diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 31297-8.txt | 5710 | ||||
| -rw-r--r-- | 31297-8.zip | bin | 0 -> 105462 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31297-h.zip | bin | 0 -> 214250 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31297-h/31297-h.htm | 6070 | ||||
| -rw-r--r-- | 31297-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 64209 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31297-h/images/frontispiece.jpg | bin | 0 -> 37047 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31297-h/images/tp_ruit.png | bin | 0 -> 300 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
10 files changed, 11796 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/31297-8.txt b/31297-8.txt new file mode 100644 index 0000000..36e9221 --- /dev/null +++ b/31297-8.txt @@ -0,0 +1,5710 @@ +Project Gutenberg's Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van strak gespannen snaren + +Author: Roelof Jan Willem Rudolph + +Release Date: February 16, 2010 [EBook #31297] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN *** + + + + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + + + + + +------------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | | + | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in | + | dit e-boek weergegeven als =uitgespatieerd=. Cursieve tekst is | + | weergegeven als _cursief_. | + | | + | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. Deze | + | zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens". | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + +------------------------------------------------------------------+ + + +VAN STRAK GESPANNEN SNAREN + +[Illustratie: portetfoto ds. R. J. W. Rudolph.] + + + + + Ds. R. J. W. RUDOLPH + + VAN STRAK GESPANNEN SNAREN + + MET EEN VOORWOORD VAN + Dr. A. KUYPER EN EEN KORT + LEVENSBERICHT VAN DEN + SCHRIJVER DOOR Ds. G. VERRIJ + + DERDE DRUK + + UITGEGEVEN IN 1916 BIJ J. H. DONNER + TE ROTTERDAM. + + + + +L. S. + + +De uitgave van de brieven van mijn overleden vriend Rudolph kan ten +zegen zijn. Rudolph toch behoorde tot die mannen, van wie men in de +jaren van hun drukke leven betrekkelijk weinig, maar daarentegen in +de dagen van hun krankheid bijzonder veel hoorde. Rudolph's groote +beteekenis voor den lande ligt in zijn sterven. Niet alsof zijn leven +onnut ware voorbijgegaan. Integendeel. Hij was altoos een klare +belijder, een ijverig werker, een man, die de kunst verstond om door +eigen bezieling anderen te bezielen; maar in het centrum van onze +nationale worsteling zagen wij hem hoogst zelden optreden. Reeds als +student speurde men de stille kracht die in hem huisde, maar beide +tegelijk, theoloog en jurist willende zijn, bereikte hij noch in +het eene noch in het andere die rijpheid van studie, die voor een +vooraantreden in den strijd van het leven eisch is. Zijn vurig verlangen +om op politiek terrein zijn kracht te kunnen ontplooien, is dan ook niet +in vervulling gegaan. Hij bleef predikant te Leiden. Toch begon in de +laatste twee jaren een nieuw ideaal zich voor hem te ontsluieren, hij +koos een andere existentie, en vurig begeerde hij juist in die nieuwe +betrekking tot de volle ontplooiïng van zijn talent te kunnen geraken. +O, hij was voor dien keer in zijn leven zoo innig dankbaar. Het was hem +of hij een nieuwe toekomst tegenging, en alsof hij nu eerst met al hem +verleende gaven zijn Heer en Koning zou kunnen dienen. En toch juist op +dat oogenblik beschikte de Heere op geheel ongedachte wijze over hem, om +hem te maken tot een heel ander instrument voor Zijn glorie. De Heere +kwam Rudolph tegen op zijn nieuw ingeslagen weg en maakte hem krank. +Krank, niet door een gewone krankheid maar door den.... kanker. Ieder +voelt, hoe bang dit Rudolph aangreep. Nu juist was hij, waar hij nooit +meer gedacht had te zullen komen. Een nieuw zooveel rijker leven +ontsloot zich voor hem. Maar immers, dan kon die krankheid niet ten +doode zijn! En zoo scheen het dan ook te zullen loopen. Heidelberg +liet heel Europa door verluiden, dat het 't tegengif tegen den kanker +gevonden had. Rudolph was verrukt, toen hij het hoorde. Hij ging er +heen. Er kwam beterschap. Men gaf hem goede hope. Dankbaar kwam hij +terug, denkende nu zijn rijksten arbeid te kannen aanvangen. Doch weer +zette het kwaad op. Weer toog hij naar Heidelberg. En nog bleef hij +vol hope, dat hem redding beschoren zou zijn, tot het ten derdenmale +tegensloeg, en nu erger kwam opzetten, en zelfs het gebruik van keel en +tong hem werd ontnomen. En toen naderde het einde. Zelf mocht ik hem +nog even terugzien en mijn laatste bezoek brengen. Kort daarop was mijn +vriend Rudolph niet meer. + +Maar, en dit is nu hier het wondere, als vrucht van dien bitteren kanker +heeft zich toen juist in die laatste weken in Rudolph een geloofskracht +en een geloofsmoed ontwikkeld, waarop een ieder die ervan hoorde met +deelnemende bewondering neerzag. + +Als een held stond hij tot den einde toe in die doodelijke worsteling, +en zijn geloof bezweek niet, het overwon. + +Hiervan heeft heel het land toen gehoord. Ten slotte was Rudolph een +lijder, met wien we allen, dag na dag meeleefden, en in het gebed +meêworstelden. + +Het was de onverzettelijkheid van zijn geloof, die hem toen die brieven +aan zijn oude gemeente in de pen gaf. + +Die brieven hebben toen al wie ze las verkwikt. + +Moge het zoo ook na zijn sterven zijn. + +Zij zijn een klaar getuigenis, waarvoor wij God danken, van wat het +geloof ook nu nog in de bangste ure vermag. + + KUYPER. + +'s-Gravenhage, 8 Juni 1914. + + + + +Ds. ROELOF JAN WILLEM RUDOLPH. + +20 SEPTEMBER 1862-10 MEI 1914. + + +»Van strak gespannen snaren!" Zóó zou naar den wensch van mijnen +hooggeschatten, lieven, vaderlijken vriend, bij afzonderlijke uitgave, +de titel luiden van zijne brieven, toegezonden aan de »Geref. Kerkbode +van Leiden en omstreken" en bestemd voor de gemeente, die hij zooveel +jaren had gediend en waaraan hij zoo nauw was verbonden. + +Naar den vorm literarisch schoon, naar den inhoud veelzeggend! + +Deze titel doet ons denken aan een muziekinstrument, welks snaren worden +gewonden tot de hoogste spankracht voor de zuiverheid van den klank en +de fijnheid van toon. _Hij_ koos den titel en drukte ermee uit, wat +lijden hij heeft geleden en aan welk een beproeving hij was onderworpen. +En nu staat het aan _ons_, die, als ik, zoo menigwerf getuigen waren +van zijn lijden, dat onder Gods aanbiddelijk bestel zooveel maanden +achtereen werd uitgerekt; aan ons, die deze brieven lazen of nog zullen +lezen, te beoordeelen, wat soort van liederen op dit veelsnarig +instrument getokkeld werden. En--oordeel zelf--is het te veel gezegd, +als we beweren, dat het zijn zangen »per aspera ad astra", uit de diepte +naar omhoog. »Liederen van den Opgang", teeder aandoenlijk, warm +gemoedelijk; zangen waardoor ons de stille berusting des geloofs, de +onwankelbaarheid der hope en de innigheid der liefde van den waren +Christen tegen ruischen? + +Ds. Rudolph was een gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Het +moge ietwat vreemd klinken in de ooren van allen, die hem slechts in +zijn openbaar leven gekend hebben, hem, die in de gelederen van zijne +politieke tegenstanders vaak met den minder vleienden naam van »De Beul" +genoemd werd, hier te hooren karakteriseeren als een gevoelsmensch, een +man met een vrouwenhart. Doch wie hem meer van naderbij kende en wist, +hoe teeder achter het harnas van dezen strijder het harte klopte, beaamt +het volkomen en stemt het ons gereedelijk toe. Ds. Rudolph kon geen leed +van eenigszins ernstigen aard zien, of hij werd tot weenens toe bewogen. +En juist deze man met het priesterlijke hart en het lichtbewogen gemoed, +die,--had hij niet in het ambt van Dienaar des Woords gestaan,--een +geboren diaken zou zijn geweest, heeft zelf zoo moeten lijden. Hoe vaak +heeft hij in zijn gezonde dagen tegenover zijn huisgenooten de vurige +begeerte uitgesproken, dat de Heere hem voor kanker mocht behoeden. En +zie, wat hij zoozeer vreesde, is hem niet gespaard! Met forsche hand +heeft de kanker hem aangegrepen, den fieren man, die een toonbeeld was +van bloeienden welstand, den breedgeschouderde met zijn fraai gewelfd +voorhoofd, zijn schitterende oogen, die vonken spatten, als hij was +midden in het toernooi met zijn tegenstanders, den trouwen echtgenoot, +der pleegkinderen liefdevollen vader, den man van 't initiatief, immer +van idealen vol. En deze alom terecht gevreesde ziekte heeft hem niet +meer losgelaten. Of zij dit wel ooit doet? Geen pogingen zijn onbeproefd +gelaten, om aan dezen machtigen vijand der menschheid zijn kostbare +prooi te ontrukken. Bezweken voor den sterken aandrang van oprechte +vrienden, die zich voor de noodige geldmiddelen borg stelden, werd de +reis naar Heidelberg ondernomen, naar het wereldberoemde Instituut voor +kankerlijders van Prof. Czerny. Hoe vol hoop trok de patiënt met zijn +echtgenoote, die hem in al zijn lijden een ware hulpe was, daarhenen, +en hoe enthousiast keerde hij na een kuur van 4 weken weder! Wonderen +had hij zien gebeuren! Waarom zou dan ook met hem geen wonder kunnen +geschieden! De Heere is toch de God der wonderen! Wonderlijk is ook de +naam Zijns Heilands! En was hij niet tot nog grootsche taak geroepen? +Wachtten hem niet de Stichtingen voor Verwaarloosden en Drankzuchtigen +te Achteveld bij Barneveld met kennelijk ongeduld? Hoorde hij niet als +met duidelijk waarneembaren klank de weemoedige stem der ontouderde +kinderen: »Vader Rudolph, kom, kom spoedig. Wij hebben uwe leiding zoo +noodig, waar ons de ouderlijke ontbreekt"? Is het wonder, dat Ds. +Rudolph hoopte, ziende ook op de Almacht Zijns Gods, tot op het laatste +toe? + +Voor de 4e maal kwam hij uit Heidelberg terug. De doctoren hadden hem +diets gemaakt, dat hij een katarrh in de keel had en de lucht daarvoor +in Holland beter dan in Heidelberg was. »Ga zoo spoedig mogelijk terug +naar Uw Heimat en als de katarrh over is, kom dan weder, zoo zullen we +de kuur voortzetten!" Zóó werd gesproken. De werkelijkheid was evenwel +geheel anders. Men had alle hoop op herstel moeten opgeven. Trots alle +middelen van wetenschap en kunst, woekerde het proces met door niets te +stuiten kracht voort. Men vreesde voor verbloeding en dan.... weldra het +einde. + +Zóó was de naakte werkelijkheid. Wie zou het den lijder aanzeggen? +Aan ondergeteekende viel deze zware opdracht te vervullen. Hadden +deskundigen niet verklaard, dat er groot gevaar voor verstikking +bestond, zoo den patiënt deze vreeselijke tijding werd bekendgemaakt? +Biddend en bevend wordt de gang gemaakt naar het St. Elisabethsgesticht +te Amersfoort. »Heere, voorkom, wat gevreesd wordt, geef de woorden in +de opening mijns monds en den armen lijder kracht van Boven!" Ik schel +aan en treed binnen. Dáár lag hij, de kankerlijder, die reeds sedert +ettelijke maanden tot zwijgen gedoemd was. Allerhartelijkst was de +begroeting met dien vriendelijken glimlach, krullend om de lippen en die +zachte trekken op het gelaat, waarop de stille smart reeds diep haar +sporen afgedrukt had. De vraag werd gedaan, of de hope op beterschap +niet begon te verflauwen, daar er van vooruitgang toch zoo weinig viel +te bespeuren. »Ik heb idee, dat herstel nog zeer goed mogelijk is. Dit +zegt de dokter. Dat mag ik dus aannemen. Maar is 't, dat je 't anders +weet, zeg 't dan. Ik ben bereid om heen te gaan!" Met woorden, dooraderd +van diep medegevoel, wordt nu niets verholen, maar alles gezegd! De +zieke vouwt de handen. Hij is in het gebed. Twee groote tranen worden +aan de gesloten oogen ontperst. 't Is een plechtige, ernstvolle stilte +in dit zieken- en bidvertrek. Onwillekeurig dacht ik aan het woord +der Schrift: »En David sterkte zich in den Heere zijnen God!" Na een +wijle gaan de oogen weer open, de handen laten zich los, de tranen +worden afgewischt, de pen wordt weer opgenomen en met vaste hand +neergeschreven: »Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, +die zal vernachten in de schaduwe des Almachtigen!" Hier was een strijd +gestreden, hier was een overwinning bevochten! + +Daarna ging ik heen, verruimd van gemoed, in het bewustzijn een zwaar, +doch ook een goed werk te hebben verricht. + +Menigwerf toefde ik in de krankenkamer en moest getuigen: »Waarlijk, in +dit klaaghuls is het beter dan in het huis der maaltijden." 27 April +kwam ik weder bij hem en vroeg, of hij nog even sterk stond in zijn +geloof en Satan niet trachtte te ontnemen, wat hij meende te bezitten, +waarop hij aanstonds neerschreef: »Ik geniet zoeten vrede, die alle +verstand te boven gaat. Dit staat vast, dat iemand niet vandaag een +Petrus en morgen een Judas is. Dit staat vast, dat God geen God van Ja +en Neen is. Maar Jehova, de Ik zal zijn, Die ik zijn zal." + +Nimmer sprak hij eigener beweging van zijn lijden en hoe strakker de +snaren zijner smarten gespannen werden, des te meer melodieus en des +te liefelijker waren de zangen van aanbiddend geloof en roemende +genade voor familie of vrienden, door de schrijfstift aan het papier +toevertrouwd, of in de achtereenvolgende brieven aan zijn gemeente te +Leiden toegezonden. + +Ieder, die eenigermate met 't openbare leven meeleeft, weet ook, hoe +Ds. Rudolph zich op politiek en sociaal terrein niet onverdienstelijk +heeft bewogen. Als 't er op aankwam, stond hij zijn man. De groote +stadsgehoorzaal te Leiden zou er van kunnen getuigen, hoe hij, als +verdediger der Christelijke beginselen, als kampvechter tegen het +materialistisch Socialisme, niet gering te schatten was. Hij liet +zich niet in een hoek zetten. Hoe kon hij dan in wetenschappelijke +welsprekendheid met heilige verontwaardiging toornen tegen +stofaanbidding en menschvergoding. Dan werd 't niet alleen gehoord, maar +gezien, dan werd 't gevoeld, dat hij leefde uit hoogere beginselen, +dan waarvan het hedendaagsche Socialisme uitgaat. En wat hij in 't +aangezicht van het Socialisme, vertegenwoordigd door zijn uitnemendste +voorstanders in ons land, beleden, bepleit en verdedigd heeft, ziet, dat +heeft hij met het vonnis van den dood in zijn vleesch, op zijn krankbed, +te midden van lijden en smart, in het aangezicht ook van den dood, aller +menschen vijand, op het luisterrijkst bezegeld. + +Toen hem alles ontviel, in het midden zijner jaren, in den bloei zijner +manlijke kracht; toen het beeld zijner aardsche idealen tot het +onzichtbare toe verflauwde, toen, toen hield hij alles over: _het_ +ideaal, de rotsvaste hoop op een zalig hiernamaals, de zekere wetenschap +van een blijde toekomst. + +En op mijn zeggen in de laatste week zijns levens: »Wat zijn de wegen +des Heeren met U toch ondoorgrondelijk!", schreef hij met van groote +zwakte bevende hand neder: »En niettemin keur ik ze goed, ziende op het +heerlijk einde!" + +Dat was Rudolph's geloof, rotsvast, steunend alleen op het volbrachte +werk van zijnen Heiland en Koning, Wien te belijden op alle terrein de +lust van zijn leven, het leven _van_ zijn leven was. + +Zeg, Marxist, was hier de mensch Rudolph niet meer dan stof? + +Zoo ging hij heen, in de volle zekerheid des geloofs, in de hope op een +eeuwig zalig leven. + +Als een Christen had hij geleefd, als een Christen gestreden, als een +Christen ook geleden, het daarvoor houdende, dat het lijden dezes +tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die +hem zou geopenbaard worden. + + * * * * * + +Ds. Roelof Jan Willem Rudolph werd den 20en September 1862 uit +eenvoudige burgerouders te Elst in de Betuwe geboren, bezocht daar +de Openbare Lagere School en ging vervolgens naar het Gymnasium te +Doetinchem, waar zijn uitstekende aanleg al spoedig de opmerkzaamheid +zijner leeraren trok. Hier deed hij met goed gevolg eindexamen, ging +toen naar Utrecht en liet zich daar aan de Universiteit als student in +de Theol. Faculteit inschrijven. Doch hij gevoelde er zich niet thuis. +Wat anders zocht hij en vond dit aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, +die pas was opgericht. Daar studeerde hij in de Rechten en in de +Godgeleerdheid. In de eerste Faculteit behaalde hij den graad van +candidaat, zette zijn studiën voort voor het doctoraal, maar kwam--en +dat wel om financiëele redenen--niet tot het afleggen van het examen. +In 1887 werd hij candidaat in de Theologie. Beroepen naar Heinenoord, +diende hij daar niet zonder zegen de Gereformeerde Kerk, toen nog de +Doleerende, van October 1888 tot December 1890. Hier verrees door zijn +onvermoeid streven een Christelijke school, waarvan hij den eersten +steen legde. In de Ned. Herv. Kerk stond toen ds. A. S. Talma, de latere +Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het Ministerie-Heemskerk, +met wien hij over de kerkelijke muren heen een vriendschappelijken +omgang onderhield. Reeds te Heinenoord kwam de lust tot weldoen, waarin +ds. Rudolph en zijn ega M. W. F. Frijlinck zoo zeldzaam harmoniëerden, +op lieflijke wijze tot uiting. Een jeugdige tuberculoselijderes uit een +arm arbeidersgezin werd weken achtereen, tot op haren dood, in de +gastvrije pastorie liefderijk en geheel belangeloos verpleegd. + +Toen op het einde van '90 Leidens Doleerende Kerk hem riep, meende +hij voor deze roeping niet te mogen bedanken, hoewel het hem verre van +gemakkelijk viel na zoo korten tijd zijn eerste standplaats te verlaten. +De snoeren waren gevallen in lieflijke plaatsen. + +Op den eersten Zondag van Dec. 1890 vertoond hij zich met een predikatie +over Gen. 1: 1 aan zijn nieuwe gemeente, die hij ruim 21 jaren heeft +mogen dienen. Leiden met zijn beroemde Universiteit, de kweekplaats van +onderscheidene wetenschappen; Leiden, de vermaarde Sleutelstad, had al +de liefde van zijn hart. Hoe sterk kwam dat altijd uit, als de kalender +3 October aangaf en Rudolph den kansel beklom om zijn hoorders te doen +inleven in die wel oude, maar nooit verouderde geschiedenis van de +belegering en het ontzet van Leiden, wat ieder geboren Leidenaar telken +jare opnieuw met versche belangstelling aanhoort. Dan was Rudolph Geus +met de Geuzen, dan deed hij in liefde ontvlammen voor Oranje, dan begon +het oog te schitteren en trilde de stem van vurige verontwaardiging over +de Spaansche tirannie en den duldeloozen gewetensdwang, dan jubelde hij +met dank aan den Heere voor de ongedachte verlossing. Dan was Rudolph +welsprekend. + +Bekend, geliefd en geëerd was hij bovenal om zijn hulpvaardigheid. +Wie naar een betrekking stond; wie op de eene of andere wijze in +verlegenheid zat, vond aan de pastorie van Ds. R. altijd een geopende +deur, een belangstellend hart en een luisterend oor. Hij stond ieder te +woord en menigeen is door hem geholpen of voortgeholpen. Hij was een +vriend van armen en verdrukten. Menig treffend staaltje zou daarvan +kunnen worden bijgebracht. Op zekeren keer kwam hij ongezocht in de +schamele woning van een fabrieksarbeider met talrijk gezin op eene van +de achtergrachten in Leiden. Het noodige schoeisel ontbrak daar geheel. +Hij bedacht zich niet lang. Spoedig waren de schoenen gehaald, voor elk +der kinderen een paar. »Maar Dominee", was de vraag van de vrouw des +huizes, »weet Ge wel, dat ik Roomsch ben?" »Daar vraag ik immers niet +naar, ik zie dat Gij het noodig hebt", luidde het antwoord van den +vriendelijken weldoener. + +Was de kinderzegen hem door den Heere onthouden, zonder kinderen +scheen zijn levenspad te eenzaam en koud. In Leiden nam hij, met volle +bewilliging zijner echtgenoote, die hierin volkomen gelijk met hem +dacht, twee kinderen, jongens, tot zich, die beide hunne moeder in de +allereerste dagen der jeugd moesten missen. De een heeft reeds den +leeftijd van 21 jaar bereikt, terwijl de ander 12 jaar oud is. + +Als prediker muntte hij nu juist niet uit door schitterende kanselgaven, +al wil dit daarom allerminst zeggen, dat hij de gave der welsprekendheid +geheel miste. Tekstverband en -zin kwamen altijd uitmuntend tot hun +recht. Van een eenzijdig-voorwerpelijke prediking was hij een vijand. +Dikwerf gaf hij in een afzonderlijke toepassing leiding aan de +eenvoudige zielen. + +Goed kenner van de oude talen, bewoog hij zich gemakkelijk en gaarne +op het veld van Schriftverklaring. Van zijne hand verscheen, in +samenwerking met Ds. Renkema, een populair en practisch werk over »De +Gelijkenissen onzes Heeren Jezus Christus". In 1900 kwam van hem uit: +»Abraham, de vader der Geloovigen, voorgesteld in 13 meditaties". +Behalve zijn »Kardiphonia"--stemmen uit 't hart--een drietal preeken, +waarmee hij van zijn Leidsche gemeente afscheid nam en onderscheidene +kleinere geschriften, zijn vooral bekend: »Het Hedendaagsch Socialisme" +en »Het Diaconaat" (in vereeniging met Prof. Biesterveld en Dr. J. van +Lonkhuizen). + +Als journalist was hij niet zonder verdienste. Van meer dan één week- en +dagblad was hij achtereenvolgens redacteur of medewerker. + +Het Christelijk onderwijs in al zijn vertakkingen had de liefde van zijn +hart. Als President der Geref. Schoolvereeniging gaf hij mede den stoot +tot de oprichting der Geref. M. U. L. O. School op de Hooglandsche +Kerkgracht te Leiden. Zijn ideaal om in de Sleutelstad te stichten een +hospitium voor Christelijke Indologen, heeft hij niet kunnen bereiken, +maar toch was de oprichting van het Indisch Comité, dat in het belang +van Indologen van Christelijke belijdenis werkzaam is, eene zaak van +niet geringe beteekenis. + +Op de meerdere vergaderingen werden de adviezen van den Jurist-theoloog +op hoogen prijs gesteld. Meermalen telde de Generale Synode hem onder +hare gedeputeerden. + +Eén van zijn vurigste wenschen heeft hij niet mogen vervuld zien om +n.l. als lid van de 2e Kamer zijn volk te vertegenwoordigen in 's lands +Raadzaal. De nederlaag in Ede in 1909, in niet geringe mate toegebracht +door de heftige bestrijding van velen, die met hem in het Geloof +stoelden op denzelfden wortel, bleef hem nog lang een schrijnende wonde. +Het liefst zweeg hij daarvan. + +Door de Kinderwetten was de mogelijkheid geopend om ook van Christelijke +zijde meer dan tevoren te arbeiden in het belang van hen, die Ds. +R. gaarne kenschetste met den naam van »sociale schipbreukelingen". +Zoo rijpte bij hem het denkbeeld, dat tenslotte belichaamd is in +de Stichtingen te Achteveld, ééne voor ontouderde of verwaarloosde +kinderen, en ééne voor landloopers, drankzuchtigen, ontslagen gevangenen +en dergelijken. Hij werd benoemd tot Predikant-Directeur dier +Stichtingen. Dat was een événement in zijn leven. 2 October 1912 preekte +hij Afscheid in de kerk op de Hooigracht, »een biddend afscheid" (zie +»Kardiphonia III"), en bepaalde zijne gemeente bij Hand. 20 vs. 32-38, +»het slot van 't teeder afscheid van Paulus van de ouderlingen van +Efeze." Hierin vond hij »de wijze aangegeven, zooals hij 't liefst van +zijne gemeente wilde scheiden: + + het oog naar boven, + de hand op 't hart, + de knieën gebogen, + +met tranen in de oogen, die van onverbreekbare banden getuigen". + +Hoe moeilijk het hem ook viel den herderstaf in zijn geliefde gemeente +neer te leggen en emeritaat aan te vragen, niet jeugdig vuur en groot +enthousiasme gaf hij zich aan de voorbereidende maatregelen voor den +nieuwen werkkring, in de vaste overtuiging, dat de Heere hem daartoe +riep. Maar: »de mensch wikt, God beschikt!" Zal de naam van ds. Rudolph +in de wordingshistorie dezer Stichtingen immer met eere en groote +erkentelijkheid genoemd worden, tot zijnen eigenlijken arbeid heeft hij +niet mogen ingaan. Als een Mozes van den ouden dag moest hij blijven +vóór den Jordaan van het zoozeer gewenschte land. En hierin te hebben +kunnen berusten, gelijk herhaaldelijk op zoo treffende wijze uit deze +brieven blijkt, wat was het anders dan de lieflijk geurende bloem van +zijn groot geloof in de absolute Souvereiniteit zijns Gods, die nooit +antwoordt van Zijn daden? + +Zeker, ook Rudolph had zijn gebreken. Zelf zou hij de eerste zijn om dit +te erkennen. Financier is hij nooit geweest, wellicht zou hij het ook +nimmer geworden zijn. Hij gaf soms meer dan hij bezat. Doch waar is het +licht, dat geen schaduw heeft? + +Zondag 10 Mei j.l. werd hij uit zijn lijden verlost en op den dag der +ruste ging hij, zacht en kalm, met den glans van zoeten vrede op het +vermagerd gelaat, de eeuwige ruste van het hemelsche Kanaän in. + +Nù, ook Rudolph heeft geen leed meer van uitgestelde hoop en +teleurgestelde verwachting, en van al wat tot deze aarde en dit leven +behoorde, is hij verlost. Zijn werk volgt hem na en hij rust uit van +zijn arbeid niet in ledig-zijn, maar in hemelsch zalig doen. + +Was zijn stoffelijk omhulsel op Woensdag 13 Mei van uit Amersfoort +per trein naar Leiden overgebracht en geplaatst in het midden vóór den +kansel van de Geref. Kerk op de Oude Vest, den dag daarop werd het onder +de grootste belangstelling op de Begraafplaats van de Groenesteeg aan de +schoot der aarde toevertrouwd. Vooraf werd in genoemde kerk, die tot in +alle hoeken gevuld was, een korte samenkomst gehouden. Ds. Kouwenhoven, +de oudste pastor loci, ging daarbij voor in het uitspreken van een rede +aan de hand van Psalm 90 vs. 3: »Gij doet den mensch wederkeeren tot +verbrijzeling en zegt: Keert weder, gij menschenkinderen!" Het was een +aandoenlijke plechtigheid. Menige traan werd weggepinkt! + +Bij de geopende groeve werden goede woorden gehoord. Ds. Thomas sprak +namens den Raad van de Geref. Kerk van Leiden, ds. Impeta van Katwijk +namens de classis Leiden, ds. Teerink van Amersfoort gewaagde van zijne +bezoeken aan den kranke; ds. Van der Munnik uit Leeuwarden, voerde het +woord namens Deputaten van de Generale Synode voor de Zending onder de +Heidenen en Mohammedanen; de heer Boddaeus, notaris te Schiedam, sprak +als Voorzitter van het Bestuur der Kinderstichting; de heer Mekking +van Gorinchem, namens het Bestuur van de Jan-Pieter-Adolfvereeniging; +ds. Breukelaar van Zaandam, herdacht den overledene als Bestuurslid +van het Chr. Comité voor Indië; dr. Dupont van Ermelo, van de Geref. +Drankbestrijding; ds. Meijnen van Dordrecht, van de Vereeniging »De +Tuin"; ds. Heidema van Heinenoord, bracht in herinnering het 2-jarig +verblijf van den overledene in zijn eerste gemeente en ten slotte de +heer Vros, hoofd eener Chr. School te Leiden, sprekend namens de Geref. +Schoolvereeniging. En nòg waren er meer sprekers, o.a. van de Indologen +en van »Polyhymnia", bovendien de heer Wilbrink, Landbouw-Directeur +van de genoemde stichtingen, en ondergeteekende. Doch de lange duur +van het toeven op de begraafplaats maakte het gewenscht aan de droeve +plechtigheid een einde te maken, te meer daar ook de weduwe en de +hoogbejaarde vader van den overledene mede tegenwoordig waren. + +Veel is daar gesproken, en had de gestorvene het kunnen hooren, +ongetwijfeld zou hij gezegd hebben: »Te veel eer voor mij!" Maar de +grondtoon bij alle sprekers was: dank aan den Heere, die ds. R. tot +zooveel en zoo velerlei arbeid geroepen en hem in zijn laatste +levensjaar met zoo groote genade begiftigd had. + +Waarlijk, het was een droeve en toch goede dag. Zij de gedachtenis dezes +rechtvaardigen nog tot rijken zegen! + +Was het de wensch van den overledene, dat ondergeteekende, die gedurende +een twintigtal jaren door hechte en innige banden van vriendschap aan +hem verbonden was en nimmer hoopt te vergeten, wat hij naast God aan ds. +Rudolph te danken heeft, de zorg voor de uitgave dezer Brieven op zich +nemen zou, met liefde heeft hij er bijdezen aan voldaan. + +Mogen deze brieven een blijvenden troost bieden voor de diepbedroefde +weduwe zulk een man, voor den ouden vader zulk een zoon, voor de +pleegkinderen zulk een vader, voor de gemeente zulk een Herder en +Leeraar, voor allen, die hem lief waren, zulk een vriend gehad te hebben +en mogen ze, waar ze door dezen herdruk de wijde wereld ingaan, voor +velen nog in dagen van druk en beproeving, tot rijken zegen gesteld +worden! Gode alleen de eer! + + G. VERRIJ. + +Waarder (Z.-H.), Mei 1914. + + + + + Amersfoort, 23 September 1913. + + _Aan de Gereformeerde Kerk te Leiden._ + +_Geliefde gemeente!_ + +Door dezen kom ik als oud-collega aan de redactie in de Kerkbode een +plaatsje, dat mij zeker niet zal worden geweigerd, verzoeken, om u +hartelijk dank te zeggen voor de vele bewijzen van belangstelling, op +mijn verjaardag uit uw midden ontvangen, en tegelijk u de inlichtingen +te geven, die door zoovelen gewenscht worden, over mijn lichamelijke en +geestelijke gesteldheid. + +Evenalsof ik nog in uw midden in- en uitging, hebben velen mij verrast +met de hartelijkste blijken hunner blijvende, ik zou haast zeggen, +hunner toenemende genegenheid, met hunne vriendelijke troostwoorden +mijne ziel verkwikt. Zwaar is mijn tegenwoordige beproeving, maar te +midden mijner smart kan ik wel weenen van blijdschap en dankbaarheid +voor de groote genade, die de Heere ons schenkt in zoo heerlijke +oefening van de gemeenschap der heiligen. Gaarne antwoordde ik ieder in +'t bijzonder. Dit is mij echter onmogelijk. Laat ik dus door dezen aan +allen, die mij zoo innig verblijdden, daarvoor mijn diepgevoelden dank +mogen betuigen. + +Wat mijn lichamelijken toestand betreft, deze is ook thans nog niet +zonder bezwaar. Toch heb ik goede hope, dat ik onder des Heeren zegen +op de middelen geheel zal mogen herstellen. + +En indien het anders mocht wezen, des Heeren wil, die toch alleen wijs, +goed en heilig is, geschiede. + +Toen ik kort geleden dacht, dat mijn leven spoedig zou worden +afgesneden, was de gedachte van sterven mij o zoo zoet. Mijn leven is +met Christus verborgen in God. Door Jezus' dierbaar bloed gewasschen, de +zaligheid te mogen ingaan, naar huis te gaan, waarheen mijn hart dorst +als 't hert naar de stroomen, van alle zonden en ellenden voor eeuwig +ontslagen te zijn, den Heere te zien, in Zijne heerlijkheid te mogen +deelen, alzóó ontbonden te zijn en met Christus te wezen, het is en +blijft mij verreweg het beste. + +Doch op aarde kan nog een werk gedaan worden, dat in den hemel niet +kan worden verricht. In den hemel zijn geen ellendigen, die nog +moeten worden terechtgebracht. Alleen op aarde kan, ook aan de +diepst gezonkenen, 't dierbaar Evangelie des kruises worden gebracht. +Ik heb mij voorgesteld dit werk thans te beginnen onder voogdij- +en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en +drankzuchtigen. Het is altijd één der idealen van mijn leven geweest, +zulk werk te mogen doen. En 't was mij zeker een pijnlijke gedachte, +toen ik mij een oogenblik voorstelde, dat ik in 't midden mijner jaren +en terwijl ik dit werk stond aan te vangen, door den dood uit het leven +zou worden weggerukt. Daarom begeer ik zeer, dat de Heere nog dagen tot +mijne levensdagen wil voegen. En ik verzoek dringend, dat allen blijven +bidden en smeeken, dat de Heere mij nog ettelijke jaren wil sparen. + +Maar ik verzoek er uitdrukkelijk bij, dat aan de bede steeds worde +toegevoegd: »Heere, Uw wil geschiede!" Wat de Heere doet, is wèl gedaan, +hoe 't ook ga. Zeker, donker, diep en ondoorgrondelijk zijn menigmalen +de wegen Gods. Maar wat wij nu niet verstaan, zullen wij nadezen +verstaan. Hoe moeielijk was 't gansche leven van Jeremia? Werd een +Johannes de Dooper niet in het midden zijner jaren weggenomen? Moest een +Paulus niet betuigen: »Ik sterf alle dagen!" Voor 't vleesch is dit +alles onbegrijpelijk; maar bij het licht des Heiligen Geestes wordt +Gods grootheid juist in deze diepe leidingen 't best gezien. Daarom, +geliefden, vragen wij dan maar veel genade, dat onze wil verslonden moge +wezen in des Heeren wil! + +En wanneer 't den Heere mag behagen, mij te herstellen, en mij, geheel +genezen, aan mijn grooten arbeid te geven, o hoe zal ik dan Zijn Naam +loven voor deze pijnlijke maar kostelijke inleiding tot mijn werk. Deze +zware beproeving heeft mij nader tot den Heere gebracht; alleen nabij +Hem is 't goed, is 't zalig en heerlijk; als Elia voor Zijn aangezicht +staande, staan wij met macht en gezag om des Heeren werk te doen. + +En hiermede, geliefde gemeente, heb ik u een blik in mijn zieleleven +gegeven. Ik deed dit, omdat ik weet, hoe aangenaam het u is, te hooren +van de genade, die de Heere aan een beproefden mede-zondaar schenkt; en +omdat ik weet, dat ook dit schrijven aan velen beproefden in uw midden +tot vertroosting kan zijn. Stelle de Heere 't daartoe nog ten zegen, en +verblijde Hij ons door Zijne groote daden! + +In Christus uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 1 October 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Uwe liefde en belangstelling kennend, weet ik, dat ik u een genoegen +doe, wanneer ik u door middel van de Kerkbode schrijf, hoe ik thans +vaar. + +Laat ik beginnen, u mede te deelen, dat mij thans de volle waarheid +omtrent mijne krankheid is gezegd. Men heeft deze te goeder trouw voor +mij verzwegen. Men vreesde, dat ik mogelijk plotseling door verstikking +kon sterven, wanneer men mij de naakte werkelijkheid openbaarde. IJdele +vrees! Te midden van al mijne zonden en ellenden is 't steeds door +des Heeren dierbare genade de diepste behoefte mijns harten geweest, +in leven en sterven Hem te verheerlijken. Rustig als een kind op den +moederschoot heb ik de tijding aangehoord. Geen oogenblik ben ik sinds +dien geschokt. O, wat is 't toch zalig en heerlijk, te mogen weten, in +leven en sterven het eigendom des Heeren te zijn! + +Door den hooggeschatten professor Korteweg, die voor mij doet wat maar +in zijn vermogen is en dien ik daarvoor niet genoeg kan danken, was +mij in overleg met mijn huisdokter uit Amersfoort aangeraden, naar +Heidelberg te gaan, en in het Czerny's Institut für Krebskranken, d. i. +de instelling voor kankerlijders van prof. Czerny, genezing te zoeken. + +Zaterdagavond 27 September kwam daarop een vriend bij mij, die mij een +som gelds overhandigde, mij dwong deze aan te nemen, en die mij daardoor +in staat stelde althans voor acht dagen met mijn vrouw naar Heidelberg +te gaan. Ik kon niet anders doen dan dit geschenk aanvaarden, en deed 't +dankbaar. + +Zóó zijn wij dan Maandagmorgen 29 September 's morgens half tien uit +Amersfoort vertrokken. Ds. Teerink en mijn vriend en mede-directeur, de +heer Wilbrink, deden mijn vrouw en mij uitgeleide. + +Ternauwernood had de trein zich in beweging gesteld, of wij sloten +beiden onze oogen, en begaven ons in stil gebed tot den Heere. Met +stille berusting in Zijnen wil, zonder ijdele hope op een broos leven, +maar doende, wat ik tegenover mijn vrouw, de kinderen en de stichtingen, +waaraan ik hoopte te arbeiden, verplicht ben, ging ik op reis, in 't +stil vertrouwen, dat de God der wonderen en der middelen ook dit middel +nog zegenen kan. Hij doet een afgesnedene zaak op aarde. Niets is Hem te +wonderlijk. Als David te Ziklag sterkte ik mij alzoo in den Heere mijnen +God. + +Ongemerkt waren wij spoedig aan de grenzen gekomen, en gingen na 't +douanenonderzoek verder. + +O, wat was alles heerlijk rondom ons! Van Keulen tot Mainz spoorden we +langs den Rijn, door een der schoonste deelen van Duitschland. In de +strakke lucht teekende zich ieder blad, iedere lijn, iedere kromming +scherp af. Tegelijk hing over de bergen een zeer dunne nevel. Het was +een feesture der schepping. Het was alsof de natuur al haar weelde over +'t aardrijk had uitgegoten. Zij was als een schoone bruid, die met +doorzichtig sluiergaas haar schoonheid nog meer ontdekt dan bedekt. + +Aan alle stations was 't vol van uitgaande menschen. En te midden van +dezen bevonden ook wij ons; ik, die 't vonnis des doods in mijn vleesch +droeg, mijn vrouw, wier schoonste uitzichten nagenoeg vernietigd waren. + +Toch was ik die gelukkigste van allen. Ik stelde mij voor, wat 't moest +zijn, in mijn geval zonder geloof zulk een reis te moeten maken. En nu +was 't met mij zoo geheel anders. De Heere geeft mij een levend en +krachtig geloof. De schoonheid der schepping deed mij telkens opzien +naar de schoonheid van den hemel, die mij wacht. Van Frankfurt naar +Heidelberg spoorden wij door een heerlijk oord. Ik stond achter in den +trein, en had 't schoonste uitzicht. En nu was 't mij, alsof mijn lieve +God tot mij sprak: »Kind, ook dit is alles voor u en van u!" Wonderbaar, +wonderbaar sterkt mij de Heere. Zwaar is mijne beproeving; maar als de +kinderen Israëls ga ik door 't geloof droogvoets door deze zee. Links en +rechts staan de wateren; maar zij raken ons niet aan. + +Half tien 's avonds kwamen wij in Heidelberg aan, en wij waren beiden, o +wonder, nagenoeg nog even frisch als toen wij 's morgens afreden. + +Dinsdagmorgen 30 September ben ik dadelijk naar 't Instituut gegaan. +Vreeselijke aanblik! Rondom mij niet anders dan kankerlijders, de een +meer, de ander minder geteekend. Menschen van allerlei taal en tong. En +onder dezen ook wij samen, mijn vrouw en ik; want mijn vrouw vergezelt +mij overal. + +Heden, Woensdagmorgen ben ik al dadelijk in behandeling genomen. Moge de +Heere er Zijn onmisbaren zegen op gebieden, en ons nog verblijden door +Zijne groote daden! Wij gaan voort ons te sterken in Hem. Geliefde +gemeente, steun ons met uw gebed in dezen nood en strijd! De Heere zij +met u allen, inzonderheid met de bedroefden en zwaarbeproefden! Richte +Hij ook Ds. Roorda spoedig op, en geve Hij na lijden heerlijk verblijden +in Zijn grooten Naam! + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 8 October 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Zijt ge ons ver van 't oog, maar nabij voor 't hart, wij vertrouwen, dat +dit bij u te onzen opzichte precies hetzelfde is, en dat nader bericht +van ons u niet onwelkom zal zijn. + +Geven wij u eerst een korte beschrijving van de stad, waarin wij thans +vertoeven. + +Heidelberg is een der oudste steden van Duitschland, schilderachtig aan +de beide oevers van den Neckar gelegen, in een halven cirkel door hooge, +groene, soms blauwende bergen omgeven, voor een groot deel tegen de +hellingen dier bergen gebouwd, en 't behoort alzoo tot de schoone +steden, waaraan Duitschland zoo rijk is. + +Vroeger was 't de hoofdstad van de Paltz, was dit kleine land van eeuw +tot eeuw 't tooneel van oorlog en verwoesting. In den dertigjarigen +oorlog heeft Tilly de stad uitgemoord. Daarna gaf Lodewijk XIV op zijn +terugtocht uit Holland aan zijn wreeden veldheer Mérac bevel: »Verbrand +de Paltz!" Maar al te getrouw werd dit bevel uitgevoerd. Van geheel +Heidelberg bleef alléén één kerk en één huis over. Daarna weder +opgebouwd, werd 't ook in den revolutietijd weer geteisterd. + +Thans is Heidelberg met de Paltz bij 't groothertogdom Baden gevoegd. +Vooral in de laatste vijftien jaren is de stad sterk vooruitgegaan. +Vooral tegenwoordig is Heidelberg zeer gezocht door schilders en +kunstenaars, dichters en denkers. En Von Scheffel, de dichter van +Heidelberg, slingerde haar den lauwerkrans om de slapen: + + Oud Heidelberg, zoo fijn, + Gij stad, aan eere rijk, + Aan Neckar en aan Rijn, + Geen andere stad is u gelijk! + +In deze stad is ook de beroemde universiteit, die vooral 's zomers door +de studenten zeer gezocht wordt. De bekende Kuno Fischer onderwees hier +wijsbegeerte. En de voornaamste van allen is ongetwijfeld Excellenz +Geheimrat, Prof. v. Czerny, de stichter van 't Samariterhaus of het huis +der Samaritanen. Deze man is de eenvoud zelf, een geneesheer bij de +gratie Gods, een man, zooals ik mij Boerhaave zou denken. Een groot deel +van zijn aanzienlijk vermogen heeft hij gegeven voor zijn stichting. En +in deze stichting is nu ook gevestigd het instituut voor kankerlijders, +waaraan tal van groote geleerden zijn verbonden. + +Zooals ik u reeds schreef, komen van alle oorden der wereld de +ellendigen hier. Acht dagen achter elkander ben ik nu behandeld +geworden, en elken dag ziet men weer nieuwe gezichten. Gedurende deze +acht dagen ben ik behalve Zondag elken dag ingespoten met enzytol en om +den anderen dag gedurende twintig minuten belicht met Röntgen-stralen. +De inspuiting dient voor de vernieuwing van 't bloed, de bestraling voor +de dooding der ziektekiemen. + +De aanvankelijke resultaten zijn, den Heere zij dank, reeds merkbaar. +Van tevoren waren mijn tong en kaak stijf en was er vaak een +dichtzuiging in den mond, alsof zij mij dreigde den adem af te snijden. +Met zorg ging ik 's morgens den dag, met nog grooter zorg 's avonds den +nacht tegemoet, al verzweeg ik mijn vrees zorgvuldig om geen noodelooze +onrust te wekken. Thans is dit reeds anders geworden. Er komt meer +beweging in tong en kaak, en ik gevoel mij gemakkelijker. Natuurlijk is +onze vreugde over dezen aanvankelijken zegen een verheuging met beving, +al dankt al wat in ons is den Heere voor deze overrijke, onverdiende +gunst. Mijne ziekte was tot dusver echter zoo rijk aan kleine +verrassingen en groote teleurstellingen, dat wij ons in onze blijdschap +matigen. + +De kuur, die ik thans onderga, duurt drie of vier weken. Mij is +thans evenwel reeds bericht, dat ik van vijf tot acht December een +duurzame bestraling met radium zal ondergaan. Ik word dan dag en nacht +afgezonderd en altijd door bestraald. Dit zal dus de hoofdkuur zijn. Een +heele onderneming. Maar: »huid om huid, al wat een mensch heeft, zal hij +geven voor zijn leven!" Dit doe ik dan ook gaarne, in de stille hope op +den rijken zegen Gods. O, mocht de Heere mij nog eens oprichten! Mocht +ik dan blijvende en dubbele genade van Hem ontvangen! Hoe zou ik dan als +uit de dooden opgestaan. Zijn lof weder Zijn volk vertellen! Het is mij, +alsof ik Hiskia voor mij zie, en alsof ik hem dan na zal zeggen: »De +levende de levende, die zal U loven, gelijk ik heden doe; de vader zal +den kinderen Uwe waarheid bekendmaken!" Als een werkelijke vader hoop +ik dan in 't midden van mijn kinderen te Achteveld te staan, om hen te +wijzen op Hem, Die in Jezus onze Vader is, en Die vaderlijk kastijdt, +maar ook zoo vaderlijk zorgt. + +Zondag hebben we samen gekerkt in de kapel van 't Diaconessenhuis +alhier. We hoorden er een heerlijke preek van ds. Kammerer over Hebr. +10: 19-25. Hij sprak over den geopenden hemel, en waartoe deze roept. +Zijn woord was eenvoudig, vertroostend en zeer getrouw. Bij 't laatste +vers merkte hij op: hierbij zijn wij tegenwoordig in grooten nood. Hoe +kunnen wij zeggen: »houdt u aan de Kerk", wanneer de Kerk de leugen +brengt, 't anti-christendom predikt. Wie kan dit met een goed geweten +doen? Heel de dienst was zeer stichtelijk. Wanneer er gezongen werd, +of Gods Woord gelezen werd, ging heel de gemeente eerbiedig staan. +Ook de voorlezing van den tekst wordt door mannen en vrouwen staande +aangehoord. Heerlijk vond ik ook het gezang. De geestelijke liederen +werden vleugelen, waarop mijn ziel opsteeg tot den Heere. Vooral in 't +slotvers ging ik geheel en al op: + + »Herr unser Gott, dich loben wir, + Herr unser Gott, wir danken dir + Die Feier dieser Stunde. + O dir sei unsre Lebenszeit, + Die uns noch übrig is, geweiht + In einem ew'gen Bunde. + Hilf uns kampfen, + Bis zum Sterben, + Dasz als Erben + Zu den Höhen, + Einst wir siegend aufwärts gehen!" + +Dat wil zeggen: + + Heere onze God, U loven wij, + Heere onze God, wij danken U + De viering van dit uur. + O, U zij onze levenstijd, + Die ons nog rest, gewijd + Tot eeuwigblijvenden bond! + Help ons worst'len, + Tot aan 't sterven, + Opdat we als erven + Tot de hoogten + Overwinnend opwaarts stijgen! + +Door alles tezamen waren wij zóó gesterkt, dat wij Maandag den moed +namen, iets van de schoone stad te gaan zien. Wij werden begeleid door +een jeugdige, Christelijke weduwe, die zelve reeds veel ervaren heeft, +met wie wij hier kennis maakten, en die zich aanbood, ons, zoolang wij +hier zouden zijn, als gids te dienen. Onder haar geleide gingen wij naar +'t oude Heidelberger slot, waar ook eens Frederik III, de vrome, woonde, +en waarvan de muren en torens nog staan. Welk een schoonheid boven op +één der bergen! Welk een schoonheid, dat oude reuzen-kunstwerk, overal +met goudbruin klimop begroeid, en dan die heerlijke hangende tuinen! Het +was ons, alsof we een oogenblik in een tooverland waren. Vooral toen we +gebracht werden op een plek, van waar we 't gezicht hadden op de stad, +op den Neckar, op de bergen rondom, op de vlakte in de verte. We zagen +alles in de heerlijke herfstbelichting. Subtiele schoonheid! Ik herinner +mij niet ooit zoo iets fraais te hebben aanschouwd. Ik kan 't niet beter +weergeven dan in de woorden van den Heidelberger dichter Von Scheffel: + + »Der Himmel hat die Erde geküsset!" + De hemel heeft de aarde gekust! + +En hier woonde nu eenmaal Frederik III, de man, die den Catechismus +deed opstellen. In deze tuinen wandelde hij met Olevianus en Ursinus, +en spraken zij tezamen over den eenigen troost in leven en in sterven. +Onwillekeurig denkt men hierbij aan den man, die ook zulk een heerlijk +goed bewoonde. Zijn predikant zeide tot hem: »Mijnheer, dit zijn +de dingen, die ons aan de aarde binden!" »Neen, dominee", was zijn +antwoord, »ditmaal hebt ge 't mis, dit zijn de dingen, die ons naar den +hemel doen verlangen!" + +Moge dit ook met ons zóó zijn en blijven, geliefde gemeente! + +Laat 't beste dezer aarde ons steeds meer doen verlangen naar 't +Allerbeste! »Zalig zijn zij, die het heimwee hebben; zij komen eenmaal +thuis!" Velen ook uit uw midden zijn ons daarheen reeds voorgegaan. +Vroeg of laat zullen ook wij moeten volgen. Moge 't zijn in dit eeuwig +en zalig Tehuis, waar alle tranen worden afgewischt! + +Met vriendelijke groeten van ons beiden, + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 14 October 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Voorzooveel mij dit mogelijk zal zijn, voldoe ik gaarne aan 't verzoek, +dat tot mij kwam, met 't zenden mijner brieven aan de Kerkbode door te +gaan. + +Veel zou ik u nog kunnen schrijven over de merkwaardige stad, waar wij +thans vertoeven, en de heerlijke landstreek, waarvan zij het middelpunt +vormt. Ditmaal bepaal ik mij echter tot de Universiteit. + +De stad telt ongeveer 50000 inwoners, aan de Universiteit zijn in den +regel ongeveer 2200 studenten ingeschreven; het spreekt van zelf, dat +bij zoodanige verhouding de Universiteit de zon dezer stad is, helaas, +door de aan de hoogescholen heerschende zeden, ook haar moeras. + +De meest beroemde mannen zijn in den loop der eeuwen aan haar verbonden +geweest. + +Van de velen noem ik slechts de meest bekenden, de Godgeleerden: +Reuchlin, Coccejus, Hitzig, Umbreit, Ullmann, Rothe, de juristen: +Pufendorff, Bluntschli, Windscheid, de wijsgeeren: Hegel, Fischer, +Zeller. Namen, die aan alle Nederlandsche studenten overbekend zijn. + +Geen hoogeschool heeft ongetwijfeld zulk een veelbewogen geschiedenis +achter zich als deze. Zij heeft in sterke mate de toepassing ondervonden +van de heerschappij van 't territoriale stelsel, waarvan de grondregel +is: »Wie heer is van 't land, zet den Godsdienst naar zijn hand!" Was +de overheid Luthersch, dan was de universiteit 't ook; was zij +Gereformeerd, de hoogeschool evenzoo. + +Na den dood van Calvijn, onder Frederik III, was Heidelberg om haar +Gereformeerde universiteit het Genève van Duitschland. Spoedig daarop +kwam de hoogeschool door verandering van vorstenhuizen in handen der +Jezuïeten. De prachtige universitaire bibliotheek, die de kostbaarste +handschriften bevatte, werd zelfs naar Rome gevoerd. Tegenwoordig is +de regeering protestantsch-evangelisch-liberaal met een gemoedelijk +godsdienstig tintje, de universiteit is 't in hoofdzaak ook. + +Thans zijn in de theologische faculteit ruim 80, in de juridische +ruim 580, de medische ruim 550, de philosophische ruim 610 en de +natuurwetenschappelijke ruim 380 ingeschreven. Met de philosophische +staat dus de medische faculteit bovenaan. + +De laatste telt hier tal van klinieken, die nagenoeg alle huis aan huis, +soms paleis aan paleis, naast elkander liggen. Vandaar elken morgen die +treurige optocht van allerlei lijders, armen en rijken, geringen en +voornamen, sommigen in landauers, anderen op krukken of tusschen +bloedverwanten of vrienden gesteund, in éénzelfde straat. + +Toen wij ons de eerste maal als vreemdelingen, die hier hulp moesten +komen zoeken, onder deze ellendigen bevonden, was 't ons een oogenblik, +alsof wij door den grond zouden gaan. Spoedig stonden wij echter voor +het Instituut van Czerny. Daar lazen wij den naam: »Samariterhaus!" of +huis van Samaritanen. En ik kan u niet zeggen, welken troost wij beiden +uit dezen naam ontvingen. Alzoo dachten wij: Wat de professoren en +doctoren hier ook belijden, deze naam zegt ons, door welke gedachte zij +worden geleid, deze naam zegt ons, dat zij althans wetenschappelijk +en ambtelijk worden geinspireerd door den Geest van den medelijdenden +Hoogepriester, Die eenmaal de heerlijke gelijkenis van den barmhartigen +Samaritaan sprak. De Heere zond ons dezen naam als een lichtende ster op +ons zoo moeilijk en donker pad. + +Meer echter nog dan door den schoonen naam van dit huis zijn wij +vertroost geworden door de heerlijke mededeeling, dat in zoovele +gezinnen en gemeenten onze nood in 't gebed wordt gedacht. Juist wanneer +de ziel veel van den Heere geniet, heeft zij in donkeren weg de diepste +behoefte aan de sympathie van 't volk van God. Al is men dan in den +vreemde, men voelt zich lid van 't groote gezin van Gods Huis, waarin 't +eene lid met 't andere medelijdt. Voorbede is wel de heerlijkste uiting +van dit medeleven. O, wat is 't ons groot, dat wij waardig geacht +worden, door 't volk van God voor den Troon der genade te worden +gedacht! En die gebeden zullen verhoord worden! Des Heeren Naam is +Ontfermer, is Hoorder der gebeden, en zooals Zijn Naam is, is Zijn +Wezen. Hetzij ik gespaard worde, hetzij ik worde weggenomen, de Heere +zal het wèl maken. + +Heerlijke wetenschap! + +Schijnbaar, voor 't oog der wereld, voor 't vleeschelijk gevoel is mijn +lot tragisch. Met de grootste idealen ging ik 't leven in; maar nu eens +door eigen zonde en schuld, dan weer door zware Goddelijke beproeving, +zonk mijn schip in den regel vlak voor de haven. Het was, alsof de Heere +ook aan mij bevestigde, wat Hij tot Baruch sprak: »Wat Ik gebouwd heb, +breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit!" + +Toen ik de laatste maal op Achteveld was, waren de gebouwen der +stichting nagenoeg gereed, en was juist de vlag op mijn woning +geheschen, ten teeken dat ook deze onder de kap was. Maar ook nu scheen +'t weer te zullen worden: »En Mozes zag het land van verre!" + +Toch klaag ik allerminst, dan alleen over mijn zonde en schuld, maar +roem in het welbehagen Gods. Midden door mijne zonde en ellende loopt de +blinkende weg van Gods vrije en trouwhoudende genade. Juist door mijne +beproevingen bracht de Heere mij steeds nader tot Zich. Evenals bij de +Emmausgangers is de Heere met Zijn Genade en Geest bij mij tegenwoordig. +Ja in den zevenmaal heeter gestookten beproevingsoven doet de Heere Zijn +heerlijke aanwezigheid des te duidelijker merken. Daarom gloeit ook mijn +hart somwijlen van liefde voor het Vleeschgeworden Woord, dat Zijn +liefdewonderen tot onze verlossing wrocht, en mij het zegel van Zijn +Geest wilde schenken. + +Nu geniet ik, wat ik reeds van mijn kindsheid af heb begeerd. Zoo ver +mijn heugenis reikt, heeft de vraag mij beziggehouden: »Wat is er toch +achter deze zienlijke wereld?" Opgegroeid in een moderne omgeving, kreeg +ik voor den honger mijner ziel slechts steenen voor brood, zoodat ik +reeds als kind soms der wanhoop nabij was. Maar de Heere waakte. Door +Zijn voorzienig bestel op een Christelijke kostschool gekomen, maakte ik +daar kennis met Bunyan, en kreeg ik het eerste licht voor mijn ziel. +Student geworden, ging ik dan ook zoo spoedig mogelijk naar de Vrije +Universiteit, hopende, dat daar de kathedraal van het Christelijk denken +mij zou worden ontsloten. En mijn verwachting werd wel overtroffen, maar +niet teleurgesteld. + +Helaas, dat hart en geweten geen gelijken tred hielden met toenemend +Christelijk weten. Gelukkig, dat ik Romeinen VII leerde kennen. En de +Heere zette Zijn arbeid voort. Door des Heeren heiligende genade gaan +hart en geweten met Christelijk weten hand aan hand. En dit doet mij +soms met heimwee naar boven zien. »Want wij zien nu door een spiegel +in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot +aangezicht; nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook +ik gekend ben". + +Niettemin begeer ik ook vurig hier des Heeren werk nog te mogen doen. +Immers: »En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de meeste +van deze is de liefde". Ook op aarde zijn wij geen weezen. Het geloof +blijft, het geloof, dat zulk een vaste grond is der dingen, die men +hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. De hope blijft, de +liefelijke hope, die zich reeds van tevoren in de toekomende dingen +verblijdt. En de liefde blijft, de liefde, die de voorsmaak is van de +zaligheid en heerlijkheid des hemels. + +Die liefde doet mij innig wenschen, nog eens, als uit de dooden +opgestaan, velen ten zegen te mogen zijn. Daarom, geliefde gemeente, +ga voort met uw bidden, pleiten, smeeken, waarvoor ik u zeer dank! +Verblijde de Heere ons nog door Zijne groote daden. + +Op dit oogenblik is mijn toestand stationair, misschien in langzamen +vooruitgang. Voor 't eerst heb ik gisteren en vandaag andere dan +vloeibare spijzen kunnen gebruiken. Evenals de tuberculosebehandeling +schijnt echter ook deze zeer langzaam te gaan. Vele patiënten moeten +zelfs drie à vier maal terugkomen. Maar de uitkomsten zijn bij sommigen +dan ook verrassend. Verleden week zag ik een grijsaard, die juist van +den hoogleeraar terugkwam. Zijn hals was zóó gekerfd, alsof deze eenige +malen was afgesneden geweest. Zijn stem was nog heesch. Maar de wonden +waren geheel genezen. De hoogleeraar had hem juist voor geheel genezen +verklaard van zwaar kankerlijden. Met van vreugde stralende oogen kwam +hij aan de arm zijner dochter de wachtzaal binnen, met heesche stem +roepende: »genezen, genezen!" Natuurlijk feliciteerde ik hem zeer +hartelijk. Den volgenden dag ontmoette mijn vrouw hen op straat, terwijl +zij vol blijdschap naar den trein en huiswaarts togen. Zij hielden mijn +vrouw nog staande, spraken haar moed in en besloten: »Einen schönen +Grüsz für Ihren Mann!" Een hartelijken groet voor uw man! Dat wij +eenmaal deelgenooten ook voor deze vreugde mogen vinden! Verheerlijke +de Heere daartoe aan ons Zijne barmhartigheid! Moge Hij diezelfde +goedertierenheid ook bewijzen aan ds. Roorda! Verheuge de Heere ook u, +naar de mate Hij u nu beproeft! + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 21 October 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Zaterdag jl. werd ook hier onder begunstiging van het allermooiste weer +herdenking van den Volkerenslag bij Leipzig gevierd. + +'s Morgens hing er een dikke nevel; maar tegen tien uur trok de damp +voor de zonnestralen op. Heerlijk gezicht, de ontsluiering der bergen, +der villa's, blinkend in de zonnestralen van den Neckar, schitterend als +kristal! Het geheel was een openbaring van schoonheid, die ge een poos +met groote oogen aanziet, om haar als schilderstuk vast te nagelen in uw +geheugen, en later in sombere dagen als een heerlijk visioen in uw +geheugen terug te roepen. + +Natuurlijk had de hoofdviering van 't groote feest te Leipzig zelve +plaats. Daar was de keizer met de bondsvorsten om 't groote »Denkmal" te +onthullen. Geen wonder, dat men vooral hier zooveel werk maakt van de +viering van dit feest. In de velden van Leipzig is de hoeksteen gelegd +van Duitschlands latere grootheid. Een eeuw lang is daarop voortgebouwd, +en 't resultaat is thans te zien. Het eens verdeelde en vernederde +Duitsche volk heeft thans de eerste stem in den raad der volken. + +Wel zijn er donkere wolken. Duitschland is gevreesd, maar ook benijd en +gehaat, en 't volk leeft sterk onder den indruk van een komenden oorlog. +»Aber wenn der Krieg kommt", »maar wanneer de oorlog komt", is een +uitdrukking, die nogal eens gebezigd wordt. Ge spreekt met een moeder +over de toekomst van haar zoon. Hoog geeft zij op van haar gespannen +verwachting. Plotseling betrekt haar gelaat. »Aber wenn der Krieg +kommt," en met zorg staart haar blik op haar kind. + +In Heidelberg werd 't groote feest zeer kalm gevierd, en wij hebben er +uit den aard der zaak nagenoeg niets van gezien. + +Zondagmorgen zijn we ter kerk gegaan, niet in Heidelberg, maar in +Handschuhsheim, een dorp, dat ongeveer een kwartier van Heidelberg ligt, +en dat thans bij de stad is geannexeerd, maar nog geheel dorpsch is +ingericht. Het is een welvarende plaats van ongeveer 4000 inwoners, die +in den reformatietijd een rol van beteekenis speelde. De bevolking leeft +er van wijn- en ooftbouw. Jaarlijks worden er voor honderd duizend +gulden kersen verhandeld, en reeds in Mei komen kooplieden uit Hamburg +hier hunne opkoopen doen. Er is een zeer oude kerk, die vroeger, +gelijk men dat hier noemt, Simultankirche was, d.w.z. door Roomschen +en Protestanten tegelijk gebruikt werd, bijv. 's morgens door de +Protestanten en 's middags door de Roomschen, of omgekeerd. Thans is dit +oude kerkje aan de Roomschen gegeven, en de Evangelischen hebben een +nieuw kerkgebouw gekregen, een prachtwerk in gemoderniseerden Gothischen +stijl. + +Daarheen trokken wij Zondagmorgen op, en bij 't binnentreden kwamen we +al dadelijk in de rechte stemming. Welk een prachtkerk! Welk een schoone +ornamentiek! Vlak voor ons zagen we dadelijk 't koor, hemelsblauw met +groote gouden starren. Links en rechts prachtige friesen in kleuren als +van koperdruk. + +De kerk was geheel gevuld. Geen gepraat. Geen gefluister zelfs. Alles +was muisstil. Op onze teenen liepen we zoo ver mogelijk naar voren om +een goede plaats te krijgen; en daar zaten we spoedig heel gezellig +midden onder de wijnboeren en boerinnen, allen eenvoudige, maar +welgestelde en zeer intelligente menschen. + +Met een prachtig voorspel begon de dienst, en nu zong de gemeente de +Ambrosiaansche berijming van den 75en Psalm, 't »Wij loven U, o God!" +Een oogenblik wist ik niet, waar ik was. Geweldig en toch harmonisch, +machtig en doordringend klonk de zang, waarin de helden-baryton en de +vrouwen-sopraan elkander steunden. En de gedachte vloog mij door de +ziel: »Neen, een volk, dat zóó zingt, kan niet ondergaan". + +Middelerwijl had de Pastor zijn plaats ingenomen op 't podium vóór den +preekstoel. De gansche gemeente, die staande gezongen had, bleef staan. +Plechtig las hij haar voor Ps. 118: 14-29. Wanneer ge deze woorden +naleest, zult ge begrijpen, hoe deze voorlezing mij tot in 't diepst der +ziel aangreep. + +Na 't gebed beklom hij den kansel, en sprak uit 't lied van Mozes, +Exodus 15: 1-6. De grondgedachte van zijn prediking was: de oorlog is +een groote verwoester, de oorlog is ook een groote opvoeder. Hij is +een groote verwoester. Tot duren prijs heeft Duitschland zijn vrijheid +heroverd. Honderd zestig duizend lijken dekten aan den laatsten avond +van den veldslag den bodem. Maar hij is ook een groote opvoeder. Vóór +de Napoleontische verdrukking rekende men in Duitschland niet meer +met God. In den oorlog, vooral bij dezen veldslag werd het anders. +Vijfhonderd duizend mannen vielen elkander hier aan. Wie zal de +overwinning wegdragen? De evenaar schommelt in 't huisje. Aan het +einde van den slag moet de overwinnaar zeggen: »God heeft mij de zege +gegeven." Moet de overwonnene erkennen: »God heeft over mij gericht +geoefend!" + +Rijk is de zegen, dien ik wederom van deze prediking voor mijne ziel heb +weggedragen. Ik ben thans drie weken in behandeling, en 't einde van de +eerste kuur is gekomen. Een geweldige vijand, de doodsvijand huist in +mijn lichaam. Reeds triomfeert hij. Maar nu wordt hij elken dag opnieuw +aangevallen door nieuwe middelen, die de Almachtige heeft gegeven. Wie +zal de overwinning behalen? De overmachtige vijand? Of zijn krachtige +bestrijder? Dit hangt alleen af van 't welbehagen van den Heere Zebaôth. +Als Mozes in den slag tegen Amelek, hef ik dan ook tot Hem gedurig de +hand biddend op. En 't is mij tot zulk een rijken troost te mogen weten, +dat gij en zoowelen als Aäron en Hur mij steunt in dezen geweldigen +strijd. + +Wat 't resultaat van de behandeling is, kan ik uit den aard der zaak nu +nog niet mededeelen. Ik sta nog midden in den strijd. Morgen 22 October +hoop ik weer naar Amersfoort te gaan. 20 November moet ik dan terugkomen +naar Heidelberg en er tot 8 December blijven. Eerst dan kan een +voorloopig resultaat worden opgemaakt. Gaarne zou ik u gedurende de vier +weken, dat ik 't vaderland verlaten heb eens opzoeken, om zoovelen als +mogelijk is nog de hand te drukken. Maar mijn lichaam moet volstrekte +rust hebben. De behandeling, die ik onderging, moet na- en doorwerken, +en ik moet mij sterken voor de tweede kuur, die nog krachtiger aanpakt. + +Het is en blijft dus biddende wachttijd! + +Maar daarom dan ook zoo heerlijke wachttijd! + +Meer dan ooit leer ik thans de heerlijke deugden Gods kennen. Zijn +Almacht, die beide de krankheden en de geneesmiddelen schept. Zijn +wijsheid, die den mensch doet zoeken naar de middelen; maar dan ook op +dit gebied bevestigt: »Die zoekt, zal vinden!" O, wanneer ge hier in +deze laboratoria rondkijkt, staat ge verslagen over de wonderen der +schepping. Voorts de Goddelijke heiligheid, die de krankheden gebruikt +om te kastijden en te louteren. Maar ook Zijn rechtvaardigheid. De +Schrift spreekt van een »kauwen der tonge." + +Die vreeselijke uitdrukking, ik heb haar eenigemate leeren verstaan, +en 't is mij een diepe behoefte geworden: »Och mocht ik mij toch maar +recht diep verootmoedigen over mijne zonden, waardoor ik mij niet alleen +alle tijdelijke, maar ook alle eeuwige straffen heb waardig gemaakt!" +Maar ook zijne rijke, zijne heerlijke genade, die om de kruis- en +zoenverdiensten van Jezus volkomen vergeeft. En ook die liefelijke +Goddelijke barmhartigheid, waardoor Hij met ontferming bewogen is over +mijne ellende. O, wat heeft ook die Goddelijke barmhartigheid mij +vertroost! Toen ik een kind was, vleide ik wel 't hoofd tegen de +borst mijner moeder, als ik wat van haar begeerde, en o met wat goede +moederoogen zag ze mij dan aan! Maar wat is de moederliefde nog bij +de ontfermingen Gods? O, wat is 't heerlijk, zich in die Goddelijke +barmhartigheid en goedertierenheid in te wikkelen en te schreien: »Och +Heere, erbarm U over mijne ellende." + +'t Is zoo volkomen waar, wat een Duitsch versje zegt: + + Wer glaubt, der ist grosz und reich, + Er hat Gott und Himmelreich! + Wer glaubt, der ist klein und arm, + Und schreit nur: »Gott erbarm!" + +Dit is: + + Wie gelooft, die is groot en rijk, + Hij heeft God en hemelrijk! + Wie gelooft, die is klein en arm, + Hij roept slechts: »Dat de Heere Zich erbarm!" + +»Heere, erbarm U!" Geliefde gemeente, laat dat onze, ook uwe bede +blijven! Laat 't uw bede blijven voor uwen leeraar, die mede zoo zwaar +door des Heeren Hand is bezocht. Laat 't óók uwe bede blijven voor + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 30 October 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Na een goede kuur en een voorspoedige reis ben ik verleden week Woensdag +met mijn vrouw te Amersfoort aangekomen. We vonden thuis alles wel, en +ons hart vloeit thans over van dankbaarheid aan den Heere, Die ons in +moeilijke dagen zóó nabij is geweest; van dankbaarheid aan allen, die +met ons hebben medegeleefd, ons hebben verkwikt met hunne brieven, ons +hebben gedacht in hunne gebeden; van dankbaarheid ook aan degenen, die +mij in Heidelberg hebben behandeld. Welk een voortreffelijke geest +heerscht in dat Samariterhaus! De professoren en doctoren zijn er +vaders, zusters, moeders voor de patiënten armen en rijken, geringen +en voornamen worden er met dezelfde welwillendheid behandeld. De naam +»Samariterhaus" vertolkt volkomen wat dit huis is! + +Onze terugreis was weer even mooi als de heenreis. De wijnstokken en 't +geboomte op de bergen hadden hun schoonste najaarskleed aangetrokken. +Welk een tinteling van kleuren, waarin het goudbruin de boventoon +voerde! Welke spelingen van het licht! Deze October-maand is wel +inzonderheid de maand der schilders. + +Ook hier in Amersfoort is de natuur al weer even schoon. Alléén nu en +dan steekt de stormwind op, die de toppen der boomen geheel ontbladert, +en op de vleugelen van het windgeruisch en 't bladerengeritsel komt een +klaagzang: »Sic transit gloria mundi!" »Zoo gaat de heerlijkheid dezer +wereld voorbij!" + +Treffende prediking, die daarin ligt, en die door wijlen Van Oosterzee +in zijn bekende dichtregelen eens zoo aandoenlijk werd vertolkt: + + De dood heeft mij een brief geschreven, + Ik las hem op het dorrend blad, + Dat door den stormwind voortgedreven, + Op 't vensterglas heeft post gevat. + +Het is nu ongeveer een jaar geleden, dat ik deze dichtregelen 't eerst +las. Het was op mijn studeerkamer te Leiden. De stormwind joeg de +bladeren van de kastanjeboomen in mijn tuin tegen de glazen, en tikkend +vloog 't eene blad na 't andere er tegen op, alsof ze alle mijn aandacht +kwamen vragen. De woonden van dit vers sloegen aan. Een gansch nieuwe +gedachte vatte de teugels op in mijn zieleleven. Hoe zoet de gedachte +van den dood mij ook was, toch had ik steeds zijn dag verre gesteld. Ik +had mij een levensprogram gesteld, dat zou ik eerst rustig afwerken en +dan zou de Heere mij komen oproepen. Nu leerde ik verstaan, dat de Heere +ook mij plotseling uit het midden van mijn werk zou kunnen oproepen, +gelijk Hij reeds zoo velen had gedaan. Ik dacht aan Kruijswijk, den +krachtigen werker, die in weinige dagen midden uit een arbeidzaam leven +en uit het midden van een talrijk gezin werd weggerukt; aan een Oranje, +den hoogbegaafden prediker, die na een langdurige ziekte mede werd +weggenomen. Toen mij geopenbaard werd, wat mij scheelde, dacht ik dan +ook niet anders, of ook tot mij kwam nu de Goddelijke sprake als tot +Hiskia: »Geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven, en niet leven". +Hoeveel goeds mij ook van het Czerny'sche Instituut werd gezegd, ik kon +weinig denken, dat ik daar nog genezing zou vinden. Uit plichtsgevoel +ging ik er heen. Op de heenreis dacht ik in den trein telkens aan +Frederik III, Duitschlands keizer, die ongeveer op gelijken leeftijd +dezelfde kwaal kreeg. Slechts een klein gedeelte van 't rijk, waarover +hij den schepter voerde, zag ik. Doch hoe kort heeft hij slechts over 't +groote en krachtige rijk geregeerd. In 1888 stierf zijn vader, Keizer +Wilhelm I. Aller oogen waren gevestigd op den veelbelovenden nieuwen +keizer, wiens naam in 1870 in één adem met dien van een Von Moltke en +een Von Bismarck werd genoemd. Terstond openbaarde zich echter de kwaal. +Geregeerd heeft hij eigenlijk niet. Zijn regeering van twee maanden +was een tijd van zwaar lijden, en in korten tijd werd hij ten grave +gesleept. Indien bij één vorstelijk sterfbed, dan gold wel bij dit: »Sic +transit gloria mundi!" »Zoo gaat de heerlijkheid dezer wereld voorbij!" +Voor 's keizers ziekte was toen geen middel bekend. + +Maar zie, na dien tijd heeft de Heere in de wetenschap de ontdekking +der therapeutische Röntgenbehandeling gegeven, waardoor sommige +kankerziekten met vrucht worden bestreden. Zou de Heere ook mij daardoor +nog willen herstellen? Een oogenblik opende zich als in de verte een +deurtje, en blikte de hope mij even aan. In alle kerken in Nederland +werd gebeden, werd vurig gebeden. En zie, de God der wonderen en der +middelen heeft aanvankelijk rijken zegen geschonken. De nawerking en +doorwerking is thans boven verwachting goed. Mijn vrouw en ik kunnen +geen woorden vinden om den Heere voor dezen aanvankelijken wonderbaren +zegen te danken, waar de Heere aan kleinen schenkt, wat Hij vroeger aan +grooten heeft onthouden. + +Natuurlijk weet ik zeer goed, dat ook nu nog allerlei complicaties +kunnen intreden, en dan is 't in weinig dagen of maanden afgeloopen. +Maar ook dan geen nood! Mijn leven is in des Heeren Hand en daarin +volkomen veilig. Zijn Vaderhand voert mij dan in de heerlijkheid, +waarvan geen »sic transit gloria", »zoo gaat de heerlijkheid voorbij", +kan worden gezegd. + +Naar die heerlijkheid wijst mij ook wederom 't dorrend blad. Zie 't aan, +in zijn schoone goudbruine kleur! + +Al 't vergankelijke is gelijkenis van 't onvergankelijke. Het zienlijke +is niet blijvend, 't onzienlijke blijft eeuwig; maar daarom is 't +zienlijke niet waardeloos. Integendeel, al 't zienlijke heeft de roeping +om naar boven, naar de onzienlijke