diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 32306-8.txt | 7153 | ||||
| -rw-r--r-- | 32306-8.zip | bin | 0 -> 125424 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h.zip | bin | 0 -> 423220 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/32306-h.htm | 7962 | ||||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/back.jpg | bin | 0 -> 31561 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/card.png | bin | 0 -> 357 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 53122 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/ia130.png | bin | 0 -> 4253 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/ib036.png | bin | 0 -> 4882 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/id075.png | bin | 0 -> 4197 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/ie054.png | bin | 0 -> 4544 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/ih112.png | bin | 0 -> 4241 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/ik008.png | bin | 0 -> 4063 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/im086.png | bin | 0 -> 4009 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o005.png | bin | 0 -> 16578 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o008.png | bin | 0 -> 15910 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o017.png | bin | 0 -> 6248 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o018.png | bin | 0 -> 15729 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o035.png | bin | 0 -> 2275 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o074.png | bin | 0 -> 4007 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o075.png | bin | 0 -> 15799 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o083.png | bin | 0 -> 4322 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o086.png | bin | 0 -> 15192 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o111.png | bin | 0 -> 3133 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o112.png | bin | 0 -> 16014 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o129.png | bin | 0 -> 6282 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o171.png | bin | 0 -> 4759 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/o188.png | bin | 0 -> 3267 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/spine.jpg | bin | 0 -> 7727 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32306-h/images/titlepage.png | bin | 0 -> 28003 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
35 files changed, 15131 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/32306-8.txt b/32306-8.txt new file mode 100644 index 0000000..5691b52 --- /dev/null +++ b/32306-8.txt @@ -0,0 +1,7153 @@ +The Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Vergif + Een Roman uit het Noorsch + +Author: Alexander Kielland + +Translator: Margaretha Meijboom + +Release Date: August 1, 2010 [EBook #32306] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team for Project Gutenberg at +http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + Wereld Bibliotheek + Onder leiding van L Simons + + + Alexander Kjelland + + + Vergif + + Een roman uit het Noorsch + + + Vertaald door + Marg. Meyboom + + + Uitgegeven door de Maatschappij voor + Goede en Goedkoope Lectuur--Amsterdam + + + + + + + +VOORWOORD + + +Deze roman van Kjelland is vroeger in het Nederlandsch vertaald. Maar +onder den geheel misleidenden titel: GETROUWD. De Noorsche titel GIFT +kàn wel Getrouwd beteekenen; doch hier was niet een verleden deelwoord, +doch het zelfstandig naamwoord Vergif bedoeld. + +Het Vergif van de verkeerde opvoeding op school èn in huis, die de +jeugd bederft. + +Deze roman is meer dan 20 jaar oud; maar hij is in zijn menschteekening +en zijn aanval op geestdoodende klassieke schoolvorming en op de, alle +nobele opwellingen smorende kleingeestige vormelijkheid, behoudzucht, +lafheid, vrees en huichelachtigheid nog even frisch als toen Kjelland +hem schreef. + +In ons land is dezelfde strijd ook niet volstreden, sluimert hij +langer dan goed is voor onze jeugd. Ook daarom lijkt ons het nieuw +bekend maken van dit frissche en geestige en tegelijk zoo tragische +werk een daad om gaarne te verrichten. + + Red. W. B. + + + + + + + +EERSTE HOOFDSTUK. + + +Kleine Marius zat zoet en stil in de bank. Zijn te groote donkerbruine +oogen gaven zijn bleek gezichtje een uitdrukking alsof hij verschrikt +was; en als hem onverwacht iets gevraagd werd kreeg hij een kleur +als vuur en stotterde. + +Kleine Marius zat in op éen na de achterste bank, met een wat krommen +rug; want er waren geen leuningen aan de banken en het was streng +verboden tegen den lessenaar van de volgende bank te leunen. + +Zij hadden aardrijkskunde van elf tot twaalf uur op een warmen +Augustusdag na de vacantie. De zon scheen in den tuin van den rector +en op de vier groote appels aan zijn appelboompje. De blauwe gordijnen +waren voor 't eerste venster neergelaten, maar voor 't andere had +Abraham een vernuftig bedachte zonnewijzer van inktstrepen in de +vensterbank gemaakt. Hij telegrafeerde juist aan de vragers in de +klasse, dat het over halftwaalf was. + +"Welke steden zijn er nog meer?" vroeg de leeraar van den katheder +en blies in een veeren pen. Hij was een specialiteit in 't snijden +daarvan; en in alle klassen, waar hij les gaf, lag een sierlijke +verzameling veeren pennen, die niemand anders dan de Rector gebruikte. + +Toch had de leeraar, die Borring heette, moeite ze in orde te +houden. Want het gebeurde vaak, dat de een of andere ontaarde leerling +de pennen verzamelde in 't vrije kwartier, ze in een inktkoker stak +en er zoolang mee omroerde in 't zwarte sop, dat de punten naar alle +kanten uitstaken en de schachten vol inkt zaten. + +Als dan daarna Borring in de klasse kwam en riep: "Neen maar, groote +hemel! wie heeft mijn pennen vernield?"--dan klonk het antwoord vast +en eenstemmig uit de heele klasse: "Meneer Aalbom!" + +Want het was bekend, dat de Heeren Borring en Aalbom elkander haatten +met een innigen haat. + +Borring schrapte de penneschachten af en blies de fijne, witte en de +van inkt doortrokken spiraaltjes van den katheder weg. + +"Nog meer steden."--Hij mompelde even een zegenbede aan 't adres van +Aalbom, "meer steden! nog meer!" + +Geen ander geluid werd in de klasse gehoord, want de achterste bank +moest vandaag een beurt hebben en daar antwoordde nooit iemand. + +Dat wist ook iedereen; maar voor de orde kregen ze toch eens in de +maand een beurt, opdat ze hun 4 op de lijst zouden kunnen halen. + +En de vier of vijf jongens, die daar zaten, zagen er ook niet uit +alsof ze er veel om gaven of ze àl of niet konden antwoorden. Daarom +was er niemand op de voorste banken, die lust had gevaar te loopen +door hun iets in te fluisteren. + +Alleen hij, die juist een beurt had, zat onrustig aan zijn atlas te +friemelen, die dicht voor hem lag. Want onder 't overhooren moest +hij, die een beurt kreeg en zij, die naast hem zaten, hun atlassen +dicht slaan. + +"Met een kaart vóór je is er geen kunst aan aardrijkskunde," zei +Borring. + +Tegen zijn gewoonte in had hij een beetje geleerd, de lange Tolleiv; +'t was over de steden in België; hij had zijn les thuis twee keer +overgelezen en eens in de school. + +Maar die stilte, telkens als Borring weer gezegd had: "Meer steden," +de heel vage herinneringen aan de Belgische steden, die na Brussel +kwamen, en het ongewone voor hem, dat hij antwoorden zou,--dat alles +snoerde hem den mond, hoewel hij heel zeker nog één stad wist;--hij +zat den naam in zich zelf te noemen, maar hij durfde zijn mond niet +open doen; misschien was 't wel heelemaal mis en zou hij als gewoonlijk +door allen worden uitgelachen; 't was maar 't best te zwijgen. + +De anderen op de achterste bank wachtten kalm en onverschillig hun +lot af. 't Waren de grootste en sterkste jongens van de klasse; +zij dachten er over om naar zee te gaan en gaven geen steek om hun +rapport. Er was maar één van hen, die zijn aardrijkskunde-boek nam en +'t onder de tafel hield om nog wat van de steden in België te leeren +en van wat daarop volgde. + +Kleine Marius zat zoo zoet in zijn bank. Zijn groote oogen volgden +den leeraar oplettend, terwijl hij met iets onder den tafel bezig +was; het leek wel, dat hij ergens knoopen in legde en die met alle +macht aantrok. + +De heele klasse was zoowat aan 't gonzen in dit warme middaguur; +ieder was met het zijne bezig. Enkelen deden niets, maar zaten met de +handen in den zak en staarden in de lucht; de een schreef Latijnsche +zinnen achter een hoop boeken; een ander had zijn hoofd op zijn arm +gelegd en sliep rustig; aan 't venster zat er een naar de vier appels +van den rector te kijken, terwijl hij er over fantaseerde hoeveel er +wel wezen zouden aan den anderen kant van den boom, dien hij niet +zien kon, en ook in hoever het te doen zou zijn over dien muur te +klimmen op een avond, dat het donker was. + +Twee waren samen bezig met een groote kaart van Europa, waarop +ze schepen lieten zeilen van spaanders, die ze onder van de tafel +sneden. Er woei een vliegende zuidwesterstorm in 't Kanaal, zoodat +"Freya" en "De goede Hoop" om het noorden van Schotland heen moesten +varen, maar beneden bij Gibraltar lag de andere op den loer met een +lang half potlood, dat hij in een inktpot had gestopt en dat een +Algerijnsche zeeroover moest voorstellen. + +"Meer steden, nog meer." + +"Nameur," zeide Tolleiv plotseling. + +De halve klasse keek verbaasd om, en in op één na de achterste bank +was er zelfs éen zoo onkiesch om zijn hoofd heelemaal onder tafel te +steken, om te zien of hij zijn aardrijkskundeboek niet op zijn knie +had liggen. + +"Namen--niet Nameur," zei de leeraar knorrig en keek in het boek +vóór zich, "neen, dat komt nu nog niet. Er zijn...... laat eens +zien...... er zijn drie andere, die eerst komen. Welke zijn dat?--toe +nu! wat zijn dat voor steden?" + +Maar nu had Tolleiv alles gezegd wat hij wist en hij verzonk in doffe +berusting, zonder op te letten, wanneer de leeraar in een penneschacht +blies en weer zei: "Welke steden zijn dat?" + +Kleine Marius was zeker klaargekomen met zijn geheimzinnig werk onder +de tafel; want op eens gooide hij wat naar zijn buurman en verborg zijn +gezicht achter zijn handen, zoodat alleen zijn oogen er uit kwamen, +die van den een naar den ander gingen. + +De buurman van Marius stuurde wat hij gekregen had weer naar zijn +buurman en zoo ging het de heele klasse rond. Enkelen lachten, anderen +namen het kalm op, alsof zij er al aan gewend waren; ze zonden het +door en gingen weer aan hun bezigheden--wat die ook waren. + +Maar Abraham was bezig zijn zonnewijzer in de vensterbank te +verbeteren, en toen zijn buurman hem een blauwen prop toegooide, werd +hij knorrig. Hij kende die ratten wel, die Marius van zijn blauwen +zakdoek maakte en ze verveelden hem zóó, dat hij de rat opnam en die +door de klasse gooide zonder om te kijken. + +Maar daardoor gebeurde het, dat de zakdoek van Marius in Spanje +neerkwam en den roover met de koopvaardijschepen op den grond sleepte, +terwijl de twee, die midden in een spannenden strijd voor Gibraltar +waren, opsprongen van hun bank. + +Dat stoorde den leeraar: "Wat was dat daar?" + +"Een rat," was het onmiddellijke antwoord. Maar toen nu de welbekende +rat van Marius bij zijn staart van den grond werd opgenomen, barstte +de heele klasse in lachen uit; want Marius was erkend als een meester +in 't ratten maken, vooral had hij slag om de ooren goed te krijgen. + +Maar de Adjunkt werd boos: "Bah, Marius! ben je nu weer bezig met +die flauwe ratten? Me dunkt, dat je nu toch te oud wordt voor zulke +kinderachtige streken." + +Marius kreeg zijn zakdoek terug en begon--erg in zijn wiek +geschoten--de knoopen weer los te maken; toch moest hij nu en dan +zijn lachen verbergen; hij vond het zoo grappig zooals Abraham die +rat weggooide. + +De leeraar keek op de klok. 't Uur was bijna om; hij legde zijn +dierbare veeren pennen op zij, blies den katheder schoon, knipte zijn +mes dicht en begon weer met zijn boek. + +"Nu, Tolleiv!--je weet er weer niets van. Jij weet ook nooit +wat.--Jij dan, Reinier! Kun jij me nog een stad in België noemen, +behalve Brussel?--Namen is al genoemd. Nu!... meer steden, nog +meer! Jij ook niet?--neen, natuurlijk! Jelui bent allemaal één pot +nat, daar achter. Nu jij dan,--Sörensen! meer steden in België, +behalve Brussel! toe dan!---" + +"'t Is tijd," meldde de concierge aan de deur. + +"Ja, kijk nu! Zoo gaat het! Hier zitten we uur in uur uit en verknoeien +onzen tijd aan de luie bengels daar, die toch niet willen leeren; +voor jelui helpt niets dan een flink pak slaag, en dat zou jelui +hebben ook, als ik mijn zin kreeg." + +Toen gaf hij ze gauw allemaal een vier en schreeuwde door 't spektakel +heen, dat nu in de klasse opging: "Den volgenden keer tot aan de +rivieren in Frankrijk." No. 1 zette een streepje met den nagel in +zijn boek; Abraham legde een groote vouw in 't blad; twee broers, +die samen één boek hadden, liepen onrustig rond om precies te hooren +tot hoever ze moesten leeren. + +"Tot de rivieren in Frankrijk," riep Reinier en gooide met opzet een +grooten inktmop op het blad, als teeken. Toen sloeg hij zijn boek +dicht, opdat de vlek flink op 't andere blad overdrukken zou. + +Kleine Marius keek met schrik en bewondering naar hem. + +Van twaalf tot één werd de klasse gesplitst. + +De burgerscholieren, waartoe natuurlijk de geheele achterste bank +hoorde, bleven zitten, om Engelsche les te krijgen; de gymnasiasten +namen hun boeken en trokken naar een ander gebouw. + +De lagere klassen, die daar waren, gingen om twaalf uur naar huis, +zoodat de gymnasiasten in 't laatste uur een van hun lokalen in bezit +namen. Met Abraham aan 't hoofd baande de acht à tien gymnasiasten +zich een weg door 't gewriemel van de kleine jongens, die de gang in +en den trap afstroomden. + +"Fi donc!" riep Abraham, toen ze eindelijk het lokaal op de tweede +verdieping bereikten, waar ze moesten wezen, "hier mag wel eens +gelucht worden nu al die stinkers hier gezeten hebben." + +Alle vensters werden opengegooid en een paar "stinkers" die +zich verlaat hadden en nog rondliepen bij hun lessenaars, werden +onbarmhartig de gang in gegooid. + +Bij elken jongen, die de deur uit stoof, hieven de kleinen buiten +een wild wraakgeschreeuw aan; maar de gymnasiasten letten er niet +op; zij sloten hun poorten, en de dikke Morten, die zich geduldig +"achterblijver" noemen liet--waarom was niet juist te verklaren--werd +op de wacht gezet. + +Want de overmoedige stinkers, die op hun aantal vertrouwden en op de +trap, waar langs ze konden vluchten, gooiden elkaar tegen de deur en +rammelden aan den knop. + +No. 1, die altijd dappere redevoeringen hield, stelde een uitval +voor van 't vereenigde leger van de gymnasiasten; maar de stemming +was niet krijgshaftig. Abraham zat op den katheder en peuterde aan +'t slot; hij had zich in 't hoofd gezet, dat hij de lijst van de +stinkers wilde zien. + +Maar plotseling klonken buiten luide triomfkreten. Morten, +de achterblijver, gluurde door de deur en riep toen ontzet zijn +vrienden toe: + +"Help, help! Ze hebben den rattenkoning gevangen." + +Abraham vloog van den katheder, en de anderen volgden hem.--No. 1 +kwam achteraan. + +Kleine Marius was in handen van de stinkers gevallen. + +Kleine Marius gaf den gymnasiasten veel zorg; hij was niet grooter +dan een middelsoort stinker en hij wou niet groeien; daarom was hij +altijd onder bescherming. + +Maar vandaag hadden ze hem vergeten, terwijl hij zijn kostbare +aanteekeningen en thema-boeken zocht. En toen hij de trap op kwam en +naar binnen wilde gaan, werd hij bij armen en beenen gegrepen door +dertig kleine, vuile handjes en van de deur weggetrokken. En nu rolde +kleine Marius heen en weer tusschen zijn vijanden, waar hij juist +zoover boven uitstak, dat men zijn groote, wanhopende oogen kon zien +en een paar dunne armpjes, die in de lucht schermden. + +Maar ze stompten hem op zijn buik en knepen hem in zijn rug, trokken +hem aan haar en ooren, en gooiden hem zijn eigen boeken naar zijn +hoofd, terwijl zijn dierbare aanteekeningen en themaboeken door de +lucht stoven als losse bladen. + +Aan dat spelletje werd plotseling en met geweld een eind gemaakt, +toen de gymnasiasten naar buiten stormden; de kleintjes werden op +zij gegooid en verdwenen achter deuren en langs de trappen, terwijl +de bevrijde Marius bij de gymnasiasten werd binnen gebracht. Maar +nauwelijks hadden deze hun poorten gesloten of de gang was weer +propvol van jubelende stinkers. + +"Wraak!" riep Abraham. + +"Ja, wraak! wraak!" herhaalde No. 1 en trok zich terug. + +"Jij moet de vertoornde Achilles zijn!" + +"Ja!" antwoordde kleine Marius met fonkelende oogen. + +Als Marius de vertoornde Achilles was, zat hij op Abraham's schouders, +en sloeg van daar zijn doodsvijanden onbarmhartig op 't hoofd met +'n lang lineaal. + +De gymnasiasten grepen naar hun wapens. Uit de lessenaars werden +de linealen gehaald; slingeraars en boogschutters voorzagen zich +van stukken krijt uit de kist bij 't bord; zelfs nam No. 1 een heel +klein lineaaltje en liep er mee te zwaaien, terwijl hij de strijders +vurig aanmoedigde--heelemaal aan 't andere eind van de kamer, achter +den katheder. + +Abraham zette haastig zijn plan uiteen! zoodra de vertoornde Achilles +het sein gaf, zouden ze het krijgsgeschreeuw aanheffen. + +Morten, de achterblijver, zou de poort open gooien, de boogschutters +en de slingeraars zouden een regen van pijlen en steenen uitzenden, +terwijl de ruiterij, gevolgd door de zwaar gewapende hoplieden, zich +op den vijand zouden werpen, om hun den weg naar de groote trap af +te snijden. Daarna konden ze dan op hun gemak de verspreide stinkers +vangen en ze elk afzonderlijk afmaken. + +Alles was klaar; en 't was heel stil geworden in de gang. De +vertoornde Achilles steeg te paard en plotseling werd het +vervaarlijk oorlogsgeschreeuw der gymnasiasten aangeheven. Morten, +de achterblijver, rukte de poort open, een regen van projectielen +verduisterde de lucht; "astati" en "principes" rukten in volle vaart +aan, maar heel vooraan in den strijd stormde de vertoornde Achilles +op zijn paard; en zwaaide zijn geweldige lans. + +Maar een stilte--plotseling--de lucht doorklievend als een +bliksemstraal uit den hemel--diep en onheilspellend als steeg ze +op uit Hades [2]--doofde het woeste wapengekletter en nagelde de +overwinnende schare der gymnasiasten aan den grond vast. + +Want midden in de wijd open deur stond een kleine, dikke man, met +een dichtgeknoopte grijze jas aan, een groene muts met oorkleppen +op. Midden op zijn buik was een groote krijtvlek, die getuigde van +een welgemikten worp. + +Sprakeloos staarde hij van den een naar den ander. No. 1 zat +al lang met zijn rug naar 't geheele tooneel en zijn neus in een +grammatica. De slingeraars lieten hun stukken krijt vallen, de zwaar +gewapende hoplieden hielden hun linealen op den rug; maar de vertoornde +Achilles trok de beenen op, schrompelde heelemaal in elkaar en gleed +als een aal langs den rug van Abraham naar beneden. + +"Ja, ik zal jelui leeren," riep eindelijk de rector, toen hij zijn +stem weer meester was. "Ik zal jelui leeren zoo'n lawaai en zoo'n woest +spektakel te maken! Wat is dat hier? Wie heeft er meê gedaan? Dit moet +eens voorbeeldig gestraft worden! Jij Broch, deedt zeker niet meê?" + +"Welneen," antwoordde No. 1 met een onschuldigen glimlach. + +"Maar Marius!--Marius, jij deedt meê," riep de rector bitter, want +kleine Marius was zijn lieveling; "hoe kwam je daar toch bij? op +Abraham's rug? Wat moest je daar uitvoeren?--Nou...?" + +"Ik moest de vertoornde Achilles wezen," antwoordde kleine Marius +met bevende lippen en keek op met zijn verschrikte oogen. + +"Zoo moest je dat? Hum... moest jij de vertoornde Achilles wezen; ja, +daar lijk je nog al op; precies zoo heb ik hem me altijd voorgesteld." + +De rector moest naar het venster gaan om zich ernstig te houden; +maar de heele klasse begreep wel, dat de storm voorbij was. + +Toch stonden allen met diep berouwvolle gezichten naar het standje te +luisteren, dat de rector hun gaf, vóor hij den leeraar ging opzoeken, +die surveillance had. Want dit was duidelijk, dat zulk een wanorde +alleen ontstaan kon, doordat de surveilleerende leeraar zijn plicht +verzuimde. + +En wat was het voor den leeraar Borring niet een genot en een vreugd +den rector te kunnen melden, dat Mijnheer Aalbom surveillance had en, +voor zoover hij wist, naar het Athenaeum gegaan was om de courant +te lezen. + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + + +Kleine Marius was de beste vriend van Abraham en Abraham was het +ideaal van kleine Marius. + +Ze maakten gewoonlijk samen hun werk op Abraham's kamer en 't zou +moeilijk te zeggen zijn hoe kleine Marius zich op school gered zou +hebben, zonder dien steun. Want hij was slecht in alle vakken--behalve +in 't Latijn. + +Maar dat was zijn vak. Latijn kon hij! Er was geen hoofdvorm, geen +bijvorm, geen onregelmatigheid, en geen regel, geen uitzondering +in het uiterste plooitje van Madvigs [3] wijden geplooiden omslag +verborgen,--als je maar bij kleine Marius kwam, hij wist het allemaal. + +Van den eersten dag af, dat de rector hen "mensa" [4] liet verbuigen, +had Marius zich onderscheiden. + +Want de rector was zelf bij zijn moeder geweest en had gezegd, als +kleine Marius goed oppassen wou, dan zou hij mogen studeeren. De rector +zou hem een vrijplaats aan de school bezorgen en hem later ook wel in +'t oog houden. + +Dat was een geluk en een groote steun voor de moeder van Marius. En +ze prentte hem dan ook in wat een gunst het was van den rector, dat +hij zou mogen studeeren, als hij knap in het Latijn werd; want dat +was de bedoeling. + +En daarom ging ieder woord uit den mond van den rector regelrecht in 't +hoofd van Marius en zette er zich zoo vast als een spijker in een muur. + +Maar hoewel zijn hoofd ruim was en eigenlijk te groot voor zijn klein +lichaam, was er toch ten slotte geen plaats genoeg voor het andere, +dat toch ook geleerd moest worden. + +Het Latijn van den rector overstemde alles, legde beslag op heel +zijn vermogen om in zich op te nemen; verbruikte alles wat hij +aan geheugen had en groeide als de dokkebladen in 't sprookje van +Andersen (De gelukkige familie) over alles heen, zoodat al wat anders +misschien in hem zou ontkiemd zijn aan belangstelling, leerlust of +nieuwsgierigheid, geheel verstikte en hij werd, zooals de rector met +trots zei, een volbloed Latijner. + +De rector liep heen en weer voor de klasse en wreef zich stralend van +verrukking in de handen, terwijl kleine Marius onvervaard voortging met +lange vormen en uitgangen, die haast niet uit te spreken waren; nooit +een fout, nooit een aarzeling. Met de oogen stijf op den rector gericht +en de vingers bezig met de wonderlijkste rattenknoopen in den zakdoek: + + +"Monebor, +Moneberis, +Monebitur, +Monebimur, +Monebimini, +Monebuntur." + + +"Goed zoo, mijn jongen, heel goed," zei de rector; en hij kon niet +begrijpen, dat het in andere vakken zoo slecht ging met kleine Marius. + +Alle leeraars klaagden, en de rector moest nu en dan streng voor +zijn lieveling zijn, en hem berispen, ja, hij had zelfs een paar +keer gedoeld op de vrijplaats, die Marius had en die hij niet moest +verspelen. + +Maar alles was vergeten, als Marius weer een moeilijke verbuiging kreeg +om op te zeggen, en dan legde de rector hem de hand op 't hoofd: "Nou, +nou, kleine Marius, 't zal wel gaan met de wiskunde en al dat andere, +als je maar wat grooter wordt en wat vleesch op je botten krijgt. In +'t Latijn ben je een heele professor." + +'t Was werkelijk een eerzuchtige droom van den rector om kleine +Marius tot iets groots, iets geleerds te maken, zooiets als Madvig; +zelf zou hij dan al tevreden zijn met genoemd te worden als degene, +die de eerste schreden van 't kind of den jongeling naar den Parnassus +[5] geleid had. + +Kleine Marius ging meê zonder er veel over te denken waar dit op +uit moest loopen. Hij was naar het oordeel van alle leerlingen en +kameraden vreeselijk kinderachtig; en als 't niet om 't Latijn was, +had hij nooit in zoo'n hooge klasse moeten zitten. + +Daarom was hij bijna een soort van zondenbok in de klasse geworden, +tot Abraham zich over hem ontfermde. Abraham was sterk en nog al knap, +en daarbij had hij een zekere positie in de school als de zoon van +Professor Lövdahl. + +Marius had Abraham altijd uit de verte vereerd; maar toen ze nu groote +vrienden werden, was hij uitgelaten van blijdschap. Als hij bij zijn +moeder thuis kwam, praatte hij onophoudelijk over Abraham, en als ze +samen hun werk zaten te maken, was hij voortdurend in één verrukking. + +De reden waarom Abraham zich over hem ontfermde was, dat Mevrouw +Lövdahl eens gezegd had, dat de moeder van kleine Marius heel +ongelukkig was: eenzaam en verlaten in de wereld. De woorden haakten +zich in zijn geest vast en toen hij weer eens zag hoe Marius door +zijn kamaraden geplaagd werd en door de stinkers vervolgd, wierp hij +zich plotseling op als zijn verdediger; en toen duurde het niet lang +of ze waren onafscheidelijk. + +Abraham had niets tegen die stille aanbidding, en dan was het ook +voor hem, die al een half jaar hopeloos verliefd was, een groote +troost zijn verlangen, zijn klachten, zijn hoop en zijn wanhoop te +kunnen uitstorten in het hart van kleine Marius. + +Kleine Marius zat te luisteren met open mond. Wel had hij hoog tegen +Abraham opgezien, maar dat hij zóó groot, zóó verheven was--verliefd, +werkelijk ongelukkig verliefd--dat ging boven Marius' begrip en bracht +hem in een nóg grooter bewondering. + +'t Was hem alsof hij zelf groeide door 't meê dragen van dat +noodlottig geheim; en als hij haar op straat tegenkwam--het was een +van de volwassen dochters van Proost Sparre--dan zag hij haar met +zijn groote, bruine oogen half verwijtend, half met een uitdrukking +van geheimzinnig mede-weten aan. + +Marius kwam op een middag om zijn werk te maken. Abraham zat met het +hoofd in de handen, staarde op het tafelblad en scheen niet te merken, +dat er iemand binnenkwam. + +Kleine Marius ging toen voorzichtig naar hem toe en legde de hand op +zijn schouder. + +Abraham schrikte op--in de war--zonder zijn gedachten nog bij elkaar te +kunnen krijgen. Maar toen zag Marius hem zóó deelnemend aan met zijn +groote, vochtige oogen, dat het den ongelukkige, met zijn hopelooze +liefde, goed deed. + +"Heb je haar vandaag gezien?" + +"Spreek niet over haar!--Noem nooit haar naam meer, versta je, +Marius!--Als je mijn vriend bent, zweer me dan, dat je nooit haar +naam meer noemen zult, zweer me dat!" + +"Dat zweer ik," fluisterde kleine Marius bewogen. + +Dat kalmeerde den andere. Hij ging weer zitten, verborg zijn gezicht +in de handen en zuchtte. Zoo zaten zij een paar minuten. + +Eindelijk zei Abraham met een doffe, griezelige stem en zonder op +te zien: "Ze heeft me trouweloos verlaten; alles is voorbij,--ze +is verloofd!" + +Marius gaf een gilletje; maar hij mocht niets vragen om zijn eed van +daar straks. + +Weer na een stilte voegde Abraham er mat en met een klanklooze stem +bij. "Met Erichsen, den telegrafist." + +"Met hem!" riep Marius uit. "Hij heeft twee keer toelatingsexamen +voor de universiteit gedaan, maar zakte allebei de keeren met glans!" + +"Is dat waar?--Marius?" + +"Zoo waar als ik hier zit. Moeder heeft het me zelf verteld. Zij +kent hem." + +Abraham glimlachte honend. + +"Ik zal hem niet vermoorden, Marius." + +"Heb je daaraan gedacht?" + +"Mijn eerste gedachte was: bloed! Hij of ik. Maar nu zal ik me op +een andere manier wreken." + +Hij streek zijn haar op, nam de boeken van de plank en gooide ze +op tafel. + +"Nu beginnen wij aan onze wiskunde. Geen woord meer over dat andere." + +Nu werkten ze samen wiskunde op deze manier: Abraham, die de bewijzen +begreep, liep ze door en verklaarde ze, en telkens vroeg hij: "Begrijp +je?" en dan antwoordde Marius: "Ja." Maar dat was een leugen; hij +had nooit een woord van wiskunde begrepen en allerminst vandaag. + +Toen zij klaar waren met alle lessen voor den volgenden dag, sloeg +Abraham zijn laatste boek dicht en zei: "Zóó zal ik me wreken." + +Marius keek verwonderd naar hem en naar 't boek. + +"Door te werken, begrijp je? en als ik dan van de universiteit komt met +'laud,' of misschien met 'prae ceteris,' en haar tegenkom met haar +ellendigen telegrafist, dan zal ik haar aankijken--zooals je weet, +dat ik kijken kan,--en dat zal mijn wraak zijn." + +Abraham fronste de wenkbrauwen, zoodat ze ineen liepen en staarde +Marius aan; en hij voelde dat dit de vreeselijkste wraak wezen zou. + +"Daar komt Moeder aan," zei Abraham; hij hoorde de deur van de kamer +van zijn ouders, van de zijne gescheiden door een smalle gang die +naar de keuken liep. + +Mevrouw Lövdahl kwam binnen met een schaal appelen en noten. + +"Goedenavond lieve Marius, hoe maakt je moeder het?" + +"Heel goed, dank u!" antwoordde hij en stond wat verlegen op. + +"Alstjeblieft jongens, neem hier eens wat van! Ik dacht, dat jelui +wel een verfrissching noodig zoudt hebben na al die droge geleerdheid, +die je in je arme hoofden hebt gestopt." + +Ze sprak vlug en melodieus Bergensch [6] en glimlachte, terwijl ze +Abraham's haar glad streek, dat nog wat aan zijn ongelukkige liefde +deed denken. + +Mevrouw Lövdahl was heel mooi en zag er zoo jong uit, dat het altijd +een vermaak voor haar was haar grooten zoon van 14 à 15 jaar aan +vreemden voor te stellen. Toen Carsten Lövdahl uit Parijs terug kwam +met de schitterendste getuigschriften van oogartsen en met zijn +europeesche beschaving, trouwde zij dadelijk met hem, voor ze nog +twintig jaar werd; hij was een jaar of vijf ouder. + +Mevrouw Lövdahl ging tusschen de jongens in zitten en begon aan +een appel. + +"Wat is dat nu voor gedoe, wat jelui voor morgen leeren moet?" + +Abraham telde 't op: "Grieksch, Latijn, Wiskunde......" + +"Bah!" zei Mevrouw Lövdahl, "Grieksch! dat is zeker wat akeligs." + +"Dat is de Ilias van Homerus; over de Grieksche helden voor Troje," +zei kleine Marius snel, hij was niet gewend zoo over de studie der +klassieken te hooren spreken. + +"Meen je, dat Moeder niet weet, wat de Ilias is?" zei Abraham, en +Marius kreeg een kleur als vuur. + +Maar Mevrouw Lövdahl keek haar zoon aan en deed alsof zij niet merkte, +dat Marius verlegen werd. + +"Waar is dat nu goed voor?" ging ze voort, "dat jelui maar aldoor +van die Grieken leert? Ja, ik weet het niet hoe het er in dien ouden +tijd voor Troje uitzag. Maar dat heb ik dan wèl dikwijls gehoord van +schippers, thuis bij Vader, dat Grieken de grootste bedriegers zijn, +die er bestaan. Net alsof wij niet even groote helden hadden in den +ouden tijd,--en nog betere? Waar is Snorre?" [7] + +"Achter u, op de plank." + +"Heb je Snorre nu heelemaal uitgelezen!" + +Abraham hief de armen op, alsof hij zich tegen een pak slaag verweren +wou. + +"Ja, ik zal je krijgen, jou ellendige Griek," riep Mevrouw Lövdahl, +en wierp zich op hem, om hem aan zijn haar te trekken; maar Abraham +verweerde zich met armen en beenen, en kleine Marius lachte, tot hij +bijna onder de tafel rolde. + +De strijd eindigde, toen Mevrouw Lövdahl haar mooie blonde haar over +de ooren en oogen had hangen, haar broche op den grond lag en haar +manchetten gekreukeld waren. Abraham triomfeerde openlijk, Marius +in stilte. + +"Kom," zei Mevrouw Lövdahl, toen ze zich weer opgeknapt had, "nu zul +jelui eens een echt bad in de oude Noorsche sagen hebben." + +"Och neen, Moeder, spaar ons!" + +"Ja, dat zul je! voor je straf; omdat je Snorre verwaarloost zul je +nu eens hooren wat 'n meester hij is." + +En ze begon hun voor te lezen, en ze las uitstekend; want ze kende de +Saga-stijl en ze had dien lief. Aan huis bij haar vader--den rijken +Abraham Knorr in Bergen--was in haar jeugd alles bijeengekomen wat +Noorsch, echt oer-Noorsch gebleven was onder de opkomende, blauwachtig +gele reactie. + +Daar kwamen de stoere schippers en de nationale genieën--een echt +mengsel van allerlei soort--maar allemaal echt Noorsch; en daar kwamen +de eerste landstaalmannen [8]--enthousiast en zwijgend, stijve halzen +met weêrbarstige boorden, baaien broeken met hoornen knoopen--Noorsche +hoornen knoopen! + +Er kwamen maar weinig woorden over hun lippen, maar 't waren +orakelspreuken vol inhoud en moeilijk te verstaan, opkomend diep +uit het volk. Want in hun volle harten brandde de liefde voor hun +vaderland, de vrijheid en hun volk;--die brandde daar met den altijd +wakenden twijfel van een half begrepen liefde. Ze waren verstokt en +onverzoenlijk, omdat ze er nooit zeker van waren, dat ze het rechte +gegrepen hadden; maar ze waren standvastig en trouw, omdat iets diep +in hun ziel zei, dat het zaak was vol te houden. + +Tusschen zulke mannen groeide Wenche Knorr op en ze was voor hen +als een Valkyrie [9], en nog veel meer. Haar familie was een oude +Bergensche en van geslacht tot geslacht ging een liefde voor het +vaderland, een nationaal voelen, vol kracht en strijdlust, zooals +men meestal vindt waar 't vreemde bloed overwonnen is. + +Wenche Knorr was vol geestdrift voor het nationale; ze was bereid tot +ieder offer voor de vrijheid en het volk. Ze kleedde zich in stoffen, +die in Noorwegen geweven waren en ze kende de landstaal. Ze was er +maar bedroefd om, dat er niet meer van haar werd geëischt. + +En toen ging ze op een schoonen dag heen en verloofde zich met den +nieuwen professor Carsten Lövdahl, die ten eerste tot een oude, +stokstijve, Deensche ambtenaarsfamilie behoorde en waarvan men bijna +niets anders wist, dan dat hij aan de universiteit voortgeholpen was +en zeer gezien was geweest in de conversatie in de hoofdstad. + +Ach, wat een verdriet en teleurstelling gaf dat! + +'t Was een nederlaag voor de zaak van 't volk. De meest enthousiasten +noemden het een nationale ramp. En hoe graag ook elk ongetrouwde onder +de landstaal- en vrijheidsmannen haar zelf de zijne had willen noemen, +toch had hij aan wie ook onder zijn kameraden die Valkyrie liever +gegund, dan aan zoo'n fat, zoo'n kwast als Carsten Lövdahl. + +En die stemming was ook duidelijk te merken in zes van de +een-en-twintig liederen aan Wenche Lövdahl, die nauwgezet werden +uitgezongen aan het bruiloftsmaal. + +Maar, dat ze hem genomen had, kwam zóó. Zij was een jaar in 't deftige +gedeelte van Christiania geweest; dien winter was zelfs 't hof daar +en er waren veel Zweden. + +En toen nu Carsten Lövdahl thuis kwam, midden in dien kring--mooier, +eleganter en interessanter dan al die anderen en bovendien nog +Noorsch--met zijn Noorschheid opgefrischt door een lang verblijf in +het buitenland--toen vond Wenche Knorr in hem de schoonste vereeniging +van datgene, wat ze van huis uit had liefgehad, en het Europeesche +beschaafde, waarvoor ze oog had gekregen in de hoofdstad. En zoo +raakten zij verloofd en trouwden. + +Maar 't duurde niet lang, voor ze haar vergissing merkte. De oude +vrienden hadden niet meer hetzelfde vertrouwen in haar, hoewel zij in +haar hart niet veranderd was--even Noorsch, even onvervaard vrijzinnig; +en 't werd nog erger toen zij naar dit ouderwetsche stadje verhuisde, +waar zij alleen stond tusschen de vrienden van haar man. + +Maar vooral, wanneer zij, zooals op dezen avond, iets las, dat haar +zoo levendig aan den gedachtenkring van haar jeugd herinnerde, kon er +iets gedrukts over haar komen,--als een voorgevoel, dat die tweespalt +in haar leven niet tot iets goeds leiden kon. + +Abraham zat eerst gezichten tegen Marius te trekken, maar verviel +spoedig in gedachten over zijn droevig lot. Marius daarentegen +luisterde; en het begon hem belang in te boezemen, al dat houwen en +slaan naar links en rechts, al die oneenigheid met 't zwaard in den +vuist,--precies als zijn eigen leven onder de stinkers. + +"Daar is Vader," viel Abraham zijn moeder in de rede. + +Zij hield met voorlezen op, toen hij binnen kwam; maar las toch het +hoofdstuk voor zich zelf uit, eer zij het boek sloot. + +De professor was in zijn overhemd met opgeslagen manchetten; hij liep +zijn handen af te drogen aan een handdoek. + +"Goeienavond, jongens! Wat lees je hun voor, Wenche?" + +"Snorre," antwoordde Abraham en glimlachte tegen zijn vader. + +"Bah!--dat dacht ik wel. Is dat nu iets om aan beschaafde jonge +menschen voor te lezen?" + +"De heldendaden van onze dappere voorvaderen?" antwoordde Mevrouw +Wenche strijdvaardig. + +"Helden--bah! Sluipmoordenaars, roovers, moordenaars en +brandstichters--dat waren ze! Neen, dan wil ik liever hooren van den +rappen Achilles of van Hector, die de zware lans zwaait. Niet waar, +jongens?" + +"Ja," riep Abraham, en Marius deed meê. + +"Och, ik heb geen lust jelui te antwoorden," zei Mevrouw Wenche +gemelijk en zette Snorre weer op zijn plaats. + +De professor bleef heen en weer loopen tusschen zijn kamer en die +van Abraham over de kleine gesloten gang; hij liep wat te praten en +te schertsen, zooals gewoonlijk terwijl hij zich verkleedde. + +Toen Mevrouw Wenche wegging, zeide ze: + +"Kom je nu gauw bij mij binnen, Abraham? Nacht Marius, groet je moeder +van mij." + +Toen Marius ook was heengegaan, zeide de professor: "Een aardige +jongen, die kleine Gottwald. 't Is wel erg 'chaud' tusschen jelui in +den laatsten tijd." + +"Hij is mijn beste vriend," zei Abraham wat onzeker. + +"Beste vriend," herhaalde de vader en glimlachte. "Die soort +van vriendschap voor leven en dood, die je zoo gauw sluit in je +jongensjaren. Ja, daar weet ik alles van. 't Is een geluk, dat er in +den regel zoo weinig van overblijft. Dat is een geluk--zeg ik--want +'t zou immers heel lastig zijn--vooral voor hen, die vooruit moeten +in de wereld, als zoo'n jongensvriendschap wezenlijk verplichtingen +zou opleggen voor leven en dood." + +Abraham keek naar buiten, alsof hij zijn vader niet goed begreep, +en deze ging voort: "Zie je, schooljongens zijn gelijk, ten minste +zoo ongeveer; maar als de school ze loslaat, worden ze door het leven +verspreid en 't leven maakt ze al heel gauw ongelijk. Denk nu maar zelf +eens na hoe onmogelijk het voortzetten van zoo'n jongensvriendschap +wordt, als bijv. de een opklimt in de maatschappij, terwijl de ander +daalt, of blijft staan waar hij is. Zie je, daarom is 't zoo goed +ingericht, dat 't leven zelf er voor zorgt, dat zulke vriendschappen +niet langer duren dan zoolang ze onschadelijk zijn." + +"Ja, maar Marius zal immers studeeren," viel Abraham in. + +"Ja zeker, ja zeker, maar daar zit het hem niet in; ik dacht ook niet +aan Marius. Hij kan immers niet helpen--dat wil zeggen--er is iets met +hem, wat je nog niet begrijpen kunt, en waar je je ook niet om hoeft te +bekommeren. Hij is zeker een beste, brave jongen, waar je gerust meê +kunt omgaan. Dat komt wel terecht. Ik wou je alleen maar waarschuwen +voor zoo'n sentimenteele vriendschap voor leven en dood. Je weet, +ik houd niet van sentimentaliteit. Dat past niet voor ons, mannen." + +Abraham voelde zich altijd gevleid, als zijn vader hem zoo als een +jongeren vriend behandelde; vooral vond hij het prettig zoo meêgerekend +te worden tot "ons mannen." De toespeling op iets met Marius wekte +zijn nieuwsgierigheid; maar hij zag aan 't gezicht van zijn vader, +dat hij er niet naar moest vragen. + +Professor Lövdahl was nu klaar met zijn toilet. Hij nam een schoonen +zakdoek en ging neuriënd heen om een uur voor 't avondeten in de club +door te brengen. Hij leefde heel geregeld, zijn uiterlijk was mooi en +goed verzorgd en al zijn opinies waren klaar en sierlijk gerangschikt +in zijn goed hoofd. + +Hoewel hij in werkelijkheid niet veel ouder was dan zijn vrouw, scheen +de afstand tusschen hen veel grooter. Want hij had van jongs af aan +zijn best gedaan er waardig uit te zien; hij hield van het oude, wat +zeker was en vast stond; zij dweepte met het nieuwe, dat vol hoop was +en in snellen groei. Daarom werden zij langzamerhand zoo door en door +verschillend van elkaar. + +Wanneer iemand hem vroeg, waarom hij toch de hoofdstad en zijn +eervolle betrekking als professor verlaten had, die hem al zoo jong was +aangeboden, om zich in dit weinig wetenschappelijk stadje te begraven, +vertelde Professor Lövdahl meestal een verhaal uit de eerste jaren +van zijn huwelijk. + +"Mijn vrouw is, zooals u weet, een Bergensche--een Bergensche met +hart en ziel. Zij heeft dat lichte enthousiaste gemoed, dat behoefte +heeft aan den omgang met sterk bewogen en licht beweeglijke menschen; +en daarom kunt u wel begrijpen, dat Christiania geen stad voor haar +was. Ik, van mijn kant, ben, zooals u weet, een Europaeer; ik kan +zoowat overal leven,--alleen niet in Bergen, neen! dat verklaar ik u, +niet in Bergen! Welnu, zij wilde voor geen geld in Christiania blijven +en ik wilde voor geen geld naar Bergen. Toen kwamen we elkaar tegemoet +en--we ontmoetten elkaar in deze stad." + +Die geschiedenis was bijna waar, en als hij andere redenen voor deze +verhuizing had, was dat in ieder geval zijn geheim. Maar booze tongen +beweerden, dat Carsten Lövdahl nooit de universiteit zou hebben +verlaten, als zijn positie hem volkomen voldoening gegeven had. 't +Zou zeker wel 't geval zijn, dat zijn kennis vrij hol was, zoodat de +jongere assistenten hem nu en dan ernstig vast dreigden te zetten. + +Niettegenstaande hij dus de beste protectie had en volgens zijn +levensopvatting geheel in overeenstemming was met den geest, die den +boventoon voerde aan de universiteit, was hij wijs genoeg om op de +teekenen des tijds te letten. Hij ging heen terwijl alles nog in de +beste orde was: hij ging heen met den onbesproken naam als de eerste +oogenspecialiteit van het land. + +In 't stadje, waar hij woonde, had hij praktijk als huisdokter, +zooals hij dat wenschte. Hij werkte nog slechts bij uitzondering in +zijn specialiteit en hield zijn wetenschappelijken roem boven water +door kleine, voorzichtige artikelen in binnen- en buitenlandsche +tijdschriften. + +Het groote vermogen van zijn vrouw verzekerde hem een onbezorgd leven +in den overvloed, waaraan hij behoefte had. Een man, wiens naam wat +beteekende in de wetenschap, die schreef en dat nog wel in 't Fransch, +en die niettegenstaande dat niet arm of haveloos was, maar zelfs tegen +den besten koopman in weelde en conversatie op kon,--zoo'n man moest +natuurlijk een hooge en eervolle positie in 't stadje hebben. + +Dat had Professor Lövdahl dan ook; zijn invloed was bijna onbegrensd; +daarbij was hij door ieder geacht en bemind--door vrouwen en mannen; +en 't eenige, waar men een beetje om lachte, was zijn lust om alleen +aan 't woord te komen en lang en sierlijk op een onderwijzenden toon +te spreken. + +Onder het avondeten vertelde Marius Gottwald onophoudelijk van Abraham; +maar zijn moeder kon niet begrijpen, hoe Mevrouw Lövdahl met haar +zoon kon vechten. + +"Och, u kunt toch wel begrijpen, dat het gekheid was, Moeder," riep +Marius beleedigd, "u begrijpt toch wel, dat het voor de grap was." + +"Ja, ja, natuurlijk," antwoordde Mevrouw Gottwald, om hem te kalmeeren; +maar ze kon zich toch maar niet voorstellen hoe zij ooit met kleine +Marius zou kunnen vechten, al was 't dan tienmaal voor de grap. Mevrouw +Gottwald, zooals ieder in de stad haar uit beleefdheid noemde, hoewel +ieder wist, dat zij nooit getrouwd was geweest, was voor een paar +jaar van den Oostkant van 't land gekomen met een kleinen jongen en +vrij wat geld. Professor Lövdahl, aan wien zij door een collega was +aanbevolen, zette haar in een modezaakje, dat Mevrouw Lövdahl met +alle macht steunde. + +Achter den winkel had zij haar huiskamertje en daarnaast was de +slaapkamer van haar en Marius. 't Overige gedeelte van 't huis werd +ingenomen door de keuken en de vestibule; op de verdieping daarboven +had zij een paar commensaals. + +Zoodra Marius gegeten had, zei hij: "Leg u nu dien hoed neer, Moeder, +wij moeten met kracht aan het werk." + +"Moet je nog meer werken vandaag, mijn jongen? Je hebt den heelen +middag gewerkt; laten we nu uitscheiden voor vandaag; 't is bij +negenen." + +"Maar Moeder, u lijkt wel dwaas! U weet toch wel, dat ik werken moet?" + +"Ja maar wat heb je dan den heelen avond bij Abraham gedaan?" + +"We hebben alle andere lessen geleerd, alleen het Latijn--" + +"Leer jelui dan je Latijnsche les ook niet samen?" + +"Jawel, ziet u--die leeren we wel; maar Abraham heeft geen lust zoo +nauwkeurig te analyseeren;--dat hoeft hij ook niet, want hij weet +het toch wel. Maar ik moet harder werken, anders wordt Aalbom kwaad +en klaagt bij den rector." + +"Toe, werk nu niet meer, lieve jongen,--'t is heelemaal niet goed +voor je," ze wilde hem naar zich toe trekken, maar hij had geen tijd +voor zulke dingen, rukte zich los en greep het boek. + +"Ziezoo, nu beginnen we, Moeder: tum vero Phaeton--nu moet u mij elk +woord vragen." + +De arme Mevrouw Gottwald had werkelijk geleerd hoe ze vragen moest; +maar daar ze toch geen syllabe van de antwoorden begreep, was dit +voor haar een tamelijk vermoeiend slot aan haar werkdag; en zelfs +haar bewondering voor de geleerdheid van haar zoon kon niet altijd +haar oogen open houden. + +Intusschen noemde zij de Latijnsche woorden, waarna Marius onmiddellijk +alles zei, wat er van dat woord te zeggen was; en dan weer 't volgende! + +"Candescere," las Mevrouw Gottwald slaperig. + +"Candescere, candi, candes, can......" + +Kleine Marius werd vuurrood, en zijn vingers, die tot nu toe vreedzaam +met zijn zakdoek bezig waren geweest, vlogen nu naar de boeken, +terwijl hij wanhopend naar zijn Madvig zocht. + +Maar Mevrouw Gottwald was opeens klaar wakker; zij kende die aanvallen. + +Plotseling kon bij hem alles stilstaan; en dan was 't alsof hij zijn +verstand verloren had. En daar was niets aan te doen, dan hem hoe +eer hoe beter naar bed te brengen. + +Ze greep daarom stevig zijn beide handen. + +"Neen, lieve Marius, nu mag je volstrekt niet langer werken; kom, +nu moet je gaan slapen; dan weet ik zeker, dat je morgen je les kent." + +"Neen, neen, Moederlief; laat me los; ik moet het opzoeken, maar één +oogenblik. Ik weet waar het staat, toe, laat u me los!" + +Hij smeekte zoo innig, met zijn groote verschrikte oogen, maar zij +hield zich dapper en kreeg hem half door trekken en half door lokken +in de slaapkamer. + +Maar aldoor onder het uitkleeden, hoorde ze hem Latijnsche woorden +mompelen; en lang nadat hij in slaap gevallen was, schokte plotseling +zijn hand, die ze vasthield en zijn hoofd was heet en droog. + +Zoo zat ze lang. En sombere gedachten aan schande, berouw en +vernedering kwamen als gewoonlijk binnen en zetten zich als stamgasten +om dat kleine bedje en staarden haar aan. + +Maar dien avond lette ze niet op hen; haar oogen weken niet van dat +bleeke gezichtje, met dat pijnlijke trekken om den mond en de blauwe +kringen onder de oogen. + +Ja,--ze had al eens geprobeerd het tegen den rector te zeggen. Maar +'t was niet zoo gemakkelijk voor een vrouw alleen in haar positie, +en de rector hield zooveel van hem, juist om dat Latijn. + +En Dr. Bentzen was uit principe een tegenstander van dat moderne +gepraat over overlading bij 't onderwijs aan kinderen in de school; +als ze maar zooveel Latijn leerden en zoo vaak een pak slaag gekregen +als in zijn jeugd; maar nu was het maar verwennen en oppassen aan +alle kanten. 't Was om je dood te ergeren. + +Kleine Marius moest maar flink eten en buiten in de frissche lucht +spelen.--En dan hoefde hij zich toch niet dood te werken! + +Ja, dat was nu alles goed en wel; iedereen was zoo vriendelijk voor +haar. Maar zie toch eens hoe wonderlijk hij aan zijn slapen ligt +te wrijven. + + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + + +Bij 't halfjaarsexamen kwam Abraham een paar nummers naar boven; maar +al 't Latijn van Marius kon niet beletten, dat de kleine professor +heelemaal naar beneden zakte, zelfs voorbij Morten, den achterblijver, +en de laatste van de klasse werd. + +De leeraar in wiskunde zei dan ook, dat als hij niet in het volgend +halfjaar heel buitengewone vorderingen maakte, hij zeker zou blijven +zitten en niet in de vierde klasse komen. + +Abraham was lang niet vlijtig; maar 't hielp dat hij zich had +voorgenomen Marius op sleeptouw te nemen; en doordat hij gemakkelijker +leerde, was het voor hem genoeg, dat hij de lessen éénmaal met Marius +doorwerkte. Marius daarentegen moest werken van dat hij uit school +kwam, tot hij naar Abraham ging en dikwijls ook nog daarna. + +Hun klassieke opvoeding was nu zoover gekomen, dat ze negen uur +Latijn en vijf uur Grieksch in de week hadden. Ze hadden Faedrus en +Caesar verlaten om hun geest te verfrisschen met Cicero's rede over +den ouderdom. En nadat hun jonge tongen gebogen waren voor de tweede +klasse van de werkwoorden op mi volgens Curtius, schreden zij voort +met Xenophon, 5 kleine mijlen per week, het goddelijke Hellas binnen. + +'t Breidde zich uit, het bosch van de dokkebladeren in de jonge +hoofden. Langzamerhand werd het verschil uitgewischt tusschen +wat prettig was te leeren, en wat een plaag was. Alles werd bijna +even onverschillig, alleen gewaardeerd naar wat op school als het +gewichtigste vak gerekend werd. + +Alles wat in het onderwijs hier en daar voorkwam, dat direct in verband +stond met het leven en de wereld, zooals die werkelijk zijn, daalde +vrij sterk. En bovenaan kwamen lange rijen doode woorden over doode +dingen, regels en zinnen, die in hun weeke hersens gepompt werden; +vreemde geluiden uit een vreemd leven; eeuwenoud stof, dat plichtmatig +overal gestrooid werd, waar 't sappige jeugdige leven een vochtige +plek toonde, waar 't stof aan kon blijven hangen. + +'t Is een moeilijke tijd--de leeftijd van Abraham en Marius--van +veertien tot vijftien jaar. De oogen open, een vraagzucht even +onverzadelijk als de jongenseetlust, die erger jeukt dan de mazelen; +een ontwakend vermogen en de lust om alles te begrijpen; een brandende +begeerte om de wereld te veroveren èn dat wat achter de wereld en +wat daar weer achter ligt...... + +En dan stof, eeuwenoud, buitengewoon fijn stof, in elke vochtige +porie gestrooid, over elke opkomende vraag, over elke levenskiem, +die niet juist de kiem van dokkebladeren is. + +Maar dat gaat over; al op 't zestiende of zeventiende jaar is het +stof goed ingedroogd. De nieuwsgierigheid is dood; de jonge mensch +heeft geleerd, dat het er maar op aankomt gevraagd te worden, niet +te vragen. En hij begint ook te begrijpen wat de bedoeling met die +dokkebladeren is; hij krijgt een duister gevoel, dat ze om zijnentwille +bestaan, en dat hij bij geluk een van de bevoorrechte slakken in die +maatschappij is. + +Kleine Marius in een regenjas op een guren wintermorgen, in Zuidenwind +en regen, vóór achten. 't Is halfduister, koud en nat;--'t is niet +bizonder prettig zich om den hoek te werken in een vliegenden storm, +natte voeten te krijgen en vochtige knieën. + +Toch denkt hij er 't meest aan hoe hij zijn dierbare stapel boeken +tegen den regen zal beschermen; hij had ze onder zijn oliejas, +zoodat hij veel op dat soort van koeien leek, die hun maag aan één +kant hebben. + +In de school was het donker en kil, zooals gewoonlijk vroeg in +den morgen. Morten, de achterblijver, propte de kachel vol hout; +de andere jongens stonden er om heen om zich te warmen;--nat en koud +waren ze allemaal. Maar 't was Zaterdag; en hoe guur 't dan ook is, +toch ligt er iets feestelijks over alles, wat door geen regen of kou +heelemaal te bederven is. + +Marius droogde eerst zijn boeken en toen zich zelf af, zoo goed het +ging met zijn blauwen rattenzakdoek. + +Abraham Lövdahl deed den rector na, terwijl hij de opgegeven paragrafen +uit de "regels" voor de school voorlas, die op een stuk karton geplakt +en met een lichtgroenen rand er om aan den muur hingen. + +"Paragraaf vier," las Abraham, en deed alsof hij zijn neus vol snuif +stopte: "De leerlingen moeten altijd schoon en netjes in de school +komen. Jassen, mutsen, enz. moeten ze op de daarvoor bestemde +toestellen hangen met inachtneming van orde en voorzichtigheid +en Dezelve weer meênemen... Dezelve--met een hoofdletter--wat is +dat?" riep Abraham. + +"De toestellen," stelde Morten voor. + +Een ander beweerde dat het op orde en voorzichtigheid doelde, en +daarover ontstond een taalkundig dispuut. + +Kleine Marius luisterde niet; want hij zat verbuigingen te mompelen +met zijn neus in Curtius; 't was bijna donker op zijn plaats--de +laagste van de klasse. + + + 't Rooster voor Zaterdag was: + + van 8 tot 9 Grieksch. + ,, 9 ,, 10 Geschiedenis. + ,, 10 ,, 11 Noorsch opstel. + ,, 11 ,, 12 rekenen. + ,, 12 ,, 1 Latijn. + ,, 1 ,, 2 ,, + + +'s Zaterdags moesten zij tot twee uur blijven, anders kwamen zij er +om één uur al uit. + +Eindelijk kwam de oude onderdirecteur Bessesen aan, bezig met +overschoenen, regenjas, parapluie, handschoenen en polsmofjes. Zijn +binnenkomen in de klasse maakte niet den minsten indruk. Abraham zei +alleen heel kalm: "Ziezoo--daar hebben we nu het oude stekelvarken," +en Morten bleef aan 't werk met de kachel. + +Eerst toen de onderdirecteur zich afgepeld had en op den katheder +gekomen was, maakten de jonge heeren aanstalten om naar hun plaats +te gaan en het onderwijs te beginnen. + +"Wil jij maar beginnen, Abraham Lövdahl," zei het stekelvarken, +na in zijn zakboekje gekeken te hebben, waarin hij de cijfers noteerde. + +"Ik had gisteren zoo'n hoofdpijn, dat ik mijn Grieksch niet leeren +kon," antwoordde Abraham met een uitdrukking van spijt, maar vrijmoedig +en oprecht. + +Marius zette groote oogen op. + +De oude glimlachte en bewoog zijn hoofd wat heen en weer. Toen zocht +hij een ander uit om te overhooren. + +De oude heer Bessesen had trouw stof gestrooid, jaren lang, en hield +al lang geleden zijn 25-jarig jubileum. Zijn veld was niet groot, +maar daar stond hij ook zoo vast als een muur. + +Hij wist op een prik wat er van het Grieksch op het toelatingsexamen +werd gevraagd; hij kon van te voren zeggen, welke vragen de +examinandus krijgen zou bij elk stuk, dat hij lezen moest van de +eenmaal vastgestelde schrijvers. + +En dat bracht hij langzaam, maar zeker zijn beste leerlingen bij; +de andere kwamen er niet zooveel op aan, omdat zij toch de heele +school niet afliepen. + +Hij zat daar zoo klein en verschrompeld, dat hij bijna verdween +in zijn eigen jas. Zijn kin dook heelemaal in zijn boek weg, en 't +kortgeknipte, geelroode haar stak naar alle kanten uit, terwijl hij +een enkelen keer de oogen, met roode randjes, van den katheder ophief. + +Want hij was een vreedzaam leeraar. Of ook iemand een vertaling +naast zich had en die voorlas;--of er voorgezegd of geknoeid werd, +dat het een aard had--hij zag of hoorde 't niet. De ervaring van een +lang leven had hem geleerd, dat het de moeite niet loont over zoo +iets drukte te maken, en het ging ook zooveel makkelijker, als de +slechte leerlingen wat geholpen werden. + +Hij was intusschen in 't geheel niet suf; de minste fout of onzekerheid +trof zijn oor; hij sprong op, alsof hij geprikt werd, als iemand zich +vergiste in de imperfectum of aoristus [10] maar behalve dat mocht +er allerlei leven en beweging in de klasse zijn, als 't maar niet te +erg werd. + +Zoo leidde hij den tocht der tienduizenden--een kleine mijl per +dag; en alle jonge menschen, die in den loop der jaren hem als hun +aanvoerder gevolgd hadden, waren allen met dezelfde regelmatigheid, +met dezelfde kleine dagmarschen door Xenophon, Homerus, Sofokles, +Herodotus en Plutarchus heengekomen. 't Ging alles op dezelfde +manier, zonder verandering of ommekeer. Zoowel in verzen als in +proza was er dit zeer gewichtig verschil tusschen imperfectum en +aoristus; en mocht het gebeuren, dat hij, die aan het vertalen was, +begon te lachen om een grappige anekdote van Herodotus--dan keek het +stekelvarken verbaasd op. Zooiets kon hij niet begrijpen. + +Daarom ging de grauwe morgen eentonig en kalm voorbij. Zij, die +geen lust hadden om overhoord te worden, hadden hoofdpijn of hadden +hoofdpijn gehad, en dan moest het stekelvarken een ander zoeken, +die bereid was een slag te wagen en klaar zat met de vertaling aan +de eene zij, de zinnetjes en de aanteekeningen aan de andere. + +Om negen uur pakte het stekelvarken al zijn zaken bijeen en wandelde +verder naar de volgende klasse. + +Het geschiedenis-uur van 9-10 ging ook vredig voorbij. Toen was +Borring met zijn veeren pennen in de klas; en omdat er nu alleen +Latijnen waren--Tolleiv en Reinert waren op zee, en de anderen +waren weg--hielpen de leerlingen zichzelf en elkaar met afkijken +en voorzeggen. + +Als Marius zijn geschiedenis kennen zou, moest hij absoluut "op glee" +geholpen worden; maar dat klopte niet altijd met de methode van +den leeraar. Vandaag vroeg hij bijv.: "En wanneer nam het geluk een +keer?" en daarop begon hij aan zijn veeren pennen; kort daarna zei hij: +"Nu, wanneer nam het geluk een keer?" blies in een pen en sneed voort. + +Marius kende 't heele dreuntje over Karel XII, maar hij wist niet, +dat het geluk een keer nam in 1708. Abraham moest het hem influisteren. + +Daardoor kwam Marius gelukkig op het dreuntje: "Maar in het jaar 1708 +nam het geluk een keer," en toen ging het van een leien dakje. + +Nu had Morten de achterblijver eindelijk de kachel roodgloeiend +gekregen, en 't was zoo warm, dat men in 't vrije kwartier alle +vensters open moest zetten. + +"Wie heeft de kachel opgestookt?" vroeg de rector ook dadelijk, +toen hij met de cahiers onder den arm in de klas kwam. + +Geen antwoord: maar toen hij 't weer vroeg, op strenger toon, +antwoordde No. 1 van de klasse. + +"Ik geloof, dat Morten Kruse het gedaan heeft." + +"Zoo, deed jij dat--Morten! doe jij zulke dingen? Kom eens hier en +zoek eens naar de paragraaf in 't reglement waarin staat, dat de +leerlingen zelf voor 't verwarmen van de school moeten zorgen." + +Morten ging onwillig voor het reglement staan en staarde naar boven. + +"Nu jongetje!--kun je die paragraaf ook haast vinden? of moet ik je +een handje helpen?" vroeg de rector en trok hem aan 't oor met de +eene hand, terwijl hij met de andere op het reglement wees, "zie je +paragraaf 5 niet? Lees die eens voor: hardop en duidelijk!" + +"Paragraaf 5," begon Morten met een zware stem, "in de school moeten +de leerlingen dadelijk naar hun plaats gaan en nooit leven maken +of onordelijk zijn. Zij mogen ook nooit hun plaats verlaten zonder +uitdrukkelijke toestemming." + +"Nu, jongetje! zie je nu hoe een leerling zich in de klasse gedragen +moet, hè? Vind je, dat er iets staat over 't volproppen van den kachel, +hè?--vind je dat? Hè?" + +Bij elke vraag trok hij 't oor van den jongen meer naar boven, totdat +Morten op zijn teenen stond. + +De heele klasse lachte en Morten sloop naar zijn plaats. + +Intusschen had No. 1 de cahiers uitgedeeld, na ze alle ingekeken te +hebben om de cijfers na te zien. + +Marius had 4 1/2, wat iets slechter was dan gewoonlijk, en dat was +eigenlijk een teleurstelling, hij had het onderwerp zoo prettig +gevonden, omdat het zoo lang was, dat 't bijna een kwart pagina +vullen kon, als je wijd uit elkaar schreef; en hij vond het altijd +zoo moeielijk om zijn opstellen lang genoeg te maken. + +Het onderwerp was: "Vergelijking tusschen Noorwegen en Denemarken, +met het oog op de natuur van de landen en het karakter en bedrijf +van het volk." + +De rector begon van onder op: "Je maakt slechte opstellen, +Marius! wat is dat nu voor een ratjetoe, wat je vandaag bij +elkaar gehaald hebt! luister nu zelf eens: Als men Noorwegen met +Denemarken vergelijkt, dan ziet men een groot verschil tusschen +deze landen. Noorwegen is een bergland, Denemarken daarentegen +een vlak land. Noorwegen heeft, daar het een bergland is, mijnen, +wat Denemarken niet heeft omdat er geen bergen zijn. Ook heeft een +bergland altijd dalen...... Ach ja Marius, dat is zoo waar...... zoo +waar, maar meen je nu, dat het noodig is ons dat te vertellen? 't +is zoo onrijp... zoo treurig onrijp," hernam de rector bekommerd en +liep een poos in gedachten verdiept op en neer. Marius begreep best, +dat hij aan het overgaan tegen de groote vacantie dacht. + +"Maar, goeie hemel! wat een hitte! bah!" riep de rector en gaf Morten +een draai om zijn ooren, toen hij hem voorbij ging. + +Toen begon hij weer aan 't opstel van Marius: + +"Noorwegen heeft een goed verweermiddel in het Kjölengebergte; en als +er oorlog kwam, dan zou men daar moeilijk met kanonnen over kunnen +komen, vooral in den winter...... + +"Wat ben je oorlogszuchtig Marius. 't Is een wonder! Wie zou +er nu over het Kjölengebergte willen trekken met kanonnen in den +winter? De Zweden zijn immers onze goede vrienden en broeders. Neen, +dan is het beter, wat een ander heeft geschreven, dat men nu liever +het Kjölengebergte weg moest wenschen, zoodat de broedervolken zich +geheel konden vereenigen. Wie heeft dat ook weer...?" + +"Ik," zei No. 1 bescheiden. + +"Juist! dat heb jij, Broch, ja, dat is heel goed. Marius daarentegen +ziet alles van een oorlogszuchtig standpunt; luister nu maar verder: +Als men de volken vergelijkt, vindt men dat de Denen weeker zijn dan de +Noren. Ja, wat beteekent dat nu eigenlijk?" riep de rector knorrig en +krabde zich het haar; hij werd hoe langer hoe heeter, 't was zeker +ongeveer 85 graden, "hier zijn er meer in de klasse, die over die +weekheid van de Denen geschreven hebben, waar dient dat voor? 't +Is heel braaf zijn vaderland lief te hebben; maar vaderlandsliefde +wordt een groote fout, als 't nationale hoogmoed wordt, dan ziet +men op andere naties neer en roemt alleen zijn eigen. Vooral is 't +belachelijk voor een klein, arm volk, als het onze, dat zoowaar niet +veel heeft om trotsch op te zijn." + +Broch's uitstekend opstel werd niet voorgelezen; want de warmte werd +eindelijk zóó erg, dat de rector in wanhoop order gaf om deuren en +vensters open te zetten en daar er toen een vliegende tocht in de +kamer kwam, zond hij alle jongens naar de plaats. Alleen Morten Kruse +moest voor straf binnen blijven. + +'t Regende niet meer; maar de wind was koud en 't was modderig op +de plaats, zoodat ze niet veel pleizier hadden van dit lange vrije +kwartier. Marius liep te rillen van angst voor de rekenles, want +volgens alle menschelijke berekening zou hij vandaag een beurt krijgen. + +Abraham had hem geholpen, en kleine Marius had gezegd, dat hij +'t begreep. Hij had werkelijk van een en ander een beetje begrip +gekregen. Maar hij wist wel bijna zeker, dat hij, als hij voor 't +bord stond, niet zou weten wat 1/2 × 1/2 was. + +De onderdirecteur Abel kwam binnen huppelen en de vensters werden +gesloten. Hij had zijn nieuwe regenjas over den arm en neuriede, +wat altijd beteekende, dat hij in zijn humeur was. + +Dat troostte Marius intusschen niet erg, want als de onderdirecteur +in een goede bui was, dan kon hij de jongens zoo leelijk voor den +gek houden. + +De onderdirecteur Abel was ongetrouwd en de kwast onder de leeraars. 't +Was zijn trots, zijn schunnig gekleede collega's met hun gele boordjes +te verrassen met nieuwe en bizondere kleedingstukken--nu eens een +das met roode moezen, dan een lichten broek; nu was een gutta-percha +regenjas aan de orde. + +Allen hadden er in geknepen en er aan geroken; allen hadden naar den +prijs gevraagd en allen hadden dien gehoord. + +Als leeraar had hij dit principe: "De menschen kunnen worden verdeeld +in twee soorten: Zij, die wiskunde kunnen leeren, en zij, die het in +'t geheel niet kunnen. En ik neem op me binnen een maand uit te maken +of een jongen wiskunde leeren kan of niet." + +En op grond van die theorie bracht hij de knappe jongens heel ver; +en liet de anderen zonder gewetensbezwaar links liggen. + +De leeraar sloeg het stof van den katheder met zijn zijden zakdoek, +vóór hij plaats nam. Marius zat in stilte te beven, terwijl hij in +zijn zakboekje keek. + +Maar Broch werd opgeroepen. Marius kon zijn geluk haast niet gelooven; +'t scheen wel alsof Abel van boven af begon, en dan kwam hij misschien +vandaag weer vrij. + +Ze waren pas begonnen met vergelijkingen van den eersten graad met +een onbekende, en kleine Marius had geduldig allerlei voorbeelden +gevolgd van manieren om die x te vinden. + +Hij had hooren zeggen, dat die gevonden was en 't voorbeeld zien +uitvegen, ja, wat meer was, hij had zelf alle voorbeelden in zijn boek +opgeschreven; en toch bleef die eene onbekende hem even ver en vreemd. + +Hij hield die x in 't oog; hij schreef trouw op hoe die als een haas +van de eene lijn naar de andere gejaagd werd met vermenigvuldigingen, +verkortingen, breuken en al zulke duivelsche dingen achter zich aan +tot het arme, uitgeputte dier eindelijk alleen aan den linkerkant +stond;--en dan bleek het, dat die vreeselijke x niet anders dan een +heel goedig getal was,--bijv. 28. + +Marius kon langzamerhand desnoods begrijpen, dat x een verschillende +waarde had in de verschillende voorbeelden. Maar wat wou men toch +met die x? waarom al die omslag--waarom moest er over het heele +bord over stok en steen op die eene onbekende gejaagd worden, als +die toch niet anders was dan bv. 28, of misschien maar 15?--neen, +dat kon Marius wezenlijk niet begrijpen. + +Toch nam hij zijn boekje en schreef zorgvuldig de som op, die Broch +moest uitrekenen: + +Aan Pythagoras werd gevraagd hoeveel leerlingen hij had. + +De wijze man antwoordde: "De helft studeert philosophie, het derde +gedeelte wiskunde, en de overige, die zich in het zwijgen oefenen, +maken met de drie, die ik onlangs kreeg, het vierde gedeelte uit +van hen, die ik vroeger had." Hoeveel leerlingen had Pythagoras, +vóór hij er de drie laatste bij kreeg? + +"Ja, dat is niet zoo gemakkelijk om daar achter te komen," dacht +kleine Marius verheugd, omdat hij veilig op zijn plaats zat. En +terwijl Broch daar in de verte op 't bord dadelijk met 1/2 x en 1/3 +x begon om te springen, verdiepte Marius zich in overpeinzingen over +dit ingewikkeld vraagstuk. Vooral liep hem alles door elkaar als hij +aan dat "vroeger" dacht; want dan was 't toch finaal onmogelijk daarop +te antwoorden. En dan gingen zijn gedachten vol medelijden naar dat +arme derde gedeelte, dat wiskunde studeerde en hij werd het er met +zich zelf over eens, dat hij zich zeer zeker 't allerliefst bij "de +overigen, die zich oefenen in 't zwijgen," zou aansluiten. Hij werd +uit zijn overpeinzingen gewekt doordat hij opgeroepen werd. + +Of de leeraar had gemerkt, dat hij zat te soesen, óf hij had in zijn +boekje gezien, dat het lang geleden was, dat Gottwald een beurt had +gehad. Hij liet Broch naar zijn plaats gaan midden in de som,--die +ook al te gemakkelijk voor hem was--en toen Marius half suf voor +het bord kwam, stonden daar een paar rijen getallen en x-en, waar +hij geen zier van begreep;--alleen zweefde hem flauw iets voor den +geest toen hij ergens 1/3 zag staan, dat dit zeker betrekking had op +dat rampzalige derde gedeelte, dat wiskunde studeerde. + +"Nunc--parvulus Madvigius! qvid tibi videtur de matrimonio?" riep +Abel en zwaaide zijn lorgnet. "Voor jou is het maar een kleinigheid +dit sommetje uit te werken; jij kent immers je Pythagoras--niet +waar? Madvigius! Pythagoras, qvi, dixit, se menimisse, gallum +fuisse. Alsjeblieft, Mijnheer de professor! ga voort, geneer je +niet. Ja, want zooals je ziet, de som is haast af. Broch heeft immers, +vóór hij naar zijn plaats ging, gezegd, wat er verder gedaan moest +worden. Of had de professor misschien wat anders te doen dan te +luisteren? Kleine Gottwald moest er liever aan denken dat hij moest +overgaan voor de groote vacantie en zijn moeder geen verdriet doen." + +Marius stond met het gezicht naar het groote zwarte bord gekeerd, +dat op een ezel stond midden op de vloer, en hij voelde 't lachen en +spotten van de heele klasse als steken in den rug. Maar toen zijn +moeder genoemd werd, voelde hij de oogen vol warme tranen komen, +de krijtfiguren liepen in elkaar en hij gaf het op. + +De heele klasse--d. w. z. zij, die wiskunde leeren konden--, amuseerde +zich kostelijk. De onderdirecteur was onweerstaanbaar geestig, als +hij de "sprakeloozen" een beurt gaf. Zóó noemde hij hen, die geen +wiskunde konden leeren. + +Alleen Abraham zat zich te ergeren, omdat het zijn vriend gold, +maar ook omdat Marius zoo'n stoffel was; soms moest hij wel meêlachen. + +"We moeten hem een hulpprofessor geven," zei Abel, en zette zijn +lorgnet op. "Jij, Morten, met je mooien bijnaam. Sta op en sta je +broeder in den geest bij." + +Morten stond onwillig op; er was een stil verzet in hem, dat toch +nooit verder kwam dan tot gemompel en 't trekken van een zuur gezicht; +hij was niet knapper dan Marius en de groote en de kleine leerling +zagen er even dom uit, zooals ze daar naar het bord stonden te staren. + +Toch ging er een schemerachtig licht voor Morten op; hij deed een +greep in de krijtdoos om wat op te schrijven en vergat, dat hij al +een groot stuk krijt in de hand had. + +"Ja, flink zoo Morten!" riep de leeraar, die het opmerkte. "Krijt moet +er bij, man! als 't goed zal worden. Zou je de krijtdoos niet onder +je arm nemen? En de spons in je zak steken, 't lineaal tusschen je +beenen, dan ben je goed toegerust! Ach, Morten, Morten! Je bent dom +en wordt elken dag dommer." + +De schemering bij Morten was al weer weg, hij stond te vloeken, +zoodat Marius het kon hooren. De klasse amuseerde zich, en No. 1 van +de klasse was slap van lachen en zag bewonderend op naar den katheder. + +"Nu moeten we nog een laatste poging wagen," meende de leeraar, en riep +vier anderen van de "sprakeloozen" op, die geen wiskunde konden leeren. + +Met vereende krachten kregen ze eindelijk het vraagstuk opgelost van +de vroegere leerlingen van Pythagoras; en Marius, die heelemaal op zij +geduwd was, moest voor het bord komen en het heele stuk weer oplezen; +en verklaren, dat deze keer x gelijk aan 72 was. + +"Ziezoo!" riep Abel vrolijk, "nu zullen wij met de massa gaan werken, +zooals Napoleon. Hier is de keurbende verzameld! In waarheid een +fiere schare! 't Is precies als in de comedie van Cortes, als Jörgen +Tambur en de twee getuigen den bloem van Frankrijk's adel moeten +voorstellen. Goeiemorgen jelui ganzen----" + +"We zijn geen ganzen," bromde Morten. + +"Goeiemorgen jelui ganzen, alle twintig," zei de Vos. "We zijn niet +met ons twintigen; maar als er zooveel bij kwamen, als er nu zijn +en nog half zooveel, en dan nog anderhalve gans en een ganzerik--dan +waren we met ons twintigen. Hoeveel ganzen waren er dus? O Morten!" + +Maar noch Morten, noch een van de andere sprakeloozen deed zelfs +een poging om aan die ganzen te beginnen; en toen Abel vond, dat die +comedie lang genoeg geduurd had, riep hij: + +"Ga naar huis en begeef u ter ruste en hef het oude lied aan: + +"Ga in, o burger, tot de welverdiende rust!" + +"Jelui krijgt alle broederlijk, zonder aanzien des persoons jelui +zesje. En als je verlangt mijn meening te hooren over jelui toekomst +hier op aarde, dan is die deze: dat ik niet geloof, dat jelui voor +iets anders gebruikt kunnen worden dan om eieren uit te broeden; +jij... Morten, met je mooien bijnaam, jij kunt 't misschien brengen +tot den jongen van den knecht van den koster. Abraham Lövdahl kom +eens voor het bord." + +Toen Marius op zijn plaats teruggekomen was, zag hij hoe Abraham in een +wip het ganzenvraagstuk had opgeschreven: 2x + 1/2x + 2 1/2 = 20; maar +hij was te moe om er verwonderd over te wezen, te veel gebukt onder +de nieuwe zessen, die, zooals hij wel wist, het overgaan voor hem nog +onzekerder zouden maken; maar vooral veel te moedeloos bij de gedachte +aan dien trek om Moeders mond, als ze weer een 6 op zijn rapport zag. + +'t Was twaalf uur, en de oude vrouw, die krakelingen en stroopkoeken +aan de gymnasiasten verkocht, stond al bij de stoep. + +De jongens van de vierde klasse, met jassen aan, liepen op en neer +op hun vaste plaats; die van de derde, nog met buisjes aan, stonden +in groepjes te eten; terwijl de gelukkige kleintjes, die om twaalf +uur vrij kwamen, de poort uit stoven met Zaterdagsche vaart. + +De lucht klaarde op. De wind draaide naar 't westen, 't zou best +mogelijk zijn, dat hij heelemaal naar het Noorden omsloeg tegen den +nacht; dan kwam er vorst, en dan kon 't ijs toch misschien morgen al +goed zijn. + +Kleine Marius stond alleen zijn stroopkoek te eten, zonder er +op te letten, dat de stinkers, die hem voorbij liepen, hem voor +"Rattenkoning" en allerlei ander moois uitscholden; hij had een gevoel, +alsof zijn heele hoofd leeg en hol was,--en nu moesten er nog twee +uren komen! + +Hij had nu wel in die beide uren Latijn, waar hij minder bang voor was; +maar dat laatste wiskunde-uur had hem zoo vermoeid. + +'t Was heel iets anders met den dikken Morten en de andere +"sprakeloozen." Zij gaven geen zier om den spot van den +onderdirecteur. Maar kleine Marius was heel gevoelig voor hoon; +soms had hij zijn vijanden zijn moeder hooren mengen in beleedigende +uitdrukkingen, die hij niet begreep, maar die toch zijn bloed deden +koken. + +"Wat is dat toch voor een aap, die de kachel heeft opgestookt, +hè?" begon Aalbom, zoodra hij in de klas kwam. 't Was heelemaal niet +warm meer, maar hij had den rector gesproken. "Dat heb jij zeker +gedaan, Kruse! Jou, dikke ezel! Bah! Waar moeten we beginnen? Vers +122: qvas deas,--lees op--Gottwald, hardop! Och nonsens! Is dat nu +hardop lezen? qvas deas per terras! doe toch je bek open, hè? die +luie Westlanders kunnen niet eens hun tanden van elkaar krijgen, +zit toch niet te mompelen of je een aardappel in je mond hebt, uil +die je ben, hè!" + +Dit was zoo zijn manier om de les te beginnen; vooral in de laatste +uren, als hij zelf zenuwachtig en knorrig was, na van 8 uur 's morgens +gebromd en gescholden te hebben. + +De klasse boog 't hoofd onder den storm, ofschoon zij er aan gewend +was; maar kleine Marius ging bevend voort met lezen en kreeg heel +veel knorren omdat hij niet hard genoeg sprak. + +'t Was niet gunstig voor Marius, dat de rector in de twee lagere +klassen Latijnsche les gegeven had; want nu wilde Aalbom nooit +toegeven, dat de rector den kleinen Gottwald zoo heel ver had +gebracht; maar aan den anderen kant was hij bang, dat de rector zou +willen beweren, dat zijn lieveling achteruit was gegaan, sinds hij +bij Aalbom in de klasse gekomen was. + +Daarom eischte hij alles van Marius, maar had nooit een woord van lof +voor hem. De leeraar liep op en neer voor de klasse, als een roofdier +loerende op een fout om er op aan te vliegen; hij was buitengewoon +lang en mager en daarenboven bijziende, waarom zijn lieve leerlingen +hem nooit anders dan "de blinde darm" noemden. + +Marius spande zich in en kwam er goed af; maar daarna was hij ook +zoo uitgeput, dat hij bijna sliep. + +'t Uur ging voorbij met knorren en rumoer en toen was er nog maar één +over. Het laatste uur werd voor een Latijnsche thema gebruikt. Aalbom +gaf hun een van de stukken in het boek van Henrichsen op en ging op +den kruk in den katheder zitten, om zijn beenen te laten bengelen en +in de lucht te kijken. + +Er was niet veel meer in een van de leerlingen overgebleven om een +Latijnsch opstel van te brouwen; de meesten schreven er maar op los, +en Marius ook,--dus dat werden prachtige opstellen! + +Maar toen was eindelijk de school uit, en zelfs de bleekneuzige +Latijnen waren wat levendiger toen ze over de plaats liepen, want +het was Zaterdag. + +Haring, zoete soep en pannekoeken--er bestond niets lekkerders in de +heele wereld; want dat was 't Zaterdagsmaal in de heele stad. + +'t Klaarde werkelijk op en 't werd een heldere vorstavond met +maneschijn, zoodat de vierde klasse met de bakvischjes ging wandelen, +terwijl de jongere kameraden in groepjes liepen te zingen en elkaar +tegen de jonge paartjes aan duwden als ze voorbij kwamen. Maar +Abraham en Marius wandelden arm in arm en zagen van uit de hoogte op +dat alles neer; nu en dan hief Abraham zijn gebalde vuist op tegen de +vreedzame woning van Proost Sparre, waar hij wist, dat de telegrafist +zijn vroeger geliefde een bezoek bracht. + +'s Avonds was Marius bij Abraham gevraagd, de professor en zijn vrouw +hadden gasten. Zij hadden alle kamers tot hun beschikking en 's avonds +kregen zij een warm souper. En niets te doen voor morgen! Niets te +leeren! als een vrij man te slapen tot tien uur! En toch werd nog de +een of andere Zondagmorgen in bed in zijn gedommel gekweld door de +gedachte: nu gauw opstaan en naar school hollen! + +Brr, koud in de slaapkamer,--halfdonker--een massa boeken... hij kent +er geen steek van... + +Eindelijk overeind!--En dan was het Zondag! pardoes weer onder +de dekens! + +Zou iemand wel ooit vergeten, hoe zalig dat was? + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + + +Er was allang sprake geweest van een fabriek, die in de buurt van de +stad zou gebouwd worden. Het heette, dat het een filiaal zou zijn van +een groote Engelsche zaak in kunstmeststoffen. Maar de ondernemers +wilden er ook graag kapitaal uit de stad in hebben en daar men in de +stad niet veel verstand van zulke zaken had, kwam er een deskundige, +om met de menschen te spreken, te verklaren wat men kon verwachten, +dat er verdiend zou worden, een geschikt terrein te koopen, dat +al was uitgezocht en naar aanleiding daarvan waren er gasten bij +professor Lövdahl. + +De deskundige in quaestie, die Michal Mordtmann heette, was als +de meeste vreemden aan Professor Lövdahl aanbevolen. Trouwens, +de professor kende hem nog wel van de universiteit. Mordtmann was +indertijd begonnen in de medicijnen te studeeren. Maar toevallig +was hij in Engeland gekomen, waar hij door connecties van zijn vader +kennis maakte met een familie, die scheikundige fabrieken had. + +Geheel onverwacht kreeg hij een aanbod van een mooie betrekking daar; +de lust bekroop hem eens te probeeren verscheiden jaren in Engeland +te blijven. Maar langzamerhand kwam hij tot de ontdekking, dat deze +verandering in zijn levensrichting niet zoo toevallig was als hij +zelf wel meende. + +Zijn vader--Isac Mordtmann en Co., in Bergen, dreef een groote zaak +en had een goeden omzet; maar wat hij aan vast vermogen bezat wist +niemand. + +'t Was een ondernemend, levendig handelsman, die er heelemaal niet +blij om was, dat zijn eenige zoon absoluut dokter wilde worden. Maar +Isac Mordtmann en Co. had geleerd geduld te oefenen en het geschikte +oogenblik aan te grijpen. Zoo liet hij zeer in der minne zijn zoon doen +wat hij wilde, tot hij zelf die reis naar Engeland in orde gemaakt +had. 't Aanbod van de betrekking aan de Engelsche fabriek kwam ook +door hem, en nu had hij het in zoo verre gewonnen, dat de zoon een +practisch scheikundige geworden was en niet een arme dorpsdokter, +Joost weet waar, ergens op de rotsen. + +De bedoeling was nu, dat Michal de nieuwe fabriek zou aanleggen en +besturen. Maar Isac Mordtmann en Co. hadden geen groot kapitaal om +er in te plaatsen; de Engelsche firma, die in het prospectus als de +"Moeder-zaak" werd voorgesteld, nam een voorzichtige houding aan; +dus moest het grootste gedeelte van het kapitaal in de stad zelf +opgenomen worden, waar het bizonder gunstig gelegen terrein gevonden +was en al half en half gekocht. + +Dit was dus de taak van Michal Mordtmann en hij toonde al dadelijk, +dat hij er voor bekwaam was. Hij had het stijve Engelsche over zich, +dat hem iets solieds, iets betrouwbaars gaf, en maakt, dat velen lust +kregen hun geld in deze onderneming te steken, hoewel ze er geen zier +van begrepen. + +Professor Lövdahl was zeer voorzichtig met zijn geld. Hij kocht liefst +buitenlandsche effecten en staatspapieren in Kopenhagen en Hamburg; +maar hij stak zoo min mogelijk van 't vermogen van zijn vrouw +in ondernemingen binnen de stad. Er waren te veel wederzijdsche +verplichtingen tusschen de kooplieden van leenen en helpen, en +onderteekeningen en borgstellingen, dan dat de professor zou wenschen +meê te doen in de handelswereld. + +Daarom begeerde hij de hooge positie onder de groothandelaars niet, +die hij zonder twijfel zou hebben ingenomen, wanneer het groote +vermogen van zijn vrouw in de stad zelf geplaatst was. + +Hij trok zijn rente en knipte in alle stilte zijn couponnetjes; +men wist zoo ongeveer wat hij van den ouden Abraham Knorr had geërfd +en dat hij zijn geld uit Bergen kreeg; maar velen peinsden er over, +wat hij er dan meê deed. + +Daarom had ook Michal Mordtmann moeite met den professor. De +onderneming had immers een wetenschappelijk tintje, zooiets van +scheikunde en geneeskunde; er was ten minste niemand in de stad, +die iets van die analyses en al dat gepraat over fosforzuur begreep, +behalve professor Lövdahl. En zoolang hij zich achteraf hield, vlotte +het niet recht. + +Intusschen kwam Mordtmann voortdurend als gast daar aan huis; en toen +hij een veertien dagen in de stad geweest was, gaf de professor een +groote partij voor hem. + +Mevrouw Lövdahl was zeer teleurgesteld in Mordtmann. Hij was een jaar +of vier jonger dan zij; maar zij kon hem zich nog heel goed herinneren +uit Bergen, als een levendig jong mensch, een enthousiast taalman, +met toasten op de vrouw, het volk en al wat het volk betrof. Nu +kwam hij terug als een stijve Engelschman en praatte met vervelende +menschen over soda en beendermeel. Ze had bijna geen tien woorden +met hem gewisseld en Mevrouw Wenche vond, dat hij voor zijn ouderdom +buitengewoon vervelend was. + +Eerst dien avond viel het haar op, dat hij met zijn Engelsche kleeding +en manieren goed uitkwam tusschen al die alledaagsche menschen, +die zij van buiten kende. + +'t Diner was niet geanimeerd geweest; er waren enkel heeren en +gedeeltelijk een soort van heeren, die anders niet bij de Lövdahls +aan huis kwamen, maar wier kennismaking voor den jongen Mordtmann +van belang kon wezen. + +De professor was levendig en beminnelijk geweest, zooals altijd. Hij +dronk op den eeregast, wenschte hem allen mogelijken voorspoed met +zijn onderneming en de stad geluk met een zoo groot en zonder twijfel +voordeelig bedrijf. + +Maar 't zat toch in de lucht, dat de professor zelf nog geen enkel +aandeel genomen had in deze ongetwijfeld voordeelige zaak, die hij +aanprees en waar hij op dronk. + +Michal Mordtmann voelde dat ook. In zijn antwoord had hij geprobeerd +te schertsen over de langzaamheid en de overdreven voorzichtigheid +van de Westlanders; maar tegelijk was hij geëindigd met te zeggen, +dat als ze eens begonnen, dan ging het ook met stoom. Hij hoopte dan +nu ook maar, dat het in dit geval... enz. + +'t Was een toast, die uitstekend geweest zou zijn in Bergen; +mevrouw Wenche lachte ook een paar keer, maar zij stond bijna alleen: +deze vroegere schipper en oude haringkakers--gedeeltelijk Haugianen +[11]--waren in het geheel niet geschikt voor dit soort van humor en +zagen elkaar aan. + +Michal Mordtmann kwam in een kregele stemming van tafel; hij voelde, +dat hij grond verloren had. + +Als hij rondging bij deze menschen en onder vier oogen met hen sprak +in een donker kantoor, zoo groot als een kleerenkast, werd hij zelf +ernstig en sprak ook ernstig. Maar nu hij aan een feestelijken disch +aanzat en wijn dronk, was zijn licht Bergensch bloed in beweging +gekomen; hij improviseerde zijn amusante toespraak. Maar later begreep +hij, dat hij liever een droge en fosforzure speech had moeten houden, +zooals hij zich oorspronkelijk ook had voorgesteld. + +'t Huis, waarin Professor Lövdahl woonde, was heel groot en ouderwetsch +met een tuin aan den achterkant; hoewel het midden in de stad lag. Hij +had het gekocht van de gemeente, die vroeger het huis als feestlokaal +gebruikt had, of om er een koning of prins die door het land trok, +onder dak te brengen. + +'t Waren groote en hooge kamers, waar het ietwat ouderwetsche +ameublement, dat Mevrouw Wenche meêbracht, goed in paste. + +Dien avond was de geheele woning in gebruik genomen--er waren een +vijftig heeren. Ze zaten tot in de wachtkamer van den professor. Hier +begon de tabak en die vulde langzamerhand de andere kamers, maar +bleef hangen bij de portière van 't boudoir van de huismoeder zelf, +die daar koffie zat te schenken. + +Er waren verscheidene speeltafeltjes en bij de toddy, die al dadelijk +na het maal rondgediend werd, verzamelden zich groepjes, die de vracht +en den prijs van het zout bespraken of de hoofden bijeen staken over +de nieuwe fabriek. + +Michal Mordtmann liep zich te ergeren; overal scheen hij te merken, +dat hij een bok geschoten had; en toen hij zich dat eenmaal in het +hoofd gezet had, werd het natuurlijk erger dan het was. + +Maar het ging hem werkelijk zeer aan 't hart. Een paar dagen geleden +had hij nog aan zijn vader geschreven, dat hij alle hoop had. Zou +hij nu moeten bekennen, dat hij zich op een diner verpraat had en de +menschen afgeschrikt? + +Gedurende zijn verblijf in Engeland was hij met hart en ziel +handelsman geworden. Hij lachte, als hij er aan dacht, dat hij eens +een enthousiast taalman was en dat het zijn ideaal geweest was in, +voor en met het volk te leven. + +Het Engelsche welvaren met het voortdurend baden en wasschen en +het schitterend witte linnen hadden zijn smaak veranderd en hem van +het volk gescheiden. En wat er aan leven en geestdrift in zijn ziel +geweest was, had zich--als bij zijn vader--omgezet in een sterken +lust in speculeeren, in vooruit komen, in veel te besturen hebben. + +En aan den anderen kant had de omstandigheid, dat hij reeds nu zoo'n +diepe verachting voelde voor datgene, waar hij toch tot zijn vijf en +twintigste jaar zoo meê gedweept had--hem een wantrouwen gegeven in +sterke hartstochten over 't algemeen; het had hem ook tegenover vrouwen +voorzichtig en koud gemaakt--wat hem zeer ten goede gekomen was. + +Met zijn vader stond hij nu op een bizonder vertrouwelijken voet. Samen +hadden zij dit plan van de fabriek gemaakt: de zoon directeur, de +vader handelsdirecteur en behalve dat commissionnair agent, voor het +Engelsche huis; daar was allerlei kans op goede winst, en in geval +van tegenspoed was het bijna uitsluìtend aandeelhoudersgeld, dat er +bij inschieten zou. + +Maar als dat geld nu niet kwam! + +Michal Mordtmann wierp zijn sigaar weg, dronk een glas grog en ging +in de kamer van Mevrouw Lövdahl. + +De koffie was rondgediend en 't dienstmeisje was aan het afnemen. Om +Mevrouw Wenche heen stonden eenige heeren, die niet rookten of +toevallig met haar waren blijven praten. 