summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--32306-8.txt7153
-rw-r--r--32306-8.zipbin0 -> 125424 bytes
-rw-r--r--32306-h.zipbin0 -> 423220 bytes
-rw-r--r--32306-h/32306-h.htm7962
-rw-r--r--32306-h/images/back.jpgbin0 -> 31561 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/card.pngbin0 -> 357 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/cover.jpgbin0 -> 53122 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/ia130.pngbin0 -> 4253 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/ib036.pngbin0 -> 4882 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/id075.pngbin0 -> 4197 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/ie054.pngbin0 -> 4544 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/ih112.pngbin0 -> 4241 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/ik008.pngbin0 -> 4063 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/im086.pngbin0 -> 4009 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o005.pngbin0 -> 16578 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o008.pngbin0 -> 15910 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o017.pngbin0 -> 6248 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o018.pngbin0 -> 15729 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o035.pngbin0 -> 2275 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o074.pngbin0 -> 4007 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o075.pngbin0 -> 15799 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o083.pngbin0 -> 4322 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o086.pngbin0 -> 15192 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o111.pngbin0 -> 3133 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o112.pngbin0 -> 16014 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o129.pngbin0 -> 6282 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o171.pngbin0 -> 4759 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/o188.pngbin0 -> 3267 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/spine.jpgbin0 -> 7727 bytes
-rw-r--r--32306-h/images/titlepage.pngbin0 -> 28003 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
35 files changed, 15131 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/32306-8.txt b/32306-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..5691b52
--- /dev/null
+++ b/32306-8.txt
@@ -0,0 +1,7153 @@
+The Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vergif
+ Een Roman uit het Noorsch
+
+Author: Alexander Kielland
+
+Translator: Margaretha Meijboom
+
+Release Date: August 1, 2010 [EBook #32306]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team for Project Gutenberg at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Wereld Bibliotheek
+ Onder leiding van L Simons
+
+
+ Alexander Kjelland
+
+
+ Vergif
+
+ Een roman uit het Noorsch
+
+
+ Vertaald door
+ Marg. Meyboom
+
+
+ Uitgegeven door de Maatschappij voor
+ Goede en Goedkoope Lectuur--Amsterdam
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD
+
+
+Deze roman van Kjelland is vroeger in het Nederlandsch vertaald. Maar
+onder den geheel misleidenden titel: GETROUWD. De Noorsche titel GIFT
+kàn wel Getrouwd beteekenen; doch hier was niet een verleden deelwoord,
+doch het zelfstandig naamwoord Vergif bedoeld.
+
+Het Vergif van de verkeerde opvoeding op school èn in huis, die de
+jeugd bederft.
+
+Deze roman is meer dan 20 jaar oud; maar hij is in zijn menschteekening
+en zijn aanval op geestdoodende klassieke schoolvorming en op de, alle
+nobele opwellingen smorende kleingeestige vormelijkheid, behoudzucht,
+lafheid, vrees en huichelachtigheid nog even frisch als toen Kjelland
+hem schreef.
+
+In ons land is dezelfde strijd ook niet volstreden, sluimert hij
+langer dan goed is voor onze jeugd. Ook daarom lijkt ons het nieuw
+bekend maken van dit frissche en geestige en tegelijk zoo tragische
+werk een daad om gaarne te verrichten.
+
+ Red. W. B.
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Kleine Marius zat zoet en stil in de bank. Zijn te groote donkerbruine
+oogen gaven zijn bleek gezichtje een uitdrukking alsof hij verschrikt
+was; en als hem onverwacht iets gevraagd werd kreeg hij een kleur
+als vuur en stotterde.
+
+Kleine Marius zat in op éen na de achterste bank, met een wat krommen
+rug; want er waren geen leuningen aan de banken en het was streng
+verboden tegen den lessenaar van de volgende bank te leunen.
+
+Zij hadden aardrijkskunde van elf tot twaalf uur op een warmen
+Augustusdag na de vacantie. De zon scheen in den tuin van den rector
+en op de vier groote appels aan zijn appelboompje. De blauwe gordijnen
+waren voor 't eerste venster neergelaten, maar voor 't andere had
+Abraham een vernuftig bedachte zonnewijzer van inktstrepen in de
+vensterbank gemaakt. Hij telegrafeerde juist aan de vragers in de
+klasse, dat het over halftwaalf was.
+
+"Welke steden zijn er nog meer?" vroeg de leeraar van den katheder
+en blies in een veeren pen. Hij was een specialiteit in 't snijden
+daarvan; en in alle klassen, waar hij les gaf, lag een sierlijke
+verzameling veeren pennen, die niemand anders dan de Rector gebruikte.
+
+Toch had de leeraar, die Borring heette, moeite ze in orde te
+houden. Want het gebeurde vaak, dat de een of andere ontaarde leerling
+de pennen verzamelde in 't vrije kwartier, ze in een inktkoker stak
+en er zoolang mee omroerde in 't zwarte sop, dat de punten naar alle
+kanten uitstaken en de schachten vol inkt zaten.
+
+Als dan daarna Borring in de klasse kwam en riep: "Neen maar, groote
+hemel! wie heeft mijn pennen vernield?"--dan klonk het antwoord vast
+en eenstemmig uit de heele klasse: "Meneer Aalbom!"
+
+Want het was bekend, dat de Heeren Borring en Aalbom elkander haatten
+met een innigen haat.
+
+Borring schrapte de penneschachten af en blies de fijne, witte en de
+van inkt doortrokken spiraaltjes van den katheder weg.
+
+"Nog meer steden."--Hij mompelde even een zegenbede aan 't adres van
+Aalbom, "meer steden! nog meer!"
+
+Geen ander geluid werd in de klasse gehoord, want de achterste bank
+moest vandaag een beurt hebben en daar antwoordde nooit iemand.
+
+Dat wist ook iedereen; maar voor de orde kregen ze toch eens in de
+maand een beurt, opdat ze hun 4 op de lijst zouden kunnen halen.
+
+En de vier of vijf jongens, die daar zaten, zagen er ook niet uit
+alsof ze er veel om gaven of ze àl of niet konden antwoorden. Daarom
+was er niemand op de voorste banken, die lust had gevaar te loopen
+door hun iets in te fluisteren.
+
+Alleen hij, die juist een beurt had, zat onrustig aan zijn atlas te
+friemelen, die dicht voor hem lag. Want onder 't overhooren moest
+hij, die een beurt kreeg en zij, die naast hem zaten, hun atlassen
+dicht slaan.
+
+"Met een kaart vóór je is er geen kunst aan aardrijkskunde," zei
+Borring.
+
+Tegen zijn gewoonte in had hij een beetje geleerd, de lange Tolleiv;
+'t was over de steden in België; hij had zijn les thuis twee keer
+overgelezen en eens in de school.
+
+Maar die stilte, telkens als Borring weer gezegd had: "Meer steden,"
+de heel vage herinneringen aan de Belgische steden, die na Brussel
+kwamen, en het ongewone voor hem, dat hij antwoorden zou,--dat alles
+snoerde hem den mond, hoewel hij heel zeker nog één stad wist;--hij
+zat den naam in zich zelf te noemen, maar hij durfde zijn mond niet
+open doen; misschien was 't wel heelemaal mis en zou hij als gewoonlijk
+door allen worden uitgelachen; 't was maar 't best te zwijgen.
+
+De anderen op de achterste bank wachtten kalm en onverschillig hun
+lot af. 't Waren de grootste en sterkste jongens van de klasse;
+zij dachten er over om naar zee te gaan en gaven geen steek om hun
+rapport. Er was maar één van hen, die zijn aardrijkskunde-boek nam en
+'t onder de tafel hield om nog wat van de steden in België te leeren
+en van wat daarop volgde.
+
+Kleine Marius zat zoo zoet in zijn bank. Zijn groote oogen volgden
+den leeraar oplettend, terwijl hij met iets onder den tafel bezig
+was; het leek wel, dat hij ergens knoopen in legde en die met alle
+macht aantrok.
+
+De heele klasse was zoowat aan 't gonzen in dit warme middaguur;
+ieder was met het zijne bezig. Enkelen deden niets, maar zaten met de
+handen in den zak en staarden in de lucht; de een schreef Latijnsche
+zinnen achter een hoop boeken; een ander had zijn hoofd op zijn arm
+gelegd en sliep rustig; aan 't venster zat er een naar de vier appels
+van den rector te kijken, terwijl hij er over fantaseerde hoeveel er
+wel wezen zouden aan den anderen kant van den boom, dien hij niet
+zien kon, en ook in hoever het te doen zou zijn over dien muur te
+klimmen op een avond, dat het donker was.
+
+Twee waren samen bezig met een groote kaart van Europa, waarop
+ze schepen lieten zeilen van spaanders, die ze onder van de tafel
+sneden. Er woei een vliegende zuidwesterstorm in 't Kanaal, zoodat
+"Freya" en "De goede Hoop" om het noorden van Schotland heen moesten
+varen, maar beneden bij Gibraltar lag de andere op den loer met een
+lang half potlood, dat hij in een inktpot had gestopt en dat een
+Algerijnsche zeeroover moest voorstellen.
+
+"Meer steden, nog meer."
+
+"Nameur," zeide Tolleiv plotseling.
+
+De halve klasse keek verbaasd om, en in op één na de achterste bank
+was er zelfs éen zoo onkiesch om zijn hoofd heelemaal onder tafel te
+steken, om te zien of hij zijn aardrijkskundeboek niet op zijn knie
+had liggen.
+
+"Namen--niet Nameur," zei de leeraar knorrig en keek in het boek
+vóór zich, "neen, dat komt nu nog niet. Er zijn...... laat eens
+zien...... er zijn drie andere, die eerst komen. Welke zijn dat?--toe
+nu! wat zijn dat voor steden?"
+
+Maar nu had Tolleiv alles gezegd wat hij wist en hij verzonk in doffe
+berusting, zonder op te letten, wanneer de leeraar in een penneschacht
+blies en weer zei: "Welke steden zijn dat?"
+
+Kleine Marius was zeker klaargekomen met zijn geheimzinnig werk onder
+de tafel; want op eens gooide hij wat naar zijn buurman en verborg zijn
+gezicht achter zijn handen, zoodat alleen zijn oogen er uit kwamen,
+die van den een naar den ander gingen.
+
+De buurman van Marius stuurde wat hij gekregen had weer naar zijn
+buurman en zoo ging het de heele klasse rond. Enkelen lachten, anderen
+namen het kalm op, alsof zij er al aan gewend waren; ze zonden het
+door en gingen weer aan hun bezigheden--wat die ook waren.
+
+Maar Abraham was bezig zijn zonnewijzer in de vensterbank te
+verbeteren, en toen zijn buurman hem een blauwen prop toegooide, werd
+hij knorrig. Hij kende die ratten wel, die Marius van zijn blauwen
+zakdoek maakte en ze verveelden hem zóó, dat hij de rat opnam en die
+door de klasse gooide zonder om te kijken.
+
+Maar daardoor gebeurde het, dat de zakdoek van Marius in Spanje
+neerkwam en den roover met de koopvaardijschepen op den grond sleepte,
+terwijl de twee, die midden in een spannenden strijd voor Gibraltar
+waren, opsprongen van hun bank.
+
+Dat stoorde den leeraar: "Wat was dat daar?"
+
+"Een rat," was het onmiddellijke antwoord. Maar toen nu de welbekende
+rat van Marius bij zijn staart van den grond werd opgenomen, barstte
+de heele klasse in lachen uit; want Marius was erkend als een meester
+in 't ratten maken, vooral had hij slag om de ooren goed te krijgen.
+
+Maar de Adjunkt werd boos: "Bah, Marius! ben je nu weer bezig met
+die flauwe ratten? Me dunkt, dat je nu toch te oud wordt voor zulke
+kinderachtige streken."
+
+Marius kreeg zijn zakdoek terug en begon--erg in zijn wiek
+geschoten--de knoopen weer los te maken; toch moest hij nu en dan
+zijn lachen verbergen; hij vond het zoo grappig zooals Abraham die
+rat weggooide.
+
+De leeraar keek op de klok. 't Uur was bijna om; hij legde zijn
+dierbare veeren pennen op zij, blies den katheder schoon, knipte zijn
+mes dicht en begon weer met zijn boek.
+
+"Nu, Tolleiv!--je weet er weer niets van. Jij weet ook nooit
+wat.--Jij dan, Reinier! Kun jij me nog een stad in België noemen,
+behalve Brussel?--Namen is al genoemd. Nu!... meer steden, nog
+meer! Jij ook niet?--neen, natuurlijk! Jelui bent allemaal één pot
+nat, daar achter. Nu jij dan,--Sörensen! meer steden in België,
+behalve Brussel! toe dan!---"
+
+"'t Is tijd," meldde de concierge aan de deur.
+
+"Ja, kijk nu! Zoo gaat het! Hier zitten we uur in uur uit en verknoeien
+onzen tijd aan de luie bengels daar, die toch niet willen leeren;
+voor jelui helpt niets dan een flink pak slaag, en dat zou jelui
+hebben ook, als ik mijn zin kreeg."
+
+Toen gaf hij ze gauw allemaal een vier en schreeuwde door 't spektakel
+heen, dat nu in de klasse opging: "Den volgenden keer tot aan de
+rivieren in Frankrijk." No. 1 zette een streepje met den nagel in
+zijn boek; Abraham legde een groote vouw in 't blad; twee broers,
+die samen één boek hadden, liepen onrustig rond om precies te hooren
+tot hoever ze moesten leeren.
+
+"Tot de rivieren in Frankrijk," riep Reinier en gooide met opzet een
+grooten inktmop op het blad, als teeken. Toen sloeg hij zijn boek
+dicht, opdat de vlek flink op 't andere blad overdrukken zou.
+
+Kleine Marius keek met schrik en bewondering naar hem.
+
+Van twaalf tot één werd de klasse gesplitst.
+
+De burgerscholieren, waartoe natuurlijk de geheele achterste bank
+hoorde, bleven zitten, om Engelsche les te krijgen; de gymnasiasten
+namen hun boeken en trokken naar een ander gebouw.
+
+De lagere klassen, die daar waren, gingen om twaalf uur naar huis,
+zoodat de gymnasiasten in 't laatste uur een van hun lokalen in bezit
+namen. Met Abraham aan 't hoofd baande de acht à tien gymnasiasten
+zich een weg door 't gewriemel van de kleine jongens, die de gang in
+en den trap afstroomden.
+
+"Fi donc!" riep Abraham, toen ze eindelijk het lokaal op de tweede
+verdieping bereikten, waar ze moesten wezen, "hier mag wel eens
+gelucht worden nu al die stinkers hier gezeten hebben."
+
+Alle vensters werden opengegooid en een paar "stinkers" die
+zich verlaat hadden en nog rondliepen bij hun lessenaars, werden
+onbarmhartig de gang in gegooid.
+
+Bij elken jongen, die de deur uit stoof, hieven de kleinen buiten
+een wild wraakgeschreeuw aan; maar de gymnasiasten letten er niet
+op; zij sloten hun poorten, en de dikke Morten, die zich geduldig
+"achterblijver" noemen liet--waarom was niet juist te verklaren--werd
+op de wacht gezet.
+
+Want de overmoedige stinkers, die op hun aantal vertrouwden en op de
+trap, waar langs ze konden vluchten, gooiden elkaar tegen de deur en
+rammelden aan den knop.
+
+No. 1, die altijd dappere redevoeringen hield, stelde een uitval
+voor van 't vereenigde leger van de gymnasiasten; maar de stemming
+was niet krijgshaftig. Abraham zat op den katheder en peuterde aan
+'t slot; hij had zich in 't hoofd gezet, dat hij de lijst van de
+stinkers wilde zien.
+
+Maar plotseling klonken buiten luide triomfkreten. Morten,
+de achterblijver, gluurde door de deur en riep toen ontzet zijn
+vrienden toe:
+
+"Help, help! Ze hebben den rattenkoning gevangen."
+
+Abraham vloog van den katheder, en de anderen volgden hem.--No. 1
+kwam achteraan.
+
+Kleine Marius was in handen van de stinkers gevallen.
+
+Kleine Marius gaf den gymnasiasten veel zorg; hij was niet grooter
+dan een middelsoort stinker en hij wou niet groeien; daarom was hij
+altijd onder bescherming.
+
+Maar vandaag hadden ze hem vergeten, terwijl hij zijn kostbare
+aanteekeningen en thema-boeken zocht. En toen hij de trap op kwam en
+naar binnen wilde gaan, werd hij bij armen en beenen gegrepen door
+dertig kleine, vuile handjes en van de deur weggetrokken. En nu rolde
+kleine Marius heen en weer tusschen zijn vijanden, waar hij juist
+zoover boven uitstak, dat men zijn groote, wanhopende oogen kon zien
+en een paar dunne armpjes, die in de lucht schermden.
+
+Maar ze stompten hem op zijn buik en knepen hem in zijn rug, trokken
+hem aan haar en ooren, en gooiden hem zijn eigen boeken naar zijn
+hoofd, terwijl zijn dierbare aanteekeningen en themaboeken door de
+lucht stoven als losse bladen.
+
+Aan dat spelletje werd plotseling en met geweld een eind gemaakt,
+toen de gymnasiasten naar buiten stormden; de kleintjes werden op
+zij gegooid en verdwenen achter deuren en langs de trappen, terwijl
+de bevrijde Marius bij de gymnasiasten werd binnen gebracht. Maar
+nauwelijks hadden deze hun poorten gesloten of de gang was weer
+propvol van jubelende stinkers.
+
+"Wraak!" riep Abraham.
+
+"Ja, wraak! wraak!" herhaalde No. 1 en trok zich terug.
+
+"Jij moet de vertoornde Achilles zijn!"
+
+"Ja!" antwoordde kleine Marius met fonkelende oogen.
+
+Als Marius de vertoornde Achilles was, zat hij op Abraham's schouders,
+en sloeg van daar zijn doodsvijanden onbarmhartig op 't hoofd met
+'n lang lineaal.
+
+De gymnasiasten grepen naar hun wapens. Uit de lessenaars werden
+de linealen gehaald; slingeraars en boogschutters voorzagen zich
+van stukken krijt uit de kist bij 't bord; zelfs nam No. 1 een heel
+klein lineaaltje en liep er mee te zwaaien, terwijl hij de strijders
+vurig aanmoedigde--heelemaal aan 't andere eind van de kamer, achter
+den katheder.
+
+Abraham zette haastig zijn plan uiteen! zoodra de vertoornde Achilles
+het sein gaf, zouden ze het krijgsgeschreeuw aanheffen.
+
+Morten, de achterblijver, zou de poort open gooien, de boogschutters
+en de slingeraars zouden een regen van pijlen en steenen uitzenden,
+terwijl de ruiterij, gevolgd door de zwaar gewapende hoplieden, zich
+op den vijand zouden werpen, om hun den weg naar de groote trap af
+te snijden. Daarna konden ze dan op hun gemak de verspreide stinkers
+vangen en ze elk afzonderlijk afmaken.
+
+Alles was klaar; en 't was heel stil geworden in de gang. De
+vertoornde Achilles steeg te paard en plotseling werd het
+vervaarlijk oorlogsgeschreeuw der gymnasiasten aangeheven. Morten,
+de achterblijver, rukte de poort open, een regen van projectielen
+verduisterde de lucht; "astati" en "principes" rukten in volle vaart
+aan, maar heel vooraan in den strijd stormde de vertoornde Achilles
+op zijn paard; en zwaaide zijn geweldige lans.
+
+Maar een stilte--plotseling--de lucht doorklievend als een
+bliksemstraal uit den hemel--diep en onheilspellend als steeg ze
+op uit Hades [2]--doofde het woeste wapengekletter en nagelde de
+overwinnende schare der gymnasiasten aan den grond vast.
+
+Want midden in de wijd open deur stond een kleine, dikke man, met
+een dichtgeknoopte grijze jas aan, een groene muts met oorkleppen
+op. Midden op zijn buik was een groote krijtvlek, die getuigde van
+een welgemikten worp.
+
+Sprakeloos staarde hij van den een naar den ander. No. 1 zat
+al lang met zijn rug naar 't geheele tooneel en zijn neus in een
+grammatica. De slingeraars lieten hun stukken krijt vallen, de zwaar
+gewapende hoplieden hielden hun linealen op den rug; maar de vertoornde
+Achilles trok de beenen op, schrompelde heelemaal in elkaar en gleed
+als een aal langs den rug van Abraham naar beneden.
+
+"Ja, ik zal jelui leeren," riep eindelijk de rector, toen hij zijn
+stem weer meester was. "Ik zal jelui leeren zoo'n lawaai en zoo'n woest
+spektakel te maken! Wat is dat hier? Wie heeft er meê gedaan? Dit moet
+eens voorbeeldig gestraft worden! Jij Broch, deedt zeker niet meê?"
+
+"Welneen," antwoordde No. 1 met een onschuldigen glimlach.
+
+"Maar Marius!--Marius, jij deedt meê," riep de rector bitter, want
+kleine Marius was zijn lieveling; "hoe kwam je daar toch bij? op
+Abraham's rug? Wat moest je daar uitvoeren?--Nou...?"
+
+"Ik moest de vertoornde Achilles wezen," antwoordde kleine Marius
+met bevende lippen en keek op met zijn verschrikte oogen.
+
+"Zoo moest je dat? Hum... moest jij de vertoornde Achilles wezen; ja,
+daar lijk je nog al op; precies zoo heb ik hem me altijd voorgesteld."
+
+De rector moest naar het venster gaan om zich ernstig te houden;
+maar de heele klasse begreep wel, dat de storm voorbij was.
+
+Toch stonden allen met diep berouwvolle gezichten naar het standje te
+luisteren, dat de rector hun gaf, vóor hij den leeraar ging opzoeken,
+die surveillance had. Want dit was duidelijk, dat zulk een wanorde
+alleen ontstaan kon, doordat de surveilleerende leeraar zijn plicht
+verzuimde.
+
+En wat was het voor den leeraar Borring niet een genot en een vreugd
+den rector te kunnen melden, dat Mijnheer Aalbom surveillance had en,
+voor zoover hij wist, naar het Athenaeum gegaan was om de courant
+te lezen.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+
+Kleine Marius was de beste vriend van Abraham en Abraham was het
+ideaal van kleine Marius.
+
+Ze maakten gewoonlijk samen hun werk op Abraham's kamer en 't zou
+moeilijk te zeggen zijn hoe kleine Marius zich op school gered zou
+hebben, zonder dien steun. Want hij was slecht in alle vakken--behalve
+in 't Latijn.
+
+Maar dat was zijn vak. Latijn kon hij! Er was geen hoofdvorm, geen
+bijvorm, geen onregelmatigheid, en geen regel, geen uitzondering
+in het uiterste plooitje van Madvigs [3] wijden geplooiden omslag
+verborgen,--als je maar bij kleine Marius kwam, hij wist het allemaal.
+
+Van den eersten dag af, dat de rector hen "mensa" [4] liet verbuigen,
+had Marius zich onderscheiden.
+
+Want de rector was zelf bij zijn moeder geweest en had gezegd, als
+kleine Marius goed oppassen wou, dan zou hij mogen studeeren. De rector
+zou hem een vrijplaats aan de school bezorgen en hem later ook wel in
+'t oog houden.
+
+Dat was een geluk en een groote steun voor de moeder van Marius. En
+ze prentte hem dan ook in wat een gunst het was van den rector, dat
+hij zou mogen studeeren, als hij knap in het Latijn werd; want dat
+was de bedoeling.
+
+En daarom ging ieder woord uit den mond van den rector regelrecht in 't
+hoofd van Marius en zette er zich zoo vast als een spijker in een muur.
+
+Maar hoewel zijn hoofd ruim was en eigenlijk te groot voor zijn klein
+lichaam, was er toch ten slotte geen plaats genoeg voor het andere,
+dat toch ook geleerd moest worden.
+
+Het Latijn van den rector overstemde alles, legde beslag op heel
+zijn vermogen om in zich op te nemen; verbruikte alles wat hij
+aan geheugen had en groeide als de dokkebladen in 't sprookje van
+Andersen (De gelukkige familie) over alles heen, zoodat al wat anders
+misschien in hem zou ontkiemd zijn aan belangstelling, leerlust of
+nieuwsgierigheid, geheel verstikte en hij werd, zooals de rector met
+trots zei, een volbloed Latijner.
+
+De rector liep heen en weer voor de klasse en wreef zich stralend van
+verrukking in de handen, terwijl kleine Marius onvervaard voortging met
+lange vormen en uitgangen, die haast niet uit te spreken waren; nooit
+een fout, nooit een aarzeling. Met de oogen stijf op den rector gericht
+en de vingers bezig met de wonderlijkste rattenknoopen in den zakdoek:
+
+
+"Monebor,
+Moneberis,
+Monebitur,
+Monebimur,
+Monebimini,
+Monebuntur."
+
+
+"Goed zoo, mijn jongen, heel goed," zei de rector; en hij kon niet
+begrijpen, dat het in andere vakken zoo slecht ging met kleine Marius.
+
+Alle leeraars klaagden, en de rector moest nu en dan streng voor
+zijn lieveling zijn, en hem berispen, ja, hij had zelfs een paar
+keer gedoeld op de vrijplaats, die Marius had en die hij niet moest
+verspelen.
+
+Maar alles was vergeten, als Marius weer een moeilijke verbuiging kreeg
+om op te zeggen, en dan legde de rector hem de hand op 't hoofd: "Nou,
+nou, kleine Marius, 't zal wel gaan met de wiskunde en al dat andere,
+als je maar wat grooter wordt en wat vleesch op je botten krijgt. In
+'t Latijn ben je een heele professor."
+
+'t Was werkelijk een eerzuchtige droom van den rector om kleine
+Marius tot iets groots, iets geleerds te maken, zooiets als Madvig;
+zelf zou hij dan al tevreden zijn met genoemd te worden als degene,
+die de eerste schreden van 't kind of den jongeling naar den Parnassus
+[5] geleid had.
+
+Kleine Marius ging meê zonder er veel over te denken waar dit op
+uit moest loopen. Hij was naar het oordeel van alle leerlingen en
+kameraden vreeselijk kinderachtig; en als 't niet om 't Latijn was,
+had hij nooit in zoo'n hooge klasse moeten zitten.
+
+Daarom was hij bijna een soort van zondenbok in de klasse geworden,
+tot Abraham zich over hem ontfermde. Abraham was sterk en nog al knap,
+en daarbij had hij een zekere positie in de school als de zoon van
+Professor Lövdahl.
+
+Marius had Abraham altijd uit de verte vereerd; maar toen ze nu groote
+vrienden werden, was hij uitgelaten van blijdschap. Als hij bij zijn
+moeder thuis kwam, praatte hij onophoudelijk over Abraham, en als ze
+samen hun werk zaten te maken, was hij voortdurend in één verrukking.
+
+De reden waarom Abraham zich over hem ontfermde was, dat Mevrouw
+Lövdahl eens gezegd had, dat de moeder van kleine Marius heel
+ongelukkig was: eenzaam en verlaten in de wereld. De woorden haakten
+zich in zijn geest vast en toen hij weer eens zag hoe Marius door
+zijn kamaraden geplaagd werd en door de stinkers vervolgd, wierp hij
+zich plotseling op als zijn verdediger; en toen duurde het niet lang
+of ze waren onafscheidelijk.
+
+Abraham had niets tegen die stille aanbidding, en dan was het ook
+voor hem, die al een half jaar hopeloos verliefd was, een groote
+troost zijn verlangen, zijn klachten, zijn hoop en zijn wanhoop te
+kunnen uitstorten in het hart van kleine Marius.
+
+Kleine Marius zat te luisteren met open mond. Wel had hij hoog tegen
+Abraham opgezien, maar dat hij zóó groot, zóó verheven was--verliefd,
+werkelijk ongelukkig verliefd--dat ging boven Marius' begrip en bracht
+hem in een nóg grooter bewondering.
+
+'t Was hem alsof hij zelf groeide door 't meê dragen van dat
+noodlottig geheim; en als hij haar op straat tegenkwam--het was een
+van de volwassen dochters van Proost Sparre--dan zag hij haar met
+zijn groote, bruine oogen half verwijtend, half met een uitdrukking
+van geheimzinnig mede-weten aan.
+
+Marius kwam op een middag om zijn werk te maken. Abraham zat met het
+hoofd in de handen, staarde op het tafelblad en scheen niet te merken,
+dat er iemand binnenkwam.
+
+Kleine Marius ging toen voorzichtig naar hem toe en legde de hand op
+zijn schouder.
+
+Abraham schrikte op--in de war--zonder zijn gedachten nog bij elkaar te
+kunnen krijgen. Maar toen zag Marius hem zóó deelnemend aan met zijn
+groote, vochtige oogen, dat het den ongelukkige, met zijn hopelooze
+liefde, goed deed.
+
+"Heb je haar vandaag gezien?"
+
+"Spreek niet over haar!--Noem nooit haar naam meer, versta je,
+Marius!--Als je mijn vriend bent, zweer me dan, dat je nooit haar
+naam meer noemen zult, zweer me dat!"
+
+"Dat zweer ik," fluisterde kleine Marius bewogen.
+
+Dat kalmeerde den andere. Hij ging weer zitten, verborg zijn gezicht
+in de handen en zuchtte. Zoo zaten zij een paar minuten.
+
+Eindelijk zei Abraham met een doffe, griezelige stem en zonder op
+te zien: "Ze heeft me trouweloos verlaten; alles is voorbij,--ze
+is verloofd!"
+
+Marius gaf een gilletje; maar hij mocht niets vragen om zijn eed van
+daar straks.
+
+Weer na een stilte voegde Abraham er mat en met een klanklooze stem
+bij. "Met Erichsen, den telegrafist."
+
+"Met hem!" riep Marius uit. "Hij heeft twee keer toelatingsexamen
+voor de universiteit gedaan, maar zakte allebei de keeren met glans!"
+
+"Is dat waar?--Marius?"
+
+"Zoo waar als ik hier zit. Moeder heeft het me zelf verteld. Zij
+kent hem."
+
+Abraham glimlachte honend.
+
+"Ik zal hem niet vermoorden, Marius."
+
+"Heb je daaraan gedacht?"
+
+"Mijn eerste gedachte was: bloed! Hij of ik. Maar nu zal ik me op
+een andere manier wreken."
+
+Hij streek zijn haar op, nam de boeken van de plank en gooide ze
+op tafel.
+
+"Nu beginnen wij aan onze wiskunde. Geen woord meer over dat andere."
+
+Nu werkten ze samen wiskunde op deze manier: Abraham, die de bewijzen
+begreep, liep ze door en verklaarde ze, en telkens vroeg hij: "Begrijp
+je?" en dan antwoordde Marius: "Ja." Maar dat was een leugen; hij
+had nooit een woord van wiskunde begrepen en allerminst vandaag.
+
+Toen zij klaar waren met alle lessen voor den volgenden dag, sloeg
+Abraham zijn laatste boek dicht en zei: "Zóó zal ik me wreken."
+
+Marius keek verwonderd naar hem en naar 't boek.
+
+"Door te werken, begrijp je? en als ik dan van de universiteit komt met
+'laud,' of misschien met 'prae ceteris,' en haar tegenkom met haar
+ellendigen telegrafist, dan zal ik haar aankijken--zooals je weet,
+dat ik kijken kan,--en dat zal mijn wraak zijn."
+
+Abraham fronste de wenkbrauwen, zoodat ze ineen liepen en staarde
+Marius aan; en hij voelde dat dit de vreeselijkste wraak wezen zou.
+
+"Daar komt Moeder aan," zei Abraham; hij hoorde de deur van de kamer
+van zijn ouders, van de zijne gescheiden door een smalle gang die
+naar de keuken liep.
+
+Mevrouw Lövdahl kwam binnen met een schaal appelen en noten.
+
+"Goedenavond lieve Marius, hoe maakt je moeder het?"
+
+"Heel goed, dank u!" antwoordde hij en stond wat verlegen op.
+
+"Alstjeblieft jongens, neem hier eens wat van! Ik dacht, dat jelui
+wel een verfrissching noodig zoudt hebben na al die droge geleerdheid,
+die je in je arme hoofden hebt gestopt."
+
+Ze sprak vlug en melodieus Bergensch [6] en glimlachte, terwijl ze
+Abraham's haar glad streek, dat nog wat aan zijn ongelukkige liefde
+deed denken.
+
+Mevrouw Lövdahl was heel mooi en zag er zoo jong uit, dat het altijd
+een vermaak voor haar was haar grooten zoon van 14 à 15 jaar aan
+vreemden voor te stellen. Toen Carsten Lövdahl uit Parijs terug kwam
+met de schitterendste getuigschriften van oogartsen en met zijn
+europeesche beschaving, trouwde zij dadelijk met hem, voor ze nog
+twintig jaar werd; hij was een jaar of vijf ouder.
+
+Mevrouw Lövdahl ging tusschen de jongens in zitten en begon aan
+een appel.
+
+"Wat is dat nu voor gedoe, wat jelui voor morgen leeren moet?"
+
+Abraham telde 't op: "Grieksch, Latijn, Wiskunde......"
+
+"Bah!" zei Mevrouw Lövdahl, "Grieksch! dat is zeker wat akeligs."
+
+"Dat is de Ilias van Homerus; over de Grieksche helden voor Troje,"
+zei kleine Marius snel, hij was niet gewend zoo over de studie der
+klassieken te hooren spreken.
+
+"Meen je, dat Moeder niet weet, wat de Ilias is?" zei Abraham, en
+Marius kreeg een kleur als vuur.
+
+Maar Mevrouw Lövdahl keek haar zoon aan en deed alsof zij niet merkte,
+dat Marius verlegen werd.
+
+"Waar is dat nu goed voor?" ging ze voort, "dat jelui maar aldoor
+van die Grieken leert? Ja, ik weet het niet hoe het er in dien ouden
+tijd voor Troje uitzag. Maar dat heb ik dan wèl dikwijls gehoord van
+schippers, thuis bij Vader, dat Grieken de grootste bedriegers zijn,
+die er bestaan. Net alsof wij niet even groote helden hadden in den
+ouden tijd,--en nog betere? Waar is Snorre?" [7]
+
+"Achter u, op de plank."
+
+"Heb je Snorre nu heelemaal uitgelezen!"
+
+Abraham hief de armen op, alsof hij zich tegen een pak slaag verweren
+wou.
+
+"Ja, ik zal je krijgen, jou ellendige Griek," riep Mevrouw Lövdahl,
+en wierp zich op hem, om hem aan zijn haar te trekken; maar Abraham
+verweerde zich met armen en beenen, en kleine Marius lachte, tot hij
+bijna onder de tafel rolde.
+
+De strijd eindigde, toen Mevrouw Lövdahl haar mooie blonde haar over
+de ooren en oogen had hangen, haar broche op den grond lag en haar
+manchetten gekreukeld waren. Abraham triomfeerde openlijk, Marius
+in stilte.
+
+"Kom," zei Mevrouw Lövdahl, toen ze zich weer opgeknapt had, "nu zul
+jelui eens een echt bad in de oude Noorsche sagen hebben."
+
+"Och neen, Moeder, spaar ons!"
+
+"Ja, dat zul je! voor je straf; omdat je Snorre verwaarloost zul je
+nu eens hooren wat 'n meester hij is."
+
+En ze begon hun voor te lezen, en ze las uitstekend; want ze kende de
+Saga-stijl en ze had dien lief. Aan huis bij haar vader--den rijken
+Abraham Knorr in Bergen--was in haar jeugd alles bijeengekomen wat
+Noorsch, echt oer-Noorsch gebleven was onder de opkomende, blauwachtig
+gele reactie.
+
+Daar kwamen de stoere schippers en de nationale genieën--een echt
+mengsel van allerlei soort--maar allemaal echt Noorsch; en daar kwamen
+de eerste landstaalmannen [8]--enthousiast en zwijgend, stijve halzen
+met weêrbarstige boorden, baaien broeken met hoornen knoopen--Noorsche
+hoornen knoopen!
+
+Er kwamen maar weinig woorden over hun lippen, maar 't waren
+orakelspreuken vol inhoud en moeilijk te verstaan, opkomend diep
+uit het volk. Want in hun volle harten brandde de liefde voor hun
+vaderland, de vrijheid en hun volk;--die brandde daar met den altijd
+wakenden twijfel van een half begrepen liefde. Ze waren verstokt en
+onverzoenlijk, omdat ze er nooit zeker van waren, dat ze het rechte
+gegrepen hadden; maar ze waren standvastig en trouw, omdat iets diep
+in hun ziel zei, dat het zaak was vol te houden.
+
+Tusschen zulke mannen groeide Wenche Knorr op en ze was voor hen
+als een Valkyrie [9], en nog veel meer. Haar familie was een oude
+Bergensche en van geslacht tot geslacht ging een liefde voor het
+vaderland, een nationaal voelen, vol kracht en strijdlust, zooals
+men meestal vindt waar 't vreemde bloed overwonnen is.
+
+Wenche Knorr was vol geestdrift voor het nationale; ze was bereid tot
+ieder offer voor de vrijheid en het volk. Ze kleedde zich in stoffen,
+die in Noorwegen geweven waren en ze kende de landstaal. Ze was er
+maar bedroefd om, dat er niet meer van haar werd geëischt.
+
+En toen ging ze op een schoonen dag heen en verloofde zich met den
+nieuwen professor Carsten Lövdahl, die ten eerste tot een oude,
+stokstijve, Deensche ambtenaarsfamilie behoorde en waarvan men bijna
+niets anders wist, dan dat hij aan de universiteit voortgeholpen was
+en zeer gezien was geweest in de conversatie in de hoofdstad.
+
+Ach, wat een verdriet en teleurstelling gaf dat!
+
+'t Was een nederlaag voor de zaak van 't volk. De meest enthousiasten
+noemden het een nationale ramp. En hoe graag ook elk ongetrouwde onder
+de landstaal- en vrijheidsmannen haar zelf de zijne had willen noemen,
+toch had hij aan wie ook onder zijn kameraden die Valkyrie liever
+gegund, dan aan zoo'n fat, zoo'n kwast als Carsten Lövdahl.
+
+En die stemming was ook duidelijk te merken in zes van de
+een-en-twintig liederen aan Wenche Lövdahl, die nauwgezet werden
+uitgezongen aan het bruiloftsmaal.
+
+Maar, dat ze hem genomen had, kwam zóó. Zij was een jaar in 't deftige
+gedeelte van Christiania geweest; dien winter was zelfs 't hof daar
+en er waren veel Zweden.
+
+En toen nu Carsten Lövdahl thuis kwam, midden in dien kring--mooier,
+eleganter en interessanter dan al die anderen en bovendien nog
+Noorsch--met zijn Noorschheid opgefrischt door een lang verblijf in
+het buitenland--toen vond Wenche Knorr in hem de schoonste vereeniging
+van datgene, wat ze van huis uit had liefgehad, en het Europeesche
+beschaafde, waarvoor ze oog had gekregen in de hoofdstad. En zoo
+raakten zij verloofd en trouwden.
+
+Maar 't duurde niet lang, voor ze haar vergissing merkte. De oude
+vrienden hadden niet meer hetzelfde vertrouwen in haar, hoewel zij in
+haar hart niet veranderd was--even Noorsch, even onvervaard vrijzinnig;
+en 't werd nog erger toen zij naar dit ouderwetsche stadje verhuisde,
+waar zij alleen stond tusschen de vrienden van haar man.
+
+Maar vooral, wanneer zij, zooals op dezen avond, iets las, dat haar
+zoo levendig aan den gedachtenkring van haar jeugd herinnerde, kon er
+iets gedrukts over haar komen,--als een voorgevoel, dat die tweespalt
+in haar leven niet tot iets goeds leiden kon.
+
+Abraham zat eerst gezichten tegen Marius te trekken, maar verviel
+spoedig in gedachten over zijn droevig lot. Marius daarentegen
+luisterde; en het begon hem belang in te boezemen, al dat houwen en
+slaan naar links en rechts, al die oneenigheid met 't zwaard in den
+vuist,--precies als zijn eigen leven onder de stinkers.
+
+"Daar is Vader," viel Abraham zijn moeder in de rede.
+
+Zij hield met voorlezen op, toen hij binnen kwam; maar las toch het
+hoofdstuk voor zich zelf uit, eer zij het boek sloot.
+
+De professor was in zijn overhemd met opgeslagen manchetten; hij liep
+zijn handen af te drogen aan een handdoek.
+
+"Goeienavond, jongens! Wat lees je hun voor, Wenche?"
+
+"Snorre," antwoordde Abraham en glimlachte tegen zijn vader.
+
+"Bah!--dat dacht ik wel. Is dat nu iets om aan beschaafde jonge
+menschen voor te lezen?"
+
+"De heldendaden van onze dappere voorvaderen?" antwoordde Mevrouw
+Wenche strijdvaardig.
+
+"Helden--bah! Sluipmoordenaars, roovers, moordenaars en
+brandstichters--dat waren ze! Neen, dan wil ik liever hooren van den
+rappen Achilles of van Hector, die de zware lans zwaait. Niet waar,
+jongens?"
+
+"Ja," riep Abraham, en Marius deed meê.
+
+"Och, ik heb geen lust jelui te antwoorden," zei Mevrouw Wenche
+gemelijk en zette Snorre weer op zijn plaats.
+
+De professor bleef heen en weer loopen tusschen zijn kamer en die
+van Abraham over de kleine gesloten gang; hij liep wat te praten en
+te schertsen, zooals gewoonlijk terwijl hij zich verkleedde.
+
+Toen Mevrouw Wenche wegging, zeide ze:
+
+"Kom je nu gauw bij mij binnen, Abraham? Nacht Marius, groet je moeder
+van mij."
+
+Toen Marius ook was heengegaan, zeide de professor: "Een aardige
+jongen, die kleine Gottwald. 't Is wel erg 'chaud' tusschen jelui in
+den laatsten tijd."
+
+"Hij is mijn beste vriend," zei Abraham wat onzeker.
+
+"Beste vriend," herhaalde de vader en glimlachte. "Die soort
+van vriendschap voor leven en dood, die je zoo gauw sluit in je
+jongensjaren. Ja, daar weet ik alles van. 't Is een geluk, dat er in
+den regel zoo weinig van overblijft. Dat is een geluk--zeg ik--want
+'t zou immers heel lastig zijn--vooral voor hen, die vooruit moeten
+in de wereld, als zoo'n jongensvriendschap wezenlijk verplichtingen
+zou opleggen voor leven en dood."
+
+Abraham keek naar buiten, alsof hij zijn vader niet goed begreep,
+en deze ging voort: "Zie je, schooljongens zijn gelijk, ten minste
+zoo ongeveer; maar als de school ze loslaat, worden ze door het leven
+verspreid en 't leven maakt ze al heel gauw ongelijk. Denk nu maar zelf
+eens na hoe onmogelijk het voortzetten van zoo'n jongensvriendschap
+wordt, als bijv. de een opklimt in de maatschappij, terwijl de ander
+daalt, of blijft staan waar hij is. Zie je, daarom is 't zoo goed
+ingericht, dat 't leven zelf er voor zorgt, dat zulke vriendschappen
+niet langer duren dan zoolang ze onschadelijk zijn."
+
+"Ja, maar Marius zal immers studeeren," viel Abraham in.
+
+"Ja zeker, ja zeker, maar daar zit het hem niet in; ik dacht ook niet
+aan Marius. Hij kan immers niet helpen--dat wil zeggen--er is iets met
+hem, wat je nog niet begrijpen kunt, en waar je je ook niet om hoeft te
+bekommeren. Hij is zeker een beste, brave jongen, waar je gerust meê
+kunt omgaan. Dat komt wel terecht. Ik wou je alleen maar waarschuwen
+voor zoo'n sentimenteele vriendschap voor leven en dood. Je weet,
+ik houd niet van sentimentaliteit. Dat past niet voor ons, mannen."
+
+Abraham voelde zich altijd gevleid, als zijn vader hem zoo als een
+jongeren vriend behandelde; vooral vond hij het prettig zoo meêgerekend
+te worden tot "ons mannen." De toespeling op iets met Marius wekte
+zijn nieuwsgierigheid; maar hij zag aan 't gezicht van zijn vader,
+dat hij er niet naar moest vragen.
+
+Professor Lövdahl was nu klaar met zijn toilet. Hij nam een schoonen
+zakdoek en ging neuriënd heen om een uur voor 't avondeten in de club
+door te brengen. Hij leefde heel geregeld, zijn uiterlijk was mooi en
+goed verzorgd en al zijn opinies waren klaar en sierlijk gerangschikt
+in zijn goed hoofd.
+
+Hoewel hij in werkelijkheid niet veel ouder was dan zijn vrouw, scheen
+de afstand tusschen hen veel grooter. Want hij had van jongs af aan
+zijn best gedaan er waardig uit te zien; hij hield van het oude, wat
+zeker was en vast stond; zij dweepte met het nieuwe, dat vol hoop was
+en in snellen groei. Daarom werden zij langzamerhand zoo door en door
+verschillend van elkaar.
+
+Wanneer iemand hem vroeg, waarom hij toch de hoofdstad en zijn
+eervolle betrekking als professor verlaten had, die hem al zoo jong was
+aangeboden, om zich in dit weinig wetenschappelijk stadje te begraven,
+vertelde Professor Lövdahl meestal een verhaal uit de eerste jaren
+van zijn huwelijk.
+
+"Mijn vrouw is, zooals u weet, een Bergensche--een Bergensche met
+hart en ziel. Zij heeft dat lichte enthousiaste gemoed, dat behoefte
+heeft aan den omgang met sterk bewogen en licht beweeglijke menschen;
+en daarom kunt u wel begrijpen, dat Christiania geen stad voor haar
+was. Ik, van mijn kant, ben, zooals u weet, een Europaeer; ik kan
+zoowat overal leven,--alleen niet in Bergen, neen! dat verklaar ik u,
+niet in Bergen! Welnu, zij wilde voor geen geld in Christiania blijven
+en ik wilde voor geen geld naar Bergen. Toen kwamen we elkaar tegemoet
+en--we ontmoetten elkaar in deze stad."
+
+Die geschiedenis was bijna waar, en als hij andere redenen voor deze
+verhuizing had, was dat in ieder geval zijn geheim. Maar booze tongen
+beweerden, dat Carsten Lövdahl nooit de universiteit zou hebben
+verlaten, als zijn positie hem volkomen voldoening gegeven had. 't
+Zou zeker wel 't geval zijn, dat zijn kennis vrij hol was, zoodat de
+jongere assistenten hem nu en dan ernstig vast dreigden te zetten.
+
+Niettegenstaande hij dus de beste protectie had en volgens zijn
+levensopvatting geheel in overeenstemming was met den geest, die den
+boventoon voerde aan de universiteit, was hij wijs genoeg om op de
+teekenen des tijds te letten. Hij ging heen terwijl alles nog in de
+beste orde was: hij ging heen met den onbesproken naam als de eerste
+oogenspecialiteit van het land.
+
+In 't stadje, waar hij woonde, had hij praktijk als huisdokter,
+zooals hij dat wenschte. Hij werkte nog slechts bij uitzondering in
+zijn specialiteit en hield zijn wetenschappelijken roem boven water
+door kleine, voorzichtige artikelen in binnen- en buitenlandsche
+tijdschriften.
+
+Het groote vermogen van zijn vrouw verzekerde hem een onbezorgd leven
+in den overvloed, waaraan hij behoefte had. Een man, wiens naam wat
+beteekende in de wetenschap, die schreef en dat nog wel in 't Fransch,
+en die niettegenstaande dat niet arm of haveloos was, maar zelfs tegen
+den besten koopman in weelde en conversatie op kon,--zoo'n man moest
+natuurlijk een hooge en eervolle positie in 't stadje hebben.
+
+Dat had Professor Lövdahl dan ook; zijn invloed was bijna onbegrensd;
+daarbij was hij door ieder geacht en bemind--door vrouwen en mannen;
+en 't eenige, waar men een beetje om lachte, was zijn lust om alleen
+aan 't woord te komen en lang en sierlijk op een onderwijzenden toon
+te spreken.
+
+Onder het avondeten vertelde Marius Gottwald onophoudelijk van Abraham;
+maar zijn moeder kon niet begrijpen, hoe Mevrouw Lövdahl met haar
+zoon kon vechten.
+
+"Och, u kunt toch wel begrijpen, dat het gekheid was, Moeder," riep
+Marius beleedigd, "u begrijpt toch wel, dat het voor de grap was."
+
+"Ja, ja, natuurlijk," antwoordde Mevrouw Gottwald, om hem te kalmeeren;
+maar ze kon zich toch maar niet voorstellen hoe zij ooit met kleine
+Marius zou kunnen vechten, al was 't dan tienmaal voor de grap. Mevrouw
+Gottwald, zooals ieder in de stad haar uit beleefdheid noemde, hoewel
+ieder wist, dat zij nooit getrouwd was geweest, was voor een paar
+jaar van den Oostkant van 't land gekomen met een kleinen jongen en
+vrij wat geld. Professor Lövdahl, aan wien zij door een collega was
+aanbevolen, zette haar in een modezaakje, dat Mevrouw Lövdahl met
+alle macht steunde.
+
+Achter den winkel had zij haar huiskamertje en daarnaast was de
+slaapkamer van haar en Marius. 't Overige gedeelte van 't huis werd
+ingenomen door de keuken en de vestibule; op de verdieping daarboven
+had zij een paar commensaals.
+
+Zoodra Marius gegeten had, zei hij: "Leg u nu dien hoed neer, Moeder,
+wij moeten met kracht aan het werk."
+
+"Moet je nog meer werken vandaag, mijn jongen? Je hebt den heelen
+middag gewerkt; laten we nu uitscheiden voor vandaag; 't is bij
+negenen."
+
+"Maar Moeder, u lijkt wel dwaas! U weet toch wel, dat ik werken moet?"
+
+"Ja maar wat heb je dan den heelen avond bij Abraham gedaan?"
+
+"We hebben alle andere lessen geleerd, alleen het Latijn--"
+
+"Leer jelui dan je Latijnsche les ook niet samen?"
+
+"Jawel, ziet u--die leeren we wel; maar Abraham heeft geen lust zoo
+nauwkeurig te analyseeren;--dat hoeft hij ook niet, want hij weet
+het toch wel. Maar ik moet harder werken, anders wordt Aalbom kwaad
+en klaagt bij den rector."
+
+"Toe, werk nu niet meer, lieve jongen,--'t is heelemaal niet goed
+voor je," ze wilde hem naar zich toe trekken, maar hij had geen tijd
+voor zulke dingen, rukte zich los en greep het boek.
+
+"Ziezoo, nu beginnen we, Moeder: tum vero Phaeton--nu moet u mij elk
+woord vragen."
+
+De arme Mevrouw Gottwald had werkelijk geleerd hoe ze vragen moest;
+maar daar ze toch geen syllabe van de antwoorden begreep, was dit
+voor haar een tamelijk vermoeiend slot aan haar werkdag; en zelfs
+haar bewondering voor de geleerdheid van haar zoon kon niet altijd
+haar oogen open houden.
+
+Intusschen noemde zij de Latijnsche woorden, waarna Marius onmiddellijk
+alles zei, wat er van dat woord te zeggen was; en dan weer 't volgende!
+
+"Candescere," las Mevrouw Gottwald slaperig.
+
+"Candescere, candi, candes, can......"
+
+Kleine Marius werd vuurrood, en zijn vingers, die tot nu toe vreedzaam
+met zijn zakdoek bezig waren geweest, vlogen nu naar de boeken,
+terwijl hij wanhopend naar zijn Madvig zocht.
+
+Maar Mevrouw Gottwald was opeens klaar wakker; zij kende die aanvallen.
+
+Plotseling kon bij hem alles stilstaan; en dan was 't alsof hij zijn
+verstand verloren had. En daar was niets aan te doen, dan hem hoe
+eer hoe beter naar bed te brengen.
+
+Ze greep daarom stevig zijn beide handen.
+
+"Neen, lieve Marius, nu mag je volstrekt niet langer werken; kom,
+nu moet je gaan slapen; dan weet ik zeker, dat je morgen je les kent."
+
+"Neen, neen, Moederlief; laat me los; ik moet het opzoeken, maar één
+oogenblik. Ik weet waar het staat, toe, laat u me los!"
+
+Hij smeekte zoo innig, met zijn groote verschrikte oogen, maar zij
+hield zich dapper en kreeg hem half door trekken en half door lokken
+in de slaapkamer.
+
+Maar aldoor onder het uitkleeden, hoorde ze hem Latijnsche woorden
+mompelen; en lang nadat hij in slaap gevallen was, schokte plotseling
+zijn hand, die ze vasthield en zijn hoofd was heet en droog.
+
+Zoo zat ze lang. En sombere gedachten aan schande, berouw en
+vernedering kwamen als gewoonlijk binnen en zetten zich als stamgasten
+om dat kleine bedje en staarden haar aan.
+
+Maar dien avond lette ze niet op hen; haar oogen weken niet van dat
+bleeke gezichtje, met dat pijnlijke trekken om den mond en de blauwe
+kringen onder de oogen.
+
+Ja,--ze had al eens geprobeerd het tegen den rector te zeggen. Maar
+'t was niet zoo gemakkelijk voor een vrouw alleen in haar positie,
+en de rector hield zooveel van hem, juist om dat Latijn.
+
+En Dr. Bentzen was uit principe een tegenstander van dat moderne
+gepraat over overlading bij 't onderwijs aan kinderen in de school;
+als ze maar zooveel Latijn leerden en zoo vaak een pak slaag gekregen
+als in zijn jeugd; maar nu was het maar verwennen en oppassen aan
+alle kanten. 't Was om je dood te ergeren.
+
+Kleine Marius moest maar flink eten en buiten in de frissche lucht
+spelen.--En dan hoefde hij zich toch niet dood te werken!
+
+Ja, dat was nu alles goed en wel; iedereen was zoo vriendelijk voor
+haar. Maar zie toch eens hoe wonderlijk hij aan zijn slapen ligt
+te wrijven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+
+Bij 't halfjaarsexamen kwam Abraham een paar nummers naar boven; maar
+al 't Latijn van Marius kon niet beletten, dat de kleine professor
+heelemaal naar beneden zakte, zelfs voorbij Morten, den achterblijver,
+en de laatste van de klasse werd.
+
+De leeraar in wiskunde zei dan ook, dat als hij niet in het volgend
+halfjaar heel buitengewone vorderingen maakte, hij zeker zou blijven
+zitten en niet in de vierde klasse komen.
+
+Abraham was lang niet vlijtig; maar 't hielp dat hij zich had
+voorgenomen Marius op sleeptouw te nemen; en doordat hij gemakkelijker
+leerde, was het voor hem genoeg, dat hij de lessen éénmaal met Marius
+doorwerkte. Marius daarentegen moest werken van dat hij uit school
+kwam, tot hij naar Abraham ging en dikwijls ook nog daarna.
+
+Hun klassieke opvoeding was nu zoover gekomen, dat ze negen uur
+Latijn en vijf uur Grieksch in de week hadden. Ze hadden Faedrus en
+Caesar verlaten om hun geest te verfrisschen met Cicero's rede over
+den ouderdom. En nadat hun jonge tongen gebogen waren voor de tweede
+klasse van de werkwoorden op mi volgens Curtius, schreden zij voort
+met Xenophon, 5 kleine mijlen per week, het goddelijke Hellas binnen.
+
+'t Breidde zich uit, het bosch van de dokkebladeren in de jonge
+hoofden. Langzamerhand werd het verschil uitgewischt tusschen
+wat prettig was te leeren, en wat een plaag was. Alles werd bijna
+even onverschillig, alleen gewaardeerd naar wat op school als het
+gewichtigste vak gerekend werd.
+
+Alles wat in het onderwijs hier en daar voorkwam, dat direct in verband
+stond met het leven en de wereld, zooals die werkelijk zijn, daalde
+vrij sterk. En bovenaan kwamen lange rijen doode woorden over doode
+dingen, regels en zinnen, die in hun weeke hersens gepompt werden;
+vreemde geluiden uit een vreemd leven; eeuwenoud stof, dat plichtmatig
+overal gestrooid werd, waar 't sappige jeugdige leven een vochtige
+plek toonde, waar 't stof aan kon blijven hangen.
+
+'t Is een moeilijke tijd--de leeftijd van Abraham en Marius--van
+veertien tot vijftien jaar. De oogen open, een vraagzucht even
+onverzadelijk als de jongenseetlust, die erger jeukt dan de mazelen;
+een ontwakend vermogen en de lust om alles te begrijpen; een brandende
+begeerte om de wereld te veroveren èn dat wat achter de wereld en
+wat daar weer achter ligt......
+
+En dan stof, eeuwenoud, buitengewoon fijn stof, in elke vochtige
+porie gestrooid, over elke opkomende vraag, over elke levenskiem,
+die niet juist de kiem van dokkebladeren is.
+
+Maar dat gaat over; al op 't zestiende of zeventiende jaar is het
+stof goed ingedroogd. De nieuwsgierigheid is dood; de jonge mensch
+heeft geleerd, dat het er maar op aankomt gevraagd te worden, niet
+te vragen. En hij begint ook te begrijpen wat de bedoeling met die
+dokkebladeren is; hij krijgt een duister gevoel, dat ze om zijnentwille
+bestaan, en dat hij bij geluk een van de bevoorrechte slakken in die
+maatschappij is.
+
+Kleine Marius in een regenjas op een guren wintermorgen, in Zuidenwind
+en regen, vóór achten. 't Is halfduister, koud en nat;--'t is niet
+bizonder prettig zich om den hoek te werken in een vliegenden storm,
+natte voeten te krijgen en vochtige knieën.
+
+Toch denkt hij er 't meest aan hoe hij zijn dierbare stapel boeken
+tegen den regen zal beschermen; hij had ze onder zijn oliejas,
+zoodat hij veel op dat soort van koeien leek, die hun maag aan één
+kant hebben.
+
+In de school was het donker en kil, zooals gewoonlijk vroeg in
+den morgen. Morten, de achterblijver, propte de kachel vol hout;
+de andere jongens stonden er om heen om zich te warmen;--nat en koud
+waren ze allemaal. Maar 't was Zaterdag; en hoe guur 't dan ook is,
+toch ligt er iets feestelijks over alles, wat door geen regen of kou
+heelemaal te bederven is.
+
+Marius droogde eerst zijn boeken en toen zich zelf af, zoo goed het
+ging met zijn blauwen rattenzakdoek.
+
+Abraham Lövdahl deed den rector na, terwijl hij de opgegeven paragrafen
+uit de "regels" voor de school voorlas, die op een stuk karton geplakt
+en met een lichtgroenen rand er om aan den muur hingen.
+
+"Paragraaf vier," las Abraham, en deed alsof hij zijn neus vol snuif
+stopte: "De leerlingen moeten altijd schoon en netjes in de school
+komen. Jassen, mutsen, enz. moeten ze op de daarvoor bestemde
+toestellen hangen met inachtneming van orde en voorzichtigheid
+en Dezelve weer meênemen... Dezelve--met een hoofdletter--wat is
+dat?" riep Abraham.
+
+"De toestellen," stelde Morten voor.
+
+Een ander beweerde dat het op orde en voorzichtigheid doelde, en
+daarover ontstond een taalkundig dispuut.
+
+Kleine Marius luisterde niet; want hij zat verbuigingen te mompelen
+met zijn neus in Curtius; 't was bijna donker op zijn plaats--de
+laagste van de klasse.
+
+
+ 't Rooster voor Zaterdag was:
+
+ van 8 tot 9 Grieksch.
+ ,, 9 ,, 10 Geschiedenis.
+ ,, 10 ,, 11 Noorsch opstel.
+ ,, 11 ,, 12 rekenen.
+ ,, 12 ,, 1 Latijn.
+ ,, 1 ,, 2 ,,
+
+
+'s Zaterdags moesten zij tot twee uur blijven, anders kwamen zij er
+om één uur al uit.
+
+Eindelijk kwam de oude onderdirecteur Bessesen aan, bezig met
+overschoenen, regenjas, parapluie, handschoenen en polsmofjes. Zijn
+binnenkomen in de klasse maakte niet den minsten indruk. Abraham zei
+alleen heel kalm: "Ziezoo--daar hebben we nu het oude stekelvarken,"
+en Morten bleef aan 't werk met de kachel.
+
+Eerst toen de onderdirecteur zich afgepeld had en op den katheder
+gekomen was, maakten de jonge heeren aanstalten om naar hun plaats
+te gaan en het onderwijs te beginnen.
+
+"Wil jij maar beginnen, Abraham Lövdahl," zei het stekelvarken,
+na in zijn zakboekje gekeken te hebben, waarin hij de cijfers noteerde.
+
+"Ik had gisteren zoo'n hoofdpijn, dat ik mijn Grieksch niet leeren
+kon," antwoordde Abraham met een uitdrukking van spijt, maar vrijmoedig
+en oprecht.
+
+Marius zette groote oogen op.
+
+De oude glimlachte en bewoog zijn hoofd wat heen en weer. Toen zocht
+hij een ander uit om te overhooren.
+
+De oude heer Bessesen had trouw stof gestrooid, jaren lang, en hield
+al lang geleden zijn 25-jarig jubileum. Zijn veld was niet groot,
+maar daar stond hij ook zoo vast als een muur.
+
+Hij wist op een prik wat er van het Grieksch op het toelatingsexamen
+werd gevraagd; hij kon van te voren zeggen, welke vragen de
+examinandus krijgen zou bij elk stuk, dat hij lezen moest van de
+eenmaal vastgestelde schrijvers.
+
+En dat bracht hij langzaam, maar zeker zijn beste leerlingen bij;
+de andere kwamen er niet zooveel op aan, omdat zij toch de heele
+school niet afliepen.
+
+Hij zat daar zoo klein en verschrompeld, dat hij bijna verdween
+in zijn eigen jas. Zijn kin dook heelemaal in zijn boek weg, en 't
+kortgeknipte, geelroode haar stak naar alle kanten uit, terwijl hij
+een enkelen keer de oogen, met roode randjes, van den katheder ophief.
+
+Want hij was een vreedzaam leeraar. Of ook iemand een vertaling
+naast zich had en die voorlas;--of er voorgezegd of geknoeid werd,
+dat het een aard had--hij zag of hoorde 't niet. De ervaring van een
+lang leven had hem geleerd, dat het de moeite niet loont over zoo
+iets drukte te maken, en het ging ook zooveel makkelijker, als de
+slechte leerlingen wat geholpen werden.
+
+Hij was intusschen in 't geheel niet suf; de minste fout of onzekerheid
+trof zijn oor; hij sprong op, alsof hij geprikt werd, als iemand zich
+vergiste in de imperfectum of aoristus [10] maar behalve dat mocht
+er allerlei leven en beweging in de klasse zijn, als 't maar niet te
+erg werd.
+
+Zoo leidde hij den tocht der tienduizenden--een kleine mijl per
+dag; en alle jonge menschen, die in den loop der jaren hem als hun
+aanvoerder gevolgd hadden, waren allen met dezelfde regelmatigheid,
+met dezelfde kleine dagmarschen door Xenophon, Homerus, Sofokles,
+Herodotus en Plutarchus heengekomen. 't Ging alles op dezelfde
+manier, zonder verandering of ommekeer. Zoowel in verzen als in
+proza was er dit zeer gewichtig verschil tusschen imperfectum en
+aoristus; en mocht het gebeuren, dat hij, die aan het vertalen was,
+begon te lachen om een grappige anekdote van Herodotus--dan keek het
+stekelvarken verbaasd op. Zooiets kon hij niet begrijpen.
+
+Daarom ging de grauwe morgen eentonig en kalm voorbij. Zij, die
+geen lust hadden om overhoord te worden, hadden hoofdpijn of hadden
+hoofdpijn gehad, en dan moest het stekelvarken een ander zoeken,
+die bereid was een slag te wagen en klaar zat met de vertaling aan
+de eene zij, de zinnetjes en de aanteekeningen aan de andere.
+
+Om negen uur pakte het stekelvarken al zijn zaken bijeen en wandelde
+verder naar de volgende klasse.
+
+Het geschiedenis-uur van 9-10 ging ook vredig voorbij. Toen was
+Borring met zijn veeren pennen in de klas; en omdat er nu alleen
+Latijnen waren--Tolleiv en Reinert waren op zee, en de anderen
+waren weg--hielpen de leerlingen zichzelf en elkaar met afkijken
+en voorzeggen.
+
+Als Marius zijn geschiedenis kennen zou, moest hij absoluut "op glee"
+geholpen worden; maar dat klopte niet altijd met de methode van
+den leeraar. Vandaag vroeg hij bijv.: "En wanneer nam het geluk een
+keer?" en daarop begon hij aan zijn veeren pennen; kort daarna zei hij:
+"Nu, wanneer nam het geluk een keer?" blies in een pen en sneed voort.
+
+Marius kende 't heele dreuntje over Karel XII, maar hij wist niet,
+dat het geluk een keer nam in 1708. Abraham moest het hem influisteren.
+
+Daardoor kwam Marius gelukkig op het dreuntje: "Maar in het jaar 1708
+nam het geluk een keer," en toen ging het van een leien dakje.
+
+Nu had Morten de achterblijver eindelijk de kachel roodgloeiend
+gekregen, en 't was zoo warm, dat men in 't vrije kwartier alle
+vensters open moest zetten.
+
+"Wie heeft de kachel opgestookt?" vroeg de rector ook dadelijk,
+toen hij met de cahiers onder den arm in de klas kwam.
+
+Geen antwoord: maar toen hij 't weer vroeg, op strenger toon,
+antwoordde No. 1 van de klasse.
+
+"Ik geloof, dat Morten Kruse het gedaan heeft."
+
+"Zoo, deed jij dat--Morten! doe jij zulke dingen? Kom eens hier en
+zoek eens naar de paragraaf in 't reglement waarin staat, dat de
+leerlingen zelf voor 't verwarmen van de school moeten zorgen."
+
+Morten ging onwillig voor het reglement staan en staarde naar boven.
+
+"Nu jongetje!--kun je die paragraaf ook haast vinden? of moet ik je
+een handje helpen?" vroeg de rector en trok hem aan 't oor met de
+eene hand, terwijl hij met de andere op het reglement wees, "zie je
+paragraaf 5 niet? Lees die eens voor: hardop en duidelijk!"
+
+"Paragraaf 5," begon Morten met een zware stem, "in de school moeten
+de leerlingen dadelijk naar hun plaats gaan en nooit leven maken
+of onordelijk zijn. Zij mogen ook nooit hun plaats verlaten zonder
+uitdrukkelijke toestemming."
+
+"Nu, jongetje! zie je nu hoe een leerling zich in de klasse gedragen
+moet, hè? Vind je, dat er iets staat over 't volproppen van den kachel,
+hè?--vind je dat? Hè?"
+
+Bij elke vraag trok hij 't oor van den jongen meer naar boven, totdat
+Morten op zijn teenen stond.
+
+De heele klasse lachte en Morten sloop naar zijn plaats.
+
+Intusschen had No. 1 de cahiers uitgedeeld, na ze alle ingekeken te
+hebben om de cijfers na te zien.
+
+Marius had 4 1/2, wat iets slechter was dan gewoonlijk, en dat was
+eigenlijk een teleurstelling, hij had het onderwerp zoo prettig
+gevonden, omdat het zoo lang was, dat 't bijna een kwart pagina
+vullen kon, als je wijd uit elkaar schreef; en hij vond het altijd
+zoo moeielijk om zijn opstellen lang genoeg te maken.
+
+Het onderwerp was: "Vergelijking tusschen Noorwegen en Denemarken,
+met het oog op de natuur van de landen en het karakter en bedrijf
+van het volk."
+
+De rector begon van onder op: "Je maakt slechte opstellen,
+Marius! wat is dat nu voor een ratjetoe, wat je vandaag bij
+elkaar gehaald hebt! luister nu zelf eens: Als men Noorwegen met
+Denemarken vergelijkt, dan ziet men een groot verschil tusschen
+deze landen. Noorwegen is een bergland, Denemarken daarentegen
+een vlak land. Noorwegen heeft, daar het een bergland is, mijnen,
+wat Denemarken niet heeft omdat er geen bergen zijn. Ook heeft een
+bergland altijd dalen...... Ach ja Marius, dat is zoo waar...... zoo
+waar, maar meen je nu, dat het noodig is ons dat te vertellen? 't
+is zoo onrijp... zoo treurig onrijp," hernam de rector bekommerd en
+liep een poos in gedachten verdiept op en neer. Marius begreep best,
+dat hij aan het overgaan tegen de groote vacantie dacht.
+
+"Maar, goeie hemel! wat een hitte! bah!" riep de rector en gaf Morten
+een draai om zijn ooren, toen hij hem voorbij ging.
+
+Toen begon hij weer aan 't opstel van Marius:
+
+"Noorwegen heeft een goed verweermiddel in het Kjölengebergte; en als
+er oorlog kwam, dan zou men daar moeilijk met kanonnen over kunnen
+komen, vooral in den winter......
+
+"Wat ben je oorlogszuchtig Marius. 't Is een wonder! Wie zou
+er nu over het Kjölengebergte willen trekken met kanonnen in den
+winter? De Zweden zijn immers onze goede vrienden en broeders. Neen,
+dan is het beter, wat een ander heeft geschreven, dat men nu liever
+het Kjölengebergte weg moest wenschen, zoodat de broedervolken zich
+geheel konden vereenigen. Wie heeft dat ook weer...?"
+
+"Ik," zei No. 1 bescheiden.
+
+"Juist! dat heb jij, Broch, ja, dat is heel goed. Marius daarentegen
+ziet alles van een oorlogszuchtig standpunt; luister nu maar verder:
+Als men de volken vergelijkt, vindt men dat de Denen weeker zijn dan de
+Noren. Ja, wat beteekent dat nu eigenlijk?" riep de rector knorrig en
+krabde zich het haar; hij werd hoe langer hoe heeter, 't was zeker
+ongeveer 85 graden, "hier zijn er meer in de klasse, die over die
+weekheid van de Denen geschreven hebben, waar dient dat voor? 't
+Is heel braaf zijn vaderland lief te hebben; maar vaderlandsliefde
+wordt een groote fout, als 't nationale hoogmoed wordt, dan ziet
+men op andere naties neer en roemt alleen zijn eigen. Vooral is 't
+belachelijk voor een klein, arm volk, als het onze, dat zoowaar niet
+veel heeft om trotsch op te zijn."
+
+Broch's uitstekend opstel werd niet voorgelezen; want de warmte werd
+eindelijk zóó erg, dat de rector in wanhoop order gaf om deuren en
+vensters open te zetten en daar er toen een vliegende tocht in de
+kamer kwam, zond hij alle jongens naar de plaats. Alleen Morten Kruse
+moest voor straf binnen blijven.
+
+'t Regende niet meer; maar de wind was koud en 't was modderig op
+de plaats, zoodat ze niet veel pleizier hadden van dit lange vrije
+kwartier. Marius liep te rillen van angst voor de rekenles, want
+volgens alle menschelijke berekening zou hij vandaag een beurt krijgen.
+
+Abraham had hem geholpen, en kleine Marius had gezegd, dat hij
+'t begreep. Hij had werkelijk van een en ander een beetje begrip
+gekregen. Maar hij wist wel bijna zeker, dat hij, als hij voor 't
+bord stond, niet zou weten wat 1/2 × 1/2 was.
+
+De onderdirecteur Abel kwam binnen huppelen en de vensters werden
+gesloten. Hij had zijn nieuwe regenjas over den arm en neuriede,
+wat altijd beteekende, dat hij in zijn humeur was.
+
+Dat troostte Marius intusschen niet erg, want als de onderdirecteur
+in een goede bui was, dan kon hij de jongens zoo leelijk voor den
+gek houden.
+
+De onderdirecteur Abel was ongetrouwd en de kwast onder de leeraars. 't
+Was zijn trots, zijn schunnig gekleede collega's met hun gele boordjes
+te verrassen met nieuwe en bizondere kleedingstukken--nu eens een
+das met roode moezen, dan een lichten broek; nu was een gutta-percha
+regenjas aan de orde.
+
+Allen hadden er in geknepen en er aan geroken; allen hadden naar den
+prijs gevraagd en allen hadden dien gehoord.
+
+Als leeraar had hij dit principe: "De menschen kunnen worden verdeeld
+in twee soorten: Zij, die wiskunde kunnen leeren, en zij, die het in
+'t geheel niet kunnen. En ik neem op me binnen een maand uit te maken
+of een jongen wiskunde leeren kan of niet."
+
+En op grond van die theorie bracht hij de knappe jongens heel ver;
+en liet de anderen zonder gewetensbezwaar links liggen.
+
+De leeraar sloeg het stof van den katheder met zijn zijden zakdoek,
+vóór hij plaats nam. Marius zat in stilte te beven, terwijl hij in
+zijn zakboekje keek.
+
+Maar Broch werd opgeroepen. Marius kon zijn geluk haast niet gelooven;
+'t scheen wel alsof Abel van boven af begon, en dan kwam hij misschien
+vandaag weer vrij.
+
+Ze waren pas begonnen met vergelijkingen van den eersten graad met
+een onbekende, en kleine Marius had geduldig allerlei voorbeelden
+gevolgd van manieren om die x te vinden.
+
+Hij had hooren zeggen, dat die gevonden was en 't voorbeeld zien
+uitvegen, ja, wat meer was, hij had zelf alle voorbeelden in zijn boek
+opgeschreven; en toch bleef die eene onbekende hem even ver en vreemd.
+
+Hij hield die x in 't oog; hij schreef trouw op hoe die als een haas
+van de eene lijn naar de andere gejaagd werd met vermenigvuldigingen,
+verkortingen, breuken en al zulke duivelsche dingen achter zich aan
+tot het arme, uitgeputte dier eindelijk alleen aan den linkerkant
+stond;--en dan bleek het, dat die vreeselijke x niet anders dan een
+heel goedig getal was,--bijv. 28.
+
+Marius kon langzamerhand desnoods begrijpen, dat x een verschillende
+waarde had in de verschillende voorbeelden. Maar wat wou men toch
+met die x? waarom al die omslag--waarom moest er over het heele
+bord over stok en steen op die eene onbekende gejaagd worden, als
+die toch niet anders was dan bv. 28, of misschien maar 15?--neen,
+dat kon Marius wezenlijk niet begrijpen.
+
+Toch nam hij zijn boekje en schreef zorgvuldig de som op, die Broch
+moest uitrekenen:
+
+Aan Pythagoras werd gevraagd hoeveel leerlingen hij had.
+
+De wijze man antwoordde: "De helft studeert philosophie, het derde
+gedeelte wiskunde, en de overige, die zich in het zwijgen oefenen,
+maken met de drie, die ik onlangs kreeg, het vierde gedeelte uit
+van hen, die ik vroeger had." Hoeveel leerlingen had Pythagoras,
+vóór hij er de drie laatste bij kreeg?