dingen te wijzen. Vooral van de +heerlijke dingen dezer aarde, van 't licht, van de kleuren, van de +bloemen, van de edelgesteenten gaat een sprake uit, die ons toeroept: +»Sursum corda!" »De harten naar boven!" Daar is het eeuwige licht! Daar +zijn de wuivende palmen! De straten van goud! De perelen poorten! De +blinkende kleuren! + +Nog eens, zie 't aan, 't afgevallen blad in zijn schoone goudbruine +kleur! + +Het goud is de kleur der glorie, der heerlijkheid, der hemelen. + +Het bruin is rood met zwart gemengd. Het rood, de kleur der liefde. Het +zwart, de kleur van den dood. Het bruin spreekt van een liefde tot den +dood. + +Het goudbruin wijst naar boven, naar de heerlijkheid, naar de eeuwige +liefde. En ditzelfde blad, dat ons de vergankelijkheid predikt, wijst +ons in zijn vergaan nog naar boven, naar de onvergankelijke +heerlijkheid en liefde in de onzienlijke wereld. + +O wat schoone symboliek is er toch in de schepping Gods! + +Daarvan heeft de Heere ook gebruik gemaakt bij de instelling des +Heiligen Avondmaals. + +Den eersten Zondag, dat wij hier waren, waren wij in de gelegenheid +daaraan deel te nemen, en niet gaarne laat ik dit voorbijgaan. Het +Heilig Avondmaal is mij altijd de liefste plek op aarde geweest. Dan zeg +ik altijd bij mij zelven: »Neen, Gods Woord liegt niet! Neen, Jezus +liegt niet!" Hij heeft alles volbracht. Hij heeft al de Schriften +vervuld. Hij heeft de volkomen zaligheid verworven. En tot teeken en +zegel daarvan schenkt Hij mij nu dit brood, als teeken en zegel van Zijn +verbroken vleesch; den drinkbeker, als teeken en zegel van Zijn vergoten +bloed. O, welke onderpanden van heerlijke liefde, van liefde tot in den +dood, van eeuwige liefde aan gansch onwaardigen. Neen, Gods Woord liegt +niet! Neen, Jezus liegt niet. En meer dan door een engelverschijning of +hemelstem word ik dan door deze eenvoudige teekenen gesterkt in mijn +Christelijk geloof, dat mij zulk een rijken troost doet genieten. + +O, waar zal ik beginnen, waar zal ik eindigen, om des Heeren lof groot +te maken? Ik zou den 116en psalm wel willen uitjubelen! + +Geliefde gemeente, geve ons de Heere, dat we in een dankstond nog eens +Zijn Naam samen mogen grootmaken! + +Wees daartoe den Heere bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 6 November 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Hoewel ik deze week weinig nieuws met betrekking tot mijn toestand te +schrijven heb, maak ik toch gaarne gebruik van de gelegenheid, die mij +de Kerkbode voortdurend verleent, omdat mij daardoor de gelegenheid +geboden wordt, Gods groote daden als in het midden der gemeente te +vertellen. + +Ik ben nu veertien dagen thuis, en als ik terugzie op hetgeen achter mij +is, is 't mij als een droom. Maar geen droom is, wat God in die dagen +wrocht. + +Laat ik 't u mogen verhalen. + +Ik begin daartoe met een woord van Paulus. De heilige apostel schrijft +Fil. 1: 23 en 24: »Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende +begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is +zeer verre het beste; maar in het vleesch te blijven is noodiger om +uwentwil". + +Ik heb deze gesteldheid van den apostel-pelgrim weleens vergeleken bij +die eener vrouw en moeder, wier man naar Amerika trok, maar die zelve +nog met haar kinderen in het vaderland is gebleven. Haar man schrijft +haar, dat zij over moet komen, maar haar kinderen voorloopig in +Nederland bij de familie moet achterlaten, opdat zij eerst een goede +Hollandsche opvoeding verkrijgen, voordat ook zij naar de nieuwe wereld +verhuizen. + +Denkt deze vrouw aan haar man, dan begeert zij vleugelen, om naar 't +verre land te snellen. Ziet zij evenwel op haar kinderen, dan voelt zij +zich nog aan den vaderlandschen bodem als vastgenageld. + +Zóó was 't ook met Paulus. Verhief hij zijn hart tot den Heere in den +hemel, dan begeerde hij niets liever dan den marteldood te sterven. Zag +hij op de gemeente, dan verlangde zijn ziel naar leven en vrijheid, om +haar het Evangelie te mogen verkondigen. En door des Heeren rijke en +vrije genade stemt ook mijne ziel hiermede ten volle overeen. + +Ik was dezen zomer dan ook zoo dankbaar, toen ik meende, dat ik langzaam +vooruitging, en spoedig mijn heerlijken arbeid zou mogen hervatten, +of liever eigenlijk eerst recht zou beginnen, hoe zoet mij steeds de +gedachte der ontbinding en eeuwige verlossing ook ware. Ik voelde wel, +dat ik ernstig krank was; ik leed, vooral 's nachts, soms onnoemelijke +pijnen. Maar ik meende, dat dit een crisis was, die ik moest doormaken, +en dat ik daarna geheel herstellen zou. Ik had mijn hoop op de +Röntgen-bestraling gebouwd, en dacht niet anders, of ik zou daardoor +als door een van den Heere geschonken middel weldra geheel genezen, +hoewel mijn eigenlijke kwaal gaandeweg erger werd. + +Dit duurde tot Donderdag 25 September. Dien dag vergeet ik nimmer! Ik +zou op dien datum naar Almelo gaan, om daar voor de Stichting te werken. +Vooraf ging ik echter even bij den dokter aan, die aan den hoogleeraar +om nader advies had geschreven, en dit had ontvangen. Op weg naar 't +station ging ik even bij den geneesheer aan, om dit advies te vernemen. + +Toen deelde mij de dokter kort en goed mede, dat volgens den professor +en hemzelven de Röntgen-bestraling zooals deze in ons land werd +toegediend, mij niets verder zou brengen, en dat er voor mij nog maar +één weg van ontkoming was: in 't Instituut van prof. Czerny te +Heidelberg. + +Daar stond ik. Het eenige middel, waarop ik mijn hope had gebouwd, was +mij ontnomen. Heidelberg leek mij onbereikbaar. In 't vaderland was ik +opgegeven. Het buitenland scheen voor mij gesloten. + +Toch heb ik geen oogenblik gewankeld, de Heere heeft mij steeds bij +al mijne beproevingen een groote genade geschonken. Ik heb steeds +in toepassing mogen brengen, wat een cadet op een militair examen +anwoordde. Hem werd gevraagd, wat hij doen zou, wanneer zijn regiment, +in 't front door de infanterie, in den rug door de artillerie, links en +rechts door de cavalerie werd aangevallen. Ik zou commandeeren, zoo +luidde zijn antwoord: »Mannen, knielt, bidt!" Ditzelfde zeide ik steeds +tot mijne ziel in elken grooten nood. De zwaarste rampen brachten mij +altijd als in de onmiddellijke gemeenschap Gods, omdat ik mij vasthield +aan Hem als ziende den Onzienlijke, en in de grootste smarten had ik dan +de hoogste vreugde. + +Zoo ging 't ook dezen dag. + +Een oogenblik overwoog ik, wat mij te doen stond, naar huis te gaan, of +door te gaan. Ik besloot mijn reis voort te zetten, en onderweg den +Heere aan te roepen, om dan straks meer gesterkt thuis te komen. + +Ge kunt u voorstellen, hoe ik op dien dag door de straten van Almelo +liep. Ik was als een schip zonder roer in den nood der baren, en gedurig +gingen mijne noodkreten op tot den Heere. + +Het was markt in Almelo, en zeer druk op straat. Ik was midden in de +drukte. Een oogenblik was 't mij nu, alsof de Heere een kring om mij +hem trok. Ik zag niemand meer. Door 't geloof wonend in mijn hart, +openbaarde de Heere Zich in mij door Zijnen Heiligen Geest om mij met +kracht te versterken. Het was mij, of Hij mij van binnen in mijn hart +teeder de hand drukte, en tot mij zeide: »Nu alles is afgesneden, nu zal +Ik voor u zorgen!" + +Ik kan niet beschrijven, hoe zalig, hoe veilig, hoe rustig ik mij nu +gevoelde. Op zulke oogenblikken is werkelijk van toepassing, wat Jean +Paul zoo schoon schreef: + +»Wie auch die Zeit vor dir vorüber fliege, die Gegenwart ist deine +Ewigkeit!" »Hoe de tijd voor u ook voorbij snelle, het is heden uwe +eeuwigheid, en dit verlaat u nooit!" + +Zulk een oogenblik, zulk een heden komt uit de eeuwigheid en geeft +eeuwigheids-gevoel in het hart. Het licht, dat dan in de ziel schijnt, +mag nu en dan door wolken worden verdonkerd, de zon blijft, de wolken +verdwijnen, die zon is een eeuwige zon. Welke zaligheid doorstroomde dan +ook in die oogenblikken mijne ziel! Wat voelde ik mij veilig en rustig +in de eeuwige armen van den Koning van 't heelal. + +Op 't zelfde oogenblik, dat de Heere mij aldus in Almelo sterkte, was de +dokter bij mijn vrouw, om haar de gansche verschrikkende werkelijkheid +te onthullen. Door den Heere kennelijk gesterkt, droeg zij dien slag als +een heldin. Ziedaar reeds de eerste bevestiging van wat de Heere +beloofde! + +Nadat ik in Almelo mijn zaken had afgedaan, ging ik naar huis, met de +bedoeling om mijn vrouw deelgenoot te maken van wat de dokter mij had +gezegd, en met haar verder te beramen, wat ons nu te doen stond. Ik had +reeds mijn plan gemaakt. Ik wil 't maar niet meedeelen. Het is niet +uitgevoerd, want de Heere had anders gezorgd. + +Thuis gekomen vermoedde ik weinig, dat al mijn huisgenooten reeds meer +wisten dan ik kon mededeelen. Mijn vrouw hoorde mij aan zonder te +ontstellen. Ik had niet veel tijd hierover na te denken. Binnen weinige +minuten kwam een vriend binnen, die mij mededeelde, dat ik naar +Heidelberg moest, en dat hij voor alles zorgen zou. Wat was geschied? +Eenige dagen tevoren had hij mij met den dokter ontmoet. De dokter +begreep, dat hij belang in mij stelde, ontbood hem buiten mijn weten ten +zijnent, en in weinige dagen werden door hen samen de voorbereidende +maatregelen voor mijn vertrek getroffen. Zaterdag 27 September werd ook +mij nu de werkelijkheid mijner ziekte medegedeeld. Maandag 29 September +zaten wij reeds in den trein naar Heidelberg. Wat in ons land niet +verkregen kon worden, is daar bereikt; het uitwendig kankergezwel is +nagenoeg geheel verdwenen. Alleen de tong zit aan de achterzijde nog met +zweertjes. De bedoeling van de tweede kuur is, om dan vooral de tong aan +te vatten. Ook voor die tweede reis is alles al weer bijeen, of nagenoeg +bijeen. Heeft de Heere nu woord gehouden, of niet? Heeft de Heere +gezorgd, of heeft Hij niet gezorgd? + +Geliefde gemeente, ik hoop met u nog eens te zingen: + + Zalig hij, die in dit leven + Jakobs God ter hulpe heeft; + Hij, die door den nood gedreven, + Zich tot Hem om troost begeeft, + Die zijn hoop in 't hachlijkst lot + Vestigt op den Heer, zijn God! + +Zoo is het! + +Wat hoop ik nu voor de toekomst? + +Ik heb tegenover den Heere geen enkel recht, en ik maak geen enkele +aanspraak op één seconde levens. Dit ligt in mijn oude natuur geheel +verbeurd. En wanneer de Heere mij heden nog wegnam, zou ik moeten +zeggen: »Heere, Gij hebt woord gehouden! Gij, die machtig zijt, om meer +dan overvloedig te doen, boven ons bidden en boven ons denken, Gij hebt +werkelijk boven bidden en denken aan mij welgedaan!" + +Toch heb ik in hetgeen de Heere beloofde en deed, een krachtigen +pleitgrond om bij Hem aan te houden, en te zeggen: »Heere, Gij zijt de +Getrouwe". + + Gedenk aan 't woord, gesproken tot uw knecht, + Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven: + Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd; + Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven; + Al 'tgeen uw mond aan mij had toegezegd + Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven. + +Bij Gods troon pleit ik ook om genezing. Maar ik doe dit met volkomen +onderwerping van mijn wil aan des Heeren wil, die alleen goed, wijs en +heilig is. + +Zoo blijf ik een volkomen troost genieten. + +En waarom ik u dit nu mededeel? + +Waarom anders dan om u aan te sporen, uw gansche lot in des Heeren +hand te bestellen. Niemand weet, wat hem boven 't hoofd hangt. Wie +zou voor een jaar gezegd hebben, dat dit dreigend kwaad boven mij zou +worden opgehangen? Maar wat ook gebeure, »die in de schuilplaats des +Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des +Almachtigen". Niemand behoeft bij den Heere verontschuldiging te maken, +dat ook hij komt. Niemand behoeft te vreezen, dat hij zal worden +afgewezen. Het hartelijkst welkom, de grootste rijkdom van genade is van +tevoren zeker. Moge dit schrijven u opwekken u voor ziel en lichaam, +voor tijd en eeuwigheid, in Gods hand te bestellen; ik zal er geen spijt +van hebben, dat ik wat geleden heb, en het is u dan tot eeuwig heil +geweest. + +Moge dit zoo zijn! + +Dit wenscht u hartelijk + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 12 November 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Hoewel 't eenigszins moeielijk gaat, zend ik U toch ook ditmaal mijn +brief. + +Mijn vertrek is acht dagen vervroegd, zoodat ik in plaats van de +volgende week reeds morgen D.V. naar Heidelberg ga. Dit geeft bijzondere +drukte. Toch neem ik er den tijd af U nog even te schrijven. + +Mijn vervroegd vertrek en de bloote mededeeling daarvan zouden allicht +eenige ongerustheid bij u kunnen verwekken. Daarvoor is echter geen +reden. Terwijl 't gezwel in den hals, dat de oorzaak der kwaal is, +nagenoeg geheel verdwijnt, is de dikte op de tong een weinig +teruggekomen. Volgens den geneesheer kan dit een onschuldige oorzaak +hebben. 't Kan echter ook zijn, dat de kwaal, die op de ééne plaats +verdwijnt, op een andere plek een voedingsbodem zoekt. In dit laatste +geval is 't noodig, dat zij ook daar zoo spoedig en zoo krachtig +mogelijk worde aangevat. De vervroeging der afreis is dus een maatregel +van groote voorzichtigheid. + +Tot 't vertrek gereed, zie ik met groote dankbaarheid terug op hetgeen +de Heere mij hier, ook in natuurlijk opzicht, geschonken heeft. Het +najaar vergoedt aan schoone dagen ruimschoots, wat de zomer onthield, +en vooral door een kranke, die de buitenlucht genieten mag, wordt dit +hoogelijk gewaardeerd. + +Wat ik genoten heb in de schoone plantsoenen alhier! Heele poozen kon +ik staan te turen voor reuzenboomen, die hier prijken, met hun geweldig +zwart-groene, of grijs-groene stammen, hun dun, teeder najaarsloover, +varieerend in tint, van licht-groen en goudgeel tot goudbruin. In de +grilligste vormen slingeren zich de zwarte takken dooreen. Als met +betraand oog giet de najaarszon haar glimmende straaltjes neder, die +spelen op 't vochtig blad. Ieder dier boomen is een wonderstuk van +schoonheid, een pracht-uitgave van de werken Gods. Menigmaal kwam +de gedachte bij mij op: wanneer er al dit moois is, en er denkende +menschelijke geest is, die dit schoon in zich opneemt, 't geniet, 't eet +en drinkt, dan moet er zijn de Eeuwige Geest, die dit alles formeerde, +de Kunstenaar en Bouwmeester van 't gansch heelal, die als Bouwmeester +bovenal ook Kunstenaar is! En uit het Woord van God jubelde mij dan +tegen wat de dichter van den 50en psalm zingt: + +»Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende". + +Neen in Sion staat geen altaar van den Onbekenden God. »God is bekend in +Juda". In den tempel, in het altaar, in den priesterdienst, in de rollen +der profeten, bovenal in de zending en overgave van Zijnen lieven Zoon +tot onze eeuwige verlossing verschijnt onze God blinkende; blinkende in +den glans en gloed zijner drievuldige heiligheid. + +Welk een onderscheid dan ook tusschen de openbaring Gods en hetgeen de +heidenen van hun goden fabelen. De goden der heidenen zijn +geidealiseerde menschen, die nochtans als de grootste deugnieten dezer +aarde elkander beliegen en bedriegen. + +Onze God is de Driemaalheilige. Heilig in Zijn woning; er komt niet +binnen, wat verontreinigt. Heiligheid is het sieraad van Zijn Sion op +aarde. Algeheele levenswijding en heiliging is de dure roeping van Zijn +volk op aarde. + +Dit verkondigt de Heere in dezen psalm aan Zijn gunstgenooten, die zijn +verbond maken met offeranden. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij niet +gelijk de heidensche goden als een bedelaar komt; want Zijns is de aarde +en haar volheid. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij van zijn gunstgenooten +bovenal de offerande van hun gansche leven vraagt. + +Daarom wijst Hij uit Zijn gemeenschap de goddeloozen, die Zijne woorden +achter hunnen rug werpen; degenen, die deelen met de dieven, die +deelgenooten der overspelers zijn, en lastering spreken tegen den zoon +hunner moeder. Niet zonder reden noemt de Heere juist dezen bij name: +geldmakerij, overspel, en bevechten van elkander met het zwaard van den +laster zijn steeds de hoofdzonden in tijden van verval. Alle deze +zondaren dreigt de Heere met het vuur van zijn toorn. Alleen dengenen, +die hun weg wel aanstellen, zal de Heere Zijn heil doen zien. + + * * * * * + +En waar moeten dan blijven, die hun weg niet wel hebben aangesteld? Die +met de dieven deelden, deelgenooten werden van de overspelers, tegen hun +broeders lasterden, of wellicht nog erger deden? + +Op deze vraag geeft het antwoord de volgende psalm, de 51ste psalm, +de bekende hemelladder, waarmede reeds menigeen uit diepen val werd +opgericht, de psalm van 't verbroken hart; de psalm, waarin David +betuigt: »De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en +verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten!" + +Een gebroken hart! + +Maar welke beteekenis kan dit hebben in de oogen Gods? + +Welke waarde heeft iets, dat gebroken is! + +Ge hebt een kostbare vaas. Ze breekt in duizend stukken. Weg is uw vaas; +weg is al haar waarde. Wat beteekent de kostbaarste vaas bij 't meest +gewone menschenhart? En welke waarde kan 't gebroken menschenhart hebben +in de oogen des Heeren? + +Welke waarde? + +Vraag dit aan de heilige engelen, die hun harpen stemmen wanneer zij +zien, dat dit groote werk des Heiligen Geestes, dit wonderwerk der +verbreking des harten, aan een arm zondaar wordt gewrocht! Of liever +nog, vraag dit aan een David, een Manasse, een Petrus, een Paulus, hoe +zalig zij 't hebben ervaren, dat de Heere woont nabij de gebrokenen +van hart en de verslagenen van geest! Vooral Paulus is in dezen een +merkwaardig voorbeeld. Na zijn bekeering heeft hij door genade steeds +zijn weg aangesteld. Hoe bitter klaagt hij nochtans in Romeinen Zeven +over de kracht der inwonende zonde! Romeinen Zeven is de 51ste psalm van +Paulus! + +Hoort hem daarin ten slotte klagen: »Ik ellendig mensch, wie zal mij +verlossen uit het lichaam dezes doods?" + +Beter dan ooit kan ik thans deze beeldspraak van Paulus verstaan. +Iemand, die dit niet ondervindt, weet niet wat 't zegt: overigens zich +gezond te gevoelen, maar dan gevangen te zitten in de omklemming eener +doodelijke krankheid, die U op den grond werpt, en met grimmig gelaat 't +mes dreigend boven u zwaait! O 't is een vreeselijke krankheid waaraan +ik lijd, en waarvan alleen de naam reeds doet sidderen! + +En toch wat beteekent deze schrikkelijke lichamelijke bezoeking nog +bij het zedelijk kwaad der zonde? De zonde is 't vreeselijke zwarte +hoofdstuk der menschelijke historie. Alle ellende van ouders, kinderen, +gezinnen, geslachten, volken, alle vreeselijkst denkbare krankheden +behooren tot dit zwarte hoofdstuk. Tot dit hoofdstuk behoort ook het +lijden van 't arme kind van God, dat naar de gemeenschap met den +Driemaalheilige dorst, maar in die gemeenschapsoefening telkens +belemmerd wordt door de schrikkelijke macht der inwonende zonde, en die +luide klaagt: »Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam +dezes doods?" + +Zalig, driewerf zalig, wie, in welke ellende ook, alzoo meer over de +zonde dan over de ellende, die 't vruchtgevolg der zonde is, leert +klagen! Want hoort het, naarmate Paulus dieper klaagt, roemt hij luider: +»Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere!" + +»Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende"; +blinkende in de heiligheid van 't verlossingswerk, dat Hij in Christus +wrocht. Want alzoo heilig is Gods toorn tegen de zonde, dat Hij haar, +liever dan dat Hij haar ongestraft liet blijven, gestraft heeft aan +Zijn Eeniggeboren Zoon. Maar daarom is dit verlossingswerk dan ook een +volkomen werk. Is aan onze zijde altijd alles verloren, aan Jezus' zijde +is voor den grootsten der zondaren altijd alles behouden. Zijn bloed +reinigt van alle zonden. Hij heiligt door Zijn Geest, zoodat wij in +beginsel over de kracht der inwonende zonde triomfeeren. Hij legt de +roemtaal op de lippen: »Zou is er dan geen verdoemenis voor degenen die +in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar naar +den Geest." + +Ja, wilt ge de waarde zien van 't gebroken hart, vergelijk dan Romeinen +8 met Romeinen 7. Is Romeinen 7 de 51e Psalm, Romeinen 8 is het Hooglied +van 't Nieuwe Testament, gezongen door denzelfden man, die in Romeinen +7 uit zijn gebroken hart klaagt over de kracht zijner inwonende +verdorvenheid. In Romeinen 8 roemt hij in de hoogste en verhevenste +goederen des Nieuwen Testaments, in de leiding, in het getuigenis, in de +voorbede des Heiligen Geestes. Hij verheugt er zich in, dat allen, die +God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede. Hij, die zichzelven +het meest beschuldigt, daagt al zijn beschuldigers uit, en zegt: »Wie +zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?" Hij besluit +met de jubelende tonen: »Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch +leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, +noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch eenig ander +schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in +Christus Jezus, onzen Heere". + +Geliefde gemeente, terwijl ik dit schrijf, is 't mijne bede dan ook, dat +de Heere mij bij mijn nieuwe reis dien grooten schat van 't verbroken +hart, dat meer over de zonde dan over de ellende klaagt, slechts +medegeve. Hoe 't dan ook ga, dan gaat 't altijd goed. Dit is 't wat ik +een iegelijk uwer ook van harte toebid. + +De Franschman Bordeaux schreef een boek, dat den titel voert: »la peur +de vivre", »de vrees om te leven". In een inleiding op dit boek verwijt +Réné Doumic aan het Fransche volk, dat zij alleen zichzelven zoeken. +Van ondernemingsgeest, van offervaardigheid voor anderen is bij velen +geen sprake meer. De meesten jagen enkel naar geld. De wellusten +worden onbeschaamd gediend. De een trapt den ander om zelf te stijgen. +Zij hebben 't hoogste woord, wanneer alles voor den wind gaat. Maar +wanneer de rampen komen, zitten zij is een hoekje te sidderen en te +vloeken. Ze hebben een vrees voor het werkelijke leven, met al zijn +verantwoordelijkheid, met al zijn eischen. Zij hebben alléén de zonde +lief, en beven voor alle ellende. Begint deze maar even te drukken, dan +werpen velen zulk een leven als geheel waardeloos in den zelfmoord weg. + +Hoe vreeselijk is de dienst der zonde! + +Geliefden, dat we haar mogen haten, vlieden, mijden! Dat we met al onze +zonden steeds aan de voeten van Jezus komen! Dat we de reiniging zoeken +van alle besmetting des vleesches en des geestes door Zijn bloed en door +Zijn Geest! Dan smaken we de rechte zoetheid van het werkelijke leven, +zelfs temidden van alle uitwendige ellende, hoe zwaar deze ook drukken +moge, en zingt onze ziel als de nachtegaal haar schoonste lied in den +donkersten nacht. + +Hiermede wil ik thans besluiten, ons beiden wederom aan uwe voorbede +aanbevelend. + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 19 November 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Donderdag 13 November zijn we dan weer naar Heidelberg vertrokken. Ds. +en Mevr. Teerink deden ons weer uitgeleide aan 't station. Het weer was +zeer onstuimig. Grauwe, regenzwangere wolken zwierden langs het zwerk, +en zagen dreigend op ons neer. + +Was 't buiten somber, van binnen scheen de zon van Gods vriendelijke +gunst. Ik had den nacht rustig geslapen, en terstond bij 't ontwaken +verkwikte de Heere me door allerlei troostwoorden: »Ik ben 't, die +met de verdrukking de uitkomst geef"; »Roep mij aan in den dag der +benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eeren"; »Zij +zullen met vreugde uittrekken, en met vrede voortgeleid worden". +Hoewel 't mijn stelregel niet is, wanneer mij dergelijke troostwoorden +invallen, deze dadelijk als bijzondere beloften te beschouwen, zoo kan +ik toch niet nalaten te eten, wanneer de Heere aldus de tafel voor mijn +aangezicht komt toerichten. Ik gevoelde mij dus verkwikt en versterkt, +en we gingen wederom met goeden moed op reis. + +Na een rit van ongeveer vier uren, bereikten we eindelijk Keulen, en +stapten we weer in den trein naar Mannheim. Spoedig waren we nu weer +aan den heerlijken Rijnoever, waar de trein ruim drie uren achtereen +tusschen hooge bergen doorstoomt. + +Ik had mij voorgesteld, nu eens een natuurverschijnsel te zien, waarvan +ik vroeger wel de beschrijving had gelezen: dat ravenzwarte wolken in +wilde vaart over de bergen vegen. Het weer was echter intusschen +opgeklaard, de lucht was lichtblauw, en witte wolken stonden als drommen +aan den hemel. + +Na een voorspoedige reis kwamen we 's avonds half-acht welgemoed in +Heidelberg aan. Den volgenden morgen werd ik dadelijk onderzocht door +de beide professoren Czerny en Werner. O, wat was 't me weer goed weer +bij deze beide mannen te zijn! Beide mannen zijn ware priesters der +wetenschap, rechte geneesheeren bij de gratie Gods, gedreven door de +heilige aandrift om menschen van den dood te redden. Exc. prof. Czerny +is daarbij niet alleen een priester, maar evenals Pasteur te Parijs, en +Kort te Berlijn, ook een vorst. Uit binnen- en buitenland vloeide hem in +korten tijd één millioen Mark toe, om 't Samariterhaus, 't huis van +barmhartigheid, te grondvesten, waarin allerlei ellendigen behandeld +worden. + +Prof. Werner is een man met Duitsch-militaire houding, snelle +bewegingen, aangename manieren, sympathieke oogen, een stem van muziek, +en daarbij de vriendelijkheid en goedheid zelve. Met de grootste zorg +heeft hij mij de vorige maal nagegaan, en ook nu weer werd ik met de +grootste nauwkeurigheid onderzocht. Dit onderzoek scheen de beide heeren +nogal tot tevredenheid te stemmen. Volgens prof. Werner ben ik een van +de ernstigste patiënten, maar ben ik ook zoo sterk vooruitgegaan, dat er +thans goede hope is. + +O, wat is de Heere goed! Hoe krachtig heeft Hij tot hiertoe Zijne +heerlijke trouw aan mij bevestigd! Hij heeft mij daardoor in staat +gesteld, ook anderen te troosten. + +Toen wij voor de eerste maal weer in de wachtkamer kwamen, troffen wij +daar ook Hollanders aan. Spoedig waren wij met elkander in kennis. Drie +hunner waren naar Heidelberg gegaan, omdat zij in de bladen van mijn +behandeling alhier gelezen hadden. Weldra bezochten wij hen dan ook, om +hun een woord van troost toe te spreken. + +Bij chirurgische behandeling heeft men spoedig een resultaat, hetzij dan +ten goede of ten kwade. Bij de geneeskundige behandeling, die hier in +den regel wordt gevolgd, is dit anders. De inspuitingen met enzytol en +de Röntgen-bestralingen pakken 't lichaam wel sterk aan; maar men weet +niet, wat in 't lichaam zelf plaats heeft. Nu voelt men zich zus, dan +weer zoo, en moet geduldig afwachten. Dit maakt vooral in den beginne +wel eens ongeduldig en moedeloos. Men wil zoo gaarne dadelijk een +resultaat, en liefst een verrassend resultaat zien, terwijl dit +eerst later komt. Ik kon hen hierop uit mijn ervaring wijzen, en hen +aansporen, 't oog naar boven te slaan, en de hulpe te verwachten van den +God der middelen en der wonderen. Op deze wijze kan ik dus ook hier mijn +arbeid voortzetten. + +Zondagmorgen gingen we weer ter kerk in de prachtige Friedenskirche +te Handschuhsheim. Het was dien dag juist oogst- en dankfeest. De +uitwendige symbolen daarvan waren op echt Duitsche wijze met kwistige +hand in de kerk aangebracht. Preekstoel en koor waren met klimop en +wijnranken bewonden. In 't koor prijkten op een groote tafel +kristallijnen schalen met zilveren voeten, deze schalen waren hoogop +met blinkende appelen gevuld. Ik heb begrepen, dat deze na den dienst +aan de kinderen werden uitgedeeld. Het kleine grut kwam althans terstond +na afloop van den dienst in grooten getale de kerk binnen. + +De predikant koos als tekst zijner rede, Psalm 118: 15-18. Krachtig +wekte hij de gemeente op bij de resultaten van den oogst naar boven te +zien op Hem, van Wien alle dingen afhankelijk zijn. Vooral de wijn- en +ooftbouw schijnen dit jaar vele teleurstellingen te hebben gehad. Dit +gaf den leeraar aanleiding om de paradox uit te spreken, dat wij vooral +in slechte jaren den Heere niet 't minste moeten danken. Hij bewees deze +schijnstrijdige stelling met de juiste opmerking, dat wij eerst in dagen +van krankheid de gezondheid recht leeren waardeeren, en alzoo ook in +jaren van teleurstelling niet alleen voor de tegenwoordige, maar ook +voor de vroegere zegeningen Gods den Heere recht leeren danken. +Bovendien, op een dankdag behoeven wij niet alleen te danken, maar mogen +wij ook bidden tot Hem, die sprak: »De Heere is nabij allen, die Hem +aanroepen, die Hem aanroepen in der waarheid." Laten we 't doen in 't +besef, dat wij alles hebben verbeurd. Laten wij 't doen in waar geloof. +In der waarheid. + +Deze heerlijke preek geeft mij wederom stof tot veel denken. + +Wanneer ik hetgeen ik heb verdiend vergelijk met hetgeen de Heere mij +thans oplegt, och, wat heb ik dan nog stof tot danken. Tot danken aan +Hem, van Wien de dichter van den 103en psalm jubelt, en van Wien mijne +ziel 't meejubelt: »Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons +niet naar onze ongerechtigheden." + +Ik maak een tweede vergelijking, en weeg, wat ik door mijne zonde heb +verdiend, af tegenover den rijkdom van weldaden, waarmede de Heere mij +vooral in deze dagen omringt. Dan gaat 't mij wederom als den dichter +van den 103en psalm. De zegeningen Gods worden als een heerlijke tempel +voor mij, en in 't midden daarvan roep ik als een beweldadigde tollenaar +uit: »Loof den Heere, mijne ziel! en al wat binnen in mij is, Zijnen +heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet geen van Zijne +weldaden". + +Ik maak een derde vergelijking. Ik denk aan 't geen ik mij door mijne +zonden heb waardig gemaakt, en vestig dan 't oog op 't lijden van den +Heiland, die onschuldig zoo nameloos veel leed voor schuldigen, om +voor dezen een eeuwig behoud te verwerven. Ik lees tegenwoordig bijna +dagelijks in 't schoone hoekje van Thomas à Kempis: »Meditatiën over +het leven van Christus." Welk een beschaming, maar ook welk een troost +ontvangt mijn ziel dan vooral uit de overdenking van Jezus' heilig +lijden en sterven! + +Ik maak nog een vergelijking, en plaats datgene, wat ik door mijn zonde +heb verdiend tegenover datgene wat de Heiland voor mij heeft verworven. +En dan roep ik als de dichter van den 103en psalm hemel en aarde op tot +een machtig koorgezang, om den Heere te loven, en zeg daarbij tot mijne +ziel: »En gij, mijn ziel, looft gij Hem bovenal!" + +Maar dit volmaakt danken zal eerst in de eeuwigheid zijn. O heerlijke +eeuwigheid! Gij verzacht alle lijden dezer aarde, dat als een druppel in +een oceaan verzinkt! + +Beproefden, laat ons maar veel deze vergelijkingen maken, en wij leeren +God in alles danken. In alles, zelfs in de zwaarste beproevingen! + +Laat ik u ten slotte nog een aangename ontmoeting mededeelen, die we +hier hadden. Op de tafel in de wachtkamer zag ik een blaadje liggen, +dat den titel voerde: »Lebensfragen beantwortet für moderne Menschen." +»Levensvragen, voor moderne menschen beantwoord." + +Twee onderwerpen werden daarin behandeld: »Wereldbeschouwing en +zedelijkheid," en »Hoe iemand van zijn angst verlost wordt." Een +uitnemend geschreven blaadje, dat als model kan dienen voor allen, die +onder de hoogere standen willen evangeliseeren. In een andere wachtkamer +vond ik een traktaatje, nog inniger geschreven. In korte stukjes werden +daarin de volgende onderwerpen besproken: Waarom moet ik lijden? Uwe +droefenissen en moeilijkheden. Een slapelooze nacht. Hoe verhoort God +onze gebeden? Hiernamaals! Een probaat middel. + +Het eene stukje is nog al stichtelijker dan 't andere, en alle tezamen +vertroosten mij zeer. Natuurlijk dacht ik dadelijk: Ik moet zien, welke +hand deze daar heeft gelegd. Spoedig was zij ondekt: een dame uit +Barmen, een allervriendelijkste verschijning, een lijderes, met de +vreugde der Christelijke hope in 't zielvol oog. Dadelijk stelden we +ons aan haar voor, en dankten haar voor haar arbeid. »Ach, was haar +antwoord, 't geeft zoo weinig!" Ik was blijde haar terstond 't tegendeel +te kunnen verzekeren, en haar te zeggen, hoe haar traktaatje mij +verkwikt had. Ik voegde er bij, dat ik een stukje vertalen zou, en naar +Holland zenden. »Wie weet, hoe velen in Holland er door vertroost zullen +worden. Zoo brengt uw arbeid menigmaal zegen, zonder dat u 't zelve +merkt." + +Het spreekt vanzelf, dat mijn vrouw en ik dadelijk dikke vrienden met +haar werden. + +Ik vervul thans mijn belofte, en vertaal ten slotte 't kleinste stukje, +opdat mijn brief niet te groot worde. + +»Hoe verhoort God onze gebeden?" + +»Het is den Heere om onze bevestiging en opvoeding te doen en niet in +de eerste plaats om het effenen der wegen, om het drogen der tranen. +Merken we dit toch goed op, wanneer we in nood bidden: »Heere help ons, +wij vergaan!" Laten wij nooit meenen, dat Hij ons alleen dan verhoord, +wanneer Hij op eenmaal de smarten wegneemt en effen baan maakt. De +Heere kan ook alzoo en beter verhooren, wanneer Hij ons kracht geeft +tot dragen, en wij in den smeltoven gelouterd, voor Zijn dienst meer +geschikt gemaakt, meer naar Christus' beeld hervormd en voor de eeuwige +heerlijkheid rijper gemaakt worden." + +Moge werkelijkheid worden, wat ik zei, en ook dit nog velen ten zegen +zijn. + +Ons wederom in uwe gebeden aanbevelend, blijf ik + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 25 November 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Vanaf 16 November ben ik tot op heden elken dag geregeld behandeld, +behalve Zaterdag 22 November. Op dien dag was 't de Diës der +Universiteit, en ieder Leidenaar weet, wat dit voor een academiestad +beteekent. + +Aan den avond van dien dag maakte ik een kleine wandeling naar +Handschuhsheim, dat mij langzamerhand lief is geworden, niet alleen om +zijn schilderachtige ligging maar ook om zijn voortreffelijk kerkelijk +leven. Handschuhsheim is de Sionsburcht van Heidelberg. + +Het was een prachtige stille avond. Het gewoel van Oud-Heidelberg lag +ver achter mij. Ik was de eenige wandelaar op de Landstrasse. Rechts +hief de bergketen haar ruige, bultige ruggen omhoog. Links strekte het +Neckardal zich uit. Rondom mij flonkerden de gloeilichtjes als sterren +op aarde. Een oogenblik later begon de klok van Handschuhsheim haar +volle, statige tonen door de bergen en over de vlakte te beieren. Het +zou den volgenden dag nationale boete- en bededag zijn. Deze werd nu +ingeluid. + +Toen overviel mij een heimwee naar den ouden tijd, naar den tijd van +Frederik III, van Ursinus en Olevianus, naar den tijd, toen het +waarachtig Christendom in het publieke leven den boventoon voerde. Ik +had juist de woorden gelezen, die Minister Pleijte in onze Tweede Kamer +over de verhouding van den Javaan tot den Islam gesproken had. »Voor +den Javaan is de Islam niet alleen zijn Godsdienst, maar zijn alles!" +Ik dacht toen dadelijk: »Maar is onze verhouding tot het Christendom +een andere?" Neen, de liberalen hebben 't nooit begrepen. Maar met +meer recht dan de Islam voor den Javaan, is het Christendom voor ons +Christenen meer dan een Godsdienst, het is ons alles. Dat was 't voor +een Frederik III en zijn trouwe geestelijke lijfstaffieren. Dit was het +voor de helden, die toen in Nederland in den strijd om 't behoud van het +ware Christendom alles voor alles gaven. Welk een kostelijke tijd, toen +zulke mannen in het publieke leven den toon aangaven! + +Helaas, 't werd spoedig anders. Het talent, het genie, de wetenschap, +de kunst werden de goden der eeuw, de cultuur en nog eens de cultuur +werd de Godsdienst van den tijd, uitwendige beschaving ging verre boven +wedergeboorte en bekeering. Pelagius werd wederom de leeraar der volken. +Luther, Calvijn, Augustinus, in naam geëerd, werden in de werkelijkheid +afgedankt. En thans is 't zoover gekomen, dat de ware religie in 't +leven als een onnutte dienstmaagd ter deure is uitgewezen. + +Oogenschijnlijk is dit geen verlies. Sinds de mensch den hemel uit 't +oog verloor, begon hij zich immers meer aan de aarde te wijden. En met +welke resultaten? Met recht spreekt men van de wonderen der techniek. +Steden en dorpen breiden zich uit, en worden steeds fraaier. +Achterhoeken zijn er niet meer. Alles krijgt op de een of andere wijze +aansluiting aan 't wereldverkeer. Aan ieder wordt langzamerhand een +plaats ingeruimd aan den welgevulden disch der culturen. + +Vooral in een stad als Heidelberg valt voor den mensch der wereld +zooveel te genieten. Concerten, schouwspelen, lezingen van +ongeloofsapostelen, 't is elken avond wat anders, en soms van alles +tegelijk. + +Maar in dit schijnbaar schoone levensconcert klinkt één schrikkelijke +wanklank, en dit is de dood! Op de kermis der ijdelheid schrijdt één +boetprediker voort, dien niemand kan keeren: de dood! En ook hij kondigt +in statige, volle tonen zijn komst den menschen aan: in het klokgelui +der zware krankheid.... + +Ik keerde van mijn wandeling naar huis, en ging voor 't open venster +staan om naar de zilveren tonen der boeteklok te luisteren, en ik dacht, +hoe 't mij nu zou zijn, wanneer ik den Heiland niet kende als mijn +Eén en mijn Al. Nu ben ik in al mijn lijden overgelukkig. Hij heeft +reeds vroeger de boeteklok in mijn ziel doen klinken. Hij heeft Zijn +Middelaarsliefde aan mij geopenbaard, Hij heeft mij laten zien, waarom +ik moet lijden. + +Waarom ik moet lijden? O, laat ik 't u zeggen met de dichterlijke +woorden van Carolina Rhiem, die ik afschrijf uit het traktaatje, waarvan +ik reeds een vorig maal melding maakte. + + »Wat hebt Gij mij te zeggen, + Mijn Meester daar omhoog?" + Zoo wil ik weder vragen + Tot ik Uw heil versta. + Waarom hebt Gij gestuit + Opnieuw nu mijnen loop? + O, zeg mij toch het antwoord, + Ik wachte stil daarop. + + Mijn kind, Ik moest u leiden + Hierheen in deez' woestijn, + Om met u te spreken + Op deze stille plaats. + In al 't verwarde drijven + Der onrust om u heen, + Daar kondet gij mijn stemme + Niet hooren, neen o neen! + + Gij waart in gevaren, + Die gij niet hebt vermoed, + En hoordet niet mijn roepen, + Dat zacht u heeft gemaand. + Zoo moest Ik »halt" gebieden, + En nu door deze smart + Uit het gewoel u trekken + Heel na aan mijn hart. + + Nu zie Mij eens in d'oogen + En ga niet weder weg. + Geloof nu Mijne liefde + En hoor naar Mijn Woord! + Buig u nu geduldig + Ook onder Mijne tucht, + Opdat Ik u kan reiken + Des Geestes zoete vrucht! + + * * * + + Nu heb ik U verstaan, + Mijn Meester en mijn Vriend, + En wil verheugd U danken + Dat Gij zoo trouw 't meendet. + Nu wil ik in de stilte + Bij U ter schole gaan + En U in Uwe schoonheid, + Mijn Koning, gadeslaan! + +O ja, mijn beproeving is een ware woestijn voor mij. Maar de woestijn, +de plaats der eenzaamheid en des doods, is ook de plaats, waar de +hemel zich helder boven ons hoofd welft, waar we met den Heere en met +onszelven alléén zijn, waar 't oog naar boven en naar binnen geslagen +wordt. De woestijn is de tempel, waar de tollenaar zijn bede opzendt +tot zijn God, waar de Heere Zich in al Zijn lieflijkheid aan de ziel +openbaart, waar Hij de hope in de ziele verlevendigt op 't hemelsche +Kanaän, waar niemand zegt: »ik ben krank!" O, heerlijke woestijn, waar +de Heere alzoo de wolk- en vuurkolom zijner bijzondere tegenwoordigheid +uitbreidt over de ziel. Ik ben overgelukkig, en ook uit mijn hart klinkt +de lofzang tot dien Heere: »Gij hebt mij meer vreugde in mijn hart +gegeven dan ten tijde wanneer hunlieder koren en most vermenigvuldigd +zijn!" + +Met groote blijdschap gingen we dan ook Zondagmorgen naar 't bedehuis. + +Ditmaal gingen we weer naar de kapel van het Diaconessenhuis, waar de +bekende pastor Samuel Keller uit Freiburg zou preeken. Hij is hier +gekomen om evangelische voordrachten te houden. Zondagsavonds zou +hij spreken over »die Heimkehr Gottes," Maandag over »den omgang met +mijzelven," Dinsdag over »vrije liefde en werkelijk huwelijk," Woensdag +over »moderne oplossingen van het sexueele vraagstuk," Donderdag »over +den inzet der ziel," en Vrijdagavond »over de toekomst van het +Christendom." Daarbij houdt hij echter elken dag een bijbellezing, en +preekt Zondagmorgen in de kapel. + +Tot mijn leedwezen kan ik de avondvoordrachten niet bijwonen. Ik ga nog +steeds gestadig en krachtig vooruit. Natuurlijk verschilt de ééne dag +zeer van den anderen. Maar tot roem van des Heeren wonderbare goedheid +mag ik U mededeelen, dat ik mij steeds krachtiger ga gevoelen. Toch mag +ik mij nog niet wagen aan drukke avondbijeenkomsten, waar drie à vier +duizend menschen samenkomen. + +Daarom verheugde 't mij temeer, dat ik hem Zondagmorgen mocht hooren. + +Welk een verschijning! Een man, als uit een rots gehouwen, met grijzen +haardos, waarvan blijkbaar nog niet één haar is uitgevallen, een blozend +gelaat, een stem van metaal. + +Hij nam tot tekst Openb. 2: 2-5. + +Er bestaat een boetedag-gevaar, zoo begon hij. Het gevaar, dat we +vandaag de massieve, grove volkszonden hekelen, onszelven als farizeërs +oprichten in onze banken, en van onze hoogte op dit gespuis neerzien. In +dat gevaar mogen wij ons niet begeven. Wij hebben gezondigd, en moeten +schuldenaren worden; daarom koos ik dezen tekst. Wij moeten ons door den +Heere laten berispen; maar mogen ons eerst door Hem laten prijzen. »Ik +weet uwe werken," zegt de Heere. De wereld neemt van onze Christelijke +werken op allerlei gebied geen notitie. Het is ons genoeg, dat de Heere +zegt: »Ik weet!" + +Máár.... één groot ding heeft de Heere tegen ons, dat wij onze eerste +liefde hebben verlaten. De Heere gaf u een lentetijd; de lente ging; +maar de zomer kwam niet. In plaats van den berg van 't Christelijk leven +te bestijgen, hebt ge u neergezet op de mistbank uwer bekeering. Waarom +wilt gij ook van niets hooren dan van bekeering, en zegt dan voldaan: +»deze heb ik, en meer heb ik niet noodig!" Maar zóó zijt ge verachterd +in de genade! + +Op die wijze ging hij voort. Ik kan U niet alles uitschrijven, daar mijn +brief anders te lang wordt. 't Was een krachtig woord, dat de harten en +gewetens aangreep. + +Jammer, dat de Hollanders, die hier zijn, over 't gemeen 't Duitsch niet +machtig zijn, en de prediking niet kunnen volgen. Er zijn er hier nu wel +een vijftien. We vullen de halve wachtkamer. + +Ik ben ook nog niet zoover, dat ik voor hen kan preeken. Over een uur +worden mij twee scherpe kiezen getrokken, die mij in 't spreken zeer +belemmeren. Misschien dat 't dan beter wordt. Ik moet thans eindigen, om +mij weer onder behandeling te stellen. Blijft ons gedenken voor den +Troon der Genade bij Hem, die wonderlijk is van raad en groot van daad. +Weest tezamen den Heere bevolen van + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 3 December 1913. + +_Geliefde Gemeente!_ + +»Roep Mij aan in den dag der benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en +gij zult Mij eeren!" »Ik ben 't, die met de verdrukking de uitkomst +geef!" In de dagen, die thans achter mij liggen, heeft de Heere deze +heerlijke waarheden wederom op zoo treffende wijze vervuld. + +Ik heb moeilijke dagen doorgemaakt. Vooral de dag, waarop ik u verleden +week mijn brief zond, was een gewichtige dag. Op één dag moest ik toen +om 10 uur worden ingespoten en om 11 uur worden belicht, terwijl me om 1 +uur twee scherpe tandwortels en één kies moesten worden getrokken. + +Ik behoef u niet te zeggen, dat vooral de laatste operatie, in een +pijnlijken mond, dien men ternauwernood kan openen, en waarin de dokter +de tang nauwelijks bewegen kan, terwijl aan de kaak nog altijd een rest +van een kankerknobbel zit, een zeer pijnlijke kunstbewerking is. Van +verdooving kon geen sprake zijn. Ik zag er wel wat tegen op; maar de +noodzakelijkheid legde aan alle innerlijke tegenspraak het zwijgen op. + +Voordat ik van huis ging, las ik den 38sten psalm. Helder stelde ik +mij de verootmoedigende waarheid voor den geest, dat alle ellende +'t vruchtgevolg der zonde is. Daarop wandelde ik alléén naar 't +Samariterhaus. Mijn vrouw, voor wie de afstand te ver is, gaat in den +regel met de tram. Onderweg stelde ik mij voor oogen, wat de Heiland aan +het kruis heeft geleden, zes uren achteréén, hangende aan een drietal +spijkers. Hij, Onschuldige voor de schuldigen. »Heere", zeide ik in +mijzelven, »daar hebt Gij ook mijne krankheden op U genomen". Deze +overdenking gaf mij rijken troost. Ik leerde mij schamen voor mijn vrees +voor pijn. Welgemoed ging ik 't Samariterhaus binnen, onderging 't één +na 't ander, en kon in de tusschentijden mijn brief aan u voltooien en +verzenden. + +Ik zal u geen beschrijving geven van de laatste operatie. De ééne tang +na de andere werd als onbruikbaar terzijde gelegd. Eindelijk lukte de +bewerking. De minuten van pijn waren als een droom voorbij gevlogen; en +mijn ziel jubelde dankende den Heere tegemoet, Die mij zoo krachtig had +gesterkt. + +Prof. Werner, de dokter van dienst, eveneens een sympathieke +persoonlijkheid, bijgestaan door een zeer medelijdende zuster, voltooide +'t werk. We waren allen even blij, toen de zaak was afgeloopen. Ik kan +deze menschen niet genoeg danken voor hetgeen ook zij voor mij zijn. + +Ik had nu veel verlichting gekregen; maar aan het einde der week volgden +weer een paar moeilijke dagen. Ik kreeg gedurig bloeding in den mond met +eenige koorts. Ik leed veel pijn, en moest een paar dagen het bed +houden. + +Alzoo nederliggend, hield ik mij bezig met de overdenking van 't lijden +van onzen dierbaren Heiland en volgde ik Hem van Zijn Krib tot Zijn +Kruis. Ik stelde mij den heerlijken Kerstnacht voor oogen, waarin 't +Vleeschgeworden Woord nederlag in de kribbe; ik dacht aan den heerlijken +engelenzang, aan 't bezoek der herders en der wijzen; maar ook wederom +aan de vervolging door Herodes. Neen, 't kindeke Jezus mocht niet spelen +op een der straten van Israël; 't scherpe zwaard dreigde reeds dadelijk +'t onschuldige Kind; als een balling moest Hij, nog zóó jong, in den +vreemde zwerven. Op deze wijze ging ik de omwandeling en 't lijden van +den Heiland na. Dan weer stelde ik mij de vreugden des hemels voor: wat +het zijn zal, in de eeuwige rust te zijn, van alle zonde en ellende +ontslagen te zijn! Maar deze rust zal niet zijn als de rust van den +slaap; neen, zij zal wezen en geheel vervuld zijn met den Heiligen +Geest, in de heerlijke extase der heerlijke vreugde. O, met welke +vreugde zullen de zaligen wandelen op de gouden straten van het +hemelsche Jeruzalem, onder de wuivende palmen van 't heerlijk paradijs, +elkander herkennende, elkander leerende kennen, om samen den Heere groot +te maken in den volmaakten lofzang, die als een stemme veler wateren +door de wijde hemelen ruischt! Met welk een blijdschap zullen zij den +verheerlijkten Heiland zelven zien, die voor ons aan 't Kruis heeft +gehangen, en die daar nu de Zijnen rondom Zich verzamelt! Hoe zal Hij +ons dan aanzien? Niet met een blik, zooals Hij Petrus aanzag in de +Kájafaszaal; maar met een oog, waaruit de verzadiging Zijner vreugde +spreekt daarover, dat nu vervuld is, wat Hij bad: »Vader! Ik wil, dat +waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij +Mijne heerlijkheid mogen zien, die Ik bij U had vóór de grondlegging der +wereld." Ja, welk een verzadiging van vreugde zal het voor ons wezen, in +'t Vaderhuis te zijn; bij God, den Vader, voor eeuwig thuis te zijn; nu +alle dingen te weten, zonder dat die kennis ons eenige studie kost, en +aan dit volmaakte kennen de stof te ontleenen tot Gods eeuwigen lof en +prijs! + +Het was mij goed, alzoo verdrukt te zijn, en in mijn druk zoo tot den +Heere te worden uitgedreven. + +En.... Hij gaf met de verdrukking zulk een verrassende uitkomst. +Maandagmorgen voelde ik mij geheel hersteld. De voorbijgaande +ongesteldheid had uitgewoed. En nu voelde ik eerst recht, hoeveel ik +gedurende deze kuur weer was vooruitgegaan. + +'s Middags maakte ik een bezoek bij Prof. Werner, om met hem over +mijn toestand te spreken. Hij was nu nog meer voldaan dan aan 't einde +der eerste kuur. Niet alleen uitwendig, maar ook inwendig was 't +kankergezwel zelfs gedurende de kuur snel afgenomen. Met de tong, zeide +hij, zou 't iets langzamer gaan, hoewel ook deze aanmerkelijk beter is +geworden. In Januari moet ik, zoo de Heere wil, voor een derde kuur +terugkomen; en wanneer ik daarin even voorspoedig ben als in de beide +eerste, bestaat er welgegronde hope, dat ik Februari of Maart mijn werk +weer mag opvatten. + +Mocht dit eens waarheid worden! + +Zal ik dan tevergeefs geleden hebben dat zware lijden, dat gevoerd +worden langs dood en graf, wat ik nu heb doorgemaakt? + +In 't Badensch kerkelijk gezangboek is een heerlijk vers: + + Die Wege sind oft kromm, und doch gerad, + Darauf Du, Herr, die Deinen lässet gehen, + Da plegt oft wunder seltsam aus zu sehen, + Doch triumphiert zuletzt Dein guter Rat! + +D. i. + + De wegen zijn vaak =krom=, en toch =recht=, + Waarop Gij, Heer, Uw kinderen voert, + Daar pleegt 't er vaak wonder zeldzaam uit te zien. + Toch triumfeert =ten laatste= Uw goede raad! + +Ja, krom schijnen vaak de wegen, waarop de Heere Zijne kinderen leidt +tot het voorgestelde doel! + +Israël wordt uit Egypte geleid; maar in plaats van dadelijk wonderdadig +Kanaän te worden binnengeleid, wordt 't gansche volk in de engten van +Pi-Hachirôth oogenschijnlijk dadelijk ten doode gewijd! + +Aan Jozef wordt verhooging beloofd, en hij wordt in de diepste +vernedering weggestooten! + +David wordt tot koning gezalfd, en de gezalfde des Heeren moet als +balling buiten zijn vaderland zwerven, bij de Filistijnen zelfs een +schuilplaats zoeken! + +Kromme wegen! + +Toch zijn ze recht als een kaars! + +Aan de Roode Zee wijken op Gods bevel de wateren des doods voor de +koningskinderen. Als een rij soldaten staan de wateren aan weerskanten +van 't doortrekkend volk. Het is, alsof ze hun zwaarden tegen hun +schouder drukken, om den kinderen Israëls militaire eer te bewijzen. Op +de Egyptenaren stormen ze in met de scherpte hunner wapenen. En Mozes +en Israël zingen 't lied, dat de paaschpsalm der eeuwen, 't lied der +eeuwigheid werd! + +Was Jozef een minder voortreffelijk onderkoning, omdat hij in 't +kerkerhol had gezucht, of was hij de rechte man op de rechte plaats om +den nood van heel een volk te lenigen? + +Heeft 't David kwaad gedaan, dat hij een balling was, voordat hij koning +werd. Neen, in de ballingschap is de lier gestemd, waarbij de koning +voor zijn volk zong; meer nog, is zijn hart gevormd, om een rechte +koning te zijn over het arme volk van God. + +Zal 't mij hinderen in mijn arbeid onder de verwaarloosde jeugd, onder +zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen, wanneer ik straks als +uit de dooden opgestaan in hun midden mag staan om de groote werken Gods +te vertellen? + +O, mocht 't eens waarheid worden, dat ik in Februari of Maart mijn werk +weer mocht opvatten! + +Bidt, Geliefden, de Heere is de Hoorder der gebeden! Hem is niets te +wonderlijk! O, verhoore Hij uwe en onze smeekingen, en verblijde Hij ons +door Zijn groote daden! + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 9 December 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Wanneer gij dezen ontvangt, hoop ik met mijne vrouw weder in het +vaderland te zijn. Woensdag 10 December vertrekken we D.V. 2,19 van +hier, en hopen dan 's avonds 10,16 in Amersfoort aan te komen. Donderdag +zal wegens de vermoeienis van den vorigen dag 't hoofd wel niet tot +schrijven staan. Daarom zend ik dezen brief thans maar wat vroeger af. + +Het voornaamste wat in de afgeloopen dagen met mij heeft plaats gehad, +is de vroeger reeds aangekondigde opsluiting van 5 tot 7 December en de +bestraling met mesothorium radium. + +Behalve operatie worden hier voor de kankerbestrijding in hoofdzaak drie +middelen aangewend: 1e. de inspuiting met enzytol, 2e. de +Röntgen-bestraling, en 3e. de radium-bestraling. + +Deze volledigheid teekent de voortreffelijkheid der hier gevolgde +methode. Ook in andere steden, als Weenen, Dresden en Parijs wordt de +kanker stelselmatig bestreden; maar nergens heeft men het complete stel +van middelen, dat men hier gebruikt. Schier nergens heeft men de +inspuiting met enzytol, waaraan hier juist zulke groote waarde wordt +gehecht. Op de meeste plaatsen heeft men òf Röntgen-bestraling, òf +radium-bestraling; doch schier nergens, gelijk hier, beide tegelijk. + +De voortreffelijkheid der hier gevolgde methode van kanker-behandeling +blijkt dan ook wel 't best uit de verrassende uitkomsten. Een Hollandsch +dokter, die op onderzoek uit is, deelde mij mede, dat hij nergens de +resultaten heeft gezien, die hij hier aanschouwde. We stonden samen bij +een man uit Crefeld, die in zijn geboorteplaats voor de tweede maal aan +maagkanker was geopereerd. Bij de tweede operatie was de opening echter +dadelijk dichtgemaakt; men zag de onmogelijkheid van een tweede operatie +in. Deze man kwam hier. Hij vertelde ons, dat de knechten, die hem in 't +bad hielpen, tegen elkander zeiden: »Deze kan nog naar Crefeld terug, +maar verder niet, anders bezwijkt hij zeker." Hij maakte nu zijn derde +kuur door, had 13 pond aan gewicht gewonnen, maakte zeer groote +wandelingen, en zou spoedig verlof krijgen, om te gebruiken, wat hij +wilde. De dokter, die naast mij stond, fluisterde mij in 't oor: »in +beginsel is hij reeds genezen!" + +Zóó zijn hier tal van voorbeelden. + +Vooral de radium-bestraling is echter zeer kostbaar. Het radium is de +schoone uitvinding van Madame Curie, een Poolsche van geboorte, met een +Fransch professor gehuwd, zelve gedoctoreerd in de chemie, als ik mij +niet bedrieg, de éénige vrouw, die ooit op wetenschappelijk gebied een +ontdekking deed. Deze vinding plaatste deze princesse de science evenwel +dadelijk in de voorste rijen der grootste geleerden. Zelden is nuttiger +uitvinding gedaan dan deze. Het radium wordt tegenwoordig gebruikt voor +de genezing van allerlei treurige ziekten, waartegen men vroeger +machteloos stond. + +Maar gelijk ik reeds zeide, 't radium is zeer kostbaar. Vele centenaars +grondstof zijn noodig om er een milligram radium uit te bereiden. De +grondstof is ook niet in groote hoeveelheden voorhanden. Alzoo gaat de +bereiding slechts zeer langzaam voort, en komt op hooge kosten te staan. + +Vandaar dan ook de opsluiting van de patiënten, die met radium worden +bestraald. Ze krijgen voor een groote waarde aan hun lichaam. Ik had +bijv. voor een waarde van 63000 Mark of 37800 Gulden aan mijn hals. Stel +eens, dat zulke patiënten vrij konden rondloopen! Hoe licht zou iemand +in de verzoeking komen, om er mee weg te gaan, of 't weg te stoppen, en +te veinzen 't verloren te hebben, om 't later voor een zeer groote +waarde aan dezen of genen dokter of kwakzalver te verkoopen! + +Vrijdagavond zes uur werd de deur van buiten achter mij gegrendeld. Toen +kreeg ik eenig idee van 't vreeselijke der cellulaire gevangenis, en ik +kan mij begrijpen, dat tegenwoordig velen opstaan, die een andere wijze +van straffen voorstaan. Terstond dacht ik ook aan Bunyan en Rutherford, +en stelde mij voor, wat dezen om hun geloof hebben geleden. + +En toch, hoe goed hebben deze beide mannen 't in de gevangenis gehad, +wat was de Heere hun daar nabij! De kerker was hun als een paradijs! +Bunyan schreef hier zijn Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke +brieven. + +Ook mij wilde de Heere wederom sterken. Acht-en-veertig uren moest ik +alzoo gevangen zitten; maar de tijd is omgevlogen. Ik troostte mij +vooral met den 9en en 10en Zondag van den Heidelberger Catechismus. Ik +hief mijn hart op tot Hem, Die vóór alle dingen is, en door Wien alle +dingen zijn. Ik bewonderde Zijn wijsheid, die zulke verborgene krachten +in de schepping legde, en dan den naar Gods beeld geschapen, denkenden, +menschelijken geest 't vermogen gaf, de meest verborgen geneesmiddelen +op te sporen. Ik loofde Zijn goedheid, dat ik 't onwaardeerbaar +voorrecht mocht genieten, thans van dit kostbare middel gebruik te +maken. Niet minder dankte ik Zijne liefde, dat Hij mij alles, wat Hij +mij in den laatsten tijd deed ondervinden, ten goede deed medewerken. +Alles bracht mij nader tot Zijnen Eeuwigen Zoon. Jezus werd mij steeds +dierbaarder. O Hij, Hij alléén, is mijn Alles, mijn wijsheid, mijn +rechtvaardigheid, mijn heiligmaking, mijn verlossing, mijn vreugde, mijn +liefde, mijn hope, mijn troost. Ik ken en aanbid dan ook de bedoeling, +die de Heere met mijne zware beproeving heeft. Hij zendt ze mij +uit liefde, met vaderlijke hand toe, om mij hoe langer zoo meer te +louteren. Deze kennis geeft mij geduld in dezen tegenspoed, geeft mij +dankbaarheid, wanneer ik eenigen vooruitgang bemerk en geeft mij ook +genade om mij met een volkomen vertrouwen voor de toekomst aan den Heere +over te geven, wetende, dat niets mij zal scheiden van Zijne liefde in +Christus. + +In dit vertrouwen ga ik dus zonder vreeze de onbekende toekomst in. + +De hoofdkuur is nu afgeloopen. + +Wat is 't resultaat? + +Dit zal nader moeten blijken. + +Blijf ik, zooals ik nu ben, dan zou ik, zij 't met groot lichamelijk +gebrek, mijn arbeid weer kunnen doen. Bij de eerste kuur kwam er een +omwenteling ten goede in mijn gestel. Deze is bij de tweede bevestigd. + +Maar er is meer noodig. + +Zoolang de kanker nog niet is uitgeroeid, blijft steeds een catastrophe +te vreezen. + +Ik zal dan moeten afwachten, wat de Heere nu verder werkt. Is de +nawerking der hoofdkuur goed, dan hoop ik met goeden moed een derde kuur +te ondernemen, in de stille hope, dat de Heere dan een volkomene +genezing geeft. + +Zooals Hij doet, zoo is 't echter wèlgedaan. + +Neemt Hij mij weg, dan hoop ik den God mijn levens, den God van zoo +rijke en vrije genade, in mijn sterven te mogen verheerlijken, en zal ik +stervend Zijnen goeden Naam nog danken, dat Hij mij door mijn bezoek aan +Heidelberg de gelegenheid heeft geschonken, getuigenis af te leggen van +de genade, die Hij mij wilde bewijzen. De Heere vergist Zich nimmer; ook +in mijn sterven zal Hij dan Zijn naam grootmaken. + +De eerste leerlingen van de Geneefsche Universiteit werden door Calvijn +naar Frankrijk gezonden. Calvijn had zich heel wat voorgesteld van den +arbeid dezer beide evangeliepredikers in zijn geliefd geboorteland. +Nauwelijks zijn zij echter over de grenzen, of zij worden +gevangengenomen en verbrand. + +Welk een slag voor Calvijn! Slechts voor een korten tijd! Spoedig leerde +Calvijn inzien, dat deze beide jonge mannen in hun martelaarsdood +krachtiger prediking hadden gedaan, dan zij heel hun leven hadden kunnen +houden. + +In Amerika sterft een jeugdig proponent, en wordt begraven op den dag, +dat hij zijn intrede zoude doen. Wijlen Ds. Beuker zou bij de begrafenis +de lijkrede houden. Hij begon te zeggen: »Deze jonge man dacht 't +evangelie te prediken in de lijdende en strijdende kerk! God heeft +wat beters over hem voorzien, hij mag nu aan de heilige engelen Gods +verkondigen de veelvuldige wijsheid Gods, in de verlossing der gemeente +openbaar". + +God rechtvaardigt altijd zijn doen. + +Nu zien we dat nog niet ten volle. + +Hoeveel duisters er echter ook zij in 't Godsbestuur, hiervan ben ik +zeker, dat 't einde aller dingen de allerheerlijkste Theodicee of +rechtvaardiging Gods zal zijn. + +Hoe de Heere dus ook doe, wat Hij doet, is altijd wijs, heilig en goed. + +Behaagt 't Hem, mij nog jaren tot mijne levensjaren toe te voegen, dan +heb ik de begeerte, dat Hij mij slechts een hemelsch leven geve, opdat +ik reeds op aarde den hemel meer en meer mag beginnen. + +Geliefden, laten wij die genade veel van onzen God bidden! O, wat zal 't +ons dan goed zijn, wat zal God in al ons doen verheerlijkt worden, en +wat zal ook de wereld dan werkelijk worden jaloersch gemaakt! + +Eenigen tijd geleden verscheen een werk, dat veel opzien baarde, en dat +den titel voerde: »Briefe, die Ihn nicht erreichten!" »Brieven, die hen +niet bereikten." + +En wie waren die brieven? + +Dit waren de Christenen. Zij zijn de brieven, die de Heere aan de wereld +schrijft, opdat zij uit den wandel der Christenen zullen leeren hun +leven te verbeteren. + +Maar helaas, vele van deze brieven bereiken de menschen der wereld niet. + +De wereld kan aan vele Christenen niet zien, dat zij werkelijk +Christenen zijn. + +Zulke brieven komen niet aan hun adres, en blijven als onbestelbaar +liggen. + +Neen geliefden, zoo mag 't niet zijn! + +Laat ons dus om genade bidden, dat wij een waarlijk hemelsch leven mogen +beginnen! Zegene Hij daartoe voor ons tezamen ook het schrijven dezer +brieven! + +Dit is de hartelijke bede van + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 18 December 1913. + +_Geliefde gemeente!