
+kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos
+voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand,
+die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine
+troepje Spanjaarden werd op deze wijze in twee&euml;n verdeeld, en
+vluchtte in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door
+een klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde <span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span>in
+de richting van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te
+komen.</p>
+<p>Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten
+omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel gereden
+hadden, waren hunne paarden na korten tijd z&oacute;&oacute;
+oververmoeid, dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp
+zagen zij, dat de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun
+leven zoo duur mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders
+betaamde, en zij waren op het punt af te stijgen, en een gunstig
+terrein te zoeken voor den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand
+een gebouw zagen, dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was
+opgetrokken. &raquo;Als er ergens een geschikte plek is, om ons te
+verdedigen, dan is het daar,&laquo; zeide Fernando. &raquo;Laat ons
+daar stelling nemen, en gebruik maken van de beschutting, die het
+gebouw ons biedt.&laquo;</p>
+<p>Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning,
+en bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij
+afgestegen waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen
+gebouw, en hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn
+verbazing een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig
+gebed verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn
+geheele uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar
+was, een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om
+in vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde
+hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan, toen
+de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het gestamp
+van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg, wat hij
+wenschte.</p>
+<p>&raquo;Maak, dat gij wegkomt,&laquo; zeide Fernando, &raquo;want wij
+<span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306" name="pb306">306</a>]</span>moeten deze plaats tot het uiterste verdedigen
+tegen uwe afvallige broeders.&laquo;</p>
+<p>De kluizenaar glimlachte. &raquo;Jonge man,&laquo; zeide hij,
+&raquo;hoe kunt gij een oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige
+gebouw verdedigen kunt tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken
+omsingelen zullen? Uw zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin
+kunnen beschermen als deze vervallen muren, die in enkele minuten
+ineengestort zullen zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild
+tegen het ruw geweld der menschen, dan steen of staal&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man&laquo;, zeide
+Fernando. &raquo;Maar ik ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die
+zaken, die gij veracht&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Dat is treurig genoeg&laquo;, zeide de kluizenaar,
+&raquo;hebt gij in uw eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een
+beter beschermer is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele
+stoffelijke bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede
+van hunne medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u
+bijstaan door middel van den minsten zijner dienaren&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Indien het de God der Christenen was, van wien gij
+spreekt&laquo;, antwoordde Fernando, &raquo;zou ik moeten erkennen, dat
+gij woorden van wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een
+ongeloovige klinken zij mij godslasterlijk in de ooren&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Heer Ridder&laquo;, zeide de kluizenaar, &raquo;gij zijt nog
+jong, maar wanneer gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben
+leeren begrijpen, dat God dezelfde is in alle landen, en dat
+verdeeldheid over Zijn persoonlijkheid, &eacute;&eacute;n der middelen
+is, waarmede de Duivel vijandschap zaait tusschen de geloovigen.
+Luister naar mijne woorden: Deze steenen ru&iuml;ne is de laatst
+overgebleven toren van een oude vesting, waaronder zich een labyrinth
+van <span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span>kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk
+in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de
+vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal
+zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wees voorzichtig, Don Fernando,&laquo; riep een van de
+metgezellen van den Prins uit; &raquo;deze heiden tracht u in een
+valstrik te lokken, opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen
+vermoorden.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Neen,&laquo; antwoordde de Prins, &raquo;want ik kan zien,
+dat deze brave en vrome man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw
+mij met een gerust hart aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader,
+naar de plaats waarvan gij spreekt.&laquo;</p>
+<p>Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij
+wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden
+leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken,
+waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen vervolgd
+hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder riep den
+kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien
+voorbijkomen. &raquo;Neen, er zijn hier geen Christenridders
+<span class="letterspaced">voorbijgegaan</span>, mijn zoon,&laquo;
+antwoordde de vrome man, &raquo;ga heen in vrede.&laquo; De Moorsche
+kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer, en de
+troep reed verder.</p>
+<p>De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en
+keerde binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de
+duisternis was ingevallen. &raquo;Nu kunt gij veilig naar uw eigen land
+terugkeeren&laquo;, zeide hij.</p>
+<p>&raquo;Hoe kan ik u beloonen?&laquo; riep Fernando uit, die diep
+getroffen was door den vriendelijken eenvoud van den ouden man.
+<span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het
+vervolg mijne rasgenooten zachter te beoordeelen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk,&laquo; zeide de
+<span class="corr" id="xd20e5049" title="Bron: prins">Prins</span>
+droevig, <span class="corr" id="xd20e5052" title="Niet in bron">&raquo;</span>want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen,
+dat ik veel kwaads en weinig goeds van de Mooren gehoord
+heb.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dat verwondert mij niets,&laquo; zeide de kluizenaar
+glimlachend, &raquo;want gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen
+slechts ontmoet hebt met het zwaard in de hand of als gevangenen, wier
+harten verbitterd waren door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge
+man, of liever, bid, dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren,
+opengeworpen mogen worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen
+te laten. Tracht het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan
+zult gij genoeg goeds in hen vinden.&laquo;</p>
+<p>Terwijl hij sprak had <span class="corr" id="xd20e5059" title="Bron: Fermando">Fernando</span> inderdaad het gevoel, dat de poorten
+van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel,
+ontgrendeld werden. &raquo;Ik zal uw raad niet vergeten,&laquo; zeide
+hij, &raquo;want het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel
+mensch iets kwaads komt,&laquo; en met een eerbiedigen groet besteeg
+hij zijn paard en reed weg, vergezeld van zijne makkers.</p>
+<p>In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij
+zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar de
+raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling naar het
+verslag van zijne ondervindingen luisterden.</p>
+<p>&raquo;Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit,&laquo; zeide
+&eacute;&eacute;n van zijne raadslieden; &raquo;zonder de hulp van
+dezen vromen man zoudt gij nu stellig de gevangene zijn van uwe
+vijanden. Er zullen niet veel van zulke geesten in Moorsche lichamen
+huizen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Hoe zoo, Se&ntilde;or,&laquo; antwoordde de Prins;
+<span class="corr" id="xd20e5069" title="Niet in bron">&raquo;</span>is
+het niet mogelijk dat gij u vergist? Wat weten wij eigenlijk van
+<span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span>de Mooren, behalve wat wij in een voortdurenden
+strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn, wanneer wij
+trachtten hen beter te leeren kennen?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wat,&laquo; riep de Minister uit, &raquo;kennen wij hen niet
+als honden en afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders
+van valsche goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort
+zouden leeren kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het
+gemeenschappelijk strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun
+trouwelooze borst kunnen richten&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe,&laquo;
+zeide Fernando vriendelijk; <span class="corr" id="xd20e5078" title="Niet in bron">&raquo;</span>en ik wil u vertellen, heeren, dat ik
+dezen morgen huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren
+beter te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun
+instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats
+als vijanden tegemoet treden.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dwaasheid,&laquo; riep de Kanselier uit; &raquo;dat is een
+onbekookt besluit van een jong en onervaren vorst.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik denk er anders over,&laquo; antwoordde Fernando;
+&raquo;maar om noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als
+Muzelman te vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als
+een geboren Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige
+gebruiken onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en
+laat mij daar niet van afbrengen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;De wil van uwe Majesteit is wet&laquo;, antwoordde de
+Kanselier, die in het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor
+de uitbreiding van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg
+trachtten nog Fernando&rsquo;s besluit aan het wankelen te brengen,
+doch tevergeefs. De voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen
+en drie dagen nadat hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok
+Fernando als Moor vermomd, over de <span class="pagenum">[<a id="pb310"
+href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span>grenzen van het land zijner
+vijanden. Hij besloot zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij
+belangrijke plaats; daar aangekomen, steeg hij af en zocht een
+<span class="letterspaced">khan</span> of herberg op. Hij trof daar
+allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan dezelfde tafel
+als de <span class="letterspaced">Mullah</span> of priester, en de
+soldaat deelde zijn maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij
+dit volk opviel, was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en
+dronken niets dan melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de
+herberg heerschte, verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende
+mannen zaten voor het meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en
+rustig sprekende met zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets
+gevraagd werd, spraken zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig
+na te denken, voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen
+antwoordden. Al hunne handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando
+merkte op, dat zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun
+kleeding, maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg
+gedurende de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend
+ingerichte openbare baden der stad.</p>
+<p>Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen
+slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een
+bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in alle
+hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen plaats te
+zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een gesprek aan met
+&eacute;&eacute;n van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek van de
+herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen lezen. Eerst
+toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen hij bemerkte, dat
+de Prins met hem van gedachten wilde wisselen, bracht hij het gesprek
+op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet, dat hij bezig was te
+bestudeeren, <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>en hij verviel daarbij in zulk een haarkloverij,
+dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde, hem ooit te hebben
+aangesproken.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Fernando maakt vergelijkingen.</h3>
+<p class="firstpar">Toen Fernando zich dien avond ter ruste had
+begeven, maakte hij de balans van den dag op. Deze menschen schijnen
+mij buitengewoon vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar
+tegenover staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun
+gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die <span class="letterspaced">Mullah</span> was vreeselijk lang van stof, maar zijn er
+onder ons ook niet een menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle
+werelddeelen voor, dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid
+een schrik voor zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte
+der menschheid zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar
+zelden een sterke persoonlijkheid aantreft.</p>
+<p>Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de
+groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche
+kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming
+heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een
+gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar, die
+zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en
+godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want
+zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk
+geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij
+zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van
+de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen
+priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen
+schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span>een
+vleugel van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een
+aantal oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten,
+vloeiend schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van
+den Koran en andere godsdienstige werken.</p>
+<p>Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de
+universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke
+geestelijke leven, dat daar bloeide. In &eacute;&eacute;n der kamers
+was een leeraar, gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te
+houden over de praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een
+scherpzinnigheid en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had
+aangetroffen. Zijn kennis van medicijnen en van de eigenschappen van
+planten en kruiden, scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen
+Fernando dacht aan de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks
+zoovelen zijner onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep
+beschaamd, dat deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie
+zoowel als in de praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was
+scherpzinnig genoeg om in te zien, dat de spreker de medische
+wetenschap beschouwde als iets, dat in het verleden reeds zijn
+hoogtepunt bereikt had. Hij sprak van proefnemingen in den verleden
+tijd en vermeldde slechts de groote leermeesters der oudheid: Galenus
+en Hippocrates, Avicenna en Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide
+van de leermeesters van zijn eigen tijd, dan geschiedde dit altijd
+eenigszins geringschattend, en nooit met een woord van waardeering; de
+oudheid was alles voor hem, en de leerstellingen der oude meesters in
+de medicijnkunst waren hem in zeker opzicht even heilig als de woorden
+van den Profeet.</p>
+<p>In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando
+eenigen tijd luisteren naar een leermeester <span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span>in
+de astrologie. Deze oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring
+voor hem gehad, en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren
+tot hare groote beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig
+den invloed, dien de verschillende planeten op het lot van den mensch
+hadden, hoe haar onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven
+bepaalde, en hij behandelde het karakter van personen, die onder
+bepaalde astrologische voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap
+was volgens den spreker niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en
+terwijl Fernando naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat
+hij veel als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet
+wetenschappelijk bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer
+planeten, niets feitelijks over de beweging der sterren, of over hun
+verhouding tot de aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter
+een andere geest; daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er
+werd gewezen op de werken van Arabische reizigers die Azi&euml; en
+Afrika doorkruist hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden
+besproken, en over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche
+scholen, die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd
+werden, waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer
+aandacht geschonken werd aan het buitengewone dan aan het
+waarschijnlijke.</p>
+<p>Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein
+overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende
+wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het
+dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door
+verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat dit
+gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span>en
+kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt,
+vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door
+gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine
+groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of van
+de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken terneder
+zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen, die het
+marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig: smeden,
+sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op, dat het
+werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne
+gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking tot
+die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd
+drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied
+de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten
+nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere
+verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand,
+maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een
+oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde,
+hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen geen
+gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer zij een
+toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen strookt, zou
+het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken over te nemen,
+die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn eenvoudig, gelukkig
+en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei werd opgedrongen van wat
+in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk dan niet verkeeren in
+ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun waarschijnlijk geleerd,
+dat hun tegenwoordige levenswijze de meest geschikte voor hen is. Zou
+het niet mogelijk <span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315"
+name="pb315">315</a>]</span>kunnen zijn, dat hun afkeer van ons het
+gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten en instellingen der
+beide volken? Maar zou dit verschil misschien alleen maar aan de
+oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathie&euml;n en
+antipathie&euml;n zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn
+volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat
+hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne
+zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel
+als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en
+omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel los
+te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden is. Wij
+verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven, maar
+slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat de
+goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men trouw
+moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte zou elk
+van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid was, dezelfde
+vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten zoo aan mij
+gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te onderscheiden
+zou zijn.</p>
+<p>Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het
+landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn eigen
+rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen kleine
+sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange rijen
+maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle richtingen
+over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde zich bij
+&eacute;&eacute;n van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn
+verwondering, dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en
+landlieden in Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk
+onderbroken, en de maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar
+<span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name="pb316">316</a>]</span>het zwaarmoedige fluitspel van &eacute;&eacute;n
+hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig en weinig eischend
+waren als de boeren van zijn eigen land. Zij deelden hun brood en kaas
+met hem, en boden hem een slok geitemelk aan uit een grooten lederen
+zak, en het gelukte hem met veel moeite, deze lekkernij met een benauwd
+gezicht naar binnen te werken, want vorsten zijn niet gewoon aan de
+scherpe geuren van zulk een drank. Na zich op deze wijze versterkt te
+hebben, wandelde hij langzaam verder over de gloeiende velden, zoo nu
+en dan rustende in de schaduw der boomen, die langs den weg
+groeiden.</p>
+<p>Hij had misschien 1&frac12; mijl afgelegd, toen hij bij een open
+vlakte kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte.
+Hij volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en
+zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge
+bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden met
+hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en legden
+met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen het bevel
+&raquo;halt&laquo; gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk,
+zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van
+&eacute;&eacute;n der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de
+<span class="corr" id="xd20e5129" title="Bron: prins">Prins</span>
+stond, en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een
+Moorsch priester hield, groette hem hoffelijk.</p>
+<p>&raquo;Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons,
+eerwaarde heer,&laquo; zeide hij, &raquo;dat ik meen te mogen aannemen,
+dat gij vroeger zelf soldaat zijt geweest.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dat is zoo,&laquo; antwoordde Fernando; &raquo;ik was vele
+jaren soldaat, en heb lang in een ander gedeelte van het land gediend;
+maar nu is de oorlog niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor
+mijn genoegen ten strijde trok, liggen achter mij.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317" name="pb317">317</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Maar&laquo;, zeide de officier, &raquo;de oorlog is toch het
+eenige, waartoe een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong,
+en hebt het leger blijkbaar te vroeg verlaten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Neen,&laquo; antwoordde de <span class="corr" id="xd20e5142"
+title="Bron: prins">Prins</span>, &raquo;wanneer het noodig is, ben ik
+bereid het zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen
+inval te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd
+heb, de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Maar,&laquo; zeide de krijgsman glimlachend, &raquo;gij meent
+toch niet, dat wij ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij
+aangevallen worden. Wij weten toch niet vooruit, wanneer de
+onbeschaafde en woeste Christenen uit het Noorden ons zullen
+overvallen?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal
+opkomen, een strooptocht in hun rijk te ondernemen,&laquo; zeide
+Fernando.</p>
+<p>&raquo;Maar,&laquo; zeide de officier weder, &raquo;wanneer wij dat
+doen, is het ten slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want
+het blijkt toch wel, dat zij ons nooit met rust zullen
+laten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen?&laquo;
+vroeg Fernando, &raquo;ik geloof van niet, maar wij hebben wel
+verdragen met hen gesloten, doch die schijnen gemaakt te zijn om
+verbroken te worden.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ja,&laquo; zeide de officier verachtelijk, &raquo;het zijn
+verraderlijke honden, deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man
+vertrouwen kan; zij hebben het eene verdrag na het andere
+verbroken.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Als ik mij niet vergis,&laquo; zeide Fernando, &raquo;hebben
+wij hetzelfde gedaan, alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat
+het volk niet te weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze
+vijanden gedragen, en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden
+handelen, omdat onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn.
+<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name="pb318">318</a>]</span>Mag ik U vragen, edele heer, of gij ooit in
+Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere Christenen ontmoet hebt dan
+die, welke gij toevallig gevangen genomen hebt?&laquo;</p>
+<p>De ruiter schudde ontkennend het hoofd. &raquo;Nu ik erover
+nadenk&laquo;, zeide hij, &raquo;heb ik met meer Spanjaarden het zwaard
+gekruist dan met hen gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag
+aannemen, dat er onder dat volk edele geesten zijn, want ik weet uit
+eigen ondervinding, dat het dappere krijgslieden zijn, en een goed
+soldaat kan niet anders dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij
+verontschuldigen waarde heer: ik kan niet langer blijven. In den naam
+van God wensch ik u een aangename reis toe&laquo;.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Fernando ontmoet zijn dubbelganger.</h3>
+<p class="firstpar">Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist
+beschreven dag moet beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere
+dagen; drie maanden lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde
+er de instellingen en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze
+wijze een juist inzicht in den volksaard.</p>
+<p>Aan het einde van dit tijdperk, had <span class="corr" id="xd20e5168" title="Bron: zij">hij</span> zulk een hoogen dunk gekregen
+van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet zijne
+schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn eigen rijk.
+In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te betreden, besloot
+hij den nacht door te brengen in een kleine khan aan de Moorsche zijde
+der heuvelen. Het was een armoedige herberg, maar mooi gelegen bij den
+ingang van een vredig klein dal. Nadat hij zijn paard had overgegeven
+aan den witgekaftanden waard, trad hij binnen. Tot zijn groote
+verbazing was de eerste, dien hij ontmoette, een jonge man, die
+z&oacute;&oacute; sprekend op hem geleek, dat hij verrast en verschrikt
+achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van den vreemde,
+die niet weerspiegeld <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span>was in het zijne. De jonge man
+schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een
+glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach:
+&raquo;Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar
+ik hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen
+heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar
+gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben.&laquo;
+&raquo;Daar is niet veel kans op, mijn vriend,&laquo; zeide Fernando,
+&raquo;want als God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze
+lichamen, ben ik ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk
+mensch zijt, en,&laquo; voegde hij er lachend bij, op een tafel
+wijzende, &raquo;het spreekt vanzelf, dat wij het brood samen
+breken.&laquo; &raquo;Uitstekend&laquo;, riep de ander uit. &raquo;Ik
+neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld
+aan.&laquo;</p>
+<p>Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij
+in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren
+geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel
+hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang
+bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling:
+&raquo;Ik heb het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend
+hebben, en daar ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik
+u mijn geheim openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit
+land, en dat ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf
+in het land der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde
+bestudeeren.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen
+van Uwe Majesteit,&laquo; antwoordde Fernando, &raquo;en gij kunt er
+van overtuigd zijn, dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u
+vragen, wat uw indruk is van de bewoners van Christelijk Spanje?&laquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name="pb320">320</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Ik heb zulk een achting voor hen gekregen,&laquo; antwoordde
+Muza, &raquo;dat ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er
+heerscht onder hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant
+is dan die onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige
+verzekering geef, dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn
+eigen volk.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza,&laquo; zeide
+Fernando opstaande; &raquo;want ik ben Fernando, Koning der Christenen,
+die gedreven door eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb
+omgezworven, en die zulk een sympathie heb opgevat voor het karakter en
+de gewoonten van uw volk, dat ik niets liever wil dan over hen te
+regeeren. Dat ik werkelijk degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult
+gij aan dit teeken kunnen zien.&laquo; Dit zeggende, haalde hij van
+onder zijn burnous een gouden keten te voorschijn, waaraan het
+koninklijk zegel hing. &raquo;Er bestaat voor zoover ik zien kan,
+slechts &eacute;&eacute;n beletsel voor onze overeenkomst, en dat is
+het verschil in godsdienst.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Neen Fernando,&laquo; zeide Muza met opgeheven handen,
+&raquo;ik zie de moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn
+opvatting, bestaat het verschil slechts in uiterlijkheden. De
+innerlijke geest van ons geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen
+ligt het verschil. Beide godsdiensten komen van den eenigen God, die ze
+bestemde voor het gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn;
+en wanneer gij dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het
+ons niet moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan
+elkaars gewoonten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik ben het volkomen met u eens,&laquo; antwoordde Fernando,
+maar ik vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve
+onderdanen te overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij
+moeten in geen geval op de hoogte gebracht worden van onze
+overeenkomst.&laquo;&mdash;<span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span>&raquo;De buitengewone
+overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor, dat ons geheim
+bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij elkander eerst
+inlichten over de geschiedenis van ons volk en over onze persoonlijke
+omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit opzicht, geen
+argwaan wekken.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Gij spreekt als een wijs man,&laquo; zeide Fernando,
+&raquo;laten wij dan maar dadelijk beginnen.&laquo; Tot laat in den
+nacht zaten de jonge vorsten bijeen, om elkander in te wijden in de
+geheimen der diplomatie van hun land, en in hunne
+familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak, scheidden zij met alle
+teekenen van wederzijdsche achting. Zij bestegen hunne paarden, en
+reden weg, Fernando naar de hoofdstad van het Moorsche rijk, Muza naar
+die van de Christenen. Maar alvorens te scheiden, spraken zij af, dat
+zij elkander tenminste eenmaal in de drie maanden in deze herberg
+zouden ontmoeten.&mdash;Drie maanden vlogen voorbij, en precies op den
+afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander ten tweeden male
+in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen.</p>
+<p>&raquo;En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner
+vaderen&laquo;, vroeg Fernando. &raquo;Helaas, uwe Majesteit,&laquo;
+antwoordde Muza, &raquo;het spijt mij, te moeten zeggen, dat het maar
+matig is. Elken dag komen uwe ministers met nieuwe plannen aan voor
+rooftochten in mijn vroeger rijk, en ik weet niet, hoe ik mij daaronder
+moet houden; en dan doen zij mij hevige verwijten over wat zij mijn
+trouweloosheid noemen&laquo;. &raquo;Precies hetzelfde heb ik
+ondervonden&laquo;, zeide Fernando, en mag ik met alle respect voor het
+ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij niet te vergelijken
+zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn eigen volk; dat zij
+vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en
+onrustig, en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid,
+waaraan ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen
+mag, ontbreekt het hun aan waardigheid&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook
+verre van aangenaam,&laquo; mopperde Fernando; &raquo;bv. uwe
+huwelijksinrichting.&laquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e5199" title="Niet in bron">&raquo;</span>En bij u het ontbreken daarvan,&laquo;
+antwoordde Muza.</p>
+<p>&raquo;Over het geheel geloof ik&laquo;, zeide Fernando. &raquo;Ik
+ben het volkomen met u eens&laquo;, antwoordde Muza.</p>
+<p>&raquo;Als wij de zaak eens in de doofpot stopten&laquo;, merkte
+Fernando op. &raquo;Het is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met
+een ruimen blik, onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne
+opvattingen ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd
+kans veel te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot
+onaangename vergelijkingen dwingt.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ook dit ben ik met u eens,&laquo; zeide Muza. &raquo;Als
+eenmaal het nieuwtje er af is&laquo;....</p>
+<p>&raquo;Juist&laquo;, antwoordde Fernando; &raquo;ten slotte gaat er
+toch niets boven het land, waarin men geboren is.&laquo;</p>
+<p>Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar
+ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen
+van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te
+doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat
+Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke
+grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen hunne
+respectieve staten gerezen waren&mdash;een onnatuurlijke toestand, die
+volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk XII: Verhalen over Spaansche toovenarij.</h2>
+<p class="xd20e4514"><span class="xd20e4514init">H</span>et schijnt,
+dat Spanje door de andere landen van West-Europa beschouwd werd als de
+bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij, waarschijnlijk doordat
+er zulk een openbaarheid is gegeven aan de ontdekkingen van de Moorsche
+alchemisten, de eerste scheikundigen in Europa. Maar met de opkomst van
+de Inquisitie werden de occulte wetenschappen naar den achtergrond
+gedrongen, want alles, wat maar in de verte zweemde naar ketterij, werd
+op de strengste wijze door deze onverdraagzame instelling onderdrukt.
+Daardoor zijn vele volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de
+Spaansche boeren geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende
+legende is voorgoed verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de
+zuivering der Kerk niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen
+geest verbannen, maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en
+veld, het geheele gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad
+deden en de huisvrouw en dienstmaagd tot grooten steun waren.</p>
+<p>Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van
+plan was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der
+geesten, goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een
+Franciscaner monnik uit Castili&euml;, die in 1458 of 1460 een boek
+schreef, dat voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en
+waarin ook een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van
+volksgeloof, die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het
+geloof in heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt
+afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>te zijn uit de Dauphin&eacute; of Gascogne, waar
+zij volgens zijn verklaring, overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo
+verhaalt hij ons, gewoon, des nachts in grooten getale bijeen te komen
+op een hooggelegen vlakte, elke heks bracht een kaars mede ter eere van
+Satan, die tot haar kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in
+die van een bok, in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden
+verscheen.</p>
+<p>Llorente vertelt in zijn <span class="letterspaced">Geschiedenis van
+de Spaansche Inquistie</span>, dat de eerste <span class="letterspaced">auto-de-f&eacute;</span> tegen de toovenarij in 1507
+gehouden werd te Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen,
+die beschuldigd waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste
+verhandeling over Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een
+Franciskaner monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als
+bakermat der hekserij, en dat deze provincie vele
+&raquo;zendelingen&laquo; naar Aragon stuurde om daar de vrouwen tot de
+tooverkunst te bekeeren. Maar wij lezen ook, dat de Spaansche
+godgeleerden van de zestiende eeuw z&oacute;&oacute;veel verlichter
+waren dan die van andere landen, dat zij toegaven, dat hekserij slechts
+een begoocheling was; en de straf die zij toedienden aan hen, die er in
+geloofden, werd gegeven, omdat deze afdwaling in strijd was met de
+voorschriften der Kerk. Pedro de Valentin geeft in een verhandeling
+over dit onderwerp (1610) toe, dat de daden, waarvan de heksen
+beschuldigd werden, slechts denkbeeldig waren. Hij schreef ze
+gedeeltelijk toe aan de wijze, waarop het onderzoek geleid werd, en aan
+den wensch van het domme volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te
+gaan, door datgene te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar
+wenschten te hooren, en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en
+drankjes, die zij moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die
+slaap verwekten, <span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325"
+name="pb325">325</a>]</span>en invloed hadden op de verbeelding en de
+geestelijke vermogens.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Godsdienst der hekserij.</h3>
+<p class="firstpar">De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige
+verschijnsel wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de
+onderzoekingen van Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en
+anderen, schijnen er op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij
+volstrekt niet op de verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze
+cultus stamt van een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en
+godsdienstige voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het
+offeren van kinderen had bewaard.</p>
+<p>Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een
+eigen priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de
+verbeelding slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit
+geloof.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Geschiedenis van D<sup>r</sup> Torralva.</h3>
+<p class="firstpar">Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om
+zijne toovenaars, bij wie nog iets was overgebleven van de occulte
+wetenschap der Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was
+wel de beroemdste van deze betrekkelijk moderne meesters in de
+tooverkunst Dr. Eugenio Torralva, de arts van het gezin van den
+Admiraal van Castili&euml;. Hij was in Rome opgevoed en had reeds op
+jeugdigen leeftijd uitgesproken sceptische neigingen. Hij sloot
+vriendschap met een zekeren meester Alfonso, een man, die, nadat hij
+eerst zijn Joodsch geloof had verwisseld voor den Islam, overging tot
+het Christendom, en ten slotte vrijdenker geworden was. Een tweede
+ongeschikte kameraad was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro
+genaamd, die Torralva vertelde, dat hij een goeden <span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>geest in zijn dienst had, Zequiel, die in de
+geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien zulk
+een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen, die hem
+een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap wisten
+te waardeeren.</p>
+<p>Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge
+mate. Hij was &eacute;&eacute;n van die, misschien gelukkige menschen,
+in wie de liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen
+Pietro hem goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod
+met beide handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de
+verandering van meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en
+verzekerde hij Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en
+dat hij bereid was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan
+het uiterlijk van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart
+overkleed droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van
+blond haar.</p>
+<p>Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke
+wisseling van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig
+had, hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een
+verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de
+gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van een
+reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk, uit welk
+feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk gezinde geest
+was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen, ondervinden, dat
+het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet den minsten
+waarborg geeft voor vroomheid.</p>
+<p>Torralva bleef vele jaren in Itali&euml; wonen, maar in het jaar
+1502 kreeg hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde
+daarheen terug, maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn
+hoofdkwartier te hebben gekozen, <span class="pagenum">[<a id="pb327"
+href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span>waar hij zich onder de
+bescherming stelde van zijn ouden patroon, den Bisschop van Volterra,
+die in dien tijd kardinaal geworden was. Deze invloedrijke relatie was
+hem van groot voordeel, en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als
+geneesheer beroemd. Maar noch de vrome kardinaal, noch een van de
+andere voorname <span class="corr" id="xd20e5258" title="Bron: patienten">pati&euml;nten</span>, die zijn hulp zochten, wist,
+dat hij feitelijk zijn geheele medische kennis te danken had aan zijn
+onzichtbaren knecht, die hem de geheime kracht leerde van jonge
+planten, die andere geneesheeren niet kenden. Zequiel was echter vrij
+van alle winstbejag, want wanneer zijn meester de klinkende munten in
+den zak stak, waarvan geen goed geneesheer afkeerig is, berispte de
+geest hem, want, zeide hij, aangezien de dokter zijn kennis gratis
+kreeg, behoorde hij haar ook kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva
+daarentegen geld noodig had, vond hij altijd een som in zijn
+particulier vertrek, en hij wist zonder dat er over gesproken werd, dat
+zijn dienaar het daar had neergelegd.</p>
+<p>Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen
+tijd aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide
+<span class="corr" id="xd20e5263" title="Bron: Zeguiel">Zequiel</span>
+hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename
+tijding zou krijgen. <span class="corr" id="xd20e5266" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> deelde dit bericht oogenblikkelijk aan
+Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande
+Capitan, Gonz&aacute;lvo Hern&aacute;ndez de Cordova mede. Dienzelfden
+dag kwam er een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling
+voor Zijne Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren
+mislukt was, en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon
+van den Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome
+de onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer,
+Kardinaal Volterra, te laten verschijnen, die, toen <span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>hij
+bemerkte, op welke wijze zijn <span class="letterspaced">prot&eacute;g&eacute;</span> de nederlaag van het
+Spaansche leger &raquo;voorspeld&laquo; had, den Aartsbisschop van
+Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter zijn wijsheid putte.
+Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging voort politieke en
+andere gebeurtenissen te &raquo;voorspellen&laquo;, waardoor hij zich
+spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen, die hem
+kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz, tot wien
+een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare nachten
+verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de gestalte
+van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales, had
+&rsquo;s nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar de
+griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had hij
+niets kunnen zien.</p>
+<div class="figure xd20e5274width"><img src="images/p328.jpg" alt="Torralva en de Geesten." width="500" height="720">
+<p class="figureHead">Torralva en de Geesten.</p>
+</div>
+<p>Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij
+in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht
+haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest
+Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva, die
+beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte, gelijkende
+op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van een vrouw.
+&raquo;Wat zoekt gij hier?&laquo; vroeg hij met luide stem, waarop het
+voorste spook antwoordde: &raquo;Ik zoek een schat.&laquo; Op hetzelfde
+oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde
+Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders van
+het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man te
+voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men hem een
+Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke bezoeken
+op.</p>
+<p>Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de
+Zu&ntilde;iga, een bloedverwant van <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span>den Hertog van Bejar,
+en een broeder van Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan
+in Castili&euml;. Zu&ntilde;iga had den geleerden dokter geraadpleegd,
+hoe hij door toovermiddelen geld zou kunnen verdienen, en Torralva
+zeide, dat dit mogelijk zou zijn, door bepaalde letters op papier te
+schrijven met het bloed van een vleermuis inplaats van met inkt. Dit
+toovermiddel moest hij om zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel
+geluk zou hebben.</p>
+<p>In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet,
+vertelde hij Zu&ntilde;iga, dat hij in staat was op een bezemsteel
+daarheen te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen.
+Bij zijn aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en
+den Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op
+aandrongen, dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven.
+Naar aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn
+dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest
+raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde
+hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora,
+Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van
+Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok <span class="corr" id="xd20e5286" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> wederom naar zijn
+geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde
+er iets, dat <span class="corr" id="xd20e5289" title="Bron: Torralvo&rsquo;s">Torralva&rsquo;s</span> roem als profeet nog
+zeer verhoogde. Op den vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem,
+dat het leger van den Keizer den volgenden dag Rome zou innemen.
+<span class="corr" id="xd20e5292" title="Bron: Torralvo">Torralva</span> beval den geest hem naar Rome te
+brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke gebeurtenis zou
+kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok in de hand, en
+zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn dienaar hem
+bevolen had, en toen de <span class="pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span>geest hem na eenigen tijd zeide de
+oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen
+toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag
+werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke
+gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon, de
+vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de
+inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde
+wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd,
+maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar; en
+toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot het
+Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd.</p>
+<p>Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter
+betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en &eacute;&eacute;n van
+hen, gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over
+zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zu&ntilde;iga, die zooveel
+voordeel had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde
+zich tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuen&ccedil;a over
+hem in, waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte
+toovenaar bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien
+hij bleef beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de
+gevangenis niet minder dan acht verklaringen over zijne
+bovennatuurlijke handelingen, waarin hij zichzelf voortdurend
+tegensprak. Daar zijne vervolgers niet tevreden waren met deze
+bekentenissen, legden zij den ongelukkigen toovenaar op de pijnbank, en
+men ontlokte hem dan ook spoedig een volledige erkenning van den
+duivelschen aard van zijn dienaar.</p>
+<p>In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit,
+een gebruikelijke methode bij dit lichaam, <span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331" name="pb331">331</a>]</span>om
+de slachtoffers te temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva
+verscheen er een nieuwe getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook
+reeds in zijn jonge jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte
+wetenschappen, zoodat Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters
+verschijnen moest. De Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om
+zijn bekeering te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen
+voor al zijne zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet
+verzaken, met wien hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot
+zijne geestelijke leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te
+ontslaan. Nadat hij het eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn
+dienaar ontsloeg, en zijn ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en
+trad hij in dienst van den Admiraal van Castili&euml;, die al zijn
+invloed gebruikt had om vergeving voor hem te verkrijgen. Doordat hij
+in de geschiedenis van Don Quixote voorkomt, is hij onsterfelijk
+geworden en is hij voor alle tijden het type gebleven van den
+Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Moorsche tooverkunst.</h3>
+<p class="firstpar">Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk
+een ernst bestudeerd als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des
+te verwonderlijker, dat ons slechts aanteekeningen over de
+desbetreffende werken bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij
+beroemd waren als toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door
+Europeesche geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben
+zich niet nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf
+hebben z&oacute;&oacute; weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze
+achtergelaten, dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten,
+zoodat wij onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel
+<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span>moeite moeten verzamelen uit de losse
+aanteekeningen, die in de hedendaagsche Europeesche en Arabische
+letterkunde te vinden zijn.</p>
+<p>De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over Moorsch
+occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens glansperiode
+viel in de jaren 720&ndash;750, en van wien vermeld staat, dat hij meer
+dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der wijzen en het
+levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als zijne
+mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen te vinden.
+Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de aardsche
+onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt hij de
+menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben
+geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest
+genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in een
+toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun
+oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne
+werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek
+geacht, maar zijn <span class="letterspaced">Summa Perfectionis</span>,
+een handboek voor den beoefenaar der alchemie, is in verscheidene
+vertalingen verschenen.</p>
+<p>De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan door
+samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende verhoudingen.
+Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te krijgen uit de
+verschillende mengsels en reacties van de weinige scheikundige stoffen,
+waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij geloofden in de theorie der
+verandering der metalen, legden zij er zich niet praktisch op toe. Het
+was voor hen meer een geloof, en zij vertegenwoordigden
+v&oacute;&oacute;r alles een school van wetenschappelijke
+ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk
+hun alchemistische <span class="pagenum">[<a id="pb333" href="#pb333"
+name="pb333">333</a>]</span>kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn
+beurt weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet
+onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht
+uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de &raquo;groote
+kunst&laquo; der alchemie in ieder geval geboren werd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Astrologie.</h3>
+<p class="firstpar">De Astrologie was ook een belangrijke tak van de
+verborgen studie, waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig
+bezig hielden, en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de
+wiskundige wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds
+zijn Arabischen naam draagt (al = het, <span class="letterspaced">jabara</span> = <span class="letterspaced">berekenen</span>), tot ontwikkeling te brengen.</p>
+<p>Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te
+profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de
+Chaldee&euml;rs, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de
+lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis
+herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze
+kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was
+de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten
+der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den
+toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de
+elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen
+der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden
+toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel
+weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat
+zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den
+grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische
+Thoth, de <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name="pb334">334</a>]</span>god van het schrijven, het rekenen en de
+wetenschap.</p>
+<p>Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche
+geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere
+wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was
+Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te Cordova
+bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en de niet
+minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen bracht.
+Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste bij zijne
+klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de oude en lastige
+Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons, dat Gerbert vele
+belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der tooverkunst, en wij
+hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend onderaardsch paleis
+bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon was om te aanschouwen,
+plotseling van de aarde verdween, zoodra een menschelijke hand het
+aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts wiskundige diagrammen voor
+tooverteekens aan, en zijn reputatie als toovenaar steeg, naarmate hij
+zelf meer in discrediet kwam.</p>
+<p>Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou
+sterven, voordat hij de hoogmis in <span class="corr" id="xd20e5338"
+title="Bron: Jerusalem">Jeruzalem</span> zou hebben opgedragen. Op
+zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van
+Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij
+vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van den
+Booze, en gaf den geest. Z&oacute;&oacute; luidt de sage, die de domme
+menigte spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten
+man.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Deken van Santiago.</h3>
+<p class="firstpar">In de <span class="letterspaced">Conde
+Lucanon</span>, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling van
+verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken, komt een
+geschiedenis voor <span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335"
+name="pb335">335</a>]</span>over den Deken van Santiago, die naar
+Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in de
+tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals hij
+zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de
+toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al
+zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te
+verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne
+vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker
+zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam
+genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar
+een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen,
+een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet te
+braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen.</p>
+<p>Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan,
+werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor den
+geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn sterfbed
+liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist begonnen
+les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier dagen
+later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de
+Aartsbisschop overleden was, en n&ograve;g later bracht hij de
+mededeeling, dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen
+Illan dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van
+Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen
+broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn Hof
+te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en
+wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop
+wees het verzoek af, en gaf de plaats aan &eacute;&eacute;n van zijn
+ooms. <span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span></p>
+<p>Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar
+Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het
+Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk werd
+de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome vergezeld
+had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel excuus had, om
+de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had, niet te vervullen.
+De Paus ontstak hierover in woede, en hij dreigde Illan met de
+gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich met ketterij en toovenarij
+had ingelaten. &raquo;Ondankbare!&laquo; riep de vertoornde toovenaar
+uit, &raquo;nu gij mij z&oacute;&oacute; wilt laten verhongeren, ben ik
+wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor den
+avondmaaltijd besteld heb.&laquo; Dit zeggende, zwaaide hij zijn
+tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te maken.
+Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo, nog altijd
+als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren, die hij als
+Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht, schijn geweest en
+zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als een begoocheling van den
+toovenaar. Dit was het middel, waardoor de wijze zijn karakter op de
+proef had gesteld, voordat hij hem zijn vertrouwen schonk. De
+geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij niets kon antwoorden op de
+verwijten van Illan, die hem wegzond, zonder hem zelfs van de patrijzen
+te laten mee-eten.</p>
+<p>Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren en
+priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche tooververhalen.
+Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer wij er even aan
+denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden beschouwd werd
+door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada vertelt de
+geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer bekwamen, jongen
+man, <span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name="pb337">337</a>]</span>die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen
+hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij door
+een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen dienst
+bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te stijgen,
+opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen brengen. Het
+paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het gewicht van twee
+stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte de student eerst voor
+het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van den geestelijke drong
+z&oacute;&oacute; bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en zich achter
+hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student, niet onder het
+rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder, zonder dat hij den
+indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar bij het aanbreken van
+den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote verbazing, dat hij zich
+dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam afscheid van den ruiter,
+zich verwonderende over het feit, dat hij den afstand tusschen twee zoo
+ver van elkander verwijderde plaatsen in een enkelen nacht had kunnen
+afleggen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Spoken en Geestverschijningen.</h3>
+<p class="firstpar">Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de
+bijgeloovigheid, een eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo
+sterk is ontwikkeld, en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd
+door de strenge voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander
+gebied van het occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen
+verspreide geloof in de macht van de dooden om weer terug te keeren
+naar het tooneel van hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed
+ge&iuml;llustreerd door een griezelig gedeelte van het boeiende en
+geheimzinnige verhaal van Goulart, die in zijn <span class="letterspaced" lang="fr">Tr&eacute;sor des Histoiris Admirables</span>
+<span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span>toont de kunst van het schilderen van pakkende
+tooneelen zoo goed te verstaan. Hij verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez
+Ayala, en twee andere jonge Spanjaarden, die op weg waren naar een
+Fransche universiteit, er niet in slaagden een geschikt onderkomen te
+vinden in een of ander dorp, waar zij den nacht wilden doorbrengen, en
+hoe zij genoodzaakt waren te overnachten in een eenzaam huis, waarvan
+de dorpsbewoners vertelden, dat het er spookte.</p>
+<p>De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei
+huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen
+bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden.</p>
+<p>Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij
+nauwelijks ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van
+rammelende ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen
+te komen.</p>
+<p>Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok
+zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken wat
+de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne
+makkers gewekt waren. Hij droeg in de &eacute;&eacute;ne hand een
+getrokken zwaard, en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij
+de deur kwam, die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een
+vreeselijk spook, een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het
+spook, dat hij onverwachts tegenover zich vond, was beladen met
+ketenen, die met een somber en dof geluid rammelden. De jonge student
+was echter volstrekt niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte
+de punt van zijn zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij
+zijn rust was komen verstoren.</p>
+<p>De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en
+noodigde Ayala door een handbeweging <span class="pagenum">[<a id="pb339" href="#pb339" name="pb339">339</a>]</span>uit, mede te gaan. De
+student zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de
+trap begon af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als
+iemand, wiens gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde
+hem onbevreesd, maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te
+flikkeren en doofde zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt
+was om zijn moed te verhoogen. &raquo;Halt!&laquo; riep hij het spook
+toe, &raquo;je ziet toch, dat mijn kaars is uitgegaan! Als je even
+wachten wilt tot ik haar weer heb aangestoken, kom ik dadelijk
+terug.&laquo; Hij begaf zich haastig naar de hal, waar een lamp
+brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde hij terug naar de
+plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij betrad den tuin, waar
+hij het spook in de nabijheid van een put zag staan. Op haar wenken
+volgde de jonge student de verschijning weder, maar toen zij een klein
+eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige begeleider plotseling
+spoorloos verdwenen.</p>
+<p>In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij
+verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij
+ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij
+den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet den
+tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek, waar het
+spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met ketenen
+beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke begrafenis
+bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling op; maar het
+avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden z&oacute;&oacute; hevig
+aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van hun
+voorgenomen reis afzagen.</p>
+<p>Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische
+spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>niet
+verder over uitweiden, want een boek over Spaansche romances en
+legenden is niet de geschikte plaats voor een verhandeling over het
+occultisme. Maar wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een
+ander oogpunt te beschouwen dan onze grootvaders uit een
+materialistisch tijdperk deden, die met groote minachting alle
+bovennatuurlijke verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een
+oogenblik erin te willen verdiepen. In elk geval behoort de schrijver
+van dit boek tot hen, die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te
+behouden, zoodat de bespiegelingen van iemand, die z&oacute;&oacute;
+bevooroordeeld is, niet veel waarde kunnen hebben.</p>
+<p>Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio
+Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op
+reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht
+plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot
+zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden, en
+daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn paard in
+die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut kwam, en
+nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen, en begon hij
+te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de duisternis,
+bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden zich in de
+kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte mantels gehuld.
+Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met woeste, sombere
+oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven, sprong hij in het
+zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan te voorschijn, en bij
+het licht daarvan herkende hij de drie mannen, die hij nog in de kapel
+waande, maar die op zwarte paarden een eindje voor hem uit reden.</p>
+<p>Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span>een
+zijweg in, maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen
+voor zich uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen,
+die hij wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van
+zijn paard sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij
+alweder de drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar
+binnen en liep naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende.
+Dadelijk kwam het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds
+schreeuwde, dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden,
+waarop hij was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen
+later stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield,
+dat drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met
+vreeselijke gebaren bedreigden!</p>
+<p>Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in
+Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de
+vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het
+volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel toe
+bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit Spanje
+te verbannen. <span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name="pb342">342</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Hoofdstuk XIII: Humoristische Spaansche Romances.</h2>
+<div class="epigraph">
+<p class="firstpar">Cervantes&rsquo; &raquo;Don Quixote&laquo;.</p>
+</div>
+<p class="xd20e5401"><span class="xd20e5401init">C</span>ervantes was
+een van de grootste satiristen, die de wereld heeft voortgebracht, een
+man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig gevoel voor het
+belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn, die gelachen zou
+hebben om die moderne critici, die in hem een groot dichter zagen, en
+inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven, toen hij zijn
+voornaamste werk, het humoristische heldengedicht <span class="letterspaced">De reis naar den Parnassus</span>, schreef, verklaard,
+dat hij de gave der dichtkunst miste. Dat hij een merkwaardige fantasie
+had is wel duidelijk voor iedereen, die de moeite neemt zijn
+<span class="letterspaced">Galatea</span> te lezen, en <span class="letterspaced">Don Quixote</span> vloeit over van zeldzame vondsten en
+schitterenden geest, ofschoon latere bladzijden van deze satire wel
+sterk herinneren aan sommige stukken uit het eerste gedeelte.</p>
+<p>Ik persoonlijk heb <span class="letterspaced">Don Quixote</span>
+altijd een van de boeiendste en merkwaardigste boeken gevonden, die
+ooit geschreven zijn; maar waarschijnlijk om geheel andere redenen dan
+die het meerendeel van het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk
+heeft. Want voor mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het
+inzicht, dat het ons geeft in de romantische literatuur en in de
+gewoonten van dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij
+kostelijk, maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en
+heb ik den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op
+de overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen
+den geheelen geest en het karakter van de romance. <span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name="pb343">343</a>]</span>Cervantes zou er w&egrave;l bij gevaren zijn,
+wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire; want wanneer
+hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij met voorliefde
+belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler dan de
+zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te trekken.
+Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes, zijn lang
+van stof en ingebeeld, en hij was sterk be&iuml;nvloed door het
+vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn
+hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid en
+zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was met
+zijn <span class="letterspaced">Arcadia</span> inderdaad het voorbeeld
+geweest, dat Cervantes langen tijd volgde, totdat zijn eigen gezond
+verstand hem de minderwaardigheid liet zien van de modellen, die hij
+nabootste.</p>
+<p>De schrijver van de <span class="letterspaced">Pastor de
+Filida</span> Luiz Galvez de Montalva, was zijn intieme vriend, en het
+staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde op minderwaardige
+rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk van hen, die deze
+school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets van de bekoorlijkheid
+der schilderijtjes van Watteau of Fragonard, hoe onnatuurlijk hunne
+herders en herderinnetjes in zijden en satijnen kleederen ook mochten
+zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale had coulissen van
+bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten over het tooneel. Het
+was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die inplaats van het werk
+te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander, en den rampzaligen
+reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten, gruwelijk verveelden
+met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen over hun liefdessmart.
+Het was dan ook niet te verwonderen, dat het aangeboren gezond verstand
+van Cervantes later in opstand kwam tegen dezen onwaardigen en
+onmannelijken onzin. Maar toch <span class="pagenum">[<a id="pb344"
+href="#pb344" name="pb344">344</a>]</span>is het merkwaardig, dat hij,
+ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak bleef
+behouden voor de dwaasheden van Arcadi&euml;, waarvan hij zich nooit
+geheel heeft kunnen losmaken.</p>
+<p>De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op de
+denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der
+belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van het
+leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de
+ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om
+een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en
+op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed,
+en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding
+is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en
+fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn
+natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik.</p>
+<p>Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne
+reisgenooten in de <span class="letterspaced">posadas</span>, waar hij
+zijne tenten had opgeslagen, hebben onthaald op hoogdravende verhalen
+van dolende herders en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons
+gemakkelijk een voorstelling maken van de wijze, waarop deze
+zoetsappige verhalen ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den
+eenvoudigen soldaat en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is
+niet slechts ruw, zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het
+gelach, waarmede zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door
+dit publiek, de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes
+wegvaagde?</p>
+<p>Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de
+eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was
+gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk
+van de <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span>opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten
+invloed was geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de
+bevolking. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij
+zag, dat zijne toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet
+bewonderden, dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk
+thuis hoorden bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot
+de romance, waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze
+eveneens met hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het
+niet voor de hand, dat te midden van de spotternijen zijner
+toehoorders, die zoo in alles verschilden van de romantische personen,
+van wie hij gedroomd had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren
+werd, en dat hij, onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden
+leerde begrijpen, dat een caricatuur van de ridderschap meer in den
+smaak zou vallen bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer
+waarschijnlijk toe.</p>
+<p>Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de
+onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers waren
+ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor een
+gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een gezonde,
+geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring gesticht in de
+hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet gewoon was voor
+zichzelf te denken, en dat niet in staat was te oordeelen over de
+fouten van een gedicht. In alle landen en in alle tijden wordt deze
+groep van menschen aangetroffen, die bijzonder gemakkelijk te
+be&iuml;nvloeden zijn en in bewondering komen voor de prulligste
+sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij zeggen, dat in
+deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot gevaar schuilt voor
+de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de menschen af van
+<span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span>hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor
+ernstig werk, maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en
+brengt hen er toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken
+hebben als de onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste
+verhalen. Het eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der
+menschheid kan gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is
+gezonde spot. Maar het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van
+de gevoelens van het publiek tegen deze letterkundige
+buitensporigheden, niet alleen de onzin verdwijnen zal, waardoor de
+onnadenkenden op een dwaalspoor gebracht, en de verstandigen
+ge&euml;rgerd werden, maar dat de deugden en bekoorlijkheden, waarvan
+die dwaasheden de weerspiegeling zijn, niet bewaard zullen blijven,
+maar tegelijkertijd zullen worden vernietigd. Dit was tenminste het
+lot, dat de grootere romances ondergingen, deze paarlen van
+menschelijke verbeelding, die ondanks de reddingspogingen van iemand
+als Cervantes, bedolven werden bij den ondergang der fantasie, van
+welke plant zij de bloesem waren; totdat de smaak en het beter inzicht
+van een lateren tijd haar weder opgroeven uit de zware aardlaag,
+waaronder zij begraven lagen.</p>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De figuur van Don Quixote.</h3>
+<p class="firstpar">Don Quixote, de held van de machtige satire, die
+den doodsteek gaf aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den
+romancelezer uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan
+den grens van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken
+van het dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft
+niets gemeen met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan
+aanpassen. In dezen ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de
+fantasie aankleven, belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk
+een groot nut zouden kunnen zijn <span class="pagenum">[<a id="pb347"
+href="#pb347" name="pb347">347</a>]</span>voor de gemeenschap, er in
+worden voorgesteld. Don Quixote leeft in een wereld van fantasie, die
+bewoond wordt door de schimmen, die hij ontmoet heeft in de boeken,
+waarvan zijn bibliotheek zoo rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus
+niet eens scheppend; door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft
+het publiek weinig vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren
+beschouwd als een beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar
+wanneer de droomer tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden,
+wanneer zijne visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht
+een droom tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don
+Quixote. Hij was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden,
+maar wel om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook
+niet gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door
+overdrijving van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt,
+zooals een kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective
+verhalen, of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang
+verloren dochter is van een geheimzinnigen graaf.</p>
+<p>Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid,
+dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn
+ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen en
+denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar hem
+luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen
+vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de
+denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd
+door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften van
+een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne
+wonderlijke fantasie&euml;n hem doet. Sancho&rsquo;s twistzieke vrouw
+verzet zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken
+<span class="pagenum">[<a id="pb348" href="#pb348" name="pb348">348</a>]</span>Don; maar wanneer een droomer en een domkop zich
+vereenigen, heeft het gezond verstand niets in te brengen, en moet het
+rustig wachten, totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen
+ontvangen zijn.</p>
+<p>Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft
+volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne
+ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter
+worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt,
+des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever
+wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het
+verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap
+de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van den
+meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don
+Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een
+eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van
+praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff, met
+dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van Sancho
+Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing van
+een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy, zou in
+alle landen kunnen voorkomen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het avontuur in de Herberg.</h3>
+<p class="firstpar">De ware aard van Don Quixote komt misschien het
+best uit in dat hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de
+herberg, die hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone
+Spaansche <span class="letterspaced">posada</span> te zijn geweest. De
+waard en waardin waren vriendelijke menschen, die door den ridder
+verheven werden tot slotheer en slotvrouwe, en in de slordige
+dienstmaagd, die onsterfelijk is geworden onder den naam van
+Maritornes, <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349" name="pb349">349</a>]</span>zag hij een dame van hoogen rang, die bij hem
+woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij van de Yangueesche
+paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige ridder dankbaar, zijne
+pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken in een armelijke zolderkamer,
+terwijl Sancho de herbergbezoekers een beschrijving gaf van het leven
+van een dolenden ridder en de wisselvalligheden van zijn bestaan, dat
+hem den &eacute;&eacute;nen dag dwong tot het ondergaan van een
+ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem een volgenden dag verhief
+tot heerscher over vele keizerrijken. Deze uitleggingen werden
+bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur in eigen persoon, die
+vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd onthaalde op een
+toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in de grootste
+bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden als iemand
+uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar verlangde, van
+zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op, den &raquo;heer
+van het kasteel&laquo; te verzoeken, hem eenige bestanddeelen van een
+tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander ridderboek
+gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om het
+toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo&rsquo;s en paternosters
+opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke
+vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld
+volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg van
+zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was, omdat
+hij niet tot ridder geslagen was.</p>
+<p>Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis
+vervolgen; maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den &raquo;heer
+Gouverneur van het Kasteel&laquo;, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem
+was voor de eerbetuigingen, <span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>die hij onder zijn dak ontvangen
+had. De herbergier waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog
+betalen moest, maar Don Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon
+doen, daar hij nooit gelezen had, dat het de gewoonte van dolende
+ridders was, voor kost en inwoning te betalen. De waard protesteerde
+hevig, waarop de ridder Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed.
+Toen trachtte de waard zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar
+zonder succes, daar de schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als
+zijn meester, waarop eenige gasten hem beetpakten en hem in een
+beddelaken jonasten. Toen Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij
+terug, maar ofschoon hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort,
+Sancho te jonassen, totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen,
+ophielden en hem lieten loopen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Don Quixote&rsquo;s Liefdeswaanzin.</h3>
+<p class="firstpar">Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote
+stap voor stap wilden volgen door het land der valsche romantiek, dat
+hij voor zichzelf had geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het
+Versterkte Eiland jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen
+Don Quixote op een plaats kwam, bekend als de <span class="letterspaced">Zwarte Berg</span>, besloot hij het voorbeeld te volgen
+van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij zijn
+geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een
+boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso
+gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij zijne
+dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en
+bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor
+Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in dit
+opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>zijn
+schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was van
+zijn verliefd en opgewonden gedoe.</p>
+<p>&raquo;Zeg eens, heer&laquo;, vroeg Sancho, &raquo;wat zijt gij van
+plan uit te voeren in deze negorij?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Ik heb u toch al verteld&laquo;, antwoordde Don Quixote,
+&raquo;dat ik van plan ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid,
+wanhoop en woede? Maar tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso&rsquo;s
+opgewondenheid nabootsen, toen hij waanzinnig werd, bij welke
+gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen ontwortelde, het water der
+heldere bronnen troebel maakte, de herders doodsloeg, hunne kudden
+verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden deed, die waard zijn te
+worden vereeuwigd in de boeken van den roem.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Heer,&laquo; vroeg Sancho, &raquo;ik veronderstel, dat de
+ridder, die dit alles deed, reden had om krankzinnig te worden, maar
+welke jonkvrouw heeft u versmaad, of een blauwtje laten
+loopen?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dat is het juist&laquo;, riep Don Quixote, &raquo;want
+hieruit bestaat juist het eigenaardig grootsche van mijn onderneming.
+Er is voor een ridder volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden
+om een goeden reden, maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden
+zonder oorzaak, zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt
+zijn geliefde een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil
+dus geen tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam
+gelukkig en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat
+gij terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar
+jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt, zal
+mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval, wensch
+ik gek te blijven.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Hemelsche goedheid!&laquo; riep Sancho uit, &raquo;waarom
+stelt gij u zoo aan, Heer Ridder?<a id="xd20e5492" name="xd20e5492"></a> Al die verhalen van u over <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name="pb352">352</a>]</span>het
+veroveren van koninkrijken, en het wegschenken van eilanden, lijken mij
+groote opsnijderij, en deze nieuwste kuur van u....&laquo;</p>
+<p>&raquo;Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik
+je zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat
+alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht
+dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door
+de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars.&laquo;
+Zoo sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de
+wilde planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de
+Ridder van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart.
+Hij wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan.</p>
+<div class="figure xd20e5498width"><img src="images/p352.jpg" alt="Don Quixote&rsquo;s Liefdeswaanzin." width="486" height="720">
+<p class="figureHead">Don Quixote&rsquo;s Liefdeswaanzin.</p>
+</div>
+<p>&raquo;Ga nog niet heen&laquo;, riep hij Sancho toe, &raquo;want ik
+wensch, dat gij getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen
+zal, opdat gij het haar kunt vertellen.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Groote goedheid,&laquo; riep Sancho uit; &raquo;wat voor
+dwaasheden kan ik nog meer te zien krijgen?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen
+verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van
+deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Beware mij, heer,&laquo; riep de knecht, &raquo;als het dan
+bepaald noodig is, dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan
+een beetje voorzichtig, als &rsquo;t u belieft.&laquo;</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het Leger van Schapen.</h3>
+<p class="firstpar">Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don
+Quixote is zeker wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een
+leger. Hij en Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte,
+toen zij op eenigen afstand een dichte stofwolk zagen. <span class="pagenum">[<a id="pb353" href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p>
+<p>&raquo;De dag is gekomen,&laquo; riep de ridder uit, &raquo;de
+gelukkige dag, dien de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht
+van mijn arm mij zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre
+nageslacht er nog van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk?
+Weet dan, dat deze wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat
+hierheen komt, en dat bestaat uit een onnoemelijk aantal
+volkeren.&laquo;</p>
+<p>De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met
+verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen,
+verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo
+dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op
+opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde
+kanten schenen te naderen.</p>
+<p>&raquo;Mooi zoo&laquo;, riep Don Quixote, &raquo;dan zullen wij den
+zwaksten troep helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons
+tegemoet komt, wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer
+van het Eiland Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons
+optrekt, is zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw,
+de Koning der Garamanten.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Zeg eens, Heer,&laquo; vroeg Sancho, &raquo;wat is de reden
+van de vijandschap tusschen die twee hooge vorsten?&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dat is in twee woorden gezegd&laquo;, antwoordde Don Quixote,
+&raquo;de heiden Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de
+hand te dingen van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat
+hij niets van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof
+afzweert.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Wanneer er een gevecht op handen is&laquo;, zeide Sancho
+zenuwachtig, <span class="corr" id="xd20e5529" title="Niet in bron">&raquo;</span>zal ik mijn ezel maar buiten schot
+brengen, want ik vrees, dat hij niet veel waard is in den
+strijd&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Dat is waar&laquo;, antwoordde Don Quixote. &raquo;Zoodra de
+ridders uit hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros
+voor u uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name="pb354">354</a>]</span>eens
+nagaan. Die ridder met de vergulde wapenen en het schild, waarop een
+gekleurde leeuw aan de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere
+Luarcalco, Heer van de Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen
+Micocolembo, den grooten Hertog van Quiraci&euml;, die een wapenrusting
+draagt, bedekt met gouden bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn
+rechterkant is de vermetele Brandabarbaran, de vorst van de Drie
+Arabi&euml;&rsquo;s, wiens wapenrusting gemaakt is uit slangenhuid, en
+die als schild de poort van den tempel draagt, dien Samson verwoest
+heeft in zijn stervensuur. Maar onze bondgenooten komen ook naderbij.
+Ginds loopt Timonel van Carcaxona, Prins van Nieuw <span class="corr"
+id="xd20e5536" title="Bron: Biskaye">Biskaje</span>, die op zijn schild
+een goudkleurige kat in een rood veld draagt, met het motto
+&raquo;Miauw&laquo;. Naast hem rijdt Espartafilardo van het Woud, wiens
+blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar de heidenen dringen
+op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die uit den vriendelijken
+stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe bergbewoners van Massilia,
+daar achter de gouddelvers van Arabia Felix, de verraderlijke
+Mundi&euml;rs, de boogschutters van Perzi&euml;, de Meden en de
+Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren en de zwarte
+Aethiopi&euml;rs&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Bij mijn ziel&laquo;, riep Sancho uit, &raquo;stellig zijn
+uwe toovenaars weer aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of
+soldaat zie ik, van al die menschen, die gij opnoemt&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Stommeling!&laquo; riep Don Quixote uit, &raquo;luister dan
+naar het gehinnik der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het
+tromgeroffel.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Dat moet toovenarij zijn,&laquo; riep de verbaasde Sancho
+uit, &raquo;want ik hoor niets dan het geblaat van schapen&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest<span class="corr" id="xd20e5548" title="Niet in bron">,</span>&laquo; antwoordde
+Don Quixote schamper. &raquo;Mijn eigen arm is mij genoeg om de
+overwinning te brengen aan het leger, <span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name="pb355">355</a>]</span>dat ik met mijn hulp
+zal vereeren;&laquo; en met een luiden strijdkreet zwaaide hij zijn
+lans, en wierp hij zich als een razende in het veld, roepende:
+&raquo;Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten ongeloovige
+Alifanfaron van Taprobana!&laquo; Op hetzelfde oogenblik was hij midden
+tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en met elken
+lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders grepen
+hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo groot als
+hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie, bleef hij
+verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich verbeeldde
+handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een groote appel,
+zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk gewond te zijn,
+haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn toovermedicijn
+bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht, werd hij
+geraakt door een steen uit den slinger van een der herders, en zij werd
+totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie zijner tanden, en
+wierp hij den ridder uit het zadel. De herders, die bevreesd waren, dat
+zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode schapen op en maakten zich
+uit de voeten, Don Quixote meer dood dan levend achterlatende.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Helm van Mambrino.</h3>
+<p class="firstpar">Niet minder merkwaardig is het verhaal van
+Cervantes, hoe Don Quixote er in slaagde, in het bezit te komen van den
+helm van Mambrino. Hij zag in de verte een ruiter, die op het hoofd
+iets droeg, dat als goud schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en
+zeide: &raquo;zie, ginds komt hij, die op het hoofd den helm van
+Mambrino draagt, en ik heb gezworen, dat ik dien bezitten
+zal.&laquo;</p>
+<p>&raquo;In werkelijkheid,&laquo; zegt Cervantes, &raquo;was het
+echter als volgt: Er waren in dat gedeelte van het land twee
+<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name="pb356">356</a>]</span>dorpen, waarvan het &eacute;&eacute;ne
+z&oacute;&oacute; klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te
+vinden was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste
+bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest
+worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn
+koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om zijn
+hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar het bekken
+juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien glinsteren.
+Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien Don Quixote
+natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den barbier voor
+een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden helm; want in
+zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne romantische
+idee&euml;n. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag naderen,
+greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden om zijn
+niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed hij zoo
+woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten hem te
+doorboren, onderwijl luidkeels roepende: &raquo;Schurk, ellendeling,
+verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit
+over.&laquo;</p>
+<p>De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich
+zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don
+Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den
+grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne
+voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende.</p>
+<p>&raquo;Bij mijn ziel,&laquo; zeide Don Quixote, &raquo;de heiden,
+die dezen helm heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de
+bever, die, bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt,
+door met de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk
+instinct <span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span>hem zegt, dat het de aanleiding is tot de
+vervolging.&laquo; &raquo;In ieder geval is het een prachtig
+scheerbekken,<span class="corr" id="xd20e5568" title="Niet in bron">&laquo;</span> zeide Sancho, &raquo;en minstens acht
+stuivers waard.&laquo;</p>
+<p>Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het
+visier niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide
+hij: &raquo;Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk
+gemaakt werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte
+van het hoofddeksel.&laquo;</p>
+<p>Hierop barstte Sancho in lachen uit.</p>
+<p>&raquo;Ik denk&laquo;, vervolgde Don Quixote, &raquo;dat deze
+betooverde helm door een of ander toeval in handen is gekomen van
+iemand, die uit geldzucht, en ziende, dat hij van zuiver goud is, de
+&eacute;&eacute;ne helft gesmolten heeft, en van de andere een
+hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij terecht opmerkt, eenige
+overeenkomst vertoont met een scheerbekken&laquo;.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het Avontuur van de Windmolens.</h3>
+<p class="firstpar">Het bekendste, zij het dan ook niet het
+vermakelijkste avontuur van Don Quixote, is zeker wel dat van de
+windmolens. De uitdrukking &raquo;vechten met windmolens&laquo;, is
+spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en zijn schildknaap waren
+bij een vlakte gekomen, waar dertig &agrave; veertig windmolens
+stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg, riep hij uit:
+&raquo;De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij het hadden
+kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig woeste reuzen
+met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit zullen
+veroveren&laquo;.</p>
+<p>&raquo;Welke reuzen?&laquo; vroeg Sancho Panza.</p>
+<p>&raquo;Die gij daarginds ziet&laquo;, antwoordde Don Quixote,
+&raquo;met hunne lange, uitgestrekte armen&laquo;.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e5587" title="Bron: &laquo;">&raquo;</span>Met uw verlof, heer&laquo;, zeide de
+schildknaap, &raquo;die dingen daar zijn geen reuzen, maar
+windmolens.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358"
+name="pb358">358</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Ach Sancho,&laquo; zeide Don Quixote, &raquo;wat zijt gij
+toch slecht op de hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen
+zijn, dus, als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want
+ik heb besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te
+ondernemen&laquo;. En na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen,
+onder het geroep van: &raquo;Blijft staan, verachtelijke wezens, en
+vlucht niet lafhartig voor een enkelen ridder, die den moed heeft, u
+allen te bestrijden!&laquo; Op hetzelfde oogenblik stak de wind op, en
+de molenwieken begonnen te draaien, waarop de Don luidkeels uitriep:
+&raquo;Ellendige heidenen, al beweegt gij meer armen dan de reus
+Briareus, toch zult gij <span class="corr" id="xd20e5593" title="Bron: getraft">gestraft</span> worden voor uw
+onbeschaamdheid!&laquo;</p>
+<p>Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en
+wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een
+wiek d&oacute;orboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar
+trokken den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans
+in stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte
+naar beneden tuimelde.</p>
+<p>Sancho <span class="corr" id="xd20e5600" title="Bron: Pama">Panza</span> kwam dadelijk op den gevallen ridder
+toeloopen, die er leelijk gehavend uitzag.</p>
+<p>&raquo;Ach, uw genade,&laquo; riep hij uit, <span class="corr" id="xd20e5605" title="Niet in bron">&raquo;</span>heb ik u niet gezegd,
+dat het windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn
+hoofd heeft, er anders over denken kon.&laquo;</p>
+<p>&raquo;Houd je mond!&laquo; antwoordde Don Quixote, die erg van
+streek was door den val; &raquo;ik ben ervan overtuigd, dat die
+vervloekte toovenaar Freston, die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen
+in windmolens veranderd heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al
+zijne listen en gemeene streken machteloos blijken tegenover mijn
+scherp zwaard.&laquo; <span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name="pb359">359</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Geschiedenis van den Gevangene.</h3>
+<p class="firstpar">Een van de merkwaardigste verhalen uit de
+geschiedenis van Don Quixote is dat van den gevangene, dien de held in
+een herberg ontmoet. Dit verhaal is misschien niet een volkomen getrouw
+verslag van Cervantes&rsquo; eigen gevangenschap onder de Moorsche
+zeeroovers, maar het is er toch zeker door ge&iuml;nspireerd.</p>
+<p>Op den 26en September 1575 werd het vaartuig <span class="letterspaced">Sol</span>, waarop Cervantes als vrijwilliger diende in
+de buurt van Marseille, gescheiden van het overige gedeelte van het
+Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van Moorsche zeeroovers, wien
+het na een wanhopigen tegenstand in handen viel. Cervantes zelf werd
+als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami, een Grieksch afvallige,
+die op zijn gevangene eenige zeer vleiende brieven vond van Aartshertog
+Johan van Oostenrijk en den Hertog van Sessa. De aard dezer brieven
+deed zijn nieuwen meester vermoeden, dat Cervantes een persoon van
+gewicht was, en dat hij waarschijnlijk wel in staat zou zijn, een
+hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel de grooten der aarde dikwijls
+zeer gaarne bereid zijn, het genie te beloonen met welsprekende
+getuigschriften, die hun niets kosten dan wat papier en inkt, zijn zij
+meestal volstrekt niet zoo vlug met het neertellen van groote sommen
+gelds, om hunne lofspraken meer klem bij te zetten, zoodat Cervantes in
+gevangenschap moest blijven zuchten. In 1576 gelukte het hem, met
+andere gevangenen te vluchten. Maar hun Moorsche gids bedroog hen, en
+zij waren door den honger gedwongen, naar Algiers terug te keeren. Het
+volgend jaar werd de broeder van Cervantes bevrijd, en deze rustte een
+schip uit, om Miguel en zijne vrienden te ontvoeren. Intusschen had de
+schrijver van Don Quixote vriendschap gesloten met een Spaansch
+afvallige, een Navarreeschen tuinman, Juan genaamd. <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name="pb360">360</a>]</span>
+Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de zee gelegen was, een
+hol, en daarin verborgen zij &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n
+veertien Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het
+geheim gevoed werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador
+genaamd. Het vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag
+bij de kust, en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen
+waren, op te nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die
+de bevrijders zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen.
+Intusschen had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan
+Pasha, den Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten
+tweeden male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen,
+omsingelden de troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap
+Christenen werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote
+edelmoedigheid, die zijn geheele leven kenmerkte, de volle
+verantwoordelijkheid voor de samenzwering op zich. Toen hij gebonden
+voor Hassan gesleept werd, volhardde hij in zijn verklaring; en
+ofschoon de ongelukkige tuinman opgehangen werd, besloot Hassan
+Cervantes te sparen. Om een reden, die slechts hemzelf bekend was,
+kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd kronen van Dali Mami.
+Misschien verwachtte de tiran een geweldigen losprijs van iemand, wiens
+waardig optreden zeker niet heeft nagelaten, indruk op hem te maken.
+Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk een derde plan tot
+ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan den Spaanschen
+Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze brief werd
+onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen veroordeeld,
+die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen op het
+denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot een
+opstand, waarbij zij zich zouden meester <span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>maken van de stad.
+Bij dit plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia.
+Maar zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner
+monnik, en de Valenci&euml;rs, die de gevolgen voor zich vreesden,
+smeekten Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond,
+naar Spanje te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in
+den steek te laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met
+het koord van den beul om den nek, en men hem dreigde met een
+onmiddellijken dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet
+wilde noemen, was hij evenmin te bewegen, hen te verraden.</p>
+<p>Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te
+bevrijden; en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs
+gemakkelijker bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een
+weduwe, ofschoon haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in
+leven was. Met geweldige moeite verzamelden zijne verwanten
+tweehonderdvijftig dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die
+geregeld naar Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar
+hij voor een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend
+dukaten eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel
+tusschenpersoon optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan
+vijfhonderd dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes
+vrij te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd
+de schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid
+gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de
+Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden had,
+hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat
+Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over zijn
+levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in staat,
+<span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span>deze berichten tegen te spreken, en zijn
+heldenmoed als leider der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze
+geschiedenis, waarvoor Cervantes het twijfelachtige voorrecht had,
+persoonlijk de &raquo;lokale kleur&laquo; te hebben kunnen verzamelen,
+wordt Don Quixote verteld door een ontvluchten slaaf, die met zijn
+Moorsche geliefde in de herberg aankwam, waar de Ridder van de Droevige
+Figuur verblijf hield. Ik zal mij houden aan den verhaaltrant van
+Cervantes, die in de eerste persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een
+belangrijk stuk van het eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben
+ik wel genoodzaakt, het aanmerkelijk te bekorten.</p>
+<p>&raquo;Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn
+vader een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en
+mijne broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons
+fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indi&euml; te
+gaan, de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend
+dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte
+naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger van
+den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen
+diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik, dat
+Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken, die
+juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik
+vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze
+onderneming was opgedragen, keerde ik naar Itali&euml; terug, en nam ik
+dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto, bij
+welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken, die
+zoolang de <span class="corr" id="xd20e5631" title="Bron: Cristenen">Christenen</span> misleid had, een einde vond. Maar
+inplaats van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo
+ongelukkig gevangen genomen te worden bij het <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363" name="pb363">363</a>]</span>gevecht. Nadat Rehali, de vermetele zeeroover en
+Koning van Algiers, de galei <span class="letterspaced">Capitana</span>
+van Malta genomen had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik
+dienst deed, de bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het
+vijandelijk vaartuig, dat er echter in slaagde, zich los te maken van
+de enterhaken, die men uitgeworpen had en ik was in een oogenblik
+omringd door vijanden, die mij overmeesterden. Ik werd naar
+Constantinopel gevoerd, en kwam als slaaf op de veroverde <span class="letterspaced">Capitana</span> te Navarino. Daar ik mijn vader niet
+wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen
+bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf,
+kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die
+naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht,
+dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren
+mij <span class="corr" id="xd20e5642" title="Bron: is">in</span> een
+<span class="letterspaced">bagnio</span>, en werd ik niet gedwongen tot
+arbeiden zooals die gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond.
+Op de binnenplaats der gevangenis zagen de vensters uit van het huis
+van een rijken Moor, en op zekeren dag, toen ik daar rondliep,
+verscheen er uit &eacute;&eacute;n dier vensters een lange stok,
+waaraan een linnen zak was gebonden. Deze zak werd heen en weer
+bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar grijpen zou, en een van
+ons ging er dadelijk onder staan om te wachten totdat de stok weer zou
+dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde, werd de stok weer omhoog
+getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen, als bij een ontkenning.
+Een tweede mijner makkers trad naar voren, maar had evenmin succes. Dit
+ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te beproeven, en toen ik onder
+den stok kwam, viel hij voor mijne voeten op den grond. Ik maakte de
+lap los, en vond er ongeveer tien gouden munten, zoogenaamde
+<span class="letterspaced">zianins</span>, in gebonden. Ik nam het
+geld, brak <span class="pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>den stok, en keek naar boven, waar ik een blanke
+hand zag, die haastig het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde
+men uit hetzelfde venster een klein houten kruis, en hieruit maakten
+wij op, dat een of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden
+werd. Maar de blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden
+brachten ons op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een
+Christen jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was
+overgegaan.</p>
+<p>Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen
+van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het
+venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een
+hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen
+verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet
+minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische
+letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons
+verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden, die
+den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor uit
+Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen van
+zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief voor mij
+te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde:</p>
+<p>&raquo;Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw
+godsdienst leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd
+noemt. Toen mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den
+droom, en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd
+te leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster
+vele Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote
+vertrouwen, dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over
+veel geld en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid
+<span class="pagenum">[<a id="pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span>met mij te vluchten, en wanneer wij in uw
+vaderland zijn aangekomen, zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij
+dat begeert. Maar indien gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij,
+want de Maagd zal mij wel een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen
+Moor over dezen brief, want zij zijn allen onbetrouwbaar&laquo;.</p>
+<p>De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde,
+dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden
+trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig,
+want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw, die
+vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden kunnen zijn
+bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den afvallige een
+antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat ik in de
+gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner makkers aan
+te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde, haar te zullen
+huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster neergelaten. Ik
+bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog werd gehaald. Dien
+nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste wijze tot
+ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van Zoraida (wij
+hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te wachten, daar
+wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons zou kunnen
+raden. Gedurende eenige dagen was het <span class="letterspaced">bagnio</span> vol menschen, en al dien tijd bleef de
+stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan onszelf waren overgelaten,
+werd hij weder uit het raam gestoken, en dit keer bevatte de zak een
+brief en honderd gouden kronen. De afvallige vertaalde den brief voor
+ons, waarin ons werd medegedeeld, dat de schrijfster wel is waar geen
+ontvluchtingsplan kon beramen, maar dat zij ons voldoende geld kon
+verschaffen voor onzen losprijs. Zij opperde het plan, dat, wanneer
+<span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name="pb366">366</a>]</span>wij z&oacute;&oacute; onze vrijheid herkregen
+hadden, &eacute;&eacute;n van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip
+zou koopen, en de anderen zou komen halen. Zij eindigde met de
+mededeeling, dat zij binnenkort met haar vader naar buiten zou
+vertrekken, en dat zij den geheelen zomer in een landhuis in de
+nabijheid der zee zou wonen, en zij gaf een nauwkeurige beschrijving
+van de ligging en omgeving van dit zomerverblijf.</p>
+<p>Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den
+aankoop van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige,
+die in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich
+hiertegen, want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken,
+doordat men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een
+schip in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en
+op deze wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het <span class="letterspaced">bagnio</span> en het vijandelijk land weg te voeren.
+Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen haar raad zouden
+opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van den stok, nogmaals
+tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den afvallige vijfhonderd
+kronen om een schip te koopen, en door de goede diensten van een
+koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor achthonderd kronen.
+Maar op raad van dezen koopman werd die som niet dadelijk aan den Dey
+uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou worden; wij deelden hem
+dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje zou worden gezonden, en
+intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof, in het huis van den
+Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida naar het
+buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend kronen;
+deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde, dat zij
+de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had; en ditmaal nam
+ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen. <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De Vlucht uit Algiers.</h3>
+<p class="firstpar">Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip,
+dat groot genoeg was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij,
+volgens zijn zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een
+Moorschen deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden.
+Telkens wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een
+kleine baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de
+bedienden gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde
+zelfs bij verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht
+Zoraida&rsquo;s vader om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want
+de oude Moor was zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida
+zelf te spreken te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver
+gevorderd, dat hij ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de
+groote onderneming, waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus
+twaalf Spanjaarden in dienst, die bekend waren als goede roeiers, en
+wier gangen niet al te nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden
+afgesproken, dat wij in het geheim de stad zouden verlaten in den avond
+van den eerstvolgenden Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden
+ontmoeten dicht bij het huis van Agimorato. Maar het was noodig, dat
+Zoraida zelf ook in kennis werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik
+op zekeren dag haar tuin, onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden
+wilde plukken. Maar bijna op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar
+vader, die mij vroeg, wat ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een
+slaaf was van Arnaut Mami, (van wien het mij bekend was, dat hij met
+hem bevriend was,) en dat ik eenige kruiden noodig had voor een salade.
+Terwijl wij spraken kwam Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de
+gewoonte was, dat Moorsche vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven,
+riep haar vader haar tot zich. Zij was <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name="pb368">368</a>]</span>buitengewoon kostbaar
+gekleed, en droeg een overvloed van juweelen, en toen ik haar zoo voor
+het eerst aanschouwde, was ik getroffen door haar groote schoonheid.
+Haar vader vertelde haar de reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg
+mij, of ik spoedig losgekocht zou worden. Gebruik makende van de
+<span class="letterspaced">lingua franca</span>, vertelde ik haar, dat
+ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag op een
+Fransch vaartuig in te schepen.</p>
+<p><a id="xd20e5684" name="xd20e5684"></a>Op hetzelfde oogenblik werd
+de Moor voor zaken weggeroepen, en ik deelde Zoraida haastig mede, dat
+ik haar den volgenden dag zou komen halen. Zij sloeg dadelijk hare
+armen om mij heen, en leidde mij naar het huis; maar haar vader, die
+juist terug kwam, bespiedde ons; en kwam hevig verschrikt op ons af.
+Oogenblikkelijk wendde Zoraida een bezwijming voor, en zij vertelde
+Agimorato dat zij zich plotseling onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan
+haar vader over, en zij gingen het huis binnen.</p>
+<p>Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen
+tegenover Zoraida&rsquo;s woning. Toen de duisternis was ingevallen,
+betraden wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het
+huis open vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad
+ons dadelijk tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij
+vertelde ons, dat haar vader sliep. Maar het ongeluk <span class="corr"
+id="xd20e5688" title="Bron: wllde">wilde</span>, dat wij hem door een
+onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels
+roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog
+dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter
+aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het
+schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren.</p>
+<p>Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name="pb369">369</a>]</span>een
+hevige wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer
+bevreesd, dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in
+de buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem
+bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik
+vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van
+haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude man
+dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden was.
+Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts met de
+grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij een
+kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal ik de
+vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde; maar toen
+wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag, en hij smeekte
+haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in de handen, en bad
+de Heilige Maagd, hem te behoeden.</p>
+<p>Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan
+verduisterd werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot
+vaartuig, waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar
+wij bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen
+antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning een
+boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte; Zoraida
+werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim van het
+schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust
+bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een
+kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling van
+medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer veertig
+gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder, en kwamen
+eenige uren later aan land. Nadat <span class="pagenum">[<a id="pb370"
+href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span>wij verscheidene mijlen
+geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze
+Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen wij
+een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant van een
+onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden, en spoedig
+bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons regelrecht
+naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die Hij ons
+betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste maal de
+Heilige Maagd.</p>
+<p>&raquo;Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover
+gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken, of
+mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het
+geheele verhaal van mijne ondervindingen&laquo;. Nauwelijks had de
+ontvluchte gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor
+de herberg stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en
+traden de <span class="letterspaced">posada</span> binnen, waar Don
+Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet trad. De Christen
+vluchteling herkende in den heer zijn broeder, die nu rechter was aan
+het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht hartelijk, en stelde hem
+de dame voor als zijn dochter. De man, die zooveel ondervonden had,
+besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla terug te keeren, waar zij
+hun vader alles konden mededeelen, wat hun overkomen was. Tevens zou
+die oude man dan getuige kunnen zijn van den doop en het huwelijk van
+Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor haar toekomst en die van
+zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>De groei van Cervantes.</h3>
+<p class="firstpar">Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij
+duidelijk, hoe de stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler
+<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name="pb371">371</a>]</span>wordt naarmate de geschiedenis vordert. Het is
+duidelijk, dat hij zijn best heeft gedaan zich los te maken van de
+literaire kluisters van zijn tijd, en dit met succes. Hij vindt het
+niet langer noodig schrijvers als Antonio de Guevara na te bootsen,
+zooals hij deed in dat gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw
+beschrijft. Hij heeft de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere
+bladzijden afgeschud, en is menschelijker en eenvoudiger geworden.
+Zijne gesprekken zijn meer in overeenstemming met de karakters, zijn
+dialoog is levendig, en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in
+deze bladzijden den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch
+nooit geheel het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen;
+alleen wordt die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij
+alle aanstellerij volkomen laten varen.</p>
+<p>Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter
+voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave
+van de Spaansche typen uit <span class="corr" id="xd20e5713" title="Bron: Cervante&rsquo;s">Cervantes&rsquo;</span> tijd. Naast de figuren
+met wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere
+persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig type
+uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid en
+andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest
+trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje
+bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang
+van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van
+dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasie&euml;n
+hij op het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke
+licht zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan
+overeenstemming tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin
+hij leefde, <span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>bij het stemmige en ernstige Spanje een
+onbedaarlijk gelach, men erkende toch de typeering van hem en van
+Sancho Panza als een meesterlijke schepping, en men zag in deze
+persoonlijkheden de belichaming van een tot waanzin opgevoerde
+fantasie, en van het primitiefste gezond verstand.</p>
+<p>De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van
+techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te
+maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van een
+man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er
+spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier
+is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen
+of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met
+bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste
+maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens
+de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen
+middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het
+uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne
+schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver
+in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij
+moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne
+beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn,
+het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal,
+nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in de
+kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Het tweede deel van Don Quixote.</h3>
+<p class="firstpar">Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes
+liet verloopen tusschen het eerste en het tweede deel <span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span>van
+zijn beroemden roman, opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat
+niet een minderwaardig vervolg zijn welverdiende reputatie zou
+bederven; en de romanschrijver van dezen tijd, die zich door de
+sensatielust van het publiek, en zijn eigen ijdelheid laat verleiden
+tot veelschrijverij, zou in dit opzicht wel eens een voorbeeld mogen
+nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd, dat de moderne schrijver bij
+de heerschende letterkundige toestanden den tijd mist, dien hij noodig
+zou hebben voor een goed overdachten opzet, een zorgvuldig ontwikkelde
+techniek, en een zuiveren stijl. Dit is helaas maar al te waar! De
+hedendaagsche schrijver, die succes heeft, kan zich de luxe niet
+permiteeren tien maanden, laat staan tien jaren te laten verloopen
+tusschen zijne verschillende werken, en het is waarschijnlijk te danken
+aan de koortsachtige haast, waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het
+vervolg op een goeden roman zoo menigmaal een groote teleurstelling
+brengt. Onze eeuw is waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten,
+drinken en lezen nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al
+mopperen wij een beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij
+gevoelen zeer goed, dat klachten geen verandering kunnen brengen in de
+omstandigheden, die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het
+Spanje uit de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen
+slecht of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren
+toch elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend
+boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte
+verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt, dat
+Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede deel van Don
+Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van Alonso
+Fern&aacute;ndez de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was op
+het eerste deel van zijn <span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name="pb374">374</a>]</span>groot werk, en welks inleiding
+allerlei onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat
+Cervantes zeer verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt
+wel uit het feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel
+te geven aan het be&euml;indigen van Don Quixote.</p>
+<p>De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken,
+omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet
+alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig
+mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een
+belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote
+moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden,
+en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook
+de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het
+vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de
+Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt door
+middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het werk moet
+wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden schrijver,
+en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen van een
+leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Lazarillo de Tormes.</h3>
+<p class="firstpar">De grootste humoristische roman, die in Spanje
+geschreven was, voordat Don Quixote verscheen, was <span class="letterspaced">Lazarillo de Tormes</span> van Diego Hurfado de Mendoza,
+een veelzijdig man, die Spaansch gezant in Engeland is geweest. Hij was
+zoowel van vaders als van moeders zijde van <span class="corr" id="xd20e5739" title="Bron: adelijke">adellijke</span> afkomst, en werd in
+1503 te Granada geboren. Daar hij een jongere zoon was, werd hij voor
+de kerk bestemd en dus studeerde hij aan de universiteit te Salamanca,
+waar hij reeds gedurende zijn studententijd <span class="pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>den
+roman schreef, die hem beroemd heeft gemaakt. De levendige
+beschrijvingen, het diep doordringen in de verschillende karakters en
+de frissche humor, bezorgden het werk dadelijk een belangrijke plaats
+in de Spaansche letterkunde van dien tijd. Maar Mendoza veranderde
+reeds spoedig van beroep, en koos de politieke loopbaan. Karel V
+benoemde hem tot Gouverneur van Siena, een kleine Italiaansche
+republiek, die onder Spaansche heerschappij gekomen was. Mendoza had
+echter een trotsch en hardvochtig karakter, en tyranniseerde het
+ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was toevertrouwd, op
+ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den Keizer bitter over zijn
+gedrag, en toen er geen verbetering in den toestand kwam, trachtte men
+hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op zijn leven, werd zijn paard
+onder hem gedood door een schot, dat voor hemzelf bestemd was.
+Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen door een Fransch leger,
+en daar de weerlooze toestand der stad werd toegeschreven aan de
+omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena verwijderd had, werd
+hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen.</p>
+<p>Terwijl hij als staatsman en officier in Itali&euml; vertoefde, was
+Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want hij
+had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling van
+Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere belangrijke
+werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen, de populariteit te
+verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had.</p>
+<p>Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam)
+was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers
+van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te
+danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn vader
+gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en <span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name="pb376">376</a>]</span>daar
+zijn moeder niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem
+toe aan de zorgen van een blinden man, die bedelend door het land
+trok.</p>
+<p>Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een
+steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide
+hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou
+hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een
+geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor;
+en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat de
+jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten houden.
+&raquo;Ik kan je geen zilver of goud geven,&laquo; zeide hij,
+&raquo;maar wel iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de
+wereldwijsheid, die ik door ondervinding gekregen heb.&laquo;</p>
+<p>De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te
+eten krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een
+linnen knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen
+maakte een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze
+wijze de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn
+taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den
+blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn
+mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke
+hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen.</p>
+<p>Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn
+dronk, terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een
+grooten aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok
+van den verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte
+zijn meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik
+tusschen zijne knie&euml;n en bedekte <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name="pb377">377</a>]</span>hij de opening met
+zijn hand. Daarom boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje,
+dat hij met was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd
+bij het vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het
+gat, en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen
+hij bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning
+toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje
+herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik
+vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de
+jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een
+wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door hem
+langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden.</p>
+<p>Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar
+geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van
+Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde
+oversteken, moest men &ograve;f springen, &ograve;f er tot den nek
+doorwaden<span class="corr" id="xd20e5760" title="Bron: ,">.</span> De
+bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem, dat het
+smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was, en de
+ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een aanloop te
+kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de beek, dat hij
+tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met een triomfkreet
+holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer.</p>
+<p>Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne
+ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets in
+vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome man was
+boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk hongerlijden.
+Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist, en <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378" name="pb378">378</a>]</span>toen
+de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden ketellapper
+een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks kon te goed
+doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De priester dacht,
+dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene gaten in de kist
+waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes hout; maar het
+brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een slang gezien had in
+de woning van den priester, kwam hij tot de conclusie, dat die de
+boosdoener was. Om niet ontdekt te worden, sliep Lazarillo met den
+sleutel van de kist in zijn mond; maar op zekeren nacht maakte hij bij
+het ademhalen een fluitend geluid op de opening van dit instrument, en
+de oude priester, die dacht, dat het het gesis van een slang was, gaf
+zulk een hevigen slag in de richting vanwaar het geluid kwam, dat hij
+Lazarillo voor geruimen tijd kreupel maakte. Toen de jongen hersteld
+was, nam de oude priester hem bij de hand, bracht hem naar buiten, en
+zeide: &raquo;Lazarillo, mijn zoon, gij hebt groote natuurlijke gaven:
+gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk een oud man als ik ben, en ik
+wensch je nooit terug te zien. Vaarwel!&laquo;</p>
+<p>Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en
+beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger bezeild
+was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer, hij bezat
+geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch brood volkomen
+afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van weldadige
+menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de heer
+vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen; maar
+hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer zonder
+meester was.</p>
+<p>Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten,
+die van stad tot stad trok. Op <span class="pagenum">[<a id="pb379"
+href="#pb379" name="pb379">379</a>]</span>een dezer reizen bevonden zij
+zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een
+<span class="letterspaced">alguazil</span> of konstabel. Op een keer
+hielden de vrienden tot laat in den nacht te zamen een drinkgelag, dat
+met een twist eindigde. En toen de priester den volgenden dag een
+inleidende preek hield om zijn waren aan te prijzen, trad de
+<span class="letterspaced">alguazil</span> binnen en beschuldigde hem
+van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van
+vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den
+<span class="letterspaced">alguazil</span> straffen, en deze viel onder
+hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele kerkbezoekers smeekten den
+monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken, opdat de toorn des hemels
+den verrader minder zwaar zou treffen, en de vrome man daalde van de
+preekstoel, en legde een bul, die hij, naar hij zeide, van den Paus had
+ontvangen, op het voorhoofd van den lijder. De man stond
+oogenblikkelijk quasi genezen op, en de gemeente was zoozeer overtuigd,
+dat er een wonder was geschied, dat zij den geheelen voorraad van den
+priester opkocht. Maar de slimme Lazarillo begreep dadelijk, dat het
+een opgezette vertooning van het tweetal was geweest. De laatste
+meester, dien Lazarillo kreeg, was de Aartspriester van Salvador, in
+wiens dienst het hem uitstekend ging; hij huwde een van diens
+dienstmaagden, maar zij bracht schande over zijn huis, en bij den dood
+zijner vrouw was hij armer dan ooit.</p>
+<p>Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte
+schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van het
+menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. <span class="letterspaced">Lazarillo de Tormes</span> was de voorlooper van de
+geheele school van Schelmen-romans, die in lateren tijd het type van de
+Spaansche geestesvoortbrengselen werd, en waaruit meesterwerken als
+<span class="letterspaced">Guzman de Alfarache</span>, de <span class="letterspaced">Gil Blas</span> van Le Sage en <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380" name="pb380">380</a>]</span>de
+verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest ademen als de
+boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne; en nog steeds is
+de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in sommige werken van
+Maurice Hewlett en Jeffery Farnol.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Guzman de Alfarache.</h3>
+<p class="firstpar">Mateo Aleman, de schrijver van den grooten
+Schelmenroman <span class="letterspaced">Guzman de Alfarache</span>
+werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een
+gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in 1609
+een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene
+Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf
+hij door zijn <span class="letterspaced">Vita del Picaro Guzman de
+Alfarache</span>, een werk, dat van zijn eerste verschijning in 1599
+af, overgebracht is in elke Europeesche taal. Ofschoon het geschreven
+is in de meest zuivere en klassiek letterkundige stijl, is het toch los
+en natuurlijk, en het vindt zijn weerga niet in de schildering van de
+laagste klassen der <span class="corr" id="xd20e5807" title="Bron: Casriliaansche">Castiliaansche</span> maatschappij en van de
+gewoonten en denkbeelden van den tijd, waarin hij leefde.</p>
+<p>&raquo;Mijne voorouders,&laquo; vertelt Guzman, &raquo;kwamen
+oorspronkelijk uit de Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en
+oefenden in die stad het beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat
+zij beschuldigd werden van woeker&laquo;.</p>
+<p>De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig
+eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op
+jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar
+al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den
+handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel
+van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit
+bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun
+<span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span>particulier leven. Voor de geboorte van Guzman
+hoorde zijn vader, dat &eacute;&eacute;n zijner correspondenten te
+Sevilla failliet was gegaan, en toen hij daarheen ging om zelf orde op
+zaken te stellen, werd hij gevangen genomen door een Algerijnschen
+zeeroover; hij ging over tot den Mohammedaanschen godsdienst en huwde
+een Moorsche vrouw. Toen zijn agent te Sevilla hoorde wat zijn
+voornaamsten schuldeischer overkomen was, ordende hij zijne zaken
+zonder diens hulp, en zoo was hij in korten tijd beter af dan ooit
+tevoren. Maar het gelukte den vader van Guzman te ontsnappen, en toen
+hij te Sevilla aankwam, eischte hij een afrekening van zijn oneerlijken
+handelsvriend, van wien hij een flinke som loskreeg. Daarna vestigde
+hij een zaak te Sevilla, en kocht een landgoed, dat hij St. Juan de
+Alfarache noemde. Hier leefde hij in overvloed, en nadat hij de weduwe
+van een ouden ridder gehuwd had, was ook zijn maatschappelijke positie
+uitstekend. Kort daarna werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de
+Alfarache was zeer gesteld op vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk
+vertoon, en nadat hij eerst een groot gedeelte van zijn fortuin
+verkwist had, duurde het niet lang, of hij ging zelf bankroet, waarna
+hij de tol aan de natuur betaalde.</p>
+<p>Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen de
+knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te zoeken;
+hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten van zijn
+vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij een
+herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet, die,
+zooals hij zeide, beter een &raquo;eierpap&laquo; zou kunnen heeten,
+maar waarop hij toch aanviel &raquo;als een varken op eikels.&laquo;
+Bij het verlaten van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een
+toestand, die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver,
+<span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>wien hij het onsmakelijke maal beschreef, dat
+hij juist genuttigd had; deze lachte hartelijk om het verhaal en bood
+hem vriendelijk aan, een zijner muilezels te bestijgen waarna zij
+spoedig in Oostelijke richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten
+zij twee monniken, en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een
+slecht maal kregen, dat door den waard echter z&oacute;&oacute; werd
+opgehemeld, dat de arme jongen wel gedwongen was, het zonder veel
+drukte te verorberen. Maar tot zijn grooten schrik ontdekte hij later,
+dat het gerecht bereid was van het vleesch van een jongen muilezel.
+Toen de herbergier hiervan beschuldigd werd, was hij zoo woedend, dat
+hij een groot zwaard greep, waarop de ezeldrijver een hooivork nam, en
+er zou zeker een moord gebeurd zijn, wanneer niet de stedelijke politie
+de vechtenden gescheiden had. De oneerlijke waard werd naar de
+gevangenis gebracht, maar ofschoon hij bekende den muilezel te hebben
+geslacht, wilde hij niet toegeven, dat hij den mantel van Guzman
+gestolen had, die spoorloos verdwenen was, en de knaap was dus
+genoodzaakt de herberg te verlaten zonder dit uitrustingstuk.</p>
+<p>Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig
+achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren, en die
+hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling wierpen zij
+zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige kostbare
+juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden, maar ook
+hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide
+reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de
+twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van
+verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van
+&rsquo;s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier
+te <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span>vertellen en daarenboven hebben <span class="corr" id="xd20e5824" title="Bron: zii">zij</span> weinig te maken met
+den draad van ons verhaal.</p>
+<p>Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het
+gerecht uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en
+waar hem dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de
+beste herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf
+hij zich te voet op weg naar Madrid.</p>
+<p>In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij
+een weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden
+morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was
+op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de
+ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en
+als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De
+slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan,
+den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de
+ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het
+stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd
+in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast de
+herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een handvol
+voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad was deze
+herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven daar werd
+Guzman z&oacute;&oacute; ondragelijk, dat hij met het kleine beetje
+geld, dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met
+de noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars
+voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij
+bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en &rsquo;s
+avonds had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam
+hij echter dienst als koksjongen bij een <span class="corr" id="xd20e5831" title="Bron: adelijk">adellijk</span> heer. <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384" name="pb384">384</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Guzman als koksjongen.</h3>
+<p class="firstpar">In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd
+door, want het ontbrak in het huis van den ridder niet aan
+vroolijkheid. De jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de
+ondeugd van het spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat
+in den nacht met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op
+deze wijze verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer,
+en toen hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te
+voldoen, begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig
+worden, te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de
+overweging, dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn
+meester voor eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen
+Guzman de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in
+vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker
+staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het
+voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de
+verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid
+bracht, die hem z&oacute;&oacute; mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw
+leek. Hij bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst
+verkeerde, dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde
+haar, dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien
+hij voor zes-en-vijftig <span class="letterspaced">reales</span> kon
+koopen; en in haar verlangen, niet in moeilijkheden te komen, gaf zij
+hem dadelijk deze som. Maar het geld, dat op deze oneerlijke wijze
+verkregen was, werd oogenblikkelijk weer aan de speeltafel verloren,
+zoodat Guzman even arm was als voorheen.</p>
+<p>Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd
+aan te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in
+Madrid vertoefde. De koksjongen <span class="pagenum">[<a id="pb385"
+href="#pb385" name="pb385">385</a>]</span>moest hiervoor een grooten
+zak met wild in ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar
+het reeds laat was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer.
+Midden in den nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van
+de hazen, die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas
+niet miste, en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen,
+stak hij een half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het
+en gaf hem zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de
+gebroken eieren uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de
+omstanders. Het gelukte hem echter, een paar patrijzen en eenige
+kwartels te verdonkeremanen; deze wilde hij aan een anderen kok
+verkoopen; maar zijn meester, die hem niet vertrouwde, volgde hem, en
+ontdekte, wat hij in zijn schild voerde, waarop hij op staanden voet
+ontslagen werd, nadat hij een flink pak ransel gekregen had.</p>
+<p>Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn
+vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat er
+binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept, en hij
+besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker, die nooit
+iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar een vreemden
+koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman in een diepen
+kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden morgen bij deze
+plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef, ontdekte hij, dat zij
+vijf-en-twintig-honderd <span class="letterspaced">reales</span> in
+zilver, en dertig <span class="letterspaced">pistoles</span> in goud
+bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug, opdat men ze voor de bagage
+van een reiziger zou aanzien, en begaf zich op weg naar Toledo. Hij
+zorgde er echter steeds voor, den grooten weg te vermijden, en slechts
+stille wegen te bewandelen. <span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p>
+<p>Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij
+een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde
+rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker
+was.</p>
+<p>Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op te
+zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best zou
+kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op hen te
+maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig omkeerde,
+zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd, die
+achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman
+deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij geen
+cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen te koopen,
+die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een van zijne
+geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat was te betalen.
+Voor honderd <span class="letterspaced">reales</span> ging een prachtig
+pak kleeren in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had
+van den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk zijn
+intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte hij zich
+allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar zijn ijdelheid
+werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak, dat hem een schat
+kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal, waar hij een
+bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar huis te
+geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman bestelde voor
+deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken, maar het paar
+had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op de deur
+geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder
+thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen moest.
+De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon, was een
+groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name="pb387">387</a>]</span>had
+hij het genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen,
+alle kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier
+flesschen wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den
+laatsten droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer
+in een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg
+te sluipen als een armer doch wijzer man.</p>
+<p>Daar Guzman hoorde, dat een <span class="letterspaced">alguazil</span> bijzonder belangstellend naar hem
+gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te Almagro
+bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die onder den
+indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn
+wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo
+een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde
+overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs van
+onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de helft
+van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het
+gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden in
+Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten, en hij
+door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden werd. Zijn
+kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een plaats aan zijn
+bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen, het eenige wat hij
+voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt buitenshuis te gaan
+eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden thuis te ontvangen.
+Guzman <span class="corr" id="xd20e5870" title="Bron: betuigdo">betuigde</span> hem zijn dankbaarheid, en gaf hem te
+kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn, hem weer te
+helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd, en Guzman verzon
+het systeem van in elk huis meer manschappen onder te brengen dan
+noodzakelijk was; hij dreigde <span class="pagenum">[<a id="pb388"
+href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span>tenminste dit te doen, zoodat
+de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden
+afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken
+toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken in den
+vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners werden
+toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een goed leven.
+Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest roekelooze
+mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers op den heirweg
+te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde, maakte hij dadelijk
+een einde aan dit gevaarlijke spelletje.</p>
+<p>Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden,
+die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi gouden
+relikwie&euml;n-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij vroeg hem
+dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling ging er
+dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk aanbood voor
+tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan
+honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De
+juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod,
+dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem het
+foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor in ruil de
+honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man het huis
+verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: &raquo;Houd den dief!
+houd den dief!&laquo; Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman
+riep opgewonden, dat hij hem het relikwie&euml;n-kastje van den
+kapitein ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat
+hij het voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd
+door Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter
+gebracht, <span class="pagenum">[<a id="pb389" href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>en daar hij wegens woekerhandel een slechte
+reputatie genoot, werd hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te
+geven. Maar ofschoon de kapitein heel blij was met het geld, dat zoo
+onrechtmatig verkregen was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang
+met zulk een schurk als de Alfarache, hem ten gronde zou richten.
+Eenige dagen later scheepten de troepen zich in naar Genua, en toen zij
+daar waren aangekomen, zeide <span class="corr" id="xd20e5879" title="Bron: zij">zijn</span> chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden,
+en hij drukte hem een <span class="letterspaced">pistole</span> in de
+hand.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Gekweld door Duivels.</h3>
+<p class="firstpar">De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren
+naar zijne bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en
+machtigste personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun
+woning, waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar
+hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij ervoor
+gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was, konden zij
+hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette hij een
+eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader gekend
+had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn familie
+hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek te nemen.
+Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk naar bed, waar
+de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den honger. Voordat hij
+zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat het in de kamer,
+waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig lag Guzman
+wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche gestalten de
+kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij smeten hem in een
+beddelaken, en zwaaiden hem z&oacute;&oacute; hevig heen en weer, dat
+hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij <span class="pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name="pb390">390</a>]</span>uitgeput door de inspanning, hem weer in zijn
+bed gooiden, waarna zij de kamer verlieten. In den vroegen morgen
+verliet Guzman, stijf, pijnlijk en terneergeslagen het huis, maar hij
+zwoer een duren eed, nooit te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn
+familie hem behandeld had, en dat hij zich bij de eerste de beste
+gelegenheid zou weten te wreken.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Guzman voegt zich bij de bedelaars van Rome.</h3>
+<p class="firstpar">Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen
+toestand, waarin hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog
+levend uit den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar
+Rome te gaan. &raquo;Itali&euml;&laquo;, zoo redeneerde hij, &raquo;is
+het weldadigste land van de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan
+binnen de grenzen van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over
+zijn volgenden maaltijd&laquo;. Een paar weken later bevond hij zich
+dan ook inderdaad te Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw
+pak kleeren te koopen; maar hij weerstond de verleiding en zwierf
+bedelend door de straten der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds
+spoedig een lotgenoot, die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten
+van de bedelaars van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij
+al heel gauw meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was
+Guzman een meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige
+weken had doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de
+stad, die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij
+in zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman
+uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des avonds
+om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in allerlei
+praktijken, <span class="pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name="pb391">391</a>]</span>waardoor zij medelijden konden opwekken. Des
+morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater bij
+den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste oogst;
+en &rsquo;s avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de
+landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen
+terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en
+ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta een
+vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam, gaf
+hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van een kerk
+met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest voorstellen, en
+het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de Gouverneur weer
+voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem eenige afgelegde
+kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde gaan. Daar
+aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig geneesmiddel hij
+gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van zijn vroegere
+ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij een
+geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde, dat
+de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over aan
+zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna de
+stad uitjoegen.</p>
+<p>Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een
+Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem
+hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer
+in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom
+een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal twee
+der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen waren van
+dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren, het been af te
+zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392" name="pb392">392</a>]</span>vertrek het geval bespraken, ging hij naar de
+deur om het gesprek af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn
+meening te kennen, dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit
+niet met hem eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den
+Kardinaal voor te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen
+Guzman de kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog
+bekende, en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen.
+De geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen,
+gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige
+ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was,
+drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen
+tot het herstel van den <span class="corr" id="xd20e5904" title="Bron: patient">pati&euml;nt</span>. De geneesheeren waren
+z&oacute;&oacute; verlangend een hooge rekening te kunnen uitschrijven,
+dat zij Guzman dwongen drie maanden het bed te houden; die maanden
+schenen hem drie eeuwen toe, want het zwervende leven was hem een
+behoefte geworden, en het viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te
+moeten doen. Aan het einde van dien termijn, dienden de geneesheeren
+bij den Kardinaal hun rekening in met de verklaring, dat de
+<span class="corr" id="xd20e5907" title="Bron: patient">pati&euml;nt</span> volkomen hersteld was, en de
+geestelijke was z&oacute;&oacute; verrukt over deze wonderbaarlijke
+genezing, en z&oacute;&oacute; ingenomen met den levendigen geest van
+Guzman, dat hij den jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken
+dienaar.</p>
+<p>Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven, dat
+voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek, en tafeldienen.
+De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon bestond uit een paar
+eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een groote hoeveelheid
+heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard werden, en daaraan
+deed hij zich toen te goed. <span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name="pb393">393</a>]</span>De Kardinaal ontdekte de
+verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman een
+volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen en
+betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van den
+Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Guzman bedriegt den bankier.</h3>
+<p class="firstpar">Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in
+het paleis van den Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er
+tenslotte genoeg van kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen
+gezant, een vriend van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van
+de hebbelijkheden van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen
+hoogwaardigheidsbekleeder te hebben gediend, besloot hij Rome te
+verlaten, en een reis door Itali&euml; te maken. Even te voren had hij
+kennis gemaakt met een Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij
+vriendschap sloot. Met ongeveer driehonderd <span class="letterspaced">pistoles</span> en eenige juweelen, die hij van den
+gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had een
+wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor diens
+vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp van den
+gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij Sayavedra
+weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem als zijn
+bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had, stemde
+hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot het
+verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het gerucht,
+dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij had zelfs de
+onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof, waar hij wegens
+deze familierelatie door den Groothertog ontvangen werd. Daar ontmoette
+hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe, <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394" name="pb394">394</a>]</span>op wie hij verliefd
+werd. Maar haar familie informeerde naar hem, en toen het uitkwam, dat
+hij indertijd langs Rome&rsquo;s straten gebedeld had, was hij
+gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij het spel een
+belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan aankwamen, huurden
+zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om hunne juist verkregen
+rijkdommen productief te maken. Zij sloten vriendschap met een
+deugniet, die klerk was op een bankierskantoor, en bespraken met hem de
+mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van een gedeelte van zijn geld.
+Guzman bezocht den bankier, en zeide, dat hij hem ongeveer
+twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde geven. Hij werd
+vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn naam en eenige
+andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis kocht Guzman
+een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood; deze gaf hij aan
+Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij drukte hem op het
+hart een praatje te maken met den herbergier en hem te vertellen, dat
+hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen, wat hij natuurlijk
+geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk liet een valschen sleutel
+maken op de geldkist van zijn patroon, en toen deze den volgenden
+Zondag naar de Mis was, opende hij de kist, en zette er de vergulde
+cassette in, die nu inplaats van lood, tien quadruples, dertig
+Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den inhoud bevatte.
+Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester na en vulde diens
+aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin, dat hij het deed
+voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette, maar de geheele
+inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des Maandags begaf
+Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd het geld terug,
+dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. <span class="pagenum">[<a id="pb395" href="#pb395" name="pb395">395</a>]</span>De
+man ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman
+zulk een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd
+z&oacute;&oacute; hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld
+was van den waard van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had.
+Guzman beweerde, dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien,
+men zich ervan zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie
+liep, inderdaad genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn
+gehaald werd, bleek dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige
+bankier gaf toe, dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf
+geschreven had, en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders
+te wekken, want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne
+woekerpraktijken en schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een
+nauwkeurige opgave te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze
+geopend werd, vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde
+cassette in, waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem
+genoemd was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met
+de lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de
+eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen,
+overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne
+medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om
+zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld
+hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als een
+hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname
+herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de
+praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te
+brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet,
+die eenige jaren te voren hun <span class="pagenum">[<a id="pb396"
+href="#pb396" name="pb396">396</a>]</span>hulp had gevraagd, en zijn
+oom vertelde hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze
+wijze een indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen
+volkomen, en daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met
+een gerust hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar
+hij zeide, een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te
+dragen. Met deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje,
+maar op weg daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van
+ijlkoorts sprong hij overboord en verdronk.</p>
+<p>Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na
+vele avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman
+verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn dochter
+ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom van Guzman
+als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op de eveneens
+denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de verkwistende
+jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was de geheele
+familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig voor de dame, en
+zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader, genoeg uit de
+schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen.</p>
+<p>Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot
+de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om in de
+theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de
+universiteit van Alcal&agrave; de Henares, waar hij zijn
+candidaatsexamen aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de
+godgeleerdheid, wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om
+het priesterambt te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden
+weer op den slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een
+familie met verscheidene dochters, <span class="pagenum">[<a id="pb397"
+href="#pb397" name="pb397">397</a>]</span>op een waarvan hij verliefd
+werd, waarna een huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te
+Madrid, waar zij een avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren
+later liep de jonge vrouw van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij
+te pakken kon krijgen, mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn
+moeder weer opgezocht, en inplaats dat zij hem van zijne kwade
+praktijken trachtte af te houden, hielp zij hem bij het verzinnen van
+zijne gemeene streken, zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot
+vele jaren dwangarbeid veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de
+overheid kon helpen bij het ontdekken van een opstand, en als belooning
+hiervoor kreeg hij zijn vrijheid terug.</p>
+<p>En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit
+de <span class="corr" id="xd20e5936" title="Bron: litteratuur">literatuur</span>. Maar al is Guzman de Alfarache
+misschien de sluwste boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet
+hebben, hij is ook de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter
+merkwaardig, dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was,
+en dat hij aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het
+begin. Het vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de
+voorgewende onberispelijke toon, waarin hij geschreven is&mdash;een
+stijl, die bijna slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn
+<span class="letterspaced">Gil Blas</span>, een werk, dat niet alleen
+wat zijn <span class="letterspaced">atmosfeer</span> betreft, veel
+overeenkomst vertoont met <span class="letterspaced">Guzman de
+Alfarache</span>, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit heeft
+overgenomen.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3>Besluit.</h3>
+<p class="firstpar">Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde
+bewandeld, den ernstigen, den quasi-hero&iuml;schen en den
+humoristischen. Misschien is wel geen enkel hoofdstuk van de
+letterkunde der wereld z&oacute;&oacute; rijk aan kleur,
+z&oacute;&oacute; <span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398"
+name="pb398">398</a>]</span>afwisselend en z&oacute;&oacute; gevoelig.
+Er klinkt een toon in van hooge en edele schoonheid, van voorname
+ridderlijkheid, van grooten ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet
+bezoedeld door alledaagschheid en bekrompenheid. De drinkbeker der
+Spaansche romantiek is gevuld met het hartebloed van een groot,
+ridderlijk en dichterlijk volk, dat de voorkeur heeft gegeven aan
+idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de verhevenheid van een
+nationale aristocratie boven de leegheid eener onware democratie. Arm
+Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser deze uitdrukking in
+medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost van zulk een schatkamer
+van dichterlijken en romantischen rijkdom, kan Spanje het vaste
+vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen, die door zijne
+<span class="letterspaced">trovadores</span> bezongen, en door zijne
+dichters vereeuwigd zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren.
+Arm Spanje! Neen, gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende
+van heerlijke liederen? Veelkleurige schatkamer der legende,
+glinsterend juweel der onsterfelijke romance! <span class="pagenum">[<a id="pb399" href="#pb399" name="pb399">399</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>In deze serie verschenen reeds</h2>
+<p class="firstpar">H. A. Guerber, <b>Mythen en Legenden uit de
+Middeleeuwen</b>. Haar oorsprong en invloed op letterkunde en kunst.
+Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">H. W. Ph. E. v. d. Bergh v.
+Eysinga</span>. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. Ing. f&nbsp;4.90,
+Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>H. A. Guerber, <b>Noorsche Mythen</b>. Uit de Edda&rsquo;s en de
+Sagen. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">H. W. Ph. E. v. d.
+Bergh v. Eysinga</span>, Met 64 fraaie platen. Derde druk. Ing.
+f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>H. A. Guerber, <b>Mythen van Griekenland en Rome</b>. Haar oorsprong
+en beteekenis. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C.