't Waren meest ambtenaars +en enkele van de huisvrienden, die zich in dit gemengd gezelschap +niet erg thuis voelden. + +"Ik dank u voor uw toast, Mijnheer Mordtmann," riep Mevrouw Wenche +vriendelijk. + +Hij boog stijf en zag haar wantrouwend aan. + +In een hoek van de ruime zaal zocht hij een plaatsje achter een +étagère, waar hij in albums begon te bladeren, terwijl het gesprek +in den kring om de vrouw des huizes heen weer vlot werd. + +"Ja, ik kan op dit punt niet toegeven, Mijnheer de rector," zei Mevrouw +Wenche; "u zegt, dat ik me maar kalm moet houden en hopen......" + +"Neen, pardon Mevrouw! zóó zei ik het niet. Ik zei, als het onderwijs +en de geestelijke ontwikkeling van een kind is overgelaten aan mannen, +die kennis van zaken en ervaring vereenigen met een goeden wil, dan +moeten de ouders hopen en vertrouwen, dat hun kind met Gods hulp wel +bewaard is." + +"Ja, maar wie staat mij in voor dien goeden wil en al dat andere?" + +"De staat, het ministerie van onderwijs, een zorgvuldige +regeering. Gelooft u mij, Mevrouw, ons onderwijs kan zich meten +met dat van welk land ook in Europa en 't staat wat godsdienst en +zedelijkheid betreft boven dat van de meeste landen." + +"Ja, maar als ik nu met mijn eigen oogen zie, dat het verkeerd gaat, +dwars en glad verkeerd! Wat moet ik dan doen?" + +Zij lachten allen goedig om het geänimeerde vrouwtje. En zij lachte +meê, ofschoon het voor haar hooge ernst was. + +"U is--hm... U is een heele strenge dame," zei de rector glimlachend, +terwijl hij zijn grooten neus met snuif vulde. "Hier zijn juist +verscheiden mannen van 't onderwijs. Wij moeten ons wel heel schuldig +gevoelen." + +"O neemt me niet kwalijk, heeren! daar dacht ik niet aan. Dat weet +u toch allemaal wel, niet waar?" Zij zag met haar open glimlach +van den een naar den ander. "Dat is mijn ongelukkig Bergensch +temperament--zooals Carsten zegt. Als ik eenmaal een overtuiging heb, +moet ik die uitspreken, ronduit. En nu heb ik al lang een duister +gevoel gehad, dat het heelemaal mis is met ons schoolonderwijs." + +Behalve de rector was de onderdirecteur Abels ook in de kamer; +(hij vond het bizonder aangenaam, dat de menschen zeiden, dat hij +Mevrouw Wenche het hof maakte;) ook was de directeur van de lagere +school Klausen er en later kwam ook Aalbom binnen. + +"Zoudt u niet zoo vriendelijk willen zijn ons te zeggen wat er mis +is, Mevrouw?" + +"Alles!--Alles. Van 't begin tot 't einde?" + +"Meent u dat ook van de lagere school, Mevrouw?" vroeg meester Klausen. + +"Die ken ik niet; maar ik ben er zeker van, dat als de school voor +de kinderen van de welgestelden zoo slecht is, die voor de kinderen +van de armen natuurlijk nog slechter moet zijn." + +'t Waren harde woorden, die Mevrouw Wenche dien avond sprak; harder +nog dan gewoonlijk. En de heeren zagen elkaar aan. Maar de goedige +en wat politieke glimlach van den rector zegevierde en beheerschte +eindelijk de stemming: op stuk van zaken was 't toch maar een dame! + +"Ik geloof wel, dat ik ten minste één ding weet, dat Mevrouw wat +irriteert," begon de oude rector handig. + +"En dat is?" + +"Dat u met uw mooie, krachtige handjes niet kunt ingrijpen, dat u +niet eens redderen kunt onder de leeraren en den rector zelf niet +wat aan den band houden." + +"Ja, juist," riep Mevrouw Wenche, "dàt is het! Ik zie wel, dat jelui +allen lachen; maar ik meen het in ernst; dat is het juist, dat ik +niets--niets meer voor mijn zoon kan doen, terwijl ik toch duidelijk +zie, dat hij bedorven wordt en zijn krachten verspild worden." + +"Nu, nu, lieve Mevrouw. Zóó erg willen we hopen dat het niet is. Maar +hebt u wel gelijk als u zegt, dat u niets meer voor uw zoon kunt +doen, als u vindt, dat de school in een of ander opzicht verkeerd +doet? Iedere opmerking......" + +"Ach, lieve Mijnheer de rector, hoe kunt u mij toch op dit punt +tegenspreken. U weet toch zelf wel, dat een kind op de openbare school +achter driedubbele muren zit, en wee den vader--en nog meer wee de +moeder, die de hand in dat wespennest steekt." + +"Hm, ik kan u zeggen, Mevrouw Lövdahl," viel meester Klausen in, +"dat er bijna geen dag omgaat, dat ik niet vier of vijf oude wijfjes +op mijn dak krijg, die een mondje open komen doen over een of ander +wat met hun lieve bengels gebeurd is." + +"Pardon, Mijnheer Klausen! die oude wijfjes--zooals u ze verkiest te +noemen--hebben met veel pijnen hun kinderen het leven gegeven--wat ik +nog nooit van een hoofd van een school gehoord heb; en al daarom alleen +hebben ze het recht naar hun beste weten het oog op haar bengels te +houden, (die voor haar even lief zijn als de onzen voor ons) wanneer +ze gedwongen zijn hen aan wildvreemde menschen over te geven." + +"Ja, dat zou me een lieflijke optocht van moeders geven, als je al hun +praatjes aan wou hooren!--Dat zou 't hoofd van een school eenvoudig +'t leven onmogelijk maken." + +"Dat kan me heelemaal niet schelen," antwoordde Mevrouw Wenche +droog. "Moeders hebben het recht en den plicht hun kinderen op den voet +te volgen, zoover ze maar kunnen;--en God gave, dat ze 't allen deden, +al zouden dan ook ontelbare schoolmeesters sterven. Met uw welnemen, +Mijnheer Klausen." + +"Neen maar... maar lieve, beste Mevrouw Wenche!" riep de rector en +stak smeekend de handen naar haar uit. "U kunt toch niet bedoelen, +dat vaders en moeders iederen keer bij troepen moesten komen aanzetten +als..." + +"Neen, neen, beste vriend," viel Mevrouw Lövdahl hem lachend in de +rede en greep vriendschappelijk zijn hand; "ik bedoel alleen, dat +ik wou, dat er zooveel belangstelling voor de kinderen was onder ons +ouders. Dan zou de belangstelling, zoodra ze sterk en levendig genoeg +was, wel een of anderen vorm vinden om zich in te uiten, zoodat wij, +die toch zelf het onderwijs betalen, ook wat invloed en wat controle +zouden krijgen op wat daar achter die dikke schoolmuren gebeurt." + +De zaakwaarnemer Kahr had vreedzaam in een hoekje gezeten onder den +invloed van het digestieproces na tafel; en de levendige discussie +tusschen zulke volkomen onjuridische personen amuseerde hem zeer. + +Nu vond hij, dat er langzamerhand zóóveel menschen in de kamer van +Mevrouw Lövdahl bijeen gekomen waren, dat het tijd werd een beetje +logica en methode in het gesprek te brengen. + +"Er was iets in het laatste wat Mevrouw zei, dat mij aanleiding +geeft tot een vraag," begon hij met humoristischen ernst op zijn rood +glimmend gezicht,--'t was immers maar een dame--; "zei u niet, geachte +Mevrouw, dat de belangstelling van de ouders voor hun kinderen een +uiting vinden moest door feitelijken invloed op het werken en het +wezen der school." + +"Ja, juist." + +"Een vertegenwoordiging--of zoo iets--van de belangstelling der +ouders." + +"Ja, zoo iets wilde ik hebben." + +"Maar...... ja, pardon, Mevrouw!" zei Mr. Kahr en deed alsof hij heel +verlegen was, "maar zooiets hebben we immers." + +"Ja?--daar weet ik niets van," antwoordde Mevrouw Wenche en kreeg +een kleur; het gebeurde nu en dan in gesprekken als dit, dat zij haar +hoofd stootte aan dingen, waar ze 't bestaan niet van vermoedde. + +"Dat verwondert mij, Mevrouw!--U schijnt u toch in dat soort van +zaken ingewerkt te hebben... of ten minste er zoo warm belang in te +stellen. Wij hebben immers juist een vorm gevonden voor de gedachte, +dat de ouders ook in de staats-scholen vertegenwoordigd moeten worden; +dat hebben wij immers: in 't Ephoraat, het Ephoraat van de school." + +"Ephoraat?" vroeg Mevrouw Wenche onzeker. + +Maar vóór Kahr of een van de anderen partij konden trekken van deze +overwinning, vroeg een droge, heldere stem: + +"Pardon ... heeft ooit een van de heeren een levenden Ephor gezien?" + +Aller oogen wendden zich naar Michal Mordtmann, die korrekt en innemend +bij de étagère stond; maar toen Mevrouw Wenche en hij elkaar aanzagen, +barstte zij uit in haar gewoon vroolijk lachen. + +"Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, dank u voor uw hulp!--Ja, nu vraag +ik ook: wat is een Ephor voor een ding?--wie zijn Ephoren hier aan +de school?" + +"Maar Mevrouw," riep de rector heelemaal verbluft, "weet u werkelijk +niet, dat Professor Lövdahl een van de Ephoren aan de school is?" + +"Carsten!--mijn man!--neen, dat is prachtig! Ach, Mijnheer Abel! Wilt +u mijn man even roepen? Ik moet hem toch eens zien als Ephor!" + +De onderdirecteur vloog als een pijl uit den boog door de portière +en kwam met den professor terug, die kaarten in de hand had. + +"Wat is er voor een grap, Wenche?" vroeg hij vroolijk. + +"Een kostelijke grap!--Ze zeggen dat je een Ephor bent--Carsten!" + +"Ja zeker ben ik een Ephor..." + +"En dat jij de uiting bent van de belangstelling der ouders in de +schoolkinderen..." + +"Ja zeker. Heb je me dan niet vooraan zien zitten op zoo'n stoel +met een hoogen rug naast den burgemeester op examenfeesten?" zei de +professor onvoorzichtig, "maar nu moet je me met rust laten; ik heb +de hand vol troeven." + +De andere heeren dachten in stilte, dat, als Professor Lövdahl het +gesprek gevolgd had, hij zeker anders zou hebben geantwoord. Maar +Mevrouw Wenche was op eens ernstig geworden: + +"Ja zie je, daar heb je 't weer! Als ik niet juist op 't goede +oogenblik dit groote woord in gelach gesmoord had, zooals het +verdient--dan zou ik me nu, zooals veel andere menschen verbeeld +hebben, dat ook op dit punt alles zoo goed en wijs is ingericht door de +autoriteiten, dat wij eenvoudigen en vrouwen maar te zwijgen hebben, +en alles zijn gang moeten laten gaan. Maar nu zal niemand--ik dank +u nog eens voor uwe hulp, Mijnheer Mordtmann--nu zal niemand me meer +overbluffen met groote woorden. Als Carsten Ephor is, dat weet ik wel, +dat het Ephoraat niets anders is dan een schakel in den ketting van +administratief gedoe, dat ons allen smoort en steeds dommer maakt." + +"Zacht wat, zacht wat, lieve Mevrouw!" begon de rector weer. "Er moet +toch een bestuur zijn! wij kunnen toch niet allen regeeren." + +"Dat verlang ik ook niet; maar in iedere zaak moeten zij besturen, +die feitelijk de verantwoordelijkheid hebben; en in de zaak: +kinderbehandeling hebben die menschen de verantwoordelijkheid, die +de vrijheid namen kinderen in 't leven te roepen. Maar in plaats van +een wezenlijk deelnemen aan den arbeid in de school in verhouding +tot die verantwoordelijkheid, hebben we de comedie van een Ephoraat, +dat bestaat in 't zitten op een stoel met een hoogen rug naast den +burgemeester. En dat past... ja, wat past dat niet prachtig in 't heele +gedoe van ons land. De verantwoordelijkheid wordt zóó van de een op de +ander geschoven tusschen groote woorden en prachtige titels, dat het +niet mogelijk is ze zelfs met kaarsen en lantarens weer te vinden. Maar +de onverantwoordelijkheid bouwt zich een veilige piramide, die in een +punt uitloopt; en die is zoo onverantwoordelijk, dat ze heilig wordt." + +"Kalm wat, mijn beste Mevrouw," riep Mr. Kahr. Ze lachten nog!--'t Was +immers maar een dame. Maar zulke woorden moesten toch niet gesproken +worden in het huis van een man met zoo'n positie. + +Daar dacht Mevrouw Wenche heelemaal niet aan; zij was gewend in haar +kamer vrijuit te spreken; en haar man had het niet verder gebracht, +dan zooveel hij kon te kalmeeren en te verzachten. + +Michal Mordtmann had een poosje naar Mevrouw Lövdahl geluisterd +en langzamerhand kreeg hij een onbedwingbaren lust om meê te +doen. Wonderlijk gestemd en moedeloos als hij was, omdat de koopman in +hem een nederlaag geleden had, voelde hij behoefte den taalman los te +laten--den ouden vrijheidsman--en een oogenblik den Engelschen dwang +af te werpen; zijn zaak was toch hoogstwaarschijnlijk al bedorven. + +Hij trad wat naderbij en zei met zijn mooie, zuivere manier van +spreken, en met een kalmte, die de anderen, en vooral Aalbom zeer +irriteerde. + +"Ook mij is het steeds verkeerd voorgekomen, ja, eigenlijk schandelijk, +dat juist de school en alles wat daartoe behoort, als een gesloten +arena is ingericht, waar alleen de meest voortreffelijke geleerdheid +en kunde worden toegelaten; terwijl er voor de vaders en de moeders, +die toch het kostbaarste inzetten bij dit spel, niets meer dan een +bescheiden plaatsje onder de toeschouwers buiten wordt overgelaten, +vanwaar zij het philologische stof, dat in den strijd wordt opgejaagd, +mogen waarnemen." + +"Bravo! Bravo!" riep Mevrouw Wenche verrukt en reikte hem haar beide +handen. "Wie zou dat van u gedacht hebben? Mijnheer Mordtmann! Ik +dacht eerlijk gezegd, dat... maar het doet er niet toe, wat ik dacht; +ik ben blij, dat ik me vergiste. Maar komt u nu hier; wij tweeën +moeten ons bij elkaar aansluiten. U ziet, dat de vijand ons aan alle +kanten omringt." + +In werkelijkheid waren er veel heeren binnengekomen, zoodat er +niet alleen een groep om Mevrouw Wenche heen stond, maar 't werd +langzamerhand bijna vol in de kamer; en velen van de kleine kooplieden, +menschen, die niet gewend waren op groote partijen te komen, slopen +naar binnen en namen plaats langs de muren. + +Het levendige gesprek interesseerde hen veel meer dan het kaartspel, +voor velen was het al een ergernis dat te moeten aanzien. + +"Maar als u nu niet tevreden is met de manier, waarop nu het onderwijs +is ingericht,"--Mr. Kahr wendde zich uitsluitend tot Mevrouw Lövdahl, +zonder op Mordtmann te letten; maar zijn toon was toch iets meer +formeel dan vroeger; 't werd nu heel wat anders, nu een man--een aan de +universiteit gevormd man--meêging met zulke verreikende denkbeelden; +"als u zoo ontevreden is, Mevrouw, bijv. met dat ongelukkig Ephoraat, +wilt u ons dan niet eens de praktische manier uitleggen, waarop u +zich hadt voorgesteld de ouders aan het werk in de school te laten +deelnemen?" + +"Ja zeker, met alle genoegen," antwoordde Mevrouw Wenche vrijmoedig; +"eerst zou ik willen, dat alle vaders en moeders van kinderen uit +dezelfde school een groote vergadering hielden om te bespreken wat..." + +"Pardon Mevrouw, neemt u mij niet kwalijk, dat ik u in de rede val," +zei Mordtmann onrustig, "maar nu u zelf zoo vriendelijk is een verbond +tusschen ons beiden voor te stellen, moet ik u als uw bondgenoot +ten sterkste afraden praktische voorstellen met betrekking tot de +hervorming te doen." + +"En waarom mag Mevrouw dat niet, als ik vragen mag?" De jurist wendde +zich voor het eerst regelrecht tot Mordtmann. + +"Omdat iemand, die een ingrijpende hervorming verlangt, er zich wel +voor moet wachten met praktische voorstellen aan te komen. Want onder +de groote menigte, die zich altijd tegen iedere hervorming verzet, +zal er altijd wel een of ander zijn, die zoo'n praktisch voorstel +verdraait, zoodat het belachelijk wordt, een karikatuur van wat er +bedoelt wordt, en dan meent men, bewezen te hebben, dat de tijd voor +de hervorming nog niet gekomen is." + +"U zegt, men meent dat bewezen te hebben," riep de jurist uit de +hoogte, "maar ik ben ook zoo vrij te meenen, dat de ontijdigheid +van een hervorming voldoende bewezen is, als de practische +onuitvoerbaarheid in confesso is." + +"Ja, natuurlijk! De theorie kan schoon zijn, watte? Maar houd u aan de +praktijk... aan de praktijk, jonge man!" Dat was de "blinde darm," die +eindelijk losbarstte; hij was als altijd razend van verontwaardiging, +als hij iets hoorde, dat op oppositie leek. + +Michal Mordtmann keek naar het opgewonden gezicht van den leeraar +met zijn Engelsche kalmte en wendde zich daarna weer tot den jurist. + +"Bij hervormingen van dien aard, waar hier over gesproken wordt, +is de praktische uitvoering een bijzaak en betrekkelijk van weinig +gewicht en wie zich daarmeê 't eerst bezig houdt, begint van achter +af en doet vergeefsch werk. Maar als u daarentegen de gedachte, +die aan de hervorming ten grondslag ligt, tot de publieke opinie +van uw tijd kunt maken,--als het in dit geval gelukt bij de ouders +die sterke belangstelling voor de school te wekken,--ja, dan zal die +belangstelling haar uitdrukking in de praktijk vinden,--gemakkelijk, +natuurlijk, als van zelf. Maar zoolang die belangstelling niet +opgewekt is, geeft het niets of men over de praktische moeielijkheden +disputeert; en zoodra die gewekt is, zijn er geen practische +moeielijkheden meer." + +"Ach--dat is echt jeugd--watte?" schreeuwde de blinde darm; "alleen +maar alles afbreken en niets opbouwen--watte? Neen, daar doen ze +niet aan; want dat kunnen ze niet! dat moeten wij doen,--of de +toekomst! maar afbreken--ja, dat is makkelijk, watte?" + +"Ja," antwoordde Michal Mordtmann, "flinkweg iets afbreken, b.v. de +jeugd, dat is zeker heel gemakkelijk. Maar zóó afbreken, dat er +werkelijk wat valt, dàt is, zoover ik weet, minstens even moeielijk als +opbouwen. Alles af te breken wat Mevrouw Lövdahl's schoolhervorming +in den weg staat--aan de eene kant luiheid en onverschilligheid en +aan den anderen kant hoogmoed en betweterij--zie, dat is zeker een +heel inspannend en moeilijk werk, en ik kan wel berekenen, dat u en +ik al lang ter ruste zullen gegaan zijn eer dat gebeurd is. Maar dat +is toch mijn overtuiging--en mijn hoop, dat dit afbrekingswerk gedaan +zal worden." + +"Ja, afgebroken zal dat alles worden!" riep Mevrouw Wenche warm, +"er moet een tijd komen, dat allen 't inzien, hoe gewetenloos het is +'t eene geslacht na het andere aan oude vooroordeelen en versteende +leerstellingen op te offeren." + +"Hm," antwoordde Mr. Kahr, "wij hebben nu veel schoone en gevleugelde +woorden gehoord en het zal zeker wel niet baten een kleine, praktische +vraag te doen, te meer omdat het praktische juist niet aan de orde +schijnt te zijn..." + +"Kom, niet zoo scherp, heer jurist! Kom u maar met uw praktische vraag; +als ik Mijnheer Mordtmann aan mijn kant heb, ben ik nergens bang voor." + +"Nu dan, kort en goed. Waarom zendt u uw kind naar school! Wat wilt +u dat hij leeren zal?" + +"Daar zal ik u met genoegen op antwoorden, en ik zal dat zoo bezadigd +doen, dat mijn kompagnon heel kalm blijven kan, want daar heb ik zelf +zoo dikwijls over gedacht. Als wij--vaders en moeders--die zelf gevoeld +hebben hoeveel er noodig is, hoeveel men weten moest, alleen maar om +eenigszins zijn tijd, zijn plaats in het leven te begrijpen,--als +wij onze kinderen naar school sturen, doen we dat natuurlijk omdat +we willen, dat zij op tijd die kundigheden zullen verwerven, die wij +nu door eigen dure ervaring weten, dat het leven eischt." + +"En u vindt niet, dat de school in die richting werkt?" + +"Neen, daar is 't ver--heel ver vandaan! Zie nu b.v. mijn Abraham +eens... Maar waar is de jongen toch?" + +De professor, die juist was binnengekomen vertelde, dat hij Abraham +naar bed gezonden had; "Hij vroeg of je hem goeden nacht kwam zeggen." + +"Ja, ik kom dadelijk. Arme jongen! Ik heb hem heelemaal vergeten!--Maar +wat ik zeggen wou: zie nu eens naar Abraham; hij is nu volle negen jaar +op die gezegende geleerde school geweest. In 't begin ging het goed; +maar in de laatste jaren wordt hij, voor zoover ik zien kan, steeds +dommer, steeds meer zonder belangstelling. Zoodra hij zijn mond open +doet, toont hij de grootste onwetendheid in de meest alledaagsche +dingen. En 't ergste van alles is, dat hij er bijna op neerziet, +als men iets verstandigs weet van de wereld zooals die is." + +"Ja Mevrouw," sprak Mordtmann, "uw zoon leeft in de wetenschappelijke +wereld. Hij schrijdt voort naar den hoogen Parnassus der groote +geesten! Ik ken dat. Ik heb zelf den omweg over den Parnassus gemaakt." + +"Wat meent u daarmeê,--watte?" vroeg Aalbom. + +"O, dat kan ik u wel uitleggen! Ik ruik lont," zei Mr. Kahr. "De heer +Mordtmann hoort zeker tot de moderne tegenstanders van de klassieke +opvoeding. Ik wed, dat hij een hekel aan het Latijn heeft." + +"Ja, dat heb ik zeker!" + +Verscheidenen wilden tegelijk spreken, maar Professor Lövdahl behield +het woord: + +"U zult toch niet willen ontkennen, dat de studie van die heerlijke +taal in buitengewoon hooge mate bij de jongelui het vermogen tot +streng en logisch denken ontwikkelt?" + +"Ik heb maar één ding opgemerkt, Professor, wat 't Latijn bij ons +allen uitwerkt; en dat is, dat het ons buitengewoon pedant maakt." + +"Sommigen onder ons, misschien," merkte de jurist op met een beetje +boosaardigheid. Maar Mevrouw Wenche lachte vergenoegd. + +"Ja, u hebt gelijk. Al toen ik klein was ergerde 't me, als mijn groote +neven met Latijnsche zinnetjes aankwamen. Ik ben er van overtuigd, +dat er geen slot of zin aan was. En zelfs nu erger ik me, als de oude +heeren elkaar zoo beteekenisvol toelachen en met een paar Latijnsche +woorden aankomen." + +"Neen, maar dat is toch een onschuldig genoegen, lieve Mevrouw!" riep +nu de oude rector. Hij had zich wat teruggetrokken. Het gesprek +werd hem te heftig. "Wij mogen toch wel plezier hebben in ons +gemeenschappelijk eigendom. Dat is een soort van vrijmetselarij." + +"Ja juist," antwoordde Michal Mordtmann, die zich scheen te +hebben voorgenomen, tot het uiterste toe tegen te spreken; "dat is +karakteristiek voor de beschaving van den ouden tijd. Er was iets heel +pikants aan geleerdheid, n.l. dit: dat ze was beperkt tot een kleinen +kring;--dat het genot, het geluk geleerd te hebben, niet bestond in +iets te weten, maar in iets te weten, wat anderen niet wisten. Maar +nu zijn er gelukkig niet veel menschen, die hun kinderen naar school +zenden, om ze op die manier geleerd te maken." + +In de pauze, die hierop volgde, stond Mevrouw Wenche op om haar zoon +goedennacht te gaan zeggen. Men moest ook aan tafel gaan: het was +laat geworden. + +Onder de geleerden heerschte een niet geringe opgewondenheid; terwijl +daarentegen een paar oude kooplieden elkaar in stilte toeknikten. + +"Ja, als U heengaat, Mevrouw," zei de jurist, die eindelijk ook +geanimeerd geworden was, "dan loopt dit interessante gesprek zeker +dood. Jammer, dat u zich niet hebt laten overhalen over de praktische +dingen te spreken: wat er geleerd moet worden, b.v. zoudt u mij niet +een paar vakken kunnen opnoemen?" + +"Wel," antwoordde Mevrouw Wenche snel, "ze moesten natuurlijk historie +leeren, geneeskunde, rechtsgeleerdheid, sterrekunde..." + +"Ik dacht, dat je geneeskunde noemde, Wenche?" + +"Ja, natuurlijk. Kennis van hun eigen lichaam, van ziekten en +geneesmiddelen." + +"Neen maar Wenche, hoe kun je je nu verbeelden......?" + +"Maar zeg je niet telkens zelf, Carsten! wel honderdmaal in een jaar: +'Ja, had dat mensch in zijn jeugd op zijn oogen gepast, dan zou hij +nu niet als een half blinde stakker rondloopen.' Maar hoe zullen ze +leeren op hun oogen te passen, als ze daar niet anders van leeren dan: +'indien uw oog u ergert, ruk het uit,' of voor hun lichaam zorgen, +waar ze van leeren, dat het een ellendig en onwaardig omhulsel voor +de onsterfelijke ziel is." + +"Maar rechtsgeleerdheid... watte? Jura! moeten de jongens ook dat +wettengedoe in de school leeren?" riep de blinde darm; zijn nijdigheid +steeg naarmate het gesprek werd voortgezet, zonder dat hij iets vond +om op aan te vallen. + +"Ja, natuurlijk moeten ze op de hoogte zijn van de wetgeving in hun +land; hoe en door wie het recht en orde gehandhaafd worden. Maar +vraag b.v. mijn Abraham, die toch anders een knappe jongen is, wat +een arrondissements-rechtbank is. Hij heeft er geen flauw begrip van." + +"Maar vraag hem naar curules, aediles, tribuni plebis en zulke dingen, +dan kent hij ze op zijn duim," zei Mordtmann. + +"Ja, ziet u, zulke ouderwetsche onzin, daar heeft hij zijn hoofd vol +van, de stakker. Maar van zijn eigen vaderland, de staatsinrichting +daar, de strijd om de vrijheid..." + +"Politiek! Politiek! Moeten de jongens ook al politiek leeren?" klonk +het van alle kanten en een nieuwe koortsachtige agitatie overviel +allen. + +"Natuurlijk! Ja zeker, moeten ze politiek leeren," antwoordde Michal +Mordtmann onvervaard. + +Er ontstond een sterke beweging en algemeene verontwaardiging; zelfs +Mevrouw Wenche keek bedenkelijk. Maar boven alles uit schreeuwde de +blinde darm in de hoogste discant: + +"Neen, maar...! God beware ons! Watte? Zullen we nu ook nog de +scènes beleven, dat kleine jongens over politiek debatteeren, alsof +ze volwassenen waren." + +"Vindt u ze zooveel beter, de scènes, die niet zoo zeldzaam zijn, dat +volwassenen over politiek debatteeren, alsof ze kleine jongens zijn?" + +Mevrouw Wenche zag den jongen man aan en glimlachte; toen haastte +ze zich naar haar zoon. Maar de strijdlustige stemming verdeelde het +gezelschap en allen verspreidden zich door de verschillende kamers, +waar ze de vreedzame kaartspelers een doodschrik op het lijf joegen, +door in groepen midden op den vloer te gaan disputeeren, terwijl ze +in de hoeken hier en daar, twee aan twee elkaar bij de knoopsgaten +vasthielden als twee aan den gordel samengebonden worstelaars en als +hanen stonden te kraaien, met de neuzen vlak bij elkaar, met vuurroode +gezichten en het haar in vlokken bijeen. + +Misschien was er wel niemand, die heelemaal meêging met de oproerige +ideeën van Mevrouw Wenche en dien vreemde; maar velen vonden toch, +dat er wel iets van aan was. En al de geleerden streden als razenden, +geheel niet gewend aan, en verbitterd over het feit, dat een uit hun +eigen leger zijn afvalligheid geopenbaard had voor de oogen van al +die haringschippers en kruideniers. + +Aan het souper ging het voortdurend warm toe, en zelfs toen de gasten +het huis verlaten hadden hoorde men in de straten, door den stillen +nacht: "Hervorming--Latijn--Ephor--politiek--watte?" + +Toen Michal Mordtmann zijn gastvrouw goedennacht zei, reikte ze hem +weer haar beide handen, terwijl ze hem hartelijk en vroolijk bedankte +voor zijn goede hulp. Hij antwoordde met een paar beleefde woorden, +maar zag haar tegelijk diep in de oogen. En zij, die in lang niet +zulk een blik ontmoet had, liet hem los en wendde zich tot de anderen. + +Maar toen alle gasten weg waren, en haar man rustig was gaan zitten +om de couranten te lezen, zei Mevrouw Wenche: + +"Neen maar, wat was ik verrast door den jongen Mordtmann. Ik had +er geen flauw vermoeden van, wat er in hem zat. We moeten hem toch +dikwijls vragen, dat is nu eindelijk eens iemand, daar ik meê praten +kan." + +"Och, me dunkt waarachtig, dat jij met alle menschen wel praten kunt," +antwoordde haar man knorrig; hij was er eindelijk achter gekomen, +welke weinig correcte dingen er in zijn huis gezegd waren. + +"Nu, nu, Mijnheer de Ephor," zei Mevrouw Wenche, terwijl ze de +haarspelden uit haar dik haar nam; maar door 't noemen van het woord +"Ephor" moest ze weer lachen en lachend ging zij in haar slaapkamer. + +Professor Lövdahl sprong op; maar ze was al weg; hij mompelde een +paar woorden, maar ging toen weer zitten. + + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + + +De uilen woonden in het gebeeldhouwd lofwerk om de hooge +spitsboog-vensters van de Domkerk en in de vierkante openingen in +den muur boven in de torens. + +Geluidloos hadden ze zeshonderd jaar lang tusschen kerk- +en kloostervensters heen en weer gevlogen, van schoorsteen tot +schoorsteen, door poorten en gaten en in lange nauwe gangen, waar ze +geleerde mannen tegenkwamen op pantoffels, met boeken en perkamenten. + +In storm en donkere nachten hadden zij op de steenen voor het kleine +boogvenster gezeten, waar een lichtstreep viel; en hun wilde kreten +hadden den bleeken man daar binnen er toe gebracht een kruis te slaan +en de oogen op te heffen van de duistere plaats in Tacitus naar het +crucifix aan den witten wand. + +Maar het crucifix werd afgerukt en in een zak gestopt; in de lange +gangen en naar boven vluchtten de bange monniken en naar binnen +stormden de in dierenhuiden gekleede mannen met bebloede bijlen, +doorzochten kisten en banken tot in alle hoeken, haalden de monniken +te voorschijn en pijnigden ze tot ze de schatten van het klooster gaven +en joegen den bisschop door zijn heele huis, door de geheime gang--tot +heel voor het hoogaltaar en hieuwen hem neer, zoodat zijn bloed over de +steenen in het koor stroomde. En het visschersdorpje, dat zich schuw +tegen de kloostermuren aandrukte, met nauwe straten en houten huizen, +brandde in een oogenblik af en het vuur teisterde kerken en kapellen. + +Maar langzamerhand groeiden de houten huisjes weer op; zware boeken +en rijke geschenken stroomden het huis van den bisschop binnen, +het tiende van wat zee en land opbrachten en de bekoorlijke zilveren +daalders moesten denzelfden weg op en 't wemelde van vreemde monniken +en kanunniken, zoowel dikke sterke Engelschen als zwartharige +geestelijken uit het Zuiden met fijn besneden gezichten. + +Macht en geleerdheid bouwden muren en torens, en wierook vulde de +prachtige kerk, waar de geestelijken zongen voor de visschers en +boeren, die met het hoofd op den grond gebogen lagen en mompelden +wat zij niet begrepen. + +Er kwamen vreemde schepen aan de steigers en brachten met goud bewerkte +miskleeden, kerkklokken en wierookvaten en sterken wijn voor de koele +kelders in de kloosters. + +Maar in de nauwe straten en schuilhoeken achter den boomgaard--daar +lagen de monniken op de meisjes te loeren; en terwijl ze boven in +de kerk de mis hielden en zongen, brandden er een paar lampen in den +gewelfden kelder onder de kapel van den bisschop; en daar zongen ze +ook, terwijl 't wijnvat klokte en de meisjes lachten; en daar dansten +de monniken, zoodat hun pijen rondzwierden. Maar aan den dans kwam +een eind en die heerlijkheid verging en de meisjes werden met rust +gelaten door de woeste geestelijken. + +Op een grooten brandstapel werden alle documenten van het domkapittel +verbrand, alle papieren en boeken in goudleer en wit kalfsleer +gebonden; maar alles wat op zilver en goud leek, werd verzameld, +afgehouwen, afgerukt, afgeschrapt tot het laatste korreltje, dat +glinsterde, toe en in plaats daarvan kwam kalk, van binnen en van +buiten,--overal kalk, doodsch wit, droog en koud. + +Nu kwam de beste tijd voor de uilen, terwijl kloosters en kapellen +langzaam tot ruïnen vervielen; en wat de tijd bij kleine beetjes deed, +volbrachten de menschen in 't groot. + +Spoedig werden de muren en de oude boomgaarden geslecht om plaats te +maken voor een nieuwe straat; 't volgend jaar werd de sierlijke capella +domestica van den bisschop afgebroken, omdat de vrouw van den proost +van het materiaal een nieuw varkenshok wilde laten inrichten en ten +slotte stond de Domkerk daar nog maar alleen--geheel bouwvallig, in +haar kleed van kalk, met domme kleine huisjes er om heen en van al de +paapsche heerlijkheid bleef niets over,--geen steen en geen perkament. + +Alleen één ding bleef over achter op het oude terrein--behalve +de uilen. + +De macht was verdwenen. De geleerdheid was verdwenen; de kalk had +alles wat er nog aan schoonheid over was, begraven; maar het Latijn +was blijven zitten--de Latijnsche school--de plak en 't Latijn. + +De koorknapen werden scholieren, kostersjongens en eindelijk gewone +leerlingen; zij verhuisden van één kamer, naar twee kamers, die +aan de oude kloostermuren werden vastgeplakt, tot ze in een nieuwe, +vierkante schoolkist werden gestopt, met kale muren en vensters van +matglas; de plak en 't Latijn verhuisden meê. + +En als de uilen, die ook trouw waren meêgegaan, in de groote +beukenboomen voor de studeerkamer van den rector zaten, kromp hij ook +ineen bij hun woeste kreten en hief zijn oogen op van Tacitus,--'t +was dezelfde interessante, maar duistere plaats. + +Want in de vele honderde jaren, waarin alle geleerdheid in die schoone, +ontwikkelende taal geleefd had, was er--wonderlijk genoeg--niets +voortgebracht, waard om in het Latijn gelezen te worden. Nu--als +voor zeshonderd jaar--zaten de geleerde bollen en braken hun hoofd +met deze interessante, maar duistere plaats in Tacitus. + +En voortdurend ging geslacht na geslacht op naar "mensa rotunda," +waar de plak en de gramatica het offer van tijd en vlijt van de jeugd +aannamen, om tot belooning de knapsten onder hen zoover te brengen, +dat zij hun hoofd konden breken met Tacitus. + +De beukenboomen waren niet oud in vergelijking met de ruïnen, waarbij +ze waren opgegroeid. Maar ze hadden toch meer dan honderd jaar lang +hun kronen over 't lage houten stadje verheven en zich ver over de +ruime schoolplaats uitgebreid. + +En onder de takken had het vroolijk geluid geklonken van jonge +geslachten, die kwamen en gingen: overdag het aanhoudend wisselen +van de stilte in de lessen en 't uitgelaten gedruisch in 't vrije +kwartier, als honderd kleine voeten op den grond trappelden en er +kreten door de lucht klonken als van wilde vogels. Maar als de dag +voorbij was en de leeraren al hun tyrannie en al hun verveling mee +naar huis hadden genomen, dan werd de schoolplaats vol van den vrijen +arbeid der gepijnigde jeugd. + +Alles wat er te vinden was aan gebouwen, boomen, trappen en +poorten kreeg leven en namen. En na het doode spel van den dag +met doode namen en levenlooze vormen, speelde de levende jeugd een +fantastisch leven vol namen met klank, die weerklank vonden in hun +uitgedroogde hoofdjes. Dan zeilden zij om de aarde en de kapers +schoten te voorschijn van achter de boomen en de hoeken van huizen, +of roovers lagen op den loer onder de trap. En naarmate het licht +afnam en de schemering de herinnering aan de harde dressuur van den +dag uitwischte, ontwaakten en groeiden de ongebruikte en verspilde +krachten. En ridderlijkheid, onverbreekbare vriendschap en heldenmoed +vlamden op in de kleine woeste vechtpartijen en quaesties, die nooit +vergeten werden. + +Maar in de stille herfstavonden, als 't beukenloof dicht onder +de boomen lag, vóór de storm het nog had weggezweept, of de pedel +'t onder in zijn kelderkamer bijeengegaard had, kwamen Indianen en +stroopers in de schaduwen aansluipen,--of het was de praetendent, +de ongelukkige Stuart--, die voortworstelde door storm en onweer naar +de hut van Betty Flanagan. + +En als de deur van de kelderkamer van den pedel openging, zoodat het +roode licht in streepen in 't donker onder de boomen viel, dan zaten +er veel rondkoppen dicht bijeen om 't vuur, met zware laarzen aan, +met korte, ronde mantels en ijzeren sporen; hun mantels hingen bij den +schoorsteen te drogen en hun lange zwaarden met een kruis aan 't heft, +stonden tegen den wand. De oude Betty hief het ronde houten deksel +op--zwart verbrand aan den kant, en uit de geweldige pan steeg de +sterke lucht op van schapenvleesch, kool, aardappels en kruiderij, die +door elkaar gekookt werden,--het lievelingsgerecht van de Hooglanders! + +In de kelderkamer en onder het heele schoolgebouw door liepen +verborgen gangen en geheime openingen tussen de oude onvergankelijke +kloosterkelders, waarin de moedigsten doordrongen, en van waar zij +met stof en kalk overdekt terugkwamen. + +En wat zij vertelden ging van de eene klasse naar de andere, en +legde onder de gehate school een griezeligen ondergrond van oude, +gruwelijke kloostergeschiedenissen, van geheimzinnig verkeer met +doode monniken, die daar spookten, vensters met lage bogen, lange +strepen van doodsbleek maanlicht. + +En zelfs het spel hield op, als het goed donker werd en de katuilen +begonnen te schreeuwen. Dan gingen ze in dichte groepen bijeen staan en +maakten elkaar bang met witte gestalten, die ze in de schaduwen zagen; +en uit de zwarte kelders van de monniken kwam er zóóveel akeligs en +griezeligs, dat ze naar huis draafden om hun lessen te leeren. + +'t Waren hooge, mooie boomen, de beukenboomen op de schoolplaats. Maar +op eens begon de 't meest naar 't Noorden staande te kwijnen en +'t volgend jaar ging hij dood; hier en daar in de rij werd een boom +ziek; zware takken--van binnen vergaan--vielen 's winters af, als +'t waaide. Allen, die verstand van boomen hadden, kwamen in beweging; +en men kwam met velerlei vermoedens en voorstellen aan. + +Sommigen meenden, dat de aarde om de wortels te vast ineengetrapt +was, en wilden, dat men die wat los zoude maken; anderen wilden de +stammen afkrabben; en enkelen vermoedden, dat er geen licht genoeg +tusschen de takken doorkwam en wilden, dat de kronen zouden worden +uitgekapt. Niemand scheen te willen begrijpen, dat de grond zuur was, +de boomen oud en vergaan, zoodat geen kunst verhinderen kon, dat ze +verdorden en doodgingen. + +Maar zooals de boomen kwijnden, zoo was het ook, alsof er een druk +kwam over de school zelf en de jeugd, die zij beschaduwden. + +De plak danste niet langer lustig met de grammatica,--die was +weggelegd. En na die scheiding scheen de grammatica weg te kwijnen +als een weduwe, die haar beter ik verloren heeft. Het Latijn wilde +niet recht groeien, niettegenstaande alle mogelijke moeite: niemand +kon er blind voor zijn, dat de kennis van die heerlijke taal van jaar +tot jaar afnam. + +En niettegenstaande zij niet half zooveel Latijn leerden als voor +dertig jaar, zag de jeugd er toch bleek en overspannen uit. 't Was +ellendig de bleekneuzige dwergjes te zien, die zich nu met moeite door +de allereenvoudigste thema's heen worstelden op 't admissie-examen,--en +als men dan eens dacht aan de flinke kerels, die vroeger examen deden. + +De leeraars liepen rond, alsof ze spoken waren. Een dor, knorrig +troepje mannen, die in den loop der jaren hun eigenaardigheden tot het +karikatuur ontwikkelden; omdat hun eenzaam leven bestond in het zitten +op een katheder en stof strooien op een jeugd die zij niet begrepen. + +Maar velen merkten het verkwijnen van de geleerde scholen. Van +het heele land kwamen dezelfde waarnemingen en klachten en alle +onderwijs-mannen kwamen in beweging, staken hun neus in de papieren +en joegen wolken extra-fijn philologisch stof op. + +Sommigen meenden, dat het weer in orde zou komen als de leerlingen +afzonderlijke lessenaars kregen en groen geschilderde kokers; anderen +riepen om een nieuw en beter ventilatie-systeem; enkelen beloofden +een nieuw opbloeien van geleerdheid en gezondheid voor de lieve jeugd, +als het zwaartepunt in het onderwijs van het Latijn naar het Grieksch +werd verlegd. + +Niemand scheen te willen begrijpen, dat het systeem verouderd was +en de geleerdheid zelf vergaan, zoodat geen kunst langer vermocht te +verhinderen, dat het doode het levende vergiftigde. + +De rector zuchtte menig avond, als de maan over de schoolplaats scheen +en ver over de stad, die op haar manier groeide en tierde. De school +tierde niet: ieder jaar vond hij minder hoopvolle leerlingen voor +de Latijnsche afdeeling; terwijl er flinke jongens genoeg waren, +die het al vroeg opgaven en naar zee gingen of naar het buitenland, +om voor den handel te worden opgeleid. + +Hij wendde zich af en ging in den grooten ouden tuin aan de andere +zijde van het huis. Hier had hij een vredig plaatsje onder een +stokouden perenboom, waar hij 's zomersavonds nadenkend zat te +snuiven. Maar ook hier, ver van de stad en de geheele wereld, achter +den hoogen kerkhofmuur--ook hier lieten de onrustige gedachten hem +niet met vrede. + +Hoe onsympathiek was hij hem--heel die nieuwe drukke tijd,--en hoe +ongerust maakte hem die minachting voor de klassieke studiën, die +zich overal begon te vertoonen! oprecht ongerust: hij voelde die als +een stap terug naar de barbaarschheid. + +Maar hij wilde den moed niet verliezen: nog stonden ze +daar--Goddank!--de oude klassieken, door niet één van de mannen uit +later tijd overtroffen, hoog uitstekende boven alles, zooals die +mooie kerk, met zijn nobele, ernstige lijnen, uitstak boven 't domme +bekrompen visschersdorpje. En 't was alsof er van de kerk een zweem +van verheffing uitging over de school en over hem zelf, terwijl hij +van de bank opstond. Gesterkt als na een gebed ging hij vol kracht en +vertrouwen naar zijn studeerkamer om zijn hoofd te breken met Tacitus. + +En de uilen stoorden hem niet. De school en het dorp waren hun te +groot en te druk geworden, ze verdwenen op eens en kwamen niet terug. + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + + +Michal Mordtmann werd zeer verrast in de eerste dagen na dien avond +bij Professor Lövdahl. + +Den volgenden morgen meldde hij alvast aan zijn vader, dat de +vooruitzichten voor hun plan niet heel schitterend waren. Toen dat +gedaan was troostte hij er zich meê, er aan te denken, hoe hij de +oude katuilen had opgeschrikt en hoe uitstekend Mevrouw Wenche zich +gehouden had. + +Ze was ook mooi en zoo wonderlijk jong. Daar hij wel vooruit kon zien, +dat zijn verblijf in de stad nu niet zoo heel lang duren zou, besloot +hij haar dikwijls te bezoeken;--als hij nu zijn fabriek moest opgeven, +zou hij in elk geval van de genoegens profiteeren, die 't vervelende +plaatsje kon opleveren. + +Maar toen hij tegen den middag naar de club ging, waar hij gewoonlijk +at, kwam de dikke Jörgen Kruse naar hem toe, midden op straat, drukte +hem de hand en zei: "Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, ik dank u wel, +voor wat u gisteren avond zei. U hebt dien geleerden heeren eens flink +de waarheid gezegd, en het was zooals ik 't zelf had willen zeggen, +dat was het, wat Mevrouw Lövdahl zei van de jongens op de Latijnsche +school. Want zie nu mijn Morten eens. Hij was waarachtig even flink +als de anderen, toen hij nog klein was, hij hield zijn centen bij +elkaar en hielp in den winkel. Maar nu--hij is waarachtig bijna +zestien jaar--nu al die Latijnsche geleerdheid in hem gevaren is, +nu is hij zóó dom geworden, man! dat ik hem den winkel geen half +uur zou durven toevertrouwen--ja, en hij zou er ook niet wezen. Nu, +in dat Latijn heb ik niet veel vertrouwen en was het niet om zijn +moeder, dan nam ik hem morgen van school." + +Michal Mordtmann wist heelemaal niet wat hij antwoorden moest; en +toen wat verder in de straat de onderdirecteur Aalbom hem neuriënd +voorbij liep, zonder hem te willen zien, begreep hij dat veel beter. + +Maar niet alleen de dikke Jörgen Kruse dacht zoo; verscheidene van de +welgestelde kleine kooplieden lieten hem min of meer ronduit merken, +dat zijn optreden in het huis van den professor hun bizonder goed +was bevallen. + +En langzamerhand werd het hem duidelijk, dat het een soort van feest +was geweest voor al die menschen, die al zoo dikwijls gehoord hadden, +dat ze niets wisten en nergens verstand van hadden, dan van geld +bijeen te schrapen--dat uit den kring van de geleerden zelf zich +iemand tegen die hooge, trotsche mannen keerde. + +"Never mind," dacht Michal Mordtmann, "willen ze niets anders--mij +is 't goed." Het kapitaal is de hoofdzaak, en daarvoor kon hij toch +niet veel verwachten van ambtenaren en schoolmeesters; als hij zijn +plan zou volbrengen en vrij komen van een vernederenden terugtocht, +dan moest hij ook niet tegen wat moeite opzien. + +Hij liep daarom met vernieuwden moed rond en sprak over fosforzuur +in de donkere kantoren, en de kooplieden mochten hem graag; maar als +hij tot het groote punt kwam,--het nemen van aandeelen, dan stootte +hij altijd op een verhindering, op een bepaalden steen des aanstoots, +en dat was de professor. + +Zoolang Professor Lövdahl zich achteraf hield, bleef het bij enkel +praten. Hij was toch de eenige, die verstand van de zaak had. Geleerd +was hij, en rijk--en als hij niet meê wou doen, was er zeker een +luchtje aan de zaak, hoe schitterend ze ook leek. + +"Als eerst Professor Lövdahl teekent dan doe ik meê en velen met mij," +zei Jörgen Kruse. + +De vlugge kop van Michal Mordtmann had niet lang werk met dat +bezwaar. Hij knoopte zijn lange jas dicht en ging Mevrouw Wenche een +visite maken. + +"Eindelijk!" riep ze, toen hij binnenkwam. + +"Pardon, Mevrouw!--ik had zeker al eerder u een bezoek moeten brengen, +om u te danken..." + +"Neen, dank u, hooggeëerde heer! Van dien toon moet ik niets meer +hebben! U hebt nu eens en voor altijd uw recht verbeurd om den +Engelschman te spelen tegenover mij. Ga zitten als 't u belieft, maar +als oud taalman en eerlijk radikaal. Kunt u de andere vertoornde goden +verzoenen met uw afschuwelijke soda, dan om mij met alle genoegen. Maar +hier is u mijn man... mijn landgenoot en al uw correct optreden is +vergeefsche moeite, dat verzeker ik u, heelemaal vergeefsch!" + +"Ik kom, Mevrouw...;" maar hij kwam niet verder, want zijn gastvrouw +en hij barstten beiden zoo hartelijk in lachen uit, toen ze dachten +aan hun laatste samenzijn en aan zijn mislukte poging om vormelijk te +zijn, dat ze eindelijk elkaar hartelijk de hand schudden, en in een +oogenblik waren zij zóó vertrouwelijk, als ze anders in een langen +omgang met elkaar zeker niet zouden zijn geworden. + +"U was onbetaalbaar Dinsdagavond," zei Mevrouw Wenche en nam +haar naaiwerk weer op; hij zat in een laag stoeltje vlak bij haar +naaitafeltje; "U kunt u niet voorstellen wat dat voor me is, eindelijk +eens iemand te ontmoeten, die denkt zooals ik en den moed heeft dat +uit te spreken. Hier is wel een enkele--de onderdirecteur Abel--die +zich zoowat met nieuwe vrijzinnige ideeën bezighoudt--maar in stilte, +alsof 't gevaarlijke, ontplofbare stoffen zijn......" + +"Dat zijn 't trouwens ook, Mevrouw! U zaagt 't immers zelf, hoe de +bom barstte vlak voor den neus van de geleerde heeren." + +"Ja, 't is waar! Nooit in mijn leven vergeet ik het gezicht van +Aalbom. Ik was bijna bang, dat hij stikken zou. Maar à propos! Hebt +u wel over de gevolgen van uw overmoedig optreden op dien avond +nagedacht. U moet weten, dat men hier in 't stadje zooiets niet +verdragen kan. Met mij is 't wat anders; ik hoor nu eenmaal hier +thuis, en ze weten allemaal, dat ik onverbeterlijk ben. En dan ben +ik ook maar een dame! Maar voor u..." + +"Och--ik stel ook niet zooveel prijs op de publieke opinie hier in +de stad." + +"Maar, lieve hemel, voor u moet het toch van het grootste belang zijn, +dat u een goeden indruk maakt." + +"Ja--in zooverre, dat men liefst altijd een goeden......" + +"Neen, neen--begrijpt u niet, dat ik aan de soda denk--en al die +andere stinkstof, die u maken wilt." + +"O zoo! U denkt aan de plannen voor de fabriek; maar daar zal vooreerst +wel niets van komen." + +"Zoo?--dat is toch jammer voor u. Carsten zei laatst, dat hij meende, +dat de stemming onder de kooplui gunstig was." + +"Meende de professor dat?--ik ben helaas tot een ander resultaat +gekomen, in ieder geval ben ik van plan binnenkort te vertrekken." + +"Vertrekken?--Hier vandaan?" + +"Ja, terug naar Engeland." + +"Geeft u de fabriek op?" + +"Ja, voorloopig ten minste; ik kan hier niets doen." + +"Maar daar ben ik volstrekt niet mee gediend!" riep Mevrouw Wenche +uit. "Eindelijk heb ik een fatsoenlijk mensch gevonden, waar ik mee +praten kan en nu gaat hij weer weg. Dat gaat niet aan! Vertel me ten +minste, wat er aan hapert; waarom moet u 't opgeven? Zijn ze bang +voor hun dubbeltjes--de haringkoninkjes?" + +"De kleinen zijn niet de ergste." + +"Zijn 't dan de groote huizen, die niet mee willen doen? With, of +Garman en Worse?" + +"Nog hooger op Mevrouw. Zal ik u in vertrouwen zeggen op wie mijn +fabriek schipbreuk lijdt?" + +"Ja zeker, en gauw ook." + +"Op uw man." + +"Op Carsten? De Ephor! Maar lieve hemel, hij interesseert zich immers +warm voor u." + +"Ja, 't is zonde! De professor is allervriendelijkst voor me geweest; +maar......" + +"Nu dan! maar......" + +"Aandeelen wil hij niet nemen." + +"Zoo?--Dat is toch vreemd. Ik hoor anders altijd, dat Carsten zoo knap +en voorzichtig in geldzaken is. Hoor u eens. Zeg me eens oprecht--zoo +onder vier oogen--gelooft u zelf in uw onderneming?" + +"Wil Mevrouw het prospectus zien?" vroeg Mordtmann en greep in +zijn zak. + +"Neen, natuurlijk niet, maar antwoord u me eens.--Gelooft u zelf......" + +"Hier hebben we," viel hij haar in de rede op zijn ernstigen zakentoon, +"zooals u ziet een heele reeks analyses......" + +"Schei toch uit met uw akelige analyses," lachte Mevrouw Wenche. + +"--en verder een gespecificeerd overzicht, met een berekening," ging +Mordtmann voort; en nu was het niet mogelijk een ernstig woord uit hem +te krijgen, hij amuseerde haar nog een poos met zijn zakentoon en met +tooneeltjes op te voeren van zijn bezoeken bij de burgers in de stad, +tot hij opstond en afscheid nam. + +Maar toen hij weg was dacht Mevrouw Lövdahl over alles na. 't Zou +toch àl te ergerlijk zijn als hij nu heenging. Zij zou toch Carsten +eens vragen, waarom hij niet een paar aandeelen kon nemen, als nu +alles op hem vast zat. + +De professor antwoordde--'t Gesprek begon aan tafel,--dat hij uit +principe niet graag geld stak in ondernemingen in de stad. + +"Maar dit is toch zeker heel voordeelig?" + +O ja, 't kon best zijn dat dit een goede zaak werd. + +"Ja, antwoord mij nu eens, Carsten! Je heb immers wat verstand van +die zaak, zegt men, heb je vertrouwen in die fabriek?" + +"Eerlijk gezegd: neen; en dat--omdat ik weinig of niet van practische +chemie weet, en de anderen, die geld moeten geven, weten er nog minder +dan niets van, en uit zooiets komt meestal geen goede zaak tot stand." + +"Maar lieve hemel! Mordtmann zal immers directeur worden. En hij +heeft er immers verstand van,--niet waar?" + +"'t Kan zijn van wel, maar 't kan ook wel zijn van niet. Het +Engelsche huis, waar altijd over gepraat wordt, heeft nog geen +aandeelen genomen." + +"Ja, maar je bedenkt niet alle voordeelen, die er aan verbonden zijn; +Mordtmann, die zelf zoo'n inrichting in Engeland bestuurd heeft +en die......" + +"Heb je pas den jongen Mordtmann hierover gesproken?" + +"Ja, hij maakte hier van morgen een visite. En toen vertelde hij me, +dat 't hem niet mogelijk was aandeelen te plaatsen, omdat jij niet +wou voorgaan." + +"O! nu gaat me een licht op! en toen was Mijnheer Mordtmann zoo +uitgeslapen slim......" + +"Bah, Carsten! Jij denkt altijd, dat alle menschen zoo berekenend zijn +als jij zelf bent. Hij zat me hier alles heel gewoon te vertellen en 't +kwam in ons geen van beiden op, dat ik me met die dingen bemoeien zou." + +"Nou...... Michal Mordtmann--hij is nu......" + +"Ik kan wel aan je zien, dat je zeggen wilt: 'een uit Bergen,' zei +Mevrouw Wenche wat bitter. + +"Ja, zoo iets," antwoordde de professor; "maar als je graag aan die +onderneming wilt meêdoen, ja lieve hemel! ik wil met alle pleizier +zooveel aandeelen nemen als je maar wilt, 't is immers jouw geld." + +"Foei toch, Carsten!...... Je weet wel, dat ik niet wil, dat je daar +mee aankomt; ik wil volstrekt niet hebben, dat je aandeelen neemt +voor mijn pleizier." + +Mevrouw Wenche werd gauw heftig in 't gesprek; maar dan werd haar +man altijd kalmer. + +"Ja zeker zul je aandeelen hebben, lieve Wenche. Ik zie wel, dat je er +lust in hebt. Dan houden we ook dien aardigen Mijnheer Mordtmann hier." + +Abraham zat in stilte van de een naar den ander te kijken. Hij begreep +niet wat er gebeurde, maar hij zag, wat hij al zoo dikwijls gezien +had, dat zijn moeder heftig was en zijn vader zacht en vriendelijk. Na +'t eten zou hij, als gewoonlijk, met Marius werken; maar hij had er +zoo weinig lust in. 't Was in de eerste dagen van Mei, en zij hadden +repetities in alle vakken voor dat vreeselijke overgangsexamen, +dat over 't lot van kleine Marius beslissen zou. + +Daarom zat hij vlijtig in zijn boeken; maar Abraham had zoo weinig +lust. De zon scheen op 't jonge groen aan de kruisbessenstruiken in +den tuin en boven aan den hemel was geen enkel wolkje. + +Abraham zat maar gekheid te maken over Grieksch en wiskunde, tot +grooten schrik van Marius. Eindelijk begon hij te preeken uit een +stichtelijk boek, dat zij bij het godsdienstonderwijs op school voor +de zevende of achtste maal weer doorwerkten. Marius lachte nu eens +en smeekte hem dan weer om op te houden: maar Abraham was in een +uitgelaten stemming: hij slingerde alle boeken op zijn bed en riep: +"Kom laten we gaan roeien en visschen." + +Ja--kleine Marius was zwak. En ze roeiden in de baai en vischten +kleine kabeljauwtjes in den stillen mooien lenteavond. + +Maar 't gevolg was, dat het met Marius den dag daarna slecht +ging. Alleen al 't gevoel, dat hij niet zooveel en zoo goed geleerd +had als anders, maakte hem verward en onzeker in de eenvoudigste +dingen. Daarenboven wilde het ongeluk, dat de rector binnenkwam onder +de Latijnsche les van Aalbom, om te luisteren, zooals hij nu en dan +deed, als hij tijd had. + +Nu kwam het er voor Aalbom op aan tegen 't eind van 't jaar den rector +te toonen hoever zijn lieve leerlingen onder zijn leiding gekomen +waren, en daarom nam hij eerst No. 1 van de klasse en toen Marius. + +Abraham zat op spelden; hij kende Marius immers door en door en +hij wist hoe licht alles in dat groote hoofd onherroepelijk door +elkaar liep, als hij eenmaal in de war kwam. 't Was in 't vorige uur +al verkeerd gegaan met het Grieksch; maar het stekelvarken had met +groote liberaliteit toegelaten, dat Abraham hem alles over de tafel +heen had ingefluisterd. + +In 't vrije kwartier had kleine Marius gezegd: + +"Je hadt me niet moeten overhalen om te gaan visschen, Abraham! Nu +ken ik geen woord van mijn lessen en ik krijg zeker bij alles een +beurt. Dan krijg ik zessen en ga niet over met de vacantie." + +Abraham begon te begrijpen, wat dat zeggen wou voor kleine Marius; +hij had daar eigenlijk nooit ernstig over nagedacht. Maar toen +kleine Marius nu met veel fouten een Ode van Horatius ging voorlezen, +zat hij er aan te denken, hoe volkomen hulpeloos zijn beste vriend +worden zou, als hij moest blijven zitten met nieuwe kameraden; +terwijl hij,--Abraham zelf--natuurlijk overging naar de vierde klasse. + +"Neen, neen, Gottwald! je verspreekt je," zei Aalbom poeslief; +want Marius maakte de eene fout na de andere, maar hij durfde niet +in scheldwoorden uit te barsten om den rector; "--denk nu eens na, +mijn jongen--watte?--'falls, fefelli' zeg je; dat is heel goed; +maar nu de supinum [12]--de supinum, mijn beste jongen." + +"... fe... fe... fe..." stamelde Marius, totaal hulpeloos: hij had +niet één heldere gedachte meer in zijn hoofd. + +"Neen maar! Groote goden! Wat wil je nu met die reduplicatie in +de supinum?" riep Aalbom; maar een blik van den rector trof hem: +"denk nu eens na, Gottwald! je kent die werkwoorden zoo goed, als je +maar even nadenkt, er zijn er maar een stuk of vier zoo; je weet wel: +pello, pepuli, pulsum--dus fallo, fefelli... nu?" + +"---- pulsum," antwoordde Marius en rukte den blauwen zakdoek om +zijn vingers. + +"Onzin Gottwald! Houd je me voor den gek?--Ja zeker, Mijnheer de +Rector, U hebt gelijk, laten we 't kalm opnemen, watte? kalm aan maar, +mijn jongen, dan kom je er wel. Dus nu beginnen we met het begin--met +dingen, die je wel droomen kunt, kalm aan maar, watte? mijn jongen," +zijn stem beefde van nijdigheid, "dus amo, amavi--nu 't supinum?--ama." + +"... Ama..." herhaalde Marius en liet zijn zakdoek vallen. + +"Nu, dat gaat te ver"--schreeuwde Aalbom en vergat den rector +heelemaal, "ben je dwars, jou lummel! wat is: de ronde tafel in +'t Latijn?--de ronde tafel?--nu, wil je wel eens antwoorden?" + +Maar kleine Marius gaf geen geluid en de leeraar vloog op hem toe, +alsof hij hem slaan wou--niettegenstaande de tegenwoordigheid van den +rector. Maar hoe dat ook zij--Marius viel neer tusschen de tafel en +de bank, vóór de leeraar bij hem was. + +"Viel hij?" vroeg de rector en kwam op Aalbom toe, die over de tafel +gebogen stond en neerkeek op Marius. + +Maar op dat zelfde oogenblik klonk een stem door de klasse, trillend +van gemoedsbeweging en afgebroken als door schreien. + +Allen keerden zich om en zagen Abraham Lövdahl; hij stond overeind, +doodsbleek met vertrokken gezicht: "'t Is schande! 't is een groot +schandaal"--zei hij weer en hief zijn gebalde vuist tegen Aalbom op. + +"U is een... U is een duivel," bracht hij er eindelijk met moeite +uit en hield zich vast aan den rand van de tafel. + +"Maar...... maar Abraham! Abraham Lövdahl, ben je stapelgek geworden, +jongen," riep de rector. Nooit in heel zijn pedagogische werkzaamheid +was hij zóó verschrikt geworden. Zelfs Aalbom stond als versteend +en vergat bijna kleine Marius, die daar op den grond lag zonder zich +te bewegen. + +Maar Morten de achterblijver trok met tegenwoordigheid van geest de +bank van de tafel weg en lichtte Marius op. Hij was bleek en zijn +oogen waren gesloten. + +"Haal wat water," zei Morten op zijn toon van verzet; terwijl hij +Marius ophield. + +"Ja, water--watte!" begon nu de leeraar; "Gottwald is ziek;--'t is +een schande den jongen naar school te sturen, als hij ziek is!--watte?" + +Onder dit alles stond de rector vlak voor Abraham en keek hem strak +aan; eindelijk zei hij kalm en streng: "Ga naar huis--Lövdahl!--ik +zal met je ouders spreken." + +'t Was doodstil in de klasse, toen Abraham zijn boeken opnam en +heenging. De verbittering, die in hem kookte, terwijl de leeraar Marius +pijnigde, zakte zoo wonderlijk gauw; en toen hij alleen wegging over +de schoolplaats,--'t was midden onder de les,--begon hij er aan te +denken wat hij gedaan had en wat zijn vader wel zeggen zou. + +Hij durfde niet direct naar huis gaan, maar bracht zijn boeken bij den +bakker, die hij kende en deed een lange wandeling door 't oostelijk +gedeelte van de stad, waar hij niet veel kans had zijn vader tegen +te komen. + +Intusschen kwam kleine Marius bij, toen hij het koude water in zijn +gezicht kreeg; hij lag een half uur op de sofa in de huiskamer van +den rector, waar zij hem Hoffmansdroppels gaven, tot hij zoo veel +beter was, dat de Pedel hem naar huis kon brengen. + +Mevrouw Gottwald woonde dicht bij. + +Kleine Marius verliet de school--bleek en half bewusteloos, leunend +op den pedel, die al zijn boeken droeg. De stinkdieren stroomden samen +en liepen voor hem uit, om hem in 't gezicht te zien. Sommigen wilden +den ratten-koning bespotten; maar een van de grooten zei: "Laat hem +loopen, hij is ziek." En zoo kwam hij voor 't eerst tusschen zijn +vijanden door, zonder geplaagd te worden. + +De rector zou zich heel wat meer met zijn kleinen professor hebben +beziggehouden, als niet dat geval met Abraham zijn gedachten heelemaal +had ingenomen. + +Dat een leerling onder de les ziek werd, was immers iets wat +gemakkelijk gebeuren kon; kleine Marius was zeker den heelen dag +al niet wel geweest; men kon 't al merken toen hij een beurt kreeg; +hij had zelfs metrische fouten bij 't lezen gemaakt, iets wat Marius +anders nooit kon overkomen. En de rector moest bijna Aalbom gelijk +geven, als hij steeds herhaalde, dat het een schandaal was zieke +kinderen naar school te zenden. + +Maar Abraham--Abraham Lövdahl--brutaal--oproerig, openlijk in +verzet! daar kon men zich niet in vergissen; die jongen verborg onder +een welopgevoed en vrijmoedig uiterlijk de allergevaarlijkste kiemen. + +Was het nog de zoon van ruwe, onbeschaafde ouders geweest--zooals +er helaas zoo veel zijn--maar een zoon van Professor Lövdahl!--een +man zoo welgemanierd, zóó humaan, zóó door en door beschaafd! en dat +zich dan bij zijn eenigen zoon zoo plotseling een afgrond van verzet +en een oproerige geest openbaren moest! + +"Zijn moeder heeft een sterk oppositioneel karakter," bracht Aalbom +voorzichtig in het midden; hij wist hoe hoog Mevrouw Wenche bij den +rector stond aangeschreven. + +Maar de ander wendde de oogen af en antwoordde niet. Hem kwam het +laatste gesprek op dien avond bij professor Lövdahl in de gedachte. + +Daarom ging hij ook niet zelf naar de Lövdahls, zooals hij eerst had +willen doen; maar hij schreef een ernstigen brief aan den professor, +legde de zaak uit en sprak zijn overtuiging uit als pedagoog en oud +vriend van den huize: dat men enkel door de grootste gestrengheid en +door dit zoo ernstig mogelijk op te nemen nog de booze kiemen van +kwaad kon onderdrukken, die helaas in het karakter van hun lieven +Abraham aan den dag waren gekomen. + +Professor Lövdahl kreeg dien brief in zijn spreekuur van 12-1; +en hij werd zóó verschrikt, dat hij dadelijk de patiënten wegzond, +die nog konden wachten tot den volgenden dag en zich haastig van de +anderen afmaakte. + +'t Was hem nooit in de gedachten gekomen, dat zijn zoon zich zóó +kon gedragen. Zelf was hij welopgevoed en correct door het leven +gekomen. Verootmoedigd had hij zich eigenlijk nooit--dat kon niemand +van hem zeggen. Integendeel: hij had de menschen op een afstand weten +te houden. Maar nooit was hij in botsing gekomen met een van zijn +superieuren, nooit was in zijn ziel iets opgekomen, wat op een geest +van oproer leek. + +Hij kon eerst zelfs niet begrijpen wat Abraham bezielde; en bovendien +was het ook iets, dat hem in 't geheel niet aanging. Of nu de +leeraar misschien ook wat driftig tegen Gottwald was--daarom hoefde +Abraham toch zoo niet uit te varen en 't er op te wagen de grootste +onaangenaamheden te krijgen ter wille van een ander. + +Maar dat was die dwaze jongensvriendschap, die overspannen ideeën +van moed en trouw, waarvan de professor de bron maar al te goed kende. + +Al sinds lang had hij een beslissenden strijd met zijn vrouw om +zijn zoon voorzien. Hij had dien voortdurend ontweken en uitgesteld, +want hij haatte strijd en oneenigheid in huis. + +Maar veel scheen er nu op te wijzen dat het beslissend oogenblik +naderde. 't Gesprek, dat op dien avond met de gasten in de kamer van +zijn vrouw gevoerd was, had men zóó besproken en met commentaren +voorzien, dat het al een gewichtig gedeelte van de inwendige +geschiedenis van de stad geworden was, en veel had de professor +moeten verdragen van vrienden en vriendinnen, omdat in zijn huis +plaats geweest was voor iets wat zooveel op een schandaal leek. + +Behalve dat was er een onuitgesproken gevoel van oneenigheid tusschen +hem en zijn vrouw, sinds zij gisteren over de aandeelen in de fabriek +gesproken hadden. + +De professor was regelrecht naar de Handelsvereeniging gegaan, waar +de leege lijst langen tijd als een vreemd wit ding gelegen had. Hij +had tien aandeelen genomen van 500 rijksdaalders. + +Later had hij toch zelf gevonden, dat het veel was; maar dat was +overeenkomstig de methode, die hij tegenover zijn vrouw volgde. + +Nu--na die historie met Abraham--was hij er heelemaal weer boven +op. En hoe het hem ook hinderde, ja bedroefde--wat nu met den jongen +gebeurd was--hij kon toch niet anders dan met een zeker genoegen +denken aan alle scherpe woorden, die hij nu tegenover zijn vrouw zou +kunnen gebruiken. + +Jaren lang was hun huwelijk stil en dor geweest: zij geneigd tot +heftigheid, hij altijd kalm, bereid haar onregelmatigheden te bedekken; +langzamerhand voelde ze een beetje verachting voor hem, terwijl hij, +die dat dadelijk voelde, verteerd werd van verlangen haar te overwinnen +en haar te dwingen door zijn oogen te kijken. + +"Daar hebben we nu de gevolgen van je methode," begon hij dus, toen +hij met den brief in de hand de huiskamer binnentrad: "Ik heb altijd +gezegd dat je den jongen bedierf met je overspannen ideeën, en nu is +'t zoover. Hier is een brief van den rector: 'Abraham heeft oproer +op school gemaakt.'" + +"Maar--Carsten! Wat zeg je daar!" + +"Hij heeft zich tegen zijn leeraars verzet, met gebalde vuisten +gedreigd en leeraar Aalbom een duivel genoemd." + +"O Goddank, anders niet!" zei Mevrouw Wenche verlicht. + +"Anders niet, anders niet! Ja, dat lijkt jou! Jij kunt bijna voor +niets anders meer sympathie hebben, dan voor oproer en verzet tegen +alles en allen. Maar nu wou ik je één ding zeggen--waarde Mevrouw--nu +is mijn geduld uit. De jongen is ook van mij, en ik wil niet, dat +hij een radikale warkop wordt, een uitschot in de maatschappij, tot +schande en verdriet van zijn familie. Nu heb ik lang genoeg toegezien, +dat je hem volpropte met je dwaze ideeën en nu heeft dat zijn vruchten +gedragen. Maar nu moet je me ook niet kwalijk nemen, dat ik als vader +mijn macht gebruik om te redden wat nog te redden is. Is hij thuis?" + +"Ik heb hem niet gezien." + +Mevrouw Wenche wist niet recht hoe ze zich houden moest tegenover +haar man; zij wist ook niet precies wat Abraham gedaan had; en zij +wilde niet vragen, zoolang haar man haar op deze manier behandelde. + +Maar toen Abraham eindelijk moe en hongerig thuis kwam en bleek en +ter neer geslagen de huiskamer binnensloop, zei ze: "Maar Abraham, +wat hooren we toch van je? Wat heb je gedaan?" + +Abraham staarde haar aan; zijn eenigste hoop was op zijn moeder +geweest; maar vóór hij nog antwoorden kon, deed de professor zijn +deur open en riep hem binnen. + +Mevrouw Wenche hoorde hem aanhoudend spreken met een strenge stem; +ze kon het niet uithouden. Ze wilde ook niet nu naar binnengaan. Ze +ging naar de eetkamer. + +"Hoe kon je me toch zoo'n groot verdriet doen, Abraham!" begon de +professor ernstig, bijna bedroefd. "Ik had zoo stellig gehoopt een +braaf en nuttig burger van je te maken, een zoon waar ik blij mee en +trotsch op zijn kon. En in plaats daarvan begin je al nu, in je jeugd, +neigingen te toonen, die je zoo zeker als iets in 't verderf zullen +storten. Want luiheid, jeugdige lichtzinnigheid en wildheid--dat wordt +beter met de jaren en door een verstandige behandeling; maar een geest +van oproer is iets, dat bijna altijd toeneemt, als het eens wortel +geschoten heeft. Je begint met je tegen je leeraren te verzetten en ze +te honen, dan groei je je vader en moeder over 't hoofd en eindelijk +wil je je niet meer buigen voor onzen lieven Heer zelf! Maar weet +je wat dat voor soort menschen worden,--die dat doen? Ja, dat zijn +de misdadigers, dat is het uitschot van de maatschappij, die de +wetten trotseeren en onze gevangenissen vullen. Wat vandaag met jou +is gebeurd, heeft me meer geschokt dan ik je zeggen kan; ik kan niet +op je knorren, of je straffen. Ik weet niet eens, of ik zulk een zoon +in mijn huis houden kan." + +Met die woorden ging hij de kamer uit. Dit was een wel doordachte +toespraak van den professor en die werkte sterk. + +Van alles had Abraham zich voorgesteld op zijn eenzame wandeling,--al +het ergste wat hij maar kon bedenken aan knorren en straf; maar dit +was toch erger dan dat alles. + +Die treurige, bedroefde toon; die harde woorden en dan eindelijk die +vreeselijke mogelijkheid, dat hij misschien het huis uit zou worden +gestuurd, van zijn moeder weg--eerst toen kreeg hij zijn gedachten +in zoover bij elkaar, dat hij in tranen uitbarstte en lang op de sofa +lag te schreien. Hoe onbegrijpelijk kwam 't hem nu voor wat hij gedaan +had. Wat moest er toch van hem worden! + +Lang daarna deed de professor de deur open en riep hem aan tafel. + +Mevrouw Wenche had nog altijd niet heelemaal gehoord wat er gebeurd +was; maar te oordeelen naar wat ze te weten kwam, moest ze toegeven, +dat Abraham zich hoogst ongepast gedragen had. Maar toch verwonderde +ze er zich over, dat die kleinigheid--want eigenlijk was het toch +zoo erg niet--haar zoo door en door kon ontstemmen. Zij voelde zich +zoo somber, zoo onuitsprekelijk ongelukkig en ze had het meest lust +de armen om Abraham heen te slaan en uit te schreien. + +Maar aan tafel werd geen woord gesproken. + +Abraham boog zich geheel door berouw verslagen over zijn soep. En op +dat oogenblik leek hij weinig op dien bleeken held, die met gebalde +vuist tegenover den leeraar stond en hem een duivel noemde. + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + + +Het groote feit van den dag in de stad was, dat Professor Lövdahl +tien aandeelen in de fabriek genomen had, en het ging zooals +Jörgen Kruse voorspeld had. Allen tegelijk wilden op de lijst in de +Handelsvereeniging teekenen; ja, er ging een paar dagen als 't ware +een zweem van speculatiekoorts door 't anders zoo doode en trage +handelsleven. + +Na veertien dagen telegrafeerde Michal Mordtmann aan zijn vader, +dat er voor 96,000 rijksdaalders aan aandeelen genomen was. + +De jonge Mordtmann straalde van geluk,--hij was blij met het +vooruitzicht aan 't hoofd te komen van zoo'n prachtige zaak en er +niet weinig trotsch op, dat hij zoo fijn gespeeld had. + +De booze gezichten van de Latijn-aanbidders raakten zijn koude kleeren +niet; 't was de handelswereld, de wereld van de burgerschool, die +hij moest veroveren en dat had hij gedaan. + +Hij kreeg ook een erkentelijk schrijven van de firma Isac Mordtmann +en Co., en andere instructie betreffende de directie, die gekozen +moest worden; Professor Lövdahl moest er absoluut in komen. + +Michal Mordtmann bracht dit den volgenden Zondag ter sprake bij +Professor Lövdahl aan huis,--hij kwam daar geregeld elken Zondag eten; +'t was er nu wel wat somber aan huis na die quaestie met Abraham, +die voortdurend door zijn vader's koelheid in de pijnlijkste spanning +gehouden werd. + +De professor sloeg eerst het eervolle aanbod van een plaats in de +directie af. Hij had geen tijd door zijn praktijk en hij was ook +niet geschikt voor zooiets. Hij hield zich immers juist uit principe +buiten zaken. + +Eigenlijk was het maar om den naam te doen, meende Mordtmann, van +eigenlijk werk was geen sprake. De chef van de bank: Christensen, +zou administreerend directeur worden; 't was er maar om te doen, +den naam van Professor Lövdahl in de directie te hebben. + +"Kunt u mij niet helpen, Mevrouw, om uw man over te halen?" + +"Neen, mijn man gaat zijn eigen weg in al zulke dingen," antwoordde +Mevrouw Wenche zonder op te zien. + +"Als je 't graag hebt, lieve! dan wil ik graag in de directie komen," +zei de professor vriendelijk. + +"Ik 't graag hebben? maar wie zegt dat? hoe kom je er bij?" zei +Mevrouw Lövdahl zenuwachtig. + +"Nu, nu! je interesseert je toch warm voor de fabriek van Mijnheer +Mordtmann; en ik wil onzen jongen vriend ook graag een dienst +bewijzen. Dus ik ben bereid om in 't bestuur te komen, Mijnheer +Mordtmann." + +"Hartelijk dank!" antwoordde deze, en in zijn blijdschap lette +hij niet op de uitdrukking op 't gezicht van de vrouw des huizes; +hij hief zijn glas op: "Ja, dan is dus alles in orde; nu beloof ik, +dat het niet lang zal duren of de fabriek staat er." + +Mevrouw Wenche was niet op haar gemak. De vertrouwelijkheid, die zoo +snel was ontstaan tusschen haar en Mordtmann begon haar te hinderen; +zij zag heel goed, dat haar man op elk woord en elken blik lette en +ze wist, dat hij dacht, dat zij in die zaak met de fabriek met den +jongen man had samengewerkt. + +En dat ergerde haar, want het was immers niet waar. Maar ze voelde, +dat, als zij zich probeerde te verdedigen, haar eerlijkheid te kort +zou schieten tegenover het wantrouwen van haar man en dat de verwarring +daardoor maar grooter zou worden. + +Daar kwam bij, dat zij in deze dagen voor 't eerst gevoeld had, +waar ze zoo dikwijls grooten angst voor had gehad; dat haar zoon +van haar vervreemden kon of ten minste, dat er iets tusschen hen zou +kunnen komen en de onbegrensde vertrouwelijkheid zou kunnen breken, +waarin ze tot nu toe geleefd hadden. + +Toen ze eindelijk de heele historie van Marius en Aalbom van Abraham +zelf hoorde,--hij vertelde 't met neergeslagen oogen en was nog +heelemaal onder den indruk van wat hij gehoord had,--toen nam de +moeder hem in haar armen en riep: "Neen maar... lieve Hemel!--hebben +ze daarom op je geknord? moest je dan blijven zitten en 't aanzien +hoe je beste vriend gepijnigd werd?--'t was flink van je, Abraham!" + +Maar hij zag schuw naar haar op en voor 't eerst voelde zij tot haar +smart, dat hij haar niet ten volle vertrouwde. + +Op 't zelfde oogenblik kwam ook de gedachte bij haar op, dat 't wel +eigenaardig was haar man ronduit tegen te werken,--den zoon te leiden +vierkant tegen den vader in; hem te prijzen voor iets wat ze wist, +dat haar man verschrikt en bedroefd had. + +Mevrouw Wenche had er vaak over gedacht, dat de tijd komen zou, dat +de zoon de groote klove in 't oog zou krijgen, die er in de ernstigste +zaken tusschen zijn vader en zijn moeder was. + +Maar ze had aan de groote godsdienstige quaesties gedacht en daar was +ze op voorbereid. Zij had zich voorgenomen als Abraham zoo oud werd, +dat hij verlangde daarover ingelicht te worden, hem open en eerlijk te +zeggen, dat ze volstrekt niet aan alles geloofde waar andere menschen +aan gelooven. + +Dat was al begonnen, en ze had verscheiden keeren met hem over zulke +onderwerpen gesproken. Moeilijk was het; maar ze hoopte toch altijd, +dat ze door groote eerlijkheid van haar kant hem duidelijk zou kunnen +maken, dat hij in alles volkomen op haar vertrouwen kon, al geloofde +ze nu ook niet precies als andere menschen. 't Kwam haar voor, dat +het niet goed was hem op allerlei huichelarij te wijzen, die ze om +zich heen zag en waar ze in leven moest. De professor nam Abraham +mee naar de kerk, sprak nu en dan eens van "Onzen lieven Heer," en +zooiets; maar ze wist immers vast en zeker, dat er geen spoor van +echt christendom in hem te vinden was. + +Dat kon ze haar zoon immers niet uitleggen, en dat was en bleef +een groote moeilijkheid, wat het godsdienstige betreft. Wel scheen +Abraham ook niets anders voor godsdienst te gevoelen, dan dat hij er +als voor elk ander schoolvak, goed voor werken moest, en dat bij het +kerkgaan een bepaald soort van gezicht en een bepaalde manier van +spreken hoorde. + +Maar alleen dit b.v. dat ze hooren kon, als hij vroeg: "Waarom gaat +u nooit naar de kerk, Moeder?"--dat die vraag niet uit hem zelf kwam; +ze voelde dat anderen--wie, wist ze niet--hem op zulke dingen in haar +opmerkzaam maakten. + +En toch had ze altijd de hoop behouden dat het wel gaan zou. Ja 't +kwam haar soms voor, dat het wel goed voor Abraham wezen zou, als hij +den onvermijdelijken tijd van twijfel doormaken moest, zijn moeder +onder de menschen te weten, die niet geloofden;--dat moest--meende +zij--hem aansporen tot een ernstige keus en hem er voor bewaren, +laf weg te kruipen onder de groote menigte huichelaars. + +Maar nu,--die schoolquaestie, zoo klein in verhouding tot gewichtiger +dingen, maar zoo veelbeteekenend, omdat die zoo scherp de klove deed +uitkomen tusschen de twee, die samen dien éénen zoon bezaten,--hoe +moest ze die oplossen? In haar hart vond ze, dat 't flink geweest +was van Abraham, en dat ze daarom nog meer van hem hield; maar ze kon +toch niet vierkant tegen zijn vader en de heele school in hem prijzen, +omdat hij Aalbom voor een duivel had uitgescholden. Als 't maar niet +eerst zoo ernstig was opgenomen, was ze er misschien gemakkelijker +mee klaar gekomen door hem eens aan zijn haar te trekken en hem tot +wat meer bezonnenheid te vermanen. + +Maar zooals 't nu geloopen was, was 't een ernstige quaestie geworden +en ze kon er geen oplossing voor vinden. + +Intusschen stond Abraham voor haar en begreep, dat zijn moeder in +gedachten verdiept geraakt was; en toen ze eindelijk--zelf niet wetend +wat ze doen moest, weer tot zich zelf kwam, en den jongen even angstig +en onzeker voor zich zag staan,--toen wist ze niet beter te doen dan +haar armen om hem heen te slaan en hem heen en weer te wiegen, zooals +ze placht te doen en hem toe te fluisteren. "Och jij arme kleine Abby, +wat moet er van je worden." + +Hierdoor nog meer verward, bleef Abraham in één spanning. Op school +werd hij behandeld als een gevaarlijk misdadiger, dien men toch door +een zachte behandeling wilde probeeren te redden. Zelfs Aalbom was +zoo vriendelijk dat Abraham er van rilde. + +Eerst prezen zijn kamaraden hem en voorspelden hem de vreeselijkste +straffen. Maar toen alles in stilte afliep en de leeraren even +vriendelijk tegen hem bleven, kwamen zij tot de conclusie, dat je +gemakkelijk moedig wezen kon, als je de zoon van Prof. Lövdahl was. + +Had hij maar straf gekregen--dacht Abraham zelf; maar die gedempte, +plechtige ernst, die wonderlijke vriendelijkheid van alle kanten, +brachten hem ten laatste op 't idee, dat hij toch zeker tot het +uitvaagsel behoorde, en dat men er over dacht hem naar de een of andere +inrichting te zenden. Hij werd bang en schuw en zocht de eenzaamheid. + +Zijn beste vriend--kleine Marius--was trouwens ook ziek; hij had +hersenontsteking. De goede rector bezocht hem bijna dagelijks en was +innig bezorgd over zijn kleinen Professor. + +Maar iederen keer als onder de les zijn oogen op Abraham Lövdahl +rustten, stond dat tooneel weer zoo levendig voor hem: Abrahams +grenzelooze brutaliteit was zóó nauw aan die ongelukkige ziekte van +kleine Marius verbonden, dat het eindelijk op hem den indruk maakte, +alsof dat alles de schuld van Abraham Lövdahl was. Hij sprak bijna +nooit met hem. + +De professor lette in stilte nauwkeurig op zijn zoon en overtuigde +er zich van dat de behandeling, die hij in overleg met de school +gekozen had, ook goed werkte. Dikwijls als Abraham bleek en schuw +voorbij hem 't huis in sloop had hij zoo'n innig medelijden met hem; +maar hij bedwong zich een langen tijd, tot hij vond dat het genoeg was. + +Toen zei hij eindelijk: "Wij hebben nu de zaak overwogen; wij--je +ouders en de school; en we zijn tot het besluit gekomen, dat we zullen +probeeren je hier te houden en misschien nog eens een goed en bruikbaar +mensch van je te maken." + +Abraham wierp zich in de armen van zijn vader en schreide luid. Ze +hadden hem eindelijk buiten zich zelf van angst gemaakt. Hij had +gedacht, dat hij zou worden weggezonden naar vreemden, hij had gedacht, +ja, wat voor vreeselijke dingen had hij al niet gedacht in die uren, +als hij wakker in bed lag. En nu,--nu hij blijven mocht--vond hij, +dat zijn vader overstelpend genadig en zacht was. + +De professor liet hem den tijd dien indruk goed in zich op te nemen, +en zei toen: "Ja, laat ons hopen, met de hulp van onzen lieven Heer, +dat je ons niet weer zulk een groot verdriet doet." + +Neen, dat zou Abraham zeker niet! hij voelde zich zóó gebroken, zoo +verbrijzeld en zoo dankbaar voor de vergiffenis; er zou zeker nooit +meer een sprank van verzet in hem opkomen. + +--Maar in de kleine kamers van 't huis van Mevrouw Gottwald was het +stil en treurig; de bel was omwikkeld en ze had een juffrouw genomen +voor hulp in den winkel. + +Want kleine Marius werd erger. Dokter Bentzen had aan professor +Lövdahl gezegd, dat men maar hopen moest, dat de jongen sterven zou: +hij zou nooit zijn volle verstand terugkrijgen. + +Dat wist Mevrouw Gottwald niet. En nacht en dag herhaalde ze in zich +zelf: "Hij mag niet sterven, hij mag niet sterven!" 't Was immers +onmogelijk, ondenkbaar, dat het eenigste, wat ze had, haar zou worden +ontscheurd! Ze had al zóóveel geleden. + +Kleine Marius lag rattenknoopen in zijn laken te leggen, met een +heet hoofd en half gesloten oogen. Hij mompelde bijna onafgebroken +verbuigingen en vervoegingen, en regels en uitzondering,--zijn arme +hersens waren heelemaal omsluierd door Madvigs wijden plooienmantel, +en hij tastte angstig rond in het duister. + +'t Waren mooie, lichte lentedagen; juist weer om te hopen. En Mevrouw +Gottwald liep heen en weer en wilde aldoor een teeken van beterschap +zien. + +Maar op een avond werd het haar duidelijk, dat het eind naderde. Kleine +Marius werd onrustig en mompelde al sneller en sneller. + +"Lieve Marius,--lieve kleine Marius! Je mag niet sterven en je moeder +alleen laten; je mag niet, want je weet niet half, wat je voor je +moeder bent, toe zeg me, dat je niet van me weggaat, zeg me dat!" + + +"Monebor +Moneberis +Monebitur +Monebimur +Monebimini +Monebuntur" antwoordde kleine Marius. + + +"Ja, je bent een flinke jongen! Je bent de knapste van de heele klasse +in 't Latijn, dat zei de rector vandaag weer, toen hij hier was. Maar +je kende hem niet. Maar mij ken je wel, niet waar, lieve Marius? Je +kent Moeder wel, is 't niet? Je kent me wel?" + +"Ad, adversus, ante, apud, circa, circiter," begon kleine Marius. + +"Neen, neen lieve jongen! geen Latijn, dan ben je lief. Ik weet wel +hoe knap je bent en ik ben zoo dom, weet je? Maar zeg me alleen maar, +dat je me kent, dat je van me houdt, dat je niet van me zult weggaan, +dat ik je lieve moeder ben. Zeg dat alleen maar. Zeg maar: Moeder." + +"--fallo, fefelli, falsum," antwoordde kleine Marius. + +"O God! mijn God, die vreeselijke taal! Wat hebben ze toch met mijn +armen jongen gedaan--hij zal nog sterven zonder zijn moeders naam +genoemd te hebben. Zijn ellendige, ijdele moeder, die hem vermoord +heeft met die vervloekte geleerdheid!" + +Ze vloog de gang in; ze hoopte daar den dokter te vinden, maar 't +was maar een van de pensionnaires van boven, die thuiskwam. + +Ze ging weer terug in de slaapkamer, maar in de deur sloeg ze de +handen in elkaar en riep vol vreugd: + +"O Goddank! nu ben je zeker veel beter, lieve Marius! Je lacht zoo +tevreden!" + +"Mensa rotunda," antwoordde kleine Marius--en stierf. + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + + +Michal Mordtmann had zich aangewend even bij Mevrouw Wenche binnen +te loopen als hij om twaalf uur uit de fabriek kwam. + +Er was een groote groep arbeiders aangenomen voor de veelomvattende +werkzaamheden om het terrein in orde te maken. Er moesten solide +steenen kaaien langs het strand gelegd worden, de fondamenten voor +de ontelbare gebouwen moesten worden gelegd en de schoorsteenen +opgetrokken. + +De maatschappij op aandeelen was gevormd met een grondkapitaal van +100,000 rijksdaalders en de stad was ten slotte zoo moedig geworden, +dat men had besloten het Engelsche huis niet uit te noodigen tot het +nemen van aandeelen, nu het zich zoo voornaam had teruggetrokken. + +'t Heele kapitaal werd dus in de stad geplaatst en de fabriek +"Fortuna," zooals ze in veel champagne gedoopt was, werd de trots en +de lieveling van 't stadje. + +Mordtmann was blij en vol hoop. Nooit was hij zóó tevreden over zich +zelf en alle andere menschen geweest. Van een ondergeschikte in een +vreemd land, was hij nu de eerste in een nieuwe onderneming geworden, +die hij zelf van den beginne af zou leiden. + +Daar noch de directeur, noch de aandeelhouders een flauw begrip van +de zaak hadden, werd hij al gauw een orakel; en hij werkte sterk op +'t effect! Waar zijn kennis hem in den steek liet, was hij er niet +bang voor te schermen met groote woorden, die allen volkomen dupeerden. + +Een massa arbeiders kregen vast werk; hij betaalde Zaterdags de loonen +uit; de vrouwen kwamen bij hem om voorschot; en hij werd in korten tijd +bekend en bemind bij groot en klein. Alleen in de ambtenaarskringen +en in enkele oude stijf conservatieve huizen bleef men een diepen +afkeer tegen hem koesteren en dààr beklaagde men Professor Lövdahl, +omdat zijn vrouw zulke menschen ontving. + +Maar Mordtmann stoorde er zich niet aan, hij voelde zich vroolijk en +gezond als hij 's morgens vroeg in de mooie zomermaanden naar zijn +fabriek ging,--dicht buiten de stad. De arbeiders waren niet als +de Engelsche, die alleen aan hun werk denken. Hier namen ze de pet +af en zeiden "Goeden morgen," en namen den tijd voor een praatje, +als hij dat wilde. + +'t Was ook iets om trotsch op te wezen, dit alles op te zien groeien +en te zien schikken volgens zijn eigen plan; de vele zonderlinge +gebouwen, die door de stad als wonderen van zijn vernuft werden +beschouwd; heel dien grootschen aanleg met onbeperkt opperbevel en +geld in overvloed--'t was wel iets voor een jong werklustig man om +met vreugde onder handen te nemen. + +En toch was er iets anders, dat langzamerhand hem liever werd dan al +het andere;--dat waren de bezoeken bij Mevrouw Wenche. + +Hij had niet met veel dames in de stad kennis gemaakt; zijn zaak +had hem van den beginne aan alleen met mannen in aanraking gebracht, +en nu hij werkelijk zoo veel te doen had, dat zijn dag er geheel door +was ingenomen, had hij geen aanleiding of behoefte om meer conversatie +te zoeken dan de club en de familie Lövdahl. + +Maar des te meer kwam hij bij den professor aan huis. Men had hem eens +vooral gezegd, dat hij daar ten allen tijde welkom was en Mordtmann +had alle reden te vermoeden, dat dit oprecht gemeend was; de professor +was altijd even beminlijk en voorkomend. + +Toch was het duidelijk, dat zijn bezoeken de vrouw des huizes golden, +en zij voelde dat zelf. + +Elken dag tusschen twaalf en één wachtte zij hem met een glas wijn, +dat hij opdronk, terwijl ze een half uurtje vroolijk babbelden. + +Maar als het regende en slecht weer was kwam hij alleen maar voor +'t raam en liet haar zijn modderige laarzen en zijn natte jas zien, +en dan spraken ze gewoonlijk af, dat hij 's avonds zou komen. + +Mevrouw Wenche had de zaak zoo opgenomen, dat ze hem een beetje +moederlijk behandelde, wat haar door haar positie gemakkelijk +afging, al was het verschil in ouderdom tusschen hen eigenlijk niet +noemenswaard. + +Hij vond dat niet prettig, maar had geen moed een verandering voor te +stellen; en zij hield hem in een schertsenden toon, die menig woord +en menig blik voor minder kon laten doorgaan dan ze werkelijk waren. + +Zij had te veel sympathie voor hem en ze stelde zijn gezelschap te +veel op prijs om te willen begrijpen, dat hij haar het hof maakte. Had +ze niet nu al jaren lang den onderdirecteur Abel om zich heen zien +smachten; en hij had haar wezenlijk in 't minst niet gehinderd. + +Mordtmann was nu wel heel anders dan Abel, maar toch, zij was waarlijk +niet bang, noch voor wat ze zelf deed, noch voor wat anderen er +van zeiden. + +Ook tegenover haar man vond zij er geen bezwaar in; hij had nooit een +zweem van jalouzie getoond. Van het oogenblik af, dat zij getrouwd +waren, was Carsten Lövdahl een en al beminnelijkheid geweest tegenover +de jonge mannen, die haar naderden--aangetrokken door haar schoonheid +en levendigheid. + +Een enkelen keer had Mevrouw Wenche gevonden, dat hij in deze liberale +houding wel wat ver ging; maar later had ze steeds moeten erkennen, +dat zijn verstandig en kalm gedrag veel weer in orde gebracht had +wat anders moeilijk genoeg had kunnen worden. + +Zelf was ze nooit ernstig bewogen geworden, misschien juist wel omdat +alles zoo kalm en vrij toeging. En dat, niettegenstaande ze niet lang +getrouwd was geweest met Carsten Lövdahl, vóór ze merkte in hoe weinig +zij harmonisch dachten. + +Hij was zoo voorzichtig, zoo irriteerend, door altijd in den vorm +te blijven dat ze vaak vond, dat hij laf en onvertrouwbaar was. Maar +er was toch ook iets beschaafds en ridderlijks in zijn karakter, dat +hem altijd in haar achting staande gehouden had. En al stelde zij hem +niet zoo bizonder hoog, en al was hij niet zoo heel veel voor haar, +er was daarentegen toch nooit zulk een groote leegte gekomen in haar +hart, dat zij zich geheel van hem afwendde. + +En nu was ze immers oud, met een halfvolwassen zoon; een vrouw +van ervaring, een gezeten burgeres, waarom zou ze gemoedsbezwaren +hebben?