+
+"Ja, dat is niet zoo gemakkelijk om daar achter te komen," dacht
+kleine Marius verheugd, omdat hij veilig op zijn plaats zat. En
+terwijl Broch daar in de verte op 't bord dadelijk met 1/2 x en 1/3
+x begon om te springen, verdiepte Marius zich in overpeinzingen over
+dit ingewikkeld vraagstuk. Vooral liep hem alles door elkaar als hij
+aan dat "vroeger" dacht; want dan was 't toch finaal onmogelijk daarop
+te antwoorden. En dan gingen zijn gedachten vol medelijden naar dat
+arme derde gedeelte, dat wiskunde studeerde en hij werd het er met
+zich zelf over eens, dat hij zich zeer zeker 't allerliefst bij "de
+overigen, die zich oefenen in 't zwijgen," zou aansluiten. Hij werd
+uit zijn overpeinzingen gewekt doordat hij opgeroepen werd.
+
+Of de leeraar had gemerkt, dat hij zat te soesen, óf hij had in zijn
+boekje gezien, dat het lang geleden was, dat Gottwald een beurt had
+gehad. Hij liet Broch naar zijn plaats gaan midden in de som,--die
+ook al te gemakkelijk voor hem was--en toen Marius half suf voor
+het bord kwam, stonden daar een paar rijen getallen en x-en, waar
+hij geen zier van begreep;--alleen zweefde hem flauw iets voor den
+geest toen hij ergens 1/3 zag staan, dat dit zeker betrekking had op
+dat rampzalige derde gedeelte, dat wiskunde studeerde.
+
+"Nunc--parvulus Madvigius! qvid tibi videtur de matrimonio?" riep
+Abel en zwaaide zijn lorgnet. "Voor jou is het maar een kleinigheid
+dit sommetje uit te werken; jij kent immers je Pythagoras--niet
+waar? Madvigius! Pythagoras, qvi, dixit, se menimisse, gallum
+fuisse. Alsjeblieft, Mijnheer de professor! ga voort, geneer je
+niet. Ja, want zooals je ziet, de som is haast af. Broch heeft immers,
+vóór hij naar zijn plaats ging, gezegd, wat er verder gedaan moest
+worden. Of had de professor misschien wat anders te doen dan te
+luisteren? Kleine Gottwald moest er liever aan denken dat hij moest
+overgaan voor de groote vacantie en zijn moeder geen verdriet doen."
+
+Marius stond met het gezicht naar het groote zwarte bord gekeerd,
+dat op een ezel stond midden op de vloer, en hij voelde 't lachen en
+spotten van de heele klasse als steken in den rug. Maar toen zijn
+moeder genoemd werd, voelde hij de oogen vol warme tranen komen,
+de krijtfiguren liepen in elkaar en hij gaf het op.
+
+De heele klasse--d. w. z. zij, die wiskunde leeren konden--, amuseerde
+zich kostelijk. De onderdirecteur was onweerstaanbaar geestig, als
+hij de "sprakeloozen" een beurt gaf. Zóó noemde hij hen, die geen
+wiskunde konden leeren.
+
+Alleen Abraham zat zich te ergeren, omdat het zijn vriend gold,
+maar ook omdat Marius zoo'n stoffel was; soms moest hij wel meêlachen.
+
+"We moeten hem een hulpprofessor geven," zei Abel, en zette zijn
+lorgnet op. "Jij, Morten, met je mooien bijnaam. Sta op en sta je
+broeder in den geest bij."
+
+Morten stond onwillig op; er was een stil verzet in hem, dat toch
+nooit verder kwam dan tot gemompel en 't trekken van een zuur gezicht;
+hij was niet knapper dan Marius en de groote en de kleine leerling
+zagen er even dom uit, zooals ze daar naar het bord stonden te staren.
+
+Toch ging er een schemerachtig licht voor Morten op; hij deed een
+greep in de krijtdoos om wat op te schrijven en vergat, dat hij al
+een groot stuk krijt in de hand had.
+
+"Ja, flink zoo Morten!" riep de leeraar, die het opmerkte. "Krijt moet
+er bij, man! als 't goed zal worden. Zou je de krijtdoos niet onder
+je arm nemen? En de spons in je zak steken, 't lineaal tusschen je
+beenen, dan ben je goed toegerust! Ach, Morten, Morten! Je bent dom
+en wordt elken dag dommer."
+
+De schemering bij Morten was al weer weg, hij stond te vloeken,
+zoodat Marius het kon hooren. De klasse amuseerde zich, en No. 1 van
+de klasse was slap van lachen en zag bewonderend op naar den katheder.
+
+"Nu moeten we nog een laatste poging wagen," meende de leeraar, en riep
+vier anderen van de "sprakeloozen" op, die geen wiskunde konden leeren.
+
+Met vereende krachten kregen ze eindelijk het vraagstuk opgelost van
+de vroegere leerlingen van Pythagoras; en Marius, die heelemaal op zij
+geduwd was, moest voor het bord komen en het heele stuk weer oplezen;
+en verklaren, dat deze keer x gelijk aan 72 was.
+
+"Ziezoo!" riep Abel vrolijk, "nu zullen wij met de massa gaan werken,
+zooals Napoleon. Hier is de keurbende verzameld! In waarheid een
+fiere schare! 't Is precies als in de comedie van Cortes, als Jörgen
+Tambur en de twee getuigen den bloem van Frankrijk's adel moeten
+voorstellen. Goeiemorgen jelui ganzen----"
+
+"We zijn geen ganzen," bromde Morten.
+
+"Goeiemorgen jelui ganzen, alle twintig," zei de Vos. "We zijn niet
+met ons twintigen; maar als er zooveel bij kwamen, als er nu zijn
+en nog half zooveel, en dan nog anderhalve gans en een ganzerik--dan
+waren we met ons twintigen. Hoeveel ganzen waren er dus? O Morten!"
+
+Maar noch Morten, noch een van de andere sprakeloozen deed zelfs
+een poging om aan die ganzen te beginnen; en toen Abel vond, dat die
+comedie lang genoeg geduurd had, riep hij:
+
+"Ga naar huis en begeef u ter ruste en hef het oude lied aan:
+
+"Ga in, o burger, tot de welverdiende rust!"
+
+"Jelui krijgt alle broederlijk, zonder aanzien des persoons jelui
+zesje. En als je verlangt mijn meening te hooren over jelui toekomst
+hier op aarde, dan is die deze: dat ik niet geloof, dat jelui voor
+iets anders gebruikt kunnen worden dan om eieren uit te broeden;
+jij... Morten, met je mooien bijnaam, jij kunt 't misschien brengen
+tot den jongen van den knecht van den koster. Abraham Lövdahl kom
+eens voor het bord."
+
+Toen Marius op zijn plaats teruggekomen was, zag hij hoe Abraham in een
+wip het ganzenvraagstuk had opgeschreven: 2x + 1/2x + 2 1/2 = 20; maar
+hij was te moe om er verwonderd over te wezen, te veel gebukt onder
+de nieuwe zessen, die, zooals hij wel wist, het overgaan voor hem nog
+onzekerder zouden maken; maar vooral veel te moedeloos bij de gedachte
+aan dien trek om Moeders mond, als ze weer een 6 op zijn rapport zag.
+
+'t Was twaalf uur, en de oude vrouw, die krakelingen en stroopkoeken
+aan de gymnasiasten verkocht, stond al bij de stoep.
+
+De jongens van de vierde klasse, met jassen aan, liepen op en neer
+op hun vaste plaats; die van de derde, nog met buisjes aan, stonden
+in groepjes te eten; terwijl de gelukkige kleintjes, die om twaalf
+uur vrij kwamen, de poort uit stoven met Zaterdagsche vaart.
+
+De lucht klaarde op. De wind draaide naar 't westen, 't zou best
+mogelijk zijn, dat hij heelemaal naar het Noorden omsloeg tegen den
+nacht; dan kwam er vorst, en dan kon 't ijs toch misschien morgen al
+goed zijn.
+
+Kleine Marius stond alleen zijn stroopkoek te eten, zonder er
+op te letten, dat de stinkers, die hem voorbij liepen, hem voor
+"Rattenkoning" en allerlei ander moois uitscholden; hij had een gevoel,
+alsof zijn heele hoofd leeg en hol was,--en nu moesten er nog twee
+uren komen!
+
+Hij had nu wel in die beide uren Latijn, waar hij minder bang voor was;
+maar dat laatste wiskunde-uur had hem zoo vermoeid.
+
+'t Was heel iets anders met den dikken Morten en de andere
+"sprakeloozen." Zij gaven geen zier om den spot van den
+onderdirecteur. Maar kleine Marius was heel gevoelig voor hoon;
+soms had hij zijn vijanden zijn moeder hooren mengen in beleedigende
+uitdrukkingen, die hij niet begreep, maar die toch zijn bloed deden
+koken.
+
+"Wat is dat toch voor een aap, die de kachel heeft opgestookt,
+hè?" begon Aalbom, zoodra hij in de klas kwam. 't Was heelemaal niet
+warm meer, maar hij had den rector gesproken. "Dat heb jij zeker
+gedaan, Kruse! Jou, dikke ezel! Bah! Waar moeten we beginnen? Vers
+122: qvas deas,--lees op--Gottwald, hardop! Och nonsens! Is dat nu
+hardop lezen? qvas deas per terras! doe toch je bek open, hè? die
+luie Westlanders kunnen niet eens hun tanden van elkaar krijgen,
+zit toch niet te mompelen of je een aardappel in je mond hebt, uil
+die je ben, hè!"
+
+Dit was zoo zijn manier om de les te beginnen; vooral in de laatste
+uren, als hij zelf zenuwachtig en knorrig was, na van 8 uur 's morgens
+gebromd en gescholden te hebben.
+
+De klasse boog 't hoofd onder den storm, ofschoon zij er aan gewend
+was; maar kleine Marius ging bevend voort met lezen en kreeg heel
+veel knorren omdat hij niet hard genoeg sprak.
+
+'t Was niet gunstig voor Marius, dat de rector in de twee lagere
+klassen Latijnsche les gegeven had; want nu wilde Aalbom nooit
+toegeven, dat de rector den kleinen Gottwald zoo heel ver had
+gebracht; maar aan den anderen kant was hij bang, dat de rector zou
+willen beweren, dat zijn lieveling achteruit was gegaan, sinds hij
+bij Aalbom in de klasse gekomen was.
+
+Daarom eischte hij alles van Marius, maar had nooit een woord van lof
+voor hem. De leeraar liep op en neer voor de klasse, als een roofdier
+loerende op een fout om er op aan te vliegen; hij was buitengewoon
+lang en mager en daarenboven bijziende, waarom zijn lieve leerlingen
+hem nooit anders dan "de blinde darm" noemden.
+
+Marius spande zich in en kwam er goed af; maar daarna was hij ook
+zoo uitgeput, dat hij bijna sliep.
+
+'t Uur ging voorbij met knorren en rumoer en toen was er nog maar één
+over. Het laatste uur werd voor een Latijnsche thema gebruikt. Aalbom
+gaf hun een van de stukken in het boek van Henrichsen op en ging op
+den kruk in den katheder zitten, om zijn beenen te laten bengelen en
+in de lucht te kijken.
+
+Er was niet veel meer in een van de leerlingen overgebleven om een
+Latijnsch opstel van te brouwen; de meesten schreven er maar op los,
+en Marius ook,--dus dat werden prachtige opstellen!
+
+Maar toen was eindelijk de school uit, en zelfs de bleekneuzige
+Latijnen waren wat levendiger toen ze over de plaats liepen, want
+het was Zaterdag.
+
+Haring, zoete soep en pannekoeken--er bestond niets lekkerders in de
+heele wereld; want dat was 't Zaterdagsmaal in de heele stad.
+
+'t Klaarde werkelijk op en 't werd een heldere vorstavond met
+maneschijn, zoodat de vierde klasse met de bakvischjes ging wandelen,
+terwijl de jongere kameraden in groepjes liepen te zingen en elkaar
+tegen de jonge paartjes aan duwden als ze voorbij kwamen. Maar
+Abraham en Marius wandelden arm in arm en zagen van uit de hoogte op
+dat alles neer; nu en dan hief Abraham zijn gebalde vuist op tegen de
+vreedzame woning van Proost Sparre, waar hij wist, dat de telegrafist
+zijn vroeger geliefde een bezoek bracht.
+
+'s Avonds was Marius bij Abraham gevraagd, de professor en zijn vrouw
+hadden gasten. Zij hadden alle kamers tot hun beschikking en 's avonds
+kregen zij een warm souper. En niets te doen voor morgen! Niets te
+leeren! als een vrij man te slapen tot tien uur! En toch werd nog de
+een of andere Zondagmorgen in bed in zijn gedommel gekweld door de
+gedachte: nu gauw opstaan en naar school hollen!
+
+Brr, koud in de slaapkamer,--halfdonker--een massa boeken... hij kent
+er geen steek van...
+
+Eindelijk overeind!--En dan was het Zondag! pardoes weer onder
+de dekens!
+
+Zou iemand wel ooit vergeten, hoe zalig dat was?
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+
+Er was allang sprake geweest van een fabriek, die in de buurt van de
+stad zou gebouwd worden. Het heette, dat het een filiaal zou zijn van
+een groote Engelsche zaak in kunstmeststoffen. Maar de ondernemers
+wilden er ook graag kapitaal uit de stad in hebben en daar men in de
+stad niet veel verstand van zulke zaken had, kwam er een deskundige,
+om met de menschen te spreken, te verklaren wat men kon verwachten,
+dat er verdiend zou worden, een geschikt terrein te koopen, dat
+al was uitgezocht en naar aanleiding daarvan waren er gasten bij
+professor Lövdahl.
+
+De deskundige in quaestie, die Michal Mordtmann heette, was als
+de meeste vreemden aan Professor Lövdahl aanbevolen. Trouwens,
+de professor kende hem nog wel van de universiteit. Mordtmann was
+indertijd begonnen in de medicijnen te studeeren. Maar toevallig
+was hij in Engeland gekomen, waar hij door connecties van zijn vader
+kennis maakte met een familie, die scheikundige fabrieken had.
+
+Geheel onverwacht kreeg hij een aanbod van een mooie betrekking daar;
+de lust bekroop hem eens te probeeren verscheiden jaren in Engeland
+te blijven. Maar langzamerhand kwam hij tot de ontdekking, dat deze
+verandering in zijn levensrichting niet zoo toevallig was als hij
+zelf wel meende.
+
+Zijn vader--Isac Mordtmann en Co., in Bergen, dreef een groote zaak
+en had een goeden omzet; maar wat hij aan vast vermogen bezat wist
+niemand.
+
+'t Was een ondernemend, levendig handelsman, die er heelemaal niet
+blij om was, dat zijn eenige zoon absoluut dokter wilde worden. Maar
+Isac Mordtmann en Co. had geleerd geduld te oefenen en het geschikte
+oogenblik aan te grijpen. Zoo liet hij zeer in der minne zijn zoon doen
+wat hij wilde, tot hij zelf die reis naar Engeland in orde gemaakt
+had. 't Aanbod van de betrekking aan de Engelsche fabriek kwam ook
+door hem, en nu had hij het in zoo verre gewonnen, dat de zoon een
+practisch scheikundige geworden was en niet een arme dorpsdokter,
+Joost weet waar, ergens op de rotsen.
+
+De bedoeling was nu, dat Michal de nieuwe fabriek zou aanleggen en
+besturen. Maar Isac Mordtmann en Co. hadden geen groot kapitaal om
+er in te plaatsen; de Engelsche firma, die in het prospectus als de
+"Moeder-zaak" werd voorgesteld, nam een voorzichtige houding aan;
+dus moest het grootste gedeelte van het kapitaal in de stad zelf
+opgenomen worden, waar het bizonder gunstig gelegen terrein gevonden
+was en al half en half gekocht.
+
+Dit was dus de taak van Michal Mordtmann en hij toonde al dadelijk,
+dat hij er voor bekwaam was. Hij had het stijve Engelsche over zich,
+dat hem iets solieds, iets betrouwbaars gaf, en maakt, dat velen lust
+kregen hun geld in deze onderneming te steken, hoewel ze er geen zier
+van begrepen.
+
+Professor Lövdahl was zeer voorzichtig met zijn geld. Hij kocht liefst
+buitenlandsche effecten en staatspapieren in Kopenhagen en Hamburg;
+maar hij stak zoo min mogelijk van 't vermogen van zijn vrouw
+in ondernemingen binnen de stad. Er waren te veel wederzijdsche
+verplichtingen tusschen de kooplieden van leenen en helpen, en
+onderteekeningen en borgstellingen, dan dat de professor zou wenschen
+meê te doen in de handelswereld.
+
+Daarom begeerde hij de hooge positie onder de groothandelaars niet,
+die hij zonder twijfel zou hebben ingenomen, wanneer het groote
+vermogen van zijn vrouw in de stad zelf geplaatst was.
+
+Hij trok zijn rente en knipte in alle stilte zijn couponnetjes;
+men wist zoo ongeveer wat hij van den ouden Abraham Knorr had geërfd
+en dat hij zijn geld uit Bergen kreeg; maar velen peinsden er over,
+wat hij er dan meê deed.
+
+Daarom had ook Michal Mordtmann moeite met den professor. De
+onderneming had immers een wetenschappelijk tintje, zooiets van
+scheikunde en geneeskunde; er was ten minste niemand in de stad,
+die iets van die analyses en al dat gepraat over fosforzuur begreep,
+behalve professor Lövdahl. En zoolang hij zich achteraf hield, vlotte
+het niet recht.
+
+Intusschen kwam Mordtmann voortdurend als gast daar aan huis; en toen
+hij een veertien dagen in de stad geweest was, gaf de professor een
+groote partij voor hem.
+
+Mevrouw Lövdahl was zeer teleurgesteld in Mordtmann. Hij was een jaar
+of vier jonger dan zij; maar zij kon hem zich nog heel goed herinneren
+uit Bergen, als een levendig jong mensch, een enthousiast taalman,
+met toasten op de vrouw, het volk en al wat het volk betrof. Nu
+kwam hij terug als een stijve Engelschman en praatte met vervelende
+menschen over soda en beendermeel. Ze had bijna geen tien woorden
+met hem gewisseld en Mevrouw Wenche vond, dat hij voor zijn ouderdom
+buitengewoon vervelend was.
+
+Eerst dien avond viel het haar op, dat hij met zijn Engelsche kleeding
+en manieren goed uitkwam tusschen al die alledaagsche menschen,
+die zij van buiten kende.
+
+'t Diner was niet geanimeerd geweest; er waren enkel heeren en
+gedeeltelijk een soort van heeren, die anders niet bij de Lövdahls
+aan huis kwamen, maar wier kennismaking voor den jongen Mordtmann
+van belang kon wezen.
+
+De professor was levendig en beminnelijk geweest, zooals altijd. Hij
+dronk op den eeregast, wenschte hem allen mogelijken voorspoed met
+zijn onderneming en de stad geluk met een zoo groot en zonder twijfel
+voordeelig bedrijf.
+
+Maar 't zat toch in de lucht, dat de professor zelf nog geen enkel
+aandeel genomen had in deze ongetwijfeld voordeelige zaak, die hij
+aanprees en waar hij op dronk.
+
+Michal Mordtmann voelde dat ook. In zijn antwoord had hij geprobeerd
+te schertsen over de langzaamheid en de overdreven voorzichtigheid
+van de Westlanders; maar tegelijk was hij geëindigd met te zeggen,
+dat als ze eens begonnen, dan ging het ook met stoom. Hij hoopte dan
+nu ook maar, dat het in dit geval... enz.
+
+'t Was een toast, die uitstekend geweest zou zijn in Bergen;
+mevrouw Wenche lachte ook een paar keer, maar zij stond bijna alleen:
+deze vroegere schipper en oude haringkakers--gedeeltelijk Haugianen
+[11]--waren in het geheel niet geschikt voor dit soort van humor en
+zagen elkaar aan.
+
+Michal Mordtmann kwam in een kregele stemming van tafel; hij voelde,
+dat hij grond verloren had.
+
+Als hij rondging bij deze menschen en onder vier oogen met hen sprak
+in een donker kantoor, zoo groot als een kleerenkast, werd hij zelf
+ernstig en sprak ook ernstig. Maar nu hij aan een feestelijken disch
+aanzat en wijn dronk, was zijn licht Bergensch bloed in beweging
+gekomen; hij improviseerde zijn amusante toespraak. Maar later begreep
+hij, dat hij liever een droge en fosforzure speech had moeten houden,
+zooals hij zich oorspronkelijk ook had voorgesteld.
+
+'t Huis, waarin Professor Lövdahl woonde, was heel groot en ouderwetsch
+met een tuin aan den achterkant; hoewel het midden in de stad lag. Hij
+had het gekocht van de gemeente, die vroeger het huis als feestlokaal
+gebruikt had, of om er een koning of prins die door het land trok,
+onder dak te brengen.
+
+'t Waren groote en hooge kamers, waar het ietwat ouderwetsche
+ameublement, dat Mevrouw Wenche meêbracht, goed in paste.
+
+Dien avond was de geheele woning in gebruik genomen--er waren een
+vijftig heeren. Ze zaten tot in de wachtkamer van den professor. Hier
+begon de tabak en die vulde langzamerhand de andere kamers, maar
+bleef hangen bij de portière van 't boudoir van de huismoeder zelf,
+die daar koffie zat te schenken.
+
+Er waren verscheidene speeltafeltjes en bij de toddy, die al dadelijk
+na het maal rondgediend werd, verzamelden zich groepjes, die de vracht
+en den prijs van het zout bespraken of de hoofden bijeen staken over
+de nieuwe fabriek.
+
+Michal Mordtmann liep zich te ergeren; overal scheen hij te merken,
+dat hij een bok geschoten had; en toen hij zich dat eenmaal in het
+hoofd gezet had, werd het natuurlijk erger dan het was.
+
+Maar het ging hem werkelijk zeer aan 't hart. Een paar dagen geleden
+had hij nog aan zijn vader geschreven, dat hij alle hoop had. Zou
+hij nu moeten bekennen, dat hij zich op een diner verpraat had en de
+menschen afgeschrikt?
+
+Gedurende zijn verblijf in Engeland was hij met hart en ziel
+handelsman geworden. Hij lachte, als hij er aan dacht, dat hij eens
+een enthousiast taalman was en dat het zijn ideaal geweest was in,
+voor en met het volk te leven.
+
+Het Engelsche welvaren met het voortdurend baden en wasschen en
+het schitterend witte linnen hadden zijn smaak veranderd en hem van
+het volk gescheiden. En wat er aan leven en geestdrift in zijn ziel
+geweest was, had zich--als bij zijn vader--omgezet in een sterken
+lust in speculeeren, in vooruit komen, in veel te besturen hebben.
+
+En aan den anderen kant had de omstandigheid, dat hij reeds nu zoo'n
+diepe verachting voelde voor datgene, waar hij toch tot zijn vijf en
+twintigste jaar zoo meê gedweept had--hem een wantrouwen gegeven in
+sterke hartstochten over 't algemeen; het had hem ook tegenover vrouwen
+voorzichtig en koud gemaakt--wat hem zeer ten goede gekomen was.
+
+Met zijn vader stond hij nu op een bizonder vertrouwelijken voet. Samen
+hadden zij dit plan van de fabriek gemaakt: de zoon directeur, de
+vader handelsdirecteur en behalve dat commissionnair agent, voor het
+Engelsche huis; daar was allerlei kans op goede winst, en in geval
+van tegenspoed was het bijna uitsluìtend aandeelhoudersgeld, dat er
+bij inschieten zou.
+
+Maar als dat geld nu niet kwam!
+
+Michal Mordtmann wierp zijn sigaar weg, dronk een glas grog en ging
+in de kamer van Mevrouw Lövdahl.
+
+De koffie was rondgediend en 't dienstmeisje was aan het afnemen. Om
+Mevrouw Wenche heen stonden eenige heeren, die niet rookten of
+toevallig met haar waren blijven praten. 't Waren meest ambtenaars
+en enkele van de huisvrienden, die zich in dit gemengd gezelschap
+niet erg thuis voelden.
+
+"Ik dank u voor uw toast, Mijnheer Mordtmann," riep Mevrouw Wenche
+vriendelijk.
+
+Hij boog stijf en zag haar wantrouwend aan.
+
+In een hoek van de ruime zaal zocht hij een plaatsje achter een
+étagère, waar hij in albums begon te bladeren, terwijl het gesprek
+in den kring om de vrouw des huizes heen weer vlot werd.
+
+"Ja, ik kan op dit punt niet toegeven, Mijnheer de rector," zei Mevrouw
+Wenche; "u zegt, dat ik me maar kalm moet houden en hopen......"
+
+"Neen, pardon Mevrouw! zóó zei ik het niet. Ik zei, als het onderwijs
+en de geestelijke ontwikkeling van een kind is overgelaten aan mannen,
+die kennis van zaken en ervaring vereenigen met een goeden wil, dan
+moeten de ouders hopen en vertrouwen, dat hun kind met Gods hulp wel
+bewaard is."
+
+"Ja, maar wie staat mij in voor dien goeden wil en al dat andere?"
+
+"De staat, het ministerie van onderwijs, een zorgvuldige
+regeering. Gelooft u mij, Mevrouw, ons onderwijs kan zich meten
+met dat van welk land ook in Europa en 't staat wat godsdienst en
+zedelijkheid betreft boven dat van de meeste landen."
+
+"Ja, maar als ik nu met mijn eigen oogen zie, dat het verkeerd gaat,
+dwars en glad verkeerd! Wat moet ik dan doen?"
+
+Zij lachten allen goedig om het geänimeerde vrouwtje. En zij lachte
+meê, ofschoon het voor haar hooge ernst was.
+
+"U is--hm... U is een heele strenge dame," zei de rector glimlachend,
+terwijl hij zijn grooten neus met snuif vulde. "Hier zijn juist
+verscheiden mannen van 't onderwijs. Wij moeten ons wel heel schuldig
+gevoelen."
+
+"O neemt me niet kwalijk, heeren! daar dacht ik niet aan. Dat weet
+u toch allemaal wel, niet waar?" Zij zag met haar open glimlach
+van den een naar den ander. "Dat is mijn ongelukkig Bergensch
+temperament--zooals Carsten zegt. Als ik eenmaal een overtuiging heb,
+moet ik die uitspreken, ronduit. En nu heb ik al lang een duister
+gevoel gehad, dat het heelemaal mis is met ons schoolonderwijs."
+
+Behalve de rector was de onderdirecteur Abels ook in de kamer;
+(hij vond het bizonder aangenaam, dat de menschen zeiden, dat hij
+Mevrouw Wenche het hof maakte;) ook was de directeur van de lagere
+school Klausen er en later kwam ook Aalbom binnen.
+
+"Zoudt u niet zoo vriendelijk willen zijn ons te zeggen wat er mis
+is, Mevrouw?"
+
+"Alles!--Alles. Van 't begin tot 't einde?"
+
+"Meent u dat ook van de lagere school, Mevrouw?" vroeg meester Klausen.
+
+"Die ken ik niet; maar ik ben er zeker van, dat als de school voor
+de kinderen van de welgestelden zoo slecht is, die voor de kinderen
+van de armen natuurlijk nog slechter moet zijn."
+
+'t Waren harde woorden, die Mevrouw Wenche dien avond sprak; harder
+nog dan gewoonlijk. En de heeren zagen elkaar aan. Maar de goedige
+en wat politieke glimlach van den rector zegevierde en beheerschte
+eindelijk de stemming: op stuk van zaken was 't toch maar een dame!
+
+"Ik geloof wel, dat ik ten minste één ding weet, dat Mevrouw wat
+irriteert," begon de oude rector handig.
+
+"En dat is?"
+
+"Dat u met uw mooie, krachtige handjes niet kunt ingrijpen, dat u
+niet eens redderen kunt onder de leeraren en den rector zelf niet
+wat aan den band houden."
+
+"Ja, juist," riep Mevrouw Wenche, "dàt is het! Ik zie wel, dat jelui
+allen lachen; maar ik meen het in ernst; dat is het juist, dat ik
+niets--niets meer voor mijn zoon kan doen, terwijl ik toch duidelijk
+zie, dat hij bedorven wordt en zijn krachten verspild worden."
+
+"Nu, nu, lieve Mevrouw. Zóó erg willen we hopen dat het niet is. Maar
+hebt u wel gelijk als u zegt, dat u niets meer voor uw zoon kunt
+doen, als u vindt, dat de school in een of ander opzicht verkeerd
+doet? Iedere opmerking......"
+
+"Ach, lieve Mijnheer de rector, hoe kunt u mij toch op dit punt
+tegenspreken. U weet toch zelf wel, dat een kind op de openbare school
+achter driedubbele muren zit, en wee den vader--en nog meer wee de
+moeder, die de hand in dat wespennest steekt."
+
+"Hm, ik kan u zeggen, Mevrouw Lövdahl," viel meester Klausen in,
+"dat er bijna geen dag omgaat, dat ik niet vier of vijf oude wijfjes
+op mijn dak krijg, die een mondje open komen doen over een of ander
+wat met hun lieve bengels gebeurd is."
+
+"Pardon, Mijnheer Klausen! die oude wijfjes--zooals u ze verkiest te
+noemen--hebben met veel pijnen hun kinderen het leven gegeven--wat ik
+nog nooit van een hoofd van een school gehoord heb; en al daarom alleen
+hebben ze het recht naar hun beste weten het oog op haar bengels te
+houden, (die voor haar even lief zijn als de onzen voor ons) wanneer
+ze gedwongen zijn hen aan wildvreemde menschen over te geven."
+
+"Ja, dat zou me een lieflijke optocht van moeders geven, als je al hun
+praatjes aan wou hooren!--Dat zou 't hoofd van een school eenvoudig
+'t leven onmogelijk maken."
+
+"Dat kan me heelemaal niet schelen," antwoordde Mevrouw Wenche
+droog. "Moeders hebben het recht en den plicht hun kinderen op den voet
+te volgen, zoover ze maar kunnen;--en God gave, dat ze 't allen deden,
+al zouden dan ook ontelbare schoolmeesters sterven. Met uw welnemen,
+Mijnheer Klausen."
+
+"Neen maar... maar lieve, beste Mevrouw Wenche!" riep de rector en
+stak smeekend de handen naar haar uit. "U kunt toch niet bedoelen,
+dat vaders en moeders iederen keer bij troepen moesten komen aanzetten
+als..."
+
+"Neen, neen, beste vriend," viel Mevrouw Lövdahl hem lachend in de
+rede en greep vriendschappelijk zijn hand; "ik bedoel alleen, dat
+ik wou, dat er zooveel belangstelling voor de kinderen was onder ons
+ouders. Dan zou de belangstelling, zoodra ze sterk en levendig genoeg
+was, wel een of anderen vorm vinden om zich in te uiten, zoodat wij,
+die toch zelf het onderwijs betalen, ook wat invloed en wat controle
+zouden krijgen op wat daar achter die dikke schoolmuren gebeurt."
+
+De zaakwaarnemer Kahr had vreedzaam in een hoekje gezeten onder den
+invloed van het digestieproces na tafel; en de levendige discussie
+tusschen zulke volkomen onjuridische personen amuseerde hem zeer.
+
+Nu vond hij, dat er langzamerhand zóóveel menschen in de kamer van
+Mevrouw Lövdahl bijeen gekomen waren, dat het tijd werd een beetje
+logica en methode in het gesprek te brengen.
+
+"Er was iets in het laatste wat Mevrouw zei, dat mij aanleiding
+geeft tot een vraag," begon hij met humoristischen ernst op zijn rood
+glimmend gezicht,--'t was immers maar een dame--; "zei u niet, geachte
+Mevrouw, dat de belangstelling van de ouders voor hun kinderen een
+uiting vinden moest door feitelijken invloed op het werken en het
+wezen der school."
+
+"Ja, juist."
+
+"Een vertegenwoordiging--of zoo iets--van de belangstelling der
+ouders."
+
+"Ja, zoo iets wilde ik hebben."
+
+"Maar...... ja, pardon, Mevrouw!" zei Mr. Kahr en deed alsof hij heel
+verlegen was, "maar zooiets hebben we immers."
+
+"Ja?--daar weet ik niets van," antwoordde Mevrouw Wenche en kreeg
+een kleur; het gebeurde nu en dan in gesprekken als dit, dat zij haar
+hoofd stootte aan dingen, waar ze 't bestaan niet van vermoedde.
+
+"Dat verwondert mij, Mevrouw!--U schijnt u toch in dat soort van
+zaken ingewerkt te hebben... of ten minste er zoo warm belang in te
+stellen. Wij hebben immers juist een vorm gevonden voor de gedachte,
+dat de ouders ook in de staats-scholen vertegenwoordigd moeten worden;
+dat hebben wij immers: in 't Ephoraat, het Ephoraat van de school."
+
+"Ephoraat?" vroeg Mevrouw Wenche onzeker.
+
+Maar vóór Kahr of een van de anderen partij konden trekken van deze
+overwinning, vroeg een droge, heldere stem:
+
+"Pardon ... heeft ooit een van de heeren een levenden Ephor gezien?"
+
+Aller oogen wendden zich naar Michal Mordtmann, die korrekt en innemend
+bij de étagère stond; maar toen Mevrouw Wenche en hij elkaar aanzagen,
+barstte zij uit in haar gewoon vroolijk lachen.
+
+"Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, dank u voor uw hulp!--Ja, nu vraag
+ik ook: wat is een Ephor voor een ding?--wie zijn Ephoren hier aan
+de school?"
+
+"Maar Mevrouw," riep de rector heelemaal verbluft, "weet u werkelijk
+niet, dat Professor Lövdahl een van de Ephoren aan de school is?"
+
+"Carsten!--mijn man!--neen, dat is prachtig! Ach, Mijnheer Abel! Wilt
+u mijn man even roepen? Ik moet hem toch eens zien als Ephor!"
+
+De onderdirecteur vloog als een pijl uit den boog door de portière
+en kwam met den professor terug, die kaarten in de hand had.
+
+"Wat is er voor een grap, Wenche?" vroeg hij vroolijk.
+
+"Een kostelijke grap!--Ze zeggen dat je een Ephor bent--Carsten!"
+
+"Ja zeker ben ik een Ephor..."
+
+"En dat jij de uiting bent van de belangstelling der ouders in de
+schoolkinderen..."
+
+"Ja zeker. Heb je me dan niet vooraan zien zitten op zoo'n stoel
+met een hoogen rug naast den burgemeester op examenfeesten?" zei de
+professor onvoorzichtig, "maar nu moet je me met rust laten; ik heb
+de hand vol troeven."
+
+De andere heeren dachten in stilte, dat, als Professor Lövdahl het
+gesprek gevolgd had, hij zeker anders zou hebben geantwoord. Maar
+Mevrouw Wenche was op eens ernstig geworden:
+
+"Ja zie je, daar heb je 't weer! Als ik niet juist op 't goede
+oogenblik dit groote woord in gelach gesmoord had, zooals het
+verdient--dan zou ik me nu, zooals veel andere menschen verbeeld
+hebben, dat ook op dit punt alles zoo goed en wijs is ingericht door de
+autoriteiten, dat wij eenvoudigen en vrouwen maar te zwijgen hebben,
+en alles zijn gang moeten laten gaan. Maar nu zal niemand--ik dank
+u nog eens voor uwe hulp, Mijnheer Mordtmann--nu zal niemand me meer
+overbluffen met groote woorden. Als Carsten Ephor is, dat weet ik wel,
+dat het Ephoraat niets anders is dan een schakel in den ketting van
+administratief gedoe, dat ons allen smoort en steeds dommer maakt."
+
+"Zacht wat, zacht wat, lieve Mevrouw!" begon de rector weer. "Er moet
+toch een bestuur zijn! wij kunnen toch niet allen regeeren."
+
+"Dat verlang ik ook niet; maar in iedere zaak moeten zij besturen,
+die feitelijk de verantwoordelijkheid hebben; en in de zaak:
+kinderbehandeling hebben die menschen de verantwoordelijkheid, die
+de vrijheid namen kinderen in 't leven te roepen. Maar in plaats van
+een wezenlijk deelnemen aan den arbeid in de school in verhouding
+tot die verantwoordelijkheid, hebben we de comedie van een Ephoraat,
+dat bestaat in 't zitten op een stoel met een hoogen rug naast den
+burgemeester. En dat past... ja, wat past dat niet prachtig in 't heele
+gedoe van ons land. De verantwoordelijkheid wordt zóó van de een op de
+ander geschoven tusschen groote woorden en prachtige titels, dat het
+niet mogelijk is ze zelfs met kaarsen en lantarens weer te vinden. Maar
+de onverantwoordelijkheid bouwt zich een veilige piramide, die in een
+punt uitloopt; en die is zoo onverantwoordelijk, dat ze heilig wordt."
+
+"Kalm wat, mijn beste Mevrouw," riep Mr. Kahr. Ze lachten nog!--'t Was
+immers maar een dame. Maar zulke woorden moesten toch niet gesproken
+worden in het huis van een man met zoo'n positie.
+
+Daar dacht Mevrouw Wenche heelemaal niet aan; zij was gewend in haar
+kamer vrijuit te spreken; en haar man had het niet verder gebracht,
+dan zooveel hij kon te kalmeeren en te verzachten.
+
+Michal Mordtmann had een poosje naar Mevrouw Lövdahl geluisterd
+en langzamerhand kreeg hij een onbedwingbaren lust om meê te
+doen. Wonderlijk gestemd en moedeloos als hij was, omdat de koopman in
+hem een nederlaag geleden had, voelde hij behoefte den taalman los te
+laten--den ouden vrijheidsman--en een oogenblik den Engelschen dwang
+af te werpen; zijn zaak was toch hoogstwaarschijnlijk al bedorven.
+
+Hij trad wat naderbij en zei met zijn mooie, zuivere manier van
+spreken, en met een kalmte, die de anderen, en vooral Aalbom zeer
+irriteerde.
+
+"Ook mij is het steeds verkeerd voorgekomen, ja, eigenlijk schandelijk,
+dat juist de school en alles wat daartoe behoort, als een gesloten
+arena is ingericht, waar alleen de meest voortreffelijke geleerdheid
+en kunde worden toegelaten; terwijl er voor de vaders en de moeders,
+die toch het kostbaarste inzetten bij dit spel, niets meer dan een
+bescheiden plaatsje onder de toeschouwers buiten wordt overgelaten,
+vanwaar zij het philologische stof, dat in den strijd wordt opgejaagd,
+mogen waarnemen."
+
+"Bravo! Bravo!" riep Mevrouw Wenche verrukt en reikte hem haar beide
+handen. "Wie zou dat van u gedacht hebben? Mijnheer Mordtmann! Ik
+dacht eerlijk gezegd, dat... maar het doet er niet toe, wat ik dacht;
+ik ben blij, dat ik me vergiste. Maar komt u nu hier; wij tweeën
+moeten ons bij elkaar aansluiten. U ziet, dat de vijand ons aan alle
+kanten omringt."
+
+In werkelijkheid waren er veel heeren binnengekomen, zoodat er
+niet alleen een groep om Mevrouw Wenche heen stond, maar 't werd
+langzamerhand bijna vol in de kamer; en velen van de kleine kooplieden,
+menschen, die niet gewend waren op groote partijen te komen, slopen
+naar binnen en namen plaats langs de muren.
+
+Het levendige gesprek interesseerde hen veel meer dan het kaartspel,
+voor velen was het al een ergernis dat te moeten aanzien.
+
+"Maar als u nu niet tevreden is met de manier, waarop nu het onderwijs
+is ingericht,"--Mr. Kahr wendde zich uitsluitend tot Mevrouw Lövdahl,
+zonder op Mordtmann te letten; maar zijn toon was toch iets meer
+formeel dan vroeger; 't werd nu heel wat anders, nu een man--een aan de
+universiteit gevormd man--meêging met zulke verreikende denkbeelden;
+"als u zoo ontevreden is, Mevrouw, bijv. met dat ongelukkig Ephoraat,
+wilt u ons dan niet eens de praktische manier uitleggen, waarop u
+zich hadt voorgesteld de ouders aan het werk in de school te laten
+deelnemen?"
+
+"Ja zeker, met alle genoegen," antwoordde Mevrouw Wenche vrijmoedig;
+"eerst zou ik willen, dat alle vaders en moeders van kinderen uit
+dezelfde school een groote vergadering hielden om te bespreken wat..."
+
+"Pardon Mevrouw, neemt u mij niet kwalijk, dat ik u in de rede val,"
+zei Mordtmann onrustig, "maar nu u zelf zoo vriendelijk is een verbond
+tusschen ons beiden voor te stellen, moet ik u als uw bondgenoot
+ten sterkste afraden praktische voorstellen met betrekking tot de
+hervorming te doen."
+
+"En waarom mag Mevrouw dat niet, als ik vragen mag?" De jurist wendde
+zich voor het eerst regelrecht tot Mordtmann.
+
+"Omdat iemand, die een ingrijpende hervorming verlangt, er zich wel
+voor moet wachten met praktische voorstellen aan te komen. Want onder
+de groote menigte, die zich altijd tegen iedere hervorming verzet,
+zal er altijd wel een of ander zijn, die zoo'n praktisch voorstel
+verdraait, zoodat het belachelijk wordt, een karikatuur van wat er
+bedoelt wordt, en dan meent men, bewezen te hebben, dat de tijd voor
+de hervorming nog niet gekomen is."
+
+"U zegt, men meent dat bewezen te hebben," riep de jurist uit de
+hoogte, "maar ik ben ook zoo vrij te meenen, dat de ontijdigheid
+van een hervorming voldoende bewezen is, als de practische
+onuitvoerbaarheid in confesso is."
+
+"Ja, natuurlijk! De theorie kan schoon zijn, watte? Maar houd u aan de
+praktijk... aan de praktijk, jonge man!" Dat was de "blinde darm," die
+eindelijk losbarstte; hij was als altijd razend van verontwaardiging,
+als hij iets hoorde, dat op oppositie leek.
+
+Michal Mordtmann keek naar het opgewonden gezicht van den leeraar
+met zijn Engelsche kalmte en wendde zich daarna weer tot den jurist.
+
+"Bij hervormingen van dien aard, waar hier over gesproken wordt,
+is de praktische uitvoering een bijzaak en betrekkelijk van weinig
+gewicht en wie zich daarmeê 't eerst bezig houdt, begint van achter
+af en doet vergeefsch werk. Maar als u daarentegen de gedachte,
+die aan de hervorming ten grondslag ligt, tot de publieke opinie
+van uw tijd kunt maken,--als het in dit geval gelukt bij de ouders
+die sterke belangstelling voor de school te wekken,--ja, dan zal die
+belangstelling haar uitdrukking in de praktijk vinden,--gemakkelijk,
+natuurlijk, als van zelf. Maar zoolang die belangstelling niet
+opgewekt is, geeft het niets of men over de praktische moeielijkheden
+disputeert; en zoodra die gewekt is, zijn er geen practische
+moeielijkheden meer."
+
+"Ach--dat is echt jeugd--watte?" schreeuwde de blinde darm; "alleen
+maar alles afbreken en niets opbouwen--watte? Neen, daar doen ze
+niet aan; want dat kunnen ze niet! dat moeten wij doen,--of de
+toekomst! maar afbreken--ja, dat is makkelijk, watte?"
+
+"Ja," antwoordde Michal Mordtmann, "flinkweg iets afbreken, b.v. de
+jeugd, dat is zeker heel gemakkelijk. Maar zóó afbreken, dat er
+werkelijk wat valt, dàt is, zoover ik weet, minstens even moeielijk als
+opbouwen. Alles af te breken wat Mevrouw Lövdahl's schoolhervorming
+in den weg staat--aan de eene kant luiheid en onverschilligheid en
+aan den anderen kant hoogmoed en betweterij--zie, dat is zeker een
+heel inspannend en moeilijk werk, en ik kan wel berekenen, dat u en
+ik al lang ter ruste zullen gegaan zijn eer dat gebeurd is. Maar dat
+is toch mijn overtuiging--en mijn hoop, dat dit afbrekingswerk gedaan
+zal worden."
+
+"Ja, afgebroken zal dat alles worden!" riep Mevrouw Wenche warm,
+"er moet een tijd komen, dat allen 't inzien, hoe gewetenloos het is
+'t eene geslacht na het andere aan oude vooroordeelen en versteende
+leerstellingen op te offeren."
+
+"Hm," antwoordde Mr. Kahr, "wij hebben nu veel schoone en gevleugelde
+woorden gehoord en het zal zeker wel niet baten een kleine, praktische
+vraag te doen, te meer omdat het praktische juist niet aan de orde
+schijnt te zijn..."
+
+"Kom, niet zoo scherp, heer jurist! Kom u maar met uw praktische vraag;
+als ik Mijnheer Mordtmann aan mijn kant heb, ben ik nergens bang voor."
+
+"Nu dan, kort en goed. Waarom zendt u uw kind naar school! Wat wilt
+u dat hij leeren zal?"
+
+"Daar zal ik u met genoegen op antwoorden, en ik zal dat zoo bezadigd
+doen, dat mijn kompagnon heel kalm blijven kan, want daar heb ik zelf
+zoo dikwijls over gedacht. Als wij--vaders en moeders--die zelf gevoeld
+hebben hoeveel er noodig is, hoeveel men weten moest, alleen maar om
+eenigszins zijn tijd, zijn plaats in het leven te begrijpen,--als
+wij onze kinderen naar school sturen, doen we dat natuurlijk omdat
+we willen, dat zij op tijd die kundigheden zullen verwerven, die wij
+nu door eigen dure ervaring weten, dat het leven eischt."
+
+"En u vindt niet, dat de school in die richting werkt?"
+
+"Neen, daar is 't ver--heel ver vandaan! Zie nu b.v. mijn Abraham
+eens... Maar waar is de jongen toch?"
+
+De professor, die juist was binnengekomen vertelde, dat hij Abraham
+naar bed gezonden had; "Hij vroeg of je hem goeden nacht kwam zeggen."
+
+"Ja, ik kom dadelijk. Arme jongen! Ik heb hem heelemaal vergeten!--Maar
+wat ik zeggen wou: zie nu eens naar Abraham; hij is nu volle negen jaar
+op die gezegende geleerde school geweest. In 't begin ging het goed;
+maar in de laatste jaren wordt hij, voor zoover ik zien kan, steeds
+dommer, steeds meer zonder belangstelling. Zoodra hij zijn mond open
+doet, toont hij de grootste onwetendheid in de meest alledaagsche
+dingen. En 't ergste van alles is, dat hij er bijna op neerziet,
+als men iets verstandigs weet van de wereld zooals die is."
+
+"Ja Mevrouw," sprak Mordtmann, "uw zoon leeft in de wetenschappelijke
+wereld. Hij schrijdt voort naar den hoogen Parnassus der groote
+geesten! Ik ken dat. Ik heb zelf den omweg over den Parnassus gemaakt."
+
+"Wat meent u daarmeê,--watte?" vroeg Aalbom.
+
+"O, dat kan ik u wel uitleggen! Ik ruik lont," zei Mr. Kahr. "De heer
+Mordtmann hoort zeker tot de moderne tegenstanders van de klassieke
+opvoeding. Ik wed, dat hij een hekel aan het Latijn heeft."
+
+"Ja, dat heb ik zeker!"
+
+Verscheidenen wilden tegelijk spreken, maar Professor Lövdahl behield
+het woord:
+
+"U zult toch niet willen ontkennen, dat de studie van die heerlijke
+taal in buitengewoon hooge mate bij de jongelui het vermogen tot
+streng en logisch denken ontwikkelt?"
+
+"Ik heb maar één ding opgemerkt, Professor, wat 't Latijn bij ons
+allen uitwerkt; en dat is, dat het ons buitengewoon pedant maakt."
+
+"Sommigen onder ons, misschien," merkte de jurist op met een beetje
+boosaardigheid. Maar Mevrouw Wenche lachte vergenoegd.
+
+"Ja, u hebt gelijk. Al toen ik klein was ergerde 't me, als mijn groote
+neven met Latijnsche zinnetjes aankwamen. Ik ben er van overtuigd,
+dat er geen slot of zin aan was. En zelfs nu erger ik me, als de oude
+heeren elkaar zoo beteekenisvol toelachen en met een paar Latijnsche
+woorden aankomen."
+
+"Neen, maar dat is toch een onschuldig genoegen, lieve Mevrouw!" riep
+nu de oude rector. Hij had zich wat teruggetrokken. Het gesprek
+werd hem te heftig. "Wij mogen toch wel plezier hebben in ons
+gemeenschappelijk eigendom. Dat is een soort van vrijmetselarij."
+
+"Ja juist," antwoordde Michal Mordtmann, die zich scheen te
+hebben voorgenomen, tot het uiterste toe tegen te spreken; "dat is
+karakteristiek voor de beschaving van den ouden tijd. Er was iets heel
+pikants aan geleerdheid, n.l. dit: dat ze was beperkt tot een kleinen
+kring;--dat het genot, het geluk geleerd te hebben, niet bestond in
+iets te weten, maar in iets te weten, wat anderen niet wisten. Maar
+nu zijn er gelukkig niet veel menschen, die hun kinderen naar school
+zenden, om ze op die manier geleerd te maken."
+
+In de pauze, die hierop volgde, stond Mevrouw Wenche op om haar zoon
+goedennacht te gaan zeggen. Men moest ook aan tafel gaan: het was
+laat geworden.
+
+Onder de geleerden heerschte een niet geringe opgewondenheid; terwijl
+daarentegen een paar oude kooplieden elkaar in stilte toeknikten.
+
+"Ja, als U heengaat, Mevrouw," zei de jurist, die eindelijk ook
+geanimeerd geworden was, "dan loopt dit interessante gesprek zeker
+dood. Jammer, dat u zich niet hebt laten overhalen over de praktische
+dingen te spreken: wat er geleerd moet worden, b.v. zoudt u mij niet
+een paar vakken kunnen opnoemen?"
+
+"Wel," antwoordde Mevrouw Wenche snel, "ze moesten natuurlijk historie
+leeren, geneeskunde, rechtsgeleerdheid, sterrekunde..."
+
+"Ik dacht, dat je geneeskunde noemde, Wenche?"
+
+"Ja, natuurlijk. Kennis van hun eigen lichaam, van ziekten en
+geneesmiddelen."
+
+"Neen maar Wenche, hoe kun je je nu verbeelden......?"
+
+"Maar zeg je niet telkens zelf, Carsten! wel honderdmaal in een jaar:
+'Ja, had dat mensch in zijn jeugd op zijn oogen gepast, dan zou hij
+nu niet als een half blinde stakker rondloopen.' Maar hoe zullen ze
+leeren op hun oogen te passen, als ze daar niet anders van leeren dan:
+'indien uw oog u ergert, ruk het uit,' of voor hun lichaam zorgen,
+waar ze van leeren, dat het een ellendig en onwaardig omhulsel voor
+de onsterfelijke ziel is."
+
+"Maar rechtsgeleerdheid... watte? Jura! moeten de jongens ook dat
+wettengedoe in de school leeren?" riep de blinde darm; zijn nijdigheid
+steeg naarmate het gesprek werd voortgezet, zonder dat hij iets vond
+om op aan te vallen.
+
+"Ja, natuurlijk moeten ze op de hoogte zijn van de wetgeving in hun
+land; hoe en door wie het recht en orde gehandhaafd worden. Maar
+vraag b.v. mijn Abraham, die toch anders een knappe jongen is, wat
+een arrondissements-rechtbank is. Hij heeft er geen flauw begrip van."
+
+"Maar vraag hem naar curules, aediles, tribuni plebis en zulke dingen,
+dan kent hij ze op zijn duim," zei Mordtmann.
+
+"Ja, ziet u, zulke ouderwetsche onzin, daar heeft hij zijn hoofd vol
+van, de stakker. Maar van zijn eigen vaderland, de staatsinrichting
+daar, de strijd om de vrijheid..."
+
+"Politiek! Politiek! Moeten de jongens ook al politiek leeren?" klonk
+het van alle kanten en een nieuwe koortsachtige agitatie overviel
+allen.
+
+"Natuurlijk! Ja zeker, moeten ze politiek leeren," antwoordde Michal
+Mordtmann onvervaard.
+
+Er ontstond een sterke beweging en algemeene verontwaardiging; zelfs
+Mevrouw Wenche keek bedenkelijk. Maar boven alles uit schreeuwde de
+blinde darm in de hoogste discant:
+
+"Neen, maar...! God beware ons! Watte? Zullen we nu ook nog de
+scènes beleven, dat kleine jongens over politiek debatteeren, alsof
+ze volwassenen waren."
+
+"Vindt u ze zooveel beter, de scènes, die niet zoo zeldzaam zijn, dat
+volwassenen over politiek debatteeren, alsof ze kleine jongens zijn?"
+
+Mevrouw Wenche zag den jongen man aan en glimlachte; toen haastte
+ze zich naar haar zoon. Maar de strijdlustige stemming verdeelde het
+gezelschap en allen verspreidden zich door de verschillende kamers,
+waar ze de vreedzame kaartspelers een doodschrik op het lijf joegen,
+door in groepen midden op den vloer te gaan disputeeren, terwijl ze
+in de hoeken hier en daar, twee aan twee elkaar bij de knoopsgaten
+vasthielden als twee aan den gordel samengebonden worstelaars en als
+hanen stonden te kraaien, met de neuzen vlak bij elkaar, met vuurroode
+gezichten en het haar in vlokken bijeen.
+
+Misschien was er wel niemand, die heelemaal meêging met de oproerige
+ideeën van Mevrouw Wenche en dien vreemde; maar velen vonden toch,
+dat er wel iets van aan was. En al de geleerden streden als razenden,
+geheel niet gewend aan, en verbitterd over het feit, dat een uit hun
+eigen leger zijn afvalligheid geopenbaard had voor de oogen van al
+die haringschippers en kruideniers.
+
+Aan het souper ging het voortdurend warm toe, en zelfs toen de gasten
+het huis verlaten hadden hoorde men in de straten, door den stillen
+nacht: "Hervorming--Latijn--Ephor--politiek--watte?"
+
+Toen Michal Mordtmann zijn gastvrouw goedennacht zei, reikte ze hem
+weer haar beide handen, terwijl ze hem hartelijk en vroolijk bedankte
+voor zijn goede hulp. Hij antwoordde met een paar beleefde woorden,
+maar zag haar tegelijk diep in de oogen. En zij, die in lang niet
+zulk een blik ontmoet had, liet hem los en wendde zich tot de anderen.
+
+Maar toen alle gasten weg waren, en haar man rustig was gaan zitten
+om de couranten te lezen, zei Mevrouw Wenche:
+
+"Neen maar, wat was ik verrast door den jongen Mordtmann. Ik had
+er geen flauw vermoeden van, wat er in hem zat. We moeten hem toch
+dikwijls vragen, dat is nu eindelijk eens iemand, daar ik meê praten
+kan."
+
+"Och, me dunkt waarachtig, dat jij met alle menschen wel praten kunt,"
+antwoordde haar man knorrig; hij was er eindelijk achter gekomen,
+welke weinig correcte dingen er in zijn huis gezegd waren.
+
+"Nu, nu, Mijnheer de Ephor," zei Mevrouw Wenche, terwijl ze de
+haarspelden uit haar dik haar nam; maar door 't noemen van het woord
+"Ephor" moest ze weer lachen en lachend ging zij in haar slaapkamer.
+
+Professor Lövdahl sprong op; maar ze was al weg; hij mompelde een
+paar woorden, maar ging toen weer zitten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+
+De uilen woonden in het gebeeldhouwd lofwerk om de hooge
+spitsboog-vensters van de Domkerk en in de vierkante openingen in
+den muur boven in de torens.
+
+Geluidloos hadden ze zeshonderd jaar lang tusschen kerk-
+en kloostervensters heen en weer gevlogen, van schoorsteen tot
+schoorsteen, door poorten en gaten en in lange nauwe gangen, waar ze
+geleerde mannen tegenkwamen op pantoffels, met boeken en perkamenten.
+
+In storm en donkere nachten hadden zij op de steenen voor het kleine
+boogvenster gezeten, waar een lichtstreep viel; en hun wilde kreten
+hadden den bleeken man daar binnen er toe gebracht een kruis te slaan
+en de oogen op te heffen van de duistere plaats in Tacitus naar het
+crucifix aan den witten wand.
+
+Maar het crucifix werd afgerukt en in een zak gestopt; in de lange
+gangen en naar boven vluchtten de bange monniken en naar binnen
+stormden de in dierenhuiden gekleede mannen met bebloede bijlen,
+doorzochten kisten en banken tot in alle hoeken, haalden de monniken
+te voorschijn en pijnigden ze tot ze de schatten van het klooster gaven
+en joegen den bisschop door zijn heele huis, door de geheime gang--tot
+heel voor het hoogaltaar en hieuwen hem neer, zoodat zijn bloed over de
+steenen in het koor stroomde. En het visschersdorpje, dat zich schuw
+tegen de kloostermuren aandrukte, met nauwe straten en houten huizen,
+brandde in een oogenblik af en het vuur teisterde kerken en kapellen.
+
+Maar langzamerhand groeiden de houten huisjes weer op; zware boeken
+en rijke geschenken stroomden het huis van den bisschop binnen,
+het tiende van wat zee en land opbrachten en de bekoorlijke zilveren
+daalders moesten denzelfden weg op en 't wemelde van vreemde monniken
+en kanunniken, zoowel dikke sterke Engelschen als zwartharige
+geestelijken uit het Zuiden met fijn besneden gezichten.
+
+Macht en geleerdheid bouwden muren en torens, en wierook vulde de
+prachtige kerk, waar de geestelijken zongen voor de visschers en
+boeren, die met het hoofd op den grond gebogen lagen en mompelden
+wat zij niet begrepen.
+
+Er kwamen vreemde schepen aan de steigers en brachten met goud bewerkte
+miskleeden, kerkklokken en wierookvaten en sterken wijn voor de koele
+kelders in de kloosters.
+
+Maar in de nauwe straten en schuilhoeken achter den boomgaard--daar
+lagen de monniken op de meisjes te loeren; en terwijl ze boven in
+de kerk de mis hielden en zongen, brandden er een paar lampen in den
+gewelfden kelder onder de kapel van den bisschop; en daar zongen ze
+ook, terwijl 't wijnvat klokte en de meisjes lachten; en daar dansten
+de monniken, zoodat hun pijen rondzwierden. Maar aan den dans kwam
+een eind en die heerlijkheid verging en de meisjes werden met rust
+gelaten door de woeste geestelijken.
+
+Op een grooten brandstapel werden alle documenten van het domkapittel
+verbrand, alle papieren en boeken in goudleer en wit kalfsleer
+gebonden; maar alles wat op zilver en goud leek, werd verzameld,
+afgehouwen, afgerukt, afgeschrapt tot het laatste korreltje, dat
+glinsterde, toe en in plaats daarvan kwam kalk, van binnen en van
+buiten,--overal kalk, doodsch wit, droog en koud.
+
+Nu kwam de beste tijd voor de uilen, terwijl kloosters en kapellen
+langzaam tot ruïnen vervielen; en wat de tijd bij kleine beetjes deed,
+volbrachten de menschen in 't groot.
+
+Spoedig werden de muren en de oude boomgaarden geslecht om plaats te
+maken voor een nieuwe straat; 't volgend jaar werd de sierlijke capella
+domestica van den bisschop afgebroken, omdat de vrouw van den proost
+van het materiaal een nieuw varkenshok wilde laten inrichten en ten
+slotte stond de Domkerk daar nog maar alleen--geheel bouwvallig, in
+haar kleed van kalk, met domme kleine huisjes er om heen en van al de
+paapsche heerlijkheid bleef niets over,--geen steen en geen perkament.
+
+Alleen één ding bleef over achter op het oude terrein--behalve
+de uilen.
+
+De macht was verdwenen. De geleerdheid was verdwenen; de kalk had
+alles wat er nog aan schoonheid over was, begraven; maar het Latijn
+was blijven zitten--de Latijnsche school--de plak en 't Latijn.
+
+De koorknapen werden scholieren, kostersjongens en eindelijk gewone
+leerlingen; zij verhuisden van één kamer, naar twee kamers, die
+aan de oude kloostermuren werden vastgeplakt, tot ze in een nieuwe,
+vierkante schoolkist werden gestopt, met kale muren en vensters van
+matglas; de plak en 't Latijn verhuisden meê.
+
+En als de uilen, die ook trouw waren meêgegaan, in de groote
+beukenboomen voor de studeerkamer van den rector zaten, kromp hij ook
+ineen bij hun woeste kreten en hief zijn oogen op van Tacitus,--'t
+was dezelfde interessante, maar duistere plaats.
+
+Want in de vele honderde jaren, waarin alle geleerdheid in die schoone,
+ontwikkelende taal geleefd had, was er--wonderlijk genoeg--niets
+voortgebracht, waard om in het Latijn gelezen te worden. Nu--als
+voor zeshonderd jaar--zaten de geleerde bollen en braken hun hoofd
+met deze interessante, maar duistere plaats in Tacitus.
+
+En voortdurend ging geslacht na geslacht op naar "mensa rotunda,"
+waar de plak en de gramatica het offer van tijd en vlijt van de jeugd
+aannamen, om tot belooning de knapsten onder hen zoover te brengen,
+dat zij hun hoofd konden breken met Tacitus.
+
+De beukenboomen waren niet oud in vergelijking met de ruïnen, waarbij
+ze waren opgegroeid. Maar ze hadden toch meer dan honderd jaar lang
+hun kronen over 't lage houten stadje verheven en zich ver over de
+ruime schoolplaats uitgebreid.
+
+En onder de takken had het vroolijk geluid geklonken van jonge
+geslachten, die kwamen en gingen: overdag het aanhoudend wisselen
+van de stilte in de lessen en 't uitgelaten gedruisch in 't vrije
+kwartier, als honderd kleine voeten op den grond trappelden en er
+kreten door de lucht klonken als van wilde vogels. Maar als de dag
+voorbij was en de leeraren al hun tyrannie en al hun verveling mee
+naar huis hadden genomen, dan werd de schoolplaats vol van den vrijen
+arbeid der gepijnigde jeugd.
+
+Alles wat er te vinden was aan gebouwen, boomen, trappen en
+poorten kreeg leven en namen. En na het doode spel van den dag
+met doode namen en levenlooze vormen, speelde de levende jeugd een
+fantastisch leven vol namen met klank, die weerklank vonden in hun
+uitgedroogde hoofdjes. Dan zeilden zij om de aarde en de kapers
+schoten te voorschijn van achter de boomen en de hoeken van huizen,
+of roovers lagen op den loer onder de trap. En naarmate het licht
+afnam en de schemering de herinnering aan de harde dressuur van den
+dag uitwischte, ontwaakten en groeiden de ongebruikte en verspilde
+krachten. En ridderlijkheid, onverbreekbare vriendschap en heldenmoed
+vlamden op in de kleine woeste vechtpartijen en quaesties, die nooit
+vergeten werden.
+
+Maar in de stille herfstavonden, als 't beukenloof dicht onder
+de boomen lag, vóór de storm het nog had weggezweept, of de pedel
+'t onder in zijn kelderkamer bijeengegaard had, kwamen Indianen en
+stroopers in de schaduwen aansluipen,--of het was de praetendent,
+de ongelukkige Stuart--, die voortworstelde door storm en onweer naar
+de hut van Betty Flanagan.
+
+En als de deur van de kelderkamer van den pedel openging, zoodat het
+roode licht in streepen in 't donker onder de boomen viel, dan zaten
+er veel rondkoppen dicht bijeen om 't vuur, met zware laarzen aan,
+met korte, ronde mantels en ijzeren sporen; hun mantels hingen bij den
+schoorsteen te drogen en hun lange zwaarden met een kruis aan 't heft,
+stonden tegen den wand. De oude Betty hief het ronde houten deksel
+op--zwart verbrand aan den kant, en uit de geweldige pan steeg de
+sterke lucht op van schapenvleesch, kool, aardappels en kruiderij, die
+door elkaar gekookt werden,--het lievelingsgerecht van de Hooglanders!
+
+In de kelderkamer en onder het heele schoolgebouw door liepen
+verborgen gangen en geheime openingen tussen de oude onvergankelijke
+kloosterkelders, waarin de moedigsten doordrongen, en van waar zij
+met stof en kalk overdekt terugkwamen.
+
+En wat zij vertelden ging van de eene klasse naar de andere, en
+legde onder de gehate school een griezeligen ondergrond van oude,
+gruwelijke kloostergeschiedenissen, van geheimzinnig verkeer met
+doode monniken, die daar spookten, vensters met lage bogen, lange
+strepen van doodsbleek maanlicht.
+
+En zelfs het spel hield op, als het goed donker werd en de katuilen
+begonnen te schreeuwen. Dan gingen ze in dichte groepen bijeen staan en
+maakten elkaar bang met witte gestalten, die ze in de schaduwen zagen;
+en uit de zwarte kelders van de monniken kwam er zóóveel akeligs en
+griezeligs, dat ze naar huis draafden om hun lessen te leeren.
+
+'t Waren hooge, mooie boomen, de beukenboomen op de schoolplaats. Maar
+op eens begon de 't meest naar 't Noorden staande te kwijnen en
+'t volgend jaar ging hij dood; hier en daar in de rij werd een boom
+ziek; zware takken--van binnen vergaan--vielen 's winters af, als
+'t waaide. Allen, die verstand van boomen hadden, kwamen in beweging;
+en men kwam met velerlei vermoedens en voorstellen aan.
+
+Sommigen meenden, dat de aarde om de wortels te vast ineengetrapt
+was, en wilden, dat men die wat los zoude maken; anderen wilden de
+stammen afkrabben; en enkelen vermoedden, dat er geen licht genoeg
+tusschen de takken doorkwam en wilden, dat de kronen zouden worden
+uitgekapt. Niemand scheen te willen begrijpen, dat de grond zuur was,
+de boomen oud en vergaan, zoodat geen kunst verhinderen kon, dat ze
+verdorden en doodgingen.
+
+Maar zooals de boomen kwijnden, zoo was het ook, alsof er een druk
+kwam over de school zelf en de jeugd, die zij beschaduwden.
+
+De plak danste niet langer lustig met de grammatica,--die was
+weggelegd. En na die scheiding scheen de grammatica weg te kwijnen
+als een weduwe, die haar beter ik verloren heeft. Het Latijn wilde
+niet recht groeien, niettegenstaande alle mogelijke moeite: niemand
+kon er blind voor zijn, dat de kennis van die heerlijke taal van jaar
+tot jaar afnam.
+
+En niettegenstaande zij niet half zooveel Latijn leerden als voor
+dertig jaar, zag de jeugd er toch bleek en overspannen uit. 't Was
+ellendig de bleekneuzige dwergjes te zien, die zich nu met moeite door
+de allereenvoudigste thema's heen worstelden op 't admissie-examen,--en
+als men dan eens dacht aan de flinke kerels, die vroeger examen deden.
+
+De leeraars liepen rond, alsof ze spoken waren. Een dor, knorrig
+troepje mannen, die in den loop der jaren hun eigenaardigheden tot het
+karikatuur ontwikkelden; omdat hun eenzaam leven bestond in het zitten
+op een katheder en stof strooien op een jeugd die zij niet begrepen.
+
+Maar velen merkten het verkwijnen van de geleerde scholen. Van
+het heele land kwamen dezelfde waarnemingen en klachten en alle
+onderwijs-mannen kwamen in beweging, staken hun neus in de papieren
+en joegen wolken extra-fijn philologisch stof op.
+
+Sommigen meenden, dat het weer in orde zou komen als de leerlingen
+afzonderlijke lessenaars kregen en groen geschilderde kokers; anderen
+riepen om een nieuw en beter ventilatie-systeem; enkelen beloofden
+een nieuw opbloeien van geleerdheid en gezondheid voor de lieve jeugd,
+als het zwaartepunt in het onderwijs van het Latijn naar het Grieksch
+werd verlegd.
+
+Niemand scheen te willen begrijpen, dat het systeem verouderd was
+en de geleerdheid zelf vergaan, zoodat geen kunst langer vermocht te
+verhinderen, dat het doode het levende vergiftigde.
+
+De rector zuchtte menig avond, als de maan over de schoolplaats scheen
+en ver over de stad, die op haar manier groeide en tierde. De school
+tierde niet: ieder jaar vond hij minder hoopvolle leerlingen voor
+de Latijnsche afdeeling; terwijl er flinke jongens genoeg waren,
+die het al vroeg opgaven en naar zee gingen of naar het buitenland,
+om voor den handel te worden opgeleid.
+
+Hij wendde zich af en ging in den grooten ouden tuin aan de andere
+zijde van het huis. Hier had hij een vredig plaatsje onder een
+stokouden perenboom, waar hij 's zomersavonds nadenkend zat te
+snuiven. Maar ook hier, ver van de stad en de geheele wereld, achter
+den hoogen kerkhofmuur--ook hier lieten de onrustige gedachten hem
+niet met vrede.
+
+Hoe onsympathiek was hij hem--heel die nieuwe drukke tijd,--en hoe
+ongerust maakte hem die minachting voor de klassieke studiën, die
+zich overal begon te vertoonen! oprecht ongerust: hij voelde die als
+een stap terug naar de barbaarschheid.
+
+Maar hij wilde den moed niet verliezen: nog stonden ze
+daar--Goddank!--de oude klassieken, door niet één van de mannen uit
+later tijd overtroffen, hoog uitstekende boven alles, zooals die
+mooie kerk, met zijn nobele, ernstige lijnen, uitstak boven 't domme
+bekrompen visschersdorpje. En 't was alsof er van de kerk een zweem
+van verheffing uitging over de school en over hem zelf, terwijl hij
+van de bank opstond. Gesterkt als na een gebed ging hij vol kracht en
+vertrouwen naar zijn studeerkamer om zijn hoofd te breken met Tacitus.
+
+En de uilen stoorden hem niet. De school en het dorp waren hun te
+groot en te druk geworden, ze verdwenen op eens en kwamen niet terug.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+
+Michal Mordtmann werd zeer verrast in de eerste dagen na dien avond
+bij Professor Lövdahl.
+
+Den volgenden morgen meldde hij alvast aan zijn vader, dat de
+vooruitzichten voor hun plan niet heel schitterend waren. Toen dat
+gedaan was troostte hij er zich meê, er aan te denken, hoe hij de
+oude katuilen had opgeschrikt en hoe uitstekend Mevrouw Wenche zich
+gehouden had.
+
+Ze was ook mooi en zoo wonderlijk jong. Daar hij wel vooruit kon zien,
+dat zijn verblijf in de stad nu niet zoo heel lang duren zou, besloot
+hij haar dikwijls te bezoeken;--als hij nu zijn fabriek moest opgeven,
+zou hij in elk geval van de genoegens profiteeren, die 't vervelende
+plaatsje kon opleveren.
+
+Maar toen hij tegen den middag naar de club ging, waar hij gewoonlijk
+at, kwam de dikke Jörgen Kruse naar hem toe, midden op straat, drukte
+hem de hand en zei: "Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, ik dank u wel,
+voor wat u gisteren avond zei. U hebt dien geleerden heeren eens flink
+de waarheid gezegd, en het was zooals ik 't zelf had willen zeggen,
+dat was het, wat Mevrouw Lövdahl zei van de jongens op de Latijnsche
+school. Want zie nu mijn Morten eens. Hij was waarachtig even flink
+als de anderen, toen hij nog klein was, hij hield zijn centen bij
+elkaar en hielp in den winkel. Maar nu--hij is waarachtig bijna
+zestien jaar--nu al die Latijnsche geleerdheid in hem gevaren is,
+nu is hij zóó dom geworden, man! dat ik hem den winkel geen half
+uur zou durven toevertrouwen--ja, en hij zou er ook niet wezen. Nu,
+in dat Latijn heb ik niet veel vertrouwen en was het niet om zijn
+moeder, dan nam ik hem morgen van school."
+
+Michal Mordtmann wist heelemaal niet wat hij antwoorden moest; en
+toen wat verder in de straat de onderdirecteur Aalbom hem neuriënd
+voorbij liep, zonder hem te willen zien, begreep hij dat veel beter.
+
+Maar niet alleen de dikke Jörgen Kruse dacht zoo; verscheidene van de
+welgestelde kleine kooplieden lieten hem min of meer ronduit merken,
+dat zijn optreden in het huis van den professor hun bizonder goed
+was bevallen.
+
+En langzamerhand werd het hem duidelijk, dat het een soort van feest
+was geweest voor al die menschen, die al zoo dikwijls gehoord hadden,
+dat ze niets wisten en nergens verstand van hadden, dan van geld
+bijeen te schrapen--dat uit den kring van de geleerden zelf zich
+iemand tegen die hooge, trotsche mannen keerde.
+
+"Never mind," dacht Michal Mordtmann, "willen ze niets anders--mij
+is 't goed." Het kapitaal is de hoofdzaak, en daarvoor kon hij toch
+niet veel verwachten van ambtenaren en schoolmeesters; als hij zijn
+plan zou volbrengen en vrij komen van een vernederenden terugtocht,
+dan moest hij ook niet tegen wat moeite opzien.
+
+Hij liep daarom met vernieuwden moed rond en sprak over fosforzuur
+in de donkere kantoren, en de kooplieden mochten hem graag; maar als
+hij tot het groote punt kwam,--het nemen van aandeelen, dan stootte
+hij altijd op een verhindering, op een bepaalden steen des aanstoots,
+en dat was de professor.
+
+Zoolang Professor Lövdahl zich achteraf hield, bleef het bij enkel
+praten. Hij was toch de eenige, die verstand van de zaak had. Geleerd
+was hij, en rijk--en als hij niet meê wou doen, was er zeker een
+luchtje aan de zaak, hoe schitterend ze ook leek.
+
+"Als eerst Professor Lövdahl teekent dan doe ik meê en velen met mij,"
+zei Jörgen Kruse.
+
+De vlugge kop van Michal Mordtmann had niet lang werk met dat
+bezwaar. Hij knoopte zijn lange jas dicht en ging Mevrouw Wenche een
+visite maken.
+
+"Eindelijk!" riep ze, toen hij binnenkwam.
+
+"Pardon, Mevrouw!--ik had zeker al eerder u een bezoek moeten brengen,
+om u te danken..."
+
+"Neen, dank u, hooggeëerde heer! Van dien toon moet ik niets meer
+hebben! U hebt nu eens en voor altijd uw recht verbeurd om den
+Engelschman te spelen tegenover mij. Ga zitten als 't u belieft, maar
+als oud taalman en eerlijk radikaal. Kunt u de andere vertoornde goden
+verzoenen met uw afschuwelijke soda, dan om mij met alle genoegen. Maar
+hier is u mijn man... mijn landgenoot en al uw correct optreden is
+vergeefsche moeite, dat verzeker ik u, heelemaal vergeefsch!"
