summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--31297-8.txt5710
-rw-r--r--31297-8.zipbin0 -> 105462 bytes
-rw-r--r--31297-h.zipbin0 -> 214250 bytes
-rw-r--r--31297-h/31297-h.htm6070
-rw-r--r--31297-h/images/cover.jpgbin0 -> 64209 bytes
-rw-r--r--31297-h/images/frontispiece.jpgbin0 -> 37047 bytes
-rw-r--r--31297-h/images/tp_ruit.pngbin0 -> 300 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
10 files changed, 11796 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/31297-8.txt b/31297-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..36e9221
--- /dev/null
+++ b/31297-8.txt
@@ -0,0 +1,5710 @@
+Project Gutenberg's Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van strak gespannen snaren
+
+Author: Roelof Jan Willem Rudolph
+
+Release Date: February 16, 2010 [EBook #31297]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN ***
+
+
+
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+
+
+
+ +------------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in |
+ | dit e-boek weergegeven als =uitgespatieerd=. Cursieve tekst is |
+ | weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. Deze |
+ | zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens". |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ +------------------------------------------------------------------+
+
+
+VAN STRAK GESPANNEN SNAREN
+
+[Illustratie: portetfoto ds. R. J. W. Rudolph.]
+
+
+
+
+ Ds. R. J. W. RUDOLPH
+
+ VAN STRAK GESPANNEN SNAREN
+
+ MET EEN VOORWOORD VAN
+ Dr. A. KUYPER EN EEN KORT
+ LEVENSBERICHT VAN DEN
+ SCHRIJVER DOOR Ds. G. VERRIJ
+
+ DERDE DRUK
+
+ UITGEGEVEN IN 1916 BIJ J. H. DONNER
+ TE ROTTERDAM.
+
+
+
+
+L. S.
+
+
+De uitgave van de brieven van mijn overleden vriend Rudolph kan ten
+zegen zijn. Rudolph toch behoorde tot die mannen, van wie men in de
+jaren van hun drukke leven betrekkelijk weinig, maar daarentegen in
+de dagen van hun krankheid bijzonder veel hoorde. Rudolph's groote
+beteekenis voor den lande ligt in zijn sterven. Niet alsof zijn leven
+onnut ware voorbijgegaan. Integendeel. Hij was altoos een klare
+belijder, een ijverig werker, een man, die de kunst verstond om door
+eigen bezieling anderen te bezielen; maar in het centrum van onze
+nationale worsteling zagen wij hem hoogst zelden optreden. Reeds als
+student speurde men de stille kracht die in hem huisde, maar beide
+tegelijk, theoloog en jurist willende zijn, bereikte hij noch in
+het eene noch in het andere die rijpheid van studie, die voor een
+vooraantreden in den strijd van het leven eisch is. Zijn vurig verlangen
+om op politiek terrein zijn kracht te kunnen ontplooien, is dan ook niet
+in vervulling gegaan. Hij bleef predikant te Leiden. Toch begon in de
+laatste twee jaren een nieuw ideaal zich voor hem te ontsluieren, hij
+koos een andere existentie, en vurig begeerde hij juist in die nieuwe
+betrekking tot de volle ontplooiïng van zijn talent te kunnen geraken.
+O, hij was voor dien keer in zijn leven zoo innig dankbaar. Het was hem
+of hij een nieuwe toekomst tegenging, en alsof hij nu eerst met al hem
+verleende gaven zijn Heer en Koning zou kunnen dienen. En toch juist op
+dat oogenblik beschikte de Heere op geheel ongedachte wijze over hem, om
+hem te maken tot een heel ander instrument voor Zijn glorie. De Heere
+kwam Rudolph tegen op zijn nieuw ingeslagen weg en maakte hem krank.
+Krank, niet door een gewone krankheid maar door den.... kanker. Ieder
+voelt, hoe bang dit Rudolph aangreep. Nu juist was hij, waar hij nooit
+meer gedacht had te zullen komen. Een nieuw zooveel rijker leven
+ontsloot zich voor hem. Maar immers, dan kon die krankheid niet ten
+doode zijn! En zoo scheen het dan ook te zullen loopen. Heidelberg
+liet heel Europa door verluiden, dat het 't tegengif tegen den kanker
+gevonden had. Rudolph was verrukt, toen hij het hoorde. Hij ging er
+heen. Er kwam beterschap. Men gaf hem goede hope. Dankbaar kwam hij
+terug, denkende nu zijn rijksten arbeid te kannen aanvangen. Doch weer
+zette het kwaad op. Weer toog hij naar Heidelberg. En nog bleef hij
+vol hope, dat hem redding beschoren zou zijn, tot het ten derdenmale
+tegensloeg, en nu erger kwam opzetten, en zelfs het gebruik van keel en
+tong hem werd ontnomen. En toen naderde het einde. Zelf mocht ik hem
+nog even terugzien en mijn laatste bezoek brengen. Kort daarop was mijn
+vriend Rudolph niet meer.
+
+Maar, en dit is nu hier het wondere, als vrucht van dien bitteren kanker
+heeft zich toen juist in die laatste weken in Rudolph een geloofskracht
+en een geloofsmoed ontwikkeld, waarop een ieder die ervan hoorde met
+deelnemende bewondering neerzag.
+
+Als een held stond hij tot den einde toe in die doodelijke worsteling,
+en zijn geloof bezweek niet, het overwon.
+
+Hiervan heeft heel het land toen gehoord. Ten slotte was Rudolph een
+lijder, met wien we allen, dag na dag meeleefden, en in het gebed
+meêworstelden.
+
+Het was de onverzettelijkheid van zijn geloof, die hem toen die brieven
+aan zijn oude gemeente in de pen gaf.
+
+Die brieven hebben toen al wie ze las verkwikt.
+
+Moge het zoo ook na zijn sterven zijn.
+
+Zij zijn een klaar getuigenis, waarvoor wij God danken, van wat het
+geloof ook nu nog in de bangste ure vermag.
+
+ KUYPER.
+
+'s-Gravenhage, 8 Juni 1914.
+
+
+
+
+Ds. ROELOF JAN WILLEM RUDOLPH.
+
+20 SEPTEMBER 1862-10 MEI 1914.
+
+
+»Van strak gespannen snaren!" Zóó zou naar den wensch van mijnen
+hooggeschatten, lieven, vaderlijken vriend, bij afzonderlijke uitgave,
+de titel luiden van zijne brieven, toegezonden aan de »Geref. Kerkbode
+van Leiden en omstreken" en bestemd voor de gemeente, die hij zooveel
+jaren had gediend en waaraan hij zoo nauw was verbonden.
+
+Naar den vorm literarisch schoon, naar den inhoud veelzeggend!
+
+Deze titel doet ons denken aan een muziekinstrument, welks snaren worden
+gewonden tot de hoogste spankracht voor de zuiverheid van den klank en
+de fijnheid van toon. _Hij_ koos den titel en drukte ermee uit, wat
+lijden hij heeft geleden en aan welk een beproeving hij was onderworpen.
+En nu staat het aan _ons_, die, als ik, zoo menigwerf getuigen waren
+van zijn lijden, dat onder Gods aanbiddelijk bestel zooveel maanden
+achtereen werd uitgerekt; aan ons, die deze brieven lazen of nog zullen
+lezen, te beoordeelen, wat soort van liederen op dit veelsnarig
+instrument getokkeld werden. En--oordeel zelf--is het te veel gezegd,
+als we beweren, dat het zijn zangen »per aspera ad astra", uit de diepte
+naar omhoog. »Liederen van den Opgang", teeder aandoenlijk, warm
+gemoedelijk; zangen waardoor ons de stille berusting des geloofs, de
+onwankelbaarheid der hope en de innigheid der liefde van den waren
+Christen tegen ruischen?
+
+Ds. Rudolph was een gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Het
+moge ietwat vreemd klinken in de ooren van allen, die hem slechts in
+zijn openbaar leven gekend hebben, hem, die in de gelederen van zijne
+politieke tegenstanders vaak met den minder vleienden naam van »De Beul"
+genoemd werd, hier te hooren karakteriseeren als een gevoelsmensch, een
+man met een vrouwenhart. Doch wie hem meer van naderbij kende en wist,
+hoe teeder achter het harnas van dezen strijder het harte klopte, beaamt
+het volkomen en stemt het ons gereedelijk toe. Ds. Rudolph kon geen leed
+van eenigszins ernstigen aard zien, of hij werd tot weenens toe bewogen.
+En juist deze man met het priesterlijke hart en het lichtbewogen gemoed,
+die,--had hij niet in het ambt van Dienaar des Woords gestaan,--een
+geboren diaken zou zijn geweest, heeft zelf zoo moeten lijden. Hoe vaak
+heeft hij in zijn gezonde dagen tegenover zijn huisgenooten de vurige
+begeerte uitgesproken, dat de Heere hem voor kanker mocht behoeden. En
+zie, wat hij zoozeer vreesde, is hem niet gespaard! Met forsche hand
+heeft de kanker hem aangegrepen, den fieren man, die een toonbeeld was
+van bloeienden welstand, den breedgeschouderde met zijn fraai gewelfd
+voorhoofd, zijn schitterende oogen, die vonken spatten, als hij was
+midden in het toernooi met zijn tegenstanders, den trouwen echtgenoot,
+der pleegkinderen liefdevollen vader, den man van 't initiatief, immer
+van idealen vol. En deze alom terecht gevreesde ziekte heeft hem niet
+meer losgelaten. Of zij dit wel ooit doet? Geen pogingen zijn onbeproefd
+gelaten, om aan dezen machtigen vijand der menschheid zijn kostbare
+prooi te ontrukken. Bezweken voor den sterken aandrang van oprechte
+vrienden, die zich voor de noodige geldmiddelen borg stelden, werd de
+reis naar Heidelberg ondernomen, naar het wereldberoemde Instituut voor
+kankerlijders van Prof. Czerny. Hoe vol hoop trok de patiënt met zijn
+echtgenoote, die hem in al zijn lijden een ware hulpe was, daarhenen,
+en hoe enthousiast keerde hij na een kuur van 4 weken weder! Wonderen
+had hij zien gebeuren! Waarom zou dan ook met hem geen wonder kunnen
+geschieden! De Heere is toch de God der wonderen! Wonderlijk is ook de
+naam Zijns Heilands! En was hij niet tot nog grootsche taak geroepen?
+Wachtten hem niet de Stichtingen voor Verwaarloosden en Drankzuchtigen
+te Achteveld bij Barneveld met kennelijk ongeduld? Hoorde hij niet als
+met duidelijk waarneembaren klank de weemoedige stem der ontouderde
+kinderen: »Vader Rudolph, kom, kom spoedig. Wij hebben uwe leiding zoo
+noodig, waar ons de ouderlijke ontbreekt"? Is het wonder, dat Ds.
+Rudolph hoopte, ziende ook op de Almacht Zijns Gods, tot op het laatste
+toe?
+
+Voor de 4e maal kwam hij uit Heidelberg terug. De doctoren hadden hem
+diets gemaakt, dat hij een katarrh in de keel had en de lucht daarvoor
+in Holland beter dan in Heidelberg was. »Ga zoo spoedig mogelijk terug
+naar Uw Heimat en als de katarrh over is, kom dan weder, zoo zullen we
+de kuur voortzetten!" Zóó werd gesproken. De werkelijkheid was evenwel
+geheel anders. Men had alle hoop op herstel moeten opgeven. Trots alle
+middelen van wetenschap en kunst, woekerde het proces met door niets te
+stuiten kracht voort. Men vreesde voor verbloeding en dan.... weldra het
+einde.
+
+Zóó was de naakte werkelijkheid. Wie zou het den lijder aanzeggen?
+Aan ondergeteekende viel deze zware opdracht te vervullen. Hadden
+deskundigen niet verklaard, dat er groot gevaar voor verstikking
+bestond, zoo den patiënt deze vreeselijke tijding werd bekendgemaakt?
+Biddend en bevend wordt de gang gemaakt naar het St. Elisabethsgesticht
+te Amersfoort. »Heere, voorkom, wat gevreesd wordt, geef de woorden in
+de opening mijns monds en den armen lijder kracht van Boven!" Ik schel
+aan en treed binnen. Dáár lag hij, de kankerlijder, die reeds sedert
+ettelijke maanden tot zwijgen gedoemd was. Allerhartelijkst was de
+begroeting met dien vriendelijken glimlach, krullend om de lippen en die
+zachte trekken op het gelaat, waarop de stille smart reeds diep haar
+sporen afgedrukt had. De vraag werd gedaan, of de hope op beterschap
+niet begon te verflauwen, daar er van vooruitgang toch zoo weinig viel
+te bespeuren. »Ik heb idee, dat herstel nog zeer goed mogelijk is. Dit
+zegt de dokter. Dat mag ik dus aannemen. Maar is 't, dat je 't anders
+weet, zeg 't dan. Ik ben bereid om heen te gaan!" Met woorden, dooraderd
+van diep medegevoel, wordt nu niets verholen, maar alles gezegd! De
+zieke vouwt de handen. Hij is in het gebed. Twee groote tranen worden
+aan de gesloten oogen ontperst. 't Is een plechtige, ernstvolle stilte
+in dit zieken- en bidvertrek. Onwillekeurig dacht ik aan het woord
+der Schrift: »En David sterkte zich in den Heere zijnen God!" Na een
+wijle gaan de oogen weer open, de handen laten zich los, de tranen
+worden afgewischt, de pen wordt weer opgenomen en met vaste hand
+neergeschreven: »Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,
+die zal vernachten in de schaduwe des Almachtigen!" Hier was een strijd
+gestreden, hier was een overwinning bevochten!
+
+Daarna ging ik heen, verruimd van gemoed, in het bewustzijn een zwaar,
+doch ook een goed werk te hebben verricht.
+
+Menigwerf toefde ik in de krankenkamer en moest getuigen: »Waarlijk, in
+dit klaaghuls is het beter dan in het huis der maaltijden." 27 April
+kwam ik weder bij hem en vroeg, of hij nog even sterk stond in zijn
+geloof en Satan niet trachtte te ontnemen, wat hij meende te bezitten,
+waarop hij aanstonds neerschreef: »Ik geniet zoeten vrede, die alle
+verstand te boven gaat. Dit staat vast, dat iemand niet vandaag een
+Petrus en morgen een Judas is. Dit staat vast, dat God geen God van Ja
+en Neen is. Maar Jehova, de Ik zal zijn, Die ik zijn zal."
+
+Nimmer sprak hij eigener beweging van zijn lijden en hoe strakker de
+snaren zijner smarten gespannen werden, des te meer melodieus en des
+te liefelijker waren de zangen van aanbiddend geloof en roemende
+genade voor familie of vrienden, door de schrijfstift aan het papier
+toevertrouwd, of in de achtereenvolgende brieven aan zijn gemeente te
+Leiden toegezonden.
+
+Ieder, die eenigermate met 't openbare leven meeleeft, weet ook, hoe
+Ds. Rudolph zich op politiek en sociaal terrein niet onverdienstelijk
+heeft bewogen. Als 't er op aankwam, stond hij zijn man. De groote
+stadsgehoorzaal te Leiden zou er van kunnen getuigen, hoe hij, als
+verdediger der Christelijke beginselen, als kampvechter tegen het
+materialistisch Socialisme, niet gering te schatten was. Hij liet
+zich niet in een hoek zetten. Hoe kon hij dan in wetenschappelijke
+welsprekendheid met heilige verontwaardiging toornen tegen
+stofaanbidding en menschvergoding. Dan werd 't niet alleen gehoord, maar
+gezien, dan werd 't gevoeld, dat hij leefde uit hoogere beginselen,
+dan waarvan het hedendaagsche Socialisme uitgaat. En wat hij in 't
+aangezicht van het Socialisme, vertegenwoordigd door zijn uitnemendste
+voorstanders in ons land, beleden, bepleit en verdedigd heeft, ziet, dat
+heeft hij met het vonnis van den dood in zijn vleesch, op zijn krankbed,
+te midden van lijden en smart, in het aangezicht ook van den dood, aller
+menschen vijand, op het luisterrijkst bezegeld.
+
+Toen hem alles ontviel, in het midden zijner jaren, in den bloei zijner
+manlijke kracht; toen het beeld zijner aardsche idealen tot het
+onzichtbare toe verflauwde, toen, toen hield hij alles over: _het_
+ideaal, de rotsvaste hoop op een zalig hiernamaals, de zekere wetenschap
+van een blijde toekomst.
+
+En op mijn zeggen in de laatste week zijns levens: »Wat zijn de wegen
+des Heeren met U toch ondoorgrondelijk!", schreef hij met van groote
+zwakte bevende hand neder: »En niettemin keur ik ze goed, ziende op het
+heerlijk einde!"
+
+Dat was Rudolph's geloof, rotsvast, steunend alleen op het volbrachte
+werk van zijnen Heiland en Koning, Wien te belijden op alle terrein de
+lust van zijn leven, het leven _van_ zijn leven was.
+
+Zeg, Marxist, was hier de mensch Rudolph niet meer dan stof?
+
+Zoo ging hij heen, in de volle zekerheid des geloofs, in de hope op een
+eeuwig zalig leven.
+
+Als een Christen had hij geleefd, als een Christen gestreden, als een
+Christen ook geleden, het daarvoor houdende, dat het lijden dezes
+tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die
+hem zou geopenbaard worden.
+
+ * * * * *
+
+Ds. Roelof Jan Willem Rudolph werd den 20en September 1862 uit
+eenvoudige burgerouders te Elst in de Betuwe geboren, bezocht daar
+de Openbare Lagere School en ging vervolgens naar het Gymnasium te
+Doetinchem, waar zijn uitstekende aanleg al spoedig de opmerkzaamheid
+zijner leeraren trok. Hier deed hij met goed gevolg eindexamen, ging
+toen naar Utrecht en liet zich daar aan de Universiteit als student in
+de Theol. Faculteit inschrijven. Doch hij gevoelde er zich niet thuis.
+Wat anders zocht hij en vond dit aan de Vrije Universiteit te Amsterdam,
+die pas was opgericht. Daar studeerde hij in de Rechten en in de
+Godgeleerdheid. In de eerste Faculteit behaalde hij den graad van
+candidaat, zette zijn studiën voort voor het doctoraal, maar kwam--en
+dat wel om financiëele redenen--niet tot het afleggen van het examen.
+In 1887 werd hij candidaat in de Theologie. Beroepen naar Heinenoord,
+diende hij daar niet zonder zegen de Gereformeerde Kerk, toen nog de
+Doleerende, van October 1888 tot December 1890. Hier verrees door zijn
+onvermoeid streven een Christelijke school, waarvan hij den eersten
+steen legde. In de Ned. Herv. Kerk stond toen ds. A. S. Talma, de latere
+Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het Ministerie-Heemskerk,
+met wien hij over de kerkelijke muren heen een vriendschappelijken
+omgang onderhield. Reeds te Heinenoord kwam de lust tot weldoen, waarin
+ds. Rudolph en zijn ega M. W. F. Frijlinck zoo zeldzaam harmoniëerden,
+op lieflijke wijze tot uiting. Een jeugdige tuberculoselijderes uit een
+arm arbeidersgezin werd weken achtereen, tot op haren dood, in de
+gastvrije pastorie liefderijk en geheel belangeloos verpleegd.
+
+Toen op het einde van '90 Leidens Doleerende Kerk hem riep, meende
+hij voor deze roeping niet te mogen bedanken, hoewel het hem verre van
+gemakkelijk viel na zoo korten tijd zijn eerste standplaats te verlaten.
+De snoeren waren gevallen in lieflijke plaatsen.
+
+Op den eersten Zondag van Dec. 1890 vertoond hij zich met een predikatie
+over Gen. 1: 1 aan zijn nieuwe gemeente, die hij ruim 21 jaren heeft
+mogen dienen. Leiden met zijn beroemde Universiteit, de kweekplaats van
+onderscheidene wetenschappen; Leiden, de vermaarde Sleutelstad, had al
+de liefde van zijn hart. Hoe sterk kwam dat altijd uit, als de kalender
+3 October aangaf en Rudolph den kansel beklom om zijn hoorders te doen
+inleven in die wel oude, maar nooit verouderde geschiedenis van de
+belegering en het ontzet van Leiden, wat ieder geboren Leidenaar telken
+jare opnieuw met versche belangstelling aanhoort. Dan was Rudolph Geus
+met de Geuzen, dan deed hij in liefde ontvlammen voor Oranje, dan begon
+het oog te schitteren en trilde de stem van vurige verontwaardiging over
+de Spaansche tirannie en den duldeloozen gewetensdwang, dan jubelde hij
+met dank aan den Heere voor de ongedachte verlossing. Dan was Rudolph
+welsprekend.
+
+Bekend, geliefd en geëerd was hij bovenal om zijn hulpvaardigheid.
+Wie naar een betrekking stond; wie op de eene of andere wijze in
+verlegenheid zat, vond aan de pastorie van Ds. R. altijd een geopende
+deur, een belangstellend hart en een luisterend oor. Hij stond ieder te
+woord en menigeen is door hem geholpen of voortgeholpen. Hij was een
+vriend van armen en verdrukten. Menig treffend staaltje zou daarvan
+kunnen worden bijgebracht. Op zekeren keer kwam hij ongezocht in de
+schamele woning van een fabrieksarbeider met talrijk gezin op eene van
+de achtergrachten in Leiden. Het noodige schoeisel ontbrak daar geheel.
+Hij bedacht zich niet lang. Spoedig waren de schoenen gehaald, voor elk
+der kinderen een paar. »Maar Dominee", was de vraag van de vrouw des
+huizes, »weet Ge wel, dat ik Roomsch ben?" »Daar vraag ik immers niet
+naar, ik zie dat Gij het noodig hebt", luidde het antwoord van den
+vriendelijken weldoener.
+
+Was de kinderzegen hem door den Heere onthouden, zonder kinderen
+scheen zijn levenspad te eenzaam en koud. In Leiden nam hij, met volle
+bewilliging zijner echtgenoote, die hierin volkomen gelijk met hem
+dacht, twee kinderen, jongens, tot zich, die beide hunne moeder in de
+allereerste dagen der jeugd moesten missen. De een heeft reeds den
+leeftijd van 21 jaar bereikt, terwijl de ander 12 jaar oud is.
+
+Als prediker muntte hij nu juist niet uit door schitterende kanselgaven,
+al wil dit daarom allerminst zeggen, dat hij de gave der welsprekendheid
+geheel miste. Tekstverband en -zin kwamen altijd uitmuntend tot hun
+recht. Van een eenzijdig-voorwerpelijke prediking was hij een vijand.
+Dikwerf gaf hij in een afzonderlijke toepassing leiding aan de
+eenvoudige zielen.
+
+Goed kenner van de oude talen, bewoog hij zich gemakkelijk en gaarne
+op het veld van Schriftverklaring. Van zijne hand verscheen, in
+samenwerking met Ds. Renkema, een populair en practisch werk over »De
+Gelijkenissen onzes Heeren Jezus Christus". In 1900 kwam van hem uit:
+»Abraham, de vader der Geloovigen, voorgesteld in 13 meditaties".
+Behalve zijn »Kardiphonia"--stemmen uit 't hart--een drietal preeken,
+waarmee hij van zijn Leidsche gemeente afscheid nam en onderscheidene
+kleinere geschriften, zijn vooral bekend: »Het Hedendaagsch Socialisme"
+en »Het Diaconaat" (in vereeniging met Prof. Biesterveld en Dr. J. van
+Lonkhuizen).
+
+Als journalist was hij niet zonder verdienste. Van meer dan één week- en
+dagblad was hij achtereenvolgens redacteur of medewerker.
+
+Het Christelijk onderwijs in al zijn vertakkingen had de liefde van zijn
+hart. Als President der Geref. Schoolvereeniging gaf hij mede den stoot
+tot de oprichting der Geref. M. U. L. O. School op de Hooglandsche
+Kerkgracht te Leiden. Zijn ideaal om in de Sleutelstad te stichten een
+hospitium voor Christelijke Indologen, heeft hij niet kunnen bereiken,
+maar toch was de oprichting van het Indisch Comité, dat in het belang
+van Indologen van Christelijke belijdenis werkzaam is, eene zaak van
+niet geringe beteekenis.
+
+Op de meerdere vergaderingen werden de adviezen van den Jurist-theoloog
+op hoogen prijs gesteld. Meermalen telde de Generale Synode hem onder
+hare gedeputeerden.
+
+Eén van zijn vurigste wenschen heeft hij niet mogen vervuld zien om
+n.l. als lid van de 2e Kamer zijn volk te vertegenwoordigen in 's lands
+Raadzaal. De nederlaag in Ede in 1909, in niet geringe mate toegebracht
+door de heftige bestrijding van velen, die met hem in het Geloof
+stoelden op denzelfden wortel, bleef hem nog lang een schrijnende wonde.
+Het liefst zweeg hij daarvan.
+
+Door de Kinderwetten was de mogelijkheid geopend om ook van Christelijke
+zijde meer dan tevoren te arbeiden in het belang van hen, die Ds.
+R. gaarne kenschetste met den naam van »sociale schipbreukelingen".
+Zoo rijpte bij hem het denkbeeld, dat tenslotte belichaamd is in
+de Stichtingen te Achteveld, ééne voor ontouderde of verwaarloosde
+kinderen, en ééne voor landloopers, drankzuchtigen, ontslagen gevangenen
+en dergelijken. Hij werd benoemd tot Predikant-Directeur dier
+Stichtingen. Dat was een événement in zijn leven. 2 October 1912 preekte
+hij Afscheid in de kerk op de Hooigracht, »een biddend afscheid" (zie
+»Kardiphonia III"), en bepaalde zijne gemeente bij Hand. 20 vs. 32-38,
+»het slot van 't teeder afscheid van Paulus van de ouderlingen van
+Efeze." Hierin vond hij »de wijze aangegeven, zooals hij 't liefst van
+zijne gemeente wilde scheiden:
+
+ het oog naar boven,
+ de hand op 't hart,
+ de knieën gebogen,
+
+met tranen in de oogen, die van onverbreekbare banden getuigen".
+
+Hoe moeilijk het hem ook viel den herderstaf in zijn geliefde gemeente
+neer te leggen en emeritaat aan te vragen, niet jeugdig vuur en groot
+enthousiasme gaf hij zich aan de voorbereidende maatregelen voor den
+nieuwen werkkring, in de vaste overtuiging, dat de Heere hem daartoe
+riep. Maar: »de mensch wikt, God beschikt!" Zal de naam van ds. Rudolph
+in de wordingshistorie dezer Stichtingen immer met eere en groote
+erkentelijkheid genoemd worden, tot zijnen eigenlijken arbeid heeft hij
+niet mogen ingaan. Als een Mozes van den ouden dag moest hij blijven
+vóór den Jordaan van het zoozeer gewenschte land. En hierin te hebben
+kunnen berusten, gelijk herhaaldelijk op zoo treffende wijze uit deze
+brieven blijkt, wat was het anders dan de lieflijk geurende bloem van
+zijn groot geloof in de absolute Souvereiniteit zijns Gods, die nooit
+antwoordt van Zijn daden?
+
+Zeker, ook Rudolph had zijn gebreken. Zelf zou hij de eerste zijn om dit
+te erkennen. Financier is hij nooit geweest, wellicht zou hij het ook
+nimmer geworden zijn. Hij gaf soms meer dan hij bezat. Doch waar is het
+licht, dat geen schaduw heeft?
+
+Zondag 10 Mei j.l. werd hij uit zijn lijden verlost en op den dag der
+ruste ging hij, zacht en kalm, met den glans van zoeten vrede op het
+vermagerd gelaat, de eeuwige ruste van het hemelsche Kanaän in.
+
+Nù, ook Rudolph heeft geen leed meer van uitgestelde hoop en
+teleurgestelde verwachting, en van al wat tot deze aarde en dit leven
+behoorde, is hij verlost. Zijn werk volgt hem na en hij rust uit van
+zijn arbeid niet in ledig-zijn, maar in hemelsch zalig doen.
+
+Was zijn stoffelijk omhulsel op Woensdag 13 Mei van uit Amersfoort
+per trein naar Leiden overgebracht en geplaatst in het midden vóór den
+kansel van de Geref. Kerk op de Oude Vest, den dag daarop werd het onder
+de grootste belangstelling op de Begraafplaats van de Groenesteeg aan de
+schoot der aarde toevertrouwd. Vooraf werd in genoemde kerk, die tot in
+alle hoeken gevuld was, een korte samenkomst gehouden. Ds. Kouwenhoven,
+de oudste pastor loci, ging daarbij voor in het uitspreken van een rede
+aan de hand van Psalm 90 vs. 3: »Gij doet den mensch wederkeeren tot
+verbrijzeling en zegt: Keert weder, gij menschenkinderen!" Het was een
+aandoenlijke plechtigheid. Menige traan werd weggepinkt!
+
+Bij de geopende groeve werden goede woorden gehoord. Ds. Thomas sprak
+namens den Raad van de Geref. Kerk van Leiden, ds. Impeta van Katwijk
+namens de classis Leiden, ds. Teerink van Amersfoort gewaagde van zijne
+bezoeken aan den kranke; ds. Van der Munnik uit Leeuwarden, voerde het
+woord namens Deputaten van de Generale Synode voor de Zending onder de
+Heidenen en Mohammedanen; de heer Boddaeus, notaris te Schiedam, sprak
+als Voorzitter van het Bestuur der Kinderstichting; de heer Mekking
+van Gorinchem, namens het Bestuur van de Jan-Pieter-Adolfvereeniging;
+ds. Breukelaar van Zaandam, herdacht den overledene als Bestuurslid
+van het Chr. Comité voor Indië; dr. Dupont van Ermelo, van de Geref.
+Drankbestrijding; ds. Meijnen van Dordrecht, van de Vereeniging »De
+Tuin"; ds. Heidema van Heinenoord, bracht in herinnering het 2-jarig
+verblijf van den overledene in zijn eerste gemeente en ten slotte de
+heer Vros, hoofd eener Chr. School te Leiden, sprekend namens de Geref.
+Schoolvereeniging. En nòg waren er meer sprekers, o.a. van de Indologen
+en van »Polyhymnia", bovendien de heer Wilbrink, Landbouw-Directeur
+van de genoemde stichtingen, en ondergeteekende. Doch de lange duur
+van het toeven op de begraafplaats maakte het gewenscht aan de droeve
+plechtigheid een einde te maken, te meer daar ook de weduwe en de
+hoogbejaarde vader van den overledene mede tegenwoordig waren.
+
+Veel is daar gesproken, en had de gestorvene het kunnen hooren,
+ongetwijfeld zou hij gezegd hebben: »Te veel eer voor mij!" Maar de
+grondtoon bij alle sprekers was: dank aan den Heere, die ds. R. tot
+zooveel en zoo velerlei arbeid geroepen en hem in zijn laatste
+levensjaar met zoo groote genade begiftigd had.
+
+Waarlijk, het was een droeve en toch goede dag. Zij de gedachtenis dezes
+rechtvaardigen nog tot rijken zegen!
+
+Was het de wensch van den overledene, dat ondergeteekende, die gedurende
+een twintigtal jaren door hechte en innige banden van vriendschap aan
+hem verbonden was en nimmer hoopt te vergeten, wat hij naast God aan ds.
+Rudolph te danken heeft, de zorg voor de uitgave dezer Brieven op zich
+nemen zou, met liefde heeft hij er bijdezen aan voldaan.
+
+Mogen deze brieven een blijvenden troost bieden voor de diepbedroefde
+weduwe zulk een man, voor den ouden vader zulk een zoon, voor de
+pleegkinderen zulk een vader, voor de gemeente zulk een Herder en
+Leeraar, voor allen, die hem lief waren, zulk een vriend gehad te hebben
+en mogen ze, waar ze door dezen herdruk de wijde wereld ingaan, voor
+velen nog in dagen van druk en beproeving, tot rijken zegen gesteld
+worden! Gode alleen de eer!
+
+ G. VERRIJ.
+
+Waarder (Z.-H.), Mei 1914.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 23 September 1913.
+
+ _Aan de Gereformeerde Kerk te Leiden._
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Door dezen kom ik als oud-collega aan de redactie in de Kerkbode een
+plaatsje, dat mij zeker niet zal worden geweigerd, verzoeken, om u
+hartelijk dank te zeggen voor de vele bewijzen van belangstelling, op
+mijn verjaardag uit uw midden ontvangen, en tegelijk u de inlichtingen
+te geven, die door zoovelen gewenscht worden, over mijn lichamelijke en
+geestelijke gesteldheid.
+
+Evenalsof ik nog in uw midden in- en uitging, hebben velen mij verrast
+met de hartelijkste blijken hunner blijvende, ik zou haast zeggen,
+hunner toenemende genegenheid, met hunne vriendelijke troostwoorden
+mijne ziel verkwikt. Zwaar is mijn tegenwoordige beproeving, maar te
+midden mijner smart kan ik wel weenen van blijdschap en dankbaarheid
+voor de groote genade, die de Heere ons schenkt in zoo heerlijke
+oefening van de gemeenschap der heiligen. Gaarne antwoordde ik ieder in
+'t bijzonder. Dit is mij echter onmogelijk. Laat ik dus door dezen aan
+allen, die mij zoo innig verblijdden, daarvoor mijn diepgevoelden dank
+mogen betuigen.
+
+Wat mijn lichamelijken toestand betreft, deze is ook thans nog niet
+zonder bezwaar. Toch heb ik goede hope, dat ik onder des Heeren zegen
+op de middelen geheel zal mogen herstellen.
+
+En indien het anders mocht wezen, des Heeren wil, die toch alleen wijs,
+goed en heilig is, geschiede.
+
+Toen ik kort geleden dacht, dat mijn leven spoedig zou worden
+afgesneden, was de gedachte van sterven mij o zoo zoet. Mijn leven is
+met Christus verborgen in God. Door Jezus' dierbaar bloed gewasschen, de
+zaligheid te mogen ingaan, naar huis te gaan, waarheen mijn hart dorst
+als 't hert naar de stroomen, van alle zonden en ellenden voor eeuwig
+ontslagen te zijn, den Heere te zien, in Zijne heerlijkheid te mogen
+deelen, alzóó ontbonden te zijn en met Christus te wezen, het is en
+blijft mij verreweg het beste.
+
+Doch op aarde kan nog een werk gedaan worden, dat in den hemel niet
+kan worden verricht. In den hemel zijn geen ellendigen, die nog
+moeten worden terechtgebracht. Alleen op aarde kan, ook aan de
+diepst gezonkenen, 't dierbaar Evangelie des kruises worden gebracht.
+Ik heb mij voorgesteld dit werk thans te beginnen onder voogdij-
+en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en
+drankzuchtigen. Het is altijd één der idealen van mijn leven geweest,
+zulk werk te mogen doen. En 't was mij zeker een pijnlijke gedachte,
+toen ik mij een oogenblik voorstelde, dat ik in 't midden mijner jaren
+en terwijl ik dit werk stond aan te vangen, door den dood uit het leven
+zou worden weggerukt. Daarom begeer ik zeer, dat de Heere nog dagen tot
+mijne levensdagen wil voegen. En ik verzoek dringend, dat allen blijven
+bidden en smeeken, dat de Heere mij nog ettelijke jaren wil sparen.
+
+Maar ik verzoek er uitdrukkelijk bij, dat aan de bede steeds worde
+toegevoegd: »Heere, Uw wil geschiede!" Wat de Heere doet, is wèl gedaan,
+hoe 't ook ga. Zeker, donker, diep en ondoorgrondelijk zijn menigmalen
+de wegen Gods. Maar wat wij nu niet verstaan, zullen wij nadezen
+verstaan. Hoe moeielijk was 't gansche leven van Jeremia? Werd een
+Johannes de Dooper niet in het midden zijner jaren weggenomen? Moest een
+Paulus niet betuigen: »Ik sterf alle dagen!" Voor 't vleesch is dit
+alles onbegrijpelijk; maar bij het licht des Heiligen Geestes wordt
+Gods grootheid juist in deze diepe leidingen 't best gezien. Daarom,
+geliefden, vragen wij dan maar veel genade, dat onze wil verslonden moge
+wezen in des Heeren wil!
+
+En wanneer 't den Heere mag behagen, mij te herstellen, en mij, geheel
+genezen, aan mijn grooten arbeid te geven, o hoe zal ik dan Zijn Naam
+loven voor deze pijnlijke maar kostelijke inleiding tot mijn werk. Deze
+zware beproeving heeft mij nader tot den Heere gebracht; alleen nabij
+Hem is 't goed, is 't zalig en heerlijk; als Elia voor Zijn aangezicht
+staande, staan wij met macht en gezag om des Heeren werk te doen.
+
+En hiermede, geliefde gemeente, heb ik u een blik in mijn zieleleven
+gegeven. Ik deed dit, omdat ik weet, hoe aangenaam het u is, te hooren
+van de genade, die de Heere aan een beproefden mede-zondaar schenkt; en
+omdat ik weet, dat ook dit schrijven aan velen beproefden in uw midden
+tot vertroosting kan zijn. Stelle de Heere 't daartoe nog ten zegen, en
+verblijde Hij ons door Zijne groote daden!
+
+In Christus uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 1 October 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Uwe liefde en belangstelling kennend, weet ik, dat ik u een genoegen
+doe, wanneer ik u door middel van de Kerkbode schrijf, hoe ik thans
+vaar.
+
+Laat ik beginnen, u mede te deelen, dat mij thans de volle waarheid
+omtrent mijne krankheid is gezegd. Men heeft deze te goeder trouw voor
+mij verzwegen. Men vreesde, dat ik mogelijk plotseling door verstikking
+kon sterven, wanneer men mij de naakte werkelijkheid openbaarde. IJdele
+vrees! Te midden van al mijne zonden en ellenden is 't steeds door
+des Heeren dierbare genade de diepste behoefte mijns harten geweest,
+in leven en sterven Hem te verheerlijken. Rustig als een kind op den
+moederschoot heb ik de tijding aangehoord. Geen oogenblik ben ik sinds
+dien geschokt. O, wat is 't toch zalig en heerlijk, te mogen weten, in
+leven en sterven het eigendom des Heeren te zijn!
+
+Door den hooggeschatten professor Korteweg, die voor mij doet wat maar
+in zijn vermogen is en dien ik daarvoor niet genoeg kan danken, was
+mij in overleg met mijn huisdokter uit Amersfoort aangeraden, naar
+Heidelberg te gaan, en in het Czerny's Institut für Krebskranken, d. i.
+de instelling voor kankerlijders van prof. Czerny, genezing te zoeken.
+
+Zaterdagavond 27 September kwam daarop een vriend bij mij, die mij een
+som gelds overhandigde, mij dwong deze aan te nemen, en die mij daardoor
+in staat stelde althans voor acht dagen met mijn vrouw naar Heidelberg
+te gaan. Ik kon niet anders doen dan dit geschenk aanvaarden, en deed 't
+dankbaar.
+
+Zóó zijn wij dan Maandagmorgen 29 September 's morgens half tien uit
+Amersfoort vertrokken. Ds. Teerink en mijn vriend en mede-directeur, de
+heer Wilbrink, deden mijn vrouw en mij uitgeleide.
+
+Ternauwernood had de trein zich in beweging gesteld, of wij sloten
+beiden onze oogen, en begaven ons in stil gebed tot den Heere. Met
+stille berusting in Zijnen wil, zonder ijdele hope op een broos leven,
+maar doende, wat ik tegenover mijn vrouw, de kinderen en de stichtingen,
+waaraan ik hoopte te arbeiden, verplicht ben, ging ik op reis, in 't
+stil vertrouwen, dat de God der wonderen en der middelen ook dit middel
+nog zegenen kan. Hij doet een afgesnedene zaak op aarde. Niets is Hem te
+wonderlijk. Als David te Ziklag sterkte ik mij alzoo in den Heere mijnen
+God.
+
+Ongemerkt waren wij spoedig aan de grenzen gekomen, en gingen na 't
+douanenonderzoek verder.
+
+O, wat was alles heerlijk rondom ons! Van Keulen tot Mainz spoorden we
+langs den Rijn, door een der schoonste deelen van Duitschland. In de
+strakke lucht teekende zich ieder blad, iedere lijn, iedere kromming
+scherp af. Tegelijk hing over de bergen een zeer dunne nevel. Het was
+een feesture der schepping. Het was alsof de natuur al haar weelde over
+'t aardrijk had uitgegoten. Zij was als een schoone bruid, die met
+doorzichtig sluiergaas haar schoonheid nog meer ontdekt dan bedekt.
+
+Aan alle stations was 't vol van uitgaande menschen. En te midden van
+dezen bevonden ook wij ons; ik, die 't vonnis des doods in mijn vleesch
+droeg, mijn vrouw, wier schoonste uitzichten nagenoeg vernietigd waren.
+
+Toch was ik die gelukkigste van allen. Ik stelde mij voor, wat 't moest
+zijn, in mijn geval zonder geloof zulk een reis te moeten maken. En nu
+was 't met mij zoo geheel anders. De Heere geeft mij een levend en
+krachtig geloof. De schoonheid der schepping deed mij telkens opzien
+naar de schoonheid van den hemel, die mij wacht. Van Frankfurt naar
+Heidelberg spoorden wij door een heerlijk oord. Ik stond achter in den
+trein, en had 't schoonste uitzicht. En nu was 't mij, alsof mijn lieve
+God tot mij sprak: »Kind, ook dit is alles voor u en van u!" Wonderbaar,
+wonderbaar sterkt mij de Heere. Zwaar is mijne beproeving; maar als de
+kinderen Israëls ga ik door 't geloof droogvoets door deze zee. Links en
+rechts staan de wateren; maar zij raken ons niet aan.
+
+Half tien 's avonds kwamen wij in Heidelberg aan, en wij waren beiden, o
+wonder, nagenoeg nog even frisch als toen wij 's morgens afreden.
+
+Dinsdagmorgen 30 September ben ik dadelijk naar 't Instituut gegaan.
+Vreeselijke aanblik! Rondom mij niet anders dan kankerlijders, de een
+meer, de ander minder geteekend. Menschen van allerlei taal en tong. En
+onder dezen ook wij samen, mijn vrouw en ik; want mijn vrouw vergezelt
+mij overal.
+
+Heden, Woensdagmorgen ben ik al dadelijk in behandeling genomen. Moge de
+Heere er Zijn onmisbaren zegen op gebieden, en ons nog verblijden door
+Zijne groote daden! Wij gaan voort ons te sterken in Hem. Geliefde
+gemeente, steun ons met uw gebed in dezen nood en strijd! De Heere zij
+met u allen, inzonderheid met de bedroefden en zwaarbeproefden! Richte
+Hij ook Ds. Roorda spoedig op, en geve Hij na lijden heerlijk verblijden
+in Zijn grooten Naam!
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 8 October 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Zijt ge ons ver van 't oog, maar nabij voor 't hart, wij vertrouwen, dat
+dit bij u te onzen opzichte precies hetzelfde is, en dat nader bericht
+van ons u niet onwelkom zal zijn.
+
+Geven wij u eerst een korte beschrijving van de stad, waarin wij thans
+vertoeven.
+
+Heidelberg is een der oudste steden van Duitschland, schilderachtig aan
+de beide oevers van den Neckar gelegen, in een halven cirkel door hooge,
+groene, soms blauwende bergen omgeven, voor een groot deel tegen de
+hellingen dier bergen gebouwd, en 't behoort alzoo tot de schoone
+steden, waaraan Duitschland zoo rijk is.
+
+Vroeger was 't de hoofdstad van de Paltz, was dit kleine land van eeuw
+tot eeuw 't tooneel van oorlog en verwoesting. In den dertigjarigen
+oorlog heeft Tilly de stad uitgemoord. Daarna gaf Lodewijk XIV op zijn
+terugtocht uit Holland aan zijn wreeden veldheer Mérac bevel: »Verbrand
+de Paltz!" Maar al te getrouw werd dit bevel uitgevoerd. Van geheel
+Heidelberg bleef alléén één kerk en één huis over. Daarna weder
+opgebouwd, werd 't ook in den revolutietijd weer geteisterd.
+
+Thans is Heidelberg met de Paltz bij 't groothertogdom Baden gevoegd.
+Vooral in de laatste vijftien jaren is de stad sterk vooruitgegaan.
+Vooral tegenwoordig is Heidelberg zeer gezocht door schilders en
+kunstenaars, dichters en denkers. En Von Scheffel, de dichter van
+Heidelberg, slingerde haar den lauwerkrans om de slapen:
+
+ Oud Heidelberg, zoo fijn,
+ Gij stad, aan eere rijk,
+ Aan Neckar en aan Rijn,
+ Geen andere stad is u gelijk!
+
+In deze stad is ook de beroemde universiteit, die vooral 's zomers door
+de studenten zeer gezocht wordt. De bekende Kuno Fischer onderwees hier
+wijsbegeerte. En de voornaamste van allen is ongetwijfeld Excellenz
+Geheimrat, Prof. v. Czerny, de stichter van 't Samariterhaus of het huis
+der Samaritanen. Deze man is de eenvoud zelf, een geneesheer bij de
+gratie Gods, een man, zooals ik mij Boerhaave zou denken. Een groot deel
+van zijn aanzienlijk vermogen heeft hij gegeven voor zijn stichting. En
+in deze stichting is nu ook gevestigd het instituut voor kankerlijders,
+waaraan tal van groote geleerden zijn verbonden.
+
+Zooals ik u reeds schreef, komen van alle oorden der wereld de
+ellendigen hier. Acht dagen achter elkander ben ik nu behandeld
+geworden, en elken dag ziet men weer nieuwe gezichten. Gedurende deze
+acht dagen ben ik behalve Zondag elken dag ingespoten met enzytol en om
+den anderen dag gedurende twintig minuten belicht met Röntgen-stralen.
+De inspuiting dient voor de vernieuwing van 't bloed, de bestraling voor
+de dooding der ziektekiemen.
+
+De aanvankelijke resultaten zijn, den Heere zij dank, reeds merkbaar.
+Van tevoren waren mijn tong en kaak stijf en was er vaak een
+dichtzuiging in den mond, alsof zij mij dreigde den adem af te snijden.
+Met zorg ging ik 's morgens den dag, met nog grooter zorg 's avonds den
+nacht tegemoet, al verzweeg ik mijn vrees zorgvuldig om geen noodelooze
+onrust te wekken. Thans is dit reeds anders geworden. Er komt meer
+beweging in tong en kaak, en ik gevoel mij gemakkelijker. Natuurlijk is
+onze vreugde over dezen aanvankelijken zegen een verheuging met beving,
+al dankt al wat in ons is den Heere voor deze overrijke, onverdiende
+gunst. Mijne ziekte was tot dusver echter zoo rijk aan kleine
+verrassingen en groote teleurstellingen, dat wij ons in onze blijdschap
+matigen.
+
+De kuur, die ik thans onderga, duurt drie of vier weken. Mij is
+thans evenwel reeds bericht, dat ik van vijf tot acht December een
+duurzame bestraling met radium zal ondergaan. Ik word dan dag en nacht
+afgezonderd en altijd door bestraald. Dit zal dus de hoofdkuur zijn. Een
+heele onderneming. Maar: »huid om huid, al wat een mensch heeft, zal hij
+geven voor zijn leven!" Dit doe ik dan ook gaarne, in de stille hope op
+den rijken zegen Gods. O, mocht de Heere mij nog eens oprichten! Mocht
+ik dan blijvende en dubbele genade van Hem ontvangen! Hoe zou ik dan als
+uit de dooden opgestaan. Zijn lof weder Zijn volk vertellen! Het is mij,
+alsof ik Hiskia voor mij zie, en alsof ik hem dan na zal zeggen: »De
+levende de levende, die zal U loven, gelijk ik heden doe; de vader zal
+den kinderen Uwe waarheid bekendmaken!" Als een werkelijke vader hoop
+ik dan in 't midden van mijn kinderen te Achteveld te staan, om hen te
+wijzen op Hem, Die in Jezus onze Vader is, en Die vaderlijk kastijdt,
+maar ook zoo vaderlijk zorgt.
+
+Zondag hebben we samen gekerkt in de kapel van 't Diaconessenhuis
+alhier. We hoorden er een heerlijke preek van ds. Kammerer over Hebr.
+10: 19-25. Hij sprak over den geopenden hemel, en waartoe deze roept.
+Zijn woord was eenvoudig, vertroostend en zeer getrouw. Bij 't laatste
+vers merkte hij op: hierbij zijn wij tegenwoordig in grooten nood. Hoe
+kunnen wij zeggen: »houdt u aan de Kerk", wanneer de Kerk de leugen
+brengt, 't anti-christendom predikt. Wie kan dit met een goed geweten
+doen? Heel de dienst was zeer stichtelijk. Wanneer er gezongen werd,
+of Gods Woord gelezen werd, ging heel de gemeente eerbiedig staan.
+Ook de voorlezing van den tekst wordt door mannen en vrouwen staande
+aangehoord. Heerlijk vond ik ook het gezang. De geestelijke liederen
+werden vleugelen, waarop mijn ziel opsteeg tot den Heere. Vooral in 't
+slotvers ging ik geheel en al op:
+
+ »Herr unser Gott, dich loben wir,
+ Herr unser Gott, wir danken dir
+ Die Feier dieser Stunde.
+ O dir sei unsre Lebenszeit,
+ Die uns noch übrig is, geweiht
+ In einem ew'gen Bunde.
+ Hilf uns kampfen,
+ Bis zum Sterben,
+ Dasz als Erben
+ Zu den Höhen,
+ Einst wir siegend aufwärts gehen!"
+
+Dat wil zeggen:
+
+ Heere onze God, U loven wij,
+ Heere onze God, wij danken U
+ De viering van dit uur.
+ O, U zij onze levenstijd,
+ Die ons nog rest, gewijd
+ Tot eeuwigblijvenden bond!
+ Help ons worst'len,
+ Tot aan 't sterven,
+ Opdat we als erven
+ Tot de hoogten
+ Overwinnend opwaarts stijgen!
+
+Door alles tezamen waren wij zóó gesterkt, dat wij Maandag den moed
+namen, iets van de schoone stad te gaan zien. Wij werden begeleid door
+een jeugdige, Christelijke weduwe, die zelve reeds veel ervaren heeft,
+met wie wij hier kennis maakten, en die zich aanbood, ons, zoolang wij
+hier zouden zijn, als gids te dienen. Onder haar geleide gingen wij naar
+'t oude Heidelberger slot, waar ook eens Frederik III, de vrome, woonde,
+en waarvan de muren en torens nog staan. Welk een schoonheid boven op
+één der bergen! Welk een schoonheid, dat oude reuzen-kunstwerk, overal
+met goudbruin klimop begroeid, en dan die heerlijke hangende tuinen! Het
+was ons, alsof we een oogenblik in een tooverland waren. Vooral toen we
+gebracht werden op een plek, van waar we 't gezicht hadden op de stad,
+op den Neckar, op de bergen rondom, op de vlakte in de verte. We zagen
+alles in de heerlijke herfstbelichting. Subtiele schoonheid! Ik herinner
+mij niet ooit zoo iets fraais te hebben aanschouwd. Ik kan 't niet beter
+weergeven dan in de woorden van den Heidelberger dichter Von Scheffel:
+
+ »Der Himmel hat die Erde geküsset!"
+ De hemel heeft de aarde gekust!
+
+En hier woonde nu eenmaal Frederik III, de man, die den Catechismus
+deed opstellen. In deze tuinen wandelde hij met Olevianus en Ursinus,
+en spraken zij tezamen over den eenigen troost in leven en in sterven.
+Onwillekeurig denkt men hierbij aan den man, die ook zulk een heerlijk
+goed bewoonde. Zijn predikant zeide tot hem: »Mijnheer, dit zijn
+de dingen, die ons aan de aarde binden!" »Neen, dominee", was zijn
+antwoord, »ditmaal hebt ge 't mis, dit zijn de dingen, die ons naar den
+hemel doen verlangen!"
+
+Moge dit ook met ons zóó zijn en blijven, geliefde gemeente!
+
+Laat 't beste dezer aarde ons steeds meer doen verlangen naar 't
+Allerbeste! »Zalig zijn zij, die het heimwee hebben; zij komen eenmaal
+thuis!" Velen ook uit uw midden zijn ons daarheen reeds voorgegaan.
+Vroeg of laat zullen ook wij moeten volgen. Moge 't zijn in dit eeuwig
+en zalig Tehuis, waar alle tranen worden afgewischt!
+
+Met vriendelijke groeten van ons beiden,
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 14 October 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Voorzooveel mij dit mogelijk zal zijn, voldoe ik gaarne aan 't verzoek,
+dat tot mij kwam, met 't zenden mijner brieven aan de Kerkbode door te
+gaan.
+
+Veel zou ik u nog kunnen schrijven over de merkwaardige stad, waar wij
+thans vertoeven, en de heerlijke landstreek, waarvan zij het middelpunt
+vormt. Ditmaal bepaal ik mij echter tot de Universiteit.
+
+De stad telt ongeveer 50000 inwoners, aan de Universiteit zijn in den
+regel ongeveer 2200 studenten ingeschreven; het spreekt van zelf, dat
+bij zoodanige verhouding de Universiteit de zon dezer stad is, helaas,
+door de aan de hoogescholen heerschende zeden, ook haar moeras.
+
+De meest beroemde mannen zijn in den loop der eeuwen aan haar verbonden
+geweest.
+
+Van de velen noem ik slechts de meest bekenden, de Godgeleerden:
+Reuchlin, Coccejus, Hitzig, Umbreit, Ullmann, Rothe, de juristen:
+Pufendorff, Bluntschli, Windscheid, de wijsgeeren: Hegel, Fischer,
+Zeller. Namen, die aan alle Nederlandsche studenten overbekend zijn.
+
+Geen hoogeschool heeft ongetwijfeld zulk een veelbewogen geschiedenis
+achter zich als deze. Zij heeft in sterke mate de toepassing ondervonden
+van de heerschappij van 't territoriale stelsel, waarvan de grondregel
+is: »Wie heer is van 't land, zet den Godsdienst naar zijn hand!" Was
+de overheid Luthersch, dan was de universiteit 't ook; was zij
+Gereformeerd, de hoogeschool evenzoo.
+
+Na den dood van Calvijn, onder Frederik III, was Heidelberg om haar
+Gereformeerde universiteit het Genève van Duitschland. Spoedig daarop
+kwam de hoogeschool door verandering van vorstenhuizen in handen der
+Jezuïeten. De prachtige universitaire bibliotheek, die de kostbaarste
+handschriften bevatte, werd zelfs naar Rome gevoerd. Tegenwoordig is
+de regeering protestantsch-evangelisch-liberaal met een gemoedelijk
+godsdienstig tintje, de universiteit is 't in hoofdzaak ook.
+
+Thans zijn in de theologische faculteit ruim 80, in de juridische
+ruim 580, de medische ruim 550, de philosophische ruim 610 en de
+natuurwetenschappelijke ruim 380 ingeschreven. Met de philosophische
+staat dus de medische faculteit bovenaan.
+
+De laatste telt hier tal van klinieken, die nagenoeg alle huis aan huis,
+soms paleis aan paleis, naast elkander liggen. Vandaar elken morgen die
+treurige optocht van allerlei lijders, armen en rijken, geringen en
+voornamen, sommigen in landauers, anderen op krukken of tusschen
+bloedverwanten of vrienden gesteund, in éénzelfde straat.
+
+Toen wij ons de eerste maal als vreemdelingen, die hier hulp moesten
+komen zoeken, onder deze ellendigen bevonden, was 't ons een oogenblik,
+alsof wij door den grond zouden gaan. Spoedig stonden wij echter voor
+het Instituut van Czerny. Daar lazen wij den naam: »Samariterhaus!" of
+huis van Samaritanen. En ik kan u niet zeggen, welken troost wij beiden
+uit dezen naam ontvingen. Alzoo dachten wij: Wat de professoren en
+doctoren hier ook belijden, deze naam zegt ons, door welke gedachte zij
+worden geleid, deze naam zegt ons, dat zij althans wetenschappelijk
+en ambtelijk worden geinspireerd door den Geest van den medelijdenden
+Hoogepriester, Die eenmaal de heerlijke gelijkenis van den barmhartigen
+Samaritaan sprak. De Heere zond ons dezen naam als een lichtende ster op
+ons zoo moeilijk en donker pad.
+
+Meer echter nog dan door den schoonen naam van dit huis zijn wij
+vertroost geworden door de heerlijke mededeeling, dat in zoovele
+gezinnen en gemeenten onze nood in 't gebed wordt gedacht. Juist wanneer
+de ziel veel van den Heere geniet, heeft zij in donkeren weg de diepste
+behoefte aan de sympathie van 't volk van God. Al is men dan in den
+vreemde, men voelt zich lid van 't groote gezin van Gods Huis, waarin 't
+eene lid met 't andere medelijdt. Voorbede is wel de heerlijkste uiting
+van dit medeleven. O, wat is 't ons groot, dat wij waardig geacht
+worden, door 't volk van God voor den Troon der genade te worden
+gedacht! En die gebeden zullen verhoord worden! Des Heeren Naam is
+Ontfermer, is Hoorder der gebeden, en zooals Zijn Naam is, is Zijn
+Wezen. Hetzij ik gespaard worde, hetzij ik worde weggenomen, de Heere
+zal het wèl maken.
+
+Heerlijke wetenschap!
+
+Schijnbaar, voor 't oog der wereld, voor 't vleeschelijk gevoel is mijn
+lot tragisch. Met de grootste idealen ging ik 't leven in; maar nu eens
+door eigen zonde en schuld, dan weer door zware Goddelijke beproeving,
+zonk mijn schip in den regel vlak voor de haven. Het was, alsof de Heere
+ook aan mij bevestigde, wat Hij tot Baruch sprak: »Wat Ik gebouwd heb,
+breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit!"
+
+Toen ik de laatste maal op Achteveld was, waren de gebouwen der
+stichting nagenoeg gereed, en was juist de vlag op mijn woning
+geheschen, ten teeken dat ook deze onder de kap was. Maar ook nu scheen
+'t weer te zullen worden: »En Mozes zag het land van verre!"
+
+Toch klaag ik allerminst, dan alleen over mijn zonde en schuld, maar
+roem in het welbehagen Gods. Midden door mijne zonde en ellende loopt de
+blinkende weg van Gods vrije en trouwhoudende genade. Juist door mijne
+beproevingen bracht de Heere mij steeds nader tot Zich. Evenals bij de
+Emmausgangers is de Heere met Zijn Genade en Geest bij mij tegenwoordig.
+Ja in den zevenmaal heeter gestookten beproevingsoven doet de Heere Zijn
+heerlijke aanwezigheid des te duidelijker merken. Daarom gloeit ook mijn
+hart somwijlen van liefde voor het Vleeschgeworden Woord, dat Zijn
+liefdewonderen tot onze verlossing wrocht, en mij het zegel van Zijn
+Geest wilde schenken.
+
+Nu geniet ik, wat ik reeds van mijn kindsheid af heb begeerd. Zoo ver
+mijn heugenis reikt, heeft de vraag mij beziggehouden: »Wat is er toch
+achter deze zienlijke wereld?" Opgegroeid in een moderne omgeving, kreeg
+ik voor den honger mijner ziel slechts steenen voor brood, zoodat ik
+reeds als kind soms der wanhoop nabij was. Maar de Heere waakte. Door
+Zijn voorzienig bestel op een Christelijke kostschool gekomen, maakte ik
+daar kennis met Bunyan, en kreeg ik het eerste licht voor mijn ziel.
+Student geworden, ging ik dan ook zoo spoedig mogelijk naar de Vrije
+Universiteit, hopende, dat daar de kathedraal van het Christelijk denken
+mij zou worden ontsloten. En mijn verwachting werd wel overtroffen, maar
+niet teleurgesteld.
+
+Helaas, dat hart en geweten geen gelijken tred hielden met toenemend
+Christelijk weten. Gelukkig, dat ik Romeinen VII leerde kennen. En de
+Heere zette Zijn arbeid voort. Door des Heeren heiligende genade gaan
+hart en geweten met Christelijk weten hand aan hand. En dit doet mij
+soms met heimwee naar boven zien. »Want wij zien nu door een spiegel
+in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot
+aangezicht; nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook
+ik gekend ben".
+
+Niettemin begeer ik ook vurig hier des Heeren werk nog te mogen doen.
+Immers: »En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de meeste
+van deze is de liefde". Ook op aarde zijn wij geen weezen. Het geloof
+blijft, het geloof, dat zulk een vaste grond is der dingen, die men
+hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. De hope blijft, de
+liefelijke hope, die zich reeds van tevoren in de toekomende dingen
+verblijdt. En de liefde blijft, de liefde, die de voorsmaak is van de
+zaligheid en heerlijkheid des hemels.
+
+Die liefde doet mij innig wenschen, nog eens, als uit de dooden
+opgestaan, velen ten zegen te mogen zijn. Daarom, geliefde gemeente,
+ga voort met uw bidden, pleiten, smeeken, waarvoor ik u zeer dank!
+Verblijde de Heere ons nog door Zijne groote daden.
+
+Op dit oogenblik is mijn toestand stationair, misschien in langzamen
+vooruitgang. Voor 't eerst heb ik gisteren en vandaag andere dan
+vloeibare spijzen kunnen gebruiken. Evenals de tuberculosebehandeling
+schijnt echter ook deze zeer langzaam te gaan. Vele patiënten moeten
+zelfs drie à vier maal terugkomen. Maar de uitkomsten zijn bij sommigen
+dan ook verrassend. Verleden week zag ik een grijsaard, die juist van
+den hoogleeraar terugkwam. Zijn hals was zóó gekerfd, alsof deze eenige
+malen was afgesneden geweest. Zijn stem was nog heesch. Maar de wonden
+waren geheel genezen. De hoogleeraar had hem juist voor geheel genezen
+verklaard van zwaar kankerlijden. Met van vreugde stralende oogen kwam
+hij aan de arm zijner dochter de wachtzaal binnen, met heesche stem
+roepende: »genezen, genezen!" Natuurlijk feliciteerde ik hem zeer
+hartelijk. Den volgenden dag ontmoette mijn vrouw hen op straat, terwijl
+zij vol blijdschap naar den trein en huiswaarts togen. Zij hielden mijn
+vrouw nog staande, spraken haar moed in en besloten: »Einen schönen
+Grüsz für Ihren Mann!" Een hartelijken groet voor uw man! Dat wij
+eenmaal deelgenooten ook voor deze vreugde mogen vinden! Verheerlijke
+de Heere daartoe aan ons Zijne barmhartigheid! Moge Hij diezelfde
+goedertierenheid ook bewijzen aan ds. Roorda! Verheuge de Heere ook u,
+naar de mate Hij u nu beproeft!
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 21 October 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Zaterdag jl. werd ook hier onder begunstiging van het allermooiste weer
+herdenking van den Volkerenslag bij Leipzig gevierd.
+
+'s Morgens hing er een dikke nevel; maar tegen tien uur trok de damp
+voor de zonnestralen op. Heerlijk gezicht, de ontsluiering der bergen,
+der villa's, blinkend in de zonnestralen van den Neckar, schitterend als
+kristal! Het geheel was een openbaring van schoonheid, die ge een poos
+met groote oogen aanziet, om haar als schilderstuk vast te nagelen in uw
+geheugen, en later in sombere dagen als een heerlijk visioen in uw
+geheugen terug te roepen.
+
+Natuurlijk had de hoofdviering van 't groote feest te Leipzig zelve
+plaats. Daar was de keizer met de bondsvorsten om 't groote »Denkmal" te
+onthullen. Geen wonder, dat men vooral hier zooveel werk maakt van de
+viering van dit feest. In de velden van Leipzig is de hoeksteen gelegd
+van Duitschlands latere grootheid. Een eeuw lang is daarop voortgebouwd,
+en 't resultaat is thans te zien. Het eens verdeelde en vernederde
+Duitsche volk heeft thans de eerste stem in den raad der volken.
+
+Wel zijn er donkere wolken. Duitschland is gevreesd, maar ook benijd en
+gehaat, en 't volk leeft sterk onder den indruk van een komenden oorlog.
+»Aber wenn der Krieg kommt", »maar wanneer de oorlog komt", is een
+uitdrukking, die nogal eens gebezigd wordt. Ge spreekt met een moeder
+over de toekomst van haar zoon. Hoog geeft zij op van haar gespannen
+verwachting. Plotseling betrekt haar gelaat. »Aber wenn der Krieg
+kommt," en met zorg staart haar blik op haar kind.
+
+In Heidelberg werd 't groote feest zeer kalm gevierd, en wij hebben er
+uit den aard der zaak nagenoeg niets van gezien.
+
+Zondagmorgen zijn we ter kerk gegaan, niet in Heidelberg, maar in
+Handschuhsheim, een dorp, dat ongeveer een kwartier van Heidelberg ligt,
+en dat thans bij de stad is geannexeerd, maar nog geheel dorpsch is
+ingericht. Het is een welvarende plaats van ongeveer 4000 inwoners, die
+in den reformatietijd een rol van beteekenis speelde. De bevolking leeft
+er van wijn- en ooftbouw. Jaarlijks worden er voor honderd duizend
+gulden kersen verhandeld, en reeds in Mei komen kooplieden uit Hamburg
+hier hunne opkoopen doen. Er is een zeer oude kerk, die vroeger,
+gelijk men dat hier noemt, Simultankirche was, d.w.z. door Roomschen
+en Protestanten tegelijk gebruikt werd, bijv. 's morgens door de
+Protestanten en 's middags door de Roomschen, of omgekeerd. Thans is dit
+oude kerkje aan de Roomschen gegeven, en de Evangelischen hebben een
+nieuw kerkgebouw gekregen, een prachtwerk in gemoderniseerden Gothischen
+stijl.
+
+Daarheen trokken wij Zondagmorgen op, en bij 't binnentreden kwamen we
+al dadelijk in de rechte stemming. Welk een prachtkerk! Welk een schoone
+ornamentiek! Vlak voor ons zagen we dadelijk 't koor, hemelsblauw met
+groote gouden starren. Links en rechts prachtige friesen in kleuren als
+van koperdruk.
+
+De kerk was geheel gevuld. Geen gepraat. Geen gefluister zelfs. Alles
+was muisstil. Op onze teenen liepen we zoo ver mogelijk naar voren om
+een goede plaats te krijgen; en daar zaten we spoedig heel gezellig
+midden onder de wijnboeren en boerinnen, allen eenvoudige, maar
+welgestelde en zeer intelligente menschen.
+
+Met een prachtig voorspel begon de dienst, en nu zong de gemeente de
+Ambrosiaansche berijming van den 75en Psalm, 't »Wij loven U, o God!"
+Een oogenblik wist ik niet, waar ik was. Geweldig en toch harmonisch,
+machtig en doordringend klonk de zang, waarin de helden-baryton en de
+vrouwen-sopraan elkander steunden. En de gedachte vloog mij door de
+ziel: »Neen, een volk, dat zóó zingt, kan niet ondergaan".
+
+Middelerwijl had de Pastor zijn plaats ingenomen op 't podium vóór den
+preekstoel. De gansche gemeente, die staande gezongen had, bleef staan.
+Plechtig las hij haar voor Ps. 118: 14-29. Wanneer ge deze woorden
+naleest, zult ge begrijpen, hoe deze voorlezing mij tot in 't diepst der
+ziel aangreep.
+
+Na 't gebed beklom hij den kansel, en sprak uit 't lied van Mozes,
+Exodus 15: 1-6. De grondgedachte van zijn prediking was: de oorlog is
+een groote verwoester, de oorlog is ook een groote opvoeder. Hij is
+een groote verwoester. Tot duren prijs heeft Duitschland zijn vrijheid
+heroverd. Honderd zestig duizend lijken dekten aan den laatsten avond
+van den veldslag den bodem. Maar hij is ook een groote opvoeder. Vóór
+de Napoleontische verdrukking rekende men in Duitschland niet meer
+met God. In den oorlog, vooral bij dezen veldslag werd het anders.
+Vijfhonderd duizend mannen vielen elkander hier aan. Wie zal de
+overwinning wegdragen? De evenaar schommelt in 't huisje. Aan het
+einde van den slag moet de overwinnaar zeggen: »God heeft mij de zege
+gegeven." Moet de overwonnene erkennen: »God heeft over mij gericht
+geoefend!"
+
+Rijk is de zegen, dien ik wederom van deze prediking voor mijne ziel heb
+weggedragen. Ik ben thans drie weken in behandeling, en 't einde van de
+eerste kuur is gekomen. Een geweldige vijand, de doodsvijand huist in
+mijn lichaam. Reeds triomfeert hij. Maar nu wordt hij elken dag opnieuw
+aangevallen door nieuwe middelen, die de Almachtige heeft gegeven. Wie
+zal de overwinning behalen? De overmachtige vijand? Of zijn krachtige
+bestrijder? Dit hangt alleen af van 't welbehagen van den Heere Zebaôth.
+Als Mozes in den slag tegen Amelek, hef ik dan ook tot Hem gedurig de
+hand biddend op. En 't is mij tot zulk een rijken troost te mogen weten,
+dat gij en zoowelen als Aäron en Hur mij steunt in dezen geweldigen
+strijd.
+
+Wat 't resultaat van de behandeling is, kan ik uit den aard der zaak nu
+nog niet mededeelen. Ik sta nog midden in den strijd. Morgen 22 October
+hoop ik weer naar Amersfoort te gaan. 20 November moet ik dan terugkomen
+naar Heidelberg en er tot 8 December blijven. Eerst dan kan een
+voorloopig resultaat worden opgemaakt. Gaarne zou ik u gedurende de vier
+weken, dat ik 't vaderland verlaten heb eens opzoeken, om zoovelen als
+mogelijk is nog de hand te drukken. Maar mijn lichaam moet volstrekte
+rust hebben. De behandeling, die ik onderging, moet na- en doorwerken,
+en ik moet mij sterken voor de tweede kuur, die nog krachtiger aanpakt.
+
+Het is en blijft dus biddende wachttijd!
+
+Maar daarom dan ook zoo heerlijke wachttijd!
+
+Meer dan ooit leer ik thans de heerlijke deugden Gods kennen. Zijn
+Almacht, die beide de krankheden en de geneesmiddelen schept. Zijn
+wijsheid, die den mensch doet zoeken naar de middelen; maar dan ook op
+dit gebied bevestigt: »Die zoekt, zal vinden!" O, wanneer ge hier in
+deze laboratoria rondkijkt, staat ge verslagen over de wonderen der
+schepping. Voorts de Goddelijke heiligheid, die de krankheden gebruikt
+om te kastijden en te louteren. Maar ook Zijn rechtvaardigheid. De
+Schrift spreekt van een »kauwen der tonge."
+
+Die vreeselijke uitdrukking, ik heb haar eenigemate leeren verstaan,
+en 't is mij een diepe behoefte geworden: »Och mocht ik mij toch maar
+recht diep verootmoedigen over mijne zonden, waardoor ik mij niet alleen
+alle tijdelijke, maar ook alle eeuwige straffen heb waardig gemaakt!"
+Maar ook zijne rijke, zijne heerlijke genade, die om de kruis- en
+zoenverdiensten van Jezus volkomen vergeeft. En ook die liefelijke
+Goddelijke barmhartigheid, waardoor Hij met ontferming bewogen is over
+mijne ellende. O, wat heeft ook die Goddelijke barmhartigheid mij
+vertroost! Toen ik een kind was, vleide ik wel 't hoofd tegen de
+borst mijner moeder, als ik wat van haar begeerde, en o met wat goede
+moederoogen zag ze mij dan aan! Maar wat is de moederliefde nog bij
+de ontfermingen Gods? O, wat is 't heerlijk, zich in die Goddelijke
+barmhartigheid en goedertierenheid in te wikkelen en te schreien: »Och
+Heere, erbarm U over mijne ellende."
+
+'t Is zoo volkomen waar, wat een Duitsch versje zegt:
+
+ Wer glaubt, der ist grosz und reich,
+ Er hat Gott und Himmelreich!
+ Wer glaubt, der ist klein und arm,
+ Und schreit nur: »Gott erbarm!"
+
+Dit is:
+
+ Wie gelooft, die is groot en rijk,
+ Hij heeft God en hemelrijk!
+ Wie gelooft, die is klein en arm,
+ Hij roept slechts: »Dat de Heere Zich erbarm!"
+
+»Heere, erbarm U!" Geliefde gemeente, laat dat onze, ook uwe bede
+blijven! Laat 't uw bede blijven voor uwen leeraar, die mede zoo zwaar
+door des Heeren Hand is bezocht. Laat 't óók uwe bede blijven voor
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 30 October 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Na een goede kuur en een voorspoedige reis ben ik verleden week Woensdag
+met mijn vrouw te Amersfoort aangekomen. We vonden thuis alles wel, en
+ons hart vloeit thans over van dankbaarheid aan den Heere, Die ons in
+moeilijke dagen zóó nabij is geweest; van dankbaarheid aan allen, die
+met ons hebben medegeleefd, ons hebben verkwikt met hunne brieven, ons
+hebben gedacht in hunne gebeden; van dankbaarheid ook aan degenen, die
+mij in Heidelberg hebben behandeld. Welk een voortreffelijke geest
+heerscht in dat Samariterhaus! De professoren en doctoren zijn er
+vaders, zusters, moeders voor de patiënten armen en rijken, geringen
+en voornamen worden er met dezelfde welwillendheid behandeld. De naam
+»Samariterhaus" vertolkt volkomen wat dit huis is!
+
+Onze terugreis was weer even mooi als de heenreis. De wijnstokken en 't
+geboomte op de bergen hadden hun schoonste najaarskleed aangetrokken.
+Welk een tinteling van kleuren, waarin het goudbruin de boventoon
+voerde! Welke spelingen van het licht! Deze October-maand is wel
+inzonderheid de maand der schilders.
+
+Ook hier in Amersfoort is de natuur al weer even schoon. Alléén nu en
+dan steekt de stormwind op, die de toppen der boomen geheel ontbladert,
+en op de vleugelen van het windgeruisch en 't bladerengeritsel komt een
+klaagzang: »Sic transit gloria mundi!" »Zoo gaat de heerlijkheid dezer
+wereld voorbij!"
+
+Treffende prediking, die daarin ligt, en die door wijlen Van Oosterzee
+in zijn bekende dichtregelen eens zoo aandoenlijk werd vertolkt:
+
+ De dood heeft mij een brief geschreven,
+ Ik las hem op het dorrend blad,
+ Dat door den stormwind voortgedreven,
+ Op 't vensterglas heeft post gevat.
+
+Het is nu ongeveer een jaar geleden, dat ik deze dichtregelen 't eerst
+las. Het was op mijn studeerkamer te Leiden. De stormwind joeg de
+bladeren van de kastanjeboomen in mijn tuin tegen de glazen, en tikkend
+vloog 't eene blad na 't andere er tegen op, alsof ze alle mijn aandacht
+kwamen vragen. De woonden van dit vers sloegen aan. Een gansch nieuwe
+gedachte vatte de teugels op in mijn zieleleven. Hoe zoet de gedachte
+van den dood mij ook was, toch had ik steeds zijn dag verre gesteld. Ik
+had mij een levensprogram gesteld, dat zou ik eerst rustig afwerken en
+dan zou de Heere mij komen oproepen. Nu leerde ik verstaan, dat de Heere
+ook mij plotseling uit het midden van mijn werk zou kunnen oproepen,
+gelijk Hij reeds zoo velen had gedaan. Ik dacht aan Kruijswijk, den
+krachtigen werker, die in weinige dagen midden uit een arbeidzaam leven
+en uit het midden van een talrijk gezin werd weggerukt; aan een Oranje,
+den hoogbegaafden prediker, die na een langdurige ziekte mede werd
+weggenomen. Toen mij geopenbaard werd, wat mij scheelde, dacht ik dan
+ook niet anders, of ook tot mij kwam nu de Goddelijke sprake als tot
+Hiskia: »Geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven, en niet leven".
+Hoeveel goeds mij ook van het Czerny'sche Instituut werd gezegd, ik kon
+weinig denken, dat ik daar nog genezing zou vinden. Uit plichtsgevoel
+ging ik er heen. Op de heenreis dacht ik in den trein telkens aan
+Frederik III, Duitschlands keizer, die ongeveer op gelijken leeftijd
+dezelfde kwaal kreeg. Slechts een klein gedeelte van 't rijk, waarover
+hij den schepter voerde, zag ik. Doch hoe kort heeft hij slechts over 't
+groote en krachtige rijk geregeerd. In 1888 stierf zijn vader, Keizer
+Wilhelm I. Aller oogen waren gevestigd op den veelbelovenden nieuwen
+keizer, wiens naam in 1870 in één adem met dien van een Von Moltke en
+een Von Bismarck werd genoemd. Terstond openbaarde zich echter de kwaal.
+Geregeerd heeft hij eigenlijk niet. Zijn regeering van twee maanden
+was een tijd van zwaar lijden, en in korten tijd werd hij ten grave
+gesleept. Indien bij één vorstelijk sterfbed, dan gold wel bij dit: »Sic
+transit gloria mundi!" »Zoo gaat de heerlijkheid dezer wereld voorbij!"
+Voor 's keizers ziekte was toen geen middel bekend.
+
+Maar zie, na dien tijd heeft de Heere in de wetenschap de ontdekking
+der therapeutische Röntgenbehandeling gegeven, waardoor sommige
+kankerziekten met vrucht worden bestreden. Zou de Heere ook mij daardoor
+nog willen herstellen? Een oogenblik opende zich als in de verte een
+deurtje, en blikte de hope mij even aan. In alle kerken in Nederland
+werd gebeden, werd vurig gebeden. En zie, de God der wonderen en der
+middelen heeft aanvankelijk rijken zegen geschonken. De nawerking en
+doorwerking is thans boven verwachting goed. Mijn vrouw en ik kunnen
+geen woorden vinden om den Heere voor dezen aanvankelijken wonderbaren
+zegen te danken, waar de Heere aan kleinen schenkt, wat Hij vroeger aan
+grooten heeft onthouden.
+
+Natuurlijk weet ik zeer goed, dat ook nu nog allerlei complicaties
+kunnen intreden, en dan is 't in weinig dagen of maanden afgeloopen.
+Maar ook dan geen nood! Mijn leven is in des Heeren Hand en daarin
+volkomen veilig. Zijn Vaderhand voert mij dan in de heerlijkheid,
+waarvan geen »sic transit gloria", »zoo gaat de heerlijkheid voorbij",
+kan worden gezegd.