--was het niet eerder belachelijk van haar, dat ze zich nog +verbeeldde zoo gevaarlijk te zijn? + +Ze liet dus de menschen praten,--(en dat deden ze) en gaf zich zonder +bedenking over aan het aangename gevoel dagelijks als vriend een knap, +beschaafd man, die vrij van vooroordeelen was, om zich heen te hebben, +die met bewondering luisterde naar alles wat haar man "overspannen +ideeën" placht te noemen. + +Maar daardoor deed ze Abraham te kort, zonder dat zij het wist. Ze +voelde dat nog minder nu het samenviel met een verandering, die in +den knaap zelf had plaats gevonden. Hij kwam niet langer met honderd +vragen, begeerde ook niet meer, dat ze met hem stoeien of damspelen +zou; en bovendien had zij het gevoel van onzekerheid tegenover hem +nog niet overwonnen, zoodat ze hem misschien een beetje minder vrij +en vroolijk tegemoet kwam. + +Bij de begrafenis van kleine Marius had Mevrouw Gottwald den wensch +uitgesproken, dat Abraham vlak achter de kist, naast den predikant +zou loopen, hij was de beste vriend van kleine Marius; en hij had +immers in 't geheel geen familie. + +Maar de rector had er zich tegen verzet. Abraham mocht alleen in den +stoet met zijn kamaraden meegaan; en hij moest nog blij toe zijn, +dat hij dat mocht. + +Eindelijk kwam het zoover, dat de heele school en daardoor een groot +gedeelte van de stad een vagen indruk hield, dat er iets niet in den +haak was met Abraham Lövdahl. + +De professor moest zich geweld aandoen, om zijn zoon niet te vroeg te +vergeven; hij was er zoo blij om, dat zijn methode zoo goed gewerkt +had, en in zijn hart had hij zoo'n medelijden met den armen jongen, die +daar zoo alleen rondliep met aller oogen op zich gericht. Eindelijk kon +hij het niet langer uithouden en begon met glimlachjes en vriendelijke +woorden. + +Deze eerste glimlachjes! Zij daalden op Abraham neer als een regen +van zaligheid. Er was toch niemand op de wereld als zijn vader; +en minder dan ooit kon hij begrijpen, hoe hij zulk een vader zóó'n +groot verdriet had kunnen doen. + +Nu begon hij tot in de kleinste kleinigheden er naar te streven +geprezen te worden; hij werd attent en gedienstig aan tafel, zette +'s avonds de pantoffels van den professor klaar, en nu het tegen het +eind-examen liep, werkte hij harder dan ooit. + +Mevrouw Wenche placht altijd meê te gaan naar het plechtige +examenfeest. Van den tijd af dat haar zoon nog klein was, had ze het +een genoegen gevonden op 't noemen van zijn naam te zitten wachten, +hem naar den katheder te zien gaan, zijn groot rapport aannemen en +een buiginkje maken, waarbij zij altijd onwillekeurig even meê boog +met haar hoofd. + +Maar toen ze dit jaar haar man zijn witten das zag aandoen--om Ephor +te wezen--(vroeger had ze altijd gemeend, dat hij even als zij meêging +uit belangstelling voor hun kleinen Abraham)--toen kwam het haar zoo +akelig voor, dat de ouders dien eenen keer op het slotfeest kwamen, +terwijl zij 't heele jaar hun arme kinderen aan hun lot overlieten. + +Ze wilde niet langer meêdoen aan die comedie--haar man op een hoogen +stoel naast den burgemeester te zien zitten als een vertegenwoordiger +van de deelneming der ouders in de school; ook wilde ze haar tranen +niet vermengen met die van de vele gedachtelooze moeders, die over de +mooie woorden van den rector zaten te schreien, als hij aandoenlijk +sprak over de school, en het huis, en het tehuis hier boven. + +Daarom liet zij den professor alleen met Abraham gaan, zonder de +reden op te geven; maar de professor begreep het en vroeg daarom niet. + +Intusschen dreigde haar morgen bizonder vervelend te worden; ze had +toch wel lust om naar 't schoolfeest te gaan; maar ze had zich nu +eenmaal voorgenomen het niet te doen. Eindelijk nam ze haar hoed en +parasol, om een groote wandeling te doen; 't was de eerste Juni en +helder, frisch zomerweer met noordenwind. + +Ze ging den kant uit naar de nieuwe fabriek. Michal Mordtmann had +haar zoo dikwijls gevraagd daar eens te komen, zoodat hij haar al +zijn heerlijkheden kon laten zien. + +Zij ging er heen zonder bekommering; 't was immers een eerlijke zaak; +alle menschen waren er geweest en bovendien--wat gaf ze daarom? + +Toch was ze niet heelemaal vrij van wat hartklopping toen ze op de +hoogte stond en in het kleine dal tusschen de heuvels neer zou gaan, +waar de nieuwe gebouwen waren opgetrokken. + +Ze ontdekte hem al in de verte. Hij stond heel beneden bij de kade op +een zwaar gehouwen blok graniet; in de eene hand hield hij een rol +teekeningen, met de andere wees hij, terwijl hij orders gaf aan de +arbeiders, die bezig waren ijzeren platen uit een boot op te hijschen +met de nieuwe kraan. + +Het grijze zomerpak zat strak om zijn slank lichaam; op 't hoofd +had hij een onmogelijken Engelschen hoed, die hem uitstekend stond; +hij had een korte broek aan en in plaats van de groote laarzen droeg +hij om het warme, droge weer, linnen schoenen met gele riemen. + +Men kon zich "de arbeid" niet in eleganter vorm voorstellen; en zooals +hij daar stond op dat solide voetstuk, zoo intelligent en zelfbewust, +met zijn rol teekeningen zag hij er juist uit, zooals het voor een +ingenieur van onze dagen past. + +Toen hij haar voor de tweede maal zag, sprong hij van den steen; +want toen hij haar voor 't eerst ontdekte--boven op den heuvel, was +hij op den steen gesprongen. Hij snelde haar tegemoet en heette haar +vroolijk welkom in zijn koninkrijk; en dadelijk wilde hij beginnen +met haar alles te laten zien. + +"Maar ik dacht, dat u het druk hadt; kunt u zoo maar van 't werk +weggaan? U moet heusch niet om mij----" + +"Ach...... dat is zoo erg niet; nu ik ze aan den gang geholpen heb +kunnen ze wel voort zonder mij." + +Ja--dat was een waar woord! dachten de arbeiders; zij hadden niet +begrepen waarom de chef--zoo wilde hij genoemd worden--op eens op +den steen sprong en begon te roepen en te commandeeren; maar toen +zij die dame zagen, begrepen ze 't allemaal wel. + +Zij gingen samen--Mordtmann en Mevrouw Lövdahl, tusschen de gebouwen +door en hij begon te verklaren. Zij had plezier in al die wonderlijke +inrichtingen en hij had buitengewoon veel plezier in haar onhandige +vragen. + +Zij lachten dikwijls en kwamen in een vroolijke ongedwongen stemming +aan het kantoor, waar hij haar overhaalde om binnen te komen en zijn +port te proeven. + +De bel van de fabriek had intusschen twaalf uur geluid; en de arbeiders +gingen in groepen naar de stad of naar het arbeidersgebouw, waar een +eetlokaal was. + +'t Kantoorpersoneel was ook verdwenen toen de chef en Mevrouw Wenche +aan het kantoor kwamen. De gang, die naar de kamer van den chef +leidde, was half versperd door veel stukken van machines, van staal +en glimmend koper, die voorloopig daar waren neergezet, om niet in +den weg te staan en goed bewaard te worden. + +Mordtmann maakte excuses, omdat het er zoo nauw was. + +'t Kantoor van den chef was het eenigste in de fabriek, dat heelemaal +afgewerkt scheen te zijn. Het was Engelsch: gezellig en mooi ingericht. + +Toen Mevrouw Wenche in de groene, met leer overtrokken sofa ging +zitten, voelde zij zich toch niet geheel op haar gemak. 't Was zoo stil +geworden; geen mensch in den omtrek, geen gedruisch van ijzeren platen +of hamerslagen, geen stemmen,--alleen enkele haastige voetstappen +van iemand, die vlug naar zijn middagmaal ging. + +"Ik moet trouwens gauw weg," zeide zij en maakte haar hoed los. Het +was warm. + +"O, goede hemel! wij hebben allen tijd: 'Uw man wacht u zeker niet +thuis vóór 't eten.'" + +"Neen,--Carsten is ook Ephor vandaag," antwoordde ze vroolijk; maar had +er onmiddellijk spijt van, want ze zag, dat hij dat dadelijk opvatte +als iets van haar man, waar zij samen gewoonlijk om lachten. En dat +was haar bedoeling niet. + +"Uw man is zeker over 't algemeen meer in touw, dan hij eigenlijk +wezen moest." + +"Meer--in touw?"-- + +"Ik bedoel,--als men een vrouw heeft als u--Mevrouw Wenche!--de man, +die zoo gelukkig is, heeft, dunkt me--de verplichting..." + +"Nu, nu! Mr. Mordtmann! U weet het--correct!" + +"En u is het juist, die niet hebben wilt, dat ik correct ben, Mevrouw." + +"Ja, maar nu wil ik het,--op dat ééne punt begrijpt u?" + +"Ik begrijp het niet, maar ik gehoorzaam. Er is trouwens niets--wat +een woord van U......" + +"Spaar uw woorden. Drink liever uw wijn uit." + +"Voor liefde is wijn maar een slecht geneesmiddel, Mevrouw Wenche!" + +"Bah"--antwoordde ze en ontweek zijn oogen, terwijl ze haar hoed +terecht zette. + +"Gaat u heen?--Is u boos op me?" + +"Neen, dat ben ik niet; maar ik ben bang dat ik het gauw worden zal." + +"Maar waarom?--U kunt me toch niet verbieden--van u te houden--" + +"Mijnheer Mordtmann! Wat is dat leelijk van u! En hoe dom van u onze +vriendschap te bederven.--Wilt u mij uitlaten?" + +"Ik heb niet anders gezegd, dan wat u al wist," antwoordde hij +eerbiedig en neerslachtig, terwijl hij de deur voor haar openmaakte; +"mag ik u naar de stad brengen?" + +"Neen," antwoordde Mevrouw Wenche, en ging hem voorbij; maar in haar +pogingen om boos te kijken en gauw weg te komen, stootte ze tegen de +stukken van machines, die in den gang stonden; een geraas volgde, +alsof er iets dreigde om te vallen en plotseling greep hij haar om +het middel en rukte haar terug in de kamer; op 't zelfde oogenblik +viel er een zwaar stuk metaal--naar binnen op den drempel. + +"Pardon," zeide hij kalm en zette het zware ding weer overeind tegen +den muur; "'t Is eigenlijk te dwaas, dat die dingen hier staan; +wees u nu voorzichtig, Mevrouw, en loop nu vlak langs deze muur." + +"Maar lieve hemel!" riep Mevrouw Wenche nog heelemaal verschrikt en vol +respect voor zijn kalmte: "ik had hier wel dood kunnen blijven!--het +is hier een gevaarlijk huis!" + +"En dit was een hoogst ongelukkig bezoek," voegde hij er bij met een +buiging, toen zij de huisdeur uitging. + +"Nu? hoe zal het gaan?" vroeg ze zonder om te zien. "Gaat nu meê naar +de stad of niet?" + +"Maar u zei immers zelf......" + +"Ja, maar daarna hebt u mijn leven gered," antwoordde ze lachend: +"en dan ook: natuurlijk geen woord meer daarover!" + +Hij beloofde alles en liep vlug weg om zijn hoed te halen. + +Hij hield zijn woord--tot haar groote verwondering. Hij sprak vroolijk +en natuurlijk zonder ook maar op eenige manier ergens den nadruk op +te leggen; zelfs in zijn oogen was niets, dat pijnlijk voor haar zou +kunnen zijn, toen zij afscheid namen. + +Mevrouw Wenche was heel tevreden over zich zelf. Nu had ze hem eens +voor al op zijn plaats gezet. En ze was ook over hem tevreden. + +Hij had begrepen, dat dit niets baatte. En zoo wilde ze hem houden, +rustig, op die vrije, prettige manier, zonder dien voortdurenden angst, +dat hij te ver zou gaan. + +Ze kwam bizonder opgewekt thuis. In lang had ze zich niet zoo blij +en jong en licht van binnen gevoeld;--haar geweten was ook verlicht, +omdat ze hem de waarheid had gezegd: die zaak was nu in orde. + +Ze ging voor de piano zitten, terwijl ze op den professor en Abraham +wachtte; maar ze stond weer op en maakte haar haren wat in orde voor +den spiegel--al neuriënde. + +--Intusschen had Abraham wat gedrongen gezeten tusschen zijn kamaraden, +en de professor naast den burgemeester. De groote feestzaal van de +school was propvol kinderen en volwassenen. Er was een onverdragelijke +warmte, vol gemengde geuren. + +De onvermoeide rector stond op den katheder en deelde de rapporten uit, +alle jongens oproepende in de volgorde, waarin zij nu geplaatst waren. + +Eerst kwamen er een paar voorloopige woorden over hen, die naar de +universiteit zouden gaan; daarop volgde de hoogste afdeeling van de +vierde klasse en dan de laagste--zij, die uit de derde klasse waren +overgegaan in de vierde. + +"Hans Egede Broch!" riep de rector; dat was No. 1; maar de volgende +was Abraham Knorr Lövdahl! [13] + +Abraham sprong op; hij had zelfs niet durven denken No. 2 te worden, +ofschoon zijn examen goed geweest was. 't Duurde een poosje voor hij +uit de bank komen kon. De professor volgde hem met de oogen om hem +toe te knikken, maar Abraham keek niet op. + +De rector gaf hem het rapport met de woorden: + +"Je bent vlijtig geweest, Abraham! en daarom is ook je examen zoo goed +gegaan. We hopen, dat wij,--je leeraren--ook in andere opzichten over +je tevreden zullen zijn in 't volgend jaar,--tevredener dan vroeger." + +Al Abrahams vreugde was voorbij! hij ging onzeker en onhandig naar zijn +plaats terug; en 't was hem, alsof 't heel koud en doodstil in de zaal +werd door al die koude oogen, die op zijn zondig hoofd waren gericht. + +Professor Lövdahl kuchte wat scherp; nu was het wel genoeg; het stond +hem niet aan, dat zijn zoon zoo openlijk gesignaleerd werd. + +Het opnoemen van de nummers ging voort. Vaders en moeders luisterden +gespannen tot hij kwam--de naam, waar zij op wachtten. Dan +kwam er een oogenblik leven op hun gezicht, als hun lieve zoon +voor den katheder stond, maar daarna zonken allen weer weg in hun +onverschilligheid--warm,--onaangenaam te moede;--was 't nu maar klaar, +zoodat de rector zijn toespraak kon houden! + +Maar voor de kleinen was dat opnoemen van nummers heel wat +anders. Eergierigheid, ijdelheid, teleurstelling en wanhoop tot +gevoelloosheid toe; wangunst en haat, hoogmoed en vreugd over 't leed +van anderen--tot wraakzucht toe, dat alles ging door de rijen dicht +opeengepakte hoofden. 't Was een heele oefening om zich in 't leven +vooruit te dringen, boven elkaar te komen, al was 't maar één nummer; +gelijkheid en kameraadschap moesten vergeten worden, om hen er aan te +wennen zich met anderen in strijd te voelen om rang en roem; ze leerden +benijden wie boven hen stonden, en verachten wie beneden hen waren. + +En terwijl er 't heele jaar door niets gezegd of gedaan was om het +moeilijke verwerven van kennis tot een gemeenschappelijken arbeid in +broederschap en vreugd te maken, zoo werd ook nu aan het slot geen +woord gesproken over kennis, die gelijkheid en broederzin brengt; maar +die kennis zelf werd zorgvuldig gebruikt om hen allen te nummeren, +te rangschikken--naar boven en naar beneden. + +Eindelijk waren de 319 rapporten voorgelezen en uitgedeeld. De rector +veegde zijn kaal voorhoofd af en beloonde zich zelf met een half +lood snuif in ieder neusgat. Daarop begon hij zijn lange toespraak +met afscheid te nemen van hen, die de school hadden afgeloopen: vier +lange, bleeke jongelingen in vier lange jassen, die er uitzagen, +alsof ze in een stijve zwarte stof waren uitgehouwen. + +Als het waar is, dat men den boom kent aan zijn vruchten, kon het +wat vreemd schijnen, dat dit groote geleerde toestel met die vele en +overvolle klassen niet meer dan deze vier specimina aan de eerwaarde +Universiteit afleverde; maar de reis naar den Parnassus is lang en +moeilijk. Onderweg vallen er zoo velen af; maar daarom zijn 't ook +de buitengewoon krachtigen, die het doel bereiken. + +De rector hoopte, dat deze vier specimina de school eer zouden +aandoen, maar vóór alles wilde hij hun smeeken den kinderzin en het +kinderlijk geloof te bewaren, die zij van de school meêbrachten. Dan +ontwikkelde hij het begrip "school" en koos daarvoor als uitgangspunt +de oorspronkelijke beteekenis van het woord. "Een school," zei hij, +"werd de naam van de veilige plaats, waar de jeugd,--nog niet bereikt +door de zorgen des levens..." + +"Een verduiveld veilige plaats, zeg" mompelde Morten Kruse, en stootte +Abraham aan,--maar deze verroerde zich niet en vertrok geen spier; +hij was zoo bang, dat iemand zou denken, dat hij niet stil zat. Nu +dacht Abraham er 't meeste aan, dat hij No. 2 was. Zoo hoog had hij +nog nooit gezeten; en intusschen ging de rector voort te verklaren +hoe de school een voorbereiding voor het leven, en vooral een vorming +tot zedelijkheid was. + +"Deze uitdrukking," ging hij voort, "die zoo als bij onze oude +leermeesters--de Grieken en de Romeinen, het hoogste en edelste uit de +beschaving beteekent, is maar een zwakke aanduiding voor het einddoel +van de beschaving, dat wij voor oogen moeten hebben. Want over ons +straalt de zon der openbaring; wij onderscheiden niet alleen door de +nevelen van dit aardsche bestaan een hooger leven aan gene zijde van +het aardsche; maar voor ons is een uitzicht geopend, licht en vrij +en heerlijk! op een hemelsch Vaderland. Dus niet alleen tot burgers, +niet alleen tot menschen, maar voor en boven alles tot christenen +moeten onze jongelieden gevormd worden. Het licht van den godsdienst +moet de wetenschap bestralen, haar waarheden zullen allen in dat +licht hun uitgang, hun beteekenis en hun einddoel vinden." + +De kleinen sliepen in door de warmte en door die lange toespraak, +die even vervelend was als een preek. De zomerzon scheen dwars door +de dunne, blauwe gordijnen, zoodat een bleek lijkachtig licht over de +zwarte groep leeraren viel, die links van den katheder bijeen stonden. + +Het stekelvarken stond overeind te slapen. 't Was een overlevering op +school, dat hij dat kon; de onderdirecteur Abel keek door zijn lorgnet +naar de dames; de adjunct Borring had zich in een hoek teruggetrokken +en nam stilletjes de kans waar een veeren pen te snijden; maar de +blinde darm stond in gedachten de vreeselijkste gezichten te trekken, +wat zijn lieve discipelen ten zeerste vermaakte. + +Maar allen zagen er uit, alsof het geheel hen innig verveelde en zij +naar het eind van die comedie verlangden. + +"En gij, mijn geliefde medearbeiders!" zei de rector met bewogen stem, +"gij, die u aan de moeilijke, maar schoone roeping gewijd hebt, de +jeugd in kennis en zedelijkheid in dezelfden christelijken geest te +leiden, moge de Almachtige u steeds kracht verleenen om met dezelfde +toewijding, met denzelfden ernst, met dezelfde liefde aan uw levenstaak +vol verantwoording te arbeiden. Ontvangt mijn dank en die van de school +voor het afgeloopen jaar; en geve God, dat wij hier weer gezond en +frisch mogen bijeenkomen om weer in Jezus' naam ons werk ter hand +te nemen." + +Daarop wendde hij zich tot de kleinen en smeekte hen zoo vurig zich +toe te leggen op alle christelijke deugden en te arbeiden in dienst +van het goede, zooals het kinderen des lichts betaamt. + +Hier begonnen vooral de moeders te schreien en de goede rector sprak +voort over het kind, over 't kinderhart en het kinderlijk geloof. Na +een warm nagebed stond de geheele school op en zong: + + +"Zie op ons werk met Vaderoogen + Gij die het Al geschapen hebt," + + +waarop de rector nog een "Onze Vader" bad en toen was het feest +eindelijk voorbij. + +'t Gedrang was groot bij het uitgaan; want niets of niemand kon de +jongens terughouden. + +Hoewel de regel was, dat de leerlingen wachten moesten, tot de dames +en de toehoorders de zaal verlaten hadden en eerst dan in goede orde +heengaan, klasse voor klasse, liepen toch steeds meer van hun plaats, +drongen tusschen de dames door en verdwenen. + +Warm en met beschreide gezichten stroomden de moeders eindelijk naar +buiten--er waren maar heel weinig vaders; het deed haar zoo goed de +jeugd zoo bijeen te zien, en hoe heerlijk en ernstig had de rector +gesproken. + +Hij had trouwens die toespeling aan het slot wel achterwege kunnen +laten, die opmerking, dat er vrij wat onverschilligheid onder de ouders +heerschte voor het werk van de school. Dat was tenminste iets, dat niet +op een van hen van toepassing was; dat had hij liever aan de ouders +moeten zeggen, die niet gekomen waren, ... b.v. aan Mevrouw Lövdahl! + +Dat was toch al te erg, en dat nog wel terwijl haar man Ephor was! Maar +zij kwam nooit, waar men Gods woord hooren kon. + +Kinderen en volwassenen stroomden naar de schoolplaats; zoete jongens +liepen netjes naast hun ouders met het rapport opgevouwen in de hand, +anderen gingen achter het gebouw en scheurden het hunne in stukken +en vertrapten het; anderen stoven weg met Indianengeschreeuw en +vroolijke sprongen; maar de vier stijve, zwarte jassen wandelden +achter de leeraren aan om een glaasje wijn in de huiskamer van den +rector te drinken. + +Abraham ging naar huis met zijn vader. + +Professor Lövdahl was bewogen. Terwijl ze naast elkaar liepen; +zei hij tot hem: "Je bent flink geweest Abraham! En ik zie daarin, +dat je je best doet weer in orde te maken, wat je verkeerd gedaan +hebt. En nu spreken we daar niet meer over. Ik zal er ook met den +rector een woordje over spreken, dat hij die zaak niet meer aanroert." + +Abraham stormde de kamer in en riep: "Moeder, Moeder! Ik ben No. 2!" + +Mevrouw Wenche kwam hem even stralend van geluk tegemoet loopen, +ze nam hem in haar armen, kuste hem en danste met hem; en toen de +professor binnenkwam met het gewone: "Stil--kinderen" lachte ze maar, +nam den arm van haar zoon en ging aan tafel. + +De professor wilde wijn aan tafel hebben, en 't werd een +familiefeestje. Abraham voelde zich zoo licht als een vogel; en toen +de professor met hem klonk, vond hij, dat zijn vader toch de beste, +de grootste man van de wereld was. + +Maar dezen dag voelde hij zich ook zoo tot zijn moeder aangetrokken. In +lang had hij dat gevoel niet gehad. + +Eigenlijk hield hij toch evenveel van beide en hij was als in een +roes van zaligheid, terwijl dat wat hij had doorgemaakt een sombere +herinnering werd, die hij liefst vergeten en uitwisschen wou. + +"Ja, is 't nu niet zooals ik zei?" riep de professor uit, toen zij +vertelde, waar zij geweest was. "Voor die fabriek heb je toch een +warme belangstelling." + +Ze lachte maar en sprak hem niet tegen. Vandaag voelde ze zich zoo +wonderlijk licht te moede, zoo heel gelukkig. + + + + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + + +Abrahams aanneming was steeds uitgesteld of liever; er was nooit +over gesproken. + +Want de professor wist maar al te goed, dat Mevrouw Wenche er zich +met alle macht tegen verzetten zou; reeds van af den tijd, dat haar +zoon klein was, had ze gezegd: "Aangenomen zal hij niet worden." + +Haar man had gezwegen en de quaestie ontweken. Hij had gedacht: +"die dan leeft, die dan zorgt." En het was zijn gewoonte niet, +iets onaangenaams aan te pakken, zoolang hij het ook maar eenigszins +vermijden kon. Daarom had hij de zaak laten rusten, tot Abraham zijn +16de jaar intrad en dat was vrij laat voor de aanneming, volgens +'t gebruik in de stad. + +Maar nu in 't najaar moest hij worden ingeschreven; want aangenomen +zou hij worden--dat stond even vast bij den professor, als het +tegenovergestelde bij zijn vrouw. + +Op een morgen, terwijl zij zich kleedden,--Abraham was juist naar +school gegaan,--begon de professor kalm en alsof het van zelf sprak. + +"Ja, nu denk ik er over om Abraham in de volgende maand bij proost +Sparre te laten inschrijven." + +"Inschrijven?...... bij Sparre?...... wat in de wereld zeg je +toch?" Mevrouw Wenche keerde zich haastig op haar stoel om; zij zat +voor den spiegel haar lang haar op te maken. + +"Voor 't aannemen, kind." + +"Je denkt er zeker niet aan, dat we aldoor afgesproken hebben, dat +Abraham niet aangenomen zal worden." + +"Afgesproken?--Neen Wenche, dat hebben we nooit." + +"Maar heb ik dan niet honderdmaal gezegd: hij zal niet aangenomen +worden." + +"Ja, maar dat is geen afspraak." + +"Maar je bent het toch met me eens geweest. Je hebt er nooit een +woord tegen gezegd." + +"Ik heb er geen woord van gezegd, zoolang de zaak niet aan de orde +was. Maar van jouw kant moet je toch toegeven, dat je voor zoover +je mij kent er toch volkomen van overtuigd kon zijn, dat ik wilde, +dat de jongen aangenomen zou worden, zooals de gewoonte is." + +"Hoe kun je nu met 'de gewoonte' aankomen, Carsten! In zoo'n ernstige +zaak!" + +"Laten we nu eens probeeren over deze ernstige zaak te spreken zonder +heftig te worden, lieve Wenche! want uit heftigheid komt nooit iets +goed voort. Denk er nu eens over na, of je 't recht hebt je zoon in +een heel anderen toestand te brengen dan alle anderen, wat hem in +zijn leven bemoeilijken en aan alle kanten belemmeren kan." + +"Dat is juist de groote weldaad, die ik mijn zoon bewijzen wil: hem tot +een uitzondering te maken tusschen al die huichelaars en leugenaars." + +"Groote woorden--Wenche! 't Is alsof je meent dat je zoon niet anders +kan zijn en nooit wat anders worden, dan wat je zelf bent." + +"Wat bedoel je?" + +"Heb je nooit over de mogelijkheid gedacht, dat Abraham een christen +kon worden? Ja--ik weet wel, wat je zeggen wilt. Je hebt nu eenmaal +niet veel vertrouwen op mijn christendom; maar kun je je niet +voorstellen, dat Abraham misschien een oprecht christen zou kunnen +worden?" + +"Jawel," antwoordde Mevrouw Wenche in gedachten en keek voor zich +uit. "Daar heb ik dikwijls over gedacht. En je moet niet denken; dat +ik dat zou tegengaan, of het als een ongeluk beschouwen voor hem of +voor ons. Dat is het juist. Oprechtheid is alles voor me. Halfheid, +leugen en huichelarij--dàt is 't wat ik uit het leven van mijn zoon +houden wil." + +"Ja, maar als je volkomen oprechtheid wilt, moet je ook volle vrijheid +toestaan." + +"Dat doe ik ook; hij mag gerust kiezen." + +"Neen, pardon! Je geeft hem geen volle vrijheid om te kiezen, als +je hem buiten iets houdt--of hem een trap van ontwikkeling laat +overspringen, die al de andere jonge menschen doormaken." + +"Maar juist die trap van ontwikkeling--zooals jij 't noemt, die is +juist de poort tot den leugen,--dat is mijn vaste overtuiging!" + +"Daar twijfel ik niet aan, Wenche! er kan zeker ook allerlei tegen +het aannemen worden gezegd; maar hier is nu geen sprake van wat jij +gelooft of wat ik geloof, maar van Abraham's geloof. 't Is niet, +omdat ik zelf--hm"--hun oogen ontmoetten elkaar in den spiegel,--"nu, +ik ben nu eenmaal niet godsdienstig aangelegd, zooals jij, en 't is +dus niet om die reden, dat ik mijn zoon in de christelijke leer wil +laten opvoeden. Maar naar mijn meening hebben noch jij, noch ik het +recht om hem iets te onthouden, wat hem kan helpen bij die keus, of +hem tot iets te dwingen, wat het hem onmogelijk maakt te kiezen. Hoe +kunnen we nu eerlijk tegenover onzen zoon staan, als we niet tegen +hem zeggen: Wil je dezen proef met jezelf nemen? Of heb je al van te +voren gekozen?" + +"Nu verdraai je de boel, Carsten." + +"Neen, dat doe ik niet. Abraham is oud genoeg om te begrijpen waar +het om gaat; daarom heb ik zoolang gewacht; laat hem zelf kiezen of +hij wil worden aangenomen of niet. Dat dunkt mij, dat jij, met je +sterk gevoel voor vrijheid en rechtvaardigheid goed moet vinden." + +"Nu goed, laat hem kiezen!" riep Mevrouw Wenche; maar dadelijk liet +zij er op volgen: "Ach neen,--wat geeft dat? zoo'n jongen!--hij kiest +natuurlijk te zijn als alle anderen--om rust te hebben. Neen, neen +Carsten! 't is zonde om hem met open oogen in leugen en knoeierij +te zenden." + +"Zeg eens, Wenche! Hoe lang heb je je voorgesteld voor je zoon te +kiezen? Wil je mettertijd ook een vrouw voor hem kiezen?" + +"Dat is onzin, Carsten. Ik ben het immers, die er altijd op sta, +dat hij zijn vrijheid hebben moet." + +"Dat is een wonderlijk soort van vrijheid! Als Abraham nu wezenlijk +kiest om aangenomen te worden--" + +"Dan is 't alleen, omdat hij nog niet wijzer is op dit oogenblik. + +"En als hij nu over een paar jaar niet wijzer is en een vrouw wil +nemen, waarvan je vast en zeker overtuigd bent--zooals je gewoonlijk +bent,--dat ze je zoon grenzenloos ongelukkig zal maken, wat dan?" + +"'t Is wezenlijk een ellende met je te praten--Carsten! want je haalt +alles door elkaar." + +"Laat ons nu niet heftig worden, want dat dient nergens voor. Ik vond +juist, dat we hier zoo kalm en goed over praatten. Zou ik het nu wel +zijn, die alles door elkaar haalt? Zou jij 't niet eerder zijn, die +in je groote liefde voor Abraham onwillekeurig wat van de tyrannie +mengt, ... pardon! die onafscheidelijk is van alle liefde? Zou jij +niet, in je ijver om hem 't beste te bezorgen, voortdurend voor hem +willen kiezen? terwijl je toch zoo dikwijls gezegd hebt, dat het +'t beste is, dat een mensch zelf kiest." + +"Ik wil graag kalm zijn--Carsten! en 't is niet om onvriendelijk +te zijn, dat ik het zeg; maar 't is heusch gevaarlijk om met je te +praten; want je draait me rond en zet alles ondersteboven. Nooit zou +ik geloofd hebben, dat ik gewillig mijn zoon voor het aannemen zou +zien voorbereiden; maar nu komt het me bijna voor, dat er iets van +aan is wat je zegt." + +"Ja, ik geloof, dat ik dezen keer 't meest in overeenstemming met je +principes ben," antwoorddde de professor, die nu geheel gekleed was +en wilde heengaan. + +"Maar dat zeg ik je," riep plotseling Mevrouw Wenche, toen hij al +op den drempel stond, "op den morgen, dat Abraham naar de kerk moet +om die ongelukkige belofte af te leggen, wil ik als zijn moeder het +recht hebben hem te vragen of hij weet wat hij doet. En is hij dan niet +volkomen oprecht en eerlijk, dan zal noch jij noch eenig dominé in de +wereld het gedaan krijgen, dat mijn zoon heengaat en een leugen zegt!" + +"Dat mag je doen, zoo als je zelf wilt," antwoordde haar man en +ging heen. "Die dan leeft, die dan zorgt"--Voorloopig had hij gedaan +gekregen wat hij verwachten kon. + +Maar Mevrouw Wenche was onrustig en ontstemd; zij had een pijnlijk +gevoel, dat haar man haar listig haar toestemming tot het aannemen +ontlokt had--dat aannemen--de walgelijkste comedie, die ze kende. + +Ze sprak er met Mordtmann over, en hij gaf haar in alles volkomen +gelijk; hij was nog heftiger in zijn uitdrukkingen. Maar overigens +interesseerde de quaestie hem niet zoo sterk. + +Toen nam ze Abraham bij zich en sprak ernstig met hem op een avond, +dat de professor in de club was. + +Ze legde hem uit, zoo duidelijk en openhartig als zij kon, wat ze +van dit dominé's verzinsel:--het aannemen, dacht. + +Ze liet hem zien dat die belofte, die ze eischten en aannamen van +minderjarige kinderen [14] niets anders was dan het vreeselijkste +spelen met het ernstigste; dat het niet anders zijn kon--absoluut niet +anders--in aanmerking genomen de eischen, die het ware christendom +aan de menschen stelde--dan dat de jonge menschen bij troepen het +leven ingeleid werden door een grooten leugen heen, erger dan een +meineed. Wilde hij dat met open oogen meêdoen? of had hij gekozen? + +Als hij zonder vrees voor de menschen kon besluiten voort te werken, +zonder die verbintenis, die alleen bestond om verbroken te worden,--kon +hij dat, dan zou ze hem trouw helpen. + +Abraham zat met neêrgeslagen oogen zonder te antwoorden, zonder haar in +de rede te vallen. 't Was hem altijd pijnlijk, als iemand met hem over +godsdienst sprak. Op school leerde hij godsdienst als ieder ander vak; +en alleen de rector in zijn redevoeringen, of als er iets niet in den +haak was, sprak met nadruk over God; de professor kon zoo nu en dan +een uitdrukking doen als b.v. "Je mag onze Lieve Heer wel bidden je +daarvoor te bewaren," of iets dergelijks. + +Abraham wist wel hoe hij moest staan kijken, als zooiets gezegd werd, +en kon ook wel een antwoord mompelen op den juisten toon; maar akelig +vond hij het toch. + +En nu met zijn moeder was het nog erger; want het hielp niet of hij +bij haar met de gewone zinnetjes aankwam;--en den juisten toon wilde +zij precies niet hebben; en hoe zou hij toch in ernst op haar vraag +kunnen antwoorden? + +Ja,--natuurlijk wou hij aangenomen worden, zooals alle anderen; 't +was hem al lang een ergernis geweest, dat hij de laatste was van alle +jongens, die even oud waren als hij. Dat sprak immers van zelf. En nu +kwam zijn moeder en maakte het tot zooiets verschrikkelijk gewichtigs, +alsof 't een keerpunt in zijn leven was. + +En terwijl ze tegen hem bleef spreken, zoo ernstig en met een zachte +stem over waar en eerlijk wezen, in welk geloof het dan ook was, +zat hij er aan te denken hoe wonderlijk het toch was, dat juist zij +zoo sprak. Dat was toch de verkeerde wereld! + +De rector, waarvan nu toch iedereen wist, dat hij een buitengewoon +godvruchtig man was, en zijn eigen vader, die ook godsdienstig was--zoo +matig,--juist genoeg, vond Abraham--die alle twee, en behalve dat, +alle christenmenschen in de stad, hielden het aannemen in eere, ja zij +zouden een woord tegen die heilige handeling voor Godslastering houden. + +Maar zijn moeder, die zelf dikwijls gezegd had dat 't met haar +geloof niet zoo heelemaal in orde was,--en Abraham had van buitenaf +toespelingen gehoord op erger dingen--dat zij nu dat alles, waar +ze zelf niet aan geloofde, en wat ze dus ook niet echt begrijpen +kon--dat zij het aannemen ernstiger, plechtiger opnam dan de geloovigen +zelf--dat vond hij al héél vreemd; en terwijl hij daaraan dacht werd +hij onwillekeurig een beetje ongeduldig. Hoe kon zij, die zelf niet +geloofde, hooger eischen stellen dan de geloovigen! Zelf werd zij +tenslotte ook ongeduldig toen zij den jongen daar zag zitten als een +stok: stijf en stom. + +"Antwoord me nu, Abraham!--wat kies je? Wil je aangenomen worden?--of +wil je het niet?" + +"Ik weet het niet", antwoordde Abraham. + +"Ja, maar dat moet je toch weten. Je ben nu groot genoeg om te weten, +dat je zelf moet kiezen. Denk er nu maar eens een paar dagen over na; +maar dàt wil ik je zeggen, wat ik van morgen tegen je vader gezegd heb: +op den dag, dat je naar de kerk gaat zul je eerst bij mij biechten; +en kun je dan niet naar waarheid tegen mij--je moeder--zeggen: 'Ik +wil en kan die belofte afleggen' dan zul je niet naar dat leugenfeest +gaan, zoo waarachtig als ik Wenche heet." + +Een poos later kwam de professor thuis; ze gebruikten het avondeten en +er werd over andere dingen gesproken. Maar Abraham liep verscheidene +dagen rond met dat pijnlijk gevoel van te moeten kiezen. + +Ja, natuurlijk wilde hij aangenomen worden! Als ze hem op school +vroegen of hij in 't najaar voor zijn aannemen zou gaan leeren, +antwoordde hij ja. Over een paar weken moest hij ingeschreven worden; +zijn moeder vroeg hem niets; zijn vader ook niet. En intusschen ging +de tijd voorbij. + +Op school was niet veel afwisseling; alleen had hij in de nieuwe +klasse meer Latijn en meer Grieksch. Hij begon langzamerhand zich bij +Broch aan te sluiten; vroeger had hij niet van hem gehouden. Maar nu +zaten ze naast elkaar als de twee hoogsten in de klasse en Abraham +was vlijtig geworden. + +Kleine Marius had geen spoor achtergelaten. Hij was verdwenen; zijn +nummer door een ander bezet. De stroom sloot zich over hem, en zijn +naam werd nooit meer genoemd, omdat allen hem al spoedig vergeten +hadden. Het dagelijksch geblok in dezelfde kamer, in dezelfde vakken, +dezelfde lessen, 't zitten--dat alles maakte, dat hun gedachten zich +niet bezig hielden met wat voorbij was. En Marius Gottwald werd al +gauw voor hen een kleine jongen, dien ze jaren geleden gekend hadden, +toen ze zelf klein waren en in de lagere klasse zaten. + +De eenige, die aan hem bleef denken, was Abraham.--Niet alleen om die +herinnering, die hem hinderde, en waaraan hij maar liefst zoo zelden +mogelijk dacht. + +Mevrouw Gottwald, die nu niets meer in de wereld te doen had dan de +herinneringen aan haar lieven kleinen Marius te koesteren, klampte +zich aan zijn besten vriend vast. + +Wanneer ze Abraham ook maar in 't oog kreeg liep ze naar buiten of +klopte aan het raam. + +Abraham vermeed dat 't liefste; hij vond het niet prettig, als +iemand hem naar binnen zag gaan, en hij vond het ook niet prettig +naar Mevrouw Gottwald te luisteren. + +Zoodra ze hem goed en wel op de sofa had gekregen, begon zij over +kleine Marius te praten. Ze kon immers den heelen langen dag geen +woord spreken over het eenige, waar ze dag en nacht aan dacht. + +Schuw en teruggetrokken als ze was, had ze geen vriendinnen. Alleen +'s avonds kwamen de oude stamgasten,--de sombere gedachten aan schande +en berouw--de kleine kamer in en gingen in 't rond tegen de wanden +zitten en staarden haar aan. + +Er was een gast bijgekomen, erger dan de anderen. 't Was het knagend +verwijt, dat zij uit ijdelheid haar zoon meer had willen laten leeren +dan zijn hoofd verdragen kon; maar daar durfde zij nooit over spreken. + +Overigens vertelde zij iederen keer hetzelfde, vroeg of het niet +waar was, dat kleine Marius de allerknapste in het Latijn geweest +was, en werd niet moede te vertellen, hoeveel hij van zijn vriend +gehouden had, hoe hij hem bewonderde en tot hem opzag;--"Ja, het +ging zóóver,"--hier lachte de bleeke dame met een klein, flauw +lachje--"dat ik, zottin!--heel jaloersch werd op dien Abraham +Lövdahl. Zie eens hier, achter in een van zijn themaboeken heeft +hij met groote letters geschreven: 'A. L. is de grootste held van de +school.' Dat ben jij--dat is U......" Mevrouw Gottwald werd verlegen; +ze wist bijna niet, of ze "jij" kon blijven zeggen tegen Abraham; +hij was zoo stijf, zoo groote mensch-achtig. + +'t Was haar ook niet mogelijk hem te bewegen om lang achter elkaar +te blijven of dikwijls terug te komen; tot ze eindelijk op 't idee +kwam hem op wijn en gebakjes te tracteeren; en dat hielp een beetje. + +Hij kwam nu soms uit zich zelf--liefst in 't donker en zat nogal +geduldig naar de oude verhalen te luisteren; nu en dan vertelde +hij ook trekjes uit hun samenleven, die de arme Mevrouw Gottwald in +verrukking brachten. + +Maar Abraham sloop altijd stil heen en terug naar deze bezoeken, +hij voelde wel, dat zijn vader het in 't geheel niet goed zou vinden, +dat hij den omgang met de moeder van kleine Marius aanhield. + +Maar wie kan op zijn zestiende jaar de verzoeking van wijn en +boterspritsen weerstaan? + +--Intusschen bleef Michal Mordtmann steeds even vol van zijn fabriek, +die nu bijna klaar was. Maar toen de herfstregens doorzetten was +'t niet zoo prettig daar iederen dag heen te gaan. Daarom richtte +hij in de stad een kantoor in voor de fabriek "Fortuna." + +Over zijn verhouding met Mevrouw Wenche was hij niet recht tevreden; +die ging al te langzaam vooruit,--misschien wel heelemaal niet. Hij was +nu zeer door haar bekoord; een liaison met zoo'n mooie en interessante +vrouw van zulk een liberaal man stelde hij zeer op prijs. Dat zij +werkelijk ook,--in alle geval bijna--verliefd op hem was, dat wist +hij zeker; hij had het al ontelbare malen aan kleinigheden gemerkt. + +Mevrouw Wenche had trouwens iets vreemds over zich gehad in den +laatsten tijd, iets zenuwachtigs, iets ongestadigs. Nu eens staarde +ze voor zich uit en sprak weinig; dan weer was ze zoo redenrijk, +dat het bijna pijnlijk werd. + +Mordtmann was er van overtuigd, dat hij de oorzaak van al haar +gemoedsbeweging was en ze was juist in dezen tijd zoo mooi, zoo +bekoorlijk, dat de anders zoo voorzichtige man zijn zelfbeheersching +begon te verliezen. + +In plaats van de bezoeken op het middaguur waren er op de lange +herfstavonden vertrouwelijke, langdurige gesprekken gekomen in de +schemering bij het schijnsel van den kachel. Mevrouw Wenche placht +heen en weer om de tafel te loopen; hij zat op de sofa in het roode +kachellicht. + +De professor was bijna altijd uit op dien tijd, maar soms kwam hij +ook thuis en vond hen zoo, en altijd waren zij of hij dan wat verlegen. + +Maar in Michal Mordtmann's bloed was onrust--als hij daar zat en haar +zoo kalm en regelmatig langs zich heen zag loopen. + +Ze was somber dien avond en zij spraken over den dood en over treurige +dingen; hij sprak weinig, zij antwoordde met een paar woorden, en ze +waren het er over eens, dat het leven niet veel waard was. + +Maar dat was zijn stemming niet; hij ging met haar meê. Zelf was +hij vol ongeduld en hoop; hij berekende de gevolgen niet, en had +geen gewetensbezwaren; telkens als ze langs hem liep, kostte het hem +meer moeite haar te laten gaan, zonder op te springen en haar vast +te houden. + +Na een pauze bleef zij vlak voor hem staan en zag hem in 't opgeheven +gezicht. + +"Maar waarom zit u nu dat alles te zeggen, wat u immers heelemaal +niet meent?" + +"Ik ben het ook niet, die hier zit, en hier spreekt! ik weet niet +wat ik doe; ik weet alleen, dat ik dit niet langer uithouden kan." + +Terwijl hij dit zei, had hij zijn arm om haar middel geslagen en +haar neer getrokken, zoodat zij in 't schijnsel van 't vuur op zijn +linkerknie zat. + +Hij boog zijn hoofd over haar en kuste haar op de wang. "We kunnen +ons toch niet langer voor elkaar verbergen; het is toch waar." + +"Ja, het is waar," antwoordde ze mat en legde haar arm op zijn +schouder. + +Maar langzamerhand maakte zij zich voorzichtig los en stond op. + +"Neen, neen," zei ze--als 't ware nog half in een droom. + +Maar hij sprong op en wilde haar grijpen, met hartstochtelijke woorden, +zonder samenhang. + +"Neen--neen!" riep ze heftiger en op eens, als of ze wakker werd: +"raak me niet aan! Is u dwaas! Meent u, dat ik twee mannen hebben wil?" + +"Maar je bent nu van mij--van mij alleen." + +"Neen, neen volstrekt niet, bedenk toch......!" + +"Denk zelf maar na, hoe vaak hebben we daar niet over gesproken; +heb je niet altijd het recht van de liefde verdedigd?" + +"Niet nu--niet zoo,--breng me niet in de war, laat me met rust; +zie toch eens wat we al niet vernielen;--neen, laat het blijven +als vroeger, of als dat niet mogelijk is; ga dan heen!--Ik smeek u, +Mijnheer Mordtmann, laat mij met rust." + +"Maar ik dan,--ik? daar denk je niet aan. Wat moet er dan van mij +worden?" + +Ze nam hem bij de schouders, keerde hem naar het licht en zag hem +oplettend in 't gezicht. Hun beider ademhaling was kort en ongeregeld, +en zijn gezicht was bleek en vertrokken; terwijl hij onverstaanbare +woorden stamelde en haar handen heftig drukte. + +"Wat heb ik gedaan!" riep Mevrouw Wenche; want zijn hartstocht was zoo +onmiskenbaar en waar op dat oogenblik, dat die haar geheel overtuigde +en sterk aangreep: "ik heb ons beiden kwaad gedaan!" + +"Neen, neen, dat heb je niet! je hebt gekozen, je bent de mijne.--Als +je me niet bedriegt!" + +"Ik bedrieg je niet, beste vriend." + +"Kom dan!--Blijf niet halverwege staan. Wees de mijne!" + +"Luister nu, luister even naar een verstandig woord, we zijn op +dit oogenblik immers beide half toerekenbaar; nu moet ik handelen, +ik ben de oudste." + +"Och......" viel hij haar ongeduldig in de rede, maar zij legde de +hand op zijn mond: + +"Ga nu heen, ga heen, lieve Mordtmann en kom over een paar dagen +terug; we moeten beiden nadenken en alles overwegen. Laat ons niet +in den roes van dit oogenblik onherstelbaar verdriet over ons zelf +en anderen brengen. Doe nu wat ik zeg. Je weet wel dat ik gelijk heb." + +Hij wilde niet luisteren, maar met smeeken en liefderijke woorden drong +ze hem naar de deur, nog eens greep hij haar aan en kuste haar; daarop +stoof hij de deur uit en liep half bewusteloos door de vestibule. + +Ze wierp zich op de sofa en hield de handen voor de oogen. Zijn kussen +brandden haar; ze had hem lief; daar lag een smart in, die haar als +vastsnoerde in een gelukzaligen angst en haar gedachten stonden stil +voor dat ééne. + +Ze kon er niet toe komen aan haar man en aan haar zoon te denken; +maar een halfbewust gevoel van angst, waar ze al lang meê gestreden +had, mengde zich pijnlijk in deze onuitsprekelijke verwarring. + +Haar man kwam thuis. Hij ging uit de vestibule dadelijk in zijn +kamer. Daar hing een kastje aan den muur, waarvan hij den sleutel +altijd aan zijn sleutelring droeg en waarin hij enkele zeldzame +geneesmiddelen bewaarde;--de apotheek was niet bijzonder vertrouwbaar. + +De professor zocht een fleschje versterkende droppels uit, mengde +een sterke dosis met water en dronk het uit. Toen bekeek hij zijn +gezicht in den spiegel; dat was heel bleek. + +Toen hij zoo een poos gestaan had, deed hij het licht uit en ging +door de huiskamer, om zich in zijn slaapkamer te wasschen, zooals +hij altijd deed, als hij 's avonds van zijn visites thuiskwam. + +"Goedenavond Wenche, zou je de lamp niet opsteken?" vroeg hij, +terwijl hij haar voorbij ging. + +"Ja," antwoordde zij van de sofa, zonder zich te bewegen. + +Abraham zat over zijn boeken. Hij was met Broch op de kamer van +Morten Kruse geweest, waar ze rookten, en hij had een warm hoofd en +een prikkelig gevoel in zijn huid; hij voelde zich niet wel. + +"Nu--Abraham," vroeg de vader, terwijl hij ouder gewoonte heen en weer +door de kamers liep onder 't toilet maken. "Heb je al een besluit +genomen hoe het met het aannemen gaan moet? Dat moet gauw gebeuren, +als je er dezen keer bij wilt zijn. Of wil je liever niet?" + +"Ja, ik wil liever wèl." + +"Goed!--je weet, dat je daar vrij in bent. Wil je aangenomen worden, +dan mag je. Heb je 't al aan Moeder verteld?" + +"Neen,--wilt u dat niet liever doen?" + +"Neen,--waarom? Beste jongen, ga nu maar meteen naar binnen en zeg +het. Moeder is in de kamer." + +Abraham ging heel verlegen naar binnen. + +"Zeg, Moeder," begon hij toen hij een poosje bij de kachel gezeten had; +"ik geloof toch, dat ik voor mijn aannemen leeren wil." + +"Ja, dat dacht ik wel,"--antwoordde Mevrouw Wenche bijna hard. Ze +was zoo volkomen in haar gedachten verdiept. + +Maar Abraham kreeg een schok. + +Dat ze dat nu zóó op kon nemen! Ze had hem zoo open en liefdevol +gezegd, dat hij zelf kiezen mocht. Hij sloop even verlegen weg, als +hij gekomen was; en hij begon al te rillen van angst voor dien morgen, +dat zijn Moeder bij hem zou komen om hem duchtig in verhoor te nemen. + +--Toen Michal Mordtmann duizelend de huisdeur uitvloog, was hij vlak +op Professor Lövdahl aangeloopen, die juist thuiskwam. + +De professor stootte met zijn stok op de steenen en het kwam Mordtmann +voor, alsof hij iets zeggen wilde, maar zich bedwong. Het scheen hem +ook toe, dat het gezicht van den professor een zonderlinge uitdrukking +had, toen hij vluchtig opzag en groette. + +Maar hij was al te veel vervuld van wat er met Mevrouw Wenche gebeurd +was. Hij ging haastig naar huis en sloot zijn deur af, om alleen en +ongestoord zijn geluk te genieten. + +Hij liet zich in zijn leuningstoel neervallen, sprong weer op en +liep heftig heen en weer, zocht het portret op, dat hij van haar had, +sprak er tegen en sprak tegen zich zelf,--gelukkig, zonder belemmerende +gedachten, trotsch dat hij zijn doel bereikt had. + +Maar naarmate hij wat tot rust kwam, betrapte hij er zich telkens op, +dat hij aan den professor dacht. Dat was toch eigenlijk een zonderling +gezicht, dat hij gezet had. + +Het begon Mordtmann onrustig te maken. Hij begon er over te denken +hoe ontzettend onvoorzichtig ze gehandeld hadden. Nog maar een paar +minuten later en de professor zou hen verrast hebben in een ontroering, +die onmogelijk te verbergen zou zijn geweest. + +Dit moest heel anders ingericht worden,--die verhouding,--als dat +zou kunnen doorgaan en dat gaf zijn overdenkingen een andere richting. + +Hij stak een sigaar aan en ging zitten om na te denken. + + + + + + + + +TIENDE HOOFDSTUK. + + +De Proost Sparre was met zijn cathechisanten bezig in 't oude +vergaderinglokaal van de Haugianen en hoewel er een massa jongens +waren, scheen het toch maar een klein troepje in de groote, lage, +grauwe zaal met vensters aan drie zijden. + +De cathechisanten waren zoo geplaatst, dat er een scherpe afscheiding +tusschen hen was. + +Op een lange bank vlak voor den katheder zaten de kinderen van de +lagere school; 't verst naar de hoeken de arme kinderen uit West-end +en de andere uithoeken van de stad. + +Maar aan de rechterhand van den predikant, vlak bij den katheder, +op kortere banken die recht op den muur stonden, daar zaten de +goedgekleede jongens van de andere scholen; 't gymnasium op de eerste +bank en Abraham heel bovenaan bij den predikant. + +De proost had altijd een menigte cathechisanten, want hij had den +naam, dat bij hem de leerlingen er veel gemakkelijker "door kwamen" +dan bij de andere predikanten in de stad. + +Onmogelijke domooren, die het al meermalen te vergeefs geprobeerd +hadden, werden zonder moeilijkheden door den proost aangenomen. En +men moest waarlijk niet zeggen, dat dit kwam doordat hij het niet zoo +nauw nam met hun kennis van het christendom. Men moest die domooren +maar eens hooren, als ze in de kerk stonden, op de cathechisatie! Ze +antwoordden van een leien dakje, en dat dikwijls op de allermoeilijkste +vragen uit de heele Pontoppidan. + +Daarom werd de proost zeer bewonderd--meer dan hij verdiende--eerlijk +gezegd; want hij nam zijn geheime maatregelen. + +De proost wist namelijk even goed als ieder ander predikant of leeraar, +dat er onder de kinderen van de lagere school niet één jongen of +meisje was, die een syllabe begreep van wat er in Pontoppidan's boek +stond. Daarom was het heelemaal toevallig wat er in de minder heldere +hoofden van het geleerde bleef hangen en van buiten gekend. + +Terwijl dus de knapsten onder hen op iedere vraag uit het heele boek +konden antwoorden, als hij maar oplette, dat hij woordelijk vroeg, +precies als de vraag luidde, waren er veel anderen, die maar een +enkel stukje ontgonnen grond in hun hoofd hadden, terwijl de rest +een en al vraagteekens bevatte. + +Nu had de proost deze methode, dat hij scherp uitkeek naar de kleine +ontgonnen plekjes in al die hersens; en als hij merkte, dat er een +paar woorden als vastgespijkerd zaten in één van de domste hoofden, +dan schreef hij dat in een notitieboekje op. + +Op den grooten dag, dat hij de cathechisanten in de kerk moest +overhooren te midden van de gemeente, was het een wonder, hoe hij kon +springen van 't eene onderwerp op het andere, hier en daar een vraag +doen en altijd den cathechisant voorbereid vinden, en goed voorbereid. + +De proost zelf was heel bezorgd voor dat geheim. In het kleine +notitieboekje stonden enkel getallen, die er voor den oningewijde +uitzagen als cijfers, die hij den kinderen onder de cathechisatie +gegeven had. Maar hij was alleen bezorgd, omdat hij heel goed inzag +hoe gemakkelijk zijn handelwijze verkeerd begrepen kon worden en +verkeerd uitgelegd. + +Tegenover zijn eigen geweten daarentegen was hij volkomen gerust. + +Want als nu de geestelijke gaven zoo ongelijk verdeeld waren, en als nu +Pontoppidan misschien niet voor allen zoo gemakkelijk te begrijpen was, +dan zou het toch een groote onrechtvaardigheid zijn een jong mensch, +dat er om vraagt, den toegang tot de gemeente en de genademiddelen +te weigeren, omdat hij het vermogen miste iets van buiten te leeren. + +Aangenomen moesten ze nu eenmaal worden; er kwam waarlijk nooit anders +van dan last en misnoegen in de gemeente als men den kinderen toegang +tot de bevestiging weigerde; waarom zou men dan moeilijkheden maken +door onbillijke strengheid in zijn eischen? 't Koninkrijk Gods behoort +aan de eenvoudigen van hart. + +Nu en dan waren ze wel wat bedenkelijk "eenvoudig" en de proost +voelde zich dikwijls weinig op zijn gemak tegenover de gymnasiasten, +die soms bijna stikten van 't lachen. Daarom was hij ook wat koel en +terughoudend tegenover Abraham in de eerste dagen. + +Abraham was buitengewoon oud voor een aannemeling, en de proost had +niet veel goeds van hem gehoord; 't was buitendien ook bekend genoeg +dat zijn moeder tot de vrijdenkers behoorde. Maar langzamerhand kreeg +hij een beter indruk van den jongen Lövdahl; hij was eerbiedig en +ernstig en vertrok geen spier op zijn gezicht, als er de zonderlingste +antwoorden van de lange bank kwamen. Hij was daarentegen attent en +hielp den proost de jas aantrekken, gaf hem het boek opengeslagen +aan en sprong op om het potlood aan te geven als het viel. + +En eindelijk vond de proost, voor wie deze uren met zijn cathechisanten +een marteling waren, er iets aangenaams in, dien welopgevoeden jongen +man zoo dicht bij zich te hebben. En in het eene uur na het andere +ontwikkelde zich een soort van vriendschappelijk elkaar verstaan +tusschen den proost en Abraham, zoodat ze elkaar aanzagen als er +iets bizonders onder 't overhooren gebeurde, of de proost mompelde +een latijnsche aanhaling, die Abraham met een bescheiden glimlach +beantwoordde, onverschillig of hij die begreep of niet. + +De voorbereiding voor de aanneming werd daardoor een genoegen voor +Abraham. 't Was al heerlijk om twee of drie uren in den morgen van +school weg te mogen gaan, en als hij bij den katheder van Proost +Sparre zat, had hij een prettig gevoel van de eerste te zijn. + +Door zijn onderwijs op school kende hij 't heele boek van Pontoppidan +al van buiten; zoodat hij niets wist van het ontzettend werken +voor en den verschrikkelijken angst onder het overhooren, die de +wildste jongens van de lagere school bleek en stil maakte met wijd +opengesperde oogen. + +Wat voor hen de gewichtigste gebeurtenis in hun levens was, een +naalde-oog om door te kruipen met de grootste inspanning van alle +krachten, dat was voor hem iets wat hem niet inspannen kon; hoogstens +kon het vervelend worden. + +Maar dat werd het nu niet door zijn prettige verhouding met den proost; +en als hij een enkelen keer overhoord werd, spraken zij gewoonlijk niet +over Pontoppidan, en 't werd dan meer een gesprek over theologische +onderwerpen tusschen een oudere en een jongere, terwijl de anderen +zaten te gapen of onder de tafel vast het volgende leerden. + +--De proost overhoorde het tweede gedeelte: de artikelen des geloofs. + +"Ole Martinius Pedersen, kun je mij zeggen hoeveel goden er zijn!" + +"Twee soorten, n.l. goede en booze," antwoordde Ole Martinius +Pedersen rad. + +"Neen, mijn jongen! dat is niet goed. Je antwoordde op een andere +vraag; op welke vraag antwoordde hij? Kan iemand me dat zeggen?" + +"Op de vraag van de engelen," riep een kleine roodharige jongen, +die achteraan bij den kachel zat. + +"Juist, Jens Hansen. Er zijn twee soorten van engelen, n.l. goede en +booze, maar God is één niet waar, Ole Martinius?" + +"Slechts één eenig God," antwoordde Ole Martinius Pedersen, die een +van de knapste op de lange bank was. + +"Hoe heeft het Goddelijk wezen zich in de schrift geopenbaard?" + +"Als één eenig wezen: Vader, Zoon en Heilige Geest, welke toch allen +één zijn en de heilige Drieéénheid genaamd worden." + +"Kunnen wij wel met ons verstand dit begrijpen: dat God één en toch +tegelijk drie is?" + +"Neen; dit gaat ver boven--ofschoon niet tegen ons verstand; daarom is +het een geloofs- en geen verstands-artikel; en God zou geen God zijn, +als Hij door ons verstand begrepen kon worden." + +"Heel goed--Ole Martinius, je weet je zaakjes als je je maar even +bedenkt. Nu jij, Mons Monsen! Zijn dan de woorden: Vader, Zoon en +Heilige Geest drie verschillende namen of eigenschappen in God en +niets anders?" + +"Ja!--het is meer dan enkel verschil in namen of eigenschappen; +want ieder van hen duidt iets afzonderlijks aan, dat niet aan de +anderen toekomt." + +"Niet zoo gauw, mijn jongen. Waarin bestaat het verschil?" + +"Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is", antwoordde Mons Monsen +in een vliegende vaart, en zonder ergens op te houden: "Niet in het +wezen, zooals reeds gezegd is, maar... maar het woord dat vereenigd +is met water--" + +"Neen, neen Mons, nu ben je aan wat anders bezig; pas nu op: 'niet +in het wezen, zooals reeds gezegd is; maar in zeker......'" + +"--Maar in zekere persoonlijke, inwendige handeling, als kleeren, +schoenen, eten en drinken, huis en haard, echtgenoote en kinderen, +velden, vee-- + +"Neen, neen, neen, Mons! Nu ben je weer aan wat anders bezig; 'die +ieder van hen......'" + +"--die ieder van hen afzonderlijk toekomen, n.l. de Vader, die uit +niemand is, doet zijn Zoon geboren worden uit de eeuwigheid; de Zoon +is uit den Vader en de Heilige Geest is uit hen beiden. Dit alles is +waar en zeker...... + +"Neen, neen Mons. 'Dit alles is......'" + +"...... Dit alles is het diepe geheim van het geloof, dat ons verstand +niet doorgronden kan." + +"Juist, dat is goed, Mons Monsen! je ben een flinke jongen, als je +maar wat kalm aan doet. Maar je praat zoo vreeselijk gauw, dat je in +de war komt. Hier zijn de boeken wat verschillend--wat misschien +de gymnasiasten gemerkt hebben," zei de proost tegen Abraham, +"verscheidene jongens van de lagere school hebben uit een oude +uitgave geleerd." + +Dit was ook een eigenaardigheid van den proost die de andere +predikanten bewonderden of waar zij zich over ergerden. + +De meesten vonden namelijk, dat als het onderwijs in het Christendom +een band zou vormen tusschen de gemeenteleden, dan moesten vóór alles +de leerboeken dezelfde zijn voor allen; en daarom gaven zij onderwijs +volgens de laatste uitgave van Pontoppidans boek, die door den koning +was goedgekeurd en wilden van geen andere weten. + +Maar Sparre nam aan wat de leerlingen gaven, als ze het maar behoorlijk +van buiten kenden. Daarom moest hij ook die wonderbaarlijke kennis +hebben van al de oude en de nieuwe uitgaven, zoodat hij ieder vragen +kon en op gleê helpen met het antwoord. + +Door over het verschil te spreken tusschen de oude en de nieuwe +uitgaven dacht de Proost aan een ongelukkigen aannemeling, dien hij +dit jaar had. De predikant Martens had hem in de konsistoriekamer +een onverbeterlijken idioot genoemd. + +'t Was een groote, sterke jongen van 18 jaar, die als een reus tusschen +de andere jongens zat, en al meermalen het saaie lokaal met onderdrukt +gejubel over zijn grenzenloos dwaze antwoorden had vervuld. + +De proost zelf begon te twijfelen. Maar toch sloeg hij hem nauwkeurig +gade, en luisterde aandachtig naar de stukken en brokken, die de +arme Osmund te hooi en te gras ten beste gaf, als hij gevraagd +werd. Eindelijk meende de proost, dat hij een draad gevonden had, +en vandaag wilde hij het probeeren. Hij nam vlug een sprong van de +drieéénheid, om de proef te kunnen wagen. + +"Jij daar, Osmund Asbjörnsen Sauamyren," begon hij vriendelijk en +langzaam, om den ander tijd te geven zijn gedachten bij elkaar te +halen: "kun je me antwoorden--mijn jongen--kun je me antwoorden op +deze vraag: 'Welke zijn dan de genadegaven van het Evangelie?'" + +Osmund Asbjörnsen Sauamyren zat een oogenblik heel stil; toen begon +hij, eentonig, maar vast, en steeds sterker zingend,--met een vaart, +die hem bijna ademloos maakte: + +"Dat zijn: de rechtvaardigheid van Christus, de vergiffenis der zonden, +de uitverkorenheid der kinderen, de voorzorg van God den Vader, het +erfrecht, de vrede met God, kinderlijk vertrouwen, de zoete geur van +Gods liefde, toegang tot God en moed om te bidden, verzekerdheid van +Gods genade, van gebedsverhooring en hulp in allen nood, buitengewoon +krachtige bescherming tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden, +geduld met onze zwakheden en genadige verschooning voor ons geheele +leven; de voorsmaak van het eeuwige leven, blijdschap in den heiligen +geest; besturing, licht, bezieling en kracht van den zelfden geest; +bevrijding van straf voor en overheersching van de zonde, den vloek +en den dwang der wet, van den Satan, de macht van hel en dood, van +de wereld en een slecht geweten; de uitkomst van alle dingen, ook +van het bitterst lijden, ten beste der geloovigen en een levendige +hoop op de zaligheid, waarop eindelijk de onuitsprekelijke eeuwige +blijdschap en heerlijkheid in den hemel volgt, en zoo voorts." + +"Kijk nu eens hier," riep de proost triomfeerend, en noteerde iets in +zijn boekje; "ik dacht wel, dat het met jou wel gaan zou--Osmund!--Je +kunt misschien de vragen niet zoo gemakkelijk begrijpen als de jongens +in de stad; maar je weet toch wel wat, mijn jongen!--ga jij maar door +met werken en opletten, je zult zien dat het wel gaat." + +De jongens van 't gymnasium waren teleurgesteld; zij hadden een +kostelijke lachpartij verwacht; maar de heele lange bank boog zich +voorover en keek Osmund met de grootste verbazing aan. + +Zelf zat hij met open mond den proost aan te staren. Zooiets was hen +nog nooit overkomen. Nooit had hij een woord van lof of hoop gehoord, +maar ook nog nooit te voren had een predikant dit zijn groote en +eenige bravournummer van de genadegaven van het Evangelie ontdekt. + +Osmund Asbjörnsen Sauamyren had het al bij veel predikanten geprobeerd +en--ik weet niet hoeveel--cathechisatie-boeken versleten. + +Al van den tijd toen hij op veertien-, vijftienjarigen leeftijd het +boek meê naar de bergweiden nam, waar hij de geiten hoedde, had hij +tevergeefs geworsteld met vragen en antwoorden. + +Slechts één enkelen keer, op een gelukkig oogenblik, hadden zijn +hersens met een reusachtige inspanning, die groote vraag over de +genadegaven van het Evangelie in zich kunnen opnemen. En met de +wonderlijke toevalligheid, die met het van buiten leeren samengaat, was +dit ééne dreuntje heelemaal, zonder fout of onzekerheid vast blijven +zitten; en zóó dikwijls had hij dat nu in uren van moedeloosheid +herhaald, dat het niet meer los kon gaan uit zijn hoofd zonder dat +het broze Osmundsche verstand meê ging. + +Maar hoe weinig hadden de genadegaven van het Evangelie hem tot nu +toe geholpen! Tot spot voor allen en tot verdriet van zijn ouders +was hij van jaar tot jaar blijven loopen als hopelooze aannemeling, +thuis in zijn dorp en nu hier, nadat zijn vader naar de stad was +verhuisd als opperman bij de fabriek. Nergens kon hij aan 't werk +komen. Een jongen, die niet was aangenomen, kon nergens terecht; als +looper met quitanties op kantoren, in winkels, noch bij de bureaux +van 't zeewezen wilde men zoo'n dommen of ontaarden jongen hebben, +die op zijn achttiende jaar nog niet was aangenomen. Zijn groot +lichaam hielp hem ook niet veel. Zijn beenderen waren nog te zwak +voor het handwerk van zijn vader en--behalve dat, wat kon een jongen, +die nog niet aangenomen was, voor loon verwachten? Niet eens op zee +wilde een reederij hem laten gaan vóór hij aangenomen was. + +Osmund Asbjörnsen Sauamyren had niet zulke groote plannen, dacht +ook niet zoo ver vooruit te komen in 't leven; en men zou meenen, +dat er zooveel kansen waren, dat aan zijn bescheiden eischen voldaan +zou kunnen worden. + +Toch vond hij alle wegen zorgvuldig gesloten; voor hem was geen andere +weg om vooruit te komen dan die langs den predikant; en telkens begon +Osmund geduldig met een nieuwen predikant om een poosje bespot en +dan weggestuurd te worden. + +Nu zag hij eindelijk een eind aan al zijn moeite; hij zat er lang over +te denken, wat Moeder wel zeggen zou, als hij thuis kwam, en eer hij +'t wist, begon hij te schreien. + +'t Wekte algemeene vroolijkheid, toen men merkte dat Goliath huilde; +Abraham lachte ook toen de proost glimlachte. + +Hij was alles samengenomen heel blij met zijn goede verstandhouding +met Proost Sparre; en hij was nu alleen nog maar bang voor den morgen, +dat zijn Moeder komen zou en hem tot een oprechten biecht dwingen. Zoo +dikwijls stelde hij zich dat voor, dat hij haar als 't ware binnen +zag komen. En wat moest hij haar antwoorden? + +Die voorbereiding voor de aanneming kon hem immers heelemaal niet +ernstig stemmen--laat staan hem diep ontroeren; en hij wist, dat hij +bij zijn moeder alleen met ernst aan durfde komen; de kleinste poging +dat te ontduiken zou ze dadelijk ontdekken. + +Intusschen ging de herfst voorbij en 't duurde immers nog lang eer +'t Paschen was. + +Abraham vond langzamerhand, dat Broch een goede kameraad was; ze +gingen 't meest om met de hoogsten in de klasse, met de "kranen," die +'t volgend jaar admissie-examen moesten doen. Ze rookten en speelden +kaart en 's avonds wandelden ze met de jonge meisjes. + +Er was iets in Abraham, dat hem een zeker aanzien, een zeker prestige +gaf onder zijn kameraden. + +De onderdrukte lust tot oppositie, die in hem was, kreeg een anderen +uitweg door spotten en belachelijk maken. Hij kon geestigheden zeggen +over ernstige en godsdienstige zaken; en hoe vreedzaam en eerbiedig +hij op school en thuis was, kon hij de ergste zijn in 't spotten en +den draak steken met allerlei, als ze onder elkaar op een kamer zaten, +in een dikke wolk tabaksrook. + +Broch was slap van lachen, en die bijval moedigde Abraham aan, zoodat +hij hoe langer hoe erger werd en nergens meer om gaf,--alsof hij zich +schadeloos wou stellen voor den dwang door echt wild en dwaas te zijn +als hij zich heelemaal durfde laten gaan. + +Hij probeerde ook karikaturen te teekenen; en lang ging er een +teekening rond in de vierde klasse van 't gymnasium, die de hel +voorstelde, waar de heeren Aalbom en Borring van weerskanten onder +elkaar een vuurtje stookten, terwijl de Conferensraad Madvig en Erik +Pontoppidan een woesten "pas de deux" uitvoerden in de vlammen. + +Op school ging het hem nu heel goed. Abraham was vlijtig genoeg en had +ook langzamerhand een eigenaardige manier gevonden om met de leeraren +om te gaan; zelfs Aalbom vergat dien "duivel!" door zijn innemende +vriendelijkheid en alleen de rector had nog iets tegen hem gehouden. + +Professor Lövdahl sloot zich in dezen tijd dicht bij zijn zoon aan, +deed 's Zondags groote wandelingen met hem en sprak bijna met Abraham, +alsof hij volwassen was. + +Dat was niet alleen omdat de Professor met alle macht zijn zoon tot +zich wilde trekken, maar ook, omdat hem iets drukte, zoodat hij +er behoefte aan had opgebeurd te worden door de vroolijkheid van +den jongen. + +De vertrouwelijkheid tusschen hen werd zoo groot, dat Abraham zelfs +een en ander vertelde, wat hij anders stellig zou verzwegen hebben. + +Zoo kwam hij er eens toe in den loop van het gesprek, half tegen zijn +zin, een geschiedenis uit de school te vertellen. + +Er was een ruit gebroken, in de hoogste klasse en alle jongens wisten, +dat Morten Kruse het gedaan had, maar toen de rector er naar vroeg, +wilde niemand antwoorden. Toevallig was Broch ziek, zoodat Lövdahl +de eerste was. + +Nu was er niets, dat den rector zoo driftig maakte, als wanneer +hij merkte, dat er verzet was; en als oud schoolmeester begreep hij +dadelijk, dat de klasse had afgesproken den schuldige niet te verraden. + +Hij was toen regelrecht op Abraham afgekomen: "Pas nu op, Lövdahl! denk +er aan, dat je al eens vroeger je aan oproerigheid hebt schuldig +gemaakt; maar pas op voor den tweeden keer. Weet je wie het gedaan +heeft--of weet je het niet?" + +"Je antwoordde toch dadelijk?" vroeg de professor bezorgd. + +"Ja,--ik antwoordde,"--Abraham wendde het hoofd af. + +"Je zei, dat het Morten Kruse was." + +"Ja, want hij had het gedaan." + +"Natuurlijk moest je antwoorden; 't was immers krankzinnig geweest om +nog eens schandaal te maken in de school--vooral nu je voor je aannemen +leert. Ik weet wel, dat deze en gene met overspannen praatjes aan zou +komen, dat je je vriend niet verraden mag--of iets dergelijks;--maar +daar moet je je maar in 't geheel niet aan storen. Gehoorzaamheid--zie +je--tegenover je superieuren is absoluut de allereerste plicht en +de hoogste deugd voor een jong mensch en een braaf burger; door met +misdadigers om te gaan wordt je er ten slotte zelf een, terwijl je je +zelf en de rechtvaardigheid dient door het booze en strafbare bekend +te maken." + +Toen ze een eind verder geloopen hadden zei de professor zoo in +'t voorbijgaan: "Dat hoef je nu niet aan Moeder te vertellen. 't Is +beter er niet over te spreken." + +Abraham zag niet op; zij ontweken elkaars oogen een poos. 't Was +alsof ze geheimen voor Moeder hadden; en terwijl Abraham zich gerust +stelde met zijn vaders goedkeuring, dacht hij er niet veel meer over, +dat zijn moeder de zaak anders zou beschouwd hebben. + +Maar zij was zoo vreemd in dezen tijd. Ze was eigenlijk zich zelf niet; +want er was iets anders bij gekomen, behalve Mordtmann.--Haar nerveuse +angst was nu zekerheid geworden, en die zekerheid vervulde haar met +een smart, waarover zij zich schaamde en die zij zocht te bestrijden. + +Mevrouw Wenche kon het zich namelijk niet langer ontveinzen, dat zij +weer moeder worden zou. + + + + + + + +ELFDE HOOFDSTUK. + + +Er waren eenige dagen voorbijgegaan, zonder dat Mevrouw Wenche iets van +Mordtmann gemerkt had. Op een middag ging hij voorbij, toen hij van de +fabriek kwam, maar zij trok zich terug van het venster en verborg zich. + +Het gebeurde met Mordtmann was wat op den achtergrond gekomen; zij +had nu geen gedachten voor iets anders dan voor dat wat haar wachtte: +dat zij nog eenmaal moeder zou worden. + +Toen Abraham ter wereld gekomen was had zij lang gewenscht, dat +hij een zusje zou krijgen, maar toen de jaren voorbijgingen had +zij die hoop opgegeven: en nu waren haar gedachten over kinderen en +kinderopvoeding van dien aard geworden, dat zij zich gelukkig prees, +omdat zij maar voor één de verantwoording droeg. + +Haar man zou ook niet blij zijn, als hij het hoorde; dat kon zij wel +van te voren weten. + +Maar het ergst, ja, bijna niet uit te houden werd die gedachte, +als zij zich mengde in haar verhouding tot Mordtmann. + +Zij werd rood van schaamte, telkens als zij dacht aan hun laatsten +avond. + +Hij had haar gekust en gezegd, dat zij alleen de zijne was;--en +zij--wat had zij gedaan?--en wat moest zij doen? + +Zij kon immers niet alleen blijven rondloopen midden in dit alles; +wat--of wie moest zij kiezen? Wat nu gebeuren ging moest gebeuren en +wat dan? + +Zij ging op een schemeravond op de sofa zitten, nadat zij het +dienstmeisje op het hart gedrukt had niemand binnen te laten,--ook +Mijnheer Mordtmann niet. Zij had zich de wanhoop nabij gevoeld en was +plotseling bang geworden voor haar verstand. Nu wilde zij trachten +een overzicht van alles te krijgen om te zien waar zij stond. + +Maar dat werd een droevig overzicht en Mevrouw Wenche zag met +ontzetting waar zij stond. + +Want zij stond immers diep in leugen en verwarring aan alle +kanten. Zij, die zoo kloek en zonder omzien zich door het leven +geslagen had, zonder ooit zelf te liegen en zonder anderen te laten +liegen, voor zoover zij er iets aan doen kon; zij, die geloofd en +beweerd had, dat wie oprecht wenscht waar en eerlijk te zijn zonder +schade door het leven zal kunnen gaan, hoe boordevol het ook is van +leugen en lafheid. + +Daar lag zij nu. In welke van die verhoudingen, die haar het sterkste +bonden, was zij op dit oogenblik volkomen waar? Zij ging ze één voor +één na, en begon met Abraham. + +Waar was haar zoon gebleven? Zij had hem zoo dicht bij zich gehad, +dat zij iedere kleine beweging in zijn ziel had kunnen zien, iedere, +ook de kleinste gedachte of twijfel, die in zijn jong hoofd opkwam, +had kunnen volgen en verstaan. + +Waar was hij nu? Wat wist zij nu van hem? Het hielp niet veel, dat ze +zei: "Zij hebben mij hem afgenomen." Want dat was het immers juist, wat +zij had moeten verhinderen; ze had op hem moeten passen, hem vasthouden +in een helderen zuiveren atmosfeer van waarheid; niet uitwijken, niet +los moeten laten, niet moe mogen worden in den dagelijkschen strijd. + +Dat was het immers, dat zij zich zelf duizend keeren beloofd had, +als zij hem op haar armen droeg, toen hij klein was;--en nu--nu hij +zoo groot was geworden, dat hij er behoefte aan had, dat zij aan haar +beloften dacht, kon zij nu voor hem gaan staan en zeggen: + +"Hier ben ik. Hier ben ik,--je trouwe moeder." + +Kon hij nog op haar vertrouwen zooals vroeger? + +"Neen", zei Mevrouw Wenche hardop en het klonk zoo treurig in de +leege kamer, "neen, dat kan hij niet." + +Tweemaal, eerst met die geschiedenis op school en later in de quaestie +met het aannemen had zij het opgegeven, haar principe prijs gegeven, +was zij zichzelf ontrouw geworden en had voor goed het vertrouwen +van haar zoon verspeeld. Nooit had hij haar zien wankelen, dan +juist tegenover deze twee zaken, die voor hem de gewichtigste +waren geworden. En wat waren dat voor redenen, waarom zij overwonnen +was?--Goede hemel, hoe ellendig kwamen ze haar nu voor in vergelijking +met dat groote: haar plicht om haar zoon staande te houden. + +Neen, het was iets anders wat haar machteloos gemaakt had, en dat +was Mordtmann. Terwille van hem, en van hem vervuld, had zij haar +zoon verlaten!--verlaten? Neen, verraden! + +En nu dacht zij over Mordtmann en ging hun verhouding na, en die +kwam haar zoo onrein voor. Die scheen haar in dit oogenblik zoo +weinig waard. + +Zij dacht over haar liefde en beproefde daar de kracht van, door zich +af te vragen of zij bereid was, haar huis, haar positie, haar man, haar +zoon, haar goeden naam te offeren en telkens als er weer iets bijkwam +zag zij angstig naar haar liefde en het einde was: dat zij te oud was. + +Zij was te oud, meende ze, voor die alles overweldigende liefde, die +verleidelijk is als een zaligheid en dwingend als een plicht. Zij +wist al te veel van het leven om zich door eenige illusie te laten +verblinden en was te rechtschapen en te plichtmatig om niet de rechten +van anderen te erkennen. Zij hield veel van Mordtmann. Uren lang +kon het als een bekoring over haar komen, als zij zich dacht als de +zijne. Een leven met een man, die het zoo geheel met haar eens was, +zoo vrij van vooroordeelen, zoo kloek en edel in ieder opzicht. + +En als ze dan dacht aan haar leven, zooals het van nu af worden zou +met haar man, dan rilde zij van die leugens; en dan werd haar dat +alles zóó walgelijk, dat het eenige, wat het beste in haar redden kon, +een breuk was--een breuk met alle gezonde, hartverscheurende smart, +die daaraan verbonden was, en dan een nieuw leven--hetzij dan zooals +'t worden moest--met Mordtmann. + +Maar ze kon immers niet naar Mordtmann gaan zooals ze nu was. + +En een oogenblik vergat ze al haar verdriet in een bitter medelijden +met dat kind, waarvan de moeder 't niet verwachtte met verlangen en +liefde, en dat niemand welkom wezen zou, als het kwam. + +Zij was geen moeder, waar een kind mee gebaat zou zijn; geen vrouw +voor een man, geen vertrouwbare vriendin,--niets voor wie dan ook--was +'t niet het beste, dat ze maar heenging? + +De dood kwam haar niet zoo zwaar voor; ze had zich vaak met de gedachte +bezig gehouden vrijwillig heen te gaan; en ze meende, dat als eerst +het besluit genomen was, de moed haar niet zou ontbreken. + +Ze had geglimlacht over de minachting, waarmeê over 't algemeen +gesproken werd over de lafhartigheid van hen, die kiezen zelf uit +'t leven heen te gaan; want die gedachte was haar zóó nabij gekomen +dat zij wist, dat er moed toe behoorde--vooral moed om te kiezen. + +Moe van den maalstroom, waarin haar gedachten haar hadden gejaagd, +verzonk ze in een stil, zwaarmoedig peinzen over deze vraag: zou ze +niet 't beste handelen tegenover de anderen en tegenover zichzelf +door te bekennen, dat haar leven een nederlaag geweest was, en als +overwonnene heen te gaan; in plaats van door te leven van leugen en +stukken van haar verbrijzeld bestaan, opgevende dat waar ze voor +gestreden had en waar ze ontrouw aan geworden was: volle, zuivere +waarheid in woorden en daden? + +Maar zij was immers niet alleen. + +'t Beeld van een klein, zacht kinderkopje vervolgde haar; was dat +goed een ander wezen meê te nemen; een licht te dooven vóór het nog +aangestoken was? + +Nieuwe twijfel, nieuwe pijn, nieuwe vragen martelden haar; waarom, +was er toch niets--niemand om te helpen! + +Eindelijk kwam hij--'t was over achten--haar man, waar ze niet op +gewacht had; maar dien ze toch wist, dat om dezen tijd komen zou. + +Hij ging nu door de vestibule, en zette zijn stok weg. Zou ze met hem +spreken? hij was haar man, hem kwam de helft van dat jonge leven toe, +dat zij had willen uitblusschen; hij sloeg de hand aan den knop van +de deur en kwam binnen. + +"Is hier iemand?" vroeg hij. + +"Ik ben hier," antwoordde zij van de sofa. + +"Ben je alleen?" + +Er was iets in zijn toon, dat haar opjoeg; zij antwoordde niet; maar +stak snel de hanglamp aan; haar hand beefde zóó, dat het glas tegen +de ballon rammelde. + +"Scheelt er wat aan, Wenche?" + +"Scheelt jou niet eerder wat?" vroeg ze stug, want haar man liep +onrustig heen en weer, met een boosaardigen, akeligen glimlach. + +"Och ja!--mij scheelt wat,--niet veel, maar een kleinigheid, waar ik +met je over spreken wou. Maar--mijn God!--wat zie je er uit, Wenche!" + +Op eens kreeg ze den inval te doen, alsof ze niet begreep, dat hij haar +beschreid en ongelukkig gezicht bedoelde, en ze greep de gelegenheid +aan om het hem te zeggen. + +"Hoe ik er uitzie?--Ik dacht, dat je het wist." + +"Het wist?...... wist?......--Wat?" + +"Heb je dan niet begrepen ...?" + +Opeens verzamelde hij zijn gedachten; hij greep naar zijn hoofd, zag +haar onderzoekend aan met zijn scherpe doktersoogen, wendde zich af +en kwam weer terug, terwijl hij iets mompelde. + +"Wat zeg je, Carsten?" + +"Ik?--Ik zeg alleen: zoo, zoo!" antwoordde hij bleek. + +"Ik ben bang, dat geen van ons beiden recht hart heeft voor die +kleine stakker." + +"Welke stakker?" + +"Ons kind, Carsten. Ons arm kindje." + +"Ons?"--antwoordde hij met dien zelfden leelijken glimlach en keerde +zich een oogenblik naar haar toe. + +Mevrouw Wenche zag hem een seconde in 't vertrokken gezicht, zonder +hem te begrijpen. + +Hij keerde zich om naar de deur, om weer heen te gaan. + +"Carsten!" ze stoof plotseling op, "Carsten! wat zei je daar?" + +Hij keerde zich om in de deur. De heele man was veranderd; zijn grijze +haren stonden overeind, zijn tanden werden zichtbaar, zijn oogen waren +als die van een dier, dat plotseling zijn kooi stuk slaat, heesch en +ademloos zei hij haar vlak in 't gezicht: "Ik geloof je niet." + +Ze vloog hem achterna met een gil en opgeheven handen; maar hij was +al in de vestibule, en ze gaf het op. Ze kon hem toch niet neerslaan, +en dàt had ze gewild. + +Een oogenblik stond ze bevend stil; daarna richtte ze zich op. Ze +ging de kamer uit en gaf de dienstmeisjes orders: de professor kwam +zeker niet thuis voor 't avondeten. Zij zelf ging ook uit en nam den +huissleutel meê. Niemand behoefde voor haar op te blijven. + +Abraham was bij Broch en speelde kaart; ze had hem wel graag willen +zien; maar 't was misschien het beste, dat ze niet meer in de war +gebracht werd. + +Ze deed haar bonten mantel aan, trok den kap over haar hoofd en ging +naar buiten op straat. + +Mevrouw Wenche ging regelrecht naar Mordtmann; de afstanden in de +stad waren niet groot; en terwijl zij daar liep, dacht ze niet verder, +dan dat ze nu vrij was--heelemaal vrij van haar man; nu ging ze naar +Mordtmann om hem alles te vertellen; nu kwam er licht--waarheid, +eindelijk! in hun verhouding zooals vroeger; veel geluk verwachtte +zij niet. + +Ze was nooit in Mordtmanns huis geweest; maar ze kende zijn vensters, +die op de straat uitzagen. Er was licht aan. 't Huis was als de meeste +anderen in de stad: de groote straatpoort open, geen gesloten entrée; +ze ging regelrecht naar zijn deur, klopte aan en ging binnen. + +Michal Mordtmann stond midden in de kamer met hoed en overjas, een +pas aangestoken sigaar, juist bezig met de lamp neer te draaien, +om naar de club te gaan. + +In de kamer was een flauwe lucht van warm avondeten, vermengd met +den fijnen geur van de eerste trekken aan een goede sigaar. + +"Goeden avond Mordtmann!" zei ze en glimlachte droevig. "Nu kom ik +bij je. Wacht maar even tot ik wat kalmer ben." + +Hij stamelde--hij kon niets zeggen. Hij legde zijn sigaar weg en deed +zijn overjas uit. + +Deze dagen hadden hem bekoeld; het onheilspellend gezicht van den +professor had hem op de gedachte gebracht, dat dit alles toch al te +ernstig was. + +Mevrouw Wenche was klaarblijkelijk ook al te ernstig, te weinig +luchtig, dan dat zij een verhouding, zooals hij zich had voorgesteld, +zou kunnen dragen. + +Zij kwam zijn kamer binnen, ging in zijn sofa zitten en zei: "Nu kom +ik!"--Wat ter wereld moest hij toch beginnen? welken toon moest hij +aanslaan?--voor den drommel! hoe moest hij de zaak aanpakken?--Mooi +was ze!--ze was prachtig, zooals ze daar op zijn sofa zat, bleek en +wat verwaaid; maar wat hielp dat?--en dan die wonderlijke plechtige +manier van doen. + +Hij schonk haar een glas wijn in: + +"Lieve Mevrouw Wenche! wat is er?--is er wat treurigs gebeurd?" + +"Neen," antwoordde ze en zag weer glimlachend naar hem op. "Je zult +misschien zelfs vinden, dat het wat goeds is, omdat het op eens je +wensch vervult." + +"Vertel, vertel!" riep hij geanimeerd en op een toon, die verrukt +moest heeten. + +Ze merkte niets,--vervuld als ze was van wat ze hem nu vertellen +zou,--van dat oogenblik, dat ze het verbond met den eenen man verbrak +om een nieuw met een ander te sluiten. + +Ze begon daarom kalm, alsof ze hem om geduld wou verzoeken; 't zou +een lang en ernstig verhaal worden: + +"Ja, lieve Mordtmann!--ik ben van mijn man heengegaan en ben bij je +gekomen; maar eerst is er nog iets anders."-- + +"U hebt...... zegt u...... u is van uw man...... ik begrijp +niet recht......;" hij zag al 't heele stadje in oproer; Mevrouw +Lövdahl,--de vrouw van Professor Lövdahl--van haar man weggeloopen, om +den nacht in zijn huis--'t huis van een ongetrouwd man door te brengen! + +Door 't lichaam van Mevrouw Wenche ging een lichte schok; ze zag hem +snel aan en zei--als in 't voorbijgaan: + +"Dat wil zeggen: ik heb een hevige scène met mijn man gehad; en daarom +kwam ik hierheen om u om een goeden raad te vragen." + +"O, lieve Mevrouw! Ik wil alles voor u doen; u maakte me eerst +heelemaal verschrikt; maar 't was toch vrij onvoorzichtig van u op +dezen tijd te komen." Hij zette zich naast haar op de sofa. + +Maar 't gezicht van Mevrouw Wenche werd heelemaal stijf, en rimpels, +die er vroeger nooit geweest waren, legden zich stram om haar +mond. Zij, die altijd de waarheid sprak, had een fijn oor voor al +wat hol klonk en onvertrouwbaar was; op dit oogenblik doorzag ze hem +geheel en onverbiddelijk. + +En dat ze het niet vroeger gedaan had, was omdat haar eigen ontwakende +liefde haar blind en vol vertrouwen gemaakt had; en behalve dat--er +was, vooral bij hun laatste ontmoeting--zooveel echte hartstocht in +hem geweest. + +Maar nu, nu ze in haar eersten twijfel hem dien strik spande, +verraadde hij zich dadelijk. Er was in zijn stem zóóveel verlichting, +toen hij hoorde, dat het niet zoo ernstig was--alleen maar een hevige +scène met haar man--dat het op eens Mevrouw Wenche duidelijk werd, +dat ze op het punt stond zich zelf te vergooien--van lafhartigheid +en huichelarij in de meest valsche valschheid te vervallen. + +Ze stond op en zag hem in de oogen. + +Hij stond ook op, zocht naar woorden, streed zoo goed hij kon met +die oogen, die zich in hem boorden, zonder dat ze waren af te weren. + +Een paar seconden hield hij het uit; maar toen moest hij zijn oogen +afwenden. + +En toen hij weer opzag, werd zijn gezicht heel bleek en hij hield de +handen op, alsof er iets op hem neervallen en hem vermorzelen zou. + +Maar toen had Mevrouw Wenche met hem afgedaan. Ze stak de hand uit +als om het glas wijn te grijpen, dat op tafel stond. In dit pijnigend +oogenblik werd ze hevig bevreesd voor een flauwte--hierboven, bij +hem! maar ze bedwong zich met alle macht, hield zich staande en +ging heen. + +Ze was door de stille, leege straten zoover gegaan, dat er geen +lantaarns meer waren; ze merkte dat eerst toen ze struikelde en den +weg niet meer zien kon. + +Langs de kanten waren groote steenen gezet en diep beneden zich hoorde +ze 't zware geluid van de golven, die zich tegen de rots verhieven +en weer naar beneden ruischten, met een zingend geluid rukkend aan +het taaie zeewier. + +Van de lantaarns in de stad blonken kleine strepen langs het fjord +haar tegen; maar ze wendde zich af, ging op een steen zitten en zag +voor zich uit in het duister. + +"Arme kleine Abby--arme kleine Abby!" herhaalde Mevrouw Wenche +halfluid. Hij was de eenige, van wie ze afscheid nam: hij was de +eenige, aan wie ze zich verbonden voelde. + +Want met Mordtmann had ze afgedaan--volkomen afgedaan. Ze schaamde +zich, ze voelde zich vernederd en verontreinigd, doordat ze zich +zoo lang door dien man had laten bedriegen. Maar niet alleen haar +liefde had hij omlaag en door 't stof gesleurd; al haar ideeën, haar +liefste en moedigste gedachten had hij stuitend voor haar gemaakt; +na dit kon ze op niets of niemand meer rekenen;--ook niet op zich zelf. + +En als ze nu van haar man heenging deed ze dat zonder +zelfverwijt. Alles in hem wat hem in hun samenleven hoog gehouden had, +was als weggevaagd door die laatste beleediging; toen was een ruwheid +te voorschijn gesprongen--juist dat grove man-achtige, dat ze haatte, +en dat hij tot nu toe met kunst voor haar had weten te verbergen. + +Neen, naar hem wilde ze niet teruggaan. + +En dat arme stumpertje, dat ze nu meênam--ook dat maakte haar +niet onrustig meer; want nu zag ze zoo zeker, zoo duidelijk, dat +het een weldaad was--de laatste, die zij zou kunnen bewijzen,--het +licht te dooven vóor het was aangestoken,--die kleine, dat meer dan +twijfelachtige goed--een leven te sparen. + +En in haar grenzenlooze eenzaamheid aan den uitersten rand van het +leven, dat zij zich genoodzaakt voelde op te geven, werd dit voor haar +als een flauwe schemering van moedervreugde,--alsof ze haar schreiend +kindje in de armen hield en 't met zich droeg naar de gezegende rust. + +Maar Abraham!--dat kind, dat ze had, was hij dan zoo heelemaal voor +haar verloren, dat ze hem onmogelijk kon herwinnen? + +Telkens op nieuw maakte ze die som weer over; en telkens als ze meende, +dat die zou kunnen opgaan, kwam er iets, dat alles voor haar weer in +de war bracht. + +Neen! hem kon ze geen goed meer doen door te leven, zooals haar leven +in 't vervolg zou moeten worden,--dat was onmogelijk. + +Daarentegen zou ze zich kunnen voorstellen, dat de herinnering aan +haar eens in zijn later leven hem tot een steun kon worden, tot een +hulp om weer op te staan, als het hem ooit duidelijk zou worden--en +dat hoopte zij--dat zij, zijn Moeder, haar best gedaan had zijn +zieleleven gezond en waar te houden, en dat die anderen zijn jeugd +hadden vergiftigd en hem laf en onvertrouwbaar gemaakt. + +Haar arm hoofd kon bijna niet meer; ze was maar volkomen zeker van +één ding: haar besluit. Haar smartelijke afrekening met het leven +had haar gedachten vermoeid en verstompt; ze voelde het zelf en ze +ging naar den dichtstbijzijnden lantaarn, om op haar horloge te zien. + +'t Was twaalf uur geworden. + +Mevrouw Wenche wist al lang hoe zij het doen zou, en ze had aan hen +gedacht, die na haar moesten leven. + +Zij wikkelde zich in haar mantel en keek nog eens uit over het fjord +en naar de lichten in de stad. En ze nam alles bijeen: haar jeugd, +haar vreugd, haar geluk, al wat het leven haar aan zonneschijn gebracht +had, liet alles in schemerachtige omtrekken aan zich voorbij gaan en +koos toen weer de duisternis,--moe, maar vast en zonder aarzelen. + +Toen ging ze haastig terug door de stad, regelrecht naar huis. + + + + + + + + +TWAALFDE HOOFDSTUK. + + +De professor wekte groote verbazing in de club door tot na tienen te +blijven en toddy te drinken. + +Hij was namelijk anders zoo geregeld als een klok: elken Vrijdagavond +een partijtje whist op de club, maar alle andere dagen precies om negen +uur naar huis. Hem als vandaag--op een Dinsdagavond zijn avondeten +daar te zien gebruiken, en later "à la guerre" te zien spelen met +een paar jongere heeren was een wondervreemd geval. + +Hij lachte er ook zelf om en was heel opgewekt; maar toen hij +thuiskwam--zoowat tegen elf uur, werd hij verwonderd en onaangenaam +gestemd toen hij zijn vrouw niet te bed vond. + +Hij had berekend, dat ze slapen zou--of zou doen alsof ze sliep, als +hij zoo laat thuis kwam; en hij wilde voor geen geld van de wereld +een gesprek hebben, nu alles nog zoo heftig was, zoo versch in 't +geheugen lag. + +Hij rekende na, waar ze wel kon wezen. + +Veel vriendinnen had Mevrouw Wenche niet, maar er waren toch altijd +drie à vier families, met wie ze zoo'n vertrouwelijken omgang hadden, +dat ze daar een avond heen kon gaan zonder geïnviteerd te zijn, +en zonder belet te vragen. + +Maar half elf was laat, om van zoo'n bezoek thuis te komen. + +Eerst kwam het niet in hem op, dat er iets gebeurd zou kunnen zijn. Hij +keek of zij den anderen huissleutel meêgenomen had, en toen die weg +was, nam hij den zijne uit het slot, opdat ze binnen zou kunnen komen. + +Waar ze ook was--hij wist, dat men daar in huis er voor zorgen zou, +dat ze naar huis gebracht werd en trouwens de stad was heelemaal niet +gevaarlijk, zelfs laat in den avond voor een dame, die zoo bekend +was als de vrouw van Professor Lövdahl. + +Hij kleedde zich dus snel uit en ging naar bed, opdat hij doen kon, +alsof hij sliep, als zij thuis kwam. Vóor alles was het er hem om te +doen, dat dit gesprek, dat hij wist, dat komen moest, tot morgen zou +worden uitgesteld. + +'s Avond was het onmogelijk; het leidde maar tot meer heftigheid en +oneenigheid. Maar 's morgens was alles weer binnen de perken gebracht +en minder gewichtig; de meest brandende strijdvragen konden dan +voorzichtig als kleinigheden behandeld worden in de koele morgenlucht. + +Professor Lövdahl was zich ten volle bewust, dat hij zich te buiten +gegaan was en zijn vrouw ten diepste gekwetst had. Als correct man +schaamde hij zich, dat hij een stemming verraden had, terwijl hij er +zijn eer in gesteld had die te verbergen. + +Tegenover zijn vrouw schaamde hij zich bijna minder omdat hij +zelf wist, dat hij die booze woorden niet in ernst gemeend had en +omdat hij er vrij zeker van was, dat ook zij, als ze even nadacht, +wel zou inzien, dat het maar een gezegde was, dat hem in de eerste +opwelling van misnoegen ontvallen was. Want dat was ontegenzeggelijk +een vervloekte geschiedenis met dat nieuwe kind. + +Nu had hij zich al zooveel jaren lang gewend aan de gedachte aan dien +éénen zoon. Zoowel in zijn armenpraktijk, als in zijn statistische +studiën, had hij zooveel treurige gevolgen gezien van veel kinderen +in een gezin; hij had er zelf zooveel en zoo scherp tegen gesproken +en geschreven. + +Kwam hij nu niet een beetje in een komisch daglicht, als hij vijftien, +zestien jaar daarna, op zijn ouden dag, tegen zijn eigen theorie +in begon te handelen. Al die geestigheden, die hij zou moeten +slikken! glimlachjes, toespelingen en steken onder water! + +En al die last in huis; al die moeite en akeligheid, die men zoo +gemakkelijk draagt als men jong is en alles nieuw; maar die de rust +verstoren en 't huis overhoop halen, als men eenmaal alles in orde +heeft. + +Dat alles was op eens over hem gekomen, had zich met de booze, +opgewonden stemming vermengd, waarin hij al een poos verkeerde en +had eindelijk dien beschaafden man, zoo vol zelfbeheersching, uit het +evenwicht gebracht en die woorden uitgelokt, die in zekeren zin zijn +geheim verraadden, hoewel hij in werkelijkheid er ver van was, wat hij +gezegd had te meenen, zooals Mevrouw Wenche het moest opgenomen hebben. + +Maar morgen zou alles er anders uitzien. + +Aan de zaak zelf was immers niets te doen en Carsten Lövdahl was juist +de man om het onvermijdelijke met gratie te dragen. Hij was ook bereid +tegenover zijn vrouw excuses te maken; maar kalm, half schertsend, +uit de hoogte:--morgen. + +Hij deed het licht uit; 't was eigenlijk het allerbeste rustig te +gaan slapen; maar dat gelukte hem niet: hij kon niet in slaap komen. + +Integendeel hij werd buitengewoon wakker, gespannen, warm en +zenuwachtig,--hij lag naar het lichtste geluid te luisteren en het kwam +hem voor, dat de stille nacht vol geluiden was, terwijl de stad sliep, +met slechts hier en daar een wegstervende voetstap op haar straten. + +En in 't donker groeide een sombere angst op, sneller en sneller met +fantastische omtrekken, en kwam al nader en nader, zwaarder en meer +beklemmend met iedere vijf minuten, als hij meende, dat er weer een +kwartier om was en een lucifer aanstak. + +Waar blijft ze toch? Over half twaalf! Nu moest er toch iets gebeurd +zijn. + +Hun laatste gesprek, haar gil toen hij vluchtte, omdat hij bang was +dit gesprek voort te zetten--dat alles stond hem voor den geest.