+
+"Ik kom, Mevrouw...;" maar hij kwam niet verder, want zijn gastvrouw
+en hij barstten beiden zoo hartelijk in lachen uit, toen ze dachten
+aan hun laatste samenzijn en aan zijn mislukte poging om vormelijk te
+zijn, dat ze eindelijk elkaar hartelijk de hand schudden, en in een
+oogenblik waren zij zóó vertrouwelijk, als ze anders in een langen
+omgang met elkaar zeker niet zouden zijn geworden.
+
+"U was onbetaalbaar Dinsdagavond," zei Mevrouw Wenche en nam
+haar naaiwerk weer op; hij zat in een laag stoeltje vlak bij haar
+naaitafeltje; "U kunt u niet voorstellen wat dat voor me is, eindelijk
+eens iemand te ontmoeten, die denkt zooals ik en den moed heeft dat
+uit te spreken. Hier is wel een enkele--de onderdirecteur Abel--die
+zich zoowat met nieuwe vrijzinnige ideeën bezighoudt--maar in stilte,
+alsof 't gevaarlijke, ontplofbare stoffen zijn......"
+
+"Dat zijn 't trouwens ook, Mevrouw! U zaagt 't immers zelf, hoe de
+bom barstte vlak voor den neus van de geleerde heeren."
+
+"Ja, 't is waar! Nooit in mijn leven vergeet ik het gezicht van
+Aalbom. Ik was bijna bang, dat hij stikken zou. Maar à propos! Hebt
+u wel over de gevolgen van uw overmoedig optreden op dien avond
+nagedacht. U moet weten, dat men hier in 't stadje zooiets niet
+verdragen kan. Met mij is 't wat anders; ik hoor nu eenmaal hier
+thuis, en ze weten allemaal, dat ik onverbeterlijk ben. En dan ben
+ik ook maar een dame! Maar voor u..."
+
+"Och--ik stel ook niet zooveel prijs op de publieke opinie hier in
+de stad."
+
+"Maar, lieve hemel, voor u moet het toch van het grootste belang zijn,
+dat u een goeden indruk maakt."
+
+"Ja--in zooverre, dat men liefst altijd een goeden......"
+
+"Neen, neen--begrijpt u niet, dat ik aan de soda denk--en al die
+andere stinkstof, die u maken wilt."
+
+"O zoo! U denkt aan de plannen voor de fabriek; maar daar zal vooreerst
+wel niets van komen."
+
+"Zoo?--dat is toch jammer voor u. Carsten zei laatst, dat hij meende,
+dat de stemming onder de kooplui gunstig was."
+
+"Meende de professor dat?--ik ben helaas tot een ander resultaat
+gekomen, in ieder geval ben ik van plan binnenkort te vertrekken."
+
+"Vertrekken?--Hier vandaan?"
+
+"Ja, terug naar Engeland."
+
+"Geeft u de fabriek op?"
+
+"Ja, voorloopig ten minste; ik kan hier niets doen."
+
+"Maar daar ben ik volstrekt niet mee gediend!" riep Mevrouw Wenche
+uit. "Eindelijk heb ik een fatsoenlijk mensch gevonden, waar ik mee
+praten kan en nu gaat hij weer weg. Dat gaat niet aan! Vertel me ten
+minste, wat er aan hapert; waarom moet u 't opgeven? Zijn ze bang
+voor hun dubbeltjes--de haringkoninkjes?"
+
+"De kleinen zijn niet de ergste."
+
+"Zijn 't dan de groote huizen, die niet mee willen doen? With, of
+Garman en Worse?"
+
+"Nog hooger op Mevrouw. Zal ik u in vertrouwen zeggen op wie mijn
+fabriek schipbreuk lijdt?"
+
+"Ja zeker, en gauw ook."
+
+"Op uw man."
+
+"Op Carsten? De Ephor! Maar lieve hemel, hij interesseert zich immers
+warm voor u."
+
+"Ja, 't is zonde! De professor is allervriendelijkst voor me geweest;
+maar......"
+
+"Nu dan! maar......"
+
+"Aandeelen wil hij niet nemen."
+
+"Zoo?--Dat is toch vreemd. Ik hoor anders altijd, dat Carsten zoo knap
+en voorzichtig in geldzaken is. Hoor u eens. Zeg me eens oprecht--zoo
+onder vier oogen--gelooft u zelf in uw onderneming?"
+
+"Wil Mevrouw het prospectus zien?" vroeg Mordtmann en greep in
+zijn zak.
+
+"Neen, natuurlijk niet, maar antwoord u me eens.--Gelooft u zelf......"
+
+"Hier hebben we," viel hij haar in de rede op zijn ernstigen zakentoon,
+"zooals u ziet een heele reeks analyses......"
+
+"Schei toch uit met uw akelige analyses," lachte Mevrouw Wenche.
+
+"--en verder een gespecificeerd overzicht, met een berekening," ging
+Mordtmann voort; en nu was het niet mogelijk een ernstig woord uit hem
+te krijgen, hij amuseerde haar nog een poos met zijn zakentoon en met
+tooneeltjes op te voeren van zijn bezoeken bij de burgers in de stad,
+tot hij opstond en afscheid nam.
+
+Maar toen hij weg was dacht Mevrouw Lövdahl over alles na. 't Zou
+toch àl te ergerlijk zijn als hij nu heenging. Zij zou toch Carsten
+eens vragen, waarom hij niet een paar aandeelen kon nemen, als nu
+alles op hem vast zat.
+
+De professor antwoordde--'t Gesprek begon aan tafel,--dat hij uit
+principe niet graag geld stak in ondernemingen in de stad.
+
+"Maar dit is toch zeker heel voordeelig?"
+
+O ja, 't kon best zijn dat dit een goede zaak werd.
+
+"Ja, antwoord mij nu eens, Carsten! Je heb immers wat verstand van
+die zaak, zegt men, heb je vertrouwen in die fabriek?"
+
+"Eerlijk gezegd: neen; en dat--omdat ik weinig of niet van practische
+chemie weet, en de anderen, die geld moeten geven, weten er nog minder
+dan niets van, en uit zooiets komt meestal geen goede zaak tot stand."
+
+"Maar lieve hemel! Mordtmann zal immers directeur worden. En hij
+heeft er immers verstand van,--niet waar?"
+
+"'t Kan zijn van wel, maar 't kan ook wel zijn van niet. Het
+Engelsche huis, waar altijd over gepraat wordt, heeft nog geen
+aandeelen genomen."
+
+"Ja, maar je bedenkt niet alle voordeelen, die er aan verbonden zijn;
+Mordtmann, die zelf zoo'n inrichting in Engeland bestuurd heeft
+en die......"
+
+"Heb je pas den jongen Mordtmann hierover gesproken?"
+
+"Ja, hij maakte hier van morgen een visite. En toen vertelde hij me,
+dat 't hem niet mogelijk was aandeelen te plaatsen, omdat jij niet
+wou voorgaan."
+
+"O! nu gaat me een licht op! en toen was Mijnheer Mordtmann zoo
+uitgeslapen slim......"
+
+"Bah, Carsten! Jij denkt altijd, dat alle menschen zoo berekenend zijn
+als jij zelf bent. Hij zat me hier alles heel gewoon te vertellen en 't
+kwam in ons geen van beiden op, dat ik me met die dingen bemoeien zou."
+
+"Nou...... Michal Mordtmann--hij is nu......"
+
+"Ik kan wel aan je zien, dat je zeggen wilt: 'een uit Bergen,' zei
+Mevrouw Wenche wat bitter.
+
+"Ja, zoo iets," antwoordde de professor; "maar als je graag aan die
+onderneming wilt meêdoen, ja lieve hemel! ik wil met alle pleizier
+zooveel aandeelen nemen als je maar wilt, 't is immers jouw geld."
+
+"Foei toch, Carsten!...... Je weet wel, dat ik niet wil, dat je daar
+mee aankomt; ik wil volstrekt niet hebben, dat je aandeelen neemt
+voor mijn pleizier."
+
+Mevrouw Wenche werd gauw heftig in 't gesprek; maar dan werd haar
+man altijd kalmer.
+
+"Ja zeker zul je aandeelen hebben, lieve Wenche. Ik zie wel, dat je er
+lust in hebt. Dan houden we ook dien aardigen Mijnheer Mordtmann hier."
+
+Abraham zat in stilte van de een naar den ander te kijken. Hij begreep
+niet wat er gebeurde, maar hij zag, wat hij al zoo dikwijls gezien
+had, dat zijn moeder heftig was en zijn vader zacht en vriendelijk. Na
+'t eten zou hij, als gewoonlijk, met Marius werken; maar hij had er
+zoo weinig lust in. 't Was in de eerste dagen van Mei, en zij hadden
+repetities in alle vakken voor dat vreeselijke overgangsexamen,
+dat over 't lot van kleine Marius beslissen zou.
+
+Daarom zat hij vlijtig in zijn boeken; maar Abraham had zoo weinig
+lust. De zon scheen op 't jonge groen aan de kruisbessenstruiken in
+den tuin en boven aan den hemel was geen enkel wolkje.
+
+Abraham zat maar gekheid te maken over Grieksch en wiskunde, tot
+grooten schrik van Marius. Eindelijk begon hij te preeken uit een
+stichtelijk boek, dat zij bij het godsdienstonderwijs op school voor
+de zevende of achtste maal weer doorwerkten. Marius lachte nu eens
+en smeekte hem dan weer om op te houden: maar Abraham was in een
+uitgelaten stemming: hij slingerde alle boeken op zijn bed en riep:
+"Kom laten we gaan roeien en visschen."
+
+Ja--kleine Marius was zwak. En ze roeiden in de baai en vischten
+kleine kabeljauwtjes in den stillen mooien lenteavond.
+
+Maar 't gevolg was, dat het met Marius den dag daarna slecht
+ging. Alleen al 't gevoel, dat hij niet zooveel en zoo goed geleerd
+had als anders, maakte hem verward en onzeker in de eenvoudigste
+dingen. Daarenboven wilde het ongeluk, dat de rector binnenkwam onder
+de Latijnsche les van Aalbom, om te luisteren, zooals hij nu en dan
+deed, als hij tijd had.
+
+Nu kwam het er voor Aalbom op aan tegen 't eind van 't jaar den rector
+te toonen hoever zijn lieve leerlingen onder zijn leiding gekomen
+waren, en daarom nam hij eerst No. 1 van de klasse en toen Marius.
+
+Abraham zat op spelden; hij kende Marius immers door en door en
+hij wist hoe licht alles in dat groote hoofd onherroepelijk door
+elkaar liep, als hij eenmaal in de war kwam. 't Was in 't vorige uur
+al verkeerd gegaan met het Grieksch; maar het stekelvarken had met
+groote liberaliteit toegelaten, dat Abraham hem alles over de tafel
+heen had ingefluisterd.
+
+In 't vrije kwartier had kleine Marius gezegd:
+
+"Je hadt me niet moeten overhalen om te gaan visschen, Abraham! Nu
+ken ik geen woord van mijn lessen en ik krijg zeker bij alles een
+beurt. Dan krijg ik zessen en ga niet over met de vacantie."
+
+Abraham begon te begrijpen, wat dat zeggen wou voor kleine Marius;
+hij had daar eigenlijk nooit ernstig over nagedacht. Maar toen
+kleine Marius nu met veel fouten een Ode van Horatius ging voorlezen,
+zat hij er aan te denken, hoe volkomen hulpeloos zijn beste vriend
+worden zou, als hij moest blijven zitten met nieuwe kameraden;
+terwijl hij,--Abraham zelf--natuurlijk overging naar de vierde klasse.
+
+"Neen, neen, Gottwald! je verspreekt je," zei Aalbom poeslief;
+want Marius maakte de eene fout na de andere, maar hij durfde niet
+in scheldwoorden uit te barsten om den rector; "--denk nu eens na,
+mijn jongen--watte?--'falls, fefelli' zeg je; dat is heel goed;
+maar nu de supinum [12]--de supinum, mijn beste jongen."
+
+"... fe... fe... fe..." stamelde Marius, totaal hulpeloos: hij had
+niet één heldere gedachte meer in zijn hoofd.
+
+"Neen maar! Groote goden! Wat wil je nu met die reduplicatie in
+de supinum?" riep Aalbom; maar een blik van den rector trof hem:
+"denk nu eens na, Gottwald! je kent die werkwoorden zoo goed, als je
+maar even nadenkt, er zijn er maar een stuk of vier zoo; je weet wel:
+pello, pepuli, pulsum--dus fallo, fefelli... nu?"
+
+"---- pulsum," antwoordde Marius en rukte den blauwen zakdoek om
+zijn vingers.
+
+"Onzin Gottwald! Houd je me voor den gek?--Ja zeker, Mijnheer de
+Rector, U hebt gelijk, laten we 't kalm opnemen, watte? kalm aan maar,
+mijn jongen, dan kom je er wel. Dus nu beginnen we met het begin--met
+dingen, die je wel droomen kunt, kalm aan maar, watte? mijn jongen,"
+zijn stem beefde van nijdigheid, "dus amo, amavi--nu 't supinum?--ama."
+
+"... Ama..." herhaalde Marius en liet zijn zakdoek vallen.
+
+"Nu, dat gaat te ver"--schreeuwde Aalbom en vergat den rector
+heelemaal, "ben je dwars, jou lummel! wat is: de ronde tafel in
+'t Latijn?--de ronde tafel?--nu, wil je wel eens antwoorden?"
+
+Maar kleine Marius gaf geen geluid en de leeraar vloog op hem toe,
+alsof hij hem slaan wou--niettegenstaande de tegenwoordigheid van den
+rector. Maar hoe dat ook zij--Marius viel neer tusschen de tafel en
+de bank, vóór de leeraar bij hem was.
+
+"Viel hij?" vroeg de rector en kwam op Aalbom toe, die over de tafel
+gebogen stond en neerkeek op Marius.
+
+Maar op dat zelfde oogenblik klonk een stem door de klasse, trillend
+van gemoedsbeweging en afgebroken als door schreien.
+
+Allen keerden zich om en zagen Abraham Lövdahl; hij stond overeind,
+doodsbleek met vertrokken gezicht: "'t Is schande! 't is een groot
+schandaal"--zei hij weer en hief zijn gebalde vuist tegen Aalbom op.
+
+"U is een... U is een duivel," bracht hij er eindelijk met moeite
+uit en hield zich vast aan den rand van de tafel.
+
+"Maar...... maar Abraham! Abraham Lövdahl, ben je stapelgek geworden,
+jongen," riep de rector. Nooit in heel zijn pedagogische werkzaamheid
+was hij zóó verschrikt geworden. Zelfs Aalbom stond als versteend
+en vergat bijna kleine Marius, die daar op den grond lag zonder zich
+te bewegen.
+
+Maar Morten de achterblijver trok met tegenwoordigheid van geest de
+bank van de tafel weg en lichtte Marius op. Hij was bleek en zijn
+oogen waren gesloten.
+
+"Haal wat water," zei Morten op zijn toon van verzet; terwijl hij
+Marius ophield.
+
+"Ja, water--watte!" begon nu de leeraar; "Gottwald is ziek;--'t is
+een schande den jongen naar school te sturen, als hij ziek is!--watte?"
+
+Onder dit alles stond de rector vlak voor Abraham en keek hem strak
+aan; eindelijk zei hij kalm en streng: "Ga naar huis--Lövdahl!--ik
+zal met je ouders spreken."
+
+'t Was doodstil in de klasse, toen Abraham zijn boeken opnam en
+heenging. De verbittering, die in hem kookte, terwijl de leeraar Marius
+pijnigde, zakte zoo wonderlijk gauw; en toen hij alleen wegging over
+de schoolplaats,--'t was midden onder de les,--begon hij er aan te
+denken wat hij gedaan had en wat zijn vader wel zeggen zou.
+
+Hij durfde niet direct naar huis gaan, maar bracht zijn boeken bij den
+bakker, die hij kende en deed een lange wandeling door 't oostelijk
+gedeelte van de stad, waar hij niet veel kans had zijn vader tegen
+te komen.
+
+Intusschen kwam kleine Marius bij, toen hij het koude water in zijn
+gezicht kreeg; hij lag een half uur op de sofa in de huiskamer van
+den rector, waar zij hem Hoffmansdroppels gaven, tot hij zoo veel
+beter was, dat de Pedel hem naar huis kon brengen.
+
+Mevrouw Gottwald woonde dicht bij.
+
+Kleine Marius verliet de school--bleek en half bewusteloos, leunend
+op den pedel, die al zijn boeken droeg. De stinkdieren stroomden samen
+en liepen voor hem uit, om hem in 't gezicht te zien. Sommigen wilden
+den ratten-koning bespotten; maar een van de grooten zei: "Laat hem
+loopen, hij is ziek." En zoo kwam hij voor 't eerst tusschen zijn
+vijanden door, zonder geplaagd te worden.
+
+De rector zou zich heel wat meer met zijn kleinen professor hebben
+beziggehouden, als niet dat geval met Abraham zijn gedachten heelemaal
+had ingenomen.
+
+Dat een leerling onder de les ziek werd, was immers iets wat
+gemakkelijk gebeuren kon; kleine Marius was zeker den heelen dag
+al niet wel geweest; men kon 't al merken toen hij een beurt kreeg;
+hij had zelfs metrische fouten bij 't lezen gemaakt, iets wat Marius
+anders nooit kon overkomen. En de rector moest bijna Aalbom gelijk
+geven, als hij steeds herhaalde, dat het een schandaal was zieke
+kinderen naar school te zenden.
+
+Maar Abraham--Abraham Lövdahl--brutaal--oproerig, openlijk in
+verzet! daar kon men zich niet in vergissen; die jongen verborg onder
+een welopgevoed en vrijmoedig uiterlijk de allergevaarlijkste kiemen.
+
+Was het nog de zoon van ruwe, onbeschaafde ouders geweest--zooals
+er helaas zoo veel zijn--maar een zoon van Professor Lövdahl!--een
+man zoo welgemanierd, zóó humaan, zóó door en door beschaafd! en dat
+zich dan bij zijn eenigen zoon zoo plotseling een afgrond van verzet
+en een oproerige geest openbaren moest!
+
+"Zijn moeder heeft een sterk oppositioneel karakter," bracht Aalbom
+voorzichtig in het midden; hij wist hoe hoog Mevrouw Wenche bij den
+rector stond aangeschreven.
+
+Maar de ander wendde de oogen af en antwoordde niet. Hem kwam het
+laatste gesprek op dien avond bij professor Lövdahl in de gedachte.
+
+Daarom ging hij ook niet zelf naar de Lövdahls, zooals hij eerst had
+willen doen; maar hij schreef een ernstigen brief aan den professor,
+legde de zaak uit en sprak zijn overtuiging uit als pedagoog en oud
+vriend van den huize: dat men enkel door de grootste gestrengheid en
+door dit zoo ernstig mogelijk op te nemen nog de booze kiemen van
+kwaad kon onderdrukken, die helaas in het karakter van hun lieven
+Abraham aan den dag waren gekomen.
+
+Professor Lövdahl kreeg dien brief in zijn spreekuur van 12-1;
+en hij werd zóó verschrikt, dat hij dadelijk de patiënten wegzond,
+die nog konden wachten tot den volgenden dag en zich haastig van de
+anderen afmaakte.
+
+'t Was hem nooit in de gedachten gekomen, dat zijn zoon zich zóó
+kon gedragen. Zelf was hij welopgevoed en correct door het leven
+gekomen. Verootmoedigd had hij zich eigenlijk nooit--dat kon niemand
+van hem zeggen. Integendeel: hij had de menschen op een afstand weten
+te houden. Maar nooit was hij in botsing gekomen met een van zijn
+superieuren, nooit was in zijn ziel iets opgekomen, wat op een geest
+van oproer leek.
+
+Hij kon eerst zelfs niet begrijpen wat Abraham bezielde; en bovendien
+was het ook iets, dat hem in 't geheel niet aanging. Of nu de
+leeraar misschien ook wat driftig tegen Gottwald was--daarom hoefde
+Abraham toch zoo niet uit te varen en 't er op te wagen de grootste
+onaangenaamheden te krijgen ter wille van een ander.
+
+Maar dat was die dwaze jongensvriendschap, die overspannen ideeën
+van moed en trouw, waarvan de professor de bron maar al te goed kende.
+
+Al sinds lang had hij een beslissenden strijd met zijn vrouw om
+zijn zoon voorzien. Hij had dien voortdurend ontweken en uitgesteld,
+want hij haatte strijd en oneenigheid in huis.
+
+Maar veel scheen er nu op te wijzen dat het beslissend oogenblik
+naderde. 't Gesprek, dat op dien avond met de gasten in de kamer van
+zijn vrouw gevoerd was, had men zóó besproken en met commentaren
+voorzien, dat het al een gewichtig gedeelte van de inwendige
+geschiedenis van de stad geworden was, en veel had de professor
+moeten verdragen van vrienden en vriendinnen, omdat in zijn huis
+plaats geweest was voor iets wat zooveel op een schandaal leek.
+
+Behalve dat was er een onuitgesproken gevoel van oneenigheid tusschen
+hem en zijn vrouw, sinds zij gisteren over de aandeelen in de fabriek
+gesproken hadden.
+
+De professor was regelrecht naar de Handelsvereeniging gegaan, waar
+de leege lijst langen tijd als een vreemd wit ding gelegen had. Hij
+had tien aandeelen genomen van 500 rijksdaalders.
+
+Later had hij toch zelf gevonden, dat het veel was; maar dat was
+overeenkomstig de methode, die hij tegenover zijn vrouw volgde.
+
+Nu--na die historie met Abraham--was hij er heelemaal weer boven
+op. En hoe het hem ook hinderde, ja bedroefde--wat nu met den jongen
+gebeurd was--hij kon toch niet anders dan met een zeker genoegen
+denken aan alle scherpe woorden, die hij nu tegenover zijn vrouw zou
+kunnen gebruiken.
+
+Jaren lang was hun huwelijk stil en dor geweest: zij geneigd tot
+heftigheid, hij altijd kalm, bereid haar onregelmatigheden te bedekken;
+langzamerhand voelde ze een beetje verachting voor hem, terwijl hij,
+die dat dadelijk voelde, verteerd werd van verlangen haar te overwinnen
+en haar te dwingen door zijn oogen te kijken.
+
+"Daar hebben we nu de gevolgen van je methode," begon hij dus, toen
+hij met den brief in de hand de huiskamer binnentrad: "Ik heb altijd
+gezegd dat je den jongen bedierf met je overspannen ideeën, en nu is
+'t zoover. Hier is een brief van den rector: 'Abraham heeft oproer
+op school gemaakt.'"
+
+"Maar--Carsten! Wat zeg je daar!"
+
+"Hij heeft zich tegen zijn leeraars verzet, met gebalde vuisten
+gedreigd en leeraar Aalbom een duivel genoemd."
+
+"O Goddank, anders niet!" zei Mevrouw Wenche verlicht.
+
+"Anders niet, anders niet! Ja, dat lijkt jou! Jij kunt bijna voor
+niets anders meer sympathie hebben, dan voor oproer en verzet tegen
+alles en allen. Maar nu wou ik je één ding zeggen--waarde Mevrouw--nu
+is mijn geduld uit. De jongen is ook van mij, en ik wil niet, dat
+hij een radikale warkop wordt, een uitschot in de maatschappij, tot
+schande en verdriet van zijn familie. Nu heb ik lang genoeg toegezien,
+dat je hem volpropte met je dwaze ideeën en nu heeft dat zijn vruchten
+gedragen. Maar nu moet je me ook niet kwalijk nemen, dat ik als vader
+mijn macht gebruik om te redden wat nog te redden is. Is hij thuis?"
+
+"Ik heb hem niet gezien."
+
+Mevrouw Wenche wist niet recht hoe ze zich houden moest tegenover
+haar man; zij wist ook niet precies wat Abraham gedaan had; en zij
+wilde niet vragen, zoolang haar man haar op deze manier behandelde.
+
+Maar toen Abraham eindelijk moe en hongerig thuis kwam en bleek en
+ter neer geslagen de huiskamer binnensloop, zei ze: "Maar Abraham,
+wat hooren we toch van je? Wat heb je gedaan?"
+
+Abraham staarde haar aan; zijn eenigste hoop was op zijn moeder
+geweest; maar vóór hij nog antwoorden kon, deed de professor zijn
+deur open en riep hem binnen.
+
+Mevrouw Wenche hoorde hem aanhoudend spreken met een strenge stem;
+ze kon het niet uithouden. Ze wilde ook niet nu naar binnengaan. Ze
+ging naar de eetkamer.
+
+"Hoe kon je me toch zoo'n groot verdriet doen, Abraham!" begon de
+professor ernstig, bijna bedroefd. "Ik had zoo stellig gehoopt een
+braaf en nuttig burger van je te maken, een zoon waar ik blij mee en
+trotsch op zijn kon. En in plaats daarvan begin je al nu, in je jeugd,
+neigingen te toonen, die je zoo zeker als iets in 't verderf zullen
+storten. Want luiheid, jeugdige lichtzinnigheid en wildheid--dat wordt
+beter met de jaren en door een verstandige behandeling; maar een geest
+van oproer is iets, dat bijna altijd toeneemt, als het eens wortel
+geschoten heeft. Je begint met je tegen je leeraren te verzetten en ze
+te honen, dan groei je je vader en moeder over 't hoofd en eindelijk
+wil je je niet meer buigen voor onzen lieven Heer zelf! Maar weet
+je wat dat voor soort menschen worden,--die dat doen? Ja, dat zijn
+de misdadigers, dat is het uitschot van de maatschappij, die de
+wetten trotseeren en onze gevangenissen vullen. Wat vandaag met jou
+is gebeurd, heeft me meer geschokt dan ik je zeggen kan; ik kan niet
+op je knorren, of je straffen. Ik weet niet eens, of ik zulk een zoon
+in mijn huis houden kan."
+
+Met die woorden ging hij de kamer uit. Dit was een wel doordachte
+toespraak van den professor en die werkte sterk.
+
+Van alles had Abraham zich voorgesteld op zijn eenzame wandeling,--al
+het ergste wat hij maar kon bedenken aan knorren en straf; maar dit
+was toch erger dan dat alles.
+
+Die treurige, bedroefde toon; die harde woorden en dan eindelijk die
+vreeselijke mogelijkheid, dat hij misschien het huis uit zou worden
+gestuurd, van zijn moeder weg--eerst toen kreeg hij zijn gedachten
+in zoover bij elkaar, dat hij in tranen uitbarstte en lang op de sofa
+lag te schreien. Hoe onbegrijpelijk kwam 't hem nu voor wat hij gedaan
+had. Wat moest er toch van hem worden!
+
+Lang daarna deed de professor de deur open en riep hem aan tafel.
+
+Mevrouw Wenche had nog altijd niet heelemaal gehoord wat er gebeurd
+was; maar te oordeelen naar wat ze te weten kwam, moest ze toegeven,
+dat Abraham zich hoogst ongepast gedragen had. Maar toch verwonderde
+ze er zich over, dat die kleinigheid--want eigenlijk was het toch
+zoo erg niet--haar zoo door en door kon ontstemmen. Zij voelde zich
+zoo somber, zoo onuitsprekelijk ongelukkig en ze had het meest lust
+de armen om Abraham heen te slaan en uit te schreien.
+
+Maar aan tafel werd geen woord gesproken.
+
+Abraham boog zich geheel door berouw verslagen over zijn soep. En op
+dat oogenblik leek hij weinig op dien bleeken held, die met gebalde
+vuist tegenover den leeraar stond en hem een duivel noemde.
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Het groote feit van den dag in de stad was, dat Professor Lövdahl
+tien aandeelen in de fabriek genomen had, en het ging zooals
+Jörgen Kruse voorspeld had. Allen tegelijk wilden op de lijst in de
+Handelsvereeniging teekenen; ja, er ging een paar dagen als 't ware
+een zweem van speculatiekoorts door 't anders zoo doode en trage
+handelsleven.
+
+Na veertien dagen telegrafeerde Michal Mordtmann aan zijn vader,
+dat er voor 96,000 rijksdaalders aan aandeelen genomen was.
+
+De jonge Mordtmann straalde van geluk,--hij was blij met het
+vooruitzicht aan 't hoofd te komen van zoo'n prachtige zaak en er
+niet weinig trotsch op, dat hij zoo fijn gespeeld had.
+
+De booze gezichten van de Latijn-aanbidders raakten zijn koude kleeren
+niet; 't was de handelswereld, de wereld van de burgerschool, die
+hij moest veroveren en dat had hij gedaan.
+
+Hij kreeg ook een erkentelijk schrijven van de firma Isac Mordtmann
+en Co., en andere instructie betreffende de directie, die gekozen
+moest worden; Professor Lövdahl moest er absoluut in komen.
+
+Michal Mordtmann bracht dit den volgenden Zondag ter sprake bij
+Professor Lövdahl aan huis,--hij kwam daar geregeld elken Zondag eten;
+'t was er nu wel wat somber aan huis na die quaestie met Abraham,
+die voortdurend door zijn vader's koelheid in de pijnlijkste spanning
+gehouden werd.
+
+De professor sloeg eerst het eervolle aanbod van een plaats in de
+directie af. Hij had geen tijd door zijn praktijk en hij was ook
+niet geschikt voor zooiets. Hij hield zich immers juist uit principe
+buiten zaken.
+
+Eigenlijk was het maar om den naam te doen, meende Mordtmann, van
+eigenlijk werk was geen sprake. De chef van de bank: Christensen,
+zou administreerend directeur worden; 't was er maar om te doen,
+den naam van Professor Lövdahl in de directie te hebben.
+
+"Kunt u mij niet helpen, Mevrouw, om uw man over te halen?"
+
+"Neen, mijn man gaat zijn eigen weg in al zulke dingen," antwoordde
+Mevrouw Wenche zonder op te zien.
+
+"Als je 't graag hebt, lieve! dan wil ik graag in de directie komen,"
+zei de professor vriendelijk.
+
+"Ik 't graag hebben? maar wie zegt dat? hoe kom je er bij?" zei
+Mevrouw Lövdahl zenuwachtig.
+
+"Nu, nu! je interesseert je toch warm voor de fabriek van Mijnheer
+Mordtmann; en ik wil onzen jongen vriend ook graag een dienst
+bewijzen. Dus ik ben bereid om in 't bestuur te komen, Mijnheer
+Mordtmann."
+
+"Hartelijk dank!" antwoordde deze, en in zijn blijdschap lette
+hij niet op de uitdrukking op 't gezicht van de vrouw des huizes;
+hij hief zijn glas op: "Ja, dan is dus alles in orde; nu beloof ik,
+dat het niet lang zal duren of de fabriek staat er."
+
+Mevrouw Wenche was niet op haar gemak. De vertrouwelijkheid, die zoo
+snel was ontstaan tusschen haar en Mordtmann begon haar te hinderen;
+zij zag heel goed, dat haar man op elk woord en elken blik lette en
+ze wist, dat hij dacht, dat zij in die zaak met de fabriek met den
+jongen man had samengewerkt.
+
+En dat ergerde haar, want het was immers niet waar. Maar ze voelde,
+dat, als zij zich probeerde te verdedigen, haar eerlijkheid te kort
+zou schieten tegenover het wantrouwen van haar man en dat de verwarring
+daardoor maar grooter zou worden.
+
+Daar kwam bij, dat zij in deze dagen voor 't eerst gevoeld had,
+waar ze zoo dikwijls grooten angst voor had gehad; dat haar zoon
+van haar vervreemden kon of ten minste, dat er iets tusschen hen zou
+kunnen komen en de onbegrensde vertrouwelijkheid zou kunnen breken,
+waarin ze tot nu toe geleefd hadden.
+
+Toen ze eindelijk de heele historie van Marius en Aalbom van Abraham
+zelf hoorde,--hij vertelde 't met neergeslagen oogen en was nog
+heelemaal onder den indruk van wat hij gehoord had,--toen nam de
+moeder hem in haar armen en riep: "Neen maar... lieve Hemel!--hebben
+ze daarom op je geknord? moest je dan blijven zitten en 't aanzien
+hoe je beste vriend gepijnigd werd?--'t was flink van je, Abraham!"
+
+Maar hij zag schuw naar haar op en voor 't eerst voelde zij tot haar
+smart, dat hij haar niet ten volle vertrouwde.
+
+Op 't zelfde oogenblik kwam ook de gedachte bij haar op, dat 't wel
+eigenaardig was haar man ronduit tegen te werken,--den zoon te leiden
+vierkant tegen den vader in; hem te prijzen voor iets wat ze wist,
+dat haar man verschrikt en bedroefd had.
+
+Mevrouw Wenche had er vaak over gedacht, dat de tijd komen zou, dat
+de zoon de groote klove in 't oog zou krijgen, die er in de ernstigste
+zaken tusschen zijn vader en zijn moeder was.
+
+Maar ze had aan de groote godsdienstige quaesties gedacht en daar was
+ze op voorbereid. Zij had zich voorgenomen als Abraham zoo oud werd,
+dat hij verlangde daarover ingelicht te worden, hem open en eerlijk te
+zeggen, dat ze volstrekt niet aan alles geloofde waar andere menschen
+aan gelooven.
+
+Dat was al begonnen, en ze had verscheiden keeren met hem over zulke
+onderwerpen gesproken. Moeilijk was het; maar ze hoopte toch altijd,
+dat ze door groote eerlijkheid van haar kant hem duidelijk zou kunnen
+maken, dat hij in alles volkomen op haar vertrouwen kon, al geloofde
+ze nu ook niet precies als andere menschen. 't Kwam haar voor, dat
+het niet goed was hem op allerlei huichelarij te wijzen, die ze om
+zich heen zag en waar ze in leven moest. De professor nam Abraham
+mee naar de kerk, sprak nu en dan eens van "Onzen lieven Heer," en
+zooiets; maar ze wist immers vast en zeker, dat er geen spoor van
+echt christendom in hem te vinden was.
+
+Dat kon ze haar zoon immers niet uitleggen, en dat was en bleef
+een groote moeilijkheid, wat het godsdienstige betreft. Wel scheen
+Abraham ook niets anders voor godsdienst te gevoelen, dan dat hij er
+als voor elk ander schoolvak, goed voor werken moest, en dat bij het
+kerkgaan een bepaald soort van gezicht en een bepaalde manier van
+spreken hoorde.
+
+Maar alleen dit b.v. dat ze hooren kon, als hij vroeg: "Waarom gaat
+u nooit naar de kerk, Moeder?"--dat die vraag niet uit hem zelf kwam;
+ze voelde dat anderen--wie, wist ze niet--hem op zulke dingen in haar
+opmerkzaam maakten.
+
+En toch had ze altijd de hoop behouden dat het wel gaan zou. Ja 't
+kwam haar soms voor, dat het wel goed voor Abraham wezen zou, als hij
+den onvermijdelijken tijd van twijfel doormaken moest, zijn moeder
+onder de menschen te weten, die niet geloofden;--dat moest--meende
+zij--hem aansporen tot een ernstige keus en hem er voor bewaren,
+laf weg te kruipen onder de groote menigte huichelaars.
+
+Maar nu,--die schoolquaestie, zoo klein in verhouding tot gewichtiger
+dingen, maar zoo veelbeteekenend, omdat die zoo scherp de klove deed
+uitkomen tusschen de twee, die samen dien éénen zoon bezaten,--hoe
+moest ze die oplossen? In haar hart vond ze, dat 't flink geweest
+was van Abraham, en dat ze daarom nog meer van hem hield; maar ze kon
+toch niet vierkant tegen zijn vader en de heele school in hem prijzen,
+omdat hij Aalbom voor een duivel had uitgescholden. Als 't maar niet
+eerst zoo ernstig was opgenomen, was ze er misschien gemakkelijker
+mee klaar gekomen door hem eens aan zijn haar te trekken en hem tot
+wat meer bezonnenheid te vermanen.
+
+Maar zooals 't nu geloopen was, was 't een ernstige quaestie geworden
+en ze kon er geen oplossing voor vinden.
+
+Intusschen stond Abraham voor haar en begreep, dat zijn moeder in
+gedachten verdiept geraakt was; en toen ze eindelijk--zelf niet wetend
+wat ze doen moest, weer tot zich zelf kwam, en den jongen even angstig
+en onzeker voor zich zag staan,--toen wist ze niet beter te doen dan
+haar armen om hem heen te slaan en hem heen en weer te wiegen, zooals
+ze placht te doen en hem toe te fluisteren. "Och jij arme kleine Abby,
+wat moet er van je worden."
+
+Hierdoor nog meer verward, bleef Abraham in één spanning. Op school
+werd hij behandeld als een gevaarlijk misdadiger, dien men toch door
+een zachte behandeling wilde probeeren te redden. Zelfs Aalbom was
+zoo vriendelijk dat Abraham er van rilde.
+
+Eerst prezen zijn kamaraden hem en voorspelden hem de vreeselijkste
+straffen. Maar toen alles in stilte afliep en de leeraren even
+vriendelijk tegen hem bleven, kwamen zij tot de conclusie, dat je
+gemakkelijk moedig wezen kon, als je de zoon van Prof. Lövdahl was.
+
+Had hij maar straf gekregen--dacht Abraham zelf; maar die gedempte,
+plechtige ernst, die wonderlijke vriendelijkheid van alle kanten,
+brachten hem ten laatste op 't idee, dat hij toch zeker tot het
+uitvaagsel behoorde, en dat men er over dacht hem naar de een of andere
+inrichting te zenden. Hij werd bang en schuw en zocht de eenzaamheid.
+
+Zijn beste vriend--kleine Marius--was trouwens ook ziek; hij had
+hersenontsteking. De goede rector bezocht hem bijna dagelijks en was
+innig bezorgd over zijn kleinen Professor.
+
+Maar iederen keer als onder de les zijn oogen op Abraham Lövdahl
+rustten, stond dat tooneel weer zoo levendig voor hem: Abrahams
+grenzelooze brutaliteit was zóó nauw aan die ongelukkige ziekte van
+kleine Marius verbonden, dat het eindelijk op hem den indruk maakte,
+alsof dat alles de schuld van Abraham Lövdahl was. Hij sprak bijna
+nooit met hem.
+
+De professor lette in stilte nauwkeurig op zijn zoon en overtuigde
+er zich van dat de behandeling, die hij in overleg met de school
+gekozen had, ook goed werkte. Dikwijls als Abraham bleek en schuw
+voorbij hem 't huis in sloop had hij zoo'n innig medelijden met hem;
+maar hij bedwong zich een langen tijd, tot hij vond dat het genoeg was.
+
+Toen zei hij eindelijk: "Wij hebben nu de zaak overwogen; wij--je
+ouders en de school; en we zijn tot het besluit gekomen, dat we zullen
+probeeren je hier te houden en misschien nog eens een goed en bruikbaar
+mensch van je te maken."
+
+Abraham wierp zich in de armen van zijn vader en schreide luid. Ze
+hadden hem eindelijk buiten zich zelf van angst gemaakt. Hij had
+gedacht, dat hij zou worden weggezonden naar vreemden, hij had gedacht,
+ja, wat voor vreeselijke dingen had hij al niet gedacht in die uren,
+als hij wakker in bed lag. En nu,--nu hij blijven mocht--vond hij,
+dat zijn vader overstelpend genadig en zacht was.
+
+De professor liet hem den tijd dien indruk goed in zich op te nemen,
+en zei toen: "Ja, laat ons hopen, met de hulp van onzen lieven Heer,
+dat je ons niet weer zulk een groot verdriet doet."
+
+Neen, dat zou Abraham zeker niet! hij voelde zich zóó gebroken, zoo
+verbrijzeld en zoo dankbaar voor de vergiffenis; er zou zeker nooit
+meer een sprank van verzet in hem opkomen.
+
+--Maar in de kleine kamers van 't huis van Mevrouw Gottwald was het
+stil en treurig; de bel was omwikkeld en ze had een juffrouw genomen
+voor hulp in den winkel.
+
+Want kleine Marius werd erger. Dokter Bentzen had aan professor
+Lövdahl gezegd, dat men maar hopen moest, dat de jongen sterven zou:
+hij zou nooit zijn volle verstand terugkrijgen.
+
+Dat wist Mevrouw Gottwald niet. En nacht en dag herhaalde ze in zich
+zelf: "Hij mag niet sterven, hij mag niet sterven!" 't Was immers
+onmogelijk, ondenkbaar, dat het eenigste, wat ze had, haar zou worden
+ontscheurd! Ze had al zóóveel geleden.
+
+Kleine Marius lag rattenknoopen in zijn laken te leggen, met een
+heet hoofd en half gesloten oogen. Hij mompelde bijna onafgebroken
+verbuigingen en vervoegingen, en regels en uitzondering,--zijn arme
+hersens waren heelemaal omsluierd door Madvigs wijden plooienmantel,
+en hij tastte angstig rond in het duister.
+
+'t Waren mooie, lichte lentedagen; juist weer om te hopen. En Mevrouw
+Gottwald liep heen en weer en wilde aldoor een teeken van beterschap
+zien.
+
+Maar op een avond werd het haar duidelijk, dat het eind naderde. Kleine
+Marius werd onrustig en mompelde al sneller en sneller.
+
+"Lieve Marius,--lieve kleine Marius! Je mag niet sterven en je moeder
+alleen laten; je mag niet, want je weet niet half, wat je voor je
+moeder bent, toe zeg me, dat je niet van me weggaat, zeg me dat!"
+
+
+"Monebor
+Moneberis
+Monebitur
+Monebimur
+Monebimini
+Monebuntur" antwoordde kleine Marius.
+
+
+"Ja, je bent een flinke jongen! Je bent de knapste van de heele klasse
+in 't Latijn, dat zei de rector vandaag weer, toen hij hier was. Maar
+je kende hem niet. Maar mij ken je wel, niet waar, lieve Marius? Je
+kent Moeder wel, is 't niet? Je kent me wel?"
+
+"Ad, adversus, ante, apud, circa, circiter," begon kleine Marius.
+
+"Neen, neen lieve jongen! geen Latijn, dan ben je lief. Ik weet wel
+hoe knap je bent en ik ben zoo dom, weet je? Maar zeg me alleen maar,
+dat je me kent, dat je van me houdt, dat je niet van me zult weggaan,
+dat ik je lieve moeder ben. Zeg dat alleen maar. Zeg maar: Moeder."
+
+"--fallo, fefelli, falsum," antwoordde kleine Marius.
+
+"O God! mijn God, die vreeselijke taal! Wat hebben ze toch met mijn
+armen jongen gedaan--hij zal nog sterven zonder zijn moeders naam
+genoemd te hebben. Zijn ellendige, ijdele moeder, die hem vermoord
+heeft met die vervloekte geleerdheid!"
+
+Ze vloog de gang in; ze hoopte daar den dokter te vinden, maar 't
+was maar een van de pensionnaires van boven, die thuiskwam.
+
+Ze ging weer terug in de slaapkamer, maar in de deur sloeg ze de
+handen in elkaar en riep vol vreugd:
+
+"O Goddank! nu ben je zeker veel beter, lieve Marius! Je lacht zoo
+tevreden!"
+
+"Mensa rotunda," antwoordde kleine Marius--en stierf.
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+
+Michal Mordtmann had zich aangewend even bij Mevrouw Wenche binnen
+te loopen als hij om twaalf uur uit de fabriek kwam.
+
+Er was een groote groep arbeiders aangenomen voor de veelomvattende
+werkzaamheden om het terrein in orde te maken. Er moesten solide
+steenen kaaien langs het strand gelegd worden, de fondamenten voor
+de ontelbare gebouwen moesten worden gelegd en de schoorsteenen
+opgetrokken.
+
+De maatschappij op aandeelen was gevormd met een grondkapitaal van
+100,000 rijksdaalders en de stad was ten slotte zoo moedig geworden,
+dat men had besloten het Engelsche huis niet uit te noodigen tot het
+nemen van aandeelen, nu het zich zoo voornaam had teruggetrokken.
+
+'t Heele kapitaal werd dus in de stad geplaatst en de fabriek
+"Fortuna," zooals ze in veel champagne gedoopt was, werd de trots en
+de lieveling van 't stadje.
+
+Mordtmann was blij en vol hoop. Nooit was hij zóó tevreden over zich
+zelf en alle andere menschen geweest. Van een ondergeschikte in een
+vreemd land, was hij nu de eerste in een nieuwe onderneming geworden,
+die hij zelf van den beginne af zou leiden.
+
+Daar noch de directeur, noch de aandeelhouders een flauw begrip van
+de zaak hadden, werd hij al gauw een orakel; en hij werkte sterk op
+'t effect! Waar zijn kennis hem in den steek liet, was hij er niet
+bang voor te schermen met groote woorden, die allen volkomen dupeerden.
+
+Een massa arbeiders kregen vast werk; hij betaalde Zaterdags de loonen
+uit; de vrouwen kwamen bij hem om voorschot; en hij werd in korten tijd
+bekend en bemind bij groot en klein. Alleen in de ambtenaarskringen
+en in enkele oude stijf conservatieve huizen bleef men een diepen
+afkeer tegen hem koesteren en dààr beklaagde men Professor Lövdahl,
+omdat zijn vrouw zulke menschen ontving.
+
+Maar Mordtmann stoorde er zich niet aan, hij voelde zich vroolijk en
+gezond als hij 's morgens vroeg in de mooie zomermaanden naar zijn
+fabriek ging,--dicht buiten de stad. De arbeiders waren niet als
+de Engelsche, die alleen aan hun werk denken. Hier namen ze de pet
+af en zeiden "Goeden morgen," en namen den tijd voor een praatje,
+als hij dat wilde.
+
+'t Was ook iets om trotsch op te wezen, dit alles op te zien groeien
+en te zien schikken volgens zijn eigen plan; de vele zonderlinge
+gebouwen, die door de stad als wonderen van zijn vernuft werden
+beschouwd; heel dien grootschen aanleg met onbeperkt opperbevel en
+geld in overvloed--'t was wel iets voor een jong werklustig man om
+met vreugde onder handen te nemen.
+
+En toch was er iets anders, dat langzamerhand hem liever werd dan al
+het andere;--dat waren de bezoeken bij Mevrouw Wenche.
+
+Hij had niet met veel dames in de stad kennis gemaakt; zijn zaak
+had hem van den beginne aan alleen met mannen in aanraking gebracht,
+en nu hij werkelijk zoo veel te doen had, dat zijn dag er geheel door
+was ingenomen, had hij geen aanleiding of behoefte om meer conversatie
+te zoeken dan de club en de familie Lövdahl.
+
+Maar des te meer kwam hij bij den professor aan huis. Men had hem eens
+vooral gezegd, dat hij daar ten allen tijde welkom was en Mordtmann
+had alle reden te vermoeden, dat dit oprecht gemeend was; de professor
+was altijd even beminlijk en voorkomend.
+
+Toch was het duidelijk, dat zijn bezoeken de vrouw des huizes golden,
+en zij voelde dat zelf.
+
+Elken dag tusschen twaalf en één wachtte zij hem met een glas wijn,
+dat hij opdronk, terwijl ze een half uurtje vroolijk babbelden.
+
+Maar als het regende en slecht weer was kwam hij alleen maar voor
+'t raam en liet haar zijn modderige laarzen en zijn natte jas zien,
+en dan spraken ze gewoonlijk af, dat hij 's avonds zou komen.
+
+Mevrouw Wenche had de zaak zoo opgenomen, dat ze hem een beetje
+moederlijk behandelde, wat haar door haar positie gemakkelijk
+afging, al was het verschil in ouderdom tusschen hen eigenlijk niet
+noemenswaard.
+
+Hij vond dat niet prettig, maar had geen moed een verandering voor te
+stellen; en zij hield hem in een schertsenden toon, die menig woord
+en menig blik voor minder kon laten doorgaan dan ze werkelijk waren.
+
+Zij had te veel sympathie voor hem en ze stelde zijn gezelschap te
+veel op prijs om te willen begrijpen, dat hij haar het hof maakte. Had
+ze niet nu al jaren lang den onderdirecteur Abel om zich heen zien
+smachten; en hij had haar wezenlijk in 't minst niet gehinderd.
+
+Mordtmann was nu wel heel anders dan Abel, maar toch, zij was waarlijk
+niet bang, noch voor wat ze zelf deed, noch voor wat anderen er
+van zeiden.
+
+Ook tegenover haar man vond zij er geen bezwaar in; hij had nooit een
+zweem van jalouzie getoond. Van het oogenblik af, dat zij getrouwd
+waren, was Carsten Lövdahl een en al beminnelijkheid geweest tegenover
+de jonge mannen, die haar naderden--aangetrokken door haar schoonheid
+en levendigheid.
+
+Een enkelen keer had Mevrouw Wenche gevonden, dat hij in deze liberale
+houding wel wat ver ging; maar later had ze steeds moeten erkennen,
+dat zijn verstandig en kalm gedrag veel weer in orde gebracht had
+wat anders moeilijk genoeg had kunnen worden.
+
+Zelf was ze nooit ernstig bewogen geworden, misschien juist wel omdat
+alles zoo kalm en vrij toeging. En dat, niettegenstaande ze niet lang
+getrouwd was geweest met Carsten Lövdahl, vóór ze merkte in hoe weinig
+zij harmonisch dachten.
+
+Hij was zoo voorzichtig, zoo irriteerend, door altijd in den vorm
+te blijven dat ze vaak vond, dat hij laf en onvertrouwbaar was. Maar
+er was toch ook iets beschaafds en ridderlijks in zijn karakter, dat
+hem altijd in haar achting staande gehouden had. En al stelde zij hem
+niet zoo bizonder hoog, en al was hij niet zoo heel veel voor haar,
+er was daarentegen toch nooit zulk een groote leegte gekomen in haar
+hart, dat zij zich geheel van hem afwendde.
+
+En nu was ze immers oud, met een halfvolwassen zoon; een vrouw
+van ervaring, een gezeten burgeres, waarom zou ze gemoedsbezwaren
+hebben?--was het niet eerder belachelijk van haar, dat ze zich nog
+verbeeldde zoo gevaarlijk te zijn?
+
+Ze liet dus de menschen praten,--(en dat deden ze) en gaf zich zonder
+bedenking over aan het aangename gevoel dagelijks als vriend een knap,
+beschaafd man, die vrij van vooroordeelen was, om zich heen te hebben,
+die met bewondering luisterde naar alles wat haar man "overspannen
+ideeën" placht te noemen.
+
+Maar daardoor deed ze Abraham te kort, zonder dat zij het wist. Ze
+voelde dat nog minder nu het samenviel met een verandering, die in
+den knaap zelf had plaats gevonden. Hij kwam niet langer met honderd
+vragen, begeerde ook niet meer, dat ze met hem stoeien of damspelen
+zou; en bovendien had zij het gevoel van onzekerheid tegenover hem
+nog niet overwonnen, zoodat ze hem misschien een beetje minder vrij
+en vroolijk tegemoet kwam.
+
+Bij de begrafenis van kleine Marius had Mevrouw Gottwald den wensch
+uitgesproken, dat Abraham vlak achter de kist, naast den predikant
+zou loopen, hij was de beste vriend van kleine Marius; en hij had
+immers in 't geheel geen familie.
+
+Maar de rector had er zich tegen verzet. Abraham mocht alleen in den
+stoet met zijn kamaraden meegaan; en hij moest nog blij toe zijn,
+dat hij dat mocht.
+
+Eindelijk kwam het zoover, dat de heele school en daardoor een groot
+gedeelte van de stad een vagen indruk hield, dat er iets niet in den
+haak was met Abraham Lövdahl.
+
+De professor moest zich geweld aandoen, om zijn zoon niet te vroeg te
+vergeven; hij was er zoo blij om, dat zijn methode zoo goed gewerkt
+had, en in zijn hart had hij zoo'n medelijden met den armen jongen, die
+daar zoo alleen rondliep met aller oogen op zich gericht. Eindelijk kon
+hij het niet langer uithouden en begon met glimlachjes en vriendelijke
+woorden.
+
+Deze eerste glimlachjes! Zij daalden op Abraham neer als een regen
+van zaligheid. Er was toch niemand op de wereld als zijn vader;
+en minder dan ooit kon hij begrijpen, hoe hij zulk een vader zóó'n
+groot verdriet had kunnen doen.
+
+Nu begon hij tot in de kleinste kleinigheden er naar te streven
+geprezen te worden; hij werd attent en gedienstig aan tafel, zette
+'s avonds de pantoffels van den professor klaar, en nu het tegen het
+eind-examen liep, werkte hij harder dan ooit.
+
+Mevrouw Wenche placht altijd meê te gaan naar het plechtige
+examenfeest. Van den tijd af dat haar zoon nog klein was, had ze het
+een genoegen gevonden op 't noemen van zijn naam te zitten wachten,
+hem naar den katheder te zien gaan, zijn groot rapport aannemen en
+een buiginkje maken, waarbij zij altijd onwillekeurig even meê boog
+met haar hoofd.
+
+Maar toen ze dit jaar haar man zijn witten das zag aandoen--om Ephor
+te wezen--(vroeger had ze altijd gemeend, dat hij even als zij meêging
+uit belangstelling voor hun kleinen Abraham)--toen kwam het haar zoo
+akelig voor, dat de ouders dien eenen keer op het slotfeest kwamen,
+terwijl zij 't heele jaar hun arme kinderen aan hun lot overlieten.
+
+Ze wilde niet langer meêdoen aan die comedie--haar man op een hoogen
+stoel naast den burgemeester te zien zitten als een vertegenwoordiger
+van de deelneming der ouders in de school; ook wilde ze haar tranen
+niet vermengen met die van de vele gedachtelooze moeders, die over de
+mooie woorden van den rector zaten te schreien, als hij aandoenlijk
+sprak over de school, en het huis, en het tehuis hier boven.
+
+Daarom liet zij den professor alleen met Abraham gaan, zonder de
+reden op te geven; maar de professor begreep het en vroeg daarom niet.
+
+Intusschen dreigde haar morgen bizonder vervelend te worden; ze had
+toch wel lust om naar 't schoolfeest te gaan; maar ze had zich nu
+eenmaal voorgenomen het niet te doen. Eindelijk nam ze haar hoed en
+parasol, om een groote wandeling te doen; 't was de eerste Juni en
+helder, frisch zomerweer met noordenwind.
+
+Ze ging den kant uit naar de nieuwe fabriek. Michal Mordtmann had
+haar zoo dikwijls gevraagd daar eens te komen, zoodat hij haar al
+zijn heerlijkheden kon laten zien.
+
+Zij ging er heen zonder bekommering; 't was immers een eerlijke zaak;
+alle menschen waren er geweest en bovendien--wat gaf ze daarom?
+
+Toch was ze niet heelemaal vrij van wat hartklopping toen ze op de
+hoogte stond en in het kleine dal tusschen de heuvels neer zou gaan,
+waar de nieuwe gebouwen waren opgetrokken.
+
+Ze ontdekte hem al in de verte. Hij stond heel beneden bij de kade op
+een zwaar gehouwen blok graniet; in de eene hand hield hij een rol
+teekeningen, met de andere wees hij, terwijl hij orders gaf aan de
+arbeiders, die bezig waren ijzeren platen uit een boot op te hijschen
+met de nieuwe kraan.
+
+Het grijze zomerpak zat strak om zijn slank lichaam; op 't hoofd
+had hij een onmogelijken Engelschen hoed, die hem uitstekend stond;
+hij had een korte broek aan en in plaats van de groote laarzen droeg
+hij om het warme, droge weer, linnen schoenen met gele riemen.
+
+Men kon zich "de arbeid" niet in eleganter vorm voorstellen; en zooals
+hij daar stond op dat solide voetstuk, zoo intelligent en zelfbewust,
+met zijn rol teekeningen zag hij er juist uit, zooals het voor een
+ingenieur van onze dagen past.
+
+Toen hij haar voor de tweede maal zag, sprong hij van den steen;
+want toen hij haar voor 't eerst ontdekte--boven op den heuvel, was
+hij op den steen gesprongen. Hij snelde haar tegemoet en heette haar
+vroolijk welkom in zijn koninkrijk; en dadelijk wilde hij beginnen
+met haar alles te laten zien.
+
+"Maar ik dacht, dat u het druk hadt; kunt u zoo maar van 't werk
+weggaan? U moet heusch niet om mij----"
+
+"Ach...... dat is zoo erg niet; nu ik ze aan den gang geholpen heb
+kunnen ze wel voort zonder mij."
+
+Ja--dat was een waar woord! dachten de arbeiders; zij hadden niet
+begrepen waarom de chef--zoo wilde hij genoemd worden--op eens op
+den steen sprong en begon te roepen en te commandeeren; maar toen
+zij die dame zagen, begrepen ze 't allemaal wel.
+
+Zij gingen samen--Mordtmann en Mevrouw Lövdahl, tusschen de gebouwen
+door en hij begon te verklaren. Zij had plezier in al die wonderlijke
+inrichtingen en hij had buitengewoon veel plezier in haar onhandige
+vragen.
+
+Zij lachten dikwijls en kwamen in een vroolijke ongedwongen stemming
+aan het kantoor, waar hij haar overhaalde om binnen te komen en zijn
+port te proeven.
+
+De bel van de fabriek had intusschen twaalf uur geluid; en de arbeiders
+gingen in groepen naar de stad of naar het arbeidersgebouw, waar een
+eetlokaal was.
+
+'t Kantoorpersoneel was ook verdwenen toen de chef en Mevrouw Wenche
+aan het kantoor kwamen. De gang, die naar de kamer van den chef
+leidde, was half versperd door veel stukken van machines, van staal
+en glimmend koper, die voorloopig daar waren neergezet, om niet in
+den weg te staan en goed bewaard te worden.
+
+Mordtmann maakte excuses, omdat het er zoo nauw was.
+
+'t Kantoor van den chef was het eenigste in de fabriek, dat heelemaal
+afgewerkt scheen te zijn. Het was Engelsch: gezellig en mooi ingericht.
+
+Toen Mevrouw Wenche in de groene, met leer overtrokken sofa ging
+zitten, voelde zij zich toch niet geheel op haar gemak. 't Was zoo stil
+geworden; geen mensch in den omtrek, geen gedruisch van ijzeren platen
+of hamerslagen, geen stemmen,--alleen enkele haastige voetstappen
+van iemand, die vlug naar zijn middagmaal ging.
+
+"Ik moet trouwens gauw weg," zeide zij en maakte haar hoed los. Het
+was warm.
+
+"O, goede hemel! wij hebben allen tijd: 'Uw man wacht u zeker niet
+thuis vóór 't eten.'"
+
+"Neen,--Carsten is ook Ephor vandaag," antwoordde ze vroolijk; maar had
+er onmiddellijk spijt van, want ze zag, dat hij dat dadelijk opvatte
+als iets van haar man, waar zij samen gewoonlijk om lachten. En dat
+was haar bedoeling niet.
+
+"Uw man is zeker over 't algemeen meer in touw, dan hij eigenlijk
+wezen moest."
+
+"Meer--in touw?"--
+
+"Ik bedoel,--als men een vrouw heeft als u--Mevrouw Wenche!--de man,
+die zoo gelukkig is, heeft, dunkt me--de verplichting..."
+
+"Nu, nu! Mr. Mordtmann! U weet het--correct!"
+
+"En u is het juist, die niet hebben wilt, dat ik correct ben, Mevrouw."
+
+"Ja, maar nu wil ik het,--op dat ééne punt begrijpt u?"
+
+"Ik begrijp het niet, maar ik gehoorzaam. Er is trouwens niets--wat
+een woord van U......"
+
+"Spaar uw woorden. Drink liever uw wijn uit."
+
+"Voor liefde is wijn maar een slecht geneesmiddel, Mevrouw Wenche!"
+
+"Bah"--antwoordde ze en ontweek zijn oogen, terwijl ze haar hoed
+terecht zette.
+
+"Gaat u heen?--Is u boos op me?"
+
+"Neen, dat ben ik niet; maar ik ben bang dat ik het gauw worden zal."
+
+"Maar waarom?--U kunt me toch niet verbieden--van u te houden--"
+
+"Mijnheer Mordtmann! Wat is dat leelijk van u! En hoe dom van u onze
+vriendschap te bederven.--Wilt u mij uitlaten?"
+
+"Ik heb niet anders gezegd, dan wat u al wist," antwoordde hij
+eerbiedig en neerslachtig, terwijl hij de deur voor haar openmaakte;
+"mag ik u naar de stad brengen?"
+
+"Neen," antwoordde Mevrouw Wenche, en ging hem voorbij; maar in haar
+pogingen om boos te kijken en gauw weg te komen, stootte ze tegen de
+stukken van machines, die in den gang stonden; een geraas volgde,
+alsof er iets dreigde om te vallen en plotseling greep hij haar om
+het middel en rukte haar terug in de kamer; op 't zelfde oogenblik
+viel er een zwaar stuk metaal--naar binnen op den drempel.
+
+"Pardon," zeide hij kalm en zette het zware ding weer overeind tegen
+den muur; "'t Is eigenlijk te dwaas, dat die dingen hier staan;
+wees u nu voorzichtig, Mevrouw, en loop nu vlak langs deze muur."
+
+"Maar lieve hemel!" riep Mevrouw Wenche nog heelemaal verschrikt en vol
+respect voor zijn kalmte: "ik had hier wel dood kunnen blijven!--het
+is hier een gevaarlijk huis!"
+
+"En dit was een hoogst ongelukkig bezoek," voegde hij er bij met een
+buiging, toen zij de huisdeur uitging.
+
+"Nu? hoe zal het gaan?" vroeg ze zonder om te zien. "Gaat nu meê naar
+de stad of niet?"
+
+"Maar u zei immers zelf......"
+
+"Ja, maar daarna hebt u mijn leven gered," antwoordde ze lachend:
+"en dan ook: natuurlijk geen woord meer daarover!"
+
+Hij beloofde alles en liep vlug weg om zijn hoed te halen.
+
+Hij hield zijn woord--tot haar groote verwondering. Hij sprak vroolijk
+en natuurlijk zonder ook maar op eenige manier ergens den nadruk op
+te leggen; zelfs in zijn oogen was niets, dat pijnlijk voor haar zou
+kunnen zijn, toen zij afscheid namen.
+
+Mevrouw Wenche was heel tevreden over zich zelf. Nu had ze hem eens
+voor al op zijn plaats gezet. En ze was ook over hem tevreden.
+
+Hij had begrepen, dat dit niets baatte. En zoo wilde ze hem houden,
+rustig, op die vrije, prettige manier, zonder dien voortdurenden angst,
+dat hij te ver zou gaan.
+
+Ze kwam bizonder opgewekt thuis. In lang had ze zich niet zoo blij
+en jong en licht van binnen gevoeld;--haar geweten was ook verlicht,
+omdat ze hem de waarheid had gezegd: die zaak was nu in orde.
+
+Ze ging voor de piano zitten, terwijl ze op den professor en Abraham
+wachtte; maar ze stond weer op en maakte haar haren wat in orde voor
+den spiegel--al neuriënde.
+
+--Intusschen had Abraham wat gedrongen gezeten tusschen zijn kamaraden,
+en de professor naast den burgemeester. De groote feestzaal van de
+school was propvol kinderen en volwassenen. Er was een onverdragelijke
+warmte, vol gemengde geuren.
+
+De onvermoeide rector stond op den katheder en deelde de rapporten uit,
+alle jongens oproepende in de volgorde, waarin zij nu geplaatst waren.
+
+Eerst kwamen er een paar voorloopige woorden over hen, die naar de
+universiteit zouden gaan; daarop volgde de hoogste afdeeling van de
+vierde klasse en dan de laagste--zij, die uit de derde klasse waren
+overgegaan in de vierde.
+
+"Hans Egede Broch!" riep de rector; dat was No. 1; maar de volgende
+was Abraham Knorr Lövdahl! [13]
+
+Abraham sprong op; hij had zelfs niet durven denken No. 2 te worden,
+ofschoon zijn examen goed geweest was. 't Duurde een poosje voor hij
+uit de bank komen kon. De professor volgde hem met de oogen om hem
+toe te knikken, maar Abraham keek niet op.
+
+De rector gaf hem het rapport met de woorden:
+
+"Je bent vlijtig geweest, Abraham! en daarom is ook je examen zoo goed
+gegaan. We hopen, dat wij,--je leeraren--ook in andere opzichten over
+je tevreden zullen zijn in 't volgend jaar,--tevredener dan vroeger."
+
+Al Abrahams vreugde was voorbij! hij ging onzeker en onhandig naar zijn
+plaats terug; en 't was hem, alsof 't heel koud en doodstil in de zaal
+werd door al die koude oogen, die op zijn zondig hoofd waren gericht.
+
+Professor Lövdahl kuchte wat scherp; nu was het wel genoeg; het stond
+hem niet aan, dat zijn zoon zoo openlijk gesignaleerd werd.
+
+Het opnoemen van de nummers ging voort. Vaders en moeders luisterden
+gespannen tot hij kwam--de naam, waar zij op wachtten. Dan
+kwam er een oogenblik leven op hun gezicht, als hun lieve zoon
+voor den katheder stond, maar daarna zonken allen weer weg in hun
+onverschilligheid--warm,--onaangenaam te moede;--was 't nu maar klaar,
+zoodat de rector zijn toespraak kon houden!
+
+Maar voor de kleinen was dat opnoemen van nummers heel wat
+anders. Eergierigheid, ijdelheid, teleurstelling en wanhoop tot
+gevoelloosheid toe; wangunst en haat, hoogmoed en vreugd over 't leed
+van anderen--tot wraakzucht toe, dat alles ging door de rijen dicht
+opeengepakte hoofden. 't Was een heele oefening om zich in 't leven
+vooruit te dringen, boven elkaar te komen, al was 't maar één nummer;
+gelijkheid en kameraadschap moesten vergeten worden, om hen er aan te
+wennen zich met anderen in strijd te voelen om rang en roem; ze leerden
+benijden wie boven hen stonden, en verachten wie beneden hen waren.
+
+En terwijl er 't heele jaar door niets gezegd of gedaan was om het
+moeilijke verwerven van kennis tot een gemeenschappelijken arbeid in
+broederschap en vreugd te maken, zoo werd ook nu aan het slot geen
+woord gesproken over kennis, die gelijkheid en broederzin brengt; maar
+die kennis zelf werd zorgvuldig gebruikt om hen allen te nummeren,
+te rangschikken--naar boven en naar beneden.
+
+Eindelijk waren de 319 rapporten voorgelezen en uitgedeeld. De rector
+veegde zijn kaal voorhoofd af en beloonde zich zelf met een half
+lood snuif in ieder neusgat. Daarop begon hij zijn lange toespraak
+met afscheid te nemen van hen, die de school hadden afgeloopen: vier
+lange, bleeke jongelingen in vier lange jassen, die er uitzagen,
+alsof ze in een stijve zwarte stof waren uitgehouwen.
+
+Als het waar is, dat men den boom kent aan zijn vruchten, kon het
+wat vreemd schijnen, dat dit groote geleerde toestel met die vele en
+overvolle klassen niet meer dan deze vier specimina aan de eerwaarde
+Universiteit afleverde; maar de reis naar den Parnassus is lang en
+moeilijk. Onderweg vallen er zoo velen af; maar daarom zijn 't ook
+de buitengewoon krachtigen, die het doel bereiken.
+
+De rector hoopte, dat deze vier specimina de school eer zouden
+aandoen, maar vóór alles wilde hij hun smeeken den kinderzin en het
+kinderlijk geloof te bewaren, die zij van de school meêbrachten. Dan
+ontwikkelde hij het begrip "school" en koos daarvoor als uitgangspunt
+de oorspronkelijke beteekenis van het woord. "Een school," zei hij,
+"werd de naam van de veilige plaats, waar de jeugd,--nog niet bereikt
+door de zorgen des levens..."
+
+"Een verduiveld veilige plaats, zeg" mompelde Morten Kruse, en stootte
+Abraham aan,--maar deze verroerde zich niet en vertrok geen spier;
+hij was zoo bang, dat iemand zou denken, dat hij niet stil zat. Nu
+dacht Abraham er 't meeste aan, dat hij No. 2 was. Zoo hoog had hij
+nog nooit gezeten; en intusschen ging de rector voort te verklaren
+hoe de school een voorbereiding voor het leven, en vooral een vorming
+tot zedelijkheid was.
+
+"Deze uitdrukking," ging hij voort, "die zoo als bij onze oude
+leermeesters--de Grieken en de Romeinen, het hoogste en edelste uit de
+beschaving beteekent, is maar een zwakke aanduiding voor het einddoel
+van de beschaving, dat wij voor oogen moeten hebben. Want over ons
+straalt de zon der openbaring; wij onderscheiden niet alleen door de
+nevelen van dit aardsche bestaan een hooger leven aan gene zijde van
+het aardsche; maar voor ons is een uitzicht geopend, licht en vrij
+en heerlijk! op een hemelsch Vaderland. Dus niet alleen tot burgers,
+niet alleen tot menschen, maar voor en boven alles tot christenen
+moeten onze jongelieden gevormd worden. Het licht van den godsdienst
+moet de wetenschap bestralen, haar waarheden zullen allen in dat
+licht hun uitgang, hun beteekenis en hun einddoel vinden."
+
+De kleinen sliepen in door de warmte en door die lange toespraak,
+die even vervelend was als een preek. De zomerzon scheen dwars door
+de dunne, blauwe gordijnen, zoodat een bleek lijkachtig licht over de
+zwarte groep leeraren viel, die links van den katheder bijeen stonden.
+
+Het stekelvarken stond overeind te slapen. 't Was een overlevering op
+school, dat hij dat kon; de onderdirecteur Abel keek door zijn lorgnet
+naar de dames; de adjunct Borring had zich in een hoek teruggetrokken
+en nam stilletjes de kans waar een veeren pen te snijden; maar de
+blinde darm stond in gedachten de vreeselijkste gezichten te trekken,
+wat zijn lieve discipelen ten zeerste vermaakte.
+
+Maar allen zagen er uit, alsof het geheel hen innig verveelde en zij
+naar het eind van die comedie verlangden.
+
+"En gij, mijn geliefde medearbeiders!" zei de rector met bewogen stem,
+"gij, die u aan de moeilijke, maar schoone roeping gewijd hebt, de
+jeugd in kennis en zedelijkheid in dezelfden christelijken geest te
+leiden, moge de Almachtige u steeds kracht verleenen om met dezelfde
+toewijding, met denzelfden ernst, met dezelfde liefde aan uw levenstaak
+vol verantwoording te arbeiden. Ontvangt mijn dank en die van de school
+voor het afgeloopen jaar; en geve God, dat wij hier weer gezond en
+frisch mogen bijeenkomen om weer in Jezus' naam ons werk ter hand
+te nemen."
+
+Daarop wendde hij zich tot de kleinen en smeekte hen zoo vurig zich
+toe te leggen op alle christelijke deugden en te arbeiden in dienst
+van het goede, zooals het kinderen des lichts betaamt.
+
+Hier begonnen vooral de moeders te schreien en de goede rector sprak
+voort over het kind, over 't kinderhart en het kinderlijk geloof. Na
+een warm nagebed stond de geheele school op en zong:
+
+
+"Zie op ons werk met Vaderoogen
+ Gij die het Al geschapen hebt,"
+
+
+waarop de rector nog een "Onze Vader" bad en toen was het feest
+eindelijk voorbij.
+
+'t Gedrang was groot bij het uitgaan; want niets of niemand kon de
+jongens terughouden.
+
+Hoewel de regel was, dat de leerlingen wachten moesten, tot de dames
+en de toehoorders de zaal verlaten hadden en eerst dan in goede orde
+heengaan, klasse voor klasse, liepen toch steeds meer van hun plaats,
+drongen tusschen de dames door en verdwenen.
+
+Warm en met beschreide gezichten stroomden de moeders eindelijk naar
+buiten--er waren maar heel weinig vaders; het deed haar zoo goed de
+jeugd zoo bijeen te zien, en hoe heerlijk en ernstig had de rector
+gesproken.
+
+Hij had trouwens die toespeling aan het slot wel achterwege kunnen
+laten, die opmerking, dat er vrij wat onverschilligheid onder de ouders
+heerschte voor het werk van de school. Dat was tenminste iets, dat niet
+op een van hen van toepassing was; dat had hij liever aan de ouders
+moeten zeggen, die niet gekomen waren, ... b.v. aan Mevrouw Lövdahl!
+
+Dat was toch al te erg, en dat nog wel terwijl haar man Ephor was! Maar
+zij kwam nooit, waar men Gods woord hooren kon.
+
+Kinderen en volwassenen stroomden naar de schoolplaats; zoete jongens
+liepen netjes naast hun ouders met het rapport opgevouwen in de hand,
+anderen gingen achter het gebouw en scheurden het hunne in stukken
+en vertrapten het; anderen stoven weg met Indianengeschreeuw en
+vroolijke sprongen; maar de vier stijve, zwarte jassen wandelden
+achter de leeraren aan om een glaasje wijn in de huiskamer van den
+rector te drinken.
+
+Abraham ging naar huis met zijn vader.
+
+Professor Lövdahl was bewogen. Terwijl ze naast elkaar liepen;
+zei hij tot hem: "Je bent flink geweest Abraham! En ik zie daarin,
+dat je je best doet weer in orde te maken, wat je verkeerd gedaan
+hebt. En nu spreken we daar niet meer over. Ik zal er ook met den
+rector een woordje over spreken, dat hij die zaak niet meer aanroert."
+
+Abraham stormde de kamer in en riep: "Moeder, Moeder! Ik ben No. 2!"
+
+Mevrouw Wenche kwam hem even stralend van geluk tegemoet loopen,
+ze nam hem in haar armen, kuste hem en danste met hem; en toen de
+professor binnenkwam met het gewone: "Stil--kinderen" lachte ze maar,
+nam den arm van haar zoon en ging aan tafel.
+
+De professor wilde wijn aan tafel hebben, en 't werd een
+familiefeestje. Abraham voelde zich zoo licht als een vogel; en toen
+de professor met hem klonk, vond hij, dat zijn vader toch de beste,
+de grootste man van de wereld was.
+
+Maar dezen dag voelde hij zich ook zoo tot zijn moeder aangetrokken. In
+lang had hij dat gevoel niet gehad.
+
+Eigenlijk hield hij toch evenveel van beide en hij was als in een
+roes van zaligheid, terwijl dat wat hij had doorgemaakt een sombere
+herinnering werd, die hij liefst vergeten en uitwisschen wou.
+
+"Ja, is 't nu niet zooals ik zei?" riep de professor uit, toen zij
+vertelde, waar zij geweest was. "Voor die fabriek heb je toch een
+warme belangstelling."
+
+Ze lachte maar en sprak hem niet tegen. Vandaag voelde ze zich zoo
+wonderlijk licht te moede, zoo heel gelukkig.
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+
+Abrahams aanneming was steeds uitgesteld of liever; er was nooit
+over gesproken.
+
+Want de professor wist maar al te goed, dat Mevrouw Wenche er zich
+met alle macht tegen verzetten zou; reeds van af den tijd, dat haar
+zoon klein was, had ze gezegd: "Aangenomen zal hij niet worden."