+
+Naar die heerlijkheid wijst mij ook wederom 't dorrend blad. Zie 't aan,
+in zijn schoone goudbruine kleur!
+
+Al 't vergankelijke is gelijkenis van 't onvergankelijke. Het zienlijke
+is niet blijvend, 't onzienlijke blijft eeuwig; maar daarom is 't
+zienlijke niet waardeloos. Integendeel, al 't zienlijke heeft de roeping
+om naar boven, naar de onzienlijke dingen te wijzen. Vooral van de
+heerlijke dingen dezer aarde, van 't licht, van de kleuren, van de
+bloemen, van de edelgesteenten gaat een sprake uit, die ons toeroept:
+»Sursum corda!" »De harten naar boven!" Daar is het eeuwige licht! Daar
+zijn de wuivende palmen! De straten van goud! De perelen poorten! De
+blinkende kleuren!
+
+Nog eens, zie 't aan, 't afgevallen blad in zijn schoone goudbruine
+kleur!
+
+Het goud is de kleur der glorie, der heerlijkheid, der hemelen.
+
+Het bruin is rood met zwart gemengd. Het rood, de kleur der liefde. Het
+zwart, de kleur van den dood. Het bruin spreekt van een liefde tot den
+dood.
+
+Het goudbruin wijst naar boven, naar de heerlijkheid, naar de eeuwige
+liefde. En ditzelfde blad, dat ons de vergankelijkheid predikt, wijst
+ons in zijn vergaan nog naar boven, naar de onvergankelijke
+heerlijkheid en liefde in de onzienlijke wereld.
+
+O wat schoone symboliek is er toch in de schepping Gods!
+
+Daarvan heeft de Heere ook gebruik gemaakt bij de instelling des
+Heiligen Avondmaals.
+
+Den eersten Zondag, dat wij hier waren, waren wij in de gelegenheid
+daaraan deel te nemen, en niet gaarne laat ik dit voorbijgaan. Het
+Heilig Avondmaal is mij altijd de liefste plek op aarde geweest. Dan zeg
+ik altijd bij mij zelven: »Neen, Gods Woord liegt niet! Neen, Jezus
+liegt niet!" Hij heeft alles volbracht. Hij heeft al de Schriften
+vervuld. Hij heeft de volkomen zaligheid verworven. En tot teeken en
+zegel daarvan schenkt Hij mij nu dit brood, als teeken en zegel van Zijn
+verbroken vleesch; den drinkbeker, als teeken en zegel van Zijn vergoten
+bloed. O, welke onderpanden van heerlijke liefde, van liefde tot in den
+dood, van eeuwige liefde aan gansch onwaardigen. Neen, Gods Woord liegt
+niet! Neen, Jezus liegt niet. En meer dan door een engelverschijning of
+hemelstem word ik dan door deze eenvoudige teekenen gesterkt in mijn
+Christelijk geloof, dat mij zulk een rijken troost doet genieten.
+
+O, waar zal ik beginnen, waar zal ik eindigen, om des Heeren lof groot
+te maken? Ik zou den 116en psalm wel willen uitjubelen!
+
+Geliefde gemeente, geve ons de Heere, dat we in een dankstond nog eens
+Zijn Naam samen mogen grootmaken!
+
+Wees daartoe den Heere bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 6 November 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Hoewel ik deze week weinig nieuws met betrekking tot mijn toestand te
+schrijven heb, maak ik toch gaarne gebruik van de gelegenheid, die mij
+de Kerkbode voortdurend verleent, omdat mij daardoor de gelegenheid
+geboden wordt, Gods groote daden als in het midden der gemeente te
+vertellen.
+
+Ik ben nu veertien dagen thuis, en als ik terugzie op hetgeen achter mij
+is, is 't mij als een droom. Maar geen droom is, wat God in die dagen
+wrocht.
+
+Laat ik 't u mogen verhalen.
+
+Ik begin daartoe met een woord van Paulus. De heilige apostel schrijft
+Fil. 1: 23 en 24: »Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende
+begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is
+zeer verre het beste; maar in het vleesch te blijven is noodiger om
+uwentwil".
+
+Ik heb deze gesteldheid van den apostel-pelgrim weleens vergeleken bij
+die eener vrouw en moeder, wier man naar Amerika trok, maar die zelve
+nog met haar kinderen in het vaderland is gebleven. Haar man schrijft
+haar, dat zij over moet komen, maar haar kinderen voorloopig in
+Nederland bij de familie moet achterlaten, opdat zij eerst een goede
+Hollandsche opvoeding verkrijgen, voordat ook zij naar de nieuwe wereld
+verhuizen.
+
+Denkt deze vrouw aan haar man, dan begeert zij vleugelen, om naar 't
+verre land te snellen. Ziet zij evenwel op haar kinderen, dan voelt zij
+zich nog aan den vaderlandschen bodem als vastgenageld.
+
+Zóó was 't ook met Paulus. Verhief hij zijn hart tot den Heere in den
+hemel, dan begeerde hij niets liever dan den marteldood te sterven. Zag
+hij op de gemeente, dan verlangde zijn ziel naar leven en vrijheid, om
+haar het Evangelie te mogen verkondigen. En door des Heeren rijke en
+vrije genade stemt ook mijne ziel hiermede ten volle overeen.
+
+Ik was dezen zomer dan ook zoo dankbaar, toen ik meende, dat ik langzaam
+vooruitging, en spoedig mijn heerlijken arbeid zou mogen hervatten,
+of liever eigenlijk eerst recht zou beginnen, hoe zoet mij steeds de
+gedachte der ontbinding en eeuwige verlossing ook ware. Ik voelde wel,
+dat ik ernstig krank was; ik leed, vooral 's nachts, soms onnoemelijke
+pijnen. Maar ik meende, dat dit een crisis was, die ik moest doormaken,
+en dat ik daarna geheel herstellen zou. Ik had mijn hoop op de
+Röntgen-bestraling gebouwd, en dacht niet anders, of ik zou daardoor
+als door een van den Heere geschonken middel weldra geheel genezen,
+hoewel mijn eigenlijke kwaal gaandeweg erger werd.
+
+Dit duurde tot Donderdag 25 September. Dien dag vergeet ik nimmer! Ik
+zou op dien datum naar Almelo gaan, om daar voor de Stichting te werken.
+Vooraf ging ik echter even bij den dokter aan, die aan den hoogleeraar
+om nader advies had geschreven, en dit had ontvangen. Op weg naar 't
+station ging ik even bij den geneesheer aan, om dit advies te vernemen.
+
+Toen deelde mij de dokter kort en goed mede, dat volgens den professor
+en hemzelven de Röntgen-bestraling zooals deze in ons land werd
+toegediend, mij niets verder zou brengen, en dat er voor mij nog maar
+één weg van ontkoming was: in 't Instituut van prof. Czerny te
+Heidelberg.
+
+Daar stond ik. Het eenige middel, waarop ik mijn hope had gebouwd, was
+mij ontnomen. Heidelberg leek mij onbereikbaar. In 't vaderland was ik
+opgegeven. Het buitenland scheen voor mij gesloten.
+
+Toch heb ik geen oogenblik gewankeld, de Heere heeft mij steeds bij
+al mijne beproevingen een groote genade geschonken. Ik heb steeds
+in toepassing mogen brengen, wat een cadet op een militair examen
+anwoordde. Hem werd gevraagd, wat hij doen zou, wanneer zijn regiment,
+in 't front door de infanterie, in den rug door de artillerie, links en
+rechts door de cavalerie werd aangevallen. Ik zou commandeeren, zoo
+luidde zijn antwoord: »Mannen, knielt, bidt!" Ditzelfde zeide ik steeds
+tot mijne ziel in elken grooten nood. De zwaarste rampen brachten mij
+altijd als in de onmiddellijke gemeenschap Gods, omdat ik mij vasthield
+aan Hem als ziende den Onzienlijke, en in de grootste smarten had ik dan
+de hoogste vreugde.
+
+Zoo ging 't ook dezen dag.
+
+Een oogenblik overwoog ik, wat mij te doen stond, naar huis te gaan, of
+door te gaan. Ik besloot mijn reis voort te zetten, en onderweg den
+Heere aan te roepen, om dan straks meer gesterkt thuis te komen.
+
+Ge kunt u voorstellen, hoe ik op dien dag door de straten van Almelo
+liep. Ik was als een schip zonder roer in den nood der baren, en gedurig
+gingen mijne noodkreten op tot den Heere.
+
+Het was markt in Almelo, en zeer druk op straat. Ik was midden in de
+drukte. Een oogenblik was 't mij nu, alsof de Heere een kring om mij
+hem trok. Ik zag niemand meer. Door 't geloof wonend in mijn hart,
+openbaarde de Heere Zich in mij door Zijnen Heiligen Geest om mij met
+kracht te versterken. Het was mij, of Hij mij van binnen in mijn hart
+teeder de hand drukte, en tot mij zeide: »Nu alles is afgesneden, nu zal
+Ik voor u zorgen!"
+
+Ik kan niet beschrijven, hoe zalig, hoe veilig, hoe rustig ik mij nu
+gevoelde. Op zulke oogenblikken is werkelijk van toepassing, wat Jean
+Paul zoo schoon schreef:
+
+»Wie auch die Zeit vor dir vorüber fliege, die Gegenwart ist deine
+Ewigkeit!" »Hoe de tijd voor u ook voorbij snelle, het is heden uwe
+eeuwigheid, en dit verlaat u nooit!"
+
+Zulk een oogenblik, zulk een heden komt uit de eeuwigheid en geeft
+eeuwigheids-gevoel in het hart. Het licht, dat dan in de ziel schijnt,
+mag nu en dan door wolken worden verdonkerd, de zon blijft, de wolken
+verdwijnen, die zon is een eeuwige zon. Welke zaligheid doorstroomde dan
+ook in die oogenblikken mijne ziel! Wat voelde ik mij veilig en rustig
+in de eeuwige armen van den Koning van 't heelal.
+
+Op 't zelfde oogenblik, dat de Heere mij aldus in Almelo sterkte, was de
+dokter bij mijn vrouw, om haar de gansche verschrikkende werkelijkheid
+te onthullen. Door den Heere kennelijk gesterkt, droeg zij dien slag als
+een heldin. Ziedaar reeds de eerste bevestiging van wat de Heere
+beloofde!
+
+Nadat ik in Almelo mijn zaken had afgedaan, ging ik naar huis, met de
+bedoeling om mijn vrouw deelgenoot te maken van wat de dokter mij had
+gezegd, en met haar verder te beramen, wat ons nu te doen stond. Ik had
+reeds mijn plan gemaakt. Ik wil 't maar niet meedeelen. Het is niet
+uitgevoerd, want de Heere had anders gezorgd.
+
+Thuis gekomen vermoedde ik weinig, dat al mijn huisgenooten reeds meer
+wisten dan ik kon mededeelen. Mijn vrouw hoorde mij aan zonder te
+ontstellen. Ik had niet veel tijd hierover na te denken. Binnen weinige
+minuten kwam een vriend binnen, die mij mededeelde, dat ik naar
+Heidelberg moest, en dat hij voor alles zorgen zou. Wat was geschied?
+Eenige dagen tevoren had hij mij met den dokter ontmoet. De dokter
+begreep, dat hij belang in mij stelde, ontbood hem buiten mijn weten ten
+zijnent, en in weinige dagen werden door hen samen de voorbereidende
+maatregelen voor mijn vertrek getroffen. Zaterdag 27 September werd ook
+mij nu de werkelijkheid mijner ziekte medegedeeld. Maandag 29 September
+zaten wij reeds in den trein naar Heidelberg. Wat in ons land niet
+verkregen kon worden, is daar bereikt; het uitwendig kankergezwel is
+nagenoeg geheel verdwenen. Alleen de tong zit aan de achterzijde nog met
+zweertjes. De bedoeling van de tweede kuur is, om dan vooral de tong aan
+te vatten. Ook voor die tweede reis is alles al weer bijeen, of nagenoeg
+bijeen. Heeft de Heere nu woord gehouden, of niet? Heeft de Heere
+gezorgd, of heeft Hij niet gezorgd?
+
+Geliefde gemeente, ik hoop met u nog eens te zingen:
+
+ Zalig hij, die in dit leven
+ Jakobs God ter hulpe heeft;
+ Hij, die door den nood gedreven,
+ Zich tot Hem om troost begeeft,
+ Die zijn hoop in 't hachlijkst lot
+ Vestigt op den Heer, zijn God!
+
+Zoo is het!
+
+Wat hoop ik nu voor de toekomst?
+
+Ik heb tegenover den Heere geen enkel recht, en ik maak geen enkele
+aanspraak op één seconde levens. Dit ligt in mijn oude natuur geheel
+verbeurd. En wanneer de Heere mij heden nog wegnam, zou ik moeten
+zeggen: »Heere, Gij hebt woord gehouden! Gij, die machtig zijt, om meer
+dan overvloedig te doen, boven ons bidden en boven ons denken, Gij hebt
+werkelijk boven bidden en denken aan mij welgedaan!"
+
+Toch heb ik in hetgeen de Heere beloofde en deed, een krachtigen
+pleitgrond om bij Hem aan te houden, en te zeggen: »Heere, Gij zijt de
+Getrouwe".
+
+ Gedenk aan 't woord, gesproken tot uw knecht,
+ Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven:
+ Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd;
+ Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven;
+ Al 'tgeen uw mond aan mij had toegezegd
+ Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.
+
+Bij Gods troon pleit ik ook om genezing. Maar ik doe dit met volkomen
+onderwerping van mijn wil aan des Heeren wil, die alleen goed, wijs en
+heilig is.
+
+Zoo blijf ik een volkomen troost genieten.
+
+En waarom ik u dit nu mededeel?
+
+Waarom anders dan om u aan te sporen, uw gansche lot in des Heeren
+hand te bestellen. Niemand weet, wat hem boven 't hoofd hangt. Wie
+zou voor een jaar gezegd hebben, dat dit dreigend kwaad boven mij zou
+worden opgehangen? Maar wat ook gebeure, »die in de schuilplaats des
+Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des
+Almachtigen". Niemand behoeft bij den Heere verontschuldiging te maken,
+dat ook hij komt. Niemand behoeft te vreezen, dat hij zal worden
+afgewezen. Het hartelijkst welkom, de grootste rijkdom van genade is van
+tevoren zeker. Moge dit schrijven u opwekken u voor ziel en lichaam,
+voor tijd en eeuwigheid, in Gods hand te bestellen; ik zal er geen spijt
+van hebben, dat ik wat geleden heb, en het is u dan tot eeuwig heil
+geweest.
+
+Moge dit zoo zijn!
+
+Dit wenscht u hartelijk
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 12 November 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Hoewel 't eenigszins moeielijk gaat, zend ik U toch ook ditmaal mijn
+brief.
+
+Mijn vertrek is acht dagen vervroegd, zoodat ik in plaats van de
+volgende week reeds morgen D.V. naar Heidelberg ga. Dit geeft bijzondere
+drukte. Toch neem ik er den tijd af U nog even te schrijven.
+
+Mijn vervroegd vertrek en de bloote mededeeling daarvan zouden allicht
+eenige ongerustheid bij u kunnen verwekken. Daarvoor is echter geen
+reden. Terwijl 't gezwel in den hals, dat de oorzaak der kwaal is,
+nagenoeg geheel verdwijnt, is de dikte op de tong een weinig
+teruggekomen. Volgens den geneesheer kan dit een onschuldige oorzaak
+hebben. 't Kan echter ook zijn, dat de kwaal, die op de ééne plaats
+verdwijnt, op een andere plek een voedingsbodem zoekt. In dit laatste
+geval is 't noodig, dat zij ook daar zoo spoedig en zoo krachtig
+mogelijk worde aangevat. De vervroeging der afreis is dus een maatregel
+van groote voorzichtigheid.
+
+Tot 't vertrek gereed, zie ik met groote dankbaarheid terug op hetgeen
+de Heere mij hier, ook in natuurlijk opzicht, geschonken heeft. Het
+najaar vergoedt aan schoone dagen ruimschoots, wat de zomer onthield,
+en vooral door een kranke, die de buitenlucht genieten mag, wordt dit
+hoogelijk gewaardeerd.
+
+Wat ik genoten heb in de schoone plantsoenen alhier! Heele poozen kon
+ik staan te turen voor reuzenboomen, die hier prijken, met hun geweldig
+zwart-groene, of grijs-groene stammen, hun dun, teeder najaarsloover,
+varieerend in tint, van licht-groen en goudgeel tot goudbruin. In de
+grilligste vormen slingeren zich de zwarte takken dooreen. Als met
+betraand oog giet de najaarszon haar glimmende straaltjes neder, die
+spelen op 't vochtig blad. Ieder dier boomen is een wonderstuk van
+schoonheid, een pracht-uitgave van de werken Gods. Menigmaal kwam
+de gedachte bij mij op: wanneer er al dit moois is, en er denkende
+menschelijke geest is, die dit schoon in zich opneemt, 't geniet, 't eet
+en drinkt, dan moet er zijn de Eeuwige Geest, die dit alles formeerde,
+de Kunstenaar en Bouwmeester van 't gansch heelal, die als Bouwmeester
+bovenal ook Kunstenaar is! En uit het Woord van God jubelde mij dan
+tegen wat de dichter van den 50en psalm zingt:
+
+»Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende".
+
+Neen in Sion staat geen altaar van den Onbekenden God. »God is bekend in
+Juda". In den tempel, in het altaar, in den priesterdienst, in de rollen
+der profeten, bovenal in de zending en overgave van Zijnen lieven Zoon
+tot onze eeuwige verlossing verschijnt onze God blinkende; blinkende in
+den glans en gloed zijner drievuldige heiligheid.
+
+Welk een onderscheid dan ook tusschen de openbaring Gods en hetgeen de
+heidenen van hun goden fabelen. De goden der heidenen zijn
+geidealiseerde menschen, die nochtans als de grootste deugnieten dezer
+aarde elkander beliegen en bedriegen.
+
+Onze God is de Driemaalheilige. Heilig in Zijn woning; er komt niet
+binnen, wat verontreinigt. Heiligheid is het sieraad van Zijn Sion op
+aarde. Algeheele levenswijding en heiliging is de dure roeping van Zijn
+volk op aarde.
+
+Dit verkondigt de Heere in dezen psalm aan Zijn gunstgenooten, die zijn
+verbond maken met offeranden. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij niet
+gelijk de heidensche goden als een bedelaar komt; want Zijns is de aarde
+en haar volheid. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij van zijn gunstgenooten
+bovenal de offerande van hun gansche leven vraagt.
+
+Daarom wijst Hij uit Zijn gemeenschap de goddeloozen, die Zijne woorden
+achter hunnen rug werpen; degenen, die deelen met de dieven, die
+deelgenooten der overspelers zijn, en lastering spreken tegen den zoon
+hunner moeder. Niet zonder reden noemt de Heere juist dezen bij name:
+geldmakerij, overspel, en bevechten van elkander met het zwaard van den
+laster zijn steeds de hoofdzonden in tijden van verval. Alle deze
+zondaren dreigt de Heere met het vuur van zijn toorn. Alleen dengenen,
+die hun weg wel aanstellen, zal de Heere Zijn heil doen zien.
+
+ * * * * *
+
+En waar moeten dan blijven, die hun weg niet wel hebben aangesteld? Die
+met de dieven deelden, deelgenooten werden van de overspelers, tegen hun
+broeders lasterden, of wellicht nog erger deden?
+
+Op deze vraag geeft het antwoord de volgende psalm, de 51ste psalm,
+de bekende hemelladder, waarmede reeds menigeen uit diepen val werd
+opgericht, de psalm van 't verbroken hart; de psalm, waarin David
+betuigt: »De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en
+verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten!"
+
+Een gebroken hart!
+
+Maar welke beteekenis kan dit hebben in de oogen Gods?
+
+Welke waarde heeft iets, dat gebroken is!
+
+Ge hebt een kostbare vaas. Ze breekt in duizend stukken. Weg is uw vaas;
+weg is al haar waarde. Wat beteekent de kostbaarste vaas bij 't meest
+gewone menschenhart? En welke waarde kan 't gebroken menschenhart hebben
+in de oogen des Heeren?
+
+Welke waarde?
+
+Vraag dit aan de heilige engelen, die hun harpen stemmen wanneer zij
+zien, dat dit groote werk des Heiligen Geestes, dit wonderwerk der
+verbreking des harten, aan een arm zondaar wordt gewrocht! Of liever
+nog, vraag dit aan een David, een Manasse, een Petrus, een Paulus, hoe
+zalig zij 't hebben ervaren, dat de Heere woont nabij de gebrokenen
+van hart en de verslagenen van geest! Vooral Paulus is in dezen een
+merkwaardig voorbeeld. Na zijn bekeering heeft hij door genade steeds
+zijn weg aangesteld. Hoe bitter klaagt hij nochtans in Romeinen Zeven
+over de kracht der inwonende zonde! Romeinen Zeven is de 51ste psalm van
+Paulus!
+
+Hoort hem daarin ten slotte klagen: »Ik ellendig mensch, wie zal mij
+verlossen uit het lichaam dezes doods?"
+
+Beter dan ooit kan ik thans deze beeldspraak van Paulus verstaan.
+Iemand, die dit niet ondervindt, weet niet wat 't zegt: overigens zich
+gezond te gevoelen, maar dan gevangen te zitten in de omklemming eener
+doodelijke krankheid, die U op den grond werpt, en met grimmig gelaat 't
+mes dreigend boven u zwaait! O 't is een vreeselijke krankheid waaraan
+ik lijd, en waarvan alleen de naam reeds doet sidderen!
+
+En toch wat beteekent deze schrikkelijke lichamelijke bezoeking nog
+bij het zedelijk kwaad der zonde? De zonde is 't vreeselijke zwarte
+hoofdstuk der menschelijke historie. Alle ellende van ouders, kinderen,
+gezinnen, geslachten, volken, alle vreeselijkst denkbare krankheden
+behooren tot dit zwarte hoofdstuk. Tot dit hoofdstuk behoort ook het
+lijden van 't arme kind van God, dat naar de gemeenschap met den
+Driemaalheilige dorst, maar in die gemeenschapsoefening telkens
+belemmerd wordt door de schrikkelijke macht der inwonende zonde, en die
+luide klaagt: »Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam
+dezes doods?"
+
+Zalig, driewerf zalig, wie, in welke ellende ook, alzoo meer over de
+zonde dan over de ellende, die 't vruchtgevolg der zonde is, leert
+klagen! Want hoort het, naarmate Paulus dieper klaagt, roemt hij luider:
+»Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere!"
+
+»Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende";
+blinkende in de heiligheid van 't verlossingswerk, dat Hij in Christus
+wrocht. Want alzoo heilig is Gods toorn tegen de zonde, dat Hij haar,
+liever dan dat Hij haar ongestraft liet blijven, gestraft heeft aan
+Zijn Eeniggeboren Zoon. Maar daarom is dit verlossingswerk dan ook een
+volkomen werk. Is aan onze zijde altijd alles verloren, aan Jezus' zijde
+is voor den grootsten der zondaren altijd alles behouden. Zijn bloed
+reinigt van alle zonden. Hij heiligt door Zijn Geest, zoodat wij in
+beginsel over de kracht der inwonende zonde triomfeeren. Hij legt de
+roemtaal op de lippen: »Zou is er dan geen verdoemenis voor degenen die
+in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar naar
+den Geest."
+
+Ja, wilt ge de waarde zien van 't gebroken hart, vergelijk dan Romeinen
+8 met Romeinen 7. Is Romeinen 7 de 51e Psalm, Romeinen 8 is het Hooglied
+van 't Nieuwe Testament, gezongen door denzelfden man, die in Romeinen
+7 uit zijn gebroken hart klaagt over de kracht zijner inwonende
+verdorvenheid. In Romeinen 8 roemt hij in de hoogste en verhevenste
+goederen des Nieuwen Testaments, in de leiding, in het getuigenis, in de
+voorbede des Heiligen Geestes. Hij verheugt er zich in, dat allen, die
+God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede. Hij, die zichzelven
+het meest beschuldigt, daagt al zijn beschuldigers uit, en zegt: »Wie
+zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?" Hij besluit
+met de jubelende tonen: »Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch
+leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige,
+noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch eenig ander
+schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in
+Christus Jezus, onzen Heere".
+
+Geliefde gemeente, terwijl ik dit schrijf, is 't mijne bede dan ook, dat
+de Heere mij bij mijn nieuwe reis dien grooten schat van 't verbroken
+hart, dat meer over de zonde dan over de ellende klaagt, slechts
+medegeve. Hoe 't dan ook ga, dan gaat 't altijd goed. Dit is 't wat ik
+een iegelijk uwer ook van harte toebid.
+
+De Franschman Bordeaux schreef een boek, dat den titel voert: »la peur
+de vivre", »de vrees om te leven". In een inleiding op dit boek verwijt
+Réné Doumic aan het Fransche volk, dat zij alleen zichzelven zoeken.
+Van ondernemingsgeest, van offervaardigheid voor anderen is bij velen
+geen sprake meer. De meesten jagen enkel naar geld. De wellusten
+worden onbeschaamd gediend. De een trapt den ander om zelf te stijgen.
+Zij hebben 't hoogste woord, wanneer alles voor den wind gaat. Maar
+wanneer de rampen komen, zitten zij is een hoekje te sidderen en te
+vloeken. Ze hebben een vrees voor het werkelijke leven, met al zijn
+verantwoordelijkheid, met al zijn eischen. Zij hebben alléén de zonde
+lief, en beven voor alle ellende. Begint deze maar even te drukken, dan
+werpen velen zulk een leven als geheel waardeloos in den zelfmoord weg.
+
+Hoe vreeselijk is de dienst der zonde!
+
+Geliefden, dat we haar mogen haten, vlieden, mijden! Dat we met al onze
+zonden steeds aan de voeten van Jezus komen! Dat we de reiniging zoeken
+van alle besmetting des vleesches en des geestes door Zijn bloed en door
+Zijn Geest! Dan smaken we de rechte zoetheid van het werkelijke leven,
+zelfs temidden van alle uitwendige ellende, hoe zwaar deze ook drukken
+moge, en zingt onze ziel als de nachtegaal haar schoonste lied in den
+donkersten nacht.
+
+Hiermede wil ik thans besluiten, ons beiden wederom aan uwe voorbede
+aanbevelend.
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 19 November 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Donderdag 13 November zijn we dan weer naar Heidelberg vertrokken. Ds.
+en Mevr. Teerink deden ons weer uitgeleide aan 't station. Het weer was
+zeer onstuimig. Grauwe, regenzwangere wolken zwierden langs het zwerk,
+en zagen dreigend op ons neer.
+
+Was 't buiten somber, van binnen scheen de zon van Gods vriendelijke
+gunst. Ik had den nacht rustig geslapen, en terstond bij 't ontwaken
+verkwikte de Heere me door allerlei troostwoorden: »Ik ben 't, die
+met de verdrukking de uitkomst geef"; »Roep mij aan in den dag der
+benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eeren"; »Zij
+zullen met vreugde uittrekken, en met vrede voortgeleid worden".
+Hoewel 't mijn stelregel niet is, wanneer mij dergelijke troostwoorden
+invallen, deze dadelijk als bijzondere beloften te beschouwen, zoo kan
+ik toch niet nalaten te eten, wanneer de Heere aldus de tafel voor mijn
+aangezicht komt toerichten. Ik gevoelde mij dus verkwikt en versterkt,
+en we gingen wederom met goeden moed op reis.
+
+Na een rit van ongeveer vier uren, bereikten we eindelijk Keulen, en
+stapten we weer in den trein naar Mannheim. Spoedig waren we nu weer
+aan den heerlijken Rijnoever, waar de trein ruim drie uren achtereen
+tusschen hooge bergen doorstoomt.
+
+Ik had mij voorgesteld, nu eens een natuurverschijnsel te zien, waarvan
+ik vroeger wel de beschrijving had gelezen: dat ravenzwarte wolken in
+wilde vaart over de bergen vegen. Het weer was echter intusschen
+opgeklaard, de lucht was lichtblauw, en witte wolken stonden als drommen
+aan den hemel.
+
+Na een voorspoedige reis kwamen we 's avonds half-acht welgemoed in
+Heidelberg aan. Den volgenden morgen werd ik dadelijk onderzocht door
+de beide professoren Czerny en Werner. O, wat was 't me weer goed weer
+bij deze beide mannen te zijn! Beide mannen zijn ware priesters der
+wetenschap, rechte geneesheeren bij de gratie Gods, gedreven door de
+heilige aandrift om menschen van den dood te redden. Exc. prof. Czerny
+is daarbij niet alleen een priester, maar evenals Pasteur te Parijs, en
+Kort te Berlijn, ook een vorst. Uit binnen- en buitenland vloeide hem in
+korten tijd één millioen Mark toe, om 't Samariterhaus, 't huis van
+barmhartigheid, te grondvesten, waarin allerlei ellendigen behandeld
+worden.
+
+Prof. Werner is een man met Duitsch-militaire houding, snelle
+bewegingen, aangename manieren, sympathieke oogen, een stem van muziek,
+en daarbij de vriendelijkheid en goedheid zelve. Met de grootste zorg
+heeft hij mij de vorige maal nagegaan, en ook nu weer werd ik met de
+grootste nauwkeurigheid onderzocht. Dit onderzoek scheen de beide heeren
+nogal tot tevredenheid te stemmen. Volgens prof. Werner ben ik een van
+de ernstigste patiënten, maar ben ik ook zoo sterk vooruitgegaan, dat er
+thans goede hope is.
+
+O, wat is de Heere goed! Hoe krachtig heeft Hij tot hiertoe Zijne
+heerlijke trouw aan mij bevestigd! Hij heeft mij daardoor in staat
+gesteld, ook anderen te troosten.
+
+Toen wij voor de eerste maal weer in de wachtkamer kwamen, troffen wij
+daar ook Hollanders aan. Spoedig waren wij met elkander in kennis. Drie
+hunner waren naar Heidelberg gegaan, omdat zij in de bladen van mijn
+behandeling alhier gelezen hadden. Weldra bezochten wij hen dan ook, om
+hun een woord van troost toe te spreken.
+
+Bij chirurgische behandeling heeft men spoedig een resultaat, hetzij dan
+ten goede of ten kwade. Bij de geneeskundige behandeling, die hier in
+den regel wordt gevolgd, is dit anders. De inspuitingen met enzytol en
+de Röntgen-bestralingen pakken 't lichaam wel sterk aan; maar men weet
+niet, wat in 't lichaam zelf plaats heeft. Nu voelt men zich zus, dan
+weer zoo, en moet geduldig afwachten. Dit maakt vooral in den beginne
+wel eens ongeduldig en moedeloos. Men wil zoo gaarne dadelijk een
+resultaat, en liefst een verrassend resultaat zien, terwijl dit
+eerst later komt. Ik kon hen hierop uit mijn ervaring wijzen, en hen
+aansporen, 't oog naar boven te slaan, en de hulpe te verwachten van den
+God der middelen en der wonderen. Op deze wijze kan ik dus ook hier mijn
+arbeid voortzetten.
+
+Zondagmorgen gingen we weer ter kerk in de prachtige Friedenskirche
+te Handschuhsheim. Het was dien dag juist oogst- en dankfeest. De
+uitwendige symbolen daarvan waren op echt Duitsche wijze met kwistige
+hand in de kerk aangebracht. Preekstoel en koor waren met klimop en
+wijnranken bewonden. In 't koor prijkten op een groote tafel
+kristallijnen schalen met zilveren voeten, deze schalen waren hoogop
+met blinkende appelen gevuld. Ik heb begrepen, dat deze na den dienst
+aan de kinderen werden uitgedeeld. Het kleine grut kwam althans terstond
+na afloop van den dienst in grooten getale de kerk binnen.
+
+De predikant koos als tekst zijner rede, Psalm 118: 15-18. Krachtig
+wekte hij de gemeente op bij de resultaten van den oogst naar boven te
+zien op Hem, van Wien alle dingen afhankelijk zijn. Vooral de wijn- en
+ooftbouw schijnen dit jaar vele teleurstellingen te hebben gehad. Dit
+gaf den leeraar aanleiding om de paradox uit te spreken, dat wij vooral
+in slechte jaren den Heere niet 't minste moeten danken. Hij bewees deze
+schijnstrijdige stelling met de juiste opmerking, dat wij eerst in dagen
+van krankheid de gezondheid recht leeren waardeeren, en alzoo ook in
+jaren van teleurstelling niet alleen voor de tegenwoordige, maar ook
+voor de vroegere zegeningen Gods den Heere recht leeren danken.
+Bovendien, op een dankdag behoeven wij niet alleen te danken, maar mogen
+wij ook bidden tot Hem, die sprak: »De Heere is nabij allen, die Hem
+aanroepen, die Hem aanroepen in der waarheid." Laten we 't doen in 't
+besef, dat wij alles hebben verbeurd. Laten wij 't doen in waar geloof.
+In der waarheid.
+
+Deze heerlijke preek geeft mij wederom stof tot veel denken.
+
+Wanneer ik hetgeen ik heb verdiend vergelijk met hetgeen de Heere mij
+thans oplegt, och, wat heb ik dan nog stof tot danken. Tot danken aan
+Hem, van Wien de dichter van den 103en psalm jubelt, en van Wien mijne
+ziel 't meejubelt: »Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons
+niet naar onze ongerechtigheden."
+
+Ik maak een tweede vergelijking, en weeg, wat ik door mijne zonde heb
+verdiend, af tegenover den rijkdom van weldaden, waarmede de Heere mij
+vooral in deze dagen omringt. Dan gaat 't mij wederom als den dichter
+van den 103en psalm. De zegeningen Gods worden als een heerlijke tempel
+voor mij, en in 't midden daarvan roep ik als een beweldadigde tollenaar
+uit: »Loof den Heere, mijne ziel! en al wat binnen in mij is, Zijnen
+heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet geen van Zijne
+weldaden".
+
+Ik maak een derde vergelijking. Ik denk aan 't geen ik mij door mijne
+zonden heb waardig gemaakt, en vestig dan 't oog op 't lijden van den
+Heiland, die onschuldig zoo nameloos veel leed voor schuldigen, om
+voor dezen een eeuwig behoud te verwerven. Ik lees tegenwoordig bijna
+dagelijks in 't schoone hoekje van Thomas à Kempis: »Meditatiën over
+het leven van Christus." Welk een beschaming, maar ook welk een troost
+ontvangt mijn ziel dan vooral uit de overdenking van Jezus' heilig
+lijden en sterven!
+
+Ik maak nog een vergelijking, en plaats datgene, wat ik door mijn zonde
+heb verdiend tegenover datgene wat de Heiland voor mij heeft verworven.
+En dan roep ik als de dichter van den 103en psalm hemel en aarde op tot
+een machtig koorgezang, om den Heere te loven, en zeg daarbij tot mijne
+ziel: »En gij, mijn ziel, looft gij Hem bovenal!"
+
+Maar dit volmaakt danken zal eerst in de eeuwigheid zijn. O heerlijke
+eeuwigheid! Gij verzacht alle lijden dezer aarde, dat als een druppel in
+een oceaan verzinkt!
+
+Beproefden, laat ons maar veel deze vergelijkingen maken, en wij leeren
+God in alles danken. In alles, zelfs in de zwaarste beproevingen!
+
+Laat ik u ten slotte nog een aangename ontmoeting mededeelen, die we
+hier hadden. Op de tafel in de wachtkamer zag ik een blaadje liggen,
+dat den titel voerde: »Lebensfragen beantwortet für moderne Menschen."
+»Levensvragen, voor moderne menschen beantwoord."
+
+Twee onderwerpen werden daarin behandeld: »Wereldbeschouwing en
+zedelijkheid," en »Hoe iemand van zijn angst verlost wordt." Een
+uitnemend geschreven blaadje, dat als model kan dienen voor allen, die
+onder de hoogere standen willen evangeliseeren. In een andere wachtkamer
+vond ik een traktaatje, nog inniger geschreven. In korte stukjes werden
+daarin de volgende onderwerpen besproken: Waarom moet ik lijden? Uwe
+droefenissen en moeilijkheden. Een slapelooze nacht. Hoe verhoort God
+onze gebeden? Hiernamaals! Een probaat middel.
+
+Het eene stukje is nog al stichtelijker dan 't andere, en alle tezamen
+vertroosten mij zeer. Natuurlijk dacht ik dadelijk: Ik moet zien, welke
+hand deze daar heeft gelegd. Spoedig was zij ondekt: een dame uit
+Barmen, een allervriendelijkste verschijning, een lijderes, met de
+vreugde der Christelijke hope in 't zielvol oog. Dadelijk stelden we
+ons aan haar voor, en dankten haar voor haar arbeid. »Ach, was haar
+antwoord, 't geeft zoo weinig!" Ik was blijde haar terstond 't tegendeel
+te kunnen verzekeren, en haar te zeggen, hoe haar traktaatje mij
+verkwikt had. Ik voegde er bij, dat ik een stukje vertalen zou, en naar
+Holland zenden. »Wie weet, hoe velen in Holland er door vertroost zullen
+worden. Zoo brengt uw arbeid menigmaal zegen, zonder dat u 't zelve
+merkt."
+
+Het spreekt vanzelf, dat mijn vrouw en ik dadelijk dikke vrienden met
+haar werden.
+
+Ik vervul thans mijn belofte, en vertaal ten slotte 't kleinste stukje,
+opdat mijn brief niet te groot worde.
+
+»Hoe verhoort God onze gebeden?"
+
+»Het is den Heere om onze bevestiging en opvoeding te doen en niet in
+de eerste plaats om het effenen der wegen, om het drogen der tranen.
+Merken we dit toch goed op, wanneer we in nood bidden: »Heere help ons,
+wij vergaan!" Laten wij nooit meenen, dat Hij ons alleen dan verhoord,
+wanneer Hij op eenmaal de smarten wegneemt en effen baan maakt. De
+Heere kan ook alzoo en beter verhooren, wanneer Hij ons kracht geeft
+tot dragen, en wij in den smeltoven gelouterd, voor Zijn dienst meer
+geschikt gemaakt, meer naar Christus' beeld hervormd en voor de eeuwige
+heerlijkheid rijper gemaakt worden."
+
+Moge werkelijkheid worden, wat ik zei, en ook dit nog velen ten zegen
+zijn.
+
+Ons wederom in uwe gebeden aanbevelend, blijf ik
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 25 November 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Vanaf 16 November ben ik tot op heden elken dag geregeld behandeld,
+behalve Zaterdag 22 November. Op dien dag was 't de Diës der
+Universiteit, en ieder Leidenaar weet, wat dit voor een academiestad
+beteekent.
+
+Aan den avond van dien dag maakte ik een kleine wandeling naar
+Handschuhsheim, dat mij langzamerhand lief is geworden, niet alleen om
+zijn schilderachtige ligging maar ook om zijn voortreffelijk kerkelijk
+leven. Handschuhsheim is de Sionsburcht van Heidelberg.
+
+Het was een prachtige stille avond. Het gewoel van Oud-Heidelberg lag
+ver achter mij. Ik was de eenige wandelaar op de Landstrasse. Rechts
+hief de bergketen haar ruige, bultige ruggen omhoog. Links strekte het
+Neckardal zich uit. Rondom mij flonkerden de gloeilichtjes als sterren
+op aarde. Een oogenblik later begon de klok van Handschuhsheim haar
+volle, statige tonen door de bergen en over de vlakte te beieren. Het
+zou den volgenden dag nationale boete- en bededag zijn. Deze werd nu
+ingeluid.
+
+Toen overviel mij een heimwee naar den ouden tijd, naar den tijd van
+Frederik III, van Ursinus en Olevianus, naar den tijd, toen het
+waarachtig Christendom in het publieke leven den boventoon voerde. Ik
+had juist de woorden gelezen, die Minister Pleijte in onze Tweede Kamer
+over de verhouding van den Javaan tot den Islam gesproken had. »Voor
+den Javaan is de Islam niet alleen zijn Godsdienst, maar zijn alles!"
+Ik dacht toen dadelijk: »Maar is onze verhouding tot het Christendom
+een andere?" Neen, de liberalen hebben 't nooit begrepen. Maar met
+meer recht dan de Islam voor den Javaan, is het Christendom voor ons
+Christenen meer dan een Godsdienst, het is ons alles. Dat was 't voor
+een Frederik III en zijn trouwe geestelijke lijfstaffieren. Dit was het
+voor de helden, die toen in Nederland in den strijd om 't behoud van het
+ware Christendom alles voor alles gaven. Welk een kostelijke tijd, toen
+zulke mannen in het publieke leven den toon aangaven!
+
+Helaas, 't werd spoedig anders. Het talent, het genie, de wetenschap,
+de kunst werden de goden der eeuw, de cultuur en nog eens de cultuur
+werd de Godsdienst van den tijd, uitwendige beschaving ging verre boven
+wedergeboorte en bekeering. Pelagius werd wederom de leeraar der volken.
+Luther, Calvijn, Augustinus, in naam geëerd, werden in de werkelijkheid
+afgedankt. En thans is 't zoover gekomen, dat de ware religie in 't
+leven als een onnutte dienstmaagd ter deure is uitgewezen.
+
+Oogenschijnlijk is dit geen verlies. Sinds de mensch den hemel uit 't
+oog verloor, begon hij zich immers meer aan de aarde te wijden. En met
+welke resultaten? Met recht spreekt men van de wonderen der techniek.
+Steden en dorpen breiden zich uit, en worden steeds fraaier.
+Achterhoeken zijn er niet meer. Alles krijgt op de een of andere wijze
+aansluiting aan 't wereldverkeer. Aan ieder wordt langzamerhand een
+plaats ingeruimd aan den welgevulden disch der culturen.
+
+Vooral in een stad als Heidelberg valt voor den mensch der wereld
+zooveel te genieten. Concerten, schouwspelen, lezingen van
+ongeloofsapostelen, 't is elken avond wat anders, en soms van alles
+tegelijk.
+
+Maar in dit schijnbaar schoone levensconcert klinkt één schrikkelijke
+wanklank, en dit is de dood! Op de kermis der ijdelheid schrijdt één
+boetprediker voort, dien niemand kan keeren: de dood! En ook hij kondigt
+in statige, volle tonen zijn komst den menschen aan: in het klokgelui
+der zware krankheid....
+
+Ik keerde van mijn wandeling naar huis, en ging voor 't open venster
+staan om naar de zilveren tonen der boeteklok te luisteren, en ik dacht,
+hoe 't mij nu zou zijn, wanneer ik den Heiland niet kende als mijn
+Eén en mijn Al. Nu ben ik in al mijn lijden overgelukkig. Hij heeft
+reeds vroeger de boeteklok in mijn ziel doen klinken. Hij heeft Zijn
+Middelaarsliefde aan mij geopenbaard, Hij heeft mij laten zien, waarom
+ik moet lijden.
+
+Waarom ik moet lijden? O, laat ik 't u zeggen met de dichterlijke
+woorden van Carolina Rhiem, die ik afschrijf uit het traktaatje, waarvan
+ik reeds een vorig maal melding maakte.
+
+ »Wat hebt Gij mij te zeggen,
+ Mijn Meester daar omhoog?"
+ Zoo wil ik weder vragen
+ Tot ik Uw heil versta.
+ Waarom hebt Gij gestuit
+ Opnieuw nu mijnen loop?
+ O, zeg mij toch het antwoord,
+ Ik wachte stil daarop.
+
+ Mijn kind, Ik moest u leiden
+ Hierheen in deez' woestijn,
+ Om met u te spreken
+ Op deze stille plaats.
+ In al 't verwarde drijven
+ Der onrust om u heen,
+ Daar kondet gij mijn stemme
+ Niet hooren, neen o neen!
+
+ Gij waart in gevaren,
+ Die gij niet hebt vermoed,
+ En hoordet niet mijn roepen,
+ Dat zacht u heeft gemaand.
+ Zoo moest Ik »halt" gebieden,
+ En nu door deze smart
+ Uit het gewoel u trekken
+ Heel na aan mijn hart.
+
+ Nu zie Mij eens in d'oogen
+ En ga niet weder weg.
+ Geloof nu Mijne liefde
+ En hoor naar Mijn Woord!
+ Buig u nu geduldig
+ Ook onder Mijne tucht,
+ Opdat Ik u kan reiken
+ Des Geestes zoete vrucht!
+
+ * * *
+
+ Nu heb ik U verstaan,
+ Mijn Meester en mijn Vriend,
+ En wil verheugd U danken
+ Dat Gij zoo trouw 't meendet.
+ Nu wil ik in de stilte
+ Bij U ter schole gaan
+ En U in Uwe schoonheid,
+ Mijn Koning, gadeslaan!
+
+O ja, mijn beproeving is een ware woestijn voor mij. Maar de woestijn,
+de plaats der eenzaamheid en des doods, is ook de plaats, waar de
+hemel zich helder boven ons hoofd welft, waar we met den Heere en met
+onszelven alléén zijn, waar 't oog naar boven en naar binnen geslagen
+wordt. De woestijn is de tempel, waar de tollenaar zijn bede opzendt
+tot zijn God, waar de Heere Zich in al Zijn lieflijkheid aan de ziel
+openbaart, waar Hij de hope in de ziele verlevendigt op 't hemelsche
+Kanaän, waar niemand zegt: »ik ben krank!" O, heerlijke woestijn, waar
+de Heere alzoo de wolk- en vuurkolom zijner bijzondere tegenwoordigheid
+uitbreidt over de ziel. Ik ben overgelukkig, en ook uit mijn hart klinkt
+de lofzang tot dien Heere: »Gij hebt mij meer vreugde in mijn hart
+gegeven dan ten tijde wanneer hunlieder koren en most vermenigvuldigd
+zijn!"
+
+Met groote blijdschap gingen we dan ook Zondagmorgen naar 't bedehuis.
+
+Ditmaal gingen we weer naar de kapel van het Diaconessenhuis, waar de
+bekende pastor Samuel Keller uit Freiburg zou preeken. Hij is hier
+gekomen om evangelische voordrachten te houden. Zondagsavonds zou
+hij spreken over »die Heimkehr Gottes," Maandag over »den omgang met
+mijzelven," Dinsdag over »vrije liefde en werkelijk huwelijk," Woensdag
+over »moderne oplossingen van het sexueele vraagstuk," Donderdag »over
+den inzet der ziel," en Vrijdagavond »over de toekomst van het
+Christendom." Daarbij houdt hij echter elken dag een bijbellezing, en
+preekt Zondagmorgen in de kapel.
+
+Tot mijn leedwezen kan ik de avondvoordrachten niet bijwonen. Ik ga nog
+steeds gestadig en krachtig vooruit. Natuurlijk verschilt de ééne dag
+zeer van den anderen. Maar tot roem van des Heeren wonderbare goedheid
+mag ik U mededeelen, dat ik mij steeds krachtiger ga gevoelen. Toch mag
+ik mij nog niet wagen aan drukke avondbijeenkomsten, waar drie à vier
+duizend menschen samenkomen.
+
+Daarom verheugde 't mij temeer, dat ik hem Zondagmorgen mocht hooren.
+
+Welk een verschijning! Een man, als uit een rots gehouwen, met grijzen
+haardos, waarvan blijkbaar nog niet één haar is uitgevallen, een blozend
+gelaat, een stem van metaal.
+
+Hij nam tot tekst Openb. 2: 2-5.
+
+Er bestaat een boetedag-gevaar, zoo begon hij. Het gevaar, dat we
+vandaag de massieve, grove volkszonden hekelen, onszelven als farizeërs
+oprichten in onze banken, en van onze hoogte op dit gespuis neerzien. In
+dat gevaar mogen wij ons niet begeven. Wij hebben gezondigd, en moeten
+schuldenaren worden; daarom koos ik dezen tekst. Wij moeten ons door den
+Heere laten berispen; maar mogen ons eerst door Hem laten prijzen. »Ik
+weet uwe werken," zegt de Heere. De wereld neemt van onze Christelijke
+werken op allerlei gebied geen notitie. Het is ons genoeg, dat de Heere
+zegt: »Ik weet!"
+
+Máár.... één groot ding heeft de Heere tegen ons, dat wij onze eerste
+liefde hebben verlaten. De Heere gaf u een lentetijd; de lente ging;
+maar de zomer kwam niet. In plaats van den berg van 't Christelijk leven
+te bestijgen, hebt ge u neergezet op de mistbank uwer bekeering. Waarom
+wilt gij ook van niets hooren dan van bekeering, en zegt dan voldaan:
+»deze heb ik, en meer heb ik niet noodig!" Maar zóó zijt ge verachterd
+in de genade!
+
+Op die wijze ging hij voort. Ik kan U niet alles uitschrijven, daar mijn
+brief anders te lang wordt. 't Was een krachtig woord, dat de harten en
+gewetens aangreep.
+
+Jammer, dat de Hollanders, die hier zijn, over 't gemeen 't Duitsch niet
+machtig zijn, en de prediking niet kunnen volgen. Er zijn er hier nu wel
+een vijftien. We vullen de halve wachtkamer.
+
+Ik ben ook nog niet zoover, dat ik voor hen kan preeken. Over een uur
+worden mij twee scherpe kiezen getrokken, die mij in 't spreken zeer
+belemmeren. Misschien dat 't dan beter wordt. Ik moet thans eindigen, om
+mij weer onder behandeling te stellen. Blijft ons gedenken voor den
+Troon der Genade bij Hem, die wonderlijk is van raad en groot van daad.
+Weest tezamen den Heere bevolen van
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 3 December 1913.
+
+_Geliefde Gemeente!_
+
+»Roep Mij aan in den dag der benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en
+gij zult Mij eeren!" »Ik ben 't, die met de verdrukking de uitkomst
+geef!" In de dagen, die thans achter mij liggen, heeft de Heere deze
+heerlijke waarheden wederom op zoo treffende wijze vervuld.
+
+Ik heb moeilijke dagen doorgemaakt. Vooral de dag, waarop ik u verleden
+week mijn brief zond, was een gewichtige dag. Op één dag moest ik toen
+om 10 uur worden ingespoten en om 11 uur worden belicht, terwijl me om 1
+uur twee scherpe tandwortels en één kies moesten worden getrokken.
+
+Ik behoef u niet te zeggen, dat vooral de laatste operatie, in een
+pijnlijken mond, dien men ternauwernood kan openen, en waarin de dokter
+de tang nauwelijks bewegen kan, terwijl aan de kaak nog altijd een rest
+van een kankerknobbel zit, een zeer pijnlijke kunstbewerking is. Van
+verdooving kon geen sprake zijn. Ik zag er wel wat tegen op; maar de
+noodzakelijkheid legde aan alle innerlijke tegenspraak het zwijgen op.
+
+Voordat ik van huis ging, las ik den 38sten psalm. Helder stelde ik
+mij de verootmoedigende waarheid voor den geest, dat alle ellende
+'t vruchtgevolg der zonde is. Daarop wandelde ik alléén naar 't
+Samariterhaus. Mijn vrouw, voor wie de afstand te ver is, gaat in den
+regel met de tram. Onderweg stelde ik mij voor oogen, wat de Heiland aan
+het kruis heeft geleden, zes uren achteréén, hangende aan een drietal
+spijkers. Hij, Onschuldige voor de schuldigen. »Heere", zeide ik in
+mijzelven, »daar hebt Gij ook mijne krankheden op U genomen". Deze
+overdenking gaf mij rijken troost. Ik leerde mij schamen voor mijn vrees
+voor pijn. Welgemoed ging ik 't Samariterhaus binnen, onderging 't één
+na 't ander, en kon in de tusschentijden mijn brief aan u voltooien en
+verzenden.
+
+Ik zal u geen beschrijving geven van de laatste operatie. De ééne tang
+na de andere werd als onbruikbaar terzijde gelegd. Eindelijk lukte de
+bewerking. De minuten van pijn waren als een droom voorbij gevlogen; en
+mijn ziel jubelde dankende den Heere tegemoet, Die mij zoo krachtig had
+gesterkt.
+
+Prof. Werner, de dokter van dienst, eveneens een sympathieke
+persoonlijkheid, bijgestaan door een zeer medelijdende zuster, voltooide
+'t werk. We waren allen even blij, toen de zaak was afgeloopen. Ik kan
+deze menschen niet genoeg danken voor hetgeen ook zij voor mij zijn.
+
+Ik had nu veel verlichting gekregen; maar aan het einde der week volgden
+weer een paar moeilijke dagen. Ik kreeg gedurig bloeding in den mond met
+eenige koorts. Ik leed veel pijn, en moest een paar dagen het bed
+houden.
+
+Alzoo nederliggend, hield ik mij bezig met de overdenking van 't lijden
+van onzen dierbaren Heiland en volgde ik Hem van Zijn Krib tot Zijn
+Kruis. Ik stelde mij den heerlijken Kerstnacht voor oogen, waarin 't
+Vleeschgeworden Woord nederlag in de kribbe; ik dacht aan den heerlijken
+engelenzang, aan 't bezoek der herders en der wijzen; maar ook wederom
+aan de vervolging door Herodes. Neen, 't kindeke Jezus mocht niet spelen
+op een der straten van Israël; 't scherpe zwaard dreigde reeds dadelijk
+'t onschuldige Kind; als een balling moest Hij, nog zóó jong, in den
+vreemde zwerven. Op deze wijze ging ik de omwandeling en 't lijden van
+den Heiland na. Dan weer stelde ik mij de vreugden des hemels voor: wat
+het zijn zal, in de eeuwige rust te zijn, van alle zonde en ellende
+ontslagen te zijn! Maar deze rust zal niet zijn als de rust van den
+slaap; neen, zij zal wezen en geheel vervuld zijn met den Heiligen
+Geest, in de heerlijke extase der heerlijke vreugde. O, met welke
+vreugde zullen de zaligen wandelen op de gouden straten van het
+hemelsche Jeruzalem, onder de wuivende palmen van 't heerlijk paradijs,
+elkander herkennende, elkander leerende kennen, om samen den Heere groot
+te maken in den volmaakten lofzang, die als een stemme veler wateren
+door de wijde hemelen ruischt! Met welk een blijdschap zullen zij den
+verheerlijkten Heiland zelven zien, die voor ons aan 't Kruis heeft
+gehangen, en die daar nu de Zijnen rondom Zich verzamelt! Hoe zal Hij
+ons dan aanzien? Niet met een blik, zooals Hij Petrus aanzag in de
+Kájafaszaal; maar met een oog, waaruit de verzadiging Zijner vreugde
+spreekt daarover, dat nu vervuld is, wat Hij bad: »Vader! Ik wil, dat
+waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij
+Mijne heerlijkheid mogen zien, die Ik bij U had vóór de grondlegging der
+wereld." Ja, welk een verzadiging van vreugde zal het voor ons wezen, in
+'t Vaderhuis te zijn; bij God, den Vader, voor eeuwig thuis te zijn; nu
+alle dingen te weten, zonder dat die kennis ons eenige studie kost, en
+aan dit volmaakte kennen de stof te ontleenen tot Gods eeuwigen lof en
+prijs!
+
+Het was mij goed, alzoo verdrukt te zijn, en in mijn druk zoo tot den
+Heere te worden uitgedreven.
+
+En.... Hij gaf met de verdrukking zulk een verrassende uitkomst.
+Maandagmorgen voelde ik mij geheel hersteld. De voorbijgaande
+ongesteldheid had uitgewoed. En nu voelde ik eerst recht, hoeveel ik
+gedurende deze kuur weer was vooruitgegaan.
+
+'s Middags maakte ik een bezoek bij Prof. Werner, om met hem over
+mijn toestand te spreken. Hij was nu nog meer voldaan dan aan 't einde
+der eerste kuur. Niet alleen uitwendig, maar ook inwendig was 't
+kankergezwel zelfs gedurende de kuur snel afgenomen. Met de tong, zeide
+hij, zou 't iets langzamer gaan, hoewel ook deze aanmerkelijk beter is
+geworden. In Januari moet ik, zoo de Heere wil, voor een derde kuur
+terugkomen; en wanneer ik daarin even voorspoedig ben als in de beide
+eerste, bestaat er welgegronde hope, dat ik Februari of Maart mijn werk
+weer mag opvatten.
+
+Mocht dit eens waarheid worden!
+
+Zal ik dan tevergeefs geleden hebben dat zware lijden, dat gevoerd
+worden langs dood en graf, wat ik nu heb doorgemaakt?
+
+In 't Badensch kerkelijk gezangboek is een heerlijk vers:
+
+ Die Wege sind oft kromm, und doch gerad,
+ Darauf Du, Herr, die Deinen lässet gehen,
+ Da plegt oft wunder seltsam aus zu sehen,
+ Doch triumphiert zuletzt Dein guter Rat!
+
+D. i.
+
+ De wegen zijn vaak =krom=, en toch =recht=,
+ Waarop Gij, Heer, Uw kinderen voert,
+ Daar pleegt 't er vaak wonder zeldzaam uit te zien.
+ Toch triumfeert =ten laatste= Uw goede raad!
+
+Ja, krom schijnen vaak de wegen, waarop de Heere Zijne kinderen leidt
+tot het voorgestelde doel!
+
+Israël wordt uit Egypte geleid; maar in plaats van dadelijk wonderdadig
+Kanaän te worden binnengeleid, wordt 't gansche volk in de engten van
+Pi-Hachirôth oogenschijnlijk dadelijk ten doode gewijd!
+
+Aan Jozef wordt verhooging beloofd, en hij wordt in de diepste
+vernedering weggestooten!
+
+David wordt tot koning gezalfd, en de gezalfde des Heeren moet als
+balling buiten zijn vaderland zwerven, bij de Filistijnen zelfs een
+schuilplaats zoeken!
+
+Kromme wegen!
+
+Toch zijn ze recht als een kaars!
+
+Aan de Roode Zee wijken op Gods bevel de wateren des doods voor de
+koningskinderen. Als een rij soldaten staan de wateren aan weerskanten
+van 't doortrekkend volk. Het is, alsof ze hun zwaarden tegen hun
+schouder drukken, om den kinderen Israëls militaire eer te bewijzen. Op
+de Egyptenaren stormen ze in met de scherpte hunner wapenen. En Mozes
+en Israël zingen 't lied, dat de paaschpsalm der eeuwen, 't lied der
+eeuwigheid werd!
+
+Was Jozef een minder voortreffelijk onderkoning, omdat hij in 't
+kerkerhol had gezucht, of was hij de rechte man op de rechte plaats om
+den nood van heel een volk te lenigen?
+
+Heeft 't David kwaad gedaan, dat hij een balling was, voordat hij koning
+werd. Neen, in de ballingschap is de lier gestemd, waarbij de koning
+voor zijn volk zong; meer nog, is zijn hart gevormd, om een rechte
+koning te zijn over het arme volk van God.
+
+Zal 't mij hinderen in mijn arbeid onder de verwaarloosde jeugd, onder
+zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen, wanneer ik straks als
+uit de dooden opgestaan in hun midden mag staan om de groote werken Gods
+te vertellen?
+
+O, mocht 't eens waarheid worden, dat ik in Februari of Maart mijn werk
+weer mocht opvatten!
+
+Bidt, Geliefden, de Heere is de Hoorder der gebeden! Hem is niets te
+wonderlijk! O, verhoore Hij uwe en onze smeekingen, en verblijde Hij ons
+door Zijn groote daden!
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 9 December 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Wanneer gij dezen ontvangt, hoop ik met mijne vrouw weder in het
+vaderland te zijn. Woensdag 10 December vertrekken we D.V. 2,19 van
+hier, en hopen dan 's avonds 10,16 in Amersfoort aan te komen. Donderdag
+zal wegens de vermoeienis van den vorigen dag 't hoofd wel niet tot
+schrijven staan. Daarom zend ik dezen brief thans maar wat vroeger af.
+
+Het voornaamste wat in de afgeloopen dagen met mij heeft plaats gehad,
+is de vroeger reeds aangekondigde opsluiting van 5 tot 7 December en de
+bestraling met mesothorium radium.
+
+Behalve operatie worden hier voor de kankerbestrijding in hoofdzaak drie
+middelen aangewend: 1e. de inspuiting met enzytol, 2e. de
+Röntgen-bestraling, en 3e. de radium-bestraling.
+
+Deze volledigheid teekent de voortreffelijkheid der hier gevolgde
+methode. Ook in andere steden, als Weenen, Dresden en Parijs wordt de
+kanker stelselmatig bestreden; maar nergens heeft men het complete stel
+van middelen, dat men hier gebruikt. Schier nergens heeft men de
+inspuiting met enzytol, waaraan hier juist zulke groote waarde wordt
+gehecht. Op de meeste plaatsen heeft men òf Röntgen-bestraling, òf
+radium-bestraling; doch schier nergens, gelijk hier, beide tegelijk.
+
+De voortreffelijkheid der hier gevolgde methode van kanker-behandeling
+blijkt dan ook wel 't best uit de verrassende uitkomsten. Een Hollandsch
+dokter, die op onderzoek uit is, deelde mij mede, dat hij nergens de
+resultaten heeft gezien, die hij hier aanschouwde. We stonden samen bij
+een man uit Crefeld, die in zijn geboorteplaats voor de tweede maal aan
+maagkanker was geopereerd. Bij de tweede operatie was de opening echter
+dadelijk dichtgemaakt; men zag de onmogelijkheid van een tweede operatie
+in. Deze man kwam hier. Hij vertelde ons, dat de knechten, die hem in 't
+bad hielpen, tegen elkander zeiden: »Deze kan nog naar Crefeld terug,
+maar verder niet, anders bezwijkt hij zeker." Hij maakte nu zijn derde
+kuur door, had 13 pond aan gewicht gewonnen, maakte zeer groote
+wandelingen, en zou spoedig verlof krijgen, om te gebruiken, wat hij
+wilde. De dokter, die naast mij stond, fluisterde mij in 't oor: »in
+beginsel is hij reeds genezen!"
+
+Zóó zijn hier tal van voorbeelden.
+
+Vooral de radium-bestraling is echter zeer kostbaar. Het radium is de
+schoone uitvinding van Madame Curie, een Poolsche van geboorte, met een
+Fransch professor gehuwd, zelve gedoctoreerd in de chemie, als ik mij
+niet bedrieg, de éénige vrouw, die ooit op wetenschappelijk gebied een
+ontdekking deed. Deze vinding plaatste deze princesse de science evenwel
+dadelijk in de voorste rijen der grootste geleerden. Zelden is nuttiger
+uitvinding gedaan dan deze. Het radium wordt tegenwoordig gebruikt voor
+de genezing van allerlei treurige ziekten, waartegen men vroeger
+machteloos stond.
+
+Maar gelijk ik reeds zeide, 't radium is zeer kostbaar. Vele centenaars
+grondstof zijn noodig om er een milligram radium uit te bereiden. De
+grondstof is ook niet in groote hoeveelheden voorhanden. Alzoo gaat de
+bereiding slechts zeer langzaam voort, en komt op hooge kosten te staan.
+
+Vandaar dan ook de opsluiting van de patiënten, die met radium worden
+bestraald. Ze krijgen voor een groote waarde aan hun lichaam. Ik had
+bijv. voor een waarde van 63000 Mark of 37800 Gulden aan mijn hals. Stel
+eens, dat zulke patiënten vrij konden rondloopen! Hoe licht zou iemand
+in de verzoeking komen, om er mee weg te gaan, of 't weg te stoppen, en
+te veinzen 't verloren te hebben, om 't later voor een zeer groote
+waarde aan dezen of genen dokter of kwakzalver te verkoopen!
+
+Vrijdagavond zes uur werd de deur van buiten achter mij gegrendeld. Toen
+kreeg ik eenig idee van 't vreeselijke der cellulaire gevangenis, en ik
+kan mij begrijpen, dat tegenwoordig velen opstaan, die een andere wijze
+van straffen voorstaan. Terstond dacht ik ook aan Bunyan en Rutherford,
+en stelde mij voor, wat dezen om hun geloof hebben geleden.
+
+En toch, hoe goed hebben deze beide mannen 't in de gevangenis gehad,
+wat was de Heere hun daar nabij! De kerker was hun als een paradijs!
+Bunyan schreef hier zijn Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke
+brieven.
+
+Ook mij wilde de Heere wederom sterken. Acht-en-veertig uren moest ik
+alzoo gevangen zitten; maar de tijd is omgevlogen. Ik troostte mij
+vooral met den 9en en 10en Zondag van den Heidelberger Catechismus. Ik
+hief mijn hart op tot Hem, Die vóór alle dingen is, en door Wien alle
+dingen zijn. Ik bewonderde Zijn wijsheid, die zulke verborgene krachten
+in de schepping legde, en dan den naar Gods beeld geschapen, denkenden,
+menschelijken geest 't vermogen gaf, de meest verborgen geneesmiddelen
+op te sporen. Ik loofde Zijn goedheid, dat ik 't onwaardeerbaar
+voorrecht mocht genieten, thans van dit kostbare middel gebruik te
+maken. Niet minder dankte ik Zijne liefde, dat Hij mij alles, wat Hij
+mij in den laatsten tijd deed ondervinden, ten goede deed medewerken.
+Alles bracht mij nader tot Zijnen Eeuwigen Zoon. Jezus werd mij steeds
+dierbaarder. O Hij, Hij alléén, is mijn Alles, mijn wijsheid, mijn
+rechtvaardigheid, mijn heiligmaking, mijn verlossing, mijn vreugde, mijn
+liefde, mijn hope, mijn troost. Ik ken en aanbid dan ook de bedoeling,
+die de Heere met mijne zware beproeving heeft. Hij zendt ze mij
+uit liefde, met vaderlijke hand toe, om mij hoe langer zoo meer te
+louteren. Deze kennis geeft mij geduld in dezen tegenspoed, geeft mij
+dankbaarheid, wanneer ik eenigen vooruitgang bemerk en geeft mij ook
+genade om mij met een volkomen vertrouwen voor de toekomst aan den Heere
+over te geven, wetende, dat niets mij zal scheiden van Zijne liefde in
+Christus.
+
+In dit vertrouwen ga ik dus zonder vreeze de onbekende toekomst in.
+
+De hoofdkuur is nu afgeloopen.
+
+Wat is 't resultaat?
+
+Dit zal nader moeten blijken.
+
+Blijf ik, zooals ik nu ben, dan zou ik, zij 't met groot lichamelijk
+gebrek, mijn arbeid weer kunnen doen. Bij de eerste kuur kwam er een
+omwenteling ten goede in mijn gestel. Deze is bij de tweede bevestigd.
+
+Maar er is meer noodig.
+
+Zoolang de kanker nog niet is uitgeroeid, blijft steeds een catastrophe
+te vreezen.
+
+Ik zal dan moeten afwachten, wat de Heere nu verder werkt. Is de
+nawerking der hoofdkuur goed, dan hoop ik met goeden moed een derde kuur
+te ondernemen, in de stille hope, dat de Heere dan een volkomene
+genezing geeft.
+
+Zooals Hij doet, zoo is 't echter wèlgedaan.
+
+Neemt Hij mij weg, dan hoop ik den God mijn levens, den God van zoo
+rijke en vrije genade, in mijn sterven te mogen verheerlijken, en zal ik
+stervend Zijnen goeden Naam nog danken, dat Hij mij door mijn bezoek aan
+Heidelberg de gelegenheid heeft geschonken, getuigenis af te leggen van
+de genade, die Hij mij wilde bewijzen. De Heere vergist Zich nimmer; ook
+in mijn sterven zal Hij dan Zijn naam grootmaken.
+
+De eerste leerlingen van de Geneefsche Universiteit werden door Calvijn
+naar Frankrijk gezonden. Calvijn had zich heel wat voorgesteld van den
+arbeid dezer beide evangeliepredikers in zijn geliefd geboorteland.
+Nauwelijks zijn zij echter over de grenzen, of zij worden
+gevangengenomen en verbrand.
+
+Welk een slag voor Calvijn! Slechts voor een korten tijd! Spoedig leerde
+Calvijn inzien, dat deze beide jonge mannen in hun martelaarsdood
+krachtiger prediking hadden gedaan, dan zij heel hun leven hadden kunnen
+houden.
+
+In Amerika sterft een jeugdig proponent, en wordt begraven op den dag,
+dat hij zijn intrede zoude doen. Wijlen Ds. Beuker zou bij de begrafenis
+de lijkrede houden. Hij begon te zeggen: »Deze jonge man dacht 't
+evangelie te prediken in de lijdende en strijdende kerk! God heeft
+wat beters over hem voorzien, hij mag nu aan de heilige engelen Gods
+verkondigen de veelvuldige wijsheid Gods, in de verlossing der gemeente
+openbaar".
+
+God rechtvaardigt altijd zijn doen.
+
+Nu zien we dat nog niet ten volle.
+
+Hoeveel duisters er echter ook zij in 't Godsbestuur, hiervan ben ik
+zeker, dat 't einde aller dingen de allerheerlijkste Theodicee of
+rechtvaardiging Gods zal zijn.
+
+Hoe de Heere dus ook doe, wat Hij doet, is altijd wijs, heilig en goed.
+
+Behaagt 't Hem, mij nog jaren tot mijne levensjaren toe te voegen, dan
+heb ik de begeerte, dat Hij mij slechts een hemelsch leven geve, opdat
+ik reeds op aarde den hemel meer en meer mag beginnen.
+
+Geliefden, laten wij die genade veel van onzen God bidden! O, wat zal 't
+ons dan goed zijn, wat zal God in al ons doen verheerlijkt worden, en
+wat zal ook de wereld dan werkelijk worden jaloersch gemaakt!
+
+Eenigen tijd geleden verscheen een werk, dat veel opzien baarde, en dat
+den titel voerde: »Briefe, die Ihn nicht erreichten!" »Brieven, die hen
+niet bereikten."
+
+En wie waren die brieven?
+
+Dit waren de Christenen. Zij zijn de brieven, die de Heere aan de wereld
+schrijft, opdat zij uit den wandel der Christenen zullen leeren hun
+leven te verbeteren.
+
+Maar helaas, vele van deze brieven bereiken de menschen der wereld niet.
+
+De wereld kan aan vele Christenen niet zien, dat zij werkelijk
+Christenen zijn.
+
+Zulke brieven komen niet aan hun adres, en blijven als onbestelbaar
+liggen.
+
+Neen geliefden, zoo mag 't niet zijn!
+
+Laat ons dus om genade bidden, dat wij een waarlijk hemelsch leven mogen
+beginnen! Zegene Hij daartoe voor ons tezamen ook het schrijven dezer
+brieven!
+
+Dit is de hartelijke bede van
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 18 December 1913.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Zoo gingen wij dan Woensdag 10 December des namiddags te 2.19 uit
+Heidelberg naar het vaderland terug. Wij hadden dezen trein gekozen,
+omdat we dan nergens behoefden over te stappen; in Heidelberg stapten
+we in, in Amersfoort uit den trein.
+
+Spoedig waren we in Mainz, en hadden we wederom den oever van den Rijn
+bereikt. Dit was nu de vierde maal, dat ik op mijn reizen naar en van
+Heidelberg langs »den grootvorst van Europa's stroomen" spoorde.
+
+Het was nu een kille, vochtige December dag; de herfstbetoovering was
+geheel geweken; en toch was de Rijn nog schoon! Helder blonk zijn water
+in de schemering. Wat verschilt 't rivierwater toch van 't zeenat! De
+zee kan zoo loodkleurig getint zijn; door de bries in beweging gebracht,
+en wit gekuifd lijken hare wateren zoo recht »wateren des doods". Heel
+anders 't rivierwater, inzonderheid 't Rijnwater, dat schier altijd als
+levend water schittert. Aan weerskanten sprongen de bergen als zwarte,
+natte reuzen in de invallende duisternis op. Op geregelde afstanden
+vertoonde zich een Rijndorp of stad, tooverachtig flonkerend in 't
+electrische licht.
+
+Mijn vrouw bleef in haar coupé. Ik ging naar den spijswagen; ik was er
+de eenige gast; en ging rustig in een hoekje zitten mijmeren.
+
+Ik dacht aan de dagen mijner jeugd. De Rijn is de eerste rivier, dien ik
+leerde kennen. Levendig herinner ik mij, hoe ik als kind met mijn moeder
+menigmalen van Elst naar Arnhem reed. Vóór de brug spanden we uit; en
+hoe verheugd liep ik dan aan de hand mijner moeder over de schipbrug bij
+Arnhem! Hoe gelukkig is de jeugdige mensch, wanneer hij nog aan de hand
+zijner moeder door 't leven huppelt! En wat heb ik recht veel van de
+liefde mijner moeder, wier eenige zoon ik was, mogen genieten! In latere
+donkere dagen, toen mijn verdwaasde hart omdoolde in de afgronden van
+'t atheïsme, is de gedachte van de liefde mijner moeder één der eerste
+lichtstralen geweest, waarbij ik uit die duisternis geraakte. »Neen,"
+zoo dacht ik, »die moederliefde is geen gevolg van de verbinding van
+atomen en moleculen; waar zulke moederliefde is daar moet de Eeuwige
+Geest zijn, die Eeuwige Liefde is; deze is noodig om iets dergelijks
+als de moederliefde uit te denken en te scheppen!" Volkomen versta ik
+dan ook, wat Napoleon antwoordde op de vraag, wat noodig is voor de
+verhooging van een volk. »Geef ons moeders!" zeide de scherpziende
+staats- en krijgsman, die eenmaal helaas zoo menig moederhart in rouw
+heeft gedompeld.
+
+Van mijn eigen verleden bracht de Rijn mijn voortwiegelenden
+gedachtengang op 't prilst verleden van ons volk.
+
+Op platboomde vaartuigen voeren eenmaal de Nederduitsche stammen langs
+den Rijn naar de lage, Nederlandsche gewesten. En zij hadden een goed
+deel gekozen. Vooral in dat tijdperk der historie, had 't vlakke land
+meer waarde dan 't gebergte; 't loonde steeds den noesten vlijt van den
+land- en veeman. Bovendien bouwden onze vaderen de zee. Zij werden de
+vrachtvaarders van Europa. Een eeuw lang stond ons kleine volk aan de
+spits der Europeesche cultuur, en was alle andere volken meer dan een
+eeuw vooruit. Thans is 't anders geworden. Toch kan ook ons volk weer
+groot worden. Het kan weer groot worden in alles, waarin een klein
+volk groot kan zijn, wanneer 't moeders heeft, die waarlijk moeder
+zijn; moeders, als onze koningin-moeder, aan wie ons volk zooveel is
+verschuldigd. Het kan weer groot worden, bovenal, wanneer 't weer
+terugkeert tot den God der vaderen. Want dat volk staat waarlijk hoog,
+hetwelk dicht staat bij God. Laat dit door alle dienaren des Woords,
+door alle politieke en sociale reformatoren toch diep bij ons volk
+worden ingeprent! Laten ze den tijd uitkoopen, dewijl de dagen boos
+zijn! Vooral van dezen arbeid geldt, wat 't latijnsche spreekwoord zegt:
+»Vita brevis, ars longa", het leven is kort, de kunst is lang. Zoo
+spoedig, zoo onverwacht kunnen we aan 't einde van onze loopbaan zijn,
+en er is zooveel, zoo langdurige arbeid noodig, om goede gedachten bij
+het volk ingang te doen vinden. Zoo snel kan daartegenover een groot
+volk zinken.
+
+Dit heb ik thans om mij heen gezien onder 't Duitsche volk. Het is een
+groot volk, dit volk van »denkers en dichters". En onwillekeurig deed de
+Rijn mij ook een lange wijle peinzen over dit cultuurvolk onzer eeuw.
+
+De Rijn en 't Duitsche volk zijn één.
+
+De Rijn is bovenal een Duitsche rivier.
+
+Als grootvorst van Europa's stroomen vertoont hij zich vooral in 't
+Duitsche rijk.
+
+En elke Duitscher dweept dan ook met den Rijn.
+
+In 't voorjaar ziet de Noordelijke Duitscher al met verlangen heen
+naar de oevers van den Rijn. De Rijn is zijn waranda, waar hij zijn
+»Sommerfrische" wil genieten, en nieuwe krachten verzamelen voor den
+arbeid van heel een jaar.
+
+Van Mainz tot Bonn staan boven op de bergen de ruïnen der oude trotsche
+kasteelen van de vroegere roofridders, die tollen hieven van de
+schippers van den Rijn. Ieder dezer ruïnen vertegenwoordigt een legende.
+Op honderdvoudige manier zijn deze legenden en sagen in de Duitsche
+letterkunde verwerkt. De Rijn is 't bezielend middelpunt der Duitsche
+literatuur.
+
+De Rijn maakt de scheiding tusschen de Germaansche en Romaansche volken.
+Steeds hebben de Romaansche Franken en Gallen getracht de oevers van den
+Rijn te bemachtigen. Een korten tijd is dit den Franschen gelukt, onder
+Lodewijk XIV. De Duitsche vorsten waren na den reformatietijd onderling
+zeer verdeeld. De Roomsche Duitsche vorstjes zochten hulp bij Lodewijk
+XIV. Deze maakte daarvan gebruik om Elzas-Lotharingen te annexeeren.
+Maar steeds heeft de Duitsche geest er op gevlast, deze gewesten terug
+te krijgen, en daarmede de oevers van den Rijn in zijn bezit te houden.
+In 1870 is deze wensch vervuld. »Die Wacht am Rhein" was 't volkslied,
+dat de Duitsche soldaten bezielde. Dit lied is sindsdien het volkslied
+bij uitnemendheid van de Duitsche natie gebleven. Ook nu nog gaat de
+geheime strijd tusschen de beide erfvijanden, Duitschland en Frankrijk,
+over de oevers van den Rijn. De Rijn is de polsaderstroom der
+tegenwoordige Duitsche geschiedenis. En nog staat de Duitsche wacht
+aan den Rijn sterk. Nog is 't Duitsche volk innerlijk sterker dan 't
+zichzelf verterend Fransche volk. Maar laten de Duitschers voorzichtig
+zijn! Laten ze geen Farizeesche blikken over den Rijn werpen, en op 't
+Fransche volk uit de hoogte nederzien! Want helaas, ook in 't Duitsche
+volk woekeren de symptonen der verwording, ongeloof, godverzaking en
+wellust, krachtig voort.
+
+Ten slotte richtten zich mijne gedachten op de uitmonding van den Rijn
+in de wateren der Noordzee. Vermoeid sleept de reus zich voort tusschen
+de duinen van Katwijk. Door sluizen moet hij geholpen worden om zijn
+einde te vinden in de wateren der zee. Ook op den Rijn is van
+toepassing: »Sic transit gloria mundi!" Zoo vergaat de heerlijkheid
+dezer wereld!