_ + +Zoo gingen wij dan Woensdag 10 December des namiddags te 2.19 uit +Heidelberg naar het vaderland terug. Wij hadden dezen trein gekozen, +omdat we dan nergens behoefden over te stappen; in Heidelberg stapten +we in, in Amersfoort uit den trein. + +Spoedig waren we in Mainz, en hadden we wederom den oever van den Rijn +bereikt. Dit was nu de vierde maal, dat ik op mijn reizen naar en van +Heidelberg langs »den grootvorst van Europa's stroomen" spoorde. + +Het was nu een kille, vochtige December dag; de herfstbetoovering was +geheel geweken; en toch was de Rijn nog schoon! Helder blonk zijn water +in de schemering. Wat verschilt 't rivierwater toch van 't zeenat! De +zee kan zoo loodkleurig getint zijn; door de bries in beweging gebracht, +en wit gekuifd lijken hare wateren zoo recht »wateren des doods". Heel +anders 't rivierwater, inzonderheid 't Rijnwater, dat schier altijd als +levend water schittert. Aan weerskanten sprongen de bergen als zwarte, +natte reuzen in de invallende duisternis op. Op geregelde afstanden +vertoonde zich een Rijndorp of stad, tooverachtig flonkerend in 't +electrische licht. + +Mijn vrouw bleef in haar coupé. Ik ging naar den spijswagen; ik was er +de eenige gast; en ging rustig in een hoekje zitten mijmeren. + +Ik dacht aan de dagen mijner jeugd. De Rijn is de eerste rivier, dien ik +leerde kennen. Levendig herinner ik mij, hoe ik als kind met mijn moeder +menigmalen van Elst naar Arnhem reed. Vóór de brug spanden we uit; en +hoe verheugd liep ik dan aan de hand mijner moeder over de schipbrug bij +Arnhem! Hoe gelukkig is de jeugdige mensch, wanneer hij nog aan de hand +zijner moeder door 't leven huppelt! En wat heb ik recht veel van de +liefde mijner moeder, wier eenige zoon ik was, mogen genieten! In latere +donkere dagen, toen mijn verdwaasde hart omdoolde in de afgronden van +'t atheïsme, is de gedachte van de liefde mijner moeder één der eerste +lichtstralen geweest, waarbij ik uit die duisternis geraakte. »Neen," +zoo dacht ik, »die moederliefde is geen gevolg van de verbinding van +atomen en moleculen; waar zulke moederliefde is daar moet de Eeuwige +Geest zijn, die Eeuwige Liefde is; deze is noodig om iets dergelijks +als de moederliefde uit te denken en te scheppen!" Volkomen versta ik +dan ook, wat Napoleon antwoordde op de vraag, wat noodig is voor de +verhooging van een volk. »Geef ons moeders!" zeide de scherpziende +staats- en krijgsman, die eenmaal helaas zoo menig moederhart in rouw +heeft gedompeld. + +Van mijn eigen verleden bracht de Rijn mijn voortwiegelenden +gedachtengang op 't prilst verleden van ons volk. + +Op platboomde vaartuigen voeren eenmaal de Nederduitsche stammen langs +den Rijn naar de lage, Nederlandsche gewesten. En zij hadden een goed +deel gekozen. Vooral in dat tijdperk der historie, had 't vlakke land +meer waarde dan 't gebergte; 't loonde steeds den noesten vlijt van den +land- en veeman. Bovendien bouwden onze vaderen de zee. Zij werden de +vrachtvaarders van Europa. Een eeuw lang stond ons kleine volk aan de +spits der Europeesche cultuur, en was alle andere volken meer dan een +eeuw vooruit. Thans is 't anders geworden. Toch kan ook ons volk weer +groot worden. Het kan weer groot worden in alles, waarin een klein +volk groot kan zijn, wanneer 't moeders heeft, die waarlijk moeder +zijn; moeders, als onze koningin-moeder, aan wie ons volk zooveel is +verschuldigd. Het kan weer groot worden, bovenal, wanneer 't weer +terugkeert tot den God der vaderen. Want dat volk staat waarlijk hoog, +hetwelk dicht staat bij God. Laat dit door alle dienaren des Woords, +door alle politieke en sociale reformatoren toch diep bij ons volk +worden ingeprent! Laten ze den tijd uitkoopen, dewijl de dagen boos +zijn! Vooral van dezen arbeid geldt, wat 't latijnsche spreekwoord zegt: +»Vita brevis, ars longa", het leven is kort, de kunst is lang. Zoo +spoedig, zoo onverwacht kunnen we aan 't einde van onze loopbaan zijn, +en er is zooveel, zoo langdurige arbeid noodig, om goede gedachten bij +het volk ingang te doen vinden. Zoo snel kan daartegenover een groot +volk zinken. + +Dit heb ik thans om mij heen gezien onder 't Duitsche volk. Het is een +groot volk, dit volk van »denkers en dichters". En onwillekeurig deed de +Rijn mij ook een lange wijle peinzen over dit cultuurvolk onzer eeuw. + +De Rijn en 't Duitsche volk zijn één. + +De Rijn is bovenal een Duitsche rivier. + +Als grootvorst van Europa's stroomen vertoont hij zich vooral in 't +Duitsche rijk. + +En elke Duitscher dweept dan ook met den Rijn. + +In 't voorjaar ziet de Noordelijke Duitscher al met verlangen heen +naar de oevers van den Rijn. De Rijn is zijn waranda, waar hij zijn +»Sommerfrische" wil genieten, en nieuwe krachten verzamelen voor den +arbeid van heel een jaar. + +Van Mainz tot Bonn staan boven op de bergen de ruïnen der oude trotsche +kasteelen van de vroegere roofridders, die tollen hieven van de +schippers van den Rijn. Ieder dezer ruïnen vertegenwoordigt een legende. +Op honderdvoudige manier zijn deze legenden en sagen in de Duitsche +letterkunde verwerkt. De Rijn is 't bezielend middelpunt der Duitsche +literatuur. + +De Rijn maakt de scheiding tusschen de Germaansche en Romaansche volken. +Steeds hebben de Romaansche Franken en Gallen getracht de oevers van den +Rijn te bemachtigen. Een korten tijd is dit den Franschen gelukt, onder +Lodewijk XIV. De Duitsche vorsten waren na den reformatietijd onderling +zeer verdeeld. De Roomsche Duitsche vorstjes zochten hulp bij Lodewijk +XIV. Deze maakte daarvan gebruik om Elzas-Lotharingen te annexeeren. +Maar steeds heeft de Duitsche geest er op gevlast, deze gewesten terug +te krijgen, en daarmede de oevers van den Rijn in zijn bezit te houden. +In 1870 is deze wensch vervuld. »Die Wacht am Rhein" was 't volkslied, +dat de Duitsche soldaten bezielde. Dit lied is sindsdien het volkslied +bij uitnemendheid van de Duitsche natie gebleven. Ook nu nog gaat de +geheime strijd tusschen de beide erfvijanden, Duitschland en Frankrijk, +over de oevers van den Rijn. De Rijn is de polsaderstroom der +tegenwoordige Duitsche geschiedenis. En nog staat de Duitsche wacht +aan den Rijn sterk. Nog is 't Duitsche volk innerlijk sterker dan 't +zichzelf verterend Fransche volk. Maar laten de Duitschers voorzichtig +zijn! Laten ze geen Farizeesche blikken over den Rijn werpen, en op 't +Fransche volk uit de hoogte nederzien! Want helaas, ook in 't Duitsche +volk woekeren de symptonen der verwording, ongeloof, godverzaking en +wellust, krachtig voort. + +Ten slotte richtten zich mijne gedachten op de uitmonding van den Rijn +in de wateren der Noordzee. Vermoeid sleept de reus zich voort tusschen +de duinen van Katwijk. Door sluizen moet hij geholpen worden om zijn +einde te vinden in de wateren der zee. Ook op den Rijn is van +toepassing: »Sic transit gloria mundi!" Zoo vergaat de heerlijkheid +dezer wereld! + +Maar vlak vóór zijn uitmonding is de Rijn toch nog schoon. In 't +bijzonder dacht ik aan den vredehof »Rijnzicht", die even buiten Leiden +wordt gevonden. Ik dacht aan de velen, die ik mede derwaarts heb +uitgedragen naar de rustplaats der dooden. Ik dacht aan de velen, die +mij lief en dierbaar blijven, en die daar eenmaal zullen rusten. En de +wensch kwam in mij op, hetzij vroeg of laat, daar ook eenmaal mijn graf +te mogen vinden. + +Inmiddels was de trein als voortgevlogen, en bemerkte ik, dat metterdaad +de afstanden verdwijnen. Ik zocht mijn coupé weer op, en vond er mijn +vrouw in druk gesprek. Binnen enkele uren waren we in Amersfoort, en +werden we door onze kinderen en de familie Teerink afgehaald. + +Welk een vreugde van 't wederzien! + +En nu? Wat zal 't nu verder zijn? + +Voordat ik Heidelberg verliet, vroeg ik Prof. Werner naar 't resultaat +van de tweede kuur. Hij antwoordde mij: »Wir haben einen guten Erfolg!" +Wij hebben een goed resultaat! In Amersfoort liet ik mij dadelijk +onderzoeken door mijn huisdokter, dokter Groneman. Deze constateerde een +tendenz tot genezing. Beiden verklaarden echter, dat de genezing van de +tong zeer langzaam zou gaan. + +Welnu, alles is in des Heeren Hand. Ik wacht, en volg. + +Hoezeer verheug ik mij, dat mijn wachttijd nu valt in den tijd van 't +heerlijk Kerstfeest. O, als ik dien naam maar noem, begint mijn hart al +te branden. Het Kerstfeest is het feest van het wonder der wonderen. +Het eeuwige Woord, de Openbaring des Vaders, het Afschijnsel Zijner +heerlijkheid, het uitgedrukte Beeld Zijner Zelfstandigheid, vleesch, +eindig, tijdelijk, broos menschelijk vleesch geworden! Welk verstand +zal dit wonder ooit vatten? Wat wonder, dat dit geheel eenig feit het +levenwekkend middelpunt, niet alleen van onze Christelijke religie, maar +ook van kunst en literatuur is geworden! Wat wonder, dat dit feit de +grensstroom werd tusschen twee soorten van menschen: 1e. die uit dit +wonder leven, en 2e. die dit wonder verwerpen! + +En waarom en voor wie werd het Woord vleesch! Neen, al ware de aarde +papier, de zee inkt, de grashalmen pennen, en alle engelen vaardige +schrijvers, zoo zouden zij 't wonder der eeuwige liefde in de +vleeschwording des Woords geschonken, niet kunnen beschrijven! + +En dan, hoe zalig, hoe heerlijk, in dit wonder der liefde te mogen +deelen! + +O, wat is de moederliefde bij deze liefde van Jezus? + +Zij is _een beeld_ van Zijn liefde. + +De moederliefde heeft iets _souvereins_. + +De moeder heeft haar kind lief, vóór 't is geboren. Zij omhelst 't +straks, hoe 't er ook uit zie. Zij heeft 't te meer lief, wanneer 't +zich als een gebrekkig kind openbaart. + +Ziehier een zwak beeld van Jezus' liefde! Zijne liefde is in waarheid +_souverein_. Hij wist, hoe mismaakt en doemschuldig wij waren. Nochtans +heeft Hij ons zóó liefgehad, dat Hij vleesch werd om onze zonde en +schuld te dragen en te boeten. + +De moederlijke liefde is een _trouwe_ en _onveranderlijke liefde_. Zij +houdt niet op, ook al is 't kind niet zoo, als 't behoort te wezen. +Wederom een zwak beeld van Jezus' liefde! Hij keert niet op Zijn +schreden terug, wanneer duidelijk uitkomt, wie de mensch is. Jezus' +_liefde is onveranderlijk en getrouw tot in den dood_. + +De moeder _offert zich gaarne_ voor haar kind. Zij springt 't na in den +vloed. Zij grijpt 't weg voor den klauw van 't wilde dier. Wederom, welk +een zwak beeld nog slechts van Jezus' opofferende liefde, die vleesch +werd met 't bepaalde doel om Zich voor onze zonde te offeren aan 't +Kruis! + +En deze Jezus is gisteren en heden Dezelfde. Zijne hand, Zijne trouwe +liefdehand grijp ik vast. Meer dan een moeder troosten kan, zal Hij mij +troosten. Meer dan een moeder zorgen kan, zal Hij voor mij zorgen. O, 't +is mij goed, nabij den Heere te zijn, ik zet mijn betrouwen op den Heere +Heere, om al Zijn werken te vertellen. Hij zal mij nooit beschamen, maar +hoe 't ga, mij door Zijne liefde verblijden. Heere, maak Gij 't dan maar +wel, opdat mijn vrouw en ik met Uw volk nog in dit leven U mogen +prijzen. + +Weest allen hartelijk gegroet van + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 8 Januari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +In 't menschelijke leven komen oogenblikken voor, die men _momenten_ +noemt. Zulk een gewichtig moment is 't thans voor mij, terwijl ik de pen +opneem om U mijn eersten brief in 't nieuwe jaar te schrijven. + +Vóór ruim drie maanden dachten velen, en spraken 't ook uit, dat ik het +einde des jaars wel niet zou halen; ik zou dus om dezen tijd reeds in 't +zwijgend graf gelegen hebben. + +En zie, ik ben er nog. Ik ben nog in 't midden van mijn klein maar +bemind gezin, dat voor mij als een paradijs van liefde op aarde is. Er +is nog goede hope, dat ik met mijn gezin eerlang op Achteveld zal komen, +om daar den grooten arbeid der liefde te beginnen. Ik ben nog in 't +midden mijner geestelijke familie, waarvan ik met Groenewegen zing: + + »Zoete banden, die mij binden. + Aan des Heeren lieve volk," + +en die mij vooral bij de wisseling des jaars wederom zulke +ondubbelzinnige blijken schonken, dat zij met dezelfde gevoelens jegens +mij zijn vervuld. + +Broeders en Zusters, hartelijk, recht hartelijk dank voor uw +verkwikkende troostbrieven, ze waren mij als lichtstralen van den hemel +op mijn donker en moeilijk pad. Roepen de tegenstellingen in 't leven 't +gevoel wakker, o, ik kan beurtelings wel zingen en weenen, terwijl ik +dit alles doorleef. Met diep geroerd hart bid ik u dan ook wederkeerig +toe, dat de Geest des Vaders en des Zoons, als het zegel der Goddelijke +genade, in u aller harte wone. Daarmede hebben we alles! Daarmede roemen +we zelfs in de verdrukking, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid +werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hope, en de hope +beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door +Zijnen Heiligen Geest, die ons gegeven is! + +O, hoe lieflijk behaagt 't den Heere, ook mij deze roemtaal op de lippen +te leggen! Donker en moeilijk is mijn weg; maar de Heere zet gedurig de +geheime kamer Zijner lieflijke gunst open voor mijne ziel, en dan geniet +ik, o zoo heerlijk, van de toepassende liefde in God den Heiligen Geest, +van de stervende liefde van God den Zoon, van de verkiezende liefde van +God den Vader. Nu eens komt de Heere mij met dit, dan weer met dàt +troostwoord verkwikken. + +In de laatste weken heeft Hij mij bijzonder gesterkt met de woorden van +Psalm 62: »God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: +dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want +Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk". + +Welk een zoeten honing heeft mijn ziel reeds gedurig uit deze woorden +gepuurd, welk een versterkende melk daaruit gedronken! + +Jubel op, mijne ziele! De sterkte is Godes! Kracht in slechte handen is +een vloek, in goede handen een zegen. Welk een zegen Gods almachtige +Kracht in Gods goede Hand heeft gewrocht, mochten we inzonderheid weer +op 't gepasseerde Kerstfeest herdenken. Het scheen onmogelijk, dat de +belofte van den Zaligmaker der wereld zou worden vervuld. Davids huis +was een afgehouwen tronk, en de gansche wereld scheen eer rijp voor 't +gericht dan voor de verlossing. Maar de Heere doet een afgesnedene zaak +op aarde. Jubel hoog op, mijn ziel! De sterkte is Godes! Hij heeft ter +bestemder tijd en plaats den Zaligmaker der wereld geschonken. + +Het scheen onmogelijk, dat de wereld zulk een Zaligmaker zou aannemen. +Voor Hem was nergens plaats. Noch in de hutten der armen, noch in de +paleizen der rijken, noch in de synagogen, noch in den tempel, noch in +de scholen der wetenschap, noch in de raadzalen des volks. Noch ook in +'t hart der zondaars. Maar wat onmogelijk scheen, heeft God gewrocht. +Jezus' Naam ruischt heel de wereld door. + +»God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal, d.i., ik heb dit +goed en terdege gehoord: dat de sterkte Godes is". + +En niet alleen de sterkte is des Heeren. Buig u aanbiddend neder, o +mijne ziel, des Heeren sterkte is onafscheidelijk verbonden met Zijne +goedertierenheid. + +Heerlijke gedachte! Sterkte zonder liefde is ruw geweld; liefde zonder +kracht is slapheid; liefde en sterkte onverbrekelijk saamgesnoerd, zijn +Gode waardig. Zijn liefde toch gebruikt Zijne Almacht, om al Zijn +liefdebedoelingen met Zijn volk tot werkelijkheid te maken. + +Wel schijnt Zijn liefde soms een harde liefde. Niet zelden doet des +Heeren liefde Zijnen kinderen in hun leven harde dingen hooren. Sta +maar op, vader Jakob, om ons te zeggen, wat uw hart gevoelde, toen gij +de harde zaak van Jozefs verdwijning moest vernemen. Wij lezen het +wedervaren van een Job, een Jeremia, een Paulus duidelijk in de Schrift; +maar ik geloof, dat wij niet ter helfte beseffen, wat deze lieve +kinderen Gods hebben geleden. + +Toch is deze harde liefde juist de echte liefde. Wie de Heere liefheeft, +kastijdt Hij tot hun nut, en wat de smeltkroes is voor 't goud, is de +beproeving voor Gods volk. Ze ontneemt hun, wat zij moeten missen, +verhoogt de waarde en den glans van hun geestelijk leven, en vermeerdert +hun genadeloon in de hemelen. + +»Want", zoo zingt de psalmist den Heere dankend toe: »Gij zult een +iegelijk vergelden naar zijn werk". + +De vergelding wordt hier door den psalmist in verband gebracht met des +Heeren goedertierenheid. Daaruit vloeit voort, dat hij enkel spreekt van +'t genadeloon, dat de Heere eenmaal aan Zijn beproefd maar vruchtbaar +volk zal schenken. + +O, hoe groot is dus des Heeren goedertierenheid! Zij werkt eerst 't +goede in 't volk van God, en komt daarna dit goede nog met een heerlijk +genadeloon kronen. + + * * * * * + +»God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de +sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult +een iegelijk vergelden naar zijn werk". + +Heerlijke woorden! + +Ge begrijpt dan ook wel, hoe de gedurige overdenking daarvan mijne ziel +heeft verkwikt. + +Ik lees ze nog eens over, en begin van achter af. + +»Want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk". Gelukkig staat +hier niet: »want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn zonden"; want +dan was er voor mij geen hope; geen hope vanwege mijn erfelijke en +dadelijke zonden, vanwege de zwarte zonden mijner jonkheid, vanwege de +nog zwarter zonden van mijn later leven. + +Neen, maar de Heere wil aan een iegelijk Zijner kinderen vergelden naar +zijn werk. Welnu, de Heere weet, wat Hij in mijne ziel heeft gewerkt. +Hij kent mijn begeeren, mijn streven. Zeide von Zinzendorff eenmaal: +»Herr Jesu, Du bist meine Passion!", ik zeg het hem zoo van harte na: +»Heere Jezus, Gij zijt mijn Vurig Begeeren!" En evenals deze leidsman +der Hernhutters dringt mij de liefde van Christus, om 't heil in +Christus aan de meest ellendigen te brengen. Maar dit geeft mij dan +ook vrijmoedigheid om ootmoedig aan den Heere te vragen: »Heere, ach, +kroon nu dit Uw werk, en geef mij terug aan den arbeid voor voogdij- +en regeeringskinderen, voor ontslagen gevangenen, zwervers en +drankzuchtigen!" + +Gij begrijpt levendig, lieve broeders en zusters, welk een harde zaak +'t voor mij is, dat ik dezen arbeid nu niet kan beginnen, terwijl alle +dingen gereed zijn. Des Heeren liefde schijnt ook voor mij zulk een +harde liefde. Toch loof ik deze liefde. O, wat heeft zij mij goed +gedaan! Ik zing zoo van harte meê met den dichter van den 119den psalm: + + 'k Sloeg, eer ik wierd verdrukt, het dwaalspoor in, + Maar nu geleerd, houd ik Uw woord en wegen. + +En bovendien, de Heere handelt met Zijn volk als de landman met zijn +land. De boer ploegt en egt niet altijd door; maar als hij 't land alzoo +bearbeid heeft, strooit hij zijn zaad uit, en geeft dan zijn land een +lange wijle rust. Straks prijkt dit land met vruchtbaar graan. Dit is de +vrucht van de harde liefde van den landman voor zijn land. Zoo doet de +Heere ook met Zijn volk. + +Zou ook ik daarop mogen hopen? + +Zou ik mij nog eens in een algeheel herstel mogen verheugen? + +De ziekte is zoo vreeselijk. Alleen 't enkele woord »kanker" doet den +mensch sidderen. + +Zal ik nog eens geheel van deze vreeselijke krankheid worden bevrijd, en +geheel hersteld, mijn heerlijken arbeid mogen beginnen? + +Lieve broeders en zusters: »De Heere heeft één ding gesproken, ik heb +dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is!" + +Daarmede troost ik mij. + +Daarop pleit ik voor des Heeren Aangezicht. + +En o, laat ik 't u nog eens mogen zeggen, hoe goed 't mij is, in dit +gedurig worstelen en smeeken voor den Troon der Genade. + +Het behaagt den Heere, mij voortdurend een open toegang te schenken +in 't gebed. Dit is reeds onuitsprekelijk heerlijk. Ik kan niet +beschrijven, wat 't bidden dan is. Ik kan 't niet beter voorstellen dan +als een korte wandeling in den hemel. + +Biddend lig ik dan geknield voor Hem, Die ons gunt, Hem »Vader" te +noemen. + +Ik pleit dan op Zijn oneindige liefde, die Hij openbaarde in de overgave +van Zijn Eeniggeboren Zoon. Als Middelaar heeft de Zone Gods niet alléén +onze ongerechtigheden, maar ook onze krankheden op Zich genomen. +Volkomen verlost Hij ons van al onze zonden en van al onze krankheden +bij ons zalig sterven. Maar ook reeds in dit leven wil Hij den psalmtoon +op onze lippen leggen: »Loof den Heere, mijne ziel! en al wat binnen in +mij is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet +geen van Zijne weldaden. Die al uwe ongerechtigheid vergeeft, die al uwe +krankheden geneest." Ik vraag dan van den Heere, dat Hij om Christus, +Zijns lieven Zoons wil, ook mij, niet alleen vergeving der zonden en +bekeering des harten, maar ook genezing des lichaams schenke. + +En omdat ik weet, dat al des Heeren handelingen met mij door Zijn liefde +worden bestuurd, kan ik er zoo van ganscher harte bijvoegen: »Maar, +lieve Heere, zooals Gij doet, zóó is het goed; Gij geeft toch altijd het +beste!" + +Zoo sterk ik mij dan van dag tot dag, en ik heb 't o zoo goed. Neen, 't +nieuwe jaar begint niet donker. De Heere is mijn licht en mijn heil; hoe +zou 't dan donker kunnen zijn? Hij beschaamt nooit, wie Hem verwachten. +In dit vertrouwen ga ik den nieuwen tijdkring weer in. + +Morgenochtend hoop ik weer naar Heidelberg te vertrekken voor mijn derde +kuur. + +Mijn adres is dan in 't hôtel Metropol-Monopol. Men kan ook adresseeren +aan 't Samariterhaus. + +Weest allen hartelijk gegroet en den Heere bevolen, en blijft in uwe +gebeden gedenken + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 14 Januari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Al was het donker, guur en somber; al kletterden de regens en als +bruiste nu en dan de stormwind; we gingen aan den morgen van den +9en Januari met blijdschap naar 't station, om de groote reis naar +Heidelberg weer te ondernemen; vol van dankbaarheid jegens den Heere, +Die daartoe den weg geopend had; met stillen dank in 't hart.... ook aan +broeders en zusters, die ons in staat wilden stellen, dat wij wederom +konden gaan om de zoo noodige voortzetting der genezing te zoeken. + +Voordat ik van huis ging, had ik mij in den Heere gesterkt door de +aandachtige lezing van Ps. 23. Aan den Goeden Herder gaf ik de zorg van +mijn huis over; in Zijne Hand stelde ik mijne vrouw en mijzelven, door +de spoorwegrampen van de laatste tijden, in binnen- en buitenland, er +opnieuw aan herinnerd, aan welke gevaren ook wij wederom onderworpen +waren. + +Als terugbevend voor de guurheid van het weder, doken wij als vanzelf in +onze coupé weg. Nu eens pratend, dan weer lezend, dan weer sluimerend, +en telkens ook de handen vouwend tot stil gebed, brachten wij den tijd +door. En wij slaakten een zucht van verlichting, toen wij 's avonds +uitstapten in de beroemde stad, waarvan de dichter zong: + + Alt-Heidelberg, Du feine, + Die Stadt, an Ehren reich, + Am Neckar und am Rheine, + Keine kommt Ihr gleich! + +Wat, vrij vertaald, wil zeggen: »Oud Heidelberg, gij, fraaie stad, gij +stad, zoo rijk aan eer, zoo schoon gelegen aan de beide rivieren, den +Neckar en den Rijn; er is geen stad, die bij U in schoonheid haalt!" + +Voor mij en voor honderden met mij heeft deze stad echter hoogere +beteekenis dan die van de schoonste der dochteren van Duitschland. +Honderden, ja wellicht duizenden,--want de schaar groeit steeds +aan,--hebben met mij in den grootsten nood, in de hoogste spanning van +hun leven, hier nog een laatste redmiddel gezocht tegen doodelijke +kwaal. + +O, wanneer die weg naar het Samariterhaus eens spreken kon, wat zou hij +hebben te openbaren! In 't oude Venetië was een brug, die men »de brug +der zuchten" noemde. Staatsmisdadigers werden over die overdekte brug +van 't ééne naar 't andere geleid; en wanneer zij die brug overgingen +wisten zij, dat hun vonnis reeds geteekend lag, dat zij over die brug +niet zouden terugkeeren, maar op geheimzinnige wijze uit den weg zouden +worden geruimd. Geen wonder, dat de menschen, die over deze brug gingen, +menigmaal zóó zwaar zuchtten, dat 't beneden op de straat gehoord werd. + +Ook die weg naar Samariterhaus mag wel de weg der zuchten worden +genoemd; wie dat pad de eerste maal wandelt, zucht bij zichzelf: »ik +ben in mijn eigen land en plaats door de geneesheeren geabandonneerd; +wat zal hier de professor zeggen? Zal hij mij nog hoop geven?" + +De beide professoren zijn hier wijze, voorzichtige, edele mannen. Zij +benemen schier niemand de hoop geheel. Eudokia in Rotterdam heette +eerst: »gasthuis voor ongeneeslijke zieken!" Toen dit gebouw in gebruik +werd genomen, zeide Dr. van Staveren: »Dit opschrift deugt niet, het is +in strijd met onze belijdenis; voor God, in wien wij gelooven, is geen +ziekte ongeneeslijk!" Terstond is de naam toen ook veranderd in dien +van: »Tehuis voor chronische lijders." + +Ditzelfde oordeelen ook deze professoren. Maar als wijze en voorzichtige +mannen wekken zij ook geen ongegronde verwachtingen. Zij ondernemen den +arbeid, en hebben somwijlen resultaten, waarover de geneeskundige wereld +verbaasd staat. + +Van deze uitkomsten hoort de lijder. Er komt hier hoop voor de +hopeloozen. De weg der zuchten wordt dan voor velen, wanneer ook zij bij +zichzelven goede uitkomsten zien, een pad van jubelende hope. + +In hoopvolle stemming gingen ook wij Zaterdag 10 Januari 's morgens naar +'t Samariterhaus. Prof. Werner onderzocht mij wederom nauwkeurig. Hij +was in de wolken over de resultaten van de radium-bestraling. Deze waren +dan ook werkelijk bijzonder groot. In de tong had ook hij natuurlijk +meerderen vooruitgang gewenscht. Ook zitten er nog twee harde kliertjes, +één op de rechterkaak, de ander bij 't schouderblad. + +Terstond werd in beraad met een inmiddels verschenen dokter een plan +de campagne opgesteld. Ik moet elken dag weer worden ingespoten. In +plaats van 20 minuten werd ik nu om den anderen dag 40 minuten met +Röntgen-belichting bestraald. Bovendien zal ik, zoo de Heere wil, 15, +16, 21 en 22 Januari van twee uur tot zeven uur inwendig met radium +worden bestraald. Ik moet op die dagen vijf uren achtereen een stuk +radium met mijn hand tegen de tong houden. + +'t Is alles pijnlijk en moeilijk. Maar ik ben heel wat sterker +geworden, en de professor, die uiterst voorzichtig is, durft nu ook wat +meer ondernemen. + +Toch voel ik wel, dat 't me aanpakt. Maar eigenaardig, hoe moeilijker +de weg is, hoe rijker de vertroosting wordt. Van nacht lag ik weer een +heele poos met pijn wakker. Toen dacht ik: »nu is er toch Eén, Die met +mij waakt in dezen stillen, maar moeilijken nacht, de Medelijdende +Hoogepriester, Die ter rechterhand Gods is!" Het was mij, alsof Hij van +den hemel op mij nederzag, als een moeder, die waakt bij haar lijdend +kind. Ik dankte dan ook den Heere, dat Hij met mij waakte, en zeide: +»Heere, Gij zendt mij deze pijnen voor mijn best, en ziet tegelijk met +het innigste medelijden op mij neer! Gij neemt de pijnen niet weg, maar +geeft mij de kracht om deze te dragen! Gij brengt mij door deze pijnen +nader tot U als mijn Eénige toevlucht in den hoogsten nood! Gij kunt en +wilt mij uit allen nood en dood verlossen!" En zie, eenige minuten later +sliep ik zacht in en kreeg ik van mijn Heiland een geschenk, waarvan ik +met Jeremia kan zeggen: »En de slaap was mij zoet!" + +Zalige genieting! + +Zondagmorgen ben ik naar de kapel van 't Diaconessenhuis geweest. Ik heb +er een heerlijke zendingspreek gehoord. Bij leven en welzijn schrijf ik +daarover de volgende week. Ik moet mij nu wat bekorten, omdat ik morgen +vijf uur met radium moet zitten en mij niet te veel mag inspannen. + +Ontvangt dus de hartelijke groeten van mijne vrouw en mij. Draagt ons +gedurig op. Ge ziet, de Heere hoort het gebed. Hij gedenke ook u. + +Weest allen dan den Heere bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 20 Januari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Kwam mijn voorgaand schrijven te laat voor de Kerkbode, waarschijnlijk +geschiedde dit door vertraging van de post. Ter voorkoming van +dergelijke ongevallen zend ik mijn brieven voortaan zoo mogelijk een +dag vroeger af, en doe dit reeds met dezen, die dan tegelijk met mijn +voorgaanden kan worden geplaatst. + +Trouwens deze brief is een vervolg op den voorafgaanden. + +Ik had reeds beloofd iets te zullen schrijven over de zendingspreek, die +ik 11 Januari in de kapel van 't Diaconessenhuis alhier mocht hooren. + +Die Zondag was door de kerkelijke overheid der gansche Badensche +landskerk tot een _Zendings_dag bestemd. + +Ds. Kammerer, de pastor van 't Diaconessenhuis, nam tot tekst Matth. 24: +14: »En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld gepredikt +worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen." + +Hij begon met de opmerking, dat ook in Duitschland de tijden zeer zijn +veranderd. In 1848 was in 't naburige Hessen alle openbare arbeid voor +de Zending streng verboden. Verbeeldt u! Thans wordt vanwege de +kerkelijke overheid in Baden een algemeene Zendingsdag uitgeschreven. + +Zóó gaat 't goed! Zoo komen we op den rechten weg! + +Niemand minder dan de Heiland zelf zegt: »En dit Evangelie des +Koninkrijks _zal_ in de geheele wereld gepredikt worden." Nòg staat Hij +alleen. Maar Hij spreekt toch als Koning van 't Godsrijk. Zooals Hij +zeide is 't geschied, en moet 't verder geschieden. + +Doch nu taste men niet mis in 't eigenlijke wezen van den +Zendingsarbeid. + +Is 't Zendingswerk het brengen der Christelijke cultuur? + +Bestaat 't in de bevordering van het schoolonderwijs onder de +onbeschaafde volken? + +Moet 't bovenal gericht zijn op de wegneming van sociale misstanden en +de verbetering van 't maatschappelijk leven onder de heidenen? + +Dit alles is bijzaak, bijwerk, of ook vrucht der Zending. + +Het eigenlijke wezen van het werk der Zending is 't niet. + +De eigenlijke hoofdzaak van 't Zendingswerk is de prediking van het +Evangelie des Koninkrijks. Vandaar en daardoor alleen wordt de eenige +troost voor leven en sterven onder de volken verkondigd. + +En wat moet men zich als hoofddoel voorstellen van het Zendingswerk? + +Dat heel de heidensche maatschappij gekerstend worde? + +Het ware heerlijk, wanneer dit doel bereikt werd. + +Maar stellen we ons deze illusie niet voor. + +Hoofddoel is, dat 't Evangelie _hun tot een getuigenis_ onder de volken +wordt gepredikt. + +De één neemt 't Evangelie aan. De ander verwerpt 't. Christus is ook tot +een oordeel in de wereld gekomen. + +De strijd tusschen vrouwen- en slangenzaad blijft tot den jongsten dag. + +En wanneer het Evangelie over de heele wereld gepredikt wordt, en over +heel de wereld die twee tegenover elkander staan, dan zal 't einde zijn. + +Het zendingswerk is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak. Het staat in +onmiddellijk verband met Christus' wederkomst. + +Wij danken dan ook den Heere, dat wij ons met 't Zendingswerk weder in +goede richting bewegen. + +Ge begrijpt, geliefden, dat ik de prediking met hartelijke instemming +heb aangehoord. + +Ge begrijpt ook, dat ik de mededeeling omtrent de vroegere Duitsche +toestanden op Zendingsgebied met eenige verbazing vernam. + +Bij eenig nadenken is evenwel mijn verwondering verdwenen. + +Was 't vroeger bij ons ook niet ongeveer alzoo? + +Neen, er was geen verbod om zendingswerk te doen. Maar men liet 't over +aan zendingsvrienden, en beschouwde 't een liefhebberijzaak van deze +menschen. + +Tot voor korten tijd stonden we precies evenzoo tegenover den +evangelisatiearbeid. Wat is in onze dagen meer noodig dan 't +zendingswerk in onze naaste omgeving? Toch werd deze plicht door de +Kerk nog slechts weinig gevoeld. + +En in werkelijkheid staan de meesten nog zoo tegenover den arbeid, dien +ik in des Heeren Naam en kracht ondernam, den arbeid onder voogdij- +en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en +drankzuchtigen. Men vindt 't wel goed, dat ook die arbeid wordt +aangevat; maar men voelt er niet veel voor. En ziedaar juist 't gebrek! +Voor zulk werk moet worden gevoeld, anders kan 't niet slagen; want er +is reuzeninspanning voor noodig om het te volbrengen. Van alle zijden +moet hulp in voorbede en geldelijke bijdrage, worden geboden; anders +komt 't niet tot stand. + +En wie maar even nadenkt, zal dadelijk moeten toestemmen, dat geen werk +meer noodig is dan dit werk. Er is een werk, dat bij voorkeur den naam +draagt van _Christelijk werk_. Daartoe behooren 't uit- en inwendig +zendingswerk, de arbeid onder al 't verlorene, 't gaan in de heggen, en +sloppen, 't bezoeken der gevangenen, enz. Wanneer een gemeente deze +werken niet heeft, zegt de Heiland van haar: »Gij hebt den naam, dat gij +leeft; maar gij zijt dood!" + +'t Spreekt vanzelf, dat de zuiverheid der leer bij dit practisch werk +niet mag worden verwaarloosd. Hoe zullen we op dit gebied ons hoofdwerk +goed doen, 't brengen van het Evangelie aan de schare, indien we 't niet +zuiver bewaren? + +Bovenal moet bij dezen arbeid 't eigen, inwendig leven zorgvuldig worden +verpleegd. Alleen omdat de liefde van Christus hem drong, kon Paulus +alle bezwaren overwinnen in zijn moeilijk werk. + +Maar wanneer 't vuur van binnen brandt, is 't ook zulk een heerlijk +werk. + +Hoe verlangt mijn ziel naar 't oogenblik, dat ik dezen arbeid zal mogen +aanvatten! + +Ik verheug mij, dat ik u in dezen opzichte wederom gunstige berichten +mag doen toekomen. Inplaats van 20 minuten word ik om den anderen dag +geregeld 40 minuten bestraald met Röntgen-belichting. 15 en 16 Januari +werd ik met radium behandeld. Vandaag kreeg ik nog een extra-behandeling +met kool-radium, weer een nieuw soort. Duurt de gewone radium wel 2000 +jaren, deze kool-radium houdt slechts twee dagen zijn kracht. Maar +'t doet eveneens een krachtige werking. Ondanks een kleine katarrh +verdraagt mijn gestel alles met het grootste gemak. Ik ga in gewicht nog +zelfs iets vooruit en voel mijn krachten herleven. + +O wonder van goedheid, dat de Heere aan mij doet! + +Dien alléénzaligen God beveelt ook u, geliefde gemeente, van ganscher +harte + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 28 Januari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Gelijk ik uit de couranten bemerk, is ook ten uwent evenals hier gister +de dooi onverwacht ingetreden. De plasregen van den morgen werd echter +gevolgd door sneeuw, en thans wordt ons oog bekoord door den schoonen +glans der witte bergen. + +Ondanks regen en sneeuw werd de dag van gister hier met groote vreugde +gevierd. Het was de verjaardag van den Keizer, een dag van beteekenis +onder de vierdagen des volks; en de wijze, waarop deze dag hier geëerd +wordt, moet elk Christelijk burger tot groote blijdschap stemmen. + +Er is geen plaats in 't heele Duitsche rijk, of er is althans één +kerkgebouw geopend, waar 's morgens bede- en dankstond voor keizer en +rijk wordt gehouden. En overal klinkt uit Duitsche monden 't krachtig +gezang: + + Vater, kröne du mit Segen + Unsern Kaiser und sein Haus, + Führ durch Ihn auf deinen Wegen + Herrlich deinen Ratschlusz aus! + Deiner Kirche sei er Schutz, + Deinen Feinden biet' er Trutz. + +Dat is: + + Vader, kroon met uwen zegen + Onzen Keizer en zijn huis, + Voer door hem op uwe wegen + Heerlijk uwen raadslag uit! + Uwe Kerk zij hij ten schild, + Uwen vijand bied' hij tegenweer. + +Op zulk een dag krijgt men den indruk, dat 't Duitsche rijk nog een +machtige eenheid is, die, door vroed beleid bestuurd, een hooge en +schoone roeping in 't hedendaagsch wereldgebeuren vervult. + +Wie 't Duitsche volksleven echter van naderbij beziet, wordt helaas met +sombere gedachten voor Duitschlands toekomst bestormd. In den hoogen +blos der schijnbare volksgezondheid, ziet hij dra 't rood der tering; +in al 't vreugdegetril hoort hij reeds 't rochelen van den dood. + +Ik wijd niet breedvoerig uit over hetgeen ik hier hoor en zie. Ik deel u +slechts den korten inhoud mede van een schoone predikatie, die ik Zondag +voor acht dagen in de kapel van 't Diaconessenhuis hoorde, en knoop aan +deze preek enkele beschouwingen vast. + +Ds. Kammerer sprak uit Lukas 2: 41: »En Zijne ouders, reisden alle jaar +naar Jeruzalem, op het feest van Pascha." In zijn rede stelde hij de +heilige familie in tweeledig opzicht als voorbeeld voor het Christelijk +huisgezin, namelijk, 1e in haar vasthouden aan heilige, van God gewilde +tradities, en 2e, in haar volkomen eenstemmigheid te dezen aanzien. + +Had de Heere reeds voor Oud-Israël ingezet, dat het volk minstens +éénmaal 's jaars voor Zijn aangezicht te Jeruzalem moest verschijnen, +hoe moeielijk voor Jozef en Maria de onderhouding van dit gebod ook +ware, elk jaar togen zij met Paaschfeest naar Jeruzalem. + +Ook ons heeft de Heere Zijne inzettingen gegeven, zooals 't lezen der +Schrift, het huiselijk gebed, en het kerkbezoek op den Zondag. + +Zijn wij als Jozef en Maria getrouw in 't houden dezer inzettingen? +Helaas, de mannen laten de onderlinge bijeenkomsten na. Alléén de +vrouwen komen tamelijk geregeld op, en hier en daar een enkele man. +»Vrouwen, waar zijn uwe mannen! Moeders, waar zijn uwe zonen?" vroeg de +predikant met ontroerde stem. + +Helaas, er is geen overeenstemming tusschen man en vrouw in 't eene +noodige! Hoe geheel anders is dit bij Jozef en Maria! Zij gaan altijd +samen op. Bij hen is te dezen aanzien een volkomen eenstemmigheid. + +En deze moet er bovenal zijn, wil 't familieleven gelukkig en gezegend +zijn. + +Door den Heere wordt deze eenstemmigheid ten hoogste gewaardeerd. Ziet, +dit is de eere, die Hij aan deze arme echtgenooten geeft, dat zij de +pleegouders mogen zijn van Zijn Eeniggeboren Zoon. + +Wanneer de Duitsche Keizer de opvoeding van den Kroonprins aan twee +arme, hoewel godzalige, echtgenooten had toevertrouwd, zou hij duizend +jaren later om deze domheid nog zijn bespot. Maar ziet hier de ironie +der Goddelijke wijsheid. Zij lacht om aardsche heerlijkheid! Hóóg houdt +zij 't ware schoon! Daartoe behoort allereerst de overeenstemming van +man en vrouw in den dienst des Heeren! Zie hier, hoe hoog deze door den +Heere wordt gesteld! + + O Selig Haus, wo Mann und Weib in einer, + In deiner Liebe eines Geistes sind, + Als beide eines Heils gewürdigt, keiner + Im Glaubensgrunde anders ist gesinnt; + Wo beide unzertrennbar an dir hangen + In Lieb und Leid, Gemach und Ungemach, + Und nur bei dir zu bleiben stets verlangen + An jedem guten wie am bösen Tag! + +Dat is: + + O zalig huis, waar man en vrouw in eene, + In uwe liefde éénes geestes zijn, + Waar beiden van één heil bezitters zijn en geene + In gronden des geloofs een andere gezindheid heeft. + Waar beiden onafscheidelijk aan u hangen, + In lief en leed, gemak en ongemak, + En slechts bij u te blijven steeds verlangen, + Zoowel op iederen goeden als op iederen boozen dag. + +Van zoodanige heerlijke eenstemmigheid merkt men echter in Duitschland +betrekkelijk weinig. De Duitsche vrouw bleef tot op heden tamelijk wel +haar Gretchen-natuur getrouw; ze is nog steeds in de kerk te vinden. De +Duitsche man handhaaft daartegenover zijn treurig Faust-karakter; hij +hoort de evangelieboodschap wel, maar gelooft haar niet. + +De Duitsche vrouw was dan ook tot hiertoe de zon in het Duitsche huis, +en 't Duitsche huisgezin was de hoeksteen van het Duitsche rijk. + +Helaas, thans begint ook deze zon te verdonkeren, begint deze hoeksteen +te wankelen. + +Aangrijpend toch is wat de Duitsche bisschoppen voor enkele weken in hun +herderlijk schrijven aan de Duitsche natie hebben medegedeeld. + +Volgens 't schrijven dezer bisschoppen kwamen er in 1876 42 geboorten +voor op de 1000 inwoners, in 1911 daarentegen slechts 29 op de 1000. Dit +beteekent 65000 kinderen minder voor het geheele rijk. Altijd sneller +gaat 't getal der geboorten in Duitschland nog achteruit. Duitschland +streeft op treurige wijze Frankrijk en België in dezen voorbij. Spoedig +zullen in Duitschland jaarlijks meer lijkkisten dan wiegen zijn. + +Vreeselijk! + +Met cynisch welbehagen schreef kort geleden dan ook een Fransch blad: +»Het Fransche volk kan rustig zijn, in Berlijn doen ongeloof, ontucht en +echtbreuk even goed hun werk als in Parijs." Het blad raadt dan ook aan, +Duitschland niet met kanonnen te bedreigen, maar met zedelooze romans te +overladen. + +Wie huivert niet voor de toekomst van 't Duitsche volk, wanneer men van +deze dingen kennisneemt? Hoe schoon het heden ook lijke, er is weinig +zienersgevoel noodig om aan den horizon de donkere koppen te zien, die +'t dreigend gericht voorspellen. + +Ik denk op dit oogenblik aan hetgeen ik kort geleden van Lasserre las +over den bekenden Franschen schrijver Ernst Hello. Deze Hello is met +recht genoemd de Pascal der 18e eeuw. Hij heeft een schitterend werk +geschreven, getiteld: »l'Homme"; »de mensch". + +Lasserre geeft bij dit werk een inleiding, en deelt daarin de volgende +passage mede. + +Het was in één der jaren vóór 1870, tijdens de tentoonstelling te +Parijs. In de zoogenaamde dolle jaren dus. Men smeet met het geld. Men +droomde van wereldvrede. Het was een der meest rotte tijden uit de +geschiedenis. Uitwendig scheen alles in groei en bloei. Inwendig was 't +volksleven geheel vermolmd. + +De Pruisen hadden 't grootste stalen kanon tentoongesteld, dat totnogtoe +gegoten was. + +Men lachte om dit ding. + +Trouwens, oppervlakkigheid en lichtzinnigheid was één der voornaamste +kenmerken van dien tijd. Vlak vóór den oorlog beweerde de Regeering in +de Kamer: + +»Alles is voor den oorlog gereed, geen knoop ontbreekt aan de slobkous!" + +Op één dier dagen vóór '70 wandelde Lasserre op de tentoonstelling. In +de verte komt Hello aanwandelen. Hij komt naar Lasserre, en zegt: »Ik +verwonder mij, mijn vriend!" »Waarom?" voert Lasserre hem tegemoet. »Ik +kwam langs de Tuilerieën, en verwonder mij, dat zij niet in vlammen +staan!" + +Die man is krankzinnig, zegt een ander tot Lasserre. + +Nog slechts korten tijd, en de Pruisen staan voor Parijs. De Tuilerieën +gaan in vlammen op. + +Vreeselijk, wanneer een dergelijk lot Duitschland moest treffen! + +Nòg heeft 't Duitsche volk veel voor boven 't Fransche. Nòg heeft +Duitschland vele profeten, die het volk getrouw waarschuwen. Moge 't +naar dezen nog luisteren! + +Toen ik gisteren, aan den avond van des keizers verjaardag, de sneeuw +zag liggen op de bergen, dacht ik onwillekeurig aan 't woord van Jesaja +tot Juda: »Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; al waren +uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw". + +Hoore 't Duitsche volk nog naar dit woord van God! Ook voor de toekomst +van ons volk zal dit van de grootste beteekenis zijn. + +Onwillekeurig heb ik nu mijn maat al vol geschreven. Laat ik u nog even +mededeelen, hoe 't mij gaat. Ik ben overgelukkig, dat ik u kan +berichten, dat 't mij zeer wel gaat. Deze derde kuur schijnt mij de +gezegendste, die ik gemaakt heb. O wat zal ik gelukkig zijn, wanneer ik +weer aan 't openbare leven kan deelnemen! + +Verheerlijke de Heere daartoe de wonderen Zijner goedheid en almacht aan +mij, onwaardige, en verhoore Hij uwe en onze gebeden! + +Weest allen tezamen den Heere bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 4 Februari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Van 9 Januari tot heden, 4 Februari, heb ik wederom in Heidelberg +vertoefd; terwijl ik mij gereed maak om te vertrekken, zie ik terug op +de dagen, die achter mij liggen, en dankbaarheid aan den Heere doet mijn +hart met snelle vreugdeslagen kloppen. + +Het is vandaag een schoone dag hier; een lentedag in den winter; er +is een heldere lucht, een vriendelijk zonnetje. Er waait geen windje. +»Ueber allen Gipfeln ist Ruh!" Boven op de bergen, overal is 't +heerlijke stilte in de natuur. Heerlijk symbool van wat op dezen dag +mijn hart vervult. + +De Heere heeft alles wederom zoo wel gemaakt. Hij heeft mij beloofd, +voor mij te zullen zorgen, en geen tittel of jota van dat woord is ter +aarde gevallen. Integendeel, de uitkomst heeft een klemtoonteeken +geplaatst boven de rijke belofte Gods. Hij heeft vriendelijke handen +gegeven, die voor ons wilden zorgen, en die ik in gedachte zegen. Hij +heeft mij thans weer gesterkt gedurende een sterk aangrijpende kuur. +Behalve de dagelijksche inspuitingen heb ik 14 Röntgen-bestralingen +gehad; dit is zelfs één boven 't maximum, dat hier wordt toegediend. +Daarbij heb ik zes radium-bestralingen ontvangen, elk van vijf uren. +Reeds de dagelijksche inspuitingen grijpen 't gestel zóó aan, dat alle +patiënten er tegen opzien. Nochtans heb ik alles zonder eenig bezwaar +mogen doorstaan. In geen maanden hebben zich bloedingen vertoond. Mijn +gewicht bleef gedurende de kuur hetzelfde, mijn krachten zijn weer +aanmerkelijk toegenomen. En terwijl wij vertrekken, gloort de hope op +een algeheele genezing mij als 't licht van een nieuwen levensmorgen +tegen. Het is een lentedag in den winter, en al wat in mij is, jubelt +den Gever van alle goede gaven tegemoet, om Hem te danken voor zooveel +gunst aan een onwaardige en ellendige bewezen. + +Hoeveel de Heere ook geeft, ik heb evenwel nog meer te vragen. En vooral +twee wenschen kiemen thans op in mijn hart, één voor 't »Jenseit", één +voor 't »Diesseit", één voor 't geestelijke, één voor 't tijdelijke +leven. + +De Heere geeft mij een langzaam, een gestadig herstel. Behaagt 't Hem +mij volkomen te genezen, dan heb ik voor 't geestelijke leven den +innigen wensch, dat de Heere mij en mijn huis steeds nader tot Hem +brenge. Alleen de ware levensheiliging geeft ware levensvreugde; waar de +heiligmaking is, bloeit de hoogste vreugde, zelfs in dagen van zware +krankheid, zelfs in kerkerholen, zelfs in de zevenmaal heeter gestookte +ovens. + +Met de oude mystieken ging ik te rade, wat de beste middelen zijn om de +vervulling van dezen wensch te verkrijgen, en met hen kwam ik tot 't +besluit, dat de _meditatie_ of de _overdenking_, de _oratie_ of 't +_gebed_, de _contemplatie_ of de _inwendige geestelijke aanschouwing_ +de voortreffelijkste wegen zijn, die leiden tot 't voorgestelde doel. + +Tweemaal lezen wij in Lukas 2 van Maria, dat zij de dingen, die haar +omtrent Jezus gezegd werden, bewaarde in haar hart; éénmaal, dat zij die +tezamen bij zichzelve overlegde. Maria _mediteerde_ over hetgeen de +herders, een Simeon, een Hanna haar zeiden. We kunnen veilig aannemen, +dat vooral 't woord van Simeon haar als lood op de ziel heeft gewogen, +en dat zij er veel en zwaar over heeft nagedacht. Wat was de vrucht +daarvan? Dat haar in de donkerste ure van haar leven, toen zij bij 't +Kruis stond, 't licht daarover opging, en juist dit licht behoedde haar +toen voor algeheele vertwijfeling. Het mediteeren over 't Woord Gods, de +wegen Gods, de leidingen Gods, is als de hamerslag, die de nagelen van +het Woord steeds vaster slaat in onze ziel. Dit mediteeren ontsteekt de +witte vlam der heilige wijsheid in onzen geest; deze wijsheid is als 't +oog der ziel; dit oog ziet 't perspectief der hope, waar anderen in +dikke duisternis rondtasten. + +Aan dit rustig mediteeren hebben we vooral tegenwoordig zulk een groote +behoefte. De zaken, die wij dagelijks moeten doen, zijn zoo groot en zoo +vele, en de dagen zijn zoo kort. We hebben altijd zulk een haast. Dit +is niet goed. Op deze wijze loopt onze geest ledig, en wij moeten hem +vullen. Wij nemen er den tijd af voor allerlei dingen. Laten wij er ook +den tijd afnemen voor de godvruchtige meditatie. Deze doet ons als Mozes +te midden van de vele drukten van 't leven nabij den Heere leven, en +verhoogt 't gewicht en de kracht van ons bestaan. + +In de tweede plaats noemde ik als middel om nabij den Heere te leven de +_oratie_ of 't _gebed_. + +Te mogen bidden, te mogen spreken met den Koning der koningen, welk een +eere! Te kunnen bidden, welk een verlichting in de ure der benauwdheid! +Het klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend oor. Welk een troost, +wanneer wij in tijden van diepe droefenis met de psalmisten 't +boordevolle hart mogen uitstorten voor Hem, die Zich wendt tot het gebed +desgenen, die gansch ontbloot is. Van den troost en de kracht van 't +gebed staat zooveel in 't Woord van God geschreven, dat ik er niet breed +over wil uitweiden. + +Alleen op één sprekend voorbeeld wil ik nog wijzen. Jeruzalem wordt door +Sanherib belegerd, en ongeveer op dienzelfden tijd is Hiskia doodelijk +krank. En 't ergste is, het volk is door zijn zondig verleden rijp voor +'t gericht. Welk een hachelijke toestand! Hiskia wendt zich in dezen +hoogen nood weenend tot den Heere. De Heere hoort. De koning wordt door +een wonder genezen. Het Assyrisch leger van honderd vijf en tachtig +duizend man wordt in één nacht geveld. De stad wordt verlost. De +ongerechtigheid wordt vergeven. Welk een overweldigende rijkdom van +zegen op 't gebed van één man! Broeders en zusters, laat 't gebed de +kracht van ons leven zijn, zoo zal er zeker kracht van ons uitgaan. + +Als derde hulpmiddel voor de bevordering van 't gemeenschapsleven met +den Heere, noemde ik de _contemplatie_ of de _innerlijke geestelijke +aanschouwing_. + +Wanneer een onzer verwanten een ongeluk treft, bij een spoorwegongeval +omkomt, of te water valt en verdrinkt, stellen wij ons telkens de ramp +voor oogen. Het is, of wij den geliefde door de rails zien verbrijzelen, +of wij hem in de golven zien wegzinken. Het is ons, of wij zijn laatste +angstkreten hooren. Een oogenblik staan wij op om hem ter hulp te +snellen. Zóó krachtig werkt 't voorstellingsvermogen in den mensch. Het +werkt in zulke gevallen zoo krachtig door de liefde, die wij voor den +getroffene gevoelen. + +Alzoo is de liefde ook de drijfkracht in de innerlijke, geestelijke +aanschouwing. Zij dringt ons, om ons den Heiland voor oogen te stellen, +zooals Hij lag in de kribbe, zooals Hij rondwandelde door Kanaän, zooals +Hij worstelde in Gethsémané, zooals Hij leed voor Kájafas, Pilatus, +Herodes en aan het kruis, zooals Hij na Zijn opstanding verscheen aan +Zijn jongeren, zooals Hij opvoer ten hemel, en zooals Hij nu naar de +heerlijke beschrijving van Johannes is gezeten ter rechterhand van den +Vader. Zijn wij recht levendig in deze aanschouwing werkzaam, dan is 't +ons, of zij ons een wijle buiten ons zelven brengt. + +Heerlijk is de vrucht dezer contemplatie. + +Zij vereenigt ons op 't allernauwst met den Heere, zij doodt den +zinnelijken lust, zij vervult de ziel met 't hemelsch ideaal, zij doet +ons als Henoch wandelen met God, zij brengt een heerlijken glans op ons +leven. Blonk het aangezicht van Mozes, toen hij van den berg kwam, waar +hij met den Heere had verkeerd, ook op ons gansche zijn komt de gouden +glans van den hemel. + +Alzoo beleven wij waarlijk, wat Paulus schrijft, 2 Cor. 3: 18: »Wij dan, +de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar +hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot +heerlijkheid, als van des Heeren Geest." + +O heerlijk, o gelukkig, o gezegend leven! + +Behaagt 't den Heere nog jaren tot mijn levensdagen toe te voegen, 't +behage Hem dan ook, dit leven mij te schenken, opdat ik reeds op aarde +den hemel mag beginnen, en volkomen mag zijn voor de taak, die mij +wacht. + +Over mijn tweeden wensch hoop ik U een volgende maal te schrijven. + +'t Bovenstaande schreef ik 's morgens vóór mijn vertrek uit Heidelberg. +2.19 stapten we te Heidelberg in den trein. We hadden een voorspoedige +reis; precies op tijd liep 's avonds even over tien onze trein 't +station te Amersfoort binnen. Onze beide jongens waren aan den trein, en +ge begrijpt de vreugde van 't wederzien. Den Heere zij lof en dank voor +alles. + +Ontvangt van mijn vrouw en huisgenooten de hartelijke groeten. + +Weest allen tezamen den Heere bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 10 Februari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +In mijn vorig schrijven heb ik U reeds onze behouden aankomst in +Amersfoort gemeld. Zoo spoedig mogelijk ben ik hier naar mijn huisdokter +gegaan, om mij wederom te laten onderzoeken. Hij was buitengewoon +tevreden over de in- en uitwendige resultaten der kuur. + +Alzoo ga ik dan, den Heere zij daarvoor lof en prijs, langzaam maar +gestadig vooruit. Natuurlijk zou ik liever zien, dat mijn genezing +grootere sprongen maakte. Maar wij weten niet, wat wij moeten begeeren. +In Heidelberg is men van oordeel, dat een langzame maar steeds +doorgaande genezing beter is dan een plotselinge, omdat zich bij de +snelle genezingen de meeste terugvallen voordoen, terwijl een langzame +maar gestadige voortgang der genezing de meeste kans biedt, dat men +voorgoed van de kwaal wordt bevrijd. + +Hoe dit zij, ik geef 't over aan den Heere, die mij beloofd heeft voor +mij te zorgen. Dezer dagen wilde Hij mij wederom nog zoo krachtig +vertroosten met de woorden van Ps. 91: 1, »Die in de schuilplaats +des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des +Almachtigen". Wat zal ik nog meer wenschen? Wat anders dan dat heel deze +weg mij maar altijd nader brenge tot den Heere, mij altijd inniger Zijn +gemeenschap doe smaken. Dit is 't Hoogste en Zoetste. Daarvan zing ik +met Tersteegen in zijn overschoon lied: »De vereeniging met God". + + Ich bin im dunklen Heiligtum, + Ich bete an und bleibe stumm; + O ehrfurchtfolles Schweigen! + Der beste Redner sagt mir nicht, + was man hier ohne Reden spricht, + durch Lieben und durch Beugen. + + Hier ist die stille Ewigkeit + ein immerwahrend selges Heut, + dies Nun kann alles geben. + Die Zeit vergeht mir süsz un sacht; + Ich möchte beten Tag und Nacht, + bei Gott im Geiste leben. + + Hier ist mein wahres Element, + ein Friedensland, weit ohne End, + von Milch und Honig flieszend, + Hier quilt im Grund ein Balsenflusz, + durch alle Kräfte des Genusz, + So sänftiglich ergieszend. + +Dat is: + + Ik ben in 't donker heiligdom; + Aanbiddend, blijf ik stom; + o diep eerbiedig zwijgen! + De beste spreker zegt mij niet + wat men hier zonder woorden spreekt, + door _Lieven_ en door _Buigen_. + + Hier is de stille eeuwigheid, + een altijddurend zalig heden; + dit »nu" kan alles geven. + De tijd gaat voorbij zoet en zacht; + Ik wilde wel bidden dag en nacht, + Om in den geest bij God te leven. + + Hier is mijn ware element, + een vredes-land zonder end, + van melk en honig vloeiend. + Hier ontspringt een balsembron, + die 't genot in alle zielekrachten + zoo zoetelijk doet stroomen. + +Behaagt 't den Heere, mij te herstellen, dan heb ik natuurlijk ook nog +een tweede begeerte, n.l. spoedig te mogen ingaan tot den arbeid, die +zoo geheel de liefde van mijn hart heeft, den arbeid onder voogdij- en +regeeringskinderen, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en +zwervers. + +Volgens sommigen is deze arbeid wel nutteloos; zij beschouwen eigenlijk +alleen dan een bekeering als echt, wanneer iemand van zijn jeugd af als +een kind des verbonds heeft geleefd. »Wacht u voor bekeerde Joden, voor +bekeerde hoeren, voor bekeerde bandieten! Een vos verliest wel zijn +haren, maar niet zijn streken." Ziedaar hun standpunt! + +Er is zeker weinig betoogkracht noodig om dadelijk te doen zien, dat +dit standpunt onhoudbaar is. + +Het strijdt met de Schrift. De eerste Christelijke gemeente is uit +bekeerde Joden als evenzoovele levende steenen opgebouwd, en hoeveel +goeds wordt in de Schrift van haar gezegd. Een moordenaar volgde den +Heiland in 't paradijs. Hoeveel liefde bewees de vrouw, aan wie veel +vergeven was! + +De feiten werpen ook dit heele standpunt omver. Denkt slechts aan een Da +Costa, een Neander, een John Bunyan, een Rowland Hill. + +De ervaring bewijst juist, dat menschen met een zwarte jeugd, wanneer +zij waarlijk bekeerd worden, zich na hun bekeering zoo ver mogelijk van +dit zwarte punt zoeken te verwijderen, en als Maria Magdalena zoo dicht +mogelijk bij den Heere zoeken te zijn. + +O, ik brand dan ook van verlangen, om dien arbeid te beginnen onder deze +ellendigen en verlorenen. + +In de stichting voor voogdij- en regeeringskinderen zullen we in den +regel wel alleen degenen krijgen, die voor de gezinsverpleging +ongeschikt zijn. Dit is dus 't minste soort. Maar o, wat lokt 't mij +aan, deze zwarte schapen hun weg voor oogen te stellen, en hun te doen +zien, hoe deze weg hen ten ondergang voert! Hoe lokt 't mij aan, hun +tegelijk den oneindigen rijkdom van Christus' zoekende liefde te +prediken, en hun den weg te wijzen, die leidt tot een eeuwig behoud! + +Ook van de opleiding voor maatschappelijken arbeid stel ik mij veel +goeds voor. Terecht heeft de Regeering ingezien, dat zij voor heel +de opvoeding van dergelijke kinderen de krachten van 't particulier +initiatief moet te hulp roepen. Vooral in de particuliere stichtingen +kan de Christelijke liefde haar werk doen. Met dwang alleen komt +men trouwens in 't werk der opvoeding niet veel verder. Laat de +plantagehouder zijn slaven op den akker zenden, laat hij den man met de +zweep medezenden; 's avonds keeren de slaven wel terug met de vruchten +van hun arbeid, maar ook met een hart vol haat tegen den meester en +tegen den arbeid. Liefde tot den arbeid moet den kinderen worden +ingeprent. Daartoe moeten dwingend gezag en Christelijke liefde +samenwerken. + +De andere arbeid, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en +zwervers, is van niet minder belang. + +In den regel stellen wij ons voor, dat de gevangene in zijn kerker vurig +naar de vrijheid verlangt. En dit is ook zoo. Toch is er iets, dat hem +al 't genot der vrijheid geheel vergalt. De gevangene weet, dat hij in +zijn gezin de eereplaats kwijt is. Werk krijgt hij niet gemakkelijk +meer. Wie wil iemand hebben, die gezeten heeft? Velen vallen na hun +ontslag uit de gevangenis in de misdaad terug, en zij gaan hun verder +leven van de gevangenis in de maatschappij, van de maatschappij in de +gevangenis. Dit moet voorkomen worden. Deze menschen moeten geholpen +worden. »Peccator est, comprime; homo est, miserere!" »Hij is een +misdadiger, bestraf hem; hij is een mensch, heb medelijden met hem!" + +Ook voor de drankzuchtigen moet er een retraite (rustplaats) zijn, waar +hun verstoord zenuwleven hersteld wordt, en waar zij onder de +bearbeiding der Christelijke liefde tot den strijd tegen de +drinkgewoonte worden gesterkt. + +Het moeilijkst te behandelen zijn de zwervers, de arbeidsschuwen; die +leven van bedelarij en diefstal. Maar de Heere kan ook uit deze steenen +kinderen Abrahams verwekken. + +O geve mij de Heere dezen arbeid te mogen beginnen! + +Geliefden, houdt aan in 't gebed voor mij! Verblijde ons de Hoorder der +gebeden nog door Zijn groote daden! + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 19 Februari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Tot mijn leedwezen kan ik u thans geen uitvoerig schrijven doen +toekomen. Ik lig met een lichte maagkatarrh te bed, en kan dus niet +schrijven. + +Gedenkt onzer, en weest den Heere bevolen + + door uwen u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 25 Februari 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Het speet mij zeer, dat ik u een vorig maal door een lichte maagkatarrh, +die mij een paar dagen aan 't bed bond, geen uitvoerig schrijven kon +doen toekomen. Van deze kleine ongesteldheid ben ik thans, den Heere zij +dank, geheel hersteld. + +Wat de eigenlijke kwaal aangaat, behoudt 't proces zijn gewoon verloop. +Den éénen dag gevoel ik me eens wat beter dan den anderen dag; maar over +het geheel genomen ga ik toch langzaam vooruit. + +Ik zal echter lang moeten wachten, voordat ik geheel hersteld zal zijn, +wanneer 't den Heere althans behaagt mij te genezen. Dit lange wachten +valt weleens moeilijk. + +Toch zou ik mij zeer bezondigen, wanneer ik klaagde. De Heere maakt 't +gedurende dezen wachttijd in alle opzichten zoo boven bidden en denken +wel. + +Ik denk in deze dagen veel aan Mozes' beproeving in Midian. + +Door Gods allerbijzonderst voorzienig bestel is hij door de hand eener +prinses uit 't water getogen, en door haar zorg met de wijsheid van +Egypte als overgoten. Temidden dezer heidensche opvoeding bevestigt de +Heere nochtans aan Mozes Zijn verbond, dat Hij met Abraham heeft +opgericht, en door deze heerlijke genadedaad Gods kiest Mozes in zijn +hart den smaad van 't onderdrukt slavenvolk boven alles wat 't heidensch +Egypte hem kan bieden. Een heerlijk levensideaal teekent zich af voor +Mozes' oog. Hij voelt zich de providentiëel aangewezen verlosser van +zijn arme volk, en hij trilt van verlangen om als zoodanig te mogen +optreden. Hij is nu veertig jaar geworden. Hij gaat zijn volk bezoeken. +Hij ziet een Egyptenaar een Israëliet mishandelen. Hij grijpt den +verdrukker en velt hem neer.... Dit zal 't sein worden tot den +algemeenen opstand van 't vertrapte slavenvolk! Nu zal de geweldige +strijd beginnen!.... Droef verstoorde illusie!. Den volgenden dag treedt +een Israëliet als verrader tegen Mozes op. Wel een bewijs, dat dit volk +allerminst rijp is voor de groote worsteling. Het zal nog zwaarder +verdrukt moeten worden, voordat de Israëlietische heldenziel ontwaakt. +Mozes' eigen leven raakt in gevaar. Hij vlucht de woestijn in, totdat +hij in Midian een veilig toevluchtsoord gevonden heeft bij Réhuël, den +priester-sjeik, die den jongen man niet alleen in zijn huis maar ook in +zijn familie opneemt. Hier vertoeft Mozes veertig jaren, van week tot +week, van maand tot maand, van jaar tot jaar de kudde weidend van zijn +schoonvader Réhuël. + +Welk een domme zaak voor 't oppervlakkig oog! De Heere formeert Mozes +tot een verlosser voor zijn volk, en op 't oogenblik dat deze man Gods +als zoodanig wil optreden, breekt de Heere Zijn eigen werk af. In plaats +van Israël aan te voeren in den strijd tegen Egypte, moet hij veertig +jaren achtereen 't vee van Réhuël weiden in de woestijn. Ossen en +schapen hoeden kan iedereen; voor de verlossing van een volk is een +allerbijzonderste zalving van noode; aan Mozes is de zalving gegeven, en +zie, daar wordt de kostelijke middelmoot van 't leven van dien man, van +zijn 40e tot zijn 80e jaar, als waardeloos in de woestijn weggeworpen. +De geweldige leeuw wordt voor een zandkarretje gespannen, en moet zoo +veertig jaren achtereen zijn reuzenkracht verbruiken in nietig werk. +Welk een beproeving voor Mozes! + +Zeer juist! Maar evenals alle beproeving is deze weg voor Mozes de meest +gezegende; deze lange omweg is de rechte weg, waarin zijn opvoeding +tot verlosser des volks moet worden voltooid. Neen, de man, die daar +kersversch uit de Egyptische omgeving kwam, was nog niet de rechte man +voor de groote taak, die hem wachtte. Zeker, hij is vol van geloof; maar +ook vol van eigenwaan. Met welk een illusie gaat hij naar de broeders. +Hij zal zwaardwettende krijgszangen slingeren in de gemoederen van die +martelaren, wien hij hulpe heeft toegezegd.... bij Mozes, den man Gods. +De Heere zal aan de spitse treden, en door des Heeren zegen zal onder +Mozes' leiding het verdrukte slavenvolk tot een heldenvolk worden, dat +zich aan den greep der Egyptische onderdrukking ontworstelt. Welk een +held is die Mozes! Maar in eigen oog! Ternauwernood is zijn eerste +verlossingsdaad verraden, of...., hij slaat dadelijk op de vlucht. Er +moet nog iets meer aan hem gebeuren, als hij werkelijk is de man Gods, +die zich vasthoudt aan den Heere als ziende den Onzienlijke, en die +daarom tegenover Faraö pal staat als Sinaï's rots. Dat groote werk wordt +nu aan Mozes gewrocht in Réhuëls huis en in de woestijn! Daar leert hij, +wat hij in Egypte niet had kunnen leeren. Midian is de hoogeschool, die +Mozes eerst nog moest doorloopen, voordat hij bekwaam was voor zijn +hooge taak. Ongetwijfeld heeft ook Mozes dit later alles ingezien, en er +den Heere voor gedankt. + +Op soortgelijke wijze als voor Mozes heeft de Heere aanvankelijk de +beproeving ook voor mij gezegend. + +Zeker, het kruis is hard, zwaar, drukkend. Niemand mag 't begeeren. Dit +ware tegen de ordening Gods. Ieder verdrukte mag en moet, mits met +ootmoedige en eerbiedige onderwerping van eigen wil aan des Heeren +souvereinen, wijzen, ook heiligen wil, bidden om wegneming van 't kruis. + +En toch, wanneer 't den Heere behaagt, 't kruis op te leggen, en den +druk aan hart en leven te heiligen, is er niets meer zegenrijk dan 't +kruis. + +Dan wordt 't bevestigd: _hoe grooter kruis, hoe dichter bij den Heere_. +Nooit vergeet ik 't oogenblik, toen mij gezegd werd, dat ik de bekende, +vreeselijke ziekte had. Daar stond ik, vlak voor den dood, vlak voor de +eeuwigheid, vlak voor den Heere. Rijk was de genade, die de Heere toen +schonk. Het was mij om 't even, wat de Heere met mij deed, indien ik +slechts nabij Hem mocht zijn. Ook ik gevoelde levendig en voortdurend, +wat Tersteegen in verheven dichtwoorden zingt: + + Luft, die alles füllet, drin wir immer schweben, + aller Dinge Grund und Leben; + Meer, ohne Grund und Ende, Wunder aller Wunder: + Ich senk mich in Dich herunter. + Ich in Dir, Du in mir; + lasz mich ganz verschwinden, + Dich nur sehn und finden. + +Dat is: + + Lucht, die alles vult, waarin wij altijd zweven, + aller dingen Grond en Leven; + Zee, zonder grond en eind, wonder aller wonderen: + Ik zink in U ten onderen. + Ik in U, Gij in mij: + laat mij geheel verdwijnen, + U slechts zien en vinden. + +O, gezegend kruis, dat zulk een heil mij bracht! + +_Hoe grooter kruis, hoe sterker geloof._ Waar alles wordt afgesneden, +hecht zich 't geloof steeds vaster aan Hem, Die een afgesneden zaak +op aarde doet, en Die Zich wendt tot het gebed desgenen, die gansch +ontbloot is. Wie beschrijft den troost, dien dit geloof medebrengt? Dit +geloof onderwerpt zich volkomen aan Gods soevereinen, wijzen en heiligen +wil; maar 't blijft tegelijk hopen, waar allen wanhopen. + +_Hoe grooter kruis, hoe vuriger liefde._ De verdrukking is de stormwind, +die 't liefdevuur hooger en hooger doet oplaaien. Het »God heb ik lief!" +van den 116en psalm ruischt inniglijk op uit den diepen bodem des +harten. Die liefde is het leven, dat den dood niet vreest, maar met den +dood eerst tot zijn rechte uiting komt. Zou ik dan 't kruis niet kussen, +dat zulken zegen brengt? + +_Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon._ + + Je gröszer Kreuz, je schöner Krone, + Die Gottes Gnad uns beigelegt, + Und die einmal vor seinem Throne + Der Uberwinder Scheitel trägt, + Ach, dieses teure Kleinod macht, + Dasz man das gröszte Kreuz nicht achtet. + +Dat is: + + Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon, + Die Gods genade heeft toegelegd, + En die Hij eenmaal voor Zijn troon, + Om 's overwinnaars schedel vlecht. + Ach, dit duurzaam kleinood maakt + Dat 't grootste kruis als niets is geacht. + +Geliefde gemeente, hoe 't hier op aarde ook met u en mij ga, dengenen, +die den Heere liefhebben, werken alzoo alle dingen mede ten goede. +Laat ons dit vasthouden! Laat de Azafswensch de onze zijn: »_Maar mij +aangaande, het is mij goed, nabij God te wezen._" Met Mozes zullen wij +dan eenmaal aan des Heeren mond mogen ontslapen. + +Daartoe zij de Heere met u en met mij! + +Ontvangt wederom de hartelijke groeten mijner huisgenooten, en gedenkt +mij steeds als + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 5 Maart 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +De vogeltjes tjilpen alweer. De voorboden der komende lente vertoonen +zich alweer. De landman gaat weer uit tot zijn akker, om dien voor de +ontvangst van 't zaad te bereiden. + +Tegenover mijn raam staat van den morgen tot den avond een man te +spitten. Met forschen stoot zet hij telkens de spade in den grond. Alsof +ze een veer ware, licht hij de losgewrongen kluit met zijn spade op. +Met een lichte handbeweging werpt hij den klomp aarde in stukken op +haar plaats. Zoo werkt hij door, slechts nu en dan even verpoozend, +den elleboog op den knop van zijn spade, zijn klomp op 't staal doende +rusten. En dan gaat hij weer voort met zijn zwaren arbeid, totdat +etenstijd hem een wijle huiswaarts roept. + +Deze stoere werker doet mijn hart branden van verlangen, om ook alzoo de +spade in den grond te zetten op 't terrein, dat ik aanvankelijk betrad. +Geduld! Geduld! De Heere maakt alles schoon op zijn tijd. Hoe heerlijk +leert ons dit de roeping van Mozes bij 't brandend braambosch, waarbij +ik deze week nogal eens werd bepaald. + +Mozes heeft nu den leeftijd van tachtig jaren bereikt. Nog is zijn +schouder ongebogen; maar hij is de fiere jonge man niet meer, in wiens +aderen 't bloed dadelijk bruist en kookt; die den aanrander van den +volksgenoot met één slag velt, de herders van Midian op de vlucht +drijft, en Zippóra's schapen drenkt. De kalmte der grijsheid heeft de +onstuimigheid der jeugd vervangen. + +Echter moeten wij ons niet voorstellen, dat hij door het veertigjarige +woestijnleven ruw geworden is. In de tenten der Oostersche Bedoeïenen +heerschte vaak meer hoffelijkheid dan in de paleizen der stedelingen. + +Mozes heeft iets buitengewoons eerwaardigs, terwijl hij de kudde +voortleidt, tot achter in de woestijn, bij Horebs berg. + +Waarom, Mozes, voert ge uwe kudden zóó ver weg, tot achter in de +woestijn? Waarheen wendt zich vol heimwee uw oog? Blijft daar nog een +hope sluimeren op den bodem van uw hart, dat gij toch nog eens als +redder zult optreden van dat volk, dat daarginds in slavenboeien zucht? + +Plotseling worden zijn gedachten afgeleid door iets in zijn nabijheid. +Een boschje staat in brand. Dit was niets ongewoons. 't Gebeurde wel +meer door de onvoorzichtigheid van herders met 't vuur, dat er alzoo een +woestijnbrandje ontstond. + +Zulk een brand is echter eindelijk uitgebrand; maar deze blijft gloeien, +altijd sterker, altijd verhevener. + +Ware Mozes bijgeloovig geweest, hij ware op de vlucht gegaan. Hij +gelooft; daarom gaat hij op onderzoek uit. + +O wondervol gezicht! Blinkend, doch niet verblindend gaan hoog de +vlammen op. Niet verterend, maar verlichtend, omzweeft de lichtvolheid, +de lichtheerlijkheid 't braambosch. + +Hoort een stem, die Mozes zegt, den schoenriem te ontbinden, omdat deze +plaats heilig is! + +O groot oogenblik in Mozes' leven! + +De Heere spreekt! + +De Heere spreekt, en zegt Mozes, dat Hij is neergekomen om de +verdrukking van Zijn volk te zien. Een menschelijke wijze van spreken, +waarin de Heere Zijn nederbuigende goedheid aanschouwelijk maakt. + +De Heere spreekt, en roept Mozes om 't verdrukte volk uit Egypte te +leiden, en naar Kanaän te voeren. Welk een roeping! + +Zullen de verdrukten zich nu laten leiden? + +Hoe zal Faraö bewogen worden de zeshonderdduizend werkkrachten, die hij +gebruikt tot wat hij wil, te laten trekken? + +Op wien zal Mozes mogen steunen bij de voldoening dezer onafzienbare +taak? + +De Heere noemt Mozes Zijn Naam: »Ik zal zijn, Die Ik zijn zal! Ik zal +zijn!" + +Welk een roeping! + +De Heere is de _Zijnde_! Hij is niet een _wordende_ God, zooals Hegel +leert. Hij is de Zijnde. De eenige wezenlijke. Het éénige, eeuwige, +volmaakte wezen, buiten wien er niets wezenlijks is, en aan wien al wat +is zijn ontstaan en voortbestaan dankt. + +De Heere is de _Ik zal zijn_. Zijn raad bestaat, en Hij doet al Zijn +welbehagen. + +Niets kan Hem weerstaan. Hij schept werelden door een enkel woord van +Zijn mond. Hij vernietigt koninkrijken met den adem Zijner lippen. + +De Heere is de _Ik zal zijn, die Ik zijn zal_. De Getrouwe. Hij zal +zijn, wat Hij heeft toegezegd te willen zijn. De Heere vergeet Zijne +beloften niet. Hij moge uitstellen, dit uitstel dient slechts tot de +meerdere glorie van Hem, die een afgesnedene zaak op aarde doet. + +In dezen Naam is Mozes naar Egypte gegaan. + +In dezen Naam heeft de tachtigjarige zijn reuzentaak op luistervolle +wijze volvoerd. + +Op Zijn tijd maakt de Heere alles schoon. + +Maar wij zien nu geen brandende braambosschen meer, en wij hooren nu +geen hemelstemmen meer. + +Toegegeven. De openbaring Gods is thans voltooid. Hij, die met Zijn +lichtvolheid woonde in 't nedere, nietige braambosch, heeft Zich na dien +tijd zelfs nog heerlijker geopenbaard. Hij is met de volheid Zijner +Godheid gekomen in nedere dienstknechtsgestalte. + +En Hij, die eenmaal zóó Zijn werk op aarde volbracht, en nu gezeten is +ter rechterhand van den Vader, woont ook nu nog met Zijn Genade en Geest +bij Zijn arm en ellendig volk. + +Ja, 't braambosch brandt ook nu nog voort. Als bij de Emmausgangers, is +Hij ook nu met de Zijnen op hun weg, op hun beproevingsweg, en maakt +hunne harten brandende. + +De Heere spreekt ook nu nog tot Zijn volk, door Zijn Woord en Zijn +Geest, innerlijk en inniglijk in de ziel. + +Hij noemt ook nu nog Zijn Naam voor 't oor van Zijn volk. + +Indien één ding, dan heb ik dit duidelijk ervaren. Daarom, jubel op, o +mijn ziel, in den Naam van Uwen getrouwen God! Jubel hoog op, en verlaat +u geheel op Hem! + + Befiehl du deine Wege + Und was dein Herze kränkt, + Der allertreusten Pflege + Des, der den Himmel lenkt! + Der Wolken, Luft und Winden + Gibt Wege, Lauf und Bahn, + Der wird auch Wege finden + Da dein Fusz gehen kann. + +Dat is: + + Beveel gerust uw wegen, + Al wat u 't harte deert, + Der trouwe hoede en zegen + Van Hem, die 't al regeert! + Die wolken, lucht en winden + Wijst spoor en loop en baan, + Zal ook wel wegen vinden, + Waarlangs uw voet kan gaan. + +Dit bekende vers van den vromen Paul Gerhardt was een der eerste verzen, +die opgegeven werden, toen ik Zondag 4 October 1913 voor de eerste maal +de Duitsche kerk te Heidelberg binnentrad. Ge begrijpt, dat ik moeite +had, mijn tranen te bedwingen. Daar zag ik 't braambosch brandende. Daar +hoorde ik de stem des Heeren, tot mij sprekende in het gemeentelijk +gezang. + +Sindsdien heb ik ook geluisterd naar den raad, die verder in dit lied +van Gerhardt gegeven wordt: + + Auf, auf, gib deinem Schmerze + Und Sorgen gute Nacht! + Lass fahren, was das Herze + Betrübt und traurig macht! + Bist du doch nich Regente, + Der alles führen soll, + Gott sitzt im Regimente + Und führet alles wohl. + +Dat is: + + Schep moed, zeg aan uw smarten + En zorgen goeden nacht! + Laat varen, wat uw harte + In onrust heeft gebracht. + Gij wilt toch niet regeeren + Als een, die alles weet. + God blijft als Heer der Heeren + Met 't hoogst gezag bekleed. + +Ja, zoo is 't. + +Hij maakt 't alles wel, hetzij Hij onze aardsche wenschen vervult of +niet. Hij stelt nooit teleur. Geeft Hij niet, wat wij begeeren, zoo doet +Hij dit om 't meerdere in de plaats te geven. + +Hij maakt alles schoon op Zijn tijd. + +Leef, geliefde gemeente, in dit geloof! + +Werp steeds alle bekommeringen op Hem! + +Het einde Zijner wegen is de glorie van Zijn Naam en de zaligheid van +Zijn volk! + +Weest allen tezamen dan dien God en Zaligmaker bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 10 Maart 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Terwijl ik u dezen brief schrijf, maak ik mij gereed om wederom naar +Heidelberg te gaan, om mij daar voor de vierde maal onder behandeling te +stellen. + +Was 't verloop van de derde kuur prachtig, de nawerking daarvan heeft +niet beantwoord aan de verwachting, die ik ervan koesterde. De dikte in +den mond blijft, nu en dan heb ik nog hevige pijn, en in de laatste +veertien dagen heb ik 's nachts slecht geslapen. + +Ik wil echter allerminst klagen. Integendeel, wanneer de vreeselijke +pijn mijn mond doorsnijdt, buig ik mij vol aanbidding voor de heiligheid +des Heeren Heeren. Ik beschouw dezen kanker als een vruchtgevolg der +zonde. Maar hij is voor mij ook een vuur Gods, dat mij doorloutert. Hij +is voor mij ook een middel in Gods Hand, waardoor Hij mij brengt op de +aller-, allerliefste plek, op de vlakke velden, waar onze Koning en Borg +Zich in al Zijn schoonheid aan de ziel vertoont. + +Dan heb ik innerlijke vreugde in 't midden van de diepe smart, en stem +ik in met wat de dichter zingt: + + Maar, 't vrome volk, in U verheugd, + Zal huppelen van zielevreugd, + Daar zij hun wensch verkrijgen; + Hun blijdschap zal dan onbepaald, + Door 't licht dat van Zijn Aanzicht straalt, + Ten hoogsten toppunt stijgen. + Heft Gode blijde psalmen aan; + Verhoogt, verhoogt voor Hem de baan; + Laat al wat leeft, Hem eeren! + Bereidt den weg, in Hem verblijd, + Die door de vlakke velden rijdt; + Zijn Naam is Heer der Heeren. + +In dien Naam ga ik dan ook vol goeden moed weer naar Heidelberg. En zou +ik niet? Hij heeft mij derwaarts den weg gewezen en gebaand. Ik kan +niet anders doen dan Zijn goedheid daarin bewonderen. Voor de vierde +maal heeft Hij de beide lieve broeders, die zich zoo sterk voor mij +interesseeren, in staat gesteld de noodige middelen te vinden. Van 't +oogenblik af, dat ik in Heidelberg kwam, heeft de Heere de middelen als +wonderdadig willen zegenen. Zoude ik dan geen moed houden, en voortgaan +op hope tegen hope, mij vasthoudende aan den Heere als ziende den +Onzienlijke? + +Maar terwijl ik alzoo vol moed den geliefden vaderlandschen bodem weer +voor eenige weken ga verlaten, is mijn hart vol van ernstige gedachten +over de toekomst van ons volk, waaronder in de laatste jaren zulke +gewichtige omkeeringen hebben plaats gegrepen, en inzonderheid over de +toekomst van ons Gereformeerd volk. + +Kort geleden sprak ik met een Duitsch predikant. Met grooten ophef sprak +hij van den wederopbloei van 't Calvinisme in ons Vaderland. Ons land is +anders voor het buitenland geen stad op een berg; maar dit weet men daar +dan toch, vooral in Duitschland, dat »der Calvinismus" alhier zulk een +grooten »Aufschwung" gemaakt heeft. + +Later over dit gesprek nadenkende, vatte de vrees bij mij post, dat in +de laatste jaren de machtige ontwikkeling van het Calvinisme eenigszins +tot stilstand is gekomen. + +Dit stemde mij droevig, vooral met het oog op de jongste evoluties op +politiek gebied. + +Wie had een jaar geleden ook maar eenigszins kunnen denken, dat +geschieden zou, wat wij thans voor onze oogen zien afspelen? + +Cort v. d. Linden is de eerste Minister, en schrijft algemeen kiesrecht +als punt één op zijn program. Verbeeld u, Cort van der Linden! In zijn +staatkundigen brief van December herinnert Van Houten nog aan 't +volgende feit: »Tegenover Cort van der Linden stond ik een dertigtal +jaren geleden in het politiek strijdperk te Groningen, waar hij toen +hoogleeraar was. Het toenmalige _comité voor algemeen kiesrecht_ had er +een meeting belegd, die sterk was bezocht. Mr. W. Heineken trad als zijn +woordvoerder op en werd hevig bestreden door B. D. H. Tellegen en Cort +van der Linden. Ik schaarde mij aan de zijde van Heineken en verzocht +den kiezers bij mijn aanstaande aftreding partij te kiezen. De uitdaging +werd aangenomen door candidaatstelling van Cort van der Linden." En +dezelfde Cort van der Linden, overigens een man van een vast karakter, +is thans opgetreden als Minister om algemeen kiesrecht daadwerkelijk in +te voeren! + +Daar is in de tweede plaats de heer Treub, evenals Cort van der Linden +een man uit één stuk. Vóór de verkiezing van 't vorige jaar bedankte +hij voor een hernieuwing van zijn mandaat als lid van de Kamer, +omdat hij niet kon meegaan in de actie der linker-partijen voor +staatspensionneering. Ook is dezelfde Minister zoo fel mogelijk gekant +tegen de liefdadigheid. »De liefdadigheid," zoo schrijft hij in zijn +»Sociale Verzekering", »is per slot van rekening niet voor den gever, +maar voor den ontvanger; voor den gever moge zij zalig zijn, voor den +ontvanger is zij, omdat hij er geen aanspraak op heeft, die hij met +opgeheven hoofde kan doen gelden, maar er om bedelen moet en er door +vernederd wordt, een _pest_." Na de verkiezing wordt de heer Treub +Minister, en wat is nu zijn eerste regeeringsdaad? Een voorstel van een +staatspensioentje, een voorstel tot oefening van staatsliefdadigheid +jegens behoeftige ouden van dagen. + +O tuimeling der geesten! + +En wanneer nu aan deze verantwoordelijke Ministers rekenschap van deze +regeeringsdaden wordt gevraagd, wijzen zij eenvoudig naar den wil van 't +souvereine volk. Zij huldigen de leer van koning Leopold I, die met een +kniebuiging de kroon uit de hand van 't souvereine volk ontving. Zóó +vragen ook deze Ministers niet: wat zegt mijn staatsrechtelijk geweten, +maar: wat zegt de volkswil? En wat is die volkswil? Hoe wordt hij +saamgesteld? Wie spreek hem uit? + +Voor ons land is het antwoord daarop gemakkelijk te geven! + +Van 't eerste optreden der sociaal-democratische partij heeft haar +leider, Mr. P. J. Troelstra, het algemeen kiesrecht op den voorgrond +geschoven. Met dien eisch heeft hij de linkerzijde eerst verdeeld, en +daarna over haar geheerscht. Daarna is hij nog gekomen met den eisch +van staatspensioen. Wilden de vrijzinnigen tegen de sociaal-democraten +opbieden, en wilden ze bij de herstemmingen op hun hulp en steun +rekenen, dan waren zij verplicht, deze beide, algemeen kiesrecht en +staatspensionneering, in hun programma's te schrijven. Alzoo geschiedde. +De vereenigde linkerzijde triumfeerde. Nu heet 't dat algemeen kiesrecht +en staatspensionneering door den volkswil zijn uitgesproken. 