+
+Haar man had gezwegen en de quaestie ontweken. Hij had gedacht:
+"die dan leeft, die dan zorgt." En het was zijn gewoonte niet,
+iets onaangenaams aan te pakken, zoolang hij het ook maar eenigszins
+vermijden kon. Daarom had hij de zaak laten rusten, tot Abraham zijn
+16de jaar intrad en dat was vrij laat voor de aanneming, volgens
+'t gebruik in de stad.
+
+Maar nu in 't najaar moest hij worden ingeschreven; want aangenomen
+zou hij worden--dat stond even vast bij den professor, als het
+tegenovergestelde bij zijn vrouw.
+
+Op een morgen, terwijl zij zich kleedden,--Abraham was juist naar
+school gegaan,--begon de professor kalm en alsof het van zelf sprak.
+
+"Ja, nu denk ik er over om Abraham in de volgende maand bij proost
+Sparre te laten inschrijven."
+
+"Inschrijven?...... bij Sparre?...... wat in de wereld zeg je
+toch?" Mevrouw Wenche keerde zich haastig op haar stoel om; zij zat
+voor den spiegel haar lang haar op te maken.
+
+"Voor 't aannemen, kind."
+
+"Je denkt er zeker niet aan, dat we aldoor afgesproken hebben, dat
+Abraham niet aangenomen zal worden."
+
+"Afgesproken?--Neen Wenche, dat hebben we nooit."
+
+"Maar heb ik dan niet honderdmaal gezegd: hij zal niet aangenomen
+worden."
+
+"Ja, maar dat is geen afspraak."
+
+"Maar je bent het toch met me eens geweest. Je hebt er nooit een
+woord tegen gezegd."
+
+"Ik heb er geen woord van gezegd, zoolang de zaak niet aan de orde
+was. Maar van jouw kant moet je toch toegeven, dat je voor zoover
+je mij kent er toch volkomen van overtuigd kon zijn, dat ik wilde,
+dat de jongen aangenomen zou worden, zooals de gewoonte is."
+
+"Hoe kun je nu met 'de gewoonte' aankomen, Carsten! In zoo'n ernstige
+zaak!"
+
+"Laten we nu eens probeeren over deze ernstige zaak te spreken zonder
+heftig te worden, lieve Wenche! want uit heftigheid komt nooit iets
+goed voort. Denk er nu eens over na, of je 't recht hebt je zoon in
+een heel anderen toestand te brengen dan alle anderen, wat hem in
+zijn leven bemoeilijken en aan alle kanten belemmeren kan."
+
+"Dat is juist de groote weldaad, die ik mijn zoon bewijzen wil: hem tot
+een uitzondering te maken tusschen al die huichelaars en leugenaars."
+
+"Groote woorden--Wenche! 't Is alsof je meent dat je zoon niet anders
+kan zijn en nooit wat anders worden, dan wat je zelf bent."
+
+"Wat bedoel je?"
+
+"Heb je nooit over de mogelijkheid gedacht, dat Abraham een christen
+kon worden? Ja--ik weet wel, wat je zeggen wilt. Je hebt nu eenmaal
+niet veel vertrouwen op mijn christendom; maar kun je je niet
+voorstellen, dat Abraham misschien een oprecht christen zou kunnen
+worden?"
+
+"Jawel," antwoordde Mevrouw Wenche in gedachten en keek voor zich
+uit. "Daar heb ik dikwijls over gedacht. En je moet niet denken; dat
+ik dat zou tegengaan, of het als een ongeluk beschouwen voor hem of
+voor ons. Dat is het juist. Oprechtheid is alles voor me. Halfheid,
+leugen en huichelarij--dàt is 't wat ik uit het leven van mijn zoon
+houden wil."
+
+"Ja, maar als je volkomen oprechtheid wilt, moet je ook volle vrijheid
+toestaan."
+
+"Dat doe ik ook; hij mag gerust kiezen."
+
+"Neen, pardon! Je geeft hem geen volle vrijheid om te kiezen, als
+je hem buiten iets houdt--of hem een trap van ontwikkeling laat
+overspringen, die al de andere jonge menschen doormaken."
+
+"Maar juist die trap van ontwikkeling--zooals jij 't noemt, die is
+juist de poort tot den leugen,--dat is mijn vaste overtuiging!"
+
+"Daar twijfel ik niet aan, Wenche! er kan zeker ook allerlei tegen
+het aannemen worden gezegd; maar hier is nu geen sprake van wat jij
+gelooft of wat ik geloof, maar van Abraham's geloof. 't Is niet,
+omdat ik zelf--hm"--hun oogen ontmoetten elkaar in den spiegel,--"nu,
+ik ben nu eenmaal niet godsdienstig aangelegd, zooals jij, en 't is
+dus niet om die reden, dat ik mijn zoon in de christelijke leer wil
+laten opvoeden. Maar naar mijn meening hebben noch jij, noch ik het
+recht om hem iets te onthouden, wat hem kan helpen bij die keus, of
+hem tot iets te dwingen, wat het hem onmogelijk maakt te kiezen. Hoe
+kunnen we nu eerlijk tegenover onzen zoon staan, als we niet tegen
+hem zeggen: Wil je dezen proef met jezelf nemen? Of heb je al van te
+voren gekozen?"
+
+"Nu verdraai je de boel, Carsten."
+
+"Neen, dat doe ik niet. Abraham is oud genoeg om te begrijpen waar
+het om gaat; daarom heb ik zoolang gewacht; laat hem zelf kiezen of
+hij wil worden aangenomen of niet. Dat dunkt mij, dat jij, met je
+sterk gevoel voor vrijheid en rechtvaardigheid goed moet vinden."
+
+"Nu goed, laat hem kiezen!" riep Mevrouw Wenche; maar dadelijk liet
+zij er op volgen: "Ach neen,--wat geeft dat? zoo'n jongen!--hij kiest
+natuurlijk te zijn als alle anderen--om rust te hebben. Neen, neen
+Carsten! 't is zonde om hem met open oogen in leugen en knoeierij
+te zenden."
+
+"Zeg eens, Wenche! Hoe lang heb je je voorgesteld voor je zoon te
+kiezen? Wil je mettertijd ook een vrouw voor hem kiezen?"
+
+"Dat is onzin, Carsten. Ik ben het immers, die er altijd op sta,
+dat hij zijn vrijheid hebben moet."
+
+"Dat is een wonderlijk soort van vrijheid! Als Abraham nu wezenlijk
+kiest om aangenomen te worden--"
+
+"Dan is 't alleen, omdat hij nog niet wijzer is op dit oogenblik.
+
+"En als hij nu over een paar jaar niet wijzer is en een vrouw wil
+nemen, waarvan je vast en zeker overtuigd bent--zooals je gewoonlijk
+bent,--dat ze je zoon grenzenloos ongelukkig zal maken, wat dan?"
+
+"'t Is wezenlijk een ellende met je te praten--Carsten! want je haalt
+alles door elkaar."
+
+"Laat ons nu niet heftig worden, want dat dient nergens voor. Ik vond
+juist, dat we hier zoo kalm en goed over praatten. Zou ik het nu wel
+zijn, die alles door elkaar haalt? Zou jij 't niet eerder zijn, die
+in je groote liefde voor Abraham onwillekeurig wat van de tyrannie
+mengt, ... pardon! die onafscheidelijk is van alle liefde? Zou jij
+niet, in je ijver om hem 't beste te bezorgen, voortdurend voor hem
+willen kiezen? terwijl je toch zoo dikwijls gezegd hebt, dat het
+'t beste is, dat een mensch zelf kiest."
+
+"Ik wil graag kalm zijn--Carsten! en 't is niet om onvriendelijk
+te zijn, dat ik het zeg; maar 't is heusch gevaarlijk om met je te
+praten; want je draait me rond en zet alles ondersteboven. Nooit zou
+ik geloofd hebben, dat ik gewillig mijn zoon voor het aannemen zou
+zien voorbereiden; maar nu komt het me bijna voor, dat er iets van
+aan is wat je zegt."
+
+"Ja, ik geloof, dat ik dezen keer 't meest in overeenstemming met je
+principes ben," antwoorddde de professor, die nu geheel gekleed was
+en wilde heengaan.
+
+"Maar dat zeg ik je," riep plotseling Mevrouw Wenche, toen hij al
+op den drempel stond, "op den morgen, dat Abraham naar de kerk moet
+om die ongelukkige belofte af te leggen, wil ik als zijn moeder het
+recht hebben hem te vragen of hij weet wat hij doet. En is hij dan niet
+volkomen oprecht en eerlijk, dan zal noch jij noch eenig dominé in de
+wereld het gedaan krijgen, dat mijn zoon heengaat en een leugen zegt!"
+
+"Dat mag je doen, zoo als je zelf wilt," antwoordde haar man en
+ging heen. "Die dan leeft, die dan zorgt"--Voorloopig had hij gedaan
+gekregen wat hij verwachten kon.
+
+Maar Mevrouw Wenche was onrustig en ontstemd; zij had een pijnlijk
+gevoel, dat haar man haar listig haar toestemming tot het aannemen
+ontlokt had--dat aannemen--de walgelijkste comedie, die ze kende.
+
+Ze sprak er met Mordtmann over, en hij gaf haar in alles volkomen
+gelijk; hij was nog heftiger in zijn uitdrukkingen. Maar overigens
+interesseerde de quaestie hem niet zoo sterk.
+
+Toen nam ze Abraham bij zich en sprak ernstig met hem op een avond,
+dat de professor in de club was.
+
+Ze legde hem uit, zoo duidelijk en openhartig als zij kon, wat ze
+van dit dominé's verzinsel:--het aannemen, dacht.
+
+Ze liet hem zien dat die belofte, die ze eischten en aannamen van
+minderjarige kinderen [14] niets anders was dan het vreeselijkste
+spelen met het ernstigste; dat het niet anders zijn kon--absoluut niet
+anders--in aanmerking genomen de eischen, die het ware christendom
+aan de menschen stelde--dan dat de jonge menschen bij troepen het
+leven ingeleid werden door een grooten leugen heen, erger dan een
+meineed. Wilde hij dat met open oogen meêdoen? of had hij gekozen?
+
+Als hij zonder vrees voor de menschen kon besluiten voort te werken,
+zonder die verbintenis, die alleen bestond om verbroken te worden,--kon
+hij dat, dan zou ze hem trouw helpen.
+
+Abraham zat met neêrgeslagen oogen zonder te antwoorden, zonder haar in
+de rede te vallen. 't Was hem altijd pijnlijk, als iemand met hem over
+godsdienst sprak. Op school leerde hij godsdienst als ieder ander vak;
+en alleen de rector in zijn redevoeringen, of als er iets niet in den
+haak was, sprak met nadruk over God; de professor kon zoo nu en dan
+een uitdrukking doen als b.v. "Je mag onze Lieve Heer wel bidden je
+daarvoor te bewaren," of iets dergelijks.
+
+Abraham wist wel hoe hij moest staan kijken, als zooiets gezegd werd,
+en kon ook wel een antwoord mompelen op den juisten toon; maar akelig
+vond hij het toch.
+
+En nu met zijn moeder was het nog erger; want het hielp niet of hij
+bij haar met de gewone zinnetjes aankwam;--en den juisten toon wilde
+zij precies niet hebben; en hoe zou hij toch in ernst op haar vraag
+kunnen antwoorden?
+
+Ja,--natuurlijk wou hij aangenomen worden, zooals alle anderen; 't
+was hem al lang een ergernis geweest, dat hij de laatste was van alle
+jongens, die even oud waren als hij. Dat sprak immers van zelf. En nu
+kwam zijn moeder en maakte het tot zooiets verschrikkelijk gewichtigs,
+alsof 't een keerpunt in zijn leven was.
+
+En terwijl ze tegen hem bleef spreken, zoo ernstig en met een zachte
+stem over waar en eerlijk wezen, in welk geloof het dan ook was,
+zat hij er aan te denken hoe wonderlijk het toch was, dat juist zij
+zoo sprak. Dat was toch de verkeerde wereld!
+
+De rector, waarvan nu toch iedereen wist, dat hij een buitengewoon
+godvruchtig man was, en zijn eigen vader, die ook godsdienstig was--zoo
+matig,--juist genoeg, vond Abraham--die alle twee, en behalve dat,
+alle christenmenschen in de stad, hielden het aannemen in eere, ja zij
+zouden een woord tegen die heilige handeling voor Godslastering houden.
+
+Maar zijn moeder, die zelf dikwijls gezegd had dat 't met haar
+geloof niet zoo heelemaal in orde was,--en Abraham had van buitenaf
+toespelingen gehoord op erger dingen--dat zij nu dat alles, waar
+ze zelf niet aan geloofde, en wat ze dus ook niet echt begrijpen
+kon--dat zij het aannemen ernstiger, plechtiger opnam dan de geloovigen
+zelf--dat vond hij al héél vreemd; en terwijl hij daaraan dacht werd
+hij onwillekeurig een beetje ongeduldig. Hoe kon zij, die zelf niet
+geloofde, hooger eischen stellen dan de geloovigen! Zelf werd zij
+tenslotte ook ongeduldig toen zij den jongen daar zag zitten als een
+stok: stijf en stom.
+
+"Antwoord me nu, Abraham!--wat kies je? Wil je aangenomen worden?--of
+wil je het niet?"
+
+"Ik weet het niet", antwoordde Abraham.
+
+"Ja, maar dat moet je toch weten. Je ben nu groot genoeg om te weten,
+dat je zelf moet kiezen. Denk er nu maar eens een paar dagen over na;
+maar dàt wil ik je zeggen, wat ik van morgen tegen je vader gezegd heb:
+op den dag, dat je naar de kerk gaat zul je eerst bij mij biechten;
+en kun je dan niet naar waarheid tegen mij--je moeder--zeggen: 'Ik
+wil en kan die belofte afleggen' dan zul je niet naar dat leugenfeest
+gaan, zoo waarachtig als ik Wenche heet."
+
+Een poos later kwam de professor thuis; ze gebruikten het avondeten en
+er werd over andere dingen gesproken. Maar Abraham liep verscheidene
+dagen rond met dat pijnlijk gevoel van te moeten kiezen.
+
+Ja, natuurlijk wilde hij aangenomen worden! Als ze hem op school
+vroegen of hij in 't najaar voor zijn aannemen zou gaan leeren,
+antwoordde hij ja. Over een paar weken moest hij ingeschreven worden;
+zijn moeder vroeg hem niets; zijn vader ook niet. En intusschen ging
+de tijd voorbij.
+
+Op school was niet veel afwisseling; alleen had hij in de nieuwe
+klasse meer Latijn en meer Grieksch. Hij begon langzamerhand zich bij
+Broch aan te sluiten; vroeger had hij niet van hem gehouden. Maar nu
+zaten ze naast elkaar als de twee hoogsten in de klasse en Abraham
+was vlijtig geworden.
+
+Kleine Marius had geen spoor achtergelaten. Hij was verdwenen; zijn
+nummer door een ander bezet. De stroom sloot zich over hem, en zijn
+naam werd nooit meer genoemd, omdat allen hem al spoedig vergeten
+hadden. Het dagelijksch geblok in dezelfde kamer, in dezelfde vakken,
+dezelfde lessen, 't zitten--dat alles maakte, dat hun gedachten zich
+niet bezig hielden met wat voorbij was. En Marius Gottwald werd al
+gauw voor hen een kleine jongen, dien ze jaren geleden gekend hadden,
+toen ze zelf klein waren en in de lagere klasse zaten.
+
+De eenige, die aan hem bleef denken, was Abraham.--Niet alleen om die
+herinnering, die hem hinderde, en waaraan hij maar liefst zoo zelden
+mogelijk dacht.
+
+Mevrouw Gottwald, die nu niets meer in de wereld te doen had dan de
+herinneringen aan haar lieven kleinen Marius te koesteren, klampte
+zich aan zijn besten vriend vast.
+
+Wanneer ze Abraham ook maar in 't oog kreeg liep ze naar buiten of
+klopte aan het raam.
+
+Abraham vermeed dat 't liefste; hij vond het niet prettig, als
+iemand hem naar binnen zag gaan, en hij vond het ook niet prettig
+naar Mevrouw Gottwald te luisteren.
+
+Zoodra ze hem goed en wel op de sofa had gekregen, begon zij over
+kleine Marius te praten. Ze kon immers den heelen langen dag geen
+woord spreken over het eenige, waar ze dag en nacht aan dacht.
+
+Schuw en teruggetrokken als ze was, had ze geen vriendinnen. Alleen
+'s avonds kwamen de oude stamgasten,--de sombere gedachten aan schande
+en berouw--de kleine kamer in en gingen in 't rond tegen de wanden
+zitten en staarden haar aan.
+
+Er was een gast bijgekomen, erger dan de anderen. 't Was het knagend
+verwijt, dat zij uit ijdelheid haar zoon meer had willen laten leeren
+dan zijn hoofd verdragen kon; maar daar durfde zij nooit over spreken.
+
+Overigens vertelde zij iederen keer hetzelfde, vroeg of het niet
+waar was, dat kleine Marius de allerknapste in het Latijn geweest
+was, en werd niet moede te vertellen, hoeveel hij van zijn vriend
+gehouden had, hoe hij hem bewonderde en tot hem opzag;--"Ja, het
+ging zóóver,"--hier lachte de bleeke dame met een klein, flauw
+lachje--"dat ik, zottin!--heel jaloersch werd op dien Abraham
+Lövdahl. Zie eens hier, achter in een van zijn themaboeken heeft
+hij met groote letters geschreven: 'A. L. is de grootste held van de
+school.' Dat ben jij--dat is U......" Mevrouw Gottwald werd verlegen;
+ze wist bijna niet, of ze "jij" kon blijven zeggen tegen Abraham;
+hij was zoo stijf, zoo groote mensch-achtig.
+
+'t Was haar ook niet mogelijk hem te bewegen om lang achter elkaar
+te blijven of dikwijls terug te komen; tot ze eindelijk op 't idee
+kwam hem op wijn en gebakjes te tracteeren; en dat hielp een beetje.
+
+Hij kwam nu soms uit zich zelf--liefst in 't donker en zat nogal
+geduldig naar de oude verhalen te luisteren; nu en dan vertelde
+hij ook trekjes uit hun samenleven, die de arme Mevrouw Gottwald in
+verrukking brachten.
+
+Maar Abraham sloop altijd stil heen en terug naar deze bezoeken,
+hij voelde wel, dat zijn vader het in 't geheel niet goed zou vinden,
+dat hij den omgang met de moeder van kleine Marius aanhield.
+
+Maar wie kan op zijn zestiende jaar de verzoeking van wijn en
+boterspritsen weerstaan?
+
+--Intusschen bleef Michal Mordtmann steeds even vol van zijn fabriek,
+die nu bijna klaar was. Maar toen de herfstregens doorzetten was
+'t niet zoo prettig daar iederen dag heen te gaan. Daarom richtte
+hij in de stad een kantoor in voor de fabriek "Fortuna."
+
+Over zijn verhouding met Mevrouw Wenche was hij niet recht tevreden;
+die ging al te langzaam vooruit,--misschien wel heelemaal niet. Hij was
+nu zeer door haar bekoord; een liaison met zoo'n mooie en interessante
+vrouw van zulk een liberaal man stelde hij zeer op prijs. Dat zij
+werkelijk ook,--in alle geval bijna--verliefd op hem was, dat wist
+hij zeker; hij had het al ontelbare malen aan kleinigheden gemerkt.
+
+Mevrouw Wenche had trouwens iets vreemds over zich gehad in den
+laatsten tijd, iets zenuwachtigs, iets ongestadigs. Nu eens staarde
+ze voor zich uit en sprak weinig; dan weer was ze zoo redenrijk,
+dat het bijna pijnlijk werd.
+
+Mordtmann was er van overtuigd, dat hij de oorzaak van al haar
+gemoedsbeweging was en ze was juist in dezen tijd zoo mooi, zoo
+bekoorlijk, dat de anders zoo voorzichtige man zijn zelfbeheersching
+begon te verliezen.
+
+In plaats van de bezoeken op het middaguur waren er op de lange
+herfstavonden vertrouwelijke, langdurige gesprekken gekomen in de
+schemering bij het schijnsel van den kachel. Mevrouw Wenche placht
+heen en weer om de tafel te loopen; hij zat op de sofa in het roode
+kachellicht.
+
+De professor was bijna altijd uit op dien tijd, maar soms kwam hij
+ook thuis en vond hen zoo, en altijd waren zij of hij dan wat verlegen.
+
+Maar in Michal Mordtmann's bloed was onrust--als hij daar zat en haar
+zoo kalm en regelmatig langs zich heen zag loopen.
+
+Ze was somber dien avond en zij spraken over den dood en over treurige
+dingen; hij sprak weinig, zij antwoordde met een paar woorden, en ze
+waren het er over eens, dat het leven niet veel waard was.
+
+Maar dat was zijn stemming niet; hij ging met haar meê. Zelf was
+hij vol ongeduld en hoop; hij berekende de gevolgen niet, en had
+geen gewetensbezwaren; telkens als ze langs hem liep, kostte het hem
+meer moeite haar te laten gaan, zonder op te springen en haar vast
+te houden.
+
+Na een pauze bleef zij vlak voor hem staan en zag hem in 't opgeheven
+gezicht.
+
+"Maar waarom zit u nu dat alles te zeggen, wat u immers heelemaal
+niet meent?"
+
+"Ik ben het ook niet, die hier zit, en hier spreekt! ik weet niet
+wat ik doe; ik weet alleen, dat ik dit niet langer uithouden kan."
+
+Terwijl hij dit zei, had hij zijn arm om haar middel geslagen en
+haar neer getrokken, zoodat zij in 't schijnsel van 't vuur op zijn
+linkerknie zat.
+
+Hij boog zijn hoofd over haar en kuste haar op de wang. "We kunnen
+ons toch niet langer voor elkaar verbergen; het is toch waar."
+
+"Ja, het is waar," antwoordde ze mat en legde haar arm op zijn
+schouder.
+
+Maar langzamerhand maakte zij zich voorzichtig los en stond op.
+
+"Neen, neen," zei ze--als 't ware nog half in een droom.
+
+Maar hij sprong op en wilde haar grijpen, met hartstochtelijke woorden,
+zonder samenhang.
+
+"Neen--neen!" riep ze heftiger en op eens, als of ze wakker werd:
+"raak me niet aan! Is u dwaas! Meent u, dat ik twee mannen hebben wil?"
+
+"Maar je bent nu van mij--van mij alleen."
+
+"Neen, neen volstrekt niet, bedenk toch......!"
+
+"Denk zelf maar na, hoe vaak hebben we daar niet over gesproken;
+heb je niet altijd het recht van de liefde verdedigd?"
+
+"Niet nu--niet zoo,--breng me niet in de war, laat me met rust;
+zie toch eens wat we al niet vernielen;--neen, laat het blijven
+als vroeger, of als dat niet mogelijk is; ga dan heen!--Ik smeek u,
+Mijnheer Mordtmann, laat mij met rust."
+
+"Maar ik dan,--ik? daar denk je niet aan. Wat moet er dan van mij
+worden?"
+
+Ze nam hem bij de schouders, keerde hem naar het licht en zag hem
+oplettend in 't gezicht. Hun beider ademhaling was kort en ongeregeld,
+en zijn gezicht was bleek en vertrokken; terwijl hij onverstaanbare
+woorden stamelde en haar handen heftig drukte.
+
+"Wat heb ik gedaan!" riep Mevrouw Wenche; want zijn hartstocht was zoo
+onmiskenbaar en waar op dat oogenblik, dat die haar geheel overtuigde
+en sterk aangreep: "ik heb ons beiden kwaad gedaan!"
+
+"Neen, neen, dat heb je niet! je hebt gekozen, je bent de mijne.--Als
+je me niet bedriegt!"
+
+"Ik bedrieg je niet, beste vriend."
+
+"Kom dan!--Blijf niet halverwege staan. Wees de mijne!"
+
+"Luister nu, luister even naar een verstandig woord, we zijn op
+dit oogenblik immers beide half toerekenbaar; nu moet ik handelen,
+ik ben de oudste."
+
+"Och......" viel hij haar ongeduldig in de rede, maar zij legde de
+hand op zijn mond:
+
+"Ga nu heen, ga heen, lieve Mordtmann en kom over een paar dagen
+terug; we moeten beiden nadenken en alles overwegen. Laat ons niet
+in den roes van dit oogenblik onherstelbaar verdriet over ons zelf
+en anderen brengen. Doe nu wat ik zeg. Je weet wel dat ik gelijk heb."
+
+Hij wilde niet luisteren, maar met smeeken en liefderijke woorden drong
+ze hem naar de deur, nog eens greep hij haar aan en kuste haar; daarop
+stoof hij de deur uit en liep half bewusteloos door de vestibule.
+
+Ze wierp zich op de sofa en hield de handen voor de oogen. Zijn kussen
+brandden haar; ze had hem lief; daar lag een smart in, die haar als
+vastsnoerde in een gelukzaligen angst en haar gedachten stonden stil
+voor dat ééne.
+
+Ze kon er niet toe komen aan haar man en aan haar zoon te denken;
+maar een halfbewust gevoel van angst, waar ze al lang meê gestreden
+had, mengde zich pijnlijk in deze onuitsprekelijke verwarring.
+
+Haar man kwam thuis. Hij ging uit de vestibule dadelijk in zijn
+kamer. Daar hing een kastje aan den muur, waarvan hij den sleutel
+altijd aan zijn sleutelring droeg en waarin hij enkele zeldzame
+geneesmiddelen bewaarde;--de apotheek was niet bijzonder vertrouwbaar.
+
+De professor zocht een fleschje versterkende droppels uit, mengde
+een sterke dosis met water en dronk het uit. Toen bekeek hij zijn
+gezicht in den spiegel; dat was heel bleek.
+
+Toen hij zoo een poos gestaan had, deed hij het licht uit en ging
+door de huiskamer, om zich in zijn slaapkamer te wasschen, zooals
+hij altijd deed, als hij 's avonds van zijn visites thuiskwam.
+
+"Goedenavond Wenche, zou je de lamp niet opsteken?" vroeg hij,
+terwijl hij haar voorbij ging.
+
+"Ja," antwoordde zij van de sofa, zonder zich te bewegen.
+
+Abraham zat over zijn boeken. Hij was met Broch op de kamer van
+Morten Kruse geweest, waar ze rookten, en hij had een warm hoofd en
+een prikkelig gevoel in zijn huid; hij voelde zich niet wel.
+
+"Nu--Abraham," vroeg de vader, terwijl hij ouder gewoonte heen en weer
+door de kamers liep onder 't toilet maken. "Heb je al een besluit
+genomen hoe het met het aannemen gaan moet? Dat moet gauw gebeuren,
+als je er dezen keer bij wilt zijn. Of wil je liever niet?"
+
+"Ja, ik wil liever wèl."
+
+"Goed!--je weet, dat je daar vrij in bent. Wil je aangenomen worden,
+dan mag je. Heb je 't al aan Moeder verteld?"
+
+"Neen,--wilt u dat niet liever doen?"
+
+"Neen,--waarom? Beste jongen, ga nu maar meteen naar binnen en zeg
+het. Moeder is in de kamer."
+
+Abraham ging heel verlegen naar binnen.
+
+"Zeg, Moeder," begon hij toen hij een poosje bij de kachel gezeten had;
+"ik geloof toch, dat ik voor mijn aannemen leeren wil."
+
+"Ja, dat dacht ik wel,"--antwoordde Mevrouw Wenche bijna hard. Ze
+was zoo volkomen in haar gedachten verdiept.
+
+Maar Abraham kreeg een schok.
+
+Dat ze dat nu zóó op kon nemen! Ze had hem zoo open en liefdevol
+gezegd, dat hij zelf kiezen mocht. Hij sloop even verlegen weg, als
+hij gekomen was; en hij begon al te rillen van angst voor dien morgen,
+dat zijn Moeder bij hem zou komen om hem duchtig in verhoor te nemen.
+
+--Toen Michal Mordtmann duizelend de huisdeur uitvloog, was hij vlak
+op Professor Lövdahl aangeloopen, die juist thuiskwam.
+
+De professor stootte met zijn stok op de steenen en het kwam Mordtmann
+voor, alsof hij iets zeggen wilde, maar zich bedwong. Het scheen hem
+ook toe, dat het gezicht van den professor een zonderlinge uitdrukking
+had, toen hij vluchtig opzag en groette.
+
+Maar hij was al te veel vervuld van wat er met Mevrouw Wenche gebeurd
+was. Hij ging haastig naar huis en sloot zijn deur af, om alleen en
+ongestoord zijn geluk te genieten.
+
+Hij liet zich in zijn leuningstoel neervallen, sprong weer op en
+liep heftig heen en weer, zocht het portret op, dat hij van haar had,
+sprak er tegen en sprak tegen zich zelf,--gelukkig, zonder belemmerende
+gedachten, trotsch dat hij zijn doel bereikt had.
+
+Maar naarmate hij wat tot rust kwam, betrapte hij er zich telkens op,
+dat hij aan den professor dacht. Dat was toch eigenlijk een zonderling
+gezicht, dat hij gezet had.
+
+Het begon Mordtmann onrustig te maken. Hij begon er over te denken
+hoe ontzettend onvoorzichtig ze gehandeld hadden. Nog maar een paar
+minuten later en de professor zou hen verrast hebben in een ontroering,
+die onmogelijk te verbergen zou zijn geweest.
+
+Dit moest heel anders ingericht worden,--die verhouding,--als dat
+zou kunnen doorgaan en dat gaf zijn overdenkingen een andere richting.
+
+Hij stak een sigaar aan en ging zitten om na te denken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+De Proost Sparre was met zijn cathechisanten bezig in 't oude
+vergaderinglokaal van de Haugianen en hoewel er een massa jongens
+waren, scheen het toch maar een klein troepje in de groote, lage,
+grauwe zaal met vensters aan drie zijden.
+
+De cathechisanten waren zoo geplaatst, dat er een scherpe afscheiding
+tusschen hen was.
+
+Op een lange bank vlak voor den katheder zaten de kinderen van de
+lagere school; 't verst naar de hoeken de arme kinderen uit West-end
+en de andere uithoeken van de stad.
+
+Maar aan de rechterhand van den predikant, vlak bij den katheder,
+op kortere banken die recht op den muur stonden, daar zaten de
+goedgekleede jongens van de andere scholen; 't gymnasium op de eerste
+bank en Abraham heel bovenaan bij den predikant.
+
+De proost had altijd een menigte cathechisanten, want hij had den
+naam, dat bij hem de leerlingen er veel gemakkelijker "door kwamen"
+dan bij de andere predikanten in de stad.
+
+Onmogelijke domooren, die het al meermalen te vergeefs geprobeerd
+hadden, werden zonder moeilijkheden door den proost aangenomen. En
+men moest waarlijk niet zeggen, dat dit kwam doordat hij het niet zoo
+nauw nam met hun kennis van het christendom. Men moest die domooren
+maar eens hooren, als ze in de kerk stonden, op de cathechisatie! Ze
+antwoordden van een leien dakje, en dat dikwijls op de allermoeilijkste
+vragen uit de heele Pontoppidan.
+
+Daarom werd de proost zeer bewonderd--meer dan hij verdiende--eerlijk
+gezegd; want hij nam zijn geheime maatregelen.
+
+De proost wist namelijk even goed als ieder ander predikant of leeraar,
+dat er onder de kinderen van de lagere school niet één jongen of
+meisje was, die een syllabe begreep van wat er in Pontoppidan's boek
+stond. Daarom was het heelemaal toevallig wat er in de minder heldere
+hoofden van het geleerde bleef hangen en van buiten gekend.
+
+Terwijl dus de knapsten onder hen op iedere vraag uit het heele boek
+konden antwoorden, als hij maar oplette, dat hij woordelijk vroeg,
+precies als de vraag luidde, waren er veel anderen, die maar een
+enkel stukje ontgonnen grond in hun hoofd hadden, terwijl de rest
+een en al vraagteekens bevatte.
+
+Nu had de proost deze methode, dat hij scherp uitkeek naar de kleine
+ontgonnen plekjes in al die hersens; en als hij merkte, dat er een
+paar woorden als vastgespijkerd zaten in één van de domste hoofden,
+dan schreef hij dat in een notitieboekje op.
+
+Op den grooten dag, dat hij de cathechisanten in de kerk moest
+overhooren te midden van de gemeente, was het een wonder, hoe hij kon
+springen van 't eene onderwerp op het andere, hier en daar een vraag
+doen en altijd den cathechisant voorbereid vinden, en goed voorbereid.
+
+De proost zelf was heel bezorgd voor dat geheim. In het kleine
+notitieboekje stonden enkel getallen, die er voor den oningewijde
+uitzagen als cijfers, die hij den kinderen onder de cathechisatie
+gegeven had. Maar hij was alleen bezorgd, omdat hij heel goed inzag
+hoe gemakkelijk zijn handelwijze verkeerd begrepen kon worden en
+verkeerd uitgelegd.
+
+Tegenover zijn eigen geweten daarentegen was hij volkomen gerust.
+
+Want als nu de geestelijke gaven zoo ongelijk verdeeld waren, en als nu
+Pontoppidan misschien niet voor allen zoo gemakkelijk te begrijpen was,
+dan zou het toch een groote onrechtvaardigheid zijn een jong mensch,
+dat er om vraagt, den toegang tot de gemeente en de genademiddelen
+te weigeren, omdat hij het vermogen miste iets van buiten te leeren.
+
+Aangenomen moesten ze nu eenmaal worden; er kwam waarlijk nooit anders
+van dan last en misnoegen in de gemeente als men den kinderen toegang
+tot de bevestiging weigerde; waarom zou men dan moeilijkheden maken
+door onbillijke strengheid in zijn eischen? 't Koninkrijk Gods behoort
+aan de eenvoudigen van hart.
+
+Nu en dan waren ze wel wat bedenkelijk "eenvoudig" en de proost
+voelde zich dikwijls weinig op zijn gemak tegenover de gymnasiasten,
+die soms bijna stikten van 't lachen. Daarom was hij ook wat koel en
+terughoudend tegenover Abraham in de eerste dagen.
+
+Abraham was buitengewoon oud voor een aannemeling, en de proost had
+niet veel goeds van hem gehoord; 't was buitendien ook bekend genoeg
+dat zijn moeder tot de vrijdenkers behoorde. Maar langzamerhand kreeg
+hij een beter indruk van den jongen Lövdahl; hij was eerbiedig en
+ernstig en vertrok geen spier op zijn gezicht, als er de zonderlingste
+antwoorden van de lange bank kwamen. Hij was daarentegen attent en
+hielp den proost de jas aantrekken, gaf hem het boek opengeslagen
+aan en sprong op om het potlood aan te geven als het viel.
+
+En eindelijk vond de proost, voor wie deze uren met zijn cathechisanten
+een marteling waren, er iets aangenaams in, dien welopgevoeden jongen
+man zoo dicht bij zich te hebben. En in het eene uur na het andere
+ontwikkelde zich een soort van vriendschappelijk elkaar verstaan
+tusschen den proost en Abraham, zoodat ze elkaar aanzagen als er
+iets bizonders onder 't overhooren gebeurde, of de proost mompelde
+een latijnsche aanhaling, die Abraham met een bescheiden glimlach
+beantwoordde, onverschillig of hij die begreep of niet.
+
+De voorbereiding voor de aanneming werd daardoor een genoegen voor
+Abraham. 't Was al heerlijk om twee of drie uren in den morgen van
+school weg te mogen gaan, en als hij bij den katheder van Proost
+Sparre zat, had hij een prettig gevoel van de eerste te zijn.
+
+Door zijn onderwijs op school kende hij 't heele boek van Pontoppidan
+al van buiten; zoodat hij niets wist van het ontzettend werken
+voor en den verschrikkelijken angst onder het overhooren, die de
+wildste jongens van de lagere school bleek en stil maakte met wijd
+opengesperde oogen.
+
+Wat voor hen de gewichtigste gebeurtenis in hun levens was, een
+naalde-oog om door te kruipen met de grootste inspanning van alle
+krachten, dat was voor hem iets wat hem niet inspannen kon; hoogstens
+kon het vervelend worden.
+
+Maar dat werd het nu niet door zijn prettige verhouding met den proost;
+en als hij een enkelen keer overhoord werd, spraken zij gewoonlijk niet
+over Pontoppidan, en 't werd dan meer een gesprek over theologische
+onderwerpen tusschen een oudere en een jongere, terwijl de anderen
+zaten te gapen of onder de tafel vast het volgende leerden.
+
+--De proost overhoorde het tweede gedeelte: de artikelen des geloofs.
+
+"Ole Martinius Pedersen, kun je mij zeggen hoeveel goden er zijn!"
+
+"Twee soorten, n.l. goede en booze," antwoordde Ole Martinius
+Pedersen rad.
+
+"Neen, mijn jongen! dat is niet goed. Je antwoordde op een andere
+vraag; op welke vraag antwoordde hij? Kan iemand me dat zeggen?"
+
+"Op de vraag van de engelen," riep een kleine roodharige jongen,
+die achteraan bij den kachel zat.
+
+"Juist, Jens Hansen. Er zijn twee soorten van engelen, n.l. goede en
+booze, maar God is één niet waar, Ole Martinius?"
+
+"Slechts één eenig God," antwoordde Ole Martinius Pedersen, die een
+van de knapste op de lange bank was.
+
+"Hoe heeft het Goddelijk wezen zich in de schrift geopenbaard?"
+
+"Als één eenig wezen: Vader, Zoon en Heilige Geest, welke toch allen
+één zijn en de heilige Drieéénheid genaamd worden."
+
+"Kunnen wij wel met ons verstand dit begrijpen: dat God één en toch
+tegelijk drie is?"
+
+"Neen; dit gaat ver boven--ofschoon niet tegen ons verstand; daarom is
+het een geloofs- en geen verstands-artikel; en God zou geen God zijn,
+als Hij door ons verstand begrepen kon worden."
+
+"Heel goed--Ole Martinius, je weet je zaakjes als je je maar even
+bedenkt. Nu jij, Mons Monsen! Zijn dan de woorden: Vader, Zoon en
+Heilige Geest drie verschillende namen of eigenschappen in God en
+niets anders?"
+
+"Ja!--het is meer dan enkel verschil in namen of eigenschappen;
+want ieder van hen duidt iets afzonderlijks aan, dat niet aan de
+anderen toekomt."
+
+"Niet zoo gauw, mijn jongen. Waarin bestaat het verschil?"
+
+"Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is", antwoordde Mons Monsen
+in een vliegende vaart, en zonder ergens op te houden: "Niet in het
+wezen, zooals reeds gezegd is, maar... maar het woord dat vereenigd
+is met water--"
+
+"Neen, neen Mons, nu ben je aan wat anders bezig; pas nu op: 'niet
+in het wezen, zooals reeds gezegd is; maar in zeker......'"
+
+"--Maar in zekere persoonlijke, inwendige handeling, als kleeren,
+schoenen, eten en drinken, huis en haard, echtgenoote en kinderen,
+velden, vee--
+
+"Neen, neen, neen, Mons! Nu ben je weer aan wat anders bezig; 'die
+ieder van hen......'"
+
+"--die ieder van hen afzonderlijk toekomen, n.l. de Vader, die uit
+niemand is, doet zijn Zoon geboren worden uit de eeuwigheid; de Zoon
+is uit den Vader en de Heilige Geest is uit hen beiden. Dit alles is
+waar en zeker......
+
+"Neen, neen Mons. 'Dit alles is......'"
+
+"...... Dit alles is het diepe geheim van het geloof, dat ons verstand
+niet doorgronden kan."
+
+"Juist, dat is goed, Mons Monsen! je ben een flinke jongen, als je
+maar wat kalm aan doet. Maar je praat zoo vreeselijk gauw, dat je in
+de war komt. Hier zijn de boeken wat verschillend--wat misschien
+de gymnasiasten gemerkt hebben," zei de proost tegen Abraham,
+"verscheidene jongens van de lagere school hebben uit een oude
+uitgave geleerd."
+
+Dit was ook een eigenaardigheid van den proost die de andere
+predikanten bewonderden of waar zij zich over ergerden.
+
+De meesten vonden namelijk, dat als het onderwijs in het Christendom
+een band zou vormen tusschen de gemeenteleden, dan moesten vóór alles
+de leerboeken dezelfde zijn voor allen; en daarom gaven zij onderwijs
+volgens de laatste uitgave van Pontoppidans boek, die door den koning
+was goedgekeurd en wilden van geen andere weten.
+
+Maar Sparre nam aan wat de leerlingen gaven, als ze het maar behoorlijk
+van buiten kenden. Daarom moest hij ook die wonderbaarlijke kennis
+hebben van al de oude en de nieuwe uitgaven, zoodat hij ieder vragen
+kon en op gleê helpen met het antwoord.
+
+Door over het verschil te spreken tusschen de oude en de nieuwe
+uitgaven dacht de Proost aan een ongelukkigen aannemeling, dien hij
+dit jaar had. De predikant Martens had hem in de konsistoriekamer
+een onverbeterlijken idioot genoemd.
+
+'t Was een groote, sterke jongen van 18 jaar, die als een reus tusschen
+de andere jongens zat, en al meermalen het saaie lokaal met onderdrukt
+gejubel over zijn grenzenloos dwaze antwoorden had vervuld.
+
+De proost zelf begon te twijfelen. Maar toch sloeg hij hem nauwkeurig
+gade, en luisterde aandachtig naar de stukken en brokken, die de
+arme Osmund te hooi en te gras ten beste gaf, als hij gevraagd
+werd. Eindelijk meende de proost, dat hij een draad gevonden had,
+en vandaag wilde hij het probeeren. Hij nam vlug een sprong van de
+drieéénheid, om de proef te kunnen wagen.
+
+"Jij daar, Osmund Asbjörnsen Sauamyren," begon hij vriendelijk en
+langzaam, om den ander tijd te geven zijn gedachten bij elkaar te
+halen: "kun je me antwoorden--mijn jongen--kun je me antwoorden op
+deze vraag: 'Welke zijn dan de genadegaven van het Evangelie?'"
+
+Osmund Asbjörnsen Sauamyren zat een oogenblik heel stil; toen begon
+hij, eentonig, maar vast, en steeds sterker zingend,--met een vaart,
+die hem bijna ademloos maakte:
+
+"Dat zijn: de rechtvaardigheid van Christus, de vergiffenis der zonden,
+de uitverkorenheid der kinderen, de voorzorg van God den Vader, het
+erfrecht, de vrede met God, kinderlijk vertrouwen, de zoete geur van
+Gods liefde, toegang tot God en moed om te bidden, verzekerdheid van
+Gods genade, van gebedsverhooring en hulp in allen nood, buitengewoon
+krachtige bescherming tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden,
+geduld met onze zwakheden en genadige verschooning voor ons geheele
+leven; de voorsmaak van het eeuwige leven, blijdschap in den heiligen
+geest; besturing, licht, bezieling en kracht van den zelfden geest;
+bevrijding van straf voor en overheersching van de zonde, den vloek
+en den dwang der wet, van den Satan, de macht van hel en dood, van
+de wereld en een slecht geweten; de uitkomst van alle dingen, ook
+van het bitterst lijden, ten beste der geloovigen en een levendige
+hoop op de zaligheid, waarop eindelijk de onuitsprekelijke eeuwige
+blijdschap en heerlijkheid in den hemel volgt, en zoo voorts."
+
+"Kijk nu eens hier," riep de proost triomfeerend, en noteerde iets in
+zijn boekje; "ik dacht wel, dat het met jou wel gaan zou--Osmund!--Je
+kunt misschien de vragen niet zoo gemakkelijk begrijpen als de jongens
+in de stad; maar je weet toch wel wat, mijn jongen!--ga jij maar door
+met werken en opletten, je zult zien dat het wel gaat."
+
+De jongens van 't gymnasium waren teleurgesteld; zij hadden een
+kostelijke lachpartij verwacht; maar de heele lange bank boog zich
+voorover en keek Osmund met de grootste verbazing aan.
+
+Zelf zat hij met open mond den proost aan te staren. Zooiets was hen
+nog nooit overkomen. Nooit had hij een woord van lof of hoop gehoord,
+maar ook nog nooit te voren had een predikant dit zijn groote en
+eenige bravournummer van de genadegaven van het Evangelie ontdekt.
+
+Osmund Asbjörnsen Sauamyren had het al bij veel predikanten geprobeerd
+en--ik weet niet hoeveel--cathechisatie-boeken versleten.
+
+Al van den tijd toen hij op veertien-, vijftienjarigen leeftijd het
+boek meê naar de bergweiden nam, waar hij de geiten hoedde, had hij
+tevergeefs geworsteld met vragen en antwoorden.
+
+Slechts één enkelen keer, op een gelukkig oogenblik, hadden zijn
+hersens met een reusachtige inspanning, die groote vraag over de
+genadegaven van het Evangelie in zich kunnen opnemen. En met de
+wonderlijke toevalligheid, die met het van buiten leeren samengaat, was
+dit ééne dreuntje heelemaal, zonder fout of onzekerheid vast blijven
+zitten; en zóó dikwijls had hij dat nu in uren van moedeloosheid
+herhaald, dat het niet meer los kon gaan uit zijn hoofd zonder dat
+het broze Osmundsche verstand meê ging.
+
+Maar hoe weinig hadden de genadegaven van het Evangelie hem tot nu
+toe geholpen! Tot spot voor allen en tot verdriet van zijn ouders
+was hij van jaar tot jaar blijven loopen als hopelooze aannemeling,
+thuis in zijn dorp en nu hier, nadat zijn vader naar de stad was
+verhuisd als opperman bij de fabriek. Nergens kon hij aan 't werk
+komen. Een jongen, die niet was aangenomen, kon nergens terecht; als
+looper met quitanties op kantoren, in winkels, noch bij de bureaux
+van 't zeewezen wilde men zoo'n dommen of ontaarden jongen hebben,
+die op zijn achttiende jaar nog niet was aangenomen. Zijn groot
+lichaam hielp hem ook niet veel. Zijn beenderen waren nog te zwak
+voor het handwerk van zijn vader en--behalve dat, wat kon een jongen,
+die nog niet aangenomen was, voor loon verwachten? Niet eens op zee
+wilde een reederij hem laten gaan vóór hij aangenomen was.
+
+Osmund Asbjörnsen Sauamyren had niet zulke groote plannen, dacht
+ook niet zoo ver vooruit te komen in 't leven; en men zou meenen,
+dat er zooveel kansen waren, dat aan zijn bescheiden eischen voldaan
+zou kunnen worden.
+
+Toch vond hij alle wegen zorgvuldig gesloten; voor hem was geen andere
+weg om vooruit te komen dan die langs den predikant; en telkens begon
+Osmund geduldig met een nieuwen predikant om een poosje bespot en
+dan weggestuurd te worden.
+
+Nu zag hij eindelijk een eind aan al zijn moeite; hij zat er lang over
+te denken, wat Moeder wel zeggen zou, als hij thuis kwam, en eer hij
+'t wist, begon hij te schreien.
+
+'t Wekte algemeene vroolijkheid, toen men merkte dat Goliath huilde;
+Abraham lachte ook toen de proost glimlachte.
+
+Hij was alles samengenomen heel blij met zijn goede verstandhouding
+met Proost Sparre; en hij was nu alleen nog maar bang voor den morgen,
+dat zijn Moeder komen zou en hem tot een oprechten biecht dwingen. Zoo
+dikwijls stelde hij zich dat voor, dat hij haar als 't ware binnen
+zag komen. En wat moest hij haar antwoorden?
+
+Die voorbereiding voor de aanneming kon hem immers heelemaal niet
+ernstig stemmen--laat staan hem diep ontroeren; en hij wist, dat hij
+bij zijn moeder alleen met ernst aan durfde komen; de kleinste poging
+dat te ontduiken zou ze dadelijk ontdekken.
+
+Intusschen ging de herfst voorbij en 't duurde immers nog lang eer
+'t Paschen was.
+
+Abraham vond langzamerhand, dat Broch een goede kameraad was; ze
+gingen 't meest om met de hoogsten in de klasse, met de "kranen," die
+'t volgend jaar admissie-examen moesten doen. Ze rookten en speelden
+kaart en 's avonds wandelden ze met de jonge meisjes.
+
+Er was iets in Abraham, dat hem een zeker aanzien, een zeker prestige
+gaf onder zijn kameraden.
+
+De onderdrukte lust tot oppositie, die in hem was, kreeg een anderen
+uitweg door spotten en belachelijk maken. Hij kon geestigheden zeggen
+over ernstige en godsdienstige zaken; en hoe vreedzaam en eerbiedig
+hij op school en thuis was, kon hij de ergste zijn in 't spotten en
+den draak steken met allerlei, als ze onder elkaar op een kamer zaten,
+in een dikke wolk tabaksrook.
+
+Broch was slap van lachen, en die bijval moedigde Abraham aan, zoodat
+hij hoe langer hoe erger werd en nergens meer om gaf,--alsof hij zich
+schadeloos wou stellen voor den dwang door echt wild en dwaas te zijn
+als hij zich heelemaal durfde laten gaan.
+
+Hij probeerde ook karikaturen te teekenen; en lang ging er een
+teekening rond in de vierde klasse van 't gymnasium, die de hel
+voorstelde, waar de heeren Aalbom en Borring van weerskanten onder
+elkaar een vuurtje stookten, terwijl de Conferensraad Madvig en Erik
+Pontoppidan een woesten "pas de deux" uitvoerden in de vlammen.
+
+Op school ging het hem nu heel goed. Abraham was vlijtig genoeg en had
+ook langzamerhand een eigenaardige manier gevonden om met de leeraren
+om te gaan; zelfs Aalbom vergat dien "duivel!" door zijn innemende
+vriendelijkheid en alleen de rector had nog iets tegen hem gehouden.
+
+Professor Lövdahl sloot zich in dezen tijd dicht bij zijn zoon aan,
+deed 's Zondags groote wandelingen met hem en sprak bijna met Abraham,
+alsof hij volwassen was.
+
+Dat was niet alleen omdat de Professor met alle macht zijn zoon tot
+zich wilde trekken, maar ook, omdat hem iets drukte, zoodat hij
+er behoefte aan had opgebeurd te worden door de vroolijkheid van
+den jongen.
+
+De vertrouwelijkheid tusschen hen werd zoo groot, dat Abraham zelfs
+een en ander vertelde, wat hij anders stellig zou verzwegen hebben.
+
+Zoo kwam hij er eens toe in den loop van het gesprek, half tegen zijn
+zin, een geschiedenis uit de school te vertellen.
+
+Er was een ruit gebroken, in de hoogste klasse en alle jongens wisten,
+dat Morten Kruse het gedaan had, maar toen de rector er naar vroeg,
+wilde niemand antwoorden. Toevallig was Broch ziek, zoodat Lövdahl
+de eerste was.
+
+Nu was er niets, dat den rector zoo driftig maakte, als wanneer
+hij merkte, dat er verzet was; en als oud schoolmeester begreep hij
+dadelijk, dat de klasse had afgesproken den schuldige niet te verraden.
+
+Hij was toen regelrecht op Abraham afgekomen: "Pas nu op, Lövdahl! denk
+er aan, dat je al eens vroeger je aan oproerigheid hebt schuldig
+gemaakt; maar pas op voor den tweeden keer. Weet je wie het gedaan
+heeft--of weet je het niet?"
+
+"Je antwoordde toch dadelijk?" vroeg de professor bezorgd.
+
+"Ja,--ik antwoordde,"--Abraham wendde het hoofd af.
+
+"Je zei, dat het Morten Kruse was."
+
+"Ja, want hij had het gedaan."
+
+"Natuurlijk moest je antwoorden; 't was immers krankzinnig geweest om
+nog eens schandaal te maken in de school--vooral nu je voor je aannemen
+leert. Ik weet wel, dat deze en gene met overspannen praatjes aan zou
+komen, dat je je vriend niet verraden mag--of iets dergelijks;--maar
+daar moet je je maar in 't geheel niet aan storen. Gehoorzaamheid--zie
+je--tegenover je superieuren is absoluut de allereerste plicht en
+de hoogste deugd voor een jong mensch en een braaf burger; door met
+misdadigers om te gaan wordt je er ten slotte zelf een, terwijl je je
+zelf en de rechtvaardigheid dient door het booze en strafbare bekend
+te maken."
+
+Toen ze een eind verder geloopen hadden zei de professor zoo in
+'t voorbijgaan: "Dat hoef je nu niet aan Moeder te vertellen. 't Is
+beter er niet over te spreken."
+
+Abraham zag niet op; zij ontweken elkaars oogen een poos. 't Was
+alsof ze geheimen voor Moeder hadden; en terwijl Abraham zich gerust
+stelde met zijn vaders goedkeuring, dacht hij er niet veel meer over,
+dat zijn moeder de zaak anders zou beschouwd hebben.
+
+Maar zij was zoo vreemd in dezen tijd. Ze was eigenlijk zich zelf niet;
+want er was iets anders bij gekomen, behalve Mordtmann.--Haar nerveuse
+angst was nu zekerheid geworden, en die zekerheid vervulde haar met
+een smart, waarover zij zich schaamde en die zij zocht te bestrijden.
+
+Mevrouw Wenche kon het zich namelijk niet langer ontveinzen, dat zij
+weer moeder worden zou.
+
+
+
+
+
+
+
+ELFDE HOOFDSTUK.
+
+
+Er waren eenige dagen voorbijgegaan, zonder dat Mevrouw Wenche iets van
+Mordtmann gemerkt had. Op een middag ging hij voorbij, toen hij van de
+fabriek kwam, maar zij trok zich terug van het venster en verborg zich.
+
+Het gebeurde met Mordtmann was wat op den achtergrond gekomen; zij
+had nu geen gedachten voor iets anders dan voor dat wat haar wachtte:
+dat zij nog eenmaal moeder zou worden.
+
+Toen Abraham ter wereld gekomen was had zij lang gewenscht, dat
+hij een zusje zou krijgen, maar toen de jaren voorbijgingen had
+zij die hoop opgegeven: en nu waren haar gedachten over kinderen en
+kinderopvoeding van dien aard geworden, dat zij zich gelukkig prees,
+omdat zij maar voor één de verantwoording droeg.
+
+Haar man zou ook niet blij zijn, als hij het hoorde; dat kon zij wel
+van te voren weten.
+
+Maar het ergst, ja, bijna niet uit te houden werd die gedachte,
+als zij zich mengde in haar verhouding tot Mordtmann.
+
+Zij werd rood van schaamte, telkens als zij dacht aan hun laatsten
+avond.
+
+Hij had haar gekust en gezegd, dat zij alleen de zijne was;--en
+zij--wat had zij gedaan?--en wat moest zij doen?
+
+Zij kon immers niet alleen blijven rondloopen midden in dit alles;
+wat--of wie moest zij kiezen? Wat nu gebeuren ging moest gebeuren en
+wat dan?
+
+Zij ging op een schemeravond op de sofa zitten, nadat zij het
+dienstmeisje op het hart gedrukt had niemand binnen te laten,--ook
+Mijnheer Mordtmann niet. Zij had zich de wanhoop nabij gevoeld en was
+plotseling bang geworden voor haar verstand. Nu wilde zij trachten
+een overzicht van alles te krijgen om te zien waar zij stond.
+
+Maar dat werd een droevig overzicht en Mevrouw Wenche zag met
+ontzetting waar zij stond.
+
+Want zij stond immers diep in leugen en verwarring aan alle
+kanten. Zij, die zoo kloek en zonder omzien zich door het leven
+geslagen had, zonder ooit zelf te liegen en zonder anderen te laten
+liegen, voor zoover zij er iets aan doen kon; zij, die geloofd en
+beweerd had, dat wie oprecht wenscht waar en eerlijk te zijn zonder
+schade door het leven zal kunnen gaan, hoe boordevol het ook is van
+leugen en lafheid.
+
+Daar lag zij nu. In welke van die verhoudingen, die haar het sterkste
+bonden, was zij op dit oogenblik volkomen waar? Zij ging ze één voor
+één na, en begon met Abraham.
+
+Waar was haar zoon gebleven? Zij had hem zoo dicht bij zich gehad,
+dat zij iedere kleine beweging in zijn ziel had kunnen zien, iedere,
+ook de kleinste gedachte of twijfel, die in zijn jong hoofd opkwam,
+had kunnen volgen en verstaan.
+
+Waar was hij nu? Wat wist zij nu van hem? Het hielp niet veel, dat ze
+zei: "Zij hebben mij hem afgenomen." Want dat was het immers juist, wat
+zij had moeten verhinderen; ze had op hem moeten passen, hem vasthouden
+in een helderen zuiveren atmosfeer van waarheid; niet uitwijken, niet
+los moeten laten, niet moe mogen worden in den dagelijkschen strijd.
+
+Dat was het immers, dat zij zich zelf duizend keeren beloofd had,
+als zij hem op haar armen droeg, toen hij klein was;--en nu--nu hij
+zoo groot was geworden, dat hij er behoefte aan had, dat zij aan haar
+beloften dacht, kon zij nu voor hem gaan staan en zeggen:
+
+"Hier ben ik. Hier ben ik,--je trouwe moeder."
+
+Kon hij nog op haar vertrouwen zooals vroeger?
+
+"Neen", zei Mevrouw Wenche hardop en het klonk zoo treurig in de
+leege kamer, "neen, dat kan hij niet."
+
+Tweemaal, eerst met die geschiedenis op school en later in de quaestie
+met het aannemen had zij het opgegeven, haar principe prijs gegeven,
+was zij zichzelf ontrouw geworden en had voor goed het vertrouwen
+van haar zoon verspeeld. Nooit had hij haar zien wankelen, dan
+juist tegenover deze twee zaken, die voor hem de gewichtigste
+waren geworden. En wat waren dat voor redenen, waarom zij overwonnen
+was?--Goede hemel, hoe ellendig kwamen ze haar nu voor in vergelijking
+met dat groote: haar plicht om haar zoon staande te houden.
+
+Neen, het was iets anders wat haar machteloos gemaakt had, en dat
+was Mordtmann. Terwille van hem, en van hem vervuld, had zij haar
+zoon verlaten!--verlaten? Neen, verraden!
+
+En nu dacht zij over Mordtmann en ging hun verhouding na, en die
+kwam haar zoo onrein voor. Die scheen haar in dit oogenblik zoo
+weinig waard.
+
+Zij dacht over haar liefde en beproefde daar de kracht van, door zich
+af te vragen of zij bereid was, haar huis, haar positie, haar man, haar
+zoon, haar goeden naam te offeren en telkens als er weer iets bijkwam
+zag zij angstig naar haar liefde en het einde was: dat zij te oud was.
+
+Zij was te oud, meende ze, voor die alles overweldigende liefde, die
+verleidelijk is als een zaligheid en dwingend als een plicht. Zij
+wist al te veel van het leven om zich door eenige illusie te laten
+verblinden en was te rechtschapen en te plichtmatig om niet de rechten
+van anderen te erkennen. Zij hield veel van Mordtmann. Uren lang
+kon het als een bekoring over haar komen, als zij zich dacht als de
+zijne. Een leven met een man, die het zoo geheel met haar eens was,
+zoo vrij van vooroordeelen, zoo kloek en edel in ieder opzicht.
+
+En als ze dan dacht aan haar leven, zooals het van nu af worden zou
+met haar man, dan rilde zij van die leugens; en dan werd haar dat
+alles zóó walgelijk, dat het eenige, wat het beste in haar redden kon,
+een breuk was--een breuk met alle gezonde, hartverscheurende smart,
+die daaraan verbonden was, en dan een nieuw leven--hetzij dan zooals
+'t worden moest--met Mordtmann.
+
+Maar ze kon immers niet naar Mordtmann gaan zooals ze nu was.
+
+En een oogenblik vergat ze al haar verdriet in een bitter medelijden
+met dat kind, waarvan de moeder 't niet verwachtte met verlangen en
+liefde, en dat niemand welkom wezen zou, als het kwam.
+
+Zij was geen moeder, waar een kind mee gebaat zou zijn; geen vrouw
+voor een man, geen vertrouwbare vriendin,--niets voor wie dan ook--was
+'t niet het beste, dat ze maar heenging?
+
+De dood kwam haar niet zoo zwaar voor; ze had zich vaak met de gedachte
+bezig gehouden vrijwillig heen te gaan; en ze meende, dat als eerst
+het besluit genomen was, de moed haar niet zou ontbreken.
+
+Ze had geglimlacht over de minachting, waarmeê over 't algemeen
+gesproken werd over de lafhartigheid van hen, die kiezen zelf uit
+'t leven heen te gaan; want die gedachte was haar zóó nabij gekomen
+dat zij wist, dat er moed toe behoorde--vooral moed om te kiezen.
+
+Moe van den maalstroom, waarin haar gedachten haar hadden gejaagd,
+verzonk ze in een stil, zwaarmoedig peinzen over deze vraag: zou ze
+niet 't beste handelen tegenover de anderen en tegenover zichzelf
+door te bekennen, dat haar leven een nederlaag geweest was, en als
+overwonnene heen te gaan; in plaats van door te leven van leugen en
+stukken van haar verbrijzeld bestaan, opgevende dat waar ze voor
+gestreden had en waar ze ontrouw aan geworden was: volle, zuivere
+waarheid in woorden en daden?
+
+Maar zij was immers niet alleen.
+
+'t Beeld van een klein, zacht kinderkopje vervolgde haar; was dat
+goed een ander wezen meê te nemen; een licht te dooven vóór het nog
+aangestoken was?
+
+Nieuwe twijfel, nieuwe pijn, nieuwe vragen martelden haar; waarom,
+was er toch niets--niemand om te helpen!
+
+Eindelijk kwam hij--'t was over achten--haar man, waar ze niet op
+gewacht had; maar dien ze toch wist, dat om dezen tijd komen zou.
+
+Hij ging nu door de vestibule, en zette zijn stok weg. Zou ze met hem
+spreken? hij was haar man, hem kwam de helft van dat jonge leven toe,
+dat zij had willen uitblusschen; hij sloeg de hand aan den knop van
+de deur en kwam binnen.
+
+"Is hier iemand?" vroeg hij.
+
+"Ik ben hier," antwoordde zij van de sofa.
+
+"Ben je alleen?"
+
+Er was iets in zijn toon, dat haar opjoeg; zij antwoordde niet; maar
+stak snel de hanglamp aan; haar hand beefde zóó, dat het glas tegen
+de ballon rammelde.
+
+"Scheelt er wat aan, Wenche?"
+
+"Scheelt jou niet eerder wat?" vroeg ze stug, want haar man liep
+onrustig heen en weer, met een boosaardigen, akeligen glimlach.
+
+"Och ja!--mij scheelt wat,--niet veel, maar een kleinigheid, waar ik
+met je over spreken wou. Maar--mijn God!--wat zie je er uit, Wenche!"
+
+Op eens kreeg ze den inval te doen, alsof ze niet begreep, dat hij haar
+beschreid en ongelukkig gezicht bedoelde, en ze greep de gelegenheid
+aan om het hem te zeggen.
+
+"Hoe ik er uitzie?--Ik dacht, dat je het wist."
+
+"Het wist?...... wist?......--Wat?"
+
+"Heb je dan niet begrepen ...?"
+
+Opeens verzamelde hij zijn gedachten; hij greep naar zijn hoofd, zag
+haar onderzoekend aan met zijn scherpe doktersoogen, wendde zich af
+en kwam weer terug, terwijl hij iets mompelde.
+
+"Wat zeg je, Carsten?"
+
+"Ik?--Ik zeg alleen: zoo, zoo!" antwoordde hij bleek.
+
+"Ik ben bang, dat geen van ons beiden recht hart heeft voor die
+kleine stakker."
+
+"Welke stakker?"
+
+"Ons kind, Carsten. Ons arm kindje."
+
+"Ons?"--antwoordde hij met dien zelfden leelijken glimlach en keerde
+zich een oogenblik naar haar toe.
+
+Mevrouw Wenche zag hem een seconde in 't vertrokken gezicht, zonder
+hem te begrijpen.
+
+Hij keerde zich om naar de deur, om weer heen te gaan.
+
+"Carsten!" ze stoof plotseling op, "Carsten! wat zei je daar?"
+
+Hij keerde zich om in de deur. De heele man was veranderd; zijn grijze
+haren stonden overeind, zijn tanden werden zichtbaar, zijn oogen waren
+als die van een dier, dat plotseling zijn kooi stuk slaat, heesch en
+ademloos zei hij haar vlak in 't gezicht: "Ik geloof je niet."
+
+Ze vloog hem achterna met een gil en opgeheven handen; maar hij was
+al in de vestibule, en ze gaf het op. Ze kon hem toch niet neerslaan,
+en dàt had ze gewild.
+
+Een oogenblik stond ze bevend stil; daarna richtte ze zich op. Ze
+ging de kamer uit en gaf de dienstmeisjes orders: de professor kwam
+zeker niet thuis voor 't avondeten. Zij zelf ging ook uit en nam den
+huissleutel meê. Niemand behoefde voor haar op te blijven.
+
+Abraham was bij Broch en speelde kaart; ze had hem wel graag willen
+zien; maar 't was misschien het beste, dat ze niet meer in de war
+gebracht werd.
+
+Ze deed haar bonten mantel aan, trok den kap over haar hoofd en ging
+naar buiten op straat.
+
+Mevrouw Wenche ging regelrecht naar Mordtmann; de afstanden in de
+stad waren niet groot; en terwijl zij daar liep, dacht ze niet verder,
+dan dat ze nu vrij was--heelemaal vrij van haar man; nu ging ze naar
+Mordtmann om hem alles te vertellen; nu kwam er licht--waarheid,
+eindelijk! in hun verhouding zooals vroeger; veel geluk verwachtte
+zij niet.
+
+Ze was nooit in Mordtmanns huis geweest; maar ze kende zijn vensters,
+die op de straat uitzagen. Er was licht aan. 't Huis was als de meeste
+anderen in de stad: de groote straatpoort open, geen gesloten entrée;
+ze ging regelrecht naar zijn deur, klopte aan en ging binnen.
+
+Michal Mordtmann stond midden in de kamer met hoed en overjas, een
+pas aangestoken sigaar, juist bezig met de lamp neer te draaien,
+om naar de club te gaan.
+
+In de kamer was een flauwe lucht van warm avondeten, vermengd met
+den fijnen geur van de eerste trekken aan een goede sigaar.
+
+"Goeden avond Mordtmann!" zei ze en glimlachte droevig. "Nu kom ik
+bij je. Wacht maar even tot ik wat kalmer ben."
+
+Hij stamelde--hij kon niets zeggen. Hij legde zijn sigaar weg en deed
+zijn overjas uit.
+
+Deze dagen hadden hem bekoeld; het onheilspellend gezicht van den
+professor had hem op de gedachte gebracht, dat dit alles toch al te
+ernstig was.
+
+Mevrouw Wenche was klaarblijkelijk ook al te ernstig, te weinig
+luchtig, dan dat zij een verhouding, zooals hij zich had voorgesteld,
+zou kunnen dragen.
+
+Zij kwam zijn kamer binnen, ging in zijn sofa zitten en zei: "Nu kom
+ik!"--Wat ter wereld moest hij toch beginnen? welken toon moest hij
+aanslaan?--voor den drommel! hoe moest hij de zaak aanpakken?--Mooi
+was ze!--ze was prachtig, zooals ze daar op zijn sofa zat, bleek en
+wat verwaaid; maar wat hielp dat?--en dan die wonderlijke plechtige
+manier van doen.
+
+Hij schonk haar een glas wijn in:
+
+"Lieve Mevrouw Wenche! wat is er?--is er wat treurigs gebeurd?"
+
+"Neen," antwoordde ze en zag weer glimlachend naar hem op. "Je zult
+misschien zelfs vinden, dat het wat goeds is, omdat het op eens je
+wensch vervult."
+
+"Vertel, vertel!" riep hij geanimeerd en op een toon, die verrukt
+moest heeten.
+
+Ze merkte niets,--vervuld als ze was van wat ze hem nu vertellen
+zou,--van dat oogenblik, dat ze het verbond met den eenen man verbrak
+om een nieuw met een ander te sluiten.
+
+Ze begon daarom kalm, alsof ze hem om geduld wou verzoeken; 't zou
+een lang en ernstig verhaal worden:
+
+"Ja, lieve Mordtmann!--ik ben van mijn man heengegaan en ben bij je
+gekomen; maar eerst is er nog iets anders."--
+
+"U hebt...... zegt u...... u is van uw man...... ik begrijp
+niet recht......;" hij zag al 't heele stadje in oproer; Mevrouw
+Lövdahl,--de vrouw van Professor Lövdahl--van haar man weggeloopen, om
+den nacht in zijn huis--'t huis van een ongetrouwd man door te brengen!
+
+Door 't lichaam van Mevrouw Wenche ging een lichte schok; ze zag hem
+snel aan en zei--als in 't voorbijgaan:
+
+"Dat wil zeggen: ik heb een hevige scène met mijn man gehad; en daarom
+kwam ik hierheen om u om een goeden raad te vragen."
+
+"O, lieve Mevrouw! Ik wil alles voor u doen; u maakte me eerst
+heelemaal verschrikt; maar 't was toch vrij onvoorzichtig van u op
+dezen tijd te komen." Hij zette zich naast haar op de sofa.
+
+Maar 't gezicht van Mevrouw Wenche werd heelemaal stijf, en rimpels,
+die er vroeger nooit geweest waren, legden zich stram om haar
+mond. Zij, die altijd de waarheid sprak, had een fijn oor voor al
+wat hol klonk en onvertrouwbaar was; op dit oogenblik doorzag ze hem
+geheel en onverbiddelijk.
+
+En dat ze het niet vroeger gedaan had, was omdat haar eigen ontwakende
+liefde haar blind en vol vertrouwen gemaakt had; en behalve dat--er
+was, vooral bij hun laatste ontmoeting--zooveel echte hartstocht in
+hem geweest.
+
+Maar nu, nu ze in haar eersten twijfel hem dien strik spande,
+verraadde hij zich dadelijk. Er was in zijn stem zóóveel verlichting,
+toen hij hoorde, dat het niet zoo ernstig was--alleen maar een hevige
+scène met haar man--dat het op eens Mevrouw Wenche duidelijk werd,
+dat ze op het punt stond zich zelf te vergooien--van lafhartigheid
+en huichelarij in de meest valsche valschheid te vervallen.
+
+Ze stond op en zag hem in de oogen.
+
+Hij stond ook op, zocht naar woorden, streed zoo goed hij kon met
+die oogen, die zich in hem boorden, zonder dat ze waren af te weren.
+
+Een paar seconden hield hij het uit; maar toen moest hij zijn oogen
+afwenden.
+
+En toen hij weer opzag, werd zijn gezicht heel bleek en hij hield de
+handen op, alsof er iets op hem neervallen en hem vermorzelen zou.
+
+Maar toen had Mevrouw Wenche met hem afgedaan. Ze stak de hand uit
+als om het glas wijn te grijpen, dat op tafel stond. In dit pijnigend
+oogenblik werd ze hevig bevreesd voor een flauwte--hierboven, bij
+hem! maar ze bedwong zich met alle macht, hield zich staande en
+ging heen.
+
+Ze was door de stille, leege straten zoover gegaan, dat er geen
+lantaarns meer waren; ze merkte dat eerst toen ze struikelde en den
+weg niet meer zien kon.
+
+Langs de kanten waren groote steenen gezet en diep beneden zich hoorde
+ze 't zware geluid van de golven, die zich tegen de rots verhieven
+en weer naar beneden ruischten, met een zingend geluid rukkend aan
+het taaie zeewier.
+
+Van de lantaarns in de stad blonken kleine strepen langs het fjord
+haar tegen; maar ze wendde zich af, ging op een steen zitten en zag
+voor zich uit in het duister.
+
+"Arme kleine Abby--arme kleine Abby!" herhaalde Mevrouw Wenche
+halfluid. Hij was de eenige, van wie ze afscheid nam: hij was de
+eenige, aan wie ze zich verbonden voelde.
+
+Want met Mordtmann had ze afgedaan--volkomen afgedaan. Ze schaamde
+zich, ze voelde zich vernederd en verontreinigd, doordat ze zich
+zoo lang door dien man had laten bedriegen. Maar niet alleen haar
+liefde had hij omlaag en door 't stof gesleurd; al haar ideeën, haar
+liefste en moedigste gedachten had hij stuitend voor haar gemaakt;
+na dit kon ze op niets of niemand meer rekenen;--ook niet op zich zelf.
+
+En als ze nu van haar man heenging deed ze dat zonder
+zelfverwijt. Alles in hem wat hem in hun samenleven hoog gehouden had,
+was als weggevaagd door die laatste beleediging; toen was een ruwheid
+te voorschijn gesprongen--juist dat grove man-achtige, dat ze haatte,
+en dat hij tot nu toe met kunst voor haar had weten te verbergen.
+
+Neen, naar hem wilde ze niet teruggaan.
+
+En dat arme stumpertje, dat ze nu meênam--ook dat maakte haar
+niet onrustig meer; want nu zag ze zoo zeker, zoo duidelijk, dat
+het een weldaad was--de laatste, die zij zou kunnen bewijzen,--het
+licht te dooven vóor het was aangestoken,--die kleine, dat meer dan
+twijfelachtige goed--een leven te sparen.
+
+En in haar grenzenlooze eenzaamheid aan den uitersten rand van het
+leven, dat zij zich genoodzaakt voelde op te geven, werd dit voor haar
+als een flauwe schemering van moedervreugde,--alsof ze haar schreiend
+kindje in de armen hield en 't met zich droeg naar de gezegende rust.
+
+Maar Abraham!--dat kind, dat ze had, was hij dan zoo heelemaal voor
+haar verloren, dat ze hem onmogelijk kon herwinnen?
+
+Telkens op nieuw maakte ze die som weer over; en telkens als ze meende,
+dat die zou kunnen opgaan, kwam er iets, dat alles voor haar weer in
+de war bracht.
+
+Neen! hem kon ze geen goed meer doen door te leven, zooals haar leven
+in 't vervolg zou moeten worden,--dat was onmogelijk.
+
+Daarentegen zou ze zich kunnen voorstellen, dat de herinnering aan
+haar eens in zijn later leven hem tot een steun kon worden, tot een
+hulp om weer op te staan, als het hem ooit duidelijk zou worden--en
+dat hoopte zij--dat zij, zijn Moeder, haar best gedaan had zijn
+zieleleven gezond en waar te houden, en dat die anderen zijn jeugd
+hadden vergiftigd en hem laf en onvertrouwbaar gemaakt.
+
+Haar arm hoofd kon bijna niet meer; ze was maar volkomen zeker van
+één ding: haar besluit. Haar smartelijke afrekening met het leven
+had haar gedachten vermoeid en verstompt; ze voelde het zelf en ze
+ging naar den dichtstbijzijnden lantaarn, om op haar horloge te zien.
+
+'t Was twaalf uur geworden.