+Goudsmit</span>. Met 64 fraaie platen. Vierde druk. Ing. f&nbsp;4.90,
+Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>Woislav M. Petrovitch, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/18363">Heldensagen en Legenden van de
+Servi&euml;rs</a></b>. Met een voorbericht van <span class="letterspaced">Chedo Miyatovitch</span>, gewezen Servische Gezant aan
+het Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. <span class="letterspaced">J. P.
+Wesselink&mdash;v. Rossum</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen.
+Tweede druk. Ing. f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>Dr H. Salomons, <b>Verhalen en Legenden van Hindoes en
+Boeddhisten</b>. Met een introductie van Prof. Dr <span class="letterspaced">W. Caland</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen.
+Tweede druk. Ing. f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>T. W. Rolleston, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/18305">Keltische Mythen en
+Legenden</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C.
+Goudsmit</span>. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f&nbsp;4.90, Geb.
+f&nbsp;6.50</p>
+<p>F. Hadland Davis, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/16043">Mythen en Legenden van
+Japan</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C.
+Goudsmit</span>. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk. Ing.
+f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>Josef Cohen, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/3455">Nederlandsche Sagen en
+Legenden</a> I en II</b>. Met 32 illustrati&euml;n in kleurendruk en
+zwart van Pol Dom. 2e druk. Per deel Ing. f&nbsp;4.90, Geb.
+f&nbsp;6.50</p>
+<p>Lewis Spence, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/14826">Mythen en Legenden van
+Egypte</a></b>. Voor Nederland bewerkt door Dr <span class="letterspaced">J. W. van Rooijen</span>. Met 8 gekleurde en zwarte
+platen. Tweede druk. Ing. f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;6.50</p>
+<p>Nelly Montijn-De Fouw, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/23759">Sagen van Koning Arthur en de
+Ridders van de Tafelronde</a></b>. Ge&iuml;llustreerd door <span class="letterspaced">Arthur Rackham</span>. Ing. f&nbsp;10.&ndash;, Geb.
+f&nbsp;12.50</p>
+<p>Dr H. van Prooye-Salomons, <b>De Geschiedenis van Koning Nala</b>.
+Een Episode uit het Mahabharata. Ing. f&nbsp;3.90, Geb. f&nbsp;4.90
+<span class="pagenum">[<a id="pb400" href="#pb400" name="pb400">400</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2>Uitgaven van W. J. Thieme &amp; Cie te Zutphen.</h2>
+<p class="firstpar">Dr C. te Lintum, <b>De Geschiedenis van het
+Amerikaansche Volk</b>, met vele illustraties. Ing. f&nbsp;2.75, Geb.
+f&nbsp;3.90</p>
+<p>E. M. Tappan Ph. D., <b>De Geschiedenis van het Romeinsche Volk</b>.
+Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B. C. Goudsmit</span>. Met
+vele illustraties. Tweede druk. Ing. f&nbsp;2.75. Geb. f&nbsp;3.90</p>
+<p>E. M. Tappan Ph. D., <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/28581">De Geschiedenis van het
+Grieksche Volk</a></b>. Bewerkt door Dr <span class="letterspaced">B.
+C. Goudsmit</span>. Met vele illustraties. Tweede druk. Ing.
+f&nbsp;2.75, Geb. f&nbsp;3.90</p>
+<p>W. Jansen, <b>Geschiedenis der Wijsbegeerte</b>.<br>
+I. <b>Van Thales tot Plotinus.</b> Ing. f&nbsp;4.35, Geb.
+f&nbsp;5.25<br>
+II. <b>Van Origenez tot Leibnitz.</b> Ing. f&nbsp;5.50, Geb.
+f&nbsp;6.50</p>
+<p>Dr Jos. Schrijnen, <b><a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/etext/22968">Nederlandsche
+Volkskunde</a></b>. Compleet in 2 deelen. Per deel Ing. f&nbsp;4.50,
+Geb. f&nbsp;5.75</p>
+<p>Jonathan Swift, <b>Gulliver&rsquo;s Reizen</b>. Vertaald naar de
+nieuwe uitgave van <span class="letterspaced">Padraci Colum</span>.
+Ge&iuml;llustreerd door <span class="letterspaced">Willy
+Pog&aacute;ny</span>. Met 12 gekleurde en vele zwarte platen. Ing.
+f&nbsp;4.90, Geb. f&nbsp;5.90</p>
+<p>M. de Cervantes, <b>Don Quyote de la Mancha</b>. Vrij bewerkt naar
+<span class="letterspaced">Albert Geyer</span> door <span class="letterspaced">G. D. Ell</span>. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen
+naar <span class="letterspaced">George Scholz</span>. Geb.
+f&nbsp;3.90</p>
+<p><b>De Sprookjes van Andersen.</b> Naar het Deensch bewerkt door
+<span class="letterspaced">Ph. R. F. C de Bruyn</span>. Met twaalf
+gekleurde platen van <span class="letterspaced">Wanda
+Zeigner-Ebel</span>. Geb. f&nbsp;3.90</p>
+<p>H. Beecher Stowe, <b>De Kleine Vossen</b>. 7e druk. Ing.
+f&nbsp;1.75, Geb. f&nbsp;2.50</p>
+<p>Dr E. Vogel, <b>Fotografisch Zakboek</b>. Een handleiding en
+vraagbaak voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld
+door <span class="letterspaced">J. J. M. M. v. d. Bergh</span>. 5e
+druk. Ing. f&nbsp;2.60, Geb. f&nbsp;3.95</p>
+<p>Dr P. G. Buekers, <b>Plantenboek</b>. Bewerkt naar Christiansen,
+<span lang="de">Taschenbuch einheimischer Pflanzen</span>. Met 48 fraai
+gekleurde platen. Geb. f&nbsp;2.50</p>
+<p>Kerst Zwart, <b>Het Vogelboek</b>. Zangers en Krassers bij huis en
+schuur, in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan
+plas en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk.
+Ing. f&nbsp;3.25, Geb. f&nbsp;4.25</p>
+<div class="figure xd20e6166width"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="151" height="720"></div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Codering</h3>
+<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is
+geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e409">10</a></td>
+<td class="width40">Gastiliaansch</td>
+<td class="width40">Castiliaansch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e507">11</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e511">11</a></td>
+<td class="width40">Neergedrukt</td>
+<td class="width40">neergedrukt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e527">13</a></td>
+<td class="width40">Boabdill</td>
+<td class="width40">Boabdil</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e935">33</a></td>
+<td class="width40">duizende</td>
+<td class="width40">duizenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e976">36</a></td>
+<td class="width40">poesie</td>
+<td class="width40">po&euml;zie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e980">36</a></td>
+<td class="width40">assonnanten</td>
+<td class="width40">assonanten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e985">37</a></td>
+<td class="width40">litteratuur</td>
+<td class="width40">literatuur</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e991">37</a></td>
+<td class="width40">duizende</td>
+<td class="width40">duizenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1008">37</a></td>
+<td class="width40">1886</td>
+<td class="width40">1866</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1437">52</a></td>
+<td class="width40">&ecirc;&eacute;n</td>
+<td class="width40">&eacute;&eacute;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1500">55</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1868">76</a></td>
+<td class="width40">Gonzalez</td>
+<td class="width40">Gonz&aacute;lez</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1877">77</a></td>
+<td class="width40">Gonzalez</td>
+<td class="width40">Gonz&aacute;lez</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1964">80</a></td>
+<td class="width40">Gonzalez</td>
+<td class="width40">Gonz&aacute;lez</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2054">84</a></td>
+<td class="width40">verbanden</td>
+<td class="width40">verbonden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2267">102</a></td>
+<td class="width40">von</td>
+<td class="width40">van</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2435">107</a></td>
+<td class="width40">zouden</td>
+<td class="width40">zou</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2480">110</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2593">116</a></td>
+<td class="width40">Famongomadon</td>
+<td class="width40">Famongomadan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2598">116</a></td>
+<td class="width40">Famongomadon</td>
+<td class="width40">Famongomadan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2603">116</a></td>
+<td class="width40">Famongomadon</td>
+<td class="width40">Famongomadan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2608">117</a></td>
+<td class="width40">Famongomadon</td>
+<td class="width40">Famongomadan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2611">117</a></td>
+<td class="width40">Famongomadon</td>
+<td class="width40">Famongomadan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2715">129</a></td>
+<td class="width40">versterkte</td>
+<td class="width40">Versterkte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3021">161</a></td>
+<td class="width40">ergenis</td>
+<td class="width40">ergernis</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3074">165</a></td>
+<td class="width40">zwart</td>
+<td class="width40">gotisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3162">172</a></td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3188">174</a></td>
+<td class="width40">Vallodolid</td>
+<td class="width40">Valladolid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3288">183</a></td>
+<td class="width40">poezie</td>
+<td class="width40">poezi&euml;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3334">188</a></td>
+<td class="width40">Partinopex</td>
+<td class="width40">Partenopex</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3383">191</a></td>
+<td class="width40">Jerusalem</td>
+<td class="width40">Jeruzalem</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3393">192</a></td>
+<td class="width40">Bretanje</td>
+<td class="width40">Bretagne</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3519">207</a></td>
+<td class="width40">Rhoderick</td>
+<td class="width40">Roderick</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3637">217</a></td>
+<td class="width40">Infanta</td>
+<td class="width40">Infante</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3648">217</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3655">217</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&laquo;,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3658">217</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3709">221</a></td>
+<td class="width40">assonnant</td>
+<td class="width40">assonant</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3805">224</a></td>
+<td class="width40">filisofie</td>
+<td class="width40">filosofie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3850">226</a></td>
+<td class="width40">Gons&aacute;lez</td>
+<td class="width40">Gonz&aacute;lez</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3885">228</a></td>
+<td class="width40">Lockkart</td>
+<td class="width40">Lockhart</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3946">231</a></td>
+<td class="width40">evenaardde</td>
+<td class="width40">evenaarde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3956">232</a></td>
+<td class="width40">Gouz&aacute;lez</td>
+<td class="width40">Gonz&aacute;lez</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3961">232</a></td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4046">236</a></td>
+<td class="width40">krijgstropee</td>
+<td class="width40">krijgstrophee</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4553">257</a></td>
+<td class="width40">Borsa</td>
+<td class="width40">Borsia</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4675">267</a></td>
+<td class="width40">Armenie</td>
+<td class="width40">Armeni&euml;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4680">267</a></td>
+<td class="width40">Croppard</td>
+<td class="width40">Croppart</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4846">287</a></td>
+<td class="width40">duizende</td>
+<td class="width40">duizenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4902">294</a></td>
+<td class="width40">honderde</td>
+<td class="width40">honderden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4973">301</a></td>
+<td class="width40">beinvloedden</td>
+<td class="width40">be&iuml;nvloedden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4983">302</a></td>
+<td class="width40">aard,&rsquo;</td>
+<td class="width40">aard&rsquo;,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5003">304</a></td>
+<td class="width40">bet</td>
+<td class="width40">het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5049">308</a></td>
+<td class="width40">prins</td>
+<td class="width40">Prins</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5052">308</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5059">308</a></td>
+<td class="width40">Fermando</td>
+<td class="width40">Fernando</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5069">308</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5078">309</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5129">316</a></td>
+<td class="width40">prins</td>
+<td class="width40">Prins</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5142">317</a></td>
+<td class="width40">prins</td>
+<td class="width40">Prins</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5168">318</a></td>
+<td class="width40">zij</td>
+<td class="width40">hij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5199">322</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5258">327</a></td>
+<td class="width40">patienten</td>
+<td class="width40">pati&euml;nten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5263">327</a></td>
+<td class="width40">Zeguiel</td>
+<td class="width40">Zequiel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5266">327</a></td>
+<td class="width40">Torralvo</td>
+<td class="width40">Torralva</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5286">329</a></td>
+<td class="width40">Torralvo</td>
+<td class="width40">Torralva</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5289">329</a></td>
+<td class="width40">Torralvo&rsquo;s</td>
+<td class="width40">Torralva&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5292">329</a></td>
+<td class="width40">Torralvo</td>
+<td class="width40">Torralva</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5338">334</a></td>
+<td class="width40">Jerusalem</td>
+<td class="width40">Jeruzalem</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5492">351</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5529">353</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5536">354</a></td>
+<td class="width40">Biskaye</td>
+<td class="width40">Biskaje</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5548">354</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5568">357</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5587">357</a></td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5593">358</a></td>
+<td class="width40">getraft</td>
+<td class="width40">gestraft</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5600">358</a></td>
+<td class="width40">Pama</td>
+<td class="width40">Panza</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5605">358</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5631">362</a></td>
+<td class="width40">Cristenen</td>
+<td class="width40">Christenen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5642">363</a></td>
+<td class="width40">is</td>
+<td class="width40">in</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5684">368</a></td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5688">368</a></td>
+<td class="width40">wllde</td>
+<td class="width40">wilde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5713">371</a></td>
+<td class="width40">Cervante&rsquo;s</td>
+<td class="width40">Cervantes&rsquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5739">374</a></td>
+<td class="width40">adelijke</td>
+<td class="width40">adellijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5760">377</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5807">380</a></td>
+<td class="width40">Casriliaansche</td>
+<td class="width40">Castiliaansche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5824">383</a></td>
+<td class="width40">zii</td>
+<td class="width40">zij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5831">383</a></td>
+<td class="width40">adelijk</td>
+<td class="width40">adellijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5870">387</a></td>
+<td class="width40">betuigdo</td>
+<td class="width40">betuigde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5879">389</a></td>
+<td class="width40">zij</td>
+<td class="width40">zijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5904">392</a></td>
+<td class="width40">patient</td>
+<td class="width40">pati&euml;nt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5907">392</a></td>
+<td class="width40">patient</td>
+<td class="width40">pati&euml;nt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5936">397</a></td>
+<td class="width40">litteratuur</td>
+<td class="width40">literatuur</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+***** This file should be named 31198-h.htm or 31198-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/31198-h/images/cover.jpg b/31198-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..db60b4a
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-b.gif b/31198-h/images/initial-b.gif
new file mode 100644
index 0000000..8b922bf
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-b.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-c.gif b/31198-h/images/initial-c.gif
new file mode 100644
index 0000000..8d26a20
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-c.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-d.gif b/31198-h/images/initial-d.gif
new file mode 100644
index 0000000..c757d7e
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-d.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-h.gif b/31198-h/images/initial-h.gif
new file mode 100644
index 0000000..bb1bbc9
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-h.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-i.gif b/31198-h/images/initial-i.gif
new file mode 100644
index 0000000..79bd1e8
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-i.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-m.gif b/31198-h/images/initial-m.gif
new file mode 100644
index 0000000..c3a4a9e
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-m.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/initial-w.gif b/31198-h/images/initial-w.gif
new file mode 100644
index 0000000..439f0e9
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/initial-w.gif
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p000.jpg b/31198-h/images/p000.jpg
new file mode 100644
index 0000000..24973a4
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p000.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p008.jpg b/31198-h/images/p008.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b487a2d
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p008.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p040.jpg b/31198-h/images/p040.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6e4d61f
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p040.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p056.jpg b/31198-h/images/p056.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5c9a855
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p056.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p088.jpg b/31198-h/images/p088.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5a366f0
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p088.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p104.jpg b/31198-h/images/p104.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f006345
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p104.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p124.jpg b/31198-h/images/p124.jpg
new file mode 100644
index 0000000..73a4292
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p124.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p168.jpg b/31198-h/images/p168.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2ccadc6
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p168.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p188.jpg b/31198-h/images/p188.jpg
new file mode 100644
index 0000000..845a14f
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p188.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p208.jpg b/31198-h/images/p208.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9ceeb75
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p208.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p216.jpg b/31198-h/images/p216.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d5d6bee
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p216.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p264.jpg b/31198-h/images/p264.jpg
new file mode 100644
index 0000000..660e314
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p264.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p276.jpg b/31198-h/images/p276.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c63dcc8
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p276.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p296.jpg b/31198-h/images/p296.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7bf3037
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p296.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p328.jpg b/31198-h/images/p328.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c8cb3b
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p328.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/p352.jpg b/31198-h/images/p352.jpg
new file mode 100644
index 0000000..87ef62c
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/p352.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/spine.jpg b/31198-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d25267f
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/31198-h/images/titlepage.gif b/31198-h/images/titlepage.gif
new file mode 100644
index 0000000..cf65b36
--- /dev/null
+++ b/31198-h/images/titlepage.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..62aabe7
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #31198 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31198)
diff --git a/old/31198-8.txt b/old/31198-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a372b84
--- /dev/null
+++ b/old/31198-8.txt
@@ -0,0 +1,12889 @@
+Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Legenden en Romances van Spanje
+
+Author: Lewis Spence
+
+Illustrator: Otway McCannel
+
+Translator: S. Vos-Goudsmit
+
+Release Date: February 6, 2010 [EBook #31198]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE
+
+ Door
+
+ Lewis Spence F.R.A.I.
+
+ Schrijver van:
+
+ Legenden en Romances van Bretagne, Helden-verhalen en
+ Legenden van den Rijn, Handleiding bij de studie van de
+ Middeleeuwsche Romance en Romance-schrijvers, enz.
+
+ Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A.
+
+ Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit
+
+
+
+
+
+ Zutphen--W. J. Thieme & Cie
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Sedert de dagen van Southey heeft de Spaansche romantische literatuur
+niet die belangstelling van Engelsche schrijvers en kritiek genoten,
+waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen enkel land van Europa
+heeft het zaad van de Romantiek z gemakkelijk wortel geschoten,
+of is het tot zulk een weelderigen bloei gekomen als in Spanje, waar
+de geaardheid van het volk nog duidelijker te voorschijn trad uit de
+ridderverhalen, dan dit het geval was in Frankrijk of Engeland. Denken
+wij bij het begrip Ridderlijkheid niet het eerst aan Spanje, aan zijn
+eeuwenlangen strijd tegen de heidensche overweldigers van Europa, aan
+zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan
+den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige
+geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven
+alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen
+geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Fransche chansons de
+gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als
+van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen
+vorm aan gaven. Maar bij de Spaansche romances speelt de folklore een
+onbeteekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn f gebaseerd
+op geschiedkundige gebeurtenissen f zij zijn voortbrengselen van
+die schitterende en sprankelende fantasie, die alles kenmerkt, wat
+dit Schiereiland aan literatuur heeft voortgebracht.
+
+Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband bewijzen
+tusschen de Fransche chansons de gestes en de Spaansche cantares de
+gesta, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over
+Castiliaansche romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de
+begaafde schrijver over Spaansche letterkunde, is mij geen enkel
+Engelsch schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn
+aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen
+ontbreken van Moorschen invloed op de Spaansch romanceros, wordt
+gesteund door critici, die veel beter dan ik in staat zijn dit
+vraagstuk te beoordeelen; maar bij de behandeling van de ballade
+heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen hiertoe gerechtigd te zijn
+door een jarenlange studie van dit onderwerp, dat zoo ten volle mijn
+belangstelling en liefde heeft. Mijne vertalingen zijn dan ook niet
+slechts een wedergave van den inhoud, doch het zijn een getrouwe en
+nauwkeurige overzetting van de oorspronkelijke balladen.
+
+Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen van
+de Spaansche romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen
+in de cantares de gesta, de ridderverhalen, romanceros en balladen,
+en in zangen van meer teederen aard. In de verschillende hoofdstukken
+zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al deze uitingen
+der Spaansche letterkunde.
+
+Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van enkele
+lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaansche taal, dan zou
+het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van
+deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend
+aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden
+bevrijd door de tooverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de
+armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen wonderen.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Hoofdstuk Bldz.
+
+ I. De Bronnen van de Spaansche Romance 1
+ II. De Cantares de Gesta en de Poema del Cid 40
+ III. Amadis de Gallir 82
+ IV. Vervolg van Amadis de Gallir 132
+ V. De Romances van Palmerin 164
+ VI. Catalonische Romances 181
+ VII. Roderick, de laatste der Gothen 198
+ VIII. Calaynos de Moor, Gayferos en Graaf Alarcos 211
+ IX. De Romanceros of Balladen 221
+ X. Vervolg van de Romanceros of Balladen 241
+ XI. Moorsche Romances van Spanje 252
+ XII. Verhalen van Spaansche tooverkracht en hekserij 323
+ XIII. Humoristische Romances van Spanje 342
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I. DE BRONNEN VAN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+
+ Het teedere Fransche liefdeslied,
+ De zangen van 't schoone Brittanje,
+ Legenden van het zwaard en de speer,
+ Geboren in Allemanje,
+ Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht
+ Der balladen van 't oude Spanje!
+
+
+Wanneer een vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van
+het oude Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren,
+en zijn oor zou openen voor de melodien der wateren van de
+Granaatappelstad, en zijn geest voor de betoovering van hare atmosfeer,
+dan zou het hem gemakkelijk vallen te gelooven dat in de dagen, toen
+hare kleuren minder teeder en hare verrukkelijke lucht misschien minder
+verkwikkend was, de harpen harer zangers de weefgetouwen waren, waarop
+de weefsels van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den
+indruk krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft,
+na eeuwen van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betooverde
+echo's van de Moorsche muziek, die daar nog rondzweefden, werd
+opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras,
+die zoo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd,
+om het te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen
+en door de betooverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zooals
+een kind door het land der droomen, dan zou hij in zijn hart zeggen,
+dat de menschen, die deze kamers bouwden uit den regenboog, en deze
+muren beschilderden van het palet van den zonsondergang, ook het
+onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de
+Spaansche Romance opbouwden.
+
+Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over
+de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven
+aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis
+van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit
+de Byzantijnsche kerken van Ifrikia, zal hij dan niet gelooven,
+dat in deze stad van verwoeste pracht en vernielde betoovering de
+passiebloem van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide?
+
+Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodien niet meer vinden,
+noch kunnen wij samenvoegen het mozak van verbroken harmonien in de
+warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin als in de mijn van
+zijde en zilver, het oude Granada; noch te midden van de marmeren
+overblijfselen van Cordova, waar het marktplein overstroomd was met de
+geschilderde perkamenten van Moorschen zang en wetenschap. Wij moeten
+ons afwenden van het bloeiende Zuiden, en de kale hoogten van Castili
+en Asturi beklimmen, waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren
+gevangen was op eene dorre en verschroeide vlakte en waar geboren
+werd een diepe hartstocht van vaderlandsliefde en zelfopoffering,
+die uiting vond in heerlijke krijgszangen, waarvan de echo's tusschen
+de bergen weerklinken als spook-klaroenen op een vergeten slagveld.
+
+Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger
+prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van
+Oostersche weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk
+voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in
+Burgos en Carrin, ontroerender, zij het dan ook minder fantastisch,
+dan ooit ontsprongen aan de guitaren van Granada. Maar de nooit
+eindigende strijd tusschen Arabier en Spanjaard bracht met zich
+mede een voortdurende uitwisseling van den zinnelijken geest van het
+Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het Noorden, zoodat ten slotte
+het Saraceensche goud het staal van het Spaansche lied versierde,
+en de Spaansche ziel gevangen werd in de netten van de Oostersche
+fantasie. In lateren tijd verzachtte eene openlijke bewondering voor
+de kunst en beschaving van den Moslim den ouden haat, en de Moorsche
+cavalier bootste de ridderlijkheid, zooal niet de dichtkunst na,
+van den Castiliaanschen ridder. [1]
+
+
+
+DE BAKERMAT VAN HET SPAANSCHE LIED.
+
+Het vaderland van de Spaansche overlevering was inderdaad een
+geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen iederen duim
+van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die oneindig
+veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij dan
+ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van
+saamhoorigheid.
+
+Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje,
+die tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men
+onverwachts weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tusschen een
+steile, vulcanische bergketen, aan den voet waarvan dichte eiken-,
+kastanje- en dennebosschen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging
+beschut tegen de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneen jagen,
+bieden betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere
+Zuiden van het land. Ofschoon door den onderlingen afstand het verkeer
+tusschen de verschillende dalen gering was, waren deze toch voor de
+Spaansche Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe
+krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor den grooten strijd
+tegen de Saracenen.
+
+In dezen eeuwenlangen strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld
+gedragen door een diep gevoel van saamhoorigheid en het bezit van een
+gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van
+menig volk, dat in een even wanhopigen toestand verkeerde; en misschien
+is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen,
+wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat vr het
+tijdperk der Saraceensche overheersching, de Castiliaansche taal
+slechts een samenraapsel was uit de elementen van de Romeinsche lingua
+rustica en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige autoriteiten,
+zonder bepaalde taalregels of een taaleigen. [2] Zeker is het, dat
+de eindphase in de ontwikkeling van het Castiliaansch plaats vond na
+den uitval der Arabieren, maar wij zouden te groote waarde hechten
+aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij beweerden,
+dat de gangbare Castiliaansche taal, onmiddellijk vr die periode,
+niets was dan een patois, zonder regels of methode.
+
+
+
+ROMEINSCH EN VISIGOTHISCH.
+
+Toen in het 1e gedeelte van de vijfde eeuw de Visigothen, als
+achterhoede van de Vandalen, het Romeinsche Spanje binnentrokken,
+bouwden zij niet voort op de overblijfselen van zijne beschaving,
+doch zij behielden de gewoonten van hun Noordelijk vaderland, en zij
+schijnen gedurende eenige geslachten weinig te zijn benvloed door
+de Romeinsche cultuur. Ook vond de Latijnsche taal van het volk,
+dat zij overwonnen hadden, weinig aanhangers onder hen, ofschoon zij
+door hun wonen even buiten de grenzen van het keizerrijk, deze taal
+ongetwijfeld kenden.
+
+De bewoners van het Schiereiland waren al even weinig geneigd
+afstand te doen van de beschaafde taal, waarin hunne landgenooten
+Martialis, Lucanus en Seneca zooveel hadden bijgedragen tot den
+roem der Romeinsche letteren. Een militaire alleenheerschappij is
+meestal niet bijzonder gelukkig in hare pogingen, een overwonnen volk
+hare taal op te dringen, tenzij de overmacht van wapenen gepaard
+gaat aan letterkundige bekwaamheid: en de Visigothen, die niet in
+staat waren, zich in dit opzicht te meten met de zeer beschaafde
+kolonisten van Spanje, kwamen er in den loop der tijden gemakkelijk
+toe, de Romeinsche taal tot de hunne te maken. Hunne ongeletterdheid
+was echter niet de eenige reden voor het verlies van hunne taal,
+want ofschoon zij in militaire bekwaamheden uitblonken boven hunne
+tegenstanders, waren zij in getal verreweg de mindere. Zij hadden
+bij hun inval in het Romeinsche rijk weinig vrouwen medegebracht,
+en waren dus genoodzaakt, vrouwen uit het overwonnen land te huwen,
+die hunne kinderen de Romeinsche taal leerden. Het noodzakelijk
+verkeer tusschen overwinnaar en overwonnene schiep in den loop der
+tijden een potjes-Latijn, dat in zijn verhouding tot het klassiek
+Latijn te vergelijken was met het Engelsch van de handeldrijvenden
+aan de Stille Zuidzee. [3]
+
+Het gebruik van het Latijn als schrijftaal in dat gedeelte van Spanje,
+waar de Castiliaansche taal gesproken werd, was geruimen tijd een
+beletsel voor de ontwikkeling van de beschaafde omgangstaal uit het
+gebruikelijk dialect. Toch vond deze overgang ten slotte plaats. De
+wijze, waarop dit geschiedde, is niet bekend. Maar uit de vastheid
+van vorm in de letterkunde van het begin der elfde eeuw, blijkt wel
+duidelijk, dat de spreektaal ten minste vr het tijdperk van den
+Moorschen inval tot volmaaktheid was gekomen.
+
+De Saraceensche overwinning, waardoor de eigenlijke bevolking verdreven
+werd naar het koude Noordwesten van het land, gaf slechts een kleine
+belemmering voor de ontwikkeling van de taal, want door den strijd
+tegen andere Romeinsche dialecten, waarover zij als schrijftaal
+tenslotte bijna volkomen zegevierde, werd hare woordenschat
+aanmerkelijk verrijkt.
+
+
+
+DE ROMAANSCHE TALEN VAN SPANJE.
+
+Drie Romaansche of Romeinsche talen werden er gesproken in dat
+gedeelte van Spanje, dat in handen van de Christenen bleef. In
+Cataloni en Aragon het Provenaalsch, Cataleensch of Limousinsch;
+in Asturi, Oud-Castili en Leon, Castiliaansch, en in Galicia,
+Gallegoosch, waaruit het Portugeesch is voortgekomen. Het Cataleensch
+was bijna volkomen gelijk aan het Provenaalsch of de langue d'oc
+van Frankrijk en met het bestijgen van den troon van Provence door
+Raymond Berenger, Graaf van Barcelona, in 1092, werden de volken
+van Cataloni en Provence onder n regeering samengevoegd. Het
+Provenaalsch, de taal der Troubadours, was van Franschen oorsprong,
+en draagt de duidelijke sporen van zijne afstamming van het Latijn
+van Provenaalsch-Galli. Het schijnt, dat het in Cataloni werd
+gemporteerd door de Spanjaarden, die naar Provence vluchtten, om te
+ontkomen aan het Moorsche juk, en die langzamerhand weer Zuidwaarts
+trokken, toen de meer Noordelijke gedeelten van Spanje weer bevrijd
+waren van de aanvallen der Arabieren. De politieke saamhoorigheid
+van Cataloni en Provence bracht natuurlijk met zich mede gelijkheid
+van levensgewoonten zoowel als van taal, en zoo zien wij dan ook,
+dat de bevolking van de Catalonische kust en de provincie Aragon de
+ridderlijkheid en de hoffelijkheid van het Noordelijker vaderland
+van de Gai Saber had overgenomen.
+
+Door geheel Provenaalsch Cataloni werden die romantische
+liefdes-samenkomsten gehouden, waar van gedachten gewisseld werd over
+de erotische avonturen van de helden en heldinnen uit de liederen,
+met een ernst, die bewijst, dat de liefde gelijkwaardig werd geacht aan
+wetten en godsdienst, en dat de beoefening van de kunst der liefde de
+hoofdbezigheid was van de hoogere standen. Uit deze verheerlijking van
+de liefdesbetrekkingen tusschen de sexen ontstond de daaraan verwante
+wetenschap der ridderlijkheid, welker geest en wetten niet minder
+overdreven en gestreng waren. Deze Provenaalsche ridderlijkheid vond
+langzamerhand ingang in Castili; zij verhoogde en verlevendigde de
+verbeelding der bevolking en maakte den Spaanschen geest ontvankelijk
+voor de romantische literatuur. Maar in geen enkel tijdperk was de
+Castiliaansche verbeelding zuiver passief; zij onderwierp iedere
+letterkundige strooming, die haar beroerde, aan zulk een geweldige
+tooverkracht, dat in verloop van tijd alle vreemde elementen hun eigen
+karakter verloren en uit de smeltkroes van den Spaanschen geest te
+voorschijn kwamen als bijna zuiver Castiliaansch. De volmaaktheid
+in berijmde verzen werd ongetwijfeld bereikt door de Troubadours
+van Provence en Cataloni, en deze vorm van dichtkunst baande den
+weg voor een lyrische pozie, die, zoo zij al niet uitblonk door
+grootschheid of oorspronkelijkheid, zelden overtroffen werd in
+welluidendheid en fijnheid; maar het is opmerkelijk, dat al deze
+verzen, met uitzondering van enkele politieke satyren, slechts n
+onderwerp behandelden.... de vervoering der liefde. Bij kennismaking
+met de dichtkunst in de beminnelijke Provenaalsche taal, wordt men
+getroffen door de welluidendheid; zij is altijd melodieus en men
+vindt er steeds een zekere statigheid in terug, die men in de Pavane
+aantreft, en die waarschijnlijk evenzeer voortvloeit uit den geest der
+taal als uit het zuivere maatgevoel der zangers. Maar het eentonig
+herhalen van de gevoelens der liefde, die men steeds uitdrukte door
+dezelfde begrippen en woorden, de weinige natuurlijkheid van deze
+eenvormige zinnen, en het ontbreken van warm menschelijk gevoel,
+zijn spoedig een teleurstelling voor den lezer, die met vreugde het
+geheele dichterlijke koninkrijk van Provence zou willen afstaan aan
+den taalgeleerde of den letterkundigen oudheidkenner, in ruil voor
+natuurlijker en minder opgeschroefde schoonheden van klanken, die
+beter geschikt zijn menschelijke gevoelens uit te drukken en minder
+blijk geven van opzettelijk te zijn geschreven voor een bepaalde
+letterkundige kaste. De dichtkunst van Provence herinnert ons aan die
+oude weefsels, waarvan het ontwerp zuiver decoratief is, waar stijve,
+gestyleerde bloemen met geregelde tusschenpoozen wederkeeren, en
+die zich onderscheiden door een zekere eentonige gelijkmatigheid van
+kleur. De tafereelen van de jacht of van het buitenleven betooveren
+ons niet door hun levendigheid of eenvoud en de verdeeling der kleuren
+van het zijden weefsel is niet natuurlijk en bekoorlijk. [4]
+
+De Provenaalsche en Catalanische troubadours hadden inderdaad een
+zekeren invloed op de ontwikkeling van de Castiliaansche dichtkunst
+en romantiek en er zijn talrijke bewijzen voor hun verkeer met
+Castili. Het Boek van Apollonius uit de 13e eeuw, is vol van
+Provenalismen, evenals de latere Geschiedenis der Kruistochten.
+Gedurende de vervolgingen, waaraan zij blootstonden tijdens de
+Albigenser-oorlogen, vluchtten zij in grooten getale naar Spanje, waar
+zij een schuilplaats vonden voor hunne onverdraagzame vijanden. Zoo
+vluchtte Aimeric de Bellinai naar het hof van Alfonso IX en hij bleef
+later aan het hof van Alfonso X, evenals Montagnagunt en Folquet
+de Lunel, Raimond de Tours en Bertrand Carbunel, die met Riguier
+hunne werken opdroegen aan dien vorst, of treurzangen dichtten ter
+gelegenheid van zijn dood.
+
+Koning Alfonso schreef zelf verzen van onloochenbaar Provenaalsch
+karakter en nog in 1433 schreef de Markies de Villena, een familielid
+van den beroemden Markies van Santillana, dien wij later nog zullen
+ontmoeten, een verhandeling over de kunst der Troubadours, [5] welke
+hij wilde herboren zien in Castili. [6]
+
+Het Galiciaansch, een Romaansche taal, die denzelfden oorsprong had als
+het Portugeesch, is nauw verwant aan het Castiliaansch. Maar het is
+niet zoo rijk aan keelklanken, zoodat wij mogen aannemen, dat het in
+zijne samenstelling minder overeenkomst heeft met het Germaansch dan
+zijne zustertaal. Evenals het Portugeesch heeft het een overvloed van
+sis-klanken, en wordt het, zooals het Fransch, neuzig uitgesproken,
+wat naar alle waarschijnlijkheid in verband staat met het bestijgen
+van den troon door een Bourgondische dynastie in vroeger tijden. Maar
+reeds spoedig hield de Galiciaansche invloed op de Castiliaansche
+literatuur op, ofschoon het omgekeerde volstrekt niet het geval was.
+
+
+
+DE OPKOMST VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+De ontwikkeling van het Castiliaansch uit het oorspronkelijke Latijn,
+dat door de Romeinsche kolonisten in Spanje werd gesproken, werd
+door verschillende plaatselijke omstandigheden bemoeielijkt. Bij het
+samentrekken van woorden uit de Romeinsche taal, liet men niet dezelfde
+letters weg als in het Italiaansch. Ook verkortte men de woorden niet
+in die mate, als in het Provenaalsch of Galiciaansch. Waarschijnlijk
+tengevolge van de overheersching van het Gothische element onder hen,
+die Castiliaansch spraken, is de taal rijk aan aspiraten, en heeft
+zij een sterker bouw dan de andere Romaansche talen. De Latijnsche
+f is in het Castiliaansch dikwijls veranderd in een h, zooals bij
+hablar = fabulari (spreken). De letter f, die sterk geaspireerd wordt,
+vervangt dikwijls de l, zoodat filius (zoon) hijo wordt. De zachte ll
+daarentegen komt in de plaats van de Latijnsche pl, en zoo vinden wij
+het Latijnsche planus (zacht), in het Castiliaansch terug als llano
+(spreek uit: lyh-no). Het Spaansche ch neemt de plaats in van het
+Latijnsche ct, zooals facto = hecho, dictu = dicho, enz.
+
+Nog andere bewijzen voor de verwantschap met het Germaansch ontbreken
+niet. Zoo heeft de g voor de c en i, die in het Gothisch en Duitsch
+een keelklank is, hetzelfde karakter in het Castiliaansch. De Spaansche
+verandering van de o in de ue vindt hare analogie in het Duitsch. Wij
+kunnen bv. het Castiliaansche cuerpo en pueblo vergelijken met het
+Duitsche Krper en Pbel.
+
+
+
+DE UITBREIDING NAAR HET ZUIDEN VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+Het gebruik van het Castiliaansch als spreek- en schrijftaal werd
+tenslotte bestendigd door den eindeloozen strijd van het stoutmoedige
+volk, dat deze taal sprak tegen de Saraceensche bezetting van hun
+vaderland. Toen de Castiliaansche krijgslieden door een strijd, die
+geslachten lang aanhield, langzamerhand stad na stad en district na
+district inplaats van provincie na provincie, heroverden, verdrong hun
+taal telkens in het kleine herwonnen gebied, die van hunne Arabische
+vijanden, [7] totdat tenslotte de laatste vesting van de Mooren viel
+en zij geen vasten voet meer behielden op het Schiereiland. Wel
+was het een harde oefenschool, die onze dappere voorouders moesten
+doorloopen als inleiding tot zoo menige roemrijke overwinning en
+tot verovering van de wereld, zegt Martinez in zijn roman Isabel de
+Solis, [8] neergedrukt door hun harnas en met het zwaard in de hand,
+sliepen zij gedurende 8 eeuwen geen enkelen nacht rustig.
+
+Van de nederlaag van Roderick af, den laatste der Visigothen,
+bij den slag van Xeres de la Frontera in 711, tot aan den val van
+Granada in 1492, was Spanje inderdaad een land van veldslagen. Bijna
+oogenblikkelijk na hun eerste nederlaag tegen de Arabieren, werden
+de Visigothen verdreven naar de Noord-Westelijke grenzen van het
+Schiereiland, waar zij een toevluchtsoord vonden in de bergen
+van Biskaje en Asturi. Daar zouden zij zich, evenals de bewoners
+van Wales na den inval der Saksen in Engeland, misschien verzoend
+hebben met het betrekkelijk kleine gebied, dat hun was overgelaten,
+maar de omstandigheid van hunne feitelijke gevangenschap, droeg
+er slechts toe bij, hen nauwer te verbinden in een sterk gevoel van
+vaderlandsliefde, en een gemeenschappelijk besluit, hun oorspronkelijk
+bezit te herwinnen.
+
+Gedurende vele geslachten bepaalden hunne worstelingen zich
+voornamelijk tot rooftochten aan de grens, en tot guerilla-gevechten,
+waarbij zij volstrekt niet altijd gelukkig waren, want de vurige en
+moedige Saracenen stelden zich niet tevreden met zich uitsluitend te
+verdedigen, maar tegenover elke overwinning, waarop de Castilianen
+zich konden beroemen, stonden tegenslagen en verliezen, die zij,
+met hun klein aantal, moeilijk konden verdragen. Toch werd hun
+moed en vasthoudendheid langzamerhand beloond, en voordat een eeuw
+verloopen was, hadden zij het grootste gedeelte van Oud-Castili
+heroverd. Alleen reeds de naam van deze provincie, Het Land van
+Kasteelen, bewijst, dat, al was zij herwonnen, zij slechts behouden
+kon blijven, wanneer elke heuveltop versterkt was door vestingen; en
+zoo gaf deze landstreek, met al hare kasteelen, ten slotte haar naam
+aan het volk, dat haar bezit op zulk een hoogen prijs stelde. Voordat
+er weder 20 jaren verloopen waren, hadden de Castiliaansche strijders
+vasten voet in Nieuw-Castili gekregen, en van dat oogenblik af,
+schijnen zij voortdurend met succes te hebben gestreden.
+
+Met den val van Toledo in 1085 na een Saraceensche bezetting van
+drie en een halve eeuw, begint een nieuw tijdperk voor den voortgang
+van de Castilianen in Zuidelijke richting, en met de inname van
+Saragossa in 1118, keerden de kansen voor de Arabische overweldigers,
+die nu verdreven werden naar een klein gebied in het Zuiden en het
+Zuid-westen van het land. Deze omstandigheid schijnt echter meer
+gunstig te zijn geweest voor hun gevoel van saamhoorigheid, dan dat
+het hen heeft vernietigd, en de Castilianen moesten nog gedurende
+vier eeuwen rekening met hen houden, totdat bij den val van Granada,
+Boabdil of Abu-Abdallah, de laatste der Moorsche koningen, de sleutels
+afstond aan Koning Ferdinand van Castili, een laatsten blik wierp
+op de stad, en naar Afrika voer, waar hij strijdend den dood vond.
+
+In deze atmosfeer van voortdurenden strijd en onrust werd de
+romantische literatuur van Spanje geboren. Het is volstrekt
+niet verwonderlijk, dat hare ontwikkeling samenviel met dit
+wapengekletter. Trompetgeschal klinkt uit de gedichten. De letterkunde
+van dezen tijd is niet alleen de afspiegeling van den geest van een
+strijdend volk, maar zij is tevens een noodzakelijk product, want
+uit de liederen en legenden putten de ridders van Castili nieuwen
+moed, strijdlust en opgewektheid, en zij werden er door bezield op
+den dag van den strijd. Wel mocht de zwervende ridder van Castili,
+zooals in de oude ballade, zingen:
+
+
+ Het harnas is mijn eenig kleed,
+ En strijd is mij festijn!
+ Mijne lamp, de straal van een planeet,
+ Mijn wereld .... een woestijn. [9]
+
+
+Grensgevechten met hun herhaalde verandering van tooneel en
+voortdurende onrust, waren een geschikte voorbereiding tot het
+dolende ridderschap.
+
+
+
+DE LETTERKUNDIGE ONTWIKKELING VAN HET CASTILIAANSCH.
+
+Ofschoon verschillende vreemde invloeden op het Castiliaansch
+inwerkten, ontwikkelde het toch een geheel eigen letterkundig karakter,
+voornamelijk wat zijn gedichten betreft, zooals blijken zal bij de
+behandeling van zijne diverse Romantische vormen. Het had niets
+overgenomen van de letterkundige methoden van het Provenaalsch
+of Catalonisch, echter wel van den geest en den uitwendigen vorm
+daarvan. Toen het hoffelijke en eenigszins schoolsche dichterlijke
+systeem van de Troubadours in aanraking kwam met het ernstige en
+krachtige Castiliaansch, was het niet in staat, lang weerstand te
+bieden aan dezen invloed. Waar politieke omstandigheden de oorzaak
+waren geweest van het samentreffen dier twee elementen, waren zij
+het ook, die de overwinning van het Castiliaansch verhaastten. De
+regeeringsmacht in Aragon was sedert een vroeger tijdperk in
+aanraking geweest met het Castiliaansche koningschap, en Ferdinand
+de Rechtvaardige, die in 1412 den troon van Aragon besteeg, was
+een Castiliaansch vorst. De hoven van Valencia en Burgas waren dus
+feitelijk toegankelijk voor dezelfde politieke invloeden. Wanneer
+onze gevolgtrekkingen juist zijn, dan was het tijdens de regeeringen
+van Ferdinand den Rechtvaardige en Alfons V (1412-'58), dat de
+invloed van het Castiliaansch voor het eerst inwerkte op de sfeer van
+Cataloni. Wij zien het voor het eerst als dichtertaal gebruikt bij een
+zangwedstrijd ter eere van de Madonna, in 1474 te Valencia gehouden,
+en de 40 liederen, die bij deze gelegenheid werden gezongen, zijn
+later verzameld in het eerste boek, dat in Spanje gedrukt werd. Vier
+hiervan zijn in de Castiliaansche taal, die dus blijkbaar beschouwd
+werd als zijnde van voldoende letterkundige waarde, om bij zulk
+een wedstrijd te worden gebezigd. Het schijnt, dat Valencia, dat in
+vroegere tijden, wat spraak en kunst betreft, zuiver Catalonisch was,
+van 1470-1550 een eigen school had voor Castiliaansche dichters,
+die er veel toe hebben bijgedragen, het Castiliaansch als volkstaal
+te bestendigen. Maar de Catalonirs waren niet van zins, hun taal,
+als de letterkundige taal van Spanje, zonder meer prijs te geven,
+en zij trachtten haar te handhaven door de instelling van een
+vakopleiding voor Troubadours, en door de schoonheden hunner taal
+hoog te prijzen bij de groote openbare zangwedstrijden. Het was te
+vergeefs. Zij moesten het afleggen tegen een taal, die krachtiger en
+rijker aan woorden en vormen was, en die daarenboven gesteund werd
+door een politieke macht, die sterker was dan de hunne.
+
+
+
+DE DICHTKUNST AAN DE HOVEN VAN CASTILI.
+
+De opkomst van het Castiliaansch als letterkundige taal werd ook
+zeer bevorderd door de natuurwetenschappelijke belangstelling van
+verscheidene vorsten van Castili. Alfonso de Wijze was zelf een
+dichter, en beoefende zijn moedertaal met verstand en toewijding,
+waardoor hij hare zuiverheid en nauwkeurigheid van uitdrukking
+aanmerkelijk verbeterde.
+
+Onder zijn toezicht werd de Heilige Schrift in het Castiliaansch
+vertaald, en op zijn aandringen werd een Algemeene Kroniek van Spanje,
+zoowel als de Geschiedenis der Eerste Kruistocht, geschreven. Hij
+maakte het Castiliaansch tot de taal der gerechtshoven en trachtte
+in de verzen den meer exacten geest en de dichterlijke zinswendingen
+der Provenalen over te brengen.
+
+Alfonso XI schreef een Algemeene Kroniek in de vlotte en vloeiende
+versmaat van de inheemsche redondillas, inplaats van de stijve
+en strakke Alexandrijnen, die in dien tijd gebruikelijk waren in
+letterkundige kringen. Ook liet hij boeken schrijven in Castiliaansch
+proza over de jachtkunst en over den stamboom van den adel. [10] Zijn
+familielid, Don Juan Manuel, droeg veel bij tot de ontwikkeling van de
+Spaansche fantasie, en hij gaf vastere vormen aan de Spaansche proza
+in zijn Conde Lucanor, een boek van ethische en politieke stelregels,
+waarvan de strekking duidelijk te voorschijn treedt in verhalen en
+fabels, ontleend aan de geschiedenis en de klassieke literatuur.
+
+Hoewel Juan II [11] een zwak en lui vorst was, was hij toch een
+beschermer van de letterkunde; hij schreef verzen, ging veel om met
+dichters, en liet in 1449 een bloemlezing samenstellen uit de beste
+Spaansche gedichten.
+
+Maar aan zijn hof heerschte een schoolsche geest; men volgde er
+de Italiaansche methodes, en hijzelf toonde groote liefde voor de
+Provenaalsche kunstuitingen. Niettegenstaande al deze kunstmatige
+hinderpalen, maakte de Castiliaansche taal groote vorderingen op
+haar veroveringspad. Zij was voorgoed de taal der Romance geworden,
+en de Romance zou in Spanje voor een geheele generatie van dien tijd
+de voornaamste letterkundige vorm worden.
+
+
+
+DE OPKOMST VAN DE ROMANCE.
+
+De ontwikkeling van de Romance in Spanje en de verschillende phasen,
+die zij heeft doorloopen, heeft niet die mate van belangstelling
+van den kant der Engelsche schrijvers gehad, die men had mogen
+verwachten in dezen tijd, waarin de kenner met toewijding de
+verborgen schuilhoeken der aarde moet doorzoeken, wil hij nieuwe
+letterkundige schatten te voorschijn brengen. De verschillende trappen
+van ontwikkeling der Romance zijn slechts terloops aangeduid, inplaats
+van uitvoerig behandeld, niet zoo zeer om de waardeloosheid van het
+materiaal, dan wel uit gemakzucht en een zekere oppervlakkigheid,
+die het kenmerk zijn van de meeste Britsche pogingen, om een juiste
+indeeling te maken van verschillende tijdperken en het onderling
+verband daartusschen duidelijk te belichten. Ik mag niet hopen,
+te slagen in een taak, die andere, en beter toegeruste autoriteiten
+wellicht uit goede overwegingen hebben verwaarloosd, maar ik zou liever
+tekort schieten in mijn streven een behoorlijk overzicht te geven van
+de verschillende overgangstrappen van de Spaansche Romance, dan den
+lezer te vergasten op een serie alleenstaande feiten en uitspraken
+zonder onderling verband, die, hoe belangrijk zij ook mogen zijn, geen
+duidelijk inzicht geven in oorzaak en gevolg, en die door de gebrekkige
+voorlichting, meestal aanleiding geven tot onjuiste gevolgtrekkingen.
+
+Wanneer wij de letterkundige kaart van Europa beschouwen van de elfde
+tot de dertiende eeuw, dan zien wij het licht schijnen vanuit twee
+kwartieren--Joodsch-Arabisch Spanje en Frankrijk. Het eerste is voor
+het oogenblik voor ons van geen belang. Zijne letterkundige uitingen
+waren toen ten tijde niet sympathiek aan Christelijk Spanje, dat,
+zooals wij later zullen zien, alles wat Saraceensch was haatte, totdat
+de strijd tusschen 't zwaard en de kromme sabel was uitgevochten. Maar
+in Frankrijk had Castili een schitterend voorbeeld, dat het volgde op
+zijn eigen wijze, die hem voorgeschreven werd zoowel door nationalen
+trots als door politieke noodzakelijkheid.
+
+Wij hebben reeds gesproken over den invloed van Zuid-Frankrijk. In
+het tijdperk, waarover wij spreken, was Noord-Frankrijk, het land
+van de langue d'ol, ofschoon het er betrekkelijk weinig rustig
+was, veel beter in staat, goede literatuur voort te brengen dan
+Castili, welks voortdurende Vendetta met de Mooren, slechts weinig
+gelegenheid overliet aan het intellectueele deel der bevolking, zich
+aan de letterkunde te wijden, eene gelegenheid, waarvan de fijnste
+geesten echter een ruim gebruik maakten. De opkomst van de kaste der
+reizende dichters in Frankrijk voldeed aan de behoefte van het volk
+naar verhalen, en de trouvres van de twaalfde eeuw vonden in den
+glorierijken tijd van Karel den Groote, een steeds vloeiende bron
+voor hunne ridderlijke verbeelding, die zulk een ingang vond bij een
+middeleeuwsch publiek. De verzen, of beter gezegd, de epische pozie,
+die zij ontleenden aan de geschiedenis van het Carlovingische tijdperk,
+waren bekend als chansons de gestes, zangen van daden van den
+grooten Frankischen Keizer en zijne onoverwinnelijke paladijnen. De
+trouvres zelf noemden ze Matire de France, terwijl de verhalen van
+Koning Arthur aangeduid werden als Matire de Bretagne, en die, welke
+berustten op de klassieke geschiedenis, Matire de Rome werden genoemd.
+
+Tot voor betrekkelijk korten tijd waren deze reusachtige werken,
+waarvan verscheidene uit zes- of zevenduizend dichtregels bestaan,
+eigenlijk volkomen onbekend, zelfs bij het meerendeel van de
+letterkundige autoriteiten. [12]
+
+Zooals wij ze kennen, zijn zij betrekkelijk modern van vorm, na
+dikwijls te zijn omgewerkt, waarschijnlijk zeer tot hun nadeel. Maar
+zij zijn het oudste voorbeeld van met zorg bewerkte verzen in eenige
+moderne taal, uitgezonderd Engelsch en Noorsch, en ongetwijfeld heeft
+de moderne literatuur van alle Europeesche landen zich ontwikkeld
+uit deze werken.
+
+Deze chansons waren bestemd om gezongen te worden in de feestzalen der
+riddersloten, door rondtrekkende troubadours, die ze zelf maakten, of
+ze aan elkander afstonden. Zij handelden meer over wapengekletter dan
+over teedere gevoelens, ofschoon ook deze zoo nu en dan meesterlijk
+beschreven waren. De oudste van deze gedichten zijn geschreven in
+coupletten, laisses of tirades genoemd, elk bestaande uit twintig tot
+meerdere twintigtallen van regels, terwijl deze groepen onderlingen
+samenhang vertoonden door hun berijmd refrein. Later echter waren de
+geheele chansons berijmd.
+
+
+
+CASTILIAANSCHE OPPOSITIE TEGEN DE CHANSONS DE GESTES.
+
+In deze gedichten, die waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Noorden
+van Frankrijk kwamen, en zich in den loop der tijden naar het Zuiden
+verspreidden, werd Karel de Groote voorgesteld als het bolwerk van
+het Christendom tegen de Saracenen van Spanje. Omringd door zijne
+paladijnen Roland, Olivier, Naymes, Ogier en Willem van Oranje,
+voerde hij een onafgebroken strijd tegen de Mooren of de Saracenen
+(heidenen) van Saksen. Van deze gedichten heeft Gautier er 110
+gecatalogiseerd, waarvan de helft uit de twaalfde eeuw stamt. Een
+aantal van de latere chansons zijn in het Provenaalsch geschreven,
+maar alle pogingen, om van de geheele cyclus den oorspronkelijken
+vorm op te sporen, hebben blijkbaar gefaald.
+
+Zeker is het, dat deze romantische stof in haar geheel haar weg vond
+in Castili. Het is niet met zekerheid bekend, of dit geschiedde door
+Provence en Cataloni, maar het is niet onmogelijk, dat dit het geval
+was. Men zou meenen, dat Christelijk Spanje door zijn moeilijken strijd
+tegen de Mooren, zich voelde aangetrokken tot een literatuur, die zoo
+voortdurend handelde over de nederlagen van zijn aartsvijand. Dit was
+oorspronkelijk ook het geval, en de chanson vond dan ook een gunstig
+onthaal. Maar er bleken spoedig twee beletselen te bestaan voor eene
+onverdeelde waardeering. In de eerste plaats schijnt het Castili
+van de twaalfde eeuw te hebben begrepen, dat, als Karel de Groote
+Spanje binnenviel, hij niet alleen den Moor, maar ook den Spanjaard
+tegenover zich zou vinden. Dit wordt niet gestaafd, zooals sommige
+autoriteiten meenen, door een gedeelte van een populair gedicht, bij
+de Baskirs bekend als Altobiskarko Cantar, of Lied van Altobiskar,
+dat stilzwijgend erkent, dat de nederlaag van de achterhoede van Karel
+den Groote niet te danken was aan de Saracenen, maar aan de Baskirs,
+die gebelgd waren over de doortocht van het Frankische leger door
+hunne bergpassen. Het geheel is een uitvoerig stuk in het Baskisch,
+door den Baskischen student Duhalde vertaald uit het Fransche gedicht
+van Franois Garay de Montglave (circa 1833). Een tweede slag van
+Roncevalles had plaats onder de regeering van Lodewijk den Vrome in
+824, toen twee Frankische graven, uit Spanje komende, weder overvallen
+werden en verslagen door de Pyreneesche bergbewoners. Maar er schijnt
+nog een vroeger gevecht te zijn geweest tusschen Franken en Baskirs
+in de Pyreneen, onder de regeering van Dagobert I (631-638). De
+herinnering aan deze gevechten schijnt bij de bevolking levendig te
+zijn gebleven, zoodat de Spanjaard den Frank bleef beschouwen als zijn
+erfvijand. Aartsbisschop Roderick van Toledo trad streng op tegen die
+Spaansche juglares, die de heldendaden van Karel den Groote in Spanje
+bezongen, en Alfonso de Wijze trachtte, zooveel het hem mogelijk was,
+de mythische overwinningen van den Frankischen keizer te kleineeren.
+
+Maar dit was niet alles. Het denkbeeld, dat Karel de Groote zijn
+intocht in Spanje had gedaan als overwinnaar, alles voor zich
+uitdrijvende, was in hooge mate beleedigend voor den trots en het
+patriotisme van de Castilianen, die de chansons de gestes in hun
+eigen geest wenschten uit te leggen, en inplaats van ze woordelijk
+over te nemen, zelf een verzameling liederen schiepen. Zij namen als
+den nationalen held van het Carlovingische tijdperk een denkbeeldigen
+ridder aan, Bernaldo de Carpio, dien zij begroetten als den bevrijder
+van Castili, en ter wiens verheerlijking zij zangen dichtten, waarin
+hij wordt voorgesteld als de strijder, die Roland bij Roncevalles
+versloeg aan het hoofd van een zegevierend leger, dat niet uit
+Arabieren of Baskirs, maar uit Castilianen was samengesteld.
+
+
+
+DE CANTARES DE GESTA.
+
+Maar al namen de Castilianen den inhoud van de chansons niet aan, den
+vorm namen zij wl over. Hun tegenzin tegen den uitheemschen geest en
+de strekking van de chansons schijnt te zijn ontstaan eenigen tijd
+nadat zij door geheel Spanje verspreid waren. Een Spaansch priester
+uit het begin der twaalfde eeuw schreef de wonderbaarlijke kroniek van
+Aartsbisschop Turpinus van Rheims; het moest de levensbeschrijving
+voorstellen van dien krijgshaftigen geestelijke, maar de werkelijke
+bedoeling was, aan te sporen tot bedevaarten naar Compostella, waarvan
+in het geschrift sprake was. Vele Franken trokken naar deze heilige
+plaats, onder wie Troubadours, die naar alle waarschijnlijkheid den
+geest en de metriek van de chansons brachten tot de Castiliaansche
+zangers, zoodat wij later hooren van Spaansche Cantares de gesta,
+waarvan echter de meeste, in tegenstelling met hunne Fransche
+voorbeelden, voor ons verloren zijn gegaan. De beroemde Poema del Cid,
+handelende over de krijgsverrichtingen van een groot Castiliaansch
+held, is in vorm en geest het type van een Cantar de gesta, en wij
+mogen op goede gronden aannemen, dat vele van de latere romanceros
+of balladen over helden als Bernaldo de Carpio, Gonzalvo de Cordova
+en Gayferos, oude cantares zijn, omgewerkt en vervormd door den tijd.
+
+Evenals in Frankrijk, verloren in Spanje de Cantares de gesta
+hun aanzien. In den loop der tijden werden zij verdrongen naar
+marktplaatsen en herbergen. Van verscheidene werd de stof verwerkt in
+kronieken, maar de Juglares, die ze nu zongen, maakten er, wanneer
+ze ouderwetsch werden, slechte uittreksels van, of vervormden ze
+tot balladen, om ze geschikt te maken voor den smaak van een minder
+beschaafd publiek. [13]
+
+
+
+DE KRONIEKEN.
+
+Maar al kunnen wij het meerendeel van de Cantares de gesta niet meer
+in hun ouden vorm terugvinden, gedeelten ervan komen voor in de oude
+kronieken van Spanje. Zoo vertelt de Algemeene Kroniek van Spanje
+(c. 1252), waarvan wij, op grond van de laatste onderzoekingen,
+mogen aannemen, dat zij tenminste drie veranderingen of bewerkingen
+van den tekst heeft ondergaan, het leven van Bernaldo de Carpio,
+Fernn Gonzlez, en de zeven kinderen van Lara; zij geeft korte
+vertellingen over Karel den Groote, terwijl het laatste gedeelte de
+geschiedenis van den Cid verhaalt, en er zoo nu en dan zelfs verwezen
+wordt naar de Cantares als de bron van een of ander relaas. Daarenboven
+zijn verscheiden gedeelten van de Kronieken klaarblijkelijk in hun
+geheel overgenomen uit zekere Cantares. De omstandigheid, dat zij hun
+oorspronkelijken onberijmden doch metrischen vorm hadden behouden,
+maakte het den lateren ballade-dichters gemakkelijk, ze weder om te
+werken tot verzen. Dit is o.a. geschied met de Kronieken van Bernaldo
+de Carpio en de Kinderen van Lara, en in dezen nieuwen vorm vinden
+wij ze terug in de cancioneros of bundels Volkszangen.
+
+
+
+DE BALLADEN.
+
+De onsterfelijke balladen van Spanje zijn het onderwerp geweest van een
+fellen strijd, en hun belangrijkheid noopt ons, er een afzonderlijk
+hoofdstuk aan te wijden. Het tijdperk waartoe zij behooren in
+aanmerking genomen, en hunne verhouding tot de grootere verhalende
+gedichten, kunnen wij ze hier niet al te uitvoerig behandelen. Volgens
+sommige autoriteiten zijn zij van nog ouderen datum dan verzen als de
+Poema del Cid en Kronieken als van Alfonso den Wijze, terwijl anderen
+als hunne vaste overtuiging te kennen geven, dat het grootste gedeelte
+der ballades uit een lateren tijd stammen. Het schijnt mij toe, dat er
+waarheid schuilt in beide veronderstellingen, en dat het hier zooals
+dikwijls in de letterkundige zeevaart, verstandig is, den middenkoers
+te houden. Volgens mijne opvatting zijn er vier verschillende typen
+van Spaansche balladen:
+
+1. die welke spontaan ontstonden in het Noorden van Spanje, eenigen
+tijd nadat de Castiliaansche taal gevormd was, en die, wanneer wij
+er al eenige overblijfselen van bezitten, waarschijnlijk z totaal
+veranderd zijn, dat zij, die ze het eerst gezongen hebben, ze zelf
+niet meer zouden herkennen;
+
+2. balladen, die als kronieken uit de Cantares de gesta zijn
+overgenomen;
+
+3. volksballaden uit lateren tijd, meer of minder veranderd;
+
+4. de modernere voortbrengselen van een bewuste kunst.
+
+Ik geloof, dat de balladen of romanceros weer verdeeld moeten worden
+in twee soorten: die, welke spontaan uit het volk zijn voortgekomen,
+zonder letterkundige basis, en die, welke eigenlijk Cantares de gesta
+of gedeelten uit kronieken zijn, die in den loop der tijden een ander
+uiterlijk hebben gekregen. Ik ben met de meeste onderzoekers van de
+oude Spaansche literatuur van meening, dat de Cantares of Kronieken
+niets hebben overgenomen van de balladen uit eenig tijdperk, die, naar
+ik stellig geloof, slechts een volksuiting zijn. Natuurlijk omvatten
+deze twee soorten niet de meer potische of vervalschte balladen, die
+geschreven werden, nadat de ballade een erkende vorm voor proefnemingen
+op het gebied van bewuste dichtkunst was geworden; het is duidelijk,
+dat deze soort in geen der beide klassen kan worden ondergebracht.
+
+Wij bezitten geen stellige aanwijzing omtrent de mate van vervalsching
+of verandering, die de balladen ondergingen, voordat zij verzameld en
+uitgegeven werden. Het zou echter vreemd zijn, wanneer geen balladen
+uit den vroegsten tijd tot ons waren gekomen, zij het dan ook in
+veranderden vorm, en het lijkt mij een even overdreven uiting van
+zucht tot kritiek, wanneer men de oudheid zou ontkennen van een lied,
+alleen omdat het eerst in een later tijdperk gedrukt werd, of omdat
+men het nooit in oude manuscripten heeft aangetroffen, als wanneer men
+zou twijfelen aan de oudheid van een legende of een volksgebruik, op
+grond van het feit, dat deze in onze dagen nog gangbaar zijn, tenzij
+men hun ontstaan in een latere periode zou kunnen bewijzen. Toch
+schijnt het mij toe, dat weinig van deze balladen ouder zijn dan
+bijv. die van Schotland of Denemarken.
+
+Weinig balladen van Europa zijn meer waard bestudeerd te worden dan
+de Spaansche. Maar op deze plaats kunnen wij haar slechts beschouwen
+in hare verhouding tot de Romance. Dat zij nauw verwant is aan de
+romantische literatuur van het Schiereiland, zien wij reeds dadelijk
+aan den naam, dien de Spanjaarden aan deze gedichten hebben gegeven,
+nl. Romanceros. [14] Sommige ervan zijn eigenlijk slechts in naam
+romances of Cantares de gesta, doch inderdaad behandelen zij alle
+onderwerpen, die in de Cantares bezongen zijn, of in de Kronieken
+beschreven, zooals de Cid, Bernaldo de Carpio, Graaf Alarcos
+enz. Zij schijnen echter weinig gemeen te hebben met de latere,
+werkelijke romance, zooals Amadis, Palmerin of Felixmarte, en wel,
+omdat in den tijd, toen deze in de mode waren, de ballade reeds het
+eigendom geworden was van het volk. Zooals de markies van Santillana
+(1398-1458), die zelf een verdienstelijk dichter was, opmerkte in
+een brief, die beroemd is geworden om het licht, dat hij werpt op
+den toestand van de Spaansche letterkunde van dien tijd: Er zijn
+verachtelijke dichters, die zonder systeem, methode of maat van die
+liederen en romances maken, waarin het gemeene volk behagen schept.
+Zoo zouden Lovelace of Drummond of Hawthornden hebben kunnen schrijven
+over de Engelsche balladedichters.
+
+Waar de balladen dus waren overgelaten aan de boeren en de
+arbeidersklasse, daar waren de hoogere standen, die tijd tot lezen
+hadden, aangewezen op de Kronieken en de enkele Cantares de gesta,
+die op schrift waren gebracht. Maar als gevolg van de vernietiging der
+Moorsche staten in Spanje, van den toenemenden rijkdom onder de hoogere
+standen en de uitvinding der boekdrukkunst, ontstond een meerdere
+vraag naar gedrukte boeken, die in de behoefte naar ontspanning
+zouden voorzien. Een groote scheppingsdrang ontwaakte. Eerst werd
+de romantische stof, die als het ware versteend en begraven lag in
+de Kronieken, tot nieuw leven gewekt. Voor sommige dezer gedichten
+was het slechts een kleine stap naar de eigenlijke romances. Maar
+Spanje snakte naar iets nieuws, en in het begin der vijftiende eeuw
+wendden de romancedichters hunne oogen opnieuw naar Frankrijk, welks
+onuitputtelijke bron van geestelijken rijkdom hun een overvloed van
+romantische stof begon te verschaffen.
+
+
+
+DE BLOEITIJD VAN DE ROMANCE.
+
+Misschien zijn de eerste gegevens, die wij bezitten over de echte
+Spaansche Romance, die van Ayala, Kanselier van Castili (1407),
+die zich in zijn Rimado de Palacio beklaagt over den tijd, dien hij
+verspilde met het lezen van zulk een leugenachtig prul als Amadis
+de Gallir. Hij zou zijn tijd slechter hebben kunnen besteden, maar
+hoe het zij, door zijn uitspraak krijgen wij een denkbeeld van den
+machtigen indruk, dien deze soort van romance op den Castiliaanschen
+geest maakte, die inplaats van zich tevreden te stellen met het
+slaafsch nabootsen van het Fransche voorbeeld, het herschiep in iets
+zuiver Spaansch. In geen enkel ander land van Europa vond het zaad
+van de Romance zulk een geschikten bodem om te ontkiemen en zich te
+ontwikkelen, en zeker gaf het nergens zulk een bijna tropische weelde
+en overdaad van bloem en vrucht.
+
+Amadis werd gevolgd door een lange rij van dergelijke verhalen,
+die de lezer alle in dit boek zal ontmoeten. Het wordt algemeen
+erkend door de critici, te beginnen met Cervantes, als de beste en
+belangrijkste van de Spaansche Romances, en het werd vertaald in het
+Fransch, het Italiaansch en de meeste Europeesche talen; zelfs werd
+er, naar men zegt, een speciale vertaling van gemaakt voor Joodsche
+lezers. Met n slag had de Spaansche Romantiek de Fransche ridderlijke
+fantasie overwonnen op haar eigen terrein. Maar Amadis was niet,
+zooals Cervantes schijnt te meenen, het eerste ridderverhaal, dat in
+Spanje gedrukt werd. Want deze onderscheiding komt Tirante de Witte
+toe (1490), dat volgens Southey geen ridderlijken geest ademt. Onder
+anderen maken wij hierin kennis met Warwick den Konings-maker, die
+met goed gevolg een inval in Engeland door den Koning der Canarische
+Eilanden afslaat, en ten slotte geheel alleen den overrompelaar doodt
+en zijn krijgsmacht op de vlucht jaagt. Maar al vergist Cervantes zich
+in zijne bibliographie, de verklaring van zijn barbier, dat Amadis
+het beste is van alle boeken, die in deze soort geschreven zijn, is
+niet ver van de waarheid. [15] Tasso beschouwde het als het mooiste
+en misschien ook het leerzaamste verhaal in zijn soort, dat men kan
+lezen. Gaf hij slechts het oordeel weer van den kritischen scheerder,
+zooals men wellicht uit zijn taal zou kunnen opmaken?
+
+Amadis werd gevolgd door een menigte van dergelijke gedichten. Door
+het buitengewone succes bij het publiek, ontstond er een heele
+literatuur van gelijke strekking en karakter, zij het ook niet van
+gelijke waarde. De eerste van deze letterkundige voortbrengselen
+was Palmerin de Oliva, waarvan de eerst bekende uitgave in 1525 in
+Sevilla verscheen, en die, evenals de Amadis, weer gevolgd werd door
+soortgelijke gedichten, zooals Primalen, Platir en Palmerin van
+Engeland, misschien wel het beste van deze reeks.
+
+Men neemt als vaststaand aan, dat Amadis en Palmerin van Portugeeschen
+oorsprong zijn, en ik zal hierop later terugkomen; maar ik wil hier
+slechts vermelden, dat er geen Portugeesch origineel bestaat, noch
+gedrukt, noch in manuscript. Maar deze romances werden z zuiver
+Castiliaansch als de Arthur-legenden Engelsch werden, ondanks hun
+vreemden oorsprong; en Spaansch zijn zij gebleven, zoowel voor het
+volk als voor de critici van geheel Europa.
+
+De Palmerin-reeks wakkerde slechts de hartstocht voor Romantiek aan,
+en Spanje snakte z naar een letterkundig voedsel, dat geschikt leek
+voor zijne behoeften, dat zij, die trachtten het publiek te voorzien
+van romantische lectuur, nauwelijks in staat waren, een voldoende
+hoeveelheid ervan te leveren. Het natuurlijk gevolg hiervan was een
+stroom van haastig geschreven minderwaardige verhalen. De fantasie,
+die eerst alleen maar gewaagd was, werd nu schaamteloos, en het toppunt
+werd in dit opzicht bereikt in uitingen van een ongezonde verbeelding
+als Belianis van Griekenland, Olivante de Laura, en Felixmarte van
+Hyrcania. Maar ofschoon de meeste van deze voortbrengselen onzinnig
+waren en beleedigend voor het menschelijk intellect en den goeden
+smaak, vonden zij toch ontelbare lezers, en alles wijst er op, dat
+het beroep van uitgever in het Spanje van de zestiende en zeventiende
+eeuw buitengewoon voordeelig moet zijn geweest. Deze flauwe verhalen,
+die de schoonheid, de ware fantasie en den eenvoud misten van de
+andere romances, stonden tot deze in dezelfde verhouding als een
+menigte romans, uitgegeven in het begin der negentiende eeuw, tot die
+van Scott, die zij trachtten na te bootsen. Mexia, de sarcastische
+geschiedschrijver van Karel V, verbaast zich in zijn verhandeling over
+de Romance (1545) over de onnoozelheid van een publiek, dat zich met
+zulk een flauwe kost bezighoudt; want, zegt hij, er zijn menschen,
+die gelooven, dat al die dingen werkelijk gebeurd zijn, ofschoon het
+grootste gedeelte ervan onmogelijk is. Zoo zou een criticus van onze
+dagen kunnen spreken over de voorkeur van het groote publiek voor de
+goedkoope romans, of de minderwaardige sensatie-lectuur, artikelen,
+die in het groot worden gefabriceerd door de al te vlugge machines
+van de Vernuft-Onderneming.
+
+Een andere merkwaardige en nog minder sympathieke uiting van
+het verlangen naar romantiek bij het Spaansche publiek, waren de
+godsdienstige verhalen als De Hemelsche Ridderschap, De Ridder van de
+Heldere Ster, en andere minderwaardige producten, waarin Bijbelsche
+figuren zijn bekleed met ridderlijke eigenschappen, en op zoek gaan
+naar avonturen. De tijd, waarin al deze verschillende typen der
+Spaansche Romance elkander opvolgden, was merkwaardig kort. Maar
+er verliep een halve eeuw tusschen het verschijnen van Amadis en de
+allerlaatste van zijne waardelooze imitaties. Het is niet moeilijk een
+verklaring te vinden voor de vlugge fabricatie en verspreiding van zulk
+een hoeveelheid goede en slechte lectuur. Wanneer wij bedenken, dat
+Spanje sedert eeuwen het land was geweest van de ware ridderlijkheid,
+dat zijn fantasie sterk ontwikkeld was in een langdurigen strijd
+met zijne heidensche vijanden, en dat het, in de ridderverhalen, die
+het nu met zulk een groote bewondering las, de afspiegeling vond van
+zijn eigen hoffelijken en heldhaftigen geest--den fijnstbesnaarden
+en ridderlijksten geest van Europa.
+
+
+
+EEN MOGELIJKE MOORSCHE INVLOED OP DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Er zijn bewijzen te over, dat de eeuwenlange strijd op leven en dood
+met de Saracenen, een geweldigen invloed heeft uitgeoefend op de
+Spaansche romantische verbeelding. Maar was die invloed van directen
+aard, en het gevolg van een voortdurend contact met de Mooren, of kwam
+hij voort uit de atmosfeer van betoovering, die de Saraceen in Spanje
+achterliet, een betoovering, die nog versterkt werd door de wonderen
+van zijn architectuur en zijn kunst? Er bestaat bijna geen Spaansche
+romance, waarin de Moor niet beschreven wordt als een caballero en een
+waardig vijand. Maar is het de werkelijke Moor, dien wij ontmoeten in
+deze lijvige boekdeelen, die naast onze moderne boeken statige galeien
+lijken in gezelschap van visscherspinken; of is het de Saraceen der
+verbeelding, een Oosterling, door de fantasie geschapen, zooals de
+Turk in de werken van Byron? Het vraagstuk van den invloed der Moorsche
+literatuur op de Spaansche romance is vertroebeld door een ongelukkig
+wanbegrip van het publiek. Laat ons dus even den aard onderzoeken van
+de Arabische letterkundige scheppingen, en nagaan, in hoeverre deze
+in staat waren, de Castiliaansche kunst en fantasie te benvloeden.
+
+De geschiedenis van de ontwikkeling van het Arabisch uit het dialect
+van een zwervende woestijnbevolking tot een taal, waarvan de schoonheid
+en dichterlijkheid wellicht ongevenaard zijn, is op zichzelf
+belangrijk genoeg, om een geheel boekdeel over een romantisch tijdperk
+te vullen. De vorm, waarin het Arabisch voor het eerst in Spanje
+optrad in het begin der achtste eeuw, moet de bewondering opwekken
+van iedereen, die belang stelt in letterkundige volmaaktheid. Het
+ontwikkelde zich in zeer korten tijd als letterkundige taal en
+handhaafde zich als zoodanig. Het was, alsof de tonen van een harde
+trompet langzamerhand waren opgenomen in die van een zilveren klaroen,
+waarvan de tonen zelfs nog helderder klinken, totdat zij tenslotte zulk
+een graad van scherpte bereiken, dat het oor er pijnlijk door getroffen
+wordt. Deze rijke taal, de ware taal van den letterkundigen aristocraat
+is, doordat zij zoo lastig te leeren is, en door de moeilijkheid van
+hare letterteekens, bij de groote massa van Europeanen zoo goed als
+onbekend, ook al, omdat er bij vertaling zooveel verloren gaat van
+hare fijnere schakeeringen. Zelfs bij het grootste gedeelte van de
+Arabieren in Spanje, waren de fijnbeschaafde verzen, waaraan hunne
+letterkunde zoo rijk was, onbekend. Hoeveel verder moesten zij dan
+wel niet afstaan van den Castiliaan of den Catalonir?
+
+
+
+ARABISCHE DICHTKUNST.
+
+De omstandigheid, dat de Arabieren, toen zij nog een onbeschaafd volk
+waren, in de woestijn leefden, was niet gunstig voor het bereiken van
+een hoogen trap van letterkundige bekwaamheid, maar zij bevorderde
+wel de ontwikkeling van hunne aangeboren opmerkingsgave, die hen een
+schat van synoniemen deed vinden, waardoor hunne taal zeer verrijkt
+werd. De vondst van synoniemen en van mooie en treffende vergelijkingen
+moeten beschouwd worden als de eerste voorwaarde voor een bloeiende
+dichtkunst, en gedurende een eeuw in het tijdperk der Moorsche
+overheersching in het Oosten, zien wij de schitterende dynastie van
+de Abbassiden (circa 750) optreden als beschermers van een dichtkunst,
+die door de rijke Arabische taal zoo gemakkelijk tot uiting kwam.
+
+Vertellen was altijd een geliefkoosde bezigheid geweest van
+de Arabieren in de woestijn, en nu kwam deze edele, ongedwongen
+oefening van de fantasie hun goed te pas. Wij kunnen ons geen juiste
+voorstelling maken van de snelheid, waarmede de Arabische letterkunde
+in dien tijd tot bloei kwam. De dichtkunst, die tegenwoordig geen
+marktwaarde meer heeft, was toen voor de waarlijk ontwikkelde hoogere
+standen een noodzakelijke levensbehoefte, kostbaarder dan de balen
+zijde van Damascus, de juweelen van Samarkand, of de reukwerken van
+Syri, waarvan hunne legenden vol zijn, zooals de muren van Aladins
+paleis overdekt zijn met tooverachtige edelsteenen. Maar voor de
+Arabieren waren woorden inderdaad juweelen. Toen Al-Mamoun, de zoon
+van Haroun-al-Raschid, zijne vredesvoorwaarden dicteerde aan den
+Griekschen keizer Michael den Stamelaar, was de cijns, dien hij van
+zijn overwonnen vijand eischte, een verzameling manuscripten van de
+beroemdste Grieksche schrijvers. Een eisch, den heerscher over een
+volk van dichters waardig!
+
+Maar het veroverde Spanje was vr alles de zetel en het middelpunt
+van Arabische dichtkunst en wetenschap. Cordova, Granada, Sevilla--ja,
+eigenlijk alle steden van het Schiereiland, die door de Saracenen
+bezet waren, betwistten elkander den roem van hunne scholen en
+onderwijsinrichtingen, hunne bibliotheken en andere centra voor den
+geleerde en den kunstenaar.
+
+De zeventig bibliotheken, die in de twaalfde eeuw in Moorsch Spanje
+bestonden, maakten Europa, met zijn gebrek aan ontwikkeling, te
+schande, en in dien tijd was het veel meer Arabi dan het vervallen
+Rome, dat Europa weer nieuwe beschaving bracht. Het Arabisch
+werd niet alleen de letterkundige taal, maar ook de spreektaal van
+duizenden Spanjaarden, die in het Zuiden onder Moorsche heerschappij
+leefden. Zelfs werd in het midden der achtste eeuw de Heilige Schrift
+in het Arabisch vertaald voor de talrijke Christenen, die geen andere
+taal kenden. De colleges en universiteiten, die door Abderahman
+en zijne opvolgers gesticht waren, werden bezocht door een groote
+menigte Europeesche geleerden. Zoo was het, behalve de dichtkunst,
+ook de kennis en de philosophie van de Saracenen, die van grooten
+invloed waren op de geestelijke vorming van Europa. Wanneer wij echter
+dieper doordringen in het vraagstuk van deze merkwaardige beschaving,
+dan zullen wij ontdekken, dat Europa nog meer te danken heeft aan de
+Spaansche Joden dan aan de Mooren zelf.
+
+De vorm van Arabische cultuur, waarin wij voornamelijk belangstellen,
+is hare dichtkunst, in verband met den invloed, dien deze gehad heeft
+op de Spaansche letterkunde. De dichtkunst van dit zeer begaafde volk,
+dat zoo rijk was aan verbeeldingskracht, had op het oogenblik van
+hare komst in Spanje zeker wel haar hoogtepunt bereikt. Haar warme
+en zinnelijke geest was wel in zeer groote tegenstelling met de meer
+stemmige en ingetogen Grieksche en Romeinsche verzen, die door de
+Arabieren koud en vormelijk werden genoemd, en niet de moeite waard,
+vertaald te worden. Het overtrof alles, wat tot nu toe verschenen
+was, in gewaagde en overdreven uitingen, in beeldspraak en teedere
+gevoelens. De Arabische dichter stapelde het eene beeld op het
+andere. Hij was niet in staat in te zien, dat men door overlading
+te kort kan doen aan de schoonheid van iets, dat uit zichzelf reeds
+waarlijk schoon is. Verscheidene critici hebben het noodig gevonden,
+ons gerust te stellen, wat zijn oordeel en onderscheidingsvermogen
+betreft. Maar reeds bij eene oppervlakkige kennismaking met de
+Arabische literatuur, zien wij, dat de dichter werd meegesleept door
+zijn groote liefde voor het onderwerp, dat hij beschreef. In den
+tuin van den Arabischen dichter is elke bloem een juweel, elk stukje
+grond een kostbaar Perzisch tapijt, en elk meisje een engel uit het
+Paradijs, wier lichamelijke eigenschappen ieder op zichzelf weder het
+onderwerp worden van gloeiende dichtregels. Het voortdurende gebruik
+van synoniemen en van den overtreffenden trap, de overdrijving in
+de uitingen hunner liefde, en het dikwijls geheel ontbreken van een
+strekking en van die wijdloopige bespiegelingen, waarin de dichters
+van het Westen hunne tijdgenooten geleerd hebben, filosofische
+vraagstukken voor zichzelf op te lossen--dat waren de zwakheden van
+de Arabische zangers. Zij stelden een korte spreuk in de plaats van
+een verhandeling. Zij begrepen niet, dat de dichtkunst niet slechts
+vermaak beoogt, maar ook een middel is van groote opvoedkundige waarde.
+
+De waarachtige liefde voor de natuur schijnt den Arabier evenzeer
+te hebben ontbroken als den Griek en den Romein. Hij hanteerde zijn
+onderwerp met evenveel zorg als een juwelier. Het schilderen van
+een lelie was hem niet genoeg; hij polijstte haar, totdat het een
+voortbrengsel uit een goudsmidswinkel geworden scheen. Voor hem was
+de natuur niet iets, dat verbeterd, maar dat overtroffen moest worden,
+een diamantmijn, waaruit elke steen geduldig moest worden geslepen.
+
+Maar het zou onbillijk zijn, de fantastische literatuur der Arabieren
+een belangrijke plaats onder de kunstuitingen te ontzeggen. Wij kunnen
+het slechts betreuren, dat hun, door verschillende omstandigheden,
+de gelegenheid niet werd geboden, hunne gaven in de goede richting te
+ontwikkelen. Wanneer wij de geschiedenis lezen der Arabische staten,
+met hun hoog ontwikkelde beschaving, hunne druk bezochte academies,
+en hunne ver reikende macht, die zich uitstrekte van Centraal-Azi tot
+aan de Westelijke havens van de Middellandsche Zee, en wij wenden ons
+dan naar de plaatsen, waar dit alles bloeide, dan moet het ons wel
+zeer aan verbeeldingskracht ontbreken, wanneer wij niet onder den
+indruk komen van het totale verval, waaraan deze streken ten prooi
+zijn geworden. Het groote, naijverige en moedige ras, dat deze landen
+heeft overwonnen en beheerscht, heeft de volkeren voor zijne poorten
+verzameld, en de onbeschaafde bewoners van Europa zetten zich neder aan
+zijne voeten, om te luisteren naar zijn tooverachtige verhalen en de
+Openbaringen der Wetenschap, die van zijne lippen vloeiden. Het volk,
+dat uit de woestijn gekomen was, keerde weer tot de woestijn terug.
+
+
+ Waar ns, in Djamschids fonkelend paleis
+ De jonge Houri's dansten bij den klank der luit,
+ Daar dwaalt de wilde ezel, kind van de woestijn;
+ En op het graf van Barlaam jaagt de leeuw naar buit.
+
+
+
+DE MOORSCHE MODE IN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Van Moorsche grootschheid van gedachte en diepte van gevoel, vinden
+wij weinig in de Spaansche letterkunde, tenminste tot aan het begin
+der vijftiende eeuw. Hare eigenschappen waren beslist, zoo nu en dan
+zelfs hinderlijk, Europeesch, hetgeen verklaard moest worden uit
+haar oorsprong. [16] Maar het schijnt, dat met de Castiliaansche
+bezetting van de Moorsche gedeelten van Spanje, de atmosfeer, die
+de Saraceen had achter gelaten, grooten invloed uitoefende op den
+Spanjaard, die zijn ouden vijand schijnt te hebben omgeven met een
+stralenkrans van romantiek, en voor wiens fijne beschaving, waarvan
+de bewijzen zoo ruimschoots voorhanden waren in zijn architectuur en
+andere kunstuitingen, hij zulk een diepe bewondering had. Wanneer
+onze gevolgtrekkingen juist zijn, moet er ongeveer in dien tijd
+een Moorsche Mode in de Spaansche letterkunde zijn opgetreden,
+zooals er in Engeland een hartstocht ontwaakte voor alles wat
+Oostersch was, ten tijde van Byron en Moore, toen de Engelschen
+in de Levant begonnen te reizen. Maar deze mode was voornamelijk
+pseudo-Saraceensch, niet benvloed door letterkundige voorbeelden,
+en meer het indirect gevolg van atmosfeer en de kunstuitingen dan van
+het persoonlijk contact met de bevolking. Lang vr de vijftiende eeuw
+echter, met hare manie voor alles wat Moorsch was, had de Arabische
+geest al ingewerkt op de Spaansche letterkunde, zij het ook slechts
+in geringe mate en onbewust. Wat echter de uiterlijke vormen van de
+Spaansche letterkunde betreft, deze hadden, noch in proza, noch in
+pozie, iets van de Moorsche overgenomen, en dit is voornamelijk
+het geval met de assonanten, die de Castiliaansche dichtkunst
+kenmerkten, een prosodie, welke gevonden wordt in de gedichten
+van alle Romaansche talen uit vroegere tijden. De Mooren schijnen
+echter de balladen van de Spaansch-Moorsche grensbewoners naar hunne
+behoeften te hebben veranderd, voornamelijk die, welke betrekking
+hebben op het verlies van Alhamia. Zij zijn in ieder geval gebaseerd
+op Moorsche legenden. Sommige duffe geleerden, zooals de Markies
+van Santillana, hanteerden den Arabischen versvorm zooals Swinburne
+de Fransche rondeau, of Dobson de ballade, of zooals droogstoppels
+aan de Engelsche universiteiten in Grieksche hexameters schrijven,
+waarbij zij, uit bewondering voor het uitheemsche en diepzinnige,
+de onbegrensde mogelijkheden over het hoofd zien, die hun eigen
+taal hun biedt. Dit maakwerk, waarmede vele letterkundigen uit
+alle tijden zich hebben beziggehouden, had niet meer invloed op den
+grooten stroom van Castiliaansche literatuur, dan dergelijke pogingen
+plegen te hebben op de letterkundige oogst van een land. Sommige
+van de populaire Coplas, of coupletten, schijnen echter rechtstreeks
+uit het Arabisch te zijn vertaald, hetgeen niet te verwonderen is,
+wanneer wij denken aan het groote aantal menschen van gekruist ras,
+dat in het midden der zeventiende eeuw Spanje bewoonde. Het staat ook
+vast, dat Arabisch de spreektaal was van duizenden Christenen in het
+zuiden van Spanje. Maar het blijkt meer en meer, dat het een ernstigen
+tegenstander had in het Spaansch, een tegenstander, die het Arabisch
+even hardnekkig bestreed als de Spanjaard het den Moor deed. [17]
+
+Misschien is wel de beste maatstaf voor het verval van het
+Arabisch als spreektaal in Spanje het feit, dat de schrijvers van
+verscheidene romances beweren, dat het slechts vertalingen uit
+het Arabisch zijn--meestal de scheppingen van Moorsche toovenaars
+en sterrewichelaars. Deze beweringen kunnen gemakkelijk worden
+weerlegd. Maar wanneer wij dit vraagstuk objectief beschouwen, moeten
+wij erkennen, dat de Spaansche literatuur zich evenmin kon vrijhouden
+van Arabischen invloed, als dit het geval was met de Spaansche muziek,
+de architectuur en het handwerk. Al deze invloeden waren echter
+ongetwijfeld van lateren datum en wat de romances betreft, was de
+invloed meer geestelijk dan materieel. Christelijk Spanje had
+gedurende achthonderd jaar de Saracenen van zich af weten te houden
+en toen het tenslotte erin toestemde uit den Saraceenschen beker te
+drinken, vulde het dien met Spaanschen wijn. Maar de uitheemsche drank,
+die dezen beker vroeger tot den rand toe vulde, had den geheimzinnigen
+geur en smaak van het Oosten erin achtergelaten, wel is waar zwak,
+maar toch onmiskenbaar.
+
+
+
+HET TYPE VAN DE SPAANSCHE ROMANCE.
+
+Het beste type van de Spaansche Romance is dat, waarin de geest van
+het wonderbaarlijke vermengd is met den geest van ridderlijkheid. Het
+oude Spanje met zijn grootsche opvattingen van eer, zijn fijn gevoel
+voor hoffelijkheid en zijn aangeboren fantasie, was als het ware de
+smeltkroes, waarin de elementen voor de romance gemengd werden. De
+eigenaardigheden van klimaat en omgeving droegen er ruimschoots
+toe bij, de sprookjes, waarvan de Spaansche geschiedenis wemelde,
+te onderhouden; en bovenal had het Spaansche volk een levendige
+belangstelling in de daden der ridders, zooals dat in geen enkel ander
+land van Europa het geval was. De Spanjaard droeg de kenteekenen
+der ridderlijkheid op waardiger wijze dan de Franschman of de
+Engelschman; het was zijn natuurlijk gewaad, en hij droeg het met
+een gratie, een ernst en een gevoel voor betamelijkheid, die niet te
+overtreffen waren. Wanneer hij ontaardde in een Don Quixote, dan was
+dit tengevolge van de groote toewijding, waarmede hij zich aan zijn
+ridderleven gegeven had. Hijzelf was de eerste, die er om lachte,
+toen hij bemerkte, dat zijn riddermanieren en zijn pantser veranderd
+waren, maar zelfs de klank van dien lach was edel, en het boek, dat
+dien lach opwekte, heeft minstens zooveel harten voor het romantisme
+gewonnen als het ontgoochelde.
+
+De geschiedenis van den Spaanschen strijd is een verhaal van
+ridders, van strijders met een bijna bovenmenschelijke eerzucht
+en uithoudingsvermogen; van machtige stichters van koninkrijken,
+groote hervormers van de wereldkaart, die, gesteund door een handjevol
+getrouwen, in Valencia, Mexico, Itali of Arancani, de fabelachtige
+daden van Amadis of Palmerin voorbijstreefden. In latere tijden zond
+het ijzerland Castili oorlogsschepen uit, om zijne banieren over
+de onmetelijke zeen te dragen naar de verst verwijderde gedeelten
+der aarde. Wat bewoog hen, te leven en te sterven in het harnas,
+omgeven door gevaren, grooter dan de tooverkunsten van kwaadwillige
+toovenaars, of de avonturen, die de dolende ridders ontmoetten, die
+op zoek waren naar geheimzinnige kasteelen? Wat hield hen staande in
+hun leven van voortdurenden strijd, ontbering en doodsgevaar? Kunnen
+wij er aan twijfelen, dat de heldenverhalen van hun Vaderland hen als
+met tooverkracht bewogen en bezielden, dat, wanneer zij ten strijde
+trokken, de verre klanken van het krijgsgeweld der helden uit de oude
+romances in hunne ooren schalden, zooals een fanfare uit de trompetten
+van herauten bij een tournooi?
+
+
+ En toen wij rustten ons ten strijd,
+ Toen zong ons hart van zaligheid,
+ Wij hoorden 't krijgsgetier.
+ Bij 't denken aan Orlando's smart
+ Aan Felixmarte's ridderhart
+ En den dood van Olivier.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II. DE CANTARES DE GESTA EN DE POEMA DEL CID.
+
+
+ Als in de hooge koningszaal
+ De ridders en jonkvrouwen bij het maal
+ Een kostelijk lied verlangen,
+ Dan komt des minstreels schoone tijd,
+ Hij zingt van ridders en woesten strijd
+ En zijn teedere minnezangen.
+
+
+Wij hebben reeds gesproken over den Franschen oorsprong van de Cantares
+de Gesta; hun naam reeds verraadt hunne Gallische afkomst. Maar
+wij moeten nog eens duidelijk in het licht stellen, dat de Cantares
+spoedig hun Noordelijk gewaad hebben verwisseld voor de Castiliaansche
+kleederdracht. Sommige landen bezitten zulk een uitgesproken eigen
+karakter, zulk een gemakkelijkheid, het eigen stempel te drukken
+op wat hen omringt, dat alles, stoffelijk zoowel als geestelijk,
+wat over hunne grenzen binnenkomt, van uiterlijk verandert en wordt
+omgetooverd, zoodat het in korten tijd zich volkomen heeft aangepast
+aan zijne nieuwe omgeving. Van deze toovergave schijnen Spanje, Egypte
+en Amerika het geheim te bezitten. Maar verander het uiterlijk van
+de Fransche Chansons zooveel gij wilt, voor den kenner van dezen
+dichtvorm zal hun oorsprong nooit twijfelachtig zijn. Ook kon de
+aard van de scheppende en uitvoerende kunstenaars op dit gebied niet
+voorgoed worden veranderd, zoodat wij niet verwonderd behoeven te zijn,
+wanneer wij in Spanje de Fransche trouvres en jongleurs terugvinden
+als trovadores en juglares. De trovador was de dichter, de schepper;
+de juglar was slechts de zanger, de voordrager, ofschoon de grenslijn
+tusschen beiden niet scherp getrokken was. Sommige bijzonder begaafde
+juglares waren ook de makers van de cantares, die zij zongen, terwijl
+een onbeteekenende trovador soms genoodzaakt was, de liederen van
+anderen te zingen. Instrumentalisten of begeleiders waren bekend
+onder den naam van juglares de pola, ter onderscheiding van de
+voordragers of zangers, de juglares de boca.
+
+
+
+DE ZANGERS VAN HET OUDE SPANJE.
+
+Met het optreden van den juglar werd er afstand gedaan van den Cantar,
+want hij pleegde hem te veranderen en te besnoeien, langer of korter
+te maken, naar zijn gevoel voor de behoeften en den smaak zijner
+toehoorders het hem ingaf. Menigmaal trachtte hij den Cantar te gieten
+in den vorm van een volkslied, wat het geheel niet altijd ten goede
+kwam. Dikwijls was hij niet slechts vergezeld van een instrumentalist,
+maar door een remendador of gebarenspeler, die zijn verhaal door
+een stom spel toelichtte. Deze zonen van de luchtige kunsten waren
+berucht om hun onverschilligheid voor het aardsche slijk en zij
+leefden meestal van de hand in den tand. Een korst brood en een
+beker wijn was hun voldoende, wanneer het geld schaarsch was. Nog
+niet bezoedeld door den dorst naar goud, trokken zij van feestzaal
+naar feestzaal, van kasteel naar kasteel, slechts denkende aan hun
+zending--het verzachten van de zeden van een barbaarsche eeuw.
+
+
+ Gij lang gestorven broeders van de minnezangen,
+ Die voor uw loon een beker wijn en lof slechts hebt ontvangen,
+ Gij leeft nog voort in 't hedendaagsche lied!
+
+
+Maar deze eenvoudige toestand was niet blijvend. Met het toenemen van
+den smaak voor de cantares, werden de trovadores en hunne trawanten,
+zooals dat meestal pleegt te geschieden, begeerig naar de genietingen
+van het leven, zich beroepende op de eeuwenoude bewering, dat de
+uiterlijke kenteekenen van de schoonheid het geboorterecht van den
+kunstenaar zijn, en vergetende, hoe noodlottig het is, te bezoedelen
+met rijkdom en macht, den rijken en hemelschen geest van den dichter.
+
+Deze geesten uit hooger sfeer versmaadden helaas de goede gaven
+niet. Koningen, prinsen en edelen overlaadden den trovador met
+hunne gunsten, vleiden hem, door zijn kunst en zijn leven na te
+bootsen, en voegden zichzelf bij hun gilde. Weinig menschen van
+geest zijn z geschapen, dat zij een natuurlijke hooghartigheid
+en heerschzucht volkomen kunnen onderdrukken. In die dagen schijnt
+dichterlijke aanmatiging even veelvuldig te zijn voorgekomen als
+militaire blufferij, en de trovadores, verwend en gevierd als zij
+waren door vorsten en edelen, werden tenslotte onverdraaglijk in hunne
+onbeschaamdheid en begeerigheid. Het land was overstroomd door echte
+en zoogenaamde zangers, wier levenswijze overal schandaal verwekte,
+zelfs in een tijd, waarin men in dit opzicht niet kieskeurig was. Het
+publiek kreeg genoeg van die eeuwige cantares en het getokkel op
+n snaar. Het werd meer en meer gebruikelijk romances te lezen,
+inplaats van ernaar te luisteren, en z kwam het voor, dat de
+juglares langs de heirwegen van Spanje trokken en op de hoeken der
+straten hunne liederen voordroegen in een toestand van verarming, die
+vrij wat droeviger was te aanschouwen dan hunne vroegere gebrekkige,
+maar toch eervolle omstandigheden.
+
+Weinige van de oude Spaansche cantares zijn bewaard gebleven,
+in tegenstelling met de meer dan honderd chansons, die Frankrijk
+kan vertoonen. Maar wat ervan is overgebleven, is voldoende om ons
+een duidelijk beeld te geven van het type. Zooals wij reeds vroeger
+aantoonden, hebben wij onze bekendheid met meer dan n ervan te danken
+aan de omstandigheid, dat zij werden opgenomen in de oude Kronieken
+van Spanje. Een uitstekend voorbeeld van dit proces van letterkundig
+balsemen wordt ons gegeven door de wijze, waarop de cantar van Bernaldo
+de Carpio werd ingebed in de betrekkelijk vervelende massa van de
+Algemeene Kroniek van Spanje, die in 1260 door Koning Alfonso den
+Wijze werd samengesteld, en waar men dit gedicht zal kunnen vinden
+in de hoofdstukken VII en XII van het derde deel. De dichterkoning
+verklaart, dat hij zijne geschiedenis van Bernaldo heeft gegrond op
+Oude balladen en in den geest, zoowel als den vorm van zijn verhaal
+van den legendarischen held kunnen wij den invloed van den cantar
+duidelijk waarnemen.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN BERNALDO DE CARPIO.
+
+Toen de jonge Bernaldo de Carpio den mannelijken leeftijd bereikt had,
+was hij, zooals zooveel romanhelden, niet bekend met de omstandigheid,
+dat hij van vorstelijken bloede was; want zijn moeder was een zuster
+van Don Alfonso van Castili en was in het geheim gehuwd met den
+dapperen en edelen Graaf de Sandras de Saldaa. Koning Alfonso, diep
+beleedigd dat zijn zuster iemand gehuwd had, die zoo zeer haar mindere
+in rang was, wierp den graaf in de gevangenis, waar hij hem van het
+gezicht liet berooven, en sloot de prinses in een klooster op. Hun
+zoon Bernaldo voedde hij echter zeer zorgvuldig op. Toen hij nog een
+jongeling was, bewees hij zijn oom belangrijke diensten, maar toen
+hij vernam, dat zijn vader in de gevangenis zuchtte, maakte een diepe
+zwaarmoedigheid zich van hem meester, en hij stelde geen prijs meer op
+de dingen, die vroeger zijn grootste vreugde uitmaakten. Inplaats van
+zich bezig te houden met dans en tournooi, kleedde hij zich in zwaren
+rouw, en tenslotte begaf hij zich naar Koning Alfonso, en smeekte hem,
+zijn vader de vrijheid terug te geven.
+
+Alfonso was diep bewogen, toen hij bemerkte, dat Bernaldo bekend was
+met zijne afkomst en de gevangenschap van zijn vader, maar zijn haat
+voor den man, die zijne zuster veroverd had, was grooter dan de liefde
+voor zijn neef. Eerst gaf hij geen antwoord, en plukte aan zijn baard,
+z verbluft was hij. Maar koningen zijn niet spoedig uit het veld
+geslagen, en daar hij dacht, de zaak het vlugst van de baan te helpen
+door een barsch antwoord, zeide hij streng: Bernaldo, als gij mij
+lief hebt, spreek dan nooit meer over deze zaak, want ik zweer u,
+dat uw vader, zoo lang ik leef, de gevangenis niet zal verlaten.
+
+Sire, antwoordde Bernaldo, gij zijt mijn Koning en kunt doen,
+wat u goeddunkt, maar ik bid God, dat Hij u tot andere gedachten
+moge brengen.
+
+Koning Alfonso had geen eigen zoon, en in een zwak oogenblik stelde
+hij voor, dat Karel de Groote, de machtige keizer der Franken, hem
+zou opvolgen. Maar zijne edelen verzetten zich tegen zijne keus,
+en weigerden een Frank te erkennen als erfgenaam van den troon van
+Christelijk Spanje. Toen Karel de Groote hoorde van het voorstel
+van Alfonso, maakte hij zich op, om Spanje binnen te vallen, onder
+het voorwendsel, de Mooren uit te roeien; maar Alfonso, die berouw
+had van zijn voornemen, de kroon aan een vreemdeling na te laten,
+verzamelde zijne troepen om zich heen, en sloot een bondgenootschap
+met de Saracenen. Er werd een zware en hardnekkige slag geleverd
+bij Roncevalles, waarin de Franken ten slotte verslagen werden,
+voornamelijk door de behendigheid van Bernaldo, die met eigen hand
+den beroemden ridder Roland doodde.
+
+Koning Alfonso trachtte deze en de andere diensten van Bernaldo te
+beloonen, maar deze wilde geen enkele gunst uit 's Konings handen
+ontvangen dan de vrijheid van zijn vader. Telkens weer beloofde
+de koning het verzoek in te willigen, maar even dikwijls vond
+hij een voorwendsel, om zijn woord te breken, totdat ten slotte
+Bernaldo, bitter teleurgesteld, zijn bondgenootschap verbrak, en
+zijn verraderlijken oom den oorlog verklaarde. De koning, die de
+populariteit en de oorlogskunde van zijn neef vreesde, nam toen een
+laffe krijgslist te baat. Hij verzekerde Bernaldo, dat zijn vader
+in vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij er in toestemde, het
+groote kasteel Carpio aan hem af te staan. De jonge ridder gaf hem
+oogenblikkelijk zelf de sleutels over en smeekte, dat zijn vader hem
+dadelijk zou worden teruggegeven. Als antwoord wees de verraderlijke
+Alfonso op een troep ruiters, die in galop naderden.
+
+Daar komt uw vader, Bernaldo, zeide hij spottend, omhels hem.
+
+Bernaldo, zoo luidt het verhaal, ging tot hem en kuste zijne hand. Maar
+toen hij bemerkte, dat deze koud was en zijn kleur zwart, begreep hij,
+dat hij dood was; en onder den indruk van zijn leed begon Bernaldo
+luid te schreien en te jammeren, zeggende: Helaas, Graaf Sandas,
+ik ben in een kwaad uur geboren, want nooit was iemand z verlaten
+als ik; want nu gij dood zijt, en mijn kasteel is weg, weet ik niet,
+wat ik beginnen moet! Sommige Cantares de Gesta vermelden, dat de
+koning toen zeide: Bernaldo, het is nu geen tijd voor vele woorden,
+en daarom beveel ik u oogenblikkelijk mijn land te verlaten.
+
+Met een gebroken hart, en volkomen vernietigd door dezen genadeslag,
+wendde Bernaldo de teugels, en reed langzaam heen. En van dien dag af
+werd zijn banier niet meer in Christelijk Spanje gezien, noch werd
+de echo van zijn hoorn tusschen de heuvelen gehoord. Ongelukkig en
+wanhopend nam hij dienst bij de Mooren. Maar zijn naam leeft in de
+balladen en romances van zijn vaderland voort, als van een dapper
+ridder, wien door het verraad van een leugenachtig en wraakgierig
+Koning, groot onrecht is aangedaan.
+
+Ofschoon de Cantares van Fernn Gonzlez en de Kinderen van Lara ook
+in de kronieken zijn opgenomen, heb ik er de voorkeur aan gegeven,
+deze in het hoofdstuk over de ballades te behandelen, daar zij in
+dien vorm het meest bekend zijn.
+
+
+
+DE POEMA DEL CID.
+
+Maar verreweg de meest volledige en eigenaardigste van de Cantares
+de gesta is de beroemde Poema del Cid, die nog steeds zoo genoemd
+wordt, ondanks alles wat wij van den oorspronkelijken vorm weten. Dat
+het een Cantar is, moet iedereen duidelijk zijn, die eenigszins
+bekend is met de Fransche Chansons de gestes. Zooals zoovelen der
+Chansons-helden wordt de Cid het slachtoffer van de ondankbaarheid
+zijns Konings, en wordt hij later weder in genade aangenomen. Wij
+ontmoeten in het gedicht voortdurend den gebruikelijken zinsbouw
+van de Chansons, en ook de atmosfeer van blufferige heldhaftigheid
+versterkt de overeenkomst, die tusschen beide bestaat. Er zijn ook
+duidelijke bewijzen, dat de schrijver van de Poema, de Chanson de
+Roland had gelezen of ervan had gehoord. Ik wil hiermede niet beweren,
+dat hij dit gedicht omwerkte, of, wat nog erger is, plagiaat pleegde
+ten opzichte van het grootsche werk van Roncevalles, maar er bestaat
+overeenkomst tusschen verschillende kleinere gebeurtenissen, hetgeen
+echter volkomen wordt goedgemaakt door de oorspronkelijke en bezielende
+wijze, waarop het onderwerp behandeld is. De gedachte en de vorm
+zijn typisch Spaansch; ook vertoont de taal geen Franschen invloed,
+behalve, zooals reeds gezegd is, in de afgezaagde uitdrukkingen,
+die de clichs zijn van het middeleeuwsche heldengedicht.
+
+
+
+HET EENIGE MANUSCRIPT.
+
+Er is slechts n manuscript bekend van de Poema del Cid, het
+handschrift van een zekeren Per of Pedro den Abt. Ongeveer in
+het laatste kwartaal van de achttiende eeuw kreeg de koninklijke
+bibliothecaris Sanchez door bibliografische nasporingen het vermoeden,
+dat zulk een manuscript zou kunnen bestaan in de buurt van Bivar, de
+geboorteplaats van den held van het gedicht, en hij slaagde erin, het
+in dit dorp op te diepen. De datum onder aan het handschrift vermeldt
+MCCXLV en de kenners zijn het niet eens over de beteekenis hiervan,
+daar enkelen meenen, dat na de tweede C, waar iets is weggeschrapt,
+met opzet een kleine ruimte is opengelaten en dat men moet lezen 1245
+(1207 Gregoriaansche tijdrekening). Anderen gelooven echter, dat de
+juiste datum onder het manuscript 1307 is. Hoe het zij, het gedicht
+zelf dateert in ieder geval uit het tijdperk tusschen het midden van
+de 12e en het midden van de 13e eeuw.
+
+Het manuscript is in een vrij verminkten en beschadigden toestand. Het
+begin en de titel zijn verloren gegaan, er mist een blad uit het
+midden, en het einde is slordig bijgeplakt door een onbekwame
+hand. Sanchez verklaart in zijn Poesias Castellanas anteriores al
+Siglio XV (1779-'90), dat hij een afschrift heeft gezien, dat in 1596
+gemaakt is en waaruit blijkt, dat het manuscript toen reeds dezelfde
+onvolkomenheden vertoonde als nu.
+
+
+
+
+DE SCHRIJVER ONBEKEND.
+
+De persoonlijkheid van den schrijver van de Poema del Cid zal
+waarschijnlijk wel eeuwig onbekend blijven. Misschien was het een
+priester, zooals Ormsby veronderstelt, maar ik geloof eerder, dat het
+een beroeps-trovador was. In Frankrijk waren de trouvres en niet de
+geestelijken de scheppers van dergelijke gedichten, waarom zouden de
+trovadores het dan niet in Spanje zijn? [18]
+
+Dat de schrijver leefde in een tijd, niet lang na dien, waarin de
+gebeurtenissen die hij verheerlijkte plaats grepen, is duidelijk;
+waarschijnlijk ongeveer een halve eeuw nadat de Cid voor de laatste
+maal zijn beroemd zwaard Colada uit de scheede trok. Op grond van
+verschillende plaatselijke toespelingen, die in het gedicht voorkomen,
+heeft men uitgemaakt, dat hij geboortig was uit de Valle de Arbujuelo,
+en een monnik was uit het klooster Cardea, in de nabijheid van Burgos;
+maar deze veronderstellingen berusten slechts op wat men uit het
+gedicht heeft opgemaakt, en zijn niet veel waarschijnlijker dan het
+vermoeden, dat hij een Asturir zou zijn, omdat hij den tweeklank
+ue niet gebruikt. Wij hebben echter goede redenen, aan te nemen,
+dat hij in elk geval een Castiliaan was, en wel voornamelijk om zijn
+heftigen politieken afkeer van het koninkrijk Leon, en alles, wat
+daarbij behoorde. Dat Pedro de Abt slechts een copist was, blijkt
+duidelijk uit de mishandeling van het manuscript, want ofschoon wij
+hem het behoud van de Poema te danken hebben, wordt onze dankbaarheid
+wel zeer getemperd door onze ontstemming over de wijze, waarop hij
+zijn taak volbracht. Want de copie staat vol noodelooze herhalingen,
+hij schrijft dikwijls twee regels door elkaar, en plaatst zoo nu en
+dan zelfs den inhoud van den nen regel op den anderen, in zijn haast,
+om van zijn werk af te zijn.
+
+
+
+ANDERE CANTARES VAN DEN CID.
+
+Dat er ook andere Cantares zijn, die van den Cid verhalen, weten
+wij door de onderzoekingen van Seor Don Ramn Menndez Pidal,
+die bewezen heeft, dat n ervan is opgenomen in de oudste uitgave
+van de Crnica General, waarvan blijkbaar drie exemplaren bewaard
+zijn gebleven, dateerende uit verschillende tijdperken. Wij weten
+nu ook, dat het gedeelte, waarvan hier sprake is, niet zooals men
+vroeger meende, afkomstig is van de Poema zooals wij die kennen. De
+gedeelten over den Cid in het tweede exemplaar van de Crnica zijn
+ook overgenomen uit een anderen Cantar van den vereerden held, bekend
+als de Crnica Rimda, of Cantar de Rodrigo, dat waarschijnlijk het
+werk was van een juglar uit Palencia, en blijkbaar een mengelmoes
+van verschillende verloren Cantares over den Cid, zoowel als van
+andere Spaansche volksoverleveringen. Dit exemplaar dateert echter
+uit een lateren tijd dan de Poema en is vooral belangrijk omdat er
+verscheiden overleveringen van den Cid en oude volksverhalen van
+Spanje in zijn opgenomen.
+
+
+
+DE MAAT VAN DE POEMA DEL CID.
+
+Het heeft er allen schijn van, dat het gedicht, zooals dit met alle
+Cantares het geval was, geschreven is om in het openbaar te worden
+voorgedragen. De uitdrukking O Seores, die wij telkens ontmoeten,
+heeft dezelfde bedoeling als het Listen lordings, dat zoo veelvuldig
+in de oude romances en balladen van Engeland voorkomt, nl. de aandacht
+te trekken en de afnemende belangstelling weer te wekken van een
+middeleeuwsch publiek. De maat, waarin het werk is geschreven, is
+bijna even ongelijk als de dichterlijke waarde van den inhoud. Het is
+voornamelijk geschreven in Alexandrijnen of veertienlettergrepige
+regels, maar sommige regels hebben veel meer lettergrepen,
+terwijl andere weer geweldig besnoeid zijn, waarschijnlijk door de
+onoplettendheid of de haast van den copist. Het komt mij voor, dat
+de Poema, ofschoon in veel van de beste gedeelten van groote waarde,
+toch eenigszins overschat is, en ik verdenk menig Engelsch criticus,
+die zoo uitbundig de voortreffelijkheden van het werk prijst, ervan,
+het nooit in zijn geheel te hebben gelezen. Heele gedeelten ervan zijn
+buitengewoon onbeduidend, en in sommige ontaardt het in een rijmelarij,
+die ons herinnert aan de barbaarschheden van de pantomime; maar wanneer
+de oorlogstrompet schalt, dan wekt zij den zanger, zooals zij Scott
+wekt (de overeenkomst tusschen beiden is in veel opzichten opvallend)
+en een machtig orkest barst los. De regels golven aan en zwellen in
+een waar Homerisch stormgeloei, en wanneer wij luisteren naar het
+breken der Castiliaansche speren op de Moorsche schilden, dan worden
+wij herinnerd aan die geweldige regels van Swinburne's Erechtheus:
+
+
+ Met een aardschok van botsend geweld,
+ en met hoeven, bloeddruipend en rood,
+ Grijpt de woedende krijg naar de zeis
+ en zijn voet brengt den vlammenden dood.
+
+
+Maar de waarde der muziek van de Poema is niet uitsluitend gelegen
+in luidklinkende tonen. Het is de ware krijgsmuziek, die het bloed
+vuriger door de aderen jaagt, en de schrijver bereikt zijn effect
+niet alleen door den metrischen galop van zijn strijdros, zooals dit
+met den Engelschen dichter het geval is.
+
+
+
+BEGIN VAN HET GEDICHT.
+
+Het begin van de Poema del Cid, zooals wij dat bezitten, is treffend
+en dramatisch genoeg, om ons te troosten over het verlies van het
+oorspronkelijke begin. De groote bevelhebber, die tengevolge van het
+verraad van de Leonsche partij aan het Hof van Koning Alfonso, door een
+koninklijk bevel verbannen is uit het huis van zijn vader (c. 1088),
+rijdt ontroostbaar heen uit de verwoeste poorten van zijn kasteel. Een
+vrij nauwkeurige vertaling van dit treffende gedeelte volgt hier:
+
+
+ Hij wendt den blik nog eens naar 't huis, en tranen stroomen neer,
+ De plek, die eens hem schuilplaats bood, hij kent haar nauwlijks
+ meer.
+ Verwoest de poorten van het slot, de wind blaast door de hal,
+ Geen kleeden dekken meer den vloer, geen paard staat in den stal.
+ Geen valk of havik vliegt hem toe, en zet zich op zijn hand;
+ Een ridderlijke bedelaar...., z trekt hij uit zijn land,
+ Hij zucht, zooals een strijder zucht: U Heer, zij lof en prijs!
+ Mij en den mijnen schonkt Gij reeds zoo menig gunstbewijs.
+ De lastertong, de leugentaal, die sloegen mij terneer,
+ Maar nmaal komt de dag, dat Gij mij wreken zult, o Heer!
+ Een raaf vloog hem op zijde, toen hij reed uit Bivar's poort.
+ Toen hij te Burgos ruste zocht, vloog nog de vogel voort.
+ En bij dit somber teeken, verduisterde zijn blik:
+ Alvarez Fannez, wees gegroet, gij banneling als ik!
+ Met zijn getrouwen, zestig man, zoo reed hij door de straat;
+ Vanuit de vensters zag hem na zoo menig droef gelaat.
+ Daar gaat, zoo zuchtte menig hart, een goed en trouw vasal,
+ Die door zijn Koning werd miskend, door laster kwam ten val.