--En +zij, die zoo heftig was, zich nergens aan stoorde......! + +Die overspannen naturen toch!--hij kende ze. Wat konden ze niet +verzinnen! Waar was ze op dit oogenblik?--hij duizelde. Zwierf ze +alleen rond in den nacht? Of lag ze al te drijven bij de steile rotsen +in het fjord? + +Hij ging overeind in bed zitten en stak een kaars aan. Hij sprak +kalmeerend tegen zich zelf als tegen een koortspatiënt; maar het +hielp niet. + +Eindelijk hoorde hij de huisdeur. + +Dadelijk deed hij de kaars uit, ging liggen en haalde langzaam en +geregeld adem, alsof hij al lang sliep. Hij voelde zich grenzenloos +verlicht en glimlachte over zijn angst. + +Mevrouw Wenche kwam binnen, stak licht aan en trok haar japon uit, +terwijl ze haar man aandachtig gadesloeg; hij sliep vast en rustig. + +Stil en voorzichtig--zoodat niet één sleutel rammelde, legde zij haar +hand op zijn sleutelring, nam de kaars meê en ging de slaapkamer uit. + +Hij merkte, dat ze de kamer weer uitging, maar dacht daar niet verder +over. Nu was ze thuis, zijn angst was voorbij, morgen zou het wel +weer in orde komen. En zooals hij daar nu gerustgesteld en moe van +ontroering lag en deed, alsof hij sliep, viel hij werkelijk in slaap +en sliep vast en rustig twee, drie uur. + +Maar toen hij midden in den nacht wakker werd en voelde, dat het bed +van zijn vrouw leeg en koud was, schrikte hij weer op in angst, stak +de kaars aan en keek rond. Alles was stil; 't was over drieën; hij zag +geen spoor van zijn vrouw, behalve de japon, die zij uitgetrokken had. + +Carsten Lövdahl voelde zijn hart stilstaan: het werd hem duidelijk, +dat er nu toch iets gebeurd was. Hij verzamelde al zijn kracht, hij +wapende zich met alle kalmte, die in zijn natuur lag en die het leven +en zijn werk nog in hem had versterkt en ontwikkeld. + +Toen hij zich half gekleed had, nam hij het licht mee om haar te +gaan zoeken. + +Door de kamers viel een lichtstreep uit zijn spreekkamer; de deur +stond op een kier. Hij moest even blijven staan; maar toen deed hij +de weinige voetstappen naar de deur; hij wist nu wat hij zien zou. + +Toch moest hij zich vasthouden en de kandelaar was hem bijna uit de +hand gevallen. + +Stijf uitgestrekt in zijn grooten leunstoel lag het lijk van Mevrouw +Wenche. De kaars op de tafel was bijna uitgebrand; en uit haar hand, +die zij in 't laatste oogenblik over de tafel had uitgestrekt, was +een van zijn kleine fleschjes gerold, die hij kende. + +Hij zette de kaars weg en wilde zich op haar werpen. Maar een gedachte +drong zich op eens aan hem op en maakte hem stil en koud: nu moest +hij er aan denken wat hem nu te doen stond, wat er nog verborgen kon +worden; nu was het tijd om een man te zijn. + +En weer bedwong hij alle gevoel met zijn door gewoonte sterke +zelfbeheersching, hield een spiegel voor haar mond, ofschoon hij +wel weten kon, dat de dood onmiddellijk was ingetreden, toen het +fleschje leeg was. Hij nam het op en zette het weer in het kastje, +en lichtte langs den vloer om de kurk te vinden. + +Daarop sloot hij zijn medicijnkast en stak den sleutelring in de zak. + +Met afgewend gezicht boog hij zich over haar neer, nam haar op en +droeg haar de kamers door naar haar bed. + +Toen hij de kaarsen weer naar de slaapkamer gebracht en nog eens +rondgekeken had, ging hij naar boven en riep de dienstmeisjes. + +Een liep dadelijk naar buiten om Dr. Bentzen, een van de +gemeente-artsen te roepen: Mevrouw was ziek, gevaarlijk ziek, +'t ging om leven en dood. + +"'t Is al voorbij--lieve vriend--hier is niets meer te doen, een +hartverlamming, plotseling! in een oogenblik!" zei de professor, +toen hij Bentzen in de gang tegemoet kwam. + +"Arme vriend!" antwoordde Bentzen en drukte hartelijk zijn hand, +"kom ik te laat om je te helpen?" + +"Och neen! ik kwam eigenlijk ook zelf te laat, zie je, ik lag te +slapen; zij ging later naar bed dan ik; en zoo stil en plotseling is +alles gegaan, terwijl ze zich uitkleedde, dat ze al bewusteloos was +en de doodstrijd al begonnen was, toen ik wakker werd." + +Prof. Lövdahl sprak in groote spanning en uitvoerig--als een +moordenaar, die den indruk van vrijmoedigheid maken wil. + +"Heb je haar muskus gegeven?" vroeg Dr. Bentzen wat verrast, terwijl +hij zich over haar boog. + +"Ja, wat moest ik doen?" antwoordde de professor met een gebaar van +radeloosheid; "ik was wanhopend en alleen--even voor je kwam greep +ik wat ik bij de hand had. Maar ze was zonder twijfel al dood toen +ik het haar in den mond goot. Ik ben altijd bang voor Wenche's hart +geweest;--maar dat het zoo zou gaan....." + +Bentzen legde de hand op zijn schouder: "Wees een man--Lövdahl--wij +beiden hebben al zoo vaak zulke dingen zien gebeuren, dat we ons +sterk moeten toonen, als de slag ons zelf treft. Ik zie ook, dat je +kalm bent en behalve dat--je weet, Goddank! waar je de beste troost +op den duur kunt vinden." + +De gemeentearts Bentzen vond altijd een paar vrome zinnetjes bij +zulke gelegenheden, ofschoon zijn mond in 't dagelijksche leven vol +was van vloeken en minder fijne verhalen. + +Maar toen hij weg was, de huisdeur gesloten, het ergste verborgen +en zijn positie gered, toen was 't uit met Carsten Lövdahls +zelfbeheersching; hij sloot zich op bij de doode, wierp zich neer +naast het bed en steunde. + +Zóó was het dan geëindigd, zijn huwelijk. + +'t Was voor hem één lange strijd geweest, waarin hij voortdurend +verloren had--ook dezen keer. + +Hij had gestreden om zijn vrouw te winnen op een andere manier dan +in verliefdheid. + +Zij zou leeren hem heelemaal te waardeeren--ook zoo, dat ze zijn +levensopvatting als de ware erkende en zich daarvoor boog. + +Carsten Lövdahl's ijdelheid was zijn karakter; alles had bijgedragen om +die te versterken--alleen zijn vrouw wilde zich niet voor hem buigen. + +En naarmate zij in hun samenleven elkaar leerden kennen, begreep hij, +dat de kans steeds kleiner werd, dat zij zich zou buigen in bewondering +en des te sterker wenschte hij te overwinnen. + +'t Zou toch ten slotte wel eens blijken, dat ze niets bereiken kon +zonder hem; al haar overspannen ideeën zouden eens blijken te zijn +wat ze waren: praatjes en groote woorden. + +Maar toch imponeerde ze hem. Die grenzenlooze vrijmoedigheid, die +vaste, zekere blik, dien hij op zich voelde rusten, al was ze ook +aan het andere eind van de kamer, zoo vaak hij handig en prettig +een loopje met de waarheid nam;--dat alles drukte en irriteerde hem, +omdat hij haar nooit aan het wankelen kon brengen. + +Alleen op éen punt had hij overwonnen; dat was in den strijd om +Abraham. Maar tegelijk was er iets bij gekomen en dat was erger dan +al het andere en had alles vernield. + +Want het geheim, dat hij zijn heele leven met inspanning van alle +kracht had verborgen was dit: hij was jaloersch,--stil, verbeten +jaloersch. Maar zooals zijn ijdelheid nooit bleek in iets wat ook +maar in de verste verte op pralerij geleek, zoo vertoonde de duivel +van zijn jaloezie ook nooit zijn bokkepoot in heftigheid en overijling. + +Hij herinnerde zich altijd een woord, dat hij in zijn jeugd gelezen +had: een jaloersch man is altijd belachelijk; maar 't meeste als hij +met een dolk komt aanloopen. + +Belachelijk te worden was voor Carsten Lövdahl het toppunt van +menschelijke jammerlijkheid, en daarom had hij zich zelf eens voor +al beloofd nooit met een dolk aan te komen. + +Dat kwam ook niet met zijn persoonlijkheid overeen; en hoe diep +hij zich ook gekwetst kon voelen, en hoe onmiddellijk hij 't minste +krenkende woord opmerkte, of wanneer hij op zij gezet werd, nooit +kwam er maar een schaduw op zijn gezicht, die iemand opmerken kon. + +Daarom had hij van 't oogenblik af, dat zij getrouwd waren deze methode +gekozen: te doen, alsof hij niets zag of begreep; hij was vriendelijk +en voorkomend voor de jonge mannen, die zijn vrouw naderden, en in +zijn spreken over hen vol lof--zoodat het haar zelf bijna verveelde. + +Tevens hield hij zich wat op den achtergrond; liet al het ridderlijke +in zijn persoon goed uitkomen; hij week uit of was bij de hand; zoo +bescheiden en trouw, dat de jonge vrouw, wier volle liefde hij nu +eenmaal niet bezat, toch liever tot hem terugkeerde als een of andere +verhouding haar begon te verontrusten. Ten slotte was hij het toch, +waar ze 't beste op vertrouwen kon. + +Maar telkens als hij zulk een crisis had doorgemaakt, voelde Carsten +Lövdahl, dat het een volgenden keer moeielijker werd. Dit was ook +een van de redenen, waarom hij de hoofdstad verlaten had. Hier in de +kleine stad ging het beter. + +Wel maakte de onderdirecteur Abel zijn bezadigde strijkaadjes, +en dat ergerde den professor; maar in werkelijkheid was dat toch +heel onschuldig. + +'t Was, alsof hij eindelijk rust zou krijgen van de slang, die aan +zijn hart knaagde;--maar toen kwam Mordtmann. + +Al van dat onzalige diner, dat professor Lövdahl gegeven had, omdat +hij vond dat het zijn plicht was, en omdat Mevrouw Wenche tot nu toe +zoo onverholen haar onverschilligheid aan Mordtmann had getoond,--al +van dien blik, waarmeê ze den jongen vreemde dankte voor zijn hulp in +dat groote gesprek over de school,--van dat oogenblik af wist Carsten +Lövdahl ook hoe het gaan zou,--dat wil zeggen: 't kwam niet in hem op, +dat het zóó zou eindigen. + +Maar hij voorzag een nieuwe beproeving, en volgde zijn oude methode: +hij nam aandeelen in de fabriek "Fortuna," ging in 't bestuur en +noodigde Mordtmann uit met zijn vriendelijksten glimlach. + +Maar hij merkte al gauw zelf, dat het niet meer zoo gemakkelijk +ging als vroeger. 't Werd hem bij den dag moeilijker zich te +beheerschen. Niets ontging hem, hij wist en begreep alles; hij zag +hun verhouding zich vestigen, groeien en groeien--lang vóór en veel +duidelijker dan Mevrouw Wenche het zag. + +En hij kookte! 't Was hem onmogelijk langer comedie te spelen, +terwijl zijn huis op 't punt stond in elkaar te storten. De oude +methode hielp niet. + +Hij moest ingrijpen--of tegen den een of bij de andere. + +Hij stampte met zijn stok op den grond op dien avond, toen Mordtmann +naar buiten kwam met dat geheele hartstochtelijke tooneel in zijn +gezicht geschreven, zóó, dat de professor 't in één seconde gelezen +had,--hij stampte met zijn stok op den grond, maar hij voelde op +hetzelfde oogenblik, dat dit de laatste keer was dat hij het zoo +kon doen. + +Een paar dagen had hij zoo rondgeloopen; maar vandaag was hij +thuisgekomen om alles aan zijn vrouw te zeggen,--alles! zooals het van +den eersten dag af was gegaan tot nu toe. Aan het verootmoedigende wat +daarin gelegen was dacht hij niet meer; hij wilde zich beklagen,--daar +had hij recht toe; hij wilde haar tot haar plicht roepen, haar plicht, +dien ze als rechtschapen vrouw niet kon ontkennen, waar ze zich niet +aan kon onttrekken. + +Maar toen trof het zoo ongelukkig,--die mededeeling, waarmeê ze hem +tegemoet kwam,--zoo onaangenaam, zoo volkomen onverwacht. En toen +verloor hij zijn kalmte, die hij met zooveel moeite bewaard had; +hij was heelemaal buiten zich zelf toen hij haar die beleediging in +het gezicht slingerde. + +Hij had haar willen zeggen,--hij kwam om haar te zeggen, dat hij haar +niet langer vertrouwde; dat hij was begonnen aan haar te twijfelen; +hij wilde haar waarschuwen, haar smeeken, of haar hard toespreken, +al naar 't gesprek liep. + +Maar 't was verre van hem geweest haar te willen beleedigen. Dat haar +hart van hem vervreemd kon worden--dat wist hij; en dat was immers +zijn angst; maar dàt wist hij ook, dat zoodra het gebeurd was en de +keus met bewustheid gedaan, dan zou ze uit zich zelf bij hem komen +en het vertellen. Dat ze ontrouw zou zijn--op andere wijze--dat zou +hij nooit in ernst van haar denken. + +En allerminst op dit oogenblik, nu hij daar in zijn sombere gedachten +verdiept zat en haar aanstaarde. + +Ze lag daar zoo rein, zoo stil, zoo geheel zijn meerdere na 't +volvoeren van haar besluit. + +Hij zat daar, en hij voelde, hoe ze op nieuw en nu afdoende overwonnen +had. + +Want wat hem in haar oogen hoog gehouden had, was juist, dat hij trots +alles wat zij lafheid en onwaarheid noemde, toch iets ridderlijks +had bewaard, wat haar aantrok en waarvoor ze achting hebben kon. + +Maar nu had hij juist in hun laatste samenzijn het slechtste, wat er +in hem was, laten zien, zich op zijn allerleelijkst vertoond--en met +dat beeld was zij heengegaan. + +Hij kwam daartegen op met de diepste verbittering; zijn liefde voor +haar was voor 't grootste gedeelte een brandende lust geweest om haar +tot eerbiedige bewondering te brengen,--eerst dan was ook hij bereid +tot bewonderen. + +Nu was hij onverbiddelijk geslagen, ze had hem volkomen veracht, +had hem den rug toegekeerd en was heengegaan. + +Al zijn smart en teleurstelling, heel het overschot van zijn liefde, +dat nog niet door zijn ijdelheid verslonden was, werd op dit oogenblik +in haat tegen Mordtmann omgezet; dat zou voortaan zijn levensdoel zijn, +hem op de knieën te dwingen, zich zelf en zijn nederlaag te wreken; +iets anders bestond niet meer voor hem. + +Maar hij had Abraham vergeten, Abraham was er immers nog, haar zoon; +en bij die gedachte werd zijn bitterheid iets verzacht. Hem zou hij +toch tot bewondering kunnen dwingen; hij zou de liefde die zijn vader +hem aanbood, met dank en wederliefde aannemen, hij zou hem liefhebben, +zooals Carsten Lövdahl bemind wilde worden. + +Hij zou Abraham helpen zijn verdriet te dragen,--hij zou mogen treuren; +maar tevens wilde hij hem ontwikkelen en vormen naar zijn beeld, hem +zoo ver, zoo hoog brengen--zóó hoog als zijn liefde groot was. Dan +zou de zoon hem ten minste schenken, wat hij van de moeder nooit had +kunnen verkrijgen. + +De professor nam de lamp, om Abraham te wekken, en hem zoo voorzichtig +mogelijk te zeggen, dat hij zijn moeder verloren had. + +De dienstmeisjes waren niet weer naar bed gegaan; ze wachtten met +ongeduld, dat de dag zou aanbreken zoodat ze naar buiten konden +komen en 't nieuws vertellen; onderwijl maakten zij den kachel aan +en kookten koffie. + +Abraham had in den slaap gemerkt, dat de kachel in zijn kamer was +aangelegd, en daarom had hij den indruk, dat het tijd werd om naar +school te gaan. + +Toen hij nu door zijn vader gewekt werd, ging hij met een ruk overeind +zitten en meende, dat hij zich verslapen had. + +"Is het al acht uur!" + +"Neen--mijn jongen!--'t is nog pas zes uur; maar ik maak je +wakker, omdat ik iets heel treurigs te zeggen heb.--Je moet sterk +zijn--Abraham!--en God bidden je kracht te geven; want we hebben +van nacht allebei een groot verlies geleden. Je Moeder is plotseling +ziek geworden--" + +"Is Moeder dood?" riep Abraham wanhopend en greep zich aan zijn +vader vast. + +"Kalm nu, mijn jongen! je ziet, dat ik ook kalm ben; je moet +het dragen als een man, hoe jong je ook bent. Och--Ja! Onze lieve +Heer heeft ons beiden een zware beproeving opgelegd; je moeder werd +vannacht plotseling ziek. 't Was een beroerte, die geen menschenmacht +voorkomen of genezen kon, en nu--nu heeft zij het goed en wij beiden +zijn alleen." + +Abraham was nog niet recht helder; hij greep haastig naar zijn kleeren +in een vage behoefte om op te staan en bij zijn moeder te komen. + +"Neen, neen, Abraham, blijf nu stil liggen! 't is nog zoo vroeg, +en je zult nog tijd genoeg hebben om te treuren, stakker!" + +"Maar Vader, Vader! Is 't wel zeker waar?" Abraham barstte uit in +luid en heftig schreien en wierp zich in de kussens. + +Lang zat de vader aan 't bed en streelde zijn hoofd. Maar toen het +schreien langzamerhand wat bedaarde, stond hij op: + +"Blijf nu liggen tot het licht wordt--Abraham--of zoo lang je wilt. Je +hoeft niet naar school te gaan in deze dagen; ik kom gauw weer bij je." + +'t Was zoo wonderlijk, zoo onmogelijk om te begrijpen, dat Moeder +dood was, onherroepelijk dood en weg, "dood," herhaalde hij halfluid +in zich zelf. + +Hij zat overeind in het bed en staarde naar het roode punt in de deur +van den kachel, tot de tranen hem weer te machtig werden, en hij ging +weer liggen en schreide; hij hoefde niet naar school, dat was maar +goed ook; hij schreide tot hij in slaap viel en hij sliep lang. + +Telkens als hij bijna wakker werd, kwam het hem voor, alsof hem iets +heel akeligs wachtte; maar hij hoefde niet naar school en hij zette +het van zich af. + +Zoodoende stond hij niet op voor elf uur. Zijn ontbijt was in zijn +kamer gezet, terwijl hij sliep; maar hij kon niet eten; hij was als +half bedwelmd. + +Abraham kwam eindelijk uit zijn kamer en wilde over de smalle gang +naar de kamer van zijn ouders gaan,--maar de deur was afgesloten, +zoodat hij door den keuken gaan moest. + +Daar verbaasde het hem eerst de kookvrouw te vinden, die gewoonlijk +kwam als er een diner of souper gegeven werd. Ze was bezig met vleesch +te schrappen en op het fornuis stond een groote pan soep te koken. + +Abraham ging de huiskamer binnen om in de slaapkamer te komen. In de +kamers zag hij Mevrouw Bentzen en verscheiden andere dames, die hij +kende. Ze waren allen in 't zwart, en over de tafels en stoelen lag +veel wit goed. Overal rook het naar muskus. Niets drong helder tot +hem door, vóór hij bij zijn moeders bed stond. + +Daar lag zij: nu zag hij het. + +"Moeder," zei hij heel zacht; "Moeder!" riep hij wat harder. + +Toen was het alsof hij stikken zou. Op eens begreep hij den +onverbiddelijken dood. Hij kon niet schreien. + +Zijn vader kwam zachtjes binnen, en sprak vriendelijk tot hem. "Wij +beiden, Abraham, moeten ons bij elkaar aansluiten. Zij heeft +uitgestreden. Zie maar, hoe rustig zij daar ligt." + +Daarop nam hij hem voorzichtig meê uit de slaapkamer. + +Er was een liefderijke stemming en een stille gedempte drukte in +huis. De witte gordijnen moesten hoe eer hoe beter voor de vensters +gehangen worden [15], en 't huis was groot, met veel vensters aan +de straat. + +Alleen in de spreekkamer van den professor mocht niemand komen. Daar +zocht Abraham zijn toevlucht. + +Zijn vader zat telegrammen te schrijven, hield nu en dan op en +zuchtte. Abraham keek naar buiten op de plaats, waar de herfstdag +gelijkmatig troosteloos neerzeeg. + +De professor werd gestoord door een bleeken, zachtmoedigen man, +dien Abraham kende als den aanspreker; en terwijl ze samen spraken, +sloop hij weer naar de slaapkamer. + +Daar zat hij en staarde zijn moeder aan; hij schreide bijna niet, +staarde maar als verlamd naar die bekende trekken, die hij maar niet +in beweging kon brengen. Zouden de anderen zich toch niet kunnen +vergissen? Stel je voor! Als zij zich nu eens naar hem toekeerde en +zei: "Abbylief, ik ben niet dood." + +Zijn vader kwam weer binnen en vond hem daar; hij sprak wat met hem +en bracht hem zachtjes de kamer uit. + +De professor sprak fluisterend in 't voorbijgaan een paar woorden +met het mooie vrouwtje van den commissaris van politie; en kort +daarna vroeg ze hem--'t moest van zelf heeten, maar Abraham begreep +het best:-- + +"Toe, kom eens hier en houd de trap vast, Abraham! en geef mij de +spelden één voor één aan, wil je?" + +Zij stond op de trap en was met de gordijnen bezig. + +Abraham ging naar haar toe en hielp haar. De dames hielden hem om +strijd bezig en overstelpten hem met lof, omdat hij zoo flink en +handig was. En zoo ging de dag voorbij tot etenstijd. + +Toen begreep Abraham ook waarom de kookvrouw er was. Want in de +groote kamer was een lange tafel gedekt; al de behulpzame dames zouden +daar eten. + +Abraham ging op zijn gewone plaats zitten: maar toen hij de oogen +opsloeg en zag, dat Mevrouw Bentzen naast hem zat voor de soepterrine +en soep opschepte, barstte hij plotseling in luid schreien uit en +moest van tafel worden weggebracht. + +En eerst toen voelde hij heel zijn verdriet voluit. 't Kwam over +hem als een stortvloed: het grootst en bitterst verdriet, waarvoor +geen troost te vinden is in zóó'n jong hart;--het overstelpend +kinderverdriet, waarvan de volwassenen meenen, dat 't zoo gauw +voorbijgaat, omdat er zooveel over héen groeit. + +Met een doordringende bitterheid, zooals geen ander verdriet heeft, +boort dit zich diep in den bodem van het hart; en alles, wat daar +later kan opgroeien, dat alles wortelt in die heilige smart. + +'t Leven en de tijd kunnen later wel buigen en wijzigen; maar een +gemeenschappelijke stempel, een gemeenschappelijke pijnlijke plek zal +er altijd zijn voor hen, die de eigenschap kregen, dat zij begrijpen +en lijden kunnen, en dan dadelijk moeten beginnen met het allergrootst +verlies--het eenige, dat nooit vergoed kan worden. + + + + + + + + +DERTIENDE HOOFDSTUK. + + +De winter ging stil voorbij voor Abraham. Hij treurde en miste zijn +moeder zoo smartelijk in het begin en zat menig avond in den hoek +bij den kachel te schreien in de leege kamer. + +Maar zijn vader hield zich op allerlei manieren met hem bezig, en +wandelde met hem, en liet hem zoo dikwijls hij lust had Broch en +andere vrienden bij zich vragen. + +Alle menschen trouwens hielden zich met hem bezig; de heele stad +stroomde over van medelijden met den armen moederlooze; ofschoon +toch de meesten in hun hart dachten en in vertrouwelijke oogenblikken +zeiden, dat 't misschien beter was zulk een moeder als Mevrouw Wenche +niet te hebben. + +Haar plotselinge dood werd een treffend voorbeeld voor de gemeente; +en velen, die in lang niet in de kerk geweest waren, kwamen nu opdagen +om den predikant te hooren preeken over de onboetvaardigen, die door +den dood te midden van hun zonde en weerbarstigheid overvallen worden. + +Prof. Lövdahl zat in zijn bank daarnaar te luisteren met die mooie, +droevige uitdrukking op zijn gezicht en gevouwen handen. Abraham zat +er ook en boog zijn hoofd, zoodat hij al die oogen niet ontmoette, +die op hem gericht werden. + +Hij wist niet, wat hij van zijn moeder denken moest. + +Maar een indruk, die meer en meer opdook, was de gedachte, dat ze dus +nu niet bij hem binnen zou komen op den morgen van zijn bevestiging, +om hem in 't verhoor te nemen. + +Hij zag 't zoo duidelijk voor zich, hoe ze de deur in zou komen, met +die oogen, waaraan geen ontkomen was. En wat moest hij antwoorden? Nu +was die zorg voorbij; hij schaamde er zich over, dat 't hem een +verlichting was als hij daaraan dacht. En toch was het zoo. + +De professor, die vroeger ook al bemind was, werd van nu af +aan eenvoudig aangebeden. Van mond tot mond gingen de uitvoerige +verhalen van dien vreeselijken nacht, toen hij wakker werd en zijn +vrouw stervend vond, en allen waren gesticht door er op te letten hoe +manlijk hij zijn verdriet droeg en hoe mooi het was, zooals hij zijn +troost in den godsdienst zocht. + +Maar die laatste avond van Mevrouw Wenche werd nauwkeurig onderzocht; +waar was zij geweest? + +De vrouw van den commissaris van politie kon al spoedig inlichtingen +geven: zij was bij Mordtmann geweest,--wel maar heel kort, maar +tien minuten worden al gauw twintig als ze wat gerekt worden. En dan +ook--in korten tijd kan veel worden afgesproken. Mordtmann was dien +zelfden avond naar Bergen vertrokken. + +De vraag--de vraag waar alles op neer kwam--was nu: "Waar was Mevrouw +Wenche geweest van even over negenen tot over elven?"--Zie--dàt was +het ergste: de boot naar Bergen ging eerst te middernacht. + +Maar toen moesten Mevrouw With èn Mevrouw Bentzen beiden bekennen, +dat ze wisten--en heel, heel zeker wisten, want zij hadden beiden +geïnformeerd, dat Mevrouw Wenche den avond had doorgebracht bij +die zoogenaamde Mevrouw Gottwald, waar ze nu en dan een visite +maakte--Mevrouw Wenche bemoeide zich nu altijd 't liefst met menschen, +waar een steekje aan los was. Dit bedierf de combinaties van de +vrouw van den commissaris van politie en maakte een eind aan de +onderzoekingen. Mevrouw Gottwald had er zelfs bijgevoegd, dat Mevrouw +Lövdahl zich dien heelen avond heel onwel gevoeld had. + +Laat op dien avond was Mevrouw Gottwald bij kleine Marius op het +kerkhof geweest en toen ze naar de stad terug ging, zag zij Mevrouw +Wenche bij den lantaarn, met een gezicht, dat zij nooit vergeten zou. + +Toen nu de geruchten begonnen te loopen, reeds op den volgenden dag, +was er iets in Mevrouw Gottwald, dat alles begreep of vermoedde en +zij zond dien kleinen leugen van haar winkel uit. + +Was niet Mevrouw Wenche de eenige geweest, die haar met eerlijke +vriendelijkheid was te gemoet gekomen, zoodat die haar nooit drukte. En +behalve dat was ze immers Abrahams moeder. + +Dat geen gerucht van den waren toedracht van de zaak opdook, was alleen +doordat niemand op die gedachte kwam. En door de volkomen zekerheid +van den professor, Dr. Bentzen, de dienstmeisjes en Mevrouw Gottwald +bleef er geen reden tot twijfel over. + +Anders zou het immers een feest geweest zijn voor al die vrome harten +en vlugge, onvervaarde tongen, om alles--wat dan ook! op het hoofd +van die ongeloovige te laden--zij, die zich met vrijdenkers ophield +en nooit naar de kerk ging. + +Maar--Goddank! er was nog genoeg op haar te zeggen; en Mevrouw Wenche +kreeg een lang grafschrift, waarin niets vergeten werd. + +Dit alles vervulde zoozeer den atmosfeer in de stad, dat 't niet +anders kon dan dat Abraham het dikwijls merken moest. Hij werd bang +om den naam van zijn moeder te noemen en dat werkte storend op +zijn verdriet,--vooral in dezen tijd, nu hij voor zijn aanneming +werd voorbereid en twee keer in de week, behalve des Zondags, +godsdienstonderwijs ontving. + +Hij was nu volkomen veranderd. En zelfs de rector moest toegeven, +dat Abraham Lövdahl een leerling was, waar de school op alle manieren +trotsch op wezen kon. Hij legde toen zijn tegenzin tegenover hem geheel +af; en alle leeraren hadden al lang die geschiedenis met kleine Marius +vergeten. Vlijtig en onderdanig sloop hij door de school naast Hans +Egede Broch, en velen begonnen hem voor even knap te houden. + +Alleen onder de meest vertrouwde vrienden was hij de oude--ja, erger +dan vroeger; en er gingen niet veel weken na zijn moeders dood voorbij, +vóor hij weer het middenpunt in hun kring was. + +Allen waren over hem tevreden; maar de proost vooral! Was hij +begonnen met wat antipathie tegenover dezen jongen man, dan was die +nu overgegaan in de sterkste voorliefde. + +Dat was juist een jongen naar zijn zin: stil, bescheiden, en +welgemanierd, ver in zijn kennis van 't Christendom als maar weinig +anderen en daarenboven nog bezat hij een zeldzaam vermogen om een +redeneering te volgen. + +"Hij moet absoluut in de theologie studeeren; hij heeft een +buitengewoon helder hoofd," zei de proost vaak tegen den professor. + +"Ja, dat moet nu maar gaan zooals de Heer wil," antwoordde de +professor. Hij vond--eerlijk gezegd--niet, dat de theologische studie +iets voor zijn zoon was. + +Maar de proost was zóó met Abraham ingenomen, dat hij hem boeken +leende en hem zelfs op een avond vroeg. + +'t Was met een wonderlijk gevoel, dat Abraham dat huis betrad, dat +voor nog geen twee jaar het doel van zijn liefste wenschen omsloot, +en waarheen hij zooveel liefdeblikken had opgezonden. + +Er was nog een heele schaar ongetrouwde dochters; zijn vroegere +geliefde was op een na de oudste en was een jaar geleden met haar +telegrafist getrouwd. + +Abraham zag haar terug met bruine vlammen in het gezicht en met een +treurig figuur. + +Zijn droomenpaleis stortte ineen. Die ridderlijke tijd met den trouwen +kleinen Marius aan zijn arm werd iets belachelijks, iets om zich over +te schamen; en den volgenden dag lag Hans Egede Broch weer slap van +lachen, toen Abraham een verhaal deed van den avond bij den proost +en voorstellingen gaf van zijn vroegere liefde. + +Intusschen kwam Paschen en de dag van 't bevestigen al nader. Abraham +zag vreeselijk tegen dien dag op, als tegen iets onaangenaams, +dat nu eenmaal moest worden doorgemaakt; maar wat toch later nuttig +werken zou. + +De professor nam de bevestiging van zijn zoon heel ernstig op. + +In het eenzame huis met die vele gedachten en herinneringen, die hem +kwelden, kreeg hij lust zich te troosten en zijn zoon zoo gauw mogelijk +volwassen te laten worden. Een kamer op de bovenste verdieping, met +een alcoof werd gemeubileerd en voor Abraham ingericht, en zijn vader +wilde volstrekt, dat hij in een rok naar de kerk zou gaan. + +Dat was geen gebruik meer. De aannemelingen waren nu zoo jong en klein, +dat ze altijd in een buisje of kort jasje gingen. Abraham stribbelde +zoo lang mogelijk tegen, omdat hij er zich voor schaamde. + +Maar de professor hield hem voor, dat hij immers ouder was dan de +gewone aannemelingen en bovendien zooveel meer ontwikkeld en volwassen. + +Toen gaf Abraham toe; eigenlijk wilde hij ook wel graag een rok hebben; +bovendien zou hij een gouden horloge met ketting krijgen, en de +professor dacht er over hem spoedig verlof te geven om thuis te rooken. + +Maar op den morgen van den bevestigingsdag zelf, onmiddellijk vóór +hij wakker werd, droomde Abraham, dat de deur openging en zijn moeder +binnenkwam heel anders dan hij zich zoo vaak had voorgesteld. + +Hij stond op, verlegen, angstig. In de kerk luidden de klokken--voor 't +eerst. Nu moest hij er heen, vooraan in de rij staan, zoodat de heele +gemeente hem zien kon en die gelofte afleggen. En de oogen van zijn +moeder, die oogen, die dwars door hem heen gingen, die hem volgden; +hij voelde ze. Zij was gekomen om zijn oprechten biecht te hooren. + +Kon hij heengaan en die gelofte afleggen? + +De rok, waar hij zich op verheugd had, en die zoo mooi en nieuw was +met het zijden gaas in de achterpanden, hinderde hem nu; hij legde +die ter zijde. + +Hij was aan 't denken geraakt over al den ernst, die eigenlijk +aan dezen dag besteed was. Hoe was het nu met hem gegaan? Was hij +behoorlijk voorbereid--of stond het op zijn voorhoofd geschreven, +dat hij een onwaardige was? een huichelaar en leugenaar, zou zijn +moeder gezegd hebben. + +De proost had hen allen zoo innig vermaand gisterenmiddag, toen zij +het geld brachten, om zich zelf ernstig te beproeven en zich voor te +bereiden om voor het aangezicht des Heeren te treden. + +Abraham nam zijn nieuwe Testament en ging zitten lezen. Hij was zoo +onder den indruk, dat hij klappertandde. + +Daar hoorde hij zijn vader uit zijn kamer komen. + +Abraham sprong op en trok zijn rok aan. + +De professor kwam binnen, geheel gekleed, met een breede witte das +aan en zijn drie ridderorden in groot formaat. Niemand in de stad +had er zoo veel: + +"Goeden morgen, mijn jongen. De Heer zegene dezen dag voor je." + +Daarop reikte hij hem een groot etui over, dat Abraham niet durfde +opendoen. + +"Doe 't maar open. En doe aan wat er in zit. 't Is je horloge, voor +je aanneming." + +Abraham deed het open; er lag een gouden horloge in, met ketting +en medaillon; hij deed nu ook dit open; maar maakte op 't zelfde +oogenblik een onwillekeurige beweging. + +Daar waren die doordringende oogen, die hem sinds zijn droom van dien +morgen vervolgden. + +"Dat is van je moeder zaliger," zei de professor aangedaan en drukte +hem aan zijn borst. + +Abraham dankte hem stamelend en maakte het horloge vast. Nu stond de +rok ook beter; hij was lang en slank geworden; maar het gezicht was +nog in de overgangsperiode, de neus te groot, en de huid niet zuiver. + +De professor zag hem intusschen met trots aan, en toen hij het nieuwe +Testament opengeslagen op tafel zag liggen, klopte hij zijn zoon op +den schouder: + +"Dat is goed! Ik zie dat je het ernstig opneemt, Abraham." + +Paschen viel in de eerste helft van April; en 't was toen de eerste +zonnige dag, die wat warm was. De heele stad was op de been, de kerk +vol, en velen stonden buiten om de aannemelingen te zien aankomen. + +Enkele moedige winkeljongens traden reeds op in geheel licht grijze +zomerpakken met ronde gebogen mouwen en verbazend wijde broeken, +die bij de laarzen nauw toeliepen; maar dat was al te vroeg, 't was +nog ijskoud in de schaduw. + +Op de plaats vóór de kerk kwamen de aannemelingen bijeen uit alle +straten; eerst de hoofdpersoon, dan de ouders en een paar broers +of zusters. + +De meisjes met natte gladgekamde haren, met dunne, blonde vlechten +in den nek, lange grijze of zwarte omslagdoeken schuin omgeslagen +met de punt heel tot aan den rand van de jurk neerhangend, met +smalle schouders en weinig rokken aan, alsof ze uit het water waren +opgehaald. Een paar uit de hoogere standen kwamen in een rijtuig en +hadden een Weener shawl om. + +Maar waren de meisjes klein en dun, de jongens waren nog kleiner; +met buisjes en jasjes, waar de onmogelijkste plooien in zaten van +achteren en van voren, met groote mutsen, die hun over de ooren hingen, +alsof ze op 't punt waren als dompers neer te vallen. + +Met de handen over 't gezangboek gevouwen en de oogen stijf op de +nieuwe laarzen gericht, liepen ze zoo zachtmoedig en godvreezend naar +de kerk, alsof 't voor hen maar een kleinigheid was den duivel en al +zijn daden en heel zijn wezen te verzaken. + +Maar het was maar goed, dat al hun goed op den groei gemaakt was, +want al den volgenden dag waren 't heel andere kerels. En als men +niet juist in de kerk geweest was en den proost had hooren verklaren, +welk een diepe en ernstige verandering er door den heiligen geest +in hen had plaats gehad, zou men die zachtmoedige en godvreezende +jongelingen moeilijk herkend hebben in die bende halfdronken jongens, +die den dag daarna de straten vulde,--trotsch en triomfeerend, omdat +ze door 't oog van den naald gekropen waren en de pacht door den doop +bevestigd hadden. + +Er ging een gemompel door de menigte buiten en in de kerk, toen +Professor Lövdahl met zijn zoon aankwam. Dat stond ook heel anders dan +al die kleine zachtmoedigen met hun buisjes aan. Abraham was bijna +even groot als zijn vader, en dat mooie, licht grijzende hoofd en +die drie ridderorden in groot formaat straalden uit over de gemeente. + +De heilige handeling begon. Abraham stond bovenaan, het dichtst bij +het koor. Een enkelen keer zag hij op, maar ontmoette zóóveel blikken, +dat hij dadelijk weer het hoofd boog als de anderen. + +Zij, die bovenaan stonden aan den kant van de meisjes, zagen doodsbleek +en waren op 't punt van neer te zijgen van angst, dat ze niet zouden +kunnen antwoorden op de vragen van den proost. De eene mompelde 't +antwoord op de groote "watervraag" en de ander worstelde wanhopend +met het derde artikel, waarmeê ze in de war gekomen was. + +Aan beide kanten was er spanning; maar een en ander van de godvruchtige +jongelingen dacht ook wel: "Het kan mij niet schelen hoe het verder +gaat, ik sta al vast hier." + +Abraham was niet bizonder bang voor het vragen zelf, toch voelde hij +zich sterk beklemd. + +Zij lieten hem niet los, de oogen uit den droom, hij stond te beven +en het was hem geen troost langs de rijen naar de anderen te zien. + +Als nu eens een stem--b.v. een stem als die van zijn moeder, plotseling +door dit heele spiegelgevecht heenklonk, alles bij den naam noemde, de +comedie blootlegde, die zij allen met elkaar speelden;--of hem noemde, +hem die daar bovenaan stond--op het punt van te liegen? Was hij dan +de eenige leugenaar, de eenige huichelaar onder enkel oprechten? + +Hij dacht aan dezen en genen in de rij van de jongens en aan vele +anderen; de ergste kon hij niet wezen; maar toch was alles in hem +pijnlijk in oproer, en hij begreep niets van de gezangen, die hij +mee-zong. Maar nu kwam de proost langzaam uit het koor om met het +ondervragen te beginnen. Zijn gezicht was ernstig en nadenkend, +terwijl hij nog onder het loopen een blik in zijn altaarboek wierp, +waarin losse bladen geplakt waren met namen en getallen. + +Het was ook geen kleinigheid, het overhooren zoo te regelen, dat ieder +zijn vraag kreeg, zonder dat iemand in de gemeente, of de kapelaan +in de predikantenbank al te groote sprongen merkte. + +Maar toen hij voor Abraham stond, helderde zijn gezicht op; hier +behoefde hij in ieder geval niet bang te zijn om te vragen naar wat +dan ook; en hij koos daarom wat hem het eerst inviel. + +"In welken persoon in God gelooft gij, mijn waarde Abraham Lövdahl, +volgens het tweede artikel?" + +"In den zoon Jezus Christus," antwoordde Abraham, zeker van zijn zaak. + +Toen de proost hem naderde beefde hij over het heele lichaam, +maar zoodra de eerste vraag kwam richtte hij zich dadelijk op. De +dagelijksche oefening in het ondervraagd-worden ontnam aan dit +oogenblik al het plechtige, wat hem zoo juist bijna overweldigd +had. Van nu af aan antwoordde hij vlug en duidelijk met de oogen op +den proost gericht. + +"Is het van groot gewicht Christus te kennen?" + +"Ja, er is geen verlossing in iets anders, want er is ook geen andere +naam onder den hemel aan de menschen gegeven door welke wij verlost +kunnen worden." + +"Heeft Christus niet alle menschen verlost?" + +"Ja, Hij gaf zich zelf tot verlossing en schulddelging voor allen." + +"Maar worden dan niet velen verdoemd?" + +"Ja voorwaar," antwoordde Abraham flauw, en zijn oogen gleden neer +langs de plooien van de lange toga van den proost. + +"Maar wat is dan de oorzaak van hun verdoemenis?" + +"Hun eigen onboetvaardigheid en ongeloof." + +"Zeer juist, mijn jongen vriend; dat is hun eigen onboetvaardigheid +en ongeloof," herhaalde de proost tevreden; hij wilde nu het leerboek +verlaten en een van zijn theologische uitstapjes ondernemen om recht +met zijn beste aannemeling te schitteren: "Blijkt eens menschen +ongeloof altijd in booze, goddelooze handelingen?" + +"Neen,--niet altijd," antwoordde Abraham zonder op te zien. + +"Niet altijd, dat is waar," herhaalde de proost en liet zijn oogen +over de gemeente glijden om te genieten van de bewondering, die zijn +lieveling wekken moest. + +Maar de proost schrikte; het was ademloos stil in de kerk, allen +rekten de halzen uit en zagen Abraham aan, maar niet met bewondering, +het was eerder een boosaardige, wreede nieuwsgierigheid. + +En op eens ging den proost een licht op; daar zat nu de heele gemeente +en meende, dat hij met de vragen aan Abraham op diens moeder doelde. + +De proost zag in zijn eersten schrik naar den professor en toen naar +Abraham; zij ook geloofden het allebei. Professor Lövdahl hield zijn +oogen stijf op den proost gericht en Abraham was als het ware in één +gezonken; hij verborg zijn gezicht in zijn zakdoek en zag er uit, +alsof hij in den grond wilde kruipen. + +De proost kwam zóó in de war en was zóó ongelukkig over zijn misgreep, +dat hij heelemaal niet meer wist hoe hij het had. Men zou niets kunnen +bedenken dat minder op hem leek, niets dat minder in zijn bedoeling kon +liggen, dan onaangenaam of hinderlijk te zijn voor zijn lieveling--en +dat nog wel voor den zoon van Professor Lövdahl. + +In zijn verwarring wist hij niet beter te doen dan zijn hand op +Abrahams schouder te leggen en een lofrede op hem te beginnen. + +"Het is mij een genoegen, ja een vreugd voor mijn hart geweest," +zei hij met warmte, "U, mijn lieve Abraham Lövdahl, voor de heilige +handeling van dezen dag voor te bereiden. + +"Zelden heb ik een jongeling ontmoet, die zóó begaafd was, zoo heerlijk +toegerust met de beste eigenschappen van hoofd en hart en ziel. En +nu gij als volwassen lid van de gemeente toetreedt, hoop en vertrouw +ik zeker, dat gij ons ouderen tot vreugde en stichting zult worden +en voor de jongeren een goed en navolgingswaardig voorbeeld."-- + +Dit nu was iets volstrekt ongehoords! De kapelaan, Pastor Martens, +grinnikte wat achter het groene gordijn in de predikanten-bank, +en de geheele gemeente luisterde aandachtig. Maar de vele oogen, +die op Abraham gericht waren, werden toch zachter hierna. Het deed +hun allen goed uit den mond van den proost te hooren, dat er nog hoop +was dezen zoon van de verloren moeder te redden. + +Zelf wist hij niet hoe hij zich houden moest. Waarom moest hij +geprezen worden boven alle anderen? Dit kon nooit goed gaan! De +proost veegde zijn voorhoofd af en ging verder langs de rijen. Zijn +eerste tegenspoed maakte hun dubbel attent, en het overhooren ging +schitterender dan ooit. + +De kapelaan boog zich voorover en hoorde met stijgende verbazing +de goede antwoorden van de onmogelijkste idioten, die hij zelf had +opgegeven, maar hij viel bijna achterover in zijn bank, toen Osmund +Asbjörnsen Sauamyren in zijn zingend boerendialekt zijn stem verhief +en zijn groote bravouraria over de genademiddelen des Evangelies +voordroeg. + +Het duurde eindeloos lang, eer de twee rijen overhoord waren; een +van de jonge dames met de mooie shawls om werd onwel en moest naar +de consistorie-kamer om wat water te drinken. + +Langzamerhand overwon de vermoeidheid ook Abraham's onrust en angst; +hij begon zich veiliger te voelen, de doordringende oogen zag hij niet +meer; daarentegen louter welwillende gezichten; en toen hij eindelijk +aan de plechtige belofte toe was, was zijn gevoel volkomen stomp. + +"Geef dan den Heer uw hart en mij uw hand," zei de proost ernstig en +zacht, en Abraham reikte hem de hand; die van den proost was zacht +en glad en gaf hem een warmen, vertrouwelijken handdruk. + +Eindelijk was de heilige handeling ten einde; die had van 's morgens +negen uur tot 's middags drie uur geduurd; zóóveel aannemelingen +waren er en zoo grondig deed de proost het. + +De bleekzuchtige, jonge dames in de mooie shawls moesten half naar +den wagen gedragen worden; de smalgeschouderde meisjes met de gele +staartvlechtjes zagen er nog steeds uit, als of ze uit het water +kwamen en de zachtmoedige, godvreezende jongelingen staarden nog +vromer en ootmoediger naar hun nieuwe laarzen. + +De kookvrouw bij Professor Lövdahl was wanhopend en 't was de +laatste maal--dit zwoer zij met een duren eed--dat ze naar een +aannemelingenpartij ging. + +Driemaal had ze nu al aardappelen gekookt, verleid door valsche en +overijlde berichten van de door haar uitgezette wachtposten. + +De gasten, waaraan de uitnoodiging gericht was om te komen: "na +afloop van de godsdienstoefening" liepen rond in den tuin en buiten +op de markt, of ze zaten zich in de kamers te vervelen, met allerlei +heilwenschen aan het adres van Proost Sparre, die nooit het einde +kon vinden. + +'t Was over half vier eer men eindelijk aan tafel kwam in de groote +kamer. Abraham aan 't hoofd van de tafel, met zijn vader aan de +rechterhand en den proost aan de linker; verder alleen oudere heeren +en Hans Egede Broch, die als Abraham's beste vriend was uitgenoodigd. + +'t Waren de rector en de meeste van Abraham's leeraren; de ambtman +en de burgemeester, de andere ambtenaren en de doktoren uit de stad, +een twintigtal uitverkoren vrienden en collega's van den professor. + +Abraham kon in 't eerst niet op zijn gemak komen als hoofdpersoon +in dit waardig gezelschap; maar naarmate ze wat warm door den wijn +werden, ging het beter en werden ze allen gezelliger. + +'t Was de eerste groote partij, die de professor na den dood van +zijn vrouw gaf, en allen waren blij, dat ze weer bijeen waren in het +gastvrije huis. Professor Lövdahl was zelf een groot liefhebber van +conversatie en werd al spoedig opgewekt. + +Er was nog iets, dat de stemming verhoogde, het gezelschap was goed +gekozen; geen wanklank was mogelijk, men kon zelfs over politiek +spreken; en nadat de proost en de rector elk hun toast op Abraham +uitgebracht hadden, werd er op den koning, de koningin, den kroonprins, +de kroonprinses, de koninklijke familie, het heele koninklijke huis, +de Unie en Zweden gedronken onder eenstemmig gejubel. + +Ze werden steeds vroolijker; allen trokken een lijntje met Abraham, en +Broch en hij wisselden nu en dan een blik over de vroolijkheid van de +oude heeren. De blinde darm en het stekelvarken zaten met elkander te +lachen en te fluisteren over een karaf oude Madera, en na tafel trok de +onderdirecteur Abel zijn jongen vriend met een glas Curaçao in een hoek +en sprak over zijn heerlijke moeder, tot hij van aandoening schreide. + +Het gezelschap ging vrij vroeg op den avond uiteen; want omdat ze +naar aanleiding van zooiets ernstigs bijeen waren, werd er geen +kaart gespeeld. + +Toen zij alleen waren--vader en zoon--sprak professor Lövdahl: + +"Ja, nu--goedennacht, mijn lieve Abraham.--Je zult wel moe zijn. Je +bent nu het leven ingetreden als volwassen man, en ik kan naar waarheid +zeggen, dat ik over je tevreden ben. Hoe het je verder in de wereld +gaan zal, ligt zeer zeker--zooals de proost zei--in 's Heeren hand; +maar 't hangt ook voor een groot gedeelte van je zelf af. + +"De natuur heeft je in alle opzichten goed toegerust: je bent geboren +op een gelukkig gekozen plaats in de maatschappij; je zult mettertijd +over een vermogen beschikken--groot genoeg naar onzen stand, en ik, +je vader, heb een invloed, die je ten goede kan komen, welken weg je +ook kiest. + +"Je bent dus een van hen, die ver, héél ver komen kunnen en moeten in +de maatschappij. + +"Maar--er is nog één punt, dat ik nu moet aanroeren--ik hoop, dat het +voor het laatst tusschen ons ter sprake zal komen;--er is nog maar +één punt, dat me zorg geeft. + +"Er is een neiging, die voor een paar jaar bij je tot een uiting +kwam,--je weet wel bij welke gelegenheid. Welnu, het is Goddank! beter +gegaan dan het toen scheen te kunnen worden: je hebt je dwaling +ingezien, en je hebt later--voor zoover ik heb kunnen nagaan--je fout +hersteld. Maar laat mij toch op dezen voor jou zoo gewichtigen dag +je waarschuwen voor dat, wat misschien je nog in 't bloed zit. + +"Er is--zie je--in iedere maatschappij, zelfs in de best geordende--een +misnoegd element, een zaksel, een klein troepje, samengesteld voor +de helft uit dweepers, voor de helft uit misdadigers, menschen zonder +geweten, zonder ware vaderlandsliefde, zonder God! + +"Waar je ook in de wereld komt, overal zul je zulke menschen vinden. +Zij komen--en daarom waarschuw ik je juist--ze komen meestal als de +beschermers der onderdrukten met mooie woorden over 'de kleinen +tegenover de grooten' en iets dergelijks. + +"Zie je, Abraham,--die menschen zijn het juist, waar je voor oppassen +moet; want dat zijn de schadelijke dieren in de samenleving, die het +volk bederven, en voortdurend trachten de maatschappij te ondermijnen. + +"En ik--ik, als je vader, ik geef er je hierbij mijn woord op, dat +er achter al wat deze menschen zeggen en doen, bewuste leugen en +slechtheid, hoogmoed en heerschzucht schuilen. + +"En als je naar hen luistert, dan stort je jezelf zeer zeker in het +verderf. + +"Nu kun je kiezen tusschen je vader en... je... en,... en die anderen." + +De professor was zoo heftig geworden, dat hij zich bijna versproken +had; maar Abraham reikte hem beide handen, en zei: "Ik kies U, Vader!" + +Dat zei hij ernstig en met overtuiging. Zijn onrustige stemming van +dien morgen was nu geheel overwonnen. De openlijke lof in de kerk, +het feest en de volwassen mannen, die hem in hun midden opnamen en +nu ten slotte die toespraak van zijn vader maakten, dat hij zich +rustig en veilig voelde; hij zag zich zelven reeds onder de besten, +en zijn leven in glans en eere. + +Toen hij was heengegaan, zag Carsten Lövdahl vergenoegd om zich +heen in de kamer. In de oogen van Abraham had hij de liefde en de +bewondering gelezen, die hij zocht. En hij voelde zich gelukkig. + +Eindelijk had hij in zoover overwonnen: zijn zoon zou hem geven, +wat de moeder hem onthouden had; en dat verzachtte eenigszins de +pijnlijke bitterheid in de herinnering aan haar. + +Maar Abraham spoedde zich naar boven, de horlogeketting rammelde +zoo mooi, als hij zich maar even bewoog. Hij verheugde er zich op, +te zien, hoe zijn mooie kamer er uit zou zien bij licht en ook op +het optrekken van zijn klok. + +Maar toen hij de kaarsen had aangestoken stond er een groote bouquet +van de prachtigste, zeldzaamste bloemen op tafel. + +Abraham greep verrast en blij naar het kaartje, dat tusschen de bloemen +gestoken was; maar hij liet het weer vallen alsof hij er zich aan +gebrand had. Zijn gezicht werd gloeiend rood en hij wendde zich af, +alsof hij zich schaamde. + +Op het kaartje had Mevrouw Gottwald met een onvast dameshandje +geschreven: "Van kleine Marius." + + + + EINDE. + + + + + + + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Roman over het verstikkende leven op een Noorse middelbare school. + +[2] Grieksch: de Onderwereld. + +[3] Madvig: Leerboek der Latijnsche taal. + +[4] Mensa: tafel, het eerste woord, dat men in 't Latijn leert +verbuigen. + +[5] Parnassus: de berg der Grieksche Goden, hier: zetel der Klassieke +Geleerdheid. + +[6] n.l. 't dialect van de stad Bergen in Noorwegen. + +[7] Schrijver van de Noorsche Koningssagen en de jongere Edda. + +[8] Voorstanders van de "landstaal," 't zoogenaamde "nieuwe Noorsch," +verschillend van 't Deensch. + +[9] Bovenaardsche wezens, die de strijders in den slag beschermden +bij de oude Noren. + +[10] Vervoegingsvormen der klassieke werkwoorden. + +[11] Een godsdienstige secte in Noorwegen, gesticht door Hans Nielsen +Hauge (1771-1824.) + +[12] Grammaticale vorm in 't Latijn. + +[13] In Noorwegen dragen de kinderen vóór den naam van den vader die +van de moeder. Ook de vrouw draagt haar eigen naam vóór dien van haar +man. Mevr. Lövdahl heet officieel W. Knorr Lövdahl. + +[14] In Scandinavië worden de kinderen op hun veertiende jaar +aangenomen. + +[15] Bij een sterfgeval worden in 't Noorden witte gordijnen voor de +vensters gehangen. + + + + + + + +WERELD-BIBLIOTHEEK + +EERSTE JAARGANG + + +Serie A. Letterkunde: + +Romans en Novellen: + + +No. 1 en 2. HISTORIE VAN MEJUFFROUW SARA BURGERHART. Door +E. Bekker en A. Deken, met portret, gravures en Inleiding door +Prof. dr. L. Knappert. + +No. 5 en 6. ALBERT VERWEY. Inleiding tot de nieuwere +Nederl. Dichtkunst, (1880-1900) met aanhalingen uit de voornaamste +werken. + +No. 15. CHARLES DICKENS. Een Kerstlied in Proza, uit het Engelsch +door J. Kuylman. + +No. 17 en 18. G. v. HULZEN, Getrouwd. Een Roman. + +No. 20. GRAAF LEO TOLSTOJ. Iwan de Dwaas en andere vertellingen. Uit +het Russisch vertaald door J. Brandt en Dr. D. C. Hesseling, met +portret. + +No. 22. M. SCHARTEN-ANTINK. Sprotje. + +No. 24 en 25. H. G. WELLS. Godenvoedsel en hoe het op aarde kwam, +uit het Engelsch door J. Kuylman. + +No. 30. HONORE DE BALZAC. Het gevloekte kind. Vertaling en Inleiding +van C. en M. Scharten-Antink en portret. + +No. 33. S. FALKLAND. Kleine Vertelsels. + + + +Boeken voor Jongeren: + + +No. 7. ALADDIN EN DE WONDERLAMP, door J. W. Gerhard, met 24 +illustraties. + +No. 8. ALI BABA EN DE VEERTIG ROOVERS, idem. + +No. 9 en 10. JUDITH GAUTIER. Gedenkschriften van een Witten Olifant, +met 11 illustraties; vert. J. Kuylman. + +No. 11 en 12. CHARLES KINGSLEY. De Waterkindertjes, door +M. v. Eeden-v. Vloten, met 7 illustraties; van G. v. d. Wall-Perneé. + + + +Tooneelstukken en kunst: + + +No. 4. HENRIK IBSEN. Steunpilaren der Maatschappij. Vert. F. Kapteyn, +met Inleiding van L. S. + +No. 16. MOLIÈRE. Schelmstreken van Scapin. Vert. S. J. Bouberg Wilson. + +No. 19. FRIEDRICH HEBBEL. Maria Magdalena. Vertaling van Louis Landry. + +No. 21. WILLIAM SHAKESPEARE. Coriolanus. Vertaling Dr. Edw. B. Koster. + +No. 28 en 29. F. SCHMIDT-DEGENER. Rembrandt Harmensz. v. Rijn, zijn +leven en werk, met 32 auto-typieën op plaatpapier. + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF *** + +***** This file should be named 32306-8.txt or 32306-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/2/3/0/32306/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team for Project Gutenberg at +http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/32306-8.zip b/32306-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6f3b09f --- /dev/null +++ b/32306-8.zip diff --git a/32306-h.zip b/32306-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e1db13 --- /dev/null +++ b/32306-h.zip diff --git a/32306-h/32306-h.htm b/32306-h/32306-h.htm new file mode 100644 index 0000000..aac9f42 --- /dev/null +++ b/32306-h/32306-h.htm @@ -0,0 +1,7962 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2010-08-01T12:05:55.576+02:00. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content= +"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> +<title>Vergif</title> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii"> +<meta name="generator" content= +"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> +<meta name="author" content= +"Alexander Lange Kielland (1849–1906)"> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="DC.Creator" content= +"Alexander Lange Kielland (1849–1906)"> +<meta name="DC.Title" content="Vergif"> +<meta name="DC.Date" content="2010-05-09"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC.Rights" content= +"Dit boek is vrij van auteursrechten in de Verenigde Staten. Als u elders woont, controleer dan de wetgeving in uw land voordat u dit boek download."> +<meta name="DC.Identifier" content= +"http://www.gutenberg.org/etext/32306"> +<meta name="DC:Subject" content="Schoolleven"> +<meta name="DC:Subject" content="Vertalingen (vorm)"> +<meta name="DC:Subject" content="Romans (teksten)"> +<style type="text/css"> +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/***** Titlepage *****************************************************/ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/***** End Titlepage *****/ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +p.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +p.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/****** Tables ******/ +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/****** Poetry ******/ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/***** Drama *****/ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/***** End Drama *****/ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/****** Font Styles and Colors *****/ +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/***** End Font Styles and Colors *****/ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +/***** External Links *****/ +.pglink +{ +background: url(images/book.png) center right no-repeat; +padding-right: 18px; +} +.catlink +{ +background: url(images/card.png) center right no-repeat; +padding-right: 17px; +} +.exlink +{ +background: url(images/external.png) center right no-repeat; +padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover +{ +background-color: #FFDCDC; +} +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd20e101width +{ +width:477px; +} +.xd20e107 +{ +text-align:center; +} +.xd20e116width +{ +width:435px; +} +.xd20e148 +{ +background: url(images/id075.png) no-repeat top left; +} +.xd20e148init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/id075.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e179 +{ +background: url(images/ik008.png) no-repeat top left; +} +.xd20e179init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/ik008.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e362width +{ +width:192px; +} +.xd20e754width +{ +width:183px; +} +.xd20e762 +{ +background: url(images/ib036.png) no-repeat top left; +} +.xd20e762init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/ib036.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e816 +{ +margin:0px auto; display:table; +} +.xd20e1202 +{ +background: url(images/ie054.png) no-repeat top left; +} +.xd20e1202init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/ie054.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e1610width +{ +width:101px; +} +.xd20e1716width +{ +width:157px; +} +.xd20e1724 +{ +background: url(images/im086.png) no-repeat top left; +} +.xd20e1724init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/im086.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e2088 +{ +background: url(images/ih112.png) no-repeat top left; +} +.xd20e2088init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/ih112.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e2255width +{ +width:92px; +} +.xd20e2543 +{ +text-indent:2em; +} +.xd20e2583width +{ +width:135px; +} +.xd20e2591 +{ +background: url(images/ia130.png) no-repeat top left; +} +.xd20e2591init +{ +float: left; +width: 120px; +height: 120px; +background: url(images/ia130.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd20e3405width +{ +width:235px; +} +.xd20e3737width +{ +width:147px; +} +.xd20e4091 +{ +text-align:center; +} +.xd20e4261width +{ +width:720px; +} +.xd20e4268width +{ +width:473px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Vergif + Een Roman uit het Noorsch + +Author: Alexander Kielland + +Translator: Margaretha Meijboom + +Release Date: August 1, 2010 [EBook #32306] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team for Project Gutenberg at +http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e101width"><img src="images/cover.jpg" alt= +"Oorspronkelijke voorkant." width="477" height="720"></div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar xd20e107">Vergif <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e109" href="#xd20e109" name="xd20e109">2</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar xd20e107">Typ. Gebr. Binger, Amsterdam. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e113" href="#xd20e113" name= +"xd20e113">3</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e116width"><img src="images/titlepage.png" alt= +"Oorspronkelijke titelpagina." width="435" height="720"></div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">Wereld Bibliotheek</div> +</div> +<div class="byline">Onder leiding van L. Simons<br> +<span class="docAuthor">Alexander Kjelland</span></div> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">Vergif</div> +<div class="subTitle">Een roman uit het Noorsch</div> +</div> +<div class="byline">Vertaald door<br> +<span class="docAuthor">Marg. Meyboom</span></div> +<div class="docImprint">Uitgegeven door de Maatschappij voor Goede en +Goedkoope Lectuur—Amsterdam</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e144" href="#xd20e144" name= +"xd20e144">5</a>]</span></p> +<div id="pre" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o005.png" alt="Voorwoord" width= +"468" height="136"></div> +<h2 id="xd20e146" class="main">Voorwoord</h2> +<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>eze roman van +Kjelland is vroeger in het Nederlandsch vertaald. Maar onder den geheel +misleidenden titel: <b>GETROUWD</b>. De Noorsche titel <b>GIFT</b> +kàn wel <span class="letterspaced">Getrouwd</span> beteekenen; +doch hier was niet een verleden deelwoord, doch het zelfstandig +naamwoord <span class="letterspaced">Vergif</span> bedoeld.</p> +<p>Het <span class="letterspaced">Vergif</span> van de verkeerde +opvoeding op school èn in huis, die de jeugd bederft.</p> +<p>Deze roman is meer dan 20 jaar oud; maar hij is in zijn +menschteekening en zijn aanval op geestdoodende klassieke schoolvorming +en op de, alle nobele opwellingen smorende kleingeestige vormelijkheid, +behoudzucht, lafheid, vrees en huichelachtigheid nog even frisch als +toen Kjelland hem schreef.</p> +<p>In ons land is dezelfde strijd ook niet volstreden, sluimert hij +langer dan goed is voor onze jeugd. Ook daarom lijkt ons het nieuw +bekend maken van dit frissche en geestige en tegelijk zoo tragische +werk een daad om gaarne te verrichten.</p> +<p class="signed"></p> +<p>Red. W. B. <span class="pagenum">[<a id="xd20e174" href="#xd20e174" +name="xd20e174">7</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Eerste hoofdstuk." +width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e177" class="main">Eerste hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e179"><span class="xd20e179init">K</span>leine Marius zat +zoet en stil in de bank. Zijn te groote donkerbruine oogen gaven zijn +bleek gezichtje een uitdrukking alsof hij verschrikt was; en als hem +onverwacht iets gevraagd werd kreeg hij een kleur als vuur en +stotterde.</p> +<p>Kleine Marius zat in op éen na de achterste bank, met een wat +krommen rug; want er waren geen leuningen aan de banken en het was +streng verboden tegen den lessenaar van de volgende bank te leunen.</p> +<p>Zij hadden aardrijkskunde van elf tot twaalf uur op een warmen +Augustusdag na de vacantie. De zon scheen in den tuin van den rector en +op de vier groote appels aan zijn <span class="corr" id="xd20e185" +title="Bron: appelboomje">appelboompje</span>. De blauwe gordijnen +waren voor ’t eerste venster neergelaten, maar voor ’t +andere had Abraham een vernuftig bedachte zonnewijzer van inktstrepen +in de vensterbank gemaakt. Hij telegrafeerde juist aan de vragers in de +klasse, dat het over halftwaalf was.</p> +<p>„Welke steden zijn er nog meer?” vroeg de leeraar +<span class="pagenum">[<a id="xd20e190" href="#xd20e190" name= +"xd20e190">8</a>]</span>van den katheder en blies in een veeren pen. +Hij was een specialiteit in ’t snijden daarvan; en in alle +klassen, waar hij les gaf, lag een sierlijke verzameling veeren pennen, +die niemand anders dan de Rector gebruikte.</p> +<p>Toch had de leeraar, die Borring heette, moeite ze in orde te +houden. Want het gebeurde vaak, dat de een of andere ontaarde leerling +de pennen verzamelde in ’t vrije kwartier, ze in een inktkoker +stak en er zoolang mee omroerde in ’t zwarte sop, dat de punten +naar alle kanten uitstaken en de schachten vol inkt zaten.</p> +<p>Als dan daarna Borring in de klasse kwam en riep: „Neen maar, +groote hemel! wie heeft mijn pennen vernield?”—dan klonk +het antwoord vast en eenstemmig uit de heele klasse: „Meneer +Aalbom!”</p> +<p>Want het was bekend, dat de Heeren Borring en Aalbom elkander +haatten met een innigen haat.</p> +<p>Borring schrapte de penneschachten af en blies de fijne, witte en de +van inkt doortrokken spiraaltjes van den katheder weg.</p> +<p>„Nog meer steden.”—Hij mompelde even een zegenbede +aan ’t adres van Aalbom, „meer steden! nog meer!”</p> +<p>Geen ander geluid werd in de klasse gehoord, want de achterste bank +moest vandaag een beurt hebben en daar antwoordde nooit iemand.</p> +<p>Dat wist ook iedereen; maar voor de orde kregen ze toch eens in de +maand een beurt, opdat ze hun 4 op de lijst zouden kunnen halen.</p> +<p>En de vier of vijf jongens, die daar zaten, zagen er ook niet uit +alsof ze er veel om gaven of ze àl of niet konden antwoorden. +Daarom was er niemand op de voorste banken, die lust had gevaar te +loopen door hun iets in te fluisteren. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e209" href="#xd20e209" name="xd20e209">9</a>]</span></p> +<p>Alleen hij, die juist een beurt had, zat onrustig aan zijn atlas te +friemelen, die dicht voor hem lag. Want onder ’t overhooren moest +hij, die een beurt kreeg en zij, die naast hem zaten, hun atlassen +dicht slaan.</p> +<p>„Met een kaart vóór je is er geen kunst aan +aardrijkskunde,” zei Borring.</p> +<p>Tegen zijn gewoonte in had hij een beetje geleerd, de lange Tolleiv; +’t was over de steden in België; hij had zijn les thuis twee +keer overgelezen en eens in de school.</p> +<p>Maar die stilte, telkens als Borring weer gezegd had: „Meer +steden,” de heel vage herinneringen aan de Belgische steden, die +na Brussel kwamen, en het ongewone voor hem, dat hij antwoorden +zou,—dat alles snoerde hem den mond, hoewel hij heel zeker nog +één stad wist;—hij zat den naam in zich zelf te +noemen, maar hij durfde zijn mond niet open doen; misschien was +’t wel heelemaal mis en zou hij als gewoonlijk door allen worden +uitgelachen; ’t was maar ’t best te zwijgen.</p> +<p>De anderen op de achterste bank wachtten kalm en onverschillig hun +lot af. ’t Waren de grootste en sterkste jongens van de klasse; +zij dachten er over om naar zee te gaan en gaven geen steek om hun +rapport. Er was maar één van hen, die zijn +aardrijkskunde-boek nam en ’t onder de tafel hield om nog wat van +de steden in België te leeren en van wat daarop volgde.</p> +<p>Kleine Marius zat zoo zoet in zijn bank. Zijn groote oogen volgden +den leeraar oplettend, terwijl hij met iets onder den tafel bezig was; +het leek wel, dat hij ergens knoopen in legde en die met alle macht +aantrok.</p> +<p>De heele klasse was zoowat aan ’t gonzen in dit warme +middaguur; ieder was met het zijne bezig. Enkelen deden niets, maar +zaten met de handen in den <span class="pagenum">[<a id="xd20e224" +href="#xd20e224" name="xd20e224">10</a>]</span>zak en staarden in de +lucht; de een schreef Latijnsche zinnen achter een hoop boeken; een +ander had zijn hoofd op zijn arm gelegd en sliep rustig; aan ’t +venster zat er een naar de vier appels van den rector te kijken, +terwijl hij er over fantaseerde hoeveel er wel wezen zouden aan den +anderen kant van den boom, dien hij niet zien kon, en ook in hoever het +te doen zou zijn over dien muur te klimmen op een avond, dat het donker +was.</p> +<p>Twee waren samen bezig met een groote kaart van Europa, waarop ze +schepen lieten zeilen van spaanders, die ze onder van de tafel sneden. +Er woei een vliegende zuidwesterstorm in ’t Kanaal, zoodat +„Freya” en „De goede Hoop” om het noorden van +Schotland heen moesten varen, maar beneden bij Gibraltar lag de andere +op den loer met een lang half potlood, dat hij in een inktpot had +gestopt en dat een Algerijnsche zeeroover moest voorstellen.</p> +<p>„Meer steden, nog meer.”</p> +<p>„Nameur,” zeide Tolleiv plotseling.</p> +<p>De halve klasse keek verbaasd om, en in op één na de +achterste bank was er zelfs éen zoo onkiesch om zijn hoofd +heelemaal onder tafel te steken, om te zien of hij zijn +aardrijkskundeboek niet op zijn knie had liggen.</p> +<p>„Namen—niet Nameur,” zei de leeraar knorrig en +keek in het boek vóór zich, „neen, dat komt nu nog +niet. Er zijn...... laat eens zien...... er zijn drie andere, die eerst +komen. Welke zijn dat?—toe nu! wat zijn dat voor +steden?”</p> +<p>Maar nu had Tolleiv alles gezegd wat hij wist en hij verzonk in +doffe berusting, zonder op te letten, wanneer de leeraar in een +penneschacht blies en weer zei: „Welke steden zijn +dat?”</p> +<p>Kleine Marius was zeker klaargekomen met zijn geheimzinnig werk +onder de tafel; want op eens gooide <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e241" href="#xd20e241" name="xd20e241">11</a>]</span>hij wat naar +zijn buurman en verborg zijn gezicht achter zijn handen, zoodat alleen +zijn oogen er uit kwamen, die van den een naar den ander gingen.</p> +<p>De buurman van Marius stuurde wat hij gekregen had weer naar zijn +buurman en zoo ging het de heele klasse rond. Enkelen lachten, anderen +namen het kalm op, alsof zij er al aan gewend waren; ze zonden het door +en gingen weer aan hun bezigheden—wat die ook waren.</p> +<p>Maar Abraham was bezig zijn zonnewijzer in de vensterbank te +verbeteren, en toen zijn buurman hem een blauwen prop toegooide, werd +hij knorrig. Hij kende die ratten wel, die Marius van zijn blauwen +zakdoek maakte en ze verveelden hem zóó, dat hij de rat +opnam en die door de klasse gooide zonder om te kijken.</p> +<p>Maar daardoor gebeurde het, dat de zakdoek van Marius in Spanje +neerkwam en den roover met de koopvaardijschepen op den grond sleepte, +terwijl de twee, die midden in een spannenden strijd voor Gibraltar +waren, opsprongen van hun bank.</p> +<p>Dat stoorde den leeraar: „Wat was dat daar?”</p> +<p>„Een rat,” was het onmiddellijke antwoord. Maar toen nu +de welbekende rat van Marius bij zijn staart van den grond werd +opgenomen, barstte de heele klasse in lachen uit; want Marius was +erkend als een meester in ’t ratten maken, vooral had hij slag om +de ooren goed te krijgen.</p> +<p>Maar de Adjunkt werd boos: „Bah, Marius! ben je nu weer bezig +met die flauwe ratten? Me dunkt, dat je nu toch te oud wordt voor zulke +kinderachtige streken.”</p> +<p>Marius kreeg zijn zakdoek terug en begon—erg in zijn wiek +geschoten—de knoopen weer los te maken; toch moest hij nu en dan +zijn lachen verbergen; hij <span class="pagenum">[<a id="xd20e258" +href="#xd20e258" name="xd20e258">12</a>]</span>vond het zoo grappig +zooals Abraham die rat weggooide.</p> +<p>De leeraar keek op de klok. ’t Uur was bijna om; hij legde +zijn dierbare veeren pennen op zij, blies den katheder schoon, knipte +zijn mes dicht en begon weer met zijn boek.</p> +<p>„Nu, Tolleiv!—je weet er weer niets van. Jij weet ook +nooit wat.—Jij dan, Reinier! Kun jij me nog een stad in +België noemen, behalve Brussel?—Namen is al genoemd. Nu!... +meer steden, nog meer! Jij ook niet?—neen, natuurlijk! Jelui bent +allemaal één pot nat, daar achter. Nu jij +dan,—Sörensen! meer steden in België, behalve Brussel! +toe dan!—-”</p> +<p>„’t Is tijd,” meldde de concierge aan de deur.</p> +<p>„Ja, kijk nu! Zoo gaat het! Hier zitten we uur in uur uit en +verknoeien onzen tijd aan de luie bengels daar, die toch niet willen +leeren; voor jelui helpt niets dan een flink pak slaag, en dat zou +jelui hebben ook, als ik mijn zin kreeg.”</p> +<p>Toen gaf hij ze gauw allemaal een vier en schreeuwde door ’t +spektakel heen, dat nu in de klasse opging: „Den volgenden keer +tot aan de rivieren in Frankrijk.” No. 1 zette een streepje met +den nagel in zijn boek; Abraham legde een groote vouw in ’t blad; +twee broers, die samen één boek hadden, liepen onrustig +rond om precies te hooren tot hoever ze moesten leeren.</p> +<p>„Tot de rivieren in Frankrijk,” riep Reinier en gooide +met opzet een grooten inktmop op het blad, als teeken. Toen sloeg hij +zijn boek dicht, opdat de vlek flink op ’t andere blad +overdrukken zou.</p> +<p>Kleine Marius keek met schrik en bewondering naar hem.</p> +<p>Van twaalf tot één werd de klasse gesplitst.</p> +<p>De burgerscholieren, waartoe natuurlijk de geheele <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e278" href="#xd20e278" name= +"xd20e278">13</a>]</span>achterste bank hoorde, bleven zitten, om +Engelsche les te krijgen; de gymnasiasten namen hun boeken en trokken +naar een ander gebouw.</p> +<p>De lagere klassen, die daar waren, gingen om twaalf uur naar huis, +zoodat de gymnasiasten in ’t laatste uur een van hun lokalen in +bezit namen. Met Abraham aan ’t hoofd baande de acht à +tien gymnasiasten zich een weg door ’t gewriemel van de kleine +jongens, die de gang in en den trap afstroomden.</p> +<p>„Fi donc!” riep Abraham, toen ze eindelijk het lokaal op +de tweede verdieping bereikten, waar ze moesten wezen, „hier mag +wel eens gelucht worden nu al die stinkers hier gezeten +hebben.”</p> +<p>Alle vensters werden opengegooid en een paar „stinkers” +die zich verlaat hadden en nog rondliepen bij hun lessenaars, werden +onbarmhartig de gang in gegooid.</p> +<p>Bij elken jongen, die de deur uit stoof, hieven de kleinen buiten +een wild wraakgeschreeuw aan; maar de gymnasiasten letten er niet op; +zij sloten hun poorten, en de dikke Morten, die zich geduldig +„achterblijver” noemen liet—waarom was niet juist te +verklaren—werd op de wacht gezet.</p> +<p>Want de overmoedige stinkers, die op hun aantal vertrouwden en op de +trap, waar langs ze konden vluchten, gooiden elkaar tegen de deur en +rammelden aan den knop.</p> +<p>No. 1, die altijd dappere redevoeringen hield, stelde een uitval +voor van ’t vereenigde leger van de gymnasiasten; maar de +stemming was niet krijgshaftig. Abraham zat op den katheder en peuterde +aan ’t slot; hij had zich in ’t hoofd gezet, dat hij de +lijst van de stinkers wilde zien.</p> +<p>Maar plotseling klonken buiten luide triomfkreten. Morten, de +achterblijver, gluurde door de deur en riep toen ontzet zijn vrienden +toe: <span class="pagenum">[<a id="xd20e295" href="#xd20e295" name= +"xd20e295">14</a>]</span></p> +<p>„Help, help! Ze hebben den rattenkoning gevangen.”</p> +<p>Abraham vloog van den katheder, en de anderen volgden hem.—No. +1 kwam achteraan.</p> +<p>Kleine Marius was in handen van de stinkers gevallen.</p> +<p>Kleine Marius gaf den gymnasiasten veel zorg; hij was niet grooter +dan een middelsoort stinker en hij wou niet groeien; daarom was hij +altijd onder bescherming.</p> +<p>Maar vandaag hadden ze hem vergeten, terwijl hij zijn kostbare +aanteekeningen en thema-boeken zocht. En toen hij de trap op kwam en +naar binnen wilde gaan, werd hij bij armen en beenen gegrepen door +dertig kleine, vuile handjes en van de deur weggetrokken. En nu rolde +kleine Marius heen en weer tusschen zijn vijanden, waar hij juist +zoover boven uitstak, dat men zijn groote, wanhopende oogen kon zien en +een paar dunne armpjes, die in de lucht schermden.</p> +<p>Maar ze stompten hem op zijn buik en knepen hem in zijn rug, trokken +hem aan haar en ooren, en gooiden hem zijn eigen boeken naar zijn +hoofd, terwijl zijn dierbare aanteekeningen en themaboeken door de +lucht stoven als losse bladen.</p> +<p>Aan dat spelletje werd plotseling en met geweld een eind gemaakt, +toen de gymnasiasten naar buiten stormden; de kleintjes werden op zij +gegooid en verdwenen achter deuren en langs de trappen, terwijl de +bevrijde Marius bij de gymnasiasten werd binnen gebracht. Maar +nauwelijks hadden deze hun poorten gesloten of de gang was weer propvol +van jubelende stinkers.</p> +<p>„Wraak!” riep Abraham.</p> +<p>„Ja, wraak! wraak!” herhaalde No. 1 en trok zich terug. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e315" href="#xd20e315" name= +"xd20e315">15</a>]</span></p> +<p>„Jij moet de vertoornde Achilles zijn!”</p> +<p>„Ja!” antwoordde kleine Marius met fonkelende oogen.</p> +<p>Als Marius de vertoornde Achilles was, zat hij op Abraham’s +schouders, en sloeg van daar zijn doodsvijanden onbarmhartig op +’t hoofd met ’n lang lineaal.</p> +<p>De gymnasiasten grepen naar hun wapens. Uit de lessenaars werden de +linealen gehaald; slingeraars en boogschutters voorzagen zich van +stukken krijt uit de kist bij ’t bord; zelfs nam No. 1 een heel +klein lineaaltje en liep er mee te zwaaien, terwijl hij de strijders +vurig aanmoedigde—heelemaal aan ’t andere eind van de +kamer, achter den katheder.</p> +<p>Abraham zette haastig zijn plan uiteen! zoodra de vertoornde +Achilles het sein gaf, zouden ze het krijgsgeschreeuw aanheffen.</p> +<p>Morten, de achterblijver, zou de poort open gooien, de boogschutters +en de slingeraars zouden een regen van pijlen en steenen uitzenden, +terwijl de ruiterij, gevolgd door de zwaar gewapende hoplieden, zich op +den vijand zouden werpen, om hun den weg naar de groote trap af te +snijden. Daarna konden ze dan op hun gemak de verspreide stinkers +vangen en ze elk afzonderlijk afmaken.</p> +<p>Alles was klaar; en ’t was heel stil geworden in de gang. De +vertoornde Achilles steeg te paard en plotseling werd het vervaarlijk +oorlogsgeschreeuw der gymnasiasten aangeheven. Morten, de +achterblijver, rukte de poort open, een regen van projectielen +verduisterde de lucht; „astati” en „principes” +rukten in volle vaart aan, maar heel vooraan in den strijd stormde de +vertoornde Achilles op zijn paard; en zwaaide zijn geweldige lans.</p> +<p>Maar een stilte—plotseling—de lucht doorklievend +<span class="pagenum">[<a id="xd20e333" href="#xd20e333" name= +"xd20e333">16</a>]</span>als een bliksemstraal uit den hemel—diep +en onheilspellend als steeg ze op uit Hades<a class="noteref" id= +"xd20e335src" href="#xd20e335" name="xd20e335src">1</a>—doofde +het woeste wapengekletter en nagelde de overwinnende schare der +gymnasiasten aan den grond vast.</p> +<p>Want midden in de wijd open deur stond een kleine, dikke man, met +een dichtgeknoopte grijze jas aan, een groene muts met oorkleppen op. +Midden op zijn buik was een groote krijtvlek, die getuigde van een +welgemikten worp.</p> +<p>Sprakeloos staarde hij van den een naar den ander. No. 1 zat al lang +met zijn rug naar ’t geheele tooneel en zijn neus in een +grammatica. De slingeraars lieten hun stukken krijt vallen, de zwaar +gewapende hoplieden hielden hun linealen op den rug; maar de vertoornde +Achilles trok de beenen op, schrompelde heelemaal in elkaar en gleed +als een aal langs den rug van Abraham naar beneden.</p> +<p>„Ja, ik zal jelui leeren,” riep eindelijk de rector, +toen hij zijn stem weer meester was. „Ik zal jelui leeren +zoo’n lawaai en zoo’n woest spektakel te maken! Wat is dat +hier? Wie heeft er meê gedaan? Dit moet eens voorbeeldig gestraft +worden! Jij Broch, deedt zeker niet meê?”</p> +<p>„Welneen,” antwoordde No. 1 met een onschuldigen +glimlach.</p> +<p>„Maar Marius!—Marius, jij deedt meê,” riep +de rector bitter, want kleine Marius was zijn lieveling; „hoe +kwam je daar toch bij? op Abraham’s rug? Wat moest je daar +uitvoeren?—Nou...?”</p> +<p>„Ik moest de vertoornde Achilles wezen,” antwoordde +kleine Marius met bevende lippen en keek op met zijn verschrikte +oogen.</p> +<p>„Zoo moest je dat? Hum... moest jij de vertoornde <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e352" href="#xd20e352" name= +"xd20e352">17</a>]</span>Achilles wezen; ja, daar lijk je nog al op; +precies zoo heb ik hem me altijd voorgesteld.”</p> +<p>De rector moest naar het venster gaan om zich ernstig te houden; +maar de heele klasse begreep wel, dat de storm voorbij was.</p> +<p>Toch stonden allen met diep berouwvolle gezichten naar het standje +te luisteren, dat de rector hun gaf, vóor hij den leeraar ging +opzoeken, die surveillance had. Want dit was duidelijk, dat zulk een +wanorde alleen ontstaan kon, doordat de surveilleerende leeraar zijn +plicht verzuimde.</p> +<p>En wat was het voor den leeraar Borring niet een genot en een vreugd +den rector te kunnen melden, dat Mijnheer Aalbom surveillance had en, +voor zoover hij wist, naar het Athenaeum gegaan was om de courant te +lezen.</p> +<div class="figure xd20e362width"><img src="images/o017.png" alt= +"Ornament." width="192" height="127"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e366" href="#xd20e366" name= +"xd20e366">18</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e335" href="#xd20e335src" name="xd20e335">1</a></span> Grieksch: +de Onderwereld.</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o018.png" alt="Tweede hoofdstuk." +width="460" height="132"></div> +<h2 id="xd20e368" class="main">Tweede hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e179"><span class="xd20e179init">K</span>leine Marius was +de beste vriend van Abraham en Abraham was het ideaal van kleine +Marius.</p> +<p>Ze maakten gewoonlijk samen hun werk op Abraham’s kamer en +’t zou moeilijk te zeggen zijn hoe kleine Marius zich op school +gered zou hebben, zonder dien steun. Want hij was slecht in alle +vakken—behalve in ’t Latijn.</p> +<p>Maar dat was zijn vak. Latijn kon hij! Er was geen hoofdvorm, geen +bijvorm, geen onregelmatigheid, en geen regel, geen uitzondering in het +uiterste plooitje van Madvigs<a class="noteref" id="xd20e376src" href= +"#xd20e376" name="xd20e376src">1</a> wijden geplooiden omslag +verborgen,—als je maar bij kleine Marius kwam, hij wist het +allemaal.</p> +<p>Van den eersten dag af, dat de rector hen +„mensa”<a class="noteref" id="xd20e383src" href="#xd20e383" +name="xd20e383src">2</a> liet verbuigen, had Marius zich onderscheiden. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e388" href="#xd20e388" name= +"xd20e388">19</a>]</span></p> +<p>Want de rector was zelf bij zijn moeder geweest en had gezegd, als +kleine Marius goed oppassen wou, dan zou hij mogen studeeren. De rector +zou hem een vrijplaats aan de school bezorgen en hem later ook wel in +’t oog houden.</p> +<p>Dat was een geluk en een groote steun voor de moeder van Marius. En +ze prentte hem dan ook in wat een gunst het was van den rector, dat hij +zou mogen studeeren, als hij knap in het Latijn werd; want dat was de +bedoeling.</p> +<p>En daarom ging ieder woord uit den mond van den rector regelrecht in +’t hoofd van Marius en zette er zich zoo vast als een spijker in +een muur.</p> +<p>Maar hoewel zijn hoofd ruim was en eigenlijk te groot voor zijn +klein lichaam, was er toch ten slotte geen plaats genoeg voor het +andere, dat toch ook geleerd moest worden.</p> +<p>Het Latijn van den rector overstemde alles, legde beslag op heel +zijn vermogen om in zich op te nemen; verbruikte alles wat hij aan +geheugen had en groeide als de dokkebladen in ’t sprookje van +Andersen (De gelukkige familie) over alles heen, zoodat al wat anders +misschien in hem zou ontkiemd zijn aan belangstelling, leerlust of +nieuwsgierigheid, geheel verstikte en hij werd, zooals de rector met +trots zei, een volbloed Latijner.</p> +<p>De rector liep heen en weer voor de klasse en wreef zich stralend +van verrukking in de handen, terwijl kleine Marius onvervaard voortging +met lange vormen en uitgangen, die haast niet uit te spreken waren; +nooit een fout, nooit een aarzeling. Met de oogen stijf op den rector +gericht en de vingers bezig met de wonderlijkste rattenknoopen in den +zakdoek:</p> +<ul> +<li>„Monebor,</li> +<li>Moneberis,<span class="pagenum">[<a id="xd20e406" href="#xd20e406" +name="xd20e406">20</a>]</span></li> +<li>Monebitur,</li> +<li>Monebimur,</li> +<li>Monebimini,</li> +<li>Monebuntur.”</li> +</ul> +<p>„Goed zoo, mijn jongen, heel goed,” zei de rector; en +hij kon niet begrijpen, dat het in andere vakken zoo slecht ging met +kleine Marius.</p> +<p>Alle leeraars klaagden, en de rector moest nu en dan streng voor +zijn lieveling zijn, en hem berispen, ja, hij had zelfs een paar keer +gedoeld op de vrijplaats, die Marius had en die hij niet moest +verspelen.</p> +<p>Maar alles was vergeten, als Marius weer een moeilijke verbuiging +kreeg om op te zeggen, en dan legde de rector hem de hand op ’t +hoofd: „Nou, nou, kleine Marius, ’t zal wel gaan met de +wiskunde en al dat andere, als je maar wat grooter wordt en wat vleesch +op je botten krijgt. In ’t Latijn ben je een heele +professor.”</p> +<p>’t Was werkelijk een eerzuchtige droom van den rector om +kleine Marius tot iets groots, iets geleerds te maken, zooiets als +Madvig; zelf zou hij dan al tevreden zijn met genoemd te worden als +degene, die de eerste schreden van ’t kind of den jongeling naar +den Parnassus<a class="noteref" id="xd20e425src" href="#xd20e425" name= +"xd20e425src">3</a> geleid had.</p> +<p>Kleine Marius ging meê zonder er veel over te denken waar dit +op uit moest loopen. Hij was naar het oordeel van alle leerlingen en +kameraden vreeselijk kinderachtig; en als ’t niet om ’t +Latijn was, had hij nooit in zoo’n hooge klasse moeten +zitten.</p> +<p>Daarom was hij bijna een soort van zondenbok in de klasse geworden, +tot Abraham zich over hem ontfermde. Abraham was sterk en nog al knap, +en daarbij <span class="pagenum">[<a id="xd20e434" href="#xd20e434" +name="xd20e434">21</a>]</span>had hij een zekere positie in de school +als de zoon van Professor Lövdahl.</p> +<p>Marius had Abraham altijd uit de verte vereerd; maar toen ze nu +groote vrienden werden, was hij uitgelaten van blijdschap. Als hij bij +zijn moeder thuis kwam, praatte hij onophoudelijk over Abraham, en als +ze samen hun werk zaten te maken, was hij voortdurend in +één verrukking.</p> +<p>De reden waarom Abraham zich over hem ontfermde was, dat Mevrouw +Lövdahl eens gezegd had, dat de moeder van kleine Marius heel +ongelukkig was: eenzaam en verlaten in de wereld. De woorden haakten +zich in zijn geest vast en toen hij weer eens zag hoe Marius door zijn +kamaraden geplaagd werd en door de stinkers vervolgd, wierp hij zich +plotseling op als zijn verdediger; en toen duurde het niet lang of ze +waren onafscheidelijk.</p> +<p>Abraham had niets tegen die stille aanbidding, en dan was het ook +voor hem, die al een half jaar hopeloos verliefd was, een groote troost +zijn verlangen, zijn klachten, zijn hoop en zijn wanhoop te kunnen +uitstorten in het hart van kleine Marius.</p> +<p>Kleine Marius zat te luisteren met open mond. Wel had hij hoog tegen +Abraham opgezien, maar dat hij zóó groot, +zóó verheven was—verliefd, werkelijk ongelukkig +verliefd—dat ging boven Marius’ begrip en bracht hem in een +nóg grooter bewondering.</p> +<p>’t Was hem alsof hij zelf groeide door ’t meê +dragen van dat noodlottig geheim; en als hij haar op straat +tegenkwam—het was een van de volwassen dochters van Proost +Sparre—dan zag hij haar met zijn groote, bruine oogen half +verwijtend, half met een uitdrukking van geheimzinnig mede-weten +aan.</p> +<p>Marius kwam op een middag om zijn werk te maken. Abraham zat met het +hoofd in de handen, staarde <span class="pagenum">[<a id="xd20e449" +href="#xd20e449" name="xd20e449">22</a>]</span>op het tafelblad en +scheen niet te merken, dat er iemand binnenkwam.</p> +<p>Kleine Marius ging toen voorzichtig naar hem toe en legde de hand op +zijn schouder.</p> +<p>Abraham schrikte op—in de war—zonder zijn gedachten nog +bij elkaar te kunnen krijgen. Maar toen zag Marius hem +zóó deelnemend aan met zijn groote, vochtige oogen, dat +het den ongelukkige, met zijn hopelooze liefde, goed deed.