+
+Mevrouw Wenche wist al lang hoe zij het doen zou, en ze had aan hen
+gedacht, die na haar moesten leven.
+
+Zij wikkelde zich in haar mantel en keek nog eens uit over het fjord
+en naar de lichten in de stad. En ze nam alles bijeen: haar jeugd,
+haar vreugd, haar geluk, al wat het leven haar aan zonneschijn gebracht
+had, liet alles in schemerachtige omtrekken aan zich voorbij gaan en
+koos toen weer de duisternis,--moe, maar vast en zonder aarzelen.
+
+Toen ging ze haastig terug door de stad, regelrecht naar huis.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWAALFDE HOOFDSTUK.
+
+
+De professor wekte groote verbazing in de club door tot na tienen te
+blijven en toddy te drinken.
+
+Hij was namelijk anders zoo geregeld als een klok: elken Vrijdagavond
+een partijtje whist op de club, maar alle andere dagen precies om negen
+uur naar huis. Hem als vandaag--op een Dinsdagavond zijn avondeten
+daar te zien gebruiken, en later "à la guerre" te zien spelen met
+een paar jongere heeren was een wondervreemd geval.
+
+Hij lachte er ook zelf om en was heel opgewekt; maar toen hij
+thuiskwam--zoowat tegen elf uur, werd hij verwonderd en onaangenaam
+gestemd toen hij zijn vrouw niet te bed vond.
+
+Hij had berekend, dat ze slapen zou--of zou doen alsof ze sliep, als
+hij zoo laat thuis kwam; en hij wilde voor geen geld van de wereld
+een gesprek hebben, nu alles nog zoo heftig was, zoo versch in 't
+geheugen lag.
+
+Hij rekende na, waar ze wel kon wezen.
+
+Veel vriendinnen had Mevrouw Wenche niet, maar er waren toch altijd
+drie à vier families, met wie ze zoo'n vertrouwelijken omgang hadden,
+dat ze daar een avond heen kon gaan zonder geïnviteerd te zijn,
+en zonder belet te vragen.
+
+Maar half elf was laat, om van zoo'n bezoek thuis te komen.
+
+Eerst kwam het niet in hem op, dat er iets gebeurd zou kunnen zijn. Hij
+keek of zij den anderen huissleutel meêgenomen had, en toen die weg
+was, nam hij den zijne uit het slot, opdat ze binnen zou kunnen komen.
+
+Waar ze ook was--hij wist, dat men daar in huis er voor zorgen zou,
+dat ze naar huis gebracht werd en trouwens de stad was heelemaal niet
+gevaarlijk, zelfs laat in den avond voor een dame, die zoo bekend
+was als de vrouw van Professor Lövdahl.
+
+Hij kleedde zich dus snel uit en ging naar bed, opdat hij doen kon,
+alsof hij sliep, als zij thuis kwam. Vóor alles was het er hem om te
+doen, dat dit gesprek, dat hij wist, dat komen moest, tot morgen zou
+worden uitgesteld.
+
+'s Avond was het onmogelijk; het leidde maar tot meer heftigheid en
+oneenigheid. Maar 's morgens was alles weer binnen de perken gebracht
+en minder gewichtig; de meest brandende strijdvragen konden dan
+voorzichtig als kleinigheden behandeld worden in de koele morgenlucht.
+
+Professor Lövdahl was zich ten volle bewust, dat hij zich te buiten
+gegaan was en zijn vrouw ten diepste gekwetst had. Als correct man
+schaamde hij zich, dat hij een stemming verraden had, terwijl hij er
+zijn eer in gesteld had die te verbergen.
+
+Tegenover zijn vrouw schaamde hij zich bijna minder omdat hij
+zelf wist, dat hij die booze woorden niet in ernst gemeend had en
+omdat hij er vrij zeker van was, dat ook zij, als ze even nadacht,
+wel zou inzien, dat het maar een gezegde was, dat hem in de eerste
+opwelling van misnoegen ontvallen was. Want dat was ontegenzeggelijk
+een vervloekte geschiedenis met dat nieuwe kind.
+
+Nu had hij zich al zooveel jaren lang gewend aan de gedachte aan dien
+éénen zoon. Zoowel in zijn armenpraktijk, als in zijn statistische
+studiën, had hij zooveel treurige gevolgen gezien van veel kinderen
+in een gezin; hij had er zelf zooveel en zoo scherp tegen gesproken
+en geschreven.
+
+Kwam hij nu niet een beetje in een komisch daglicht, als hij vijftien,
+zestien jaar daarna, op zijn ouden dag, tegen zijn eigen theorie
+in begon te handelen. Al die geestigheden, die hij zou moeten
+slikken! glimlachjes, toespelingen en steken onder water!
+
+En al die last in huis; al die moeite en akeligheid, die men zoo
+gemakkelijk draagt als men jong is en alles nieuw; maar die de rust
+verstoren en 't huis overhoop halen, als men eenmaal alles in orde
+heeft.
+
+Dat alles was op eens over hem gekomen, had zich met de booze,
+opgewonden stemming vermengd, waarin hij al een poos verkeerde en
+had eindelijk dien beschaafden man, zoo vol zelfbeheersching, uit het
+evenwicht gebracht en die woorden uitgelokt, die in zekeren zin zijn
+geheim verraadden, hoewel hij in werkelijkheid er ver van was, wat hij
+gezegd had te meenen, zooals Mevrouw Wenche het moest opgenomen hebben.
+
+Maar morgen zou alles er anders uitzien.
+
+Aan de zaak zelf was immers niets te doen en Carsten Lövdahl was juist
+de man om het onvermijdelijke met gratie te dragen. Hij was ook bereid
+tegenover zijn vrouw excuses te maken; maar kalm, half schertsend,
+uit de hoogte:--morgen.
+
+Hij deed het licht uit; 't was eigenlijk het allerbeste rustig te
+gaan slapen; maar dat gelukte hem niet: hij kon niet in slaap komen.
+
+Integendeel hij werd buitengewoon wakker, gespannen, warm en
+zenuwachtig,--hij lag naar het lichtste geluid te luisteren en het kwam
+hem voor, dat de stille nacht vol geluiden was, terwijl de stad sliep,
+met slechts hier en daar een wegstervende voetstap op haar straten.
+
+En in 't donker groeide een sombere angst op, sneller en sneller met
+fantastische omtrekken, en kwam al nader en nader, zwaarder en meer
+beklemmend met iedere vijf minuten, als hij meende, dat er weer een
+kwartier om was en een lucifer aanstak.
+
+Waar blijft ze toch? Over half twaalf! Nu moest er toch iets gebeurd
+zijn.
+
+Hun laatste gesprek, haar gil toen hij vluchtte, omdat hij bang was
+dit gesprek voort te zetten--dat alles stond hem voor den geest.--En
+zij, die zoo heftig was, zich nergens aan stoorde......!
+
+Die overspannen naturen toch!--hij kende ze. Wat konden ze niet
+verzinnen! Waar was ze op dit oogenblik?--hij duizelde. Zwierf ze
+alleen rond in den nacht? Of lag ze al te drijven bij de steile rotsen
+in het fjord?
+
+Hij ging overeind in bed zitten en stak een kaars aan. Hij sprak
+kalmeerend tegen zich zelf als tegen een koortspatiënt; maar het
+hielp niet.
+
+Eindelijk hoorde hij de huisdeur.
+
+Dadelijk deed hij de kaars uit, ging liggen en haalde langzaam en
+geregeld adem, alsof hij al lang sliep. Hij voelde zich grenzenloos
+verlicht en glimlachte over zijn angst.
+
+Mevrouw Wenche kwam binnen, stak licht aan en trok haar japon uit,
+terwijl ze haar man aandachtig gadesloeg; hij sliep vast en rustig.
+
+Stil en voorzichtig--zoodat niet één sleutel rammelde, legde zij haar
+hand op zijn sleutelring, nam de kaars meê en ging de slaapkamer uit.
+
+Hij merkte, dat ze de kamer weer uitging, maar dacht daar niet verder
+over. Nu was ze thuis, zijn angst was voorbij, morgen zou het wel
+weer in orde komen. En zooals hij daar nu gerustgesteld en moe van
+ontroering lag en deed, alsof hij sliep, viel hij werkelijk in slaap
+en sliep vast en rustig twee, drie uur.
+
+Maar toen hij midden in den nacht wakker werd en voelde, dat het bed
+van zijn vrouw leeg en koud was, schrikte hij weer op in angst, stak
+de kaars aan en keek rond. Alles was stil; 't was over drieën; hij zag
+geen spoor van zijn vrouw, behalve de japon, die zij uitgetrokken had.
+
+Carsten Lövdahl voelde zijn hart stilstaan: het werd hem duidelijk,
+dat er nu toch iets gebeurd was. Hij verzamelde al zijn kracht, hij
+wapende zich met alle kalmte, die in zijn natuur lag en die het leven
+en zijn werk nog in hem had versterkt en ontwikkeld.
+
+Toen hij zich half gekleed had, nam hij het licht mee om haar te
+gaan zoeken.
+
+Door de kamers viel een lichtstreep uit zijn spreekkamer; de deur
+stond op een kier. Hij moest even blijven staan; maar toen deed hij
+de weinige voetstappen naar de deur; hij wist nu wat hij zien zou.
+
+Toch moest hij zich vasthouden en de kandelaar was hem bijna uit de
+hand gevallen.
+
+Stijf uitgestrekt in zijn grooten leunstoel lag het lijk van Mevrouw
+Wenche. De kaars op de tafel was bijna uitgebrand; en uit haar hand,
+die zij in 't laatste oogenblik over de tafel had uitgestrekt, was
+een van zijn kleine fleschjes gerold, die hij kende.
+
+Hij zette de kaars weg en wilde zich op haar werpen. Maar een gedachte
+drong zich op eens aan hem op en maakte hem stil en koud: nu moest
+hij er aan denken wat hem nu te doen stond, wat er nog verborgen kon
+worden; nu was het tijd om een man te zijn.
+
+En weer bedwong hij alle gevoel met zijn door gewoonte sterke
+zelfbeheersching, hield een spiegel voor haar mond, ofschoon hij
+wel weten kon, dat de dood onmiddellijk was ingetreden, toen het
+fleschje leeg was. Hij nam het op en zette het weer in het kastje,
+en lichtte langs den vloer om de kurk te vinden.
+
+Daarop sloot hij zijn medicijnkast en stak den sleutelring in de zak.
+
+Met afgewend gezicht boog hij zich over haar neer, nam haar op en
+droeg haar de kamers door naar haar bed.
+
+Toen hij de kaarsen weer naar de slaapkamer gebracht en nog eens
+rondgekeken had, ging hij naar boven en riep de dienstmeisjes.
+
+Een liep dadelijk naar buiten om Dr. Bentzen, een van de
+gemeente-artsen te roepen: Mevrouw was ziek, gevaarlijk ziek,
+'t ging om leven en dood.
+
+"'t Is al voorbij--lieve vriend--hier is niets meer te doen, een
+hartverlamming, plotseling! in een oogenblik!" zei de professor,
+toen hij Bentzen in de gang tegemoet kwam.
+
+"Arme vriend!" antwoordde Bentzen en drukte hartelijk zijn hand,
+"kom ik te laat om je te helpen?"
+
+"Och neen! ik kwam eigenlijk ook zelf te laat, zie je, ik lag te
+slapen; zij ging later naar bed dan ik; en zoo stil en plotseling is
+alles gegaan, terwijl ze zich uitkleedde, dat ze al bewusteloos was
+en de doodstrijd al begonnen was, toen ik wakker werd."
+
+Prof. Lövdahl sprak in groote spanning en uitvoerig--als een
+moordenaar, die den indruk van vrijmoedigheid maken wil.
+
+"Heb je haar muskus gegeven?" vroeg Dr. Bentzen wat verrast, terwijl
+hij zich over haar boog.
+
+"Ja, wat moest ik doen?" antwoordde de professor met een gebaar van
+radeloosheid; "ik was wanhopend en alleen--even voor je kwam greep
+ik wat ik bij de hand had. Maar ze was zonder twijfel al dood toen
+ik het haar in den mond goot. Ik ben altijd bang voor Wenche's hart
+geweest;--maar dat het zoo zou gaan....."
+
+Bentzen legde de hand op zijn schouder: "Wees een man--Lövdahl--wij
+beiden hebben al zoo vaak zulke dingen zien gebeuren, dat we ons
+sterk moeten toonen, als de slag ons zelf treft. Ik zie ook, dat je
+kalm bent en behalve dat--je weet, Goddank! waar je de beste troost
+op den duur kunt vinden."
+
+De gemeentearts Bentzen vond altijd een paar vrome zinnetjes bij
+zulke gelegenheden, ofschoon zijn mond in 't dagelijksche leven vol
+was van vloeken en minder fijne verhalen.
+
+Maar toen hij weg was, de huisdeur gesloten, het ergste verborgen
+en zijn positie gered, toen was 't uit met Carsten Lövdahls
+zelfbeheersching; hij sloot zich op bij de doode, wierp zich neer
+naast het bed en steunde.
+
+Zóó was het dan geëindigd, zijn huwelijk.
+
+'t Was voor hem één lange strijd geweest, waarin hij voortdurend
+verloren had--ook dezen keer.
+
+Hij had gestreden om zijn vrouw te winnen op een andere manier dan
+in verliefdheid.
+
+Zij zou leeren hem heelemaal te waardeeren--ook zoo, dat ze zijn
+levensopvatting als de ware erkende en zich daarvoor boog.
+
+Carsten Lövdahl's ijdelheid was zijn karakter; alles had bijgedragen om
+die te versterken--alleen zijn vrouw wilde zich niet voor hem buigen.
+
+En naarmate zij in hun samenleven elkaar leerden kennen, begreep hij,
+dat de kans steeds kleiner werd, dat zij zich zou buigen in bewondering
+en des te sterker wenschte hij te overwinnen.
+
+'t Zou toch ten slotte wel eens blijken, dat ze niets bereiken kon
+zonder hem; al haar overspannen ideeën zouden eens blijken te zijn
+wat ze waren: praatjes en groote woorden.
+
+Maar toch imponeerde ze hem. Die grenzenlooze vrijmoedigheid, die
+vaste, zekere blik, dien hij op zich voelde rusten, al was ze ook
+aan het andere eind van de kamer, zoo vaak hij handig en prettig
+een loopje met de waarheid nam;--dat alles drukte en irriteerde hem,
+omdat hij haar nooit aan het wankelen kon brengen.
+
+Alleen op éen punt had hij overwonnen; dat was in den strijd om
+Abraham. Maar tegelijk was er iets bij gekomen en dat was erger dan
+al het andere en had alles vernield.
+
+Want het geheim, dat hij zijn heele leven met inspanning van alle
+kracht had verborgen was dit: hij was jaloersch,--stil, verbeten
+jaloersch. Maar zooals zijn ijdelheid nooit bleek in iets wat ook
+maar in de verste verte op pralerij geleek, zoo vertoonde de duivel
+van zijn jaloezie ook nooit zijn bokkepoot in heftigheid en overijling.
+
+Hij herinnerde zich altijd een woord, dat hij in zijn jeugd gelezen
+had: een jaloersch man is altijd belachelijk; maar 't meeste als hij
+met een dolk komt aanloopen.
+
+Belachelijk te worden was voor Carsten Lövdahl het toppunt van
+menschelijke jammerlijkheid, en daarom had hij zich zelf eens voor
+al beloofd nooit met een dolk aan te komen.
+
+Dat kwam ook niet met zijn persoonlijkheid overeen; en hoe diep
+hij zich ook gekwetst kon voelen, en hoe onmiddellijk hij 't minste
+krenkende woord opmerkte, of wanneer hij op zij gezet werd, nooit
+kwam er maar een schaduw op zijn gezicht, die iemand opmerken kon.
+
+Daarom had hij van 't oogenblik af, dat zij getrouwd waren deze methode
+gekozen: te doen, alsof hij niets zag of begreep; hij was vriendelijk
+en voorkomend voor de jonge mannen, die zijn vrouw naderden, en in
+zijn spreken over hen vol lof--zoodat het haar zelf bijna verveelde.
+
+Tevens hield hij zich wat op den achtergrond; liet al het ridderlijke
+in zijn persoon goed uitkomen; hij week uit of was bij de hand; zoo
+bescheiden en trouw, dat de jonge vrouw, wier volle liefde hij nu
+eenmaal niet bezat, toch liever tot hem terugkeerde als een of andere
+verhouding haar begon te verontrusten. Ten slotte was hij het toch,
+waar ze 't beste op vertrouwen kon.
+
+Maar telkens als hij zulk een crisis had doorgemaakt, voelde Carsten
+Lövdahl, dat het een volgenden keer moeielijker werd. Dit was ook
+een van de redenen, waarom hij de hoofdstad verlaten had. Hier in de
+kleine stad ging het beter.
+
+Wel maakte de onderdirecteur Abel zijn bezadigde strijkaadjes,
+en dat ergerde den professor; maar in werkelijkheid was dat toch
+heel onschuldig.
+
+'t Was, alsof hij eindelijk rust zou krijgen van de slang, die aan
+zijn hart knaagde;--maar toen kwam Mordtmann.
+
+Al van dat onzalige diner, dat professor Lövdahl gegeven had, omdat
+hij vond dat het zijn plicht was, en omdat Mevrouw Wenche tot nu toe
+zoo onverholen haar onverschilligheid aan Mordtmann had getoond,--al
+van dien blik, waarmeê ze den jongen vreemde dankte voor zijn hulp in
+dat groote gesprek over de school,--van dat oogenblik af wist Carsten
+Lövdahl ook hoe het gaan zou,--dat wil zeggen: 't kwam niet in hem op,
+dat het zóó zou eindigen.
+
+Maar hij voorzag een nieuwe beproeving, en volgde zijn oude methode:
+hij nam aandeelen in de fabriek "Fortuna," ging in 't bestuur en
+noodigde Mordtmann uit met zijn vriendelijksten glimlach.
+
+Maar hij merkte al gauw zelf, dat het niet meer zoo gemakkelijk
+ging als vroeger. 't Werd hem bij den dag moeilijker zich te
+beheerschen. Niets ontging hem, hij wist en begreep alles; hij zag
+hun verhouding zich vestigen, groeien en groeien--lang vóór en veel
+duidelijker dan Mevrouw Wenche het zag.
+
+En hij kookte! 't Was hem onmogelijk langer comedie te spelen,
+terwijl zijn huis op 't punt stond in elkaar te storten. De oude
+methode hielp niet.
+
+Hij moest ingrijpen--of tegen den een of bij de andere.
+
+Hij stampte met zijn stok op den grond op dien avond, toen Mordtmann
+naar buiten kwam met dat geheele hartstochtelijke tooneel in zijn
+gezicht geschreven, zóó, dat de professor 't in één seconde gelezen
+had,--hij stampte met zijn stok op den grond, maar hij voelde op
+hetzelfde oogenblik, dat dit de laatste keer was dat hij het zoo
+kon doen.
+
+Een paar dagen had hij zoo rondgeloopen; maar vandaag was hij
+thuisgekomen om alles aan zijn vrouw te zeggen,--alles! zooals het van
+den eersten dag af was gegaan tot nu toe. Aan het verootmoedigende wat
+daarin gelegen was dacht hij niet meer; hij wilde zich beklagen,--daar
+had hij recht toe; hij wilde haar tot haar plicht roepen, haar plicht,
+dien ze als rechtschapen vrouw niet kon ontkennen, waar ze zich niet
+aan kon onttrekken.
+
+Maar toen trof het zoo ongelukkig,--die mededeeling, waarmeê ze hem
+tegemoet kwam,--zoo onaangenaam, zoo volkomen onverwacht. En toen
+verloor hij zijn kalmte, die hij met zooveel moeite bewaard had;
+hij was heelemaal buiten zich zelf toen hij haar die beleediging in
+het gezicht slingerde.
+
+Hij had haar willen zeggen,--hij kwam om haar te zeggen, dat hij haar
+niet langer vertrouwde; dat hij was begonnen aan haar te twijfelen;
+hij wilde haar waarschuwen, haar smeeken, of haar hard toespreken,
+al naar 't gesprek liep.
+
+Maar 't was verre van hem geweest haar te willen beleedigen. Dat haar
+hart van hem vervreemd kon worden--dat wist hij; en dat was immers
+zijn angst; maar dàt wist hij ook, dat zoodra het gebeurd was en de
+keus met bewustheid gedaan, dan zou ze uit zich zelf bij hem komen
+en het vertellen. Dat ze ontrouw zou zijn--op andere wijze--dat zou
+hij nooit in ernst van haar denken.
+
+En allerminst op dit oogenblik, nu hij daar in zijn sombere gedachten
+verdiept zat en haar aanstaarde.
+
+Ze lag daar zoo rein, zoo stil, zoo geheel zijn meerdere na 't
+volvoeren van haar besluit.
+
+Hij zat daar, en hij voelde, hoe ze op nieuw en nu afdoende overwonnen
+had.
+
+Want wat hem in haar oogen hoog gehouden had, was juist, dat hij trots
+alles wat zij lafheid en onwaarheid noemde, toch iets ridderlijks
+had bewaard, wat haar aantrok en waarvoor ze achting hebben kon.
+
+Maar nu had hij juist in hun laatste samenzijn het slechtste, wat er
+in hem was, laten zien, zich op zijn allerleelijkst vertoond--en met
+dat beeld was zij heengegaan.
+
+Hij kwam daartegen op met de diepste verbittering; zijn liefde voor
+haar was voor 't grootste gedeelte een brandende lust geweest om haar
+tot eerbiedige bewondering te brengen,--eerst dan was ook hij bereid
+tot bewonderen.
+
+Nu was hij onverbiddelijk geslagen, ze had hem volkomen veracht,
+had hem den rug toegekeerd en was heengegaan.
+
+Al zijn smart en teleurstelling, heel het overschot van zijn liefde,
+dat nog niet door zijn ijdelheid verslonden was, werd op dit oogenblik
+in haat tegen Mordtmann omgezet; dat zou voortaan zijn levensdoel zijn,
+hem op de knieën te dwingen, zich zelf en zijn nederlaag te wreken;
+iets anders bestond niet meer voor hem.
+
+Maar hij had Abraham vergeten, Abraham was er immers nog, haar zoon;
+en bij die gedachte werd zijn bitterheid iets verzacht. Hem zou hij
+toch tot bewondering kunnen dwingen; hij zou de liefde die zijn vader
+hem aanbood, met dank en wederliefde aannemen, hij zou hem liefhebben,
+zooals Carsten Lövdahl bemind wilde worden.
+
+Hij zou Abraham helpen zijn verdriet te dragen,--hij zou mogen treuren;
+maar tevens wilde hij hem ontwikkelen en vormen naar zijn beeld, hem
+zoo ver, zoo hoog brengen--zóó hoog als zijn liefde groot was. Dan
+zou de zoon hem ten minste schenken, wat hij van de moeder nooit had
+kunnen verkrijgen.
+
+De professor nam de lamp, om Abraham te wekken, en hem zoo voorzichtig
+mogelijk te zeggen, dat hij zijn moeder verloren had.
+
+De dienstmeisjes waren niet weer naar bed gegaan; ze wachtten met
+ongeduld, dat de dag zou aanbreken zoodat ze naar buiten konden
+komen en 't nieuws vertellen; onderwijl maakten zij den kachel aan
+en kookten koffie.
+
+Abraham had in den slaap gemerkt, dat de kachel in zijn kamer was
+aangelegd, en daarom had hij den indruk, dat het tijd werd om naar
+school te gaan.
+
+Toen hij nu door zijn vader gewekt werd, ging hij met een ruk overeind
+zitten en meende, dat hij zich verslapen had.
+
+"Is het al acht uur!"
+
+"Neen--mijn jongen!--'t is nog pas zes uur; maar ik maak je
+wakker, omdat ik iets heel treurigs te zeggen heb.--Je moet sterk
+zijn--Abraham!--en God bidden je kracht te geven; want we hebben
+van nacht allebei een groot verlies geleden. Je Moeder is plotseling
+ziek geworden--"
+
+"Is Moeder dood?" riep Abraham wanhopend en greep zich aan zijn
+vader vast.
+
+"Kalm nu, mijn jongen! je ziet, dat ik ook kalm ben; je moet
+het dragen als een man, hoe jong je ook bent. Och--Ja! Onze lieve
+Heer heeft ons beiden een zware beproeving opgelegd; je moeder werd
+vannacht plotseling ziek. 't Was een beroerte, die geen menschenmacht
+voorkomen of genezen kon, en nu--nu heeft zij het goed en wij beiden
+zijn alleen."
+
+Abraham was nog niet recht helder; hij greep haastig naar zijn kleeren
+in een vage behoefte om op te staan en bij zijn moeder te komen.
+
+"Neen, neen, Abraham, blijf nu stil liggen! 't is nog zoo vroeg,
+en je zult nog tijd genoeg hebben om te treuren, stakker!"
+
+"Maar Vader, Vader! Is 't wel zeker waar?" Abraham barstte uit in
+luid en heftig schreien en wierp zich in de kussens.
+
+Lang zat de vader aan 't bed en streelde zijn hoofd. Maar toen het
+schreien langzamerhand wat bedaarde, stond hij op:
+
+"Blijf nu liggen tot het licht wordt--Abraham--of zoo lang je wilt. Je
+hoeft niet naar school te gaan in deze dagen; ik kom gauw weer bij je."
+
+'t Was zoo wonderlijk, zoo onmogelijk om te begrijpen, dat Moeder
+dood was, onherroepelijk dood en weg, "dood," herhaalde hij halfluid
+in zich zelf.
+
+Hij zat overeind in het bed en staarde naar het roode punt in de deur
+van den kachel, tot de tranen hem weer te machtig werden, en hij ging
+weer liggen en schreide; hij hoefde niet naar school, dat was maar
+goed ook; hij schreide tot hij in slaap viel en hij sliep lang.
+
+Telkens als hij bijna wakker werd, kwam het hem voor, alsof hem iets
+heel akeligs wachtte; maar hij hoefde niet naar school en hij zette
+het van zich af.
+
+Zoodoende stond hij niet op voor elf uur. Zijn ontbijt was in zijn
+kamer gezet, terwijl hij sliep; maar hij kon niet eten; hij was als
+half bedwelmd.
+
+Abraham kwam eindelijk uit zijn kamer en wilde over de smalle gang
+naar de kamer van zijn ouders gaan,--maar de deur was afgesloten,
+zoodat hij door den keuken gaan moest.
+
+Daar verbaasde het hem eerst de kookvrouw te vinden, die gewoonlijk
+kwam als er een diner of souper gegeven werd. Ze was bezig met vleesch
+te schrappen en op het fornuis stond een groote pan soep te koken.
+
+Abraham ging de huiskamer binnen om in de slaapkamer te komen. In de
+kamers zag hij Mevrouw Bentzen en verscheiden andere dames, die hij
+kende. Ze waren allen in 't zwart, en over de tafels en stoelen lag
+veel wit goed. Overal rook het naar muskus. Niets drong helder tot
+hem door, vóór hij bij zijn moeders bed stond.
+
+Daar lag zij: nu zag hij het.
+
+"Moeder," zei hij heel zacht; "Moeder!" riep hij wat harder.
+
+Toen was het alsof hij stikken zou. Op eens begreep hij den
+onverbiddelijken dood. Hij kon niet schreien.
+
+Zijn vader kwam zachtjes binnen, en sprak vriendelijk tot hem. "Wij
+beiden, Abraham, moeten ons bij elkaar aansluiten. Zij heeft
+uitgestreden. Zie maar, hoe rustig zij daar ligt."
+
+Daarop nam hij hem voorzichtig meê uit de slaapkamer.
+
+Er was een liefderijke stemming en een stille gedempte drukte in
+huis. De witte gordijnen moesten hoe eer hoe beter voor de vensters
+gehangen worden [15], en 't huis was groot, met veel vensters aan
+de straat.
+
+Alleen in de spreekkamer van den professor mocht niemand komen. Daar
+zocht Abraham zijn toevlucht.
+
+Zijn vader zat telegrammen te schrijven, hield nu en dan op en
+zuchtte. Abraham keek naar buiten op de plaats, waar de herfstdag
+gelijkmatig troosteloos neerzeeg.
+
+De professor werd gestoord door een bleeken, zachtmoedigen man,
+dien Abraham kende als den aanspreker; en terwijl ze samen spraken,
+sloop hij weer naar de slaapkamer.
+
+Daar zat hij en staarde zijn moeder aan; hij schreide bijna niet,
+staarde maar als verlamd naar die bekende trekken, die hij maar niet
+in beweging kon brengen. Zouden de anderen zich toch niet kunnen
+vergissen? Stel je voor! Als zij zich nu eens naar hem toekeerde en
+zei: "Abbylief, ik ben niet dood."
+
+Zijn vader kwam weer binnen en vond hem daar; hij sprak wat met hem
+en bracht hem zachtjes de kamer uit.
+
+De professor sprak fluisterend in 't voorbijgaan een paar woorden
+met het mooie vrouwtje van den commissaris van politie; en kort
+daarna vroeg ze hem--'t moest van zelf heeten, maar Abraham begreep
+het best:--
+
+"Toe, kom eens hier en houd de trap vast, Abraham! en geef mij de
+spelden één voor één aan, wil je?"
+
+Zij stond op de trap en was met de gordijnen bezig.
+
+Abraham ging naar haar toe en hielp haar. De dames hielden hem om
+strijd bezig en overstelpten hem met lof, omdat hij zoo flink en
+handig was. En zoo ging de dag voorbij tot etenstijd.
+
+Toen begreep Abraham ook waarom de kookvrouw er was. Want in de
+groote kamer was een lange tafel gedekt; al de behulpzame dames zouden
+daar eten.
+
+Abraham ging op zijn gewone plaats zitten: maar toen hij de oogen
+opsloeg en zag, dat Mevrouw Bentzen naast hem zat voor de soepterrine
+en soep opschepte, barstte hij plotseling in luid schreien uit en
+moest van tafel worden weggebracht.
+
+En eerst toen voelde hij heel zijn verdriet voluit. 't Kwam over
+hem als een stortvloed: het grootst en bitterst verdriet, waarvoor
+geen troost te vinden is in zóó'n jong hart;--het overstelpend
+kinderverdriet, waarvan de volwassenen meenen, dat 't zoo gauw
+voorbijgaat, omdat er zooveel over héen groeit.
+
+Met een doordringende bitterheid, zooals geen ander verdriet heeft,
+boort dit zich diep in den bodem van het hart; en alles, wat daar
+later kan opgroeien, dat alles wortelt in die heilige smart.
+
+'t Leven en de tijd kunnen later wel buigen en wijzigen; maar een
+gemeenschappelijke stempel, een gemeenschappelijke pijnlijke plek zal
+er altijd zijn voor hen, die de eigenschap kregen, dat zij begrijpen
+en lijden kunnen, en dan dadelijk moeten beginnen met het allergrootst
+verlies--het eenige, dat nooit vergoed kan worden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERTIENDE HOOFDSTUK.
+
+
+De winter ging stil voorbij voor Abraham. Hij treurde en miste zijn
+moeder zoo smartelijk in het begin en zat menig avond in den hoek
+bij den kachel te schreien in de leege kamer.
+
+Maar zijn vader hield zich op allerlei manieren met hem bezig, en
+wandelde met hem, en liet hem zoo dikwijls hij lust had Broch en
+andere vrienden bij zich vragen.
+
+Alle menschen trouwens hielden zich met hem bezig; de heele stad
+stroomde over van medelijden met den armen moederlooze; ofschoon
+toch de meesten in hun hart dachten en in vertrouwelijke oogenblikken
+zeiden, dat 't misschien beter was zulk een moeder als Mevrouw Wenche
+niet te hebben.
+
+Haar plotselinge dood werd een treffend voorbeeld voor de gemeente;
+en velen, die in lang niet in de kerk geweest waren, kwamen nu opdagen
+om den predikant te hooren preeken over de onboetvaardigen, die door
+den dood te midden van hun zonde en weerbarstigheid overvallen worden.
+
+Prof. Lövdahl zat in zijn bank daarnaar te luisteren met die mooie,
+droevige uitdrukking op zijn gezicht en gevouwen handen. Abraham zat
+er ook en boog zijn hoofd, zoodat hij al die oogen niet ontmoette,
+die op hem gericht werden.
+
+Hij wist niet, wat hij van zijn moeder denken moest.
+
+Maar een indruk, die meer en meer opdook, was de gedachte, dat ze dus
+nu niet bij hem binnen zou komen op den morgen van zijn bevestiging,
+om hem in 't verhoor te nemen.
+
+Hij zag 't zoo duidelijk voor zich, hoe ze de deur in zou komen, met
+die oogen, waaraan geen ontkomen was. En wat moest hij antwoorden? Nu
+was die zorg voorbij; hij schaamde er zich over, dat 't hem een
+verlichting was als hij daaraan dacht. En toch was het zoo.
+
+De professor, die vroeger ook al bemind was, werd van nu af
+aan eenvoudig aangebeden. Van mond tot mond gingen de uitvoerige
+verhalen van dien vreeselijken nacht, toen hij wakker werd en zijn
+vrouw stervend vond, en allen waren gesticht door er op te letten hoe
+manlijk hij zijn verdriet droeg en hoe mooi het was, zooals hij zijn
+troost in den godsdienst zocht.
+
+Maar die laatste avond van Mevrouw Wenche werd nauwkeurig onderzocht;
+waar was zij geweest?
+
+De vrouw van den commissaris van politie kon al spoedig inlichtingen
+geven: zij was bij Mordtmann geweest,--wel maar heel kort, maar
+tien minuten worden al gauw twintig als ze wat gerekt worden. En dan
+ook--in korten tijd kan veel worden afgesproken. Mordtmann was dien
+zelfden avond naar Bergen vertrokken.
+
+De vraag--de vraag waar alles op neer kwam--was nu: "Waar was Mevrouw
+Wenche geweest van even over negenen tot over elven?"--Zie--dàt was
+het ergste: de boot naar Bergen ging eerst te middernacht.
+
+Maar toen moesten Mevrouw With èn Mevrouw Bentzen beiden bekennen,
+dat ze wisten--en heel, heel zeker wisten, want zij hadden beiden
+geïnformeerd, dat Mevrouw Wenche den avond had doorgebracht bij
+die zoogenaamde Mevrouw Gottwald, waar ze nu en dan een visite
+maakte--Mevrouw Wenche bemoeide zich nu altijd 't liefst met menschen,
+waar een steekje aan los was. Dit bedierf de combinaties van de
+vrouw van den commissaris van politie en maakte een eind aan de
+onderzoekingen. Mevrouw Gottwald had er zelfs bijgevoegd, dat Mevrouw
+Lövdahl zich dien heelen avond heel onwel gevoeld had.
+
+Laat op dien avond was Mevrouw Gottwald bij kleine Marius op het
+kerkhof geweest en toen ze naar de stad terug ging, zag zij Mevrouw
+Wenche bij den lantaarn, met een gezicht, dat zij nooit vergeten zou.
+
+Toen nu de geruchten begonnen te loopen, reeds op den volgenden dag,
+was er iets in Mevrouw Gottwald, dat alles begreep of vermoedde en
+zij zond dien kleinen leugen van haar winkel uit.
+
+Was niet Mevrouw Wenche de eenige geweest, die haar met eerlijke
+vriendelijkheid was te gemoet gekomen, zoodat die haar nooit drukte. En
+behalve dat was ze immers Abrahams moeder.
+
+Dat geen gerucht van den waren toedracht van de zaak opdook, was alleen
+doordat niemand op die gedachte kwam. En door de volkomen zekerheid
+van den professor, Dr. Bentzen, de dienstmeisjes en Mevrouw Gottwald
+bleef er geen reden tot twijfel over.
+
+Anders zou het immers een feest geweest zijn voor al die vrome harten
+en vlugge, onvervaarde tongen, om alles--wat dan ook! op het hoofd
+van die ongeloovige te laden--zij, die zich met vrijdenkers ophield
+en nooit naar de kerk ging.
+
+Maar--Goddank! er was nog genoeg op haar te zeggen; en Mevrouw Wenche
+kreeg een lang grafschrift, waarin niets vergeten werd.
+
+Dit alles vervulde zoozeer den atmosfeer in de stad, dat 't niet
+anders kon dan dat Abraham het dikwijls merken moest. Hij werd bang
+om den naam van zijn moeder te noemen en dat werkte storend op
+zijn verdriet,--vooral in dezen tijd, nu hij voor zijn aanneming
+werd voorbereid en twee keer in de week, behalve des Zondags,
+godsdienstonderwijs ontving.
+
+Hij was nu volkomen veranderd. En zelfs de rector moest toegeven,
+dat Abraham Lövdahl een leerling was, waar de school op alle manieren
+trotsch op wezen kon. Hij legde toen zijn tegenzin tegenover hem geheel
+af; en alle leeraren hadden al lang die geschiedenis met kleine Marius
+vergeten. Vlijtig en onderdanig sloop hij door de school naast Hans
+Egede Broch, en velen begonnen hem voor even knap te houden.
+
+Alleen onder de meest vertrouwde vrienden was hij de oude--ja, erger
+dan vroeger; en er gingen niet veel weken na zijn moeders dood voorbij,
+vóor hij weer het middenpunt in hun kring was.
+
+Allen waren over hem tevreden; maar de proost vooral! Was hij
+begonnen met wat antipathie tegenover dezen jongen man, dan was die
+nu overgegaan in de sterkste voorliefde.
+
+Dat was juist een jongen naar zijn zin: stil, bescheiden, en
+welgemanierd, ver in zijn kennis van 't Christendom als maar weinig
+anderen en daarenboven nog bezat hij een zeldzaam vermogen om een
+redeneering te volgen.
+
+"Hij moet absoluut in de theologie studeeren; hij heeft een
+buitengewoon helder hoofd," zei de proost vaak tegen den professor.
+
+"Ja, dat moet nu maar gaan zooals de Heer wil," antwoordde de
+professor. Hij vond--eerlijk gezegd--niet, dat de theologische studie
+iets voor zijn zoon was.
+
+Maar de proost was zóó met Abraham ingenomen, dat hij hem boeken
+leende en hem zelfs op een avond vroeg.
+
+'t Was met een wonderlijk gevoel, dat Abraham dat huis betrad, dat
+voor nog geen twee jaar het doel van zijn liefste wenschen omsloot,
+en waarheen hij zooveel liefdeblikken had opgezonden.
+
+Er was nog een heele schaar ongetrouwde dochters; zijn vroegere
+geliefde was op een na de oudste en was een jaar geleden met haar
+telegrafist getrouwd.
+
+Abraham zag haar terug met bruine vlammen in het gezicht en met een
+treurig figuur.
+
+Zijn droomenpaleis stortte ineen. Die ridderlijke tijd met den trouwen
+kleinen Marius aan zijn arm werd iets belachelijks, iets om zich over
+te schamen; en den volgenden dag lag Hans Egede Broch weer slap van
+lachen, toen Abraham een verhaal deed van den avond bij den proost
+en voorstellingen gaf van zijn vroegere liefde.
+
+Intusschen kwam Paschen en de dag van 't bevestigen al nader. Abraham
+zag vreeselijk tegen dien dag op, als tegen iets onaangenaams,
+dat nu eenmaal moest worden doorgemaakt; maar wat toch later nuttig
+werken zou.
+
+De professor nam de bevestiging van zijn zoon heel ernstig op.
+
+In het eenzame huis met die vele gedachten en herinneringen, die hem
+kwelden, kreeg hij lust zich te troosten en zijn zoon zoo gauw mogelijk
+volwassen te laten worden. Een kamer op de bovenste verdieping, met
+een alcoof werd gemeubileerd en voor Abraham ingericht, en zijn vader
+wilde volstrekt, dat hij in een rok naar de kerk zou gaan.
+
+Dat was geen gebruik meer. De aannemelingen waren nu zoo jong en klein,
+dat ze altijd in een buisje of kort jasje gingen. Abraham stribbelde
+zoo lang mogelijk tegen, omdat hij er zich voor schaamde.
+
+Maar de professor hield hem voor, dat hij immers ouder was dan de
+gewone aannemelingen en bovendien zooveel meer ontwikkeld en volwassen.
+
+Toen gaf Abraham toe; eigenlijk wilde hij ook wel graag een rok hebben;
+bovendien zou hij een gouden horloge met ketting krijgen, en de
+professor dacht er over hem spoedig verlof te geven om thuis te rooken.
+
+Maar op den morgen van den bevestigingsdag zelf, onmiddellijk vóór
+hij wakker werd, droomde Abraham, dat de deur openging en zijn moeder
+binnenkwam heel anders dan hij zich zoo vaak had voorgesteld.
+
+Hij stond op, verlegen, angstig. In de kerk luidden de klokken--voor 't
+eerst. Nu moest hij er heen, vooraan in de rij staan, zoodat de heele
+gemeente hem zien kon en die gelofte afleggen. En de oogen van zijn
+moeder, die oogen, die dwars door hem heen gingen, die hem volgden;
+hij voelde ze. Zij was gekomen om zijn oprechten biecht te hooren.
+
+Kon hij heengaan en die gelofte afleggen?
+
+De rok, waar hij zich op verheugd had, en die zoo mooi en nieuw was
+met het zijden gaas in de achterpanden, hinderde hem nu; hij legde
+die ter zijde.
+
+Hij was aan 't denken geraakt over al den ernst, die eigenlijk
+aan dezen dag besteed was. Hoe was het nu met hem gegaan? Was hij
+behoorlijk voorbereid--of stond het op zijn voorhoofd geschreven,
+dat hij een onwaardige was? een huichelaar en leugenaar, zou zijn
+moeder gezegd hebben.
+
+De proost had hen allen zoo innig vermaand gisterenmiddag, toen zij
+het geld brachten, om zich zelf ernstig te beproeven en zich voor te
+bereiden om voor het aangezicht des Heeren te treden.
+
+Abraham nam zijn nieuwe Testament en ging zitten lezen. Hij was zoo
+onder den indruk, dat hij klappertandde.
+
+Daar hoorde hij zijn vader uit zijn kamer komen.
+
+Abraham sprong op en trok zijn rok aan.
+
+De professor kwam binnen, geheel gekleed, met een breede witte das
+aan en zijn drie ridderorden in groot formaat. Niemand in de stad
+had er zoo veel:
+
+"Goeden morgen, mijn jongen. De Heer zegene dezen dag voor je."
+
+Daarop reikte hij hem een groot etui over, dat Abraham niet durfde
+opendoen.
+
+"Doe 't maar open. En doe aan wat er in zit. 't Is je horloge, voor
+je aanneming."
+
+Abraham deed het open; er lag een gouden horloge in, met ketting
+en medaillon; hij deed nu ook dit open; maar maakte op 't zelfde
+oogenblik een onwillekeurige beweging.
+
+Daar waren die doordringende oogen, die hem sinds zijn droom van dien
+morgen vervolgden.
+
+"Dat is van je moeder zaliger," zei de professor aangedaan en drukte
+hem aan zijn borst.
+
+Abraham dankte hem stamelend en maakte het horloge vast. Nu stond de
+rok ook beter; hij was lang en slank geworden; maar het gezicht was
+nog in de overgangsperiode, de neus te groot, en de huid niet zuiver.
+
+De professor zag hem intusschen met trots aan, en toen hij het nieuwe
+Testament opengeslagen op tafel zag liggen, klopte hij zijn zoon op
+den schouder:
+
+"Dat is goed! Ik zie dat je het ernstig opneemt, Abraham."
+
+Paschen viel in de eerste helft van April; en 't was toen de eerste
+zonnige dag, die wat warm was. De heele stad was op de been, de kerk
+vol, en velen stonden buiten om de aannemelingen te zien aankomen.
+
+Enkele moedige winkeljongens traden reeds op in geheel licht grijze
+zomerpakken met ronde gebogen mouwen en verbazend wijde broeken,
+die bij de laarzen nauw toeliepen; maar dat was al te vroeg, 't was
+nog ijskoud in de schaduw.
+
+Op de plaats vóór de kerk kwamen de aannemelingen bijeen uit alle
+straten; eerst de hoofdpersoon, dan de ouders en een paar broers
+of zusters.
+
+De meisjes met natte gladgekamde haren, met dunne, blonde vlechten
+in den nek, lange grijze of zwarte omslagdoeken schuin omgeslagen
+met de punt heel tot aan den rand van de jurk neerhangend, met
+smalle schouders en weinig rokken aan, alsof ze uit het water waren
+opgehaald. Een paar uit de hoogere standen kwamen in een rijtuig en
+hadden een Weener shawl om.
+
+Maar waren de meisjes klein en dun, de jongens waren nog kleiner;
+met buisjes en jasjes, waar de onmogelijkste plooien in zaten van
+achteren en van voren, met groote mutsen, die hun over de ooren hingen,
+alsof ze op 't punt waren als dompers neer te vallen.
+
+Met de handen over 't gezangboek gevouwen en de oogen stijf op de
+nieuwe laarzen gericht, liepen ze zoo zachtmoedig en godvreezend naar
+de kerk, alsof 't voor hen maar een kleinigheid was den duivel en al
+zijn daden en heel zijn wezen te verzaken.
+
+Maar het was maar goed, dat al hun goed op den groei gemaakt was,
+want al den volgenden dag waren 't heel andere kerels. En als men
+niet juist in de kerk geweest was en den proost had hooren verklaren,
+welk een diepe en ernstige verandering er door den heiligen geest
+in hen had plaats gehad, zou men die zachtmoedige en godvreezende
+jongelingen moeilijk herkend hebben in die bende halfdronken jongens,
+die den dag daarna de straten vulde,--trotsch en triomfeerend, omdat
+ze door 't oog van den naald gekropen waren en de pacht door den doop
+bevestigd hadden.
+
+Er ging een gemompel door de menigte buiten en in de kerk, toen
+Professor Lövdahl met zijn zoon aankwam. Dat stond ook heel anders dan
+al die kleine zachtmoedigen met hun buisjes aan. Abraham was bijna
+even groot als zijn vader, en dat mooie, licht grijzende hoofd en
+die drie ridderorden in groot formaat straalden uit over de gemeente.
+
+De heilige handeling begon. Abraham stond bovenaan, het dichtst bij
+het koor. Een enkelen keer zag hij op, maar ontmoette zóóveel blikken,
+dat hij dadelijk weer het hoofd boog als de anderen.
+
+Zij, die bovenaan stonden aan den kant van de meisjes, zagen doodsbleek
+en waren op 't punt van neer te zijgen van angst, dat ze niet zouden
+kunnen antwoorden op de vragen van den proost. De eene mompelde 't
+antwoord op de groote "watervraag" en de ander worstelde wanhopend
+met het derde artikel, waarmeê ze in de war gekomen was.
+
+Aan beide kanten was er spanning; maar een en ander van de godvruchtige
+jongelingen dacht ook wel: "Het kan mij niet schelen hoe het verder
+gaat, ik sta al vast hier."
+
+Abraham was niet bizonder bang voor het vragen zelf, toch voelde hij
+zich sterk beklemd.
+
+Zij lieten hem niet los, de oogen uit den droom, hij stond te beven
+en het was hem geen troost langs de rijen naar de anderen te zien.
+
+Als nu eens een stem--b.v. een stem als die van zijn moeder, plotseling
+door dit heele spiegelgevecht heenklonk, alles bij den naam noemde, de
+comedie blootlegde, die zij allen met elkaar speelden;--of hem noemde,
+hem die daar bovenaan stond--op het punt van te liegen? Was hij dan
+de eenige leugenaar, de eenige huichelaar onder enkel oprechten?
+
+Hij dacht aan dezen en genen in de rij van de jongens en aan vele
+anderen; de ergste kon hij niet wezen; maar toch was alles in hem
+pijnlijk in oproer, en hij begreep niets van de gezangen, die hij
+mee-zong. Maar nu kwam de proost langzaam uit het koor om met het
+ondervragen te beginnen. Zijn gezicht was ernstig en nadenkend,
+terwijl hij nog onder het loopen een blik in zijn altaarboek wierp,
+waarin losse bladen geplakt waren met namen en getallen.
+
+Het was ook geen kleinigheid, het overhooren zoo te regelen, dat ieder
+zijn vraag kreeg, zonder dat iemand in de gemeente, of de kapelaan
+in de predikantenbank al te groote sprongen merkte.
+
+Maar toen hij voor Abraham stond, helderde zijn gezicht op; hier
+behoefde hij in ieder geval niet bang te zijn om te vragen naar wat
+dan ook; en hij koos daarom wat hem het eerst inviel.
+
+"In welken persoon in God gelooft gij, mijn waarde Abraham Lövdahl,
+volgens het tweede artikel?"
+
+"In den zoon Jezus Christus," antwoordde Abraham, zeker van zijn zaak.
+
+Toen de proost hem naderde beefde hij over het heele lichaam,
+maar zoodra de eerste vraag kwam richtte hij zich dadelijk op. De
+dagelijksche oefening in het ondervraagd-worden ontnam aan dit
+oogenblik al het plechtige, wat hem zoo juist bijna overweldigd
+had. Van nu af aan antwoordde hij vlug en duidelijk met de oogen op
+den proost gericht.
+
+"Is het van groot gewicht Christus te kennen?"
+
+"Ja, er is geen verlossing in iets anders, want er is ook geen andere
+naam onder den hemel aan de menschen gegeven door welke wij verlost
+kunnen worden."
+
+"Heeft Christus niet alle menschen verlost?"
+
+"Ja, Hij gaf zich zelf tot verlossing en schulddelging voor allen."
+
+"Maar worden dan niet velen verdoemd?"
+
+"Ja voorwaar," antwoordde Abraham flauw, en zijn oogen gleden neer
+langs de plooien van de lange toga van den proost.
+
+"Maar wat is dan de oorzaak van hun verdoemenis?"
+
+"Hun eigen onboetvaardigheid en ongeloof."
+
+"Zeer juist, mijn jongen vriend; dat is hun eigen onboetvaardigheid
+en ongeloof," herhaalde de proost tevreden; hij wilde nu het leerboek
+verlaten en een van zijn theologische uitstapjes ondernemen om recht
+met zijn beste aannemeling te schitteren: "Blijkt eens menschen
+ongeloof altijd in booze, goddelooze handelingen?"
+
+"Neen,--niet altijd," antwoordde Abraham zonder op te zien.
+
+"Niet altijd, dat is waar," herhaalde de proost en liet zijn oogen
+over de gemeente glijden om te genieten van de bewondering, die zijn
+lieveling wekken moest.
+
+Maar de proost schrikte; het was ademloos stil in de kerk, allen
+rekten de halzen uit en zagen Abraham aan, maar niet met bewondering,
+het was eerder een boosaardige, wreede nieuwsgierigheid.
+
+En op eens ging den proost een licht op; daar zat nu de heele gemeente
+en meende, dat hij met de vragen aan Abraham op diens moeder doelde.
+
+De proost zag in zijn eersten schrik naar den professor en toen naar
+Abraham; zij ook geloofden het allebei. Professor Lövdahl hield zijn
+oogen stijf op den proost gericht en Abraham was als het ware in één
+gezonken; hij verborg zijn gezicht in zijn zakdoek en zag er uit,
+alsof hij in den grond wilde kruipen.
+
+De proost kwam zóó in de war en was zóó ongelukkig over zijn misgreep,
+dat hij heelemaal niet meer wist hoe hij het had. Men zou niets kunnen
+bedenken dat minder op hem leek, niets dat minder in zijn bedoeling kon
+liggen, dan onaangenaam of hinderlijk te zijn voor zijn lieveling--en
+dat nog wel voor den zoon van Professor Lövdahl.
+
+In zijn verwarring wist hij niet beter te doen dan zijn hand op
+Abrahams schouder te leggen en een lofrede op hem te beginnen.
+
+"Het is mij een genoegen, ja een vreugd voor mijn hart geweest,"
+zei hij met warmte, "U, mijn lieve Abraham Lövdahl, voor de heilige
+handeling van dezen dag voor te bereiden.
+
+"Zelden heb ik een jongeling ontmoet, die zóó begaafd was, zoo heerlijk
+toegerust met de beste eigenschappen van hoofd en hart en ziel. En
+nu gij als volwassen lid van de gemeente toetreedt, hoop en vertrouw
+ik zeker, dat gij ons ouderen tot vreugde en stichting zult worden
+en voor de jongeren een goed en navolgingswaardig voorbeeld."--
+
+Dit nu was iets volstrekt ongehoords! De kapelaan, Pastor Martens,
+grinnikte wat achter het groene gordijn in de predikanten-bank,
+en de geheele gemeente luisterde aandachtig. Maar de vele oogen,
+die op Abraham gericht waren, werden toch zachter hierna. Het deed
+hun allen goed uit den mond van den proost te hooren, dat er nog hoop
+was dezen zoon van de verloren moeder te redden.
+
+Zelf wist hij niet hoe hij zich houden moest. Waarom moest hij
+geprezen worden boven alle anderen? Dit kon nooit goed gaan! De
+proost veegde zijn voorhoofd af en ging verder langs de rijen. Zijn
+eerste tegenspoed maakte hun dubbel attent, en het overhooren ging
+schitterender dan ooit.
+
+De kapelaan boog zich voorover en hoorde met stijgende verbazing
+de goede antwoorden van de onmogelijkste idioten, die hij zelf had
+opgegeven, maar hij viel bijna achterover in zijn bank, toen Osmund
+Asbjörnsen Sauamyren in zijn zingend boerendialekt zijn stem verhief
+en zijn groote bravouraria over de genademiddelen des Evangelies
+voordroeg.
+
+Het duurde eindeloos lang, eer de twee rijen overhoord waren; een
+van de jonge dames met de mooie shawls om werd onwel en moest naar
+de consistorie-kamer om wat water te drinken.
+
+Langzamerhand overwon de vermoeidheid ook Abraham's onrust en angst;
+hij begon zich veiliger te voelen, de doordringende oogen zag hij niet
+meer; daarentegen louter welwillende gezichten; en toen hij eindelijk
+aan de plechtige belofte toe was, was zijn gevoel volkomen stomp.
+
+"Geef dan den Heer uw hart en mij uw hand," zei de proost ernstig en
+zacht, en Abraham reikte hem de hand; die van den proost was zacht
+en glad en gaf hem een warmen, vertrouwelijken handdruk.
+
+Eindelijk was de heilige handeling ten einde; die had van 's morgens
+negen uur tot 's middags drie uur geduurd; zóóveel aannemelingen
+waren er en zoo grondig deed de proost het.
+
+De bleekzuchtige, jonge dames in de mooie shawls moesten half naar
+den wagen gedragen worden; de smalgeschouderde meisjes met de gele
+staartvlechtjes zagen er nog steeds uit, als of ze uit het water
+kwamen en de zachtmoedige, godvreezende jongelingen staarden nog
+vromer en ootmoediger naar hun nieuwe laarzen.
+
+De kookvrouw bij Professor Lövdahl was wanhopend en 't was de
+laatste maal--dit zwoer zij met een duren eed--dat ze naar een
+aannemelingenpartij ging.
+
+Driemaal had ze nu al aardappelen gekookt, verleid door valsche en
+overijlde berichten van de door haar uitgezette wachtposten.
+
+De gasten, waaraan de uitnoodiging gericht was om te komen: "na
+afloop van de godsdienstoefening" liepen rond in den tuin en buiten
+op de markt, of ze zaten zich in de kamers te vervelen, met allerlei
+heilwenschen aan het adres van Proost Sparre, die nooit het einde
+kon vinden.
+
+'t Was over half vier eer men eindelijk aan tafel kwam in de groote
+kamer. Abraham aan 't hoofd van de tafel, met zijn vader aan de
+rechterhand en den proost aan de linker; verder alleen oudere heeren
+en Hans Egede Broch, die als Abraham's beste vriend was uitgenoodigd.
+
+'t Waren de rector en de meeste van Abraham's leeraren; de ambtman
+en de burgemeester, de andere ambtenaren en de doktoren uit de stad,
+een twintigtal uitverkoren vrienden en collega's van den professor.
+
+Abraham kon in 't eerst niet op zijn gemak komen als hoofdpersoon
+in dit waardig gezelschap; maar naarmate ze wat warm door den wijn
+werden, ging het beter en werden ze allen gezelliger.
+
+'t Was de eerste groote partij, die de professor na den dood van
+zijn vrouw gaf, en allen waren blij, dat ze weer bijeen waren in het
+gastvrije huis. Professor Lövdahl was zelf een groot liefhebber van
+conversatie en werd al spoedig opgewekt.
+
+Er was nog iets, dat de stemming verhoogde, het gezelschap was goed
+gekozen; geen wanklank was mogelijk, men kon zelfs over politiek
+spreken; en nadat de proost en de rector elk hun toast op Abraham
+uitgebracht hadden, werd er op den koning, de koningin, den kroonprins,
+de kroonprinses, de koninklijke familie, het heele koninklijke huis,
+de Unie en Zweden gedronken onder eenstemmig gejubel.
+
+Ze werden steeds vroolijker; allen trokken een lijntje met Abraham, en
+Broch en hij wisselden nu en dan een blik over de vroolijkheid van de
+oude heeren. De blinde darm en het stekelvarken zaten met elkander te
+lachen en te fluisteren over een karaf oude Madera, en na tafel trok de
+onderdirecteur Abel zijn jongen vriend met een glas Curaçao in een hoek
+en sprak over zijn heerlijke moeder, tot hij van aandoening schreide.
+
+Het gezelschap ging vrij vroeg op den avond uiteen; want omdat ze
+naar aanleiding van zooiets ernstigs bijeen waren, werd er geen
+kaart gespeeld.
+
+Toen zij alleen waren--vader en zoon--sprak professor Lövdahl:
+
+"Ja, nu--goedennacht, mijn lieve Abraham.--Je zult wel moe zijn. Je
+bent nu het leven ingetreden als volwassen man, en ik kan naar waarheid
+zeggen, dat ik over je tevreden ben. Hoe het je verder in de wereld
+gaan zal, ligt zeer zeker--zooals de proost zei--in 's Heeren hand;
+maar 't hangt ook voor een groot gedeelte van je zelf af.
+
+"De natuur heeft je in alle opzichten goed toegerust: je bent geboren
+op een gelukkig gekozen plaats in de maatschappij; je zult mettertijd
+over een vermogen beschikken--groot genoeg naar onzen stand, en ik,
+je vader, heb een invloed, die je ten goede kan komen, welken weg je
+ook kiest.
+
+"Je bent dus een van hen, die ver, héél ver komen kunnen en moeten in
+de maatschappij.
+
+"Maar--er is nog één punt, dat ik nu moet aanroeren--ik hoop, dat het
+voor het laatst tusschen ons ter sprake zal komen;--er is nog maar
+één punt, dat me zorg geeft.
+
+"Er is een neiging, die voor een paar jaar bij je tot een uiting
+kwam,--je weet wel bij welke gelegenheid. Welnu, het is Goddank! beter
+gegaan dan het toen scheen te kunnen worden: je hebt je dwaling
+ingezien, en je hebt later--voor zoover ik heb kunnen nagaan--je fout
+hersteld. Maar laat mij toch op dezen voor jou zoo gewichtigen dag
+je waarschuwen voor dat, wat misschien je nog in 't bloed zit.
+
+"Er is--zie je--in iedere maatschappij, zelfs in de best geordende--een
+misnoegd element, een zaksel, een klein troepje, samengesteld voor
+de helft uit dweepers, voor de helft uit misdadigers, menschen zonder
+geweten, zonder ware vaderlandsliefde, zonder God!
+
+"Waar je ook in de wereld komt, overal zul je zulke menschen vinden.
+Zij komen--en daarom waarschuw ik je juist--ze komen meestal als de
+beschermers der onderdrukten met mooie woorden over 'de kleinen
+tegenover de grooten' en iets dergelijks.
+
+"Zie je, Abraham,--die menschen zijn het juist, waar je voor oppassen
+moet; want dat zijn de schadelijke dieren in de samenleving, die het
+volk bederven, en voortdurend trachten de maatschappij te ondermijnen.
+
+"En ik--ik, als je vader, ik geef er je hierbij mijn woord op, dat
+er achter al wat deze menschen zeggen en doen, bewuste leugen en
+slechtheid, hoogmoed en heerschzucht schuilen.
+
+"En als je naar hen luistert, dan stort je jezelf zeer zeker in het
+verderf.
+
+"Nu kun je kiezen tusschen je vader en... je... en,... en die anderen."
+
+De professor was zoo heftig geworden, dat hij zich bijna versproken
+had; maar Abraham reikte hem beide handen, en zei: "Ik kies U, Vader!"
+
+Dat zei hij ernstig en met overtuiging. Zijn onrustige stemming van
+dien morgen was nu geheel overwonnen. De openlijke lof in de kerk,
+het feest en de volwassen mannen, die hem in hun midden opnamen en
+nu ten slotte die toespraak van zijn vader maakten, dat hij zich
+rustig en veilig voelde; hij zag zich zelven reeds onder de besten,
+en zijn leven in glans en eere.
+
+Toen hij was heengegaan, zag Carsten Lövdahl vergenoegd om zich
+heen in de kamer. In de oogen van Abraham had hij de liefde en de
+bewondering gelezen, die hij zocht. En hij voelde zich gelukkig.
+
+Eindelijk had hij in zoover overwonnen: zijn zoon zou hem geven,
+wat de moeder hem onthouden had; en dat verzachtte eenigszins de
+pijnlijke bitterheid in de herinnering aan haar.
+
+Maar Abraham spoedde zich naar boven, de horlogeketting rammelde
+zoo mooi, als hij zich maar even bewoog. Hij verheugde er zich op,
+te zien, hoe zijn mooie kamer er uit zou zien bij licht en ook op
+het optrekken van zijn klok.
+
+Maar toen hij de kaarsen had aangestoken stond er een groote bouquet
+van de prachtigste, zeldzaamste bloemen op tafel.
+
+Abraham greep verrast en blij naar het kaartje, dat tusschen de bloemen
+gestoken was; maar hij liet het weer vallen alsof hij er zich aan
+gebrand had. Zijn gezicht werd gloeiend rood en hij wendde zich af,
+alsof hij zich schaamde.
+
+Op het kaartje had Mevrouw Gottwald met een onvast dameshandje
+geschreven: "Van kleine Marius."
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Roman over het verstikkende leven op een Noorse middelbare school.
+
+[2] Grieksch: de Onderwereld.
+
+[3] Madvig: Leerboek der Latijnsche taal.
+
+[4] Mensa: tafel, het eerste woord, dat men in 't Latijn leert
+verbuigen.
+
+[5] Parnassus: de berg der Grieksche Goden, hier: zetel der Klassieke
+Geleerdheid.
+
+[6] n.l. 't dialect van de stad Bergen in Noorwegen.
+
+[7] Schrijver van de Noorsche Koningssagen en de jongere Edda.
+
+[8] Voorstanders van de "landstaal," 't zoogenaamde "nieuwe Noorsch,"
+verschillend van 't Deensch.
+
+[9] Bovenaardsche wezens, die de strijders in den slag beschermden
+bij de oude Noren.
+
+[10] Vervoegingsvormen der klassieke werkwoorden.
+
+[11] Een godsdienstige secte in Noorwegen, gesticht door Hans Nielsen
+Hauge (1771-1824.)
+
+[12] Grammaticale vorm in 't Latijn.
+
+[13] In Noorwegen dragen de kinderen vóór den naam van den vader die
+van de moeder. Ook de vrouw draagt haar eigen naam vóór dien van haar
+man. Mevr. Lövdahl heet officieel W. Knorr Lövdahl.
+
+[14] In Scandinavië worden de kinderen op hun veertiende jaar
+aangenomen.
+
+[15] Bij een sterfgeval worden in 't Noorden witte gordijnen voor de
+vensters gehangen.
+
+
+
+
+
+
+
+WERELD-BIBLIOTHEEK
+
+EERSTE JAARGANG
+
+
+Serie A. Letterkunde:
+
+Romans en Novellen:
+
+
+No. 1 en 2. HISTORIE VAN MEJUFFROUW SARA BURGERHART. Door
+E. Bekker en A. Deken, met portret, gravures en Inleiding door
+Prof. dr. L. Knappert.
+
+No. 5 en 6. ALBERT VERWEY. Inleiding tot de nieuwere
+Nederl. Dichtkunst, (1880-1900) met aanhalingen uit de voornaamste
+werken.
+
+No. 15. CHARLES DICKENS. Een Kerstlied in Proza, uit het Engelsch
+door J. Kuylman.
+
+No. 17 en 18. G. v. HULZEN, Getrouwd. Een Roman.
+
+No. 20. GRAAF LEO TOLSTOJ. Iwan de Dwaas en andere vertellingen. Uit
+het Russisch vertaald door J. Brandt en Dr. D. C. Hesseling, met
+portret.
+
+No. 22. M. SCHARTEN-ANTINK. Sprotje.
+
+No. 24 en 25. H. G. WELLS. Godenvoedsel en hoe het op aarde kwam,
+uit het Engelsch door J. Kuylman.
+
+No. 30. HONORE DE BALZAC. Het gevloekte kind. Vertaling en Inleiding
+van C. en M. Scharten-Antink en portret.
+
+No. 33. S. FALKLAND. Kleine Vertelsels.
+
+
+
+Boeken voor Jongeren:
+
+
+No. 7. ALADDIN EN DE WONDERLAMP, door J. W. Gerhard, met 24
+illustraties.
+
+No. 8. ALI BABA EN DE VEERTIG ROOVERS, idem.
+
+No. 9 en 10. JUDITH GAUTIER. Gedenkschriften van een Witten Olifant,
+met 11 illustraties; vert. J. Kuylman.
+
+No. 11 en 12. CHARLES KINGSLEY. De Waterkindertjes, door
+M. v. Eeden-v. Vloten, met 7 illustraties; van G. v. d. Wall-Perneé.
+
+
+
+Tooneelstukken en kunst:
+
+
+No. 4. HENRIK IBSEN. Steunpilaren der Maatschappij. Vert. F. Kapteyn,
+met Inleiding van L. S.
+
+No. 16. MOLIÈRE. Schelmstreken van Scapin. Vert. S. J. Bouberg Wilson.
+
+No. 19. FRIEDRICH HEBBEL. Maria Magdalena. Vertaling van Louis Landry.
+
+No. 21. WILLIAM SHAKESPEARE. Coriolanus. Vertaling Dr. Edw. B. Koster.
+
+No. 28 en 29. F. SCHMIDT-DEGENER. Rembrandt Harmensz. v. Rijn, zijn
+leven en werk, met 32 auto-typieën op plaatpapier.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF ***
+
+***** This file should be named 32306-8.txt or 32306-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/2/3/0/32306/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team for Project Gutenberg at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/32306-8.zip b/32306-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..6f3b09f
--- /dev/null
+++ b/32306-8.zip
Binary files differ
diff --git a/32306-h.zip b/32306-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..4e1db13
--- /dev/null
+++ b/32306-h.zip
Binary files differ
diff --git a/32306-h/32306-h.htm b/32306-h/32306-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..aac9f42
--- /dev/null
+++ b/32306-h/32306-h.htm
@@ -0,0 +1,7962 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2010-08-01T12:05:55.576+02:00. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>Vergif</title>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content=
+"Alexander Lange Kielland (1849&ndash;1906)">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Alexander Lange Kielland (1849&ndash;1906)">
+<meta name="DC.Title" content="Vergif">
+<meta name="DC.Date" content="2010-05-09">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC.Rights" content=
+"Dit boek is vrij van auteursrechten in de Verenigde Staten. Als u elders woont, controleer dan de wetgeving in uw land voordat u dit boek download.">
+<meta name="DC.Identifier" content=
+"http://www.gutenberg.org/etext/32306">
+<meta name="DC:Subject" content="Schoolleven">
+<meta name="DC:Subject" content="Vertalingen (vorm)">
+<meta name="DC:Subject" content="Romans (teksten)">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/***** Titlepage *****************************************************/
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/***** End Titlepage *****/
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+p.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+p.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/****** Tables ******/
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/****** Poetry ******/
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/***** Drama *****/
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/***** End Drama *****/
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/****** Font Styles and Colors *****/
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/***** End Font Styles and Colors *****/
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/***** External Links *****/
+.pglink
+{
+background: url(images/book.png) center right no-repeat;
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background: url(images/card.png) center right no-repeat;
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink
+{
+background: url(images/external.png) center right no-repeat;
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd20e101width
+{
+width:477px;
+}
+.xd20e107
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e116width
+{
+width:435px;
+}
+.xd20e148
+{
+background: url(images/id075.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e148init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/id075.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e179
+{
+background: url(images/ik008.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e179init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/ik008.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e362width
+{
+width:192px;
+}
+.xd20e754width
+{
+width:183px;
+}
+.xd20e762
+{
+background: url(images/ib036.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e762init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/ib036.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e816
+{
+margin:0px auto; display:table;
+}
+.xd20e1202
+{
+background: url(images/ie054.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e1202init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/ie054.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e1610width
+{
+width:101px;
+}
+.xd20e1716width
+{
+width:157px;
+}
+.xd20e1724
+{
+background: url(images/im086.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e1724init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/im086.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e2088
+{
+background: url(images/ih112.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e2088init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/ih112.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e2255width
+{
+width:92px;
+}
+.xd20e2543
+{
+text-indent:2em;
+}
+.xd20e2583width
+{
+width:135px;
+}
+.xd20e2591
+{
+background: url(images/ia130.png) no-repeat top left;
+}
+.xd20e2591init
+{
+float: left;
+width: 120px;
+height: 120px;
+background: url(images/ia130.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd20e3405width
+{
+width:235px;
+}
+.xd20e3737width
+{
+width:147px;
+}
+.xd20e4091
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e4261width
+{
+width:720px;
+}
+.xd20e4268width
+{
+width:473px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vergif
+ Een Roman uit het Noorsch
+
+Author: Alexander Kielland
+
+Translator: Margaretha Meijboom
+
+Release Date: August 1, 2010 [EBook #32306]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team for Project Gutenberg at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e101width"><img src="images/cover.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke voorkant." width="477" height="720"></div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar xd20e107">Vergif <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e109" href="#xd20e109" name="xd20e109">2</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar xd20e107">Typ. Gebr. Binger, Amsterdam. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e113" href="#xd20e113" name=
+"xd20e113">3</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e116width"><img src="images/titlepage.png" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina." width="435" height="720"></div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">Wereld Bibliotheek</div>
+</div>
+<div class="byline">Onder leiding van L. Simons<br>
+<span class="docAuthor">Alexander Kjelland</span></div>
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">Vergif</div>
+<div class="subTitle">Een roman uit het Noorsch</div>
+</div>
+<div class="byline">Vertaald door<br>
+<span class="docAuthor">Marg. Meyboom</span></div>
+<div class="docImprint">Uitgegeven door de Maatschappij voor Goede en
+Goedkoope Lectuur&mdash;Amsterdam</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e144" href="#xd20e144" name=
+"xd20e144">5</a>]</span></p>
+<div id="pre" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o005.png" alt="Voorwoord" width=
+"468" height="136"></div>
+<h2 id="xd20e146" class="main">Voorwoord</h2>
+<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>eze roman van
+Kjelland is vroeger in het Nederlandsch vertaald. Maar onder den geheel
+misleidenden titel: <b>GETROUWD</b>. De Noorsche titel <b>GIFT</b>
+k&agrave;n wel <span class="letterspaced">Getrouwd</span> beteekenen;
+doch hier was niet een verleden deelwoord, doch het zelfstandig
+naamwoord <span class="letterspaced">Vergif</span> bedoeld.</p>
+<p>Het <span class="letterspaced">Vergif</span> van de verkeerde
+opvoeding op school &egrave;n in huis, die de jeugd bederft.</p>
+<p>Deze roman is meer dan 20 jaar oud; maar hij is in zijn
+menschteekening en zijn aanval op geestdoodende klassieke schoolvorming
+en op de, alle nobele opwellingen smorende kleingeestige vormelijkheid,
+behoudzucht, lafheid, vrees en huichelachtigheid nog even frisch als
+toen Kjelland hem schreef.</p>
+<p>In ons land is dezelfde strijd ook niet volstreden, sluimert hij
+langer dan goed is voor onze jeugd. Ook daarom lijkt ons het nieuw
+bekend maken van dit frissche en geestige en tegelijk zoo tragische
+werk een daad om gaarne te verrichten.</p>
+<p class="signed"></p>
+<p>Red. W. B. <span class="pagenum">[<a id="xd20e174" href="#xd20e174"
+name="xd20e174">7</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Eerste hoofdstuk."
+width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e177" class="main">Eerste hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e179"><span class="xd20e179init">K</span>leine Marius zat
+zoet en stil in de bank. Zijn te groote donkerbruine oogen gaven zijn
+bleek gezichtje een uitdrukking alsof hij verschrikt was; en als hem
+onverwacht iets gevraagd werd kreeg hij een kleur als vuur en
+stotterde.</p>
+<p>Kleine Marius zat in op &eacute;en na de achterste bank, met een wat
+krommen rug; want er waren geen leuningen aan de banken en het was
+streng verboden tegen den lessenaar van de volgende bank te leunen.</p>
+<p>Zij hadden aardrijkskunde van elf tot twaalf uur op een warmen
+Augustusdag na de vacantie. De zon scheen in den tuin van den rector en
+op de vier groote appels aan zijn <span class="corr" id="xd20e185"
+title="Bron: appelboomje">appelboompje</span>. De blauwe gordijnen
+waren voor &rsquo;t eerste venster neergelaten, maar voor &rsquo;t
+andere had Abraham een vernuftig bedachte zonnewijzer van inktstrepen
+in de vensterbank gemaakt. Hij telegrafeerde juist aan de vragers in de
+klasse, dat het over halftwaalf was.</p>
+<p>&bdquo;Welke steden zijn er nog meer?&rdquo; vroeg de leeraar
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e190" href="#xd20e190" name=
+"xd20e190">8</a>]</span>van den katheder en blies in een veeren pen.
+Hij was een specialiteit in &rsquo;t snijden daarvan; en in alle
+klassen, waar hij les gaf, lag een sierlijke verzameling veeren pennen,
+die niemand anders dan de Rector gebruikte.</p>
+<p>Toch had de leeraar, die Borring heette, moeite ze in orde te
+houden. Want het gebeurde vaak, dat de een of andere ontaarde leerling
+de pennen verzamelde in &rsquo;t vrije kwartier, ze in een inktkoker
+stak en er zoolang mee omroerde in &rsquo;t zwarte sop, dat de punten
+naar alle kanten uitstaken en de schachten vol inkt zaten.</p>
+<p>Als dan daarna Borring in de klasse kwam en riep: &bdquo;Neen maar,
+groote hemel! wie heeft mijn pennen vernield?&rdquo;&mdash;dan klonk
+het antwoord vast en eenstemmig uit de heele klasse: &bdquo;Meneer
+Aalbom!&rdquo;</p>
+<p>Want het was bekend, dat de Heeren Borring en Aalbom elkander
+haatten met een innigen haat.</p>
+<p>Borring schrapte de penneschachten af en blies de fijne, witte en de
+van inkt doortrokken spiraaltjes van den katheder weg.</p>
+<p>&bdquo;Nog meer steden.&rdquo;&mdash;Hij mompelde even een zegenbede
+aan &rsquo;t adres van Aalbom, &bdquo;meer steden! nog meer!&rdquo;</p>
+<p>Geen ander geluid werd in de klasse gehoord, want de achterste bank
+moest vandaag een beurt hebben en daar antwoordde nooit iemand.</p>
+<p>Dat wist ook iedereen; maar voor de orde kregen ze toch eens in de
+maand een beurt, opdat ze hun 4 op de lijst zouden kunnen halen.</p>
+<p>En de vier of vijf jongens, die daar zaten, zagen er ook niet uit
+alsof ze er veel om gaven of ze &agrave;l of niet konden antwoorden.