+ En zeker had hem menig dak beschut dien droeven nacht,
+ Als Burgos' volk niet had gevreesd des Konings sterke macht;
+ Want een decreet, van zegels zwaar, ging door het gansche land:
+ Hij, die den Cid bescherming geeft, diens huis wordt platgebrand.
+ Toen dus de droeve stoet reed voort, toen wendde men den blik....
+ Met zijn getrouwen reed hij heen, de strijder Roderick.
+ Bij 't huis, waar hij te wonen placht, daar sprong hij van zijn ros:
+ Uw meester staat hier voor de poort, maak slot en grendels los!
+ Maar uit een venster sprak de maagd, die 't slot voor hem bewaart:
+ O Heer, die eens in beter tijd hanteerde 't roemrijk zwaard,
+ Een brief des Konings kwam naar hier, gezegeld door zijn hand,
+ Die U en Uw getrouwen bant voor goed uit 't Spaansche land.
+ Wie onzer, zij het slechts n nacht, een schuilplaats U mocht bin,
+ Die is veroordeeld, en hij zal nooit meer het zonlicht zien.
+ Ga dan, gij strijder voor het recht, en Gode sta U bij;
+ Voor U geen rust in 't Vaderland, want gij zijt vogelvrij.
+
+
+Daar de Cid en zijne getrouwen binnen de stad geen plaats konden
+vinden om hun hoofd neer te leggen, reden zij mistroostig naar
+de vlakte van Glera, ten Oosten van Burgos, waar zij hunne tenten
+opsloegen aan de oevers van de rivier Arlanzon. Daar voegde Martinez
+Antolinez zich bij hen, n van de vroegere vasallen van den Cid,
+die voedsel en wijn bracht voor hem en zijne volgelingen, en hem
+trachtte te troosten. De Cid bezat geen maravedi en wist niet,
+hoe hij zijne mannen van voedsel en wapenen moest voorzien. Maar
+hij en Antolinez bedachten een plan, waardoor zij hoopten, zich het
+noodige voor den krijg te verschaffen. Zij namen twee groote kisten,
+bedekten deze met rood leder, en versierden ze met vergulde spijkers,
+zoodat zij er zeer kostbaar uitzagen. Toen vulden zij de kisten met
+rivierzand, en sloten ze stevig dicht.
+
+
+
+GELD LEENEN IN DE ELFDE EEUW.
+
+Martinez Antolinez, zeide de Cid, gij zijt een eerlijk man en
+een trouw vasal. Ga naar de Joden Raquel en Vidas, en vertel hun,
+dat ik vele kostbaarheden bij mij heb, die ik hun in bewaring wil
+geven, omdat zij te zwaar zijn, om mede te nemen. Geef hun deze
+kisten als pand voor wat zij ervoor willen geven. Ik roep God en
+al zijne heiligen tot getuigen, dat ik dit doe, omdat ik tot het
+uiterste gedreven ben, en terwille van hen, die op mij vertrouwen.
+Antolinez, eenigszins huiverig van deze zending, zocht de Joden Raquel
+en Vidas op in hun woning, waar zij bezig waren, hun rijkdom en hun
+winst te berekenen. Hij vertelde hun, dat de Cid een groote schatting
+had geheven, die hij onmogelijk kon medenemen, en dat hij hun die in
+bewaring wilde geven, wanneer zij hem een behoorlijke som daarop wilden
+leenen; maar zij moesten plechtig beloven, de kisten gedurende een vol
+jaar niet te openen. De Joden overlegden samen en stemden er in toe,
+de kisten te verbergen en gedurende minstens een jaar den inhoud niet
+te onderzoeken. Maar zeg ons eens, zeiden zij, met hoeveel is de
+Cid tevreden en welke interest wil hij ons voor dat jaar geven?
+
+Van alle kanten komen arme menschen bij mijn meester, den Cid, om
+hulp, zeide Antolinez; hij heeft minstens zeshonderd Marken noodig.
+
+Wij willen hem die som met genoegen geven, zeiden Raquel en Vidas,
+want de schat van zulk een machtig heer als de Cid, kan niet anders
+dan onmetelijk groot zijn.
+
+Haast u dan, zeide Antolinez, want de nacht nadert en mijn meester,
+de Cid, is door een vonnis gedwongen, Castili oogenblikkelijk te
+verlaten.
+
+Neen, zeiden de Joden naar den aard van hun ras, dat is geen
+zaken doen; eerst ontvangen en dan betalen. Zij verzochten dus te
+worden gebracht naar de plaats, waar de Cid kampeerde, en nadat zij
+hem begroet hadden, betaalden zij hem de afgesproken som. Zij waren
+verbaasd en verrukt over de zwaarte der kisten, en vertrokken hoogst
+voldaan, nadat zij Antolinez nog een commissieloon van 30 gouden
+Marken hadden gegeven voor het aandeel, dat hij in de zaak gehad had.
+
+
+
+DONNA XIMENA.
+
+Toen zij vertrokken waren, brak de Cid zijn kamp op, en galoppeerde
+door den nacht naar het klooster San Pedro de Cardea, waar zijn vrouw,
+Donna Ximena, met zijn beide jeugdige dochters vertoefden. Hij vond
+haar verzonken in gebed voor zijn welzijn, en zij ontvingen hem met
+de hartelijkste betuigingen van vreugde. Hij nam den Abt ter zijde en
+deelde hem mede, dat hij op het punt stond op avontuur uit te trekken
+naar het land van de Mooren, en hij overhandigde hem een som, die
+toereikend was voor het onderhoud van Donna Ximena en hare dochters
+tot aan zijn terugkomst en hij voegde daarbij nog een milde gift ten
+behoeve van het klooster.
+
+Maar reeds was het bericht van de verbanning van den Cid door het
+geheele land verspreid en z groot was de roem van zijn dapperheid,
+dat ridders van heinde en ver zich onder zijne banieren schaarden. Toen
+hij den voet in den stijgbeugel plaatste bij den brug van Arlanzon,
+was hij omringd door honderdvijftig ridders, die hem wenschten te
+volgen op zijn avontuurlijke tocht. Het afscheid van zijn vrouw en
+dochters is treffend geteekend:
+
+
+ Scherp als de pijn van nagels, die men afrukt van de hand,
+ Zoo voelde hij zijn droefenis, toen hij verliet zijn land.
+ En telkens wendde hij den blik, het hart vervuld van rouw,
+ Bij d'aanblik van zijn dierbaarst goed: zijn kinderen en vrouw.
+ Totdat Minaya eind'lijk riep, zijn metgezel en vriend:
+ De droefheid is geen passend kleed voor wie de wapens dient,
+ Gij, die geboren zijt, mijn held, in een gelukkig uur,
+ Trek vroolijk en verheugd van ziel op zoek naar avontuur.
+ Wat heden gij als smart gevoelt, is morgen zaligheid!
+ Het leed verdooft noch krijgstrompet, noch vreugde van den strijd!
+
+
+Toen gaven zij hunne paarden de sporen en galoppeerden naar de grenzen
+van Christelijk Spanje en staken op vlotten de rivier Duero over,
+waarna zij op Moorschen bodem stonden. Ver in het Westen konden zij de
+sierlijke Minaretten van de Saraceensche stad Ahilon zien, glinsterende
+in de middagzon, een zinnebeeld van de rijke schat, die zij zouden
+veroveren in het land der heidenen. In Higeruela schaarden zich nog
+meer dappere strijders onder de banieren van den Cid, grensbewoners,
+voor wie een rooftocht een feest was, en het breken van speren de
+schoonste muziek. Toen de Cid dien nacht sliep, droomde hij, dat
+de Aartsengel Gabriel hem verscheen, en tot hem zeide: Stijg op,
+o Cid Campeador, stijg op en rijd heen; uw zaak is rechtvaardig;
+zoo lang gij leeft, zal alles, wat gij onderneemt, u gelukken.
+
+Met driehonderd volgelingen reed de Cid het land der Mooren binnen. Hij
+lag in hinderlaag, terwijl Alvarez Faez en andere ridders een
+rooftocht ondernamen naar Alcal. In hun afwezigheid bemerkte de
+Cid, dat de mannen van Castijon, een naburige Moorsche stad, de
+plaats verlieten om op het land te gaan werken, zonder de poorten te
+sluiten. Hij en zijne mannen deden een aanval op de poorten, doodden
+de weinige heidenen, die ze bewaakten, en namen de stad zonder veel
+strijd. Zijne mannen waren zeer verheugd over de schat van goud en
+zilver, die zij in de eigenaardige Moorsche huizen vonden. Maar zij
+waren barmhartig tegenover de inwoners, die zij meer tot dienaren
+dan tot slaven maakten.
+
+
+
+DE INNEMING VAN ALCOCER.
+
+Nadat zij te Castijon gerust hadden, reden de Cid en zijne volgelingen
+door de Vallei van Henares langs Alhamia naar Bubierca en Ateca, en
+daar hij in een onbekend land was, omringd door een menigte vijanden,
+nam hij stelling op een heuveltop bij de sterke Saraceensche stad
+Alcocer, die hij belegerde. Maar de stad was goed bewaakt en hij
+zag, dat, wanneer hij door de versterking wilde heendringen, het door
+krijgslist moest gebeuren en niet alleen door vechten. Daarom riep hij
+op een morgen, nadat hij gedurende vijftien weken Alcocer belegerd had,
+zijne manschappen terug, alsof hij zijne nuttelooze pogingen opgaf,
+en hij liet maar n tent achter.
+
+Toen de Mooren zijn terugtocht bemerkten, juichten zij, en in hunne
+begeerte om te zien welken buit zij in die eenzame tent zouden vinden,
+liepen zij in alle haast de stad uit, en lieten de poorten open en
+zonder bewaking. Toen de Cid zag, dat de Mooren een groot eind van de
+stad verwijderd waren, gaf hij zijne manschappen bevel, terug te keeren
+en het opgewonden Saraceensche gepeupel te overvallen. Het kostte
+hem niet veel overredingskracht, zijne manschappen daartoe over te
+halen. De Castiliaansche ridders wierpen zich met hooggeheven lansen
+op de dichte menigte, en richtten een vreeselijke slachting aan. De
+ongelukkige Mooren, die zoo onverwachts overvallen werden, vluchtten
+in alle richtingen en spoedig was de vlakte overdekt met in het wit
+gekleede lijken. Intusschen draafde de Cid met enkele vertrouwde
+volgelingen naar de poorten en bezette ze, zoodat de Spanjaarden
+Alcocer in triomf binnentrokken. Zooals het zijn gewoonte was,
+behandelde de Cid de Mooren, die zich goedschiks aan hem overgaven,
+barmhartig, want, zeide hij, wij kunnen hen niet verkoopen, en wij
+zullen er niets bij winnen, als wij hun de hoofden afsnijden. Laat
+ons liever hen tot onze dienaren maken.
+
+De Saracenen uit de naburige steden Ateca en Zerrel waren zeer
+verschrikt door de wijze, waarop Alcocer ingenomen was en zij
+berichtten den Moorschen Koning van Valencia, dat een zekere Roderigo
+Diaz uit Bivar, een vogelvrije, hun land was binnengevallen om er te
+plunderen, en reeds de sterke stad Alcocer had ingenomen. Toen Koning
+Tamin van Valencia deze tijding hoorde, was hij zeer vertoornd en zond
+een leger van drieduizend goed uitgeruste strijders den Campeador
+tegemoet. In zijn woede gaf hij zijne officieren het bevel, den
+Spaanschen verrader gevangen te nemen en hem levend bij hem te brengen,
+opdat hij zijn gerechten straf zou ondergaan. De Cid wist niets van de
+komst van deze troepen, en toen zijne schildwachten op zekeren morgen
+op de muren van Alcocer heen en weer liepen, waren zij verbaasd de
+geheele omgeving overstroomd te zien door Moorsche soldaten, die op
+hunne vlugge paardjes heen en weer draafden en hunne kromme zwaarden
+dreigend zwaaiden. Zijne buitenposten brachten spoedig het bericht,
+dat zij omsingeld waren, en zijne ridders en soldaten smeekten hem,
+ten strijde te mogen trekken tegen de ongeloovigen. Maar de Cid was
+bekend met de Moorsche krijgskunst en hij weigerde het verzoek in te
+willigen. Dagen lang paradeerde de vijand om de muren van Alcocer. Maar
+de Cid wist te goed, dat het dwaasheid zou zijn, met zijne driehonderd
+man een leger van drieduizend goed uitgeruste soldaten aan te vallen,
+en hij wachtte dus zijn tijd af.
+
+
+
+DE STRIJD MET DEN MOORSCHEN KONING.
+
+Eindelijk slaagden de Mooren erin, den watertoevoer van Alcocer af
+te snijden. De mondvoorraad verminderde ook, en de Cid begreep, dat
+zulk een wanhopige toestand een gewaagd besluit noodig maakte. Alvarez
+Fannez, die altijd naar het gevecht hunkerde, zooals een strijdros,
+wanneer het de krijgstrompet hoort, drong aan op een krachtigen uitval,
+en de Cid, die den moed van zijne mannen kende, stemde toe. Eerst zond
+hij alle Mooren buiten de stad en inspecteerde de versterkingen. Hij
+liet slechts twee mannen achter om de poort te bewaken, stelde zijne
+troepen op, en zij verlieten Alcocer in gesloten rijen en in volkomen
+slagorde. En hier moeten wij weder het woord laten aan den dichter.
+
+
+ Hoera! daar rijdt de woeste Moor, en zwaait het kromme zwaard,
+ Hoor 't schetterend trompetgeschal en 't dreunen van de aard!
+ Twee vaandels heffen zij omhoog, met trotsch en woest gebaar,
+ En om elk vaandel legert zich een zwarte heidenschaar;
+ Als golven van een woeste zee, zoo wast de vijand aan,
+ En denkt de Christen Ridderschap met wreede hand te slaan.
+ Houdt stand! blijft in het zadel nu, gij ridders, roept de Cid,
+ En sluit de rijen, want de aard' zag nog zoo'n aanval niet.
+ Maar 't vurig hart van Bermuez sprong op bij 't tromgeluid:
+ Hoe? wachten tot de vijand komt? Dat nooit! zoo riep hij uit.
+ Dit trotsche vaandel hef ik hoog; Op! volgt mij in den strijd!
+ Op, Ridders, tegen 't heidendom, voor Spanje en Christenheid!
+ Blijf kameraad, zoo sprak de Cid, maar Pedro schudde 't hoofd,
+ En sprak: Hij volg' mij trouw, die in de heil'ge zaak gelooft.
+ Fier hief de ridder zich in 't zal, en liet de teugels los,
+ De sporen drukte in de flank hij van zijn edel ros.
+ En als een schip, dat golven klieft en schuim opspatten doet,
+ Zoo wierp de held zich in die zee, den Saracenenvloed;
+ En onbewogen als een rots, die in de branding staat,
+ Terwijl de woeste golf zich op haar borst te pletter slaat,
+ Zoo hield, terwijl het heidensch tuig zijn slagen dalen doet
+ Op helm en schild, de ridder stand met ongebroken moed.
+ Ter hulpe! roept de eedle Cid, op! voor het heilig kruis!
+ Oud Castiliaansche Ridderschap, verdelg het Moorsch gespuis!
+ Zooals de jachthond voorwaarts stuift, zijn keten losgemaakt,
+ Zooals de valk schiet naar omhoog, als men zijn kluisters slaakt,
+ Ng feller dan de vurigheid van 't ongebreideld ros,
+ Zoo barst de woede van Castille op den vijand los.
+ Verzamelt U, gij Ridderschap, en valt den heiden aan,
+ En volgt den strijder van Bivar, die nooit nog werd weerstaan!
+ Driehonderd lansen heft men hoog...., zij dalen op bevel,
+ Driehonderd heid'nen liggen neer, een vlug en dood'lijk spel,
+ De lansen rijzen weer omhoog, de lansen dalen weer;
+ Ontelb're schilden liggen dan in 't zand versplinterd neer.
+ Het sneeuwwit vaandel is gedrenkt in 't bloed nu van den Moor,
+ Het onbeheerde krijgsros draaft de omwoelde vlakte door.
+ Gelijk de bliksem 't luchtruim klieft, zoo schittert in de hand
+ Van Roderick het scherpe zwaard; en mt hem houden stand
+ Alvarez Fannez, Gustior, en enk'le trouwen meer.
+ Maar ziet, o bange schrik, de Saracenen velden neer
+ Het strijdros van Alvar Fannez, den grooten, eedlen held!
+ Maar haastig komt de Cid Campeador ter hulp gesneld,
+ Ziet, hoe de dappere Fannez bedreigd wordt door den dood,
+ Doordat een emir op zijn ros den held geen uitweg bood.
+ Dan grijpt de onverschrokken Cid het zwaard met vaste hand,
+ Hij zwaait het met een forschen greep..., de emir ligt in 't zand.
+ Bestijg zijn vurig strijdros nu, stijg op, nog dreigt gevaar,
+ De phalanx van den vijand staat nog ongebroken daar.
+ Fannez werpt in het zadel zich, en zaait verderf en dood,
+ Waarheen zijn ros hem draagt, daar kleurt het bloed de aarde rood.
+ De Cid rent op den veldheer toe, doorklieft zijn schild met kracht,
+ De Moorsche veldheer neemt de vlucht; den ridders is de macht.
+ De moedige Antolinea valt dan op Galve aan;
+ Hij en Fariz, zij wenden zich, zonder hun man te staan.
+ Zij trokken op ten zegepraal, zij vluchtten voor den smaad,
+ Hun helm gespleten door het zwaard, en met bebloed gelaat.
+ Sinds dichters zongen van een slag en roemden eedlen strijd,
+ Werd zulk een slagveld niet geroemd, nog tot op dezen tijd.
+ Geen waardiger en trotscher strijd bezong een heldenlied:
+ Nog kronen lauweren uw hoofd, o held, gij eedle Cid!
+
+
+Het was een woedend en bloedig gevecht. De Moorsche nederlaag was
+volkomen, en de kleine Castiliaansche troep had slechts vijftien man
+verloren. Vijfhonderd, rijk opgetuigde Arabische paarden, elk met een
+schitterend zwaard aan den zadelknop, vielen den Cid in handen. Hij
+hield het vijfde gedeelte daarvan voor zichzelf, zooals dat het gebruik
+was voor bevelhebbers van dergelijke vrije troepen. Maar daar hij zeer
+verlangend was, vrede te sluiten met Koning Alfonso van Castili,
+zond hij Alvarez Faez als zijn vertegenwoordiger naar het Hof met
+dertig van deze kostbaar getuigde en gezadelde paarden.
+
+Maar de Mooren waren, niettegenstaande hun nederlaag, niet van zins,
+den Cid vrij over hunne grenzen te laten trekken, en daar de Cid zag,
+dat hij niet lang bij machte zou zijn Alcocer in handen te houden,
+onderhandelde hij met de Saracenen van de naburige steden over den
+losprijs van Alcocer. Zij kwamen overeen, dat hij de plaats voor
+drieduizend Marken in goud en zilver zou verlaten, en zoo trok de
+Campeador verder Zuidwaarts, en nam stelling op een heuvel, ten Noorden
+van het district Mont'real. Hij maakte alle Moorsche steden in den
+omtrek schatplichtig, en bleef volle vijftien weken in zijn nieuw kamp.
+
+Intusschen was Alvarez Faez naar het Hof gereisd, en had den Koning
+de dertig prachtige paarden, die zij veroverd hadden, ten geschenke
+aangeboden. Nog is het geen tijd om den Cid weder in genade aan te
+nemen, zeide Alfonso; maar daar deze paarden van de ongeloovigen
+komen, heb ik geen bezwaar ze aan te nemen. Ik schenk u vergiffenis,
+Alvarez Faez, en hef uw ballingschap op. Wat den Cid betreft, ik kan
+niet anders zeggen, dan dat, wanneer een dapper strijder zich onder
+zijn banier wil scharen, ik hem dat niet zal beletten.
+
+
+
+DE OORLOG MET RAYMOND BERENGER.
+
+De Graaf van Barcelona echter, Raymond Berenger, een trotsch en
+aanmatigend heer, beschouwde de aanwezigheid van den Cid in een gebied,
+z dicht bij het zijne gelegen, als een persoonlijke beleediging, en
+in groote woede verzamelde hij al zijne manschappen, Mooren zoowel als
+Christenen, en maakte zich op, om den Cid te verdrijven uit de streek,
+die hij schatplichtig had gemaakt. Toen de Campeador hoorde, dat dit
+leger in aantocht was, zond hij een afgezant naar Graaf Raymond, om
+hem de verzekering te geven van zijne vredelievende bedoelingen ten
+opzichte van hem. Maar de Graaf vond, dat zijn persoonlijke waardigheid
+beleedigd was, en hij weigerde den boodschapper te ontvangen.
+
+Toen de Cid het leger van Raymond zag optrekken naar de heuvelen van
+Mont'real, wist hij, dat zijne vredesvoorstellen vergeefsch waren
+geweest; hij verzamelde zijne troepen voor het woedende gevecht, dat
+hij wist, dat volgen moest, en wachtte den vijand af op de vlakte, die
+de gunstigste voorwaarden bood voor zijne ruiters. Het lichtgewapende
+Moorsche paardevolk van Berenger stormde tot den aanval, maar werd
+zonder eenige moeite door de Castilianen teruggeslagen. De Frankische
+krijgslieden van den Graaf, een troep flinke en oorlogszuchtige
+huurlingen, stormden toen den heuvel af, en vielen de soldaten van den
+Cid aan. Het samentreffen was geweldig, maar de strijd was kort, want
+de ridders van Castili, geschoold in een voortdurend oorlogvoeren,
+hadden de Frankische ruiters spoedig verslagen. De Cid zelf viel Graaf
+Berenger aan en dwong hem, zijn beroemd zwaard Colada af te staan,
+dat zulk een belangrijke rol heeft gespeeld in de verdere oorlogsdaden
+van den Campeador. Een strijdzwaard, waarvan de overlevering vertelt,
+dat het dit beroemde wapen is, het Spaansche Excalibur, wordt nog
+getoond in de Armeria te Madrid, en alle geloovige bewonderaars van
+ridderverhalen zijn er van overtuigd, dat dit het zwaard is, dat de
+Campeador op den trotschen Berenger veroverde; zelfs de zekerheid,
+dat het gevest uit de vijftiende eeuw dateert, brengt dit geloof niet
+aan 't wankelen.
+
+De troepen van den Cid waren buitengewoon verheugd over de zegepraal
+zoowel als over den buit en er werd een vorstelijk feest aangericht,
+om de blijde gebeurtenis te vieren.
+
+De Cid noodigde den overwonnen Raymond Berenger op hoffelijke wijze
+uit zijn gast te zijn bij dit feestmaal, maar deze antwoordde uit
+de hoogte, dat zijn gevangenneming door vogelvrijen, hem de eetlust
+benomen had. Geprikkeld door deze onbeschoftheid, liet de Cid hem
+weten, dat hij zijn land niet zou terugzien, voordat hij het brood
+met hem zou hebben gebroken en een beker wijn met hem zou hebben
+gedronken. Gedurende drie volle dagen weigerde de Graaf ieder voedsel,
+en op den derden dag deelde de Cid hem mede, dat hij onmiddellijk in
+vrijheid zou worden gesteld, wanneer hij zijn vasten zou opgeven. Dit
+was teveel voor den trotschen Berenger, wiens honger nu grooter bleek
+te zijn dan zijn tegenstand. Groote Goden! roept de dichter uit,
+met welk een gulzigheid at hij! Hij bewoog zijne handen zoo vlug,
+dat de Cid de bewegingen niet kon volgen. Toen gaf de Cid hem de
+vrijheid en zij scheidden als goede vrienden.
+
+
+ Stijg op, rijd heen, mijn eedle Graaf, als vrij en moedig Frank,
+ Voor allen buit, dien gij mij liet, brengt u mijn harte dank.
+ En komt gij met trompetgeschal, opdat de krijgskans keer',
+ Dan wacht ik u, verheugd van ziel, hoor ik die klanken weer.
+ Neen Roderick, de krijg is uit, en tusschen ons is 't vree:
+ Geen strijd meer tusschen u en mij, het zwaard blijv' in de schee.
+ Toen reed hij heen; maar kort daarna wendde hij steels 't gelaat
+ En keek hij angstig achterom, als vreesde hij verraad;
+ Maar de gedachte aan zulk een daad was nimmer opgeweld,
+ In 't harte van den trouwen Cid, dien nooit volprezen held!
+
+
+
+DE CID VOERT OORLOG AAN DE ZEEKUST.
+
+De Cid wendde zich af van Huesca en Montalvan en voerde zijne troepen
+naar den zeekant. Toen de Mooren van Valencia bemerkten, dat hij
+zich in Oostelijke richting voortbewoog, ontstelden zij zeer, en zij
+besloten hem zulk een ontzaglijk leger tegemoet te zenden, dat hij
+onmogelijk zou kunnen voortdringen. Maar hij weerde zijne aanvallers
+met zulk een woede af, dat zij het niet waagden, hem langer tegen
+te houden. Drie jaren lang voerde de Cid oorlog in deze streek en
+ontelbaar waren zijne overwinningen. Hij en zijne ridders vestigden
+zich in dit land als koningen. Zij maaiden het koorn, en zij aten het
+brood van het overwonnen volk, zoodat er hongersnood uitbrak onder
+de Mooren, die bij duizenden stierven.
+
+Toen zond de Cid afgezanten naar Castili en Aragon met de boodschap,
+dat alle Christenen, die zich aan zijne heerschappij wilden
+onderwerpen, bescherming zouden genieten. Op dit bericht schaarden
+duizenden zich onder zijn vaandel, en zijn leger werd hierdoor z
+versterkt, dat hij in staat was, op te trekken tegen Valencia, de
+Moorsche hoofdstad van deze landstreek. Hij stelde zich met zijn
+geheele leger op voor de poorten der stad en belegerde haar. Negen
+maanden lang omsingelde hij de stad en in de tiende maand openden de
+inwoners van Valencia de poorten, en gaven zij zich over. Groot was
+de buit aan goud en zilver en kostbare stoffen, zoodat alleen het
+aandeel van den Cid een waarde vertegenwoordigde van dertigduizend
+Marken. Zijn macht nam dientengevolge z toe, dat niet alleen zijn
+eigen volgelingen, maar ook de Mooren van Oost-Spanje, hem begonnen
+te beschouwen als hun rechtmatigen Koning.
+
+Die steeds groeiende macht verontrustte den Moorschen Koning
+van Sevilla zeer, en hij besloot zijn geheele legermacht te
+mobiliseeren. Met een leger van dertigduizend man trok hij op tegen
+Valencia. Maar de Cid ontmoette hem aan de oevers van de Huerta en
+versloeg hem z volkomen, dat hij na dien nooit meer in staat was
+den Campeador te bestoken.
+
+Toen ontwaakte in het hart van den Cid de hoop, dat de Koning hem weer
+in genade zou aannemen en hem zijn vertrouwen weer zou schenken. En
+hij zwoer een duren eed, dat hij uit liefde voor Alfonso nooit meer
+zijn baard zou laten scheren. Zoo, zeide hij, zal mijn baard beroemd
+worden onder Mooren en Christenen. Hij zond Alvarez Faez ten tweede
+male naar het Hof, met een geschenk van honderd schitterend opgetuigde
+paarden van het zuiverst Arabische bloed, met de bede, dat hij zijn
+vrouw, Donna Ximena, en hunne dochters, zou mogen brengen naar zijne
+goederen, die hij zich met het zwaard veroverd had.
+
+Intusschen was uit het Oosten een monnik naar Valencia gekomen,
+Bisschop Don Jerome, die in verre landen van den moed van den Cid had
+gehoord, en ernaar verlangde, tegen de ongeloovigen te strijden. De
+Cid was zeer met hem ingenomen en stichtte het bisdom Valencia voor
+den dapperen Christen, wiens eenige gedachte was, het Christendom te
+verspreiden en de Saracenen uit te roeien.
+
+Inmiddels reisde Alvarez Faez naar het Hof en werd tot den Koning
+toegelaten. Deze was verrukt over de verhalen, die Faez hem deed over
+de krijgsverrichtingen van den Campeador, die de Mooren had bevochten
+in vijf groote veldslagen, hunne landen had onderworpen aan de Kroon
+van Castili, en een bisdom had gesticht midden in het gebied der
+heidenen, zoodat hij hem gaarne wilde toestaan, Donna Ximena en de
+jonkvrouwen Elvira en Sol naar Valencia te brengen. Bij het hooren
+van dit bericht, was Graaf Garcia Ordoez van de Leonesische partij,
+die indertijd de aanleiding was geweest tot de verbanning van den Cid,
+en die hem uit den grond van zijn hart haatte, zeer verstoord. De
+twee Infantes of Prinsen van Carrin echter, die de groote macht en
+den groeienden invloed van den Cid zagen, besloten, diens dochters
+ten huwelijk te vragen aan den Koning, maar zij verzwegen dit plan
+voorloopig.
+
+Het tijdstip, waarop de Cid zijn schuld zou moeten aflossen bij de
+Joden Raquel en Vidas was reeds lang verstreken; en toen zij hoorden,
+dat Alvarez Faez zich aan het Hof bevond, begaven zij zich daarheen,
+en zij verzochten hem, de geleende som terug te betalen. Alvarez Faez
+verzekerde hun, dat alles zou geschieden, zooals de Cid beloofd had,
+en dat slechts het voortdurend oorlogvoeren zijn meester belet had,
+aan zijne verplichtingen tegenover hen te voldoen. Zij waren volkomen
+bevredigd door deze verklaring, en zoo groot was hun vertrouwen in
+den Cid geweest, dat zij de kisten nooit hadden geopend, om den aard
+te onderzoeken van het onderpand, dat hij hun gegeven had.
+
+
+
+DE CID VERWELKOMT ZIJN GEZIN.
+
+Alvarez Faez reisde nu met Donna Ximena en de dochters van den
+Cid naar Valencia, en hij bracht haar veilig naar hare nieuwe
+woonplaats. Toen de Cid hoorde, dat zij naderden, besteeg hij zijn
+beroemd paard Babieca, dat hij eenige dagen te voren op de Mooren
+veroverd had, en reed zijn vrouw en dochters in galop tegemoet, om haar
+naar hare nieuwe bezittingen te brengen. Nadat hij zijn familie met
+groote hartelijkheid begroet had, geleidde hij haar naar het kasteel,
+van welks torens hij haar de landen toonde, die hij voor haar veroverd
+had. En zij dankten God voor zulk een rijke gave.
+
+Er ontstond echter groote onrust onder de Mooren van Afrika, toen zij
+van de krijgsverrichtingen van den Cid hoorden, want zij beschouwden
+het als een schande, dat hij zulk een groot gedeelte van Spanje op
+hunne broeders van het Schiereiland veroverd had. Hun Koning Yussef
+verzamelde een machtig leger van vijftigduizend man, waarmee hij over
+zee voer, om tegen Valencia op te trekken, in de hoop, deze stad
+voor de Mooren te heroveren. Toen de Cid dit hoorde, riep hij dit:
+Ik dank God en de Heilige Maagd, dat ik mijn vrouw en dochters hier
+heb. Nu kunnen zij zien, hoe wij de Mooren bestrijden, en ons brood
+verdienen in het vreemde land.
+
+De troepen van Yussef kwamen spoedig in het gezicht, en zij
+omsingelden Valencia z dicht, dat niemand de stad kon binnengaan
+of verlaten. Toen de vrouwen die groote krijgsmacht zagen, die om de
+stad gelegerd was, waren zij zeer beangst, maar de Cid stelde haar
+gerust. Houdt goeden moed, zeide hij, want groote rijkdom zal ons
+deel zijn; ik ga een bruidsschat voor onze dochters veroveren.
+
+
+
+DE STRIJD MET KONING YUSSEF.
+
+De Cid besteeg Babieca, en bracht zijne soldaten in het veld tegen de
+Mooren van Afrika. Toen begon een hardnekkige en woeste strijd. De
+Spaansche speren waren dien dag rood van het Moorsche bloed, en de
+Cid zwaaide zijn scherp zwaard Colado z verwoed, dat de Saracenen
+werden weggemaaid als het koren door de zeis. Hij richtte het zwaard
+op den helm van Koning Yussef, maar de Moorsche aanvoerder ontweek den
+slag, gaf zijn paard de sporen, en vluchtte in razende vaart, gevolgd
+door zijne zwarte troepen. Onmetelijk was de buit in goud, zilver,
+kostbaar opgetuigde paarden, schilden, zwaarden en wapenrustingen.
+
+Door deze onafgebroken gevechten was de Cid te vermoeid, om den vijand
+te vervolgen, en met zijn zwaard nog druipend van het bloed, reed hij
+naar de plaats, vanwaar zijn vrouw en dochters den strijd gevolgd
+hadden. En zich voor zijne dames terneder buigende, riep hij uit:
+Z worden de Mooren op het slagveld vernietigd. Maar als steeds
+gedachtig aan zijn Koning en leenheer, zond hij oogenblikkelijk Alvarez
+Faez en Pero Bermuez naar het Hof met de tent van Koning Yussef en
+200 kostbaar uitgeruste paarden. Alfonso was zeer verheugd. Ik zal
+dit geschenk van den Cid gaarne aannemen, zeide hij, en moge de
+dag van onze verzoening spoedig aanbreken.
+
+Toen de Infantes van Carrin zagen, dat de roem van den Cid dagelijks
+toenam, werden zij versterkt in hun besluit, den Koning om de hand
+van de dochters van den Campeador te vragen. Alfonso beloofde hun,
+met den Cid in onderhandeling te treden, niet alleen over een huwelijk
+van zijne dochters, maar ook over een verzoening met hem, want hij
+was zich volkomen bewust van de groote diensten, die de Campeador
+hem bewezen had. Daarom ontbood hij Alvarez Faez en Pero Bermuez,
+stelde hen in kennis met het aanzoek van de Infantes van Carrin,
+en verzocht hun, het den Cid oogenblikkelijk over te brengen en hem
+tevens de verzekering van zijn hoogachting te geven.
+
+De afgezanten begaven zich in allerijl naar Valencia en brachten den
+Cid de vereerende boodschap van den Koning over. De Cid was bijzonder
+verheugd over de toenadering. Het is mij een vreugde de wenschen
+van mijn Koning te vervullen, zeide hij, ofschoon de Infantes van
+Carrin trotsch zijn, en slechte vasallen van den Troon. Maar de wil
+van God en van den Koning geschiede.
+
+Daarop maakte de Cid zich gereed, en begaf zich op reis naar het Hof;
+en toen de Koning vernam, dat hij naderde, verliet hij zijn paleis
+en reed hem tegemoet. En de Cid knielde neder voor den Koning, en
+hij beet in het gras, om zich voor zijn heer te vernederen. Maar Don
+Alfonso was ontroerd bij dit gezicht, en hem opheffende, gaf hij hem de
+verzekering van zijn gunst en van zijn liefde, bij welke betuiging de
+Cid diep bewogen was, en van vreugde schreide. Toen richtte de Koning
+een schitterend feestmaal aan, en toen dit ten einde liep, deed hij
+namens de Infantes van Carrin aanzoek om de hand zijner dochters. De
+Cid antwoordde, dat hij en zijne dochters het eigendom van den Koning
+waren, en dat Alfonso dus de jonkvrouwen ten huwelijk kon geven.
+
+
+
+DE DOCHTERS VAN DEN CID TREDEN IN HET HUWELIJK.
+
+Na eenige dagen van feesten en vermaak, keerde de Campeador terug
+naar Valencia, in gezelschap van de twee Infantes van Carrin. Hij
+vertelde zijn vrouw en dochters, dat dit huwelijk niet tot stand
+was gebracht door hem, maar door den Koning, en dat hij niet zonder
+vrees was over den afloop van deze verbintenis. Hij maakte echter die
+voorbereidingen, die in overeenstemming waren met de belangrijkheid
+van zulk een huwelijk met twee van de machtigste vorsten van Spanje;
+en Donna Elvira en Donna Sol werden met de Infantes van Carrin in den
+echt vereenigd in de Kerk van Sante Maria, door den krijgsman-bisschop
+Jerome. De huwelijksfeesten duurden veertien dagen, en de Cid had
+geen reden tot ontevredenheid over zijn schoonzoons, die zich zoowel
+in het tournooi als bij den dans als ware ridders gedroegen.
+
+
+
+HET AVONTUUR VAN DEN LEEUW.
+
+De Infantes van Carrin hadden met hunne echtgenooten ongeveer twee
+jaar in Valencia gewoond, toen er iets ernstigs gebeurde. Op zekeren
+dag, tijdens het middagrustuur, verbrak een leeuw, die gehouden werd
+ten dienste van de arena, zijne tralies, en drong het paleis binnen. De
+Campeador lag op een rustbank te slapen, maar al zijne onverschrokken
+schildknapen schaarden zich om hem heen om hem te beschermen, behalve
+de Infantes van Carrin, van wien de een achter de divan wegschoot,
+terwijl de ander z haastig het paleis ontvluchtte, dat hij over den
+boom van een druivenpers viel, en zijne kleeren scheurde. Door het
+rumoer ontwaakte de Cid; hij stond op, liep rustig op den leeuw toe,
+legde zijn vaste hand op den ruigen kop, en bracht het trotsche dier
+naar zijn hok terug. De leeuw verzette zich niet; klaarblijkelijk
+voelde hij in den Campeador zijn meester.
+
+Toen de Infantes bemerkten, dat alle gevaar geweken was, verlieten
+zij hun schuilplaats; zij zagen er z bleek en angstig uit, dat de
+dappere volgelingen van den Cid niet konden nalaten te lachen. De
+trotsche Grandes van het Noorden voelden zich daardoor diep beleedigd,
+en in hunne harten ontwaakte de lust tot wraak.
+
+Eenige dagen na deze gebeurtenis verspreidde zich de mare in de
+hoofdstad, dat Abu Bekr, de aanvoerder der troepen van den Koning van
+Marocco, naar Valencia optrok. De Cid en zijne strijders verheugden
+zich over dit bericht; de Infantes van Carrin echter waren minder
+verrukt over het nieuws, en zij beraadslaagden samen over middelen
+om den strijd te ontloopen, en weer naar hun eigen grondgebied terug
+te keeren.
+
+Hier mist een gedeelte van het verhaal, maar uit het verder verloop
+blijkt, dat de ontbrekende regels betrekking hebben op een proeve
+van moed van ten minste n der Infantes, die, geprikkeld door de
+beschuldiging van lafheid, zich wapende om met een Moor te strijden,
+die hem echter op de vlucht dreef. Maar Pero Bermuez, die de gevoelens
+van den Cid wilde sparen, doodde den Saraceen, en liet het voorkomen,
+alsof de Infante het had gedaan.
+
+
+
+EEN GEHEIME DIENST-GESCHIEDENIS VAN DE CID.
+
+Er is een zeer romantisch verhaal verbonden aan den eersten regel
+van het volgende gedeelte van het gedicht:
+
+
+ Eens koom' de dag, dat 'k van U bei hetzelfde ondervind.
+
+
+Deze regel wordt verondersteld de laatste te zijn van de toespraak
+van Pero Bermuez tot den Infant Don Ferrando, die hem waarschijnlijk
+zijn dankbaarheid had betuigd.
+
+De eerste Engelsche schrijver, die getracht heeft de Poema del Cid te
+vertalen, was John Hookham Frere, de vertaler van de tooneelstukken
+van Aristophanes, die jaren geleden Britsch gezant te Madrid was. Hij
+gaf een waarschijnlijke verklaring van bovengenoemden regel en stelde
+den Markies de la Roma daarmede in kennis. Eenige jaren later, in
+1808, toen de Markies in Franschen dienst het bevel voerde over een
+legerafdeeling in Denemarken, was Frere in de gelegenheid, hem een
+vertrouwelijke instructie te doen toekomen, en om den Spaanschen
+bevelhebber te overtuigen van de echtheid van de boodschap die hem
+gebracht werd, zinspeelde hij in zijn brief op bovengenoemden regel,
+waarvan slechts den Markies en hemzelf deze uitlegging bekend was. De
+boodschap leidde tot n van de gewichtigste troepenbewegingen in
+den oorlog met Napoleon.
+
+
+
+DE STRIJDENDE BISSCHOP.
+
+De Infantes van Carrin, die niet veel lust hadden in een langdurigen
+oorlog met de Mooren, besloten, bij de eerstvoorkomende gelegenheid
+naar hun eigen grondgebied terug te keeren. Maar, als om hen te
+beschamen, verscheen de strijdlustige Bisschop Jerome tot de tanden
+gewapend voor den Cid, en smeekte hem, aan het gevecht te mogen
+deelnemen. De Cid gaf glimlachend zijn toestemming, en oogenblikkelijk
+daarna besteeg de dappere geestelijke een reusachtig strijdros en rende
+in vollen draf de poort uit en den Saracenen tegemoet. Bij het eerste
+samentreffen doodde hij er dadelijk twee, maar hij had het ongeluk,
+zijn lans te breken. Niet in het minst uit het veld geslagen, trok deze
+vurige zoon van de Kerk het zwaard, zwaaide het boven zijn hoofd als
+de meest geoefende soldaat, en wierp zich met zijn geweldig strijdros
+ten tweede male op de Moorsche gelederen; en terwijl hij verwoed om
+zich heensloeg, wondde of doodde hij met elken slag een Moor. Maar
+de vijand omsingelde hem, en het zou slecht zijn afgeloopen met den
+vechtenden Bisschop, als niet de Cid, die met de oprechte bewondering
+die den strijder gevoelt voor de daden van een ander moedig man,
+diens dapperheid had gadegeslagen, zijn eigen strijd had gestaakt,
+Babieca de sporen had gegeven, en zich in het heetst van het gevecht
+had gestort. Bij dezen vreeselijken aanval weken de lichtgewapende
+Mooren angstig terug. Ten tweede male draafde hij op hen in, brak
+door hunne gelederen als een orkaan, en zaaide dood en verderf om zich
+heen. De Mooren wankelden, hunne troepen werden uiteengeslagen en zij
+vluchtten in allerijl. Het geheele leger van den Cid viel toen op hen
+aan; met al het voetvolk en paardenvolk stormden zij het Moorsche kamp
+binnen, verbraken de koorden der tenten, en wierpen de schitterende
+Oostersche paviljoens omver, waarin de Saracenen gehuisd hadden.
+
+
+ Z stormt in het vijandlijk kamp de Spaansche ruiterschaar,
+ En door den schrik verlamd, staan Koning Bucars mannen daar.
+ Het afgehouwen, bloedend hoofd, den arm van 't lijf gekapt,
+ Verbrijzeld liggen zij in 't zand, door paardenhoef vertrapt.
+ Halt Koning Bucar! roept de Cid; tot mij kwaamt ge over zee;
+ Gij zocht mij in deez' fellen strijd!... aan mij is 't woord
+ van vree.
+ Als in uw zwaard die vrede huist, en in uw steigrend ros,
+ Begeer ik uwen vrede niet!... Hij laat de teugels los.
+ En als de wind stuift hij vooruit, recht naar de open zee,
+ En naast hem, op zijn edel ros, draaft Spanje's ridder mee.
+ Colado schittert in zijn hand, hij grijpt den Koning aan:
+ Kies! wilt gij sterven door het zwaard, of in de golven gaan?
+ Het scherpe zwaard doorklieft den Moor, in stroomen vloeit
+ zijn bloed.
+ Moog' z verdwijnen van de aard' het gansche Moorsch gebroed!
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ 't Was op deez' glorierijken dag, dat Spanje's ridder won
+ Dat kostbaar stuk als oorlogsbuit: zijn edel zwaard Tizon.
+
+
+Toen de Cid uit den strijd terugkeerde, zag hij de Infantes van
+Carrin, en begroette hen: Nu zij zich als dapperen gedragen,
+zullen zij ook door de dapperen goed worden ontvangen, zeide hij
+ernstig tegen Alvarez Fannez. De trotsche en domme prinsen waren zeer
+vertoornd, toen zij deze uitlating toevallig hoorden, en de zucht
+naar wraak ontwaakte opnieuw in hunne harten. Wij zullen den Cid in
+den steek laten en naar Carrin terugkeeren, zeiden zij, wij worden
+door deze roovers en hun leider bespot en beleedigd. Op weg naar huis
+zullen wij wel gelegenheid hebben, ons te wreken op zijne dochters.
+
+Bezield met dit laffe voornemen, vroegen zij den Cid glimlachend
+verlof tot vertrekken. Deze gaf met een bedroefd hart zijn toestemming,
+overlaadde hen met geschenken, waaronder de beroemde zwaarden Colado en
+Tizon, die hijzelf op de Mooren veroverd had, en droeg zijn neef, Felix
+Muoz, op, de Infantes en zijne dochters naar Carrin te begeleiden.
+
+
+
+DE WRAAK VAN DE INFANTES.
+
+Groot was de droefheid van den Cid en van Donna Ximena, toen zij
+afscheid namen van hunne dochters Elvira en Sol, want zij waren
+niet gerust over haar lot. Maar zij droegen Felix Muoz op, hunne
+dochters goed te bewaken, en hij beloofde dit te zullen doen. Na een
+reis van enkele dagen moest het gezelschap het groote woud van Corpes
+doortrekken, waar zij op een open plek hunne tenten opsloegen en den
+nacht doorbrachten. In den morgen zonden de Infantes de leden van
+hun gevolg vooruit, namen de zadelriemen van hunne paarden en sloegen
+daarmede de dochters van den Cid op gruwelijke wijze. De ongelukkige
+vrouwen smeekten te mogen sterven, liever dan deze schande te moeten
+ondergaan, maar de wraakzuchtige Infantes lachten verachtelijk,
+bespotten haar en mishandelden haar z schandelijk, dat zij haar
+voor dood achterlieten. Zoo, zeiden zij, is de schande van het
+avontuur met den leeuw gewroken. Daarop bestegen zij hunne paarden
+en reden heen.
+
+Toen de verlaten en vernederde vrouwen bloedend in het gras lagen,
+kwam Felix Muoz, haar neef, die den nacht in een ander gedeelte van
+het bosch had doorgebracht, aangereden, en toen hij haar ongelukkigen
+toestand zag, haastte hij zich, haar te helpen. Nadat hij hare wonden
+zoo goed mogelijk verbonden had, reed hij vlug naar de naastbijgelegen
+stad en kocht daar kleederen en paarden voor haar, zooals haar rang
+dat eischte.
+
+Toen het bericht van dit alles den Cid te Valencia bereikte, werd
+zijn hart vervuld van toorn; hij gaf daaraan echter geen uiting,
+maar bleef mokken over de schande, zijne dochters aangedaan. Na
+enkele uren riep hij uit: Bij mijn baard! dit zal den Infantes van
+Carrin geen voordeel brengen! Spoedig daarna kwamen de dames Elvira
+en Sol te Valencia aan en hij ontving haar liefdevol maar niet met
+beklag. Welkom, dochters, zeide hij, God behoede u voor kwaad. Ik
+heb dit huwelijk aanvaard, omdat ik het niet kon tegengaan. God geve,
+dat ik u spoedig gelukkiger gehuwd zie, en dat ik mij zal kunnen
+wreken op mijn schoonzoons van Carrin.
+
+
+
+HET HOF VAN TOLEDO.
+
+De Cid zond zijne afgezanten naar Koning Alfonso om hem in kennis
+te stellen met den grooten smaad, zijne dochters aangedaan door de
+Infantes, en hem zijn steun te verzoeken, opdat gerechtigheid zou
+geschieden. De Koning was zeer verontwaardigd over het gebeurde, en
+beval, dat het Hof te Toledo zou bijeenkomen, en dat de Infantes daar
+zouden verschijnen, om zich over hun misdaad te verantwoorden. Zij
+verzochten toestemming on weg te blijven, maar de Koning weigerde
+beslist iedere uitvlucht, en eischte, dat zij oogenblikkelijk gehoor
+zouden geven aan zijn oproep. Met grooten tegenzin reisden zij naar
+Toledo, in gezelschap van Graaf Don Garcia, Asur Gonzlez, Gonzalo
+Asurez en verscheiden vazallen, in de hoop, door uiterlijk vertoon
+den Cid ontzag in te boezemen. Spoedig kwam ook de Campeador aan
+het Hof aan, met eenige beproefde strijders, allen tot de tanden
+gewapend. Hij droeg een kostbaar gewaad van rood fluweel met goud
+geborduurd, en zijn baard was met een koord samengebonden. Toen hij
+binnentrad, verrees het geheele Hof om hem te begroeten, behalve de
+Infantes van Carrin met hun gevolg, want hij leek een hoog edelman,
+en de Infantes waagden het niet, hem aan te zien.
+
+Vorsten, baronnen en edelen, zeide Koning Alfonso, ik heb
+u opgeroepen, om in de zaak van den Cid Campeador recht te
+spreken. Zooals gij allen weet, is zijne dochters groote schande
+aangedaan, en ik heb rechters aangesteld, om deze zaak te onderzoeken
+en de waarheid aan het licht te brengen, want ik verdraag geen onrecht
+in Christelijk Spanje. Ik zweer bij het gebeente van San Isidro,
+dat hij, die deze zitting verstoort, uit mijn koninkrijk zal worden
+verbannen, en mijn liefde zal verbeuren, en dat ik zal staan aan de
+zijde van hem, die zijn recht zal kunnen bewijzen. Laat nu de Cid
+zijn klacht indienen, en wij zullen de verdediging van de Infantes
+van Carrin hooren.
+
+Toen verrees de Cid van zijn zetel en er was geen edeler figuur onder
+al deze hooge ridders aan het Hof.
+
+Mijn Heer en Koning, zeide hij, niet alleen mij hebben de Infantes
+van Carrin beleedigd, maar ook u, die hun mijne dochters ten huwelijk
+hebt gegeven. Laat hen, nu zij mijn schoonzoons niet langer zijn,
+mij eerst mijne zwaarden Colado en Tizon teruggeven.
+
+Toen de Infantes den Cid zoo hoorden spreken, dachten zij, dat hij niet
+verder tegen hen zou optreden, wanneer hij zijne zwaarden maar terug
+had, en dus overhandigden zij deze in allen vorm aan den Koning. Maar
+het was de bedoeling van den Cid, hen te treffen met alle middelen,
+die hem ten dienste stonden, en toen hij dus de kostbare zwaarden
+uit de hand van Alfonso had ontvangen, bood hij ze oogenblikkelijk
+Felix Muoz en Martinez Antolinez aan, daarmede te kennen gevende,
+dat hij ze niet voor zichzelf begeerd had. Daarna wendde hij zich
+weer tot den Koning.
+
+Heer, zeide hij, toen de Infantes Valencia verlieten, gaf ik hun
+drieduizend Marken in goud en zilver ten geschenke. Laat hen, nu zij
+mijne schoonzoons niet langer zijn, mij dit geld teruggeven.
+
+Neen, riepen de Infantes uit, wanneer wij daartoe gedwongen worden,
+verarmt de landstreek Carrin. Maar de rechters eischten, dat de som
+oogenblikkelijk betaald zou worden. De verraderlijke prinsen konden
+zulk een schat niet in geld opbrengen, en dus besliste het Hof, dat
+zij dan in natura moesten betalen. Toen zagen de Infantes, dat er geen
+ontkomen aan was, en dus brachten zij den Cid verscheiden prachtige en
+kostbaar getuigde rijpaarden, die zij grootendeels van de leden van
+hun gevolg moesten leenen, waardoor zij voor de eerstvolgende jaren,
+groote verplichtingen op zich moesten nemen.
+
+
+
+EERHERSTEL DOOR STRIJD.
+
+Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste
+aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in
+het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop
+stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte,
+dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen
+gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees
+de oudste van de Infantes, Fernandez Gonzlez, van zijn zitplaats
+om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had,
+en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had
+aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van
+zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn;
+hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw,
+en daagde hen tot den strijd uit.
+
+
+
+HET OPTREDEN VAN ASUR GONZLEZ.
+
+Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur Gonzlez, een
+aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen.
+
+
+ Het grof gelaat verhit door wijn en 't overvloedig maal,
+ De kleeren slordig en gescheurd, z drong hij in de zaal.
+ Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik
+ En riep: Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick?
+ Wil hij zich meten met Carrin, dat edel Vorstenhuis,
+ Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis?
+ Maar woest sprong Muo Gustioz op: Zwijg stil, gij dronken zwijn,
+ Die 's morgens vroeg, nog voor 't gebed, reeds zat zijt van
+ den wijn,
+ Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord,
+ Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord!
+ O, moog' het mij gegeven zijn, dat 'k met dit scherpe staal
+ De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal!
+ Genoeg! zoo riep de Koning uit; deez' twist wordt niet beslecht
+ Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht.
+
+
+Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins
+bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren
+afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren,
+om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de
+dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht
+zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne
+machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het
+huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de
+strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden
+uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrin, die
+in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn,
+zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten
+slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats
+hebben over drie weken, en wel in Carrin, zoodat de Infantes geen
+enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren,
+dat de strijders van den Cid iets op hen vr hadden gehad.
+
+Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht
+hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso
+weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke
+verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden
+meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die
+geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige
+hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl
+de Koning naar Carrin reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen.
+
+
+
+HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD.
+
+Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de
+strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats
+vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te
+wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrin hadden een groote
+menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de
+kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet
+op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op
+verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen
+ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op
+leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen
+van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te
+gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van
+deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze
+hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen.
+
+Gij hebt uwe eigen zwaarden, zeide hij kortaf; deze zijn zeer
+voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt
+er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen
+worden begaan.
+
+De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op
+hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises
+op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrin bestegen ook
+hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten,
+wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak
+te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak
+Koning Alfonso: Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrin. Het
+was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij
+wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrin
+gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie
+verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan.
+
+Hier volgt de beschrijving van den strijd:
+
+
+ Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog,
+ Zij heffen 't schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog;
+ Tot d'aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard,
+ En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.
+ Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond,
+ Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond.
+ Ferrando's speer stoot door het schild van Bermuez met kracht,
+ Maar vr hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht.
+ Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand;
+ Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in 't zand,
+ En kermend smeekt hij om gen, het bloed stroomt uit zijn borst,
+ En angstig op d'omwoelden grond ligt daar de laffe vorst!
+ Toen trok Bermuez 't zwaard Tizon, te eindigen den strijd,
+ Maar de Infant riep: Ik erken, dat ge overwinnaar zijt.
+
+
+Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den
+anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de
+tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander
+in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego,
+dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte
+van het hoofdhaar van Digo medenam. De verschrikte prins wendde zijn
+paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede,
+en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Z kreeg de
+lafaard de straf der laffen. Toen Digo de aanraking van het zwaard
+voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen
+en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de
+regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende.
+
+Toen de trompetten der herauten schalden, stormden Muo Gustioz en
+Asur Gonzlez op elkander in. De punt van Asurs speer gleed af op
+de wapenrusting van Muo, maar de speer van den kampioen van den Cid
+doorboorde het schild van zijn tegenstander en ging door diens borst
+heen, zoodat zij meer dan een vadem uit zijn schouderbladen stak. De
+trotsche Asur viel met een doffen slag ter aarde, maar had nog kracht
+genoeg, om genade te smeeken.
+
+Toen verklaarde de Koning plechtig, dat de kampioenen van den Cid de
+overwinning hadden behaald, en zonder tijd te verliezen, reden zij
+naar Valencia terug, om hun meester op de hoogte te brengen van het
+blijde bericht, dat zijn eer gewroken was.
+
+Spoedig daarna werd met groote praal het huwelijk voltrokken van de
+dochters van den Cid met de edele Infantes van Navarra en Arragon. De
+Poema del Cid eindigt echter even plotseling als zij begon:
+
+
+ Zoo kwamen bei zijn dochters dus tot groote eer en macht,
+ En op den troon van Spanje zit zijn roemrijk nageslacht.
+ Steeds grooter werd zijn eedle naam, roemruchtiger zijn zwaard,
+ Tot op een schoonen Pinksterdag hij scheidde van deez' aard.
+ Voor Christus, die Zijn zegen gaf, buig 'k mij ootmoedig neer,
+ Z leefde de Campeador, zijn grooten naam zij eer!
+
+
+
+DE WARE CID.
+
+De bewerking, die Cervantes geeft van de Poema del Cid is misschien wel
+de beste, die in deze soort bewaard is gebleven. Stellig heeft de Cid
+geleefd; wat doet het er toe, of hij inderdaad zoo edelmoedig was? Want
+de Cid uit de romance is een totaal verschillende persoonlijkheid
+van den historischen Cid, die wel is waar een geboren leider, maar
+een slim, gewetenloos en wreed man was. De Poema is dus een romance,
+gebaseerd op de historie, en daar dit boek handelt over de romance en
+niet over geschiedenis, heeft het weinig zin den lezer te vergasten op
+een beschrijving van den waren inhaligen Roderigo van Bivar. Mio Cid,
+de naam, waarmede hij meestal wordt aangeduid, is een half Arabische,
+half Spaansche vertaling van het Arabische Sid-y--Mijn Heer,
+onder welken naam hij waarschijnlijk bekend was bij zijne Moorsche
+onderdanen in Valencia, en het is niet waarschijnlijk, dat hij bij zijn
+leven zoo werd genoemd in Spanje. Maar nog in deze tijden gaat er in
+het Schiereiland een zekere betoovering uit van dien naam. Zoolang
+het hart van den Brit sneller klopt, wanneer de naam van Koning
+Arthur genoemd wordt, en de Franschman ontroerd wordt door den naam
+van Roland, zoolang zal de Spanjaard de romantische schim vereeren,
+die als een machtig oorlogsgod zweeft boven de vroegste geschiedenis
+van zijn vaderland,--den Cid Campeador.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III. AMADIS DE GALLIR.
+
+
+ Op tooverheuvel staat een heerlijk slot;
+ Betreed met mij de lichte tooverpaden,
+ Waarop ns jonkvrouwen en ridders traden;
+ Beklim den heuvel, want u wacht een hoog genot:
+ Uw blik zal waren langs de schoone dreven,
+ De wegen, waar nog zweeft gestorven heerlijkheid
+ Van roem en glorie uit den schoonen tijd,
+ Die in aloude verzen is beschreven.
+
+ De wapenrusting glinsterend in teere kleuren,
+ Vergeten schimmen uit het licht verleden,
+ Verbleekte flarden van veroverde banieren,
+ Doordrongen van de onsterfelijke geuren
+ Van d'ouden tijd! O, kom met mij getreden:
+ De Moorsche Fantasie gaat hoogtij vieren!
+
+
+Menig venster in het aloude kasteel van de Spaansche Romantiek geeft
+het uitzicht op tafereelen van fantastische schoonheid of sombere
+grootschheid, maar geen enkel verschaft ons zulk een schitterend
+afwisselend en kleurrijk vergezicht, als het hooge torenvenster, van
+waaruit wij die omgeving van wonderen en hooge ridderlijkheid kunnen
+aanschouwen, waar de beroemde geschiedenis van den dapperen Amadis den
+Gallir zich heeft afgespeeld. Het venster, waarvan hier sprake is,
+bevindt zich in een hoogen toren van een eeuwenoud kasteel en toont
+ons de soort van landschap, die de wevers van oude tapijten, of de
+fantastische schilders van het oude Florence zoo lief hadden. Beneden
+ons ligt een vorstelijk domein van heerlijk weiland, waar zilveren
+beekjes doorheen stroomen; naar het Noorden toe verrijzen heuvels,
+waarop kasteelen gebouwd zijn. Daarachter, ver verwijderd, en meer
+gelijkend op lucht dan op aarde, verheffen zich de blauwe, scherp
+geteekende toppen van spookachtige bergen. Dit schouwspel van bijna
+bovennatuurlijke schoonheid geeft bij den eersten aanblik den indruk
+van onvergelijkelijken rijkdom van kleur en schittering. Het weiland
+is bezaaid met Moorsche tenten, en tegen de lucht teekenen zich de
+heldere kleuren van wimpels en de gouden pracht van banieren af. Het
+geschitter der wapenen prikkelt het bloed, evenals het geschal der
+krijgsmuziek. Wonderbaarlijke marmeren paleizen, wit als gebeeldhouwd
+ijs, verrijzen aan de grens van tooverachtige bosschen, of glinsteren
+op een vooruitspringende vlakte van het gebergte, en hunne tuinen
+en terrassen loopen schuin af naar een stil en eenzaam strand. Het
+tooneel is inderdaad schoon als een stukje van het Paradijs.
+
+Z schijnt ons het verhaal van Amadis toe, wanneer wij voor het
+eerst bladeren in dit levendige en kleurige boek. Maar wanneer wij,
+met behulp van den tooverspiegel van den romancedichter, er een
+dieperen blik in slaan, dan zien wij, dat op sommige plaatsen het
+heldere tooneel in diepe schaduwen ligt. Naast de lichte heuvelen
+liggen diepe bergklooven, donker als de nacht, waarin allerlei
+monsters krioelen en zich vermenigvuldigen. De vorstelijke kasteelen,
+de lichte paleizen, herbergen dikwijls vogelvrije roovers en booze
+toovenaars. Afschuwelijke reuzen wonen in de bergen of op de boschrijke
+eilanden, die uit de lichtblauwe zee verrijzen, en draken bevolken de
+rotsen en bosschen. Maar al bevat het gedicht sombere naast lichte
+gedeelten, de atmospheer van Amadis is doortrokken van zulk een
+glans, dat wij eindigen met ook de donkere plaatsen lief te krijgen;
+wij gevoelen, dat de gruwelen, die zij bevatten, slechts een sterker
+product zijn van den wijnstok der romantiek, een bijzondere oogst,
+die bedwelming geeft.
+
+En wanneer wij tot aan het vallen van den avond op onze observatiepost
+blijven, en de tooverachtige maansbelichting van deze wonderbare
+streek aanschouwen, dan zal ons een nog bezielender drank worden
+toegereikt uit den beker der romantiek. In het geheimzinnige maanlicht
+glinstert de wapenrusting als zilver in een bovenaardsche blankheid;
+bloedroode lichten stralen uit de torenkamers der toovenaars, en de
+bevallige gestalten van nymphen dwalen tusschen zee en bosch als
+levende manestralen. Uit de woestijnen tusschen de heuvelen en de
+ver verwijderde bergen, komen de kreten van roofzuchtige monsters,
+en de geheele fantastische wereld van Toovenarij is tot leven ontwaakt.
+
+Is het dan een wonder, dat, toen dit heerlijke schouwspel aan de oogen
+van een volk van ridders werd geopenbaard, er zulk een geestdriftig
+gejuich opging, als waarmee slechts weinig voortbrengselen der
+letterkunde begroet werden? De schrijver van Amadis ontsluierde
+voor de ridderschap van Spanje die wereld, waarvan zij gedroomd
+had. Elke ridder voelde in zich de mogelijkheid van een Amadis
+en iedere jonkvrouw vond in zichzelf de eigenschappen van een
+Oriana. De geest en de stemming van het boek veroverden de Spaansche
+ziel volkomen, verbonden grovere idealen, en schiepen een nieuw
+wetboek van gebruiken en opvattingen. De intrige van het verhaal
+en de verschillende gebeurtenissen, die er uit voortkomen, zijn een
+samenhangend geheel en niet slechts een opsomming van afzonderlijke
+krijgsverrichtingen, of vervelende beschrijvingen van kleederen,
+uitrustingen of architectuur, afgewisseld door het gebluf van ruwe
+ridders of breedsprakige koningen, zooals dat bij de Cantares de
+gesta het geval was geweest. Daarenboven was het geheel doorweven met
+de liefdes-philosophie van ridderlijkheid, volgens welke de vrouw,
+inplaats van het eigendom of een stuk speelgoed van den man te zijn,
+werd verheven tot een oppermachtig voorwerp van vereering, zooals
+dat nooit gedroomd was door de ruwere dichters der Cantara.
+
+
+
+DE OORSPRONG DER AMADIS-ROMANCES.
+
+De eerste Spaansche lezing van Amadis verscheen in een Portugeesch
+kleed en was het werk van een Lusitaansch ridder, Joham de Lobeira
+(1261-1325), die te Porto geboren werd, te Aljubarrota streed,
+waar hij door Koning Joham, zaliger nagedachtenis, op het slagveld
+tot ridder werd geslagen, en die te Elvas stierf. Maar al beweert
+Southey het tegendeel, alles wijst er op, dat Frankrijk de bakermat
+was van deze romance, en er wordt in de Portugeesche literatuur zelfs
+melding gemaakt van de omstandigheid, dat een zekere Pedro de Lobeira,
+Amadis uit het Fransch vertaalde, in opdracht van den Infant Don Pedro,
+den zoon van Joham I. Het oorspronkelijke Fransche verhaal is volkomen
+verloren gegaan, maar de Spaansche vertalingen, die er uit voortkwamen,
+bleven behouden, en ook de Portugeesche uitgaven zijn niet bewaard
+gebleven. Het is bekend, dat een handschrift van Lobeira's romance
+reeds in het eind van de zestiende eeuw in de archieven der Hertogen
+van Arveiro te Lissabon gevonden werd, en daar ook nog aanwezig was
+in 1750. Na dit tijdstip echter werd het door de boekenverzamelaars
+uit het oog verloren, en alles wijst er op, dat het vernietigd werd
+bij de aardbeving van Lissabon in 1755, tegelijk met het hertogelijk
+paleis, waarin het bewaard werd.
+
+Zijn roem en zijn inhoud bleven echter behouden door de Spaansche
+vertaling; wij moeten Portugal beschouwen als het geboorteland van
+Amadis in het Schiereiland, en wij hebben het te danken aan den
+Castiliaanschen geest, dat deze romance ons niet alleen bewaard
+bleef, maar dat dit waarschijnlijk zelfs geschiedde in verbeterden
+vorm. In de jaren tusschen 1492 en 1508 wijdde Garcia Ordoez de
+Montalvo, gouverneur van de stad Medina del Campo, zich aan de taak,
+de romance te vertalen en om te werken. Het is niet bekend, wanneer
+het werk gedrukt werd; de eerste exemplaren zijn verloren gegaan,
+maar men zegt, dat de Spaansche veroveraars van Mexico getroffen waren
+door de gelijkenis dezer stad met de betooverde plaatsen, waarover
+in Amadis gesproken werd. Dit was in 1519 en niet in 1549, zooals
+Southey vermeldt. Misschien hadden zij het oog op de Portugeesche
+vertaling, maar in ieder geval is het bekend, dat er in 1519 een
+uitgave verscheen, en in 1547 een tweede in Sevilla. Wij hebben elders
+reeds vermeld, dat deze romance in alle talen werd overgebracht,
+en dat verschillende dichters er een vervolg op schreven, maar wij
+moeten er bijvoegen, dat slechts de eerste vier boeken van Amadis
+(dus de oorspronkelijke Amadis) door Montalvo zijn geschreven; de
+rest is van de hand van anderen.
+
+
+
+ELISENA EN PERION.
+
+De handeling der romance begint op een duister en onbepaald tijdstip,
+dat volgens de beschrijving, onmiddellijk valt na den dood van
+den Verlosser, toen er in Brittanje een Christelijk Koning leefde,
+Garinter genaamd, die gezegend was met twee bekoorlijke dochters. De
+oudste, bekend als de vrouw met de guirlande, omdat zij steeds
+een bloemenkrans droeg, was eenige jaren tevoren in het huwelijk
+getreden met Koning Languines (Angus) van Schotland, en zij had twee
+mooie kinderen, Agrayes en Mabilia. Elisena, de jongste dochter,
+was over de geheele Christelijke wereld beroemd om hare schoonheid,
+maar ofschoon vele machtige koningen en prinsen om hare hand hadden
+gedongen, wilde zij niemand huwen, en wijdde zij haar leven aan
+heilige werken. Volgens de opvatting van alle ridders en edelvrouwen
+van haar vaders Koninkrijk, overtrad deze bekoorlijke jonkvrouw
+door ongehuwd te blijven, alle wetten der liefde, en het geschiedde,
+dat de schoone en heilige Elisena door de meer wereldschen onder de
+vroolijke ridderschap, werd aangeduid als de Verloren Kwezel.
+
+Zooals Elisena voldoening vond in een gestreng leven, zoo vond haar
+koninklijke vader vreugde in de jacht, en hij bracht veel tijd door
+in de groene bosschen, die in die dagen het grootste gedeelte van
+Klein-Brittanje bedekten. Bij n van deze gelegenheden, toen hij,
+zooals dat zijn gewoonte was, geheel alleen door de bosschen reed,
+hoorde hij wapengekletter, en toen hij bij een open plek in het bosch
+kwam, vanwaar de klanken van den strijd kwamen, zag hij twee Britsche
+ridders, die een gewapenden vreemdeling aanvielen, in wien hij,
+afgaande op zijn houding en wapenrusting, een man van rang en hooge
+geboorte vermoedde, en die zich met zulk een moed en behendigheid
+gedroeg, dat het hem gelukte, zijne beide tegenstanders te verslaan.
+
+Toen de vreemdeling bezig was, zijn zwaard in de scheede te steken,
+ontdekte hij Garinter, reed op hem toe en groette hem op hoffelijke
+wijze. Hij beklaagde zich erover, dat een dolende ridder in Christelijk
+Spanje, z door de bewoners behandeld kon worden, als dit met hem
+het geval was geweest, waarop de Koning zeer verstandig antwoordde,
+dat er in ieder land goede en slechte menschen gevonden werden,
+en dat de verslagen ridders hun leenheer ontrouw waren, en hun lot
+hadden verdiend.
+
+De vreemdeling deelde toen mede, dat hij op weg was naar den Koning van
+Brittanje met berichten van een vriend, en toen de Koning dit hoorde,
+maakte hij zich bekend. De ridder vertelde hem, dat hij Koning Perion
+van Galli was, die reeds lang gehoopt had, vriendschap met hem te
+sluiten. Garinter drong er op aan, dat zijn vorstelijke ambtgenoot
+hem naar zijn paleis zou vergezellen, en toen Perion hierin toestemde,
+keerden zij naar de stad terug.
+
+Toen zij in het paleis waren aangekomen, werd er een kostelijk
+feestmaal aangericht, waarbij de Koningin en Prinses Elisena
+aanzaten. Nauwelijks hadden Elisena en Perion elkander aanschouwd,
+of zij gevoelden, dat een groote en onsterfelijke liefde zich van
+hen had meester gemaakt. Toen de Koningin en de Prinses de feestzaal
+hadden verlaten, stortte Elisena haar hart uit bij haar dienstmaagd
+en vertrouweling Darioleta, en zij vroeg haar, te onderzoeken, of de
+Koning reeds gehuwd was. Darioleta, die niet spoedig uit het veld
+was geslagen, begaf zich regelrecht naar Perion, die zijn liefde
+voor Elisena in hartstochtelijke bewoordingen bekende, en beloofde,
+haar tot vrouw te nemen. Hij smeekte de dienstmaagd, hem bij Elisena
+te brengen, opdat hij het geluk mocht smaken, haar persoonlijk zijn
+liefde te verklaren. Darioleta keerde tot de Prinses terug met deze
+boodschap, en Elisena was z verlangend, zelf van Perions lippen de
+bekentenis zijner liefde te hooren, dat zij, niet denkende aan plaats
+of uur, zich naar zijne vertrekken begaf, waar zij bleef tot aan de
+morgenschemering, teruggehouden door zijne liefdesbetuigingen en door
+haar eigen verlangen, het bewijs harer liefde te geven aan den edelen
+en ridderlijken vorst, die zoo plotseling erin geslaagd was, haar
+ervan te overtuigen, dat haar vroeger leven kleurloos en droefgeestig
+was geweest. Tien dagen bleef Perion aan het Hof van Garinter, toen
+moest hij weer vertrekken; maar voordat hij afscheid nam, gaf hij zijn
+woord aan Elisena, wie hij n van de twee volkomen gelijke ringen,
+die hij droeg, als pand gaf van zijn trouw. Hoe hij echter zocht,
+hij kon zijn zwaard niet vinden, een beproefd en betrouwbaar wapen,
+en tenslotte gaf hij het op, ernaar te zoeken.
+
+
+
+DE GEBOORTE EN HET VERSTOOTEN VAN AMADIS.
+
+Na het vertrek van haar minnaar was Elisena diep bedroefd, en Darioleta
+slaagde er niet in, haar te troosten en haar op te wekken uit den
+toestand van wanhoop, waarin zij vervallen was. In het rijk van
+haar vader bestond, evenals in het moderne Schotland, een oude wet,
+die bepaalde, dat twee menschen, die zich door een plechtigen eed aan
+elkander hadden verbonden, geen verdere formaliteiten noodig hadden om
+hun huwelijk te wettigen, ofschoon het gebruikelijk was, dat het later
+door Kerk en Wet bekrachtigd werd. Perion en Elisena hadden elkander
+deze plechtige gelofte gedaan, maar de Prinses vreesde den toorn van
+haar vader, omdat de gelieven hem geen toestemming hadden gevraagd,
+en toen haar dus een zoontje geboren werd, was zij in grooten angst
+voor de gevolgen, want zij kende haar vader als een trotsch en driftig
+man, die in staat was tot het nemen van ernstige maatregelen, voordat
+hij zich op de hoogte had gesteld van de waarheid. Maar de wereldsche
+en schrandere Darioleta was niet kieskeurig in hare middelen om haar
+meesteres en zichzelf te vrijwaren voor de woede van den Koning,
+en ondanks de tegenwerpingen van Elisena, die te zwak was om het te
+beletten, bouwde zij een kleine houten ark, maakte die waterdicht met
+teer, en zonder te letten op de tranen en klachten harer meesteres,
+plaatste zij het pasgeboren jongetje erin, met het zwaard van Perion,
+dat zij uit zijn slaapvertrek had weggenomen. Toen schreef zij op
+een stuk perkament: Dit is de Koningszoon Amadis, bedekte dit
+geschrift met was, zoodat de letters niet konden worden uitgewischt,
+bond het aan den trouwring, dien Perion aan Elisena had gegeven, en
+hing het aan een zilveren koord om den hals van het kind. Toen droeg
+zij het kleine vaartuig voorzichtig en ongemerkt naar de rivier,
+die langs den tuin van het paleis stroomde, en vertrouwde het toe
+aan de kabbelende golfjes van het diepe water.
+
+De kleine ark dreef vlug naar de zee, die slechts een halve mijl
+van het paleis verwijderd was, en nauwelijks was zij opgenomen door
+de golven, of zij werd ontdekt door de bemanning van een Schotsch
+schip, waarmede een Caledonische ridder, Gandales genaamd, uit
+Galli naar zijn Noordelijk vaderland terugkeerde. Op zijn bevel
+zetten de zeelieden een boot uit, en toen zij het kleine vaartuig
+gegrepen hadden, brachten zij het naar het schip. De echtgenoote van
+Gandales was z verrukt over de schoonheid van het kind, dat zij
+besloot, het als haar eigen aan te nemen. Eenige dagen later voer
+het schip de Schotsche haven Antalia [19] binnen, en Gandales bracht
+den kleinen Amadis naar zijn kasteel, waar hij hem opvoedde met zijn
+eigen zoontje Gandalin.
+
+Eenigen tijd daarna, toen Amadis ongeveer vijf jaren oud was, brachten
+Languines, de Koning van Schotland, en zijn Koningin, de Vrouw met
+de Guirlande, een bezoek aan het kasteel van Gandales, en zij waren
+zoo bekoord door de bevalligheid en schoonheid van Amadis, dat zij
+den wensch uitdrukten, hem als hun eigen kind aan te nemen. Gandales
+vertelde hun, wat hij van de geschiedenis van het kind wist, en
+het koninklijke paar beloofde hun, het geheel als hun eigen zoon te
+beschouwen. Amadis was, om de merkwaardige omstandigheden, waaronder
+hij gevonden was, bij iedereen bekend als het Kind van de Zee, en
+deze naam bleef aan hem verbonden, totdat zijn identiteit volkomen
+bewezen was. Hij toonde geen tegenzin zijne nieuwe beschermers
+te volgen, maar hij was wel bedroefd, omdat hij zijne pleegouders
+verlaten moest. De kleine Gandalin wilde echter volstrekt niet van
+hem gescheiden worden, en hij smeekte z hen samen te laten, dat
+Koning Languines tenslotte beide jongens met zich medenam.
+
+
+
+PERIONS DROOM.
+
+Laat ons nu terugkeeren tot Koning Perion. Hoewel hij weer in beslag
+genomen werd door staatszaken, voelde hij zich toch bezwaard van ziel
+om een droom, dien hij gehad had tijdens zijn verblijf aan het Hof van
+Garinter. In dien droom was iemand zijn slaapvertrek binnengekomen, had
+een hand in zijn borst gestoken, zijn hart er uitgenomen en dat in de
+rivier geworpen, die langs den tuin van Koning Garinter stroomde. Toen
+hij in zijn angst gilde, zeide een stem, dat hem nog een hart was
+overgebleven. Hij werd verontrust door de herinnering aan dezen droom,
+dien hij niet kon ontraadselen, en dus riep hij alle wijzen van zijn
+koninkrijk te zamen en verzocht hen te beproeven, een verklaring
+ervan te vinden. Slechts n van hen kon den droom uitleggen, en de
+wijze verzekerde hem, dat het hart, dat hem uit de borst was gerukt,
+een zoon was, die hem door een edele jonkvrouw was geboren, terwijl
+het tweede hart een andere zoon beteekende, die op een of andere
+wijze zou worden weggenomen tegen den wil van haar, die zich van het
+eerste kind had ontdaan. Toen de Koning terugkwam van den wijzen man,
+ontmoette hij een geheimzinnige jonkvrouw, die hem groette, en zeide:
+Weet, o Koning Perion, dat wanneer gij uw eigendom terugkrijgt, het
+Koninkrijk Ierland zijn schoonste bloem zal verliezen, en voordat de
+Koning haar terug kon houden om haar te ondervragen, was zij verdwenen.
+
+Na verloop van tijd stierf Koning Garinter, en Perion en Elisena traden
+in allen vorm in het huwelijk. Maar toen Perion zijn vrouw vroeg,
+of zij hem een zoon had geschonken, schaamde zij zich zoo over de rol
+die zij gespeeld had bij de verdwijning van het kind, dat zij alles
+loochende. Later werden hun twee mooie kinderen geboren, een zoon
+en een dochter, Galaor en Melicia genaamd. Toen Galaor nog slechts
+twee en een half jaar oud was, wandelden de Koning en de Koningin,
+die in dien tijd in de stad Banzil, in de nabijheid der zee woonden,
+eens in de tuinen van het paleis, toen er plotseling een geweldige
+reus uit de golven verrees, den kleinen Galaor greep, en zich met
+hem uit de voeten maakte, voordat iemand het kon verhinderen.
+
+Het monster sprong met het kind te water, klom aan boord van een
+schip, waarmede hij snel zee koos, en riep triomfantelijk uit:
+De jonkvrouw heeft de waarheid gesproken! De ouders waren diep
+bedroefd over het verlies van hun zoon, en in haar groot verdriet
+bekende Elisena het gebeurde met Amadis. Nu wist Perion, dat de wijze
+de waarheid had gezegd, toen hij zijn verklaring van den droom over
+de twee harten had gegeven. De reus, die den kleinen Galaor gestolen
+had, was echter geen kwaadaardig monster, doch een edelmoedig en
+vriendelijk schepsel. Hij zorgde voor het kind, alsof het n van
+zijn eigen reuzengeslacht ware geweest.
+
+Hij woonde te Lyonesse, was bekend onder den naam van Gandalue,
+en bezat twee kasteelen op een eiland in de zee. Hij had dit eiland
+bevolkt met Christenen, en gaf den kleinen Galaor in de hoede van
+een vromen kluizenaar, met het uitdrukkelijk bevel, hem op te voeden
+tot een dapper en trouw ridder. Hij vertelde den kluizenaar, dat een
+jonge vrouw (dezelfde die de geheimzinnige woorden tot Koning Perion
+gesproken had, en die een machtige toovenares was), hem had gezegd, dat
+slechts een zoon van Perion zijn aartsvijand zou kunnen verslaan, den
+reus Albadan [20], die zijn vader gedood had en hem de rots Galtares
+had ontstolen. En zoo werd Galaor opgevoed door den kluizenaar.
+
+
+
+ORIANA.
+
+Ongeveer in denzelfden tijd landde Koning Lisuarte van Brittanje
+in een Schotsche haven, waar hij met veel eerbetoon ontvangen werd
+door Koning Languines. Lisuarte had zijn echtgenoote Brisena en zijn
+bekoorlijk dochtertje Oriana bij zich, het schoonste schepseltje
+ter wereld; en omdat zij zoo'n last van zeeziekte had, besloten
+de ouders haar eenigen tijd aan het Schotsche Hof te laten. Amadis
+was nu twaalf jaren oud, maar hij leek wel vijftien, z groot en
+forsch was hij, en de Koningin stelde hem aan als page van Oriana,
+die zeide, dat zij dit prettig vond. Amadis koesterde deze woorden
+in zijn hart, zoodat hij ze nimmer meer kon vergeten. Maar hij wist
+niet, dat Oriana hem lief had, en hij had groot ontzag voor dit lieve
+en ernstige kleine meisje, voor wie hij zulk een diepe genegenheid
+opvatte. De stille liefde, die deze kinderen elkander toedroegen,
+was aandoenlijk schoon, maar zij bleef onuitgesproken, want Amadis
+was zeer bescheiden en Oriana was een ingetogen meisje.
+
+In het hart van Amadis ontwaakten hooge gevoelens van ridderlijkheid,
+zoodat hij ten slotte Koning Languines verzocht, hem tot ridder te
+slaan. Languines was zeer verbaasd, dat deze jongen verlangde naar
+een eer, die hem zulke zware verplichtingen zou opleggen, maar hij
+ging op het verzoek in, en gaf bevel, dat er wapens voor hem gesmeed
+zouden worden. Hij zond Gandales, den ridder die hem in zee gevonden
+had, het bericht van de plannen van den jongen, en Gandales stuurde
+een afgezant naar het Hof, met het zwaard, den ring en het perkament,
+die hij in de ark had gevonden bij den kleinen zeevaarder.
+
+Deze zaken werden Amadis als zijn eigendom ter hand gesteld, en
+toen hij dit alles aan Oriana toonde, vroeg zij hem de was, die het
+perkament voor bederf bewaarde, niet wetende, dat het een gewichtig
+document was, en natuurlijk gaf hij het haar. Korten tijd daarna
+bracht Koning Perion een bezoek aan Languines, om hem zijn hulp te
+vragen tegen Koning Abies van Ierland, die Galli was binnengevallen
+met zijn geheele strijdmacht. Daar Amadis wist, welk een grooten
+naam Perion had als krijgsman, wilde hij liefst door zijn hand
+tot ridder worden geslagen, en hij vroeg de Koningin, hierin zijn
+voorspraak te zijn. Maar zij was bedroefd en afgetrokken en lette
+niet op zijn vraag. Hij vroeg Oriana naar de oorzaak dezer droefheid,
+en zij antwoordde: Kind van de Zee, dit is de eerste vraag, die gij
+mij ooit gedaan hebt.
+
+Ach jonkvrouw, zeide Amadis, ik ben niet waard iets te vragen aan
+iemand zooals gij.
+
+Wat? riep zij uit, is uw hart z zwak?
+
+O, jonkvrouw, antwoordde hij, het is te zwak in alles wat u betreft;
+maar het zou u willen dienen, alsof het uw eigendom was.
+
+Mijn eigendom, zeide Oriana verward, en sedert wanneer?
+
+Sinds gij het prettig vondt, antwoordde Amadis met een
+glimlach. Weet gij niet meer, dat dit uwe woorden waren, toen de
+Koningin mij voor uw dienst bestemde?
+
+Ik vind het heerlijk, dat het zoo werd geschikt, zeide Oriana
+verlegen; en daar zij zag, dat Amadis zeer ontroerd was door haar
+allerliefst antwoord, sloop zij weg, om de Koningin naar den reden
+van haar droefheid te vragen.
+
+De Koningin vertelde haar, dat zij treurig was, omdat vijanden het
+Koninkrijk harer zuster Elisena waren binnengevallen, en Oriana
+keerde tot Amadis terug en legde hem uit, waarom de Koningin niet op
+zijn vraag had gelet. Daarop gaf Amadis als zijn wensch te kennen,
+naar Galli te gaan, om tegen de Iersche overweldigers te strijden,
+en Oriana juichte dit plan met geestdrift toe. Gij zult als mijn
+ridder ten strijde trekken, zeide zij eenvoudig en lieftallig. Amadis
+kuste haar hand, en verzocht haar, Prinses Mabilia, Perions dochter
+(en dus de zuster van Amadis) te vragen, er op aan te dringen, dat
+haar vader Amadis tot ridder zou slaan. Het meisje beloofde hem dit,
+en Koning Perion was zeer ingenomen met den vurigen wensch van den
+jongeling, het beroep van krijgsman te volgen. Hij verzocht hem dus
+te knielen, gaf hem den ridderslag, bevestigde de ridderlijke sporen
+aan zijne hielen, en gordde hem het zwaard aan.
+
+
+
+AMADIS TREKT OP AVONTUUR UIT.
+
+Amadis besloot, dadelijk op weg te gaan naar Galli, en dus nam hij
+teeder afscheid van Oriana, en verliet, begeleid door zijn pleegbroeder
+Gandalin, tegen den avond het paleis. Zij hadden nog niet lang gereden,
+of zij ontmoetten de geheimzinnige toovenares, die, zooals wij gezien
+hebben, zulk een levendig belang stelde in het lot van onzen held,
+en wier naam Urganda was.
+
+De fee groette Amadis bijzonder vriendelijk en gaf hem een lans ten
+geschenke, zeggende, dat deze binnen drie dagen het huis, waaruit hij
+was voortgekomen, voor ondergang zou behoeden. Zij was vergezeld van
+een jonkvrouw, en toen Urganda vertrokken was, bleef deze bij hem, en
+zeide, dat zij drie dagen met hem zou medereizen, en dat zij gewoonlijk
+niet bij de toovenares was, maar haar nu toevallig had ontmoet. Zij
+hadden nog niet ver gereden, toen zij bij een kasteel kwamen, waar zij
+een schildknaap hoorden jammeren, dat zijn meester daarin bedreigd werd
+door de bewoners. Amadis spoedde zich naar het voorplein, en ontdekte
+Koning Perion, die zich heldhaftig verdedigde tegen twee ridders en
+eenige soldaten. Met een kreet van woede viel Amadis de belagers aan,
+zwaaide zijn zwaard in alle richtingen, en deelde zulke hevige slagen
+uit, dat de verachtelijke ridders, die den Koning hadden aangevallen,
+gedood werden, en dat hunne volgelingen op de vlucht werden gedreven.
+
+Perion herkende Amadis oogenblikkelijk als den jongeling, dien hij
+niet lang geleden tot ridder had geslagen. Zij verlieten te zamen
+het kasteel, en namen bij een tweesprong afscheid van elkander, met
+de wederzijdsche belofte, elkander in Galli weder te ontmoeten. De
+jonkvrouw, die Amadis tot zoover begeleid had, vertelde hem, dat zij
+een afgezant van Oriana was, waarop Amadis bij het hooren van den naam
+zijner Vrouwe, z begon te beven van vreugde, dat hij, als Gandalin
+hem niet gesteund had, van zijn paard zou zijn gevallen. Toen nam
+de jonkvrouw afscheid van hem, zeggende, dat zij haar meesteres zijn
+succes zou melden.
+
+Na verscheiden andere avonturen, kwam Amadis met Gandalin aan het
+Hof van Koning Perion van Galli aan. Zij hadden nog slechts eenige
+oogenblikken gerust, toen zij de klaroenen van Koning Abies van
+Ierland hoorden schallen voor den aanval op de stad. Zij bestegen
+dadelijk hunne strijdrossen en deden met Agrayes en andere ridders een
+uitval naar het vijandelijk leger. Er volgde een hardnekkige strijd,
+waarin Amadis wonderen van dapperheid verrichtte. Perion en zijne
+volgelingen vielen daarna den vijand aan, maar zij waren zooveel minder
+in aantal dan het leger van Koning Abies, dat zij wel gedwongen waren,
+terug te trekken. De dag werd echter weer goed gemaakt door Amadis,
+die met zulk een woede vocht, dat paard noch man hem kon weerstaan, en
+in het heetst van het gevecht doodde hij o.a. Daugavel, den lieveling
+van Abies. Toen de Iersche Koning dit hoorde, was hij diep bedroefd,
+en toen hij tegenover Amadis kwam te staan, daagde hij hem voor den
+volgenden dag uit tot een tweestrijd op leven en dood. Zij kwamen dus
+samen en na een verwoed tweegevecht, dat verscheidene uren duurde,
+werd Abies verslagen; en hiermede nam de oorlog een plotseling einde.
+
+Nu gebeurde het, dat Melicia, de dochter van Perion, haar ring
+verloor, dien zij van haar vader gekregen had, denzelfden, dien de
+Koning gedragen had, toen hij voor het eerst Elisena ontmoette, en
+die het duplicaat was van den ring, dien hij haar geschonken had, en
+dien zij om den hals van Amadis had gebonden, toen zij zich van hem
+ontdeed. Om te voorkomen, dat haar vader het verlies zou bemerken,
+gaf Amadis zijn eigen ring aan de prinses. Maar de Koning vond zelf
+het verloren kleinood en stelde een onderzoek in naar de herkomst van
+den tweeden ring. Door de bekentenis van Melicia, en de herkenning
+van het zwaard, dat Amadis droeg, kwam Perion tot de overtuiging,
+dat Amadis niemand anders zijn kon dan zijn lang verloren zoon; en
+toen de jonge ridder zijn levensgeschiedenis verhaalde, en hoe hij
+in zee was gevonden, verdween elke twijfel der ouders omtrent zijn
+identiteit. Zij waren zielsgelukkig, dat zij hem hadden teruggevonden,
+en erkenden hem in het openbaar als den troonopvolger.
+
+Wij moeten nu weer den levensloop volgen van den broeder van Amadis,
+Galaor, die als kind zoo plotseling door den reus was weggevoerd. Hij
+was opgegroeid tot een dapper en behendig jongeling, en daar hij
+gehoord had, dat aan geen enkel Hof zulk een ridderlijke geest
+heerschte als aan dat van Koning Lisuarte van Brittanje, besloot
+hij daarheen te reizen, in de hoop, daar den ridderslag te mogen
+ontvangen. Zijn pleegvader, de reus, vergezelde hem, en zij hadden
+nog slechts twee dagen gereisd, toen zij aan het kasteel kwamen van
+een wreeden ridder, die, geholpen door zijne ondergeschikten, juist
+een eenzamen krijgsman aanviel. Galaor snelde hem te hulp en slaagde
+erin, de bende te verslaan. Galaor vatte zulk een liefde op voor
+den vreemdeling, dat hij verzocht, uit zijne handen den ridderslag
+te mogen ontvangen. Deze gunst werd hem met vreugde verleend, en
+nadat Amadis--want hij was de vreemde ridder--vertrokken was, vroeg
+Galaor een jonkvrouw, die hij plotseling naast zich vond staan, of
+zij den naam kende van den ridder, dien hij zoojuist geholpen had. De
+jonkvrouw, de toovenares Urganda, antwoordde, dat hij Amadis heette
+en dat hij de eigen broeder van Galaor was. Toen Galaor dit hoorde,
+was hij uitgelaten van vreugde, maar zijn vreugde was vermengd
+met groote droefheid, omdat hij hun verwantschap niet ontdekt had,
+voordat zij afscheid van elkander hadden genomen.
+
+Nadat de toovenares Galaor had ingelicht, reisde zij Amadis achterna,
+die op weg was naar het Hof van Koning Lisuarte in Windsor. Zij
+vertelde hem, dat het zijn broeder Galaor was, die hem bevrijd had,
+het kind, dat zijn ouders ontstolen was. Dit bericht verrukte hem,
+maar bedroefde hem tevens.
+
+Gesterkt door deze merkwaardige ontmoeting, vervolgde Galaor zijn
+reis, die ten doel had, de rots Galtares voorgoed te ontrukken aan
+de wreede heerschappij van den reus, die haar veroverd had.
+
+Een reis van eenige dagen bracht hem op de plaats zijner bestemming,
+en op zijn uitdaging kwam de reus naar buiten, gezeten op een geweldig
+strijdros, en de vreeselijkste bedreigingen uitstootende. Hij reed
+onmiddellijk op den jongen ridder toe, in de hoop, met n slag den
+strijd te beslechten. Maar toen hij woest zijn knots zwaaide, trof hij
+zijn eigen paard; hij viel met donderend geweld ter aarde, en Galaor
+reed over zijn lichaam heen. Daarbij viel hij echter van zijn ros,
+en ontving een vreeselijken vuistslag van den reus, maar hij herstelde
+zich spoedig, trok zijn zwaard, en sneed den arm van het monster bij
+den schouder af. Feitelijk was hiermede de strijd geindigd, want
+met een tweeden slag van zijn zwaard, onthoofde hij zijn tegenstander.
+
+Amadis kwam nu aan het Hof van Koning Lisuarte, werd daar opgenomen in
+den kring van ridders en was daar spoedig de ziel hunner ondernemingen,
+zoodat hij in korten tijd beroemd was als een der edelste paladijnen
+van de Christelijke ridderschap. Zijne avonturen aan het Hof van
+Lisuarte zouden boekdeelen kunnen vullen; zijne voornaamste praestaties
+waren een verdelgingsoorlog tegen de reuzen, de nederlaag van den
+overweldiger Barsinan en den toovenaar Archelaus, benevens een groote
+menigte krijgsverrichtingen, te veel om ze hier te beschrijven. Zijne
+heldendaden zijn samengeweven met die van zijn broeder Galaor, met
+wien hij eens zelfs in fellen strijd geraakte, daar geen van beiden
+den ander herkende door de wapenrusting.
+
+
+
+DE BELOFTE VAN LISUARTE.
+
+Het gebeurde, dat terwijl Lisuarte recht sprak te Londen, er een
+bejaarde ridder in de zaal trad, die zulk een wonderschoone kroon
+en mantel vertoonde, dat de Koning verklaarde, ze tot elken prijs
+te willen koopen. De ridder zeide, dat hij op een bepaalden dag zou
+terugkomen om zijn loon op te eischen, en de Koning verbond zich,
+kroon en mantel zorgvuldig te bewaren, op straffe van verlies van
+zijn dierbaarst bezit. De ridder was een gezant van den valschen
+toovenaar Archelaus en de versierselen, die hij Lisuarte getoond had,
+waren door toovenarij gemaakt, zoodat, toen de Koning ze wenschte te
+dragen, en de koffer ontsloot, waarin ze bewaard werden, hij ontdekte,
+dat ze verdwenen waren. De oude ridder kwam terug en verlangde zijn
+loon. Lisuarte was genoodzaakt te bekennen, dat kroon en mantel
+verdwenen waren, en de handlanger van den sluwen toovenaar eischte
+Prinses Oriana als prijs van den Koning op. In een zwak oogenblik
+ging Lisuarte op dien eisch in, en de ridder reed heen met Oriana,
+die hij dadelijk in de macht van Archelaus stelde; Lisuarte viel in
+een hinderlaag, die hem door den listigen toovenaar gelegd was.
+
+Toen Amadis en Galaor, die op dat oogenblik niet aan het Hof
+vertoefden, van dit verraad hoorden, spoedden zij zich naar Windsor,
+vast besloten de booze plannen van den toovenaar te verijdelen. Deze
+wilde n.l. Oriana uithuwelijken aan den pretendent naar den Britschen
+troon, den verraderlijken Barsinan, die al eens door Amadis overwonnen
+was. Galaor bevrijdde Lisuarte uit de macht zijner vijanden, en
+nadat Amadis in alle richtingen gezocht had naar de edele jonkvrouw,
+ontmoette hij haar ten slotte in een bosch, toen zij door Archelaus
+werd weggevoerd. Toen de toovenaar den dapperen ridder in het oog
+kreeg wiens heldendaden hij reeds zoo dikwijls had hooren roemen,
+maakte hij zich haastig uit de voeten, en liet Oriana achter in de
+handen van haar minnaar, die haar veilig naar het Hof terugbracht.
+
+
+
+HET VERSTERKTE EILAND.
+
+Met het begin van het Tweede Boek treden wij een wonderbaarlijke
+en geheimzinnige wereld binnen; dit boek kan in waarheid het Cor
+Cordium, de spiegel, de quintessence der romantiek genoemd worden. Het
+brengt ons in kennis met den Griekschen koningszoon Apolidon, die ons
+beschreven wordt als een dapper ridder en een machtig toovenaar. Hij
+stond zijne rechten af aan zijn jongeren broeder, en voer door de
+Groote Zee, waar hij een eiland ontdekte, dat slechts door boeren
+bewoond werd, en waar een machtige reus heerschte; dit eiland was
+bekend als het Versterkte Eiland, en werd in verscheidene romances
+bezongen als een waar paradijs.
+
+Nadat hij den reus verslagen had, bleef Apolidon op het eiland wonen
+totdat zijn broeder stierf en hij naar Griekenland terugkeerde; maar
+voordat hij de plaats verliet, legde hij haar onder een machtige
+betoovering, opdat geen ridder of jonkvrouw daar zou mogen wonen,
+die niet zijn gelijke was in dapperheid, of niet even schoon als zijn
+geliefde Grymenysa. De wonderen van dit tooverland zijn wel waard
+beschreven te worden, en daar een groot gedeelte van de handeling
+dezer romance zich daar afspeelt, zullen wij ons inschepen op de
+toovergalei, die altijd gereed ligt in de haven der legende, en naar
+het eiland zeilen, om op de betooverde kust te landen.
+
+Hier volgt dan een beschrijving in dichtregels van het eiland.
+
+
+ HET VERSTERKTE EILAND.
+
+ Apolidon, door toovermacht,
+ Bouwde een huis van wondre pracht
+ Op een eiland, waar geen enkel schip
+ Voer door de zee langs die eenzame klip.
+ Op de granieten zuilen van de poort
+ Grifte hij het strenge woord,
+ Dat slechts hij, die hem in deugden was gelijk,
+ Zou mogen komen in dit gezegend rijk.
+ Hangende terrassen glinsterend wit in de zon,
+ Schoon als de tuinen van koningin Semiramis van Babylon,
+ En de hoogte was van zulk een stralende pracht
+ Alsof de dag lag opgestapeld op den nacht,
+ En uit een groep van mirten, teedergroen,
+ Verrees een wit en heerlijk paviljoen,
+ Dat toescheen aan de zeelieden van ver,
+ Een op een weiland neergedaalde ster.
+ Tusschen paleis en zee vertoonde zich aan 't oog
+ Een tooverachtig fonkelende stralenboog
+ Met zon en sterren heerlijk bejuweeld;
+ En in die nis stond een betooverd beeld,
+ In welks ten hemel opgeheven hand
+ Een koperen klaroen scheen, lichtend als in fellen brand.
+ En als een ridder of een maagd
+ In overmoed het had gewaagd,
+ Geboren uit een vrij geslacht,
+ Minder in schoonheid en in macht
+ Dan toovenaar Apolidoon,
+ Of Grymenysa, wonderschoon,
+ Te treden in de tooverhal,
+ Dan zou, met bulderend geschal
+ De koperen klaroen uitbarsten in geweld,
+ Zoodat daar de vermetele werd neergeveld.
+ Maar als een jonkvrouw, hoog van naam,
+ Een ridder zonder vrees of blaam
+ Zou komen aan de poort,
+ Dan zouden in den zaal'gen hof
+ Fanfares, daverend van lof
+ En vreugde zijn gehoord.
+ Kristallen zuilen gaven aan de tooverlijn;
+ Een platte steen van jaspis of van serpentijn,
+ Waar, tusschen vlammende arabesken glinst'ren zou de naam
+ Des ridders of der jonkvrouw van zoo hooge faam,
+ Straalde op het Grieksch plaveisel; wie van beiden
+ Eenmaal de tooverlijn zou overschrijden,
+ Die zou aanschouwen in een glans, als stralend ijs
+ De heerschers uit dit wond're paradijs,
+ Gegoten in de bovenaardsche praal
+ Van glinsterend, onsterfelijk metaal.
+ Nog dieper in den hof plaatste de toovenaar
+ Voor Grymenysa, in zijn hoogen zin,
+ Als een verheerlijking van grenzenlooze min,
+ Een wacht voor haar vertrekken, vol gevaar:
+ Met negen zegels vol vervloeking, sloot hij haar ivoren deur
+ Opdat slechts 't edelst hart, dat ooit werd voortgebracht,
+ Aanschouwen zou die goddelijke pracht
+ En zich zou laven aan den bovenaardschen geur.
+ En opdat laagheid nimmer daar zou binnengaan,
+ Liet hij twee woeste geesten met de macht van Sheol in de zwaarden,
+ Onzichtbaar echter voor de oogen dezer aarde,
+ Als strenge wachters voor de kamer staan.
+ En alle draden van zijn wonderbaren geest,
+ Waren geweven in het geheimzinnig tooverspel
+ Rondom de schaduwen van deze citadel
+ Waar hij zoo lange tijden oppermachtig was geweest.
+ Toen ging hij uit die plaats van zaligheid,
+ Aanroepend alle geesten als beschermers dezer oorden:
+ Sabitu, Baphomet, Siduri, met zijn tooverwoorden,
+ En macht hun gevend tot in eeuwigheid.
+ En toen de maan verduisterde aan de lucht,
+ Toen is de toovenaar dit paradijs ontvlucht;
+ Hoe hij zijn rijk verliet, heeft niemand ooit gehoord,
+ En nimmer keerde hij terug naar 't zalig oord.
+ Maar nog zien herders in het morgenschemerlicht,
+ Gestalten zweven, witter dan de neev'len dicht,
+ En altijd hooren zij nog bij het vallend duister,
+ Een teeder zuchten en een lispelend gefluister.
+
+
+Voordat hij het toovereiland verliet, had Prins Apolidon er een
+gouverneur aangesteld, en hij had bevolen, dat wie er niet in slaagde,
+door den eereboog te gaan en toch het geweldige trompetgeschal
+overleefde, zonder vorm van proces van het eiland zou worden gegooid;
+maar dat hij, die de proef glansrijk doorstond, ontvangen en gediend
+zou worden met groot eerbetoon. Ook besliste hij, dat, wanneer het
+eiland een nieuwen heerscher zou krijgen, de betoovering zou worden
+opgeheven.
+
+Toen de betoovering van het eiland ongeveer honderd jaar had geduurd,
+ontmoette Amadis, die teeder afscheid van Oriana had genomen en op
+avontuur was uitgetrokken, een jonge maagd, die hem van de wonderen
+van het Versterkte Eiland vertelde, dat, zooals zij zeide, nauwelijks
+twee dagen zeilen verwijderd was van de plaats, waar hij zich toen
+bevond. Amadis zeide, dat hij niets liever wilde dan zijn geluk te
+beproeven, en de vader der jonkvrouw, een machtig ridder, stemde erin
+toe hem te vergezellen op zijn gevaarlijke onderneming. Toen zij bij
+het Versterkte Eiland aankwamen, zagen zij het paviljoen, waarvan de
+muren behangen waren met de schilden van hen, die vergeefs getracht
+hadden, daar binnen te gaan; want ofschoon het verscheidenen gelukt
+was, onder den boog door te gaan, was nog niemand tot het paviljoen
+doorgedrongen. En toen Amadis zag, dat zoovele dappere ridders gefaald
+hadden, ontzonk hem de moed.
+
+
+
+AMADIS GAAT ONDER DEN BOOG DOOR.
+
+Amadis was vergezeld van Agrayes, den zoon van koning Languines van
+Schotland, en deze besliste, dat zij dadelijk zouden trachten onder
+den boog door te gaan. Toen hij door de poort trad, deed de trompet,
+die door het tooverbeeld werd omhoog geheven, zachte klanken hooren,
+en hij ging het paviljoen binnen. Toen naderde Amadis den overdekten
+gang, en de trompet blies nog luider en melodieuser dan zij eerst
+gedaan had. Beide ridders richtten nu hunne schreden naar de
+afgesloten kamer; zij zagen de plaat van Jaspis, waarop geschreven
+stond: Dit is Amadis van Galli, de ware minnaar, zoon van koning
+Perion. Terwijl zij dit lazen, kwam Ardian, de dwerg van Amadis,
+op hem toeloopen met de mededeeling, dat Galaor en Florestan, zijn
+broeders, getracht hadden onder den boog door te gaan, maar dat zij
+van alle kanten door onzichtbare handen waren aangevallen, en nu voor
+dood waren achtergelaten. Amadis en Agrayes keerden dadelijk op hunne
+schreden terug en vonden de jonge ridders in een toestand van diepe
+bezwijming. Terwijl Amadis zijne broeders zoo goed mogelijk hielp,
+trachtte Agrayes de afgesloten kamer binnen te treden, maar ook hij
+ontving zulke slagen, dat hij het bewustzijn verloor.
+
+Toen Galaor en Florestan zich eenigszins hersteld hadden van de
+uitwerking der slagen, die zij van onzichtbare aanvallers ontvangen
+hadden, vond Amadis, dat hij het aan de eer zijner geliefde verplicht
+was, de groote onderneming te wagen, en te trachten de gesloten
+kamer binnen te gaan, waarin nog geen ridder was binnengedrongen. Hij
+raapte dus al zijn moed bijeen, overschreed den tooverlijn tusschen
+de zuilen en voelde zich oogenblikkelijk bestookt door de onzichtbare
+krijgslieden, die zijne metgezellen ook hadden aangegrepen. Hij hoorde
+een verschrikkelijk geweld van stemmen, alsof alle ridders der geheele
+wereld tegen hem schreeuwden, en de slagen daalden met verdubbelde
+kracht en woede op hem neer. Maar de gedachte aan zijn geliefde maakte
+hem sterk en hij hield stand. Zoo nu en dan kreeg hij stompen tegen
+de knien, en nmaal werd het zwaard hem uit de hand geslagen; maar
+hij worstelde verder, totdat hij de kamerdeur bereikte, die vanzelf
+openging, om hem als het ware tot binnentreden te noodigen. Er werd
+hem een hand toegestoken, die hem naar binnen trok, en een stem riep
+uit: Welkom, Gij ridder, die hier heerschen zult, want gij overtreft
+in dapperheid hem, die deze plaats onder betoovering gebracht heeft,
+en die in zijn tijd zijn gelijke niet had. De hand die hem leidde,
+was groot en hard als die van een ouden man, en de arm was bedekt
+door een groen satijnen mouw. Zoodra Amadis in de kamer was verdween
+de hand, en hij gevoelde zijne krachten terugkeeren.
+
+Toen Florestan en Galaor en de geheele bevolking van het eiland
+hoorden, dat de onderneming eindelijk geslaagd was, stroomden zij
+naar het paleis, waarvan de betoovering nu verbroken was, en zij
+bewonderden alle pracht en heerlijkheid ervan. Het was vol van de
+wonderbaarlijkste schatten en kunstwerken, maar niets was heerlijker
+te aanschouwen dan de standbeelden van Apolidon en Grymenysa.
+
+
+
+ORIANA'S WREEDHEID.
+
+Toen Amadis, na afscheid van Oriana te hebben genomen, Brittanje
+verlaten had, zond hij zijn dwerg Ardian naar het paleis terug, om de
+stukken van een zwaard te halen, die hem door een jonkvrouw gegeven
+waren met de bede den dood te wreken van haar vader, die door de hand
+van een laffen moordenaar gevallen was. Amadis had als een goed ridder
+beloofd het gebroken zwaard te bewaren, totdat hij den doode gewroken
+had. Toen Oriana den dwerg zag, vroeg zij hem naar de reden van zijn
+terugkomst, en Ardian zeide haar, dat Amadis een jonkvrouw beloofd had,
+een zeker zwaard altijd te bewaren, en dat hij nu gekomen was, om het
+te halen. Toen nam hij het zwaard, en liep er vlug mede heen. Oriana
+maakte een verkeerde gevolgtrekking uit de woorden van den dwerg,
+en daar zij Amadis verdacht van ontrouw jegens haar, schreef zij hem
+een wreeden brief, dien zij een page ter hand stelde, met de opdracht,
+niet terug te keeren, voordat hij Amadis gevonden had. Na een lange
+reis vond hij Amadis op het Versterkte Eiland, en overhandigde hem
+den brief.
+
+Toen Amadis de koude en bittere woorden zijner geliefde gelezen had
+scheen hij waanzinnig van droefheid. De page deelde hem mede, dat
+Oriana geen antwoord van hem verwachtte. In zijn groote droefheid
+liet Amadis Ysanjo, den Gouverneur van het eiland bij zich komen,
+en verzocht hem, als een trouw ridder te zwijgen over alles wat
+hij zien zou, totdat zijne broeder den volgenden morgen de Mis zou
+hebben gehoord. Toen beval hij Ysanjo stil de poort van het paleis te
+openen, zoodat hij ongemerkt zijn paard en zijne wapens zou kunnen
+krijgen. Vergezeld door den braven Ysanjo, dien hij zeer was gaan
+achten, begaf hij zich op weg naar een dichtbij gelegen kapel van
+de Heilige Maagd; daar bad hij innig, dat zij zijn voorspraak zou
+zijn bij haar Goddelijken Zoon, opdat hij hem genadig zou zijn, want
+hij gevoelde, dat zijne dagen geteld waren. Daarna nam hij hartelijk
+afscheid van den Gouverneur, besteeg zijn paard, en reed zonder schild,
+speer of helm, heen.
+
+Gandalin, de schildknaap van Amadis, en de zoon van den Schotschen
+ridder Gandales, die bij al deze avonturen zijn meester nooit had
+verlaten, raadpleegde Durin den page, die den wreeden brief van
+Oriana naar het Versterkte Eiland gebracht had, en zij besloten, den
+wanhopigen ridder te volgen, opdat hem geen kwaad zou overkomen. Zij
+vonden hem spoedig in diepen slaap naast een bron, uitgeput door
+zijn smart, en zij stoorden zijn slaap niet. Maar bij het vallen
+van den nacht ontwaakte Amadis, en toen zijn groot leed weer tot hem
+doordrong, barstte hij uit in droevige klachten over zijn rampzalig
+lot. De schildknapen verborgen zich, maar Amadis ontdekte Gandalin,
+en hij was zeer verstoord, dat deze hem gevolgd was. Om hem uit zijn
+neerslachtigheid op te wekken, vertelde Gandalin hem, dat een ridder,
+die evenals hijzelf door zijn geliefde verlaten was, in de bosschen
+rondzwierf, dreigende, dat hij iedereen, die hem in den weg kwam,
+zou dooden. Amadis wilde niets liever dan sterven en dus sprong
+hij te paard en begaf zich met Gandalin op weg, om den woedenden
+wreker te zoeken. Zij ontmoetten den onbekende dan ook spoedig,
+en Amadis daagde hem in driftige bewoordingen uit. Er volgde een
+woedend gevecht, waarin Amadis zijn tegenstander tenslotte zulk een
+hevigen slag toediende, dat deze bewusteloos ter aarde viel. Amadis
+liet den gewonden ridder over aan de zorgen van Durin en reed verder,
+nog steeds gevolgd door Gandalin.
+
+Toen Galaor, Florestan en Agrayes hoorden, in welk een wanhopenden
+toestand Amadis het eiland verlaten had, besloten zij, hem te
+volgen. Intusschen reed hij doelloos verder, en volgde onder tranen
+en klachten de paden, waarlangs zijn paard hem voerde. Terwijl de
+zorgzame Gandalin sliep, ontvluchtte de wanhopige minnaar hem, en trok
+door de meest verlaten gedeelten van de woeste streek, waarheen hij
+was afgedwaald. Spoedig kwam hij aan een vlakte aan den voet van een
+berg, waar hij een kluizenaar ontmoette, wien hij verzocht, bij hem
+te mogen blijven. De kluizenaar groette hem vriendelijk en Amadis
+stortte zijn hart bij den goeden grijsaard uit, die hem vertelde,
+dat hij op een hooge rots woonde, die meer dan zeven mijlen in zee
+vooruitsprong. En de kluizenaar noemde hem Beltenebro, of de Schoone
+Sombere Ridder, omdat hij even beminnelijk als bedroefd was.
+
+
+
+DE KALE ROTS.
+
+Na verloop van eenigen tijd bereikten zij het strand, en nadat hij zijn
+paard aan de zeelieden had gegeven, ging Amadis met den kluizenaar
+aan boord van een schip en voer naar de Kale Rots, zooals de monnik
+de plaats zijner afzondering noemde. Daar deelde Amadis het leven van
+ontbering van den kluizenaar, niet uit godsvrucht, maar uit wanhoop,
+niet denkende aan zijn roem als krijgsman, en verlangende naar den
+dood--dit alles om de wreedheid eener vrouw!
+
+Durin, de page van Oriana, reisde terug naar het Britsche Hof,
+en vertelde zijn meesteres, hoe Amadis haar brief had ontvangen,
+en hoe schitterend haar ridder de proef van het Versterkte Eiland
+had doorstaan. Toen wist Oriana, dat Amadis haar niet ontrouw kon
+zijn geworden. Toen zij hoorde, dat hij in de woestijn was gegaan
+om te sterven, kende haar schaamte en angst geen grenzen, en zij
+schreef haren minnaar een berouwvollen brief, waarmede zij n harer
+kamervrouwen, die de Maagd van Denemarken genoemd werd, en een
+zuster was van Durin, naar hem toezond.
+
+Nadat zij vertrokken was, kwam de ridder, dien Amadis overwonnen
+had op den avond van den dag, waarop hij Oriana's wreeden brief had
+ontvangen, aan het Britsche Hof, de wapenrusting van Amadis brengende,
+die hij eenigen tijd na zijn ontmoeting met hem, op den rand van de
+bron gevonden had. En toen Oriana zijn verhaal had aangehoord, was
+zij zoozeer overtuigd, dat haar minnaar dood was, dat zij zich diep
+bedroefd opsloot in hare vertrekken, en niet getroost wilde worden.
+
+Intusschen dichtte Amadis, onder den indruk van zijn groot leed,
+de volgende versregels:
+
+
+ Vaarwel, o roem! vaarwel, o krijgsmanseer en ridderspel!
+ Waarom te leven met een smart, oneindig groot?!
+ Roemvoller is een eed'le heldendood.
+
+ De trouwe dood, in zijn barmhartigheid
+ Zal eens mij brengen de vergetelheid.
+ Het graf zal van mijn wanhoop mij bevrijden,
+ Waar liefdeloosheid van een jonkvrouw mij deed lijden,
+ Die in haar trots niet slechts mijn leven heeft bedorven,
+ Maar ook den krijgsmansroem, in dapp'ren strijd verworven.
+
+
+Het gebeurde, dat jonkvrouw Corisande, die Florestan liefhad, bij
+de Kale Rots landde, en hare maagden hoorden de geschiedenis van
+Amadis, die haar vertelde, dat hij Beltenebros heette, maar dat het
+gedicht gemaakt was door een zekeren Amadis, dien hij vroeger gekend
+had. Toen zij weder aan het Britsche Hof terug waren, zongen de jonge
+meisjes het lied van Amadis voor Oriana, die toen wist, dat Amadis en
+Beltenebros dezelfde waren. De Maagd van Denemarken, die uitgezonden
+was, om Amadis te zoeken, werd door stormen overvallen en naar den
+voet van de Kale Rots gedreven. [21] Zij landde met Durin en een
+dienaar, Enil geheeten, en trof Amadis aan, biddende in een kapel;
+en toen hij het gelaat van het meisje aanschouwde, bezwijmde hij.
+
+Deze uitbundigheid in de liefde, hoe overdreven die ons ook
+moge toeschijnen, is teekenend voor de laatste helft van de
+middeleeuwen. Dat Amadis bezwijmde, alleen reeds door den aanblik van
+iemand, die zijn geliefde gediend had, schijnt ons belachelijk toe,
+en dat hij zich voor zijne geheele verdere leven zou terugtrekken
+op een kale rots, omdat zijn geliefde hem wreed bejegend had, doet
+menschen van onzen tijd, op zijn minst genomen, eenigszins vreemd aan.