</p> +<p>„Heb je haar vandaag gezien?”</p> +<p>„Spreek niet over haar!—Noem nooit haar naam meer, +versta je, Marius!—Als je mijn vriend bent, zweer me dan, dat je +nooit haar naam meer noemen zult, zweer me dat!”</p> +<p>„Dat zweer ik,” fluisterde kleine Marius bewogen.</p> +<p>Dat kalmeerde den andere. Hij ging weer zitten, verborg zijn gezicht +in de handen en zuchtte. Zoo zaten zij een paar minuten.</p> +<p>Eindelijk zei Abraham met een doffe, griezelige stem en zonder op te +zien: „Ze heeft me trouweloos verlaten; alles is +voorbij,—ze is verloofd!”</p> +<p>Marius gaf een gilletje; maar hij mocht niets vragen om zijn eed van +daar straks.</p> +<p>Weer na een stilte voegde Abraham er mat en met een klanklooze stem +bij. „Met Erichsen, den telegrafist.”</p> +<p>„Met hem!” riep Marius uit. „Hij heeft twee keer +toelatingsexamen voor de universiteit gedaan, maar zakte allebei de +keeren met glans!”</p> +<p>„Is dat waar?—Marius?”</p> +<p>„Zoo waar als ik hier zit. Moeder heeft het me zelf verteld. +Zij kent hem.”</p> +<p>Abraham glimlachte honend.</p> +<p>„Ik zal hem niet vermoorden, Marius.”</p> +<p>„Heb je daaraan gedacht?” <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e482" href="#xd20e482" name="xd20e482">23</a>]</span></p> +<p>„Mijn eerste gedachte was: bloed! Hij of ik. Maar nu zal ik me +op een andere manier wreken.”</p> +<p>Hij streek zijn haar op, nam de boeken van de plank en gooide ze op +tafel.</p> +<p>„Nu beginnen wij aan onze wiskunde. Geen woord meer over dat +andere.”</p> +<p>Nu werkten ze samen wiskunde op deze manier: Abraham, die de +bewijzen begreep, liep ze door en verklaarde ze, en telkens vroeg hij: +„Begrijp je?” en dan antwoordde Marius: „Ja.” +Maar dat was een leugen; hij had nooit een woord van wiskunde begrepen +en allerminst vandaag.</p> +<p>Toen zij klaar waren met alle lessen voor den volgenden dag, sloeg +Abraham zijn laatste boek dicht en zei: „Zóó zal ik +me wreken.”</p> +<p>Marius keek verwonderd naar hem en naar ’t boek.</p> +<p>„Door te werken, begrijp je? en als ik dan van de universiteit +komt met ‘laud,’ of misschien met ‘prae +ceteris,’ en haar tegenkom met haar ellendigen telegrafist, dan +zal ik haar aankijken—zooals je weet, dat ik kijken kan,—en +dat zal mijn wraak zijn.”</p> +<p>Abraham fronste de wenkbrauwen, zoodat ze ineen liepen en staarde +Marius aan; en hij voelde dat dit de vreeselijkste wraak wezen zou.</p> +<p>„Daar komt Moeder aan,” zei Abraham; hij hoorde de deur +van de kamer van zijn ouders, van de zijne gescheiden door een smalle +gang die naar de keuken liep.</p> +<p>Mevrouw Lövdahl kwam binnen met een schaal appelen en +noten.</p> +<p>„Goedenavond lieve Marius, hoe maakt je moeder het?”</p> +<p>„Heel goed, dank u!” antwoordde hij en stond wat +verlegen op<span class="corr" id="xd20e508" title= +"Niet in bron">.</span></p> +<p>„Alstjeblieft jongens, neem hier eens wat van! Ik <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e513" href="#xd20e513" name= +"xd20e513">24</a>]</span>dacht, dat jelui wel een verfrissching noodig +zoudt hebben na al die droge geleerdheid, die je in je arme hoofden +hebt gestopt.”</p> +<p>Ze sprak vlug en melodieus Bergensch<a class="noteref" id= +"xd20e517src" href="#xd20e517" name="xd20e517src">4</a> en glimlachte, +terwijl ze Abraham’s haar glad streek, dat nog wat aan zijn +ongelukkige liefde deed denken.</p> +<p>Mevrouw Lövdahl was heel mooi en zag er zoo jong uit, dat het +altijd een vermaak voor haar was haar grooten zoon van 14 à 15 +jaar aan vreemden voor te stellen. Toen Carsten Lövdahl uit Parijs +terug kwam met de schitterendste getuigschriften van oogartsen en met +zijn europeesche beschaving, trouwde zij dadelijk met hem, voor ze nog +twintig jaar werd; hij was een jaar of vijf ouder.</p> +<p>Mevrouw Lövdahl ging tusschen de jongens in zitten en begon aan +een appel.</p> +<p>„Wat is dat nu voor gedoe, wat jelui voor morgen leeren +moet?”</p> +<p>Abraham telde ’t op: „Grieksch, Latijn, +Wiskunde......”</p> +<p>„Bah!” zei Mevrouw Lövdahl, „<span class= +"corr" id="xd20e531" title="Bron: Griegsch">Grieksch</span>! dat is +zeker wat akeligs.”</p> +<p>„Dat is de Ilias van Homerus; over de Grieksche helden voor +Troje,” zei kleine Marius snel, hij was niet gewend zoo over de +studie der klassieken te hooren spreken.</p> +<p>„Meen je, dat Moeder niet weet, wat de Ilias is?” zei +Abraham, en Marius kreeg een kleur als vuur.</p> +<p>Maar Mevrouw Lövdahl keek haar zoon aan en deed alsof zij niet +merkte, dat Marius verlegen werd.</p> +<p>„Waar is dat nu goed voor?” ging ze voort, „dat +jelui maar aldoor van die Grieken leert? Ja, ik weet het niet hoe het +er in dien ouden tijd voor Troje uitzag. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e542" href="#xd20e542" name="xd20e542">25</a>]</span>Maar dat heb +ik dan wèl dikwijls gehoord van schippers, thuis bij Vader, dat +Grieken de grootste bedriegers zijn, die er bestaan. Net alsof wij niet +even groote helden hadden in den ouden tijd,—en nog betere? Waar +is Snorre?”<a class="noteref" id="xd20e544src" href="#xd20e544" +name="xd20e544src">5</a></p> +<p>„Achter u, op de plank.”</p> +<p>„Heb je Snorre nu heelemaal uitgelezen!”</p> +<p>Abraham hief de armen op, alsof hij zich tegen een pak slaag +verweren wou.</p> +<p>„Ja, ik zal je krijgen, jou ellendige Griek,” riep +Mevrouw Lövdahl, en wierp zich op hem, om hem aan zijn haar te +trekken; maar Abraham verweerde zich met armen en beenen, en kleine +Marius lachte, tot hij bijna onder de tafel rolde.</p> +<p>De strijd eindigde, toen Mevrouw Lövdahl haar mooie blonde haar +over de ooren en oogen had hangen, haar broche op den grond lag en haar +manchetten gekreukeld waren. Abraham triomfeerde openlijk, Marius in +stilte.</p> +<p>„Kom,” zei Mevrouw Lövdahl, toen ze zich weer +opgeknapt had, „nu zul jelui eens een echt bad in de oude +Noorsche sagen hebben.”</p> +<p>„Och neen, Moeder, spaar ons!”</p> +<p>„Ja, dat zul je! voor je straf; omdat je Snorre verwaarloost +zul je nu eens hooren wat ’n meester hij is.”</p> +<p>En ze begon hun voor te lezen, en ze las uitstekend; want ze kende +de Saga-stijl en ze had dien lief. Aan huis bij haar vader—den +rijken Abraham Knorr in Bergen—was in haar jeugd alles +bijeengekomen wat Noorsch, echt oer-Noorsch gebleven was onder de +opkomende, blauwachtig gele reactie.</p> +<p>Daar kwamen de stoere schippers en de nationale <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e568" href="#xd20e568" name= +"xd20e568">26</a>]</span>genieën—een echt mengsel van +allerlei soort—maar allemaal echt Noorsch; en daar kwamen de +eerste landstaalmannen<a class="noteref" id="xd20e570src" href= +"#xd20e570" name="xd20e570src">6</a>—enthousiast en zwijgend, +stijve halzen met weêrbarstige boorden, baaien broeken met +hoornen knoopen—Noorsche hoornen knoopen!</p> +<p>Er kwamen maar weinig woorden over hun lippen, maar ’t waren +orakelspreuken vol inhoud en moeilijk te verstaan, opkomend diep uit +het volk. Want in hun volle harten brandde de liefde voor hun +vaderland, de vrijheid en hun volk;—die brandde daar met den +altijd wakenden twijfel van een half begrepen liefde. Ze waren verstokt +en onverzoenlijk, omdat ze er nooit zeker van waren, dat ze het rechte +gegrepen hadden; maar ze waren standvastig en trouw, omdat iets diep in +hun ziel zei, dat het zaak was vol te houden.</p> +<p>Tusschen zulke mannen groeide Wenche Knorr op en ze was voor hen als +een Valkyrie<a class="noteref" id="xd20e577src" href="#xd20e577" name= +"xd20e577src">7</a>, en nog veel meer. Haar familie was een oude +Bergensche en van geslacht tot geslacht ging een liefde voor het +vaderland, een nationaal voelen, vol kracht en strijdlust, zooals men +meestal vindt waar ’t vreemde bloed overwonnen is.</p> +<p>Wenche Knorr was vol geestdrift voor het nationale; ze was bereid +tot ieder offer voor de vrijheid en het volk. Ze kleedde zich in +stoffen, die in Noorwegen geweven waren en ze kende de landstaal. Ze +was er maar bedroefd om, dat er niet meer van haar werd +geëischt.</p> +<p>En toen ging ze op een schoonen dag heen en verloofde <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e584" href="#xd20e584" name= +"xd20e584">27</a>]</span>zich met den nieuwen professor Carsten +Lövdahl, die ten eerste tot een oude, stokstijve, Deensche +ambtenaarsfamilie behoorde en waarvan men bijna niets anders wist, dan +dat hij aan de universiteit voortgeholpen was en zeer gezien was +geweest in de conversatie in de hoofdstad.</p> +<p>Ach, wat een verdriet en teleurstelling gaf dat!</p> +<p>’t Was een nederlaag voor de zaak van ’t volk. De meest +enthousiasten noemden het een nationale ramp. En hoe graag ook elk +ongetrouwde onder de landstaal- en vrijheidsmannen haar zelf de zijne +had willen noemen, toch had hij aan wie ook onder zijn kameraden die +Valkyrie liever gegund, dan aan zoo’n fat, zoo’n kwast als +Carsten Lövdahl.</p> +<p>En die stemming was ook duidelijk te merken in zes van de +een-en-twintig liederen aan Wenche Lövdahl, die nauwgezet werden +uitgezongen aan het bruiloftsmaal.</p> +<p>Maar, dat ze hem genomen had, kwam zóó. Zij was een +jaar in ’t deftige gedeelte van Christiania geweest; dien winter +was zelfs ’t hof daar en er waren veel Zweden.</p> +<p>En toen nu Carsten Lövdahl thuis kwam, midden in dien +kring—mooier, eleganter en interessanter dan al die anderen en +bovendien nog Noorsch—met zijn Noorschheid opgefrischt door een +lang verblijf in het buitenland—toen vond Wenche Knorr in hem de +schoonste vereeniging van datgene, wat ze van huis uit had liefgehad, +en het Europeesche beschaafde, waarvoor ze oog had gekregen in de +hoofdstad. En zoo raakten zij verloofd en trouwden.</p> +<p>Maar ’t duurde niet lang, voor ze haar vergissing merkte. De +oude vrienden hadden niet meer hetzelfde vertrouwen in haar, hoewel zij +in haar hart niet veranderd was—even Noorsch, even onvervaard +<span class="pagenum">[<a id="xd20e599" href="#xd20e599" name= +"xd20e599">28</a>]</span>vrijzinnig; en ’t werd nog erger toen +zij naar dit ouderwetsche stadje verhuisde, waar zij alleen stond +tusschen de vrienden van haar man.</p> +<p>Maar vooral, wanneer zij, zooals op dezen avond, iets las, dat haar +zoo levendig aan den gedachtenkring van haar jeugd herinnerde, kon er +iets gedrukts over haar komen,—als een voorgevoel, dat die +tweespalt in haar leven niet tot iets goeds leiden kon.</p> +<p>Abraham zat eerst gezichten tegen Marius te trekken, maar verviel +spoedig in gedachten over zijn droevig lot. Marius daarentegen +luisterde; en het begon hem belang in te boezemen, al dat houwen en +slaan naar links en rechts, al die oneenigheid met ’t zwaard in +den vuist,—precies als zijn eigen leven onder de stinkers.</p> +<p>„Daar is Vader,” viel Abraham zijn moeder in de +rede.</p> +<p>Zij hield met voorlezen op, toen hij binnen kwam; maar las toch het +hoofdstuk voor zich zelf uit, eer zij het boek sloot.</p> +<p>De professor was in zijn overhemd met opgeslagen manchetten; hij +liep zijn handen af te drogen aan een handdoek.</p> +<p>„Goeienavond, jongens! Wat lees je hun voor, +Wenche?”</p> +<p>„Snorre,” antwoordde Abraham en glimlachte tegen zijn +vader.</p> +<p>„Bah!—dat dacht ik wel. Is dat nu iets om aan beschaafde +jonge menschen voor te lezen?”</p> +<p>„De heldendaden van onze dappere voorvaderen?” +<span class="corr" id="xd20e620" title= +"Bron: antwoorde">antwoordde</span> Mevrouw Wenche strijdvaardig.</p> +<p>„Helden—bah! Sluipmoordenaars, roovers, moordenaars en +brandstichters—dat waren ze! Neen, dan wil ik liever hooren van +den rappen Achilles of van Hector, die de zware lans zwaait. Niet waar, +jongens?” <span class="pagenum">[<a id="xd20e625" href= +"#xd20e625" name="xd20e625">29</a>]</span></p> +<p>„Ja,” riep Abraham, en Marius deed meê.</p> +<p>„Och, ik heb geen lust jelui te antwoorden,” zei Mevrouw +Wenche gemelijk en zette Snorre weer op zijn plaats.</p> +<p>De professor bleef heen en weer loopen tusschen zijn kamer en die +van Abraham over de kleine gesloten gang; hij liep wat te praten en te +schertsen, zooals gewoonlijk terwijl hij zich verkleedde.</p> +<p>Toen Mevrouw Wenche wegging, zeide ze:</p> +<p>„Kom je nu gauw bij mij binnen, Abraham? Nacht Marius, groet +je moeder van mij.”</p> +<p>Toen Marius ook was heengegaan, zeide de professor: „Een +aardige jongen, die kleine Gottwald. ’t Is wel erg +‘chaud’ tusschen jelui in den laatsten tijd.”</p> +<p>„Hij is mijn beste vriend,” zei Abraham wat onzeker.</p> +<p>„Beste vriend,” herhaalde de vader en glimlachte. +„Die soort van vriendschap voor leven en dood, die je zoo gauw +sluit in je jongensjaren. Ja, daar weet ik alles van. ’t Is een +geluk, dat er in den regel zoo weinig van overblijft. Dat is een +geluk—zeg ik—want ’t zou immers heel lastig +zijn—vooral voor hen, die vooruit moeten in de wereld, als +zoo’n jongensvriendschap wezenlijk verplichtingen zou opleggen +voor leven en dood.”</p> +<p>Abraham keek naar buiten, alsof hij zijn vader niet goed begreep, en +deze ging voort: „Zie je, schooljongens zijn gelijk, ten minste +zoo ongeveer; maar als de school ze loslaat, worden ze door het leven +verspreid en ’t leven maakt ze al heel gauw ongelijk. Denk nu +maar zelf eens na hoe onmogelijk het voortzetten van zoo’n +jongensvriendschap wordt, als bijv. de een opklimt in de maatschappij, +terwijl de ander daalt, of blijft staan waar hij is. Zie je, daarom is +’t zoo goed ingericht, dat ’t leven zelf er voor zorgt, dat +<span class="pagenum">[<a id="xd20e645" href="#xd20e645" name= +"xd20e645">30</a>]</span>zulke vriendschappen niet langer duren dan +zoolang ze onschadelijk zijn.”</p> +<p>„Ja, maar Marius zal immers studeeren,” viel Abraham +in.</p> +<p>„Ja zeker, ja zeker, maar daar zit het hem niet in; ik dacht +ook niet aan Marius. Hij kan immers niet helpen—dat wil +zeggen—er is iets met hem, wat je nog niet begrijpen kunt, en +waar je je ook niet om hoeft te bekommeren. Hij is zeker een beste, +brave jongen, waar je gerust meê kunt omgaan. Dat komt wel +terecht. Ik wou je alleen maar waarschuwen voor zoo’n +sentimenteele vriendschap voor leven en dood. Je weet, ik houd niet van +sentimentaliteit. Dat past niet voor ons, mannen.”</p> +<p>Abraham voelde zich altijd gevleid, als zijn vader hem zoo als een +jongeren vriend behandelde; vooral vond hij het prettig zoo +meêgerekend te worden tot „ons mannen.” De toespeling +op iets met Marius wekte zijn nieuwsgierigheid; maar hij zag aan +’t gezicht van zijn vader, dat hij er niet naar moest vragen.</p> +<p>Professor Lövdahl was nu klaar met zijn toilet. Hij nam een +schoonen zakdoek en ging neuriënd heen om een uur voor ’t +avondeten in de club door te brengen. Hij leefde heel geregeld, zijn +uiterlijk was mooi en goed verzorgd en al zijn opinies waren klaar en +sierlijk gerangschikt in zijn goed hoofd.</p> +<p>Hoewel hij in werkelijkheid niet veel ouder was dan zijn vrouw, +scheen de afstand tusschen hen veel grooter. Want hij had van jongs af +aan zijn best gedaan er waardig uit te zien; hij hield van het oude, +wat zeker was en vast stond; zij dweepte met het nieuwe, dat vol hoop +was en in snellen groei. Daarom werden zij langzamerhand zoo door en +door verschillend van elkaar.</p> +<p>Wanneer iemand hem vroeg, waarom hij toch de <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e659" href="#xd20e659" name= +"xd20e659">31</a>]</span>hoofdstad en zijn eervolle betrekking als +professor verlaten had, die hem al zoo jong was aangeboden, om zich in +dit weinig wetenschappelijk stadje te begraven, vertelde Professor +Lövdahl meestal een verhaal uit de eerste jaren van zijn +huwelijk.</p> +<p>„Mijn vrouw is, zooals u weet, een Bergensche—een +Bergensche met hart en ziel. Zij heeft dat lichte enthousiaste gemoed, +dat behoefte heeft aan den omgang met sterk bewogen en licht +beweeglijke menschen; en daarom kunt u wel begrijpen, dat Christiania +geen stad voor haar was. Ik, van mijn kant, ben, zooals u weet, een +Europaeer; ik kan zoowat overal leven,—alleen niet in Bergen, +neen! dat verklaar ik u, niet in Bergen! Welnu, zij wilde voor geen +geld in Christiania blijven en ik wilde voor geen geld naar Bergen. +Toen kwamen we elkaar tegemoet en—we ontmoetten elkaar in deze +stad.”</p> +<p>Die geschiedenis was bijna waar, en als hij andere redenen voor deze +verhuizing had, was dat in ieder geval zijn geheim. Maar booze tongen +beweerden, dat Carsten Lövdahl nooit de universiteit zou hebben +verlaten, als zijn positie hem volkomen voldoening gegeven had. +’t Zou zeker wel ’t geval zijn, dat zijn kennis vrij hol +was, zoodat de jongere assistenten hem nu en dan ernstig vast dreigden +te zetten.</p> +<p>Niettegenstaande hij dus de beste protectie had en volgens zijn +levensopvatting geheel in overeenstemming was met den geest, die den +boventoon voerde aan de universiteit, was hij wijs genoeg om op de +teekenen des tijds te letten. Hij ging heen terwijl alles nog in de +beste orde was: hij ging heen met den onbesproken naam als de eerste +oogenspecialiteit van het land.</p> +<p>In ’t stadje, waar hij woonde, had hij praktijk als +huisdokter, zooals hij dat wenschte. Hij werkte <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e669" href="#xd20e669" name= +"xd20e669">32</a>]</span>nog slechts bij uitzondering in zijn +specialiteit en hield zijn wetenschappelijken roem boven water door +kleine, voorzichtige artikelen in binnen- en buitenlandsche +tijdschriften.</p> +<p>Het groote vermogen van zijn vrouw verzekerde hem een onbezorgd +leven in den overvloed, waaraan hij behoefte had. Een man, wiens naam +wat beteekende in de wetenschap, die schreef en dat nog wel in ’t +Fransch, en die niettegenstaande dat niet arm of haveloos was, maar +zelfs tegen den besten koopman in weelde en conversatie op +kon,—zoo’n man moest natuurlijk een hooge en eervolle +positie in ’t stadje hebben.</p> +<p>Dat had Professor Lövdahl dan ook; zijn invloed was bijna +onbegrensd; daarbij was hij door ieder geacht en bemind—door +vrouwen en mannen; en ’t eenige, waar men een beetje om lachte, +was zijn lust om alleen aan ’t woord te komen en lang en sierlijk +op een onderwijzenden toon te spreken.</p> +<p>Onder het avondeten vertelde Marius Gottwald onophoudelijk van +Abraham; maar zijn moeder kon niet begrijpen, hoe Mevrouw Lövdahl +met haar zoon kon vechten.</p> +<p>„Och, u kunt toch wel begrijpen, dat het gekheid was, +Moeder,” riep Marius beleedigd, „u begrijpt toch wel, dat +het voor de grap was.”</p> +<p>„Ja, ja, natuurlijk,” antwoordde Mevrouw Gottwald, om +hem te kalmeeren; maar ze kon zich toch maar niet voorstellen hoe zij +ooit met kleine Marius zou kunnen vechten, al <span class="corr" id= +"xd20e682" title="Bron: wat">was</span> ’t dan tienmaal voor de +grap. Mevrouw Gottwald, zooals ieder in de stad haar uit beleefdheid +noemde, hoewel ieder wist, dat zij nooit getrouwd was geweest, was voor +een paar jaar van den Oostkant van ’t land gekomen met een +kleinen jongen en vrij wat geld. Professor Lövdahl, aan wien +<span class="pagenum">[<a id="xd20e685" href="#xd20e685" name= +"xd20e685">33</a>]</span>zij door een collega was aanbevolen, zette +haar in een modezaakje, dat Mevrouw Lövdahl met alle macht +steunde.</p> +<p>Achter den winkel had zij haar huiskamertje en daarnaast was de +slaapkamer van haar en Marius. ’t Overige gedeelte van ’t +huis werd ingenomen door de keuken en de vestibule; op de verdieping +daarboven had zij een paar commensaals.</p> +<p>Zoodra Marius gegeten had, zei hij: „Leg u nu dien hoed neer, +Moeder, wij moeten met kracht aan het werk.”</p> +<p>„Moet je nog meer werken vandaag, mijn jongen? Je hebt den +heelen middag gewerkt; laten we nu uitscheiden voor vandaag; ’t +is bij negenen.”</p> +<p>„Maar Moeder, u lijkt wel dwaas! U weet toch wel, dat ik +werken moet?”</p> +<p>„Ja maar wat heb je dan den heelen avond bij Abraham +gedaan?”</p> +<p>„We hebben alle andere lessen geleerd, alleen het +Latijn—”</p> +<p>„Leer jelui dan je Latijnsche les ook niet samen?”</p> +<p>„Jawel, ziet u—die leeren we wel; maar Abraham heeft +geen lust zoo nauwkeurig te analyseeren;—dat hoeft hij ook niet, +want hij weet het toch wel. Maar ik moet harder werken, anders wordt +Aalbom kwaad en klaagt bij den rector.”</p> +<p>„Toe, werk nu niet meer, lieve jongen,—’t is +heelemaal niet goed voor je,” ze wilde hem naar zich toe trekken, +maar hij had geen tijd voor zulke dingen, rukte zich los en greep het +boek.</p> +<p>„Ziezoo, nu beginnen we, Moeder: tum vero Phaeton—nu +moet u mij elk woord vragen.”</p> +<p>De arme Mevrouw Gottwald had werkelijk geleerd hoe ze vragen moest; +maar daar ze toch geen syllabe van de antwoorden begreep, was dit voor +haar een <span class="pagenum">[<a id="xd20e710" href="#xd20e710" name= +"xd20e710">34</a>]</span>tamelijk vermoeiend slot aan haar werkdag; en +zelfs haar bewondering voor de geleerdheid van haar zoon kon niet +altijd haar oogen open houden.</p> +<p>Intusschen noemde zij de Latijnsche woorden, waarna Marius +onmiddellijk alles zei, wat er van dat woord te zeggen was; en dan weer +’t volgende!</p> +<p>„Candescere,” las Mevrouw Gottwald slaperig.</p> +<p>„Candescere, candi, candes, can......”</p> +<p>Kleine Marius werd vuurrood, en zijn vingers, die tot nu toe +vreedzaam met zijn zakdoek bezig waren geweest, vlogen nu naar de +boeken, terwijl hij wanhopend naar zijn Madvig zocht.</p> +<p>Maar Mevrouw Gottwald was opeens klaar wakker; zij kende die +aanvallen.</p> +<p>Plotseling kon bij hem alles stilstaan; en dan was ’t alsof +hij zijn verstand verloren had. En daar was niets aan te doen, dan hem +hoe eer hoe beter naar bed te brengen.</p> +<p>Ze greep daarom stevig zijn beide handen.</p> +<p>„Neen, lieve Marius, nu mag je volstrekt niet langer werken; +kom, nu moet je gaan slapen; dan weet ik zeker, dat je morgen je les +kent.”</p> +<p>„Neen, neen, Moederlief; laat me los; ik <span class= +"letterspaced">moet</span> het opzoeken, maar één +oogenblik. Ik weet waar het staat, toe, laat u me los!”</p> +<p>Hij smeekte zoo innig, met zijn groote verschrikte oogen, maar zij +hield zich dapper en kreeg hem half door trekken en half door lokken in +de slaapkamer.</p> +<p>Maar aldoor onder het uitkleeden, hoorde ze hem Latijnsche woorden +mompelen; en lang nadat hij in slaap gevallen was, schokte plotseling +zijn hand, die ze vasthield en zijn hoofd was heet en droog.</p> +<p>Zoo zat ze lang. En sombere gedachten aan schande, berouw en +vernedering kwamen als gewoonlijk <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e740" href="#xd20e740" name="xd20e740">35</a>]</span>binnen en +zetten zich als stamgasten om dat kleine bedje en staarden haar +aan.</p> +<p>Maar dien avond lette ze niet op hen; haar oogen weken niet van dat +bleeke gezichtje, met dat pijnlijke trekken om den mond en de blauwe +kringen onder de oogen.</p> +<p>Ja,—ze had al eens geprobeerd het tegen den rector te zeggen. +Maar ’t was niet zoo gemakkelijk voor een vrouw alleen in haar +positie, en de rector hield zooveel van hem, juist om dat Latijn.</p> +<p>En Dr. Bentzen was uit principe een tegenstander van dat moderne +gepraat over overlading bij ’t onderwijs aan kinderen in de +school; als ze maar zooveel Latijn leerden en zoo vaak een pak slaag +gekregen als in zijn jeugd; maar nu was het maar verwennen en oppassen +aan alle kanten. ’t Was om je dood te ergeren.</p> +<p>Kleine Marius moest maar flink eten en buiten in de frissche lucht +spelen.—En dan hoefde hij zich toch niet dood te werken!</p> +<p>Ja, dat was nu alles goed en wel; iedereen was zoo vriendelijk voor +haar. Maar zie toch eens hoe wonderlijk hij aan zijn slapen ligt te +wrijven.</p> +<div class="figure xd20e754width"><img src="images/o035.png" alt= +"Ornament." width="183" height="68"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e758" href="#xd20e758" name= +"xd20e758">36</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e376" href="#xd20e376src" name="xd20e376">1</a></span> +<span class="letterspaced">Madvig</span>: Leerboek der Latijnsche +taal.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e383" href="#xd20e383src" name="xd20e383">2</a></span> +<span class="letterspaced">Mensa</span>: tafel, het eerste woord, dat +men in ’t Latijn leert verbuigen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e425" href="#xd20e425src" name="xd20e425">3</a></span> +<span class="letterspaced">Parnassus</span>: de berg der Grieksche +Goden, hier: zetel der Klassieke Geleerdheid.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e517" href="#xd20e517src" name="xd20e517">4</a></span> n.l. +’t dialect van de stad Bergen in Noorwegen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e544" href="#xd20e544src" name="xd20e544">5</a></span> Schrijver +van de Noorsche Koningssagen en de jongere Edda.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e570" href="#xd20e570src" name="xd20e570">6</a></span> +Voorstanders van de „landstaal,” ’t zoogenaamde +„nieuwe Noorsch,” verschillend van ’t Deensch.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e577" href="#xd20e577src" name="xd20e577">7</a></span> +Bovenaardsche wezens, die de strijders in den slag beschermden bij de +oude Noren.</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o086.png" alt="Derde hoofdstuk." +width="463" height="134"></div> +<h2 id="xd20e760" class="main">Derde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e762"><span class="xd20e762init">B</span>ij ’t +halfjaarsexamen kwam Abraham een paar nummers naar boven; maar al +’t Latijn van Marius kon niet beletten, dat de kleine professor +heelemaal naar beneden zakte, zelfs voorbij Morten, den achterblijver, +en de laatste van de klasse werd.</p> +<p>De leeraar in wiskunde zei dan ook, dat als hij niet in het volgend +halfjaar heel buitengewone vorderingen maakte, hij zeker zou blijven +zitten en niet in de vierde klasse komen.</p> +<p>Abraham was lang niet vlijtig; maar ’t hielp dat hij zich had +voorgenomen Marius op sleeptouw te nemen; en doordat hij gemakkelijker +leerde, was het voor hem genoeg, dat hij de lessen +éénmaal met Marius doorwerkte. Marius daarentegen moest +werken van dat hij uit school kwam, tot hij naar Abraham ging en +dikwijls ook nog daarna.</p> +<p>Hun klassieke opvoeding was nu zoover gekomen, dat ze negen uur +Latijn en vijf uur Grieksch in de <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e770" href="#xd20e770" name="xd20e770">37</a>]</span>week hadden. +Ze hadden Faedrus en Caesar verlaten om hun geest te verfrisschen met +Cicero’s rede over den ouderdom. En nadat hun jonge tongen +gebogen waren voor de tweede klasse van de werkwoorden op mi volgens +Curtius, schreden zij voort met Xenophon, 5 kleine <span class= +"letterspaced">mijlen</span> per week, het goddelijke Hellas +binnen.</p> +<p>’t Breidde zich uit, het bosch van de dokkebladeren in de +jonge hoofden. Langzamerhand werd het verschil uitgewischt tusschen wat +prettig was te leeren, en wat een plaag was. Alles werd bijna even +onverschillig, alleen gewaardeerd naar wat op school als het +gewichtigste vak gerekend werd.</p> +<p>Alles wat in het onderwijs hier en daar voorkwam, dat <span class= +"corr" id="xd20e779" title="Bron: direkt">direct</span> in verband +stond met het leven en de wereld, zooals die werkelijk zijn, daalde +vrij sterk. En bovenaan kwamen lange rijen doode woorden over doode +dingen, regels en zinnen, die in hun weeke hersens gepompt werden; +vreemde geluiden uit een vreemd leven; eeuwenoud stof, dat plichtmatig +overal gestrooid werd, waar ’t sappige jeugdige leven een +vochtige plek toonde, waar ’t stof aan kon blijven hangen.</p> +<p>’t Is een moeilijke tijd—de leeftijd van Abraham en +Marius—van veertien tot vijftien jaar. De oogen open, een +vraagzucht even onverzadelijk als de jongenseetlust, die erger jeukt +dan de mazelen; een ontwakend vermogen en de lust om alles te +begrijpen; een brandende begeerte om de wereld te veroveren èn +dat wat achter de wereld en wat daar weer achter ligt......</p> +<p>En dan stof, eeuwenoud, buitengewoon fijn stof, in elke vochtige +porie gestrooid, over elke opkomende vraag, over elke levenskiem, die +niet juist de kiem van dokkebladeren is. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e786" href="#xd20e786" name="xd20e786">38</a>]</span></p> +<p>Maar dat gaat over; al op ’t zestiende of zeventiende jaar is +het stof goed ingedroogd. De nieuwsgierigheid is dood; de jonge mensch +heeft geleerd, dat het er maar op aankomt gevraagd te worden, niet te +vragen. En hij begint ook te begrijpen wat de bedoeling met die +dokkebladeren is; hij krijgt een duister gevoel, dat ze om zijnentwille +bestaan, en dat hij bij geluk een van de bevoorrechte slakken in die +maatschappij is.</p> +<p>Kleine Marius in een regenjas op een guren wintermorgen, in +Zuidenwind en regen, vóór achten. <span class="corr" id= +"xd20e791" title="Bron: t">’t</span> Is halfduister, koud en +nat;—’t is niet bizonder prettig zich om den hoek te werken +in een vliegenden storm, natte voeten te krijgen en vochtige +knieën.</p> +<p>Toch denkt hij er ’t meest aan hoe hij zijn dierbare stapel +boeken tegen den regen zal beschermen; hij had ze onder zijn oliejas, +zoodat hij veel op dat soort van koeien leek, die hun maag aan +één kant hebben.</p> +<p>In de school was het donker en kil, zooals gewoonlijk vroeg in den +morgen. Morten, de achterblijver, propte de kachel vol hout; de andere +jongens stonden er om heen om zich te warmen;—nat en koud waren +ze allemaal. Maar ’t was Zaterdag; en hoe guur ’t dan ook +is, toch ligt er iets feestelijks over alles, wat door geen regen of +kou heelemaal te bederven is.</p> +<p>Marius droogde eerst zijn boeken en toen zich zelf af, zoo goed het +ging met zijn blauwen rattenzakdoek.</p> +<p>Abraham Lövdahl deed den rector na, terwijl hij de opgegeven +paragrafen uit de „regels” voor de school voorlas, die op +een stuk karton geplakt en met een lichtgroenen rand er om aan den muur +hingen.</p> +<p>„Paragraaf vier<span class="corr" id="xd20e805" title= +"Niet in bron">,</span>” las Abraham, en deed alsof hij zijn neus +vol snuif stopte: „De leerlingen moeten altijd schoon en netjes +in de school komen. Jassen, mutsen, enz. moeten ze op de daarvoor +bestemde toestellen <span class="pagenum">[<a id="xd20e808" href= +"#xd20e808" name="xd20e808">39</a>]</span>hangen met inachtneming van +orde en voorzichtigheid en Dezelve weer meênemen... +Dezelve—met een hoofdletter—wat is dat?” riep +Abraham.</p> +<p>„De toestellen,” stelde Morten voor.</p> +<p>Een ander beweerde dat het op orde en voorzichtigheid doelde, en +daarover ontstond een taalkundig dispuut.</p> +<p>Kleine Marius luisterde niet; want hij zat verbuigingen te mompelen +met zijn neus in Curtius; ’t was bijna donker op zijn +plaats—de laagste van de klasse.</p> +<div class="table xd20e816"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="5">’t Rooster voor Zaterdag was:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">8</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">9</td> +<td valign="top">Grieksch.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">9</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">10</td> +<td valign="top">Geschiedenis.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">10</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">11</td> +<td valign="top">Noorsch opstel.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">11</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">12</td> +<td valign="top">rekenen.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">12</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">1</td> +<td valign="top">Latijn.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">van</td> +<td valign="top">1</td> +<td valign="top">tot</td> +<td valign="top">2</td> +<td valign="top">Latijn.</td> +</tr> +</table> +</div> +<p>’s Zaterdags moesten zij tot twee uur blijven, anders kwamen +zij er om één uur al uit.</p> +<p>Eindelijk kwam de oude onderdirecteur Bessesen aan, bezig met +overschoenen, regenjas, parapluie, handschoenen en polsmofjes. Zijn +binnenkomen in de klasse maakte niet den minsten indruk. Abraham zei +alleen heel kalm: „Ziezoo—daar hebben we nu het oude +stekelvarken,” en Morten bleef aan ’t werk met de +kachel.</p> +<p>Eerst toen de onderdirecteur zich afgepeld had en op den katheder +gekomen was, maakten de jonge heeren aanstalten om naar hun plaats te +gaan en het onderwijs te beginnen.</p> +<p>„Wil jij maar beginnen, Abraham Lövdahl,” zei het +stekelvarken, na in zijn zakboekje gekeken te hebben, waarin hij de +cijfers noteerde.</p> +<p>„Ik had gisteren zoo’n hoofdpijn, dat ik mijn Grieksch +niet leeren kon,” antwoordde Abraham met <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e918" href="#xd20e918" name= +"xd20e918">40</a>]</span>een uitdrukking van spijt, maar vrijmoedig en +oprecht.</p> +<p>Marius zette groote oogen op.</p> +<p>De oude glimlachte en bewoog zijn hoofd wat heen en weer. Toen zocht +hij een ander uit om te overhooren.</p> +<p>De oude heer Bessesen had trouw stof gestrooid, jaren lang, en hield +al lang geleden zijn 25-jarig jubileum. Zijn veld was niet groot, maar +daar stond hij ook zoo vast als een muur.</p> +<p>Hij wist op een prik wat er van het Grieksch op het toelatingsexamen +werd gevraagd; hij kon van te voren zeggen, welke vragen de examinandus +krijgen zou bij elk stuk, dat hij lezen moest van de eenmaal +vastgestelde schrijvers.</p> +<p>En dat bracht hij langzaam, maar zeker zijn beste leerlingen bij; de +andere kwamen er niet zooveel op aan, omdat zij toch de heele school +niet afliepen.</p> +<p>Hij zat daar zoo klein en verschrompeld, dat hij bijna verdween in +zijn eigen jas. Zijn kin dook heelemaal in zijn boek weg, en ’t +kortgeknipte, geelroode haar stak naar alle kanten uit, terwijl hij een +enkelen keer de oogen, met roode randjes, van den katheder ophief.</p> +<p>Want hij was een vreedzaam leeraar. Of ook iemand een vertaling +naast zich had en die voorlas;—of er voorgezegd of geknoeid werd, +dat het een aard had—hij zag of hoorde ’t niet. De ervaring +van een lang leven had hem geleerd, dat het de moeite niet loont over +zoo iets drukte te maken, en het ging ook zooveel makkelijker, als de +slechte leerlingen wat geholpen werden.</p> +<p>Hij was intusschen in ’t geheel niet suf; de minste fout of +onzekerheid trof zijn oor; hij sprong op, alsof hij geprikt werd, als +iemand zich vergiste in de imperfectum <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e936" href="#xd20e936" name="xd20e936">41</a>]</span>of +aoristus<a class="noteref" id="xd20e938src" href="#xd20e938" name= +"xd20e938src">1</a> maar behalve dat mocht er allerlei leven en +beweging in de klasse zijn, als ’t maar niet te erg werd.</p> +<p>Zoo leidde hij den tocht der tienduizenden—een kleine mijl per +dag; en alle jonge menschen, die in den loop der jaren hem als hun +aanvoerder gevolgd hadden, waren allen met dezelfde regelmatigheid, met +dezelfde kleine dagmarschen door Xenophon, Homerus, Sofokles, Herodotus +en Plutarchus heengekomen. ’t Ging alles op dezelfde manier, +zonder verandering of ommekeer. Zoowel in verzen als in proza was er +dit zeer gewichtig verschil tusschen imperfectum en aoristus; en mocht +het gebeuren, dat hij, die aan het vertalen was, begon te lachen om een +<span class="corr" id="xd20e945" title="Bron: grapige">grappige</span> +anekdote van Herodotus—dan keek het stekelvarken verbaasd op. +Zooiets kon hij niet begrijpen.</p> +<p>Daarom ging de grauwe morgen eentonig en kalm voorbij. Zij, die geen +lust hadden om overhoord te worden, hadden hoofdpijn of hadden +hoofdpijn gehad, en dan moest het stekelvarken een ander zoeken, die +bereid was een slag te wagen en klaar zat met de vertaling aan de eene +zij, de zinnetjes en de aanteekeningen aan de andere.</p> +<p>Om negen uur pakte het stekelvarken al zijn zaken bijeen en wandelde +verder naar de volgende klasse.</p> +<p>Het geschiedenis-uur van 9–10 ging ook vredig voorbij. Toen +was Borring met zijn veeren pennen in de klas; en omdat er nu alleen +Latijnen waren—Tolleiv en Reinert waren op zee, en de anderen +waren weg—hielpen de leerlingen zichzelf en elkaar met afkijken +en voorzeggen.</p> +<p>Als Marius zijn geschiedenis kennen zou, moest hij absoluut +„op glee” geholpen worden; maar dat klopte <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e957" href="#xd20e957" name= +"xd20e957">42</a>]</span>niet altijd met de methode van den leeraar. +Vandaag vroeg hij bijv.: „En wanneer nam het geluk een +keer?” en daarop begon hij aan zijn veeren pennen; kort daarna +zei hij: „Nu, wanneer nam het geluk een keer?” blies in een +pen en sneed voort.</p> +<p>Marius kende ’t heele dreuntje over Karel XII, maar hij wist +niet, dat het geluk een keer nam in 1708. Abraham moest het hem +influisteren.</p> +<p>Daardoor kwam Marius gelukkig op het dreuntje: „Maar in het +jaar 1708 nam het geluk een keer,” en toen ging het van een leien +dakje.</p> +<p>Nu had Morten de achterblijver eindelijk de kachel roodgloeiend +gekregen, en ’t was zoo warm, dat men in ’t vrije kwartier +alle vensters open moest zetten.</p> +<p>„Wie heeft de kachel opgestookt?” vroeg de rector ook +dadelijk, toen hij met de cahiers onder den arm in de klas kwam.</p> +<p>Geen antwoord: maar toen hij ’t weer vroeg, op strenger toon, +antwoordde No. 1 van de klasse.</p> +<p>„Ik geloof, dat Morten Kruse het gedaan heeft.”</p> +<p>„Zoo, deed jij dat—Morten! doe jij zulke dingen? Kom +eens hier en zoek eens naar de paragraaf in ’t reglement waarin +staat, dat de leerlingen zelf voor ’t verwarmen van de school +moeten zorgen.”</p> +<p>Morten ging onwillig voor het reglement staan en staarde naar +boven.</p> +<p>„Nu jongetje!—kun je die paragraaf ook haast vinden? of +moet ik je een handje helpen?” vroeg de rector en trok hem aan +’t oor met de eene hand, terwijl hij met de andere op het +reglement wees, „zie je paragraaf 5 niet? Lees die eens voor: +hardop en duidelijk!”</p> +<p>„Paragraaf 5,” begon Morten met een zware stem, +„in de school moeten de leerlingen dadelijk naar hun plaats gaan +en nooit leven maken of onordelijk zijn. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e980" href="#xd20e980" name="xd20e980">43</a>]</span>Zij mogen ook +nooit hun plaats verlaten zonder uitdrukkelijke toestemming.”</p> +<p>„Nu, jongetje! zie je nu hoe een leerling zich in de klasse +gedragen moet, hè? <span class="corr" id="xd20e984" title= +"Bron: Vindt">Vind</span> je, dat er iets staat over ’t +volproppen van den kachel, hè?—vind je dat? +Hè?”</p> +<p>Bij elke vraag trok hij ’t oor van den jongen meer naar boven, +totdat Morten op zijn teenen stond.</p> +<p>De heele klasse lachte en Morten sloop naar zijn plaats.</p> +<p>Intusschen had No. 1 de cahiers uitgedeeld, na ze alle ingekeken te +hebben om de cijfers na te zien.</p> +<p>Marius had 4½, wat iets slechter was dan gewoonlijk, en dat +was eigenlijk een teleurstelling, hij had het onderwerp zoo prettig +gevonden, omdat het zoo lang was, dat ’t bijna een kwart pagina +vullen kon, als je wijd uit elkaar schreef; en hij vond het altijd zoo +moeielijk om zijn opstellen lang genoeg te maken.</p> +<p>Het onderwerp was: „Vergelijking tusschen Noorwegen en +Denemarken, met het oog op de natuur van de landen en het karakter en +bedrijf van het volk.”</p> +<p>De rector begon van onder op: „Je maakt slechte opstellen, +Marius! wat is dat nu voor een ratjetoe, wat je vandaag bij elkaar +gehaald hebt! luister nu zelf eens: Als men Noorwegen met Denemarken +vergelijkt, dan ziet men een groot verschil tusschen deze landen. +Noorwegen is een bergland, Denemarken daarentegen een vlak land. +Noorwegen heeft, daar het een bergland is, mijnen, wat Denemarken niet +heeft omdat er geen bergen zijn. Ook heeft een bergland altijd +dalen...... Ach ja Marius, dat is zoo waar...... zoo waar, maar meen je +nu, dat het noodig is ons dat te vertellen? ’t is zoo onrijp... +zoo treurig onrijp,” hernam de rector bekommerd en liep een poos +in gedachten <span class="pagenum">[<a id="xd20e999" href="#xd20e999" +name="xd20e999">44</a>]</span>verdiept op en neer. Marius begreep best, +dat hij aan het overgaan tegen de groote vacantie dacht.</p> +<p>„Maar, goeie hemel! wat een hitte! bah!” riep de rector +en gaf Morten een draai om zijn ooren, toen hij hem voorbij ging.</p> +<p>Toen begon hij weer aan ’t opstel van Marius:</p> +<p>„Noorwegen heeft een goed verweermiddel in het +Kjölengebergte; en als er oorlog kwam, dan zou men daar moeilijk +met kanonnen over kunnen komen, vooral in den winter......</p> +<p>„Wat ben je oorlogszuchtig Marius. ’t Is een wonder! Wie +zou er nu over het Kjölengebergte willen trekken met <span class= +"corr" id="xd20e1010" title="Bron: kanonen">kanonnen</span> in den +winter? De Zweden zijn immers onze goede vrienden en broeders. Neen, +dan is het beter, wat een ander heeft geschreven, dat men nu liever het +Kjölengebergte weg moest wenschen, zoodat de broedervolken zich +geheel konden vereenigen. Wie heeft dat ook weer...?<span class="corr" +id="xd20e1013" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Ik,” zei No. 1 bescheiden.</p> +<p>„Juist! dat heb jij, Broch, ja, dat is heel goed. Marius +daarentegen ziet alles van een oorlogszuchtig standpunt; luister nu +maar verder: Als men de volken vergelijkt, vindt men dat de Denen +weeker zijn dan de Noren. <a id="xd20e1020" name="xd20e1020"></a>Ja, +wat beteekent dat nu eigenlijk?” riep de rector knorrig en krabde +zich het haar; hij werd hoe langer hoe heeter, ’t was zeker +ongeveer 85 graden, „hier zijn er meer in de klasse, die over die +weekheid van de Denen geschreven hebben, waar dient dat voor? ’t +Is heel braaf zijn vaderland lief te hebben; maar vaderlandsliefde +wordt een groote fout, als ’t nationale hoogmoed wordt, dan ziet +men op andere naties neer en roemt alleen zijn eigen. Vooral is +’t belachelijk voor een klein, arm volk, als het onze, dat +zoowaar niet veel heeft om trotsch op te zijn.”</p> +<p>Broch’s uitstekend opstel werd niet voorgelezen; <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1024" href="#xd20e1024" name= +"xd20e1024">45</a>]</span>want de warmte werd eindelijk +zóó erg, dat de rector in wanhoop order gaf om deuren en +vensters open te zetten en daar er toen een vliegende tocht in de kamer +kwam, zond hij alle jongens naar de plaats. Alleen Morten Kruse moest +voor straf binnen blijven.</p> +<p>’t Regende niet meer; maar de wind was koud en ’t was +modderig op de plaats, zoodat ze niet veel pleizier hadden van dit +lange vrije kwartier. Marius liep te rillen van angst voor de rekenles, +want volgens alle menschelijke berekening zou hij vandaag een beurt +krijgen.</p> +<p>Abraham had hem geholpen, en kleine Marius had gezegd, dat hij +’t begreep. Hij had werkelijk van een en ander een beetje begrip +gekregen. Maar hij wist wel bijna zeker, dat hij, als hij voor ’t +bord stond, niet zou weten wat ½ × ½ was.</p> +<p>De onderdirecteur Abel kwam binnen huppelen en de vensters werden +gesloten. Hij had zijn nieuwe regenjas over den arm en neuriede, wat +altijd beteekende, dat hij in zijn humeur was.</p> +<p>Dat troostte Marius intusschen niet erg, want als de onderdirecteur +in een goede bui was, dan kon hij de jongens zoo leelijk voor den gek +houden.</p> +<p>De onderdirecteur Abel was ongetrouwd en de kwast onder de leeraars. +’t Was zijn trots, zijn schunnig gekleede collega’s met hun +gele boordjes te verrassen met nieuwe en bizondere +kleedingstukken—nu eens een das met roode moezen, dan een lichten +broek; nu was een gutta-percha regenjas aan de orde.</p> +<p>Allen hadden er in geknepen en er aan geroken; allen hadden naar den +prijs gevraagd en allen hadden dien gehoord.</p> +<p>Als leeraar had hij dit principe: „De menschen kunnen worden +verdeeld in twee soorten: Zij, die wiskunde kunnen leeren, en zij, die +het in ’t geheel niet kunnen. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1041" href="#xd20e1041" name="xd20e1041">46</a>]</span>En ik neem +op me binnen een maand uit te maken of een jongen wiskunde leeren kan +of niet.”</p> +<p>En op grond van die theorie bracht hij de knappe jongens heel ver; +en liet de anderen zonder gewetensbezwaar links liggen.</p> +<p>De leeraar sloeg het stof van den katheder met zijn zijden zakdoek, +vóór hij plaats nam. Marius zat in stilte te beven, +terwijl hij in zijn zakboekje keek.</p> +<p>Maar Broch werd opgeroepen. Marius kon zijn geluk haast niet +gelooven; ’t scheen wel alsof Abel van boven af begon, en dan +kwam hij misschien vandaag weer vrij.</p> +<p>Ze waren pas begonnen met vergelijkingen van den eersten graad met +een onbekende, en kleine Marius had geduldig allerlei voorbeelden +gevolgd van manieren om die <i>x</i> te vinden.</p> +<p>Hij had hooren zeggen, dat die gevonden was en ’t voorbeeld +zien uitvegen, ja, wat meer was, hij had zelf alle voorbeelden in zijn +boek opgeschreven; en toch bleef die eene onbekende hem even ver en +vreemd.</p> +<p>Hij hield die <i>x</i> in ’t oog; hij schreef trouw op hoe die +als een haas van de eene lijn naar de andere gejaagd werd met +vermenigvuldigingen, verkortingen, breuken en al zulke duivelsche +dingen achter zich aan tot het arme, uitgeputte dier eindelijk alleen +aan den linkerkant stond;—en dan bleek het, dat die vreeselijke +<i>x</i> niet anders dan een heel goedig getal was,—bijv. 28.</p> +<p>Marius kon langzamerhand desnoods begrijpen, dat <i>x</i> een +verschillende waarde had in de verschillende voorbeelden. Maar wat wou +men toch met die <i>x</i>? waarom al die omslag—waarom moest er +over het heele bord over stok en steen op die eene onbekende gejaagd +worden, als die toch niet anders was dan bv. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1072" href="#xd20e1072" name= +"xd20e1072">47</a>]</span>28, of misschien maar 15?—neen, dat kon +Marius wezenlijk niet begrijpen.</p> +<p>Toch nam hij zijn boekje en schreef zorgvuldig de som op, die Broch +moest uitrekenen:</p> +<p>Aan Pythagoras werd gevraagd hoeveel leerlingen hij had.</p> +<p>De wijze man antwoordde: „De helft studeert philosophie, het +derde gedeelte wiskunde, en de overige, die zich in het zwijgen +oefenen, maken met de drie, die ik onlangs kreeg, het vierde gedeelte +uit van hen, die ik vroeger had.” Hoeveel leerlingen had +Pythagoras, vóór hij er de drie laatste bij kreeg?</p> +<p>„Ja, dat is niet zoo gemakkelijk om daar achter te +komen,” dacht kleine Marius verheugd, omdat hij veilig op zijn +plaats zat. En terwijl Broch daar in de verte op ’t bord dadelijk +met ½ <i>x</i> en ⅓ <i>x</i> begon om te springen, +verdiepte Marius zich in overpeinzingen over dit ingewikkeld vraagstuk. +Vooral liep hem alles door elkaar als hij aan dat „vroeger” +dacht; want dan was ’t toch finaal onmogelijk daarop te +antwoorden. En dan gingen zijn gedachten vol medelijden naar dat arme +derde gedeelte, dat wiskunde studeerde en hij werd het er met zich zelf +over eens, dat hij zich zeer zeker ’t allerliefst bij „de +overigen, die zich oefenen in ’t zwijgen,” zou aansluiten. +Hij werd uit zijn overpeinzingen gewekt doordat hij opgeroepen +werd.</p> +<p>Of de leeraar had gemerkt, dat hij zat te soesen, óf hij had +in zijn boekje gezien, dat het lang geleden was, dat Gottwald een beurt +had gehad. Hij liet Broch naar zijn plaats gaan midden in de +som,—die ook al te gemakkelijk voor hem was—en toen Marius +half suf voor het bord kwam, stonden daar een paar rijen getallen en +<i>x</i>-en, waar hij geen zier van begreep;—alleen zweefde hem +flauw iets voor den geest toen hij ergens ⅓ zag staan, dat dit +zeker betrekking had <span class="pagenum">[<a id="xd20e1094" href= +"#xd20e1094" name="xd20e1094">48</a>]</span>op dat rampzalige derde +gedeelte, dat wiskunde studeerde.</p> +<p>„Nunc—parvulus Madvigius! qvid tibi videtur de +matrimonio?” riep Abel en zwaaide zijn lorgnet. „Voor jou +is het maar een kleinigheid dit sommetje uit te werken; jij kent immers +je Pythagoras—niet waar? Madvigius! Pythagoras, qvi, dixit, se +menimisse, gallum fuisse. Alsjeblieft, Mijnheer de professor! ga voort, +geneer je niet. Ja, want zooals je ziet, de som is haast af. Broch +heeft immers, vóór hij naar zijn plaats ging, gezegd, wat +er verder gedaan moest worden. Of had de professor misschien wat anders +te doen dan te luisteren? Kleine Gottwald moest er liever aan denken +dat hij moest overgaan voor de groote vacantie en zijn moeder geen +verdriet doen.”</p> +<p>Marius stond met het gezicht naar het groote zwarte bord gekeerd, +dat op een ezel stond midden op de vloer, en hij voelde ’t lachen +en spotten van de heele klasse als steken in den rug. Maar toen zijn +moeder genoemd werd, voelde hij de oogen vol warme tranen komen, de +krijtfiguren liepen in elkaar en hij gaf het op.</p> +<p>De heele klasse—d. w. z. zij, die wiskunde leeren +konden—, amuseerde zich kostelijk. De onderdirecteur was +onweerstaanbaar geestig, als hij de „sprakeloozen” een +beurt gaf. Zóó noemde hij hen, die geen wiskunde konden +leeren.</p> +<p>Alleen Abraham zat zich te ergeren, omdat het zijn vriend gold, maar +ook omdat Marius zoo’n stoffel was; soms moest hij wel +meêlachen.</p> +<p>„We moeten hem een hulpprofessor geven,” zei Abel, en +zette zijn lorgnet op. „Jij, Morten, met je mooien bijnaam. Sta +op en sta je broeder in den geest bij.”</p> +<p>Morten stond onwillig op; er was een stil verzet in <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1108" href="#xd20e1108" name= +"xd20e1108">49</a>]</span>hem, dat toch nooit verder kwam dan tot +gemompel en ’t trekken van een zuur gezicht; hij was niet knapper +dan Marius en de groote en de kleine leerling zagen er even dom uit, +zooals ze daar naar het bord stonden te staren.</p> +<p>Toch ging er een schemerachtig licht voor Morten op; hij deed een +greep in de krijtdoos om wat op te schrijven en vergat, dat hij al een +groot stuk krijt in de hand had.</p> +<p>„Ja, flink zoo Morten!” riep de leeraar, die het +opmerkte. „Krijt moet er bij, man! als ’t goed zal worden. +Zou je de krijtdoos niet onder je arm nemen? En de spons in je zak +steken, ’t lineaal tusschen je beenen, dan ben je goed toegerust! +Ach, Morten, Morten! Je bent dom en wordt elken dag dommer.”</p> +<p>De schemering bij Morten was al weer weg, hij stond te vloeken, +zoodat Marius het kon hooren. De klasse amuseerde zich, en No. 1 van de +klasse was slap van lachen en zag bewonderend op naar den katheder.</p> +<p>„Nu moeten we nog een laatste poging wagen,” meende de +leeraar, en riep vier anderen van de „sprakeloozen” op, die +geen wiskunde konden leeren.</p> +<p>Met vereende krachten kregen ze eindelijk het vraagstuk opgelost van +de vroegere leerlingen van Pythagoras; en Marius, die heelemaal op zij +geduwd was, moest voor het bord komen en het heele stuk weer oplezen; +en verklaren, dat deze keer <i>x</i> gelijk aan 72 was.</p> +<p>„Ziezoo!” riep Abel vrolijk, „nu zullen wij met de +massa gaan werken, zooals Napoleon. Hier is de keurbende verzameld! In +waarheid een fiere schare! ’t Is precies als in de comedie van +Cortes, als Jörgen Tambur en de twee getuigen den bloem van +Frankrijk’s adel moeten voorstellen. <a id="xd20e1126" name= +"xd20e1126"></a>Goeiemorgen jelui ganzen——” +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1128" href="#xd20e1128" name= +"xd20e1128">50</a>]</span></p> +<p>„We zijn geen ganzen,” bromde Morten.</p> +<p>„Goeiemorgen jelui ganzen, alle twintig,” zei de Vos. +„We zijn niet met ons twintigen; maar als er zooveel bij kwamen, +als er nu zijn en nog half zooveel, en dan nog anderhalve gans en een +ganzerik—dan waren we met ons twintigen. Hoeveel ganzen waren er +dus? O Morten!”</p> +<p>Maar noch Morten, noch een van de andere sprakeloozen deed zelfs een +poging om aan die ganzen te beginnen; en toen Abel vond, dat die +comedie lang genoeg geduurd had, riep hij:</p> +<p>„Ga naar huis en begeef u ter ruste en hef het oude lied +aan:</p> +<p>„Ga in, o burger, tot de welverdiende rust!”</p> +<p>„Jelui krijgt alle broederlijk, zonder aanzien des persoons +jelui zesje. En als je verlangt mijn meening te hooren over jelui +toekomst hier op aarde, dan is die deze: dat ik niet geloof, dat jelui +voor iets anders gebruikt kunnen worden dan om eieren uit te broeden; +jij... Morten, met je mooien bijnaam, jij kunt ’t misschien +brengen tot den jongen van den knecht van den koster. Abraham +Lövdahl kom eens voor het bord.”</p> +<p>Toen Marius op zijn plaats teruggekomen was, zag hij hoe Abraham in +een wip het ganzenvraagstuk had opgeschreven: 2<i>x</i> + +½<i>x</i> + 2½ = 20; maar hij was te moe om er verwonderd +over te wezen, te veel gebukt onder de nieuwe zessen, die, zooals hij +wel wist, het overgaan voor hem nog onzekerder zouden maken; maar +vooral veel te moedeloos bij de gedachte aan dien trek om Moeders mond, +als ze weer een 6 op zijn rapport zag.</p> +<p>’t Was twaalf uur, en de oude vrouw, die krakelingen en +stroopkoeken aan de gymnasiasten verkocht, stond al bij de stoep. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1152" href="#xd20e1152" name= +"xd20e1152">51</a>]</span></p> +<p>De jongens van de vierde klasse, met jassen aan, liepen op en neer +op hun vaste plaats; die van de derde, nog met buisjes aan, stonden in +groepjes te eten; terwijl de gelukkige kleintjes, die om twaalf uur +vrij kwamen, de poort uit stoven met Zaterdagsche vaart.</p> +<p>De lucht klaarde op. De wind draaide naar ’t westen, ’t +zou best mogelijk zijn, dat hij heelemaal naar het Noorden omsloeg +tegen den nacht; dan kwam er vorst, en dan kon ’t ijs toch +misschien morgen al goed zijn.</p> +<p>Kleine Marius stond alleen zijn stroopkoek te eten, zonder er op te +letten, dat de stinkers, die hem voorbij liepen, hem voor +„Rattenkoning” en allerlei ander moois uitscholden; hij had +een gevoel, alsof zijn heele hoofd leeg en hol was,—en nu moesten +er nog twee uren komen!</p> +<p>Hij had nu wel in die beide uren Latijn, waar hij minder bang voor +was; maar dat laatste wiskunde-uur had hem zoo vermoeid.</p> +<p>’t Was heel iets anders met den dikken Morten en de andere +„sprakeloozen.” Zij gaven geen zier om den spot van den +onderdirecteur. Maar kleine Marius was heel gevoelig voor hoon; soms +had hij zijn vijanden zijn moeder hooren mengen in beleedigende +uitdrukkingen, die hij niet begreep, maar die toch zijn bloed deden +koken.</p> +<p>„Wat is dat toch voor een aap, die de kachel heeft opgestookt, +hè?” begon Aalbom, zoodra hij in de klas kwam. ’t +Was heelemaal niet warm meer, maar hij had den rector gesproken. +„Dat heb jij zeker gedaan, Kruse! Jou, dikke ezel! Bah! Waar +moeten we beginnen? Vers 122: qvas deas,—lees op—Gottwald, +hardop! Och nonsens! Is dat nu hardop lezen? qvas deas per terras! doe +toch je bek open, hè? die luie Westlanders <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1165" href="#xd20e1165" name= +"xd20e1165">52</a>]</span>kunnen niet eens hun tanden van elkaar +krijgen, zit toch niet te mompelen of je een aardappel in je mond hebt, +uil die je ben, hè!”</p> +<p>Dit was zoo zijn manier om de les te beginnen; vooral in de laatste +uren, als hij zelf zenuwachtig en knorrig was, na van 8 uur ’s +morgens gebromd en gescholden te hebben.</p> +<p>De klasse boog ’t hoofd onder den storm, ofschoon zij er aan +gewend was; maar kleine Marius ging bevend voort met lezen en kreeg +heel veel knorren omdat hij niet hard genoeg sprak.</p> +<p>’t Was niet gunstig voor Marius, dat de rector in de twee +lagere klassen Latijnsche les gegeven had; want nu wilde Aalbom nooit +toegeven, dat de rector den kleinen Gottwald zoo heel ver had gebracht; +maar aan den anderen kant was hij bang, dat de rector zou willen +beweren, dat zijn lieveling achteruit was gegaan, sinds hij bij Aalbom +in de klasse gekomen was.</p> +<p>Daarom eischte hij alles van Marius, maar had nooit een woord van +lof voor hem. De leeraar liep op en neer voor de klasse, als een +roofdier loerende op een fout om er op aan te vliegen; hij was +buitengewoon lang en mager en daarenboven bijziende, waarom zijn lieve +leerlingen hem nooit anders dan „de blinde darm” +noemden.</p> +<p>Marius spande zich in en kwam er goed af; maar daarna was hij ook +zoo uitgeput, dat hij bijna sliep.</p> +<p>’t Uur ging voorbij met knorren en rumoer en toen was er nog +maar één over. Het laatste uur werd voor een Latijnsche +thema gebruikt. Aalbom gaf hun een van de stukken in het boek van +Henrichsen op en ging op den kruk in den katheder zitten, om zijn +beenen te laten bengelen en in de lucht te kijken.</p> +<p>Er was niet veel meer in een van de leerlingen overgebleven +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1182" href="#xd20e1182" name= +"xd20e1182">53</a>]</span>om een Latijnsch opstel van te brouwen; de +meesten schreven er maar op los, en Marius ook,—dus dat werden +prachtige opstellen!</p> +<p>Maar toen was eindelijk de school uit, en zelfs de bleekneuzige +Latijnen waren wat levendiger toen ze over de plaats liepen, want het +was Zaterdag.</p> +<p>Haring, zoete soep en pannekoeken—er bestond niets lekkerders +in de heele wereld; want dat was ’t Zaterdagsmaal in de heele +stad.</p> +<p>’t Klaarde werkelijk op en ’t werd een heldere +vorstavond met maneschijn, zoodat de vierde klasse met de bakvischjes +ging wandelen, terwijl de jongere kameraden in groepjes liepen te +zingen en elkaar tegen de jonge paartjes aan duwden als ze voorbij +kwamen. Maar Abraham en Marius wandelden arm in arm en zagen van uit de +hoogte op dat alles neer; nu en dan hief Abraham zijn gebalde vuist op +tegen de vreedzame woning van Proost Sparre, waar hij wist, dat de +telegrafist zijn vroeger geliefde een bezoek bracht.</p> +<p>’s Avonds was Marius bij Abraham gevraagd, de professor en +zijn vrouw hadden gasten. Zij hadden alle kamers tot hun beschikking en +’s avonds kregen zij een warm souper. En niets te doen voor +morgen! Niets te leeren! als een vrij man te slapen tot tien uur! En +toch werd nog de een of andere Zondagmorgen in bed in zijn gedommel +gekweld door de gedachte: nu gauw opstaan en naar school hollen!</p> +<p>Brr, koud in de slaapkamer,—halfdonker—een massa +boeken... hij kent er geen steek van...</p> +<p>Eindelijk overeind!—En dan was het Zondag! pardoes weer onder +de dekens!</p> +<p>Zou iemand wel ooit vergeten, hoe zalig dat was? <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1198" href="#xd20e1198" name= +"xd20e1198">54</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e938" href="#xd20e938src" name="xd20e938">1</a></span> +Vervoegingsvormen der klassieke werkwoorden<span class="corr" id= +"xd20e940" title="Niet in bron">.</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o005.png" alt="Vierde hoofdstuk." +width="468" height="136"></div> +<h2 id="xd20e1200" class="main">Vierde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e1202"><span class="xd20e1202init">E</span>r was allang +sprake geweest van een fabriek, die in de buurt van de stad zou gebouwd +worden. Het heette, dat het een filiaal zou zijn van een groote +Engelsche zaak in kunstmeststoffen. Maar de ondernemers <span class= +"corr" id="xd20e1204" title="Bron: wilde">wilden</span> er ook graag +kapitaal uit de stad in hebben en daar men in de stad niet veel +verstand van zulke zaken had, kwam er een deskundige, om met de +menschen te spreken, te verklaren wat men kon verwachten, dat er +verdiend zou worden, een geschikt terrein te koopen, dat al was +uitgezocht en naar aanleiding daarvan waren er gasten bij professor +Lövdahl.</p> +<p>De deskundige in quaestie, die Michal Mordtmann heette, was als de +meeste vreemden aan Professor Lövdahl aanbevolen. Trouwens, de +professor kende hem nog wel van de universiteit. Mordtmann was +indertijd begonnen in de medicijnen te studeeren. Maar toevallig was +hij in Engeland gekomen, waar hij door <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1209" href="#xd20e1209" name="xd20e1209">55</a>]</span>connecties +van zijn vader kennis maakte met een familie, die scheikundige +fabrieken had.</p> +<p>Geheel onverwacht kreeg hij een aanbod van een mooie betrekking +daar; de lust bekroop hem eens te probeeren verscheiden jaren in +Engeland te blijven. Maar langzamerhand kwam hij tot de ontdekking, dat +deze verandering in zijn levensrichting niet zoo toevallig was als hij +zelf wel meende.</p> +<p>Zijn vader—Isac Mordtmann en Co., in Bergen, dreef een groote +zaak en had een goeden omzet; maar wat hij aan vast vermogen bezat wist +niemand.</p> +<p>’t Was een ondernemend, levendig handelsman, die er heelemaal +niet blij om was, dat zijn eenige zoon absoluut dokter wilde worden. +Maar Isac Mordtmann en Co. had geleerd geduld te oefenen en het +geschikte oogenblik aan te grijpen. Zoo liet hij zeer in der minne zijn +zoon doen wat hij wilde, tot hij zelf die reis naar Engeland in orde +gemaakt had. ’t Aanbod van de betrekking aan de Engelsche fabriek +kwam ook door hem, en nu had hij het in zoo verre gewonnen, dat de zoon +een practisch scheikundige geworden was en niet een arme dorpsdokter, +Joost weet waar, ergens op de rotsen.</p> +<p>De bedoeling was nu, dat Michal de nieuwe fabriek zou aanleggen en +besturen. Maar Isac Mordtmann en Co. hadden geen groot kapitaal om er +in te plaatsen; de Engelsche firma, die in het prospectus als de +„Moeder-zaak” werd voorgesteld, nam een voorzichtige +houding aan; dus moest het grootste gedeelte van het kapitaal in de +stad zelf opgenomen worden, waar het bizonder gunstig gelegen terrein +gevonden was en al half en half gekocht.</p> +<p>Dit was dus de taak van Michal Mordtmann en hij toonde al dadelijk, +dat hij er voor bekwaam was. Hij had het stijve Engelsche over zich, +dat hem iets <span class="pagenum">[<a id="xd20e1221" href="#xd20e1221" +name="xd20e1221">56</a>]</span>solieds, iets betrouwbaars gaf, en +maakt, dat velen lust kregen hun geld in deze onderneming te steken, +hoewel ze er geen zier van begrepen.</p> +<p>Professor Lövdahl was zeer voorzichtig met zijn geld. Hij kocht +liefst buitenlandsche effecten en staatspapieren in Kopenhagen en +Hamburg; maar hij stak zoo min mogelijk van ’t vermogen van zijn +vrouw in ondernemingen binnen de stad. Er waren te veel wederzijdsche +verplichtingen tusschen de kooplieden van leenen en helpen, en +onderteekeningen en borgstellingen, dan dat de professor zou wenschen +meê te doen in de handelswereld.</p> +<p>Daarom begeerde hij de hooge positie onder de groothandelaars niet, +die hij zonder twijfel zou hebben ingenomen, wanneer het groote +vermogen van zijn vrouw in de stad zelf geplaatst was.</p> +<p>Hij trok zijn rente en knipte in alle stilte zijn couponnetjes; men +wist zoo ongeveer wat hij van den ouden Abraham Knorr had geërfd +en dat hij zijn geld uit Bergen kreeg; maar velen peinsden er over, wat +hij er dan meê deed.</p> +<p>Daarom had ook Michal Mordtmann moeite met den professor. De +onderneming had immers een wetenschappelijk tintje, zooiets van +scheikunde en geneeskunde; er was ten minste niemand in de stad, die +iets van die analyses en al dat gepraat over fosforzuur begreep, +behalve professor Lövdahl. En zoolang hij zich achteraf hield, +vlotte het niet recht.</p> +<p>Intusschen kwam Mordtmann voortdurend als gast daar aan huis; en +toen hij een veertien dagen in de stad geweest was, gaf de professor +een groote partij voor hem.</p> +<p>Mevrouw Lövdahl was zeer teleurgesteld in Mordtmann. Hij was +een jaar of vier jonger dan zij; maar zij kon hem zich nog heel goed +herinneren uit Bergen, <span class="pagenum">[<a id="xd20e1239" href= +"#xd20e1239" name="xd20e1239">57</a>]</span>als een levendig jong +mensch, een enthousiast taalman, met toasten op de vrouw, het volk en +al wat het volk betrof. Nu kwam hij terug als een stijve Engelschman en +praatte met vervelende menschen over soda en beendermeel. Ze had bijna +geen tien woorden met hem gewisseld en Mevrouw Wenche vond, dat hij +voor zijn ouderdom buitengewoon vervelend was.</p> +<p>Eerst dien avond viel het haar op, dat hij met zijn Engelsche +kleeding en manieren goed uitkwam tusschen al die alledaagsche +menschen, die zij van buiten kende.</p> +<p>’t Diner was niet geanimeerd geweest; er waren enkel heeren en +gedeeltelijk een soort van heeren, die anders niet bij de Lövdahls +aan huis kwamen, maar wier kennismaking voor den jongen Mordtmann van +belang kon wezen.</p> +<p>De professor was levendig en beminnelijk geweest, zooals altijd. Hij +dronk op den eeregast, wenschte hem allen mogelijken voorspoed met zijn +onderneming en de stad geluk met een zoo groot en zonder twijfel +voordeelig bedrijf.</p> +<p>Maar ’t zat toch in de lucht, dat de professor zelf nog geen +enkel aandeel genomen had in deze ongetwijfeld voordeelige zaak, die +hij aanprees en waar hij op dronk.</p> +<p>Michal Mordtmann voelde dat ook. In zijn antwoord had hij geprobeerd +te schertsen over de langzaamheid en de overdreven voorzichtigheid van +de Westlanders; maar tegelijk was hij geëindigd met te zeggen, dat +als ze eens begonnen, dan ging het ook met stoom. Hij hoopte dan nu ook +maar, dat het in dit geval... enz.</p> +<p>’t Was een toast, die uitstekend geweest zou zijn in Bergen; +mevrouw Wenche lachte ook een paar <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1253" href="#xd20e1253" name="xd20e1253">58</a>]</span>keer, maar +zij stond bijna alleen: deze vroegere schipper en oude +haringkakers—gedeeltelijk Haugianen<a class="noteref" id= +"xd20e1255src" href="#xd20e1255" name="xd20e1255src">1</a>—waren +in het geheel niet geschikt voor dit soort van humor en zagen elkaar +aan.</p> +<p>Michal Mordtmann kwam in een kregele stemming van tafel; hij voelde, +dat hij grond verloren had.</p> +<p>Als hij rondging bij deze menschen en onder vier oogen met hen sprak +in een donker kantoor, zoo groot als een kleerenkast, werd hij zelf +ernstig en sprak ook ernstig. Maar nu hij aan een feestelijken disch +aanzat en wijn dronk, was zijn licht Bergensch bloed in beweging +gekomen; hij improviseerde zijn amusante toespraak. Maar later begreep +hij, dat hij liever een droge en fosforzure speech had moeten houden, +zooals hij zich oorspronkelijk ook had voorgesteld.</p> +<p>’t Huis, waarin Professor Lövdahl woonde, was heel groot +en ouderwetsch met een tuin aan den achterkant; hoewel het midden in de +stad lag. Hij had het gekocht van de gemeente, die vroeger het huis als +feestlokaal gebruikt had, of om er een koning of prins die door het +land trok, onder dak te brengen.</p> +<p>’t Waren groote en hooge kamers, waar het ietwat ouderwetsche +ameublement, dat Mevrouw Wenche <span class="corr" id="xd20e1267" +title="Bron: meebracht">meêbracht</span>, goed in paste.</p> +<p>Dien avond was de geheele woning in gebruik genomen—er waren +een vijftig heeren. Ze zaten tot in de wachtkamer van den professor. +Hier begon de tabak en die vulde langzamerhand de andere kamers, maar +bleef hangen bij de portière van ’t boudoir van de +huismoeder zelf, die daar koffie zat te schenken.</p> +<p>Er waren verscheidene speeltafeltjes en bij de toddy, die al +dadelijk na het maal rondgediend werd, <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1274" href="#xd20e1274" name= +"xd20e1274">59</a>]</span>verzamelden zich groepjes, die de vracht en +den prijs van het zout bespraken of de hoofden bijeen staken over de +nieuwe fabriek.</p> +<p>Michal Mordtmann liep zich te ergeren; overal scheen hij te merken, +dat hij een bok geschoten had; en toen hij zich dat eenmaal in het +hoofd gezet had, werd het natuurlijk erger dan het was.</p> +<p>Maar het ging hem werkelijk zeer aan ’t hart. Een paar dagen +geleden had hij nog aan zijn vader geschreven, dat hij alle hoop had. +Zou hij nu moeten bekennen, dat hij zich op een diner verpraat had en +de menschen afgeschrikt?</p> +<p>Gedurende zijn verblijf in Engeland was hij met hart en ziel +handelsman geworden. Hij lachte, als hij er aan dacht, dat hij eens een +enthousiast taalman was en dat het zijn ideaal geweest was in, voor en +met het volk te leven.</p> +<p>Het Engelsche welvaren met het voortdurend baden en wasschen en het +schitterend witte linnen hadden zijn smaak veranderd en hem van het +volk gescheiden. En wat er aan leven en geestdrift in zijn ziel geweest +was, had zich—als bij zijn vader—omgezet in een sterken +lust in speculeeren, in vooruit komen, in veel te besturen hebben.</p> +<p>En aan den anderen kant had de omstandigheid, dat hij reeds nu +zoo’n diepe verachting voelde voor datgene, waar hij toch tot +zijn vijf en twintigste jaar zoo meê gedweept had—hem een +wantrouwen gegeven in sterke hartstochten over ’t algemeen; het +had hem ook tegenover vrouwen voorzichtig en koud gemaakt—wat hem +zeer ten goede gekomen was.</p> +<p>Met zijn vader stond hij nu op een bizonder vertrouwelijken voet. +Samen hadden zij dit plan van de fabriek gemaakt: de zoon directeur, de +vader handelsdirecteur en behalve dat commissionnair agent, voor +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1288" href="#xd20e1288" name= +"xd20e1288">60</a>]</span>het Engelsche huis; daar was allerlei kans op +goede winst, en in geval van tegenspoed was het bijna +uitsluìtend aandeelhoudersgeld, dat er bij inschieten zou.</p> +<p>Maar als dat geld nu niet kwam!</p> +<p>Michal Mordtmann wierp zijn sigaar weg, dronk een glas grog en ging +in de kamer van Mevrouw Lövdahl.</p> +<p>De koffie was rondgediend en ’t dienstmeisje was aan het +afnemen. Om Mevrouw Wenche heen stonden eenige heeren, die niet rookten +of toevallig met haar waren blijven praten. ’t Waren meest +ambtenaars en enkele van de huisvrienden, die zich in dit gemengd +gezelschap niet erg thuis voelden.</p> +<p>„Ik dank u voor uw toast, Mijnheer Mordtmann,” riep +Mevrouw Wenche vriendelijk.</p> +<p>Hij boog stijf en zag haar wantrouwend aan.</p> +<p>In een hoek van de ruime zaal zocht hij een plaatsje achter een +étagère, waar hij in albums begon te bladeren, terwijl +het gesprek in den kring om de vrouw des huizes heen weer vlot +werd.</p> +<p>„Ja, ik kan op dit punt niet toegeven, Mijnheer de +rector,” zei Mevrouw Wenche; „u zegt, dat ik me maar kalm +moet houden en hopen......”</p> +<p>„Neen, pardon Mevrouw! zóó zei ik het niet. Ik +zei, als het onderwijs en de geestelijke ontwikkeling van een kind is +overgelaten aan mannen, die kennis van zaken en ervaring vereenigen met +een goeden wil, dan moeten de ouders hopen en vertrouwen, dat hun kind +met Gods hulp wel bewaard is.”</p> +<p>„Ja, maar wie staat mij in voor dien goeden wil en al dat +andere?”</p> +<p>„De staat, het ministerie van onderwijs, een zorgvuldige +regeering. Gelooft u mij, Mevrouw, ons onderwijs kan zich meten met dat +van welk land ook in Europa en ’t staat wat godsdienst en +zedelijkheid betreft boven dat van de meeste landen.” +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1311" href="#xd20e1311" name= +"xd20e1311">61</a>]</span></p> +<p>„Ja, maar als ik nu met mijn eigen oogen zie, dat het verkeerd +gaat, dwars en glad verkeerd! Wat moet ik dan doen?”</p> +<p>Zij lachten allen goedig om het geänimeerde vrouwtje. En zij +lachte meê, ofschoon het voor haar hooge ernst was.</p> +<p>„U is—hm... U is een heele strenge dame,” zei de +rector glimlachend, terwijl hij zijn grooten neus met snuif vulde. +„Hier zijn juist verscheiden mannen van ’t onderwijs. Wij +moeten ons wel heel schuldig gevoelen.”</p> +<p>„O neemt me niet kwalijk, heeren! daar dacht ik niet aan. Dat +weet u toch allemaal wel, niet waar?” Zij zag met haar open +glimlach van den een naar den ander. „Dat is mijn ongelukkig +Bergensch temperament—zooals Carsten zegt. Als ik eenmaal een +overtuiging heb, moet ik die uitspreken, ronduit. En nu heb ik al lang +een duister gevoel gehad, dat het heelemaal mis is met ons +schoolonderwijs.”</p> +<p>Behalve de rector was de onderdirecteur Abels ook in de kamer; (hij +vond het bizonder aangenaam, dat de menschen zeiden, dat hij Mevrouw +Wenche het hof maakte;) ook was de directeur van de lagere school +Klausen er en later kwam ook Aalbom binnen.</p> +<p>„Zoudt u niet zoo vriendelijk willen zijn ons te zeggen wat er +mis is, Mevrouw?”</p> +<p>„Alles!—Alles. Van ’t begin tot ’t +einde?”</p> +<p>„Meent u dat ook van de lagere school, Mevrouw?” vroeg +meester Klausen.</p> +<p>„Die ken ik niet; maar ik ben er zeker van, dat als de school +voor de kinderen van de welgestelden zoo slecht is, die voor de +kinderen van de armen natuurlijk nog slechter moet zijn.”</p> +<p>’t Waren harde woorden, die Mevrouw Wenche dien avond sprak; +harder nog dan gewoonlijk. En de heeren <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1333" href="#xd20e1333" name="xd20e1333">62</a>]</span>zagen +elkaar aan. Maar de goedige en wat politieke glimlach van den rector +zegevierde en beheerschte eindelijk de stemming: op stuk van zaken was +’t toch maar een dame!</p> +<p>„Ik geloof wel, dat ik ten minste één ding weet, +dat Mevrouw wat irriteert,” begon de oude rector handig.</p> +<p>„En dat is?”</p> +<p>„Dat u met uw mooie, krachtige handjes niet kunt ingrijpen, +dat u niet eens redderen kunt onder de leeraren en den rector zelf niet +wat aan den band houden.”</p> +<p>„Ja, juist,” riep Mevrouw Wenche, „<span class= +"corr" id="xd20e1344" title="Bron: dät">dàt</span> is het! +Ik zie wel, dat jelui allen lachen; maar ik meen het in ernst; dat is +het juist, dat ik niets—niets meer voor mijn zoon kan doen, +terwijl ik toch duidelijk zie, dat hij bedorven wordt en zijn krachten +verspild worden.”</p> +<p>„Nu, nu, lieve Mevrouw. Zóó erg willen we hopen +dat het niet is. Maar hebt u wel gelijk als u zegt, dat u niets meer +voor uw zoon kunt doen, als u vindt, dat de school in een of ander +opzicht verkeerd doet? Iedere opmerking......<span class="corr" id= +"xd20e1349" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Ach, lieve Mijnheer de rector, hoe kunt u mij toch op dit +punt tegenspreken. U weet toch zelf wel, dat een kind op de openbare +school achter driedubbele muren zit, en wee den vader—en nog meer +wee de moeder, die de hand in dat wespennest steekt.”</p> +<p>„Hm, ik kan u zeggen, Mevrouw Lövdahl,” viel +meester Klausen in, „dat er bijna geen dag omgaat, dat ik niet +vier of vijf oude wijfjes op mijn dak krijg, die een mondje open komen +doen over een of ander wat met hun lieve bengels gebeurd is.”</p> +<p>„Pardon, Mijnheer Klausen! die oude wijfjes—zooals u ze +verkiest te noemen—hebben met veel pijnen hun kinderen het leven +gegeven—wat ik nog nooit van een hoofd van een school gehoord +heb; en <span class="pagenum">[<a id="xd20e1358" href="#xd20e1358" +name="xd20e1358">63</a>]</span>al daarom alleen hebben ze het recht +naar hun beste weten het oog op haar bengels te houden, (die voor haar +even lief zijn als de onzen voor ons) wanneer ze gedwongen zijn hen aan +wildvreemde menschen over te geven.”</p> +<p>„Ja, dat zou me een lieflijke optocht van moeders geven, als +je al hun praatjes aan wou hooren!—Dat zou ’t hoofd van een +school eenvoudig ’t leven onmogelijk maken.”</p> +<p>„Dat kan me heelemaal niet schelen,” antwoordde Mevrouw +Wenche droog. „Moeders hebben het recht en den plicht hun +kinderen op den voet te volgen, zoover ze maar kunnen;—en God +gave, dat ze ’t allen deden, al zouden dan ook ontelbare +schoolmeesters sterven. Met uw welnemen, Mijnheer Klausen.”</p> +<p>„Neen maar... maar lieve, beste Mevrouw Wenche!” riep de +rector en stak smeekend de handen naar haar uit. „U kunt toch +niet bedoelen, dat vaders en moeders iederen keer bij troepen moesten +komen aanzetten als...”</p> +<p>„Neen, neen, beste vriend,” viel Mevrouw Lövdahl +hem lachend in de rede en greep vriendschappelijk zijn hand; „ik +bedoel alleen, dat ik wou, dat er zooveel belangstelling voor de +kinderen was onder ons ouders. Dan zou de belangstelling, zoodra ze +sterk en levendig genoeg was, wel een of anderen vorm vinden om zich in +te uiten, zoodat wij, die toch zelf het onderwijs betalen, ook wat +invloed en wat controle zouden krijgen op wat daar achter die dikke +schoolmuren gebeurt.”</p> +<p>De zaakwaarnemer Kahr had vreedzaam in een hoekje gezeten onder den +invloed van het digestieproces na tafel; en de levendige discussie +tusschen zulke volkomen onjuridische personen amuseerde hem zeer. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1370" href="#xd20e1370" name= +"xd20e1370">64</a>]</span></p> +<p>Nu vond hij, dat er langzamerhand zóóveel menschen in +de kamer van Mevrouw Lövdahl bijeen gekomen waren, dat het tijd +werd een beetje logica en methode in het gesprek te brengen.</p> +<p>„Er was iets in het laatste wat Mevrouw zei, dat mij +aanleiding geeft tot een vraag,” begon hij met humoristischen +ernst op zijn rood glimmend gezicht,—’t was immers maar een +dame—; „zei u niet, geachte Mevrouw, dat de belangstelling +van de ouders voor hun kinderen een uiting vinden moest door +feitelijken invloed op het werken en het wezen der school.”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1377" title= +"Bron: ’">”</span>Ja, juist.”</p> +<p>„Een vertegenwoordiging—of zoo iets—van de +belangstelling der ouders.”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1383" title="Bron: ,.">”</span>Ja, +zoo iets wilde ik hebben.”</p> +<p>„Maar...... ja, pardon, Mevrouw!” zei Mr. Kahr en deed +alsof hij heel verlegen was, „maar zooiets hebben we +immers.”</p> +<p>„Ja?—daar weet ik niets van,” antwoordde Mevrouw +Wenche en kreeg een kleur; het gebeurde nu en dan in gesprekken als +dit, dat zij haar hoofd stootte aan dingen, waar ze ’t bestaan +niet van vermoedde.</p> +<p>„Dat verwondert mij, Mevrouw!—U schijnt u toch in dat +soort van zaken ingewerkt te hebben... of ten minste er zoo warm belang +in te stellen. Wij hebben immers juist een vorm gevonden voor de +gedachte, dat de ouders ook in de staats-scholen vertegenwoordigd +moeten worden; dat hebben wij immers: in ’t Ephoraat, het +Ephoraat van de school.”</p> +<p>„Ephoraat?” vroeg Mevrouw Wenche onzeker.</p> +<p>Maar vóór Kahr of een van de anderen partij konden +trekken van deze overwinning, vroeg een droge, heldere stem:</p> +<p>„Pardon ... heeft ooit een van de heeren een <span class= +"corr" id="xd20e1398" title="Bron: lewenden">levenden</span> Ephor +gezien?” <span class="pagenum">[<a id="xd20e1401" href= +"#xd20e1401" name="xd20e1401">65</a>]</span></p> +<p>Aller oogen wendden zich naar Michal Mordtmann, die korrekt en +innemend bij de étagère stond; maar toen Mevrouw Wenche +en hij elkaar aanzagen, barstte zij uit in haar gewoon vroolijk +lachen.</p> +<p>„Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, dank u voor uw hulp!—Ja, +nu vraag ik ook: wat is een Ephor voor een ding?—wie zijn Ephoren +hier aan de school?”</p> +<p>„Maar Mevrouw,” riep de rector heelemaal verbluft, +„weet u werkelijk niet, dat Professor Lövdahl een van de +Ephoren aan de school is?”</p> +<p>„Carsten!—mijn man!—neen, dat is prachtig! Ach, +Mijnheer Abel! Wilt u mijn man even roepen? Ik moet hem toch eens zien +als Ephor!”</p> +<p>De onderdirecteur vloog als een pijl uit den boog door de +portière en kwam met den professor terug, die kaarten in de hand +had.</p> +<p>„Wat is er voor een grap, Wenche?” vroeg hij +vroolijk.</p> +<p>„Een kostelijke grap!—Ze zeggen dat je een Ephor +bent—Carsten!”</p> +<p>„Ja zeker ben ik een Ephor...”</p> +<p>„En dat jij de uiting bent van de belangstelling der ouders in +de schoolkinderen...”</p> +<p>„Ja zeker. Heb je me dan niet vooraan zien zitten op +zoo’n stoel met een hoogen rug naast den burgemeester op +examenfeesten?” zei de professor onvoorzichtig<span class="corr" +id="xd20e1423" title="Bron: .">,</span> „maar nu moet je me met +rust laten; ik heb de hand vol troeven.”</p> +<p>De andere heeren dachten in stilte, dat, als Professor Lövdahl +het gesprek gevolgd had, hij zeker anders zou hebben geantwoord. Maar +Mevrouw Wenche was op eens ernstig geworden:</p> +<p>„Ja zie je, daar heb je ’t weer! Als ik niet juist op +’t goede oogenblik dit groote woord in gelach gesmoord had, +zooals het verdient—dan zou ik me nu, zooals <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1430" href="#xd20e1430" name= +"xd20e1430">66</a>]</span>veel andere menschen verbeeld hebben, dat ook +op dit punt alles zoo goed en wijs is ingericht door de autoriteiten, +dat wij eenvoudigen en vrouwen maar te zwijgen hebben, en alles zijn +gang moeten laten gaan. Maar nu zal niemand—ik dank u nog eens +voor uwe hulp, Mijnheer Mordtmann—nu zal niemand me meer +overbluffen met groote woorden. Als Carsten Ephor is, dat weet ik wel, +dat het Ephoraat niets anders is dan een schakel in den ketting van +administratief gedoe, dat ons allen smoort en steeds dommer +maakt.”</p> +<p>„Zacht wat, zacht wat, lieve Mevrouw!” begon de rector +weer. „Er moet toch een bestuur zijn! wij kunnen toch niet allen +regeeren.”</p> +<p>„Dat verlang ik ook niet; maar in iedere zaak moeten zij +besturen, die feitelijk de verantwoordelijkheid hebben; en in de zaak: +kinderbehandeling hebben die menschen de verantwoordelijkheid, die de +vrijheid namen kinderen in ’t leven te roepen. Maar in plaats van +een wezenlijk deelnemen aan den arbeid in de school in verhouding tot +die verantwoordelijkheid, hebben we de comedie van een Ephoraat, dat +bestaat in ’t zitten op een stoel met een hoogen rug naast den +burgemeester. En dat past... ja, wat past dat niet prachtig in ’t +heele gedoe van ons land. De verantwoordelijkheid wordt +zóó van de een op de ander geschoven tusschen groote +woorden en prachtige titels, dat het niet mogelijk is ze zelfs met +kaarsen en lantarens weer te vinden. Maar de onverantwoordelijkheid +bouwt zich een veilige piramide, die in een punt uitloopt; en die is +zoo onverantwoordelijk, dat ze heilig wordt.”</p> +<p>„Kalm wat, mijn beste Mevrouw,” riep Mr. Kahr. Ze +lachten nog!—’t Was immers maar een dame. Maar zulke +woorden moesten toch niet gesproken <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1439" href="#xd20e1439" name="xd20e1439">67</a>]</span>worden in +het huis van een man met zoo’n positie.</p> +<p>Daar dacht Mevrouw Wenche heelemaal niet aan; zij was gewend in haar +kamer vrijuit te spreken; en haar man had het niet verder gebracht, dan +zooveel hij kon te kalmeeren en te verzachten.</p> +<p>Michal Mordtmann had een poosje naar Mevrouw Lövdahl geluisterd +en langzamerhand kreeg hij een onbedwingbaren lust om meê te +doen. Wonderlijk gestemd en moedeloos als hij was, omdat de koopman in +hem een nederlaag geleden had, voelde hij behoefte den taalman los te +laten—den ouden vrijheidsman—en een oogenblik den +Engelschen dwang af te werpen; zijn zaak was toch hoogstwaarschijnlijk +al bedorven.</p> +<p>Hij trad wat naderbij en zei met zijn mooie, zuivere manier van +spreken, en met een kalmte, die de anderen, en vooral Aalbom zeer +irriteerde.</p> +<p>„Ook mij is het steeds verkeerd voorgekomen, ja, eigenlijk +schandelijk, dat juist de school en alles wat daartoe behoort, als een +gesloten arena is ingericht, waar alleen de meest voortreffelijke +geleerdheid en kunde worden toegelaten; terwijl er voor de vaders en de +moeders, die toch het kostbaarste inzetten bij dit spel, niets meer dan +een bescheiden plaatsje onder de toeschouwers buiten wordt overgelaten, +vanwaar zij het philologische stof, dat in den strijd wordt opgejaagd, +mogen waarnemen.”</p> +<p>„Bravo! Bravo!” riep Mevrouw <span class="corr" id= +"xd20e1451" title="Bron: Wensche">Wenche</span> verrukt en reikte hem +haar beide handen. „Wie zou dat van u gedacht hebben? Mijnheer +Mordtmann! Ik dacht eerlijk gezegd, dat... maar het doet er niet toe, +wat ik dacht; ik ben blij, dat ik me vergiste. Maar komt u nu hier; wij +tweeën moeten ons bij elkaar aansluiten. U ziet, dat de vijand ons +aan alle kanten omringt.” <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1454" href="#xd20e1454" name="xd20e1454">68</a>]</span></p> +<p>In werkelijkheid waren er veel heeren binnengekomen, zoodat er niet +alleen een groep om Mevrouw Wenche heen stond, maar ’t werd +langzamerhand bijna vol in de kamer; en velen van de kleine kooplieden, +menschen, die niet gewend waren op groote partijen te komen, slopen +naar binnen en namen plaats langs de muren.</p> +<p>Het levendige gesprek interesseerde hen veel meer dan het kaartspel, +voor velen was het al een <span class="corr" id="xd20e1459" title= +"Bron: ergenis">ergernis</span> dat te moeten aanzien.</p> +<p>„Maar als u nu niet tevreden is met de manier, waarop nu het +onderwijs is ingericht,”—Mr. Kahr wendde zich uitsluitend +tot Mevrouw Lövdahl, zonder op Mordtmann te letten; maar zijn toon +was toch iets meer formeel dan vroeger; ’t werd nu heel wat +anders, nu een man—een aan de universiteit gevormd +man—<span class="corr" id="xd20e1464" title= +"Bron: meeging">meêging</span> met zulke verreikende denkbeelden; +„als u zoo ontevreden is, Mevrouw, bijv. met dat ongelukkig +Ephoraat, wilt u ons dan niet eens de praktische manier uitleggen, +waarop u zich hadt voorgesteld de ouders aan het werk in de school te +laten deelnemen?”</p> +<p>„Ja zeker, met alle genoegen,” antwoordde Mevrouw Wenche +vrijmoedig; „eerst zou ik willen, dat alle vaders en moeders van +kinderen uit dezelfde school een groote vergadering hielden om te +bespreken wat...”</p> +<p>„Pardon Mevrouw, neemt u mij niet kwalijk, dat ik u in de rede +val,” zei Mordtmann onrustig, „maar nu u zelf zoo +vriendelijk is een verbond tusschen ons beiden voor te stellen, moet ik +u als uw bondgenoot ten sterkste afraden praktische voorstellen met +betrekking tot de hervorming te doen.”</p> +<p>„En waarom mag Mevrouw dat niet, als ik vragen mag?” De +jurist wendde zich voor het eerst regelrecht tot Mordtmann. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1474" href="#xd20e1474" name= +"xd20e1474">69</a>]</span></p> +<p>„Omdat iemand, die een ingrijpende hervorming verlangt, er +zich wel voor moet wachten met praktische voorstellen aan te komen. +Want onder de groote menigte, die zich altijd tegen iedere hervorming +verzet, zal er altijd wel een of ander zijn, die zoo’n praktisch +voorstel verdraait, zoodat het belachelijk wordt, een karikatuur van +wat er bedoelt wordt, en dan meent men, bewezen te hebben, dat de tijd +voor de hervorming nog niet gekomen is.”</p> +<p>„U zegt, men meent dat bewezen te hebben,” riep de +jurist uit de hoogte, „maar ik ben ook zoo vrij te meenen, dat de +ontijdigheid van een hervorming voldoende bewezen is, als de practische +onuitvoerbaarheid in confesso is.”</p> +<p>„Ja, natuurlijk! De theorie kan schoon zijn, watte? Maar houd +u aan de praktijk... aan de praktijk, jonge man!” Dat was de +„blinde darm,” die eindelijk losbarstte; hij was als altijd +razend van verontwaardiging, als hij iets hoorde, dat op oppositie +leek.</p> +<p>Michal Mordtmann keek naar het opgewonden gezicht van den leeraar +met zijn Engelsche kalmte en wendde zich daarna weer tot den +jurist.