+Daarom was er niemand op de voorste banken, die lust had gevaar te
+loopen door hun iets in te fluisteren. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e209" href="#xd20e209" name="xd20e209">9</a>]</span></p>
+<p>Alleen hij, die juist een beurt had, zat onrustig aan zijn atlas te
+friemelen, die dicht voor hem lag. Want onder &rsquo;t overhooren moest
+hij, die een beurt kreeg en zij, die naast hem zaten, hun atlassen
+dicht slaan.</p>
+<p>&bdquo;Met een kaart v&oacute;&oacute;r je is er geen kunst aan
+aardrijkskunde,&rdquo; zei Borring.</p>
+<p>Tegen zijn gewoonte in had hij een beetje geleerd, de lange Tolleiv;
+&rsquo;t was over de steden in Belgi&euml;; hij had zijn les thuis twee
+keer overgelezen en eens in de school.</p>
+<p>Maar die stilte, telkens als Borring weer gezegd had: &bdquo;Meer
+steden,&rdquo; de heel vage herinneringen aan de Belgische steden, die
+na Brussel kwamen, en het ongewone voor hem, dat hij antwoorden
+zou,&mdash;dat alles snoerde hem den mond, hoewel hij heel zeker nog
+&eacute;&eacute;n stad wist;&mdash;hij zat den naam in zich zelf te
+noemen, maar hij durfde zijn mond niet open doen; misschien was
+&rsquo;t wel heelemaal mis en zou hij als gewoonlijk door allen worden
+uitgelachen; &rsquo;t was maar &rsquo;t best te zwijgen.</p>
+<p>De anderen op de achterste bank wachtten kalm en onverschillig hun
+lot af. &rsquo;t Waren de grootste en sterkste jongens van de klasse;
+zij dachten er over om naar zee te gaan en gaven geen steek om hun
+rapport. Er was maar &eacute;&eacute;n van hen, die zijn
+aardrijkskunde-boek nam en &rsquo;t onder de tafel hield om nog wat van
+de steden in Belgi&euml; te leeren en van wat daarop volgde.</p>
+<p>Kleine Marius zat zoo zoet in zijn bank. Zijn groote oogen volgden
+den leeraar oplettend, terwijl hij met iets onder den tafel bezig was;
+het leek wel, dat hij ergens knoopen in legde en die met alle macht
+aantrok.</p>
+<p>De heele klasse was zoowat aan &rsquo;t gonzen in dit warme
+middaguur; ieder was met het zijne bezig. Enkelen deden niets, maar
+zaten met de handen in den <span class="pagenum">[<a id="xd20e224"
+href="#xd20e224" name="xd20e224">10</a>]</span>zak en staarden in de
+lucht; de een schreef Latijnsche zinnen achter een hoop boeken; een
+ander had zijn hoofd op zijn arm gelegd en sliep rustig; aan &rsquo;t
+venster zat er een naar de vier appels van den rector te kijken,
+terwijl hij er over fantaseerde hoeveel er wel wezen zouden aan den
+anderen kant van den boom, dien hij niet zien kon, en ook in hoever het
+te doen zou zijn over dien muur te klimmen op een avond, dat het donker
+was.</p>
+<p>Twee waren samen bezig met een groote kaart van Europa, waarop ze
+schepen lieten zeilen van spaanders, die ze onder van de tafel sneden.
+Er woei een vliegende zuidwesterstorm in &rsquo;t Kanaal, zoodat
+&bdquo;Freya&rdquo; en &bdquo;De goede Hoop&rdquo; om het noorden van
+Schotland heen moesten varen, maar beneden bij Gibraltar lag de andere
+op den loer met een lang half potlood, dat hij in een inktpot had
+gestopt en dat een Algerijnsche zeeroover moest voorstellen.</p>
+<p>&bdquo;Meer steden, nog meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nameur,&rdquo; zeide Tolleiv plotseling.</p>
+<p>De halve klasse keek verbaasd om, en in op &eacute;&eacute;n na de
+achterste bank was er zelfs &eacute;en zoo onkiesch om zijn hoofd
+heelemaal onder tafel te steken, om te zien of hij zijn
+aardrijkskundeboek niet op zijn knie had liggen.</p>
+<p>&bdquo;Namen&mdash;niet Nameur,&rdquo; zei de leeraar knorrig en
+keek in het boek v&oacute;&oacute;r zich, &bdquo;neen, dat komt nu nog
+niet. Er zijn...... laat eens zien...... er zijn drie andere, die eerst
+komen. Welke zijn dat?&mdash;toe nu! wat zijn dat voor
+steden?&rdquo;</p>
+<p>Maar nu had Tolleiv alles gezegd wat hij wist en hij verzonk in
+doffe berusting, zonder op te letten, wanneer de leeraar in een
+penneschacht blies en weer zei: &bdquo;Welke steden zijn
+dat?&rdquo;</p>
+<p>Kleine Marius was zeker klaargekomen met zijn geheimzinnig werk
+onder de tafel; want op eens gooide <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e241" href="#xd20e241" name="xd20e241">11</a>]</span>hij wat naar
+zijn buurman en verborg zijn gezicht achter zijn handen, zoodat alleen
+zijn oogen er uit kwamen, die van den een naar den ander gingen.</p>
+<p>De buurman van Marius stuurde wat hij gekregen had weer naar zijn
+buurman en zoo ging het de heele klasse rond. Enkelen lachten, anderen
+namen het kalm op, alsof zij er al aan gewend waren; ze zonden het door
+en gingen weer aan hun bezigheden&mdash;wat die ook waren.</p>
+<p>Maar Abraham was bezig zijn zonnewijzer in de vensterbank te
+verbeteren, en toen zijn buurman hem een blauwen prop toegooide, werd
+hij knorrig. Hij kende die ratten wel, die Marius van zijn blauwen
+zakdoek maakte en ze verveelden hem z&oacute;&oacute;, dat hij de rat
+opnam en die door de klasse gooide zonder om te kijken.</p>
+<p>Maar daardoor gebeurde het, dat de zakdoek van Marius in Spanje
+neerkwam en den roover met de koopvaardijschepen op den grond sleepte,
+terwijl de twee, die midden in een spannenden strijd voor Gibraltar
+waren, opsprongen van hun bank.</p>
+<p>Dat stoorde den leeraar: &bdquo;Wat was dat daar?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een rat,&rdquo; was het onmiddellijke antwoord. Maar toen nu
+de welbekende rat van Marius bij zijn staart van den grond werd
+opgenomen, barstte de heele klasse in lachen uit; want Marius was
+erkend als een meester in &rsquo;t ratten maken, vooral had hij slag om
+de ooren goed te krijgen.</p>
+<p>Maar de Adjunkt werd boos: &bdquo;Bah, Marius! ben je nu weer bezig
+met die flauwe ratten? Me dunkt, dat je nu toch te oud wordt voor zulke
+kinderachtige streken.&rdquo;</p>
+<p>Marius kreeg zijn zakdoek terug en begon&mdash;erg in zijn wiek
+geschoten&mdash;de knoopen weer los te maken; toch moest hij nu en dan
+zijn lachen verbergen; hij <span class="pagenum">[<a id="xd20e258"
+href="#xd20e258" name="xd20e258">12</a>]</span>vond het zoo grappig
+zooals Abraham die rat weggooide.</p>
+<p>De leeraar keek op de klok. &rsquo;t Uur was bijna om; hij legde
+zijn dierbare veeren pennen op zij, blies den katheder schoon, knipte
+zijn mes dicht en begon weer met zijn boek.</p>
+<p>&bdquo;Nu, Tolleiv!&mdash;je weet er weer niets van. Jij weet ook
+nooit wat.&mdash;Jij dan, Reinier! Kun jij me nog een stad in
+Belgi&euml; noemen, behalve Brussel?&mdash;Namen is al genoemd. Nu!...
+meer steden, nog meer! Jij ook niet?&mdash;neen, natuurlijk! Jelui bent
+allemaal &eacute;&eacute;n pot nat, daar achter. Nu jij
+dan,&mdash;S&ouml;rensen! meer steden in Belgi&euml;, behalve Brussel!
+toe dan!&mdash;-&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is tijd,&rdquo; meldde de concierge aan de deur.</p>
+<p>&bdquo;Ja, kijk nu! Zoo gaat het! Hier zitten we uur in uur uit en
+verknoeien onzen tijd aan de luie bengels daar, die toch niet willen
+leeren; voor jelui helpt niets dan een flink pak slaag, en dat zou
+jelui hebben ook, als ik mijn zin kreeg.&rdquo;</p>
+<p>Toen gaf hij ze gauw allemaal een vier en schreeuwde door &rsquo;t
+spektakel heen, dat nu in de klasse opging: &bdquo;Den volgenden keer
+tot aan de rivieren in Frankrijk.&rdquo; No. 1 zette een streepje met
+den nagel in zijn boek; Abraham legde een groote vouw in &rsquo;t blad;
+twee broers, die samen &eacute;&eacute;n boek hadden, liepen onrustig
+rond om precies te hooren tot hoever ze moesten leeren.</p>
+<p>&bdquo;Tot de rivieren in Frankrijk,&rdquo; riep Reinier en gooide
+met opzet een grooten inktmop op het blad, als teeken. Toen sloeg hij
+zijn boek dicht, opdat de vlek flink op &rsquo;t andere blad
+overdrukken zou.</p>
+<p>Kleine Marius keek met schrik en bewondering naar hem.</p>
+<p>Van twaalf tot &eacute;&eacute;n werd de klasse gesplitst.</p>
+<p>De burgerscholieren, waartoe natuurlijk de geheele <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e278" href="#xd20e278" name=
+"xd20e278">13</a>]</span>achterste bank hoorde, bleven zitten, om
+Engelsche les te krijgen; de gymnasiasten namen hun boeken en trokken
+naar een ander gebouw.</p>
+<p>De lagere klassen, die daar waren, gingen om twaalf uur naar huis,
+zoodat de gymnasiasten in &rsquo;t laatste uur een van hun lokalen in
+bezit namen. Met Abraham aan &rsquo;t hoofd baande de acht &agrave;
+tien gymnasiasten zich een weg door &rsquo;t gewriemel van de kleine
+jongens, die de gang in en den trap afstroomden.</p>
+<p>&bdquo;Fi donc!&rdquo; riep Abraham, toen ze eindelijk het lokaal op
+de tweede verdieping bereikten, waar ze moesten wezen, &bdquo;hier mag
+wel eens gelucht worden nu al die stinkers hier gezeten
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>Alle vensters werden opengegooid en een paar &bdquo;stinkers&rdquo;
+die zich verlaat hadden en nog rondliepen bij hun lessenaars, werden
+onbarmhartig de gang in gegooid.</p>
+<p>Bij elken jongen, die de deur uit stoof, hieven de kleinen buiten
+een wild wraakgeschreeuw aan; maar de gymnasiasten letten er niet op;
+zij sloten hun poorten, en de dikke Morten, die zich geduldig
+&bdquo;achterblijver&rdquo; noemen liet&mdash;waarom was niet juist te
+verklaren&mdash;werd op de wacht gezet.</p>
+<p>Want de overmoedige stinkers, die op hun aantal vertrouwden en op de
+trap, waar langs ze konden vluchten, gooiden elkaar tegen de deur en
+rammelden aan den knop.</p>
+<p>No. 1, die altijd dappere redevoeringen hield, stelde een uitval
+voor van &rsquo;t vereenigde leger van de gymnasiasten; maar de
+stemming was niet krijgshaftig. Abraham zat op den katheder en peuterde
+aan &rsquo;t slot; hij had zich in &rsquo;t hoofd gezet, dat hij de
+lijst van de stinkers wilde zien.</p>
+<p>Maar plotseling klonken buiten luide triomfkreten. Morten, de
+achterblijver, gluurde door de deur en riep toen ontzet zijn vrienden
+toe: <span class="pagenum">[<a id="xd20e295" href="#xd20e295" name=
+"xd20e295">14</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Help, help! Ze hebben den rattenkoning gevangen.&rdquo;</p>
+<p>Abraham vloog van den katheder, en de anderen volgden hem.&mdash;No.
+1 kwam achteraan.</p>
+<p>Kleine Marius was in handen van de stinkers gevallen.</p>
+<p>Kleine Marius gaf den gymnasiasten veel zorg; hij was niet grooter
+dan een middelsoort stinker en hij wou niet groeien; daarom was hij
+altijd onder bescherming.</p>
+<p>Maar vandaag hadden ze hem vergeten, terwijl hij zijn kostbare
+aanteekeningen en thema-boeken zocht. En toen hij de trap op kwam en
+naar binnen wilde gaan, werd hij bij armen en beenen gegrepen door
+dertig kleine, vuile handjes en van de deur weggetrokken. En nu rolde
+kleine Marius heen en weer tusschen zijn vijanden, waar hij juist
+zoover boven uitstak, dat men zijn groote, wanhopende oogen kon zien en
+een paar dunne armpjes, die in de lucht schermden.</p>
+<p>Maar ze stompten hem op zijn buik en knepen hem in zijn rug, trokken
+hem aan haar en ooren, en gooiden hem zijn eigen boeken naar zijn
+hoofd, terwijl zijn dierbare aanteekeningen en themaboeken door de
+lucht stoven als losse bladen.</p>
+<p>Aan dat spelletje werd plotseling en met geweld een eind gemaakt,
+toen de gymnasiasten naar buiten stormden; de kleintjes werden op zij
+gegooid en verdwenen achter deuren en langs de trappen, terwijl de
+bevrijde Marius bij de gymnasiasten werd binnen gebracht. Maar
+nauwelijks hadden deze hun poorten gesloten of de gang was weer propvol
+van jubelende stinkers.</p>
+<p>&bdquo;Wraak!&rdquo; riep Abraham.</p>
+<p>&bdquo;Ja, wraak! wraak!&rdquo; herhaalde No. 1 en trok zich terug.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e315" href="#xd20e315" name=
+"xd20e315">15</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Jij moet de vertoornde Achilles zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja!&rdquo; antwoordde kleine Marius met fonkelende oogen.</p>
+<p>Als Marius de vertoornde Achilles was, zat hij op Abraham&rsquo;s
+schouders, en sloeg van daar zijn doodsvijanden onbarmhartig op
+&rsquo;t hoofd met &rsquo;n lang lineaal.</p>
+<p>De gymnasiasten grepen naar hun wapens. Uit de lessenaars werden de
+linealen gehaald; slingeraars en boogschutters voorzagen zich van
+stukken krijt uit de kist bij &rsquo;t bord; zelfs nam No. 1 een heel
+klein lineaaltje en liep er mee te zwaaien, terwijl hij de strijders
+vurig aanmoedigde&mdash;heelemaal aan &rsquo;t andere eind van de
+kamer, achter den katheder.</p>
+<p>Abraham zette haastig zijn plan uiteen! zoodra de vertoornde
+Achilles het sein gaf, zouden ze het krijgsgeschreeuw aanheffen.</p>
+<p>Morten, de achterblijver, zou de poort open gooien, de boogschutters
+en de slingeraars zouden een regen van pijlen en steenen uitzenden,
+terwijl de ruiterij, gevolgd door de zwaar gewapende hoplieden, zich op
+den vijand zouden werpen, om hun den weg naar de groote trap af te
+snijden. Daarna konden ze dan op hun gemak de verspreide stinkers
+vangen en ze elk afzonderlijk afmaken.</p>
+<p>Alles was klaar; en &rsquo;t was heel stil geworden in de gang. De
+vertoornde Achilles steeg te paard en plotseling werd het vervaarlijk
+oorlogsgeschreeuw der gymnasiasten aangeheven. Morten, de
+achterblijver, rukte de poort open, een regen van projectielen
+verduisterde de lucht; &bdquo;astati&rdquo; en &bdquo;principes&rdquo;
+rukten in volle vaart aan, maar heel vooraan in den strijd stormde de
+vertoornde Achilles op zijn paard; en zwaaide zijn geweldige lans.</p>
+<p>Maar een stilte&mdash;plotseling&mdash;de lucht doorklievend
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e333" href="#xd20e333" name=
+"xd20e333">16</a>]</span>als een bliksemstraal uit den hemel&mdash;diep
+en onheilspellend als steeg ze op uit Hades<a class="noteref" id=
+"xd20e335src" href="#xd20e335" name="xd20e335src">1</a>&mdash;doofde
+het woeste wapengekletter en nagelde de overwinnende schare der
+gymnasiasten aan den grond vast.</p>
+<p>Want midden in de wijd open deur stond een kleine, dikke man, met
+een dichtgeknoopte grijze jas aan, een groene muts met oorkleppen op.
+Midden op zijn buik was een groote krijtvlek, die getuigde van een
+welgemikten worp.</p>
+<p>Sprakeloos staarde hij van den een naar den ander. No. 1 zat al lang
+met zijn rug naar &rsquo;t geheele tooneel en zijn neus in een
+grammatica. De slingeraars lieten hun stukken krijt vallen, de zwaar
+gewapende hoplieden hielden hun linealen op den rug; maar de vertoornde
+Achilles trok de beenen op, schrompelde heelemaal in elkaar en gleed
+als een aal langs den rug van Abraham naar beneden.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik zal jelui leeren,&rdquo; riep eindelijk de rector,
+toen hij zijn stem weer meester was. &bdquo;Ik zal jelui leeren
+zoo&rsquo;n lawaai en zoo&rsquo;n woest spektakel te maken! Wat is dat
+hier? Wie heeft er me&ecirc; gedaan? Dit moet eens voorbeeldig gestraft
+worden! Jij Broch, deedt zeker niet me&ecirc;?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welneen,&rdquo; antwoordde No. 1 met een onschuldigen
+glimlach.</p>
+<p>&bdquo;Maar Marius!&mdash;Marius, jij deedt me&ecirc;,&rdquo; riep
+de rector bitter, want kleine Marius was zijn lieveling; &bdquo;hoe
+kwam je daar toch bij? op Abraham&rsquo;s rug? Wat moest je daar
+uitvoeren?&mdash;Nou...?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik moest de vertoornde Achilles wezen,&rdquo; antwoordde
+kleine Marius met bevende lippen en keek op met zijn verschrikte
+oogen.</p>
+<p>&bdquo;Zoo moest je dat? Hum... moest jij de vertoornde <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e352" href="#xd20e352" name=
+"xd20e352">17</a>]</span>Achilles wezen; ja, daar lijk je nog al op;
+precies zoo heb ik hem me altijd voorgesteld.&rdquo;</p>
+<p>De rector moest naar het venster gaan om zich ernstig te houden;
+maar de heele klasse begreep wel, dat de storm voorbij was.</p>
+<p>Toch stonden allen met diep berouwvolle gezichten naar het standje
+te luisteren, dat de rector hun gaf, v&oacute;or hij den leeraar ging
+opzoeken, die surveillance had. Want dit was duidelijk, dat zulk een
+wanorde alleen ontstaan kon, doordat de surveilleerende leeraar zijn
+plicht verzuimde.</p>
+<p>En wat was het voor den leeraar Borring niet een genot en een vreugd
+den rector te kunnen melden, dat Mijnheer Aalbom surveillance had en,
+voor zoover hij wist, naar het Athenaeum gegaan was om de courant te
+lezen.</p>
+<div class="figure xd20e362width"><img src="images/o017.png" alt=
+"Ornament." width="192" height="127"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e366" href="#xd20e366" name=
+"xd20e366">18</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e335" href="#xd20e335src" name="xd20e335">1</a></span> Grieksch:
+de Onderwereld.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o018.png" alt="Tweede hoofdstuk."
+width="460" height="132"></div>
+<h2 id="xd20e368" class="main">Tweede hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e179"><span class="xd20e179init">K</span>leine Marius was
+de beste vriend van Abraham en Abraham was het ideaal van kleine
+Marius.</p>
+<p>Ze maakten gewoonlijk samen hun werk op Abraham&rsquo;s kamer en
+&rsquo;t zou moeilijk te zeggen zijn hoe kleine Marius zich op school
+gered zou hebben, zonder dien steun. Want hij was slecht in alle
+vakken&mdash;behalve in &rsquo;t Latijn.</p>
+<p>Maar dat was zijn vak. Latijn kon hij! Er was geen hoofdvorm, geen
+bijvorm, geen onregelmatigheid, en geen regel, geen uitzondering in het
+uiterste plooitje van Madvigs<a class="noteref" id="xd20e376src" href=
+"#xd20e376" name="xd20e376src">1</a> wijden geplooiden omslag
+verborgen,&mdash;als je maar bij kleine Marius kwam, hij wist het
+allemaal.</p>
+<p>Van den eersten dag af, dat de rector hen
+&bdquo;mensa&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e383src" href="#xd20e383"
+name="xd20e383src">2</a> liet verbuigen, had Marius zich onderscheiden.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e388" href="#xd20e388" name=
+"xd20e388">19</a>]</span></p>
+<p>Want de rector was zelf bij zijn moeder geweest en had gezegd, als
+kleine Marius goed oppassen wou, dan zou hij mogen studeeren. De rector
+zou hem een vrijplaats aan de school bezorgen en hem later ook wel in
+&rsquo;t oog houden.</p>
+<p>Dat was een geluk en een groote steun voor de moeder van Marius. En
+ze prentte hem dan ook in wat een gunst het was van den rector, dat hij
+zou mogen studeeren, als hij knap in het Latijn werd; want dat was de
+bedoeling.</p>
+<p>En daarom ging ieder woord uit den mond van den rector regelrecht in
+&rsquo;t hoofd van Marius en zette er zich zoo vast als een spijker in
+een muur.</p>
+<p>Maar hoewel zijn hoofd ruim was en eigenlijk te groot voor zijn
+klein lichaam, was er toch ten slotte geen plaats genoeg voor het
+andere, dat toch ook geleerd moest worden.</p>
+<p>Het Latijn van den rector overstemde alles, legde beslag op heel
+zijn vermogen om in zich op te nemen; verbruikte alles wat hij aan
+geheugen had en groeide als de dokkebladen in &rsquo;t sprookje van
+Andersen (De gelukkige familie) over alles heen, zoodat al wat anders
+misschien in hem zou ontkiemd zijn aan belangstelling, leerlust of
+nieuwsgierigheid, geheel verstikte en hij werd, zooals de rector met
+trots zei, een volbloed Latijner.</p>
+<p>De rector liep heen en weer voor de klasse en wreef zich stralend
+van verrukking in de handen, terwijl kleine Marius onvervaard voortging
+met lange vormen en uitgangen, die haast niet uit te spreken waren;
+nooit een fout, nooit een aarzeling. Met de oogen stijf op den rector
+gericht en de vingers bezig met de wonderlijkste rattenknoopen in den
+zakdoek:</p>
+<ul>
+<li>&bdquo;Monebor,</li>
+<li>Moneberis,<span class="pagenum">[<a id="xd20e406" href="#xd20e406"
+name="xd20e406">20</a>]</span></li>
+<li>Monebitur,</li>
+<li>Monebimur,</li>
+<li>Monebimini,</li>
+<li>Monebuntur.&rdquo;</li>
+</ul>
+<p>&bdquo;Goed zoo, mijn jongen, heel goed,&rdquo; zei de rector; en
+hij kon niet begrijpen, dat het in andere vakken zoo slecht ging met
+kleine Marius.</p>
+<p>Alle leeraars klaagden, en de rector moest nu en dan streng voor
+zijn lieveling zijn, en hem berispen, ja, hij had zelfs een paar keer
+gedoeld op de vrijplaats, die Marius had en die hij niet moest
+verspelen.</p>
+<p>Maar alles was vergeten, als Marius weer een moeilijke verbuiging
+kreeg om op te zeggen, en dan legde de rector hem de hand op &rsquo;t
+hoofd: &bdquo;Nou, nou, kleine Marius, &rsquo;t zal wel gaan met de
+wiskunde en al dat andere, als je maar wat grooter wordt en wat vleesch
+op je botten krijgt. In &rsquo;t Latijn ben je een heele
+professor.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was werkelijk een eerzuchtige droom van den rector om
+kleine Marius tot iets groots, iets geleerds te maken, zooiets als
+Madvig; zelf zou hij dan al tevreden zijn met genoemd te worden als
+degene, die de eerste schreden van &rsquo;t kind of den jongeling naar
+den Parnassus<a class="noteref" id="xd20e425src" href="#xd20e425" name=
+"xd20e425src">3</a> geleid had.</p>
+<p>Kleine Marius ging me&ecirc; zonder er veel over te denken waar dit
+op uit moest loopen. Hij was naar het oordeel van alle leerlingen en
+kameraden vreeselijk kinderachtig; en als &rsquo;t niet om &rsquo;t
+Latijn was, had hij nooit in zoo&rsquo;n hooge klasse moeten
+zitten.</p>
+<p>Daarom was hij bijna een soort van zondenbok in de klasse geworden,
+tot Abraham zich over hem ontfermde. Abraham was sterk en nog al knap,
+en daarbij <span class="pagenum">[<a id="xd20e434" href="#xd20e434"
+name="xd20e434">21</a>]</span>had hij een zekere positie in de school
+als de zoon van Professor L&ouml;vdahl.</p>
+<p>Marius had Abraham altijd uit de verte vereerd; maar toen ze nu
+groote vrienden werden, was hij uitgelaten van blijdschap. Als hij bij
+zijn moeder thuis kwam, praatte hij onophoudelijk over Abraham, en als
+ze samen hun werk zaten te maken, was hij voortdurend in
+&eacute;&eacute;n verrukking.</p>
+<p>De reden waarom Abraham zich over hem ontfermde was, dat Mevrouw
+L&ouml;vdahl eens gezegd had, dat de moeder van kleine Marius heel
+ongelukkig was: eenzaam en verlaten in de wereld. De woorden haakten
+zich in zijn geest vast en toen hij weer eens zag hoe Marius door zijn
+kamaraden geplaagd werd en door de stinkers vervolgd, wierp hij zich
+plotseling op als zijn verdediger; en toen duurde het niet lang of ze
+waren onafscheidelijk.</p>
+<p>Abraham had niets tegen die stille aanbidding, en dan was het ook
+voor hem, die al een half jaar hopeloos verliefd was, een groote troost
+zijn verlangen, zijn klachten, zijn hoop en zijn wanhoop te kunnen
+uitstorten in het hart van kleine Marius.</p>
+<p>Kleine Marius zat te luisteren met open mond. Wel had hij hoog tegen
+Abraham opgezien, maar dat hij z&oacute;&oacute; groot,
+z&oacute;&oacute; verheven was&mdash;verliefd, werkelijk ongelukkig
+verliefd&mdash;dat ging boven Marius&rsquo; begrip en bracht hem in een
+n&oacute;g grooter bewondering.</p>
+<p>&rsquo;t Was hem alsof hij zelf groeide door &rsquo;t me&ecirc;
+dragen van dat noodlottig geheim; en als hij haar op straat
+tegenkwam&mdash;het was een van de volwassen dochters van Proost
+Sparre&mdash;dan zag hij haar met zijn groote, bruine oogen half
+verwijtend, half met een uitdrukking van geheimzinnig mede-weten
+aan.</p>
+<p>Marius kwam op een middag om zijn werk te maken. Abraham zat met het
+hoofd in de handen, staarde <span class="pagenum">[<a id="xd20e449"
+href="#xd20e449" name="xd20e449">22</a>]</span>op het tafelblad en
+scheen niet te merken, dat er iemand binnenkwam.</p>
+<p>Kleine Marius ging toen voorzichtig naar hem toe en legde de hand op
+zijn schouder.</p>
+<p>Abraham schrikte op&mdash;in de war&mdash;zonder zijn gedachten nog
+bij elkaar te kunnen krijgen. Maar toen zag Marius hem
+z&oacute;&oacute; deelnemend aan met zijn groote, vochtige oogen, dat
+het den ongelukkige, met zijn hopelooze liefde, goed deed.</p>
+<p>&bdquo;Heb je haar vandaag gezien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spreek niet over haar!&mdash;Noem nooit haar naam meer,
+versta je, Marius!&mdash;Als je mijn vriend bent, zweer me dan, dat je
+nooit haar naam meer noemen zult, zweer me dat!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zweer ik,&rdquo; fluisterde kleine Marius bewogen.</p>
+<p>Dat kalmeerde den andere. Hij ging weer zitten, verborg zijn gezicht
+in de handen en zuchtte. Zoo zaten zij een paar minuten.</p>
+<p>Eindelijk zei Abraham met een doffe, griezelige stem en zonder op te
+zien: &bdquo;Ze heeft me trouweloos verlaten; alles is
+voorbij,&mdash;ze is verloofd!&rdquo;</p>
+<p>Marius gaf een gilletje; maar hij mocht niets vragen om zijn eed van
+daar straks.</p>
+<p>Weer na een stilte voegde Abraham er mat en met een klanklooze stem
+bij. &bdquo;Met Erichsen, den telegrafist.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Met hem!&rdquo; riep Marius uit. &bdquo;Hij heeft twee keer
+toelatingsexamen voor de universiteit gedaan, maar zakte allebei de
+keeren met glans!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is dat waar?&mdash;Marius?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo waar als ik hier zit. Moeder heeft het me zelf verteld.
+Zij kent hem.&rdquo;</p>
+<p>Abraham glimlachte honend.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal hem niet vermoorden, Marius.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je daaraan gedacht?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e482" href="#xd20e482" name="xd20e482">23</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Mijn eerste gedachte was: bloed! Hij of ik. Maar nu zal ik me
+op een andere manier wreken.&rdquo;</p>
+<p>Hij streek zijn haar op, nam de boeken van de plank en gooide ze op
+tafel.</p>
+<p>&bdquo;Nu beginnen wij aan onze wiskunde. Geen woord meer over dat
+andere.&rdquo;</p>
+<p>Nu werkten ze samen wiskunde op deze manier: Abraham, die de
+bewijzen begreep, liep ze door en verklaarde ze, en telkens vroeg hij:
+&bdquo;Begrijp je?&rdquo; en dan antwoordde Marius: &bdquo;Ja.&rdquo;
+Maar dat was een leugen; hij had nooit een woord van wiskunde begrepen
+en allerminst vandaag.</p>
+<p>Toen zij klaar waren met alle lessen voor den volgenden dag, sloeg
+Abraham zijn laatste boek dicht en zei: &bdquo;Z&oacute;&oacute; zal ik
+me wreken.&rdquo;</p>
+<p>Marius keek verwonderd naar hem en naar &rsquo;t boek.</p>
+<p>&bdquo;Door te werken, begrijp je? en als ik dan van de universiteit
+komt met &lsquo;laud,&rsquo; of misschien met &lsquo;prae
+ceteris,&rsquo; en haar tegenkom met haar ellendigen telegrafist, dan
+zal ik haar aankijken&mdash;zooals je weet, dat ik kijken kan,&mdash;en
+dat zal mijn wraak zijn.&rdquo;</p>
+<p>Abraham fronste de wenkbrauwen, zoodat ze ineen liepen en staarde
+Marius aan; en hij voelde dat dit de vreeselijkste wraak wezen zou.</p>
+<p>&bdquo;Daar komt Moeder aan,&rdquo; zei Abraham; hij hoorde de deur
+van de kamer van zijn ouders, van de zijne gescheiden door een smalle
+gang die naar de keuken liep.</p>
+<p>Mevrouw L&ouml;vdahl kwam binnen met een schaal appelen en
+noten.</p>
+<p>&bdquo;Goedenavond lieve Marius, hoe maakt je moeder het?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel goed, dank u!&rdquo; antwoordde hij en stond wat
+verlegen op<span class="corr" id="xd20e508" title=
+"Niet in bron">.</span></p>
+<p>&bdquo;Alstjeblieft jongens, neem hier eens wat van! Ik <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e513" href="#xd20e513" name=
+"xd20e513">24</a>]</span>dacht, dat jelui wel een verfrissching noodig
+zoudt hebben na al die droge geleerdheid, die je in je arme hoofden
+hebt gestopt.&rdquo;</p>
+<p>Ze sprak vlug en melodieus Bergensch<a class="noteref" id=
+"xd20e517src" href="#xd20e517" name="xd20e517src">4</a> en glimlachte,
+terwijl ze Abraham&rsquo;s haar glad streek, dat nog wat aan zijn
+ongelukkige liefde deed denken.</p>
+<p>Mevrouw L&ouml;vdahl was heel mooi en zag er zoo jong uit, dat het
+altijd een vermaak voor haar was haar grooten zoon van 14 &agrave; 15
+jaar aan vreemden voor te stellen. Toen Carsten L&ouml;vdahl uit Parijs
+terug kwam met de schitterendste getuigschriften van oogartsen en met
+zijn europeesche beschaving, trouwde zij dadelijk met hem, voor ze nog
+twintig jaar werd; hij was een jaar of vijf ouder.</p>
+<p>Mevrouw L&ouml;vdahl ging tusschen de jongens in zitten en begon aan
+een appel.</p>
+<p>&bdquo;Wat is dat nu voor gedoe, wat jelui voor morgen leeren
+moet?&rdquo;</p>
+<p>Abraham telde &rsquo;t op: &bdquo;Grieksch, Latijn,
+Wiskunde......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bah!&rdquo; zei Mevrouw L&ouml;vdahl, &bdquo;<span class=
+"corr" id="xd20e531" title="Bron: Griegsch">Grieksch</span>! dat is
+zeker wat akeligs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is de Ilias van Homerus; over de Grieksche helden voor
+Troje,&rdquo; zei kleine Marius snel, hij was niet gewend zoo over de
+studie der klassieken te hooren spreken.</p>
+<p>&bdquo;Meen je, dat Moeder niet weet, wat de Ilias is?&rdquo; zei
+Abraham, en Marius kreeg een kleur als vuur.</p>
+<p>Maar Mevrouw L&ouml;vdahl keek haar zoon aan en deed alsof zij niet
+merkte, dat Marius verlegen werd.</p>
+<p>&bdquo;Waar is dat nu goed voor?&rdquo; ging ze voort, &bdquo;dat
+jelui maar aldoor van die Grieken leert? Ja, ik weet het niet hoe het
+er in dien ouden tijd voor Troje uitzag. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e542" href="#xd20e542" name="xd20e542">25</a>]</span>Maar dat heb
+ik dan w&egrave;l dikwijls gehoord van schippers, thuis bij Vader, dat
+Grieken de grootste bedriegers zijn, die er bestaan. Net alsof wij niet
+even groote helden hadden in den ouden tijd,&mdash;en nog betere? Waar
+is Snorre?&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e544src" href="#xd20e544"
+name="xd20e544src">5</a></p>
+<p>&bdquo;Achter u, op de plank.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je Snorre nu heelemaal uitgelezen!&rdquo;</p>
+<p>Abraham hief de armen op, alsof hij zich tegen een pak slaag
+verweren wou.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik zal je krijgen, jou ellendige Griek,&rdquo; riep
+Mevrouw L&ouml;vdahl, en wierp zich op hem, om hem aan zijn haar te
+trekken; maar Abraham verweerde zich met armen en beenen, en kleine
+Marius lachte, tot hij bijna onder de tafel rolde.</p>
+<p>De strijd eindigde, toen Mevrouw L&ouml;vdahl haar mooie blonde haar
+over de ooren en oogen had hangen, haar broche op den grond lag en haar
+manchetten gekreukeld waren. Abraham triomfeerde openlijk, Marius in
+stilte.</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zei Mevrouw L&ouml;vdahl, toen ze zich weer
+opgeknapt had, &bdquo;nu zul jelui eens een echt bad in de oude
+Noorsche sagen hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och neen, Moeder, spaar ons!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat zul je! voor je straf; omdat je Snorre verwaarloost
+zul je nu eens hooren wat &rsquo;n meester hij is.&rdquo;</p>
+<p>En ze begon hun voor te lezen, en ze las uitstekend; want ze kende
+de Saga-stijl en ze had dien lief. Aan huis bij haar vader&mdash;den
+rijken Abraham Knorr in Bergen&mdash;was in haar jeugd alles
+bijeengekomen wat Noorsch, echt oer-Noorsch gebleven was onder de
+opkomende, blauwachtig gele reactie.</p>
+<p>Daar kwamen de stoere schippers en de nationale <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e568" href="#xd20e568" name=
+"xd20e568">26</a>]</span>genie&euml;n&mdash;een echt mengsel van
+allerlei soort&mdash;maar allemaal echt Noorsch; en daar kwamen de
+eerste landstaalmannen<a class="noteref" id="xd20e570src" href=
+"#xd20e570" name="xd20e570src">6</a>&mdash;enthousiast en zwijgend,
+stijve halzen met we&ecirc;rbarstige boorden, baaien broeken met
+hoornen knoopen&mdash;Noorsche hoornen knoopen!</p>
+<p>Er kwamen maar weinig woorden over hun lippen, maar &rsquo;t waren
+orakelspreuken vol inhoud en moeilijk te verstaan, opkomend diep uit
+het volk. Want in hun volle harten brandde de liefde voor hun
+vaderland, de vrijheid en hun volk;&mdash;die brandde daar met den
+altijd wakenden twijfel van een half begrepen liefde. Ze waren verstokt
+en onverzoenlijk, omdat ze er nooit zeker van waren, dat ze het rechte
+gegrepen hadden; maar ze waren standvastig en trouw, omdat iets diep in
+hun ziel zei, dat het zaak was vol te houden.</p>
+<p>Tusschen zulke mannen groeide Wenche Knorr op en ze was voor hen als
+een Valkyrie<a class="noteref" id="xd20e577src" href="#xd20e577" name=
+"xd20e577src">7</a>, en nog veel meer. Haar familie was een oude
+Bergensche en van geslacht tot geslacht ging een liefde voor het
+vaderland, een nationaal voelen, vol kracht en strijdlust, zooals men
+meestal vindt waar &rsquo;t vreemde bloed overwonnen is.</p>
+<p>Wenche Knorr was vol geestdrift voor het nationale; ze was bereid
+tot ieder offer voor de vrijheid en het volk. Ze kleedde zich in
+stoffen, die in Noorwegen geweven waren en ze kende de landstaal. Ze
+was er maar bedroefd om, dat er niet meer van haar werd
+ge&euml;ischt.</p>
+<p>En toen ging ze op een schoonen dag heen en verloofde <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e584" href="#xd20e584" name=
+"xd20e584">27</a>]</span>zich met den nieuwen professor Carsten
+L&ouml;vdahl, die ten eerste tot een oude, stokstijve, Deensche
+ambtenaarsfamilie behoorde en waarvan men bijna niets anders wist, dan
+dat hij aan de universiteit voortgeholpen was en zeer gezien was
+geweest in de conversatie in de hoofdstad.</p>
+<p>Ach, wat een verdriet en teleurstelling gaf dat!</p>
+<p>&rsquo;t Was een nederlaag voor de zaak van &rsquo;t volk. De meest
+enthousiasten noemden het een nationale ramp. En hoe graag ook elk
+ongetrouwde onder de landstaal- en vrijheidsmannen haar zelf de zijne
+had willen noemen, toch had hij aan wie ook onder zijn kameraden die
+Valkyrie liever gegund, dan aan zoo&rsquo;n fat, zoo&rsquo;n kwast als
+Carsten L&ouml;vdahl.</p>
+<p>En die stemming was ook duidelijk te merken in zes van de
+een-en-twintig liederen aan Wenche L&ouml;vdahl, die nauwgezet werden
+uitgezongen aan het bruiloftsmaal.</p>
+<p>Maar, dat ze hem genomen had, kwam z&oacute;&oacute;. Zij was een
+jaar in &rsquo;t deftige gedeelte van Christiania geweest; dien winter
+was zelfs &rsquo;t hof daar en er waren veel Zweden.</p>
+<p>En toen nu Carsten L&ouml;vdahl thuis kwam, midden in dien
+kring&mdash;mooier, eleganter en interessanter dan al die anderen en
+bovendien nog Noorsch&mdash;met zijn Noorschheid opgefrischt door een
+lang verblijf in het buitenland&mdash;toen vond Wenche Knorr in hem de
+schoonste vereeniging van datgene, wat ze van huis uit had liefgehad,
+en het Europeesche beschaafde, waarvoor ze oog had gekregen in de
+hoofdstad. En zoo raakten zij verloofd en trouwden.</p>
+<p>Maar &rsquo;t duurde niet lang, voor ze haar vergissing merkte. De
+oude vrienden hadden niet meer hetzelfde vertrouwen in haar, hoewel zij
+in haar hart niet veranderd was&mdash;even Noorsch, even onvervaard
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e599" href="#xd20e599" name=
+"xd20e599">28</a>]</span>vrijzinnig; en &rsquo;t werd nog erger toen
+zij naar dit ouderwetsche stadje verhuisde, waar zij alleen stond
+tusschen de vrienden van haar man.</p>
+<p>Maar vooral, wanneer zij, zooals op dezen avond, iets las, dat haar
+zoo levendig aan den gedachtenkring van haar jeugd herinnerde, kon er
+iets gedrukts over haar komen,&mdash;als een voorgevoel, dat die
+tweespalt in haar leven niet tot iets goeds leiden kon.</p>
+<p>Abraham zat eerst gezichten tegen Marius te trekken, maar verviel
+spoedig in gedachten over zijn droevig lot. Marius daarentegen
+luisterde; en het begon hem belang in te boezemen, al dat houwen en
+slaan naar links en rechts, al die oneenigheid met &rsquo;t zwaard in
+den vuist,&mdash;precies als zijn eigen leven onder de stinkers.</p>
+<p>&bdquo;Daar is Vader,&rdquo; viel Abraham zijn moeder in de
+rede.</p>
+<p>Zij hield met voorlezen op, toen hij binnen kwam; maar las toch het
+hoofdstuk voor zich zelf uit, eer zij het boek sloot.</p>
+<p>De professor was in zijn overhemd met opgeslagen manchetten; hij
+liep zijn handen af te drogen aan een handdoek.</p>
+<p>&bdquo;Goeienavond, jongens! Wat lees je hun voor,
+Wenche?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Snorre,&rdquo; antwoordde Abraham en glimlachte tegen zijn
+vader.</p>
+<p>&bdquo;Bah!&mdash;dat dacht ik wel. Is dat nu iets om aan beschaafde
+jonge menschen voor te lezen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De heldendaden van onze dappere voorvaderen?&rdquo;
+<span class="corr" id="xd20e620" title=
+"Bron: antwoorde">antwoordde</span> Mevrouw Wenche strijdvaardig.</p>
+<p>&bdquo;Helden&mdash;bah! Sluipmoordenaars, roovers, moordenaars en
+brandstichters&mdash;dat waren ze! Neen, dan wil ik liever hooren van
+den rappen Achilles of van Hector, die de zware lans zwaait. Niet waar,
+jongens?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e625" href=
+"#xd20e625" name="xd20e625">29</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; riep Abraham, en Marius deed me&ecirc;.</p>
+<p>&bdquo;Och, ik heb geen lust jelui te antwoorden,&rdquo; zei Mevrouw
+Wenche gemelijk en zette Snorre weer op zijn plaats.</p>
+<p>De professor bleef heen en weer loopen tusschen zijn kamer en die
+van Abraham over de kleine gesloten gang; hij liep wat te praten en te
+schertsen, zooals gewoonlijk terwijl hij zich verkleedde.</p>
+<p>Toen Mevrouw Wenche wegging, zeide ze:</p>
+<p>&bdquo;Kom je nu gauw bij mij binnen, Abraham? Nacht Marius, groet
+je moeder van mij.&rdquo;</p>
+<p>Toen Marius ook was heengegaan, zeide de professor: &bdquo;Een
+aardige jongen, die kleine Gottwald. &rsquo;t Is wel erg
+&lsquo;chaud&rsquo; tusschen jelui in den laatsten tijd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij is mijn beste vriend,&rdquo; zei Abraham wat onzeker.</p>
+<p>&bdquo;Beste vriend,&rdquo; herhaalde de vader en glimlachte.
+&bdquo;Die soort van vriendschap voor leven en dood, die je zoo gauw
+sluit in je jongensjaren. Ja, daar weet ik alles van. &rsquo;t Is een
+geluk, dat er in den regel zoo weinig van overblijft. Dat is een
+geluk&mdash;zeg ik&mdash;want &rsquo;t zou immers heel lastig
+zijn&mdash;vooral voor hen, die vooruit moeten in de wereld, als
+zoo&rsquo;n jongensvriendschap wezenlijk verplichtingen zou opleggen
+voor leven en dood.&rdquo;</p>
+<p>Abraham keek naar buiten, alsof hij zijn vader niet goed begreep, en
+deze ging voort: &bdquo;Zie je, schooljongens zijn gelijk, ten minste
+zoo ongeveer; maar als de school ze loslaat, worden ze door het leven
+verspreid en &rsquo;t leven maakt ze al heel gauw ongelijk. Denk nu
+maar zelf eens na hoe onmogelijk het voortzetten van zoo&rsquo;n
+jongensvriendschap wordt, als bijv. de een opklimt in de maatschappij,
+terwijl de ander daalt, of blijft staan waar hij is. Zie je, daarom is
+&rsquo;t zoo goed ingericht, dat &rsquo;t leven zelf er voor zorgt, dat
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e645" href="#xd20e645" name=
+"xd20e645">30</a>]</span>zulke vriendschappen niet langer duren dan
+zoolang ze onschadelijk zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar Marius zal immers studeeren,&rdquo; viel Abraham
+in.</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, ja zeker, maar daar zit het hem niet in; ik dacht
+ook niet aan Marius. Hij kan immers niet helpen&mdash;dat wil
+zeggen&mdash;er is iets met hem, wat je nog niet begrijpen kunt, en
+waar je je ook niet om hoeft te bekommeren. Hij is zeker een beste,
+brave jongen, waar je gerust me&ecirc; kunt omgaan. Dat komt wel
+terecht. Ik wou je alleen maar waarschuwen voor zoo&rsquo;n
+sentimenteele vriendschap voor leven en dood. Je weet, ik houd niet van
+sentimentaliteit. Dat past niet voor ons, mannen.&rdquo;</p>
+<p>Abraham voelde zich altijd gevleid, als zijn vader hem zoo als een
+jongeren vriend behandelde; vooral vond hij het prettig zoo
+me&ecirc;gerekend te worden tot &bdquo;ons mannen.&rdquo; De toespeling
+op iets met Marius wekte zijn nieuwsgierigheid; maar hij zag aan
+&rsquo;t gezicht van zijn vader, dat hij er niet naar moest vragen.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl was nu klaar met zijn toilet. Hij nam een
+schoonen zakdoek en ging neuri&euml;nd heen om een uur voor &rsquo;t
+avondeten in de club door te brengen. Hij leefde heel geregeld, zijn
+uiterlijk was mooi en goed verzorgd en al zijn opinies waren klaar en
+sierlijk gerangschikt in zijn goed hoofd.</p>
+<p>Hoewel hij in werkelijkheid niet veel ouder was dan zijn vrouw,
+scheen de afstand tusschen hen veel grooter. Want hij had van jongs af
+aan zijn best gedaan er waardig uit te zien; hij hield van het oude,
+wat zeker was en vast stond; zij dweepte met het nieuwe, dat vol hoop
+was en in snellen groei. Daarom werden zij langzamerhand zoo door en
+door verschillend van elkaar.</p>
+<p>Wanneer iemand hem vroeg, waarom hij toch de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e659" href="#xd20e659" name=
+"xd20e659">31</a>]</span>hoofdstad en zijn eervolle betrekking als
+professor verlaten had, die hem al zoo jong was aangeboden, om zich in
+dit weinig wetenschappelijk stadje te begraven, vertelde Professor
+L&ouml;vdahl meestal een verhaal uit de eerste jaren van zijn
+huwelijk.</p>
+<p>&bdquo;Mijn vrouw is, zooals u weet, een Bergensche&mdash;een
+Bergensche met hart en ziel. Zij heeft dat lichte enthousiaste gemoed,
+dat behoefte heeft aan den omgang met sterk bewogen en licht
+beweeglijke menschen; en daarom kunt u wel begrijpen, dat Christiania
+geen stad voor haar was. Ik, van mijn kant, ben, zooals u weet, een
+Europaeer; ik kan zoowat overal leven,&mdash;alleen niet in Bergen,
+neen! dat verklaar ik u, niet in Bergen! Welnu, zij wilde voor geen
+geld in Christiania blijven en ik wilde voor geen geld naar Bergen.
+Toen kwamen we elkaar tegemoet en&mdash;we ontmoetten elkaar in deze
+stad.&rdquo;</p>
+<p>Die geschiedenis was bijna waar, en als hij andere redenen voor deze
+verhuizing had, was dat in ieder geval zijn geheim. Maar booze tongen
+beweerden, dat Carsten L&ouml;vdahl nooit de universiteit zou hebben
+verlaten, als zijn positie hem volkomen voldoening gegeven had.
+&rsquo;t Zou zeker wel &rsquo;t geval zijn, dat zijn kennis vrij hol
+was, zoodat de jongere assistenten hem nu en dan ernstig vast dreigden
+te zetten.</p>
+<p>Niettegenstaande hij dus de beste protectie had en volgens zijn
+levensopvatting geheel in overeenstemming was met den geest, die den
+boventoon voerde aan de universiteit, was hij wijs genoeg om op de
+teekenen des tijds te letten. Hij ging heen terwijl alles nog in de
+beste orde was: hij ging heen met den onbesproken naam als de eerste
+oogenspecialiteit van het land.</p>
+<p>In &rsquo;t stadje, waar hij woonde, had hij praktijk als
+huisdokter, zooals hij dat wenschte. Hij werkte <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e669" href="#xd20e669" name=
+"xd20e669">32</a>]</span>nog slechts bij uitzondering in zijn
+specialiteit en hield zijn wetenschappelijken roem boven water door
+kleine, voorzichtige artikelen in binnen- en buitenlandsche
+tijdschriften.</p>
+<p>Het groote vermogen van zijn vrouw verzekerde hem een onbezorgd
+leven in den overvloed, waaraan hij behoefte had. Een man, wiens naam
+wat beteekende in de wetenschap, die schreef en dat nog wel in &rsquo;t
+Fransch, en die niettegenstaande dat niet arm of haveloos was, maar
+zelfs tegen den besten koopman in weelde en conversatie op
+kon,&mdash;zoo&rsquo;n man moest natuurlijk een hooge en eervolle
+positie in &rsquo;t stadje hebben.</p>
+<p>Dat had Professor L&ouml;vdahl dan ook; zijn invloed was bijna
+onbegrensd; daarbij was hij door ieder geacht en bemind&mdash;door
+vrouwen en mannen; en &rsquo;t eenige, waar men een beetje om lachte,
+was zijn lust om alleen aan &rsquo;t woord te komen en lang en sierlijk
+op een onderwijzenden toon te spreken.</p>
+<p>Onder het avondeten vertelde Marius Gottwald onophoudelijk van
+Abraham; maar zijn moeder kon niet begrijpen, hoe Mevrouw L&ouml;vdahl
+met haar zoon kon vechten.</p>
+<p>&bdquo;Och, u kunt toch wel begrijpen, dat het gekheid was,
+Moeder,&rdquo; riep Marius beleedigd, &bdquo;u begrijpt toch wel, dat
+het voor de grap was.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ja, natuurlijk,&rdquo; antwoordde Mevrouw Gottwald, om
+hem te kalmeeren; maar ze kon zich toch maar niet voorstellen hoe zij
+ooit met kleine Marius zou kunnen vechten, al <span class="corr" id=
+"xd20e682" title="Bron: wat">was</span> &rsquo;t dan tienmaal voor de
+grap. Mevrouw Gottwald, zooals ieder in de stad haar uit beleefdheid
+noemde, hoewel ieder wist, dat zij nooit getrouwd was geweest, was voor
+een paar jaar van den Oostkant van &rsquo;t land gekomen met een
+kleinen jongen en vrij wat geld. Professor L&ouml;vdahl, aan wien
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e685" href="#xd20e685" name=
+"xd20e685">33</a>]</span>zij door een collega was aanbevolen, zette
+haar in een modezaakje, dat Mevrouw L&ouml;vdahl met alle macht
+steunde.</p>
+<p>Achter den winkel had zij haar huiskamertje en daarnaast was de
+slaapkamer van haar en Marius. &rsquo;t Overige gedeelte van &rsquo;t
+huis werd ingenomen door de keuken en de vestibule; op de verdieping
+daarboven had zij een paar commensaals.</p>
+<p>Zoodra Marius gegeten had, zei hij: &bdquo;Leg u nu dien hoed neer,
+Moeder, wij moeten met kracht aan het werk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Moet je nog meer werken vandaag, mijn jongen? Je hebt den
+heelen middag gewerkt; laten we nu uitscheiden voor vandaag; &rsquo;t
+is bij negenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar Moeder, u lijkt wel dwaas! U weet toch wel, dat ik
+werken moet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja maar wat heb je dan den heelen avond bij Abraham
+gedaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;We hebben alle andere lessen geleerd, alleen het
+Latijn&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Leer jelui dan je Latijnsche les ook niet samen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jawel, ziet u&mdash;die leeren we wel; maar Abraham heeft
+geen lust zoo nauwkeurig te analyseeren;&mdash;dat hoeft hij ook niet,
+want hij weet het toch wel. Maar ik moet harder werken, anders wordt
+Aalbom kwaad en klaagt bij den rector.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toe, werk nu niet meer, lieve jongen,&mdash;&rsquo;t is
+heelemaal niet goed voor je,&rdquo; ze wilde hem naar zich toe trekken,
+maar hij had geen tijd voor zulke dingen, rukte zich los en greep het
+boek.</p>
+<p>&bdquo;Ziezoo, nu beginnen we, Moeder: tum vero Phaeton&mdash;nu
+moet u mij elk woord vragen.&rdquo;</p>
+<p>De arme Mevrouw Gottwald had werkelijk geleerd hoe ze vragen moest;
+maar daar ze toch geen syllabe van de antwoorden begreep, was dit voor
+haar een <span class="pagenum">[<a id="xd20e710" href="#xd20e710" name=
+"xd20e710">34</a>]</span>tamelijk vermoeiend slot aan haar werkdag; en
+zelfs haar bewondering voor de geleerdheid van haar zoon kon niet
+altijd haar oogen open houden.</p>
+<p>Intusschen noemde zij de Latijnsche woorden, waarna Marius
+onmiddellijk alles zei, wat er van dat woord te zeggen was; en dan weer
+&rsquo;t volgende!</p>
+<p>&bdquo;Candescere,&rdquo; las Mevrouw Gottwald slaperig.</p>
+<p>&bdquo;Candescere, candi, candes, can......&rdquo;</p>
+<p>Kleine Marius werd vuurrood, en zijn vingers, die tot nu toe
+vreedzaam met zijn zakdoek bezig waren geweest, vlogen nu naar de
+boeken, terwijl hij wanhopend naar zijn Madvig zocht.</p>
+<p>Maar Mevrouw Gottwald was opeens klaar wakker; zij kende die
+aanvallen.</p>
+<p>Plotseling kon bij hem alles stilstaan; en dan was &rsquo;t alsof
+hij zijn verstand verloren had. En daar was niets aan te doen, dan hem
+hoe eer hoe beter naar bed te brengen.</p>
+<p>Ze greep daarom stevig zijn beide handen.</p>
+<p>&bdquo;Neen, lieve Marius, nu mag je volstrekt niet langer werken;
+kom, nu moet je gaan slapen; dan weet ik zeker, dat je morgen je les
+kent.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, Moederlief; laat me los; ik <span class=
+"letterspaced">moet</span> het opzoeken, maar &eacute;&eacute;n
+oogenblik. Ik weet waar het staat, toe, laat u me los!&rdquo;</p>
+<p>Hij smeekte zoo innig, met zijn groote verschrikte oogen, maar zij
+hield zich dapper en kreeg hem half door trekken en half door lokken in
+de slaapkamer.</p>
+<p>Maar aldoor onder het uitkleeden, hoorde ze hem Latijnsche woorden
+mompelen; en lang nadat hij in slaap gevallen was, schokte plotseling
+zijn hand, die ze vasthield en zijn hoofd was heet en droog.</p>
+<p>Zoo zat ze lang. En sombere gedachten aan schande, berouw en
+vernedering kwamen als gewoonlijk <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e740" href="#xd20e740" name="xd20e740">35</a>]</span>binnen en
+zetten zich als stamgasten om dat kleine bedje en staarden haar
+aan.</p>
+<p>Maar dien avond lette ze niet op hen; haar oogen weken niet van dat
+bleeke gezichtje, met dat pijnlijke trekken om den mond en de blauwe
+kringen onder de oogen.</p>
+<p>Ja,&mdash;ze had al eens geprobeerd het tegen den rector te zeggen.
+Maar &rsquo;t was niet zoo gemakkelijk voor een vrouw alleen in haar
+positie, en de rector hield zooveel van hem, juist om dat Latijn.</p>
+<p>En Dr. Bentzen was uit principe een tegenstander van dat moderne
+gepraat over overlading bij &rsquo;t onderwijs aan kinderen in de
+school; als ze maar zooveel Latijn leerden en zoo vaak een pak slaag
+gekregen als in zijn jeugd; maar nu was het maar verwennen en oppassen
+aan alle kanten. &rsquo;t Was om je dood te ergeren.</p>
+<p>Kleine Marius moest maar flink eten en buiten in de frissche lucht
+spelen.&mdash;En dan hoefde hij zich toch niet dood te werken!</p>
+<p>Ja, dat was nu alles goed en wel; iedereen was zoo vriendelijk voor
+haar. Maar zie toch eens hoe wonderlijk hij aan zijn slapen ligt te
+wrijven.</p>
+<div class="figure xd20e754width"><img src="images/o035.png" alt=
+"Ornament." width="183" height="68"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e758" href="#xd20e758" name=
+"xd20e758">36</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e376" href="#xd20e376src" name="xd20e376">1</a></span>
+<span class="letterspaced">Madvig</span>: Leerboek der Latijnsche
+taal.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e383" href="#xd20e383src" name="xd20e383">2</a></span>
+<span class="letterspaced">Mensa</span>: tafel, het eerste woord, dat
+men in &rsquo;t Latijn leert verbuigen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e425" href="#xd20e425src" name="xd20e425">3</a></span>
+<span class="letterspaced">Parnassus</span>: de berg der Grieksche
+Goden, hier: zetel der Klassieke Geleerdheid.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e517" href="#xd20e517src" name="xd20e517">4</a></span> n.l.
+&rsquo;t dialect van de stad Bergen in Noorwegen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e544" href="#xd20e544src" name="xd20e544">5</a></span> Schrijver
+van de Noorsche Koningssagen en de jongere Edda.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e570" href="#xd20e570src" name="xd20e570">6</a></span>
+Voorstanders van de &bdquo;landstaal,&rdquo; &rsquo;t zoogenaamde
+&bdquo;nieuwe Noorsch,&rdquo; verschillend van &rsquo;t Deensch.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e577" href="#xd20e577src" name="xd20e577">7</a></span>
+Bovenaardsche wezens, die de strijders in den slag beschermden bij de
+oude Noren.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o086.png" alt="Derde hoofdstuk."
+width="463" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e760" class="main">Derde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e762"><span class="xd20e762init">B</span>ij &rsquo;t
+halfjaarsexamen kwam Abraham een paar nummers naar boven; maar al
+&rsquo;t Latijn van Marius kon niet beletten, dat de kleine professor
+heelemaal naar beneden zakte, zelfs voorbij Morten, den achterblijver,
+en de laatste van de klasse werd.</p>
+<p>De leeraar in wiskunde zei dan ook, dat als hij niet in het volgend
+halfjaar heel buitengewone vorderingen maakte, hij zeker zou blijven
+zitten en niet in de vierde klasse komen.</p>
+<p>Abraham was lang niet vlijtig; maar &rsquo;t hielp dat hij zich had
+voorgenomen Marius op sleeptouw te nemen; en doordat hij gemakkelijker
+leerde, was het voor hem genoeg, dat hij de lessen
+&eacute;&eacute;nmaal met Marius doorwerkte. Marius daarentegen moest
+werken van dat hij uit school kwam, tot hij naar Abraham ging en
+dikwijls ook nog daarna.</p>
+<p>Hun klassieke opvoeding was nu zoover gekomen, dat ze negen uur
+Latijn en vijf uur Grieksch in de <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e770" href="#xd20e770" name="xd20e770">37</a>]</span>week hadden.
+Ze hadden Faedrus en Caesar verlaten om hun geest te verfrisschen met
+Cicero&rsquo;s rede over den ouderdom. En nadat hun jonge tongen
+gebogen waren voor de tweede klasse van de werkwoorden op mi volgens
+Curtius, schreden zij voort met Xenophon, 5 kleine <span class=
+"letterspaced">mijlen</span> per week, het goddelijke Hellas
+binnen.</p>
+<p>&rsquo;t Breidde zich uit, het bosch van de dokkebladeren in de
+jonge hoofden. Langzamerhand werd het verschil uitgewischt tusschen wat
+prettig was te leeren, en wat een plaag was. Alles werd bijna even
+onverschillig, alleen gewaardeerd naar wat op school als het
+gewichtigste vak gerekend werd.</p>
+<p>Alles wat in het onderwijs hier en daar voorkwam, dat <span class=
+"corr" id="xd20e779" title="Bron: direkt">direct</span> in verband
+stond met het leven en de wereld, zooals die werkelijk zijn, daalde
+vrij sterk. En bovenaan kwamen lange rijen doode woorden over doode
+dingen, regels en zinnen, die in hun weeke hersens gepompt werden;
+vreemde geluiden uit een vreemd leven; eeuwenoud stof, dat plichtmatig
+overal gestrooid werd, waar &rsquo;t sappige jeugdige leven een
+vochtige plek toonde, waar &rsquo;t stof aan kon blijven hangen.</p>
+<p>&rsquo;t Is een moeilijke tijd&mdash;de leeftijd van Abraham en
+Marius&mdash;van veertien tot vijftien jaar. De oogen open, een
+vraagzucht even onverzadelijk als de jongenseetlust, die erger jeukt
+dan de mazelen; een ontwakend vermogen en de lust om alles te
+begrijpen; een brandende begeerte om de wereld te veroveren &egrave;n
+dat wat achter de wereld en wat daar weer achter ligt......</p>
+<p>En dan stof, eeuwenoud, buitengewoon fijn stof, in elke vochtige
+porie gestrooid, over elke opkomende vraag, over elke levenskiem, die
+niet juist de kiem van dokkebladeren is. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e786" href="#xd20e786" name="xd20e786">38</a>]</span></p>
+<p>Maar dat gaat over; al op &rsquo;t zestiende of zeventiende jaar is
+het stof goed ingedroogd. De nieuwsgierigheid is dood; de jonge mensch
+heeft geleerd, dat het er maar op aankomt gevraagd te worden, niet te
+vragen. En hij begint ook te begrijpen wat de bedoeling met die
+dokkebladeren is; hij krijgt een duister gevoel, dat ze om zijnentwille
+bestaan, en dat hij bij geluk een van de bevoorrechte slakken in die
+maatschappij is.</p>
+<p>Kleine Marius in een regenjas op een guren wintermorgen, in
+Zuidenwind en regen, v&oacute;&oacute;r achten. <span class="corr" id=
+"xd20e791" title="Bron: t">&rsquo;t</span> Is halfduister, koud en
+nat;&mdash;&rsquo;t is niet bizonder prettig zich om den hoek te werken
+in een vliegenden storm, natte voeten te krijgen en vochtige
+knie&euml;n.</p>
+<p>Toch denkt hij er &rsquo;t meest aan hoe hij zijn dierbare stapel
+boeken tegen den regen zal beschermen; hij had ze onder zijn oliejas,
+zoodat hij veel op dat soort van koeien leek, die hun maag aan
+&eacute;&eacute;n kant hebben.</p>
+<p>In de school was het donker en kil, zooals gewoonlijk vroeg in den
+morgen. Morten, de achterblijver, propte de kachel vol hout; de andere
+jongens stonden er om heen om zich te warmen;&mdash;nat en koud waren
+ze allemaal. Maar &rsquo;t was Zaterdag; en hoe guur &rsquo;t dan ook
+is, toch ligt er iets feestelijks over alles, wat door geen regen of
+kou heelemaal te bederven is.</p>
+<p>Marius droogde eerst zijn boeken en toen zich zelf af, zoo goed het
+ging met zijn blauwen rattenzakdoek.</p>
+<p>Abraham L&ouml;vdahl deed den rector na, terwijl hij de opgegeven
+paragrafen uit de &bdquo;regels&rdquo; voor de school voorlas, die op
+een stuk karton geplakt en met een lichtgroenen rand er om aan den muur
+hingen.</p>
+<p>&bdquo;Paragraaf vier<span class="corr" id="xd20e805" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; las Abraham, en deed alsof hij zijn neus
+vol snuif stopte: &bdquo;De leerlingen moeten altijd schoon en netjes
+in de school komen. Jassen, mutsen, enz. moeten ze op de daarvoor
+bestemde toestellen <span class="pagenum">[<a id="xd20e808" href=
+"#xd20e808" name="xd20e808">39</a>]</span>hangen met inachtneming van
+orde en voorzichtigheid en Dezelve weer me&ecirc;nemen...
+Dezelve&mdash;met een hoofdletter&mdash;wat is dat?&rdquo; riep
+Abraham.</p>
+<p>&bdquo;De toestellen,&rdquo; stelde Morten voor.</p>
+<p>Een ander beweerde dat het op orde en voorzichtigheid doelde, en
+daarover ontstond een taalkundig dispuut.</p>
+<p>Kleine Marius luisterde niet; want hij zat verbuigingen te mompelen
+met zijn neus in Curtius; &rsquo;t was bijna donker op zijn
+plaats&mdash;de laagste van de klasse.</p>
+<div class="table xd20e816">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="5">&rsquo;t Rooster voor Zaterdag was:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">8</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">9</td>
+<td valign="top">Grieksch.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">9</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">10</td>
+<td valign="top">Geschiedenis.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">10</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">11</td>
+<td valign="top">Noorsch opstel.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">11</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">12</td>
+<td valign="top">rekenen.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">12</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">1</td>
+<td valign="top">Latijn.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">van</td>
+<td valign="top">1</td>
+<td valign="top">tot</td>
+<td valign="top">2</td>
+<td valign="top">Latijn.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>&rsquo;s Zaterdags moesten zij tot twee uur blijven, anders kwamen
+zij er om &eacute;&eacute;n uur al uit.</p>
+<p>Eindelijk kwam de oude onderdirecteur Bessesen aan, bezig met
+overschoenen, regenjas, parapluie, handschoenen en polsmofjes. Zijn
+binnenkomen in de klasse maakte niet den minsten indruk. Abraham zei
+alleen heel kalm: &bdquo;Ziezoo&mdash;daar hebben we nu het oude
+stekelvarken,&rdquo; en Morten bleef aan &rsquo;t werk met de
+kachel.</p>
+<p>Eerst toen de onderdirecteur zich afgepeld had en op den katheder
+gekomen was, maakten de jonge heeren aanstalten om naar hun plaats te
+gaan en het onderwijs te beginnen.</p>
+<p>&bdquo;Wil jij maar beginnen, Abraham L&ouml;vdahl,&rdquo; zei het
+stekelvarken, na in zijn zakboekje gekeken te hebben, waarin hij de
+cijfers noteerde.</p>
+<p>&bdquo;Ik had gisteren zoo&rsquo;n hoofdpijn, dat ik mijn Grieksch
+niet leeren kon,&rdquo; antwoordde Abraham met <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e918" href="#xd20e918" name=
+"xd20e918">40</a>]</span>een uitdrukking van spijt, maar vrijmoedig en
+oprecht.</p>
+<p>Marius zette groote oogen op.</p>
+<p>De oude glimlachte en bewoog zijn hoofd wat heen en weer. Toen zocht
+hij een ander uit om te overhooren.</p>
+<p>De oude heer Bessesen had trouw stof gestrooid, jaren lang, en hield
+al lang geleden zijn 25-jarig jubileum. Zijn veld was niet groot, maar
+daar stond hij ook zoo vast als een muur.</p>
+<p>Hij wist op een prik wat er van het Grieksch op het toelatingsexamen
+werd gevraagd; hij kon van te voren zeggen, welke vragen de examinandus
+krijgen zou bij elk stuk, dat hij lezen moest van de eenmaal
+vastgestelde schrijvers.</p>
+<p>En dat bracht hij langzaam, maar zeker zijn beste leerlingen bij; de
+andere kwamen er niet zooveel op aan, omdat zij toch de heele school
+niet afliepen.</p>
+<p>Hij zat daar zoo klein en verschrompeld, dat hij bijna verdween in
+zijn eigen jas. Zijn kin dook heelemaal in zijn boek weg, en &rsquo;t
+kortgeknipte, geelroode haar stak naar alle kanten uit, terwijl hij een
+enkelen keer de oogen, met roode randjes, van den katheder ophief.</p>
+<p>Want hij was een vreedzaam leeraar. Of ook iemand een vertaling
+naast zich had en die voorlas;&mdash;of er voorgezegd of geknoeid werd,
+dat het een aard had&mdash;hij zag of hoorde &rsquo;t niet. De ervaring
+van een lang leven had hem geleerd, dat het de moeite niet loont over
+zoo iets drukte te maken, en het ging ook zooveel makkelijker, als de
+slechte leerlingen wat geholpen werden.</p>
+<p>Hij was intusschen in &rsquo;t geheel niet suf; de minste fout of
+onzekerheid trof zijn oor; hij sprong op, alsof hij geprikt werd, als
+iemand zich vergiste in de imperfectum <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e936" href="#xd20e936" name="xd20e936">41</a>]</span>of
+aoristus<a class="noteref" id="xd20e938src" href="#xd20e938" name=
+"xd20e938src">1</a> maar behalve dat mocht er allerlei leven en
+beweging in de klasse zijn, als &rsquo;t maar niet te erg werd.</p>
+<p>Zoo leidde hij den tocht der tienduizenden&mdash;een kleine mijl per
+dag; en alle jonge menschen, die in den loop der jaren hem als hun
+aanvoerder gevolgd hadden, waren allen met dezelfde regelmatigheid, met
+dezelfde kleine dagmarschen door Xenophon, Homerus, Sofokles, Herodotus
+en Plutarchus heengekomen. &rsquo;t Ging alles op dezelfde manier,
+zonder verandering of ommekeer. Zoowel in verzen als in proza was er
+dit zeer gewichtig verschil tusschen imperfectum en aoristus; en mocht
+het gebeuren, dat hij, die aan het vertalen was, begon te lachen om een
+<span class="corr" id="xd20e945" title="Bron: grapige">grappige</span>
+anekdote van Herodotus&mdash;dan keek het stekelvarken verbaasd op.
+Zooiets kon hij niet begrijpen.</p>
+<p>Daarom ging de grauwe morgen eentonig en kalm voorbij. Zij, die geen
+lust hadden om overhoord te worden, hadden hoofdpijn of hadden
+hoofdpijn gehad, en dan moest het stekelvarken een ander zoeken, die
+bereid was een slag te wagen en klaar zat met de vertaling aan de eene
+zij, de zinnetjes en de aanteekeningen aan de andere.</p>
+<p>Om negen uur pakte het stekelvarken al zijn zaken bijeen en wandelde
+verder naar de volgende klasse.</p>
+<p>Het geschiedenis-uur van 9&ndash;10 ging ook vredig voorbij. Toen
+was Borring met zijn veeren pennen in de klas; en omdat er nu alleen
+Latijnen waren&mdash;Tolleiv en Reinert waren op zee, en de anderen
+waren weg&mdash;hielpen de leerlingen zichzelf en elkaar met afkijken
+en voorzeggen.</p>
+<p>Als Marius zijn geschiedenis kennen zou, moest hij absoluut
+&bdquo;op glee&rdquo; geholpen worden; maar dat klopte <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e957" href="#xd20e957" name=
+"xd20e957">42</a>]</span>niet altijd met de methode van den leeraar.
+Vandaag vroeg hij bijv.: &bdquo;En wanneer nam het geluk een
+keer?&rdquo; en daarop begon hij aan zijn veeren pennen; kort daarna
+zei hij: &bdquo;Nu, wanneer nam het geluk een keer?&rdquo; blies in een
+pen en sneed voort.</p>
+<p>Marius kende &rsquo;t heele dreuntje over Karel XII, maar hij wist
+niet, dat het geluk een keer nam in 1708. Abraham moest het hem
+influisteren.</p>
+<p>Daardoor kwam Marius gelukkig op het dreuntje: &bdquo;Maar in het
+jaar 1708 nam het geluk een keer,&rdquo; en toen ging het van een leien
+dakje.</p>
+<p>Nu had Morten de achterblijver eindelijk de kachel roodgloeiend
+gekregen, en &rsquo;t was zoo warm, dat men in &rsquo;t vrije kwartier
+alle vensters open moest zetten.</p>
+<p>&bdquo;Wie heeft de kachel opgestookt?&rdquo; vroeg de rector ook
+dadelijk, toen hij met de cahiers onder den arm in de klas kwam.</p>
+<p>Geen antwoord: maar toen hij &rsquo;t weer vroeg, op strenger toon,
+antwoordde No. 1 van de klasse.</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof, dat Morten Kruse het gedaan heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo, deed jij dat&mdash;Morten! doe jij zulke dingen? Kom
+eens hier en zoek eens naar de paragraaf in &rsquo;t reglement waarin
+staat, dat de leerlingen zelf voor &rsquo;t verwarmen van de school
+moeten zorgen.&rdquo;</p>
+<p>Morten ging onwillig voor het reglement staan en staarde naar
+boven.</p>
+<p>&bdquo;Nu jongetje!&mdash;kun je die paragraaf ook haast vinden? of
+moet ik je een handje helpen?&rdquo; vroeg de rector en trok hem aan
+&rsquo;t oor met de eene hand, terwijl hij met de andere op het
+reglement wees, &bdquo;zie je paragraaf 5 niet? Lees die eens voor:
+hardop en duidelijk!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Paragraaf 5,&rdquo; begon Morten met een zware stem,
+&bdquo;in de school moeten de leerlingen dadelijk naar hun plaats gaan
+en nooit leven maken of onordelijk zijn. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e980" href="#xd20e980" name="xd20e980">43</a>]</span>Zij mogen ook
+nooit hun plaats verlaten zonder uitdrukkelijke toestemming.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu, jongetje! zie je nu hoe een leerling zich in de klasse
+gedragen moet, h&egrave;? <span class="corr" id="xd20e984" title=
+"Bron: Vindt">Vind</span> je, dat er iets staat over &rsquo;t
+volproppen van den kachel, h&egrave;?&mdash;vind je dat?