+
+
+ Moet 'k, door liefdesmart geplaagd,
+ Sterven om een schoone maagd?
+
+
+Maar wij moeten de opvattingen van het verleden zoo voorzichtig
+hanteeren als het verkleurde borduurwerk onzer overgrootmoeders, dat in
+stukken zou vallen, wanneer wij het ruw behandelden. Wanneer wij denken
+aan de wijze, waarop Dante en Petrarca uiting gaven aan hunne vereering
+voor de vrouw, en hoe de Hoven der Liefde het werk hebben voortgezet,
+dat zij begonnen waren, kunnen wij er ons niet over verwonderen,
+dat mannen, opgevoed in dergelijke opvattingen, en de vereering van
+de vrouw beschouwende als bijna even belangrijk als de Godsvereering,
+in staat waren zich over te geven aan zulke hartstochtelijke uitingen
+van wanhoop, wanneer het voorwerp hunner aanbidding hen griefde of
+verliet. Daarenboven is door alle eeuwen heen de mannelijke geest
+uiterst gevoelig geweest voor vrouwelijke ongenade. Zooals wij
+bv. duidelijk kunnen zien, wanneer wij levensbeschrijvingen lezen
+van groote mannen, zooals Goethe.
+
+Het genie heeft bijna altijd iets vrouwelijks en is geneigd tot
+dweepzucht, zooals blijkt uit de Sonnetten van Shakespeare en de
+verzen van Lovelace, en van vele andere dichters. Het mist het zuivere,
+nuchtere verstand van den middelmatigen man, en door de combinatie van
+mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, is hij gedoemd, de gevoelens
+van beide sexen te doorleven.
+
+Maar wanneer deze vereering van de vrouw in het algemeen, en van de
+besten onder haar in het bijzonder, binnen de grenzen van het normale
+blijft, moet zij beschouwd worden als n van de groote stuwende
+krachten der menschheid, iets, dat misschien meer dan iets anders heeft
+bijgedragen tot de beschaving en den vooruitgang der wereld. En juist
+in een romantisch werk, dat in ieder geval toch de aangewezen plaats
+is voor zulke overdreven uitingen, behoort het jongere geslacht met
+waardeering de teedere schoonheid en de groote bekoring op te merken
+van een eeredienst, die, al is hij nog niet geheel dood, dan toch
+zeker stervende is. Ik eisch niet van de moderne jeugd, dat zij deze
+overdreven uitingen zal meevoelen; maar ik vraag haar een open oog
+te hebben voor den fijnen geest, de groote ridderlijkheid, en bovenal
+voor de ingetogenheid en het gevoel van eigenwaarde, die deze uitingen
+kenmerkten. Het is een verblijdend teeken des tijds, dat de beide
+sexen elkander beter leeren kennen. Maar wij moeten ons hoeden voor
+een gemeenzaamheid, die leidt tot een gebrek aan waardeering. Wij
+moeten nog iets overhouden van de ernst en de schoonheid van den
+vroegeren omgang tusschen man en vrouw, en niet vervallen tot een
+gebrek aan goede vormen, waaraan wij in latere jaren ongetwijfeld
+met een gevoel van ergernis en zelfverwijt zullen terugdenken.
+
+Toen Amadis uit zijn bezwijming ontwaakt was, overhandigde de Maagd van
+Denemarken hem den brief van Oriana, en smeekte hem, tot haar terug te
+keeren, opdat zij hem vergiffenis zou kunnen vragen voor het leed dat
+zij hem had aangedaan. Hij nam dus afscheid van den goeden kluizenaar,
+en voer met het schip, waarmede de Maagd van Denemarken gekomen was,
+naar het Versterkte Eiland, waar hij eenigen tijd bleef, want hij
+was nog te zwak om de lange reis naar Engeland te ondernemen. Maar na
+verloop van tien dagen nam hij Enil als zijn schildknaap in dienst, en
+hij begaf zich met Durin en diens zuster op weg naar het Engelsche Hof.
+
+
+
+DE BEROUWVOLLE ORIANA.
+
+Intusschen hadden Galaor, Florestan en Agrayes tevergeefs naar
+Amadis gezocht, en zij kwamen in een zeer gedrukte stemming te Londen
+aan. Toen Oriana van hun mislukten tocht hoorde, begaf zij zich naar
+het kasteel Miraflores, dat eenige mijlen van de stad verwijderd
+was. In de eenzaamheid der oude tuinen kwam zij tot de overtuiging,
+dat Amadis nog in leven was, en vol berouw over de wijze, waarop
+zij hem behandeld had, besloot zij, dat er geen nieuwe schaduw op
+hun liefde zou vallen. De beschrijving, die de romance geeft van
+Miraflores is zeer bekoorlijk, en de indruk, dien wij krijgen van
+Oriana, wandelende in de rustige en schaduwrijke lanen, kan het best
+worden weergegeven in verzen.
+
+
+ Miraflores, waar ontspringen
+ Zilvren beekjes, vogels zingen,
+ En het hoog en statig hout
+ Slechts een deel schijnt van het woud,
+ In de stilte uwer lanen,
+ In de schaduw der platanen
+ Wacht ik zijn vergiffenis,
+ Die mijn troost en redding is.
+
+ Miraflores, naam van pracht!
+ Moge ik leeren dag en nacht,
+ In uw zoet doorgeurde dreven,
+ Wat het hoogste is in 't leven:
+ Mij in 't goede te verblijden,
+ Booze woorden te vermijden,
+ Zoodat ik, in deemoed klein,
+ Zijn vergeving waard zal zijn.
+
+
+Nu kwam er een heraut tot Koning Lisuarte te Windsor, die hem
+uitdaagde namens Famongomadan, den reus, Cartadaque, zijn neef,
+den reus van den Verdedigden Berg, Madanfaboul, den reus van den
+Vermiljoenen Toren; namens Quadragante, den broeder van Koning Abies
+van Ierland, en Archelaus den Toovenaar, die zich allen vereenigd
+hadden tegen Brittanje tot hulp van koning Cildadan van Ierland, die
+met Lisuarte in vijandschap leefde. De ridder stelde echter een zeer
+vernederende voorwaarde, waarop de vrede bewaard zou kunnen blijven;
+hij deelde nl. mede, dat de vijandelijke bondgenooten niet tegen
+hem zouden optrekken, en bereid waren in hun eigen land te blijven,
+wanneer Lisuarte erin toestemde, zijn dochter Oriana als dienstmaagd
+te geven aan Madasima, de dochter van Famongomadan, of als vrouw aan
+Basagante, zijn zoon. Lisuarte wees deze vredesvoorwaarde echter met
+rustige waardigheid af.
+
+Amadis had koning Abies lang geleden verslagen, en het was dan
+ook zucht naar wraak, die deze eigenaardige combinatie tot de
+oorlogsverklaring had gedreven. Florestan was bij het onderhoud
+aanwezig, en hij daagde den afgezant der reuzen uit tot een
+tweegevecht. De ridder, Landin geheeten, beloofde met hen te zullen
+strijden, wanneer de oorlog een uitgemaakte zaak zou zijn, en zij
+wisselden dus den handschoen.
+
+Toen de ridder vertrokken was, riep Lisuarte zijn dochtertje Leonora
+met hare speelgenootjes tot zich, om voor hem te dansen, iets, wat
+hij niet meer gedaan had sedert het bericht van de verdwijning van
+Amadis. En hij vroeg haar een lied te zingen, dat Amadis eens in
+scherts voor haar gemaakt had. Het kind en hare makkertjes zongen
+dus het volgende liedje:
+
+
+ Leonora, scheppings roem!
+ Witte, smettelooze bloem,
+ Rein als de dauw in een voorjaarsmorgen,
+ Waarom in lentetijd
+ Geurt gij in eenzaamheid,
+ Stil in uw schaduw van eenvoud verborgen?
+
+ Wilt gij, o bloesem rein,
+ Dan niet de mijne zijn,
+ Dat ik u koesteren kan en dragen.
+ Geef dan uw zoeten geur,
+ Bloei dan in teere kleur,
+ Als lieve troost in mijn droeve dagen.
+
+
+Gandalin reisde naar Miraflores om Oriana mede te deelen, dat Corisande
+aan het Hof was teruggekeerd, en dat zij met Florestan gelukkig
+hereenigd was. Zij was verrukt over dit bericht, maar kon toch niet
+nalaten het geluk der gelieven te vergelijken met haar eigen droevig
+lot, en zij barstte in tranen uit. Maar juist op dit oogenblik trad de
+Maagd van Denemarken binnen. Oriana luisterde met kloppend hart naar
+het bericht, dat zij bracht, en toen de jonkvrouw haar den brief van
+Amadis met diens ring overhandigde, bezwijmde zij bijna van vreugde.
+
+Amadis vertoefde in een afgelegen klooster, waar hij herstellende
+was van de gevolgen van het groote en langdurige leed, dat hij
+doorstaan had. Toen hij weer aangesterkt was, stak hij zich in een
+groene wapenrusting, opdat hij niet herkend zou worden, en begaf zich
+op weg naar Londen. Op den achtsten dag van zijn reis ontmoette hij
+een ridder, den reus Quadragante, n van de verbonden vijanden van
+Koning Lisuarte. Amadis wierp den geweldigen strijder uit het zadel, en
+dwong hem, zich gewonnen te geven, en zich te onderwerpen aan Lisuarte.
+
+
+
+AMADIS VERSLAAT FAMONGOMADAN.
+
+Amadis vervolgde zijn weg en kwam bij eenige tenten, die in een weiland
+waren opgeslagen, en bewoond werden door een gezelschap van ridders
+en jonkvrouwen, die in dienst waren van prinses Leonora. De ridders
+drongen er op aan, dat hij een lans met hen zou breken. Hij wierp hen
+allen uit het zadel, en vervolgde zijn weg. Terwijl hij zich eenige
+mijlen verder aan een bron verkwikte, viel zijn oog op een wagen,
+vol geladen met ridders en maagden, die geketend waren. Gezeten op
+een groot, zwart paard, reed een geweldige reus voor den wagen uit,
+vreeselijk om aan te zien, en Amadis herkende hem als Famongomadan,
+die den ridder gezonden had om Lisuarte uit te dagen. Amadis was
+zeer vermoeid door het gevecht met de ridders, en hij gevoelde dus
+weinig lust, hem op dit oogenblik te ontmoeten, maar toen hij zag,
+dat Leonora en hare maagden ook in den wagen waren, sprong hij op
+zijn paard, en met den blik gericht op Miraflores, waar Oriana was,
+wachtte hij den aanval van den reus af.
+
+Toen Famongomadan hem zag, overrompelde hij hem als een menschelijke
+lawine; zijn groote speer doorboorde het paard van Amadis, maar de
+ridder stak zijn lans dwars door de ribbekast van het monster, en het
+wapen brak in het lichaam af. Toen zijn zoon Basagante dit zag, snelde
+hij te hulp, maar Amadis werkte zich onder zijn gevallen paard vandaan,
+trok zijn zwaard, en hieuw n der beenen van zijn tegenstander
+af. Maar zijn zwaard sprong in stukken door de kracht van den slag,
+en er volgde een verwoed gevecht om de strijdbijl van Basagante,
+maar Amadis ontrukte zijn vijand de bijl en sloeg hem het hoofd
+af. Daarna doodde hij Famongomadan met diens eigen speer, bevrijdde
+de ridders uit hunne ketenen, en verzocht hen de lijken der verslagen
+reuzen naar Koning Lisuarte te brengen, met de mededeeling, dat zij
+gezonden waren door een onbekenden ridder, Beltenebros genaamd. Toen
+besteeg hij het groote, zwarte paard van Famongomadan, en draafde weg.
+
+Eindelijk kwam Amadis in Miraflores aan, waar hij Oriana aantrof, en
+zij waren zielsgelukkig in hun liefde. Acht dagen bleef hij bij zijn
+geliefde in het kasteel; toen vertrok hij, om Lisuarte bij te staan in
+zijn strijd tegen Cildadan van Ierland, die, zooals wij gezien hebben,
+den Koning de heerschappij betwistte. Cildadan en zijne bondgenooten
+de reuzen, werden overwonnen, en de Iersche Koning werd daarenboven
+ernstig door Amadis verwond.
+
+Eenigen tijd daarna bezocht Briolania, de jonkvrouw, die Amadis
+het gebroken zwaard had gegeven, Oriana, en vertelde haar, dat zij
+verliefd was op Amadis, maar dat hij haar gezegd had, dat hij haar
+niet liefhad. Deze mededeeling vermaakte Oriana zeer. En het geheele
+Hof wist nu, dat Beltenebros en Amadis dezelfde waren, en men was
+zeer verwonderd over de macht van dien nen arm.
+
+Maar Amadis, die wist, dat een avontuurlijk leven de bestemming
+en het lot van den ridder waren, wenschte weer weg te trekken, en
+bij hem voegden zich tien ridders, vrienden en verwanten. Lisuarte
+was hierover zeer verstoord, want naijverige hovelingen stookten
+den Koning tegen Amadis op, zeggende, dat hij de beste en dapperste
+ridders op deze wijze van het Hof verwijderde.
+
+Intusschen had Briolania zich naar het Versterkte Eiland begeven,
+waar zij zeer verontrust werd door onheilspellende voorteekenen. Zij
+slaagde er in, onder den Boog der Trouwe Minnaars door te gaan, maar
+toen zij trachtte, de verboden kamer binnen te treden, werd zij met
+geweld teruggedrongen, en bedroefd keerde zij naar haar eigen land
+terug. Korten tijd daarna kwam Amadis op het eiland aan, tot groote
+vreugde van alle bewoners.
+
+Dan volgt in het gedicht een en ander over de ligging en de geaardheid
+van het Versterkte Eiland, dat negen mijlen lang en zeven mijlen breed
+was, en dicht bedekt met dorpen en prachtige woonhuizen. Apolidon had
+zelf vier kostbare paleizen op het eiland gebouwd; n ervan heette
+Het Paleis van de Slang en de Leeuwen; het tweede was Het Kasteel
+van het Hert en de Honden. Het derde heette Het Draaiende Paleis,
+want driemaal daags en drie keer per nacht draaide het met groote
+snelheid rond, zoodat zij, die zich binnen de muren bevonden, dachten,
+dat het verbrijzeld zou worden. Het vierde was Het Paleis van den
+Stier, want elken dag stormde een wilde stier uit een overdekte laan
+te voorschijn, en wierp zich tusschen de menschen, alsof hij ze wilde
+dooden. Dan holde hij een toren binnen en kwam weer te voorschijn
+met een ouden aap op den rug, die hem door harde slagen weer naar
+zijn verborgen verblijf terug joeg.
+
+Er kwam bericht op het eiland, dat Gromadaza van het Kokende Meer,
+de vrouw van Famongomadan, den oorlog had verklaard aan Lisuarte;
+maar deze had hierop geantwoord met de bedreiging, hare dochter
+Madasima en andere Maagden van het geslacht der reuzen te laten
+onthoofden, wanneer zij hem hare kasteelen niet overgaf, en geen
+afstand deed van haar koninkrijk. Amadis en zijne ridders keurden
+het in Lisuarte af, dat hij tegenover vrouwen zulke maatregelen nam,
+en twaalf hunner trokken naar het land der reuzen, om de bedreigde
+vrouwen te beschermen. Natuurlijk gaf deze daad aan het Hof van
+Lisuarte voedsel aan de kuiperijen tegen Amadis, dien men ten val
+wilde brengen. Maar Lisuarte was een veel te hoogstaand mensch,
+om zich daardoor te laten benvloeden, en bij de komst der ridders
+stelde hij de jonkvrouwen in vrijheid.
+
+
+
+AMADIS TWIST MET LISUARTE.
+
+Maar het noodlot en de inblazingen van kwaadwillige menschen zijn
+dikwijls sterker dan de goedheid van koningen. De raadslieden van
+Lisuarte overreedden hem tot het beleg van de laatste vesting der
+reuzen, het Eiland Mongaza, dat slechts door vrouwen verdedigd
+werd. Amadis en zijne ridders beschouwden deze onderneming als een
+onridderlijke daad, en toen dit oordeel Lisuarte werd medegedeeld,
+ontstak hij in toorn, en zond een oorlogsverklaring aan Amadis op
+het Versterkte Eiland. Amadis antwoordde, dat, aangezien Madasima,
+de dochter van Famongomadan, gehuwd was met Galvanes, een vriend
+zoowel van Lisuarte als van hemzelf, het eiland niet meer bewoond
+werd door vijanden van Lisuarte, en dat hij het dus met alle macht
+verdedigen zou. En zoo scheepte hij zich dus in naar het eiland,
+met een groot en goed uitgerust leger. Daar vonden zij een garnizoen,
+dat in naam van Lisuarte de heerschappij had opgeischt; het gelukte
+hun deze overweldigers spoedig te verdrijven.
+
+Amadis liet een flinke strijdmacht op het eiland achter, en vertrok
+zoo spoedig mogelijk naar Galli, omdat hij zich ongerust maakte
+over Oriana. Toen hij met zijn schip een haven binnenliep om
+levensmiddelen op te doen, was hij in de gelegenheid zijn broeder
+Galaor en Koning Cildadan te verlossen uit de macht van een reus,
+die hen in een hinderlaag gelokt had. Bij zijn terugkomst in Galli
+begroette Amadis zijne ouders, die hij in verscheidene jaren niet
+gezien had. Intusschen was Lisuarte op het eiland Mongaza geland,
+waar hij het leger van Galvanes, den rechtmatigen vorst, versloeg;
+maar hij betoonde zich edelmoedig tegenover zijne overwonnen vijanden,
+en stelde zich tevreden met de openlijke onderwerping van Galvanes
+en zijn vrouw Madasima.
+
+Nu leidde Amadis eenigen tijd een leven van ontspanning: hij jaagde,
+vierde feest, en was tevreden met de goede berichten, die hij van zijn
+geliefde kreeg. Door dit leven van werkeloosheid verloor hij den roep
+van groote dapperheid, ofschoon de onbevooroordeelde lezer misschien
+zou vinden, dat hij genoeg roem had geoogst om gedurende zijn verder
+leven op te kunnen teren. Jonkvrouwen, die een beleediging, haar
+aangedaan, door hem gewroken wilden zien, vervloekten hem, omdat hij
+in de beste jaren van zijn leven de wapenen ontrouw geworden was.
+
+Maar Amadis had zijne goede redenen om zoo te handelen; want een
+brief van Oriana had hem in kennis gesteld met het feit, dat zij
+hem een zoontje geschonken had, en zij smeekte hem, Galli niet te
+verlaten, voordat hij nader van haar gehoord had. Zij berichtte hem
+niet, dat het kind verdwenen was, maar hierover zullen wij later meer
+hooren. Na eenigen tijd schreef Oriana hem, dat zij hem verzocht,
+niet de wapenen tegen haar vader te voeren, en Galli slechts dan te
+verlaten, wanneer hij zich aan de zijde van Lisuarte schaarde. Amadis
+besloot dus Lisuarte bij te staan tegen den Koning der Eilanden,
+met wien hij in oorlog gewikkeld was, en die zijn Koninkrijk was
+binnengevallen.
+
+De Maagd van Denemarken had het zoontje van Amadis en Oriana des
+nachts door een donker woud weggevoerd, om hare meesteres voor schande
+te bewaren. Toen zij het kind een oogenblik verlaten had, was een
+leeuwin er mee weggeloopen, die het bij een kluizenaar gebracht had,
+Nasciano geheeten; deze had het kind Esplandian genoemd, en het met
+zijn eigen neefje opgevoed als jager; en het opmerkelijke bij dezen
+jongen was, dat een leeuwin hem overal met groote liefde volgde,
+zoowel in huis als op de jacht.
+
+Intusschen had Amadis, die zich de Ridder met het Groene Zwaard
+noemde, besloten, het leven van werkeloosheid, dat hij den laatsten
+tijd geleid had, op te geven. Hij nam Ardian, den dwerg, met zich
+mede, en begaf zich naar Duitschland, waar hij gedurende vier jaren
+een avontuurlijk leven leidde, zonder eenig bericht van Oriana te
+ontvangen. Daarna vertrok hij naar Bohemen, waar hij eenigen tijd
+aan het Hof vertoefde.
+
+Op zekeren dag ging Koning Lisuarte met de Koningin en zijne dochters
+op de jacht, en kwam bij den berg, waar de kluizenaar Nasciano woonde;
+daar ontmoette hij Esplandian, en hij besloot den knaap tot zich te
+nemen. De kluizenaar toonde hem een brief, die aan Esplandians hals
+gebonden was, toen Nasciano hem vond, en die door Urganda geschreven
+was. De brief was bestemd voor Koning Lisuarte zelf, en bevatte den
+raad, den jongen met liefde te behandelen, daar hij hem eenmaal uit
+een groot gevaar zou verlossen. Lisuarte besloot dus, Esplandian
+en zijn pleegbroeder Sargil als zijne schildknapen aan te nemen,
+en toen de kluizenaar hem vertelde, dat het kind door een leeuwin
+bij hem gebracht was, begreep Oriana, dat het haar zoon moest zijn;
+want men had haar gezegd, dat de kleine jongen op den drempel van
+het klooster was neergelegd, en dat een wild beest hem had weggevoerd.
+
+Bij n zijner vele gevaarlijke en wonderbaarlijke avonturen,
+was Amadis ernstig gewond door een monster, dat hij verslagen had,
+en hij werd toen verpleegd door een jonkvrouw, Grasinda geheeten,
+die hij, uit dankbaarheid voor hare vriendelijkheid en hulp, beloofd
+had, op haar verlangen elk avontuur te zullen ondernemen. Ongeveer
+in denzelfden tijd besloot El Patin, de Keizer van Rome, aanzoek te
+doen om de hand van Oriana. Toen Koningin Sardamira van Sardini,
+die El Patin lief had, dit hoorde, reisde zij in gezelschap van de
+afgezanten van den Romeinschen Keizer naar Brittanje, waar zij Oriana
+ontmoette, wie zij bericht bracht over Amadis en wie zij vertelde,
+hoe hij eenmaal El Patin in een hevigen strijd had overwonnen,
+en hoe de Keizer hem dus een doodelijken haat toedroeg. Galaor,
+die vermoedde, dat Amadis en Oriana elkander lief hadden, ging naar
+Lisuarte, en gaf hem den ernstigen raad, niet zijne toestemming te
+geven tot een huwelijk tusschen zijn dochter en den Keizer; daarna
+reisde hij naar Galli, in de hoop, daar eenig bericht over Amadis
+te krijgen. Tegelijkertijd begaf Florestan zich naar het Versterkte
+Eiland, om Agrayes in te lichten over de moeilijkheden, waarin Oriana
+zich bevond, en hem tevens bericht te brengen van zijne geliefde
+Mabilia, die zeer naar hem verlangde.
+
+
+
+DE GRIEKSCHE RIDDER.
+
+Maar het noodlot wilde, dat juist op dit tijdstip Amadis, die zich nu
+den Griekschen Ridder noemde, met jonkvrouw Grasinda in Brittanje
+aankwam. Hij wenschte incognito te blijven, en gaf daarom het strenge
+bevel, dat zijn gevolg zijn naam niet mocht openbaren. Toen hij hoorde,
+dat Oriana op het punt stond te worden uitgehuwelijkt aan den Keizer,
+besloot hij, zijne maatregelen te nemen. Grasinda echter, gedachtig
+aan zijn belofte, zich terwille van haar in elk avontuur te zullen
+begeven, dat zij voor hem zou uitkiezen, zond een brief aan koning
+Lisuarte, met de mededeeling, dat zij zichzelf schooner achtte dan
+welke jonkvrouw dan ook van zijn Hof, en dat, wanneer een ridder
+van een ander oordeel mocht zijn, hij zou moeten strijden met haar
+kampioen, den Griekschen Ridder. De Romeinsche afgezanten vroegen
+Lisuarte op deze uitdaging te mogen ingaan, en dit werd hun toegestaan.
+
+Er volgde dan ook een hevig gevecht tusschen Amadis en de Romeinsche
+ridders, welke laatsten een volkomen nederlaag leden. Maar de dag
+brak aan, waarop Lisuarte volgens afspraak Oriana naar den Keizer
+zenden moest, en ofschoon zij bezwijmde bij de gedachte, naar Rome
+te worden gevoerd, bracht haar vader haar aan boord van het schip,
+nam hartelijk afscheid van haar en staarde de Romeinsche galei na,
+die zijn dochter wegvoerde van het witte strand van Brittanje.
+
+Zoodra Amadis van de plannen van den Koning gehoord had, begaf hij
+zich aan boord van zijn eigen schip, en wachtte de komst af van
+het Romeinsche vaartuig, dat zijn aangebedene wegvoerde. Hij viel
+de Italiaansche galei met woede aan, overrompelde de opvarenden,
+bevrijdde Oriana en zeilde oogenblikkelijk met haar naar het gouden
+strand van het Versterkte Eiland.
+
+Na een reis van zeven dagen liep het schip van Amadis de haven van
+het Versterkte Eiland binnen. Intusschen was jonkvrouw Grasinda daar
+aangekomen en trad naar voren, om Oriana te verwelkomen, die zij
+zoozeer wenschte te leeren kennen, omdat haar roem over de geheele
+wereld verspreid was. En toen zij Oriana aanschouwde, kon zij niet
+gelooven, dat eenig sterfelijk wezen z verblindend schoon kon zijn.
+
+Oriana en de andere jonkvrouwen werden ondergebracht in een toren
+van het paleis, dat de toovenaar Apolidon geschapen had, en op haar
+verzoek mocht geen ridder dezen toren binnentreden, totdat haar vader
+haar weder in genade had aangenomen. Amadis begreep zeer goed, dat
+de ontvoering van Oriana ernstige gevolgen zou hebben, en hij zond
+dus afgezanten naar zijne vele vrienden over de geheele wereld,
+met het verzoek hem, zoo noodig, tegen Lisuarte en den Keizer te
+willen bijstaan.
+
+De twist, die tusschen zijn beide oude tegenstanders Amadis en
+Koning Lisuarte gerezen was, bood den sluwen Archelaus een kans,
+die hij niet ongebruikt wilde laten voorbijgaan. Daarom riep hij
+verscheidene andere onruststokers te zamen en stelde hun voor,
+wanneer de oorlog uitbrak tusschen Amadis en den Britschen Koning,
+zich met hun strijdmacht te verbergen in de nabijheid van het slagveld,
+en wanneer n der strijdende partijen de overwinning behaald had,
+zouden zij de overblijfselen van beide legers aanvallen en hen op
+deze wijze verdelgen. Dit onwaardige plan van den toovenaar vond
+grooten bijval bij de ontevreden vorsten en kleinzielige koningen,
+en zij besloten, het ten uitvoer te brengen.
+
+
+
+OORLOG MET LISUARTE.
+
+Intusschen had Amadis een deputatie naar het Hof van Lisuarte
+gezonden, om hem de hand zijner dochter Oriana te vragen. Maar
+de koppige oude Koning wees het aanzoek driftig af en zond hem
+een oorlogsverklaring. El Patin, de Keizer van Rome, was nu ook
+in Brittanje aangekomen, en maakte zich gereed tot den strijd met
+Amadis. Spoedig had hij een groot leger gevormd, en hiermede trok hij
+op, om de troepen van Amadis te vinden, die zonder tijd te verliezen,
+een uitval had gedaan in Brittanje, en nu voorwaarts trok, om de
+strijdmacht van Lisuarte en den Keizer te ontmoeten.
+
+De vrienden van Amadis hadden hem niet in den steek gelaten. In de
+eerste plaats was zijn vader, Koning Perion, hem ter hulp gesneld met
+de geheele troepenmacht van Galli. Ierland had een groot contingent
+geleverd, en zijne oude vrienden, de Koning van Boheme en de Keizer van
+Konstantinopel hadden hem goed uitgeruste legioenen gezonden, die alle
+onder de bekwame leiding van Koning Perion stonden. Daarenboven werd
+het leger begeleid door Oriana, Grasinda en de andere jonkvrouwen
+en prinsessen, die naar het Versterkte Eiland waren gekomen, en
+hare tegenwoordigheid spoorde de ridders aan tot daden van grooten
+moed. De toovenaar Archelaus en zijne bondgenooten volgden als een
+schaduw de troepen van Lisuarte, in de hoop hem te kunnen overvallen,
+wanneer zij teruggeslagen werden.
+
+Eindelijk kregen de legers elkander in het oog. De plaats van
+samentreffen was een groote vlakte, en mijlen ver zag men niets dan
+schitterende wapenrustingen en kleurige kleederdrachten, wuivende
+vederbossen en banieren, en het geheele grootsche vertoon, dat
+de ridderschap kenmerkte. Twee volle dagen hielden de vijandelijke
+legers elkander in het oog zonder voorwaarts te gaan; toen maakten zij
+aanstalten tot den aanval met zulk een geweld van trommels en cymbalen,
+trompetten en klaroenen, dat het mijlen in het rond werd gehoord. Zij
+vielen met donderend geweld op elkander aan, en het gekletter der
+zwaarden op de wapenrustingen was gelijk aan het geraas van duizend
+hamers op even zoovele aambeelden.
+
+Aan het hoofd van het leger reed Amadis. Op een uitdaging van
+Gasquilan, den trotschen Koning van Zweden, viel hij hem aan, en wierp
+hem met zulk een kracht uit het zadel, dat hij voor dood bleef liggen;
+maar door den schok viel Amadis van zijn paard. Quadragante, die zich
+in zijn nabijheid bevond, lichtte een Romeinschen ridder uit het zadel,
+en gaf diens strijdros aan den held, die, gevolgd door Gandelin en
+andere paladijnen, een krachtigen aanval deed op de flank van het
+Romeinsche leger. Intusschen hield Quadragante geweldig huis aan het
+vijandelijke front, en slechts weinigen onder zijne tegenstanders,
+konden zijn reuzenkracht weerstaan.
+
+De Romeinsche troepen begonnen achteruit te wijken, maar op hetzelfde
+oogenblik kwam de Keizer met een versterking van vijfduizend man
+aangerukt. Hij leidde zelf den aanval, roepende: Rome! Rome! en hij
+zwaaide een reusachtig zwaard. Hij stuitte echter op Quadragante,
+die hem zulk een vreeselijken stomp toediende, dat hij terug moest
+wijken om bescherming te zoeken bij zijn eigen soldaten.
+
+Amadis was echter omringd door zijne dapperste paladijnen, en
+verrichtte zulke wonderen van moed, dat zijne vrienden zoowel als
+vijanden verbaasd waren over zijne heldendaden. De Romeinen begonnen
+terug te wijken voor de vreeselijke slagen, die hij naar alle kanten
+uitdeelde, en ten slotte verbraken zij de gelederen en vluchtten. Hij
+was echter z uitgeput door den hardnekkigen strijd, dat hij ervan
+afzag, zijne overwonnen vijanden te vervolgen, ook al, omdat het leger
+van Lisuarte nog niet in het veld was geweest, zoodat hij het beter
+oordeelde, de krachten zijner soldaten te sparen voor de ontmoeting
+met Lisuartes troepen.
+
+Den volgenden dag voerde Koning Lisuarte zijn leger aan, en nu bracht
+Koning Perion zijne troepen, die tot nog toe in de achterhoede waren
+gebleven, in het veld; de strijd had echter nog niet lang geduurd,
+toen Amadis den Romeinschen Keizer ontmoette, dien hij afmaakte
+met zulk een slag, als hij nog nooit iemand had toegediend. Bij den
+aanblik van hun verslagen leider, begonnen de Romeinen en Britten te
+vluchten, en toen Lisuarte dit zag, trachtte hij zijne troepen in
+goede orde terug te trekken. Maar Amadis merkte deze pogingen op,
+en daar hij vreesde voor de persoonlijke veiligheid van Lisuarte,
+maakte hij gebruik van de invallende duisternis, en riep ook zijn
+eigen strijdmacht terug, inplaats van den Koning te vervolgen; en
+zoo werd dezen de gelegenheid gegeven voor een ordelijke terugtocht.
+
+Toen de vrome kluizenaar Nasciano hoorde van de groote oneenigheid
+tusschen de koningen, besloot hij alles in het werk te stellen,
+om verderen strijd te voortkomen; en ofschoon hij oud en gebrekkig
+was, slaagde hij erin, het kamp van Koning Lisuarte te bereiken. De
+beide veldslagen, die wij juist beschreven hebben, waren echter
+reeds geleverd. Hij maakte zich bij den Koning bekend, en openbaarde
+hem dat Oriana een geheim huwelijk had gesloten met Amadis, en dat
+Esplandian hun zoon was. Bij het hooren van dit bericht was de Koning
+diep bedroefd, en hij keurde het stilzwijgen der gelieven ten zeerste
+af, terecht opmerkende, dat vele kostbare levens gespaard zouden
+zijn gebleven, wanneer zij hem hun vertrouwen hadden geschonken. Hij
+verzocht den kluizenaar de vredesonderhandelingen te leiden; de goede
+monnik was gaarne hiertoe bereid, en vergezeld door Esplandian,
+begaf hij zich naar het kamp van Amadis, waar hij op hoffelijke
+wijze ontvangen werd. De kluizenaar openbaarde eerst de identiteit
+van Esplandian aan den vader van den jongen, en Amadis omhelsde zijn
+zoon hartelijk. Maar de monnik vergat zijn vredelievende zending niet,
+en voordat hij Amadis verliet, had hij alle moeilijkheden tusschen
+hem en den ouden trotschen Koning uit den weg geruimd, en er was
+besloten dat hunne vertegenwoordigers te zamen zouden komen on een
+duurzamen vrede te sluiten.
+
+
+
+HET VERRAAD VAN ARCHELAUS.
+
+De wraakzuchtige toovenaar Archelaus en zijn ontevreden bondgenooten
+hadden in groote spanning den gang van zaken gevolgd, en toen hunne
+spionnen hun mededeelden, dat de vijandelijkheden tusschen Lisuarte en
+Amadis geindigd waren, besloten zij, het leger van den ouden Koning
+onverwijld aan te vallen. Maar Esplandian was getuige van den opmarsch
+hunner troepen, toen hij op weg was naar Lisuartes hoofdkwartier, en
+hij reisde oogenblikkelijk terug naar Amadis, om hem te waarschuwen,
+dat er onraad dreigde. Bij dit bericht begaven Amadis en Koning
+Perion zich dadelijk op weg, om de uitgeputte troepen van Lisuarte
+bij te staan. Maar voordat Amadis en zijne ridders het leger van
+Archelaus konden aanvallen, waren Lisuarte en de weinige troepen,
+die hem gebleven waren, reeds overrompeld door de strijdmacht van
+den toovenaar en zijne bondgenooten, die hem een geweldigen nederlaag
+bezorgd hadden. De oude Koning was genoodzaakt, zoo goed mogelijk een
+heenkomen te zoeken, en hij vluchtte naar een naburige stad, waar hij
+zich gereed maakte tot een laatste wanhopige verdediging tegen zijn
+meedoogenlooze vijanden. De stad werd hevig bestookt door Archelaus,
+maar werd niet minder krachtig verdedigd door Lisuarte en de ridders,
+die hem gevolgd waren. Maar toen de toovenaar op het punt stond de stad
+stormenderhand te nemen, verschenen Amadis en zijne paladijnen, die
+hem na een bloedig gevecht verjoegen. Archelaus en zijne bondgenooten
+werden in boeien geslagen, maar werden, zeer onvoorzichtig, weer in
+vrijheid gesteld, nadat zij beloofd hadden, zich in de toekomst van
+elke vijandelijkheid te onthouden.
+
+De ontmoeting tusschen Amadis en Lisuarte was buitengewoon hartelijk,
+en het bleek duidelijk, dat hunne oude vriendschap spoedig weer geheel
+hersteld zou zijn. Lisuarte riep zijne baronnen en edelen te zamen,
+en toen zij allen aanwezig waren, deelde hij hun plechtig de verloving
+van Amadis en Oriana mede.
+
+Eenige dagen daarna reisde het geheele gezelschap, waaronder Lisuarte,
+Perion en hunne Koninginnen, Florestan, Galaor, Agrayes en vele
+anderen, naar het Versterkte Eiland, waar het huwelijk van Amadis en
+Oriana met groote praal zou worden voltrokken. Bij hun aankomst op
+de betooverde plaats, werden er vorstelijke voorbereidingen getroffen
+voor de plechtigheid, want niet alleen zouden Oriana en Amadis in het
+huwelijk treden, maar velen hunner vrienden zouden tegelijkertijd in
+den echt worden verbonden. Temidden dezer voorbereidingen verscheen de
+goede fee Urganda, gezeten op den rug van een grooten draak, en allen,
+over wier geluk zij met zooveel zorg gewaakt had, heetten haar met
+groote hartelijkheid welkom.
+
+
+
+HET HUWELIJK VAN AMADIS EN ORIANA.
+
+Toen alles gereed was en de huwelijksdag eindelijk was aangebroken,
+besteeg een schitterend gezelschap hunne paarden, en reed naar de kerk,
+waar de kluizenaar Nasciano de mis zou bedienen. Na de plechtigheid
+verzocht Amadis den Koning, vrdat de feestelijkheden een aanvang
+zouden nemen, Oriana toe te staan, de proef af te leggen van den Boog
+der Trouwe Minnaars, daar de betoovering nog van kracht was, waar
+het jonkvrouwen betrof. De Koning gaf hiervoor zijn toestemming. Toen
+Oriana naderde, hief het beeld zijn trompet omhoog, en blies zulk een
+welluidende wijs, als nog nooit op het Eiland gehoord was, en uit den
+mond der trompet vielen rozen en andere bloemen in zulk een menigte,
+dat de grond eronder bedolven werd. Zonder een enkele aarzeling trad
+Oriana op de verboden kamer toe. Toen zij tusschen de zuilen doorging,
+voelde zij onzichtbare handen, die haar met kracht tegenhielden,
+en drie keer werd zij teruggeduwd. Maar door haar onovertroffen
+trouw en schoonheid gelukte het haar toch, ondanks alle tegenwerking,
+het betooverde portaal te doorschrijden, waar de hand, die Amadis had
+binnengeleid, ook naar haar uitgestoken werd. Toen betrad zij de kamer,
+terwijl de stemmen van onzichtbare zangers teedere liederen zongen,
+ter verheerlijking harer schoonheid en standvastigheid.
+
+Nu betrad het geheele gezelschap, dat getuige was geweest van dit
+laatste wonder, de kamer, waar het feestmaal werd aangericht. De
+langdurige beproeving van Amadis en Oriana was voorbij, en nu zij ten
+slotte met elkander en hun zoon Esplandian vereenigd waren, gingen
+zij een toekomst van het hoogste geluk tegemoet, zooals die slechts
+ten deel valt aan stervelingen in oude romances.
+
+Zoo eindigt dan dit oude heldengedicht, waarin vroegere gewoonten
+en opvattingen beschreven worden, die zzeer verschillen van
+de hedendaagsche, dat zij ons slechts bestaanbaar toeschijnen op
+een andere planeet. De gedragingen der ridders en jonkvrouwen zijn
+wellicht eenigszins overdreven; hoe onzinnig een belofte ook was, hoe
+fantastisch de omstandigheden ook waren, waaronder die belofte was
+afgedwongen, zij werd toch als bindend beschouwd; en al bewonderen
+wij den romantischen geest van zulk een wetboek, wij kunnen toch
+niet nalaten te glimlachen over den ernst, waarmede gebaarde ridders
+en machtige koningen weken voor de kinderachtige praktijken van
+toovenaars, om wier listen en lagen elke hedendaagsche schooljongen
+lachen zou. Niettemin krijgen wij bij het lezen dezer geschiedenis
+een sterken indruk van den eenvoud en de eerlijkheid van het streven
+der schrijvers.
+
+Ik moet den lezer, die mij gevolgd heeft langs de paden van deze
+betooverende romance, vergeving vragen voor het weglaten van
+menig bekoorlijk en treffend gedeelte; ik had mij echter tot taak
+gesteld, de groote lijn van het verhaal te volgen, de voornaamste
+gebeurtenissen te beschrijven, en mij slechts te bepalen tot het
+boeken van de wederwaardigheden en daden der hoofdpersonen, om
+den lezer een algemeenen indruk te geven. Het zou mij gemakkelijk
+zijn gevallen, de schoonheid en leesbaarheid van mijn verhaal te
+verhoogen, wanneer ik mij ertoe bepaald had, afzonderlijke avonturen
+te beschrijven, en slechts een relaas te geven van de meest treffende
+gebeurtenissen, waarvan de romance overvloeit. Maar het was, zooals
+ik reeds zeide, mijn bedoeling, den lezers, wier tijd te beperkt is,
+om den oorspronkelijken tekst te bestudeeren, een verkort verhaal
+van den geheelen inhoud te geven. Tevens heb ik ernaar gestreefd,
+den geest der romance te behouden, en wanneer mij dit niet gelukt
+is, moet dit ten deele worden geweten aan de omstandigheid, dat het
+geen gemakkelijke taak is, deze uitgebreide stof te verwerken in een
+beknopten vorm. Terecht zegt hij, die ons Amadis in dichtvorm gaf:
+
+
+ Wilde ik beschrijven, al wat op dit feest men zag,
+ Dan moest ik spreken heel een langen zomerdag.
+ 'k Vertel niet, wie in 't steekspel brak zoo menig lans,
+ Wie 't meeste uitblonk in den zang of bij den dans.
+ Wie in het spreekgestoelt' heeft naar den prijs gedongen,
+ En wie het schoonst den lof der liefde heeft bezongen. [22]
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV: DE VERVOLGBOEKEN VAN AMADIS DE GALLIR.
+
+
+ Al staan de vervolgboeken van Amadis niet op de hoogte van het
+ oorspronkelijke gedicht, toch zijn zij, als uiting van den tijd,
+ waarin zij geschreven zijn, van genoeg belang on een korten inhoud
+ van de geheele serie hier weer te geven.
+
+ Southey.
+
+
+Bij het behandelen van de letterkunde van het Pyreneesche Schiereiland,
+een taak, waarvoor hij zoo bij uitstek berekend was, volgde Southey het
+instinct van zijn onderscheidingsvermogen, dat hem zelden bedroog. Al
+mogen wij niet ontkennen, dat sommige dezer vervolgboeken van
+Amadis zeer zwak zijn, toch kunnen wij niet nalaten er onze aandacht
+aan te schenken, al ware het slechts ter wille van hun beteekenis als
+letterkundig verschijnsel. In deze verdichte verhalen was de fantasie,
+die zoo welig gebloeid had in Amadis, dikwijls zzeer overdreven,
+dat deze voortbrengselen van den geest, in de snelheid waarmede zij
+verwelkten en verloren gingen, deden denken aan de bloembladeren,
+die uit een stervende roos vallen.
+
+Het eerste dezer vervolgboeken, dat Het Vijfde Boek van Amadis heet,
+is meer algemeen bekend onder den naam van Esplandian, daar het
+voornamelijk handelt over de avonturen van dezen held.
+
+Cervantes is misschien iets te hard in zijn oordeel over deze romance,
+wanneer hij zijn critischen monnik ervan laat zeggen: Inderdaad mag
+de deugd van den vader geen verontschuldiging zijn voor het ontbreken
+dezer deugd bij den zoon. Hier, mijn beste huishoudster, open het raam,
+en smijt dit boek op het erf; laat het het eerste stuk van den hoop
+rommel zijn, dien wij straks in brand zullen steken.
+
+De eerste uitgave van Esplandian verscheen in 1542 te Sevilla. Het
+grootste gedeelte hiervan schijnt te zijn gemaakt door Montalva,
+den oorspronkelijken vertaler van Amadis. Maar waar hij bij het
+neerschrijven van dit werk slechts den rol van vertaler vervulde,
+daar trad hij bij de bewerking van Esplandian ook als schrijver op,
+en het blijkt uit alles, dat zijn krachten op dit gebied volkomen
+te kort schoten. Het is echter ook weer overdreven, in Esplandian
+niets dan een minderwaardig product te zien, en ik verdenk meer dan
+n dezer strenge critici ervan, den origineelen tekst niet te hebben
+gelezen, of het ongunstig oordeel van Cervantes na te spreken. Het is
+bekend, dat verscheidene Engelsche critici zich gerechtigd gevoelen,
+een werk, geschreven in het Spaansch, te beoordeelen, terwijl zij
+slechts oppervlakkig met deze taal op de hoogte zijn, en dat onder
+vele letterkundigen het wanbegrip heerscht, dat, wanneer men Latijn en
+Fransch kent, men slechts een beetje Castiliaansch behoeft te lezen,
+om ook deze taal spoedig volkomen machtig te zijn.
+
+Esplandian bezit vele schoonheden, en de mengeling van tooverkunst
+en beminnelijken eenvoud maakt het tot een bekoorlijk en stemmingsvol
+geheel. Waar vinden wij daarenboven een sprekender voorbeeld van een
+goede uiting van romantische overdrijving? Want Esplandian bezit,
+zonder te vervallen in de grovere gebreken der andere vervolgboeken,
+de rijke en kleurige verbeeldingskracht, die het geboorterecht is
+van alle ware dichters die er echter niet allen in slagen zich in
+dit opzicht te beperken. Ik geef evenwel dadelijk toe, dat Esplandian
+slechts kost is voor den enthousiast, en ik moet den niet romantischen
+lezer dit werk dan ook ten zeerste ontraden. Het is niet geschreven
+voor de barbiers en pastoors dezer wereld, en het is te betreuren,
+dat zij, die den geest van zulke gedichten niet begrijpen, hun invloed
+gebruiken, om ook anderen ervan afkeerig te maken.
+
+Esplandian bracht zijn jeugd door aan het Hof van zijn grootvader,
+Koning Lisuarte, en zoodra hij geridderd was, ontwaakte in hem de
+roeping tot grootsche avonturen. Aan zijn wenschen in dit opzicht
+kon spoedig worden voldaan, want kort nadat de gouden sporen aan
+zijne hielen bevestigd waren, viel hij in een diepe bezwijming,
+hetgeen er op wees, dat hij onder den invloed kwam van een machtige
+betoovering. Terwijl hij sliep, zag de bevolking van het Versterkte
+Eiland, waarheen hij gekomen was om tot ridder te worden geslagen,
+een grooten vuurberg, die steeds naderbij kwam; daaruit steeg de
+sylphide-achtige gestalte van de toovenares Urganda de Onbekende
+omhoog, die door de lucht voer op den rug van een reusachtigen
+draak. Eenigen tijd tevoren was Amadis, in wiens gevangenschap de booze
+Archelaus zich bevond, zoo onvoorzichtig geweest, dien stokebrand der
+tooverwereld weer in vrijheid te stellen, en hij had spoedig daarna
+tot zijn schade gemerkt, dat de trouwelooze toovenaar misbruik had
+gemaakt van zijn herwonnen vrijheid, en den goedgeloovigen Lisuarte
+weer in zijn macht had gekregen, zoodat de Koning, die blijkbaar door
+ondervinding niet wijzer was geworden, nu in den diepsten kerker van
+het kasteel des toovenaars zuchtte. Urganda deelde den bedroefden
+schoonzoon mede, dat het noodzakelijk was, dat Esplandian wraak ging
+nemen, en voordat Amadis in de gelegenheid was iets naders te vragen,
+voerde zij den jongeling op den rug van het gevleugelde monster met
+zich mede.
+
+De toovenares bracht den slapenden Esplandian aan boord van een
+geheimzinnig vaartuig, Het Schip van de Groote Slang genaamd, en toen
+hij bij zijn ontwaken bemerkte, dat hij zich op zee bevond, was hij
+uitgelaten van blijdschap. Toen hij over de rustige golven gedragen
+werd, voelde hij een groote, innerlijke vreugde over de wonderbaarlijke
+snelheid, waarmede de betooverde galei de baren kliefde. Na eenigen
+tijd ontdekte hij een rotsachtig eiland, midden in een verlaten zee,
+en toen hij aan land ging, zag hij, dat het onbewoond was, en dat er
+zich niets op bevond dan een hooge toren, die op het hoogste punt
+der rots gebouwd was. Hij beklom de hoogte, waarop de toren stond,
+en ontdekte, dat de oude vesting volkomen verlaten was. Bij een nader
+onderzoek van het gebouw zag hij een steen, waarin een rijk versierd
+zwaard stak; maar toen hij probeerde, het er uit te trekken, werd
+de lucht plotseling vervuld van het woeste gebrul van een geweldigen
+draak, die met zulk een snelheid op hem toekwam, dat, vrdat hij zich
+tot den aanval had kunnen gereedmaken, het monster zijn reuzenklauwen
+om hem heengeslagen had, met het kennelijk doel, de platen van zijn
+wapenrusting te breken, en hem te vermorzelen. De man en de draak
+worstelden op leven en dood, en z hevig was hun strijd, dat de
+aarde beefde en het kasteel onder hen heen en weer bewoog, toen zij
+zich wendden en wrongen in een doodelijke omhelzing. Tenslotte slaagde
+Esplandian er in, zijn rechterhand te bevrijden uit de grijparmen van
+den draak, en, een tooverzwaard trekkende, dat Urganda hem gegeven
+had, stak hij het door de geschubde huid van het monster. Doodelijk
+gewond liet het tooverdier zijn prooi los, en het geweldige lichaam
+verstijfde in den dood. Toen Esplandian zich ervan overtuigd had,
+dat het monster werkelijk dood was, verliet hij het kasteel, en
+keerde naar het strand terug, bij de invallende duisternis geleid
+door een bovenaardsch licht, dat uit het betooverde zwaard straalde,
+dat hij uit het rotsblok getrokken had.
+
+Nu voer hij op het Schip van de Groote Slang weer verder en belandde op
+een woeste plaats, bekend als de Verboden Berg, een vesting, gelegen
+op de grens tusschen Griekenland en Turkije. Uit de verte zag hij een
+kasteel, en toen hij zich daarheen begaf, ontmoette hij een kluizenaar,
+die hem ontraadde, in de nabijheid daarvan te komen. Hij vertelde hem,
+dat een beroemd vorst daarin gevangen gehouden werd. Oogenblikkelijk
+begreep Esplandian, dat dit niemand anders dan Lisuarte kon zijn, en
+dat het kasteel de vesting was van den boozen toovenaar Archelaus;
+deze overwegingen deden hem natuurlijk besluiten, de plaats nader
+te onderzoeken.
+
+Toen hij bij de poort kwam, zag hij, dat deze bewaakt werd door
+een reusachtigen schildwacht, die bij zijn nadering woedend op
+hem afkwam een geweldige knots zwaaiende. Terwijl hij den aanval
+van zijn reusachtigen tegenstander ontweek, doodde hij hem met het
+tooverzwaard, en hij was op het punt, het kasteel binnen te treden,
+toen hij plotseling tegenover Archelaus zelf kwam te staan. Er
+volgde een vreeselijke worsteling. De toovenaar, hevig vertoornd
+over de onbeschaamdheid van den jeugdigen knaap, die het gewaagd had
+door te dringen in de geheimen van zijn vesting, en in het besef,
+dat hij stamde uit het geslacht van zijn aartsvijand Lisuarte,
+viel Esplandian met groote woede aan. Maar zijn blinde woede
+was niet opgewassen tegen de koelbloedigheid van zijn jeugdigen
+tegenstander, die erin slaagde, hem met zijn tooverzwaard te dooden,
+en die hierdoor voor goed een einde maakte aan de gevaarlijke streken
+van den sluwen toovenaar. Een neef van den verslagen boosdoener viel
+daarna den jongen ridder aan, maar ook hij was niet bestand tegen het
+tooverwapen van Urganda. Vervolgens trachtte de moeder van Archelaus,
+Arcobone, die diep was doorgedrongen in de geheimen der zwarte kunst,
+hem te verdelgen door hare vervloekingen, maar de tooverkracht, die
+in zijn zwaard verborgen was, redde Esplandian voor de woede van de
+vreeselijke heks, die zelfs gedwongen was, hem te gehoorzamen. Hij
+beval haar, hem de plaats te wijzen, waar Lisuarte gevangen gehouden
+werd, en smaakte de voldoening, zijn ouden bloedverwant te bevrijden.
+
+Toen Esplandian en Lisuarte op het punt stonden, het eiland te
+verlaten, landde de vloot van Matroed, den oudsten zoon van Arcobone
+aan het strand, en de jonge held was gedwongen, weer met een nieuwen
+vijand te strijden. Daar deze vertrouwde op zijn krijgskunst en
+in verband met den jeugdigen leeftijd van zijn tegenstander, diens
+krachten onderschatte, daagde hij hem uit tot een tweegevecht. De
+beide mannen vochten, totdat de zon onderging, maar ten slotte was de
+heidensche krijgsman door de vele wonden, die hem waren toegediend,
+gedwongen den strijd op te geven, en hij smeekte Esplandian in vrede
+te mogen sterven. Juist op dit oogenblik kwam een monnik voorbij, en
+de stervende heiden vroeg zijn zegen, die hem liefdevol gegeven werd.
+
+Esplandian noemde zich nu de Zwarte Ridder om de kleur van zijn
+wapenrusting en hij leefde op den Verboden Berg als vorst van het
+kasteel, dat hij veroverd had. Maar veel rust werd hem niet gegund,
+want korten tijd na zijn overwinning werd het fort omsingeld door een
+groot leger van den Sultan van Turkije. Er hadden zich echter vele
+ridders bij Esplandian gevoegd en door hen geholpen, versloeg hij
+de heidenen, en nam hij hun aanvoerder gevangen. Aangemoedigd door
+dit succes, verplaatste hij den oorlog naar het hart van Turkije, en
+veroverde de hoofdstad. Voordat hij op avontuur was uitgetrokken, had
+hij Leonorina ontmoet, de dochter van den Keizer van Constantinopel;
+hij had haar zeer lief gekregen en haar gedurende den oorlog vele
+boodschappers gezonden, die haar de verzekering van de standvastigheid
+zijner liefde moesten brengen. Hij hoorde nu, dat zij aan zijn trouw
+was gaan twijfelen door zijn langdurige afwezigheid, en toen dus
+de hoofdstad van Turkije gevallen was, begaf hij zich haastig naar
+Constantinopel. Daar aangekomen kocht hij een kunstig gebeeldhouwde
+kast van cederhout, en hij droeg zijn boodschappers op, deze naar
+zijn geliefde te brengen. Toen zij de kast in de eenzaamheid harer
+vertrekken opende, trad tot hare verbazing en vreugde, haar minnaar
+er uit te voorschijn. In de Spaansche romance is het onvermijdelijk,
+dat de liefde van den held en de heldin verborgen blijft voor de
+verwanten van de jonkvrouw, niet alleen omdat de romantische smaak
+van den Spaanschen lezer dit eischt, maar ook omdat de Spaansche
+opvattingen ernstig gekwetst zouden worden door de gedachte aan eenige
+toegeeflijkheid van den kant der ouders, waar het betreft iets meer
+dan een uitsluitend vormelijken omgang tusschen de gelieven vr het
+huwelijk. Deze ouderwetsche opvattingen heerschen ook nu nog onder den
+middenstand en in de hoogere kringen van Spanje en Spaansch Amerika,
+en het is met een gevoel van verbazing, dat wij hooren, hoe verliefde
+jongelingen met de meisjes, waarmede zij officiel verloofd zijn,
+slechts een vertrouwelijk woord kunnen wisselen door zich onherkenbaar
+te vermommen, of door de vriendelijke hulp van ondergeschikten. Het
+komt niet zelden voor, dat jonge Spaansche paartjes, wier verloving
+volkomen en rgle is, en tegen wier vereeniging niet het minste bezwaar
+gemaakt wordt, hun toevlucht nemen tot een schaking, alleen om het
+romantische van het geval. Door zulke toestanden krijgen wij eerst
+een juist begrip van de groote macht, die de romantiek uitoefent op
+het Spaansche hart.
+
+Maar Esplandian had niet veel tijd te verliezen, daar de Turken
+zich weer gereed maakten tot den strijd. Hij had een grooten steun
+in Urganda; maar daartegenover stond, dat de ongeloovigen geholpen
+werden door de toovenares Melia, de zuster van Armato, den overwonnen
+Sultan, die erin geslaagd was te ontvluchten op den rug van een
+gevleugelden draak, die hem voor dit doel door de Turksche toovenares
+was toegezonden. Met grooten spoed vormde Armato een leger, waarmede
+hij Constantinopel belegerde. Zijne bondgenooten waren talrijk als
+het zand der zee; n ervan was een schoone Amazonenkoningin, die
+naar de plaats der vijandelijkheden gekomen was met een troep van
+vijftig griffioenen, die over de stad vlogen zooals bommenwerpers,
+vuur en rook spuwende op de hoofden der ongelukkige inwoners.
+
+Z vreeselijk was het verlies aan menschenlevens in dezen slag
+tusschen Christenen en heidenen, dat er ten slotte overeengekomen werd,
+den strijd te beslechten door een dubbel tweegevecht. Esplandian en
+Amadis werden door de ne partij aangewezen, en de Amazonenkoningin
+en een bevriend heidensch Sultan door de andere. De heidenen werden
+verslagen, maar zij waren z woedend over hun nederlaag, dat zij
+zich met elken man (en vrouw), die hun gebleven was, op den vijand
+wierpen. Maar de Christenen, aangemoedigd door de overwinning hunner
+kampioenen, brachten hun groote verliezen toe en drongen den vijand
+terug van de grenzen van het Grieksche Rijk. De Grieksche Keizer was
+overgelukkig zich te kunnen ontdoen van een last, die hem langzamerhand
+te zwaar was geworden, en hij deed afstand van den troon, ten behoeve
+van Esplandian, die zijn dochter Leonorina huwde en zich in Griekenland
+vestigde, waar hij zich aan zijn regeeringstaak bleef wijden.
+
+Nadat de wijze Urganda ontheven was van hare oorlogsplichten,
+kon zij weer meer aandacht schenken aan de persoonlijke belangen
+harer beschermelingen. Maar toen zij haar tooverspiegel en andere
+hulpmiddelen raadpleegde, zag zij tot haar groote droefheid, dat
+Amadis, Galaor, Esplandian, in het kort, al haar liefste ridders, aan
+het einde van hun aardsch bestaan waren. Indien haar profetische ziel
+in staat geweest was, alle wonderbaarlijke verwikkelingen te voorzien,
+waartoe hunne verdere avonturen aanleiding zouden geven, dan zou zij
+ongetwijfeld de natuur haar beloop hebben gelaten; en hieruit moeten
+wij dus besluiten, dat haar helderziendheid niet onbeperkt was. Zij
+besloot het wreede noodlot te trotseeren, riep hare beschermelingen
+naar het Versterkte Eiland, en raadde hun, wanneer zij zich aan de
+sterfelijkheid wenschten te onttrekken, zich te onderwerpen aan hare
+bevelen. Zij beloofden haar gaarne, dat zij haar onvoorwaardelijk
+zouden gehoorzamen, en stemden er met de grootste opgewektheid in
+toe, in een betooverden slaap te worden gebracht, waaruit zij eenmaal
+zouden worden gewekt door Lisuarte, den zoon van Esplandian, die in
+het bezit zou komen van een tooverzwaard, waardoor hij in staat zou
+zijn, hun een nieuw leven en verjongde krachten te schenken.
+
+Het Zesde Boek van de Amadis-Serie behandelt de avonturen van
+Florisano, zijn neef; maar daar deze niet in rechte lijn afstamt van
+de vorige helden, en hij daarenboven onverdragelijk vervelend is,
+zullen wij slechts volstaan met de vermelding van zijn persoon.
+
+
+
+LISUARTE VAN GRIEKENLAND.
+
+Onderhoudender is Lisuarte van Griekenland, de held van het zesde
+en zevende boek, die, naar men meent, geschreven zijn door Juan
+Diaz, Candidaat in het Kerkelijk Recht, en uitgegeven werden in
+1526. Lisuarte is echter niet de eenige held dezer romance, want
+Perion, een latere zoon van Amadis en Oriana, speelt een belangrijke
+rol in deze geschiedenis. Deze jonge strijder had veel gehoord van de
+dapperheid en krijgskunst van den Koning van Ierland, en hij besloot
+dus naar het Groene Eiland te reizen, om door hem tot ridder te worden
+geslagen. Toen hij het St. George-Kanaal door voer, ontmoette hij een
+jonkvrouw, die in een boot was gezeten, die door vier apen geroeid
+werd. De dieren verzochten Perion, hun meesteres te vergezellen op
+een gewichtige onderneming, en dus verliet hij zijn eigen vaartuig, en
+nam plaats in de boot met de apen en de jonkvrouw. Zijne metgezellen
+waren zeer ontstemd over het feit, dat hij zich zoo gewillig in dit
+avontuur had begeven, en zij wendden hun schip naar het Oosten, en
+zeilden verder, totdat zij toevallig Constantinopel bereikten, waar
+zij de verdwijning van Perion vertelden, waarop zijn bloedverwant
+Lisuarte besloot, hem te gaan zoeken.
+
+Intusschen was de jonge Perion met zijn eigenaardig gezelschap in
+het Koninkrijk Trebizonde aangekomen, dat, zooals wij bemerken,
+gemakkelijk te bereiken is van de Iersche kust. In die stad had hij
+de dochter van den Keizer gezien, en was op haar verliefd geworden,
+maar hij had niet veel gelegenheid haar het hof te maken, want de
+jonkvrouw met de Apen zette hem voortdurend tot spoed aan bij zijne
+voorbereidingen voor de taak, die zij hem had opgedragen. Nauwelijks
+hadden zij Trebizonde verlaten, of Lisuarte verscheen in de stad,
+en werd dadelijk verliefd op Onoloria, de tweede dochter van den
+Keizer. Maar op zekeren dag, toen de gelieven te zamen waren, kwam
+een geweldige reuzin aan het Hof, en eischte van Lisuarte een belofte,
+die hij, zooals gebruikelijk was in de romance, aflegde, zonder eerst
+naar den aard ervan te vragen. Het bleek, dat zijn tegenwoordigheid
+gedurende een vol jaar geischt werd, overal, waar de reusachtige
+jonkvrouw die begeerde. De reuzin was nl. een heidensche spion,
+die dit verzonnen had, om Lisuarte, die n der steunpilaren van
+Christelijk Griekenland was, te verwijderen van het Hof, op een
+moeilijk en gevaarlijk tijdstip.
+
+Toen Lisuarte, zeer tegen zijn zin, Trebizonde had verlaten, vernam
+de Keizer, de vader van het voorwerp zijner liefde, wat de eigenlijke
+functie was van de geweldig groote jonkvrouw, die hem ontboden had door
+middel van een brief, die gesloten was met zeven en zestig zegels,
+en waarin vermeld was, dat Constantinopel binnenkort belegerd zou
+worden door Armato, den Sultan van Turkije, die zich vereenigd had
+met zeven en zestig vorsten, om een oorlog te ondernemen tegen de
+keizerlijke stad. Intusschen werd Lisuarte gevangen gehouden door den
+Koning van het Reuzeneiland, wiens dochter Gradaffile op hem verliefd
+werd en hem hielp ontvluchten. Zij volgde hem naar Constantinopel,
+waarheen hij dadelijk trok, om tegen de ongeloovigen te strijden,
+die de stad belegerden. Hierin werd hij bijgestaan door Perion, die
+nu in Griekenland aankwam na aan de opdracht van de jonkvrouw met de
+Apen te hebben voldaan.
+
+Na verloop van tijd drong het tot Lisuarte door, dat het zijn plicht
+was, zijn slapende voorouders te verlossen uit de betoovering,
+waaronder zij gebracht waren om hun aardsch bestaan te verlengen. Na
+vele avonturen, die wij den lezer zullen besparen, kwam hij in het
+bezit van het verlossende zwaard, en reisde hij naar het Versterkte
+Eiland, waar hij den tooverslaap verstoorde waarin Amadis, Esplandian
+en de rest gebracht waren door de helderziende Urganda. Zij waren
+natuurlijk verfrischt door hun langdurige rust, en snakten naar een
+beetje strijd, en dus hielpen zij hem dadelijk bij het verslaan
+van de heidensche troepen, en verzekerden z den vrede in het
+land. Toen nu Lisuarte ontheven was van zijn krijgsmansplichten, kon
+hij zijne gedachten weer aan zijn geliefde geven, en hij reisde dus
+naar Trebizonde. Perion had zich ook reeds om een dergelijken reden
+daarheen begeven, maar op verzoek van de Hertogin van Oostenrijk,
+vergezelde hij deze dame naar haar rijk, om dat te bevrijden van
+overweldigers. Nadat hij deze ridderlijke taak volbracht had, ontmoette
+hij zijn bloedverwant Lisuarte, en beide ridders bereidden hunne
+huwelijksfeesten voor, toen Perion en de Keizer van Trebizonde, terwijl
+zij op de jacht waren, door heidenen werden weggevoerd. Lisuarte, die
+hen gevolgd was om hen te bevrijden, werd ook door den vijand gegrepen,
+en tegelijk met hen die hij had willen bijstaan, gevangen gehouden.
+
+
+
+AMADIS VAN GRIEKENLAND.
+
+Het Negende Boek behandelt de avonturen en heldendaden van het geslacht
+van Amadis, van wien in meer dan n beteekenis gezegd kan worden, dat
+hij onsterfelijk was. De eerste uitgave verscheen in 1535 te Burgos,
+een letterkundig centrum, en men beweert, dat het werk uit het Latijn
+in het Grieksch werd overgebracht, zooals de beroemde Trojaansche
+romance Dares en Dictys, en dat het in een latere periode vertaald is
+in de Romaansche taal door den machtigen en wijzen toovenaar Alquife,
+klaarblijkelijk een soort van Moor, in dienst van een schrijver,
+die deze romance schreef met buitengewoon veel verbeeldingskracht
+en zeer weinig routine. Amadis van Griekenland is nl. een mengsel
+van de grootste fantasie en de meest onlogische verzinsels, en wij
+belanden in zulk een doolhof van wonderbaarlijke verwikkelingen,
+dat het geen gemakkelijke taak is, er een begrijpelijk en geregeld
+relaas van te geven.
+
+Wanneer wij de wilde vlucht van den dichter volgen met den
+ingehouden stap van ons modern ongeloof, dan bemerken wij, dat
+Amadis van Griekenland, evenals zijne voorouders, bij zijn geboorte
+niet bepaald welkom was; hij was de zoon van Lisuarte en Onoloria,
+Prinses van Trebizonde, en geboren korten tijd na de plotselinge
+scheiding van dit heimelijk gehuwde paar. Toen het kind gedoopt werd
+aan een bron op een woeste, eenzame plek, waarheen het gebracht was
+om openbaarheid te vermijden, werd het door zeeroovers weggevoerd,
+en verkocht aan den Moorschen Koning van Saba. Daar hij op zijn borst
+het beeld van een zwaard had, noemde hij zich, na van den heidenschen
+Vorst den ridderslag te hebben ontvangen, De Ridder van het Vlammende
+Zwaard. Korten tijd daarna werd hij ten onrechte ervan beschuldigd,
+een geheime liefde voor de Koningin van Saba te koesteren, en daar hij
+den toorn van zijn weldoener vreesde, vluchtte hij, en stortte zich in
+een leven van avonturen, zooals dat in zijn geslacht gebruikelijk was.
+
+Hij was door zijn opvoeding en aard een heiden, en toen hij dus
+bij den Verboden Berg kwam, dien zijn grootvader uit de macht der
+ongeloovigen bevrijd had, verwoestte hij het vrome werk, door hem
+verricht, en verjoeg hen, die door den Keizer van Griekenland daar als
+verdedigers waren neergezet. Toen de groote Esplandian, die nu Keizer
+van Constantinopel was, hoorde, dat het werk der Christenen bedreigd
+werd, spoedde hij zich naar het tooneel der vijandelijkheden, en daagde
+den dapperen jongeling tot een tweegevecht uit; hij werd echter door
+hem verslagen, een omstandigheid, die nooit zou zijn opgekomen in het
+brein van den enthousiasten schrijver, die de romance van dezen held
+dichtte, en die stellig zeer ontdaan zou zijn geweest over den val
+van zijn "ster". Korten tijd na deze gebeurtenis ontmoette Amadis den
+Koning van Sicili; hun kennismaking begon met een gevecht, want dit
+was de gebruikelijke manier, waarop dolende ridders zich aan elkander
+voorstelden; maar toen zij elkander leerden kennen en hoogachten,
+sloten zij een vriendschap, die nog hechter werd door de liefde van
+Amadis voor de bekoorlijke dochter van den strijdlustigen Koning.
+
+Op weg naar Sicili kwam Amadis toevallig bij een eiland, waar
+hij den Keizer van Trebizonde, Lisuarte, Perion en Gradaffile in
+een betooverden slaap aantrof. Zooals wij gezien hebben, waren zij
+ontvoerd door de handlangers der heidenen.
+
+Ongeveer in dienzelfden tijd, ontmoette Amadis van Galli, die
+blijkbaar nog niet te oud was voor avontuurlijke ondernemingen, de
+Koningin van Saba, die op zoek was naar een kampioen, die bereid zou
+zijn haar te verdedigen tegen de valsche beschuldiging van echtelijken
+ontrouw. Amadis stelde zich tot hare beschikking, en vergezelde haar
+naar Saba, waar hij met haar echtgenoot die haar beschuldigde, streed,
+en hem overwon. Hij slaagde er ook in, haar onschuld, en die van zijn
+naamgenoot, Amadis van Griekenland, te bewijzen, tot groote voldoening
+van den Koning, haar echtgenoot.
+
+Nadat Amadis van Griekenland zijne voorouders uit hun tooverslaap
+gewekt had, vervolgde hij zijn reis naar Sicili. Hij had nog niet
+lang op het eiland vertoefd, toen hij hoorde hoe in de buurt van
+het paleis een ridder verliefde verzen voordroeg. Dadelijk kwam
+zijn jaloersch hart tot het besluit, dat de verliefde ridder den
+lof zong zijner prinses. Half waanzinnig door deze verdenking,
+zocht hij overal naar zijn veronderstelden medeminnaar, maar zonder
+resultaat; hij volgde overal zijn spoor, maar slaagde er nooit in,
+hem te vinden. Bij deze vervolging ontmoette hij vele avonturen;
+maar ten slotte begreep hij, dat zijn verdenking ongegrond was, en
+dat de zanger, dien hij gehoord had, geen aanslag had willen plegen
+op het hart van het voorwerp zijner liefde.
+
+Terwijl dit alles gebeurde was Lisuarte, de vader van onzen held,
+naar Trebizonde teruggekeerd, en had in allen vorm aanzoek gedaan om de
+hand van Onoloria. Maar Zairo, de Sultan van Babylon, had deze prinses
+in den droom gezien, en hij kwam, vergezeld van zijn zuster Abra, te
+Trebizonde aan, om haar ten huwelijk te vragen. De Keizer was dadelijk
+bereid zijn toestemming te geven, maar Lisuarte, die oudere rechten
+op de jonge dame had, was van een andere meening, en zijn tegenstand
+vertoornde den Sultan z hevig, dat hij tot krachtige maatregelen
+overging, en Trebizonde met de vele Torens belegerde. Toen het beleg
+geruimen tijd geduurd had, koos men uit beide legers eenige ridders,
+om den strijd door tweegevechten te beslechten. Maar de paladijnen van
+den Sultan werden verslagen door Gradaffile, de dochter van den Koning
+van het Reuzeneiland, die zich als ridder vermomde, en die met zulk
+een woede vocht, dat de ongelukkige Babylonirs volkomen machteloos
+tegenover haar waren. De Sultan echter brak, zooals de overwonnenen
+in de romances dat veelvuldig deden, de regelen van het tournooi,
+en ontvoerde Onoloria door een krijgslist.
+
+Toen zijn vloot zich met groote snelheid van Trebizonde verwijderde,
+ontmoette hij die van Amadis den Gallir, die op weg was naar deze
+stad, om haar te ontzetten, en die blijkbaar niet was opgehouden
+bij de Dardanellen door een of ander artikel van Internationaal
+Recht. Het is natuurlijk onnoodig te vermelden, dat de Sultan gedood
+werd. Maar de zucht tot kwaad was niet gestorven in het Babylonische
+ras door den dood van den Sultan met den romantischen naam Zairo. Zijn
+zuster Abra besteeg na hem den troon van Semiramis. Terwijl zij in
+de gelukkige dagen voordat de vijandelijkheden tusschen haar broeder
+en Lisuarte waren uitgebroken, in Trebizonde verblijf hield, was zij
+onder de bekoring gekomen van dezen ridder, en zooals dat, wanneer
+men tenminste de romanceschrijvers gelooven mag, gebruik was bij
+de vrouwen van het Oosten, deed zij de eerste toenadering tegenover
+het voorwerp harer genegenheid. Wij zullen hopen, dat hij haar niet
+zoo ruw afwees, als de onhebbelijke Heer Bevis van Hamton dit deed,
+toen de schoone Saraceensche Josiana hem hare boodschappers zond met
+de bekentenis harer liefde:
+
+
+ Hij zei: Waart gij geen afgezant,
+ Ik doodde u met eigen hand.
+ Geen voet verzet ik van den grond,
+ Voor zulk een vuilen heidenhond!
+ Zij is een hond, en dus onrein:
+ Mijn kamer uit, gij smerig zwijn!
+
+
+Maar Lisuarte wees Abra toch af, en alle haat, waartoe een
+versmade vrouw in staat is, ontbrandde in den boezem der schoone
+Babylonische. In haar groote wraakzucht, zond zij afgezanten naar
+alle landen der aarde, met het verzoek, dat de geheele ridderschap
+van ieder koninkrijk haar zou bijstaan om Lisuarte ten val te
+brengen. Op haar rondreis naar de verschillende hoven, trof een
+harer kamervrouwen Amadis van Griekenland, die, daar hij nog een
+heiden was, gemakkelijk kon worden overgehaald tot de belofte, dat
+hij niet zou rusten, voordat hij Lisuarte's hoofd aan Jonkvrouw Abra
+zou hebben gebracht. Toen Amadis te Trebizonde aankwam, ontbrandde
+er dus een gruwelijke strijd tusschen vader en zoon, die goddank werd
+beindigd door de verschijning van Urganda, die volgens haar gewoonte
+de strijdenden met elkander bekend maakte. Maar de jonge Amadis
+ontkwam evenmin als zijn vader dat deed, aan de liefdesbetuigingen van
+heidensche prinsessen. Niquea, de dochter van een Oostersch Sultan,
+was alleen reeds door de verhalen over hem, verliefd op hem geworden,
+en zij had hem haar beeltenis gezonden, die door haar dwerg gemaakt
+was. De bekoorlijkheden, die deze jonge dame ongetwijfeld bezat,
+wogen echter niet op tegen de omstandigheid, dat ieder, die haar
+verblindende schoonheid aanschouwde, f stierf, f beroofd werd van
+zijn verstand. Haar vader, een verstandig man, sloot haar op in een
+toren, waarin niemand werd toegelaten behalve de naaste familieleden,
+die zooals meestal het geval is, niet zoo gemakkelijk onder den indruk
+harer bekoorlijkheden kwamen als vreemden.
+
+Ondanks zijn vroegere hartstochtelijke liefde voor de Prinses van
+Sicili, had Amadis nauwelijks het portret van Niquea aanschouwd,
+of hij vergat zijn vorige aangebedene, en gaf zijn geheele hart
+aan de Oostersche schoone. En opdat hij het geluk mocht smaken het
+origineel van de beeltenis, die hem zoo verrukt had, met eigen oogen
+te aanschouwen, vermomde hij zich als slavin, en werd hij toegelaten
+tot den toren, waarin Niquea was opgesloten. Zij beloofden elkander
+trouw en Amadis bleef in zijn vermomming in den toren. Onnoodig te
+zeggen, dat de schoonheid van Niquea hem geen ongeluk aanbracht.
+
+Laat ons nu terugkeeren tot de schoone doch wraakzuchtige Abra, die
+een reusachtig leger had samengesteld en daarmede tegen Trebizonde
+optrok. Na een verwoeden strijd werden de heidensche troepen natuurlijk
+verslagen. Maar daar Onoloria intusschen zoo vriendelijk was geweest,
+het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, huwde Lisuarte, op
+aanraden van zijn platonische vriendin Gradaffile, de Babylonische
+Koningin, die dus gelukkiger was in de liefde dan in den oorlog.
+
+Niquea had echter langzamerhand genoeg van haar gevangenschap, en
+zij slaagde erin, met Amadis te vluchten; kort daarna kwamen zij te
+Trebizonde aan, waar hun huwelijk voltrokken werd. Hun werd een zoon
+geboren, dien zij Florisel van Niquea noemden, en die weer de held
+is van een andere geschiedenis.
+
+Deze romance eindigt, evenals die van Esplandian, met de betoovering
+van de Grieksche helden en prinsessen in den Toren van het Heelal,
+door den wijzen toovenaar Zirfea, die hen waarschuwde, dat dit de
+eenige manier was, om aan de sterfelijkheid te ontsnappen. Maar
+in afwijking van wat er op het Versterkte Eiland gebeurde, was de
+betoovering waaraan zij zich in den wondertoren moesten onderwerpen,
+niet een toestand van slaap, zoodat de betooverde ridders en hunne
+jonkvrouwen in staat waren, zich ongeveer een eeuw lang genoegelijk met
+elkander te onderhouden, een voordeel, dat zij zeer op prijs stelden,
+omdat zij zoo lang van elkander gescheiden waren geweest.
+
+Zelfs indien zij genoeg hadden gekregen van elkaars gezelschap,
+behoefden zij zich nog niet te vervelen, want de vriendelijke en
+zorgzame toovenaar had in den toren een toestel aangebracht, waardoor
+zij alles konden aanschouwen, wat er in de buitenwereld gebeurde,
+een bron van ontspanning en vermaak, waarvan mevrouw d'Aulnoy ook
+gebruik heeft gemaak in n harer sprookjes.
+
+De barbier en de priester van Cervantes waren vooral vijandig
+gestemd tegenover Amadis van Griekenland en diens onmiddellijke
+opvolgers. Smijt het heele zoodje op het erf, riep de priester uit;
+want ik zou liever mijn eigen vader verbranden als ik hem tegenkwam in
+de kleeding van een dolenden ridder, dan dat ik Koningin Pintiquinestra
+en den herder Darinel met zijn herderszangen en de gruwelijk overdreven
+toespraken van den schrijver spaarde.
+
+
+
+FLORISEL VAN NIQUEA.
+
+De geschiedenis, die zoozeer de verontwaardiging heeft opgewekt van
+den onromantischen priester en den nog minder dichterlijken barbier
+van Cervantes, is het Tiende Boek van Amadis, dat den naam draagt van
+Florisel van Niquea, en waarvan ons wordt verteld, dat het geschreven
+is door niemand minder dan Cirfea, Koningin van Argos, die het dan
+zeker heeft gedicht in de korte rustpoozen, die haar gelaten waren
+bij haar moeilijke regeeringstaak. Hare Majesteit verlaagt zich er
+niet toe ons mede te deelen, hoe groot het honorarium was, dat zij
+in 1532 van hare Valladolidsche uitgevers ontving; maar wanneer wij,
+zonder ons schuldig te maken aan majesteitsschennis, een prijs mochten
+bepalen, dan zouden wij zeggen, dat de letterkundige ontboezeming
+dezer fantasierijke vorstin uitstekend betaald zou zijn geweest met een
+stuiver per regel. In n woord, Cirfea, of de tienderangs schrijver,
+die zich achter haar vorstelijke persoon verbergt, is betrekkelijk
+vervelend, en haar flauwe herdersverhalen kunnen onmogelijk ernstig
+genomen worden. Het eenige, wat haar werk nog eenige beteekenis geeft,
+is, dat zij waarschijnlijk de eerste was, die het landelijk element
+in de romance heeft gebracht, en dat zij dus de schepper is van een
+lange rij gekunstelde en sentimenteele herders en herderinnen, wier
+tranen en zuchten de bladzijden der zestiende- en zeventiende-eeuwsche
+dichtwerken vullen, en wier niet te stelpen klachten de oorzaak zijn,
+dat men er tegen op ziet een boek te openen, dat zelfs maar uit de
+verte herinnert aan l'esprit de bergres.
+
+De romance brengt ons in kennis met Sylvia, de dochter van Lisuarte
+en Onoloria, die, zooals vanzelf spreekt, in haar kinderjaren aan
+de ouders ontrukt werd en in de buurt van Alexandri werd opgevoed
+voor het herdersleven. Deze streek, die toen ten tijde misschien
+een zekere vermaardheid genoot om haar veeteelt, had dit dan
+zeker te danken aan de groote hoeveelheid zand, die zij oplevert,
+hetgeen blijkbaar een zeer deugdelijk veevoedsel is geweest. Toen
+Sylvia grooter werd, begon zij te beseffen hoe schoon zij was, en
+vertrouwende op haar bekoorlijk uiterlijk, en misschien ook op haar
+allerliefsten naam, onderwierp zij den schoonen jongeling Darinel,
+wiens naam evenals de hare in het land der Pharao's uitheemsch was,
+aan haar wil. Sylvia was van oordeel, dat een herderin hardvochtig
+tegenover haar minnaar behoorde te zijn, en deze was het dus, die voor
+de sonnettendichters de nieuwe mode in het leven riep, zich bitter te
+beklagen over de onverschilligheid eener geliefde. Hij toonde zijn
+goeden wil tot sterven, door zich op den top van een berg bloot te
+stellen aan de woede der elementen, een betrekkelijk omslachtig proces
+zou men zoo oppervlakkig meenen, in een streek, die zoo bij uitstek
+gezond wordt geacht voor longlijders. Waarschijnlijk kwam hij tot
+het inzicht, dat het Egyptische klimaat zich niet bijzonder leende
+tot de uitvoering van zijn droevig plan, en dus vertrok hij naar de
+omgeving van Babyloni, waar hij, zoekende naar bergen in een streek,
+waar er opmerkelijk weinig zijn, in de gelegenheid was vriendschap te
+sluiten met Florisel, die met zijn opgewekten aard er wel eens genoeg
+van zal hebben gekregen, dat eeuwige gejammer over de schoone oogen
+der aangebeden jonkvrouw te moeten aanhooren. Darinels beschrijvingen
+van Sylvia's bekoorlijkheden waren echter z geestdriftig, dat
+Florisel werd aangestoken door de gevoelens van zijn ongelukkigen
+vriend, zoodat hij ten slotte z weinig in staat was, de hartstocht,
+die hem verteerde te overwinnen, dat hij zich als herder vermomde,
+en den ongelukkigen Darinel overhaalde, hem naar de woonplaats van
+Sylvia te brengen. Maar hoewel Florisel haar de groote eer had bewezen,
+den geheelen weg van Babylon te voet af te leggen om beloond te worden
+met een blik uit hare oogen, was zij tegenover hem even koud en wreed
+als zij dat tegenover Darinel geweest was.
+
+Op een avond, toen Florisel tot opluchting van den lezer zijne klachten
+aan de schoone herderin eens een oogenblik staakte, vertelde hij haar,
+hoe Prins Anastarax, de broeder van Niquea, in een betooverd paleis
+gevangen werd gehouden door den machtigen Zirfea. Toen de wispelturige
+Sylvia dit verhaal hoorde, ontvlamde zij plotseling in liefde voor
+Anastarax, en zij dwong Florisel en Darinel, welke laatste niet meer
+naar de woeste bergen hunkerde, met haar er op uit te trekken om den
+Prins uit zijn door vlammen omgeven gevangenis te verlossen. Maar toen
+zij in de nabijheid kwamen van den Toren waarin hij was opgesloten,
+hoorden zij, dat dit avontuur reeds was ondernomen door Alastraxare,
+een schoone Amazone, de dochter van Amadis van Griekenland en de
+Koningin van de Kaukasus. De lezer is dan genoodzaakt de lotgevallen
+van deze vrouwelijk Hercules te volgen, wier onuitsprekelijke naam een
+struikelblok is geweest voor heele geslachten van boekdrukkers. Hare
+avonturen vullen vele bladzijden.
+
+Het kleine gezelschap uit Alexandri ging op zoek naar deze heldin
+en ontmoette op zijn tocht vele avonturen; onder de belangrijkste
+daarvan behoort de flirtation van Florisel met Arlanda, Prinses van
+Thraci, die op hetgeen men haar van hem verteld had, verliefd op
+hem was geworden, zooals dat toenmaals de gewoonte schijnt te zijn
+geweest onder de jonge dames uit den bloeitijd der romance.
+
+Zij stak zich in de kleederen van de ongenaakbare Sylvia, en verlokte
+hem tot een samenkomst in den maneschijn, bij welke gelegenheid zij er
+in slaagde zijn gunst te winnen, terwijl hij in de vaste verbeelding
+was, dat zij de herderin was, die hij zoolang vruchteloos met zijne
+liefdesbetuigingen vervolgd had.
+
+Bij hunne omzwervingen werd Sylvia tijdens een geweldigen storm
+van hare medereizigers gescheiden, en toen zij op hare schreden
+terugkeerde, kwam zij weder bij de door vlammen omgeven gevangenis
+van Anastarax. Intusschen waren Florisel en Darinel aan de kust van
+Apollonia gekomen, waar de eerste gelukkig de bekoorlijkheden van
+het grillige herderinnetje vergat, dat op het goede oogenblik als
+de dochter van Lisuarte herkend werd en met haar beminden Anastarax
+vereenigd werd. Doch het was niet alleen te wijten aan zijn slecht
+geheugen, dat Florisel zijn aangebeden Sylvia vergat, maar voornamelijk
+aan de schoone oogen van Prinses Helena van Apollonia.
+
+Het verder verloop van het verhaal is er bepaald op berekend, den
+meest lankmoedigen lezer te tarten. Florisel had niet veel tijd om te
+genieten van het gezelschap der bekoorlijke Apollonische Prinses, daar
+hij was uitverkoren om zijn oom uit de gevangenis te bevrijden. Toen
+hij eindelijk aan dien plicht voldaan had, begaf hij zich op weg
+naar Apollonia, maar het was hem natuurlijk niet gegeven, het strand
+van dit schoone land zonder verdere lotgevallen te bereiken. Toen
+hij te Colchos landde, ontmoette hij Alastraxara, die haar geluk
+had gevonden in Falanges, een dapper krijgsman uit het gevolg van
+Florisel. Bij zijn komst in Apollonia was Prinses Helena op het punt,
+in het huwelijk te treden met den Prins van Galli, welke verbintenis
+om politieke redenen door haar vader was bevolen. Maar Florisel zou
+niet waard zijn geweest te stammen uit een geslacht welks helden nooit
+lijdelijk waren gebleven onder dergelijke omstandigheden, indien hij
+had nagelaten de plannen van den vader te verijdelen, en zooals de
+koninklijke schrijfster opmerkt, hij zorgde voor een herhaling van
+de geschiedenis van Troje, door deze tweede Helena te schaken.
+
+Evenals in het oorspronkelijke verhaal van Homerus, werden natuurlijk
+door deze daad de echte en onechte koninkrijken van het Oosten en het
+Westen in een vreeselijken oorlog gewikkeld. Geholpen door de Russen,
+die dus toen reeds een zekere voorliefde schijnen te hebben gehad voor
+het omverwerpen van een bestaande maatschappij, wierpen de landen
+van het Westen hunne reuzenlegers in de vlakten van Constantinopel,
+en brachten de Grieksche wapenen een geweldigen nederlaag toe. Maar
+de Slaven keerden zich later tegen hunne Oostersche bondgenooten,
+verdreven hen van de kusten van den Gouden Hoorn, en stelden Florisel
+ten slotte in het bezit van de hoofdstad van het Oosten en van
+Prinses Helena.
+
+Hier zou de doorluchtige Cirfea met haar gouden pen gevoegelijk Finis
+hebben kunnen schrijven onder deze verbazingwekkende historie. Maar
+in dit stadium van het verhaal schept de schrijfster op nieuw adem,
+waarschijnlijk in verband met de omstandigheid, dat de boekhandelaren
+in Valladolid hunne klanten beloofd hadden, dat zij vergast zouden
+worden op zooveel duizend regels van haar hand, en zij hen niet wilde
+teleurstellen om redenen, waarboven zij als gekroond hoofd verheven had
+behooren te zijn. Maar Argolis is spreekwoordelijk bekend als een arm
+land, waarvan de bevolking een aangeboren afkeer heeft van belasting
+betalen. Hoe het zij, Cirfea was niet het laatste gekroonde hoofd
+van den Balkan, dat door letterkundigen arbeid aan speldengeld moest
+komen; zij voorzag zich dus van een nieuwen riem perkament van het
+Departement van Argos (want het is bekend, dat Gouvernements-papier
+vanaf de tijden van Khammurabi algemeen eigendom is) verzon weer
+nieuwe verwikkelingen, en maakte zich gereed om die uit te werken.
+
+Toen de verraderlijke Russen afgerekend hadden met de Westersche
+legers, keerden zij naar hun eigen land terug, om daar nieuwe
+plannen uit te broeden voor de verdere vernietiging van het bedreigde
+Europa. Maar Amadis van Griekenland was van oordeel, dat een volk dat
+zooveel te danken had aan de beschaving van andere volken (om niet
+te spreken van zijn financiele verplichtingen) gevoelig moest worden
+gestraft voor zijn oorspronkelijk bondgenootschap met den vijand. Hij
+vervolgde dus hunne schepen, maar verloor hen uit het oog en kwam
+terecht bij het verlaten eiland, dat in geen romance schijnt te mogen
+ontbreken. Daar besloot hij te blijven om boete te doen voor zijn
+ontrouw tegenover de Prinses van Sicili. Natuurlijk belandde deze
+dame daar ook en nadat zij haar ontrouwen minnaar duchtig de les had
+gelezen, raadde zij hem aan, terug te keeren tot zijn diepbedroefde
+echtgenoote Niquea, welke raad hij tenslotte opvolgde.
+
+Toen Amadis na verloop van eenigen tijd niet te Constantinopel
+terugkwam, werd men ongerust in de keizerlijke stad, en Florisel en
+Falanges werden uitgezonden om hem te zoeken. Zij belandden bij het
+eiland, waar Florisel onder den aangenomen naam van Moraizel verliefd
+werd op koningin Sidonia, en zich met haar verloofde; zij ontzag
+zich echter niet, haar voorkeur voor zijn metgezel onbewimpeld te
+toonen. Maar Florisel had spoedig genoeg van zijn bruid, die hem een
+allerliefst dochtertje Diana schonk, dat bestemd was om als heldin
+te fungeeren in het Elfde en Twaalfde Boek van deze eindelooze
+geschiedenis.
+
+
+
+AGESILAN VAN COLCHOS.
+
+Terwijl de jeugdige Agesilan van Colchos voor zijne studien te Athene
+vertoefde, zag hij toevallig het portret van de schoone Diana. Hij
+gevoelde zich onweerstaanbaar tot haar aangetrokken, en besloot
+het origineel te zoeken om haar met eigen oogen te aanschouwen; dus
+vermomde hij zich als vrouwelijk minstreel, en reisde naar het Hof
+van Koningin Sidonia, de moeder der jonge Prinses, die hem in dienst
+nam als speelnoot voor haar dochtertje. Maar toen er achtereenvolgens
+verscheiden ondernemende ridders naar het eiland kwamen, kon hij niet
+nalaten in de vermomming van een Amazone met hen te strijden, en bij
+deze gevechten was de overwinning steeds aan zijn kant. Toen Agesilan
+van de Koningin hoorde, hoe zij door Florisel verwaarloosd werd, stelde
+hij zich zeer gedienstig tot haar beschikking, om haar het hoofd van
+den dolenden ridder te brengen, en tegelijkertijd deelde hij haar mede,
+wie hij was. Sidonia koesterde een diepen wrok tegen haar echtgenoot,
+die haar zoo trouweloos verlaten had, en dus nam zij het aanbod van
+den jongen ridder gretig aan. Agesilan vertrok dus naar Constantinopel
+en daagde den trouwelooze tot een tweegevecht uit. Er werd bepaald,
+dat het samentreffen in het rijk van Sidonia zou plaats vinden,
+maar toen de a. s. strijders daar aankwamen, ontdekten zij, dat het
+koninkrijk belegerd werd door de alomtegenwoordige Russen die, niet
+tevreden met hunne eigen, uitgestrekte steppen, begeerig waren naar
+een zonniger plaats met een zachter klimaat. Het was eigenlijk niet
+edelmoedig, twee zulke beroemde kampvechters tegelijk op de woeste
+Russen af te sturen, en na korten tijd was de overwinning dan ook
+aan de zijde der ridders. Waarschijnlijk bracht de vreugde hierover
+Florisel en Sidonia weer tot elkaar, en alles verliep volkomen naar
+wensch, want Agelisan en Diane verloofden zich met elkander.
+
+Men was echter van oordeel, dat het schitterende Constantinopel een
+waardiger achtergrond zou zijn voor de huwelijksplechtigheid, en dus
+scheepten allen zich in naar den Gouden Hoorn, nadat men eerst de eer
+had genoten van een bezoek van Amadis van Galli in eigen persoon, die
+ondanks zijn patriarchalen leeftijd nog zijn grootste genoegen vond
+in het leven van een dolenden ridder. Hij was vergezeld van Amadis
+van Griekenland, die bijna even eerwaardig was als zijn grootvader,
+en nog gaarne een lans brak met elken gelijkgezinden ridder.
+
+Zij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen zij overvallen
+werden door een hevigen storm, waarbij Agesilan en Diana van het
+overige gezelschap gescheiden werden. Zij werden op een verlaten
+rots geworpen, waar zij zeker zouden zijn omgekomen, indien niet een
+hulpvaardig ridder, die, gezeten op een gevleugeld paard, toevallig
+boven die rots vloog, hen had opgenomen en gebracht had naar zijn
+woonplaats op de Canarische Eilanden. Maar de belangeloosheid van
+hun redder verdween, toen hij de schoonheid van Diana aanschouwde,
+en toen dus Agesilan er niet op verdacht was, bracht hij haar naar
+een afgelegen gedeelte van het Groene Eiland, zooals zijn domein
+heette. Zijn liefdedroom zou echter ruw verstoord worden, want juist
+op dit oogenblik landde er een troep zeeroovers, die in Diana een
+kostelijken buit voor de slavenmarkt zagen en die haar met geweld
+ontvoerden.
+
+Daar Agesilan zijn geliefde niet vinden kon, vreesde hij verraad,
+en in groote angst besteeg hij het gevleugelde paard om Diana te
+zoeken. Nadat hij vanaf den rug van het vliegende dier vruchteloos
+het geheele eiland had overzien, vloog hij wanhopend verder. Door een
+motordefect of een nog onverklaarbaarder reden, was hij genoodzaakt
+te dalen in het land van de Garamantes, welks Koning met blindheid was
+geslagen als straf voor zijn onuitstaanbare aanmatiging. Daarenboven
+werd het voedsel, dat voor den ongelukkigen vorst bereid werd,
+dagelijks door een vreeselijken draak geroofd. Agesilan verloste
+hem van dit monster. Deze geheele geschiedenis is een onbeschaamde
+imitatie van een gedeelte van Orlando Furioso, waarin Senapus, Koning
+van Ethiopi, bezocht wordt door eenzelfde ongeluk, daar zijn voedsel
+dagelijks verslonden wordt door harpijen, totdat hij verlost wordt door
+Astolpho, die in het koninkrijk neerdaalt op een gevleugeld paard. Maar
+de schrijver van Agesilan is niets schuldiger dan Ariosto zelf, want
+beiden hebben hunne gegevens geput uit de geschiedenis van Phineus
+en de Harpijen in de Tocht der Argonauten van Apollonius Rhodius. Bij
+zijn zoeken naar Diana kwam Agesilan bij het Verlaten Eiland. De God
+Tervagant (Termagaunt, Tyr Magnus = Tyr de Machtige) was verliefd
+geworden op de Koningin van dit land, maar toen zij hem had afgewezen,
+had hij een heel leger van duivels op haar bezittingen losgelaten,
+die alles wijd en zijd verwoestten. Het orakel van den god had
+verkondigd, dat hij zijn wraakneming niet zou opgeven, of de bewoners
+moesten dagelijks een jong meisje op het strand tentoonstellen,
+totdat hij er een had gevonden, dat evenzeer in zijn smaak viel als
+de Koningin. Elken dag werd er dus een ongelukkige jonkvrouw aan
+de rots van het Verlaten Eiland geketend, en oogenblikkelijk werd
+zij verslonden door een monster, dat uit de zee verrees. Hierdoor
+werden de meisjes uit de omgeving natuurlijk schaarsch, en om nu n
+der jonkvrouwen uit het land voor een volgende gelegenheid te sparen,
+werd Diana, die naar het eiland gebracht was, op een morgen aan de rots
+gebonden, en als een tweede Andromeda aan de genade van het monster
+prijs gegeven. Maar toen Agesilan op zijn gevleugeld ros door de lucht
+vloog, zag hij, welk een vreeselijk gevaar haar bedreigde; hij snelde
+haar te hulp en versloeg na een hevig gevecht het monster, dat haar
+juist verslinden zou. Nadat hij met den Satelliet van Tervagant had
+afgerekend, nam hij de half bezwijmde Diana op zijn vliegend paard,
+dat hij in de richting van Constantinopel stuurde. Maar op zijn weg
+daarheen ontdekte de nu geoefende vliegenier het schip van Amadis, dat
+hij en zijn geliefde bij den storm uit het oog hadden verloren. Hij
+vloog recht op het vaartuig af, zooals de loods van een reddingsboot
+op het moederschip, begroette zijne verbaasde bloedverwanten, en
+eindelijk bereikte het gezelschap Constantinopel, waar het huwelijk
+der hoofdpersonen luisterrijk voltrokken werd.
+
+
+
+SILVIO DE LA SELVA.
+
+Silvio de la Selva, de zoon van Amadis van Griekenland en een
+zekere Finistea, is de held van het twaalfde en laatste boek
+der Amadis-serie. Wij maken voor het eerst kennis met hem bij
+het beleg van Constantinopel, waar hij zich onderscheidde door
+groote dapperheid. Toen de Czar van dit krijgszuchtige volk
+voor de afwisseling weer eens een oorlog wenschte te ondernemen,
+behoorde Silvio tot de eersten die het zwaard trok, en die de twaalf
+dwergachtige afgezanten van de moskovieten de verzekering gaf, dat de
+honderdzestig vorsten, die zich tegen Griekenland hadden verbonden,
+weinig kans hadden naar hunne respectieve landen terug te keeren. Wij
+zullen geen beschrijving geven van het beleg, dat op dit antwoord
+volgde, noch van alle slagen en uitvallen, maar slechts terloops
+opmerken, dat het een strijd was met veel afwisseling. Maar wanneer
+de Grieksche vorsten zich verbeeldden, dat zij door deze overwinning
+op het slagveld waren ontsnapt aan de gevolgen van hun tarten van
+de strijdlustige Russen, dan hadden zij buiten den waard gerekend;
+want door n enkele aanraking met den tooverstaf, was het geheele
+schitterende leger van ridders van de aarde gevaagd. De bewoners
+van de romantische stad aan de Bosporus verkeerden ten tweeden male
+in grooten angst; maar de ridders en paladijnen in de familie--op
+zichzelf reeds een niet onbelangrijk leger--lieten zich niet uit
+het veld slaan, en trokken uit om hunne geliefde bloedverwanten te
+zoeken. Maar wij zijn nog niet verlost uit het net van intriges,
+dat door Castiliaansche schrijvers gesponnen was, en de uitgaande
+kaars van de groote romance van Amadis dooft niet na een laatste
+opflikkering uit, met de bevrijding van de helden en heldinnen,
+die zich in al die bladzijden zoo hebben geweerd in een eindelooze
+opvolging van avonturen en strijd; want toen de prinsessen veilig
+waren teruggebracht, bleek het, dat eenigen onder haar gedurende
+hare afwezigheid gezegend waren met kleine olijftakjes, waarvan ons
+de lotgevallen ook weer verteld werden; zoodat ten slotte de lezer,
+geheel ontdaan door de wonderbaarlijke intriges, evenals Miltons
+Satan wanhopig naar een uitweg zoekt, roepende:
+
+
+ Wee mij, ongelukkige! Waarheen zal ik vluchten?
+
+
+Maar evenals de gevallen aartsengel moet hij tot het einde volharden,
+en zich heenworstelen door de avonturen van Spheramond, den zoon
+van Rogel van Griekenland, en van Amadis van Astre, den zoon van
+Agelisan--of, wanneer hij dit niet wil, moet hij doen zooals wij deden,
+en eerbiedig het wormstekige boek terugbrengen naar de bibliotheek,
+waar de kunstig versierde band waarschijnlijk meer gewaardeerd wordt
+dan de overdreven inhoud.
+
+Inplaats dat het geslacht van Amadis van den troon gestooten werd
+door het verwaarloosde en woedende volk, bleef het in hooge eer;
+en misschien ligt het geheim van het succes der leden dezer dynastie
+wel in de omstandigheid, dat zij vaker verblijf hielden in door vuur
+omgeven kasteelen en op betooverde eilanden, dan in het vorstelijk
+paleis in de hoofdstad, dat zij blijkbaar meer beschouwden als een
+soort van herstellingsoord, waarheen zij kwamen om te genezen van
+wonden, die hun waren toegebracht door tooverzwaarden, of van giftige
+beten van vreeselijke draken, dan als den zetel van het keizerlijk
+bewind.
+
+Wij hebben gezien hoe het grootsche onderwerp van Amadis de Gallir
+als een stralende zon over Spanje opging, en hoe het door het geknoei
+van prulschrijvers onderging in onbeduidendheid, tot ergernis van
+de meer ontwikkelden en tot spot van de groote menigte. Het is alsof
+het onvergelijkelijke Engelsche epos van Koning Arthur, het verheven
+heldendicht over de daden van hen, die
+
+
+ Streden in Aspremont of Montalban,
+ Damascus, of Marocco, of Trebizonde,
+
+
+verkracht zou worden door minderwaardige schrijvers. Wij kunnen er den
+God der letterkunde niet dankbaar genoeg voor zijn, dat deze heerlijke
+Britsche verzen aan zulk een lot ontsnapt zijn, ofschoon wij erkennen
+moeten, dat dit slechts louter toeval is. De vervolgboeken van Amadis
+worden steeds minder in kwaliteit, totdat zij tenslotte niets meer zijn
+dan flauw gewauwel. Maar dit alles kan niets wegnemen van den glans,
+die van het oorspronkelijke werk afstraalt, evenmin als de avond de
+herinnering aan den lichten morgen kan verduisteren. Wel ontaardt de
+hoffelijke welbespraaktheid der hoofdpersonen van het oorspronkelijke
+werk in geschetter, de fijne en beminnelijke fantasie van Amadis in
+onuitsprekelijk laag bij de grondsche bedenksels, en wordt de teere
+schoonheid, die zoo bekoorlijk is in de eerste liefdes-idylle tot
+een grof maakwerk. Maar een kunstwerk mag niet beoordeeld worden
+naar zijne imitaties. Met uitzondering van het Vijfde Boek, zijn de
+Amadis-romances als oleographien naast een heerlijk schilderij. Grof
+van uitvoering, schel van kleuren, slordig van lijn, en als geheel
+onaesthetisch, zijn zij geschikter voor keukenversiering dan voor
+een museum. Toch mogen wij deze uitingen niet voorbijgaan, wanneer
+wij de Spaansche romances behandelen, want zij leeren ons iets,
+waarmede wij ook in de twintigste eeuw nog ons voordeel kunnen doen:
+Wanneer een volk berust in zijn letterkundig verval, en geniet van
+waardeloozen en onechten geest, dan heeft het opgehouden een eerste
+plaats te bekleeden in de rij der volkeren. De literatuur is een
+uiting der volksziel, en wat moeten wij zeggen van een benepen ziel,
+die zich uit in kinderachtige verhaaltjes, de weerspiegeling van
+een bekrompen en ongezonden geest? Hebben wij geen Cervantes om dit
+onwaardige product te vernietigen met zijn uitbundig gelach? Moeten
+ook de andere volken niet hun voordeel doen met de les, die Amadis ons
+leert? Nooit was Spanje zoo groot als in den tijd, toen zijn eerste
+boeken de ridderlijkheid van het volk verhieven tot een nationale
+deugd; en nooit was het zoo klein als in het tijdperk, waarin de
+drukpersen van Burgos, Valladolid en Saragossa die steden bedolven
+onder de voortbrengselen van een groven geest, handelsartikelen,
+die slechts dienden tot het verrijken der uitgevers, en die met
+geestdrift werden ontvangen door een op sensatie belust publiek.
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK: DE PALMERIN-ROMANCES.
+
+
+ Moge Palmerin van Engeland bewaard blijven als
+ een merkwaardige relikwie uit de oudheid.
+
+ Cervantes.
+
+
+De eerste critici van de Spaansche romance schijnen er op uit te
+zijn geweest in elk dezer dichtwerken den Portugeeschen oorsprong
+op te sporen. Zij schijnen uit de geschiedenis van de Amadis-serie
+te hebben opgemaakt, dat elke romantische uiting stamde uit het
+Lusitanische koninkrijk, terwijl zij toch voortdurend wezen op den
+grooten invloed, dien de Provenaalsche en Moorsche letterkunde op
+de Spaansche romance had. Het is precies, alsof men zeggen zou: Ja,
+het heldengedicht van Koning Arthur draagt de duidelijke teekenen
+van een Normandisch-Franschen invloed, maar toch werd het in Wales
+voor het eerst in letterkundigen vorm gegoten. Engeland? O, Engeland
+aanvaardde het kunstwerk slechts, dat is alles!
+
+De Palmerin-serie liep in chronologisch opzicht bijna parallel met
+de Amadis, en volgens de overlevering werd het eerste boek geschreven
+door een anonieme dame uit Augustabriga. Maar wij hebben alle reden,
+om, op grond van een gedeelte uit Primalen--een onderdeel van het
+werk--aan te nemen, dat het geschreven werd door Francisco Vasquez de
+Ciudad Rodrigo. Er is geen vroege Portugeesche uitgave bekend, en de
+Spaansche editie van de eerste romance dezer serie Palmerin de Oliva,
+die in 1525 te Sevilla gedrukt werd, was stellig niet de eerste vorm,
+waarin het werk werd neergelegd. De Engelsche vertaling van Anthony
+Munday werd in 1588 in een gotisch lettertype gedrukt.
+
+
+
+PALMERIN DE OLIVA.
+
+Bij zijn verschijning werd Palmerin de Oliva ontvangen met een bijna
+even groot enthousiasme als Amadis, waarmede het, waarschijnlijk niet
+geheel toevallig, veel overeenkomst vertoonde; en ook verschenen
+er, evenals van deze romance, verrassend snel nieuwe uitgaven en
+vertalingen van.
+
+Het begin van Palmerin de Oliva brengt ons opnieuw naar het
+tooverachtige strand van den Gouden Hoorn. Reymicio, de Keizer van
+Constantinopel, had een dochter, Griana genaamd, die hij bestemd had
+voor Tarisius, den zoon van den Koning van Hongarije, en een neef
+van de Keizerin. Maar Griana had haar hart geschonken aan Florendos
+van Macedoni, van wien zij een zoon had. Daar zij den toorn van
+haar vader vreesde, liet zij toe, dat een dienaar het kind naar een
+eenzame plek bracht, waar het door een boer werd gevonden, die het
+meenam naar zijn hut en het opvoedde als zijn eigen zoon, onder den
+naam van Palmerin de Oliva, omdat hij het gevonden had op een heuvel,
+die weelderig begroeid was met palm- en olijfboomen.
+
+De knaap was tevreden met zijn eenvoudig bestaan, maar toen
+hij vernam, dat hij geen boerenzoon was, verlangde hij naar het
+krijgsmansleven. Het lot was hem gunstig. Eens, toen hij door een
+donker woud dwaalde op zoek naar wild, ontmoette hij een koopman,
+die door een woesten leeuw aangevallen was. Hij versloeg het dier
+en hoorde, dat de reiziger uit Constantinopel kwam en op weg was
+naar zijn eigen land. Palmerin sloot zich bij den koopman aan, en
+vergezelde hem naar de stad Hermide, waar zijn dankbare metgezel hem
+van wapenen en een paard voorzag. Toen hij zoo was toegerust voor
+het leven van een ridder, begaf hij zich naar het Hof van Macedoni,
+waar hij tot ridder geslagen werd door Florendos, den zoon van den
+Koning van dit rijk, en dus zijn eigen vader.
+
+Spoedig deed zich voor Palmerin een gelegenheid voor on zich te
+onderscheiden. Primalen, de Koning van Macedoni, was reeds geruimen
+tijd lijdende aan een gevaarlijke ziekte. Zijne geneesheeren hadden
+hem verzekerd, dat hij genezen zou, wanneer hij er in slaagde water
+uit een bepaalde bron te krijgen. Maar deze bron werd bewaakt door
+een reusachtige slang, die z kwaadaardig was, dat het reeds
+levensgevaarlijk was haar schuilplaats te naderen. Vele ridders
+hadden het avontuur reeds ondernomen, en waren door het venijnige
+dier vermorzeld, zoodat het niemand nog gelukt was, den zieken Koning
+het genezingbrengende water te verschaffen. Dit scheen Palmerin een
+welkome gelegenheid toe, zijn moed te toonen, en zonder zich goed
+rekenschap te geven van de groote moeilijkheid dezer onderneming,
+wierp hij zich in het zadel, en draafde weg in de richting van de bron.
+
+
+
+DE FEEN.
+
+Diep doordrongen van de groote eer, die hem met den juist ontvangen
+ridderslag verleend was, en buitengewoon trotsch op de gouden sporen
+die aan zijn geharnaste hielen glinsterden was Palmerin niet weinig
+gevleid door de belangstelling, die hij blijkbaar gewekt had bij
+een troepje jonge en schoone dames, die zich bij den uitgang van
+het bosch bevonden en die zijn flinke gestalte met lachende oogen
+opnamen. Wanneer hij minder vervuld was geweest van zichzelf en zijn
+paard, dat hij om den indruk te verhoogen liet huppelen en springen,
+zou hij gezien hebben, dat de jonkvrouwen, voor wie hij zulk een
+schitterend figuur wilde slaan, veel te schoon waren voor aardsche
+wezens; want de dames, die hem met zulk een blijkbaar genoegen bekeken,
+waren prinsessen uit het geslacht der Feen, en zij hadden zich op
+den weg van den jongen ridder geplaatst met het doel, hem met haar
+toovermacht te helpen.
+
+Palmerin begroette haar met alle hoffelijkheid, waartoe hij in
+staat was.
+
+God behoede u, schoone jonkvrouwen, zeide hij, terwijl hij z
+diep boog, dat hij bijna de manen van zijn paard raakte, kunt gij
+mij ook vertellen, of ik in de buurt ben van de bron, die door de
+booze slang bewaakt wordt?
+
+Edele ridder, antwoordde n der nymphen, gij zijt slechts een mijl
+ervan verwijderd. Maar wij smeeken u, keer terug op uwe schreden. Vele
+ridders, met roem beladen, hebben wij reeds dezen weg zien gaan om te
+strijden met het monster, dat de bron bewaakt, maar nog nooit keerde
+n hunner terug.
+
+Het is niet mijn gewoonte een onderneming op te geven, zeide Palmerin
+uit de hoogte. Heb ik u goed begrepen, dat de bron nog geen mijl
+van deze plaats verwijderd is?
+
+Een kleine mijl, Heer Ridder, antwoordde de fee. En zich tot hare
+gezellinnen wendende, zeide zij: Zusters, dit schijnt de jongeling
+te zijn, dien wij reeds zoo lang verwacht hebben; hij is moedig en
+standvastig; zullen wij hem de wondergave schenken?
+
+Toen hare gezellinnen hiertoe hare toestemming hadden gegeven,
+openbaarde zij Palmerin wie zij en hare zusters waren, en zij
+verzekerde hem, dat waarheen hij gaan zou, of wat hij zou ondernemen,
+geen monster of toovenaar macht over hem zou krijgen. Toen wezen
+zij hem nauwkeuriger den weg naar de schuilplaats der slang en zij
+verdwenen in het donkere woud.
+
+Toen reed hij verder en hij kreeg spoedig de bron in het oog; maar
+nauwelijks had hij een blik geworpen op het zilveren water, dat uit
+een groenen heuvel opborrelde, of een vreeselijk gesis waarschuwde
+hem, dat de giftige bewaker in de nabijheid was. Zonder eenige
+vrees reed hij echter voorwaarts. Een vuurstraal, komende uit den
+muil van het monster, spoot over hem heen, maar hij boog zich over
+het zadel, en ontkwam z aan den vuurgloed. En terwijl hij op den
+venijnigen kop toesprong, die rustte op een nek, dik als een zuil,
+en die begroeid was met glanzende schubben, sloeg hij ernaar met zijn
+zwaard. De slang trachtte den ridder en zijn paard te omstrengelen,
+maar voordat het haar gelukt was, hen in haar doodelijken greep te
+krijgen, had Palmerin haar den kop afgeslagen.
+
+Bij zijn terugkomst in Macedoni werd de jonge held overladen met
+verzoeken van allerlei vorsten, die hem met alle geweld in een of
+andere onderneming wilden betrekken. Palmerin voldeed daaraan met
+zulk een buitengewone dapperheid, dat zijn roem spoedig verspreid
+was over geheel Europa, en wij zien hem zelfs strijden in Belgi,
+waar hij den Duitschen Keizer bevrijdde uit de macht van eenige
+verraderlijke ridders, die hem in de stad Gent belegerden. Het was
+bij deze gelegenheid, dat hij de dochter des Keizers, de schoone
+Polinarda, die hem eens in den droom was verschenen, leerde kennen
+en haar lief kreeg. Maar de jonge paladijn was van oordeel, dat hij
+zulk een verheven jonkvrouw slechts waardig zou zijn, wanneer hij
+vele ridders ter wille van haar had overwonnen, en hij besloot dus,
+zich in avonturen te begeven, die nog veel moeilijker waren dan die,
+waardoor hij zich reeds zulk een grooten roem had verworven. Toen
+hij dus hoorde van een groot tournooi, dat in Frankrijk zou worden
+gehouden, reisde hij daarheen, en kwam als overwinnaar uit den strijd
+te voorschijn.
+
+Bij zijn terugkomst in Duitschland vond hij den Keizer in een oorlog
+gewikkeld met den Koning van Engeland, tegen wien hij zich met
+den Koning van Noorwegen verbonden had. Dit bondgenootschap was
+echter niet naar den zin van Trineus, den zoon van den Keizer,
+die de Engelsche koningsdochter Agriola beminde; hij vertrok
+dus in alle stilte met Palmerin, om den vader zijner geliefde te
+helpen. Na vele wederwaardigheden slaagden de jonge ridders erin,
+de Engelsche prinses te ontvoeren. Maar toen zij huiswaarts keerden,
+werden zij door een hevigen storm overvallen en naar de kust van Morea
+gedreven. Toen de storm bedaard was, voer Palmerin naar het naburige
+eiland Calpa, om zich daar bezig te houden met de valkenjacht,
+en gedurende zijn afwezigheid werd het vaartuig, waarop hij zijne
+vrienden had achtergelaten, overrompeld door Turksche zeeroovers,
+die Agriola medevoerden, als een geschenk aan hun Sultan. Trineus
+was er nog ongelukkiger aan toe, want hij werd aan wal gezet op een
+woest eiland, waarschijnlijk hetzelfde, waar Circe heerschte, en waar
+hij oogenblikkelijk veranderd werd in een hond. En om zijn toestand
+nog vernederender te maken, kreeg hij niet de gedaante van n der
+edelste soorten van het hondenras, maar van een kleinen schoothond,
+zooals men ze in damesboudoirs vindt.