+
+Maar vlak vóór zijn uitmonding is de Rijn toch nog schoon. In 't
+bijzonder dacht ik aan den vredehof »Rijnzicht", die even buiten Leiden
+wordt gevonden. Ik dacht aan de velen, die ik mede derwaarts heb
+uitgedragen naar de rustplaats der dooden. Ik dacht aan de velen, die
+mij lief en dierbaar blijven, en die daar eenmaal zullen rusten. En de
+wensch kwam in mij op, hetzij vroeg of laat, daar ook eenmaal mijn graf
+te mogen vinden.
+
+Inmiddels was de trein als voortgevlogen, en bemerkte ik, dat metterdaad
+de afstanden verdwijnen. Ik zocht mijn coupé weer op, en vond er mijn
+vrouw in druk gesprek. Binnen enkele uren waren we in Amersfoort, en
+werden we door onze kinderen en de familie Teerink afgehaald.
+
+Welk een vreugde van 't wederzien!
+
+En nu? Wat zal 't nu verder zijn?
+
+Voordat ik Heidelberg verliet, vroeg ik Prof. Werner naar 't resultaat
+van de tweede kuur. Hij antwoordde mij: »Wir haben einen guten Erfolg!"
+Wij hebben een goed resultaat! In Amersfoort liet ik mij dadelijk
+onderzoeken door mijn huisdokter, dokter Groneman. Deze constateerde een
+tendenz tot genezing. Beiden verklaarden echter, dat de genezing van de
+tong zeer langzaam zou gaan.
+
+Welnu, alles is in des Heeren Hand. Ik wacht, en volg.
+
+Hoezeer verheug ik mij, dat mijn wachttijd nu valt in den tijd van 't
+heerlijk Kerstfeest. O, als ik dien naam maar noem, begint mijn hart al
+te branden. Het Kerstfeest is het feest van het wonder der wonderen.
+Het eeuwige Woord, de Openbaring des Vaders, het Afschijnsel Zijner
+heerlijkheid, het uitgedrukte Beeld Zijner Zelfstandigheid, vleesch,
+eindig, tijdelijk, broos menschelijk vleesch geworden! Welk verstand
+zal dit wonder ooit vatten? Wat wonder, dat dit geheel eenig feit het
+levenwekkend middelpunt, niet alleen van onze Christelijke religie, maar
+ook van kunst en literatuur is geworden! Wat wonder, dat dit feit de
+grensstroom werd tusschen twee soorten van menschen: 1e. die uit dit
+wonder leven, en 2e. die dit wonder verwerpen!
+
+En waarom en voor wie werd het Woord vleesch! Neen, al ware de aarde
+papier, de zee inkt, de grashalmen pennen, en alle engelen vaardige
+schrijvers, zoo zouden zij 't wonder der eeuwige liefde in de
+vleeschwording des Woords geschonken, niet kunnen beschrijven!
+
+En dan, hoe zalig, hoe heerlijk, in dit wonder der liefde te mogen
+deelen!
+
+O, wat is de moederliefde bij deze liefde van Jezus?
+
+Zij is _een beeld_ van Zijn liefde.
+
+De moederliefde heeft iets _souvereins_.
+
+De moeder heeft haar kind lief, vóór 't is geboren. Zij omhelst 't
+straks, hoe 't er ook uit zie. Zij heeft 't te meer lief, wanneer 't
+zich als een gebrekkig kind openbaart.
+
+Ziehier een zwak beeld van Jezus' liefde! Zijne liefde is in waarheid
+_souverein_. Hij wist, hoe mismaakt en doemschuldig wij waren. Nochtans
+heeft Hij ons zóó liefgehad, dat Hij vleesch werd om onze zonde en
+schuld te dragen en te boeten.
+
+De moederlijke liefde is een _trouwe_ en _onveranderlijke liefde_. Zij
+houdt niet op, ook al is 't kind niet zoo, als 't behoort te wezen.
+Wederom een zwak beeld van Jezus' liefde! Hij keert niet op Zijn
+schreden terug, wanneer duidelijk uitkomt, wie de mensch is. Jezus'
+_liefde is onveranderlijk en getrouw tot in den dood_.
+
+De moeder _offert zich gaarne_ voor haar kind. Zij springt 't na in den
+vloed. Zij grijpt 't weg voor den klauw van 't wilde dier. Wederom, welk
+een zwak beeld nog slechts van Jezus' opofferende liefde, die vleesch
+werd met 't bepaalde doel om Zich voor onze zonde te offeren aan 't
+Kruis!
+
+En deze Jezus is gisteren en heden Dezelfde. Zijne hand, Zijne trouwe
+liefdehand grijp ik vast. Meer dan een moeder troosten kan, zal Hij mij
+troosten. Meer dan een moeder zorgen kan, zal Hij voor mij zorgen. O, 't
+is mij goed, nabij den Heere te zijn, ik zet mijn betrouwen op den Heere
+Heere, om al Zijn werken te vertellen. Hij zal mij nooit beschamen, maar
+hoe 't ga, mij door Zijne liefde verblijden. Heere, maak Gij 't dan maar
+wel, opdat mijn vrouw en ik met Uw volk nog in dit leven U mogen
+prijzen.
+
+Weest allen hartelijk gegroet van
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 8 Januari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+In 't menschelijke leven komen oogenblikken voor, die men _momenten_
+noemt. Zulk een gewichtig moment is 't thans voor mij, terwijl ik de pen
+opneem om U mijn eersten brief in 't nieuwe jaar te schrijven.
+
+Vóór ruim drie maanden dachten velen, en spraken 't ook uit, dat ik het
+einde des jaars wel niet zou halen; ik zou dus om dezen tijd reeds in 't
+zwijgend graf gelegen hebben.
+
+En zie, ik ben er nog. Ik ben nog in 't midden van mijn klein maar
+bemind gezin, dat voor mij als een paradijs van liefde op aarde is. Er
+is nog goede hope, dat ik met mijn gezin eerlang op Achteveld zal komen,
+om daar den grooten arbeid der liefde te beginnen. Ik ben nog in 't
+midden mijner geestelijke familie, waarvan ik met Groenewegen zing:
+
+ »Zoete banden, die mij binden.
+ Aan des Heeren lieve volk,"
+
+en die mij vooral bij de wisseling des jaars wederom zulke
+ondubbelzinnige blijken schonken, dat zij met dezelfde gevoelens jegens
+mij zijn vervuld.
+
+Broeders en Zusters, hartelijk, recht hartelijk dank voor uw
+verkwikkende troostbrieven, ze waren mij als lichtstralen van den hemel
+op mijn donker en moeilijk pad. Roepen de tegenstellingen in 't leven 't
+gevoel wakker, o, ik kan beurtelings wel zingen en weenen, terwijl ik
+dit alles doorleef. Met diep geroerd hart bid ik u dan ook wederkeerig
+toe, dat de Geest des Vaders en des Zoons, als het zegel der Goddelijke
+genade, in u aller harte wone. Daarmede hebben we alles! Daarmede roemen
+we zelfs in de verdrukking, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid
+werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hope, en de hope
+beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door
+Zijnen Heiligen Geest, die ons gegeven is!
+
+O, hoe lieflijk behaagt 't den Heere, ook mij deze roemtaal op de lippen
+te leggen! Donker en moeilijk is mijn weg; maar de Heere zet gedurig de
+geheime kamer Zijner lieflijke gunst open voor mijne ziel, en dan geniet
+ik, o zoo heerlijk, van de toepassende liefde in God den Heiligen Geest,
+van de stervende liefde van God den Zoon, van de verkiezende liefde van
+God den Vader. Nu eens komt de Heere mij met dit, dan weer met dàt
+troostwoord verkwikken.
+
+In de laatste weken heeft Hij mij bijzonder gesterkt met de woorden van
+Psalm 62: »God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord:
+dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want
+Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk".
+
+Welk een zoeten honing heeft mijn ziel reeds gedurig uit deze woorden
+gepuurd, welk een versterkende melk daaruit gedronken!
+
+Jubel op, mijne ziele! De sterkte is Godes! Kracht in slechte handen is
+een vloek, in goede handen een zegen. Welk een zegen Gods almachtige
+Kracht in Gods goede Hand heeft gewrocht, mochten we inzonderheid weer
+op 't gepasseerde Kerstfeest herdenken. Het scheen onmogelijk, dat de
+belofte van den Zaligmaker der wereld zou worden vervuld. Davids huis
+was een afgehouwen tronk, en de gansche wereld scheen eer rijp voor 't
+gericht dan voor de verlossing. Maar de Heere doet een afgesnedene zaak
+op aarde. Jubel hoog op, mijn ziel! De sterkte is Godes! Hij heeft ter
+bestemder tijd en plaats den Zaligmaker der wereld geschonken.
+
+Het scheen onmogelijk, dat de wereld zulk een Zaligmaker zou aannemen.
+Voor Hem was nergens plaats. Noch in de hutten der armen, noch in de
+paleizen der rijken, noch in de synagogen, noch in den tempel, noch in
+de scholen der wetenschap, noch in de raadzalen des volks. Noch ook in
+'t hart der zondaars. Maar wat onmogelijk scheen, heeft God gewrocht.
+Jezus' Naam ruischt heel de wereld door.
+
+»God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal, d.i., ik heb dit
+goed en terdege gehoord: dat de sterkte Godes is".
+
+En niet alleen de sterkte is des Heeren. Buig u aanbiddend neder, o
+mijne ziel, des Heeren sterkte is onafscheidelijk verbonden met Zijne
+goedertierenheid.
+
+Heerlijke gedachte! Sterkte zonder liefde is ruw geweld; liefde zonder
+kracht is slapheid; liefde en sterkte onverbrekelijk saamgesnoerd, zijn
+Gode waardig. Zijn liefde toch gebruikt Zijne Almacht, om al Zijn
+liefdebedoelingen met Zijn volk tot werkelijkheid te maken.
+
+Wel schijnt Zijn liefde soms een harde liefde. Niet zelden doet des
+Heeren liefde Zijnen kinderen in hun leven harde dingen hooren. Sta
+maar op, vader Jakob, om ons te zeggen, wat uw hart gevoelde, toen gij
+de harde zaak van Jozefs verdwijning moest vernemen. Wij lezen het
+wedervaren van een Job, een Jeremia, een Paulus duidelijk in de Schrift;
+maar ik geloof, dat wij niet ter helfte beseffen, wat deze lieve
+kinderen Gods hebben geleden.
+
+Toch is deze harde liefde juist de echte liefde. Wie de Heere liefheeft,
+kastijdt Hij tot hun nut, en wat de smeltkroes is voor 't goud, is de
+beproeving voor Gods volk. Ze ontneemt hun, wat zij moeten missen,
+verhoogt de waarde en den glans van hun geestelijk leven, en vermeerdert
+hun genadeloon in de hemelen.
+
+»Want", zoo zingt de psalmist den Heere dankend toe: »Gij zult een
+iegelijk vergelden naar zijn werk".
+
+De vergelding wordt hier door den psalmist in verband gebracht met des
+Heeren goedertierenheid. Daaruit vloeit voort, dat hij enkel spreekt van
+'t genadeloon, dat de Heere eenmaal aan Zijn beproefd maar vruchtbaar
+volk zal schenken.
+
+O, hoe groot is dus des Heeren goedertierenheid! Zij werkt eerst 't
+goede in 't volk van God, en komt daarna dit goede nog met een heerlijk
+genadeloon kronen.
+
+ * * * * *
+
+»God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de
+sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult
+een iegelijk vergelden naar zijn werk".
+
+Heerlijke woorden!
+
+Ge begrijpt dan ook wel, hoe de gedurige overdenking daarvan mijne ziel
+heeft verkwikt.
+
+Ik lees ze nog eens over, en begin van achter af.
+
+»Want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk". Gelukkig staat
+hier niet: »want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn zonden"; want
+dan was er voor mij geen hope; geen hope vanwege mijn erfelijke en
+dadelijke zonden, vanwege de zwarte zonden mijner jonkheid, vanwege de
+nog zwarter zonden van mijn later leven.
+
+Neen, maar de Heere wil aan een iegelijk Zijner kinderen vergelden naar
+zijn werk. Welnu, de Heere weet, wat Hij in mijne ziel heeft gewerkt.
+Hij kent mijn begeeren, mijn streven. Zeide von Zinzendorff eenmaal:
+»Herr Jesu, Du bist meine Passion!", ik zeg het hem zoo van harte na:
+»Heere Jezus, Gij zijt mijn Vurig Begeeren!" En evenals deze leidsman
+der Hernhutters dringt mij de liefde van Christus, om 't heil in
+Christus aan de meest ellendigen te brengen. Maar dit geeft mij dan
+ook vrijmoedigheid om ootmoedig aan den Heere te vragen: »Heere, ach,
+kroon nu dit Uw werk, en geef mij terug aan den arbeid voor voogdij-
+en regeeringskinderen, voor ontslagen gevangenen, zwervers en
+drankzuchtigen!"
+
+Gij begrijpt levendig, lieve broeders en zusters, welk een harde zaak
+'t voor mij is, dat ik dezen arbeid nu niet kan beginnen, terwijl alle
+dingen gereed zijn. Des Heeren liefde schijnt ook voor mij zulk een
+harde liefde. Toch loof ik deze liefde. O, wat heeft zij mij goed
+gedaan! Ik zing zoo van harte meê met den dichter van den 119den psalm:
+
+ 'k Sloeg, eer ik wierd verdrukt, het dwaalspoor in,
+ Maar nu geleerd, houd ik Uw woord en wegen.
+
+En bovendien, de Heere handelt met Zijn volk als de landman met zijn
+land. De boer ploegt en egt niet altijd door; maar als hij 't land alzoo
+bearbeid heeft, strooit hij zijn zaad uit, en geeft dan zijn land een
+lange wijle rust. Straks prijkt dit land met vruchtbaar graan. Dit is de
+vrucht van de harde liefde van den landman voor zijn land. Zoo doet de
+Heere ook met Zijn volk.
+
+Zou ook ik daarop mogen hopen?
+
+Zou ik mij nog eens in een algeheel herstel mogen verheugen?
+
+De ziekte is zoo vreeselijk. Alleen 't enkele woord »kanker" doet den
+mensch sidderen.
+
+Zal ik nog eens geheel van deze vreeselijke krankheid worden bevrijd, en
+geheel hersteld, mijn heerlijken arbeid mogen beginnen?
+
+Lieve broeders en zusters: »De Heere heeft één ding gesproken, ik heb
+dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is!"
+
+Daarmede troost ik mij.
+
+Daarop pleit ik voor des Heeren Aangezicht.
+
+En o, laat ik 't u nog eens mogen zeggen, hoe goed 't mij is, in dit
+gedurig worstelen en smeeken voor den Troon der Genade.
+
+Het behaagt den Heere, mij voortdurend een open toegang te schenken
+in 't gebed. Dit is reeds onuitsprekelijk heerlijk. Ik kan niet
+beschrijven, wat 't bidden dan is. Ik kan 't niet beter voorstellen dan
+als een korte wandeling in den hemel.
+
+Biddend lig ik dan geknield voor Hem, Die ons gunt, Hem »Vader" te
+noemen.
+
+Ik pleit dan op Zijn oneindige liefde, die Hij openbaarde in de overgave
+van Zijn Eeniggeboren Zoon. Als Middelaar heeft de Zone Gods niet alléén
+onze ongerechtigheden, maar ook onze krankheden op Zich genomen.
+Volkomen verlost Hij ons van al onze zonden en van al onze krankheden
+bij ons zalig sterven. Maar ook reeds in dit leven wil Hij den psalmtoon
+op onze lippen leggen: »Loof den Heere, mijne ziel! en al wat binnen in
+mij is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet
+geen van Zijne weldaden. Die al uwe ongerechtigheid vergeeft, die al uwe
+krankheden geneest." Ik vraag dan van den Heere, dat Hij om Christus,
+Zijns lieven Zoons wil, ook mij, niet alleen vergeving der zonden en
+bekeering des harten, maar ook genezing des lichaams schenke.
+
+En omdat ik weet, dat al des Heeren handelingen met mij door Zijn liefde
+worden bestuurd, kan ik er zoo van ganscher harte bijvoegen: »Maar,
+lieve Heere, zooals Gij doet, zóó is het goed; Gij geeft toch altijd het
+beste!"
+
+Zoo sterk ik mij dan van dag tot dag, en ik heb 't o zoo goed. Neen, 't
+nieuwe jaar begint niet donker. De Heere is mijn licht en mijn heil; hoe
+zou 't dan donker kunnen zijn? Hij beschaamt nooit, wie Hem verwachten.
+In dit vertrouwen ga ik den nieuwen tijdkring weer in.
+
+Morgenochtend hoop ik weer naar Heidelberg te vertrekken voor mijn derde
+kuur.
+
+Mijn adres is dan in 't hôtel Metropol-Monopol. Men kan ook adresseeren
+aan 't Samariterhaus.
+
+Weest allen hartelijk gegroet en den Heere bevolen, en blijft in uwe
+gebeden gedenken
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 14 Januari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Al was het donker, guur en somber; al kletterden de regens en als
+bruiste nu en dan de stormwind; we gingen aan den morgen van den
+9en Januari met blijdschap naar 't station, om de groote reis naar
+Heidelberg weer te ondernemen; vol van dankbaarheid jegens den Heere,
+Die daartoe den weg geopend had; met stillen dank in 't hart.... ook aan
+broeders en zusters, die ons in staat wilden stellen, dat wij wederom
+konden gaan om de zoo noodige voortzetting der genezing te zoeken.
+
+Voordat ik van huis ging, had ik mij in den Heere gesterkt door de
+aandachtige lezing van Ps. 23. Aan den Goeden Herder gaf ik de zorg van
+mijn huis over; in Zijne Hand stelde ik mijne vrouw en mijzelven, door
+de spoorwegrampen van de laatste tijden, in binnen- en buitenland, er
+opnieuw aan herinnerd, aan welke gevaren ook wij wederom onderworpen
+waren.
+
+Als terugbevend voor de guurheid van het weder, doken wij als vanzelf in
+onze coupé weg. Nu eens pratend, dan weer lezend, dan weer sluimerend,
+en telkens ook de handen vouwend tot stil gebed, brachten wij den tijd
+door. En wij slaakten een zucht van verlichting, toen wij 's avonds
+uitstapten in de beroemde stad, waarvan de dichter zong:
+
+ Alt-Heidelberg, Du feine,
+ Die Stadt, an Ehren reich,
+ Am Neckar und am Rheine,
+ Keine kommt Ihr gleich!
+
+Wat, vrij vertaald, wil zeggen: »Oud Heidelberg, gij, fraaie stad, gij
+stad, zoo rijk aan eer, zoo schoon gelegen aan de beide rivieren, den
+Neckar en den Rijn; er is geen stad, die bij U in schoonheid haalt!"
+
+Voor mij en voor honderden met mij heeft deze stad echter hoogere
+beteekenis dan die van de schoonste der dochteren van Duitschland.
+Honderden, ja wellicht duizenden,--want de schaar groeit steeds
+aan,--hebben met mij in den grootsten nood, in de hoogste spanning van
+hun leven, hier nog een laatste redmiddel gezocht tegen doodelijke
+kwaal.
+
+O, wanneer die weg naar het Samariterhaus eens spreken kon, wat zou hij
+hebben te openbaren! In 't oude Venetië was een brug, die men »de brug
+der zuchten" noemde. Staatsmisdadigers werden over die overdekte brug
+van 't ééne naar 't andere geleid; en wanneer zij die brug overgingen
+wisten zij, dat hun vonnis reeds geteekend lag, dat zij over die brug
+niet zouden terugkeeren, maar op geheimzinnige wijze uit den weg zouden
+worden geruimd. Geen wonder, dat de menschen, die over deze brug gingen,
+menigmaal zóó zwaar zuchtten, dat 't beneden op de straat gehoord werd.
+
+Ook die weg naar Samariterhaus mag wel de weg der zuchten worden
+genoemd; wie dat pad de eerste maal wandelt, zucht bij zichzelf: »ik
+ben in mijn eigen land en plaats door de geneesheeren geabandonneerd;
+wat zal hier de professor zeggen? Zal hij mij nog hoop geven?"
+
+De beide professoren zijn hier wijze, voorzichtige, edele mannen. Zij
+benemen schier niemand de hoop geheel. Eudokia in Rotterdam heette
+eerst: »gasthuis voor ongeneeslijke zieken!" Toen dit gebouw in gebruik
+werd genomen, zeide Dr. van Staveren: »Dit opschrift deugt niet, het is
+in strijd met onze belijdenis; voor God, in wien wij gelooven, is geen
+ziekte ongeneeslijk!" Terstond is de naam toen ook veranderd in dien
+van: »Tehuis voor chronische lijders."
+
+Ditzelfde oordeelen ook deze professoren. Maar als wijze en voorzichtige
+mannen wekken zij ook geen ongegronde verwachtingen. Zij ondernemen den
+arbeid, en hebben somwijlen resultaten, waarover de geneeskundige wereld
+verbaasd staat.
+
+Van deze uitkomsten hoort de lijder. Er komt hier hoop voor de
+hopeloozen. De weg der zuchten wordt dan voor velen, wanneer ook zij bij
+zichzelven goede uitkomsten zien, een pad van jubelende hope.
+
+In hoopvolle stemming gingen ook wij Zaterdag 10 Januari 's morgens naar
+'t Samariterhaus. Prof. Werner onderzocht mij wederom nauwkeurig. Hij
+was in de wolken over de resultaten van de radium-bestraling. Deze waren
+dan ook werkelijk bijzonder groot. In de tong had ook hij natuurlijk
+meerderen vooruitgang gewenscht. Ook zitten er nog twee harde kliertjes,
+één op de rechterkaak, de ander bij 't schouderblad.
+
+Terstond werd in beraad met een inmiddels verschenen dokter een plan
+de campagne opgesteld. Ik moet elken dag weer worden ingespoten. In
+plaats van 20 minuten werd ik nu om den anderen dag 40 minuten met
+Röntgen-belichting bestraald. Bovendien zal ik, zoo de Heere wil, 15,
+16, 21 en 22 Januari van twee uur tot zeven uur inwendig met radium
+worden bestraald. Ik moet op die dagen vijf uren achtereen een stuk
+radium met mijn hand tegen de tong houden.
+
+'t Is alles pijnlijk en moeilijk. Maar ik ben heel wat sterker
+geworden, en de professor, die uiterst voorzichtig is, durft nu ook wat
+meer ondernemen.
+
+Toch voel ik wel, dat 't me aanpakt. Maar eigenaardig, hoe moeilijker
+de weg is, hoe rijker de vertroosting wordt. Van nacht lag ik weer een
+heele poos met pijn wakker. Toen dacht ik: »nu is er toch Eén, Die met
+mij waakt in dezen stillen, maar moeilijken nacht, de Medelijdende
+Hoogepriester, Die ter rechterhand Gods is!" Het was mij, alsof Hij van
+den hemel op mij nederzag, als een moeder, die waakt bij haar lijdend
+kind. Ik dankte dan ook den Heere, dat Hij met mij waakte, en zeide:
+»Heere, Gij zendt mij deze pijnen voor mijn best, en ziet tegelijk met
+het innigste medelijden op mij neer! Gij neemt de pijnen niet weg, maar
+geeft mij de kracht om deze te dragen! Gij brengt mij door deze pijnen
+nader tot U als mijn Eénige toevlucht in den hoogsten nood! Gij kunt en
+wilt mij uit allen nood en dood verlossen!" En zie, eenige minuten later
+sliep ik zacht in en kreeg ik van mijn Heiland een geschenk, waarvan ik
+met Jeremia kan zeggen: »En de slaap was mij zoet!"
+
+Zalige genieting!
+
+Zondagmorgen ben ik naar de kapel van 't Diaconessenhuis geweest. Ik heb
+er een heerlijke zendingspreek gehoord. Bij leven en welzijn schrijf ik
+daarover de volgende week. Ik moet mij nu wat bekorten, omdat ik morgen
+vijf uur met radium moet zitten en mij niet te veel mag inspannen.
+
+Ontvangt dus de hartelijke groeten van mijne vrouw en mij. Draagt ons
+gedurig op. Ge ziet, de Heere hoort het gebed. Hij gedenke ook u.
+
+Weest allen dan den Heere bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 20 Januari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Kwam mijn voorgaand schrijven te laat voor de Kerkbode, waarschijnlijk
+geschiedde dit door vertraging van de post. Ter voorkoming van
+dergelijke ongevallen zend ik mijn brieven voortaan zoo mogelijk een
+dag vroeger af, en doe dit reeds met dezen, die dan tegelijk met mijn
+voorgaanden kan worden geplaatst.
+
+Trouwens deze brief is een vervolg op den voorafgaanden.
+
+Ik had reeds beloofd iets te zullen schrijven over de zendingspreek, die
+ik 11 Januari in de kapel van 't Diaconessenhuis alhier mocht hooren.
+
+Die Zondag was door de kerkelijke overheid der gansche Badensche
+landskerk tot een _Zendings_dag bestemd.
+
+Ds. Kammerer, de pastor van 't Diaconessenhuis, nam tot tekst Matth. 24:
+14: »En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld gepredikt
+worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen."
+
+Hij begon met de opmerking, dat ook in Duitschland de tijden zeer zijn
+veranderd. In 1848 was in 't naburige Hessen alle openbare arbeid voor
+de Zending streng verboden. Verbeeldt u! Thans wordt vanwege de
+kerkelijke overheid in Baden een algemeene Zendingsdag uitgeschreven.
+
+Zóó gaat 't goed! Zoo komen we op den rechten weg!
+
+Niemand minder dan de Heiland zelf zegt: »En dit Evangelie des
+Koninkrijks _zal_ in de geheele wereld gepredikt worden." Nòg staat Hij
+alleen. Maar Hij spreekt toch als Koning van 't Godsrijk. Zooals Hij
+zeide is 't geschied, en moet 't verder geschieden.
+
+Doch nu taste men niet mis in 't eigenlijke wezen van den
+Zendingsarbeid.
+
+Is 't Zendingswerk het brengen der Christelijke cultuur?
+
+Bestaat 't in de bevordering van het schoolonderwijs onder de
+onbeschaafde volken?
+
+Moet 't bovenal gericht zijn op de wegneming van sociale misstanden en
+de verbetering van 't maatschappelijk leven onder de heidenen?
+
+Dit alles is bijzaak, bijwerk, of ook vrucht der Zending.
+
+Het eigenlijke wezen van het werk der Zending is 't niet.
+
+De eigenlijke hoofdzaak van 't Zendingswerk is de prediking van het
+Evangelie des Koninkrijks. Vandaar en daardoor alleen wordt de eenige
+troost voor leven en sterven onder de volken verkondigd.
+
+En wat moet men zich als hoofddoel voorstellen van het Zendingswerk?
+
+Dat heel de heidensche maatschappij gekerstend worde?
+
+Het ware heerlijk, wanneer dit doel bereikt werd.
+
+Maar stellen we ons deze illusie niet voor.
+
+Hoofddoel is, dat 't Evangelie _hun tot een getuigenis_ onder de volken
+wordt gepredikt.
+
+De één neemt 't Evangelie aan. De ander verwerpt 't. Christus is ook tot
+een oordeel in de wereld gekomen.
+
+De strijd tusschen vrouwen- en slangenzaad blijft tot den jongsten dag.
+
+En wanneer het Evangelie over de heele wereld gepredikt wordt, en over
+heel de wereld die twee tegenover elkander staan, dan zal 't einde zijn.
+
+Het zendingswerk is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak. Het staat in
+onmiddellijk verband met Christus' wederkomst.
+
+Wij danken dan ook den Heere, dat wij ons met 't Zendingswerk weder in
+goede richting bewegen.
+
+Ge begrijpt, geliefden, dat ik de prediking met hartelijke instemming
+heb aangehoord.
+
+Ge begrijpt ook, dat ik de mededeeling omtrent de vroegere Duitsche
+toestanden op Zendingsgebied met eenige verbazing vernam.
+
+Bij eenig nadenken is evenwel mijn verwondering verdwenen.
+
+Was 't vroeger bij ons ook niet ongeveer alzoo?
+
+Neen, er was geen verbod om zendingswerk te doen. Maar men liet 't over
+aan zendingsvrienden, en beschouwde 't een liefhebberijzaak van deze
+menschen.
+
+Tot voor korten tijd stonden we precies evenzoo tegenover den
+evangelisatiearbeid. Wat is in onze dagen meer noodig dan 't
+zendingswerk in onze naaste omgeving? Toch werd deze plicht door de
+Kerk nog slechts weinig gevoeld.
+
+En in werkelijkheid staan de meesten nog zoo tegenover den arbeid, dien
+ik in des Heeren Naam en kracht ondernam, den arbeid onder voogdij-
+en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en
+drankzuchtigen. Men vindt 't wel goed, dat ook die arbeid wordt
+aangevat; maar men voelt er niet veel voor. En ziedaar juist 't gebrek!
+Voor zulk werk moet worden gevoeld, anders kan 't niet slagen; want er
+is reuzeninspanning voor noodig om het te volbrengen. Van alle zijden
+moet hulp in voorbede en geldelijke bijdrage, worden geboden; anders
+komt 't niet tot stand.
+
+En wie maar even nadenkt, zal dadelijk moeten toestemmen, dat geen werk
+meer noodig is dan dit werk. Er is een werk, dat bij voorkeur den naam
+draagt van _Christelijk werk_. Daartoe behooren 't uit- en inwendig
+zendingswerk, de arbeid onder al 't verlorene, 't gaan in de heggen, en
+sloppen, 't bezoeken der gevangenen, enz. Wanneer een gemeente deze
+werken niet heeft, zegt de Heiland van haar: »Gij hebt den naam, dat gij
+leeft; maar gij zijt dood!"
+
+'t Spreekt vanzelf, dat de zuiverheid der leer bij dit practisch werk
+niet mag worden verwaarloosd. Hoe zullen we op dit gebied ons hoofdwerk
+goed doen, 't brengen van het Evangelie aan de schare, indien we 't niet
+zuiver bewaren?
+
+Bovenal moet bij dezen arbeid 't eigen, inwendig leven zorgvuldig worden
+verpleegd. Alleen omdat de liefde van Christus hem drong, kon Paulus
+alle bezwaren overwinnen in zijn moeilijk werk.
+
+Maar wanneer 't vuur van binnen brandt, is 't ook zulk een heerlijk
+werk.
+
+Hoe verlangt mijn ziel naar 't oogenblik, dat ik dezen arbeid zal mogen
+aanvatten!
+
+Ik verheug mij, dat ik u in dezen opzichte wederom gunstige berichten
+mag doen toekomen. Inplaats van 20 minuten word ik om den anderen dag
+geregeld 40 minuten bestraald met Röntgen-belichting. 15 en 16 Januari
+werd ik met radium behandeld. Vandaag kreeg ik nog een extra-behandeling
+met kool-radium, weer een nieuw soort. Duurt de gewone radium wel 2000
+jaren, deze kool-radium houdt slechts twee dagen zijn kracht. Maar
+'t doet eveneens een krachtige werking. Ondanks een kleine katarrh
+verdraagt mijn gestel alles met het grootste gemak. Ik ga in gewicht nog
+zelfs iets vooruit en voel mijn krachten herleven.
+
+O wonder van goedheid, dat de Heere aan mij doet!
+
+Dien alléénzaligen God beveelt ook u, geliefde gemeente, van ganscher
+harte
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 28 Januari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Gelijk ik uit de couranten bemerk, is ook ten uwent evenals hier gister
+de dooi onverwacht ingetreden. De plasregen van den morgen werd echter
+gevolgd door sneeuw, en thans wordt ons oog bekoord door den schoonen
+glans der witte bergen.
+
+Ondanks regen en sneeuw werd de dag van gister hier met groote vreugde
+gevierd. Het was de verjaardag van den Keizer, een dag van beteekenis
+onder de vierdagen des volks; en de wijze, waarop deze dag hier geëerd
+wordt, moet elk Christelijk burger tot groote blijdschap stemmen.
+
+Er is geen plaats in 't heele Duitsche rijk, of er is althans één
+kerkgebouw geopend, waar 's morgens bede- en dankstond voor keizer en
+rijk wordt gehouden. En overal klinkt uit Duitsche monden 't krachtig
+gezang:
+
+ Vater, kröne du mit Segen
+ Unsern Kaiser und sein Haus,
+ Führ durch Ihn auf deinen Wegen
+ Herrlich deinen Ratschlusz aus!
+ Deiner Kirche sei er Schutz,
+ Deinen Feinden biet' er Trutz.
+
+Dat is:
+
+ Vader, kroon met uwen zegen
+ Onzen Keizer en zijn huis,
+ Voer door hem op uwe wegen
+ Heerlijk uwen raadslag uit!
+ Uwe Kerk zij hij ten schild,
+ Uwen vijand bied' hij tegenweer.
+
+Op zulk een dag krijgt men den indruk, dat 't Duitsche rijk nog een
+machtige eenheid is, die, door vroed beleid bestuurd, een hooge en
+schoone roeping in 't hedendaagsch wereldgebeuren vervult.
+
+Wie 't Duitsche volksleven echter van naderbij beziet, wordt helaas met
+sombere gedachten voor Duitschlands toekomst bestormd. In den hoogen
+blos der schijnbare volksgezondheid, ziet hij dra 't rood der tering;
+in al 't vreugdegetril hoort hij reeds 't rochelen van den dood.
+
+Ik wijd niet breedvoerig uit over hetgeen ik hier hoor en zie. Ik deel u
+slechts den korten inhoud mede van een schoone predikatie, die ik Zondag
+voor acht dagen in de kapel van 't Diaconessenhuis hoorde, en knoop aan
+deze preek enkele beschouwingen vast.
+
+Ds. Kammerer sprak uit Lukas 2: 41: »En Zijne ouders, reisden alle jaar
+naar Jeruzalem, op het feest van Pascha." In zijn rede stelde hij de
+heilige familie in tweeledig opzicht als voorbeeld voor het Christelijk
+huisgezin, namelijk, 1e in haar vasthouden aan heilige, van God gewilde
+tradities, en 2e, in haar volkomen eenstemmigheid te dezen aanzien.
+
+Had de Heere reeds voor Oud-Israël ingezet, dat het volk minstens
+éénmaal 's jaars voor Zijn aangezicht te Jeruzalem moest verschijnen,
+hoe moeielijk voor Jozef en Maria de onderhouding van dit gebod ook
+ware, elk jaar togen zij met Paaschfeest naar Jeruzalem.
+
+Ook ons heeft de Heere Zijne inzettingen gegeven, zooals 't lezen der
+Schrift, het huiselijk gebed, en het kerkbezoek op den Zondag.
+
+Zijn wij als Jozef en Maria getrouw in 't houden dezer inzettingen?
+Helaas, de mannen laten de onderlinge bijeenkomsten na. Alléén de
+vrouwen komen tamelijk geregeld op, en hier en daar een enkele man.
+»Vrouwen, waar zijn uwe mannen! Moeders, waar zijn uwe zonen?" vroeg de
+predikant met ontroerde stem.
+
+Helaas, er is geen overeenstemming tusschen man en vrouw in 't eene
+noodige! Hoe geheel anders is dit bij Jozef en Maria! Zij gaan altijd
+samen op. Bij hen is te dezen aanzien een volkomen eenstemmigheid.
+
+En deze moet er bovenal zijn, wil 't familieleven gelukkig en gezegend
+zijn.
+
+Door den Heere wordt deze eenstemmigheid ten hoogste gewaardeerd. Ziet,
+dit is de eere, die Hij aan deze arme echtgenooten geeft, dat zij de
+pleegouders mogen zijn van Zijn Eeniggeboren Zoon.
+
+Wanneer de Duitsche Keizer de opvoeding van den Kroonprins aan twee
+arme, hoewel godzalige, echtgenooten had toevertrouwd, zou hij duizend
+jaren later om deze domheid nog zijn bespot. Maar ziet hier de ironie
+der Goddelijke wijsheid. Zij lacht om aardsche heerlijkheid! Hóóg houdt
+zij 't ware schoon! Daartoe behoort allereerst de overeenstemming van
+man en vrouw in den dienst des Heeren! Zie hier, hoe hoog deze door den
+Heere wordt gesteld!
+
+ O Selig Haus, wo Mann und Weib in einer,
+ In deiner Liebe eines Geistes sind,
+ Als beide eines Heils gewürdigt, keiner
+ Im Glaubensgrunde anders ist gesinnt;
+ Wo beide unzertrennbar an dir hangen
+ In Lieb und Leid, Gemach und Ungemach,
+ Und nur bei dir zu bleiben stets verlangen
+ An jedem guten wie am bösen Tag!
+
+Dat is:
+
+ O zalig huis, waar man en vrouw in eene,
+ In uwe liefde éénes geestes zijn,
+ Waar beiden van één heil bezitters zijn en geene
+ In gronden des geloofs een andere gezindheid heeft.
+ Waar beiden onafscheidelijk aan u hangen,
+ In lief en leed, gemak en ongemak,
+ En slechts bij u te blijven steeds verlangen,
+ Zoowel op iederen goeden als op iederen boozen dag.
+
+Van zoodanige heerlijke eenstemmigheid merkt men echter in Duitschland
+betrekkelijk weinig. De Duitsche vrouw bleef tot op heden tamelijk wel
+haar Gretchen-natuur getrouw; ze is nog steeds in de kerk te vinden. De
+Duitsche man handhaaft daartegenover zijn treurig Faust-karakter; hij
+hoort de evangelieboodschap wel, maar gelooft haar niet.
+
+De Duitsche vrouw was dan ook tot hiertoe de zon in het Duitsche huis,
+en 't Duitsche huisgezin was de hoeksteen van het Duitsche rijk.
+
+Helaas, thans begint ook deze zon te verdonkeren, begint deze hoeksteen
+te wankelen.
+
+Aangrijpend toch is wat de Duitsche bisschoppen voor enkele weken in hun
+herderlijk schrijven aan de Duitsche natie hebben medegedeeld.
+
+Volgens 't schrijven dezer bisschoppen kwamen er in 1876 42 geboorten
+voor op de 1000 inwoners, in 1911 daarentegen slechts 29 op de 1000. Dit
+beteekent 65000 kinderen minder voor het geheele rijk. Altijd sneller
+gaat 't getal der geboorten in Duitschland nog achteruit. Duitschland
+streeft op treurige wijze Frankrijk en België in dezen voorbij. Spoedig
+zullen in Duitschland jaarlijks meer lijkkisten dan wiegen zijn.
+
+Vreeselijk!
+
+Met cynisch welbehagen schreef kort geleden dan ook een Fransch blad:
+»Het Fransche volk kan rustig zijn, in Berlijn doen ongeloof, ontucht en
+echtbreuk even goed hun werk als in Parijs." Het blad raadt dan ook aan,
+Duitschland niet met kanonnen te bedreigen, maar met zedelooze romans te
+overladen.
+
+Wie huivert niet voor de toekomst van 't Duitsche volk, wanneer men van
+deze dingen kennisneemt? Hoe schoon het heden ook lijke, er is weinig
+zienersgevoel noodig om aan den horizon de donkere koppen te zien, die
+'t dreigend gericht voorspellen.
+
+Ik denk op dit oogenblik aan hetgeen ik kort geleden van Lasserre las
+over den bekenden Franschen schrijver Ernst Hello. Deze Hello is met
+recht genoemd de Pascal der 18e eeuw. Hij heeft een schitterend werk
+geschreven, getiteld: »l'Homme"; »de mensch".
+
+Lasserre geeft bij dit werk een inleiding, en deelt daarin de volgende
+passage mede.
+
+Het was in één der jaren vóór 1870, tijdens de tentoonstelling te
+Parijs. In de zoogenaamde dolle jaren dus. Men smeet met het geld. Men
+droomde van wereldvrede. Het was een der meest rotte tijden uit de
+geschiedenis. Uitwendig scheen alles in groei en bloei. Inwendig was 't
+volksleven geheel vermolmd.
+
+De Pruisen hadden 't grootste stalen kanon tentoongesteld, dat totnogtoe
+gegoten was.
+
+Men lachte om dit ding.
+
+Trouwens, oppervlakkigheid en lichtzinnigheid was één der voornaamste
+kenmerken van dien tijd. Vlak vóór den oorlog beweerde de Regeering in
+de Kamer:
+
+»Alles is voor den oorlog gereed, geen knoop ontbreekt aan de slobkous!"
+
+Op één dier dagen vóór '70 wandelde Lasserre op de tentoonstelling. In
+de verte komt Hello aanwandelen. Hij komt naar Lasserre, en zegt: »Ik
+verwonder mij, mijn vriend!" »Waarom?" voert Lasserre hem tegemoet. »Ik
+kwam langs de Tuilerieën, en verwonder mij, dat zij niet in vlammen
+staan!"
+
+Die man is krankzinnig, zegt een ander tot Lasserre.
+
+Nog slechts korten tijd, en de Pruisen staan voor Parijs. De Tuilerieën
+gaan in vlammen op.
+
+Vreeselijk, wanneer een dergelijk lot Duitschland moest treffen!
+
+Nòg heeft 't Duitsche volk veel voor boven 't Fransche. Nòg heeft
+Duitschland vele profeten, die het volk getrouw waarschuwen. Moge 't
+naar dezen nog luisteren!
+
+Toen ik gisteren, aan den avond van des keizers verjaardag, de sneeuw
+zag liggen op de bergen, dacht ik onwillekeurig aan 't woord van Jesaja
+tot Juda: »Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere; al waren
+uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw".
+
+Hoore 't Duitsche volk nog naar dit woord van God! Ook voor de toekomst
+van ons volk zal dit van de grootste beteekenis zijn.
+
+Onwillekeurig heb ik nu mijn maat al vol geschreven. Laat ik u nog even
+mededeelen, hoe 't mij gaat. Ik ben overgelukkig, dat ik u kan
+berichten, dat 't mij zeer wel gaat. Deze derde kuur schijnt mij de
+gezegendste, die ik gemaakt heb. O wat zal ik gelukkig zijn, wanneer ik
+weer aan 't openbare leven kan deelnemen!
+
+Verheerlijke de Heere daartoe de wonderen Zijner goedheid en almacht aan
+mij, onwaardige, en verhoore Hij uwe en onze gebeden!
+
+Weest allen tezamen den Heere bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 4 Februari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Van 9 Januari tot heden, 4 Februari, heb ik wederom in Heidelberg
+vertoefd; terwijl ik mij gereed maak om te vertrekken, zie ik terug op
+de dagen, die achter mij liggen, en dankbaarheid aan den Heere doet mijn
+hart met snelle vreugdeslagen kloppen.
+
+Het is vandaag een schoone dag hier; een lentedag in den winter; er
+is een heldere lucht, een vriendelijk zonnetje. Er waait geen windje.
+»Ueber allen Gipfeln ist Ruh!" Boven op de bergen, overal is 't
+heerlijke stilte in de natuur. Heerlijk symbool van wat op dezen dag
+mijn hart vervult.
+
+De Heere heeft alles wederom zoo wel gemaakt. Hij heeft mij beloofd,
+voor mij te zullen zorgen, en geen tittel of jota van dat woord is ter
+aarde gevallen. Integendeel, de uitkomst heeft een klemtoonteeken
+geplaatst boven de rijke belofte Gods. Hij heeft vriendelijke handen
+gegeven, die voor ons wilden zorgen, en die ik in gedachte zegen. Hij
+heeft mij thans weer gesterkt gedurende een sterk aangrijpende kuur.
+Behalve de dagelijksche inspuitingen heb ik 14 Röntgen-bestralingen
+gehad; dit is zelfs één boven 't maximum, dat hier wordt toegediend.
+Daarbij heb ik zes radium-bestralingen ontvangen, elk van vijf uren.
+Reeds de dagelijksche inspuitingen grijpen 't gestel zóó aan, dat alle
+patiënten er tegen opzien. Nochtans heb ik alles zonder eenig bezwaar
+mogen doorstaan. In geen maanden hebben zich bloedingen vertoond. Mijn
+gewicht bleef gedurende de kuur hetzelfde, mijn krachten zijn weer
+aanmerkelijk toegenomen. En terwijl wij vertrekken, gloort de hope op
+een algeheele genezing mij als 't licht van een nieuwen levensmorgen
+tegen. Het is een lentedag in den winter, en al wat in mij is, jubelt
+den Gever van alle goede gaven tegemoet, om Hem te danken voor zooveel
+gunst aan een onwaardige en ellendige bewezen.
+
+Hoeveel de Heere ook geeft, ik heb evenwel nog meer te vragen. En vooral
+twee wenschen kiemen thans op in mijn hart, één voor 't »Jenseit", één
+voor 't »Diesseit", één voor 't geestelijke, één voor 't tijdelijke
+leven.
+
+De Heere geeft mij een langzaam, een gestadig herstel. Behaagt 't Hem
+mij volkomen te genezen, dan heb ik voor 't geestelijke leven den
+innigen wensch, dat de Heere mij en mijn huis steeds nader tot Hem
+brenge. Alleen de ware levensheiliging geeft ware levensvreugde; waar de
+heiligmaking is, bloeit de hoogste vreugde, zelfs in dagen van zware
+krankheid, zelfs in kerkerholen, zelfs in de zevenmaal heeter gestookte
+ovens.
+
+Met de oude mystieken ging ik te rade, wat de beste middelen zijn om de
+vervulling van dezen wensch te verkrijgen, en met hen kwam ik tot 't
+besluit, dat de _meditatie_ of de _overdenking_, de _oratie_ of 't
+_gebed_, de _contemplatie_ of de _inwendige geestelijke aanschouwing_
+de voortreffelijkste wegen zijn, die leiden tot 't voorgestelde doel.
+
+Tweemaal lezen wij in Lukas 2 van Maria, dat zij de dingen, die haar
+omtrent Jezus gezegd werden, bewaarde in haar hart; éénmaal, dat zij die
+tezamen bij zichzelve overlegde. Maria _mediteerde_ over hetgeen de
+herders, een Simeon, een Hanna haar zeiden. We kunnen veilig aannemen,
+dat vooral 't woord van Simeon haar als lood op de ziel heeft gewogen,
+en dat zij er veel en zwaar over heeft nagedacht. Wat was de vrucht
+daarvan? Dat haar in de donkerste ure van haar leven, toen zij bij 't
+Kruis stond, 't licht daarover opging, en juist dit licht behoedde haar
+toen voor algeheele vertwijfeling. Het mediteeren over 't Woord Gods, de
+wegen Gods, de leidingen Gods, is als de hamerslag, die de nagelen van
+het Woord steeds vaster slaat in onze ziel. Dit mediteeren ontsteekt de
+witte vlam der heilige wijsheid in onzen geest; deze wijsheid is als 't
+oog der ziel; dit oog ziet 't perspectief der hope, waar anderen in
+dikke duisternis rondtasten.
+
+Aan dit rustig mediteeren hebben we vooral tegenwoordig zulk een groote
+behoefte. De zaken, die wij dagelijks moeten doen, zijn zoo groot en zoo
+vele, en de dagen zijn zoo kort. We hebben altijd zulk een haast. Dit
+is niet goed. Op deze wijze loopt onze geest ledig, en wij moeten hem
+vullen. Wij nemen er den tijd af voor allerlei dingen. Laten wij er ook
+den tijd afnemen voor de godvruchtige meditatie. Deze doet ons als Mozes
+te midden van de vele drukten van 't leven nabij den Heere leven, en
+verhoogt 't gewicht en de kracht van ons bestaan.
+
+In de tweede plaats noemde ik als middel om nabij den Heere te leven de
+_oratie_ of 't _gebed_.
+
+Te mogen bidden, te mogen spreken met den Koning der koningen, welk een
+eere! Te kunnen bidden, welk een verlichting in de ure der benauwdheid!
+Het klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend oor. Welk een troost,
+wanneer wij in tijden van diepe droefenis met de psalmisten 't
+boordevolle hart mogen uitstorten voor Hem, die Zich wendt tot het gebed
+desgenen, die gansch ontbloot is. Van den troost en de kracht van 't
+gebed staat zooveel in 't Woord van God geschreven, dat ik er niet breed
+over wil uitweiden.
+
+Alleen op één sprekend voorbeeld wil ik nog wijzen. Jeruzalem wordt door
+Sanherib belegerd, en ongeveer op dienzelfden tijd is Hiskia doodelijk
+krank. En 't ergste is, het volk is door zijn zondig verleden rijp voor
+'t gericht. Welk een hachelijke toestand! Hiskia wendt zich in dezen
+hoogen nood weenend tot den Heere. De Heere hoort. De koning wordt door
+een wonder genezen. Het Assyrisch leger van honderd vijf en tachtig
+duizend man wordt in één nacht geveld. De stad wordt verlost. De
+ongerechtigheid wordt vergeven. Welk een overweldigende rijkdom van
+zegen op 't gebed van één man! Broeders en zusters, laat 't gebed de
+kracht van ons leven zijn, zoo zal er zeker kracht van ons uitgaan.
+
+Als derde hulpmiddel voor de bevordering van 't gemeenschapsleven met
+den Heere, noemde ik de _contemplatie_ of de _innerlijke geestelijke
+aanschouwing_.
+
+Wanneer een onzer verwanten een ongeluk treft, bij een spoorwegongeval
+omkomt, of te water valt en verdrinkt, stellen wij ons telkens de ramp
+voor oogen. Het is, of wij den geliefde door de rails zien verbrijzelen,
+of wij hem in de golven zien wegzinken. Het is ons, of wij zijn laatste
+angstkreten hooren. Een oogenblik staan wij op om hem ter hulp te
+snellen. Zóó krachtig werkt 't voorstellingsvermogen in den mensch. Het
+werkt in zulke gevallen zoo krachtig door de liefde, die wij voor den
+getroffene gevoelen.
+
+Alzoo is de liefde ook de drijfkracht in de innerlijke, geestelijke
+aanschouwing. Zij dringt ons, om ons den Heiland voor oogen te stellen,
+zooals Hij lag in de kribbe, zooals Hij rondwandelde door Kanaän, zooals
+Hij worstelde in Gethsémané, zooals Hij leed voor Kájafas, Pilatus,
+Herodes en aan het kruis, zooals Hij na Zijn opstanding verscheen aan
+Zijn jongeren, zooals Hij opvoer ten hemel, en zooals Hij nu naar de
+heerlijke beschrijving van Johannes is gezeten ter rechterhand van den
+Vader. Zijn wij recht levendig in deze aanschouwing werkzaam, dan is 't
+ons, of zij ons een wijle buiten ons zelven brengt.
+
+Heerlijk is de vrucht dezer contemplatie.
+
+Zij vereenigt ons op 't allernauwst met den Heere, zij doodt den
+zinnelijken lust, zij vervult de ziel met 't hemelsch ideaal, zij doet
+ons als Henoch wandelen met God, zij brengt een heerlijken glans op ons
+leven. Blonk het aangezicht van Mozes, toen hij van den berg kwam, waar
+hij met den Heere had verkeerd, ook op ons gansche zijn komt de gouden
+glans van den hemel.
+
+Alzoo beleven wij waarlijk, wat Paulus schrijft, 2 Cor. 3: 18: »Wij dan,
+de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar
+hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot
+heerlijkheid, als van des Heeren Geest."
+
+O heerlijk, o gelukkig, o gezegend leven!
+
+Behaagt 't den Heere nog jaren tot mijn levensdagen toe te voegen, 't
+behage Hem dan ook, dit leven mij te schenken, opdat ik reeds op aarde
+den hemel mag beginnen, en volkomen mag zijn voor de taak, die mij
+wacht.
+
+Over mijn tweeden wensch hoop ik U een volgende maal te schrijven.
+
+'t Bovenstaande schreef ik 's morgens vóór mijn vertrek uit Heidelberg.
+2.19 stapten we te Heidelberg in den trein. We hadden een voorspoedige
+reis; precies op tijd liep 's avonds even over tien onze trein 't
+station te Amersfoort binnen. Onze beide jongens waren aan den trein, en
+ge begrijpt de vreugde van 't wederzien. Den Heere zij lof en dank voor
+alles.
+
+Ontvangt van mijn vrouw en huisgenooten de hartelijke groeten.
+
+Weest allen tezamen den Heere bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 10 Februari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+In mijn vorig schrijven heb ik U reeds onze behouden aankomst in
+Amersfoort gemeld. Zoo spoedig mogelijk ben ik hier naar mijn huisdokter
+gegaan, om mij wederom te laten onderzoeken. Hij was buitengewoon
+tevreden over de in- en uitwendige resultaten der kuur.
+
+Alzoo ga ik dan, den Heere zij daarvoor lof en prijs, langzaam maar
+gestadig vooruit. Natuurlijk zou ik liever zien, dat mijn genezing
+grootere sprongen maakte. Maar wij weten niet, wat wij moeten begeeren.
+In Heidelberg is men van oordeel, dat een langzame maar steeds
+doorgaande genezing beter is dan een plotselinge, omdat zich bij de
+snelle genezingen de meeste terugvallen voordoen, terwijl een langzame
+maar gestadige voortgang der genezing de meeste kans biedt, dat men
+voorgoed van de kwaal wordt bevrijd.
+
+Hoe dit zij, ik geef 't over aan den Heere, die mij beloofd heeft voor
+mij te zorgen. Dezer dagen wilde Hij mij wederom nog zoo krachtig
+vertroosten met de woorden van Ps. 91: 1, »Die in de schuilplaats
+des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des
+Almachtigen". Wat zal ik nog meer wenschen? Wat anders dan dat heel deze
+weg mij maar altijd nader brenge tot den Heere, mij altijd inniger Zijn
+gemeenschap doe smaken. Dit is 't Hoogste en Zoetste. Daarvan zing ik
+met Tersteegen in zijn overschoon lied: »De vereeniging met God".
+
+ Ich bin im dunklen Heiligtum,
+ Ich bete an und bleibe stumm;
+ O ehrfurchtfolles Schweigen!
+ Der beste Redner sagt mir nicht,
+ was man hier ohne Reden spricht,
+ durch Lieben und durch Beugen.
+
+ Hier ist die stille Ewigkeit
+ ein immerwahrend selges Heut,
+ dies Nun kann alles geben.
+ Die Zeit vergeht mir süsz un sacht;
+ Ich möchte beten Tag und Nacht,
+ bei Gott im Geiste leben.
+
+ Hier ist mein wahres Element,
+ ein Friedensland, weit ohne End,
+ von Milch und Honig flieszend,
+ Hier quilt im Grund ein Balsenflusz,
+ durch alle Kräfte des Genusz,
+ So sänftiglich ergieszend.
+
+Dat is:
+
+ Ik ben in 't donker heiligdom;
+ Aanbiddend, blijf ik stom;
+ o diep eerbiedig zwijgen!
+ De beste spreker zegt mij niet
+ wat men hier zonder woorden spreekt,
+ door _Lieven_ en door _Buigen_.
+
+ Hier is de stille eeuwigheid,
+ een altijddurend zalig heden;
+ dit »nu" kan alles geven.
+ De tijd gaat voorbij zoet en zacht;
+ Ik wilde wel bidden dag en nacht,
+ Om in den geest bij God te leven.
+
+ Hier is mijn ware element,
+ een vredes-land zonder end,
+ van melk en honig vloeiend.
+ Hier ontspringt een balsembron,
+ die 't genot in alle zielekrachten
+ zoo zoetelijk doet stroomen.
+
+Behaagt 't den Heere, mij te herstellen, dan heb ik natuurlijk ook nog
+een tweede begeerte, n.l. spoedig te mogen ingaan tot den arbeid, die
+zoo geheel de liefde van mijn hart heeft, den arbeid onder voogdij- en
+regeeringskinderen, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en
+zwervers.
+
+Volgens sommigen is deze arbeid wel nutteloos; zij beschouwen eigenlijk
+alleen dan een bekeering als echt, wanneer iemand van zijn jeugd af als
+een kind des verbonds heeft geleefd. »Wacht u voor bekeerde Joden, voor
+bekeerde hoeren, voor bekeerde bandieten! Een vos verliest wel zijn
+haren, maar niet zijn streken." Ziedaar hun standpunt!
+
+Er is zeker weinig betoogkracht noodig om dadelijk te doen zien, dat
+dit standpunt onhoudbaar is.
+
+Het strijdt met de Schrift. De eerste Christelijke gemeente is uit
+bekeerde Joden als evenzoovele levende steenen opgebouwd, en hoeveel
+goeds wordt in de Schrift van haar gezegd. Een moordenaar volgde den
+Heiland in 't paradijs. Hoeveel liefde bewees de vrouw, aan wie veel
+vergeven was!
+
+De feiten werpen ook dit heele standpunt omver. Denkt slechts aan een Da
+Costa, een Neander, een John Bunyan, een Rowland Hill.
+
+De ervaring bewijst juist, dat menschen met een zwarte jeugd, wanneer
+zij waarlijk bekeerd worden, zich na hun bekeering zoo ver mogelijk van
+dit zwarte punt zoeken te verwijderen, en als Maria Magdalena zoo dicht
+mogelijk bij den Heere zoeken te zijn.
+
+O, ik brand dan ook van verlangen, om dien arbeid te beginnen onder deze
+ellendigen en verlorenen.
+
+In de stichting voor voogdij- en regeeringskinderen zullen we in den
+regel wel alleen degenen krijgen, die voor de gezinsverpleging
+ongeschikt zijn. Dit is dus 't minste soort. Maar o, wat lokt 't mij
+aan, deze zwarte schapen hun weg voor oogen te stellen, en hun te doen
+zien, hoe deze weg hen ten ondergang voert! Hoe lokt 't mij aan, hun
+tegelijk den oneindigen rijkdom van Christus' zoekende liefde te
+prediken, en hun den weg te wijzen, die leidt tot een eeuwig behoud!
+
+Ook van de opleiding voor maatschappelijken arbeid stel ik mij veel
+goeds voor. Terecht heeft de Regeering ingezien, dat zij voor heel
+de opvoeding van dergelijke kinderen de krachten van 't particulier
+initiatief moet te hulp roepen. Vooral in de particuliere stichtingen
+kan de Christelijke liefde haar werk doen. Met dwang alleen komt
+men trouwens in 't werk der opvoeding niet veel verder. Laat de
+plantagehouder zijn slaven op den akker zenden, laat hij den man met de
+zweep medezenden; 's avonds keeren de slaven wel terug met de vruchten
+van hun arbeid, maar ook met een hart vol haat tegen den meester en
+tegen den arbeid. Liefde tot den arbeid moet den kinderen worden
+ingeprent. Daartoe moeten dwingend gezag en Christelijke liefde
+samenwerken.
+
+De andere arbeid, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en
+zwervers, is van niet minder belang.
+
+In den regel stellen wij ons voor, dat de gevangene in zijn kerker vurig
+naar de vrijheid verlangt. En dit is ook zoo. Toch is er iets, dat hem
+al 't genot der vrijheid geheel vergalt. De gevangene weet, dat hij in
+zijn gezin de eereplaats kwijt is. Werk krijgt hij niet gemakkelijk
+meer. Wie wil iemand hebben, die gezeten heeft? Velen vallen na hun
+ontslag uit de gevangenis in de misdaad terug, en zij gaan hun verder
+leven van de gevangenis in de maatschappij, van de maatschappij in de
+gevangenis. Dit moet voorkomen worden. Deze menschen moeten geholpen
+worden. »Peccator est, comprime; homo est, miserere!" »Hij is een
+misdadiger, bestraf hem; hij is een mensch, heb medelijden met hem!"
+
+Ook voor de drankzuchtigen moet er een retraite (rustplaats) zijn, waar
+hun verstoord zenuwleven hersteld wordt, en waar zij onder de
+bearbeiding der Christelijke liefde tot den strijd tegen de
+drinkgewoonte worden gesterkt.
+
+Het moeilijkst te behandelen zijn de zwervers, de arbeidsschuwen; die
+leven van bedelarij en diefstal. Maar de Heere kan ook uit deze steenen
+kinderen Abrahams verwekken.
+
+O geve mij de Heere dezen arbeid te mogen beginnen!
+
+Geliefden, houdt aan in 't gebed voor mij! Verblijde ons de Hoorder der
+gebeden nog door Zijn groote daden!
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 19 Februari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Tot mijn leedwezen kan ik u thans geen uitvoerig schrijven doen
+toekomen. Ik lig met een lichte maagkatarrh te bed, en kan dus niet
+schrijven.
+
+Gedenkt onzer, en weest den Heere bevolen
+
+ door uwen u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 25 Februari 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Het speet mij zeer, dat ik u een vorig maal door een lichte maagkatarrh,
+die mij een paar dagen aan 't bed bond, geen uitvoerig schrijven kon
+doen toekomen. Van deze kleine ongesteldheid ben ik thans, den Heere zij
+dank, geheel hersteld.
+
+Wat de eigenlijke kwaal aangaat, behoudt 't proces zijn gewoon verloop.
+Den éénen dag gevoel ik me eens wat beter dan den anderen dag; maar over
+het geheel genomen ga ik toch langzaam vooruit.
+
+Ik zal echter lang moeten wachten, voordat ik geheel hersteld zal zijn,
+wanneer 't den Heere althans behaagt mij te genezen. Dit lange wachten
+valt weleens moeilijk.
+
+Toch zou ik mij zeer bezondigen, wanneer ik klaagde. De Heere maakt 't
+gedurende dezen wachttijd in alle opzichten zoo boven bidden en denken
+wel.
+
+Ik denk in deze dagen veel aan Mozes' beproeving in Midian.
+
+Door Gods allerbijzonderst voorzienig bestel is hij door de hand eener
+prinses uit 't water getogen, en door haar zorg met de wijsheid van
+Egypte als overgoten. Temidden dezer heidensche opvoeding bevestigt de
+Heere nochtans aan Mozes Zijn verbond, dat Hij met Abraham heeft
+opgericht, en door deze heerlijke genadedaad Gods kiest Mozes in zijn
+hart den smaad van 't onderdrukt slavenvolk boven alles wat 't heidensch
+Egypte hem kan bieden. Een heerlijk levensideaal teekent zich af voor
+Mozes' oog. Hij voelt zich de providentiëel aangewezen verlosser van
+zijn arme volk, en hij trilt van verlangen om als zoodanig te mogen
+optreden. Hij is nu veertig jaar geworden. Hij gaat zijn volk bezoeken.
+Hij ziet een Egyptenaar een Israëliet mishandelen. Hij grijpt den
+verdrukker en velt hem neer.... Dit zal 't sein worden tot den
+algemeenen opstand van 't vertrapte slavenvolk! Nu zal de geweldige
+strijd beginnen!.... Droef verstoorde illusie!. Den volgenden dag treedt
+een Israëliet als verrader tegen Mozes op. Wel een bewijs, dat dit volk
+allerminst rijp is voor de groote worsteling. Het zal nog zwaarder
+verdrukt moeten worden, voordat de Israëlietische heldenziel ontwaakt.
+Mozes' eigen leven raakt in gevaar. Hij vlucht de woestijn in, totdat
+hij in Midian een veilig toevluchtsoord gevonden heeft bij Réhuël, den
+priester-sjeik, die den jongen man niet alleen in zijn huis maar ook in
+zijn familie opneemt. Hier vertoeft Mozes veertig jaren, van week tot
+week, van maand tot maand, van jaar tot jaar de kudde weidend van zijn
+schoonvader Réhuël.
+
+Welk een domme zaak voor 't oppervlakkig oog! De Heere formeert Mozes
+tot een verlosser voor zijn volk, en op 't oogenblik dat deze man Gods
+als zoodanig wil optreden, breekt de Heere Zijn eigen werk af. In plaats
+van Israël aan te voeren in den strijd tegen Egypte, moet hij veertig
+jaren achtereen 't vee van Réhuël weiden in de woestijn. Ossen en
+schapen hoeden kan iedereen; voor de verlossing van een volk is een
+allerbijzonderste zalving van noode; aan Mozes is de zalving gegeven, en
+zie, daar wordt de kostelijke middelmoot van 't leven van dien man, van
+zijn 40e tot zijn 80e jaar, als waardeloos in de woestijn weggeworpen.
+De geweldige leeuw wordt voor een zandkarretje gespannen, en moet zoo
+veertig jaren achtereen zijn reuzenkracht verbruiken in nietig werk.
+Welk een beproeving voor Mozes!
+
+Zeer juist! Maar evenals alle beproeving is deze weg voor Mozes de meest
+gezegende; deze lange omweg is de rechte weg, waarin zijn opvoeding
+tot verlosser des volks moet worden voltooid. Neen, de man, die daar
+kersversch uit de Egyptische omgeving kwam, was nog niet de rechte man
+voor de groote taak, die hem wachtte. Zeker, hij is vol van geloof; maar
+ook vol van eigenwaan. Met welk een illusie gaat hij naar de broeders.
+Hij zal zwaardwettende krijgszangen slingeren in de gemoederen van die
+martelaren, wien hij hulpe heeft toegezegd.... bij Mozes, den man Gods.
+De Heere zal aan de spitse treden, en door des Heeren zegen zal onder
+Mozes' leiding het verdrukte slavenvolk tot een heldenvolk worden, dat
+zich aan den greep der Egyptische onderdrukking ontworstelt. Welk een
+held is die Mozes! Maar in eigen oog! Ternauwernood is zijn eerste
+verlossingsdaad verraden, of...., hij slaat dadelijk op de vlucht. Er
+moet nog iets meer aan hem gebeuren, als hij werkelijk is de man Gods,
+die zich vasthoudt aan den Heere als ziende den Onzienlijke, en die
+daarom tegenover Faraö pal staat als Sinaï's rots. Dat groote werk wordt
+nu aan Mozes gewrocht in Réhuëls huis en in de woestijn! Daar leert hij,
+wat hij in Egypte niet had kunnen leeren. Midian is de hoogeschool, die
+Mozes eerst nog moest doorloopen, voordat hij bekwaam was voor zijn
+hooge taak. Ongetwijfeld heeft ook Mozes dit later alles ingezien, en er
+den Heere voor gedankt.
+
+Op soortgelijke wijze als voor Mozes heeft de Heere aanvankelijk de
+beproeving ook voor mij gezegend.
+
+Zeker, het kruis is hard, zwaar, drukkend. Niemand mag 't begeeren. Dit
+ware tegen de ordening Gods. Ieder verdrukte mag en moet, mits met
+ootmoedige en eerbiedige onderwerping van eigen wil aan des Heeren
+souvereinen, wijzen, ook heiligen wil, bidden om wegneming van 't kruis.
+
+En toch, wanneer 't den Heere behaagt, 't kruis op te leggen, en den
+druk aan hart en leven te heiligen, is er niets meer zegenrijk dan 't
+kruis.
+
+Dan wordt 't bevestigd: _hoe grooter kruis, hoe dichter bij den Heere_.
+Nooit vergeet ik 't oogenblik, toen mij gezegd werd, dat ik de bekende,
+vreeselijke ziekte had. Daar stond ik, vlak voor den dood, vlak voor de
+eeuwigheid, vlak voor den Heere. Rijk was de genade, die de Heere toen
+schonk. Het was mij om 't even, wat de Heere met mij deed, indien ik
+slechts nabij Hem mocht zijn. Ook ik gevoelde levendig en voortdurend,
+wat Tersteegen in verheven dichtwoorden zingt:
+
+ Luft, die alles füllet, drin wir immer schweben,
+ aller Dinge Grund und Leben;
+ Meer, ohne Grund und Ende, Wunder aller Wunder:
+ Ich senk mich in Dich herunter.
+ Ich in Dir, Du in mir;
+ lasz mich ganz verschwinden,
+ Dich nur sehn und finden.
+
+Dat is:
+
+ Lucht, die alles vult, waarin wij altijd zweven,
+ aller dingen Grond en Leven;
+ Zee, zonder grond en eind, wonder aller wonderen:
+ Ik zink in U ten onderen.
+ Ik in U, Gij in mij:
+ laat mij geheel verdwijnen,
+ U slechts zien en vinden.
+
+O, gezegend kruis, dat zulk een heil mij bracht!
+
+_Hoe grooter kruis, hoe sterker geloof._ Waar alles wordt afgesneden,
+hecht zich 't geloof steeds vaster aan Hem, Die een afgesneden zaak
+op aarde doet, en Die Zich wendt tot het gebed desgenen, die gansch
+ontbloot is. Wie beschrijft den troost, dien dit geloof medebrengt? Dit
+geloof onderwerpt zich volkomen aan Gods soevereinen, wijzen en heiligen
+wil; maar 't blijft tegelijk hopen, waar allen wanhopen.
+
+_Hoe grooter kruis, hoe vuriger liefde._ De verdrukking is de stormwind,
+die 't liefdevuur hooger en hooger doet oplaaien. Het »God heb ik lief!"
+van den 116en psalm ruischt inniglijk op uit den diepen bodem des
+harten. Die liefde is het leven, dat den dood niet vreest, maar met den
+dood eerst tot zijn rechte uiting komt. Zou ik dan 't kruis niet kussen,
+dat zulken zegen brengt?
+
+_Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon._
+
+ Je gröszer Kreuz, je schöner Krone,
+ Die Gottes Gnad uns beigelegt,
+ Und die einmal vor seinem Throne
+ Der Uberwinder Scheitel trägt,
+ Ach, dieses teure Kleinod macht,
+ Dasz man das gröszte Kreuz nicht achtet.
+
+Dat is:
+
+ Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon,
+ Die Gods genade heeft toegelegd,
+ En die Hij eenmaal voor Zijn troon,
+ Om 's overwinnaars schedel vlecht.
+ Ach, dit duurzaam kleinood maakt
+ Dat 't grootste kruis als niets is geacht.
+
+Geliefde gemeente, hoe 't hier op aarde ook met u en mij ga, dengenen,
+die den Heere liefhebben, werken alzoo alle dingen mede ten goede.
+Laat ons dit vasthouden! Laat de Azafswensch de onze zijn: »_Maar mij
+aangaande, het is mij goed, nabij God te wezen._" Met Mozes zullen wij
+dan eenmaal aan des Heeren mond mogen ontslapen.
+
+Daartoe zij de Heere met u en met mij!
+
+Ontvangt wederom de hartelijke groeten mijner huisgenooten, en gedenkt
+mij steeds als
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 5 Maart 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+De vogeltjes tjilpen alweer. De voorboden der komende lente vertoonen
+zich alweer. De landman gaat weer uit tot zijn akker, om dien voor de
+ontvangst van 't zaad te bereiden.
+
+Tegenover mijn raam staat van den morgen tot den avond een man te
+spitten. Met forschen stoot zet hij telkens de spade in den grond. Alsof
+ze een veer ware, licht hij de losgewrongen kluit met zijn spade op.
+Met een lichte handbeweging werpt hij den klomp aarde in stukken op
+haar plaats. Zoo werkt hij door, slechts nu en dan even verpoozend,
+den elleboog op den knop van zijn spade, zijn klomp op 't staal doende
+rusten. En dan gaat hij weer voort met zijn zwaren arbeid, totdat
+etenstijd hem een wijle huiswaarts roept.
+
+Deze stoere werker doet mijn hart branden van verlangen, om ook alzoo de
+spade in den grond te zetten op 't terrein, dat ik aanvankelijk betrad.
+Geduld! Geduld! De Heere maakt alles schoon op zijn tijd. Hoe heerlijk
+leert ons dit de roeping van Mozes bij 't brandend braambosch, waarbij
+ik deze week nogal eens werd bepaald.
+
+Mozes heeft nu den leeftijd van tachtig jaren bereikt. Nog is zijn
+schouder ongebogen; maar hij is de fiere jonge man niet meer, in wiens
+aderen 't bloed dadelijk bruist en kookt; die den aanrander van den
+volksgenoot met één slag velt, de herders van Midian op de vlucht
+drijft, en Zippóra's schapen drenkt. De kalmte der grijsheid heeft de
+onstuimigheid der jeugd vervangen.
+
+Echter moeten wij ons niet voorstellen, dat hij door het veertigjarige
+woestijnleven ruw geworden is. In de tenten der Oostersche Bedoeïenen
+heerschte vaak meer hoffelijkheid dan in de paleizen der stedelingen.
+
+Mozes heeft iets buitengewoons eerwaardigs, terwijl hij de kudde
+voortleidt, tot achter in de woestijn, bij Horebs berg.
+
+Waarom, Mozes, voert ge uwe kudden zóó ver weg, tot achter in de
+woestijn? Waarheen wendt zich vol heimwee uw oog? Blijft daar nog een
+hope sluimeren op den bodem van uw hart, dat gij toch nog eens als
+redder zult optreden van dat volk, dat daarginds in slavenboeien zucht?
+
+Plotseling worden zijn gedachten afgeleid door iets in zijn nabijheid.
+Een boschje staat in brand. Dit was niets ongewoons. 't Gebeurde wel
+meer door de onvoorzichtigheid van herders met 't vuur, dat er alzoo een
+woestijnbrandje ontstond.
+
+Zulk een brand is echter eindelijk uitgebrand; maar deze blijft gloeien,
+altijd sterker, altijd verhevener.
+
+Ware Mozes bijgeloovig geweest, hij ware op de vlucht gegaan. Hij
+gelooft; daarom gaat hij op onderzoek uit.
+
+O wondervol gezicht! Blinkend, doch niet verblindend gaan hoog de
+vlammen op. Niet verterend, maar verlichtend, omzweeft de lichtvolheid,
+de lichtheerlijkheid 't braambosch.
+
+Hoort een stem, die Mozes zegt, den schoenriem te ontbinden, omdat deze
+plaats heilig is!
+
+O groot oogenblik in Mozes' leven!
+
+De Heere spreekt!
+
+De Heere spreekt, en zegt Mozes, dat Hij is neergekomen om de
+verdrukking van Zijn volk te zien. Een menschelijke wijze van spreken,
+waarin de Heere Zijn nederbuigende goedheid aanschouwelijk maakt.
+
+De Heere spreekt, en roept Mozes om 't verdrukte volk uit Egypte te
+leiden, en naar Kanaän te voeren. Welk een roeping!
+
+Zullen de verdrukten zich nu laten leiden?
+
+Hoe zal Faraö bewogen worden de zeshonderdduizend werkkrachten, die hij
+gebruikt tot wat hij wil, te laten trekken?
+
+Op wien zal Mozes mogen steunen bij de voldoening dezer onafzienbare
+taak?
+
+De Heere noemt Mozes Zijn Naam: »Ik zal zijn, Die Ik zijn zal! Ik zal
+zijn!"
+
+Welk een roeping!
+
+De Heere is de _Zijnde_! Hij is niet een _wordende_ God, zooals Hegel
+leert. Hij is de Zijnde. De eenige wezenlijke. Het éénige, eeuwige,
+volmaakte wezen, buiten wien er niets wezenlijks is, en aan wien al wat
+is zijn ontstaan en voortbestaan dankt.
+
+De Heere is de _Ik zal zijn_. Zijn raad bestaat, en Hij doet al Zijn
+welbehagen.
+
+Niets kan Hem weerstaan. Hij schept werelden door een enkel woord van
+Zijn mond. Hij vernietigt koninkrijken met den adem Zijner lippen.
+
+De Heere is de _Ik zal zijn, die Ik zijn zal_. De Getrouwe. Hij zal
+zijn, wat Hij heeft toegezegd te willen zijn. De Heere vergeet Zijne
+beloften niet. Hij moge uitstellen, dit uitstel dient slechts tot de
+meerdere glorie van Hem, die een afgesnedene zaak op aarde doet.
+
+In dezen Naam is Mozes naar Egypte gegaan.
+
+In dezen Naam heeft de tachtigjarige zijn reuzentaak op luistervolle
+wijze volvoerd.
+
+Op Zijn tijd maakt de Heere alles schoon.
+
+Maar wij zien nu geen brandende braambosschen meer, en wij hooren nu
+geen hemelstemmen meer.
+
+Toegegeven. De openbaring Gods is thans voltooid. Hij, die met Zijn
+lichtvolheid woonde in 't nedere, nietige braambosch, heeft Zich na dien
+tijd zelfs nog heerlijker geopenbaard. Hij is met de volheid Zijner
+Godheid gekomen in nedere dienstknechtsgestalte.
+
+En Hij, die eenmaal zóó Zijn werk op aarde volbracht, en nu gezeten is
+ter rechterhand van den Vader, woont ook nu nog met Zijn Genade en Geest
+bij Zijn arm en ellendig volk.
+
+Ja, 't braambosch brandt ook nu nog voort. Als bij de Emmausgangers, is
+Hij ook nu met de Zijnen op hun weg, op hun beproevingsweg, en maakt
+hunne harten brandende.
+
+De Heere spreekt ook nu nog tot Zijn volk, door Zijn Woord en Zijn
+Geest, innerlijk en inniglijk in de ziel.
+
+Hij noemt ook nu nog Zijn Naam voor 't oor van Zijn volk.
+
+Indien één ding, dan heb ik dit duidelijk ervaren. Daarom, jubel op, o
+mijn ziel, in den Naam van Uwen getrouwen God! Jubel hoog op, en verlaat
+u geheel op Hem!
+
+ Befiehl du deine Wege
+ Und was dein Herze kränkt,
+ Der allertreusten Pflege
+ Des, der den Himmel lenkt!
+ Der Wolken, Luft und Winden
+ Gibt Wege, Lauf und Bahn,
+ Der wird auch Wege finden
+ Da dein Fusz gehen kann.
+
+Dat is:
+
+ Beveel gerust uw wegen,
+ Al wat u 't harte deert,
+ Der trouwe hoede en zegen
+ Van Hem, die 't al regeert!
+ Die wolken, lucht en winden
+ Wijst spoor en loop en baan,
+ Zal ook wel wegen vinden,
+ Waarlangs uw voet kan gaan.
+
+Dit bekende vers van den vromen Paul Gerhardt was een der eerste verzen,
+die opgegeven werden, toen ik Zondag 4 October 1913 voor de eerste maal
+de Duitsche kerk te Heidelberg binnentrad. Ge begrijpt, dat ik moeite
+had, mijn tranen te bedwingen. Daar zag ik 't braambosch brandende. Daar
+hoorde ik de stem des Heeren, tot mij sprekende in het gemeentelijk
+gezang.
+
+Sindsdien heb ik ook geluisterd naar den raad, die verder in dit lied
+van Gerhardt gegeven wordt:
+
+ Auf, auf, gib deinem Schmerze
+ Und Sorgen gute Nacht!
+ Lass fahren, was das Herze
+ Betrübt und traurig macht!
+ Bist du doch nich Regente,
+ Der alles führen soll,
+ Gott sitzt im Regimente
+ Und führet alles wohl.