't Is +eigenlijk de wil van Troelstra. Feitelijk doen Cort van der Linden en +Treub niet anders dan dat zij buigen voor Troelstra. Snorkend, maar niet +zonder grond, noemde Troelstra dan ook dit Kabinet zijn zaakwaarnemer. + +Kan 't erger? + +Gelukkig is er in Nederland nog een volk, dat nooit ofte nimmer voor den +schepter van Mr. Pieter Jelles' volkswil bukt. En dat is 't +Calvinistische volk. + +Maar tegen dit volk heeft zich zijn haat en die zijner partij dan +ook 't felst gekeerd. Duidelijk kwam dit wederom uit bij de +Kiesrechtmanifestatie op 1 Maart te Amsterdam in het Paleis voor +Volksvlijt. Door de beide sprekers, Oudegeest en Troelstra, werd +daar vooral op de lachspieren gewerkt. En wanneer brulde 't +instemmingsgeroep? Wanneer er gespot werd! Zooals door Oudegeest: +»Minister Rambonnet zendt niet den Bijbel, niet Bunyans Christenreize +naar de eeuwigheid op de vloot, maar Treubs boek tegen 't Marxisme!" +En door Troelstra, toen hij de Eerste-Kamerleden belachelijk maakte, +en hen aanraadde, wat meer zorg te hebben voor het heil hunner +onsterfelijke ziel. + +In den grond is heel de strijd der sociaal-democratie evenals die der +vrijzinnigheid niets anders dan een anti-christelijke strijd. Op den +bodem van elke wetenschap ligt de Theologie, ook van de sociologische +wetenschap. Het ongeloof is de wortel, waarop vrijzinnigheid en +sociaal-democratie stoelen; revolutie, opstand tegen God en Zijn +Gezalfde, is beider vrucht. + +Daarom is de haat dan ook zoo fel van 't socialisme tegen den levenden +God. Op treffende wijze is dit verklaard door Sertillanges in zijn +werkje »Nos luttes", »Onze worstelingen". Hij spreekt daarin over den +politieken strijd, den klassenstrijd en den Godsdienststrijd. Er is +niets, zegt hij, wat de hartstochten zoo in beweging brengt als de +politiek. De klassenstrijd kweekt daarbij haat. Nu zou men denken, dat +de Godsdienst vrede zou brengen. Maar neen, zij brengt olie in 't vuur. +Christus heeft gezegd, dat Hij gekomen is, om 't zwaard te brengen op +de aarde, en de tegenpartij voelt in de partij van den levenden God de +scherpte van Christus' zwaard. (Sertillanges, Nos luttes, bladz. 137 en +138). + +Onwillekeurig komen de scherpste partijen 't meest tegenover elkander te +staan. De middenpartijen vallen weg. Het scherp gekleurde komt op den +voorgrond. + +Alzoo is dan ook nu reeds vervuld, wat ik reeds voor jaren in mijn +»Calvinisme en Socialisme" opperde, dat in Nederland de groote strijd om +de leiding der geesten in de toekomst zou gestreden worden tusschen +Calvinisme en Socialisme. + +Wie zal in die worsteling triomfeeren? O zoo gemakkelijk kon 't +Calvinisme overwinnen, wanneer 't één was! + +Maar helaas, hoeveel soorten van gereformeerden zijn er niet! Er zijn +Gereformeerden A en B, Christelijk-Gereformeerden, oud-Gereformeerden, +de mannen van den Gereformeerden Bond, voorts die van de Confessioneele +Vereeniging. + +Welk een kracht zou er van 't Calvinisme in ons vaderland uitgaan, +wanneer al deze Gereformeerden eens werkelijk één waren! + +Maar dit worden ze toch nooit, hoor ik zeggen. Ziet maar eens, hoe +scherp ze tegenover elkander staan! De één wil nog gereformeerder zijn +dan de ander; dezen worden nooit één. + +Wie durft dat beweren? + +Gelooven wij dan niet meer in den Heiligen Geest? + +Werkt Gods Geest niet meer in Gods volk? + +Werkt Hij de gemeenschap der heiligen niet meer? + +Wie dat wilde beweren, randde daarmede de eere en het werk des Heiligen +Geestes aan! + +Vereeniging van de partijen in de Ned. Herv. Kerk is een onmogelijkheid. +Vereeniging van alle Gereformeerden is mogelijk, en noodzakelijk. Gods +eere eischt, de nood der tijden vordert 't. + +O wat zou 't Calvinisme ten onzent in ontwikkeling voortschrijden, +wanneer deze vereeniging eens tot stand kwam! Dan werd ons land waarlijk +als een stad op een berg! + +Komt, Geliefden, sturen we dan daarop aan, in gebed, in omgang, in +arbeid! + +Maar ik moet eindigen. Mijn brief is reeds veel te lang. Het is ook een +onderwerp, dat mij reeds lang bezighield. Ik verheug mij, dat ik, wat +mij vervult, nog eens heb mogen uitspreken. + +Weest tezamen den Heere bevolen. Gedenkt in uwe gebeden + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Heidelberg, 17 Maart 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Zoo zijn wij dan Woensdag den 11en Maart wederom gegaan naar Heidelberg, +de oude hoofdstad van 't oude keurvorstendom de Paltz; thans een +stad van den tweeden rang in 't groothertogdom Baden, maar als +universiteitsstad en als een der centra van de hedendaagsche cultuur +geenszins de minste onder de dochteren van Duitschland. + +Voor mij is Heidelberg de stad van Czerny en Werner, van 't +Samariterhaus, van 't kankerinstituut. + +Hoe gaarne ik anders steeds naar Heidelberg ga, ditmaal had ik zeer +tegen de reis opgezien. + +De laatste veertien dagen had ik thuis bijna niet geslapen, en ieder die +weet wat slapelooze nachten zijn, kent ook hunne verschrikkingen, en +weet hoe ze doen afnemen in krachten. + +Toch waren niet alle slapelooze nachten even donker en bang. Wanneer +de Heere 't mij gaf, mij in de stilte van den nacht diep onder Zijne +kastijdende hand te verootmoedigen;--wanneer Hij 't mij gaf dan aldus in +mijn binnenste te spreken: + +»Heere, Gij zijt rechtvaardig en heilig, ik ben boos en onrein! Gij doet +geen onrecht, Uwe zware kastijding is zoo volkomen rechtvaardig! Maar +bij U, Heere, is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt! Dit hebt Gij +getoond in de overgave van Uwen lieven Zoon, opdat Hij onze zonden zou +dragen, en onze krankheden op Zich zou nemen! Ach, Heere, neem dan om 't +lijden en de gehoorzaamheid van Uwen lieven Zoon deze krankheid weg, en +laat Uwe genade bij mij blijven. Ach Heere, ontferm U om Jezus' wille +over mijn arme vrouw, over mijn arme kinderen, over mijn ouden vader, +over allen, die mij lief en dierbaar zijn! Heere, wees mij genadig en +genees mij! Gij hebt mij beloofd, voor mij te zullen zorgen. Gij hebt +tot hiertoe deze belofte zoo lieflijk vervuld. Ach, wil Gij nu Uwe +weldadigheid en trouw verheerlijken in de zorg voor mijn volkomen +genezing! Ik vraag niet te veel, Heere! Gij zijt de Machtige, die +spreekt en het is er. Gij hebt de middelen reeds geschonken. Nu hangt +alles nog aan Uwen zegen. Ach Heere, spreekt het genadewoord, het +wonderwoord, het machtwoord van zegen over de middelen, en ik zal +genezen! Maar hebt Gij in Uw Raad vastgesteld, mij nu door den dood weg +te nemen, ach geef mij dan genade, dat mijn wil lieflijk verslonden zij +in Uwen wil, en geef mij dan door 't geloof een ruimen ingang in de +zaligheid en heerlijkheid. Behaagt 't U nog jaren tot mijne levensdagen +toe te voegen, geef mij dan in een Christelijk leven en in Christelijken +arbeid hier op aarde reeds te blinken als een parel aan de +Middelaarskroon van Jezus!" + +Zie, wanneer ik zóó in de stilte van den nacht mijn gebed mag opheffen +tot den Heere, dan rijst in den slapeloozen nacht de ééne ster der hope +na de andere aan den hemel, de hope op de eeuwige goederen, de hope op +aardsche zegeningen. De slapelooze nachten zijn dan niet lang en donker +meer, maar nachten vol van sterren, die mij 't woord bij Jesaja in de +herinnering roepen, 't machtige, 't aangrijpende, 't bezielende woord in +Jesaja 40, waar de Heere tot Israël spreekt: + +»Heft uwe oogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die +in getal hun heir voortbrengt; Die ze allen bij name roept, vanwege de +grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt +er niet één gemist. + +»Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël: Mijn weg is voor +den Heere verborgen, en mijn recht gaat van mijnen God voorbij? + +»Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de +Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen +doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moede kracht, en Hij +vermenigvuldigt de sterkte dien, die geene krachten heeft. + +»De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen +gewisselijk vallen; + +»Maar die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen +opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen loopen, en niet +moede, zij zullen wandelen en niet mat worden." + +Zulke nachtelijke bezoeken van den Heere vielen dan wel als een +verkwikkende dauw op de ziel; maar mijn kracht is geen steenen kracht, +en door de slapeloosheid verminderde ik zeer, zoodat ik meer dan anders +tegen de lange reis opzag. + +Hoe zwaar de Heere echter ook kastijdt, Hij doet 't altijd op een +vaderlijke wijze, en doet in 't midden der beproeving Zijne trouwe +goedheid aan de ziel merken. Zóó deed Hij ook aan mij. Wonder, den +nacht vóór mijn vertrek, sliep ik bijna den geheelen nacht rustig door. +Door dit blijk van Gods lieve goedheid verrast, ging ik nu vol moed +op reis, en nooit heb ik haar zoo gemakkelijk volbracht als ditmaal. +Zelfs 't eind tusschen Nijmegen en Keulen, dat lange eind zonder eenig +natuur-décor, viel mij niet zoo lang als anders. Van Keulen gingen we +weer voort, den Rijn langs. Ontslagen van zijn winterboei, stroomde de +Rijn ditmaal niet _langs_, maar ver _buiten_ zijn boorden. Overal +stonden heele strooken land diep onder water, en vele villa's moesten +met de schuit benaderd worden. + +Schier even frisch als toen we op reis gingen, kwamen we 's avonds te +acht ure behouden te Heidelberg aan. + +Den volgenden morgen ging ik natuurlijk dadelijk weer naar 't +Samariterhaus. Prof. Werner was met vacantie afwezig. Z.Exc. Czerny +onderzocht mij derhalve alleen, en deed 't zeer nauwkeurig. Ook nu weer +constateerde hij grooten uitwendigen vooruitgang, maar moest er helaas +bijvoegen, dat de tong nog steeds dik blijft. Hij bepaalde, dat ik +twee heele en twee halve dagen met radium moest worden bestraald. +Zaterdag had de eerste bestraling plaats. Maar wie beschrijft onze +teleurstelling, onmiddellijk na de eerste bestraling: in den nacht van +Zaterdag op Zondag, werd mijn tong nog dikker. Dit was de pijnlijkste +tegenslag, dien ik gedurende deze zware krankheid heb gehad. Mijn vrouw +en ik hadden den ganschen nacht bijna niet geslapen. Hoe vermoeid we 's +morgens ook waren, toch besloten we naar de kerk te gaan, en troost in +Gods huis te gaan zoeken. En we deden 't niet tevergeefs! + +Hoe heerlijk hebben we gekerkt! + +Dat begon al met 't lieflijk gezang: + + Lasset uns mit Jesu ziehen, + Seinem Vorbild folgen nach, + In der Welt, der Welt entfliehen, + Auf der Bahn, die Er uns brach, + Immerfort zum Himmel reisen, + Irdisch noch, schon himmlisch sein. + Glauben recht, und leben rein + In der Lieb' den Glauben weisen! + Treuer Jesu, bleib bei mir; + Geh voran, ich folge dir! + + Lasset uns mit Jesu leiden, + Seinem Vorbild werden gleich! + Nach dem Leide folgen Freuden, + Armut hier macht droben reich, + Tränensaat die erntet Wonne, + Hoffnung tröstet mit Geduld, + Denn es scheint durch Gottes Huld + Nach dem Regen bald die Sonne. + Jesu, hier leid ich mit dir + Dar teil deine Freud mit mir! + +Dat is: + + Laat ons met Jezus trekken, + Zijn voorbeeld gelijkvormig worden, + In de wereld, de wereld ontvluchten; + Op de baan, die Hij ons brak, + Altijd voort ten hemel reizen, + Schoon aardsch, toch reeds hemelsch zijn. + Recht gelooven, zuiver leven, + In de liefde 't geloof bewijzen! + Trouwe Jezus, blijf bij mij; + Ga mij voor, opdat 'k U volg. + + Laat ons met Jezus lijden, + Zijn voorbeeld gelijkvormig worden! + Na het leed volgt de vreugde, + Armoe hier, maakt boven rijk, + Tranenzaad oogst hemelblijdschap, + Hoop troost ons met geduld, + Want door Gods goedheid + Schijnt na den regen weêr de zon. + Jezus, hier lijd ik met u, + Deel boven mij Uw vreugde mede! + +Daarna hoorden we een kostelijke preek over Jezus' verhoor bij Annas, +uit Johannes 18: 12-24. + +Wat hebben wij dien morgen gehoord? Zijn onze zinnen door een +welsprekende rede betooverd? Neen! Is ons denken verdiept, onze kennis +vermeerderd? Neen! Wij hoorden een eenvoudige Evangelieprediking; maar +konden zeggen: »Wij hebben Jezus gezien!" + +De prediker schetste eerst kort maar oordeelkundig 't lijden voor +Annas. Daarna sprak hij over de kenosis of de zelfontlediging van den +Heiland, die de legioenen engelen in den hemel liet, en deze bende niet +wegvaagde; maar alles leed om onze zonde. Zoo baande hij zich den weg +om Jezus in Zijn zoete beminnelijkheid als Heilborg van zondaren voor +te stellen. Aan de enkele personen, die den Heere hier deden lijden, +ontleende hij dan ook de stof om aan te wijzen, voor welke zonden Jezus +hier betaalde. + +Ten slotte zongen wij nog: + + Eines wünsch' ich mir vor allem andern, + Eine Speise früh und spät; + Selig läszts im Tranental sich wandern, + Wenn dies Eine mit uns geht: + Unverrückt auf einen Mann zu schauen, + Der mit blut'gem Schweisz und Todesgrauen + Auf sein Antlitz niedersank + Und den Kelch des Vaters trank. + +Dat is: + + Eén ding wensch ik mij boven alle andere, + Eéne spijze vroeg en laat; + Zalig kan men door 't tranendal wandelen, + Wanneer dit ééne met ons gaat: + Onverwrikt op éénen Man te zien, + Die met bloedig zweet en doodsbenauwdheid + Op Zijn aangezicht nederzonk, + En den kelk des Vaders dronk. + +Als geheel andere menschen verlieten we de kerk. We hadden den Heere +ontmoet, en waren in Hem gesterkt. + +Vol moed ging ik dan ook Maandagmorgen weer naar 't Samariterhaus, +Dinsdag eveneens. Het is nu Dinsdagavond, terwijl ik dit schrijf, en ik +heb nu twee dagen achtereen een bestraling gehad van negen uren daags. +Zegene de Heere deze middelen! Geve Hij ons bovenal een hart, dat +volkomen berust in Zijn heiligen wil. Hoe 't ook ga. Hij maakt 't immers +met de Zijnen altijd goed. + +Weest, geliefden, dien God en Zaligmaker bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 30 Maart 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Sedert ik u de laatste maal uit Heidelberg schreef, is er zeer veel +geschied. De Heere heeft mij van dag tot dag zwaarder beproefd, maar +ook van dag tot dag krachtiger vertroost. Van slapen was in de laatste +weken geen sprake meer; overdag kon ik soms een weinig soezen. Toch +heb ik de radium-bestraling nog goed doorgemaakt. Daarna zouden de +Röntgen-bestralingen beginnen. Daarvoor was ik echter te zwak. De +doctoren raadden mij aan, naar huis te gaan. 21 Maart gingen we op +reis. Behouden kwamen we 's avonds aan. Mijn vrouw waakte na de lange +reis dienzelfden nacht nog bij mij. Dit kon echter zoo niet langer. +Zondagavond 22 Maart ben ik naar het St. Elisabethsgasthuis alhier +gegaan. Daar ben ik nu nog, en moet hier morgen een operatie ondergaan. +Na dien tijd zal ik te bed moeten liggen. Ondanks groote lichaamszwakte +poog ik u heden te schrijven, om u te doen weten, wat mijn hart vervult. + +Ik heb telkens gedacht aan Job, tot wien ook bode na bode, ongeluk +meldend, kwam. Ik heb gedacht aan 't groote doel van 't lijden der +vromen, zooals dit in Job wordt voorgesteld. En ik ben zeer versterkt +geworden. + +Ook het boek Job behandelt het probleem van 't lijden der vromen, en +beziet dit van een bepaalden kant. Het stelt als hoogste doeleinde van +het lijden der godzaligen: _de verheerlijking Gods en de beschaming des +Satans_. + +Gaan we den inhoud van 't boek Job maar even na. + +Satan verschijnt in de vergadering der kinderen Gods. Verwonderen we ons +daarover niet. Hij komt ook in de samenkomsten van Gods volk, waar de +gemeente met den Heere vergadert. + +De Heere Zelf prijst Jobs godsvrucht, Satan dingt daarop af. Ook +daarover behoeven we ons niet te verbazen. Satan is de verklager der +broederen, de kritische geest, de geest, die graag zaken doet, en daarom +den ander den voet licht. Zoo doet Satan tegenover Job. Hij stelt Job +voor als iemand, die slechts uit loonzucht God dient. Natuurlijk. Satan +kent niet de zaligheid van Azaf, die te midden der zwaarste beproevingen +zingt: »Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets +op de aarde!" Er moet dus wat achter zitten, wanneer Job zoo getrouw God +dient, en dat is de zucht naar loon. + +Hiermede beleedigt Satan Job. Bovenal tast Satan echter Gods eere aan. +Satan bedoelt te zeggen: »Gij, o God, zijt niet zoo vol van majesteit en +beminnelijkheid, dat Gij om Uzelven zoudt worden gediend. Kon ik, Satan, +maar één gulden meer geven dan Gij, o God, dan had ik Job en allen aan +mijn snoer. 't Blinkende goud, dat is de ware majesteit en +beminnelijkheid." + +Nu volgt de ontwikkeling van 't ontzaglijkst drama. + +Op één dag, van vee, van goed, van kinderen beroofd, zit Job op de +puinhoopen van zijn verwoest geluk. Valt hij van God af? Neen! Hij +spreekt de heerlijke woorden: »De Heere heeft gegeven, de Heere heeft +genomen, _de Naam des Heeren zij geloofd_." + +Satan heeft derhalve zijn doel niet bereikt. Nogmaals komt hij in de +vergadering der kinderen Gods. Nogmaals randt hij Jobs eere en daarmede +Gods eere aan. »Job is in zijn lichaam nog ongedeerd gebleven; anders +zou hij Gods Naam wel hebben gevloekt", meent Satan. + +Nu geeft de Heere Job een wijle over aan Satan. Hij mag met hem doen, +wat hij wil; alléén hij moet Jobs leven verschoonen. + +Nu wordt Job met een vreeselijke melaatschheid geslagen. Hij heeft nacht +noch dag rust. + +Jobs huisvrouw, in plaats van hem te troosten, port hem aan, om nu maar +een einde aan zijn leven te maken. + +Voor Jobs vrouw heeft Job alléén beteekenis, zoolang hij groot en rijk +is. Zij gelijkt de vrouw van een Indisch ambtenaar, van wie 't volgende +wordt verhaald. Bij de landing te Priok, de havenplaats van Batavia, +valt haar man te water. »O, mijn traktement, mijn traktement!" schreeuwt +zij luid op den oever. Gelukkig werd de drenkeling weer op 't droge +gebracht en was haar traktement behouden. + +Zoolang Job goed en rijk was, kleeft Jobs vrouw hem aan. Thans, nu hij +van de zonnige hoogten van 't geluk in de afgrondskolken der ellende is +neergestort, wil zij liever van hem af. Zij is een dienares van de +grootschheid des levens, de begeerlijkheid der oogen, de begeerlijkheid +des vleesches, een echt Satanskind. »Zegen God, en sterf!" zegt, zij tot +Job. »Zouden wij het goede van God ontvangen, en zouden wij het kwade +niet ontvangen?" zegt Job. + +Wederom is Satan beschaamd. + +Thans komt evenwel nog de zwaarste beproeving. Jobs drie vrienden, +Elifaz, Bildad en Zofar komen uit 't verre Oosten om hem in zijn lijden +te bezoeken. Ternauwernood hebben zij hem uit de verte gezien, of zij +verstommen van verschrikking; zeven dagen en zeven nachten zitten zij +neer om Jobs lijden te beweenen. + +Niet één hunner staat echter op om hem de hand te gaan drukken. Het +staat immers wel bij hen vast, dat een verborgen kwaad Job moet +aankleven, en dat de Heere hem daarvoor nu komt ontmaskeren. Daarover +zullen zij eerst met hem spreken. En dat zal wel goed uitkomen. Job +vreest God, en zal wel in de schuld vallen. Maar dit moet dan ook +geschieden, zal er van vergeving en genezing voor hem sprake kunnen +zijn. En aangezien zij zijne vrienden zijn, zijn zij de aangewezen +personen om hem daarover ernstig te onderhouden. + +Welk een beproeving voor Job! + +Hij erkent zijne zonde en schuld. Hij belijdt, dat hij een onreine is. +Maar hij ontkent, dat eenig verborgen kwaad hem aankleeft, waardoor hij +zich dezer zware straffe heeft waandig gemaakt. + +Diep in zijn eer aangerand, vervloekt Job nu den dag zijner geboorte. + +De volgende hoofdstukken bevatten dan de twistgesprekken tusschen Job en +zijn vrienden, waarin hij zijn zakelijke gerechtigheid handhaaft. + +In het 32e hoofdstuk treedt een ander spreker op. Elíhu, die een nieuw +licht werpt op de rampen der vromen. Hij ontwikkelt de waarheid, dat de +Heere zijn volk beproeft om hen te _louteren_. + +Maar de eigenlijke oplossing van 't groote probleem van de rampen der +godvruchtigen geeft de Heere Zèlf. In de hoofdstukken 38 en 41 treedt +Hij Zelf op.[A] Hij verschijnt in een onweder, in al de verhevenheid +Zijner majesteit. Hij treedt met Job in gesprek over de wonderen +der schepping. En nu zinkt Job neer voor des Heeren Majesteit en +Beminnelijkheid. Nu spreekt Job de gedenkwaardige woorden: »Met het +gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog; daarom +verfoei ik mij, en heb berouw in stof en asch." Job begrijpt Gods wegen +niet, maar ziet Gods heerlijkheid, en zinkt in aanbidding voor Zijn +Majesteit neder. + +Nu is God verheerlijkt. + +Nu is de Satan geheel vernederd. + +Ziehier één der gewichtigste doeleinden van de rampen der godzaligen: +Tegenover heel de wereld moet blijken, dat de vromen vasthouden aan hun +God, door welke diepe wegen die God hen ook leidt! + +Dit is ook voor mij thans de oplossing van den raadselachtigen weg, dien +de Heere met mij houdt. + +Inderdaad, 't is een weg vol van vragen. Waarom dit? Waarom dat? Volgens +de Schrift is 't leven van wie God vreest, als een boom, geplant aan +waterbeken; maar de weg der goddeloozen als 't kaf, dat de wind +henendrijft. In de werkelijkheid zien we 't vaak zoo gansch anders. +David vlucht; Saul behoudt 't veld. Elia zwerft in de woestijn; Achab +zit op den troon. Johannes sterft in den kerker; Herodes zwelgt in +weelde. De één gaat arbeiden in 't Koninkrijk Gods, en onspoed is +slechts zijn deel. De ander onderneemt slechts een tijdelijke zaak, en +de zon van voorspoed beschijnt zijn weg. Hoevele vragen liggen in al +deze verschillende feiten! + +Ook ik gevoel dit diep in mijn geval. Maar met het licht, dat het boek +van Job in mijne ziel doet vallen, is zij Gode niet alleen stil; neen, +zij jubelt hoog in God over de genade en de eere, geroepen te worden tot +de verheerlijking Gods in den weg des lijdens! Geroepen te worden tot +beschaming van Satan; door het midden van de zware beproevingen des +levens te jubelen in de zaligheid, die daar ligt in 't woord: »Wien heb +ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!" + +En nu ten slotte, ik dank den Heere, dat Hij mij de krachten gaf, dit +nog eens uit te spreken. Hij blijve mij de genade verleenen, Zijnen +grooten Naam te prijzen, hoe alles verder ook ga! Hij geve mij, dat mijn +wil lieflijk verslonden blijve in Zijn wil! Hij geve mij eindelijk, +zij 't ook na veel lijden, om den wille van Christus' lijden en +gehoorzaamheid, een ruimen ingang in de zaligheid en heerlijkheid. Welk +een vergoeding zal dit zijn! In de eeuwigheid is alles vervulling zonder +eenig gemis. Daar wordt de hoogste bestemming bereikt, en eerst recht +gevoeld, wat leven is, en wat 't is, beelddrager Gods te zijn! + +Mocht dit mijn laatste brief aan u zijn, geliefde gemeente, dan tot +weerziens aan die zalige plaats! + + Uw u liefhebbende oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + +P.S. Den dichter uit Sassenheim mijn diepgevoelden dank. + +[A] Eigenlijk geeft de Heere geen enkele verklaring van Zijn doen + met Job. Zijn wegen zijn hooger dan onze wegen, Zijn gedachten + dan onze gedachten. Hij geeft aan nietig stof geen rekenschap + van Zijne daden. God alléén is groot, en wij begrijpen Hem niet, + maar daarom aanbidden wij Hem. + + + + + Amersfoort, 7 April 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Ook thans poog ik een schrijven aan u saam te stellen. + +Het roemend, zoowel als 't klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend +oor. Dit biedt ge mij steeds. Nooit behoef ik in mijn »Gethsémané" te +zeggen: »Kunt gij dan niet één uur met mij waken?" Uwe belangstelling is +beschamend! Daarom span ik mij gaarne wat in om u, geliefde gemeente, te +melden waarnaar gij verlangend uitziet. + +31 Maart ben ik dan aan de keel geopereerd geworden. + +De bedoeling dezer operatie was om een buis aan te leggen in de keel, +den loop der adem daardoor vrij te maken tegenover de verdikking van de +tong en tegenover de slijmvorming in den mond, en mij op deze wijze +nachtrust te bezorgen. Het is dus wat de geneesheeren noemen, een +palliatieve, een verlichtende operatie. + +Met 't uitzicht daarop liet ik mij met vroolijken moed naar de +operatiekamer voeren. In dezen ben ik mijzelven een raadsel. Evenals +alle menschen ben ik steeds met operatievrees bezet geweest. De Heere +heeft die vrees echter geheel weggenomen. + +In de dagen vóór de operatie sterkte ik mij maar weer in den 91en psalm: +»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten +in de schaduwe des Almachtigen." + +Gelukkig, er is voor Gods volk een schuilplaats in allen nood. Zie 't in +Noachs historie! In Davids leven! In 't leven van heel de kerk! + +En wat is die schuilplaats veilig! _Ze is de schuilplaats des +Allerhoogsten!_ Gods gemeente is met Christus in den hemel gezet. +In beginsel is zij met Paulus opgetrokken in den derden hemel. + +O wat voelde ik mij daar volkomen veilig! Ik was volkomen verzekerd, dat +geen kwaad mij kon overkomen. + +En hoe was ik daar gekomen, in die schuilplaats! + +O wonder, o wonder, o wonder van genade! De Heere heeft naar mij willen +omzien, en mij in Jezus aangezien. Ach wie ben ik altijd geweest! De +Heere is de eerste geweest om mij te trekken, om mij met 't geloof te +begaven, om mij te rechtvaardigen, om mij te heiligen, om mij te +verlossen _en mij een schuilplaats te geven_. De overdenking daarvan +vervulde mijn hart met aanbidding van Gods heerlijke, vrije genade. + +»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten +in de schaduwe des Almachtigen." Den nacht zijner beproeving zal hij +doorbrengen in de onmiddellijke tegenwoordigheid van den Almachtige, Die +kan en wil helpen. + +Dit heb ik bij deze operatie weer ondervonden. + +'s Middags te drie uur werd ik naar de operatiekamer gebracht, waar +vier doctoren en drie pleegzusters mij wachtten. Ik werd gelukkig niet +weggemaakt. Dit geschiedt bij deze operatie, geloof ik, nooit. Het is +ook niet noodig. Het gevoel, dat men aan uw keel kerft, nu en dan wat +weeë pijn, dit moge u wat aangrijpen; maar dat is ook alles. Ongelukkig +was de buis wat groot, en 't gat te klein gemaakt. Daardoor moest men +opnieuw aan 't snijden en knippen. Ik maakte mij echter allerminst +onrustig. Ik nam gedurende de heele operatie de toevlucht tot Jezus' +lijden, en stelde mij voor oogen, wat Hij heeft geleden om onze zonden. +O onvergetelijke ure! Hij sterkte mij krachtig. Vroolijk had ik mij +neergelegd. Vroolijk mocht ik oprijzen, nadat de operatie, die ruim een +half uur duurde, was afgeloopen. + +Het doel, dat er mee beoogd werd, is volkomen bereikt. + +De verlichting is groot. + +O, heerlijke nachten van verkwikkenden slaap, die ik nu mag genieten! + +Soli Deo Gloria! Gode alleen zij de eere! + +Meer schrijf ik thans niet. + +Ik moet vanmiddag weer verbonden worden. Ook dit is zeer pijnlijk, en ik +moet daarvoor mijn krachten sparen. + +Hartelijk gegroet, geliefde gemeente! Weest allen den Heere bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 15 April 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Het is met eenige moeite, dat ik thans de pen gebruik. De dagen van +31 Maart, den dag mijner operatie, tot heden, waren eenerzijds dagen +van groote verkwikking; maar ook aan den anderen kant dagen van veel +lijden. Ik ben thans een dubbele invalide. Ik werd om den anderen dag +verbonden; dit veroorzaakte mij telkens veel pijn. Daarbij komt de +dagelijksche kwelling mijner kwaal. Dit alles heeft mij zeer verzwakt. + +Gelukkig vielen in dezen moeilijken tijd de plechtige stille week en de +heerlijke Paaschdagen. + +In de stille week volgde ik in mijne gedachten 't lijden van den +Heiland. + +Vooral op den Goeden Vrijdag was ik daarmede bezig. Ik stelde mij voor +oogen, hoe het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, door de +moordenaren op de slachtbank werd geworpen, hoe zij de knie op zijn +borst zetten, om Hem aan 't vloekhout vast te binden. Ik hoorde in +den geest de hamerslagen. Ik zag als voor oogen, dat 't kruis werd +opgericht. Mijn ziel trilde van diepe ontroering, toen ik daarna dacht +aan 't eerste kruiswoord: »Vader, vergeef het hun, want zij weten niet +wat zij doen". Ik dacht aan Zijn verder lijden. Aan Zijn zielelijden, +door de uitbarstingen van haat tegenover zooveel liefde, door het dragen +van den last onzer zonden en den toorn van God, door de verlating Gods. +Eindelijk is 't lijden volleden. De Heere spreekt Zijn laatste woorden: +»Het is volbracht!" Het hoofd buigende geeft Hij den geest. En bij +vernieuwing zinkt mijne ziel met al haar zonde en schuld op dit +heerlijke volbrachte werk van Christus. In mijn binnenste jubelt 't, +wat Paulus schreef: + +»Dien die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, +_opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem!_" + +Daarop volgden de heerlijke Paaschdagen met hun blijde klanken. + +Hoe rijk is de beteekenis van 't Paaschfeest voor den lijder, die in +Christus een erfdeel heeft gekregen onder de geheiligden in 't licht. + +Rondom hem zingt alles van ontwakend natuurleven; zijn lijden is +daarmede in schril contrast. Treffende bevestiging van 't woord der +Schrift: + +»Alle vleesch is als gras en alle heerlijkheid des menschen is als een +bloem van het gras. Het gras verdort. De bloem valt af." + +Telkens en telkens wordt dit weer gezien. Een wandelaar komt in een +heerlijk lustoord. Liefelijke bosschaadjes wisselen af met blinkende +watervallen; slingerpaden voeren langs sierlijke perken. In 't midden +van dit schoon geheel staat een kasteel, dat een tooverpaleis schijnt. +Vol bewondering laat de wandelaar zijn oog over dit alles gaan. Daar +wordt de deur van 't kasteel geopend. Een dame, zwaar in den rouw, +treedt naar buiten, en wandelt met gebogen hoofd op 't terras op en +neer. Zij heeft een zwaar verlies geleden, en al haar heerlijkheid heeft +haar waarde voor haar verloren. + +Zóó zit ieder in dit tranendal éénmaal op de puinhoopen van zijn +verwoest geluk. Ieder menschenleven wordt eenmaal weggenomen door den +dood. Ach, hoe treurig is 't dan met hem, die zijn deel alleen in dit +leven heeft gezocht. Alles is voor hem voorbij. Het gericht wacht. + +Hoe geheel anders is 't echter met dengene, die Jezus kent! Al sterft +heel de wereld voor hem weg, hij houdt Jezus over; Jezus, Die dood is +geweest, maar Die eeuwig leeft; Jezus, de geestelijke mensch, de Heere +der heerlijkheid, die den Zijnen de welgegronde hope der zaligheid en +heerlijkheid schenkt in de onzienlijke wereld. + +Er is tweeërlei wereld; een zienlijke en een onzienlijke. De zienlijke +wereld gaat voorbij; de onzienlijke blijft. Ook de zienlijke wereld +heeft hare beteekenis. Al 't vergankelijke is gelijkenis; en al de +heerlijkheid der zienlijke wereld wijst naar die der onzienlijke wereld +heen, waar de palmen wuiven en de kristallijnen wateren stroomen. + +Mogen wij ons verzekerd houden van de wezenlijkheid dezer onzienlijke +wereld? + +Daarop geeft de Paaschdag het antwoord. Jezus heeft _het leven en de +onverderfelijkheid aan het licht gebracht_. + +Wij hebben geen dooden, maar een levenden Zaligmaker, die den Zijnen dit +zalige, heerlijke, eeuwige leven schenkt. + +Zietdaar, geliefden, mijne Paaschoverdenking. + +Zij bracht mij rijke vertroosting. + +Zij deed mij stille zijn in mijn beproeving. + +Zij deed mij innerlijk juichen bij de gedachte van sterven. + +O, hoe goed is de Heere voor mij! + +Hier eindig ik. Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 22 April 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Het is nu bijna drie weken geleden, dat ik geopereerd werd, en nog +steeds blijft mijn toestand stationair. Wat zal de toekomst brengen? +Zal de verdikking der tong toenemen, of zal haar dikte terugloopen? Zal +ik nu spoedig worden weggenomen, of zal de Heere nog jaren tot mijne +levensdagen toevoegen? Ik weet het niet, en onderwerp mij geheel en al +aan des Heeren souverein, alléén-wijs, heilig, en--goed bestel. + +Gelukkig leven!.... Gelukkig leven, dat leven der onderwerping aan des +Heeren souvereinen wil. + +De volstrekte souvereiniteit Gods, zij is de grootste aller gedachten. +Door Zijn volstrekte souvereiniteit is God alleen waarachtig God. + +Diep is deze gedachte aan de gemeente ingeprent door Israëls profeten. +»Mijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen," is 't woord, +dat de Heere door de profeten predikt. Toen Job de gedachte dezer +volstrekte souvereiniteit Gods vatte, riep hij met vreugde uit: »Met +het gehoor des oors heb ik U gehoord; _maar nu ziet U mijn oog!_" +Paulus heeft deze gedachte steeds in zijn brieven ontwikkeld. »Hij +is de pottebakker, en wij zijn het leem," is de grondgedachte van zijn +geheiligd denken. En 't is de groote genade en eere der Gereformeerde +Theologie, dat zij deze grootste aller gedachten steeds op den voorgrond +heeft gesteld. + +Wij hebben dan ook nooit iets anders te doen, dan ons ter beschikking +van Gods souverein welbehagen te stellen. Roept Hij ons tot een hooge +plaats, dan hebben wij te volgen, al is 't, dat er doornen zijn in den +krans, dien Hij om de slapen vlecht. Roept Hij ons midden uit onzen +arbeid, en werpt Hij ons op 't bed der smarten neer, ook daar hebben wij +ons ter beschikking van Zijn volstrekte souvereiniteit te stellen. + +O gelukkig leven, wanneer wij dit mogen doen. Dan zijn wij ook geheel en +al voor des Heeren rekening. Hij zorgt voor Zijne Daniels. Hij beschaamt +nooit, wie Hem verwachten; maar verrast hen zoo, dat zij in 't midden +der zwaarste beproevingen met David mogen zingen: + + »De Heere is mijn Herder, + Mij zal niets ontbreken. + Hij doet mij nederliggen + In grazige weiden; + Hij voert mij zachtkens + Aan zeer stille wateren. + Hij verkwikt mijne ziele; + Hij leidt mij + In 't spoor der gerechtigheid + Om Zijns Naams wil. + Al ging ik ook + In een dal der schaduwe des doods, + Ik zoude geen kwaad vreezen; + Want Gij zijt met mij; + Uw stok en Uw staf, + Die vertroosten mij. + Gij richt de tafel toe + Voor mijn aangezicht, + Gij maakt mijn hoofd vet met olie, + Tegenover mijn tegenpartijders; + Mijn beker is overvloeiende! + Immers zullen mij + Het goede en de weldadigheid volgen + Alle dagen mijns levens; + En ik zal in het Huis des Heeren blijven + Tot in lengte van dagen." + +O, wonder van vertroosting! + +Is 't leven van buiten een woestijn, van binnen is 't een paradijs. + +Gaat het hoofd toch een wijle onder kommer en zorg gebogen, dan +fluistert de Heere ons in, wat in onderstaand vers zoo liefelijk staat +uitgedrukt. + + Kind, dat ik liefheb, leun óp Mij, leun sterk! + Laat meer het wicht der zorgen, die u kwellen, + Mij voelen; 'k weet uw last, want kind Mijn werk, + Mijn maaksel zijn de smarten, die u kwellen; + Ik telde ze af, en heb met eigen hand, + Die naar ùw kracht en naar Mijn macht gewogen. + Toen Mijne hand ze u toezond uit den hooge, + Sprak Ik: Ik zal als Helper bij hem zijn; + Naar mate hij Mij deel geeft in zijn pijn + Zal ik, niet hij, het wicht zijns kruises dragen. + Zóó wil ik u, Mijn kind, als gij gelooft, + Omsluiten met Mijn arm. O leg uw hoofd + Aan Mijne borst, gij moogt stoutmoedig vragen. + Of zou Mijn arm, die de eeuwen schiep en schraagt, + Te kort zijn, waar Mijn uitverkoorne klaagt? + Leun sterker steeds! Hoe meer gij aan Mijn schoot + De smart vertrouwt van uwer zorgen nood, + Hoe meer uw hart zelf binnen u zal roemen: + »Te leunen op mijn God, is Hem mijn Helper noemen". + +Geliefden, laat die God ook uw toevlucht en sterkte zijn. Nooit kan +eenig kwaad u dan werkelijk kwaad doen. + +Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + Amersfoort, 29 April 1914. + +_Geliefde gemeente!_ + +Helaas moet ik beginnen te schrijven, dat ik elken dag achteruit ga. +Eergister had ik een hoestbui, waarvan ik dacht, dat ik er in blijven +zou. Elke week, elke brief kan de laatste zijn. Daarom wil ik u thans +schrijven over 't liefelijkste aller onderwerpen: over 't +plaatsbekleedend lijden en sterven en over de voorbede van Jezus. + +Reeds de naam Jezus is enkel zoetigheid. Sinds Zijn veschijning klinkt +aan 't einde van elke eeuw Zijn Naam als een vraag en een antwoord. Meer +nog, Zijn Naam is een vraag en een antwoord voor elk arm zondaarshart. +Waar zou ik heengaan zonder Hem, wanneer de eeuwigheid mij in de +stervende oogen ziet? Waarheen zou ik vluchten zonder Hem, wanneer de +angsten van het geweten mij achtervolgen? + +Reeds vóór Zijn vleeschwording is Zijn plaatsbekleedend lijden +aangekondigd in de offeranden der Wet. Steeds moest de Israëliet met +een offer voor 't altaar verschijnen. Dit offer werd door den priester +gekeurd. De offeraar lei zijn hand op 't offerdier als symbool van de +overdracht zijner zonden. Dan werd 't geslacht en verbrand. De +opstijgende rook kondigde 't herstel der gemeenschap met God aan. + +Nu wist de recht-geloovige Israëliet wel, dat 't bloed van stieren en +bokken niet zoude reinigen. Maar Jesaja 53 sprak van een ander offer. +Daarop zag de geloovige. Hij werd gerechtvaardigd in den Christus, die +komen _zou_, gelijk wij gerechtvaardigd worden in den Christus, die +gekomen _is_. + +In zijn plaatsbekleedend lijden heeft Jezus alles volbracht wat van Hem +is voorzegd. Na Zijn opstanding zit Hij als onze Voorbidder bij den +Vader. + +En hier houd ik even stil! + +Hoe is er een betrekking gekomen tusschen Hem en mij? + +Was ik een Obadja, een Jozef? + +Helaas neen. + +De dwaasheid was in het hart van den knaap gebonden. + +Indien de Heere naar mij niet had omgezien, ik had naar Hem niet +omgezien. Ik zocht naar God, maar naar een God van eigen maaksel. + +Met liefelijke trekkingen heeft de Heere mij getrokken, maar ik sloeg de +verzenen tegen de prikkelen. + +Het was een kruisweg op mijn leven. + +Mijn vrienden kozen m.i. in de studie den verkeerden weg. + +Ik koos den anderen. + +De Heere kwam voor mij staan: »Wilt ook gij niet heengaan?" + +Ik antwoordde: »Neen, Heere, bij U zijn de woorden des eeuwigen levens." +Dit was de eerste besliste keuze. + +Ik zat als jong predikant in de kerk. Vooraan. Als een Farizeër. Met een +gulden in mijn zak voor de diaconie. Wat zou de diaken respect voor dien +dominé hebben! + +De dominé preekte over Zacharia 3. Hij schetste den Farizeër. + +Ik wilde wel onder de bank wegkruipen. + +Hij teekende den tollenaar. + +Ik herleefde. De tollenaar had immers berouw van zijne zonde. + +Daarna sprak Hij van den Voorspraak. + +»De Heere schelde u, gij Satan! Is deze mij niet als een vuurbrand uit +het vuur gerukt?" + +Ja, zoo was 't. + +Indien iets waar was, dan was ik door den Heere als een vuurbrand uit +het vuur gerukt! + +Die tekst is mij altijd bijgebleven. + +Ik lag in de zonde. + +De Heere kwam als met uitgebreide armen tot mij, en zeide: »Nu zal ik +voor u zorgen!" + +Hij heeft dit gedaan op de liefelijkste wijze. + +O, wonderdoende Zaligmaker! + +O, wonderzoete Jezus! + +Gij zijt mijn Eén en mijn Alles. + +Eens eeuwig bij U te zijn, is mijn zaligheid en heerlijkheid. + +Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk! + +En komt de ure aan des doods: + + Jezus, Uw verzoenend sterven + Blijft het rustpunt van mijn hart, + Als wij alles, alles derven, + Blijft Uw liefd' ons bij in smart. + Och, wanneer mijn oog eens breekt, + 't Angstig doodzweet van mij leekt, + Dat Uw bloed, mijn hoop dan wekke, + En mijn schuld voor God bedekke. + +Dien heerlijken Naam bevolen door + + uw u liefhebbenden oud-leeraar, + + R. J. W. RUDOLPH. + + + + + +---------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst | + | aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: zegen zijn Rudolph toch | + | C: zegen zijn. Rudolph toch | + | B: Er kwam beterschap | + | C: Er kwam beterschap. | + | B: land toen gehoord Ten slotte | + | C: land toen gehoord. Ten slotte | + | B: bepleit en verdedigd neeft, ziet, dat | + | C: bepleit en verdedigd heeft, ziet, dat | + | B: al wil dit dit daarom allerminst | + | C: al wil dit daarom allerminst | + | B: Kerkgacht te Leiden. Zijn ideaal | + | C: Kerkgracht te Leiden. Zijn ideaal | + | B: van velen, de met hem in het | + | C: van velen, die met hem in het | + | B: in de kapel van 't Diakonessenhuis | + | C: in de kapel van 't Diaconessenhuis | + | B: heerlijke preek van ds. Kamerer over | + | C: heerlijke preek van ds. Kammerer over | + | B: onder Freedrik III, was Heidelberg | + | C: onder Frederik III, was Heidelberg | + | B: regeering protestansch-evangelisch-liberaal | + | C: regeering protestantsch-evangelisch-liberaal | + | B: voor de zonnstralen op. Heerlijk gezicht, | + | C: voor de zonnestralen op. Heerlijk gezicht, | + | B: werd, bijv. ' smorgens door de | + | C: werd, bijv. 's morgens door de | + | B: moeders voor de patienten; armen en | + | C: moeders voor de patiënten; armen en | + | B: uitgeleide aan 't station. . Het weer | + | C: uitgeleide aan 't station. Het weer | + | B: »Loof den Heere. mijne ziel! | + | C: »Loof den Heere, mijne ziel! | + | B: klinken. Hij heeft zijn | + | C: klinken. Hij heeft Zijn | + | B: ook aan Bunyan en Rethurford, | + | C: ook aan Bunyan en Rutherford, | + | B: Christenreize, en Rethurford zijn heerlijke | + | C: Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke | + | B: om mij hoe langs zoo meer te | + | C: om mij hoe langer zoo meer te | + | B: wij een waarlijk hemelscht leven | + | C: wij een waarlijk hemelsch leven | + | B: over te stappen; in Heidlberg stapten | + | C: over te stappen; in Heidelberg stapten | + | B: Spoedig waren de in Mainz | + | C: Spoedig waren we in Mainz | + | B: waarbij ik uit die duiternis geraakte | + | C: waarbij ik uit die duisternis geraakte | + | B: de grashalmen pennnen, en alle engelen | + | C: de grashalmen pennen, en alle engelen | + | B: bestember tijd en plaats | + | C: bestemder tijd en plaats | + | B: terdege gehoord: »dat de sterkte | + | C: terdege gehoord: dat de sterkte | + | B: zoo van harte mêe met den dichter | + | C: zoo van harte meê met den dichter | + | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar | + | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, | + | B: deze arme echtgenoten geeft, dat | + | C: deze arme echtgenooten geeft, dat | + | B: 't licht darover opging, en juist | + | C: 't licht daarover opging, en juist | + | B: een altijdurend zalig heden; | + | C: een altijddurend zalig heden; | + | B: ver-verdrukt moeten worden, | + | C: verdrukt moeten worden, | + | B: _Ik zal zijn, die Ik zijn_ zal. | + | C: _Ik zal zijn, die Ik zijn zal_. | + | B: wat zegt mijn staatsrechtelijk gewaten, | + | C: wat zegt mijn staatsrechtelijk geweten, | + | B: wedadigheid en trouw verheerlijken | + | C: weldadigheid en trouw verheerlijken | + | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar | + | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, | + | B: ik de radiumbestraling nog goed | + | C: ik de radium-bestraling nog goed | + | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar | + | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, | + | B: en al haar heelrijkheid heeft | + | C: en al haar heerlijkheid heeft | + | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar | + | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, | + | B: , ,Mijn raad zal bestaan, | + | C: »Mijn raad zal bestaan, | + | | + +---------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Van strak gespannen snaren, by +Roelof Jan Willem Rudolph + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN *** + +***** This file should be named 31297-8.txt or 31297-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/1/2/9/31297/ + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/31297-8.zip b/31297-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0d8a412 --- /dev/null +++ b/31297-8.zip diff --git a/31297-h.zip b/31297-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fb16482 --- /dev/null +++ b/31297-h.zip diff --git a/31297-h/31297-h.htm b/31297-h/31297-h.htm new file mode 100644 index 0000000..6483e31 --- /dev/null +++ b/31297-h/31297-h.htm @@ -0,0 +1,6070 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph. + </title> + <style type="text/css"> + + body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;} + + h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; font-size: 220%;} + h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 100%;} + h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 100%;} + + h2.kopvoorwoord {text-align: left; font-size: 150%; font-style: italic; text-indent: 2em;} + h2.inhoud {text-align: left;} + h2.ch {font-size: 120%;} + + p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;} + p.noi {text-indent: 0em;} + p.levensduur {text-align: center; text-indent: 0em; font-size: 85%;} + p.dwz {text-indent: 0em; margin-left: 5%;} + + div.titel {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;} + div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; white-space: pre;} + div.druk {margin-top: 5em; margin-bottom: 5em; margin-left: auto; margin-right: auto; + width: 8em; text-align: center; padding-left: 1.5em; padding-right: 1.5em; + border-top: 1px solid black; border-bottom: 1px solid black;} + div.voorwoord {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em; font-style: italic;} + div.leven {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em;} + div.brieven {margin-top: 8em; margin-bottom: 8em;} + + div.auteur {text-align: right; padding-right: 3em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + div.auteur1 {text-align: left; text-indent: 1em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + div.naam {text-align: right; text-indent: 0; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + div.datum {text-align: right; text-indent: 0; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + div.groet {text-align: left; text-indent: 0; font-style: italic; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + div.tbpoem {margin: 0em 0em 0em 0em; text-indent: 4em; vertical-align: -0.5em;} + span.tbhoog {vertical-align: 0.5em;} + + hr {width: 33%; clear: both; + margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;} + hr.tb {border-style: none;} + hr.tbdash {width: 100%; border: 1px dashed black;} + hr.brief {width: 100%; border: 2px dotted black;} + hr.ch {width: 10%;} + hr.fnsep {width: 15%; text-align: left; + margin-top: 1em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;} + + .pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right; + font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal; + letter-spacing: normal; color: #888888;} + span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";} + + /* TABLES */ + table {margin-left: auto; margin-right: auto; + padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;} + + /* ALIGN */ + .center {text-align: center;} + .i1 {text-indent: 1em; text-align: left;} + .i2 {text-indent: 2em;} + + .mixcap {font-variant: small-caps;} + .smcap {font-size: 80%;} + .g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;} + ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;} + + /* IMAGES */ + .figcenter {text-align: center; margin: auto;} + .figtp {text-align: center; margin-left: auto; margin-right: auto; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;} + + /* FOOTNOTES */ + .footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 0.9em;} + .footnote p {text-indent: 2.5em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 86%; text-align: right; text-decoration: none;} + .fnanchor {padding-left: 0.1em; text-decoration: none;} + + /* POETRY */ + .poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + + .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + + .size85 {font-size: 85%;} + .size175 {font-size: 175%;} + + /* Transcriber Note */ + .TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; + background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;} + .TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;} + .TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} + .TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;} + .TNbox th {text-align: left;} + .TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;} + td.td2 {width: 20%;} + td.td4 {width: 40%;} + + </style> + </head> + +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van strak gespannen snaren + +Author: Roelof Jan Willem Rudolph + +Release Date: February 16, 2010 [EBook #31297] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN *** + + + + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + + + + + +</pre> + + +<div class="TNbox"> + <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1> + + <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. + Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p> + + <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een + <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>, + waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p> + + <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p> + + <p>De voetnoot is naar het eind van de brief verplaatst.</p> + + <p>Op pagina's waar meer dan één brief voorkomt zijn deze in het origineel gescheiden + door een dikke stippellijn. In dit e-boek is zonder verdere vermelding net zo'n lijn + ingevoegd op plaatsen waar een nieuwe brief op een nieuwe pagina begint.</p> + + <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan + <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p> + +</div> + +<div class="figcenter" style="width: 491px;"> +<img src="images/cover.jpg" width="491" height="720" alt="voorkant boek" title="" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="1"></span><a id="p_1"></a></p> + +<h3>VAN STRAK GESPANNEN SNAREN</h3> + +<p><span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a><br /> +<span class="pagenum" title="i"></span><a id="p_i"></a><br /> +<span class="pagenum" title="ii"></span><a id="p_ii"></a></p> + +<div class="figcenter" style="width: 455px;"> +<img src="images/frontispiece.jpg" width="455" height="720" alt="Ds. R. J. W. Rudolph" title="" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a></p> + +<div class="titel"> + +<p class="center noi size175">Ds. R. J. W. RUDOLPH</p> + +<div class="figtp" style="width: 26px;"> +<img src="images/tp_ruit.png" width="26" height="13" alt="" title="" /> +</div> + +<h1>VAN STRAK GESPANNEN SNAREN</h1> + +<div class="figtp" style="width: 26px;"> +<img src="images/tp_ruit.png" width="26" height="13" alt="" title="" /> +</div> + +<div class="inhoud">MET EEN <a href="#voorwoord">VOORWOORD</a> VAN +Dr. A. KUYPER EN EEN <a href="#levensbericht">KORT +LEVENSBERICHT</a> VAN DEN +SCHRIJVER DOOR Ds. G. VERRIJ</div> + +<div class="druk">DERDE DRUK</div> + +<div class="size85">UITGEGEVEN <span class="smcap">IN</span> 1916 <span class="smcap">BIJ</span> J. H. DONNER<br /> +TE ROTTERDAM.</div> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a><br /> +<span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a></p> + +<div class="voorwoord" id="voorwoord"> + +<h2 class="kopvoorwoord"><i>L. S.</i></h2> + +<p><i>De uitgave van de brieven van mijn overleden vriend Rudolph kan ten +zegen zijn<ins class="corr" id="corr1" title="Niet in Bron.">.</ins> Rudolph toch behoorde tot die mannen, van wie men in de +jaren van hun drukke leven betrekkelijk weinig, maar daarentegen in de +dagen van hun krankheid bijzonder veel hoorde. Rudolph's groote +beteekenis voor den lande ligt in zijn sterven. Niet alsof zijn leven +onnut ware voorbijgegaan. Integendeel. Hij was altoos een klare +belijder, een ijverig werker, een man, die de kunst verstond om door +eigen bezieling anderen te bezielen; maar in het centrum van onze +nationale worsteling zagen wij hem hoogst zelden optreden. Reeds als +student speurde men de stille kracht die in hem huisde, maar beide +tegelijk, theoloog en jurist willende zijn, bereikte hij noch in het +eene noch in het andere die rijpheid van studie, die voor een +vooraantreden in den strijd van het leven eisch is. Zijn vurig +verlangen om op politiek terrein zijn kracht te kunnen ontplooien, is +dan ook niet in vervulling gegaan. Hij bleef predikant te Leiden. Toch +begon in de laatste twee jaren een nieuw ideaal zich voor hem te +ontsluieren, hij koos een andere existentie, en vurig begeerde hij +juist in die nieuwe betrekking tot de volle ontplooiïng van zijn +<span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a>talent te kunnen geraken. O, hij was voor dien keer in zijn leven zoo +innig dankbaar. Het was hem of hij een nieuwe toekomst tegenging, en +alsof hij nu eerst met al hem verleende gaven zijn Heer en Koning zou +kunnen dienen. En toch juist op dat oogenblik beschikte de Heere op +geheel ongedachte wijze over hem, om hem te maken tot een heel ander +instrument voor Zijn glorie. De Heere kwam Rudolph tegen op zijn nieuw +ingeslagen weg en maakte hem krank. Krank, niet door een gewone +krankheid maar door den.... kanker. Ieder voelt, hoe bang dit Rudolph +aangreep. Nu juist was hij, waar hij nooit meer gedacht had te zullen +komen. Een nieuw zooveel rijker leven ontsloot zich voor hem. Maar +immers, dan kon die krankheid niet ten doode zijn! En zoo scheen het +dan ook te zullen loopen. Heidelberg liet heel Europa door verluiden, +dat het 't tegengif tegen den kanker gevonden had. Rudolph was +verrukt, toen hij het hoorde. Hij ging er heen. Er kwam beterschap<ins class="corr" id="corr2" title="Niet in Bron.">.</ins> +Men gaf hem goede hope. Dankbaar kwam hij terug, denkende nu zijn +rijksten arbeid te kannen aanvangen. Doch weer zette het kwaad op. +Weer toog hij naar Heidelberg. En nog bleef hij vol hope, dat hem +redding beschoren zou zijn, tot het ten derdenmale tegensloeg, en nu +erger kwam opzetten, en zelfs het gebruik van keel en tong hem werd +<span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a>ontnomen. En toen naderde het einde. Zelf mocht ik hem nog even +terugzien en mijn laatste bezoek brengen. Kort daarop was mijn vriend +Rudolph niet meer.</i></p> + +<p><i>Maar, en dit is nu hier het wondere, als vrucht van dien bitteren +kanker heeft zich toen juist in die laatste weken in Rudolph een +geloofskracht en een geloofsmoed ontwikkeld, waarop een ieder die +ervan hoorde met deelnemende bewondering neerzag.</i></p> + +<p><i>Als een held stond hij tot den einde toe in die doodelijke worsteling, +en zijn geloof bezweek niet, het overwon.</i></p> + +<p><i>Hiervan heeft heel het land toen gehoord<ins class="corr" id="corr3" title="Niet in Bron.">.</ins> Ten slotte was Rudolph een +lijder, met wien we allen, dag na dag meeleefden, en in het gebed +meêworstelden.</i></p> + +<p><i>Het was de onverzettelijkheid van zijn geloof, die hem toen die +brieven aan zijn oude gemeente in de pen gaf.</i></p> + +<p><i>Die brieven hebben toen al wie ze las verkwikt.</i></p> + +<p><i>Moge het zoo ook na zijn sterven zijn.</i></p> + +<p><i>Zij zijn een klaar getuigenis, waarvoor wij God danken, van wat het +geloof ook nu nog in de bangste ure vermag.</i></p> + +<div class="naam" style="padding-right: 1em;"><i>KUYPER.</i></div> + +<p><i>'s-Gravenhage, 8 Juni 1914.</i></p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a><br /> +<span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a></p> + +<div class="leven" id="levensbericht"> + +<h2>Ds. ROELOF JAN WILLEM RUDOLPH.</h2> + +<p class="levensduur">20 SEPTEMBER 1862–10 MEI 1914.</p> + +<hr class="ch" /> + +<p>„Van strak gespannen snaren!” Zóó zou naar den wensch van mijnen +hooggeschatten, lieven, vaderlijken vriend, bij afzonderlijke uitgave, +de titel luiden van zijne brieven, toegezonden aan de „Geref. Kerkbode +van Leiden en omstreken” en bestemd voor de gemeente, die hij zooveel +jaren had gediend en waaraan hij zoo nauw was verbonden.</p> + +<p>Naar den vorm literarisch schoon, naar den inhoud veelzeggend!</p> + +<p>Deze titel doet ons denken aan een muziekinstrument, welks snaren +worden gewonden tot de hoogste spankracht voor de zuiverheid van den +klank en de fijnheid van toon. <i>Hij</i> koos den titel en drukte ermee +uit, wat lijden hij heeft geleden en aan welk een beproeving hij was +onderworpen. En nu staat het aan <i>ons</i>, die, als ik, zoo menigwerf +getuigen waren van zijn lijden, dat onder Gods aanbiddelijk bestel +zooveel maanden achtereen werd uitgerekt; aan ons, die deze brieven +lazen of nog zullen lezen, te beoordeelen, wat soort van liederen op +dit veelsnarig instrument getokkeld werden. En—oordeel zelf—is het +te veel gezegd, als we beweren, dat het zijn zangen „per aspera ad +astra”, uit de diepte naar omhoog. „Liederen <span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>van den Opgang”, teeder +aandoenlijk, warm gemoedelijk; zangen waardoor ons de stille berusting +des geloofs, de onwankelbaarheid der hope en de innigheid der liefde +van den waren Christen tegen ruischen?</p> + +<p>Ds. Rudolph was een gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Het +moge ietwat vreemd klinken in de ooren van allen, die hem slechts in +zijn openbaar leven gekend hebben, hem, die in de gelederen van zijne +politieke tegenstanders vaak met den minder vleienden naam van „De +Beul” genoemd werd, hier te hooren karakteriseeren als een +gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Doch wie hem meer van +naderbij kende en wist, hoe teeder achter het harnas van dezen +strijder het harte klopte, beaamt het volkomen en stemt het ons +gereedelijk toe. Ds. Rudolph kon geen leed van eenigszins ernstigen +aard zien, of hij werd tot weenens toe bewogen. En juist deze man met +het priesterlijke hart en het lichtbewogen gemoed, die,—had hij niet +in het ambt van Dienaar des Woords gestaan,—een geboren diaken zou +zijn geweest, heeft zelf zoo moeten lijden. Hoe vaak heeft hij in zijn +gezonde dagen tegenover zijn huisgenooten de vurige begeerte +uitgesproken, dat de Heere hem voor kanker mocht behoeden. En zie, wat +hij zoozeer vreesde, is hem niet gespaard! Met forsche hand heeft de +kanker hem aangegrepen, den fieren man, die een toonbeeld was van +bloeienden welstand, den breedgeschouderde met zijn fraai gewelfd +voorhoofd, zijn schitterende oogen, die vonken spatten, als hij was +midden in het toernooi met zijn tegenstanders, den trouwen echtgenoot, +der pleegkinderen liefdevollen vader, den man van 't initiatief, immer +van idealen vol. En deze alom terecht gevreesde ziekte heeft hem niet +meer losgelaten. Of zij dit wel ooit doet? Geen pogingen zijn +onbeproefd gelaten, om aan dezen machtigen vijand der menschheid zijn +kostbare prooi te ontrukken. <span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a>Bezweken voor den sterken aandrang van +oprechte vrienden, die zich voor de noodige geldmiddelen borg stelden, +werd de reis naar Heidelberg ondernomen, naar het wereldberoemde +Instituut voor kankerlijders van Prof. <span xml:lang="de">Czerny</span>. Hoe vol hoop trok de +patiënt met zijn echtgenoote, die hem in al zijn lijden een ware hulpe +was, daarhenen, en hoe enthousiast keerde hij na een kuur van 4 weken +weder! Wonderen had hij zien gebeuren! Waarom zou dan ook met hem geen +wonder kunnen geschieden! De Heere is toch de God der wonderen! +Wonderlijk is ook de naam Zijns Heilands! En was hij niet tot nog +grootsche taak geroepen? Wachtten hem niet de Stichtingen voor +Verwaarloosden en Drankzuchtigen te Achteveld bij Barneveld met +kennelijk ongeduld? Hoorde hij niet als met duidelijk waarneembaren +klank de weemoedige stem der ontouderde kinderen: „Vader Rudolph, kom, +kom spoedig. Wij hebben uwe leiding zoo noodig, waar ons de ouderlijke +ontbreekt”? Is het wonder, dat Ds. Rudolph hoopte, ziende ook op de +Almacht Zijns Gods, tot op het laatste toe?</p> + +<p>Voor de 4e maal kwam hij uit Heidelberg terug. De doctoren hadden hem +diets gemaakt, dat hij een katarrh in de keel had en de lucht daarvoor +in Holland beter dan in Heidelberg was. „Ga zoo spoedig mogelijk terug +naar Uw <span xml:lang="de">Heimat</span> en als de katarrh over is, kom dan weder, zoo zullen we +de kuur voortzetten!” Zóó werd gesproken. De werkelijkheid was evenwel +geheel anders. Men had alle hoop op herstel moeten opgeven. Trots alle +middelen van wetenschap en kunst, woekerde het proces met door niets +te stuiten kracht voort. Men vreesde voor verbloeding en dan.... +weldra het einde.</p> + +<p>Zóó was de naakte werkelijkheid. Wie zou het den lijder aanzeggen? Aan +ondergeteekende viel deze zware opdracht te vervullen. Hadden +deskundigen niet verklaard, <span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a>dat er groot gevaar voor verstikking +bestond, zoo den patiënt deze vreeselijke tijding werd bekendgemaakt? +Biddend en bevend wordt de gang gemaakt naar het St. +Elisabethsgesticht te Amersfoort. „Heere, voorkom, wat gevreesd wordt, +geef de woorden in de opening mijns monds en den armen lijder kracht +van Boven!” Ik schel aan en treed binnen. Dáár lag hij, de +kankerlijder, die reeds sedert ettelijke maanden tot zwijgen gedoemd +was. Allerhartelijkst was de begroeting met dien vriendelijken +glimlach, krullend om de lippen en die zachte trekken op het gelaat, +waarop de stille smart reeds diep haar sporen afgedrukt had. De vraag +werd gedaan, of de hope op beterschap niet begon te verflauwen, daar +er van vooruitgang toch zoo weinig viel te bespeuren. „Ik heb idee, +dat herstel nog zeer goed mogelijk is. Dit zegt de dokter. Dat mag ik +dus aannemen. Maar is 't, dat je 't anders weet, zeg 't dan. Ik ben +bereid om heen te gaan!” Met woorden, dooraderd van diep medegevoel, +wordt nu niets verholen, maar alles gezegd! De zieke vouwt de handen. +Hij is in het gebed. Twee groote tranen worden aan de gesloten oogen +ontperst. 't Is een plechtige, ernstvolle stilte in dit zieken- en +bidvertrek. Onwillekeurig dacht ik aan het woord der Schrift: „En +David sterkte zich in den Heere zijnen God!” Na een wijle gaan de +oogen weer open, de handen laten zich los, de tranen worden +afgewischt, de pen wordt weer opgenomen en met vaste hand +neergeschreven: „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, +die zal vernachten in de schaduwe des Almachtigen!” Hier was een +strijd gestreden, hier was een overwinning bevochten!</p> + +<p>Daarna ging ik heen, verruimd van gemoed, in het bewustzijn een zwaar, +doch ook een goed werk te hebben verricht.</p> + +<p>Menigwerf toefde ik in de krankenkamer en moest <span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a>getuigen: „Waarlijk, +in dit klaaghuls is het beter dan in het huis der maaltijden.” 27 +April kwam ik weder bij hem en vroeg, of hij nog even sterk stond in +zijn geloof en Satan niet trachtte te ontnemen, wat hij meende te +bezitten, waarop hij aanstonds neerschreef: „Ik geniet zoeten vrede, +die alle verstand te boven gaat. Dit staat vast, dat iemand niet +vandaag een Petrus en morgen een Judas is. Dit staat vast, dat God +geen God van Ja en Neen is. Maar Jehova, de Ik zal zijn, Die ik zijn +zal.”</p> + +<p>Nimmer sprak hij eigener beweging van zijn lijden en hoe strakker de +snaren zijner smarten gespannen werden, des te meer melodieus en des +te liefelijker waren de zangen van aanbiddend geloof en roemende +genade voor familie of vrienden, door de schrijfstift aan het papier +toevertrouwd, of in de achtereenvolgende brieven aan zijn gemeente te +Leiden toegezonden.</p> + +<p>Ieder, die eenigermate met 't openbare leven meeleeft, weet ook, hoe +Ds. Rudolph zich op politiek en sociaal terrein niet onverdienstelijk +heeft bewogen. Als 't er op aankwam, stond hij zijn man. De groote +stadsgehoorzaal te Leiden zou er van kunnen getuigen, hoe hij, als +verdediger der Christelijke beginselen, als kampvechter tegen het +materialistisch Socialisme, niet gering te schatten was. Hij liet zich +niet in een hoek zetten. Hoe kon hij dan in wetenschappelijke +welsprekendheid met heilige verontwaardiging toornen tegen +stofaanbidding en menschvergoding. Dan werd 't niet alleen gehoord, +maar gezien, dan werd 't gevoeld, dat hij leefde uit hoogere +beginselen, dan waarvan het hedendaagsche Socialisme uitgaat. En wat +hij in 't aangezicht van het Socialisme, vertegenwoordigd door zijn +uitnemendste voorstanders in ons land, beleden, bepleit en verdedigd +<ins class="corr" id="corr4" title="Bron: neeft">heeft</ins>, ziet, dat heeft hij met het vonnis van den dood in zijn +vleesch, op zijn krankbed, te midden van lijden en smart, in het +aangezicht <span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a>ook van den dood, aller menschen vijand, op het +luisterrijkst bezegeld.