+
+Intusschen werd Palmerin, die geheel onkundig was van het lot zijner
+vrienden, op het eiland Calpa ontdekt door Archidiana, de dochter
+van den Sultan van Babylon, die hem dadelijk in haar dienst nam,
+en weigerde hem te laten vertrekken. Archidiana had bij den eersten
+aanblik een hevige hartstocht opgevat voor den schoonen jongen ridder,
+en de moeilijkheid werd voor hem nog grooter door de wetenschap, dat
+ook haar nicht Ardemira verliefd op hem was geworden. De ridder wees
+echter zeer beslist hare vriendelijkheden af, en Ardemira trok zich dit
+z hevig aan, dat zij een bloeduitstorting kreeg en stierf, spoedig
+nadat het gezelschap aan het Hof van Babyloni was aangekomen. Toen
+Amaran, de zoon van den Koning van Phrygi, die met haar verloofd
+was, dit treurig einde vernam, spoedde hij zich naar Babylon, en
+beschuldigde Archidiana in heftige bewoordingen, de oorzaak te zijn
+van haar dood, terwijl hij aanbood deze bewering te staven door een
+tweegevecht. Palmerin ging, zooals dit zijn plicht was, op de uitdaging
+aan de prinses in; hij versloeg Amaran bij het eerste samentreffen,
+en verwierf hierdoor de gunst van den Sultan, wien hij bijstond in
+den oorlog met Phrygi, die het gevolg was van dit tweegevecht.
+
+De Sultan was verrukt over zijn militair succes en besloot de grenzen
+van zijn rijk uit te breiden; met dit doel ondernam hij een veldtocht
+tegen Constantinopel en Palmerin was genoodzaakt hem hierbij te
+vergezellen. Maar toen de Babylonische vloot overvallen werd door
+storm, beval hij de matrozen van zijn eigen schip naar de Duitsche kust
+te sturen. Daar aangekomen reisde hij naar de hoofdstad, en maakte zich
+in het geheim bekend bij Polinarda, bij wie hij eenigen tijd bleef.
+
+Maar hij werd gekweld door angstige voorgevoelens over zijn
+vriend Trineus, en dus besloot hij, den ongelukkigen prins te gaan
+zoeken. Bij zijn tocht door Europa kwam hij ook in de stad Buda, waar
+hij hoorde, dat Florendos, Prins van Macedoni, kort geleden Tarisius
+had verslagen, die, zooals men zich zal herinneren, zijn mededinger
+was geweest naar de hand van Prinses Griana; zij was echter indertijd
+door haar vader, den heerschzuchtigen keizer van Constantinopel,
+gedwongen tot een huwelijk met Tarisius. Florendos was gevangen genomen
+door de bloedverwanten van Tarisius, en naar Constantinopel gevoerd,
+waar hij aan den schandpaal zou worden verbrand, tegelijk met Griana,
+die men als zijn medeplichtige beschouwde. Zoodra Palmerin vernam,
+dat het leven bedreigd werd van hen, die zonder dat hij het wist,
+zijne ouders waren, begaf hij zich oogenblikkelijk naar Constantinopel,
+waar hij hun onschuld verdedigde, door in een strijd op leven en dood
+de neven van Tarisius te verslaan, en waar het hem gelukte, hen te
+bewaren voor den schandelijken dood, die hen wachtte. Terwijl hij
+te bed lag om te genezen van zijne wonden, kreeg hij bezoek van de
+dankbare Griana, die hem aan een moedervlek op zijn gelaat en door
+de mededeeling, dat hij een vondeling was, als zoon herkende. Toen
+de Keizer haar verhaal hoorde, nam hij Palmerin vol vreugde tot zich,
+en hij erkende hem als zijn opvolger.
+
+
+
+OP ZOEK NAAR TRINEUS.
+
+Maar ondanks zijn nieuw verworven macht, vergat Palmerin niet,
+dat hij zich tot taak had gesteld, zijn verloren vriend Trineus
+te gaan zoeken. Toen hij hiertoe over de Middellandsche Zee voer,
+werd hij door een geweldige Turksche vloot overvallen en gevangen
+genomen. Hij werd naar het paleis van den Sultan gebracht, en slaagde
+er in Prinses Agriola uit de macht van dezen tiran te bevrijden. Daarna
+ontvluchtte hij en kwam bij het paleis van een prinses, die Trineus,
+in zijn gedaante van een schoothondje, ten geschenke had gekregen
+van de menschen, die hem gevangen hadden. Deze dame had een ernstige
+verzwering in de neus (een zeer onromantische bijzonderheid!), en
+verzocht Palmerin haar te vergezellen naar Mussabelin, een Perzisch
+toovenaar, die haar, zooals zij vast geloofde, zou kunnen bevrijden
+van deze ellendige ziekte. Maar de Wijze deelde haar mede, dat zij
+slechts zou kunnen genezen door de bloemen van een boom, die in de
+nabijheid van Het Kasteel met de tien Trappen groeide.
+
+Het kasteel, waarvan de Wijze sprak, was echter betooverd; maar
+Palmerin was tegen alle booze machten beschermd door de wondergave der
+feen, en hij begaf zich dus op weg naar het betooverde kasteel, plukte
+de bloemen van den genezingbrengenden boom, en ving een betooverden
+vogel, die voorbestemd was het uur van zijn dood aan te kondigen door
+een bovenaardschen kreet. Vervolgens nam hij de betoovering weg van
+het kasteel en tegelijkertijd nam Trineus, die hem in de gedaante
+van een hond gevolgd was, zijn oorspronkelijke gestalte weer aan.
+
+De verdere lotgevallen van Palmerin gelijken zooveel op de vorige,
+dat het monnikenwerk zou zijn, ze alle te verhalen. Van het Hof
+van den nen Sultan trekt hij naar dat van den anderen, het ne
+wonderbaarlijke avontuur volgt op het andere, en de tweegevechten
+volgen elkander met groote snelheid op. Eindelijk komen Palmerin en
+Trineus in Europa terug en beiden huwen de aangebedene huns harten.
+
+De priester van Cervantes is wel wat streng in zijn oordeel over
+Palmerin de Oliva. Toen hij een volgend boek opende, zag hij, dat
+het Palmerin de Oliva was. Ha, heb ik je daar te pakken? riep de
+priester, neem deze Oliva mee, scheur hem in stukken, verbrand hem,
+en strooi de asch in den wind! Toch zijn er schitterende bladzijden
+in de romance, die wij zooeven in groote trekken hebben beschreven,
+korrels stofgoud in een woestijn van verwarde en oppervlakkige
+vertelsels, vonken van het genie, zooals wij die hier en daar in
+Shelley' Zastrozzi, St. Irvyne en andere hysterische uitingen uit
+zijn studententijd aantreffen.
+
+
+
+PRIMALEN.
+
+Men is het er algemeen over eens, dat de aard en oorsprong van
+Primalen, den zoon en opvolger van Palmerin de Oliva echt Spaansch
+zijn; toch vond de schrijver, Francisco Delicado, het raadzaam, wegens
+de voorliefde van zijn tijdgenooten voor alles wat geheimzinnig
+en Oostersch was, het aan te kondigen als een vertaling uit het
+Grieksch. De eerste uitgave verscheen in 1516, en werd spoedig gevolgd
+door tal van vertalingen, o.a. een Engelsche van de hand van Anthony
+Munday, uitgegeven in 1589 en opgedragen aan Sir Francis Drake. Deze
+vertaling bevatte echter slechts dat gedeelte der romance, waarin de
+heldendaden van Polendos beschreven waren, maar Munday vulde het werk
+aan in uitgaven, die in 1595 en 1619 het licht zagen. De avonturen
+van Polendos zijn echter verreweg het beste uit het boek.
+
+Polendos was de zoon van de Koningin van Tharsus. Toen hij op zekeren
+dag huiswaarts keerde van de jacht, zag hij een oud vrouwtje op de
+treden van het paleis zitten, vanwaar hij haar met groote ruwheid
+wegschopte. Je vader Palmerin hielp de ongelukkigen op een andere
+manier! riep het besje uit, terwijl zij opstond. Op deze wijze
+vernam Polendos het geheim zijner geboorte, want hij was inderdaad de
+zoon van Palmerin en de Koningin van Tharsus. Hij was verrukt door
+deze wetenschap, en brandde van verlangen, zich te onderscheiden
+door heldendaden, die zijn edelen vader waardig zouden zijn. Hij
+begaf zich dus op weg naar Constantinopel, om zich aan zijn vader
+bekend te maken, en ontmoette op zijn reis vele avonturen. Hij bleef
+niet lang in de keizerlijke stad, maar trok er op uit, om Prinses
+Francelina te verlossen uit de macht van een reus en een dwerg, die
+haar in een betooverd paleis gevangen hielden. Bij zijn terugkomst
+in Constantinopel onderscheidde hij zich zeer in een tournooi, dat
+gehouden werd bij gelegenheid van het huwelijk van een der dochters
+van den Keizer, en Primalen, de eigenlijke held dezer geschiedenis,
+de zoon van Palmerin en Polinarda, wenschte zich met zijn halfbroeder
+te meten; daartoe werd hij tot ridder geslagen en hij kon toen aan den
+strijd deelnemen. De rest van de romance handelt over de lotgevallen
+van dezen jongen held en van Duardos (Eduard) van Engeland.
+
+Bij n zijner avonturen had Primalen den zoon der Hertogin van
+Armedos gedood; de ontroostbare moeder legde de gelofte af, dat zij
+haar dochter slechts ten huwelijk zou geven aan den man, die haar
+het hoofd van Primalen zou brengen. Primalen versloeg n voor n
+de minnaars van Gridoina, de dochter der Hertogin, zoodat zij op het
+laatst zelfs zijn naam verafschuwde; maar op zekeren avond verscheen
+Primalen aan het paleis, en terwijl zij niet wist wie hij was, vatte
+zij een hartstochtelijke liefde voor hem op. Het pand hunner liefde
+was Platir, wiens lotgevallen door denzelfden schrijver verhaald en in
+1533 te Valladolid werden uitgegeven. Wij zullen ons niet bezighouden
+met deze onbeteekenende romance, maar liever onze aandacht wijden
+aan zijn opvolger, die zooveel meer onze belangstelling waard is.
+
+
+
+PALMERIN VAN ENGELAND.
+
+Dit is waarschijnlijk wel de beste romance van de geheele serie. Men
+zegt, dat de eerste Spaansche uitgave verloren is gegaan, maar
+een Fransche vertaling ervan verscheen in 1553 te Lyon, en een
+Italiaansche in 1555 te Veneti. Southey houdt echter vol, dat het
+Spaansche origineel dezer geschiedenis nooit bestaan heeft, en dat zij
+oorspronkelijk in het Portugeesch geschreven werd. Deze bewering werd
+echter te niet gedaan, doordat Salva een afschrift van het verdwenen
+Spaansche werk ontdekte, dat door Luis Kuxtado geschreven was en in
+twee gedeelten te Toledo verscheen, in 1547 en 1548. Southey trachtte
+in de Europeesche vertaling van Palmerin van Engeland aan te toonen,
+dat een nadere beschouwing van de mise en scne het onweerlegbaar
+bewijs zou leveren, dat deze romance van zuiver Lusitanischen oorsprong
+was,--uit welke redeneering duidelijk blijkt, welk een gevaar er
+schuilt in dergelijke spitsvondige redeneeringen. Met even weinig grond
+zou men kunnen beweren, dat het werk van Engelschen oorsprong is, omdat
+het voornamelijk speelt binnen de grenzen van het gevaarlijke eiland
+Brittanje, in welk opzicht het veel overeenkomst vertoont met Amadis.
+
+In Palmerin van Engeland vinden wij de levensgeschiedenis van de
+ouders van den held geschetst. Don Duardos, of Eduard, de zoon van den
+Koning van Engeland, was gehuwd met Flerida, de dochter van Palmerin
+de Oliva. Op zekeren dag, toen hij op de jacht was, verdwaalde hij
+in een Engelsch woud, en kwam terecht in een geheimzinnig kasteel,
+waar hij gevangen gehouden werd door een reuzin, Eutropa genaamd,
+wier broeder hij in den strijd gedood had. Maar Dramuziando haar neef,
+en de zoon van den reus, die door Duardos naar de andere wereld was
+geholpen, was zachter van gemoed dan zijn geweldige tante, en hij
+vatte een eigenaardige vriendschap op voor den gevangen Duardos.
+
+Intusschen was Flerida doodelijk ongerust geworden over het uitblijven
+van Duardos, en zij begaf zich, vergezeld van een aantal ridders, op
+weg om hem te zoeken. Terwijl zij het bosch door trok in de hoop hem te
+vinden, gaf zij het leven aan twee zonen, die door haar kapelaan onder
+het loof der boomen gedoopt werden. Nauwelijks was deze plechtigheid
+afgeloopen, toen een woeste man, die in een verborgen schuilplaats
+van het woud woonde, uit het dichte gebladerte te voorschijn sprong,
+de kinderen greep en zich haastig met hen verwijderde. Niemand kon
+hem tegenhouden, want hij was vergezeld van twee leeuwen, die z
+reusachtig groot waren en verschrikkelijk om te aanschouwen, dat zelfs
+de dappersten uit het gevolg van Flerida met angst geslagen waren.
+
+De boschbewoner bracht de kinderen, die Palmerin en Florian
+gedoopt waren, naar zijn hol, met het plan, hen voor de leeuwen te
+werpen. Flerida keerde diep bedroefd naar het paleis terug en zond
+een boodschapper naar Constantinopel met het bericht van alles wat
+haar overkomen was. Toen Primalen de treurige tijding ontvangen had,
+scheepte hij zich met een aantal ridders in naar Engeland, waar zij
+hoorden, dat Duardos in het kasteel der reuzin gevangen gehouden
+werd. Zij trachtten hem te bevrijden, maar begingen de bij dolende
+ridders gebruikelijke fout, afzonderlijk inplaats van te zamen ten
+strijde te trekken, zoodat zij gemakkelijk verslagen werden door
+Dramuziando, die elken nieuwen vijand, die naderde, dwong met hem
+te vechten.
+
+De woeste boschbewoner, die de koninklijke tweelingen had meegenomen
+als voedsel voor zijne leeuwen, had geen rekening gehouden met zijn
+vrouw, wier moederlijk instinct zich verzette tegen dien wreeden
+dood der kinderen. Zij overreedde haar man hen te sparen, en voedde
+hen op met haar eigen zoon Selvianus. Na verloop van tijd werden zij
+zeer bedreven in de jacht en den boschbouw, en op n zijner tochten
+door het woud, toen hij het spoor van een rood hert volgde, ontmoette
+Florian den zoon van den hertog van Wales, Pridos, die hem medenam
+naar het Engelsche Hof, waar hij bij zijn moeder Flerida gebracht
+werd. Zij gevoelde zich zeer aangetrokken tot den schuwen knaap, nam
+hem als haar zoon aan, gaf hem den naam van Het Kind van het Woud,
+en voedde hem op in beschaafde manieren.
+
+Op zekeren dag, kort nadat Florian van de boschbewoners gescheiden was,
+liepen Palmerin en Selvianus langs het strand, en ontdekten een galei,
+die door den storm op de kust geworpen was. Polendos (wiens vroegere
+lotgevallen in de romance Primalen beschreven zijn) stapte aan wal
+in gezelschap van eenige andere Grieksche ridders, die met hem naar
+Engeland gekomen waren om Duardos te zoeken. Palmerin en Selvianus
+vroegen hem, hen mede te nemen op het schip, dat spoedig weer zee koos,
+en niet lang daarna kwamen zij te Constantinopel aan, waar zij bij
+den Keizer gebracht werden. Deze wist natuurlijk niets van de afkomst
+van Palmerin, maar het was hem door brieven, die hij ontvangen had
+van een zekere Jonkvrouw van het Bad, die als beschermengel van
+den jongen held schijnt te zijn opgetreden, bekend, dat de knaap
+van hooge geboorte was. De keizer, die door de aanbeveling dezer
+edele dame zeer vriendelijk gestemd was tegenover Palmerin, sloeg
+hem tot ridder, en Polinarda, de dochter van Primalen, gordde hem
+het zwaard aan. Gedurende het verblijf van Palmerin te Constantinopel
+werd er een tournooi gehouden, waarin hij en een vreemde ridder, die
+als devies de beeltenis droeg van een boschbewoner met twee leeuwen,
+zich onderscheidden door groote dapperheid. De vreemdeling vertrok
+nog incognito, maar later ontdekte men, dat het Florian was, die van
+dit oogenblik bekend bleef als De Ridder met den Boschbewoner.
+
+Palmerin geraakte dadelijk onder de bekoring van prinses Polinarda,
+maar de heftigheid, waarmede hij om haar hand dong, waarschijnlijk het
+natuurlijk gevolg van zijn eigenaardige opvoeding, beleedigde de edele
+jonkvrouw, en zij wees hem de deur. Wanhopig over hare hardvochtigheid,
+verliet hij de Grieksche hoofdstad en reisde onder den naam van
+den Gelukzoeker naar Engeland, waarheen hij Selvianus als zijn
+schildknaap mee nam. Op zijn reis daarheen had hij vele avonturen,
+waarin hij zonder onderscheid gelukkig was, en eindelijk kwam hij
+in het rijk van zijn grootvader aan. Maar terwijl hij door het bosch
+trok, waar zijn pleegvader woonde, kwam hij onverwachts tegenover hem
+te staan, en hij vertelde hem zijne lotgevallen. Daarna haastte hij
+zich verder, en kwam hij bij een kasteel in de buurt van Londen, waar
+de slotvoogd hem vroeg voor hem te strijden met den Ridder met den
+Boschbewoner, die zijn zoon gedood had. Hij vertrok dus naar Londen
+en daagde Florian uit, maar prinses Flerida kwam tusschenbeide en
+verbood den strijd, die nooit hervat werd, want Palmerin had eindelijk
+Dramuziando overwonnen en Duardos bevrijd. Het geheim van de geboorte
+der tweelingen werd door den toovenaar Doliarte geopenbaard en door
+hun pleegvader bevestigd.
+
+
+
+HET KASTEEL ALMAUROL.
+
+Gedreven door de zucht naar avonturen versmaadden Florian en Palmerin
+het gemakkelijke leven aan het Hof, en zij trokken weer verder. Wij
+kunnen hen niet volgen door den doolhof van verwikkelingen, waarin
+zij belandden, maar verscheidene hunner beproevingen, vooral die,
+welke Palmerin op het Gevaarlijke Eiland moest doorstaan, behooren
+tot het belangrijkste en bekoorlijkste gedeelte van het boek, dat
+naar hem genoemd is.
+
+In verschillende gedeelten der romance speelt de beminnelijke reus
+Dramuziando een mooie rol, maar zijn tante, de wraakzuchtige Eutropa
+blijft volharden in haar haat tegen het geslacht der Palmerins,
+en zij smeedt voortdurend booze plannen tegen hen. Door de macht
+van den toovenaar Doliarte slaagt zij er echter niet in, hen te
+vernietigen. Het tooneel der meeste avonturen is het kasteel Almaurol,
+waar, onder de bewaking van een reus de schoone, doch hooghartige
+Miraguarda woonde, wier trekken afgebeeld waren op een schild, dat
+boven de poort van het kasteel was opgehangen. Het werd bewaakt door
+een stoet van ridders, die verliefd waren geworden op het origineel,
+en wanneer er andere paladijnen kwamen, die de bekoorlijkheden hunner
+aangebedenen prezen, dan moesten zij met die ridders strijden. Tot
+de slachtoffers der schoone Miraguarda behoorde de reus Dramuziando;
+maar terwijl hij de wacht hield bij het schilderij, werd het geroofd
+door Alhayzar, den Sultan van Babylon, wiens geliefde Targiana,
+de dochter van den Sultan van Turkije, hem had bevolen, het haar te
+brengen als bewijs van zijn trouw.
+
+De schrijver der romance schijnt het hier noodig te hebben gevonden,
+zijne helden naar Constantinopel terug te roepen, om hen in het
+huwelijk te laten treden met hunne respectieve geliefden. Palmerin
+werd in den echt verbonden met Polinarda, en zijn broeder Florian
+met Leonarda, de Koningin van Thraci, zoodat de gelieven allen
+gelukkig werden gemaakt. De romance eindigt echter volstrekt niet
+met deze huwelijken, want wij zien allerlei verwikkelingen ontstaan,
+door de hartstochtelijke liefde, die de Sultansdochter van Turkije
+opvat voor den pasgehuwden Florian. Deze vroolijke jonge prins had,
+terwijl hij aan het Hof van haar vader vertoefde, zich de vrijheid
+gepermitteerd, de jonkvrouw te schaken, en ofschoon zij nu goed en
+wel gehuwd was met Alhayzar, Sultan van Babylon, en schilderijendief,
+had zij voor haar vroegeren geliefde nog de oude gevoelens bewaard,
+die echter vermengd waren met wrok, omdat hij hare bekoorlijkheden
+vergeten had om de schoonheid der Koningin van Thraci.
+
+Om haar jaloersch hart tevreden te stellen, gebruikte zij een toovenaar
+om de Koningin van Thraci in het verderf te storten. Terwijl de jonge
+vrouw in de tuinen van haar paleis wandelde, werd zij overvallen
+door twee reusachtige griffioenen, die haar naar een betooverd
+kasteel sleurden, waar zij veranderd werd in een groote slang. Haar
+ontroostbare echtgenoot vond in haar bevrijding een avontuur naar
+zijn hart, en nadat hij den wijzen Doliarte had geraadpleegd, gelukte
+het hem de plaats te vinden, waar zijn vrouw gevangen gehouden werd,
+en hij slaagde erin, de betoovering van haar weg te nemen.
+
+Met deze daad beleedigde hij den trotschen Alhayzar in hooge mate;
+deze besloot dan ook, den smaad, zijn Koningin aangedaan, te wreken,
+en hij verzocht den Keizer van Constantinopel, Florian aan hem uit te
+leveren. Natuurlijk ontving hij een weigerend antwoord, waarop hij het
+Grieksche Rijk binnenviel met een leger van tweehonderdduizend man,
+die uit alle echte en gefantaseerde koninkrijken en provincies van
+het Oosten gerecruteerd waren. Er werden drie bloedige veldslagen
+geleverd, en in den laatsten werd Alhayzar gedood, en het leger der
+heidenen volkomen vernietigd.
+
+
+
+EEN LOFREDE VAN CERVANTES.
+
+Cervantes is zeer uitbundig in zijn lof over deze romance Deze
+Palmerin van Engeland, zegt hij, moet bewaard blijven als een unicum,
+en er zou een kistje voor gemaakt moeten worden, zooals Alexander er
+een vond onder den buit van Darius.... Dit boek, mijn waarde vriend,
+is van groot belang, en dat om twee redenen: Ten eerste is het op
+zichzelf een uitstekend werk, en ten tweede zegt men, dat een wijs
+Koning van Portugal het geschreven heeft. Alle avonturen in het kasteel
+van Miraguarda zijn uitstekend en met groote bekwaamheid beschreven;
+de gesprekken zijn beschaafd en verstandig, en in overeenstemming
+met de waardigheid en kennis van den spreker. Ik zou dus, meester
+Nicolaas, met uw verlof willen zeggen, dat deze romance, en Amadis
+de Gallir uit de vlammen gered moeten worden, en dat de rest zonder
+verder onderzoek moet worden vernietigd.
+
+Met Uw verlof, meester Cervantes, zou ik hierover gaarne nog eens
+met U van gedachten wisselen; want ofschoon Palmerin van Engeland
+de beste van deze soort romances is, steekt hij toch niet z ver
+uit boven de andere en zijn zijne fouten ook dezelfde. Zou het ook
+mogelijk kunnen zijn, dat gij, als een rechtgeaard Spanjaard, deze
+romance zoo bovenmatig bewondert, omdat gij gelooft, dat zij het
+werk is van een Koning? En verlaagt gij U niet tot het niveau van een
+dagblad-criticus, wanneer gij den banvloek uitspreekt over romances,
+die gij niet gelezen hebt? En kunt gij U, als ridderlijk Castiliaan
+vereenigen met de minachting, die de schrijver zoo onomwonden toont
+voor het schoone geslacht, ter wille waarvan alle romances geschreven
+zijn? Geen goed ridder, geen edelmoedig man zou zooveel onzin hebben
+kunnen neerschrijven over vrouwelijke ijverzucht, oppervlakkigheid
+en gebrek aan gezond verstand, en wat nog erger is, hij heeft er
+marionnetten van gemaakt, die door touwtjes bewogen worden. Voor n
+ding blijf ik hem echter dankbaar--voor de persoonsbeschrijving van
+den toovenaar Doliarte, dien Wijze, die in het Dal der Verdoemden
+woont, verdiept in het aanschouwen van geheimzinnige zaken. Maar nog
+meer ben ik hem dankbaar voor de atmosfeer van wonderbaarlijke en
+bedwelmende betoovering, waarin hij deze geschiedenis heeft gehuld;
+en wanneer de schrijver U heeft meegesleept in zijn vervoering, en
+Uwe oogen heeft gesloten voor de gebreken dezer romance, dan moeten
+wij tot Uw verontschuldiging aanvoeren, dat uwe betooverde oogen niet
+in staat waren die fouten te zien, en dat zij slecht den uiterlijken
+glans konden aanschouwen van deze tooverwereld.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI: CATALONISCHE ROMANCES.
+
+
+ Romances van een kust van liefde en wijn,
+ Waarin nog klinkt de galm van 't edel staal,
+ Waaruit ons tegenstraalt een lichte tooverschijn,
+ En woorden ruischen van een langvergeten taal.
+
+
+De letterkundige geest van Cataloni was van zuiver lyrischen aard,
+zooals dat vanzelf spreekt bij een land, dat door de natuur zoo
+heerlijk was uitgedost met een purperen mantel van wijnranken, en dat
+omspoeld werd door de rustige schoonheid van een droomzee. De epische
+poezi heeft haar vaderland in woeste en door stormen geteisterde
+landen, waar de windvlagen in wilde zangen de ziel van den mensch
+wekken tot vurige liederen, en zijn geest ontvankelijk maken voor het
+rumoer van den krijg. Maar op beschutte kusten, doortrokken met zon,
+en gekleurd met de warme tinten van den overvloed, worden de aeolische
+geluiden der zefirs, die zich als zachtklinkende geesten door tuinen en
+wijngaarden spoeden, omgetooverd in teederder en waziger muziek. Toch
+ontbraken in deze provincie van minnezangers de ridderlegenden niet;
+en zelfs ontstonden er twee romances van zulk een groote schoonheid,
+dat deze in de letterkunde van het Schiereiland zich voor goed een
+belangrijke plaats veroverd hebben.
+
+
+
+PARTENOPEX DE BLOIS.
+
+De schoone en uitstekend bewerkte romance van Partenopex de Blois
+was in de dertiende eeuw in het Catalonisch geschreven, en in 1488
+gedrukt te Tarragona. Zeer waarschijnlijk was het oorspronkelijk een
+Fransche romance. Maar het is geen gewone vertaling, en in den loop
+der tijden werd zij zoo dikwijls omgewerkt, dat zij ten slotte even
+echt Catalonisch werd als de Cid Castiliaansch geworden is. Hier
+volgt dan de geschiedenis van Ridder Partenopex.
+
+Bij den dood van Keizer Julianus van Griekenland, kwam zijn
+dochter Melior op den troon, een jonkvrouw, die bij de vele
+buitengewone gaven, die zij bezat, ook nog zeer bedreven was in de
+tooverkunst. Niettegenstaande hare groote bekwaamheden vonden hare
+raadslieden het niet geschikt, dat zij zelfstandig zou regeeren, en dus
+drongen zij er op aan, dat zij een echtgenoot zou kiezen. Zij stonden
+haar een tijdruimte van twee jaren toe, om een waardig levensgezel
+te vinden; en om er zeker van te zijn, dat zij iemand zou kiezen, die
+volkomen haar gelijke in rang zou zijn, zond zij hare afgezanten naar
+de verschillende hoven van Europa, om daar betrouwbare inlichtingen
+te krijgen over alle vorsten, die voor haar doel in aanmerking zouden
+kunnen komen.
+
+In dien tijd leefde er in Frankrijk een jongeling van groote schoonheid
+en dapperheid, een neef van den Koning van Parijs, Partenopex de
+Blois genaamd. Toen deze op zekeren dag in het gevolg van zijn
+koninklijken oom in de Ardennen op de jacht was, werd hij van het
+overige gezelschap afgesneden en verdwaalde hij. Hij was genoodzaakt
+den nacht in het bosch door te brengen en ontwaakte in den vroegen
+morgen. Bij zijne pogingen om de omgeving te verkennen, kwam hij bij
+het strand, waar hij tot zijn verwondering een schitterend vaartuig
+voor anker zag liggen. In de hoop, dat de bemanning hem den weg naar
+huis zou kunnen wijzen, begaf hij zich aan boord van het schip, maar
+vond dit geheel verlaten. Hij was op het punt weer aan land te gaan,
+toen er plotseling beweging in het vaartuig kwam; het gleed over
+de baren en kliefde de golven ten slotte met zulk een snelheid, dat
+Partenopex het schip onmogelijk meer kon verlaten. Na een even korte
+als snelle reis landde hij in een baai van een betooverend schoone
+landstreek. De jonge ridder stapte aan wal, verwijderde zich van de
+kust en kwam bij een prachtig kasteel. Daar trad hij binnen en zag
+tot zijn verbazing, dat het even verlaten was als het vaartuig,
+dat hem naar dit land gevoerd had. De statiekamer was verlicht
+door den glans van ontelbare diamanten, en de jonge ridder, die
+langzamerhand uitgehongerd was, zag tot zijn groote blijdschap een
+uitgezochte maaltijd op tafel staan. Spoedig bemerkte hij, dat alle
+voorwerpen in het kasteel betooverd waren, want alle heerlijkheden,
+die in zulk een overvloed waren opgedischt, kwamen vanzelf in zijn
+mond, en toen hij verzadigd was, verscheen er, als het ware vrij in
+de lucht bewegende, een brandende toorts, die hem den weg wees naar
+een slaapkamer, waar onzichtbare handen hem ontkleedden.
+
+Toen hij te bed lag, denkende over het vreemde avontuur, dat hem was
+overkomen, trad een jonkvrouw het vertrek binnen, die hem mededeelde,
+dat zij Melior, de Keizerin van Griekenland was. Zij vertelde
+den jongen ridder, dat zij door de verhalen harer afgezanten,
+liefde voor hem had opgevat, en dat zij het plan had beraamd, hem
+door toovermiddelen naar haar kasteel te voeren. Zij beval hem in
+het kasteel te blijven, maar waarschuwde hem, dat, indien hij zou
+trachten haar weder te zien voordat er twee jaren verloopen waren,
+hij haar liefde zou verliezen. Daarna verliet zij het vertrek;
+maar den volgenden morgen verscheen haar zuster Uracla, die hem de
+schitterendste kleederen bracht.
+
+
+
+HET GEHEIMZINNIGE KASTEEL.
+
+Het ontbrak Partenopex in het geheimzinnige kasteel van Melior
+niet aan verstrooiingen van allerlei aard; want de uitgestrekte
+landerijen en bosschen waardoor het omgeven was, verschaften hem een
+prachtig jachtterrein, en des avonds werd hij vergast op de heerlijke
+liederen van onzichtbare zangers. Al het mogelijke en onmogelijke werd
+gedaan, om zijn verblijf in het slot te veraangenamen, en om hem te
+boeien. Maar te midden van alle heerlijkheden waardoor hij omringd
+was, hoorde hij, dat zijn land was aangevallen door vijandelijke
+troepen. Hij vroeg zijn onzichtbare gebiedster, voor zijn vaderland
+te mogen strijden, en toen zij van hem de verzekering had gekregen,
+dat hij zou terugkeeren, stelde zij het tooverschip, waarmede hij in
+haar rijk geland was, tot zijn beschikking, en kort daarna kwam hij
+daarmede in Frankrijk aan.
+
+Maar toen Partenopex zich zoo spoedig mogelijk naar Parijs begaf,
+om zijn zwaard in dienst van zijn Koning te stellen, ontmoette
+hij een ridder, wiens optreden tegenover hem, aanleiding gaf tot
+een tweegevecht. Toen zij eenigen tijd gestreden hadden, ontdekte
+Partenopex, dat zijn tegenstander niemand anders was dan Gaudin, de
+minnaar van Uracla, de zuster van Melior; en van geslagen vijanden
+werden de twee jonge ridders goede kameraden, die te samen naar het
+Hof van Parijs reden.
+
+Spoedig na zijn terugkomst in de hoofdstad, maakte Partenopex kennis
+met een nicht van den Paus, Jonkvrouw Angelica, die bij den eersten
+aanblik verliefd op hem werd. In de eigenaardige opvatting, dat
+alles in de liefde geoorloofd is, onderschepte zij zijne brieven aan
+Melior, en werd zij op deze wijze ingelicht over zijn hartstocht voor
+de keizerlijke toovenares. Zij bracht een vromen kluizenaar er toe,
+zich naar Partenopex te begeven, en hem zijn geliefde af te schilderen
+als een geest der duisternis, die z verdorven was, dat zij zelfs
+de gedaante had aangenomen van een duivel met een slangenstaart, een
+zwarte huid, witte oogen en roode tanden. Partenopex weigerde beslist
+dit alles te gelooven, maar toen de vijandelijkheden geindigd waren,
+en hij weer in het betooverde kasteel was teruggekeerd, hield het
+verhaal van den kluizenaar hem toch voortdurend bezig, en hij besloot
+zich zekerheid te verschaffen, want Melior had hem in het donker
+bezocht en hij wist niet, hoe zij er uit zag.
+
+Op zekeren nacht, toen het geheele kasteel in diepe rust was, nam
+de jonge ridder dus een lamp, en begaf zich naar de kamer, waar hij
+wist dat Melior sliep. Hij trad onhoorbaar binnen, hield de lamp
+boven zijn slapende geliefde, en toen hij haar warme menschelijke
+schoonheid aanschouwde, wist hij, dat alles, wat men hem van haar
+verteld had, laster was. Maar helaas! toen hij verzonken was in den
+aanblik van haar bekoorlijken slaap, viel er een druppel olie uit
+zijn lamp op haar boezem, en zij ontwaakte. In haar woede over zijn
+ongehoorzaamheid aan hare bevelen, zou zij haar ongelukkigen minnaar
+stellig op de plaats gedood hebben, indien niet haar zuster Uracla, die
+op den toornigen uitval van Melior was binnengekomen, het verhoed had;
+en de vertoornde Keizerin liet hem ten slotte ongedeerd vertrekken.
+
+De ongelukkige Partenopex verliet in allerijl het kasteel en kwam na
+eenigen tijd weer in de donkere bosschen der Ardennen, waar hij besloot
+te sterven in den strijd met de wilde beesten, die in de donkere
+schuilhoeken van het gebergte huisden. Maar ofschoon zij zijn paard
+verslonden, schenen zij niet genegen den ridder aan te vallen. Het
+gekerm van het ongelukkige dier bracht Uracla, die uitgetrokken was om
+hem te zoeken, op zijn spoor, en zij nam hem mede naar haar kasteel
+in Tenedos, om daar te wachten totdat de woede harer zuster bedaard
+zou zijn. Daarna keerde zij naar de vertoornde Keizerin terug, en
+haalde haar over, af te kondigen, dat zij haar hand zou schenken aan
+den overwinnaar in een tournooi, dat zij van plan was uit te schrijven.
+
+In allerijl werden de voorbereidingen tot dit tournooi getroffen,
+en Partenopex wachtte den dag van den strijd af in het kasteel van
+Uracla in Tenedos. Maar het was hem niet gegeven, daar rustig te
+verblijven, want Parseis, een der jonkvrouwen van Uracla, vatte een
+hartstochtelijke liefde voor hem op, die zij hem bekende, toen zij
+een kleine boottocht met elkander maakten. En juist toen Partenopex,
+ten zeerste verbaasd, haar wilde afwijzen, werd het lichte vaartuig
+door een hevigen storm gegrepen, en het paar werd op de kust van Syri
+geworpen. Daar werden de beide schipbreukelingen gevangen genomen
+door de bevolking van dat land; de ridder werd voor hun koning Hermon
+gebracht, en in den kerker geworpen.
+
+Partenopex was diep bedroefd toen hij vernam, dat Hermon en
+verscheidene andere ridders naar Constantinopel waren getrokken, om
+deel te nemen aan het tournooi van Melior, terwijl hij in gevangenschap
+zuchtte, en alle hoop moest laten varen, de liefde zijner aangebedene
+door groote dapperheid te herwinnen.
+
+Maar Partenopex slaagde erin, de Koningin medelijdend voor hem te
+stemmen; zij hielp hem zijn Syrische gevangenis te ontvluchten, en
+bereikte Constantinopel nog juist op tijd om aan het tournooi deel te
+nemen. Hij had vele en machtige tegenstanders, onder wie de Sultan van
+Perzi de voornaamste was; maar ten slotte versloeg hij hen allen,
+en toen hij verzocht zijn loon te mogen ontvangen, werd hij door
+Melior weer met groote liefde en volkomen vergiffenis aangenomen.
+
+
+
+HET TYPE VAN PARTENOPEX.
+
+De romance van Partenopex behoort tot de groep waartoe Amor en
+Psyche en Melusine behooren, en waarin de ne geliefde de andere
+niet mag aanschouwen, op straffe van verlies van het voorwerp zijner
+liefde. Onveranderlijk verliezen zij elkander dan ook inderdaad;
+maar de dichterlijke rechtvaardigheid eischt, dat na vele beproevingen
+alles weder in orde komt. Dikwijls neemt de man of de vrouw de gedaante
+van een verscheurend dier of van een slang aan, zooals in de beroemde
+romance van Melusine, waarmede Partenopex groote overeenkomst heeft,
+zoodat ik de vaste overtuiging heb, dat de schrijver veel daaruit
+heeft overgenomen. Maar in het verhaal, dat wij zoo juist behandeld
+hebben, was de slangachtige gedaante der heldin slechts een lasterlijk
+bedenksel van den jaloerschen geest eener medeminnares, en wij hebben
+hier dus te maken met een gelukkige variatie van den gebruikelijken
+vorm der legende, waarin op handige wijze door den schrijver de
+meer moderne denkbeelden en de oude vormen zijn dooreengemengd. De
+geschiedenis van Partenopex verdient zeer zeker meer belangstelling
+van den kant der kenners van het volkslied, dan haar tot nog toe
+geschonken werd, en ik hoop dus van harte, dat zij de Catalonische
+zoowel als de Fransche lezing ervan nauwkeurig zullen bestudeeren,
+opdat zij deze belangrijke legende beter zullen kunnen beoordeelen.
+
+
+
+TIRANTE DE WITTE.
+
+Het merkwaardige oude verhaal van Tirante de Witte was het werk van
+twee Catalonische schrijvers, Juan Martorell en Juan de Gilha, van wie
+de laatste den arbeid van den eersten aanvulde. Martorell verklaart,
+dat hij de romance uit het Engelsch vertaalde, en het heeft er
+inderdaad ook allen schijn van, dat geheele gedeelten van het gedicht
+sterk benvloed zijn door de oude romance Sir Guy of Warwick. Ik
+kan echter niets in deze romance ontdekken, dat er op wijst, dat zij
+bepaald vertaald is, en het lijkt mij het waarschijnlijkst, dat de
+verklaring van den schrijver moet worden opgevat als een truc, die
+door de dichters van het oude Spanje veel werd toegepast om hunne
+geschriften te omgeven met een waas van geheimzinnigheid, of om zich
+te beschermen tegen de meedoogenlooze kritiek, die in dien tijd,
+toen ongeveer alle bewoners van het Schiereiland behept schijnen te
+zijn geweest met een manie voor belletrie, daar gebruikelijk was. De
+romance werd in 1490 gedrukt. Er wordt in gesproken over de Canarische
+Eilanden, die in 1326 ontdekt zijn en die zelfs in Spanje vr het
+begin der vijftiende eeuw nog slechts weinig bekend waren, zoodat wij
+wel met zekerheid mogen aannemen, dat deze romance ongeveer in dien
+tijd geschreven is, vooral ook, omdat er een ridderverhaal, l'Arbre des
+Batailles in vermeld wordt, dat eerst in 1390 werd uitgegeven. Het boek
+werd in het Castiliaansch vertaald, en te Valladolid gedrukt in 1511;
+kort daarna zag een Italiaansche vertaling van Manfredi het licht,
+en een Fransche van de hand van den Graaf van Caylus; maar de laatste
+heeft het oorspronkelijke gedicht vreeselijk verminkt; zelfs heeft hij
+de voornaamste en ook de minder belangrijke gebeurtenissen veranderd
+en er iets ziekelijks in gebracht, dat het werk van Martorell ten
+nenmale mist.
+
+Ter gelegenheid van het huwelijk van een zekeren Koning van Engeland
+met een schoone en zeer begaafde Prinses van Frankrijk, werden
+de meest grootsche voorbereidingen getroffen om deze verbintenis
+waardig te vieren door een schitterend tournooi. Toen Tirante, een
+jonge ridder uit Bretagne, van deze preparatieven hoorde, besloot
+hij aan de ridderspelen deel te nemen, en hij scheepte zich in met
+een gezelschap jeugdige ridders die hetzelfde plan hadden opgevat,
+en met wie hij na eenigen tijd in Engeland landde, en de reis naar
+Windsor aanvaardde. Maar hij werd overmand door de vermoeienissen
+van de reis, en hij viel in slaap, gewiegd door het sukkeldrafje
+van zijn uitgeput ros. Het was dan ook niet te verwonderen, dat hij
+op deze wijze gescheiden werd van zijn veerkrachtiger metgezellen,
+en dat hij bij zijn ontwaken ontdekte, dat hij geheel alleen op
+den heirweg reed. Hij gaf zijn paard de sporen en sukkelde eenige
+mijlen verder, maar spoedig gevoelde hij dringend behoefte aan
+rust en voedsel en hij zag uit naar een pleisterplaats; hij was
+zeer verheugd toen hij een nederige hut in het oog kreeg, die hij
+aanzag voor een kluizenaarswoning, verborgen tusschen de boomen, op
+eenigen afstand van den grooten weg, en nauwelijks zichtbaar door
+het dichte gebladerte. Hij steeg af, trad de hut binnen en bevond
+zich plotseling tegenover een man, die er zeer eigenaardig uitzag
+in zijn armoedig gewaad, en in wien het geoefend oog van den ridder
+spoedig een hooggeborene ontdekte. Tirante was dan ook niet bijzonder
+verbaasd, toen hij zag, dat de kluizenaar verdiept was in de lezing
+van l'Arbre des Batailles, een boek vol lessen en wetenswaardigheden
+op het gebied der ridderlijkheid.
+
+
+
+DE GRAFELIJKE KLUIZENAAR.
+
+Inderdaad was de kluizenaar niemand anders dan William, Graaf van
+Warwick, een beroemd ridder, die uit afkeer van de ijdelheden van
+het Hof, een pelgrimstocht had ondernomen naar Jeruzalem. Toen hij
+bij het Heilige Graf was aangekomen, liet hij het bericht van zijn
+dood verspreiden; daarna was hij naar Engeland teruggekeerd in de
+vermomming van een pelgrim en had hij zich teruggetrokken in de hut,
+waar Tirante hem ontdekte, en die niet ver was verwijderd van het
+kasteel, waar zijn echtgenoote woonde. Maar zijn afzondering zou niet
+van langen duur zijn, want toen de machtige Koning der Canarische
+Eilanden met een reusachtig leger Engeland binnenviel, greep de Graaf
+naar de wapenen om het beangste volk te hulp te snellen. De aanvallers
+rukten echter zoo snel voorwaarts, dat de Koning van Engeland spoedig
+uit Canterbury en Londen moest vluchten en zich genoodzaakt zag een
+schuilplaats te zoeken in de stad Warwick, waar hij hevig bestookt werd
+door het Canarische leger. Op dit beslissende oogenblik kwam de Graaf
+hem te hulp; hij versloeg den Koning der Canarische Eilanden in een
+tweegevecht, en joeg diens troepen in een hevigen strijd uiteen. Daarna
+maakte hij zich aan zijn echtgenoote bekend en trok zich weer in de
+eenzaamheid terug. Al deze bijzonderheden komen overeen met hetgeen
+beschreven is in de oude Engelsche romance Sir Guy of Warwick.
+
+Tirante maakte zich aan den grafelijken kluizenaar bekend, vertelde
+hem, dat hij zijn naam te danken had aan de omstandigheid, dat
+zijn vader Heer was van het gebied van Tirraine, dat gedeelte van
+Frankrijk, dat tegenover de Engelsche kust gelegen was, en dat zijn
+moeder een dochter was van den Hertog van Bretagne. Ook vertelde hij
+zijn gastheer, dat hij van plan was deel te nemen aan het tournooi,
+dat gehouden zou worden ter gelegenheid van het koninklijk huwelijk,
+waarop de Graaf hem uit het boek, waarin hij bij de komst van Tirante
+verdiept was, een hoofdstuk voorlas, dat betrekking had op de plichten
+in het algemeen van den ridder. Hierna las hij hem een verhandeling
+voor over den wapenhandel en de heldendaden van oude ridders. Toen
+hij geindigd had, zeide hij, dat het reeds laat was, en dat Tirante,
+daar hij niet bekend was met de wegen in die streek, verstandig zou
+doen, te vertrekken; hij gaf hem het boek ten geschenke, waaruit hij
+hem had voorgelezen, en nam afscheid van hem.
+
+Een jaar later, toen Tirante als overwinnaar uit het strijdperk was
+getreden, en met ongeveer veertig jonge ridders de terugreis had
+aanvaard, kwamen zij ten tweeden male langs de kluizenaarswoning, en
+hielden daar stil om den Graaf een beleefdheidsbezoek te brengen. Deze
+vroeg belangstellend, wie zich het meest had onderscheiden bij
+de ridderspelen, en men vertelde hem, dat Tirante de eerepalm had
+verworven. Een Fransch ridder, Villermes genaamd, had er zich tegen
+verzet, dat hij de kleuren droeg van de schoone Agnes, de dochter van
+den Hertog van Berri; Villermes had hem uitgedaagd tot een tweegevecht
+op leven en dood, en geischt, dat zij zich zouden uitrusten met
+papieren schilden, en helmen van bloemen. Villermes werd in den strijd
+gedood, en kort nadat Tirante hersteld was van elf wonden, die hij in
+het gevecht had opgedaan, versloeg hij vier ridders, wapenbroeders,
+die bleken de Koningen van Polen en Friesland, en de Hertogen van
+Bourgondi en Beieren te zijn. Een onderdaan van den Koning van
+Friesland, die den merkwaardigen naam droeg van Kyrie Eleison, of God
+ontferm U onzer, en die een afstammeling was van de oude reuzen,
+kwam naar Engeland om den dood van zijn meester te wreken. Toen hij
+echter het graf van zijn vorst aanschouwde, met de wapenen van Tirante,
+die op de Friesche vlag bevestigd waren, was hij z overweldigd door
+smart, dat hij den geest gaf. Zijn plaats werd ingenomen door zijn
+broeder, Thomas van Montauban, die een nog reusachtiger gestalte
+had, maar toch door den jongen Bretonschen ridder overwonnen werd,
+en genoodzaakt was, hem te smeeken zijn leven te sparen.
+
+Nadat Tirante afscheid had genomen van den Graaf, keerde hij naar zijn
+vaderland Bretagne terug, maar hij had nog slechts enkele dagen in
+zijn voorouderlijk kasteel vertoefd, toen een boodschapper het bericht
+bracht, dat de Ridders van Rhodes omsingeld waren door de Genuezen en
+den Sultan van Caro. Vergezeld door Philips, den jongsten zoon van
+den Koning van Frankrijk, begaf Tirante zich op weg om het eiland te
+bevrijden van zijne overweldigers; gedurende zijn reis daarheen hield
+hij eenigen tijd rust in de omgeving van Palermo. Toen hij eindelijk
+te Rhodes aankwam, trokken de belegeraars zich haastig terug, en
+nadat dus Tirante het eiland verlost had van zijne aanvallers, begaf
+hij zich met zijne manschappen naar Sicili, waar Prins Philips in
+het huwelijk trad met de vorstin van dat land. Maar nauwelijks waren
+de huwelijksfeesten voorbij, of er kwam een heraut van den Keizer
+van Constantinopel aan het Siciliaansche Hof, met de schokkende
+mededeeling, dat de vorst van Turkije en de Moorsche Sultan een
+inval hadden gedaan in het land van zijn meester. Zijn plicht als
+ridder gebood Tirante den Christenvorst te hulp te komen tegen den
+heidenschen aanvaller, en dus scheepte hij zich in naar Constantinopel,
+waar hem bij zijn aankomst het opperbevel over de Grieksche troepen
+werd opgedragen. Een groot gedeelte der romance is gewijd aan de
+bijzonderheden van dezen oorlog tegen de Turken, die, zooals vanzelf
+spreekt, in elk gevecht werden verslagen, zoodat zij ten slotte om
+een wapenstilstand smeekten. Deze werd hun toegestaan, en gedurende
+dien rusttijd werden er schitterende feesten en tournooien gehouden.
+
+Op dit kritieke oogenblik verscheen de beroemde Urganda in
+Constantinopel, die haar broeder, den vermaarden Arthur, Koning
+van Brittanje, kwam zoeken. De Keizer daalde af in zijn duisterste
+kerkers, en vond daar den grootste onder de helden opgesloten in
+een ijzeren kooi, waar hij zijn laatste levensdagen in de diepste
+ellende en volkomen verzwakt van geest doorbracht. Nadat men hem zijn
+oude wapen, het beroemde zwaard Excalibur, in de hand had gegeven,
+was de ongelukkige Koning in staat, alle vragen, die hem met eenig
+beleid gesteld werden, te beantwoorden; maar toen men hem het zwaard
+weer uit de hand nam, verviel hij nog dieper in den toestand van
+kindschheid. Nadat Urganda een schitterend feestmaal gegeven had,
+verdween zij met haar bejaarden broeder, en niemand wist, waarheen
+zij gegaan waren.
+
+Tot op dit tijdstip was Tirante er in geslaagd, vrij te blijven van
+vrouwelijke ketenen, maar ten slotte werd hij toch het gewillig
+slachtoffer van de schoone oogen der keizersdochter, Prinses
+Carmesina. Het ging alles tusschen hen naar wensch, totdat een der
+hofdames van de Prinses, Reposada, die een hartstochtelijke liefde
+voor den jongen ridder had opgevat, erin slaagde door een valsche
+list zijn jalousie op te wekken, zoodat hij, tot in het diepst zijner
+ziel gekwetst door de vermeende trouweloosheid zijner geliefde, zonder
+afscheid van haar te nemen, zich weder bij het leger voegde. Maar het
+schip, waarmede hij wegvoer, werd door een hevigen storm overvallen,
+en naar de kust van Afrika gedreven. Terwijl hij bedroefd aan het
+strand wandelde, ontmoette Tirante een gezant van den Koning van
+Tormeceno, die hem naar het Hof bracht, en hem aan zijn gebieder
+voorstelde, waarna Tirante hem bijstond in de oorlogen, waarin deze
+vorst natuurlijk gewikkeld was. Toen hij bij zulk een gelegenheid de
+stad Montagata bestookte, trad een jonkvrouw buiten de poorten, om
+voor de inwoners om vrede te smeeken. Tot zijn verrassing herkende hij
+in haar n der hofdames van Prinses Carmesina, die hem de waarheid
+vertelde omtrent de handelwijze van de valsche Reposada. Hij hief
+oogenblikkelijk het beleg op, en keerde aan het hoofd van een machtig
+leger naar Constantinopel terug, om den Griekschen Keizer bij te
+staan. Door de Turksche vloot te verbranden maakte hij een terugtocht
+van de troepen des Sultans praktisch onmogelijk, en was hij in staat
+een zeer voordeeligen vrede te sluiten.
+
+Er werden nu schitterende voorbereidingen getroffen tot het huwelijk
+van Tirante en Carmesina. Maar toen hij na het sluiten van het verdrag
+op weg was naar Constantinopel, kreeg hij op een dagreis afstand van
+zijn doel, het bevel, met het binnentrekken van de stad te wachten
+totdat deze preparatieven voltooid zouden zijn. Terwijl hij dus
+een wandeling maakte langs een rivier, in gesprek met de Koningen
+van Ethiopi, Fez en Sicili, kreeg hij een hevige pleuritis, en
+ondanks alle goede zorgen van zijn trouwe dienaren, stierf hij kort
+daarna. Toen de Keizer en de Prinses van zijn dood hoorden, waren
+zij niet in staat hun verdriet te dragen, en zij stierven op den dag,
+waarop zij het doodsbericht hadden gekregen.
+
+Wij hebben dit keer dus kennis gemaakt met een romance, die niet
+gelukkig eindigt. Wij weten niet, hoe een dergelijke ontknooping
+door het Spaansche publiek werd opgenomen, maar het kan niet anders,
+of de lezers moeten getroffen zijn geweest door de oorspronkelijkheid
+van het slot. Het blijkt echter duidelijk uit het gunstig oordeel van
+Cervantes, dat Tirante de Witte een lievelingsromance van het Spaansche
+volk was. Toen zij een heele verzameling romances tegelijk opnam,
+zegt hij, viel er een op den grond voor de voeten van den barbier,
+die den inval had den titel te lezen, en zag, dat het Tirante de
+Witte was. God beware mij, riep de priester luidkeels, is Tirante de
+Witte er bij? Geef het mij buurman, want het zal stellig een bron van
+vreugde en vermaak voor mij zijn! Toen raadde hij de huishoudster
+aan, het mee naar huis te nemen en het te lezen, want ofschoon de
+schrijver verdient te worden opgehangen, omdat hij in vollen ernst
+zooveel onzin heeft neergeschreven, is het boek toch in zeker opzicht
+het beste, dat er op de wereld gevonden wordt. Hier eten en slapen de
+ridders, zij sterven in hun bed, en maken voor hun dood hun testament,
+natuurlijke zaken, die in alle andere boeken ontbreken.
+
+Schuilt in dit oordeel niet de diepe grond van den afkeer van het
+onnatuurlijke en onwaarschijnlijke, dat zoo dikwijls de romance
+kenmerkte, een afkeer, die in zulke kernachtige bewoordingen werd
+uitgedrukt door den man, die aan het hoofd der oppositie stond?
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII: RODERICK, DE LAATSTE DER GOTHEN.
+
+
+ Nog gistren was ik Spanje's Vorst--mijn rijk werd mij ontroofd.
+ Nog gistren in mijn heerlijk slot--waar leg ik nu mijn hoofd?
+ Waar gistren honderd pages nog zich bogen voor mij neer,
+ Daar dient vandaag d'onttroonden vorst geen enkle schildknaap meer.
+
+ Lockhart: Spaansche Balladen.
+
+
+De tragische en rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje
+overging in de handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard
+is behandeld te worden door een groot dichter; maar of het de nationale
+trots beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet
+door aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven
+bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich z tot de
+schildering der diepere menschelijke hartstochten als de episode,
+die eindigde met het verraad van een geheel land uit persoonlijke
+wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als die, welke Aeschylus bewoog,
+zijn ontroerend en grootsch drama Elektra te schrijven. Toch vindt men
+deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche
+kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, Roderick, de
+Laatste der Gothen, dat genspireerd is door een onware voorstelling
+van dit gedeelte der geschiedenis. [23]
+
+Voordat wij het romantisch materiaal nader beschouwen, dat begraven
+ligt in De Kroniek van Roderick, met de Verwoesting van Spanje,
+moeten wij eerst de geschiedenis van den ondergang van het Gothische
+rijk in Spanje nagaan, met behulp van die gegevens, waarvan wij mogen
+veronderstellen, dat zij ons betrekkelijk juist inlichten over het
+geval. Deze gegevens vinden wij in de Algemeene Kroniek van Spanje
+en in het werk van de Moorsche geschiedschrijvers. Waarschijnlijk
+zijn de feiten, die betrekking hebben op deze treffende gebeurtenis,
+in het kort als volgt:
+
+Van het tijdstip af van de vestiging der Mahomedaansche Arabieren
+in Mauretani, had hun vloot herhaaldelijk de kusten bestookt van
+Andalusi, onder welken naam het geheele Spaansche Schiereiland bij
+hen bekend was. Er ontstond een vijandschap tusschen de Spaansche
+Gothen en de Moorsche Arabieren, die niet slechts werd aangewakkerd
+door het verschil van godsdienst, maar ook door de omstandigheid,
+dat de vesting Ceuta in Mauretani nog in Gothische handen was
+gebleven. Deze buitenpost van het Gothische rijk werd behouden door
+het beleid en den moed van Graaf Julianus, een beproefd veldheer,
+die erin slaagde, de vesting te verdedigen tegen een geweldige
+overmacht. Destijds heerschte er over Spanje een zekere Don Roderick,
+die het recht op den troon blijkbaar niet door geboorte verkregen
+had. Zijn voorganger Witiza had Rodericks vader, den gouverneur van
+een of andere provincie, gedood, en hetzij om te voldoen aan zijn zucht
+naar wraak, hetzij zuiver uit persoonlijke eerzucht, slaagde Roderick
+erin, met voorbijgaan van de aanspraken der beide zonen van Witiza,
+zelf den troon te bemachtigen. Waar echter de Koning der Gothen in
+Spanje nog door de edelen van het land gekozen werd, is het zeer
+goed mogelijk, dat Roderick op rechtmatige wijze den troon bestegen
+heeft. Waarschijnlijk was Graaf Julianus een lid van de partij aan
+welker hoofd de koninklijke broeders stonden en zocht hij, inziende dat
+hij Roderick niet door wapengeweld van den troon zou kunnen stooten,
+de hulp van diens Moorsche vijanden, om hem ten val te brengen.
+
+De geschiedenis weigert echter terecht of ten onrechte aan te nemen,
+dat slechts nuchtere politieke overwegingen Graaf Julianus tot
+deze onwaardige daad brachten, en zij geeft een veel romantischer
+verklaring van zijn verraderlijke handelwijze: Roderick zou dan een
+slecht en ontaard vorst zijn geweest. Hij ontbrandde in een hevige
+hartstocht voor Cava, de jonge en schoone dochter van Graaf Julianus,
+en verleidde en onteerde haar. Woedend en wanhopig over de wandaad van
+Roderick, besloot Julianus oogenblikkelijk tot een gruwelijke wraak;
+hij stelde zich niet tevreden met de overgave van de vesting, die hij
+zoo lang tegen een machtigen vijand verdedigd had, maar haalde Musa,
+den Moorschen Koning of Satraap over, een inval te doen in Spanje;
+en om zijn bondgenootschap met de heidenen nog te versterken, nam hij
+zelfs hun godsdienst en hunne levensgewoonten aan. Hij lichtte Musa in
+over de natuurlijke gesteldheid van zijn vaderland, legde den nadruk
+op den weerloozen toestand er van, de losbandigheid en ontaarding
+der soldaten, en het gebrek aan voldoende bewaking der steden. Musa
+begreep, dat hem hier een gunstige gelegenheid geboden werd het
+Arabische gebied uit te breiden, en hij vaardigde een gezantschap
+af naar Walid, den Kalif en zijn leenheer, om hem zijn oordeel te
+vragen over een dergelijke onderneming. Walid moedigde dit avontuur
+zeer aan. Maar Musa was niet alleen een dapper en ondernemend soldaat,
+maar ook een sluw en voorzichtig veldheer, en inplaats van een groote
+vloot af te sturen op een land van welks legersterkte hij slechts
+weinig afwist, stelde hij zich tevreden met in Juli van het jaar
+710 een aanval te doen op de Spaansche kust, om als het ware eerst
+poolshoogte te nemen van de krijgskunst zijner tegenstanders. De
+expeditie bestond uit vijfhonderd man, die, nadat zij te Tarifa geland
+waren, ongeveer achttien mijlen door Spaansch gebied naar het kasteel
+en de stad van Julianus marcheerden. Daar voegden zich de trouwelooze
+volgelingen van dezen edelman bij hen, en zonder eenigen tegenstand
+te ondervinden keerden zij met buit beladen naar Afrika terug.
+
+Aangemoedigd door het succes dezer eerste onderneming, brachten de
+Saracenen nu een leger van vijfduizend man bijeen en zij landden
+in het voorjaar van 711, onder het bevel van een zekeren Tarik,
+op Spaanschen boden, op een plaats, die nog steeds den naam van hun
+aanvoerder draagt, nl. Gibraltar; want Gebel al Tarik beteekent De
+Berg van Tarik. Zij versloegen zonder veel moeite een Spaansche
+legermacht onder Edeco. Maar Roderick, die nu ook begon in te zien,
+dat zijn troon wankelde, riep zijne vasallen te zamen, wier aantal
+bijna honderdduizend man moet hebben bedragen. Intusschen had Tarik
+zijn leger versterkt, maar hij kon niet meer dan twaalfduizend Moorsche
+soldaten aanmonsteren, bij welk leger zich een afdeeling Afrikanen en
+afvallige Gothen voegde. De legers ontmoetten elkanders bij Cadix,
+en de Gotische troepen werden aangevoerd door Roderick zelf, die
+schitterend uitgedost in zijn vorstelijke kleedij van zilver- en
+goudborduursel, achterover leunde in een kostbaren wagen, die door
+witte muilezels getrokken werd. De Gothen overwonnen louter door
+de overmacht van hun aantal, en bij het eerste samentreffen werden
+zestienduizend hunner vijanden verslagen. Maar Tarik spoorde zijne
+ontmoedigde troepen aan, door hen erop te wijzen, dat een terugtocht
+onmogelijk was: Vr u is de vijand, zeide hij, achter u ligt de
+zee. Waarheen zoudt gij vluchten? Volgt mij, broeders, ik zal dien
+Koning der Gothen verdelgen of zelf ondergaan.
+
+
+
+RODERICK'S LOT.
+
+Er naderde echter uitkomst voor de Mooren, want de beide zonen van
+Witiza, die de voornaamste posten in het Spaansche leger bekleedden,
+scheidden zich plotseling van de troepen af. Dit veroorzaakte een
+geweldige paniek. Roderick sprong op zijn strijdros Orelia, en
+trachtte daarmede de Guadalquivir over te zwemmen, zijn diadeem en
+vorstelijke kleederen op den oever achterlatende; maar het gelukte
+hem niet den overkant te bereiken, en hij verdronk. Op aandringen van
+Graaf Julianus rukte Tarik op naar Toledo, dat zich echter drie volle
+maanden staande hield, en hij zond een leger uit om het koninkrijk
+Granada te heroveren. Deze onderneming gelukte en Toledo gaf zich over,
+nadat de Moorsche bevelhebber de inwoners verzekerd had, dat zij de
+stad mochten verlaten met behoud hunner bezittingen, een belofte,
+die trouw werd nagekomen. De Joden, die voornamelijk de heidensche
+aanvallers hadden bijgestaan, werden rijkelijk door hen beloond, en zij
+sloten een bondgenootschap met hen, dat bleef bestaan, totdat beiden
+na verloop van tijd uit het land werden verdreven. Van Toledo zette
+Tarik zijne veroveringstochten voort over Castili en Leon en trok
+hij in Noordelijke richting verder tot aan de stad Gijon in Asturi,
+waar zijn voortgang werd gestuit door de Golf van Biskaje. In enkele
+maanden was geheel Spanje feitelijk een Mohamedaansche provincie
+geworden, en alleen in de valleien van Asturi hield een troepje
+Gothische soldaten nog stand tegen den overwinnenden Moor.
+
+Nu mogen wij het pad der zuivere historie verlaten, om den meer
+schilderachtigen, zij het dan ook minder veiligen weg der romance te
+gaan bewandelen. De kronieken vermelden de gruwelijke verdorvenheid van
+Don Roderick, en zij verhalen hoe de door Julianus aangestookte inval
+der Mooren den karakterloozen Koning als een donderslag trof. De strijd
+met de Saracenen wordt beschreven, en de vlucht van Roderick wordt in
+de somberste kleuren afgeschilderd. Maar zooals de volksoverlevering
+weigerde te gelooven, dat Arthur op dien gedenkwaardigen dag bij
+Camelot sneuvelde, of dat Jacob IV van Schotland op het slagveld van
+Flodden, en Harold bij Hastings hun einde vonden, zoo weigerde zij
+ook den dood van Roderick aan te nemen. Het is den mensch aangeboren,
+zich te verzetten tegen het denkbeeld, dat een beroemd legeraanvoerder
+werkelijk is heengegaan; en zijn er, zelfs nog in onzen tijd, niet
+legenden in omloop geweest met betrekking tot den diep betreurden
+Lord Kitchener?
+
+De overlevering vermeldt dan, hoe Roderick, toen hij op het punt stond
+zich in de golven der Guadalquivir te storten, plotseling beschenen
+werd door een hemelsch licht en hoe een innerlijke stem hem bezwoer
+te blijven leven, om boete te doen voor zijne zonde. Hij volgde den
+raad van deze stem op, ontdeed zich van de teekenen zijner koninklijke
+waardigheid, trok de eenvoudige kleederen van een gesneuvelden boer
+aan, en verliet heimelijk het slagveld. Gedurende den geheelen nacht
+liep hij door, gekweld door de vreeselijkste visioenen van goddelijke
+wraak. Waarheen hij den blik wendde, overal zag hij de gruwelijke
+gevolgen van zijn nederlaag. En verder strompelende over de slagvelden,
+werd hij diep getroffen door de tooneelen van verwoesting. Na zeven
+dagen kwam hij eindelijk bij het klooster Canlin aan, dat gelegen
+was aan de oevers van de rivier Ana, in de nabijheid van Minda. Het
+klooster was geheel verlaten, maar de rampzalige vluchteling wierp
+zich voor het altaar neder, om in gebed zijn noodlot af te wachten,
+want hij was er vast van overtuigd, dat de heidenen hem zouden opsporen
+en dooden. Hij voedde de lampen met olie, en verliet slechts zoo nu en
+dan het altaar, om te zien of de Saracenen naderden. Hij lag voor het
+crucifix geknield, en omvatte de voeten van het beeld des Verlossers,
+terwijl hij bloedige tranen van het diepste berouw schreide. Terwijl
+hij daar in het stof gebogen terneder lag, bemerkte hij, dat iemand de
+kapel was binnengetreden, en toen hij de oogen opsloeg, in de hoop,
+dat het kromme zwaard van een Moorsch soldaat hem den verlossenden
+dood zou brengen, zag hij tot zijn verbazing een monnik, die hem
+vriendelijk toesprak en hem zeide, dat hij naar het klooster, dat hem
+vijf en zestig jaren tot woonplaats had gediend, was teruggekeerd in
+het vertrouwen, dat hij zou mogen sterven door de hand van een heiden,
+en dat hij op deze wijze den martelaarskroon zou verwerven.
+
+Roderick openbaarde den monnik wie hij was, en de vrome man, die diep
+getroffen was door den toon van innig berouw die uit zijne woorden
+sprak, knielde naast hem neder, en verleende den rampzaligen vorst
+gedurende den langen nacht geestelijken bijstand. Hij zeide hem, dat
+hij moest blijven leven, werkende aan het heil zijner ziel; en toen
+de morgen aanbrak verlieten de oude priester en hij, die gisteren
+nog een der machtigste koningen van het Christendom was geweest,
+de kapel, om hun moeilijken weg te gaan.
+
+De vrome monnik bracht den onttroonden Koning naar een hut, waar hij
+hem verder geestelijken raad gaf en hij beval hem op deze plaats te
+blijven, zoo lang dit God zou behagen. Wat mij betreft, sprak hij,
+over drie dagen zal ik uit deze wereld scheiden; dan moet gij mij
+begraven, mijne kleederen aantrekken en tenminste een jaar hier blijven
+om honger en koude en dorst te lijden uit liefde voor onzen Heer, opdat
+Hij zich over u ontferme. Zooals de kluizenaar voorspeld had, gaf hij
+drie dagen later den geest. Roderick was diep bedroefd over zijn dood;
+hij maakte zich dadelijk gereed om zijn laatste wenschen uit te voeren,
+en groef met zijn bloote handen en met behulp van een boomtak een graf
+voor den vromen monnik. Toen hij hem aan de aarde wilde toevertrouwen,
+zag hij, dat de doode kluizenaar een papierrol in de hand had, die
+beschreven was met raadgevingen omtrent zijn toekomstige levenswijze
+in de kluizenaarshut. De onttroonde Koning las het geschrift met
+groote aandacht, en hij besloot de aanwijzingen nauwkeurig te volgen.
+
+Maar Satan was niet van plan den Koning ongehinderd te laten arbeiden
+aan de redding zijner ziel, en hij verscheen hem dienzelfden nacht,
+terwijl hij bezig was den kluizenaar in het graf te leggen. Hij kwam
+in de gedaante van een priester, zijn gelaat was verborgen in de
+monnikskap, terwijl een lange witte baard hem een eerwaardig voorkomen
+gaf, en hij leunde op een stok, alsof hij kreupel was. Roderick dacht,
+dat hij een vriend van den dooden kluizenaar was en wilde hem de
+hand kussen, maar de Booze week achteruit en zeide: Het zou niet
+gepast zijn, wanneer een Koning de hand zou kussen van een eenvoudig
+dienaar van God. Toen de Koning bemerkte, dat zijn bezoeker bekend
+was met zijne omstandigheden, hield hij den Duivel voor een heilige,
+die zich op deze wijze aan hem openbaarde. Helaas, zeide hij, ik
+ben geen Koning, maar een ellendige zondaar, van wien het beter zou
+zijn geweest indien hij nooit geboren ware, zooveel wee is over het
+land gekomen door mijn misdaad.
+
+Gij zijt niet zoo schuldig als gij wel meent, antwoordde Satan,
+want de ramp, waarover gij spreekt, zou in ieder geval het land
+getroffen hebben, God heeft het zoo gewild, en het was niet uw
+schuld. Dit zijn niet mijn woorden, maar het is de geest van God,
+die door mijn mond spreekt. De Booze zeide daarna, dat hij den
+langen weg van Rome te voet had afgelegd om Roderick in zijn strijd
+bij te staan, en toen de Koning dit hoorde, was hij zeer verheugd en
+luisterde met grooten eerbied naar de woorden, die Satan sprak en die
+ten doel hadden den invloed van den dooden kluizenaar door allerlei
+drogredenen te vernietigen. Maar toen de Koning den pseudo-heilige
+verzocht hem te helpen bij het begraven van het stoffelijk omhulsel
+van den kluizenaar, was hij zeer verbaasd, hem niettegenstaande zijn
+voorgewende kreupelheid de vlucht te zien nemen.
+
+Den volgenden middag kwam de duivel terug met een mand vol van de
+heerlijkste spijzen en dranken. Maar de doode monnik had Roderick
+bevolen, niets anders te eten dan het grove brood, dat de herders
+hem nmaal per week zouden brengen; en gedachtig aan dit bevel,
+weerstond hij den verleider. Het gesprek tusschen den Koning en Satan
+wordt dan verder met de gebruikelijke middeleeuwsche langdradigheid
+uitgewerkt, en is een getrouwe afspiegeling van de haarkloverij
+en het theologische geredekavel van dien tijd. Maar zelfs van een
+schrijver uit de middeleeuwen zou men hebben mogen verwachten, dat
+hij het onderhoud van den Koning met den Heiligen Geest zou hebben
+weggelaten, en wat dit betreft volsta ik dan ook met de vermelding,
+dat op een woord van den Heiligen Geest de Booze ontvluchtte in zijn
+ware gedaante van een vreeselijken duivel.
+
+
+
+DE KRIJGSLIST VAN SATAN.
+
+Maar de Booze gaf het nog niet op, want op zekeren avond, toen de
+zon onderging, zag de koninklijke kluizenaar iemand naderen, die
+met groot vertoon van pracht en praal aan het hoofd reed van een
+gewapenden troep. Toen de stoet dichterbij kwam, herkende Roderick
+tot zijn verbazing in den aanvoerder Graaf Julianus, die hem naderde
+met groot eerbetoon, hem de hand wilde kussen, en zich, zijn verraad
+volledig bekennende, aan den wraak en de rechtvaardigheid van den
+Koning overgaf. De pseudo-Julianus smeekte hem op te staan en weer
+de plaats in te nemen, die hem toekwam aan het hoofd der Spaansche
+troepen, opdat de heidenen uit Spanje verdreven zouden worden. Maar
+Roderick, die een nieuwe duivelsche list vermoedde, schudde het hoofd
+en verzocht Julianus zelf het opperbevel over het Gothische leger
+te aanvaarden, daar zijn gelofte hem niet toestond zich langer met
+wereldsche zaken bezig te houden. Julianus keerde tot zijne volgelingen
+terug, onder wie Roderick verscheiden ridders ontdekte, van wie hij
+dacht, dat zij gesneuveld waren, en dezen ondersteunden met warmte
+het verzoek van hun aanvoerder. Maar toen de helsche machten zagen
+dat zij hun pleit niet konden winnen, trokken zij zich terug naar
+de lager gelegen vlakte, waar zij zich opstelden in gevechtspositie,
+alsof zij een vijandelijken aanval afwachtten. En zie! daar rukte een
+menigte pseudo-heidenen voorwaarts, zoodat er een vreeselijk bloedbad
+volgde. Het scheen den Koning, die in angstige spanning het schouwspel
+gadesloeg, dat zij, die het Christelijk leger voorstelden, de heidenen
+op de vlucht dreven, en er kwamen ijlboden naar de kluizenaarshut met
+de mededeeling, dat zijne troepen een schitterende overwinning hadden
+behaald. Maar toen de haan kraaide, verdween het geheele schouwspel
+van den veldslag als rook in den wind, en toen wist de Koning, dat
+hij ten tweeden male de verlokkingen des Duivels had weerstaan.
+
+Gedurende drie maanden liet Satan Don Roderick nu met rust; maar na
+verloop van dien tijd zond hij hem een beproeving, die zwaarder was
+dan alle verleidingen, die hij tot nu toe had weerstaan. Terwijl
+hij zijne gebeden opzegde op het uur van de vesper, zag hij een
+stoet ruiters in de richting van zijn hut komen, en toen zij daar
+stilhielden en afstegen, kwam een jonkvrouw op hem toe in de gedaante
+van dezelfde Cava, de dochter van Graaf Julianus, die hij zulk een
+gruwelijk onrecht had aangedaan. Bij haar aanblik stond het hart
+van den rampzaligen Koning bijna stil, maar voordat hij een woord
+kon uitbrengen, vertelde zij hem, dat haar vader het zwaard tegen de
+Mooren gekeerd had, en hen had overwonnen; dat Eliaca, de echtgenoote
+des Konings, gestorven was, dat een monnik haar bevolen had, Don
+Roderick op te sporen en hem zoo spoedig mogelijk te huwen, en dat
+hij haar voorspeld had, dat zij het leven zou schenken aan een zoon,
+Elbersan genaamd, die de geheele wereld onder den scepter van Spanje
+zou brengen. Toen Roderick deze woorden hoorde, begon hij vreeselijk
+te beven, want hij had Cava zeer liefgehad. Zij gaf hare dienaren
+bevel, een tent op te slaan in de nabijheid van de kluizenaarshut
+en de leden van haar gevolg richtten een overvloedig maal aan. Toen
+de Koning haar groote schoonheid aanschouwde, sidderde hij, alsof hij
+door een beroerte was getroffen, maar hij vouwde zijne handen in gebed
+en wendde zich tot God, smeekende, dat Hij deze verzoeking aan hem zou
+laten voorbijgaan. Toen hij het teeken des Kruises maakte, ontvluchtte
+de valsche Cava hem, luidkeels schreeuwende, en de helsche machten,
+die haar vergezelden, volgden haar in zulk een hevige verwarring en
+met zulk een geweld, dat het scheen alsof de wereld verging. Nogmaals
+waarschuwde de Heilige Geest Don Roderick, op zijn hoede te zijn voor
+de listen des Duivels, en tot laat in den nacht stortte de berouwvolle,
+maar zegevierende Koning zijn dankbaar hart uit in gebeden tot God,
+die hem in Zijne goedertierenheid verlost had van den Booze.
+
+
+
+DE DOOD VAN RODERICK.
+
+De tijd naderde, waarop de Koning de plaats zijner afzondering zou
+verlaten, waar hij zoo menige vreeselijke verzoeking had weerstaan. Hij
+volgde de richting van een wolk, die hem leiden zou, gordde zijne
+lendenen en begaf zich op reis. Voordat de avond van den eersten
+dag viel, kwam hij bij een andere kluizenaarswoning, waar hij bleef
+overnachten. Na een reis van twee dagen bereikte hij een klooster,
+waarvan de naam niet genoemd wordt in de kroniek, en dat bestemd was
+zijn laatste rustplaats te zijn. De Abt van het klooster beval hem,
+naar een bron te gaan, die zich in de nabijheid der hut bevond, die
+hem als woonplaats werd aangewezen, en waar hij een gladden steen
+zou vinden. Dezen moest hij optillen en hij zou daaronder drie kleine
+slangen vinden, van welke de n twee koppen had. Deze tweehoofdige
+slang moest hij in een flesch plaatsen en haar in het geheim voeden,
+zoodat niemand van haar bestaan afwist; zij zou verborgen moeten
+blijven, totdat zij groot genoeg zou zijn, om haar lichaam langs den
+wand der flesch in drie kronkels te leggen en dan den kop naar buiten
+te steken. Dan moest hij haar in een graf leggen en er zelf ontkleed
+naast gaan liggen, want dit zou volgens den wil van God zijn boete
+zijn; dit alles had een stem den Abt geopenbaard in de kapel van
+het klooster.
+
+Roderick volgde nauwgezet de voorschriften van den Abt op; hij
+vond de slang en wachtte geduldig totdat het tweehoofdige dier in
+de flesch tot vollen wasdom gekomen was. Toen ontkleedde hij zich
+in tegenwoordigheid van den Abt, en zocht het graf op, waarin hij
+zich nederlegde. Daarna nam de Abt een hefboom en plaatste daarop een
+grooten steen. Nadat de Koning daar drie dagen gelegen had, terwijl de
+Abt onder gebed de wacht hield, hief de slang hare koppen in de hoogte,
+en begon met n kop zijn zondige natuur en met het andere zijn hart te
+verslinden. Roderick lag onder vreeselijke kwellingen ter neder, maar
+ten slotte doorboorde de slang het hart, waarop de Koning onmiddellijk
+zijn geest aan God gaf, die in zijn Heilige Barmhartigheid hem in Zijn
+Heerlijkheid opnam. En in zijn stervensuur begonnen alle klokken van
+het klooster te luiden als werden ze door menschenhanden bewogen.
+
+Zoo eindigt in den eigenaardigen geest van middeleeuwsche mystiek
+het droevige verhaal van Don Roderick van Spanje. Wie zal de diepe
+beteekenis verklaren van het slot dezer legende, tenzij men, zooals
+Thomas Newton in zijn Notable History of the Saracens gelooft, dat de
+slang met de twee koppen beteekent zijn zondig en schuldig geweten?
+Requiescas in pace, Domine Roderice!
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII: CALAYNOS DE MOOR, GAYFEROS EN GRAAF ALARCOS.
+
+
+Ik neem deze drie romances te zamen in dit hoofdstuk, niet alleen
+omdat zij blijkbaar bij het publiek van het Oude Spanje in zulk
+een hooge gunst hebben gestaan, maar ook, omdat zij een juister
+beeld geven van den smaak en de gezindheid der bevolking, dan andere
+romances van dezelfde soort; wanneer zij tenminste niet op zichzelf
+een afzonderlijke groep vormden, wat ik altijd verondersteld heb op
+grond van het feit, dat in alle Castiliaansche verhandelingen over
+de romance, deze drie gedichten te zamen worden vermeld. Hieruit
+meen ik te mogen opmaken, dat deze drie romances een eigen genre
+vertegenwoordigden. Zij ademen dien geest van ernst en strengheid,
+die zoo kenmerkend is voor de zuiver Spaansche letterkunde, en
+tenminste in n dezer drie gedichten vindt men zoo duidelijk de
+atmosfeer van groote droefheid en van wreedheid, die slechts wordt
+opgewekt door Latijnsche en Grieksche treurspelen. Want zelfs niet
+de grootste meesters van het Noorden, Marlowe noch Massinger, Goethe
+noch Shakespeare, zijn er in geslaagd, met zulke sombere kleuren hunne
+tooneelen af te schilderen, als de Spanjaarden Calderon of Lope dat
+hebben gedaan.
+
+
+
+CALAYNOS.
+
+Calaynos, een van de beroemdste Moorsche ridders, is de held van
+verscheidene berijmde romances. Maar de meest bekende daarvan is de
+Coplas de Calainos, waarvan Lockhart zulk een goed geslaagde vertaling
+heeft geleverd in zijn Spaansche Balladen.
+
+De Moorsche ridder, zoo verhaalt de romance, was verliefd op een
+jonkvrouw van zijn eigen ras, en om haar gunst te winnen, bood hij
+haar uitgebreide landerijen en ontzaglijke rijkdommen aan. Maar in
+haar overmoed weigerde zij deze eenvoudige hulde, en zij eischte
+van hem de hoofden van drie der dapperste ridders der Christenheid:
+Rinaldo, Roland en Olivier! Calaynos kuste haar tot afscheid en begaf
+zich oogenblikkelijk op weg naar Parijs. Daar aangekomen ontplooide
+hij de Moorsche banier voor de St. Janskerk en blies luid op zijn
+hoorn, waarvan Karel de Groote en zijne twaalf ridders dadelijk den
+klank herkenden, terwijl zij op jacht waren in het woud, dat eenige
+mijlen van de stad verwijderd was. Korten tijd daarna ontmoette de
+koninklijke stoet een Moor, en de Keizer vroeg hem uit de hoogte,
+hoe hij het durfde wagen zijn groenen tulband binnen de grenzen van
+zijn rijk te vertoonen. De Moor antwoordde, dat hij in dienst was
+van Calaynos, die Karel den Groote en al zijne ridders uitdaagde,
+en die hun aanval in Parijs afwachtte. Toen zij terugreden om met den
+overmoedigen heiden te strijden, stelde Karel de Groote Roland voor,
+dat deze Calaynos zou tuchtigen; maar de trotsche ridder meende, dat
+dit de taak behoorde te zijn van een of anderen saletjonker, daar hij
+het beneden zijn waardigheid vond met n enkelen Moor te vechten. Heer
+Boudewijn, de neef van Roland, blufte, dat hij den groenen tulband van
+Calaynos in het stof zou laten rollen; hij reed in galop vooruit en
+bevond zich spoedig tegenover den strengen Moorschen Vorst, die hem
+minachtend een plaats als page aanbood, in dienst van zijn geliefde.
+
+Boudewijn was woedend, toen hij deze woorden hoorde; hij slingerde
+Calaynos zijn uitdaging in het gezicht, en riep hem toe zich gereed
+te maken tot den strijd. De Moor wierp zich in het zadel, richtte
+zijn lans op de borst van zijn tegenstander, reed in vollen draf op
+Boudewijn toe, en wierp hem ter aarde, waarna hij hem dwong om genade
+te smeeken. Maar Roland, de oom van den jeugdigen ridder, was in de
+nabijheid; hij zwaaide zijn geweldig zwaard en riep Calaynos toe, dat
+hij zich moest wapenen voor een nieuwen strijd. Wie zijt gij? vroeg
+Calaynos. Gij draagt een kroontje op Uw helm, maar ik ken U niet.
+
+Zwijg, ellendige Moor! antwoordde Roland. Uw laatste uur is
+geslagen; en dit zeggende, reed hij in vollen draf op zijn vijand
+toe. De trotsche heiden viel ter aarde, en Roland sprong van zijn
+paard, en boog zich met getrokken zwaard over hem heen.
+
+Hoe heet gij, heiden? vroeg hij, spreek of sterf.
+
+Heer, antwoordde Calaynos, ik dien een trotsche Spaansche jonkvrouw,
+die geen ander geschenk van mij wilde ontvangen dan de hoofden van
+de drie edelste paladijnen van Karel den Groote.
+
+Zoo, lachte Roland, dan zijt gij een groote gek; zij kan
+u onmogelijk hebben liefgehad, als zij u bevolen heeft ons te
+trotseeren. Gij zijt hierheen gekomen om te sterven; en met deze
+woorden sloeg hij hem het hoofd af, en hij vertrapte den helm met de
+halve maan. Deze maan zal nooit meer opgaan boven de Seinevlakte,
+riep hij uit, terwijl hij zijn zwaard in de scheede stak.
+
+Zoo werd Calaynos bedrogen door den overmoed van een jonkvrouw
+en door zijn eigen trots. Deze geschiedenis is natuurlijk zeer
+onwaarschijnlijk, want het is niet denkbaar, dat een Moorsch ridder
+ooit met zulk een opdracht naar Parijs is gekomen. Maar het verhaal
+draagt een zeer menschelijk karakter en is niet zonder zedelijke
+strekking.
+
+
+
+GAYFEROS.
+
+Gayferos is een geliefde figuur in de Spaansche romantiek; zijn
+geschiedenis hangt samen met den cyclus van Karel den Groote, en werd
+opgenomen in de pseudo-kroniek van Aartsbisschop Turpinus. Ofschoon hij
+een Fransch ridder was, schijnt hij bijzonder aantrekkelijk te zijn
+geweest voor den Castiliaanschen geest, hetgeen hij waarschijnlijk
+te danken had aan de omstandigheid, dat hij zeven jaren heeft gezocht
+naar zijn vrouw, die zich in Spaansche gevangenschap bevond. Gayferos
+van Bordeaux was een bloedverwant van Roland, den onoverwinnelijken
+held uit de Chansons de gestes, en hij was gehuwd met Melisenda,
+een dochter van Karel den Groote. Kort na haar huwelijk werd de dame
+geschaakt door de Saracenen, en in een versterkte toren te Saragossa
+opgesloten. Gayferos was vastbesloten haar uit de macht der heidenen te
+bevrijden, en dus begaf hij zich op weg om zijn vrouw te zoeken. Maar
+na zeven lange jaren was hij er nog niet in geslaagd de plaats te
+vinden, waar zij gevangen zat. Hij reisde van provincie naar provincie,
+van kasteel naar kasteel in het zonnige Spanje, totdat hij eindelijk,
+ontroostbaar en terneergeslagen, naar Parijs terugkeerde. In de
+hoop, de herinnering aan zijn verlies te dooden, stortte Gayferos
+zich in de vermaken van het Hof. Op zekeren dag zag Karel de Groote
+hem met den admiraal des Keizers dobbelen, en hij zeide tot hem:
+Hoe nu, Gayferos, verspilt gij uw tijd met kinderachtige spelen,
+terwijl uw vrouw, mijn dochter, in gevangenschap zucht? Indien gij
+even bekwaam waart in het hanteeren der wapenen als in het dobbelen,
+zoudt gij u haastig op weg begeven, om uw vrouw te bevrijden. Deze
+terechtwijzing van den Keizer was onverdiend, want hij had juist
+gehoord, waar Melisenda gevangen gehouden werd, terwijl Gayferos nog
+niet bekend was met haar verblijfplaats. Maar toen hij van Karel den
+Groote den naam van het kasteel gehoord had, begaf hij zich haastig
+naar zijn oom Roland, en vroeg hem wapenen en een paard.
+
+Toen Roland de verslagenheid van zijn neef zag, gaf hij hem zijn
+eigen beroemde wapenen en zijn liefste paard; en z uitgerust, reisde
+Gayferos ten tweeden male naar Spanje. Eenigen tijd daarna kwam hij
+te Saragossa aan, en daar hij bij de poorten niet werd tegengehouden,
+reed hij regelrecht naar het kasteel, waar zijn vrouw gevangen werd
+gehouden. Zij ontdekte hem van uit haar venster, en smeekte hem,
+indien hij een Christelijk ridder was, eenig bericht van haar aan
+haar echtgenoot Gayferos te brengen:
+
+
+ Zeven jaren in deez' toren heb ik Gayferos gewacht,
+ Die in vreugd, bij dans en spelen heeft die jaren doorgebracht,
+ Die zijn gade Melisenda heeft vergeten tot haar smart;
+ Toch draag ik zijn beeld nog immer in mijn liefdevolle hart.
+ Maar hij richt zich op in 't zadel: Eedle Vrouwe, klaag niet meer,
+ Hier beneden voor uw venster staat uw echtgenoot en heer.
+ Spring in 't zadel uit den toren! in mijn armen, aan mijn borst,
+ Voer 'k u veilig uit de landen van den wreeden Moorschen vorst.
+
+
+Melisenda sprong uit het venster in de armen van haar trouwen ridder,
+die haar in het zadel hief en spoorslags met haar wegreed om de
+poorten der stad te bereiken. Maar een Moor, die getuige was geweest
+van de ontvoering, blies alarm, en de vluchtelingen werden spoedig
+achtervolgd door zeven colonnes ruiters.
+
+De afstand tusschen de vluchtelingen en de Mooren werd steeds kleiner,
+maar op het kritieke oogenblik herkende Melisenda het paard waarop
+zij reden als dat van Roland, en zij herinnerde zich, dat wanneer
+men zijn buikriem losmaakte, zijn borstharnas opende en de sporen in
+zijne zijden drukte, men hem zonder eenig gevaar voor de berijders
+over elke hindernis kon laten heenspringen. Haastig deelde zij haar
+echtgenoot dit mede, en toen hij op haar aanwijzing gehandeld had,
+stuurde hij het ros naar de stadsmuur, waar het met het grootste gemak
+over heensprong. Toen de Mooren dit zagen, gaven zij natuurlijk de
+verdere vervolging op. Kort daarna keerden Gayferos en zijn vrouw te
+Parijs terug, en hun verder leven was even gelukkig als hun verleden
+droevig was geweest.
+
+
+
+GRAAF ALARCOS.
+
+Somber, tragisch en vol afwisseling is de geschiedenis van Graaf
+Alarcos, een romance van een onbekend schrijver. Zij werd in het
+Engelsch vertaald door Lockhart en door Bowring, en beide vertalingen
+hebben veel overeenkomst met elkaar, daar de bewerkers grooten eerbied
+toonden voor den geest van het origineel. De romance begint met den
+eenvoud, die de ware tragedie kenmerkt. De Infante Soliza, een dochter
+van den Koning van Spanje, was in het geheim gehuwd met Graaf Alarcos,
+maar hij had haar verlaten terwille van een andere vrouw, bij wie
+hij verscheidene kinderen had. In haar wanhoop en schaamte over haar
+verleiding, trok de ongelukkige prinses zich van de wereld terug,
+en bracht hare mooiste levensjaren in groote droefheid door. Haar
+koninklijke vader, die niets van dit geheime huwelijk wist, vroeg
+haar naar de oorzaak van haar leed, en zij antwoordde hem, dat zij
+treurde omdat zij niet gehuwd was zooals andere vrouwen van haar rang.
+
+Dochter, antwoordde de Koning, dat is mijn schuld niet. Heeft de
+edele Prins van Hongarije U niet ten huwelijk gevraagd? Ik ken in
+Spanje geen edelman, die zoo hoog in rang is, dat hij u zou kunnen
+huwen, behalve Graaf Alarcos, en deze is reeds getrouwd.
+
+Helaas, zeide de Infante, het is juist Graaf Alarcos die mijn hart
+gebroken heeft, want hij had gezworen, mij te huwen en hij beloofde
+mij zijn trouw, lang voordat hij met een ander in het huwelijk trad.
+
+Geruimen tijd zat de Koning in gedachten verzonken; eindelijk sprak
+hij: Groot is uw schuld, mijn dochter, want nu is het koninklijk
+geslacht van Spanje in de oogen van iedereen geschandvlekt.
+
+Toen werd de ziel der Infante bevangen door moorddadige jalousie,
+en zij riep uit: Maar de Gravin kan sterven! Moet er schande over
+mij komen, opdat zij gelukkig kan leven? Strooi het bericht uit, dat
+ziekte een eind aan haar leven gemaakt heeft, dan kan Graaf Alarcos
+nog met mij trouwen.
+
+Wanhopig over de schande zijner dochter, noodigde de Koning Alarcos
+op een feestmaal uit, en toen zij alleen waren, begon hij over zijn
+misdaad tegenover de Infante.
+
+Is het waar, Don Alarcos, vroeg hij, dat gij mijn dochter trouw
+beloofd hebt, en dat gij haar hebt bedrogen? Luister dan goed
+naar mij: Uw vrouw neemt de plaats in, die mijn dochter toekomt:
+zij moet dus sterven. Neen, ga niet weg! Verspreid het bericht, dat
+zij aan een ernstige ziekte gestorven is, en dan moet gij de Infante
+huwen. Gij hebt schande gebracht over uw Koning, en hij eischt van
+u het eerherstel, dat gij bij machte zijt te geven.
+
+Ik kan niet ontkennen, dat ik de Infante bedrogen heb, antwoordde
+Alarcos. Maar ik smeek u, heb medelijden, en spaar mijn onschuldige
+vrouw. Straf mij zoo zwaar als gij wilt voor mijn misdaad, maar tref
+mijn vrouw niet.
+
+Het is onmogelijk, antwoordde de strenge oude Koning. Ik zeg u, dat
+zij sterven moet, en dat nog dezen nacht. Wanneer het wapenschild van
+een Koning bevlekt is, doet het er niet toe, of het bloed, dat deze
+vlek moet uitwisschen, schuldig of onschuldig is. Ga heen, en volg
+mijn bevel op, of gij zult uw misdaad met uw leven betalen.
+
+Beangst door de gedachte aan een verradersdood, want zulk een einde
+was het vreeselijkste, wat een Castiliaansch edelman zich kon denken,
+stemde Alarcos erin toe, het bevel des Konings uit te voeren, en hij
+reed naar huis, wanhopig, en gekweld door het vreeselijkste berouw. De
+gedachte, dat hij de vrouw zou moeten dooden, die hij zoo innig lief
+had, de moeder zijner drie mooie kinderen, maakte hem waanzinnig
+van smart; en toen hij haar bij de poort van zijn kasteel ontmoette,
+vergezeld van hare kinderen, en zoo onverholen toonende, hoe verheugd
+zij was over zijn terugkeer, trok hij zich uit haar liefkoozing terug,
+en hij kon slechts stamelen, dat hij slecht nieuws had, dat hij haar
+in haar kamer zou mededeelen.
+
+Zij nam haar jongste kind bij de hand, en bracht hem naar hare
+vertrekken, waar het avondmaal was neergezet. Maar Graaf Alarcos kon
+eten noch drinken, en hij legde het hoofd op de tafel en schreide,
+alsof zijn hart zou breken. Toen herinnerde hij zich zijn vreeselijk
+voornemen, hij grendelde de deuren, en plaatste zich met overelkaar
+geslagen armen voor zijn vrouw, om zijn zonde te bekennen.
+
+Lang geleden heb ik een jonkvrouw liefgehad, zeide hij. Ik beloofde
+haar trouw, en sloot een geheim huwelijk met haar. Zij is de dochter
+des Konings. Zij eischt mij voor zich op, en wil, dat ik mijn belofte
+aan haar nakom. De Koning, wee mij, dat ik het zeggen moet! heeft
+bevolen, dat gij sterven moet, en dat nog dezen avond. Wat, riep de
+gravin verschrikt, is dit de belooning voor mijn trouwe liefde voor u,
+Alarcos? Waarom moet ik sterven? O, zend mij terug naar mijn ouderlijk
+huis, waar ik in vrede en vergetelheid leven kan, en mijn kinderen
+kan opvoeden, zooals ik dat tegenover uwe kinderen verplicht ben.
+
+Het is onmogelijk, antwoordde de rampzalige Graaf; ik heb mijn
+woord gegeven.
+
+Ik heb geen vrienden in dit land, riep de ongelukkige vrouw uit,
+maar laat mij tenminste mijne kinderen kussen, voordat ik sterf.
+
+Gij moogt het kleintje, dat aan uw borst rust, omhelzen, kermde
+Alarcos; de andere kinderen moogt gij niet meer zien. Maak u gereed
+om te sterven.
+
+De veroordeelde Gravin kuste haar kindje, prevelde een Ave, stond op
+en smeekte haar hardvochtigen echtgenoot, goed voor de kinderen te
+zijn. Zij schonk hem vergiffenis, maar legde op den Koning en zijn
+dochter de vreeselijke vloek, die in de middeleeuwen onder het volk
+bekend was als Het Gericht der Stervenden, waarvan zoo menigmaal
+werd gebruik gemaakt door hen, die onschuldig ter dood veroordeeld
+waren. Door middel van deze vervloeking riep het slachtoffer zijn
+moordenaars op, om binnen dertig dagen met hem voor Gods troon
+te verschijnen, om zich voor het aangezicht van hun Schepper te
+verantwoorden over hun misdaad.
+
+De Graaf worgde zijn vrouw met een zijden zakdoek en toen de
+afschuwelijke daad volbracht was, en zij verstijfd terneder lag,
+riep hij zijne vasallen te zamen, en gaf hij zich over aan zijn
+groote droefheid.
+
+Binnen twaalf dagen stierf de wraakgierige Infante onder vreeselijke
+pijnen; acht dagen later gaf de hardvochtige Koning den geest, en
+voordat de maand voorbij was, overleed ook Graaf Alarcos. Wreed
+en tragisch als een Grieksch treurspel is de geschiedenis van
+Alarcos. Maar bij het lezen ervan, en onder den indruk van de
+diepe ontroering, die zich daarbij van ons meester maakt, kunnen
+wij er moeilijk een legende in zien, en wij weten niet, voor wie
+wij den grootsten afschuw gevoelen: voor de wraakgierige Prinses,
+den wreeden Koning of den laffen echtgenoot, die zijn liefhebbende
+en trouwe gade opofferde aan het merkwaardige begrip van eer,
+dat onder de edellieden van dien tijd heerschte, en waarvoor bijna
+evenveel menschen in den dood zijn gegaan, als voor iederen anderen
+vorm van bijgeloof of fanatisme.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX: DE ROMANCEROS OF BALLADEN.
+
+
+ De Ilias zonder een Homerus.
+
+ Lope de Vega.
+
+
+De naam romancero wordt in het moderne Spaansch eigenlijk uitsluitend
+toegepast op een bepaalden versvorm, een verhalend gedicht, dat
+geschreven is in zestienlettergrepige regels, die alle in eenzelfden
+assonant eindigen. Oorspronkelijk werd het woord gebruikt voor die
+dialecten of talen, die aan het Romaansch of Latijn verwant waren,
+de spreektaal dus van het oude Rome in hare moderne vormen. Later
+duidde men er slechts de geschreven vormen dezer talen mede aan,
+en ten slotte alleen maar den potischen lyrisch-verhalenden vorm,
+zooals wij reeds eerder opmerkten. De romancero verschilt dus van
+de romance hierin, dat zij in verzen geschreven is; en het blijkt
+uit hetgeen hierboven gezegd is, dat de naam romance ontstaan is
+in het overgangstijdperk, toen het woord werd gebruikt voor hetgeen
+geschreven werd in modern Latijnsch-Castiliaansch, Portugeesch,
+Fransch en Provenaalsch, onafhankelijk van de omstandigheid, of
+het proza of pozie was. Wij hebben gezien, dat feitelijk alle echte
+romances--zooals Amadis, Palmerin en Partenopex--in proza geschreven
+waren, maar de romancero was vr alles een verhaal in verzen. Zoo
+behooren de drie verhalen, die wij in het vorige hoofdstuk behandelden,
+tot de groep der romanceros--een versvorm, die, zooals wij zullen zien,
+even geliefd was bij de lagere volksklassen van het Schiereiland
+als de echte romance dat was bij den hidalgo en den caballero. De
+romancero was dus de volksballade van Spanje.
+
+In een vorig hoofdstuk heb ik getracht de verschillende typen van de
+Spaansche ballade of romancero als volgt te schetsen:
+
+1. Die, welke in vroeger tijd uit het volk zijn voortgekomen.
+
+2. Die, welke gebaseerd zijn op gedeelten van de kronieken of cantares
+de gesta.
+
+3. Volksballaden van betrekkelijk laten datum.
+
+4. De latere balladen, die het uitvloeisel waren van een bewuste kunst.
+
+Wij kunnen de Spaansche balladen verdeelen in twee groote groepen:
+
+1. Die, welke uit het volk zijn voortgekomen.
+
+2. Letterkundige producten.
+
+Wat de eerste soort der romanceros betreft, ik heb er evenmin als
+Sancho Panza een oordeel over, hoe oud zij zijn. Over deze vraag zijn
+de tegenstrijdigste beweringen geuit, maar zooals ik reeds gezegd heb,
+het zou al heel verwonderlijk zijn, wanneer geen overblijfselen van
+het oude Castiliaansche volkslied in een veranderden vorm tot ons
+gekomen waren. Ik meen, dat het volkslied een even groote kans heeft,
+bewaard te blijven, als een oude gewoonte of een legende, en wij weten
+hoe deze in bepaalde streken onveranderd bewaard zijn gebleven. Ik zie
+dus niet in, waarom niet een zeker aantal oorspronkelijke Spaansche
+balladen tot ons gekomen zouden zijn in een veranderden vorm, zoodat
+degeen, die ze dichtte ze niet herkennen zou als zijn schepping;
+want ook de dichter van Tom de Rijmer, de oude Schotsche ballade,
+zou zijn werk niet meer herkennen, wanneer hij het in den lateren
+vorm weer onder de oogen zou hebben gekregen.
+
+Welke geleerde argumenten, hetzij oudheidkundige, of taalkundige, men
+hiertegen ook zou aanvoeren, niemand zal mij deze overtuiging kunnen
+ontnemen. Voor sommige menschen is de oudheid een warm en levend iets,
+een wereld, waarvan zij de paden en gewoonten beter kennen dan van de
+wereld, waarin zij nu leven. Voor anderen is de oudheid--een museum. Ik
+heb niets tegen de beheerders van dat museum, en ik lees met genoegen
+hunne boeken, die een land beschrijven, dat door weinigen van hen
+bezocht is. Maar wanneer zij er op staan, een bewijs te weerleggen,
+dat geleverd is door een instinct, dat zij missen, dan worden zij
+vervelend. De oudheidkunde heeft, evenals de kunst, hare ingevingen,
+haar hoogere visie, en het is betreurenswaardig, dat zij, die deze
+intuitie missen, de juistheid hunner opvatting willen bewijzen door
+doode logica.
+
+Daarom zal ik niets meer zeggen over den ouderdom der balladen van
+het Oude Spanje, maar wil ik slechts met Sancho Panza opmerken,
+dat zij te oud zijn om te liegen. Ik heb duidelijk aangetoond,
+dat voor een aantal balladen de stof werd geput uit de kronieken
+en cantares, een omstandigheid, die op zichzelf al pleit voor hun
+betrekkelijk hoogen ouderdom. Wij zullen ons hier niet bezighouden
+met de latere kunstmatige imitaties van Gngora en Lope de Vega
+en met andere producten van eenzelfde soort. Wij kunnen ten
+slotte slechts de Spaansche balladen nemen, zooals wij ze in de
+cancioneros vinden. Evenals de balladen van Schotland en Denemarken
+zijn de Spaansche balladen eeuwen geleden verzameld en uitgegeven,
+en in de bladzijden der cancioneros is oud en nieuw, volkslied en
+letterkundig product, zonder eenig oordeel des onderscheids bijeen
+gevoegd. Laat ons dus de geschiedenis dezer cancioneros eens nader
+beschouwen, deze schatkamer der dichtkunst van een volk, en laat ons
+hun ontwikkelingsgang volgen, om te komen tot de Spaansche ballade in
+het algemeen. Wanneer wij dit hebben gedaan, kunnen wij hun oorsprong
+behandelen met kritisch oordeel en met juist begrip.
+
+
+
+DE CANCIONERO GENERAL.
+
+Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van
+Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of
+het Algemeen Liederenboek, zooals men het zou kunnen noemen,
+verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een
+zekeren Fernando del Castillo. De balladen, die er in voorkomen zijn,
+noch naar tijdsorde, noch naar inhoud, stelselmatig gerangschikt,
+ofschoon de voortbrengselen der verschillende schrijvers gescheiden
+zijn gehouden. Er volgden verscheiden nieuwe uitgaven van dit werk,
+en telkens wanneer de verzameling werd uitgebreid, werd het nieuwe
+gedeelte achter het oude gevoegd. De verzameling bestaat voor het
+grootste gedeelte uit de balladen van schrijvers uit de vijftiende
+en het begin der zestiende eeuw, zooals Tallante, Nicolas Nez,
+Juan de Mena, Porticarrero en den nog ouderen Markies de Santillana.
+
+Het eerste gedeelte van het werk wordt ingenomen door geestelijke
+liederen (obras de devocin). Deze zijn eentonig en zeer fanatiek. De
+daarop volgende zedelijke liederen zijn al evenmin aantrekkelijk; zij
+geven zinnebeeldige voorstellingen van deugden en ondeugden volgens
+de opvattingen van een schoolsche filosofie. De liefdesgedichten
+uit de verzameling zijn meer eenvoudig dan potisch; er ontbreekt
+diep gevoel aan en er is iets kouds en kunstmatigs in het eeuwig
+herhalen van uitdrukkingen van vurige hartstocht en uitbundig leed
+over ongestild liefdesverlangen, vermengd met een pseudo filosofisch
+beroep op het verstand. Toch ontbreken ook de vroolijke, sierlijke
+liefdesliedjes niet in dezen bundel, zooals bv. Muy ms clara que
+de luna van Juan de Meux, of Pensamienti, pues mostrays, van Diego
+Lopez de Haro. Maar ook deze ontaarden in een wijsgeerige verhandeling,
+en het teedere gevoel, waaruit zij geboren zijn, en waarvan hun aanvang
+getuigde, loopt uit in vervelende en onbeteekenende redeneeringen.
+
+Boeiender zijn de canciones of lyrische gedichten, die al iets
+moderner zijn, en reeds een eigen karakter en metrischen vorm
+vertoonen. Zij bestaan gewoonlijk uit twaalf regels, en zijn in twee
+gedeelten gescheiden. De eerste vier regels bevatten de gedachte
+waarop het gedicht is gebaseerd, en die in de acht volgende
+regels wordt uitgewerkt of toegelicht. De Cancionero General
+bevat honderdzesenvijftig van deze gedichtjes, en sommige daarvan
+behooren tot het beste uit den geheelen bundel. Waarschijnlijk is hun
+beknoptheid wel de voornaamste oorzaak van hun potische waarde. Een
+daaraan verwante vorm is de villancico, een versje van gewoonlijk
+drie of vier regels, een invallende gedachte, een gedichtje, waarin
+een vluchtige ontroering is vastgelegd.
+
+
+
+DE ROMANCERO GENERAL.
+
+De titel Romancero General werd gegeven aan verscheiden verzamelingen
+van Spaansche liederen en verhalende berijmde romances, die in de
+zeventiende eeuw en later zijn uitgegeven. Alleen de oudere hiervan
+komen in aanmerking voor een nadere beschouwing. De eerste bundel
+der verzameling van Miquel de Madrigal verscheen in 1604; een ander
+werk, dat meer dan duizend romances bevat, en dat denzelfden naam
+draagt, werd in hetzelfde jaar uitgegeven. Zeer belangrijk is ook de
+verzameling van Pedro de Flores (1614). Dit is een bloemlezing, die
+blijkbaar is samengesteld door een boekhandelaar, maar dat doet niets
+af aan de waarde van het geheel; onjuist is echter de bewering van
+den uitgever, dat deze verzameling alle Spaansche romanceros bevat,
+want wij vinden er geen enkel gedicht uit de Cancionero General
+in. Al deze bundels bevatten een groot aantal liefdesliederen van de
+soort waarvan de Cancionero General er zoovele geeft; maar deze zijn
+voor ons niet van groote beteekenis, en onze belangstelling gaat
+meer uit naar de echte romanceros. Deze stammen voor het grootste
+gedeelte uit de vijftiende eeuw, en zij handelen voornamelijk over
+de burgeroorlogen van Granada, het laatste Moorsche Vorstendom in
+Spanje, en over de heldhaftige en ridderlijke avonturen van Moorsche
+ridders. Het is in dit werk, dat wij voor het eerst een Moorsch element
+in de Spaansche letterkunde waarnemen, waarover wij reeds in een vorig
+hoofdstuk spraken; maar daarmede willen wij volstrekt niet zeggen,
+dat deze gedichten een navolging waren van Moorsche pozie. Maar er
+zijn ook vele Castiliaansche onderwerpen en verhalen in te vinden,
+zooals alles wat betrekking heeft op Roderick, Bernaldo de Carpio,
+Fernn Gonzlez, de Infantes van Lara en de Cid. De meeste dezer
+verhalen zijn geschreven door menschen uit het volk, de laatste
+vertegenwoordigers van het geslacht der jglares, die de cantares de
+gesta [24] hadden gedicht of voorgedragen.
+
+Van alle moderne critici is James Fitzmaurice Kelly zeker wel degeen,
+die het best op de hoogte is, waar het de romancero betreft. In
+zijn knap werk over Spaansche letterkunde voert hij ons door de
+belangrijkste provincies van het rijk der Spaansche dichtkunst,
+en wijdt hij aan de romancero ongeveer veertig bladzijden, die,
+zoowel om het kritisch oordeel als om de conclusies, waartoe hij komt,
+interessant zijn. Hij put zijn stof uit Lockhart's Spaansche Balladen,
+en levert een geestige kritiek op de verzameling van den Schotschen
+vertaler. Een betere handleiding voor den Engelschsprekenden lezer
+zou moeilijk gevonden kunnen worden, want het boek van Lockhart is
+algemeen bekend, en werd in den tijd van Koningin Victoria in de
+woning van bijna elk ontwikkeld Engelschman aangetroffen. Wij zullen
+dus het voorbeeld van Kelly volgen, en uit de vertalingen van Lockhart
+de balladen, die ons het belangrijkst voorkomen, wat het onderwerp
+en de bewerking betreft, aan een nadere beschouwing onderwerpen. In
+navolging van Depping verdeelt Lockhart zijn hoofdstuk over de
+balladen in drie paragraphen: een Historisch, een Moorsch en een
+Romantisch gedeelte. Met de eerste twee groepen, of juister gezegd,
+met de onderwerpen daarvan, nl. Koning Roderick en Bernaldo de Carpio,
+hebben wij in een vorig hoofdstuk reeds kennis gemaakt.
+
+
+
+DE CIJNS DER MAAGDEN.
+
+Deze ballade heeft tot onderwerp den eisch van den Moorschen Vorst
+Abderahman, dat hem jaarlijks honderd Christenmaagden zouden worden
+gebracht. Koning Ramiro weigerde aan dezen schandelijken eisch te
+voldoen en trok ten strijde tegen den Moor. Twee dagen lang werd
+er gevochten bij Alveida en aan het einde van den eersten dag had
+het er allen schijn van, dat de Saracenen tengevolge van de strenge
+discipline die in hun leger heerschte, de overwinning zouden behalen
+over de Castilianen. Maar in den nacht verscheen de schutspatroon
+van Spanje, St. Jago, den Koning in den droom, en hij beloofde hem
+voor den volgenden dag zijn bijstand op het slagveld. Des morgens
+werd de strijd hervat, en de Heilige voerde, zooals hij beloofd had,
+het Spaansche leger aan, zoodat de Saracenen verslagen werden. Daarna
+werd de cijns der maagden nooit meer betaald.
+
+De vertaling van Lockhart blijft ver beneden het oorspronkelijke
+gedicht, en Kelly wijdt er dan ook slechts weinig woorden aan.
+
+
+
+GRAAF FERNN GONZLEZ.
+
+De ontvluchting van Graaf Fernn Gonzlez, waarvoor de stof is geput
+uit de oude Estoria del noble caballero Fernn Gonzlez, een populaire
+bewerking van de Cronica General (1344), is van lateren datum dan twee
+andere balladen, die volgens Kelly en anderen verloren zijn gegaan. Aan
+den naam van dezen ridder is een schat van legenden verbonden, en een
+reeks van romanceros werden door hem genspireerd. Maar moeten wij
+daarom aannemen, dat in elk geval, waarin een beroemde persoonlijkheid
+het onderwerp van balladen is, deze onveranderlijk zijn voortgekomen
+uit n groot heldendicht, dat zich heeft opgelost in kleinere
+volksliederen? Is er n zeker bewijs voor de veronderstelling,
+dat zulk een proces ooit heeft plaats gehad? En geeft het ontbreken
+van zulk een bewijs eenige zekerheid, dat het tegendeel het geval
+was? Praktische dichters (Voor zoover een dichter ooit praktisch zijn
+kan) staan eenigszins afwerend tegenover deze stelling: zij erkennen
+een principieel verschil tusschen den geest van het heldendicht en
+dien van het volkslied, en zij zijn van oordeel, dat in het geval,
+waarin beide hetzelfde onderwerp bezingen, de keus een toevallige was,
+en niet het noodzakelijk gevolg van een natuurlijk ontwikkelingsproces.
+
+Fernn Gonzlez had zijn romantische reputatie voornamelijk te
+danken aan zijn vrouw, die hem bij tenminste twee gelegenheden uit de
+gevangenis verloste. In de ballade, die deze gebeurtenissen beschrijft,
+wordt zij voorgesteld als een trouwe, liefhebbende gade, en een ware
+heldin. Gonzlez was door zijne vijanden gevangen genomen en naar een
+vesting in Navarra gebracht. Een Moorsch ridder, die door dat land
+reisde, verzocht den gouverneur van het kasteel om een onderhoud met
+den gevangene, en daar hij hem een groote som aanbood, liet de hooge
+beambte zich gemakkelijk omkoopen. Toen het onderhoud geindigd was,
+vertrok de ridder weer, en hij begaf zich naar het paleis van Koning
+Garcia van Navarra, die Gonzlez had laten gevangen zetten. Een van
+de beschuldigingen tegen den gevangene schijnt te zijn geweest, dat
+hij Garcia om de hand zijner dochter had gevraagd, en het was tot
+deze prinses, die den gevangene heimelijk liefhad, dat de ridder de
+volgende woorden sprak:
+
+
+ De Mooren mogen juichen, maar groot is Spanje's leed:
+ Zijn ridder is gevangen, die voor Castili streed.
+ De Mooren overstroomen als een rivier het land,
+ Vervloekt de Christenkoning, die bindt Gonzlez hand.
+
+
+In het holst van den nacht stond de Infante op en zij begaf zich geheel
+alleen naar het kasteel, waar Gonzlez gevangen zat; daar bood zij
+den gouverneur zulk een groote som aan, dat hij voor de verzoeking
+bezweek en het zijn gevangene mogelijk maakte te vluchten. Maar de
+handen van den held waren nog steeds geboeid, en toen het paar werd
+aangehouden door een jager-priester, die dreigde hun verblijfplaats
+aan de houtvesters van den Koning te verraden, indien de Infante zich
+niet aan hem gaf, was Gonzlez niet in staat, hem te straffen zooals
+hij dat verdiende. Maar toen de ellendeling de prinses omhelsde, greep
+zij hem bij de keel, en Gonzlez raapte de speer op, die hij had laten
+vallen, en doodde hem daarmede. Eenigen tijd daarna ontmoetten zij een
+afdeeling van zijne eigen manschappen, en hiermede eindigt de nacht,
+die zoo rijk was aan gebeurtenissen.
+
+
+
+DE INFANTES VAN LARA.
+
+Er zijn weinig Spaansche romanceros, die een treffender en tragischer
+onderwerp behandelen dan den moord van de ongelukkige Infantes
+of Prinsen van Lara, door hun verraderlijken oom, Ruy of Roderigo
+Velsquez. Fitzmaurice Kelly veronderstelt, dat n dezer romanceros
+is ontstaan uit een verloren heldengedicht, dat tusschen 1268 en
+1344 werd geschreven, of misschien wel uit een verloren imitatie
+van dit verloren heldengedicht. Het lijkt mij vreemd toe, dat al
+deze gedichten verloren zouden zijn gegaan. Verder beweert hij, dat
+Lockhart van krachtiger balladen gebruik had moeten maken om een
+juisten indruk te geven van deze legende, maar ik vind, dat hij met
+deze bewering onrecht doet aan de mooie en levendige vertaling van
+De Wraak van Mudara.