+
+Dat is:
+
+ Schep moed, zeg aan uw smarten
+ En zorgen goeden nacht!
+ Laat varen, wat uw harte
+ In onrust heeft gebracht.
+ Gij wilt toch niet regeeren
+ Als een, die alles weet.
+ God blijft als Heer der Heeren
+ Met 't hoogst gezag bekleed.
+
+Ja, zoo is 't.
+
+Hij maakt 't alles wel, hetzij Hij onze aardsche wenschen vervult of
+niet. Hij stelt nooit teleur. Geeft Hij niet, wat wij begeeren, zoo doet
+Hij dit om 't meerdere in de plaats te geven.
+
+Hij maakt alles schoon op Zijn tijd.
+
+Leef, geliefde gemeente, in dit geloof!
+
+Werp steeds alle bekommeringen op Hem!
+
+Het einde Zijner wegen is de glorie van Zijn Naam en de zaligheid van
+Zijn volk!
+
+Weest allen tezamen dan dien God en Zaligmaker bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 10 Maart 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Terwijl ik u dezen brief schrijf, maak ik mij gereed om wederom naar
+Heidelberg te gaan, om mij daar voor de vierde maal onder behandeling te
+stellen.
+
+Was 't verloop van de derde kuur prachtig, de nawerking daarvan heeft
+niet beantwoord aan de verwachting, die ik ervan koesterde. De dikte in
+den mond blijft, nu en dan heb ik nog hevige pijn, en in de laatste
+veertien dagen heb ik 's nachts slecht geslapen.
+
+Ik wil echter allerminst klagen. Integendeel, wanneer de vreeselijke
+pijn mijn mond doorsnijdt, buig ik mij vol aanbidding voor de heiligheid
+des Heeren Heeren. Ik beschouw dezen kanker als een vruchtgevolg der
+zonde. Maar hij is voor mij ook een vuur Gods, dat mij doorloutert. Hij
+is voor mij ook een middel in Gods Hand, waardoor Hij mij brengt op de
+aller-, allerliefste plek, op de vlakke velden, waar onze Koning en Borg
+Zich in al Zijn schoonheid aan de ziel vertoont.
+
+Dan heb ik innerlijke vreugde in 't midden van de diepe smart, en stem
+ik in met wat de dichter zingt:
+
+ Maar, 't vrome volk, in U verheugd,
+ Zal huppelen van zielevreugd,
+ Daar zij hun wensch verkrijgen;
+ Hun blijdschap zal dan onbepaald,
+ Door 't licht dat van Zijn Aanzicht straalt,
+ Ten hoogsten toppunt stijgen.
+ Heft Gode blijde psalmen aan;
+ Verhoogt, verhoogt voor Hem de baan;
+ Laat al wat leeft, Hem eeren!
+ Bereidt den weg, in Hem verblijd,
+ Die door de vlakke velden rijdt;
+ Zijn Naam is Heer der Heeren.
+
+In dien Naam ga ik dan ook vol goeden moed weer naar Heidelberg. En zou
+ik niet? Hij heeft mij derwaarts den weg gewezen en gebaand. Ik kan
+niet anders doen dan Zijn goedheid daarin bewonderen. Voor de vierde
+maal heeft Hij de beide lieve broeders, die zich zoo sterk voor mij
+interesseeren, in staat gesteld de noodige middelen te vinden. Van 't
+oogenblik af, dat ik in Heidelberg kwam, heeft de Heere de middelen als
+wonderdadig willen zegenen. Zoude ik dan geen moed houden, en voortgaan
+op hope tegen hope, mij vasthoudende aan den Heere als ziende den
+Onzienlijke?
+
+Maar terwijl ik alzoo vol moed den geliefden vaderlandschen bodem weer
+voor eenige weken ga verlaten, is mijn hart vol van ernstige gedachten
+over de toekomst van ons volk, waaronder in de laatste jaren zulke
+gewichtige omkeeringen hebben plaats gegrepen, en inzonderheid over de
+toekomst van ons Gereformeerd volk.
+
+Kort geleden sprak ik met een Duitsch predikant. Met grooten ophef sprak
+hij van den wederopbloei van 't Calvinisme in ons Vaderland. Ons land is
+anders voor het buitenland geen stad op een berg; maar dit weet men daar
+dan toch, vooral in Duitschland, dat »der Calvinismus" alhier zulk een
+grooten »Aufschwung" gemaakt heeft.
+
+Later over dit gesprek nadenkende, vatte de vrees bij mij post, dat in
+de laatste jaren de machtige ontwikkeling van het Calvinisme eenigszins
+tot stilstand is gekomen.
+
+Dit stemde mij droevig, vooral met het oog op de jongste evoluties op
+politiek gebied.
+
+Wie had een jaar geleden ook maar eenigszins kunnen denken, dat
+geschieden zou, wat wij thans voor onze oogen zien afspelen?
+
+Cort v. d. Linden is de eerste Minister, en schrijft algemeen kiesrecht
+als punt één op zijn program. Verbeeld u, Cort van der Linden! In zijn
+staatkundigen brief van December herinnert Van Houten nog aan 't
+volgende feit: »Tegenover Cort van der Linden stond ik een dertigtal
+jaren geleden in het politiek strijdperk te Groningen, waar hij toen
+hoogleeraar was. Het toenmalige _comité voor algemeen kiesrecht_ had er
+een meeting belegd, die sterk was bezocht. Mr. W. Heineken trad als zijn
+woordvoerder op en werd hevig bestreden door B. D. H. Tellegen en Cort
+van der Linden. Ik schaarde mij aan de zijde van Heineken en verzocht
+den kiezers bij mijn aanstaande aftreding partij te kiezen. De uitdaging
+werd aangenomen door candidaatstelling van Cort van der Linden." En
+dezelfde Cort van der Linden, overigens een man van een vast karakter,
+is thans opgetreden als Minister om algemeen kiesrecht daadwerkelijk in
+te voeren!
+
+Daar is in de tweede plaats de heer Treub, evenals Cort van der Linden
+een man uit één stuk. Vóór de verkiezing van 't vorige jaar bedankte
+hij voor een hernieuwing van zijn mandaat als lid van de Kamer,
+omdat hij niet kon meegaan in de actie der linker-partijen voor
+staatspensionneering. Ook is dezelfde Minister zoo fel mogelijk gekant
+tegen de liefdadigheid. »De liefdadigheid," zoo schrijft hij in zijn
+»Sociale Verzekering", »is per slot van rekening niet voor den gever,
+maar voor den ontvanger; voor den gever moge zij zalig zijn, voor den
+ontvanger is zij, omdat hij er geen aanspraak op heeft, die hij met
+opgeheven hoofde kan doen gelden, maar er om bedelen moet en er door
+vernederd wordt, een _pest_." Na de verkiezing wordt de heer Treub
+Minister, en wat is nu zijn eerste regeeringsdaad? Een voorstel van een
+staatspensioentje, een voorstel tot oefening van staatsliefdadigheid
+jegens behoeftige ouden van dagen.
+
+O tuimeling der geesten!
+
+En wanneer nu aan deze verantwoordelijke Ministers rekenschap van deze
+regeeringsdaden wordt gevraagd, wijzen zij eenvoudig naar den wil van 't
+souvereine volk. Zij huldigen de leer van koning Leopold I, die met een
+kniebuiging de kroon uit de hand van 't souvereine volk ontving. Zóó
+vragen ook deze Ministers niet: wat zegt mijn staatsrechtelijk geweten,
+maar: wat zegt de volkswil? En wat is die volkswil? Hoe wordt hij
+saamgesteld? Wie spreek hem uit?
+
+Voor ons land is het antwoord daarop gemakkelijk te geven!
+
+Van 't eerste optreden der sociaal-democratische partij heeft haar
+leider, Mr. P. J. Troelstra, het algemeen kiesrecht op den voorgrond
+geschoven. Met dien eisch heeft hij de linkerzijde eerst verdeeld, en
+daarna over haar geheerscht. Daarna is hij nog gekomen met den eisch
+van staatspensioen. Wilden de vrijzinnigen tegen de sociaal-democraten
+opbieden, en wilden ze bij de herstemmingen op hun hulp en steun
+rekenen, dan waren zij verplicht, deze beide, algemeen kiesrecht en
+staatspensionneering, in hun programma's te schrijven. Alzoo geschiedde.
+De vereenigde linkerzijde triumfeerde. Nu heet 't dat algemeen kiesrecht
+en staatspensionneering door den volkswil zijn uitgesproken. 't Is
+eigenlijk de wil van Troelstra. Feitelijk doen Cort van der Linden en
+Treub niet anders dan dat zij buigen voor Troelstra. Snorkend, maar niet
+zonder grond, noemde Troelstra dan ook dit Kabinet zijn zaakwaarnemer.
+
+Kan 't erger?
+
+Gelukkig is er in Nederland nog een volk, dat nooit ofte nimmer voor den
+schepter van Mr. Pieter Jelles' volkswil bukt. En dat is 't
+Calvinistische volk.
+
+Maar tegen dit volk heeft zich zijn haat en die zijner partij dan
+ook 't felst gekeerd. Duidelijk kwam dit wederom uit bij de
+Kiesrechtmanifestatie op 1 Maart te Amsterdam in het Paleis voor
+Volksvlijt. Door de beide sprekers, Oudegeest en Troelstra, werd
+daar vooral op de lachspieren gewerkt. En wanneer brulde 't
+instemmingsgeroep? Wanneer er gespot werd! Zooals door Oudegeest:
+»Minister Rambonnet zendt niet den Bijbel, niet Bunyans Christenreize
+naar de eeuwigheid op de vloot, maar Treubs boek tegen 't Marxisme!"
+En door Troelstra, toen hij de Eerste-Kamerleden belachelijk maakte,
+en hen aanraadde, wat meer zorg te hebben voor het heil hunner
+onsterfelijke ziel.
+
+In den grond is heel de strijd der sociaal-democratie evenals die der
+vrijzinnigheid niets anders dan een anti-christelijke strijd. Op den
+bodem van elke wetenschap ligt de Theologie, ook van de sociologische
+wetenschap. Het ongeloof is de wortel, waarop vrijzinnigheid en
+sociaal-democratie stoelen; revolutie, opstand tegen God en Zijn
+Gezalfde, is beider vrucht.
+
+Daarom is de haat dan ook zoo fel van 't socialisme tegen den levenden
+God. Op treffende wijze is dit verklaard door Sertillanges in zijn
+werkje »Nos luttes", »Onze worstelingen". Hij spreekt daarin over den
+politieken strijd, den klassenstrijd en den Godsdienststrijd. Er is
+niets, zegt hij, wat de hartstochten zoo in beweging brengt als de
+politiek. De klassenstrijd kweekt daarbij haat. Nu zou men denken, dat
+de Godsdienst vrede zou brengen. Maar neen, zij brengt olie in 't vuur.
+Christus heeft gezegd, dat Hij gekomen is, om 't zwaard te brengen op
+de aarde, en de tegenpartij voelt in de partij van den levenden God de
+scherpte van Christus' zwaard. (Sertillanges, Nos luttes, bladz. 137 en
+138).
+
+Onwillekeurig komen de scherpste partijen 't meest tegenover elkander te
+staan. De middenpartijen vallen weg. Het scherp gekleurde komt op den
+voorgrond.
+
+Alzoo is dan ook nu reeds vervuld, wat ik reeds voor jaren in mijn
+»Calvinisme en Socialisme" opperde, dat in Nederland de groote strijd om
+de leiding der geesten in de toekomst zou gestreden worden tusschen
+Calvinisme en Socialisme.
+
+Wie zal in die worsteling triomfeeren? O zoo gemakkelijk kon 't
+Calvinisme overwinnen, wanneer 't één was!
+
+Maar helaas, hoeveel soorten van gereformeerden zijn er niet! Er zijn
+Gereformeerden A en B, Christelijk-Gereformeerden, oud-Gereformeerden,
+de mannen van den Gereformeerden Bond, voorts die van de Confessioneele
+Vereeniging.
+
+Welk een kracht zou er van 't Calvinisme in ons vaderland uitgaan,
+wanneer al deze Gereformeerden eens werkelijk één waren!
+
+Maar dit worden ze toch nooit, hoor ik zeggen. Ziet maar eens, hoe
+scherp ze tegenover elkander staan! De één wil nog gereformeerder zijn
+dan de ander; dezen worden nooit één.
+
+Wie durft dat beweren?
+
+Gelooven wij dan niet meer in den Heiligen Geest?
+
+Werkt Gods Geest niet meer in Gods volk?
+
+Werkt Hij de gemeenschap der heiligen niet meer?
+
+Wie dat wilde beweren, randde daarmede de eere en het werk des Heiligen
+Geestes aan!
+
+Vereeniging van de partijen in de Ned. Herv. Kerk is een onmogelijkheid.
+Vereeniging van alle Gereformeerden is mogelijk, en noodzakelijk. Gods
+eere eischt, de nood der tijden vordert 't.
+
+O wat zou 't Calvinisme ten onzent in ontwikkeling voortschrijden,
+wanneer deze vereeniging eens tot stand kwam! Dan werd ons land waarlijk
+als een stad op een berg!
+
+Komt, Geliefden, sturen we dan daarop aan, in gebed, in omgang, in
+arbeid!
+
+Maar ik moet eindigen. Mijn brief is reeds veel te lang. Het is ook een
+onderwerp, dat mij reeds lang bezighield. Ik verheug mij, dat ik, wat
+mij vervult, nog eens heb mogen uitspreken.
+
+Weest tezamen den Heere bevolen. Gedenkt in uwe gebeden
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Heidelberg, 17 Maart 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Zoo zijn wij dan Woensdag den 11en Maart wederom gegaan naar Heidelberg,
+de oude hoofdstad van 't oude keurvorstendom de Paltz; thans een
+stad van den tweeden rang in 't groothertogdom Baden, maar als
+universiteitsstad en als een der centra van de hedendaagsche cultuur
+geenszins de minste onder de dochteren van Duitschland.
+
+Voor mij is Heidelberg de stad van Czerny en Werner, van 't
+Samariterhaus, van 't kankerinstituut.
+
+Hoe gaarne ik anders steeds naar Heidelberg ga, ditmaal had ik zeer
+tegen de reis opgezien.
+
+De laatste veertien dagen had ik thuis bijna niet geslapen, en ieder die
+weet wat slapelooze nachten zijn, kent ook hunne verschrikkingen, en
+weet hoe ze doen afnemen in krachten.
+
+Toch waren niet alle slapelooze nachten even donker en bang. Wanneer
+de Heere 't mij gaf, mij in de stilte van den nacht diep onder Zijne
+kastijdende hand te verootmoedigen;--wanneer Hij 't mij gaf dan aldus in
+mijn binnenste te spreken:
+
+»Heere, Gij zijt rechtvaardig en heilig, ik ben boos en onrein! Gij doet
+geen onrecht, Uwe zware kastijding is zoo volkomen rechtvaardig! Maar
+bij U, Heere, is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt! Dit hebt Gij
+getoond in de overgave van Uwen lieven Zoon, opdat Hij onze zonden zou
+dragen, en onze krankheden op Zich zou nemen! Ach, Heere, neem dan om 't
+lijden en de gehoorzaamheid van Uwen lieven Zoon deze krankheid weg, en
+laat Uwe genade bij mij blijven. Ach Heere, ontferm U om Jezus' wille
+over mijn arme vrouw, over mijn arme kinderen, over mijn ouden vader,
+over allen, die mij lief en dierbaar zijn! Heere, wees mij genadig en
+genees mij! Gij hebt mij beloofd, voor mij te zullen zorgen. Gij hebt
+tot hiertoe deze belofte zoo lieflijk vervuld. Ach, wil Gij nu Uwe
+weldadigheid en trouw verheerlijken in de zorg voor mijn volkomen
+genezing! Ik vraag niet te veel, Heere! Gij zijt de Machtige, die
+spreekt en het is er. Gij hebt de middelen reeds geschonken. Nu hangt
+alles nog aan Uwen zegen. Ach Heere, spreekt het genadewoord, het
+wonderwoord, het machtwoord van zegen over de middelen, en ik zal
+genezen! Maar hebt Gij in Uw Raad vastgesteld, mij nu door den dood weg
+te nemen, ach geef mij dan genade, dat mijn wil lieflijk verslonden zij
+in Uwen wil, en geef mij dan door 't geloof een ruimen ingang in de
+zaligheid en heerlijkheid. Behaagt 't U nog jaren tot mijne levensdagen
+toe te voegen, geef mij dan in een Christelijk leven en in Christelijken
+arbeid hier op aarde reeds te blinken als een parel aan de
+Middelaarskroon van Jezus!"
+
+Zie, wanneer ik zóó in de stilte van den nacht mijn gebed mag opheffen
+tot den Heere, dan rijst in den slapeloozen nacht de ééne ster der hope
+na de andere aan den hemel, de hope op de eeuwige goederen, de hope op
+aardsche zegeningen. De slapelooze nachten zijn dan niet lang en donker
+meer, maar nachten vol van sterren, die mij 't woord bij Jesaja in de
+herinnering roepen, 't machtige, 't aangrijpende, 't bezielende woord in
+Jesaja 40, waar de Heere tot Israël spreekt:
+
+»Heft uwe oogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die
+in getal hun heir voortbrengt; Die ze allen bij name roept, vanwege de
+grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt
+er niet één gemist.
+
+»Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël: Mijn weg is voor
+den Heere verborgen, en mijn recht gaat van mijnen God voorbij?
+
+»Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de
+Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen
+doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moede kracht, en Hij
+vermenigvuldigt de sterkte dien, die geene krachten heeft.
+
+»De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen
+gewisselijk vallen;
+
+»Maar die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen
+opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen loopen, en niet
+moede, zij zullen wandelen en niet mat worden."
+
+Zulke nachtelijke bezoeken van den Heere vielen dan wel als een
+verkwikkende dauw op de ziel; maar mijn kracht is geen steenen kracht,
+en door de slapeloosheid verminderde ik zeer, zoodat ik meer dan anders
+tegen de lange reis opzag.
+
+Hoe zwaar de Heere echter ook kastijdt, Hij doet 't altijd op een
+vaderlijke wijze, en doet in 't midden der beproeving Zijne trouwe
+goedheid aan de ziel merken. Zóó deed Hij ook aan mij. Wonder, den
+nacht vóór mijn vertrek, sliep ik bijna den geheelen nacht rustig door.
+Door dit blijk van Gods lieve goedheid verrast, ging ik nu vol moed
+op reis, en nooit heb ik haar zoo gemakkelijk volbracht als ditmaal.
+Zelfs 't eind tusschen Nijmegen en Keulen, dat lange eind zonder eenig
+natuur-décor, viel mij niet zoo lang als anders. Van Keulen gingen we
+weer voort, den Rijn langs. Ontslagen van zijn winterboei, stroomde de
+Rijn ditmaal niet _langs_, maar ver _buiten_ zijn boorden. Overal
+stonden heele strooken land diep onder water, en vele villa's moesten
+met de schuit benaderd worden.
+
+Schier even frisch als toen we op reis gingen, kwamen we 's avonds te
+acht ure behouden te Heidelberg aan.
+
+Den volgenden morgen ging ik natuurlijk dadelijk weer naar 't
+Samariterhaus. Prof. Werner was met vacantie afwezig. Z.Exc. Czerny
+onderzocht mij derhalve alleen, en deed 't zeer nauwkeurig. Ook nu weer
+constateerde hij grooten uitwendigen vooruitgang, maar moest er helaas
+bijvoegen, dat de tong nog steeds dik blijft. Hij bepaalde, dat ik
+twee heele en twee halve dagen met radium moest worden bestraald.
+Zaterdag had de eerste bestraling plaats. Maar wie beschrijft onze
+teleurstelling, onmiddellijk na de eerste bestraling: in den nacht van
+Zaterdag op Zondag, werd mijn tong nog dikker. Dit was de pijnlijkste
+tegenslag, dien ik gedurende deze zware krankheid heb gehad. Mijn vrouw
+en ik hadden den ganschen nacht bijna niet geslapen. Hoe vermoeid we 's
+morgens ook waren, toch besloten we naar de kerk te gaan, en troost in
+Gods huis te gaan zoeken. En we deden 't niet tevergeefs!
+
+Hoe heerlijk hebben we gekerkt!
+
+Dat begon al met 't lieflijk gezang:
+
+ Lasset uns mit Jesu ziehen,
+ Seinem Vorbild folgen nach,
+ In der Welt, der Welt entfliehen,
+ Auf der Bahn, die Er uns brach,
+ Immerfort zum Himmel reisen,
+ Irdisch noch, schon himmlisch sein.
+ Glauben recht, und leben rein
+ In der Lieb' den Glauben weisen!
+ Treuer Jesu, bleib bei mir;
+ Geh voran, ich folge dir!
+
+ Lasset uns mit Jesu leiden,
+ Seinem Vorbild werden gleich!
+ Nach dem Leide folgen Freuden,
+ Armut hier macht droben reich,
+ Tränensaat die erntet Wonne,
+ Hoffnung tröstet mit Geduld,
+ Denn es scheint durch Gottes Huld
+ Nach dem Regen bald die Sonne.
+ Jesu, hier leid ich mit dir
+ Dar teil deine Freud mit mir!
+
+Dat is:
+
+ Laat ons met Jezus trekken,
+ Zijn voorbeeld gelijkvormig worden,
+ In de wereld, de wereld ontvluchten;
+ Op de baan, die Hij ons brak,
+ Altijd voort ten hemel reizen,
+ Schoon aardsch, toch reeds hemelsch zijn.
+ Recht gelooven, zuiver leven,
+ In de liefde 't geloof bewijzen!
+ Trouwe Jezus, blijf bij mij;
+ Ga mij voor, opdat 'k U volg.
+
+ Laat ons met Jezus lijden,
+ Zijn voorbeeld gelijkvormig worden!
+ Na het leed volgt de vreugde,
+ Armoe hier, maakt boven rijk,
+ Tranenzaad oogst hemelblijdschap,
+ Hoop troost ons met geduld,
+ Want door Gods goedheid
+ Schijnt na den regen weêr de zon.
+ Jezus, hier lijd ik met u,
+ Deel boven mij Uw vreugde mede!
+
+Daarna hoorden we een kostelijke preek over Jezus' verhoor bij Annas,
+uit Johannes 18: 12-24.
+
+Wat hebben wij dien morgen gehoord? Zijn onze zinnen door een
+welsprekende rede betooverd? Neen! Is ons denken verdiept, onze kennis
+vermeerderd? Neen! Wij hoorden een eenvoudige Evangelieprediking; maar
+konden zeggen: »Wij hebben Jezus gezien!"
+
+De prediker schetste eerst kort maar oordeelkundig 't lijden voor
+Annas. Daarna sprak hij over de kenosis of de zelfontlediging van den
+Heiland, die de legioenen engelen in den hemel liet, en deze bende niet
+wegvaagde; maar alles leed om onze zonde. Zoo baande hij zich den weg
+om Jezus in Zijn zoete beminnelijkheid als Heilborg van zondaren voor
+te stellen. Aan de enkele personen, die den Heere hier deden lijden,
+ontleende hij dan ook de stof om aan te wijzen, voor welke zonden Jezus
+hier betaalde.
+
+Ten slotte zongen wij nog:
+
+ Eines wünsch' ich mir vor allem andern,
+ Eine Speise früh und spät;
+ Selig läszts im Tranental sich wandern,
+ Wenn dies Eine mit uns geht:
+ Unverrückt auf einen Mann zu schauen,
+ Der mit blut'gem Schweisz und Todesgrauen
+ Auf sein Antlitz niedersank
+ Und den Kelch des Vaters trank.
+
+Dat is:
+
+ Eén ding wensch ik mij boven alle andere,
+ Eéne spijze vroeg en laat;
+ Zalig kan men door 't tranendal wandelen,
+ Wanneer dit ééne met ons gaat:
+ Onverwrikt op éénen Man te zien,
+ Die met bloedig zweet en doodsbenauwdheid
+ Op Zijn aangezicht nederzonk,
+ En den kelk des Vaders dronk.
+
+Als geheel andere menschen verlieten we de kerk. We hadden den Heere
+ontmoet, en waren in Hem gesterkt.
+
+Vol moed ging ik dan ook Maandagmorgen weer naar 't Samariterhaus,
+Dinsdag eveneens. Het is nu Dinsdagavond, terwijl ik dit schrijf, en ik
+heb nu twee dagen achtereen een bestraling gehad van negen uren daags.
+Zegene de Heere deze middelen! Geve Hij ons bovenal een hart, dat
+volkomen berust in Zijn heiligen wil. Hoe 't ook ga. Hij maakt 't immers
+met de Zijnen altijd goed.
+
+Weest, geliefden, dien God en Zaligmaker bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 30 Maart 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Sedert ik u de laatste maal uit Heidelberg schreef, is er zeer veel
+geschied. De Heere heeft mij van dag tot dag zwaarder beproefd, maar
+ook van dag tot dag krachtiger vertroost. Van slapen was in de laatste
+weken geen sprake meer; overdag kon ik soms een weinig soezen. Toch
+heb ik de radium-bestraling nog goed doorgemaakt. Daarna zouden de
+Röntgen-bestralingen beginnen. Daarvoor was ik echter te zwak. De
+doctoren raadden mij aan, naar huis te gaan. 21 Maart gingen we op
+reis. Behouden kwamen we 's avonds aan. Mijn vrouw waakte na de lange
+reis dienzelfden nacht nog bij mij. Dit kon echter zoo niet langer.
+Zondagavond 22 Maart ben ik naar het St. Elisabethsgasthuis alhier
+gegaan. Daar ben ik nu nog, en moet hier morgen een operatie ondergaan.
+Na dien tijd zal ik te bed moeten liggen. Ondanks groote lichaamszwakte
+poog ik u heden te schrijven, om u te doen weten, wat mijn hart vervult.
+
+Ik heb telkens gedacht aan Job, tot wien ook bode na bode, ongeluk
+meldend, kwam. Ik heb gedacht aan 't groote doel van 't lijden der
+vromen, zooals dit in Job wordt voorgesteld. En ik ben zeer versterkt
+geworden.
+
+Ook het boek Job behandelt het probleem van 't lijden der vromen, en
+beziet dit van een bepaalden kant. Het stelt als hoogste doeleinde van
+het lijden der godzaligen: _de verheerlijking Gods en de beschaming des
+Satans_.
+
+Gaan we den inhoud van 't boek Job maar even na.
+
+Satan verschijnt in de vergadering der kinderen Gods. Verwonderen we ons
+daarover niet. Hij komt ook in de samenkomsten van Gods volk, waar de
+gemeente met den Heere vergadert.
+
+De Heere Zelf prijst Jobs godsvrucht, Satan dingt daarop af. Ook
+daarover behoeven we ons niet te verbazen. Satan is de verklager der
+broederen, de kritische geest, de geest, die graag zaken doet, en daarom
+den ander den voet licht. Zoo doet Satan tegenover Job. Hij stelt Job
+voor als iemand, die slechts uit loonzucht God dient. Natuurlijk. Satan
+kent niet de zaligheid van Azaf, die te midden der zwaarste beproevingen
+zingt: »Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets
+op de aarde!" Er moet dus wat achter zitten, wanneer Job zoo getrouw God
+dient, en dat is de zucht naar loon.
+
+Hiermede beleedigt Satan Job. Bovenal tast Satan echter Gods eere aan.
+Satan bedoelt te zeggen: »Gij, o God, zijt niet zoo vol van majesteit en
+beminnelijkheid, dat Gij om Uzelven zoudt worden gediend. Kon ik, Satan,
+maar één gulden meer geven dan Gij, o God, dan had ik Job en allen aan
+mijn snoer. 't Blinkende goud, dat is de ware majesteit en
+beminnelijkheid."
+
+Nu volgt de ontwikkeling van 't ontzaglijkst drama.
+
+Op één dag, van vee, van goed, van kinderen beroofd, zit Job op de
+puinhoopen van zijn verwoest geluk. Valt hij van God af? Neen! Hij
+spreekt de heerlijke woorden: »De Heere heeft gegeven, de Heere heeft
+genomen, _de Naam des Heeren zij geloofd_."
+
+Satan heeft derhalve zijn doel niet bereikt. Nogmaals komt hij in de
+vergadering der kinderen Gods. Nogmaals randt hij Jobs eere en daarmede
+Gods eere aan. »Job is in zijn lichaam nog ongedeerd gebleven; anders
+zou hij Gods Naam wel hebben gevloekt", meent Satan.
+
+Nu geeft de Heere Job een wijle over aan Satan. Hij mag met hem doen,
+wat hij wil; alléén hij moet Jobs leven verschoonen.
+
+Nu wordt Job met een vreeselijke melaatschheid geslagen. Hij heeft nacht
+noch dag rust.
+
+Jobs huisvrouw, in plaats van hem te troosten, port hem aan, om nu maar
+een einde aan zijn leven te maken.
+
+Voor Jobs vrouw heeft Job alléén beteekenis, zoolang hij groot en rijk
+is. Zij gelijkt de vrouw van een Indisch ambtenaar, van wie 't volgende
+wordt verhaald. Bij de landing te Priok, de havenplaats van Batavia,
+valt haar man te water. »O, mijn traktement, mijn traktement!" schreeuwt
+zij luid op den oever. Gelukkig werd de drenkeling weer op 't droge
+gebracht en was haar traktement behouden.
+
+Zoolang Job goed en rijk was, kleeft Jobs vrouw hem aan. Thans, nu hij
+van de zonnige hoogten van 't geluk in de afgrondskolken der ellende is
+neergestort, wil zij liever van hem af. Zij is een dienares van de
+grootschheid des levens, de begeerlijkheid der oogen, de begeerlijkheid
+des vleesches, een echt Satanskind. »Zegen God, en sterf!" zegt, zij tot
+Job. »Zouden wij het goede van God ontvangen, en zouden wij het kwade
+niet ontvangen?" zegt Job.
+
+Wederom is Satan beschaamd.
+
+Thans komt evenwel nog de zwaarste beproeving. Jobs drie vrienden,
+Elifaz, Bildad en Zofar komen uit 't verre Oosten om hem in zijn lijden
+te bezoeken. Ternauwernood hebben zij hem uit de verte gezien, of zij
+verstommen van verschrikking; zeven dagen en zeven nachten zitten zij
+neer om Jobs lijden te beweenen.
+
+Niet één hunner staat echter op om hem de hand te gaan drukken. Het
+staat immers wel bij hen vast, dat een verborgen kwaad Job moet
+aankleven, en dat de Heere hem daarvoor nu komt ontmaskeren. Daarover
+zullen zij eerst met hem spreken. En dat zal wel goed uitkomen. Job
+vreest God, en zal wel in de schuld vallen. Maar dit moet dan ook
+geschieden, zal er van vergeving en genezing voor hem sprake kunnen
+zijn. En aangezien zij zijne vrienden zijn, zijn zij de aangewezen
+personen om hem daarover ernstig te onderhouden.
+
+Welk een beproeving voor Job!
+
+Hij erkent zijne zonde en schuld. Hij belijdt, dat hij een onreine is.
+Maar hij ontkent, dat eenig verborgen kwaad hem aankleeft, waardoor hij
+zich dezer zware straffe heeft waandig gemaakt.
+
+Diep in zijn eer aangerand, vervloekt Job nu den dag zijner geboorte.
+
+De volgende hoofdstukken bevatten dan de twistgesprekken tusschen Job en
+zijn vrienden, waarin hij zijn zakelijke gerechtigheid handhaaft.
+
+In het 32e hoofdstuk treedt een ander spreker op. Elíhu, die een nieuw
+licht werpt op de rampen der vromen. Hij ontwikkelt de waarheid, dat de
+Heere zijn volk beproeft om hen te _louteren_.
+
+Maar de eigenlijke oplossing van 't groote probleem van de rampen der
+godvruchtigen geeft de Heere Zèlf. In de hoofdstukken 38 en 41 treedt
+Hij Zelf op.[A] Hij verschijnt in een onweder, in al de verhevenheid
+Zijner majesteit. Hij treedt met Job in gesprek over de wonderen
+der schepping. En nu zinkt Job neer voor des Heeren Majesteit en
+Beminnelijkheid. Nu spreekt Job de gedenkwaardige woorden: »Met het
+gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog; daarom
+verfoei ik mij, en heb berouw in stof en asch." Job begrijpt Gods wegen
+niet, maar ziet Gods heerlijkheid, en zinkt in aanbidding voor Zijn
+Majesteit neder.
+
+Nu is God verheerlijkt.
+
+Nu is de Satan geheel vernederd.
+
+Ziehier één der gewichtigste doeleinden van de rampen der godzaligen:
+Tegenover heel de wereld moet blijken, dat de vromen vasthouden aan hun
+God, door welke diepe wegen die God hen ook leidt!
+
+Dit is ook voor mij thans de oplossing van den raadselachtigen weg, dien
+de Heere met mij houdt.
+
+Inderdaad, 't is een weg vol van vragen. Waarom dit? Waarom dat? Volgens
+de Schrift is 't leven van wie God vreest, als een boom, geplant aan
+waterbeken; maar de weg der goddeloozen als 't kaf, dat de wind
+henendrijft. In de werkelijkheid zien we 't vaak zoo gansch anders.
+David vlucht; Saul behoudt 't veld. Elia zwerft in de woestijn; Achab
+zit op den troon. Johannes sterft in den kerker; Herodes zwelgt in
+weelde. De één gaat arbeiden in 't Koninkrijk Gods, en onspoed is
+slechts zijn deel. De ander onderneemt slechts een tijdelijke zaak, en
+de zon van voorspoed beschijnt zijn weg. Hoevele vragen liggen in al
+deze verschillende feiten!
+
+Ook ik gevoel dit diep in mijn geval. Maar met het licht, dat het boek
+van Job in mijne ziel doet vallen, is zij Gode niet alleen stil; neen,
+zij jubelt hoog in God over de genade en de eere, geroepen te worden tot
+de verheerlijking Gods in den weg des lijdens! Geroepen te worden tot
+beschaming van Satan; door het midden van de zware beproevingen des
+levens te jubelen in de zaligheid, die daar ligt in 't woord: »Wien heb
+ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!"
+
+En nu ten slotte, ik dank den Heere, dat Hij mij de krachten gaf, dit
+nog eens uit te spreken. Hij blijve mij de genade verleenen, Zijnen
+grooten Naam te prijzen, hoe alles verder ook ga! Hij geve mij, dat mijn
+wil lieflijk verslonden blijve in Zijn wil! Hij geve mij eindelijk,
+zij 't ook na veel lijden, om den wille van Christus' lijden en
+gehoorzaamheid, een ruimen ingang in de zaligheid en heerlijkheid. Welk
+een vergoeding zal dit zijn! In de eeuwigheid is alles vervulling zonder
+eenig gemis. Daar wordt de hoogste bestemming bereikt, en eerst recht
+gevoeld, wat leven is, en wat 't is, beelddrager Gods te zijn!
+
+Mocht dit mijn laatste brief aan u zijn, geliefde gemeente, dan tot
+weerziens aan die zalige plaats!
+
+ Uw u liefhebbende oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+P.S. Den dichter uit Sassenheim mijn diepgevoelden dank.
+
+[A] Eigenlijk geeft de Heere geen enkele verklaring van Zijn doen
+ met Job. Zijn wegen zijn hooger dan onze wegen, Zijn gedachten
+ dan onze gedachten. Hij geeft aan nietig stof geen rekenschap
+ van Zijne daden. God alléén is groot, en wij begrijpen Hem niet,
+ maar daarom aanbidden wij Hem.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 7 April 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Ook thans poog ik een schrijven aan u saam te stellen.
+
+Het roemend, zoowel als 't klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend
+oor. Dit biedt ge mij steeds. Nooit behoef ik in mijn »Gethsémané" te
+zeggen: »Kunt gij dan niet één uur met mij waken?" Uwe belangstelling is
+beschamend! Daarom span ik mij gaarne wat in om u, geliefde gemeente, te
+melden waarnaar gij verlangend uitziet.
+
+31 Maart ben ik dan aan de keel geopereerd geworden.
+
+De bedoeling dezer operatie was om een buis aan te leggen in de keel,
+den loop der adem daardoor vrij te maken tegenover de verdikking van de
+tong en tegenover de slijmvorming in den mond, en mij op deze wijze
+nachtrust te bezorgen. Het is dus wat de geneesheeren noemen, een
+palliatieve, een verlichtende operatie.
+
+Met 't uitzicht daarop liet ik mij met vroolijken moed naar de
+operatiekamer voeren. In dezen ben ik mijzelven een raadsel. Evenals
+alle menschen ben ik steeds met operatievrees bezet geweest. De Heere
+heeft die vrees echter geheel weggenomen.
+
+In de dagen vóór de operatie sterkte ik mij maar weer in den 91en psalm:
+»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten
+in de schaduwe des Almachtigen."
+
+Gelukkig, er is voor Gods volk een schuilplaats in allen nood. Zie 't in
+Noachs historie! In Davids leven! In 't leven van heel de kerk!
+
+En wat is die schuilplaats veilig! _Ze is de schuilplaats des
+Allerhoogsten!_ Gods gemeente is met Christus in den hemel gezet.
+In beginsel is zij met Paulus opgetrokken in den derden hemel.
+
+O wat voelde ik mij daar volkomen veilig! Ik was volkomen verzekerd, dat
+geen kwaad mij kon overkomen.
+
+En hoe was ik daar gekomen, in die schuilplaats!
+
+O wonder, o wonder, o wonder van genade! De Heere heeft naar mij willen
+omzien, en mij in Jezus aangezien. Ach wie ben ik altijd geweest! De
+Heere is de eerste geweest om mij te trekken, om mij met 't geloof te
+begaven, om mij te rechtvaardigen, om mij te heiligen, om mij te
+verlossen _en mij een schuilplaats te geven_. De overdenking daarvan
+vervulde mijn hart met aanbidding van Gods heerlijke, vrije genade.
+
+»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten
+in de schaduwe des Almachtigen." Den nacht zijner beproeving zal hij
+doorbrengen in de onmiddellijke tegenwoordigheid van den Almachtige, Die
+kan en wil helpen.
+
+Dit heb ik bij deze operatie weer ondervonden.
+
+'s Middags te drie uur werd ik naar de operatiekamer gebracht, waar
+vier doctoren en drie pleegzusters mij wachtten. Ik werd gelukkig niet
+weggemaakt. Dit geschiedt bij deze operatie, geloof ik, nooit. Het is
+ook niet noodig. Het gevoel, dat men aan uw keel kerft, nu en dan wat
+weeë pijn, dit moge u wat aangrijpen; maar dat is ook alles. Ongelukkig
+was de buis wat groot, en 't gat te klein gemaakt. Daardoor moest men
+opnieuw aan 't snijden en knippen. Ik maakte mij echter allerminst
+onrustig. Ik nam gedurende de heele operatie de toevlucht tot Jezus'
+lijden, en stelde mij voor oogen, wat Hij heeft geleden om onze zonden.
+O onvergetelijke ure! Hij sterkte mij krachtig. Vroolijk had ik mij
+neergelegd. Vroolijk mocht ik oprijzen, nadat de operatie, die ruim een
+half uur duurde, was afgeloopen.
+
+Het doel, dat er mee beoogd werd, is volkomen bereikt.
+
+De verlichting is groot.
+
+O, heerlijke nachten van verkwikkenden slaap, die ik nu mag genieten!
+
+Soli Deo Gloria! Gode alleen zij de eere!
+
+Meer schrijf ik thans niet.
+
+Ik moet vanmiddag weer verbonden worden. Ook dit is zeer pijnlijk, en ik
+moet daarvoor mijn krachten sparen.
+
+Hartelijk gegroet, geliefde gemeente! Weest allen den Heere bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 15 April 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Het is met eenige moeite, dat ik thans de pen gebruik. De dagen van
+31 Maart, den dag mijner operatie, tot heden, waren eenerzijds dagen
+van groote verkwikking; maar ook aan den anderen kant dagen van veel
+lijden. Ik ben thans een dubbele invalide. Ik werd om den anderen dag
+verbonden; dit veroorzaakte mij telkens veel pijn. Daarbij komt de
+dagelijksche kwelling mijner kwaal. Dit alles heeft mij zeer verzwakt.
+
+Gelukkig vielen in dezen moeilijken tijd de plechtige stille week en de
+heerlijke Paaschdagen.
+
+In de stille week volgde ik in mijne gedachten 't lijden van den
+Heiland.
+
+Vooral op den Goeden Vrijdag was ik daarmede bezig. Ik stelde mij voor
+oogen, hoe het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, door de
+moordenaren op de slachtbank werd geworpen, hoe zij de knie op zijn
+borst zetten, om Hem aan 't vloekhout vast te binden. Ik hoorde in
+den geest de hamerslagen. Ik zag als voor oogen, dat 't kruis werd
+opgericht. Mijn ziel trilde van diepe ontroering, toen ik daarna dacht
+aan 't eerste kruiswoord: »Vader, vergeef het hun, want zij weten niet
+wat zij doen". Ik dacht aan Zijn verder lijden. Aan Zijn zielelijden,
+door de uitbarstingen van haat tegenover zooveel liefde, door het dragen
+van den last onzer zonden en den toorn van God, door de verlating Gods.
+Eindelijk is 't lijden volleden. De Heere spreekt Zijn laatste woorden:
+»Het is volbracht!" Het hoofd buigende geeft Hij den geest. En bij
+vernieuwing zinkt mijne ziel met al haar zonde en schuld op dit
+heerlijke volbrachte werk van Christus. In mijn binnenste jubelt 't,
+wat Paulus schreef:
+
+»Dien die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt,
+_opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem!_"
+
+Daarop volgden de heerlijke Paaschdagen met hun blijde klanken.
+
+Hoe rijk is de beteekenis van 't Paaschfeest voor den lijder, die in
+Christus een erfdeel heeft gekregen onder de geheiligden in 't licht.
+
+Rondom hem zingt alles van ontwakend natuurleven; zijn lijden is
+daarmede in schril contrast. Treffende bevestiging van 't woord der
+Schrift:
+
+»Alle vleesch is als gras en alle heerlijkheid des menschen is als een
+bloem van het gras. Het gras verdort. De bloem valt af."
+
+Telkens en telkens wordt dit weer gezien. Een wandelaar komt in een
+heerlijk lustoord. Liefelijke bosschaadjes wisselen af met blinkende
+watervallen; slingerpaden voeren langs sierlijke perken. In 't midden
+van dit schoon geheel staat een kasteel, dat een tooverpaleis schijnt.
+Vol bewondering laat de wandelaar zijn oog over dit alles gaan. Daar
+wordt de deur van 't kasteel geopend. Een dame, zwaar in den rouw,
+treedt naar buiten, en wandelt met gebogen hoofd op 't terras op en
+neer. Zij heeft een zwaar verlies geleden, en al haar heerlijkheid heeft
+haar waarde voor haar verloren.
+
+Zóó zit ieder in dit tranendal éénmaal op de puinhoopen van zijn
+verwoest geluk. Ieder menschenleven wordt eenmaal weggenomen door den
+dood. Ach, hoe treurig is 't dan met hem, die zijn deel alleen in dit
+leven heeft gezocht. Alles is voor hem voorbij. Het gericht wacht.
+
+Hoe geheel anders is 't echter met dengene, die Jezus kent! Al sterft
+heel de wereld voor hem weg, hij houdt Jezus over; Jezus, Die dood is
+geweest, maar Die eeuwig leeft; Jezus, de geestelijke mensch, de Heere
+der heerlijkheid, die den Zijnen de welgegronde hope der zaligheid en
+heerlijkheid schenkt in de onzienlijke wereld.
+
+Er is tweeërlei wereld; een zienlijke en een onzienlijke. De zienlijke
+wereld gaat voorbij; de onzienlijke blijft. Ook de zienlijke wereld
+heeft hare beteekenis. Al 't vergankelijke is gelijkenis; en al de
+heerlijkheid der zienlijke wereld wijst naar die der onzienlijke wereld
+heen, waar de palmen wuiven en de kristallijnen wateren stroomen.
+
+Mogen wij ons verzekerd houden van de wezenlijkheid dezer onzienlijke
+wereld?
+
+Daarop geeft de Paaschdag het antwoord. Jezus heeft _het leven en de
+onverderfelijkheid aan het licht gebracht_.
+
+Wij hebben geen dooden, maar een levenden Zaligmaker, die den Zijnen dit
+zalige, heerlijke, eeuwige leven schenkt.
+
+Zietdaar, geliefden, mijne Paaschoverdenking.
+
+Zij bracht mij rijke vertroosting.
+
+Zij deed mij stille zijn in mijn beproeving.
+
+Zij deed mij innerlijk juichen bij de gedachte van sterven.
+
+O, hoe goed is de Heere voor mij!
+
+Hier eindig ik. Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 22 April 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Het is nu bijna drie weken geleden, dat ik geopereerd werd, en nog
+steeds blijft mijn toestand stationair. Wat zal de toekomst brengen?
+Zal de verdikking der tong toenemen, of zal haar dikte terugloopen? Zal
+ik nu spoedig worden weggenomen, of zal de Heere nog jaren tot mijne
+levensdagen toevoegen? Ik weet het niet, en onderwerp mij geheel en al
+aan des Heeren souverein, alléén-wijs, heilig, en--goed bestel.
+
+Gelukkig leven!.... Gelukkig leven, dat leven der onderwerping aan des
+Heeren souvereinen wil.
+
+De volstrekte souvereiniteit Gods, zij is de grootste aller gedachten.
+Door Zijn volstrekte souvereiniteit is God alleen waarachtig God.
+
+Diep is deze gedachte aan de gemeente ingeprent door Israëls profeten.
+»Mijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen," is 't woord,
+dat de Heere door de profeten predikt. Toen Job de gedachte dezer
+volstrekte souvereiniteit Gods vatte, riep hij met vreugde uit: »Met
+het gehoor des oors heb ik U gehoord; _maar nu ziet U mijn oog!_"
+Paulus heeft deze gedachte steeds in zijn brieven ontwikkeld. »Hij
+is de pottebakker, en wij zijn het leem," is de grondgedachte van zijn
+geheiligd denken. En 't is de groote genade en eere der Gereformeerde
+Theologie, dat zij deze grootste aller gedachten steeds op den voorgrond
+heeft gesteld.
+
+Wij hebben dan ook nooit iets anders te doen, dan ons ter beschikking
+van Gods souverein welbehagen te stellen. Roept Hij ons tot een hooge
+plaats, dan hebben wij te volgen, al is 't, dat er doornen zijn in den
+krans, dien Hij om de slapen vlecht. Roept Hij ons midden uit onzen
+arbeid, en werpt Hij ons op 't bed der smarten neer, ook daar hebben wij
+ons ter beschikking van Zijn volstrekte souvereiniteit te stellen.
+
+O gelukkig leven, wanneer wij dit mogen doen. Dan zijn wij ook geheel en
+al voor des Heeren rekening. Hij zorgt voor Zijne Daniels. Hij beschaamt
+nooit, wie Hem verwachten; maar verrast hen zoo, dat zij in 't midden
+der zwaarste beproevingen met David mogen zingen:
+
+ »De Heere is mijn Herder,
+ Mij zal niets ontbreken.
+ Hij doet mij nederliggen
+ In grazige weiden;
+ Hij voert mij zachtkens
+ Aan zeer stille wateren.
+ Hij verkwikt mijne ziele;
+ Hij leidt mij
+ In 't spoor der gerechtigheid
+ Om Zijns Naams wil.
+ Al ging ik ook
+ In een dal der schaduwe des doods,
+ Ik zoude geen kwaad vreezen;
+ Want Gij zijt met mij;
+ Uw stok en Uw staf,
+ Die vertroosten mij.
+ Gij richt de tafel toe
+ Voor mijn aangezicht,
+ Gij maakt mijn hoofd vet met olie,
+ Tegenover mijn tegenpartijders;
+ Mijn beker is overvloeiende!
+ Immers zullen mij
+ Het goede en de weldadigheid volgen
+ Alle dagen mijns levens;
+ En ik zal in het Huis des Heeren blijven
+ Tot in lengte van dagen."
+
+O, wonder van vertroosting!
+
+Is 't leven van buiten een woestijn, van binnen is 't een paradijs.
+
+Gaat het hoofd toch een wijle onder kommer en zorg gebogen, dan
+fluistert de Heere ons in, wat in onderstaand vers zoo liefelijk staat
+uitgedrukt.
+
+ Kind, dat ik liefheb, leun óp Mij, leun sterk!
+ Laat meer het wicht der zorgen, die u kwellen,
+ Mij voelen; 'k weet uw last, want kind Mijn werk,
+ Mijn maaksel zijn de smarten, die u kwellen;
+ Ik telde ze af, en heb met eigen hand,
+ Die naar ùw kracht en naar Mijn macht gewogen.
+ Toen Mijne hand ze u toezond uit den hooge,
+ Sprak Ik: Ik zal als Helper bij hem zijn;
+ Naar mate hij Mij deel geeft in zijn pijn
+ Zal ik, niet hij, het wicht zijns kruises dragen.
+ Zóó wil ik u, Mijn kind, als gij gelooft,
+ Omsluiten met Mijn arm. O leg uw hoofd
+ Aan Mijne borst, gij moogt stoutmoedig vragen.
+ Of zou Mijn arm, die de eeuwen schiep en schraagt,
+ Te kort zijn, waar Mijn uitverkoorne klaagt?
+ Leun sterker steeds! Hoe meer gij aan Mijn schoot
+ De smart vertrouwt van uwer zorgen nood,
+ Hoe meer uw hart zelf binnen u zal roemen:
+ »Te leunen op mijn God, is Hem mijn Helper noemen".
+
+Geliefden, laat die God ook uw toevlucht en sterkte zijn. Nooit kan
+eenig kwaad u dan werkelijk kwaad doen.
+
+Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ Amersfoort, 29 April 1914.
+
+_Geliefde gemeente!_
+
+Helaas moet ik beginnen te schrijven, dat ik elken dag achteruit ga.
+Eergister had ik een hoestbui, waarvan ik dacht, dat ik er in blijven
+zou. Elke week, elke brief kan de laatste zijn. Daarom wil ik u thans
+schrijven over 't liefelijkste aller onderwerpen: over 't
+plaatsbekleedend lijden en sterven en over de voorbede van Jezus.
+
+Reeds de naam Jezus is enkel zoetigheid. Sinds Zijn veschijning klinkt
+aan 't einde van elke eeuw Zijn Naam als een vraag en een antwoord. Meer
+nog, Zijn Naam is een vraag en een antwoord voor elk arm zondaarshart.
+Waar zou ik heengaan zonder Hem, wanneer de eeuwigheid mij in de
+stervende oogen ziet? Waarheen zou ik vluchten zonder Hem, wanneer de
+angsten van het geweten mij achtervolgen?
+
+Reeds vóór Zijn vleeschwording is Zijn plaatsbekleedend lijden
+aangekondigd in de offeranden der Wet. Steeds moest de Israëliet met
+een offer voor 't altaar verschijnen. Dit offer werd door den priester
+gekeurd. De offeraar lei zijn hand op 't offerdier als symbool van de
+overdracht zijner zonden. Dan werd 't geslacht en verbrand. De
+opstijgende rook kondigde 't herstel der gemeenschap met God aan.
+
+Nu wist de recht-geloovige Israëliet wel, dat 't bloed van stieren en
+bokken niet zoude reinigen. Maar Jesaja 53 sprak van een ander offer.
+Daarop zag de geloovige. Hij werd gerechtvaardigd in den Christus, die
+komen _zou_, gelijk wij gerechtvaardigd worden in den Christus, die
+gekomen _is_.
+
+In zijn plaatsbekleedend lijden heeft Jezus alles volbracht wat van Hem
+is voorzegd. Na Zijn opstanding zit Hij als onze Voorbidder bij den
+Vader.
+
+En hier houd ik even stil!
+
+Hoe is er een betrekking gekomen tusschen Hem en mij?
+
+Was ik een Obadja, een Jozef?
+
+Helaas neen.
+
+De dwaasheid was in het hart van den knaap gebonden.
+
+Indien de Heere naar mij niet had omgezien, ik had naar Hem niet
+omgezien. Ik zocht naar God, maar naar een God van eigen maaksel.
+
+Met liefelijke trekkingen heeft de Heere mij getrokken, maar ik sloeg de
+verzenen tegen de prikkelen.
+
+Het was een kruisweg op mijn leven.
+
+Mijn vrienden kozen m.i. in de studie den verkeerden weg.
+
+Ik koos den anderen.
+
+De Heere kwam voor mij staan: »Wilt ook gij niet heengaan?"
+
+Ik antwoordde: »Neen, Heere, bij U zijn de woorden des eeuwigen levens."
+Dit was de eerste besliste keuze.
+
+Ik zat als jong predikant in de kerk. Vooraan. Als een Farizeër. Met een
+gulden in mijn zak voor de diaconie. Wat zou de diaken respect voor dien
+dominé hebben!
+
+De dominé preekte over Zacharia 3. Hij schetste den Farizeër.
+
+Ik wilde wel onder de bank wegkruipen.
+
+Hij teekende den tollenaar.
+
+Ik herleefde. De tollenaar had immers berouw van zijne zonde.
+
+Daarna sprak Hij van den Voorspraak.
+
+»De Heere schelde u, gij Satan! Is deze mij niet als een vuurbrand uit
+het vuur gerukt?"
+
+Ja, zoo was 't.
+
+Indien iets waar was, dan was ik door den Heere als een vuurbrand uit
+het vuur gerukt!
+
+Die tekst is mij altijd bijgebleven.
+
+Ik lag in de zonde.
+
+De Heere kwam als met uitgebreide armen tot mij, en zeide: »Nu zal ik
+voor u zorgen!"
+
+Hij heeft dit gedaan op de liefelijkste wijze.
+
+O, wonderdoende Zaligmaker!
+
+O, wonderzoete Jezus!
+
+Gij zijt mijn Eén en mijn Alles.
+
+Eens eeuwig bij U te zijn, is mijn zaligheid en heerlijkheid.
+
+Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk!
+
+En komt de ure aan des doods:
+
+ Jezus, Uw verzoenend sterven
+ Blijft het rustpunt van mijn hart,
+ Als wij alles, alles derven,
+ Blijft Uw liefd' ons bij in smart.
+ Och, wanneer mijn oog eens breekt,
+ 't Angstig doodzweet van mij leekt,
+ Dat Uw bloed, mijn hoop dan wekke,
+ En mijn schuld voor God bedekke.
+
+Dien heerlijken Naam bevolen door
+
+ uw u liefhebbenden oud-leeraar,
+
+ R. J. W. RUDOLPH.
+
+
+
+
+ +---------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: zegen zijn Rudolph toch |
+ | C: zegen zijn. Rudolph toch |
+ | B: Er kwam beterschap |
+ | C: Er kwam beterschap. |
+ | B: land toen gehoord Ten slotte |
+ | C: land toen gehoord. Ten slotte |
+ | B: bepleit en verdedigd neeft, ziet, dat |
+ | C: bepleit en verdedigd heeft, ziet, dat |
+ | B: al wil dit dit daarom allerminst |
+ | C: al wil dit daarom allerminst |
+ | B: Kerkgacht te Leiden. Zijn ideaal |
+ | C: Kerkgracht te Leiden. Zijn ideaal |
+ | B: van velen, de met hem in het |
+ | C: van velen, die met hem in het |
+ | B: in de kapel van 't Diakonessenhuis |
+ | C: in de kapel van 't Diaconessenhuis |
+ | B: heerlijke preek van ds. Kamerer over |
+ | C: heerlijke preek van ds. Kammerer over |
+ | B: onder Freedrik III, was Heidelberg |
+ | C: onder Frederik III, was Heidelberg |
+ | B: regeering protestansch-evangelisch-liberaal |
+ | C: regeering protestantsch-evangelisch-liberaal |
+ | B: voor de zonnstralen op. Heerlijk gezicht, |
+ | C: voor de zonnestralen op. Heerlijk gezicht, |
+ | B: werd, bijv. ' smorgens door de |
+ | C: werd, bijv. 's morgens door de |
+ | B: moeders voor de patienten; armen en |
+ | C: moeders voor de patiënten; armen en |
+ | B: uitgeleide aan 't station. . Het weer |
+ | C: uitgeleide aan 't station. Het weer |
+ | B: »Loof den Heere. mijne ziel! |
+ | C: »Loof den Heere, mijne ziel! |
+ | B: klinken. Hij heeft zijn |
+ | C: klinken. Hij heeft Zijn |
+ | B: ook aan Bunyan en Rethurford, |
+ | C: ook aan Bunyan en Rutherford, |
+ | B: Christenreize, en Rethurford zijn heerlijke |
+ | C: Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke |
+ | B: om mij hoe langs zoo meer te |
+ | C: om mij hoe langer zoo meer te |
+ | B: wij een waarlijk hemelscht leven |
+ | C: wij een waarlijk hemelsch leven |
+ | B: over te stappen; in Heidlberg stapten |
+ | C: over te stappen; in Heidelberg stapten |
+ | B: Spoedig waren de in Mainz |
+ | C: Spoedig waren we in Mainz |
+ | B: waarbij ik uit die duiternis geraakte |
+ | C: waarbij ik uit die duisternis geraakte |
+ | B: de grashalmen pennnen, en alle engelen |
+ | C: de grashalmen pennen, en alle engelen |
+ | B: bestember tijd en plaats |
+ | C: bestemder tijd en plaats |
+ | B: terdege gehoord: »dat de sterkte |
+ | C: terdege gehoord: dat de sterkte |
+ | B: zoo van harte mêe met den dichter |
+ | C: zoo van harte meê met den dichter |
+ | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |
+ | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |
+ | B: deze arme echtgenoten geeft, dat |
+ | C: deze arme echtgenooten geeft, dat |
+ | B: 't licht darover opging, en juist |
+ | C: 't licht daarover opging, en juist |
+ | B: een altijdurend zalig heden; |
+ | C: een altijddurend zalig heden; |
+ | B: ver-verdrukt moeten worden, |
+ | C: verdrukt moeten worden, |
+ | B: _Ik zal zijn, die Ik zijn_ zal. |
+ | C: _Ik zal zijn, die Ik zijn zal_. |
+ | B: wat zegt mijn staatsrechtelijk gewaten, |
+ | C: wat zegt mijn staatsrechtelijk geweten, |
+ | B: wedadigheid en trouw verheerlijken |
+ | C: weldadigheid en trouw verheerlijken |
+ | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |
+ | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |
+ | B: ik de radiumbestraling nog goed |
+ | C: ik de radium-bestraling nog goed |
+ | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |
+ | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |
+ | B: en al haar heelrijkheid heeft |
+ | C: en al haar heerlijkheid heeft |
+ | B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |
+ | C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |
+ | B: , ,Mijn raad zal bestaan, |
+ | C: »Mijn raad zal bestaan, |
+ | |
+ +---------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Van strak gespannen snaren, by
+Roelof Jan Willem Rudolph
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN ***
+
+***** This file should be named 31297-8.txt or 31297-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/2/9/31297/
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/31297-8.zip b/31297-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..0d8a412
--- /dev/null
+++ b/31297-8.zip
Binary files differ
diff --git a/31297-h.zip b/31297-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..fb16482
--- /dev/null
+++ b/31297-h.zip
Binary files differ
diff --git a/31297-h/31297-h.htm b/31297-h/31297-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..6483e31
--- /dev/null
+++ b/31297-h/31297-h.htm
@@ -0,0 +1,6070 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+ body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+ h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; font-size: 220%;}
+ h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 100%;}
+ h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 100%;}
+
+ h2.kopvoorwoord {text-align: left; font-size: 150%; font-style: italic; text-indent: 2em;}
+ h2.inhoud {text-align: left;}
+ h2.ch {font-size: 120%;}
+
+ p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+ p.noi {text-indent: 0em;}
+ p.levensduur {text-align: center; text-indent: 0em; font-size: 85%;}
+ p.dwz {text-indent: 0em; margin-left: 5%;}
+
+ div.titel {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;}
+ div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; white-space: pre;}
+ div.druk {margin-top: 5em; margin-bottom: 5em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 8em; text-align: center; padding-left: 1.5em; padding-right: 1.5em;
+ border-top: 1px solid black; border-bottom: 1px solid black;}
+ div.voorwoord {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em; font-style: italic;}
+ div.leven {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em;}
+ div.brieven {margin-top: 8em; margin-bottom: 8em;}
+
+ div.auteur {text-align: right; padding-right: 3em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ div.auteur1 {text-align: left; text-indent: 1em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ div.naam {text-align: right; text-indent: 0; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ div.datum {text-align: right; text-indent: 0; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ div.groet {text-align: left; text-indent: 0; font-style: italic; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ div.tbpoem {margin: 0em 0em 0em 0em; text-indent: 4em; vertical-align: -0.5em;}
+ span.tbhoog {vertical-align: 0.5em;}
+
+ hr {width: 33%; clear: both;
+ margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+ hr.tb {border-style: none;}
+ hr.tbdash {width: 100%; border: 1px dashed black;}
+ hr.brief {width: 100%; border: 2px dotted black;}
+ hr.ch {width: 10%;}
+ hr.fnsep {width: 15%; text-align: left;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+
+ .pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+ span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+ /* TABLES */
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+
+ /* ALIGN */
+ .center {text-align: center;}
+ .i1 {text-indent: 1em; text-align: left;}
+ .i2 {text-indent: 2em;}
+
+ .mixcap {font-variant: small-caps;}
+ .smcap {font-size: 80%;}
+ .g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+ ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+
+ /* IMAGES */
+ .figcenter {text-align: center; margin: auto;}
+ .figtp {text-align: center; margin-left: auto; margin-right: auto; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;}
+
+ /* FOOTNOTES */
+ .footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote p {text-indent: 2.5em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 86%; text-align: right; text-decoration: none;}
+ .fnanchor {padding-left: 0.1em; text-decoration: none;}
+
+ /* POETRY */
+ .poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+ .size85 {font-size: 85%;}
+ .size175 {font-size: 175%;}
+
+ /* Transcriber Note */
+ .TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+ .TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;}
+ .TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+ .TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+ .TNbox th {text-align: left;}
+ .TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+ td.td2 {width: 20%;}
+ td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+ </head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Van strak gespannen snaren, by Roelof Jan Willem Rudolph
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Van strak gespannen snaren
+
+Author: Roelof Jan Willem Rudolph
+
+Release Date: February 16, 2010 [EBook #31297]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN ***
+
+
+
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>De voetnoot is naar het eind van de brief verplaatst.</p>
+
+ <p>Op pagina's waar meer dan één brief voorkomt zijn deze in het origineel gescheiden
+ door een dikke stippellijn. In dit e-boek is zonder verdere vermelding net zo'n lijn
+ ingevoegd op plaatsen waar een nieuwe brief op een nieuwe pagina begint.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 491px;">
+<img src="images/cover.jpg" width="491" height="720" alt="voorkant boek" title="" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1"></span><a id="p_1"></a></p>
+
+<h3>VAN STRAK GESPANNEN SNAREN</h3>
+
+<p><span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a><br />
+<span class="pagenum" title="i"></span><a id="p_i"></a><br />
+<span class="pagenum" title="ii"></span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 455px;">
+<img src="images/frontispiece.jpg" width="455" height="720" alt="Ds. R. J. W. Rudolph" title="" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a></p>
+
+<div class="titel">
+
+<p class="center noi size175">Ds. R. J. W. RUDOLPH</p>
+
+<div class="figtp" style="width: 26px;">
+<img src="images/tp_ruit.png" width="26" height="13" alt="" title="" />
+</div>
+
+<h1>VAN STRAK GESPANNEN SNAREN</h1>
+
+<div class="figtp" style="width: 26px;">
+<img src="images/tp_ruit.png" width="26" height="13" alt="" title="" />
+</div>
+
+<div class="inhoud">MET EEN <a href="#voorwoord">VOORWOORD</a> VAN
+Dr. A. KUYPER EN EEN <a href="#levensbericht">KORT
+LEVENSBERICHT</a> VAN DEN
+SCHRIJVER DOOR Ds. G. VERRIJ</div>
+
+<div class="druk">DERDE DRUK</div>
+
+<div class="size85">UITGEGEVEN <span class="smcap">IN</span> 1916 <span class="smcap">BIJ</span> J. H. DONNER<br />
+TE ROTTERDAM.</div>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a><br />
+<span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a></p>
+
+<div class="voorwoord" id="voorwoord">
+
+<h2 class="kopvoorwoord"><i>L. S.</i></h2>
+
+<p><i>De uitgave van de brieven van mijn overleden vriend Rudolph kan ten
+zegen zijn<ins class="corr" id="corr1" title="Niet in Bron.">.</ins> Rudolph toch behoorde tot die mannen, van wie men in de
+jaren van hun drukke leven betrekkelijk weinig, maar daarentegen in de
+dagen van hun krankheid bijzonder veel hoorde. Rudolph's groote
+beteekenis voor den lande ligt in zijn sterven. Niet alsof zijn leven
+onnut ware voorbijgegaan. Integendeel. Hij was altoos een klare
+belijder, een ijverig werker, een man, die de kunst verstond om door
+eigen bezieling anderen te bezielen; maar in het centrum van onze
+nationale worsteling zagen wij hem hoogst zelden optreden. Reeds als
+student speurde men de stille kracht die in hem huisde, maar beide
+tegelijk, theoloog en jurist willende zijn, bereikte hij noch in het
+eene noch in het andere die rijpheid van studie, die voor een
+vooraantreden in den strijd van het leven eisch is. Zijn vurig
+verlangen om op politiek terrein zijn kracht te kunnen ontplooien, is
+dan ook niet in vervulling gegaan. Hij bleef predikant te Leiden. Toch
+begon in de laatste twee jaren een nieuw ideaal zich voor hem te
+ontsluieren, hij koos een andere existentie, en vurig begeerde hij
+juist in die nieuwe betrekking tot de volle ontplooiïng van zijn
+<span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a>talent te kunnen geraken. O, hij was voor dien keer in zijn leven zoo
+innig dankbaar. Het was hem of hij een nieuwe toekomst tegenging, en
+alsof hij nu eerst met al hem verleende gaven zijn Heer en Koning zou
+kunnen dienen. En toch juist op dat oogenblik beschikte de Heere op
+geheel ongedachte wijze over hem, om hem te maken tot een heel ander
+instrument voor Zijn glorie. De Heere kwam Rudolph tegen op zijn nieuw
+ingeslagen weg en maakte hem krank. Krank, niet door een gewone
+krankheid maar door den.... kanker. Ieder voelt, hoe bang dit Rudolph
+aangreep. Nu juist was hij, waar hij nooit meer gedacht had te zullen
+komen. Een nieuw zooveel rijker leven ontsloot zich voor hem. Maar
+immers, dan kon die krankheid niet ten doode zijn! En zoo scheen het
+dan ook te zullen loopen. Heidelberg liet heel Europa door verluiden,
+dat het 't tegengif tegen den kanker gevonden had. Rudolph was
+verrukt, toen hij het hoorde. Hij ging er heen. Er kwam beterschap<ins class="corr" id="corr2" title="Niet in Bron.">.</ins>
+Men gaf hem goede hope. Dankbaar kwam hij terug, denkende nu zijn
+rijksten arbeid te kannen aanvangen. Doch weer zette het kwaad op.
+Weer toog hij naar Heidelberg. En nog bleef hij vol hope, dat hem
+redding beschoren zou zijn, tot het ten derdenmale tegensloeg, en nu
+erger kwam opzetten, en zelfs het gebruik van keel en tong hem werd
+<span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a>ontnomen. En toen naderde het einde. Zelf mocht ik hem nog even
+terugzien en mijn laatste bezoek brengen. Kort daarop was mijn vriend
+Rudolph niet meer.</i></p>
+
+<p><i>Maar, en dit is nu hier het wondere, als vrucht van dien bitteren
+kanker heeft zich toen juist in die laatste weken in Rudolph een
+geloofskracht en een geloofsmoed ontwikkeld, waarop een ieder die
+ervan hoorde met deelnemende bewondering neerzag.</i></p>
+
+<p><i>Als een held stond hij tot den einde toe in die doodelijke worsteling,
+en zijn geloof bezweek niet, het overwon.</i></p>
+
+<p><i>Hiervan heeft heel het land toen gehoord<ins class="corr" id="corr3" title="Niet in Bron.">.</ins> Ten slotte was Rudolph een
+lijder, met wien we allen, dag na dag meeleefden, en in het gebed
+meêworstelden.</i></p>
+
+<p><i>Het was de onverzettelijkheid van zijn geloof, die hem toen die
+brieven aan zijn oude gemeente in de pen gaf.</i></p>
+
+<p><i>Die brieven hebben toen al wie ze las verkwikt.</i></p>
+
+<p><i>Moge het zoo ook na zijn sterven zijn.</i></p>
+
+<p><i>Zij zijn een klaar getuigenis, waarvoor wij God danken, van wat het
+geloof ook nu nog in de bangste ure vermag.</i></p>
+
+<div class="naam" style="padding-right: 1em;"><i>KUYPER.</i></div>
+
+<p><i>'s-Gravenhage, 8 Juni 1914.</i></p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a><br />
+<span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a></p>
+
+<div class="leven" id="levensbericht">
+
+<h2>Ds. ROELOF JAN WILLEM RUDOLPH.</h2>
+
+<p class="levensduur">20 SEPTEMBER 1862&ndash;10 MEI 1914.</p>
+
+<hr class="ch" />
+
+<p>&bdquo;Van strak gespannen snaren!&rdquo; Zóó zou naar den wensch van mijnen
+hooggeschatten, lieven, vaderlijken vriend, bij afzonderlijke uitgave,
+de titel luiden van zijne brieven, toegezonden aan de &bdquo;Geref. Kerkbode
+van Leiden en omstreken&rdquo; en bestemd voor de gemeente, die hij zooveel
+jaren had gediend en waaraan hij zoo nauw was verbonden.</p>
+
+<p>Naar den vorm literarisch schoon, naar den inhoud veelzeggend!</p>
+
+<p>Deze titel doet ons denken aan een muziekinstrument, welks snaren
+worden gewonden tot de hoogste spankracht voor de zuiverheid van den
+klank en de fijnheid van toon. <i>Hij</i> koos den titel en drukte ermee
+uit, wat lijden hij heeft geleden en aan welk een beproeving hij was
+onderworpen. En nu staat het aan <i>ons</i>, die, als ik, zoo menigwerf
+getuigen waren van zijn lijden, dat onder Gods aanbiddelijk bestel
+zooveel maanden achtereen werd uitgerekt; aan ons, die deze brieven
+lazen of nog zullen lezen, te beoordeelen, wat soort van liederen op
+dit veelsnarig instrument getokkeld werden. En&mdash;oordeel zelf&mdash;is het
+te veel gezegd, als we beweren, dat het zijn zangen &bdquo;per aspera ad
+astra&rdquo;, uit de diepte naar omhoog. &bdquo;Liederen <span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>van den Opgang&rdquo;, teeder
+aandoenlijk, warm gemoedelijk; zangen waardoor ons de stille berusting
+des geloofs, de onwankelbaarheid der hope en de innigheid der liefde
+van den waren Christen tegen ruischen?</p>
+
+<p>Ds. Rudolph was een gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Het
+moge ietwat vreemd klinken in de ooren van allen, die hem slechts in
+zijn openbaar leven gekend hebben, hem, die in de gelederen van zijne
+politieke tegenstanders vaak met den minder vleienden naam van &bdquo;De
+Beul&rdquo; genoemd werd, hier te hooren karakteriseeren als een
+gevoelsmensch, een man met een vrouwenhart. Doch wie hem meer van
+naderbij kende en wist, hoe teeder achter het harnas van dezen
+strijder het harte klopte, beaamt het volkomen en stemt het ons
+gereedelijk toe. Ds. Rudolph kon geen leed van eenigszins ernstigen
+aard zien, of hij werd tot weenens toe bewogen. En juist deze man met
+het priesterlijke hart en het lichtbewogen gemoed, die,&mdash;had hij niet
+in het ambt van Dienaar des Woords gestaan,&mdash;een geboren diaken zou
+zijn geweest, heeft zelf zoo moeten lijden. Hoe vaak heeft hij in zijn
+gezonde dagen tegenover zijn huisgenooten de vurige begeerte
+uitgesproken, dat de Heere hem voor kanker mocht behoeden. En zie, wat
+hij zoozeer vreesde, is hem niet gespaard! Met forsche hand heeft de
+kanker hem aangegrepen, den fieren man, die een toonbeeld was van
+bloeienden welstand, den breedgeschouderde met zijn fraai gewelfd
+voorhoofd, zijn schitterende oogen, die vonken spatten, als hij was
+midden in het toernooi met zijn tegenstanders, den trouwen echtgenoot,
+der pleegkinderen liefdevollen vader, den man van 't initiatief, immer
+van idealen vol. En deze alom terecht gevreesde ziekte heeft hem niet
+meer losgelaten. Of zij dit wel ooit doet? Geen pogingen zijn
+onbeproefd gelaten, om aan dezen machtigen vijand der menschheid zijn
+kostbare prooi te ontrukken. <span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a>Bezweken voor den sterken aandrang van
+oprechte vrienden, die zich voor de noodige geldmiddelen borg stelden,
+werd de reis naar Heidelberg ondernomen, naar het wereldberoemde
+Instituut voor kankerlijders van Prof. <span xml:lang="de">Czerny</span>. Hoe vol hoop trok de
+patiënt met zijn echtgenoote, die hem in al zijn lijden een ware hulpe
+was, daarhenen, en hoe enthousiast keerde hij na een kuur van 4 weken
+weder! Wonderen had hij zien gebeuren! Waarom zou dan ook met hem geen
+wonder kunnen geschieden! De Heere is toch de God der wonderen!
+Wonderlijk is ook de naam Zijns Heilands! En was hij niet tot nog
+grootsche taak geroepen? Wachtten hem niet de Stichtingen voor
+Verwaarloosden en Drankzuchtigen te Achteveld bij Barneveld met
+kennelijk ongeduld? Hoorde hij niet als met duidelijk waarneembaren
+klank de weemoedige stem der ontouderde kinderen: &bdquo;Vader Rudolph, kom,
+kom spoedig. Wij hebben uwe leiding zoo noodig, waar ons de ouderlijke
+ontbreekt&rdquo;? Is het wonder, dat Ds. Rudolph hoopte, ziende ook op de
+Almacht Zijns Gods, tot op het laatste toe?</p>
+
+<p>Voor de 4e maal kwam hij uit Heidelberg terug. De doctoren hadden hem
+diets gemaakt, dat hij een katarrh in de keel had en de lucht daarvoor
+in Holland beter dan in Heidelberg was. &bdquo;Ga zoo spoedig mogelijk terug
+naar Uw <span xml:lang="de">Heimat</span> en als de katarrh over is, kom dan weder, zoo zullen we
+de kuur voortzetten!&rdquo; Zóó werd gesproken. De werkelijkheid was evenwel
+geheel anders. Men had alle hoop op herstel moeten opgeven. Trots alle
+middelen van wetenschap en kunst, woekerde het proces met door niets
+te stuiten kracht voort. Men vreesde voor verbloeding en dan....
+weldra het einde.</p>
+
+<p>Zóó was de naakte werkelijkheid. Wie zou het den lijder aanzeggen? Aan
+ondergeteekende viel deze zware opdracht te vervullen. Hadden
+deskundigen niet verklaard, <span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a>dat er groot gevaar voor verstikking
+bestond, zoo den patiënt deze vreeselijke tijding werd bekendgemaakt?
+Biddend en bevend wordt de gang gemaakt naar het St.
+Elisabethsgesticht te Amersfoort. &bdquo;Heere, voorkom, wat gevreesd wordt,
+geef de woorden in de opening mijns monds en den armen lijder kracht
+van Boven!&rdquo; Ik schel aan en treed binnen. Dáár lag hij, de
+kankerlijder, die reeds sedert ettelijke maanden tot zwijgen gedoemd
+was. Allerhartelijkst was de begroeting met dien vriendelijken
+glimlach, krullend om de lippen en die zachte trekken op het gelaat,
+waarop de stille smart reeds diep haar sporen afgedrukt had. De vraag
+werd gedaan, of de hope op beterschap niet begon te verflauwen, daar
+er van vooruitgang toch zoo weinig viel te bespeuren. &bdquo;Ik heb idee,
+dat herstel nog zeer goed mogelijk is. Dit zegt de dokter. Dat mag ik
+dus aannemen. Maar is 't, dat je 't anders weet, zeg 't dan. Ik ben
+bereid om heen te gaan!&rdquo; Met woorden, dooraderd van diep medegevoel,
+wordt nu niets verholen, maar alles gezegd! De zieke vouwt de handen.