</p> +<p>„Bij hervormingen van dien aard, waar hier over gesproken +wordt, is de praktische uitvoering een bijzaak en betrekkelijk van +weinig gewicht en wie zich daarmeê ’t eerst bezig houdt, +begint van achter af en doet vergeefsch werk. Maar als u daarentegen de +gedachte, die aan de hervorming ten grondslag ligt, tot de publieke +opinie van uw tijd kunt maken,—als het in dit geval gelukt bij de +ouders die sterke belangstelling voor de school te wekken,—ja, +dan zal die belangstelling haar uitdrukking in de praktijk +vinden,—gemakkelijk, natuurlijk, als van zelf. Maar zoolang die +belangstelling niet opgewekt is, geeft het niets of men over de +praktische moeielijkheden disputeert; <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1485" href="#xd20e1485" name="xd20e1485">70</a>]</span>en zoodra +die gewekt is, zijn er geen practische moeielijkheden meer.”</p> +<p>„Ach—dat is echt jeugd—watte?” schreeuwde de +blinde darm; „alleen maar alles afbreken en niets +opbouwen—watte? Neen, daar doen ze niet aan; want dat kunnen ze +niet! dat moeten wij doen,—of de toekomst! maar +afbreken—ja, dat is makkelijk, watte?”</p> +<p>„Ja,” antwoordde Michal Mordtmann, „flinkweg iets +afbreken, b.v. de jeugd, dat is zeker heel gemakkelijk. Maar +zóó afbreken, dat er werkelijk wat valt, dàt is, +zoover ik weet, minstens even moeielijk als opbouwen. Alles af te +breken wat Mevrouw Lövdahl’s schoolhervorming in den weg +staat—aan de eene kant luiheid en onverschilligheid en aan den +anderen kant hoogmoed en betweterij—zie, dat is zeker een heel +inspannend en moeilijk werk, en ik kan wel berekenen, dat u en ik al +lang ter ruste zullen gegaan zijn eer dat gebeurd is. Maar dat is toch +mijn overtuiging—en mijn hoop, dat dit afbrekingswerk gedaan zal +worden.”</p> +<p>„Ja, afgebroken zal dat alles worden!” riep Mevrouw +Wenche warm, „er moet een tijd komen, dat allen ’t inzien, +hoe gewetenloos het is ’t eene geslacht na het andere aan oude +vooroordeelen en versteende leerstellingen op te offeren.”</p> +<p>„Hm,” antwoordde Mr. Kahr, „wij hebben nu veel +schoone en gevleugelde woorden gehoord en het zal zeker wel niet baten +een kleine, praktische vraag te doen, te meer omdat het praktische +juist niet aan de orde schijnt te zijn...”</p> +<p>„Kom, niet zoo scherp, heer jurist! Kom u maar met uw +praktische vraag; als ik Mijnheer Mordtmann aan mijn kant heb, ben ik +nergens bang voor.”</p> +<p>„Nu dan, kort en goed. Waarom zendt u uw kind naar school! Wat +wilt u dat hij leeren zal?” <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1500" href="#xd20e1500" name="xd20e1500">71</a>]</span></p> +<p>„Daar zal ik u met genoegen op antwoorden, en ik zal dat zoo +bezadigd doen, dat mijn kompagnon heel kalm blijven kan, want daar heb +ik zelf zoo dikwijls over gedacht. Als wij—vaders en +moeders—die zelf gevoeld hebben hoeveel er noodig is, hoeveel men +weten moest, alleen maar om <span class="corr" id="xd20e1503" title= +"Bron: eenisgzins">eenigszins</span> zijn tijd, zijn plaats in het +leven te begrijpen,—als wij onze kinderen naar school sturen, +doen we dat natuurlijk omdat we willen, dat zij op tijd die kundigheden +zullen verwerven, die wij nu door eigen dure ervaring weten, dat het +leven eischt.”</p> +<p>„En u vindt niet, dat de school in die richting +werkt?”</p> +<p>„Neen, daar is ’t ver—heel ver vandaan! Zie nu +b.v. mijn Abraham eens... Maar waar is de jongen toch?”</p> +<p>De professor, die juist was binnengekomen vertelde, dat hij Abraham +naar bed gezonden had; „Hij vroeg of je hem goeden nacht kwam +zeggen.”</p> +<p>„Ja, ik kom dadelijk. Arme jongen! Ik heb hem heelemaal +vergeten!—Maar wat ik zeggen wou: zie nu eens naar Abraham; hij +is nu volle negen jaar op die gezegende geleerde school geweest. In +’t begin ging het goed; maar in de laatste jaren wordt hij, voor +zoover ik zien kan, steeds dommer, steeds meer zonder belangstelling. +Zoodra hij zijn mond open doet, toont hij de grootste onwetendheid in +de meest alledaagsche dingen. En ’t ergste van alles is, dat hij +er bijna op neerziet, als men iets verstandigs weet van de wereld +zooals die is.”</p> +<p>„Ja Mevrouw,” sprak Mordtmann, „uw zoon leeft in +de wetenschappelijke wereld. Hij schrijdt voort naar den hoogen +Parnassus der groote geesten! Ik ken dat. Ik heb zelf den omweg over +den Parnassus gemaakt.”</p> +<p>„Wat meent u daarmeê,—watte?” vroeg Aalbom. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1518" href="#xd20e1518" name= +"xd20e1518">72</a>]</span></p> +<p>„O, dat kan ik u wel uitleggen! Ik ruik lont,” zei Mr. +Kahr. „De heer Mordtmann hoort zeker tot de moderne tegenstanders +van de klassieke opvoeding. Ik wed, dat hij een hekel aan het Latijn +heeft.”</p> +<p>„Ja, dat heb ik zeker!”</p> +<p>Verscheidenen wilden tegelijk spreken, maar Professor Lövdahl +behield het woord:</p> +<p>„U zult toch niet willen ontkennen, dat de studie van die +heerlijke taal in buitengewoon hooge mate bij de jongelui het vermogen +tot streng en logisch denken ontwikkelt?”</p> +<p>„Ik heb maar één ding opgemerkt, Professor, wat +’t Latijn bij ons allen uitwerkt; en dat is, dat het ons +buitengewoon pedant maakt.”</p> +<p>„Sommigen onder ons, misschien,” <span class="corr" id= +"xd20e1532" title="Bron: merkt">merkte</span> de jurist op met een +beetje boosaardigheid. Maar Mevrouw Wenche lachte vergenoegd.</p> +<p>„Ja, u hebt gelijk. Al toen ik klein was ergerde ’t me, +als mijn groote neven met Latijnsche zinnetjes aankwamen. Ik ben er van +overtuigd, dat er geen slot of zin aan was. En zelfs nu erger ik me, +als de oude heeren elkaar zoo beteekenisvol toelachen en met een paar +Latijnsche woorden aankomen.”</p> +<p>„Neen, maar dat is toch een onschuldig genoegen, lieve +Mevrouw!” riep nu de oude rector. Hij had zich wat +teruggetrokken. Het gesprek werd hem te heftig. „Wij mogen toch +wel plezier hebben in ons gemeenschappelijk eigendom. Dat is een soort +van vrijmetselarij.”</p> +<p>„Ja juist,” antwoordde Michal Mordtmann, die zich scheen +te hebben voorgenomen, tot het uiterste toe tegen te spreken; +„dat is karakteristiek voor de beschaving van den ouden tijd. Er +was iets heel pikants aan geleerdheid, n.l. dit: dat ze was beperkt tot +een kleinen kring;—dat het genot, het geluk geleerd <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1541" href="#xd20e1541" name= +"xd20e1541">73</a>]</span>te hebben, niet bestond in iets te weten, +maar in iets te weten, wat anderen niet wisten. Maar nu zijn er +gelukkig niet veel menschen, die hun kinderen naar school zenden, om ze +op die manier geleerd te maken.”</p> +<p>In de pauze, die hierop volgde, stond Mevrouw Wenche op om haar zoon +goedennacht te gaan zeggen. Men moest ook aan tafel gaan: het was laat +geworden.</p> +<p>Onder de geleerden heerschte een niet geringe opgewondenheid; +terwijl daarentegen een paar oude kooplieden elkaar in stilte +toeknikten.</p> +<p>„Ja, als U heengaat, Mevrouw,” zei de jurist, die +eindelijk ook geanimeerd geworden was, „dan loopt dit +interessante gesprek zeker dood. Jammer, dat u zich niet hebt laten +overhalen over de praktische dingen te spreken: wat er geleerd moet +worden, b.v. zoudt u mij niet een paar vakken kunnen +opnoemen?”</p> +<p>„Wel,” antwoordde Mevrouw Wenche snel, „ze moesten +natuurlijk historie leeren, geneeskunde, rechtsgeleerdheid, +sterrekunde...”</p> +<p>„Ik dacht, dat je geneeskunde noemde, Wenche?”</p> +<p>„Ja, natuurlijk. Kennis van hun eigen lichaam, van ziekten en +geneesmiddelen.”</p> +<p>„Neen maar Wenche, hoe kun je je nu +verbeelden......?”</p> +<p>„Maar zeg je niet telkens zelf, Carsten! wel honderdmaal in +een jaar: ‘Ja, had dat mensch in zijn jeugd op zijn oogen gepast, +dan zou hij nu niet als een half blinde stakker rondloopen.<span class= +"corr" id="xd20e1560" title="Niet in bron">’</span> Maar hoe +zullen ze leeren op hun oogen te passen, als ze daar niet anders van +leeren dan: ‘indien uw oog u ergert, ruk het uit,’ of voor +hun lichaam zorgen, waar ze van leeren, dat het een ellendig en +onwaardig omhulsel voor de onsterfelijke ziel is.”</p> +<p>„Maar rechtsgeleerdheid... watte? Jura! moeten de <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1565" href="#xd20e1565" name= +"xd20e1565">74</a>]</span>jongens ook dat wettengedoe in de school +leeren?” riep de blinde darm; zijn nijdigheid steeg naarmate het +gesprek werd voortgezet, zonder dat hij iets vond om op aan te +vallen.</p> +<p>„Ja, natuurlijk moeten ze op de hoogte zijn van de wetgeving +in hun land; hoe en door wie het recht en orde gehandhaafd worden. Maar +vraag b.v. mijn Abraham, die toch anders een knappe jongen is, wat een +arrondissements-rechtbank is. Hij heeft er geen flauw begrip +van.”</p> +<p>„Maar vraag hem naar curules, aediles, tribuni plebis en zulke +dingen, dan kent hij ze op zijn duim,” zei Mordtmann.</p> +<p>„Ja, ziet u, zulke ouderwetsche onzin, daar heeft hij zijn +hoofd vol van, de stakker. Maar van zijn eigen vaderland, de +staatsinrichting daar, de strijd om de vrijheid...”</p> +<p>„Politiek! Politiek! Moeten de jongens ook al politiek +leeren?” klonk het van alle kanten en een nieuwe koortsachtige +agitatie overviel allen.</p> +<p>„Natuurlijk! Ja zeker, moeten ze politiek leeren,” +antwoordde Michal Mordtmann onvervaard.</p> +<p>Er ontstond een sterke beweging en algemeene verontwaardiging; zelfs +Mevrouw Wenche keek bedenkelijk. Maar boven alles uit schreeuwde de +blinde darm in de hoogste discant:</p> +<p>„Neen, maar...! God beware ons! Watte? Zullen we nu ook nog de +scènes beleven, dat kleine jongens over politiek debatteeren, +alsof ze volwassenen waren.”</p> +<p>„Vindt u ze zooveel beter, de scènes, die niet zoo +zeldzaam zijn, dat volwassenen over politiek debatteeren, alsof ze +kleine jongens zijn?”</p> +<p>Mevrouw Wenche zag den jongen man aan en glimlachte; toen haastte ze +zich naar haar zoon. Maar de strijdlustige stemming verdeelde het +gezelschap <span class="pagenum">[<a id="xd20e1586" href="#xd20e1586" +name="xd20e1586">75</a>]</span>en allen verspreidden zich door de +verschillende kamers, <span class="corr" id="xd20e1588" title= +"Bron: maar">waar</span> ze de vreedzame kaartspelers een doodschrik op +het lijf joegen, door in groepen midden op den vloer te gaan +disputeeren, terwijl ze in de hoeken hier en daar, twee aan twee elkaar +bij de knoopsgaten vasthielden als twee aan den gordel samengebonden +worstelaars en als hanen stonden te kraaien, met de neuzen vlak bij +elkaar, met vuurroode gezichten en het haar in vlokken bijeen.</p> +<p>Misschien was er wel niemand, die heelemaal meêging met de +oproerige ideeën van Mevrouw Wenche en dien vreemde; maar velen +vonden toch, dat er wel iets van aan was. En al de geleerden streden +als razenden, geheel niet gewend aan, en verbitterd over het feit, dat +een uit hun eigen leger zijn afvalligheid geopenbaard had voor de oogen +van al die haringschippers en kruideniers.</p> +<p>Aan het souper ging het voortdurend warm toe, en zelfs toen de +gasten het huis verlaten hadden hoorde men in de straten, door den +stillen nacht: +„Hervorming—Latijn—Ephor—politiek—watte?”</p> +<p>Toen Michal Mordtmann zijn gastvrouw goedennacht zei, reikte ze hem +weer haar beide handen, terwijl ze hem hartelijk en vroolijk bedankte +voor zijn goede hulp. Hij antwoordde met een paar beleefde woorden, +maar zag haar tegelijk diep in de oogen. En zij, die in lang niet zulk +een blik ontmoet had, liet hem los en wendde zich tot de anderen.</p> +<p>Maar toen alle gasten weg waren, en haar man rustig was gaan zitten +om de couranten te lezen, zei Mevrouw Wenche:</p> +<p>„Neen maar, wat was ik verrast door den jongen Mordtmann. Ik +had er geen flauw vermoeden van, wat er in hem zat. We moeten hem toch +dikwijls vragen, dat is nu eindelijk eens iemand, daar ik meê +praten kan.” <span class="pagenum">[<a id="xd20e1601" href= +"#xd20e1601" name="xd20e1601">76</a>]</span></p> +<p>„Och, me dunkt waarachtig, dat jij met alle menschen wel +praten kunt,” antwoordde haar man knorrig; hij was er eindelijk +achter gekomen, welke weinig correcte dingen er in zijn huis gezegd +waren.</p> +<p>„Nu, nu, Mijnheer de Ephor,” zei Mevrouw Wenche, terwijl +ze de haarspelden uit haar dik haar nam; maar door ’t noemen van +het woord „Ephor” moest ze weer lachen en lachend ging zij +in haar slaapkamer.</p> +<p>Professor Lövdahl sprong op; maar ze was al weg; hij mompelde +een paar woorden, maar ging toen weer zitten.</p> +<div class="figure xd20e1610width"><img src="images/o074.png" alt= +"Ornament." width="101" height="102"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e1614" href="#xd20e1614" name= +"xd20e1614">77</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e1255" href="#xd20e1255src" name="xd20e1255">1</a></span> Een +godsdienstige secte in Noorwegen, gesticht door Hans Nielsen Hauge +(1771–1824.)</p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o075.png" alt="Vijfde hoofdstuk." +width="461" height="139"></div> +<h2 id="xd20e1616" class="main">Vijfde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e uilen woonden +in het gebeeldhouwd lofwerk om de hooge spitsboog-vensters van de +Domkerk en in de vierkante openingen in den muur boven in de +torens.</p> +<p>Geluidloos hadden ze zeshonderd jaar lang tusschen kerk- en +kloostervensters heen en weer gevlogen, van schoorsteen tot +schoorsteen, door poorten en gaten en in lange nauwe gangen, waar ze +geleerde mannen tegenkwamen op pantoffels, met boeken en +perkamenten.</p> +<p>In storm en donkere nachten hadden zij op de steenen voor het kleine +boogvenster gezeten, waar een lichtstreep viel; en hun wilde kreten +hadden den bleeken man daar binnen er toe gebracht een kruis te slaan +en de oogen op te heffen van de duistere plaats in Tacitus naar het +crucifix aan den witten wand.</p> +<p>Maar het crucifix werd afgerukt en in een zak gestopt; in de lange +gangen en naar boven vluchtten de bange monniken en naar binnen +stormden de in <span class="pagenum">[<a id="xd20e1626" href= +"#xd20e1626" name="xd20e1626">78</a>]</span>dierenhuiden gekleede +mannen met bebloede bijlen, doorzochten kisten en banken tot in alle +hoeken, haalden de monniken te voorschijn en pijnigden ze tot ze de +schatten van het klooster gaven en joegen den bisschop door zijn heele +huis, door de geheime gang—tot heel voor het hoogaltaar en +hieuwen hem neer, zoodat zijn bloed over de steenen in het koor +stroomde. En het visschersdorpje, dat zich schuw tegen de kloostermuren +aandrukte, met nauwe straten en houten huizen, brandde in een oogenblik +af en het vuur teisterde kerken en kapellen.</p> +<p>Maar langzamerhand groeiden de houten huisjes weer op; zware boeken +en rijke geschenken stroomden het huis van den bisschop binnen, het +tiende van wat zee en land opbrachten en de bekoorlijke zilveren +daalders moesten denzelfden weg op en ’t wemelde van vreemde +monniken en kanunniken, zoowel dikke sterke Engelschen als zwartharige +geestelijken uit het Zuiden met fijn besneden gezichten.</p> +<p>Macht en geleerdheid bouwden muren en torens, en wierook vulde de +prachtige kerk, waar de geestelijken zongen voor de visschers en +boeren, die met het hoofd op den grond gebogen lagen en mompelden wat +zij niet begrepen.</p> +<p>Er kwamen vreemde schepen aan de steigers en brachten met goud +bewerkte miskleeden, kerkklokken en wierookvaten en sterken wijn voor +de koele kelders in de kloosters.</p> +<p>Maar in de nauwe straten en schuilhoeken achter den +boomgaard—daar lagen de monniken op de meisjes te loeren; en +terwijl ze boven in de kerk de mis hielden en zongen, brandden er een +paar lampen in den gewelfden kelder onder de kapel van den bisschop; en +daar zongen ze ook, terwijl ’t wijnvat klokte en de meisjes +lachten; en daar dansten de monniken, <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1636" href="#xd20e1636" name="xd20e1636">79</a>]</span>zoodat hun +pijen rondzwierden. Maar aan den dans kwam een eind en die heerlijkheid +verging en de meisjes werden met rust gelaten door de woeste +geestelijken.</p> +<p>Op een grooten brandstapel werden alle documenten van het +domkapittel verbrand, alle papieren en boeken in goudleer en wit +kalfsleer gebonden; maar alles wat op zilver en goud leek, werd +verzameld, afgehouwen, afgerukt, afgeschrapt tot het laatste korreltje, +dat glinsterde, toe en in plaats daarvan kwam kalk, van binnen en van +buiten,—overal kalk, doodsch wit, droog en koud.</p> +<p>Nu kwam de beste tijd voor de uilen, terwijl kloosters en kapellen +langzaam tot ruïnen vervielen; en wat de tijd bij kleine beetjes +deed, volbrachten de menschen in ’t groot.</p> +<p>Spoedig werden de muren en de oude boomgaarden geslecht om plaats te +maken voor een nieuwe straat; ’t volgend jaar werd de sierlijke +capella domestica van den bisschop afgebroken, omdat de vrouw van den +proost van het materiaal een nieuw varkenshok wilde laten inrichten en +ten slotte stond de Domkerk daar nog maar alleen—geheel +bouwvallig, in haar kleed van kalk, met domme kleine huisjes er om heen +en van al de paapsche heerlijkheid bleef niets over,—geen steen +en geen perkament.</p> +<p>Alleen één ding bleef over achter op het oude +terrein—behalve de uilen.</p> +<p>De macht was verdwenen. De geleerdheid was verdwenen; de kalk had +alles wat er nog aan schoonheid over was, begraven; maar het Latijn was +blijven zitten—de Latijnsche school—de plak en ’t +Latijn.</p> +<p>De koorknapen werden scholieren, kostersjongens en eindelijk gewone +leerlingen; zij verhuisden van <span class="pagenum">[<a id="xd20e1651" +href="#xd20e1651" name="xd20e1651">80</a>]</span>één +kamer, naar twee kamers, die aan de oude kloostermuren werden +vastgeplakt, tot ze in een nieuwe, vierkante schoolkist werden gestopt, +met kale muren en vensters van matglas; de plak en ’t Latijn +verhuisden meê.</p> +<p>En als de uilen, die ook trouw waren meêgegaan, in de groote +beukenboomen voor de studeerkamer van den rector zaten, kromp hij ook +ineen bij hun woeste kreten en hief zijn oogen op van +Tacitus,—’t was dezelfde interessante, maar duistere +plaats.</p> +<p>Want in de vele honderde jaren, waarin alle geleerdheid in die +schoone, ontwikkelende taal geleefd had, was er—wonderlijk +genoeg—niets voortgebracht, waard om in het Latijn gelezen te +worden. Nu—als voor zeshonderd jaar—zaten de geleerde +bollen en braken hun hoofd met deze interessante, maar duistere plaats +in Tacitus.</p> +<p>En voortdurend ging geslacht na geslacht op naar „mensa +rotunda,” waar de plak en de gramatica het offer van tijd en +vlijt van de jeugd aannamen, om tot belooning de knapsten onder hen +zoover te brengen, dat zij hun hoofd konden breken met Tacitus.</p> +<p>De beukenboomen waren niet oud in vergelijking met de ruïnen, +waarbij ze waren opgegroeid. Maar ze hadden toch meer dan honderd jaar +lang hun kronen over ’t lage houten stadje verheven en zich ver +over de ruime schoolplaats uitgebreid.</p> +<p>En onder de takken had het vroolijk geluid geklonken van jonge +geslachten, die kwamen en gingen: overdag het aanhoudend wisselen van +de stilte in de lessen en ’t uitgelaten gedruisch in ’t +vrije kwartier, als honderd kleine voeten op den grond trappelden en er +kreten door de lucht klonken als van wilde vogels. Maar als de dag +voorbij was en de leeraren al hun tyrannie en al hun verveling mee naar +huis <span class="pagenum">[<a id="xd20e1663" href="#xd20e1663" name= +"xd20e1663">81</a>]</span>hadden genomen, dan werd de schoolplaats vol +van den vrijen arbeid der gepijnigde jeugd.</p> +<p>Alles wat er te vinden was aan gebouwen, boomen, trappen en poorten +kreeg leven en namen. En na het doode spel van den dag met doode namen +en levenlooze vormen, speelde de levende jeugd een fantastisch leven +vol namen met klank, die weerklank vonden in hun uitgedroogde hoofdjes. +Dan zeilden zij om de aarde en de kapers schoten te voorschijn van +achter de boomen en de hoeken van huizen, of roovers lagen op den loer +onder de trap. En naarmate het licht afnam en de schemering de +herinnering aan de harde dressuur van den dag uitwischte, ontwaakten en +groeiden de ongebruikte en verspilde krachten. En ridderlijkheid, +onverbreekbare vriendschap en heldenmoed vlamden op in de kleine woeste +vechtpartijen en quaesties, die nooit vergeten werden.</p> +<p>Maar in de stille herfstavonden, als ’t beukenloof dicht onder +de boomen lag, vóór de storm het nog had weggezweept, of +de pedel ’t onder in zijn kelderkamer bijeengegaard had, kwamen +Indianen en stroopers in de schaduwen aansluipen,—of het was de +praetendent, de ongelukkige Stuart—, die voortworstelde door +storm en onweer naar de hut van Betty Flanagan.</p> +<p>En als de deur van de kelderkamer van den pedel openging, zoodat het +roode licht in streepen in ’t donker onder de boomen viel, dan +zaten er veel rondkoppen dicht bijeen om ’t vuur, met zware +laarzen aan, met korte, ronde mantels en ijzeren sporen; hun mantels +hingen bij den schoorsteen te drogen en hun lange zwaarden met een +kruis aan ’t heft, stonden tegen den wand. De oude Betty hief het +ronde houten deksel op—zwart verbrand aan den kant, en uit de +geweldige pan steeg de sterke lucht op van schapenvleesch, <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1672" href="#xd20e1672" name= +"xd20e1672">82</a>]</span>kool, aardappels en kruiderij, die door +elkaar gekookt werden,—het lievelingsgerecht van de +Hooglanders!</p> +<p>In de kelderkamer en onder het heele schoolgebouw door liepen +verborgen gangen en geheime openingen tussen de oude onvergankelijke +kloosterkelders, waarin de moedigsten doordrongen, en van waar zij met +stof en kalk overdekt terugkwamen.</p> +<p>En wat zij vertelden ging van de eene klasse naar de andere, en +legde onder de gehate school een griezeligen ondergrond van oude, +gruwelijke kloostergeschiedenissen, van geheimzinnig verkeer met doode +monniken, die daar spookten, vensters met lage bogen, lange strepen van +doodsbleek maanlicht.</p> +<p>En zelfs het spel hield op, als het goed donker werd en de katuilen +begonnen te schreeuwen. Dan gingen ze in dichte groepen bijeen staan en +maakten elkaar bang met witte gestalten, die ze in de schaduwen zagen; +en uit de zwarte kelders van de monniken kwam er zóóveel +akeligs en griezeligs, dat ze naar huis draafden om hun lessen te +leeren.</p> +<p>’t Waren hooge, mooie boomen, de beukenboomen op de +schoolplaats. Maar op eens begon de ’t meest naar ’t +Noorden staande te kwijnen en ’t volgend jaar ging hij dood; hier +en daar in de rij werd een boom ziek; zware takken—van binnen +vergaan—vielen ’s winters af, als ’t waaide. Allen, +die verstand van boomen hadden, kwamen in beweging; en men kwam met +velerlei vermoedens en voorstellen aan.</p> +<p>Sommigen meenden, dat de aarde om de wortels te vast ineengetrapt +was, en wilden, dat men die wat los zoude maken; anderen wilden de +stammen afkrabben; en enkelen vermoedden, dat er geen licht genoeg +tusschen <span class="pagenum">[<a id="xd20e1684" href="#xd20e1684" +name="xd20e1684">83</a>]</span>de takken doorkwam en wilden, dat de +kronen zouden worden uitgekapt. Niemand scheen te willen begrijpen, dat +de grond zuur was, de boomen oud en vergaan, zoodat geen kunst +verhinderen kon, dat ze verdorden en doodgingen.</p> +<p>Maar zooals de boomen kwijnden, zoo was het ook, alsof er een druk +kwam over de school zelf en de jeugd, die zij beschaduwden.</p> +<p>De plak danste niet langer lustig met de grammatica,—die was +weggelegd. En na die scheiding scheen de grammatica weg te kwijnen als +een weduwe, die haar beter ik verloren heeft. Het Latijn wilde niet +recht groeien, niettegenstaande alle mogelijke moeite: niemand kon er +blind voor zijn, dat de kennis van die heerlijke taal van jaar tot jaar +afnam.</p> +<p>En niettegenstaande zij niet half zooveel Latijn leerden als voor +dertig jaar, zag de jeugd er toch bleek en overspannen uit. ’t +Was ellendig de bleekneuzige dwergjes te zien, die zich nu met moeite +door de allereenvoudigste thema’s heen worstelden op ’t +admissie-examen,—en als men dan eens dacht aan de flinke kerels, +die vroeger examen deden.</p> +<p>De leeraars liepen rond, alsof ze spoken waren. Een dor, knorrig +troepje mannen, die in den loop der jaren hun eigenaardigheden tot het +karikatuur ontwikkelden; omdat hun eenzaam leven bestond in het zitten +op een katheder en stof strooien op een jeugd die zij niet +begrepen.</p> +<p>Maar velen merkten het verkwijnen van de geleerde scholen. Van het +heele land kwamen dezelfde waarnemingen en klachten en alle +onderwijs-mannen kwamen in beweging, staken hun neus in de papieren en +joegen wolken extra-fijn philologisch stof op.</p> +<p>Sommigen meenden, dat het weer in orde zou komen als de leerlingen +afzonderlijke lessenaars kregen <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1699" href="#xd20e1699" name="xd20e1699">84</a>]</span>en groen +geschilderde kokers; anderen riepen om een nieuw en beter +ventilatie-systeem; enkelen beloofden een nieuw opbloeien van +geleerdheid en gezondheid voor de lieve jeugd, als het zwaartepunt in +het onderwijs van het Latijn naar het Grieksch werd verlegd.</p> +<p>Niemand scheen te willen begrijpen, dat het systeem verouderd was en +de geleerdheid zelf vergaan, zoodat geen kunst langer vermocht te +verhinderen, dat het doode het levende vergiftigde.</p> +<p>De rector zuchtte menig avond, als de maan over de schoolplaats +scheen en ver over de stad, die op haar manier groeide en tierde. De +school tierde niet: ieder jaar vond hij minder hoopvolle leerlingen +voor de Latijnsche afdeeling; terwijl er flinke jongens genoeg waren, +die het al vroeg opgaven en naar zee gingen of naar het buitenland, om +voor den handel te worden opgeleid.</p> +<p>Hij wendde zich af en ging in den grooten ouden tuin aan de andere +zijde van het huis. Hier had hij een vredig plaatsje onder een +stokouden perenboom, waar hij ’s zomersavonds nadenkend zat te +snuiven. Maar ook hier, ver van de stad en de geheele wereld, achter +den hoogen kerkhofmuur—ook hier lieten de onrustige gedachten hem +niet met vrede.</p> +<p>Hoe onsympathiek was hij hem—heel die nieuwe drukke +tijd,—en hoe ongerust maakte hem die minachting voor de klassieke +studiën, die zich overal begon te vertoonen! oprecht ongerust: hij +voelde die als een stap terug naar de barbaarschheid.</p> +<p>Maar hij wilde den moed niet verliezen: nog stonden ze +daar—Goddank!—de oude klassieken, door niet +één van de mannen uit later tijd overtroffen, hoog +uitstekende boven alles, zooals die mooie kerk, met zijn nobele, +ernstige lijnen, uitstak boven ’t domme <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1711" href="#xd20e1711" name= +"xd20e1711">85</a>]</span>bekrompen visschersdorpje. En ’t was +alsof er van de kerk een zweem van verheffing uitging over de school en +over hem zelf, terwijl hij van de bank opstond. Gesterkt als na een +gebed ging hij vol kracht en vertrouwen naar zijn studeerkamer om zijn +hoofd te breken met Tacitus.</p> +<p>En de uilen stoorden hem niet. De school en het dorp waren hun te +groot en te druk geworden, ze verdwenen op eens en kwamen niet +terug.</p> +<div class="figure xd20e1716width"><img src="images/o083.png" alt= +"Ornament." width="157" height="108"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e1720" href="#xd20e1720" name= +"xd20e1720">86</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o086.png" alt="Zesde hoofdstuk." +width="463" height="134"></div> +<h2 id="xd20e1722" class="main">Zesde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e1724"><span class="xd20e1724init">M</span>ichal +Mordtmann werd zeer verrast in de eerste dagen na dien avond bij +Professor Lövdahl.</p> +<p>Den volgenden morgen meldde hij alvast aan zijn vader, dat de +vooruitzichten voor hun plan niet heel schitterend waren. Toen dat +gedaan was troostte hij er zich meê, er aan te denken, hoe hij de +oude katuilen had opgeschrikt en hoe uitstekend Mevrouw Wenche zich +gehouden had.</p> +<p>Ze was ook mooi en zoo wonderlijk jong. Daar hij wel vooruit kon +zien, dat zijn verblijf in de stad nu niet zoo heel lang duren zou, +besloot hij haar dikwijls te bezoeken;—als hij nu zijn fabriek +moest opgeven, zou hij in elk geval van de genoegens profiteeren, die +’t vervelende plaatsje kon opleveren.</p> +<p>Maar toen hij tegen den middag naar de club ging, waar hij +gewoonlijk at, kwam de dikke Jörgen Kruse naar hem toe, midden op +straat, drukte hem de hand en zei: „Ik dank u, Mijnheer +Mordtmann, ik dank u <span class="pagenum">[<a id="xd20e1732" href= +"#xd20e1732" name="xd20e1732">87</a>]</span>wel, voor wat u gisteren +avond zei. U hebt dien geleerden heeren eens flink de waarheid gezegd, +en het was zooals ik ’t zelf had willen zeggen, dat was het, wat +Mevrouw Lövdahl zei van de jongens op de Latijnsche school. Want +zie nu mijn Morten eens. Hij was waarachtig even flink als de anderen, +toen hij nog klein was, hij hield zijn centen bij elkaar en hielp in +den winkel. Maar nu—hij is waarachtig bijna zestien jaar—nu +al die Latijnsche geleerdheid in hem gevaren is, nu is hij +zóó dom geworden, man! dat ik hem den winkel geen half +uur zou durven toevertrouwen—ja, en hij zou er ook niet wezen. +Nu, in dat Latijn heb ik niet veel vertrouwen en was het niet om zijn +moeder, dan nam ik hem morgen van school.”</p> +<p>Michal Mordtmann wist heelemaal niet wat hij antwoorden moest; en +toen wat verder in de straat de onderdirecteur Aalbom hem neuriënd +voorbij liep, zonder hem te willen zien, begreep hij dat veel +beter.</p> +<p>Maar niet alleen de dikke Jörgen Kruse dacht zoo; verscheidene +van de welgestelde kleine kooplieden lieten hem min of meer ronduit +merken, dat zijn optreden in het huis van den professor hun bizonder +goed was bevallen.</p> +<p>En langzamerhand werd het hem duidelijk, dat het een soort van feest +was geweest voor al die menschen, die al zoo dikwijls gehoord hadden, +dat ze niets wisten en nergens verstand van hadden, dan van geld bijeen +te schrapen—dat uit den kring van de geleerden zelf zich iemand +tegen die hooge, trotsche mannen keerde.</p> +<p>„<span lang="en">Never mind</span>,” dacht Michal +Mordtmann, „willen ze niets anders—mij is ’t +goed.<span class="corr" id="xd20e1745" title= +"Niet in bron">”</span> Het kapitaal is de hoofdzaak, en daarvoor +kon hij toch niet veel verwachten van ambtenaren en schoolmeesters; als +hij <span class="pagenum">[<a id="xd20e1748" href="#xd20e1748" name= +"xd20e1748">88</a>]</span>zijn plan zou volbrengen en vrij komen van +een vernederenden terugtocht, dan moest hij ook niet tegen wat moeite +opzien.</p> +<p>Hij liep daarom met vernieuwden moed rond en sprak over fosforzuur +in de donkere kantoren, en de kooplieden mochten hem graag; maar als +hij tot het groote punt kwam,—het nemen van aandeelen, dan +stootte hij altijd op een verhindering, op een bepaalden steen des +aanstoots, en dat was de professor.</p> +<p>Zoolang Professor Lövdahl zich achteraf hield, bleef het bij +enkel praten. Hij was toch de eenige, die verstand van de zaak had. +Geleerd was hij, en rijk—en als hij niet meê wou doen, was +er zeker een luchtje aan de zaak, hoe schitterend ze ook leek.</p> +<p>„Als eerst Professor Lövdahl teekent dan doe ik meê +en velen met mij,” zei Jörgen Kruse.</p> +<p>De vlugge kop van Michal Mordtmann had niet lang werk met dat +bezwaar. Hij knoopte zijn lange jas dicht en ging Mevrouw Wenche een +visite maken.</p> +<p>„Eindelijk!” riep ze, toen hij binnenkwam.</p> +<p>„Pardon, Mevrouw!—ik had zeker al eerder u een bezoek +moeten brengen, om u te danken...”</p> +<p>„Neen, dank u, hooggeëerde heer! Van dien toon moet ik +niets meer hebben! U hebt nu eens en voor altijd uw recht verbeurd om +den Engelschman te spelen tegenover mij. Ga zitten als ’t u +belieft, maar als oud taalman en eerlijk radikaal. Kunt u de andere +vertoornde goden verzoenen met uw afschuwelijke soda, dan om mij met +alle genoegen. Maar hier is u mijn man... mijn landgenoot en al uw +correct optreden is vergeefsche moeite, dat verzeker ik u, heelemaal +vergeefsch!”</p> +<p>„Ik kom, Mevrouw...;” maar hij kwam niet verder, want +zijn gastvrouw en hij barstten beiden zoo hartelijk in lachen uit, toen +ze dachten aan hun laatste <span class="pagenum">[<a id="xd20e1767" +href="#xd20e1767" name="xd20e1767">89</a>]</span>samenzijn en aan zijn +mislukte poging om vormelijk te zijn, dat ze eindelijk elkaar hartelijk +de hand schudden, en in een oogenblik waren zij zóó +vertrouwelijk, als ze anders in een langen omgang met elkaar zeker niet +zouden zijn geworden.</p> +<p>„U was onbetaalbaar Dinsdagavond,” zei Mevrouw Wenche en +nam haar naaiwerk weer op; hij zat in een laag stoeltje vlak bij haar +naaitafeltje; „U kunt u niet voorstellen wat dat voor me is, +eindelijk eens iemand te ontmoeten, die denkt zooals ik en den moed +heeft dat uit te spreken. Hier is wel een enkele—de +onderdirecteur Abel—die zich zoowat met nieuwe vrijzinnige +ideeën bezighoudt—maar in stilte, alsof ’t +gevaarlijke, ontplofbare stoffen zijn......”</p> +<p>„Dat zijn ’t trouwens ook, Mevrouw! U zaagt ’t +immers zelf, hoe de bom barstte vlak voor den neus van de geleerde +heeren.”</p> +<p>„Ja, ’t is waar! Nooit in mijn leven vergeet ik het +gezicht van Aalbom. Ik was bijna bang, dat hij stikken zou. Maar +à propos! Hebt u wel over de gevolgen van uw overmoedig optreden +op dien avond nagedacht. U moet weten, dat men hier in ’t stadje +zooiets niet verdragen kan. Met mij is ’t wat anders; ik hoor nu +eenmaal hier thuis, en ze weten allemaal, dat ik onverbeterlijk ben. En +dan ben ik ook maar een dame! Maar voor u...”</p> +<p>„Och—ik stel ook niet zooveel prijs op de publieke +opinie hier in de stad.”</p> +<p>„Maar, lieve hemel, voor u moet het toch van het grootste +belang zijn, dat u een goeden indruk maakt.”</p> +<p>„Ja—in zooverre, dat men liefst altijd een +goeden......”</p> +<p>„Neen, neen—begrijpt u niet, dat ik aan de soda +denk—en al die andere stinkstof, die u maken wilt.” +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1784" href="#xd20e1784" name= +"xd20e1784">90</a>]</span></p> +<p>„O zoo! U denkt aan de plannen voor de fabriek; maar daar zal +vooreerst wel niets van komen.”</p> +<p>„Zoo?—dat is toch jammer voor u. Carsten zei laatst, dat +hij meende, dat de stemming onder de kooplui gunstig was.”</p> +<p>„Meende de professor dat?—ik ben helaas tot een ander +resultaat gekomen, in ieder geval ben ik van plan binnenkort te +vertrekken.”</p> +<p>„Vertrekken?—Hier vandaan?”</p> +<p>„Ja, terug naar Engeland.”</p> +<p>„Geeft u de fabriek op?”</p> +<p>„Ja, voorloopig ten minste; ik kan hier niets doen.”</p> +<p>„Maar daar ben ik volstrekt niet mee gediend!” riep +Mevrouw Wenche uit. „Eindelijk heb ik een fatsoenlijk mensch +gevonden, waar ik mee praten kan en nu gaat hij weer weg. Dat gaat niet +aan! Vertel me ten minste, wat er aan hapert; waarom moet u ’t +opgeven? Zijn ze bang voor hun dubbeltjes—de +haringkoninkjes?”</p> +<p>„De kleinen zijn niet de ergste.”</p> +<p>„Zijn ’t dan de groote huizen, die niet mee willen doen? +With, of Garman en Worse?”</p> +<p>„Nog hooger op Mevrouw. Zal ik u in vertrouwen zeggen op wie +mijn fabriek schipbreuk lijdt?”</p> +<p>„Ja zeker, en gauw ook.”</p> +<p>„Op uw man.”</p> +<p>„Op Carsten? De Ephor! Maar lieve hemel, hij interesseert zich +immers warm voor u.”</p> +<p>„Ja, ’t is zonde! De professor is allervriendelijkst +voor me geweest; maar......”</p> +<p>„Nu dan! maar......”</p> +<p>„Aandeelen wil hij niet nemen.”</p> +<p>„Zoo?—Dat is toch vreemd. Ik hoor anders altijd, dat +<span class="corr" id="xd20e1822" title="Bron: Carstens">Carsten</span> +zoo knap en voorzichtig in geldzaken is. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e1825" href="#xd20e1825" name="xd20e1825">91</a>]</span>Hoor u +eens. Zeg me eens oprecht—zoo onder vier oogen—gelooft u +zelf in uw onderneming?”</p> +<p>„Wil Mevrouw het prospectus zien?” vroeg Mordtmann en +greep in zijn zak.</p> +<p>„Neen, natuurlijk niet, maar antwoord u me eens<span class= +"corr" id="xd20e1831" title="Niet in bron">.</span>—Gelooft u +zelf......”</p> +<p>„Hier hebben we,” viel hij haar in de rede op zijn +ernstigen zakentoon, „zooals u ziet een heele reeks +analyses......”</p> +<p>„Schei toch uit met uw akelige analyses,” lachte Mevrouw +Wenche.</p> +<p>„—en verder een gespecificeerd overzicht, met een +berekening,” ging Mordtmann voort; en nu was het niet mogelijk +een ernstig woord uit hem te krijgen<span class="corr" id="xd20e1841" +title="Niet in bron">,</span> hij amuseerde haar nog een poos met zijn +zakentoon en met tooneeltjes op te voeren van zijn bezoeken bij de +burgers in de stad, tot hij opstond en afscheid nam.</p> +<p>Maar toen hij weg was dacht Mevrouw Lövdahl over alles na. +’t Zou toch àl te ergerlijk zijn als hij nu heenging. Zij +zou toch Carsten eens vragen, waarom hij niet een paar aandeelen kon +nemen, als nu alles op hem vast zat.</p> +<p>De professor antwoordde—’t Gesprek begon aan +tafel,—dat hij uit principe niet graag geld stak in ondernemingen +in de stad.</p> +<p>„Maar dit is toch zeker heel voordeelig?”</p> +<p>O ja, ’t kon best zijn dat dit een goede zaak werd.</p> +<p>„Ja, antwoord mij nu eens, Carsten! Je heb immers wat verstand +van die zaak, zegt men, heb je vertrouwen in die fabriek?”</p> +<p>„Eerlijk gezegd: neen; en dat—omdat ik weinig of niet +van practische chemie weet, en de anderen, die geld moeten geven, weten +er nog minder dan niets van, en uit zooiets komt meestal geen goede +zaak tot stand.” <span class="pagenum">[<a id="xd20e1856" href= +"#xd20e1856" name="xd20e1856">92</a>]</span></p> +<p>„Maar lieve hemel! Mordtmann zal immers directeur worden. En +hij heeft er immers verstand van,—niet waar?”</p> +<p>„’t Kan zijn van wel, maar ’t kan ook wel zijn van +niet. Het Engelsche huis, waar altijd over gepraat wordt, heeft nog +geen aandeelen genomen.”</p> +<p>„Ja, maar je bedenkt niet alle voordeelen, die er aan +verbonden zijn; Mordtmann, die zelf zoo’n inrichting in Engeland +bestuurd heeft en die......”</p> +<p>„Heb je pas den jongen Mordtmann hierover +gesproken?”</p> +<p>„Ja, hij maakte hier van morgen een visite. En toen vertelde +hij me, dat ’t hem niet mogelijk was aandeelen te plaatsen, omdat +jij niet wou voorgaan.”</p> +<p>„O! nu gaat me een licht op! en toen was Mijnheer Mordtmann +zoo uitgeslapen slim......”</p> +<p>„Bah, Carsten! Jij denkt altijd, dat alle menschen zoo +berekenend zijn als jij zelf bent. Hij zat me hier alles heel gewoon te +vertellen en ’t kwam in ons geen van beiden op, dat ik me met die +dingen bemoeien zou.”</p> +<p>„Nou...... Michal Mordtmann—hij is nu......”</p> +<p>„Ik kan wel aan je zien, dat je zeggen wilt: ‘een uit +Bergen,’ zei Mevrouw Wenche wat bitter.</p> +<p>„Ja, zoo iets,” antwoordde de professor; „maar als +je graag aan die onderneming wilt <span class="corr" id="xd20e1878" +title="Bron: meedoen">meêdoen</span>, ja lieve hemel! ik wil met +alle pleizier zooveel aandeelen nemen als je maar wilt, ’t is +immers jouw geld.”</p> +<p>„Foei toch, Carsten!...... Je weet wel, dat ik niet wil, dat +je daar mee aankomt; ik wil volstrekt niet hebben, dat je aandeelen +neemt voor mijn pleizier.”</p> +<p>Mevrouw Wenche werd gauw heftig in ’t gesprek; maar dan werd +haar man altijd kalmer.</p> +<p>„Ja zeker zul je aandeelen hebben, lieve Wenche. Ik zie wel, +dat je er lust in hebt. Dan houden we ook dien aardigen Mijnheer +Mordtmann hier.” <span class="pagenum">[<a id="xd20e1887" href= +"#xd20e1887" name="xd20e1887">93</a>]</span></p> +<p>Abraham zat in stilte van de een naar den ander te kijken. Hij +begreep niet wat er gebeurde, maar hij zag, wat hij al zoo dikwijls +gezien had, dat zijn moeder heftig was en zijn vader zacht en +vriendelijk. Na ’t eten zou hij, als gewoonlijk, met Marius +werken; maar hij had er zoo weinig lust in. ’t Was in de eerste +dagen van Mei, en zij hadden repetities in alle vakken voor dat +vreeselijke overgangsexamen, dat over ’t lot van kleine Marius +beslissen zou.</p> +<p>Daarom zat hij vlijtig in zijn boeken; maar Abraham had zoo weinig +lust. De zon scheen op ’t jonge groen aan de kruisbessenstruiken +in den tuin en boven aan den hemel was geen enkel <span class="corr" +id="xd20e1893" title="Bron: wolkie">wolkje</span>.</p> +<p>Abraham zat maar gekheid te maken over Grieksch en wiskunde, tot +grooten schrik van Marius. Eindelijk begon hij te preeken uit een +stichtelijk boek, dat zij bij het godsdienstonderwijs op school voor de +zevende of achtste maal weer doorwerkten. Marius lachte nu eens en +smeekte hem dan weer om op te houden: maar Abraham was in een +uitgelaten stemming: hij slingerde alle boeken op zijn bed en riep: +„Kom laten we gaan roeien en visschen.”</p> +<p>Ja—kleine Marius was zwak. En ze roeiden in de baai en +vischten kleine kabeljauwtjes in den stillen mooien lenteavond.</p> +<p>Maar ’t gevolg was, dat het met Marius den dag daarna slecht +ging. Alleen al ’t gevoel, dat hij niet zooveel en zoo goed +geleerd had als anders, maakte hem verward en onzeker in de +eenvoudigste dingen. Daarenboven wilde het ongeluk, dat de rector +binnenkwam onder de Latijnsche les van Aalbom, om te luisteren, zooals +hij nu en dan deed, als hij tijd had.</p> +<p>Nu kwam het er voor Aalbom op aan tegen ’t eind van ’t +jaar den rector te toonen hoever zijn lieve leerlingen <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1904" href="#xd20e1904" name= +"xd20e1904">94</a>]</span>onder zijn leiding gekomen waren, en daarom +nam hij eerst No. 1 van de klasse en toen Marius.</p> +<p>Abraham zat op spelden; hij kende Marius immers door en door en hij +wist hoe licht alles in dat groote hoofd onherroepelijk door elkaar +liep, als hij eenmaal in de war kwam. ’t Was in ’t vorige +uur al verkeerd gegaan met het Grieksch; maar het stekelvarken had met +groote liberaliteit toegelaten, dat Abraham hem alles over de tafel +heen had ingefluisterd.</p> +<p>In ’t vrije kwartier had kleine Marius gezegd:</p> +<p>„Je hadt me niet moeten overhalen om te gaan visschen, +Abraham! Nu ken ik geen woord van mijn lessen en ik krijg zeker bij +alles een beurt. Dan krijg ik zessen en ga niet over met de +vacantie.”</p> +<p>Abraham begon te begrijpen, wat dat zeggen wou voor kleine Marius; +hij had daar eigenlijk nooit ernstig over nagedacht. Maar toen kleine +Marius nu met veel fouten een Ode van Horatius ging voorlezen, zat hij +er aan te denken, hoe volkomen hulpeloos zijn beste vriend worden zou, +als hij moest blijven zitten met nieuwe <span class="corr" id= +"xd20e1914" title="Bron: kamaraden">kameraden</span>; terwijl +hij,—Abraham zelf—natuurlijk overging naar de vierde +klasse.</p> +<p>„Neen, neen, Gottwald! je verspreekt je,” zei Aalbom +poeslief; want Marius maakte de eene fout na de andere, maar hij durfde +niet in scheldwoorden uit te barsten om den rector; „—denk +nu eens na, mijn jongen—watte?—’falls, fefelli’ +zeg je; dat is heel goed; maar nu de supinum<a class="noteref" id= +"xd20e1922src" href="#xd20e1922" name="xd20e1922src">1</a>—de +supinum, mijn beste jongen.”</p> +<p>„... fe... fe... fe...” stamelde Marius, totaal +hulpeloos: hij had niet één heldere gedachte meer in zijn +hoofd.</p> +<p>„Neen maar! Groote goden! Wat wil je nu met die <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1930" href="#xd20e1930" name= +"xd20e1930">95</a>]</span>reduplicatie in de supinum?” riep +Aalbom; maar een blik van den rector trof hem: „denk nu eens na, +Gottwald! je kent die werkwoorden zoo goed, als je maar even nadenkt, +er zijn er maar een stuk of vier zoo; je weet wel: pello, pepuli, +pulsum—dus fallo, fefelli... nu?”</p> +<p>„—— pulsum,” antwoordde Marius en rukte den +blauwen zakdoek om zijn vingers.</p> +<p>„Onzin Gottwald! Houd je me voor den gek?—Ja zeker, +Mijnheer de Rector, U hebt gelijk, laten we ’t kalm opnemen, +watte? kalm aan maar, mijn jongen<span class="corr" id="xd20e1936" +title="Bron: .">,</span> dan kom je er wel. Dus nu beginnen we met het +begin—met dingen, die je wel droomen kunt, kalm aan maar, watte? +mijn jongen<span class="corr" id="xd20e1939" title= +"Niet in bron">,</span>” zijn stem beefde van nijdigheid, +„dus amo, amavi—nu ’t supinum?—ama.”</p> +<p>„... Ama...” herhaalde Marius en liet zijn zakdoek +vallen.</p> +<p>„Nu, dat gaat te ver”—schreeuwde Aalbom en vergat +den rector heelemaal<span class="corr" id="xd20e1946" title= +"Niet in bron">,</span> „ben je dwars, jou lummel! wat is: de +ronde tafel in ’t <span class="corr" id="xd20e1949" title= +"Bron: latijn">Latijn</span>?—de ronde tafel?—nu, wil je +wel eens antwoorden?”</p> +<p>Maar kleine Marius gaf geen geluid en de leeraar vloog op hem toe, +alsof hij hem slaan wou—niettegenstaande de tegenwoordigheid van +den rector. Maar hoe dat ook zij—Marius viel neer tusschen de +tafel en de bank, vóór de leeraar bij hem was.</p> +<p>„Viel hij?” vroeg de rector en kwam op Aalbom toe, die +over de tafel gebogen stond en neerkeek op Marius.</p> +<p>Maar op dat zelfde oogenblik klonk een stem door de klasse, trillend +van gemoedsbeweging en afgebroken als door schreien.</p> +<p>Allen keerden zich om en zagen Abraham Lövdahl; hij stond +overeind, doodsbleek met vertrokken gezicht: „’t Is +schande! ’t is een groot schandaal”—zei <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1960" href="#xd20e1960" name= +"xd20e1960">96</a>]</span>hij weer en hief zijn gebalde vuist tegen +Aalbom op.</p> +<p>„U is een... U is een duivel<span class="corr" id="xd20e1964" +title="Niet in bron">,</span>” bracht hij er eindelijk met moeite +uit en hield zich vast aan den rand van de tafel.</p> +<p>„Maar...... maar Abraham! Abraham Lövdahl, ben je +stapelgek geworden, jongen,” riep de rector. Nooit in heel zijn +pedagogische werkzaamheid was hij zóó verschrikt +geworden. Zelfs Aalbom stond als versteend en vergat bijna kleine +Marius, die daar op den grond lag zonder zich te bewegen.</p> +<p>Maar Morten de achterblijver trok met tegenwoordigheid van geest de +bank van de tafel weg en lichtte Marius op. Hij was bleek en zijn oogen +waren gesloten.</p> +<p>„Haal wat water,” zei Morten op zijn toon van verzet; +terwijl hij Marius ophield.</p> +<p>„Ja, water—watte!” begon nu de leeraar; +„Gottwald is ziek;—’t is een schande den jongen naar +school te sturen, als hij ziek is!—watte?”</p> +<p>Onder dit alles stond de rector vlak voor Abraham en keek hem strak +aan; eindelijk zei hij kalm en streng: „Ga naar +huis—Lövdahl!—ik zal met je ouders spreken.”</p> +<p>’t Was doodstil in de klasse, toen Abraham zijn boeken opnam +en heenging. De verbittering, die in hem kookte, terwijl de leeraar +Marius pijnigde, zakte zoo wonderlijk gauw; en toen hij alleen wegging +over de schoolplaats,—’t was midden onder de +les,—begon hij er aan te denken wat hij gedaan had en wat zijn +vader wel zeggen zou.</p> +<p>Hij durfde niet direct naar huis gaan, maar bracht zijn boeken bij +den bakker, die hij kende en deed een lange wandeling door ’t +oostelijk gedeelte van de stad, waar hij niet veel kans had zijn vader +tegen te komen.</p> +<p>Intusschen kwam kleine Marius bij, toen hij het <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e1984" href="#xd20e1984" name= +"xd20e1984">97</a>]</span>koude water in zijn gezicht kreeg; hij lag +een half uur op de sofa in de huiskamer van den rector, waar zij hem +Hoffmansdroppels gaven, tot hij zoo veel beter was, dat de Pedel hem +naar huis kon brengen.</p> +<p>Mevrouw Gottwald woonde dicht bij.</p> +<p>Kleine Marius verliet de school—bleek en half bewusteloos, +leunend op den pedel, die al zijn boeken droeg. De stinkdieren +stroomden samen en liepen voor hem uit, om hem in ’t gezicht te +zien. Sommigen wilden den ratten-koning bespotten; maar een van de +grooten zei: „Laat hem loopen, hij is ziek.” En zoo kwam +hij voor ’t eerst tusschen zijn vijanden door, zonder geplaagd te +worden.</p> +<p>De rector zou zich heel wat meer met zijn kleinen professor hebben +beziggehouden, als niet dat geval met Abraham zijn gedachten heelemaal +had ingenomen.</p> +<p>Dat een leerling onder de les ziek werd, was immers iets wat +gemakkelijk gebeuren kon; kleine Marius was zeker den heelen dag al +niet wel geweest; men kon ’t al merken toen hij een beurt kreeg; +hij had zelfs metrische fouten bij ’t lezen gemaakt, iets wat +Marius anders nooit kon overkomen. En de rector moest bijna Aalbom +gelijk geven, als hij steeds herhaalde, dat het een schandaal was zieke +kinderen naar school te zenden.</p> +<p>Maar Abraham—Abraham +Lövdahl—brutaal—oproerig, openlijk in verzet! daar kon +men zich niet in vergissen; die jongen verborg onder een welopgevoed en +vrijmoedig uiterlijk de allergevaarlijkste kiemen.</p> +<p>Was het nog de zoon van ruwe, onbeschaafde ouders +geweest—zooals er helaas zoo veel zijn—maar een zoon van +Professor Lövdahl!—een man zoo welgemanierd, +zóó humaan, zóó door en door beschaafd! +<span class="pagenum">[<a id="xd20e1999" href="#xd20e1999" name= +"xd20e1999">98</a>]</span>en dat zich dan bij zijn eenigen zoon zoo +plotseling een afgrond van verzet en een oproerige geest openbaren +moest!</p> +<p>„Zijn moeder heeft een sterk oppositioneel karakter,” +bracht Aalbom voorzichtig in het midden; hij wist hoe hoog Mevrouw +Wenche bij den rector stond aangeschreven.</p> +<p>Maar de ander wendde de oogen af en antwoordde niet. Hem kwam het +laatste gesprek op dien avond bij professor Lövdahl in de +gedachte.</p> +<p>Daarom ging hij ook niet zelf naar de Lövdahls, zooals hij +eerst had willen doen; maar hij schreef een ernstigen brief aan den +professor, legde de zaak uit en sprak zijn overtuiging uit als pedagoog +en oud vriend van den huize: dat men enkel door de grootste +gestrengheid en door dit zoo ernstig mogelijk op te nemen nog de booze +kiemen van kwaad kon onderdrukken, die helaas in het karakter van hun +lieven Abraham aan den dag waren gekomen.</p> +<p>Professor Lövdahl kreeg dien brief in zijn spreekuur van +12–1; en hij werd zóó verschrikt, dat hij dadelijk +de patiënten wegzond, die nog konden wachten tot den volgenden dag +en zich haastig van de anderen afmaakte.</p> +<p>’t Was hem nooit in de gedachten gekomen, dat zijn zoon zich +zóó kon gedragen. Zelf was hij welopgevoed en correct +door het leven gekomen. Verootmoedigd had hij zich eigenlijk +nooit—dat kon niemand van hem zeggen. Integendeel: hij had de +menschen op een afstand weten te houden. Maar nooit was hij in botsing +gekomen met een van zijn superieuren, nooit was in zijn ziel iets +opgekomen, wat op een geest van oproer leek.</p> +<p>Hij kon eerst zelfs niet begrijpen wat Abraham bezielde; en +bovendien was het ook iets, dat hem in ’t geheel <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2013" href="#xd20e2013" name= +"xd20e2013">99</a>]</span>niet aanging. Of nu de leeraar misschien ook +wat driftig tegen Gottwald was—daarom hoefde Abraham toch zoo +niet uit te varen en ’t er op te wagen de grootste +onaangenaamheden te krijgen ter wille van een ander.</p> +<p>Maar dat was die dwaze jongensvriendschap, die overspannen +ideeën van moed en trouw, waarvan de professor de bron maar al te +goed kende.</p> +<p>Al sinds lang had hij een beslissenden strijd met zijn vrouw om zijn +zoon voorzien. Hij had dien voortdurend ontweken en uitgesteld, want +hij haatte strijd en oneenigheid in huis.</p> +<p>Maar veel scheen er nu op te wijzen dat het beslissend oogenblik +naderde. ’t Gesprek, dat op dien avond met de gasten in de kamer +van zijn vrouw gevoerd was, had men zóó besproken en met +commentaren voorzien, dat het al een gewichtig gedeelte van de +inwendige geschiedenis van de stad geworden was, en veel had de +professor moeten verdragen van vrienden en vriendinnen, omdat in zijn +huis plaats geweest was voor iets wat zooveel op een schandaal +leek.</p> +<p>Behalve dat was er een onuitgesproken gevoel van oneenigheid +tusschen hem en zijn vrouw, sinds zij gisteren over de aandeelen in de +fabriek gesproken hadden.</p> +<p>De professor was regelrecht naar de Handelsvereeniging gegaan, waar +de leege lijst langen tijd als een vreemd wit ding gelegen had. Hij had +tien aandeelen genomen van 500 rijksdaalders.</p> +<p>Later had hij toch zelf gevonden, dat het veel was; maar dat was +overeenkomstig de methode, die hij tegenover zijn vrouw volgde.</p> +<p>Nu—na die historie met Abraham—was hij er heelemaal weer +boven op. En hoe het hem ook hinderde, ja bedroefde—wat nu met +den jongen gebeurd was—hij kon toch niet anders dan met een +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2030" href="#xd20e2030" name= +"xd20e2030">100</a>]</span>zeker genoegen denken aan alle scherpe +woorden, die hij nu tegenover zijn vrouw zou kunnen gebruiken.</p> +<p>Jaren lang was hun huwelijk stil en dor geweest: zij geneigd tot +heftigheid, hij altijd kalm, bereid haar onregelmatigheden te bedekken; +langzamerhand voelde ze een beetje verachting voor hem, terwijl hij, +die dat dadelijk voelde, verteerd werd van verlangen haar te overwinnen +en haar te dwingen door zijn oogen te kijken.</p> +<p>„Daar hebben we nu de gevolgen van je methode,” begon +hij dus, toen hij met den brief in de hand de huiskamer binnentrad: +„Ik heb altijd gezegd dat je den jongen bedierf met je +overspannen ideeën, en nu is ’t zoover. Hier is een brief +van den rector: ‘Abraham heeft oproer op school +gemaakt.’<span class="corr" id="xd20e2036" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>„Maar—Carsten! Wat zeg je daar!”</p> +<p>„Hij heeft zich tegen zijn leeraars verzet, met gebalde +vuisten gedreigd en leeraar Aalbom een duivel genoemd.”</p> +<p>„O Goddank, anders niet!” zei Mevrouw Wenche +verlicht.</p> +<p>„Anders niet, anders niet! Ja, dat lijkt jou! Jij kunt bijna +voor niets anders meer sympathie hebben, dan voor oproer en verzet +tegen alles en allen. Maar nu wou ik je één ding +zeggen—waarde Mevrouw—nu is mijn geduld uit. De jongen is +ook van mij, en ik wil niet, dat hij een radikale warkop wordt, een +uitschot in de maatschappij, tot schande en verdriet van zijn familie. +Nu heb ik lang genoeg toegezien, dat je hem volpropte met je dwaze +ideeën en nu heeft dat zijn vruchten gedragen. Maar nu moet je me +ook niet kwalijk nemen, dat ik als vader mijn macht gebruik om te +redden wat nog te redden is. Is hij thuis?”</p> +<p>„Ik heb hem niet gezien.” <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2050" href="#xd20e2050" name="xd20e2050">101</a>]</span></p> +<p>Mevrouw Wenche wist niet recht hoe ze zich houden moest tegenover +haar man; zij wist ook niet precies wat Abraham gedaan had; en zij +wilde niet vragen, zoolang haar man haar op deze manier behandelde.</p> +<p>Maar toen Abraham eindelijk moe en hongerig thuis kwam en bleek en +ter neer geslagen de huiskamer binnensloop, zei ze: „Maar +Abraham, wat hooren we toch van je? Wat heb je gedaan?”</p> +<p>Abraham staarde haar aan; zijn eenigste hoop was op zijn moeder +geweest; maar vóór hij nog antwoorden kon, deed de +professor zijn deur open en riep hem binnen.</p> +<p>Mevrouw Wenche hoorde hem aanhoudend spreken met een strenge stem; +ze kon het niet uithouden. Ze wilde ook niet <span class= +"letterspaced">nu</span> naar binnengaan. Ze ging naar de eetkamer.</p> +<p>„Hoe kon je me toch zoo’n groot verdriet doen, +Abraham!” begon de professor ernstig, <span class="corr" id= +"xd20e2064" title="Bron: bijne">bijna</span> bedroefd. „Ik had +zoo stellig gehoopt een braaf en nuttig burger van je te maken, een +zoon waar ik blij mee en trotsch op zijn kon. En in plaats daarvan +begin je al nu, in je jeugd, neigingen te toonen, die je zoo zeker als +iets in ’t verderf zullen storten. Want luiheid, jeugdige +lichtzinnigheid en wildheid—dat wordt beter met de jaren en door +een verstandige behandeling; maar een geest van oproer is iets, dat +bijna altijd toeneemt, als het eens wortel geschoten heeft. Je begint +met je tegen je leeraren te verzetten en ze te honen, dan groei je je +vader en moeder over ’t hoofd en eindelijk wil je je niet meer +buigen voor onzen lieven Heer zelf! Maar weet je wat dat voor soort +menschen worden,—die dat doen? Ja, dat zijn de misdadigers, dat +is het uitschot van de maatschappij, die de wetten trotseeren en onze +gevangenissen vullen. Wat vandaag met jou is gebeurd, heeft me meer +geschokt dan ik je zeggen kan; ik kan niet op je knorren, of je +straffen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2067" href="#xd20e2067" +name="xd20e2067">102</a>]</span>Ik weet niet eens, of ik zulk een zoon +in mijn huis houden kan.”</p> +<p>Met die woorden ging hij de kamer uit. Dit was een wel doordachte +toespraak van den professor en die werkte sterk.</p> +<p>Van alles had Abraham zich voorgesteld op zijn eenzame +wandeling,—al het ergste wat hij maar kon bedenken aan knorren en +straf; maar dit was toch erger dan dat alles.</p> +<p>Die treurige, bedroefde toon; die harde woorden en dan eindelijk die +vreeselijke mogelijkheid, dat hij misschien het huis uit zou worden +gestuurd, van zijn moeder weg—eerst toen kreeg hij zijn gedachten +in zoover bij elkaar, dat hij in tranen uitbarstte en lang op de sofa +lag te schreien. Hoe onbegrijpelijk kwam ’t hem nu voor wat hij +gedaan had. Wat moest er toch van hem worden!</p> +<p>Lang daarna deed de professor de deur open en riep hem aan +tafel.</p> +<p>Mevrouw Wenche had nog altijd niet heelemaal gehoord wat er gebeurd +was; maar te oordeelen naar wat ze te weten kwam, moest ze toegeven, +dat Abraham zich hoogst ongepast gedragen had. Maar toch verwonderde ze +er zich over, dat die kleinigheid—want eigenlijk was het toch zoo +erg niet—haar zoo door en door kon ontstemmen. Zij voelde zich +zoo somber, zoo onuitsprekelijk ongelukkig en ze had het meest lust de +armen om Abraham heen te slaan en uit te schreien.</p> +<p>Maar aan tafel werd geen woord gesproken.</p> +<p>Abraham boog zich geheel door berouw verslagen over zijn soep. En op +dat oogenblik leek hij weinig op dien bleeken held, die met gebalde +vuist tegenover den leeraar stond en hem een duivel noemde. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2084" href="#xd20e2084" name= +"xd20e2084">103</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e1922" href="#xd20e1922src" name="xd20e1922">1</a></span> +Grammaticale vorm in ’t Latijn.</p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Zevende hoofdstuk." +width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e2086" class="main">Zevende hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e2088"><span class="xd20e2088init">H</span>et groote feit +van den dag in de stad was, dat Professor Lövdahl tien aandeelen +in de fabriek genomen had, en het ging zooals <span class="corr" id= +"xd20e2090" title="Bron: Jorgen">Jörgen</span> Kruse voorspeld +had. Allen tegelijk wilden op de lijst in de Handelsvereeniging +teekenen; ja, er ging een paar dagen als ’t ware een zweem van +speculatiekoorts door ’t anders zoo doode en trage +handelsleven.</p> +<p>Na veertien dagen telegrafeerde Michal Mordtmann aan zijn vader, dat +er voor 96,000 rijksdaalders aan aandeelen genomen was.</p> +<p>De jonge Mordtmann straalde van geluk,—hij was blij met het +vooruitzicht aan ’t hoofd te komen van zoo’n prachtige zaak +en er niet weinig trotsch op, dat hij zoo fijn gespeeld had.</p> +<p>De booze gezichten van de Latijn-aanbidders raakten zijn koude +kleeren niet; ’t was de handelswereld, de wereld van de +burgerschool, die hij moest veroveren en dat had hij gedaan. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2099" href="#xd20e2099" name= +"xd20e2099">104</a>]</span></p> +<p>Hij kreeg ook een erkentelijk schrijven van de firma Isac Mordtmann +en Co., en andere instructie betreffende de directie, die gekozen moest +worden; Professor Lövdahl moest er absoluut in komen.</p> +<p>Michal Mordtmann bracht dit den volgenden Zondag ter sprake bij +Professor Lövdahl aan huis,—hij kwam daar geregeld elken +Zondag eten; ’t was er nu wel wat somber aan huis na die quaestie +met Abraham, die voortdurend door zijn vader’s koelheid in de +pijnlijkste spanning gehouden werd.</p> +<p>De professor sloeg eerst het eervolle aanbod van een plaats in de +directie af. Hij had geen tijd door zijn praktijk en hij was ook niet +geschikt voor zooiets. Hij hield zich immers juist uit principe buiten +zaken.</p> +<p>Eigenlijk was het maar om den naam te doen, meende Mordtmann, van +eigenlijk werk was geen sprake. De chef van de bank: Christensen, zou +administreerend directeur worden; ’t was er maar om te doen, den +naam van Professor Lövdahl in de directie te hebben.</p> +<p>„Kunt u mij niet helpen, Mevrouw, om uw man over te +halen?”</p> +<p>„Neen, mijn man gaat zijn eigen weg in al zulke dingen,” +antwoordde Mevrouw Wenche zonder op te zien.</p> +<p>„Als je ’t graag hebt, lieve! dan wil ik graag in de +directie komen,” zei de professor vriendelijk.</p> +<p>„Ik ’t graag hebben? maar wie zegt dat? hoe kom je er +bij?” zei Mevrouw Lövdahl zenuwachtig.</p> +<p>„Nu, nu! je interesseert je toch warm voor de fabriek van +Mijnheer Mordtmann; en ik wil onzen jongen vriend ook graag een dienst +bewijzen. Dus ik ben bereid om in ’t bestuur te komen, Mijnheer +Mordtmann.”</p> +<p>„Hartelijk dank!” antwoordde deze, en in zijn blijdschap +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2121" href="#xd20e2121" name= +"xd20e2121">105</a>]</span>lette hij niet op de uitdrukking op ’t +gezicht van de vrouw des huizes; hij hief zijn glas op: „Ja, dan +is dus alles in orde; nu beloof ik, dat het niet lang zal duren of de +fabriek staat er.”</p> +<p>Mevrouw Wenche was niet op haar gemak. De vertrouwelijkheid, die zoo +snel was ontstaan tusschen haar en Mordtmann begon haar te hinderen; +zij zag heel goed, dat haar man op elk woord en elken blik lette en ze +wist, dat hij dacht, dat zij in die zaak met de fabriek met den jongen +man had samengewerkt.</p> +<p>En dat ergerde haar, want het was immers niet waar. Maar ze voelde, +dat, als zij zich probeerde te verdedigen, haar eerlijkheid te kort zou +schieten tegenover het wantrouwen van haar man en dat de verwarring +daardoor maar grooter zou worden.</p> +<p>Daar kwam bij, dat zij in deze dagen voor ’t eerst gevoeld +had, waar ze zoo dikwijls grooten angst voor had gehad; dat haar zoon +van haar vervreemden kon of ten minste, dat er iets tusschen hen zou +kunnen komen en de onbegrensde vertrouwelijkheid zou kunnen breken, +waarin ze tot nu toe geleefd hadden.</p> +<p>Toen ze eindelijk de heele historie van Marius en Aalbom van Abraham +zelf hoorde,—hij vertelde ’t met neergeslagen oogen en was +nog heelemaal onder den indruk van wat hij gehoord had,—toen nam +de moeder hem in haar armen en riep<span class="corr" id="xd20e2131" +title="Bron: !">:</span> „Neen maar... lieve Hemel!—hebben +ze daarom op je geknord? moest je dan blijven zitten en ’t +aanzien hoe je beste vriend gepijnigd werd?—’t was flink +van je, Abraham!”</p> +<p>Maar hij zag schuw naar haar op en voor ’t eerst voelde zij +tot haar smart, dat hij haar niet ten volle vertrouwde.</p> +<p>Op ’t zelfde oogenblik kwam ook de gedachte bij haar op, dat +’t wel eigenaardig was haar man ronduit tegen <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2138" href="#xd20e2138" name= +"xd20e2138">106</a>]</span>te werken,—den zoon te leiden vierkant +tegen den vader in; hem te prijzen voor iets wat ze wist, dat haar man +verschrikt en bedroefd had.</p> +<p>Mevrouw Wenche had er vaak over gedacht, dat de tijd komen zou, dat +de zoon de groote klove in ’t oog zou krijgen, die er in de +ernstigste zaken tusschen zijn vader en zijn moeder was.</p> +<p>Maar ze had aan de groote godsdienstige quaesties gedacht en daar +was ze op voorbereid. Zij had zich voorgenomen als Abraham zoo oud +werd, dat hij verlangde daarover ingelicht te worden, hem open en +eerlijk te zeggen, dat ze volstrekt niet aan alles geloofde waar andere +menschen aan gelooven.</p> +<p>Dat was al begonnen, en ze had verscheiden keeren met hem over zulke +onderwerpen gesproken. Moeilijk was het; maar ze hoopte toch altijd, +dat ze door groote eerlijkheid van haar kant hem duidelijk zou kunnen +maken, dat hij in alles volkomen op haar vertrouwen kon, al geloofde ze +nu ook niet precies als andere menschen. ’t Kwam haar voor, dat +het niet goed was hem op allerlei <span class="corr" id="xd20e2147" +title="Bron: huichalerij">huichelarij</span> te wijzen, die ze om zich +heen zag en waar ze in leven moest. De professor nam Abraham mee naar +de kerk, sprak nu en dan eens van „Onzen lieven Heer,” en +zooiets; maar ze wist immers vast en zeker, dat er geen spoor van echt +christendom in hem te vinden was.</p> +<p>Dat kon ze haar zoon immers niet uitleggen, en dat was en bleef een +groote moeilijkheid, wat het godsdienstige betreft. Wel scheen Abraham +ook niets anders voor godsdienst te gevoelen, dan dat hij er als voor +elk ander schoolvak, goed voor werken moest, en dat bij het kerkgaan +een bepaald soort van gezicht en een bepaalde manier van spreken +hoorde.</p> +<p>Maar alleen dit b.v. dat ze hooren kon, als hij vroeg: „Waarom +gaat u nooit naar de kerk, Moeder?”<span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2154" href="#xd20e2154" name= +"xd20e2154">107</a>]</span>—dat die vraag niet uit hem zelf kwam; +ze voelde dat anderen—wie, wist ze niet—hem op zulke dingen +in haar opmerkzaam maakten.</p> +<p>En toch had ze altijd de hoop behouden dat het wel gaan zou. Ja +’t kwam haar soms voor, dat het wel goed voor Abraham wezen zou, +als hij den onvermijdelijken tijd van twijfel doormaken moest, zijn +moeder onder de menschen te weten, die niet geloofden;—dat +moest—meende zij—hem aansporen tot een ernstige keus en hem +er voor bewaren, laf weg te kruipen onder de groote menigte +huichelaars.</p> +<p>Maar nu,—die schoolquaestie, zoo klein in verhouding tot +gewichtiger dingen, maar zoo veelbeteekenend, omdat die zoo scherp de +klove deed uitkomen tusschen de twee, die samen dien +éénen zoon bezaten,—hoe moest ze die oplossen? In +haar hart vond ze, dat ’t flink geweest was van Abraham, en dat +ze daarom nog meer van hem hield; maar ze kon toch niet vierkant tegen +zijn vader en de heele school in hem prijzen, omdat hij Aalbom voor een +duivel had uitgescholden. Als ’t maar niet eerst zoo ernstig was +opgenomen, was ze er misschien gemakkelijker mee klaar gekomen door hem +eens aan zijn haar te trekken en hem tot wat meer bezonnenheid te +vermanen.</p> +<p>Maar zooals ’t nu geloopen was, was ’t een ernstige +quaestie geworden en ze kon er geen oplossing voor vinden.</p> +<p>Intusschen stond Abraham voor haar en begreep, dat zijn moeder in +gedachten verdiept geraakt was; en toen ze eindelijk—zelf niet +wetend wat ze doen moest, weer tot zich zelf kwam, en den jongen even +angstig en onzeker voor zich zag staan,—toen wist ze niet beter +te doen dan haar armen om hem heen te slaan en hem heen en weer te +wiegen, zooals ze <span class="pagenum">[<a id="xd20e2164" href= +"#xd20e2164" name="xd20e2164">108</a>]</span>placht te doen en hem toe +te fluisteren. „Och jij arme kleine Abby, wat moet er van je +worden.”</p> +<p>Hierdoor nog meer verward, bleef Abraham in één +spanning. Op school werd hij behandeld als een gevaarlijk misdadiger, +dien men toch door een zachte behandeling wilde probeeren te redden. +Zelfs Aalbom was zoo vriendelijk dat Abraham er van rilde.</p> +<p>Eerst prezen zijn kamaraden hem en voorspelden hem de vreeselijkste +straffen. Maar toen alles in stilte afliep en de leeraren even +vriendelijk tegen hem bleven, kwamen zij tot de conclusie, dat je +gemakkelijk moedig wezen kon, als je de zoon van Prof. Lövdahl +was.</p> +<p>Had hij maar straf gekregen—dacht Abraham zelf; maar die +gedempte, plechtige ernst, die wonderlijke vriendelijkheid van alle +kanten, brachten hem ten laatste op ’t idee, dat hij toch zeker +tot het uitvaagsel behoorde, en dat men er over dacht hem naar de een +of andere inrichting te zenden. Hij werd bang en schuw en zocht de +eenzaamheid.</p> +<p>Zijn beste vriend—kleine Marius—was trouwens ook ziek; +hij had hersenontsteking. De goede rector bezocht hem bijna dagelijks +en was innig bezorgd over zijn kleinen Professor.</p> +<p>Maar iederen keer als onder de les zijn oogen op Abraham +Lövdahl rustten, stond dat tooneel weer zoo levendig voor hem: +Abrahams grenzelooze brutaliteit was zóó nauw aan die +ongelukkige ziekte van kleine Marius verbonden, dat het eindelijk op +hem den indruk maakte, alsof dat alles de schuld van Abraham +Lövdahl was. Hij sprak bijna nooit met hem.</p> +<p>De professor lette in stilte nauwkeurig op zijn zoon en overtuigde +er zich van dat de behandeling, die hij in overleg met de school +gekozen had, ook goed werkte. Dikwijls als Abraham bleek en schuw +voorbij <span class="pagenum">[<a id="xd20e2179" href="#xd20e2179" +name="xd20e2179">109</a>]</span>hem ’t huis in sloop had hij +zoo’n innig medelijden met hem; maar hij bedwong zich een langen +tijd, tot hij vond dat het genoeg was.</p> +<p>Toen zei hij eindelijk: „Wij hebben nu de zaak overwogen; +wij—je ouders en de school; en we zijn tot het besluit gekomen, +dat we zullen probeeren je hier te houden en misschien nog eens een +goed en bruikbaar mensch van je te maken.”</p> +<p>Abraham wierp zich in de armen van zijn vader en schreide luid. Ze +hadden hem eindelijk buiten zich zelf van angst gemaakt. Hij had +gedacht, dat hij zou worden weggezonden naar vreemden, hij had gedacht, +ja, wat voor vreeselijke dingen had hij al niet gedacht in die uren, +als hij wakker in bed lag. En nu,—nu hij blijven mocht—vond +hij, dat zijn vader overstelpend genadig en zacht was.</p> +<p>De professor liet hem den tijd dien indruk goed in zich op te nemen, +en zei toen: „Ja, laat<a id="xd20e2187" name="xd20e2187"></a> ons +hopen, met de hulp van onzen lieven Heer, dat je ons niet weer zulk een +groot verdriet doet.”</p> +<p>Neen, dat zou Abraham zeker niet! hij voelde zich zóó +gebroken, zoo verbrijzeld en zoo dankbaar voor de vergiffenis; er zou +zeker nooit meer een sprank van verzet in hem opkomen.</p> +<p>—Maar in de kleine kamers van ’t huis van Mevrouw +Gottwald was het stil en treurig; de bel was omwikkeld en ze had een +juffrouw genomen voor hulp in den winkel.</p> +<p>Want kleine Marius werd erger. Dokter Bentzen had aan professor +Lövdahl gezegd, dat men maar hopen moest, dat de jongen sterven +zou: hij zou nooit zijn volle verstand terugkrijgen.</p> +<p>Dat wist Mevrouw Gottwald niet. En nacht en dag herhaalde ze in zich +zelf: „Hij mag niet sterven, hij mag niet sterven!” +’t Was immers onmogelijk, ondenkbaar, <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2197" href="#xd20e2197" name= +"xd20e2197">110</a>]</span>dat het eenigste, wat ze had, haar zou +worden ontscheurd! Ze had al zóóveel geleden<span class= +"corr" id="xd20e2199" title="Niet in bron">.</span></p> +<p>Kleine Marius lag rattenknoopen in zijn laken te leggen, met een +heet hoofd en half gesloten oogen. Hij mompelde bijna onafgebroken +verbuigingen en vervoegingen, en regels en uitzondering,—zijn +arme hersens waren heelemaal omsluierd door Madvigs wijden +plooienmantel, en hij tastte angstig rond in het duister.</p> +<p>’t Waren mooie, lichte lentedagen; juist weer om te hopen. En +Mevrouw Gottwald liep heen en weer en wilde aldoor een teeken van +beterschap zien.</p> +<p>Maar op een avond werd het haar duidelijk, dat het eind naderde. +Kleine Marius werd onrustig en mompelde al sneller en sneller.</p> +<p>„Lieve Marius,—lieve kleine Marius! Je mag niet sterven +en je moeder alleen laten; je mag niet, want je weet niet half, wat je +voor je moeder bent, toe zeg me, dat je niet van me weggaat, zeg me +dat!”</p> +<ul> +<li>„Monebor</li> +<li>Moneberis</li> +<li>Monebitur</li> +<li>Monebimur</li> +<li>Monebimini</li> +<li><span class="corr" id="xd20e2223" title= +"Bron: Momebuntur">Monebuntur</span>” antwoordde kleine +Marius.</li> +</ul> +<p>„Ja, je bent een flinke jongen! Je bent de knapste van de +heele klasse in ’t Latijn, dat zei de rector vandaag weer, toen +hij hier was. Maar je kende hem niet. Maar mij ken je wel, niet waar, +lieve Marius? Je kent Moeder wel, is ’t niet? Je kent me +wel?”</p> +<p>„Ad, adversus, ante, apud, circa, circiter,” begon +kleine Marius.</p> +<p>„Neen, neen lieve jongen! geen Latijn, dan ben je lief. Ik +weet wel hoe knap je <span class="corr" id="xd20e2233" title= +"Bron: ben">bent</span> en ik ben zoo dom, weet je? Maar zeg me alleen +maar, dat je me kent, dat je van me houdt, dat je niet van me zult +weggaan, <span class="pagenum">[<a id="xd20e2236" href="#xd20e2236" +name="xd20e2236">111</a>]</span>dat ik je lieve moeder ben. Zeg dat +alleen maar. Zeg maar: Moeder.”</p> +<p>„—fallo, fefelli, falsum<span class="corr" id= +"xd20e2240" title="Niet in bron">,</span>” antwoordde kleine +Marius.</p> +<p>„O God! mijn God, die vreeselijke taal! Wat hebben ze toch met +mijn armen jongen gedaan—hij zal nog sterven zonder zijn moeders +naam genoemd te hebben. Zijn ellendige, ijdele moeder, die hem vermoord +heeft met die vervloekte geleerdheid!”</p> +<p>Ze vloog de gang in; ze hoopte daar den dokter te vinden, maar +’t was maar een van de pensionnaires van boven, die +thuiskwam.</p> +<p>Ze ging weer terug in de slaapkamer, maar in de deur sloeg ze de +handen in elkaar en riep vol vreugd:</p> +<p>„O Goddank! nu ben je zeker veel beter, lieve Marius! Je lacht +zoo tevreden!”</p> +<p>„Mensa rotunda,” antwoordde kleine Marius—en +stierf.</p> +<div class="figure xd20e2255width"><img src="images/o111.png" alt= +"Ornament." width="92" height="92"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e2259" href="#xd20e2259" name= +"xd20e2259">112</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt="Achtste hoofdstuk." +width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e2261" class="main">Achtste hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e1724"><span class="xd20e1724init">M</span>ichal +Mordtmann had zich aangewend even bij Mevrouw Wenche binnen te loopen +als hij om twaalf uur uit de fabriek kwam.</p> +<p>Er was een groote groep arbeiders aangenomen voor de veelomvattende +werkzaamheden om het terrein in orde te maken. Er moesten solide +steenen kaaien langs het strand gelegd worden, de fondamenten voor de +ontelbare gebouwen moesten worden gelegd en de schoorsteenen +opgetrokken.</p> +<p>De maatschappij op aandeelen was gevormd met een grondkapitaal van +100,000 rijksdaalders en de stad was ten slotte zoo moedig geworden, +dat men had besloten het Engelsche huis niet uit te noodigen tot het +nemen van aandeelen, nu het zich zoo voornaam had teruggetrokken.</p> +<p>’t Heele kapitaal werd dus in de stad geplaatst en de fabriek +„Fortuna,” zooals ze in veel champagne gedoopt was, werd de +trots en de lieveling van ’t stadje. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2271" href="#xd20e2271" name= +"xd20e2271">113</a>]</span></p> +<p>Mordtmann was blij en vol hoop. Nooit was hij zóó +tevreden over zich zelf en alle andere menschen geweest. Van een +ondergeschikte in een vreemd land, was hij nu de eerste in een nieuwe +onderneming geworden, die hij zelf van den beginne af zou leiden.</p> +<p>Daar noch de directeur, noch de aandeelhouders een flauw begrip van +de zaak hadden, werd hij al gauw een orakel; en hij werkte sterk op +’t effect! Waar zijn kennis hem in den steek liet, was hij er +niet bang voor te schermen met groote woorden, die allen volkomen +dupeerden.</p> +<p>Een massa arbeiders kregen vast werk; hij betaalde Zaterdags de +loonen uit; de vrouwen kwamen bij hem om voorschot; en hij werd in +korten tijd bekend en bemind bij groot en klein. Alleen in de +ambtenaarskringen en in enkele oude stijf conservatieve huizen bleef +men een diepen afkeer tegen hem koesteren en dààr +beklaagde men Professor Lövdahl, omdat zijn vrouw zulke menschen +ontving.</p> +<p>Maar Mordtmann stoorde er zich niet aan, hij voelde zich vroolijk en +gezond als hij ’s morgens vroeg in de mooie zomermaanden naar +zijn fabriek ging,—dicht buiten de stad. De arbeiders waren niet +als de Engelsche, die alleen aan hun werk denken. Hier namen ze de pet +af en zeiden „Goeden morgen,” en namen den tijd voor een +praatje, als hij dat wilde.</p> +<p>’t Was ook iets om trotsch op te wezen, dit alles op te zien +groeien en te zien schikken volgens zijn eigen plan; de vele +zonderlinge gebouwen, die door de stad als wonderen van zijn vernuft +werden beschouwd; heel dien grootschen aanleg met onbeperkt opperbevel +en geld in overvloed—’t was wel iets voor een jong +werklustig man om met vreugde onder handen te nemen.</p> +<p>En toch was er iets anders, dat langzamerhand <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2284" href="#xd20e2284" name= +"xd20e2284">114</a>]</span>hem liever werd dan al het andere;—dat +waren de bezoeken bij Mevrouw Wenche.</p> +<p>Hij had niet met veel dames in de stad kennis gemaakt; zijn zaak had +hem van den beginne aan alleen met mannen in aanraking gebracht, en nu +hij werkelijk zoo veel te doen had, dat zijn dag er geheel door was +ingenomen, had hij geen aanleiding of behoefte om meer conversatie te +zoeken dan de club en de familie Lövdahl.</p> +<p>Maar des te meer kwam hij bij den professor aan huis. Men had hem +eens vooral gezegd, dat hij daar ten allen tijde welkom was en +Mordtmann had alle reden te vermoeden, dat dit oprecht gemeend was; de +professor was altijd even beminlijk en voorkomend.</p> +<p>Toch was het duidelijk, dat zijn bezoeken de vrouw des huizes +golden, en zij voelde dat zelf.</p> +<p>Elken dag tusschen twaalf en één wachtte zij hem met +een glas wijn, dat hij opdronk, terwijl ze een half uurtje vroolijk +babbelden.</p> +<p>Maar als het regende en slecht weer was kwam hij alleen maar voor +’t raam en liet haar zijn modderige laarzen en zijn natte jas +zien, en dan spraken ze gewoonlijk af, dat hij ’s avonds zou +komen.</p> +<p>Mevrouw Wenche had de zaak zoo opgenomen, dat ze hem een beetje +moederlijk behandelde, wat haar door haar positie gemakkelijk afging, +al was het verschil in ouderdom tusschen hen eigenlijk niet +noemenswaard.</p> +<p>Hij vond dat niet prettig, maar had geen moed een verandering voor +te stellen; en zij hield hem in een schertsenden toon, die menig woord +en menig blik voor minder kon laten doorgaan dan ze werkelijk +waren.</p> +<p>Zij had te veel sympathie voor hem en ze stelde zijn gezelschap te +veel op prijs om te willen begrijpen, <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2303" href="#xd20e2303" name="xd20e2303">115</a>]</span>dat hij +haar het hof maakte. Had ze niet nu al jaren lang den onderdirecteur +Abel om zich heen zien smachten; en hij had haar wezenlijk in ’t +minst niet gehinderd.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e2306" title= +"Bron: Mordtman">Mordtmann</span> was nu wel heel anders dan Abel, maar +toch, zij was waarlijk niet bang, noch voor wat ze zelf deed, noch voor +wat anderen er van zeiden.</p> +<p>Ook tegenover haar man vond zij er geen bezwaar in; hij had nooit +een zweem van jalouzie getoond. Van het oogenblik af, dat zij getrouwd +waren, was Carsten Lövdahl een en al beminnelijkheid geweest +tegenover de jonge mannen, die haar naderden—aangetrokken door +haar schoonheid en levendigheid.</p> +<p>Een enkelen keer had Mevrouw Wenche gevonden, dat hij in deze +liberale houding wel wat ver ging; maar later had ze steeds moeten +erkennen, dat zijn verstandig en kalm gedrag veel weer in orde gebracht +had wat anders moeilijk genoeg had kunnen worden.</p> +<p>Zelf was ze nooit ernstig bewogen geworden, misschien juist wel +omdat alles zoo kalm en vrij toeging. En dat, niettegenstaande ze niet +lang getrouwd was geweest met Carsten Lövdahl, vóór +ze merkte in hoe weinig zij harmonisch dachten.</p> +<p>Hij was zoo voorzichtig, zoo irriteerend, door altijd in den vorm te +blijven dat ze vaak vond, dat hij laf en onvertrouwbaar was. Maar er +was toch ook iets beschaafds en ridderlijks in zijn karakter, dat hem +altijd in haar achting staande gehouden had. En al stelde zij hem niet +zoo bizonder hoog, en al was hij niet zoo heel veel voor haar, er was +daarentegen toch nooit zulk een groote leegte gekomen in haar hart, dat +zij zich geheel van hem afwendde.</p> +<p>En nu was ze immers oud, met een halfvolwassen zoon; een vrouw van +ervaring, een gezeten burgeres, waarom zou ze gemoedsbezwaren +hebben?—was het <span class="pagenum">[<a id="xd20e2320" href= +"#xd20e2320" name="xd20e2320">116</a>]</span>niet eerder belachelijk +van haar, dat ze zich nog verbeeldde zoo gevaarlijk te zijn?</p> +<p>Ze liet dus de menschen praten,—(en dat deden ze) en gaf zich +zonder bedenking over aan het aangename gevoel dagelijks als vriend een +knap, beschaafd man, die vrij van vooroordeelen was, om zich heen te +hebben, die met bewondering luisterde naar alles wat haar man +„overspannen ideeën” placht te noemen.</p> +<p>Maar daardoor deed ze Abraham te kort, zonder dat zij het wist. Ze +voelde dat nog minder nu het samenviel met een verandering, die in den +knaap zelf had plaats gevonden. Hij kwam niet langer met honderd +vragen, begeerde ook niet meer, dat ze met hem stoeien of damspelen +zou; en bovendien had zij het gevoel van onzekerheid tegenover hem nog +niet overwonnen, zoodat ze hem misschien een beetje minder vrij en +vroolijk tegemoet kwam.</p> +<p>Bij de begrafenis van kleine Marius had Mevrouw Gottwald den wensch +uitgesproken, dat Abraham vlak achter de kist, naast den predikant zou +loopen, hij was de beste vriend van kleine Marius; en hij had immers in +’t geheel geen familie.</p> +<p>Maar de rector had er zich tegen verzet. Abraham mocht alleen in den +stoet met zijn kamaraden meegaan; en hij moest nog blij toe zijn, dat +hij dat mocht.</p> +<p>Eindelijk kwam het zoover, dat de heele school en daardoor een groot +gedeelte van de stad een vagen indruk hield, dat er iets niet in den +haak was met Abraham Lövdahl.</p> +<p>De professor moest zich geweld aandoen, om zijn zoon niet te vroeg +te vergeven; hij was er zoo blij om, dat zijn methode zoo goed gewerkt +had, en in zijn hart had hij zoo’n medelijden met den armen +jongen, die daar zoo alleen rondliep met aller oogen op zich +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2334" href="#xd20e2334" name= +"xd20e2334">117</a>]</span>gericht. Eindelijk kon hij het niet langer +uithouden en begon met glimlachjes en vriendelijke woorden.</p> +<p>Deze eerste glimlachjes! Zij daalden op Abraham neer als een regen +van zaligheid. Er was toch niemand op de wereld als zijn vader; en +minder dan ooit kon hij begrijpen, hoe hij zulk een vader +zóó’n groot verdriet had kunnen doen.</p> +<p>Nu begon hij tot in de kleinste kleinigheden er naar te streven +geprezen te worden; hij werd attent en gedienstig aan tafel, zette +’s avonds de pantoffels van den professor klaar, en nu het tegen +het eind-examen liep, werkte hij harder dan ooit.</p> +<p>Mevrouw <span class="corr" id="xd20e2343" title= +"Bron: Wensche">Wenche</span> placht altijd meê te gaan naar het +plechtige examenfeest. Van den tijd af dat haar zoon nog klein was, had +ze het een genoegen gevonden op ’t noemen van zijn naam te zitten +wachten, hem naar den katheder te zien gaan, zijn groot rapport +aannemen en een buiginkje maken, waarbij zij altijd onwillekeurig even +meê boog met haar hoofd.</p> +<p>Maar toen ze dit jaar haar man zijn witten das zag aandoen—om +Ephor te wezen—(vroeger had ze altijd gemeend, dat hij even als +zij meêging uit belangstelling voor hun kleinen +Abraham)—toen kwam het haar zoo akelig voor, dat de ouders dien +eenen keer op het slotfeest kwamen, terwijl zij ’t heele jaar hun +arme kinderen aan hun lot overlieten.</p> +<p>Ze wilde niet langer meêdoen aan die comedie—haar man op +een hoogen stoel naast den burgemeester te zien zitten als een +vertegenwoordiger van de deelneming der ouders in de school; ook wilde +ze haar tranen niet vermengen met die van de vele gedachtelooze +moeders, die over de mooie woorden van den rector zaten te schreien, +als hij aandoenlijk sprak over de school, en het huis, en het tehuis +hier boven.</p> +<p>Daarom liet zij den professor alleen met Abraham <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2352" href="#xd20e2352" name= +"xd20e2352">118</a>]</span>gaan, zonder de reden op te geven; maar de +professor begreep het en vroeg daarom niet.</p> +<p>Intusschen dreigde haar morgen bizonder vervelend te worden; ze had +toch wel lust om naar ’t schoolfeest te gaan; maar ze had zich nu +eenmaal voorgenomen het niet te doen. Eindelijk nam ze haar hoed en +parasol, om een groote wandeling te doen; ’t was de eerste Juni +en helder, frisch zomerweer met noordenwind.</p> +<p>Ze ging den kant uit naar de nieuwe fabriek. Michal Mordtmann had +haar zoo dikwijls gevraagd daar eens te komen, zoodat hij haar al zijn +heerlijkheden kon laten zien.</p> +<p>Zij ging er heen zonder bekommering; ’t was immers een +eerlijke zaak; alle menschen waren er geweest en bovendien—wat +gaf ze daarom?</p> +<p>Toch was ze niet heelemaal vrij van wat hartklopping toen ze op de +hoogte stond en in het kleine dal tusschen de heuvels neer zou gaan, +waar de nieuwe gebouwen waren opgetrokken.</p> +<p>Ze ontdekte hem al in de verte. Hij stond heel beneden bij de kade +op een zwaar gehouwen blok graniet; in de eene hand hield hij een rol +teekeningen, met de andere wees hij, terwijl hij orders gaf aan de +arbeiders, die bezig waren ijzeren platen uit een boot op te hijschen +met de nieuwe kraan.</p> +<p>Het grijze zomerpak zat strak om zijn slank lichaam; op ’t +hoofd had hij een onmogelijken Engelschen hoed, die hem uitstekend +stond; hij had een korte broek aan en in plaats van de groote laarzen +droeg hij om het warme, droge weer, linnen schoenen met gele +riemen.</p> +<p>Men kon zich „de arbeid” niet in eleganter vorm +voorstellen; en zooals hij daar stond op dat solide voetstuk, zoo +intelligent en zelfbewust, met zijn rol teekeningen <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2368" href="#xd20e2368" name= +"xd20e2368">119</a>]</span>zag hij er juist uit, zooals het voor een +ingenieur van onze dagen past.</p> +<p>Toen hij haar voor de tweede maal zag, sprong hij van den steen; +want toen hij haar voor ’t eerst ontdekte—boven op den +heuvel, was hij op den steen gesprongen. Hij snelde haar tegemoet en +heette haar vroolijk welkom in zijn koninkrijk; en dadelijk wilde hij +beginnen met haar alles te laten zien.</p> +<p>„Maar ik dacht, dat u het druk hadt; kunt u zoo maar van +’t werk weggaan?<a id="xd20e2375" name="xd20e2375"></a> U moet +heusch niet om mij——”</p> +<p>„Ach...... dat is zoo erg niet; nu ik ze aan den gang geholpen +heb kunnen ze wel voort zonder mij.”</p> +<p>Ja—dat was een waar woord! dachten de arbeiders; zij hadden +niet begrepen waarom de chef—zoo wilde hij genoemd +worden—op eens op den steen sprong en begon te roepen en te +commandeeren; maar toen zij die dame zagen, begrepen ze ’t +allemaal wel.</p> +<p>Zij gingen samen—Mordtmann en Mevrouw Lövdahl, tusschen +de gebouwen door en hij begon te verklaren. Zij had <span class="corr" +id="xd20e2383" title="Bron: pleizier">plezier</span> in al die +wonderlijke inrichtingen en hij had buitengewoon veel plezier in haar +onhandige vragen.