+H&egrave;?&rdquo;</p>
+<p>Bij elke vraag trok hij &rsquo;t oor van den jongen meer naar boven,
+totdat Morten op zijn teenen stond.</p>
+<p>De heele klasse lachte en Morten sloop naar zijn plaats.</p>
+<p>Intusschen had No. 1 de cahiers uitgedeeld, na ze alle ingekeken te
+hebben om de cijfers na te zien.</p>
+<p>Marius had 4&frac12;, wat iets slechter was dan gewoonlijk, en dat
+was eigenlijk een teleurstelling, hij had het onderwerp zoo prettig
+gevonden, omdat het zoo lang was, dat &rsquo;t bijna een kwart pagina
+vullen kon, als je wijd uit elkaar schreef; en hij vond het altijd zoo
+moeielijk om zijn opstellen lang genoeg te maken.</p>
+<p>Het onderwerp was: &bdquo;Vergelijking tusschen Noorwegen en
+Denemarken, met het oog op de natuur van de landen en het karakter en
+bedrijf van het volk.&rdquo;</p>
+<p>De rector begon van onder op: &bdquo;Je maakt slechte opstellen,
+Marius! wat is dat nu voor een ratjetoe, wat je vandaag bij elkaar
+gehaald hebt! luister nu zelf eens: Als men Noorwegen met Denemarken
+vergelijkt, dan ziet men een groot verschil tusschen deze landen.
+Noorwegen is een bergland, Denemarken daarentegen een vlak land.
+Noorwegen heeft, daar het een bergland is, mijnen, wat Denemarken niet
+heeft omdat er geen bergen zijn. Ook heeft een bergland altijd
+dalen...... Ach ja Marius, dat is zoo waar...... zoo waar, maar meen je
+nu, dat het noodig is ons dat te vertellen? &rsquo;t is zoo onrijp...
+zoo treurig onrijp,&rdquo; hernam de rector bekommerd en liep een poos
+in gedachten <span class="pagenum">[<a id="xd20e999" href="#xd20e999"
+name="xd20e999">44</a>]</span>verdiept op en neer. Marius begreep best,
+dat hij aan het overgaan tegen de groote vacantie dacht.</p>
+<p>&bdquo;Maar, goeie hemel! wat een hitte! bah!&rdquo; riep de rector
+en gaf Morten een draai om zijn ooren, toen hij hem voorbij ging.</p>
+<p>Toen begon hij weer aan &rsquo;t opstel van Marius:</p>
+<p>&bdquo;Noorwegen heeft een goed verweermiddel in het
+Kj&ouml;lengebergte; en als er oorlog kwam, dan zou men daar moeilijk
+met kanonnen over kunnen komen, vooral in den winter......</p>
+<p>&bdquo;Wat ben je oorlogszuchtig Marius. &rsquo;t Is een wonder! Wie
+zou er nu over het Kj&ouml;lengebergte willen trekken met <span class=
+"corr" id="xd20e1010" title="Bron: kanonen">kanonnen</span> in den
+winter? De Zweden zijn immers onze goede vrienden en broeders. Neen,
+dan is het beter, wat een ander heeft geschreven, dat men nu liever het
+Kj&ouml;lengebergte weg moest wenschen, zoodat de broedervolken zich
+geheel konden vereenigen. Wie heeft dat ook weer...?<span class="corr"
+id="xd20e1013" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Ik,&rdquo; zei No. 1 bescheiden.</p>
+<p>&bdquo;Juist! dat heb jij, Broch, ja, dat is heel goed. Marius
+daarentegen ziet alles van een oorlogszuchtig standpunt; luister nu
+maar verder: Als men de volken vergelijkt, vindt men dat de Denen
+weeker zijn dan de Noren. <a id="xd20e1020" name="xd20e1020"></a>Ja,
+wat beteekent dat nu eigenlijk?&rdquo; riep de rector knorrig en krabde
+zich het haar; hij werd hoe langer hoe heeter, &rsquo;t was zeker
+ongeveer 85 graden, &bdquo;hier zijn er meer in de klasse, die over die
+weekheid van de Denen geschreven hebben, waar dient dat voor? &rsquo;t
+Is heel braaf zijn vaderland lief te hebben; maar vaderlandsliefde
+wordt een groote fout, als &rsquo;t nationale hoogmoed wordt, dan ziet
+men op andere naties neer en roemt alleen zijn eigen. Vooral is
+&rsquo;t belachelijk voor een klein, arm volk, als het onze, dat
+zoowaar niet veel heeft om trotsch op te zijn.&rdquo;</p>
+<p>Broch&rsquo;s uitstekend opstel werd niet voorgelezen; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1024" href="#xd20e1024" name=
+"xd20e1024">45</a>]</span>want de warmte werd eindelijk
+z&oacute;&oacute; erg, dat de rector in wanhoop order gaf om deuren en
+vensters open te zetten en daar er toen een vliegende tocht in de kamer
+kwam, zond hij alle jongens naar de plaats. Alleen Morten Kruse moest
+voor straf binnen blijven.</p>
+<p>&rsquo;t Regende niet meer; maar de wind was koud en &rsquo;t was
+modderig op de plaats, zoodat ze niet veel pleizier hadden van dit
+lange vrije kwartier. Marius liep te rillen van angst voor de rekenles,
+want volgens alle menschelijke berekening zou hij vandaag een beurt
+krijgen.</p>
+<p>Abraham had hem geholpen, en kleine Marius had gezegd, dat hij
+&rsquo;t begreep. Hij had werkelijk van een en ander een beetje begrip
+gekregen. Maar hij wist wel bijna zeker, dat hij, als hij voor &rsquo;t
+bord stond, niet zou weten wat &frac12; &times; &frac12; was.</p>
+<p>De onderdirecteur Abel kwam binnen huppelen en de vensters werden
+gesloten. Hij had zijn nieuwe regenjas over den arm en neuriede, wat
+altijd beteekende, dat hij in zijn humeur was.</p>
+<p>Dat troostte Marius intusschen niet erg, want als de onderdirecteur
+in een goede bui was, dan kon hij de jongens zoo leelijk voor den gek
+houden.</p>
+<p>De onderdirecteur Abel was ongetrouwd en de kwast onder de leeraars.
+&rsquo;t Was zijn trots, zijn schunnig gekleede collega&rsquo;s met hun
+gele boordjes te verrassen met nieuwe en bizondere
+kleedingstukken&mdash;nu eens een das met roode moezen, dan een lichten
+broek; nu was een gutta-percha regenjas aan de orde.</p>
+<p>Allen hadden er in geknepen en er aan geroken; allen hadden naar den
+prijs gevraagd en allen hadden dien gehoord.</p>
+<p>Als leeraar had hij dit principe: &bdquo;De menschen kunnen worden
+verdeeld in twee soorten: Zij, die wiskunde kunnen leeren, en zij, die
+het in &rsquo;t geheel niet kunnen. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1041" href="#xd20e1041" name="xd20e1041">46</a>]</span>En ik neem
+op me binnen een maand uit te maken of een jongen wiskunde leeren kan
+of niet.&rdquo;</p>
+<p>En op grond van die theorie bracht hij de knappe jongens heel ver;
+en liet de anderen zonder gewetensbezwaar links liggen.</p>
+<p>De leeraar sloeg het stof van den katheder met zijn zijden zakdoek,
+v&oacute;&oacute;r hij plaats nam. Marius zat in stilte te beven,
+terwijl hij in zijn zakboekje keek.</p>
+<p>Maar Broch werd opgeroepen. Marius kon zijn geluk haast niet
+gelooven; &rsquo;t scheen wel alsof Abel van boven af begon, en dan
+kwam hij misschien vandaag weer vrij.</p>
+<p>Ze waren pas begonnen met vergelijkingen van den eersten graad met
+een onbekende, en kleine Marius had geduldig allerlei voorbeelden
+gevolgd van manieren om die <i>x</i> te vinden.</p>
+<p>Hij had hooren zeggen, dat die gevonden was en &rsquo;t voorbeeld
+zien uitvegen, ja, wat meer was, hij had zelf alle voorbeelden in zijn
+boek opgeschreven; en toch bleef die eene onbekende hem even ver en
+vreemd.</p>
+<p>Hij hield die <i>x</i> in &rsquo;t oog; hij schreef trouw op hoe die
+als een haas van de eene lijn naar de andere gejaagd werd met
+vermenigvuldigingen, verkortingen, breuken en al zulke duivelsche
+dingen achter zich aan tot het arme, uitgeputte dier eindelijk alleen
+aan den linkerkant stond;&mdash;en dan bleek het, dat die vreeselijke
+<i>x</i> niet anders dan een heel goedig getal was,&mdash;bijv. 28.</p>
+<p>Marius kon langzamerhand desnoods begrijpen, dat <i>x</i> een
+verschillende waarde had in de verschillende voorbeelden. Maar wat wou
+men toch met die <i>x</i>? waarom al die omslag&mdash;waarom moest er
+over het heele bord over stok en steen op die eene onbekende gejaagd
+worden, als die toch niet anders was dan bv. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1072" href="#xd20e1072" name=
+"xd20e1072">47</a>]</span>28, of misschien maar 15?&mdash;neen, dat kon
+Marius wezenlijk niet begrijpen.</p>
+<p>Toch nam hij zijn boekje en schreef zorgvuldig de som op, die Broch
+moest uitrekenen:</p>
+<p>Aan Pythagoras werd gevraagd hoeveel leerlingen hij had.</p>
+<p>De wijze man antwoordde: &bdquo;De helft studeert philosophie, het
+derde gedeelte wiskunde, en de overige, die zich in het zwijgen
+oefenen, maken met de drie, die ik onlangs kreeg, het vierde gedeelte
+uit van hen, die ik vroeger had.&rdquo; Hoeveel leerlingen had
+Pythagoras, v&oacute;&oacute;r hij er de drie laatste bij kreeg?</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat is niet zoo gemakkelijk om daar achter te
+komen,&rdquo; dacht kleine Marius verheugd, omdat hij veilig op zijn
+plaats zat. En terwijl Broch daar in de verte op &rsquo;t bord dadelijk
+met &frac12; <i>x</i> en &#8531; <i>x</i> begon om te springen,
+verdiepte Marius zich in overpeinzingen over dit ingewikkeld vraagstuk.
+Vooral liep hem alles door elkaar als hij aan dat &bdquo;vroeger&rdquo;
+dacht; want dan was &rsquo;t toch finaal onmogelijk daarop te
+antwoorden. En dan gingen zijn gedachten vol medelijden naar dat arme
+derde gedeelte, dat wiskunde studeerde en hij werd het er met zich zelf
+over eens, dat hij zich zeer zeker &rsquo;t allerliefst bij &bdquo;de
+overigen, die zich oefenen in &rsquo;t zwijgen,&rdquo; zou aansluiten.
+Hij werd uit zijn overpeinzingen gewekt doordat hij opgeroepen
+werd.</p>
+<p>Of de leeraar had gemerkt, dat hij zat te soesen, &oacute;f hij had
+in zijn boekje gezien, dat het lang geleden was, dat Gottwald een beurt
+had gehad. Hij liet Broch naar zijn plaats gaan midden in de
+som,&mdash;die ook al te gemakkelijk voor hem was&mdash;en toen Marius
+half suf voor het bord kwam, stonden daar een paar rijen getallen en
+<i>x</i>-en, waar hij geen zier van begreep;&mdash;alleen zweefde hem
+flauw iets voor den geest toen hij ergens &#8531; zag staan, dat dit
+zeker betrekking had <span class="pagenum">[<a id="xd20e1094" href=
+"#xd20e1094" name="xd20e1094">48</a>]</span>op dat rampzalige derde
+gedeelte, dat wiskunde studeerde.</p>
+<p>&bdquo;Nunc&mdash;parvulus Madvigius! qvid tibi videtur de
+matrimonio?&rdquo; riep Abel en zwaaide zijn lorgnet. &bdquo;Voor jou
+is het maar een kleinigheid dit sommetje uit te werken; jij kent immers
+je Pythagoras&mdash;niet waar? Madvigius! Pythagoras, qvi, dixit, se
+menimisse, gallum fuisse. Alsjeblieft, Mijnheer de professor! ga voort,
+geneer je niet. Ja, want zooals je ziet, de som is haast af. Broch
+heeft immers, v&oacute;&oacute;r hij naar zijn plaats ging, gezegd, wat
+er verder gedaan moest worden. Of had de professor misschien wat anders
+te doen dan te luisteren? Kleine Gottwald moest er liever aan denken
+dat hij moest overgaan voor de groote vacantie en zijn moeder geen
+verdriet doen.&rdquo;</p>
+<p>Marius stond met het gezicht naar het groote zwarte bord gekeerd,
+dat op een ezel stond midden op de vloer, en hij voelde &rsquo;t lachen
+en spotten van de heele klasse als steken in den rug. Maar toen zijn
+moeder genoemd werd, voelde hij de oogen vol warme tranen komen, de
+krijtfiguren liepen in elkaar en hij gaf het op.</p>
+<p>De heele klasse&mdash;d. w. z. zij, die wiskunde leeren
+konden&mdash;, amuseerde zich kostelijk. De onderdirecteur was
+onweerstaanbaar geestig, als hij de &bdquo;sprakeloozen&rdquo; een
+beurt gaf. Z&oacute;&oacute; noemde hij hen, die geen wiskunde konden
+leeren.</p>
+<p>Alleen Abraham zat zich te ergeren, omdat het zijn vriend gold, maar
+ook omdat Marius zoo&rsquo;n stoffel was; soms moest hij wel
+me&ecirc;lachen.</p>
+<p>&bdquo;We moeten hem een hulpprofessor geven,&rdquo; zei Abel, en
+zette zijn lorgnet op. &bdquo;Jij, Morten, met je mooien bijnaam. Sta
+op en sta je broeder in den geest bij.&rdquo;</p>
+<p>Morten stond onwillig op; er was een stil verzet in <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1108" href="#xd20e1108" name=
+"xd20e1108">49</a>]</span>hem, dat toch nooit verder kwam dan tot
+gemompel en &rsquo;t trekken van een zuur gezicht; hij was niet knapper
+dan Marius en de groote en de kleine leerling zagen er even dom uit,
+zooals ze daar naar het bord stonden te staren.</p>
+<p>Toch ging er een schemerachtig licht voor Morten op; hij deed een
+greep in de krijtdoos om wat op te schrijven en vergat, dat hij al een
+groot stuk krijt in de hand had.</p>
+<p>&bdquo;Ja, flink zoo Morten!&rdquo; riep de leeraar, die het
+opmerkte. &bdquo;Krijt moet er bij, man! als &rsquo;t goed zal worden.
+Zou je de krijtdoos niet onder je arm nemen? En de spons in je zak
+steken, &rsquo;t lineaal tusschen je beenen, dan ben je goed toegerust!
+Ach, Morten, Morten! Je bent dom en wordt elken dag dommer.&rdquo;</p>
+<p>De schemering bij Morten was al weer weg, hij stond te vloeken,
+zoodat Marius het kon hooren. De klasse amuseerde zich, en No. 1 van de
+klasse was slap van lachen en zag bewonderend op naar den katheder.</p>
+<p>&bdquo;Nu moeten we nog een laatste poging wagen,&rdquo; meende de
+leeraar, en riep vier anderen van de &bdquo;sprakeloozen&rdquo; op, die
+geen wiskunde konden leeren.</p>
+<p>Met vereende krachten kregen ze eindelijk het vraagstuk opgelost van
+de vroegere leerlingen van Pythagoras; en Marius, die heelemaal op zij
+geduwd was, moest voor het bord komen en het heele stuk weer oplezen;
+en verklaren, dat deze keer <i>x</i> gelijk aan 72 was.</p>
+<p>&bdquo;Ziezoo!&rdquo; riep Abel vrolijk, &bdquo;nu zullen wij met de
+massa gaan werken, zooals Napoleon. Hier is de keurbende verzameld! In
+waarheid een fiere schare! &rsquo;t Is precies als in de comedie van
+Cortes, als J&ouml;rgen Tambur en de twee getuigen den bloem van
+Frankrijk&rsquo;s adel moeten voorstellen. <a id="xd20e1126" name=
+"xd20e1126"></a>Goeiemorgen jelui ganzen&mdash;&mdash;&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1128" href="#xd20e1128" name=
+"xd20e1128">50</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;We zijn geen ganzen,&rdquo; bromde Morten.</p>
+<p>&bdquo;Goeiemorgen jelui ganzen, alle twintig,&rdquo; zei de Vos.
+&bdquo;We zijn niet met ons twintigen; maar als er zooveel bij kwamen,
+als er nu zijn en nog half zooveel, en dan nog anderhalve gans en een
+ganzerik&mdash;dan waren we met ons twintigen. Hoeveel ganzen waren er
+dus? O Morten!&rdquo;</p>
+<p>Maar noch Morten, noch een van de andere sprakeloozen deed zelfs een
+poging om aan die ganzen te beginnen; en toen Abel vond, dat die
+comedie lang genoeg geduurd had, riep hij:</p>
+<p>&bdquo;Ga naar huis en begeef u ter ruste en hef het oude lied
+aan:</p>
+<p>&bdquo;Ga in, o burger, tot de welverdiende rust!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jelui krijgt alle broederlijk, zonder aanzien des persoons
+jelui zesje. En als je verlangt mijn meening te hooren over jelui
+toekomst hier op aarde, dan is die deze: dat ik niet geloof, dat jelui
+voor iets anders gebruikt kunnen worden dan om eieren uit te broeden;
+jij... Morten, met je mooien bijnaam, jij kunt &rsquo;t misschien
+brengen tot den jongen van den knecht van den koster. Abraham
+L&ouml;vdahl kom eens voor het bord.&rdquo;</p>
+<p>Toen Marius op zijn plaats teruggekomen was, zag hij hoe Abraham in
+een wip het ganzenvraagstuk had opgeschreven: 2<i>x</i> +
+&frac12;<i>x</i> + 2&frac12; = 20; maar hij was te moe om er verwonderd
+over te wezen, te veel gebukt onder de nieuwe zessen, die, zooals hij
+wel wist, het overgaan voor hem nog onzekerder zouden maken; maar
+vooral veel te moedeloos bij de gedachte aan dien trek om Moeders mond,
+als ze weer een 6 op zijn rapport zag.</p>
+<p>&rsquo;t Was twaalf uur, en de oude vrouw, die krakelingen en
+stroopkoeken aan de gymnasiasten verkocht, stond al bij de stoep.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1152" href="#xd20e1152" name=
+"xd20e1152">51</a>]</span></p>
+<p>De jongens van de vierde klasse, met jassen aan, liepen op en neer
+op hun vaste plaats; die van de derde, nog met buisjes aan, stonden in
+groepjes te eten; terwijl de gelukkige kleintjes, die om twaalf uur
+vrij kwamen, de poort uit stoven met Zaterdagsche vaart.</p>
+<p>De lucht klaarde op. De wind draaide naar &rsquo;t westen, &rsquo;t
+zou best mogelijk zijn, dat hij heelemaal naar het Noorden omsloeg
+tegen den nacht; dan kwam er vorst, en dan kon &rsquo;t ijs toch
+misschien morgen al goed zijn.</p>
+<p>Kleine Marius stond alleen zijn stroopkoek te eten, zonder er op te
+letten, dat de stinkers, die hem voorbij liepen, hem voor
+&bdquo;Rattenkoning&rdquo; en allerlei ander moois uitscholden; hij had
+een gevoel, alsof zijn heele hoofd leeg en hol was,&mdash;en nu moesten
+er nog twee uren komen!</p>
+<p>Hij had nu wel in die beide uren Latijn, waar hij minder bang voor
+was; maar dat laatste wiskunde-uur had hem zoo vermoeid.</p>
+<p>&rsquo;t Was heel iets anders met den dikken Morten en de andere
+&bdquo;sprakeloozen.&rdquo; Zij gaven geen zier om den spot van den
+onderdirecteur. Maar kleine Marius was heel gevoelig voor hoon; soms
+had hij zijn vijanden zijn moeder hooren mengen in beleedigende
+uitdrukkingen, die hij niet begreep, maar die toch zijn bloed deden
+koken.</p>
+<p>&bdquo;Wat is dat toch voor een aap, die de kachel heeft opgestookt,
+h&egrave;?&rdquo; begon Aalbom, zoodra hij in de klas kwam. &rsquo;t
+Was heelemaal niet warm meer, maar hij had den rector gesproken.
+&bdquo;Dat heb jij zeker gedaan, Kruse! Jou, dikke ezel! Bah! Waar
+moeten we beginnen? Vers 122: qvas deas,&mdash;lees op&mdash;Gottwald,
+hardop! Och nonsens! Is dat nu hardop lezen? qvas deas per terras! doe
+toch je bek open, h&egrave;? die luie Westlanders <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1165" href="#xd20e1165" name=
+"xd20e1165">52</a>]</span>kunnen niet eens hun tanden van elkaar
+krijgen, zit toch niet te mompelen of je een aardappel in je mond hebt,
+uil die je ben, h&egrave;!&rdquo;</p>
+<p>Dit was zoo zijn manier om de les te beginnen; vooral in de laatste
+uren, als hij zelf zenuwachtig en knorrig was, na van 8 uur &rsquo;s
+morgens gebromd en gescholden te hebben.</p>
+<p>De klasse boog &rsquo;t hoofd onder den storm, ofschoon zij er aan
+gewend was; maar kleine Marius ging bevend voort met lezen en kreeg
+heel veel knorren omdat hij niet hard genoeg sprak.</p>
+<p>&rsquo;t Was niet gunstig voor Marius, dat de rector in de twee
+lagere klassen Latijnsche les gegeven had; want nu wilde Aalbom nooit
+toegeven, dat de rector den kleinen Gottwald zoo heel ver had gebracht;
+maar aan den anderen kant was hij bang, dat de rector zou willen
+beweren, dat zijn lieveling achteruit was gegaan, sinds hij bij Aalbom
+in de klasse gekomen was.</p>
+<p>Daarom eischte hij alles van Marius, maar had nooit een woord van
+lof voor hem. De leeraar liep op en neer voor de klasse, als een
+roofdier loerende op een fout om er op aan te vliegen; hij was
+buitengewoon lang en mager en daarenboven bijziende, waarom zijn lieve
+leerlingen hem nooit anders dan &bdquo;de blinde darm&rdquo;
+noemden.</p>
+<p>Marius spande zich in en kwam er goed af; maar daarna was hij ook
+zoo uitgeput, dat hij bijna sliep.</p>
+<p>&rsquo;t Uur ging voorbij met knorren en rumoer en toen was er nog
+maar &eacute;&eacute;n over. Het laatste uur werd voor een Latijnsche
+thema gebruikt. Aalbom gaf hun een van de stukken in het boek van
+Henrichsen op en ging op den kruk in den katheder zitten, om zijn
+beenen te laten bengelen en in de lucht te kijken.</p>
+<p>Er was niet veel meer in een van de leerlingen overgebleven
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1182" href="#xd20e1182" name=
+"xd20e1182">53</a>]</span>om een Latijnsch opstel van te brouwen; de
+meesten schreven er maar op los, en Marius ook,&mdash;dus dat werden
+prachtige opstellen!</p>
+<p>Maar toen was eindelijk de school uit, en zelfs de bleekneuzige
+Latijnen waren wat levendiger toen ze over de plaats liepen, want het
+was Zaterdag.</p>
+<p>Haring, zoete soep en pannekoeken&mdash;er bestond niets lekkerders
+in de heele wereld; want dat was &rsquo;t Zaterdagsmaal in de heele
+stad.</p>
+<p>&rsquo;t Klaarde werkelijk op en &rsquo;t werd een heldere
+vorstavond met maneschijn, zoodat de vierde klasse met de bakvischjes
+ging wandelen, terwijl de jongere kameraden in groepjes liepen te
+zingen en elkaar tegen de jonge paartjes aan duwden als ze voorbij
+kwamen. Maar Abraham en Marius wandelden arm in arm en zagen van uit de
+hoogte op dat alles neer; nu en dan hief Abraham zijn gebalde vuist op
+tegen de vreedzame woning van Proost Sparre, waar hij wist, dat de
+telegrafist zijn vroeger geliefde een bezoek bracht.</p>
+<p>&rsquo;s Avonds was Marius bij Abraham gevraagd, de professor en
+zijn vrouw hadden gasten. Zij hadden alle kamers tot hun beschikking en
+&rsquo;s avonds kregen zij een warm souper. En niets te doen voor
+morgen! Niets te leeren! als een vrij man te slapen tot tien uur! En
+toch werd nog de een of andere Zondagmorgen in bed in zijn gedommel
+gekweld door de gedachte: nu gauw opstaan en naar school hollen!</p>
+<p>Brr, koud in de slaapkamer,&mdash;halfdonker&mdash;een massa
+boeken... hij kent er geen steek van...</p>
+<p>Eindelijk overeind!&mdash;En dan was het Zondag! pardoes weer onder
+de dekens!</p>
+<p>Zou iemand wel ooit vergeten, hoe zalig dat was? <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1198" href="#xd20e1198" name=
+"xd20e1198">54</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e938" href="#xd20e938src" name="xd20e938">1</a></span>
+Vervoegingsvormen der klassieke werkwoorden<span class="corr" id=
+"xd20e940" title="Niet in bron">.</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o005.png" alt="Vierde hoofdstuk."
+width="468" height="136"></div>
+<h2 id="xd20e1200" class="main">Vierde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e1202"><span class="xd20e1202init">E</span>r was allang
+sprake geweest van een fabriek, die in de buurt van de stad zou gebouwd
+worden. Het heette, dat het een filiaal zou zijn van een groote
+Engelsche zaak in kunstmeststoffen. Maar de ondernemers <span class=
+"corr" id="xd20e1204" title="Bron: wilde">wilden</span> er ook graag
+kapitaal uit de stad in hebben en daar men in de stad niet veel
+verstand van zulke zaken had, kwam er een deskundige, om met de
+menschen te spreken, te verklaren wat men kon verwachten, dat er
+verdiend zou worden, een geschikt terrein te koopen, dat al was
+uitgezocht en naar aanleiding daarvan waren er gasten bij professor
+L&ouml;vdahl.</p>
+<p>De deskundige in quaestie, die Michal Mordtmann heette, was als de
+meeste vreemden aan Professor L&ouml;vdahl aanbevolen. Trouwens, de
+professor kende hem nog wel van de universiteit. Mordtmann was
+indertijd begonnen in de medicijnen te studeeren. Maar toevallig was
+hij in Engeland gekomen, waar hij door <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1209" href="#xd20e1209" name="xd20e1209">55</a>]</span>connecties
+van zijn vader kennis maakte met een familie, die scheikundige
+fabrieken had.</p>
+<p>Geheel onverwacht kreeg hij een aanbod van een mooie betrekking
+daar; de lust bekroop hem eens te probeeren verscheiden jaren in
+Engeland te blijven. Maar langzamerhand kwam hij tot de ontdekking, dat
+deze verandering in zijn levensrichting niet zoo toevallig was als hij
+zelf wel meende.</p>
+<p>Zijn vader&mdash;Isac Mordtmann en Co., in Bergen, dreef een groote
+zaak en had een goeden omzet; maar wat hij aan vast vermogen bezat wist
+niemand.</p>
+<p>&rsquo;t Was een ondernemend, levendig handelsman, die er heelemaal
+niet blij om was, dat zijn eenige zoon absoluut dokter wilde worden.
+Maar Isac Mordtmann en Co. had geleerd geduld te oefenen en het
+geschikte oogenblik aan te grijpen. Zoo liet hij zeer in der minne zijn
+zoon doen wat hij wilde, tot hij zelf die reis naar Engeland in orde
+gemaakt had. &rsquo;t Aanbod van de betrekking aan de Engelsche fabriek
+kwam ook door hem, en nu had hij het in zoo verre gewonnen, dat de zoon
+een practisch scheikundige geworden was en niet een arme dorpsdokter,
+Joost weet waar, ergens op de rotsen.</p>
+<p>De bedoeling was nu, dat Michal de nieuwe fabriek zou aanleggen en
+besturen. Maar Isac Mordtmann en Co. hadden geen groot kapitaal om er
+in te plaatsen; de Engelsche firma, die in het prospectus als de
+&bdquo;Moeder-zaak&rdquo; werd voorgesteld, nam een voorzichtige
+houding aan; dus moest het grootste gedeelte van het kapitaal in de
+stad zelf opgenomen worden, waar het bizonder gunstig gelegen terrein
+gevonden was en al half en half gekocht.</p>
+<p>Dit was dus de taak van Michal Mordtmann en hij toonde al dadelijk,
+dat hij er voor bekwaam was. Hij had het stijve Engelsche over zich,
+dat hem iets <span class="pagenum">[<a id="xd20e1221" href="#xd20e1221"
+name="xd20e1221">56</a>]</span>solieds, iets betrouwbaars gaf, en
+maakt, dat velen lust kregen hun geld in deze onderneming te steken,
+hoewel ze er geen zier van begrepen.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl was zeer voorzichtig met zijn geld. Hij kocht
+liefst buitenlandsche effecten en staatspapieren in Kopenhagen en
+Hamburg; maar hij stak zoo min mogelijk van &rsquo;t vermogen van zijn
+vrouw in ondernemingen binnen de stad. Er waren te veel wederzijdsche
+verplichtingen tusschen de kooplieden van leenen en helpen, en
+onderteekeningen en borgstellingen, dan dat de professor zou wenschen
+me&ecirc; te doen in de handelswereld.</p>
+<p>Daarom begeerde hij de hooge positie onder de groothandelaars niet,
+die hij zonder twijfel zou hebben ingenomen, wanneer het groote
+vermogen van zijn vrouw in de stad zelf geplaatst was.</p>
+<p>Hij trok zijn rente en knipte in alle stilte zijn couponnetjes; men
+wist zoo ongeveer wat hij van den ouden Abraham Knorr had ge&euml;rfd
+en dat hij zijn geld uit Bergen kreeg; maar velen peinsden er over, wat
+hij er dan me&ecirc; deed.</p>
+<p>Daarom had ook Michal Mordtmann moeite met den professor. De
+onderneming had immers een wetenschappelijk tintje, zooiets van
+scheikunde en geneeskunde; er was ten minste niemand in de stad, die
+iets van die analyses en al dat gepraat over fosforzuur begreep,
+behalve professor L&ouml;vdahl. En zoolang hij zich achteraf hield,
+vlotte het niet recht.</p>
+<p>Intusschen kwam Mordtmann voortdurend als gast daar aan huis; en
+toen hij een veertien dagen in de stad geweest was, gaf de professor
+een groote partij voor hem.</p>
+<p>Mevrouw L&ouml;vdahl was zeer teleurgesteld in Mordtmann. Hij was
+een jaar of vier jonger dan zij; maar zij kon hem zich nog heel goed
+herinneren uit Bergen, <span class="pagenum">[<a id="xd20e1239" href=
+"#xd20e1239" name="xd20e1239">57</a>]</span>als een levendig jong
+mensch, een enthousiast taalman, met toasten op de vrouw, het volk en
+al wat het volk betrof. Nu kwam hij terug als een stijve Engelschman en
+praatte met vervelende menschen over soda en beendermeel. Ze had bijna
+geen tien woorden met hem gewisseld en Mevrouw Wenche vond, dat hij
+voor zijn ouderdom buitengewoon vervelend was.</p>
+<p>Eerst dien avond viel het haar op, dat hij met zijn Engelsche
+kleeding en manieren goed uitkwam tusschen al die alledaagsche
+menschen, die zij van buiten kende.</p>
+<p>&rsquo;t Diner was niet geanimeerd geweest; er waren enkel heeren en
+gedeeltelijk een soort van heeren, die anders niet bij de L&ouml;vdahls
+aan huis kwamen, maar wier kennismaking voor den jongen Mordtmann van
+belang kon wezen.</p>
+<p>De professor was levendig en beminnelijk geweest, zooals altijd. Hij
+dronk op den eeregast, wenschte hem allen mogelijken voorspoed met zijn
+onderneming en de stad geluk met een zoo groot en zonder twijfel
+voordeelig bedrijf.</p>
+<p>Maar &rsquo;t zat toch in de lucht, dat de professor zelf nog geen
+enkel aandeel genomen had in deze ongetwijfeld voordeelige zaak, die
+hij aanprees en waar hij op dronk.</p>
+<p>Michal Mordtmann voelde dat ook. In zijn antwoord had hij geprobeerd
+te schertsen over de langzaamheid en de overdreven voorzichtigheid van
+de Westlanders; maar tegelijk was hij ge&euml;indigd met te zeggen, dat
+als ze eens begonnen, dan ging het ook met stoom. Hij hoopte dan nu ook
+maar, dat het in dit geval... enz.</p>
+<p>&rsquo;t Was een toast, die uitstekend geweest zou zijn in Bergen;
+mevrouw Wenche lachte ook een paar <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1253" href="#xd20e1253" name="xd20e1253">58</a>]</span>keer, maar
+zij stond bijna alleen: deze vroegere schipper en oude
+haringkakers&mdash;gedeeltelijk Haugianen<a class="noteref" id=
+"xd20e1255src" href="#xd20e1255" name="xd20e1255src">1</a>&mdash;waren
+in het geheel niet geschikt voor dit soort van humor en zagen elkaar
+aan.</p>
+<p>Michal Mordtmann kwam in een kregele stemming van tafel; hij voelde,
+dat hij grond verloren had.</p>
+<p>Als hij rondging bij deze menschen en onder vier oogen met hen sprak
+in een donker kantoor, zoo groot als een kleerenkast, werd hij zelf
+ernstig en sprak ook ernstig. Maar nu hij aan een feestelijken disch
+aanzat en wijn dronk, was zijn licht Bergensch bloed in beweging
+gekomen; hij improviseerde zijn amusante toespraak. Maar later begreep
+hij, dat hij liever een droge en fosforzure speech had moeten houden,
+zooals hij zich oorspronkelijk ook had voorgesteld.</p>
+<p>&rsquo;t Huis, waarin Professor L&ouml;vdahl woonde, was heel groot
+en ouderwetsch met een tuin aan den achterkant; hoewel het midden in de
+stad lag. Hij had het gekocht van de gemeente, die vroeger het huis als
+feestlokaal gebruikt had, of om er een koning of prins die door het
+land trok, onder dak te brengen.</p>
+<p>&rsquo;t Waren groote en hooge kamers, waar het ietwat ouderwetsche
+ameublement, dat Mevrouw Wenche <span class="corr" id="xd20e1267"
+title="Bron: meebracht">me&ecirc;bracht</span>, goed in paste.</p>
+<p>Dien avond was de geheele woning in gebruik genomen&mdash;er waren
+een vijftig heeren. Ze zaten tot in de wachtkamer van den professor.
+Hier begon de tabak en die vulde langzamerhand de andere kamers, maar
+bleef hangen bij de porti&egrave;re van &rsquo;t boudoir van de
+huismoeder zelf, die daar koffie zat te schenken.</p>
+<p>Er waren verscheidene speeltafeltjes en bij de toddy, die al
+dadelijk na het maal rondgediend werd, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1274" href="#xd20e1274" name=
+"xd20e1274">59</a>]</span>verzamelden zich groepjes, die de vracht en
+den prijs van het zout bespraken of de hoofden bijeen staken over de
+nieuwe fabriek.</p>
+<p>Michal Mordtmann liep zich te ergeren; overal scheen hij te merken,
+dat hij een bok geschoten had; en toen hij zich dat eenmaal in het
+hoofd gezet had, werd het natuurlijk erger dan het was.</p>
+<p>Maar het ging hem werkelijk zeer aan &rsquo;t hart. Een paar dagen
+geleden had hij nog aan zijn vader geschreven, dat hij alle hoop had.
+Zou hij nu moeten bekennen, dat hij zich op een diner verpraat had en
+de menschen afgeschrikt?</p>
+<p>Gedurende zijn verblijf in Engeland was hij met hart en ziel
+handelsman geworden. Hij lachte, als hij er aan dacht, dat hij eens een
+enthousiast taalman was en dat het zijn ideaal geweest was in, voor en
+met het volk te leven.</p>
+<p>Het Engelsche welvaren met het voortdurend baden en wasschen en het
+schitterend witte linnen hadden zijn smaak veranderd en hem van het
+volk gescheiden. En wat er aan leven en geestdrift in zijn ziel geweest
+was, had zich&mdash;als bij zijn vader&mdash;omgezet in een sterken
+lust in speculeeren, in vooruit komen, in veel te besturen hebben.</p>
+<p>En aan den anderen kant had de omstandigheid, dat hij reeds nu
+zoo&rsquo;n diepe verachting voelde voor datgene, waar hij toch tot
+zijn vijf en twintigste jaar zoo me&ecirc; gedweept had&mdash;hem een
+wantrouwen gegeven in sterke hartstochten over &rsquo;t algemeen; het
+had hem ook tegenover vrouwen voorzichtig en koud gemaakt&mdash;wat hem
+zeer ten goede gekomen was.</p>
+<p>Met zijn vader stond hij nu op een bizonder vertrouwelijken voet.
+Samen hadden zij dit plan van de fabriek gemaakt: de zoon directeur, de
+vader handelsdirecteur en behalve dat commissionnair agent, voor
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1288" href="#xd20e1288" name=
+"xd20e1288">60</a>]</span>het Engelsche huis; daar was allerlei kans op
+goede winst, en in geval van tegenspoed was het bijna
+uitslu&igrave;tend aandeelhoudersgeld, dat er bij inschieten zou.</p>
+<p>Maar als dat geld nu niet kwam!</p>
+<p>Michal Mordtmann wierp zijn sigaar weg, dronk een glas grog en ging
+in de kamer van Mevrouw L&ouml;vdahl.</p>
+<p>De koffie was rondgediend en &rsquo;t dienstmeisje was aan het
+afnemen. Om Mevrouw Wenche heen stonden eenige heeren, die niet rookten
+of toevallig met haar waren blijven praten. &rsquo;t Waren meest
+ambtenaars en enkele van de huisvrienden, die zich in dit gemengd
+gezelschap niet erg thuis voelden.</p>
+<p>&bdquo;Ik dank u voor uw toast, Mijnheer Mordtmann,&rdquo; riep
+Mevrouw Wenche vriendelijk.</p>
+<p>Hij boog stijf en zag haar wantrouwend aan.</p>
+<p>In een hoek van de ruime zaal zocht hij een plaatsje achter een
+&eacute;tag&egrave;re, waar hij in albums begon te bladeren, terwijl
+het gesprek in den kring om de vrouw des huizes heen weer vlot
+werd.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik kan op dit punt niet toegeven, Mijnheer de
+rector,&rdquo; zei Mevrouw Wenche; &bdquo;u zegt, dat ik me maar kalm
+moet houden en hopen......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, pardon Mevrouw! z&oacute;&oacute; zei ik het niet. Ik
+zei, als het onderwijs en de geestelijke ontwikkeling van een kind is
+overgelaten aan mannen, die kennis van zaken en ervaring vereenigen met
+een goeden wil, dan moeten de ouders hopen en vertrouwen, dat hun kind
+met Gods hulp wel bewaard is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar wie staat mij in voor dien goeden wil en al dat
+andere?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De staat, het ministerie van onderwijs, een zorgvuldige
+regeering. Gelooft u mij, Mevrouw, ons onderwijs kan zich meten met dat
+van welk land ook in Europa en &rsquo;t staat wat godsdienst en
+zedelijkheid betreft boven dat van de meeste landen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1311" href="#xd20e1311" name=
+"xd20e1311">61</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ja, maar als ik nu met mijn eigen oogen zie, dat het verkeerd
+gaat, dwars en glad verkeerd! Wat moet ik dan doen?&rdquo;</p>
+<p>Zij lachten allen goedig om het ge&auml;nimeerde vrouwtje. En zij
+lachte me&ecirc;, ofschoon het voor haar hooge ernst was.</p>
+<p>&bdquo;U is&mdash;hm... U is een heele strenge dame,&rdquo; zei de
+rector glimlachend, terwijl hij zijn grooten neus met snuif vulde.
+&bdquo;Hier zijn juist verscheiden mannen van &rsquo;t onderwijs. Wij
+moeten ons wel heel schuldig gevoelen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O neemt me niet kwalijk, heeren! daar dacht ik niet aan. Dat
+weet u toch allemaal wel, niet waar?&rdquo; Zij zag met haar open
+glimlach van den een naar den ander. &bdquo;Dat is mijn ongelukkig
+Bergensch temperament&mdash;zooals Carsten zegt. Als ik eenmaal een
+overtuiging heb, moet ik die uitspreken, ronduit. En nu heb ik al lang
+een duister gevoel gehad, dat het heelemaal mis is met ons
+schoolonderwijs.&rdquo;</p>
+<p>Behalve de rector was de onderdirecteur Abels ook in de kamer; (hij
+vond het bizonder aangenaam, dat de menschen zeiden, dat hij Mevrouw
+Wenche het hof maakte;) ook was de directeur van de lagere school
+Klausen er en later kwam ook Aalbom binnen.</p>
+<p>&bdquo;Zoudt u niet zoo vriendelijk willen zijn ons te zeggen wat er
+mis is, Mevrouw?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Alles!&mdash;Alles. Van &rsquo;t begin tot &rsquo;t
+einde?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Meent u dat ook van de lagere school, Mevrouw?&rdquo; vroeg
+meester Klausen.</p>
+<p>&bdquo;Die ken ik niet; maar ik ben er zeker van, dat als de school
+voor de kinderen van de welgestelden zoo slecht is, die voor de
+kinderen van de armen natuurlijk nog slechter moet zijn.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Waren harde woorden, die Mevrouw Wenche dien avond sprak;
+harder nog dan gewoonlijk. En de heeren <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1333" href="#xd20e1333" name="xd20e1333">62</a>]</span>zagen
+elkaar aan. Maar de goedige en wat politieke glimlach van den rector
+zegevierde en beheerschte eindelijk de stemming: op stuk van zaken was
+&rsquo;t toch maar een dame!</p>
+<p>&bdquo;Ik geloof wel, dat ik ten minste &eacute;&eacute;n ding weet,
+dat Mevrouw wat irriteert,&rdquo; begon de oude rector handig.</p>
+<p>&bdquo;En dat is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat u met uw mooie, krachtige handjes niet kunt ingrijpen,
+dat u niet eens redderen kunt onder de leeraren en den rector zelf niet
+wat aan den band houden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, juist,&rdquo; riep Mevrouw Wenche, &bdquo;<span class=
+"corr" id="xd20e1344" title="Bron: d&auml;t">d&agrave;t</span> is het!
+Ik zie wel, dat jelui allen lachen; maar ik meen het in ernst; dat is
+het juist, dat ik niets&mdash;niets meer voor mijn zoon kan doen,
+terwijl ik toch duidelijk zie, dat hij bedorven wordt en zijn krachten
+verspild worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu, nu, lieve Mevrouw. Z&oacute;&oacute; erg willen we hopen
+dat het niet is. Maar hebt u wel gelijk als u zegt, dat u niets meer
+voor uw zoon kunt doen, als u vindt, dat de school in een of ander
+opzicht verkeerd doet? Iedere opmerking......<span class="corr" id=
+"xd20e1349" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Ach, lieve Mijnheer de rector, hoe kunt u mij toch op dit
+punt tegenspreken. U weet toch zelf wel, dat een kind op de openbare
+school achter driedubbele muren zit, en wee den vader&mdash;en nog meer
+wee de moeder, die de hand in dat wespennest steekt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hm, ik kan u zeggen, Mevrouw L&ouml;vdahl,&rdquo; viel
+meester Klausen in, &bdquo;dat er bijna geen dag omgaat, dat ik niet
+vier of vijf oude wijfjes op mijn dak krijg, die een mondje open komen
+doen over een of ander wat met hun lieve bengels gebeurd is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, Mijnheer Klausen! die oude wijfjes&mdash;zooals u ze
+verkiest te noemen&mdash;hebben met veel pijnen hun kinderen het leven
+gegeven&mdash;wat ik nog nooit van een hoofd van een school gehoord
+heb; en <span class="pagenum">[<a id="xd20e1358" href="#xd20e1358"
+name="xd20e1358">63</a>]</span>al daarom alleen hebben ze het recht
+naar hun beste weten het oog op haar bengels te houden, (die voor haar
+even lief zijn als de onzen voor ons) wanneer ze gedwongen zijn hen aan
+wildvreemde menschen over te geven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat zou me een lieflijke optocht van moeders geven, als
+je al hun praatjes aan wou hooren!&mdash;Dat zou &rsquo;t hoofd van een
+school eenvoudig &rsquo;t leven onmogelijk maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat kan me heelemaal niet schelen,&rdquo; antwoordde Mevrouw
+Wenche droog. &bdquo;Moeders hebben het recht en den plicht hun
+kinderen op den voet te volgen, zoover ze maar kunnen;&mdash;en God
+gave, dat ze &rsquo;t allen deden, al zouden dan ook ontelbare
+schoolmeesters sterven. Met uw welnemen, Mijnheer Klausen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen maar... maar lieve, beste Mevrouw Wenche!&rdquo; riep de
+rector en stak smeekend de handen naar haar uit. &bdquo;U kunt toch
+niet bedoelen, dat vaders en moeders iederen keer bij troepen moesten
+komen aanzetten als...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, beste vriend,&rdquo; viel Mevrouw L&ouml;vdahl
+hem lachend in de rede en greep vriendschappelijk zijn hand; &bdquo;ik
+bedoel alleen, dat ik wou, dat er zooveel belangstelling voor de
+kinderen was onder ons ouders. Dan zou de belangstelling, zoodra ze
+sterk en levendig genoeg was, wel een of anderen vorm vinden om zich in
+te uiten, zoodat wij, die toch zelf het onderwijs betalen, ook wat
+invloed en wat controle zouden krijgen op wat daar achter die dikke
+schoolmuren gebeurt.&rdquo;</p>
+<p>De zaakwaarnemer Kahr had vreedzaam in een hoekje gezeten onder den
+invloed van het digestieproces na tafel; en de levendige discussie
+tusschen zulke volkomen onjuridische personen amuseerde hem zeer.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1370" href="#xd20e1370" name=
+"xd20e1370">64</a>]</span></p>
+<p>Nu vond hij, dat er langzamerhand z&oacute;&oacute;veel menschen in
+de kamer van Mevrouw L&ouml;vdahl bijeen gekomen waren, dat het tijd
+werd een beetje logica en methode in het gesprek te brengen.</p>
+<p>&bdquo;Er was iets in het laatste wat Mevrouw zei, dat mij
+aanleiding geeft tot een vraag,&rdquo; begon hij met humoristischen
+ernst op zijn rood glimmend gezicht,&mdash;&rsquo;t was immers maar een
+dame&mdash;; &bdquo;zei u niet, geachte Mevrouw, dat de belangstelling
+van de ouders voor hun kinderen een uiting vinden moest door
+feitelijken invloed op het werken en het wezen der school.&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e1377" title=
+"Bron: &rsquo;">&rdquo;</span>Ja, juist.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een vertegenwoordiging&mdash;of zoo iets&mdash;van de
+belangstelling der ouders.&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e1383" title="Bron: ,.">&rdquo;</span>Ja,
+zoo iets wilde ik hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar...... ja, pardon, Mevrouw!&rdquo; zei Mr. Kahr en deed
+alsof hij heel verlegen was, &bdquo;maar zooiets hebben we
+immers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja?&mdash;daar weet ik niets van,&rdquo; antwoordde Mevrouw
+Wenche en kreeg een kleur; het gebeurde nu en dan in gesprekken als
+dit, dat zij haar hoofd stootte aan dingen, waar ze &rsquo;t bestaan
+niet van vermoedde.</p>
+<p>&bdquo;Dat verwondert mij, Mevrouw!&mdash;U schijnt u toch in dat
+soort van zaken ingewerkt te hebben... of ten minste er zoo warm belang
+in te stellen. Wij hebben immers juist een vorm gevonden voor de
+gedachte, dat de ouders ook in de staats-scholen vertegenwoordigd
+moeten worden; dat hebben wij immers: in &rsquo;t Ephoraat, het
+Ephoraat van de school.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ephoraat?&rdquo; vroeg Mevrouw Wenche onzeker.</p>
+<p>Maar v&oacute;&oacute;r Kahr of een van de anderen partij konden
+trekken van deze overwinning, vroeg een droge, heldere stem:</p>
+<p>&bdquo;Pardon ... heeft ooit een van de heeren een <span class=
+"corr" id="xd20e1398" title="Bron: lewenden">levenden</span> Ephor
+gezien?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e1401" href=
+"#xd20e1401" name="xd20e1401">65</a>]</span></p>
+<p>Aller oogen wendden zich naar Michal Mordtmann, die korrekt en
+innemend bij de &eacute;tag&egrave;re stond; maar toen Mevrouw Wenche
+en hij elkaar aanzagen, barstte zij uit in haar gewoon vroolijk
+lachen.</p>
+<p>&bdquo;Ik dank u, Mijnheer Mordtmann, dank u voor uw hulp!&mdash;Ja,
+nu vraag ik ook: wat is een Ephor voor een ding?&mdash;wie zijn Ephoren
+hier aan de school?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar Mevrouw,&rdquo; riep de rector heelemaal verbluft,
+&bdquo;weet u werkelijk niet, dat Professor L&ouml;vdahl een van de
+Ephoren aan de school is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Carsten!&mdash;mijn man!&mdash;neen, dat is prachtig! Ach,
+Mijnheer Abel! Wilt u mijn man even roepen? Ik moet hem toch eens zien
+als Ephor!&rdquo;</p>
+<p>De onderdirecteur vloog als een pijl uit den boog door de
+porti&egrave;re en kwam met den professor terug, die kaarten in de hand
+had.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er voor een grap, Wenche?&rdquo; vroeg hij
+vroolijk.</p>
+<p>&bdquo;Een kostelijke grap!&mdash;Ze zeggen dat je een Ephor
+bent&mdash;Carsten!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker ben ik een Ephor...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dat jij de uiting bent van de belangstelling der ouders in
+de schoolkinderen...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker. Heb je me dan niet vooraan zien zitten op
+zoo&rsquo;n stoel met een hoogen rug naast den burgemeester op
+examenfeesten?&rdquo; zei de professor onvoorzichtig<span class="corr"
+id="xd20e1423" title="Bron: .">,</span> &bdquo;maar nu moet je me met
+rust laten; ik heb de hand vol troeven.&rdquo;</p>
+<p>De andere heeren dachten in stilte, dat, als Professor L&ouml;vdahl
+het gesprek gevolgd had, hij zeker anders zou hebben geantwoord. Maar
+Mevrouw Wenche was op eens ernstig geworden:</p>
+<p>&bdquo;Ja zie je, daar heb je &rsquo;t weer! Als ik niet juist op
+&rsquo;t goede oogenblik dit groote woord in gelach gesmoord had,
+zooals het verdient&mdash;dan zou ik me nu, zooals <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1430" href="#xd20e1430" name=
+"xd20e1430">66</a>]</span>veel andere menschen verbeeld hebben, dat ook
+op dit punt alles zoo goed en wijs is ingericht door de autoriteiten,
+dat wij eenvoudigen en vrouwen maar te zwijgen hebben, en alles zijn
+gang moeten laten gaan. Maar nu zal niemand&mdash;ik dank u nog eens
+voor uwe hulp, Mijnheer Mordtmann&mdash;nu zal niemand me meer
+overbluffen met groote woorden. Als Carsten Ephor is, dat weet ik wel,
+dat het Ephoraat niets anders is dan een schakel in den ketting van
+administratief gedoe, dat ons allen smoort en steeds dommer
+maakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zacht wat, zacht wat, lieve Mevrouw!&rdquo; begon de rector
+weer. &bdquo;Er moet toch een bestuur zijn! wij kunnen toch niet allen
+regeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat verlang ik ook niet; maar in iedere zaak moeten zij
+besturen, die feitelijk de verantwoordelijkheid hebben; en in de zaak:
+kinderbehandeling hebben die menschen de verantwoordelijkheid, die de
+vrijheid namen kinderen in &rsquo;t leven te roepen. Maar in plaats van
+een wezenlijk deelnemen aan den arbeid in de school in verhouding tot
+die verantwoordelijkheid, hebben we de comedie van een Ephoraat, dat
+bestaat in &rsquo;t zitten op een stoel met een hoogen rug naast den
+burgemeester. En dat past... ja, wat past dat niet prachtig in &rsquo;t
+heele gedoe van ons land. De verantwoordelijkheid wordt
+z&oacute;&oacute; van de een op de ander geschoven tusschen groote
+woorden en prachtige titels, dat het niet mogelijk is ze zelfs met
+kaarsen en lantarens weer te vinden. Maar de onverantwoordelijkheid
+bouwt zich een veilige piramide, die in een punt uitloopt; en die is
+zoo onverantwoordelijk, dat ze heilig wordt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kalm wat, mijn beste Mevrouw,&rdquo; riep Mr. Kahr. Ze
+lachten nog!&mdash;&rsquo;t Was immers maar een dame. Maar zulke
+woorden moesten toch niet gesproken <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1439" href="#xd20e1439" name="xd20e1439">67</a>]</span>worden in
+het huis van een man met zoo&rsquo;n positie.</p>
+<p>Daar dacht Mevrouw Wenche heelemaal niet aan; zij was gewend in haar
+kamer vrijuit te spreken; en haar man had het niet verder gebracht, dan
+zooveel hij kon te kalmeeren en te verzachten.</p>
+<p>Michal Mordtmann had een poosje naar Mevrouw L&ouml;vdahl geluisterd
+en langzamerhand kreeg hij een onbedwingbaren lust om me&ecirc; te
+doen. Wonderlijk gestemd en moedeloos als hij was, omdat de koopman in
+hem een nederlaag geleden had, voelde hij behoefte den taalman los te
+laten&mdash;den ouden vrijheidsman&mdash;en een oogenblik den
+Engelschen dwang af te werpen; zijn zaak was toch hoogstwaarschijnlijk
+al bedorven.</p>
+<p>Hij trad wat naderbij en zei met zijn mooie, zuivere manier van
+spreken, en met een kalmte, die de anderen, en vooral Aalbom zeer
+irriteerde.</p>
+<p>&bdquo;Ook mij is het steeds verkeerd voorgekomen, ja, eigenlijk
+schandelijk, dat juist de school en alles wat daartoe behoort, als een
+gesloten arena is ingericht, waar alleen de meest voortreffelijke
+geleerdheid en kunde worden toegelaten; terwijl er voor de vaders en de
+moeders, die toch het kostbaarste inzetten bij dit spel, niets meer dan
+een bescheiden plaatsje onder de toeschouwers buiten wordt overgelaten,
+vanwaar zij het philologische stof, dat in den strijd wordt opgejaagd,
+mogen waarnemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bravo! Bravo!&rdquo; riep Mevrouw <span class="corr" id=
+"xd20e1451" title="Bron: Wensche">Wenche</span> verrukt en reikte hem
+haar beide handen. &bdquo;Wie zou dat van u gedacht hebben? Mijnheer
+Mordtmann! Ik dacht eerlijk gezegd, dat... maar het doet er niet toe,
+wat ik dacht; ik ben blij, dat ik me vergiste. Maar komt u nu hier; wij
+twee&euml;n moeten ons bij elkaar aansluiten. U ziet, dat de vijand ons
+aan alle kanten omringt.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1454" href="#xd20e1454" name="xd20e1454">68</a>]</span></p>
+<p>In werkelijkheid waren er veel heeren binnengekomen, zoodat er niet
+alleen een groep om Mevrouw Wenche heen stond, maar &rsquo;t werd
+langzamerhand bijna vol in de kamer; en velen van de kleine kooplieden,
+menschen, die niet gewend waren op groote partijen te komen, slopen
+naar binnen en namen plaats langs de muren.</p>
+<p>Het levendige gesprek interesseerde hen veel meer dan het kaartspel,
+voor velen was het al een <span class="corr" id="xd20e1459" title=
+"Bron: ergenis">ergernis</span> dat te moeten aanzien.</p>
+<p>&bdquo;Maar als u nu niet tevreden is met de manier, waarop nu het
+onderwijs is ingericht,&rdquo;&mdash;Mr. Kahr wendde zich uitsluitend
+tot Mevrouw L&ouml;vdahl, zonder op Mordtmann te letten; maar zijn toon
+was toch iets meer formeel dan vroeger; &rsquo;t werd nu heel wat
+anders, nu een man&mdash;een aan de universiteit gevormd
+man&mdash;<span class="corr" id="xd20e1464" title=
+"Bron: meeging">me&ecirc;ging</span> met zulke verreikende denkbeelden;
+&bdquo;als u zoo ontevreden is, Mevrouw, bijv. met dat ongelukkig
+Ephoraat, wilt u ons dan niet eens de praktische manier uitleggen,
+waarop u zich hadt voorgesteld de ouders aan het werk in de school te
+laten deelnemen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, met alle genoegen,&rdquo; antwoordde Mevrouw Wenche
+vrijmoedig; &bdquo;eerst zou ik willen, dat alle vaders en moeders van
+kinderen uit dezelfde school een groote vergadering hielden om te
+bespreken wat...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon Mevrouw, neemt u mij niet kwalijk, dat ik u in de rede
+val,&rdquo; zei Mordtmann onrustig, &bdquo;maar nu u zelf zoo
+vriendelijk is een verbond tusschen ons beiden voor te stellen, moet ik
+u als uw bondgenoot ten sterkste afraden praktische voorstellen met
+betrekking tot de hervorming te doen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waarom mag Mevrouw dat niet, als ik vragen mag?&rdquo; De
+jurist wendde zich voor het eerst regelrecht tot Mordtmann.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1474" href="#xd20e1474" name=
+"xd20e1474">69</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Omdat iemand, die een ingrijpende hervorming verlangt, er
+zich wel voor moet wachten met praktische voorstellen aan te komen.
+Want onder de groote menigte, die zich altijd tegen iedere hervorming
+verzet, zal er altijd wel een of ander zijn, die zoo&rsquo;n praktisch
+voorstel verdraait, zoodat het belachelijk wordt, een karikatuur van
+wat er bedoelt wordt, en dan meent men, bewezen te hebben, dat de tijd
+voor de hervorming nog niet gekomen is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U zegt, men meent dat bewezen te hebben,&rdquo; riep de
+jurist uit de hoogte, &bdquo;maar ik ben ook zoo vrij te meenen, dat de
+ontijdigheid van een hervorming voldoende bewezen is, als de practische
+onuitvoerbaarheid in confesso is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, natuurlijk! De theorie kan schoon zijn, watte? Maar houd
+u aan de praktijk... aan de praktijk, jonge man!&rdquo; Dat was de
+&bdquo;blinde darm,&rdquo; die eindelijk losbarstte; hij was als altijd
+razend van verontwaardiging, als hij iets hoorde, dat op oppositie
+leek.</p>
+<p>Michal Mordtmann keek naar het opgewonden gezicht van den leeraar
+met zijn Engelsche kalmte en wendde zich daarna weer tot den
+jurist.</p>
+<p>&bdquo;Bij hervormingen van dien aard, waar hier over gesproken
+wordt, is de praktische uitvoering een bijzaak en betrekkelijk van
+weinig gewicht en wie zich daarme&ecirc; &rsquo;t eerst bezig houdt,
+begint van achter af en doet vergeefsch werk. Maar als u daarentegen de
+gedachte, die aan de hervorming ten grondslag ligt, tot de publieke
+opinie van uw tijd kunt maken,&mdash;als het in dit geval gelukt bij de
+ouders die sterke belangstelling voor de school te wekken,&mdash;ja,
+dan zal die belangstelling haar uitdrukking in de praktijk
+vinden,&mdash;gemakkelijk, natuurlijk, als van zelf. Maar zoolang die
+belangstelling niet opgewekt is, geeft het niets of men over de
+praktische moeielijkheden disputeert; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1485" href="#xd20e1485" name="xd20e1485">70</a>]</span>en zoodra
+die gewekt is, zijn er geen practische moeielijkheden meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach&mdash;dat is echt jeugd&mdash;watte?&rdquo; schreeuwde de
+blinde darm; &bdquo;alleen maar alles afbreken en niets
+opbouwen&mdash;watte? Neen, daar doen ze niet aan; want dat kunnen ze
+niet! dat moeten wij doen,&mdash;of de toekomst! maar
+afbreken&mdash;ja, dat is makkelijk, watte?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde Michal Mordtmann, &bdquo;flinkweg iets
+afbreken, b.v. de jeugd, dat is zeker heel gemakkelijk. Maar
+z&oacute;&oacute; afbreken, dat er werkelijk wat valt, d&agrave;t is,
+zoover ik weet, minstens even moeielijk als opbouwen. Alles af te
+breken wat Mevrouw L&ouml;vdahl&rsquo;s schoolhervorming in den weg
+staat&mdash;aan de eene kant luiheid en onverschilligheid en aan den
+anderen kant hoogmoed en betweterij&mdash;zie, dat is zeker een heel
+inspannend en moeilijk werk, en ik kan wel berekenen, dat u en ik al
+lang ter ruste zullen gegaan zijn eer dat gebeurd is. Maar dat is toch
+mijn overtuiging&mdash;en mijn hoop, dat dit afbrekingswerk gedaan zal
+worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, afgebroken zal dat alles worden!&rdquo; riep Mevrouw
+Wenche warm, &bdquo;er moet een tijd komen, dat allen &rsquo;t inzien,
+hoe gewetenloos het is &rsquo;t eene geslacht na het andere aan oude
+vooroordeelen en versteende leerstellingen op te offeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hm,&rdquo; antwoordde Mr. Kahr, &bdquo;wij hebben nu veel
+schoone en gevleugelde woorden gehoord en het zal zeker wel niet baten
+een kleine, praktische vraag te doen, te meer omdat het praktische
+juist niet aan de orde schijnt te zijn...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom, niet zoo scherp, heer jurist! Kom u maar met uw
+praktische vraag; als ik Mijnheer Mordtmann aan mijn kant heb, ben ik
+nergens bang voor.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu dan, kort en goed. Waarom zendt u uw kind naar school! Wat
+wilt u dat hij leeren zal?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1500" href="#xd20e1500" name="xd20e1500">71</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Daar zal ik u met genoegen op antwoorden, en ik zal dat zoo
+bezadigd doen, dat mijn kompagnon heel kalm blijven kan, want daar heb
+ik zelf zoo dikwijls over gedacht. Als wij&mdash;vaders en
+moeders&mdash;die zelf gevoeld hebben hoeveel er noodig is, hoeveel men
+weten moest, alleen maar om <span class="corr" id="xd20e1503" title=
+"Bron: eenisgzins">eenigszins</span> zijn tijd, zijn plaats in het
+leven te begrijpen,&mdash;als wij onze kinderen naar school sturen,
+doen we dat natuurlijk omdat we willen, dat zij op tijd die kundigheden
+zullen verwerven, die wij nu door eigen dure ervaring weten, dat het
+leven eischt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En u vindt niet, dat de school in die richting
+werkt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, daar is &rsquo;t ver&mdash;heel ver vandaan! Zie nu
+b.v. mijn Abraham eens... Maar waar is de jongen toch?&rdquo;</p>
+<p>De professor, die juist was binnengekomen vertelde, dat hij Abraham
+naar bed gezonden had; &bdquo;Hij vroeg of je hem goeden nacht kwam
+zeggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik kom dadelijk. Arme jongen! Ik heb hem heelemaal
+vergeten!&mdash;Maar wat ik zeggen wou: zie nu eens naar Abraham; hij
+is nu volle negen jaar op die gezegende geleerde school geweest. In
+&rsquo;t begin ging het goed; maar in de laatste jaren wordt hij, voor
+zoover ik zien kan, steeds dommer, steeds meer zonder belangstelling.
+Zoodra hij zijn mond open doet, toont hij de grootste onwetendheid in
+de meest alledaagsche dingen. En &rsquo;t ergste van alles is, dat hij
+er bijna op neerziet, als men iets verstandigs weet van de wereld
+zooals die is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja Mevrouw,&rdquo; sprak Mordtmann, &bdquo;uw zoon leeft in
+de wetenschappelijke wereld. Hij schrijdt voort naar den hoogen
+Parnassus der groote geesten! Ik ken dat. Ik heb zelf den omweg over
+den Parnassus gemaakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat meent u daarme&ecirc;,&mdash;watte?&rdquo; vroeg Aalbom.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1518" href="#xd20e1518" name=
+"xd20e1518">72</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;O, dat kan ik u wel uitleggen! Ik ruik lont,&rdquo; zei Mr.
+Kahr. &bdquo;De heer Mordtmann hoort zeker tot de moderne tegenstanders
+van de klassieke opvoeding. Ik wed, dat hij een hekel aan het Latijn
+heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat heb ik zeker!&rdquo;</p>
+<p>Verscheidenen wilden tegelijk spreken, maar Professor L&ouml;vdahl
+behield het woord:</p>
+<p>&bdquo;U zult toch niet willen ontkennen, dat de studie van die
+heerlijke taal in buitengewoon hooge mate bij de jongelui het vermogen
+tot streng en logisch denken ontwikkelt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb maar &eacute;&eacute;n ding opgemerkt, Professor, wat
+&rsquo;t Latijn bij ons allen uitwerkt; en dat is, dat het ons
+buitengewoon pedant maakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Sommigen onder ons, misschien,&rdquo; <span class="corr" id=
+"xd20e1532" title="Bron: merkt">merkte</span> de jurist op met een
+beetje boosaardigheid. Maar Mevrouw Wenche lachte vergenoegd.</p>
+<p>&bdquo;Ja, u hebt gelijk. Al toen ik klein was ergerde &rsquo;t me,
+als mijn groote neven met Latijnsche zinnetjes aankwamen. Ik ben er van
+overtuigd, dat er geen slot of zin aan was. En zelfs nu erger ik me,
+als de oude heeren elkaar zoo beteekenisvol toelachen en met een paar
+Latijnsche woorden aankomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, maar dat is toch een onschuldig genoegen, lieve
+Mevrouw!&rdquo; riep nu de oude rector. Hij had zich wat
+teruggetrokken. Het gesprek werd hem te heftig. &bdquo;Wij mogen toch
+wel plezier hebben in ons gemeenschappelijk eigendom. Dat is een soort
+van vrijmetselarij.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juist,&rdquo; antwoordde Michal Mordtmann, die zich scheen
+te hebben voorgenomen, tot het uiterste toe tegen te spreken;
+&bdquo;dat is karakteristiek voor de beschaving van den ouden tijd. Er
+was iets heel pikants aan geleerdheid, n.l. dit: dat ze was beperkt tot
+een kleinen kring;&mdash;dat het genot, het geluk geleerd <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1541" href="#xd20e1541" name=
+"xd20e1541">73</a>]</span>te hebben, niet bestond in iets te weten,
+maar in iets te weten, wat anderen niet wisten. Maar nu zijn er
+gelukkig niet veel menschen, die hun kinderen naar school zenden, om ze
+op die manier geleerd te maken.&rdquo;</p>
+<p>In de pauze, die hierop volgde, stond Mevrouw Wenche op om haar zoon
+goedennacht te gaan zeggen. Men moest ook aan tafel gaan: het was laat
+geworden.</p>
+<p>Onder de geleerden heerschte een niet geringe opgewondenheid;
+terwijl daarentegen een paar oude kooplieden elkaar in stilte
+toeknikten.</p>
+<p>&bdquo;Ja, als U heengaat, Mevrouw,&rdquo; zei de jurist, die
+eindelijk ook geanimeerd geworden was, &bdquo;dan loopt dit
+interessante gesprek zeker dood. Jammer, dat u zich niet hebt laten
+overhalen over de praktische dingen te spreken: wat er geleerd moet
+worden, b.v. zoudt u mij niet een paar vakken kunnen
+opnoemen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wel,&rdquo; antwoordde Mevrouw Wenche snel, &bdquo;ze moesten
+natuurlijk historie leeren, geneeskunde, rechtsgeleerdheid,
+sterrekunde...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik dacht, dat je geneeskunde noemde, Wenche?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, natuurlijk. Kennis van hun eigen lichaam, van ziekten en
+geneesmiddelen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen maar Wenche, hoe kun je je nu
+verbeelden......?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar zeg je niet telkens zelf, Carsten! wel honderdmaal in
+een jaar: &lsquo;Ja, had dat mensch in zijn jeugd op zijn oogen gepast,
+dan zou hij nu niet als een half blinde stakker rondloopen.<span class=
+"corr" id="xd20e1560" title="Niet in bron">&rsquo;</span> Maar hoe
+zullen ze leeren op hun oogen te passen, als ze daar niet anders van
+leeren dan: &lsquo;indien uw oog u ergert, ruk het uit,&rsquo; of voor
+hun lichaam zorgen, waar ze van leeren, dat het een ellendig en
+onwaardig omhulsel voor de onsterfelijke ziel is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar rechtsgeleerdheid... watte? Jura! moeten de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1565" href="#xd20e1565" name=
+"xd20e1565">74</a>]</span>jongens ook dat wettengedoe in de school
+leeren?&rdquo; riep de blinde darm; zijn nijdigheid steeg naarmate het
+gesprek werd voortgezet, zonder dat hij iets vond om op aan te
+vallen.</p>
+<p>&bdquo;Ja, natuurlijk moeten ze op de hoogte zijn van de wetgeving
+in hun land; hoe en door wie het recht en orde gehandhaafd worden. Maar
+vraag b.v. mijn Abraham, die toch anders een knappe jongen is, wat een
+arrondissements-rechtbank is. Hij heeft er geen flauw begrip
+van.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar vraag hem naar curules, aediles, tribuni plebis en zulke
+dingen, dan kent hij ze op zijn duim,&rdquo; zei Mordtmann.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ziet u, zulke ouderwetsche onzin, daar heeft hij zijn
+hoofd vol van, de stakker. Maar van zijn eigen vaderland, de
+staatsinrichting daar, de strijd om de vrijheid...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Politiek! Politiek! Moeten de jongens ook al politiek
+leeren?&rdquo; klonk het van alle kanten en een nieuwe koortsachtige
+agitatie overviel allen.</p>
+<p>&bdquo;Natuurlijk! Ja zeker, moeten ze politiek leeren,&rdquo;
+antwoordde Michal Mordtmann onvervaard.</p>
+<p>Er ontstond een sterke beweging en algemeene verontwaardiging; zelfs
+Mevrouw Wenche keek bedenkelijk. Maar boven alles uit schreeuwde de
+blinde darm in de hoogste discant:</p>
+<p>&bdquo;Neen, maar...! God beware ons! Watte? Zullen we nu ook nog de
+sc&egrave;nes beleven, dat kleine jongens over politiek debatteeren,
+alsof ze volwassenen waren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vindt u ze zooveel beter, de sc&egrave;nes, die niet zoo
+zeldzaam zijn, dat volwassenen over politiek debatteeren, alsof ze
+kleine jongens zijn?&rdquo;</p>
+<p>Mevrouw Wenche zag den jongen man aan en glimlachte; toen haastte ze
+zich naar haar zoon. Maar de strijdlustige stemming verdeelde het
+gezelschap <span class="pagenum">[<a id="xd20e1586" href="#xd20e1586"
+name="xd20e1586">75</a>]</span>en allen verspreidden zich door de
+verschillende kamers, <span class="corr" id="xd20e1588" title=
+"Bron: maar">waar</span> ze de vreedzame kaartspelers een doodschrik op
+het lijf joegen, door in groepen midden op den vloer te gaan
+disputeeren, terwijl ze in de hoeken hier en daar, twee aan twee elkaar
+bij de knoopsgaten vasthielden als twee aan den gordel samengebonden
+worstelaars en als hanen stonden te kraaien, met de neuzen vlak bij
+elkaar, met vuurroode gezichten en het haar in vlokken bijeen.</p>
+<p>Misschien was er wel niemand, die heelemaal me&ecirc;ging met de
+oproerige idee&euml;n van Mevrouw Wenche en dien vreemde; maar velen
+vonden toch, dat er wel iets van aan was. En al de geleerden streden
+als razenden, geheel niet gewend aan, en verbitterd over het feit, dat
+een uit hun eigen leger zijn afvalligheid geopenbaard had voor de oogen
+van al die haringschippers en kruideniers.</p>
+<p>Aan het souper ging het voortdurend warm toe, en zelfs toen de
+gasten het huis verlaten hadden hoorde men in de straten, door den
+stillen nacht:
+&bdquo;Hervorming&mdash;Latijn&mdash;Ephor&mdash;politiek&mdash;watte?&rdquo;</p>
+<p>Toen Michal Mordtmann zijn gastvrouw goedennacht zei, reikte ze hem
+weer haar beide handen, terwijl ze hem hartelijk en vroolijk bedankte
+voor zijn goede hulp. Hij antwoordde met een paar beleefde woorden,
+maar zag haar tegelijk diep in de oogen. En zij, die in lang niet zulk
+een blik ontmoet had, liet hem los en wendde zich tot de anderen.</p>
+<p>Maar toen alle gasten weg waren, en haar man rustig was gaan zitten
+om de couranten te lezen, zei Mevrouw Wenche:</p>
+<p>&bdquo;Neen maar, wat was ik verrast door den jongen Mordtmann. Ik
+had er geen flauw vermoeden van, wat er in hem zat. We moeten hem toch
+dikwijls vragen, dat is nu eindelijk eens iemand, daar ik me&ecirc;
+praten kan.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e1601" href=
+"#xd20e1601" name="xd20e1601">76</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Och, me dunkt waarachtig, dat jij met alle menschen wel
+praten kunt,&rdquo; antwoordde haar man knorrig; hij was er eindelijk
+achter gekomen, welke weinig correcte dingen er in zijn huis gezegd
+waren.</p>
+<p>&bdquo;Nu, nu, Mijnheer de Ephor,&rdquo; zei Mevrouw Wenche, terwijl
+ze de haarspelden uit haar dik haar nam; maar door &rsquo;t noemen van
+het woord &bdquo;Ephor&rdquo; moest ze weer lachen en lachend ging zij
+in haar slaapkamer.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl sprong op; maar ze was al weg; hij mompelde
+een paar woorden, maar ging toen weer zitten.</p>
+<div class="figure xd20e1610width"><img src="images/o074.png" alt=
+"Ornament." width="101" height="102"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e1614" href="#xd20e1614" name=
+"xd20e1614">77</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1255" href="#xd20e1255src" name="xd20e1255">1</a></span> Een
+godsdienstige secte in Noorwegen, gesticht door Hans Nielsen Hauge
+(1771&ndash;1824.)</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o075.png" alt="Vijfde hoofdstuk."