+Hij is in het gebed. Twee groote tranen worden aan de gesloten oogen
+ontperst. 't Is een plechtige, ernstvolle stilte in dit zieken- en
+bidvertrek. Onwillekeurig dacht ik aan het woord der Schrift: &bdquo;En
+David sterkte zich in den Heere zijnen God!&rdquo; Na een wijle gaan de
+oogen weer open, de handen laten zich los, de tranen worden
+afgewischt, de pen wordt weer opgenomen en met vaste hand
+neergeschreven: &bdquo;Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,
+die zal vernachten in de schaduwe des Almachtigen!&rdquo; Hier was een
+strijd gestreden, hier was een overwinning bevochten!</p>
+
+<p>Daarna ging ik heen, verruimd van gemoed, in het bewustzijn een zwaar,
+doch ook een goed werk te hebben verricht.</p>
+
+<p>Menigwerf toefde ik in de krankenkamer en moest <span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a>getuigen: &bdquo;Waarlijk,
+in dit klaaghuls is het beter dan in het huis der maaltijden.&rdquo; 27
+April kwam ik weder bij hem en vroeg, of hij nog even sterk stond in
+zijn geloof en Satan niet trachtte te ontnemen, wat hij meende te
+bezitten, waarop hij aanstonds neerschreef: &bdquo;Ik geniet zoeten vrede,
+die alle verstand te boven gaat. Dit staat vast, dat iemand niet
+vandaag een Petrus en morgen een Judas is. Dit staat vast, dat God
+geen God van Ja en Neen is. Maar Jehova, de Ik zal zijn, Die ik zijn
+zal.&rdquo;</p>
+
+<p>Nimmer sprak hij eigener beweging van zijn lijden en hoe strakker de
+snaren zijner smarten gespannen werden, des te meer melodieus en des
+te liefelijker waren de zangen van aanbiddend geloof en roemende
+genade voor familie of vrienden, door de schrijfstift aan het papier
+toevertrouwd, of in de achtereenvolgende brieven aan zijn gemeente te
+Leiden toegezonden.</p>
+
+<p>Ieder, die eenigermate met 't openbare leven meeleeft, weet ook, hoe
+Ds. Rudolph zich op politiek en sociaal terrein niet onverdienstelijk
+heeft bewogen. Als 't er op aankwam, stond hij zijn man. De groote
+stadsgehoorzaal te Leiden zou er van kunnen getuigen, hoe hij, als
+verdediger der Christelijke beginselen, als kampvechter tegen het
+materialistisch Socialisme, niet gering te schatten was. Hij liet zich
+niet in een hoek zetten. Hoe kon hij dan in wetenschappelijke
+welsprekendheid met heilige verontwaardiging toornen tegen
+stofaanbidding en menschvergoding. Dan werd 't niet alleen gehoord,
+maar gezien, dan werd 't gevoeld, dat hij leefde uit hoogere
+beginselen, dan waarvan het hedendaagsche Socialisme uitgaat. En wat
+hij in 't aangezicht van het Socialisme, vertegenwoordigd door zijn
+uitnemendste voorstanders in ons land, beleden, bepleit en verdedigd
+<ins class="corr" id="corr4" title="Bron: neeft">heeft</ins>, ziet, dat heeft hij met het vonnis van den dood in zijn
+vleesch, op zijn krankbed, te midden van lijden en smart, in het
+aangezicht <span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a>ook van den dood, aller menschen vijand, op het
+luisterrijkst bezegeld.</p>
+
+<p>Toen hem alles ontviel, in het midden zijner jaren, in den bloei
+zijner manlijke kracht; toen het beeld zijner aardsche idealen tot het
+onzichtbare toe verflauwde, toen, toen hield hij alles over: <i>het</i>
+ideaal, de rotsvaste hoop op een zalig hiernamaals, de zekere
+wetenschap van een blijde toekomst.</p>
+
+<p>En op mijn zeggen in de laatste week zijns levens: &bdquo;Wat zijn de wegen
+des Heeren met U toch ondoorgrondelijk!&rdquo;, schreef hij met van groote
+zwakte bevende hand neder: &bdquo;En niettemin keur ik ze goed, ziende op
+het heerlijk einde!&rdquo;</p>
+
+<p>Dat was Rudolph's geloof, rotsvast, steunend alleen op het volbrachte
+werk van zijnen Heiland en Koning, Wien te belijden op alle terrein de
+lust van zijn leven, het leven <i>van</i> zijn leven was.</p>
+
+<p>Zeg, Marxist, was hier de mensch Rudolph niet meer dan stof?</p>
+
+<p>Zoo ging hij heen, in de volle zekerheid des geloofs, in de hope op
+een eeuwig zalig leven.</p>
+
+<p>Als een Christen had hij geleefd, als een Christen gestreden, als een
+Christen ook geleden, het daarvoor houdende, dat het lijden dezes
+tegenwoordigen tijds niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die
+hem zou geopenbaard worden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Ds. Roelof Jan Willem Rudolph werd den 20en September 1862 uit
+eenvoudige burgerouders te Elst in de Betuwe geboren, bezocht daar de
+Openbare Lagere School en ging vervolgens naar het Gymnasium te
+Doetinchem, waar zijn uitstekende aanleg al spoedig de opmerkzaamheid
+zijner leeraren trok. Hier deed hij met goed gevolg eindexamen, ging
+toen naar Utrecht en liet zich daar aan <span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a>de Universiteit als student
+in de Theol. Faculteit inschrijven. Doch hij gevoelde er zich niet
+thuis. Wat anders zocht hij en vond dit aan de Vrije Universiteit te
+Amsterdam, die pas was opgericht. Daar studeerde hij in de Rechten en
+in de Godgeleerdheid. In de eerste Faculteit behaalde hij den graad
+van candidaat, zette zijn studiën voort voor het doctoraal, maar
+kwam&mdash;en dat wel om financiëele redenen&mdash;niet tot het afleggen van het
+examen. In 1887 werd hij candidaat in de Theologie. Beroepen naar
+Heinenoord, diende hij daar niet zonder zegen de Gereformeerde Kerk,
+toen nog de Doleerende, van October 1888 tot December 1890. Hier
+verrees door zijn onvermoeid streven een Christelijke school, waarvan
+hij den eersten steen legde. In de Ned. Herv. Kerk stond toen ds. A.
+S. Talma, de latere Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel in het
+Ministerie-Heemskerk, met wien hij over de kerkelijke muren heen een
+vriendschappelijken omgang onderhield. Reeds te Heinenoord kwam de
+lust tot weldoen, waarin ds. Rudolph en zijn ega M. W. F. Frijlinck
+zoo zeldzaam harmoniëerden, op lieflijke wijze tot uiting. Een
+jeugdige tuberculoselijderes uit een arm arbeidersgezin werd weken
+achtereen, tot op haren dood, in de gastvrije pastorie liefderijk en
+geheel belangeloos verpleegd.</p>
+
+<p>Toen op het einde van '90 Leidens Doleerende Kerk hem riep, meende hij
+voor deze roeping niet te mogen bedanken, hoewel het hem verre van
+gemakkelijk viel na zoo korten tijd zijn eerste standplaats te
+verlaten. De snoeren waren gevallen in lieflijke plaatsen.</p>
+
+<p>Op den eersten Zondag van Dec. 1890 vertoond hij zich met een
+predikatie over Gen. 1: 1 aan zijn nieuwe gemeente, die hij ruim 21
+jaren heeft mogen dienen. Leiden met zijn beroemde Universiteit, de
+kweekplaats van onderscheidene wetenschappen; Leiden, de vermaarde
+<span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>Sleutelstad, had al de liefde van zijn hart. Hoe sterk kwam dat
+altijd uit, als de kalender 3 October aangaf en Rudolph den kansel
+beklom om zijn hoorders te doen inleven in die wel oude, maar nooit
+verouderde geschiedenis van de belegering en het ontzet van Leiden,
+wat ieder geboren Leidenaar telken jare opnieuw met versche
+belangstelling aanhoort. Dan was Rudolph Geus met de Geuzen, dan deed
+hij in liefde ontvlammen voor Oranje, dan begon het oog te schitteren
+en trilde de stem van vurige verontwaardiging over de Spaansche
+tirannie en den duldeloozen gewetensdwang, dan jubelde hij met dank
+aan den Heere voor de ongedachte verlossing. Dan was Rudolph
+welsprekend.</p>
+
+<p>Bekend, geliefd en geëerd was hij bovenal om zijn hulpvaardigheid. Wie
+naar een betrekking stond; wie op de eene of andere wijze in
+verlegenheid zat, vond aan de pastorie van Ds. R. altijd een geopende
+deur, een belangstellend hart en een luisterend oor. Hij stond ieder
+te woord en menigeen is door hem geholpen of voortgeholpen. Hij was
+een vriend van armen en verdrukten. Menig treffend staaltje zou
+daarvan kunnen worden bijgebracht. Op zekeren keer kwam hij ongezocht
+in de schamele woning van een fabrieksarbeider met talrijk gezin op
+eene van de achtergrachten in Leiden. Het noodige schoeisel ontbrak
+daar geheel. Hij bedacht zich niet lang. Spoedig waren de schoenen
+gehaald, voor elk der kinderen een paar. &bdquo;Maar Dominee&rdquo;, was de vraag
+van de vrouw des huizes, &bdquo;weet Ge wel, dat ik Roomsch ben?&rdquo; &bdquo;Daar
+vraag ik immers niet naar, ik zie dat Gij het noodig hebt&rdquo;, luidde het
+antwoord van den vriendelijken weldoener.</p>
+
+<p>Was de kinderzegen hem door den Heere onthouden, zonder kinderen
+scheen zijn levenspad te eenzaam en koud. In Leiden nam hij, met volle
+bewilliging zijner <span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a>echtgenoote, die hierin volkomen gelijk met hem
+dacht, twee kinderen, jongens, tot zich, die beide hunne moeder in de
+allereerste dagen der jeugd moesten missen. De een heeft reeds den
+leeftijd van 21 jaar bereikt, terwijl de ander 12 jaar oud is.</p>
+
+<p>Als prediker muntte hij nu juist niet uit door schitterende
+kanselgaven, al wil <ins class="corr" id="corr5" title="Bron: dit dit">dit</ins> daarom allerminst zeggen, dat hij de gave der
+welsprekendheid geheel miste. Tekstverband en -zin kwamen altijd
+uitmuntend tot hun recht. Van een eenzijdig-voorwerpelijke prediking
+was hij een vijand. Dikwerf gaf hij in een afzonderlijke toepassing
+leiding aan de eenvoudige zielen.</p>
+
+<p>Goed kenner van de oude talen, bewoog hij zich gemakkelijk en gaarne
+op het veld van Schriftverklaring. Van zijne hand verscheen, in
+samenwerking met Ds. Renkema, een populair en practisch werk over &bdquo;De
+Gelijkenissen onzes Heeren Jezus Christus&rdquo;. In 1900 kwam van hem uit:
+&bdquo;Abraham, de vader der Geloovigen, voorgesteld in 13 meditaties&rdquo;.
+Behalve zijn &bdquo;Kardiphonia&rdquo;&mdash;stemmen uit 't hart&mdash;een drietal preeken,
+waarmee hij van zijn Leidsche gemeente afscheid nam en onderscheidene
+kleinere geschriften, zijn vooral bekend: &bdquo;Het Hedendaagsch
+Socialisme&rdquo; en &bdquo;Het Diaconaat&rdquo; (in vereeniging met Prof. Biesterveld
+en Dr. J. van Lonkhuizen).</p>
+
+<p>Als journalist was hij niet zonder verdienste. Van meer dan één week-
+en dagblad was hij achtereenvolgens redacteur of medewerker.</p>
+
+<p>Het Christelijk onderwijs in al zijn vertakkingen had de liefde van
+zijn hart. Als President der Geref. Schoolvereeniging gaf hij mede den
+stoot tot de oprichting der Geref. M.&nbsp;U.&nbsp;L.&nbsp;O. School op de
+Hooglandsche <ins class="corr" id="corr6" title="Bron: Kerkgacht">Kerkgracht</ins> te Leiden. Zijn ideaal om in de
+Sleutelstad te stichten een hospitium voor Christelijke Indologen,
+heeft hij niet kunnen bereiken, maar toch was de oprichting van het
+<span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a>Indisch Comité, dat in het belang van Indologen van Christelijke
+belijdenis werkzaam is, eene zaak van niet geringe beteekenis.</p>
+
+<p>Op de meerdere vergaderingen werden de adviezen van den
+Jurist-theoloog op hoogen prijs gesteld. Meermalen telde de Generale
+Synode hem onder hare gedeputeerden.</p>
+
+<p>Eén van zijn vurigste wenschen heeft hij niet mogen vervuld zien om
+n.l. als lid van de 2e Kamer zijn volk te vertegenwoordigen in 's
+lands Raadzaal. De nederlaag in Ede in 1909, in niet geringe mate
+toegebracht door de heftige bestrijding van velen, <ins class="corr" id="corr7" title="Bron: de">die</ins> met hem in het
+Geloof stoelden op denzelfden wortel, bleef hem nog lang een
+schrijnende wonde. Het liefst zweeg hij daarvan.</p>
+
+<p>Door de Kinderwetten was de mogelijkheid geopend om ook van
+Christelijke zijde meer dan tevoren te arbeiden in het belang van hen,
+die Ds. R. gaarne kenschetste met den naam van &bdquo;sociale
+schipbreukelingen&rdquo;. Zoo rijpte bij hem het denkbeeld, dat tenslotte
+belichaamd is in de Stichtingen te Achteveld, ééne voor ontouderde of
+verwaarloosde kinderen, en ééne voor landloopers, drankzuchtigen,
+ontslagen gevangenen en dergelijken. Hij werd benoemd tot
+Predikant-Directeur dier Stichtingen. Dat was een événement in zijn
+leven. 2 October 1912 preekte hij Afscheid in de kerk op de
+Hooigracht, &bdquo;een biddend afscheid&rdquo; (zie &bdquo;Kardiphonia III&rdquo;), en
+bepaalde zijne gemeente bij Hand. 20 vs. 32&ndash;38, &bdquo;het slot van 't
+teeder afscheid van Paulus van de ouderlingen van Efeze.&rdquo; Hierin vond
+hij &bdquo;de wijze aangegeven, zooals hij 't liefst van zijne gemeente
+wilde scheiden:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">het oog naar boven,<br /></span>
+ <span class="i0">de hand op 't hart,<br /></span>
+ <span class="i0">de knieën gebogen,<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a></p>
+
+<p class="noi">met tranen in de oogen, die van onverbreekbare banden getuigen&rdquo;.</p>
+
+<p>Hoe moeilijk het hem ook viel den herderstaf in zijn geliefde gemeente
+neer te leggen en emeritaat aan te vragen, niet jeugdig vuur en groot
+enthousiasme gaf hij zich aan de voorbereidende maatregelen voor den
+nieuwen werkkring, in de vaste overtuiging, dat de Heere hem daartoe
+riep. Maar: &bdquo;de mensch wikt, God beschikt!&rdquo; Zal de naam van ds.
+Rudolph in de wordingshistorie dezer Stichtingen immer met eere en
+groote erkentelijkheid genoemd worden, tot zijnen eigenlijken arbeid
+heeft hij niet mogen ingaan. Als een Mozes van den ouden dag moest hij
+blijven vóór den Jordaan van het zoozeer gewenschte land. En hierin te
+hebben kunnen berusten, gelijk herhaaldelijk op zoo treffende wijze
+uit deze brieven blijkt, wat was het anders dan de lieflijk geurende
+bloem van zijn groot geloof in de absolute Souvereiniteit zijns Gods,
+die nooit antwoordt van Zijn daden?</p>
+
+<p>Zeker, ook Rudolph had zijn gebreken. Zelf zou hij de eerste zijn om
+dit te erkennen. Financier is hij nooit geweest, wellicht zou hij het
+ook nimmer geworden zijn. Hij gaf soms meer dan hij bezat. Doch waar
+is het licht, dat geen schaduw heeft?</p>
+
+<p>Zondag 10 Mei j.l. werd hij uit zijn lijden verlost en op den dag der
+ruste ging hij, zacht en kalm, met den glans van zoeten vrede op het
+vermagerd gelaat, de eeuwige ruste van het hemelsche Kanaän in.</p>
+
+<p>Nù, ook Rudolph heeft geen leed meer van uitgestelde hoop en
+teleurgestelde verwachting, en van al wat tot deze aarde en dit leven
+behoorde, is hij verlost. Zijn werk volgt hem na en hij rust uit van
+zijn arbeid niet in ledig-zijn, maar in hemelsch zalig doen.</p>
+
+<p>Was zijn stoffelijk omhulsel op Woensdag 13 Mei van uit Amersfoort per
+trein naar Leiden overgebracht en <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a>geplaatst in het midden vóór den
+kansel van de Geref. Kerk op de Oude Vest, den dag daarop werd het
+onder de grootste belangstelling op de Begraafplaats van de
+Groenesteeg aan de schoot der aarde toevertrouwd. Vooraf werd in
+genoemde kerk, die tot in alle hoeken gevuld was, een korte samenkomst
+gehouden. Ds. Kouwenhoven, de oudste <span xml:lang="la">pastor loci</span>, ging daarbij voor in
+het uitspreken van een rede aan de hand van Psalm 90 vs. 3: &bdquo;Gij doet
+den mensch wederkeeren tot verbrijzeling en zegt: Keert weder, gij
+menschenkinderen!&rdquo; Het was een aandoenlijke plechtigheid. Menige traan
+werd weggepinkt!</p>
+
+<p>Bij de geopende groeve werden goede woorden gehoord. Ds. Thomas sprak
+namens den Raad van de Geref. Kerk van Leiden, ds. Impeta van Katwijk
+namens de classis Leiden, ds. Teerink van Amersfoort gewaagde van
+zijne bezoeken aan den kranke; ds. Van der Munnik uit Leeuwarden,
+voerde het woord namens Deputaten van de Generale Synode voor de
+Zending onder de Heidenen en Mohammedanen; de heer Boddaeus, notaris
+te Schiedam, sprak als Voorzitter van het Bestuur der Kinderstichting;
+de heer Mekking van Gorinchem, namens het Bestuur van de
+Jan-Pieter-Adolfvereeniging; ds. Breukelaar van Zaandam, herdacht den
+overledene als Bestuurslid van het Chr. Comité voor Indië; dr. Dupont
+van Ermelo, van de Geref. Drankbestrijding; ds. Meijnen van Dordrecht,
+van de Vereeniging &bdquo;De Tuin&rdquo;; ds. Heidema van Heinenoord, bracht in
+herinnering het 2-jarig verblijf van den overledene in zijn eerste
+gemeente en ten slotte de heer Vros, hoofd eener Chr. School te
+Leiden, sprekend namens de Geref. Schoolvereeniging. En nòg waren er
+meer sprekers, o.a. van de Indologen en van &bdquo;Polyhymnia&rdquo;, bovendien de
+heer Wilbrink, Landbouw-Directeur van de genoemde stichtingen, en
+ondergeteekende. Doch de lange duur van het toeven op de begraafplaats
+maakte het gewenscht <span class="pagenum" title="21"></span><a id="p_21"></a>aan de droeve plechtigheid een einde te maken,
+te meer daar ook de weduwe en de hoogbejaarde vader van den overledene
+mede tegenwoordig waren.</p>
+
+<p>Veel is daar gesproken, en had de gestorvene het kunnen hooren,
+ongetwijfeld zou hij gezegd hebben: &bdquo;Te veel eer voor mij!&rdquo; Maar de
+grondtoon bij alle sprekers was: dank aan den Heere, die ds. R. tot
+zooveel en zoo velerlei arbeid geroepen en hem in zijn laatste
+levensjaar met zoo groote genade begiftigd had.</p>
+
+<p>Waarlijk, het was een droeve en toch goede dag. Zij de gedachtenis
+dezes rechtvaardigen nog tot rijken zegen!</p>
+
+<p>Was het de wensch van den overledene, dat ondergeteekende, die
+gedurende een twintigtal jaren door hechte en innige banden van
+vriendschap aan hem verbonden was en nimmer hoopt te vergeten, wat hij
+naast God aan ds. Rudolph te danken heeft, de zorg voor de uitgave
+dezer Brieven op zich nemen zou, met liefde heeft hij er bijdezen aan
+voldaan.</p>
+
+<p>Mogen deze brieven een blijvenden troost bieden voor de diepbedroefde
+weduwe zulk een man, voor den ouden vader zulk een zoon, voor de
+pleegkinderen zulk een vader, voor de gemeente zulk een Herder en
+Leeraar, voor allen, die hem lief waren, zulk een vriend gehad te
+hebben en mogen ze, waar ze door dezen herdruk de wijde wereld ingaan,
+voor velen nog in dagen van druk en beproeving, tot rijken zegen
+gesteld worden! Gode alleen de eer!</p>
+
+<div class="naam">G. VERRIJ.</div>
+
+<p class="noi">Waarder (Z.-H.), Mei 1914.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a></p>
+
+<div class="brieven" id="brieven">
+
+<div class="datum">Amersfoort, 23 September 1913.</div>
+
+<div class="center"><i>Aan de Gereformeerde Kerk te Leiden.</i></div>
+
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Door dezen kom ik als oud-collega aan de redactie in de Kerkbode een
+plaatsje, dat mij zeker niet zal worden geweigerd, verzoeken, om u
+hartelijk dank te zeggen voor de vele bewijzen van belangstelling, op
+mijn verjaardag uit uw midden ontvangen, en tegelijk u de inlichtingen
+te geven, die door zoovelen gewenscht worden, over mijn lichamelijke
+en geestelijke gesteldheid.</p>
+
+<p>Evenalsof ik nog in uw midden in- en uitging, hebben velen mij verrast
+met de hartelijkste blijken hunner blijvende, ik zou haast zeggen,
+hunner toenemende genegenheid, met hunne vriendelijke troostwoorden
+mijne ziel verkwikt. Zwaar is mijn tegenwoordige beproeving, maar te
+midden mijner smart kan ik wel weenen van blijdschap en dankbaarheid
+voor de groote genade, die de Heere ons schenkt in zoo heerlijke
+oefening van de gemeenschap der heiligen. Gaarne antwoordde ik ieder
+in 't bijzonder. Dit is mij echter onmogelijk. Laat ik dus door dezen
+aan allen, die mij zoo innig verblijdden, daarvoor mijn diepgevoelden
+dank mogen betuigen.</p>
+
+<p>Wat mijn lichamelijken toestand betreft, deze is ook thans nog niet
+zonder bezwaar. Toch heb ik goede hope, <span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a>dat ik onder des Heeren zegen
+op de middelen geheel zal mogen herstellen.</p>
+
+<p>En indien het anders mocht wezen, des Heeren wil, die toch alleen
+wijs, goed en heilig is, geschiede.</p>
+
+<p>Toen ik kort geleden dacht, dat mijn leven spoedig zou worden
+afgesneden, was de gedachte van sterven mij o zoo zoet. Mijn leven is
+met Christus verborgen in God. Door Jezus' dierbaar bloed gewasschen,
+de zaligheid te mogen ingaan, naar huis te gaan, waarheen mijn hart
+dorst als 't hert naar de stroomen, van alle zonden en ellenden voor
+eeuwig ontslagen te zijn, den Heere te zien, in Zijne heerlijkheid te
+mogen deelen, alzóó ontbonden te zijn en met Christus te wezen, het is
+en blijft mij verreweg het beste.</p>
+
+<p>Doch op aarde kan nog een werk gedaan worden, dat in den hemel niet
+kan worden verricht. In den hemel zijn geen ellendigen, die nog moeten
+worden terechtgebracht. Alleen op aarde kan, ook aan de diepst
+gezonkenen, 't dierbaar Evangelie des kruises worden gebracht. Ik heb
+mij voorgesteld dit werk thans te beginnen onder voogdij- en
+regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en
+drankzuchtigen. Het is altijd één der idealen van mijn leven geweest,
+zulk werk te mogen doen. En 't was mij zeker een pijnlijke gedachte,
+toen ik mij een oogenblik voorstelde, dat ik in 't midden mijner jaren
+en terwijl ik dit werk stond aan te vangen, door den dood uit het
+leven zou worden weggerukt. Daarom begeer ik zeer, dat de Heere nog
+dagen tot mijne levensdagen wil voegen. En ik verzoek dringend, dat
+allen blijven bidden en smeeken, dat de Heere mij nog ettelijke jaren
+wil sparen.</p>
+
+<p>Maar ik verzoek er uitdrukkelijk bij, dat aan de bede steeds worde
+toegevoegd: &bdquo;Heere, Uw wil geschiede!&rdquo; Wat de Heere doet, is wèl
+gedaan, hoe 't ook ga. Zeker, <span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a>donker, diep en ondoorgrondelijk zijn
+menigmalen de wegen Gods. Maar wat wij nu niet verstaan, zullen wij
+nadezen verstaan. Hoe moeielijk was 't gansche leven van Jeremia? Werd
+een Johannes de Dooper niet in het midden zijner jaren weggenomen?
+Moest een Paulus niet betuigen: &bdquo;Ik sterf alle dagen!&rdquo; Voor 't vleesch
+is dit alles onbegrijpelijk; maar bij het licht des Heiligen Geestes
+wordt Gods grootheid juist in deze diepe leidingen 't best gezien.
+Daarom, geliefden, vragen wij dan maar veel genade, dat onze wil
+verslonden moge wezen in des Heeren wil!</p>
+
+<p>En wanneer 't den Heere mag behagen, mij te herstellen, en mij, geheel
+genezen, aan mijn grooten arbeid te geven, o hoe zal ik dan Zijn Naam
+loven voor deze pijnlijke maar kostelijke inleiding tot mijn werk.
+Deze zware beproeving heeft mij nader tot den Heere gebracht; alleen
+nabij Hem is 't goed, is 't zalig en heerlijk; als Elia voor Zijn
+aangezicht staande, staan wij met macht en gezag om des Heeren werk te
+doen.</p>
+
+<p>En hiermede, geliefde gemeente, heb ik u een blik in mijn zieleleven
+gegeven. Ik deed dit, omdat ik weet, hoe aangenaam het u is, te hooren
+van de genade, die de Heere aan een beproefden mede-zondaar schenkt;
+en omdat ik weet, dat ook dit schrijven aan velen beproefden in uw
+midden tot vertroosting kan zijn. Stelle de Heere 't daartoe nog ten
+zegen, en verblijde Hij ons door Zijne groote daden!</p>
+
+<div class="auteur1">In Christus uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 1 October 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Uwe liefde en belangstelling kennend, weet ik, dat ik u een genoegen
+doe, wanneer ik u door middel van de Kerkbode schrijf, hoe ik thans
+vaar.</p>
+
+<p>Laat ik beginnen, u mede te deelen, dat mij thans de volle waarheid
+omtrent mijne krankheid is gezegd. Men heeft deze te goeder trouw voor
+mij verzwegen. Men vreesde, dat ik mogelijk plotseling door
+verstikking kon sterven, wanneer men mij de naakte werkelijkheid
+openbaarde. IJdele vrees! Te midden van al mijne zonden en ellenden is
+'t steeds door des Heeren dierbare genade de diepste behoefte mijns
+harten geweest, in leven en sterven Hem te verheerlijken. Rustig als
+een kind op den moederschoot heb ik de tijding aangehoord. Geen
+oogenblik ben ik sinds dien geschokt. O, wat is 't toch zalig en
+heerlijk, te mogen weten, in leven en sterven het eigendom des Heeren
+te zijn!</p>
+
+<p>Door den hooggeschatten professor Korteweg, die voor mij doet wat maar
+in zijn vermogen is en dien ik daarvoor niet genoeg kan danken, was
+mij in overleg met mijn huisdokter uit Amersfoort aangeraden, naar
+Heidelberg te gaan, en in het <span xml:lang="de">Czerny's Institut für Krebskranken</span>, d.&nbsp;i.
+de instelling voor kankerlijders van prof. <span xml:lang="de">Czerny</span>, genezing te
+zoeken.</p>
+
+<p>Zaterdagavond 27 September kwam daarop een vriend bij mij, die mij een
+som gelds overhandigde, mij dwong deze aan te nemen, en die mij
+daardoor in staat stelde althans voor acht dagen met mijn vrouw naar
+Heidelberg te gaan. Ik kon niet anders doen dan dit geschenk
+aanvaarden, en deed 't dankbaar.</p>
+
+<p>Zóó zijn wij dan Maandagmorgen 29 September 's morgens half tien uit
+Amersfoort vertrokken. <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>Ds. Teerink en mijn vriend en mede-directeur,
+de heer Wilbrink, deden mijn vrouw en mij uitgeleide.</p>
+
+<p>Ternauwernood had de trein zich in beweging gesteld, of wij sloten
+beiden onze oogen, en begaven ons in stil gebed tot den Heere. Met
+stille berusting in Zijnen wil, zonder ijdele hope op een broos leven,
+maar doende, wat ik tegenover mijn vrouw, de kinderen en de
+stichtingen, waaraan ik hoopte te arbeiden, verplicht ben, ging ik op
+reis, in 't stil vertrouwen, dat de God der wonderen en der middelen
+ook dit middel nog zegenen kan. Hij doet een afgesnedene zaak op
+aarde. Niets is Hem te wonderlijk. Als David te Ziklag sterkte ik mij
+alzoo in den Heere mijnen God.</p>
+
+<p>Ongemerkt waren wij spoedig aan de grenzen gekomen, en gingen na 't
+douanenonderzoek verder.</p>
+
+<p>O, wat was alles heerlijk rondom ons! Van Keulen tot Mainz spoorden we
+langs den Rijn, door een der schoonste deelen van Duitschland. In de
+strakke lucht teekende zich ieder blad, iedere lijn, iedere kromming
+scherp af. Tegelijk hing over de bergen een zeer dunne nevel. Het was
+een feesture der schepping. Het was alsof de natuur al haar weelde
+over 't aardrijk had uitgegoten. Zij was als een schoone bruid, die
+met doorzichtig sluiergaas haar schoonheid nog meer ontdekt dan
+bedekt.</p>
+
+<p>Aan alle stations was 't vol van uitgaande menschen. En te midden van
+dezen bevonden ook wij ons; ik, die 't vonnis des doods in mijn
+vleesch droeg, mijn vrouw, wier schoonste uitzichten nagenoeg
+vernietigd waren.</p>
+
+<p>Toch was ik die gelukkigste van allen. Ik stelde mij voor, wat 't
+moest zijn, in mijn geval zonder geloof zulk een reis te moeten maken.
+En nu was 't met mij zoo geheel anders. De Heere geeft mij een levend
+en krachtig geloof. De schoonheid der schepping deed mij telkens
+opzien naar de schoonheid van den hemel, die mij wacht. <span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a>Van Frankfurt
+naar Heidelberg spoorden wij door een heerlijk oord. Ik stond achter
+in den trein, en had 't schoonste uitzicht. En nu was 't mij, alsof
+mijn lieve God tot mij sprak: &bdquo;Kind, ook dit is alles voor u en van
+u!&rdquo; Wonderbaar, wonderbaar sterkt mij de Heere. Zwaar is mijne
+beproeving; maar als de kinderen Israëls ga ik door 't geloof
+droogvoets door deze zee. Links en rechts staan de wateren; maar zij
+raken ons niet aan.</p>
+
+<p>Half tien 's avonds kwamen wij in Heidelberg aan, en wij waren beiden,
+o wonder, nagenoeg nog even frisch als toen wij 's morgens afreden.</p>
+
+<p>Dinsdagmorgen 30 September ben ik dadelijk naar 't Instituut gegaan.
+Vreeselijke aanblik! Rondom mij niet anders dan kankerlijders, de een
+meer, de ander minder geteekend. Menschen van allerlei taal en tong.
+En onder dezen ook wij samen, mijn vrouw en ik; want mijn vrouw
+vergezelt mij overal.</p>
+
+<p>Heden, Woensdagmorgen ben ik al dadelijk in behandeling genomen. Moge
+de Heere er Zijn onmisbaren zegen op gebieden, en ons nog verblijden
+door Zijne groote daden! Wij gaan voort ons te sterken in Hem.
+Geliefde gemeente, steun ons met uw gebed in dezen nood en strijd! De
+Heere zij met u allen, inzonderheid met de bedroefden en
+zwaarbeproefden! Richte Hij ook Ds. Roorda spoedig op, en geve Hij na
+lijden heerlijk verblijden in Zijn grooten Naam!</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 8 October 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Zijt ge ons ver van 't oog, maar nabij voor 't hart, wij vertrouwen,
+dat dit bij u te onzen opzichte precies hetzelfde is, en dat nader
+bericht van ons u niet onwelkom zal zijn.</p>
+
+<p>Geven wij u eerst een korte beschrijving van de stad, waarin wij thans
+vertoeven.</p>
+
+<p>Heidelberg is een der oudste steden van Duitschland, schilderachtig
+aan de beide oevers van den Heidelberg gelegen, in een halven cirkel door
+hooge, groene, soms blauwende bergen omgeven, voor een groot deel
+tegen de hellingen dier bergen gebouwd, en 't behoort alzoo tot de
+schoone steden, waaraan Duitschland zoo rijk is.</p>
+
+<p>Vroeger was 't de hoofdstad van de Paltz, was dit kleine land van eeuw
+tot eeuw 't tooneel van oorlog en verwoesting. In den dertigjarigen
+oorlog heeft <span xml:lang="fr">Tilly</span> de stad uitgemoord. Daarna gaf Lodewijk XIV op zijn
+terugtocht uit Holland aan zijn wreeden veldheer <span xml:lang="fr">Mérac</span> bevel:
+&bdquo;Verbrand de Paltz!&rdquo; Maar al te getrouw werd dit bevel uitgevoerd. Van
+geheel Heidelberg bleef alléén één kerk en één huis over. Daarna weder
+opgebouwd, werd 't ook in den revolutietijd weer geteisterd.</p>
+
+<p>Thans is Heidelberg met de Paltz bij 't groothertogdom <span xml:lang="de">Baden</span> gevoegd.
+Vooral in de laatste vijftien jaren is de stad sterk vooruitgegaan.
+Vooral tegenwoordig is Heidelberg zeer gezocht door schilders en
+kunstenaars, dichters en denkers. En <span xml:lang="de">Von Scheffel</span>, de dichter van
+Heidelberg, slingerde haar den lauwerkrans om de slapen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Oud Heidelberg, zoo fijn,<br /></span>
+ <span class="i0">Gij stad, aan eere rijk,<br /></span>
+ <span class="i0">Aan Heidelberg en aan Rijn,<br /></span>
+ <span class="i0">Geen andere stad is u gelijk!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="29"></span><a id="p_29"></a></p>
+
+<p>In deze stad is ook de beroemde universiteit, die vooral 's zomers
+door de studenten zeer gezocht wordt. De bekende Kuno Fischer
+onderwees hier wijsbegeerte. En de voornaamste van allen is
+ongetwijfeld <span xml:lang="de">Excellenz Geheimrat, Prof. v. Czerny</span>, de stichter van 't
+<span xml:lang="de">Samariterhaus</span> of het huis der Samaritanen. Deze man is de eenvoud
+zelf, een geneesheer bij de gratie Gods, een man, zooals ik mij
+Boerhaave zou denken. Een groot deel van zijn aanzienlijk vermogen
+heeft hij gegeven voor zijn stichting. En in deze stichting is nu ook
+gevestigd het instituut voor kankerlijders, waaraan tal van groote
+geleerden zijn verbonden.</p>
+
+<p>Zooals ik u reeds schreef, komen van alle oorden der wereld de
+ellendigen hier. Acht dagen achter elkander ben ik nu behandeld
+geworden, en elken dag ziet men weer nieuwe gezichten. Gedurende deze
+acht dagen ben ik behalve Zondag elken dag ingespoten met enzytol en
+om den anderen dag gedurende twintig minuten belicht met
+Röntgen-stralen. De inspuiting dient voor de vernieuwing van 't bloed,
+de bestraling voor de dooding der ziektekiemen.</p>
+
+<p>De aanvankelijke resultaten zijn, den Heere zij dank, reeds merkbaar.
+Van tevoren waren mijn tong en kaak stijf en was er vaak een
+dichtzuiging in den mond, alsof zij mij dreigde den adem af te
+snijden. Met zorg ging ik 's morgens den dag, met nog grooter zorg 's
+avonds den nacht tegemoet, al verzweeg ik mijn vrees zorgvuldig om
+geen noodelooze onrust te wekken. Thans is dit reeds anders geworden.
+Er komt meer beweging in tong en kaak, en ik gevoel mij gemakkelijker.
+Natuurlijk is onze vreugde over dezen aanvankelijken zegen een
+verheuging met beving, al dankt al wat in ons is den Heere voor deze
+overrijke, onverdiende gunst. Mijne ziekte was tot dusver echter zoo
+rijk aan kleine verrassingen en <span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a>groote teleurstellingen, dat wij ons
+in onze blijdschap matigen.</p>
+
+<p>De kuur, die ik thans onderga, duurt drie of vier weken. Mij is thans
+evenwel reeds bericht, dat ik van vijf tot acht December een duurzame
+bestraling met radium zal ondergaan. Ik word dan dag en nacht
+afgezonderd en altijd door bestraald. Dit zal dus de hoofdkuur zijn.
+Een heele onderneming. Maar: &bdquo;huid om huid, al wat een mensch heeft,
+zal hij geven voor zijn leven!&rdquo; Dit doe ik dan ook gaarne, in de
+stille hope op den rijken zegen Gods. O, mocht de Heere mij nog eens
+oprichten! Mocht ik dan blijvende en dubbele genade van Hem ontvangen!
+Hoe zou ik dan als uit de dooden opgestaan. Zijn lof weder Zijn volk
+vertellen! Het is mij, alsof ik Hiskia voor mij zie, en alsof ik hem
+dan na zal zeggen: &bdquo;De levende de levende, die zal U loven, gelijk ik
+heden doe; de vader zal den kinderen Uwe waarheid bekendmaken!&rdquo; Als
+een werkelijke vader hoop ik dan in 't midden van mijn kinderen te
+Achteveld te staan, om hen te wijzen op Hem, Die in Jezus onze Vader
+is, en Die vaderlijk kastijdt, maar ook zoo vaderlijk zorgt.</p>
+
+<p>Zondag hebben we samen gekerkt in de kapel van 't <ins class="corr" id="corr8" title="Bron: Diakonessenhuis">Diaconessenhuis</ins>
+alhier. We hoorden er een heerlijke preek van ds. <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Kamerer" xml:lang="de">Kammerer</ins> over Hebr.
+10: 19&ndash;25. Hij sprak over den geopenden hemel, en waartoe deze roept.
+Zijn woord was eenvoudig, vertroostend en zeer getrouw. Bij 't laatste
+vers merkte hij op: hierbij zijn wij tegenwoordig in grooten nood. Hoe
+kunnen wij zeggen: &bdquo;houdt u aan de Kerk&rdquo;, wanneer de Kerk de leugen
+brengt, 't anti-christendom predikt. Wie kan dit met een goed geweten
+doen? Heel de dienst was zeer stichtelijk. Wanneer er gezongen werd,
+of Gods Woord gelezen werd, ging heel de gemeente eerbiedig staan. Ook
+de voorlezing van den tekst wordt door mannen en vrouwen staande
+aangehoord. <span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a>Heerlijk vond ik ook het gezang. De geestelijke liederen
+werden vleugelen, waarop mijn ziel opsteeg tot den Heere. Vooral in 't
+slotvers ging ik geheel en al op:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Herr unser Gott, dich loben wir,<br /></span>
+ <span class="i0">Herr unser Gott, wir danken dir<br /></span>
+ <span class="i1">Die Feier dieser Stunde.<br /></span>
+ <span class="i0">O dir sei unsre Lebenszeit,<br /></span>
+ <span class="i0">Die uns noch übrig is, geweiht<br /></span>
+ <span class="i1">In einem ew'gen Bunde.<br /></span>
+ <span class="i2">Hilf uns kampfen,<br /></span>
+ <span class="i2">Bis zum Sterben,<br /></span>
+ <span class="i2">Dasz als Erben<br /></span>
+ <span class="i2">Zu den Höhen,<br /></span>
+ <span class="i0">Einst wir siegend aufwärts gehen!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat wil zeggen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Heere onze God, U loven wij,<br /></span>
+ <span class="i0">Heere onze God, wij danken U<br /></span>
+ <span class="i1">De viering van dit uur.<br /></span>
+ <span class="i0">O, U zij onze levenstijd,<br /></span>
+ <span class="i0">Die ons nog rest, gewijd<br /></span>
+ <span class="i1">Tot eeuwigblijvenden bond!<br /></span>
+ <span class="i2">Help ons worst'len,<br /></span>
+ <span class="i2">Tot aan 't sterven,<br /></span>
+ <span class="i2">Opdat we als erven<br /></span>
+ <span class="i2">Tot de hoogten<br /></span>
+ <span class="i0">Overwinnend opwaarts stijgen!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Door alles tezamen waren wij zóó gesterkt, dat wij Maandag den moed
+namen, iets van de schoone stad te gaan zien. Wij werden begeleid door
+een jeugdige, Christelijke weduwe, die zelve reeds veel ervaren heeft,
+met wie wij hier kennis maakten, en die zich aanbood, ons, <span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a>zoolang
+wij hier zouden zijn, als gids te dienen. Onder haar geleide gingen
+wij naar 't oude Heidelberger slot, waar ook eens Frederik III, de
+vrome, woonde, en waarvan de muren en torens nog staan. Welk een
+schoonheid boven op één der bergen! Welk een schoonheid, dat oude
+reuzen-kunstwerk, overal met goudbruin klimop begroeid, en dan die
+heerlijke hangende tuinen! Het was ons, alsof we een oogenblik in een
+tooverland waren. Vooral toen we gebracht werden op een plek, van waar
+we 't gezicht hadden op de stad, op den Heidelberg, op de bergen rondom,
+op de vlakte in de verte. We zagen alles in de heerlijke
+herfstbelichting. Subtiele schoonheid! Ik herinner mij niet ooit zoo
+iets fraais te hebben aanschouwd. Ik kan 't niet beter weergeven dan
+in de woorden van den Heidelberger dichter <span xml:lang="de">Von Scheffel</span>:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Der Himmel hat die Erde geküsset!&rdquo;<br /></span>
+ <span class="i0">De hemel heeft de aarde gekust!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>En hier woonde nu eenmaal Frederik III, de man, die den Catechismus
+deed opstellen. In deze tuinen wandelde hij met Olevianus en Ursinus,
+en spraken zij tezamen over den eenigen troost in leven en in sterven.
+Onwillekeurig denkt men hierbij aan den man, die ook zulk een heerlijk
+goed bewoonde. Zijn predikant zeide tot hem: &bdquo;Mijnheer, dit zijn de
+dingen, die ons aan de aarde binden!&rdquo; &bdquo;Neen, dominee&rdquo;, was zijn
+antwoord, &bdquo;ditmaal hebt ge 't mis, dit zijn de dingen, die ons naar
+den hemel doen verlangen!&rdquo;</p>
+
+<p>Moge dit ook met ons zóó zijn en blijven, geliefde gemeente!</p>
+
+<p>Laat 't beste dezer aarde ons steeds meer doen verlangen naar 't
+Allerbeste! &bdquo;Zalig zijn zij, die het heimwee hebben; zij komen eenmaal
+thuis!&rdquo; Velen ook uit uw midden zijn ons daarheen reeds voorgegaan.
+Vroeg of <span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>laat zullen ook wij moeten volgen. Moge 't zijn in dit
+eeuwig en zalig Tehuis, waar alle tranen worden afgewischt!</p>
+
+<p>Met vriendelijke groeten van ons beiden,</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 14 October 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Voorzooveel mij dit mogelijk zal zijn, voldoe ik gaarne aan 't
+verzoek, dat tot mij kwam, met 't zenden mijner brieven aan de
+Kerkbode door te gaan.</p>
+
+<p>Veel zou ik u nog kunnen schrijven over de merkwaardige stad, waar wij
+thans vertoeven, en de heerlijke landstreek, waarvan zij het
+middelpunt vormt. Ditmaal bepaal ik mij echter tot de Universiteit.</p>
+
+<p>De stad telt ongeveer 50000 inwoners, aan de Universiteit zijn in den
+regel ongeveer 2200 studenten ingeschreven; het spreekt van zelf, dat
+bij zoodanige verhouding de Universiteit de zon dezer stad is, helaas,
+door de aan de hoogescholen heerschende zeden, ook haar moeras.</p>
+
+<p>De meest beroemde mannen zijn in den loop der eeuwen aan haar
+verbonden geweest.</p>
+
+<p>Van de velen noem ik slechts de meest bekenden, de Godgeleerden:
+<span xml:lang="de">Reuchlin, Coccejus, Hitzig, Umbreit, Ullmann, Rothe</span>, de juristen:
+<span xml:lang="de">Pufendorff, Bluntschli, Windscheid</span>, de wijsgeeren: <span xml:lang="de">Hegel, Fischer,
+Zeller</span>. Namen, die aan alle Nederlandsche studenten overbekend zijn.</p>
+
+<p>Geen hoogeschool heeft ongetwijfeld zulk een veelbewogen geschiedenis
+achter zich als deze. Zij heeft in sterke mate de toepassing
+ondervonden van de heerschappij van 't territoriale stelsel, waarvan
+de grondregel is: &bdquo;Wie heer <span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a>is van 't land, zet den Godsdienst naar
+zijn hand!&rdquo; Was de overheid Luthersch, dan was de universiteit 't ook;
+was zij Gereformeerd, de hoogeschool evenzoo.</p>
+
+<p>Na den dood van Calvijn, onder <ins class="corr" id="corr10" title="Bron: Freedrik">Frederik</ins> III, was Heidelberg om haar
+Gereformeerde universiteit het Genève van Duitschland. Spoedig daarop
+kwam de hoogeschool door verandering van vorstenhuizen in handen der
+Jezuïeten. De prachtige universitaire bibliotheek, die de kostbaarste
+handschriften bevatte, werd zelfs naar Rome gevoerd. Tegenwoordig is
+de regeering <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: protestansch">protestantsch</ins>-evangelisch-liberaal met een gemoedelijk
+godsdienstig tintje, de universiteit is 't in hoofdzaak ook.</p>
+
+<p>Thans zijn in de theologische faculteit ruim 80, in de juridische ruim
+580, de medische ruim 550, de philosophische ruim 610 en de
+natuurwetenschappelijke ruim 380 ingeschreven. Met de philosophische
+staat dus de medische faculteit bovenaan.</p>
+
+<p>De laatste telt hier tal van klinieken, die nagenoeg alle huis aan
+huis, soms paleis aan paleis, naast elkander liggen. Vandaar elken
+morgen die treurige optocht van allerlei lijders, armen en rijken,
+geringen en voornamen, sommigen in landauers, anderen op krukken of
+tusschen bloedverwanten of vrienden gesteund, in éénzelfde straat.</p>
+
+<p>Toen wij ons de eerste maal als vreemdelingen, die hier hulp moesten
+komen zoeken, onder deze ellendigen bevonden, was 't ons een
+oogenblik, alsof wij door den grond zouden gaan. Spoedig stonden wij
+echter voor het Instituut van <span xml:lang="de">Czerny</span>. Daar lazen wij den naam:
+&bdquo;<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>!&rdquo; of huis van Samaritanen. En ik kan u niet zeggen,
+welken troost wij beiden uit dezen naam ontvingen. Alzoo dachten wij:
+Wat de professoren en doctoren hier ook belijden, deze naam zegt ons,
+door welke gedachte zij worden geleid, deze naam zegt ons, dat zij
+althans wetenschappelijk en ambtelijk worden geinspireerd <span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a>door den
+Geest van den medelijdenden Hoogepriester, Die eenmaal de heerlijke
+gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan sprak. De Heere zond ons
+dezen naam als een lichtende ster op ons zoo moeilijk en donker pad.</p>
+
+<p>Meer echter nog dan door den schoonen naam van dit huis zijn wij
+vertroost geworden door de heerlijke mededeeling, dat in zoovele
+gezinnen en gemeenten onze nood in 't gebed wordt gedacht. Juist
+wanneer de ziel veel van den Heere geniet, heeft zij in donkeren weg
+de diepste behoefte aan de sympathie van 't volk van God. Al is men
+dan in den vreemde, men voelt zich lid van 't groote gezin van Gods
+Huis, waarin 't eene lid met 't andere medelijdt. Voorbede is wel de
+heerlijkste uiting van dit medeleven. O, wat is 't ons groot, dat wij
+waardig geacht worden, door 't volk van God voor den Troon der genade
+te worden gedacht! En die gebeden zullen verhoord worden! Des Heeren
+Naam is Ontfermer, is Hoorder der gebeden, en zooals Zijn Naam is, is
+Zijn Wezen. Hetzij ik gespaard worde, hetzij ik worde weggenomen, de
+Heere zal het wèl maken.</p>
+
+<p>Heerlijke wetenschap!</p>
+
+<p>Schijnbaar, voor 't oog der wereld, voor 't vleeschelijk gevoel is
+mijn lot tragisch. Met de grootste idealen ging ik 't leven in; maar
+nu eens door eigen zonde en schuld, dan weer door zware Goddelijke
+beproeving, zonk mijn schip in den regel vlak voor de haven. Het was,
+alsof de Heere ook aan mij bevestigde, wat Hij tot Baruch sprak: &bdquo;Wat
+Ik gebouwd heb, breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit!&rdquo;</p>
+
+<p>Toen ik de laatste maal op Achteveld was, waren de gebouwen der
+stichting nagenoeg gereed, en was juist de vlag op mijn woning
+geheschen, ten teeken dat ook deze onder de kap was. Maar ook nu
+scheen 't weer te <span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a>zullen worden: &bdquo;En Mozes zag het land van verre!&rdquo;</p>
+
+<p>Toch klaag ik allerminst, dan alleen over mijn zonde en schuld, maar
+roem in het welbehagen Gods. Midden door mijne zonde en ellende loopt
+de blinkende weg van Gods vrije en trouwhoudende genade. Juist door
+mijne beproevingen bracht de Heere mij steeds nader tot Zich. Evenals
+bij de Emmausgangers is de Heere met Zijn Genade en Geest bij mij
+tegenwoordig. Ja in den zevenmaal heeter gestookten beproevingsoven
+doet de Heere Zijn heerlijke aanwezigheid des te duidelijker merken.
+Daarom gloeit ook mijn hart somwijlen van liefde voor het
+Vleeschgeworden Woord, dat Zijn liefdewonderen tot onze verlossing
+wrocht, en mij het zegel van Zijn Geest wilde schenken.</p>
+
+<p>Nu geniet ik, wat ik reeds van mijn kindsheid af heb begeerd. Zoo ver
+mijn heugenis reikt, heeft de vraag mij beziggehouden: &bdquo;Wat is er toch
+achter deze zienlijke wereld?&rdquo; Opgegroeid in een moderne omgeving,
+kreeg ik voor den honger mijner ziel slechts steenen voor brood,
+zoodat ik reeds als kind soms der wanhoop nabij was. Maar de Heere
+waakte. Door Zijn voorzienig bestel op een Christelijke kostschool
+gekomen, maakte ik daar kennis met Bunyan, en kreeg ik het eerste
+licht voor mijn ziel. Student geworden, ging ik dan ook zoo spoedig
+mogelijk naar de Vrije Universiteit, hopende, dat daar de kathedraal
+van het Christelijk denken mij zou worden ontsloten. En mijn
+verwachting werd wel overtroffen, maar niet teleurgesteld.</p>
+
+<p>Helaas, dat hart en geweten geen gelijken tred hielden met toenemend
+Christelijk weten. Gelukkig, dat ik Romeinen VII leerde kennen. En de
+Heere zette Zijn arbeid voort. Door des Heeren heiligende genade gaan
+hart en geweten met Christelijk weten hand aan hand. En dit doet mij
+soms met heimwee naar boven zien. <span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a>&bdquo;Want wij zien nu door een spiegel
+in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot
+aangezicht; nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook
+ik gekend ben&rdquo;.</p>
+
+<p>Niettemin begeer ik ook vurig hier des Heeren werk nog te mogen doen.
+Immers: &bdquo;En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de
+meeste van deze is de liefde&rdquo;. Ook op aarde zijn wij geen weezen. Het
+geloof blijft, het geloof, dat zulk een vaste grond is der dingen, die
+men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. De hope blijft,
+de liefelijke hope, die zich reeds van tevoren in de toekomende dingen
+verblijdt. En de liefde blijft, de liefde, die de voorsmaak is van de
+zaligheid en heerlijkheid des hemels.</p>
+
+<p>Die liefde doet mij innig wenschen, nog eens, als uit de dooden
+opgestaan, velen ten zegen te mogen zijn. Daarom, geliefde gemeente,
+ga voort met uw bidden, pleiten, smeeken, waarvoor ik u zeer dank!
+Verblijde de Heere ons nog door Zijne groote daden.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik is mijn toestand stationair, misschien in langzamen
+vooruitgang. Voor 't eerst heb ik gisteren en vandaag andere dan
+vloeibare spijzen kunnen gebruiken. Evenals de tuberculosebehandeling
+schijnt echter ook deze zeer langzaam te gaan. Vele patiënten moeten
+zelfs drie à vier maal terugkomen. Maar de uitkomsten zijn bij
+sommigen dan ook verrassend. Verleden week zag ik een grijsaard, die
+juist van den hoogleeraar terugkwam. Zijn hals was zóó gekerfd, alsof
+deze eenige malen was afgesneden geweest. Zijn stem was nog heesch.
+Maar de wonden waren geheel genezen. De hoogleeraar had hem juist voor
+geheel genezen verklaard van zwaar kankerlijden. Met van vreugde
+stralende oogen kwam hij aan de arm zijner dochter de wachtzaal
+binnen, met heesche stem roepende: &bdquo;genezen, genezen!&rdquo; Natuurlijk
+<span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a>feliciteerde ik hem zeer hartelijk. Den volgenden dag ontmoette mijn
+vrouw hen op straat, terwijl zij vol blijdschap naar den trein en
+huiswaarts togen. Zij hielden mijn vrouw nog staande, spraken haar
+moed in en besloten: &bdquo;<span xml:lang="de">Einen schönen Grüsz für Ihren Mann!</span>&rdquo; Een
+hartelijken groet voor uw man! Dat wij eenmaal deelgenooten ook voor
+deze vreugde mogen vinden! Verheerlijke de Heere daartoe aan ons Zijne
+barmhartigheid! Moge Hij diezelfde goedertierenheid ook bewijzen aan
+ds. Roorda! Verheuge de Heere ook u, naar de mate Hij u nu beproeft!</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 21 October 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Zaterdag jl. werd ook hier onder begunstiging van het allermooiste
+weer herdenking van den Volkerenslag bij Leipzig gevierd.</p>
+
+<p>'s Morgens hing er een dikke nevel; maar tegen tien uur trok de damp
+voor de <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: zonnstralen">zonnestralen</ins> op. Heerlijk gezicht, de ontsluiering der bergen,
+der villa's, blinkend in de zonnestralen van den Heidelberg, schitterend
+als kristal! Het geheel was een openbaring van schoonheid, die ge een
+poos met groote oogen aanziet, om haar als schilderstuk vast te
+nagelen in uw geheugen, en later in sombere dagen als een heerlijk
+visioen in uw geheugen terug te roepen.</p>
+
+<p>Natuurlijk had de hoofdviering van 't groote feest te Leipzig zelve
+plaats. Daar was de keizer met de bondsvorsten om 't groote &bdquo;<span xml:lang="de">Denkmal</span>&rdquo;
+te onthullen. Geen wonder, dat men vooral hier zooveel werk maakt van
+de <span class="pagenum" title="39"></span><a id="p_39"></a>viering van dit feest. In de velden van Leipzig is de hoeksteen
+gelegd van Duitschlands latere grootheid. Een eeuw lang is daarop
+voortgebouwd, en 't resultaat is thans te zien. Het eens verdeelde en
+vernederde Duitsche volk heeft thans de eerste stem in den raad der
+volken.</p>
+
+<p>Wel zijn er donkere wolken. Duitschland is gevreesd, maar ook benijd
+en gehaat, en 't volk leeft sterk onder den indruk van een komenden
+oorlog. &bdquo;<span xml:lang="de">Aber wenn der Krieg kommt</span>&rdquo;, &bdquo;maar wanneer de oorlog komt&rdquo;, is
+een uitdrukking, die nogal eens gebezigd wordt. Ge spreekt met een
+moeder over de toekomst van haar zoon. Hoog geeft zij op van haar
+gespannen verwachting. Plotseling betrekt haar gelaat. &bdquo;<span xml:lang="de">Aber wenn der
+Krieg kommt,</span>&rdquo; en met zorg staart haar blik op haar kind.</p>
+
+<p>In Heidelberg werd 't groote feest zeer kalm gevierd, en wij hebben er
+uit den aard der zaak nagenoeg niets van gezien.</p>
+
+<p>Zondagmorgen zijn we ter kerk gegaan, niet in Heidelberg, maar in
+<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>, een dorp, dat ongeveer een kwartier van Heidelberg
+ligt, en dat thans bij de stad is geannexeerd, maar nog geheel dorpsch
+is ingericht. Het is een welvarende plaats van ongeveer 4000 inwoners,
+die in den reformatietijd een rol van beteekenis speelde. De bevolking
+leeft er van wijn- en ooftbouw. Jaarlijks worden er voor honderd
+duizend gulden kersen verhandeld, en reeds in Mei komen kooplieden uit
+Hamburg hier hunne opkoopen doen. Er is een zeer oude kerk, die
+vroeger, gelijk men dat hier noemt, <span xml:lang="de">Simultankirche</span> was, d.w.z. door
+Roomschen en Protestanten tegelijk gebruikt werd, bijv. <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: ' smorgens">'s morgens</ins>
+door de Protestanten en 's middags door de Roomschen, of omgekeerd.
+Thans is dit oude kerkje aan de Roomschen gegeven, en de Evangelischen
+hebben een nieuw kerkgebouw gekregen, een prachtwerk in
+gemoderniseerden Gothischen stijl.<span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a></p>
+
+<p>Daarheen trokken wij Zondagmorgen op, en bij 't binnentreden kwamen we
+al dadelijk in de rechte stemming. Welk een prachtkerk! Welk een
+schoone ornamentiek! Vlak voor ons zagen we dadelijk 't koor,
+hemelsblauw met groote gouden starren. Links en rechts prachtige
+friesen in kleuren als van koperdruk.</p>
+
+<p>De kerk was geheel gevuld. Geen gepraat. Geen gefluister zelfs. Alles
+was muisstil. Op onze teenen liepen we zoo ver mogelijk naar voren om
+een goede plaats te krijgen; en daar zaten we spoedig heel gezellig
+midden onder de wijnboeren en boerinnen, allen eenvoudige, maar
+welgestelde en zeer intelligente menschen.</p>
+
+<p>Met een prachtig voorspel begon de dienst, en nu zong de gemeente de
+Ambrosiaansche berijming van den 75en Psalm, 't &bdquo;Wij loven U, o God!&rdquo;
+Een oogenblik wist ik niet, waar ik was. Geweldig en toch harmonisch,
+machtig en doordringend klonk de zang, waarin de helden-baryton en de
+vrouwen-sopraan elkander steunden. En de gedachte vloog mij door de
+ziel: &bdquo;Neen, een volk, dat zóó zingt, kan niet ondergaan&rdquo;.</p>
+
+<p>Middelerwijl had de Pastor zijn plaats ingenomen op 't podium vóór den
+preekstoel. De gansche gemeente, die staande gezongen had, bleef
+staan. Plechtig las hij haar voor Ps. 118: 14&ndash;29. Wanneer ge deze
+woorden naleest, zult ge begrijpen, hoe deze voorlezing mij tot in 't
+diepst der ziel aangreep.</p>
+
+<p>Na 't gebed beklom hij den kansel, en sprak uit 't lied van Mozes,
+Exodus 15: 1&ndash;6. De grondgedachte van zijn prediking was: de oorlog is
+een groote verwoester, de oorlog is ook een groote opvoeder. Hij is
+een groote verwoester. Tot duren prijs heeft Duitschland zijn vrijheid
+heroverd. Honderd zestig duizend lijken dekten aan den laatsten avond
+van den veldslag den bodem. Maar hij is ook een groote opvoeder. Vóór
+de Napoleontische verdrukking <span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a>rekende men in Duitschland niet meer
+met God. In den oorlog, vooral bij dezen veldslag werd het anders.
+Vijfhonderd duizend mannen vielen elkander hier aan. Wie zal de
+overwinning wegdragen? De evenaar schommelt in 't huisje. Aan het
+einde van den slag moet de overwinnaar zeggen: &bdquo;God heeft mij de zege
+gegeven.&rdquo; Moet de overwonnene erkennen: &bdquo;God heeft over mij gericht
+geoefend!&rdquo;</p>
+
+<p>Rijk is de zegen, dien ik wederom van deze prediking voor mijne ziel
+heb weggedragen. Ik ben thans drie weken in behandeling, en 't einde
+van de eerste kuur is gekomen. Een geweldige vijand, de doodsvijand
+huist in mijn lichaam. Reeds triomfeert hij. Maar nu wordt hij elken
+dag opnieuw aangevallen door nieuwe middelen, die de Almachtige heeft
+gegeven. Wie zal de overwinning behalen? De overmachtige vijand? Of
+zijn krachtige bestrijder? Dit hangt alleen af van 't welbehagen van
+den Heere Zebaôth. Als Mozes in den slag tegen Amelek, hef ik dan ook
+tot Hem gedurig de hand biddend op. En 't is mij tot zulk een rijken
+troost te mogen weten, dat gij en zoowelen als Aäron en Hur mij steunt
+in dezen geweldigen strijd.</p>
+
+<p>Wat 't resultaat van de behandeling is, kan ik uit den aard der zaak
+nu nog niet mededeelen. Ik sta nog midden in den strijd. Morgen 22
+October hoop ik weer naar Amersfoort te gaan. 20 November moet ik dan
+terugkomen naar Heidelberg en er tot 8 December blijven. Eerst dan kan
+een voorloopig resultaat worden opgemaakt. Gaarne zou ik u gedurende
+de vier weken, dat ik 't vaderland verlaten heb eens opzoeken, om
+zoovelen als mogelijk is nog de hand te drukken. Maar mijn lichaam
+moet volstrekte rust hebben. De behandeling, die ik onderging, moet
+na- en doorwerken, en ik moet mij sterken voor de tweede kuur, die nog
+krachtiger aanpakt. <span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a></p>
+
+<p>Het is en blijft dus biddende wachttijd!</p>
+
+<p>Maar daarom dan ook zoo heerlijke wachttijd!</p>
+
+<p>Meer dan ooit leer ik thans de heerlijke deugden Gods kennen. Zijn
+Almacht, die beide de krankheden en de geneesmiddelen schept. Zijn
+wijsheid, die den mensch doet zoeken naar de middelen; maar dan ook op
+dit gebied bevestigt: &bdquo;Die zoekt, zal vinden!&rdquo; O, wanneer ge hier in
+deze laboratoria rondkijkt, staat ge verslagen over de wonderen der
+schepping. Voorts de Goddelijke heiligheid, die de krankheden gebruikt
+om te kastijden en te louteren. Maar ook Zijn rechtvaardigheid. De
+Schrift spreekt van een &bdquo;kauwen der tonge.&rdquo;</p>
+
+<p>Die vreeselijke uitdrukking, ik heb haar eenigemate leeren verstaan,
+en 't is mij een diepe behoefte geworden: &bdquo;Och mocht ik mij toch maar
+recht diep verootmoedigen over mijne zonden, waardoor ik mij niet
+alleen alle tijdelijke, maar ook alle eeuwige straffen heb waardig
+gemaakt!&rdquo; Maar ook zijne rijke, zijne heerlijke genade, die om de
+kruis- en zoenverdiensten van Jezus volkomen vergeeft. En ook die
+liefelijke Goddelijke barmhartigheid, waardoor Hij met ontferming
+bewogen is over mijne ellende. O, wat heeft ook die Goddelijke
+barmhartigheid mij vertroost! Toen ik een kind was, vleide ik wel 't
+hoofd tegen de borst mijner moeder, als ik wat van haar begeerde, en o
+met wat goede moederoogen zag ze mij dan aan! Maar wat is de
+moederliefde nog bij de ontfermingen Gods? O, wat is 't heerlijk, zich
+in die Goddelijke barmhartigheid en goedertierenheid in te wikkelen en
+te schreien: &bdquo;Och Heere, erbarm U over mijne ellende.&rdquo;</p>
+
+<p>'t Is zoo volkomen waar, wat een Duitsch versje zegt:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Wer glaubt, der ist grosz und reich,<br /></span>
+ <span class="i0">Er hat Gott und Himmelreich!<br /></span>
+ <span class="i0">Wer glaubt, der ist klein und arm,<br /></span>
+ <span class="i0">Und schreit nur: &bdquo;Gott erbarm!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a></p>
+
+<p class="dwz">Dit is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Wie gelooft, die is groot en rijk,<br /></span>
+ <span class="i0">Hij heeft God en hemelrijk!<br /></span>
+ <span class="i0">Wie gelooft, die is klein en arm,<br /></span>
+ <span class="i0">Hij roept slechts: &bdquo;Dat de Heere Zich erbarm!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>&bdquo;Heere, erbarm U!&rdquo; Geliefde gemeente, laat dat onze, ook uwe bede
+blijven! Laat 't uw bede blijven voor uwen leeraar, die mede zoo zwaar
+door des Heeren Hand is bezocht. Laat 't óók uwe bede blijven voor</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 30 October 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Na een goede kuur en een voorspoedige reis ben ik verleden week
+Woensdag met mijn vrouw te Amersfoort aangekomen. We vonden thuis
+alles wel, en ons hart vloeit thans over van dankbaarheid aan den
+Heere, Die ons in moeilijke dagen zóó nabij is geweest; van
+dankbaarheid aan allen, die met ons hebben medegeleefd, ons hebben
+verkwikt met hunne brieven, ons hebben gedacht in hunne gebeden; van
+dankbaarheid ook aan degenen, die mij in Heidelberg hebben behandeld.
+Welk een voortreffelijke geest heerscht in dat <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>! De
+professoren en doctoren zijn er vaders, zusters, moeders voor de
+<ins class="corr" id="corr14" title="Bron: patienten">patiënten</ins>; armen en rijken, geringen en voornamen worden er met
+dezelfde welwillendheid behandeld. De naam &bdquo;<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>&rdquo; vertolkt
+volkomen wat dit huis is!</p>
+
+<p>Onze terugreis was weer even mooi als de heenreis. De wijnstokken en
+'t geboomte op de bergen hadden hun schoonste najaarskleed
+aangetrokken. Welk een tinteling van kleuren, waarin het goudbruin de
+boventoon voerde! <span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a>Welke spelingen van het licht! Deze October-maand
+is wel inzonderheid de maand der schilders.</p>
+
+<p>Ook hier in Amersfoort is de natuur al weer even schoon. Alléén nu en
+dan steekt de stormwind op, die de toppen der boomen geheel
+ontbladert, en op de vleugelen van het windgeruisch en 't
+bladerengeritsel komt een klaagzang: &bdquo;<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>&rdquo; &bdquo;Zoo
+gaat de heerlijkheid dezer wereld voorbij!&rdquo;</p>
+
+<p>Treffende prediking, die daarin ligt, en die door wijlen Van Oosterzee
+in zijn bekende dichtregelen eens zoo aandoenlijk werd vertolkt:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">De dood heeft mij een brief geschreven,<br /></span>
+ <span class="i1">Ik las hem op het dorrend blad,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat door den stormwind voortgedreven,<br /></span>
+ <span class="i1">Op 't vensterglas heeft post gevat.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Het is nu ongeveer een jaar geleden, dat ik deze dichtregelen 't eerst
+las. Het was op mijn studeerkamer te Leiden. De stormwind joeg de
+bladeren van de kastanjeboomen in mijn tuin tegen de glazen, en
+tikkend vloog 't eene blad na 't andere er tegen op, alsof ze alle
+mijn aandacht kwamen vragen. De woonden van dit vers sloegen aan. Een
+gansch nieuwe gedachte vatte de teugels op in mijn zieleleven. Hoe
+zoet de gedachte van den dood mij ook was, toch had ik steeds zijn dag
+verre gesteld. Ik had mij een levensprogram gesteld, dat zou ik eerst
+rustig afwerken en dan zou de Heere mij komen oproepen. Nu leerde ik
+verstaan, dat de Heere ook mij plotseling uit het midden van mijn werk
+zou kunnen oproepen, gelijk Hij reeds zoo velen had gedaan. Ik dacht
+aan Kruijswijk, den krachtigen werker, die in weinige dagen midden uit
+een arbeidzaam leven en uit het midden van een talrijk gezin werd
+weggerukt; aan een Oranje, den hoogbegaafden <span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>prediker, die na een
+langdurige ziekte mede werd weggenomen. Toen mij geopenbaard werd, wat
+mij scheelde, dacht ik dan ook niet anders, of ook tot mij kwam nu de
+Goddelijke sprake als tot Hiskia: &bdquo;Geef bevel aan uw huis, want gij
+zult sterven, en niet leven&rdquo;. Hoeveel goeds mij ook van het
+<span xml:lang="de">Czerny</span>'sche Instituut werd gezegd, ik kon weinig denken, dat ik daar
+nog genezing zou vinden. Uit plichtsgevoel ging ik er heen. Op de
+heenreis dacht ik in den trein telkens aan Frederik III, Duitschlands
+keizer, die ongeveer op gelijken leeftijd dezelfde kwaal kreeg.
+Slechts een klein gedeelte van 't rijk, waarover hij den schepter
+voerde, zag ik. Doch hoe kort heeft hij slechts over 't groote en
+krachtige rijk geregeerd. In 1888 stierf zijn vader, Keizer Wilhelm I.
+Aller oogen waren gevestigd op den veelbelovenden nieuwen keizer,
+wiens naam in 1870 in één adem met dien van een <span xml:lang="de">Von Moltke</span> en een <span xml:lang="de">Von
+Bismarck</span> werd genoemd. Terstond openbaarde zich echter de kwaal.
+Geregeerd heeft hij eigenlijk niet. Zijn regeering van twee maanden
+was een tijd van zwaar lijden, en in korten tijd werd hij ten grave
+gesleept. Indien bij één vorstelijk sterfbed, dan gold wel bij dit:
+&bdquo;<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>&rdquo; &bdquo;Zoo gaat de heerlijkheid dezer wereld
+voorbij!&rdquo; Voor 's keizers ziekte was toen geen middel bekend.</p>
+
+<p>Maar zie, na dien tijd heeft de Heere in de wetenschap de ontdekking
+der therapeutische Röntgenbehandeling gegeven, waardoor sommige
+kankerziekten met vrucht worden bestreden. Zou de Heere ook mij
+daardoor nog willen herstellen? Een oogenblik opende zich als in de
+verte een deurtje, en blikte de hope mij even aan. In alle kerken in
+Nederland werd gebeden, werd vurig gebeden. En zie, de God der
+wonderen en der middelen heeft aanvankelijk rijken zegen geschonken.
+De nawerking en doorwerking is thans boven verwachting goed. Mijn
+vrouw en <span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a>ik kunnen geen woorden vinden om den Heere voor dezen
+aanvankelijken wonderbaren zegen te danken, waar de Heere aan kleinen
+schenkt, wat Hij vroeger aan grooten heeft onthouden.</p>
+
+<p>Natuurlijk weet ik zeer goed, dat ook nu nog allerlei complicaties
+kunnen intreden, en dan is 't in weinig dagen of maanden afgeloopen.
+Maar ook dan geen nood! Mijn leven is in des Heeren Hand en daarin
+volkomen veilig. Zijn Vaderhand voert mij dan in de heerlijkheid,
+waarvan geen &bdquo;<span xml:lang="la">sic transit gloria</span>&rdquo;, &bdquo;zoo gaat de heerlijkheid voorbij&rdquo;,
+kan worden gezegd.</p>
+
+<p>Naar die heerlijkheid wijst mij ook wederom 't dorrend blad. Zie 't
+aan, in zijn schoone goudbruine kleur!</p>
+
+<p>Al 't vergankelijke is gelijkenis van 't onvergankelijke. Het
+zienlijke is niet blijvend, 't onzienlijke blijft eeuwig; maar daarom
+is 't zienlijke niet waardeloos. Integendeel, al 't zienlijke heeft de
+roeping om naar boven, naar de onzienlijke dingen te wijzen. Vooral
+van de heerlijke dingen dezer aarde, van 't licht, van de kleuren, van
+de bloemen, van de edelgesteenten gaat een sprake uit, die ons
+toeroept: &bdquo;<span xml:lang="la">Sursum corda!</span>&rdquo; &bdquo;De harten naar boven!&rdquo; Daar is het eeuwige
+licht! Daar zijn de wuivende palmen! De straten van goud! De perelen
+poorten! De blinkende kleuren!</p>
+
+<p>Nog eens, zie 't aan, 't afgevallen blad in zijn schoone goudbruine
+kleur!</p>
+
+<p>Het goud is de kleur der glorie, der heerlijkheid, der hemelen.</p>
+
+<p>Het bruin is rood met zwart gemengd. Het rood, de kleur der liefde.
+Het zwart, de kleur van den dood. Het bruin spreekt van een liefde tot
+den dood.</p>
+
+<p>Het goudbruin wijst naar boven, naar de heerlijkheid, naar de eeuwige
+liefde. En ditzelfde blad, dat ons de vergankelijkheid predikt, wijst
+ons in zijn vergaan nog naar <span class="pagenum" title="47"></span><a id="p_47"></a>boven, naar de onvergankelijke
+heerlijkheid en liefde in de onzienlijke wereld.</p>
+
+<p>O wat schoone symboliek is er toch in de schepping Gods!</p>
+
+<p>Daarvan heeft de Heere ook gebruik gemaakt bij de instelling des
+Heiligen Avondmaals.</p>
+
+<p>Den eersten Zondag, dat wij hier waren, waren wij in de gelegenheid
+daaraan deel te nemen, en niet gaarne laat ik dit voorbijgaan. Het
+Heilig Avondmaal is mij altijd de liefste plek op aarde geweest. Dan
+zeg ik altijd bij mij zelven: &bdquo;Neen, Gods Woord liegt niet! Neen,
+Jezus liegt niet!&rdquo; Hij heeft alles volbracht. Hij heeft al de
+Schriften vervuld. Hij heeft de volkomen zaligheid verworven. En tot
+teeken en zegel daarvan schenkt Hij mij nu dit brood, als teeken en
+zegel van Zijn verbroken vleesch; den drinkbeker, als teeken en zegel
+van Zijn vergoten bloed. O, welke onderpanden van heerlijke liefde,
+van liefde tot in den dood, van eeuwige liefde aan gansch onwaardigen.
+Neen, Gods Woord liegt niet! Neen, Jezus liegt niet. En meer dan door
+een engelverschijning of hemelstem word ik dan door deze eenvoudige
+teekenen gesterkt in mijn Christelijk geloof, dat mij zulk een rijken
+troost doet genieten.</p>
+
+<p>O, waar zal ik beginnen, waar zal ik eindigen, om des Heeren lof groot
+te maken? Ik zou den 116en psalm wel willen uitjubelen!</p>
+
+<p>Geliefde gemeente, geve ons de Heere, dat we in een dankstond nog eens
+Zijn Naam samen mogen grootmaken!</p>
+
+<p>Wees daartoe den Heere bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 6 November 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Hoewel ik deze week weinig nieuws met betrekking tot mijn toestand te
+schrijven heb, maak ik toch gaarne gebruik van de gelegenheid, die mij
+de Kerkbode voortdurend verleent, omdat mij daardoor de gelegenheid
+geboden wordt, Gods groote daden als in het midden der gemeente te
+vertellen.</p>
+
+<p>Ik ben nu veertien dagen thuis, en als ik terugzie op hetgeen achter
+mij is, is 't mij als een droom. Maar geen droom is, wat God in die
+dagen wrocht.</p>
+
+<p>Laat ik 't u mogen verhalen.</p>
+
+<p>Ik begin daartoe met een woord van Paulus. De heilige apostel schrijft
+Fil. 1: 23 en 24: &bdquo;Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende
+begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is
+zeer verre het beste; maar in het vleesch te blijven is noodiger om
+uwentwil&rdquo;.</p>
+
+<p>Ik heb deze gesteldheid van den apostel-pelgrim weleens vergeleken bij
+die eener vrouw en moeder, wier man naar Amerika trok, maar die zelve
+nog met haar kinderen in het vaderland is gebleven. Haar man schrijft
+haar, dat zij over moet komen, maar haar kinderen voorloopig in
+Nederland bij de familie moet achterlaten, opdat zij eerst een goede
+Hollandsche opvoeding verkrijgen, voordat ook zij naar de nieuwe
+wereld verhuizen.</p>
+
+<p>Denkt deze vrouw aan haar man, dan begeert zij vleugelen, om naar 't
+verre land te snellen. Ziet zij evenwel op haar kinderen, dan voelt
+zij zich nog aan den vaderlandschen bodem als vastgenageld.</p>
+
+<p>Zóó was 't ook met Paulus. Verhief hij zijn hart tot den Heere in den
+hemel, dan begeerde hij niets liever dan den marteldood te sterven.