+
+
+ O, vergeefs heb 'k gedood de Infantes van Lara,
+ Want een erfgenaam leeft nog, de bastaard Mudara,
+ 't Is het jong van de afvallige, 't heidensche broed:
+ O, moge mijn speer eens vergieten zijn bloed!
+
+
+Wanneer ik deze regels lees, komt de herinnering tot mij, aan een
+groote, rustige kamer, waarvan de kleine vensters uitzien op een
+wildernis van tuinheesters, die gebaad zijn in die onwezenlijke
+gele kleur, die slechts de avondschemering geven kan. Op de tafel
+van wormstekig rozenhout ligt een deel van de Spaansche Balladen,
+in een beschadigden leeren prachtband uit de dagen, waarin zulke
+boeken nog ten geschenke werden gegeven, en slechts voor pronk
+dienden. Als kind van tien jaar was ik deze kamer binnen geslopen,
+dit hemelsch verblijf van rozenbladeren en snuisterijen; en toen ik
+zonder een bepaald doel het boek opende, viel mijn oog op bovenstaande
+dichtregels. Voor het eerst in mijn leven werd ik getroffen door de
+schoonheid van het rhytme, van muziek in woorden. De verzen hechtten
+zich vast in mijn brein. En terwijl ik het boek doorbladerde totdat
+de duisternis viel, scheen het mij toe, dat er niets mooiers denkbaar
+was, dat er geen verzen konden bestaan, waarin zulk een heerlijke gang
+zat. Maar ik had eenmaal uit dezen beker gedronken, en mijne dagen
+en nachten werden een hunkeren naar woorden, die tegelijk muziek
+zouden zijn. Het duurde geruimen tijd voordat ik iets ontmoette,
+dat het heerlijke rhytme van De Wraak van Mudara overtrof of
+zelfs evenaarde. De jaren hebben mij in aanraking gebracht met veel
+schoons, waarnaast mijn eerste ontdekking verbleekte, boeken van een
+fijneren geest, die mij een diepe ontroering gaven; maar geen enkel
+dichtwerk was mij ooit zulk een openbaring als deze bladzijde van
+dit onvergetelijke boek in die onvergetelijke kamer.
+
+De eerste der balladen, waarin Lockhart het onderwerp van de Infantes
+van Lara behandelt, (want het gedicht, waarvan zooeven sprake was,
+volgt op deze ballade) is getiteld: De zeven Hoofden, en beschrijft
+den moord van de ongelukkige prinsen. Uit de Historia de Espaa van
+Juan de Marinia (1537-1624) leeren wij, dat in het jaar 986 Ruy
+Velsquez, Heer van Villaren, te Burgos in het huwelijk trad met
+Donna Lombra, een jonkvrouw van hooge geboorte. Deze gebeurtenis
+werd met schitterende feesten gevierd, en onder de gasten bevonden
+zich Gustio Gonzlez, Heer van Salas en van Lara, en zijne zeven
+zonen. Deze jongelingen uit het geslacht der Graven van Castili,
+waren bekend om hun grooten moed en ridderlijkheid, en allen waren
+zij op denzelfden dag tot ridder geslagen.
+
+Nu wilde het ongeluk, dat er een twist ontstond tusschen Gonzlez,
+den jongsten der zeven broeders, en een zekeren Alvarez Sanchez,
+een familielid der bruid. Donna Lombra achtte zich beleedigd, en
+toen de jonge ridders haar te paard naar het kasteel van haar gemaal
+geleidden, gaf zij, om zich te wreken, n harer slaven het bevel,
+Gonzlez een wilde komkommer, gedoopt in bloed, naar het hoofd
+te werpen, een zware beleediging en een hevige smaad, volgens de
+toenmaals in Spanje heerschende gewoonten en opvattingen. De verborgen
+beteekenis van deze beleediging doet hier niets ter zake. Maar wat
+ook de bedoeling ervan moge geweest zijn, de jonkvrouw, wier oogen
+gesloten waren voor de ruwheid van de eeuw, waarvan zij een sieraad
+was, vernederde zichzelf door deze daad van groote onbeschaafdheid
+meer, dan dat zij het haar vijand deed. Nadat de slaaf haar bevel had
+opgevolgd, zocht hij bescherming tegen de woede der jonge ridders aan
+de zijde zijner meesteres. Maar het hielp hem niets, want de beleedigde
+Infantes doodden hem in de plooien van het feestgewaad der bruid.
+
+Ruy Velsquez, die in vreeselijke woede ontstak over hetgeen hij als
+een beleediging zijn bruid en dus ook hemzelf aangedaan, beschouwde,
+besloot tot een vreeselijke wraakneming. Maar hij verborg zijn plan op
+listige wijze voor de jonge edellieden en gedroeg zich tegenover hen,
+alsof er niets ernstigs gebeurd was. Eenigen tijd daarna belastte
+hij Gustio Gonzlez, den vader van de zeven jonge ridders, met een
+zending naar Cordova. Het doel dezer reis was schijnbaar geld voor
+hem in ontvangst te nemen van den schatplichtigen Moorschen Koning
+dezer stad; maar Velsquez gaf Gustio een brief mede, die in het
+Arabisch geschreven was, een taal, die hij niet lezen kon, en waarin
+den Saraceenschen bevelhebber verzocht werd, den boodschapper te
+dooden. Maar de Moor was blijkbaar menschlievender dan de Christen,
+en inplaats van te voldoen aan het verzoek, zette hij den niets kwaads
+vermoedenden afgezant in de gevangenis.
+
+Om zijn verdere plannen ten uitvoer te brengen, deed Velsquez een
+schijninval in het Moorsche rijk, waarbij hij zich liet vergezellen
+door de Infantes van Lara en tweehonderd hunner volgelingen. Met
+waarlijk duivelsche slimheid slaagde hij erin, hen in een hinderlaag
+te lokken. Aan alle kanten omringd door Saraceensche troepen, besloten
+zij hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Zij stonden rug aan rug,
+en richtten een gruwelijk bloedblad onder de Mooren aan; en n voor
+n vielen zij, verslagen maar niet overwonnen. Hunne hoofden werden
+door den Moorschen Koning aan Velsquez gezonden als een pand van
+vriendschap, en zij werden in het openbaar vertoond voor de oogen van
+hem en den rampzaligen vader, die was vrijgelaten, opdat Velsquez
+zich zou kunnen verheugen in den aanblik van zijn smart. Toen hij
+op deze wijze voldaan had aan zijn wraaklust, gaf hij den wanhopigen
+vader toestemming naar zijn eenzame haard terug te keeren.
+
+Maar Ruy Velsquez zou zijn gerechte straf niet ontgaan. Terwijl
+Gustio Gonzlez zich in Moorsche gevangenschap bevond, had hij
+liefdesbetrekkingen aangeknoopt met de zuster van den Koning van
+Cordova, en uit deze verbintenis was een zoon, Mudara, geboren. Toen
+de knaap den leeftijd van veertien jaren bereikt had, ging hij, op
+aandringen van zijn moeder, op zoek naar zijn vader; en toen hij hem,
+die nu reeds een man op hoogen leeftijd was, gevonden had, hoorde hij,
+door welk een verraderlijken daad zijne zeven broeders om het leven
+waren gekomen. Vastbesloten tot wraak, wachtte hij rustig zijn tijd
+af, en toen hij ter gelegenheid van een jachtpartij Ruy Velsquez
+ontmoette, doodde hij hem met eigen hand. Daarna verzamelde hij een
+troep dappere mannen om zich heen, en omsingelde met hen het kasteel
+Villaren; hij nam een vreeselijke wraak op Donna Lombra, die hij
+liet steenigen en op den brandstapel ter dood brengen. Na verloop
+van tijd werd hij door de echtgenoote zijns vaders, Donna Sancha,
+als haar zoon aangenomen, en zij erkende hem als erfgenaam van zijn
+vaders bezittingen.
+
+Wij hebben reeds gewezen op de boeiende manier, waarop de Wraak
+van Mudara werd beschreven. De ballade uit Lockhart's verzameling,
+waarin de rampzalige vader de zeven hoofden zijner vermoorde zonen
+aanschouwt, staat lang niet op dezelfde hoogte, wat betreft de kracht
+van uitdrukking.
+
+
+ Mijn lieve, dappre jongens, sprak Lara diep bedroefd.
+ Hoe vreeslijk wordt uw vader op dezen dag beproefd;
+ De zeven liefste knapen, die Spanje ooit bracht voort
+ Zijn door die laffe handen verraderlijk vermoord.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Zacht streelde hij de hoofden, ze kussend keer op keer,
+ En op de blonde lokken vielen zijn tranen neer;
+ Hij sloot hun doode oogen met sidderende hand,
+ Kuste de bleeke lippen, door droefheid overmand.
+ Waart gij naast mij gevallen in glorierijken strijd,
+ Uw vader had geen tranen van zwakheid dan geschreid.
+ O, waart gij toch gestorven den schoonen heldendood,
+ De speer omhoog geheven, van Moorenbloed nog rood!
+
+
+
+HET HUWELIJK VAN JONKVROUW THERESA.
+
+Het Huwelijk van Jonkvrouw Theresa is een half-historische ballade,
+waarin de gedwongen verbintenis behandeld wordt van een Christelijke
+jonkvrouw met een Moorsch vorst. Alfonso, Koning van Leon, wenschte
+zijn bondgenootschap met de heidenen duurzaam te maken, en hij
+besloot daarom zijn zuster, Donna Theresa, op te offeren aan zijne
+politieke doeleinden. Hij baande den weg tot dit verraad door haar
+de verzekering te geven, dat Abdalla, de Koning der Mooren, tot den
+Christelijken godsdienst was overgegaan, en door haar te wijzen op de
+groote voordeelen, die voor haar verbonden waren aan een huwelijk met
+den Saraceenschen vorst. Misleid door deze valsche voorstelling van
+de situatie, stemde de jonkvrouw in dit huwelijk toe, en zij vertrok
+naar Toledo, waar deze echt met groote praal voltrokken werd. Maar
+op den trouwdag kwam Theresa tot de ontdekking, dat haar broeder
+haar schandelijk bedrogen had, en toen zij met den Moorschen vorst
+alleen was, wees zij hem af, en verklaarde, dat zij weigerde anders
+dan in naam zijn vrouw te zijn, zoolang hij en zijne onderhoorigen
+niet tot het Christendom zouden zijn overgegaan. Maar Abdalla lachte
+haar uit en maakte misbruik van haar hulpeloozen toestand. Zooals
+zij voorspeld had, werd hij voor deze schanddaad gestraft met een
+vreeselijke ziekte. Doodelijk verschrikt zond hij Theresa, overladen
+met geschenken, naar haar broeder terug, en zij trok zich terug in
+het klooster St. Pelagius in Leon, waar zij hare verdere levensdagen
+in gebed en vrome werken doorbracht.
+
+
+ Verslagen hoorde zij 't bericht van de overeenkomst aan,
+ Het wreede vonnis, dat haar dwong tot 't vreemde volk te gaan,
+ En hoe zij, hooggeboren maagd, haar Christengodsdienst trouw,
+ Moest trekken naar het heidensch land als Moorsche Koningsvrouw.
+ Maar ach, geen smeeken baatte hier, noch bittre tranenvloed,
+ Toen ging zij, zielsbedroefd en bleek, haar meester tegemoet.
+
+
+Deze ballade dateert uit de zestiende eeuw en schijnt op de historie
+te berusten. Maar Kelly wijst er op, dat de schrijver aan den nen
+kant Almanzor verwart met Abdalla, den gouverneur van Toledo, en
+aan den anderen kant Alfonso V van Leon met zijn vader, Bermudo II,
+waardoor hij eenige chronologische moeilijkheden schept.
+
+Wij zullen de balladen van den Cid overslaan, daar wij aan dezen held
+reeds genoeg aandacht geschonken hebben en dus komen wij nu aan
+
+
+
+GARCIA PREZ DE VARGAS.
+
+Van deze ballade maakt Kelly zich met enkele woorden af, ofschoon
+het mij toeschijnt, dat zij onze aandacht wel waard is. De Vargas
+onderscheidde zich door groote dapperheid bij het beleg van Sevilla
+in 1248. Toen hij op zekeren dag langs de oevers van de rivier
+reed, door slechts n metgezel begeleid, werd hij aangevallen
+door zeven Moorsche ruiters. Zijn metgezel vluchtte, doch Prez
+sloot zijn visier en wachtte de Saraceensche krijgslieden af. Toen
+deze bemerkten wien zij tegenover zich hadden, maakten zij haastig
+rechtsomkeert. Terwijl hij terug reed naar zijn kamp, ontdekte Prez,
+dat hij zijn ceintuur, het onderpand zijner geliefde, verloren had,
+en hij keerde oogenblikkelijk om, om haar te zoeken. Maar ofschoon
+hij zich ver in de gevaarlijke zone waagde voordat hij zijn eigendom
+gevonden had, ontweken de Mooren hem voortdurend, en hij bereikte
+veilig het Spaansche kamp. In de ballade ontrukt Prez de ceintuur
+aan de Mooren, die haar gevonden en op een speer gestoken hadden.
+
+
+ Halt, roovers! halt, gij dieventuig! geeft mij mijn gordel weer!
+ Riep hij, en woedend velde hij de Moorenbende neer.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Toen hij in 't Spaansche kamp verscheen als overwinnend vorst,
+ Bedekte de herwonnen schat zijn trotsche heldenborst.
+ Bloot was zijn hoofd, rood was zijn zwaard, en als een
+ krijgstrophee
+ Bracht hij het afgeslagen hoofd van zeven Mooren mee.
+
+
+
+PEDRO DE WREEDE.
+
+Wij zijn nu gekomen bij de balladen, die de boeiende maar bloedige
+geschiedenis van Pedro den Wreede verhalen. Men heeft menigmaal
+getracht te bewijzen, dat Pedro volstrekt niet zulk een onmensch
+was, als de balladeschrijvers hem ons hebben voorgesteld; maar het
+is waarschijnlijk, dat de zangers het in dezen bij het rechte eind
+hebben, en niet de moderne geschiedschrijvers, die alles gedaan hebben
+om den verafschuwden naam van Pedro te zuiveren. Zijn eerste daad van
+wreedheid was die, welke in De Meester van St. Jago beschreven is,
+en die betrekking heeft op zijn natuurlijken broeder. Bij den dood van
+dien edelman vluchtte zijn vader, die het wraakzuchtige karakter van
+Pedro kende, naar de stad Coimbra in Portugal. Maar daar hij vertrouwde
+op de plechtige verzekering van Pedro, dat hij hem geen geweld zou
+aandoen, nam hij diens uitnoodiging aan, om naar het Hof van Sevilla
+te komen, waar grootsche tournooien zouden worden gehouden. Zoodra
+hij echter was aangekomen, werd hij heimelijk ter dood gebracht,
+naar men gelooft, op aandringen van Pedro's minnares, Maria de Padilla.
+
+De ballade verhaalt, hoe Pedro later de valsche Maria de Padilla
+gevangen liet zetten, maar er is geen enkel zeker bewijs,
+dat zij de aanstichtster was van de misdaad, of dat zij ervoor
+gestraft werd. Fitzmaurice Kelly is van oordeel, dat de romance
+ontegenzeggelijk dramatische kwaliteiten bezit; indien hij gesproken
+had van melodramatische kwaliteiten, zouden wij ons beter met zijn
+oordeel kunnen vereenigen.
+
+Het staat vast, dat Pedro schuldig was aan den gewelddadigen dood van
+de jonge en onschuldige Prinses Blanche de Bourbon, die hij gehuwd
+en dadelijk na het huwelijk verlaten had, zegt Lockhart. Maar of
+hij wl of niet zijn koningin vermoordde, zijn bijzit, Maria de
+Padilla, was in geen geval medeplichtig aan deze misdaad, waarvan
+de ballade haar beschuldigt; en het is duidelijk, dat de verzen, die
+op haar betrekking hebben, geschreven zijn met oneerlijke politieke
+bedoelingen. Mariana, die betrouwbaar geacht mag worden, verhaalt,
+dat Pedro's gedrag tegenover zijn koningin de verontwaardiging
+opwekte van velen zijner edelen, die een geschreven protest bij hem
+indienden. Pedro met zijn heftig en bloeddorstig karakter, ontstak
+in woede over hetgeen hij beschouwde als een ongepaste inmenging in
+zijne persoonlijke aangelegenheden, en hij gaf oogenblikkelijk bevel,
+zijne ongelukkige echtgenoote in de gevangenis door vergif om het
+leven te brengen. De ballade beschrijft echter, hoe Pedro en zijn
+minnares te zamen den moord op de ongelukkige Koningin beramen.
+
+In De Dood van Pedro krijgen wij de bloedige beschrijving van den
+vreeselijken strijd tusschen de koninklijke broeders. Pedro, die
+door Henrico van Trastamara, zijn natuurlijken broeder, is gevangen
+genomen, wordt op laffe wijze door dezen beleedigd, en vliegt hem,
+in een uitbarsting van dierlijken moed en koninklijke woede, naar de
+keel. Met stomheid geslagen bij den aanblik van het gevecht op leven
+en dood tusschen vorst en overweldiger, kijken Henrico's mannen, onder
+wie de beroemde Du Guesclin, toe. Pedro houdt den Heer van Trastamara
+tegen den grond, en hij heft zijn dolk op om toe te stooten. Maar Du
+Guesclin wendt zich tot den page van Henrico: Laat gij uw meester
+z sterven, gij, die zijn brood eet! roept hij schamper uit. De
+schildknaap werpt zich op Pedro, omklemt zijne armen en trekt hem
+van Henrico weg, zoodat deze zich kan opheffen, en een opening kan
+zoeken in het pantser van den Koning. Dan stoot hij zijn dolk diep
+in het wreede hart. De moordenaar, de vriend van Joden en Saracenen,
+is gedood. Zijn hoofd wordt afgeslagen, en zijn trotsch lichaam door
+paardenhoeven vertrapt.
+
+
+ Z dreigend staren Pedro's doode oogen nog zijn broeder aan,
+ Z onheilspellend, of hij tot de wrake op zal staan!
+ Daar staat de broeder met het Cainsteeken, bloedig rood;
+ Ach Pedro waar' zijn Cain, had' hij hem niet eerst gedood.
+
+
+zegt de ballade. Zijn deze wreede oogen werkelijk dood? Zie ik
+er geen dreiging in? Mijn handen zijn rood van het bloed mijns
+broeders, maar het is slechts toeval, dat de zijne niet bevlekt
+zijn met mijn bloed. Dit gedeelte van het gedicht is treffend om de
+atmosfeer van doodelijke kilte, die volgt op het oogenblik van den
+moord--beangstigend, beklemmend. Ook de diepe droefheid der minnares
+van den Koning is goed geteekend:
+
+
+ Wanhopig blikt zij dan omlaag, haar wangen brandend heet,
+ Eerst ziet zij naar Henrico's kroon, en naar zijn vorstlijk kleed;
+ Dan staart zij op 't verscheurd gewaad, dat nauwelijks bedekt
+ Het lijk van Pedro, marmerkoud, vertrapt, met bloed bevlekt.
+
+
+
+DE MOOR REDUAN.
+
+Wij slaan De Heer van Brutayo en De Koning van Arragon over, en
+komen dan aan de ballade, die tot titel heeft: De Moor Reduan, een
+gedicht, dat betrekking heeft op het beleg van Granada, de laatste
+vesting der Mooren. Het is de eerste van een groep balladen, die
+romanceros fronterizos of grensromances genoemd worden, en die,
+zooals wij reeds opmerkten, sterk onder Moorschen invloed staan. Het
+is zelfs zeer goed mogelijk, dat zij in meerdere of mindere mate
+een nabootsing waren van de Moorsche dichtkunst, of dat zij zelfs
+de gegevens eruit putten. In zijn verhandeling over de romancero
+zegt Kelly: Men kan er Lockhart natuurlijk geen verwijt van maken,
+dat hij de ballade getrouw uit het oorspronkelijke vertaalde; van
+ieder schrijver, die op het oogenblik een nieuwe vertaling ervan
+zou willen geven, zou hetzelfde verlangd mogen worden. Maar hij
+zou het zeker noodig oordeelen, in een noot het resultaat neer te
+leggen van de onderzoekingen, die in den tijd van Lockhart nauwelijks
+begonnen waren. Het is nu wel zeker, dat Prez de Hita twee romanceros
+door elkander werkte, en dat de verzen van het vierde gedeelte van
+Lockhart's vertaling:
+
+
+ Zij trokken met ontplooide vaandels door Elvira's poort,
+
+
+thuis hooren in een ballade, die betrekking heeft op de veldtocht van
+Boabdil tegen Lucena in 1483. Lockhart wist zeer goed, dat het gedicht
+niet homogeen was; want hij zegt: Het volgende is een vertaling van
+bepaalde gedeelten van twee balladen, maar hij schijnt niet te hebben
+geweten, dat n dezer gedeelten handelde over de tocht van Boabdil. En
+juist dit gedeelte behoort tot het allerbeste uit het gedicht.
+
+
+ Tulbanden groen en sierlijk, en kaftans hel getint,
+ De pluimen en de veeren, ze wapp'ren in den wind;
+ De kromme zwaarden schitt'ren, 't is glans, waarheen men ziet.
+ De dapp're harten zingen een heerlijk strijderslied.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X: DE ROMANCEROS OF BALLADEN (VERVOLG).
+
+
+ Daar was rumoer in Granada, des avonds bij 't gebed:
+ Want de n riep de Drieenheid aan, de ander Mahomed;
+ Hier stierf een trouwe Moor--daar werd een Christenkind geboren;
+ Hier klonk de Christenkerkklok en daarginds de Moorsche horen.
+
+
+Deze regels geven ons een duidelijk beeld van de verwarring, die
+volgde op de vlucht der Mooren uit Granada, de laatste vesting der
+Saracenen in Spanje; deze stad werd ingenomen door het zegevierende
+leger van Ferdinand en Isabella op den zesden Januari 1492, het jaar
+van de ontdekking van Amerika. Het verdere gedeelte der ballade is
+vrij onbeduidend, en dus zullen wij er niet langer bij stilstaan.
+
+
+
+DON ALONZO DE AQUILAR.
+
+Na den val van Granada beijverden Ferdinand en Isabella zich, om de
+Mooren uit deze provincie tot het Catholicisme te brengen. De meesten
+der overwonnen heidenen gehoorzaamden, ten minste uiterlijk, aan het
+koninklijk decreet; maar in de Sierra van Alpuxarra bleef het onder de
+Mooren gisten, en zij weigerden den doop te ontvangen uit de handen
+der priesters, die gezonden waren om hen te bekeeren. Ten slotte
+werd er een koninklijk bevel uitgevaardigd, dat de onwilligen met
+geweld van wapenen moesten worden gedwongen tot het ondergaan van de
+plechtigheid. De Mooren boden eenigen tijd weerstand met den koppigen
+moed, die hun ras eigen is, maar ten slotte werden zij onderworpen
+en bijna uitgeroeid. Hun ondergang ging echter gepaard met zware
+verliezen aan de zijde van hunne quasi-weldoeners, onder wie n
+der voornaamsten was Don Alonzo de Aquilar, de broeder van Gonzalvo
+Hernndez de Cordova de Aquilar, die wijdvermaard was onder den naam
+van Den Grooten Kapitein. Maar de ballade houdt zich niet aan de
+historie, want zij laat Aquilar sterven vr den val van Granada,
+terwijl hij in werkelijkheid eerst in 1501 is gestorven. Fitzmaurice
+Kelly besluit hieruit, dat de romance eerst geschreven werd, lang
+nadat de inneming der stad plaats greep, toen de bijzonderheden reeds
+vergeten waren. Maar waarom zouden wij een geheel volk laken om
+iets, dat misschien een lapsus memoriae is geweest van een enkelen
+balladeschrijver? En zou Kelly n enkele ballade kunnen aanwijzen,
+die uit het volk is voortgekomen, en waarvan de bijzonderheden den
+toets van een nauwkeurig geschiedkundig onderzoek kunnen doorstaan?
+
+Lockhart geeft van deze ballade een vertaling, die, zooals dat meestal
+met hem het geval is, goed begint, maar eindigt in een bewerking,
+die zoo goed als geen overeenkomst heeft met het Spaansche origineel.
+
+
+ Fernando, Spanje's hooge vorst, ligt voor Granada's wallen
+ Met alle grandes van het land, met heel zijn staf vazallen;
+ En met Castili's ridderschaar in al haar hoofsche pracht,
+ Jaagt hij Boabdil van de poort, verslaat diens legermacht.
+
+
+Wij komen nu tot een serie gedichten, die door Lockhart
+
+
+
+DE MOORSCHE BALLADEN
+
+worden genoemd. Wij hebben het vraagstuk van de meerdere of mindere
+Moorschheid dezer balladen reeds besproken, en wij zullen ze
+dus nu slechts als balladen zonder meer beschouwen. De eerste,
+Het Stierengevecht van Ganzul, is een beroemd gedicht, waarin de
+vaardigheid van den Moorschen ridder Ganzul in de arena beschreven
+wordt; deze ballade draagt een beslist Moorsch karakter:
+
+
+ Almanzor, Vorst van Granada, riep met trompetgeschal,
+ De eedlen samen uit zijn rijk, van heuvel en uit dal.
+ Van Vega, Sierra en Xenil, van vlakten en uit 't woud,
+ Met helm en met kuras van staal en van gedreven goud.
+ -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --
+ Acht dappre ridders uit het land houden zich nu bereid,
+ Wanneer de woeste stieren dan, aanstormen tot den strijd;
+ Maar vr de zon ten middag stijgt, ligt elke Moorsche held
+ Reeds in het zand, want door den stier werd hij terneer geveld.
+
+ Dan dreunt de zware roffel, en dan klinkt de schelle horen;
+ Maakt plaats, maakt plaats voor Ganzul!... de ridder treedt
+ naar voren.
+ Nog feller raast de trommel; laat luid den horen schallen:
+ D'Alcayd van Agalva komt, de dapperste van allen!
+
+
+Hij verslaat de stieren, die op hem worden afgezonden, met uitzondering
+van Harpado, een woest, maar verstandig dier.
+
+
+ Zijn donkre huid glanst in de zon, daaronder kookt het bloed;
+ Zijn felle oogen, wit omringd, zij stralen vuurgen gloed,
+ Als hij het strijdperk binnenraast in ongetemde vaart,
+ Dan gloeien zij in woesten glans als hij den held ontwaart.
+
+
+Maar de trotsche Harpado moet het afleggen tegen den Moorschen ridder,
+die het onderwerp is van zoovele verhalen, die vooral betrekking
+hebben op zijn liefdesverhouding met een Moorsche schoone.
+
+
+
+DE BRUID VAN DEN ZEGRI.
+
+Dit is een ballade, die tot onderwerp heeft de veete tusschen
+twee Moorsche families in Granada, de Zegris en de Abencerrages,
+de Montagues en Capulets uit de laatste Moorsche stad, waarvan de
+val ongetwijfeld verhaast werd door de voortdurende twisten dezer
+adellijke geslachten.
+
+
+ Lisaro is het trotsche hoofd van Zegri's hoog geslacht;
+ Geen is er, die de werpspies voert met zulk een groote kracht.
+ Vanuit zijn grondgebied rijdt hij nog vr de dageraad
+ Van Alcala de Henares in somber rouwgewaad.
+
+
+De jonge Zegri, zoo verhaalt de ballade, is gekleed voor den strijd,
+niet voor een plezierrit of een optocht. Hij draagt dan ook een
+donkere wapenrusting, en zijn paard is in sombere kleuren opgetuigd,
+zoodat hij onopgemerkt door het vijandelijk land kan trekken:
+
+
+ Zijn gordel en 't gevest zijn zwart, maar glanzend is zijn zwaard;
+ Zwart zijn het kleed en 't zal, maar licht de hoeven van zijn
+ paard.
+
+
+Lisaro draagt op zijn muts een lauriertakje, dat zijn geliefde, Zayda,
+hem gegeven heeft:
+
+
+ En telkens keek hij naar de bloem, die hem zijn liefste gaf...,
+ God weet, of ik niet heden nog zal rusten in mijn graf.
+
+
+Maar hij blijft in het leven, en verovert zijn bruid, zooals wij
+lezen in het korte slotcouplet:
+
+
+ De jonge edelman rijdt voort, maar na een korten tijd
+ Treft hij den vijand op zijn pad, en fel ontbrandt de strijd.
+ De Zegri vocht den ganschen dag met woede om zijn bruid,
+ En zegevierend voerde hij haar weg als oorlogsbuit.
+
+
+
+DE BRUILOFT VAN ANDELLA.
+
+Deze kleurrijke ballade is waarlijk Oostersch getint:
+
+
+ Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,
+ Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad tezaam;
+ Hoor naar de zilv'ren tonen van de luiten en guitaren,
+ Naar 't schetterend trompetgeschal, en 't lieflijk spel der snaren,
+ Zie naar de bonte vaandelpracht van venster en balkon,
+ En naar des bruigoms vederbos, die wappert in de zon.
+ Sta op, sta op, Xarifa, kom aan het vensterraam,
+ Zie naar de bonte vlaggen, met heel de stad te zaam.
+
+
+Maar de jonkvrouw wilde niet kijken, want Andella, de bruidegom,
+had zich trouweloos tegenover haar gedragen. De ballade-literatuur
+is niet bepaald een getuigenis van menschelijke standvastigheid. In
+het land der balladen wemelt het van ontrouwe jongelingen, zwarte
+en witte, hoog- en laaggeborenen. Wellicht werd de Engelsche wet
+op het verbreken der trouwbelofte ontworpen door een taalgeleerde,
+die bijzondere studie van de ballade gemaakt heeft; hoe het zij,
+deze wet schijnt een einde te hebben gemaakt aan het schrijven van
+balladen, waarschijnlijk omdat zij de voornaamste voorwaarde daarvoor
+heeft weggenomen.
+
+
+
+ZARA'S OORRINGEN.
+
+Deze ballade draagt het karakter van een volkslied. Misschien is
+zij van Moorschen oorsprong, maar schijn bedriegt wel eens. In ieder
+geval is zij bekoorlijk genoeg om gedeeltelijk te worden weergegeven.
+
+
+ Mijn oorringen, mijn oorringen, zij vielen in de bron,
+ Wist ik maar, wat ik Mua, mijn liefste, zeggen kon!
+ En stil en treurig hoorde zij naar 't zacht fonteingeklater.
+ Zij liggen in de diepe bron, in 't koude, blauwe water.
+ Hij gaf ze mij bij het vaarwel, en kuste mij zoo ter,
+ 'k Weet niet, wat ik hem zeggen moet, komt hij eens tot mij weer!
+
+
+Het meisje besloot eindelijk tot het beste, wat zij in de gegeven
+omstandigheden doen kon, nl. de waarheid te zeggen. Er bestaan
+talrijke romances over dezen Mua, die van hooge geboorte schijnt te
+zijn geweest, evenals Celin of Selin, aan wien Lockhart en Depping
+ook eenige bladzijden gewijd hebben.
+
+
+
+ROMANTISCHE BALLADEN.
+
+Wij zijn nu gekomen aan de romantische balladen, de derde en laatste
+rubriek van Lockharts verzameling. Over De Moor Calaynos hebben wij
+reeds gesproken, evenals over Gayferos en Melisendra. Daarop volgt
+De Droom van Vrouwe Alda, volgens Lockhart een van de schoonste
+balladen van Spanje. Ik kan mij met dit oordeel niet vereenigen en
+geef verre de voorkeur aan Admiraal Guarinos, dat in een mooi en
+martiaal rhytme is geschreven. Guarinos was een admiraal van Karel
+den Groote. In het laatst der vorige eeuw was de toestand van de
+Britsche zeemacht een onderwerp van de allergrootste belangstelling
+onder alle lagen der maatschappij; en toen de schrijver van dit werk
+in zijn jeugd de ballade Guarinos las, maakte hij zich dan ook zeer
+bezorgd over de tuchteloosheid, die er stellig moest hebben geheerscht
+bij de Frankische vloot, gedurende de gedwongen afwezigheid van den
+opperbevelhebber Guarinos, die te Roncevalles door de Saracenen
+gevangen genomen was. Koning Marlotes, in wiens macht hij zich
+bevond, behandelde hem op hoffelijke wijze, maar wilde hem dwingen,
+den Islam te omhelzen, onder de belofte, dat hij hem dan zijne beide
+dochters ten huwelijk zou geven. Maar de admiraal wilde zich niet
+laten omkoopen, en weigerde tot den Mohammedaanschen godsdienst over
+te gaan. Marlotes kreeg dientengevolge een van die hevige driftbuien,
+die het bijzondere voorrecht schijnen te zijn geweest van Oostersche
+potentaten, en hij gaf bevel, dat Guarinos in den diepsten kerker
+van zijn kasteel zou geworpen worden.
+
+Het was een Moorsch gebruik, de gevangenen drie keer per jaar uit
+hun kerker in het daglicht te brengen, tot vermaak en stichting van
+het volk. Bij n dezer gelegenheden, op het feest van Johannes den
+Dooper, had de Koning een groote schietschijf laten oprichten, waar de
+Moorsche edelen onder door moesten rijden, terwijl zij trachtten, haar
+met hunne speren te doorboren. Maar de schijf was z hoog geplaatst,
+dat het geen hunner gelukte, en de Koning, die ontevreden was over
+hun gebrek aan vaardigheid, weigerde het feestmaal te doen beginnen,
+voordat de schietschijf doorstoken was. Guarinos beroemde er zich op,
+de proeve van zijn behendigheid te zullen afleggen, en hij verkreeg
+de koninklijke toestemming, het te probeeren. Men bracht hem dus
+de wapenrusting, die hij in zeven jaren niet gedragen had, en zijn
+oud strijdros.
+
+
+ Zij gespten hem het harnas om, en reikten hem de speer,
+ Zij plaatsten den helm hem op het hoofd, zoo mager en zoo teer.
+ En zij brachten hem zijn liefste paard uit lang vervlogen tijd:
+ Z wachtte hij dan aan de poort, gereed weer tot den strijd.
+
+
+Guarinos fluisterde iets in het oor van het oude paard, en het herkende
+de stem van zijn meester.
+
+
+ Zacht streelde hij het oude ros, licht sprong hij in het zal,
+ En reed, tot waar Marlote zat, in vorstelijke praal.
+ Maar schamper lachte toen de Moor: Heer Ridder, wees gegroet!
+ Rijd naar uw doel, gij dappre held, en toon ons nu uw moed!
+
+ Hoog hief Guarinos toen zijn lans, reed naar den Moorschen vorst,
+ En met een enklen forschen stoot, doorboorde hij diens borst.
+ Rijd snel, Guarinos, vlucht toch snel! rijd! vechtend voor
+ uw leven,
+ Ginds ligt het schoone Frankenland, dat vrijheid u zal geven!
+
+
+Er schijnt eenig verband te bestaan tusschen deze ballade en de
+Fransche romance Ogier de Deen, en Erman vertelt ons, dat zij in
+1828 in Siberi in het Russisch gezongen werd.
+
+
+
+GRAAF ARNALDOS.
+
+Deze mooie ballade, die in de Cancionero van Antwerpen (uitgegeven in
+1555) voorkomt, verhaalt, hoe Graaf Arnaldos op zekeren morgen langs
+het strand wandelde, en getroffen werd door het geheimzinnige gezang
+van een matroos, die zich op een voorbijvarende galei bevond.
+
+
+ Moge 't oog verlangend stralen,
+ Moge 't hart vergaan van wee,
+ Nooit zal meer een stervling hooren
+ 't Lied, dat opstijgt uit de zee.
+
+ Bij het zingen van den zeeman
+ Kwam de woeste storm tot rust,
+ En de aarde lag te droomen
+ Als een maagd, in slaap gekust.
+
+ Helder lichtend rees de zeester
+ Uit haar duister kil gebied
+ En de adelaar bleef zweven
+ Als betooverd door het lied.
+
+ In den naam van God, den Schepper,
+ Kreet Arnaldos, droef en bang,
+ Oude man, ach, wil mij leeren
+ Het geheim van uwen zang.
+
+ Graaf Arnaldos! Graaf Arnaldos!
+ Kom aan boord, vaar met ons mee,
+ Want de zee kan u slechts leeren
+ De geheimen van de zee.
+
+
+Vele kleinere balladen volgen dan, die niet belangrijk genoeg zijn,
+om hier te worden weergegeven. Een bekoorlijke Serenade, overgenomen
+uit de Romancero General van 1604, is zeker niet het werk van een
+eenvoudigen boer.
+
+
+ Alle sterren stralen
+ Aan den hemeltrans
+ In den stroom zich spieglend
+ Met verhoogden glans.
+
+ Kom zoele zuiderzucht,
+ Maar laat geen wolkje komen,
+ Verduisterend de lucht,
+ En Zara's teedre droomen
+ Jagend in ijle vlucht.
+
+
+
+DE GEVANGEN RIDDER EN DE MEREL
+
+verhaalt ons de droefheid van een krijgsman, die in zijn diepen kerker
+niet bemerkt, hoe de jaren wisselen en hoe de maan wast en afneemt:
+
+
+ Ach, droefenis woont in mijn hart, hoe schoon de Mei ook straalt,
+ Ik weet niet, dat de dag ontwaakt, en dat de avond daalt;
+ Ens zong een blijde vogelstem bij 't rijzen van de zon;
+ Dan wist ik, dat de nacht verdween, en dat de dag begon.
+
+
+Een wreede hand had de merel gedood, die de vreugde had uitgemaakt
+van den armen gevangene. Maar de Koning hoorde zijn droeve klacht,
+toen hij langs den kerker wandelde, en hij gaf den ongelukkige de
+vrijheid terug. Wij zullen het droefgeestige Valladolid voorbijgaan,
+dat een beschrijving geeft van het bezoek van een ridder aan het graf
+zijner geliefde, die in deze stad gewoond had. De Ongelukkig-Getrouwde
+Vrouw verhaalt het leed van een dame, wier echtgenoot haar ontrouw
+is, en die zich met een anderen ridder troost. Zij worden verrast
+door haar heer en gebieder, en zij vraagt hem, alsof het vanzelf
+spreekt: Moet ik vandaag nog sterven? en zij smeekt hem, haar onder
+de oranje-appelboomen te begraven. De romance vertelt ons niet, of
+haar laatste wenschen vervuld werden, noch of zij ter dood gebracht
+werd, maar voor een Spaansch publiek der zeventiende eeuw was dit
+waarschijnlijk z vanzelfsprekend, dat het onnoodig was, het nog
+te vermelden.
+
+Dragut geeft het verhaal van een beroemd zeeroover, wiens schip
+in den grond geboord werd door een galei, behoorende aan de Maltezer
+Ridders. Dragut ontkwam aan den dood door naar de kust te zwemmen, maar
+de Christen gevangenen, waarmede zijn boot volgeladen was, verdronken
+allen, met uitzondering van n, wien de ridders een touw toewierpen.
+
+
+ Het was een ridder uit een edel Spaansch geslacht,
+ Die lang gezucht had onder Saraceensche macht.
+ Gedwongen door den wreeden Moor met ijzren hand,
+ Op zee galeislaaf, en een tuinmansknecht aan land.
+
+
+De romancero: Sale la estrella de Venus verhaalt een tragische
+geschiedenis. Een Moorsch krijgsman, die de stad Sidonia ontvlucht was
+om de wreedheid zijner geliefde, die hem bespot had om zijn armoede
+en haar hand aan een ander geschonken had, vervult de lucht met zijn
+droeve klachten. Hij vervloekt de trotsche en wreede jonkvrouw, die
+hem zoo gegriefd heeft. Waanzinnig van smart begeeft hij zich naar het
+paleis van den Alcade, met wien de trouwelooze schoone dien avond in
+het huwelijk zal treden. Het gebouw schittert in een zee van licht,
+en is vervuld van vroolijk gezang.
+
+
+ En de gasten gaan opzijde,
+ Als hij voortschrijdt als een vorst.
+ Wee! hij nadert den Alcade
+ En doorsteekt diens trotsche borst.
+ Ach, het bloed uit diepe wonde
+ Kleurt het vorstelijke kleed.
+ Het paleis weergalmt van klagen,
+ Angstgeschrei en wanhoopskreet!
+ En terwijl de bange klachten
+ Nog weerklinken in de lucht,
+ Is de ridderlijke wreker
+ Naar Medina reeds gevlucht.
+
+
+Wij hebben nu ieder type der Spaansche balladekunst min of meer
+uitvoerig behandeld, en gezien, dat over het algemeen de domineerende
+toon romantisch en ernstig is, een gevolg van de gemoedsgesteldheid
+van een trotsch en fantasierijk volk. Ook zagen wij, dat tal van
+deze gedichten iets typisch Spaansch hebben, en dus raseigenschappen
+vertoonen. Arm Spanje! Hoe menigmaal hooren wij deze uitdrukking
+gebruiken door menschen van het Angelsaksische ras! Zij vergissen
+zich. Wat beteekent materieele armoede voor een volk, dat begaafd
+is met zulk een heerlijke verbeeldingskracht? Arm Spanje! Neen, rijk
+Spanje, schatkamer van een onuitputtelijken rijkdom aan overleveringen,
+van de kostbaarste juweelen der romance, van het drama en van het lied!
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI: MOORSCHE ROMANCES UIT SPANJE.
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat dit meer romances over Mooren zijn dan door
+Mooren geschreven, want het zijn eigenlijk Spaansche volkszangen,
+die Saraceensche onderwerpen behandelen, of den tijd der Saraceensche
+overheersching beschrijven, en niet, zooals men wellicht zou meenen,
+overleveringen geput uit oude Arabische manuscripten. De Arabische
+letterkunde van Spanje draagt eerder een didactisch, theologisch
+en philosophisch, dan een romantisch karakter. Het verdichtsel was
+voornamelijk het gebied van den rondtrekkenden zanger, zooals het
+dit ook nu nog in het Oosten is; en het staat vast, dat vele Moorsche
+legenden en verhalen rondgingen onder de Spaansche boerenbevolking,
+speciaal in de zuidelijkste gedeelten van het Schiereiland. De
+verzamelaars hebben echter niet veel aandacht geschonken aan deze
+gedichten, waarvan de meeste ook weinig belangrijk zijn. Maar de
+weinige romances, die opgeschreven zijn, bekoren ons door haar groote
+schoonheid en glans. De belangrijkste verzameling overleveringen
+van de Mooren in Spanje, is ongetwijfeld die van Washington Irving,
+de Vertellingen uit het Alhambra. Hij verklaart zelf, dat hij deze
+met groote toewijding gestalte en vorm heeft gegeven naar aanleiding
+van de verschillende vage aanduidingen en verhaaltjes, die hij op
+zijne vele voetreizen verzameld heeft, zooals een oudheidkundige
+een historisch document opbouwt uit enkele verspreide letterteekens
+van een bijna uitgewischt opschrift. De eerste van onze Moorsche
+legenden zal ik dus navertellen uit de wondere bladzijden van den
+grooten Amerikaanschen schrijver.
+
+
+
+DE ARABISCHE STERRENWICHELAAR.
+
+Aben Habuz, Koning van Granada, mocht zeker wel aanspraak maken op een
+rustigen ouden dag. Maar de jonge en strijdlustige vorsten, wier landen
+aan zijn gebied grensden, waren niet van plan hem de verschrikkingen
+van den oorlog te besparen; en ofschoon hij alle mogelijke voorzorgen
+nam, opdat zijn rijk gevrijwaard zou zijn tegen de invallen dezer
+heethoofden, vervulde de voortdurende bedreiging van een aanval van
+n hunner, en de telkens terugkeerende binnenlandsche woelingen,
+zijn ouden dag met angst en ergernis.
+
+Gekweld en verontrust, zocht hij een raadsman, die hem zou
+kunnen helpen zijn positie te versterken. Maar onder de wijzen
+en edelen aan zijn Hof ontmoette hij zulk een grove zelfzucht en
+gebrek aan vaderlandsliefde, dat hij er niet toe besluiten kon,
+n hunner zijn vertrouwen te schenken en hem in te wijden in zijne
+staatszaken. Terwijl hij zijn vereenzaamd bestaan overdacht, kwam men
+tot hem met de mededeeling, dat een Arabisch geleerde in Granada was
+aangekomen, wiens groote wijsheid en scherp verstand in het geheele
+Oosten spreekwoordelijk was. De naam van dezen geleerden Brahmaan was
+Ibrahim Elben Abu Ajib, en er werd gefluisterd, dat hij geboren was in
+den tijd van Mohammed, en de zoon was van een van diens persoonlijke
+vrienden. In zijne kinderjaren had hij het leger van Amru, den generaal
+van den Profeet, op zijn veldtocht naar Egypte begeleid, en hij was
+gedurende eenige eeuwen in dat land gebleven, waar hij zijn tijd
+had gebruikt voor de studie van die verborgen wetenschappen, waarin
+de Egyptische priesters zoo doorkneed waren. Niettegenstaande zijn
+hoogen ouderdom (hij zag er inderdaad zeer eerwaardig uit), had hij
+den langen weg van Egypte te voet afgelegd, steunende op zijn staf,
+waarin allerlei geheimzinnige teekens gegrift waren. Zijn baard reikte
+tot aan zijn gordel, zijne doordringende oogen verraadden een bijna
+bovenmenschelijk verstand en inzicht, en zijn houding was waardiger en
+vorstelijker dan van den meest verheven Mullah in Granada. Men vertelde
+van hem, dat hij het geheim bezat van het levenselixir, maar daar hij
+dit slechts op lateren leeftijd verkregen had, moest hij erin berusten,
+dat hij het uiterlijk van een grijsaard had, ofschoon hij er reeds in
+geslaagd was, zijn bestaan te verlengen tot meer dan tweehonderd jaren.
+
+Het verheugde Koning Aben Habuz zeer, in de gelegenheid te zijn, zulk
+een beroemd man gastvrijheid te verleenen, en dus behandelde hij hem
+met buitengewone onderscheiding, maar de geleerde Arabier was afkeerig
+van elken vorm van weelde, en hij installeerde zich in een grot van
+den heuvel, waarop later het beroemde Alhambra gebouwd werd. Hij
+liet deze grot zoodanig veranderen, dat zij geleek op het inwendige
+van de hooge tempels van het Egyptische rijk, waar hij zoovele jaren
+van zijn lang leven had doorgebracht. Door de natuurlijke rots, die
+het dak vormde, liet hij door den hofarchitect een lange buis slaan,
+zoodat hij vanuit zijn duistere verblijfplaats zelfs midden op den
+dag den loop der sterren zou kunnen volgen. Want Ibrahim was doorkneed
+in de studie van de wetenschap der hemellichamen, die driewerf edele
+kunst der sterrenwichelarij, die door de geleerden van alle eeuwen
+erkend wordt als de ware bron van alle goddelijke wijsheid, en die
+door de oppervlakkige waanwijzen van een lateren tijd veronachtzaamd
+is geworden. Maar slechts voor een enkelen dag in de eeuwigheid zal
+dit wondere en gouden boek op zij gelegd worden; nooit zullen zijne
+bladzijden, beschreven met geheimzinnige en duistere letters, geheel
+voor den mensch gesloten worden. De vreemde, kronkelende letters
+van de taal der wijzen, en de even geheimzinnige symbolen van het
+oude Egypte, versierden de muren der grot van den sterrenwichelaar,
+en omringd door deze hieroglyphen, en voorzien van den primitieven
+telescoop, dien wij beschreven hebben, bracht de wijze Ibrahim zijne
+dagen door met het ontcijferen van de geschiedenis der toekomst,
+die in de schitterende bladzijden van het uitspansel beschreven stond.
+
+Het was niet meer dan natuurlijk, dat de ongelukkige Aben Habuz
+hulp zocht bij den wijzen en helderzienden sterrenwichelaar. Het
+duurde dan ook niet lang, of Ibrahim was hem onmisbaar geworden,
+en werd overal in geraadpleegd. Hij antwoordde steeds vriendelijk
+en stelde zijne wonderbaarlijke gaven geheel in dienst van den
+gekwelden vorst. Op zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter
+erover, dat hij voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen
+zijner strijdlustige buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken
+in gedachten verzonken; toen antwoordde hij: O, Koning, lang geleden
+heb ik iets wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze
+priesteres van dat land. Ten Noorden van de stad Borsia verheft zich
+een reusachtige berg, waarop het beeld van een ram geplaatst is,
+waarboven een haan zetelt; beide beelden zijn van glanzend koper en
+draaien om een spil. Wanneer het land door een inval bedreigd wordt,
+keert de ram zich in de richting van den vijand, en de haan begint
+te kraaien. Op deze wijze zijn de inwoners van Borsia in staat,
+tijdig hunne verdedigingsmaatregelen te treffen.
+
+Konden wij maar iets dergelijks in Granada uitvinden, riep de Koning
+uit, dan zouden wij weder gerust ons hoofd kunnen neerleggen.
+
+De sterrenwichelaar glimlachte over den ernst van den Koning. Ik heb
+u reeds verteld, o Koning, zeide hij, dat ik vele jaren in Egypte
+heb doorgebracht, en mij heb toegelegd op de verborgen wetenschappen
+van dat geheimzinnige land. Op zekeren dag, toen ik aan den oever van
+de Nijl zat, en van gedachten wisselde met een Egyptischen priester,
+sprak mijn metgezel, wijzende op de geweldige pyramiden, die hunne
+schaduwen wierpen op de plek, waar wij ons bevonden: Mijn zoon, hier
+ziet gij deze bergen van steen, de gedenkteekenen voor Koningen, die
+stierven toen Griekenland nog in opkomst was, en er nog geen steen van
+Rome stond; alle kennis, die wij u kunnen schenken, is als een droppel
+water in den Oceaan, vergeleken bij de geheimen, die deze monumenten
+bevatten. In het hart van de Groote Pyramide is een doodenkamer,
+waar de mummie rust van een hoogepriester, die dit geweldige monument
+ontwierp en bouwde. Op zijn borst ligt een wonderboek, dat gewichtige
+toovergeheimen bevat; het is hetzelfde boek, dat Adam geschonken
+werd na zijn val en met welks hulp Salomon den tempel te Jeruzalem
+bouwde. Van het oogenblik af, waarop ik deze woorden hoorde, o Koning,
+had ik geen rust meer. Ik besloot, door te dringen in de Groote
+Pyramide, en in het bezit te komen van dit wonderboek. Ik vormde een
+klein leger uit soldaten van den zegevierenden Amru en uit geboren
+Egyptenaren, en begon het stevige gebouw te doorboren, waarin dat boek
+van onschatbare waarde verborgen was. Na onbeschrijfelijk veel moeite
+en arbeid gelukte het mij, de verborgen gangen op te sporen. Langen
+tijd doorzocht ik de labyrinthen der reusachtige pyramide, voordat ik
+bij de doodenkamer kwam. En tastende in de zwartste duisternis, terwijl
+ik telkens opgeschrikt werd door het geritsel der kleeden, waarin de
+mummies der Pharao's gewikkeld waren, bereikte ik de heilige plaats,
+waar het lichaam van den hoogepriester in zijn strenge waardigheid
+lag. Ik opende de sarcophaag, ontdeed het stoffelijk overschot van
+zijne omhulsels, en vond het geheimzinnige boek, dat temidden van
+geurige kruiden en amuletten op de verschrompelde borst lag. Ik greep
+het, vluchtte terug door de duistere gangen en herademde eerst, toen
+ik den helderen Egyptischen dag en de vriendelijke groene oevers der
+rivier weder aanschouwde.
+
+Maar wat heeft dat alles te maken met mijne moeilijkheden, o zoon
+van Abu Ajib? vroeg de Koning geprikkeld.
+
+Ik heb u dit verteld, o Koning, omdat ik door middel van dit
+wonderboek de geesten van de aarde en de lucht kan aanroepen, en ik
+met hun hulp een talisman zal maken, zooals dien van den heuvel bij
+de stad Borsia.
+
+De sterrenwichelaar hield zijn woord. Doordat hij de beschikking kreeg
+over alle hulpbronnen van het koninkrijk, was hij in staat een hoogen
+toren te bouwen, boven op den heuvel Albayan. Op zijn bevel droegen
+de geesten groote steenen van de pyramiden van Egypte aan, en hieruit
+werd het gebouw opgetrokken. Op de bovenste verdieping maakte hij een
+ronde hal, waarvan de vensters in alle richtingen uitzagen, en voor
+elk venster plaatste hij een tafel, waarop als bij een schaakbord,
+houten soldaten waren opgesteld, ruiters en voetvolk, en de beeltenis
+van den vorst, die in die richting heerschte. Naast elke tafel lag
+een kleine speer, waarin tooverletters gegrift waren. De hal werd
+gesloten met een ijzeren hek, waarvan de sleutel door den Koning
+bewaard werd. Boven op den toren plaatste hij het bronzen beeld van
+een Moorsch ruiter, dat op een draaienden stang was bevestigd. Het
+droeg een schild en een speer, welke laatste hij loodrecht in de hand
+hield. Het beeld keek naar de stad, maar wanneer een vijand naderde,
+zou de ruiter zich naar hem toekeeren en de lans op hem richten,
+alsof hij hem wilde aanvallen.
+
+Niettegenstaande zijn grooten afkeer van den oorlog, brandde Aben Habuz
+van verlangen, de deugdelijkheid van zijn talisman te beproeven. Hij
+behoefde niet lang te wachten, want op zekeren morgen bracht men hem
+de tijding, dat het gelaat van den bronzen ruiter naar de bergen
+was gekeerd, en dat zijn lans in de richting van den pas van Lope
+wees. Er werd oogenblikkelijk bevel gegeven, alarm te blazen, maar
+Ibrahim verzocht den Koning, de stad niet op te schrikken, en zijne
+troepen niet te mobiliseeren, maar hem te volgen naar de geheime hal
+in den toren.
+
+Toen zij daar binnentraden, vonden zij het venster, dat op den
+pas van Lope uitzag, wijd open. Aanschouw nu, o Koning, zeide de
+astroloog, het wonder van de tafel. Aben Habuz keek naar de tafel,
+die bedekt was met de kleine houten ruiters en het voetvolk, en tot
+zijn groote verbazing zag hij, dat zij allen in volle actie waren, dat
+de krijgslieden hunne wapens zwaaiden, en dat de paarden hinnikten,
+maar deze geluiden waren niet sterker dan het gezoem, dat uit een
+bijenkorf opstijgt.
+
+Uwe Majesteit, zeide de sterrenwichelaar, indien U wenscht een
+paniek te veroorzaken onder Uwe vijanden, dan behoeft gij slechts met
+den knop van de tooverspeer op de tafel te slaan; maar wanneer gij
+dood en verderf onder hen wilt brengen, moet gij met de punt slaan.
+
+Aben Habuz greep de kleine lans en stootte deze in eenige der kleine
+figuurtjes, terwijl hij andere met de knop bewerkte. De eersten
+vielen voor dood op de tafel neer, en de anderen vielen in groote
+verwarring over elkander heen. Er werden bespieders uitgezonden,
+die zich ervan overtuigen moesten, of de werkelijke aanvallers
+inderdaad verslagen waren, en zij kwamen terug met het bericht,
+dat Christentroepen door den pas van Lope waren getrokken, maar dat
+zij onderling slaags waren geraakt, en in groote verwarring naar hun
+eigen land teruggevlucht waren.
+
+De Koning was verrukt over het resultaat, en hij verzocht Ibrahim,
+zelf zijn belooning te noemen. Ik heb slechts weinig behoeften,
+antwoordde de sterrenwichelaar; wanneer mijn grot wordt ingericht
+als een gepaste verblijfplaats van een philosoof, dan begeer ik
+niets meer.
+
+Verbaasd over deze groote bescheidenheid, ontbood de Koning zijn
+schatbewaarder, en hij droeg hem op, kennis te nemen van de wenschen
+van den sterrenwichelaar. De wijze verlangde, dat men een geheele
+reeks vertrekken in de rots zou uithouwen; en toen dit geschied
+was, gaf hij bevel, dat zij met de grootste weelde zouden worden
+ingericht. Vorstelijke ottomanes en heerlijke divans vulden alle
+hoeken, en de vochtige muren waren behangen met de kostbaarste zijden
+stoffen van Damascus, terwijl de rotsachtige vloeren bedekt waren
+met de schitterendste Perzische kleeden. Verleidelijke baden waren
+aangebracht, voorzien van de heerlijkste Oostersche reukwateren. De
+vertrekken werden verlicht door ontelbare zilveren en kristallen
+lampen, die Ibrahim vulde met een geurige en wonderbare olie, die
+voortdurend brandde, en niet kon worden uitgedoofd.
+
+De schatbewaarder, die ongerust was over de verregaande verkwisting
+van den sterrenwichelaar, sprak den Koning erover aan; maar daar
+Zijne Majesteit zijn woord aan den wijze gegeven had, en hij diens
+verkwisting eenigszins had uitgelokt, kon hij moeilijk tusschenbeide
+komen, en hij kon slechts hopen, dat de inrichting der grot spoedig
+voltooid zou zijn. Toen de kluizenaarswoning eindelijk gevuld was
+met de weelde-artikelen van drie koninkrijken, vroeg de schatbewaarder,
+of de wijze tevreden was.
+
+Ik heb nog n klein verzoek, antwoordde hij; ik zou nl. gaarne
+eenige danseressen tot mijn beschikking hebben, om mij te verstrooien.
+
+Ofschoon de schatbewaarder verontwaardigd was over dezen eisch,
+volgde hij de bevelen van den astroloog op, en toen Ibrahim dus
+alles had gekregen, wat zijn hart begeerde, sloot hij zich in zijn
+onderaardsch verblijf op. Intusschen hield de Koning zich in den toren
+bezig met zijn houten soldaatjes, en daar de sterrenwichelaar niet
+bij de hand was, om zijn strijdlust te temperen, vermaakte hij zich
+met het verdelgen van legers, en het verslaan van geheele bataljons
+door een enkelen stoot met de tooverlans. Zijne vijanden waren z
+ontdaan over het lot van elken krijgstocht naar zijn gebied, dat zij
+tenslotte ophielden hem te bestoken, en gedurende vele maanden bleef
+de bronzen ruiter stil staan. Doordat Aben Habuz dus beroofd was van
+zijn liefste bezigheid, verveelde hij zich, en werd hij brommig. Maar
+op een goeden morgen bracht men hem het bericht, dat de bronzen ruiter
+zijn lans had gekeerd naar de bergen van Guadix.
+
+De Koning begaf zich oogenblikkelijk naar den toren, maar op de
+toovertafel, die in de richting was geplaatst, waarheen de ruiter wees,
+bleef alles rustig. Geen houten soldaatje bewoog zich, geen paardje
+hinnikte. Aben Habuz zond een troep bespieders uit, en dezen keerden
+na verloop van drie dagen terug met de tijding, dat alles rustig was,
+en dat zij niets anders hadden gezien dan een Christen jonkvrouw,
+die bij een bron lag te slapen, en die zij gevangen genomen hadden.
+
+Aben Habuz gaf bevel, de jonkvrouw bij hem te brengen. Haar trotsche
+houding en haar kostbare kleeding verraadden haar hooge afkomst. Op
+een vraag van den Koning antwoordde zij, dat zij een Gothische prinses
+was, en dat het leger haars vaders als het ware door een tooverslag
+in de bergen was uiteengejaagd.
+
+Wacht U voor deze vrouw, o Koning, fluisterde de astroloog, die
+naast hem stond; het schijnt mij toe, dat zij een toovenares is,
+die hierheen is gezonden om U ten val te brengen; ik zeg U: wees
+voorzichtig!
+
+Zwijg Ibrahim, antwoordde Aben Habuz, gij zijt een wijs man, maar
+wat weet gij van de vrouw? Wie harer is geen toovenares? De jonkvrouw
+behaagt mij.
+
+O Koning, zeide Ibrahim, ik heb U vele overwinningen bezorgd, maar
+van allen buit, dien gij behaald hebt, heb ik niets ontvangen. Geef
+mij deze gevangen Christin, die, zooals ik zie, een zilveren lier
+bij zich heeft, waarop zij heerlijke muziek voor mij kan maken in
+mijn onderaardsche verblijfplaats. Wanneer zij, zooals ik vermoed,
+een toovenares is, beschik ik over toovermiddelen om haar onschadelijk
+te maken. Maar U zou zij spoedig beheerschen, wanneer gij haar in uw
+huis opneemt.
+
+Wat! riep de vertoornde vorst uit, bij den baard van den Profeet,
+gij zijt een zonderlinge kluizenaar! Deze jonkvrouw is niet voor u!
+
+Het zij zoo, sprak Ibrahim met van woede trillende stem, maar
+ik vrees voor U, o Koning Aben Habuz. Neem U in acht, herhaal ik;
+wees voorzichtig. En met deze woorden trok de sterrenwichelaar zich
+terug in zijn onderaardsche woonplaats.
+
+Aben Habuz was op het eerste gezicht hartstochtelijk verliefd
+geworden op de schoone Gothische prinses, en in zijn verlangen, haar
+te behagen, verspilde hij alle schatten van zijn koninkrijk. Hij
+overlaadde haar met de kostbaarste geschenken en richtte, om
+haar genoegen te doen, honderd feesten aan--stierengevechten,
+tooneeluitvoeringen en tournooien. Dit alles aanvaardde de schoone
+als iets, wat haar toekwam. Het had er inderdaad allen schijn van,
+alsof zij den verdwaasden vorst aanspoorde tot steeds roekeloozer
+uitgaven. Maar hoeveel heerlijkheden hij ook over haar uitstortte, zij
+weigerde hardnekkig te luisteren naar een enkel verliefd woord van de
+lippen van Aben Habuz, en telkens wanneer hij trachtte van liefde te
+spreken, begon zij met hare vingers op de zilveren lier te tokkelen,
+en zij glimlachte dan raadselachtig. En telkens wanneer zij dit deed,
+voelde de Koning zich slaperig worden, en wanneer de zoete klanken
+zich van zijne zinnen meester maakten, viel hij in een diepen slaap,
+waaruit hij dan gewoonlijk verfrischt en versterkt ontwaakte. Zijne
+onderdanen waren echter volstrekt niet tevreden met den gang van zaken;
+zij waren ontstemd over zijn geweldige verkwisting en over het feit,
+dat hij zulk een gewillig slaaf was geworden van een vrouw van een
+vijandelijk ras, en ten slotte kwamen zij openlijk in opstand. Maar
+evenals Sardanapalus van Babylon, maakte hij zich los uit de zachte
+ketenen, plaatste zich aan het hoofd zijner troepen, en onderdrukte
+het oproer, nog voordat het zijn hoogtepunt bereikt had. Dit voorval
+verontrustte hem echter zeer, en hij herinnerde zich de woorden van
+den wijzen Ibrahim, die hem gewaarschuwd had, dat de Gothische prinses
+zijn ongeluk zou worden.
+
+Hij zocht den sterrenwichelaar op in zijn grot, en vroeg hem
+raad. Ibrahim verzekerde hem, dat zijn positie onzeker zou blijven,
+zoolang de prinses in zijn woning vertoefde. Aben Habuz wilde daar
+echter niets van hooren, en hij vroeg den wijze, een plaats voor hem
+op te zoeken, waar hij zijne verdere levensdagen rustig zou kunnen
+doorbrengen met de prinses, die hij zoo vurig beminde.
+
+En wat zal mijn loon zijn, als ik zulk een verblijfplaats voor U
+vind? vroeg Ibrahim.
+
+Gij moogt uw belooning zelf kiezen, antwoordde de onverstandige
+oude vorst.
+
+Hebt gij wel eens gehoord van den tuin van Irem, o Koning, dat
+kleinood van Arabi?
+
+Ja, uit sprookjes. Houdt gij mij voor den gek, o astroloog?
+
+Evenmin als mijne oogen mij bedrogen hebben, o Koning, want ikzelf
+heb dit heerlijkste der paradijzen aanschouwd. Toen ik een kind was,
+ontdekte ik het toevallig, terwijl ik naar een kameel van mijn vader
+zocht. Vroeger was het het land der Additen; de hoofdstad was gesticht
+door Sheddad, zoon van Ad, achterkleinzoon van Noach, die besloot,
+daar een paleis te bouwen, omringd door tuinen, die het Paradijs in
+schoonheid zouden evenaren. Maar de vloek des hemels trof hem wegens
+deze vermetelheid. Hij en zijn volk werden van de aarde weggevaagd,
+en zijn paleis en de tuinen werden betooverd, zoodat zij onzichtbaar
+werden voor het menschelijk oog. Toen ik het boek van Salomon gevonden
+had, ging ik weder op zoek naar den tuin van Irem, en ik ontfutselde
+den geesten, die den tuin bewaken, het geheim van het tooverwoord,
+dat hem onzichtbaar maakt voor sterfelijke wezens. Door middel van
+dit tooverformulier kan ik U zulk een verborgen en heerlijk oord
+zelfs hier op den berg bij de stad verschaffen, o Koning!
+
+O wijze sterrenwichelaar, riep Aben Habuz geestdriftig uit, het was
+verkeerd van mij, aan uwe woorden te twijfelen; doe wat gij beloofd
+hebt en bepaal zelf uw belooning.
+
+Ik verlang slechts het eerste lastdier met zijn lading, dat de poort
+van Uw paradijs zal binnengaan, zeide Ibrahim; dat is toch zeker
+een bescheiden eisch?
+
+Bescheidener kan het al niet, riep de Koning uit, opgewonden door
+de gedachte aan zijn toekomstig geluk; uw wensch zal vervuld worden.
+
+De sterrenwichelaar toog oogenblikkelijk aan het werk. Op den top
+van den heuvel boven zijn grot, bouwde hij een stevigen toren met
+een groote poort. Op den sluitsteen van dezen ingang bracht hij de
+beeltenis van een reusachtigen sleutel, en buiten op de poort die van
+een even reusachtige hand aan. Op een bijzonder duisteren nacht klom
+hij op den heuvel en sprak daar allerlei tooverformulieren uit. Den
+volgenden morgen begaf hij zich naar Aben Habuz, en deelde hem mede,
+dat hij zijn werk beindigd had, en dat het paradijs, dat slechts
+zichtbaar zou zijn voor hem en zijn geliefde, hem wachtte.
+
+Den dag daarna beklom de Koning den heuvel in gezelschap
+van de prinses, die een wit paard bereed. Naast hem schreed
+de sterrenwichelaar, steunende op zijn met hieroglyphen bedekten
+staf. Zoo naderden zij de poort, en Ibrahim wees hun de geheimzinnige
+hand en sleutel. Zoolang deze hand den sleutel niet grijpt, zal geen
+sterveling macht krijgen over den meester van dit paradijs, zeide hij.
+
+Terwijl hij sprak, reed de prinses op haar paard door de poort.
+
+Zie, riep de sterrenwichelaar uit, kwamen wij niet overeen, dat
+het eerste lastdier, dat door de poort zou rijden, met zijn lading
+mij zou toekomen?
+
+Aben Habuz glimlachte eerst over hetgeen hij als een grap van den
+astroloog beschouwde. Maar toen hij bemerkte, dat het hem ernst was,
+werd hij woedend.
+
+Vermetele sterrenwichelaar, schreeuwde hij, durft gij uwe oogen
+op te slaan naar haar, die ik onder alle vrouwen heb uitverkoren?
+
+Gij hebt uw koninklijk woord gegeven, antwoordde Ibrahim. Ik eisch
+de prinses op.
+
+Hond der woestijn! riep Aben Habuz, gij zult gevoelen, wat het
+zeggen wil, mijn toorn te hebben opgewekt, gij bedrieger!
+
+Daar lach ik om, riep Ibrahim spottend. Geen sterfelijke hand kan
+mij deren. Vaarwel! geniet van uw paradijs, en heersch met genoegen
+over uw rijk. Wat mij betreft, ik ga daarheen, waar gij mij niet volgen
+kunt. En dit zeggende, greep hij het paard bij den teugel, sloeg met
+zijn tooverstaf op den grond en verzonk met de prinses in het binnenste
+van den heuvel. De aarde sloot zich over hunne hoofden en er was geen
+spoor meer te bekennen van de opening, waardoor zij verdwenen waren.
+
+Toen Aben Habuz eenigszins van zijn verbazing bekomen was, liet hij
+een troep werklieden aanrukken om te graven. Maar het zand vulde
+de opening oogenblikkelijk weer, en ook de ingang der grot van den
+sterrenwichelaar was verdwenen. En wat nog erger was, de talisman,
+waarmede de astroloog den vrede in Granada bewaard had, weigerde
+te werken, en de oude onrust keerde weder. Maar op zekeren morgen
+kwam een boer bij Aben Habuz, en vertelde hem, dat hij, toen hij
+den heuvel overtrok, een spleet in de rots had ontdekt; daar was hij
+doorgekropen, en had toen een blik geslagen in een onderaardschen hal,
+waar de sterrenwichelaar op een kostbaren divan zat te slapen, terwijl
+de prinses hem op haar zilveren lier iets voorspeelde. De Koning
+slaagde er echter niet in, de rotsspleet te vinden. Ook kon hij het
+paradijs niet binnengaan, dat door zijn mededinger was gesticht. De
+top van den heuvel bleek een kale vlakte te zijn, die den naam van
+Het Paradijs van den Dwaas ontving. De verdere levensdagen van den
+ongelukkigen Koning werden hem tot een ondragelijken last door de
+voortdurende invallen van zijne oorlogszuchtige buren.
+
+Dit is het verhaal van den heuvel van het Alhambra, waarop een paleis
+is gebouwd, dat in schoonheid de wonderen van de toovertuinen van
+Irem haast evenaardt. De betooverde poort bestaat nog in haar geheel,
+en is nu bekend als De Poort der Rechtvaardigheid. Men zegt, dat
+onder deze poort de oude Sterrenwichelaar nog in zijn onderaardschen
+hal woont, in een voortdurenden slaap gesust door de zilveren lier
+der prinses. Zij zijn elkanders gevangenen, en zullen dat blijven
+totdat de tooversleutel zal worden aangevat door de tooverhand,
+en de betoovering zoo van den heuvel zal worden afgenomen.
+
+
+
+CLEOMADES EN CLAREMOND.
+
+Het bekoorlijke verhaal van Cleomades en Claremond is zoo goed als
+zeker indirect van Moorschen oorsprong. In zijn inleiding tot Berte aux
+grans pis van Adens (Parijs 1832), zegt Paulin Paris: Ik ben zeer
+geneigd te gelooven, dat het origineel van de vertelling Cleomades
+werkelijk Spaansch of Moorsch is. Alle personen zijn Saracenen of
+Spanjaarden, het verhaal speelt in Spanje, en zijn karakter vertoont
+sterke overeenkomst met dat van andere Oostersche verhalen. Keightley
+was van meening, dat Blanche van Castili, de vrouw van Lodewijk VIII
+van Frankrijk, het verhaal in Spanje had gehoord, en het verteld had
+aan den Franschen dichter Adens, die er een letterkundigen vorm aan
+gegeven heeft.
+
+Ectriva, Koningin van Zuid-Spanje, hield een groot tournooi te Sevilla,
+waarbij Marchabias, Prins van Sardini zich z onderscheidde, dat
+hij haar hart won. Zij schonk den jongen ridder haar hand, en hun
+huwelijk was zeer gelukkig, en werd gezegend met drie dochters en
+n zoon. Zij gaven den jongen den naam van Cleomades, terwijl de
+meisjes Melior, Soliades en Maxima werden genoemd.
+
+Cleomades werd op jeugdigen leeftijd op reis gezonden. Maar nadat hij,
+gedurende verscheidene jaren, vreemde landen had bezocht, werd hij weer
+naar huis teruggeroepen om tegenwoordig te zijn bij het huwelijk zijner
+zusters, die in den echt vereenigd zouden worden met drie machtige
+vorsten, die allen beroemd waren als beoefenaren der tooverkunst. Het
+waren Melicandus, Koning van Barbarije, Bardagans, Koning van Armeni,
+en Croppart, Koning van Hongarije. De laatste had het ongeluk gebocheld
+te zijn, en daarenboven had hij een scherpe tong en een wreed hart.
+
+De drie vorsten hadden elkander op weg naar Sevilla ontmoet, en
+zij hadden afgesproken het koningspaar zulke geschenken te geven,
+dat het genoodzaakt zou zijn, hun ook een kostbare gave aan te
+bieden. Melicandus overhandigde het koninklijke paar de gouden
+beeltenis van een man, die in de rechterhand een trompet van hetzelfde
+metaal hield, waarop hij blies, wanneer er verraad dreigde. Bardagans
+schonk hun een gouden kip met zes kuikens, die zoo kunstig waren
+nagebootst, dat zij korrels graan oppikten, en schenen te leven. Om
+de twee dagen legde de kip een paarlen ei. Croppart gaf een groot
+houten paard, dat buitengewoon kostbaar was opgetuigd, en dat volgens
+zijn zeggen, over land en zee kon reizen met een snelheid van vijftig
+mijlen per uur.
+
+De Koning en de Koningin, die overdreven vrijgevig waren, noodigden de
+vreemdelingen uit, alles te vragen, wat zij in hun macht hadden weg te
+schenken. Melicandus vroeg de hand van Prinses Melior, Bardagans die
+van Prinses Soliades, terwijl Croppart verzocht, dat Prinses Maxima
+hem als levensgezellin zou worden gegeven. De twee oudste zusters
+waren zeer ingenomen met hare a. s. echtgenooten, die beiden schoon
+en beminnelijk waren, maar toen Maxima den leelijken en mismaakten
+Croppart zag, liep zij naar haar broeder Cleomades, en smeekte hem,
+haar te bevrijden van zulk een afschuwelijken minnaar.
+
+Cleomades wees zijn vader op het onrecht, dat hij gedaan had, door zijn
+toestemming te geven tot zulk een huwelijk. Maar Croppart hield vol,
+dat de Koning zijn woord had gegeven, en dat hij niet van dit huwelijk
+wenschte af te zien. Cleomades, die niet wist, wat hij beginnen moest,
+zeide tot den Hongaarschen Koning, dat de waarde der geschenken van
+Melicandus en Bardagans reeds gebleken was, maar dat zijn verhaal
+over het houten paard wel gelogen kon zijn. Croppart bood aan, de
+waarheid zijner bewering te bewijzen. Plotseling begon de gouden man
+luid op zijn trompet te blazen, maar de aanwezigen volgden met zulk
+een gespannen aandacht het gesprek der twistenden, dat niemand op hem
+lette. De prins besteeg het kostbaar opgetuigde paard, en draaide op
+verzoek van Croppart aan een stalen pen in zijn kop; maar plotseling
+werd hij met zulk een snelheid de lucht ingedragen, dat hij binnen
+enkele minuten uit het oog verdwenen was.
+
+De Koning en de Koningin, lieten in hevige verontwaardiging Croppart
+gevangen nemen. Maar hij zeide, dat de prins had moeten wachten,
+totdat hij hem getoond zou hebben, hoe hij met zijn houten paard
+moest omgaan. Intusschen vloog Cleomades mijlen en mijlen ver. Zijn
+merkwaardig paard bleef de lucht klieven met een geweldige snelheid,
+en toen de duisternis inviel, maakte het nog niet de minste aanstalten
+om zijn vaart te verminderen. Cleomades vloog den geheelen nacht door,
+en hij had in al die uren volop gelegenheid om over zijn gevaarlijken
+toestand na te denken. Daar hij zich herinnerde, dat er op de schouders
+van het paard juist zulke pennen waren als aan zijn kop, besloot hij
+te onderzoeken, waarvoor zij dienden. Hij ontdekte, dat hij, door een
+dezer pennen naar rechts of links te draaien, het paard van richting
+kon laten veranderen, en dat, wanneer hij aan de andere pen draaide,
+het paard zijn vaart verminderde en begon te dalen. De dag brak nu aan
+en hij zag, dat hij zich boven een groote stad bevond. Door handig
+met zijn paard te manoeuvreeren, slaagde hij erin te dalen op een
+hoogen toren, die in den tuin van een groot paleis stond. Hij klom
+door een dakraam en trad een prachtige slaapkamer binnen, waar hij
+een schoone jonkvrouw op een kostbaar rustbed zag liggen. Bij zijn
+nadering ontwaakte zij, en riep uit: Antwoord mij, man, hoe hebt
+gij het gewaagd dit vertrek binnen te treden? Zijt gij wellicht die
+Koning Liopatris, aan wien mijn vader mij wil uithuwelijken?
+
+Ja, dat ben ik, antwoordde Cleomades. Mag ik niet met u spreken?
+vervolgde hij, want hij had op het eerste gezicht een hartstochtelijke
+liefde voor haar opgevat.
+
+Ga dadelijk naar den tuin terug, zeide zij, en daar zal ik bij
+u komen.
+
+De prins gehoorzaamde. Na enkele oogenblikken kwam de prinses bij
+hem. Maar zij waren nog niet lang te zamen geweest, toen de vader der
+jonkvrouw, Koning Cornuant van Toskane, verscheen, die hem dadelijk
+voor een bedrieger uitschold en hem ter dood veroordeelde. De prins
+vroeg hem, zijn lot te mogen ondergaan, terwijl hij op zijn houten
+paard zat. Zijn tooverpaard werd hem dus gebracht; hij besteeg het,
+draaide vliegensvlug de pen om, en verdween in de lucht, terwijl hij
+de prinses toeriep, dat hij haar trouw zou blijven.
+
+Korten tijd daarna kwam hij weer te Sevilla aan, tot groote blijdschap
+van zijne ouders. Zij bevalen Croppart, het land te verlaten,
+maar hij dacht er niet over, aan dit bevel te voldoen, en bleef
+in de vermomming van een Oostersch geneesheer in de stad. De twee
+oudste prinsessen werden in den echt vereenigd met Melicandus en
+Bardagans. Cleomades kon echter de schoone prinses niet vergeten,
+en hij besteeg ten tweeden male zijn luchtpaard, en verdween ermede
+in de richting van het koninkrijk haars vaders.
+
+Hij had het z uitgerekend, dat hij in den nacht aan het paleis
+zijner geliefde zou aankomen, en nadat hij in den tuin was afgestegen,
+begaf hij zich naar het vertrek van Claremond, die hij in vasten slaap
+aantrof. Hij wekte haar zachtjes, vertelde haar zijn naam en positie,
+bekende haar zijn liefde, en gaf zich aan haar genade over.
+
+Wat! riep de prinses uit, zijt gij werkelijk die Cleomades, dien
+wij allen beschouwen als het voorbeeld van een volmaakt ridder?
+
+De prins verzekerde haar, dat hij dezelfde Cleomades was, en om haar
+te overtuigen van de waarheid dezer bewering, ontdeed hij zich van
+een kostbaren armband, die het portret van zijn moeder en van hemzelf
+bevatte, en hij bood haar dit kleinood ten geschenke aan. De prinses
+bekende hem haar liefde, en op zijn aandringen besteeg zij met hem
+het houten paard. Toen zij opstegen, zag Cleomades beneden zich in de
+tuinen, den Koning, die door zijne hovelingen omringd was. Hij riep
+hem toe, dat zijn dochter veilig bij hem was, stuurde zijn paard in
+de richting van Sevilla, en reed snel weg.
+
+Cleomades steeg af bij een klein, landelijk paleis in de buurt van
+het Hof, en liet de prinses daar achter om uit te rusten van de
+vermoeienissen van den tocht, terwijl hij verder reisde om zijne
+koninklijke ouders het gebeurde mede te deelen. Nadat Claremond zich
+wat verfrischt had, ondernam zij een wandeling in den tuin, om wat
+lichaamsbeweging te nemen, want zij was een weinig stijf geworden
+van haar luchtreis. Maar het ongeluk wilde, dat zij werd opgemerkt
+door Croppart, die vermomd als Indisch geneesheer, in den tuin was
+gekomen, oogenschijnlijk om geneeskrachtige kruiden te zoeken, maar
+in werkelijkheid om het terrein te verkennen.
+
+Croppart herkende zijn eigen houten paard, en hoorde de jonkvrouw den
+naam Cleomades fluisteren; oogenblikkelijk vatte hij het plan op, het
+jonge meisje te ontvoeren. Hij naderde haar, en bood haar aan, haar
+naar Cleomades te brengen, welk aanbod zij, niets kwaads vermoedende,
+aannam. Croppart nam haar toen achter zich op het paard, draaide de
+pennen om, en het houten ros steeg met een duizelingwekkende snelheid
+de lucht in.
+
+Eerst dacht Claremond aan geen onraad, maar na eenigen tijd kreeg
+zij argwaan, en toen zij naar beneden keek, zag zij inplaats van
+dichtbevolkte steden, slechts donkere wouden en eenzame bergen. Zij
+smeekte Croppart haar naar den tuin van het paleis terug te brengen,
+maar hij lachte om hare smeekbeden; ten slotte bezwijmde zij, uitgeput
+door leed en angst.
+
+Croppart daalde met haar bij een bron, en besprenkelde de prinses met
+water, totdat zij weder uit haar bewusteloosheid ontwaakte. Toen deelde
+hij haar mede, dat hij van plan was, haar Koningin van Hongarije te
+maken. Maar het ontbrak de prinses niet aan tegenwoordigheid van geest,
+en zij vertelde hem, dat zij slechts een slavin was, die door hare
+ouders aan Cleomades verkocht was. Deze mededeeling had tot gevolg,
+dat de ruwe Croppart haar met nog minder respect bejegende dan tot
+nu toe het geval was geweest, zoodat zij, om aan de beleedigende
+behandeling te ontkomen, erin toestemde hem te huwen, in de eerste
+stad, waar zij zouden aankomen.
+
+Nadat hij Claremond deze belofte had afgedwongen, dronk Croppart, die
+zeer dorstig was, met groote teugen uit de bron. Maar het water was
+z ijskoud, dat het hem slecht bekwam, en hij viel bewusteloos ter
+aarde. Claremond geraakte bij de bron in diepen slaap, uitgeput door
+angst en vermoeienis. Z vond haar Mendulus, Koning van Salermo, die
+zich dadelijk sterk tot het slapende meisje aangetrokken gevoelde. Hij
+nam haar mede naar zijn paleis, waar hij haar in een prachtig vertrek
+onderbracht. Croppart werd echter z zwaar ziek door het drinken
+uit de ijskoude bron, dat hij spoedig daarna overleed.
+
+Claremond vertelde Koning Mendulus, dat zij een arme vondeling was,
+Trouve genaamd, en dat zij Croppart, een reizend geneesheer, van
+de eene plaats naar de andere had vergezeld, om een karig stukje
+brood te verdienen. Dit belette den Koning echter niet, haar zijn
+hand en kroon aan te bieden. Om aan dit nieuwe gevaar te ontkomen,
+wendde Claremond krankzinnigheid voor, en zij speelde haar rol z
+uitstekend, dat Mendulus gedwongen was haar onder de hoede te stellen
+van tien vrouwen, wier taak het was haar te bewaken.
+
+Intusschen heerschte er aan het Spaansche Hof groote onrust. Toen
+Cleomades met zijne ouders naar het zomerpaleis terugkeerde, was
+Claremond spoorloos verdwenen, en zijn droefheid was z hevig,
+dat men hem naar de hoofdstad moest terugbrengen in een toestand,
+die aan waanzin grensde. Toen hij hersteld was, begaf hij zich naar
+het koninkrijk Toskane, in de hoop, daar iets van zijn geliefde te
+vernemen. Op zijn eenzamen tocht kwam hij bij een kasteel, waar hij
+twee ridders versloeg, die weigerden hem door te laten. Van hen hoorde
+hij, dat een prins, Liopatris genaamd, aan wien Claremond ten huwelijk
+beloofd was, aan het Hof van Toskane was aangekomen, en dat drie van
+zijn ridders drie van Claremonds jonkvrouwen ervan beschuldigd hadden,
+medeplichtig te zijn aan de ontvoering harer meesteres. De beide
+ridders, die door Cleomades verslagen waren, dongen naar de hand van
+twee dezer jonkvrouwen, en zij hadden de beleedigers uitgedaagd. Daar
+nu echter n van hen door Cleomades gewond was, waren zij niet in
+staat ten strijde te trekken. Cleomades zeide, dat hij bereid was in
+de plaats van den gewonden ridder te gaan, en dus begaf hij zich met
+zijn niet gewonden kameraad op weg naar het Hof van Koning Cornuant.
+
+Den volgenden morgen verschenen zij in het strijdperk. De drie
+beschuldigers werden verslagen, en de jonkvrouwen werden onschuldig
+verklaard volgens de wetten der ridderschap. Cleomades en zijn nieuwe
+wapenbroeder keerden nu in gezelschap van de drie jonkvrouwen terug
+naar het kasteel vanwaar zij gekomen waren. Toen hij zich echter
+ontdaan had van zijn wapenrusting, werd de dolende prins herkend door
+de jonkvrouwen voor wie hij gestreden had. Groot was haar droefheid
+toen zij hoorden, dat Claremond verdwenen was. Maar n van haar
+smeekte Cleomades hulp te vragen aan een beroemd sterrenwichelaar,
+die te Salerno woonde, en die de meest verborgen dingen duidelijk
+zag. Cleomades besloot dadelijk den wijze te gaan raadplegen, en
+dus begaf hij zich den volgenden morgen op weg naar Salerno, nadat
+hij hartelijk afscheid had genomen van de gelieven.
+
+Bij zijn aankomst te Salerno stapte Cleomades aan een herberg af,
+en zonder tijd te verliezen vroeg hij den waard, waar hij den
+sterrenwichelaar zou kunnen vinden.
+
+Edele Heer, zeide de herbergier, hij is helaas een jaar geleden
+gestorven. En wij hebben hem juist meer dan ooit noodig, want indien
+hij leefde, zou hij onzen Koning hebben kunnen helpen om het schoonste
+schepsel, dat ooit geboren werd, het verstand terug te geven. En
+hij vertelde Cleomades hoe Mendulus den gebochelde en de jonkvrouw
+gevonden had. Bij de vermelding van het houten paard schrikte
+Cleomades hevig, maar hij behield zijn tegenwoordigheid van geest,
+en deelde den waard mede, dat hij een onfeilbaar middel bezat tegen
+krankzinnigheid. Hij verzocht den man hem bij den Koning te brengen,
+en onder het voorwendsel, dat zijne wapenen argwaan zouden wekken,
+vermomde hij zich met een valschen baard en de kleeding van een
+geneesheer.
+
+Hij werd dadelijk tot den Koning toegelaten, en toen deze het doel van
+zijn komst vernam, bracht hij hem oogenblikkelijk naar de plaats waar
+Claremond verpleegd werd. Cleomades had een handschoen medegebracht,
+die zijn geliefde toebehoorde; hij had dien volgestopt met kruiden,
+en onder het voorwendsel, dat deze genezing zouden brengen, legde hij
+den handschoen tegen haar wang. Toen zij haar eigen handschoen zag,
+keek zij den pseudo-geneesheer lang aan, en zij herkende haar geliefde
+onder zijn vermomming; maar nog steeds veinsde zij krankzinnigheid,
+en zij verzocht, dat men haar het houten paard zou brengen, opdat het
+met den geleerden dokter zou kunnen redetwisten. Men bracht het in
+den tuin waar zij zich bevonden, en de prinses zeide vast te gelooven,
+dat zij slechts zou kunnen genezen, wanneer zij met den geneesheer het
+houten paard besteeg. Mendulus gaf hiervoor zijn toestemming, en toen
+zij goed en wel op het kunstros gezeten waren, draaide Cleomades de pen
+om, en op hetzelfde oogenblik vlogen zij als een pijl uit de boog het
+luchtruim in. Den volgenden morgen kwam het gelukkige paar te Sevilla
+aan. Hun huwelijk werd dadelijk voltrokken, en Liopatris troostte
+zich met Prinses Maxima, zoodat iedereen reden tot vreugde had.
+
+
+
+DE DRIE SCHOONE PRINSESSEN.
+
+Toen Mohammed el Haygari, of de Linksche in Granada regeerde,
+ontmoette hij eens een troep ruiters, die terugkeerden van een
+rooftocht in Christelijke landen. Onder hunne gevangenen merkte hij
+een schoone en kostbaar gekleede maagd op, en men vertelde hem, dat
+zij de dochter was van den bevelhebber van een vesting, die bij deze
+gelegenheid veroverd en geplunderd was. De jonkvrouw was vergezeld
+van een kamervrouw, en Mohammed gaf bevel, dat beide vrouwen naar
+zijn harem zouden worden overgebracht. Hij drong er dagelijks bij de
+gevangen jonkvrouw op aan, dat zij zijn koningin zou worden. Maar zijn
+godsdienst zoowel als zijn leeftijd, waren oorzaak, dat haar familie
+niet op zijn aanzoek wenschte in te gaan. Ten einde raad besloot hij
+gebruik te maken van de bemiddeling der kamervrouw, en deze beloofde
+hem, zijn zaak bij haar jonge meesteres te bepleiten. Zij zeide tot
+de jonkvrouw, dat het onverstandig zou zijn, wanneer zij na het saaie
+leven in de afgelegen vesting, zou volharden in haar weigering, en dat
+zij, door Mohammed te huwen, meesteres zou kunnen worden over alles wat
+haar omringde, inplaats van de gevangene des Konings te blijven. Ten
+slotte gaf de Spaansche schoone toe; zij huwde den Moorschen vorst,
+en nam zelfs zijn godsdienst aan, even als haar kamervrouw, die met al
+het vuur, een bekeerling eigen, hare godsdienstplichten waarnam, en den
+Moorschen naam Kadiga ontving. Na verloop van tijd schonk de Koningin
+haar heer en meester drie dochters tegelijk. De hofastrologen trokken
+den horoscoop der kinderen, en met vele onheilspellende waarschuwingen
+drongen zij er bij den vader op aan, zijne dochters streng te bewaken,
+wanneer zij den huwbaren leeftijd bereikt zouden hebben.
+
+Korten tijd na de geboorte van de drieling stierf de Koningin, en
+Mohammed, gedachtig aan de waarschuwing van zijne sterrenwichelaars,
+besloot de prinsessen in het koninklijk paleis Salobrea op te sluiten,
+een versterkt gebouw, dat uitzag op de Middellandsche Zee, en waar,
+naar zijn vaste overtuiging, haar geen kwaad kon overkomen.
+
+De jaren gingen voorbij en de prinsessen bereikten den huwbaren
+leeftijd. Ofschoon zij door de vriendelijke Kadiga zeer zorgvuldig
+waren opgevoed en zij altijd te zamen waren geweest, waren zij
+natuurlijk zeer verschillend van karakter. Zayda, de oudste, had een
+onverschrokken aard en nam in alles de leiding; Zorayda, de tweede,
+had een sterk ontwikkeld schoonheidsgevoel, hetgeen waarschijnlijk de
+oorzaak was, dat zij zulk een groot gedeelte van den dag voor haar
+spiegel doorbracht. Zorahayda, de jongste, was zacht en verlegen,
+en geneigd tot droomen. Alle drie waren zij onbeschrijfelijk schoon,
+en wanneer de goedige, oude Kadiga naar het schoone drietal keek,
+schudde zij meewarig het hoofd. Wanneer zij haar vroegen, waarom zij
+zuchtte, ontweek zij met een grapje het antwoord, en zij ging vlug
+op een ander onderwerp over.
+
+Op zekeren dag zaten de prinsessen voor een raam, dat uitzag op de
+hemelsblauwe Middellandsche Zee, en zij luisterden naar het zachte
+geklots der golven tegen de met palmen begroeide kust, die grensde
+aan den heuvel, waarop het kasteel Salobrea stond. Het was n
+van die avonden, waarop het ons moeilijk valt te gelooven, dat wij
+niet tijdelijk vertoeven in een droomenland, waar alles schoon, maar
+onwezenlijk is. De ondergaande zon kleurde de nevelen lichtrood als
+wierook, die opstijgt uit de urnen der schemering, en zee en horizon
+aan het oog onttrekt. Van achter de sluiers van zeedampen kwam een
+galei met witte zeilen te voorschijn, die naar de kust gleed en
+daar het anker liet vallen. Een aantal Moorsche soldaten brachten
+verscheidene Christengevangenen aan wal, onder wie zich drie kostbaar
+gekleede Spaansche ridders bevonden. Ofschoon zij met ketenen beladen
+waren, was hun optreden waardig en voornaam, en de prinsessen konden
+hare oogen niet van hen afhouden. Nog nooit hadden zij zulke edele
+jongelingen aanschouwd, want tot dusverre hadden zij nooit anders
+dan de zwarte slaven en de ruwe visschers uit die streek gezien,
+zoodat het niet te verwonderen was, dat de aanblik van deze jonge
+ridders haar het hart sneller deed kloppen.
+
+De prinsessen bleven de gevangenen nastaren, totdat zij uit het oog
+verdwenen waren. Toen verlieten zij zuchtend het venster, en legden
+zich zwijgend en nadenkend op hare rustbanken neder.
+
+Z vond de zorgzame Kadiga de drie prinsessen, en zij vertelden
+haar, wat zij gezien hadden, en vroegen haar allerlei over zulke,
+in hare oogen, hoogere wezens; en dus beantwoordde zij hare vragen
+met vele ridderverhalen uit Christelijk Spanje, hetgeen er slechts toe
+bijdroeg de nieuwsgierigheid der jonkvrouwen te verhoogen, die door de
+verschijning der gevangenen in zulk een hooge mate was opgewekt. Maar
+het duurde niet lang, of de oude vrouw bemerkte, welk een kwaad zij
+met hare verhalen gesticht had, en in een onverklaarbare angst, zond
+zij een slaaf naar haar koninklijken meester met een zinnebeeldige
+boodschap in den vorm van een mandje, gevuld met vijgebladeren,
+waarop een perzik, een pruim en een abrikoos lagen, alle drie in
+het eerste stadium van verleidelijke rijpheid, een symbool, waarvan
+Mohammed, die doorkneed was in de Oostersche beeldspraak van vruchten
+en bloemen, de beteekenis volkomen begreep. Gedachtig aan den raad der
+sterrenwichelaars, besloot hij de prinsessen onder zijn onmiddellijke
+bewaking te nemen, en hij gaf oogenblikkelijk bevel, den toren
+van het Alhambra tot haar ontvangst in gereedheid te brengen. Hij
+reisde zelf naar Salobrea om zijne dochters te halen, en toen hij
+ze aanschouwde, en zag hoe schoon zij waren, was hij dankbaar, dat
+hij zonder tijd te verliezen de jonkvrouwen onder zijn persoonlijk
+toezicht had genomen. Hij was zich z zeer bewust van het groote
+gevaar, dat drie zulke schoonheden konden loopen, dat hij zijn reis
+naar Granada voorbereidde door het zenden van herauten, met het bevel,
+dat de weg, dien hij met zijne dochters nemen zou, door iedereen moest
+worden verlaten, op straffe des doods. Toen ondernam hij de reis naar
+de hoofdstad, begeleid door een troep van de afschuwlijkste zwarte
+ruiters, die hij vinden kon.
+
+Toen de ruiterschaar Granada naderde, achterhaalde zij een troepje
+Moorsche soldaten met een konvooi gevangenen. De soldaten hadden
+geen tijd zich terug te trekken, en daarom wierpen zij zich met
+het aangezicht ter aarde, en bevalen hunne gevangenen hetzelfde
+te doen. Onder de gevangenen bevonden zich de drie ridders, die de
+prinsessen op een afstand uit het venster van het kasteel Salobrea
+gezien hadden, en daar zij te trotsch waren om voor hun heidenschen
+vijand te kruipen, bleven zij staan.
+
+Koning Mohammed ontstak in hevigen toorn over deze openlijke
+ongehoorzaamheid; hij trok zijn zwaard, en was op het punt de
+ongelukkige gevangenen het hoofd af te slaan, toen de prinsessen zich
+tusschenbeide wierpen en genade voor hen smeekten. De aanvoerder van
+het escorte zeide hem ook, dat de gewelddadige dood dezer ridders
+ernstige gevolgen zou hebben uit hoofde van hun hoogen rang, en
+hij beschreef den vertoornden vorst hoe deze dappere jongelingen
+gevangen genomen waren, terwijl zij als leeuwen onder de Spaansche vlag
+streden. Hierdoor eenigszins gekalmeerd, stak Mohammed het zwaard weder
+in de scheede. Ik zal hun leven sparen, zeide hij, maar zij moeten
+voorbeeldig gestraft worden voor hun onbeschaamdheid. Brengt hen
+naar den Vermiljoenen Toren, en laat hen daar dwangarbeid verrichten.
+
+In de verwarring van het oogenblik, waren de sluiers der drie
+prinsessen op zijde geschoven, zoodat haar verblindende schoonheid
+te zien kwam. In die romantische tijden was liefkrijgen op
+het eerste gezicht een herhaaldelijk voorkomend verschijnsel,
+en de drie edele ridders ontvlamden plotseling in liefde voor
+de koninklijke jonkvrouwen, die zoo warm voor hun behoud gepleit
+hadden. Merkwaardigerwijze was elk hunner bekoord door een andere
+schoone, maar het zou even onbescheiden als onlogisch zijn, wanneer
+wij zouden vragen naar de oorzaak van deze wonderbare bestiering
+van Jonkvrouw Natuur, die in de romance misschien verstandiger wordt
+voorgesteld, dan zij in werkelijkheid is.
+
+De koninklijke stoet reed nu verder, en de gevangenen werden naar
+hun kerker in den Vermiljoenen Toren gebracht. De verblijfplaats,
+die voor de prinsessen in gereedheid was gebracht, overtrof in
+heerlijkheid alles, wat men zich kan voorstellen. De vertrekken
+bevonden zich in een toren, die eenigszins afgezonderd stond van
+het eigenlijke paleis van het Alhambra; aan n kant zag men uit
+op een tuin, die schoon was als de eerste schrede in het paradijs,
+terwijl men aan de andere zijde het uitzicht had over een diep en
+schaduwrijk ravijn, dat de terreinen van het Alhambra scheidde van
+de Generalife. Maar de prinsessen waren blind voor de schoonheden
+van dit heerlijk oord; zij kwijnden zichtbaar, en niemand zag de
+gedruktheid der jonkvrouwen duidelijker dan de oude Kadiga, die
+gemakkelijk de oorzaak ervan kon vermoeden. Vervuld van medelijden
+met het eenzame bestaan der prinsessen, vertelde zij haar, dat zij,
+langs den Vermiljoenen Toren komende, de ridders na hun dagtaak bij
+de klanken der guitaar had hooren zingen. Op verzoek der jonkvrouwen,
+bracht zij den gevangenbewaarder ertoe, de ridders aan het werk te
+zetten in het ravijn onder de vensters harer vertrekken. Den volgenden
+dag werkten de ridders dus in het ravijn, en toen op het heetst van
+den middag de bewakers waren ingeslapen, zongen zij een Spaansch lied
+bij hunne guitaren. De prinsessen luisterden, en zij hoorden, dat het
+een liefdeslied was, aan haar gewijd. De jonkvrouwen antwoordden met
+een romance, waarvan het refrein aldus luidde:
+
+
+ De roos wordt verborgen door 't bladerenschild,
+ Maar het nachtegaalslied in het harte haar trilt.
+
+
+Elken dag werkten de ridders in het ravijn, en dagelijks onderhielden
+zij zich met de eveneens gevangen prinsessen, door middel van liederen
+en romances, die de gevoelens van weerskanten vertolkten. En telkens
+wanneer de bewakers hun middagslaap deden, vertoonden de prinsessen
+zich op het balkon. Maar er kwam een einde aan dezen zaligen toestand,
+want de familie van de drie jonge ridders betaalde een losprijs, en zij
+werden naar Granada gebracht, vanwaar zij de reis naar hun vaderland
+zouden aanvaarden. Zij richtten zich tot de oude Kadiga, en smeekten
+haar, hen te helpen, de prinsessen naar Spanje te ontvoeren. De oude
+vrouw bracht hare jonge meesteressen dit voorstel over, en daar zij
+allen dadelijk bereid waren, werd er een plan tot ontvluchting beraamd.
+
+De woeste heuvel, waarop het Alhambra gebouwd is, was in dien tijd
+doorkruist met allerlei onderaardsche gangen, die van de vesting naar
+verschillende plaatsen der stad voerden, en Kadiga nam op zich, de
+koninklijke jonkvrouwen door n dezer gangen naar een uitvalpoort
+buiten de muren van Granada te geleiden. Daar zouden de ridders
+haar opwachten met vlugge paarden, die de gelieven over de grenzen
+zouden brengen.
+
+De vastgestelde nacht kwam, en toen het Alhambra in diepe rust lag,
+lieten de prinsessen, begeleid door haar kamervrouw, zich langs een
+touwladder uit hare vensters in den tuin zakken--allen, behalve
+Zorahayda, de jongste en minst moedige, die op het beslissende
+oogenblik er niet toe besluiten kon, haar vader te verlaten. Door de
+nadering van de patrouille, die des nachts het paleis bewaakte, waren
+hare zusters en Kadiga genoodzaakt, zonder haar te vluchten. Kruipende
+vonden zij den weg door het duistere labyrinth, en zij slaagden er in,
+de poort buiten de muren te bereiken. De Spaansche ridders wachtten
+haar daar op. De minnaar van Zorahayda was wanhopig toen hij hoorde,
+dat zij geweigerd had den toren te verlaten, maar er was geen tijd
+te verliezen; de twee prinsessen stegen achter op het paard harer
+geliefden, Kadiga werd op het ros van een anderen ruiter geheven,
+en het gezelschap draafde in vliegende vaart weg.
+
+Zij hadden nog niet lang gereden, toen zij het geluid van de
+alarmtrompet van het Alhambra hoorden, terwijl een wachtvuur op den
+hoogsten toren in vollen gloed opvlamde. Zij dreven hunne paarden
+met alle macht tot den grootsten spoed aan, en slaagden er in, hunne
+vervolgers steeds verder achter zich te laten; zij kozen weinig
+begane paden, verborgen zich in dichte bosschen, en waren eindelijk
+zoo gelukkig Cordova te bereiken, waar de prinsessen werden opgenomen
+in den schoot der Kerk, en met hunne respectieve minnaars in den echt
+verbonden werden.
+
+Mohammed was haast waanzinnig van smart bij het verlies van zijne
+dochters. Maar hij nam--eenigszins noodeloos--zijne maatregelen,
+om zijn laatste dochter beter te bewaken. De ongelukkige Zorahayda,
+die hierna strenger dan ooit bewaakt werd, had bitter berouw over
+haar gebrek aan moed, en het verhaal luidt, dat zij vele nachten
+over de borstwering van den toren leunde, starende in de richting van
+Cordova. De overlevering, die nooit bijzonder barmhartig is tegenover
+de heldin en den lezer, zegt, dat zij jong is gestorven, en haar
+treurig lot was de aanleiding tot het ontstaan van menig droevige
+ballade, Moorsch, zoowel als Castiliaansch, zoodat zij tenminste in
+dit opzicht niet vergeefs heeft geleefd, terwijl hare meer gelukkige
+zusters niet bezongen werden.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN PRINS AHMED.
+
+Weer is de oude stad Granada het tooneel der legende, die wij nu
+behandelen zullen. Maar op grond van overwegingen, die wij later
+zullen vermelden, kunnen wij wel aannemen, dat het verhaal van
+Perzischen oorsprong is. Het is de geschiedenis van Prins Ahmed,
+bijgenaamd al Kamel, of de Volmaakte, om de evenwichtigheid en
+schoonheid van zijn karakter. Bij de geboorte van dezen beminnelijken
+prins, voorspelden de astrologen, dat zijn leven buitengewoon gelukkig
+zou zijn, mits men n moeilijkheid zou kunnen overwinnen; maar die
+moeilijkheid was groot genoeg om het hart van elken vorst hevig te
+verontrusten. Wij zijn dan ook in het minst niet verwonderd, wanneer
+wij hooren, dat zijn koninklijke vader pessimistisch gestemd werd, wat
+de gelukskansen van den prins betreft, toen de wijzen hem mededeelden,
+dat, wilde zijn zoon ontkomen aan een droevig lot, hij ver moest worden
+gehouden van de verlokkingen der liefde, totdat hij den mannelijken
+leeftijd zou hebben bereikt. De ontstelde vader deed, zooals de
+meeste vaders in romances doen, hij sloot n.l. zijn pasgeboren zoon
+op in een allerliefst en afgelegen paleis, dat hij voor dit doel liet
+bouwen op den rand van den heuvel boven het Alhambra. Dit gebouw,
+dat tegenwoordig bekend is als de Generalife, is omringd door hooge
+muren, en hier groeide de prins op, onder de goede zorgen van Eben
+Bonabben, een Arabisch geleerde, die vele buitengewone gaven van hart
+en verstand had, welke hem geschikt maakten voor het bewaken van een
+jeugdigen vorst in de omstandigheden van Ahmed.
+
+Onder de leiding van dezen ernstigen leermeester, bereikte de prins
+zijn twintigste jaar, volkomen onwetend waar het de dingen der liefde
+betrof. Maar in dien tijd verloor hij zijn gewone lankmoedigheid,
+en inplaats van aandachtig te luisteren naar de gesprekken van Eben
+Bonabben, verwaarloosde hij zijne studien, en nam hij de gewoonte
+aan, door de tuinen van het paleis te dwalen. Zijn meester, die zag
+hoe het met hem gesteld was, en dat zijn sluimerend liefdesverlangen
+ontwaakt was, verdubbelde zijne zorgen, en sloot hem op in den meest
+afgelegen toren aan de Generalife. Om zijn belangstelling te wekken
+voor iets, dat zijne gedachten zou afleiden van bespiegelingen, die
+wellicht gevaarlijk voor hem konden zijn, onderwees hij hem in de
+taal der vogels, en de Prins had zooveel pleizier in deze merkwaardige
+wetenschap, dat hij haar spoedig volkomen machtig was. Nadat hij met
+groot succes zijn vaardigheid beproefd had, achtereenvolgens op een
+havik, een uil en een vleermuis, luisterde hij naar het vogelenkoor
+in den tuin. Het was lente, en elke gevederde zanger stortte zijn hart
+uit in een jubelend lied van liefde, welk woord telkens herhaald werd.
+
+Liefde, riep de prins eindelijk uit, wat beteekent dat, liefde?
+Hij vroeg Eben Bonabben ernaar, die bij deze vraag in gedachte zijn
+hoofd reeds op zijne schouders voelde rollen, als een waarschuwing
+voor wat er gebeuren zou, wanneer hij niet in staat zou zijn, de
+vraag te ontwijken. Hij vertelde Ahmed, dat liefde een van de ergste
+kwellingen was, die de ongelukkige menschheid te dragen heeft, dat
+zij oneenigheid bracht tusschen vrienden en broeders, en verscheidenen
+der edelste mannen ten val had gebracht. Daarna verwijderde hij zich
+in de grootste verwarring en liet den prins aan zijn eigen gedachten
+over. Maar Ahmed merkte op, dat de vogels, die zoo lustig zongen,
+volstrekt niet ongelukkig waren, en daarom twijfelde hij aan de
+waarheid van de verklaringen van zijn leermeester. Den volgenden
+morgen, toen hij op zijn rustbank lag, trachtende het raadsel op te
+lossen, dat zijne gedachten voortdurend bezighield, vloog een duif, die
+vervolgd werd door een havik, het venster binnen, en viel fladderend
+op den grond. De prins raapte den verschrikten vogel op en streek de
+verwarde veertjes glad. Maar de duif scheen ontroostbaar en op zijn
+vraag, wat haar bedroefde, antwoordde zij, dat zij treurde om haar
+doffer, dien zij met haar geheele hart liefhad.
+
+Zeg mij, schoone vogel, wat is dat voor een ding, de liefde, waarvan
+de vogels in den tuin steeds zingen?
+
+Liefde, zeide de vogel, is het grootste mysterie en de oorsprong van
+alle leven. Ieder levend schepsel heeft zijn maat. Hebt gij zoovele
+kostbare dagen van uw jeugd doorgebracht zonder de liefde te leeren
+kennen? Heeft nog geen schoone prinses of bekoorlijke jonkvrouw uw
+hart veroverd?
+
+De prins liet de duif weer vliegen en zocht Bonabben op. Schurk,
+riep hij uit, waarom hebt gij mij zoo totaal onwetend gelaten? Waarom
+hebt gij het groote mysterie en den oorsprong van alle leven voor
+mij verborgen gehouden? Waarom moet ik alleen het geluk der liefde
+ontberen? Bonabben zag, dat verdere uitvluchten noodeloos waren,
+en dus openbaarde hij zijn pupil, wat de sterrenwichelaars voorspeld
+hadden, en hoe het noodzakelijk gevolg hiervan de voorzorgen waren
+geweest, waarmee zijn jeugd omringd was geworden. Verder zeide hij
+tot den prins, dat, wanneer de Koning hoorde, hoe zijn vertrouwen
+beschaamd was, hij hem stellig zou laten onthoofden. De prins was
+z verschrikt door deze mededeeling, dat hij beloofde, zijn nieuw
+verworven wetenschap voor iedereen verborgen te houden. Dit stelde
+den wijze weer eenigszins gerust.
+
+Eenige dagen na dit voorval wandelde de prins in den tuin; plotseling
+zette zijn vriendin, de duif, zich op zijn schouder neer. Hij vroeg
+haar, vanwaar zij kwam, en zij antwoordde, dat zij uit een ver land
+gekomen was, waar zij een schoone prinses had gezien, die, evenals
+Ahmed zelf, opgesloten was binnen de hooge muren van een afgelegen
+kasteel, en onbekend was gebleven met het bestaan der liefde. De
+wetenschap, dat er een wezen van de andere sexe bestond, dat in
+dezelfde omstandigheden was opgevoed als hijzelf, werkte als een vonk
+op het hart van Ahmed. Hij schreef oogenblikkelijk een brief in de
+hartstochtelijkste taal aan De Onbekende Schoone, van den gevangen
+Prins Ahmed, en gaf hem aan de duif, die beloofde, hem dadelijk aan
+het voorwerp zijner aanbidding te zullen brengen.
+
+Dag op dag wachtte Ahmed tevergeefs op de terugkomst van den
+boodschapper der liefde; maar op zekeren avond fladderde de duif
+eindelijk zijn kamer binnen, waar zij voor zijn voeten neerviel en
+den laatsten adem uitblies. De pijl van een wreeden schutter had haar
+hart doorboord, maar zij had zich tot het uiterste ingespannen om haar
+zending te volbrengen. Ahmed raapte het teedere lichaam op en zag, dat
+het omwonden was met een parelsnoer, waaraan een miniatuur hing, een
+bekoorlijke prinses voorstellende, stralende in jeugd en schoonheid. De
+prins drukte de beeltenis hartstochtelijk aan zijne lippen, en hij
+besloot dadelijk te vluchten, en het origineel van het portret te
+zoeken, hoe groot de gevaren en welke de hindernissen ook mochten zijn.
+
+Hij wendde zich tot den wijzen uil met wien hij niet meer gesproken had
+sedert den tijd, waarin hij nog een beginneling was in de studie der
+vogeltaal. Toen nam hij al zijne juweelen en liet zich nog dienzelfden
+nacht langs het balkon naar beneden glijden, klom over de buitenmuren
+van de Generalife, en begaf zich, vergezeld van den wijzen ouden uil,
+die erin toegestemd had als zijn cicerone op te treden, op weg naar
+Sevilla, om een raaf te zoeken, die volgens het zeggen van den uil,
+een groot toovenaar was, en die hem zou kunnen helpen bij het opsporen
+van zijn geliefde. Zij bereikten de stad in het Zuiden, en zochten
+den hoogen toren, waar de raaf woonde. Zij vonden den geleerden vogel,
+die hem den raad gaf naar Cordova te gaan, en den palmboom te zoeken
+van den grooten Abderahman; deze boom stond op het plein van de
+voornaamste moskee, en aan zijn voet zouden zij een beroemd reiziger
+vinden, die hun zou inlichten over het voorwerp hunner nasporingen.
+
+Zij volgden de aanwijzing van den raaf, en reisden naar Cordova, waar
+zij tot hun groote teleurstelling aan den voet van den boom in kwestie,
+een groote volksmenigte vonden, die met belangstelling luisterde naar
+het gekakel van een papegaai, wiens pluimage schitterend groen was,
+en wiens levendig oog een schat van wijsheid verried. Toen de menigte
+zich verspreid had, vroeg de prins den schoonen vogel naar het voorwerp
+zijner liefde, en hij was verbaasd, het onwelluidend gelach te hooren,
+waarmee hij naar de beeltenis der jonge prinses keek.
+
+Arme jongeling, kakelde hij, zijt gij ook het slachtoffer geworden
+van de liefde? Weet dan, dat het portret, dat gij zoo innig vereert, de
+beeltenis is van Prinses Aldegonda, de dochter van den Christenkoning
+van Toledo.
+
+Help mij, goede vogel, riep de prins uit, en ik zal u een hooge
+betrekking aan het Hof bezorgen.
+
+Heel goed, zeide de papegaai, het eenige, wat ik vraag is, dat ik
+niet veel hoef te doen, want wij geleerden hebben een grooten afkeer
+van hard werken.
+
+Vergezeld van den uil en den papegaai, vervolgde Ahmed zijn reis naar
+Toledo om Prinses Aldegonda te zoeken. Zij vordenden slechts langzaam
+door de rotsachtige passen van de Sierra Morena, en de verschroeiend
+heete vlakten van La Mancha en Castili, maar eindelijk kwamen zij in
+het gezicht van Toledo, dat gelegen is aan den rand van een afgrond,
+waar de Taag bruisend doorheen loopt. De praatzieke papegaai wees zijne
+reisgenooten dadelijk het verblijf van Prinses Aldegonda, een statig
+paleis, dat zich verhief uit de heesters van een verrukkelijken tuin.
+
+Ach Toledo, riep de uil in extase uit, Toledo, gij stad van
+toovenarij en mysterie! Welk een macht van tooverformulieren zijn er
+niet uitgesproken in uwe donkere schuilhoeken. Stad van geleerdheid,
+van wonderen, van duizenden geheimenissen!
+
+Kletspraat, riep de papegaai. Wind je niet op, mijn vriend
+de wijsgeer! O Toledo, oreerde hij met uitgespreide vleugels, in
+navolging van den uil, stad van noten en van wijn, van vijgen en olie,
+van feesten, steekspelen en bekoorlijke seoritas! Nu, Prins, moet
+ik niet naar Prinses Aldegonda vliegen, en haar uw aankomst melden?
+
+Doe dat, beste van alle vogels, antwoordde de prins met
+warmte. Vertel haar, dat Ahmed, de pelgrim der liefde, naar Toledo
+is gekomen om haar te zoeken.
+
+De papegaai spreidde dadelijk zijne vleugels uit en vloog weg met deze
+boodschap. Hij vond de prinses, rustende op een divan, en nadat hij
+neergedaald was, naderde hij haar met de manieren van een volmaakten
+hoveling. Schoone Prinses, zeide hij met een diepe buiging, ik kom
+als afgezant van Prins Ahmed van Granada, die naar Toledo is gereisd
+om zich te koesteren in de stralen uwer oogen.
+
+O, welk een heerlijk nieuws, riep de prinses uit. Ik begon juist
+te twijfelen aan de standvastigheid van Ahmed. Vlieg naar hem terug,
+zoo vlug uwe groene vleugels u dragen kunnen en vertel hem, dat zijn
+schrijven het voedsel mijner ziel is geweest, en dat zijne woorden in
+mijn hart gegrift zijn. Maar ach, hij moet zich er op voorbereiden,
+de kracht zijner liefde met de wapenen te bewijzen. Morgen is het mijn
+zeventiende verjaardag, ter eere waarvan mijn vader een schitterend
+tournooi geeft, en de prijs voor den overwinnaar zal mijn hand zijn.