</p> +<p>Zij lachten dikwijls en kwamen in een vroolijke ongedwongen stemming +aan het kantoor, waar hij haar overhaalde om binnen te komen en zijn +port te proeven.</p> +<p>De bel van de fabriek had intusschen twaalf uur geluid; en de +arbeiders gingen in groepen naar de stad of naar het arbeidersgebouw, +waar een eetlokaal was.</p> +<p>’t Kantoorpersoneel was ook verdwenen toen de chef en Mevrouw +Wenche aan het kantoor kwamen. De gang, die naar de kamer van den chef +leidde, was half versperd door veel stukken van machines, <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2392" href="#xd20e2392" name= +"xd20e2392">120</a>]</span>van staal en glimmend koper, die voorloopig +daar waren neergezet, om niet in den weg te staan en goed bewaard te +worden.</p> +<p>Mordtmann maakte excuses, omdat het er zoo nauw was.</p> +<p>’t Kantoor van den chef was het eenigste in de fabriek, dat +heelemaal afgewerkt scheen te zijn. Het was Engelsch: gezellig en mooi +ingericht.</p> +<p>Toen Mevrouw Wenche in de groene, met leer overtrokken sofa ging +zitten, voelde zij zich toch niet geheel op haar gemak. ’t Was +zoo stil geworden; geen mensch in den omtrek, geen gedruisch van +ijzeren platen of hamerslagen, geen stemmen,—alleen enkele +haastige voetstappen van iemand, die vlug naar zijn middagmaal +ging.</p> +<p>„Ik moet trouwens gauw weg,” zeide zij en maakte haar +hoed los. Het was warm.</p> +<p>„O, goede hemel! wij hebben allen tijd: ‘Uw man wacht u +zeker niet thuis vóór ’t eten.’<span class= +"corr" id="xd20e2405" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Neen,—Carsten is ook Ephor vandaag,” antwoordde +ze vroolijk; maar had er onmiddellijk spijt van, want ze zag, dat hij +dat dadelijk opvatte als iets van haar man, waar zij samen gewoonlijk +om lachten. En dat was haar bedoeling niet.</p> +<p>„Uw man is zeker over ’t algemeen meer in touw, dan hij +eigenlijk wezen moest.”</p> +<p>„Meer—in touw?”—</p> +<p>„Ik bedoel,—als men een vrouw heeft als u—Mevrouw +Wenche!—de man, die zoo gelukkig is, heeft, dunkt me—de +verplichting...”</p> +<p>„Nu, nu! Mr. Mordtmann! U weet het—correct!”</p> +<p>„En u is het juist, die niet hebben wilt, dat ik correct ben, +Mevrouw.”</p> +<p>„Ja, maar nu wil ik het,—op dat ééne punt +begrijpt u?” <span class="pagenum">[<a id="xd20e2422" href= +"#xd20e2422" name="xd20e2422">121</a>]</span></p> +<p>„Ik begrijp het niet, maar ik gehoorzaam. Er is trouwens +niets—wat een woord van U......”</p> +<p>„Spaar uw woorden. Drink liever uw wijn uit.”</p> +<p>„Voor liefde is wijn maar een slecht geneesmiddel, Mevrouw +Wenche!”</p> +<p>„Bah”—antwoordde ze en ontweek zijn oogen, terwijl +ze haar hoed terecht zette.</p> +<p>„Gaat u heen?—Is u boos op me?”</p> +<p>„Neen, dat ben ik niet; maar ik ben bang dat ik het gauw +worden zal.”</p> +<p>„Maar waarom?—U kunt me toch niet verbieden—van u +te houden—”</p> +<p>„Mijnheer Mordtmann! Wat is dat leelijk van u! En hoe dom van +u onze vriendschap te bederven.—Wilt u mij uitlaten?”</p> +<p>„Ik heb niet anders gezegd, dan wat u al wist,” +antwoordde hij eerbiedig en neerslachtig, terwijl hij de deur voor haar +openmaakte; „mag ik u naar de stad brengen?”</p> +<p>„Neen,” antwoordde Mevrouw Wenche, en ging hem voorbij; +maar in haar pogingen om boos te kijken en gauw weg te komen, stootte +ze tegen de stukken van machines, die in den gang stonden; een geraas +volgde, alsof er iets dreigde om te vallen en plotseling greep hij haar +om het middel en rukte haar terug in de kamer; op ’t zelfde +oogenblik viel er een zwaar stuk metaal—naar binnen op den +drempel.</p> +<p>„Pardon,” zeide hij kalm en zette het zware ding weer +overeind tegen den muur; „’t Is eigenlijk te dwaas, dat die +dingen hier staan; wees u nu voorzichtig, Mevrouw, en loop nu vlak +langs deze muur.”</p> +<p>„Maar lieve hemel!” riep Mevrouw Wenche nog heelemaal +verschrikt en vol respect voor zijn kalmte: „ik had hier wel dood +kunnen blijven!—het is hier een gevaarlijk huis!” +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2448" href="#xd20e2448" name= +"xd20e2448">122</a>]</span></p> +<p>„En dit was een hoogst ongelukkig bezoek,” voegde hij er +bij met een buiging, toen zij de huisdeur uitging.</p> +<p>„Nu? hoe zal het gaan?” vroeg ze zonder om te zien. +„Gaat nu meê naar de stad of niet?”</p> +<p>„Maar u zei immers zelf......”</p> +<p>„Ja, maar daarna hebt u mijn leven gered,” antwoordde ze +lachend: „en dan ook: natuurlijk geen woord meer +daarover!”</p> +<p>Hij beloofde alles en liep vlug weg om zijn hoed te halen.</p> +<p>Hij hield zijn woord—tot haar groote verwondering. Hij sprak +vroolijk en natuurlijk zonder ook maar op eenige manier ergens den +nadruk op te leggen; zelfs in zijn oogen was niets, dat pijnlijk voor +haar zou kunnen zijn, toen zij afscheid namen.</p> +<p>Mevrouw Wenche was heel tevreden over zich zelf. Nu <span class= +"corr" id="xd20e2464" title="Bron: bad">had</span> ze hem eens voor al +op zijn plaats gezet. En ze was ook over hem tevreden.</p> +<p>Hij had begrepen, dat dit niets baatte. En zoo wilde ze hem houden, +rustig, op die vrije, prettige manier, zonder dien voortdurenden angst, +dat hij te ver zou gaan.</p> +<p>Ze kwam bizonder opgewekt thuis. In lang had ze zich niet zoo blij +en jong en licht van binnen gevoeld;—haar geweten was ook +verlicht, omdat ze hem de waarheid had gezegd: die zaak was nu in +orde.</p> +<p>Ze ging voor de piano zitten, terwijl ze op den professor en Abraham +wachtte; maar ze stond weer op en maakte haar haren wat in orde voor +den spiegel—al neuriënde.</p> +<p>—Intusschen had Abraham wat gedrongen gezeten tusschen zijn +kamaraden, en de professor naast den burgemeester. De groote feestzaal +van de school was propvol kinderen en volwassenen. Er was een +onverdragelijke warmte, vol gemengde geuren. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2475" href="#xd20e2475" name= +"xd20e2475">123</a>]</span></p> +<p>De onvermoeide rector stond op den katheder en deelde de rapporten +uit, alle jongens oproepende in de volgorde, waarin zij nu geplaatst +waren.</p> +<p>Eerst kwamen er een paar voorloopige woorden over hen, die naar de +universiteit zouden gaan; daarop volgde de hoogste afdeeling van de +vierde klasse en dan de laagste—zij, die uit de derde klasse +waren overgegaan in de vierde.</p> +<p>„Hans Egede Broch!” <span class="corr" id="xd20e2483" +title="Bron: roep">riep</span> de rector; dat was No. 1; maar de +volgende was Abraham Knorr Lövdahl!<a class="noteref" id= +"xd20e2486src" href="#xd20e2486" name="xd20e2486src">1</a></p> +<p>Abraham sprong op; hij had zelfs niet durven denken No. 2 te worden, +ofschoon zijn examen goed geweest was. ’t Duurde een poosje voor +hij uit de bank komen kon. De professor volgde hem met de oogen om hem +toe te knikken, maar Abraham keek niet op.</p> +<p>De rector gaf hem het rapport met de woorden:</p> +<p>„Je bent vlijtig geweest, Abraham! en daarom is ook je examen +zoo goed gegaan. We hopen, dat wij,—je leeraren—ook in +andere opzichten over je tevreden zullen zijn in ’t volgend +jaar,—tevredener dan vroeger.”</p> +<p>Al Abrahams vreugde was voorbij! hij ging onzeker en onhandig naar +zijn plaats terug; en ’t was hem, alsof ’t heel koud en +doodstil in de zaal werd door al die koude oogen, die op zijn zondig +hoofd waren gericht.</p> +<p>Professor Lövdahl kuchte wat scherp; nu was het wel genoeg; het +stond hem niet aan, dat zijn zoon zoo openlijk gesignaleerd werd.</p> +<p>Het opnoemen van de nummers ging voort. Vaders en moeders luisterden +gespannen tot hij kwam—de <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2501" href="#xd20e2501" name="xd20e2501">124</a>]</span>naam, +waar zij op wachtten. Dan kwam er een oogenblik leven op hun gezicht, +als hun lieve zoon voor den katheder stond, maar daarna zonken allen +weer weg in hun onverschilligheid—warm,—onaangenaam te +moede;—was ’t nu maar klaar, zoodat de rector zijn +toespraak kon houden!</p> +<p>Maar voor de kleinen was dat opnoemen van nummers heel wat anders. +Eergierigheid, ijdelheid, teleurstelling en wanhoop tot gevoelloosheid +toe; wangunst en haat, hoogmoed en vreugd over ’t leed van +anderen—tot wraakzucht toe, dat alles ging door de rijen dicht +opeengepakte hoofden. ’t Was een heele oefening om zich in +’t leven vooruit te dringen, boven elkaar te komen, al was +’t maar één nummer; gelijkheid en kameraadschap +moesten vergeten worden, om hen er aan te wennen zich met anderen in +strijd te voelen om rang en roem; ze leerden benijden wie boven hen +stonden, en verachten wie beneden hen waren.</p> +<p>En terwijl er ’t heele jaar door niets gezegd of gedaan was om +het moeilijke verwerven van kennis tot een gemeenschappelijken arbeid +in broederschap en vreugd te maken, zoo werd ook nu aan het slot geen +woord gesproken over kennis, die gelijkheid en broederzin brengt; maar +die kennis zelf werd zorgvuldig gebruikt om hen allen te nummeren, te +rangschikken—naar boven en naar beneden.</p> +<p>Eindelijk waren de 319 rapporten voorgelezen en uitgedeeld. De +rector veegde zijn kaal voorhoofd af en beloonde zich zelf met een half +lood snuif in ieder neusgat. Daarop begon hij zijn lange toespraak met +afscheid te nemen van hen, die de school hadden afgeloopen: vier lange, +bleeke jongelingen in vier lange jassen, die er uitzagen, alsof ze in +een stijve zwarte stof waren uitgehouwen. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2509" href="#xd20e2509" name="xd20e2509">125</a>]</span></p> +<p>Als het waar is, dat men den boom kent aan zijn vruchten, kon het +wat vreemd schijnen, dat dit groote geleerde toestel met die vele en +overvolle klassen niet meer dan deze vier specimina aan de eerwaarde +Universiteit afleverde; maar de reis naar den Parnassus is lang en +moeilijk. Onderweg vallen er zoo velen af; maar daarom zijn ’t +ook de buitengewoon krachtigen, die het doel bereiken.</p> +<p>De rector hoopte, dat deze vier specimina de school eer zouden +aandoen, maar vóór alles wilde hij hun smeeken den +kinderzin en het kinderlijk geloof te bewaren, die zij van de school +meêbrachten. Dan ontwikkelde hij het begrip „school” +en koos daarvoor als uitgangspunt de oorspronkelijke beteekenis van het +woord. „Een school,” zei hij<span class="corr" id= +"xd20e2515" title="Niet in bron">,</span> „werd de naam van de +veilige plaats, waar de jeugd,—nog niet bereikt door de zorgen +des levens...”</p> +<p>„Een verduiveld veilige plaats, zeg” mompelde Morten +Kruse, en stootte Abraham aan,—maar deze verroerde zich niet en +vertrok geen spier; hij was zoo bang, dat iemand zou denken, dat hij +niet stil zat. Nu dacht Abraham er ’t meeste aan, dat hij No. 2 +was. Zoo hoog had hij nog nooit gezeten; en intusschen ging de rector +voort te verklaren hoe de school een voorbereiding voor het leven, en +vooral een vorming tot <span class="letterspaced">zedelijkheid</span> +was.</p> +<p>„Deze uitdrukking,” ging hij voort, „die zoo als +bij onze oude leermeesters—de Grieken en de Romeinen, het hoogste +en edelste uit de beschaving beteekent, is maar een zwakke aanduiding +voor het einddoel van de beschaving, dat wij voor oogen moeten hebben. +Want over ons straalt de zon der openbaring; wij onderscheiden niet +alleen door de nevelen van dit aardsche bestaan een hooger leven aan +gene zijde van het aardsche; maar voor ons is een uitzicht geopend, +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2525" href="#xd20e2525" name= +"xd20e2525">126</a>]</span>licht en vrij en heerlijk! op een hemelsch +Vaderland. Dus niet alleen tot burgers, niet alleen tot menschen, maar +voor en boven alles tot christenen moeten onze jongelieden gevormd +worden. Het licht van den godsdienst moet de wetenschap bestralen, haar +waarheden zullen allen in dat licht hun uitgang, hun beteekenis en hun +einddoel vinden.”</p> +<p>De kleinen sliepen in door de warmte en door die lange toespraak, +die even vervelend was als een preek. De zomerzon scheen dwars door de +dunne, blauwe gordijnen, zoodat een bleek lijkachtig licht over de +zwarte groep leeraren viel, die links van den katheder bijeen +stonden.</p> +<p>Het stekelvarken stond overeind te slapen. ’t Was een +overlevering op school, dat hij dat kon; de onderdirecteur Abel keek +door zijn lorgnet naar de dames; de adjunct Borring had zich in een +hoek teruggetrokken en nam stilletjes de kans waar een veeren pen te +snijden; maar de blinde darm stond in gedachten de vreeselijkste +gezichten te trekken, wat zijn lieve discipelen ten zeerste +vermaakte.</p> +<p>Maar allen zagen er uit, alsof het geheel hen innig verveelde en zij +naar het eind van die comedie verlangden.</p> +<p>„En gij, mijn geliefde medearbeiders!” zei de rector met +bewogen stem, „gij, die u aan de moeilijke, maar schoone roeping +gewijd hebt, de jeugd in kennis en zedelijkheid in dezelfden +christelijken geest te leiden, moge de Almachtige u steeds kracht +verleenen om met dezelfde toewijding, met denzelfden ernst, met +dezelfde liefde aan uw levenstaak vol verantwoording te arbeiden. +Ontvangt mijn dank en die van de school voor het afgeloopen jaar; en +geve God, dat wij hier weer gezond en frisch mogen bijeenkomen om weer +in Jezus’ naam ons werk ter hand te nemen.” <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2535" href="#xd20e2535" name= +"xd20e2535">127</a>]</span></p> +<p>Daarop wendde hij zich tot de kleinen en smeekte hen zoo vurig zich +toe te leggen op alle christelijke deugden en te arbeiden in dienst van +het goede, zooals het kinderen des lichts betaamt.</p> +<p>Hier begonnen vooral de moeders te schreien en de goede rector sprak +voort over het kind, over ’t kinderhart en het kinderlijk geloof. +Na een warm nagebed stond de geheele school op en zong:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">„Zie op ons werk met Vaderoogen</p> +<p class="line xd20e2543">Gij die het Al geschapen hebt,”</p> +</div> +<p class="firstpar">waarop de rector nog een „Onze Vader” +bad en toen was het feest eindelijk voorbij.</p> +<p>’t Gedrang was groot bij het uitgaan; want niets of niemand +kon de jongens terughouden.</p> +<p>Hoewel de regel was, dat de leerlingen wachten moesten, tot de dames +en de toehoorders de zaal verlaten hadden en eerst dan in goede orde +heengaan, klasse voor klasse, liepen toch steeds meer van hun plaats, +drongen tusschen de dames door en verdwenen.</p> +<p>Warm en met beschreide gezichten stroomden de moeders eindelijk naar +buiten—er waren maar heel weinig vaders; het deed haar zoo goed +de jeugd zoo bijeen te zien, en hoe heerlijk en ernstig had de rector +gesproken.</p> +<p>Hij had trouwens die toespeling aan het slot wel achterwege kunnen +laten, die opmerking, dat er vrij wat onverschilligheid onder de ouders +heerschte voor het werk van de school. Dat was tenminste iets, dat niet +op een van hen van toepassing was; dat had hij liever aan de ouders +moeten zeggen, die niet gekomen waren, ... b.v. aan Mevrouw +Lövdahl!</p> +<p>Dat was toch al te erg, en dat nog wel terwijl haar man Ephor was! +Maar zij kwam nooit, waar men Gods woord hooren kon. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2558" href="#xd20e2558" name= +"xd20e2558">128</a>]</span></p> +<p>Kinderen en volwassenen stroomden naar de schoolplaats; zoete +jongens liepen netjes naast hun ouders met het rapport opgevouwen in de +hand, anderen gingen achter het gebouw en scheurden het hunne in +stukken en vertrapten het; anderen stoven weg met Indianengeschreeuw en +vroolijke sprongen; maar de vier stijve, zwarte jassen wandelden achter +de leeraren aan om een glaasje wijn in de huiskamer van den rector te +drinken.</p> +<p>Abraham ging naar huis met zijn vader.</p> +<p>Professor Lövdahl was bewogen. Terwijl ze naast elkaar liepen; +zei hij tot hem: „Je bent flink geweest Abraham! En ik zie +daarin, dat je je best doet weer in orde te maken, wat je verkeerd +gedaan hebt. En nu spreken we daar niet meer over. Ik zal er ook met +den rector een woordje over spreken, dat hij die zaak niet meer +aanroert.”</p> +<p>Abraham stormde de kamer in en riep: „Moeder, Moeder! Ik ben +No. 2!”</p> +<p>Mevrouw Wenche kwam hem even stralend van geluk tegemoet loopen, ze +nam hem in haar armen, kuste hem en danste met hem; en toen de +professor binnenkwam met het gewone: „Stil—kinderen” +lachte ze maar, nam den arm van haar zoon en ging aan tafel.</p> +<p>De professor wilde wijn aan tafel hebben, en ’t werd een +familiefeestje. Abraham voelde zich zoo licht als een vogel; en toen de +professor met hem klonk, vond hij, dat zijn vader toch de beste, de +grootste man van de wereld was.</p> +<p>Maar dezen dag voelde hij zich ook zoo tot zijn moeder aangetrokken. +In lang had hij dat gevoel niet gehad.</p> +<p>Eigenlijk hield hij toch evenveel van beide en hij was als in een +roes van zaligheid, terwijl dat wat hij had <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2576" href="#xd20e2576" name= +"xd20e2576">129</a>]</span>doorgemaakt een sombere herinnering werd, +die hij liefst vergeten en uitwisschen wou.</p> +<p>„Ja, is ’t nu niet zooals ik zei?” riep de +professor uit, toen zij vertelde, waar zij geweest was. „Voor die +fabriek heb je toch een warme belangstelling.”</p> +<p>Ze lachte maar en sprak hem niet tegen. Vandaag voelde ze zich zoo +wonderlijk licht te moede, zoo heel gelukkig.</p> +<div class="figure xd20e2583width"><img src="images/o129.png" alt= +"Ornament." width="135" height="149"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e2587" href="#xd20e2587" name= +"xd20e2587">130</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e2486" href="#xd20e2486src" name="xd20e2486">1</a></span> In +Noorwegen dragen de kinderen vóór den naam van den vader +die van de moeder. Ook de vrouw draagt haar eigen naam +vóór dien van haar man. Mevr. Lövdahl heet officieel +W. Knorr Lövdahl.</p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt="Negende hoofdstuk." +width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e2589" class="main">Negende hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e2591"><span class="xd20e2591init">A</span>brahams +aanneming was steeds uitgesteld of liever; er was nooit over +gesproken.</p> +<p>Want de professor wist maar al te goed, dat Mevrouw Wenche er zich +met alle macht tegen verzetten zou; reeds van af den tijd, dat haar +zoon klein was, had ze gezegd: „Aangenomen zal hij niet +worden.”</p> +<p>Haar man had gezwegen en de quaestie ontweken. Hij had gedacht: +„die dan leeft, die dan zorgt.” En het was zijn gewoonte +niet, iets onaangenaams aan te pakken, zoolang hij het ook maar +eenigszins vermijden kon. Daarom had hij de zaak laten rusten, tot +Abraham zijn 16de jaar intrad en dat was vrij laat voor de aanneming, +volgens ’t gebruik in de stad.</p> +<p>Maar nu in ’t najaar moest hij worden ingeschreven; want +aangenomen zou hij worden—dat stond even vast bij den professor, +als het tegenovergestelde bij zijn vrouw.</p> +<p>Op een morgen, terwijl zij zich kleedden,—Abraham <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2601" href="#xd20e2601" name= +"xd20e2601">131</a>]</span>was juist naar school gegaan,—begon de +professor kalm en alsof het van zelf sprak.</p> +<p>„Ja, nu denk ik er over om Abraham in de volgende maand bij +proost Sparre te laten inschrijven.”</p> +<p>„Inschrijven?...... bij Sparre?...... wat in de wereld zeg je +toch?” Mevrouw Wenche keerde zich haastig op haar stoel om; zij +zat voor den spiegel haar lang haar op te maken.</p> +<p>„Voor ’t aannemen, kind.”</p> +<p>„Je denkt er zeker niet aan, dat we aldoor afgesproken hebben, +dat Abraham niet aangenomen zal worden.”</p> +<p>„Afgesproken?—Neen Wenche, dat hebben we +nooit.”</p> +<p>„Maar heb ik dan niet honderdmaal gezegd: hij zal niet +aangenomen worden.”</p> +<p>„Ja, maar dat is geen afspraak.”</p> +<p>„Maar je bent het toch met me eens geweest. Je hebt er nooit +een woord tegen gezegd.”</p> +<p>„Ik heb er geen woord van <span class="corr" id="xd20e2622" +title="Bron: gezgd">gezegd</span>, zoolang de zaak niet aan de orde +was. Maar van jouw kant moet je toch toegeven, dat je voor zoover je +mij kent er toch volkomen van overtuigd kon zijn, dat ik wilde, dat de +jongen aangenomen zou worden, zooals de gewoonte is.”</p> +<p>„Hoe kun je nu met ‘de gewoonte’ aankomen, +Carsten! In zoo’n ernstige zaak!”</p> +<p>„Laten we nu eens probeeren over deze ernstige zaak te spreken +zonder heftig te worden, lieve Wenche! want uit heftigheid komt nooit +iets goed voort. Denk er nu eens over na, of je ’t recht hebt je +zoon in een heel anderen toestand te brengen dan alle anderen, wat hem +in zijn leven bemoeilijken en aan alle kanten belemmeren +kan.”</p> +<p>„Dat is juist de groote weldaad, die ik mijn zoon <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2631" href="#xd20e2631" name= +"xd20e2631">132</a>]</span>bewijzen wil: hem tot een uitzondering te +maken tusschen al die huichelaars en leugenaars.”</p> +<p>„Groote woorden—Wenche! ’t Is alsof je meent dat +je zoon niet anders kan zijn en nooit wat anders worden, dan wat je +zelf bent.”</p> +<p>„Wat bedoel je?”</p> +<p>„Heb je nooit over de mogelijkheid gedacht, dat Abraham een +christen kon worden? Ja—ik weet wel, wat je zeggen wilt. Je hebt +nu eenmaal niet veel vertrouwen op mijn christendom; maar kun je je +niet voorstellen, dat Abraham misschien een oprecht christen zou kunnen +worden?”</p> +<p>„Jawel,” antwoordde Mevrouw Wenche in gedachten en keek +voor zich uit. „Daar heb ik dikwijls over gedacht. En je moet +niet denken; dat ik dat zou tegengaan, of het als een ongeluk +beschouwen voor hem of voor ons. Dat is het juist. Oprechtheid is alles +voor me. Halfheid, leugen en huichelarij—dàt is ’t +wat ik uit het leven van mijn zoon houden wil.”</p> +<p>„Ja, maar als je volkomen oprechtheid wilt, moet je ook volle +vrijheid toestaan.”</p> +<p>„Dat doe ik ook; hij mag gerust kiezen.”</p> +<p>„Neen, pardon! Je geeft hem geen volle vrijheid om te kiezen, +als je hem buiten iets houdt—of hem een trap van ontwikkeling +laat overspringen, die al de andere jonge menschen +doormaken.”</p> +<p>„Maar juist die trap van ontwikkeling—zooals jij +’t noemt, die is juist de poort tot den leugen,—dat is mijn +vaste overtuiging!”</p> +<p>„Daar twijfel ik niet aan, Wenche! er kan zeker ook allerlei +tegen het aannemen worden gezegd; maar hier is nu geen sprake van wat +jij gelooft of wat ik geloof, maar van Abraham’s geloof. ’t +Is niet, omdat ik zelf—hm”—hun oogen ontmoetten +elkaar in den spiegel,—„nu, ik ben nu eenmaal niet +godsdienstig <span class="pagenum">[<a id="xd20e2652" href="#xd20e2652" +name="xd20e2652">133</a>]</span>aangelegd, zooals jij, en ’t is +dus niet om die reden, dat ik mijn zoon in de christelijke leer wil +laten opvoeden. Maar naar mijn meening hebben noch jij, noch ik het +recht om hem iets te onthouden, wat hem kan helpen bij die keus, of hem +tot iets te dwingen, wat het hem onmogelijk maakt te kiezen. Hoe kunnen +we nu eerlijk tegenover onzen zoon staan, als we niet tegen hem zeggen: +Wil je dezen proef met jezelf nemen? Of heb je al van te voren +gekozen?”</p> +<p>„Nu verdraai je de boel, Carsten.”</p> +<p>„Neen, dat doe ik niet. Abraham is oud genoeg om te begrijpen +waar het om gaat; daarom heb ik zoolang gewacht; laat hem zelf kiezen +of hij wil worden aangenomen of niet. Dat dunkt mij, dat jij, met je +sterk gevoel voor vrijheid en rechtvaardigheid goed moet +vinden.”</p> +<p>„Nu goed, laat hem kiezen!” riep Mevrouw Wenche; maar +dadelijk liet zij er op volgen: „Ach neen,—wat geeft dat? +zoo’n jongen!—hij kiest natuurlijk te zijn als alle +anderen—om rust te hebben. Neen, neen Carsten! ’t is zonde +om hem met open oogen in leugen en knoeierij te zenden.”</p> +<p>„Zeg eens<span class="corr" id="xd20e2662" title= +"Bron: .">,</span> Wenche! Hoe lang heb je je voorgesteld voor je zoon +te kiezen? Wil je mettertijd ook een vrouw voor hem kiezen?”</p> +<p>„Dat is onzin, Carsten. Ik ben het immers, die er altijd op +sta, dat hij zijn vrijheid hebben moet.”</p> +<p>„Dat is een wonderlijk soort van vrijheid! Als Abraham nu +wezenlijk kiest om aangenomen te worden—”</p> +<p>„Dan is ’t alleen, omdat hij nog niet wijzer is op dit +oogenblik.</p> +<p>„En als hij nu over een paar jaar niet wijzer is en een vrouw +wil nemen, waarvan je vast en zeker overtuigd bent—zooals je +gewoonlijk bent,—dat ze je zoon grenzenloos ongelukkig zal maken, +wat dan?” <span class="pagenum">[<a id="xd20e2674" href= +"#xd20e2674" name="xd20e2674">134</a>]</span></p> +<p>„’t Is wezenlijk een ellende met je te +praten—Carsten! want je haalt alles door elkaar.”</p> +<p>„Laat ons nu niet heftig worden, want dat dient nergens voor. +Ik vond juist, dat we hier zoo kalm en goed over praatten. Zou ik het +nu wel zijn, die alles door elkaar haalt? Zou jij ’t niet eerder +zijn, die in je groote liefde voor Abraham onwillekeurig wat van de +tyrannie mengt, ... pardon! die onafscheidelijk is van alle liefde? Zou +jij niet, in je ijver om hem ’t beste te bezorgen, voortdurend +voor hem willen kiezen? terwijl je toch zoo dikwijls gezegd hebt, dat +het ’t beste is, dat een mensch zelf kiest.”</p> +<p>„Ik wil graag kalm zijn—Carsten! en ’t is niet om +onvriendelijk te zijn, dat ik het zeg; maar ’t is heusch +gevaarlijk om met je te praten; want je draait me rond en zet alles +ondersteboven. Nooit zou ik geloofd hebben, dat ik gewillig mijn zoon +voor het aannemen zou zien voorbereiden; maar nu komt het me bijna +voor, dat er iets van aan is wat je zegt.”</p> +<p>„Ja, ik geloof, dat ik dezen keer ’t meest in +overeenstemming met je principes ben,” antwoorddde de professor, +die nu geheel gekleed was en wilde heengaan.</p> +<p>„Maar dat zeg ik je,” riep plotseling Mevrouw Wenche, +toen hij al op den drempel stond, „op den morgen, dat Abraham +naar de kerk moet om die ongelukkige belofte af te leggen, wil ik als +zijn moeder het recht hebben hem te vragen of hij weet wat hij doet. En +is hij dan niet volkomen oprecht en eerlijk, dan zal noch jij noch +eenig dominé in de wereld het gedaan krijgen, dat mijn zoon +heengaat en een leugen zegt!”</p> +<p>„Dat mag je doen, zoo als je zelf wilt,” antwoordde haar +man en ging heen. „Die dan leeft, die dan +zorgt”—Voorloopig had hij gedaan gekregen wat hij +verwachten kon. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2687" href= +"#xd20e2687" name="xd20e2687">135</a>]</span></p> +<p>Maar Mevrouw Wenche was onrustig en ontstemd; zij had een pijnlijk +gevoel, dat haar man haar listig haar toestemming tot het aannemen +ontlokt had—dat aannemen—de walgelijkste comedie, die ze +kende.</p> +<p>Ze sprak er met Mordtmann over, en hij gaf haar in alles volkomen +gelijk; hij was nog heftiger in zijn uitdrukkingen. Maar overigens +interesseerde de quaestie hem niet zoo sterk.</p> +<p>Toen nam ze Abraham bij zich en sprak ernstig met hem op een avond, +dat de professor in de club was.</p> +<p>Ze legde hem uit, zoo duidelijk en openhartig als zij kon, wat ze +van dit dominé’s verzinsel:—het aannemen, dacht.</p> +<p>Ze liet hem zien dat die belofte, die ze eischten en aannamen van +minderjarige kinderen<a class="noteref" id="xd20e2699src" href= +"#xd20e2699" name="xd20e2699src">1</a> niets anders was dan het +vreeselijkste spelen met het ernstigste; dat het niet anders zijn +<span class="letterspaced">kon</span>—absoluut niet +anders—in aanmerking genomen de eischen, die het ware christendom +aan de menschen stelde—dan dat de jonge menschen bij troepen het +leven ingeleid werden door een grooten leugen heen, erger dan een +meineed. Wilde hij dat met open oogen meêdoen? of had hij +gekozen?</p> +<p>Als hij zonder vrees voor de menschen kon besluiten voort te werken, +zonder die verbintenis, die alleen bestond om verbroken te +worden,—kon hij dat, dan zou ze hem trouw helpen.</p> +<p>Abraham zat met neêrgeslagen oogen zonder te antwoorden, +zonder haar in de rede te vallen. ’t Was hem altijd pijnlijk, als +iemand met hem over godsdienst sprak. Op school leerde hij godsdienst +als <span class="pagenum">[<a id="xd20e2709" href="#xd20e2709" name= +"xd20e2709">136</a>]</span>ieder ander vak; en alleen de rector in zijn +redevoeringen, of als er iets niet in den haak was, sprak met nadruk +over God; de professor kon zoo nu en dan een uitdrukking doen als b.v. +„Je mag onze Lieve Heer wel bidden je daarvoor te bewaren,” +of iets dergelijks.</p> +<p>Abraham wist wel hoe hij moest staan kijken, als zooiets gezegd +werd, en kon ook wel een antwoord mompelen op den juisten toon; maar +akelig vond hij het toch.</p> +<p>En nu met zijn moeder was het nog erger; want het hielp niet of hij +bij haar met de gewone zinnetjes aankwam;—en den juisten toon +wilde zij precies <span class="letterspaced">niet</span> hebben; en hoe +zou hij toch in ernst op haar vraag kunnen antwoorden?</p> +<p>Ja,—natuurlijk wou hij aangenomen worden, zooals alle anderen; +’t was hem al lang een ergernis geweest, dat hij de laatste was +van alle jongens, die even oud waren als hij. Dat sprak immers van +zelf. En nu kwam zijn moeder en maakte het tot zooiets verschrikkelijk +gewichtigs, alsof ’t een keerpunt in zijn leven was.</p> +<p>En terwijl ze tegen hem bleef spreken, zoo ernstig en met een zachte +stem over waar en eerlijk wezen, in welk geloof het dan ook was, zat +hij er aan te denken hoe wonderlijk het toch was, dat juist zij zoo +sprak. Dat was toch de verkeerde wereld!</p> +<p>De rector, waarvan nu toch iedereen wist, dat hij een buitengewoon +godvruchtig man was, en zijn eigen vader, die ook godsdienstig +was—zoo matig,—juist genoeg, vond Abraham—die alle +twee, en behalve dat, alle christenmenschen in de stad, hielden het +aannemen in eere, ja zij zouden een woord tegen die heilige handeling +voor Godslastering houden. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2724" +href="#xd20e2724" name="xd20e2724">137</a>]</span></p> +<p>Maar zijn moeder, die zelf dikwijls gezegd had dat ’t met haar +geloof niet zoo heelemaal in orde was,—en Abraham had van +buitenaf toespelingen gehoord op erger dingen—dat zij nu dat +alles, waar ze zelf niet aan geloofde, en wat ze dus ook niet echt +begrijpen kon—dat zij het aannemen ernstiger, plechtiger opnam +dan de geloovigen zelf—dat vond hij al héél vreemd; +en terwijl hij daaraan dacht werd hij onwillekeurig een beetje +ongeduldig. Hoe kon zij, die zelf niet geloofde, hooger eischen stellen +dan de geloovigen! Zelf werd zij tenslotte ook ongeduldig toen zij den +jongen daar zag zitten als een stok: stijf en stom.</p> +<p>„Antwoord me nu, Abraham!—wat kies je? Wil je aangenomen +worden?—of wil je het niet?”</p> +<p>„Ik weet het niet”, antwoordde Abraham.</p> +<p>„Ja, maar dat moet je toch weten. Je ben nu groot genoeg om te +weten, dat je zelf moet kiezen. Denk er nu maar eens een paar dagen +over na; maar dàt wil ik je zeggen, wat ik van morgen tegen je +vader gezegd heb: op den dag, dat je naar de kerk gaat zul je eerst bij +mij biechten; en kun je dan niet naar waarheid tegen mij—je +moeder—zeggen: ‘Ik wil en kan die belofte afleggen’ +dan zul je niet naar dat leugenfeest gaan, zoo waarachtig als ik Wenche +heet.”</p> +<p>Een poos later kwam de professor thuis; ze gebruikten het avondeten +en er werd over andere dingen gesproken. Maar Abraham liep verscheidene +dagen rond met dat pijnlijk gevoel van te moeten kiezen.</p> +<p>Ja, natuurlijk wilde hij aangenomen worden! Als ze hem op school +vroegen of hij in ’t najaar voor zijn aannemen zou gaan leeren, +antwoordde hij ja. Over een paar weken moest hij ingeschreven worden; +zijn moeder vroeg hem niets; zijn vader ook niet. En intusschen ging de +tijd voorbij. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2738" href= +"#xd20e2738" name="xd20e2738">138</a>]</span></p> +<p>Op school was niet veel afwisseling; alleen had hij in de nieuwe +klasse meer Latijn en meer Grieksch. Hij begon langzamerhand zich bij +Broch aan te sluiten; vroeger had hij niet van hem gehouden. Maar nu +zaten ze naast elkaar als de twee hoogsten in de klasse en Abraham was +vlijtig geworden.</p> +<p>Kleine Marius had geen spoor achtergelaten. Hij was verdwenen; zijn +nummer door een ander bezet. De stroom sloot zich over hem, en zijn +naam werd nooit meer genoemd, omdat allen hem al spoedig vergeten +hadden. Het dagelijksch geblok in dezelfde kamer, in dezelfde vakken, +dezelfde lessen, ’t zitten—dat alles maakte, dat hun +gedachten zich niet bezig hielden met wat voorbij was. En Marius +Gottwald werd al gauw voor hen een kleine jongen, dien ze jaren geleden +gekend hadden, toen ze zelf klein waren en in de lagere klasse +zaten.</p> +<p>De eenige, die aan hem bleef denken, was Abraham.—Niet alleen +om die herinnering, die hem hinderde, en waaraan hij maar liefst zoo +zelden mogelijk dacht.</p> +<p>Mevrouw Gottwald, die nu niets meer in de wereld te doen had dan de +herinneringen aan haar lieven kleinen Marius te koesteren, klampte zich +aan zijn besten vriend vast.</p> +<p>Wanneer ze Abraham ook maar in ’t oog kreeg liep ze naar +buiten of klopte aan het raam.</p> +<p>Abraham vermeed dat ’t liefste; hij vond het niet prettig, als +iemand hem naar binnen zag gaan, en hij vond het ook niet prettig naar +Mevrouw Gottwald te luisteren.</p> +<p>Zoodra ze hem goed en wel op de sofa had gekregen, begon zij over +kleine Marius te praten. Ze kon immers den heelen langen dag geen woord +spreken over het eenige, waar ze dag en nacht aan dacht. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2753" href="#xd20e2753" name= +"xd20e2753">139</a>]</span></p> +<p>Schuw en teruggetrokken als ze was, had ze geen vriendinnen. Alleen +’s avonds kwamen de oude stamgasten,—de sombere gedachten +aan schande en berouw—de kleine kamer in en gingen in ’t +rond tegen de wanden zitten en staarden haar aan.</p> +<p>Er was een gast bijgekomen, erger dan de anderen. ’t Was het +knagend verwijt, dat zij uit ijdelheid haar zoon meer had willen laten +leeren dan zijn hoofd verdragen kon; maar daar durfde zij nooit over +spreken.</p> +<p>Overigens vertelde zij iederen keer hetzelfde, vroeg of het niet +waar was, dat kleine Marius de allerknapste in het Latijn geweest was, +en werd niet moede te vertellen, hoeveel hij van zijn vriend gehouden +had, hoe hij hem bewonderde en tot hem opzag;—„Ja, het ging +zóóver,”—hier lachte de bleeke dame met een +klein, flauw lachje—„dat ik, zottin!—heel jaloersch +werd op dien Abraham Lövdahl. Zie eens hier, achter in een van +zijn themaboeken heeft hij met groote letters geschreven: ‘A. L. +is de grootste held van de school.’ Dat ben jij—dat is +U......” Mevrouw Gottwald werd verlegen; ze wist bijna niet, of +ze „jij” kon blijven zeggen tegen Abraham; hij was zoo +stijf, zoo groote mensch-achtig.</p> +<p>’t Was haar ook niet mogelijk hem te bewegen om lang achter +elkaar te blijven of dikwijls terug te komen; tot ze eindelijk op +’t idee kwam hem op wijn en gebakjes te tracteeren; en dat hielp +een beetje.</p> +<p>Hij kwam nu soms uit zich zelf—liefst in ’t donker en +zat nogal geduldig naar de oude verhalen te luisteren; nu en dan +vertelde hij ook trekjes uit hun samenleven, die de arme Mevrouw +Gottwald in <span class="corr" id="xd20e2765" title= +"Bron: verrukkig">verrukking</span> brachten.</p> +<p>Maar Abraham sloop altijd stil heen en terug naar <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2770" href="#xd20e2770" name= +"xd20e2770">140</a>]</span>deze bezoeken, hij voelde wel, dat zijn +vader het in ’t geheel niet goed zou vinden, dat hij den omgang +met de moeder van kleine Marius aanhield.</p> +<p>Maar wie kan op zijn zestiende jaar de verzoeking van wijn en +boterspritsen weerstaan?</p> +<p>—Intusschen bleef Michal Mordtmann steeds even vol van zijn +fabriek, die nu bijna klaar was. Maar toen de herfstregens doorzetten +was ’t niet zoo prettig daar iederen dag heen te gaan. Daarom +richtte hij in de stad een kantoor in voor de fabriek +„Fortuna.”</p> +<p>Over zijn verhouding met Mevrouw Wenche was hij niet recht tevreden; +die ging al te langzaam vooruit,—misschien wel heelemaal niet. +Hij was nu zeer door haar bekoord; een liaison met zoo’n mooie en +interessante vrouw van zulk een liberaal man stelde hij zeer op prijs. +Dat zij werkelijk ook,—in alle geval bijna—verliefd op hem +was, dat wist hij zeker; hij had het al ontelbare malen aan +kleinigheden gemerkt.</p> +<p>Mevrouw Wenche had trouwens iets vreemds over zich gehad in den +laatsten tijd, iets zenuwachtigs, iets ongestadigs. Nu eens staarde ze +voor zich uit en sprak weinig; dan weer was ze zoo redenrijk, dat het +bijna pijnlijk werd.</p> +<p>Mordtmann was er van overtuigd, dat hij de oorzaak van al haar +gemoedsbeweging was en ze was juist in dezen tijd zoo mooi, zoo +bekoorlijk, dat de anders zoo voorzichtige man zijn zelfbeheersching +begon te verliezen.</p> +<p>In plaats van de bezoeken op het middaguur waren er op de lange +herfstavonden vertrouwelijke, langdurige gesprekken gekomen in de +schemering bij het schijnsel van den kachel. Mevrouw Wenche placht heen +en weer om de tafel te loopen; hij zat op de sofa in het roode +kachellicht. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2785" href="#xd20e2785" +name="xd20e2785">141</a>]</span></p> +<p>De professor was bijna altijd uit op dien tijd, maar soms kwam hij +ook thuis en vond hen zoo, en altijd waren zij of hij dan wat +verlegen.</p> +<p>Maar in Michal Mordtmann’s bloed was onrust—als hij daar +zat en haar zoo kalm en regelmatig langs zich heen zag loopen.</p> +<p>Ze was somber dien avond en zij spraken over den dood en over +treurige dingen; hij sprak weinig, zij antwoordde met een paar woorden, +en ze waren het er over eens, dat het leven niet veel waard was.</p> +<p>Maar dat was zijn stemming niet; hij ging met haar meê. Zelf +was hij vol ongeduld en hoop; hij berekende de gevolgen niet, en had +geen gewetensbezwaren; telkens als ze langs hem liep, kostte het hem +meer moeite haar te laten gaan, zonder op te springen en haar vast te +houden.</p> +<p>Na een pauze bleef zij vlak voor hem staan en zag hem in ’t +opgeheven gezicht.</p> +<p>„Maar waarom zit u nu dat alles te zeggen, wat u immers +heelemaal niet meent?”</p> +<p>„Ik ben het ook niet, die hier zit, en hier spreekt! ik weet +niet wat ik doe; ik weet alleen, dat ik <span class= +"letterspaced">dit</span> niet langer uithouden kan.”</p> +<p>Terwijl hij dit zei, had hij zijn arm om haar middel geslagen en +haar neer getrokken, zoodat zij in ’t schijnsel van ’t vuur +op zijn linkerknie zat.</p> +<p>Hij boog zijn hoofd over haar en kuste haar op de wang. „We +kunnen ons toch niet langer voor elkaar verbergen; het is toch +waar.”</p> +<p>„Ja, het is waar,” antwoordde ze mat en legde haar arm +op zijn schouder.</p> +<p>Maar langzamerhand maakte zij zich voorzichtig los en stond op.</p> +<p>„Neen, neen,” zei ze—als ’t ware nog half in +een droom. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2814" href="#xd20e2814" +name="xd20e2814">142</a>]</span></p> +<p>Maar hij sprong op en wilde haar grijpen, met hartstochtelijke +woorden, zonder samenhang.</p> +<p>„Neen—neen!” riep ze heftiger en op eens, als of +ze wakker werd: „raak me niet aan! Is u dwaas! Meent u, dat ik +twee mannen hebben wil?”</p> +<p>„Maar je bent nu van mij—van mij alleen.”</p> +<p>„Neen, neen volstrekt niet, bedenk toch......!”</p> +<p>„Denk zelf maar na, hoe vaak hebben we daar niet over +gesproken; heb je niet altijd het recht van de liefde +verdedigd?”</p> +<p>„Niet nu—niet zoo,—breng me niet in de war, laat +me met rust; zie toch eens wat we al niet vernielen;—neen, laat +het blijven als vroeger, of als dat niet mogelijk is; ga dan +heen!—Ik smeek u, Mijnheer Mordtmann, laat mij met +rust.”</p> +<p>„Maar ik dan,—ik? daar denk je niet aan. Wat moet er dan +van mij worden?”</p> +<p>Ze nam hem bij de schouders, keerde hem naar het licht en zag hem +oplettend in ’t gezicht. Hun beider ademhaling was kort en +ongeregeld, en zijn gezicht was bleek en vertrokken; terwijl hij +onverstaanbare woorden stamelde en haar handen heftig drukte.</p> +<p>„Wat heb ik gedaan!” riep Mevrouw Wenche; want zijn +hartstocht was zoo onmiskenbaar en waar op dat oogenblik, dat die haar +geheel overtuigde en sterk aangreep: „ik heb ons beiden kwaad +gedaan!”</p> +<p>„Neen, neen, dat heb je niet! je hebt gekozen, je bent de +mijne.—Als je me niet bedriegt!”</p> +<p>„Ik bedrieg je niet, beste vriend.”</p> +<p>„Kom dan!—Blijf niet halverwege staan. Wees de +mijne!”</p> +<p>„Luister nu, luister even naar een verstandig woord, we zijn +op dit oogenblik immers beide half toerekenbaar; nu moet <span class= +"letterspaced">ik</span> handelen, ik ben de oudste.” +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2845" href="#xd20e2845" name= +"xd20e2845">143</a>]</span></p> +<p>„Och......” viel hij haar ongeduldig in de rede, maar +zij legde de hand op zijn mond:</p> +<p>„Ga nu heen, ga heen, lieve Mordtmann en kom over een paar +dagen terug; we moeten beiden nadenken en alles overwegen. Laat ons +niet in den roes van dit oogenblik onherstelbaar verdriet over ons zelf +en anderen brengen. Doe nu wat ik zeg. Je weet wel dat ik gelijk +heb.”</p> +<p>Hij wilde niet luisteren, maar met smeeken en liefderijke woorden +drong ze hem naar de deur, nog eens greep hij haar aan en kuste haar; +daarop stoof hij de deur uit en liep half bewusteloos door de +vestibule.</p> +<p>Ze wierp zich op de sofa en hield de handen voor de oogen. Zijn +kussen brandden haar; ze had hem lief; daar lag een smart in, die haar +als vastsnoerde in een gelukzaligen angst en haar gedachten stonden +stil voor dat ééne.</p> +<p>Ze kon er niet toe komen aan haar man en aan haar zoon te denken; +maar een halfbewust gevoel van angst, waar ze al lang meê +gestreden had, mengde zich pijnlijk in deze onuitsprekelijke +verwarring.</p> +<p>Haar man kwam thuis. Hij ging uit de vestibule dadelijk in zijn +kamer. Daar hing een kastje aan den muur, waarvan hij den sleutel +altijd aan zijn sleutelring droeg en waarin hij enkele zeldzame +geneesmiddelen bewaarde;—de apotheek was niet bijzonder +vertrouwbaar.</p> +<p>De professor zocht een fleschje versterkende droppels uit, mengde +een sterke dosis met water en dronk het uit. Toen bekeek hij zijn +gezicht in den spiegel; dat was heel bleek.</p> +<p>Toen hij zoo een poos gestaan had, deed hij het licht uit en ging +door de huiskamer, om zich in zijn slaapkamer te wasschen, zooals hij +altijd deed, als hij ’s avonds van zijn visites thuiskwam. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2863" href="#xd20e2863" name= +"xd20e2863">144</a>]</span></p> +<p>„Goedenavond Wenche, zou je de lamp niet opsteken?” +vroeg hij, terwijl hij haar voorbij ging.</p> +<p>„Ja,” antwoordde zij van de sofa, zonder zich te +bewegen.</p> +<p>Abraham zat over zijn boeken. Hij was met Broch op de kamer van +Morten Kruse geweest, waar ze rookten, en hij had een warm hoofd en een +prikkelig gevoel in zijn huid; hij voelde zich niet wel.</p> +<p>„Nu—Abraham,” vroeg de vader, terwijl hij ouder +gewoonte heen en weer door de kamers liep onder ’t toilet maken. +„Heb je al een besluit genomen hoe het met het aannemen gaan +moet? Dat moet gauw gebeuren, als je er dezen keer bij wilt zijn. Of +wil je liever niet?”</p> +<p>„Ja, ik wil liever wèl.”</p> +<p>„Goed!—je weet, dat je daar vrij in bent. Wil je +aangenomen worden, dan mag je. Heb je ’t al aan Moeder +verteld?”</p> +<p>„Neen,—wilt u dat niet liever doen?”</p> +<p>„Neen,—waarom? Beste jongen, ga nu maar meteen naar +binnen en zeg het. Moeder is in de kamer.”</p> +<p>Abraham ging heel verlegen naar binnen.</p> +<p>„Zeg, Moeder,” begon hij toen hij een poosje bij de +kachel gezeten had; „ik geloof toch, dat ik voor mijn aannemen +leeren wil.”</p> +<p>„Ja, dat dacht ik wel,”—antwoordde Mevrouw Wenche +bijna hard. Ze was zoo volkomen in haar gedachten verdiept.</p> +<p>Maar Abraham kreeg een schok.</p> +<p>Dat ze dat nu zóó op kon nemen! Ze had hem zoo open en +liefdevol gezegd, dat hij zelf kiezen mocht. Hij sloop even verlegen +weg, als hij gekomen was; en hij begon al te rillen van angst voor dien +morgen, dat zijn Moeder bij hem zou komen om hem duchtig in verhoor te +nemen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2891" href="#xd20e2891" name= +"xd20e2891">145</a>]</span></p> +<p>—Toen Michal Mordtmann duizelend de huisdeur uitvloog, was hij +vlak op Professor Lövdahl aangeloopen, die juist thuiskwam.</p> +<p>De professor stootte met zijn stok op de steenen en het kwam +Mordtmann voor, alsof hij iets zeggen wilde, maar zich bedwong. Het +scheen hem ook toe, dat het gezicht van den professor een zonderlinge +uitdrukking had, toen hij vluchtig opzag en groette.</p> +<p>Maar hij was al te veel vervuld van wat er met Mevrouw Wenche +gebeurd was. Hij ging haastig naar huis en sloot zijn deur af, om +alleen en ongestoord zijn geluk te genieten.</p> +<p>Hij liet zich in zijn leuningstoel neervallen, sprong weer op en +liep heftig heen en weer, zocht het portret op, dat hij van haar had, +sprak er tegen en sprak tegen zich zelf,—gelukkig, zonder +belemmerende gedachten, trotsch dat hij zijn doel bereikt had.</p> +<p>Maar naarmate hij wat tot rust kwam, betrapte hij er zich telkens +op, dat hij aan den professor dacht. Dat was toch eigenlijk een +zonderling gezicht, dat hij gezet had.</p> +<p>Het begon Mordtmann onrustig te maken. Hij begon er over te denken +hoe ontzettend onvoorzichtig ze gehandeld hadden. Nog maar een paar +minuten later en de professor zou hen verrast hebben in een ontroering, +die onmogelijk te verbergen zou zijn geweest.</p> +<p>Dit moest heel anders ingericht worden,—die +verhouding,—als dat zou kunnen doorgaan en dat gaf zijn +overdenkingen een andere richting.</p> +<p>Hij stak een sigaar aan en ging zitten om na te denken. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e2908" href="#xd20e2908" name= +"xd20e2908">146</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e2699" href="#xd20e2699src" name="xd20e2699">1</a></span> In +Scandinavië worden de kinderen op hun veertiende jaar +aangenomen.</p> +</div> +</div> +<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o075.png" alt="Tiende hoofdstuk." +width="461" height="139"></div> +<h2 id="xd20e2910" class="main">Tiende hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e Proost Sparre +was met zijn cathechisanten bezig in ’t oude vergaderinglokaal +van de Haugianen en hoewel er een massa jongens waren, scheen het toch +maar een klein troepje in de groote, lage, grauwe zaal met vensters aan +drie zijden.</p> +<p>De cathechisanten waren zoo geplaatst, dat er een scherpe +afscheiding tusschen hen was.</p> +<p>Op een lange bank vlak voor den katheder zaten de kinderen van de +lagere school; ’t verst naar de hoeken de arme kinderen uit +West-end en de andere uithoeken van de stad.</p> +<p>Maar aan de rechterhand van den predikant, vlak bij den katheder, op +kortere banken die recht op den muur stonden, daar zaten de +goedgekleede jongens van de andere scholen; ’t gymnasium op de +eerste bank en Abraham heel bovenaan bij den predikant.</p> +<p>De proost had altijd een menigte cathechisanten, want hij had den +naam, dat bij hem de leerlingen er <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e2922" href="#xd20e2922" name="xd20e2922">147</a>]</span>veel +gemakkelijker „door kwamen” dan bij de andere predikanten +in de stad.</p> +<p>Onmogelijke domooren, die het al meermalen te vergeefs geprobeerd +hadden, werden zonder moeilijkheden door den proost aangenomen. En men +moest waarlijk niet zeggen, dat dit kwam doordat hij het niet zoo nauw +nam met hun kennis van het christendom. Men moest die domooren maar +eens hooren, als ze in de kerk stonden, op de cathechisatie! Ze +antwoordden van een leien dakje, en dat dikwijls op de allermoeilijkste +vragen uit de heele Pontoppidan.</p> +<p>Daarom werd de proost zeer bewonderd—meer dan hij +verdiende—eerlijk gezegd; want hij nam zijn geheime +maatregelen.</p> +<p>De proost wist namelijk even goed als ieder ander predikant of +leeraar, dat er onder de kinderen van de lagere school niet +één jongen of meisje was, die een syllabe begreep van wat +er in Pontoppidan’s boek stond. Daarom was het heelemaal +toevallig wat er in de minder heldere hoofden van het geleerde bleef +hangen en van buiten gekend.</p> +<p>Terwijl dus de knapsten onder hen op iedere vraag uit het heele boek +konden antwoorden, als hij maar oplette, dat hij woordelijk vroeg, +precies als de vraag luidde, waren er veel anderen, die maar een enkel +stukje ontgonnen grond in hun hoofd hadden, terwijl de rest een en al +vraagteekens bevatte.</p> +<p>Nu had de proost deze methode, dat hij scherp uitkeek naar de kleine +ontgonnen plekjes in al die hersens; en als hij merkte, dat er een paar +woorden als vastgespijkerd zaten in één van de domste +hoofden, dan schreef hij dat in een notitieboekje op.</p> +<p>Op den grooten dag, dat hij de cathechisanten in de kerk moest +overhooren te midden van de gemeente, was het een wonder, hoe hij kon +springen van ’t eene <span class="pagenum">[<a id="xd20e2937" +href="#xd20e2937" name="xd20e2937">148</a>]</span>onderwerp op het +andere, hier en daar een vraag doen en altijd den cathechisant +voorbereid vinden, en goed voorbereid.</p> +<p>De proost zelf was heel bezorgd voor dat geheim. In het kleine +notitieboekje stonden enkel getallen, die er voor den oningewijde +uitzagen als cijfers, die hij den kinderen onder de cathechisatie +gegeven had. Maar hij was alleen bezorgd, omdat hij heel goed inzag hoe +gemakkelijk zijn handelwijze verkeerd begrepen kon worden en verkeerd +uitgelegd.</p> +<p>Tegenover zijn eigen geweten daarentegen was hij volkomen +gerust.</p> +<p>Want als nu de geestelijke gaven zoo ongelijk verdeeld waren, en als +nu Pontoppidan misschien niet voor allen zoo gemakkelijk te begrijpen +was, dan zou het toch een groote onrechtvaardigheid zijn een jong +mensch, dat er om vraagt, den toegang tot de gemeente en de +genademiddelen te weigeren, omdat hij het vermogen miste iets van +buiten te leeren.</p> +<p>Aangenomen moesten ze nu eenmaal worden; er kwam waarlijk nooit +anders van dan last en misnoegen in de gemeente als men den kinderen +toegang tot de bevestiging weigerde; waarom zou men dan moeilijkheden +maken door onbillijke strengheid in zijn eischen? ’t Koninkrijk +Gods behoort aan de eenvoudigen van hart.</p> +<p>Nu en dan waren ze wel wat bedenkelijk „eenvoudig” en de +proost voelde zich dikwijls weinig op zijn gemak tegenover de +gymnasiasten, die soms bijna stikten van ’t lachen. Daarom was +hij ook wat koel en terughoudend tegenover Abraham in de eerste +dagen.</p> +<p>Abraham was buitengewoon oud voor een aannemeling, en de proost had +niet veel goeds van hem gehoord; ’t was buitendien ook bekend +genoeg dat <span class="pagenum">[<a id="xd20e2951" href="#xd20e2951" +name="xd20e2951">149</a>]</span>zijn moeder tot de vrijdenkers +behoorde. Maar langzamerhand kreeg hij een beter indruk van den jongen +Lövdahl; hij was eerbiedig en ernstig en vertrok geen spier op +zijn gezicht, als er de zonderlingste antwoorden van de lange bank +kwamen. Hij was daarentegen attent en hielp den proost de jas +aantrekken, gaf hem het boek opengeslagen aan en sprong op om het +potlood aan te geven als het viel.</p> +<p>En eindelijk vond de proost, voor wie deze uren met zijn +cathechisanten een marteling waren, er iets aangenaams in, dien +welopgevoeden jongen man zoo dicht bij zich te hebben. En in het eene +uur na het andere ontwikkelde zich een soort van <span class="corr" id= +"xd20e2955" title="Bron: vrienschappelijk">vriendschappelijk</span> +elkaar verstaan tusschen den proost en Abraham, zoodat ze elkaar +aanzagen als er iets bizonders onder ’t overhooren gebeurde, of +de proost mompelde een latijnsche aanhaling, die Abraham met een +bescheiden glimlach beantwoordde, onverschillig of hij die begreep of +niet.</p> +<p>De voorbereiding voor de aanneming werd daardoor een genoegen voor +Abraham. ’t Was al heerlijk om twee of drie uren in den morgen +van school weg te mogen gaan, en als hij bij den katheder van Proost +Sparre zat, had hij een prettig gevoel van de eerste te zijn.</p> +<p>Door zijn onderwijs op school kende hij ’t heele boek van +Pontoppidan al van buiten; zoodat hij niets wist van het ontzettend +werken voor en den <span class="corr" id="xd20e2962" title= +"Bron: verschikkelijken">verschrikkelijken</span> angst onder het +overhooren, die de wildste jongens van de lagere school bleek en stil +maakte met wijd opengesperde oogen.</p> +<p>Wat voor hen de gewichtigste gebeurtenis in hun levens was, een +naalde-oog om door te kruipen met de grootste inspanning van alle +krachten, dat was voor <span class="pagenum">[<a id="xd20e2967" href= +"#xd20e2967" name="xd20e2967">150</a>]</span>hem iets wat hem niet +inspannen kon; hoogstens kon het vervelend worden.</p> +<p>Maar dat werd het nu niet door zijn prettige verhouding met den +proost; en als hij een enkelen keer overhoord werd, spraken zij +gewoonlijk niet over Pontoppidan, en ’t werd dan meer een gesprek +over theologische onderwerpen tusschen een oudere en een jongere, +terwijl de anderen zaten te gapen of onder de tafel vast het volgende +leerden.</p> +<p>—De proost overhoorde het tweede gedeelte: de artikelen des +geloofs.</p> +<p>„Ole Martinius Pedersen, kun je mij zeggen hoeveel goden er +zijn!”</p> +<p>„Twee soorten, n.l. goede en booze,” antwoordde Ole +Martinius Pedersen rad.</p> +<p>„Neen, mijn jongen! dat is niet goed. Je antwoordde op een +andere vraag; op welke vraag antwoordde hij? Kan iemand me dat +zeggen?”</p> +<p>„Op de vraag van de engelen,” riep een kleine roodharige +jongen, die achteraan bij den kachel zat.</p> +<p>„Juist, Jens Hansen. Er zijn twee soorten van engelen, n.l. +goede en booze, maar God is één niet waar, Ole +Martinius?”</p> +<p>„Slechts één eenig God,” antwoordde Ole +Martinius Pedersen, die een van de knapste op de lange bank was.</p> +<p>„Hoe heeft het Goddelijk wezen zich in de schrift +geopenbaard?”</p> +<p>„Als één eenig wezen: Vader, Zoon en Heilige +Geest, welke toch allen één zijn en de heilige +Drieéénheid genaamd worden.”</p> +<p>„Kunnen wij wel met ons verstand dit begrijpen: dat God +één en toch tegelijk drie is?”</p> +<p>„Neen; dit gaat ver boven—ofschoon niet tegen ons +verstand; daarom is het een geloofs- en geen verstands-artikel; +<span class="pagenum">[<a id="xd20e2995" href="#xd20e2995" name= +"xd20e2995">151</a>]</span>en God zou geen God zijn, als Hij door ons +verstand begrepen kon worden.”</p> +<p>„Heel goed—Ole Martinius, je weet je zaakjes als je je +maar even bedenkt. Nu jij, Mons Monsen! Zijn dan de woorden: Vader, +Zoon en Heilige Geest drie verschillende namen of eigenschappen in God +en niets anders?”</p> +<p>„Ja!—het is meer dan enkel verschil in namen of +eigenschappen; want ieder van hen duidt iets afzonderlijks aan, dat +niet aan de anderen toekomt.”</p> +<p>„Niet zoo gauw, mijn jongen. Waarin bestaat het +verschil?”</p> +<p>„Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is”, antwoordde +Mons Monsen in een vliegende vaart, en zonder ergens op te houden: +„Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is, maar... maar het +woord dat vereenigd is met water—”</p> +<p>„Neen, neen Mons, nu ben je aan wat anders bezig; pas nu op: +‘niet in het wezen, zooals reeds gezegd is; maar in +zeker......’”</p> +<p>„—Maar in zekere persoonlijke, inwendige handeling, als +kleeren, schoenen, eten en drinken, huis en haard, echtgenoote en +kinderen, velden, vee—</p> +<p>„Neen, neen, neen, Mons! Nu ben je weer aan wat anders bezig; +‘die ieder van hen......’<span class="corr" id="xd20e3011" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„—die ieder van hen afzonderlijk toekomen, n.l. de +Vader, die uit niemand is, doet zijn Zoon geboren worden uit de +eeuwigheid; de Zoon is uit den Vader en de Heilige Geest is uit hen +beiden. Dit alles is waar en zeker......</p> +<p>„Neen, neen Mons. ‘Dit alles is......’<span class= +"corr" id="xd20e3018" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„...... Dit alles is het diepe geheim van het geloof, dat ons +verstand niet doorgronden kan.”</p> +<p>„Juist, dat is goed, Mons Monsen! je ben een flinke jongen, +als je maar wat kalm aan doet. Maar je <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3026" href="#xd20e3026" name="xd20e3026">152</a>]</span>praat zoo +vreeselijk gauw, dat je in de war komt. Hier zijn de boeken wat +verschillend—wat misschien de gymnasiasten gemerkt hebben,” +zei de proost tegen Abraham, „verscheidene jongens van de lagere +school hebben uit een oude uitgave geleerd.”</p> +<p>Dit was ook een eigenaardigheid van den proost die de andere +predikanten bewonderden of waar zij zich over <span class="corr" id= +"xd20e3030" title="Bron: ergden">ergerden</span>.</p> +<p>De meesten vonden namelijk, dat als het onderwijs in het Christendom +een band zou vormen tusschen de gemeenteleden, dan moesten +vóór alles de leerboeken dezelfde zijn voor allen; en +daarom gaven zij onderwijs volgens de laatste uitgave van Pontoppidans +boek, die door den koning was goedgekeurd en wilden van geen andere +weten.</p> +<p>Maar Sparre nam aan wat de leerlingen gaven, als ze het maar +behoorlijk van buiten kenden. Daarom moest hij ook die wonderbaarlijke +kennis hebben van al de oude en de nieuwe uitgaven, zoodat hij ieder +vragen kon en op gleê helpen met het antwoord.</p> +<p>Door over het verschil te spreken tusschen de oude en de nieuwe +uitgaven dacht de Proost aan een ongelukkigen aannemeling, dien hij dit +jaar had. De predikant Martens had hem in de konsistoriekamer een +<span class="corr" id="xd20e3039" title= +"Bron: onverbetelijken">onverbeterlijken</span> idioot genoemd.</p> +<p>’t Was een groote, sterke jongen van 18 jaar, die als een reus +tusschen de andere jongens zat, en al meermalen het saaie lokaal met +onderdrukt gejubel over zijn grenzenloos dwaze antwoorden had +vervuld.</p> +<p>De proost zelf begon te twijfelen. Maar toch sloeg hij hem +nauwkeurig gade, en luisterde aandachtig naar de stukken en brokken, +die de arme Osmund te hooi en te gras ten beste gaf, als hij gevraagd +werd. Eindelijk meende de proost, dat hij een draad gevonden had, en +vandaag wilde hij het probeeren. Hij nam <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3046" href="#xd20e3046" name="xd20e3046">153</a>]</span>vlug een +sprong van de drieéénheid, om de proef te kunnen +wagen.</p> +<p>„Jij daar, Osmund Asbjörnsen Sauamyren,” begon hij +vriendelijk en langzaam, om den ander tijd te geven zijn gedachten bij +elkaar te halen: „kun je me antwoorden—mijn +jongen—kun je me antwoorden op deze vraag: ‘Welke zijn dan +de genadegaven van het Evangelie?’”</p> +<p>Osmund Asbjörnsen Sauamyren zat een oogenblik heel stil; toen +begon hij, eentonig, maar vast, en steeds sterker zingend,—met +een vaart, die hem bijna ademloos maakte:</p> +<p>„Dat zijn: de rechtvaardigheid van Christus, de vergiffenis +der zonden, de uitverkorenheid der kinderen, de voorzorg van God den +Vader, het erfrecht, de vrede met God, kinderlijk vertrouwen, de zoete +geur van Gods liefde, toegang tot God en moed om te bidden, +verzekerdheid van Gods genade, van gebedsverhooring en hulp in allen +nood, buitengewoon krachtige bescherming tegen alle zichtbare en +onzichtbare vijanden, geduld met onze zwakheden en genadige +verschooning voor ons geheele leven; de voorsmaak van het eeuwige +leven, blijdschap in den heiligen geest; besturing, licht, bezieling en +kracht van den zelfden geest; bevrijding van straf voor en +overheersching van de zonde, den vloek en den dwang der wet, van den +Satan, de macht van hel en dood, van de wereld en een slecht geweten; +de uitkomst van alle dingen, ook van het bitterst lijden, ten beste der +geloovigen en een levendige hoop op de zaligheid, waarop eindelijk de +onuitsprekelijke eeuwige blijdschap en heerlijkheid in den hemel volgt, +en zoo voorts.”</p> +<p>„Kijk nu eens hier,” riep de proost triomfeerend, en +noteerde iets in zijn boekje; „ik dacht wel, dat het met jou wel +gaan zou—Osmund!—Je kunt misschien <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3056" href="#xd20e3056" name= +"xd20e3056">154</a>]</span>de vragen niet zoo gemakkelijk begrijpen als +de jongens in de stad; maar je weet toch wel wat, mijn jongen!—ga +jij maar door met werken en opletten, je zult zien dat het wel +gaat.”</p> +<p>De jongens van ’t gymnasium waren teleurgesteld; zij hadden +een kostelijke lachpartij verwacht; maar de heele lange bank boog zich +voorover en keek Osmund met de grootste verbazing aan.</p> +<p>Zelf zat hij met open mond den proost aan te staren. Zooiets was hen +nog nooit overkomen. Nooit had hij een woord van lof of hoop gehoord, +maar ook nog nooit te voren had een predikant dit zijn groote en eenige +bravournummer van de genadegaven van het Evangelie ontdekt.</p> +<p>Osmund Asbjörnsen <span class="corr" id="xd20e3065" title= +"Bron: Saunamyren">Sauamyren</span> had het al bij veel predikanten +geprobeerd en—ik weet niet hoeveel—cathechisatie-boeken +versleten.</p> +<p>Al van den tijd toen hij op veertien-, vijftienjarigen leeftijd het +boek meê naar de bergweiden nam, waar hij de geiten hoedde, had +hij tevergeefs geworsteld met vragen en antwoorden.</p> +<p>Slechts één enkelen keer, op een gelukkig oogenblik, +hadden zijn hersens met een reusachtige inspanning, die groote vraag +over de genadegaven van het Evangelie in zich kunnen opnemen. En met de +wonderlijke toevalligheid, die met het van buiten leeren samengaat, was +dit ééne dreuntje heelemaal, zonder fout of onzekerheid +vast blijven zitten; en zóó dikwijls had hij dat nu in +uren van moedeloosheid herhaald, dat het niet meer los kon gaan uit +zijn hoofd zonder dat het broze Osmundsche verstand meê ging.</p> +<p>Maar hoe weinig hadden de genadegaven van het Evangelie hem tot nu +toe geholpen! Tot spot voor allen en tot verdriet van zijn ouders was +hij van jaar tot jaar blijven loopen als hopelooze aannemeling, +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3074" href="#xd20e3074" name= +"xd20e3074">155</a>]</span>thuis in zijn dorp en nu hier, nadat zijn +vader naar de stad was verhuisd als opperman bij de fabriek. Nergens +kon hij aan ’t werk komen. Een jongen, die niet was aangenomen, +kon nergens terecht; als looper met quitanties op kantoren, in winkels, +noch bij de bureaux van ’t zeewezen wilde men zoo’n dommen +of ontaarden jongen hebben, die op zijn achttiende jaar nog niet was +aangenomen. Zijn groot lichaam hielp hem ook niet veel. Zijn beenderen +waren nog te zwak voor het handwerk van zijn vader en—behalve +dat, wat kon een jongen, die nog niet aangenomen was, voor loon +verwachten? Niet eens op zee wilde een reederij hem laten gaan +vóór hij aangenomen was.</p> +<p>Osmund Asbjörnsen Sauamyren had niet zulke groote plannen, +dacht ook niet zoo ver vooruit te komen in ’t leven; en men zou +meenen, dat er zooveel kansen waren, dat aan zijn bescheiden eischen +voldaan zou kunnen worden.</p> +<p>Toch vond hij alle wegen zorgvuldig gesloten; voor hem was geen +andere weg om vooruit te komen dan die langs den predikant; en telkens +begon Osmund geduldig met een nieuwen predikant om een poosje bespot en +dan weggestuurd te worden.</p> +<p>Nu zag hij eindelijk een eind aan al zijn moeite; hij zat er lang +over te denken, wat Moeder wel zeggen zou, als hij thuis kwam, en eer +hij ’t wist, begon hij te schreien.</p> +<p>’t Wekte algemeene vroolijkheid, toen men merkte dat Goliath +huilde; Abraham lachte ook toen de proost glimlachte.</p> +<p>Hij was alles samengenomen heel blij met zijn goede verstandhouding +met Proost Sparre; en hij was nu alleen nog maar bang voor den morgen, +dat zijn Moeder komen zou en hem tot een oprechten biecht dwingen. Zoo +dikwijls stelde hij zich dat voor, dat hij haar <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3086" href="#xd20e3086" name= +"xd20e3086">156</a>]</span>als ’t ware binnen zag komen. En wat +moest hij haar antwoorden?</p> +<p>Die voorbereiding voor de aanneming kon hem immers heelemaal niet +ernstig stemmen—laat staan hem diep ontroeren; en hij wist, dat +hij bij zijn moeder alleen met ernst aan durfde komen; de kleinste +poging dat te ontduiken zou ze dadelijk ontdekken.</p> +<p>Intusschen ging de herfst voorbij en ’t duurde immers nog lang +eer ’t Paschen was.</p> +<p>Abraham vond langzamerhand, dat Broch een goede kameraad was; ze +gingen ’t meest om met de hoogsten in de klasse, met de +„kranen,” die ’t volgend jaar admissie-examen moesten +doen. Ze rookten en speelden kaart en ’s avonds wandelden ze met +de jonge meisjes.</p> +<p>Er was iets in Abraham, dat hem een zeker aanzien, een zeker +prestige gaf onder zijn kameraden.</p> +<p>De onderdrukte lust tot oppositie, die in hem was, kreeg een anderen +uitweg door spotten en belachelijk maken. Hij kon geestigheden zeggen +over ernstige en godsdienstige zaken; en hoe vreedzaam en eerbiedig hij +op school en thuis was, kon hij de ergste zijn in ’t spotten en +den draak steken met allerlei, als ze onder elkaar op een kamer zaten, +in een dikke wolk tabaksrook.</p> +<p>Broch was slap van lachen, en die bijval moedigde Abraham aan, +zoodat hij hoe langer hoe erger werd en nergens meer om +gaf,—alsof hij zich schadeloos wou stellen voor den dwang door +echt wild en dwaas te zijn als hij zich heelemaal durfde laten +gaan.</p> +<p>Hij probeerde ook karikaturen te teekenen; en lang ging er een +teekening rond in de vierde klasse van ’t gymnasium, die de hel +voorstelde, waar de heeren Aalbom en Borring van weerskanten onder +elkaar een vuurtje stookten, terwijl de Conferensraad Madvig +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3103" href="#xd20e3103" name= +"xd20e3103">157</a>]</span>en Erik Pontoppidan een woesten „pas +de deux” uitvoerden in de vlammen.</p> +<p>Op school ging het hem nu heel goed. Abraham was vlijtig genoeg en +had ook langzamerhand een eigenaardige manier gevonden om met de +leeraren om te gaan; zelfs Aalbom vergat dien „duivel!” +door zijn innemende vriendelijkheid en alleen de rector had nog iets +tegen hem gehouden.</p> +<p>Professor Lövdahl sloot zich in dezen tijd dicht bij zijn zoon +aan, deed ’s Zondags groote wandelingen met hem en sprak bijna +met Abraham, alsof hij volwassen was.</p> +<p>Dat was niet alleen omdat de Professor met alle macht zijn zoon tot +zich wilde trekken, maar ook, omdat hem iets <span class="corr" id= +"xd20e3111" title="Bron: drukt">drukte</span>, zoodat hij er behoefte +aan had opgebeurd te worden door de vroolijkheid van den jongen.</p> +<p>De vertrouwelijkheid tusschen hen werd zoo groot, dat Abraham zelfs +een en ander vertelde, wat hij anders stellig zou verzwegen hebben.</p> +<p>Zoo kwam hij er eens toe in den loop van het gesprek, half tegen +zijn zin, een geschiedenis uit de school te vertellen.</p> +<p>Er was een ruit gebroken, in de hoogste klasse en alle jongens +wisten, dat Morten Kruse het gedaan had, maar toen de rector er naar +vroeg, wilde niemand antwoorden. Toevallig was Broch ziek, zoodat +Lövdahl de eerste was.</p> +<p>Nu was er niets, dat den rector zoo driftig maakte, als wanneer hij +merkte, dat er verzet was; en als oud schoolmeester begreep hij +dadelijk, dat de klasse had afgesproken den schuldige niet te +verraden.</p> +<p>Hij was toen regelrecht op Abraham afgekomen: „Pas nu op, +Lövdahl! denk er aan, dat je al eens vroeger je aan oproerigheid +hebt schuldig gemaakt; maar pas op voor den tweeden keer. Weet je wie +het gedaan heeft—of weet je het niet?” <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3125" href="#xd20e3125" name= +"xd20e3125">158</a>]</span></p> +<p>„Je antwoordde toch dadelijk?” vroeg de professor +bezorgd.</p> +<p>„Ja,—ik antwoordde,”—Abraham wendde het +hoofd af.</p> +<p>„Je zei, dat het Morten Kruse was.”</p> +<p>„Ja, want hij had het gedaan.”</p> +<p>„Natuurlijk moest je antwoorden; ’t was immers +krankzinnig geweest om nog eens schandaal te maken in de +school—vooral nu je voor je aannemen leert. Ik weet wel, dat deze +en gene met overspannen praatjes aan zou komen, dat je je vriend niet +verraden mag—of iets dergelijks;—maar daar moet je je maar +in ’t geheel niet aan storen. Gehoorzaamheid—zie +je—tegenover je superieuren is absoluut de allereerste plicht en +de hoogste deugd voor een jong mensch en een braaf burger; door met +misdadigers om te gaan wordt je er ten slotte zelf een, terwijl je je +zelf en de rechtvaardigheid dient door het booze en strafbare bekend te +maken.”</p> +<p>Toen ze een eind verder geloopen hadden zei de professor zoo in +’t voorbijgaan: „Dat hoef je nu niet aan Moeder te +vertellen. ’t Is beter er niet over te spreken.”</p> +<p>Abraham zag niet op; zij ontweken elkaars oogen een poos. ’t +Was alsof ze geheimen voor Moeder hadden; en terwijl Abraham zich +gerust stelde met zijn vaders goedkeuring, dacht hij er niet veel meer +over, dat zijn moeder de zaak anders zou beschouwd hebben.</p> +<p>Maar zij was zoo vreemd in dezen tijd. Ze was eigenlijk zich zelf +niet; want er was iets <span class="corr" id="xd20e3143" title= +"Bron: ander">anders</span> bij gekomen, behalve Mordtmann.—Haar +nerveuse angst was nu zekerheid geworden, en die zekerheid vervulde +haar met een smart, waarover zij zich schaamde en die zij zocht te +bestrijden.</p> +<p>Mevrouw Wenche kon het zich namelijk niet langer ontveinzen, dat zij +weer moeder worden zou. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3148" href= +"#xd20e3148" name="xd20e3148">159</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Elfde hoofdstuk." +width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e3150" class="main">Elfde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e1202"><span class="xd20e1202init">E</span>r waren eenige +dagen voorbijgegaan, zonder dat Mevrouw Wenche iets van Mordtmann +gemerkt had. Op een middag ging hij voorbij, toen hij van de fabriek +kwam, maar zij trok zich terug van het venster en verborg zich.</p> +<p>Het gebeurde met Mordtmann was wat op den achtergrond gekomen; zij +had nu geen gedachten voor iets anders dan voor dat wat haar wachtte: +dat zij nog eenmaal moeder zou worden.</p> +<p>Toen Abraham ter wereld gekomen was had zij lang gewenscht, dat hij +een zusje zou krijgen, maar toen de jaren voorbijgingen had zij die +hoop opgegeven: en nu waren haar gedachten over kinderen en +kinderopvoeding van dien aard geworden, dat zij zich gelukkig prees, +omdat zij maar voor één de verantwoording droeg.</p> +<p>Haar man zou ook niet blij zijn, als hij het hoorde; dat kon zij wel +van te voren weten.</p> +<p>Maar het ergst, ja, bijna niet uit te houden werd <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3162" href="#xd20e3162" name= +"xd20e3162">160</a>]</span>die gedachte, als zij zich mengde in haar +verhouding tot Mordtmann.</p> +<p>Zij werd rood van schaamte, telkens als zij dacht aan hun laatsten +avond.</p> +<p>Hij had haar gekust en gezegd, dat zij <span class= +"letterspaced">alleen</span> de zijne was;—en zij—wat had +zij gedaan?—en wat moest zij doen?</p> +<p>Zij kon immers niet alleen blijven rondloopen midden in dit alles; +wat—of wie moest zij kiezen? Wat nu gebeuren ging moest gebeuren +en wat dan?</p> +<p>Zij ging op een schemeravond op de sofa zitten, nadat zij het +dienstmeisje op het hart gedrukt had niemand binnen te laten,—ook +Mijnheer Mordtmann niet. Zij had zich de wanhoop nabij gevoeld en was +plotseling bang geworden voor haar verstand. Nu wilde zij trachten een +overzicht van alles te krijgen om te zien waar zij stond.</p> +<p>Maar dat werd een droevig overzicht en Mevrouw Wenche zag met +ontzetting waar zij stond.</p> +<p>Want zij stond immers diep in leugen en verwarring aan alle kanten. +Zij, die zoo kloek en zonder omzien zich door het leven geslagen had, +zonder ooit zelf te liegen en zonder anderen te laten liegen, voor +zoover zij er iets aan doen kon; zij, die geloofd en beweerd had, dat +wie oprecht wenscht waar en eerlijk te zijn zonder schade door het +leven zal kunnen gaan, hoe boordevol het ook is van leugen en +lafheid.</p> +<p>Daar lag zij nu. In welke van die verhoudingen, die haar het +sterkste bonden, was zij op dit oogenblik volkomen waar? Zij ging ze +één voor één na, en begon met Abraham.</p> +<p>Waar was haar zoon gebleven? Zij had hem zoo dicht bij zich gehad, +dat zij iedere kleine beweging in zijn ziel had kunnen zien, iedere, +ook de kleinste <span class="pagenum">[<a id="xd20e3184" href= +"#xd20e3184" name="xd20e3184">161</a>]</span>gedachte of twijfel, die +in zijn jong hoofd opkwam, had kunnen volgen en verstaan.</p> +<p>Waar was hij nu? Wat wist zij nu van hem? Het hielp niet veel, dat +ze zei: „Zij hebben mij hem afgenomen.” Want dat was het +immers juist, wat zij had moeten verhinderen; ze had op hem moeten +passen, hem vasthouden in een helderen zuiveren atmosfeer van waarheid; +niet uitwijken, niet los moeten laten, niet moe mogen worden in den +dagelijkschen strijd.</p> +<p>Dat was het immers, dat zij zich zelf duizend keeren beloofd had, +als zij hem op haar armen droeg, toen hij klein was;—en +nu—nu hij zoo groot was geworden, dat hij er behoefte aan had, +dat zij aan haar beloften dacht, kon zij nu voor hem gaan staan en +zeggen:</p> +<p>„Hier ben ik. Hier ben ik,—je trouwe moeder.”</p> +<p>Kon hij nog op haar vertrouwen zooals vroeger?</p> +<p>„Neen”, zei Mevrouw Wenche hardop en het klonk zoo +treurig in de leege kamer, „neen, dat kan hij niet.”</p> +<p>Tweemaal, eerst met die geschiedenis op school en later in de +<span class="corr" id="xd20e3198" title="Bron: kwestie">quaestie</span> +met het aannemen had zij het opgegeven, haar principe prijs gegeven, +was zij zichzelf ontrouw geworden en had voor goed het vertrouwen van +haar zoon verspeeld. Nooit had hij haar zien wankelen, dan juist +tegenover deze twee zaken, die voor hem de gewichtigste waren geworden. +En wat waren dat voor redenen, waarom zij overwonnen was?—Goede +hemel, hoe ellendig kwamen ze haar nu voor in vergelijking met dat +groote: haar plicht om haar zoon staande te houden.</p> +<p>Neen, het was iets anders wat haar machteloos gemaakt had, en dat +was Mordtmann. Terwille van hem, en van hem vervuld, had zij haar zoon +verlaten!—verlaten? Neen, verraden! <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3203" href="#xd20e3203" name="xd20e3203">162</a>]</span></p> +<p>En nu dacht zij over Mordtmann en ging hun verhouding na, en die +kwam haar zoo onrein voor. Die scheen haar in dit oogenblik zoo weinig +waard.</p> +<p>Zij dacht over haar liefde en beproefde daar de kracht van, door +zich af te vragen of zij bereid was, haar huis, haar positie, haar man, +haar zoon, haar goeden naam te offeren en telkens als er weer iets +bijkwam zag zij angstig naar haar liefde en het einde was: dat zij te +oud was.</p> +<p>Zij was te oud, meende ze, voor die alles overweldigende liefde, die +verleidelijk is als een zaligheid en dwingend als een plicht. Zij wist +al te veel van het leven om zich door eenige illusie te laten +verblinden en was te rechtschapen en te plichtmatig om niet de rechten +van anderen te erkennen. Zij hield veel van Mordtmann. Uren lang kon +het als een bekoring over haar komen, als zij zich dacht als de zijne. +Een leven met een man, die het zoo geheel met haar eens was, zoo vrij +van vooroordeelen, zoo kloek en edel in ieder opzicht.</p> +<p>En als ze dan dacht aan haar leven, zooals het van nu af worden zou +met haar man, dan rilde zij van die leugens; en dan werd haar dat alles +zóó walgelijk, dat het eenige, wat het beste in haar +redden kon, een breuk was—een breuk met alle gezonde, +hartverscheurende smart, die daaraan verbonden was, en dan een nieuw +leven—hetzij dan zooals ’t worden moest—met +Mordtmann.</p> +<p>Maar ze kon immers niet naar Mordtmann gaan zooals ze nu was.</p> +<p>En een oogenblik vergat ze al haar verdriet in een bitter medelijden +met dat kind, waarvan de moeder ’t niet verwachtte met verlangen +en liefde, en dat niemand welkom wezen zou, als het kwam.</p> +<p>Zij was geen moeder, waar een kind mee gebaat <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3219" href="#xd20e3219" name= +"xd20e3219">163</a>]</span>zou zijn; geen vrouw voor een man, geen +vertrouwbare vriendin,—niets voor wie dan ook—was ’t +niet het beste, dat ze maar heenging?</p> +<p>De dood kwam haar niet zoo zwaar voor; ze had zich vaak met de +gedachte bezig gehouden vrijwillig heen te gaan; en ze meende, dat als +eerst het besluit genomen was, de moed haar niet zou ontbreken.</p> +<p>Ze had geglimlacht over de minachting, waarmeê over ’t +algemeen gesproken werd over de lafhartigheid van hen, die kiezen zelf +uit ’t leven heen te gaan; want die gedachte was haar +zóó nabij gekomen dat zij wist, dat er moed toe +behoorde—vooral moed om te kiezen.</p> +<p>Moe van den maalstroom, waarin haar gedachten haar hadden gejaagd, +verzonk ze in een stil, zwaarmoedig peinzen over deze vraag: zou ze +niet ’t beste handelen tegenover de anderen en tegenover zichzelf +door te bekennen, dat haar leven een nederlaag geweest was, en als +overwonnene heen te gaan; in plaats van door te leven van leugen en +stukken van haar verbrijzeld bestaan, opgevende dat waar ze voor +gestreden had en waar ze ontrouw aan geworden was: volle, zuivere +waarheid in woorden en daden?</p> +<p>Maar zij was immers niet alleen.</p> +<p>’t Beeld van een klein, zacht kinderkopje vervolgde haar; was +dat goed een ander wezen meê te nemen; een licht te dooven +vóór het nog aangestoken was?</p> +<p>Nieuwe twijfel, nieuwe pijn, nieuwe vragen martelden haar; waarom, +was er toch niets—niemand om te helpen!</p> +<p>Eindelijk kwam hij—’t was over achten—haar man, +waar ze niet op gewacht had; maar dien ze toch wist, dat om dezen tijd +komen zou. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3236" href="#xd20e3236" +name="xd20e3236">164</a>]</span></p> +<p>Hij ging nu door de vestibule, en zette zijn stok weg. Zou ze met +hem spreken? hij was haar man, hem kwam de helft van dat jonge leven +toe, dat zij had willen uitblusschen; hij sloeg de hand aan den knop +van de deur en kwam binnen.</p> +<p>„Is hier iemand?” vroeg hij.</p> +<p>„Ik ben hier,” antwoordde zij van de sofa.</p> +<p>„Ben je alleen?”</p> +<p>Er was iets in zijn toon, dat haar opjoeg; zij antwoordde niet; maar +stak snel de hanglamp aan; haar hand beefde zóó, dat het +glas tegen de ballon rammelde.</p> +<p>„Scheelt er wat aan, Wenche?”</p> +<p>„Scheelt jou niet eerder wat?” vroeg ze stug, want haar +man liep onrustig heen en weer, met een boosaardigen, akeligen +glimlach.</p> +<p>„Och ja!—mij scheelt wat,—niet veel, maar een +kleinigheid, waar ik met je over spreken wou. Maar—mijn +God!—wat zie je er uit, Wenche!”</p> +<p>Op eens kreeg ze den inval te doen, alsof ze niet begreep, dat hij +haar beschreid en ongelukkig gezicht bedoelde, en ze greep de +gelegenheid aan om het hem te zeggen.</p> +<p>„Hoe ik er uitzie?—Ik dacht, dat je het wist.”</p> +<p>„Het wist?...... wist?......—Wat?”</p> +<p>„Heb je dan niet begrepen ...?”</p> +<p>Opeens verzamelde hij zijn gedachten; hij greep naar zijn hoofd, zag +haar onderzoekend aan met zijn scherpe doktersoogen, wendde zich af en +kwam weer terug, terwijl hij iets mompelde.</p> +<p>„Wat zeg je, Carsten?”</p> +<p>„Ik?—Ik zeg alleen: zoo, zoo!” antwoordde hij +bleek.</p> +<p>„Ik ben bang, dat geen van ons beiden recht hart heeft voor +die kleine stakker.” <span class="pagenum">[<a id="xd20e3270" +href="#xd20e3270" name="xd20e3270">165</a>]</span></p> +<p>„Welke stakker?”</p> +<p>„Ons kind, Carsten. Ons arm kindje.”</p> +<p>„Ons?”—antwoordde hij met dien zelfden leelijken +glimlach en keerde zich een oogenblik naar haar toe.</p> +<p>Mevrouw Wenche zag hem een seconde in ’t vertrokken gezicht, +zonder hem te begrijpen.</p> +<p>Hij keerde zich om naar de deur, om weer heen te gaan.</p> +<p>„Carsten!” ze stoof plotseling op, „Carsten! wat +zei je daar?”</p> +<p>Hij keerde zich om in de deur. De heele man was veranderd; zijn +grijze haren stonden overeind, zijn tanden werden <span class="corr" +id="xd20e3286" title="Bron: zichbaar">zichtbaar</span>, zijn oogen +waren als die van een dier, dat plotseling zijn kooi stuk slaat, heesch +en ademloos zei hij haar vlak in ’t gezicht: „Ik geloof je +niet.”</p> +<p>Ze vloog hem achterna met een gil en opgeheven handen; maar hij was +al in de vestibule, en ze gaf het op. Ze kon hem toch niet neerslaan, +en dàt had ze gewild.</p> +<p>Een oogenblik stond ze bevend stil; daarna richtte ze zich op. Ze +ging de kamer uit en gaf de dienstmeisjes orders: de professor kwam +zeker niet thuis voor ’t avondeten. Zij zelf ging ook uit en nam +den huissleutel meê. Niemand behoefde voor haar op te +blijven.</p> +<p>Abraham was bij Broch en speelde kaart; ze had hem wel graag willen +zien; maar ’t was misschien het beste, dat ze niet meer in de war +gebracht werd.</p> +<p>Ze deed haar bonten mantel aan, trok den kap over haar hoofd en ging +naar buiten op straat.</p> +<p>Mevrouw Wenche ging regelrecht naar Mordtmann; de afstanden in de +stad waren niet groot; en terwijl zij daar liep, dacht ze niet verder, +dan dat ze nu vrij was—heelemaal vrij van haar man; nu ging ze +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3299" href="#xd20e3299" name= +"xd20e3299">166</a>]</span>naar Mordtmann om hem alles te vertellen; nu +kwam er licht—waarheid, eindelijk! in hun verhouding zooals +vroeger; veel geluk verwachtte zij niet.</p> +<p>Ze was nooit in Mordtmanns huis geweest; maar ze kende zijn +vensters, die op de straat uitzagen. Er was licht aan. ’t Huis +was als de meeste anderen in de stad: de groote straatpoort open, geen +gesloten entrée; ze ging regelrecht naar zijn deur, klopte aan +en ging binnen.</p> +<p>Michal Mordtmann stond midden in de kamer met hoed en overjas, een +pas aangestoken sigaar, juist bezig met de lamp neer te draaien, om +naar de club te gaan.</p> +<p>In de kamer was een flauwe lucht van warm avondeten, vermengd met +den fijnen geur van de eerste trekken aan een goede sigaar.</p> +<p>„Goeden avond Mordtmann!” zei ze en glimlachte droevig. +„Nu kom ik bij je. Wacht maar even tot ik wat kalmer +ben.”</p> +<p>Hij stamelde—hij kon niets zeggen. Hij legde zijn sigaar weg +en deed zijn overjas uit.</p> +<p>Deze dagen hadden hem bekoeld; het onheilspellend gezicht van den +professor had hem op de gedachte gebracht, dat dit alles toch al te +ernstig was.</p> +<p>Mevrouw Wenche was klaarblijkelijk ook al te ernstig, te weinig +luchtig, dan dat zij een verhouding, zooals hij zich had voorgesteld, +zou kunnen dragen.</p> +<p>Zij kwam zijn kamer binnen, ging in zijn sofa zitten en zei: +„Nu kom ik!”—Wat ter wereld moest hij toch beginnen? +welken toon moest hij aanslaan?—voor den drommel! hoe moest hij +de zaak aanpakken?—Mooi was ze!—ze was prachtig, zooals ze +daar op zijn sofa zat, bleek en wat verwaaid; maar wat hielp +dat?—en dan die wonderlijke plechtige manier van doen. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3318" href="#xd20e3318" name= +"xd20e3318">167</a>]</span></p> +<p>Hij schonk haar een glas wijn in:</p> +<p>„Lieve Mevrouw Wenche! wat is er?—is er wat treurigs +gebeurd?”</p> +<p>„Neen,” antwoordde ze en zag weer glimlachend naar hem +op. „Je zult misschien zelfs vinden, dat het wat goeds is, omdat +het op eens je wensch vervult.”</p> +<p>„Vertel, vertel!” riep hij geanimeerd en op een toon, +die verrukt moest heeten.</p> +<p>Ze merkte niets,—vervuld als ze was van wat ze hem nu +vertellen zou,—van dat oogenblik, dat ze het verbond met den +eenen man verbrak om een nieuw met een ander te sluiten.</p> +<p>Ze begon daarom kalm, alsof ze hem om geduld wou verzoeken; ’t +zou een lang en ernstig verhaal worden:</p> +<p>„Ja, lieve Mordtmann!—ik ben van mijn man heengegaan en +ben bij je gekomen; maar eerst is er nog iets anders.”—</p> +<p>„U hebt...... zegt u...... u is van uw man...... ik begrijp +niet recht......;” hij zag al ’t heele stadje in oproer; +Mevrouw Lövdahl,—de vrouw van Professor +Lövdahl—van haar man weggeloopen, om den nacht in zijn +huis—’t huis van een ongetrouwd man door te brengen!</p> +<p>Door ’t lichaam van Mevrouw Wenche ging een lichte schok; ze +zag hem snel aan en zei—als in ’t voorbijgaan:</p> +<p>„Dat wil zeggen: ik heb een hevige scène met mijn man +gehad; en daarom kwam ik hierheen om u om een goeden raad te +vragen.”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e3341" title= +"Bron: —">”</span>O, lieve Mevrouw! Ik wil alles voor u +doen; u maakte me eerst heelemaal verschrikt; maar ’t was toch +vrij onvoorzichtig van u op dezen tijd te komen.” Hij zette zich +naast haar op de sofa. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3344" href= +"#xd20e3344" name="xd20e3344">168</a>]</span></p> +<p>Maar ’t gezicht van Mevrouw Wenche werd heelemaal stijf, en +rimpels, die er vroeger nooit geweest waren, legden zich stram om haar +mond. Zij, die altijd de waarheid sprak, had een fijn oor voor al wat +hol klonk en onvertrouwbaar was; op dit oogenblik doorzag ze hem geheel +en onverbiddelijk.</p> +<p>En dat ze het niet vroeger gedaan had, was omdat haar eigen +ontwakende liefde haar blind en vol vertrouwen gemaakt had; en behalve +dat—er was, vooral bij hun laatste ontmoeting—zooveel echte +hartstocht in hem geweest.</p> +<p>Maar nu, nu ze in haar eersten twijfel hem dien strik spande, +verraadde hij zich dadelijk. Er was in zijn stem zóóveel +verlichting, toen hij hoorde, dat het niet zoo ernstig was—alleen +maar een hevige scène met haar man—dat het op eens Mevrouw +Wenche duidelijk werd, dat ze op het punt stond zich zelf te +vergooien—van lafhartigheid en huichelarij in de meest valsche +valschheid te vervallen.</p> +<p>Ze stond op en zag hem in de oogen.</p> +<p>Hij stond ook op, zocht naar woorden, streed zoo goed hij kon met +die oogen, die zich in hem boorden, zonder dat ze waren af te +weren.</p> +<p>Een paar seconden hield hij het uit; maar toen moest hij zijn oogen +afwenden.</p> +<p>En toen hij weer opzag, werd zijn gezicht heel bleek en hij hield de +handen op, alsof er iets op hem neervallen en hem vermorzelen zou.</p> +<p>Maar toen had Mevrouw Wenche met hem afgedaan. Ze stak de hand uit +als om het glas wijn te grijpen, dat op tafel stond. In dit pijnigend +oogenblik werd ze hevig bevreesd voor een flauwte—hierboven, bij +hem! maar ze bedwong zich met alle macht, hield zich staande en ging +heen.</p> +<p>Ze was door de stille, leege straten zoover gegaan, <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3364" href="#xd20e3364" name= +"xd20e3364">169</a>]</span>dat er geen lantaarns meer waren; ze merkte +dat eerst toen ze struikelde en den weg niet meer zien kon.</p> +<p>Langs de kanten waren groote steenen gezet en diep beneden zich +hoorde ze ’t zware geluid van de golven, die zich tegen de rots +verhieven en weer naar beneden ruischten, met een zingend geluid +rukkend aan het taaie zeewier.</p> +<p>Van de lantaarns in de stad blonken kleine strepen langs het fjord +haar tegen; maar ze wendde zich af, ging op een steen zitten en zag +voor zich uit in het duister.