+Zag hij op de gemeente, dan verlangde <span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a>zijn ziel naar leven en
+vrijheid, om haar het Evangelie te mogen verkondigen. En door des
+Heeren rijke en vrije genade stemt ook mijne ziel hiermede ten volle
+overeen.</p>
+
+<p>Ik was dezen zomer dan ook zoo dankbaar, toen ik meende, dat ik
+langzaam vooruitging, en spoedig mijn heerlijken arbeid zou mogen
+hervatten, of liever eigenlijk eerst recht zou beginnen, hoe zoet mij
+steeds de gedachte der ontbinding en eeuwige verlossing ook ware. Ik
+voelde wel, dat ik ernstig krank was; ik leed, vooral 's nachts, soms
+onnoemelijke pijnen. Maar ik meende, dat dit een crisis was, die ik
+moest doormaken, en dat ik daarna geheel herstellen zou. Ik had mijn
+hoop op de Röntgen-bestraling gebouwd, en dacht niet anders, of ik zou
+daardoor als door een van den Heere geschonken middel weldra geheel
+genezen, hoewel mijn eigenlijke kwaal gaandeweg erger werd.</p>
+
+<p>Dit duurde tot Donderdag 25 September. Dien dag vergeet ik nimmer! Ik
+zou op dien datum naar Almelo gaan, om daar voor de Stichting te
+werken. Vooraf ging ik echter even bij den dokter aan, die aan den
+hoogleeraar om nader advies had geschreven, en dit had ontvangen. Op
+weg naar 't station ging ik even bij den geneesheer aan, om dit advies
+te vernemen.</p>
+
+<p>Toen deelde mij de dokter kort en goed mede, dat volgens den professor
+en hemzelven de Röntgen-bestraling zooals deze in ons land werd
+toegediend, mij niets verder zou brengen, en dat er voor mij nog maar
+één weg van ontkoming was: in 't Instituut van prof. <span xml:lang="de">Czerny</span> te
+Heidelberg.</p>
+
+<p>Daar stond ik. Het eenige middel, waarop ik mijn hope had gebouwd, was
+mij ontnomen. Heidelberg leek mij onbereikbaar. In 't vaderland was ik
+opgegeven. Het buitenland scheen voor mij gesloten.</p>
+
+<p>Toch heb ik geen oogenblik gewankeld, de Heere heeft <span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>mij steeds bij
+al mijne beproevingen een groote genade geschonken. Ik heb steeds in
+toepassing mogen brengen, wat een cadet op een militair examen
+anwoordde. Hem werd gevraagd, wat hij doen zou, wanneer zijn regiment,
+in 't front door de infanterie, in den rug door de artillerie, links
+en rechts door de cavalerie werd aangevallen. Ik zou commandeeren, zoo
+luidde zijn antwoord: &bdquo;Mannen, knielt, bidt!&rdquo; Ditzelfde zeide ik
+steeds tot mijne ziel in elken grooten nood. De zwaarste rampen
+brachten mij altijd als in de onmiddellijke gemeenschap Gods, omdat ik
+mij vasthield aan Hem als ziende den Onzienlijke, en in de grootste
+smarten had ik dan de hoogste vreugde.</p>
+
+<p>Zoo ging 't ook dezen dag.</p>
+
+<p>Een oogenblik overwoog ik, wat mij te doen stond, naar huis te gaan,
+of door te gaan. Ik besloot mijn reis voort te zetten, en onderweg den
+Heere aan te roepen, om dan straks meer gesterkt thuis te komen.</p>
+
+<p>Ge kunt u voorstellen, hoe ik op dien dag door de straten van Almelo
+liep. Ik was als een schip zonder roer in den nood der baren, en
+gedurig gingen mijne noodkreten op tot den Heere.</p>
+
+<p>Het was markt in Almelo, en zeer druk op straat. Ik was midden in de
+drukte. Een oogenblik was 't mij nu, alsof de Heere een kring om mij
+hem trok. Ik zag niemand meer. Door 't geloof wonend in mijn hart,
+openbaarde de Heere Zich in mij door Zijnen Heiligen Geest om mij met
+kracht te versterken. Het was mij, of Hij mij van binnen in mijn hart
+teeder de hand drukte, en tot mij zeide: &bdquo;Nu alles is afgesneden, nu
+zal Ik voor u zorgen!&rdquo;</p>
+
+<p>Ik kan niet beschrijven, hoe zalig, hoe veilig, hoe rustig ik mij nu
+gevoelde. Op zulke oogenblikken is werkelijk van toepassing, wat Jean
+Paul zoo schoon schreef:</p>
+
+<p>&bdquo;<span xml:lang="de">Wie auch die Zeit vor dir vorüber fliege, die Gegenwart ist deine
+Ewigkeit!</span>&rdquo; &bdquo;Hoe de tijd voor u ook voorbij <span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a>snelle, het is heden uwe
+eeuwigheid, en dit verlaat u nooit!&rdquo;</p>
+
+<p>Zulk een oogenblik, zulk een heden komt uit de eeuwigheid en geeft
+eeuwigheids-gevoel in het hart. Het licht, dat dan in de ziel schijnt,
+mag nu en dan door wolken worden verdonkerd, de zon blijft, de wolken
+verdwijnen, die zon is een eeuwige zon. Welke zaligheid doorstroomde
+dan ook in die oogenblikken mijne ziel! Wat voelde ik mij veilig en
+rustig in de eeuwige armen van den Koning van 't heelal.</p>
+
+<p>Op 't zelfde oogenblik, dat de Heere mij aldus in Almelo sterkte, was
+de dokter bij mijn vrouw, om haar de gansche verschrikkende
+werkelijkheid te onthullen. Door den Heere kennelijk gesterkt, droeg
+zij dien slag als een heldin. Ziedaar reeds de eerste bevestiging van
+wat de Heere beloofde!</p>
+
+<p>Nadat ik in Almelo mijn zaken had afgedaan, ging ik naar huis, met de
+bedoeling om mijn vrouw deelgenoot te maken van wat de dokter mij had
+gezegd, en met haar verder te beramen, wat ons nu te doen stond. Ik
+had reeds mijn plan gemaakt. Ik wil 't maar niet meedeelen. Het is
+niet uitgevoerd, want de Heere had anders gezorgd.</p>
+
+<p>Thuis gekomen vermoedde ik weinig, dat al mijn huisgenooten reeds meer
+wisten dan ik kon mededeelen. Mijn vrouw hoorde mij aan zonder te
+ontstellen. Ik had niet veel tijd hierover na te denken. Binnen
+weinige minuten kwam een vriend binnen, die mij mededeelde, dat ik
+naar Heidelberg moest, en dat hij voor alles zorgen zou. Wat was
+geschied? Eenige dagen tevoren had hij mij met den dokter ontmoet. De
+dokter begreep, dat hij belang in mij stelde, ontbood hem buiten mijn
+weten ten zijnent, en in weinige dagen werden door hen samen de
+voorbereidende maatregelen voor mijn vertrek getroffen. Zaterdag 27
+September werd ook mij nu de werkelijkheid mijner ziekte medegedeeld.
+Maandag 29 September zaten wij reeds in den trein naar Heidelberg. Wat
+in ons land niet <span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a>verkregen kon worden, is daar bereikt; het uitwendig
+kankergezwel is nagenoeg geheel verdwenen. Alleen de tong zit aan de
+achterzijde nog met zweertjes. De bedoeling van de tweede kuur is, om
+dan vooral de tong aan te vatten. Ook voor die tweede reis is alles al
+weer bijeen, of nagenoeg bijeen. Heeft de Heere nu woord gehouden, of
+niet? Heeft de Heere gezorgd, of heeft Hij niet gezorgd?</p>
+
+<p>Geliefde gemeente, ik hoop met u nog eens te zingen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Zalig hij, die in dit leven<br /></span>
+ <span class="i0">Jakobs God ter hulpe heeft;<br /></span>
+ <span class="i0">Hij, die door den nood gedreven,<br /></span>
+ <span class="i0">Zich tot Hem om troost begeeft,<br /></span>
+ <span class="i0">Die zijn hoop in 't hachlijkst lot<br /></span>
+ <span class="i0">Vestigt op den Heer, zijn God!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Zoo is het!</p>
+
+<p>Wat hoop ik nu voor de toekomst?</p>
+
+<p>Ik heb tegenover den Heere geen enkel recht, en ik maak geen enkele
+aanspraak op één seconde levens. Dit ligt in mijn oude natuur geheel
+verbeurd. En wanneer de Heere mij heden nog wegnam, zou ik moeten
+zeggen: &bdquo;Heere, Gij hebt woord gehouden! Gij, die machtig zijt, om
+meer dan overvloedig te doen, boven ons bidden en boven ons denken,
+Gij hebt werkelijk boven bidden en denken aan mij welgedaan!&rdquo;</p>
+
+<p>Toch heb ik in hetgeen de Heere beloofde en deed, een krachtigen
+pleitgrond om bij Hem aan te houden, en te zeggen: &bdquo;Heere, Gij zijt de
+Getrouwe&rdquo;.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Gedenk aan 't woord, gesproken tot uw knecht,<br /></span>
+ <span class="i0">Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven:<br /></span>
+ <span class="i0">Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd;<br /></span>
+ <span class="i0">Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven;<br /></span>
+ <span class="i0">Al 'tgeen uw mond aan mij had toegezegd<br /></span>
+ <span class="i0">Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a></p>
+
+<p>Bij Gods troon pleit ik ook om genezing. Maar ik doe dit met volkomen
+onderwerping van mijn wil aan des Heeren wil, die alleen goed, wijs en
+heilig is.</p>
+
+<p>Zoo blijf ik een volkomen troost genieten.</p>
+
+<p>En waarom ik u dit nu mededeel?</p>
+
+<p>Waarom anders dan om u aan te sporen, uw gansche lot in des Heeren
+hand te bestellen. Niemand weet, wat hem boven 't hoofd hangt. Wie zou
+voor een jaar gezegd hebben, dat dit dreigend kwaad boven mij zou
+worden opgehangen? Maar wat ook gebeure, &bdquo;die in de schuilplaats des
+Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des
+Almachtigen&rdquo;. Niemand behoeft bij den Heere verontschuldiging te
+maken, dat ook hij komt. Niemand behoeft te vreezen, dat hij zal
+worden afgewezen. Het hartelijkst welkom, de grootste rijkdom van
+genade is van tevoren zeker. Moge dit schrijven u opwekken u voor ziel
+en lichaam, voor tijd en eeuwigheid, in Gods hand te bestellen; ik zal
+er geen spijt van hebben, dat ik wat geleden heb, en het is u dan tot
+eeuwig heil geweest.</p>
+
+<p>Moge dit zoo zijn!</p>
+
+<p>Dit wenscht u hartelijk</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 12 November 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Hoewel 't eenigszins moeielijk gaat, zend ik U toch ook ditmaal mijn
+brief.</p>
+
+<p>Mijn vertrek is acht dagen vervroegd, zoodat ik in plaats van de
+volgende week reeds morgen D.V. naar Heidelberg ga. Dit geeft
+bijzondere drukte. Toch neem ik er den tijd af U nog even te
+schrijven. <span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a></p>
+
+<p>Mijn vervroegd vertrek en de bloote mededeeling daarvan zouden allicht
+eenige ongerustheid bij u kunnen verwekken. Daarvoor is echter geen
+reden. Terwijl 't gezwel in den hals, dat de oorzaak der kwaal is,
+nagenoeg geheel verdwijnt, is de dikte op de tong een weinig
+teruggekomen. Volgens den geneesheer kan dit een onschuldige oorzaak
+hebben. 't Kan echter ook zijn, dat de kwaal, die op de ééne plaats
+verdwijnt, op een andere plek een voedingsbodem zoekt. In dit laatste
+geval is 't noodig, dat zij ook daar zoo spoedig en zoo krachtig
+mogelijk worde aangevat. De vervroeging der afreis is dus een
+maatregel van groote voorzichtigheid.</p>
+
+<p>Tot 't vertrek gereed, zie ik met groote dankbaarheid terug op hetgeen
+de Heere mij hier, ook in natuurlijk opzicht, geschonken heeft. Het
+najaar vergoedt aan schoone dagen ruimschoots, wat de zomer onthield,
+en vooral door een kranke, die de buitenlucht genieten mag, wordt dit
+hoogelijk gewaardeerd.</p>
+
+<p>Wat ik genoten heb in de schoone plantsoenen alhier! Heele poozen kon
+ik staan te turen voor reuzenboomen, die hier prijken, met hun
+geweldig zwart-groene, of grijs-groene stammen, hun dun, teeder
+najaarsloover, varieerend in tint, van licht-groen en goudgeel tot
+goudbruin. In de grilligste vormen slingeren zich de zwarte takken
+dooreen. Als met betraand oog giet de najaarszon haar glimmende
+straaltjes neder, die spelen op 't vochtig blad. Ieder dier boomen is
+een wonderstuk van schoonheid, een pracht-uitgave van de werken Gods.
+Menigmaal kwam de gedachte bij mij op: wanneer er al dit moois is, en
+er denkende menschelijke geest is, die dit schoon in zich opneemt, 't
+geniet, 't eet en drinkt, dan moet er zijn de Eeuwige Geest, die dit
+alles formeerde, de Kunstenaar en Bouwmeester van 't gansch heelal,
+die als Bouwmeester bovenal ook Kunstenaar is! En uit het Woord van
+God <span class="pagenum" title="55"></span><a id="p_55"></a>jubelde mij dan tegen wat de dichter van den 50en psalm zingt:</p>
+
+<p>&bdquo;Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende&rdquo;.</p>
+
+<p>Neen in Sion staat geen altaar van den Onbekenden God. &bdquo;God is bekend
+in Juda&rdquo;. In den tempel, in het altaar, in den priesterdienst, in de
+rollen der profeten, bovenal in de zending en overgave van Zijnen
+lieven Zoon tot onze eeuwige verlossing verschijnt onze God blinkende;
+blinkende in den glans en gloed zijner drievuldige heiligheid.</p>
+
+<p>Welk een onderscheid dan ook tusschen de openbaring Gods en hetgeen de
+heidenen van hun goden fabelen. De goden der heidenen zijn
+geidealiseerde menschen, die nochtans als de grootste deugnieten dezer
+aarde elkander beliegen en bedriegen.</p>
+
+<p>Onze God is de Driemaalheilige. Heilig in Zijn woning; er komt niet
+binnen, wat verontreinigt. Heiligheid is het sieraad van Zijn Sion op
+aarde. Algeheele levenswijding en heiliging is de dure roeping van
+Zijn volk op aarde.</p>
+
+<p>Dit verkondigt de Heere in dezen psalm aan Zijn gunstgenooten, die
+zijn verbond maken met offeranden. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij
+niet gelijk de heidensche goden als een bedelaar komt; want Zijns is
+de aarde en haar volheid. Hij maakt hun duidelijk, dat Hij van zijn
+gunstgenooten bovenal de offerande van hun gansche leven vraagt.</p>
+
+<p>Daarom wijst Hij uit Zijn gemeenschap de goddeloozen, die Zijne
+woorden achter hunnen rug werpen; degenen, die deelen met de dieven,
+die deelgenooten der overspelers zijn, en lastering spreken tegen den
+zoon hunner moeder. Niet zonder reden noemt de Heere juist dezen bij
+name: geldmakerij, overspel, en bevechten van elkander met het zwaard
+van den laster zijn steeds de hoofdzonden in tijden <span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a>van verval. Alle
+deze zondaren dreigt de Heere met het vuur van zijn toorn. Alleen
+dengenen, die hun weg wel aanstellen, zal de Heere Zijn heil doen
+zien.</p>
+
+<hr class="tbdash" />
+
+<p>En waar moeten dan blijven, die hun weg niet wel hebben aangesteld?
+Die met de dieven deelden, deelgenooten werden van de overspelers,
+tegen hun broeders lasterden, of wellicht nog erger deden?</p>
+
+<p>Op deze vraag geeft het antwoord de volgende psalm, de 51ste psalm, de
+bekende hemelladder, waarmede reeds menigeen uit diepen val werd
+opgericht, de psalm van 't verbroken hart; de psalm, waarin David
+betuigt: &bdquo;De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en
+verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten!&rdquo;</p>
+
+<p>Een gebroken hart!</p>
+
+<p>Maar welke beteekenis kan dit hebben in de oogen Gods?</p>
+
+<p>Welke waarde heeft iets, dat gebroken is!</p>
+
+<p>Ge hebt een kostbare vaas. Ze breekt in duizend stukken. Weg is uw
+vaas; weg is al haar waarde. Wat beteekent de kostbaarste vaas bij 't
+meest gewone menschenhart? En welke waarde kan 't gebroken
+menschenhart hebben in de oogen des Heeren?</p>
+
+<p>Welke waarde?</p>
+
+<p>Vraag dit aan de heilige engelen, die hun harpen stemmen wanneer zij
+zien, dat dit groote werk des Heiligen Geestes, dit wonderwerk der
+verbreking des harten, aan een arm zondaar wordt gewrocht! Of liever
+nog, vraag dit aan een David, een Manasse, een Petrus, een Paulus, hoe
+zalig zij 't hebben ervaren, dat de Heere woont nabij de gebrokenen
+van hart en de verslagenen van geest! Vooral Paulus is in dezen een
+merkwaardig voorbeeld. Na zijn bekeering heeft hij door genade steeds
+zijn weg aangesteld. Hoe bitter klaagt hij nochtans in Romeinen <span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a>Zeven
+over de kracht der inwonende zonde! Romeinen Zeven is de 51ste psalm
+van Paulus!</p>
+
+<p>Hoort hem daarin ten slotte klagen: &bdquo;Ik ellendig mensch, wie zal mij
+verlossen uit het lichaam dezes doods?&rdquo;</p>
+
+<p>Beter dan ooit kan ik thans deze beeldspraak van Paulus verstaan.
+Iemand, die dit niet ondervindt, weet niet wat 't zegt: overigens zich
+gezond te gevoelen, maar dan gevangen te zitten in de omklemming eener
+doodelijke krankheid, die U op den grond werpt, en met grimmig gelaat
+'t mes dreigend boven u zwaait! O 't is een vreeselijke krankheid
+waaraan ik lijd, en waarvan alleen de naam reeds doet sidderen!</p>
+
+<p>En toch wat beteekent deze schrikkelijke lichamelijke bezoeking nog
+bij het zedelijk kwaad der zonde? De zonde is 't vreeselijke zwarte
+hoofdstuk der menschelijke historie. Alle ellende van ouders,
+kinderen, gezinnen, geslachten, volken, alle vreeselijkst denkbare
+krankheden behooren tot dit zwarte hoofdstuk. Tot dit hoofdstuk
+behoort ook het lijden van 't arme kind van God, dat naar de
+gemeenschap met den Driemaalheilige dorst, maar in die
+gemeenschapsoefening telkens belemmerd wordt door de schrikkelijke
+macht der inwonende zonde, en die luide klaagt: &bdquo;Ik ellendig mensch,
+wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?&rdquo;</p>
+
+<p>Zalig, driewerf zalig, wie, in welke ellende ook, alzoo meer over de
+zonde dan over de ellende, die 't vruchtgevolg der zonde is, leert
+klagen! Want hoort het, naarmate Paulus dieper klaagt, roemt hij
+luider: &bdquo;Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende&rdquo;;
+blinkende in de heiligheid van 't verlossingswerk, dat Hij in Christus
+wrocht. Want alzoo heilig is Gods toorn tegen de zonde, dat Hij haar,
+liever dan dat Hij haar ongestraft liet blijven, gestraft heeft aan
+Zijn <span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a>Eeniggeboren Zoon. Maar daarom is dit verlossingswerk dan ook
+een volkomen werk. Is aan onze zijde altijd alles verloren, aan Jezus'
+zijde is voor den grootsten der zondaren altijd alles behouden. Zijn
+bloed reinigt van alle zonden. Hij heiligt door Zijn Geest, zoodat wij
+in beginsel over de kracht der inwonende zonde triomfeeren. Hij legt
+de roemtaal op de lippen: &bdquo;Zou is er dan geen verdoemenis voor degenen
+die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar
+naar den Geest.&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, wilt ge de waarde zien van 't gebroken hart, vergelijk dan
+Romeinen 8 met Romeinen 7. Is Romeinen 7 de 51e Psalm, Romeinen 8 is
+het Hooglied van 't Nieuwe Testament, gezongen door denzelfden man,
+die in Romeinen 7 uit zijn gebroken hart klaagt over de kracht zijner
+inwonende verdorvenheid. In Romeinen 8 roemt hij in de hoogste en
+verhevenste goederen des Nieuwen Testaments, in de leiding, in het
+getuigenis, in de voorbede des Heiligen Geestes. Hij verheugt er zich
+in, dat allen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
+Hij, die zichzelven het meest beschuldigt, daagt al zijn beschuldigers
+uit, en zegt: &bdquo;Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen
+Gods?&rdquo; Hij besluit met de jubelende tonen: &bdquo;Want ik ben verzekerd, dat
+noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten,
+noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte,
+noch eenig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods,
+welke is in Christus Jezus, onzen Heere&rdquo;.</p>
+
+<p>Geliefde gemeente, terwijl ik dit schrijf, is 't mijne bede dan ook,
+dat de Heere mij bij mijn nieuwe reis dien grooten schat van 't
+verbroken hart, dat meer over de zonde dan over de ellende klaagt,
+slechts medegeve. Hoe 't dan ook ga, dan gaat 't altijd goed. Dit is
+'t wat ik een iegelijk uwer ook van harte toebid. <span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a></p>
+
+<p>De Franschman <span xml:lang="fr">Bordeaux</span> schreef een boek, dat den titel voert: &bdquo;<span xml:lang="fr">la peur
+de vivre</span>&rdquo;, &bdquo;de vrees om te leven&rdquo;. In een inleiding op dit boek
+verwijt <span xml:lang="fr">Réné Doumic</span> aan het Fransche volk, dat zij alleen zichzelven
+zoeken. Van ondernemingsgeest, van offervaardigheid voor anderen is
+bij velen geen sprake meer. De meesten jagen enkel naar geld. De
+wellusten worden onbeschaamd gediend. De een trapt den ander om zelf
+te stijgen. Zij hebben 't hoogste woord, wanneer alles voor den wind
+gaat. Maar wanneer de rampen komen, zitten zij is een hoekje te
+sidderen en te vloeken. Ze hebben een vrees voor het werkelijke leven,
+met al zijn verantwoordelijkheid, met al zijn eischen. Zij hebben
+alléén de zonde lief, en beven voor alle ellende. Begint deze maar
+even te drukken, dan werpen velen zulk een leven als geheel waardeloos
+in den zelfmoord weg.</p>
+
+<p>Hoe vreeselijk is de dienst der zonde!</p>
+
+<p>Geliefden, dat we haar mogen haten, vlieden, mijden! Dat we met al
+onze zonden steeds aan de voeten van Jezus komen! Dat we de reiniging
+zoeken van alle besmetting des vleesches en des geestes door Zijn
+bloed en door Zijn Geest! Dan smaken we de rechte zoetheid van het
+werkelijke leven, zelfs temidden van alle uitwendige ellende, hoe
+zwaar deze ook drukken moge, en zingt onze ziel als de nachtegaal haar
+schoonste lied in den donkersten nacht.</p>
+
+<p>Hiermede wil ik thans besluiten, ons beiden wederom aan uwe voorbede
+aanbevelend.</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 19 November 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Donderdag 13 November zijn we dan weer naar Heidelberg vertrokken. Ds.
+en Mevr. Teerink deden ons weer uitgeleide aan 't station<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: .&nbsp;.">.</ins> Het weer
+was zeer onstuimig. Grauwe, regenzwangere wolken zwierden langs het
+zwerk, en zagen dreigend op ons neer.</p>
+
+<p>Was 't buiten somber, van binnen scheen de zon van Gods vriendelijke
+gunst. Ik had den nacht rustig geslapen, en terstond bij 't ontwaken
+verkwikte de Heere me door allerlei troostwoorden: &bdquo;Ik ben 't, die met
+de verdrukking de uitkomst geef&rdquo;; &bdquo;Roep mij aan in den dag der
+benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eeren&rdquo;; &bdquo;Zij
+zullen met vreugde uittrekken, en met vrede voortgeleid worden&rdquo;.
+Hoewel 't mijn stelregel niet is, wanneer mij dergelijke troostwoorden
+invallen, deze dadelijk als bijzondere beloften te beschouwen, zoo kan
+ik toch niet nalaten te eten, wanneer de Heere aldus de tafel voor
+mijn aangezicht komt toerichten. Ik gevoelde mij dus verkwikt en
+versterkt, en we gingen wederom met goeden moed op reis.</p>
+
+<p>Na een rit van ongeveer vier uren, bereikten we eindelijk Keulen, en
+stapten we weer in den trein naar Mannheim. Spoedig waren we nu weer
+aan den heerlijken Rijnoever, waar de trein ruim drie uren achtereen
+tusschen hooge bergen doorstoomt.</p>
+
+<p>Ik had mij voorgesteld, nu eens een natuurverschijnsel te zien,
+waarvan ik vroeger wel de beschrijving had gelezen: dat ravenzwarte
+wolken in wilde vaart over de bergen vegen. Het weer was echter
+intusschen opgeklaard, de lucht was lichtblauw, en witte wolken
+stonden als drommen aan den hemel.</p>
+
+<p>Na een voorspoedige reis kwamen we 's avonds half-acht <span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a>welgemoed in
+Heidelberg aan. Den volgenden morgen werd ik dadelijk onderzocht door
+de beide professoren <span xml:lang="de">Czerny</span> en <span xml:lang="de">Werner</span>. O, wat was 't me weer goed weer
+bij deze beide mannen te zijn! Beide mannen zijn ware priesters der
+wetenschap, rechte geneesheeren bij de gratie Gods, gedreven door de
+heilige aandrift om menschen van den dood te redden. Exc. prof. <span xml:lang="de">Czerny</span>
+is daarbij niet alleen een priester, maar evenals <span xml:lang="fr">Pasteur</span> te Parijs,
+en <span xml:lang="de">Kort</span> te Berlijn, ook een vorst. Uit binnen- en buitenland vloeide
+hem in korten tijd één millioen Mark toe, om 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>, 't huis
+van barmhartigheid, te grondvesten, waarin allerlei ellendigen
+behandeld worden.</p>
+
+<p>Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> is een man met Duitsch-militaire houding, snelle
+bewegingen, aangename manieren, sympathieke oogen, een stem van
+muziek, en daarbij de vriendelijkheid en goedheid zelve. Met de
+grootste zorg heeft hij mij de vorige maal nagegaan, en ook nu weer
+werd ik met de grootste nauwkeurigheid onderzocht. Dit onderzoek
+scheen de beide heeren nogal tot tevredenheid te stemmen. Volgens
+prof. <span xml:lang="de">Werner</span> ben ik een van de ernstigste patiënten, maar ben ik ook
+zoo sterk vooruitgegaan, dat er thans goede hope is.</p>
+
+<p>O, wat is de Heere goed! Hoe krachtig heeft Hij tot hiertoe Zijne
+heerlijke trouw aan mij bevestigd! Hij heeft mij daardoor in staat
+gesteld, ook anderen te troosten.</p>
+
+<p>Toen wij voor de eerste maal weer in de wachtkamer kwamen, troffen wij
+daar ook Hollanders aan. Spoedig waren wij met elkander in kennis.
+Drie hunner waren naar Heidelberg gegaan, omdat zij in de bladen van
+mijn behandeling alhier gelezen hadden. Weldra bezochten wij hen dan
+ook, om hun een woord van troost toe te spreken.</p>
+
+<p>Bij chirurgische behandeling heeft men spoedig een resultaat, hetzij
+dan ten goede of ten kwade. Bij de geneeskundige <span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a>behandeling, die
+hier in den regel wordt gevolgd, is dit anders. De inspuitingen met
+enzytol en de Röntgen-bestralingen pakken 't lichaam wel sterk aan;
+maar men weet niet, wat in 't lichaam zelf plaats heeft. Nu voelt men
+zich zus, dan weer zoo, en moet geduldig afwachten. Dit maakt vooral
+in den beginne wel eens ongeduldig en moedeloos. Men wil zoo gaarne
+dadelijk een resultaat, en liefst een verrassend resultaat zien,
+terwijl dit eerst later komt. Ik kon hen hierop uit mijn ervaring
+wijzen, en hen aansporen, 't oog naar boven te slaan, en de hulpe te
+verwachten van den God der middelen en der wonderen. Op deze wijze kan
+ik dus ook hier mijn arbeid voortzetten.</p>
+
+<p>Zondagmorgen gingen we weer ter kerk in de prachtige <span xml:lang="de">Friedenskirche</span> te
+<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>. Het was dien dag juist oogst- en dankfeest. De
+uitwendige symbolen daarvan waren op echt Duitsche wijze met kwistige
+hand in de kerk aangebracht. Preekstoel en koor waren met klimop en
+wijnranken bewonden. In 't koor prijkten op een groote tafel
+kristallijnen schalen met zilveren voeten, deze schalen waren hoogop
+met blinkende appelen gevuld. Ik heb begrepen, dat deze na den dienst
+aan de kinderen werden uitgedeeld. Het kleine grut kwam althans
+terstond na afloop van den dienst in grooten getale de kerk binnen.</p>
+
+<p>De predikant koos als tekst zijner rede, Psalm 118: 15&ndash;18. Krachtig
+wekte hij de gemeente op bij de resultaten van den oogst naar boven te
+zien op Hem, van Wien alle dingen afhankelijk zijn. Vooral de wijn- en
+ooftbouw schijnen dit jaar vele teleurstellingen te hebben gehad. Dit
+gaf den leeraar aanleiding om de paradox uit te spreken, dat wij
+vooral in slechte jaren den Heere niet 't minste moeten danken. Hij
+bewees deze schijnstrijdige stelling met de juiste opmerking, dat wij
+eerst in <span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a>dagen van krankheid de gezondheid recht leeren waardeeren,
+en alzoo ook in jaren van teleurstelling niet alleen voor de
+tegenwoordige, maar ook voor de vroegere zegeningen Gods den Heere
+recht leeren danken. Bovendien, op een dankdag behoeven wij niet
+alleen te danken, maar mogen wij ook bidden tot Hem, die sprak: &bdquo;De
+Heere is nabij allen, die Hem aanroepen, die Hem aanroepen in der
+waarheid.&rdquo; Laten we 't doen in 't besef, dat wij alles hebben
+verbeurd. Laten wij 't doen in waar geloof. In der waarheid.</p>
+
+<p>Deze heerlijke preek geeft mij wederom stof tot veel denken.</p>
+
+<p>Wanneer ik hetgeen ik heb verdiend vergelijk met hetgeen de Heere mij
+thans oplegt, och, wat heb ik dan nog stof tot danken. Tot danken aan
+Hem, van Wien de dichter van den 103en psalm jubelt, en van Wien mijne
+ziel 't meejubelt: &bdquo;Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt
+ons niet naar onze ongerechtigheden.&rdquo;</p>
+
+<p>Ik maak een tweede vergelijking, en weeg, wat ik door mijne zonde heb
+verdiend, af tegenover den rijkdom van weldaden, waarmede de Heere mij
+vooral in deze dagen omringt. Dan gaat 't mij wederom als den dichter
+van den 103en psalm. De zegeningen Gods worden als een heerlijke
+tempel voor mij, en in 't midden daarvan roep ik als een beweldadigde
+tollenaar uit: &bdquo;Loof den Heere<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: .">,</ins> mijne ziel! en al wat binnen in mij
+is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne ziel! en vergeet geen
+van Zijne weldaden&rdquo;.</p>
+
+<p>Ik maak een derde vergelijking. Ik denk aan 't geen ik mij door mijne
+zonden heb waardig gemaakt, en vestig dan 't oog op 't lijden van den
+Heiland, die onschuldig zoo nameloos veel leed voor schuldigen, om
+voor dezen een eeuwig behoud te verwerven. Ik lees tegenwoordig bijna
+dagelijks in 't schoone hoekje van Thomas à <span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a>Kempis: &bdquo;Meditatiën over
+het leven van Christus.&rdquo; Welk een beschaming, maar ook welk een troost
+ontvangt mijn ziel dan vooral uit de overdenking van Jezus' heilig
+lijden en sterven!</p>
+
+<p>Ik maak nog een vergelijking, en plaats datgene, wat ik door mijn
+zonde heb verdiend tegenover datgene wat de Heiland voor mij heeft
+verworven. En dan roep ik als de dichter van den 103en psalm hemel en
+aarde op tot een machtig koorgezang, om den Heere te loven, en zeg
+daarbij tot mijne ziel: &bdquo;En gij, mijn ziel, looft gij Hem bovenal!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar dit volmaakt danken zal eerst in de eeuwigheid zijn. O heerlijke
+eeuwigheid! Gij verzacht alle lijden dezer aarde, dat als een druppel
+in een oceaan verzinkt!</p>
+
+<p>Beproefden, laat ons maar veel deze vergelijkingen maken, en wij
+leeren God in alles danken. In alles, zelfs in de zwaarste
+beproevingen!</p>
+
+<p>Laat ik u ten slotte nog een aangename ontmoeting mededeelen, die we
+hier hadden. Op de tafel in de wachtkamer zag ik een blaadje liggen,
+dat den titel voerde: &bdquo;<span xml:lang="de">Lebensfragen beantwortet für moderne Menschen.</span>&rdquo;
+&bdquo;Levensvragen, voor moderne menschen beantwoord.&rdquo;</p>
+
+<p>Twee onderwerpen werden daarin behandeld: &bdquo;Wereldbeschouwing en
+zedelijkheid,&rdquo; en &bdquo;Hoe iemand van zijn angst verlost wordt.&rdquo; Een
+uitnemend geschreven blaadje, dat als model kan dienen voor allen, die
+onder de hoogere standen willen evangeliseeren. In een andere
+wachtkamer vond ik een traktaatje, nog inniger geschreven. In korte
+stukjes werden daarin de volgende onderwerpen besproken: Waarom moet
+ik lijden? Uwe droefenissen en moeilijkheden. Een slapelooze nacht.
+Hoe verhoort God onze gebeden? Hiernamaals! Een probaat middel.</p>
+
+<p>Het eene stukje is nog al stichtelijker dan 't andere, en alle tezamen
+vertroosten mij zeer. Natuurlijk dacht ik <span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a>dadelijk: Ik moet zien,
+welke hand deze daar heeft gelegd. Spoedig was zij ondekt: een dame
+uit Barmen, een allervriendelijkste verschijning, een lijderes, met de
+vreugde der Christelijke hope in 't zielvol oog. Dadelijk stelden we
+ons aan haar voor, en dankten haar voor haar arbeid. &bdquo;Ach, was haar
+antwoord, 't geeft zoo weinig!&rdquo; Ik was blijde haar terstond 't
+tegendeel te kunnen verzekeren, en haar te zeggen, hoe haar traktaatje
+mij verkwikt had. Ik voegde er bij, dat ik een stukje vertalen zou, en
+naar Holland zenden. &bdquo;Wie weet, hoe velen in Holland er door vertroost
+zullen worden. Zoo brengt uw arbeid menigmaal zegen, zonder dat u 't
+zelve merkt.&rdquo;</p>
+
+<p>Het spreekt vanzelf, dat mijn vrouw en ik dadelijk dikke vrienden met
+haar werden.</p>
+
+<p>Ik vervul thans mijn belofte, en vertaal ten slotte 't kleinste
+stukje, opdat mijn brief niet te groot worde.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe verhoort God onze gebeden?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het is den Heere om onze bevestiging en opvoeding te doen en niet in
+de eerste plaats om het effenen der wegen, om het drogen der tranen.
+Merken we dit toch goed op, wanneer we in nood bidden: &bdquo;Heere help
+ons, wij vergaan!&rdquo; Laten wij nooit meenen, dat Hij ons alleen dan
+verhoord, wanneer Hij op eenmaal de smarten wegneemt en effen baan
+maakt. De Heere kan ook alzoo en beter verhooren, wanneer Hij ons
+kracht geeft tot dragen, en wij in den smeltoven gelouterd, voor Zijn
+dienst meer geschikt gemaakt, meer naar Christus' beeld hervormd en
+voor de eeuwige heerlijkheid rijper gemaakt worden.&rdquo;</p>
+
+<p>Moge werkelijkheid worden, wat ik zei, en ook dit nog velen ten zegen
+zijn.</p>
+
+<p>Ons wederom in uwe gebeden aanbevelend, blijf ik</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 25 November 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Vanaf 16 November ben ik tot op heden elken dag geregeld behandeld,
+behalve Zaterdag 22 November. Op dien dag was 't de Diës der
+Universiteit, en ieder Leidenaar weet, wat dit voor een academiestad
+beteekent.</p>
+
+<p>Aan den avond van dien dag maakte ik een kleine wandeling naar
+<span xml:lang="de">Handschuhsheim</span>, dat mij langzamerhand lief is geworden, niet alleen om
+zijn schilderachtige ligging maar ook om zijn voortreffelijk kerkelijk
+leven. <span xml:lang="de">Handschuhsheim</span> is de Sionsburcht van Heidelberg.</p>
+
+<p>Het was een prachtige stille avond. Het gewoel van Oud-Heidelberg lag
+ver achter mij. Ik was de eenige wandelaar op de <span xml:lang="de">Landstrasse</span>. Rechts
+hief de bergketen haar ruige, bultige ruggen omhoog. Links strekte het
+Heidelbergdal zich uit. Rondom mij flonkerden de gloeilichtjes als sterren
+op aarde. Een oogenblik later begon de klok van <span xml:lang="de">Handschuhsheim</span> haar
+volle, statige tonen door de bergen en over de vlakte te beieren. Het
+zou den volgenden dag nationale boete- en bededag zijn. Deze werd nu
+ingeluid.</p>
+
+<p>Toen overviel mij een heimwee naar den ouden tijd, naar den tijd van
+Frederik III, van Ursinus en Olevianus, naar den tijd, toen het
+waarachtig Christendom in het publieke leven den boventoon voerde. Ik
+had juist de woorden gelezen, die Minister Pleijte in onze Tweede
+Kamer over de verhouding van den Javaan tot den Islam gesproken had.
+&bdquo;Voor den Javaan is de Islam niet alleen zijn Godsdienst, maar zijn
+alles!&rdquo; Ik dacht toen dadelijk: &bdquo;Maar is onze verhouding tot het
+Christendom een andere?&rdquo; Neen, de liberalen hebben 't nooit begrepen.
+Maar met meer recht dan de Islam voor den Javaan, is het Christendom
+voor ons Christenen meer dan een Godsdienst, <span class="pagenum" title="67"></span><a id="p_67"></a>het is ons alles. Dat
+was 't voor een Frederik III en zijn trouwe geestelijke
+lijfstaffieren. Dit was het voor de helden, die toen in Nederland in
+den strijd om 't behoud van het ware Christendom alles voor alles
+gaven. Welk een kostelijke tijd, toen zulke mannen in het publieke
+leven den toon aangaven!</p>
+
+<p>Helaas, 't werd spoedig anders. Het talent, het genie, de wetenschap,
+de kunst werden de goden der eeuw, de cultuur en nog eens de cultuur
+werd de Godsdienst van den tijd, uitwendige beschaving ging verre
+boven wedergeboorte en bekeering. Pelagius werd wederom de leeraar der
+volken. Luther, Calvijn, Augustinus, in naam geëerd, werden in de
+werkelijkheid afgedankt. En thans is 't zoover gekomen, dat de ware
+religie in 't leven als een onnutte dienstmaagd ter deure is
+uitgewezen.</p>
+
+<p>Oogenschijnlijk is dit geen verlies. Sinds de mensch den hemel uit 't
+oog verloor, begon hij zich immers meer aan de aarde te wijden. En met
+welke resultaten? Met recht spreekt men van de wonderen der techniek.
+Steden en dorpen breiden zich uit, en worden steeds fraaier.
+Achterhoeken zijn er niet meer. Alles krijgt op de een of andere wijze
+aansluiting aan 't wereldverkeer. Aan ieder wordt langzamerhand een
+plaats ingeruimd aan den welgevulden disch der culturen.</p>
+
+<p>Vooral in een stad als Heidelberg valt voor den mensch der wereld
+zooveel te genieten. Concerten, schouwspelen, lezingen van
+ongeloofsapostelen, 't is elken avond wat anders, en soms van alles
+tegelijk.</p>
+
+<p>Maar in dit schijnbaar schoone levensconcert klinkt één schrikkelijke
+wanklank, en dit is de dood! Op de kermis der ijdelheid schrijdt één
+boetprediker voort, dien niemand kan keeren: de dood! En ook hij
+kondigt in statige, volle tonen zijn komst den menschen aan: in het
+klokgelui der zware krankheid.... <span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a></p>
+
+<p>Ik keerde van mijn wandeling naar huis, en ging voor 't open venster
+staan om naar de zilveren tonen der boeteklok te luisteren, en ik
+dacht, hoe 't mij nu zou zijn, wanneer ik den Heiland niet kende als
+mijn Eén en mijn Al. Nu ben ik in al mijn lijden overgelukkig. Hij
+heeft reeds vroeger de boeteklok in mijn ziel doen klinken. Hij heeft
+<ins class="corr" id="corr17" title="Bron: zijn">Zijn</ins> Middelaarsliefde aan mij geopenbaard, Hij heeft mij laten
+zien, waarom ik moet lijden.</p>
+
+<p>Waarom ik moet lijden? O, laat ik 't u zeggen met de dichterlijke
+woorden van <span xml:lang="de">Carolina Rhiem</span>, die ik afschrijf uit het traktaatje,
+waarvan ik reeds een vorig maal melding maakte.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Wat hebt Gij mij te zeggen,<br /></span>
+ <span class="i0">Mijn Meester daar omhoog?&rdquo;<br /></span>
+ <span class="i1">Zoo wil ik weder vragen<br /></span>
+ <span class="i1">Tot ik Uw heil versta.<br /></span>
+ <span class="i0">Waarom hebt Gij gestuit<br /></span>
+ <span class="i0">Opnieuw nu mijnen loop?<br /></span>
+ <span class="i0">O, zeg mij toch het antwoord,<br /></span>
+ <span class="i1">Ik wachte stil daarop.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Mijn kind, Ik moest u leiden<br /></span>
+ <span class="i0">Hierheen in deez' woestijn,<br /></span>
+ <span class="i1">Om met u te spreken<br /></span>
+ <span class="i1">Op deze stille plaats.<br /></span>
+ <span class="i0">In al 't verwarde drijven<br /></span>
+ <span class="i0">Der onrust om u heen,<br /></span>
+ <span class="i0">Daar kondet gij mijn stemme<br /></span>
+ <span class="i1">Niet hooren, neen o neen!<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i2">Gij waart in gevaren,<br /></span>
+ <span class="i1">Die gij niet hebt vermoed,<br /></span>
+ <span class="i0">En hoordet niet mijn roepen,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat zacht u heeft gemaand.<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="69"></span><a id="p_69"></a>
+ <span class="i0">Zoo moest Ik &bdquo;halt&rdquo; gebieden,<br /></span>
+ <span class="i1">En nu door deze smart<br /></span>
+ <span class="i1">Uit het gewoel u trekken<br /></span>
+ <span class="i1">Heel na aan mijn hart.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Nu zie Mij eens in d'oogen<br /></span>
+ <span class="i1">En ga niet weder weg.<br /></span>
+ <span class="i1">Geloof nu Mijne liefde<br /></span>
+ <span class="i0">En hoor naar Mijn Woord!<br /></span>
+ <span class="i1">Buig u nu geduldig<br /></span>
+ <span class="i1">Ook onder Mijne tucht,<br /></span>
+ <span class="i1">Opdat Ik u kan reiken<br /></span>
+ <span class="i1">Des Geestes zoete vrucht!<br /></span>
+</div>
+<div class="tbpoem">*&nbsp;<span class="tbhoog">*</span>&nbsp;*</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i1">Nu heb ik U verstaan,<br /></span>
+ <span class="i0">Mijn Meester en mijn Vriend,<br /></span>
+ <span class="i0">En wil verheugd U danken<br /></span>
+ <span class="i0">Dat Gij zoo trouw 't meendet.<br /></span>
+ <span class="i1">Nu wil ik in de stilte<br /></span>
+ <span class="i1">Bij U ter schole gaan<br /></span>
+ <span class="i1">En U in Uwe schoonheid,<br /></span>
+ <span class="i2">Mijn Koning, gadeslaan!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>O ja, mijn beproeving is een ware woestijn voor mij. Maar de woestijn,
+de plaats der eenzaamheid en des doods, is ook de plaats, waar de
+hemel zich helder boven ons hoofd welft, waar we met den Heere en met
+onszelven alléén zijn, waar 't oog naar boven en naar binnen geslagen
+wordt. De woestijn is de tempel, waar de tollenaar zijn bede opzendt
+tot zijn God, waar de Heere Zich in al Zijn lieflijkheid aan de ziel
+openbaart, waar Hij de hope in de ziele verlevendigt op 't hemelsche
+Kanaän, waar niemand zegt: &bdquo;ik ben krank!&rdquo; O, heerlijke woestijn, waar
+de Heere alzoo de wolk- en vuurkolom zijner bijzondere
+tegenwoordigheid uitbreidt over de ziel. Ik ben <span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a>overgelukkig, en ook
+uit mijn hart klinkt de lofzang tot dien Heere: &bdquo;Gij hebt mij meer
+vreugde in mijn hart gegeven dan ten tijde wanneer hunlieder koren en
+most vermenigvuldigd zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>Met groote blijdschap gingen we dan ook Zondagmorgen naar 't bedehuis.</p>
+
+<p>Ditmaal gingen we weer naar de kapel van het Diaconessenhuis, waar de
+bekende pastor <span xml:lang="de">Samuel Keller</span> uit Freiburg zou preeken. Hij is hier
+gekomen om evangelische voordrachten te houden. Zondagsavonds zou hij
+spreken over &bdquo;<span xml:lang="de">die Heimkehr Gottes,</span>&rdquo; Maandag over &bdquo;den omgang met
+mijzelven,&rdquo; Dinsdag over &bdquo;vrije liefde en werkelijk huwelijk,&rdquo;
+Woensdag over &bdquo;moderne oplossingen van het sexueele vraagstuk,&rdquo;
+Donderdag &bdquo;over den inzet der ziel,&rdquo; en Vrijdagavond &bdquo;over de toekomst
+van het Christendom.&rdquo; Daarbij houdt hij echter elken dag een
+bijbellezing, en preekt Zondagmorgen in de kapel.</p>
+
+<p>Tot mijn leedwezen kan ik de avondvoordrachten niet bijwonen. Ik ga
+nog steeds gestadig en krachtig vooruit. Natuurlijk verschilt de ééne
+dag zeer van den anderen. Maar tot roem van des Heeren wonderbare
+goedheid mag ik U mededeelen, dat ik mij steeds krachtiger ga
+gevoelen. Toch mag ik mij nog niet wagen aan drukke
+avondbijeenkomsten, waar drie à vier duizend menschen samenkomen.</p>
+
+<p>Daarom verheugde 't mij temeer, dat ik hem Zondagmorgen mocht hooren.</p>
+
+<p>Welk een verschijning! Een man, als uit een rots gehouwen, met grijzen
+haardos, waarvan blijkbaar nog niet één haar is uitgevallen, een
+blozend gelaat, een stem van metaal.</p>
+
+<p>Hij nam tot tekst Openb. 2: 2&ndash;5.</p>
+
+<p>Er bestaat een boetedag-gevaar, zoo begon hij. Het gevaar, dat we
+vandaag de massieve, grove volkszonden <span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a>hekelen, onszelven als
+farizeërs oprichten in onze banken, en van onze hoogte op dit gespuis
+neerzien. In dat gevaar mogen wij ons niet begeven. Wij hebben
+gezondigd, en moeten schuldenaren worden; daarom koos ik dezen tekst.
+Wij moeten ons door den Heere laten berispen; maar mogen ons eerst
+door Hem laten prijzen. &bdquo;Ik weet uwe werken,&rdquo; zegt de Heere. De wereld
+neemt van onze Christelijke werken op allerlei gebied geen notitie.
+Het is ons genoeg, dat de Heere zegt: &bdquo;Ik weet!&rdquo;</p>
+
+<p>Máár.... één groot ding heeft de Heere tegen ons, dat wij onze eerste
+liefde hebben verlaten. De Heere gaf u een lentetijd; de lente ging;
+maar de zomer kwam niet. In plaats van den berg van 't Christelijk
+leven te bestijgen, hebt ge u neergezet op de mistbank uwer bekeering.
+Waarom wilt gij ook van niets hooren dan van bekeering, en zegt dan
+voldaan: &bdquo;deze heb ik, en meer heb ik niet noodig!&rdquo; Maar zóó zijt ge
+verachterd in de genade!</p>
+
+<p>Op die wijze ging hij voort. Ik kan U niet alles uitschrijven, daar
+mijn brief anders te lang wordt. 't Was een krachtig woord, dat de
+harten en gewetens aangreep.</p>
+
+<p>Jammer, dat de Hollanders, die hier zijn, over 't gemeen 't Duitsch
+niet machtig zijn, en de prediking niet kunnen volgen. Er zijn er hier
+nu wel een vijftien. We vullen de halve wachtkamer.</p>
+
+<p>Ik ben ook nog niet zoover, dat ik voor hen kan preeken. Over een uur
+worden mij twee scherpe kiezen getrokken, die mij in 't spreken zeer
+belemmeren. Misschien dat 't dan beter wordt. Ik moet thans eindigen,
+om mij weer onder behandeling te stellen. Blijft ons gedenken voor den
+Troon der Genade bij Hem, die wonderlijk is van raad en groot van
+daad. Weest tezamen den Heere bevolen van</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 3 December 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde Gemeente!</i></div>
+
+<p>&bdquo;Roep Mij aan in den dag der benauwdheid, en Ik zal er u uithelpen, en
+gij zult Mij eeren!&rdquo; &bdquo;Ik ben 't, die met de verdrukking de uitkomst
+geef!&rdquo; In de dagen, die thans achter mij liggen, heeft de Heere deze
+heerlijke waarheden wederom op zoo treffende wijze vervuld.</p>
+
+<p>Ik heb moeilijke dagen doorgemaakt. Vooral de dag, waarop ik u
+verleden week mijn brief zond, was een gewichtige dag. Op één dag
+moest ik toen om 10 uur worden ingespoten en om 11 uur worden belicht,
+terwijl me om 1 uur twee scherpe tandwortels en één kies moesten
+worden getrokken.</p>
+
+<p>Ik behoef u niet te zeggen, dat vooral de laatste operatie, in een
+pijnlijken mond, dien men ternauwernood kan openen, en waarin de
+dokter de tang nauwelijks bewegen kan, terwijl aan de kaak nog altijd
+een rest van een kankerknobbel zit, een zeer pijnlijke kunstbewerking
+is. Van verdooving kon geen sprake zijn. Ik zag er wel wat tegen op;
+maar de noodzakelijkheid legde aan alle innerlijke tegenspraak het
+zwijgen op.</p>
+
+<p>Voordat ik van huis ging, las ik den 38sten psalm. Helder stelde ik
+mij de verootmoedigende waarheid voor den geest, dat alle ellende 't
+vruchtgevolg der zonde is. Daarop wandelde ik alléén naar 't
+<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Mijn vrouw, voor wie de afstand te ver is, gaat in den
+regel met de tram. Onderweg stelde ik mij voor oogen, wat de Heiland
+aan het kruis heeft geleden, zes uren achteréén, hangende aan een
+drietal spijkers. Hij, Onschuldige voor de schuldigen. &bdquo;Heere&rdquo;, zeide
+ik in mijzelven, &bdquo;daar hebt Gij ook mijne krankheden op U genomen&rdquo;.
+Deze overdenking gaf mij rijken troost. Ik leerde mij schamen voor
+mijn vrees voor pijn. Welgemoed ging ik 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> <span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a>binnen,
+onderging 't één na 't ander, en kon in de tusschentijden mijn brief
+aan u voltooien en verzenden.</p>
+
+<p>Ik zal u geen beschrijving geven van de laatste operatie. De ééne tang
+na de andere werd als onbruikbaar terzijde gelegd. Eindelijk lukte de
+bewerking. De minuten van pijn waren als een droom voorbij gevlogen;
+en mijn ziel jubelde dankende den Heere tegemoet, Die mij zoo krachtig
+had gesterkt.</p>
+
+<p>Prof. <span xml:lang="de">Werner</span>, de dokter van dienst, eveneens een sympathieke
+persoonlijkheid, bijgestaan door een zeer medelijdende zuster,
+voltooide 't werk. We waren allen even blij, toen de zaak was
+afgeloopen. Ik kan deze menschen niet genoeg danken voor hetgeen ook
+zij voor mij zijn.</p>
+
+<p>Ik had nu veel verlichting gekregen; maar aan het einde der week
+volgden weer een paar moeilijke dagen. Ik kreeg gedurig bloeding in
+den mond met eenige koorts. Ik leed veel pijn, en moest een paar dagen
+het bed houden.</p>
+
+<p>Alzoo nederliggend, hield ik mij bezig met de overdenking van 't
+lijden van onzen dierbaren Heiland en volgde ik Hem van Zijn Krib tot
+Zijn Kruis. Ik stelde mij den heerlijken Kerstnacht voor oogen, waarin
+'t Vleeschgeworden Woord nederlag in de kribbe; ik dacht aan den
+heerlijken engelenzang, aan 't bezoek der herders en der wijzen; maar
+ook wederom aan de vervolging door Herodes. Neen, 't kindeke Jezus
+mocht niet spelen op een der straten van Israël; 't scherpe zwaard
+dreigde reeds dadelijk 't onschuldige Kind; als een balling moest Hij,
+nog zóó jong, in den vreemde zwerven. Op deze wijze ging ik de
+omwandeling en 't lijden van den Heiland na. Dan weer stelde ik mij de
+vreugden des hemels voor: wat het zijn zal, in de eeuwige rust te
+zijn, <span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a>van alle zonde en ellende ontslagen te zijn! Maar deze rust zal
+niet zijn als de rust van den slaap; neen, zij zal wezen en geheel
+vervuld zijn met den Heiligen Geest, in de heerlijke extase der
+heerlijke vreugde. O, met welke vreugde zullen de zaligen wandelen op
+de gouden straten van het hemelsche Jeruzalem, onder de wuivende
+palmen van 't heerlijk paradijs, elkander herkennende, elkander
+leerende kennen, om samen den Heere groot te maken in den volmaakten
+lofzang, die als een stemme veler wateren door de wijde hemelen
+ruischt! Met welk een blijdschap zullen zij den verheerlijkten Heiland
+zelven zien, die voor ons aan 't Kruis heeft gehangen, en die daar nu
+de Zijnen rondom Zich verzamelt! Hoe zal Hij ons dan aanzien? Niet met
+een blik, zooals Hij Petrus aanzag in de Kájafaszaal; maar met een
+oog, waaruit de verzadiging Zijner vreugde spreekt daarover, dat nu
+vervuld is, wat Hij bad: &bdquo;Vader! Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij
+Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijne heerlijkheid mogen
+zien, die Ik bij U had vóór de grondlegging der wereld.&rdquo; Ja, welk een
+verzadiging van vreugde zal het voor ons wezen, in 't Vaderhuis te
+zijn; bij God, den Vader, voor eeuwig thuis te zijn; nu alle dingen te
+weten, zonder dat die kennis ons eenige studie kost, en aan dit
+volmaakte kennen de stof te ontleenen tot Gods eeuwigen lof en prijs!</p>
+
+<p>Het was mij goed, alzoo verdrukt te zijn, en in mijn druk zoo tot den
+Heere te worden uitgedreven.</p>
+
+<p>En.... Hij gaf met de verdrukking zulk een verrassende uitkomst.
+Maandagmorgen voelde ik mij geheel hersteld. De voorbijgaande
+ongesteldheid had uitgewoed. En nu voelde ik eerst recht, hoeveel ik
+gedurende deze kuur weer was vooruitgegaan.</p>
+
+<p>'s Middags maakte ik een bezoek bij Prof. <span xml:lang="de">Werner</span>, om met hem over mijn
+toestand te spreken. Hij was nu <span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a>nog meer voldaan dan aan 't einde der
+eerste kuur. Niet alleen uitwendig, maar ook inwendig was 't
+kankergezwel zelfs gedurende de kuur snel afgenomen. Met de tong,
+zeide hij, zou 't iets langzamer gaan, hoewel ook deze aanmerkelijk
+beter is geworden. In Januari moet ik, zoo de Heere wil, voor een
+derde kuur terugkomen; en wanneer ik daarin even voorspoedig ben als
+in de beide eerste, bestaat er welgegronde hope, dat ik Februari of
+Maart mijn werk weer mag opvatten.</p>
+
+<p>Mocht dit eens waarheid worden!</p>
+
+<p>Zal ik dan tevergeefs geleden hebben dat zware lijden, dat gevoerd
+worden langs dood en graf, wat ik nu heb doorgemaakt?</p>
+
+<p>In 't Badensch kerkelijk gezangboek is een heerlijk vers:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Die Wege sind oft kromm, und doch gerad,<br /></span>
+ <span class="i0">Darauf Du, Herr, die Deinen lässet gehen,<br /></span>
+ <span class="i0">Da plegt oft wunder seltsam aus zu sehen,<br /></span>
+ <span class="i0">Doch triumphiert zuletzt Dein guter Rat!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">D.&nbsp;i.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">De wegen zijn vaak <em class="g">krom</em>, en toch <em class="g">recht</em>,<br /></span>
+ <span class="i0">Waarop Gij, Heer, Uw kinderen voert,<br /></span>
+ <span class="i0">Daar pleegt 't er vaak wonder zeldzaam uit te zien.<br /></span>
+ <span class="i0">Toch triumfeert <em class="g">ten laatste</em> Uw goede raad!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Ja, krom schijnen vaak de wegen, waarop de Heere Zijne kinderen leidt
+tot het voorgestelde doel!</p>
+
+<p>Israël wordt uit Egypte geleid; maar in plaats van dadelijk
+wonderdadig Kanaän te worden binnengeleid, wordt 't gansche volk in de
+engten van Pi-Hachirôth oogenschijnlijk dadelijk ten doode gewijd!</p>
+
+<p>Aan Jozef wordt verhooging beloofd, en hij wordt in de diepste
+vernedering weggestooten!</p>
+
+<p>David wordt tot koning gezalfd, en de gezalfde des Heeren moet als
+balling buiten zijn vaderland zwerven, bij de Filistijnen zelfs een
+schuilplaats zoeken!</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a></p>
+
+<p>Kromme wegen!</p>
+
+<p>Toch zijn ze recht als een kaars!</p>
+
+<p>Aan de Roode Zee wijken op Gods bevel de wateren des doods voor de
+koningskinderen. Als een rij soldaten staan de wateren aan weerskanten
+van 't doortrekkend volk. Het is, alsof ze hun zwaarden tegen hun
+schouder drukken, om den kinderen Israëls militaire eer te bewijzen.
+Op de Egyptenaren stormen ze in met de scherpte hunner wapenen. En
+Mozes en Israël zingen 't lied, dat de paaschpsalm der eeuwen, 't lied
+der eeuwigheid werd!</p>
+
+<p>Was Jozef een minder voortreffelijk onderkoning, omdat hij in 't
+kerkerhol had gezucht, of was hij de rechte man op de rechte plaats om
+den nood van heel een volk te lenigen?</p>
+
+<p>Heeft 't David kwaad gedaan, dat hij een balling was, voordat hij
+koning werd. Neen, in de ballingschap is de lier gestemd, waarbij de
+koning voor zijn volk zong; meer nog, is zijn hart gevormd, om een
+rechte koning te zijn over het arme volk van God.</p>
+
+<p>Zal 't mij hinderen in mijn arbeid onder de verwaarloosde jeugd, onder
+zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen, wanneer ik straks
+als uit de dooden opgestaan in hun midden mag staan om de groote
+werken Gods te vertellen?</p>
+
+<p>O, mocht 't eens waarheid worden, dat ik in Februari of Maart mijn
+werk weer mocht opvatten!</p>
+
+<p>Bidt, Geliefden, de Heere is de Hoorder der gebeden! Hem is niets te
+wonderlijk! O, verhoore Hij uwe en onze smeekingen, en verblijde Hij
+ons door Zijn groote daden!</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 9 December 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Wanneer gij dezen ontvangt, hoop ik met mijne vrouw weder in het
+vaderland te zijn. Woensdag 10 December vertrekken we D.V. 2,19 van
+hier, en hopen dan 's avonds 10,16 in Amersfoort aan te komen.
+Donderdag zal wegens de vermoeienis van den vorigen dag 't hoofd wel
+niet tot schrijven staan. Daarom zend ik dezen brief thans maar wat
+vroeger af.</p>
+
+<p>Het voornaamste wat in de afgeloopen dagen met mij heeft plaats gehad,
+is de vroeger reeds aangekondigde opsluiting van 5 tot 7 December en
+de bestraling met mesothorium radium.</p>
+
+<p>Behalve operatie worden hier voor de kankerbestrijding in hoofdzaak
+drie middelen aangewend: 1e. de inspuiting met enzytol, 2e. de
+Röntgen-bestraling, en 3e. de radium-bestraling.</p>
+
+<p>Deze volledigheid teekent de voortreffelijkheid der hier gevolgde
+methode. Ook in andere steden, als Weenen, Dresden en Parijs wordt de
+kanker stelselmatig bestreden; maar nergens heeft men het complete
+stel van middelen, dat men hier gebruikt. Schier nergens heeft men de
+inspuiting met enzytol, waaraan hier juist zulke groote waarde wordt
+gehecht. Op de meeste plaatsen heeft men òf Röntgen-bestraling, òf
+radium-bestraling; doch schier nergens, gelijk hier, beide tegelijk.</p>
+
+<p>De voortreffelijkheid der hier gevolgde methode van kanker-behandeling
+blijkt dan ook wel 't best uit de verrassende uitkomsten. Een
+Hollandsch dokter, die op onderzoek uit is, deelde mij mede, dat hij
+nergens de resultaten heeft gezien, die hij hier aanschouwde. We
+stonden samen bij een man uit Crefeld, die in zijn geboorteplaats voor
+de tweede maal aan maagkanker was geopereerd. <span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a>Bij de tweede operatie
+was de opening echter dadelijk dichtgemaakt; men zag de onmogelijkheid
+van een tweede operatie in. Deze man kwam hier. Hij vertelde ons, dat
+de knechten, die hem in 't bad hielpen, tegen elkander zeiden: &bdquo;Deze
+kan nog naar Crefeld terug, maar verder niet, anders bezwijkt hij
+zeker.&rdquo; Hij maakte nu zijn derde kuur door, had 13 pond aan gewicht
+gewonnen, maakte zeer groote wandelingen, en zou spoedig verlof
+krijgen, om te gebruiken, wat hij wilde. De dokter, die naast mij
+stond, fluisterde mij in 't oor: &bdquo;in beginsel is hij reeds genezen!&rdquo;</p>
+
+<p>Zóó zijn hier tal van voorbeelden.</p>
+
+<p>Vooral de radium-bestraling is echter zeer kostbaar. Het radium is de
+schoone uitvinding van Madame Curie, een Poolsche van geboorte, met
+een Fransch professor gehuwd, zelve gedoctoreerd in de chemie, als ik
+mij niet bedrieg, de éénige vrouw, die ooit op wetenschappelijk gebied
+een ontdekking deed. Deze vinding plaatste deze <span xml:lang="fr">princesse de science</span>
+evenwel dadelijk in de voorste rijen der grootste geleerden. Zelden is
+nuttiger uitvinding gedaan dan deze. Het radium wordt tegenwoordig
+gebruikt voor de genezing van allerlei treurige ziekten, waartegen men
+vroeger machteloos stond.</p>
+
+<p>Maar gelijk ik reeds zeide, 't radium is zeer kostbaar. Vele
+centenaars grondstof zijn noodig om er een milligram radium uit te
+bereiden. De grondstof is ook niet in groote hoeveelheden voorhanden.
+Alzoo gaat de bereiding slechts zeer langzaam voort, en komt op hooge
+kosten te staan.</p>
+
+<p>Vandaar dan ook de opsluiting van de patiënten, die met radium worden
+bestraald. Ze krijgen voor een groote waarde aan hun lichaam. Ik had
+bijv. voor een waarde van 63000 Mark of 37800 Gulden aan mijn hals.
+Stel eens, dat zulke patiënten vrij konden rondloopen! Hoe <span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a>licht zou
+iemand in de verzoeking komen, om er mee weg te gaan, of 't weg te
+stoppen, en te veinzen 't verloren te hebben, om 't later voor een
+zeer groote waarde aan dezen of genen dokter of kwakzalver te
+verkoopen!</p>
+
+<p>Vrijdagavond zes uur werd de deur van buiten achter mij gegrendeld.
+Toen kreeg ik eenig idee van 't vreeselijke der cellulaire gevangenis,
+en ik kan mij begrijpen, dat tegenwoordig velen opstaan, die een
+andere wijze van straffen voorstaan. Terstond dacht ik ook aan <span xml:lang="en">Bunyan</span>
+en <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: Rethurford" xml:lang="en">Rutherford</ins>, en stelde mij voor, wat dezen om hun geloof hebben
+geleden.</p>
+
+<p>En toch, hoe goed hebben deze beide mannen 't in de gevangenis gehad,
+wat was de Heere hun daar nabij! De kerker was hun als een paradijs!
+<span xml:lang="en">Bunyan</span> schreef hier zijn Christenreize, en <ins class="corr" id="corr19" title="Bron: Rethurford">Rutherford</ins> zijn heerlijke
+brieven.</p>
+
+<p>Ook mij wilde de Heere wederom sterken. Acht-en-veertig uren moest ik
+alzoo gevangen zitten; maar de tijd is omgevlogen. Ik troostte mij
+vooral met den 9en en 10en Zondag van den Heidelberger Catechismus. Ik
+hief mijn hart op tot Hem, Die vóór alle dingen is, en door Wien alle
+dingen zijn. Ik bewonderde Zijn wijsheid, die zulke verborgene
+krachten in de schepping legde, en dan den naar Gods beeld geschapen,
+denkenden, menschelijken geest 't vermogen gaf, de meest verborgen
+geneesmiddelen op te sporen. Ik loofde Zijn goedheid, dat ik 't
+onwaardeerbaar voorrecht mocht genieten, thans van dit kostbare middel
+gebruik te maken. Niet minder dankte ik Zijne liefde, dat Hij mij
+alles, wat Hij mij in den laatsten tijd deed ondervinden, ten goede
+deed medewerken. Alles bracht mij nader tot Zijnen Eeuwigen Zoon.
+Jezus werd mij steeds dierbaarder. O Hij, Hij alléén, is mijn Alles,
+mijn wijsheid, mijn rechtvaardigheid, mijn heiligmaking, mijn
+verlossing, mijn vreugde, mijn liefde, mijn hope, mijn troost. Ik ken
+en aanbid dan ook de bedoeling, <span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a>die de Heere met mijne zware
+beproeving heeft. Hij zendt ze mij uit liefde, met vaderlijke hand
+toe, om mij hoe <ins class="corr" id="corr20" title="Bron: langs">langer</ins> zoo meer te louteren. Deze kennis geeft mij
+geduld in dezen tegenspoed, geeft mij dankbaarheid, wanneer ik eenigen
+vooruitgang bemerk en geeft mij ook genade om mij met een volkomen
+vertrouwen voor de toekomst aan den Heere over te geven, wetende, dat
+niets mij zal scheiden van Zijne liefde in Christus.</p>
+
+<p>In dit vertrouwen ga ik dus zonder vreeze de onbekende toekomst in.</p>
+
+<p>De hoofdkuur is nu afgeloopen.</p>
+
+<p>Wat is 't resultaat?</p>
+
+<p>Dit zal nader moeten blijken.</p>
+
+<p>Blijf ik, zooals ik nu ben, dan zou ik, zij 't met groot lichamelijk
+gebrek, mijn arbeid weer kunnen doen. Bij de eerste kuur kwam er een
+omwenteling ten goede in mijn gestel. Deze is bij de tweede bevestigd.</p>
+
+<p>Maar er is meer noodig.</p>
+
+<p>Zoolang de kanker nog niet is uitgeroeid, blijft steeds een
+catastrophe te vreezen.</p>
+
+<p>Ik zal dan moeten afwachten, wat de Heere nu verder werkt. Is de
+nawerking der hoofdkuur goed, dan hoop ik met goeden moed een derde
+kuur te ondernemen, in de stille hope, dat de Heere dan een volkomene
+genezing geeft.</p>
+
+<p>Zooals Hij doet, zoo is 't echter wèlgedaan.</p>
+
+<p>Neemt Hij mij weg, dan hoop ik den God mijn levens, den God van zoo
+rijke en vrije genade, in mijn sterven te mogen verheerlijken, en zal
+ik stervend Zijnen goeden Naam nog danken, dat Hij mij door mijn
+bezoek aan Heidelberg de gelegenheid heeft geschonken, getuigenis af
+te leggen van de genade, die Hij mij wilde bewijzen. De Heere vergist
+Zich nimmer; ook in mijn sterven zal Hij dan Zijn naam grootmaken. <span class="pagenum" title="81"></span><a id="p_81"></a></p>
+
+<p>De eerste leerlingen van de Geneefsche Universiteit werden door
+Calvijn naar Frankrijk gezonden. Calvijn had zich heel wat voorgesteld
+van den arbeid dezer beide evangeliepredikers in zijn geliefd
+geboorteland. Nauwelijks zijn zij echter over de grenzen, of zij
+worden gevangengenomen en verbrand.</p>
+
+<p>Welk een slag voor Calvijn! Slechts voor een korten tijd! Spoedig
+leerde Calvijn inzien, dat deze beide jonge mannen in hun
+martelaarsdood krachtiger prediking hadden gedaan, dan zij heel hun
+leven hadden kunnen houden.</p>
+
+<p>In Amerika sterft een jeugdig proponent, en wordt begraven op den dag,
+dat hij zijn intrede zoude doen. Wijlen Ds. Beuker zou bij de
+begrafenis de lijkrede houden. Hij begon te zeggen: &bdquo;Deze jonge man
+dacht 't evangelie te prediken in de lijdende en strijdende kerk! God
+heeft wat beters over hem voorzien, hij mag nu aan de heilige engelen
+Gods verkondigen de veelvuldige wijsheid Gods, in de verlossing der
+gemeente openbaar&rdquo;.</p>
+
+<p>God rechtvaardigt altijd zijn doen.</p>
+
+<p>Nu zien we dat nog niet ten volle.</p>
+
+<p>Hoeveel duisters er echter ook zij in 't Godsbestuur, hiervan ben ik
+zeker, dat 't einde aller dingen de allerheerlijkste Theodicee of
+rechtvaardiging Gods zal zijn.</p>
+
+<p>Hoe de Heere dus ook doe, wat Hij doet, is altijd wijs, heilig en
+goed.</p>
+
+<p>Behaagt 't Hem, mij nog jaren tot mijne levensjaren toe te voegen, dan
+heb ik de begeerte, dat Hij mij slechts een hemelsch leven geve, opdat
+ik reeds op aarde den hemel meer en meer mag beginnen.</p>
+
+<p>Geliefden, laten wij die genade veel van onzen God bidden! O, wat zal
+'t ons dan goed zijn, wat zal God in al ons doen verheerlijkt worden,
+en wat zal ook de wereld dan werkelijk worden jaloersch gemaakt!</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a></p>
+
+<p>Eenigen tijd geleden verscheen een werk, dat veel opzien baarde, en
+dat den titel voerde: &bdquo;<span xml:lang="de">Briefe, die Ihn nicht erreichten!</span>&rdquo; &bdquo;Brieven,
+die hen niet bereikten.&rdquo;</p>
+
+<p>En wie waren die brieven?</p>
+
+<p>Dit waren de Christenen. Zij zijn de brieven, die de Heere aan de
+wereld schrijft, opdat zij uit den wandel der Christenen zullen leeren
+hun leven te verbeteren.</p>
+
+<p>Maar helaas, vele van deze brieven bereiken de menschen der wereld
+niet.</p>
+
+<p>De wereld kan aan vele Christenen niet zien, dat zij werkelijk
+Christenen zijn.</p>
+
+<p>Zulke brieven komen niet aan hun adres, en blijven als onbestelbaar
+liggen.</p>
+
+<p>Neen geliefden, zoo mag 't niet zijn!</p>
+
+<p>Laat ons dus om genade bidden, dat wij een waarlijk <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: hemelscht">hemelsch</ins> leven
+mogen beginnen! Zegene Hij daartoe voor ons tezamen ook het schrijven
+dezer brieven!</p>
+
+<p>Dit is de hartelijke bede van</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 18 December 1913.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Zoo gingen wij dan Woensdag 10 December des namiddags te 2.19 uit
+Heidelberg naar het vaderland terug. Wij hadden dezen trein gekozen,
+omdat we dan nergens behoefden over te stappen; in <ins class="corr" id="corr22" title="Bron: Heidlberg">Heidelberg</ins> stapten
+we in, in Amersfoort uit den trein.</p>
+
+<p>Spoedig waren <ins class="corr" id="corr23" title="Bron: de">we</ins> in Mainz, en hadden we wederom den oever van den Rijn
+bereikt. Dit was nu de vierde maal, dat ik op mijn reizen naar en van
+Heidelberg langs &bdquo;den grootvorst van Europa's stroomen&rdquo; spoorde.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="83"></span><a id="p_83"></a></p>
+
+<p>Het was nu een kille, vochtige December dag; de herfstbetoovering was
+geheel geweken; en toch was de Rijn nog schoon! Helder blonk zijn
+water in de schemering. Wat verschilt 't rivierwater toch van 't
+zeenat! De zee kan zoo loodkleurig getint zijn; door de bries in
+beweging gebracht, en wit gekuifd lijken hare wateren zoo recht
+&bdquo;wateren des doods&rdquo;. Heel anders 't rivierwater, inzonderheid 't
+Rijnwater, dat schier altijd als levend water schittert. Aan
+weerskanten sprongen de bergen als zwarte, natte reuzen in de
+invallende duisternis op. Op geregelde afstanden vertoonde zich een
+Rijndorp of stad, tooverachtig flonkerend in 't electrische licht.</p>
+
+<p>Mijn vrouw bleef in haar coupé. Ik ging naar den spijswagen; ik was er
+de eenige gast; en ging rustig in een hoekje zitten mijmeren.</p>
+
+<p>Ik dacht aan de dagen mijner jeugd. De Rijn is de eerste rivier, dien
+ik leerde kennen. Levendig herinner ik mij, hoe ik als kind met mijn
+moeder menigmalen van Elst naar Arnhem reed. Vóór de brug spanden we
+uit; en hoe verheugd liep ik dan aan de hand mijner moeder over de
+schipbrug bij Arnhem! Hoe gelukkig is de jeugdige mensch, wanneer hij
+nog aan de hand zijner moeder door 't leven huppelt! En wat heb ik
+recht veel van de liefde mijner moeder, wier eenige zoon ik was, mogen
+genieten! In latere donkere dagen, toen mijn verdwaasde hart omdoolde
+in de afgronden van 't atheïsme, is de gedachte van de liefde mijner
+moeder één der eerste lichtstralen geweest, waarbij ik uit die
+<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: duiternis">duisternis</ins> geraakte. &bdquo;Neen,&rdquo; zoo dacht ik, &bdquo;die moederliefde is geen
+gevolg van de verbinding van atomen en moleculen; waar zulke
+moederliefde is daar moet de Eeuwige Geest zijn, die Eeuwige Liefde
+is; deze is noodig om iets dergelijks als de moederliefde uit te
+denken en te scheppen!&rdquo; Volkomen versta ik dan ook, wat Napoleon
+antwoordde op de vraag, <span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a>wat noodig is voor de verhooging van een volk.
+&bdquo;Geef ons moeders!&rdquo; zeide de scherpziende staats- en krijgsman, die
+eenmaal helaas zoo menig moederhart in rouw heeft gedompeld.</p>
+
+<p>Van mijn eigen verleden bracht de Rijn mijn voortwiegelenden
+gedachtengang op 't prilst verleden van ons volk.</p>
+
+<p>Op platboomde vaartuigen voeren eenmaal de Nederduitsche stammen langs
+den Rijn naar de lage, Nederlandsche gewesten. En zij hadden een goed
+deel gekozen. Vooral in dat tijdperk der historie, had 't vlakke land
+meer waarde dan 't gebergte; 't loonde steeds den noesten vlijt van
+den land- en veeman. Bovendien bouwden onze vaderen de zee. Zij werden
+de vrachtvaarders van Europa. Een eeuw lang stond ons kleine volk aan
+de spits der Europeesche cultuur, en was alle andere volken meer dan
+een eeuw vooruit. Thans is 't anders geworden. Toch kan ook ons volk
+weer groot worden. Het kan weer groot worden in alles, waarin een
+klein volk groot kan zijn, wanneer 't moeders heeft, die waarlijk
+moeder zijn; moeders, als onze koningin-moeder, aan wie ons volk
+zooveel is verschuldigd. Het kan weer groot worden, bovenal, wanneer
+'t weer terugkeert tot den God der vaderen. Want dat volk staat
+waarlijk hoog, hetwelk dicht staat bij God. Laat dit door alle
+dienaren des Woords, door alle politieke en sociale reformatoren toch
+diep bij ons volk worden ingeprent! Laten ze den tijd uitkoopen,
+dewijl de dagen boos zijn! Vooral van dezen arbeid geldt, wat 't
+latijnsche spreekwoord zegt: &bdquo;<span xml:lang="la">Vita brevis, ars longa</span>&rdquo;, het leven is
+kort, de kunst is lang. Zoo spoedig, zoo onverwacht kunnen we aan 't
+einde van onze loopbaan zijn, en er is zooveel, zoo langdurige arbeid
+noodig, om goede gedachten bij het volk ingang te doen vinden. Zoo
+snel kan daartegenover een groot volk zinken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a></p>
+
+<p>Dit heb ik thans om mij heen gezien onder 't Duitsche volk. Het is
+een groot volk, dit volk van &bdquo;denkers en dichters&rdquo;. En onwillekeurig
+deed de Rijn mij ook een lange wijle peinzen over dit cultuurvolk
+onzer eeuw.</p>
+
+<p>De Rijn en 't Duitsche volk zijn één.</p>
+
+<p>De Rijn is bovenal een Duitsche rivier.</p>
+
+<p>Als grootvorst van Europa's stroomen vertoont hij zich vooral in 't
+Duitsche rijk.</p>
+
+<p>En elke Duitscher dweept dan ook met den Rijn.</p>
+
+<p>In 't voorjaar ziet de Noordelijke Duitscher al met verlangen heen
+naar de oevers van den Rijn. De Rijn is zijn waranda, waar hij zijn
+&bdquo;<span xml:lang="de">Sommerfrische</span>&rdquo; wil genieten, en nieuwe krachten verzamelen voor den
+arbeid van heel een jaar.</p>
+
+<p>Van Mainz tot Bonn staan boven op de bergen de ruïnen der oude
+trotsche kasteelen van de vroegere roofridders, die tollen hieven van
+de schippers van den Rijn. Ieder dezer ruïnen vertegenwoordigt een
+legende. Op honderdvoudige manier zijn deze legenden en sagen in de
+Duitsche letterkunde verwerkt. De Rijn is 't bezielend middelpunt der
+Duitsche literatuur.</p>
+
+<p>De Rijn maakt de scheiding tusschen de Germaansche en Romaansche
+volken. Steeds hebben de Romaansche Franken en Gallen getracht de
+oevers van den Rijn te bemachtigen. Een korten tijd is dit den
+Franschen gelukt, onder Lodewijk XIV. De Duitsche vorsten waren na den
+reformatietijd onderling zeer verdeeld. De Roomsche Duitsche vorstjes
+zochten hulp bij Lodewijk XIV. Deze maakte daarvan gebruik om
+Elzas-Lotharingen te annexeeren. Maar steeds heeft de Duitsche geest
+er op gevlast, deze gewesten terug te krijgen, en daarmede de oevers
+van den Rijn in zijn bezit te houden. In 1870 is deze wensch vervuld.
+&bdquo;<span xml:lang="de">Die Wacht am Rhein</span>&rdquo; was 't volkslied, dat de Duitsche soldaten
+bezielde. Dit lied is <span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a>sindsdien het volkslied bij uitnemendheid van
+de Duitsche natie gebleven. Ook nu nog gaat de geheime strijd tusschen
+de beide erfvijanden, Duitschland en Frankrijk, over de oevers van den
+Rijn. De Rijn is de polsaderstroom der tegenwoordige Duitsche
+geschiedenis. En nog staat de Duitsche wacht aan den Rijn sterk. Nog
+is 't Duitsche volk innerlijk sterker dan 't zichzelf verterend
+Fransche volk. Maar laten de Duitschers voorzichtig zijn! Laten ze
+geen Farizeesche blikken over den Rijn werpen, en op 't Fransche volk
+uit de hoogte nederzien! Want helaas, ook in 't Duitsche volk woekeren
+de symptonen der verwording, ongeloof, godverzaking en wellust,
+krachtig voort.</p>
+
+<p>Ten slotte richtten zich mijne gedachten op de uitmonding van den Rijn
+in de wateren der Noordzee. Vermoeid sleept de reus zich voort
+tusschen de duinen van Katwijk. Door sluizen moet hij geholpen worden
+om zijn einde te vinden in de wateren der zee. Ook op den Rijn is van
+toepassing: &bdquo;<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>&rdquo; Zoo vergaat de heerlijkheid
+dezer wereld!</p>
+
+<p>Maar vlak vóór zijn uitmonding is de Rijn toch nog schoon. In 't
+bijzonder dacht ik aan den vredehof &bdquo;Rijnzicht&rdquo;, die even buiten
+Leiden wordt gevonden. Ik dacht aan de velen, die ik mede derwaarts
+heb uitgedragen naar de rustplaats der dooden. Ik dacht aan de velen,
+die mij lief en dierbaar blijven, en die daar eenmaal zullen rusten.