+
+Ahmed was verrukt over het nieuws, dat de papegaai hem bracht; maar
+zijn geluk over de trouw der prinses werd verduisterd door het feit,
+dat hij om haar zou moeten strijden, want hij was niet geoefend
+in het ridderspel. In zijn verlegenheid wendde hij zich tot den
+wijzen uil, die zooals gewoonlijk goeden raad schafte door hem te
+vertellen, dat er in een naburigen berg een grot was, waar op een
+ijzeren tafel een betooverde wapenrusting lag; daarnaast zou hij een
+betooverd strijdros vinden, dat daar gedurende vele eeuwen gestaan
+had. Na eenig zoeken vond Ahmed de bewuste grot. Een lamp met eeuwig
+brandende olie verspreidde een gedempt licht over de hoekige ruimte
+en met behulp daarvan waren de wapenrusting en het betooverde paard
+spoedig gevonden. Ahmed trok de wapenrusting aan en sprong op het
+paard, dat luid-hinnekend ontwaakte en hem uit de grot wegvoerde,
+terwijl de uil en de papegaai naast hem vlogen.
+
+Den volgenden morgen begaf Ahmed zich naar het strijdperk, dat in
+de nabijheid der stad gelegen was. Het was een onvergelijkelijk
+schoon schouwspel, en edele ridders en lieflijke jonkvrouwen waren
+bij honderden opgekomen om hun vaardigheid in het voeren der wapenen,
+en haar schoonheid te vertoonen. Maar Prinses Aldegonda overtrof allen
+in schoonheid, want zij straalde als de maan tusschen de sterren. Bij
+de komst van Ahmed, die aangekondigd werd als de Pelgrim der Liefde,
+steeg de opwinding ten top, want hij was een buitengewoon ridderlijke
+en schitterende verschijning in zijn glinsterende wapenrusting en met
+juweelen bezaaiden helm. Men deelde hem mede, dat slechts kampioenen
+van vorstelijken bloede in het strijdperk werden toegelaten, en toen
+hij dit vernam, maakte hij zich bekend. Toen men hoorde, dat hij een
+muzelman was, begonnen de Christenridders hem te beschimpen, waarop
+Ahmed in woede ontstak en den ridder, die het heftigst in zijn spot
+geweest was, uitdaagde. Zij renden op elkander in, en de gespierde
+tegenstander werd uit het zadel geworpen. Maar de prins ontdekte nu,
+dat hij te doen had met een betooverd paard; want toen het eenmaal
+in actie was, kon niets het meer tegenhouden. Het Arabische ros
+wierp zich midden tusschen de ridders; Ahmeds tegenstanders vielen
+als een kegelspel onder zijn opgeheven speer, zoodat het strijdperk
+in een oogenblik bedekt was met hunne uitgestrekte lichamen. Maar
+des middags twaalf uur, hield de betoovering waaronder het paard
+handelde, plotseling op. Het ros draafde over het veld, sprong over de
+afsluiting, stortte zich in de Taag, zwom door den bruisenden stroom,
+en droeg den prins doodmoe maar voldaan naar de grot terug, waar het
+zijn plaats weer innam naast de ijzeren tafel, waarop de prins de
+wapenrusting weer neerlegde.
+
+Ahmed gevoelde zich echter allesbehalve behagelijk, want onder degenen,
+die hij uit het zadel geworpen had in zijn woesten stormloop, was
+de Koning zelf, de vader van Aldegonda, die bij het zien van de
+verwarring, die Ahmed onder zijne gasten aanrichtte, hevig vertoornd
+hun te hulp was gekomen. Vervuld van de angstigste voorgevoelens, zond
+hij zijne gevleugelde boodschappers uit om eenig bericht. De papegaai
+keerde terug met een massa nieuws. Er heerschte groote ontsteltenis
+in Toledo, zeide hij; de prinses was bewusteloos weggedragen, en de
+algemeene opinie was, dat de prins f een Arabisch toovenaar, f een
+van de booze geesten was, die, naar men geloofde, in de grotten der
+bergen huisden.
+
+Het was reeds dag, toen de uil terugkeerde. Hij had door de vensters
+van het paleis gegluurd, en gezien, hoe de prinses den brief van
+Ahmed kuste, terwijl zij luid schreide. Later was zij overgebracht
+naar den hoogsten toren in het paleis, en elke gang daarheen werd
+streng bewaakt. Maar een diepe en knagende melancholie had zich van
+haar meester gemaakt, en men meende, dat zij het slachtoffer was van
+toovenarij, zoodat er tenslotte een groote belooning--de kostbaarste
+diamant uit de koninklijke schatkamer--was uitgeloofd voor hem,
+die haar zou genezen.
+
+Nu wist de wijze uil toevallig, dat er in de koninklijke schatkamer
+een sandelhouten kist met stalen banden aanwezig was, die beschreven
+was met geheimzinnige teekenen, die slechts door enkele geleerden
+konden worden ontcijferd. Deze koffer bevatte het zijden vloerkleed,
+dat uitgeweken Joden naar Spanje hadden medegebracht. Deze mededeeling
+gaf den prins veel te denken. Den volgenden dag ontdeed hij zich
+van zijn kostbare kleeding, en trok het eenvoudige gewaad van een
+Arabier uit de woestijn aan; daarna kleurde hij zijn gelaat en
+handen donkerbruin. Op deze wijze vermomd, begaf hij zich naar het
+koninklijk paleis, waar hij na een oogenblik wachten tot den Koning
+werd toegelaten. Toen deze hem naar de reden van zijn komst vroeg,
+antwoordde hij zonder aarzelen, dat hij in staat was de prinses te
+genezen, die, zooals hij zeide, ongetwijfeld door een duivel bezeten
+was; hij kon dien boozen geest uitdrijven, alleen door de macht der
+muziek, zooals dat bij zijn volksstam gewoonte was.
+
+Toen de Koning zag, dat hij zoo vol vertrouwen was, bracht hij hem
+dadelijk naar den hoogsten toren, waar de prinses lag, en vanwaar men
+op een terras kwam, waar men het uitzicht had over de stad en het
+omliggende land. De prins zette zich op dit terras neder, en begon
+op zijn fluit te spelen. Maar de prinses bleef bewusteloos. Daarna
+herhaalde hij, alsof hij een duivelbezwering zong, de woorden van
+den brief, dien hij de prinses gezonden had, en waarin hij haar zijn
+liefde verklaard had. Toen ontwaakte zij, herkende diep geroerd de
+woorden, en beval, dat men den prins bij haar zou brengen. Ahmed werd
+in haar kamer geleid, maar de gelieven, die het gevaar, waarin zij
+verkeerden, begrepen, waren op hun hoede, en stelden zich tevreden met
+het wisselen van blikken, die welsprekender waren dan woorden. Nooit
+behaalde muziek een grooter triomf! De rozen keerden terug op de
+bleeke wangen der prinses, en de Koning was z verrukt, dat hij Ahmed
+verzocht het schoonste juweel uit zijn schatkamer te kiezen. De prins
+wendde echter een overgroote bescheidenheid voor, en antwoordde, dat
+hij geen juweelen begeerde, maar slechts een oud vloerkleed wenschte,
+dat in een sandelhouten koffer geborgen was, die door de muzelmannen,
+die eens in Toledo heerschten, was achtergelaten. De koffer werd
+oogenblikkelijk gebracht, en men spreidde het karpet op het terras uit.
+
+Dit karpet, zeide de prins, was eens het eigendom van Koning
+Salomo; het is waardig de schoonheid zelf te dragen. Laat de Prinses
+het betreden.
+
+De Koning gaf zijn dochter toestemming het verzoek van den Arabier
+in te willigen, en zij betrad het vloerkleed. Toen ging Ahmed naast
+haar staan, en zeide, zich tot den verbaasden Koning wendende:
+
+Weet, o Koning, dat uw dochter en ik elkander reeds lang hebben
+liefgehad. Herkent gij den Pelgrim der Liefde niet?
+
+Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of het kleed verhief zich
+in de lucht, en tot groote ontsteltenis van alle omstanders, werden
+de gelieven weggevoerd, en zij verdwenen spoedig uit het gezicht.
+
+Het tooverkarpet daalde neder in Granada, waar Ahmed en de prinses
+in den echt vereenigd werden met de praal, die hun hooge rang
+eischte. Later volgde hij zijn vader op, en zijn regeering was
+langdurig en gelukkig. Maar ofschoon hij nu een kroon droeg, vergat
+hij toch zijne gevleugelde vrienden niet. Hij benoemde den uil tot
+zijn grootvizier en den papegaai tot ceremoniemeester, en wij mogen
+dit beschouwen als het teeken, dat hij in al zijne koninklijke en
+huiselijke omstandigheden door wijsheid en uiterlijke waardigheid
+geleid werd.
+
+Dit boeiende verhaal is natuurlijk samengesteld uit een aantal
+oorspronkelijke en afzonderlijke elementen--de gelieven, die onbekend
+met de liefde opgroeiden, om een voorspelling bij hun geboorte; het
+oude thema van de vogeltaal, van hulpvaardige dieren, en het onderwerp
+van het betooverde karpet. Het laatste is slechts een andere vorm van
+het oude begrip, dat een toovenaar zich op bovennatuurlijke wijze
+door de lucht kan voortbewegen; deze kunst schijnt hij te hebben
+geleerd aan de heksen der middeleeuwen, wier bezemstelen slechts het
+vliegende paard vervingen. Maar uit de omstandigheid, dat het karpet
+in dit verhaal voorkomt, mogen wij opmaken, dat het waarschijnlijk uit
+Perzi afkomstig is, het land waar het eerst karpetten geweven werden;
+vooral ook, omdat de toovenaars van primitiever volken andere en
+eenvoudiger middelen gebruikten om zich door de lucht voort te bewegen.
+
+
+
+DE GELOFTE VAN DEN HEIDEN.
+
+Het volgende verhaal werpt een helder licht op de verdraagzaamheid,
+en zelfs edelmoedigheid, die in het oude Spanje somtijds tusschen Moor
+en Christen betracht werd. Het betreft de geschiedenis van Narvaez,
+den generaal, die het bevel voerde over het garnizoen van Medina
+Antequara, een Moorsche stad, die in handen van de Spanjaarden gevallen
+was. Narvaez maakte de stad tot een middelpunt, vanwaar hij een reeks
+invallen deed in het naburige district Granada, met het doel provisie
+machtig te worden, en de ongelukkige bewoners van dezen streek alles
+te ontnemen, wat hun nog was overgebleven.
+
+Bij n van deze gelegenheden had Narvaez een groote ruiterschaar
+uitgezonden om de omgeving te plunderen. Zij waren in den vroegen
+morgen, terwijl het nog duister was, uitgetrokken, zoodat zij bij
+zonsopgang reeds diep in het vijandelijk land waren doorgedrongen. De
+bevelvoerende officier reed eenige honderden meters voor den troep
+uit, en ontmoette tot zijn verwondering een Moorsch jongeling, die
+in het duister verdwaald was, en nu huiswaarts keerde. De jonge man
+hield moedig stand tegen de Spaansche ruiters, maar hij werd spoedig
+overrompeld, en toen zij van hem hoorden, dat de landstreek, waarin
+zij zich bevonden, niet veel meer was dan een verlaten vlakte, daar
+de vroegere bewoners bij hun vlucht alles hadden meegenomen, keerden
+zij naar Antequara terug, waar zij hun gevangene voor Narvaez voerden.
+
+De gevangene, een jonge man van ongeveer drie-en-twintig jaar, was
+een schoone en statige verschijning. Hij was gekleed in een los,
+zijden gewaad van een warme donkerroode kleur, dat naar Moorsch
+gebruik, rijk versierd was, en hij bereed een edel paard van zuiver
+Arabisch ras. Uit deze omstandigheden maakte Narvaez op, dat hij een
+hooggeboren ridder was. Hij deed onderzoek naar zijn naam en afkomst,
+en vernam dat zijn gevangene de zoon was van den Alcayde van Ronda,
+een aanzienlijk Moor en een onverzoenlijk vijand der Christenen. Maar
+toen Narvaez den jongen man zelf ondervroeg, bemerkte hij tot zijn
+verwondering, dat hij niet in staat was, hem te antwoorden. Tranen
+stroomden langs zijn gelaat, en zijne antwoorden werden onderbroken
+door snikken die uit het diepst zijner ziel schenen op te stijgen.
+
+Het verbaast mij, u zoo voor mij te zien, zeide Narvaez. Dat gij,
+een ridder van goeden huize, en de zoon van zulk een dapper edelman
+als uw vader is, zoo bedroefd zijt en als een vrouw schreit, terwijl
+gij toch de gevaren van den oorlog kent, en er uitziet als een moedig
+soldaat en een goed ridder, dat begrijp ik niet.
+
+Ik schrei niet omdat ik gevangen genomen ben, antwoordde de
+jongeling; ik stort tranen om een veel grooter leed, waarbij
+vergeleken mijn gevangenschap niets is.
+
+Onder den indruk van den ernst van den jongen man, en begaan met
+zijn ongelukkigen toestand, vroeg Narvaez hem vriendelijk naar de
+reden zijner droefheid, en getroffen door de vriendelijkheid van den
+generaal, zuchtte de jonge ridder diep, en antwoordde:
+
+Heer Gouverneur, ik heb sedert lang een jonkvrouw lief, de dochter
+van den Alcayde van een zekere vesting. Menigmaal heb ik ter harer
+eer gestreden tegen Christen ridders. De jonkvrouw schonk mij haar
+wederliefde, en beloofde mij, mijn vrouw te zullen worden, en ik
+was op weg naar haar toe, toen ik het ongeluk had uwe ruiters te
+ontmoeten en hun in handen te vallen. Ik heb dus niet slechts mijn
+vrijheid verloren, maar tevens mijn levensgeluk, dat ik reeds meende
+te bezitten. Wanneer u dit geen reden tot weenen toeschijnt, dan weet
+ik niet, waarvoor den mensch tranen geschonken zijn, en zie ik geen
+kans u duidelijk te maken, hoezeer ik lijd.
+
+De trotsche Narvaez was diep getroffen door het droevige verhaal van
+zijn gevangene, en daar hij iemand was met een gevoelig en edelmoedig
+hart, besloot hij te doen wat in zijn vermogen was, om het droevig
+lot van den jongeling te verzachten.
+
+Gij zijt een ridder uit een edel geslacht, zeide hij, en wanneer
+gij op uw eerewoord belooft, dat gij naar hier zult terugkeeren,
+zal ik u toestaan naar uw geliefde te gaan, om haar te zeggen wat de
+reden is, dat gij heden niet bij haar waart.
+
+De Moor nam het aanbod van Narvaez dankbaar aan, gaf hem de gevraagde
+belofte, en bereikte nog dienzelfden avond het kasteel, waarin
+zijn geliefde woonde. Hij ging den tuin binnen en gaf het teeken,
+waardoor hij haar gewoonlijk zijn aanwezigheid kenbaar maakte, en
+zij kwam oogenblikkelijk naar de plaats, waar zij elkander gewoonlijk
+ontmoetten. Zij begreep er niets van, dat hij niet op het afgesproken
+uur bij haar gekomen was, en hij vertelde haar wat de oorzaak van zijn
+wegblijven geweest was. Toen de jonkvrouw hoorde wat hem overkomen was,
+barstte zij in snikken uit, en haar minnaar trachtte haar te troosten;
+maar toen de morgen aanbrak, herinnerde hij zich zijn gelofte aan
+Narvaez, en hoe hij zijn woord als krijgsman en als ridder gegeven had,
+dat hij weer in gevangenschap zou terugkeeren.
+
+Er blijft mij niets anders over dan te gaan, zeide hij. Ik heb
+mijn vrijheid verloren, en God verhoede, dat ik u, die ik zoo innig
+liefheb, naar een plaats zou brengen, waar ook uw vrijheid gevaar zou
+loopen. Wij moeten geduldig wachten, totdat ik uit mijn gevangenschap
+verlost word, en dan keer ik oogenblikkelijk tot u weder.
+
+De jonkvrouw antwoordde echter: Gij hebt mij reeds vele bewijzen
+gegeven van uw oprechte liefde, maar nu toont gij mij die duidelijker
+dan ooit door uw groote bezorgdheid voor mij; daarom zou het ondankbaar
+van mij zijn, wanneer ik niet met u medeging om uw gevangenschap te
+deelen. Ik wil met u gaan; als gij in slavernij moet leven, wil ik
+het ook doen.
+
+De jonkvrouw liet zich door haar kamervrouw hare juweelen brengen,
+en daarna steeg zij achter haar minnaar in het zadel. Zij reden den
+geheelen nacht door, en kwamen in den vroegen morgen te Antequaro aan,
+waar zij zich bij Narvaez aanmeldden. Deze was getroffen door den
+trouw der jonkvrouw en de rechtschapenheid en standvastigheid van
+den jongen Moorschen ridder. Hij schonk oogenblikkelijk beiden de
+vrijheid weder, overlaadde hen met geschenken en andere eerbewijzen,
+stond hun toe weder naar hun eigen land terug te keeren, n gaf hun
+een vrijgeleide tot buiten de grenzen van het vijandelijk land. Deze
+gebeurtenis, de liefde der jonkvrouw, de rechtschapenheid van den
+Moor, en bovenal de edelmoedigheid van den Christen bevelhebber,
+werden buitengewoon bewonderd door de Saraceensche ridderschap van
+Granada, bezongen door hunne voornaamste dichters, en door hunne
+geschiedschrijvers te boek gesteld. Een ofschoon dit verhaal in alle
+opzichten het karakter van een romance draagt, heeft het bovendien
+nog de verdienste, volkomen historisch te zijn.
+
+
+
+DE DROOM VAN KONING ALFONSO.
+
+Vol geheimzinnigheden is het verhaal hoe Don Alfonso, Koning van
+Galici n van de Christelijke Staten, die het tegen de Mooren hadden
+uitgehouden, vervolgd werd door een droom, die steeds zijne nachtwaken
+verontrustte, en waarvan hij den diepen zin niet kon doorgronden,
+zoodat hij eindelijk er toe moest overgaan, zich om raad te wenden
+tot de beoefenaren der occulte wetenschap, diezelfde vijanden, tegen
+wie de droom hem waarschuwde.
+
+In het jaar 1086 werden er voortdurend invallen gedaan in het gebied
+van Alfonso en andere Christelijke vorsten, door een groot leger van
+Almoravide Mooren, die uit Afrika kwamen om Centraal- en Noordelijk
+Spanje te bestoken. Toen het bericht van hun nadering tot Alfonso
+kwam, lag hij juist met zijne troepen voor Saragossa, maar bij het
+dreigende gevaar voegde hij zich bij zijne bondgenooten te Toledo, en
+maakte hij zich gereed tot den strijd met de aanvallers, die, terwijl
+zij uit zichzelf reeds talrijk waren, nog versterkt werden door de
+Mooren uit de verschillende Mohammedaansche Staten van Spanje. Voordat
+Alfonso Toledo verliet, werd hij bezocht door een van die vreeselijke
+visioenen, die, zooals de geschiedenis ons leert, zoo menigmaal den
+val van volkeren voorspeld hebben. Hij droomde, dat hij op een olifant
+gezeten was, en dat naast hem, op zijde van het reusachtige dier, een
+atambore of Moorsche trom hing, waarop hijzelf sloeg. Maar het geweld,
+dat uit het instrument voortkwam, was z hevig en onrustbarend,
+dat hij oogenblikkelijk doodelijk verschrikt ontwaakte. In het begin
+sloeg hij weinig acht op dezen droom en beschouwde hem als een gewone
+nachtmerrie, maar toen hij steeds hetzelfde droomde in de opeenvolgende
+nachten van zijn verblijf te Toledo, begon hij te gelooven, dat er
+een ernstige waarschuwing in verborgen was. Nacht op nacht ontwaakte
+hij doodelijk verschrikt, badende in het zweet en met den nagalm
+van den Oosterschen trom nog in zijne ooren, totdat hij eindelijk
+in de grootste onrust besloot, de geleerden van zijn Hof te vragen,
+wat de beteekenis van den droom zou kunnen zijn.
+
+Met dit doel riep hij zijne geleerden en sterrenwichelaars tot zich,
+evenals de priesters en zelfs de rabijnen der Joden, zijne vasallen,
+die nog bedrevener waren in het uitleggen van droomen dan zijne
+Christelijke onderdanen. Toen hij hen om zich heen verzameld had,
+vertelde hij hun den inhoud van zijn droom, dien hij tot in de kleinste
+bijzonderheden beschreef, en hij eindigde zijn verhaal aldus: Wat
+mij in dit alles het meest verbaast en verontrust, is de eigenaardige
+omstandigheid, dat ik steeds van een olifant droom, een dier dat in
+ons land niet voorkomt. En ook heeft de atambore een anderen vorm dan
+die bij ons, of waar dan ook in Spanje, gebruikelijk is. Ik vraag u,
+wat de beteekenis van dezen droom kan zijn, en verwacht ten spoedigste
+hierop uw antwoord.
+
+De wijzen zonderden zich nu af en keerden na eenigen tijd tot den
+Koning terug.
+
+Heer Koning, zeiden zij, wij zijn van meening, dat deze droom u
+is toegezonden om u kenbaar te maken, dat gij het machtige leger,
+dat de Mooren tegen u op den been hebben gebracht, zult overwinnen,
+dat gij hun kamp zult vernielen en groote schatten zult buitmaken,
+dat gij hun gebied zult bezetten en zegevierend zult terugkeeren,
+overladen met roem en eer. Ook gelooven wij, dat uw overwinning in het
+geheele Oosten bekend zal worden, want de olifant, die u elken nacht
+verschijnt, kan niemand anders zijn dan Juzef Aben Taxfin, Koning
+der Muzelmannen, en Heer over de uitgestrekte landen van Afrika,
+die evenals het bedoelde beest is opgegroeid in de woestijnen van
+dat land. De eigenaardig gevormde atambore, waarop gij in uw droom
+zoovele nachten geslagen hebt, duidt op uw roem, die tot in de meest
+afgelegen deelen der wereld verspreid zal worden.
+
+Alfonso luisterde met de grootste aandacht naar deze uitlegging,
+en toen de wijzen zwegen, zeide hij: Het schijnt mij toe, dat uw
+verklaring niet de juiste is, want die, welke mijn eigen hart mij
+geeft, is van geheel anderen aard en kondigt mij dood en verderf aan.
+
+Nadat de Koning deze woorden gesproken had, wendde hij zich tot eenige
+Moorsche ridders, zijne vasallen, met de vraag, of hun wellicht een
+Moorsch geleerde bekend was, bedreven in het uitleggen van droomen. Zij
+antwoordden, dat zij zoo iemand kenden, en dat hij te Toledo in een
+der Moskeen leeraarde; deze wijze zou zeker tot tevredenheid van
+den Koning een verklaring geven van het visioen.
+
+Alfonso gaf dadelijk bevel, dat men den wijze in zijn tegenwoordigheid
+zou brengen; en spoedig daarna keerden de Moorsche ridders terug met
+den man over wien zij gesproken hadden, den Fakir Mohammed Aben Iza,
+die echter beslist weigerde den droom van een afvallige te verklaren;
+en toen hij hoorde voor welk doel hij ontboden was, wilde hij zelfs
+niet het paleis betreden.
+
+Ten einde raad vertelden de Moorsche ridders den Koning, dat
+godsdienstige gemoedsbezwaren den Fakir beletten aan een Christelijk
+Hof te verschijnen, en de Koning, die de Mohammedaansche wetten goed
+kende, nam genoegen met hun belofte, dat zij hem de verklaring van den
+wijze zouden overbrengen. Daarna legden zij den Fakir de vraag voor,
+en toen zij op een verklaring bij hem aandrongen, zeide hij: Gaat
+naar Koning Alfonso, en zegt hem, dat de vervulling van zijn droom
+zeer nabij is, en dat de beteekenis ervan deze is: Hij zal overwonnen
+worden in een roemloozen strijd, en vreeselijke verliezen lijden. Hij
+zal vluchten met slechts weinige getrouwen, en de overwinning zal
+blijvend aan den kant van de zonen van den Profeet zijn. Zegt hem
+verder, dat deze verklaring uit den Koran is afgeleid: Weet gij niet,
+wat God beschikt heeft over den krijgsman van den Olifant? Heeft hij
+zijn kracht niet misbruikt en zijne booze bedoelingen niet nutteloos
+zien worden? Ziet gij niet, dat hij de ellenden van Babel over hen
+gebracht heeft? Deze woorden--vervolgde de Fakir, voorspelden den
+val van Ibrahim, Koning der Abbassiden, toen hij met zijn leger tegen
+Arabi optrok, rijdende op een grooten Olifant. Maar God zond tot zijn
+vernietiging de wilde horden van Babel, die kogels van gloeiend vuur
+op het leger wierpen, en zijn heerlijkheid verkeerde in ellende en
+asch. Wat de atambore betreft, die Alfonso beschrijft, deze beteekent,
+dat het uur van zijn ondergang nabij is.
+
+De Moorsche ridders keerden, zooals zij beloofd hadden, tot den Koning
+terug, en deelden hem de profetische woorden van den Fakir mede. De
+Koning werd doodsbleek, en riep uit: Bij den God, dien ik vereer,
+het zal uw Fakir slecht vergaan, wanneer hij gelogen heeft, want gij
+kunt er op aan, dat ik hem voorbeeldig zal straffen.
+
+Korten tijd daarna, verzamelde Alfonso zijn leger, bestaande uit
+een onnoemelijk aantal divisies voetvolk, en meer dan tachtigduizend
+ruiters, onder wie bijna dertigduizend Arabieren waren. Hiermede trok
+hij op tegen Koning Taxfin en zijne bondgenooten, en hij ontmoette hem
+in de nabijheid van Badajoz, tusschen de struiken en vlakten, Zalacca
+geheeten, ongeveer twaalf mijlen van de stad verwijderd. De legers
+waren door een rivier gescheiden, en Taxfin zond een beleedigende
+boodschap naar den overkant, eischende dat Alfonso f zijn Christelijk
+geloof zou afzweren, f zich als zijn Vasal zou onderwerpen. Toen
+Alfonso deze boodschap gelezen had, wierp hij den brief woedend op den
+grond, en zeide uit de hoogte tot den afgezant: Zeg tegen Taxfin,
+dat hij zich niet moet schuil houden tijdens het gevecht, opdat wij
+met elkander kunnen afrekenen.
+
+Verschillende omstandigheden benvloedden den strijd. De Vrijdag was de
+heilige dag der Muzelmannen, de Zaterdag was de Sabbath der Joden, die
+ruim vertegenwoordigd waren in het Christenleger; en de Zondag was de
+rustdag der Christenen. Alfonso had Taxfin reeds om een wapenstilstand
+verzocht gedurende deze dagen, en de Moor had daarin toegestemd. Maar
+Alfonso vond zich gerechtigd den aanval te beginnen des Vrijdags,
+op het uur van zonsopgang. Hij verdeelde zijn leger in twee divisies,
+en overviel daarmede den vijand. De Moorsche Koning van Sevilla had
+zijn sterrenwichelaar gevraagd een horoscoop te trekken om den afloop
+van den dag te weten te komen, en daar deze zeer ongunstig voor de
+Muzelmannen was uitgevallen, waren zij eenigszins ontmoedigd. Maar
+toen het hun gelukt was den eersten aanval van Alfonso te weerstaan,
+trok de sterrekundige een nieuwen horoscoop en bij deze gelegenheid
+luidde zijn voorspelling vrij wat gunstiger. De Koning van Sevilla,
+bezield door de gelukkige profetie, zette zich neder in zijn tent,
+nam pen en perkament, en dichtte de volgende regels, die hij ter
+bemoediging aan zijn bondgenoot Taxfin zond:
+
+
+ Door Godes toorn en 't Moorsche zwaard,
+ Wordt 't Christenvolk verjaagd van de aard',
+ Terwijl het sterrenbeeld voorspelt
+ Uw grooten roem op 't oorlogsveld.
+
+
+Taxfin was zeer gesterkt door deze dichtregels, en hij reed langs
+de gelederen, terwijl hij zijne manschappen toesprak. Maar hij
+had hiervoor niet veel tijd, want Koning Alfonso kwam aan het
+hoofd zijner troepen aangereden, en viel hem aan met alles, wat in
+Christelijk Spanje een wapenrusting droeg. Er volgde een woedend en
+bloedig gevecht. De Mooren hielden dapper stand, maar de geweldige
+ruiterschaar der Spanjaarden rukte op hen aan en overrompelde hen
+van alle kanten. Nu kwamen de Moorsche bondgenooten der Christenen in
+actie; zij omsingelden de Arabieren van Andalusi, en de geschiedenis
+vermeldt, dat de duisternis, die door deze reusachtige menschen- en
+paardenmassa veroorzaakt werd, z geweldig was, dat de strijdenden
+elkander niet meer konden zien, en in het blinde worstelden, alsof het
+in het diepst van den nacht was. Tenslotte begonnen Taxfins troepen
+zich in groote wanorde terug te trekken, terwijl het paardevolk der
+Christenen steeds verder opdrong. Slechts de Mooren van Sevilla hielden
+stand. Toen stelde Taxfin zich aan het hoofd van zijne reservetroepen,
+en reed met zijne ruitercolonnes recht op het paviljoen van Koning
+Alfonso toe, dat slechts zeer onvoldoende beschermd was, en dus
+zonder veel moeite met alle kostbaarheden, die zich daarin bevonden,
+den Mooren in handen viel. Alfonso, die zag, hoe Taxfin vooruitdrong,
+viel hem in de flank aan, en de beide opperbevelhebbers waren spoedig
+in een woedend gevecht gewikkeld. De Moorsche aanvoerder begaf
+zich onder zijne manschappen, spoorde hen aan tot standvastigheid,
+en riep hun toe, dat de belooning voor hun moed de kroon van het
+paradijs zou zijn. Tengevolge van zijne herhaalde aanvallen, begon
+het leger der Christenen achteruit te wijken, en bij een hernieuwden
+aanval van Taxfins bondgenooten, die eerst verslagen waren, gaf
+het allen tegenstand op. Toen Alfonso zag, dat alles verloren was,
+vluchtte hij, slechts vergezeld van vijfhonderd volgelingen, voor
+de zegevierende Mooren uit. Hij bereikte met moeite de stad Toledo,
+waar hij met slechts honderd man aankwam.
+
+Van dezen dag af was Alfonso een gebroken man, en toen hij eenige jaren
+later het bericht kreeg van den dood van zijn zoon en de nederlaag
+van zijn volk in een oorlog met de heidenen, werd hij ziek en stierf
+hij. Zoo werd dus de profetie van den Fakir vervuld.
+
+
+
+DE PRINS, DIE ZIJN KROON VERRUILDE.
+
+Gedurende den eeuwenlangen strijd tusschen de Gothische en Arabische
+rassen in Spanje, ontstonden er verscheiden kleine koninkrijken, die
+even snel weer verdwenen, en waarvan de namen reeds lang vergeten
+zijn. Ongeveer tweehonderd jaar nadat de heidenen vasten voet in
+Spanje hadden gekregen, bestonden er in het midden van het land twee
+miniatuur koninkrijken, of beter gezegd, vorstendommen, waarvan het
+noordelijkste hardnekkig vasthield aan zijn Spaansche nationaliteit
+terwijl het andere, dat eraan grensde, even sterk aan zijn Moorsche
+zeden gehecht was. In dien tijd regeerde in het Spaansche vorstendom
+een buitengewoon verlicht en bekwaam man, Don Fernando. Zijn opvoeding
+was natuurlijk van dien aard geweest, dat hij zijne Moorsche buren met
+den diepsten afkeer en het grootste wantrouwen beschouwde. Zij waren,
+zoo hadden zijne leermeesters hem verteld, een menschenras, dat geen
+naastenliefde of eer kende, een wreed, kwaadaardig en wraakgierig
+volk, in het kort, het was niet te verwonderen, dat de jonge Fernando,
+die voortdurend in dien geest over zijne buren had hooren spreken,
+een geweldigen afkeer van hen had gekregen.
+
+De lage heuvelrij, die de scheiding vormde tusschen de beide
+vorstendommen, was eerder, een aanmoediging dan een beletsel voor
+de eeuwigdurende invallen, die Moor en Christen in elkanders gebied
+deden, want zij behoorde niemand toe, zoodat de troepen van beide
+landen, zich daar gemakkelijk konden opstellen, voordat zij een
+rooftocht ondernamen. Aan deze strooptochten nam Fernando zelf
+ook deel, want het werd noodig geoordeeld, dat een vorst, die in
+bijna voortdurend oorlogsgevaar leefde, goed op de hoogte was van
+de praktijk der krijgskunst. Bij n van die vele miniatuurinvallen,
+was de troep, die onder Fernando's bevelen stond, ver in het Moorsche
+gebied binnengedrongen, zonder eenigen tegenstand te ontmoeten, en
+zoo kwam het, dat de manschappen ongedwongen en eenigszins zorgeloos
+voortreden, totdat zij zich plotseling bevonden tegenover den vijand,
+die hen in de flank aanviel en hunne gelederen verbrak. Het kleine
+troepje Spanjaarden werd op deze wijze in tween verdeeld, en vluchtte
+in tegenovergestelde richtingen, en Fernando, die slechts door een
+klein aantal volgelingen vergezeld was, galoppeerde in de richting
+van zijn eigen land, om buiten de gevechtslinie te komen.
+
+Om zijn eigen gebied te bereiken, was hij nu gedwongen een grooten
+omweg te maken, en daar hij en zijne mannen dien dag reeds veel
+gereden hadden, waren hunne paarden na korten tijd z oververmoeid,
+dat zij onmogelijk verder konden. Tot overmaat van ramp zagen zij, dat
+de vijand hen dicht op de hielen zat. Zij besloten hun leven zoo duur
+mogelijk te verkoopen, zooals dat Christelijke ridders betaamde, en zij
+waren op het punt af te stijgen, en een gunstig terrein te zoeken voor
+den komenden strijd, toen zij op eenigen afstand een gebouw zagen,
+dat in ruwen steen op een kleinen heuvel was opgetrokken. Als er
+ergens een geschikte plek is, om ons te verdedigen, dan is het daar,
+zeide Fernando. Laat ons daar stelling nemen, en gebruik maken van
+de beschutting, die het gebouw ons biedt.
+
+Zij spoorden hunne paarden aan tot een uiterste krachtsinspanning, en
+bereikten spoedig den top van den kleinen heuvel. Nadat zij afgestegen
+waren, zocht Fernando den ingang van het vrij vervallen gebouw, en
+hij was op het punt binnen te treden, toen hij tot zijn verbazing
+een man ontdekte, die op den vloer geknield lag, in ernstig gebed
+verzonken. Zijn lange baard, zijn schamele kleeding en zijn geheele
+uiterlijk toonden duidelijk aan, dat hij een Moorsch kluizenaar was,
+een van die vromen, die de nabijheid der menschen ontvluchten om in
+vrede hunne godsdienstplichten te kunnen waarnemen. Fernando wilde
+hem juist op barschen toon toespreken, en hem bevelen weg te gaan,
+toen de kluizenaar, die in zijn overpeinzingen gestoord was door het
+gestamp van den gespoorden voet op den vloer, opzag, en hem vroeg,
+wat hij wenschte.
+
+Maak, dat gij wegkomt, zeide Fernando, want wij moeten deze plaats
+tot het uiterste verdedigen tegen uwe afvallige broeders.
+
+De kluizenaar glimlachte. Jonge man, zeide hij, hoe kunt gij een
+oogenblik meenen, dat gij u in dit armzalige gebouw verdedigen kunt
+tegen de velen, die u binnen enkele oogenblikken omsingelen zullen? Uw
+zwaard en dat van uwe makkers zullen u evenmin kunnen beschermen
+als deze vervallen muren, die in enkele minuten ineengestort zullen
+zijn. Geloof mij, er is een vrij wat beter schild tegen het ruw geweld
+der menschen, dan steen of staal.
+
+Ik weet niet wat gij bedoelt, oude man, zeide Fernando. Maar ik
+ben gewoon mijn vertrouwen te stellen in die zaken, die gij veracht.
+
+Dat is treurig genoeg, zeide de kluizenaar, hebt gij in uw
+eigen land niet geleerd, jonge man, dat God een beter beschermer
+is voor hen, die op Hem vertrouwen, dan deze ijdele stoffelijke
+bolwerken, die sterfelijke menschen opwerpen tegen de woede van hunne
+medemenschen? Vertrouw op God, zeg ik u, en Hij zal u bijstaan door
+middel van den minsten zijner dienaren.
+
+Indien het de God der Christenen was, van wien gij spreekt,
+antwoordde Fernando, zou ik moeten erkennen, dat gij woorden van
+wijsheid hebt gesproken. Maar uit den mond van een ongeloovige klinken
+zij mij godslasterlijk in de ooren.
+
+Heer Ridder, zeide de kluizenaar, gij zijt nog jong, maar wanneer
+gij ouder geworden zijt, zult gij, hoop ik, hebben leeren begrijpen,
+dat God dezelfde is in alle landen, en dat verdeeldheid over Zijn
+persoonlijkheid, n der middelen is, waarmede de Duivel vijandschap
+zaait tusschen de geloovigen. Luister naar mijne woorden: Deze steenen
+rune is de laatst overgebleven toren van een oude vesting, waaronder
+zich een labyrinth van kerkers bevindt. Verberg u zoo spoedig mogelijk
+in de duisternis van deze onderaardsche gewelven, opdat gij aan de
+vervolging uwer vijanden ontkomen kunt; wanneer de nacht gedaald zal
+zijn, kunt gij naar uw eigen land terugkeeren.
+
+Wees voorzichtig, Don Fernando, riep een van de metgezellen van
+den Prins uit; deze heiden tracht u in een valstrik te lokken,
+opdat zijne rasgenooten ons op hun gemak kunnen vermoorden.
+
+Neen, antwoordde de Prins, want ik kan zien, dat deze brave en vrome
+man het goed met ons voorheeft, en ik vertrouw mij met een gerust hart
+aan hem toe. Wijs mij den weg, goede vader, naar de plaats waarvan
+gij spreekt.
+
+Hierop verzocht de kluizenaar de ruiters binnen te treden, en hij
+wees hun een donkeren en hellenden gang, waarlangs zij hunne paarden
+leidden. Nauwelijks hadden zij zich in de donkere schuilhoeken,
+waarheen de gang voerde, verborgen, of de heidenen, die hen
+vervolgd hadden, naderden onder luid geschreeuw. Hun aanvoerder
+riep den kluizenaar toe, of hij een troepje Christenridders had zien
+voorbijkomen. Neen, er zijn hier geen Christenridders voorbijgegaan,
+mijn zoon, antwoordde de vrome man, ga heen in vrede. De Moorsche
+kapitein besteeg daarop met een ernstigen groet zijn paard weer,
+en de troep reed verder.
+
+De kluizenaar onthaalde de Christenridders zoo goed mogelijk, en keerde
+binnen enkele uren tot hen terug met de mededeeling, dat de duisternis
+was ingevallen. Nu kunt gij veilig naar uw eigen land terugkeeren,
+zeide hij.
+
+Hoe kan ik u beloonen? riep Fernando uit, die diep getroffen was
+door den vriendelijken eenvoud van den ouden man.
+
+Het eenige wat gij voor mij doen kunt, jonge man, is in het vervolg
+mijne rasgenooten zachter te beoordeelen.
+
+Wat gij mij vraagt is niet gemakkelijk, zeide de Prins droevig,
+want de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik veel kwaads en
+weinig goeds van de Mooren gehoord heb.
+
+Dat verwondert mij niets, zeide de kluizenaar glimlachend, want
+gij zult mij moeten toegeven, dat gij hen slechts ontmoet hebt met
+het zwaard in de hand of als gevangenen, wier harten verbitterd waren
+door hun nederlaag. Ontsluit uw geest, jonge man, of liever, bid,
+dat zijne poorten, die tot nu toe gesloten waren, opengeworpen mogen
+worden, om de stralen van goddelijke wijsheid binnen te laten. Tracht
+het goede te zien in uwe vijanden, en geloof mij, dan zult gij genoeg
+goeds in hen vinden.
+
+Terwijl hij sprak had Fernando inderdaad het gevoel, dat de poorten
+van zijn geest, die tot nu toe vastgeroest waren met vooroordeel,
+ontgrendeld werden. Ik zal uw raad niet vergeten, zeide hij, want
+het is niet mogelijk, dat van zulk een vroom en edel mensch iets kwaads
+komt, en met een eerbiedigen groet besteeg hij zijn paard en reed weg,
+vergezeld van zijne makkers.
+
+In den vroegen morgen bereikte hij veilig de hoofdstad, en nadat hij
+zich gebaad had, en eenig voedsel had genuttigd, begaf hij zich naar
+de raadszaal, waar zijne ministers met de grootste belangstelling
+naar het verslag van zijne ondervindingen luisterden.
+
+Gij moogt van geluk spreken, uwe Majesteit, zeide n van zijne
+raadslieden; zonder de hulp van dezen vromen man zoudt gij nu stellig
+de gevangene zijn van uwe vijanden. Er zullen niet veel van zulke
+geesten in Moorsche lichamen huizen.
+
+Hoe zoo, Seor, antwoordde de Prins; is het niet mogelijk dat gij
+u vergist? Wat weten wij eigenlijk van de Mooren, behalve wat wij in
+een voortdurenden strijd met hen hebben gezien? Zou het niet goed zijn,
+wanneer wij trachtten hen beter te leeren kennen?
+
+Wat, riep de Minister uit, kennen wij hen niet als honden en
+afvalligen, als meineedige godslasteraars en aanbidders van valsche
+goden? De hemel verhoede, dat wij anderen van hun soort zouden leeren
+kennen dan den heraut, wiens taak het is, ons in het gemeenschappelijk
+strijdperk te roepen, opdat wij onze lansen op hun trouwelooze borst
+kunnen richten.
+
+Uwe woorden schijnen mij goed noch verstandig toe, zeide Fernando
+vriendelijk; en ik wil u vertellen, heeren, dat ik dezen morgen
+huiswaarts rijdende, het besluit heb genomen, deze Mooren beter
+te leeren kennen. Ik zal mij daartoe naar hun land begeven, hun
+instellingen en godsdienst bestudeeren, en hun als menschen inplaats
+als vijanden tegemoet treden.
+
+Dwaasheid, riep de Kanselier uit; dat is een onbekookt besluit
+van een jong en onervaren vorst.
+
+Ik denk er anders over, antwoordde Fernando; maar om
+noodeloos gevaar te vermijden, heb ik besloten mij als Muzelman te
+vermommen. Zooals gij weet, spreek ik de Moorsche taal als een geboren
+Muzelman, en ik ken de levenswijze en de godsdienstige gebruiken
+onzer buren van hooren zeggen. Ik heb mijn besluit genomen en laat
+mij daar niet van afbrengen.
+
+De wil van uwe Majesteit is wet, antwoordde de Kanselier, die in
+het besluit van den Prins een mogelijkheid zag voor de uitbreiding
+van zijn eigen macht. Andere leden van het gevolg trachtten nog
+Fernando's besluit aan het wankelen te brengen, doch tevergeefs. De
+voorbereidende maatregelen waren spoedig getroffen en drie dagen nadat
+hij zijn voornemen te kennen had gegeven, trok Fernando als Moor
+vermomd, over de grenzen van het land zijner vijanden. Hij besloot
+zich eerst naar de hoofdstad te begeven, een vrij belangrijke plaats;
+daar aangekomen, steeg hij af en zocht een khan of herberg op. Hij
+trof daar allerlei soorten van reizigers aan: de koopman zat aan
+dezelfde tafel als de Mullah of priester, en de soldaat deelde zijn
+maal met den pelgrim. Het eerste wat Fernando bij dit volk opviel,
+was hun groote matigheid. Zij aten slechts weinig en dronken niets dan
+melk of water. De atmosfeer van ernst, die in de herberg heerschte,
+verraste hem. Deze bescheiden, bleek uitziende mannen zaten voor het
+meerendeel met neergeslagen oogen, weinig en rustig sprekende met
+zachte en beschaafde stem. Wanneer hun iets gevraagd werd, spraken
+zij niet dadelijk, maar zij schenen eerst rustig na te denken,
+voordat zij beleefd, en in goed gekozen zinnen antwoordden. Al hunne
+handelingen waren beschaafd en waardig. Fernando merkte op, dat
+zij ook buitengewoon zindelijk waren, niet alleen in hun kleeding,
+maar zij waschten zich voortdurend, hetzij in de herberg gedurende
+de voorgeschreven uren van gebed, hetzij in de schitterend ingerichte
+openbare baden der stad.
+
+Aan den anderen kant bleek het den vermomden Prins, dat deze mannen
+slaven waren van een vormendienst, hetgeen ten gevolge had een
+bekrompenheid van denkbeelden, die duidelijk te voorschijn trad in
+alle hunne handelingen en uitlatingen. Er scheen in hun leven geen
+plaats te zijn voor eenige individualiteit. Fernando knoopte een
+gesprek aan met n van de geschoren Mullahs, die zich in een hoek
+van de herberg teruggetrokken had om rustiger den Koran te kunnen
+lezen. Eerst toonde hij slechts weinig lust tot spreken, maar toen
+hij bemerkte, dat de Prins met hem van gedachten wilde wisselen,
+bracht hij het gesprek op dat onderdeel van de Mohammedaansche wet,
+dat hij bezig was te bestudeeren, en hij verviel daarbij in zulk
+een haarkloverij, dat het den ongelukkigen Fernando diep berouwde,
+hem ooit te hebben aangesproken.
+
+
+
+FERNANDO MAAKT VERGELIJKINGEN.
+
+Toen Fernando zich dien avond ter ruste had begeven, maakte hij
+de balans van den dag op. Deze menschen schijnen mij buitengewoon
+vormelijk en conventioneel toe, dacht hij; maar daar tegenover
+staat de luidruchtige babbelachtigheid van de Europeanen, hun
+gebrek aan ingetogenheid en hun groote vrijpostigheid. Die Mullah
+was vreeselijk lang van stof, maar zijn er onder ons ook niet een
+menigte vervelende kerels? Komt het niet in alle werelddeelen voor,
+dat iemand door zelfgenoegzaamheid en verwaandheid een schrik voor
+zijn omgeving wordt? Ik geloof, dat een groot gedeelte der menschheid
+zijne medemenschen slechts nabootst, en dat men maar zelden een sterke
+persoonlijkheid aantreft.
+
+Toen Fernando den volgenden morgen was opgestaan, bezocht hij de
+groote moskee der stad. Het was voor het eerst, dat hij een Moorsche
+kerk betrad, en het viel hem dadelijk op, dat daar eenzelfde stemming
+heerschte als in een Christelijke Kathedraal. Er ging ook daar een
+gedempt gefluister rond. Hier en daar stond een Mullah of leeraar,
+die zijne leerlingen onderwees in de Mohammedaansche wetten en
+godsdienstige gebruiken, en Fernando zag dit met groot genoegen, want
+zulk een persoonlijk onderwijs in de leerstellingen van het Christelijk
+geloof, werd in de kerken van zijn eigen land niet gegeven. Ook kon hij
+zijn oogen niet sluiten voor de groote geleerdheid en ontwikkeling van
+de redenaars. Deze schenen hem verre de meerderen van de bekrompen
+priesters, die in zijn kerk leeraarden, van wie slechts enkelen
+schrijven konden. Hij was zeer verbaasd te zien, dat in een vleugel
+van de Moskee, die als schrijfkamer was ingericht, zich een aantal
+oude en jonge Mullahs bevonden, die aan lessenaars gezeten, vloeiend
+schreven, en bezig waren met het copieeren van exemplaren van den
+Koran en andere godsdienstige werken.
+
+Toen Fernando de Moskee verlaten had, bracht hij een bezoek aan de
+universiteit, waar hij in groote bewondering geraakte voor het rijke
+geestelijke leven, dat daar bloeide. In n der kamers was een leeraar,
+gekleed in een witten kaftan, bezig een voordracht te houden over de
+praktijk der geneeskunde, en hij deed dat met een scherpzinnigheid
+en bekwaamheid, als Fernando nooit eerder had aangetroffen. Zijn
+kennis van medicijnen en van de eigenschappen van planten en kruiden,
+scheen uitgebreid en nauwkeurig te zijn, en toen Fernando dacht aan
+de stumperige artsen, door wier onkunde jaarlijks zoovelen zijner
+onderdanen ten gronde gingen, voelde hij zich diep beschaamd, dat
+deze donkere geleerde vreemdelingen hun in theorie zoowel als in de
+praktijk zoo ver vooruit waren. Maar hij was scherpzinnig genoeg om
+in te zien, dat de spreker de medische wetenschap beschouwde als
+iets, dat in het verleden reeds zijn hoogtepunt bereikt had. Hij
+sprak van proefnemingen in den verleden tijd en vermeldde slechts de
+groote leermeesters der oudheid: Galenus en Hippocrates, Avicenna en
+Rhazes. Wanneer hij toevallig iets zeide van de leermeesters van zijn
+eigen tijd, dan geschiedde dit altijd eenigszins geringschattend, en
+nooit met een woord van waardeering; de oudheid was alles voor hem,
+en de leerstellingen der oude meesters in de medicijnkunst waren hem
+in zeker opzicht even heilig als de woorden van den Profeet.
+
+In een schoollokaal, dat aan deze kamer grensde, bleef Fernando
+eenigen tijd luisteren naar een leermeester in de astrologie. Deze
+oude wetenschap had altijd een bijzondere bekoring voor hem gehad,
+en hij was er zich volkomen van bewust, dat de Mooren tot hare groote
+beoefenaren behoorden. De spreker beschreef uitvoerig den invloed, dien
+de verschillende planeten op het lot van den mensch hadden, hoe haar
+onderlinge stand het verloop van het menschelijk leven bepaalde, en hij
+behandelde het karakter van personen, die onder bepaalde astrologische
+voorwaarden geboren waren. Ook deze wetenschap was volgens den spreker
+niet meer voor verdere ontwikkeling vatbaar; en terwijl Fernando
+naar hem luisterde zeide zijn gezond verstand hem, dat hij veel
+als waarheid hoorde verkondigen, dat absoluut niet wetenschappelijk
+bewezen was. Er werd niets verteld van het wezen dezer planeten, niets
+feitelijks over de beweging der sterren, of over hun verhouding tot de
+aarde. In de aardrijkskunde-klasse heerschte echter een andere geest;
+daar werd het onderwijs op moderner wijze gegeven. Er werd gewezen
+op de werken van Arabische reizigers die Azi en Afrika doorkruist
+hadden; de levensverhoudingen in verre landen werden besproken, en
+over het algemeen veel nauwkeuriger dan in de Europeesche scholen,
+die hij bezocht had; waar weinig vaststaande feiten geleerd werden,
+waar de fantasie een groote rol speelde, en waar veel meer aandacht
+geschonken werd aan het buitengewone dan aan het waarschijnlijke.
+
+Nadat Fernando de universiteit verlaten had, waarvan het plein
+overstroomd was met leerlingen, die blijkbaar verschillende
+wetenschappelijke onderwerpen bespraken, wandelde hij naar het
+dichtbevolkte marktplein, waarvan een gedeelte was ingenomen door
+verkoopers van manuscripten, en het viel hem dadelijk op, dat
+dit gedeelte veel drukker bezocht was dan dat, waar etenswaren en
+kleederen verkocht werden. Op de minder drukke plaatsen van de markt,
+vertoonden goochelaars en koorddansers, meestal bijgestaan door
+gedresseerde beesten, hunne kunsten. Hier en daar twistten kleine
+groepen mannen over enkele onduidelijke plaatsen van den Koran, of
+van de Mohammedaansche wet, terwijl anderen in schaduwrijke hoeken
+terneder zaten onder het genot van verkoelende dranken. In de kramen,
+die het marktplein omringden, zag hij allerlei ambachtslieden bezig:
+smeden, sandaalmakers, kleermakers, timmerlieden; maar hij merkte op,
+dat het werk slechts in een zeer langzaam tempo vorderde, en dat hunne
+gereedschappen van een zeer verouderd model waren, in vergelijking
+tot die, welke in zijn vaderland gebruikt werden. De hand van den tijd
+drukte wel zeer zwaar op het geheele ras. Het scheen op velerlei gebied
+de andere volken ver vooruit te zijn, terwijl het in andere opzichten
+nog volkomen vast zat aan de oude denkbeelden van het duistere
+verleden. Slechts op het gebied der wetenschap was het vooraanstaand,
+maar zelfs hierin steunde het geheel op de onderzoekingen van een
+oudere generatie. Het was echter eigenaardig, dat Fernando gevoelde,
+hoe goed hij dit conservatisme begrijpen kon. Hebben deze menschen
+geen gelijk, dacht hij, dat zij zichzelf getrouw blijven? Wanneer
+zij een toestand geschapen hebben, die met hunne raseigenschappen
+strookt, zou het dan geen dwaasheid zijn, methoden van andere volken
+over te nemen, die voor hunne omstandigheden niet deugen? Zij zijn
+eenvoudig, gelukkig en tevreden; stel, dat hun plotseling allerlei
+werd opgedrongen van wat in mijn rijk gebruikelijk is, zou hun geluk
+dan niet verkeeren in ellende? Een langdurige ondervinding heeft hun
+waarschijnlijk geleerd, dat hun tegenwoordige levenswijze de meest
+geschikte voor hen is. Zou het niet mogelijk kunnen zijn, dat hun
+afkeer van ons het gevolg is van het verschil tusschen de gewoonten
+en instellingen der beide volken? Maar zou dit verschil misschien
+alleen maar aan de oppervlakte liggen? Hunne werkelijke sympathien
+en antipathien zijn toch eigenlijk dezelfde als de onze. Zij zijn
+volkomen afhankelijk van de weersgesteldheid en van den landbouw, wat
+hun voedsel betreft; zij leven in voortdurende vrees voor oorlog; hunne
+zorgen zijn gelijk aan de onze, zij hebben eenzelfde regeeringsstelsel
+als wij. De verschillen berusten eigenlijk alleen maar op plaats en
+omstandigheden, en het is voor hen even onmogelijk zich individueel
+los te maken uit de sleur der gewoonte als het voor ons Spanjaarden
+is. Wij verschillen niet van hen in de wezenlijke dingen van het leven,
+maar slechts in oppervlakkige kleinigheden. Hun godsdienst leert, dat
+de goeden beloond en de slechten gestraft zullen worden, en dat men
+trouw moet zijn in zijn liefde voor vaderland en gezin. Ten slotte
+zou elk van deze bruine mannen, wanneer hij in Spanje opgegroeid
+was, dezelfde vooroordeelen hebben als ikzelf, en in alle opzichten
+zoo aan mij gelijk zijn, dat hij van een gewonen Spanjaard niet te
+onderscheiden zou zijn.
+
+Fernando wandelde door een der poorten der stad naar buiten. Het
+landschap vertoonde veel overeenkomst met het bouwland van zijn
+eigen rijk, maar het was met meer zorg bewerkt. Hier en daar lagen
+kleine sneeuwwitte boerenhofsteden in de dalen verborgen, en lange
+rijen maaiers en arenlezers verspreidden zich van daaruit in alle
+richtingen over de velden, want het was oogsttijd. Fernando voegde
+zich bij n van deze groepen, en hij bemerkte tot zijn verwondering,
+dat er weinig verschil was tusschen deze menschen en landlieden in
+Christelijk Spanje. Zoo nu en dan werd het werk onderbroken, en de
+maaiers zetten zich in een kring, en luisterden naar het zwaarmoedige
+fluitspel van n hunner. Fernando merkte op, dat zij even eenvoudig
+en weinig eischend waren als de boeren van zijn eigen land. Zij
+deelden hun brood en kaas met hem, en boden hem een slok geitemelk
+aan uit een grooten lederen zak, en het gelukte hem met veel moeite,
+deze lekkernij met een benauwd gezicht naar binnen te werken, want
+vorsten zijn niet gewoon aan de scherpe geuren van zulk een drank. Na
+zich op deze wijze versterkt te hebben, wandelde hij langzaam verder
+over de gloeiende velden, zoo nu en dan rustende in de schaduw der
+boomen, die langs den weg groeiden.
+
+Hij had misschien 1 1/2 mijl afgelegd, toen hij bij een open vlakte
+kwam, waar een troep ruiters militaire oefeningen verrichtte. Hij
+volgde de manoeuvres met de belangstelling van den krijgsman, en
+zag al dadelijk dat deze licht gewapende soldaten met hunne vlugge
+bewegingen verre de meerderen waren van zijne eigen krijgslieden
+met hun zware wapenrusting. Op commando zwenkten de eskadrons, en
+legden met groote snelheid en verbluffende gelijkheid aan; en toen
+het bevel halt gegeven werd, gehoorzaamden zij oogenblikkelijk,
+zonder den regelmaat hunner rijen te verbreken. De oefeningen van n
+der eskadrons brachten het dicht bij de plek, waar de Prins stond,
+en de bevelvoerende officier, die hem waarschijnlijk voor een Moorsch
+priester hield, groette hem hoffelijk.
+
+Gij kijkt met zulk een klaarblijkelijk genoegen naar ons, eerwaarde
+heer, zeide hij, dat ik meen te mogen aannemen, dat gij vroeger
+zelf soldaat zijt geweest.
+
+Dat is zoo, antwoordde Fernando; ik was vele jaren soldaat, en heb
+lang in een ander gedeelte van het land gediend; maar nu is de oorlog
+niets meer voor mij, en de tijden, waarin ik voor mijn genoegen ten
+strijde trok, liggen achter mij.
+
+Maar, zeide de officier, de oorlog is toch het eenige, waartoe
+een edele geest zich voelt aangetrokken. Gij zijt jong, en hebt het
+leger blijkbaar te vroeg verlaten.
+
+Neen, antwoordde de Prins, wanneer het noodig is, ben ik bereid het
+zwaard weder op te vatten, maar alleen om een onrechtmatigen inval
+te keeren of een beleediging te wreken. Zooals ik reeds gezegd heb,
+de oorlog, om den strijd zelf, trekt mij niet meer aan.
+
+Maar, zeide de krijgsman glimlachend, gij meent toch niet, dat wij
+ons niet moeten oefenen voor het geval, dat wij aangevallen worden. Wij
+weten toch niet vooruit, wanneer de onbeschaafde en woeste Christenen
+uit het Noorden ons zullen overvallen?
+
+Evenmin als zij weten, mijn vriend, wanneer het bij ons zal opkomen,
+een strooptocht in hun rijk te ondernemen, zeide Fernando.
+
+Maar, zeide de officier weder, wanneer wij dat doen, is het ten
+slotte toch slechts een verdedigingsmaatregel, want het blijkt toch
+wel, dat zij ons nooit met rust zullen laten.
+
+Hebben wij wel eens getracht dat te weten te komen? vroeg Fernando,
+ik geloof van niet, maar wij hebben wel verdragen met hen gesloten,
+doch die schijnen gemaakt te zijn om verbroken te worden.
+
+Ja, zeide de officier verachtelijk, het zijn verraderlijke honden,
+deze Spanjaarden, op wier woord geen eerlijk man vertrouwen kan;
+zij hebben het eene verdrag na het andere verbroken.
+
+Als ik mij niet vergis, zeide Fernando, hebben wij hetzelfde gedaan,
+alleen zorgen onze regeerders er goed voor, dat het volk niet te
+weten komt, hoe oneerlijk wij ons tegenover onze vijanden gedragen,
+en dat het vast gelooft, dat wij niet anders konden handelen, omdat
+onze tegenstanders zoo absoluut onbetrouwbaar zijn. Mag ik U vragen,
+edele heer, of gij ooit in Christelijk Spanje gereisd hebt, of andere
+Christenen ontmoet hebt dan die, welke gij toevallig gevangen genomen
+hebt?
+
+De ruiter schudde ontkennend het hoofd. Nu ik erover nadenk, zeide
+hij, heb ik met meer Spanjaarden het zwaard gekruist dan met hen
+gesproken; maar ik wil gaarne op uw gezag aannemen, dat er onder dat
+volk edele geesten zijn, want ik weet uit eigen ondervinding, dat
+het dappere krijgslieden zijn, en een goed soldaat kan niet anders
+dan een eerlijk man zijn. Maar gij moet mij verontschuldigen waarde
+heer: ik kan niet langer blijven. In den naam van God wensch ik u
+een aangename reis toe.
+
+
+
+FERNANDO ONTMOET ZIJN DUBBELGANGER.
+
+Fernando vervolgde zijn weg; en de zoo juist beschreven dag moet
+beschouwd worden als een voorbeeld van vele andere dagen; drie maanden
+lang trok hij door het Moorsche land, bestudeerde er de instellingen
+en de menschen met eigen oogen, en verkreeg op deze wijze een juist
+inzicht in den volksaard.
+
+Aan het einde van dit tijdperk, had hij zulk een hoogen dunk
+gekregen van zijne vroegere vijanden, dat hij met oprecht verdriet
+zijne schreden weder noordwaarts richtte naar de grenzen van zijn
+eigen rijk. In zijn tegenzin om weer den vaderlandschen bodem te
+betreden, besloot hij den nacht door te brengen in een kleine khan
+aan de Moorsche zijde der heuvelen. Het was een armoedige herberg,
+maar mooi gelegen bij den ingang van een vredig klein dal. Nadat hij
+zijn paard had overgegeven aan den witgekaftanden waard, trad hij
+binnen. Tot zijn groote verbazing was de eerste, dien hij ontmoette,
+een jonge man, die z sprekend op hem geleek, dat hij verrast en
+verschrikt achteruit week, want er was geen trek in het gelaat van
+den vreemde, die niet weerspiegeld was in het zijne. De jonge man
+schrikte eveneens, en staarde zijn evenbeeld aan; toen gleed een
+glimlach over zijn vriendelijk gelaat, en hij zeide met een lach:
+Ik zie, edele heer, dat gij even verbaasd zijt als ikzelf, maar ik
+hoop, dat gij niet vertoornd zijt, dat God ons zoo gelijk geschapen
+heeft; want ik heb wel eens gehoord, dat menschen, die veel op elkaar
+gelijken, een zeker wantrouwen tegen elkander plegen te hebben.
+Daar is niet veel kans op, mijn vriend, zeide Fernando, want als
+God onze geesten zoo gelijk geschapen heeft als onze lichamen, ben ik
+ervan overtuigd, dat gij een oprecht en vriendelijk mensch zijt, en,
+voegde hij er lachend bij, op een tafel wijzende, het spreekt vanzelf,
+dat wij het brood samen breken. Uitstekend, riep de ander uit. Ik
+neem uw uitnoodiging met het grootste genoegen van de wereld aan.
+
+Spoedig nadat zij aan de ruwe tafel hadden plaats genomen, waren zij
+in een opgewekt gesprek gewikkeld. En waar zij reeds verrast waren
+geweest over hun lichamelijke gelijkenis, waren zij het nog in veel
+hoogere mate over de overeenkomst in smaak en karakter. Uren lang
+bleven zij met elkander praten. Eindelijk zeide de vreemdeling: Ik heb
+het gevoel, dat wij elkander ons geheele leven gekend hebben, en daar
+ik ervan overtuigd ben, dat ik u vertrouwen kan, wil ik u mijn geheim
+openbaren. Weet dan, dat ik Muza ben, de Koning van dit land, en dat
+ik zoo juist ben teruggekeerd van een langdurig verblijf in het land
+der Christenen, wier karakter en levenswijze ik wilde bestudeeren.
+
+Ik ben zeer gevleid door de vriendelijkheid en het vertrouwen van Uwe
+Majesteit, antwoordde Fernando, en gij kunt er van overtuigd zijn,
+dat uw geheim veilig bij mij is. Maar mag ik u vragen, wat uw indruk
+is van de bewoners van Christelijk Spanje?
+
+Ik heb zulk een achting voor hen gekregen, antwoordde Muza, dat
+ik met den grootsten spijt hun land verlaat, want er heerscht onder
+hen een geest, die zooveel meer aan den mijnen verwant is dan die
+onder mijne eigen onderdanen, dat ik u de plechtige verzekering geef,
+dat ik liever over hen zou regeeren dan over mijn eigen volk.
+
+Uw wensch kan vervuld worden, edele Muza, zeide Fernando opstaande;
+want ik ben Fernando, Koning der Christenen, die gedreven door
+eenzelfden wensch als gij, in uw rijk heb omgezworven, en die zulk een
+sympathie heb opgevat voor het karakter en de gewoonten van uw volk,
+dat ik niets liever wil dan over hen te regeeren. Dat ik werkelijk
+degeen ben, voor wien ik mij uitgeef, zult gij aan dit teeken kunnen
+zien. Dit zeggende, haalde hij van onder zijn burnous een gouden
+keten te voorschijn, waaraan het koninklijk zegel hing. Er bestaat
+voor zoover ik zien kan, slechts n beletsel voor onze overeenkomst,
+en dat is het verschil in godsdienst.
+
+Neen Fernando, zeide Muza met opgeheven handen, ik zie de
+moeilijkheid hiervan niet in, want volgens mijn opvatting, bestaat
+het verschil slechts in uiterlijkheden. De innerlijke geest van ons
+geloof is dezelfde, en slechts in de uitingen ligt het verschil. Beide
+godsdiensten komen van den eenigen God, die ze bestemde voor het
+gebruik van rassen, die verschillend van aard zijn; en wanneer gij
+dit met mij eens zijt, zult gij moeten toegeven, dat het ons niet
+moeilijker zal vallen elkanders godsdiensten aan te nemen dan elkaars
+gewoonten.
+
+Ik ben het volkomen met u eens, antwoordde Fernando, maar ik
+vrees, dat het ons niet zal gelukken onze respectieve onderdanen te
+overtuigen van de eerlijkheid onzer bedoelingen. Zij moeten in geen
+geval op de hoogte gebracht worden van onze overeenkomst.--De
+buitengewone overeenkomst tusschen ons beiden, is er borg voor,
+dat ons geheim bewaard blijft; maar het zal noodig zijn, dat wij
+elkander eerst inlichten over de geschiedenis van ons volk en over
+onze persoonlijke omstandigheden, opdat wij door onwetendheid in dit
+opzicht, geen argwaan wekken.
+
+Gij spreekt als een wijs man, zeide Fernando, laten wij dan maar
+dadelijk beginnen. Tot laat in den nacht zaten de jonge vorsten
+bijeen, om elkander in te wijden in de geheimen der diplomatie van
+hun land, en in hunne familieomstandigheden; en toen de dag aanbrak,
+scheidden zij met alle teekenen van wederzijdsche achting. Zij
+bestegen hunne paarden, en reden weg, Fernando naar de hoofdstad van
+het Moorsche rijk, Muza naar die van de Christenen. Maar alvorens te
+scheiden, spraken zij af, dat zij elkander tenminste eenmaal in de drie
+maanden in deze herberg zouden ontmoeten.--Drie maanden vlogen voorbij,
+en precies op den afgesproken dag ontmoetten de beide vorsten elkander
+ten tweeden male in de herberg. De begroeting was eenigszins gedwongen.
+
+En hoe gaat het u, edele Muza, in het koninkrijk mijner vaderen,
+vroeg Fernando. Helaas, uwe Majesteit, antwoordde Muza, het spijt
+mij, te moeten zeggen, dat het maar matig is. Elken dag komen uwe
+ministers met nieuwe plannen aan voor rooftochten in mijn vroeger rijk,
+en ik weet niet, hoe ik mij daaronder moet houden; en dan doen zij mij
+hevige verwijten over wat zij mijn trouweloosheid noemen. Precies
+hetzelfde heb ik ondervonden, zeide Fernando, en mag ik met alle
+respect voor het ras, waaruit gij gesproten zijt, zeggen, dat zij
+niet te vergelijken zijn, wat beschaving en verstand betreft, met mijn
+eigen volk; dat zij vreeselijk behoudend en langzaam van begrip zijn.
+
+Ik vind uwe onderdanen daarentegen veel te bewegelijk en onrustig,
+en ik ontmoet bij hen niet die volslagen gehoorzaamheid, waaraan
+ik tot nu toe gewoon ben geweest. Als ik het eerlijk zeggen mag,
+ontbreekt het hun aan waardigheid.
+
+Ik vind eenige van mijne persoonlijke omstandigheden ook verre van
+aangenaam, mopperde Fernando; bv. uwe huwelijksinrichting.
+
+En bij u het ontbreken daarvan, antwoordde Muza.
+
+Over het geheel geloof ik, zeide Fernando. Ik ben het volkomen
+met u eens, antwoordde Muza.
+
+Als wij de zaak eens in de doofpot stopten, merkte Fernando op. Het
+is beter voor een mensch, zelfs voor iemand met een ruimen blik,
+onder zijn eigen volk te blijven, want hoe breed zijne opvattingen
+ook mogen zijn, hij loopt onder vreemdelingen toch altijd kans veel
+te ontmoeten, dat zijn vooroordeel versterkt en hem tot onaangename
+vergelijkingen dwingt.
+
+Ook dit ben ik met u eens, zeide Muza. Als eenmaal het nieuwtje
+er af is....
+
+Juist, antwoordde Fernando; ten slotte gaat er toch niets boven
+het land, waarin men geboren is.
+
+Zoo scheidden de beide vorsten, en elk trok zijns weegs. Maar
+ondanks alle smeekbeden en dreigementen van hunne ministers was geen
+van beiden meer er toe te bewegen invallen in het naburige land te
+doen, en er werd zelfs door kwaaddenkende menschen gefluisterd, dat
+Fernando en Muza elkander zoo nu en dan bij de gemeenschappelijke
+grenzen ontmoetten, om moeilijkheden op te lossen, die tusschen
+hunne respectieve staten gerezen waren--een onnatuurlijke toestand,
+die volgens hen vroeger of later in een politieke ramp moest eindigen.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII: VERHALEN OVER SPAANSCHE TOOVENARIJ.
+
+
+Het schijnt, dat Spanje door de andere landen van West-Europa
+beschouwd werd als de bakermat van bijgeloof, toovenarij en hekserij,
+waarschijnlijk doordat er zulk een openbaarheid is gegeven aan de
+ontdekkingen van de Moorsche alchemisten, de eerste scheikundigen
+in Europa. Maar met de opkomst van de Inquisitie werden de occulte
+wetenschappen naar den achtergrond gedrongen, want alles, wat
+maar in de verte zweemde naar ketterij, werd op de strengste wijze
+door deze onverdraagzame instelling onderdrukt. Daardoor zijn vele
+volksliederen, die betrekking hadden op hetgeen de Spaansche boeren
+geloofden, verloren gegaan, en ook menige boeiende legende is voorgoed
+verdwenen. De Broeders hebben in hun zorg voor de zuivering der Kerk
+niet alleen de heks, den toovenaar en den boozen geest verbannen,
+maar ook de onschuldige fee, de nymphen van bosch en veld, het geheele
+gezelschap vertrouwde geesten, die niemand kwaad deden en de huisvrouw
+en dienstmaagd tot grooten steun waren.
+
+Het werk, waarin voor het eerst vermeld wordt, dat de overheid van plan
+was een veldtocht te ondernemen tegen de geheele wereld der geesten,
+goede zoowel als kwade, is van Alfonso de Speria, een Franciscaner
+monnik uit Castili, die in 1458 of 1460 een boek schreef, dat
+voornamelijk gericht was tegen ketters en ongeloovigen, en waarin ook
+een hoofdstuk gewijd is aan de verschillende vormen van volksgeloof,
+die hun oorsprong hadden in oude heidensche gebruiken. Het geloof in
+heksen, die hij xurguine (jurguia) of bruxe noemt, schijnt afkomstig
+te zijn uit de Dauphin of Gascogne, waar zij volgens zijn verklaring,
+overvloedig voor kwamen. Zij waren, zoo verhaalt hij ons, gewoon, des
+nachts in grooten getale bijeen te komen op een hooggelegen vlakte,
+elke heks bracht een kaars mede ter eere van Satan, die tot haar
+kwam in de gestalte van een wild zwijn, en niet in die van een bok,
+in welke gestalte hij meestal bij andere gelegenheden verscheen.
+
+Llorente vertelt in zijn Geschiedenis van de Spaansche Inquistie,
+dat de eerste auto-de-f tegen de toovenarij in 1507 gehouden werd te
+Calabarra, bij welke gelegenheid er dertig vrouwen, die beschuldigd
+waren van hekserij, verbrand werden. In de eerste verhandeling over
+Spaansche toovenarij, van Martinez de Castanaga, een Franciskaner
+monnik (1529) vinden wij, dat Navarra beschouwd werd als bakermat
+der hekserij, en dat deze provincie vele zendelingen naar Aragon
+stuurde om daar de vrouwen tot de tooverkunst te bekeeren. Maar
+wij lezen ook, dat de Spaansche godgeleerden van de zestiende
+eeuw zveel verlichter waren dan die van andere landen, dat zij
+toegaven, dat hekserij slechts een begoocheling was; en de straf die
+zij toedienden aan hen, die er in geloofden, werd gegeven, omdat
+deze afdwaling in strijd was met de voorschriften der Kerk. Pedro
+de Valentin geeft in een verhandeling over dit onderwerp (1610)
+toe, dat de daden, waarvan de heksen beschuldigd werden, slechts
+denkbeeldig waren. Hij schreef ze gedeeltelijk toe aan de wijze,
+waarop het onderzoek geleid werd, en aan den wensch van het domme
+volk, dat ondervraagd werd, straffeloos uit te gaan, door datgene
+te verklaren, wat hunne vervolgers blijkbaar wenschten te hooren,
+en gedeeltelijk aan de uitwerking van de zalven en drankjes, die zij
+moesten gebruiken, en waarin middelen voorkwamen, die slaap verwekten,
+en invloed hadden op de verbeelding en de geestelijke vermogens.
+
+
+
+DE GODSDIENST DER HEKSERIJ.
+
+De bovengenoemde opvatting van dit merkwaardige verschijnsel
+wordt tegenwoordig algemeen gedeeld. Maar de onderzoekingen van
+Charles Godfrey Leland, mej. M. A. Murray en anderen, schijnen er
+op te wijzen, dat de godsdienst der hekserij volstrekt niet op de
+verbeelding berust. Mej. Murray beweert, dat deze cultus stamt van
+een oud heidensch geloof, dat zijne eigen priesters en godsdienstige
+voorschriften had, en in zekere mate het gebruik van het offeren van
+kinderen had bewaard.
+
+Het mag wel als vaststaand worden beschouwd, dat deze secte een eigen
+priesterstand en vaste godsdienstige wetten had, en dat de verbeelding
+slechts een kleine rol speelde bij de aanhangers van dit geloof.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN DR TORRALVA.
+
+Spanje was ook nog in de zestiende eeuw beroemd om zijne toovenaars,
+bij wie nog iets was overgebleven van de occulte wetenschap der
+Moorsche dokters van Toledo en Granada. Misschien was wel de beroemdste
+van deze betrekkelijk moderne meesters in de tooverkunst Dr. Eugenio
+Torralva, de arts van het gezin van den Admiraal van Castili. Hij
+was in Rome opgevoed en had reeds op jeugdigen leeftijd uitgesproken
+sceptische neigingen. Hij sloot vriendschap met een zekeren meester
+Alfonso, een man, die, nadat hij eerst zijn Joodsch geloof had
+verwisseld voor den Islam, overging tot het Christendom, en ten
+slotte vrijdenker geworden was. Een tweede ongeschikte kameraad
+was een Dominikaner monnik, Broeder Pietro genaamd, die Torralva
+vertelde, dat hij een goeden geest in zijn dienst had, Zequiel, die in
+de geestenwereld zijn gelijke niet had als ziener, en die bovendien
+zulk een edelmoedig karakter had, dat hij slechts hen wilde dienen,
+die hem een volkomen vertrouwen gaven, en die zijn hulp en vriendschap
+wisten te waardeeren.
+
+Dit alles prikkelde de nieuwsgierigheid van Dr. Torralva in hooge
+mate. Hij was n van die, misschien gelukkige menschen, in wie de
+liefde voor het geheimzinnige sterk is ontwikkeld en toen Pietro hem
+goedgunstig zijn dienenden geest aanbood, nam hij dit aanbod met beide
+handen aan. Zequiel zelf had geen bezwaar tegen de verandering van
+meester, en toen Pietro hem ontbood, verscheen hij, en verzekerde hij
+Torralva, dat hij hem zou dienen zoolang hij leefde, en dat hij bereid
+was hem overal te volgen. Er was niets opmerkelijks aan het uiterlijk
+van den geest, die een vleeschkleurig gewaad en een zwart overkleed
+droeg, en er uitzag als een jonge man met een overvloed van blond haar.
+
+Van dien tijd af verscheen Zequiel bij zijn meester met elke wisseling
+van de maan; en bovendien, wanneer de geneesheer hem noodig had,
+hetgeen meestal het geval was, wanneer hij in korten tijd naar een
+verafgelegen plaats wilde gebracht worden. Somtijds nam de geest de
+gestalte aan van een kluizenaar, op andere oogenblikken weder van
+een reiziger, en hij vergezelde zijn meester zelfs naar de kerk,
+uit welk feit Torralva opmaakte, dat hij een goede en Christelijk
+gezinde geest was. Maar Dr. Torralva moest helaas, zooals zoovelen,
+ondervinden, dat het bijwonen van een godsdienstige plechtigheid niet
+den minsten waarborg geeft voor vroomheid.
+
+Torralva bleef vele jaren in Itali wonen, maar in het jaar 1502 kreeg
+hij een sterk verlangen naar zijn vaderland. Hij keerde daarheen terug,
+maar schijnt een jaar later Rome toch weer tot zijn hoofdkwartier te
+hebben gekozen, waar hij zich onder de bescherming stelde van zijn
+ouden patroon, den Bisschop van Volterra, die in dien tijd kardinaal
+geworden was. Deze invloedrijke relatie was hem van groot voordeel,
+en spoedig was hij dan ook wijd en zijd als geneesheer beroemd. Maar
+noch de vrome kardinaal, noch een van de andere voorname patinten,
+die zijn hulp zochten, wist, dat hij feitelijk zijn geheele medische
+kennis te danken had aan zijn onzichtbaren knecht, die hem de
+geheime kracht leerde van jonge planten, die andere geneesheeren niet
+kenden. Zequiel was echter vrij van alle winstbejag, want wanneer
+zijn meester de klinkende munten in den zak stak, waarvan geen goed
+geneesheer afkeerig is, berispte de geest hem, want, zeide hij,
+aangezien de dokter zijn kennis gratis kreeg, behoorde hij haar ook
+kosteloos aan te wenden. Wanneer Torralva daarentegen geld noodig had,
+vond hij altijd een som in zijn particulier vertrek, en hij wist zonder
+dat er over gesproken werd, dat zijn dienaar het daar had neergelegd.
+
+Torralva keerde in 1520 naar Spanje terug, en leefde daar eenigen tijd
+aan het Hof van Ferdinand den Katholieke. Op zekeren dag zeide Zequiel
+hem in het geheim, dat de Koning binnenkort een zeer onaangename
+tijding zou krijgen. Torralva deelde dit bericht oogenblikkelijk
+aan Ximenes de Cisneros, Aartsbisschop van Toledo, en aan den Grande
+Capitan, Gonzlvo Hernndez de Cordova mede. Dienzelfden dag kwam er
+een koerier uit Afrika aan met brieven, die de mededeeling voor Zijne
+Majesteit bevatten, dat een veldtocht tegen de Mooren mislukt was,
+en dat de opperbevelhebber, Don Garcia de Toledo, de zoon van den
+Hertog van Alva, gedood werd. Het schijnt, dat Torralva in Rome de
+onvoorzichtigheid had gehad, Zequiel voor zijn beschermheer, Kardinaal
+Volterra, te laten verschijnen, die, toen hij bemerkte, op welke wijze
+zijn protg de nederlaag van het Spaansche leger voorspeld had,
+den Aartsbisschop van Toledo inlichtte over de bron, waaruit de dokter
+zijn wijsheid putte. Torralva wist hiervan echter niets, en hij ging
+voort politieke en andere gebeurtenissen te voorspellen, waardoor
+hij zich spoedig een groote reputatie als ziener verwierf. Onder hen,
+die hem kwamen raadplegen, bevond zich de Kardinaal van Santa Cruz,
+tot wien een zekere Donna Rosales zich om raad had gewend, omdat hare
+nachten verontrust werden door een afzichtelijk spook, dat zich in de
+gestalte van een vermoorden man vertoonde. Haar geneesheer, Morales,
+had 's nachts bij de dame gewaakt, maar ofschoon zij de plek, waar
+de griezelige verschijning opdook, nauwkeurig had aangewezen, had
+hij niets kunnen zien.
+
+Torralva vergezelde Morales naar het huis der dame, en terwijl zij
+in een zijvertrek zaten, hoorden zij ongeveer een uur na middernacht
+haar angstgeschrei. Zij traden haar vertrek binnen, en weer moest
+Morales erkennen, dat hij de verschijning niet zag; maar Torralva,
+die beter thuis was in de geestenwereld, ontdekte een gestalte,
+gelijkende op een dooden man, en daarachter den wazigen vorm van
+een vrouw. Wat zoekt gij hier? vroeg hij met luide stem, waarop
+het voorste spook antwoordde: Ik zoek een schat. Op hetzelfde
+oogenblik was de geestverschijning verdwenen. Torralva raadpleegde
+Zequiel over het gebeurde, en op zijn aanraden werden de kelders
+van het huis opgegraven, bij welke gelegenheid het lijk van een man
+te voorschijn kwam, die door dolksteken vermoord was; en nadat men
+hem een Christelijke begrafenis had bezorgd, hielden de nachtelijke
+bezoeken op.
+
+Onder de intieme vrienden van Torralva was een zekere Don Diego de
+Zuiga, een bloedverwant van den Hertog van Bejar, en een broeder van
+Don Antonio, Prior-Overste van de orde van St. Jan in Castili. Zuiga
+had den geleerden dokter geraadpleegd, hoe hij door toovermiddelen
+geld zou kunnen verdienen, en Torralva zeide, dat dit mogelijk zou
+zijn, door bepaalde letters op papier te schrijven met het bloed van
+een vleermuis inplaats van met inkt. Dit toovermiddel moest hij om
+zijn hals dragen, opdat hij aan de speeltafel geluk zou hebben.
+
+In 1520 ging Torralva weer naar Rome. Voordat hij Spanje verliet,
+vertelde hij Zuiga, dat hij in staat was op een bezemsteel daarheen
+te rijden, terwijl een wolk van vuur hem den weg zou wijzen. Bij zijn
+aankomst te Rome had hij een gesprek met kardinaal Volterra en den
+Prior-Overste van de Orde van St. Jan, die er ernstig op aandrongen,
+dat hij alle verkeer met zijn dienenden geest zou opgeven. Naar
+aanleiding van hunne vermaningen verzocht Torralva Zequiel zijn
+dienst te verlaten, maar hij stuitte op heftigen tegenstand. De geest
+raadde hem echter aan, naar Spanje terug te keeren, en hij beloofde
+hem, dat hij de betrekking van geneesheer bij de Infante Eleanora,
+Koningin-Weduwe van Portugal, en de latere echtgenoote van Frans I van
+Frankrijk, krijgen zou. Op zijn raad vertrok Torralva wederom naar zijn
+geboorteland, en hij kreeg inderdaad de beloofde post. In 1525 gebeurde
+er iets, dat Torralva's roem als profeet nog zeer verhoogde. Op den
+vijfden Mei van dat jaar, vertelde Zequiel hem, dat het leger van den
+Keizer den volgenden dag Rome zou innemen. Torralva beval den geest
+hem naar Rome te brengen, opdat hij met eigen oogen deze belangrijke
+gebeurtenis zou kunnen aanschouwen. Zequiel gaf hem een knoestigen stok
+in de hand, en zeide hem, de oogen te sluiten. Torralvo deed, wat zijn
+dienaar hem bevolen had, en toen de geest hem na eenigen tijd zeide de
+oogen weder te openen, bevond hij zich in Rome, boven op een hoogen
+toren. Het was middernacht toen zij daar aankwamen, en toen het dag
+werd, was hij, zooals hij het gewenscht had, getuige van de vreeselijke
+gebeurtenissen, die volgden, den dood van den Konstabel van Bourbon,
+de vlucht van den Paus naar het Kasteel St. Angelo, den moord op de
+inwoners en de drinkgelagen der overwinnaars. Nadat hij op dezelfde
+wijze als waarop hij gekomen was, te Valladolid was teruggekeerd,
+maakte Torralva oogenblikkelijk alles wat hij gezien had, openbaar;
+en toen ongeveer een week later het nieuws van den val van Rome tot
+het Hof van Spanje doordrong, was men natuurlijk buitengewoon verbaasd.
+
+Vele personen van hoogen rang waren met den geleerden dokter
+betrokken in de beoefening van de zwarte kunst en n van hen,
+gekweld door berouw, deelde de Heilige Inquisitie alles mede over
+zijne bovennatuurlijke praktijken. Ook Zuiga, die zooveel voordeel
+had getrokken van de occulte wetenschap van Torralva, keerde zich
+tegen hem, en lichtte de Heilige Inquisitie van Cuena over hem in,
+waarna de dokter gevangen genomen werd. De verschrikte toovenaar
+bekende dadelijk zijn geheele verhouding tot Zequiel, dien hij bleef
+beschouwen als een goeden geest, en hij schreef in de gevangenis niet
+minder dan acht verklaringen over zijne bovennatuurlijke handelingen,
+waarin hij zichzelf voortdurend tegensprak. Daar zijne vervolgers niet
+tevreden waren met deze bekentenissen, legden zij den ongelukkigen
+toovenaar op de pijnbank, en men ontlokte hem dan ook spoedig een
+volledige erkenning van den duivelschen aard van zijn dienaar.
+
+In Maart 1529 stelden de Inquisitoren zijn proces voor een jaar uit,
+een gebruikelijke methode bij dit lichaam, om de slachtoffers te
+temmen. Maar tot grooten schrik van Torralva verscheen er een nieuwe
+getuige, die verklaarde, dat de dokter zich ook reeds in zijn jonge
+jaren te Rome had bezig gehouden met de occulte wetenschappen, zoodat
+Torralva in Januari 1530 opnieuw voor de rechters verschijnen moest. De
+Inquisitie wees twee knappe godgeleerden aan, om zijn bekeering
+te bewerken, en Torralva beloofde hun, boete te doen voor al zijne
+zonden. Slechts wilde hij den dienenden geest niet verzaken, met wien
+hij zoolang verbonden was geweest, en hij zeide tot zijne geestelijke
+leiders, dat hij niet bij machte was Zequiel te ontslaan. Nadat hij het
+eindelijk had laten voorkomen, alsof hij zijn dienaar ontsloeg, en zijn
+ketterijen afzwoer, werd hij losgelaten, en trad hij in dienst van den
+Admiraal van Castili, die al zijn invloed gebruikt had om vergeving
+voor hem te verkrijgen. Doordat hij in de geschiedenis van Don Quixote
+voorkomt, is hij onsterfelijk geworden en is hij voor alle tijden
+het type gebleven van den Spaanschen toovenaar der zestiende eeuw.
+
+
+
+MOORSCHE TOOVERKUNST.
+
+Bij geen enkel volk werd de tooverkunst met zulk een ernst bestudeerd
+als bij de Mooren in Spanje, en het is daarom des te verwonderlijker,
+dat ons slechts aanteekeningen over de desbetreffende werken
+bewaard zijn gebleven. De uitspraak, dat zij beroemd waren als
+toovenaren en alchemisten, vinden wij telkens door Europeesche
+geschiedschrijvers herhaald. Maar de meesten hunner hebben zich niet
+nader uitgesproken over hunne praktijken, en de Mooren zelf hebben
+z weinig betrouwbare gegevens over hun werkwijze achtergelaten,
+dat wij hierover betrekkelijk weinig positiefs weten, zoodat wij
+onze kennis van dit geheimzinnige onderwerp met veel moeite moeten
+verzamelen uit de losse aanteekeningen, die in de hedendaagsche
+Europeesche en Arabische letterkunde te vinden zijn.
+
+De eerste bekende naam, dien wij in de verweerde boeken over
+Moorsch occultisme vinden, is die van den beroemden Geber, wiens
+glansperiode viel in de jaren 720-750, en van wien vermeld staat,
+dat hij meer dan vijfhonderd boeken schreef over den steen der
+wijzen en het levenselixer. Het blijkt echter, dat hij evenmin als
+zijne mede-alchemisten erin geslaagd is, deze wonderbare elementen
+te vinden. Maar al is het hem niet gelukt den weg te wijzen naar de
+aardsche onsterfelijkheid of onuitputtelijken rijkdom, toch schijnt
+hij de menschheid zilvernitraat, sublimaat en salpeterzuur te hebben
+geschonken. Hij geloofde, dat een goudpraeparaat alle ziekten moest
+genezen, bij dieren zoowel als bij planten, en dat alle metalen in
+een toestand van chronisch lijden waren, in zooverre, dat zij hun
+oorspronkelijke en natuurlijke gestalte van goud verloren hadden. Zijne
+werken, die alle in het Latijn geschreven zijn, worden niet authentiek
+geacht, maar zijn Summa Perfectionis, een handboek voor den beoefenaar
+der alchemie, is in verscheidene vertalingen verschenen.
+
+De Moorsche alchemisten leerden, dat alle metalen zijn ontstaan
+door samenvoeging van kwikzilver en zwavel in verschillende
+verhoudingen. Zij werkten dag en nacht om allerlei praeparaten te
+krijgen uit de verschillende mengsels en reacties van de weinige
+scheikundige stoffen, waarover zij beschikten. Maar ofschoon zij
+geloofden in de theorie der verandering der metalen, legden zij er
+zich niet praktisch op toe. Het was voor hen meer een geloof, en
+zij vertegenwoordigden vr alles een school van wetenschappelijke
+ambachtslieden en praktische onderzoekers. Zij hadden waarschijnlijk
+hun alchemistische kennis te danken aan Bysantium, dat op zijn beurt
+weer door Egypte was opgevoed in deze wetenschap; het is ook niet
+onmogelijk, dat de Arabieren hun wetenschappelijke bezieling regelrecht
+uit het land van den Nijl hadden gekregen, waar de groote kunst
+der alchemie in ieder geval geboren werd.
+
+
+
+ASTROLOGIE.
+
+De Astrologie was ook een belangrijke tak van de verborgen studie,
+waarmede de Mooren in Spanje zich zoo veelvuldig bezig hielden,
+en waarvan de beoefening zooveel heeft bijgedragen om de wiskundige
+wetenschappen, voornamelijk dat gedeelte, hetwelk nog steeds zijn
+Arabischen naam draagt (al = het, jabara = berekenen), tot ontwikkeling
+te brengen.
+
+Het is waarschijnlijk, dat de kunst, toekomstige gebeurtenissen te
+profeteeren uit den stand der sterren, tot hen gekomen is van de
+Chaldeers, die haar in elk geval het eerst beoefenden. Zooals de
+lezer zal hebben opgemerkt, wordt er in de Spaansche geschiedenis
+herhaaldelijk gesproken over sterrenwichelarij. Maar hoe hoog deze
+kunst ook aangeschreven stond bij de Mooren, nog hooger in aanzien was
+de geheimzinniger kunst der toovenarij, door middel waarvan de geesten
+der lucht gedwongen konden worden te handelen naar den wil van den
+toovenaar, en zij zijne opdrachten konden vervullen in alle vier de
+elementen. Wij weten helaas zoo goed als niets van de leerstellingen
+der Moorsche toovenarij, hetgeen waarschijnlijk daaraan moet worden
+toegeschreven, dat de Islam alle tooverpraktijken verbood. Maar wel
+weten wij, dat zij gebaseerd was op de Alexandrijnsche magie, en dat
+zij dus dezelfde beginselen erkende, die vastgesteld waren door den
+grooten Hermes Trismegistus, die niemand anders was dan de Egyptische
+Thoth, de god van het schrijven, het rekenen en de wetenschap.
+
+Ongeveer in het eind van de tiende eeuw begonnen de Europeesche
+geleerden naar Spanje te reizen, om daar de occulte en andere
+wetenschappen te bestudeeren. Onder de eersten, die dit deden was
+Gerbert, de latere Paus Sylvester II, die verscheidene jaren te
+Cordova bleef wonen, en die de kennis van de Arabische cijfers, en
+de niet minder nuttige kunst van het klokkenmaken, aan de Christenen
+bracht. Het is merkwaardig, dat hij dit cijferschrift niet toepaste
+bij zijne klokken, en dat wij zelfs nu nog geplaagd worden met de
+oude en lastige Romeinsche cijfers. William Malmesbury vertelt ons,
+dat Gerbert vele belangrijke ontdekkingen deed op het gebied der
+tooverkunst, en wij hooren o.a. van hem, dat hij een schitterend
+onderaardsch paleis bezocht, dat, ofschoon het verblindend schoon
+was om te aanschouwen, plotseling van de aarde verdween, zoodra een
+menschelijke hand het aanraakte. Het onwetende Europa zag Gerberts
+wiskundige diagrammen voor tooverteekens aan, en zijn reputatie als
+toovenaar steeg, naarmate hij zelf meer in discrediet kwam.
+
+Het verhaal gaat, dat de Duivel hem beloofd had, dat hij niet zou
+sterven, voordat hij de hoogmis in Jeruzalem zou hebben opgedragen. Op
+zekeren dag bediende hij de mis in de Kerk van het Heilige Kruis van
+Jeruzalem te Rome. Plotseling gevoelde hij zich onwel worden; hij
+vroeg, waar hij zich bevond, begreep het dubbelzinnige gezegde van
+den Booze, en gaf den geest. Z luidt de sage, die de domme menigte
+spon om de nagedachtenis van dezen eenvoudigen en verlichten man.
+
+
+
+DE DEKEN VAN SANTIAGO.
+
+In de Conde Lucanon, een veertiende-eeuwsche Spaansche verzameling
+van verhalen en preeken, waarover wij reeds eerder spraken,
+komt een geschiedenis voor over den Deken van Santiago, die naar
+Illan, een toovenaar in Toledo, ging, om onderwezen te worden in
+de tooverkunst. De toovenaar maakte eenige bezwaren, omdat, zooals
+hij zeide, de Deken een invloedrijk man was, die ongetwijfeld in de
+toekomst een hooge positie zou bekleeden, en dan waarschijnlijk al
+zijne vroegere verplichtingen zou vergeten. De Deken beijverde zich te
+verklaren, dat, hoe ver hij het ook in de wereld brengen zou, hij zijne
+vroegere vrienden altijd zou gedenken en bijstaan, en dat hij zeker
+zijn leeraar in de tooverkunst nooit zou vergeten. De toovenaar nam
+genoegen met deze verzekering van den geestelijke, en bracht hem naar
+een rustig vertrek, nadat hij eerst zijn huishoudster had opgedragen,
+een paar patrijzen voor den avondmaaltijd te koopen, maar deze niet
+te braden, voordat zij nadere orders hiervoor zou hebben gekregen.
+
+Toen de Deken en zijn onderwijzer juist aan den arbeid wilden gaan,
+werden zij gestoord door een boodschapper, die met een bericht voor
+den geestelijke kwam, dat zijn oom, de Aartsbisschop hem aan zijn
+sterfbed liet ontbieden. Daar de Deken echter weinig lust had, de juist
+begonnen les te onderbreken, maakte hij zich van zijn plicht af. Vier
+dagen later verscheen er weer een boodschapper met het bericht, dat de
+Aartsbisschop overleden was, en ng later bracht hij de mededeeling,
+dat de Deken gekozen was tot opvolger van zijn oom. Toen Illan
+dit hoorde, vroeg hij voor zijn zoon om de vacante betrekking van
+Deken. Maar de nieuwe Aartsbisschop gaf den voorkeur aan zijn eigen
+broeder, hoewel hij Illan en zijn zoon uitnoodigde om hem naar zijn
+Hof te vergezellen. Later werd de begeerde plaats nog eens vacant, en
+wederom vroeg de toovenaar er om voor zijn zoon. Maar de Aartsbisschop
+wees het verzoek af, en gaf de plaats aan n van zijn ooms.
+
+Twee jaar later werd de Aartsbisschop Kardinaal, en werd hij naar
+Rome geroepen, terwijl hem werd toegestaan zijn eigen opvolger in het
+Aartsbisdom te kiezen. Wederom werd Illan teleurgesteld. Eindelijk
+werd de Kardinaal tot Paus gekozen, en Illan, die hem naar Rome
+vergezeld had, herinnerde hem eraan, dat hij dit keer geen enkel
+excuus had, om de belofte, die hij hem zoo menig keer gedaan had,
+niet te vervullen. De Paus ontstak hierover in woede, en hij
+dreigde Illan met de gevangenis en den hongerdood, omdat hij zich
+met ketterij en toovenarij had ingelaten. Ondankbare! riep de
+vertoornde toovenaar uit, nu gij mij z wilt laten verhongeren,
+ben ik wel genoodzaakt, de patrijzen te laten opdienen, die ik voor
+den avondmaaltijd besteld heb. Dit zeggende, zwaaide hij zijn
+tooverstaf, en riep zijn huishoudster toe, de patrijzen klaar te
+maken. Op hetzelfde oogenblik bevond de Deken zich weder in Toledo,
+nog altijd als deken van Santiago. Want inderdaad waren de jaren,
+die hij als Aartsbisschop, Kardinaal en Paus had doorgebracht,
+schijn geweest en zij bestonden slechts in zijn verbeelding, als
+een begoocheling van den toovenaar. Dit was het middel, waardoor de
+wijze zijn karakter op de proef had gesteld, voordat hij hem zijn
+vertrouwen schonk. De geestelijke was zoo verbouwereerd, dat hij
+niets kon antwoorden op de verwijten van Illan, die hem wegzond,
+zonder hem zelfs van de patrijzen te laten mee-eten.
+
+Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat juist geneesheeren
+en priesters zulk een voorname rol spelen in Spaansche
+tooververhalen. Maar de oorzaak hiervan wordt ons duidelijk, wanneer
+wij er even aan denken, met welk een wantrouwen de stand der geleerden
+beschouwd werd door de ongeletterde en bekrompen menigte. Torquemada
+vertelt de geschiedenis van een hem bekenden jongeling, een zeer
+bekwamen, jongen man, die later lijfarts werd van Keizer Karel V. Toen
+hij te Guadalupe studeerde, en op reis was naar Granada, werd hij
+door een als geestelijke gekleeden reiziger, dien hij een kleinen
+dienst bewezen had, uitgenoodigd, bij hem achter op zijn paard te
+stijgen, opdat hij hem naar de plaats zijner bestemming zou kunnen
+brengen. Het paard zag er zielig uit, en scheen niet in staat, het
+gewicht van twee stevig gebouwde mannen te torschen, en dus dankte
+de student eerst voor het aanbod. Maar de man met het uiterlijk van
+den geestelijke drong z bij hem aan, dat hij tenslotte toegaf en
+zich achter hem in het zadel zette. De ruiter verzocht den student,
+niet onder het rijden in slaap te vallen en zij sukkelden verder,
+zonder dat hij den indruk had, dat zij bijzonder vlug reden. Maar
+bij het aanbreken van den dag, bemerkte de jongeling tot zijn groote
+verbazing, dat hij zich dicht bij de stad Granada bevond, en hij nam
+afscheid van den ruiter, zich verwonderende over het feit, dat hij
+den afstand tusschen twee zoo ver van elkander verwijderde plaatsen
+in een enkelen nacht had kunnen afleggen.
+
+
+
+SPOKEN EN GEESTVERSCHIJNINGEN.
+
+Zooals gemakkelijk te begrijpen is, kwam de bijgeloovigheid, een
+eigenschap, die in het Spaansche karakter zoo sterk is ontwikkeld,
+en die eenigszins binnen de grenzen gehouden werd door de strenge
+voorschriften der Heilige Kerk, weer op een ander gebied van het
+occultisme te voorschijn. Wij zien bv. het algemeen verspreide geloof
+in de macht van de dooden om weer terug te keeren naar het tooneel van
+hun vroeger bestaan; en dit bijgeloof wordt goed gellustreerd door
+een griezelig gedeelte van het boeiende en geheimzinnige verhaal van
+Goulart, die in zijn Trsor des Histoiris Admirables toont de kunst
+van het schilderen van pakkende tooneelen zoo goed te verstaan. Hij
+verhaalt ons dan, hoe Juan Vasquez Ayala, en twee andere jonge
+Spanjaarden, die op weg waren naar een Fransche universiteit, er niet
+in slaagden een geschikt onderkomen te vinden in een of ander dorp,
+waar zij den nacht wilden doorbrengen, en hoe zij genoodzaakt waren te
+overnachten in een eenzaam huis, waarvan de dorpsbewoners vertelden,
+dat het er spookte.
+
+De jongelieden besloten het er op te wagen; zij leenden allerlei
+huisraad van verschillende buren, en spraken af, een eventueelen
+bovennatuurlijken bezoeker een warme ontvangst te bereiden.
+
+Maar in den eersten nacht van hun verblijf daar, waren zij nauwelijks
+ingeslapen, toen zij gewekt werden door een geluid als van rammelende
+ketenen, dat uit den kelder van hun tijdelijke woning scheen te komen.
+
+Zonder een zweem van angst, sprong de jonge Ayala uit bed, trok
+zijne kleederen aan, en begaf zich naar beneden om te onderzoeken
+wat de oorzaak zou kunnen zijn van het rumoer, waardoor hij en zijne
+makkers gewekt waren. Hij droeg in de ne hand een getrokken zwaard,
+en in de andere een brandende kaars, en toen hij bij de deur kwam,
+die naar de binnenplaats leidde, ontdekte hij een vreeselijk spook,
+een griezelig geraamte, dat bij den ingang stond. Het spook, dat hij
+onverwachts tegenover zich vond, was beladen met ketenen, die met een
+somber en dof geluid rammelden. De jonge student was echter volstrekt
+niet verschrikt door dezen aanblik, en hij richtte de punt van zijn
+zwaard op het spook, en vroeg den indringer waarom hij zijn rust was
+komen verstoren.
+
+De geestverschijning zwaaide met de armen, schudde het hoofd, en
+noodigde Ayala door een handbeweging uit, mede te gaan. De student
+zeide, dat hij bereid was het spook te volgen, waarop het de trap begon
+af te dalen, terwijl het zijne beenen voortsleepte als iemand, wiens
+gang belemmerd wordt door ijzeren boeien. Ayala volgde hem onbevreesd,
+maar bij het loopen begon zijn kaars plotseling te flikkeren en doofde
+zij uit, een omstandigheid, die niet zeer geschikt was om zijn moed
+te verhoogen. Halt! riep hij het spook toe, je ziet toch, dat mijn
+kaars is uitgegaan! Als je even wachten wilt tot ik haar weer heb
+aangestoken, kom ik dadelijk terug. Hij begaf zich haastig naar de
+hal, waar een lamp brandde, en stak zijn kaars weder aan; daarna keerde
+hij terug naar de plek, waar hij het spook had achtergelaten. Hij
+betrad den tuin, waar hij het spook in de nabijheid van een put zag
+staan. Op haar wenken volgde de jonge student de verschijning weder,
+maar toen zij een klein eindje hadden afgelegd, was zijn griezelige
+begeleider plotseling spoorloos verdwenen.
+
+In de grootste verwarring keerde Ayala naar zijn kamer terug en hij
+verzocht zijne makkers, hem naar den tuin te vergezellen. Maar hoe zij
+ook zochten, zij konden niets vinden. Den volgenden dag berichtten zij
+den alcade van het dorp, wat er dien nacht geschied was; deze liet
+den tuin doorzoeken, met dat gevolg, dat er juist beneden de plek,
+waar het spook verdwenen was, een geraamte werd opgegraven, dat met
+ketenen beladen was. Toen men de overblijfselen een Christelijke
+begrafenis bezorgd had, hielden de nachtelijke geluiden plotseling
+op; maar het avontuur had de bijgeloovige Spanjaarden z hevig
+aangegrepen, dat zij hals over kop naar huis terugkeerden, en van
+hun voorgenomen reis afzagen.
+
+Dit verhaal is een uitstekend voorbeeld van de typische
+spookgeschiedenis in het primitieve stadium. Ik zal er niet verder over
+uitweiden, want een boek over Spaansche romances en legenden is niet
+de geschikte plaats voor een verhandeling over het occultisme. Maar
+wij komen er langzamerhand toe, deze dingen uit een ander oogpunt
+te beschouwen dan onze grootvaders uit een materialistisch
+tijdperk deden, die met groote minachting alle bovennatuurlijke
+verschijnselen voorbijgingen, zonder zich een oogenblik erin te willen
+verdiepen. In elk geval behoort de schrijver van dit boek tot hen,
+die er in gelooven, en die wenschen dat geloof te behouden, zoodat
+de bespiegelingen van iemand, die z bevooroordeeld is, niet veel
+waarde kunnen hebben.
+
+Torquemada vertelt ons een griezelig verhaal van een zekeren Antonio
+Costilla, een Spaansch edelman, die op zekeren dag voor familiezaken op
+reis ging. Toen hij verscheidene mijlen had afgelegd, daalde de nacht
+plotseling, en hij besloot weer naar huis terug te keeren. Maar tot
+zijn grooten spijt kon hij door de duisternis niets onderscheiden,
+en daar hij voor zich uit een licht zag branden, stuurde hij zijn
+paard in die richting. Hij zag, dat het licht uit een kluizenaarshut
+kwam, en nadat hij was afgestegen, trad hij de kleine kapel binnen,
+en begon hij te bidden. Toen zijne oogen gewend waren geraakt aan de
+duisternis, bemerkte hij, dat hij niet alleen was, want er bevonden
+zich in de kapel drie personen, die op den grond lagen, in zwarte
+mantels gehuld. Zij spraken geen woord tot hem, maar staarden hem met
+woeste, sombere oogen aan. Door een onverklaarbaren angst gedreven,
+sprong hij in het zadel, en reed weg. Na korten tijd kwam de maan
+te voorschijn, en bij het licht daarvan herkende hij de drie mannen,
+die hij nog in de kapel waande, maar die op zwarte paarden een eindje
+voor hem uit reden.
+
+Om een ontmoeting met hen te vermijden, sloeg hij een zijweg in,
+maar tot zijn ontsteltenis zag hij hen weder eenige passen voor zich
+uit. In razende vaart, en steeds voorafgegaan door de mannen, die hij
+wilde ontloopen, kwam hij bij zijn eigen huis, waar hij van zijn paard
+sprong, en het naar de binnenplaats bracht.... waar hij alweder de
+drie mannen in hunne zwarte mantels vond. Hij rende naar binnen en liep
+naar de kamer zijner vrouw, luidkeels om hulp roepende. Dadelijk kwam
+het geheele gezin aangeloopen, maar ofschoon hij steeds schreeuwde,
+dat de drie duivels of spoken naast het rustbed stonden, waarop hij
+was neergevallen, kon niemand anders hen zien. Eenige dagen later
+stierf de rampzalige Costilla, die tot het laatst toe volhield, dat
+drie gestalten hem met vurige oogen aanstaarden en hem met vreeselijke
+gebaren bedreigden!
+
+Het is jammer, dat onze kennis van het bovennatuurlijke, dat zich in
+Spanje zoo veelvuldig geopenbaard heeft, zoo onvolledig is. Maar de
+vrees voor het lot, dat den toovenaar wachtte, leefde sterk in het
+volk, en de angst voor de pijnbank en den brandstapel heeft er veel
+toe bijgedragen, om de heks, den toovenaar, de fee en het spook uit
+Spanje te verbannen.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII: HUMORISTISCHE SPAANSCHE ROMANCES.
+
+
+ Cervantes' Don Quixote.
+
+
+Cervantes was een van de grootste satiristen, die de wereld heeft
+voortgebracht, een man, die begaafd was met een fijn en merkwaardig
+gevoel voor het belachelijke. Hijzelf zou de eerste geweest zijn,
+die gelachen zou hebben om die moderne critici, die in hem een groot
+dichter zagen, en inderdaad heeft hij op het eind van zijn leven,
+toen hij zijn voornaamste werk, het humoristische heldengedicht De reis
+naar den Parnassus, schreef, verklaard, dat hij de gave der dichtkunst
+miste. Dat hij een merkwaardige fantasie had is wel duidelijk voor
+iedereen, die de moeite neemt zijn Galatea te lezen, en Don Quixote
+vloeit over van zeldzame vondsten en schitterenden geest, ofschoon
+latere bladzijden van deze satire wel sterk herinneren aan sommige
+stukken uit het eerste gedeelte.
+
+Ik persoonlijk heb Don Quixote altijd een van de boeiendste en
+merkwaardigste boeken gevonden, die ooit geschreven zijn; maar
+waarschijnlijk om geheel andere redenen dan die het meerendeel van
+het publiek voor zijn voorliefde voor dit werk heeft. Want voor
+mij ligt de groote bekoring van het verhaal in het inzicht, dat
+het ons geeft in de romantische literatuur en in de gewoonten van
+dien tijd. Wanneer de spot gewettigd is, vermaakt hij mij kostelijk,
+maar dikwijls voel ik er een onwaardigen beeldenstorm in, en heb ik
+den indruk, dat zijn scherpe kritiek niet slechts gericht is op de
+overdreven en belachelijke uitingen der ridderlijkheid, maar tegen den
+geheelen geest en het karakter van de romance. Cervantes zou er wl bij
+gevaren zijn, wanneer hij zich uitsluitend gehouden had aan de satire;
+want wanneer hij zich aan dat gedeelte der literatuur waagt, dat hij
+met voorliefde belachelijk maakt, wordt hij dikwijls sentimenteeler
+dan de zoetsappigste schrijvers, tegen wie hij te velde pleegt te
+trekken. Zijne herders en herderinnen en zijne weggeloopen nonnetjes,
+zijn lang van stof en ingebeeld, en hij was sterk benvloed door het
+vervelende Arcadische tijdperk in de Europeesche letterkunde, dat zijn
+hoogtepunt bereikte in het herdersverhaal met zijn onnatuurlijkheid
+en zijn atmosfeer van nagebootsten landelijken eenvoud. Sannazaro was
+met zijn Arcadia inderdaad het voorbeeld geweest, dat Cervantes langen
+tijd volgde, totdat zijn eigen gezond verstand hem de minderwaardigheid
+liet zien van de modellen, die hij nabootste.
+
+De schrijver van de Pastor de Filida Luiz Galvez de Montalva, was zijn
+intieme vriend, en het staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde
+op minderwaardige rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk
+van hen, die deze school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets
+van de bekoorlijkheid der schilderijtjes van Watteau of Fragonard,
+hoe onnatuurlijk hunne herders en herderinnetjes in zijden en satijnen
+kleederen ook mochten zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale
+had coulissen van bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten
+over het tooneel. Het was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die
+inplaats van het werk te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander,
+en den rampzaligen reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten,
+gruwelijk verveelden met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen
+over hun liefdessmart. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het
+aangeboren gezond verstand van Cervantes later in opstand kwam tegen
+dezen onwaardigen en onmannelijken onzin. Maar toch is het merkwaardig,
+dat hij, ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak
+bleef behouden voor de dwaasheden van Arcadi, waarvan hij zich nooit
+geheel heeft kunnen losmaken.
+
+De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op
+de denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der
+belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van
+het leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de
+ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om
+een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en
+op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed,
+en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding
+is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en
+fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn
+natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik.
+
+Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne
+reisgenooten in de posadas, waar hij zijne tenten had opgeslagen,
+hebben onthaald op hoogdravende verhalen van dolende herders
+en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons gemakkelijk een
+voorstelling maken van de wijze, waarop deze zoetsappige verhalen
+ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den eenvoudigen soldaat
+en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is niet slechts ruw,
+zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het gelach, waarmede
+zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door dit publiek,
+de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes wegvaagde?
+
+Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de
+eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was
+gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk
+van de opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten invloed was
+geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de bevolking. Zou
+het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij zag, dat zijne
+toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet bewonderden,
+dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk thuis hoorden
+bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot de romance,
+waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze eveneens met
+hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het niet voor
+de hand, dat te midden van de spotternijen zijner toehoorders, die zoo
+in alles verschilden van de romantische personen, van wie hij gedroomd
+had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren werd, en dat hij,
+onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden leerde begrijpen,
+dat een caricatuur van de ridderschap meer in den smaak zou vallen
+bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer waarschijnlijk toe.
+
+Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de
+onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers
+waren ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor
+een gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een
+gezonde, geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring
+gesticht in de hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet
+gewoon was voor zichzelf te denken, en dat niet in staat was te
+oordeelen over de fouten van een gedicht. In alle landen en in alle
+tijden wordt deze groep van menschen aangetroffen, die bijzonder
+gemakkelijk te benvloeden zijn en in bewondering komen voor de
+prulligste sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij
+zeggen, dat in deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot
+gevaar schuilt voor de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de
+menschen af van hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor ernstig werk,
+maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en brengt hen er
+toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken hebben als de
+onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste verhalen. Het
+eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der menschheid kan
+gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is gezonde spot. Maar
+het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van de gevoelens van
+het publiek tegen deze letterkundige buitensporigheden, niet alleen
+de onzin verdwijnen zal, waardoor de onnadenkenden op een dwaalspoor
+gebracht, en de verstandigen gergerd werden, maar dat de deugden
+en bekoorlijkheden, waarvan die dwaasheden de weerspiegeling zijn,
+niet bewaard zullen blijven, maar tegelijkertijd zullen worden
+vernietigd. Dit was tenminste het lot, dat de grootere romances
+ondergingen, deze paarlen van menschelijke verbeelding, die ondanks
+de reddingspogingen van iemand als Cervantes, bedolven werden bij
+den ondergang der fantasie, van welke plant zij de bloesem waren;
+totdat de smaak en het beter inzicht van een lateren tijd haar weder
+opgroeven uit de zware aardlaag, waaronder zij begraven lagen.
+
+
+
+DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE.
+
+Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf
+aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer
+uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens
+van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het
+dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen
+met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen
+ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven,
+belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden
+kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote
+leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen,
+die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo
+rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend;
+door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig
+vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een
+beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer
+tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne
+visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom
+tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij
+was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel
+om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet
+gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving
+van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een
+kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen,
+of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren
+dochter is van een geheimzinnigen graaf.
+
+Het is een gewoon verschijnsel bij dezen vorm van krankzinnigheid,
+dat de lijder gezelschap zoekt. Hij heeft voor de uitingen van zijn
+ijdelheid een publiek noodig; hij heeft behoefte, zijne plannen
+en denkbeelden mede te deelen aan iemand, die met aandacht naar
+hem luistert. In Sancho Panza vindt Don Quixote een eigenaardigen
+vertrouweling. De onnoozele boer is absoluut niet in staat de
+denkbeelden van zijn meester te begrijpen, maar hij wordt overdonderd
+door het geschetter, de welbespraaktheid, en de grootsche beloften
+van een prachtige betrekking en rijkdom, die de ridder met zijne
+wonderlijke fantasien hem doet. Sancho's twistzieke vrouw verzet
+zich hevig tegen zijn in dienst treden bij den dweepzieken Don;
+maar wanneer een droomer en een domkop zich vereenigen, heeft het
+gezond verstand niets in te brengen, en moet het rustig wachten,
+totdat windmolens zijn bevochten, en er harde slagen ontvangen zijn.