</p> + +<p>Toen hem alles ontviel, in het midden zijner jaren, in den bloei +zijner manlijke kracht; toen het beeld zijner aardsche idealen tot het +onzichtbare toe verflauwde, toen, toen hield hij alles over: <i>het</i> +ideaal, de rotsvaste hoop op een zalig hiernamaals, de zekere +wetenschap van een blijde toekomst.</p> + +<p>En op mijn zeggen in de laatste week zijns levens: „Wat zijn de wegen +des Heeren met U toch ondoorgrondelijk!”, schreef hij met van groote +zwakte bevende hand neder: „En niettemin keur ik ze goed, ziende op +het heerlijk einde!”</p> + +<p>Dat was Rudolph's geloof, rotsvast, steunend alleen op het volbrachte +werk van zijnen Heiland en Koning, Wien te belijden op alle terrein de +lust van zijn leven, het leven <i>van</i> zijn leven was.</p> + +<p>Zeg, Marxist, was hier de mensch Rudolph niet meer dan stof?</p> + +<p>Zoo ging hij heen, in de volle zekerheid des geloofs, in de hope op +een eeuwig zalig leven.</p> + +<p>Als een Christen had hij geleefd, als een Christen gestreden, als een +Christen ook geleden, het daarvoor houdende, dat het lijden dezes +tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die +hem zou geopenbaard worden.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Ds. Roelof Jan Willem Rudolph werd den 20en September 1862 uit +eenvoudige burgerouders te Elst in de Betuwe geboren, bezocht daar de +Openbare Lagere School en ging vervolgens naar het Gymnasium te +Doetinchem, waar zijn uitstekende aanleg al spoedig de opmerkzaamheid +zijner leeraren trok. Hier deed hij met goed gevolg eindexamen, ging +toen naar Utrecht en liet zich daar aan <span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a>de Universiteit als student +in de Theol. Faculteit inschrijven. Doch hij gevoelde er zich niet +thuis. Wat anders zocht hij en vond dit aan de Vrije Universiteit te +Amsterdam, die pas was opgericht. Daar studeerde hij in de Rechten en +in de Godgeleerdheid. In de eerste Faculteit behaalde hij den graad +van candidaat, zette zijn studiën voort voor het doctoraal, maar +kwam—en dat wel om financiëele redenen—niet tot het afleggen van het +examen. In 1887 werd hij candidaat in de Theologie. Beroepen naar +Heinenoord, diende hij daar niet zonder zegen de Gereformeerde Kerk, +toen nog de Doleerende, van October 1888 tot December 1890. Hier +verrees door zijn onvermoeid streven een Christelijke school, waarvan +hij den eersten steen legde. In de Ned. Herv. Kerk stond toen ds. A. +S. Talma, de latere Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het +Ministerie-Heemskerk, met wien hij over de kerkelijke muren heen een +vriendschappelijken omgang onderhield. Reeds te Heinenoord kwam de +lust tot weldoen, waarin ds. Rudolph en zijn ega M. W. F. Frijlinck +zoo zeldzaam harmoniëerden, op lieflijke wijze tot uiting. Een +jeugdige tuberculoselijderes uit een arm arbeidersgezin werd weken +achtereen, tot op haren dood, in de gastvrije pastorie liefderijk en +geheel belangeloos verpleegd.</p> + +<p>Toen op het einde van '90 Leidens Doleerende Kerk hem riep, meende hij +voor deze roeping niet te mogen bedanken, hoewel het hem verre van +gemakkelijk viel na zoo korten tijd zijn eerste standplaats te +verlaten. De snoeren waren gevallen in lieflijke plaatsen.</p> + +<p>Op den eersten Zondag van Dec. 1890 vertoond hij zich met een +predikatie over Gen. 1: 1 aan zijn nieuwe gemeente, die hij ruim 21 +jaren heeft mogen dienen. Leiden met zijn beroemde Universiteit, de +kweekplaats van onderscheidene wetenschappen; Leiden, de vermaarde +<span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>Sleutelstad, had al de liefde van zijn hart. Hoe sterk kwam dat +altijd uit, als de kalender 3 October aangaf en Rudolph den kansel +beklom om zijn hoorders te doen inleven in die wel oude, maar nooit +verouderde geschiedenis van de belegering en het ontzet van Leiden, +wat ieder geboren Leidenaar telken jare opnieuw met versche +belangstelling aanhoort. Dan was Rudolph Geus met de Geuzen, dan deed +hij in liefde ontvlammen voor Oranje, dan begon het oog te schitteren +en trilde de stem van vurige verontwaardiging over de Spaansche +tirannie en den duldeloozen gewetensdwang, dan jubelde hij met dank +aan den Heere voor de ongedachte verlossing. Dan was Rudolph +welsprekend.</p> + +<p>Bekend, geliefd en geëerd was hij bovenal om zijn hulpvaardigheid. Wie +naar een betrekking stond; wie op de eene of andere wijze in +verlegenheid zat, vond aan de pastorie van Ds. R. altijd een geopende +deur, een belangstellend hart en een luisterend oor. Hij stond ieder +te woord en menigeen is door hem geholpen of voortgeholpen. Hij was +een vriend van armen en verdrukten. Menig treffend staaltje zou +daarvan kunnen worden bijgebracht. Op zekeren keer kwam hij ongezocht +in de schamele woning van een fabrieksarbeider met talrijk gezin op +eene van de achtergrachten in Leiden. Het noodige schoeisel ontbrak +daar geheel. Hij bedacht zich niet lang. Spoedig waren de schoenen +gehaald, voor elk der kinderen een paar. „Maar Dominee”, was de vraag +van de vrouw des huizes, „weet Ge wel, dat ik Roomsch ben?” „Daar +vraag ik immers niet naar, ik zie dat Gij het noodig hebt”, luidde het +antwoord van den vriendelijken weldoener.</p> + +<p>Was de kinderzegen hem door den Heere onthouden, zonder kinderen +scheen zijn levenspad te eenzaam en koud. In Leiden nam hij, met volle +bewilliging zijner <span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a>echtgenoote, die hierin volkomen gelijk met hem +dacht, twee kinderen, jongens, tot zich, die beide hunne moeder in de +allereerste dagen der jeugd moesten missen. De een heeft reeds den +leeftijd van 21 jaar bereikt, terwijl de ander 12 jaar oud is.</p> + +<p>Als prediker muntte hij nu juist niet uit door schitterende +kanselgaven, al wil <ins class="corr" id="corr5" title="Bron: dit dit">dit</ins> daarom allerminst zeggen, dat hij de gave der +welsprekendheid geheel miste. Tekstverband en -zin kwamen altijd +uitmuntend tot hun recht. Van een eenzijdig-voorwerpelijke prediking +was hij een vijand. Dikwerf gaf hij in een afzonderlijke toepassing +leiding aan de eenvoudige zielen.</p> + +<p>Goed kenner van de oude talen, bewoog hij zich gemakkelijk en gaarne +op het veld van Schriftverklaring. Van zijne hand verscheen, in +samenwerking met Ds. Renkema, een populair en practisch werk over „De +Gelijkenissen onzes Heeren Jezus Christus”. In 1900 kwam van hem uit: +„Abraham, de vader der Geloovigen, voorgesteld in 13 meditaties”. +Behalve zijn „Kardiphonia”—stemmen uit 't hart—een drietal preeken, +waarmee hij van zijn Leidsche gemeente afscheid nam en onderscheidene +kleinere geschriften, zijn vooral bekend: „Het Hedendaagsch +Socialisme” en „Het Diaconaat” (in vereeniging met Prof. Biesterveld +en Dr. J. van Lonkhuizen).</p> + +<p>Als journalist was hij niet zonder verdienste. Van meer dan één week- +en dagblad was hij achtereenvolgens redacteur of medewerker.</p> + +<p>Het Christelijk onderwijs in al zijn vertakkingen had de liefde van +zijn hart. Als President der Geref. Schoolvereeniging gaf hij mede den +stoot tot de oprichting der Geref. M. U. L. O. School op de +Hooglandsche <ins class="corr" id="corr6" title="Bron: Kerkgacht">Kerkgracht</ins> te Leiden. Zijn ideaal om in de +Sleutelstad te stichten een hospitium voor Christelijke Indologen, +heeft hij niet kunnen bereiken, maar toch was de oprichting van het +<span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a>Indisch Comité, dat in het belang van Indologen van Christelijke +belijdenis werkzaam is, eene zaak van niet geringe beteekenis.</p> + +<p>Op de meerdere vergaderingen werden de adviezen van den +Jurist-theoloog op hoogen prijs gesteld. Meermalen telde de Generale +Synode hem onder hare gedeputeerden.</p> + +<p>Eén van zijn vurigste wenschen heeft hij niet mogen vervuld zien om +n.l. als lid van de 2e Kamer zijn volk te vertegenwoordigen in 's +lands Raadzaal. De nederlaag in Ede in 1909, in niet geringe mate +toegebracht door de heftige bestrijding van velen, <ins class="corr" id="corr7" title="Bron: de">die</ins> met hem in het +Geloof stoelden op denzelfden wortel, bleef hem nog lang een +schrijnende wonde. Het liefst zweeg hij daarvan.</p> + +<p>Door de Kinderwetten was de mogelijkheid geopend om ook van +Christelijke zijde meer dan tevoren te arbeiden in het belang van hen, +die Ds. R. gaarne kenschetste met den naam van „sociale +schipbreukelingen”. Zoo rijpte bij hem het denkbeeld, dat tenslotte +belichaamd is in de Stichtingen te Achteveld, ééne voor ontouderde of +verwaarloosde kinderen, en ééne voor landloopers, drankzuchtigen, +ontslagen gevangenen en dergelijken. Hij werd benoemd tot +Predikant-Directeur dier Stichtingen. Dat was een événement in zijn +leven. 2 October 1912 preekte hij Afscheid in de kerk op de +Hooigracht, „een biddend afscheid” (zie „Kardiphonia III”), en +bepaalde zijne gemeente bij Hand. 20 vs. 32–38, „het slot van 't +teeder afscheid van Paulus van de ouderlingen van Efeze.” Hierin vond +hij „de wijze aangegeven, zooals hij 't liefst van zijne gemeente +wilde scheiden:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">het oog naar boven,<br /></span> + <span class="i0">de hand op 't hart,<br /></span> + <span class="i0">de knieën gebogen,<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a></p> + +<p class="noi">met tranen in de oogen, die van onverbreekbare banden getuigen”.</p> + +<p>Hoe moeilijk het hem ook viel den herderstaf in zijn geliefde gemeente +neer te leggen en emeritaat aan te vragen, niet jeugdig vuur en groot +enthousiasme gaf hij zich aan de voorbereidende maatregelen voor den +nieuwen werkkring, in de vaste overtuiging, dat de Heere hem daartoe +riep. Maar: „de mensch wikt, God beschikt!” Zal de naam van ds. +Rudolph in de wordingshistorie dezer Stichtingen immer met eere en +groote erkentelijkheid genoemd worden, tot zijnen eigenlijken arbeid +heeft hij niet mogen ingaan. Als een Mozes van den ouden dag moest hij +blijven vóór den Jordaan van het zoozeer gewenschte land. En hierin te +hebben kunnen berusten, gelijk herhaaldelijk op zoo treffende wijze +uit deze brieven blijkt, wat was het anders dan de lieflijk geurende +bloem van zijn groot geloof in de absolute Souvereiniteit zijns Gods, +die nooit antwoordt van Zijn daden?</p> + +<p>Zeker, ook Rudolph had zijn gebreken. Zelf zou hij de eerste zijn om +dit te erkennen. Financier is hij nooit geweest, wellicht zou hij het +ook nimmer geworden zijn. Hij gaf soms meer dan hij bezat. Doch waar +is het licht, dat geen schaduw heeft?</p> + +<p>Zondag 10 Mei j.l. werd hij uit zijn lijden verlost en op den dag der +ruste ging hij, zacht en kalm, met den glans van zoeten vrede op het +vermagerd gelaat, de eeuwige ruste van het hemelsche Kanaän in.</p> + +<p>Nù, ook Rudolph heeft geen leed meer van uitgestelde hoop en +teleurgestelde verwachting, en van al wat tot deze aarde en dit leven +behoorde, is hij verlost. Zijn werk volgt hem na en hij rust uit van +zijn arbeid niet in ledig-zijn, maar in hemelsch zalig doen.</p> + +<p>Was zijn stoffelijk omhulsel op Woensdag 13 Mei van uit Amersfoort per +trein naar Leiden overgebracht en <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a>geplaatst in het midden vóór den +kansel van de Geref. Kerk op de Oude Vest, den dag daarop werd het +onder de grootste belangstelling op de Begraafplaats van de +Groenesteeg aan de schoot der aarde toevertrouwd. Vooraf werd in +genoemde kerk, die tot in alle hoeken gevuld was, een korte samenkomst +gehouden. Ds. Kouwenhoven, de oudste <span xml:lang="la">pastor loci</span>, ging daarbij voor in +het uitspreken van een rede aan de hand van Psalm 90 vs. 3: „Gij doet +den mensch wederkeeren tot verbrijzeling en zegt: Keert weder, gij +menschenkinderen!” Het was een aandoenlijke plechtigheid. Menige traan +werd weggepinkt!</p> + +<p>Bij de geopende groeve werden goede woorden gehoord. Ds. Thomas sprak +namens den Raad van de Geref. Kerk van Leiden, ds. Impeta van Katwijk +namens de classis Leiden, ds. Teerink van Amersfoort gewaagde van +zijne bezoeken aan den kranke; ds. Van der Munnik uit Leeuwarden, +voerde het woord namens Deputaten van de Generale Synode voor de +Zending onder de Heidenen en Mohammedanen; de heer Boddaeus, notaris +te Schiedam, sprak als Voorzitter van het Bestuur der Kinderstichting; +de heer Mekking van Gorinchem, namens het Bestuur van de +Jan-Pieter-Adolfvereeniging; ds. Breukelaar van Zaandam, herdacht den +overledene als Bestuurslid van het Chr. Comité voor Indië; dr. Dupont +van Ermelo, van de Geref. Drankbestrijding; ds. Meijnen van Dordrecht, +van de Vereeniging „De Tuin”; ds. Heidema van Heinenoord, bracht in +herinnering het 2-jarig verblijf van den overledene in zijn eerste +gemeente en ten slotte de heer Vros, hoofd eener Chr. School te +Leiden, sprekend namens de Geref. Schoolvereeniging. En nòg waren er +meer sprekers, o.a. van de Indologen en van „Polyhymnia”, bovendien de +heer Wilbrink, Landbouw-Directeur van de genoemde stichtingen, en +ondergeteekende. Doch de lange duur van het toeven op de begraafplaats +maakte het gewenscht <span class="pagenum" title="21"></span><a id="p_21"></a>aan de droeve plechtigheid een einde te maken, +te meer daar ook de weduwe en de hoogbejaarde vader van den overledene +mede tegenwoordig waren.</p> + +<p>Veel is daar gesproken, en had de gestorvene het kunnen hooren, +ongetwijfeld zou hij gezegd hebben: „Te veel eer voor mij!” Maar de +grondtoon bij alle sprekers was: dank aan den Heere, die ds. R. tot +zooveel en zoo velerlei arbeid geroepen en hem in zijn laatste +levensjaar met zoo groote genade begiftigd had.</p> + +<p>Waarlijk, het was een droeve en toch goede dag. Zij de gedachtenis +dezes rechtvaardigen nog tot rijken zegen!</p> + +<p>Was het de wensch van den overledene, dat ondergeteekende, die +gedurende een twintigtal jaren door hechte en innige banden van +vriendschap aan hem verbonden was en nimmer hoopt te vergeten, wat hij +naast God aan ds. Rudolph te danken heeft, de zorg voor de uitgave +dezer Brieven op zich nemen zou, met liefde heeft hij er bijdezen aan +voldaan.</p> + +<p>Mogen deze brieven een blijvenden troost bieden voor de diepbedroefde +weduwe zulk een man, voor den ouden vader zulk een zoon, voor de +pleegkinderen zulk een vader, voor de gemeente zulk een Herder en +Leeraar, voor allen, die hem lief waren, zulk een vriend gehad te +hebben en mogen ze, waar ze door dezen herdruk de wijde wereld ingaan, +voor velen nog in dagen van druk en beproeving, tot rijken zegen +gesteld worden! Gode alleen de eer!</p> + +<div class="naam">G. VERRIJ.</div> + +<p class="noi">Waarder (Z.-H.), Mei 1914.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a></p> + +<div class="brieven" id="brieven"> + +<div class="datum">Amersfoort, 23 September 1913.</div> + +<div class="center"><i>Aan de Gereformeerde Kerk te Leiden.</i></div> + +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Door dezen kom ik als oud-collega aan de redactie in de Kerkbode een +plaatsje, dat mij zeker niet zal worden geweigerd, verzoeken, om u +hartelijk dank te zeggen voor de vele bewijzen van belangstelling, op +mijn verjaardag uit uw midden ontvangen, en tegelijk u de inlichtingen +te geven, die door zoovelen gewenscht worden, over mijn lichamelijke +en geestelijke gesteldheid.</p> + +<p>Evenalsof ik nog in uw midden in- en uitging, hebben velen mij verrast +met de hartelijkste blijken hunner blijvende, ik zou haast zeggen, +hunner toenemende genegenheid, met hunne vriendelijke troostwoorden +mijne ziel verkwikt. Zwaar is mijn tegenwoordige beproeving, maar te +midden mijner smart kan ik wel weenen van blijdschap en dankbaarheid +voor de groote genade, die de Heere ons schenkt in zoo heerlijke +oefening van de gemeenschap der heiligen. Gaarne antwoordde ik ieder +in 't bijzonder. Dit is mij echter onmogelijk. Laat ik dus door dezen +aan allen, die mij zoo innig verblijdden, daarvoor mijn diepgevoelden +dank mogen betuigen.</p> + +<p>Wat mijn lichamelijken toestand betreft, deze is ook thans nog niet +zonder bezwaar. Toch heb ik goede hope, <span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a>dat ik onder des Heeren zegen +op de middelen geheel zal mogen herstellen.</p> + +<p>En indien het anders mocht wezen, des Heeren wil, die toch alleen +wijs, goed en heilig is, geschiede.</p> + +<p>Toen ik kort geleden dacht, dat mijn leven spoedig zou worden +afgesneden, was de gedachte van sterven mij o zoo zoet. Mijn leven is +met Christus verborgen in God. Door Jezus' dierbaar bloed gewasschen, +de zaligheid te mogen ingaan, naar huis te gaan, waarheen mijn hart +dorst als 't hert naar de stroomen, van alle zonden en ellenden voor +eeuwig ontslagen te zijn, den Heere te zien, in Zijne heerlijkheid te +mogen deelen, alzóó ontbonden te zijn en met Christus te wezen, het is +en blijft mij verreweg het beste.</p> + +<p>Doch op aarde kan nog een werk gedaan worden, dat in den hemel niet +kan worden verricht. In den hemel zijn geen ellendigen, die nog moeten +worden terechtgebracht. Alleen op aarde kan, ook aan de diepst +gezonkenen, 't dierbaar Evangelie des kruises worden gebracht. Ik heb +mij voorgesteld dit werk thans te beginnen onder voogdij- en +regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en +drankzuchtigen. Het is altijd één der idealen van mijn leven geweest, +zulk werk te mogen doen. En 't was mij zeker een pijnlijke gedachte, +toen ik mij een oogenblik voorstelde, dat ik in 't midden mijner jaren +en terwijl ik dit werk stond aan te vangen, door den dood uit het +leven zou worden weggerukt. Daarom begeer ik zeer, dat de Heere nog +dagen tot mijne levensdagen wil voegen. En ik verzoek dringend, dat +allen blijven bidden en smeeken, dat de Heere mij nog ettelijke jaren +wil sparen.</p> + +<p>Maar ik verzoek er uitdrukkelijk bij, dat aan de bede steeds worde +toegevoegd: „Heere, Uw wil geschiede!” Wat de Heere doet, is wèl +gedaan, hoe 't ook ga. Zeker, <span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a>donker, diep en ondoorgrondelijk zijn +menigmalen de wegen Gods. Maar wat wij nu niet verstaan, zullen wij +nadezen verstaan. Hoe moeielijk was 't gansche leven van Jeremia? Werd +een Johannes de Dooper niet in het midden zijner jaren weggenomen? +Moest een Paulus niet betuigen: „Ik sterf alle dagen!” Voor 't vleesch +is dit alles onbegrijpelijk; maar bij het licht des Heiligen Geestes +wordt Gods grootheid juist in deze diepe leidingen 't best gezien. +Daarom, geliefden, vragen wij dan maar veel genade, dat onze wil +verslonden moge wezen in des Heeren wil!</p> + +<p>En wanneer 't den Heere mag behagen, mij te herstellen, en mij, geheel +genezen, aan mijn grooten arbeid te geven, o hoe zal ik dan Zijn Naam +loven voor deze pijnlijke maar kostelijke inleiding tot mijn werk. +Deze zware beproeving heeft mij nader tot den Heere gebracht; alleen +nabij Hem is 't goed, is 't zalig en heerlijk; als Elia voor Zijn +aangezicht staande, staan wij met macht en gezag om des Heeren werk te +doen.</p> + +<p>En hiermede, geliefde gemeente, heb ik u een blik in mijn zieleleven +gegeven. Ik deed dit, omdat ik weet, hoe aangenaam het u is, te hooren +van de genade, die de Heere aan een beproefden mede-zondaar schenkt; +en omdat ik weet, dat ook dit schrijven aan velen beproefden in uw +midden tot vertroosting kan zijn. Stelle de Heere 't daartoe nog ten +zegen, en verblijde Hij ons door Zijne groote daden!</p> + +<div class="auteur1">In Christus uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 1 October 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Uwe liefde en belangstelling kennend, weet ik, dat ik u een genoegen +doe, wanneer ik u door middel van de Kerkbode schrijf, hoe ik thans +vaar.</p> + +<p>Laat ik beginnen, u mede te deelen, dat mij thans de volle waarheid +omtrent mijne krankheid is gezegd. Men heeft deze te goeder trouw voor +mij verzwegen. Men vreesde, dat ik mogelijk plotseling door +verstikking kon sterven, wanneer men mij de naakte werkelijkheid +openbaarde. IJdele vrees! Te midden van al mijne zonden en ellenden is +'t steeds door des Heeren dierbare genade de diepste behoefte mijns +harten geweest, in leven en sterven Hem te verheerlijken. Rustig als +een kind op den moederschoot heb ik de tijding aangehoord. Geen +oogenblik ben ik sinds dien geschokt. O, wat is 't toch zalig en +heerlijk, te mogen weten, in leven en sterven het eigendom des Heeren +te zijn!</p> + +<p>Door den hooggeschatten professor Korteweg, die voor mij doet wat maar +in zijn vermogen is en dien ik daarvoor niet genoeg kan danken, was +mij in overleg met mijn huisdokter uit Amersfoort aangeraden, naar +Heidelberg te gaan, en in het <span xml:lang="de">Czerny's Institut für Krebskranken</span>, d. i. +de instelling voor kankerlijders van prof. <span xml:lang="de">Czerny</span>, genezing te +zoeken.</p> + +<p>Zaterdagavond 27 September kwam daarop een vriend bij mij, die mij een +som gelds overhandigde, mij dwong deze aan te nemen, en die mij +daardoor in staat stelde althans voor acht dagen met mijn vrouw naar +Heidelberg te gaan. Ik kon niet anders doen dan dit geschenk +aanvaarden, en deed 't dankbaar.</p> + +<p>Zóó zijn wij dan Maandagmorgen 29 September 's morgens half tien uit +Amersfoort vertrokken. <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>Ds. Teerink en mijn vriend en mede-directeur, +de heer Wilbrink, deden mijn vrouw en mij uitgeleide.</p> + +<p>Ternauwernood had de trein zich in beweging gesteld, of wij sloten +beiden onze oogen, en begaven ons in stil gebed tot den Heere. Met +stille berusting in Zijnen wil, zonder ijdele hope op een broos leven, +maar doende, wat ik tegenover mijn vrouw, de kinderen en de +stichtingen, waaraan ik hoopte te arbeiden, verplicht ben, ging ik op +reis, in 't stil vertrouwen, dat de God der wonderen en der middelen +ook dit middel nog zegenen kan. Hij doet een afgesnedene zaak op +aarde. Niets is Hem te wonderlijk. Als David te Ziklag sterkte ik mij +alzoo in den Heere mijnen God.</p> + +<p>Ongemerkt waren wij spoedig aan de grenzen gekomen, en gingen na 't +douanenonderzoek verder.</p> + +<p>O, wat was alles heerlijk rondom ons! Van Keulen tot Mainz spoorden we +langs den Rijn, door een der schoonste deelen van Duitschland. In de +strakke lucht teekende zich ieder blad, iedere lijn, iedere kromming +scherp af. Tegelijk hing over de bergen een zeer dunne nevel. Het was +een feesture der schepping. Het was alsof de natuur al haar weelde +over 't aardrijk had uitgegoten. Zij was als een schoone bruid, die +met doorzichtig sluiergaas haar schoonheid nog meer ontdekt dan +bedekt.</p> + +<p>Aan alle stations was 't vol van uitgaande menschen. En te midden van +dezen bevonden ook wij ons; ik, die 't vonnis des doods in mijn +vleesch droeg, mijn vrouw, wier schoonste uitzichten nagenoeg +vernietigd waren.</p> + +<p>Toch was ik die gelukkigste van allen. Ik stelde mij voor, wat 't +moest zijn, in mijn geval zonder geloof zulk een reis te moeten maken. +En nu was 't met mij zoo geheel anders. De Heere geeft mij een levend +en krachtig geloof. De schoonheid der schepping deed mij telkens +opzien naar de schoonheid van den hemel, die mij wacht. <span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a>Van Frankfurt +naar Heidelberg spoorden wij door een heerlijk oord. Ik stond achter +in den trein, en had 't schoonste uitzicht. En nu was 't mij, alsof +mijn lieve God tot mij sprak: „Kind, ook dit is alles voor u en van +u!” Wonderbaar, wonderbaar sterkt mij de Heere. Zwaar is mijne +beproeving; maar als de kinderen Israëls ga ik door 't geloof +droogvoets door deze zee. Links en rechts staan de wateren; maar zij +raken ons niet aan.</p> + +<p>Half tien 's avonds kwamen wij in Heidelberg aan, en wij waren beiden, +o wonder, nagenoeg nog even frisch als toen wij 's morgens afreden.</p> + +<p>Dinsdagmorgen 30 September ben ik dadelijk naar 't Instituut gegaan. +Vreeselijke aanblik! Rondom mij niet anders dan kankerlijders, de een +meer, de ander minder geteekend. Menschen van allerlei taal en tong. +En onder dezen ook wij samen, mijn vrouw en ik; want mijn vrouw +vergezelt mij overal.</p> + +<p>Heden, Woensdagmorgen ben ik al dadelijk in behandeling genomen. Moge +de Heere er Zijn onmisbaren zegen op gebieden, en ons nog verblijden +door Zijne groote daden! Wij gaan voort ons te sterken in Hem. +Geliefde gemeente, steun ons met uw gebed in dezen nood en strijd! De +Heere zij met u allen, inzonderheid met de bedroefden en +zwaarbeproefden! Richte Hij ook Ds. Roorda spoedig op, en geve Hij na +lijden heerlijk verblijden in Zijn grooten Naam!</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 8 October 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Zijt ge ons ver van 't oog, maar nabij voor 't hart, wij vertrouwen, +dat dit bij u te onzen opzichte precies hetzelfde is, en dat nader +bericht van ons u niet onwelkom zal zijn.</p> + +<p>Geven wij u eerst een korte beschrijving van de stad, waarin wij thans +vertoeven.</p> + +<p>Heidelberg is een der oudste steden van Duitschland, schilderachtig +aan de beide oevers van den Heidelberg gelegen, in een halven cirkel door +hooge, groene, soms blauwende bergen omgeven, voor een groot deel +tegen de hellingen dier bergen gebouwd, en 't behoort alzoo tot de +schoone steden, waaraan Duitschland zoo rijk is.</p> + +<p>Vroeger was 't de hoofdstad van de Paltz, was dit kleine land van eeuw +tot eeuw 't tooneel van oorlog en verwoesting. In den dertigjarigen +oorlog heeft <span xml:lang="fr">Tilly</span> de stad uitgemoord. Daarna gaf Lodewijk XIV op zijn +terugtocht uit Holland aan zijn wreeden veldheer <span xml:lang="fr">Mérac</span> bevel: +„Verbrand de Paltz!” Maar al te getrouw werd dit bevel uitgevoerd. Van +geheel Heidelberg bleef alléén één kerk en één huis over. Daarna weder +opgebouwd, werd 't ook in den revolutietijd weer geteisterd.</p> + +<p>Thans is Heidelberg met de Paltz bij 't groothertogdom <span xml:lang="de">Baden</span> gevoegd. +Vooral in de laatste vijftien jaren is de stad sterk vooruitgegaan. +Vooral tegenwoordig is Heidelberg zeer gezocht door schilders en +kunstenaars, dichters en denkers. En <span xml:lang="de">Von Scheffel</span>, de dichter van +Heidelberg, slingerde haar den lauwerkrans om de slapen:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Oud Heidelberg, zoo fijn,<br /></span> + <span class="i0">Gij stad, aan eere rijk,<br /></span> + <span class="i0">Aan Heidelberg en aan Rijn,<br /></span> + <span class="i0">Geen andere stad is u gelijk!<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="29"></span><a id="p_29"></a></p> + +<p>In deze stad is ook de beroemde universiteit, die vooral 's zomers +door de studenten zeer gezocht wordt. De bekende Kuno Fischer +onderwees hier wijsbegeerte. En de voornaamste van allen is +ongetwijfeld <span xml:lang="de">Excellenz Geheimrat, Prof. v. Czerny</span>, de stichter van 't +<span xml:lang="de">Samariterhaus</span> of het huis der Samaritanen. Deze man is de eenvoud +zelf, een geneesheer bij de gratie Gods, een man, zooals ik mij +Boerhaave zou denken. Een groot deel van zijn aanzienlijk vermogen +heeft hij gegeven voor zijn stichting. En in deze stichting is nu ook +gevestigd het instituut voor kankerlijders, waaraan tal van groote +geleerden zijn verbonden.</p> + +<p>Zooals ik u reeds schreef, komen van alle oorden der wereld de +ellendigen hier. Acht dagen achter elkander ben ik nu behandeld +geworden, en elken dag ziet men weer nieuwe gezichten. Gedurende deze +acht dagen ben ik behalve Zondag elken dag ingespoten met enzytol en +om den anderen dag gedurende twintig minuten belicht met +Röntgen-stralen. De inspuiting dient voor de vernieuwing van 't bloed, +de bestraling voor de dooding der ziektekiemen.</p> + +<p>De aanvankelijke resultaten zijn, den Heere zij dank, reeds merkbaar. +Van tevoren waren mijn tong en kaak stijf en was er vaak een +dichtzuiging in den mond, alsof zij mij dreigde den adem af te +snijden. Met zorg ging ik 's morgens den dag, met nog grooter zorg 's +avonds den nacht tegemoet, al verzweeg ik mijn vrees zorgvuldig om +geen noodelooze onrust te wekken. Thans is dit reeds anders geworden. +Er komt meer beweging in tong en kaak, en ik gevoel mij gemakkelijker. +Natuurlijk is onze vreugde over dezen aanvankelijken zegen een +verheuging met beving, al dankt al wat in ons is den Heere voor deze +overrijke, onverdiende gunst. Mijne ziekte was tot dusver echter zoo +rijk aan kleine verrassingen en <span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a>groote teleurstellingen, dat wij ons +in onze blijdschap matigen.</p> + +<p>De kuur, die ik thans onderga, duurt drie of vier weken. Mij is thans +evenwel reeds bericht, dat ik van vijf tot acht December een duurzame +bestraling met radium zal ondergaan. Ik word dan dag en nacht +afgezonderd en altijd door bestraald. Dit zal dus de hoofdkuur zijn. +Een heele onderneming. Maar: „huid om huid, al wat een mensch heeft, +zal hij geven voor zijn leven!” Dit doe ik dan ook gaarne, in de +stille hope op den rijken zegen Gods. O, mocht de Heere mij nog eens +oprichten! Mocht ik dan blijvende en dubbele genade van Hem ontvangen! +Hoe zou ik dan als uit de dooden opgestaan. Zijn lof weder Zijn volk +vertellen! Het is mij, alsof ik Hiskia voor mij zie, en alsof ik hem +dan na zal zeggen: „De levende de levende, die zal U loven, gelijk ik +heden doe; de vader zal den kinderen Uwe waarheid bekendmaken!” Als +een werkelijke vader hoop ik dan in 't midden van mijn kinderen te +Achteveld te staan, om hen te wijzen op Hem, Die in Jezus onze Vader +is, en Die vaderlijk kastijdt, maar ook zoo vaderlijk zorgt.</p> + +<p>Zondag hebben we samen gekerkt in de kapel van 't <ins class="corr" id="corr8" title="Bron: Diakonessenhuis">Diaconessenhuis</ins> +alhier. We hoorden er een heerlijke preek van ds. <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Kamerer" xml:lang="de">Kammerer</ins> over Hebr. +10: 19–25. Hij sprak over den geopenden hemel, en waartoe deze roept. +Zijn woord was eenvoudig, vertroostend en zeer getrouw. Bij 't laatste +vers merkte hij op: hierbij zijn wij tegenwoordig in grooten nood. Hoe +kunnen wij zeggen: „houdt u aan de Kerk”, wanneer de Kerk de leugen +brengt, 't anti-christendom predikt. Wie kan dit met een goed geweten +doen? Heel de dienst was zeer stichtelijk. Wanneer er gezongen werd, +of Gods Woord gelezen werd, ging heel de gemeente eerbiedig staan. Ook +de voorlezing van den tekst wordt door mannen en vrouwen staande +aangehoord. <span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a>Heerlijk vond ik ook het gezang. De geestelijke liederen +werden vleugelen, waarop mijn ziel opsteeg tot den Heere. Vooral in 't +slotvers ging ik geheel en al op:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„Herr unser Gott, dich loben wir,<br /></span> + <span class="i0">Herr unser Gott, wir danken dir<br /></span> + <span class="i1">Die Feier dieser Stunde.<br /></span> + <span class="i0">O dir sei unsre Lebenszeit,<br /></span> + <span class="i0">Die uns noch übrig is, geweiht<br /></span> + <span class="i1">In einem ew'gen Bunde.<br /></span> + <span class="i2">Hilf uns kampfen,<br /></span> + <span class="i2">Bis zum Sterben,<br /></span> + <span class="i2">Dasz als Erben<br /></span> + <span class="i2">Zu den Höhen,<br /></span> + <span class="i0">Einst wir siegend aufwärts gehen!”<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat wil zeggen:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Heere onze God, U loven wij,<br /></span> + <span class="i0">Heere onze God, wij danken U<br /></span> + <span class="i1">De viering van dit uur.<br /></span> + <span class="i0">O, U zij onze levenstijd,<br /></span> + <span class="i0">Die ons nog rest, gewijd<br /></span> + <span class="i1">Tot eeuwigblijvenden bond!<br /></span> + <span class="i2">Help ons worst'len,<br /></span> + <span class="i2">Tot aan 't sterven,<br /></span> + <span class="i2">Opdat we als erven<br /></span> + <span class="i2">Tot de hoogten<br /></span> + <span class="i0">Overwinnend opwaarts stijgen!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Door alles tezamen waren wij zóó gesterkt, dat wij Maandag den moed +namen, iets van de schoone stad te gaan zien. Wij werden begeleid door +een jeugdige, Christelijke weduwe, die zelve reeds veel ervaren heeft, +met wie wij hier kennis maakten, en die zich aanbood, ons, <span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a>zoolang +wij hier zouden zijn, als gids te dienen. Onder haar geleide gingen +wij naar 't oude Heidelberger slot, waar ook eens Frederik III, de +vrome, woonde, en waarvan de muren en torens nog staan. Welk een +schoonheid boven op één der bergen! Welk een schoonheid, dat oude +reuzen-kunstwerk, overal met goudbruin klimop begroeid, en dan die +heerlijke hangende tuinen! Het was ons, alsof we een oogenblik in een +tooverland waren. Vooral toen we gebracht werden op een plek, van waar +we 't gezicht hadden op de stad, op den Heidelberg, op de bergen rondom, +op de vlakte in de verte. We zagen alles in de heerlijke +herfstbelichting. Subtiele schoonheid! Ik herinner mij niet ooit zoo +iets fraais te hebben aanschouwd. Ik kan 't niet beter weergeven dan +in de woorden van den Heidelberger dichter <span xml:lang="de">Von Scheffel</span>:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„Der Himmel hat die Erde geküsset!”<br /></span> + <span class="i0">De hemel heeft de aarde gekust!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>En hier woonde nu eenmaal Frederik III, de man, die den Catechismus +deed opstellen. In deze tuinen wandelde hij met Olevianus en Ursinus, +en spraken zij tezamen over den eenigen troost in leven en in sterven. +Onwillekeurig denkt men hierbij aan den man, die ook zulk een heerlijk +goed bewoonde. Zijn predikant zeide tot hem: „Mijnheer, dit zijn de +dingen, die ons aan de aarde binden!” „Neen, dominee”, was zijn +antwoord, „ditmaal hebt ge 't mis, dit zijn de dingen, die ons naar +den hemel doen verlangen!”</p> + +<p>Moge dit ook met ons zóó zijn en blijven, geliefde gemeente!</p> + +<p>Laat 't beste dezer aarde ons steeds meer doen verlangen naar 't +Allerbeste! „Zalig zijn zij, die het heimwee hebben; zij komen eenmaal +thuis!” Velen ook uit uw midden zijn ons daarheen reeds voorgegaan. +Vroeg of <span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>laat zullen ook wij moeten volgen. Moge 't zijn in dit +eeuwig en zalig Tehuis, waar alle tranen worden afgewischt!</p> + +<p>Met vriendelijke groeten van ons beiden,</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 14 October 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Voorzooveel mij dit mogelijk zal zijn, voldoe ik gaarne aan 't +verzoek, dat tot mij kwam, met 't zenden mijner brieven aan de +Kerkbode door te gaan.</p> + +<p>Veel zou ik u nog kunnen schrijven over de merkwaardige stad, waar wij +thans vertoeven, en de heerlijke landstreek, waarvan zij het +middelpunt vormt. Ditmaal bepaal ik mij echter tot de Universiteit.</p> + +<p>De stad telt ongeveer 50000 inwoners, aan de Universiteit zijn in den +regel ongeveer 2200 studenten ingeschreven; het spreekt van zelf, dat +bij zoodanige verhouding de Universiteit de zon dezer stad is, helaas, +door de aan de hoogescholen heerschende zeden, ook haar moeras.</p> + +<p>De meest beroemde mannen zijn in den loop der eeuwen aan haar +verbonden geweest.</p> + +<p>Van de velen noem ik slechts de meest bekenden, de Godgeleerden: +<span xml:lang="de">Reuchlin, Coccejus, Hitzig, Umbreit, Ullmann, Rothe</span>, de juristen: +<span xml:lang="de">Pufendorff, Bluntschli, Windscheid</span>, de wijsgeeren: <span xml:lang="de">Hegel, Fischer, +Zeller</span>. Namen, die aan alle Nederlandsche studenten overbekend zijn.</p> + +<p>Geen hoogeschool heeft ongetwijfeld zulk een veelbewogen geschiedenis +achter zich als deze. Zij heeft in sterke mate de toepassing +ondervonden van de heerschappij van 't territoriale stelsel, waarvan +de grondregel is: „Wie heer <span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a>is van 't land, zet den Godsdienst naar +zijn hand!” Was de overheid Luthersch, dan was de universiteit 't ook; +was zij Gereformeerd, de hoogeschool evenzoo.</p> + +<p>Na den dood van Calvijn, onder <ins class="corr" id="corr10" title="Bron: Freedrik">Frederik</ins> III, was Heidelberg om haar +Gereformeerde universiteit het Genève van Duitschland. Spoedig daarop +kwam de hoogeschool door verandering van vorstenhuizen in handen der +Jezuïeten. De prachtige universitaire bibliotheek, die de kostbaarste +handschriften bevatte, werd zelfs naar Rome gevoerd. Tegenwoordig is +de regeering <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: protestansch">protestantsch</ins>-evangelisch-liberaal met een gemoedelijk +godsdienstig tintje, de universiteit is 't in hoofdzaak ook.</p> + +<p>Thans zijn in de theologische faculteit ruim 80, in de juridische ruim +580, de medische ruim 550, de philosophische ruim 610 en de +natuurwetenschappelijke ruim 380 ingeschreven. Met de philosophische +staat dus de medische faculteit bovenaan.</p> + +<p>De laatste telt hier tal van klinieken, die nagenoeg alle huis aan +huis, soms paleis aan paleis, naast elkander liggen. Vandaar elken +morgen die treurige optocht van allerlei lijders, armen en rijken, +geringen en voornamen, sommigen in landauers, anderen op krukken of +tusschen bloedverwanten of vrienden gesteund, in éénzelfde straat.</p> + +<p>Toen wij ons de eerste maal als vreemdelingen, die hier hulp moesten +komen zoeken, onder deze ellendigen bevonden, was 't ons een +oogenblik, alsof wij door den grond zouden gaan. Spoedig stonden wij +echter voor het Instituut van <span xml:lang="de">Czerny</span>. Daar lazen wij den naam: +„<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>!” of huis van Samaritanen. En ik kan u niet zeggen, +welken troost wij beiden uit dezen naam ontvingen. Alzoo dachten wij: +Wat de professoren en doctoren hier ook belijden, deze naam zegt ons, +door welke gedachte zij worden geleid, deze naam zegt ons, dat zij +althans wetenschappelijk en ambtelijk worden geinspireerd <span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a>door den +Geest van den medelijdenden Hoogepriester, Die eenmaal de heerlijke +gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan sprak. De Heere zond ons +dezen naam als een lichtende ster op ons zoo moeilijk en donker pad.</p> + +<p>Meer echter nog dan door den schoonen naam van dit huis zijn wij +vertroost geworden door de heerlijke mededeeling, dat in zoovele +gezinnen en gemeenten onze nood in 't gebed wordt gedacht. Juist +wanneer de ziel veel van den Heere geniet, heeft zij in donkeren weg +de diepste behoefte aan de sympathie van 't volk van God. Al is men +dan in den vreemde, men voelt zich lid van 't groote gezin van Gods +Huis, waarin 't eene lid met 't andere medelijdt. Voorbede is wel de +heerlijkste uiting van dit medeleven. O, wat is 't ons groot, dat wij +waardig geacht worden, door 't volk van God voor den Troon der genade +te worden gedacht! En die gebeden zullen verhoord worden! Des Heeren +Naam is Ontfermer, is Hoorder der gebeden, en zooals Zijn Naam is, is +Zijn Wezen. Hetzij ik gespaard worde, hetzij ik worde weggenomen, de +Heere zal het wèl maken.</p> + +<p>Heerlijke wetenschap!</p> + +<p>Schijnbaar, voor 't oog der wereld, voor 't vleeschelijk gevoel is +mijn lot tragisch. Met de grootste idealen ging ik 't leven in; maar +nu eens door eigen zonde en schuld, dan weer door zware Goddelijke +beproeving, zonk mijn schip in den regel vlak voor de haven. Het was, +alsof de Heere ook aan mij bevestigde, wat Hij tot Baruch sprak: „Wat +Ik gebouwd heb, breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit!”</p> + +<p>Toen ik de laatste maal op Achteveld was, waren de gebouwen der +stichting nagenoeg gereed, en was juist de vlag op mijn woning +geheschen, ten teeken dat ook deze onder de kap was. Maar ook nu +scheen 't weer te <span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a>zullen worden: „En Mozes zag het land van verre!”</p> + +<p>Toch klaag ik allerminst, dan alleen over mijn zonde en schuld, maar +roem in het welbehagen Gods. Midden door mijne zonde en ellende loopt +de blinkende weg van Gods vrije en trouwhoudende genade. Juist door +mijne beproevingen bracht de Heere mij steeds nader tot Zich. Evenals +bij de Emmausgangers is de Heere met Zijn Genade en Geest bij mij +tegenwoordig. Ja in den zevenmaal heeter gestookten beproevingsoven +doet de Heere Zijn heerlijke aanwezigheid des te duidelijker merken. +Daarom gloeit ook mijn hart somwijlen van liefde voor het +Vleeschgeworden Woord, dat Zijn liefdewonderen tot onze verlossing +wrocht, en mij het zegel van Zijn Geest wilde schenken.</p> + +<p>Nu geniet ik, wat ik reeds van mijn kindsheid af heb begeerd. Zoo ver +mijn heugenis reikt, heeft de vraag mij beziggehouden: „Wat is er toch +achter deze zienlijke wereld?” Opgegroeid in een moderne omgeving, +kreeg ik voor den honger mijner ziel slechts steenen voor brood, +zoodat ik reeds als kind soms der wanhoop nabij was. Maar de Heere +waakte. Door Zijn voorzienig bestel op een Christelijke kostschool +gekomen, maakte ik daar kennis met Bunyan, en kreeg ik het eerste +licht voor mijn ziel. Student geworden, ging ik dan ook zoo spoedig +mogelijk naar de Vrije Universiteit, hopende, dat daar de kathedraal +van het Christelijk denken mij zou worden ontsloten. En mijn +verwachting werd wel overtroffen, maar niet teleurgesteld.</p> + +<p>Helaas, dat hart en geweten geen gelijken tred hielden met toenemend +Christelijk weten. Gelukkig, dat ik Romeinen VII leerde kennen. En de +Heere zette Zijn arbeid voort. Door des Heeren heiligende genade gaan +hart en geweten met Christelijk weten hand aan hand. En dit doet mij +soms met heimwee naar boven zien. <span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a>„Want wij zien nu door een spiegel +in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot +aangezicht; nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook +ik gekend ben”.</p> + +<p>Niettemin begeer ik ook vurig hier des Heeren werk nog te mogen doen. +Immers: „En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de +meeste van deze is de liefde”. Ook op aarde zijn wij geen weezen. Het +geloof blijft, het geloof, dat zulk een vaste grond is der dingen, die +men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. De hope blijft, +de liefelijke hope, die zich reeds van tevoren in de toekomende dingen +verblijdt. En de liefde blijft, de liefde, die de voorsmaak is van de +zaligheid en heerlijkheid des hemels.</p> + +<p>Die liefde doet mij innig wenschen, nog eens, als uit de dooden +opgestaan, velen ten zegen te mogen zijn. Daarom, geliefde gemeente, +ga voort met uw bidden, pleiten, smeeken, waarvoor ik u zeer dank! +Verblijde de Heere ons nog door Zijne groote daden.</p> + +<p>Op dit oogenblik is mijn toestand stationair, misschien in langzamen +vooruitgang. Voor 't eerst heb ik gisteren en vandaag andere dan +vloeibare spijzen kunnen gebruiken. Evenals de tuberculosebehandeling +schijnt echter ook deze zeer langzaam te gaan. Vele patiënten moeten +zelfs drie à vier maal terugkomen. Maar de uitkomsten zijn bij +sommigen dan ook verrassend. Verleden week zag ik een grijsaard, die +juist van den hoogleeraar terugkwam. Zijn hals was zóó gekerfd, alsof +deze eenige malen was afgesneden geweest. Zijn stem was nog heesch. +Maar de wonden waren geheel genezen. De hoogleeraar had hem juist voor +geheel genezen verklaard van zwaar kankerlijden. Met van vreugde +stralende oogen kwam hij aan de arm zijner dochter de wachtzaal +binnen, met heesche stem roepende: „genezen, genezen!” Natuurlijk +<span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a>feliciteerde ik hem zeer hartelijk. Den volgenden dag ontmoette mijn +vrouw hen op straat, terwijl zij vol blijdschap naar den trein en +huiswaarts togen. Zij hielden mijn vrouw nog staande, spraken haar +moed in en besloten: „<span xml:lang="de">Einen schönen Grüsz für Ihren Mann!</span>” Een +hartelijken groet voor uw man! Dat wij eenmaal deelgenooten ook voor +deze vreugde mogen vinden! Verheerlijke de Heere daartoe aan ons Zijne +barmhartigheid! Moge Hij diezelfde goedertierenheid ook bewijzen aan +ds. Roorda! Verheuge de Heere ook u, naar de mate Hij u nu beproeft!</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 21 October 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Zaterdag jl. werd ook hier onder begunstiging van het allermooiste +weer herdenking van den Volkerenslag bij Leipzig gevierd.</p> + +<p>'s Morgens hing er een dikke nevel; maar tegen tien uur trok de damp +voor de <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: zonnstralen">zonnestralen</ins> op. Heerlijk gezicht, de ontsluiering der bergen, +der villa's, blinkend in de zonnestralen van den Heidelberg, schitterend +als kristal! Het geheel was een openbaring van schoonheid, die ge een +poos met groote oogen aanziet, om haar als schilderstuk vast te +nagelen in uw geheugen, en later in sombere dagen als een heerlijk +visioen in uw geheugen terug te roepen.</p> + +<p>Natuurlijk had de hoofdviering van 't groote feest te Leipzig zelve +plaats. Daar was de keizer met de bondsvorsten om 't groote „<span xml:lang="de">Denkmal</span>” +te onthullen. Geen wonder, dat men vooral hier zooveel werk maakt van +de <span class="pagenum" title="39"></span><a id="p_39"></a>viering van dit feest. In de velden van Leipzig is de hoeksteen +gelegd van Duitschlands latere grootheid. Een eeuw lang is daarop +voortgebouwd, en 't resultaat is thans te zien. Het eens verdeelde en +vernederde Duitsche volk heeft thans de eerste stem in den raad der +volken.</p> + +<p>Wel zijn er donkere wolken. Duitschland is gevreesd, maar ook benijd +en gehaat, en 't volk leeft sterk onder den indruk van een komenden +oorlog. „<span xml:lang="de">Aber wenn der Krieg kommt</span>”, „maar wanneer de oorlog komt”, is +een uitdrukking, die nogal eens gebezigd wordt. Ge spreekt met een +moeder over de toekomst van haar zoon. Hoog geeft zij op van haar +gespannen verwachting. Plotseling betrekt haar gelaat. „<span xml:lang="de">Aber wenn der +Krieg kommt,</span>” en met zorg staart haar blik op haar kind.</p> + +<p>In Heidelberg werd 't groote feest zeer kalm gevierd, en wij hebben er +uit den aard der zaak nagenoeg niets van gezien.</p> + +<p>Zondagmorgen zijn we ter kerk gegaan, niet in Heidelberg, maar in +<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>, een dorp, dat ongeveer een kwartier van Heidelberg +ligt, en dat thans bij de stad is geannexeerd, maar nog geheel dorpsch +is ingericht. Het is een welvarende plaats van ongeveer 4000 inwoners, +die in den reformatietijd een rol van beteekenis speelde. De bevolking +leeft er van wijn- en ooftbouw. Jaarlijks worden er voor honderd +duizend gulden kersen verhandeld, en reeds in Mei komen kooplieden uit +Hamburg hier hunne opkoopen doen. Er is een zeer oude kerk, die +vroeger, gelijk men dat hier noemt, <span xml:lang="de">Simultankirche</span> was, d.w.z. door +Roomschen en Protestanten tegelijk gebruikt werd, bijv. <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: ' smorgens">'s morgens</ins> +door de Protestanten en 's middags door de Roomschen, of omgekeerd. +Thans is dit oude kerkje aan de Roomschen gegeven, en de Evangelischen +hebben een nieuw kerkgebouw gekregen, een prachtwerk in +gemoderniseerden Gothischen stijl.<span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a></p> + +<p>Daarheen trokken wij Zondagmorgen op, en bij 't binnentreden kwamen we +al dadelijk in de rechte stemming. Welk een prachtkerk! Welk een +schoone ornamentiek! Vlak voor ons zagen we dadelijk 't koor, +hemelsblauw met groote gouden starren. Links en rechts prachtige +friesen in kleuren als van koperdruk.</p> + +<p>De kerk was geheel gevuld. Geen gepraat. Geen gefluister zelfs. Alles +was muisstil. Op onze teenen liepen we zoo ver mogelijk naar voren om +een goede plaats te krijgen; en daar zaten we spoedig heel gezellig +midden onder de wijnboeren en boerinnen, allen eenvoudige, maar +welgestelde en zeer intelligente menschen.</p> + +<p>Met een prachtig voorspel begon de dienst, en nu zong de gemeente de +Ambrosiaansche berijming van den 75en Psalm, 't „Wij loven U, o God!” +Een oogenblik wist ik niet, waar ik was. Geweldig en toch harmonisch, +machtig en doordringend klonk de zang, waarin de helden-baryton en de +vrouwen-sopraan elkander steunden. En de gedachte vloog mij door de +ziel: „Neen, een volk, dat zóó zingt, kan niet ondergaan”.</p> + +<p>Middelerwijl had de Pastor zijn plaats ingenomen op 't podium vóór den +preekstoel. De gansche gemeente, die staande gezongen had, bleef +staan. Plechtig las hij haar voor Ps. 118: 14–29. Wanneer ge deze +woorden naleest, zult ge begrijpen, hoe deze voorlezing mij tot in 't +diepst der ziel aangreep.</p> + +<p>Na 't gebed beklom hij den kansel, en sprak uit 't lied van Mozes, +Exodus 15: 1–6. De grondgedachte van zijn prediking was: de oorlog is +een groote verwoester, de oorlog is ook een groote opvoeder. Hij is +een groote verwoester. Tot duren prijs heeft Duitschland zijn vrijheid +heroverd. Honderd zestig duizend lijken dekten aan den laatsten avond +van den veldslag den bodem. Maar hij is ook een groote opvoeder. Vóór +de Napoleontische verdrukking <span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a>rekende men in Duitschland niet meer +met God. In den oorlog, vooral bij dezen veldslag werd het anders. +Vijfhonderd duizend mannen vielen elkander hier aan. Wie zal de +overwinning wegdragen? De evenaar schommelt in 't huisje. Aan het +einde van den slag moet de overwinnaar zeggen: „God heeft mij de zege +gegeven.” Moet de overwonnene erkennen: „God heeft over mij gericht +geoefend!”</p> + +<p>Rijk is de zegen, dien ik wederom van deze prediking voor mijne ziel +heb weggedragen. Ik ben thans drie weken in behandeling, en 't einde +van de eerste kuur is gekomen. Een geweldige vijand, de doodsvijand +huist in mijn lichaam. Reeds triomfeert hij. Maar nu wordt hij elken +dag opnieuw aangevallen door nieuwe middelen, die de Almachtige heeft +gegeven. Wie zal de overwinning behalen? De overmachtige vijand? Of +zijn krachtige bestrijder? Dit hangt alleen af van 't welbehagen van +den Heere Zebaôth. Als Mozes in den slag tegen Amelek, hef ik dan ook +tot Hem gedurig de hand biddend op. En 't is mij tot zulk een rijken +troost te mogen weten, dat gij en zoowelen als Aäron en Hur mij steunt +in dezen geweldigen strijd.</p> + +<p>Wat 't resultaat van de behandeling is, kan ik uit den aard der zaak +nu nog niet mededeelen. Ik sta nog midden in den strijd. Morgen 22 +October hoop ik weer naar Amersfoort te gaan. 20 November moet ik dan +terugkomen naar Heidelberg en er tot 8 December blijven. Eerst dan kan +een voorloopig resultaat worden opgemaakt. Gaarne zou ik u gedurende +de vier weken, dat ik 't vaderland verlaten heb eens opzoeken, om +zoovelen als mogelijk is nog de hand te drukken. Maar mijn lichaam +moet volstrekte rust hebben. De behandeling, die ik onderging, moet +na- en doorwerken, en ik moet mij sterken voor de tweede kuur, die nog +krachtiger aanpakt. <span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a></p> + +<p>Het is en blijft dus biddende wachttijd!</p> + +<p>Maar daarom dan ook zoo heerlijke wachttijd!</p> + +<p>Meer dan ooit leer ik thans de heerlijke deugden Gods kennen. Zijn +Almacht, die beide de krankheden en de geneesmiddelen schept. Zijn +wijsheid, die den mensch doet zoeken naar de middelen; maar dan ook op +dit gebied bevestigt: „Die zoekt, zal vinden!” O, wanneer ge hier in +deze laboratoria rondkijkt, staat ge verslagen over de wonderen der +schepping. Voorts de Goddelijke heiligheid, die de krankheden gebruikt +om te kastijden en te louteren. Maar ook Zijn rechtvaardigheid. De +Schrift spreekt van een „kauwen der tonge.”</p> + +<p>Die vreeselijke uitdrukking, ik heb haar eenigemate leeren verstaan, +en 't is mij een diepe behoefte geworden: „Och mocht ik mij toch maar +recht diep verootmoedigen over mijne zonden, waardoor ik mij niet +alleen alle tijdelijke, maar ook alle eeuwige straffen heb waardig +gemaakt!” Maar ook zijne rijke, zijne heerlijke genade, die om de +kruis- en zoenverdiensten van Jezus volkomen vergeeft. En ook die +liefelijke Goddelijke barmhartigheid, waardoor Hij met ontferming +bewogen is over mijne ellende. O, wat heeft ook die Goddelijke +barmhartigheid mij vertroost! Toen ik een kind was, vleide ik wel 't +hoofd tegen de borst mijner moeder, als ik wat van haar begeerde, en o +met wat goede moederoogen zag ze mij dan aan! Maar wat is de +moederliefde nog bij de ontfermingen Gods? O, wat is 't heerlijk, zich +in die Goddelijke barmhartigheid en goedertierenheid in te wikkelen en +te schreien: „Och Heere, erbarm U over mijne ellende.”</p> + +<p>'t Is zoo volkomen waar, wat een Duitsch versje zegt:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Wer glaubt, der ist grosz und reich,<br /></span> + <span class="i0">Er hat Gott und Himmelreich!<br /></span> + <span class="i0">Wer glaubt, der ist klein und arm,<br /></span> + <span class="i0">Und schreit nur: „Gott erbarm!”<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a></p> + +<p class="dwz">Dit is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Wie gelooft, die is groot en rijk,<br /></span> + <span class="i0">Hij heeft God en hemelrijk!<br /></span> + <span class="i0">Wie gelooft, die is klein en arm,<br /></span> + <span class="i0">Hij roept slechts: „Dat de Heere Zich erbarm!”<br /></span> +</div> +</div> + +<p>„Heere, erbarm U!” Geliefde gemeente, laat dat onze, ook uwe bede +blijven! Laat 't uw bede blijven voor uwen leeraar, die mede zoo zwaar +door des Heeren Hand is bezocht. Laat 't óók uwe bede blijven voor</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 30 October 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Na een goede kuur en een voorspoedige reis ben ik verleden week +Woensdag met mijn vrouw te Amersfoort aangekomen. We vonden thuis +alles wel, en ons hart vloeit thans over van dankbaarheid aan den +Heere, Die ons in moeilijke dagen zóó nabij is geweest; van +dankbaarheid aan allen, die met ons hebben medegeleefd, ons hebben +verkwikt met hunne brieven, ons hebben gedacht in hunne gebeden; van +dankbaarheid ook aan degenen, die mij in Heidelberg hebben behandeld. +Welk een voortreffelijke geest heerscht in dat <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>! De +professoren en doctoren zijn er vaders, zusters, moeders voor de +<ins class="corr" id="corr14" title="Bron: patienten">patiënten</ins>; armen en rijken, geringen en voornamen worden er met +dezelfde welwillendheid behandeld. De naam „<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>” vertolkt +volkomen wat dit huis is!</p> + +<p>Onze terugreis was weer even mooi als de heenreis. De wijnstokken en +'t geboomte op de bergen hadden hun schoonste najaarskleed +aangetrokken. Welk een tinteling van kleuren, waarin het goudbruin de +boventoon voerde! <span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a>Welke spelingen van het licht! Deze October-maand +is wel inzonderheid de maand der schilders.</p> + +<p>Ook hier in Amersfoort is de natuur al weer even schoon. Alléén nu en +dan steekt de stormwind op, die de toppen der boomen geheel +ontbladert, en op de vleugelen van het windgeruisch en 't +bladerengeritsel komt een klaagzang: „<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>” „Zoo +gaat de heerlijkheid dezer wereld voorbij!”</p> + +<p>Treffende prediking, die daarin ligt, en die door wijlen Van Oosterzee +in zijn bekende dichtregelen eens zoo aandoenlijk werd vertolkt:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">De dood heeft mij een brief geschreven,<br /></span> + <span class="i1">Ik las hem op het dorrend blad,<br /></span> + <span class="i0">Dat door den stormwind voortgedreven,<br /></span> + <span class="i1">Op 't vensterglas heeft post gevat.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Het is nu ongeveer een jaar geleden, dat ik deze dichtregelen 't eerst +las. Het was op mijn studeerkamer te Leiden. De stormwind joeg de +bladeren van de kastanjeboomen in mijn tuin tegen de glazen, en +tikkend vloog 't eene blad na 't andere er tegen op, alsof ze alle +mijn aandacht kwamen vragen. De woonden van dit vers sloegen aan. Een +gansch nieuwe gedachte vatte de teugels op in mijn zieleleven. Hoe +zoet de gedachte van den dood mij ook was, toch had ik steeds zijn dag +verre gesteld. Ik had mij een levensprogram gesteld, dat zou ik eerst +rustig afwerken en dan zou de Heere mij komen oproepen. Nu leerde ik +verstaan, dat de Heere ook mij plotseling uit het midden van mijn werk +zou kunnen oproepen, gelijk Hij reeds zoo velen had gedaan. Ik dacht +aan Kruijswijk, den krachtigen werker, die in weinige dagen midden uit +een arbeidzaam leven en uit het midden van een talrijk gezin werd +weggerukt; aan een Oranje, den hoogbegaafden <span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>prediker, die na een +langdurige ziekte mede werd weggenomen. Toen mij geopenbaard werd, wat +mij scheelde, dacht ik dan ook niet anders, of ook tot mij kwam nu de +Goddelijke sprake als tot Hiskia: „Geef bevel aan uw huis, want gij +zult sterven, en niet leven”. Hoeveel goeds mij ook van het +<span xml:lang="de">Czerny</span>'sche Instituut werd gezegd, ik kon weinig denken, dat ik daar +nog genezing zou vinden. Uit plichtsgevoel ging ik er heen. Op de +heenreis dacht ik in den trein telkens aan Frederik III, Duitschlands +keizer, die ongeveer op gelijken leeftijd dezelfde kwaal kreeg. +Slechts een klein gedeelte van 't rijk, waarover hij den schepter +voerde, zag ik. Doch hoe kort heeft hij slechts over 't groote en +krachtige rijk geregeerd. In 1888 stierf zijn vader, Keizer Wilhelm I. +Aller oogen waren gevestigd op den veelbelovenden nieuwen keizer, +wiens naam in 1870 in één adem met dien van een <span xml:lang="de">Von Moltke</span> en een <span xml:lang="de">Von +Bismarck</span> werd genoemd. Terstond openbaarde zich echter de kwaal. +Geregeerd heeft hij eigenlijk niet. Zijn regeering van twee maanden +was een tijd van zwaar lijden, en in korten tijd werd hij ten grave +gesleept. Indien bij één vorstelijk sterfbed, dan gold wel bij dit: +„<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>” „Zoo gaat de heerlijkheid dezer wereld +voorbij!” Voor 's keizers ziekte was toen geen middel bekend.</p> + +<p>Maar zie, na dien tijd heeft de Heere in de wetenschap de ontdekking +der therapeutische Röntgenbehandeling gegeven, waardoor sommige +kankerziekten met vrucht worden bestreden. Zou de Heere ook mij +daardoor nog willen herstellen? Een oogenblik opende zich als in de +verte een deurtje, en blikte de hope mij even aan. In alle kerken in +Nederland werd gebeden, werd vurig gebeden. En zie, de God der +wonderen en der middelen heeft aanvankelijk rijken zegen geschonken. +De nawerking en doorwerking is thans boven verwachting goed. Mijn +vrouw en <span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a>ik kunnen geen woorden vinden om den Heere voor dezen +aanvankelijken wonderbaren zegen te danken, waar de Heere aan kleinen +schenkt, wat Hij vroeger aan grooten heeft onthouden.</p> + +<p>Natuurlijk weet ik zeer goed, dat ook nu nog allerlei complicaties +kunnen intreden, en dan is 't in weinig dagen of maanden afgeloopen. +Maar ook dan geen nood! Mijn leven is in des Heeren Hand en daarin +volkomen veilig. Zijn Vaderhand voert mij dan in de heerlijkheid, +waarvan geen „<span xml:lang="la">sic transit gloria</span>”, „zoo gaat de heerlijkheid voorbij”, +kan worden gezegd.</p> + +<p>Naar die heerlijkheid wijst mij ook wederom 't dorrend blad. Zie 't +aan, in zijn schoone goudbruine kleur!</p> + +<p>Al 't vergankelijke is gelijkenis van 't onvergankelijke. Het +zienlijke is niet blijvend, 't onzienlijke blijft eeuwig; maar daarom +is 't zienlijke niet waardeloos. Integendeel, al 't zienlijke heeft de +roeping om naar boven, naar de onzienlijke dingen te wijzen. Vooral +van de heerlijke dingen dezer aarde, van 't licht, van de kleuren, van +de bloemen, van de edelgesteenten gaat een sprake uit, die ons +toeroept: „<span xml:lang="la">Sursum corda!</span>” „De harten naar boven!” Daar is het eeuwige +licht! Daar zijn de wuivende palmen! De straten van goud! De perelen +poorten! De blinkende kleuren!</p> + +<p>Nog eens, zie 't aan, 't afgevallen blad in zijn schoone goudbruine +kleur!</p> + +<p>Het goud is de kleur der glorie, der heerlijkheid, der hemelen.</p> + +<p>Het bruin is rood met zwart gemengd. Het rood, de kleur der liefde. +Het zwart, de kleur van den dood. Het bruin spreekt van een liefde tot +den dood.</p> + +<p>Het goudbruin wijst naar boven, naar de heerlijkheid, naar de eeuwige +liefde. En ditzelfde blad, dat ons de vergankelijkheid predikt, wijst +ons in zijn vergaan nog naar <span class="pagenum" title="47"></span><a id="p_47"></a>boven, naar de onvergankelijke +heerlijkheid en liefde in de onzienlijke wereld.</p> + +<p>O wat schoone symboliek is er toch in de schepping Gods!</p> + +<p>Daarvan heeft de Heere ook gebruik gemaakt bij de instelling des +Heiligen Avondmaals.</p> + +<p>Den eersten Zondag, dat wij hier waren, waren wij in de gelegenheid +daaraan deel te nemen, en niet gaarne laat ik dit voorbijgaan. Het +Heilig Avondmaal is mij altijd de liefste plek op aarde geweest. Dan +zeg ik altijd bij mij zelven: „Neen, Gods Woord liegt niet! Neen, +Jezus liegt niet!” Hij heeft alles volbracht. Hij heeft al de +Schriften vervuld. Hij heeft de volkomen zaligheid verworven. En tot +teeken en zegel daarvan schenkt Hij mij nu dit brood, als teeken en +zegel van Zijn verbroken vleesch; den drinkbeker, als teeken en zegel +van Zijn vergoten bloed. O, welke onderpanden van heerlijke liefde, +van liefde tot in den dood, van eeuwige liefde aan gansch onwaardigen. +Neen, Gods Woord liegt niet! Neen, Jezus liegt niet. En meer dan door +een engelverschijning of hemelstem word ik dan door deze eenvoudige +teekenen gesterkt in mijn Christelijk geloof, dat mij zulk een rijken +troost doet genieten.</p> + +<p>O, waar zal ik beginnen, waar zal ik eindigen, om des Heeren lof groot +te maken? Ik zou den 116en psalm wel willen uitjubelen!</p> + +<p>Geliefde gemeente, geve ons de Heere, dat we in een dankstond nog eens +Zijn Naam samen mogen grootmaken!</p> + +<p>Wees daartoe den Heere bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 6 November 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Hoewel ik deze week weinig nieuws met betrekking tot mijn toestand te +schrijven heb, maak ik toch gaarne gebruik van de gelegenheid, die mij +de Kerkbode voortdurend verleent, omdat mij daardoor de gelegenheid +geboden wordt, Gods groote daden als in het midden der gemeente te +vertellen.</p> + +<p>Ik ben nu veertien dagen thuis, en als ik terugzie op hetgeen achter +mij is, is 't mij als een droom. Maar geen droom is, wat God in die +dagen wrocht.</p> + +<p>Laat ik 't u mogen verhalen.</p> + +<p>Ik begin daartoe met een woord van Paulus. De heilige apostel schrijft +Fil. 1: 23 en 24: „Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende +begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is +zeer verre het beste; maar in het vleesch te blijven is noodiger om +uwentwil”.</p> + +<p>Ik heb deze gesteldheid van den apostel-pelgrim weleens vergeleken bij +die eener vrouw en moeder, wier man naar Amerika trok, maar die zelve +nog met haar kinderen in het vaderland is gebleven. Haar man schrijft +haar, dat zij over moet komen, maar haar kinderen voorloopig in +Nederland bij de familie moet achterlaten, opdat zij eerst een goede +Hollandsche opvoeding verkrijgen, voordat ook zij naar de nieuwe +wereld verhuizen.</p> + +<p>Denkt deze vrouw aan haar man, dan begeert zij vleugelen, om naar 't +verre land te snellen. Ziet zij evenwel op haar kinderen, dan voelt +zij zich nog aan den vaderlandschen bodem als vastgenageld.</p> + +<p>Zóó was 't ook met Paulus. Verhief hij zijn hart tot den Heere in den +hemel, dan begeerde hij niets liever dan den marteldood te sterven. +Zag hij op de gemeente, dan verlangde <span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a>zijn ziel naar leven en +vrijheid, om haar het Evangelie te mogen verkondigen. En door des +Heeren rijke en vrije genade stemt ook mijne ziel hiermede ten volle +overeen.</p> + +<p>Ik was dezen zomer dan ook zoo dankbaar, toen ik meende, dat ik +langzaam vooruitging, en spoedig mijn heerlijken arbeid zou mogen +hervatten, of liever eigenlijk eerst recht zou beginnen, hoe zoet mij +steeds de gedachte der ontbinding en eeuwige verlossing ook ware. Ik +voelde wel, dat ik ernstig krank was; ik leed, vooral 's nachts, soms +onnoemelijke pijnen. Maar ik meende, dat dit een crisis was, die ik +moest doormaken, en dat ik daarna geheel herstellen zou. Ik had mijn +hoop op de Röntgen-bestraling gebouwd, en dacht niet anders, of ik zou +daardoor als door een van den Heere geschonken middel weldra geheel +genezen, hoewel mijn eigenlijke kwaal gaandeweg erger werd.</p> + +<p>Dit duurde tot Donderdag 25 September. Dien dag vergeet ik nimmer! Ik +zou op dien datum naar Almelo gaan, om daar voor de Stichting te +werken. Vooraf ging ik echter even bij den dokter aan, die aan den +hoogleeraar om nader advies had geschreven, en dit had ontvangen. Op +weg naar 't station ging ik even bij den geneesheer aan, om dit advies +te vernemen.</p> + +<p>Toen deelde mij de dokter kort en goed mede, dat volgens den professor +en hemzelven de Röntgen-bestraling zooals deze in ons land werd +toegediend, mij niets verder zou brengen, en dat er voor mij nog maar +één weg van ontkoming was: in 't Instituut van prof. <span xml:lang="de">Czerny</span> te +Heidelberg.</p> + +<p>Daar stond ik. Het eenige middel, waarop ik mijn hope had gebouwd, was +mij ontnomen. Heidelberg leek mij onbereikbaar. In 't vaderland was ik +opgegeven. Het buitenland scheen voor mij gesloten.</p> + +<p>Toch heb ik geen oogenblik gewankeld, de Heere heeft <span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>mij steeds bij +al mijne beproevingen een groote genade geschonken. Ik heb steeds in +toepassing mogen brengen, wat een cadet op een militair examen +anwoordde. Hem werd gevraagd, wat hij doen zou, wanneer zijn regiment, +in 't front door de infanterie, in den rug door de artillerie, links +en rechts door de cavalerie werd aangevallen. Ik zou commandeeren, zoo +luidde zijn antwoord: „Mannen, knielt, bidt!” Ditzelfde zeide ik +steeds tot mijne ziel in elken grooten nood. De zwaarste rampen +brachten mij altijd als in de onmiddellijke gemeenschap Gods, omdat ik +mij vasthield aan Hem als ziende den Onzienlijke, en in de grootste +smarten had ik dan de hoogste vreugde.</p> + +<p>Zoo ging 't ook dezen dag.</p> + +<p>Een oogenblik overwoog ik, wat mij te doen stond, naar huis te gaan, +of door te gaan. Ik besloot mijn reis voort te zetten, en onderweg den +Heere aan te roepen, om dan straks meer gesterkt thuis te komen.</p> + +<p>Ge kunt u voorstellen, hoe ik op dien dag door de straten van Almelo +liep. Ik was als een schip zonder roer in den nood der baren, en +gedurig gingen mijne noodkreten op tot den Heere.</p> + +<p>Het was markt in Almelo, en zeer druk op straat. Ik was midden in de +drukte. Een oogenblik was 't mij nu, alsof de Heere een kring om mij +hem trok. Ik zag niemand meer. Door 't geloof wonend in mijn hart, +openbaarde de Heere Zich in mij door Zijnen Heiligen Geest om mij met +kracht te versterken. Het was mij, of Hij mij van binnen in mijn hart +teeder de hand drukte, en tot mij zeide: „Nu alles is afgesneden, nu +zal Ik voor u zorgen!”</p> + +<p>Ik kan niet beschrijven, hoe zalig, hoe veilig, hoe rustig ik mij nu +gevoelde. Op zulke oogenblikken is werkelijk van toepassing, wat Jean +Paul zoo schoon schreef:</p> + +<p>„<span xml:lang="de">Wie auch die Zeit vor dir vorüber fliege, die Gegenwart ist deine +Ewigkeit!</span>” „Hoe de tijd voor u ook voorbij <span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a>snelle, het is heden uwe +eeuwigheid, en dit verlaat u nooit!”