</p> +<p>„Arme kleine Abby—arme kleine Abby!” herhaalde +Mevrouw Wenche halfluid. Hij was de eenige, van wie ze afscheid nam: +hij was de eenige, aan wie ze zich verbonden voelde.</p> +<p>Want met Mordtmann had ze afgedaan—volkomen afgedaan. Ze +schaamde zich, ze voelde zich vernederd en verontreinigd, doordat ze +zich zoo lang door dien man had laten bedriegen. Maar niet alleen haar +liefde had hij omlaag en door ’t stof gesleurd; al haar +ideeën, haar liefste en moedigste gedachten had hij stuitend voor +haar gemaakt; na dit kon ze op niets of niemand meer rekenen;—ook +niet op zich zelf.</p> +<p>En als ze nu van haar man heenging deed ze dat zonder zelfverwijt. +Alles in hem wat hem in hun samenleven hoog gehouden had, was als +weggevaagd door die laatste beleediging; toen was een ruwheid te +voorschijn gesprongen—juist dat grove man-achtige, dat ze haatte, +en dat hij tot nu toe met kunst voor haar had weten te verbergen.</p> +<p>Neen, naar hem wilde ze niet teruggaan.</p> +<p>En dat arme stumpertje, dat ze nu meênam—ook dat maakte +haar niet onrustig meer; want nu zag ze zoo zeker, zoo duidelijk, dat +het een weldaad was—<span class="pagenum">[<a id="xd20e3380" +href="#xd20e3380" name="xd20e3380">170</a>]</span>de laatste, die zij +zou kunnen bewijzen,—het licht te dooven vóor het was +aangestoken,—die kleine, dat meer dan twijfelachtige +goed—een leven te sparen.</p> +<p>En in haar grenzenlooze eenzaamheid aan den uitersten rand van het +leven, dat zij zich genoodzaakt voelde op te geven, werd dit voor haar +als een flauwe schemering van moedervreugde,—alsof ze haar +schreiend kindje in de armen hield en ’t met zich droeg naar de +gezegende rust.</p> +<p>Maar Abraham!—dat kind, dat ze had, was hij dan zoo heelemaal +voor haar verloren, dat ze hem onmogelijk kon herwinnen?</p> +<p>Telkens op nieuw maakte ze die som weer over; en telkens als ze +meende, dat die zou kunnen opgaan, kwam er iets, dat alles voor haar +weer in de war bracht.</p> +<p>Neen! hem kon ze geen goed meer doen door te leven, zooals haar +leven in ’t vervolg zou moeten worden,—dat was +onmogelijk.</p> +<p>Daarentegen zou ze zich kunnen voorstellen, dat de herinnering aan +haar eens in zijn later leven hem tot een steun kon worden, tot een +hulp om weer op te staan, als het hem ooit duidelijk zou +worden—en dat hoopte zij—dat zij, zijn Moeder, haar best +gedaan had zijn zieleleven gezond en waar te houden, en dat die anderen +zijn jeugd hadden vergiftigd en hem laf en onvertrouwbaar gemaakt.</p> +<p>Haar arm hoofd kon bijna niet meer; ze was maar volkomen zeker van +één ding: haar besluit. Haar smartelijke afrekening met +het leven had haar gedachten vermoeid en verstompt; ze voelde het zelf +en ze ging naar den dichtstbijzijnden lantaarn, om op haar horloge te +zien.</p> +<p>’t Was twaalf uur geworden. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3397" href="#xd20e3397" name="xd20e3397">171</a>]</span></p> +<p>Mevrouw Wenche wist al lang hoe zij het doen zou, en ze had aan hen +gedacht, die na haar moesten leven.</p> +<p>Zij wikkelde zich in haar mantel en keek nog eens uit over het fjord +en naar de lichten in de stad. En ze nam alles bijeen: haar jeugd, haar +vreugd, haar geluk, al wat het leven haar aan zonneschijn gebracht had, +liet alles in schemerachtige omtrekken aan zich voorbij gaan en koos +toen weer de duisternis,—moe, maar vast en zonder aarzelen.</p> +<p>Toen ging ze haastig terug door de stad, regelrecht naar huis.</p> +<div class="figure xd20e3405width"><img src="images/o171.png" alt= +"Ornament." width="235" height="101"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e3409" href="#xd20e3409" name= +"xd20e3409">172</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o018.png" alt= +"Twaalfde hoofdstuk." width="460" height="132"></div> +<h2 id="xd20e3412" class="main">Twaalfde hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e professor +wekte groote verbazing in de club door tot na tienen te blijven en +toddy te drinken.</p> +<p>Hij was namelijk anders zoo geregeld als een klok: elken +Vrijdagavond een partijtje whist op de club, maar alle andere dagen +precies om negen uur naar huis. Hem als vandaag—op een +Dinsdagavond zijn avondeten daar te zien gebruiken, en later +„à la guerre” te zien spelen met een paar jongere +heeren was een wondervreemd geval.</p> +<p>Hij lachte er ook zelf om en was heel opgewekt; maar toen hij +thuiskwam—zoowat tegen elf uur, werd hij verwonderd en +onaangenaam gestemd toen hij zijn vrouw niet te bed vond.</p> +<p>Hij had berekend, dat ze slapen zou—of zou doen alsof ze +sliep, als hij zoo laat thuis kwam; en hij wilde voor geen geld van de +wereld een gesprek hebben, nu alles nog zoo heftig was, zoo versch in +’t geheugen lag. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3422" href= +"#xd20e3422" name="xd20e3422">173</a>]</span></p> +<p>Hij rekende na, waar ze wel kon wezen.</p> +<p>Veel vriendinnen had Mevrouw Wenche niet, maar er waren toch altijd +drie à vier families, met wie ze zoo’n vertrouwelijken +omgang hadden, dat ze daar een avond heen kon gaan zonder +geïnviteerd te zijn, en zonder belet te vragen.</p> +<p>Maar half elf was laat, om van zoo’n bezoek thuis te +komen.</p> +<p>Eerst kwam het niet in hem op, dat er iets gebeurd zou kunnen zijn. +Hij keek of zij den anderen huissleutel meêgenomen had, en toen +die weg was, nam hij den zijne uit het slot, opdat ze binnen zou kunnen +komen.</p> +<p>Waar ze ook was—hij wist, dat men daar in huis er voor zorgen +zou, dat ze naar huis gebracht werd en trouwens de stad was heelemaal +niet gevaarlijk, zelfs laat in den avond voor een dame, die zoo bekend +was als de vrouw van Professor Lövdahl.</p> +<p>Hij kleedde zich dus snel uit en ging naar bed, opdat hij doen kon, +alsof hij sliep, als zij thuis kwam. Vóor alles was het er hem +om te doen, dat dit gesprek, dat hij wist, dat komen moest, tot morgen +zou worden uitgesteld.</p> +<p>’s Avond was het onmogelijk; het leidde maar tot meer +heftigheid en oneenigheid. Maar ’s morgens was alles weer binnen +de perken gebracht en minder gewichtig; de meest brandende strijdvragen +konden dan voorzichtig als kleinigheden behandeld worden in de koele +morgenlucht.</p> +<p>Professor Lövdahl was zich ten volle bewust, dat hij zich te +buiten gegaan was en zijn vrouw ten diepste gekwetst had. Als correct +man schaamde hij zich, dat hij een stemming verraden had, terwijl hij +er zijn eer in gesteld had die te verbergen.</p> +<p>Tegenover zijn vrouw schaamde hij zich bijna minder <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3442" href="#xd20e3442" name= +"xd20e3442">174</a>]</span>omdat hij zelf wist, dat hij die booze +woorden niet in ernst gemeend had en omdat hij er vrij zeker van was, +dat ook zij, als ze even nadacht, wel zou inzien, dat het maar een +gezegde was, dat hem in de eerste opwelling van misnoegen ontvallen +was. Want dat was ontegenzeggelijk een vervloekte geschiedenis met dat +nieuwe kind.</p> +<p>Nu had hij zich al zooveel jaren lang gewend aan de gedachte aan +dien éénen zoon. Zoowel in zijn armenpraktijk, als in +zijn statistische studiën, had hij zooveel treurige gevolgen +gezien van veel kinderen in een gezin; hij had er zelf zooveel en zoo +scherp tegen gesproken en geschreven.</p> +<p>Kwam hij nu niet een beetje in een komisch daglicht, als hij +vijftien, zestien jaar daarna, op zijn ouden dag, tegen zijn eigen +theorie in begon te handelen. Al die geestigheden, die hij zou moeten +slikken! glimlachjes, <span class="corr" id="xd20e3448" title= +"Bron: toespellingen">toespelingen</span> en steken onder water!</p> +<p>En al die last in huis; al die moeite en akeligheid, die men zoo +gemakkelijk draagt als men jong is en alles nieuw; maar die de rust +verstoren en ’t huis overhoop halen, als men eenmaal alles in +orde heeft.</p> +<p>Dat alles was op eens over hem gekomen, had zich met de booze, +opgewonden stemming vermengd, waarin hij al een poos verkeerde en had +eindelijk dien beschaafden man, zoo vol zelfbeheersching, uit het +evenwicht gebracht en die woorden uitgelokt, die in zekeren zin zijn +geheim verraadden, hoewel hij in werkelijkheid er ver van was, wat hij +gezegd had te meenen, zooals Mevrouw Wenche het moest opgenomen +hebben.</p> +<p>Maar morgen zou alles er anders uitzien.</p> +<p>Aan de zaak zelf was immers niets te doen en Carsten Lövdahl +was juist de man om het onvermijdelijke <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3459" href="#xd20e3459" name="xd20e3459">175</a>]</span>met +gratie te dragen. Hij was ook bereid tegenover zijn vrouw excuses te +maken; maar kalm, half schertsend, uit de hoogte:—morgen.</p> +<p>Hij deed het licht uit; ’t was eigenlijk het allerbeste rustig +te gaan slapen; maar dat gelukte hem niet: hij kon niet in slaap +komen.</p> +<p>Integendeel hij werd buitengewoon wakker, gespannen, warm en +zenuwachtig,—hij lag naar het lichtste geluid te luisteren en het +kwam hem voor, dat de stille nacht vol geluiden was, terwijl de stad +sliep, met slechts hier en daar een wegstervende voetstap op haar +straten.</p> +<p>En in ’t donker groeide een sombere angst op, sneller en +sneller met fantastische omtrekken, en kwam al nader en nader, zwaarder +en meer beklemmend met iedere vijf minuten, als hij meende, dat er weer +een kwartier om was en een lucifer aanstak.</p> +<p>Waar blijft ze toch? Over half twaalf! Nu moest er toch iets gebeurd +zijn.</p> +<p>Hun laatste gesprek, haar gil toen hij vluchtte, omdat hij bang was +dit gesprek voort te zetten—dat alles stond hem voor den +geest.—En zij, die zoo heftig was, zich nergens aan +stoorde......!</p> +<p>Die overspannen naturen toch!—hij kende ze. Wat konden ze niet +verzinnen! Waar was ze op dit oogenblik?—hij duizelde. Zwierf ze +alleen rond in den nacht? Of lag ze al te drijven bij de steile rotsen +in het fjord?</p> +<p>Hij ging overeind in bed zitten en stak een kaars aan. Hij sprak +kalmeerend tegen zich zelf als tegen een koortspatiënt; maar het +hielp niet.</p> +<p>Eindelijk hoorde hij de huisdeur.</p> +<p>Dadelijk deed hij de kaars uit, ging liggen en haalde langzaam en +geregeld adem, alsof hij al lang sliep. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3480" href="#xd20e3480" name="xd20e3480">176</a>]</span>Hij +voelde zich grenzenloos verlicht en glimlachte over zijn angst.</p> +<p>Mevrouw Wenche kwam binnen, stak licht aan en trok haar japon uit, +terwijl ze haar man aandachtig gadesloeg; hij sliep vast en rustig.</p> +<p>Stil en voorzichtig—zoodat niet één sleutel +rammelde, legde zij haar hand op zijn sleutelring, nam de kaars +meê en ging de slaapkamer uit.</p> +<p>Hij merkte, dat ze de kamer weer uitging, maar dacht daar niet +verder over. Nu was ze thuis, zijn angst was voorbij, morgen zou het +wel weer in orde komen. En zooals hij daar nu gerustgesteld en moe van +ontroering lag en deed, alsof hij sliep, viel hij werkelijk in slaap en +sliep vast en rustig twee, drie uur.</p> +<p>Maar toen hij midden in den nacht wakker werd en voelde, dat het bed +van zijn vrouw leeg en koud was, schrikte hij weer op in angst, stak de +kaars aan en keek rond. Alles was stil; ’t was over drieën; +hij zag geen spoor van zijn vrouw, behalve de japon, die zij +uitgetrokken had.</p> +<p>Carsten Lövdahl voelde zijn hart stilstaan: het werd hem +duidelijk, dat er nu toch iets gebeurd was. Hij verzamelde al zijn +kracht, hij wapende zich met alle kalmte, die in zijn natuur lag en die +het leven en zijn werk nog in hem had versterkt en ontwikkeld.</p> +<p>Toen hij zich half gekleed had, nam hij het licht mee om haar te +gaan zoeken.</p> +<p>Door de kamers viel een lichtstreep uit zijn spreekkamer; de deur +stond op een kier. Hij moest even blijven staan; maar toen deed hij de +weinige voetstappen naar de deur; hij wist nu wat hij zien zou.</p> +<p>Toch moest hij zich vasthouden en de kandelaar was hem bijna uit de +hand gevallen.</p> +<p>Stijf uitgestrekt in zijn grooten leunstoel lag het <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3501" href="#xd20e3501" name= +"xd20e3501">177</a>]</span>lijk van Mevrouw Wenche. De kaars op de +tafel was bijna uitgebrand; en uit haar hand, die zij in ’t +laatste oogenblik over de tafel had uitgestrekt, was een van zijn +kleine fleschjes gerold, die hij kende.</p> +<p>Hij zette de kaars weg en wilde zich op haar werpen. Maar een +gedachte drong zich op eens aan hem op en maakte hem stil en koud: nu +moest hij er aan denken wat hem nu te doen stond, wat er nog verborgen +kon worden; nu was het tijd om een man te zijn.</p> +<p>En weer bedwong hij alle gevoel met zijn door gewoonte sterke +zelfbeheersching, hield een spiegel voor haar mond, ofschoon hij wel +weten kon, dat de dood onmiddellijk was ingetreden, toen het fleschje +leeg was. Hij nam het op en zette het weer in het kastje, en lichtte +langs den vloer om de kurk te vinden.</p> +<p>Daarop sloot hij zijn medicijnkast en stak den sleutelring in de +zak.</p> +<p>Met afgewend gezicht boog hij zich over haar neer, nam haar op en +droeg haar de kamers door naar haar bed.</p> +<p>Toen hij de kaarsen weer naar de slaapkamer gebracht en nog eens +rondgekeken had, ging hij naar boven en riep de dienstmeisjes.</p> +<p>Een liep dadelijk naar buiten om Dr. Bentzen, een van de +gemeente-artsen te roepen: Mevrouw was ziek, gevaarlijk ziek, ’t +ging om leven en dood.</p> +<p>„’t Is al voorbij—lieve vriend—hier is niets +meer te doen, een hartverlamming, plotseling! in een oogenblik!” +zei de professor, toen hij Bentzen in de gang tegemoet kwam.</p> +<p>„Arme vriend!” antwoordde Bentzen en drukte hartelijk +zijn hand, „kom ik te laat om je te helpen?”</p> +<p>„Och neen! ik kwam <span class="corr" id="xd20e3522" title= +"Bron: eigelijk">eigenlijk</span> ook zelf te laat, zie je, ik lag te +slapen; zij ging later naar bed dan ik; <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3525" href="#xd20e3525" name="xd20e3525">178</a>]</span>en zoo +stil en plotseling is alles gegaan, terwijl ze zich uitkleedde, dat ze +al bewusteloos was en de doodstrijd al begonnen was, toen ik wakker +werd.”</p> +<p>Prof. Lövdahl sprak in groote spanning en uitvoerig—als +een moordenaar, die den indruk van vrijmoedigheid maken wil.</p> +<p>„Heb je haar muskus gegeven?” vroeg Dr. Bentzen wat +verrast, terwijl hij zich over haar boog.</p> +<p>„Ja, wat moest ik doen?” antwoordde de professor met een +gebaar van radeloosheid; „ik was wanhopend en alleen—even +voor je kwam greep ik wat ik bij de hand had. Maar ze was zonder +twijfel al dood toen ik het haar in den mond goot. Ik ben altijd bang +voor Wenche’s hart geweest;—maar dat het zoo zou +gaan.....”</p> +<p>Bentzen legde de hand op zijn schouder: „Wees een +man—Lövdahl—wij beiden hebben al zoo vaak zulke dingen +zien gebeuren, dat we ons sterk moeten toonen, als de slag ons zelf +treft. Ik zie ook, dat je kalm bent en behalve dat—je weet, +Goddank! waar je de beste troost op den duur kunt vinden.”</p> +<p>De gemeentearts Bentzen vond altijd een paar vrome zinnetjes bij +zulke gelegenheden, ofschoon zijn mond in ’t dagelijksche leven +vol was van vloeken en minder fijne verhalen.</p> +<p>Maar toen hij weg was, de huisdeur gesloten, het ergste verborgen en +zijn positie gered, toen was ’t uit met Carsten Lövdahls +zelfbeheersching; hij sloot zich op bij de doode, wierp zich neer naast +het bed en steunde.</p> +<p>Zóó was het dan <span class="corr" id="xd20e3541" +title="Bron: geëndigd">geëindigd</span>, zijn huwelijk.</p> +<p>’t Was voor hem één lange strijd geweest, waarin +hij voortdurend verloren had—ook dezen keer.</p> +<p>Hij had gestreden om zijn vrouw te winnen op een andere manier dan +in verliefdheid. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3549" href= +"#xd20e3549" name="xd20e3549">179</a>]</span></p> +<p>Zij zou leeren hem heelemaal te waardeeren—ook zoo, dat ze +zijn levensopvatting als de ware erkende en zich daarvoor boog.</p> +<p>Carsten Lövdahl’s ijdelheid was zijn karakter; alles had +bijgedragen om die te versterken—alleen zijn vrouw wilde zich +niet voor hem buigen.</p> +<p>En naarmate zij in hun samenleven elkaar leerden kennen, begreep +hij, dat de kans steeds kleiner werd, dat zij zich zou buigen in +bewondering en des te sterker wenschte hij te overwinnen.</p> +<p>’t Zou toch ten slotte wel eens blijken, dat ze niets bereiken +kon zonder hem; al haar overspannen ideeën zouden eens blijken te +zijn wat ze waren: praatjes en groote woorden.</p> +<p>Maar toch imponeerde ze hem. Die grenzenlooze vrijmoedigheid, die +vaste, zekere blik, dien hij op zich voelde rusten, al was ze ook aan +het andere eind van de kamer, zoo vaak hij handig en prettig een loopje +met de waarheid nam;—dat alles drukte en irriteerde hem, omdat +hij haar nooit aan het wankelen kon brengen.</p> +<p>Alleen op éen punt had hij overwonnen; dat was in den strijd +om Abraham. Maar tegelijk was er iets bij gekomen en dat was erger dan +al het andere en had alles vernield.</p> +<p>Want het geheim, dat hij zijn heele leven met inspanning van alle +kracht had verborgen was dit: hij was jaloersch,—stil, verbeten +jaloersch. Maar zooals zijn ijdelheid nooit bleek in iets wat ook maar +in de verste verte op pralerij geleek, zoo vertoonde de duivel van zijn +jaloezie ook nooit zijn bokkepoot in heftigheid en overijling.</p> +<p>Hij herinnerde zich altijd een woord, dat hij in zijn jeugd gelezen +had: een jaloersch man is altijd belachelijk; maar ’t meeste als +hij met een dolk komt aanloopen. <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3566" href="#xd20e3566" name="xd20e3566">180</a>]</span></p> +<p>Belachelijk te worden was voor Carsten Lövdahl het toppunt van +menschelijke jammerlijkheid, en daarom had hij zich zelf eens voor al +beloofd nooit met een dolk aan te komen.</p> +<p>Dat kwam ook niet met zijn persoonlijkheid overeen; en hoe diep hij +zich ook gekwetst kon voelen, en hoe onmiddellijk hij ’t minste +krenkende woord opmerkte, of wanneer hij op zij gezet werd, nooit kwam +er maar een schaduw op zijn gezicht, die iemand opmerken kon.</p> +<p>Daarom had hij van ’t oogenblik af, dat zij getrouwd waren +deze methode gekozen: te doen, alsof hij niets zag of begreep; hij was +vriendelijk en voorkomend voor de jonge mannen, die zijn vrouw +naderden, en in zijn spreken over hen vol lof—zoodat het haar +zelf bijna verveelde.</p> +<p>Tevens hield hij zich wat op den achtergrond; liet al het +ridderlijke in zijn persoon goed uitkomen; hij week uit of was bij de +hand; zoo bescheiden en trouw, dat de jonge vrouw, wier volle liefde +hij nu eenmaal niet bezat, toch liever tot hem terugkeerde als een of +andere verhouding haar begon te verontrusten. Ten slotte was hij het +toch, waar ze ’t beste op vertrouwen kon.</p> +<p>Maar telkens als hij zulk een crisis had doorgemaakt, voelde Carsten +Lövdahl, dat het een volgenden keer moeielijker werd. Dit was ook +een van de redenen, waarom hij de hoofdstad verlaten had. Hier in de +kleine stad ging het beter.</p> +<p>Wel maakte de onderdirecteur Abel zijn bezadigde strijkaadjes, en +dat ergerde den <span class="corr" id="xd20e3580" title= +"Bron: profossor">professor</span>; maar in werkelijkheid was dat toch +heel onschuldig.</p> +<p>’t Was, alsof hij eindelijk rust zou krijgen van de slang, die +aan zijn hart knaagde;—maar toen kwam Mordtmann. <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3585" href="#xd20e3585" name= +"xd20e3585">181</a>]</span></p> +<p>Al van dat onzalige diner, dat <span class="corr" id="xd20e3588" +title="Bron: profesor">professor</span> Lövdahl gegeven had, omdat +hij vond dat het zijn plicht was, en omdat Mevrouw Wenche tot nu toe +zoo onverholen haar onverschilligheid aan Mordtmann had +getoond,—al van dien blik, waarmeê ze den jongen vreemde +dankte voor zijn hulp in dat groote gesprek over de school,—van +dat oogenblik af wist Carsten Lövdahl ook hoe het gaan +zou,—dat wil zeggen: ’t kwam niet in hem op, dat het +zóó zou eindigen.</p> +<p>Maar hij voorzag een nieuwe beproeving, en volgde zijn oude methode: +hij nam aandeelen in de fabriek „Fortuna,” ging in ’t +bestuur en noodigde Mordtmann uit met zijn vriendelijksten +glimlach.</p> +<p>Maar hij merkte al gauw zelf, dat het niet meer zoo gemakkelijk ging +als vroeger. ’t Werd hem bij den dag moeilijker zich te +beheerschen. Niets ontging hem, hij wist en begreep alles; hij zag hun +verhouding zich vestigen, groeien en groeien—lang +vóór en veel duidelijker dan Mevrouw Wenche het zag.</p> +<p>En hij kookte! ’t Was hem onmogelijk langer comedie te spelen, +terwijl zijn huis op ’t punt stond in elkaar te storten. De oude +methode hielp niet.</p> +<p>Hij moest ingrijpen—of tegen den een of bij de andere.</p> +<p>Hij stampte met zijn stok op den grond op dien avond, toen Mordtmann +naar buiten kwam met dat geheele hartstochtelijke tooneel in zijn +gezicht geschreven, zóó, dat de professor ’t in +één seconde gelezen had,—hij stampte met zijn stok +op den grond, maar hij voelde op hetzelfde oogenblik, dat dit de +laatste keer was dat hij het zoo kon doen.</p> +<p>Een paar dagen had hij zoo rondgeloopen; maar vandaag was hij +thuisgekomen om alles aan zijn vrouw te zeggen,—alles! zooals het +van den eersten dag af was gegaan tot nu toe. Aan het verootmoedigende +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3604" href="#xd20e3604" name= +"xd20e3604">182</a>]</span>wat daarin gelegen was dacht hij niet meer; +hij wilde zich beklagen,—daar had hij recht toe; hij wilde haar +tot haar plicht roepen, haar plicht, dien ze als rechtschapen vrouw +niet kon ontkennen, waar ze zich niet aan kon onttrekken.</p> +<p>Maar toen trof het zoo ongelukkig,—die mededeeling, +waarmeê ze hem tegemoet kwam,—zoo onaangenaam, zoo volkomen +onverwacht. En toen verloor hij zijn kalmte, die hij met zooveel moeite +bewaard had; hij was heelemaal buiten zich zelf toen hij haar die +beleediging in het gezicht slingerde.</p> +<p>Hij had haar willen zeggen,—hij kwam om haar te zeggen, dat +hij haar niet langer vertrouwde; dat hij was begonnen aan haar te +twijfelen; hij wilde haar waarschuwen, haar smeeken, of haar hard +toespreken, al naar ’t gesprek liep.</p> +<p>Maar ’t was verre van hem geweest haar te willen beleedigen. +Dat haar hart van hem vervreemd kon worden—dat wist hij; en dat +was immers zijn angst; maar dàt wist hij ook, dat zoodra het +gebeurd was en de keus met bewustheid gedaan, dan zou ze uit zich zelf +bij hem komen en het vertellen. Dat ze ontrouw zou zijn—op andere +wijze—dat zou hij nooit in ernst van haar denken.</p> +<p>En allerminst op dit oogenblik, nu hij daar in zijn sombere +gedachten verdiept zat en haar aanstaarde.</p> +<p>Ze lag daar zoo rein, zoo stil, zoo geheel zijn meerdere na ’t +volvoeren van haar besluit.</p> +<p>Hij zat daar, en hij voelde, hoe ze op nieuw en nu afdoende +overwonnen had.</p> +<p>Want wat hem in haar oogen hoog gehouden had, was juist, dat hij +trots alles wat zij lafheid en onwaarheid noemde, toch iets ridderlijks +had bewaard, wat haar aantrok en waarvoor ze achting hebben kon.</p> +<p>Maar nu had hij juist in hun laatste samenzijn het <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3622" href="#xd20e3622" name= +"xd20e3622">183</a>]</span>slechtste, wat er in hem was, laten zien, +zich op zijn allerleelijkst vertoond—en met dat beeld was zij +heengegaan.</p> +<p>Hij kwam daartegen op met de diepste verbittering; zijn liefde voor +haar was voor ’t grootste gedeelte een brandende lust geweest om +haar tot eerbiedige bewondering te brengen,—eerst dan was ook hij +bereid tot bewonderen.</p> +<p>Nu was hij onverbiddelijk geslagen, ze had hem volkomen veracht, had +hem den rug toegekeerd en was heengegaan.</p> +<p>Al zijn smart en teleurstelling, heel het overschot van zijn liefde, +dat nog niet door zijn ijdelheid verslonden was, werd op dit oogenblik +in haat tegen Mordtmann omgezet; dat zou voortaan zijn levensdoel zijn, +hem op de knieën te dwingen, zich zelf en zijn nederlaag te +wreken; iets anders bestond niet meer voor hem.</p> +<p>Maar hij had Abraham vergeten, Abraham was er immers nog, haar zoon; +en bij die gedachte werd zijn bitterheid iets verzacht. Hem zou hij +toch tot bewondering kunnen dwingen; hij zou de liefde die <span class= +"corr" id="xd20e3633" title="Bron: zij">zijn</span> vader hem aanbood, +met dank en wederliefde aannemen, hij zou hem liefhebben, zooals +Carsten Lövdahl bemind wilde worden.</p> +<p>Hij zou Abraham helpen zijn verdriet te dragen,—hij zou mogen +treuren; maar tevens wilde hij hem ontwikkelen en vormen naar zijn +beeld, hem zoo ver, zoo hoog brengen—zóó hoog als +zijn liefde groot was. Dan zou de zoon hem ten minste schenken, wat hij +van de moeder nooit had kunnen verkrijgen.</p> +<p>De professor nam de lamp, om Abraham te wekken, en hem zoo +voorzichtig mogelijk te zeggen, dat hij zijn moeder verloren had.</p> +<p>De dienstmeisjes waren niet weer naar bed gegaan; <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3642" href="#xd20e3642" name= +"xd20e3642">184</a>]</span>ze wachtten met ongeduld, dat de dag zou +aanbreken zoodat ze naar buiten konden komen en ’t nieuws +vertellen; onderwijl maakten zij den kachel aan en kookten koffie.</p> +<p>Abraham had in den slaap gemerkt, dat de kachel in zijn kamer was +aangelegd, en daarom had hij den indruk, dat het tijd werd om naar +school te gaan.</p> +<p>Toen hij nu door zijn vader gewekt werd, ging hij met een ruk +overeind zitten en meende, dat hij zich verslapen had.</p> +<p>„Is het al acht uur!”</p> +<p>„Neen—mijn jongen!—’t is nog pas zes uur; +maar ik maak je wakker, omdat ik iets heel treurigs te zeggen +heb.—Je moet sterk zijn—Abraham!—en God bidden je +kracht te geven; want we hebben van nacht allebei een groot verlies +geleden. Je Moeder is plotseling ziek geworden—”</p> +<p>„Is Moeder dood?” riep Abraham wanhopend en greep zich +aan zijn vader vast.</p> +<p>„Kalm nu, mijn jongen! je ziet, dat ik ook kalm ben; je moet +het dragen als een man, hoe jong je ook bent. Och—Ja! Onze lieve +Heer heeft ons beiden een zware beproeving opgelegd; je moeder werd +vannacht plotseling ziek. ’t Was een beroerte, die geen +menschenmacht voorkomen of genezen kon, en nu—nu heeft zij het +goed en wij beiden zijn alleen.”</p> +<p>Abraham was nog niet recht helder; hij greep haastig naar zijn +kleeren in een vage behoefte om op te staan en bij zijn moeder te +komen.</p> +<p>„Neen, neen, Abraham, blijf nu stil liggen! ’t is nog +zoo vroeg, en je zult nog tijd genoeg hebben om te treuren, +stakker!”</p> +<p>„Maar Vader, Vader! Is ’t wel zeker waar?” Abraham +barstte uit in luid en heftig schreien en wierp zich in de kussens. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3663" href="#xd20e3663" name= +"xd20e3663">185</a>]</span></p> +<p>Lang zat de vader aan ’t bed en streelde zijn hoofd. Maar toen +het schreien langzamerhand wat bedaarde, stond hij op:</p> +<p>„Blijf nu liggen tot het licht wordt—Abraham—of +zoo lang je wilt. Je hoeft niet naar school te gaan in deze dagen; ik +kom gauw weer bij je.”</p> +<p>’t Was zoo wonderlijk, zoo onmogelijk om te begrijpen, dat +Moeder dood was, onherroepelijk dood en weg, „dood,” +herhaalde hij halfluid in zich zelf.</p> +<p>Hij zat overeind in het bed en staarde naar het roode punt in de +deur van den kachel, tot de tranen hem weer te machtig werden, en hij +ging weer liggen en schreide; hij hoefde niet naar school, dat was maar +goed ook; hij schreide tot hij in slaap viel en hij sliep lang.</p> +<p>Telkens als hij bijna wakker werd, kwam het hem voor, alsof hem iets +heel akeligs wachtte; maar hij hoefde niet naar school en hij zette het +van zich af.</p> +<p>Zoodoende stond hij niet op voor elf uur. Zijn ontbijt was in zijn +kamer gezet, terwijl hij sliep; maar hij kon niet eten; hij was als +half bedwelmd.</p> +<p>Abraham kwam eindelijk uit zijn kamer en wilde over de smalle gang +naar de kamer van zijn ouders gaan,—maar de deur was afgesloten, +zoodat hij door den keuken gaan moest.</p> +<p>Daar verbaasde het hem eerst de kookvrouw te vinden, die gewoonlijk +kwam als er een diner of souper gegeven werd. Ze was bezig met vleesch +te schrappen en op het fornuis stond een groote pan soep te koken.</p> +<p>Abraham ging de huiskamer binnen om in de slaapkamer te komen. In de +kamers zag hij Mevrouw Bentzen en verscheiden andere dames, die hij +kende. Ze waren allen in ’t zwart, en over de tafels en stoelen +lag veel wit goed. Overal rook het naar muskus. Niets <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3683" href="#xd20e3683" name= +"xd20e3683">186</a>]</span>drong helder tot hem door, +vóór hij bij zijn moeders bed stond.</p> +<p>Daar lag zij: nu zag hij het.</p> +<p>„Moeder,” zei hij heel zacht; „Moeder!” riep +hij wat harder.</p> +<p>Toen was het alsof hij stikken zou. Op eens begreep hij den +onverbiddelijken dood. Hij kon niet schreien.</p> +<p>Zijn vader kwam zachtjes binnen, en sprak vriendelijk tot hem. +„Wij beiden, Abraham, moeten ons bij elkaar aansluiten. Zij heeft +uitgestreden. Zie maar, hoe rustig zij daar ligt.”</p> +<p>Daarop nam hij hem voorzichtig meê uit de slaapkamer.</p> +<p>Er was een liefderijke stemming en een stille gedempte drukte in +huis. De witte gordijnen moesten hoe eer hoe beter voor de vensters +gehangen worden<a class="noteref" id="xd20e3697src" href="#xd20e3697" +name="xd20e3697src">1</a>, en ’t huis was groot, met veel +vensters aan de straat.</p> +<p>Alleen in de spreekkamer van den professor mocht niemand komen. Daar +zocht Abraham zijn toevlucht.</p> +<p>Zijn vader zat telegrammen te schrijven, hield nu en dan op en +zuchtte. Abraham keek naar buiten op de plaats, waar de herfstdag +gelijkmatig troosteloos neerzeeg.</p> +<p>De professor werd gestoord door een bleeken, zachtmoedigen man, dien +Abraham kende als den aanspreker; en terwijl ze samen spraken, sloop +hij weer naar de slaapkamer.</p> +<p>Daar zat hij en staarde zijn moeder aan; hij schreide bijna niet, +staarde maar als verlamd naar die bekende trekken, die hij maar niet in +beweging kon <span class="pagenum">[<a id="xd20e3708" href="#xd20e3708" +name="xd20e3708">187</a>]</span>brengen. Zouden de anderen zich toch +niet kunnen vergissen? Stel je voor! Als zij zich nu eens naar hem +toekeerde en zei: „Abbylief, ik ben niet dood.”</p> +<p>Zijn vader kwam weer binnen en vond hem daar; hij sprak wat met hem +en bracht hem zachtjes de kamer uit.</p> +<p>De professor sprak fluisterend in ’t voorbijgaan een paar +woorden met het mooie vrouwtje van den commissaris van politie; en kort +daarna vroeg ze hem—’t moest van zelf heeten, maar Abraham +begreep het best:—</p> +<p>„Toe, kom eens hier en houd de trap vast, Abraham! en geef mij +de spelden één voor één aan, wil +je?”</p> +<p>Zij stond op de trap en was met de gordijnen bezig.</p> +<p>Abraham ging naar haar toe en hielp haar. De dames hielden hem om +strijd bezig en overstelpten hem met lof, omdat hij zoo flink en handig +was. En zoo ging de dag voorbij tot etenstijd.</p> +<p>Toen begreep Abraham ook waarom de kookvrouw er was. Want in de +groote kamer was een lange tafel gedekt; al de behulpzame dames zouden +daar eten.</p> +<p>Abraham ging op zijn gewone plaats zitten: maar toen hij de oogen +opsloeg en zag, dat Mevrouw Bentzen naast hem zat voor de soepterrine +en soep opschepte, barstte hij plotseling in luid schreien uit en moest +van tafel worden weggebracht.</p> +<p>En eerst toen voelde hij heel zijn verdriet voluit. ’t Kwam +over hem als een stortvloed: het grootst en bitterst verdriet, waarvoor +geen troost te vinden is in zóó’n jong +hart;—het overstelpend kinderverdriet, waarvan de <span class= +"corr" id="xd20e3727" title="Bron: volwassennen">volwassenen</span> +meenen, dat ’t zoo gauw voorbijgaat, omdat er zooveel over +héen groeit.</p> +<p>Met een doordringende bitterheid, zooals geen ander verdriet heeft, +boort dit zich diep in den bodem van <span class="pagenum">[<a id= +"xd20e3732" href="#xd20e3732" name="xd20e3732">188</a>]</span>het hart; +en alles, wat daar later kan opgroeien, dat alles wortelt in die +heilige smart.</p> +<p>’t Leven en de tijd kunnen later wel buigen en wijzigen; maar +een gemeenschappelijke stempel, een gemeenschappelijke pijnlijke plek +zal er altijd zijn voor hen, die de eigenschap kregen, dat zij +begrijpen en lijden kunnen, en dan dadelijk moeten beginnen met het +allergrootst verlies—het eenige, dat nooit vergoed kan +worden.</p> +<div class="figure xd20e3737width"><img src="images/o188.png" alt= +"Ornament." width="147" height="98"></div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e3741" href="#xd20e3741" name= +"xd20e3741">189</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= +"xd20e3697" href="#xd20e3697src" name="xd20e3697">1</a></span> Bij een +sterfgeval worden in ’t Noorden witte gordijnen voor de vensters +gehangen.</p> +</div> +</div> +<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt= +"Dertiende hoofdstuk." width="462" height="134"></div> +<h2 id="xd20e3743" class="main">Dertiende hoofdstuk.</h2> +<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e winter ging +stil voorbij voor Abraham. Hij treurde en miste zijn moeder zoo +smartelijk in het begin en zat menig avond in den hoek bij den kachel +te schreien in de leege kamer.</p> +<p>Maar zijn vader hield zich op allerlei manieren met hem bezig, en +wandelde met hem, en liet hem zoo dikwijls hij lust had Broch en andere +vrienden bij zich vragen.</p> +<p>Alle menschen trouwens hielden zich met hem bezig; de heele stad +stroomde over van medelijden met den armen moederlooze; ofschoon toch +de meesten in hun hart dachten en in vertrouwelijke oogenblikken +zeiden, dat ’t misschien beter was zulk een moeder als Mevrouw +Wenche niet te hebben.</p> +<p>Haar plotselinge dood werd een treffend voorbeeld voor de gemeente; +en velen, die in lang niet in de kerk geweest waren, kwamen nu opdagen +om den predikant te hooren preeken over de onboetvaardigen, die door +den dood te midden van hun zonde en weerbarstigheid overvallen worden. +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3753" href="#xd20e3753" name= +"xd20e3753">190</a>]</span></p> +<p>Prof. Lövdahl zat in zijn bank daarnaar te luisteren met die +mooie, droevige uitdrukking op zijn gezicht en gevouwen handen. Abraham +zat er ook en boog zijn hoofd, zoodat hij al die oogen niet ontmoette, +die op hem gericht werden.</p> +<p>Hij wist niet, wat hij van zijn moeder denken moest.</p> +<p>Maar een indruk, die meer en meer opdook, was de gedachte, dat ze +dus nu niet bij hem binnen zou komen op den morgen van zijn +bevestiging, om hem in ’t verhoor te nemen.</p> +<p>Hij zag ’t zoo duidelijk voor zich, hoe ze de deur in zou +komen, met die oogen, waaraan geen ontkomen was. En wat moest hij +antwoorden? Nu was die zorg voorbij; hij schaamde er zich over, dat +’t hem een verlichting was als hij daaraan dacht. En toch was het +zoo.</p> +<p>De professor, die vroeger ook al bemind was, werd van nu af aan +eenvoudig aangebeden. Van mond tot mond gingen de uitvoerige verhalen +van dien vreeselijken nacht, toen hij wakker werd en zijn vrouw +stervend vond, en allen waren gesticht door er op te letten hoe manlijk +hij zijn verdriet droeg en hoe mooi het was, zooals hij zijn troost in +den godsdienst zocht.</p> +<p>Maar die laatste avond van Mevrouw Wenche werd nauwkeurig +onderzocht; waar was zij geweest?</p> +<p>De vrouw van den commissaris van politie kon al spoedig inlichtingen +geven: zij was bij Mordtmann geweest,—wel maar heel kort, maar +tien minuten worden al gauw twintig als ze wat gerekt worden. En dan +ook—in korten tijd kan veel worden afgesproken. Mordtmann was +dien zelfden avond naar Bergen vertrokken.</p> +<p>De vraag—de vraag waar alles op neer kwam—was nu: +„Waar was Mevrouw Wenche geweest van <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3771" href="#xd20e3771" name= +"xd20e3771">191</a>]</span>even over negenen tot over +elven?”—Zie—dàt was het ergste: de boot naar +Bergen ging eerst te middernacht.</p> +<p>Maar toen moesten Mevrouw With èn Mevrouw Bentzen beiden +bekennen, dat ze wisten—en heel, heel zeker wisten, want zij +hadden beiden geïnformeerd, dat Mevrouw Wenche den avond had +doorgebracht bij die zoogenaamde Mevrouw Gottwald, waar ze nu en dan +een visite maakte—Mevrouw Wenche bemoeide zich nu altijd ’t +liefst met menschen, waar een steekje aan los was. Dit bedierf de +combinaties van de vrouw van den commissaris van politie en maakte een +eind aan de onderzoekingen. Mevrouw Gottwald had er zelfs bijgevoegd, +dat Mevrouw Lövdahl zich dien heelen avond heel onwel gevoeld +had.</p> +<p>Laat op dien avond was Mevrouw <span class="corr" id="xd20e3777" +title="Bron: Gotwald">Gottwald</span> bij kleine Marius op het kerkhof +geweest en toen ze naar de stad terug ging, zag zij Mevrouw Wenche bij +den lantaarn, met een gezicht, dat zij nooit vergeten zou.</p> +<p>Toen nu de geruchten begonnen te loopen, reeds op den volgenden dag, +was er iets in Mevrouw Gottwald, dat alles begreep of vermoedde en zij +zond dien kleinen leugen van haar winkel uit.</p> +<p>Was niet Mevrouw Wenche de eenige geweest, die haar met eerlijke +vriendelijkheid was te gemoet gekomen, zoodat die haar nooit drukte. En +behalve dat was ze immers <span class="corr" id="xd20e3784" title= +"Bron: Abahams">Abrahams</span> moeder.</p> +<p>Dat geen gerucht van den waren toedracht van de zaak opdook, was +alleen doordat niemand op die gedachte kwam. En door de volkomen +zekerheid van den professor, Dr. Bentzen, de dienstmeisjes en Mevrouw +Gottwald bleef er geen reden tot twijfel over.</p> +<p>Anders zou het immers een feest geweest zijn voor <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3791" href="#xd20e3791" name= +"xd20e3791">192</a>]</span>al die vrome harten en vlugge, onvervaarde +tongen, om alles—wat dan ook! op het hoofd van die ongeloovige te +laden—zij, die zich met vrijdenkers ophield en nooit naar de kerk +ging.</p> +<p>Maar—Goddank! er was nog genoeg op haar te zeggen; en Mevrouw +Wenche kreeg een lang grafschrift, waarin niets vergeten werd.</p> +<p>Dit alles vervulde zoozeer den atmosfeer in de stad, dat ’t +niet anders kon dan dat Abraham het dikwijls merken moest. Hij werd +bang om den naam van zijn moeder te noemen en dat werkte storend op +zijn verdriet,—vooral in dezen tijd, nu hij voor zijn aanneming +werd voorbereid en twee keer in de week, behalve des Zondags, +godsdienstonderwijs ontving.</p> +<p>Hij was nu volkomen veranderd. En zelfs de rector moest toegeven, +dat Abraham Lövdahl een leerling was, waar de school op alle +manieren trotsch op wezen kon. Hij legde toen zijn tegenzin tegenover +hem geheel af; en alle leeraren hadden al lang die geschiedenis met +kleine Marius vergeten. Vlijtig en onderdanig sloop hij door de school +naast Hans Egede Broch, en velen begonnen hem voor even knap te +houden.</p> +<p>Alleen onder de meest vertrouwde vrienden was hij de oude—ja, +erger dan vroeger; en er gingen niet veel weken na zijn moeders dood +voorbij, vóor hij weer het middenpunt in hun kring was.</p> +<p>Allen waren over hem tevreden; maar de proost vooral! Was hij +begonnen met wat antipathie tegenover dezen jongen man, dan was die nu +overgegaan in de sterkste voorliefde.</p> +<p>Dat was juist een jongen naar zijn zin: stil, bescheiden, en +welgemanierd, ver in zijn kennis van ’t Christendom als maar +weinig anderen en daarenboven nog bezat hij een zeldzaam vermogen om +een redeneering te volgen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3806" +href="#xd20e3806" name="xd20e3806">193</a>]</span></p> +<p>„Hij moet absoluut in de theologie studeeren; hij heeft een +buitengewoon helder hoofd,” zei de proost vaak tegen den +professor.</p> +<p>„Ja, dat moet nu maar gaan zooals de Heer wil,” +antwoordde de professor. Hij vond—eerlijk gezegd—niet, dat +de theologische studie iets voor zijn zoon was.</p> +<p>Maar de proost was zóó met Abraham ingenomen, dat hij +hem boeken leende en hem zelfs op een avond vroeg.</p> +<p>’t Was met een wonderlijk gevoel, dat Abraham dat huis betrad, +dat voor nog geen twee jaar het doel van zijn liefste wenschen omsloot, +en waarheen hij zooveel liefdeblikken had opgezonden.</p> +<p>Er was nog een heele schaar ongetrouwde dochters; zijn vroegere +geliefde was op een na de oudste en was een jaar geleden met haar +telegrafist getrouwd.</p> +<p>Abraham zag haar terug met bruine vlammen in het gezicht en met een +treurig figuur.</p> +<p>Zijn droomenpaleis stortte ineen. Die ridderlijke tijd met den +trouwen kleinen Marius aan zijn arm werd iets belachelijks, iets om +zich over te schamen; en den volgenden dag lag Hans Egede Broch weer +slap van lachen, toen Abraham een verhaal deed van den avond bij den +proost en voorstellingen gaf van zijn vroegere liefde.</p> +<p>Intusschen kwam Paschen en de dag van ’t bevestigen al nader. +Abraham zag vreeselijk tegen dien dag op, als tegen iets onaangenaams, +dat nu eenmaal moest worden doorgemaakt; maar wat toch later nuttig +werken zou.</p> +<p>De professor nam de bevestiging van zijn zoon heel ernstig op.</p> +<p>In het eenzame huis met die vele gedachten en herinneringen, +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3828" href="#xd20e3828" name= +"xd20e3828">194</a>]</span>die hem kwelden, kreeg hij lust zich te +troosten en zijn zoon zoo gauw mogelijk volwassen te laten worden. Een +kamer op de bovenste verdieping, met een alcoof werd gemeubileerd en +voor Abraham ingericht, en zijn vader wilde volstrekt, dat hij in een +rok naar de kerk zou gaan.</p> +<p>Dat was geen gebruik meer. De aannemelingen waren nu zoo jong en +klein, dat ze altijd in een buisje of kort jasje gingen. Abraham +stribbelde zoo lang mogelijk tegen, omdat hij er zich voor +schaamde.</p> +<p>Maar de professor hield hem voor, dat hij immers ouder was dan de +gewone aannemelingen en bovendien zooveel meer ontwikkeld en +volwassen.</p> +<p>Toen gaf Abraham toe; eigenlijk wilde hij ook wel graag een rok +hebben; bovendien zou hij een <span class="corr" id="xd20e3836" title= +"Bron: goud">gouden</span> horloge met ketting krijgen, en de professor +dacht er over hem spoedig verlof te geven om thuis te rooken.</p> +<p>Maar op den morgen van den bevestigingsdag zelf, onmiddellijk +vóór hij wakker werd, droomde Abraham, dat de deur +openging en zijn moeder binnenkwam heel anders dan hij zich zoo vaak +had voorgesteld.</p> +<p>Hij stond op, verlegen, angstig. In de kerk luidden de +klokken—voor ’t eerst. Nu moest hij er heen, vooraan in de +rij staan, zoodat de heele gemeente hem zien kon en die gelofte +afleggen. En de oogen van zijn moeder, die oogen, die dwars door hem +heen gingen, die hem volgden; hij voelde ze. Zij was gekomen om zijn +oprechten biecht te hooren.</p> +<p>Kon hij heengaan en die gelofte afleggen?</p> +<p>De rok, waar hij zich op verheugd had, en die zoo mooi en nieuw was +met het zijden gaas in de achterpanden, hinderde hem nu; hij legde die +ter zijde.</p> +<p>Hij was aan ’t denken geraakt over al den ernst, die +<span class="pagenum">[<a id="xd20e3849" href="#xd20e3849" name= +"xd20e3849">195</a>]</span>eigenlijk aan dezen dag besteed was. Hoe was +het nu met hem gegaan? Was hij behoorlijk voorbereid—of stond het +op zijn voorhoofd geschreven, dat hij een onwaardige was? een +huichelaar en leugenaar, zou zijn moeder gezegd hebben.</p> +<p>De proost had hen allen zoo innig vermaand gisterenmiddag, toen zij +het geld brachten, om zich zelf ernstig te beproeven en zich voor te +bereiden om voor het aangezicht des Heeren te treden.</p> +<p>Abraham nam zijn nieuwe Testament en ging zitten lezen. Hij was zoo +onder den indruk, dat hij klappertandde.</p> +<p>Daar hoorde hij zijn vader uit zijn kamer komen.</p> +<p>Abraham sprong op en trok zijn rok aan.</p> +<p>De professor kwam binnen, geheel gekleed, met een breede witte das +aan en zijn drie ridderorden in groot formaat. Niemand in de stad had +er zoo veel:</p> +<p>„Goeden morgen, mijn jongen. De Heer zegene dezen dag voor +je.”</p> +<p>Daarop reikte hij hem een groot etui over, dat Abraham niet durfde +opendoen.</p> +<p>„Doe ’t maar open. En doe aan wat er in zit. ’t Is +je horloge, voor je aanneming.”</p> +<p>Abraham deed het open; er lag een gouden horloge in, met ketting en +medaillon; hij deed nu ook dit open; maar maakte op ’t zelfde +oogenblik een onwillekeurige beweging.</p> +<p>Daar waren die doordringende oogen, die hem sinds zijn droom van +dien morgen vervolgden.</p> +<p>„Dat is van je moeder zaliger,” zei de professor +aangedaan en drukte hem aan zijn borst.</p> +<p>Abraham dankte hem stamelend en maakte het horloge vast. Nu stond de +rok ook beter; hij was lang en slank geworden; maar het gezicht was nog +in de <span class="pagenum">[<a id="xd20e3876" href="#xd20e3876" name= +"xd20e3876">196</a>]</span>overgangsperiode, de neus te groot, en de +huid niet zuiver.</p> +<p>De professor zag hem intusschen met trots aan, en toen hij het +nieuwe Testament opengeslagen op tafel zag liggen, klopte hij zijn zoon +op den schouder:</p> +<p>„Dat is goed! Ik zie dat je het ernstig opneemt, +Abraham.”</p> +<p>Paschen viel in de eerste helft van April; en ’t was toen de +eerste zonnige dag, die wat warm was. De heele stad was op de been, de +kerk vol, en velen stonden buiten om de aannemelingen te zien +aankomen.</p> +<p>Enkele moedige winkeljongens traden reeds op in geheel licht grijze +zomerpakken met ronde gebogen mouwen en verbazend wijde broeken, die +bij de laarzen nauw toeliepen; maar dat was al te vroeg, ’t was +nog ijskoud in de schaduw.</p> +<p>Op de plaats vóór de kerk kwamen de aannemelingen +bijeen uit alle straten; eerst de hoofdpersoon, dan de ouders en een +paar broers of zusters.</p> +<p>De meisjes met natte gladgekamde haren, met dunne, blonde vlechten +in den nek, lange grijze of zwarte omslagdoeken schuin omgeslagen met +de punt heel tot aan den rand van de jurk neerhangend, met smalle +schouders en weinig rokken aan, alsof ze uit het water waren opgehaald. +Een paar uit de hoogere standen kwamen in een rijtuig en hadden een +Weener shawl om.</p> +<p>Maar waren de meisjes klein en dun, de jongens waren nog kleiner; +met buisjes en jasjes, waar de onmogelijkste plooien in zaten van +achteren en van voren, met groote mutsen, die hun over de ooren hingen, +alsof ze op ’t punt waren als dompers neer te vallen.</p> +<p>Met de handen over ’t gezangboek gevouwen en <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3895" href="#xd20e3895" name= +"xd20e3895">197</a>]</span>de oogen stijf op de nieuwe laarzen gericht, +liepen ze zoo zachtmoedig en godvreezend naar de kerk, alsof ’t +voor hen maar een kleinigheid was den duivel en al zijn daden en heel +zijn wezen te verzaken.</p> +<p>Maar het was maar goed, dat al hun goed op den groei gemaakt was, +want al den volgenden dag waren ’t heel andere kerels. En als men +niet juist in de kerk geweest was en den proost had hooren verklaren, +welk een diepe en ernstige verandering er door den heiligen geest in +hen had plaats gehad, zou men die zachtmoedige en godvreezende +jongelingen moeilijk herkend hebben in die bende halfdronken jongens, +die den dag daarna de straten vulde,—trotsch en triomfeerend, +omdat ze door ’t oog van den naald gekropen waren en de pacht +door den doop bevestigd hadden.</p> +<p>Er ging een gemompel door de menigte buiten en in de kerk, toen +Professor Lövdahl met zijn zoon aankwam. Dat stond ook heel anders +dan al die kleine zachtmoedigen met hun buisjes aan. Abraham was bijna +even groot als zijn vader, en dat mooie, licht grijzende hoofd en die +drie ridderorden in groot formaat straalden uit over de gemeente.</p> +<p>De heilige handeling begon. Abraham stond bovenaan, het dichtst bij +het koor. Een enkelen keer zag hij op, maar ontmoette +zóóveel blikken, dat hij dadelijk weer het hoofd boog als +de anderen.</p> +<p>Zij, die bovenaan stonden aan den kant van de meisjes, zagen +doodsbleek en waren op ’t punt van neer te zijgen van angst, dat +ze niet zouden kunnen antwoorden op de vragen van den proost. De eene +mompelde ’t antwoord op de groote „watervraag” en de +ander worstelde wanhopend met het derde artikel, <span class="corr" id= +"xd20e3906" title="Bron: waarmêe">waarmeê</span> ze in de +war gekomen was.</p> +<p>Aan beide kanten was er spanning; maar een en <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3911" href="#xd20e3911" name= +"xd20e3911">198</a>]</span>ander van de godvruchtige jongelingen dacht +ook wel: „Het kan mij niet schelen hoe het verder gaat, ik sta al +vast hier.”</p> +<p>Abraham was niet bizonder bang voor het vragen zelf, toch voelde hij +zich sterk beklemd.</p> +<p>Zij lieten hem niet los, de oogen uit den droom, hij stond te beven +en het was hem geen troost langs de rijen naar de anderen te zien.</p> +<p>Als nu eens een stem—b.v. een stem als die van zijn moeder, +plotseling door dit heele spiegelgevecht heenklonk, alles bij den naam +noemde, de comedie blootlegde, die zij allen met elkaar +speelden;—of hem noemde, hem die daar bovenaan stond—op het +punt van te liegen? Was hij dan de eenige leugenaar, de eenige +huichelaar onder enkel oprechten?</p> +<p>Hij dacht aan dezen en genen in de rij van de jongens en aan vele +anderen; de ergste kon hij niet wezen; maar toch was alles in hem +pijnlijk in oproer, en hij begreep niets van de gezangen, die hij +mee-zong. Maar nu kwam de proost langzaam uit het koor om met het +ondervragen te beginnen. Zijn gezicht was ernstig en nadenkend, terwijl +hij nog onder het loopen een blik in zijn altaarboek wierp, waarin +losse bladen geplakt waren met namen en getallen.</p> +<p>Het was ook geen kleinigheid, het overhooren zoo te regelen, dat +ieder zijn vraag kreeg, zonder dat iemand in de gemeente, of de +kapelaan in de predikantenbank al te groote sprongen merkte.</p> +<p>Maar toen hij voor Abraham stond, helderde zijn gezicht op; hier +behoefde hij in ieder geval niet bang te zijn om te vragen naar wat dan +ook; en hij koos daarom wat hem het eerst inviel.</p> +<p>„In welken persoon in God gelooft gij, mijn waarde Abraham +Lövdahl, volgens het tweede artikel?” <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3927" href="#xd20e3927" name= +"xd20e3927">199</a>]</span></p> +<p>„In den zoon Jezus Christus<span class="corr" id="xd20e3930" +title="Niet in bron">,</span>” antwoordde Abraham, zeker van zijn +zaak.</p> +<p>Toen de proost hem naderde beefde hij over het heele lichaam, maar +zoodra de eerste vraag kwam richtte hij zich dadelijk op. De +dagelijksche oefening in het ondervraagd-worden ontnam aan dit +oogenblik al het plechtige, wat hem zoo juist bijna overweldigd had. +Van nu af aan antwoordde hij vlug en duidelijk met de oogen op den +proost gericht.</p> +<p>„Is het van groot gewicht Christus te kennen?”</p> +<p>„Ja, er is geen verlossing in iets anders, want er is ook geen +andere naam onder den hemel aan de menschen gegeven door welke wij +verlost kunnen worden.”</p> +<p>„Heeft Christus niet alle menschen verlost?”</p> +<p>„Ja, Hij gaf zich zelf tot verlossing en schulddelging voor +allen.”</p> +<p>„Maar worden dan niet velen verdoemd?”</p> +<p>„Ja voorwaar,” antwoordde Abraham flauw, en zijn oogen +gleden neer langs de plooien van de lange toga van den proost.</p> +<p>„Maar wat is dan de oorzaak van hun verdoemenis?”</p> +<p>„Hun eigen onboetvaardigheid en ongeloof.”</p> +<p>„Zeer juist, mijn jongen vriend; dat is hun eigen +onboetvaardigheid en ongeloof,” herhaalde de proost tevreden; hij +wilde nu het leerboek verlaten en een van zijn theologische uitstapjes +ondernemen om recht met zijn beste aannemeling te schitteren: +„Blijkt eens menschen ongeloof altijd in booze, goddelooze +handelingen?”</p> +<p>„Neen,—niet altijd,” antwoordde Abraham zonder op +te zien.</p> +<p>„Niet altijd, dat is waar,” herhaalde de proost en liet +zijn oogen over de gemeente glijden om te genieten <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3958" href="#xd20e3958" name= +"xd20e3958">200</a>]</span>van de bewondering, die zijn lieveling +wekken moest.</p> +<p>Maar de proost schrikte; het was ademloos stil in de kerk, allen +rekten de halzen uit en zagen Abraham aan, maar niet met bewondering, +het was eerder een boosaardige, wreede nieuwsgierigheid.</p> +<p>En op eens ging den proost een licht op; daar zat nu de heele +gemeente en meende, dat hij met de vragen aan Abraham op diens moeder +doelde.</p> +<p>De proost zag in zijn eersten schrik naar den professor en toen naar +Abraham; zij ook geloofden het allebei. Professor Lövdahl hield +zijn oogen stijf op den proost gericht en Abraham was als het ware in +één gezonken; hij verborg zijn gezicht in zijn zakdoek en +zag er uit, alsof hij in den grond wilde kruipen.</p> +<p>De proost kwam zóó in de war en was zóó +ongelukkig over zijn misgreep, dat hij heelemaal niet meer wist hoe hij +het had. Men zou niets kunnen bedenken dat minder op hem leek, niets +dat minder in zijn bedoeling kon liggen, dan onaangenaam of hinderlijk +te zijn voor zijn lieveling—en dat nog wel voor den zoon van +Professor Lövdahl.</p> +<p>In zijn verwarring wist hij niet beter te doen dan zijn hand op +Abrahams schouder te leggen en een lofrede op hem te beginnen.</p> +<p>„Het is mij een genoegen, ja een vreugd voor mijn hart +geweest,” zei hij met warmte, „U, mijn lieve Abraham +Lövdahl, voor de heilige handeling van dezen dag voor te +bereiden.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e3974" title= +"Niet in bron">„</span>Zelden heb ik een jongeling ontmoet, die +zóó begaafd was, zoo heerlijk toegerust met de beste +eigenschappen van hoofd en hart en ziel. En nu gij als volwassen lid +van de gemeente toetreedt, hoop en vertrouw ik zeker, dat gij ons +ouderen tot vreugde en stichting zult worden en voor de jongeren een +goed en navolgingswaardig voorbeeld.”— <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e3977" href="#xd20e3977" name= +"xd20e3977">201</a>]</span></p> +<p>Dit nu was iets volstrekt ongehoords! De kapelaan, Pastor Martens, +grinnikte wat achter het groene gordijn in de predikanten-bank, en de +geheele gemeente luisterde aandachtig. Maar de vele oogen, die op +Abraham gericht waren, werden toch zachter hierna. Het deed hun allen +goed uit den mond van den proost te hooren, dat er nog hoop was dezen +zoon van de verloren moeder te redden.</p> +<p>Zelf wist hij niet hoe hij zich houden moest. Waarom moest hij +geprezen worden boven alle anderen? Dit kon nooit goed gaan! De proost +veegde zijn voorhoofd af en ging verder langs de rijen. Zijn eerste +tegenspoed maakte hun dubbel attent, en het overhooren ging +schitterender dan ooit.</p> +<p>De kapelaan boog zich voorover en hoorde met stijgende verbazing de +goede antwoorden van de onmogelijkste idioten, die hij zelf had +opgegeven, maar hij viel bijna achterover in zijn bank, toen Osmund +Asbjörnsen Sauamyren in zijn zingend boerendialekt zijn stem +verhief en zijn groote bravouraria over de genademiddelen des +Evangelies voordroeg.</p> +<p>Het duurde eindeloos lang, eer de twee rijen overhoord waren; een +van de jonge dames met de mooie shawls om werd onwel en moest naar de +consistorie-kamer om wat water te drinken.</p> +<p>Langzamerhand overwon de vermoeidheid ook Abraham’s onrust en +angst; hij begon zich veiliger te voelen, de doordringende oogen zag +hij niet meer; daarentegen louter welwillende gezichten; en toen hij +eindelijk aan de plechtige belofte toe was, was zijn gevoel volkomen +stomp.</p> +<p>„Geef dan den Heer uw hart en mij uw hand,” zei de +proost ernstig en zacht, en Abraham reikte hem de hand; die van den +proost was zacht en glad en gaf hem een warmen, vertrouwelijken +handdruk. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3991" href="#xd20e3991" +name="xd20e3991">202</a>]</span></p> +<p>Eindelijk was de heilige handeling ten einde; die had van ’s +morgens negen uur tot ’s middags drie uur geduurd; +zóóveel aannemelingen waren er en zoo grondig deed de +proost het.</p> +<p>De bleekzuchtige, jonge dames in de mooie shawls moesten half naar +den wagen gedragen worden; de smalgeschouderde meisjes met de gele +staartvlechtjes zagen er nog steeds uit, als of ze uit het water kwamen +en de zachtmoedige, godvreezende jongelingen staarden nog vromer en +ootmoediger naar hun nieuwe laarzen.</p> +<p>De kookvrouw bij Professor Lövdahl was wanhopend en ’t +was de laatste maal—dit zwoer zij met een duren eed—dat ze +naar een aannemelingenpartij ging.</p> +<p>Driemaal had ze nu al aardappelen gekookt, verleid door valsche en +overijlde berichten van de door haar uitgezette wachtposten.</p> +<p>De gasten, waaraan de uitnoodiging gericht was om te komen: +„na afloop van de godsdienstoefening” liepen rond in den +tuin en buiten op de markt, of ze zaten zich in de kamers te vervelen, +met allerlei heilwenschen aan het adres van Proost Sparre, die nooit +het einde kon vinden.</p> +<p>’t Was over half vier eer men eindelijk aan tafel kwam in de +groote kamer. Abraham aan ’t hoofd van de tafel, met zijn vader +aan de rechterhand en den proost aan de linker; verder alleen oudere +heeren en Hans Egede Broch, die als Abraham’s beste vriend was +uitgenoodigd.</p> +<p>’t Waren de rector en de meeste van Abraham’s leeraren; +de ambtman en de burgemeester, de andere ambtenaren en de doktoren uit +de stad, een twintigtal uitverkoren vrienden en collega’s van den +professor.</p> +<p>Abraham kon in ’t eerst niet op zijn gemak komen <span class= +"pagenum">[<a id="xd20e4008" href="#xd20e4008" name= +"xd20e4008">203</a>]</span>als hoofdpersoon in dit waardig gezelschap; +maar naarmate ze wat warm door den wijn werden, ging het beter en +werden ze allen gezelliger.</p> +<p>’t Was de eerste groote partij, die de professor na den dood +van zijn vrouw gaf, en allen waren blij, dat ze weer bijeen waren in +het gastvrije huis. Professor Lövdahl was zelf een groot +liefhebber van conversatie en werd al spoedig opgewekt.</p> +<p>Er was nog iets, dat de stemming verhoogde, het gezelschap was goed +gekozen; geen wanklank was mogelijk, men kon zelfs over politiek +spreken; en nadat de proost en de rector elk hun toast op Abraham +uitgebracht hadden, werd er op den koning, de koningin, den kroonprins, +de kroonprinses, de koninklijke familie, het heele koninklijke huis, de +Unie en Zweden gedronken onder eenstemmig gejubel.</p> +<p>Ze werden steeds vroolijker; allen trokken een lijntje met Abraham, +en <span class="corr" id="xd20e4017" title="Bron: Bloch">Broch</span> +en hij wisselden nu en dan een blik over de vroolijkheid van de oude +heeren. De blinde darm en het stekelvarken zaten met elkander te lachen +en te fluisteren over een karaf oude Madera, en na tafel trok de +onderdirecteur Abel zijn jongen vriend met een glas Curaçao in +een hoek en sprak over zijn heerlijke moeder, tot hij van aandoening +schreide.</p> +<p>Het gezelschap ging vrij vroeg op den avond uiteen; want omdat ze +naar aanleiding van zooiets ernstigs bijeen waren, werd er geen kaart +gespeeld.</p> +<p>Toen zij alleen waren—vader en zoon—sprak professor +Lövdahl:</p> +<p>„Ja, nu—goedennacht, mijn lieve Abraham.—Je zult +wel moe zijn. Je bent nu het leven ingetreden als volwassen man, en ik +kan naar waarheid zeggen, dat ik over je tevreden ben. Hoe het je +verder in de wereld gaan zal, ligt zeer zeker—zooals de proost +<span class="pagenum">[<a id="xd20e4026" href="#xd20e4026" name= +"xd20e4026">204</a>]</span>zei—in ’s Heeren hand; maar +’t hangt ook voor een groot gedeelte van je zelf af.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4029" title= +"Niet in bron">„</span>De natuur heeft je in alle opzichten goed +toegerust: je bent geboren op een gelukkig gekozen plaats in de +maatschappij; je zult mettertijd over een vermogen +beschikken—groot genoeg naar onzen stand, en ik, je vader, heb +een invloed, die je ten goede kan komen, welken weg je ook kiest.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4033" title= +"Niet in bron">„</span>Je bent dus een van hen, die ver, +héél ver komen kunnen en moeten in de maatschappij.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4037" title= +"Niet in bron">„</span>Maar—er is nog één +punt, dat ik nu moet aanroeren—ik hoop, dat het voor het laatst +tusschen ons ter sprake zal komen;—er is nog maar +één punt, dat me zorg geeft.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4041" title= +"Niet in bron">„</span>Er is een neiging, die voor een paar jaar +bij je tot een uiting kwam,—je weet wel bij welke gelegenheid. +Welnu, het is Goddank! beter gegaan dan het toen scheen te kunnen +worden: je hebt je dwaling ingezien, en je hebt later—voor zoover +ik heb kunnen nagaan—je fout hersteld. Maar laat mij toch op +dezen voor jou zoo gewichtigen dag je waarschuwen voor dat, wat +misschien je nog in ’t bloed zit.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4045" title= +"Niet in bron">„</span><span class="corr" id="xd20e4047" title= +"Bron: En">Er</span> is—zie je—in iedere maatschappij, +zelfs in de best geordende—een misnoegd element, een zaksel, een +klein troepje, samengesteld voor de helft uit dweepers, voor de helft +uit misdadigers, menschen zonder geweten, zonder ware vaderlandsliefde, +zonder God!</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4051" title= +"Niet in bron">„</span>Waar je ook in de wereld komt, overal zul +je zulke menschen vinden. Zij komen—en daarom waarschuw ik je +juist—ze komen meestal als de beschermers der onderdrukten met +mooie woorden over ‘de kleinen tegenover de grooten’ en +iets dergelijks.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4056" title= +"Niet in bron">„</span>Zie je, Abraham,—die menschen zijn +het juist, waar je voor oppassen moet; want dat zijn de schadelijke +<span class="pagenum">[<a id="xd20e4059" href="#xd20e4059" name= +"xd20e4059">205</a>]</span>dieren in de samenleving, die het volk +bederven, en voortdurend trachten de maatschappij te ondermijnen.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4062" title= +"Niet in bron">„</span>En ik—ik, als je vader, ik geef er +je hierbij mijn woord op, dat er achter al wat deze menschen zeggen en +doen, bewuste leugen en slechtheid, hoogmoed en heerschzucht +schuilen.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4066" title= +"Niet in bron">„</span>En als je naar hen luistert, dan stort je +jezelf zeer zeker in het verderf.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e4070" title= +"Niet in bron">„</span>Nu kun je kiezen tusschen je vader en... +je... en,... en die anderen.”</p> +<p>De professor was zoo heftig geworden, dat hij zich bijna versproken +had; maar Abraham reikte hem beide handen, en zei: „Ik kies U, +Vader!”</p> +<p>Dat zei hij ernstig en met overtuiging. Zijn onrustige stemming van +dien morgen was nu geheel overwonnen. De openlijke lof in de kerk, het +feest en de volwassen mannen, die hem in hun midden opnamen en nu ten +slotte die toespraak van zijn vader maakten, dat hij zich rustig en +veilig voelde; hij zag zich zelven reeds onder de besten, en zijn leven +in glans en eere.</p> +<p>Toen hij was heengegaan, zag Carsten Lövdahl vergenoegd om zich +heen in de kamer. In de oogen van Abraham had hij de liefde en de +bewondering gelezen, die hij zocht. En hij voelde zich gelukkig.</p> +<p>Eindelijk had hij in zoover overwonnen: zijn zoon zou hem geven, wat +de moeder hem onthouden had; en dat verzachtte eenigszins de pijnlijke +bitterheid in de herinnering aan haar.</p> +<p>Maar Abraham spoedde zich naar boven, de horlogeketting rammelde zoo +mooi, als hij zich maar even bewoog. Hij verheugde er zich op, te zien, +hoe zijn mooie kamer er uit zou zien bij licht en ook op het optrekken +van zijn klok. <span class="pagenum">[<a id="xd20e4083" href= +"#xd20e4083" name="xd20e4083">206</a>]</span></p> +<p>Maar toen hij de kaarsen had aangestoken stond er een groote bouquet +van de prachtigste, zeldzaamste bloemen op tafel.</p> +<p>Abraham greep verrast en blij naar het kaartje, dat tusschen de +bloemen gestoken was; maar hij liet het weer vallen alsof hij er zich +aan gebrand had. Zijn gezicht werd gloeiend rood en hij wendde zich af, +alsof hij zich schaamde.</p> +<p>Op het kaartje had Mevrouw Gottwald met een onvast dameshandje +geschreven: „Van kleine Marius.”</p> +<p class="trailer xd20e4091">Einde.</p> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e4093" href="#xd20e4093" name= +"xd20e4093">207</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<ul> +<li><a href="#pre">Voorwoord</a><span class="tocPagenum"><a class= +"pageref" href="#xd20e146">5</a></span></li> +<li><a href="#ch1">Eerste hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e177">7</a></span></li> +<li><a href="#ch2">Tweede hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e368">18</a></span></li> +<li><a href="#ch3">Derde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e760">36</a></span></li> +<li><a href="#ch4">Vierde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1200">54</a></span></li> +<li><a href="#ch5">Vijfde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1616">77</a></span></li> +<li><a href="#ch6">Zesde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1722">86</a></span></li> +<li><a href="#ch7">Zevende hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2086">103</a></span></li> +<li><a href="#ch8">Achtste hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2261">112</a></span></li> +<li><a href="#ch9">Negende hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2589">130</a></span></li> +<li><a href="#ch10">Tiende hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2910">146</a></span></li> +<li><a href="#ch11">Elfde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3150">159</a></span></li> +<li><a href="#ch12">Twaalfde hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3412">172</a></span></li> +<li><a href="#ch13">Dertiende hoofdstuk.</a><span class= +"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3743">189</a></span></li> +</ul> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<h2 class="main">Wereld-Bibliotheek</h2> +<p class="firstpar"><span class="smallcaps">Eerste jaargang</span></p> +<p>Serie A. <i>Letterkunde:</i></p> +<p><i>Romans en Novellen:</i></p> +<p>No. 1 en 2. <a class="pglink" title= +"Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"http://www.gutenberg.org/etext/10400">HISTORIE VAN MEJUFFROUW SARA +BURGERHART</a>. Door <span class="letterspaced">E. Bekker</span> en +<span class="letterspaced">A. Deken</span>, met portret, gravures en +Inleiding door Prof. dr. <span class="letterspaced">L. +Knappert</span>.</p> +<p>No. 5 en 6. ALBERT VERWEY. Inleiding tot de nieuwere Nederl. +Dichtkunst, (1880–1900) met aanhalingen uit de voornaamste +werken.</p> +<p>No. 15. CHARLES DICKENS. <span class="letterspaced"><a class= +"pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"http://www.gutenberg.org/etext/28560">Een Kerstlied in +Proza</a></span>, uit het Engelsch door <span class="letterspaced">J. +Kuylman</span>.</p> +<p>No. 17 en 18. G. v. HULZEN, <span class= +"letterspaced">Getrouwd</span>. Een Roman.</p> +<p>No. 20. GRAAF LEO TOLSTOJ. <span class="letterspaced">Iwan de +Dwaas</span> en andere vertellingen. Uit het Russisch vertaald door +<span class="letterspaced">J. Brandt</span> en Dr. <span class= +"letterspaced">D. C. Hesseling</span>, met portret.</p> +<p>No. 22. M. SCHARTEN-ANTINK. <span class= +"letterspaced">Sprotje</span>.</p> +<p>No. 24 en 25. H. G. WELLS. <span class= +"letterspaced">Godenvoedsel</span> en <span class="letterspaced">hoe +het op aarde kwam</span>, uit het Engelsch door <span class= +"letterspaced">J. Kuylman</span>.</p> +<p>No. 30. HONORE DE BALZAC. <span class="letterspaced">Het gevloekte +kind</span>. Vertaling en Inleiding van <span class= +"letterspaced">C.</span> en <span class="letterspaced">M. +Scharten-Antink</span> en portret.</p> +<p>No. 33. S. FALKLAND. <span class="letterspaced">Kleine +Vertelsels</span>. <span class="pagenum">[<a id="xd20e4186" href= +"#xd20e4186" name="xd20e4186">208</a>]</span></p> +<p><i>Boeken voor Jongeren:</i></p> +<p>No. 7. ALADDIN EN DE WONDERLAMP, door <span class="letterspaced">J. +W. Gerhard</span>, met 24 illustraties.</p> +<p>No. 8. ALI BABA EN DE VEERTIG ROOVERS, idem.</p> +<p>No. 9 en 10. JUDITH GAUTIER. <span class= +"letterspaced">Gedenkschriften van een Witten Olifant</span>, met 11 +illustraties; vert. <span class="letterspaced">J. Kuylman</span>.</p> +<p>No. 11 en 12. CHARLES KINGSLEY. <span class="letterspaced">De +Waterkindertjes</span>, door <span class="letterspaced">M. v. Eeden-v. +Vloten</span>, met 7 illustraties; van <span class="letterspaced">G. v. +d. Wall-Perneé</span>.</p> +<p><i>Tooneelstukken en kunst:</i></p> +<p>No. 4. HENRIK IBSEN. <span class="letterspaced">Steunpilaren der +Maatschappij</span>. Vert. <span class="letterspaced">F. +Kapteyn</span>, met Inleiding van L. S.</p> +<p>No. 16. MOLIÈRE. <span class="letterspaced">Schelmstreken van +Scapin</span>. Vert. <span class="letterspaced">S. J. Bouberg +Wilson</span>.</p> +<p>No. 19. FRIEDRICH HEBBEL. <span class="letterspaced">Maria +Magdalena</span>. Vertaling van <span class="letterspaced">Louis +Landry</span>.</p> +<p>No. 21. WILLIAM SHAKESPEARE. <span class= +"letterspaced">Coriolanus</span>. Vertaling Dr. <span class= +"letterspaced">Edw. B. Koster</span>.</p> +<p>No. 28 en 29. F. SCHMIDT-DEGENER. <span class= +"letterspaced">Rembrandt Harmensz. v. Rijn, zijn leven en werk</span>, +met 32 auto-typieën op plaatpapier.</p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> +<p class="firstpar"></p> +<div class="figure xd20e4261width"><img src="images/spine.jpg" alt= +"Oorspronkelijke rug." width="720" height="75"></div> +<p> </p> +<div class="figure xd20e4268width"><img src="images/back.jpg" alt= +"Oorspronkelijke achterkant." width="473" height="720"></div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> +<p class="firstpar">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen +overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class= +"exlink" title="Externe link" href= +"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink" title="Externe link" href= +"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> +<p>Oorspronkelijke Noorse titel: <i>Gift</i>, voor het eerst verschenen +in 1883. Het vervolg is <i><a class="pglink" title= +"Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"http://www.gutenberg.org/etext/33308">Fortuna</a></i>.</p> +<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href= +"http://www.gutenberg.org/etext/32306">32306</a>.</p> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is +geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2010-04-29 Begonnen.</li> +<li>2010-08-01 Afbeeldingen toegevoegd.</li> +</ul> +<h3 class="main">Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%" summary= +"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e185">7</a></td> +<td class="width40">appelboomje</td> +<td class="width40">appelboompje</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e508">23</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e531">24</a></td> +<td class="width40">Griegsch</td> +<td class="width40">Grieksch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e620">28</a></td> +<td class="width40">antwoorde</td> +<td class="width40">antwoordde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e682">32</a></td> +<td class="width40">wat</td> +<td class="width40">was</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e779">37</a></td> +<td class="width40">direkt</td> +<td class="width40">direct</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e791">38</a></td> +<td class="width40">t</td> +<td class="width40">’t</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e805">38</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e940">41</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e945">41</a></td> +<td class="width40">grapige</td> +<td class="width40">grappige</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e984">43</a></td> +<td class="width40">Vindt</td> +<td class="width40">Vind</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1010">44</a></td> +<td class="width40">kanonen</td> +<td class="width40">kanonnen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1013">44</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1020">44</a></td> +<td class="width40">„</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1126">49</a></td> +<td class="width40">„</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1204">54</a></td> +<td class="width40">wilde</td> +<td class="width40">wilden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1267">58</a></td> +<td class="width40">meebracht</td> +<td class="width40">meêbracht</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1344">62</a></td> +<td class="width40">dät</td> +<td class="width40">dàt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1349">62</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1377">64</a></td> +<td class="width40">’</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1383">64</a></td> +<td class="width40">,.</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1398">64</a></td> +<td class="width40">lewenden</td> +<td class="width40">levenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1423">65</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1451">67</a></td> +<td class="width40">Wensche</td> +<td class="width40">Wenche</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1459">68</a></td> +<td class="width40">ergenis</td> +<td class="width40">ergernis</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1464">68</a></td> +<td class="width40">meeging</td> +<td class="width40">meêging</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1503">71</a></td> +<td class="width40">eenisgzins</td> +<td class="width40">eenigszins</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1532">72</a></td> +<td class="width40">merkt</td> +<td class="width40">merkte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1560">73</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">’</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1588">75</a></td> +<td class="width40">maar</td> +<td class="width40">waar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1745">87</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1822">90</a></td> +<td class="width40">Carstens</td> +<td class="width40">Carsten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1831">91</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1841">91</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1878">92</a></td> +<td class="width40">meedoen</td> +<td class="width40">meêdoen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1893">93</a></td> +<td class="width40">wolkie</td> +<td class="width40">wolkje</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1914">94</a></td> +<td class="width40">kamaraden</td> +<td class="width40">kameraden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1936">95</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1939">95</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1946">95</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1949">95</a></td> +<td class="width40">latijn</td> +<td class="width40">Latijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1964">96</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2036">100</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2064">101</a></td> +<td class="width40">bijne</td> +<td class="width40">bijna</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2090">103</a></td> +<td class="width40">Jorgen</td> +<td class="width40">Jörgen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2131">105</a></td> +<td class="width40">!</td> +<td class="width40">:</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2147">106</a></td> +<td class="width40">huichalerij</td> +<td class="width40">huichelarij</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2187">109</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2199">110</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2223">110</a></td> +<td class="width40">Momebuntur</td> +<td class="width40">Monebuntur</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2233">110</a></td> +<td class="width40">ben</td> +<td class="width40">bent</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2240">111</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2306">115</a></td> +<td class="width40">Mordtman</td> +<td class="width40">Mordtmann</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2343">117</a></td> +<td class="width40">Wensche</td> +<td class="width40">Wenche</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2375">119</a></td> +<td class="width40">”</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2383">119</a></td> +<td class="width40">pleizier</td> +<td class="width40">plezier</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2405">120</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2464">122</a></td> +<td class="width40">bad</td> +<td class="width40">had</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2483">123</a></td> +<td class="width40">roep</td> +<td class="width40">riep</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2515">125</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2622">131</a></td> +<td class="width40">gezgd</td> +<td class="width40">gezegd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2662">133</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2765">139</a></td> +<td class="width40">verrukkig</td> +<td class="width40">verrukking</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2955">149</a></td> +<td class="width40">vrienschappelijk</td> +<td class="width40">vriendschappelijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2962">149</a></td> +<td class="width40">verschikkelijken</td> +<td class="width40">verschrikkelijken</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3011">151</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3018">151</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3030">152</a></td> +<td class="width40">ergden</td> +<td class="width40">ergerden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3039">152</a></td> +<td class="width40">onverbetelijken</td> +<td class="width40">onverbeterlijken</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3065">154</a></td> +<td class="width40">Saunamyren</td> +<td class="width40">Sauamyren</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3111">157</a></td> +<td class="width40">drukt</td> +<td class="width40">drukte</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3143">158</a></td> +<td class="width40">ander</td> +<td class="width40">anders</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3198">161</a></td> +<td class="width40">kwestie</td> +<td class="width40">quaestie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3286">165</a></td> +<td class="width40">zichbaar</td> +<td class="width40">zichtbaar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3341">167</a></td> +<td class="width40">—</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3448">174</a></td> +<td class="width40">toespellingen</td> +<td class="width40">toespelingen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3522">177</a></td> +<td class="width40">eigelijk</td> +<td class="width40">eigenlijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3541">178</a></td> +<td class="width40">geëndigd</td> +<td class="width40">geëindigd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3580">180</a></td> +<td class="width40">profossor</td> +<td class="width40">professor</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3588">181</a></td> +<td class="width40">profesor</td> +<td class="width40">professor</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3633">183</a></td> +<td class="width40">zij</td> +<td class="width40">zijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3727">187</a></td> +<td class="width40">volwassennen</td> +<td class="width40">volwassenen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3777">191</a></td> +<td class="width40">Gotwald</td> +<td class="width40">Gottwald</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3784">191</a></td> +<td class="width40">Abahams</td> +<td class="width40">Abrahams</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3836">194</a></td> +<td class="width40">goud</td> +<td class="width40">gouden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3906">197</a></td> +<td class="width40">waarmêe</td> +<td class="width40">waarmeê</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3930">199</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3974">200</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4017">203</a></td> +<td class="width40">Bloch</td> +<td class="width40">Broch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4029">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4033">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4037">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4041">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4045">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4047">204</a></td> +<td class="width40">En</td> +<td class="width40">Er</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4051">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4056">204</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4062">205</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4066">205</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4070">205</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">„</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF *** + +***** This file should be named 32306-h.htm or 32306-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/2/3/0/32306/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team for Project Gutenberg at +http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/32306-h/images/back.jpg b/32306-h/images/back.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d91bbb8 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/back.jpg diff --git a/32306-h/images/book.png b/32306-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/book.png diff --git a/32306-h/images/card.png b/32306-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..69f4fd4 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/card.png diff --git a/32306-h/images/cover.jpg b/32306-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..de3e74f --- /dev/null +++ b/32306-h/images/cover.jpg diff --git a/32306-h/images/external.png b/32306-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/external.png diff --git a/32306-h/images/ia130.png b/32306-h/images/ia130.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..54440e3 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/ia130.png diff --git a/32306-h/images/ib036.png b/32306-h/images/ib036.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e6f6a24 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/ib036.png diff --git a/32306-h/images/id075.png b/32306-h/images/id075.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..73ce390 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/id075.png diff --git a/32306-h/images/ie054.png b/32306-h/images/ie054.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e995e50 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/ie054.png diff --git a/32306-h/images/ih112.png b/32306-h/images/ih112.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b6c6089 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/ih112.png diff --git a/32306-h/images/ik008.png b/32306-h/images/ik008.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd80837 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/ik008.png diff --git a/32306-h/images/im086.png b/32306-h/images/im086.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2c9562b --- /dev/null +++ b/32306-h/images/im086.png diff --git a/32306-h/images/o005.png b/32306-h/images/o005.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7aa79e6 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o005.png diff --git a/32306-h/images/o008.png b/32306-h/images/o008.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2b20a44 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o008.png diff --git a/32306-h/images/o017.png b/32306-h/images/o017.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b5e4a26 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o017.png diff --git a/32306-h/images/o018.png b/32306-h/images/o018.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..22d1347 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o018.png diff --git a/32306-h/images/o035.png b/32306-h/images/o035.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7d7d511 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o035.png diff --git a/32306-h/images/o074.png b/32306-h/images/o074.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..666a8df --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o074.png diff --git a/32306-h/images/o075.png b/32306-h/images/o075.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..feeaa31 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o075.png diff --git a/32306-h/images/o083.png b/32306-h/images/o083.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..488648e --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o083.png diff --git a/32306-h/images/o086.png b/32306-h/images/o086.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..694efa1 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o086.png diff --git a/32306-h/images/o111.png b/32306-h/images/o111.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8b77b56 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o111.png diff --git a/32306-h/images/o112.png b/32306-h/images/o112.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..304dd29 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o112.png diff --git a/32306-h/images/o129.png b/32306-h/images/o129.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ce97e1d --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o129.png diff --git a/32306-h/images/o171.png b/32306-h/images/o171.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..45d3757 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o171.png diff --git a/32306-h/images/o188.png b/32306-h/images/o188.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ff6dd59 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/o188.png diff --git a/32306-h/images/spine.jpg b/32306-h/images/spine.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6acc779 --- /dev/null +++ b/32306-h/images/spine.jpg diff --git a/32306-h/images/titlepage.png b/32306-h/images/titlepage.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ffe130e --- /dev/null +++ b/32306-h/images/titlepage.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..9f618a8 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #32306 (https://www.gutenberg.org/ebooks/32306) |