+
+Maar al begint Sancho zijn reis als een onnoozele hals, hij blijft
+volstrekt niet altijd een domkop. Hij trekt voordeel uit zijne
+ondervindingen, en bij elke bladzijde zien wij hem flinker en gevatter
+worden en toenemen in gezond verstand. Hoe dwazer zijn meester wordt,
+des te wijzer wordt Sancho, totdat hij tenslotte de gids en raadgever
+wordt van den ridder van de Droevige Figuur. Naarmate wij in het
+verhaal vorderen, beginnen wij te bemerken, dat de boeren-schildknaap
+de rol vervult van een soort van koor, dat de buitensporigheden van
+den meester aan de kaak stelt en hekelt. Maar ook afgescheiden van Don
+Quixote, is Sancho Panza een boeiende en interessante figuur, met een
+eigen filosofie, rijk aan wereldsche wijsheid, en overvloeiend van
+praktische kennis. Wat zijn humor betreft, gelijkt hij op Falstaff,
+met dat verschil, dat deze typisch Engelsch is, terwijl de humor van
+Sancho Panza universeel is. Deze komische boer met de wereldbeschouwing
+van een wijsgeer, en de onbewuste luimigheid van een Handy Andy,
+zou in alle landen kunnen voorkomen.
+
+
+
+HET AVONTUUR IN DE HERBERG.
+
+De ware aard van Don Quixote komt misschien het best uit in dat
+hoofdstuk, waarin verteld wordt, wat hem overkwam in de herberg, die
+hij voor een kasteel aanzag. Het schijnt een doodgewone Spaansche
+posada te zijn geweest. De waard en waardin waren vriendelijke
+menschen, die door den ridder verheven werden tot slotheer en
+slotvrouwe, en in de slordige dienstmaagd, die onsterfelijk is
+geworden onder den naam van Maritornes, zag hij een dame van hoogen
+rang, die bij hem woonde. Na het gruwelijke pak ransel, dat hij
+van de Yangueesche paardenkoopers had gekregen, was de ongelukkige
+ridder dankbaar, zijne pijnlijke ledematen te kunnen uitstrekken
+in een armelijke zolderkamer, terwijl Sancho de herbergbezoekers
+een beschrijving gaf van het leven van een dolenden ridder en de
+wisselvalligheden van zijn bestaan, dat hem den nen dag dwong tot
+het ondergaan van een ellende, zooals de Don nu doormaakte, en hem
+een volgenden dag verhief tot heerscher over vele keizerrijken. Deze
+uitleggingen werden bijgewoond door den Ridder van de Droevige Figuur
+in eigen persoon, die vanuit zijn bed de waardin en haar dienstmaagd
+onthaalde op een toespraak in zulke verheven bewoordingen, dat zij in
+de grootste bewondering voor zulk een welsprekendheid, hem beschouwden
+als iemand uit een hoogere wereld. Maar Don Quixote, die ernaar
+verlangde, van zijne verwondingen te genezen, droeg zijn knecht op,
+den heer van het kasteel te verzoeken, hem eenige bestanddeelen
+van een tooverdrank te verschaffen, waarvan hij in een of ander
+ridderboek gelezen had; en Don Quixote begaf zich aan het werk, om
+het toovermiddel te brouwen, terwijl hij vele credo's en paternosters
+opzegde. Daarna dronk hij een flinke hoeveelheid van het afschuwelijke
+vocht, hetgeen treurige gevolgen had, en Sancho, die zijn voorbeeld
+volgde, ondervond dezelfde narigheid in nog heviger mate, en kreeg
+van zijn meester te hooren, dat het middel hem niet goed bekomen was,
+omdat hij niet tot ridder geslagen was.
+
+Nadat hij zijn paard gezadeld had, wilde de ridder zijn reis vervolgen;
+maar voordat hij wegreed, verzekerde hij den heer Gouverneur van
+het Kasteel, hoe buitengewoon erkentelijk hij hem was voor de
+eerbetuigingen, die hij onder zijn dak ontvangen had. De herbergier
+waagde de opmerking, dat hij zijn rekening nog betalen moest, maar Don
+Quixote antwoordde, dat hij dat onmogelijk kon doen, daar hij nooit
+gelezen had, dat het de gewoonte van dolende ridders was, voor kost
+en inwoning te betalen. De waard protesteerde hevig, waarop de ridder
+Rozinante de sporen gaf, en de poort uitreed. Toen trachtte de waard
+zijn geld los te krijgen van Sancho Panza, maar zonder succes, daar de
+schildknaap met dezelfde beweringen aankwam als zijn meester, waarop
+eenige gasten hem beetpakten en hem in een beddelaken jonasten. Toen
+Don Quixote hem hoorde schreeuwen, keerde hij terug, maar ofschoon
+hij hevig opspeelde, gingen de reizigers voort, Sancho te jonassen,
+totdat zij eindelijk, door vermoeidheid gedwongen, ophielden en hem
+lieten loopen.
+
+
+
+DON QUIXOTE'S LIEFDESWAANZIN.
+
+Het zou ons te ver voeren, indien wij Don Quixote stap voor stap wilden
+volgen door het land der valsche romantiek, dat hij voor zichzelf had
+geschapen. Wij herinneren ons, hoe Amadis op het Versterkte Eiland
+jammerde over zijn scheiding van de geliefde; en toen Don Quixote op
+een plaats kwam, bekend als de Zwarte Berg, besloot hij het voorbeeld
+te volgen van den grooten held uit de ridderverhalen. Voordat hij
+zijn geboortedorp verliet, had hij zijn liefde geschonken aan een
+boerenmeisje, dat hij den romantischen naam van Dulcinea del Toboso
+gaf; en toen hij nu bij den Zwarten Berg gekomen was, besloot hij
+zijne dagen door te brengen in overpeinzingen over de deugden en
+bekoorlijkheden van deze voortreffelijke jonkvrouw. Nadat hij voor
+Sancho Panza een voordracht gehouden had over de plicht, die in
+dit opzicht op een dolenden ridder rustte, werd hij kwaad op zijn
+schildknaap, omdat deze maar niet kon begrijpen, wat de oorzaak was
+van zijn verliefd en opgewonden gedoe.
+
+Zeg eens, heer, vroeg Sancho, wat zijt gij van plan uit te voeren
+in deze negorij?
+
+Ik heb u toch al verteld, antwoordde Don Quixote, dat ik van plan
+ben Amadis na te volgen in zijn krankzinnigheid, wanhoop en woede? Maar
+tegelijkertijd wil ik Orlando Furioso's opgewondenheid nabootsen, toen
+hij waanzinnig werd, bij welke gelegenheid hij in zijn wanhoop boomen
+ontwortelde, het water der heldere bronnen troebel maakte, de herders
+doodsloeg, hunne kudden verjoeg, en honderdduizend andere dwaasheden
+deed, die waard zijn te worden vereeuwigd in de boeken van den roem.
+
+Heer, vroeg Sancho, ik veronderstel, dat de ridder, die dit alles
+deed, reden had om krankzinnig te worden, maar welke jonkvrouw heeft
+u versmaad, of een blauwtje laten loopen?
+
+Dat is het juist, riep Don Quixote, want hieruit bestaat juist
+het eigenaardig grootsche van mijn onderneming. Er is voor een ridder
+volstrekt geen kunst aan, krankzinnig te worden om een goeden reden,
+maar het bijzondere is juist, waanzinnig te worden zonder oorzaak,
+zonder eenige noodzakelijkheid, want hierdoor krijgt zijn geliefde
+een juist inzicht in de hevigheid zijner liefde. Verspil dus geen
+tijd met te trachten mij af te brengen van zulk een zeldzaam gelukkig
+en merkwaardig plan. Ik ben gek, en ik wil gek blijven, totdat gij
+terug komt met een antwoord op den brief, dien gij voor mij naar
+jonkvrouw Dulcinea brengen moet; als het antwoord gunstig uitvalt,
+zal mijn boetedoening eindigen, maar in het tegenovergestelde geval,
+wensch ik gek te blijven.
+
+Hemelsche goedheid! riep Sancho uit, waarom stelt gij u zoo aan,
+Heer Ridder? Al die verhalen van u over het veroveren van koninkrijken,
+en het wegschenken van eilanden, lijken mij groote opsnijderij,
+en deze nieuwste kuur van u....
+
+Daar ik er van houd, de dingen bij den naam te noemen, wil ik je
+zeggen, dat je een groote stommeling bent. Weet je dan niet, dat
+alle daden en avonturen van een dolenden ridder op het eerste gezicht
+dwaasheden lijken? Inderdaad zijn zij het niet, maar het lijkt zoo door
+de kwaadaardigheid en de jaloerschheid van machtige toovenaars. Zoo
+sprekende kwamen zij bij een hooge rots, waaromheen de boomen, de wilde
+planten en bloemen overvloedig groeiden, en hier besloot de Ridder
+van de Droevige Figuur, uiting te geven aan zijn liefdessmart. Hij
+wierp zich op den grond en hief een luid geweeklaag aan.
+
+Ga nog niet heen, riep hij Sancho toe, want ik wensch, dat gij
+getuige zijt van hetgeen ik voor mijn geliefde doen zal, opdat gij
+het haar kunt vertellen.
+
+Groote goedheid, riep Sancho uit; wat voor dwaasheden kan ik nog
+meer te zien krijgen?
+
+Alleen maar, hoe ik mijn wapenrusting wegwerp, mijn kleederen
+verscheur, mijn hoofd tegen de rotsen sla, en nog een heeleboel van
+deze dingen doe, waarover gij verbaasd zult staan.
+
+Beware mij, heer, riep de knecht, als het dan bepaald noodig is,
+dat gij met uw bol tegen een rots slaat, doe het dan een beetje
+voorzichtig, als 't u belieft.
+
+
+
+HET LEGER VAN SCHAPEN.
+
+Maar het vermakelijkste van alle avonturen van Don Quixote is zeker
+wel dat, waarin hij een kudde schapen aanziet voor een leger. Hij en
+Sancho reden op een sukkeldrafje over een kale vlakte, toen zij op
+eenigen afstand een dichte stofwolk zagen.
+
+De dag is gekomen, riep de ridder uit, de gelukkige dag, dien
+de fortuin mij heeft beschoren, waarop de kracht van mijn arm mij
+zulke overwinningen zal bezorgen, dat het verre nageslacht er nog
+van spreken zal. Ziet gij daarginds die stofwolk? Weet dan, dat deze
+wordt opgejaagd door een reusachtig leger, dat hierheen komt, en dat
+bestaat uit een onnoemelijk aantal volkeren.
+
+De hersenen van den dwazen ridder waren natuurlijk volgepropt met
+verhalen van allerlei merkwaardige gevechten van myriaden heidenen,
+verhalen, waarvan, zooals wij gezien hebben, de oude romances zoo
+dikwijls gewag maken, en hij was verrukt, toen Sancho hem er op
+opmerkzaam maakte, dat twee verschillende legers van tegenovergestelde
+kanten schenen te naderen.
+
+Mooi zoo, riep Don Quixote, dan zullen wij den zwaksten troep
+helpen. Gij moet weten, Sancho, dat het leger, dat ons tegemoet komt,
+wordt aangevoerd door den grooten Alifanfaron, Keizer van het Eiland
+Taprobana. De bevelhebber van het leger, dat achter ons optrekt, is
+zijn gezworen vijand, Pentapolin van de Opgestroopte Mouw, de Koning
+der Garamanten.
+
+Zeg eens, Heer, vroeg Sancho, wat is de reden van de vijandschap
+tusschen die twee hooge vorsten?
+
+Dat is in twee woorden gezegd, antwoordde Don Quixote, de heiden
+Alifanfaron heeft de onbeschaamdheid gehad naar de hand te dingen
+van de dochter van Pentapolin, die hem gezegd heeft, dat hij niets
+van hem weten wil, tenzij hij zijn valsch geloof afzweert.
+
+Wanneer er een gevecht op handen is, zeide Sancho zenuwachtig,
+zal ik mijn ezel maar buiten schot brengen, want ik vrees, dat hij
+niet veel waard is in den strijd.
+
+Dat is waar, antwoordde Don Quixote. Zoodra de ridders uit
+hunne zadels beginnen te vallen, zullen wij een strijdros voor u
+uitzoeken. Maar laten wij hunne gelederen eens nagaan. Die ridder
+met de vergulde wapenen en het schild, waarop een gekleurde leeuw aan
+de voeten eener jonkvrouw ligt, is de dappere Luarcalco, Heer van de
+Zilveren Brug. Ginds ziet gij den machtigen Micocolembo, den grooten
+Hertog van Quiraci, die een wapenrusting draagt, bedekt met gouden
+bloemen. De reusachtige gestalte aan zijn rechterkant is de vermetele
+Brandabarbaran, de vorst van de Drie Arabi's, wiens wapenrusting
+gemaakt is uit slangenhuid, en die als schild de poort van den tempel
+draagt, dien Samson verwoest heeft in zijn stervensuur. Maar onze
+bondgenooten komen ook naderbij. Ginds loopt Timonel van Carcaxona,
+Prins van Nieuw Biskaje, die op zijn schild een goudkleurige kat in een
+rood veld draagt, met het motto Miauw. Naast hem rijdt Espartafilardo
+van het Woud, wiens blauw schild overdekt is met aspergeplanten. Maar
+de heidenen dringen op. Rechts ziet gij een afdeeling van hen, die
+uit den vriendelijken stroom Xanthus drinken; daar rijden de ruwe
+bergbewoners van Massilia, daar achter de gouddelvers van Arabia
+Felix, de verraderlijke Mundirs, de boogschutters van Perzi, de
+Meden en de Parthen, die vluchtende vechten, de zwervende Arabieren
+en de zwarte Aethiopirs.
+
+Bij mijn ziel, riep Sancho uit, stellig zijn uwe toovenaars weer
+aan den gang, want geen enkelen ridder, reus of soldaat zie ik,
+van al die menschen, die gij opnoemt.
+
+Stommeling! riep Don Quixote uit, luister dan naar het gehinnik
+der ontelbare paarden, het trompetgeschal en het tromgeroffel.
+
+Dat moet toovenarij zijn, riep de verbaasde Sancho uit, want ik
+hoor niets dan het geblaat van schapen.
+
+Verberg u dan, wanneer gij den strijd vreest, antwoordde Don Quixote
+schamper. Mijn eigen arm is mij genoeg om de overwinning te brengen
+aan het leger, dat ik met mijn hulp zal vereeren; en met een luiden
+strijdkreet zwaaide hij zijn lans, en wierp hij zich als een razende
+in het veld, roepende: Moed, dappere ridders! Dood aan den grooten
+ongeloovige Alifanfaron van Taprobana! Op hetzelfde oogenblik was
+hij midden tusschen de schapen, links en rechts slagen uitdeelende, en
+met elken lansstoot een dier doorborende. De hevig vertoornde herders
+grepen hunne slingers, en begonnen op hem te mikken met steenen, zoo
+groot als hun vuist. Maar vol verachting voor deze lichte artillerie,
+bleef hij verwenschingen richten tot Alifanfaron, met wien hij zich
+verbeeldde handgemeen te zijn, toen een steen, zoo groot als een
+groote appel, zijne ribben trof. Daar hij meende levensgevaarlijk
+gewond te zijn, haalde hij de aarden flesch te voorschijn, die zijn
+toovermedicijn bevatte; maar juist toen hij die naar de lippen bracht,
+werd hij geraakt door een steen uit den slinger van een der herders,
+en zij werd totaal verbrijzeld; daarenboven brak de steen drie
+zijner tanden, en wierp hij den ridder uit het zadel. De herders,
+die bevreesd waren, dat zij hem gedood hadden, raapten vlug de doode
+schapen op en maakten zich uit de voeten, Don Quixote meer dood dan
+levend achterlatende.
+
+
+
+DE HELM VAN MAMBRINO.
+
+Niet minder merkwaardig is het verhaal van Cervantes, hoe Don Quixote
+er in slaagde, in het bezit te komen van den helm van Mambrino. Hij
+zag in de verte een ruiter, die op het hoofd iets droeg, dat als goud
+schitterde. Hij wendde zich tot Sancho, en zeide: zie, ginds komt hij,
+die op het hoofd den helm van Mambrino draagt, en ik heb gezworen,
+dat ik dien bezitten zal.
+
+In werkelijkheid, zegt Cervantes, was het echter als volgt:
+Er waren in dat gedeelte van het land twee dorpen, waarvan het
+ne z klein was, dat er zelfs geen winkel of barbier te vinden
+was, zoodat de barbier van het grootste dorp, ook het kleinste
+bediende. En toen nu iemand adergelaten, en een ander geschoren moest
+worden, ging de barbier daarheen, waar men hem noodig had, met zijn
+koperen scheerbekken, dat hij omgekeerd op het hoofd had gezet om
+zijn hoed te sparen, want deze was nieuw, en het regende; en daar
+het bekken juist gepoetst was, kon men het op verren afstand zien
+glinsteren. Zooals Sancho goed gezien had, bereed hij een ezel, dien
+Don Quixote natuurlijk voor een appelschimmel aanzag, zooals hij den
+barbier voor een ridder hield, en het koperen bekken voor een gouden
+helm; want in zijn verward brein paste zich elk voorwerp aan bij zijne
+romantische ideen. Toen hij dus den armen denkbeeldigen ridder zag
+naderen, greep hij zijn lans of werpspies, en zonder stil te houden
+om zijn niets kwaads vermoedenden tegenstander toe te spreken, reed
+hij zoo woest op hem toe, als Rozinante hem dragen wilde, vastbesloten
+hem te doorboren, onderwijl luidkeels roepende: Schurk, ellendeling,
+verdedig u, of geef mij oogenblikkelijk mijn rechtmatig bezit over.
+
+De barbier, die deze vreeselijke verschijning zoo woedend op zich
+zag afkomen, en die in doodsangst verkeerde, dat de lans van Don
+Quixote hem zou doorsteken, liet zich haastig van zijn ezel op den
+grond glijden, stond snel weer op, en liep weg, zoo vlug als zijne
+voeten hem dragen konden, zijn ezel en scheerbekken achter latende.
+
+Bij mijn ziel, zeide Don Quixote, de heiden, die dezen helm
+heeft achtergelaten, is even voorzichtig geweest als de bever, die,
+bemerkende, dat men hem op de hielen zit, zijn leven redt, door met
+de tanden datgene af te snijden, waarvan zijn natuurlijk instinct hem
+zegt, dat het de aanleiding is tot de vervolging. In ieder geval
+is het een prachtig scheerbekken, zeide Sancho, en minstens acht
+stuivers waard.
+
+Don Quixote zette het dadelijk op zijn hoofd, maar hij kon het visier
+niet vinden, en toen hij bemerkte, dat het er geen had, zeide hij:
+Stellig had de heiden, voor wien de helm oorspronkelijk gemaakt
+werd, een reusachtig hoofd, maar helaas ontbreekt een gedeelte van
+het hoofddeksel.
+
+Hierop barstte Sancho in lachen uit.
+
+Ik denk, vervolgde Don Quixote, dat deze betooverde helm door een
+of ander toeval in handen is gekomen van iemand, die uit geldzucht,
+en ziende, dat hij van zuiver goud is, de ne helft gesmolten heeft,
+en van de andere een hoofddeksel heeft gemaakt, dat, zooals gij
+terecht opmerkt, eenige overeenkomst vertoont met een scheerbekken.
+
+
+
+HET AVONTUUR VAN DE WINDMOLENS.
+
+Het bekendste, zij het dan ook niet het vermakelijkste avontuur van Don
+Quixote, is zeker wel dat van de windmolens. De uitdrukking vechten
+met windmolens, is spreekwoordelijk geworden. De zwakzinnige Don en
+zijn schildknaap waren bij een vlakte gekomen, waar dertig veertig
+windmolens stonden, en zoodra Don Quixote hen in het oog kreeg,
+riep hij uit: De fortuin behartigt onze belangen beter, dan wij
+het hadden kunnen wenschen. Zie Sancho, daar zijn minstens dertig
+woeste reuzen met wie ik strijden wil, en op wie wij een rijken buit
+zullen veroveren.
+
+Welke reuzen? vroeg Sancho Panza.
+
+Die gij daarginds ziet, antwoordde Don Quixote, met hunne lange,
+uitgestrekte armen.
+
+Met uw verlof, heer, zeide de schildknaap, die dingen daar zijn
+geen reuzen, maar windmolens.
+
+Ach Sancho, zeide Don Quixote, wat zijt gij toch slecht op de
+hoogte van ridderavonturen; ik zeg u, dat het reuzen zijn, dus,
+als ge bang zijt, verstop u dan, en zeg uwe gebeden op, want ik heb
+besloten den ongelijken strijd tegen hen allen te ondernemen. En
+na deze woorden gaf hij zijn paard de sporen, onder het geroep van:
+Blijft staan, verachtelijke wezens, en vlucht niet lafhartig voor
+een enkelen ridder, die den moed heeft, u allen te bestrijden! Op
+hetzelfde oogenblik stak de wind op, en de molenwieken begonnen te
+draaien, waarop de Don luidkeels uitriep: Ellendige heidenen, al
+beweegt gij meer armen dan de reus Briareus, toch zult gij gestraft
+worden voor uw onbeschaamdheid!
+
+Daarna wijdde hij een eerbiedige gedachte aan zijn geliefde, en
+wierp zich op den eersten windmolen, waarvan hij met zijn speer een
+wiek dorboorde. De wieken hielden echter niet stil, maar trokken
+den ridder met zijn paard de lucht in, totdat eindelijk de lans in
+stukken brak, en Rozinante met haar meester van een flinke hoogte
+naar beneden tuimelde.
+
+Sancho Panza kwam dadelijk op den gevallen ridder toeloopen, die er
+leelijk gehavend uitzag.
+
+Ach, uw genade, riep hij uit, heb ik u niet gezegd, dat het
+windmolens waren, en dat alleen iemand, die windmolens in zijn hoofd
+heeft, er anders over denken kon.
+
+Houd je mond! antwoordde Don Quixote, die erg van streek was door den
+val; ik ben ervan overtuigd, dat die vervloekte toovenaar Freston,
+die mij voortdurend vervolgt, deze reuzen in windmolens veranderd
+heeft. Maar let eens op: ten slotte zullen al zijne listen en gemeene
+streken machteloos blijken tegenover mijn scherp zwaard.
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN DEN GEVANGENE.
+
+Een van de merkwaardigste verhalen uit de geschiedenis van Don Quixote
+is dat van den gevangene, dien de held in een herberg ontmoet. Dit
+verhaal is misschien niet een volkomen getrouw verslag van Cervantes'
+eigen gevangenschap onder de Moorsche zeeroovers, maar het is er toch
+zeker door genspireerd.
+
+Op den 26en September 1575 werd het vaartuig Sol, waarop Cervantes
+als vrijwilliger diende in de buurt van Marseille, gescheiden van het
+overige gedeelte van het Spaansche eskadron en ontmoette een vloot van
+Moorsche zeeroovers, wien het na een wanhopigen tegenstand in handen
+viel. Cervantes zelf werd als slaaf verkocht aan een zekeren Dali Mami,
+een Grieksch afvallige, die op zijn gevangene eenige zeer vleiende
+brieven vond van Aartshertog Johan van Oostenrijk en den Hertog van
+Sessa. De aard dezer brieven deed zijn nieuwen meester vermoeden,
+dat Cervantes een persoon van gewicht was, en dat hij waarschijnlijk
+wel in staat zou zijn, een hoogen losprijs te betalen. Maar hoewel
+de grooten der aarde dikwijls zeer gaarne bereid zijn, het genie te
+beloonen met welsprekende getuigschriften, die hun niets kosten dan
+wat papier en inkt, zijn zij meestal volstrekt niet zoo vlug met het
+neertellen van groote sommen gelds, om hunne lofspraken meer klem bij
+te zetten, zoodat Cervantes in gevangenschap moest blijven zuchten. In
+1576 gelukte het hem, met andere gevangenen te vluchten. Maar hun
+Moorsche gids bedroog hen, en zij waren door den honger gedwongen,
+naar Algiers terug te keeren. Het volgend jaar werd de broeder van
+Cervantes bevrijd, en deze rustte een schip uit, om Miguel en zijne
+vrienden te ontvoeren. Intusschen had de schrijver van Don Quixote
+vriendschap gesloten met een Spaansch afvallige, een Navarreeschen
+tuinman, Juan genaamd. Samen groeven zij in een tuin, die dicht bij de
+zee gelegen was, een hol, en daarin verborgen zij n voor n veertien
+Christenslaven, die gedurende verscheidene maanden in het geheim gevoed
+werden, geholpen door een anderen heiden, El Dorador genaamd. Het
+vaartuig, dat door Rodrigo de Cervantes gezonden was, lag bij de kust,
+en was op het punt de slaven, die in het hol verborgen waren, op te
+nemen, toen een Moorsche visschersboot voorbij voer, die de bevrijders
+zoodanig verschrikte, dat zij weer zee moesten kiezen. Intusschen
+had de valsche El Dorador het plan verraden aan Hassan Pasha, den
+Dey van Algiers, en toen verscheidenen der bevrijders ten tweeden
+male landden, om de vluchtelingen aan boord te nemen, omsingelden de
+troepen van den Dey den tuin, en het geheele gezelschap Christenen
+werd gevangen genomen. Cervantes nam, met de groote edelmoedigheid,
+die zijn geheele leven kenmerkte, de volle verantwoordelijkheid voor
+de samenzwering op zich. Toen hij gebonden voor Hassan gesleept werd,
+volhardde hij in zijn verklaring; en ofschoon de ongelukkige tuinman
+opgehangen werd, besloot Hassan Cervantes te sparen. Om een reden, die
+slechts hemzelf bekend was, kocht Hassan den dichter voor vijfhonderd
+kronen van Dali Mami. Misschien verwachtte de tiran een geweldigen
+losprijs van iemand, wiens waardig optreden zeker niet heeft nagelaten,
+indruk op hem te maken. Maar hoe het zij, Cervantes begon dadelijk
+een derde plan tot ontvluchting te smeden. Hij zond een brief aan
+den Spaanschen Gouverneur van Oran, wien hij om hulp vroeg. Maar deze
+brief werd onderschept, en de dichter werd tot tweeduizend stokslagen
+veroordeeld, die hij echter nooit heeft gekregen. Cervantes kwam toen
+op het denkbeeld, de Christenbevolking van Algiers over te halen tot
+een opstand, waarbij zij zich zouden meester maken van de stad. Bij dit
+plan werd hij ondersteund door eenige kooplieden uit Valencia. Maar
+zijn opzet werd verijdeld door het verraad van een Dominikaner
+monnik, en de Valencirs, die de gevolgen voor zich vreesden, smeekten
+Cervantes te vluchten op een schip, dat op het punt stond, naar Spanje
+te vertrekken. Maar Cervantes weigerde zijne vrienden in den steek te
+laten, en toen hij nogmaals voor Hassan gesleept werd, met het koord
+van den beul om den nek, en men hem dreigde met een onmiddellijken
+dood, indien hij de namen zijner medeplichtigen niet wilde noemen,
+was hij evenmin te bewegen, hen te verraden.
+
+Intusschen stelde zijn familie alles in het werk om hem te bevrijden;
+en om medelijden op te wekken, met het doel, den losprijs gemakkelijker
+bijeen te brengen, gaf zijn moeder zich uit voor een weduwe, ofschoon
+haar echtgenoot, een hoog bejaard geneesheer, nog in leven was. Met
+geweldige moeite verzamelden zijne verwanten tweehonderdvijftig
+dukaten, die zij uitbetaalden aan een monnik, die geregeld naar
+Algiers ging; maar Hassan weigerde dit aan te nemen, daar hij voor
+een gevangene van hoogen rang, Palafox genaamd, duizend dukaten
+eischte. Het schijnt, dat de monnik als officieel tusschenpersoon
+optrad, en toen Hassan bemerkte, dat hij niet meer dan vijfhonderd
+dukaten voor Palafox betalen wilde, bood hij aan, Cervantes vrij
+te laten voor deze som, bij wijze van koopje. Op deze wijze werd de
+schrijver van Don Quixote, na vijf jaren van slavernij in vrijheid
+gesteld, en hij keerde naar zijn vaderland terug. Maar zoodra de
+Dominikaner monnik, die het ontvluchtingsplan aan Hassan verraden
+had, hoorde, dat hij in Spanje geland was, begon hij, bevreesd, dat
+Cervantes hem wegens verraad zou aanklagen, valsche berichten over
+zijn levenswandel te verspreiden. Cervantes was echter volkomen in
+staat, deze berichten tegen te spreken, en zijn heldenmoed als leider
+der gevangenen vond algemeene erkenning. Deze geschiedenis, waarvoor
+Cervantes het twijfelachtige voorrecht had, persoonlijk de lokale
+kleur te hebben kunnen verzamelen, wordt Don Quixote verteld door
+een ontvluchten slaaf, die met zijn Moorsche geliefde in de herberg
+aankwam, waar de Ridder van de Droevige Figuur verblijf hield. Ik
+zal mij houden aan den verhaaltrant van Cervantes, die in de eerste
+persoon spreekt. Maar daar dit verhaal een belangrijk stuk van het
+eerste deel van zijn beroemd boek inneemt, ben ik wel genoodzaakt,
+het aanmerkelijk te bekorten.
+
+Mijn familie stamt uit de bergen van Leon, en ofschoon mijn vader
+een flink inkomen had, was hij weinig overlegzaam geweest, en mijne
+broeders en ik waren reeds op jeugdigen leeftijd gedwongen, ons
+fortuin te zoeken. Een van mijne broeders besloot naar Indi te gaan,
+de jongste werd priester, en ik wilde soldaat worden. Met duizend
+dukaten in mijn zak, reisde ik naar Alicante, waar ik mij inscheepte
+naar Genua. Vandaar trok ik naar Milaan, waar ik mij bij het leger
+van den machtigen Hertog van Alva voegde, onder wien ik in Vlaanderen
+diende. Eenigen tijd nadat ik in dat land was gekomen, hoorde ik,
+dat Paus Pius I een verbond met Spanje had gesloten tegen de Turken,
+die juist het eiland Cyprus op de Venetianen veroverd hadden. Toen ik
+vernam, dat aan Aartshertog Johan v. Oostenrijk de leiding van deze
+onderneming was opgedragen, keerde ik naar Itali terug, en nam ik
+dienst in zijn leger; ik nam deel aan den grooten slag van Lepanto,
+bij welke gelegenheid de fabel van onoverwinnelijkheid der Turken,
+die zoolang de Christenen misleid had, een einde vond. Maar inplaats
+van te kunnen bijdragen tot deze overwinning, was ik zoo ongelukkig
+gevangen genomen te worden bij het gevecht. Nadat Rehali, de vermetele
+zeeroover en Koning van Algiers, de galei Capitana van Malta genomen
+had, kwam het schip van Andrea Doria, waarop ik dienst deed, de
+bemanning te hulp. Ik sprong aan boord van het vijandelijk vaartuig,
+dat er echter in slaagde, zich los te maken van de enterhaken, die men
+uitgeworpen had en ik was in een oogenblik omringd door vijanden, die
+mij overmeesterden. Ik werd naar Constantinopel gevoerd, en kwam als
+slaaf op de veroverde Capitana te Navarino. Daar ik mijn vader niet
+wilde vragen een losprijs voor mij te verzamelen, zond ik hem geen
+bericht over mijne omstandigheden. Toen mijn meester Vehali stierf,
+kwam ik in handen van een Venetiaansch afvallige, Azanaga genaamd, die
+naar Algiers voer, waar ik in de gevangenis werd gezet. Daar men dacht,
+dat er wel een losprijs voor mij zou worden betaald, zetten de Mooren
+mij in een bagnio, en werd ik niet gedwongen tot arbeiden zooals die
+gevangenen voor wie geen hoop op vrijheid bestond. Op de binnenplaats
+der gevangenis zagen de vensters uit van het huis van een rijken Moor,
+en op zekeren dag, toen ik daar rondliep, verscheen er uit n dier
+vensters een lange stok, waaraan een linnen zak was gebonden. Deze
+zak werd heen en weer bewogen, alsof men verwachtte, dat iemand haar
+grijpen zou, en een van ons ging er dadelijk onder staan om te wachten
+totdat de stok weer zou dalen. Maar juist toen hij hem grijpen wilde,
+werd de stok weer omhoog getrokken en zijwaarts heen en weer bewogen,
+als bij een ontkenning. Een tweede mijner makkers trad naar voren,
+maar had evenmin succes. Dit ziende, besloot ik mijn geluk ook eens te
+beproeven, en toen ik onder den stok kwam, viel hij voor mijne voeten
+op den grond. Ik maakte de lap los, en vond er ongeveer tien gouden
+munten, zoogenaamde zianins, in gebonden. Ik nam het geld, brak den
+stok, en keek naar boven, waar ik een blanke hand zag, die haastig
+het venster sloot. Korten tijd daarna vertoonde men uit hetzelfde
+venster een klein houten kruis, en hieruit maakten wij op, dat een
+of andere Christenvrouw in dat huis gevangen gehouden werd. Maar de
+blankheid van de hand en de kostbaarheid der armbanden brachten ons
+op het denkbeeld, dat wij misschien te doen hadden met een Christen
+jonkvrouw, die tot den Mohammedaanschen godsdienst was overgegaan.
+
+Gedurende de eerstvolgende weken kregen wij geen verdere bewijzen
+van de aanwezigheid der jonkvrouw, ofschoon wij nauwkeurig op het
+venster letten; maar wij vernamen, dat het huis behoorde aan een
+hooggeplaatsten Moor, Agimorato geheeten. Maar na ruim veertien dagen
+verscheen de stok opnieuw, en dit keer bevatte de linnen zak niet
+minder dan veertig kronen van Spaansch goud, met een brief in Arabische
+letters, waarboven een groot kruis geteekend was. Maar geen van ons
+verstond Arabisch, en het was niet gemakkelijk iemand te vinden,
+die den brief voor ons vertalen kon. Eindelijk besloot ik een Moor
+uit Murcia in mijn vertrouwen te nemen, die mij reeds vele bewijzen
+van zijn goede gezindheid had geschonken. Hij was bereid den brief
+voor mij te vertalen, en zoo hoorde ik, dat de inhoud als volgt luidde:
+
+Als kind had ik een Christenvoedster, die mij veel over uw godsdienst
+leerde, voornamelijk van Lela Marien, die gij de Maagd noemt. Toen
+mijn goede slavin gestorven was, verscheen zij mij in den droom,
+en beval mij, naar het land der Christenen te gaan, om de Maagd te
+leeren kennen, die mij zeer genegen was. Ik heb vanuit dit venster vele
+Christenen gezien, maar in geen hunner had ik dat groote vertrouwen,
+dat ik in u heb. Ik ben jong en schoon, en beschik over veel geld
+en andere kostbaarheden. Ik smeek u, overweeg de mogelijkheid met
+mij te vluchten, en wanneer wij in uw vaderland zijn aangekomen,
+zult gij mijn echtgenoot worden, wanneer gij dat begeert. Maar indien
+gij dit niet wenscht, zijt gij geheel vrij, want de Maagd zal mij wel
+een echtgenoot schenken. Spreek geen enkelen Moor over dezen brief,
+want zij zijn allen onbetrouwbaar.
+
+De heiden, wien ik den brief ter vertaling had gegeven, beloofde,
+dat hij ons naar zijne beste krachten helpen zou, wanneer wij zouden
+trachten te vluchten; en in ons aller hart werd de hoop weer levendig,
+want wij begrepen, dat de invloed en de geldmiddelen der jonkvrouw,
+die vriendschap voor mij had opgevat, ons van groot nut zouden
+kunnen zijn bij onze pogingen tot ontvluchting. Ik dicteerde den
+afvallige een antwoord, dat hij in het Arabisch vertaalde, zoodat
+ik in de gelegenheid was, de jonkvrouw mijne diensten en die mijner
+makkers aan te bieden, en haar op mijn woord van Christen beloofde,
+haar te zullen huwen. Spoedig daarna werd de stok weer uit het venster
+neergelaten. Ik bevestigde er den brief aan, waarna hij weder omhoog
+werd gehaald. Dien nacht beraadslaagden wij gevangenen, over de beste
+wijze tot ontvluchten, en eindelijk besloten wij het antwoord van
+Zoraida (wij hadden ontdekt, dat dit de naam der jonkvrouw was) af te
+wachten, daar wij ervan overtuigd waren, dat niemand beter dan zij ons
+zou kunnen raden. Gedurende eenige dagen was het bagnio vol menschen,
+en al dien tijd bleef de stok onzichtbaar; maar toen wij wederom aan
+onszelf waren overgelaten, werd hij weder uit het raam gestoken,
+en dit keer bevatte de zak een brief en honderd gouden kronen. De
+afvallige vertaalde den brief voor ons, waarin ons werd medegedeeld,
+dat de schrijfster wel is waar geen ontvluchtingsplan kon beramen, maar
+dat zij ons voldoende geld kon verschaffen voor onzen losprijs. Zij
+opperde het plan, dat, wanneer wij z onze vrijheid herkregen hadden,
+n van ons naar Spanje zou gaan, daar een schip zou koopen, en de
+anderen zou komen halen. Zij eindigde met de mededeeling, dat zij
+binnenkort met haar vader naar buiten zou vertrekken, en dat zij den
+geheelen zomer in een landhuis in de nabijheid der zee zou wonen,
+en zij gaf een nauwkeurige beschrijving van de ligging en omgeving
+van dit zomerverblijf.
+
+Elk onzer verklaarde zich bereid naar Spanje te gaan voor den aankoop
+van het schip, dat de anderen bevrijden zou; maar de afvallige, die
+in dit opzicht een man van ondervinding was, verzette zich hiertegen,
+want hij had teveel van zulke ondernemingen zien mislukken, doordat
+men op een enkelen persoon vertrouwd had. Hij bood dus aan een schip
+in Algiers te koopen; dan zou hij zich als koopman voordoen, en op deze
+wijze zou het hem mogelijk zijn, ons uit het bagnio en het vijandelijk
+land weg te voeren. Intusschen antwoordde ik Zoraida, dat wij allen
+haar raad zouden opvolgen, en hierop gaf zij ons door middel van
+den stok, nogmaals tweeduizend gouden kronen. Hiervan gaven wij den
+afvallige vijfhonderd kronen om een schip te koopen, en door de goede
+diensten van een koopman uit Valencia verkreeg ik mijn vrijheid voor
+achthonderd kronen. Maar op raad van dezen koopman werd die som niet
+dadelijk aan den Dey uitbetaald, opdat zijn argwaan niet gewekt zou
+worden; wij deelden hem dus mede, dat het geld binnenkort uit Spanje
+zou worden gezonden, en intusschen kreeg ik, op mijn eerewoord, verlof,
+in het huis van den Valenciaanschen koopman te blijven. Voordat Zoraida
+naar het buitenverblijf haars vaders vertrok, gaf zij ons nog duizend
+kronen; deze gift was vergezeld van een brief, waarin zij ons vertelde,
+dat zij de sleutels van haar vaders schatkamer in bewaring had;
+en ditmaal nam ik maatregelen, om drie mijner makkers los te koopen.
+
+
+
+DE VLUCHT UIT ALGIERS.
+
+Korten tijd daarna kocht de afvallige een schip, dat groot genoeg
+was om ruim dertig personen te bergen, en waarmee hij, volgens zijn
+zeggen, van plan was, verscheiden reizen te maken met een Moorschen
+deelgenoot, dien hij genomen had om argwaan te vermijden. Telkens
+wanneer hij langs de kust voer, wierp hij het anker uit in een kleine
+baai, dicht bij het huis, waar Zoraida woonde, opdat de bedienden
+gewend zouden raken aan zijn aanwezigheid daar. Hij landde zelfs bij
+verschillende gelegenheden bij het huis en verzocht Zoraida's vader
+om vruchten, die hem nooit geweigerd werden, want de oude Moor was
+zeer vrijgevig. Maar het gelukte hem nooit Zoraida zelf te spreken
+te krijgen. Wij waren met onze plannen nu zoo ver gevorderd, dat hij
+ons vroeg een dag vast te stellen, waarop wij de groote onderneming,
+waarvan alles afhing, zouden wagen. Ik nam dus twaalf Spanjaarden in
+dienst, die bekend waren als goede roeiers, en wier gangen niet al te
+nauwkeurig werden nagegaan. Wij hadden afgesproken, dat wij in het
+geheim de stad zouden verlaten in den avond van den eerstvolgenden
+Vrijdag, en dat wij elkander dan zouden ontmoeten dicht bij het huis
+van Agimorato. Maar het was noodig, dat Zoraida zelf ook in kennis
+werd gesteld met ons plan, en dus betrad ik op zekeren dag haar tuin,
+onder het voorwendsel, dat ik eenige kruiden wilde plukken. Maar bijna
+op hetzelfde oogenblik ontmoette ik haar vader, die mij vroeg, wat
+ik daar deed. Ik vertelde hem, dat ik een slaaf was van Arnaut Mami,
+(van wien het mij bekend was, dat hij met hem bevriend was,) en dat ik
+eenige kruiden noodig had voor een salade. Terwijl wij spraken kwam
+Zoraida uit het tuinhuis, en daar het de gewoonte was, dat Moorsche
+vrouwen zich vertoonden aan Christenslaven, riep haar vader haar tot
+zich. Zij was buitengewoon kostbaar gekleed, en droeg een overvloed
+van juweelen, en toen ik haar zoo voor het eerst aanschouwde, was ik
+getroffen door haar groote schoonheid. Haar vader vertelde haar de
+reden van mijn aanwezigheid, en zij vroeg mij, of ik spoedig losgekocht
+zou worden. Gebruik makende van de lingua franca, vertelde ik haar,
+dat ik reeds vrij was, en dat ik van plan was, mij den volgenden dag
+op een Fransch vaartuig in te schepen.
+
+Op hetzelfde oogenblik werd de Moor voor zaken weggeroepen, en ik
+deelde Zoraida haastig mede, dat ik haar den volgenden dag zou komen
+halen. Zij sloeg dadelijk hare armen om mij heen, en leidde mij naar
+het huis; maar haar vader, die juist terug kwam, bespiedde ons; en
+kwam hevig verschrikt op ons af. Oogenblikkelijk wendde Zoraida een
+bezwijming voor, en zij vertelde Agimorato dat zij zich plotseling
+onwel gevoeld had. Ik gaf haar aan haar vader over, en zij gingen
+het huis binnen.
+
+Den volgenden avond scheepten wij ons in, en lieten het anker vallen
+tegenover Zoraida's woning. Toen de duisternis was ingevallen, betraden
+wij onverschrokken den tuin, en daar wij de voordeur van het huis open
+vonden, begaven wij ons naar de binnenplaats. Zoraida trad ons dadelijk
+tegemoet met een kleinen koffer vol kostbaarheden, en zij vertelde ons,
+dat haar vader sliep. Maar het ongeluk wilde, dat wij hem door een
+onwillekeurig geluid, wekten, en hij kwam aan een venster, luidkeels
+roepende: Dieven, dieven! Christenen, Christenen! De afvallige vloog
+dadelijk naar boven en bond hem vast, en wij droegen vader en dochter
+aan boord. Ook namen wij de enkele Mooren gevangen, die zich op het
+schip bevonden, waarna wij de riemen grepen, en zeewaarts voeren.
+
+Eerst trachtten wij Majorca te bereiken, maar er stak een hevige
+wind op; wij werden naar de kust gedreven, en waren zeer bevreesd,
+dat wij een der groote kruisers zouden ontmoeten, die zich in de
+buurt bevonden. Ik haastte mij, Agimorato te verzekeren, dat wij hem
+bij de eerstkomende gelegenheid zijn vrijheid zouden hergeven, en ik
+vertelde hem, dat zijn dochter Christin geworden was, en de rest van
+haar leven in een Christelijk land wilde doorbrengen. Toen de oude
+man dit hoorde, scheen het, alsof hij plotseling waanzinnig geworden
+was. Hij stond op, en wierp zich in zee, en het gelukte ons slechts
+met de grootste moeite, hem te redden. Korten tijd daarna liepen wij
+een kleine baai binnen, waar wij Agimorato aan wal zetten. Nooit zal
+ik de vervloekingen vergeten, waarmede hij zijn dochter overlaadde;
+maar toen wij wegzeilden, vervulde hij de lucht met zijn geklaag,
+en hij smeekte haar, terug te keeren. Maar zij verborg het gelaat in
+de handen, en bad de Heilige Maagd, hem te behoeden.
+
+Wij waren nog niet ver van de kust verwijderd, toen de maan verduisterd
+werd, en bijna waren wij in botsing gekomen met een groot vaartuig,
+waarvan men ons in het Fransch toeriep, bij te draaien. Daar wij
+bemerkten, dat het een Fransch zeerooverschip was, gaven wij geen
+antwoord, maar voeren zoo snel mogelijk verder, waarop de bemanning
+een boot uitzette, ons schip enterde, en ons aan boord sleepte;
+Zoraida werd van al hare juweelen beroofd, en wij werden in het ruim
+van het schip geworpen. Toen wij den volgenden morgen de Spaansche kust
+bereikten, zetten zij ons in hun sloep, met twee kruiken water en een
+kleine hoeveelheid beschuiten, en de kapitein gaf in een opwelling
+van medelijden de bekoorlijke Zoraida bij het afscheid ongeveer
+veertig gouden kronen. Wij roeiden in de morgenschemering verder,
+en kwamen eenige uren later aan land. Nadat wij verscheidene mijlen
+geloopen hadden, ontmoetten wij een herder, die bij het zien van onze
+Moorsche kleederen, wegliep en alarm maakte. Niet lang daarna zagen
+wij een troep ruiters naderen, onder wie toevallig een bloedverwant
+van een onzer makkers was. Zij namen ons bij zich op hunne paarden,
+en spoedig bereikten wij de stad Velez Malaga. Daar begaven wij ons
+regelrecht naar de kerk, om God te danken voor de groote genade, die
+Hij ons betoond had, en daar zag en herkende Zoraida voor de eerste
+maal de Heilige Maagd.
+
+Met een gedeelte van het geld, dat Zoraida van den zeeroover
+gekregen had, kocht ik een ezel, en ik besloot te gaan onderzoeken,
+of mijn vader en broeders nog in leven waren. Dit is, edele heeren, het
+geheele verhaal van mijne ondervindingen. Nauwelijks had de ontvluchte
+gevangene uitgesproken, of een schitterende koets hield voor de herberg
+stil. Een kostbaar gekleede heer en dame stapten uit, en traden de
+posada binnen, waar Don Quixote hun met groote hoffelijkheid tegemoet
+trad. De Christen vluchteling herkende in den heer zijn broeder,
+die nu rechter was aan het Hof van Mexico. Deze begroette hem recht
+hartelijk, en stelde hem de dame voor als zijn dochter. De man, die
+zooveel ondervonden had, besloot met zijn Moorsche bruid naar Sevilla
+terug te keeren, waar zij hun vader alles konden mededeelen, wat hun
+overkomen was. Tevens zou die oude man dan getuige kunnen zijn van den
+doop en het huwelijk van Zoraida; de grande verklaarde zich bereid voor
+haar toekomst en die van zijn zwaar beproefden broeder zorg te dragen.
+
+
+
+DE GROEI VAN CERVANTES.
+
+Vooral in verhalen als het vorige, bemerken wij duidelijk, hoe de
+stijl van Cervantes gemakkelijker en soepeler wordt naarmate de
+geschiedenis vordert. Het is duidelijk, dat hij zijn best heeft
+gedaan zich los te maken van de literaire kluisters van zijn tijd,
+en dit met succes. Hij vindt het niet langer noodig schrijvers
+als Antonio de Guevara na te bootsen, zooals hij deed in dat
+gedeelte, waarin Don Quixote de Gouden Eeuw beschrijft. Hij heeft
+de eigenaardige gemaaktheid van de vroegere bladzijden afgeschud,
+en is menschelijker en eenvoudiger geworden. Zijne gesprekken zijn
+meer in overeenstemming met de karakters, zijn dialoog is levendig,
+en zijn verhaaltrant boeiend. Maar ofschoon wij in deze bladzijden
+den realist zich zien ontwikkelen, heeft Cervantes toch nooit geheel
+het kleed der academische welsprekendheid afgeworpen; alleen wordt
+die welsprekendheid binnen de perken gehouden en heeft hij alle
+aanstellerij volkomen laten varen.
+
+Het groote en zoo snel behaalde succes van Don Quixote was echter
+voornamelijk te danken aan den frisschen humor en de getrouwe wedergave
+van de Spaansche typen uit Cervantes' tijd. Naast de figuren met
+wie iedereen zich vertrouwd gevoelde, plaatste hij de bijzondere
+persoonlijkheid van den Ridder van de Droevige Figuur, een grillig
+type uit een andere eeuw, maar wien niets ontbrak van de waardigheid
+en andere grootsche eigenschappen van tijden waarvan hij den geest
+trachtte na te bootsen. Om en bij het zeventiende-eeuwsche Spanje
+bewoog de ouderwetsche figuur van Don Quixote zich, den gewonen gang
+van zaken verstorende, en in opstand komende tegen de opvattingen van
+dien tijd; het hoofd vol van de riddertijden, welker fantasien hij op
+het landschap projecteerde door middel van het veel te sterke licht
+zijner verbeelding. Maar al verwekte het gebrek aan overeenstemming
+tusschen het optreden van den Don en den tijd waarin hij leefde, bij
+het stemmige en ernstige Spanje een onbedaarlijk gelach, men erkende
+toch de typeering van hem en van Sancho Panza als een meesterlijke
+schepping, en men zag in deze persoonlijkheden de belichaming van
+een tot waanzin opgevoerde fantasie, en van het primitiefste gezond
+verstand.
+
+De belangrijkheid van den opzet van Don Quixote, en de fijnheid van
+techniek, waarmede het is uitgewerkt, kunnen niet nalaten indruk te
+maken op oordeelkundige lezers. Het werk is vol van de kennis van
+een man van de wereld; het ademt verfijndheid en hoffelijkheid, en er
+spreekt een geest uit, die het boek tot een meesterwerk stempelt. Hier
+is geen gebrek aan samenhang, men ontmoet geen onhandige zinswendingen
+of zwakheid van uitdrukking. Ik heb niet den indruk, dat Cervantes met
+bijzondere gemakkelijkheid schreef, en dit is misschien wel de beste
+maatstaf voor zijn groot letterkundig talent; want men ziet ook nergens
+de teekenen van een moeilijk volbracht werk. Hij heeft den gelukkigen
+middenweg gevonden tusschen een zorgelooze gemakkelijkheid en het
+uitvoerig, en dikwijls zenuwachtig gepeuter, dat het werk van moderne
+schrijvers zoo dikwijls ontsiert. Hij is accuraat en merkwaardig zuiver
+in zijne uitdrukkingen, en wij kunnen ons niet voorstellen, dat hij
+moeite heeft gehad met het vinden van de juiste woorden bij zijne
+beschrijvingen. Wat het geheim van mijn stijl ook geweest moge zijn,
+het product ervan was een zeldzaam vloeiend en afwisselend verhaal,
+nauwkeurig en zuiver van uitdrukking. Het geheele tooneel is tot in
+de kleinste bijzonderheden met de hand van een meester geschilderd.
+
+
+
+HET TWEEDE DEEL VAN DON QUIXOTE.
+
+Wij kunnen uit de groote tijdsruimte, die Cervantes liet verloopen
+tusschen het eerste en het tweede deel van zijn beroemden roman,
+opmaken, hoe zorgvuldig hij ervoor waakte, dat niet een minderwaardig
+vervolg zijn welverdiende reputatie zou bederven; en de romanschrijver
+van dezen tijd, die zich door de sensatielust van het publiek, en zijn
+eigen ijdelheid laat verleiden tot veelschrijverij, zou in dit opzicht
+wel eens een voorbeeld mogen nemen aan hem. Er wordt dikwijls beweerd,
+dat de moderne schrijver bij de heerschende letterkundige toestanden
+den tijd mist, dien hij noodig zou hebben voor een goed overdachten
+opzet, een zorgvuldig ontwikkelde techniek, en een zuiveren stijl. Dit
+is helaas maar al te waar! De hedendaagsche schrijver, die succes
+heeft, kan zich de luxe niet permiteeren tien maanden, laat staan
+tien jaren te laten verloopen tusschen zijne verschillende werken,
+en het is waarschijnlijk te danken aan de koortsachtige haast,
+waarmede men tegenwoordig arbeidt, dat het vervolg op een goeden
+roman zoo menigmaal een groote teleurstelling brengt. Onze eeuw is
+waarlijk geen eeuw van fijnproevers. Wij eten, drinken en lezen
+nagenoeg alles, wat ons wordt voorgezet, en al mopperen wij een
+beetje over de kwaliteit van het gebodene, wij gevoelen zeer goed,
+dat klachten geen verandering kunnen brengen in de omstandigheden,
+die de oorzaak zijn van het verval der letterkunde. Het Spanje uit
+de dagen van Cervantes was vrij wat kritischer; het zou geen slecht
+of slordig gestijleerde werken hebben verdragen, maar er waren toch
+elementen voorhanden, die dikwijls de publicatie van een volgend
+boekdeel verhaastten, en de voornaamste reden van dit ongewenschte
+verschijnsel was ongetwijfeld letterkundige diefstal. Het schijnt,
+dat Cervantes aangespoord werd tot het uitgeven van het tweede
+deel van Don Quixote, door de verschijning in 1614 van een boek van
+Alonso Fernndez de Avellaneda, dat een minderwaardig vervolg was
+op het eerste deel van zijn groot werk, en welks inleiding allerlei
+onbeschaamdheden van persoonlijken aard bevatten. Dat Cervantes zeer
+verstoord was over dezen letterkundigen diefstal blijkt wel uit het
+feit, dat hij al zijn ander werk liet liggen om zich geheel te geven
+aan het beindigen van Don Quixote.
+
+De laatste hoofdstukken van Don Quixote moest hij haastig afmaken,
+omdat zijn mededinger zijn plan gestolen had; en zoo was hij niet
+alleen gedwongen, het geheel om te werken, maar ook, het zoo spoedig
+mogelijk af te maken. Maar niettegenstaande dezen tegenspoed is een
+belangrijk gedeelte van het tweede boek waarlijk grootsch. Don Quixote
+moge hierin minder vermakelijk zijn, hij is veel diepzinniger geworden,
+en Sancho Panza wordt steeds verstandiger en helderder van oordeel. Ook
+de andere karakters zijn scherper geteekend dan in het eerste deel. Het
+vervolg van Don Quixote is inderdaad een groote spiegel, waarin de
+Spaansche maatschappij uit de dagen van Cervantes weerkaatst wordt
+door middel van een wonderbaar genie. Het geweldige succes van het
+werk moet wel de grootste voldoening zijn geweest voor den stervenden
+schrijver, en zal hem stellig hebben getroost voor de teleurstellingen
+van een leven, dat werd doorgebracht in ballingschap en armoede.
+
+
+
+LAZARILLO DE TORMES.
+
+De grootste humoristische roman, die in Spanje geschreven was,
+voordat Don Quixote verscheen, was Lazarillo de Tormes van Diego
+Hurfado de Mendoza, een veelzijdig man, die Spaansch gezant in
+Engeland is geweest. Hij was zoowel van vaders als van moeders zijde
+van adellijke afkomst, en werd in 1503 te Granada geboren. Daar
+hij een jongere zoon was, werd hij voor de kerk bestemd en dus
+studeerde hij aan de universiteit te Salamanca, waar hij reeds
+gedurende zijn studententijd den roman schreef, die hem beroemd
+heeft gemaakt. De levendige beschrijvingen, het diep doordringen in
+de verschillende karakters en de frissche humor, bezorgden het werk
+dadelijk een belangrijke plaats in de Spaansche letterkunde van dien
+tijd. Maar Mendoza veranderde reeds spoedig van beroep, en koos de
+politieke loopbaan. Karel V benoemde hem tot Gouverneur van Siena,
+een kleine Italiaansche republiek, die onder Spaansche heerschappij
+gekomen was. Mendoza had echter een trotsch en hardvochtig karakter,
+en tyranniseerde het ongelukkige volk, dat aan zijne zorgen was
+toevertrouwd, op ondragelijke wijze. Zij beklaagden zich bij den
+Keizer bitter over zijn gedrag, en toen er geen verbetering in den
+toestand kwam, trachtte men hem te dooden. Bij een dezer aanslagen op
+zijn leven, werd zijn paard onder hem gedood door een schot, dat voor
+hemzelf bestemd was. Gedurende zijn afwezigheid werd Siena ingenomen
+door een Fransch leger, en daar de weerlooze toestand der stad werd
+toegeschreven aan de omstandigheid, dat hij eenige troepen uit Siena
+verwijderd had, werd hij in 1554 naar Spanje teruggeroepen.
+
+Terwijl hij als staatsman en officier in Itali vertoefde, was
+Mendoza echter steeds werkzaam geweest op letterkundig gebied, want
+hij had zijne politieke aanteekeningen geschreven, een vertaling
+van Aristoteles, een verhandeling over werktuigkunde, en andere
+belangrijke werken, die er echter geen van alle toe bijdroegen,
+de populariteit te verhoogen, die zijn eerste roman hem bezorgd had.
+
+Lazaro, of beter gezegd Lazarillo (het verkleinwoord van dien naam)
+was de zoon van een molenaar, die zijn beroep uitoefende aan de oevers
+van de rivier de Tormes, aan welke omstandigheid hij zijn naam te
+danken had. Toen Lazarillo slechts tien jaren oud was, werd zijn
+vader gedood in een veldtocht tegen de Mooren, en daar zijn moeder
+niet in staat was hem te onderhouden, vertrouwde zij hem toe aan de
+zorgen van een blinden man, die bedelend door het land trok.
+
+Toen zij bij de brug van Salamanca kwamen, zag de jongen daar een
+steenen beest, dat den vorm had van een stier, en zijn meester zeide
+hem, dat wanneer hij zijn oor tegen het beeld zou leggen, hij het zou
+hooren brullen. Dit deed hij, maar de oude man duwde hem met zulk een
+geweld tegen het steenen beest, dat hij bijna het bewustzijn verloor;
+en zijn meester lachte hem nog op den koop toe uit, zeggende, dat
+de jongen van een blinden man zich nooit voor den gek mocht laten
+houden. Ik kan je geen zilver of goud geven, zeide hij, maar wel
+iets, dat vrij wat meer waard is, nl. de wereldwijsheid, die ik door
+ondervinding gekregen heb.
+
+De kleine Lazarillo kon slechts met de grootste moeite genoeg te eten
+krijgen. De oude bedelaar bewaarde zijn brood en vleesch in een linnen
+knapzak, die van boven stevig gesloten was; maar de jongen maakte
+een kleine torn onder in de zak, en verschafte zich op deze wijze
+de uitgezochtste stukken vleesch, spek en worst. Ook was het zijn
+taak de aalmoezen in ontvangst te nemen, die weldadige menschen den
+blinden man toewierpen, en een gedeelte daarvan bewaarde hij in zijn
+mond, totdat hij door langdurige oefening erin slaagde, een flinke
+hoeveelheid koperen munten in deze spaarpot op te bergen.
+
+Op een warmen dag ergerde het hem, te zien, dat de bedelaar wijn dronk,
+terwijl hij dorst moest lijden. De wijn werd bewaard in een grooten
+aarden kruik, en van tijd tot tijd gelukte het hem, een slok van den
+verkoelenden drank te bemachtigen. Maar al heel gauw ontdekte zijn
+meester de praktijken van den jongen, en daarna hield hij de kruik
+tusschen zijne knien en bedekte hij de opening met zijn hand. Daarom
+boorde Lazarillo in den bodem der kruik een gaatje, dat hij met
+was toestopte. Wanneer de blinde bedelaar aan den maaltijd bij het
+vuur zat, smolt de was, en Lazarillo hield zijn mond voor het gat,
+en dronk van den wijn. Zijn meester was woedend en verbaasd toen hij
+bemerkte, dat de drank verdwenen was en hij schreef die verdwijning
+toe aan toovenarij. Maar toen zijn pupil een volgend keer het kunstje
+herhaalde, pakte de stevige oude bedelaar met beide handen de kruik
+vast, en sloeg hem er zoo hevig mede op het hoofd, dat zij brak, en de
+jongen ernstig gewond werd. Van dien dag af koesterde Lazarillo een
+wrok tegen den blinden ouden dwingeland, en hij wreekte zich, door
+hem langs de slechtste wegen en over de modderigste paden te leiden.
+
+Lazarillo besloot een dienst te verlaten, waar hij wel schoppen maar
+geen geld kreeg, en dus bracht hij zijn meester naar de Arcade van
+Escalona, waarlangs een snelle beek vloeide. Wanneer men deze wilde
+oversteken, moest men f springen, f er tot den nek doorwaden. De
+bedelaar koos de eerste methode. De slimme Lazarillo zeide hem,
+dat het smalste gedeelte tegenover een grooten steenen pilaar was,
+en de ongelukkige bedelaar ging een paar schreden achteruit om een
+aanloop te kunnen nemen, en sprong toen met zulk een kracht over de
+beek, dat hij tegen den pilaar vloog, en bewusteloos neerviel. Met
+een triomfkreet holde Lazarillo weg, en nooit zag hij den blinde weer.
+
+Zijn volgende meester was een priester, en hoe ongelukkig zijne
+ondervindingen met den bedelaar ook waren geweest, zij waren niets
+in vergelijking met wat hij nu te verdragen had. Want de vrome
+man was boven alle beschrijving gierig en liet hem schandelijk
+hongerlijden. Hij bewaarde zijn brood in een groote houten kist,
+en toen de priester afwezig was, liet Lazarillo door een reizenden
+ketellapper een valschen sleutel er op maken, zoodat hij zich dagelijks
+kon te goed doen, totdat de gierige meester het tekort opmerkte. De
+priester dacht, dat de ratten hem bestalen, en omdat er verscheidene
+gaten in de kist waren, stopte hij deze zorgvuldig met kleine stukjes
+hout; maar het brood bleef verdwijnen, en daar een der buren een
+slang gezien had in de woning van den priester, kwam hij tot de
+conclusie, dat die de boosdoener was. Om niet ontdekt te worden,
+sliep Lazarillo met den sleutel van de kist in zijn mond; maar op
+zekeren nacht maakte hij bij het ademhalen een fluitend geluid op de
+opening van dit instrument, en de oude priester, die dacht, dat het
+het gesis van een slang was, gaf zulk een hevigen slag in de richting
+vanwaar het geluid kwam, dat hij Lazarillo voor geruimen tijd kreupel
+maakte. Toen de jongen hersteld was, nam de oude priester hem bij de
+hand, bracht hem naar buiten, en zeide: Lazarillo, mijn zoon, gij hebt
+groote natuurlijke gaven: gij zijt werkelijk veel te knap voor zulk
+een oud man als ik ben, en ik wensch je nooit terug te zien. Vaarwel!
+
+Lazarillo vond spoedig een nieuwen meester, die een voornaam en
+beschaafd man scheen. Maar hij bemerkte, dat hij nog ellendiger
+bezeild was dan vroeger, want al was zijn meester een deftig heer,
+hij bezat geen cent in de wereld, en hij was voor zijn dagelijksch
+brood volkomen afhankelijk van hetgeen de jongen kon loskrijgen van
+weldadige menschen. Op zekeren dag vroeg de waard om betaling, en de
+heer vertrok, volgens zijn zeggen om geld van zijn bankier te halen;
+maar hij keerde nooit terug, zoodat de ongelukkige deugniet weer
+zonder meester was.
+
+Toen kwam hij onder de goede zorgen van een verkooper van aflaten,
+die van stad tot stad trok. Op een dezer reizen bevonden zij
+zich in een herberg, waar zijn meester vriendschap sloot met een
+alguazil of konstabel. Op een keer hielden de vrienden tot laat in
+den nacht te zamen een drinkgelag, dat met een twist eindigde. En
+toen de priester den volgenden dag een inleidende preek hield om
+zijn waren aan te prijzen, trad de alguazil binnen en beschuldigde
+hem van bedrog. De verkooper van aflaten bad onder groot vertoon van
+vroomheid, dat de hemelsche machten zouden oordeelen en den alguazil
+straffen, en deze viel onder hevige stuiptrekkingen ter aarde. Enkele
+kerkbezoekers smeekten den monnik, dat hij zijn invloed zou gebruiken,
+opdat de toorn des hemels den verrader minder zwaar zou treffen, en
+de vrome man daalde van de preekstoel, en legde een bul, die hij,
+naar hij zeide, van den Paus had ontvangen, op het voorhoofd van
+den lijder. De man stond oogenblikkelijk quasi genezen op, en de
+gemeente was zoozeer overtuigd, dat er een wonder was geschied, dat
+zij den geheelen voorraad van den priester opkocht. Maar de slimme
+Lazarillo begreep dadelijk, dat het een opgezette vertooning van het
+tweetal was geweest. De laatste meester, dien Lazarillo kreeg, was de
+Aartspriester van Salvador, in wiens dienst het hem uitstekend ging;
+hij huwde een van diens dienstmaagden, maar zij bracht schande over
+zijn huis, en bij den dood zijner vrouw was hij armer dan ooit.
+
+Hier eindigt het verhaal. Het is onmogelijk in zulk een korte
+schets, recht te doen wedervaren aan de groote mate van kennis van
+het menschelijk hart, die uit dit kleine werk spreekt. Lazarillo de
+Tormes was de voorlooper van de geheele school van Schelmen-romans,
+die in lateren tijd het type van de Spaansche geestesvoortbrengselen
+werd, en waaruit meesterwerken als Guzman de Alfarache, de Gil Blas van
+Le Sage en de verhalen van Scarron voortkwamen, die denzelfden geest
+ademen als de boeken van den Engelschen schrijver Laurence Sterne;
+en nog steeds is de invloed van dit roman-type duidelijk merkbaar in
+sommige werken van Maurice Hewlett en Jeffery Farnol.
+
+
+
+GUZMAN DE ALFARACHE.
+
+Mateo Aleman, de schrijver van den grooten Schelmenroman Guzman de
+Alfarache werd in Sevilla geboren. In zijn jeugd versmaadde hij een
+gouvernementsbetrekking en stak hij naar Mexico over, waar hij in
+1609 een werk uitgaf over Spaansche taalkunde, benevens verscheidene
+Latijnsche verhandelingen. Maar zijn naam als romanschrijver verwierf
+hij door zijn Vita del Picaro Guzman de Alfarache, een werk, dat
+van zijn eerste verschijning in 1599 af, overgebracht is in elke
+Europeesche taal. Ofschoon het geschreven is in de meest zuivere en
+klassiek letterkundige stijl, is het toch los en natuurlijk, en het
+vindt zijn weerga niet in de schildering van de laagste klassen der
+Castiliaansche maatschappij en van de gewoonten en denkbeelden van
+den tijd, waarin hij leefde.
+
+Mijne voorouders, vertelt Guzman, kwamen oorspronkelijk uit de
+Levant. Maar zij vestigden zich te Genua, en oefenden in die stad het
+beroep van koopman uit op zulk een wijze, dat zij beschuldigd werden
+van woeker.
+
+De omstandigheid, dat deze levendige avonturier uit zulk een weinig
+eerbiedwaardig geslacht voortkwam, leidde er wel toe, dat hij reeds op
+jeugdigen leeftijd in aanraking kwam met allerlei schurkenstreken. Maar
+al waren zijne bloedverwanten allesbehalve kieskeurig waar het den
+handel betrof, zij verborgen hun schandelijk gedrag onder den mantel
+van schijnheiligheid en maatschappelijk fatsoen. Zij ontbraken nooit
+bij de Mis, en niemand zou iets hebben kunnen inbrengen tegen hun
+particulier leven. Voor de geboorte van Guzman hoorde zijn vader,
+dat n zijner correspondenten te Sevilla failliet was gegaan, en
+toen hij daarheen ging om zelf orde op zaken te stellen, werd hij
+gevangen genomen door een Algerijnschen zeeroover; hij ging over tot
+den Mohammedaanschen godsdienst en huwde een Moorsche vrouw. Toen zijn
+agent te Sevilla hoorde wat zijn voornaamsten schuldeischer overkomen
+was, ordende hij zijne zaken zonder diens hulp, en zoo was hij in
+korten tijd beter af dan ooit tevoren. Maar het gelukte den vader
+van Guzman te ontsnappen, en toen hij te Sevilla aankwam, eischte
+hij een afrekening van zijn oneerlijken handelsvriend, van wien hij
+een flinke som loskreeg. Daarna vestigde hij een zaak te Sevilla, en
+kocht een landgoed, dat hij St. Juan de Alfarache noemde. Hier leefde
+hij in overvloed, en nadat hij de weduwe van een ouden ridder gehuwd
+had, was ook zijn maatschappelijke positie uitstekend. Kort daarna
+werd zijn zoon Guzman geboren. Maar de Alfarache was zeer gesteld op
+vroolijk gezelschap, praal en uiterlijk vertoon, en nadat hij eerst
+een groot gedeelte van zijn fortuin verkwist had, duurde het niet lang,
+of hij ging zelf bankroet, waarna hij de tol aan de natuur betaalde.
+
+Zijn weduwe en de kleine Guzman bleven onverzorgd achter, en toen
+de knaap in zijn veertiende jaar was, besloot hij zijn fortuin te
+zoeken; hij reisde dus naar Genua, in de hoop, dat de bloedverwanten
+van zijn vader bereid zouden zijn hem te helpen. Spoedig bereikte hij
+een herberg, waar hij iets te eten vroeg. Men bracht hem een ommelet,
+die, zooals hij zeide, beter een eierpap zou kunnen heeten, maar
+waarop hij toch aanviel als een varken op eikels. Bij het verlaten
+van de herberg gevoelde hij zich ellendig, en in een toestand,
+die de bezwijming nabij was, ontmoette hij een ezeldrijver, wien
+hij het onsmakelijke maal beschreef, dat hij juist genuttigd had;
+deze lachte hartelijk om het verhaal en bood hem vriendelijk aan,
+een zijner muilezels te bestijgen waarna zij spoedig in Oostelijke
+richting draafden. Korten tijd daarna ontmoetten zij twee monniken,
+en kwamen zij bij een herberg, waar zij weer een slecht maal kregen,
+dat door den waard echter z werd opgehemeld, dat de arme jongen wel
+gedwongen was, het zonder veel drukte te verorberen. Maar tot zijn
+grooten schrik ontdekte hij later, dat het gerecht bereid was van het
+vleesch van een jongen muilezel. Toen de herbergier hiervan beschuldigd
+werd, was hij zoo woedend, dat hij een groot zwaard greep, waarop de
+ezeldrijver een hooivork nam, en er zou zeker een moord gebeurd zijn,
+wanneer niet de stedelijke politie de vechtenden gescheiden had. De
+oneerlijke waard werd naar de gevangenis gebracht, maar ofschoon hij
+bekende den muilezel te hebben geslacht, wilde hij niet toegeven,
+dat hij den mantel van Guzman gestolen had, die spoorloos verdwenen
+was, en de knaap was dus genoodzaakt de herberg te verlaten zonder
+dit uitrustingstuk.
+
+Toen Guzman en de ezeldrijver hun weg vervolgden, werden zij spoedig
+achterhaald door twee personen, die op muilezels gezeten waren,
+en die hen met de grootste opmerkzaamheid monsterden. Plotseling
+wierpen zij zich op den ongelukkigen knaap, bewerende, dat hij eenige
+kostbare juweelen gestolen had. De ezeldrijver kwam tusschen beiden,
+maar ook hij werd ruw aangegrepen, en de vreemdelingen bonden de beide
+reiskameraden aan hunne ezels vast. Op hetzelfde oogenblik kwamen de
+twee monniken weder opdagen, die zich vermaakten met het doen van
+verhalen, waarvan de strekking neerkwam op de wisselvalligheid van
+'s menschen lot. Maar deze verhalen zijn veel te lang om ze hier te
+vertellen en daarenboven hebben zij weinig te maken met den draad
+van ons verhaal.
+
+Het gezelschap kwam toen bij de poorten van Cazalla, waar het gerecht
+uitmaakte, dat Guzman ten onrechte gevangen genomen was, en waar hem
+dus de vrijheid weergegeven werd. Hij nam zijn intrek in de beste
+herberg, die de stad er op nahield en den volgenden morgen begaf hij
+zich te voet op weg naar Madrid.
+
+In een herberg in een der buitenwijken der hoofdstad ontmoette hij een
+weldadigen monnik, die zijn maal met hem deelde. Maar den volgenden
+morgen trachtte de waard hem met zijn rekening te bedriegen, en hij was
+op het punt hem bij wijze van betaling zijn jas af te nemen, toen de
+ezeldrijver, die zich weer bij hem gevoegd had, tusschenbeiden kwam, en
+als zijn meening te kennen gaf, dat Guzman van huis was weggeloopen. De
+slechte waard zag hierin een kans om zich te verrijken, en bood aan,
+den jongen in zijn dienst te nemen als staljongen; hij zou dan de
+ezeldrijvers, die in de herberg overnachtten, moeten helpen bij het
+stallen en voederen der ezels. Hier werd de jonge Guzman dan ingewijd
+in allerlei oneerlijke praktijken, want wanneer een voorname gast
+de herberg bezocht, kregen zijne muilezels of paarden slechts een
+handvol voer, terwijl hem de gewone prijs berekend werd. Inderdaad
+was deze herberg een broeinest van ongerechtigheden, en het leven
+daar werd Guzman z ondragelijk, dat hij met het kleine beetje geld,
+dat hij gespaard had, en de opbrengst van zijn jas en vest, met de
+noorderzon vertrok, en zich bij een troep voorbijtrekkende bedelaars
+voegde. Deze menschen leidden een kostelijk leven van hetgeen zij
+bedelden en stroopten; het waren onverbeterlijke spelers, en 's avonds
+had Guzman volop gelegenheid, valsch te leeren spelen. Later nam hij
+echter dienst als koksjongen bij een adellijk heer.
+
+
+
+GUZMAN ALS KOKSJONGEN.
+
+In deze betrekking maakte Guzman een prettigen tijd door, want
+het ontbrak in het huis van den ridder niet aan vroolijkheid. De
+jongen deed echter uitstekend zijn plicht, maar de ondeugd van het
+spel kreeg hem te pakken, en dikwijls zat hij tot laat in den nacht
+met de lakeien en livreiknechten aan de speeltafel. Op deze wijze
+verloor hij het geld, dat hij verdiend had, dadelijk weer, en toen
+hij niets meer had om aan zijn hartstocht voor het spel te voldoen,
+begon hij allerlei kleinigheden, die hij in huis kon machtig worden,
+te stelen, waarbij hij zijn geweten geruststelde met de overweging,
+dat de anderen hetzelfde deden. Op zekeren dag had zijn meester voor
+eenige vrienden een groot drinkgelag aangericht, en toen Guzman
+de zaal binnenkwam, waar zij bijeen waren, vond hij hen allen in
+vasten slaap. Toen zag hij op tafel een grooten zilveren drinkbeker
+staan, dien hij zich vlug toeeigende. De vrouw van den kok miste het
+voorwerp al heel spoedig, en er werd een onderzoek ingesteld naar de
+verdwijning ervan, waarop de slimme knaap den beker naar een goudsmid
+bracht, die hem z mooi oppoetste, dat hij geheel nieuw leek. Hij
+bracht hem terug naar de koksvrouw, die in grooten angst verkeerde,
+dat haar meester van het verlies zou hooren, en hij vertelde haar,
+dat hij bij den juwelier juist zulk een beker gevonden had, dien hij
+voor zes-en-vijftig reales kon koopen; en in haar verlangen, niet in
+moeilijkheden te komen, gaf zij hem dadelijk deze som. Maar het geld,
+dat op deze oneerlijke wijze verkregen was, werd oogenblikkelijk weer
+aan de speeltafel verloren, zoodat Guzman even arm was als voorheen.
+
+Eenigen tijd later kreeg de kok bevel, een schitterenden maaltijd aan
+te richten voor een vreemden edelman, die eerst sedert kort in Madrid
+vertoefde. De koksjongen moest hiervoor een grooten zak met wild in
+ontvangst nemen, dien hij naar huis droeg. Maar daar het reeds laat
+was, nam hij hem mede naar zijn eigen zolderkamer. Midden in den
+nacht werd hij wakker, doordat katten vochten om een van de hazen,
+die in den zak waren. Toen Guzman zag, dat men dezen haas niet miste,
+en dat de lakeien links en rechts van de voorraden stalen, stak hij een
+half dozijn eieren in zijn zak. Maar de chef-kok zag het en gaf hem
+zulk een geweldigen schop, dat hij viel, waardoor de gebroken eieren
+uit zijn zak dropen, tot groot vermaak van de omstanders. Het gelukte
+hem echter, een paar patrijzen en eenige kwartels te verdonkeremanen;
+deze wilde hij aan een anderen kok verkoopen; maar zijn meester,
+die hem niet vertrouwde, volgde hem, en ontdekte, wat hij in zijn
+schild voerde, waarop hij op staanden voet ontslagen werd, nadat hij
+een flink pak ransel gekregen had.
+
+Daarna bleef hem niets anders over dan weer terug te keeren tot zijn
+vroeger beroep van boodschaplooper. Maar spoedig hoorde hij, dat
+er binnenkort eenige troepen naar Genua zouden worden ingescheept,
+en hij besloot zich ook te laten aanmonsteren. Een oude apotheker,
+die nooit iets oneerlijks van hem ondervonden had, zond hem naar
+een vreemden koopman met een groote hoeveelheid zilver, dat Guzman
+in een diepen kuil bij de rivier verstopte. Toen hij den volgenden
+morgen bij deze plaats terugkwam, en de zakken met geld opgroef,
+ontdekte hij, dat zij vijf-en-twintig-honderd reales in zilver,
+en dertig pistoles in goud bevatten. Hij nam de zakken op zijn rug,
+opdat men ze voor de bagage van een reiziger zou aanzien, en begaf
+zich op weg naar Toledo. Hij zorgde er echter steeds voor, den grooten
+weg te vermijden, en slechts stille wegen te bewandelen.
+
+Toen hij nog slechts twee mijlen van Toledo verwijderd was, liep hij
+een bosch in, waar hij gedurende het overige gedeelte van den dag wilde
+rusten, omdat hij niet in de stad wilde komen, voordat het donker was.
+
+Hij was van plan naar Genua te gaan, en zijne bloedverwanten op
+te zoeken, en hij dacht er juist over, hoe hij zijn geld het best
+zou kunnen besteden om bij hen te komen en een goeden indruk op
+hen te maken, toen hij een geluid hoorde, en toen hij zich haastig
+omkeerde, zag hij een jongen man, ongeveer van zijn eigen leeftijd,
+die achterover op den grond lag, met het hoofd tegen een boom. Guzman
+deelde zijn wijn met hem, en de jongeling vertelde hem, dat hij
+geen cent bezat. Guzman bood hem aan, eenige van zijne kleederen
+te koopen, die hij in een bundel bij zich droeg, en hij maakte een
+van zijne geldzakken open, om hem te laten zien, dat hij in staat
+was te betalen. Voor honderd reales ging een prachtig pak kleeren
+in zijne handen over, en nadat Guzman afscheid genomen had van
+den vreemdeling, begaf hij zich naar Toledo, waar hij dadelijk
+zijn intrek nam in de beste herberg. Den volgenden dag schafte
+hij zich allerlei kleedingstukken aan, die hij noodig had, maar
+zijn ijdelheid werd hem de baas, en hij bestelde een prachtig pak,
+dat hem een schat kostte. Des Zondags ging hij naar de Cathedraal,
+waar hij een bekoorlijke dame ontmoette die hem vroeg haar naar haar
+huis te geleiden, om daar den avondmaaltijd te gebruiken. Guzman
+bestelde voor deze gelegenheid allerlei kostbare spijzen en dranken,
+maar het paar had zich nauwelijks aan tafel gezet, of er werd luid op
+de deur geklopt, en de dame riep hevig verschrikt, dat haar broeder
+thuisgekomen was, en dat Guzman zich zoo vlug mogelijk verbergen
+moest. De eenige plaats, waar hij zich behoorlijk verstoppen kon,
+was een groot, omgekeerd bad, en vanuit deze schuilplaats had hij het
+genoegen te zien, hoe de heer, die zoo juist was binnengekomen, alle
+kostbare gerechten, die hij betaald had, opat, en de vier flesschen
+wijn, die hij voor zijn eigen gebruik had gekocht, tot op den laatsten
+droppel ledigde. Spoedig na dit overvloedig maal, viel de heer in
+een diepen slaap, en Guzman maakte van deze gelegenheid gebruik weg
+te sluipen als een armer doch wijzer man.
+
+Daar Guzman hoorde, dat een alguazil bijzonder belangstellend naar
+hem gevraagd had, vertrok hij haastig uit Toledo, en voegde zich te
+Almagro bij de soldaten, die naar Genua gingen. Hun kapitein, die
+onder den indruk kwam van zijn net voorkomen, begroette hem als zijn
+wapenbroeder, en behandelde hem als zijn gelijke. Guzman had in Toledo
+een knechtje in zijn dienst genomen, en deze kleine schelm vertelde
+overal rond, dat zijn meester een voornaam heer was. Maar de beurs
+van onzen held geraakte al aardig leeg, ofschoon hij nog ongeveer de
+helft van zijne oneerlijk verkregen bezittingen had. Inplaats dat het
+gezelschap dadelijk scheep ging, bleef het nog ongeveer drie maanden
+in Barcelona, zoodat zijne geldmiddelen spoedig uitgeput raakten,
+en hij door de officieren verwaarloosd en door de soldaten gemeden
+werd. Zijn kapitein had echter medelijden met hem, en bood hem een
+plaats aan zijn bediendentafel aan; dit was, volgens zijn zeggen,
+het eenige wat hij voor hem doen kon, want hij was zelf genoodzaakt
+buitenshuis te gaan eten omdat hij niet in staat was, zijne vrienden
+thuis te ontvangen. Guzman betuigde hem zijn dankbaarheid, en gaf
+hem te kennen, dat hij misschien later in de gelegenheid zou zijn,
+hem weer te helpen. De soldaten waren in het dorp ingekwartierd,
+en Guzman verzon het systeem van in elk huis meer manschappen onder
+te brengen dan noodzakelijk was; hij dreigde tenminste dit te doen,
+zoodat de beangste inwoners al heel blij waren, wanneer zij hem konden
+afkoopen. Op deze wijze herstelde hij den geschokten geldelijken
+toestand van den kapitein volkomen, en daar hem vele geschenken
+in den vorm van levensmiddelen door de angstige dorpsbewoners
+werden toegezonden, hadden de jeugdige schelm en zijn chef een
+goed leven. Maar nu werd hij overmoediger, en met zes van de meest
+roekelooze mannen van zijn compagnie, begon hij de voorbijgangers
+op den heirweg te berooven. Toen zijn kapitein dit echter hoorde,
+maakte hij dadelijk een einde aan dit gevaarlijke spelletje.
+
+Op zekeren dag bemerkte Guzman, dat onder de weinige kostbaarheden,
+die den kapitein nog waren overgebleven, zich een bijzonder mooi
+gouden relikwien-kastje bevond, met diamanten versierd, en hij
+vroeg hem dit voor eenige dagen te leen. De overmoedige jongeling
+ging er dadelijk mee naar een juwelier, wien hij het kostbare stuk
+aanbood voor tweehonderd kronen. Maar de man wilde hem er niet meer dan
+honderdtwintig voor geven, op welk aanbod Guzman niet wilde ingaan. De
+juwelier kwam den volgenden dag weer bij hem en hernieuwde zijn aanbod,
+dat nu door den jongen man aangenomen werd. Guzman overhandigde hem
+het foedraal waarin het kastje bewaard werd, en ontving hiervoor
+in ruil de honderdtwintig kronen. Maar nauwelijks had de oude man
+het huis verlaten, of de jonge avonturier begon te roepen: Houd den
+dief! houd den dief! Eenige soldaten grepen den juwelier, en Guzman
+riep opgewonden, dat hij hem het relikwien-kastje van den kapitein
+ontstolen had. De juwelier verzekerde de politiemannen, dat hij het
+voorwerp voor honderdtwintig kronen had gekocht, doch dit werd door
+Guzman ontkend. De ongelukkige goudsmid werd voor den rechter gebracht,
+en daar hij wegens woekerhandel een slechte reputatie genoot, werd
+hij gedwongen het kostbare voorwerp terug te geven. Maar ofschoon de
+kapitein heel blij was met het geld, dat zoo onrechtmatig verkregen
+was, vreesde hij toch, dat een verdere omgang met zulk een schurk als
+de Alfarache, hem ten gronde zou richten. Eenige dagen later scheepten
+de troepen zich in naar Genua, en toen zij daar waren aangekomen,
+zeide zijn chef hem, dat het beter was, dat zij scheidden, en hij
+drukte hem een pistole in de hand.
+
+
+
+GEKWELD DOOR DUIVELS.
+
+De jonge avonturier begon dadelijk te informeeren naar zijne
+bloedverwanten, en zoo hoorde hij, dat zij de rijkste en machtigste
+personen uit de republiek waren. Hij vroeg den weg naar hun woning,
+waar hij allesbehalve vriendelijk ontvangen werd, te meer, daar
+hij er vreeselijk slordig en verwaarloosd uitzag. Maar daar hij
+ervoor gezorgd had, dat het bekend was, dat hij een familielid was,
+konden zij hem moeilijk de deur wijzen. Op zekeren avond ontmoette
+hij een eerwaardigen ouden man, die hem vertelde, dat hij zijn vader
+gekend had, en dat hij verontwaardigd was over de wijze, waarop zijn
+familie hem behandelde; daarom bood hij hem aan, bij hem zijn intrek
+te nemen. Zonder hem iets te eten te geven, zond hij hem dadelijk
+naar bed, waar de ongelukkige jongen niet kon inslapen van den
+honger. Voordat hij zich ter ruste begaf, zeide de oude man hem, dat
+het in de kamer, waarin hij zich bevond, spookte. Hongerig en onrustig
+lag Guzman wakker, toen tot zijn groote ontsteltenis vier duivelsche
+gestalten de kamer binnentraden en hem uit zijn bed sleepten. Zij
+smeten hem in een beddelaken, en zwaaiden hem z hevig heen en weer,
+dat hij telkens tegen de zoldering aanvloog, totdat zij uitgeput door
+de inspanning, hem weer in zijn bed gooiden, waarna zij de kamer
+verlieten. In den vroegen morgen verliet Guzman, stijf, pijnlijk
+en terneergeslagen het huis, maar hij zwoer een duren eed, nooit
+te zullen vergeten, hoe schandelijk zijn familie hem behandeld had,
+en dat hij zich bij de eerste de beste gelegenheid zou weten te wreken.
+
+
+
+GUZMAN VOEGT ZICH BIJ DE BEDELAARS VAN ROME.
+
+Toen Guzman Genua verlaten had in dezen ellendigen toestand, waarin
+hij zich vergelijkt bij een van die soldaten, die nog levend uit
+den slag bij Roncevalles gekomen waren, besloot hij naar Rome te
+gaan. Itali, zoo redeneerde hij, is het weldadigste land van
+de wereld, en iedereen, die kan bedelen, kan binnen de grenzen
+van dat land reizen, zonder zich te bekommeren over zijn volgenden
+maaltijd. Een paar weken later bevond hij zich dan ook inderdaad te
+Rome, met genoeg geld in zijn zak, om een nieuw pak kleeren te koopen;
+maar hij weerstond de verleiding en zwierf bedelend door de straten
+der keizerlijke stad. Hij ontmoette reeds spoedig een lotgenoot,
+die hem inlichtte over de werkwijze en gewoonten van de bedelaars
+van Rome, en die hem zooveel goeden raad gaf, dat hij al heel gauw
+meer geld ontving dan hij kon uitgeven. In korten tijd was Guzman een
+meester in de bedelkunst. Nadat hij op deze wijze eenige weken had
+doorgebracht, maakte hij kennis met den chef-bedelaar van de stad,
+die hem op de hoogte bracht van de wetten der bedelarij, die hij in
+zijn autobiographie uitvoerig bespreekt. Deze wetten leerde Guzman
+uit het hoofd. De bedelaars woonden te zamen, en vergaderden des
+avonds om nieuwe bedelmanieren te bedenken, en zich te oefenen in
+allerlei praktijken, waardoor zij medelijden konden opwekken. Des
+morgens vochten zij er meestal om, wie het dichtst bij het wijwater
+bij den ingang der kerken kon komen, want daar was altijd de rijkste
+oogst; en 's avonds maakten de bedelaars meestal een tocht langs de
+landhuizen in de buurt van Rome, vanwaar zij beladen met levensmiddelen
+terugkeerden. Bijna al deze bedelaars wendden lichaamsgebreken en
+ongeneeslijke ziekten voor. Eens simuleerde Guzman in de stad Gaeta
+een vreeselijke hoofdziekte, en de Gouverneur, die juist voorbijkwam,
+gaf hem een aalmoes. Den volgenden dag zat hij bij den ingang van
+een kerk met iets, dat een pijnlijke ziekte van het been moest
+voorstellen, en het geld stroomde hem toe; maar ongelukkig kwam de
+Gouverneur weer voorbij, en daar hij hem herkende, beloofde hij hem
+eenige afgelegde kleeren, wanneer hij met hem mede naar huis wilde
+gaan. Daar aangekomen, vroeg de Gouverneur hem, welk merkwaardig
+geneesmiddel hij gebruikt had, om hem binnen een dag af te helpen van
+zijn vroegere ziekte; en zonder het antwoord af te wachten, ontbood hij
+een geneesheer, die het been onderzocht, en den Gouverneur verzekerde,
+dat de bedelaar volkomen gezond was. Toen gaf de Gouverneur hem over
+aan zijne lakeien, die hem een flink pak ransel gaven, en hem daarna
+de stad uitjoegen.
+
+Op zekeren dag had de schelm zich opgesteld bij het hek van een
+Kardinaal, die bekend was om zijn medelijdend hart, en toen deze hem
+hoorde klagen, gaf hij zijne bedienden bevel, den zieke naar een kamer
+in zijn huis te brengen, en hem daar te verplegen. Guzman had wederom
+een ernstige beenziekte voorgewend, en dus ontbood de Kardinaal
+twee der beroemdste geneesheeren van Rome. Hunne voorbereidingen
+waren van dien aard, dat Guzman vreesde, dat zij van plan waren,
+het been af te zetten, en toen de medici dus in een aangrenzend
+vertrek het geval bespraken, ging hij naar de deur om het gesprek
+af te luisteren. Een van beiden gaf als zijn meening te kennen,
+dat de ziekte voorgewend was, maar de andere was dit niet met hem
+eens. Eindelijk kwamen zij overeen, het geval aan den Kardinaal voor
+te leggen, en zij waren op het punt dit te doen, toen Guzman de
+kamer, waarin zij zich bevonden, binnentrad, zijn bedrog bekende,
+en hun voorstelde met hem te zamen den Kardinaal te bedriegen. De
+geneesheeren stemden hierin toe, en toen Zijne Eminentie verscheen,
+gaven zij een verontrustend en aandoenlijk verslag van de ernstige
+ziekte van Guzman. De Kardinaal, die een edel en goedgeloovig man was,
+drukte hun op het hart, niets te verzuimen, wat zou kunnen bijdragen
+tot het herstel van den patint. De geneesheeren waren z verlangend
+een hooge rekening te kunnen uitschrijven, dat zij Guzman dwongen
+drie maanden het bed te houden; die maanden schenen hem drie eeuwen
+toe, want het zwervende leven was hem een behoefte geworden, en het
+viel hem zwaar daar tijdelijk afstand van te moeten doen. Aan het
+einde van dien termijn, dienden de geneesheeren bij den Kardinaal hun
+rekening in met de verklaring, dat de patint volkomen hersteld was,
+en de geestelijke was z verrukt over deze wonderbaarlijke genezing,
+en z ingenomen met den levendigen geest van Guzman, dat hij den
+jeugdigen bedrieger aannam als zijn persoonlijken dienaar.
+
+Guzman was echter maar matig ingenomen, met het nieuwe leven,
+dat voornamelijk bestond in het wachten in een voorvertrek,
+en tafeldienen. De tucht was er streng en alles wat hij stelen kon
+bestond uit een paar eindjes kaars. Maar eens ontdekte hij, dat er een
+groote hoeveelheid heerlijke ingemaakte vruchten in een kast bewaard
+werden, en daaraan deed hij zich toen te goed. De Kardinaal ontdekte
+de verduistering, doch kon den dader niet vinden. Maar toen Guzman
+een volgend keer de kast plunderde, kwam Zijne Eminentie juist binnen
+en betrapte hem op heeterdaad. Hij kreeg een geweldig pak slaag van
+den Major-domo, zoodat hem voorloopig de lust tot stelen vergaan was.
+
+
+
+GUZMAN BEDRIEGT DEN BANKIER.
+
+Maar Guzman haalde zooveel gemeene streken uit in het paleis van den
+Kardinaal, dat de voortreffelijke prelaat er tenslotte genoeg van
+kreeg. Toen kwam hij in dienst bij den Spaanschen gezant, een vriend
+van den Kardinaal, die volkomen op de hoogte was van de hebbelijkheden
+van onzen held. Na geruimen tijd bij dezen hoogwaardigheidsbekleeder
+te hebben gediend, besloot hij Rome te verlaten, en een reis door
+Itali te maken. Even te voren had hij kennis gemaakt met een
+Spanjaard, Sayavedra genaamd, met wien hij vriendschap sloot. Met
+ongeveer driehonderd pistoles en eenige juweelen, die hij van den
+gezant gestolen had, ondernam Guzman de reis. Maar Sayavedra had
+een wasafdruk gemaakt van de sleutels van Guzman, en plunderde voor
+diens vertrek zijn bagage, zoodat deze zonder de edelmoedige hulp
+van den gezant, Rome niet had kunnen verlaten. Te Siena ontmoette hij
+Sayavedra weer, en deze smeekte hem, zijn bedrog te vergeven, en hem
+als zijn bediende mede te nemen. Guzman, die medelijden met hem had,
+stemde hierin toe, en op weg naar Florence beraamden zij plannen tot
+het verbeteren van hun financieelen toestand. Zij verspreidden het
+gerucht, dat Guzman de neef was van den Spaanschen gezant, en hij
+had zelfs de onbeschaamdheid, zijn opwachting te maken aan het Hof,
+waar hij wegens deze familierelatie door den Groothertog ontvangen
+werd. Daar ontmoette hij een bekoorlijke en schatrijke weduwe,
+op wie hij verliefd werd. Maar haar familie informeerde naar hem,
+en toen het uitkwam, dat hij indertijd langs Rome's straten gebedeld
+had, was hij gedwongen de stad te verlaten. Te Bologna won hij bij
+het spel een belangrijke som, en toen hij en Sayavedra te Milaan
+aankwamen, huurden zij daar kamers, en zagen uit naar middelen om
+hunne juist verkregen rijkdommen productief te maken. Zij sloten
+vriendschap met een deugniet, die klerk was op een bankierskantoor,
+en bespraken met hem de mogelijkheid, zijn meester te ontlasten van
+een gedeelte van zijn geld. Guzman bezocht den bankier, en zeide,
+dat hij hem ongeveer twaalfduizend franken in goud te bewaren wilde
+geven. Hij werd vriendelijk ontvangen, en de bankier noteerde zijn
+naam en eenige andere bijzonderheden in zijn dagboek. Op weg naar huis
+kocht Guzman een vergulde cassette, die hij vulde met stukken lood;
+deze gaf hij aan Sayavedra, tegelijk met een zak met echt goud, en hij
+drukte hem op het hart een praatje te maken met den herbergier en hem
+te vertellen, dat hij zijn geld naar een bankierskantoor ging brengen,
+wat hij natuurlijk geen oogenblik van plan was. De bankiersklerk
+liet een valschen sleutel maken op de geldkist van zijn patroon, en
+toen deze den volgenden Zondag naar de Mis was, opende hij de kist,
+en zette er de vergulde cassette in, die nu inplaats van lood, tien
+quadruples, dertig Romeinsche kronen en een geschreven opgave van den
+inhoud bevatte. Daarna maakte hij het handschrift van zijn meester
+na en vulde diens aanteekeningen in het dagboek aan, in dien zin,
+dat hij het deed voorkomen, alsof niet alleen de vergulde cassette,
+maar de geheele inhoud van de geldkist het eigendom van Guzman was. Des
+Maandags begaf Guzman zich naar den bankier, en vroeg hem heel beleefd
+het geld terug, dat hij hem eenige dagen geleden gezonden had. De man
+ontkende natuurlijk, iets voor hem te hebben bewaard waarop Guzman zulk
+een misbaar maakte, dat er een oploop ontstond, en de twist werd z
+hevig, dat er een konstabel verscheen, die vergezeld was van den waard
+van de herberg, waar Guzman zijn intrek genomen had. Guzman beweerde,
+dat wanneer men de boeken van den bankier zou nazien, men zich ervan
+zou kunnen overtuigen, dat de som, waarover de quaestie liep, inderdaad
+genoteerd was, en toen het dagboek te voorschijn gehaald werd, bleek
+dat ook werkelijk het geval te zijn. De ongelukkige bankier gaf toe,
+dat hij een gedeelte van deze aanteekeningen zelf geschreven had,
+en dit was genoeg om de verontwaardiging der omstanders te wekken,
+want hij was zeer gehaat bij het volk om zijne woekerpraktijken en
+schraapzucht. Daarenboven was Guzman in staat een nauwkeurige opgave
+te doen van den inhoud der geldkist, en toen deze geopend werd,
+vond men er, tot verbazing van den bankier, de vergulde cassette in,
+waarvan sprake was, benevens de juiste som, die door hem genoemd
+was, en zelfs de muntstukken, die hij opgegeven had, en die met de
+lijst van den inhoud klopten. De waard kon bevestigen, dat Guzman de
+eigenaar der cassette was, en daar dus het bewijs geleverd scheen,
+overhandigde de plaatselijke rechter hem het geld, dat hij met zijne
+medeplichtigen deelde. Nu besloot Guzman naar Genua terug te keeren om
+zich te wreken op zijn bloedverwanten, die hem zoo gemeen behandeld
+hadden bij zijn vorig bezoek aan die stad. Hij vermomde zich als
+een hooge Spaansche geestelijke, en nam zijn intrek in een voorname
+herberg; en toen zijn familie van zijn verblijf daar hoorde, en van de
+praal, die hij ten toon spreidde, haastte zij zich hem een bezoek te
+brengen. Zij herkenden in hem niet den haveloozen en verlaten deugniet,
+die eenige jaren te voren hun hulp had gevraagd, en zijn oom vertelde
+hem zelfs het gebeurde met de duivels, alsof zij op deze wijze een
+indringer verdreven hadden. Guzman won hun vertrouwen volkomen, en
+daar hij een overvloed van geld had, stelden zij hem met een gerust
+hart een kostbare verzameling juweelen ter hand, die, naar hij zeide,
+een vriend van hem wilde leenen, om bij zijn huwelijk te dragen. Met
+deze kostbaarheden vluchtten hij en Sayavedra naar Spanje, maar op weg
+daarheen werd de laatste ernstig ziek, en in een aanval van ijlkoorts
+sprong hij overboord en verdronk.
+
+Nadat Guzman in zijn vaderland teruggekeerd was, bereikte hij na vele
+avonturen Madrid, waar hij zijne juweelen aan een rijken koopman
+verkocht; deze hield hem voor een voornaam heer en gaf hem zijn
+dochter ten huwelijk. De koopman rekende op den vermeenden rijkdom
+van Guzman als steun in zijne eigen zaken; Guzman vertrouwde op
+de eveneens denkbeeldige schatten van zijn schoonvader, en daar de
+verkwistende jonge vrouw op de geldmiddelen van beiden teerde, was
+de geheele familie in korten tijd failliet. De schok was te hevig
+voor de dame, en zij stierf. Maar het gelukte haar sluwen vader,
+genoeg uit de schipbreuk te redden, om opnieuw te beginnen.
+
+Guzman had echter genoeg van de financieele wereld, en hij besloot
+de rest van zijn onrechtmatig verkregen fortuin te gebruiken, om
+in de theologie te gaan studeeren. Te dien einde ging hij naar de
+universiteit van Alcal de Henares, waar hij zijn candidaatsexamen
+aflegde, en na vier jaren van ijverige studie in de godgeleerdheid,
+wachtte hij slechts op een officieele aanstelling, om het priesterambt
+te kunnen bekleeden, toen hij door verkeerde invloeden weer op den
+slechten weg geraakte. Hij maakte n.l. kennis met een familie met
+verscheidene dochters, op een waarvan hij verliefd werd, waarna een
+huwelijk volgde. De jonggehuwden vestigden zich te Madrid, waar zij een
+avontuurlijk leven leidden. Maar eenige jaren later liep de jonge vrouw
+van hem weg, en nam alles van waarde, wat zij te pakken kon krijgen,
+mee. Ongeveer in dezen tijd had Guzman zijn moeder weer opgezocht,
+en inplaats dat zij hem van zijne kwade praktijken trachtte af te
+houden, hielp zij hem bij het verzinnen van zijne gemeene streken,
+zoodat het niet lang duurde, of hij werd tot vele jaren dwangarbeid
+veroordeeld. Maar het toeval wilde, dat hij de overheid kon helpen
+bij het ontdekken van een opstand, en als belooning hiervoor kreeg
+hij zijn vrijheid terug.
+
+En hiermede nemen wij afscheid van den meest doortrapten schurk uit
+de literatuur. Maar al is Guzman de Alfarache misschien de sluwste
+boosdoener, dien wij ooit in een roman ontmoet hebben, hij is ook
+de vermakelijkste en meest origineele. Het is echter merkwaardig,
+dat over het geheel zijn loopbaan niet erg voordeelig was, en dat hij
+aan het eind van het verhaal nog even arm is als bij het begin. Het
+vermakelijkste van dezen roman is misschien wel de voorgewende
+onberispelijke toon, waarin hij geschreven is--een stijl, die bijna
+slaafs werd nagebootst door Le Sage in zijn Gil Blas, een werk, dat
+niet alleen wat zijn atmosfeer betreft, veel overeenkomst vertoont
+met Guzman de Alfarache, maar dat ook verscheidene voorvallen eruit
+heeft overgenomen.
+
+
+
+BESLUIT.
+
+Wij hebben nu alle wegen der Spaansche letterkunde bewandeld, den
+ernstigen, den quasi-heroschen en den humoristischen. Misschien is
+wel geen enkel hoofdstuk van de letterkunde der wereld z rijk aan
+kleur, z afwisselend en z gevoelig. Er klinkt een toon in van
+hooge en edele schoonheid, van voorname ridderlijkheid, van grooten
+ernst, hoffelijk, vlekkeloos, en niet bezoedeld door alledaagschheid
+en bekrompenheid. De drinkbeker der Spaansche romantiek is gevuld met
+het hartebloed van een groot, ridderlijk en dichterlijk volk, dat de
+voorkeur heeft gegeven aan idealen boven de ruwe werkelijkheid, aan de
+verhevenheid van een nationale aristocratie boven de leegheid eener
+onware democratie. Arm Spanje! Hoe dikwijls gebruikt de Angelsakser
+deze uitdrukking in medelijdende zelfgenoegzaamheid! Met de troost
+van zulk een schatkamer van dichterlijken en romantischen rijkdom,
+kan Spanje het vaste vertrouwen koesteren, dat de heerlijke dagen,
+die door zijne trovadores bezongen, en door zijne dichters vereeuwigd
+zijn in statige verzen, eenmaal zullen wederkeeren. Arm Spanje! Neen,
+gelukkig Spanje! Betooverde spelonk, overvloeiende van heerlijke
+liederen? Veelkleurige schatkamer der legende, glinsterend juweel
+der onsterfelijke romance!
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De Moro latinado of de Spaansch sprekende Moor, is een voorname
+figuur in de latere Spaansche geschiedenis.
+
+[2] In Bisschop Odoor's testament (747) zien wij het verval van het
+Spaansche Latijn aangetoond, en Karel de Kale zinspeelt in een edict
+van 844 op de usitato vocabulo der Spanjaarden, hun Spreektaal.
+Over het Gothische tijdperk zie men Pre Jules Pailham, in het 4e deel
+van Cahier en Martin's Nouveaux Mlanges d'Archologie d'Histoire,
+et de Littrature sur le Moyen Age (1877).
+
+[3] Dit dialect was veel meer verwant aan de lingua rustica dan aan
+het Gothisch, dat grooter invloed heeft gehad op de uitspraak en den
+zinbouw van het Spaansch, dan op de woorden.
+
+[4] Over het geheel, zegt Professor Saintsbury, zijn het gemak,
+de verfijndheid, en, binnen zekere grenzen, de verscheidenheid van
+vorm, opmerkelijker dan de grootschheid van gevoel en van gedachten
+(Flourishing of Romance and Rise of Allegory, p. 308-369). Hij merkt
+verder op, dat het Provenaalsche vers is een uiting van kleine
+kunst.--Knap, schoolsch, aangenaam, maar zelden uitstekende boven
+het middelmatige.
+
+[5] Deze was getiteld El Arte de Trobar en een slecht uittreksel
+daarvan vindt men in Mayan's Origenes de la Langua Espaola (Madrid
+1737).
+
+[6] Over Provenaalschen invloed op Castiliaansche letterkunde zie
+men Manuel Mila y Fontanal Trovadores en Espaa (Barcelona 1887); en
+E. Baret, Espagne et Provence (1857), een meer beknopte verhandeling.
+
+[7] Toch vonden zij verscheidene Spaansch sprekende bewoners van die
+streken en het was de Romaansche taal van deze menschen, die tenslotte
+in Spanje overheerschend was.
+
+[8] Madrid, 1839.
+
+[9] Cancionero de Romances (Antwerpen, 1555).
+
+[10] Zie het artikel over Alfonso XI in N. Antonio, Bibliotheca
+Hispana Vetus.
+
+[11] Regeerde van 1407 tot 1454.
+
+[12] Gaston Paris, La Littrature Franaise au Moyen Age (Paris 1888)
+en Lon Gautier, Les Epopes Franaises (Paris 1878-'92), zijn de
+voornaamste kenners van de Chansons de Gestes.
+
+[13] Zie Manuel Milo' y Fontanal, Poesia herico-populair Castellana
+(Barcelona, 1874).
+
+[14] Deze naam, die het eerst gebruikt werd door Graaf Willem van
+Poitiers, den eersten troubadour, omvatte oorspronkelijk ieder werk,
+dat in de inheemsche talen der Romance geschreven was. Later werd hij
+in Spanje gebruikt als equivalent voor Cantar, en tenslotte duidde
+men er mede aan lyrisch-verhalende gedichten in achtlettergrepige
+assonanten.
+
+[15] Don Quixote. Deel I, hoofdstuk VI.
+
+[16] In het hoofdstuk, getiteld: Moorsche Romances van Spanje, zal
+de lezer voorbeelden vinden van romantische verhalen van dit volk,
+waaruit hem de verwantschap met de Spaansche romances zal blijken.
+
+[17] Zie Dozy, History of the Moors in Spain (Engelsche vertaling)
+en Recherches sur l'Histoire politique et littraire de l'Espagne
+(1881); F. J. Simonet, Inleiding tot zijn Glosario de Voces iberias
+y latinas usadas entre los Muzrabes (1888); Renan, Averros et
+Averrosme (1866).
+
+[18] Ormsby (The Poem of the Cid), die zijne verhandeling in 1879
+schreef, schijnt zeer eenvoudige begrippen te hebben gehad over wat een
+Cantar was, en hij zegt, dat de Poema bijna gelijktijdig ontstond met
+de chansons de gestes. Maar hij is waarschijnlijk minstens een eeuw
+in de war, daar de eerste Chansons dateeren uit het midden der elfde
+eeuw. Van trovadores en juglares had hij blijkbaar nooit gehoord. Toch
+is hij allesbehalve oppervlakkig en over het geheel is zijn boek het
+beste, dat in Engeland over de Poema geschreven is. Het is jammer,
+zooals Saintsbury terecht opmerkt, dat noch Ticknor noch Southey,
+die zoo uitvoerig over de oude Spaansche letterkunde schreven,
+bekend waren met de Chansons de gestes. Nog betreurenswaardiger
+is het, dat zooveel op het gebied van Spaansche vertalingen is
+overgelaten aan Longfellow, die zoo menige mooie ballade schandelijk
+verminkte. Waarschijnlijk was geen dichter beter in staat dan hij,
+een ballade zoo te vertalen, dat hij haar beroofde van alle kern
+en kracht. Maar hoe slecht zijne Spaansche vertalingen ook zijn,
+zij zijn nog heilig, vergeleken bij wat de Italiaansche vertalers
+ervan gemaakt hebben.
+
+[19] Waarschijnlijk Anstruther in Fife.
+
+[20] Er bestaat alle redenen te gelooven, dat deze reus Albadan
+dezelfde is als de reus Albiona, n der twee monsters, zonen
+van Neptunus, die volgens Pomponius Mela, Hercules in Liguri
+aanvielen. De naam Albion werd eens aan geheel Brittanje gegeven, en
+later evenals Alba en Albany, aan Schotland, welks bevolking bekend
+was als Albannach. Volgens sommigen beteekent dit de Witte, wat
+betrekking zou hebben op de klippen van Dover! Veel waarschijnlijker is
+het, dat het beteekent: het rijk van den God Alba, het land van den
+Witten God. Alle Schotsche goden waren reuzen, evenals de Fomorianen
+van Ierland.
+
+[21] Eerst had zij Schotland bezocht, en zich vervolgens ingescheept
+naar Groot Brittanje. Op deze tocht kwam zij bij de Kale Rots
+terecht, die zich blijkbaar ergens in de Middellandsche Zee bevond. Het
+is eigenaardig, dat de aardrijkskunde in dien tijd zulk een zwak
+punt was voor een volk, dat zooveel gedaan heeft op het gebied van
+ontdekkingen en zeevaart.
+
+[22] William Stuart Rose, Amadis de Gallir: Een gedicht in drie
+boeken.
+
+[23] Tenzij wij een uitzondering maken voor de Anseis de Carthage--een
+romance, die den ondergang van Spanje toeschrijft aan een zoon van
+Karel den Groote, wiens daden overeenkomen met die van Roderick. De
+Anseis is een Fransch werk.
+
+[24] Behalve de verzameling romances, waarover wij hier spraken,
+en waarin de voornaamste typen van dichtkunst vertegenwoordigd zijn,
+waren er in het midden der zestiende eeuw nog bloemlezingen uitgegeven
+te Antwerpen en Saragossa, respectievelijk door Martin Nucio en Esteban
+de Njera. De lezer kan ook de Primavera y Flor de Romance door Wolf
+en Hofman raadplegen, waarvan een nieuwe uitgave verscheen bij Seor
+Menndez y Pelayo, de verzameling van Depping (2 dln. Leipzig 1844)
+en de Engelsche vertalingen van Lockhart en Bowring.
+
+
+
+
+
+
+
+IN DEZE SERIE VERSCHENEN REEDS
+
+
+H. A. Guerber, Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen. Haar
+oorsprong en invloed op letterkunde en kunst. Bewerkt door Dr
+H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga. Met 64 fraaie platen. Vierde druk.
+ Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+H. A. Guerber, Noorsche Mythen. Uit de Edda's en de Sagen. Bewerkt door
+Dr H. W. Ph. E. v. d. Bergh v. Eysinga, Met 64 fraaie platen. Derde
+druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+H. A. Guerber, Mythen van Griekenland en Rome. Haar oorsprong
+en beteekenis. Bewerkt door Dr B. C. Goudsmit. Met 64 fraaie
+platen. Vierde druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Woislav M. Petrovitch, Heldensagen en Legenden van de Servirs. Met een
+voorbericht van Chedo Miyatovitch, gewezen Servische Gezant aan het
+Engelsche Hof. Bewerkt door Mevr. J. P. Wesselink--v. Rossum. Met 32
+prachtige gekleurde platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Dr H. Salomons, Verhalen en Legenden van Hindoes en Boeddhisten. Met
+een introductie van Prof. Dr W. Caland. Met 32 prachtige gekleurde
+platen. Tweede druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+T. W. Rolleston, Keltische Mythen en Legenden. Bewerkt door Dr
+B. C. Goudsmit. Met 65 fraaie platen. 2e druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+F. Hadland Davis, Mythen en Legenden van Japan. Bewerkt door Dr
+B. C. Goudsmit. Met 32 prachtige gekleurde platen. Derde druk.
+ Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Josef Cohen, Nederlandsche Sagen en Legenden I en II. Met
+32 illustratin in kleurendruk en zwart van Pol Dom. 2e druk.
+Per deel Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Lewis Spence, Mythen en Legenden van Egypte. Voor Nederland bewerkt
+door Dr J. W. van Rooijen. Met 8 gekleurde en zwarte platen. Tweede
+druk. Ing. f 4.90, Geb. f 6.50
+
+Nelly Montijn-De Fouw, Sagen van Koning Arthur en de Ridders van
+de Tafelronde. Gellustreerd door Arthur Rackham.
+ Ing. f 10.-, Geb. f 12.50
+
+Dr H. van Prooye-Salomons, De Geschiedenis van Koning Nala. Een
+Episode uit het Mahabharata. Ing. f 3.90, Geb. f 4.90
+
+
+
+
+
+
+
+UITGAVEN VAN W. J. THIEME & CIE TE ZUTPHEN.
+
+
+Dr C. te Lintum, De Geschiedenis van het Amerikaansche Volk, met
+vele illustraties. Ing. f 2.75, Geb. f 3.90
+
+E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Romeinsche Volk. Bewerkt
+door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk.
+ Ing. f 2.75. Geb. f 3.90
+
+E. M. Tappan Ph. D., De Geschiedenis van het Grieksche Volk. Bewerkt
+door Dr B. C. Goudsmit. Met vele illustraties. Tweede druk.
+ Ing. f 2.75, Geb. f 3.90
+
+W. Jansen, Geschiedenis der Wijsbegeerte.
+I. Van Thales tot Plotinus. Ing. f 4.35, Geb. f 5.25
+II. Van Origenez tot Leibnitz. Ing. f 5.50, Geb. f 6.50
+
+Dr Jos. Schrijnen, Nederlandsche Volkskunde. Compleet in 2 deelen. Per
+deel Ing. f 4.50, Geb. f 5.75
+
+Jonathan Swift, Gulliver's Reizen. Vertaald naar de nieuwe uitgave
+van Padraci Colum. Gellustreerd door Willy Pogny. Met 12 gekleurde
+en vele zwarte platen. Ing. f 4.90, Geb. f 5.90
+
+M. de Cervantes, Don Quyote de la Mancha. Vrij bewerkt naar Albert
+Geyer door G. D. Ell. Met 8 gekleurde en vele zwarte platen naar
+George Scholz. Geb. f 3.90
+
+De Sprookjes van Andersen. Naar het Deensch bewerkt door Ph. R. F. C
+de Bruyn. Met twaalf gekleurde platen van Wanda Zeigner-Ebel.
+ Geb. f 3.90
+
+H. Beecher Stowe, De Kleine Vossen. 7e druk. Ing. f 1.75, Geb. f 2.50
+
+Dr E. Vogel, Fotografisch Zakboek. Een handleiding en vraagbaak
+voor aanvangers en meergevorderden. Vrij bewerkt en aangevuld door
+J. J. M. M. v. d. Bergh. 5e druk. Ing. f 2.60, Geb. f 3.95
+
+Dr P. G. Buekers, Plantenboek. Bewerkt naar Christiansen, Taschenbuch
+einheimischer Pflanzen. Met 48 fraai gekleurde platen. Geb. f 2.50
+
+Kerst Zwart, Het Vogelboek. Zangers en Krassers bij huis en schuur,
+in tuin en park, langs weg en gracht, in veld en bosch, aan plas
+en strand. Met 109 gekleurde afbeeldingen van vogels. Tweede druk.
+ Ing. f 3.25, Geb. f 4.25
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Legenden en Romances van Spanje, by Lewis Spence
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE ***
+
+***** This file should be named 31198-8.txt or 31198-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/1/9/31198/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/31198-8.zip b/old/31198-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..9e8e76f
--- /dev/null
+++ b/old/31198-8.zip
Binary files differ