</p> + +<p>Zulk een oogenblik, zulk een heden komt uit de eeuwigheid en geeft +eeuwigheids-gevoel in het hart. Het licht, dat dan in de ziel schijnt, +mag nu en dan door wolken worden verdonkerd, de zon blijft, de wolken +verdwijnen, die zon is een eeuwige zon. Welke zaligheid doorstroomde +dan ook in die oogenblikken mijne ziel! Wat voelde ik mij veilig en +rustig in de eeuwige armen van den Koning van 't heelal.</p> + +<p>Op 't zelfde oogenblik, dat de Heere mij aldus in Almelo sterkte, was +de dokter bij mijn vrouw, om haar de gansche verschrikkende +werkelijkheid te onthullen. Door den Heere kennelijk gesterkt, droeg +zij dien slag als een heldin. Ziedaar reeds de eerste bevestiging van +wat de Heere beloofde!</p> + +<p>Nadat ik in Almelo mijn zaken had afgedaan, ging ik naar huis, met de +bedoeling om mijn vrouw deelgenoot te maken van wat de dokter mij had +gezegd, en met haar verder te beramen, wat ons nu te doen stond. Ik +had reeds mijn plan gemaakt. Ik wil 't maar niet meedeelen. Het is +niet uitgevoerd, want de Heere had anders gezorgd.</p> + +<p>Thuis gekomen vermoedde ik weinig, dat al mijn huisgenooten reeds meer +wisten dan ik kon mededeelen. Mijn vrouw hoorde mij aan zonder te +ontstellen. Ik had niet veel tijd hierover na te denken. Binnen +weinige minuten kwam een vriend binnen, die mij mededeelde, dat ik +naar Heidelberg moest, en dat hij voor alles zorgen zou. Wat was +geschied? Eenige dagen tevoren had hij mij met den dokter ontmoet. De +dokter begreep, dat hij belang in mij stelde, ontbood hem buiten mijn +weten ten zijnent, en in weinige dagen werden door hen samen de +voorbereidende maatregelen voor mijn vertrek getroffen. Zaterdag 27 +September werd ook mij nu de werkelijkheid mijner ziekte medegedeeld. +Maandag 29 September zaten wij reeds in den trein naar Heidelberg. Wat +in ons land niet <span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a>verkregen kon worden, is daar bereikt; het uitwendig +kankergezwel is nagenoeg geheel verdwenen. Alleen de tong zit aan de +achterzijde nog met zweertjes. De bedoeling van de tweede kuur is, om +dan vooral de tong aan te vatten. Ook voor die tweede reis is alles al +weer bijeen, of nagenoeg bijeen. Heeft de Heere nu woord gehouden, of +niet? Heeft de Heere gezorgd, of heeft Hij niet gezorgd?</p> + +<p>Geliefde gemeente, ik hoop met u nog eens te zingen:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Zalig hij, die in dit leven<br /></span> + <span class="i0">Jakobs God ter hulpe heeft;<br /></span> + <span class="i0">Hij, die door den nood gedreven,<br /></span> + <span class="i0">Zich tot Hem om troost begeeft,<br /></span> + <span class="i0">Die zijn hoop in 't hachlijkst lot<br /></span> + <span class="i0">Vestigt op den Heer, zijn God!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Zoo is het!</p> + +<p>Wat hoop ik nu voor de toekomst?</p> + +<p>Ik heb tegenover den Heere geen enkel recht, en ik maak geen enkele +aanspraak op één seconde levens. Dit ligt in mijn oude natuur geheel +verbeurd. En wanneer de Heere mij heden nog wegnam, zou ik moeten +zeggen: „Heere, Gij hebt woord gehouden! Gij, die machtig zijt, om +meer dan overvloedig te doen, boven ons bidden en boven ons denken, +Gij hebt werkelijk boven bidden en denken aan mij welgedaan!”</p> + +<p>Toch heb ik in hetgeen de Heere beloofde en deed, een krachtigen +pleitgrond om bij Hem aan te houden, en te zeggen: „Heere, Gij zijt de +Getrouwe”.</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Gedenk aan 't woord, gesproken tot uw knecht,<br /></span> + <span class="i0">Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven:<br /></span> + <span class="i0">Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd;<br /></span> + <span class="i0">Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven;<br /></span> + <span class="i0">Al 'tgeen uw mond aan mij had toegezegd<br /></span> + <span class="i0">Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a></p> + +<p>Bij Gods troon pleit ik ook om genezing. Maar ik doe dit met volkomen +onderwerping van mijn wil aan des Heeren wil, die alleen goed, wijs en +heilig is.</p> + +<p>Zoo blijf ik een volkomen troost genieten.</p> + +<p>En waarom ik u dit nu mededeel?</p> + +<p>Waarom anders dan om u aan te sporen, uw gansche lot in des Heeren +hand te bestellen. Niemand weet, wat hem boven 't hoofd hangt. Wie zou +voor een jaar gezegd hebben, dat dit dreigend kwaad boven mij zou +worden opgehangen? Maar wat ook gebeure, „die in de schuilplaats des +Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des +Almachtigen”. Niemand behoeft bij den Heere verontschuldiging te +maken, dat ook hij komt. Niemand behoeft te vreezen, dat hij zal +worden afgewezen. Het hartelijkst welkom, de grootste rijkdom van +genade is van tevoren zeker. Moge dit schrijven u opwekken u voor ziel +en lichaam, voor tijd en eeuwigheid, in Gods hand te bestellen; ik zal +er geen spijt van hebben, dat ik wat geleden heb, en het is u dan tot +eeuwig heil geweest.</p> + +<p>Moge dit zoo zijn!</p> + +<p>Dit wenscht u hartelijk</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 12 November 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Hoewel 't eenigszins moeielijk gaat, zend ik U toch ook ditmaal mijn +brief.</p> + +<p>Mijn vertrek is acht dagen vervroegd, zoodat ik in plaats van de +volgende week reeds morgen D.V. naar Heidelberg ga. Dit geeft +bijzondere drukte. Toch neem ik er den tijd af U nog even te +schrijven. <span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a></p> + +<p>Mijn vervroegd vertrek en de bloote mededeeling daarvan zouden allicht +eenige ongerustheid bij u kunnen verwekken. Daarvoor is echter geen +reden. Terwijl 't gezwel in den hals, dat de oorzaak der kwaal is, +nagenoeg geheel verdwijnt, is de dikte op de tong een weinig +teruggekomen. Volgens den geneesheer kan dit een onschuldige oorzaak +hebben. 't Kan echter ook zijn, dat de kwaal, die op de ééne plaats +verdwijnt, op een andere plek een voedingsbodem zoekt. In dit laatste +geval is 't noodig, dat zij ook daar zoo spoedig en zoo krachtig +mogelijk worde aangevat. De vervroeging der afreis is dus een +maatregel van groote voorzichtigheid.</p> + +<p>Tot 't vertrek gereed, zie ik met groote dankbaarheid terug op hetgeen +de Heere mij hier, ook in natuurlijk opzicht, geschonken heeft. Het +najaar vergoedt aan schoone dagen ruimschoots, wat de zomer onthield, +en vooral door een kranke, die de buitenlucht genieten mag, wordt dit +hoogelijk gewaardeerd.</p> + +<p>Wat ik genoten heb in de schoone plantsoenen alhier! Heele poozen kon +ik staan te turen voor reuzenboomen, die hier prijken, met hun +geweldig zwart-groene, of grijs-groene stammen, hun dun, teeder +najaarsloover, varieerend in tint, van licht-groen en goudgeel tot +goudbruin. In de grilligste vormen slingeren zich de zwarte takken +dooreen. Als met betraand oog giet de najaarszon haar glimmende +straaltjes neder, die spelen op 't vochtig blad. Ieder dier boomen is +een wonderstuk van schoonheid, een pracht-uitgave van de werken Gods. +Menigmaal kwam de gedachte bij mij op: wanneer er al dit moois is, en +er denkende menschelijke geest is, die dit schoon in zich opneemt, 't +geniet, 't eet en drinkt, dan moet er zijn de Eeuwige Geest, die dit +alles formeerde, de Kunstenaar en Bouwmeester van 't gansch heelal, +die als Bouwmeester bovenal ook Kunstenaar is! En uit het Woord van +God <span class="pagenum" title="55"></span><a id="p_55"></a>jubelde mij dan tegen wat de dichter van den 50en psalm zingt:</p> + +<p>„Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende”.</p> + +<p>Neen in Sion staat geen altaar van den Onbekenden God. „God is bekend +in Juda”. In den tempel, in het altaar, in den priesterdienst, in de +rollen der profeten, bovenal in de zending en overgave van Zijnen +lieven Zoon tot onze eeuwige verlossing verschijnt onze God blinkende; +blinkende in den glans en gloed zijner drievuldige heiligheid.</p> + +<p>Welk een onderscheid dan ook tusschen de openbaring Gods en hetgeen de +heidenen van hun goden fabelen. De goden der heidenen zijn +geidealiseerde menschen, die nochtans als de grootste deugnieten dezer +aarde elkander beliegen en bedriegen.</p> + +<p>Onze God is de Driemaalheilige. Heilig in Zijn woning; er komt niet +binnen, wat verontreinigt. Heiligheid is het sieraad van Zijn Sion op +aarde. Algeheele levenswijding en heiliging is de dure roeping van +Zijn volk op aarde.</p> + +<p>Dit verkondigt de Heere in dezen psalm aan Zijn gunstgenooten, die +zijn verbond maken met offeranden. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij +niet gelijk de heidensche goden als een bedelaar komt; want Zijns is +de aarde en haar volheid. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij van zijn +gunstgenooten bovenal de offerande van hun gansche leven vraagt.</p> + +<p>Daarom wijst Hij uit Zijn gemeenschap de goddeloozen, die Zijne +woorden achter hunnen rug werpen; degenen, die deelen met de dieven, +die deelgenooten der overspelers zijn, en lastering spreken tegen den +zoon hunner moeder. Niet zonder reden noemt de Heere juist dezen bij +name: geldmakerij, overspel, en bevechten van elkander met het zwaard +van den laster zijn steeds de hoofdzonden in tijden <span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a>van verval. Alle +deze zondaren dreigt de Heere met het vuur van zijn toorn. Alleen +dengenen, die hun weg wel aanstellen, zal de Heere Zijn heil doen +zien.</p> + +<hr class="tbdash" /> + +<p>En waar moeten dan blijven, die hun weg niet wel hebben aangesteld? +Die met de dieven deelden, deelgenooten werden van de overspelers, +tegen hun broeders lasterden, of wellicht nog erger deden?</p> + +<p>Op deze vraag geeft het antwoord de volgende psalm, de 51ste psalm, de +bekende hemelladder, waarmede reeds menigeen uit diepen val werd +opgericht, de psalm van 't verbroken hart; de psalm, waarin David +betuigt: „De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en +verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten!”</p> + +<p>Een gebroken hart!</p> + +<p>Maar welke beteekenis kan dit hebben in de oogen Gods?</p> + +<p>Welke waarde heeft iets, dat gebroken is!</p> + +<p>Ge hebt een kostbare vaas. Ze breekt in duizend stukken. Weg is uw +vaas; weg is al haar waarde. Wat beteekent de kostbaarste vaas bij 't +meest gewone menschenhart? En welke waarde kan 't gebroken +menschenhart hebben in de oogen des Heeren?</p> + +<p>Welke waarde?</p> + +<p>Vraag dit aan de heilige engelen, die hun harpen stemmen wanneer zij +zien, dat dit groote werk des Heiligen Geestes, dit wonderwerk der +verbreking des harten, aan een arm zondaar wordt gewrocht! Of liever +nog, vraag dit aan een David, een Manasse, een Petrus, een Paulus, hoe +zalig zij 't hebben ervaren, dat de Heere woont nabij de gebrokenen +van hart en de verslagenen van geest! Vooral Paulus is in dezen een +merkwaardig voorbeeld. Na zijn bekeering heeft hij door genade steeds +zijn weg aangesteld. Hoe bitter klaagt hij nochtans in Romeinen <span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a>Zeven +over de kracht der inwonende zonde! Romeinen Zeven is de 51ste psalm +van Paulus!</p> + +<p>Hoort hem daarin ten slotte klagen: „Ik ellendig mensch, wie zal mij +verlossen uit het lichaam dezes doods?”</p> + +<p>Beter dan ooit kan ik thans deze beeldspraak van Paulus verstaan. +Iemand, die dit niet ondervindt, weet niet wat 't zegt: overigens zich +gezond te gevoelen, maar dan gevangen te zitten in de omklemming eener +doodelijke krankheid, die U op den grond werpt, en met grimmig gelaat +'t mes dreigend boven u zwaait! O 't is een vreeselijke krankheid +waaraan ik lijd, en waarvan alleen de naam reeds doet sidderen!</p> + +<p>En toch wat beteekent deze schrikkelijke lichamelijke bezoeking nog +bij het zedelijk kwaad der zonde? De zonde is 't vreeselijke zwarte +hoofdstuk der menschelijke historie. Alle ellende van ouders, +kinderen, gezinnen, geslachten, volken, alle vreeselijkst denkbare +krankheden behooren tot dit zwarte hoofdstuk. Tot dit hoofdstuk +behoort ook het lijden van 't arme kind van God, dat naar de +gemeenschap met den Driemaalheilige dorst, maar in die +gemeenschapsoefening telkens belemmerd wordt door de schrikkelijke +macht der inwonende zonde, en die luide klaagt: „Ik ellendig mensch, +wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?”</p> + +<p>Zalig, driewerf zalig, wie, in welke ellende ook, alzoo meer over de +zonde dan over de ellende, die 't vruchtgevolg der zonde is, leert +klagen! Want hoort het, naarmate Paulus dieper klaagt, roemt hij +luider: „Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere!”</p> + +<p>„Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende”; +blinkende in de heiligheid van 't verlossingswerk, dat Hij in Christus +wrocht. Want alzoo heilig is Gods toorn tegen de zonde, dat Hij haar, +liever dan dat Hij haar ongestraft liet blijven, gestraft heeft aan +Zijn <span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a>Eeniggeboren Zoon. Maar daarom is dit verlossingswerk dan ook +een volkomen werk. Is aan onze zijde altijd alles verloren, aan Jezus' +zijde is voor den grootsten der zondaren altijd alles behouden. Zijn +bloed reinigt van alle zonden. Hij heiligt door Zijn Geest, zoodat wij +in beginsel over de kracht der inwonende zonde triomfeeren. Hij legt +de roemtaal op de lippen: „Zou is er dan geen verdoemenis voor degenen +die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar +naar den Geest.”</p> + +<p>Ja, wilt ge de waarde zien van 't gebroken hart, vergelijk dan +Romeinen 8 met Romeinen 7. Is Romeinen 7 de 51e Psalm, Romeinen 8 is +het Hooglied van 't Nieuwe Testament, gezongen door denzelfden man, +die in Romeinen 7 uit zijn gebroken hart klaagt over de kracht zijner +inwonende verdorvenheid. In Romeinen 8 roemt hij in de hoogste en +verhevenste goederen des Nieuwen Testaments, in de leiding, in het +getuigenis, in de voorbede des Heiligen Geestes. Hij verheugt er zich +in, dat allen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede. +Hij, die zichzelven het meest beschuldigt, daagt al zijn beschuldigers +uit, en zegt: „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen +Gods?” Hij besluit met de jubelende tonen: „Want ik ben verzekerd, dat +noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, +noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, +noch eenig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, +welke is in Christus Jezus, onzen Heere”.</p> + +<p>Geliefde gemeente, terwijl ik dit schrijf, is 't mijne bede dan ook, +dat de Heere mij bij mijn nieuwe reis dien grooten schat van 't +verbroken hart, dat meer over de zonde dan over de ellende klaagt, +slechts medegeve. Hoe 't dan ook ga, dan gaat 't altijd goed. Dit is +'t wat ik een iegelijk uwer ook van harte toebid. <span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a></p> + +<p>De Franschman <span xml:lang="fr">Bordeaux</span> schreef een boek, dat den titel voert: „<span xml:lang="fr">la peur +de vivre</span>”, „de vrees om te leven”. In een inleiding op dit boek +verwijt <span xml:lang="fr">Réné Doumic</span> aan het Fransche volk, dat zij alleen zichzelven +zoeken. Van ondernemingsgeest, van offervaardigheid voor anderen is +bij velen geen sprake meer. De meesten jagen enkel naar geld. De +wellusten worden onbeschaamd gediend. De een trapt den ander om zelf +te stijgen. Zij hebben 't hoogste woord, wanneer alles voor den wind +gaat. Maar wanneer de rampen komen, zitten zij is een hoekje te +sidderen en te vloeken. Ze hebben een vrees voor het werkelijke leven, +met al zijn verantwoordelijkheid, met al zijn eischen. Zij hebben +alléén de zonde lief, en beven voor alle ellende. Begint deze maar +even te drukken, dan werpen velen zulk een leven als geheel waardeloos +in den zelfmoord weg.</p> + +<p>Hoe vreeselijk is de dienst der zonde!</p> + +<p>Geliefden, dat we haar mogen haten, vlieden, mijden! Dat we met al +onze zonden steeds aan de voeten van Jezus komen! Dat we de reiniging +zoeken van alle besmetting des vleesches en des geestes door Zijn +bloed en door Zijn Geest! Dan smaken we de rechte zoetheid van het +werkelijke leven, zelfs temidden van alle uitwendige ellende, hoe +zwaar deze ook drukken moge, en zingt onze ziel als de nachtegaal haar +schoonste lied in den donkersten nacht.</p> + +<p>Hiermede wil ik thans besluiten, ons beiden wederom aan uwe voorbede +aanbevelend.</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 19 November 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Donderdag 13 November zijn we dan weer naar Heidelberg vertrokken. Ds. +en Mevr. Teerink deden ons weer uitgeleide aan 't station<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: . .">.</ins> Het weer +was zeer onstuimig. Grauwe, regenzwangere wolken zwierden langs het +zwerk, en zagen dreigend op ons neer.</p> + +<p>Was 't buiten somber, van binnen scheen de zon van Gods vriendelijke +gunst. Ik had den nacht rustig geslapen, en terstond bij 't ontwaken +verkwikte de Heere me door allerlei troostwoorden: „Ik ben 't, die met +de verdrukking de uitkomst geef”; „Roep mij aan in den dag der +benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eeren”; „Zij +zullen met vreugde uittrekken, en met vrede voortgeleid worden”. +Hoewel 't mijn stelregel niet is, wanneer mij dergelijke troostwoorden +invallen, deze dadelijk als bijzondere beloften te beschouwen, zoo kan +ik toch niet nalaten te eten, wanneer de Heere aldus de tafel voor +mijn aangezicht komt toerichten. Ik gevoelde mij dus verkwikt en +versterkt, en we gingen wederom met goeden moed op reis.</p> + +<p>Na een rit van ongeveer vier uren, bereikten we eindelijk Keulen, en +stapten we weer in den trein naar Mannheim. Spoedig waren we nu weer +aan den heerlijken Rijnoever, waar de trein ruim drie uren achtereen +tusschen hooge bergen doorstoomt.</p> + +<p>Ik had mij voorgesteld, nu eens een natuurverschijnsel te zien, +waarvan ik vroeger wel de beschrijving had gelezen: dat ravenzwarte +wolken in wilde vaart over de bergen vegen. Het weer was echter +intusschen opgeklaard, de lucht was lichtblauw, en witte wolken +stonden als drommen aan den hemel.</p> + +<p>Na een voorspoedige reis kwamen we 's avonds half-acht <span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a>welgemoed in +Heidelberg aan. Den volgenden morgen werd ik dadelijk onderzocht door +de beide professoren <span xml:lang="de">Czerny</span> en <span xml:lang="de">Werner</span>. O, wat was 't me weer goed weer +bij deze beide mannen te zijn! Beide mannen zijn ware priesters der +wetenschap, rechte geneesheeren bij de gratie Gods, gedreven door de +heilige aandrift om menschen van den dood te redden. Exc. prof. <span xml:lang="de">Czerny</span> +is daarbij niet alleen een priester, maar evenals <span xml:lang="fr">Pasteur</span> te Parijs, +en <span xml:lang="de">Kort</span> te Berlijn, ook een vorst. Uit binnen- en buitenland vloeide +hem in korten tijd één millioen Mark toe, om 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>, 't huis +van barmhartigheid, te grondvesten, waarin allerlei ellendigen +behandeld worden.</p> + +<p>Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> is een man met Duitsch-militaire houding, snelle +bewegingen, aangename manieren, sympathieke oogen, een stem van +muziek, en daarbij de vriendelijkheid en goedheid zelve. Met de +grootste zorg heeft hij mij de vorige maal nagegaan, en ook nu weer +werd ik met de grootste nauwkeurigheid onderzocht. Dit onderzoek +scheen de beide heeren nogal tot tevredenheid te stemmen. Volgens +prof. <span xml:lang="de">Werner</span> ben ik een van de ernstigste patiënten, maar ben ik ook +zoo sterk vooruitgegaan, dat er thans goede hope is.</p> + +<p>O, wat is de Heere goed! Hoe krachtig heeft Hij tot hiertoe Zijne +heerlijke trouw aan mij bevestigd! Hij heeft mij daardoor in staat +gesteld, ook anderen te troosten.</p> + +<p>Toen wij voor de eerste maal weer in de wachtkamer kwamen, troffen wij +daar ook Hollanders aan. Spoedig waren wij met elkander in kennis. +Drie hunner waren naar Heidelberg gegaan, omdat zij in de bladen van +mijn behandeling alhier gelezen hadden. Weldra bezochten wij hen dan +ook, om hun een woord van troost toe te spreken.</p> + +<p>Bij chirurgische behandeling heeft men spoedig een resultaat, hetzij +dan ten goede of ten kwade. Bij de geneeskundige <span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a>behandeling, die +hier in den regel wordt gevolgd, is dit anders. De inspuitingen met +enzytol en de Röntgen-bestralingen pakken 't lichaam wel sterk aan; +maar men weet niet, wat in 't lichaam zelf plaats heeft. Nu voelt men +zich zus, dan weer zoo, en moet geduldig afwachten. Dit maakt vooral +in den beginne wel eens ongeduldig en moedeloos. Men wil zoo gaarne +dadelijk een resultaat, en liefst een verrassend resultaat zien, +terwijl dit eerst later komt. Ik kon hen hierop uit mijn ervaring +wijzen, en hen aansporen, 't oog naar boven te slaan, en de hulpe te +verwachten van den God der middelen en der wonderen. Op deze wijze kan +ik dus ook hier mijn arbeid voortzetten.</p> + +<p>Zondagmorgen gingen we weer ter kerk in de prachtige <span xml:lang="de">Friedenskirche</span> te +<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>. Het was dien dag juist oogst- en dankfeest. De +uitwendige symbolen daarvan waren op echt Duitsche wijze met kwistige +hand in de kerk aangebracht. Preekstoel en koor waren met klimop en +wijnranken bewonden. In 't koor prijkten op een groote tafel +kristallijnen schalen met zilveren voeten, deze schalen waren hoogop +met blinkende appelen gevuld. Ik heb begrepen, dat deze na den dienst +aan de kinderen werden uitgedeeld. Het kleine grut kwam althans +terstond na afloop van den dienst in grooten getale de kerk binnen.</p> + +<p>De predikant koos als tekst zijner rede, Psalm 118: 15–18. Krachtig +wekte hij de gemeente op bij de resultaten van den oogst naar boven te +zien op Hem, van Wien alle dingen afhankelijk zijn. Vooral de wijn- en +ooftbouw schijnen dit jaar vele teleurstellingen te hebben gehad. Dit +gaf den leeraar aanleiding om de paradox uit te spreken, dat wij +vooral in slechte jaren den Heere niet 't minste moeten danken. Hij +bewees deze schijnstrijdige stelling met de juiste opmerking, dat wij +eerst in <span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a>dagen van krankheid de gezondheid recht leeren waardeeren, +en alzoo ook in jaren van teleurstelling niet alleen voor de +tegenwoordige, maar ook voor de vroegere zegeningen Gods den Heere +recht leeren danken. Bovendien, op een dankdag behoeven wij niet +alleen te danken, maar mogen wij ook bidden tot Hem, die sprak: „De +Heere is nabij allen, die Hem aanroepen, die Hem aanroepen in der +waarheid.” Laten we 't doen in 't besef, dat wij alles hebben +verbeurd. Laten wij 't doen in waar geloof. In der waarheid.</p> + +<p>Deze heerlijke preek geeft mij wederom stof tot veel denken.</p> + +<p>Wanneer ik hetgeen ik heb verdiend vergelijk met hetgeen de Heere mij +thans oplegt, och, wat heb ik dan nog stof tot danken. Tot danken aan +Hem, van Wien de dichter van den 103en psalm jubelt, en van Wien mijne +ziel 't meejubelt: „Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt +ons niet naar onze ongerechtigheden.”</p> + +<p>Ik maak een tweede vergelijking, en weeg, wat ik door mijne zonde heb +verdiend, af tegenover den rijkdom van weldaden, waarmede de Heere mij +vooral in deze dagen omringt. Dan gaat 't mij wederom als den dichter +van den 103en psalm. De zegeningen Gods worden als een heerlijke +tempel voor mij, en in 't midden daarvan roep ik als een beweldadigde +tollenaar uit: „Loof den Heere<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: .">,</ins> mijne ziel! en al wat binnen in mij +is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet geen +van Zijne weldaden”.</p> + +<p>Ik maak een derde vergelijking. Ik denk aan 't geen ik mij door mijne +zonden heb waardig gemaakt, en vestig dan 't oog op 't lijden van den +Heiland, die onschuldig zoo nameloos veel leed voor schuldigen, om +voor dezen een eeuwig behoud te verwerven. Ik lees tegenwoordig bijna +dagelijks in 't schoone hoekje van Thomas à <span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a>Kempis: „Meditatiën over +het leven van Christus.” Welk een beschaming, maar ook welk een troost +ontvangt mijn ziel dan vooral uit de overdenking van Jezus' heilig +lijden en sterven!</p> + +<p>Ik maak nog een vergelijking, en plaats datgene, wat ik door mijn +zonde heb verdiend tegenover datgene wat de Heiland voor mij heeft +verworven. En dan roep ik als de dichter van den 103en psalm hemel en +aarde op tot een machtig koorgezang, om den Heere te loven, en zeg +daarbij tot mijne ziel: „En gij, mijn ziel, looft gij Hem bovenal!”</p> + +<p>Maar dit volmaakt danken zal eerst in de eeuwigheid zijn. O heerlijke +eeuwigheid! Gij verzacht alle lijden dezer aarde, dat als een druppel +in een oceaan verzinkt!</p> + +<p>Beproefden, laat ons maar veel deze vergelijkingen maken, en wij +leeren God in alles danken. In alles, zelfs in de zwaarste +beproevingen!</p> + +<p>Laat ik u ten slotte nog een aangename ontmoeting mededeelen, die we +hier hadden. Op de tafel in de wachtkamer zag ik een blaadje liggen, +dat den titel voerde: „<span xml:lang="de">Lebensfragen beantwortet für moderne Menschen.</span>” +„Levensvragen, voor moderne menschen beantwoord.”</p> + +<p>Twee onderwerpen werden daarin behandeld: „Wereldbeschouwing en +zedelijkheid,” en „Hoe iemand van zijn angst verlost wordt.” Een +uitnemend geschreven blaadje, dat als model kan dienen voor allen, die +onder de hoogere standen willen evangeliseeren. In een andere +wachtkamer vond ik een traktaatje, nog inniger geschreven. In korte +stukjes werden daarin de volgende onderwerpen besproken: Waarom moet +ik lijden? Uwe droefenissen en moeilijkheden. Een slapelooze nacht. +Hoe verhoort God onze gebeden? Hiernamaals! Een probaat middel.</p> + +<p>Het eene stukje is nog al stichtelijker dan 't andere, en alle tezamen +vertroosten mij zeer. Natuurlijk dacht ik <span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a>dadelijk: Ik moet zien, +welke hand deze daar heeft gelegd. Spoedig was zij ondekt: een dame +uit Barmen, een allervriendelijkste verschijning, een lijderes, met de +vreugde der Christelijke hope in 't zielvol oog. Dadelijk stelden we +ons aan haar voor, en dankten haar voor haar arbeid. „Ach, was haar +antwoord, 't geeft zoo weinig!” Ik was blijde haar terstond 't +tegendeel te kunnen verzekeren, en haar te zeggen, hoe haar traktaatje +mij verkwikt had. Ik voegde er bij, dat ik een stukje vertalen zou, en +naar Holland zenden. „Wie weet, hoe velen in Holland er door vertroost +zullen worden. Zoo brengt uw arbeid menigmaal zegen, zonder dat u 't +zelve merkt.”</p> + +<p>Het spreekt vanzelf, dat mijn vrouw en ik dadelijk dikke vrienden met +haar werden.</p> + +<p>Ik vervul thans mijn belofte, en vertaal ten slotte 't kleinste +stukje, opdat mijn brief niet te groot worde.</p> + +<p>„Hoe verhoort God onze gebeden?”</p> + +<p>„Het is den Heere om onze bevestiging en opvoeding te doen en niet in +de eerste plaats om het effenen der wegen, om het drogen der tranen. +Merken we dit toch goed op, wanneer we in nood bidden: „Heere help +ons, wij vergaan!” Laten wij nooit meenen, dat Hij ons alleen dan +verhoord, wanneer Hij op eenmaal de smarten wegneemt en effen baan +maakt. De Heere kan ook alzoo en beter verhooren, wanneer Hij ons +kracht geeft tot dragen, en wij in den smeltoven gelouterd, voor Zijn +dienst meer geschikt gemaakt, meer naar Christus' beeld hervormd en +voor de eeuwige heerlijkheid rijper gemaakt worden.”</p> + +<p>Moge werkelijkheid worden, wat ik zei, en ook dit nog velen ten zegen +zijn.</p> + +<p>Ons wederom in uwe gebeden aanbevelend, blijf ik</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 25 November 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Vanaf 16 November ben ik tot op heden elken dag geregeld behandeld, +behalve Zaterdag 22 November. Op dien dag was 't de Diës der +Universiteit, en ieder Leidenaar weet, wat dit voor een academiestad +beteekent.</p> + +<p>Aan den avond van dien dag maakte ik een kleine wandeling naar +<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>, dat mij langzamerhand lief is geworden, niet alleen om +zijn schilderachtige ligging maar ook om zijn voortreffelijk kerkelijk +leven. <span xml:lang="de">Handschuhsheim</span> is de Sionsburcht van Heidelberg.</p> + +<p>Het was een prachtige stille avond. Het gewoel van Oud-Heidelberg lag +ver achter mij. Ik was de eenige wandelaar op de <span xml:lang="de">Landstrasse</span>. Rechts +hief de bergketen haar ruige, bultige ruggen omhoog. Links strekte het +Heidelbergdal zich uit. Rondom mij flonkerden de gloeilichtjes als sterren +op aarde. Een oogenblik later begon de klok van <span xml:lang="de">Handschuhsheim</span> haar +volle, statige tonen door de bergen en over de vlakte te beieren. Het +zou den volgenden dag nationale boete- en bededag zijn. Deze werd nu +ingeluid.</p> + +<p>Toen overviel mij een heimwee naar den ouden tijd, naar den tijd van +Frederik III, van Ursinus en Olevianus, naar den tijd, toen het +waarachtig Christendom in het publieke leven den boventoon voerde. Ik +had juist de woorden gelezen, die Minister Pleijte in onze Tweede +Kamer over de verhouding van den Javaan tot den Islam gesproken had. +„Voor den Javaan is de Islam niet alleen zijn Godsdienst, maar zijn +alles!” Ik dacht toen dadelijk: „Maar is onze verhouding tot het +Christendom een andere?” Neen, de liberalen hebben 't nooit begrepen. +Maar met meer recht dan de Islam voor den Javaan, is het Christendom +voor ons Christenen meer dan een Godsdienst, <span class="pagenum" title="67"></span><a id="p_67"></a>het is ons alles. Dat +was 't voor een Frederik III en zijn trouwe geestelijke +lijfstaffieren. Dit was het voor de helden, die toen in Nederland in +den strijd om 't behoud van het ware Christendom alles voor alles +gaven. Welk een kostelijke tijd, toen zulke mannen in het publieke +leven den toon aangaven!</p> + +<p>Helaas, 't werd spoedig anders. Het talent, het genie, de wetenschap, +de kunst werden de goden der eeuw, de cultuur en nog eens de cultuur +werd de Godsdienst van den tijd, uitwendige beschaving ging verre +boven wedergeboorte en bekeering. Pelagius werd wederom de leeraar der +volken. Luther, Calvijn, Augustinus, in naam geëerd, werden in de +werkelijkheid afgedankt. En thans is 't zoover gekomen, dat de ware +religie in 't leven als een onnutte dienstmaagd ter deure is +uitgewezen.</p> + +<p>Oogenschijnlijk is dit geen verlies. Sinds de mensch den hemel uit 't +oog verloor, begon hij zich immers meer aan de aarde te wijden. En met +welke resultaten? Met recht spreekt men van de wonderen der techniek. +Steden en dorpen breiden zich uit, en worden steeds fraaier. +Achterhoeken zijn er niet meer. Alles krijgt op de een of andere wijze +aansluiting aan 't wereldverkeer. Aan ieder wordt langzamerhand een +plaats ingeruimd aan den welgevulden disch der culturen.</p> + +<p>Vooral in een stad als Heidelberg valt voor den mensch der wereld +zooveel te genieten. Concerten, schouwspelen, lezingen van +ongeloofsapostelen, 't is elken avond wat anders, en soms van alles +tegelijk.</p> + +<p>Maar in dit schijnbaar schoone levensconcert klinkt één schrikkelijke +wanklank, en dit is de dood! Op de kermis der ijdelheid schrijdt één +boetprediker voort, dien niemand kan keeren: de dood! En ook hij +kondigt in statige, volle tonen zijn komst den menschen aan: in het +klokgelui der zware krankheid.... <span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a></p> + +<p>Ik keerde van mijn wandeling naar huis, en ging voor 't open venster +staan om naar de zilveren tonen der boeteklok te luisteren, en ik +dacht, hoe 't mij nu zou zijn, wanneer ik den Heiland niet kende als +mijn Eén en mijn Al. Nu ben ik in al mijn lijden overgelukkig. Hij +heeft reeds vroeger de boeteklok in mijn ziel doen klinken. Hij heeft +<ins class="corr" id="corr17" title="Bron: zijn">Zijn</ins> Middelaarsliefde aan mij geopenbaard, Hij heeft mij laten +zien, waarom ik moet lijden.</p> + +<p>Waarom ik moet lijden? O, laat ik 't u zeggen met de dichterlijke +woorden van <span xml:lang="de">Carolina Rhiem</span>, die ik afschrijf uit het traktaatje, +waarvan ik reeds een vorig maal melding maakte.</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„Wat hebt Gij mij te zeggen,<br /></span> + <span class="i0">Mijn Meester daar omhoog?”<br /></span> + <span class="i1">Zoo wil ik weder vragen<br /></span> + <span class="i1">Tot ik Uw heil versta.<br /></span> + <span class="i0">Waarom hebt Gij gestuit<br /></span> + <span class="i0">Opnieuw nu mijnen loop?<br /></span> + <span class="i0">O, zeg mij toch het antwoord,<br /></span> + <span class="i1">Ik wachte stil daarop.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Mijn kind, Ik moest u leiden<br /></span> + <span class="i0">Hierheen in deez' woestijn,<br /></span> + <span class="i1">Om met u te spreken<br /></span> + <span class="i1">Op deze stille plaats.<br /></span> + <span class="i0">In al 't verwarde drijven<br /></span> + <span class="i0">Der onrust om u heen,<br /></span> + <span class="i0">Daar kondet gij mijn stemme<br /></span> + <span class="i1">Niet hooren, neen o neen!<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i2">Gij waart in gevaren,<br /></span> + <span class="i1">Die gij niet hebt vermoed,<br /></span> + <span class="i0">En hoordet niet mijn roepen,<br /></span> + <span class="i0">Dat zacht u heeft gemaand.<br /></span> + <span class="pagenum" title="69"></span><a id="p_69"></a> + <span class="i0">Zoo moest Ik „halt” gebieden,<br /></span> + <span class="i1">En nu door deze smart<br /></span> + <span class="i1">Uit het gewoel u trekken<br /></span> + <span class="i1">Heel na aan mijn hart.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Nu zie Mij eens in d'oogen<br /></span> + <span class="i1">En ga niet weder weg.<br /></span> + <span class="i1">Geloof nu Mijne liefde<br /></span> + <span class="i0">En hoor naar Mijn Woord!<br /></span> + <span class="i1">Buig u nu geduldig<br /></span> + <span class="i1">Ook onder Mijne tucht,<br /></span> + <span class="i1">Opdat Ik u kan reiken<br /></span> + <span class="i1">Des Geestes zoete vrucht!<br /></span> +</div> +<div class="tbpoem">* <span class="tbhoog">*</span> *</div> +<div class="stanza"> + <span class="i1">Nu heb ik U verstaan,<br /></span> + <span class="i0">Mijn Meester en mijn Vriend,<br /></span> + <span class="i0">En wil verheugd U danken<br /></span> + <span class="i0">Dat Gij zoo trouw 't meendet.<br /></span> + <span class="i1">Nu wil ik in de stilte<br /></span> + <span class="i1">Bij U ter schole gaan<br /></span> + <span class="i1">En U in Uwe schoonheid,<br /></span> + <span class="i2">Mijn Koning, gadeslaan!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>O ja, mijn beproeving is een ware woestijn voor mij. Maar de woestijn, +de plaats der eenzaamheid en des doods, is ook de plaats, waar de +hemel zich helder boven ons hoofd welft, waar we met den Heere en met +onszelven alléén zijn, waar 't oog naar boven en naar binnen geslagen +wordt. De woestijn is de tempel, waar de tollenaar zijn bede opzendt +tot zijn God, waar de Heere Zich in al Zijn lieflijkheid aan de ziel +openbaart, waar Hij de hope in de ziele verlevendigt op 't hemelsche +Kanaän, waar niemand zegt: „ik ben krank!” O, heerlijke woestijn, waar +de Heere alzoo de wolk- en vuurkolom zijner bijzondere +tegenwoordigheid uitbreidt over de ziel. Ik ben <span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a>overgelukkig, en ook +uit mijn hart klinkt de lofzang tot dien Heere: „Gij hebt mij meer +vreugde in mijn hart gegeven dan ten tijde wanneer hunlieder koren en +most vermenigvuldigd zijn!”</p> + +<p>Met groote blijdschap gingen we dan ook Zondagmorgen naar 't bedehuis.</p> + +<p>Ditmaal gingen we weer naar de kapel van het Diaconessenhuis, waar de +bekende pastor <span xml:lang="de">Samuel Keller</span> uit Freiburg zou preeken. Hij is hier +gekomen om evangelische voordrachten te houden. Zondagsavonds zou hij +spreken over „<span xml:lang="de">die Heimkehr Gottes,</span>” Maandag over „den omgang met +mijzelven,” Dinsdag over „vrije liefde en werkelijk huwelijk,” +Woensdag over „moderne oplossingen van het sexueele vraagstuk,” +Donderdag „over den inzet der ziel,” en Vrijdagavond „over de toekomst +van het Christendom.” Daarbij houdt hij echter elken dag een +bijbellezing, en preekt Zondagmorgen in de kapel.</p> + +<p>Tot mijn leedwezen kan ik de avondvoordrachten niet bijwonen. Ik ga +nog steeds gestadig en krachtig vooruit. Natuurlijk verschilt de ééne +dag zeer van den anderen. Maar tot roem van des Heeren wonderbare +goedheid mag ik U mededeelen, dat ik mij steeds krachtiger ga +gevoelen. Toch mag ik mij nog niet wagen aan drukke +avondbijeenkomsten, waar drie à vier duizend menschen samenkomen.</p> + +<p>Daarom verheugde 't mij temeer, dat ik hem Zondagmorgen mocht hooren.</p> + +<p>Welk een verschijning! Een man, als uit een rots gehouwen, met grijzen +haardos, waarvan blijkbaar nog niet één haar is uitgevallen, een +blozend gelaat, een stem van metaal.</p> + +<p>Hij nam tot tekst Openb. 2: 2–5.</p> + +<p>Er bestaat een boetedag-gevaar, zoo begon hij. Het gevaar, dat we +vandaag de massieve, grove volkszonden <span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a>hekelen, onszelven als +farizeërs oprichten in onze banken, en van onze hoogte op dit gespuis +neerzien. In dat gevaar mogen wij ons niet begeven. Wij hebben +gezondigd, en moeten schuldenaren worden; daarom koos ik dezen tekst. +Wij moeten ons door den Heere laten berispen; maar mogen ons eerst +door Hem laten prijzen. „Ik weet uwe werken,” zegt de Heere. De wereld +neemt van onze Christelijke werken op allerlei gebied geen notitie. +Het is ons genoeg, dat de Heere zegt: „Ik weet!”</p> + +<p>Máár.... één groot ding heeft de Heere tegen ons, dat wij onze eerste +liefde hebben verlaten. De Heere gaf u een lentetijd; de lente ging; +maar de zomer kwam niet. In plaats van den berg van 't Christelijk +leven te bestijgen, hebt ge u neergezet op de mistbank uwer bekeering. +Waarom wilt gij ook van niets hooren dan van bekeering, en zegt dan +voldaan: „deze heb ik, en meer heb ik niet noodig!” Maar zóó zijt ge +verachterd in de genade!</p> + +<p>Op die wijze ging hij voort. Ik kan U niet alles uitschrijven, daar +mijn brief anders te lang wordt. 't Was een krachtig woord, dat de +harten en gewetens aangreep.</p> + +<p>Jammer, dat de Hollanders, die hier zijn, over 't gemeen 't Duitsch +niet machtig zijn, en de prediking niet kunnen volgen. Er zijn er hier +nu wel een vijftien. We vullen de halve wachtkamer.</p> + +<p>Ik ben ook nog niet zoover, dat ik voor hen kan preeken. Over een uur +worden mij twee scherpe kiezen getrokken, die mij in 't spreken zeer +belemmeren. Misschien dat 't dan beter wordt. Ik moet thans eindigen, +om mij weer onder behandeling te stellen. Blijft ons gedenken voor den +Troon der Genade bij Hem, die wonderlijk is van raad en groot van +daad. Weest tezamen den Heere bevolen van</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 3 December 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde Gemeente!</i></div> + +<p>„Roep Mij aan in den dag der benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en +gij zult Mij eeren!” „Ik ben 't, die met de verdrukking de uitkomst +geef!” In de dagen, die thans achter mij liggen, heeft de Heere deze +heerlijke waarheden wederom op zoo treffende wijze vervuld.</p> + +<p>Ik heb moeilijke dagen doorgemaakt. Vooral de dag, waarop ik u +verleden week mijn brief zond, was een gewichtige dag. Op één dag +moest ik toen om 10 uur worden ingespoten en om 11 uur worden belicht, +terwijl me om 1 uur twee scherpe tandwortels en één kies moesten +worden getrokken.</p> + +<p>Ik behoef u niet te zeggen, dat vooral de laatste operatie, in een +pijnlijken mond, dien men ternauwernood kan openen, en waarin de +dokter de tang nauwelijks bewegen kan, terwijl aan de kaak nog altijd +een rest van een kankerknobbel zit, een zeer pijnlijke kunstbewerking +is. Van verdooving kon geen sprake zijn. Ik zag er wel wat tegen op; +maar de noodzakelijkheid legde aan alle innerlijke tegenspraak het +zwijgen op.</p> + +<p>Voordat ik van huis ging, las ik den 38sten psalm. Helder stelde ik +mij de verootmoedigende waarheid voor den geest, dat alle ellende 't +vruchtgevolg der zonde is. Daarop wandelde ik alléén naar 't +<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Mijn vrouw, voor wie de afstand te ver is, gaat in den +regel met de tram. Onderweg stelde ik mij voor oogen, wat de Heiland +aan het kruis heeft geleden, zes uren achteréén, hangende aan een +drietal spijkers. Hij, Onschuldige voor de schuldigen. „Heere”, zeide +ik in mijzelven, „daar hebt Gij ook mijne krankheden op U genomen”. +Deze overdenking gaf mij rijken troost. Ik leerde mij schamen voor +mijn vrees voor pijn. Welgemoed ging ik 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> <span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a>binnen, +onderging 't één na 't ander, en kon in de tusschentijden mijn brief +aan u voltooien en verzenden.</p> + +<p>Ik zal u geen beschrijving geven van de laatste operatie. De ééne tang +na de andere werd als onbruikbaar terzijde gelegd. Eindelijk lukte de +bewerking. De minuten van pijn waren als een droom voorbij gevlogen; +en mijn ziel jubelde dankende den Heere tegemoet, Die mij zoo krachtig +had gesterkt.</p> + +<p>Prof. <span xml:lang="de">Werner</span>, de dokter van dienst, eveneens een sympathieke +persoonlijkheid, bijgestaan door een zeer medelijdende zuster, +voltooide 't werk. We waren allen even blij, toen de zaak was +afgeloopen. Ik kan deze menschen niet genoeg danken voor hetgeen ook +zij voor mij zijn.</p> + +<p>Ik had nu veel verlichting gekregen; maar aan het einde der week +volgden weer een paar moeilijke dagen. Ik kreeg gedurig bloeding in +den mond met eenige koorts. Ik leed veel pijn, en moest een paar dagen +het bed houden.</p> + +<p>Alzoo nederliggend, hield ik mij bezig met de overdenking van 't +lijden van onzen dierbaren Heiland en volgde ik Hem van Zijn Krib tot +Zijn Kruis. Ik stelde mij den heerlijken Kerstnacht voor oogen, waarin +'t Vleeschgeworden Woord nederlag in de kribbe; ik dacht aan den +heerlijken engelenzang, aan 't bezoek der herders en der wijzen; maar +ook wederom aan de vervolging door Herodes. Neen, 't kindeke Jezus +mocht niet spelen op een der straten van Israël; 't scherpe zwaard +dreigde reeds dadelijk 't onschuldige Kind; als een balling moest Hij, +nog zóó jong, in den vreemde zwerven. Op deze wijze ging ik de +omwandeling en 't lijden van den Heiland na. Dan weer stelde ik mij de +vreugden des hemels voor: wat het zijn zal, in de eeuwige rust te +zijn, <span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a>van alle zonde en ellende ontslagen te zijn! Maar deze rust zal +niet zijn als de rust van den slaap; neen, zij zal wezen en geheel +vervuld zijn met den Heiligen Geest, in de heerlijke extase der +heerlijke vreugde. O, met welke vreugde zullen de zaligen wandelen op +de gouden straten van het hemelsche Jeruzalem, onder de wuivende +palmen van 't heerlijk paradijs, elkander herkennende, elkander +leerende kennen, om samen den Heere groot te maken in den volmaakten +lofzang, die als een stemme veler wateren door de wijde hemelen +ruischt! Met welk een blijdschap zullen zij den verheerlijkten Heiland +zelven zien, die voor ons aan 't Kruis heeft gehangen, en die daar nu +de Zijnen rondom Zich verzamelt! Hoe zal Hij ons dan aanzien? Niet met +een blik, zooals Hij Petrus aanzag in de Kájafaszaal; maar met een +oog, waaruit de verzadiging Zijner vreugde spreekt daarover, dat nu +vervuld is, wat Hij bad: „Vader! Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij +Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijne heerlijkheid mogen +zien, die Ik bij U had vóór de grondlegging der wereld.” Ja, welk een +verzadiging van vreugde zal het voor ons wezen, in 't Vaderhuis te +zijn; bij God, den Vader, voor eeuwig thuis te zijn; nu alle dingen te +weten, zonder dat die kennis ons eenige studie kost, en aan dit +volmaakte kennen de stof te ontleenen tot Gods eeuwigen lof en prijs!</p> + +<p>Het was mij goed, alzoo verdrukt te zijn, en in mijn druk zoo tot den +Heere te worden uitgedreven.</p> + +<p>En.... Hij gaf met de verdrukking zulk een verrassende uitkomst. +Maandagmorgen voelde ik mij geheel hersteld. De voorbijgaande +ongesteldheid had uitgewoed. En nu voelde ik eerst recht, hoeveel ik +gedurende deze kuur weer was vooruitgegaan.</p> + +<p>'s Middags maakte ik een bezoek bij Prof. <span xml:lang="de">Werner</span>, om met hem over mijn +toestand te spreken. Hij was nu <span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a>nog meer voldaan dan aan 't einde der +eerste kuur. Niet alleen uitwendig, maar ook inwendig was 't +kankergezwel zelfs gedurende de kuur snel afgenomen. Met de tong, +zeide hij, zou 't iets langzamer gaan, hoewel ook deze aanmerkelijk +beter is geworden. In Januari moet ik, zoo de Heere wil, voor een +derde kuur terugkomen; en wanneer ik daarin even voorspoedig ben als +in de beide eerste, bestaat er welgegronde hope, dat ik Februari of +Maart mijn werk weer mag opvatten.</p> + +<p>Mocht dit eens waarheid worden!</p> + +<p>Zal ik dan tevergeefs geleden hebben dat zware lijden, dat gevoerd +worden langs dood en graf, wat ik nu heb doorgemaakt?</p> + +<p>In 't Badensch kerkelijk gezangboek is een heerlijk vers:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Die Wege sind oft kromm, und doch gerad,<br /></span> + <span class="i0">Darauf Du, Herr, die Deinen lässet gehen,<br /></span> + <span class="i0">Da plegt oft wunder seltsam aus zu sehen,<br /></span> + <span class="i0">Doch triumphiert zuletzt Dein guter Rat!<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">D. i.</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">De wegen zijn vaak <em class="g">krom</em>, en toch <em class="g">recht</em>,<br /></span> + <span class="i0">Waarop Gij, Heer, Uw kinderen voert,<br /></span> + <span class="i0">Daar pleegt 't er vaak wonder zeldzaam uit te zien.<br /></span> + <span class="i0">Toch triumfeert <em class="g">ten laatste</em> Uw goede raad!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Ja, krom schijnen vaak de wegen, waarop de Heere Zijne kinderen leidt +tot het voorgestelde doel!</p> + +<p>Israël wordt uit Egypte geleid; maar in plaats van dadelijk +wonderdadig Kanaän te worden binnengeleid, wordt 't gansche volk in de +engten van Pi-Hachirôth oogenschijnlijk dadelijk ten doode gewijd!</p> + +<p>Aan Jozef wordt verhooging beloofd, en hij wordt in de diepste +vernedering weggestooten!</p> + +<p>David wordt tot koning gezalfd, en de gezalfde des Heeren moet als +balling buiten zijn vaderland zwerven, bij de Filistijnen zelfs een +schuilplaats zoeken!</p> + +<p><span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a></p> + +<p>Kromme wegen!</p> + +<p>Toch zijn ze recht als een kaars!</p> + +<p>Aan de Roode Zee wijken op Gods bevel de wateren des doods voor de +koningskinderen. Als een rij soldaten staan de wateren aan weerskanten +van 't doortrekkend volk. Het is, alsof ze hun zwaarden tegen hun +schouder drukken, om den kinderen Israëls militaire eer te bewijzen. +Op de Egyptenaren stormen ze in met de scherpte hunner wapenen. En +Mozes en Israël zingen 't lied, dat de paaschpsalm der eeuwen, 't lied +der eeuwigheid werd!</p> + +<p>Was Jozef een minder voortreffelijk onderkoning, omdat hij in 't +kerkerhol had gezucht, of was hij de rechte man op de rechte plaats om +den nood van heel een volk te lenigen?</p> + +<p>Heeft 't David kwaad gedaan, dat hij een balling was, voordat hij +koning werd. Neen, in de ballingschap is de lier gestemd, waarbij de +koning voor zijn volk zong; meer nog, is zijn hart gevormd, om een +rechte koning te zijn over het arme volk van God.</p> + +<p>Zal 't mij hinderen in mijn arbeid onder de verwaarloosde jeugd, onder +zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen, wanneer ik straks +als uit de dooden opgestaan in hun midden mag staan om de groote +werken Gods te vertellen?</p> + +<p>O, mocht 't eens waarheid worden, dat ik in Februari of Maart mijn +werk weer mocht opvatten!</p> + +<p>Bidt, Geliefden, de Heere is de Hoorder der gebeden! Hem is niets te +wonderlijk! O, verhoore Hij uwe en onze smeekingen, en verblijde Hij +ons door Zijn groote daden!</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 9 December 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Wanneer gij dezen ontvangt, hoop ik met mijne vrouw weder in het +vaderland te zijn. Woensdag 10 December vertrekken we D.V. 2,19 van +hier, en hopen dan 's avonds 10,16 in Amersfoort aan te komen. +Donderdag zal wegens de vermoeienis van den vorigen dag 't hoofd wel +niet tot schrijven staan. Daarom zend ik dezen brief thans maar wat +vroeger af.</p> + +<p>Het voornaamste wat in de afgeloopen dagen met mij heeft plaats gehad, +is de vroeger reeds aangekondigde opsluiting van 5 tot 7 December en +de bestraling met mesothorium radium.</p> + +<p>Behalve operatie worden hier voor de kankerbestrijding in hoofdzaak +drie middelen aangewend: 1e. de inspuiting met enzytol, 2e. de +Röntgen-bestraling, en 3e. de radium-bestraling.</p> + +<p>Deze volledigheid teekent de voortreffelijkheid der hier gevolgde +methode. Ook in andere steden, als Weenen, Dresden en Parijs wordt de +kanker stelselmatig bestreden; maar nergens heeft men het complete +stel van middelen, dat men hier gebruikt. Schier nergens heeft men de +inspuiting met enzytol, waaraan hier juist zulke groote waarde wordt +gehecht. Op de meeste plaatsen heeft men òf Röntgen-bestraling, òf +radium-bestraling; doch schier nergens, gelijk hier, beide tegelijk.</p> + +<p>De voortreffelijkheid der hier gevolgde methode van kanker-behandeling +blijkt dan ook wel 't best uit de verrassende uitkomsten. Een +Hollandsch dokter, die op onderzoek uit is, deelde mij mede, dat hij +nergens de resultaten heeft gezien, die hij hier aanschouwde. We +stonden samen bij een man uit Crefeld, die in zijn geboorteplaats voor +de tweede maal aan maagkanker was geopereerd. <span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a>Bij de tweede operatie +was de opening echter dadelijk dichtgemaakt; men zag de onmogelijkheid +van een tweede operatie in. Deze man kwam hier. Hij vertelde ons, dat +de knechten, die hem in 't bad hielpen, tegen elkander zeiden: „Deze +kan nog naar Crefeld terug, maar verder niet, anders bezwijkt hij +zeker.” Hij maakte nu zijn derde kuur door, had 13 pond aan gewicht +gewonnen, maakte zeer groote wandelingen, en zou spoedig verlof +krijgen, om te gebruiken, wat hij wilde. De dokter, die naast mij +stond, fluisterde mij in 't oor: „in beginsel is hij reeds genezen!”</p> + +<p>Zóó zijn hier tal van voorbeelden.</p> + +<p>Vooral de radium-bestraling is echter zeer kostbaar. Het radium is de +schoone uitvinding van Madame Curie, een Poolsche van geboorte, met +een Fransch professor gehuwd, zelve gedoctoreerd in de chemie, als ik +mij niet bedrieg, de éénige vrouw, die ooit op wetenschappelijk gebied +een ontdekking deed. Deze vinding plaatste deze <span xml:lang="fr">princesse de science</span> +evenwel dadelijk in de voorste rijen der grootste geleerden. Zelden is +nuttiger uitvinding gedaan dan deze. Het radium wordt tegenwoordig +gebruikt voor de genezing van allerlei treurige ziekten, waartegen men +vroeger machteloos stond.</p> + +<p>Maar gelijk ik reeds zeide, 't radium is zeer kostbaar. Vele +centenaars grondstof zijn noodig om er een milligram radium uit te +bereiden. De grondstof is ook niet in groote hoeveelheden voorhanden. +Alzoo gaat de bereiding slechts zeer langzaam voort, en komt op hooge +kosten te staan.</p> + +<p>Vandaar dan ook de opsluiting van de patiënten, die met radium worden +bestraald. Ze krijgen voor een groote waarde aan hun lichaam. Ik had +bijv. voor een waarde van 63000 Mark of 37800 Gulden aan mijn hals. +Stel eens, dat zulke patiënten vrij konden rondloopen! Hoe <span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a>licht zou +iemand in de verzoeking komen, om er mee weg te gaan, of 't weg te +stoppen, en te veinzen 't verloren te hebben, om 't later voor een +zeer groote waarde aan dezen of genen dokter of kwakzalver te +verkoopen!</p> + +<p>Vrijdagavond zes uur werd de deur van buiten achter mij gegrendeld. +Toen kreeg ik eenig idee van 't vreeselijke der cellulaire gevangenis, +en ik kan mij begrijpen, dat tegenwoordig velen opstaan, die een +andere wijze van straffen voorstaan. Terstond dacht ik ook aan <span xml:lang="en">Bunyan</span> +en <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: Rethurford" xml:lang="en">Rutherford</ins>, en stelde mij voor, wat dezen om hun geloof hebben +geleden.</p> + +<p>En toch, hoe goed hebben deze beide mannen 't in de gevangenis gehad, +wat was de Heere hun daar nabij! De kerker was hun als een paradijs! +<span xml:lang="en">Bunyan</span> schreef hier zijn Christenreize, en <ins class="corr" id="corr19" title="Bron: Rethurford">Rutherford</ins> zijn heerlijke +brieven.</p> + +<p>Ook mij wilde de Heere wederom sterken. Acht-en-veertig uren moest ik +alzoo gevangen zitten; maar de tijd is omgevlogen. Ik troostte mij +vooral met den 9en en 10en Zondag van den Heidelberger Catechismus. Ik +hief mijn hart op tot Hem, Die vóór alle dingen is, en door Wien alle +dingen zijn. Ik bewonderde Zijn wijsheid, die zulke verborgene +krachten in de schepping legde, en dan den naar Gods beeld geschapen, +denkenden, menschelijken geest 't vermogen gaf, de meest verborgen +geneesmiddelen op te sporen. Ik loofde Zijn goedheid, dat ik 't +onwaardeerbaar voorrecht mocht genieten, thans van dit kostbare middel +gebruik te maken. Niet minder dankte ik Zijne liefde, dat Hij mij +alles, wat Hij mij in den laatsten tijd deed ondervinden, ten goede +deed medewerken. Alles bracht mij nader tot Zijnen Eeuwigen Zoon. +Jezus werd mij steeds dierbaarder. O Hij, Hij alléén, is mijn Alles, +mijn wijsheid, mijn rechtvaardigheid, mijn heiligmaking, mijn +verlossing, mijn vreugde, mijn liefde, mijn hope, mijn troost. Ik ken +en aanbid dan ook de bedoeling, <span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a>die de Heere met mijne zware +beproeving heeft. Hij zendt ze mij uit liefde, met vaderlijke hand +toe, om mij hoe <ins class="corr" id="corr20" title="Bron: langs">langer</ins> zoo meer te louteren. Deze kennis geeft mij +geduld in dezen tegenspoed, geeft mij dankbaarheid, wanneer ik eenigen +vooruitgang bemerk en geeft mij ook genade om mij met een volkomen +vertrouwen voor de toekomst aan den Heere over te geven, wetende, dat +niets mij zal scheiden van Zijne liefde in Christus.</p> + +<p>In dit vertrouwen ga ik dus zonder vreeze de onbekende toekomst in.</p> + +<p>De hoofdkuur is nu afgeloopen.</p> + +<p>Wat is 't resultaat?</p> + +<p>Dit zal nader moeten blijken.</p> + +<p>Blijf ik, zooals ik nu ben, dan zou ik, zij 't met groot lichamelijk +gebrek, mijn arbeid weer kunnen doen. Bij de eerste kuur kwam er een +omwenteling ten goede in mijn gestel. Deze is bij de tweede bevestigd.</p> + +<p>Maar er is meer noodig.</p> + +<p>Zoolang de kanker nog niet is uitgeroeid, blijft steeds een +catastrophe te vreezen.</p> + +<p>Ik zal dan moeten afwachten, wat de Heere nu verder werkt. Is de +nawerking der hoofdkuur goed, dan hoop ik met goeden moed een derde +kuur te ondernemen, in de stille hope, dat de Heere dan een volkomene +genezing geeft.</p> + +<p>Zooals Hij doet, zoo is 't echter wèlgedaan.</p> + +<p>Neemt Hij mij weg, dan hoop ik den God mijn levens, den God van zoo +rijke en vrije genade, in mijn sterven te mogen verheerlijken, en zal +ik stervend Zijnen goeden Naam nog danken, dat Hij mij door mijn +bezoek aan Heidelberg de gelegenheid heeft geschonken, getuigenis af +te leggen van de genade, die Hij mij wilde bewijzen. De Heere vergist +Zich nimmer; ook in mijn sterven zal Hij dan Zijn naam grootmaken. <span class="pagenum" title="81"></span><a id="p_81"></a></p> + +<p>De eerste leerlingen van de Geneefsche Universiteit werden door +Calvijn naar Frankrijk gezonden. Calvijn had zich heel wat voorgesteld +van den arbeid dezer beide evangeliepredikers in zijn geliefd +geboorteland. Nauwelijks zijn zij echter over de grenzen, of zij +worden gevangengenomen en verbrand.</p> + +<p>Welk een slag voor Calvijn! Slechts voor een korten tijd! Spoedig +leerde Calvijn inzien, dat deze beide jonge mannen in hun +martelaarsdood krachtiger prediking hadden gedaan, dan zij heel hun +leven hadden kunnen houden.</p> + +<p>In Amerika sterft een jeugdig proponent, en wordt begraven op den dag, +dat hij zijn intrede zoude doen. Wijlen Ds. Beuker zou bij de +begrafenis de lijkrede houden. Hij begon te zeggen: „Deze jonge man +dacht 't evangelie te prediken in de lijdende en strijdende kerk! God +heeft wat beters over hem voorzien, hij mag nu aan de heilige engelen +Gods verkondigen de veelvuldige wijsheid Gods, in de verlossing der +gemeente openbaar”.</p> + +<p>God rechtvaardigt altijd zijn doen.</p> + +<p>Nu zien we dat nog niet ten volle.</p> + +<p>Hoeveel duisters er echter ook zij in 't Godsbestuur, hiervan ben ik +zeker, dat 't einde aller dingen de allerheerlijkste Theodicee of +rechtvaardiging Gods zal zijn.</p> + +<p>Hoe de Heere dus ook doe, wat Hij doet, is altijd wijs, heilig en +goed.</p> + +<p>Behaagt 't Hem, mij nog jaren tot mijne levensjaren toe te voegen, dan +heb ik de begeerte, dat Hij mij slechts een hemelsch leven geve, opdat +ik reeds op aarde den hemel meer en meer mag beginnen.</p> + +<p>Geliefden, laten wij die genade veel van onzen God bidden! O, wat zal +'t ons dan goed zijn, wat zal God in al ons doen verheerlijkt worden, +en wat zal ook de wereld dan werkelijk worden jaloersch gemaakt!</p> + +<p><span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a></p> + +<p>Eenigen tijd geleden verscheen een werk, dat veel opzien baarde, en +dat den titel voerde: „<span xml:lang="de">Briefe, die Ihn nicht erreichten!</span>” „Brieven, +die hen niet bereikten.”</p> + +<p>En wie waren die brieven?</p> + +<p>Dit waren de Christenen. Zij zijn de brieven, die de Heere aan de +wereld schrijft, opdat zij uit den wandel der Christenen zullen leeren +hun leven te verbeteren.</p> + +<p>Maar helaas, vele van deze brieven bereiken de menschen der wereld +niet.</p> + +<p>De wereld kan aan vele Christenen niet zien, dat zij werkelijk +Christenen zijn.</p> + +<p>Zulke brieven komen niet aan hun adres, en blijven als onbestelbaar +liggen.</p> + +<p>Neen geliefden, zoo mag 't niet zijn!</p> + +<p>Laat ons dus om genade bidden, dat wij een waarlijk <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: hemelscht">hemelsch</ins> leven +mogen beginnen! Zegene Hij daartoe voor ons tezamen ook het schrijven +dezer brieven!</p> + +<p>Dit is de hartelijke bede van</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 18 December 1913.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Zoo gingen wij dan Woensdag 10 December des namiddags te 2.19 uit +Heidelberg naar het vaderland terug. Wij hadden dezen trein gekozen, +omdat we dan nergens behoefden over te stappen; in <ins class="corr" id="corr22" title="Bron: Heidlberg">Heidelberg</ins> stapten +we in, in Amersfoort uit den trein.</p> + +<p>Spoedig waren <ins class="corr" id="corr23" title="Bron: de">we</ins> in Mainz, en hadden we wederom den oever van den Rijn +bereikt. Dit was nu de vierde maal, dat ik op mijn reizen naar en van +Heidelberg langs „den grootvorst van Europa's stroomen” spoorde.</p> + +<p><span class="pagenum" title="83"></span><a id="p_83"></a></p> + +<p>Het was nu een kille, vochtige December dag; de herfstbetoovering was +geheel geweken; en toch was de Rijn nog schoon! Helder blonk zijn +water in de schemering. Wat verschilt 't rivierwater toch van 't +zeenat! De zee kan zoo loodkleurig getint zijn; door de bries in +beweging gebracht, en wit gekuifd lijken hare wateren zoo recht +„wateren des doods”. Heel anders 't rivierwater, inzonderheid 't +Rijnwater, dat schier altijd als levend water schittert. Aan +weerskanten sprongen de bergen als zwarte, natte reuzen in de +invallende duisternis op. Op geregelde afstanden vertoonde zich een +Rijndorp of stad, tooverachtig flonkerend in 't electrische licht.</p> + +<p>Mijn vrouw bleef in haar coupé. Ik ging naar den spijswagen; ik was er +de eenige gast; en ging rustig in een hoekje zitten mijmeren.</p> + +<p>Ik dacht aan de dagen mijner jeugd. De Rijn is de eerste rivier, dien +ik leerde kennen. Levendig herinner ik mij, hoe ik als kind met mijn +moeder menigmalen van Elst naar Arnhem reed. Vóór de brug spanden we +uit; en hoe verheugd liep ik dan aan de hand mijner moeder over de +schipbrug bij Arnhem! Hoe gelukkig is de jeugdige mensch, wanneer hij +nog aan de hand zijner moeder door 't leven huppelt! En wat heb ik +recht veel van de liefde mijner moeder, wier eenige zoon ik was, mogen +genieten! In latere donkere dagen, toen mijn verdwaasde hart omdoolde +in de afgronden van 't atheïsme, is de gedachte van de liefde mijner +moeder één der eerste lichtstralen geweest, waarbij ik uit die +<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: duiternis">duisternis</ins> geraakte. „Neen,” zoo dacht ik, „die moederliefde is geen +gevolg van de verbinding van atomen en moleculen; waar zulke +moederliefde is daar moet de Eeuwige Geest zijn, die Eeuwige Liefde +is; deze is noodig om iets dergelijks als de moederliefde uit te +denken en te scheppen!” Volkomen versta ik dan ook, wat Napoleon +antwoordde op de vraag, <span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a>wat noodig is voor de verhooging van een volk. +„Geef ons moeders!” zeide de scherpziende staats- en krijgsman, die +eenmaal helaas zoo menig moederhart in rouw heeft gedompeld.</p> + +<p>Van mijn eigen verleden bracht de Rijn mijn voortwiegelenden +gedachtengang op 't prilst verleden van ons volk.</p> + +<p>Op platboomde vaartuigen voeren eenmaal de Nederduitsche stammen langs +den Rijn naar de lage, Nederlandsche gewesten. En zij hadden een goed +deel gekozen. Vooral in dat tijdperk der historie, had 't vlakke land +meer waarde dan 't gebergte; 't loonde steeds den noesten vlijt van +den land- en veeman. Bovendien bouwden onze vaderen de zee. Zij werden +de vrachtvaarders van Europa. Een eeuw lang stond ons kleine volk aan +de spits der Europeesche cultuur, en was alle andere volken meer dan +een eeuw vooruit. Thans is 't anders geworden. Toch kan ook ons volk +weer groot worden. Het kan weer groot worden in alles, waarin een +klein volk groot kan zijn, wanneer 't moeders heeft, die waarlijk +moeder zijn; moeders, als onze koningin-moeder, aan wie ons volk +zooveel is verschuldigd. Het kan weer groot worden, bovenal, wanneer +'t weer terugkeert tot den God der vaderen. Want dat volk staat +waarlijk hoog, hetwelk dicht staat bij God. Laat dit door alle +dienaren des Woords, door alle politieke en sociale reformatoren toch +diep bij ons volk worden ingeprent! Laten ze den tijd uitkoopen, +dewijl de dagen boos zijn! Vooral van dezen arbeid geldt, wat 't +latijnsche spreekwoord zegt: „<span xml:lang="la">Vita brevis, ars longa</span>”, het leven is +kort, de kunst is lang. Zoo spoedig, zoo onverwacht kunnen we aan 't +einde van onze loopbaan zijn, en er is zooveel, zoo langdurige arbeid +noodig, om goede gedachten bij het volk ingang te doen vinden. Zoo +snel kan daartegenover een groot volk zinken.</p> + +<p><span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a></p> + +<p>Dit heb ik thans om mij heen gezien onder 't Duitsche volk. Het is +een groot volk, dit volk van „denkers en dichters”. En onwillekeurig +deed de Rijn mij ook een lange wijle peinzen over dit cultuurvolk +onzer eeuw.</p> + +<p>De Rijn en 't Duitsche volk zijn één.</p> + +<p>De Rijn is bovenal een Duitsche rivier.</p> + +<p>Als grootvorst van Europa's stroomen vertoont hij zich vooral in 't +Duitsche rijk.</p> + +<p>En elke Duitscher dweept dan ook met den Rijn.</p> + +<p>In 't voorjaar ziet de Noordelijke Duitscher al met verlangen heen +naar de oevers van den Rijn. De Rijn is zijn waranda, waar hij zijn +„<span xml:lang="de">Sommerfrische</span>” wil genieten, en nieuwe krachten verzamelen voor den +arbeid van heel een jaar.</p> + +<p>Van Mainz tot Bonn staan boven op de bergen de ruïnen der oude +trotsche kasteelen van de vroegere roofridders, die tollen hieven van +de schippers van den Rijn. Ieder dezer ruïnen vertegenwoordigt een +legende. Op honderdvoudige manier zijn deze legenden en sagen in de +Duitsche letterkunde verwerkt. De Rijn is 't bezielend middelpunt der +Duitsche literatuur.</p> + +<p>De Rijn maakt de scheiding tusschen de Germaansche en Romaansche +volken. Steeds hebben de Romaansche Franken en Gallen getracht de +oevers van den Rijn te bemachtigen. Een korten tijd is dit den +Franschen gelukt, onder Lodewijk XIV. De Duitsche vorsten waren na den +reformatietijd onderling zeer verdeeld. De Roomsche Duitsche vorstjes +zochten hulp bij Lodewijk XIV. Deze maakte daarvan gebruik om +Elzas-Lotharingen te annexeeren. Maar steeds heeft de Duitsche geest +er op gevlast, deze gewesten terug te krijgen, en daarmede de oevers +van den Rijn in zijn bezit te houden. In 1870 is deze wensch vervuld. +„<span xml:lang="de">Die Wacht am Rhein</span>” was 't volkslied, dat de Duitsche soldaten +bezielde. Dit lied is <span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a>sindsdien het volkslied bij uitnemendheid van +de Duitsche natie gebleven. Ook nu nog gaat de geheime strijd tusschen +de beide erfvijanden, Duitschland en Frankrijk, over de oevers van den +Rijn. De Rijn is de polsaderstroom der tegenwoordige Duitsche +geschiedenis. En nog staat de Duitsche wacht aan den Rijn sterk. Nog +is 't Duitsche volk innerlijk sterker dan 't zichzelf verterend +Fransche volk. Maar laten de Duitschers voorzichtig zijn! Laten ze +geen Farizeesche blikken over den Rijn werpen, en op 't Fransche volk +uit de hoogte nederzien! Want helaas, ook in 't Duitsche volk woekeren +de symptonen der verwording, ongeloof, godverzaking en wellust, +krachtig voort.</p> + +<p>Ten slotte richtten zich mijne gedachten op de uitmonding van den Rijn +in de wateren der Noordzee. Vermoeid sleept de reus zich voort +tusschen de duinen van Katwijk. Door sluizen moet hij geholpen worden +om zijn einde te vinden in de wateren der zee. Ook op den Rijn is van +toepassing: „<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>” Zoo vergaat de heerlijkheid +dezer wereld!</p> + +<p>Maar vlak vóór zijn uitmonding is de Rijn toch nog schoon. In 't +bijzonder dacht ik aan den vredehof „Rijnzicht”, die even buiten +Leiden wordt gevonden. Ik dacht aan de velen, die ik mede derwaarts +heb uitgedragen naar de rustplaats der dooden. Ik dacht aan de velen, +die mij lief en dierbaar blijven, en die daar eenmaal zullen rusten. +En de wensch kwam in mij op, hetzij vroeg of laat, daar ook eenmaal +mijn graf te mogen vinden.</p> + +<p>Inmiddels was de trein als voortgevlogen, en bemerkte ik, dat +metterdaad de afstanden verdwijnen. Ik zocht mijn coupé weer op, en +vond er mijn vrouw in druk gesprek. Binnen enkele uren waren we in +Amersfoort, en werden we door onze kinderen en de familie Teerink +afgehaald.</p> + +<p><span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a></p> + +<p>Welk een vreugde van 't wederzien!</p> + +<p>En nu? Wat zal 't nu verder zijn?</p> + +<p>Voordat ik Heidelberg verliet, vroeg ik Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> naar 't resultaat +van de tweede kuur. Hij antwoordde mij: „<span xml:lang="de">Wir haben einen guten +Erfolg!</span>” Wij hebben een goed resultaat! In Amersfoort liet ik mij +dadelijk onderzoeken door mijn huisdokter, dokter Groneman. Deze +constateerde een tendenz tot genezing. Beiden verklaarden echter, dat +de genezing van de tong zeer langzaam zou gaan.</p> + +<p>Welnu, alles is in des Heeren Hand. Ik wacht, en volg.