+En de wensch kwam in mij op, hetzij vroeg of laat, daar ook eenmaal
+mijn graf te mogen vinden.</p>
+
+<p>Inmiddels was de trein als voortgevlogen, en bemerkte ik, dat
+metterdaad de afstanden verdwijnen. Ik zocht mijn coupé weer op, en
+vond er mijn vrouw in druk gesprek. Binnen enkele uren waren we in
+Amersfoort, en werden we door onze kinderen en de familie Teerink
+afgehaald.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a></p>
+
+<p>Welk een vreugde van 't wederzien!</p>
+
+<p>En nu? Wat zal 't nu verder zijn?</p>
+
+<p>Voordat ik Heidelberg verliet, vroeg ik Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> naar 't resultaat
+van de tweede kuur. Hij antwoordde mij: &bdquo;<span xml:lang="de">Wir haben einen guten
+Erfolg!</span>&rdquo; Wij hebben een goed resultaat! In Amersfoort liet ik mij
+dadelijk onderzoeken door mijn huisdokter, dokter Groneman. Deze
+constateerde een tendenz tot genezing. Beiden verklaarden echter, dat
+de genezing van de tong zeer langzaam zou gaan.</p>
+
+<p>Welnu, alles is in des Heeren Hand. Ik wacht, en volg.</p>
+
+<p>Hoezeer verheug ik mij, dat mijn wachttijd nu valt in den tijd van 't
+heerlijk Kerstfeest. O, als ik dien naam maar noem, begint mijn hart
+al te branden. Het Kerstfeest is het feest van het wonder der
+wonderen. Het eeuwige Woord, de Openbaring des Vaders, het Afschijnsel
+Zijner heerlijkheid, het uitgedrukte Beeld Zijner Zelfstandigheid,
+vleesch, eindig, tijdelijk, broos menschelijk vleesch geworden! Welk
+verstand zal dit wonder ooit vatten? Wat wonder, dat dit geheel eenig
+feit het levenwekkend middelpunt, niet alleen van onze Christelijke
+religie, maar ook van kunst en literatuur is geworden! Wat wonder, dat
+dit feit de grensstroom werd tusschen twee soorten van menschen: 1e.
+die uit dit wonder leven, en 2e. die dit wonder verwerpen!</p>
+
+<p>En waarom en voor wie werd het Woord vleesch! Neen, al ware de aarde
+papier, de zee inkt, de grashalmen <ins class="corr" id="corr25" title="Bron: pennnen">pennen</ins>, en alle engelen vaardige
+schrijvers, zoo zouden zij 't wonder der eeuwige liefde in de
+vleeschwording des Woords geschonken, niet kunnen beschrijven!</p>
+
+<p>En dan, hoe zalig, hoe heerlijk, in dit wonder der liefde te mogen
+deelen!</p>
+
+<p>O, wat is de moederliefde bij deze liefde van Jezus?</p>
+
+<p>Zij is <i>een beeld</i> van Zijn liefde.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a></p>
+
+<p>De moederliefde heeft iets <i>souvereins</i>.</p>
+
+<p>De moeder heeft haar kind lief, vóór 't is geboren. Zij omhelst 't
+straks, hoe 't er ook uit zie. Zij heeft 't te meer lief, wanneer 't
+zich als een gebrekkig kind openbaart.</p>
+
+<p>Ziehier een zwak beeld van Jezus' liefde! Zijne liefde is in waarheid
+<i>souverein</i>. Hij wist, hoe mismaakt en doemschuldig wij waren.
+Nochtans heeft Hij ons zóó liefgehad, dat Hij vleesch werd om onze
+zonde en schuld te dragen en te boeten.</p>
+
+<p>De moederlijke liefde is een <i>trouwe</i> en <i>onveranderlijke liefde</i>. Zij
+houdt niet op, ook al is 't kind niet zoo, als 't behoort te wezen.
+Wederom een zwak beeld van Jezus' liefde! Hij keert niet op Zijn
+schreden terug, wanneer duidelijk uitkomt, wie de mensch is. Jezus'
+<i>liefde is onveranderlijk en getrouw tot in den dood</i>.</p>
+
+<p>De moeder <i>offert zich gaarne</i> voor haar kind. Zij springt 't na in
+den vloed. Zij grijpt 't weg voor den klauw van 't wilde dier.
+Wederom, welk een zwak beeld nog slechts van Jezus' opofferende
+liefde, die vleesch werd met 't bepaalde doel om Zich voor onze zonde
+te offeren aan 't Kruis!</p>
+
+<p>En deze Jezus is gisteren en heden Dezelfde. Zijne hand, Zijne trouwe
+liefdehand grijp ik vast. Meer dan een moeder troosten kan, zal Hij
+mij troosten. Meer dan een moeder zorgen kan, zal Hij voor mij zorgen.
+O, 't is mij goed, nabij den Heere te zijn, ik zet mijn betrouwen op
+den Heere Heere, om al Zijn werken te vertellen. Hij zal mij nooit
+beschamen, maar hoe 't ga, mij door Zijne liefde verblijden. Heere,
+maak Gij 't dan maar wel, opdat mijn vrouw en ik met Uw volk nog in
+dit leven U mogen prijzen.</p>
+
+<p>Weest allen hartelijk gegroet van</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 8 Januari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>In 't menschelijke leven komen oogenblikken voor, die men <i>momenten</i>
+noemt. Zulk een gewichtig moment is 't thans voor mij, terwijl ik de
+pen opneem om U mijn eersten brief in 't nieuwe jaar te schrijven.</p>
+
+<p>Vóór ruim drie maanden dachten velen, en spraken 't ook uit, dat ik
+het einde des jaars wel niet zou halen; ik zou dus om dezen tijd reeds
+in 't zwijgend graf gelegen hebben.</p>
+
+<p>En zie, ik ben er nog. Ik ben nog in 't midden van mijn klein maar
+bemind gezin, dat voor mij als een paradijs van liefde op aarde is. Er
+is nog goede hope, dat ik met mijn gezin eerlang op Achteveld zal
+komen, om daar den grooten arbeid der liefde te beginnen. Ik ben nog
+in 't midden mijner geestelijke familie, waarvan ik met Groenewegen
+zing:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Zoete banden, die mij binden.<br /></span>
+ <span class="i0">Aan des Heeren lieve volk,&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="noi">en die mij vooral bij de wisseling des jaars wederom zulke
+ondubbelzinnige blijken schonken, dat zij met dezelfde gevoelens
+jegens mij zijn vervuld.</p>
+
+<p>Broeders en Zusters, hartelijk, recht hartelijk dank voor uw
+verkwikkende troostbrieven, ze waren mij als lichtstralen van den
+hemel op mijn donker en moeilijk pad. Roepen de tegenstellingen in 't
+leven 't gevoel wakker, o, ik kan beurtelings wel zingen en weenen,
+terwijl ik dit alles doorleef. Met diep geroerd hart bid ik u dan ook
+wederkeerig toe, dat de Geest des Vaders en des Zoons, als het zegel
+der Goddelijke genade, in u aller harte wone. Daarmede hebben we
+alles! Daarmede roemen we zelfs in de verdrukking, wetende, dat de
+verdrukking lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, <span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a>en de
+bevinding hope, en de hope beschaamt niet, omdat de liefde Gods in
+onze harten is uitgestort door Zijnen Heiligen Geest, die ons gegeven
+is!</p>
+
+<p>O, hoe lieflijk behaagt 't den Heere, ook mij deze roemtaal op de
+lippen te leggen! Donker en moeilijk is mijn weg; maar de Heere zet
+gedurig de geheime kamer Zijner lieflijke gunst open voor mijne ziel,
+en dan geniet ik, o zoo heerlijk, van de toepassende liefde in God den
+Heiligen Geest, van de stervende liefde van God den Zoon, van de
+verkiezende liefde van God den Vader. Nu eens komt de Heere mij met
+dit, dan weer met dàt troostwoord verkwikken.</p>
+
+<p>In de laatste weken heeft Hij mij bijzonder gesterkt met de woorden
+van Psalm 62: &bdquo;God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal
+gehoord: dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is
+Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk&rdquo;.</p>
+
+<p>Welk een zoeten honing heeft mijn ziel reeds gedurig uit deze woorden
+gepuurd, welk een versterkende melk daaruit gedronken!</p>
+
+<p>Jubel op, mijne ziele! De sterkte is Godes! Kracht in slechte handen
+is een vloek, in goede handen een zegen. Welk een zegen Gods
+almachtige Kracht in Gods goede Hand heeft gewrocht, mochten we
+inzonderheid weer op 't gepasseerde Kerstfeest herdenken. Het scheen
+onmogelijk, dat de belofte van den Zaligmaker der wereld zou worden
+vervuld. Davids huis was een afgehouwen tronk, en de gansche wereld
+scheen eer rijp voor 't gericht dan voor de verlossing. Maar de Heere
+doet een afgesnedene zaak op aarde. Jubel hoog op, mijn ziel! De
+sterkte is Godes! Hij heeft ter <ins class="corr" id="corr26" title="Bron: bestember">bestemder</ins> tijd en plaats den
+Zaligmaker der wereld geschonken.</p>
+
+<p>Het scheen onmogelijk, dat de wereld zulk een Zaligmaker zou aannemen.
+Voor Hem was nergens plaats. <span class="pagenum" title="91"></span><a id="p_91"></a>Noch in de hutten der armen, noch in de
+paleizen der rijken, noch in de synagogen, noch in den tempel, noch in
+de scholen der wetenschap, noch in de raadzalen des volks. Noch ook in
+'t hart der zondaars. Maar wat onmogelijk scheen, heeft God gewrocht.
+Jezus' Naam ruischt heel de wereld door.</p>
+
+<p>&bdquo;God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal, d.i., ik heb dit
+goed en terdege gehoord: <ins class="corr" id="corr27" title="Bron: &bdquo;dat">dat</ins> de sterkte Godes is&rdquo;.</p>
+
+<p>En niet alleen de sterkte is des Heeren. Buig u aanbiddend neder, o
+mijne ziel, des Heeren sterkte is onafscheidelijk verbonden met Zijne
+goedertierenheid.</p>
+
+<p>Heerlijke gedachte! Sterkte zonder liefde is ruw geweld; liefde zonder
+kracht is slapheid; liefde en sterkte onverbrekelijk saamgesnoerd,
+zijn Gode waardig. Zijn liefde toch gebruikt Zijne Almacht, om al Zijn
+liefdebedoelingen met Zijn volk tot werkelijkheid te maken.</p>
+
+<p>Wel schijnt Zijn liefde soms een harde liefde. Niet zelden doet des
+Heeren liefde Zijnen kinderen in hun leven harde dingen hooren. Sta
+maar op, vader Jakob, om ons te zeggen, wat uw hart gevoelde, toen gij
+de harde zaak van Jozefs verdwijning moest vernemen. Wij lezen het
+wedervaren van een Job, een Jeremia, een Paulus duidelijk in de
+Schrift; maar ik geloof, dat wij niet ter helfte beseffen, wat deze
+lieve kinderen Gods hebben geleden.</p>
+
+<p>Toch is deze harde liefde juist de echte liefde. Wie de Heere
+liefheeft, kastijdt Hij tot hun nut, en wat de smeltkroes is voor 't
+goud, is de beproeving voor Gods volk. Ze ontneemt hun, wat zij moeten
+missen, verhoogt de waarde en den glans van hun geestelijk leven, en
+vermeerdert hun genadeloon in de hemelen.</p>
+
+<p>&bdquo;Want&rdquo;, zoo zingt de psalmist den Heere dankend toe: &bdquo;Gij zult een
+iegelijk vergelden naar zijn werk&rdquo;.</p>
+
+<p>De vergelding wordt hier door den psalmist in verband <span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a>gebracht met
+des Heeren goedertierenheid. Daaruit vloeit voort, dat hij enkel
+spreekt van 't genadeloon, dat de Heere eenmaal aan Zijn beproefd maar
+vruchtbaar volk zal schenken.</p>
+
+<p>O, hoe groot is dus des Heeren goedertierenheid! Zij werkt eerst 't
+goede in 't volk van God, en komt daarna dit goede nog met een
+heerlijk genadeloon kronen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>&bdquo;God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de
+sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij
+zult een iegelijk vergelden naar zijn werk&rdquo;.</p>
+
+<p>Heerlijke woorden!</p>
+
+<p>Ge begrijpt dan ook wel, hoe de gedurige overdenking daarvan mijne
+ziel heeft verkwikt.</p>
+
+<p>Ik lees ze nog eens over, en begin van achter af.</p>
+
+<p>&bdquo;Want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk&rdquo;. Gelukkig staat
+hier niet: &bdquo;want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn zonden&rdquo;;
+want dan was er voor mij geen hope; geen hope vanwege mijn erfelijke
+en dadelijke zonden, vanwege de zwarte zonden mijner jonkheid, vanwege
+de nog zwarter zonden van mijn later leven.</p>
+
+<p>Neen, maar de Heere wil aan een iegelijk Zijner kinderen vergelden
+naar zijn werk. Welnu, de Heere weet, wat Hij in mijne ziel heeft
+gewerkt. Hij kent mijn begeeren, mijn streven. Zeide <span xml:lang="de">von Zinzendorff</span>
+eenmaal: &bdquo;<span xml:lang="de">Herr Jesu, Du bist meine Passion!</span>&rdquo;, ik zeg het hem zoo van
+harte na: &bdquo;Heere Jezus, Gij zijt mijn Vurig Begeeren!&rdquo; En evenals deze
+leidsman der Hernhutters dringt mij de liefde van Christus, om 't heil
+in Christus aan de meest ellendigen te brengen. Maar dit geeft mij dan
+ook vrijmoedigheid om ootmoedig aan den Heere te vragen: &bdquo;Heere, ach,
+kroon nu dit Uw werk, en geef mij terug aan den arbeid voor voogdij-
+en regeeringskinderen, voor <span class="pagenum" title="93"></span><a id="p_93"></a>ontslagen gevangenen, zwervers en
+drankzuchtigen!&rdquo;</p>
+
+<p>Gij begrijpt levendig, lieve broeders en zusters, welk een harde zaak
+'t voor mij is, dat ik dezen arbeid nu niet kan beginnen, terwijl alle
+dingen gereed zijn. Des Heeren liefde schijnt ook voor mij zulk een
+harde liefde. Toch loof ik deze liefde. O, wat heeft zij mij goed
+gedaan! Ik zing zoo van harte <ins class="corr" id="corr28" title="Bron: mêe">meê</ins> met den dichter van den 119den
+psalm:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">'k Sloeg, eer ik wierd verdrukt, het dwaalspoor in,<br /></span>
+ <span class="i0">Maar nu geleerd, houd ik Uw woord en wegen.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>En bovendien, de Heere handelt met Zijn volk als de landman met zijn
+land. De boer ploegt en egt niet altijd door; maar als hij 't land
+alzoo bearbeid heeft, strooit hij zijn zaad uit, en geeft dan zijn
+land een lange wijle rust. Straks prijkt dit land met vruchtbaar
+graan. Dit is de vrucht van de harde liefde van den landman voor zijn
+land. Zoo doet de Heere ook met Zijn volk.</p>
+
+<p>Zou ook ik daarop mogen hopen?</p>
+
+<p>Zou ik mij nog eens in een algeheel herstel mogen verheugen?</p>
+
+<p>De ziekte is zoo vreeselijk. Alleen 't enkele woord &bdquo;kanker&rdquo; doet den
+mensch sidderen.</p>
+
+<p>Zal ik nog eens geheel van deze vreeselijke krankheid worden bevrijd,
+en geheel hersteld, mijn heerlijken arbeid mogen beginnen?</p>
+
+<p>Lieve broeders en zusters: &bdquo;De Heere heeft één ding gesproken, ik heb
+dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is!&rdquo;</p>
+
+<p>Daarmede troost ik mij.</p>
+
+<p>Daarop pleit ik voor des Heeren Aangezicht.</p>
+
+<p>En o, laat ik 't u nog eens mogen zeggen, hoe goed 't mij is, in dit
+gedurig worstelen en smeeken voor den Troon der Genade.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a></p>
+
+<p>Het behaagt den Heere, mij voortdurend een open toegang te schenken
+in 't gebed. Dit is reeds onuitsprekelijk heerlijk. Ik kan niet
+beschrijven, wat 't bidden dan is. Ik kan 't niet beter voorstellen
+dan als een korte wandeling in den hemel.</p>
+
+<p>Biddend lig ik dan geknield voor Hem, Die ons gunt, Hem &bdquo;Vader&rdquo; te
+noemen.</p>
+
+<p>Ik pleit dan op Zijn oneindige liefde, die Hij openbaarde in de
+overgave van Zijn Eeniggeboren Zoon. Als Middelaar heeft de Zone Gods
+niet alléén onze ongerechtigheden, maar ook onze krankheden op Zich
+genomen. Volkomen verlost Hij ons van al onze zonden en van al onze
+krankheden bij ons zalig sterven. Maar ook reeds in dit leven wil Hij
+den psalmtoon op onze lippen leggen: &bdquo;Loof den Heere, mijne ziel! en
+al wat binnen in mij is, Zijnen heiligen Naam. Loof den Heere, mijne
+ziel! en vergeet geen van Zijne weldaden. Die al uwe ongerechtigheid
+vergeeft, die al uwe krankheden geneest.&rdquo; Ik vraag dan van den Heere,
+dat Hij om Christus, Zijns lieven Zoons wil, ook mij, niet alleen
+vergeving der zonden en bekeering des harten, maar ook genezing des
+lichaams schenke.</p>
+
+<p>En omdat ik weet, dat al des Heeren handelingen met mij door Zijn
+liefde worden bestuurd, kan ik er zoo van ganscher harte bijvoegen:
+&bdquo;Maar, lieve Heere, zooals Gij doet, zóó is het goed; Gij geeft toch
+altijd het beste!&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo sterk ik mij dan van dag tot dag, en ik heb 't o zoo goed. Neen,
+'t nieuwe jaar begint niet donker. De Heere is mijn licht en mijn
+heil; hoe zou 't dan donker kunnen zijn? Hij beschaamt nooit, wie Hem
+verwachten. In dit vertrouwen ga ik den nieuwen tijdkring weer in.</p>
+
+<p>Morgenochtend hoop ik weer naar Heidelberg te vertrekken voor mijn
+derde kuur.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a></p>
+
+<p>Mijn adres is dan in 't hôtel <span xml:lang="de">Metropol-Monopol</span>. Men kan ook
+adresseeren aan 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>.</p>
+
+<p>Weest allen hartelijk gegroet en den Heere bevolen, en blijft in uwe
+gebeden gedenken</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">,</ins></div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 14 Januari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Al was het donker, guur en somber; al kletterden de regens en als
+bruiste nu en dan de stormwind; we gingen aan den morgen van den 9en
+Januari met blijdschap naar 't station, om de groote reis naar
+Heidelberg weer te ondernemen; vol van dankbaarheid jegens den Heere,
+Die daartoe den weg geopend had; met stillen dank in 't hart.... ook
+aan broeders en zusters, die ons in staat wilden stellen, dat wij
+wederom konden gaan om de zoo noodige voortzetting der genezing te
+zoeken.</p>
+
+<p>Voordat ik van huis ging, had ik mij in den Heere gesterkt door de
+aandachtige lezing van Ps. 23. Aan den Goeden Herder gaf ik de zorg
+van mijn huis over; in Zijne Hand stelde ik mijne vrouw en mijzelven,
+door de spoorwegrampen van de laatste tijden, in binnen- en
+buitenland, er opnieuw aan herinnerd, aan welke gevaren ook wij
+wederom onderworpen waren.</p>
+
+<p>Als terugbevend voor de guurheid van het weder, doken wij als vanzelf
+in onze coupé weg. Nu eens pratend, dan weer lezend, dan weer
+sluimerend, en telkens ook de handen vouwend tot stil gebed, brachten
+wij den tijd door. En wij slaakten een zucht van verlichting, toen wij
+'s avonds uitstapten in de beroemde stad, waarvan de dichter zong:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a></p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Alt-Heidelberg, Du feine,<br /></span>
+ <span class="i0">Die Stadt, an Ehren reich,<br /></span>
+ <span class="i0">Am Neckar und am Rheine,<br /></span>
+ <span class="i0">Keine kommt Ihr gleich!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Wat, vrij vertaald, wil zeggen: &bdquo;Oud Heidelberg, gij, fraaie stad, gij
+stad, zoo rijk aan eer, zoo schoon gelegen aan de beide rivieren, den
+Heidelberg en den Rijn; er is geen stad, die bij U in schoonheid haalt!&rdquo;</p>
+
+<p>Voor mij en voor honderden met mij heeft deze stad echter hoogere
+beteekenis dan die van de schoonste der dochteren van Duitschland.
+Honderden, ja wellicht duizenden,&mdash;want de schaar groeit steeds
+aan,&mdash;hebben met mij in den grootsten nood, in de hoogste spanning van
+hun leven, hier nog een laatste redmiddel gezocht tegen doodelijke
+kwaal.</p>
+
+<p>O, wanneer die weg naar het <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> eens spreken kon, wat zou
+hij hebben te openbaren! In 't oude Venetië was een brug, die men &bdquo;de
+brug der zuchten&rdquo; noemde. Staatsmisdadigers werden over die overdekte
+brug van 't ééne naar 't andere geleid; en wanneer zij die brug
+overgingen wisten zij, dat hun vonnis reeds geteekend lag, dat zij
+over die brug niet zouden terugkeeren, maar op geheimzinnige wijze uit
+den weg zouden worden geruimd. Geen wonder, dat de menschen, die over
+deze brug gingen, menigmaal zóó zwaar zuchtten, dat 't beneden op de
+straat gehoord werd.</p>
+
+<p>Ook die weg naar <span xml:lang="de">Samariterhaus</span> mag wel de weg der zuchten worden
+genoemd; wie dat pad de eerste maal wandelt, zucht bij zichzelf: &bdquo;ik
+ben in mijn eigen land en plaats door de geneesheeren geabandonneerd;
+wat zal hier de professor zeggen? Zal hij mij nog hoop geven?&rdquo;</p>
+
+<p>De beide professoren zijn hier wijze, voorzichtige, edele mannen. Zij
+benemen schier niemand de hoop geheel. <span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a>Eudokia in Rotterdam heette
+eerst: &bdquo;gasthuis voor ongeneeslijke zieken!&rdquo; Toen dit gebouw in
+gebruik werd genomen, zeide Dr. van Staveren: &bdquo;Dit opschrift deugt
+niet, het is in strijd met onze belijdenis; voor God, in wien wij
+gelooven, is geen ziekte ongeneeslijk!&rdquo; Terstond is de naam toen ook
+veranderd in dien van: &bdquo;Tehuis voor chronische lijders.&rdquo;</p>
+
+<p>Ditzelfde oordeelen ook deze professoren. Maar als wijze en
+voorzichtige mannen wekken zij ook geen ongegronde verwachtingen. Zij
+ondernemen den arbeid, en hebben somwijlen resultaten, waarover de
+geneeskundige wereld verbaasd staat.</p>
+
+<p>Van deze uitkomsten hoort de lijder. Er komt hier hoop voor de
+hopeloozen. De weg der zuchten wordt dan voor velen, wanneer ook zij
+bij zichzelven goede uitkomsten zien, een pad van jubelende hope.</p>
+
+<p>In hoopvolle stemming gingen ook wij Zaterdag 10 Januari 's morgens
+naar 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> onderzocht mij wederom nauwkeurig.
+Hij was in de wolken over de resultaten van de radium-bestraling. Deze
+waren dan ook werkelijk bijzonder groot. In de tong had ook hij
+natuurlijk meerderen vooruitgang gewenscht. Ook zitten er nog twee
+harde kliertjes, één op de rechterkaak, de ander bij 't schouderblad.</p>
+
+<p>Terstond werd in beraad met een inmiddels verschenen dokter een plan
+de campagne opgesteld. Ik moet elken dag weer worden ingespoten. In
+plaats van 20 minuten werd ik nu om den anderen dag 40 minuten met
+Röntgen-belichting bestraald. Bovendien zal ik, zoo de Heere wil, 15,
+16, 21 en 22 Januari van twee uur tot zeven uur inwendig met radium
+worden bestraald. Ik moet op die dagen vijf uren achtereen een stuk
+radium met mijn hand tegen de tong houden.</p>
+
+<p>'t Is alles pijnlijk en moeilijk. Maar ik ben heel wat <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>sterker
+geworden, en de professor, die uiterst voorzichtig is, durft nu ook
+wat meer ondernemen.</p>
+
+<p>Toch voel ik wel, dat 't me aanpakt. Maar eigenaardig, hoe moeilijker
+de weg is, hoe rijker de vertroosting wordt. Van nacht lag ik weer een
+heele poos met pijn wakker. Toen dacht ik: &bdquo;nu is er toch Eén, Die met
+mij waakt in dezen stillen, maar moeilijken nacht, de Medelijdende
+Hoogepriester, Die ter rechterhand Gods is!&rdquo; Het was mij, alsof Hij
+van den hemel op mij nederzag, als een moeder, die waakt bij haar
+lijdend kind. Ik dankte dan ook den Heere, dat Hij met mij waakte, en
+zeide: &bdquo;Heere, Gij zendt mij deze pijnen voor mijn best, en ziet
+tegelijk met het innigste medelijden op mij neer! Gij neemt de pijnen
+niet weg, maar geeft mij de kracht om deze te dragen! Gij brengt mij
+door deze pijnen nader tot U als mijn Eénige toevlucht in den hoogsten
+nood! Gij kunt en wilt mij uit allen nood en dood verlossen!&rdquo; En zie,
+eenige minuten later sliep ik zacht in en kreeg ik van mijn Heiland
+een geschenk, waarvan ik met Jeremia kan zeggen: &bdquo;En de slaap was mij
+zoet!&rdquo;</p>
+
+<p>Zalige genieting!</p>
+
+<p>Zondagmorgen ben ik naar de kapel van 't Diaconessenhuis geweest. Ik
+heb er een heerlijke zendingspreek gehoord. Bij leven en welzijn
+schrijf ik daarover de volgende week. Ik moet mij nu wat bekorten,
+omdat ik morgen vijf uur met radium moet zitten en mij niet te veel
+mag inspannen.</p>
+
+<p>Ontvangt dus de hartelijke groeten van mijne vrouw en mij. Draagt ons
+gedurig op. Ge ziet, de Heere hoort het gebed. Hij gedenke ook u.</p>
+
+<p>Weest allen dan den Heere bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 20 Januari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Kwam mijn voorgaand schrijven te laat voor de Kerkbode, waarschijnlijk
+geschiedde dit door vertraging van de post. Ter voorkoming van
+dergelijke ongevallen zend ik mijn brieven voortaan zoo mogelijk een
+dag vroeger af, en doe dit reeds met dezen, die dan tegelijk met mijn
+voorgaanden kan worden geplaatst.</p>
+
+<p>Trouwens deze brief is een vervolg op den voorafgaanden.</p>
+
+<p>Ik had reeds beloofd iets te zullen schrijven over de zendingspreek,
+die ik 11 Januari in de kapel van 't Diaconessenhuis alhier mocht
+hooren.</p>
+
+<p>Die Zondag was door de kerkelijke overheid der gansche Badensche
+landskerk tot een <i>Zendings</i>dag bestemd.</p>
+
+<p>Ds. <span xml:lang="de">Kammerer</span>, de pastor van 't Diaconessenhuis, nam tot tekst Matth.
+24: 14: &bdquo;En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld
+gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde
+komen.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij begon met de opmerking, dat ook in Duitschland de tijden zeer zijn
+veranderd. In 1848 was in 't naburige Hessen alle openbare arbeid voor
+de Zending streng verboden. Verbeeldt u! Thans wordt vanwege de
+kerkelijke overheid in Baden een algemeene Zendingsdag uitgeschreven.</p>
+
+<p>Zóó gaat 't goed! Zoo komen we op den rechten weg!</p>
+
+<p>Niemand minder dan de Heiland zelf zegt: &bdquo;En dit Evangelie des
+Koninkrijks <i>zal</i> in de geheele wereld gepredikt worden.&rdquo; Nòg staat
+Hij alleen. Maar Hij spreekt toch als Koning van 't Godsrijk. Zooals
+Hij zeide is 't geschied, en moet 't verder geschieden.</p>
+
+<p>Doch nu taste men niet mis in 't eigenlijke wezen van den
+Zendingsarbeid.</p>
+
+<p>Is 't Zendingswerk het brengen der Christelijke cultuur?</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a></p>
+
+<p>Bestaat 't in de bevordering van het schoolonderwijs onder de
+onbeschaafde volken?</p>
+
+<p>Moet 't bovenal gericht zijn op de wegneming van sociale misstanden en
+de verbetering van 't maatschappelijk leven onder de heidenen?</p>
+
+<p>Dit alles is bijzaak, bijwerk, of ook vrucht der Zending.</p>
+
+<p>Het eigenlijke wezen van het werk der Zending is 't niet.</p>
+
+<p>De eigenlijke hoofdzaak van 't Zendingswerk is de prediking van het
+Evangelie des Koninkrijks. Vandaar en daardoor alleen wordt de eenige
+troost voor leven en sterven onder de volken verkondigd.</p>
+
+<p>En wat moet men zich als hoofddoel voorstellen van het Zendingswerk?</p>
+
+<p>Dat heel de heidensche maatschappij gekerstend worde?</p>
+
+<p>Het ware heerlijk, wanneer dit doel bereikt werd.</p>
+
+<p>Maar stellen we ons deze illusie niet voor.</p>
+
+<p>Hoofddoel is, dat 't Evangelie <i>hun tot een getuigenis</i> onder de
+volken wordt gepredikt.</p>
+
+<p>De één neemt 't Evangelie aan. De ander verwerpt 't. Christus is ook
+tot een oordeel in de wereld gekomen.</p>
+
+<p>De strijd tusschen vrouwen- en slangenzaad blijft tot den jongsten
+dag.</p>
+
+<p>En wanneer het Evangelie over de heele wereld gepredikt wordt, en over
+heel de wereld die twee tegenover elkander staan, dan zal 't einde
+zijn.</p>
+
+<p>Het zendingswerk is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak. Het staat in
+onmiddellijk verband met Christus' wederkomst.</p>
+
+<p>Wij danken dan ook den Heere, dat wij ons met 't Zendingswerk weder in
+goede richting bewegen.</p>
+
+<p>Ge begrijpt, geliefden, dat ik de prediking met hartelijke instemming
+heb aangehoord.</p>
+
+<p>Ge begrijpt ook, dat ik de mededeeling omtrent de <span class="pagenum" title="101"></span><a id="p_101"></a>vroegere Duitsche
+toestanden op Zendingsgebied met eenige verbazing vernam.</p>
+
+<p>Bij eenig nadenken is evenwel mijn verwondering verdwenen.</p>
+
+<p>Was 't vroeger bij ons ook niet ongeveer alzoo?</p>
+
+<p>Neen, er was geen verbod om zendingswerk te doen. Maar men liet 't
+over aan zendingsvrienden, en beschouwde 't een liefhebberijzaak van
+deze menschen.</p>
+
+<p>Tot voor korten tijd stonden we precies evenzoo tegenover den
+evangelisatiearbeid. Wat is in onze dagen meer noodig dan 't
+zendingswerk in onze naaste omgeving? Toch werd deze plicht door de
+Kerk nog slechts weinig gevoeld.</p>
+
+<p>En in werkelijkheid staan de meesten nog zoo tegenover den arbeid,
+dien ik in des Heeren Naam en kracht ondernam, den arbeid onder
+voogdij- en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen
+en drankzuchtigen. Men vindt 't wel goed, dat ook die arbeid wordt
+aangevat; maar men voelt er niet veel voor. En ziedaar juist 't
+gebrek! Voor zulk werk moet worden gevoeld, anders kan 't niet slagen;
+want er is reuzeninspanning voor noodig om het te volbrengen. Van alle
+zijden moet hulp in voorbede en geldelijke bijdrage, worden geboden;
+anders komt 't niet tot stand.</p>
+
+<p>En wie maar even nadenkt, zal dadelijk moeten toestemmen, dat geen
+werk meer noodig is dan dit werk. Er is een werk, dat bij voorkeur den
+naam draagt van <i>Christelijk werk</i>. Daartoe behooren 't uit- en
+inwendig zendingswerk, de arbeid onder al 't verlorene, 't gaan in de
+heggen, en sloppen, 't bezoeken der gevangenen, enz. Wanneer een
+gemeente deze werken niet heeft, zegt de Heiland van haar: &bdquo;Gij hebt
+den naam, dat gij leeft; maar gij zijt dood!&rdquo;</p>
+
+<p>'t Spreekt vanzelf, dat de zuiverheid der leer bij dit practisch werk
+niet mag worden verwaarloosd. Hoe zullen we <span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a>op dit gebied ons
+hoofdwerk goed doen, 't brengen van het Evangelie aan de schare,
+indien we 't niet zuiver bewaren?</p>
+
+<p>Bovenal moet bij dezen arbeid 't eigen, inwendig leven zorgvuldig
+worden verpleegd. Alleen omdat de liefde van Christus hem drong, kon
+Paulus alle bezwaren overwinnen in zijn moeilijk werk.</p>
+
+<p>Maar wanneer 't vuur van binnen brandt, is 't ook zulk een heerlijk
+werk.</p>
+
+<p>Hoe verlangt mijn ziel naar 't oogenblik, dat ik dezen arbeid zal
+mogen aanvatten!</p>
+
+<p>Ik verheug mij, dat ik u in dezen opzichte wederom gunstige berichten
+mag doen toekomen. Inplaats van 20 minuten word ik om den anderen dag
+geregeld 40 minuten bestraald met Röntgen-belichting. 15 en 16 Januari
+werd ik met radium behandeld. Vandaag kreeg ik nog een
+extra-behandeling met kool-radium, weer een nieuw soort. Duurt de
+gewone radium wel 2000 jaren, deze kool-radium houdt slechts twee
+dagen zijn kracht. Maar 't doet eveneens een krachtige werking.
+Ondanks een kleine katarrh verdraagt mijn gestel alles met het
+grootste gemak. Ik ga in gewicht nog zelfs iets vooruit en voel mijn
+krachten herleven.</p>
+
+<p>O wonder van goedheid, dat de Heere aan mij doet!</p>
+
+<p>Dien alléénzaligen God beveelt ook u, geliefde gemeente, van ganscher
+harte</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 28 Januari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Gelijk ik uit de couranten bemerk, is ook ten uwent evenals hier
+gister de dooi onverwacht ingetreden. De <span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a>plasregen van den morgen
+werd echter gevolgd door sneeuw, en thans wordt ons oog bekoord door
+den schoonen glans der witte bergen.</p>
+
+<p>Ondanks regen en sneeuw werd de dag van gister hier met groote vreugde
+gevierd. Het was de verjaardag van den Keizer, een dag van beteekenis
+onder de vierdagen des volks; en de wijze, waarop deze dag hier geëerd
+wordt, moet elk Christelijk burger tot groote blijdschap stemmen.</p>
+
+<p>Er is geen plaats in 't heele Duitsche rijk, of er is althans één
+kerkgebouw geopend, waar 's morgens bede- en dankstond voor keizer en
+rijk wordt gehouden. En overal klinkt uit Duitsche monden 't krachtig
+gezang:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Vater, kröne du mit Segen<br /></span>
+ <span class="i0">Unsern Kaiser und sein Haus,<br /></span>
+ <span class="i0">Führ durch Ihn auf deinen Wegen<br /></span>
+ <span class="i0">Herrlich deinen Ratschlusz aus!<br /></span>
+ <span class="i0">Deiner Kirche sei er Schutz,<br /></span>
+ <span class="i0">Deinen Feinden biet' er Trutz.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Vader, kroon met uwen zegen<br /></span>
+ <span class="i0">Onzen Keizer en zijn huis,<br /></span>
+ <span class="i0">Voer door hem op uwe wegen<br /></span>
+ <span class="i0">Heerlijk uwen raadslag uit!<br /></span>
+ <span class="i0">Uwe Kerk zij hij ten schild,<br /></span>
+ <span class="i0">Uwen vijand bied' hij tegenweer.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Op zulk een dag krijgt men den indruk, dat 't Duitsche rijk nog een
+machtige eenheid is, die, door vroed beleid bestuurd, een hooge en
+schoone roeping in 't hedendaagsch wereldgebeuren vervult.</p>
+
+<p>Wie 't Duitsche volksleven echter van naderbij beziet, wordt helaas
+met sombere gedachten voor Duitschlands toekomst bestormd. In den
+hoogen blos der schijnbare volksgezondheid, ziet hij dra 't rood der
+tering; in al 't <span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a>vreugdegetril hoort hij reeds 't rochelen van den
+dood.</p>
+
+<p>Ik wijd niet breedvoerig uit over hetgeen ik hier hoor en zie. Ik deel
+u slechts den korten inhoud mede van een schoone predikatie, die ik
+Zondag voor acht dagen in de kapel van 't Diaconessenhuis hoorde, en
+knoop aan deze preek enkele beschouwingen vast.</p>
+
+<p>Ds. <span xml:lang="de">Kammerer</span> sprak uit Lukas 2: 41: &bdquo;En Zijne ouders, reisden alle
+jaar naar Jeruzalem, op het feest van Pascha.&rdquo; In zijn rede stelde hij
+de heilige familie in tweeledig opzicht als voorbeeld voor het
+Christelijk huisgezin, namelijk, 1e in haar vasthouden aan heilige,
+van God gewilde tradities, en 2e, in haar volkomen eenstemmigheid te
+dezen aanzien.</p>
+
+<p>Had de Heere reeds voor Oud-Israël ingezet, dat het volk minstens
+éénmaal 's jaars voor Zijn aangezicht te Jeruzalem moest verschijnen,
+hoe moeielijk voor Jozef en Maria de onderhouding van dit gebod ook
+ware, elk jaar togen zij met Paaschfeest naar Jeruzalem.</p>
+
+<p>Ook ons heeft de Heere Zijne inzettingen gegeven, zooals 't lezen der
+Schrift, het huiselijk gebed, en het kerkbezoek op den Zondag.</p>
+
+<p>Zijn wij als Jozef en Maria getrouw in 't houden dezer inzettingen?
+Helaas, de mannen laten de onderlinge bijeenkomsten na. Alléén de
+vrouwen komen tamelijk geregeld op, en hier en daar een enkele man.
+&bdquo;Vrouwen, waar zijn uwe mannen! Moeders, waar zijn uwe zonen?&rdquo; vroeg
+de predikant met ontroerde stem.</p>
+
+<p>Helaas, er is geen overeenstemming tusschen man en vrouw in 't eene
+noodige! Hoe geheel anders is dit bij Jozef en Maria! Zij gaan altijd
+samen op. Bij hen is te dezen aanzien een volkomen eenstemmigheid.</p>
+
+<p>En deze moet er bovenal zijn, wil 't familieleven gelukkig en gezegend
+zijn.</p>
+
+<p>Door den Heere wordt deze eenstemmigheid ten hoogste <span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a>gewaardeerd.
+Ziet, dit is de eere, die Hij aan deze arme <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: echtgenoten">echtgenooten</ins> geeft, dat zij
+de pleegouders mogen zijn van Zijn Eeniggeboren Zoon.</p>
+
+<p>Wanneer de Duitsche Keizer de opvoeding van den Kroonprins aan twee
+arme, hoewel godzalige, echtgenooten had toevertrouwd, zou hij duizend
+jaren later om deze domheid nog zijn bespot. Maar ziet hier de ironie
+der Goddelijke wijsheid. Zij lacht om aardsche heerlijkheid! Hóóg
+houdt zij 't ware schoon! Daartoe behoort allereerst de
+overeenstemming van man en vrouw in den dienst des Heeren! Zie hier,
+hoe hoog deze door den Heere wordt gesteld!</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">O Selig Haus, wo Mann und Weib in einer,<br /></span>
+ <span class="i1">In deiner Liebe eines Geistes sind,<br /></span>
+ <span class="i0">Als beide eines Heils gewürdigt, keiner<br /></span>
+ <span class="i1">Im Glaubensgrunde anders ist gesinnt;<br /></span>
+ <span class="i0">Wo beide unzertrennbar an dir hangen<br /></span>
+ <span class="i1">In Lieb und Leid, Gemach und Ungemach,<br /></span>
+ <span class="i0">Und nur bei dir zu bleiben stets verlangen<br /></span>
+ <span class="i1">An jedem guten wie am bösen Tag!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">O zalig huis, waar man en vrouw in eene,<br /></span>
+ <span class="i1">In uwe liefde éénes geestes zijn,<br /></span>
+ <span class="i0">Waar beiden van één heil bezitters zijn en geene<br /></span>
+ <span class="i1">In gronden des geloofs een andere gezindheid heeft.<br /></span>
+ <span class="i0">Waar beiden onafscheidelijk aan u hangen,<br /></span>
+ <span class="i1">In lief en leed, gemak en ongemak,<br /></span>
+ <span class="i0">En slechts bij u te blijven steeds verlangen,<br /></span>
+ <span class="i1">Zoowel op iederen goeden als op iederen boozen dag.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Van zoodanige heerlijke eenstemmigheid merkt men echter in Duitschland
+betrekkelijk weinig. De Duitsche vrouw bleef tot op heden tamelijk wel
+haar <span xml:lang="de">Gretchen</span>-natuur getrouw; ze is nog steeds in de kerk te vinden.
+<span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a>De Duitsche man handhaaft daartegenover zijn treurig <span xml:lang="de">Faust</span>-karakter;
+hij hoort de evangelieboodschap wel, maar gelooft haar niet.</p>
+
+<p>De Duitsche vrouw was dan ook tot hiertoe de zon in het Duitsche huis,
+en 't Duitsche huisgezin was de hoeksteen van het Duitsche rijk.</p>
+
+<p>Helaas, thans begint ook deze zon te verdonkeren, begint deze
+hoeksteen te wankelen.</p>
+
+<p>Aangrijpend toch is wat de Duitsche bisschoppen voor enkele weken in
+hun herderlijk schrijven aan de Duitsche natie hebben medegedeeld.</p>
+
+<p>Volgens 't schrijven dezer bisschoppen kwamen er in 1876 42 geboorten
+voor op de 1000 inwoners, in 1911 daarentegen slechts 29 op de 1000.
+Dit beteekent 65000 kinderen minder voor het geheele rijk. Altijd
+sneller gaat 't getal der geboorten in Duitschland nog achteruit.
+Duitschland streeft op treurige wijze Frankrijk en België in dezen
+voorbij. Spoedig zullen in Duitschland jaarlijks meer lijkkisten dan
+wiegen zijn.</p>
+
+<p>Vreeselijk!</p>
+
+<p>Met cynisch welbehagen schreef kort geleden dan ook een Fransch blad:
+&bdquo;Het Fransche volk kan rustig zijn, in Berlijn doen ongeloof, ontucht
+en echtbreuk even goed hun werk als in Parijs.&rdquo; Het blad raadt dan ook
+aan, Duitschland niet met kanonnen te bedreigen, maar met zedelooze
+romans te overladen.</p>
+
+<p>Wie huivert niet voor de toekomst van 't Duitsche volk, wanneer men
+van deze dingen kennisneemt? Hoe schoon het heden ook lijke, er is
+weinig zienersgevoel noodig om aan den horizon de donkere koppen te
+zien, die 't dreigend gericht voorspellen.</p>
+
+<p>Ik denk op dit oogenblik aan hetgeen ik kort geleden van <span xml:lang="fr">Lasserre</span> las
+over den bekenden Franschen schrijver <span xml:lang="fr">Ernst Hello</span>. Deze <span xml:lang="fr">Hello</span> is met
+recht genoemd de <span xml:lang="fr">Pascal</span> <span class="pagenum" title="107"></span><a id="p_107"></a>der 18e eeuw. Hij heeft een schitterend werk
+geschreven, getiteld: &bdquo;<span xml:lang="fr">l'Homme</span>&rdquo;; &bdquo;de mensch&rdquo;.</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">Lasserre</span> geeft bij dit werk een inleiding, en deelt daarin de volgende
+passage mede.</p>
+
+<p>Het was in één der jaren vóór 1870, tijdens de tentoonstelling te
+Parijs. In de zoogenaamde dolle jaren dus. Men smeet met het geld. Men
+droomde van wereldvrede. Het was een der meest rotte tijden uit de
+geschiedenis. Uitwendig scheen alles in groei en bloei. Inwendig was
+'t volksleven geheel vermolmd.</p>
+
+<p>De Pruisen hadden 't grootste stalen kanon tentoongesteld, dat
+totnogtoe gegoten was.</p>
+
+<p>Men lachte om dit ding.</p>
+
+<p>Trouwens, oppervlakkigheid en lichtzinnigheid was één der voornaamste
+kenmerken van dien tijd. Vlak vóór den oorlog beweerde de Regeering in
+de Kamer:</p>
+
+<p>&bdquo;Alles is voor den oorlog gereed, geen knoop ontbreekt aan de
+slobkous!&rdquo;</p>
+
+<p>Op één dier dagen vóór '70 wandelde <span xml:lang="fr">Lasserre</span> op de tentoonstelling. In
+de verte komt <span xml:lang="fr">Hello</span> aanwandelen. Hij komt naar <span xml:lang="fr">Lasserre</span>, en zegt: &bdquo;Ik
+verwonder mij, mijn vriend!&rdquo; &bdquo;Waarom?&rdquo; voert <span xml:lang="fr">Lasserre</span> hem tegemoet.
+&bdquo;Ik kwam langs de Tuilerieën, en verwonder mij, dat zij niet in
+vlammen staan!&rdquo;</p>
+
+<p>Die man is krankzinnig, zegt een ander tot <span xml:lang="fr">Lasserre</span>.</p>
+
+<p>Nog slechts korten tijd, en de Pruisen staan voor Parijs. De
+Tuilerieën gaan in vlammen op.</p>
+
+<p>Vreeselijk, wanneer een dergelijk lot Duitschland moest treffen!</p>
+
+<p>Nòg heeft 't Duitsche volk veel voor boven 't Fransche. Nòg heeft
+Duitschland vele profeten, die het volk getrouw waarschuwen. Moge 't
+naar dezen nog luisteren!</p>
+
+<p>Toen ik gisteren, aan den avond van des keizers verjaardag, de sneeuw
+zag liggen op de bergen, dacht ik onwillekeurig <span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a>aan 't woord van
+Jesaja tot Juda: &bdquo;Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de Heere;
+al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw&rdquo;.</p>
+
+<p>Hoore 't Duitsche volk nog naar dit woord van God! Ook voor de
+toekomst van ons volk zal dit van de grootste beteekenis zijn.</p>
+
+<p>Onwillekeurig heb ik nu mijn maat al vol geschreven. Laat ik u nog
+even mededeelen, hoe 't mij gaat. Ik ben overgelukkig, dat ik u kan
+berichten, dat 't mij zeer wel gaat. Deze derde kuur schijnt mij de
+gezegendste, die ik gemaakt heb. O wat zal ik gelukkig zijn, wanneer
+ik weer aan 't openbare leven kan deelnemen!</p>
+
+<p>Verheerlijke de Heere daartoe de wonderen Zijner goedheid en almacht
+aan mij, onwaardige, en verhoore Hij uwe en onze gebeden!</p>
+
+<p>Weest allen tezamen den Heere bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 4 Februari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Van 9 Januari tot heden, 4 Februari, heb ik wederom in Heidelberg
+vertoefd; terwijl ik mij gereed maak om te vertrekken, zie ik terug op
+de dagen, die achter mij liggen, en dankbaarheid aan den Heere doet
+mijn hart met snelle vreugdeslagen kloppen.</p>
+
+<p>Het is vandaag een schoone dag hier; een lentedag in den winter; er is
+een heldere lucht, een vriendelijk zonnetje. Er waait geen windje.
+&bdquo;<span xml:lang="de">Ueber allen Gipfeln ist Ruh!</span>&rdquo; Boven op de bergen, overal is 't
+heerlijke stilte in de natuur. Heerlijk symbool van wat op dezen dag
+mijn hart vervult.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a></p>
+
+<p>De Heere heeft alles wederom zoo wel gemaakt. Hij heeft mij beloofd,
+voor mij te zullen zorgen, en geen tittel of jota van dat woord is ter
+aarde gevallen. Integendeel, de uitkomst heeft een klemtoonteeken
+geplaatst boven de rijke belofte Gods. Hij heeft vriendelijke handen
+gegeven, die voor ons wilden zorgen, en die ik in gedachte zegen. Hij
+heeft mij thans weer gesterkt gedurende een sterk aangrijpende kuur.
+Behalve de dagelijksche inspuitingen heb ik 14 Röntgen-bestralingen
+gehad; dit is zelfs één boven 't maximum, dat hier wordt toegediend.
+Daarbij heb ik zes radium-bestralingen ontvangen, elk van vijf uren.
+Reeds de dagelijksche inspuitingen grijpen 't gestel zóó aan, dat alle
+patiënten er tegen opzien. Nochtans heb ik alles zonder eenig bezwaar
+mogen doorstaan. In geen maanden hebben zich bloedingen vertoond. Mijn
+gewicht bleef gedurende de kuur hetzelfde, mijn krachten zijn weer
+aanmerkelijk toegenomen. En terwijl wij vertrekken, gloort de hope op
+een algeheele genezing mij als 't licht van een nieuwen levensmorgen
+tegen. Het is een lentedag in den winter, en al wat in mij is, jubelt
+den Gever van alle goede gaven tegemoet, om Hem te danken voor zooveel
+gunst aan een onwaardige en ellendige bewezen.</p>
+
+<p>Hoeveel de Heere ook geeft, ik heb evenwel nog meer te vragen. En
+vooral twee wenschen kiemen thans op in mijn hart, één voor 't
+&bdquo;<span xml:lang="de">Jenseit</span>&rdquo;, één voor 't &bdquo;<span xml:lang="de">Diesseit</span>&rdquo;, één voor 't geestelijke, één voor
+'t tijdelijke leven.</p>
+
+<p>De Heere geeft mij een langzaam, een gestadig herstel. Behaagt 't Hem
+mij volkomen te genezen, dan heb ik voor 't geestelijke leven den
+innigen wensch, dat de Heere mij en mijn huis steeds nader tot Hem
+brenge. Alleen de ware levensheiliging geeft ware levensvreugde; waar
+de heiligmaking is, bloeit de hoogste vreugde, zelfs in dagen van
+zware krankheid, zelfs in <span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a>kerkerholen, zelfs in de zevenmaal heeter
+gestookte ovens.</p>
+
+<p>Met de oude mystieken ging ik te rade, wat de beste middelen zijn om
+de vervulling van dezen wensch te verkrijgen, en met hen kwam ik tot
+'t besluit, dat de <i>meditatie</i> of de <i>overdenking</i>, de <i>oratie</i> of 't
+<i>gebed</i>, de <i>contemplatie</i> of de <i>inwendige geestelijke aanschouwing</i>
+de voortreffelijkste wegen zijn, die leiden tot 't voorgestelde doel.</p>
+
+<p>Tweemaal lezen wij in Lukas 2 van Maria, dat zij de dingen, die haar
+omtrent Jezus gezegd werden, bewaarde in haar hart; éénmaal, dat zij
+die tezamen bij zichzelve overlegde. Maria <i>mediteerde</i> over hetgeen
+de herders, een Simeon, een Hanna haar zeiden. We kunnen veilig
+aannemen, dat vooral 't woord van Simeon haar als lood op de ziel
+heeft gewogen, en dat zij er veel en zwaar over heeft nagedacht. Wat
+was de vrucht daarvan? Dat haar in de donkerste ure van haar leven,
+toen zij bij 't Kruis stond, 't licht <ins class="corr" id="corr31" title="Bron: darover">daarover</ins> opging, en juist dit
+licht behoedde haar toen voor algeheele vertwijfeling. Het mediteeren
+over 't Woord Gods, de wegen Gods, de leidingen Gods, is als de
+hamerslag, die de nagelen van het Woord steeds vaster slaat in onze
+ziel. Dit mediteeren ontsteekt de witte vlam der heilige wijsheid in
+onzen geest; deze wijsheid is als 't oog der ziel; dit oog ziet 't
+perspectief der hope, waar anderen in dikke duisternis rondtasten.</p>
+
+<p>Aan dit rustig mediteeren hebben we vooral tegenwoordig zulk een
+groote behoefte. De zaken, die wij dagelijks moeten doen, zijn zoo
+groot en zoo vele, en de dagen zijn zoo kort. We hebben altijd zulk
+een haast. Dit is niet goed. Op deze wijze loopt onze geest ledig, en
+wij moeten hem vullen. Wij nemen er den tijd af voor allerlei dingen.
+Laten wij er ook den tijd afnemen voor de godvruchtige meditatie. Deze
+doet ons als Mozes te midden van de <span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a>vele drukten van 't leven nabij
+den Heere leven, en verhoogt 't gewicht en de kracht van ons bestaan.</p>
+
+<p>In de tweede plaats noemde ik als middel om nabij den Heere te leven
+de <i>oratie</i> of 't <i>gebed</i>.</p>
+
+<p>Te mogen bidden, te mogen spreken met den Koning der koningen, welk
+een eere! Te kunnen bidden, welk een verlichting in de ure der
+benauwdheid! Het klagend hart heeft zoo gaarne een luisterend oor.
+Welk een troost, wanneer wij in tijden van diepe droefenis met de
+psalmisten 't boordevolle hart mogen uitstorten voor Hem, die Zich
+wendt tot het gebed desgenen, die gansch ontbloot is. Van den troost
+en de kracht van 't gebed staat zooveel in 't Woord van God
+geschreven, dat ik er niet breed over wil uitweiden.</p>
+
+<p>Alleen op één sprekend voorbeeld wil ik nog wijzen. Jeruzalem wordt
+door Sanherib belegerd, en ongeveer op dienzelfden tijd is Hiskia
+doodelijk krank. En 't ergste is, het volk is door zijn zondig
+verleden rijp voor 't gericht. Welk een hachelijke toestand! Hiskia
+wendt zich in dezen hoogen nood weenend tot den Heere. De Heere hoort.
+De koning wordt door een wonder genezen. Het Assyrisch leger van
+honderd vijf en tachtig duizend man wordt in één nacht geveld. De stad
+wordt verlost. De ongerechtigheid wordt vergeven. Welk een
+overweldigende rijkdom van zegen op 't gebed van één man! Broeders en
+zusters, laat 't gebed de kracht van ons leven zijn, zoo zal er zeker
+kracht van ons uitgaan.</p>
+
+<p>Als derde hulpmiddel voor de bevordering van 't gemeenschapsleven met
+den Heere, noemde ik de <i>contemplatie</i> of de <i>innerlijke geestelijke
+aanschouwing</i>.</p>
+
+<p>Wanneer een onzer verwanten een ongeluk treft, bij een spoorwegongeval
+omkomt, of te water valt en verdrinkt, stellen wij ons telkens de ramp
+voor oogen. Het is, of wij den geliefde door de rails zien
+verbrijzelen, of <span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a>wij hem in de golven zien wegzinken. Het is ons, of
+wij zijn laatste angstkreten hooren. Een oogenblik staan wij op om hem
+ter hulp te snellen. Zóó krachtig werkt 't voorstellingsvermogen in
+den mensch. Het werkt in zulke gevallen zoo krachtig door de liefde,
+die wij voor den getroffene gevoelen.</p>
+
+<p>Alzoo is de liefde ook de drijfkracht in de innerlijke, geestelijke
+aanschouwing. Zij dringt ons, om ons den Heiland voor oogen te
+stellen, zooals Hij lag in de kribbe, zooals Hij rondwandelde door
+Kanaän, zooals Hij worstelde in Gethsémané, zooals Hij leed voor
+Kájafas, Pilatus, Herodes en aan het kruis, zooals Hij na Zijn
+opstanding verscheen aan Zijn jongeren, zooals Hij opvoer ten hemel,
+en zooals Hij nu naar de heerlijke beschrijving van Johannes is
+gezeten ter rechterhand van den Vader. Zijn wij recht levendig in deze
+aanschouwing werkzaam, dan is 't ons, of zij ons een wijle buiten ons
+zelven brengt.</p>
+
+<p>Heerlijk is de vrucht dezer contemplatie.</p>
+
+<p>Zij vereenigt ons op 't allernauwst met den Heere, zij doodt den
+zinnelijken lust, zij vervult de ziel met 't hemelsch ideaal, zij doet
+ons als Henoch wandelen met God, zij brengt een heerlijken glans op
+ons leven. Blonk het aangezicht van Mozes, toen hij van den berg kwam,
+waar hij met den Heere had verkeerd, ook op ons gansche zijn komt de
+gouden glans van den hemel.</p>
+
+<p>Alzoo beleven wij waarlijk, wat Paulus schrijft, 2 Cor. 3: 18: &bdquo;Wij
+dan, de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende,
+worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid
+tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.&rdquo;</p>
+
+<p>O heerlijk, o gelukkig, o gezegend leven!</p>
+
+<p>Behaagt 't den Heere nog jaren tot mijn levensdagen toe te voegen, 't
+behage Hem dan ook, dit leven mij te schenken, opdat ik reeds op aarde
+den hemel mag beginnen, <span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a>en volkomen mag zijn voor de taak, die mij
+wacht.</p>
+
+<p>Over mijn tweeden wensch hoop ik U een volgende maal te schrijven.</p>
+
+<p>'t Bovenstaande schreef ik 's morgens vóór mijn vertrek uit
+Heidelberg. 2.19 stapten we te Heidelberg in den trein. We hadden een
+voorspoedige reis; precies op tijd liep 's avonds even over tien onze
+trein 't station te Amersfoort binnen. Onze beide jongens waren aan
+den trein, en ge begrijpt de vreugde van 't wederzien. Den Heere zij
+lof en dank voor alles.</p>
+
+<p>Ontvangt van mijn vrouw en huisgenooten de hartelijke groeten.</p>
+
+<p>Weest allen tezamen den Heere bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 10 Februari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>In mijn vorig schrijven heb ik U reeds onze behouden aankomst in
+Amersfoort gemeld. Zoo spoedig mogelijk ben ik hier naar mijn
+huisdokter gegaan, om mij wederom te laten onderzoeken. Hij was
+buitengewoon tevreden over de in- en uitwendige resultaten der kuur.</p>
+
+<p>Alzoo ga ik dan, den Heere zij daarvoor lof en prijs, langzaam maar
+gestadig vooruit. Natuurlijk zou ik liever zien, dat mijn genezing
+grootere sprongen maakte. Maar wij weten niet, wat wij moeten
+begeeren. In Heidelberg is men van oordeel, dat een langzame maar
+steeds doorgaande genezing beter is dan een plotselinge, omdat zich
+bij de snelle genezingen de meeste terugvallen voordoen, terwijl een
+langzame maar gestadige voortgang <span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a>der genezing de meeste kans biedt,
+dat men voorgoed van de kwaal wordt bevrijd.</p>
+
+<p>Hoe dit zij, ik geef 't over aan den Heere, die mij beloofd heeft voor
+mij te zorgen. Dezer dagen wilde Hij mij wederom nog zoo krachtig
+vertroosten met de woorden van Ps. 91: 1, &bdquo;Die in de schuilplaats des
+Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduwe des
+Almachtigen&rdquo;. Wat zal ik nog meer wenschen? Wat anders dan dat heel
+deze weg mij maar altijd nader brenge tot den Heere, mij altijd
+inniger Zijn gemeenschap doe smaken. Dit is 't Hoogste en Zoetste.
+Daarvan zing ik met Tersteegen in zijn overschoon lied: &bdquo;De
+vereeniging met God&rdquo;.</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Ich bin im dunklen Heiligtum,<br /></span>
+ <span class="i0">Ich bete an und bleibe stumm;<br /></span>
+ <span class="i0">O ehrfurchtfolles Schweigen!<br /></span>
+ <span class="i0">Der beste Redner sagt mir nicht,<br /></span>
+ <span class="i0">was man hier ohne Reden spricht,<br /></span>
+ <span class="i0">durch Lieben und durch Beugen.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hier ist die stille Ewigkeit<br /></span>
+ <span class="i0">ein immerwahrend selges Heut,<br /></span>
+ <span class="i0">dies Nun kann alles geben.<br /></span>
+ <span class="i0">Die Zeit vergeht mir süsz un sacht;<br /></span>
+ <span class="i0">Ich möchte beten Tag und Nacht,<br /></span>
+ <span class="i0">bei Gott im Geiste leben.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hier ist mein wahres Element,<br /></span>
+ <span class="i0">ein Friedensland, weit ohne End,<br /></span>
+ <span class="i0">von Milch und Honig flieszend,<br /></span>
+ <span class="i0">Hier quilt im Grund ein Balsenflusz,<br /></span>
+ <span class="i0">durch alle Kräfte des Genusz,<br /></span>
+ <span class="i0">So sänftiglich ergieszend.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a></p>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Ik ben in 't donker heiligdom;<br /></span>
+ <span class="i0">Aanbiddend, blijf ik stom;<br /></span>
+ <span class="i0">o diep eerbiedig zwijgen!<br /></span>
+ <span class="i0">De beste spreker zegt mij niet<br /></span>
+ <span class="i0">wat men hier zonder woorden spreekt,<br /></span>
+ <span class="i0">door <i>Lieven</i> en door <i>Buigen</i>.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hier is de stille eeuwigheid,<br /></span>
+ <span class="i0">een <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: altijdurend">altijddurend</ins> zalig heden;<br /></span>
+ <span class="i0">dit &bdquo;nu&rdquo; kan alles geven.<br /></span>
+ <span class="i0">De tijd gaat voorbij zoet en zacht;<br /></span>
+ <span class="i0">Ik wilde wel bidden dag en nacht,<br /></span>
+ <span class="i0">Om in den geest bij God te leven.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hier is mijn ware element,<br /></span>
+ <span class="i0">een vredes-land zonder end,<br /></span>
+ <span class="i0">van melk en honig vloeiend.<br /></span>
+ <span class="i0">Hier ontspringt een balsembron,<br /></span>
+ <span class="i0">die 't genot in alle zielekrachten<br /></span>
+ <span class="i0">zoo zoetelijk doet stroomen.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Behaagt 't den Heere, mij te herstellen, dan heb ik natuurlijk ook nog
+een tweede begeerte, n.l. spoedig te mogen ingaan tot den arbeid, die
+zoo geheel de liefde van mijn hart heeft, den arbeid onder voogdij- en
+regeeringskinderen, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en
+zwervers.</p>
+
+<p>Volgens sommigen is deze arbeid wel nutteloos; zij beschouwen
+eigenlijk alleen dan een bekeering als echt, wanneer iemand van zijn
+jeugd af als een kind des verbonds heeft geleefd. &bdquo;Wacht u voor
+bekeerde Joden, voor bekeerde hoeren, voor bekeerde bandieten! Een vos
+verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.&rdquo; Ziedaar hun
+standpunt!</p>
+
+<p>Er is zeker weinig betoogkracht noodig om dadelijk <span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a>te doen zien, dat
+dit standpunt onhoudbaar is.</p>
+
+<p>Het strijdt met de Schrift. De eerste Christelijke gemeente is uit
+bekeerde Joden als evenzoovele levende steenen opgebouwd, en hoeveel
+goeds wordt in de Schrift van haar gezegd. Een moordenaar volgde den
+Heiland in 't paradijs. Hoeveel liefde bewees de vrouw, aan wie veel
+vergeven was!</p>
+
+<p>De feiten werpen ook dit heele standpunt omver. Denkt slechts aan een
+Da Costa, een Neander, een <span xml:lang="en">John Bunyan</span>, een <span xml:lang="en">Rowland Hill</span>.</p>
+
+<p>De ervaring bewijst juist, dat menschen met een zwarte jeugd, wanneer
+zij waarlijk bekeerd worden, zich na hun bekeering zoo ver mogelijk
+van dit zwarte punt zoeken te verwijderen, en als Maria Magdalena zoo
+dicht mogelijk bij den Heere zoeken te zijn.</p>
+
+<p>O, ik brand dan ook van verlangen, om dien arbeid te beginnen onder
+deze ellendigen en verlorenen.</p>
+
+<p>In de stichting voor voogdij- en regeeringskinderen zullen we in den
+regel wel alleen degenen krijgen, die voor de gezinsverpleging
+ongeschikt zijn. Dit is dus 't minste soort. Maar o, wat lokt 't mij
+aan, deze zwarte schapen hun weg voor oogen te stellen, en hun te doen
+zien, hoe deze weg hen ten ondergang voert! Hoe lokt 't mij aan, hun
+tegelijk den oneindigen rijkdom van Christus' zoekende liefde te
+prediken, en hun den weg te wijzen, die leidt tot een eeuwig behoud!</p>
+
+<p>Ook van de opleiding voor maatschappelijken arbeid stel ik mij veel
+goeds voor. Terecht heeft de Regeering ingezien, dat zij voor heel de
+opvoeding van dergelijke kinderen de krachten van 't particulier
+initiatief moet te hulp roepen. Vooral in de particuliere stichtingen
+kan de Christelijke liefde haar werk doen. Met dwang alleen komt men
+trouwens in 't werk der opvoeding niet veel <span class="pagenum" title="117"></span><a id="p_117"></a>verder. Laat de
+plantagehouder zijn slaven op den akker zenden, laat hij den man met
+de zweep medezenden; 's avonds keeren de slaven wel terug met de
+vruchten van hun arbeid, maar ook met een hart vol haat tegen den
+meester en tegen den arbeid. Liefde tot den arbeid moet den kinderen
+worden ingeprent. Daartoe moeten dwingend gezag en Christelijke liefde
+samenwerken.</p>
+
+<p>De andere arbeid, onder ontslagen gevangenen, drankzuchtigen en
+zwervers, is van niet minder belang.</p>
+
+<p>In den regel stellen wij ons voor, dat de gevangene in zijn kerker
+vurig naar de vrijheid verlangt. En dit is ook zoo. Toch is er iets,
+dat hem al 't genot der vrijheid geheel vergalt. De gevangene weet,
+dat hij in zijn gezin de eereplaats kwijt is. Werk krijgt hij niet
+gemakkelijk meer. Wie wil iemand hebben, die gezeten heeft? Velen
+vallen na hun ontslag uit de gevangenis in de misdaad terug, en zij
+gaan hun verder leven van de gevangenis in de maatschappij, van de
+maatschappij in de gevangenis. Dit moet voorkomen worden. Deze
+menschen moeten geholpen worden. &bdquo;<span xml:lang="la">Peccator est, comprime; homo est,
+miserere!</span>&rdquo; &bdquo;Hij is een misdadiger, bestraf hem; hij is een mensch, heb
+medelijden met hem!&rdquo;</p>
+
+<p>Ook voor de drankzuchtigen moet er een <span xml:lang="fr">retraite</span> (rustplaats) zijn,
+waar hun verstoord zenuwleven hersteld wordt, en waar zij onder de
+bearbeiding der Christelijke liefde tot den strijd tegen de
+drinkgewoonte worden gesterkt.</p>
+
+<p>Het moeilijkst te behandelen zijn de zwervers, de arbeidsschuwen; die
+leven van bedelarij en diefstal. Maar de Heere kan ook uit deze
+steenen kinderen Abrahams verwekken.</p>
+
+<p>O geve mij de Heere dezen arbeid te mogen beginnen!</p>
+
+<p>Geliefden, houdt aan in 't gebed voor mij! Verblijde <span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a>ons de Hoorder
+der gebeden nog door Zijn groote daden!</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 19 Februari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Tot mijn leedwezen kan ik u thans geen uitvoerig schrijven doen
+toekomen. Ik lig met een lichte maagkatarrh te bed, en kan dus niet
+schrijven.</p>
+
+<p>Gedenkt onzer, en weest den Heere bevolen</p>
+
+<div class="auteur">door uwen u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 25 Februari 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Het speet mij zeer, dat ik u een vorig maal door een lichte
+maagkatarrh, die mij een paar dagen aan 't bed bond, geen uitvoerig
+schrijven kon doen toekomen. Van deze kleine ongesteldheid ben ik
+thans, den Heere zij dank, geheel hersteld.</p>
+
+<p>Wat de eigenlijke kwaal aangaat, behoudt 't proces zijn gewoon
+verloop. Den éénen dag gevoel ik me eens wat beter dan den anderen
+dag; maar over het geheel genomen ga ik toch langzaam vooruit.</p>
+
+<p>Ik zal echter lang moeten wachten, voordat ik geheel hersteld zal
+zijn, wanneer 't den Heere althans behaagt mij te genezen. Dit lange
+wachten valt weleens moeilijk.</p>
+
+<p>Toch zou ik mij zeer bezondigen, wanneer ik klaagde. De Heere maakt 't
+gedurende dezen wachttijd in alle opzichten zoo boven bidden en denken
+wel.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="119"></span><a id="p_119"></a></p>
+
+<p>Ik denk in deze dagen veel aan Mozes' beproeving in Midian.</p>
+
+<p>Door Gods allerbijzonderst voorzienig bestel is hij door de hand eener
+prinses uit 't water getogen, en door haar zorg met de wijsheid van
+Egypte als overgoten. Temidden dezer heidensche opvoeding bevestigt de
+Heere nochtans aan Mozes Zijn verbond, dat Hij met Abraham heeft
+opgericht, en door deze heerlijke genadedaad Gods kiest Mozes in zijn
+hart den smaad van 't onderdrukt slavenvolk boven alles wat 't
+heidensch Egypte hem kan bieden. Een heerlijk levensideaal teekent
+zich af voor Mozes' oog. Hij voelt zich de providentiëel aangewezen
+verlosser van zijn arme volk, en hij trilt van verlangen om als
+zoodanig te mogen optreden. Hij is nu veertig jaar geworden. Hij gaat
+zijn volk bezoeken. Hij ziet een Egyptenaar een Israëliet mishandelen.
+Hij grijpt den verdrukker en velt hem neer.... Dit zal 't sein worden
+tot den algemeenen opstand van 't vertrapte slavenvolk! Nu zal de
+geweldige strijd beginnen!.... Droef verstoorde illusie!. Den
+volgenden dag treedt een Israëliet als verrader tegen Mozes op. Wel
+een bewijs, dat dit volk allerminst rijp is voor de groote worsteling.
+Het zal nog zwaarder <ins class="corr" id="corr33" title="Bron: ver-verdrukt">verdrukt</ins> moeten worden, voordat de Israëlietische
+heldenziel ontwaakt. Mozes' eigen leven raakt in gevaar. Hij vlucht de
+woestijn in, totdat hij in Midian een veilig toevluchtsoord gevonden
+heeft bij Réhuël, den priester-sjeik, die den jongen man niet alleen
+in zijn huis maar ook in zijn familie opneemt. Hier vertoeft Mozes
+veertig jaren, van week tot week, van maand tot maand, van jaar tot
+jaar de kudde weidend van zijn schoonvader Réhuël.</p>
+
+<p>Welk een domme zaak voor 't oppervlakkig oog! De Heere formeert Mozes
+tot een verlosser voor zijn volk, en op 't oogenblik dat deze man Gods
+als zoodanig wil optreden, breekt de Heere Zijn eigen werk af. In
+plaats van <span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a>Israël aan te voeren in den strijd tegen Egypte, moet hij
+veertig jaren achtereen 't vee van Réhuël weiden in de woestijn. Ossen
+en schapen hoeden kan iedereen; voor de verlossing van een volk is een
+allerbijzonderste zalving van noode; aan Mozes is de zalving gegeven,
+en zie, daar wordt de kostelijke middelmoot van 't leven van dien man,
+van zijn 40e tot zijn 80e jaar, als waardeloos in de woestijn
+weggeworpen. De geweldige leeuw wordt voor een zandkarretje gespannen,
+en moet zoo veertig jaren achtereen zijn reuzenkracht verbruiken in
+nietig werk. Welk een beproeving voor Mozes!</p>
+
+<p>Zeer juist! Maar evenals alle beproeving is deze weg voor Mozes de
+meest gezegende; deze lange omweg is de rechte weg, waarin zijn
+opvoeding tot verlosser des volks moet worden voltooid. Neen, de man,
+die daar kersversch uit de Egyptische omgeving kwam, was nog niet de
+rechte man voor de groote taak, die hem wachtte. Zeker, hij is vol van
+geloof; maar ook vol van eigenwaan. Met welk een illusie gaat hij naar
+de broeders. Hij zal zwaardwettende krijgszangen slingeren in de
+gemoederen van die martelaren, wien hij hulpe heeft toegezegd.... bij
+Mozes, den man Gods. De Heere zal aan de spitse treden, en door des
+Heeren zegen zal onder Mozes' leiding het verdrukte slavenvolk tot een
+heldenvolk worden, dat zich aan den greep der Egyptische onderdrukking
+ontworstelt. Welk een held is die Mozes! Maar in eigen oog!
+Ternauwernood is zijn eerste verlossingsdaad verraden, of...., hij
+slaat dadelijk op de vlucht. Er moet nog iets meer aan hem gebeuren,
+als hij werkelijk is de man Gods, die zich vasthoudt aan den Heere als
+ziende den Onzienlijke, en die daarom tegenover Faraö pal staat als
+Sinaï's rots. Dat groote werk wordt nu aan Mozes gewrocht in Réhuëls
+huis en in de woestijn! Daar leert hij, wat hij in Egypte niet had
+kunnen leeren. Midian is de <span class="pagenum" title="121"></span><a id="p_121"></a>hoogeschool, die Mozes eerst nog moest
+doorloopen, voordat hij bekwaam was voor zijn hooge taak. Ongetwijfeld
+heeft ook Mozes dit later alles ingezien, en er den Heere voor
+gedankt.</p>
+
+<p>Op soortgelijke wijze als voor Mozes heeft de Heere aanvankelijk de
+beproeving ook voor mij gezegend.</p>
+
+<p>Zeker, het kruis is hard, zwaar, drukkend. Niemand mag 't begeeren.
+Dit ware tegen de ordening Gods. Ieder verdrukte mag en moet, mits met
+ootmoedige en eerbiedige onderwerping van eigen wil aan des Heeren
+souvereinen, wijzen, ook heiligen wil, bidden om wegneming van 't
+kruis.</p>
+
+<p>En toch, wanneer 't den Heere behaagt, 't kruis op te leggen, en den
+druk aan hart en leven te heiligen, is er niets meer zegenrijk dan 't
+kruis.</p>
+
+<p>Dan wordt 't bevestigd: <i>hoe grooter kruis, hoe dichter bij den
+Heere</i>. Nooit vergeet ik 't oogenblik, toen mij gezegd werd, dat ik de
+bekende, vreeselijke ziekte had. Daar stond ik, vlak voor den dood,
+vlak voor de eeuwigheid, vlak voor den Heere. Rijk was de genade, die
+de Heere toen schonk. Het was mij om 't even, wat de Heere met mij
+deed, indien ik slechts nabij Hem mocht zijn. Ook ik gevoelde levendig
+en voortdurend, wat Tersteegen in verheven dichtwoorden zingt:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Luft, die alles füllet, drin wir immer schweben,<br /></span>
+ <span class="i0">aller Dinge Grund und Leben;<br /></span>
+ <span class="i0">Meer, ohne Grund und Ende, Wunder aller Wunder:<br /></span>
+ <span class="i0">Ich senk mich in Dich herunter.<br /></span>
+ <span class="i0">Ich in Dir, Du in mir;<br /></span>
+ <span class="i0">lasz mich ganz verschwinden,<br /></span>
+ <span class="i0">Dich nur sehn und finden.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Lucht, die alles vult, waarin wij altijd zweven,<br /></span>
+ <span class="i0">aller dingen Grond en Leven;<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a>
+ <span class="i0">Zee, zonder grond en eind, wonder aller wonderen:<br /></span>
+ <span class="i0">Ik zink in U ten onderen.<br /></span>
+ <span class="i0">Ik in U, Gij in mij:<br /></span>
+ <span class="i0">laat mij geheel verdwijnen,<br /></span>
+ <span class="i0">U slechts zien en vinden.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>O, gezegend kruis, dat zulk een heil mij bracht!</p>
+
+<p><i>Hoe grooter kruis, hoe sterker geloof.</i> Waar alles wordt afgesneden,
+hecht zich 't geloof steeds vaster aan Hem, Die een afgesneden zaak op
+aarde doet, en Die Zich wendt tot het gebed desgenen, die gansch
+ontbloot is. Wie beschrijft den troost, dien dit geloof medebrengt?
+Dit geloof onderwerpt zich volkomen aan Gods soevereinen, wijzen en
+heiligen wil; maar 't blijft tegelijk hopen, waar allen wanhopen.</p>
+
+<p><i>Hoe grooter kruis, hoe vuriger liefde.</i> De verdrukking is de
+stormwind, die 't liefdevuur hooger en hooger doet oplaaien. Het &bdquo;God
+heb ik lief!&rdquo; van den 116en psalm ruischt inniglijk op uit den diepen
+bodem des harten. Die liefde is het leven, dat den dood niet vreest,
+maar met den dood eerst tot zijn rechte uiting komt. Zou ik dan 't
+kruis niet kussen, dat zulken zegen brengt?</p>
+
+<p><i>Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon.</i></p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Je gröszer Kreuz, je schöner Krone,<br /></span>
+ <span class="i0">Die Gottes Gnad uns beigelegt,<br /></span>
+ <span class="i0">Und die einmal vor seinem Throne<br /></span>
+ <span class="i0">Der Uberwinder Scheitel trägt,<br /></span>
+ <span class="i0">Ach, dieses teure Kleinod macht,<br /></span>
+ <span class="i0">Dasz man das gröszte Kreuz nicht achtet.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hoe grooter kruis, hoe schooner kroon,<br /></span>
+ <span class="i0">Die Gods genade heeft toegelegd,<br /></span>
+ <span class="i0">En die Hij eenmaal voor Zijn troon,<br /></span>
+ <span class="i0">Om 's overwinnaars schedel vlecht.<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="123"></span><a id="p_123"></a>
+ <span class="i0">Ach, dit duurzaam kleinood maakt<br /></span>
+ <span class="i0">Dat 't grootste kruis als niets is geacht.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Geliefde gemeente, hoe 't hier op aarde ook met u en mij ga, dengenen,
+die den Heere liefhebben, werken alzoo alle dingen mede ten goede.