</p> + +<p>Hoezeer verheug ik mij, dat mijn wachttijd nu valt in den tijd van 't +heerlijk Kerstfeest. O, als ik dien naam maar noem, begint mijn hart +al te branden. Het Kerstfeest is het feest van het wonder der +wonderen. Het eeuwige Woord, de Openbaring des Vaders, het Afschijnsel +Zijner heerlijkheid, het uitgedrukte Beeld Zijner Zelfstandigheid, +vleesch, eindig, tijdelijk, broos menschelijk vleesch geworden! Welk +verstand zal dit wonder ooit vatten? Wat wonder, dat dit geheel eenig +feit het levenwekkend middelpunt, niet alleen van onze Christelijke +religie, maar ook van kunst en literatuur is geworden! Wat wonder, dat +dit feit de grensstroom werd tusschen twee soorten van menschen: 1e. +die uit dit wonder leven, en 2e. die dit wonder verwerpen!</p> + +<p>En waarom en voor wie werd het Woord vleesch! Neen, al ware de aarde +papier, de zee inkt, de grashalmen <ins class="corr" id="corr25" title="Bron: pennnen">pennen</ins>, en alle engelen vaardige +schrijvers, zoo zouden zij 't wonder der eeuwige liefde in de +vleeschwording des Woords geschonken, niet kunnen beschrijven!</p> + +<p>En dan, hoe zalig, hoe heerlijk, in dit wonder der liefde te mogen +deelen!</p> + +<p>O, wat is de moederliefde bij deze liefde van Jezus?</p> + +<p>Zij is <i>een beeld</i> van Zijn liefde.</p> + +<p><span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a></p> + +<p>De moederliefde heeft iets <i>souvereins</i>.</p> + +<p>De moeder heeft haar kind lief, vóór 't is geboren. Zij omhelst 't +straks, hoe 't er ook uit zie. Zij heeft 't te meer lief, wanneer 't +zich als een gebrekkig kind openbaart.</p> + +<p>Ziehier een zwak beeld van Jezus' liefde! Zijne liefde is in waarheid +<i>souverein</i>. Hij wist, hoe mismaakt en doemschuldig wij waren. +Nochtans heeft Hij ons zóó liefgehad, dat Hij vleesch werd om onze +zonde en schuld te dragen en te boeten.</p> + +<p>De moederlijke liefde is een <i>trouwe</i> en <i>onveranderlijke liefde</i>. Zij +houdt niet op, ook al is 't kind niet zoo, als 't behoort te wezen. +Wederom een zwak beeld van Jezus' liefde! Hij keert niet op Zijn +schreden terug, wanneer duidelijk uitkomt, wie de mensch is. Jezus' +<i>liefde is onveranderlijk en getrouw tot in den dood</i>.</p> + +<p>De moeder <i>offert zich gaarne</i> voor haar kind. Zij springt 't na in +den vloed. Zij grijpt 't weg voor den klauw van 't wilde dier. +Wederom, welk een zwak beeld nog slechts van Jezus' opofferende +liefde, die vleesch werd met 't bepaalde doel om Zich voor onze zonde +te offeren aan 't Kruis!</p> + +<p>En deze Jezus is gisteren en heden Dezelfde. Zijne hand, Zijne trouwe +liefdehand grijp ik vast. Meer dan een moeder troosten kan, zal Hij +mij troosten. Meer dan een moeder zorgen kan, zal Hij voor mij zorgen. +O, 't is mij goed, nabij den Heere te zijn, ik zet mijn betrouwen op +den Heere Heere, om al Zijn werken te vertellen. Hij zal mij nooit +beschamen, maar hoe 't ga, mij door Zijne liefde verblijden. Heere, +maak Gij 't dan maar wel, opdat mijn vrouw en ik met Uw volk nog in +dit leven U mogen prijzen.</p> + +<p>Weest allen hartelijk gegroet van</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 8 Januari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>In 't menschelijke leven komen oogenblikken voor, die men <i>momenten</i> +noemt. Zulk een gewichtig moment is 't thans voor mij, terwijl ik de +pen opneem om U mijn eersten brief in 't nieuwe jaar te schrijven.</p> + +<p>Vóór ruim drie maanden dachten velen, en spraken 't ook uit, dat ik +het einde des jaars wel niet zou halen; ik zou dus om dezen tijd reeds +in 't zwijgend graf gelegen hebben.</p> + +<p>En zie, ik ben er nog. Ik ben nog in 't midden van mijn klein maar +bemind gezin, dat voor mij als een paradijs van liefde op aarde is. Er +is nog goede hope, dat ik met mijn gezin eerlang op Achteveld zal +komen, om daar den grooten arbeid der liefde te beginnen. Ik ben nog +in 't midden mijner geestelijke familie, waarvan ik met Groenewegen +zing:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„Zoete banden, die mij binden.<br /></span> + <span class="i0">Aan des Heeren lieve volk,”<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="noi">en die mij vooral bij de wisseling des jaars wederom zulke +ondubbelzinnige blijken schonken, dat zij met dezelfde gevoelens +jegens mij zijn vervuld.</p> + +<p>Broeders en Zusters, hartelijk, recht hartelijk dank voor uw +verkwikkende troostbrieven, ze waren mij als lichtstralen van den +hemel op mijn donker en moeilijk pad. Roepen de tegenstellingen in 't +leven 't gevoel wakker, o, ik kan beurtelings wel zingen en weenen, +terwijl ik dit alles doorleef. Met diep geroerd hart bid ik u dan ook +wederkeerig toe, dat de Geest des Vaders en des Zoons, als het zegel +der Goddelijke genade, in u aller harte wone. Daarmede hebben we +alles! Daarmede roemen we zelfs in de verdrukking, wetende, dat de +verdrukking lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, <span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a>en de +bevinding hope, en de hope beschaamt niet, omdat de liefde Gods in +onze harten is uitgestort door Zijnen Heiligen Geest, die ons gegeven +is!</p> + +<p>O, hoe lieflijk behaagt 't den Heere, ook mij deze roemtaal op de +lippen te leggen! Donker en moeilijk is mijn weg; maar de Heere zet +gedurig de geheime kamer Zijner lieflijke gunst open voor mijne ziel, +en dan geniet ik, o zoo heerlijk, van de toepassende liefde in God den +Heiligen Geest, van de stervende liefde van God den Zoon, van de +verkiezende liefde van God den Vader. Nu eens komt de Heere mij met +dit, dan weer met dàt troostwoord verkwikken.</p> + +<p>In de laatste weken heeft Hij mij bijzonder gesterkt met de woorden +van Psalm 62: „God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal +gehoord: dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is +Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk”.</p> + +<p>Welk een zoeten honing heeft mijn ziel reeds gedurig uit deze woorden +gepuurd, welk een versterkende melk daaruit gedronken!</p> + +<p>Jubel op, mijne ziele! De sterkte is Godes! Kracht in slechte handen +is een vloek, in goede handen een zegen. Welk een zegen Gods +almachtige Kracht in Gods goede Hand heeft gewrocht, mochten we +inzonderheid weer op 't gepasseerde Kerstfeest herdenken. Het scheen +onmogelijk, dat de belofte van den Zaligmaker der wereld zou worden +vervuld. Davids huis was een afgehouwen tronk, en de gansche wereld +scheen eer rijp voor 't gericht dan voor de verlossing. Maar de Heere +doet een afgesnedene zaak op aarde. Jubel hoog op, mijn ziel! De +sterkte is Godes! Hij heeft ter <ins class="corr" id="corr26" title="Bron: bestember">bestemder</ins> tijd en plaats den +Zaligmaker der wereld geschonken.</p> + +<p>Het scheen onmogelijk, dat de wereld zulk een Zaligmaker zou aannemen. +Voor Hem was nergens plaats. <span class="pagenum" title="91"></span><a id="p_91"></a>Noch in de hutten der armen, noch in de +paleizen der rijken, noch in de synagogen, noch in den tempel, noch in +de scholen der wetenschap, noch in de raadzalen des volks. Noch ook in +'t hart der zondaars. Maar wat onmogelijk scheen, heeft God gewrocht. +Jezus' Naam ruischt heel de wereld door.</p> + +<p>„God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal, d.i., ik heb dit +goed en terdege gehoord: <ins class="corr" id="corr27" title="Bron: „dat">dat</ins> de sterkte Godes is”.</p> + +<p>En niet alleen de sterkte is des Heeren. Buig u aanbiddend neder, o +mijne ziel, des Heeren sterkte is onafscheidelijk verbonden met Zijne +goedertierenheid.</p> + +<p>Heerlijke gedachte! Sterkte zonder liefde is ruw geweld; liefde zonder +kracht is slapheid; liefde en sterkte onverbrekelijk saamgesnoerd, +zijn Gode waardig. Zijn liefde toch gebruikt Zijne Almacht, om al Zijn +liefdebedoelingen met Zijn volk tot werkelijkheid te maken.</p> + +<p>Wel schijnt Zijn liefde soms een harde liefde. Niet zelden doet des +Heeren liefde Zijnen kinderen in hun leven harde dingen hooren. Sta +maar op, vader Jakob, om ons te zeggen, wat uw hart gevoelde, toen gij +de harde zaak van Jozefs verdwijning moest vernemen. Wij lezen het +wedervaren van een Job, een Jeremia, een Paulus duidelijk in de +Schrift; maar ik geloof, dat wij niet ter helfte beseffen, wat deze +lieve kinderen Gods hebben geleden.</p> + +<p>Toch is deze harde liefde juist de echte liefde. Wie de Heere +liefheeft, kastijdt Hij tot hun nut, en wat de smeltkroes is voor 't +goud, is de beproeving voor Gods volk. Ze ontneemt hun, wat zij moeten +missen, verhoogt de waarde en den glans van hun geestelijk leven, en +vermeerdert hun genadeloon in de hemelen.</p> + +<p>„Want”, zoo zingt de psalmist den Heere dankend toe: „Gij zult een +iegelijk vergelden naar zijn werk”.</p> + +<p>De vergelding wordt hier door den psalmist in verband <span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a>gebracht met +des Heeren goedertierenheid. Daaruit vloeit voort, dat hij enkel +spreekt van 't genadeloon, dat de Heere eenmaal aan Zijn beproefd maar +vruchtbaar volk zal schenken.</p> + +<p>O, hoe groot is dus des Heeren goedertierenheid! Zij werkt eerst 't +goede in 't volk van God, en komt daarna dit goede nog met een +heerlijk genadeloon kronen.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>„God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de +sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij +zult een iegelijk vergelden naar zijn werk”.</p> + +<p>Heerlijke woorden!</p> + +<p>Ge begrijpt dan ook wel, hoe de gedurige overdenking daarvan mijne +ziel heeft verkwikt.</p> + +<p>Ik lees ze nog eens over, en begin van achter af.</p> + +<p>„Want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk”. Gelukkig staat +hier niet: „want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn zonden”; +want dan was er voor mij geen hope; geen hope vanwege mijn erfelijke +en dadelijke zonden, vanwege de zwarte zonden mijner jonkheid, vanwege +de nog zwarter zonden van mijn later leven.</p> + +<p>Neen, maar de Heere wil aan een iegelijk Zijner kinderen vergelden +naar zijn werk. Welnu, de Heere weet, wat Hij in mijne ziel heeft +gewerkt. Hij kent mijn begeeren, mijn streven. Zeide <span xml:lang="de">von Zinzendorff</span> +eenmaal: „<span xml:lang="de">Herr Jesu, Du bist meine Passion!</span>”, ik zeg het hem zoo van +harte na: „Heere Jezus, Gij zijt mijn Vurig Begeeren!” En evenals deze +leidsman der Hernhutters dringt mij de liefde van Christus, om 't heil +in Christus aan de meest ellendigen te brengen. Maar dit geeft mij dan +ook vrijmoedigheid om ootmoedig aan den Heere te vragen: „Heere, ach, +kroon nu dit Uw werk, en geef mij terug aan den arbeid voor voogdij- +en regeeringskinderen, voor <span class="pagenum" title="93"></span><a id="p_93"></a>ontslagen gevangenen, zwervers en +drankzuchtigen!”</p> + +<p>Gij begrijpt levendig, lieve broeders en zusters, welk een harde zaak +'t voor mij is, dat ik dezen arbeid nu niet kan beginnen, terwijl alle +dingen gereed zijn. Des Heeren liefde schijnt ook voor mij zulk een +harde liefde. Toch loof ik deze liefde. O, wat heeft zij mij goed +gedaan! Ik zing zoo van harte <ins class="corr" id="corr28" title="Bron: mêe">meê</ins> met den dichter van den 119den +psalm:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">'k Sloeg, eer ik wierd verdrukt, het dwaalspoor in,<br /></span> + <span class="i0">Maar nu geleerd, houd ik Uw woord en wegen.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>En bovendien, de Heere handelt met Zijn volk als de landman met zijn +land. De boer ploegt en egt niet altijd door; maar als hij 't land +alzoo bearbeid heeft, strooit hij zijn zaad uit, en geeft dan zijn +land een lange wijle rust. Straks prijkt dit land met vruchtbaar +graan. Dit is de vrucht van de harde liefde van den landman voor zijn +land. Zoo doet de Heere ook met Zijn volk.</p> + +<p>Zou ook ik daarop mogen hopen?</p> + +<p>Zou ik mij nog eens in een algeheel herstel mogen verheugen?</p> + +<p>De ziekte is zoo vreeselijk. Alleen 't enkele woord „kanker” doet den +mensch sidderen.</p> + +<p>Zal ik nog eens geheel van deze vreeselijke krankheid worden bevrijd, +en geheel hersteld, mijn heerlijken arbeid mogen beginnen?</p> + +<p>Lieve broeders en zusters: „De Heere heeft één ding gesproken, ik heb +dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is!”</p> + +<p>Daarmede troost ik mij.</p> + +<p>Daarop pleit ik voor des Heeren Aangezicht.</p> + +<p>En o, laat ik 't u nog eens mogen zeggen, hoe goed 't mij is, in dit +gedurig worstelen en smeeken voor den Troon der Genade.</p> + +<p><span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a></p> + +<p>Het behaagt den Heere, mij voortdurend een open toegang te schenken +in 't gebed. Dit is reeds onuitsprekelijk heerlijk. Ik kan niet +beschrijven, wat 't bidden dan is. Ik kan 't niet beter voorstellen +dan als een korte wandeling in den hemel.</p> + +<p>Biddend lig ik dan geknield voor Hem, Die ons gunt, Hem „Vader” te +noemen.</p> + +<p>Ik pleit dan op Zijn oneindige liefde, die Hij openbaarde in de +overgave van Zijn Eeniggeboren Zoon. Als Middelaar heeft de Zone Gods +niet alléén onze ongerechtigheden, maar ook onze krankheden op Zich +genomen. Volkomen verlost Hij ons van al onze zonden en van al onze +krankheden bij ons zalig sterven. Maar ook reeds in dit leven wil Hij +den psalmtoon op onze lippen leggen: „Loof den Heere, mijne ziel! en +al wat binnen in mij is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne +ziel! en vergeet geen van Zijne weldaden. Die al uwe ongerechtigheid +vergeeft, die al uwe krankheden geneest.” Ik vraag dan van den Heere, +dat Hij om Christus, Zijns lieven Zoons wil, ook mij, niet alleen +vergeving der zonden en bekeering des harten, maar ook genezing des +lichaams schenke.</p> + +<p>En omdat ik weet, dat al des Heeren handelingen met mij door Zijn +liefde worden bestuurd, kan ik er zoo van ganscher harte bijvoegen: +„Maar, lieve Heere, zooals Gij doet, zóó is het goed; Gij geeft toch +altijd het beste!”</p> + +<p>Zoo sterk ik mij dan van dag tot dag, en ik heb 't o zoo goed. Neen, +'t nieuwe jaar begint niet donker. De Heere is mijn licht en mijn +heil; hoe zou 't dan donker kunnen zijn? Hij beschaamt nooit, wie Hem +verwachten. In dit vertrouwen ga ik den nieuwen tijdkring weer in.</p> + +<p>Morgenochtend hoop ik weer naar Heidelberg te vertrekken voor mijn +derde kuur.</p> + +<p><span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a></p> + +<p>Mijn adres is dan in 't hôtel <span xml:lang="de">Metropol-Monopol</span>. Men kan ook +adresseeren aan 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>.</p> + +<p>Weest allen hartelijk gegroet en den Heere bevolen, en blijft in uwe +gebeden gedenken</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">,</ins></div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 14 Januari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Al was het donker, guur en somber; al kletterden de regens en als +bruiste nu en dan de stormwind; we gingen aan den morgen van den 9en +Januari met blijdschap naar 't station, om de groote reis naar +Heidelberg weer te ondernemen; vol van dankbaarheid jegens den Heere, +Die daartoe den weg geopend had; met stillen dank in 't hart.... ook +aan broeders en zusters, die ons in staat wilden stellen, dat wij +wederom konden gaan om de zoo noodige voortzetting der genezing te +zoeken.</p> + +<p>Voordat ik van huis ging, had ik mij in den Heere gesterkt door de +aandachtige lezing van Ps. 23. Aan den Goeden Herder gaf ik de zorg +van mijn huis over; in Zijne Hand stelde ik mijne vrouw en mijzelven, +door de spoorwegrampen van de laatste tijden, in binnen- en +buitenland, er opnieuw aan herinnerd, aan welke gevaren ook wij +wederom onderworpen waren.</p> + +<p>Als terugbevend voor de guurheid van het weder, doken wij als vanzelf +in onze coupé weg. Nu eens pratend, dan weer lezend, dan weer +sluimerend, en telkens ook de handen vouwend tot stil gebed, brachten +wij den tijd door. En wij slaakten een zucht van verlichting, toen wij +'s avonds uitstapten in de beroemde stad, waarvan de dichter zong:</p> + +<p><span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a></p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Alt-Heidelberg, Du feine,<br /></span> + <span class="i0">Die Stadt, an Ehren reich,<br /></span> + <span class="i0">Am Neckar und am Rheine,<br /></span> + <span class="i0">Keine kommt Ihr gleich!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Wat, vrij vertaald, wil zeggen: „Oud Heidelberg, gij, fraaie stad, gij +stad, zoo rijk aan eer, zoo schoon gelegen aan de beide rivieren, den +Heidelberg en den Rijn; er is geen stad, die bij U in schoonheid haalt!”</p> + +<p>Voor mij en voor honderden met mij heeft deze stad echter hoogere +beteekenis dan die van de schoonste der dochteren van Duitschland. +Honderden, ja wellicht duizenden,—want de schaar groeit steeds +aan,—hebben met mij in den grootsten nood, in de hoogste spanning van +hun leven, hier nog een laatste redmiddel gezocht tegen doodelijke +kwaal.</p> + +<p>O, wanneer die weg naar het <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> eens spreken kon, wat zou +hij hebben te openbaren! In 't oude Venetië was een brug, die men „de +brug der zuchten” noemde. Staatsmisdadigers werden over die overdekte +brug van 't ééne naar 't andere geleid; en wanneer zij die brug +overgingen wisten zij, dat hun vonnis reeds geteekend lag, dat zij +over die brug niet zouden terugkeeren, maar op geheimzinnige wijze uit +den weg zouden worden geruimd. Geen wonder, dat de menschen, die over +deze brug gingen, menigmaal zóó zwaar zuchtten, dat 't beneden op de +straat gehoord werd.</p> + +<p>Ook die weg naar <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> mag wel de weg der zuchten worden +genoemd; wie dat pad de eerste maal wandelt, zucht bij zichzelf: „ik +ben in mijn eigen land en plaats door de geneesheeren geabandonneerd; +wat zal hier de professor zeggen? Zal hij mij nog hoop geven?”</p> + +<p>De beide professoren zijn hier wijze, voorzichtige, edele mannen. Zij +benemen schier niemand de hoop geheel. <span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a>Eudokia in Rotterdam heette +eerst: „gasthuis voor ongeneeslijke zieken!” Toen dit gebouw in +gebruik werd genomen, zeide Dr. van Staveren: „Dit opschrift deugt +niet, het is in strijd met onze belijdenis; voor God, in wien wij +gelooven, is geen ziekte ongeneeslijk!” Terstond is de naam toen ook +veranderd in dien van: „Tehuis voor chronische lijders.”</p> + +<p>Ditzelfde oordeelen ook deze professoren. Maar als wijze en +voorzichtige mannen wekken zij ook geen ongegronde verwachtingen. Zij +ondernemen den arbeid, en hebben somwijlen resultaten, waarover de +geneeskundige wereld verbaasd staat.</p> + +<p>Van deze uitkomsten hoort de lijder. Er komt hier hoop voor de +hopeloozen. De weg der zuchten wordt dan voor velen, wanneer ook zij +bij zichzelven goede uitkomsten zien, een pad van jubelende hope.</p> + +<p>In hoopvolle stemming gingen ook wij Zaterdag 10 Januari 's morgens +naar 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> onderzocht mij wederom nauwkeurig. +Hij was in de wolken over de resultaten van de radium-bestraling. Deze +waren dan ook werkelijk bijzonder groot. In de tong had ook hij +natuurlijk meerderen vooruitgang gewenscht. Ook zitten er nog twee +harde kliertjes, één op de rechterkaak, de ander bij 't schouderblad.</p> + +<p>Terstond werd in beraad met een inmiddels verschenen dokter een plan +de campagne opgesteld. Ik moet elken dag weer worden ingespoten. In +plaats van 20 minuten werd ik nu om den anderen dag 40 minuten met +Röntgen-belichting bestraald. Bovendien zal ik, zoo de Heere wil, 15, +16, 21 en 22 Januari van twee uur tot zeven uur inwendig met radium +worden bestraald. Ik moet op die dagen vijf uren achtereen een stuk +radium met mijn hand tegen de tong houden.</p> + +<p>'t Is alles pijnlijk en moeilijk. Maar ik ben heel wat <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>sterker +geworden, en de professor, die uiterst voorzichtig is, durft nu ook +wat meer ondernemen.</p> + +<p>Toch voel ik wel, dat 't me aanpakt. Maar eigenaardig, hoe moeilijker +de weg is, hoe rijker de vertroosting wordt. Van nacht lag ik weer een +heele poos met pijn wakker. Toen dacht ik: „nu is er toch Eén, Die met +mij waakt in dezen stillen, maar moeilijken nacht, de Medelijdende +Hoogepriester, Die ter rechterhand Gods is!” Het was mij, alsof Hij +van den hemel op mij nederzag, als een moeder, die waakt bij haar +lijdend kind. Ik dankte dan ook den Heere, dat Hij met mij waakte, en +zeide: „Heere, Gij zendt mij deze pijnen voor mijn best, en ziet +tegelijk met het innigste medelijden op mij neer! Gij neemt de pijnen +niet weg, maar geeft mij de kracht om deze te dragen! Gij brengt mij +door deze pijnen nader tot U als mijn Eénige toevlucht in den hoogsten +nood! Gij kunt en wilt mij uit allen nood en dood verlossen!” En zie, +eenige minuten later sliep ik zacht in en kreeg ik van mijn Heiland +een geschenk, waarvan ik met Jeremia kan zeggen: „En de slaap was mij +zoet!”</p> + +<p>Zalige genieting!</p> + +<p>Zondagmorgen ben ik naar de kapel van 't Diaconessenhuis geweest. Ik +heb er een heerlijke zendingspreek gehoord. Bij leven en welzijn +schrijf ik daarover de volgende week. Ik moet mij nu wat bekorten, +omdat ik morgen vijf uur met radium moet zitten en mij niet te veel +mag inspannen.</p> + +<p>Ontvangt dus de hartelijke groeten van mijne vrouw en mij. Draagt ons +gedurig op. Ge ziet, de Heere hoort het gebed. Hij gedenke ook u.</p> + +<p>Weest allen dan den Heere bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 20 Januari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Kwam mijn voorgaand schrijven te laat voor de Kerkbode, waarschijnlijk +geschiedde dit door vertraging van de post. Ter voorkoming van +dergelijke ongevallen zend ik mijn brieven voortaan zoo mogelijk een +dag vroeger af, en doe dit reeds met dezen, die dan tegelijk met mijn +voorgaanden kan worden geplaatst.</p> + +<p>Trouwens deze brief is een vervolg op den voorafgaanden.</p> + +<p>Ik had reeds beloofd iets te zullen schrijven over de zendingspreek, +die ik 11 Januari in de kapel van 't Diaconessenhuis alhier mocht +hooren.</p> + +<p>Die Zondag was door de kerkelijke overheid der gansche Badensche +landskerk tot een <i>Zendings</i>dag bestemd.</p> + +<p>Ds. <span xml:lang="de">Kammerer</span>, de pastor van 't Diaconessenhuis, nam tot tekst Matth. +24: 14: „En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld +gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde +komen.”</p> + +<p>Hij begon met de opmerking, dat ook in Duitschland de tijden zeer zijn +veranderd. In 1848 was in 't naburige Hessen alle openbare arbeid voor +de Zending streng verboden. Verbeeldt u! Thans wordt vanwege de +kerkelijke overheid in Baden een algemeene Zendingsdag uitgeschreven.</p> + +<p>Zóó gaat 't goed! Zoo komen we op den rechten weg!</p> + +<p>Niemand minder dan de Heiland zelf zegt: „En dit Evangelie des +Koninkrijks <i>zal</i> in de geheele wereld gepredikt worden.” Nòg staat +Hij alleen. Maar Hij spreekt toch als Koning van 't Godsrijk. Zooals +Hij zeide is 't geschied, en moet 't verder geschieden.</p> + +<p>Doch nu taste men niet mis in 't eigenlijke wezen van den +Zendingsarbeid.</p> + +<p>Is 't Zendingswerk het brengen der Christelijke cultuur?</p> + +<p><span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a></p> + +<p>Bestaat 't in de bevordering van het schoolonderwijs onder de +onbeschaafde volken?</p> + +<p>Moet 't bovenal gericht zijn op de wegneming van sociale misstanden en +de verbetering van 't maatschappelijk leven onder de heidenen?</p> + +<p>Dit alles is bijzaak, bijwerk, of ook vrucht der Zending.</p> + +<p>Het eigenlijke wezen van het werk der Zending is 't niet.</p> + +<p>De eigenlijke hoofdzaak van 't Zendingswerk is de prediking van het +Evangelie des Koninkrijks. Vandaar en daardoor alleen wordt de eenige +troost voor leven en sterven onder de volken verkondigd.</p> + +<p>En wat moet men zich als hoofddoel voorstellen van het Zendingswerk?</p> + +<p>Dat heel de heidensche maatschappij gekerstend worde?</p> + +<p>Het ware heerlijk, wanneer dit doel bereikt werd.</p> + +<p>Maar stellen we ons deze illusie niet voor.</p> + +<p>Hoofddoel is, dat 't Evangelie <i>hun tot een getuigenis</i> onder de +volken wordt gepredikt.</p> + +<p>De één neemt 't Evangelie aan. De ander verwerpt 't. Christus is ook +tot een oordeel in de wereld gekomen.</p> + +<p>De strijd tusschen vrouwen- en slangenzaad blijft tot den jongsten +dag.</p> + +<p>En wanneer het Evangelie over de heele wereld gepredikt wordt, en over +heel de wereld die twee tegenover elkander staan, dan zal 't einde +zijn.</p> + +<p>Het zendingswerk is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak. Het staat in +onmiddellijk verband met Christus' wederkomst.</p> + +<p>Wij danken dan ook den Heere, dat wij ons met 't Zendingswerk weder in +goede richting bewegen.</p> + +<p>Ge begrijpt, geliefden, dat ik de prediking met hartelijke instemming +heb aangehoord.</p> + +<p>Ge begrijpt ook, dat ik de mededeeling omtrent de <span class="pagenum" title="101"></span><a id="p_101"></a>vroegere Duitsche +toestanden op Zendingsgebied met eenige verbazing vernam.</p> + +<p>Bij eenig nadenken is evenwel mijn verwondering verdwenen.</p> + +<p>Was 't vroeger bij ons ook niet ongeveer alzoo?</p> + +<p>Neen, er was geen verbod om zendingswerk te doen. Maar men liet 't +over aan zendingsvrienden, en beschouwde 't een liefhebberijzaak van +deze menschen.</p> + +<p>Tot voor korten tijd stonden we precies evenzoo tegenover den +evangelisatiearbeid. Wat is in onze dagen meer noodig dan 't +zendingswerk in onze naaste omgeving? Toch werd deze plicht door de +Kerk nog slechts weinig gevoeld.</p> + +<p>En in werkelijkheid staan de meesten nog zoo tegenover den arbeid, +dien ik in des Heeren Naam en kracht ondernam, den arbeid onder +voogdij- en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen +en drankzuchtigen. Men vindt 't wel goed, dat ook die arbeid wordt +aangevat; maar men voelt er niet veel voor. En ziedaar juist 't +gebrek! Voor zulk werk moet worden gevoeld, anders kan 't niet slagen; +want er is reuzeninspanning voor noodig om het te volbrengen. Van alle +zijden moet hulp in voorbede en geldelijke bijdrage, worden geboden; +anders komt 't niet tot stand.</p> + +<p>En wie maar even nadenkt, zal dadelijk moeten toestemmen, dat geen +werk meer noodig is dan dit werk. Er is een werk, dat bij voorkeur den +naam draagt van <i>Christelijk werk</i>. Daartoe behooren 't uit- en +inwendig zendingswerk, de arbeid onder al 't verlorene, 't gaan in de +heggen, en sloppen, 't bezoeken der gevangenen, enz. Wanneer een +gemeente deze werken niet heeft, zegt de Heiland van haar: „Gij hebt +den naam, dat gij leeft; maar gij zijt dood!”</p> + +<p>'t Spreekt vanzelf, dat de zuiverheid der leer bij dit practisch werk +niet mag worden verwaarloosd. Hoe zullen we <span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a>op dit gebied ons +hoofdwerk goed doen, 't brengen van het Evangelie aan de schare, +indien we 't niet zuiver bewaren?</p> + +<p>Bovenal moet bij dezen arbeid 't eigen, inwendig leven zorgvuldig +worden verpleegd. Alleen omdat de liefde van Christus hem drong, kon +Paulus alle bezwaren overwinnen in zijn moeilijk werk.</p> + +<p>Maar wanneer 't vuur van binnen brandt, is 't ook zulk een heerlijk +werk.</p> + +<p>Hoe verlangt mijn ziel naar 't oogenblik, dat ik dezen arbeid zal +mogen aanvatten!</p> + +<p>Ik verheug mij, dat ik u in dezen opzichte wederom gunstige berichten +mag doen toekomen. Inplaats van 20 minuten word ik om den anderen dag +geregeld 40 minuten bestraald met Röntgen-belichting. 15 en 16 Januari +werd ik met radium behandeld. Vandaag kreeg ik nog een +extra-behandeling met kool-radium, weer een nieuw soort. Duurt de +gewone radium wel 2000 jaren, deze kool-radium houdt slechts twee +dagen zijn kracht. Maar 't doet eveneens een krachtige werking. +Ondanks een kleine katarrh verdraagt mijn gestel alles met het +grootste gemak. Ik ga in gewicht nog zelfs iets vooruit en voel mijn +krachten herleven.</p> + +<p>O wonder van goedheid, dat de Heere aan mij doet!</p> + +<p>Dien alléénzaligen God beveelt ook u, geliefde gemeente, van ganscher +harte</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 28 Januari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Gelijk ik uit de couranten bemerk, is ook ten uwent evenals hier +gister de dooi onverwacht ingetreden. De <span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a>plasregen van den morgen +werd echter gevolgd door sneeuw, en thans wordt ons oog bekoord door +den schoonen glans der witte bergen.</p> + +<p>Ondanks regen en sneeuw werd de dag van gister hier met groote vreugde +gevierd. Het was de verjaardag van den Keizer, een dag van beteekenis +onder de vierdagen des volks; en de wijze, waarop deze dag hier geëerd +wordt, moet elk Christelijk burger tot groote blijdschap stemmen.</p> + +<p>Er is geen plaats in 't heele Duitsche rijk, of er is althans één +kerkgebouw geopend, waar 's morgens bede- en dankstond voor keizer en +rijk wordt gehouden. En overal klinkt uit Duitsche monden 't krachtig +gezang:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Vater, kröne du mit Segen<br /></span> + <span class="i0">Unsern Kaiser und sein Haus,<br /></span> + <span class="i0">Führ durch Ihn auf deinen Wegen<br /></span> + <span class="i0">Herrlich deinen Ratschlusz aus!<br /></span> + <span class="i0">Deiner Kirche sei er Schutz,<br /></span> + <span class="i0">Deinen Feinden biet' er Trutz.<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Vader, kroon met uwen zegen<br /></span> + <span class="i0">Onzen Keizer en zijn huis,<br /></span> + <span class="i0">Voer door hem op uwe wegen<br /></span> + <span class="i0">Heerlijk uwen raadslag uit!<br /></span> + <span class="i0">Uwe Kerk zij hij ten schild,<br /></span> + <span class="i0">Uwen vijand bied' hij tegenweer.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Op zulk een dag krijgt men den indruk, dat 't Duitsche rijk nog een +machtige eenheid is, die, door vroed beleid bestuurd, een hooge en +schoone roeping in 't hedendaagsch wereldgebeuren vervult.</p> + +<p>Wie 't Duitsche volksleven echter van naderbij beziet, wordt helaas +met sombere gedachten voor Duitschlands toekomst bestormd. In den +hoogen blos der schijnbare volksgezondheid, ziet hij dra 't rood der +tering; in al 't <span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a>vreugdegetril hoort hij reeds 't rochelen van den +dood.</p> + +<p>Ik wijd niet breedvoerig uit over hetgeen ik hier hoor en zie. Ik deel +u slechts den korten inhoud mede van een schoone predikatie, die ik +Zondag voor acht dagen in de kapel van 't Diaconessenhuis hoorde, en +knoop aan deze preek enkele beschouwingen vast.</p> + +<p>Ds. <span xml:lang="de">Kammerer</span> sprak uit Lukas 2: 41: „En Zijne ouders, reisden alle +jaar naar Jeruzalem, op het feest van Pascha.” In zijn rede stelde hij +de heilige familie in tweeledig opzicht als voorbeeld voor het +Christelijk huisgezin, namelijk, 1e in haar vasthouden aan heilige, +van God gewilde tradities, en 2e, in haar volkomen eenstemmigheid te +dezen aanzien.</p> + +<p>Had de Heere reeds voor Oud-Israël ingezet, dat het volk minstens +éénmaal 's jaars voor Zijn aangezicht te Jeruzalem moest verschijnen, +hoe moeielijk voor Jozef en Maria de onderhouding van dit gebod ook +ware, elk jaar togen zij met Paaschfeest naar Jeruzalem.</p> + +<p>Ook ons heeft de Heere Zijne inzettingen gegeven, zooals 't lezen der +Schrift, het huiselijk gebed, en het kerkbezoek op den Zondag.</p> + +<p>Zijn wij als Jozef en Maria getrouw in 't houden dezer inzettingen? +Helaas, de mannen laten de onderlinge bijeenkomsten na. Alléén de +vrouwen komen tamelijk geregeld op, en hier en daar een enkele man. +„Vrouwen, waar zijn uwe mannen! Moeders, waar zijn uwe zonen?” vroeg +de predikant met ontroerde stem.</p> + +<p>Helaas, er is geen overeenstemming tusschen man en vrouw in 't eene +noodige! Hoe geheel anders is dit bij Jozef en Maria! Zij gaan altijd +samen op. Bij hen is te dezen aanzien een volkomen eenstemmigheid.</p> + +<p>En deze moet er bovenal zijn, wil 't familieleven gelukkig en gezegend +zijn.</p> + +<p>Door den Heere wordt deze eenstemmigheid ten hoogste <span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a>gewaardeerd. +Ziet, dit is de eere, die Hij aan deze arme <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: echtgenoten">echtgenooten</ins> geeft, dat zij +de pleegouders mogen zijn van Zijn Eeniggeboren Zoon.</p> + +<p>Wanneer de Duitsche Keizer de opvoeding van den Kroonprins aan twee +arme, hoewel godzalige, echtgenooten had toevertrouwd, zou hij duizend +jaren later om deze domheid nog zijn bespot. Maar ziet hier de ironie +der Goddelijke wijsheid. Zij lacht om aardsche heerlijkheid! Hóóg +houdt zij 't ware schoon! Daartoe behoort allereerst de +overeenstemming van man en vrouw in den dienst des Heeren! Zie hier, +hoe hoog deze door den Heere wordt gesteld!</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">O Selig Haus, wo Mann und Weib in einer,<br /></span> + <span class="i1">In deiner Liebe eines Geistes sind,<br /></span> + <span class="i0">Als beide eines Heils gewürdigt, keiner<br /></span> + <span class="i1">Im Glaubensgrunde anders ist gesinnt;<br /></span> + <span class="i0">Wo beide unzertrennbar an dir hangen<br /></span> + <span class="i1">In Lieb und Leid, Gemach und Ungemach,<br /></span> + <span class="i0">Und nur bei dir zu bleiben stets verlangen<br /></span> + <span class="i1">An jedem guten wie am bösen Tag!<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">O zalig huis, waar man en vrouw in eene,<br /></span> + <span class="i1">In uwe liefde éénes geestes zijn,<br /></span> + <span class="i0">Waar beiden van één heil bezitters zijn en geene<br /></span> + <span class="i1">In gronden des geloofs een andere gezindheid heeft.<br /></span> + <span class="i0">Waar beiden onafscheidelijk aan u hangen,<br /></span> + <span class="i1">In lief en leed, gemak en ongemak,<br /></span> + <span class="i0">En slechts bij u te blijven steeds verlangen,<br /></span> + <span class="i1">Zoowel op iederen goeden als op iederen boozen dag.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Van zoodanige heerlijke eenstemmigheid merkt men echter in Duitschland +betrekkelijk weinig. De Duitsche vrouw bleef tot op heden tamelijk wel +haar <span xml:lang="de">Gretchen</span>-natuur getrouw; ze is nog steeds in de kerk te vinden. +<span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a>De Duitsche man handhaaft daartegenover zijn treurig <span xml:lang="de">Faust</span>-karakter; +hij hoort de evangelieboodschap wel, maar gelooft haar niet.</p> + +<p>De Duitsche vrouw was dan ook tot hiertoe de zon in het Duitsche huis, +en 't Duitsche huisgezin was de hoeksteen van het Duitsche rijk.</p> + +<p>Helaas, thans begint ook deze zon te verdonkeren, begint deze +hoeksteen te wankelen.</p> + +<p>Aangrijpend toch is wat de Duitsche bisschoppen voor enkele weken in +hun herderlijk schrijven aan de Duitsche natie hebben medegedeeld.</p> + +<p>Volgens 't schrijven dezer bisschoppen kwamen er in 1876 42 geboorten +voor op de 1000 inwoners, in 1911 daarentegen slechts 29 op de 1000. +Dit beteekent 65000 kinderen minder voor het geheele rijk. Altijd +sneller gaat 't getal der geboorten in Duitschland nog achteruit. +Duitschland streeft op treurige wijze Frankrijk en België in dezen +voorbij. Spoedig zullen in Duitschland jaarlijks meer lijkkisten dan +wiegen zijn.</p> + +<p>Vreeselijk!</p> + +<p>Met cynisch welbehagen schreef kort geleden dan ook een Fransch blad: +„Het Fransche volk kan rustig zijn, in Berlijn doen ongeloof, ontucht +en echtbreuk even goed hun werk als in Parijs.” Het blad raadt dan ook +aan, Duitschland niet met kanonnen te bedreigen, maar met zedelooze +romans te overladen.</p> + +<p>Wie huivert niet voor de toekomst van 't Duitsche volk, wanneer men +van deze dingen kennisneemt? Hoe schoon het heden ook lijke, er is +weinig zienersgevoel noodig om aan den horizon de donkere koppen te +zien, die 't dreigend gericht voorspellen.</p> + +<p>Ik denk op dit oogenblik aan hetgeen ik kort geleden van <span xml:lang="fr">Lasserre</span> las +over den bekenden Franschen schrijver <span xml:lang="fr">Ernst Hello</span>. Deze <span xml:lang="fr">Hello</span> is met +recht genoemd de <span xml:lang="fr">Pascal</span> <span class="pagenum" title="107"></span><a id="p_107"></a>der 18e eeuw. Hij heeft een schitterend werk +geschreven, getiteld: „<span xml:lang="fr">l'Homme</span>”; „de mensch”.</p> + +<p><span xml:lang="fr">Lasserre</span> geeft bij dit werk een inleiding, en deelt daarin de volgende +passage mede.</p> + +<p>Het was in één der jaren vóór 1870, tijdens de tentoonstelling te +Parijs. In de zoogenaamde dolle jaren dus. Men smeet met het geld. Men +droomde van wereldvrede. Het was een der meest rotte tijden uit de +geschiedenis. Uitwendig scheen alles in groei en bloei. Inwendig was +'t volksleven geheel vermolmd.</p> + +<p>De Pruisen hadden 't grootste stalen kanon tentoongesteld, dat +totnogtoe gegoten was.</p> + +<p>Men lachte om dit ding.</p> + +<p>Trouwens, oppervlakkigheid en lichtzinnigheid was één der voornaamste +kenmerken van dien tijd. Vlak vóór den oorlog beweerde de Regeering in +de Kamer:</p> + +<p>„Alles is voor den oorlog gereed, geen knoop ontbreekt aan de +slobkous!”</p> + +<p>Op één dier dagen vóór '70 wandelde <span xml:lang="fr">Lasserre</span> op de tentoonstelling. In +de verte komt <span xml:lang="fr">Hello</span> aanwandelen. Hij komt naar <span xml:lang="fr">Lasserre</span>, en zegt: „Ik +verwonder mij, mijn vriend!” „Waarom?” voert <span xml:lang="fr">Lasserre</span> hem tegemoet. +„Ik kwam langs de Tuilerieën, en verwonder mij, dat zij niet in +vlammen staan!”</p> + +<p>Die man is krankzinnig, zegt een ander tot <span xml:lang="fr">Lasserre</span>.</p> + +<p>Nog slechts korten tijd, en de Pruisen staan voor Parijs. De +Tuilerieën gaan in vlammen op.</p> + +<p>Vreeselijk, wanneer een dergelijk lot Duitschland moest treffen!</p> + +<p>Nòg heeft 't Duitsche volk veel voor boven 't Fransche. Nòg heeft +Duitschland vele profeten, die het volk getrouw waarschuwen. Moge 't +naar dezen nog luisteren!</p> + +<p>Toen ik gisteren, aan den avond van des keizers verjaardag, de sneeuw +zag liggen op de bergen, dacht ik onwillekeurig <span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a>aan 't woord van +Jesaja tot Juda: „Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; +al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw”.</p> + +<p>Hoore 't Duitsche volk nog naar dit woord van God! Ook voor de +toekomst van ons volk zal dit van de grootste beteekenis zijn.</p> + +<p>Onwillekeurig heb ik nu mijn maat al vol geschreven. Laat ik u nog +even mededeelen, hoe 't mij gaat. Ik ben overgelukkig, dat ik u kan +berichten, dat 't mij zeer wel gaat. Deze derde kuur schijnt mij de +gezegendste, die ik gemaakt heb. O wat zal ik gelukkig zijn, wanneer +ik weer aan 't openbare leven kan deelnemen!</p> + +<p>Verheerlijke de Heere daartoe de wonderen Zijner goedheid en almacht +aan mij, onwaardige, en verhoore Hij uwe en onze gebeden!</p> + +<p>Weest allen tezamen den Heere bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 4 Februari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Van 9 Januari tot heden, 4 Februari, heb ik wederom in Heidelberg +vertoefd; terwijl ik mij gereed maak om te vertrekken, zie ik terug op +de dagen, die achter mij liggen, en dankbaarheid aan den Heere doet +mijn hart met snelle vreugdeslagen kloppen.</p> + +<p>Het is vandaag een schoone dag hier; een lentedag in den winter; er is +een heldere lucht, een vriendelijk zonnetje. Er waait geen windje. +„<span xml:lang="de">Ueber allen Gipfeln ist Ruh!</span>” Boven op de bergen, overal is 't +heerlijke stilte in de natuur. Heerlijk symbool van wat op dezen dag +mijn hart vervult.</p> + +<p><span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a></p> + +<p>De Heere heeft alles wederom zoo wel gemaakt. Hij heeft mij beloofd, +voor mij te zullen zorgen, en geen tittel of jota van dat woord is ter +aarde gevallen. Integendeel, de uitkomst heeft een klemtoonteeken +geplaatst boven de rijke belofte Gods. Hij heeft vriendelijke handen +gegeven, die voor ons wilden zorgen, en die ik in gedachte zegen. Hij +heeft mij thans weer gesterkt gedurende een sterk aangrijpende kuur. +Behalve de dagelijksche inspuitingen heb ik 14 Röntgen-bestralingen +gehad; dit is zelfs één boven 't maximum, dat hier wordt toegediend. +Daarbij heb ik zes radium-bestralingen ontvangen, elk van vijf uren. +Reeds de dagelijksche inspuitingen grijpen 't gestel zóó aan, dat alle +patiënten er tegen opzien. Nochtans heb ik alles zonder eenig bezwaar +mogen doorstaan. In geen maanden hebben zich bloedingen vertoond. Mijn +gewicht bleef gedurende de kuur hetzelfde, mijn krachten zijn weer +aanmerkelijk toegenomen. En terwijl wij vertrekken, gloort de hope op +een algeheele genezing mij als 't licht van een nieuwen levensmorgen +tegen. Het is een lentedag in den winter, en al wat in mij is, jubelt +den Gever van alle goede gaven tegemoet, om Hem te danken voor zooveel +gunst aan een onwaardige en ellendige bewezen.</p> + +<p>Hoeveel de Heere ook geeft, ik heb evenwel nog meer te vragen. En +vooral twee wenschen kiemen thans op in mijn hart, één voor 't +„<span xml:lang="de">Jenseit</span>”, één voor 't „<span xml:lang="de">Diesseit</span>”, één voor 't geestelijke, één voor +'t tijdelijke leven.</p> + +<p>De Heere geeft mij een langzaam, een gestadig herstel. Behaagt 't Hem +mij volkomen te genezen, dan heb ik voor 't geestelijke leven den +innigen wensch, dat de Heere mij en mijn huis steeds nader tot Hem +brenge. Alleen de ware levensheiliging geeft ware levensvreugde; waar +de heiligmaking is, bloeit de hoogste vreugde, zelfs in dagen van +zware krankheid, zelfs in <span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a>kerkerholen, zelfs in de zevenmaal heeter +gestookte ovens.</p> + +<p>Met de oude mystieken ging ik te rade, wat de beste middelen zijn om +de vervulling van dezen wensch te verkrijgen, en met hen kwam ik tot +'t besluit, dat de <i>meditatie</i> of de <i>overdenking</i>, de <i>oratie</i> of 't +<i>gebed</i>, de <i>contemplatie</i> of de <i>inwendige geestelijke aanschouwing</i> +de voortreffelijkste wegen zijn, die leiden tot 't voorgestelde doel.</p> + +<p>Tweemaal lezen wij in Lukas 2 van Maria, dat zij de dingen, die haar +omtrent Jezus gezegd werden, bewaarde in haar hart; éénmaal, dat zij +die tezamen bij zichzelve overlegde. Maria <i>mediteerde</i> over hetgeen +de herders, een Simeon, een Hanna haar zeiden. We kunnen veilig +aannemen, dat vooral 't woord van Simeon haar als lood op de ziel +heeft gewogen, en dat zij er veel en zwaar over heeft nagedacht. Wat +was de vrucht daarvan? Dat haar in de donkerste ure van haar leven, +toen zij bij 't Kruis stond, 't licht <ins class="corr" id="corr31" title="Bron: darover">daarover</ins> opging, en juist dit +licht behoedde haar toen voor algeheele vertwijfeling. Het mediteeren +over 't Woord Gods, de wegen Gods, de leidingen Gods, is als de +hamerslag, die de nagelen van het Woord steeds vaster slaat in onze +ziel. Dit mediteeren ontsteekt de witte vlam der heilige wijsheid in +onzen geest; deze wijsheid is als 't oog der ziel; dit oog ziet 't +perspectief der hope, waar anderen in dikke duisternis rondtasten.</p> + +<p>Aan dit rustig mediteeren hebben we vooral tegenwoordig zulk een +groote behoefte. De zaken, die wij dagelijks moeten doen, zijn zoo +groot en zoo vele, en de dagen zijn zoo kort. We hebben altijd zulk +een haast. Dit is niet goed. Op deze wijze loopt onze geest ledig, en +wij moeten hem vullen. Wij nemen er den tijd af voor allerlei dingen. +Laten wij er ook den tijd afnemen voor de godvruchtige meditatie. Deze +doet ons als Mozes te midden van de <span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a>vele drukten van 't leven nabij +den Heere leven, en verhoogt 't gewicht en de kracht van ons bestaan.</p> + +<p>In de tweede plaats noemde ik als middel om nabij den Heere te leven +de <i>oratie</i> of 't <i>gebed</i>.</p> + +<p>Te mogen bidden, te mogen spreken met den Koning der koningen, welk +een eere! Te kunnen bidden, welk een verlichting in de ure der +benauwdheid! Het klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend oor. +Welk een troost, wanneer wij in tijden van diepe droefenis met de +psalmisten 't boordevolle hart mogen uitstorten voor Hem, die Zich +wendt tot het gebed desgenen, die gansch ontbloot is. Van den troost +en de kracht van 't gebed staat zooveel in 't Woord van God +geschreven, dat ik er niet breed over wil uitweiden.</p> + +<p>Alleen op één sprekend voorbeeld wil ik nog wijzen. Jeruzalem wordt +door Sanherib belegerd, en ongeveer op dienzelfden tijd is Hiskia +doodelijk krank. En 't ergste is, het volk is door zijn zondig +verleden rijp voor 't gericht. Welk een hachelijke toestand! Hiskia +wendt zich in dezen hoogen nood weenend tot den Heere. De Heere hoort. +De koning wordt door een wonder genezen. Het Assyrisch leger van +honderd vijf en tachtig duizend man wordt in één nacht geveld. De stad +wordt verlost. De ongerechtigheid wordt vergeven. Welk een +overweldigende rijkdom van zegen op 't gebed van één man! Broeders en +zusters, laat 't gebed de kracht van ons leven zijn, zoo zal er zeker +kracht van ons uitgaan.</p> + +<p>Als derde hulpmiddel voor de bevordering van 't gemeenschapsleven met +den Heere, noemde ik de <i>contemplatie</i> of de <i>innerlijke geestelijke +aanschouwing</i>.</p> + +<p>Wanneer een onzer verwanten een ongeluk treft, bij een spoorwegongeval +omkomt, of te water valt en verdrinkt, stellen wij ons telkens de ramp +voor oogen. Het is, of wij den geliefde door de rails zien +verbrijzelen, of <span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a>wij hem in de golven zien wegzinken. Het is ons, of +wij zijn laatste angstkreten hooren. Een oogenblik staan wij op om hem +ter hulp te snellen. Zóó krachtig werkt 't voorstellingsvermogen in +den mensch. Het werkt in zulke gevallen zoo krachtig door de liefde, +die wij voor den getroffene gevoelen.</p> + +<p>Alzoo is de liefde ook de drijfkracht in de innerlijke, geestelijke +aanschouwing. Zij dringt ons, om ons den Heiland voor oogen te +stellen, zooals Hij lag in de kribbe, zooals Hij rondwandelde door +Kanaän, zooals Hij worstelde in Gethsémané, zooals Hij leed voor +Kájafas, Pilatus, Herodes en aan het kruis, zooals Hij na Zijn +opstanding verscheen aan Zijn jongeren, zooals Hij opvoer ten hemel, +en zooals Hij nu naar de heerlijke beschrijving van Johannes is +gezeten ter rechterhand van den Vader. Zijn wij recht levendig in deze +aanschouwing werkzaam, dan is 't ons, of zij ons een wijle buiten ons +zelven brengt.</p> + +<p>Heerlijk is de vrucht dezer contemplatie.</p> + +<p>Zij vereenigt ons op 't allernauwst met den Heere, zij doodt den +zinnelijken lust, zij vervult de ziel met 't hemelsch ideaal, zij doet +ons als Henoch wandelen met God, zij brengt een heerlijken glans op +ons leven. Blonk het aangezicht van Mozes, toen hij van den berg kwam, +waar hij met den Heere had verkeerd, ook op ons gansche zijn komt de +gouden glans van den hemel.</p> + +<p>Alzoo beleven wij waarlijk, wat Paulus schrijft, 2 Cor. 3: 18: „Wij +dan, de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, +worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid +tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.”</p> + +<p>O heerlijk, o gelukkig, o gezegend leven!</p> + +<p>Behaagt 't den Heere nog jaren tot mijn levensdagen toe te voegen, 't +behage Hem dan ook, dit leven mij te schenken, opdat ik reeds op aarde +den hemel mag beginnen, <span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a>en volkomen mag zijn voor de taak, die mij +wacht.</p> + +<p>Over mijn tweeden wensch hoop ik U een volgende maal te schrijven.</p> + +<p>'t Bovenstaande schreef ik 's morgens vóór mijn vertrek uit +Heidelberg. 2.19 stapten we te Heidelberg in den trein. We hadden een +voorspoedige reis; precies op tijd liep 's avonds even over tien onze +trein 't station te Amersfoort binnen. Onze beide jongens waren aan +den trein, en ge begrijpt de vreugde van 't wederzien. Den Heere zij +lof en dank voor alles.</p> + +<p>Ontvangt van mijn vrouw en huisgenooten de hartelijke groeten.</p> + +<p>Weest allen tezamen den Heere bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 10 Februari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>In mijn vorig schrijven heb ik U reeds onze behouden aankomst in +Amersfoort gemeld. Zoo spoedig mogelijk ben ik hier naar mijn +huisdokter gegaan, om mij wederom te laten onderzoeken. Hij was +buitengewoon tevreden over de in- en uitwendige resultaten der kuur.</p> + +<p>Alzoo ga ik dan, den Heere zij daarvoor lof en prijs, langzaam maar +gestadig vooruit. Natuurlijk zou ik liever zien, dat mijn genezing +grootere sprongen maakte. Maar wij weten niet, wat wij moeten +begeeren. In Heidelberg is men van oordeel, dat een langzame maar +steeds doorgaande genezing beter is dan een plotselinge, omdat zich +bij de snelle genezingen de meeste terugvallen voordoen, terwijl een +langzame maar gestadige voortgang <span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a>der genezing de meeste kans biedt, +dat men voorgoed van de kwaal wordt bevrijd.</p> + +<p>Hoe dit zij, ik geef 't over aan den Heere, die mij beloofd heeft voor +mij te zorgen. Dezer dagen wilde Hij mij wederom nog zoo krachtig +vertroosten met de woorden van Ps. 91: 1, „Die in de schuilplaats des +Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des +Almachtigen”. Wat zal ik nog meer wenschen? Wat anders dan dat heel +deze weg mij maar altijd nader brenge tot den Heere, mij altijd +inniger Zijn gemeenschap doe smaken. Dit is 't Hoogste en Zoetste. +Daarvan zing ik met Tersteegen in zijn overschoon lied: „De +vereeniging met God”.</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Ich bin im dunklen Heiligtum,<br /></span> + <span class="i0">Ich bete an und bleibe stumm;<br /></span> + <span class="i0">O ehrfurchtfolles Schweigen!<br /></span> + <span class="i0">Der beste Redner sagt mir nicht,<br /></span> + <span class="i0">was man hier ohne Reden spricht,<br /></span> + <span class="i0">durch Lieben und durch Beugen.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Hier ist die stille Ewigkeit<br /></span> + <span class="i0">ein immerwahrend selges Heut,<br /></span> + <span class="i0">dies Nun kann alles geben.<br /></span> + <span class="i0">Die Zeit vergeht mir süsz un sacht;<br /></span> + <span class="i0">Ich möchte beten Tag und Nacht,<br /></span> + <span class="i0">bei Gott im Geiste leben.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Hier ist mein wahres Element,<br /></span> + <span class="i0">ein Friedensland, weit ohne End,<br /></span> + <span class="i0">von Milch und Honig flieszend,<br /></span> + <span class="i0">Hier quilt im Grund ein Balsenflusz,<br /></span> + <span class="i0">durch alle Kräfte des Genusz,<br /></span> + <span class="i0">So sänftiglich ergieszend.<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a></p> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Ik ben in 't donker heiligdom;<br /></span> + <span class="i0">Aanbiddend, blijf ik stom;<br /></span> + <span class="i0">o diep eerbiedig zwijgen!<br /></span> + <span class="i0">De beste spreker zegt mij niet<br /></span> + <span class="i0">wat men hier zonder woorden spreekt,<br /></span> + <span class="i0">door <i>Lieven</i> en door <i>Buigen</i>.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Hier is de stille eeuwigheid,<br /></span> + <span class="i0">een <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: altijdurend">altijddurend</ins> zalig heden;<br /></span> + <span class="i0">dit „nu” kan alles geven.<br /></span> + <span class="i0">De tijd gaat voorbij zoet en zacht;<br /></span> + <span class="i0">Ik wilde wel bidden dag en nacht,<br /></span> + <span class="i0">Om in den geest bij God te leven.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Hier is mijn ware element,<br /></span> + <span class="i0">een vredes-land zonder end,<br /></span> + <span class="i0">van melk en honig vloeiend.<br /></span> + <span class="i0">Hier ontspringt een balsembron,<br /></span> + <span class="i0">die 't genot in alle zielekrachten<br /></span> + <span class="i0">zoo zoetelijk doet stroomen.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Behaagt 't den Heere, mij te herstellen, dan heb ik natuurlijk ook nog +een tweede begeerte, n.l. spoedig te mogen ingaan tot den arbeid, die +zoo geheel de liefde van mijn hart heeft, den arbeid onder voogdij- en +regeeringskinderen, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en +zwervers.</p> + +<p>Volgens sommigen is deze arbeid wel nutteloos; zij beschouwen +eigenlijk alleen dan een bekeering als echt, wanneer iemand van zijn +jeugd af als een kind des verbonds heeft geleefd. „Wacht u voor +bekeerde Joden, voor bekeerde hoeren, voor bekeerde bandieten! Een vos +verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.” Ziedaar hun +standpunt!</p> + +<p>Er is zeker weinig betoogkracht noodig om dadelijk <span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a>te doen zien, dat +dit standpunt onhoudbaar is.</p> + +<p>Het strijdt met de Schrift. De eerste Christelijke gemeente is uit +bekeerde Joden als evenzoovele levende steenen opgebouwd, en hoeveel +goeds wordt in de Schrift van haar gezegd. Een moordenaar volgde den +Heiland in 't paradijs. Hoeveel liefde bewees de vrouw, aan wie veel +vergeven was!</p> + +<p>De feiten werpen ook dit heele standpunt omver. Denkt slechts aan een +Da Costa, een Neander, een <span xml:lang="en">John Bunyan</span>, een <span xml:lang="en">Rowland Hill</span>.</p> + +<p>De ervaring bewijst juist, dat menschen met een zwarte jeugd, wanneer +zij waarlijk bekeerd worden, zich na hun bekeering zoo ver mogelijk +van dit zwarte punt zoeken te verwijderen, en als Maria Magdalena zoo +dicht mogelijk bij den Heere zoeken te zijn.</p> + +<p>O, ik brand dan ook van verlangen, om dien arbeid te beginnen onder +deze ellendigen en verlorenen.</p> + +<p>In de stichting voor voogdij- en regeeringskinderen zullen we in den +regel wel alleen degenen krijgen, die voor de gezinsverpleging +ongeschikt zijn. Dit is dus 't minste soort. Maar o, wat lokt 't mij +aan, deze zwarte schapen hun weg voor oogen te stellen, en hun te doen +zien, hoe deze weg hen ten ondergang voert! Hoe lokt 't mij aan, hun +tegelijk den oneindigen rijkdom van Christus' zoekende liefde te +prediken, en hun den weg te wijzen, die leidt tot een eeuwig behoud!</p> + +<p>Ook van de opleiding voor maatschappelijken arbeid stel ik mij veel +goeds voor. Terecht heeft de Regeering ingezien, dat zij voor heel de +opvoeding van dergelijke kinderen de krachten van 't particulier +initiatief moet te hulp roepen. Vooral in de particuliere stichtingen +kan de Christelijke liefde haar werk doen. Met dwang alleen komt men +trouwens in 't werk der opvoeding niet veel <span class="pagenum" title="117"></span><a id="p_117"></a>verder. Laat de +plantagehouder zijn slaven op den akker zenden, laat hij den man met +de zweep medezenden; 's avonds keeren de slaven wel terug met de +vruchten van hun arbeid, maar ook met een hart vol haat tegen den +meester en tegen den arbeid. Liefde tot den arbeid moet den kinderen +worden ingeprent. Daartoe moeten dwingend gezag en Christelijke liefde +samenwerken.</p> + +<p>De andere arbeid, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en +zwervers, is van niet minder belang.</p> + +<p>In den regel stellen wij ons voor, dat de gevangene in zijn kerker +vurig naar de vrijheid verlangt. En dit is ook zoo. Toch is er iets, +dat hem al 't genot der vrijheid geheel vergalt. De gevangene weet, +dat hij in zijn gezin de eereplaats kwijt is. Werk krijgt hij niet +gemakkelijk meer. Wie wil iemand hebben, die gezeten heeft? Velen +vallen na hun ontslag uit de gevangenis in de misdaad terug, en zij +gaan hun verder leven van de gevangenis in de maatschappij, van de +maatschappij in de gevangenis. Dit moet voorkomen worden. Deze +menschen moeten geholpen worden. „<span xml:lang="la">Peccator est, comprime; homo est, +miserere!</span>” „Hij is een misdadiger, bestraf hem; hij is een mensch, heb +medelijden met hem!”</p> + +<p>Ook voor de drankzuchtigen moet er een <span xml:lang="fr">retraite</span> (rustplaats) zijn, +waar hun verstoord zenuwleven hersteld wordt, en waar zij onder de +bearbeiding der Christelijke liefde tot den strijd tegen de +drinkgewoonte worden gesterkt.</p> + +<p>Het moeilijkst te behandelen zijn de zwervers, de arbeidsschuwen; die +leven van bedelarij en diefstal. Maar de Heere kan ook uit deze +steenen kinderen Abrahams verwekken.</p> + +<p>O geve mij de Heere dezen arbeid te mogen beginnen!</p> + +<p>Geliefden, houdt aan in 't gebed voor mij! Verblijde <span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a>ons de Hoorder +der gebeden nog door Zijn groote daden!</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 19 Februari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Tot mijn leedwezen kan ik u thans geen uitvoerig schrijven doen +toekomen. Ik lig met een lichte maagkatarrh te bed, en kan dus niet +schrijven.</p> + +<p>Gedenkt onzer, en weest den Heere bevolen</p> + +<div class="auteur">door uwen u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 25 Februari 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Het speet mij zeer, dat ik u een vorig maal door een lichte +maagkatarrh, die mij een paar dagen aan 't bed bond, geen uitvoerig +schrijven kon doen toekomen. Van deze kleine ongesteldheid ben ik +thans, den Heere zij dank, geheel hersteld.</p> + +<p>Wat de eigenlijke kwaal aangaat, behoudt 't proces zijn gewoon +verloop. Den éénen dag gevoel ik me eens wat beter dan den anderen +dag; maar over het geheel genomen ga ik toch langzaam vooruit.</p> + +<p>Ik zal echter lang moeten wachten, voordat ik geheel hersteld zal +zijn, wanneer 't den Heere althans behaagt mij te genezen. Dit lange +wachten valt weleens moeilijk.</p> + +<p>Toch zou ik mij zeer bezondigen, wanneer ik klaagde. De Heere maakt 't +gedurende dezen wachttijd in alle opzichten zoo boven bidden en denken +wel.</p> + +<p><span class="pagenum" title="119"></span><a id="p_119"></a></p> + +<p>Ik denk in deze dagen veel aan Mozes' beproeving in Midian.</p> + +<p>Door Gods allerbijzonderst voorzienig bestel is hij door de hand eener +prinses uit 't water getogen, en door haar zorg met de wijsheid van +Egypte als overgoten. Temidden dezer heidensche opvoeding bevestigt de +Heere nochtans aan Mozes Zijn verbond, dat Hij met Abraham heeft +opgericht, en door deze heerlijke genadedaad Gods kiest Mozes in zijn +hart den smaad van 't onderdrukt slavenvolk boven alles wat 't +heidensch Egypte hem kan bieden. Een heerlijk levensideaal teekent +zich af voor Mozes' oog. Hij voelt zich de providentiëel aangewezen +verlosser van zijn arme volk, en hij trilt van verlangen om als +zoodanig te mogen optreden. Hij is nu veertig jaar geworden. Hij gaat +zijn volk bezoeken. Hij ziet een Egyptenaar een Israëliet mishandelen. +Hij grijpt den verdrukker en velt hem neer.... Dit zal 't sein worden +tot den algemeenen opstand van 't vertrapte slavenvolk! Nu zal de +geweldige strijd beginnen!.... Droef verstoorde illusie!. Den +volgenden dag treedt een Israëliet als verrader tegen Mozes op. Wel +een bewijs, dat dit volk allerminst rijp is voor de groote worsteling. +Het zal nog zwaarder <ins class="corr" id="corr33" title="Bron: ver-verdrukt">verdrukt</ins> moeten worden, voordat de Israëlietische +heldenziel ontwaakt. Mozes' eigen leven raakt in gevaar. Hij vlucht de +woestijn in, totdat hij in Midian een veilig toevluchtsoord gevonden +heeft bij Réhuël, den priester-sjeik, die den jongen man niet alleen +in zijn huis maar ook in zijn familie opneemt. Hier vertoeft Mozes +veertig jaren, van week tot week, van maand tot maand, van jaar tot +jaar de kudde weidend van zijn schoonvader Réhuël.</p> + +<p>Welk een domme zaak voor 't oppervlakkig oog! De Heere formeert Mozes +tot een verlosser voor zijn volk, en op 't oogenblik dat deze man Gods +als zoodanig wil optreden, breekt de Heere Zijn eigen werk af. In +plaats van <span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a>Israël aan te voeren in den strijd tegen Egypte, moet hij +veertig jaren achtereen 't vee van Réhuël weiden in de woestijn. Ossen +en schapen hoeden kan iedereen; voor de verlossing van een volk is een +allerbijzonderste zalving van noode; aan Mozes is de zalving gegeven, +en zie, daar wordt de kostelijke middelmoot van 't leven van dien man, +van zijn 40e tot zijn 80e jaar, als waardeloos in de woestijn +weggeworpen. De geweldige leeuw wordt voor een zandkarretje gespannen, +en moet zoo veertig jaren achtereen zijn reuzenkracht verbruiken in +nietig werk. Welk een beproeving voor Mozes!</p> + +<p>Zeer juist! Maar evenals alle beproeving is deze weg voor Mozes de +meest gezegende; deze lange omweg is de rechte weg, waarin zijn +opvoeding tot verlosser des volks moet worden voltooid. Neen, de man, +die daar kersversch uit de Egyptische omgeving kwam, was nog niet de +rechte man voor de groote taak, die hem wachtte. Zeker, hij is vol van +geloof; maar ook vol van eigenwaan. Met welk een illusie gaat hij naar +de broeders. Hij zal zwaardwettende krijgszangen slingeren in de +gemoederen van die martelaren, wien hij hulpe heeft toegezegd.... bij +Mozes, den man Gods. De Heere zal aan de spitse treden, en door des +Heeren zegen zal onder Mozes' leiding het verdrukte slavenvolk tot een +heldenvolk worden, dat zich aan den greep der Egyptische onderdrukking +ontworstelt. Welk een held is die Mozes! Maar in eigen oog! +Ternauwernood is zijn eerste verlossingsdaad verraden, of...., hij +slaat dadelijk op de vlucht. Er moet nog iets meer aan hem gebeuren, +als hij werkelijk is de man Gods, die zich vasthoudt aan den Heere als +ziende den Onzienlijke, en die daarom tegenover Faraö pal staat als +Sinaï's rots. Dat groote werk wordt nu aan Mozes gewrocht in Réhuëls +huis en in de woestijn! Daar leert hij, wat hij in Egypte niet had +kunnen leeren. Midian is de <span class="pagenum" title="121"></span><a id="p_121"></a>hoogeschool, die Mozes eerst nog moest +doorloopen, voordat hij bekwaam was voor zijn hooge taak. Ongetwijfeld +heeft ook Mozes dit later alles ingezien, en er den Heere voor +gedankt.</p> + +<p>Op soortgelijke wijze als voor Mozes heeft de Heere aanvankelijk de +beproeving ook voor mij gezegend.</p> + +<p>Zeker, het kruis is hard, zwaar, drukkend. Niemand mag 't begeeren. +Dit ware tegen de ordening Gods. Ieder verdrukte mag en moet, mits met +ootmoedige en eerbiedige onderwerping van eigen wil aan des Heeren +souvereinen, wijzen, ook heiligen wil, bidden om wegneming van 't +kruis.</p> + +<p>En toch, wanneer 't den Heere behaagt, 't kruis op te leggen, en den +druk aan hart en leven te heiligen, is er niets meer zegenrijk dan 't +kruis.</p> + +<p>Dan wordt 't bevestigd: <i>hoe grooter kruis, hoe dichter bij den +Heere</i>. Nooit vergeet ik 't oogenblik, toen mij gezegd werd, dat ik de +bekende, vreeselijke ziekte had. Daar stond ik, vlak voor den dood, +vlak voor de eeuwigheid, vlak voor den Heere. Rijk was de genade, die +de Heere toen schonk. Het was mij om 't even, wat de Heere met mij +deed, indien ik slechts nabij Hem mocht zijn. Ook ik gevoelde levendig +en voortdurend, wat Tersteegen in verheven dichtwoorden zingt:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Luft, die alles füllet, drin wir immer schweben,<br /></span> + <span class="i0">aller Dinge Grund und Leben;<br /></span> + <span class="i0">Meer, ohne Grund und Ende, Wunder aller Wunder:<br /></span> + <span class="i0">Ich senk mich in Dich herunter.<br /></span> + <span class="i0">Ich in Dir, Du in mir;<br /></span> + <span class="i0">lasz mich ganz verschwinden,<br /></span> + <span class="i0">Dich nur sehn und finden.<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Lucht, die alles vult, waarin wij altijd zweven,<br /></span> + <span class="i0">aller dingen Grond en Leven;<br /></span> + <span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a> + <span class="i0">Zee, zonder grond en eind, wonder aller wonderen:<br /></span> + <span class="i0">Ik zink in U ten onderen.<br /></span> + <span class="i0">Ik in U, Gij in mij:<br /></span> + <span class="i0">laat mij geheel verdwijnen,<br /></span> + <span class="i0">U slechts zien en vinden.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>O, gezegend kruis, dat zulk een heil mij bracht!</p> + +<p><i>Hoe grooter kruis, hoe sterker geloof.</i> Waar alles wordt afgesneden, +hecht zich 't geloof steeds vaster aan Hem, Die een afgesneden zaak op +aarde doet, en Die Zich wendt tot het gebed desgenen, die gansch +ontbloot is. Wie beschrijft den troost, dien dit geloof medebrengt? +Dit geloof onderwerpt zich volkomen aan Gods soevereinen, wijzen en +heiligen wil; maar 't blijft tegelijk hopen, waar allen wanhopen.</p> + +<p><i>Hoe grooter kruis, hoe vuriger liefde.</i> De verdrukking is de +stormwind, die 't liefdevuur hooger en hooger doet oplaaien. Het „God +heb ik lief!” van den 116en psalm ruischt inniglijk op uit den diepen +bodem des harten. Die liefde is het leven, dat den dood niet vreest, +maar met den dood eerst tot zijn rechte uiting komt. Zou ik dan 't +kruis niet kussen, dat zulken zegen brengt?</p> + +<p><i>Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon.</i></p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Je gröszer Kreuz, je schöner Krone,<br /></span> + <span class="i0">Die Gottes Gnad uns beigelegt,<br /></span> + <span class="i0">Und die einmal vor seinem Throne<br /></span> + <span class="i0">Der Uberwinder Scheitel trägt,<br /></span> + <span class="i0">Ach, dieses teure Kleinod macht,<br /></span> + <span class="i0">Dasz man das gröszte Kreuz nicht achtet.<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon,<br /></span> + <span class="i0">Die Gods genade heeft toegelegd,<br /></span> + <span class="i0">En die Hij eenmaal voor Zijn troon,<br /></span> + <span class="i0">Om 's overwinnaars schedel vlecht.<br /></span> + <span class="pagenum" title="123"></span><a id="p_123"></a> + <span class="i0">Ach, dit duurzaam kleinood maakt<br /></span> + <span class="i0">Dat 't grootste kruis als niets is geacht.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Geliefde gemeente, hoe 't hier op aarde ook met u en mij ga, dengenen, +die den Heere liefhebben, werken alzoo alle dingen mede ten goede. +Laat ons dit vasthouden! Laat de Azafswensch de onze zijn: „<i>Maar mij +aangaande, het is mij goed, nabij God te wezen.</i>” Met Mozes zullen wij +dan eenmaal aan des Heeren mond mogen ontslapen.</p> + +<p>Daartoe zij de Heere met u en met mij!</p> + +<p>Ontvangt wederom de hartelijke groeten mijner huisgenooten, en gedenkt +mij steeds als</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 5 Maart 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>De vogeltjes tjilpen alweer. De voorboden der komende lente vertoonen +zich alweer. De landman gaat weer uit tot zijn akker, om dien voor de +ontvangst van 't zaad te bereiden.</p> + +<p>Tegenover mijn raam staat van den morgen tot den avond een man te +spitten. Met forschen stoot zet hij telkens de spade in den grond. +Alsof ze een veer ware, licht hij de losgewrongen kluit met zijn spade +op. Met een lichte handbeweging werpt hij den klomp aarde in stukken +op haar plaats. Zoo werkt hij door, slechts nu en dan even verpoozend, +den elleboog op den knop van zijn spade, zijn klomp op 't staal doende +rusten. En dan gaat hij weer voort met zijn zwaren arbeid, totdat +etenstijd hem een wijle huiswaarts roept.</p> + +<p>Deze stoere werker doet mijn hart branden van verlangen, om ook alzoo +de spade in den grond te zetten op 't terrein, dat ik aanvankelijk +betrad. Geduld! Geduld! De <span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a>Heere maakt alles schoon op zijn tijd. Hoe +heerlijk leert ons dit de roeping van Mozes bij 't brandend +braambosch, waarbij ik deze week nogal eens werd bepaald.</p> + +<p>Mozes heeft nu den leeftijd van tachtig jaren bereikt. Nog is zijn +schouder ongebogen; maar hij is de fiere jonge man niet meer, in wiens +aderen 't bloed dadelijk bruist en kookt; die den aanrander van den +volksgenoot met één slag velt, de herders van Midian op de vlucht +drijft, en Zippóra's schapen drenkt. De kalmte der grijsheid heeft de +onstuimigheid der jeugd vervangen.</p> + +<p>Echter moeten wij ons niet voorstellen, dat hij door het veertigjarige +woestijnleven ruw geworden is. In de tenten der Oostersche Bedoeïenen +heerschte vaak meer hoffelijkheid dan in de paleizen der stedelingen.</p> + +<p>Mozes heeft iets buitengewoons eerwaardigs, terwijl hij de kudde +voortleidt, tot achter in de woestijn, bij Horebs berg.</p> + +<p>Waarom, Mozes, voert ge uwe kudden zóó ver weg, tot achter in de +woestijn? Waarheen wendt zich vol heimwee uw oog? Blijft daar nog een +hope sluimeren op den bodem van uw hart, dat gij toch nog eens als +redder zult optreden van dat volk, dat daarginds in slavenboeien +zucht?</p> + +<p>Plotseling worden zijn gedachten afgeleid door iets in zijn nabijheid. +Een boschje staat in brand. Dit was niets ongewoons. 't Gebeurde wel +meer door de onvoorzichtigheid van herders met 't vuur, dat er alzoo +een woestijnbrandje ontstond.</p> + +<p>Zulk een brand is echter eindelijk uitgebrand; maar deze blijft +gloeien, altijd sterker, altijd verhevener.</p> + +<p>Ware Mozes bijgeloovig geweest, hij ware op de vlucht gegaan. Hij +gelooft; daarom gaat hij op onderzoek uit.</p> + +<p>O wondervol gezicht! Blinkend, doch niet verblindend gaan hoog de +vlammen op. Niet verterend, maar verlichtend, <span class="pagenum" title="125"></span><a id="p_125"></a>omzweeft de +lichtvolheid, de lichtheerlijkheid 't braambosch.</p> + +<p>Hoort een stem, die Mozes zegt, den schoenriem te ontbinden, omdat +deze plaats heilig is!</p> + +<p>O groot oogenblik in Mozes' leven!</p> + +<p>De Heere spreekt!</p> + +<p>De Heere spreekt, en zegt Mozes, dat Hij is neergekomen om de +verdrukking van Zijn volk te zien. Een menschelijke wijze van spreken, +waarin de Heere Zijn nederbuigende goedheid aanschouwelijk maakt.</p> + +<p>De Heere spreekt, en roept Mozes om 't verdrukte volk uit Egypte te +leiden, en naar Kanaän te voeren. Welk een roeping!</p> + +<p>Zullen de verdrukten zich nu laten leiden?</p> + +<p>Hoe zal Faraö bewogen worden de zeshonderdduizend werkkrachten, die +hij gebruikt tot wat hij wil, te laten trekken?</p> + +<p>Op wien zal Mozes mogen steunen bij de voldoening dezer onafzienbare +taak?</p> + +<p>De Heere noemt Mozes Zijn Naam: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal! Ik zal +zijn!”</p> + +<p>Welk een roeping!</p> + +<p>De Heere is de <i>Zijnde</i>! Hij is niet een <i>wordende</i> God, zooals <span xml:lang="de">Hegel</span> +leert. Hij is de Zijnde. De eenige wezenlijke. Het éénige, eeuwige, +volmaakte wezen, buiten wien er niets wezenlijks is, en aan wien al +wat is zijn ontstaan en voortbestaan dankt.</p> + +<p>De Heere is de <i>Ik zal zijn</i>. Zijn raad bestaat, en Hij doet al Zijn +welbehagen.</p> + +<p>Niets kan Hem weerstaan. Hij schept werelden door een enkel woord van +Zijn mond. Hij vernietigt koninkrijken met den adem Zijner lippen.</p> + +<p>De Heere is de <i>Ik zal zijn, die Ik zijn <ins class="corr" id="corr34" title="Niet cursief in Bron.">zal</ins></i>. De Getrouwe. Hij zal +zijn, wat Hij heeft toegezegd te willen zijn. De <span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a>Heere vergeet Zijne +beloften niet. Hij moge uitstellen, dit uitstel dient slechts tot de +meerdere glorie van Hem, die een afgesnedene zaak op aarde doet.</p> + +<p>In dezen Naam is Mozes naar Egypte gegaan.</p> + +<p>In dezen Naam heeft de tachtigjarige zijn reuzentaak op luistervolle +wijze volvoerd.</p> + +<p>Op Zijn tijd maakt de Heere alles schoon.</p> + +<p>Maar wij zien nu geen brandende braambosschen meer, en wij hooren nu +geen hemelstemmen meer.</p> + +<p>Toegegeven. De openbaring Gods is thans voltooid. Hij, die met Zijn +lichtvolheid woonde in 't nedere, nietige braambosch, heeft Zich na +dien tijd zelfs nog heerlijker geopenbaard. Hij is met de volheid +Zijner Godheid gekomen in nedere dienstknechtsgestalte.</p> + +<p>En Hij, die eenmaal zóó Zijn werk op aarde volbracht, en nu gezeten is +ter rechterhand van den Vader, woont ook nu nog met Zijn Genade en +Geest bij Zijn arm en ellendig volk.</p> + +<p>Ja, 't braambosch brandt ook nu nog voort. Als bij de Emmausgangers, +is Hij ook nu met de Zijnen op hun weg, op hun beproevingsweg, en +maakt hunne harten brandende.</p> + +<p>De Heere spreekt ook nu nog tot Zijn volk, door Zijn Woord en Zijn +Geest, innerlijk en inniglijk in de ziel.</p> + +<p>Hij noemt ook nu nog Zijn Naam voor 't oor van Zijn volk.</p> + +<p>Indien één ding, dan heb ik dit duidelijk ervaren. Daarom, jubel op, o +mijn ziel, in den Naam van Uwen getrouwen God! Jubel hoog op, en +verlaat u geheel op Hem!</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Befiehl du deine Wege<br /></span> + <span class="i0">Und was dein Herze kränkt,<br /></span> + <span class="i0">Der allertreusten Pflege<br /></span> + <span class="pagenum" title="127"></span><a id="p_127"></a> + <span class="i0">Des, der den Himmel lenkt!<br /></span> + <span class="i0">Der Wolken, Luft und Winden<br /></span> + <span class="i0">Gibt Wege, Lauf und Bahn,<br /></span> + <span class="i0">Der wird auch Wege finden<br /></span> + <span class="i0">Da dein Fusz gehen kann.<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Beveel gerust uw wegen,<br /></span> + <span class="i0">Al wat u 't harte deert,<br /></span> + <span class="i0">Der trouwe hoede en zegen<br /></span> + <span class="i0">Van Hem, die 't al regeert!<br /></span> + <span class="i0">Die wolken, lucht en winden<br /></span> + <span class="i0">Wijst spoor en loop en baan,<br /></span> + <span class="i0">Zal ook wel wegen vinden,<br /></span> + <span class="i0">Waarlangs uw voet kan gaan.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Dit bekende vers van den vromen <span xml:lang="de">Paul Gerhardt</span> was een der eerste +verzen, die opgegeven werden, toen ik Zondag 4 October 1913 voor de +eerste maal de Duitsche kerk te Heidelberg binnentrad. Ge begrijpt, +dat ik moeite had, mijn tranen te bedwingen. Daar zag ik 't braambosch +brandende. Daar hoorde ik de stem des Heeren, tot mij sprekende in het +gemeentelijk gezang.</p> + +<p>Sindsdien heb ik ook geluisterd naar den raad, die verder in dit lied +van Gerhardt gegeven wordt:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Auf, auf, gib deinem Schmerze<br /></span> + <span class="i0">Und Sorgen gute Nacht!<br /></span> + <span class="i0">Lass fahren, was das Herze<br /></span> + <span class="i0">Betrübt und traurig macht!<br /></span> + <span class="i0">Bist du doch nich Regente,<br /></span> + <span class="i0">Der alles führen soll,<br /></span> + <span class="i0">Gott sitzt im Regimente<br /></span> + <span class="i0">Und führet alles wohl.<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a></p> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Schep moed, zeg aan uw smarten<br /></span> + <span class="i0">En zorgen goeden nacht!<br /></span> + <span class="i0">Laat varen, wat uw harte<br /></span> + <span class="i0">In onrust heeft gebracht.<br /></span> + <span class="i0">Gij wilt toch niet regeeren<br /></span> + <span class="i0">Als een, die alles weet.<br /></span> + <span class="i0">God blijft als Heer der Heeren<br /></span> + <span class="i0">Met 't hoogst gezag bekleed.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Ja, zoo is 't.</p> + +<p>Hij maakt 't alles wel, hetzij Hij onze aardsche wenschen vervult of +niet. Hij stelt nooit teleur. Geeft Hij niet, wat wij begeeren, zoo +doet Hij dit om 't meerdere in de plaats te geven.</p> + +<p>Hij maakt alles schoon op Zijn tijd.</p> + +<p>Leef, geliefde gemeente, in dit geloof!</p> + +<p>Werp steeds alle bekommeringen op Hem!</p> + +<p>Het einde Zijner wegen is de glorie van Zijn Naam en de zaligheid van +Zijn volk!</p> + +<p>Weest allen tezamen dan dien God en Zaligmaker bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 10 Maart 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Terwijl ik u dezen brief schrijf, maak ik mij gereed om wederom naar +Heidelberg te gaan, om mij daar voor de vierde maal onder behandeling +te stellen.</p> + +<p>Was 't verloop van de derde kuur prachtig, de nawerking daarvan heeft +niet beantwoord aan de verwachting, <span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a>die ik ervan koesterde. De dikte +in den mond blijft, nu en dan heb ik nog hevige pijn, en in de laatste +veertien dagen heb ik 's nachts slecht geslapen.</p> + +<p>Ik wil echter allerminst klagen. Integendeel, wanneer de vreeselijke +pijn mijn mond doorsnijdt, buig ik mij vol aanbidding voor de +heiligheid des Heeren Heeren. Ik beschouw dezen kanker als een +vruchtgevolg der zonde. Maar hij is voor mij ook een vuur Gods, dat +mij doorloutert. Hij is voor mij ook een middel in Gods Hand, waardoor +Hij mij brengt op de aller-, allerliefste plek, op de vlakke velden, +waar onze Koning en Borg Zich in al Zijn schoonheid aan de ziel +vertoont.</p> + +<p>Dan heb ik innerlijke vreugde in 't midden van de diepe smart, en stem +ik in met wat de dichter zingt:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Maar, 't vrome volk, in U verheugd,<br /></span> + <span class="i0">Zal huppelen van zielevreugd,<br /></span> + <span class="i1">Daar zij hun wensch verkrijgen;<br /></span> + <span class="i0">Hun blijdschap zal dan onbepaald,<br /></span> + <span class="i0">Door 't licht dat van Zijn Aanzicht straalt,<br /></span> + <span class="i1">Ten hoogsten toppunt stijgen.<br /></span> + <span class="i0">Heft Gode blijde psalmen aan;<br /></span> + <span class="i0">Verhoogt, verhoogt voor Hem de baan;<br /></span> + <span class="i1">Laat al wat leeft, Hem eeren!<br /></span> + <span class="i0">Bereidt den weg, in Hem verblijd,<br /></span> + <span class="i0">Die door de vlakke velden rijdt;<br /></span> + <span class="i1">Zijn Naam is Heer der Heeren.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>In dien Naam ga ik dan ook vol goeden moed weer naar Heidelberg. En +zou ik niet? Hij heeft mij derwaarts den weg gewezen en gebaand. Ik +kan niet anders doen dan Zijn goedheid daarin bewonderen. Voor de +vierde maal heeft Hij de beide lieve broeders, die zich zoo sterk voor +mij interesseeren, in staat gesteld de noodige middelen te vinden. Van +'t oogenblik af, dat ik in Heidelberg <span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a>kwam, heeft de Heere de +middelen als wonderdadig willen zegenen. Zoude ik dan geen moed +houden, en voortgaan op hope tegen hope, mij vasthoudende aan den +Heere als ziende den Onzienlijke?</p> + +<p>Maar terwijl ik alzoo vol moed den geliefden vaderlandschen bodem weer +voor eenige weken ga verlaten, is mijn hart vol van ernstige gedachten +over de toekomst van ons volk, waaronder in de laatste jaren zulke +gewichtige omkeeringen hebben plaats gegrepen, en inzonderheid over de +toekomst van ons Gereformeerd volk.</p> + +<p>Kort geleden sprak ik met een Duitsch predikant. Met grooten ophef +sprak hij van den wederopbloei van 't Calvinisme in ons Vaderland. Ons +land is anders voor het buitenland geen stad op een berg; maar dit +weet men daar dan toch, vooral in Duitschland, dat „<span xml:lang="de">der Calvinismus</span>” +alhier zulk een grooten „<span xml:lang="de">Aufschwung</span>” gemaakt heeft.</p> + +<p>Later over dit gesprek nadenkende, vatte de vrees bij mij post, dat in +de laatste jaren de machtige ontwikkeling van het Calvinisme +eenigszins tot stilstand is gekomen.</p> + +<p>Dit stemde mij droevig, vooral met het oog op de jongste evoluties op +politiek gebied.</p> + +<p>Wie had een jaar geleden ook maar eenigszins kunnen denken, dat +geschieden zou, wat wij thans voor onze oogen zien afspelen?</p> + +<p>Cort v. d. Linden is de eerste Minister, en schrijft algemeen +kiesrecht als punt één op zijn program. Verbeeld u, Cort van der +Linden! In zijn staatkundigen brief van December herinnert Van Houten +nog aan 't volgende feit: „Tegenover Cort van der Linden stond ik een +dertigtal jaren geleden in het politiek strijdperk te Groningen, waar +hij toen hoogleeraar was. Het toenmalige <i>comité voor algemeen +kiesrecht</i> had er een meeting belegd, die sterk was bezocht. Mr. W. +Heineken trad als zijn woordvoerder op en werd hevig bestreden door B. +D. H. Tellegen en Cort <span class="pagenum" title="131"></span><a id="p_131"></a>van der Linden. Ik schaarde mij aan de zijde +van Heineken en verzocht den kiezers bij mijn aanstaande aftreding +partij te kiezen. De uitdaging werd aangenomen door candidaatstelling +van Cort van der Linden.” En dezelfde Cort van der Linden, overigens +een man van een vast karakter, is thans opgetreden als Minister om +algemeen kiesrecht daadwerkelijk in te voeren!</p> + +<p>Daar is in de tweede plaats de heer <span xml:lang="de">Treub</span>, evenals Cort van der Linden +een man uit één stuk. Vóór de verkiezing van 't vorige jaar bedankte +hij voor een hernieuwing van zijn mandaat als lid van de Kamer, omdat +hij niet kon meegaan in de actie der linker-partijen voor +staatspensionneering. Ook is dezelfde Minister zoo fel mogelijk gekant +tegen de liefdadigheid. „De liefdadigheid,” zoo schrijft hij in zijn +„Sociale Verzekering”, „is per slot van rekening niet voor den gever, +maar voor den ontvanger; voor den gever moge zij zalig zijn, voor den +ontvanger is zij, omdat hij er geen aanspraak op heeft, die hij met +opgeheven hoofde kan doen gelden, maar er om bedelen moet en er door +vernederd wordt, een <i>pest</i>.” Na de verkiezing wordt de heer <span xml:lang="de">Treub</span> +Minister, en wat is nu zijn eerste regeeringsdaad? Een voorstel van +een staatspensioentje, een voorstel tot oefening van +staatsliefdadigheid jegens behoeftige ouden van dagen.</p> + +<p>O tuimeling der geesten!</p> + +<p>En wanneer nu aan deze verantwoordelijke Ministers rekenschap van deze +regeeringsdaden wordt gevraagd, wijzen zij eenvoudig naar den wil van +'t souvereine volk. Zij huldigen de leer van koning Leopold I, die met +een kniebuiging de kroon uit de hand van 't souvereine volk ontving. +Zóó vragen ook deze Ministers niet: wat zegt mijn staatsrechtelijk +<ins class="corr" id="corr35" title="Bron: gewaten">geweten</ins>, maar: wat zegt de volkswil? En wat is die volkswil? Hoe wordt +hij saamgesteld? Wie spreek hem uit?</p> + +<p><span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a></p> + +<p>Voor ons land is het antwoord daarop gemakkelijk te geven!</p> + +<p>Van 't eerste optreden der sociaal-democratische partij heeft haar +leider, Mr. P. J. Troelstra, het algemeen kiesrecht op den voorgrond +geschoven. Met dien eisch heeft hij de linkerzijde eerst verdeeld, en +daarna over haar geheerscht. Daarna is hij nog gekomen met den eisch +van staatspensioen. Wilden de vrijzinnigen tegen de sociaal-democraten +opbieden, en wilden ze bij de herstemmingen op hun hulp en steun +rekenen, dan waren zij verplicht, deze beide, algemeen kiesrecht +en staatspensionneering, in hun programma's te schrijven. Alzoo +geschiedde. De vereenigde linkerzijde triumfeerde. Nu heet 't dat +algemeen kiesrecht en staatspensionneering door den volkswil zijn +uitgesproken. 't Is eigenlijk de wil van Troelstra. Feitelijk doen +Cort van der Linden en <span xml:lang="de">Treub</span> niet anders dan dat zij buigen voor +Troelstra. Snorkend, maar niet zonder grond, noemde Troelstra dan ook +dit Kabinet zijn zaakwaarnemer.</p> + +<p>Kan 't erger?</p> + +<p>Gelukkig is er in Nederland nog een volk, dat nooit ofte nimmer voor +den schepter van Mr. Pieter Jelles' volkswil bukt. En dat is 't +Calvinistische volk.</p> + +<p>Maar tegen dit volk heeft zich zijn haat en die zijner partij dan ook +'t felst gekeerd. Duidelijk kwam dit wederom uit bij de +Kiesrechtmanifestatie op 1 Maart te Amsterdam in het Paleis voor +Volksvlijt. Door de beide sprekers, Oudegeest en Troelstra, werd daar +vooral op de lachspieren gewerkt. En wanneer brulde 't +instemmingsgeroep? Wanneer er gespot werd! Zooals door Oudegeest: +„Minister <span xml:lang="fr">Rambonnet</span> zendt niet den Bijbel, niet <span xml:lang="en">Bunyans</span> Christenreize +naar de eeuwigheid op de vloot, maar <span xml:lang="de">Treubs</span> boek tegen 't Marxisme!” +En door Troelstra, toen hij de Eerste-Kamerleden belachelijk maakte, +en hen aanraadde, <span class="pagenum" title="133"></span><a id="p_133"></a>wat meer zorg te hebben voor het heil hunner +onsterfelijke ziel.</p> + +<p>In den grond is heel de strijd der sociaal-democratie evenals die der +vrijzinnigheid niets anders dan een anti-christelijke strijd. Op den +bodem van elke wetenschap ligt de Theologie, ook van de sociologische +wetenschap. Het ongeloof is de wortel, waarop vrijzinnigheid en +sociaal-democratie stoelen; revolutie, opstand tegen God en Zijn +Gezalfde, is beider vrucht.</p> + +<p>Daarom is de haat dan ook zoo fel van 't socialisme tegen den levenden +God. Op treffende wijze is dit verklaard door <span xml:lang="fr">Sertillanges</span> in zijn +werkje „<span xml:lang="fr">Nos luttes</span>”, „Onze worstelingen”. Hij spreekt daarin over den +politieken strijd, den klassenstrijd en den Godsdienststrijd. Er is +niets, zegt hij, wat de hartstochten zoo in beweging brengt als de +politiek. De klassenstrijd kweekt daarbij haat. Nu zou men denken, dat +de Godsdienst vrede zou brengen. Maar neen, zij brengt olie in 't +vuur. Christus heeft gezegd, dat Hij gekomen is, om 't zwaard te +brengen op de aarde, en de tegenpartij voelt in de partij van den +levenden God de scherpte van Christus' zwaard. (<span xml:lang="fr">Sertillanges, Nos +luttes</span>, bladz. 137 en 138).</p> + +<p>Onwillekeurig komen de scherpste partijen 't meest tegenover elkander +te staan. De middenpartijen vallen weg. Het scherp gekleurde komt op +den voorgrond.</p> + +<p>Alzoo is dan ook nu reeds vervuld, wat ik reeds voor jaren in mijn +„Calvinisme en Socialisme” opperde, dat in Nederland de groote strijd +om de leiding der geesten in de toekomst zou gestreden worden tusschen +Calvinisme en Socialisme.</p> + +<p>Wie zal in die worsteling triomfeeren? O zoo gemakkelijk kon 't +Calvinisme overwinnen, wanneer 't één was!</p> + +<p>Maar helaas, hoeveel soorten van gereformeerden zijn er niet! Er zijn +Gereformeerden A en B, Christelijk-Gereformeerden, +<span class="pagenum" title="134"></span><a id="p_134"></a>oud-Gereformeerden, de mannen van den Gereformeerden Bond, voorts die +van de Confessioneele Vereeniging.</p> + +<p>Welk een kracht zou er van 't Calvinisme in ons vaderland uitgaan, +wanneer al deze Gereformeerden eens werkelijk één waren!</p> + +<p>Maar dit worden ze toch nooit, hoor ik zeggen. Ziet maar eens, hoe +scherp ze tegenover elkander staan! De één wil nog gereformeerder zijn +dan de ander; dezen worden nooit één.</p> + +<p>Wie durft dat beweren?</p> + +<p>Gelooven wij dan niet meer in den Heiligen Geest?</p> + +<p>Werkt Gods Geest niet meer in Gods volk?</p> + +<p>Werkt Hij de gemeenschap der heiligen niet meer?</p> + +<p>Wie dat wilde beweren, randde daarmede de eere en het werk des +Heiligen Geestes aan!</p> + +<p>Vereeniging van de partijen in de Ned. Herv. Kerk is een +onmogelijkheid. Vereeniging van alle Gereformeerden is mogelijk, en +noodzakelijk. Gods eere eischt, de nood der tijden vordert 't.</p> + +<p>O wat zou 't Calvinisme ten onzent in ontwikkeling voortschrijden, +wanneer deze vereeniging eens tot stand kwam! Dan werd ons land +waarlijk als een stad op een berg!</p> + +<p>Komt, Geliefden, sturen we dan daarop aan, in gebed, in omgang, in +arbeid!</p> + +<p>Maar ik moet eindigen. Mijn brief is reeds veel te lang. Het is ook +een onderwerp, dat mij reeds lang bezighield. Ik verheug mij, dat ik, +wat mij vervult, nog eens heb mogen uitspreken.</p> + +<p>Weest tezamen den Heere bevolen. Gedenkt in uwe gebeden</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p><span class="pagenum" title="135"></span><a id="p_135"></a></p> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Heidelberg, 17 Maart 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Zoo zijn wij dan Woensdag den 11en Maart wederom gegaan naar +Heidelberg, de oude hoofdstad van 't oude keurvorstendom de Paltz; +thans een stad van den tweeden rang in 't groothertogdom Baden, maar +als universiteitsstad en als een der centra van de hedendaagsche +cultuur geenszins de minste onder de dochteren van Duitschland.</p> + +<p>Voor mij is Heidelberg de stad van <span xml:lang="de">Czerny</span> en <span xml:lang="de">Werner</span>, van 't +<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>, van 't kankerinstituut.</p> + +<p>Hoe gaarne ik anders steeds naar Heidelberg ga, ditmaal had ik zeer +tegen de reis opgezien.</p> + +<p>De laatste veertien dagen had ik thuis bijna niet geslapen, en ieder +die weet wat slapelooze nachten zijn, kent ook hunne verschrikkingen, +en weet hoe ze doen afnemen in krachten.</p> + +<p>Toch waren niet alle slapelooze nachten even donker en bang. Wanneer +de Heere 't mij gaf, mij in de stilte van den nacht diep onder Zijne +kastijdende hand te verootmoedigen;—wanneer Hij 't mij gaf dan aldus +in mijn binnenste te spreken:</p> + +<p>„Heere, Gij zijt rechtvaardig en heilig, ik ben boos en onrein! Gij +doet geen onrecht, Uwe zware kastijding is zoo volkomen rechtvaardig! +Maar bij U, Heere, is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt! Dit hebt +Gij getoond in de overgave van Uwen lieven Zoon, opdat Hij onze zonden +zou dragen, en onze krankheden op Zich zou nemen! Ach, Heere, neem dan +om 't lijden en de gehoorzaamheid van Uwen lieven Zoon deze krankheid +weg, en laat Uwe genade bij mij blijven. Ach Heere, ontferm U om +Jezus' wille over mijn arme vrouw, over mijn arme kinderen, over mijn +ouden vader, over allen, die mij lief en dierbaar zijn! Heere, wees +mij genadig en genees mij! Gij hebt mij <span class="pagenum" title="136"></span><a id="p_136"></a>beloofd, voor mij te zullen +zorgen. Gij hebt tot hiertoe deze belofte zoo lieflijk vervuld. Ach, +wil Gij nu Uwe <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: wedadigheid">weldadigheid</ins> en trouw verheerlijken in de zorg voor mijn +volkomen genezing! Ik vraag niet te veel, Heere! Gij zijt de Machtige, +die spreekt en het is er. Gij hebt de middelen reeds geschonken. Nu +hangt alles nog aan Uwen zegen. Ach Heere, spreekt het genadewoord, +het wonderwoord, het machtwoord van zegen over de middelen, en ik zal +genezen! Maar hebt Gij in Uw Raad vastgesteld, mij nu door den dood +weg te nemen, ach geef mij dan genade, dat mijn wil lieflijk +verslonden zij in Uwen wil, en geef mij dan door 't geloof een ruimen +ingang in de zaligheid en heerlijkheid. Behaagt 't U nog jaren tot +mijne levensdagen toe te voegen, geef mij dan in een Christelijk leven +en in Christelijken arbeid hier op aarde reeds te blinken als een +parel aan de Middelaarskroon van Jezus!”</p> + +<p>Zie, wanneer ik zóó in de stilte van den nacht mijn gebed mag opheffen +tot den Heere, dan rijst in den slapeloozen nacht de ééne ster der +hope na de andere aan den hemel, de hope op de eeuwige goederen, de +hope op aardsche zegeningen. De slapelooze nachten zijn dan niet lang +en donker meer, maar nachten vol van sterren, die mij 't woord bij +Jesaja in de herinnering roepen, 't machtige, 't aangrijpende, 't +bezielende woord in Jesaja 40, waar de Heere tot Israël spreekt:</p> + +<p>„Heft uwe oogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; +Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze allen bij name roept, +vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen +is; er wordt er niet één gemist.</p> + +<p>„Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël: Mijn weg is voor +den Heere verborgen, en mijn recht gaat van mijnen God voorbij?</p> + +<p>„Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige <span class="pagenum" title="137"></span><a id="p_137"></a>God, de +Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is +geen doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moede kracht, en +Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geene krachten heeft.</p> + +<p>„De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen +gewisselijk vallen;</p> + +<p>„Maar die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij +zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen loopen, en +niet moede, zij zullen wandelen en niet mat worden.”</p> + +<p>Zulke nachtelijke bezoeken van den Heere vielen dan wel als een +verkwikkende dauw op de ziel; maar mijn kracht is geen steenen kracht, +en door de slapeloosheid verminderde ik zeer, zoodat ik meer dan +anders tegen de lange reis opzag.</p> + +<p>Hoe zwaar de Heere echter ook kastijdt, Hij doet 't altijd op een +vaderlijke wijze, en doet in 't midden der beproeving Zijne trouwe +goedheid aan de ziel merken. Zóó deed Hij ook aan mij. Wonder, den +nacht vóór mijn vertrek, sliep ik bijna den geheelen nacht rustig +door. Door dit blijk van Gods lieve goedheid verrast, ging ik nu vol +moed op reis, en nooit heb ik haar zoo gemakkelijk volbracht als +ditmaal. Zelfs 't eind tusschen Nijmegen en Keulen, dat lange eind +zonder eenig natuur-décor, viel mij niet zoo lang als anders. Van +Keulen gingen we weer voort, den Rijn langs. Ontslagen van zijn +winterboei, stroomde de Rijn ditmaal niet <i>langs</i>, maar ver <i>buiten</i> +zijn boorden. Overal stonden heele strooken land diep onder water, en +vele villa's moesten met de schuit benaderd worden.</p> + +<p>Schier even frisch als toen we op reis gingen, kwamen we 's avonds te +acht ure behouden te Heidelberg aan.</p> + +<p>Den volgenden morgen ging ik natuurlijk dadelijk weer naar 't +<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> was met vacantie <span class="pagenum" title="138"></span><a id="p_138"></a>afwezig. Z.Exc. <span xml:lang="de">Czerny</span> +onderzocht mij derhalve alleen, en deed 't zeer nauwkeurig. Ook nu +weer constateerde hij grooten uitwendigen vooruitgang, maar moest er +helaas bijvoegen, dat de tong nog steeds dik blijft. Hij bepaalde, dat +ik twee heele en twee halve dagen met radium moest worden bestraald. +Zaterdag had de eerste bestraling plaats. Maar wie beschrijft onze +teleurstelling, onmiddellijk na de eerste bestraling: in den nacht van +Zaterdag op Zondag, werd mijn tong nog dikker. Dit was de pijnlijkste +tegenslag, dien ik gedurende deze zware krankheid heb gehad. Mijn +vrouw en ik hadden den ganschen nacht bijna niet geslapen. Hoe +vermoeid we 's morgens ook waren, toch besloten we naar de kerk te +gaan, en troost in Gods huis te gaan zoeken. En we deden 't niet +tevergeefs!</p> + +<p>Hoe heerlijk hebben we gekerkt!</p> + +<p>Dat begon al met 't lieflijk gezang:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Lasset uns mit Jesu ziehen,<br /></span> + <span class="i0">Seinem Vorbild folgen nach,<br /></span> + <span class="i0">In der Welt, der Welt entfliehen,<br /></span> + <span class="i0">Auf der Bahn, die Er uns brach,<br /></span> + <span class="i0">Immerfort zum Himmel reisen,<br /></span> + <span class="i0">Irdisch noch, schon himmlisch sein.<br /></span> + <span class="i0">Glauben recht, und leben rein<br /></span> + <span class="i0">In der Lieb' den Glauben weisen!<br /></span> + <span class="i0">Treuer Jesu, bleib bei mir;<br /></span> + <span class="i0">Geh voran, ich folge dir!<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Lasset uns mit Jesu leiden,<br /></span> + <span class="i0">Seinem Vorbild werden gleich!<br /></span> + <span class="i0">Nach dem Leide folgen Freuden,<br /></span> + <span class="i0">Armut hier macht droben reich,<br /></span> + <span class="i0">Tränensaat die erntet Wonne,<br /></span> + <span class="i0">Hoffnung tröstet mit Geduld,<br /></span> + <span class="pagenum" title="139"></span><a id="p_139"></a> + <span class="i0">Denn es scheint durch Gottes Huld<br /></span> + <span class="i0">Nach dem Regen bald die Sonne.<br /></span> + <span class="i0">Jesu, hier leid ich mit dir<br /></span> + <span class="i0">Dar teil deine Freud mit mir!<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Laat ons met Jezus trekken,<br /></span> + <span class="i0">Zijn voorbeeld gelijkvormig worden,<br /></span> + <span class="i0">In de wereld, de wereld ontvluchten;<br /></span> + <span class="i0">Op de baan, die Hij ons brak,<br /></span> + <span class="i0">Altijd voort ten hemel reizen,<br /></span> + <span class="i0">Schoon aardsch, toch reeds hemelsch zijn.<br /></span> + <span class="i0">Recht gelooven, zuiver leven,<br /></span> + <span class="i0">In de liefde 't geloof bewijzen!<br /></span> + <span class="i0">Trouwe Jezus, blijf bij mij;<br /></span> + <span class="i0">Ga mij voor, opdat 'k U volg.<br /></span> +</div> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Laat ons met Jezus lijden,<br /></span> + <span class="i0">Zijn voorbeeld gelijkvormig worden!<br /></span> + <span class="i0">Na het leed volgt de vreugde,<br /></span> + <span class="i0">Armoe hier, maakt boven rijk,<br /></span> + <span class="i0">Tranenzaad oogst hemelblijdschap,<br /></span> + <span class="i0">Hoop troost ons met geduld,<br /></span> + <span class="i0">Want door Gods goedheid<br /></span> + <span class="i0">Schijnt na den regen weêr de zon.<br /></span> + <span class="i0">Jezus, hier lijd ik met u,<br /></span> + <span class="i0">Deel boven mij Uw vreugde mede!<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Daarna hoorden we een kostelijke preek over Jezus' verhoor bij Annas, +uit Johannes 18: 12–24.</p> + +<p>Wat hebben wij dien morgen gehoord? Zijn onze zinnen door een +welsprekende rede betooverd? Neen! Is ons denken verdiept, onze kennis +vermeerderd? Neen! Wij hoorden een eenvoudige Evangelieprediking; maar +konden zeggen: „Wij hebben Jezus gezien!”</p> + +<p>De prediker schetste eerst kort maar oordeelkundig 't <span class="pagenum" title="140"></span><a id="p_140"></a>lijden voor +Annas. Daarna sprak hij over de kenosis of de zelfontlediging van den +Heiland, die de legioenen engelen in den hemel liet, en deze bende +niet wegvaagde; maar alles leed om onze zonde. Zoo baande hij zich den +weg om Jezus in Zijn zoete beminnelijkheid als Heilborg van zondaren +voor te stellen. Aan de enkele personen, die den Heere hier deden +lijden, ontleende hij dan ook de stof om aan te wijzen, voor welke +zonden Jezus hier betaalde.</p> + +<p>Ten slotte zongen wij nog:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Eines wünsch' ich mir vor allem andern,<br /></span> + <span class="i1">Eine Speise früh und spät;<br /></span> + <span class="i0">Selig läszts im Tranental sich wandern,<br /></span> + <span class="i1">Wenn dies Eine mit uns geht:<br /></span> + <span class="i0">Unverrückt auf einen Mann zu schauen,<br /></span> + <span class="i0">Der mit blut'gem Schweisz und Todesgrauen<br /></span> + <span class="i1">Auf sein Antlitz niedersank<br /></span> + <span class="i1">Und den Kelch des Vaters trank.<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="dwz">Dat is:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Eén ding wensch ik mij boven alle andere,<br /></span> + <span class="i1">Eéne spijze vroeg en laat;<br /></span> + <span class="i0">Zalig kan men door 't tranendal wandelen,<br /></span> + <span class="i1">Wanneer dit ééne met ons gaat:<br /></span> + <span class="i0">Onverwrikt op éénen Man te zien,<br /></span> + <span class="i0">Die met bloedig zweet en doodsbenauwdheid<br /></span> + <span class="i1">Op Zijn aangezicht nederzonk,<br /></span> + <span class="i1">En den kelk des Vaders dronk.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Als geheel andere menschen verlieten we de kerk. We hadden den Heere +ontmoet, en waren in Hem gesterkt.</p> + +<p>Vol moed ging ik dan ook Maandagmorgen weer naar 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>, +Dinsdag eveneens. Het is nu Dinsdagavond, terwijl ik dit schrijf, en +ik heb nu twee dagen achtereen een bestraling gehad van negen uren +daags. Zegene de Heere deze middelen! Geve Hij ons bovenal een hart, +<span class="pagenum" title="141"></span><a id="p_141"></a>dat volkomen berust in Zijn heiligen wil. Hoe 't ook ga. Hij maakt 't +immers met de Zijnen altijd goed.</p> + +<p>Weest, geliefden, dien God en Zaligmaker bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr37" title="Niet in Bron.">,</ins></div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 30 Maart 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Sedert ik u de laatste maal uit Heidelberg schreef, is er zeer veel +geschied. De Heere heeft mij van dag tot dag zwaarder beproefd, maar +ook van dag tot dag krachtiger vertroost. Van slapen was in de laatste +weken geen sprake meer; overdag kon ik soms een weinig soezen. Toch +heb ik de <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: radiumbestraling">radium-bestraling</ins> nog goed doorgemaakt. Daarna zouden de +Röntgen-bestralingen beginnen. Daarvoor was ik echter te zwak. De +doctoren raadden mij aan, naar huis te gaan. 21 Maart gingen we op +reis. Behouden kwamen we 's avonds aan. Mijn vrouw waakte na de lange +reis dienzelfden nacht nog bij mij. Dit kon echter zoo niet langer. +Zondagavond 22 Maart ben ik naar het St. Elisabethsgasthuis alhier +gegaan. Daar ben ik nu nog, en moet hier morgen een operatie +ondergaan. Na dien tijd zal ik te bed moeten liggen. Ondanks groote +lichaamszwakte poog ik u heden te schrijven, om u te doen weten, wat +mijn hart vervult.</p> + +<p>Ik heb telkens gedacht aan Job, tot wien ook bode na bode, ongeluk +meldend, kwam. Ik heb gedacht aan 't groote doel van 't lijden der +vromen, zooals dit in Job wordt voorgesteld. En ik ben zeer versterkt +geworden.</p> + +<p>Ook het boek Job behandelt het probleem van 't lijden der vromen, en +beziet dit van een bepaalden kant. Het stelt als hoogste doeleinde van +het lijden der godzaligen: <span class="pagenum" title="142"></span><a id="p_142"></a><i>de verheerlijking Gods en de beschaming +des Satans</i>.</p> + +<p>Gaan we den inhoud van 't boek Job maar even na.</p> + +<p>Satan verschijnt in de vergadering der kinderen Gods. Verwonderen we +ons daarover niet. Hij komt ook in de samenkomsten van Gods volk, waar +de gemeente met den Heere vergadert.</p> + +<p>De Heere Zelf prijst Jobs godsvrucht, Satan dingt daarop af. Ook +daarover behoeven we ons niet te verbazen. Satan is de verklager der +broederen, de kritische geest, de geest, die graag zaken doet, en +daarom den ander den voet licht. Zoo doet Satan tegenover Job. Hij +stelt Job voor als iemand, die slechts uit loonzucht God dient. +Natuurlijk. Satan kent niet de zaligheid van Azaf, die te midden der +zwaarste beproevingen zingt: „Wien heb ik nevens U in den hemel? +Nevens U lust mij ook niets op de aarde!” Er moet dus wat achter +zitten, wanneer Job zoo getrouw God dient, en dat is de zucht naar +loon.</p> + +<p>Hiermede beleedigt Satan Job. Bovenal tast Satan echter Gods eere aan. +Satan bedoelt te zeggen: „Gij, o God, zijt niet zoo vol van majesteit +en beminnelijkheid, dat Gij om Uzelven zoudt worden gediend. Kon ik, +Satan, maar één gulden meer geven dan Gij, o God, dan had ik Job en +allen aan mijn snoer. 't Blinkende goud, dat is de ware majesteit en +beminnelijkheid.”</p> + +<p>Nu volgt de ontwikkeling van 't ontzaglijkst drama.</p> + +<p>Op één dag, van vee, van goed, van kinderen beroofd, zit Job op de +puinhoopen van zijn verwoest geluk. Valt hij van God af? Neen! Hij +spreekt de heerlijke woorden: „De Heere heeft gegeven, de Heere heeft +genomen, <i>de Naam des Heeren zij geloofd</i>.”</p> + +<p>Satan heeft derhalve zijn doel niet bereikt. Nogmaals komt hij in de +vergadering der kinderen Gods. Nogmaals randt hij Jobs eere en +daarmede Gods eere aan. „Job is <span class="pagenum" title="143"></span><a id="p_143"></a>in zijn lichaam nog ongedeerd +gebleven; anders zou hij Gods Naam wel hebben gevloekt”, meent Satan.</p> + +<p>Nu geeft de Heere Job een wijle over aan Satan. Hij mag met hem doen, +wat hij wil; alléén hij moet Jobs leven verschoonen.</p> + +<p>Nu wordt Job met een vreeselijke melaatschheid geslagen. Hij heeft +nacht noch dag rust.</p> + +<p>Jobs huisvrouw, in plaats van hem te troosten, port hem aan, om nu +maar een einde aan zijn leven te maken.</p> + +<p>Voor Jobs vrouw heeft Job alléén beteekenis, zoolang hij groot en rijk +is. Zij gelijkt de vrouw van een Indisch ambtenaar, van wie 't +volgende wordt verhaald. Bij de landing te Priok, de havenplaats van +Batavia, valt haar man te water. „O, mijn traktement, mijn +traktement!” schreeuwt zij luid op den oever. Gelukkig werd de +drenkeling weer op 't droge gebracht en was haar traktement behouden.</p> + +<p>Zoolang Job goed en rijk was, kleeft Jobs vrouw hem aan. Thans, nu hij +van de zonnige hoogten van 't geluk in de afgrondskolken der ellende +is neergestort, wil zij liever van hem af. Zij is een dienares van de +grootschheid des levens, de begeerlijkheid der oogen, de +begeerlijkheid des vleesches, een echt Satanskind. „Zegen God, en +sterf!” zegt, zij tot Job. „Zouden wij het goede van God ontvangen, en +zouden wij het kwade niet ontvangen?” zegt Job.</p> + +<p>Wederom is Satan beschaamd.</p> + +<p>Thans komt evenwel nog de zwaarste beproeving. Jobs drie vrienden, +Elifaz, Bildad en Zofar komen uit 't verre Oosten om hem in zijn +lijden te bezoeken. Ternauwernood hebben zij hem uit de verte gezien, +of zij verstommen van verschrikking; zeven dagen en zeven nachten +zitten zij neer om Jobs lijden te beweenen.</p> + +<p>Niet één hunner staat echter op om hem de hand te gaan drukken. Het +staat immers wel bij hen vast, dat een <span class="pagenum" title="144"></span><a id="p_144"></a>verborgen kwaad Job moet +aankleven, en dat de Heere hem daarvoor nu komt ontmaskeren. Daarover +zullen zij eerst met hem spreken. En dat zal wel goed uitkomen. Job +vreest God, en zal wel in de schuld vallen. Maar dit moet dan ook +geschieden, zal er van vergeving en genezing voor hem sprake kunnen +zijn. En aangezien zij zijne vrienden zijn, zijn zij de aangewezen +personen om hem daarover ernstig te onderhouden.</p> + +<p>Welk een beproeving voor Job!</p> + +<p>Hij erkent zijne zonde en schuld. Hij belijdt, dat hij een onreine is. +Maar hij ontkent, dat eenig verborgen kwaad hem aankleeft, waardoor +hij zich dezer zware straffe heeft waandig gemaakt.</p> + +<p>Diep in zijn eer aangerand, vervloekt Job nu den dag zijner geboorte.</p> + +<p>De volgende hoofdstukken bevatten dan de twistgesprekken tusschen Job +en zijn vrienden, waarin hij zijn zakelijke gerechtigheid handhaaft.</p> + +<p>In het 32e hoofdstuk treedt een ander spreker op. Elíhu, die een nieuw +licht werpt op de rampen der vromen. Hij ontwikkelt de waarheid, dat +de Heere zijn volk beproeft om hen te <i>louteren</i>.</p> + +<p>Maar de eigenlijke oplossing van 't groote probleem van de rampen der +godvruchtigen geeft de Heere Zèlf. In de hoofdstukken 38 en 41 treedt +Hij Zelf op.<a id="FNa_A" href="#FN_A" class="fnanchor">*)</a> Hij verschijnt in een onweder, in al de verhevenheid +Zijner majesteit. Hij treedt met Job in gesprek over de wonderen der +schepping. En nu zinkt Job neer voor des Heeren Majesteit en +Beminnelijkheid. Nu spreekt Job de gedenkwaardige <span class="pagenum" title="145"></span><a id="p_145"></a>woorden: „Met het +gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog; daarom +verfoei ik mij, en heb berouw in stof en asch.” Job begrijpt Gods +wegen niet, maar ziet Gods heerlijkheid, en zinkt in aanbidding voor +Zijn Majesteit neder.</p> + +<p>Nu is God verheerlijkt.</p> + +<p>Nu is de Satan geheel vernederd.</p> + +<p>Ziehier één der gewichtigste doeleinden van de rampen der godzaligen: +Tegenover heel de wereld moet blijken, dat de vromen vasthouden aan +hun God, door welke diepe wegen die God hen ook leidt!</p> + +<p>Dit is ook voor mij thans de oplossing van den raadselachtigen weg, +dien de Heere met mij houdt.</p> + +<p>Inderdaad, 't is een weg vol van vragen. Waarom dit? Waarom dat? +Volgens de Schrift is 't leven van wie God vreest, als een boom, +geplant aan waterbeken; maar de weg der goddeloozen als 't kaf, dat de +wind henendrijft. In de werkelijkheid zien we 't vaak zoo gansch +anders. David vlucht; Saul behoudt 't veld. Elia zwerft in de +woestijn; Achab zit op den troon. Johannes sterft in den kerker; +Herodes zwelgt in weelde. De één gaat arbeiden in 't Koninkrijk Gods, +en onspoed is slechts zijn deel. De ander onderneemt slechts een +tijdelijke zaak, en de zon van voorspoed beschijnt zijn weg. Hoevele +vragen liggen in al deze verschillende feiten!</p> + +<p>Ook ik gevoel dit diep in mijn geval. Maar met het licht, dat het boek +van Job in mijne ziel doet vallen, is zij Gode niet alleen stil; neen, +zij jubelt hoog in God over de genade en de eere, geroepen te worden +tot de verheerlijking Gods in den weg des lijdens! Geroepen te worden +tot beschaming van Satan; door het midden van de zware beproevingen +des levens te jubelen in de zaligheid, die daar ligt in 't woord: +„Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de +aarde!”</p> + +<p><span class="pagenum" title="146"></span><a id="p_146"></a></p> + +<p>En nu ten slotte, ik dank den Heere, dat Hij mij de krachten gaf, dit +nog eens uit te spreken. Hij blijve mij de genade verleenen, Zijnen +grooten Naam te prijzen, hoe alles verder ook ga! Hij geve mij, dat +mijn wil lieflijk verslonden blijve in Zijn wil! Hij geve mij +eindelijk, zij 't ook na veel lijden, om den wille van Christus' +lijden en gehoorzaamheid, een ruimen ingang in de zaligheid en +heerlijkheid. Welk een vergoeding zal dit zijn! In de eeuwigheid is +alles vervulling zonder eenig gemis. Daar wordt de hoogste bestemming +bereikt, en eerst recht gevoeld, wat leven is, en wat 't is, +beelddrager Gods te zijn!</p> + +<p>Mocht dit mijn laatste brief aan u zijn, geliefde gemeente, dan tot +weerziens aan die zalige plaats!</p> + +<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<p class="noi">P.S. Den dichter uit Sassenheim mijn diepgevoelden dank.</p> + +<hr class="fnsep" /> + +<div class="footnote"> +<p><a id="FN_A" href="#FNa_A" class="label">*)</a> +Eigenlijk geeft de Heere geen enkele verklaring van Zijn +doen met Job. Zijn wegen zijn hooger dan onze wegen, Zijn gedachten +dan onze gedachten. Hij geeft aan nietig stof geen rekenschap van +Zijne daden. God alléén is groot, en wij begrijpen Hem niet, maar +daarom aanbidden wij Hem.</p> +</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 7 April 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Ook thans poog ik een schrijven aan u saam te stellen.</p> + +<p>Het roemend, zoowel als 't klagend hart heeft zoo gaarne een +luisterend oor. Dit biedt ge mij steeds. Nooit behoef ik in mijn +„Gethsémané” te zeggen: „Kunt gij dan niet één uur met mij waken?” Uwe +belangstelling is beschamend! Daarom span ik mij gaarne wat in om u, +geliefde gemeente, te melden waarnaar gij verlangend uitziet.</p> + +<p>31 Maart ben ik dan aan de keel geopereerd geworden.</p> + +<p>De bedoeling dezer operatie was om een buis aan te leggen in de keel, +den loop der adem daardoor vrij te maken tegenover de verdikking van +de tong en tegenover de slijmvorming in den mond, en mij op deze wijze +nachtrust te bezorgen. Het is dus wat de geneesheeren noemen, een +palliatieve, een verlichtende operatie.</p> + +<p><span class="pagenum" title="147"></span><a id="p_147"></a></p> + +<p>Met 't uitzicht daarop liet ik mij met vroolijken moed naar de +operatiekamer voeren. In dezen ben ik mijzelven een raadsel. Evenals +alle menschen ben ik steeds met operatievrees bezet geweest. De Heere +heeft die vrees echter geheel weggenomen.</p> + +<p>In de dagen vóór de operatie sterkte ik mij maar weer in den 91en +psalm: „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal +vernachten in de schaduwe des Almachtigen.”</p> + +<p>Gelukkig, er is voor Gods volk een schuilplaats in allen nood. Zie 't +in Noachs historie! In Davids leven! In 't leven van heel de kerk!</p> + +<p>En wat is die schuilplaats veilig! <i>Ze is de schuilplaats des +Allerhoogsten!</i> Gods gemeente is met Christus in den hemel gezet. In +beginsel is zij met Paulus opgetrokken in den derden hemel.</p> + +<p>O wat voelde ik mij daar volkomen veilig! Ik was volkomen verzekerd, +dat geen kwaad mij kon overkomen.</p> + +<p>En hoe was ik daar gekomen, in die schuilplaats!</p> + +<p>O wonder, o wonder, o wonder van genade! De Heere heeft naar mij +willen omzien, en mij in Jezus aangezien. Ach wie ben ik altijd +geweest! De Heere is de eerste geweest om mij te trekken, om mij met +'t geloof te begaven, om mij te rechtvaardigen, om mij te heiligen, om +mij te verlossen <i>en mij een schuilplaats te geven</i>. De overdenking +daarvan vervulde mijn hart met aanbidding van Gods heerlijke, vrije +genade.</p> + +<p>„Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal +vernachten in de schaduwe des Almachtigen.” Den nacht zijner +beproeving zal hij doorbrengen in de onmiddellijke tegenwoordigheid +van den Almachtige, Die kan en wil helpen.</p> + +<p>Dit heb ik bij deze operatie weer ondervonden.</p> + +<p>'s Middags te drie uur werd ik naar de operatiekamer <span class="pagenum" title="148"></span><a id="p_148"></a>gebracht, waar +vier doctoren en drie pleegzusters mij wachtten. Ik werd gelukkig niet +weggemaakt. Dit geschiedt bij deze operatie, geloof ik, nooit. Het is +ook niet noodig. Het gevoel, dat men aan uw keel kerft, nu en dan wat +weeë pijn, dit moge u wat aangrijpen; maar dat is ook alles. +Ongelukkig was de buis wat groot, en 't gat te klein gemaakt. Daardoor +moest men opnieuw aan 't snijden en knippen. Ik maakte mij echter +allerminst onrustig. Ik nam gedurende de heele operatie de toevlucht +tot Jezus' lijden, en stelde mij voor oogen, wat Hij heeft geleden om +onze zonden. O onvergetelijke ure! Hij sterkte mij krachtig. Vroolijk +had ik mij neergelegd. Vroolijk mocht ik oprijzen, nadat de operatie, +die ruim een half uur duurde, was afgeloopen.</p> + +<p>Het doel, dat er mee beoogd werd, is volkomen bereikt.</p> + +<p>De verlichting is groot.</p> + +<p>O, heerlijke nachten van verkwikkenden slaap, die ik nu mag genieten!</p> + +<p><span xml:lang="la">Soli Deo Gloria!</span> Gode alleen zij de eere!</p> + +<p>Meer schrijf ik thans niet.</p> + +<p>Ik moet vanmiddag weer verbonden worden. Ook dit is zeer pijnlijk, en +ik moet daarvoor mijn krachten sparen.</p> + +<p>Hartelijk gegroet, geliefde gemeente! Weest allen den Heere bevolen +door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">,</ins></div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 15 April 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Het is met eenige moeite, dat ik thans de pen gebruik. De dagen van 31 +Maart, den dag mijner operatie, tot heden, waren eenerzijds dagen van +groote verkwikking; maar ook aan den anderen kant dagen van veel +lijden. <span class="pagenum" title="149"></span><a id="p_149"></a>Ik ben thans een dubbele invalide. Ik werd om den anderen dag +verbonden; dit veroorzaakte mij telkens veel pijn. Daarbij komt de +dagelijksche kwelling mijner kwaal. Dit alles heeft mij zeer verzwakt.</p> + +<p>Gelukkig vielen in dezen moeilijken tijd de plechtige stille week en +de heerlijke Paaschdagen.</p> + +<p>In de stille week volgde ik in mijne gedachten 't lijden van den +Heiland.</p> + +<p>Vooral op den Goeden Vrijdag was ik daarmede bezig. Ik stelde mij voor +oogen, hoe het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, door de +moordenaren op de slachtbank werd geworpen, hoe zij de knie op zijn +borst zetten, om Hem aan 't vloekhout vast te binden. Ik hoorde in den +geest de hamerslagen. Ik zag als voor oogen, dat 't kruis werd +opgericht. Mijn ziel trilde van diepe ontroering, toen ik daarna dacht +aan 't eerste kruiswoord: „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet +wat zij doen”. Ik dacht aan Zijn verder lijden. Aan Zijn zielelijden, +door de uitbarstingen van haat tegenover zooveel liefde, door het +dragen van den last onzer zonden en den toorn van God, door de +verlating Gods. Eindelijk is 't lijden volleden. De Heere spreekt Zijn +laatste woorden: „Het is volbracht!” Het hoofd buigende geeft Hij den +geest. En bij vernieuwing zinkt mijne ziel met al haar zonde en schuld +op dit heerlijke volbrachte werk van Christus. In mijn binnenste +jubelt 't, wat Paulus schreef:</p> + +<p>„Dien die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, +<i>opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem!</i>”</p> + +<p>Daarop volgden de heerlijke Paaschdagen met hun blijde klanken.</p> + +<p>Hoe rijk is de beteekenis van 't Paaschfeest voor den lijder, die in +Christus een erfdeel heeft gekregen onder de geheiligden in 't licht.</p> + +<p><span class="pagenum" title="150"></span><a id="p_150"></a></p> + +<p>Rondom hem zingt alles van ontwakend natuurleven; zijn lijden is +daarmede in schril contrast. Treffende bevestiging van 't woord der +Schrift:</p> + +<p>„Alle vleesch is als gras en alle heerlijkheid des menschen is als een +bloem van het gras. Het gras verdort. De bloem valt af.”</p> + +<p>Telkens en telkens wordt dit weer gezien. Een wandelaar komt in een +heerlijk lustoord. Liefelijke bosschaadjes wisselen af met blinkende +watervallen; slingerpaden voeren langs sierlijke perken. In 't midden +van dit schoon geheel staat een kasteel, dat een tooverpaleis schijnt. +Vol bewondering laat de wandelaar zijn oog over dit alles gaan. Daar +wordt de deur van 't kasteel geopend. Een dame, zwaar in den rouw, +treedt naar buiten, en wandelt met gebogen hoofd op 't terras op en +neer. Zij heeft een zwaar verlies geleden, en al haar <ins class="corr" id="corr40" title="Bron: heelrijkheid">heerlijkheid</ins> +heeft haar waarde voor haar verloren.</p> + +<p>Zóó zit ieder in dit tranendal éénmaal op de puinhoopen van zijn +verwoest geluk. Ieder menschenleven wordt eenmaal weggenomen door den +dood. Ach, hoe treurig is 't dan met hem, die zijn deel alleen in dit +leven heeft gezocht. Alles is voor hem voorbij. Het gericht wacht.</p> + +<p>Hoe geheel anders is 't echter met dengene, die Jezus kent! Al sterft +heel de wereld voor hem weg, hij houdt Jezus over; Jezus, Die dood is +geweest, maar Die eeuwig leeft; Jezus, de geestelijke mensch, de Heere +der heerlijkheid, die den Zijnen de welgegronde hope der zaligheid en +heerlijkheid schenkt in de onzienlijke wereld.</p> + +<p>Er is tweeërlei wereld; een zienlijke en een onzienlijke. De zienlijke +wereld gaat voorbij; de onzienlijke blijft. Ook de zienlijke wereld +heeft hare beteekenis. Al 't vergankelijke is gelijkenis; en al de +heerlijkheid der zienlijke wereld wijst naar die der onzienlijke +wereld heen, waar de palmen wuiven en de kristallijnen wateren +stroomen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="151"></span><a id="p_151"></a></p> + +<p>Mogen wij ons verzekerd houden van de wezenlijkheid dezer onzienlijke +wereld?</p> + +<p>Daarop geeft de Paaschdag het antwoord. Jezus heeft <i>het leven en de +onverderfelijkheid aan het licht gebracht</i>.</p> + +<p>Wij hebben geen dooden, maar een levenden Zaligmaker, die den Zijnen +dit zalige, heerlijke, eeuwige leven schenkt.</p> + +<p>Zietdaar, geliefden, mijne Paaschoverdenking.</p> + +<p>Zij bracht mij rijke vertroosting.</p> + +<p>Zij deed mij stille zijn in mijn beproeving.</p> + +<p>Zij deed mij innerlijk juichen bij de gedachte van sterven.</p> + +<p>O, hoe goed is de Heere voor mij!</p> + +<p>Hier eindig ik. Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr41" title="Niet in Bron.">,</ins></div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 22 April 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Het is nu bijna drie weken geleden, dat ik geopereerd werd, en nog +steeds blijft mijn toestand stationair. Wat zal de toekomst brengen? +Zal de verdikking der tong toenemen, of zal haar dikte terugloopen? +Zal ik nu spoedig worden weggenomen, of zal de Heere nog jaren tot +mijne levensdagen toevoegen? Ik weet het niet, en onderwerp mij geheel +en al aan des Heeren souverein, alléén-wijs, heilig, en—goed bestel.</p> + +<p>Gelukkig leven!.... Gelukkig leven, dat leven der onderwerping aan des +Heeren souvereinen wil.</p> + +<p>De volstrekte souvereiniteit Gods, zij is de grootste aller +<span class="pagenum" title="152"></span><a id="p_152"></a>gedachten. Door Zijn volstrekte souvereiniteit is God alleen +waarachtig God.</p> + +<p>Diep is deze gedachte aan de gemeente ingeprent door Israëls +profeten.<ins class="corr" id="corr42" title="Bron: , ,"> „</ins>Mijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen,” is +'t woord, dat de Heere door de profeten predikt. Toen Job de gedachte +dezer volstrekte souvereiniteit Gods vatte, riep hij met vreugde uit: +„Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; <i>maar nu ziet U mijn oog!</i>” +Paulus heeft deze gedachte steeds in zijn brieven ontwikkeld. „Hij is +de pottebakker, en wij zijn het leem,” is de grondgedachte van zijn +geheiligd denken. En 't is de groote genade en eere der Gereformeerde +Theologie, dat zij deze grootste aller gedachten steeds op den +voorgrond heeft gesteld.</p> + +<p>Wij hebben dan ook nooit iets anders te doen, dan ons ter beschikking +van Gods souverein welbehagen te stellen. Roept Hij ons tot een hooge +plaats, dan hebben wij te volgen, al is 't, dat er doornen zijn in den +krans, dien Hij om de slapen vlecht. Roept Hij ons midden uit onzen +arbeid, en werpt Hij ons op 't bed der smarten neer, ook daar hebben +wij ons ter beschikking van Zijn volstrekte souvereiniteit te stellen.</p> + +<p>O gelukkig leven, wanneer wij dit mogen doen. Dan zijn wij ook geheel +en al voor des Heeren rekening. Hij zorgt voor Zijne Daniels. Hij +beschaamt nooit, wie Hem verwachten; maar verrast hen zoo, dat zij in +'t midden der zwaarste beproevingen met David mogen zingen:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„De Heere is mijn Herder,<br /></span> + <span class="i0">Mij zal niets ontbreken.<br /></span> + <span class="i0">Hij doet mij nederliggen<br /></span> + <span class="i0">In grazige weiden;<br /></span> + <span class="i0">Hij voert mij zachtkens<br /></span> + <span class="i0">Aan zeer stille wateren.<br /></span> + <span class="pagenum" title="153"></span><a id="p_153"></a> + <span class="i0">Hij verkwikt mijne ziele;<br /></span> + <span class="i0">Hij leidt mij<br /></span> + <span class="i0">In 't spoor der gerechtigheid<br /></span> + <span class="i0">Om Zijns Naams wil.<br /></span> + <span class="i0">Al ging ik ook<br /></span> + <span class="i0">In een dal der schaduwe des doods,<br /></span> + <span class="i0">Ik zoude geen kwaad vreezen;<br /></span> + <span class="i0">Want Gij zijt met mij;<br /></span> + <span class="i0">Uw stok en Uw staf,<br /></span> + <span class="i0">Die vertroosten mij.<br /></span> + <span class="i0">Gij richt de tafel toe<br /></span> + <span class="i0">Voor mijn aangezicht,<br /></span> + <span class="i0">Gij maakt mijn hoofd vet met olie,<br /></span> + <span class="i0">Tegenover mijn tegenpartijders;<br /></span> + <span class="i0">Mijn beker is overvloeiende!<br /></span> + <span class="i0">Immers zullen mij<br /></span> + <span class="i0">Het goede en de weldadigheid volgen<br /></span> + <span class="i0">Alle dagen mijns levens;<br /></span> + <span class="i0">En ik zal in het Huis des Heeren blijven<br /></span> + <span class="i0">Tot in lengte van dagen.”<br /></span> +</div> +</div> + +<p>O, wonder van vertroosting!</p> + +<p>Is 't leven van buiten een woestijn, van binnen is 't een paradijs.</p> + +<p>Gaat het hoofd toch een wijle onder kommer en zorg gebogen, dan +fluistert de Heere ons in, wat in onderstaand vers zoo liefelijk staat +uitgedrukt.</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Kind, dat ik liefheb, leun óp Mij, leun sterk!<br /></span> + <span class="i0">Laat meer het wicht der zorgen, die u kwellen,<br /></span> + <span class="i0">Mij voelen; 'k weet uw last, want kind Mijn werk,<br /></span> + <span class="i0">Mijn maaksel zijn de smarten, die u kwellen;<br /></span> + <span class="i0">Ik telde ze af, en heb met eigen hand,<br /></span> + <span class="i0">Die naar ùw kracht en naar Mijn macht gewogen.<br /></span> + <span class="i0">Toen Mijne hand ze u toezond uit den hooge,<br /></span> + <span class="pagenum" title="154"></span><a id="p_154"></a> + <span class="i0">Sprak Ik: Ik zal als Helper bij hem zijn;<br /></span> + <span class="i0">Naar mate hij Mij deel geeft in zijn pijn<br /></span> + <span class="i0">Zal ik, niet hij, het wicht zijns kruises dragen.<br /></span> + <span class="i0">Zóó wil ik u, Mijn kind, als gij gelooft,<br /></span> + <span class="i0">Omsluiten met Mijn arm. O leg uw hoofd<br /></span> + <span class="i0">Aan Mijne borst, gij moogt stoutmoedig vragen.<br /></span> + <span class="i0">Of zou Mijn arm, die de eeuwen schiep en schraagt,<br /></span> + <span class="i0">Te kort zijn, waar Mijn uitverkoorne klaagt?<br /></span> + <span class="i0">Leun sterker steeds! Hoe meer gij aan Mijn schoot<br /></span> + <span class="i0">De smart vertrouwt van uwer zorgen nood,<br /></span> + <span class="i0">Hoe meer uw hart zelf binnen u zal roemen:<br /></span> + <span class="i0">„Te leunen op mijn God, is Hem mijn Helper noemen”.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Geliefden, laat die God ook uw toevlucht en sterkte zijn. Nooit kan +eenig kwaad u dan werkelijk kwaad doen.</p> + +<p>Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +<hr class="brief" /> + +<div class="datum">Amersfoort, 29 April 1914.</div> +<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div> + +<p>Helaas moet ik beginnen te schrijven, dat ik elken dag achteruit ga. +Eergister had ik een hoestbui, waarvan ik dacht, dat ik er in blijven +zou. Elke week, elke brief kan de laatste zijn. Daarom wil ik u thans +schrijven over 't liefelijkste aller onderwerpen: over 't +plaatsbekleedend lijden en sterven en over de voorbede van Jezus.</p> + +<p>Reeds de naam Jezus is enkel zoetigheid. Sinds Zijn veschijning klinkt +aan 't einde van elke eeuw Zijn Naam als een vraag en een antwoord. +Meer nog, Zijn Naam is een vraag en een antwoord voor elk arm +zondaarshart. Waar zou ik heengaan zonder Hem, wanneer de eeuwigheid +<span class="pagenum" title="155"></span><a id="p_155"></a>mij in de stervende oogen ziet? Waarheen zou ik vluchten zonder Hem, +wanneer de angsten van het geweten mij achtervolgen?</p> + +<p>Reeds vóór Zijn vleeschwording is Zijn plaatsbekleedend lijden +aangekondigd in de offeranden der Wet. Steeds moest de Israëliet met +een offer voor 't altaar verschijnen. Dit offer werd door den priester +gekeurd. De offeraar lei zijn hand op 't offerdier als symbool van de +overdracht zijner zonden. Dan werd 't geslacht en verbrand. De +opstijgende rook kondigde 't herstel der gemeenschap met God aan.</p> + +<p>Nu wist de recht-geloovige Israëliet wel, dat 't bloed van stieren en +bokken niet zoude reinigen. Maar Jesaja 53 sprak van een ander offer. +Daarop zag de geloovige. Hij werd gerechtvaardigd in den Christus, die +komen <i>zou</i>, gelijk wij gerechtvaardigd worden in den Christus, die +gekomen <i>is</i>.</p> + +<p>In zijn plaatsbekleedend lijden heeft Jezus alles volbracht wat van +Hem is voorzegd. Na Zijn opstanding zit Hij als onze Voorbidder bij +den Vader.</p> + +<p>En hier houd ik even stil!</p> + +<p>Hoe is er een betrekking gekomen tusschen Hem en mij?</p> + +<p>Was ik een Obadja, een Jozef?</p> + +<p>Helaas neen.</p> + +<p>De dwaasheid was in het hart van den knaap gebonden.</p> + +<p>Indien de Heere naar mij niet had omgezien, ik had naar Hem niet +omgezien. Ik zocht naar God, maar naar een God van eigen maaksel.</p> + +<p>Met liefelijke trekkingen heeft de Heere mij getrokken, maar ik sloeg +de verzenen tegen de prikkelen.</p> + +<p>Het was een kruisweg op mijn leven.</p> + +<p>Mijn vrienden kozen m.i. in de studie den verkeerden weg.</p> + +<p>Ik koos den anderen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="156"></span><a id="p_156"></a></p> + +<p>De Heere kwam voor mij staan: „Wilt ook gij niet heengaan?”</p> + +<p>Ik antwoordde: „Neen, Heere, bij U zijn de woorden des eeuwigen +levens.” Dit was de eerste besliste keuze.</p> + +<p>Ik zat als jong predikant in de kerk. Vooraan. Als een Farizeër. Met +een gulden in mijn zak voor de diaconie. Wat zou de diaken respect +voor dien dominé hebben!</p> + +<p>De dominé preekte over Zacharia 3. Hij schetste den Farizeër.</p> + +<p>Ik wilde wel onder de bank wegkruipen.</p> + +<p>Hij teekende den tollenaar.</p> + +<p>Ik herleefde. De tollenaar had immers berouw van zijne zonde.</p> + +<p>Daarna sprak Hij van den Voorspraak.</p> + +<p>„De Heere schelde u, gij Satan! Is deze mij niet als een vuurbrand uit +het vuur gerukt?”</p> + +<p>Ja, zoo was 't.</p> + +<p>Indien iets waar was, dan was ik door den Heere als een vuurbrand uit +het vuur gerukt!</p> + +<p>Die tekst is mij altijd bijgebleven.</p> + +<p>Ik lag in de zonde.</p> + +<p>De Heere kwam als met uitgebreide armen tot mij, en zeide: „Nu zal ik +voor u zorgen!”</p> + +<p>Hij heeft dit gedaan op de liefelijkste wijze.</p> + +<p>O, wonderdoende Zaligmaker!</p> + +<p>O, wonderzoete Jezus!</p> + +<p>Gij zijt mijn Eén en mijn Alles.</p> + +<p>Eens eeuwig bij U te zijn, is mijn zaligheid en heerlijkheid.</p> + +<p>Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk!</p> + +<p>En komt de ure aan des doods:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Jezus, Uw verzoenend sterven<br /></span> + <span class="i0">Blijft het rustpunt van mijn hart,<br /></span> + <span class="pagenum" title="157"></span><a id="p_157"></a> + <span class="i0">Als wij alles, alles derven,<br /></span> + <span class="i0">Blijft Uw liefd' ons bij in smart.<br /></span> + <span class="i0">Och, wanneer mijn oog eens breekt,<br /></span> + <span class="i0">'t Angstig doodzweet van mij leekt,<br /></span> + <span class="i0">Dat Uw bloed, mijn hoop dan wekke,<br /></span> + <span class="i0">En mijn schuld voor God bedekke.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Dien heerlijken Naam bevolen door</p> + +<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div> +<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div> + +</div> + +<div class="TNbox"> +<a id="correctie"></a> + +<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1> +<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table summary="correcties in tekst"> + <thead> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr> + </thead> + <tbody> + <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 5</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 6</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 7</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 13</a></td><td class="td4">neeft</td><td class="td4">heeft</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 17</a></td><td class="td4">dit dit</td><td class="td4">dit</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 17</a></td><td class="td4">Kerkgacht</td><td class="td4">Kerkgracht</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 18</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">die</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 30</a></td><td class="td4">Diakonessenhuis</td><td class="td4">Diaconessenhuis</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 30</a></td><td class="td4">Kamerer</td><td class="td4">Kammerer</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 34</a></td><td class="td4">Freedrik</td><td class="td4">Frederik</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 34</a></td><td class="td4">protestansch</td><td class="td4">protestantsch</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 38</a></td><td class="td4">zonnstralen</td><td class="td4">zonnestralen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 39</a></td><td class="td4">' smorgens</td><td class="td4">'s morgens</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 43</a></td><td class="td4">patienten</td><td class="td4">patiënten</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 60</a></td><td class="td4">. .</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 63</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 68</a></td><td class="td4">zijn</td><td class="td4">Zijn</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 79</a></td><td class="td4">Rethurford</td><td class="td4">Rutherford</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 79</a></td><td class="td4">Rethurford</td><td class="td4">Rutherford</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 80</a></td><td class="td4">langs</td><td class="td4">langer</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 82</a></td><td class="td4">hemelscht</td><td class="td4">hemelsch</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 82</a></td><td class="td4">Heidlberg</td><td class="td4">Heidelberg</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 82</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">we</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 83</a></td><td class="td4">duiternis</td><td class="td4">duisternis</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 87</a></td><td class="td4">pennnen</td><td class="td4">pennen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 90</a></td><td class="td4">bestember</td><td class="td4">bestemder</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 91</a></td><td class="td4">„dat</td><td class="td4">dat</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 93</a></td><td class="td4">mêe</td><td class="td4">meê</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 95</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 105</a></td><td class="td4">echtgenoten</td><td class="td4">echtgenooten</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 110</a></td><td class="td4">darover</td><td class="td4">daarover</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 115</a></td><td class="td4">altijdurend</td><td class="td4">altijddurend</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 119</a></td><td class="td4">ver-verdrukt</td><td class="td4">verdrukt</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 125</a></td><td class="td4">zal</td><td class="td4"><i>zal</i></td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 131</a></td><td class="td4">gewaten</td><td class="td4">geweten</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 136</a></td><td class="td4">wedadigheid</td><td class="td4">weldadigheid</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 141</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 141</a></td><td class="td4">radiumbestraling</td><td class="td4">radium-bestraling</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 148</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 150</a></td><td class="td4">heelrijkheid</td><td class="td4">heerlijkheid</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 151</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 152</a></td><td class="td4">, ,</td><td class="td4"> „</td></tr> +</tbody> +</table> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Van strak gespannen snaren, by +Roelof Jan Willem Rudolph + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN *** + +***** This file should be named 31297-h.htm or 31297-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/1/2/9/31297/ + +Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/31297-h/images/cover.jpg b/31297-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4cded24 --- /dev/null +++ b/31297-h/images/cover.jpg diff --git a/31297-h/images/frontispiece.jpg b/31297-h/images/frontispiece.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..acd8827 --- /dev/null +++ b/31297-h/images/frontispiece.jpg diff --git a/31297-h/images/tp_ruit.png b/31297-h/images/tp_ruit.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dedbd6f --- /dev/null +++ b/31297-h/images/tp_ruit.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..4fb044c --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #31297 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31297) |