+Laat ons dit vasthouden! Laat de Azafswensch de onze zijn: &bdquo;<i>Maar mij
+aangaande, het is mij goed, nabij God te wezen.</i>&rdquo; Met Mozes zullen wij
+dan eenmaal aan des Heeren mond mogen ontslapen.</p>
+
+<p>Daartoe zij de Heere met u en met mij!</p>
+
+<p>Ontvangt wederom de hartelijke groeten mijner huisgenooten, en gedenkt
+mij steeds als</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 5 Maart 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>De vogeltjes tjilpen alweer. De voorboden der komende lente vertoonen
+zich alweer. De landman gaat weer uit tot zijn akker, om dien voor de
+ontvangst van 't zaad te bereiden.</p>
+
+<p>Tegenover mijn raam staat van den morgen tot den avond een man te
+spitten. Met forschen stoot zet hij telkens de spade in den grond.
+Alsof ze een veer ware, licht hij de losgewrongen kluit met zijn spade
+op. Met een lichte handbeweging werpt hij den klomp aarde in stukken
+op haar plaats. Zoo werkt hij door, slechts nu en dan even verpoozend,
+den elleboog op den knop van zijn spade, zijn klomp op 't staal doende
+rusten. En dan gaat hij weer voort met zijn zwaren arbeid, totdat
+etenstijd hem een wijle huiswaarts roept.</p>
+
+<p>Deze stoere werker doet mijn hart branden van verlangen, om ook alzoo
+de spade in den grond te zetten op 't terrein, dat ik aanvankelijk
+betrad. Geduld! Geduld! De <span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a>Heere maakt alles schoon op zijn tijd. Hoe
+heerlijk leert ons dit de roeping van Mozes bij 't brandend
+braambosch, waarbij ik deze week nogal eens werd bepaald.</p>
+
+<p>Mozes heeft nu den leeftijd van tachtig jaren bereikt. Nog is zijn
+schouder ongebogen; maar hij is de fiere jonge man niet meer, in wiens
+aderen 't bloed dadelijk bruist en kookt; die den aanrander van den
+volksgenoot met één slag velt, de herders van Midian op de vlucht
+drijft, en Zippóra's schapen drenkt. De kalmte der grijsheid heeft de
+onstuimigheid der jeugd vervangen.</p>
+
+<p>Echter moeten wij ons niet voorstellen, dat hij door het veertigjarige
+woestijnleven ruw geworden is. In de tenten der Oostersche Bedoeïenen
+heerschte vaak meer hoffelijkheid dan in de paleizen der stedelingen.</p>
+
+<p>Mozes heeft iets buitengewoons eerwaardigs, terwijl hij de kudde
+voortleidt, tot achter in de woestijn, bij Horebs berg.</p>
+
+<p>Waarom, Mozes, voert ge uwe kudden zóó ver weg, tot achter in de
+woestijn? Waarheen wendt zich vol heimwee uw oog? Blijft daar nog een
+hope sluimeren op den bodem van uw hart, dat gij toch nog eens als
+redder zult optreden van dat volk, dat daarginds in slavenboeien
+zucht?</p>
+
+<p>Plotseling worden zijn gedachten afgeleid door iets in zijn nabijheid.
+Een boschje staat in brand. Dit was niets ongewoons. 't Gebeurde wel
+meer door de onvoorzichtigheid van herders met 't vuur, dat er alzoo
+een woestijnbrandje ontstond.</p>
+
+<p>Zulk een brand is echter eindelijk uitgebrand; maar deze blijft
+gloeien, altijd sterker, altijd verhevener.</p>
+
+<p>Ware Mozes bijgeloovig geweest, hij ware op de vlucht gegaan. Hij
+gelooft; daarom gaat hij op onderzoek uit.</p>
+
+<p>O wondervol gezicht! Blinkend, doch niet verblindend gaan hoog de
+vlammen op. Niet verterend, maar verlichtend, <span class="pagenum" title="125"></span><a id="p_125"></a>omzweeft de
+lichtvolheid, de lichtheerlijkheid 't braambosch.</p>
+
+<p>Hoort een stem, die Mozes zegt, den schoenriem te ontbinden, omdat
+deze plaats heilig is!</p>
+
+<p>O groot oogenblik in Mozes' leven!</p>
+
+<p>De Heere spreekt!</p>
+
+<p>De Heere spreekt, en zegt Mozes, dat Hij is neergekomen om de
+verdrukking van Zijn volk te zien. Een menschelijke wijze van spreken,
+waarin de Heere Zijn nederbuigende goedheid aanschouwelijk maakt.</p>
+
+<p>De Heere spreekt, en roept Mozes om 't verdrukte volk uit Egypte te
+leiden, en naar Kanaän te voeren. Welk een roeping!</p>
+
+<p>Zullen de verdrukten zich nu laten leiden?</p>
+
+<p>Hoe zal Faraö bewogen worden de zeshonderdduizend werkkrachten, die
+hij gebruikt tot wat hij wil, te laten trekken?</p>
+
+<p>Op wien zal Mozes mogen steunen bij de voldoening dezer onafzienbare
+taak?</p>
+
+<p>De Heere noemt Mozes Zijn Naam: &bdquo;Ik zal zijn, Die Ik zijn zal! Ik zal
+zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>Welk een roeping!</p>
+
+<p>De Heere is de <i>Zijnde</i>! Hij is niet een <i>wordende</i> God, zooals <span xml:lang="de">Hegel</span>
+leert. Hij is de Zijnde. De eenige wezenlijke. Het éénige, eeuwige,
+volmaakte wezen, buiten wien er niets wezenlijks is, en aan wien al
+wat is zijn ontstaan en voortbestaan dankt.</p>
+
+<p>De Heere is de <i>Ik zal zijn</i>. Zijn raad bestaat, en Hij doet al Zijn
+welbehagen.</p>
+
+<p>Niets kan Hem weerstaan. Hij schept werelden door een enkel woord van
+Zijn mond. Hij vernietigt koninkrijken met den adem Zijner lippen.</p>
+
+<p>De Heere is de <i>Ik zal zijn, die Ik zijn <ins class="corr" id="corr34" title="Niet cursief in Bron.">zal</ins></i>. De Getrouwe. Hij zal
+zijn, wat Hij heeft toegezegd te willen zijn. De <span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a>Heere vergeet Zijne
+beloften niet. Hij moge uitstellen, dit uitstel dient slechts tot de
+meerdere glorie van Hem, die een afgesnedene zaak op aarde doet.</p>
+
+<p>In dezen Naam is Mozes naar Egypte gegaan.</p>
+
+<p>In dezen Naam heeft de tachtigjarige zijn reuzentaak op luistervolle
+wijze volvoerd.</p>
+
+<p>Op Zijn tijd maakt de Heere alles schoon.</p>
+
+<p>Maar wij zien nu geen brandende braambosschen meer, en wij hooren nu
+geen hemelstemmen meer.</p>
+
+<p>Toegegeven. De openbaring Gods is thans voltooid. Hij, die met Zijn
+lichtvolheid woonde in 't nedere, nietige braambosch, heeft Zich na
+dien tijd zelfs nog heerlijker geopenbaard. Hij is met de volheid
+Zijner Godheid gekomen in nedere dienstknechtsgestalte.</p>
+
+<p>En Hij, die eenmaal zóó Zijn werk op aarde volbracht, en nu gezeten is
+ter rechterhand van den Vader, woont ook nu nog met Zijn Genade en
+Geest bij Zijn arm en ellendig volk.</p>
+
+<p>Ja, 't braambosch brandt ook nu nog voort. Als bij de Emmausgangers,
+is Hij ook nu met de Zijnen op hun weg, op hun beproevingsweg, en
+maakt hunne harten brandende.</p>
+
+<p>De Heere spreekt ook nu nog tot Zijn volk, door Zijn Woord en Zijn
+Geest, innerlijk en inniglijk in de ziel.</p>
+
+<p>Hij noemt ook nu nog Zijn Naam voor 't oor van Zijn volk.</p>
+
+<p>Indien één ding, dan heb ik dit duidelijk ervaren. Daarom, jubel op, o
+mijn ziel, in den Naam van Uwen getrouwen God! Jubel hoog op, en
+verlaat u geheel op Hem!</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Befiehl du deine Wege<br /></span>
+ <span class="i0">Und was dein Herze kränkt,<br /></span>
+ <span class="i0">Der allertreusten Pflege<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="127"></span><a id="p_127"></a>
+ <span class="i0">Des, der den Himmel lenkt!<br /></span>
+ <span class="i0">Der Wolken, Luft und Winden<br /></span>
+ <span class="i0">Gibt Wege, Lauf und Bahn,<br /></span>
+ <span class="i0">Der wird auch Wege finden<br /></span>
+ <span class="i0">Da dein Fusz gehen kann.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Beveel gerust uw wegen,<br /></span>
+ <span class="i0">Al wat u 't harte deert,<br /></span>
+ <span class="i0">Der trouwe hoede en zegen<br /></span>
+ <span class="i0">Van Hem, die 't al regeert!<br /></span>
+ <span class="i0">Die wolken, lucht en winden<br /></span>
+ <span class="i0">Wijst spoor en loop en baan,<br /></span>
+ <span class="i0">Zal ook wel wegen vinden,<br /></span>
+ <span class="i0">Waarlangs uw voet kan gaan.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Dit bekende vers van den vromen <span xml:lang="de">Paul Gerhardt</span> was een der eerste
+verzen, die opgegeven werden, toen ik Zondag 4 October 1913 voor de
+eerste maal de Duitsche kerk te Heidelberg binnentrad. Ge begrijpt,
+dat ik moeite had, mijn tranen te bedwingen. Daar zag ik 't braambosch
+brandende. Daar hoorde ik de stem des Heeren, tot mij sprekende in het
+gemeentelijk gezang.</p>
+
+<p>Sindsdien heb ik ook geluisterd naar den raad, die verder in dit lied
+van Gerhardt gegeven wordt:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Auf, auf, gib deinem Schmerze<br /></span>
+ <span class="i0">Und Sorgen gute Nacht!<br /></span>
+ <span class="i0">Lass fahren, was das Herze<br /></span>
+ <span class="i0">Betrübt und traurig macht!<br /></span>
+ <span class="i0">Bist du doch nich Regente,<br /></span>
+ <span class="i0">Der alles führen soll,<br /></span>
+ <span class="i0">Gott sitzt im Regimente<br /></span>
+ <span class="i0">Und führet alles wohl.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a></p>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Schep moed, zeg aan uw smarten<br /></span>
+ <span class="i0">En zorgen goeden nacht!<br /></span>
+ <span class="i0">Laat varen, wat uw harte<br /></span>
+ <span class="i0">In onrust heeft gebracht.<br /></span>
+ <span class="i0">Gij wilt toch niet regeeren<br /></span>
+ <span class="i0">Als een, die alles weet.<br /></span>
+ <span class="i0">God blijft als Heer der Heeren<br /></span>
+ <span class="i0">Met 't hoogst gezag bekleed.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Ja, zoo is 't.</p>
+
+<p>Hij maakt 't alles wel, hetzij Hij onze aardsche wenschen vervult of
+niet. Hij stelt nooit teleur. Geeft Hij niet, wat wij begeeren, zoo
+doet Hij dit om 't meerdere in de plaats te geven.</p>
+
+<p>Hij maakt alles schoon op Zijn tijd.</p>
+
+<p>Leef, geliefde gemeente, in dit geloof!</p>
+
+<p>Werp steeds alle bekommeringen op Hem!</p>
+
+<p>Het einde Zijner wegen is de glorie van Zijn Naam en de zaligheid van
+Zijn volk!</p>
+
+<p>Weest allen tezamen dan dien God en Zaligmaker bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 10 Maart 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Terwijl ik u dezen brief schrijf, maak ik mij gereed om wederom naar
+Heidelberg te gaan, om mij daar voor de vierde maal onder behandeling
+te stellen.</p>
+
+<p>Was 't verloop van de derde kuur prachtig, de nawerking daarvan heeft
+niet beantwoord aan de verwachting, <span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a>die ik ervan koesterde. De dikte
+in den mond blijft, nu en dan heb ik nog hevige pijn, en in de laatste
+veertien dagen heb ik 's nachts slecht geslapen.</p>
+
+<p>Ik wil echter allerminst klagen. Integendeel, wanneer de vreeselijke
+pijn mijn mond doorsnijdt, buig ik mij vol aanbidding voor de
+heiligheid des Heeren Heeren. Ik beschouw dezen kanker als een
+vruchtgevolg der zonde. Maar hij is voor mij ook een vuur Gods, dat
+mij doorloutert. Hij is voor mij ook een middel in Gods Hand, waardoor
+Hij mij brengt op de aller-, allerliefste plek, op de vlakke velden,
+waar onze Koning en Borg Zich in al Zijn schoonheid aan de ziel
+vertoont.</p>
+
+<p>Dan heb ik innerlijke vreugde in 't midden van de diepe smart, en stem
+ik in met wat de dichter zingt:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Maar, 't vrome volk, in U verheugd,<br /></span>
+ <span class="i0">Zal huppelen van zielevreugd,<br /></span>
+ <span class="i1">Daar zij hun wensch verkrijgen;<br /></span>
+ <span class="i0">Hun blijdschap zal dan onbepaald,<br /></span>
+ <span class="i0">Door 't licht dat van Zijn Aanzicht straalt,<br /></span>
+ <span class="i1">Ten hoogsten toppunt stijgen.<br /></span>
+ <span class="i0">Heft Gode blijde psalmen aan;<br /></span>
+ <span class="i0">Verhoogt, verhoogt voor Hem de baan;<br /></span>
+ <span class="i1">Laat al wat leeft, Hem eeren!<br /></span>
+ <span class="i0">Bereidt den weg, in Hem verblijd,<br /></span>
+ <span class="i0">Die door de vlakke velden rijdt;<br /></span>
+ <span class="i1">Zijn Naam is Heer der Heeren.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>In dien Naam ga ik dan ook vol goeden moed weer naar Heidelberg. En
+zou ik niet? Hij heeft mij derwaarts den weg gewezen en gebaand. Ik
+kan niet anders doen dan Zijn goedheid daarin bewonderen. Voor de
+vierde maal heeft Hij de beide lieve broeders, die zich zoo sterk voor
+mij interesseeren, in staat gesteld de noodige middelen te vinden. Van
+'t oogenblik af, dat ik in Heidelberg <span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a>kwam, heeft de Heere de
+middelen als wonderdadig willen zegenen. Zoude ik dan geen moed
+houden, en voortgaan op hope tegen hope, mij vasthoudende aan den
+Heere als ziende den Onzienlijke?</p>
+
+<p>Maar terwijl ik alzoo vol moed den geliefden vaderlandschen bodem weer
+voor eenige weken ga verlaten, is mijn hart vol van ernstige gedachten
+over de toekomst van ons volk, waaronder in de laatste jaren zulke
+gewichtige omkeeringen hebben plaats gegrepen, en inzonderheid over de
+toekomst van ons Gereformeerd volk.</p>
+
+<p>Kort geleden sprak ik met een Duitsch predikant. Met grooten ophef
+sprak hij van den wederopbloei van 't Calvinisme in ons Vaderland. Ons
+land is anders voor het buitenland geen stad op een berg; maar dit
+weet men daar dan toch, vooral in Duitschland, dat &bdquo;<span xml:lang="de">der Calvinismus</span>&rdquo;
+alhier zulk een grooten &bdquo;<span xml:lang="de">Aufschwung</span>&rdquo; gemaakt heeft.</p>
+
+<p>Later over dit gesprek nadenkende, vatte de vrees bij mij post, dat in
+de laatste jaren de machtige ontwikkeling van het Calvinisme
+eenigszins tot stilstand is gekomen.</p>
+
+<p>Dit stemde mij droevig, vooral met het oog op de jongste evoluties op
+politiek gebied.</p>
+
+<p>Wie had een jaar geleden ook maar eenigszins kunnen denken, dat
+geschieden zou, wat wij thans voor onze oogen zien afspelen?</p>
+
+<p>Cort v. d. Linden is de eerste Minister, en schrijft algemeen
+kiesrecht als punt één op zijn program. Verbeeld u, Cort van der
+Linden! In zijn staatkundigen brief van December herinnert Van Houten
+nog aan 't volgende feit: &bdquo;Tegenover Cort van der Linden stond ik een
+dertigtal jaren geleden in het politiek strijdperk te Groningen, waar
+hij toen hoogleeraar was. Het toenmalige <i>comité voor algemeen
+kiesrecht</i> had er een meeting belegd, die sterk was bezocht. Mr. W.
+Heineken trad als zijn woordvoerder op en werd hevig bestreden door B.
+D. H. Tellegen en Cort <span class="pagenum" title="131"></span><a id="p_131"></a>van der Linden. Ik schaarde mij aan de zijde
+van Heineken en verzocht den kiezers bij mijn aanstaande aftreding
+partij te kiezen. De uitdaging werd aangenomen door candidaatstelling
+van Cort van der Linden.&rdquo; En dezelfde Cort van der Linden, overigens
+een man van een vast karakter, is thans opgetreden als Minister om
+algemeen kiesrecht daadwerkelijk in te voeren!</p>
+
+<p>Daar is in de tweede plaats de heer <span xml:lang="de">Treub</span>, evenals Cort van der Linden
+een man uit één stuk. Vóór de verkiezing van 't vorige jaar bedankte
+hij voor een hernieuwing van zijn mandaat als lid van de Kamer, omdat
+hij niet kon meegaan in de actie der linker-partijen voor
+staatspensionneering. Ook is dezelfde Minister zoo fel mogelijk gekant
+tegen de liefdadigheid. &bdquo;De liefdadigheid,&rdquo; zoo schrijft hij in zijn
+&bdquo;Sociale Verzekering&rdquo;, &bdquo;is per slot van rekening niet voor den gever,
+maar voor den ontvanger; voor den gever moge zij zalig zijn, voor den
+ontvanger is zij, omdat hij er geen aanspraak op heeft, die hij met
+opgeheven hoofde kan doen gelden, maar er om bedelen moet en er door
+vernederd wordt, een <i>pest</i>.&rdquo; Na de verkiezing wordt de heer <span xml:lang="de">Treub</span>
+Minister, en wat is nu zijn eerste regeeringsdaad? Een voorstel van
+een staatspensioentje, een voorstel tot oefening van
+staatsliefdadigheid jegens behoeftige ouden van dagen.</p>
+
+<p>O tuimeling der geesten!</p>
+
+<p>En wanneer nu aan deze verantwoordelijke Ministers rekenschap van deze
+regeeringsdaden wordt gevraagd, wijzen zij eenvoudig naar den wil van
+'t souvereine volk. Zij huldigen de leer van koning Leopold I, die met
+een kniebuiging de kroon uit de hand van 't souvereine volk ontving.
+Zóó vragen ook deze Ministers niet: wat zegt mijn staatsrechtelijk
+<ins class="corr" id="corr35" title="Bron: gewaten">geweten</ins>, maar: wat zegt de volkswil? En wat is die volkswil? Hoe wordt
+hij saamgesteld? Wie spreek hem uit?</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a></p>
+
+<p>Voor ons land is het antwoord daarop gemakkelijk te geven!</p>
+
+<p>Van 't eerste optreden der sociaal-democratische partij heeft haar
+leider, Mr. P. J. Troelstra, het algemeen kiesrecht op den voorgrond
+geschoven. Met dien eisch heeft hij de linkerzijde eerst verdeeld, en
+daarna over haar geheerscht. Daarna is hij nog gekomen met den eisch
+van staatspensioen. Wilden de vrijzinnigen tegen de sociaal-democraten
+opbieden, en wilden ze bij de herstemmingen op hun hulp en steun
+rekenen, dan waren zij verplicht, deze beide, algemeen kiesrecht
+en staatspensionneering, in hun programma's te schrijven. Alzoo
+geschiedde. De vereenigde linkerzijde triumfeerde. Nu heet 't dat
+algemeen kiesrecht en staatspensionneering door den volkswil zijn
+uitgesproken. 't Is eigenlijk de wil van Troelstra. Feitelijk doen
+Cort van der Linden en <span xml:lang="de">Treub</span> niet anders dan dat zij buigen voor
+Troelstra. Snorkend, maar niet zonder grond, noemde Troelstra dan ook
+dit Kabinet zijn zaakwaarnemer.</p>
+
+<p>Kan 't erger?</p>
+
+<p>Gelukkig is er in Nederland nog een volk, dat nooit ofte nimmer voor
+den schepter van Mr. Pieter Jelles' volkswil bukt. En dat is 't
+Calvinistische volk.</p>
+
+<p>Maar tegen dit volk heeft zich zijn haat en die zijner partij dan ook
+'t felst gekeerd. Duidelijk kwam dit wederom uit bij de
+Kiesrechtmanifestatie op 1 Maart te Amsterdam in het Paleis voor
+Volksvlijt. Door de beide sprekers, Oudegeest en Troelstra, werd daar
+vooral op de lachspieren gewerkt. En wanneer brulde 't
+instemmingsgeroep? Wanneer er gespot werd! Zooals door Oudegeest:
+&bdquo;Minister <span xml:lang="fr">Rambonnet</span> zendt niet den Bijbel, niet <span xml:lang="en">Bunyans</span> Christenreize
+naar de eeuwigheid op de vloot, maar <span xml:lang="de">Treubs</span> boek tegen 't Marxisme!&rdquo;
+En door Troelstra, toen hij de Eerste-Kamerleden belachelijk maakte,
+en hen aanraadde, <span class="pagenum" title="133"></span><a id="p_133"></a>wat meer zorg te hebben voor het heil hunner
+onsterfelijke ziel.</p>
+
+<p>In den grond is heel de strijd der sociaal-democratie evenals die der
+vrijzinnigheid niets anders dan een anti-christelijke strijd. Op den
+bodem van elke wetenschap ligt de Theologie, ook van de sociologische
+wetenschap. Het ongeloof is de wortel, waarop vrijzinnigheid en
+sociaal-democratie stoelen; revolutie, opstand tegen God en Zijn
+Gezalfde, is beider vrucht.</p>
+
+<p>Daarom is de haat dan ook zoo fel van 't socialisme tegen den levenden
+God. Op treffende wijze is dit verklaard door <span xml:lang="fr">Sertillanges</span> in zijn
+werkje &bdquo;<span xml:lang="fr">Nos luttes</span>&rdquo;, &bdquo;Onze worstelingen&rdquo;. Hij spreekt daarin over den
+politieken strijd, den klassenstrijd en den Godsdienststrijd. Er is
+niets, zegt hij, wat de hartstochten zoo in beweging brengt als de
+politiek. De klassenstrijd kweekt daarbij haat. Nu zou men denken, dat
+de Godsdienst vrede zou brengen. Maar neen, zij brengt olie in 't
+vuur. Christus heeft gezegd, dat Hij gekomen is, om 't zwaard te
+brengen op de aarde, en de tegenpartij voelt in de partij van den
+levenden God de scherpte van Christus' zwaard. (<span xml:lang="fr">Sertillanges, Nos
+luttes</span>, bladz. 137 en 138).</p>
+
+<p>Onwillekeurig komen de scherpste partijen 't meest tegenover elkander
+te staan. De middenpartijen vallen weg. Het scherp gekleurde komt op
+den voorgrond.</p>
+
+<p>Alzoo is dan ook nu reeds vervuld, wat ik reeds voor jaren in mijn
+&bdquo;Calvinisme en Socialisme&rdquo; opperde, dat in Nederland de groote strijd
+om de leiding der geesten in de toekomst zou gestreden worden tusschen
+Calvinisme en Socialisme.</p>
+
+<p>Wie zal in die worsteling triomfeeren? O zoo gemakkelijk kon 't
+Calvinisme overwinnen, wanneer 't één was!</p>
+
+<p>Maar helaas, hoeveel soorten van gereformeerden zijn er niet! Er zijn
+Gereformeerden A en B, Christelijk-Gereformeerden,
+<span class="pagenum" title="134"></span><a id="p_134"></a>oud-Gereformeerden, de mannen van den Gereformeerden Bond, voorts die
+van de Confessioneele Vereeniging.</p>
+
+<p>Welk een kracht zou er van 't Calvinisme in ons vaderland uitgaan,
+wanneer al deze Gereformeerden eens werkelijk één waren!</p>
+
+<p>Maar dit worden ze toch nooit, hoor ik zeggen. Ziet maar eens, hoe
+scherp ze tegenover elkander staan! De één wil nog gereformeerder zijn
+dan de ander; dezen worden nooit één.</p>
+
+<p>Wie durft dat beweren?</p>
+
+<p>Gelooven wij dan niet meer in den Heiligen Geest?</p>
+
+<p>Werkt Gods Geest niet meer in Gods volk?</p>
+
+<p>Werkt Hij de gemeenschap der heiligen niet meer?</p>
+
+<p>Wie dat wilde beweren, randde daarmede de eere en het werk des
+Heiligen Geestes aan!</p>
+
+<p>Vereeniging van de partijen in de Ned. Herv. Kerk is een
+onmogelijkheid. Vereeniging van alle Gereformeerden is mogelijk, en
+noodzakelijk. Gods eere eischt, de nood der tijden vordert 't.</p>
+
+<p>O wat zou 't Calvinisme ten onzent in ontwikkeling voortschrijden,
+wanneer deze vereeniging eens tot stand kwam! Dan werd ons land
+waarlijk als een stad op een berg!</p>
+
+<p>Komt, Geliefden, sturen we dan daarop aan, in gebed, in omgang, in
+arbeid!</p>
+
+<p>Maar ik moet eindigen. Mijn brief is reeds veel te lang. Het is ook
+een onderwerp, dat mij reeds lang bezighield. Ik verheug mij, dat ik,
+wat mij vervult, nog eens heb mogen uitspreken.</p>
+
+<p>Weest tezamen den Heere bevolen. Gedenkt in uwe gebeden</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="135"></span><a id="p_135"></a></p>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Heidelberg, 17 Maart 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Zoo zijn wij dan Woensdag den 11en Maart wederom gegaan naar
+Heidelberg, de oude hoofdstad van 't oude keurvorstendom de Paltz;
+thans een stad van den tweeden rang in 't groothertogdom Baden, maar
+als universiteitsstad en als een der centra van de hedendaagsche
+cultuur geenszins de minste onder de dochteren van Duitschland.</p>
+
+<p>Voor mij is Heidelberg de stad van <span xml:lang="de">Czerny</span> en <span xml:lang="de">Werner</span>, van 't
+<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>, van 't kankerinstituut.</p>
+
+<p>Hoe gaarne ik anders steeds naar Heidelberg ga, ditmaal had ik zeer
+tegen de reis opgezien.</p>
+
+<p>De laatste veertien dagen had ik thuis bijna niet geslapen, en ieder
+die weet wat slapelooze nachten zijn, kent ook hunne verschrikkingen,
+en weet hoe ze doen afnemen in krachten.</p>
+
+<p>Toch waren niet alle slapelooze nachten even donker en bang. Wanneer
+de Heere 't mij gaf, mij in de stilte van den nacht diep onder Zijne
+kastijdende hand te verootmoedigen;&mdash;wanneer Hij 't mij gaf dan aldus
+in mijn binnenste te spreken:</p>
+
+<p>&bdquo;Heere, Gij zijt rechtvaardig en heilig, ik ben boos en onrein! Gij
+doet geen onrecht, Uwe zware kastijding is zoo volkomen rechtvaardig!
+Maar bij U, Heere, is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt! Dit hebt
+Gij getoond in de overgave van Uwen lieven Zoon, opdat Hij onze zonden
+zou dragen, en onze krankheden op Zich zou nemen! Ach, Heere, neem dan
+om 't lijden en de gehoorzaamheid van Uwen lieven Zoon deze krankheid
+weg, en laat Uwe genade bij mij blijven. Ach Heere, ontferm U om
+Jezus' wille over mijn arme vrouw, over mijn arme kinderen, over mijn
+ouden vader, over allen, die mij lief en dierbaar zijn! Heere, wees
+mij genadig en genees mij! Gij hebt mij <span class="pagenum" title="136"></span><a id="p_136"></a>beloofd, voor mij te zullen
+zorgen. Gij hebt tot hiertoe deze belofte zoo lieflijk vervuld. Ach,
+wil Gij nu Uwe <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: wedadigheid">weldadigheid</ins> en trouw verheerlijken in de zorg voor mijn
+volkomen genezing! Ik vraag niet te veel, Heere! Gij zijt de Machtige,
+die spreekt en het is er. Gij hebt de middelen reeds geschonken. Nu
+hangt alles nog aan Uwen zegen. Ach Heere, spreekt het genadewoord,
+het wonderwoord, het machtwoord van zegen over de middelen, en ik zal
+genezen! Maar hebt Gij in Uw Raad vastgesteld, mij nu door den dood
+weg te nemen, ach geef mij dan genade, dat mijn wil lieflijk
+verslonden zij in Uwen wil, en geef mij dan door 't geloof een ruimen
+ingang in de zaligheid en heerlijkheid. Behaagt 't U nog jaren tot
+mijne levensdagen toe te voegen, geef mij dan in een Christelijk leven
+en in Christelijken arbeid hier op aarde reeds te blinken als een
+parel aan de Middelaarskroon van Jezus!&rdquo;</p>
+
+<p>Zie, wanneer ik zóó in de stilte van den nacht mijn gebed mag opheffen
+tot den Heere, dan rijst in den slapeloozen nacht de ééne ster der
+hope na de andere aan den hemel, de hope op de eeuwige goederen, de
+hope op aardsche zegeningen. De slapelooze nachten zijn dan niet lang
+en donker meer, maar nachten vol van sterren, die mij 't woord bij
+Jesaja in de herinnering roepen, 't machtige, 't aangrijpende, 't
+bezielende woord in Jesaja 40, waar de Heere tot Israël spreekt:</p>
+
+<p>&bdquo;Heft uwe oogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft;
+Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze allen bij name roept,
+vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen
+is; er wordt er niet één gemist.</p>
+
+<p>&bdquo;Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël: Mijn weg is voor
+den Heere verborgen, en mijn recht gaat van mijnen God voorbij?</p>
+
+<p>&bdquo;Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige <span class="pagenum" title="137"></span><a id="p_137"></a>God, de
+Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is
+geen doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moede kracht, en
+Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geene krachten heeft.</p>
+
+<p>&bdquo;De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen
+gewisselijk vallen;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij
+zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen loopen, en
+niet moede, zij zullen wandelen en niet mat worden.&rdquo;</p>
+
+<p>Zulke nachtelijke bezoeken van den Heere vielen dan wel als een
+verkwikkende dauw op de ziel; maar mijn kracht is geen steenen kracht,
+en door de slapeloosheid verminderde ik zeer, zoodat ik meer dan
+anders tegen de lange reis opzag.</p>
+
+<p>Hoe zwaar de Heere echter ook kastijdt, Hij doet 't altijd op een
+vaderlijke wijze, en doet in 't midden der beproeving Zijne trouwe
+goedheid aan de ziel merken. Zóó deed Hij ook aan mij. Wonder, den
+nacht vóór mijn vertrek, sliep ik bijna den geheelen nacht rustig
+door. Door dit blijk van Gods lieve goedheid verrast, ging ik nu vol
+moed op reis, en nooit heb ik haar zoo gemakkelijk volbracht als
+ditmaal. Zelfs 't eind tusschen Nijmegen en Keulen, dat lange eind
+zonder eenig natuur-décor, viel mij niet zoo lang als anders. Van
+Keulen gingen we weer voort, den Rijn langs. Ontslagen van zijn
+winterboei, stroomde de Rijn ditmaal niet <i>langs</i>, maar ver <i>buiten</i>
+zijn boorden. Overal stonden heele strooken land diep onder water, en
+vele villa's moesten met de schuit benaderd worden.</p>
+
+<p>Schier even frisch als toen we op reis gingen, kwamen we 's avonds te
+acht ure behouden te Heidelberg aan.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen ging ik natuurlijk dadelijk weer naar 't
+<span xml:lang="de">Samariterhaus</span>. Prof. <span xml:lang="de">Werner</span> was met vacantie <span class="pagenum" title="138"></span><a id="p_138"></a>afwezig. Z.Exc. <span xml:lang="de">Czerny</span>
+onderzocht mij derhalve alleen, en deed 't zeer nauwkeurig. Ook nu
+weer constateerde hij grooten uitwendigen vooruitgang, maar moest er
+helaas bijvoegen, dat de tong nog steeds dik blijft. Hij bepaalde, dat
+ik twee heele en twee halve dagen met radium moest worden bestraald.
+Zaterdag had de eerste bestraling plaats. Maar wie beschrijft onze
+teleurstelling, onmiddellijk na de eerste bestraling: in den nacht van
+Zaterdag op Zondag, werd mijn tong nog dikker. Dit was de pijnlijkste
+tegenslag, dien ik gedurende deze zware krankheid heb gehad. Mijn
+vrouw en ik hadden den ganschen nacht bijna niet geslapen. Hoe
+vermoeid we 's morgens ook waren, toch besloten we naar de kerk te
+gaan, en troost in Gods huis te gaan zoeken. En we deden 't niet
+tevergeefs!</p>
+
+<p>Hoe heerlijk hebben we gekerkt!</p>
+
+<p>Dat begon al met 't lieflijk gezang:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Lasset uns mit Jesu ziehen,<br /></span>
+ <span class="i0">Seinem Vorbild folgen nach,<br /></span>
+ <span class="i0">In der Welt, der Welt entfliehen,<br /></span>
+ <span class="i0">Auf der Bahn, die Er uns brach,<br /></span>
+ <span class="i0">Immerfort zum Himmel reisen,<br /></span>
+ <span class="i0">Irdisch noch, schon himmlisch sein.<br /></span>
+ <span class="i0">Glauben recht, und leben rein<br /></span>
+ <span class="i0">In der Lieb' den Glauben weisen!<br /></span>
+ <span class="i0">Treuer Jesu, bleib bei mir;<br /></span>
+ <span class="i0">Geh voran, ich folge dir!<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Lasset uns mit Jesu leiden,<br /></span>
+ <span class="i0">Seinem Vorbild werden gleich!<br /></span>
+ <span class="i0">Nach dem Leide folgen Freuden,<br /></span>
+ <span class="i0">Armut hier macht droben reich,<br /></span>
+ <span class="i0">Tränensaat die erntet Wonne,<br /></span>
+ <span class="i0">Hoffnung tröstet mit Geduld,<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="139"></span><a id="p_139"></a>
+ <span class="i0">Denn es scheint durch Gottes Huld<br /></span>
+ <span class="i0">Nach dem Regen bald die Sonne.<br /></span>
+ <span class="i0">Jesu, hier leid ich mit dir<br /></span>
+ <span class="i0">Dar teil deine Freud mit mir!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Laat ons met Jezus trekken,<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn voorbeeld gelijkvormig worden,<br /></span>
+ <span class="i0">In de wereld, de wereld ontvluchten;<br /></span>
+ <span class="i0">Op de baan, die Hij ons brak,<br /></span>
+ <span class="i0">Altijd voort ten hemel reizen,<br /></span>
+ <span class="i0">Schoon aardsch, toch reeds hemelsch zijn.<br /></span>
+ <span class="i0">Recht gelooven, zuiver leven,<br /></span>
+ <span class="i0">In de liefde 't geloof bewijzen!<br /></span>
+ <span class="i0">Trouwe Jezus, blijf bij mij;<br /></span>
+ <span class="i0">Ga mij voor, opdat 'k U volg.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Laat ons met Jezus lijden,<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn voorbeeld gelijkvormig worden!<br /></span>
+ <span class="i0">Na het leed volgt de vreugde,<br /></span>
+ <span class="i0">Armoe hier, maakt boven rijk,<br /></span>
+ <span class="i0">Tranenzaad oogst hemelblijdschap,<br /></span>
+ <span class="i0">Hoop troost ons met geduld,<br /></span>
+ <span class="i0">Want door Gods goedheid<br /></span>
+ <span class="i0">Schijnt na den regen weêr de zon.<br /></span>
+ <span class="i0">Jezus, hier lijd ik met u,<br /></span>
+ <span class="i0">Deel boven mij Uw vreugde mede!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Daarna hoorden we een kostelijke preek over Jezus' verhoor bij Annas,
+uit Johannes 18: 12&ndash;24.</p>
+
+<p>Wat hebben wij dien morgen gehoord? Zijn onze zinnen door een
+welsprekende rede betooverd? Neen! Is ons denken verdiept, onze kennis
+vermeerderd? Neen! Wij hoorden een eenvoudige Evangelieprediking; maar
+konden zeggen: &bdquo;Wij hebben Jezus gezien!&rdquo;</p>
+
+<p>De prediker schetste eerst kort maar oordeelkundig 't <span class="pagenum" title="140"></span><a id="p_140"></a>lijden voor
+Annas. Daarna sprak hij over de kenosis of de zelfontlediging van den
+Heiland, die de legioenen engelen in den hemel liet, en deze bende
+niet wegvaagde; maar alles leed om onze zonde. Zoo baande hij zich den
+weg om Jezus in Zijn zoete beminnelijkheid als Heilborg van zondaren
+voor te stellen. Aan de enkele personen, die den Heere hier deden
+lijden, ontleende hij dan ook de stof om aan te wijzen, voor welke
+zonden Jezus hier betaalde.</p>
+
+<p>Ten slotte zongen wij nog:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Eines wünsch' ich mir vor allem andern,<br /></span>
+ <span class="i1">Eine Speise früh und spät;<br /></span>
+ <span class="i0">Selig läszts im Tranental sich wandern,<br /></span>
+ <span class="i1">Wenn dies Eine mit uns geht:<br /></span>
+ <span class="i0">Unverrückt auf einen Mann zu schauen,<br /></span>
+ <span class="i0">Der mit blut'gem Schweisz und Todesgrauen<br /></span>
+ <span class="i1">Auf sein Antlitz niedersank<br /></span>
+ <span class="i1">Und den Kelch des Vaters trank.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="dwz">Dat is:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Eén ding wensch ik mij boven alle andere,<br /></span>
+ <span class="i1">Eéne spijze vroeg en laat;<br /></span>
+ <span class="i0">Zalig kan men door 't tranendal wandelen,<br /></span>
+ <span class="i1">Wanneer dit ééne met ons gaat:<br /></span>
+ <span class="i0">Onverwrikt op éénen Man te zien,<br /></span>
+ <span class="i0">Die met bloedig zweet en doodsbenauwdheid<br /></span>
+ <span class="i1">Op Zijn aangezicht nederzonk,<br /></span>
+ <span class="i1">En den kelk des Vaders dronk.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Als geheel andere menschen verlieten we de kerk. We hadden den Heere
+ontmoet, en waren in Hem gesterkt.</p>
+
+<p>Vol moed ging ik dan ook Maandagmorgen weer naar 't <span xml:lang="de">Samariterhaus</span>,
+Dinsdag eveneens. Het is nu Dinsdagavond, terwijl ik dit schrijf, en
+ik heb nu twee dagen achtereen een bestraling gehad van negen uren
+daags. Zegene de Heere deze middelen! Geve Hij ons bovenal een hart,
+<span class="pagenum" title="141"></span><a id="p_141"></a>dat volkomen berust in Zijn heiligen wil. Hoe 't ook ga. Hij maakt 't
+immers met de Zijnen altijd goed.</p>
+
+<p>Weest, geliefden, dien God en Zaligmaker bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr37" title="Niet in Bron.">,</ins></div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 30 Maart 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Sedert ik u de laatste maal uit Heidelberg schreef, is er zeer veel
+geschied. De Heere heeft mij van dag tot dag zwaarder beproefd, maar
+ook van dag tot dag krachtiger vertroost. Van slapen was in de laatste
+weken geen sprake meer; overdag kon ik soms een weinig soezen. Toch
+heb ik de <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: radiumbestraling">radium-bestraling</ins> nog goed doorgemaakt. Daarna zouden de
+Röntgen-bestralingen beginnen. Daarvoor was ik echter te zwak. De
+doctoren raadden mij aan, naar huis te gaan. 21 Maart gingen we op
+reis. Behouden kwamen we 's avonds aan. Mijn vrouw waakte na de lange
+reis dienzelfden nacht nog bij mij. Dit kon echter zoo niet langer.
+Zondagavond 22 Maart ben ik naar het St. Elisabethsgasthuis alhier
+gegaan. Daar ben ik nu nog, en moet hier morgen een operatie
+ondergaan. Na dien tijd zal ik te bed moeten liggen. Ondanks groote
+lichaamszwakte poog ik u heden te schrijven, om u te doen weten, wat
+mijn hart vervult.</p>
+
+<p>Ik heb telkens gedacht aan Job, tot wien ook bode na bode, ongeluk
+meldend, kwam. Ik heb gedacht aan 't groote doel van 't lijden der
+vromen, zooals dit in Job wordt voorgesteld. En ik ben zeer versterkt
+geworden.</p>
+
+<p>Ook het boek Job behandelt het probleem van 't lijden der vromen, en
+beziet dit van een bepaalden kant. Het stelt als hoogste doeleinde van
+het lijden der godzaligen: <span class="pagenum" title="142"></span><a id="p_142"></a><i>de verheerlijking Gods en de beschaming
+des Satans</i>.</p>
+
+<p>Gaan we den inhoud van 't boek Job maar even na.</p>
+
+<p>Satan verschijnt in de vergadering der kinderen Gods. Verwonderen we
+ons daarover niet. Hij komt ook in de samenkomsten van Gods volk, waar
+de gemeente met den Heere vergadert.</p>
+
+<p>De Heere Zelf prijst Jobs godsvrucht, Satan dingt daarop af. Ook
+daarover behoeven we ons niet te verbazen. Satan is de verklager der
+broederen, de kritische geest, de geest, die graag zaken doet, en
+daarom den ander den voet licht. Zoo doet Satan tegenover Job. Hij
+stelt Job voor als iemand, die slechts uit loonzucht God dient.
+Natuurlijk. Satan kent niet de zaligheid van Azaf, die te midden der
+zwaarste beproevingen zingt: &bdquo;Wien heb ik nevens U in den hemel?
+Nevens U lust mij ook niets op de aarde!&rdquo; Er moet dus wat achter
+zitten, wanneer Job zoo getrouw God dient, en dat is de zucht naar
+loon.</p>
+
+<p>Hiermede beleedigt Satan Job. Bovenal tast Satan echter Gods eere aan.
+Satan bedoelt te zeggen: &bdquo;Gij, o God, zijt niet zoo vol van majesteit
+en beminnelijkheid, dat Gij om Uzelven zoudt worden gediend. Kon ik,
+Satan, maar één gulden meer geven dan Gij, o God, dan had ik Job en
+allen aan mijn snoer. 't Blinkende goud, dat is de ware majesteit en
+beminnelijkheid.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu volgt de ontwikkeling van 't ontzaglijkst drama.</p>
+
+<p>Op één dag, van vee, van goed, van kinderen beroofd, zit Job op de
+puinhoopen van zijn verwoest geluk. Valt hij van God af? Neen! Hij
+spreekt de heerlijke woorden: &bdquo;De Heere heeft gegeven, de Heere heeft
+genomen, <i>de Naam des Heeren zij geloofd</i>.&rdquo;</p>
+
+<p>Satan heeft derhalve zijn doel niet bereikt. Nogmaals komt hij in de
+vergadering der kinderen Gods. Nogmaals randt hij Jobs eere en
+daarmede Gods eere aan. &bdquo;Job is <span class="pagenum" title="143"></span><a id="p_143"></a>in zijn lichaam nog ongedeerd
+gebleven; anders zou hij Gods Naam wel hebben gevloekt&rdquo;, meent Satan.</p>
+
+<p>Nu geeft de Heere Job een wijle over aan Satan. Hij mag met hem doen,
+wat hij wil; alléén hij moet Jobs leven verschoonen.</p>
+
+<p>Nu wordt Job met een vreeselijke melaatschheid geslagen. Hij heeft
+nacht noch dag rust.</p>
+
+<p>Jobs huisvrouw, in plaats van hem te troosten, port hem aan, om nu
+maar een einde aan zijn leven te maken.</p>
+
+<p>Voor Jobs vrouw heeft Job alléén beteekenis, zoolang hij groot en rijk
+is. Zij gelijkt de vrouw van een Indisch ambtenaar, van wie 't
+volgende wordt verhaald. Bij de landing te Priok, de havenplaats van
+Batavia, valt haar man te water. &bdquo;O, mijn traktement, mijn
+traktement!&rdquo; schreeuwt zij luid op den oever. Gelukkig werd de
+drenkeling weer op 't droge gebracht en was haar traktement behouden.</p>
+
+<p>Zoolang Job goed en rijk was, kleeft Jobs vrouw hem aan. Thans, nu hij
+van de zonnige hoogten van 't geluk in de afgrondskolken der ellende
+is neergestort, wil zij liever van hem af. Zij is een dienares van de
+grootschheid des levens, de begeerlijkheid der oogen, de
+begeerlijkheid des vleesches, een echt Satanskind. &bdquo;Zegen God, en
+sterf!&rdquo; zegt, zij tot Job. &bdquo;Zouden wij het goede van God ontvangen, en
+zouden wij het kwade niet ontvangen?&rdquo; zegt Job.</p>
+
+<p>Wederom is Satan beschaamd.</p>
+
+<p>Thans komt evenwel nog de zwaarste beproeving. Jobs drie vrienden,
+Elifaz, Bildad en Zofar komen uit 't verre Oosten om hem in zijn
+lijden te bezoeken. Ternauwernood hebben zij hem uit de verte gezien,
+of zij verstommen van verschrikking; zeven dagen en zeven nachten
+zitten zij neer om Jobs lijden te beweenen.</p>
+
+<p>Niet één hunner staat echter op om hem de hand te gaan drukken. Het
+staat immers wel bij hen vast, dat een <span class="pagenum" title="144"></span><a id="p_144"></a>verborgen kwaad Job moet
+aankleven, en dat de Heere hem daarvoor nu komt ontmaskeren. Daarover
+zullen zij eerst met hem spreken. En dat zal wel goed uitkomen. Job
+vreest God, en zal wel in de schuld vallen. Maar dit moet dan ook
+geschieden, zal er van vergeving en genezing voor hem sprake kunnen
+zijn. En aangezien zij zijne vrienden zijn, zijn zij de aangewezen
+personen om hem daarover ernstig te onderhouden.</p>
+
+<p>Welk een beproeving voor Job!</p>
+
+<p>Hij erkent zijne zonde en schuld. Hij belijdt, dat hij een onreine is.
+Maar hij ontkent, dat eenig verborgen kwaad hem aankleeft, waardoor
+hij zich dezer zware straffe heeft waandig gemaakt.</p>
+
+<p>Diep in zijn eer aangerand, vervloekt Job nu den dag zijner geboorte.</p>
+
+<p>De volgende hoofdstukken bevatten dan de twistgesprekken tusschen Job
+en zijn vrienden, waarin hij zijn zakelijke gerechtigheid handhaaft.</p>
+
+<p>In het 32e hoofdstuk treedt een ander spreker op. Elíhu, die een nieuw
+licht werpt op de rampen der vromen. Hij ontwikkelt de waarheid, dat
+de Heere zijn volk beproeft om hen te <i>louteren</i>.</p>
+
+<p>Maar de eigenlijke oplossing van 't groote probleem van de rampen der
+godvruchtigen geeft de Heere Zèlf. In de hoofdstukken 38 en 41 treedt
+Hij Zelf op.<a id="FNa_A" href="#FN_A" class="fnanchor">*)</a> Hij verschijnt in een onweder, in al de verhevenheid
+Zijner majesteit. Hij treedt met Job in gesprek over de wonderen der
+schepping. En nu zinkt Job neer voor des Heeren Majesteit en
+Beminnelijkheid. Nu spreekt Job de gedenkwaardige <span class="pagenum" title="145"></span><a id="p_145"></a>woorden: &bdquo;Met het
+gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog; daarom
+verfoei ik mij, en heb berouw in stof en asch.&rdquo; Job begrijpt Gods
+wegen niet, maar ziet Gods heerlijkheid, en zinkt in aanbidding voor
+Zijn Majesteit neder.</p>
+
+<p>Nu is God verheerlijkt.</p>
+
+<p>Nu is de Satan geheel vernederd.</p>
+
+<p>Ziehier één der gewichtigste doeleinden van de rampen der godzaligen:
+Tegenover heel de wereld moet blijken, dat de vromen vasthouden aan
+hun God, door welke diepe wegen die God hen ook leidt!</p>
+
+<p>Dit is ook voor mij thans de oplossing van den raadselachtigen weg,
+dien de Heere met mij houdt.</p>
+
+<p>Inderdaad, 't is een weg vol van vragen. Waarom dit? Waarom dat?
+Volgens de Schrift is 't leven van wie God vreest, als een boom,
+geplant aan waterbeken; maar de weg der goddeloozen als 't kaf, dat de
+wind henendrijft. In de werkelijkheid zien we 't vaak zoo gansch
+anders. David vlucht; Saul behoudt 't veld. Elia zwerft in de
+woestijn; Achab zit op den troon. Johannes sterft in den kerker;
+Herodes zwelgt in weelde. De één gaat arbeiden in 't Koninkrijk Gods,
+en onspoed is slechts zijn deel. De ander onderneemt slechts een
+tijdelijke zaak, en de zon van voorspoed beschijnt zijn weg. Hoevele
+vragen liggen in al deze verschillende feiten!</p>
+
+<p>Ook ik gevoel dit diep in mijn geval. Maar met het licht, dat het boek
+van Job in mijne ziel doet vallen, is zij Gode niet alleen stil; neen,
+zij jubelt hoog in God over de genade en de eere, geroepen te worden
+tot de verheerlijking Gods in den weg des lijdens! Geroepen te worden
+tot beschaming van Satan; door het midden van de zware beproevingen
+des levens te jubelen in de zaligheid, die daar ligt in 't woord:
+&bdquo;Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de
+aarde!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="146"></span><a id="p_146"></a></p>
+
+<p>En nu ten slotte, ik dank den Heere, dat Hij mij de krachten gaf, dit
+nog eens uit te spreken. Hij blijve mij de genade verleenen, Zijnen
+grooten Naam te prijzen, hoe alles verder ook ga! Hij geve mij, dat
+mijn wil lieflijk verslonden blijve in Zijn wil! Hij geve mij
+eindelijk, zij 't ook na veel lijden, om den wille van Christus'
+lijden en gehoorzaamheid, een ruimen ingang in de zaligheid en
+heerlijkheid. Welk een vergoeding zal dit zijn! In de eeuwigheid is
+alles vervulling zonder eenig gemis. Daar wordt de hoogste bestemming
+bereikt, en eerst recht gevoeld, wat leven is, en wat 't is,
+beelddrager Gods te zijn!</p>
+
+<p>Mocht dit mijn laatste brief aan u zijn, geliefde gemeente, dan tot
+weerziens aan die zalige plaats!</p>
+
+<div class="auteur">Uw u liefhebbende oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<p class="noi">P.S. Den dichter uit Sassenheim mijn diepgevoelden dank.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote">
+<p><a id="FN_A" href="#FNa_A" class="label">*)</a>
+Eigenlijk geeft de Heere geen enkele verklaring van Zijn
+doen met Job. Zijn wegen zijn hooger dan onze wegen, Zijn gedachten
+dan onze gedachten. Hij geeft aan nietig stof geen rekenschap van
+Zijne daden. God alléén is groot, en wij begrijpen Hem niet, maar
+daarom aanbidden wij Hem.</p>
+</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 7 April 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Ook thans poog ik een schrijven aan u saam te stellen.</p>
+
+<p>Het roemend, zoowel als 't klagend hart heeft zoo gaarne een
+luisterend oor. Dit biedt ge mij steeds. Nooit behoef ik in mijn
+&bdquo;Gethsémané&rdquo; te zeggen: &bdquo;Kunt gij dan niet één uur met mij waken?&rdquo; Uwe
+belangstelling is beschamend! Daarom span ik mij gaarne wat in om u,
+geliefde gemeente, te melden waarnaar gij verlangend uitziet.</p>
+
+<p>31 Maart ben ik dan aan de keel geopereerd geworden.</p>
+
+<p>De bedoeling dezer operatie was om een buis aan te leggen in de keel,
+den loop der adem daardoor vrij te maken tegenover de verdikking van
+de tong en tegenover de slijmvorming in den mond, en mij op deze wijze
+nachtrust te bezorgen. Het is dus wat de geneesheeren noemen, een
+palliatieve, een verlichtende operatie.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="147"></span><a id="p_147"></a></p>
+
+<p>Met 't uitzicht daarop liet ik mij met vroolijken moed naar de
+operatiekamer voeren. In dezen ben ik mijzelven een raadsel. Evenals
+alle menschen ben ik steeds met operatievrees bezet geweest. De Heere
+heeft die vrees echter geheel weggenomen.</p>
+
+<p>In de dagen vóór de operatie sterkte ik mij maar weer in den 91en
+psalm: &bdquo;Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal
+vernachten in de schaduwe des Almachtigen.&rdquo;</p>
+
+<p>Gelukkig, er is voor Gods volk een schuilplaats in allen nood. Zie 't
+in Noachs historie! In Davids leven! In 't leven van heel de kerk!</p>
+
+<p>En wat is die schuilplaats veilig! <i>Ze is de schuilplaats des
+Allerhoogsten!</i> Gods gemeente is met Christus in den hemel gezet. In
+beginsel is zij met Paulus opgetrokken in den derden hemel.</p>
+
+<p>O wat voelde ik mij daar volkomen veilig! Ik was volkomen verzekerd,
+dat geen kwaad mij kon overkomen.</p>
+
+<p>En hoe was ik daar gekomen, in die schuilplaats!</p>
+
+<p>O wonder, o wonder, o wonder van genade! De Heere heeft naar mij
+willen omzien, en mij in Jezus aangezien. Ach wie ben ik altijd
+geweest! De Heere is de eerste geweest om mij te trekken, om mij met
+'t geloof te begaven, om mij te rechtvaardigen, om mij te heiligen, om
+mij te verlossen <i>en mij een schuilplaats te geven</i>. De overdenking
+daarvan vervulde mijn hart met aanbidding van Gods heerlijke, vrije
+genade.</p>
+
+<p>&bdquo;Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal
+vernachten in de schaduwe des Almachtigen.&rdquo; Den nacht zijner
+beproeving zal hij doorbrengen in de onmiddellijke tegenwoordigheid
+van den Almachtige, Die kan en wil helpen.</p>
+
+<p>Dit heb ik bij deze operatie weer ondervonden.</p>
+
+<p>'s Middags te drie uur werd ik naar de operatiekamer <span class="pagenum" title="148"></span><a id="p_148"></a>gebracht, waar
+vier doctoren en drie pleegzusters mij wachtten. Ik werd gelukkig niet
+weggemaakt. Dit geschiedt bij deze operatie, geloof ik, nooit. Het is
+ook niet noodig. Het gevoel, dat men aan uw keel kerft, nu en dan wat
+weeë pijn, dit moge u wat aangrijpen; maar dat is ook alles.
+Ongelukkig was de buis wat groot, en 't gat te klein gemaakt. Daardoor
+moest men opnieuw aan 't snijden en knippen. Ik maakte mij echter
+allerminst onrustig. Ik nam gedurende de heele operatie de toevlucht
+tot Jezus' lijden, en stelde mij voor oogen, wat Hij heeft geleden om
+onze zonden. O onvergetelijke ure! Hij sterkte mij krachtig. Vroolijk
+had ik mij neergelegd. Vroolijk mocht ik oprijzen, nadat de operatie,
+die ruim een half uur duurde, was afgeloopen.</p>
+
+<p>Het doel, dat er mee beoogd werd, is volkomen bereikt.</p>
+
+<p>De verlichting is groot.</p>
+
+<p>O, heerlijke nachten van verkwikkenden slaap, die ik nu mag genieten!</p>
+
+<p><span xml:lang="la">Soli Deo Gloria!</span> Gode alleen zij de eere!</p>
+
+<p>Meer schrijf ik thans niet.</p>
+
+<p>Ik moet vanmiddag weer verbonden worden. Ook dit is zeer pijnlijk, en
+ik moet daarvoor mijn krachten sparen.</p>
+
+<p>Hartelijk gegroet, geliefde gemeente! Weest allen den Heere bevolen
+door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">,</ins></div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 15 April 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Het is met eenige moeite, dat ik thans de pen gebruik. De dagen van 31
+Maart, den dag mijner operatie, tot heden, waren eenerzijds dagen van
+groote verkwikking; maar ook aan den anderen kant dagen van veel
+lijden. <span class="pagenum" title="149"></span><a id="p_149"></a>Ik ben thans een dubbele invalide. Ik werd om den anderen dag
+verbonden; dit veroorzaakte mij telkens veel pijn. Daarbij komt de
+dagelijksche kwelling mijner kwaal. Dit alles heeft mij zeer verzwakt.</p>
+
+<p>Gelukkig vielen in dezen moeilijken tijd de plechtige stille week en
+de heerlijke Paaschdagen.</p>
+
+<p>In de stille week volgde ik in mijne gedachten 't lijden van den
+Heiland.</p>
+
+<p>Vooral op den Goeden Vrijdag was ik daarmede bezig. Ik stelde mij voor
+oogen, hoe het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, door de
+moordenaren op de slachtbank werd geworpen, hoe zij de knie op zijn
+borst zetten, om Hem aan 't vloekhout vast te binden. Ik hoorde in den
+geest de hamerslagen. Ik zag als voor oogen, dat 't kruis werd
+opgericht. Mijn ziel trilde van diepe ontroering, toen ik daarna dacht
+aan 't eerste kruiswoord: &bdquo;Vader, vergeef het hun, want zij weten niet
+wat zij doen&rdquo;. Ik dacht aan Zijn verder lijden. Aan Zijn zielelijden,
+door de uitbarstingen van haat tegenover zooveel liefde, door het
+dragen van den last onzer zonden en den toorn van God, door de
+verlating Gods. Eindelijk is 't lijden volleden. De Heere spreekt Zijn
+laatste woorden: &bdquo;Het is volbracht!&rdquo; Het hoofd buigende geeft Hij den
+geest. En bij vernieuwing zinkt mijne ziel met al haar zonde en schuld
+op dit heerlijke volbrachte werk van Christus. In mijn binnenste
+jubelt 't, wat Paulus schreef:</p>
+
+<p>&bdquo;Dien die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt,
+<i>opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem!</i>&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop volgden de heerlijke Paaschdagen met hun blijde klanken.</p>
+
+<p>Hoe rijk is de beteekenis van 't Paaschfeest voor den lijder, die in
+Christus een erfdeel heeft gekregen onder de geheiligden in 't licht.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="150"></span><a id="p_150"></a></p>
+
+<p>Rondom hem zingt alles van ontwakend natuurleven; zijn lijden is
+daarmede in schril contrast. Treffende bevestiging van 't woord der
+Schrift:</p>
+
+<p>&bdquo;Alle vleesch is als gras en alle heerlijkheid des menschen is als een
+bloem van het gras. Het gras verdort. De bloem valt af.&rdquo;</p>
+
+<p>Telkens en telkens wordt dit weer gezien. Een wandelaar komt in een
+heerlijk lustoord. Liefelijke bosschaadjes wisselen af met blinkende
+watervallen; slingerpaden voeren langs sierlijke perken. In 't midden
+van dit schoon geheel staat een kasteel, dat een tooverpaleis schijnt.
+Vol bewondering laat de wandelaar zijn oog over dit alles gaan. Daar
+wordt de deur van 't kasteel geopend. Een dame, zwaar in den rouw,
+treedt naar buiten, en wandelt met gebogen hoofd op 't terras op en
+neer. Zij heeft een zwaar verlies geleden, en al haar <ins class="corr" id="corr40" title="Bron: heelrijkheid">heerlijkheid</ins>
+heeft haar waarde voor haar verloren.</p>
+
+<p>Zóó zit ieder in dit tranendal éénmaal op de puinhoopen van zijn
+verwoest geluk. Ieder menschenleven wordt eenmaal weggenomen door den
+dood. Ach, hoe treurig is 't dan met hem, die zijn deel alleen in dit
+leven heeft gezocht. Alles is voor hem voorbij. Het gericht wacht.</p>
+
+<p>Hoe geheel anders is 't echter met dengene, die Jezus kent! Al sterft
+heel de wereld voor hem weg, hij houdt Jezus over; Jezus, Die dood is
+geweest, maar Die eeuwig leeft; Jezus, de geestelijke mensch, de Heere
+der heerlijkheid, die den Zijnen de welgegronde hope der zaligheid en
+heerlijkheid schenkt in de onzienlijke wereld.</p>
+
+<p>Er is tweeërlei wereld; een zienlijke en een onzienlijke. De zienlijke
+wereld gaat voorbij; de onzienlijke blijft. Ook de zienlijke wereld
+heeft hare beteekenis. Al 't vergankelijke is gelijkenis; en al de
+heerlijkheid der zienlijke wereld wijst naar die der onzienlijke
+wereld heen, waar de palmen wuiven en de kristallijnen wateren
+stroomen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="151"></span><a id="p_151"></a></p>
+
+<p>Mogen wij ons verzekerd houden van de wezenlijkheid dezer onzienlijke
+wereld?</p>
+
+<p>Daarop geeft de Paaschdag het antwoord. Jezus heeft <i>het leven en de
+onverderfelijkheid aan het licht gebracht</i>.</p>
+
+<p>Wij hebben geen dooden, maar een levenden Zaligmaker, die den Zijnen
+dit zalige, heerlijke, eeuwige leven schenkt.</p>
+
+<p>Zietdaar, geliefden, mijne Paaschoverdenking.</p>
+
+<p>Zij bracht mij rijke vertroosting.</p>
+
+<p>Zij deed mij stille zijn in mijn beproeving.</p>
+
+<p>Zij deed mij innerlijk juichen bij de gedachte van sterven.</p>
+
+<p>O, hoe goed is de Heere voor mij!</p>
+
+<p>Hier eindig ik. Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar<ins class="corr" id="corr41" title="Niet in Bron.">,</ins></div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 22 April 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Het is nu bijna drie weken geleden, dat ik geopereerd werd, en nog
+steeds blijft mijn toestand stationair. Wat zal de toekomst brengen?
+Zal de verdikking der tong toenemen, of zal haar dikte terugloopen?
+Zal ik nu spoedig worden weggenomen, of zal de Heere nog jaren tot
+mijne levensdagen toevoegen? Ik weet het niet, en onderwerp mij geheel
+en al aan des Heeren souverein, alléén-wijs, heilig, en&mdash;goed bestel.</p>
+
+<p>Gelukkig leven!.... Gelukkig leven, dat leven der onderwerping aan des
+Heeren souvereinen wil.</p>
+
+<p>De volstrekte souvereiniteit Gods, zij is de grootste aller
+<span class="pagenum" title="152"></span><a id="p_152"></a>gedachten. Door Zijn volstrekte souvereiniteit is God alleen
+waarachtig God.</p>
+
+<p>Diep is deze gedachte aan de gemeente ingeprent door Israëls
+profeten.<ins class="corr" id="corr42" title="Bron: ,&nbsp;,"> &bdquo;</ins>Mijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen,&rdquo; is
+'t woord, dat de Heere door de profeten predikt. Toen Job de gedachte
+dezer volstrekte souvereiniteit Gods vatte, riep hij met vreugde uit:
+&bdquo;Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; <i>maar nu ziet U mijn oog!</i>&rdquo;
+Paulus heeft deze gedachte steeds in zijn brieven ontwikkeld. &bdquo;Hij is
+de pottebakker, en wij zijn het leem,&rdquo; is de grondgedachte van zijn
+geheiligd denken. En 't is de groote genade en eere der Gereformeerde
+Theologie, dat zij deze grootste aller gedachten steeds op den
+voorgrond heeft gesteld.</p>
+
+<p>Wij hebben dan ook nooit iets anders te doen, dan ons ter beschikking
+van Gods souverein welbehagen te stellen. Roept Hij ons tot een hooge
+plaats, dan hebben wij te volgen, al is 't, dat er doornen zijn in den
+krans, dien Hij om de slapen vlecht. Roept Hij ons midden uit onzen
+arbeid, en werpt Hij ons op 't bed der smarten neer, ook daar hebben
+wij ons ter beschikking van Zijn volstrekte souvereiniteit te stellen.</p>
+
+<p>O gelukkig leven, wanneer wij dit mogen doen. Dan zijn wij ook geheel
+en al voor des Heeren rekening. Hij zorgt voor Zijne Daniels. Hij
+beschaamt nooit, wie Hem verwachten; maar verrast hen zoo, dat zij in
+'t midden der zwaarste beproevingen met David mogen zingen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;De Heere is mijn Herder,<br /></span>
+ <span class="i0">Mij zal niets ontbreken.<br /></span>
+ <span class="i0">Hij doet mij nederliggen<br /></span>
+ <span class="i0">In grazige weiden;<br /></span>
+ <span class="i0">Hij voert mij zachtkens<br /></span>
+ <span class="i0">Aan zeer stille wateren.<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="153"></span><a id="p_153"></a>
+ <span class="i0">Hij verkwikt mijne ziele;<br /></span>
+ <span class="i0">Hij leidt mij<br /></span>
+ <span class="i0">In 't spoor der gerechtigheid<br /></span>
+ <span class="i0">Om Zijns Naams wil.<br /></span>
+ <span class="i0">Al ging ik ook<br /></span>
+ <span class="i0">In een dal der schaduwe des doods,<br /></span>
+ <span class="i0">Ik zoude geen kwaad vreezen;<br /></span>
+ <span class="i0">Want Gij zijt met mij;<br /></span>
+ <span class="i0">Uw stok en Uw staf,<br /></span>
+ <span class="i0">Die vertroosten mij.<br /></span>
+ <span class="i0">Gij richt de tafel toe<br /></span>
+ <span class="i0">Voor mijn aangezicht,<br /></span>
+ <span class="i0">Gij maakt mijn hoofd vet met olie,<br /></span>
+ <span class="i0">Tegenover mijn tegenpartijders;<br /></span>
+ <span class="i0">Mijn beker is overvloeiende!<br /></span>
+ <span class="i0">Immers zullen mij<br /></span>
+ <span class="i0">Het goede en de weldadigheid volgen<br /></span>
+ <span class="i0">Alle dagen mijns levens;<br /></span>
+ <span class="i0">En ik zal in het Huis des Heeren blijven<br /></span>
+ <span class="i0">Tot in lengte van dagen.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>O, wonder van vertroosting!</p>
+
+<p>Is 't leven van buiten een woestijn, van binnen is 't een paradijs.</p>
+
+<p>Gaat het hoofd toch een wijle onder kommer en zorg gebogen, dan
+fluistert de Heere ons in, wat in onderstaand vers zoo liefelijk staat
+uitgedrukt.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Kind, dat ik liefheb, leun óp Mij, leun sterk!<br /></span>
+ <span class="i0">Laat meer het wicht der zorgen, die u kwellen,<br /></span>
+ <span class="i0">Mij voelen; 'k weet uw last, want kind Mijn werk,<br /></span>
+ <span class="i0">Mijn maaksel zijn de smarten, die u kwellen;<br /></span>
+ <span class="i0">Ik telde ze af, en heb met eigen hand,<br /></span>
+ <span class="i0">Die naar ùw kracht en naar Mijn macht gewogen.<br /></span>
+ <span class="i0">Toen Mijne hand ze u toezond uit den hooge,<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="154"></span><a id="p_154"></a>
+ <span class="i0">Sprak Ik: Ik zal als Helper bij hem zijn;<br /></span>
+ <span class="i0">Naar mate hij Mij deel geeft in zijn pijn<br /></span>
+ <span class="i0">Zal ik, niet hij, het wicht zijns kruises dragen.<br /></span>
+ <span class="i0">Zóó wil ik u, Mijn kind, als gij gelooft,<br /></span>
+ <span class="i0">Omsluiten met Mijn arm. O leg uw hoofd<br /></span>
+ <span class="i0">Aan Mijne borst, gij moogt stoutmoedig vragen.<br /></span>
+ <span class="i0">Of zou Mijn arm, die de eeuwen schiep en schraagt,<br /></span>
+ <span class="i0">Te kort zijn, waar Mijn uitverkoorne klaagt?<br /></span>
+ <span class="i0">Leun sterker steeds! Hoe meer gij aan Mijn schoot<br /></span>
+ <span class="i0">De smart vertrouwt van uwer zorgen nood,<br /></span>
+ <span class="i0">Hoe meer uw hart zelf binnen u zal roemen:<br /></span>
+ <span class="i0">&bdquo;Te leunen op mijn God, is Hem mijn Helper noemen&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Geliefden, laat die God ook uw toevlucht en sterkte zijn. Nooit kan
+eenig kwaad u dan werkelijk kwaad doen.</p>
+
+<p>Weest allen dien God en Zaligmaker bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+<hr class="brief" />
+
+<div class="datum">Amersfoort, 29 April 1914.</div>
+<div class="groet"><i>Geliefde gemeente!</i></div>
+
+<p>Helaas moet ik beginnen te schrijven, dat ik elken dag achteruit ga.
+Eergister had ik een hoestbui, waarvan ik dacht, dat ik er in blijven
+zou. Elke week, elke brief kan de laatste zijn. Daarom wil ik u thans
+schrijven over 't liefelijkste aller onderwerpen: over 't
+plaatsbekleedend lijden en sterven en over de voorbede van Jezus.</p>
+
+<p>Reeds de naam Jezus is enkel zoetigheid. Sinds Zijn veschijning klinkt
+aan 't einde van elke eeuw Zijn Naam als een vraag en een antwoord.
+Meer nog, Zijn Naam is een vraag en een antwoord voor elk arm
+zondaarshart. Waar zou ik heengaan zonder Hem, wanneer de eeuwigheid
+<span class="pagenum" title="155"></span><a id="p_155"></a>mij in de stervende oogen ziet? Waarheen zou ik vluchten zonder Hem,
+wanneer de angsten van het geweten mij achtervolgen?</p>
+
+<p>Reeds vóór Zijn vleeschwording is Zijn plaatsbekleedend lijden
+aangekondigd in de offeranden der Wet. Steeds moest de Israëliet met
+een offer voor 't altaar verschijnen. Dit offer werd door den priester
+gekeurd. De offeraar lei zijn hand op 't offerdier als symbool van de
+overdracht zijner zonden. Dan werd 't geslacht en verbrand. De
+opstijgende rook kondigde 't herstel der gemeenschap met God aan.</p>
+
+<p>Nu wist de recht-geloovige Israëliet wel, dat 't bloed van stieren en
+bokken niet zoude reinigen. Maar Jesaja 53 sprak van een ander offer.
+Daarop zag de geloovige. Hij werd gerechtvaardigd in den Christus, die
+komen <i>zou</i>, gelijk wij gerechtvaardigd worden in den Christus, die
+gekomen <i>is</i>.</p>
+
+<p>In zijn plaatsbekleedend lijden heeft Jezus alles volbracht wat van
+Hem is voorzegd. Na Zijn opstanding zit Hij als onze Voorbidder bij
+den Vader.</p>
+
+<p>En hier houd ik even stil!</p>
+
+<p>Hoe is er een betrekking gekomen tusschen Hem en mij?</p>
+
+<p>Was ik een Obadja, een Jozef?</p>
+
+<p>Helaas neen.</p>
+
+<p>De dwaasheid was in het hart van den knaap gebonden.</p>
+
+<p>Indien de Heere naar mij niet had omgezien, ik had naar Hem niet
+omgezien. Ik zocht naar God, maar naar een God van eigen maaksel.</p>
+
+<p>Met liefelijke trekkingen heeft de Heere mij getrokken, maar ik sloeg
+de verzenen tegen de prikkelen.</p>
+
+<p>Het was een kruisweg op mijn leven.</p>
+
+<p>Mijn vrienden kozen m.i. in de studie den verkeerden weg.</p>
+
+<p>Ik koos den anderen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="156"></span><a id="p_156"></a></p>
+
+<p>De Heere kwam voor mij staan: &bdquo;Wilt ook gij niet heengaan?&rdquo;</p>
+
+<p>Ik antwoordde: &bdquo;Neen, Heere, bij U zijn de woorden des eeuwigen
+levens.&rdquo; Dit was de eerste besliste keuze.</p>
+
+<p>Ik zat als jong predikant in de kerk. Vooraan. Als een Farizeër. Met
+een gulden in mijn zak voor de diaconie. Wat zou de diaken respect
+voor dien dominé hebben!</p>
+
+<p>De dominé preekte over Zacharia 3. Hij schetste den Farizeër.</p>
+
+<p>Ik wilde wel onder de bank wegkruipen.</p>
+
+<p>Hij teekende den tollenaar.</p>
+
+<p>Ik herleefde. De tollenaar had immers berouw van zijne zonde.</p>
+
+<p>Daarna sprak Hij van den Voorspraak.</p>
+
+<p>&bdquo;De Heere schelde u, gij Satan! Is deze mij niet als een vuurbrand uit
+het vuur gerukt?&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, zoo was 't.</p>
+
+<p>Indien iets waar was, dan was ik door den Heere als een vuurbrand uit
+het vuur gerukt!</p>
+
+<p>Die tekst is mij altijd bijgebleven.</p>
+
+<p>Ik lag in de zonde.</p>
+
+<p>De Heere kwam als met uitgebreide armen tot mij, en zeide: &bdquo;Nu zal ik
+voor u zorgen!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij heeft dit gedaan op de liefelijkste wijze.</p>
+
+<p>O, wonderdoende Zaligmaker!</p>
+
+<p>O, wonderzoete Jezus!</p>
+
+<p>Gij zijt mijn Eén en mijn Alles.</p>
+
+<p>Eens eeuwig bij U te zijn, is mijn zaligheid en heerlijkheid.</p>
+
+<p>Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk!</p>
+
+<p>En komt de ure aan des doods:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Jezus, Uw verzoenend sterven<br /></span>
+ <span class="i0">Blijft het rustpunt van mijn hart,<br /></span>
+ <span class="pagenum" title="157"></span><a id="p_157"></a>
+ <span class="i0">Als wij alles, alles derven,<br /></span>
+ <span class="i0">Blijft Uw liefd' ons bij in smart.<br /></span>
+ <span class="i0">Och, wanneer mijn oog eens breekt,<br /></span>
+ <span class="i0">'t Angstig doodzweet van mij leekt,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat Uw bloed, mijn hoop dan wekke,<br /></span>
+ <span class="i0">En mijn schuld voor God bedekke.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Dien heerlijken Naam bevolen door</p>
+
+<div class="auteur">uw u liefhebbenden oud-leeraar,</div>
+<div class="naam">R. J. W. RUDOLPH.</div>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 5</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 6</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 7</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 13</a></td><td class="td4">neeft</td><td class="td4">heeft</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 17</a></td><td class="td4">dit dit</td><td class="td4">dit</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 17</a></td><td class="td4">Kerkgacht</td><td class="td4">Kerkgracht</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 18</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">die</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 30</a></td><td class="td4">Diakonessenhuis</td><td class="td4">Diaconessenhuis</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 30</a></td><td class="td4">Kamerer</td><td class="td4">Kammerer</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 34</a></td><td class="td4">Freedrik</td><td class="td4">Frederik</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 34</a></td><td class="td4">protestansch</td><td class="td4">protestantsch</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 38</a></td><td class="td4">zonnstralen</td><td class="td4">zonnestralen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 39</a></td><td class="td4">' smorgens</td><td class="td4">'s morgens</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 43</a></td><td class="td4">patienten</td><td class="td4">patiënten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 60</a></td><td class="td4">.&nbsp;.</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 63</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 68</a></td><td class="td4">zijn</td><td class="td4">Zijn</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 79</a></td><td class="td4">Rethurford</td><td class="td4">Rutherford</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 79</a></td><td class="td4">Rethurford</td><td class="td4">Rutherford</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 80</a></td><td class="td4">langs</td><td class="td4">langer</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 82</a></td><td class="td4">hemelscht</td><td class="td4">hemelsch</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 82</a></td><td class="td4">Heidlberg</td><td class="td4">Heidelberg</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 82</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">we</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 83</a></td><td class="td4">duiternis</td><td class="td4">duisternis</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 87</a></td><td class="td4">pennnen</td><td class="td4">pennen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 90</a></td><td class="td4">bestember</td><td class="td4">bestemder</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 91</a></td><td class="td4">&bdquo;dat</td><td class="td4">dat</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 93</a></td><td class="td4">mêe</td><td class="td4">meê</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 95</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 105</a></td><td class="td4">echtgenoten</td><td class="td4">echtgenooten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 110</a></td><td class="td4">darover</td><td class="td4">daarover</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 115</a></td><td class="td4">altijdurend</td><td class="td4">altijddurend</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 119</a></td><td class="td4">ver-verdrukt</td><td class="td4">verdrukt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 125</a></td><td class="td4">zal</td><td class="td4"><i>zal</i></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 131</a></td><td class="td4">gewaten</td><td class="td4">geweten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 136</a></td><td class="td4">wedadigheid</td><td class="td4">weldadigheid</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 141</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 141</a></td><td class="td4">radiumbestraling</td><td class="td4">radium-bestraling</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 148</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 150</a></td><td class="td4">heelrijkheid</td><td class="td4">heerlijkheid</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 151</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 152</a></td><td class="td4">,&nbsp;,</td><td class="td4">&nbsp;&bdquo;</td></tr>
+</tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Van strak gespannen snaren, by
+Roelof Jan Willem Rudolph
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN STRAK GESPANNEN SNAREN ***
+
+***** This file should be named 31297-h.htm or 31297-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/2/9/31297/
+
+Produced by an anonymous Project Gutenberg volunteer.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/31297-h/images/cover.jpg b/31297-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4cded24
--- /dev/null
+++ b/31297-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/31297-h/images/frontispiece.jpg b/31297-h/images/frontispiece.jpg
new file mode 100644
index 0000000..acd8827
--- /dev/null
+++ b/31297-h/images/frontispiece.jpg
Binary files differ
diff --git a/31297-h/images/tp_ruit.png b/31297-h/images/tp_ruit.png
new file mode 100644
index 0000000..dedbd6f
--- /dev/null
+++ b/31297-h/images/tp_ruit.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4fb044c
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #31297 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31297)