+width="461" height="139"></div>
+<h2 id="xd20e1616" class="main">Vijfde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e uilen woonden
+in het gebeeldhouwd lofwerk om de hooge spitsboog-vensters van de
+Domkerk en in de vierkante openingen in den muur boven in de
+torens.</p>
+<p>Geluidloos hadden ze zeshonderd jaar lang tusschen kerk- en
+kloostervensters heen en weer gevlogen, van schoorsteen tot
+schoorsteen, door poorten en gaten en in lange nauwe gangen, waar ze
+geleerde mannen tegenkwamen op pantoffels, met boeken en
+perkamenten.</p>
+<p>In storm en donkere nachten hadden zij op de steenen voor het kleine
+boogvenster gezeten, waar een lichtstreep viel; en hun wilde kreten
+hadden den bleeken man daar binnen er toe gebracht een kruis te slaan
+en de oogen op te heffen van de duistere plaats in Tacitus naar het
+crucifix aan den witten wand.</p>
+<p>Maar het crucifix werd afgerukt en in een zak gestopt; in de lange
+gangen en naar boven vluchtten de bange monniken en naar binnen
+stormden de in <span class="pagenum">[<a id="xd20e1626" href=
+"#xd20e1626" name="xd20e1626">78</a>]</span>dierenhuiden gekleede
+mannen met bebloede bijlen, doorzochten kisten en banken tot in alle
+hoeken, haalden de monniken te voorschijn en pijnigden ze tot ze de
+schatten van het klooster gaven en joegen den bisschop door zijn heele
+huis, door de geheime gang&mdash;tot heel voor het hoogaltaar en
+hieuwen hem neer, zoodat zijn bloed over de steenen in het koor
+stroomde. En het visschersdorpje, dat zich schuw tegen de kloostermuren
+aandrukte, met nauwe straten en houten huizen, brandde in een oogenblik
+af en het vuur teisterde kerken en kapellen.</p>
+<p>Maar langzamerhand groeiden de houten huisjes weer op; zware boeken
+en rijke geschenken stroomden het huis van den bisschop binnen, het
+tiende van wat zee en land opbrachten en de bekoorlijke zilveren
+daalders moesten denzelfden weg op en &rsquo;t wemelde van vreemde
+monniken en kanunniken, zoowel dikke sterke Engelschen als zwartharige
+geestelijken uit het Zuiden met fijn besneden gezichten.</p>
+<p>Macht en geleerdheid bouwden muren en torens, en wierook vulde de
+prachtige kerk, waar de geestelijken zongen voor de visschers en
+boeren, die met het hoofd op den grond gebogen lagen en mompelden wat
+zij niet begrepen.</p>
+<p>Er kwamen vreemde schepen aan de steigers en brachten met goud
+bewerkte miskleeden, kerkklokken en wierookvaten en sterken wijn voor
+de koele kelders in de kloosters.</p>
+<p>Maar in de nauwe straten en schuilhoeken achter den
+boomgaard&mdash;daar lagen de monniken op de meisjes te loeren; en
+terwijl ze boven in de kerk de mis hielden en zongen, brandden er een
+paar lampen in den gewelfden kelder onder de kapel van den bisschop; en
+daar zongen ze ook, terwijl &rsquo;t wijnvat klokte en de meisjes
+lachten; en daar dansten de monniken, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1636" href="#xd20e1636" name="xd20e1636">79</a>]</span>zoodat hun
+pijen rondzwierden. Maar aan den dans kwam een eind en die heerlijkheid
+verging en de meisjes werden met rust gelaten door de woeste
+geestelijken.</p>
+<p>Op een grooten brandstapel werden alle documenten van het
+domkapittel verbrand, alle papieren en boeken in goudleer en wit
+kalfsleer gebonden; maar alles wat op zilver en goud leek, werd
+verzameld, afgehouwen, afgerukt, afgeschrapt tot het laatste korreltje,
+dat glinsterde, toe en in plaats daarvan kwam kalk, van binnen en van
+buiten,&mdash;overal kalk, doodsch wit, droog en koud.</p>
+<p>Nu kwam de beste tijd voor de uilen, terwijl kloosters en kapellen
+langzaam tot ru&iuml;nen vervielen; en wat de tijd bij kleine beetjes
+deed, volbrachten de menschen in &rsquo;t groot.</p>
+<p>Spoedig werden de muren en de oude boomgaarden geslecht om plaats te
+maken voor een nieuwe straat; &rsquo;t volgend jaar werd de sierlijke
+capella domestica van den bisschop afgebroken, omdat de vrouw van den
+proost van het materiaal een nieuw varkenshok wilde laten inrichten en
+ten slotte stond de Domkerk daar nog maar alleen&mdash;geheel
+bouwvallig, in haar kleed van kalk, met domme kleine huisjes er om heen
+en van al de paapsche heerlijkheid bleef niets over,&mdash;geen steen
+en geen perkament.</p>
+<p>Alleen &eacute;&eacute;n ding bleef over achter op het oude
+terrein&mdash;behalve de uilen.</p>
+<p>De macht was verdwenen. De geleerdheid was verdwenen; de kalk had
+alles wat er nog aan schoonheid over was, begraven; maar het Latijn was
+blijven zitten&mdash;de Latijnsche school&mdash;de plak en &rsquo;t
+Latijn.</p>
+<p>De koorknapen werden scholieren, kostersjongens en eindelijk gewone
+leerlingen; zij verhuisden van <span class="pagenum">[<a id="xd20e1651"
+href="#xd20e1651" name="xd20e1651">80</a>]</span>&eacute;&eacute;n
+kamer, naar twee kamers, die aan de oude kloostermuren werden
+vastgeplakt, tot ze in een nieuwe, vierkante schoolkist werden gestopt,
+met kale muren en vensters van matglas; de plak en &rsquo;t Latijn
+verhuisden me&ecirc;.</p>
+<p>En als de uilen, die ook trouw waren me&ecirc;gegaan, in de groote
+beukenboomen voor de studeerkamer van den rector zaten, kromp hij ook
+ineen bij hun woeste kreten en hief zijn oogen op van
+Tacitus,&mdash;&rsquo;t was dezelfde interessante, maar duistere
+plaats.</p>
+<p>Want in de vele honderde jaren, waarin alle geleerdheid in die
+schoone, ontwikkelende taal geleefd had, was er&mdash;wonderlijk
+genoeg&mdash;niets voortgebracht, waard om in het Latijn gelezen te
+worden. Nu&mdash;als voor zeshonderd jaar&mdash;zaten de geleerde
+bollen en braken hun hoofd met deze interessante, maar duistere plaats
+in Tacitus.</p>
+<p>En voortdurend ging geslacht na geslacht op naar &bdquo;mensa
+rotunda,&rdquo; waar de plak en de gramatica het offer van tijd en
+vlijt van de jeugd aannamen, om tot belooning de knapsten onder hen
+zoover te brengen, dat zij hun hoofd konden breken met Tacitus.</p>
+<p>De beukenboomen waren niet oud in vergelijking met de ru&iuml;nen,
+waarbij ze waren opgegroeid. Maar ze hadden toch meer dan honderd jaar
+lang hun kronen over &rsquo;t lage houten stadje verheven en zich ver
+over de ruime schoolplaats uitgebreid.</p>
+<p>En onder de takken had het vroolijk geluid geklonken van jonge
+geslachten, die kwamen en gingen: overdag het aanhoudend wisselen van
+de stilte in de lessen en &rsquo;t uitgelaten gedruisch in &rsquo;t
+vrije kwartier, als honderd kleine voeten op den grond trappelden en er
+kreten door de lucht klonken als van wilde vogels. Maar als de dag
+voorbij was en de leeraren al hun tyrannie en al hun verveling mee naar
+huis <span class="pagenum">[<a id="xd20e1663" href="#xd20e1663" name=
+"xd20e1663">81</a>]</span>hadden genomen, dan werd de schoolplaats vol
+van den vrijen arbeid der gepijnigde jeugd.</p>
+<p>Alles wat er te vinden was aan gebouwen, boomen, trappen en poorten
+kreeg leven en namen. En na het doode spel van den dag met doode namen
+en levenlooze vormen, speelde de levende jeugd een fantastisch leven
+vol namen met klank, die weerklank vonden in hun uitgedroogde hoofdjes.
+Dan zeilden zij om de aarde en de kapers schoten te voorschijn van
+achter de boomen en de hoeken van huizen, of roovers lagen op den loer
+onder de trap. En naarmate het licht afnam en de schemering de
+herinnering aan de harde dressuur van den dag uitwischte, ontwaakten en
+groeiden de ongebruikte en verspilde krachten. En ridderlijkheid,
+onverbreekbare vriendschap en heldenmoed vlamden op in de kleine woeste
+vechtpartijen en quaesties, die nooit vergeten werden.</p>
+<p>Maar in de stille herfstavonden, als &rsquo;t beukenloof dicht onder
+de boomen lag, v&oacute;&oacute;r de storm het nog had weggezweept, of
+de pedel &rsquo;t onder in zijn kelderkamer bijeengegaard had, kwamen
+Indianen en stroopers in de schaduwen aansluipen,&mdash;of het was de
+praetendent, de ongelukkige Stuart&mdash;, die voortworstelde door
+storm en onweer naar de hut van Betty Flanagan.</p>
+<p>En als de deur van de kelderkamer van den pedel openging, zoodat het
+roode licht in streepen in &rsquo;t donker onder de boomen viel, dan
+zaten er veel rondkoppen dicht bijeen om &rsquo;t vuur, met zware
+laarzen aan, met korte, ronde mantels en ijzeren sporen; hun mantels
+hingen bij den schoorsteen te drogen en hun lange zwaarden met een
+kruis aan &rsquo;t heft, stonden tegen den wand. De oude Betty hief het
+ronde houten deksel op&mdash;zwart verbrand aan den kant, en uit de
+geweldige pan steeg de sterke lucht op van schapenvleesch, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1672" href="#xd20e1672" name=
+"xd20e1672">82</a>]</span>kool, aardappels en kruiderij, die door
+elkaar gekookt werden,&mdash;het lievelingsgerecht van de
+Hooglanders!</p>
+<p>In de kelderkamer en onder het heele schoolgebouw door liepen
+verborgen gangen en geheime openingen tussen de oude onvergankelijke
+kloosterkelders, waarin de moedigsten doordrongen, en van waar zij met
+stof en kalk overdekt terugkwamen.</p>
+<p>En wat zij vertelden ging van de eene klasse naar de andere, en
+legde onder de gehate school een griezeligen ondergrond van oude,
+gruwelijke kloostergeschiedenissen, van geheimzinnig verkeer met doode
+monniken, die daar spookten, vensters met lage bogen, lange strepen van
+doodsbleek maanlicht.</p>
+<p>En zelfs het spel hield op, als het goed donker werd en de katuilen
+begonnen te schreeuwen. Dan gingen ze in dichte groepen bijeen staan en
+maakten elkaar bang met witte gestalten, die ze in de schaduwen zagen;
+en uit de zwarte kelders van de monniken kwam er z&oacute;&oacute;veel
+akeligs en griezeligs, dat ze naar huis draafden om hun lessen te
+leeren.</p>
+<p>&rsquo;t Waren hooge, mooie boomen, de beukenboomen op de
+schoolplaats. Maar op eens begon de &rsquo;t meest naar &rsquo;t
+Noorden staande te kwijnen en &rsquo;t volgend jaar ging hij dood; hier
+en daar in de rij werd een boom ziek; zware takken&mdash;van binnen
+vergaan&mdash;vielen &rsquo;s winters af, als &rsquo;t waaide. Allen,
+die verstand van boomen hadden, kwamen in beweging; en men kwam met
+velerlei vermoedens en voorstellen aan.</p>
+<p>Sommigen meenden, dat de aarde om de wortels te vast ineengetrapt
+was, en wilden, dat men die wat los zoude maken; anderen wilden de
+stammen afkrabben; en enkelen vermoedden, dat er geen licht genoeg
+tusschen <span class="pagenum">[<a id="xd20e1684" href="#xd20e1684"
+name="xd20e1684">83</a>]</span>de takken doorkwam en wilden, dat de
+kronen zouden worden uitgekapt. Niemand scheen te willen begrijpen, dat
+de grond zuur was, de boomen oud en vergaan, zoodat geen kunst
+verhinderen kon, dat ze verdorden en doodgingen.</p>
+<p>Maar zooals de boomen kwijnden, zoo was het ook, alsof er een druk
+kwam over de school zelf en de jeugd, die zij beschaduwden.</p>
+<p>De plak danste niet langer lustig met de grammatica,&mdash;die was
+weggelegd. En na die scheiding scheen de grammatica weg te kwijnen als
+een weduwe, die haar beter ik verloren heeft. Het Latijn wilde niet
+recht groeien, niettegenstaande alle mogelijke moeite: niemand kon er
+blind voor zijn, dat de kennis van die heerlijke taal van jaar tot jaar
+afnam.</p>
+<p>En niettegenstaande zij niet half zooveel Latijn leerden als voor
+dertig jaar, zag de jeugd er toch bleek en overspannen uit. &rsquo;t
+Was ellendig de bleekneuzige dwergjes te zien, die zich nu met moeite
+door de allereenvoudigste thema&rsquo;s heen worstelden op &rsquo;t
+admissie-examen,&mdash;en als men dan eens dacht aan de flinke kerels,
+die vroeger examen deden.</p>
+<p>De leeraars liepen rond, alsof ze spoken waren. Een dor, knorrig
+troepje mannen, die in den loop der jaren hun eigenaardigheden tot het
+karikatuur ontwikkelden; omdat hun eenzaam leven bestond in het zitten
+op een katheder en stof strooien op een jeugd die zij niet
+begrepen.</p>
+<p>Maar velen merkten het verkwijnen van de geleerde scholen. Van het
+heele land kwamen dezelfde waarnemingen en klachten en alle
+onderwijs-mannen kwamen in beweging, staken hun neus in de papieren en
+joegen wolken extra-fijn philologisch stof op.</p>
+<p>Sommigen meenden, dat het weer in orde zou komen als de leerlingen
+afzonderlijke lessenaars kregen <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1699" href="#xd20e1699" name="xd20e1699">84</a>]</span>en groen
+geschilderde kokers; anderen riepen om een nieuw en beter
+ventilatie-systeem; enkelen beloofden een nieuw opbloeien van
+geleerdheid en gezondheid voor de lieve jeugd, als het zwaartepunt in
+het onderwijs van het Latijn naar het Grieksch werd verlegd.</p>
+<p>Niemand scheen te willen begrijpen, dat het systeem verouderd was en
+de geleerdheid zelf vergaan, zoodat geen kunst langer vermocht te
+verhinderen, dat het doode het levende vergiftigde.</p>
+<p>De rector zuchtte menig avond, als de maan over de schoolplaats
+scheen en ver over de stad, die op haar manier groeide en tierde. De
+school tierde niet: ieder jaar vond hij minder hoopvolle leerlingen
+voor de Latijnsche afdeeling; terwijl er flinke jongens genoeg waren,
+die het al vroeg opgaven en naar zee gingen of naar het buitenland, om
+voor den handel te worden opgeleid.</p>
+<p>Hij wendde zich af en ging in den grooten ouden tuin aan de andere
+zijde van het huis. Hier had hij een vredig plaatsje onder een
+stokouden perenboom, waar hij &rsquo;s zomersavonds nadenkend zat te
+snuiven. Maar ook hier, ver van de stad en de geheele wereld, achter
+den hoogen kerkhofmuur&mdash;ook hier lieten de onrustige gedachten hem
+niet met vrede.</p>
+<p>Hoe onsympathiek was hij hem&mdash;heel die nieuwe drukke
+tijd,&mdash;en hoe ongerust maakte hem die minachting voor de klassieke
+studi&euml;n, die zich overal begon te vertoonen! oprecht ongerust: hij
+voelde die als een stap terug naar de barbaarschheid.</p>
+<p>Maar hij wilde den moed niet verliezen: nog stonden ze
+daar&mdash;Goddank!&mdash;de oude klassieken, door niet
+&eacute;&eacute;n van de mannen uit later tijd overtroffen, hoog
+uitstekende boven alles, zooals die mooie kerk, met zijn nobele,
+ernstige lijnen, uitstak boven &rsquo;t domme <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1711" href="#xd20e1711" name=
+"xd20e1711">85</a>]</span>bekrompen visschersdorpje. En &rsquo;t was
+alsof er van de kerk een zweem van verheffing uitging over de school en
+over hem zelf, terwijl hij van de bank opstond. Gesterkt als na een
+gebed ging hij vol kracht en vertrouwen naar zijn studeerkamer om zijn
+hoofd te breken met Tacitus.</p>
+<p>En de uilen stoorden hem niet. De school en het dorp waren hun te
+groot en te druk geworden, ze verdwenen op eens en kwamen niet
+terug.</p>
+<div class="figure xd20e1716width"><img src="images/o083.png" alt=
+"Ornament." width="157" height="108"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e1720" href="#xd20e1720" name=
+"xd20e1720">86</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o086.png" alt="Zesde hoofdstuk."
+width="463" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e1722" class="main">Zesde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e1724"><span class="xd20e1724init">M</span>ichal
+Mordtmann werd zeer verrast in de eerste dagen na dien avond bij
+Professor L&ouml;vdahl.</p>
+<p>Den volgenden morgen meldde hij alvast aan zijn vader, dat de
+vooruitzichten voor hun plan niet heel schitterend waren. Toen dat
+gedaan was troostte hij er zich me&ecirc;, er aan te denken, hoe hij de
+oude katuilen had opgeschrikt en hoe uitstekend Mevrouw Wenche zich
+gehouden had.</p>
+<p>Ze was ook mooi en zoo wonderlijk jong. Daar hij wel vooruit kon
+zien, dat zijn verblijf in de stad nu niet zoo heel lang duren zou,
+besloot hij haar dikwijls te bezoeken;&mdash;als hij nu zijn fabriek
+moest opgeven, zou hij in elk geval van de genoegens profiteeren, die
+&rsquo;t vervelende plaatsje kon opleveren.</p>
+<p>Maar toen hij tegen den middag naar de club ging, waar hij
+gewoonlijk at, kwam de dikke J&ouml;rgen Kruse naar hem toe, midden op
+straat, drukte hem de hand en zei: &bdquo;Ik dank u, Mijnheer
+Mordtmann, ik dank u <span class="pagenum">[<a id="xd20e1732" href=
+"#xd20e1732" name="xd20e1732">87</a>]</span>wel, voor wat u gisteren
+avond zei. U hebt dien geleerden heeren eens flink de waarheid gezegd,
+en het was zooals ik &rsquo;t zelf had willen zeggen, dat was het, wat
+Mevrouw L&ouml;vdahl zei van de jongens op de Latijnsche school. Want
+zie nu mijn Morten eens. Hij was waarachtig even flink als de anderen,
+toen hij nog klein was, hij hield zijn centen bij elkaar en hielp in
+den winkel. Maar nu&mdash;hij is waarachtig bijna zestien jaar&mdash;nu
+al die Latijnsche geleerdheid in hem gevaren is, nu is hij
+z&oacute;&oacute; dom geworden, man! dat ik hem den winkel geen half
+uur zou durven toevertrouwen&mdash;ja, en hij zou er ook niet wezen.
+Nu, in dat Latijn heb ik niet veel vertrouwen en was het niet om zijn
+moeder, dan nam ik hem morgen van school.&rdquo;</p>
+<p>Michal Mordtmann wist heelemaal niet wat hij antwoorden moest; en
+toen wat verder in de straat de onderdirecteur Aalbom hem neuri&euml;nd
+voorbij liep, zonder hem te willen zien, begreep hij dat veel
+beter.</p>
+<p>Maar niet alleen de dikke J&ouml;rgen Kruse dacht zoo; verscheidene
+van de welgestelde kleine kooplieden lieten hem min of meer ronduit
+merken, dat zijn optreden in het huis van den professor hun bizonder
+goed was bevallen.</p>
+<p>En langzamerhand werd het hem duidelijk, dat het een soort van feest
+was geweest voor al die menschen, die al zoo dikwijls gehoord hadden,
+dat ze niets wisten en nergens verstand van hadden, dan van geld bijeen
+te schrapen&mdash;dat uit den kring van de geleerden zelf zich iemand
+tegen die hooge, trotsche mannen keerde.</p>
+<p>&bdquo;<span lang="en">Never mind</span>,&rdquo; dacht Michal
+Mordtmann, &bdquo;willen ze niets anders&mdash;mij is &rsquo;t
+goed.<span class="corr" id="xd20e1745" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span> Het kapitaal is de hoofdzaak, en daarvoor
+kon hij toch niet veel verwachten van ambtenaren en schoolmeesters; als
+hij <span class="pagenum">[<a id="xd20e1748" href="#xd20e1748" name=
+"xd20e1748">88</a>]</span>zijn plan zou volbrengen en vrij komen van
+een vernederenden terugtocht, dan moest hij ook niet tegen wat moeite
+opzien.</p>
+<p>Hij liep daarom met vernieuwden moed rond en sprak over fosforzuur
+in de donkere kantoren, en de kooplieden mochten hem graag; maar als
+hij tot het groote punt kwam,&mdash;het nemen van aandeelen, dan
+stootte hij altijd op een verhindering, op een bepaalden steen des
+aanstoots, en dat was de professor.</p>
+<p>Zoolang Professor L&ouml;vdahl zich achteraf hield, bleef het bij
+enkel praten. Hij was toch de eenige, die verstand van de zaak had.
+Geleerd was hij, en rijk&mdash;en als hij niet me&ecirc; wou doen, was
+er zeker een luchtje aan de zaak, hoe schitterend ze ook leek.</p>
+<p>&bdquo;Als eerst Professor L&ouml;vdahl teekent dan doe ik me&ecirc;
+en velen met mij,&rdquo; zei J&ouml;rgen Kruse.</p>
+<p>De vlugge kop van Michal Mordtmann had niet lang werk met dat
+bezwaar. Hij knoopte zijn lange jas dicht en ging Mevrouw Wenche een
+visite maken.</p>
+<p>&bdquo;Eindelijk!&rdquo; riep ze, toen hij binnenkwam.</p>
+<p>&bdquo;Pardon, Mevrouw!&mdash;ik had zeker al eerder u een bezoek
+moeten brengen, om u te danken...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dank u, hoogge&euml;erde heer! Van dien toon moet ik
+niets meer hebben! U hebt nu eens en voor altijd uw recht verbeurd om
+den Engelschman te spelen tegenover mij. Ga zitten als &rsquo;t u
+belieft, maar als oud taalman en eerlijk radikaal. Kunt u de andere
+vertoornde goden verzoenen met uw afschuwelijke soda, dan om mij met
+alle genoegen. Maar hier is u mijn man... mijn landgenoot en al uw
+correct optreden is vergeefsche moeite, dat verzeker ik u, heelemaal
+vergeefsch!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik kom, Mevrouw...;&rdquo; maar hij kwam niet verder, want
+zijn gastvrouw en hij barstten beiden zoo hartelijk in lachen uit, toen
+ze dachten aan hun laatste <span class="pagenum">[<a id="xd20e1767"
+href="#xd20e1767" name="xd20e1767">89</a>]</span>samenzijn en aan zijn
+mislukte poging om vormelijk te zijn, dat ze eindelijk elkaar hartelijk
+de hand schudden, en in een oogenblik waren zij z&oacute;&oacute;
+vertrouwelijk, als ze anders in een langen omgang met elkaar zeker niet
+zouden zijn geworden.</p>
+<p>&bdquo;U was onbetaalbaar Dinsdagavond,&rdquo; zei Mevrouw Wenche en
+nam haar naaiwerk weer op; hij zat in een laag stoeltje vlak bij haar
+naaitafeltje; &bdquo;U kunt u niet voorstellen wat dat voor me is,
+eindelijk eens iemand te ontmoeten, die denkt zooals ik en den moed
+heeft dat uit te spreken. Hier is wel een enkele&mdash;de
+onderdirecteur Abel&mdash;die zich zoowat met nieuwe vrijzinnige
+idee&euml;n bezighoudt&mdash;maar in stilte, alsof &rsquo;t
+gevaarlijke, ontplofbare stoffen zijn......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zijn &rsquo;t trouwens ook, Mevrouw! U zaagt &rsquo;t
+immers zelf, hoe de bom barstte vlak voor den neus van de geleerde
+heeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, &rsquo;t is waar! Nooit in mijn leven vergeet ik het
+gezicht van Aalbom. Ik was bijna bang, dat hij stikken zou. Maar
+&agrave; propos! Hebt u wel over de gevolgen van uw overmoedig optreden
+op dien avond nagedacht. U moet weten, dat men hier in &rsquo;t stadje
+zooiets niet verdragen kan. Met mij is &rsquo;t wat anders; ik hoor nu
+eenmaal hier thuis, en ze weten allemaal, dat ik onverbeterlijk ben. En
+dan ben ik ook maar een dame! Maar voor u...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och&mdash;ik stel ook niet zooveel prijs op de publieke
+opinie hier in de stad.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar, lieve hemel, voor u moet het toch van het grootste
+belang zijn, dat u een goeden indruk maakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja&mdash;in zooverre, dat men liefst altijd een
+goeden......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen&mdash;begrijpt u niet, dat ik aan de soda
+denk&mdash;en al die andere stinkstof, die u maken wilt.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1784" href="#xd20e1784" name=
+"xd20e1784">90</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;O zoo! U denkt aan de plannen voor de fabriek; maar daar zal
+vooreerst wel niets van komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo?&mdash;dat is toch jammer voor u. Carsten zei laatst, dat
+hij meende, dat de stemming onder de kooplui gunstig was.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Meende de professor dat?&mdash;ik ben helaas tot een ander
+resultaat gekomen, in ieder geval ben ik van plan binnenkort te
+vertrekken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vertrekken?&mdash;Hier vandaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, terug naar Engeland.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geeft u de fabriek op?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, voorloopig ten minste; ik kan hier niets doen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar daar ben ik volstrekt niet mee gediend!&rdquo; riep
+Mevrouw Wenche uit. &bdquo;Eindelijk heb ik een fatsoenlijk mensch
+gevonden, waar ik mee praten kan en nu gaat hij weer weg. Dat gaat niet
+aan! Vertel me ten minste, wat er aan hapert; waarom moet u &rsquo;t
+opgeven? Zijn ze bang voor hun dubbeltjes&mdash;de
+haringkoninkjes?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De kleinen zijn niet de ergste.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijn &rsquo;t dan de groote huizen, die niet mee willen doen?
+With, of Garman en Worse?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nog hooger op Mevrouw. Zal ik u in vertrouwen zeggen op wie
+mijn fabriek schipbreuk lijdt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker, en gauw ook.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Op uw man.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Op Carsten? De Ephor! Maar lieve hemel, hij interesseert zich
+immers warm voor u.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, &rsquo;t is zonde! De professor is allervriendelijkst
+voor me geweest; maar......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu dan! maar......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Aandeelen wil hij niet nemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo?&mdash;Dat is toch vreemd. Ik hoor anders altijd, dat
+<span class="corr" id="xd20e1822" title="Bron: Carstens">Carsten</span>
+zoo knap en voorzichtig in geldzaken is. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e1825" href="#xd20e1825" name="xd20e1825">91</a>]</span>Hoor u
+eens. Zeg me eens oprecht&mdash;zoo onder vier oogen&mdash;gelooft u
+zelf in uw onderneming?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wil Mevrouw het prospectus zien?&rdquo; vroeg Mordtmann en
+greep in zijn zak.</p>
+<p>&bdquo;Neen, natuurlijk niet, maar antwoord u me eens<span class=
+"corr" id="xd20e1831" title="Niet in bron">.</span>&mdash;Gelooft u
+zelf......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier hebben we,&rdquo; viel hij haar in de rede op zijn
+ernstigen zakentoon, &bdquo;zooals u ziet een heele reeks
+analyses......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Schei toch uit met uw akelige analyses,&rdquo; lachte Mevrouw
+Wenche.</p>
+<p>&bdquo;&mdash;en verder een gespecificeerd overzicht, met een
+berekening,&rdquo; ging Mordtmann voort; en nu was het niet mogelijk
+een ernstig woord uit hem te krijgen<span class="corr" id="xd20e1841"
+title="Niet in bron">,</span> hij amuseerde haar nog een poos met zijn
+zakentoon en met tooneeltjes op te voeren van zijn bezoeken bij de
+burgers in de stad, tot hij opstond en afscheid nam.</p>
+<p>Maar toen hij weg was dacht Mevrouw L&ouml;vdahl over alles na.
+&rsquo;t Zou toch &agrave;l te ergerlijk zijn als hij nu heenging. Zij
+zou toch Carsten eens vragen, waarom hij niet een paar aandeelen kon
+nemen, als nu alles op hem vast zat.</p>
+<p>De professor antwoordde&mdash;&rsquo;t Gesprek begon aan
+tafel,&mdash;dat hij uit principe niet graag geld stak in ondernemingen
+in de stad.</p>
+<p>&bdquo;Maar dit is toch zeker heel voordeelig?&rdquo;</p>
+<p>O ja, &rsquo;t kon best zijn dat dit een goede zaak werd.</p>
+<p>&bdquo;Ja, antwoord mij nu eens, Carsten! Je heb immers wat verstand
+van die zaak, zegt men, heb je vertrouwen in die fabriek?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Eerlijk gezegd: neen; en dat&mdash;omdat ik weinig of niet
+van practische chemie weet, en de anderen, die geld moeten geven, weten
+er nog minder dan niets van, en uit zooiets komt meestal geen goede
+zaak tot stand.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e1856" href=
+"#xd20e1856" name="xd20e1856">92</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Maar lieve hemel! Mordtmann zal immers directeur worden. En
+hij heeft er immers verstand van,&mdash;niet waar?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Kan zijn van wel, maar &rsquo;t kan ook wel zijn van
+niet. Het Engelsche huis, waar altijd over gepraat wordt, heeft nog
+geen aandeelen genomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar je bedenkt niet alle voordeelen, die er aan
+verbonden zijn; Mordtmann, die zelf zoo&rsquo;n inrichting in Engeland
+bestuurd heeft en die......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je pas den jongen Mordtmann hierover
+gesproken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, hij maakte hier van morgen een visite. En toen vertelde
+hij me, dat &rsquo;t hem niet mogelijk was aandeelen te plaatsen, omdat
+jij niet wou voorgaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O! nu gaat me een licht op! en toen was Mijnheer Mordtmann
+zoo uitgeslapen slim......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bah, Carsten! Jij denkt altijd, dat alle menschen zoo
+berekenend zijn als jij zelf bent. Hij zat me hier alles heel gewoon te
+vertellen en &rsquo;t kwam in ons geen van beiden op, dat ik me met die
+dingen bemoeien zou.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou...... Michal Mordtmann&mdash;hij is nu......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik kan wel aan je zien, dat je zeggen wilt: &lsquo;een uit
+Bergen,&rsquo; zei Mevrouw Wenche wat bitter.</p>
+<p>&bdquo;Ja, zoo iets,&rdquo; antwoordde de professor; &bdquo;maar als
+je graag aan die onderneming wilt <span class="corr" id="xd20e1878"
+title="Bron: meedoen">me&ecirc;doen</span>, ja lieve hemel! ik wil met
+alle pleizier zooveel aandeelen nemen als je maar wilt, &rsquo;t is
+immers jouw geld.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Foei toch, Carsten!...... Je weet wel, dat ik niet wil, dat
+je daar mee aankomt; ik wil volstrekt niet hebben, dat je aandeelen
+neemt voor mijn pleizier.&rdquo;</p>
+<p>Mevrouw Wenche werd gauw heftig in &rsquo;t gesprek; maar dan werd
+haar man altijd kalmer.</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker zul je aandeelen hebben, lieve Wenche. Ik zie wel,
+dat je er lust in hebt. Dan houden we ook dien aardigen Mijnheer
+Mordtmann hier.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e1887" href=
+"#xd20e1887" name="xd20e1887">93</a>]</span></p>
+<p>Abraham zat in stilte van de een naar den ander te kijken. Hij
+begreep niet wat er gebeurde, maar hij zag, wat hij al zoo dikwijls
+gezien had, dat zijn moeder heftig was en zijn vader zacht en
+vriendelijk. Na &rsquo;t eten zou hij, als gewoonlijk, met Marius
+werken; maar hij had er zoo weinig lust in. &rsquo;t Was in de eerste
+dagen van Mei, en zij hadden repetities in alle vakken voor dat
+vreeselijke overgangsexamen, dat over &rsquo;t lot van kleine Marius
+beslissen zou.</p>
+<p>Daarom zat hij vlijtig in zijn boeken; maar Abraham had zoo weinig
+lust. De zon scheen op &rsquo;t jonge groen aan de kruisbessenstruiken
+in den tuin en boven aan den hemel was geen enkel <span class="corr"
+id="xd20e1893" title="Bron: wolkie">wolkje</span>.</p>
+<p>Abraham zat maar gekheid te maken over Grieksch en wiskunde, tot
+grooten schrik van Marius. Eindelijk begon hij te preeken uit een
+stichtelijk boek, dat zij bij het godsdienstonderwijs op school voor de
+zevende of achtste maal weer doorwerkten. Marius lachte nu eens en
+smeekte hem dan weer om op te houden: maar Abraham was in een
+uitgelaten stemming: hij slingerde alle boeken op zijn bed en riep:
+&bdquo;Kom laten we gaan roeien en visschen.&rdquo;</p>
+<p>Ja&mdash;kleine Marius was zwak. En ze roeiden in de baai en
+vischten kleine kabeljauwtjes in den stillen mooien lenteavond.</p>
+<p>Maar &rsquo;t gevolg was, dat het met Marius den dag daarna slecht
+ging. Alleen al &rsquo;t gevoel, dat hij niet zooveel en zoo goed
+geleerd had als anders, maakte hem verward en onzeker in de
+eenvoudigste dingen. Daarenboven wilde het ongeluk, dat de rector
+binnenkwam onder de Latijnsche les van Aalbom, om te luisteren, zooals
+hij nu en dan deed, als hij tijd had.</p>
+<p>Nu kwam het er voor Aalbom op aan tegen &rsquo;t eind van &rsquo;t
+jaar den rector te toonen hoever zijn lieve leerlingen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1904" href="#xd20e1904" name=
+"xd20e1904">94</a>]</span>onder zijn leiding gekomen waren, en daarom
+nam hij eerst No. 1 van de klasse en toen Marius.</p>
+<p>Abraham zat op spelden; hij kende Marius immers door en door en hij
+wist hoe licht alles in dat groote hoofd onherroepelijk door elkaar
+liep, als hij eenmaal in de war kwam. &rsquo;t Was in &rsquo;t vorige
+uur al verkeerd gegaan met het Grieksch; maar het stekelvarken had met
+groote liberaliteit toegelaten, dat Abraham hem alles over de tafel
+heen had ingefluisterd.</p>
+<p>In &rsquo;t vrije kwartier had kleine Marius gezegd:</p>
+<p>&bdquo;Je hadt me niet moeten overhalen om te gaan visschen,
+Abraham! Nu ken ik geen woord van mijn lessen en ik krijg zeker bij
+alles een beurt. Dan krijg ik zessen en ga niet over met de
+vacantie.&rdquo;</p>
+<p>Abraham begon te begrijpen, wat dat zeggen wou voor kleine Marius;
+hij had daar eigenlijk nooit ernstig over nagedacht. Maar toen kleine
+Marius nu met veel fouten een Ode van Horatius ging voorlezen, zat hij
+er aan te denken, hoe volkomen hulpeloos zijn beste vriend worden zou,
+als hij moest blijven zitten met nieuwe <span class="corr" id=
+"xd20e1914" title="Bron: kamaraden">kameraden</span>; terwijl
+hij,&mdash;Abraham zelf&mdash;natuurlijk overging naar de vierde
+klasse.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, Gottwald! je verspreekt je,&rdquo; zei Aalbom
+poeslief; want Marius maakte de eene fout na de andere, maar hij durfde
+niet in scheldwoorden uit te barsten om den rector; &bdquo;&mdash;denk
+nu eens na, mijn jongen&mdash;watte?&mdash;&rsquo;falls, fefelli&rsquo;
+zeg je; dat is heel goed; maar nu de supinum<a class="noteref" id=
+"xd20e1922src" href="#xd20e1922" name="xd20e1922src">1</a>&mdash;de
+supinum, mijn beste jongen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;... fe... fe... fe...&rdquo; stamelde Marius, totaal
+hulpeloos: hij had niet &eacute;&eacute;n heldere gedachte meer in zijn
+hoofd.</p>
+<p>&bdquo;Neen maar! Groote goden! Wat wil je nu met die <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1930" href="#xd20e1930" name=
+"xd20e1930">95</a>]</span>reduplicatie in de supinum?&rdquo; riep
+Aalbom; maar een blik van den rector trof hem: &bdquo;denk nu eens na,
+Gottwald! je kent die werkwoorden zoo goed, als je maar even nadenkt,
+er zijn er maar een stuk of vier zoo; je weet wel: pello, pepuli,
+pulsum&mdash;dus fallo, fefelli... nu?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&mdash;&mdash; pulsum,&rdquo; antwoordde Marius en rukte den
+blauwen zakdoek om zijn vingers.</p>
+<p>&bdquo;Onzin Gottwald! Houd je me voor den gek?&mdash;Ja zeker,
+Mijnheer de Rector, U hebt gelijk, laten we &rsquo;t kalm opnemen,
+watte? kalm aan maar, mijn jongen<span class="corr" id="xd20e1936"
+title="Bron: .">,</span> dan kom je er wel. Dus nu beginnen we met het
+begin&mdash;met dingen, die je wel droomen kunt, kalm aan maar, watte?
+mijn jongen<span class="corr" id="xd20e1939" title=
+"Niet in bron">,</span>&rdquo; zijn stem beefde van nijdigheid,
+&bdquo;dus amo, amavi&mdash;nu &rsquo;t supinum?&mdash;ama.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;... Ama...&rdquo; herhaalde Marius en liet zijn zakdoek
+vallen.</p>
+<p>&bdquo;Nu, dat gaat te ver&rdquo;&mdash;schreeuwde Aalbom en vergat
+den rector heelemaal<span class="corr" id="xd20e1946" title=
+"Niet in bron">,</span> &bdquo;ben je dwars, jou lummel! wat is: de
+ronde tafel in &rsquo;t <span class="corr" id="xd20e1949" title=
+"Bron: latijn">Latijn</span>?&mdash;de ronde tafel?&mdash;nu, wil je
+wel eens antwoorden?&rdquo;</p>
+<p>Maar kleine Marius gaf geen geluid en de leeraar vloog op hem toe,
+alsof hij hem slaan wou&mdash;niettegenstaande de tegenwoordigheid van
+den rector. Maar hoe dat ook zij&mdash;Marius viel neer tusschen de
+tafel en de bank, v&oacute;&oacute;r de leeraar bij hem was.</p>
+<p>&bdquo;Viel hij?&rdquo; vroeg de rector en kwam op Aalbom toe, die
+over de tafel gebogen stond en neerkeek op Marius.</p>
+<p>Maar op dat zelfde oogenblik klonk een stem door de klasse, trillend
+van gemoedsbeweging en afgebroken als door schreien.</p>
+<p>Allen keerden zich om en zagen Abraham L&ouml;vdahl; hij stond
+overeind, doodsbleek met vertrokken gezicht: &bdquo;&rsquo;t Is
+schande! &rsquo;t is een groot schandaal&rdquo;&mdash;zei <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1960" href="#xd20e1960" name=
+"xd20e1960">96</a>]</span>hij weer en hief zijn gebalde vuist tegen
+Aalbom op.</p>
+<p>&bdquo;U is een... U is een duivel<span class="corr" id="xd20e1964"
+title="Niet in bron">,</span>&rdquo; bracht hij er eindelijk met moeite
+uit en hield zich vast aan den rand van de tafel.</p>
+<p>&bdquo;Maar...... maar Abraham! Abraham L&ouml;vdahl, ben je
+stapelgek geworden, jongen,&rdquo; riep de rector. Nooit in heel zijn
+pedagogische werkzaamheid was hij z&oacute;&oacute; verschrikt
+geworden. Zelfs Aalbom stond als versteend en vergat bijna kleine
+Marius, die daar op den grond lag zonder zich te bewegen.</p>
+<p>Maar Morten de achterblijver trok met tegenwoordigheid van geest de
+bank van de tafel weg en lichtte Marius op. Hij was bleek en zijn oogen
+waren gesloten.</p>
+<p>&bdquo;Haal wat water,&rdquo; zei Morten op zijn toon van verzet;
+terwijl hij Marius ophield.</p>
+<p>&bdquo;Ja, water&mdash;watte!&rdquo; begon nu de leeraar;
+&bdquo;Gottwald is ziek;&mdash;&rsquo;t is een schande den jongen naar
+school te sturen, als hij ziek is!&mdash;watte?&rdquo;</p>
+<p>Onder dit alles stond de rector vlak voor Abraham en keek hem strak
+aan; eindelijk zei hij kalm en streng: &bdquo;Ga naar
+huis&mdash;L&ouml;vdahl!&mdash;ik zal met je ouders spreken.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was doodstil in de klasse, toen Abraham zijn boeken opnam
+en heenging. De verbittering, die in hem kookte, terwijl de leeraar
+Marius pijnigde, zakte zoo wonderlijk gauw; en toen hij alleen wegging
+over de schoolplaats,&mdash;&rsquo;t was midden onder de
+les,&mdash;begon hij er aan te denken wat hij gedaan had en wat zijn
+vader wel zeggen zou.</p>
+<p>Hij durfde niet direct naar huis gaan, maar bracht zijn boeken bij
+den bakker, die hij kende en deed een lange wandeling door &rsquo;t
+oostelijk gedeelte van de stad, waar hij niet veel kans had zijn vader
+tegen te komen.</p>
+<p>Intusschen kwam kleine Marius bij, toen hij het <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e1984" href="#xd20e1984" name=
+"xd20e1984">97</a>]</span>koude water in zijn gezicht kreeg; hij lag
+een half uur op de sofa in de huiskamer van den rector, waar zij hem
+Hoffmansdroppels gaven, tot hij zoo veel beter was, dat de Pedel hem
+naar huis kon brengen.</p>
+<p>Mevrouw Gottwald woonde dicht bij.</p>
+<p>Kleine Marius verliet de school&mdash;bleek en half bewusteloos,
+leunend op den pedel, die al zijn boeken droeg. De stinkdieren
+stroomden samen en liepen voor hem uit, om hem in &rsquo;t gezicht te
+zien. Sommigen wilden den ratten-koning bespotten; maar een van de
+grooten zei: &bdquo;Laat hem loopen, hij is ziek.&rdquo; En zoo kwam
+hij voor &rsquo;t eerst tusschen zijn vijanden door, zonder geplaagd te
+worden.</p>
+<p>De rector zou zich heel wat meer met zijn kleinen professor hebben
+beziggehouden, als niet dat geval met Abraham zijn gedachten heelemaal
+had ingenomen.</p>
+<p>Dat een leerling onder de les ziek werd, was immers iets wat
+gemakkelijk gebeuren kon; kleine Marius was zeker den heelen dag al
+niet wel geweest; men kon &rsquo;t al merken toen hij een beurt kreeg;
+hij had zelfs metrische fouten bij &rsquo;t lezen gemaakt, iets wat
+Marius anders nooit kon overkomen. En de rector moest bijna Aalbom
+gelijk geven, als hij steeds herhaalde, dat het een schandaal was zieke
+kinderen naar school te zenden.</p>
+<p>Maar Abraham&mdash;Abraham
+L&ouml;vdahl&mdash;brutaal&mdash;oproerig, openlijk in verzet! daar kon
+men zich niet in vergissen; die jongen verborg onder een welopgevoed en
+vrijmoedig uiterlijk de allergevaarlijkste kiemen.</p>
+<p>Was het nog de zoon van ruwe, onbeschaafde ouders
+geweest&mdash;zooals er helaas zoo veel zijn&mdash;maar een zoon van
+Professor L&ouml;vdahl!&mdash;een man zoo welgemanierd,
+z&oacute;&oacute; humaan, z&oacute;&oacute; door en door beschaafd!
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e1999" href="#xd20e1999" name=
+"xd20e1999">98</a>]</span>en dat zich dan bij zijn eenigen zoon zoo
+plotseling een afgrond van verzet en een oproerige geest openbaren
+moest!</p>
+<p>&bdquo;Zijn moeder heeft een sterk oppositioneel karakter,&rdquo;
+bracht Aalbom voorzichtig in het midden; hij wist hoe hoog Mevrouw
+Wenche bij den rector stond aangeschreven.</p>
+<p>Maar de ander wendde de oogen af en antwoordde niet. Hem kwam het
+laatste gesprek op dien avond bij professor L&ouml;vdahl in de
+gedachte.</p>
+<p>Daarom ging hij ook niet zelf naar de L&ouml;vdahls, zooals hij
+eerst had willen doen; maar hij schreef een ernstigen brief aan den
+professor, legde de zaak uit en sprak zijn overtuiging uit als pedagoog
+en oud vriend van den huize: dat men enkel door de grootste
+gestrengheid en door dit zoo ernstig mogelijk op te nemen nog de booze
+kiemen van kwaad kon onderdrukken, die helaas in het karakter van hun
+lieven Abraham aan den dag waren gekomen.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl kreeg dien brief in zijn spreekuur van
+12&ndash;1; en hij werd z&oacute;&oacute; verschrikt, dat hij dadelijk
+de pati&euml;nten wegzond, die nog konden wachten tot den volgenden dag
+en zich haastig van de anderen afmaakte.</p>
+<p>&rsquo;t Was hem nooit in de gedachten gekomen, dat zijn zoon zich
+z&oacute;&oacute; kon gedragen. Zelf was hij welopgevoed en correct
+door het leven gekomen. Verootmoedigd had hij zich eigenlijk
+nooit&mdash;dat kon niemand van hem zeggen. Integendeel: hij had de
+menschen op een afstand weten te houden. Maar nooit was hij in botsing
+gekomen met een van zijn superieuren, nooit was in zijn ziel iets
+opgekomen, wat op een geest van oproer leek.</p>
+<p>Hij kon eerst zelfs niet begrijpen wat Abraham bezielde; en
+bovendien was het ook iets, dat hem in &rsquo;t geheel <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2013" href="#xd20e2013" name=
+"xd20e2013">99</a>]</span>niet aanging. Of nu de leeraar misschien ook
+wat driftig tegen Gottwald was&mdash;daarom hoefde Abraham toch zoo
+niet uit te varen en &rsquo;t er op te wagen de grootste
+onaangenaamheden te krijgen ter wille van een ander.</p>
+<p>Maar dat was die dwaze jongensvriendschap, die overspannen
+idee&euml;n van moed en trouw, waarvan de professor de bron maar al te
+goed kende.</p>
+<p>Al sinds lang had hij een beslissenden strijd met zijn vrouw om zijn
+zoon voorzien. Hij had dien voortdurend ontweken en uitgesteld, want
+hij haatte strijd en oneenigheid in huis.</p>
+<p>Maar veel scheen er nu op te wijzen dat het beslissend oogenblik
+naderde. &rsquo;t Gesprek, dat op dien avond met de gasten in de kamer
+van zijn vrouw gevoerd was, had men z&oacute;&oacute; besproken en met
+commentaren voorzien, dat het al een gewichtig gedeelte van de
+inwendige geschiedenis van de stad geworden was, en veel had de
+professor moeten verdragen van vrienden en vriendinnen, omdat in zijn
+huis plaats geweest was voor iets wat zooveel op een schandaal
+leek.</p>
+<p>Behalve dat was er een onuitgesproken gevoel van oneenigheid
+tusschen hem en zijn vrouw, sinds zij gisteren over de aandeelen in de
+fabriek gesproken hadden.</p>
+<p>De professor was regelrecht naar de Handelsvereeniging gegaan, waar
+de leege lijst langen tijd als een vreemd wit ding gelegen had. Hij had
+tien aandeelen genomen van 500 rijksdaalders.</p>
+<p>Later had hij toch zelf gevonden, dat het veel was; maar dat was
+overeenkomstig de methode, die hij tegenover zijn vrouw volgde.</p>
+<p>Nu&mdash;na die historie met Abraham&mdash;was hij er heelemaal weer
+boven op. En hoe het hem ook hinderde, ja bedroefde&mdash;wat nu met
+den jongen gebeurd was&mdash;hij kon toch niet anders dan met een
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2030" href="#xd20e2030" name=
+"xd20e2030">100</a>]</span>zeker genoegen denken aan alle scherpe
+woorden, die hij nu tegenover zijn vrouw zou kunnen gebruiken.</p>
+<p>Jaren lang was hun huwelijk stil en dor geweest: zij geneigd tot
+heftigheid, hij altijd kalm, bereid haar onregelmatigheden te bedekken;
+langzamerhand voelde ze een beetje verachting voor hem, terwijl hij,
+die dat dadelijk voelde, verteerd werd van verlangen haar te overwinnen
+en haar te dwingen door zijn oogen te kijken.</p>
+<p>&bdquo;Daar hebben we nu de gevolgen van je methode,&rdquo; begon
+hij dus, toen hij met den brief in de hand de huiskamer binnentrad:
+&bdquo;Ik heb altijd gezegd dat je den jongen bedierf met je
+overspannen idee&euml;n, en nu is &rsquo;t zoover. Hier is een brief
+van den rector: &lsquo;Abraham heeft oproer op school
+gemaakt.&rsquo;<span class="corr" id="xd20e2036" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Maar&mdash;Carsten! Wat zeg je daar!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft zich tegen zijn leeraars verzet, met gebalde
+vuisten gedreigd en leeraar Aalbom een duivel genoemd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O Goddank, anders niet!&rdquo; zei Mevrouw Wenche
+verlicht.</p>
+<p>&bdquo;Anders niet, anders niet! Ja, dat lijkt jou! Jij kunt bijna
+voor niets anders meer sympathie hebben, dan voor oproer en verzet
+tegen alles en allen. Maar nu wou ik je &eacute;&eacute;n ding
+zeggen&mdash;waarde Mevrouw&mdash;nu is mijn geduld uit. De jongen is
+ook van mij, en ik wil niet, dat hij een radikale warkop wordt, een
+uitschot in de maatschappij, tot schande en verdriet van zijn familie.
+Nu heb ik lang genoeg toegezien, dat je hem volpropte met je dwaze
+idee&euml;n en nu heeft dat zijn vruchten gedragen. Maar nu moet je me
+ook niet kwalijk nemen, dat ik als vader mijn macht gebruik om te
+redden wat nog te redden is. Is hij thuis?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb hem niet gezien.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2050" href="#xd20e2050" name="xd20e2050">101</a>]</span></p>
+<p>Mevrouw Wenche wist niet recht hoe ze zich houden moest tegenover
+haar man; zij wist ook niet precies wat Abraham gedaan had; en zij
+wilde niet vragen, zoolang haar man haar op deze manier behandelde.</p>
+<p>Maar toen Abraham eindelijk moe en hongerig thuis kwam en bleek en
+ter neer geslagen de huiskamer binnensloop, zei ze: &bdquo;Maar
+Abraham, wat hooren we toch van je? Wat heb je gedaan?&rdquo;</p>
+<p>Abraham staarde haar aan; zijn eenigste hoop was op zijn moeder
+geweest; maar v&oacute;&oacute;r hij nog antwoorden kon, deed de
+professor zijn deur open en riep hem binnen.</p>
+<p>Mevrouw Wenche hoorde hem aanhoudend spreken met een strenge stem;
+ze kon het niet uithouden. Ze wilde ook niet <span class=
+"letterspaced">nu</span> naar binnengaan. Ze ging naar de eetkamer.</p>
+<p>&bdquo;Hoe kon je me toch zoo&rsquo;n groot verdriet doen,
+Abraham!&rdquo; begon de professor ernstig, <span class="corr" id=
+"xd20e2064" title="Bron: bijne">bijna</span> bedroefd. &bdquo;Ik had
+zoo stellig gehoopt een braaf en nuttig burger van je te maken, een
+zoon waar ik blij mee en trotsch op zijn kon. En in plaats daarvan
+begin je al nu, in je jeugd, neigingen te toonen, die je zoo zeker als
+iets in &rsquo;t verderf zullen storten. Want luiheid, jeugdige
+lichtzinnigheid en wildheid&mdash;dat wordt beter met de jaren en door
+een verstandige behandeling; maar een geest van oproer is iets, dat
+bijna altijd toeneemt, als het eens wortel geschoten heeft. Je begint
+met je tegen je leeraren te verzetten en ze te honen, dan groei je je
+vader en moeder over &rsquo;t hoofd en eindelijk wil je je niet meer
+buigen voor onzen lieven Heer zelf! Maar weet je wat dat voor soort
+menschen worden,&mdash;die dat doen? Ja, dat zijn de misdadigers, dat
+is het uitschot van de maatschappij, die de wetten trotseeren en onze
+gevangenissen vullen. Wat vandaag met jou is gebeurd, heeft me meer
+geschokt dan ik je zeggen kan; ik kan niet op je knorren, of je
+straffen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2067" href="#xd20e2067"
+name="xd20e2067">102</a>]</span>Ik weet niet eens, of ik zulk een zoon
+in mijn huis houden kan.&rdquo;</p>
+<p>Met die woorden ging hij de kamer uit. Dit was een wel doordachte
+toespraak van den professor en die werkte sterk.</p>
+<p>Van alles had Abraham zich voorgesteld op zijn eenzame
+wandeling,&mdash;al het ergste wat hij maar kon bedenken aan knorren en
+straf; maar dit was toch erger dan dat alles.</p>
+<p>Die treurige, bedroefde toon; die harde woorden en dan eindelijk die
+vreeselijke mogelijkheid, dat hij misschien het huis uit zou worden
+gestuurd, van zijn moeder weg&mdash;eerst toen kreeg hij zijn gedachten
+in zoover bij elkaar, dat hij in tranen uitbarstte en lang op de sofa
+lag te schreien. Hoe onbegrijpelijk kwam &rsquo;t hem nu voor wat hij
+gedaan had. Wat moest er toch van hem worden!</p>
+<p>Lang daarna deed de professor de deur open en riep hem aan
+tafel.</p>
+<p>Mevrouw Wenche had nog altijd niet heelemaal gehoord wat er gebeurd
+was; maar te oordeelen naar wat ze te weten kwam, moest ze toegeven,
+dat Abraham zich hoogst ongepast gedragen had. Maar toch verwonderde ze
+er zich over, dat die kleinigheid&mdash;want eigenlijk was het toch zoo
+erg niet&mdash;haar zoo door en door kon ontstemmen. Zij voelde zich
+zoo somber, zoo onuitsprekelijk ongelukkig en ze had het meest lust de
+armen om Abraham heen te slaan en uit te schreien.</p>
+<p>Maar aan tafel werd geen woord gesproken.</p>
+<p>Abraham boog zich geheel door berouw verslagen over zijn soep. En op
+dat oogenblik leek hij weinig op dien bleeken held, die met gebalde
+vuist tegenover den leeraar stond en hem een duivel noemde.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2084" href="#xd20e2084" name=
+"xd20e2084">103</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1922" href="#xd20e1922src" name="xd20e1922">1</a></span>
+Grammaticale vorm in &rsquo;t Latijn.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Zevende hoofdstuk."
+width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e2086" class="main">Zevende hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e2088"><span class="xd20e2088init">H</span>et groote feit
+van den dag in de stad was, dat Professor L&ouml;vdahl tien aandeelen
+in de fabriek genomen had, en het ging zooals <span class="corr" id=
+"xd20e2090" title="Bron: Jorgen">J&ouml;rgen</span> Kruse voorspeld
+had. Allen tegelijk wilden op de lijst in de Handelsvereeniging
+teekenen; ja, er ging een paar dagen als &rsquo;t ware een zweem van
+speculatiekoorts door &rsquo;t anders zoo doode en trage
+handelsleven.</p>
+<p>Na veertien dagen telegrafeerde Michal Mordtmann aan zijn vader, dat
+er voor 96,000 rijksdaalders aan aandeelen genomen was.</p>
+<p>De jonge Mordtmann straalde van geluk,&mdash;hij was blij met het
+vooruitzicht aan &rsquo;t hoofd te komen van zoo&rsquo;n prachtige zaak
+en er niet weinig trotsch op, dat hij zoo fijn gespeeld had.</p>
+<p>De booze gezichten van de Latijn-aanbidders raakten zijn koude
+kleeren niet; &rsquo;t was de handelswereld, de wereld van de
+burgerschool, die hij moest veroveren en dat had hij gedaan.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2099" href="#xd20e2099" name=
+"xd20e2099">104</a>]</span></p>
+<p>Hij kreeg ook een erkentelijk schrijven van de firma Isac Mordtmann
+en Co., en andere instructie betreffende de directie, die gekozen moest
+worden; Professor L&ouml;vdahl moest er absoluut in komen.</p>
+<p>Michal Mordtmann bracht dit den volgenden Zondag ter sprake bij
+Professor L&ouml;vdahl aan huis,&mdash;hij kwam daar geregeld elken
+Zondag eten; &rsquo;t was er nu wel wat somber aan huis na die quaestie
+met Abraham, die voortdurend door zijn vader&rsquo;s koelheid in de
+pijnlijkste spanning gehouden werd.</p>
+<p>De professor sloeg eerst het eervolle aanbod van een plaats in de
+directie af. Hij had geen tijd door zijn praktijk en hij was ook niet
+geschikt voor zooiets. Hij hield zich immers juist uit principe buiten
+zaken.</p>
+<p>Eigenlijk was het maar om den naam te doen, meende Mordtmann, van
+eigenlijk werk was geen sprake. De chef van de bank: Christensen, zou
+administreerend directeur worden; &rsquo;t was er maar om te doen, den
+naam van Professor L&ouml;vdahl in de directie te hebben.</p>
+<p>&bdquo;Kunt u mij niet helpen, Mevrouw, om uw man over te
+halen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, mijn man gaat zijn eigen weg in al zulke dingen,&rdquo;
+antwoordde Mevrouw Wenche zonder op te zien.</p>
+<p>&bdquo;Als je &rsquo;t graag hebt, lieve! dan wil ik graag in de
+directie komen,&rdquo; zei de professor vriendelijk.</p>
+<p>&bdquo;Ik &rsquo;t graag hebben? maar wie zegt dat? hoe kom je er
+bij?&rdquo; zei Mevrouw L&ouml;vdahl zenuwachtig.</p>
+<p>&bdquo;Nu, nu! je interesseert je toch warm voor de fabriek van
+Mijnheer Mordtmann; en ik wil onzen jongen vriend ook graag een dienst
+bewijzen. Dus ik ben bereid om in &rsquo;t bestuur te komen, Mijnheer
+Mordtmann.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hartelijk dank!&rdquo; antwoordde deze, en in zijn blijdschap
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2121" href="#xd20e2121" name=
+"xd20e2121">105</a>]</span>lette hij niet op de uitdrukking op &rsquo;t
+gezicht van de vrouw des huizes; hij hief zijn glas op: &bdquo;Ja, dan
+is dus alles in orde; nu beloof ik, dat het niet lang zal duren of de
+fabriek staat er.&rdquo;</p>
+<p>Mevrouw Wenche was niet op haar gemak. De vertrouwelijkheid, die zoo
+snel was ontstaan tusschen haar en Mordtmann begon haar te hinderen;
+zij zag heel goed, dat haar man op elk woord en elken blik lette en ze
+wist, dat hij dacht, dat zij in die zaak met de fabriek met den jongen
+man had samengewerkt.</p>
+<p>En dat ergerde haar, want het was immers niet waar. Maar ze voelde,
+dat, als zij zich probeerde te verdedigen, haar eerlijkheid te kort zou
+schieten tegenover het wantrouwen van haar man en dat de verwarring
+daardoor maar grooter zou worden.</p>
+<p>Daar kwam bij, dat zij in deze dagen voor &rsquo;t eerst gevoeld
+had, waar ze zoo dikwijls grooten angst voor had gehad; dat haar zoon
+van haar vervreemden kon of ten minste, dat er iets tusschen hen zou
+kunnen komen en de onbegrensde vertrouwelijkheid zou kunnen breken,
+waarin ze tot nu toe geleefd hadden.</p>
+<p>Toen ze eindelijk de heele historie van Marius en Aalbom van Abraham
+zelf hoorde,&mdash;hij vertelde &rsquo;t met neergeslagen oogen en was
+nog heelemaal onder den indruk van wat hij gehoord had,&mdash;toen nam
+de moeder hem in haar armen en riep<span class="corr" id="xd20e2131"
+title="Bron: !">:</span> &bdquo;Neen maar... lieve Hemel!&mdash;hebben
+ze daarom op je geknord? moest je dan blijven zitten en &rsquo;t
+aanzien hoe je beste vriend gepijnigd werd?&mdash;&rsquo;t was flink
+van je, Abraham!&rdquo;</p>
+<p>Maar hij zag schuw naar haar op en voor &rsquo;t eerst voelde zij
+tot haar smart, dat hij haar niet ten volle vertrouwde.</p>
+<p>Op &rsquo;t zelfde oogenblik kwam ook de gedachte bij haar op, dat
+&rsquo;t wel eigenaardig was haar man ronduit tegen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2138" href="#xd20e2138" name=
+"xd20e2138">106</a>]</span>te werken,&mdash;den zoon te leiden vierkant
+tegen den vader in; hem te prijzen voor iets wat ze wist, dat haar man
+verschrikt en bedroefd had.</p>
+<p>Mevrouw Wenche had er vaak over gedacht, dat de tijd komen zou, dat
+de zoon de groote klove in &rsquo;t oog zou krijgen, die er in de
+ernstigste zaken tusschen zijn vader en zijn moeder was.</p>
+<p>Maar ze had aan de groote godsdienstige quaesties gedacht en daar
+was ze op voorbereid. Zij had zich voorgenomen als Abraham zoo oud
+werd, dat hij verlangde daarover ingelicht te worden, hem open en
+eerlijk te zeggen, dat ze volstrekt niet aan alles geloofde waar andere
+menschen aan gelooven.</p>
+<p>Dat was al begonnen, en ze had verscheiden keeren met hem over zulke
+onderwerpen gesproken. Moeilijk was het; maar ze hoopte toch altijd,
+dat ze door groote eerlijkheid van haar kant hem duidelijk zou kunnen
+maken, dat hij in alles volkomen op haar vertrouwen kon, al geloofde ze
+nu ook niet precies als andere menschen. &rsquo;t Kwam haar voor, dat
+het niet goed was hem op allerlei <span class="corr" id="xd20e2147"
+title="Bron: huichalerij">huichelarij</span> te wijzen, die ze om zich
+heen zag en waar ze in leven moest. De professor nam Abraham mee naar
+de kerk, sprak nu en dan eens van &bdquo;Onzen lieven Heer,&rdquo; en
+zooiets; maar ze wist immers vast en zeker, dat er geen spoor van echt
+christendom in hem te vinden was.</p>
+<p>Dat kon ze haar zoon immers niet uitleggen, en dat was en bleef een
+groote moeilijkheid, wat het godsdienstige betreft. Wel scheen Abraham
+ook niets anders voor godsdienst te gevoelen, dan dat hij er als voor
+elk ander schoolvak, goed voor werken moest, en dat bij het kerkgaan
+een bepaald soort van gezicht en een bepaalde manier van spreken
+hoorde.</p>
+<p>Maar alleen dit b.v. dat ze hooren kon, als hij vroeg: &bdquo;Waarom
+gaat u nooit naar de kerk, Moeder?&rdquo;<span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2154" href="#xd20e2154" name=
+"xd20e2154">107</a>]</span>&mdash;dat die vraag niet uit hem zelf kwam;
+ze voelde dat anderen&mdash;wie, wist ze niet&mdash;hem op zulke dingen
+in haar opmerkzaam maakten.</p>
+<p>En toch had ze altijd de hoop behouden dat het wel gaan zou. Ja
+&rsquo;t kwam haar soms voor, dat het wel goed voor Abraham wezen zou,
+als hij den onvermijdelijken tijd van twijfel doormaken moest, zijn
+moeder onder de menschen te weten, die niet geloofden;&mdash;dat
+moest&mdash;meende zij&mdash;hem aansporen tot een ernstige keus en hem
+er voor bewaren, laf weg te kruipen onder de groote menigte
+huichelaars.</p>
+<p>Maar nu,&mdash;die schoolquaestie, zoo klein in verhouding tot
+gewichtiger dingen, maar zoo veelbeteekenend, omdat die zoo scherp de
+klove deed uitkomen tusschen de twee, die samen dien
+&eacute;&eacute;nen zoon bezaten,&mdash;hoe moest ze die oplossen? In
+haar hart vond ze, dat &rsquo;t flink geweest was van Abraham, en dat
+ze daarom nog meer van hem hield; maar ze kon toch niet vierkant tegen
+zijn vader en de heele school in hem prijzen, omdat hij Aalbom voor een
+duivel had uitgescholden. Als &rsquo;t maar niet eerst zoo ernstig was
+opgenomen, was ze er misschien gemakkelijker mee klaar gekomen door hem
+eens aan zijn haar te trekken en hem tot wat meer bezonnenheid te
+vermanen.</p>
+<p>Maar zooals &rsquo;t nu geloopen was, was &rsquo;t een ernstige
+quaestie geworden en ze kon er geen oplossing voor vinden.</p>
+<p>Intusschen stond Abraham voor haar en begreep, dat zijn moeder in
+gedachten verdiept geraakt was; en toen ze eindelijk&mdash;zelf niet
+wetend wat ze doen moest, weer tot zich zelf kwam, en den jongen even
+angstig en onzeker voor zich zag staan,&mdash;toen wist ze niet beter
+te doen dan haar armen om hem heen te slaan en hem heen en weer te
+wiegen, zooals ze <span class="pagenum">[<a id="xd20e2164" href=
+"#xd20e2164" name="xd20e2164">108</a>]</span>placht te doen en hem toe
+te fluisteren. &bdquo;Och jij arme kleine Abby, wat moet er van je
+worden.&rdquo;</p>
+<p>Hierdoor nog meer verward, bleef Abraham in &eacute;&eacute;n
+spanning. Op school werd hij behandeld als een gevaarlijk misdadiger,
+dien men toch door een zachte behandeling wilde probeeren te redden.
+Zelfs Aalbom was zoo vriendelijk dat Abraham er van rilde.</p>
+<p>Eerst prezen zijn kamaraden hem en voorspelden hem de vreeselijkste
+straffen. Maar toen alles in stilte afliep en de leeraren even
+vriendelijk tegen hem bleven, kwamen zij tot de conclusie, dat je
+gemakkelijk moedig wezen kon, als je de zoon van Prof. L&ouml;vdahl
+was.</p>
+<p>Had hij maar straf gekregen&mdash;dacht Abraham zelf; maar die
+gedempte, plechtige ernst, die wonderlijke vriendelijkheid van alle
+kanten, brachten hem ten laatste op &rsquo;t idee, dat hij toch zeker
+tot het uitvaagsel behoorde, en dat men er over dacht hem naar de een
+of andere inrichting te zenden. Hij werd bang en schuw en zocht de
+eenzaamheid.</p>
+<p>Zijn beste vriend&mdash;kleine Marius&mdash;was trouwens ook ziek;
+hij had hersenontsteking. De goede rector bezocht hem bijna dagelijks
+en was innig bezorgd over zijn kleinen Professor.</p>
+<p>Maar iederen keer als onder de les zijn oogen op Abraham
+L&ouml;vdahl rustten, stond dat tooneel weer zoo levendig voor hem:
+Abrahams grenzelooze brutaliteit was z&oacute;&oacute; nauw aan die
+ongelukkige ziekte van kleine Marius verbonden, dat het eindelijk op
+hem den indruk maakte, alsof dat alles de schuld van Abraham
+L&ouml;vdahl was. Hij sprak bijna nooit met hem.</p>
+<p>De professor lette in stilte nauwkeurig op zijn zoon en overtuigde
+er zich van dat de behandeling, die hij in overleg met de school
+gekozen had, ook goed werkte. Dikwijls als Abraham bleek en schuw
+voorbij <span class="pagenum">[<a id="xd20e2179" href="#xd20e2179"
+name="xd20e2179">109</a>]</span>hem &rsquo;t huis in sloop had hij
+zoo&rsquo;n innig medelijden met hem; maar hij bedwong zich een langen
+tijd, tot hij vond dat het genoeg was.</p>
+<p>Toen zei hij eindelijk: &bdquo;Wij hebben nu de zaak overwogen;
+wij&mdash;je ouders en de school; en we zijn tot het besluit gekomen,
+dat we zullen probeeren je hier te houden en misschien nog eens een
+goed en bruikbaar mensch van je te maken.&rdquo;</p>
+<p>Abraham wierp zich in de armen van zijn vader en schreide luid. Ze
+hadden hem eindelijk buiten zich zelf van angst gemaakt. Hij had
+gedacht, dat hij zou worden weggezonden naar vreemden, hij had gedacht,
+ja, wat voor vreeselijke dingen had hij al niet gedacht in die uren,
+als hij wakker in bed lag. En nu,&mdash;nu hij blijven mocht&mdash;vond
+hij, dat zijn vader overstelpend genadig en zacht was.</p>
+<p>De professor liet hem den tijd dien indruk goed in zich op te nemen,
+en zei toen: &bdquo;Ja, laat<a id="xd20e2187" name="xd20e2187"></a> ons
+hopen, met de hulp van onzen lieven Heer, dat je ons niet weer zulk een
+groot verdriet doet.&rdquo;</p>
+<p>Neen, dat zou Abraham zeker niet! hij voelde zich z&oacute;&oacute;
+gebroken, zoo verbrijzeld en zoo dankbaar voor de vergiffenis; er zou
+zeker nooit meer een sprank van verzet in hem opkomen.</p>
+<p>&mdash;Maar in de kleine kamers van &rsquo;t huis van Mevrouw
+Gottwald was het stil en treurig; de bel was omwikkeld en ze had een
+juffrouw genomen voor hulp in den winkel.</p>
+<p>Want kleine Marius werd erger. Dokter Bentzen had aan professor
+L&ouml;vdahl gezegd, dat men maar hopen moest, dat de jongen sterven
+zou: hij zou nooit zijn volle verstand terugkrijgen.</p>
+<p>Dat wist Mevrouw Gottwald niet. En nacht en dag herhaalde ze in zich
+zelf: &bdquo;Hij mag niet sterven, hij mag niet sterven!&rdquo;
+&rsquo;t Was immers onmogelijk, ondenkbaar, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2197" href="#xd20e2197" name=
+"xd20e2197">110</a>]</span>dat het eenigste, wat ze had, haar zou
+worden ontscheurd! Ze had al z&oacute;&oacute;veel geleden<span class=
+"corr" id="xd20e2199" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>Kleine Marius lag rattenknoopen in zijn laken te leggen, met een
+heet hoofd en half gesloten oogen. Hij mompelde bijna onafgebroken
+verbuigingen en vervoegingen, en regels en uitzondering,&mdash;zijn
+arme hersens waren heelemaal omsluierd door Madvigs wijden
+plooienmantel, en hij tastte angstig rond in het duister.</p>
+<p>&rsquo;t Waren mooie, lichte lentedagen; juist weer om te hopen. En
+Mevrouw Gottwald liep heen en weer en wilde aldoor een teeken van
+beterschap zien.</p>
+<p>Maar op een avond werd het haar duidelijk, dat het eind naderde.
+Kleine Marius werd onrustig en mompelde al sneller en sneller.</p>
+<p>&bdquo;Lieve Marius,&mdash;lieve kleine Marius! Je mag niet sterven
+en je moeder alleen laten; je mag niet, want je weet niet half, wat je
+voor je moeder bent, toe zeg me, dat je niet van me weggaat, zeg me
+dat!&rdquo;</p>
+<ul>
+<li>&bdquo;Monebor</li>
+<li>Moneberis</li>
+<li>Monebitur</li>
+<li>Monebimur</li>
+<li>Monebimini</li>
+<li><span class="corr" id="xd20e2223" title=
+"Bron: Momebuntur">Monebuntur</span>&rdquo; antwoordde kleine
+Marius.</li>
+</ul>
+<p>&bdquo;Ja, je bent een flinke jongen! Je bent de knapste van de
+heele klasse in &rsquo;t Latijn, dat zei de rector vandaag weer, toen
+hij hier was. Maar je kende hem niet. Maar mij ken je wel, niet waar,
+lieve Marius? Je kent Moeder wel, is &rsquo;t niet? Je kent me
+wel?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ad, adversus, ante, apud, circa, circiter,&rdquo; begon
+kleine Marius.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen lieve jongen! geen Latijn, dan ben je lief. Ik
+weet wel hoe knap je <span class="corr" id="xd20e2233" title=
+"Bron: ben">bent</span> en ik ben zoo dom, weet je? Maar zeg me alleen
+maar, dat je me kent, dat je van me houdt, dat je niet van me zult
+weggaan, <span class="pagenum">[<a id="xd20e2236" href="#xd20e2236"
+name="xd20e2236">111</a>]</span>dat ik je lieve moeder ben. Zeg dat
+alleen maar. Zeg maar: Moeder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&mdash;fallo, fefelli, falsum<span class="corr" id=
+"xd20e2240" title="Niet in bron">,</span>&rdquo; antwoordde kleine
+Marius.</p>
+<p>&bdquo;O God! mijn God, die vreeselijke taal! Wat hebben ze toch met
+mijn armen jongen gedaan&mdash;hij zal nog sterven zonder zijn moeders
+naam genoemd te hebben. Zijn ellendige, ijdele moeder, die hem vermoord
+heeft met die vervloekte geleerdheid!&rdquo;</p>
+<p>Ze vloog de gang in; ze hoopte daar den dokter te vinden, maar
+&rsquo;t was maar een van de pensionnaires van boven, die
+thuiskwam.</p>
+<p>Ze ging weer terug in de slaapkamer, maar in de deur sloeg ze de
+handen in elkaar en riep vol vreugd:</p>
+<p>&bdquo;O Goddank! nu ben je zeker veel beter, lieve Marius! Je lacht
+zoo tevreden!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mensa rotunda,&rdquo; antwoordde kleine Marius&mdash;en
+stierf.</p>
+<div class="figure xd20e2255width"><img src="images/o111.png" alt=
+"Ornament." width="92" height="92"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e2259" href="#xd20e2259" name=
+"xd20e2259">112</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt="Achtste hoofdstuk."
+width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e2261" class="main">Achtste hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e1724"><span class="xd20e1724init">M</span>ichal
+Mordtmann had zich aangewend even bij Mevrouw Wenche binnen te loopen
+als hij om twaalf uur uit de fabriek kwam.</p>
+<p>Er was een groote groep arbeiders aangenomen voor de veelomvattende
+werkzaamheden om het terrein in orde te maken. Er moesten solide
+steenen kaaien langs het strand gelegd worden, de fondamenten voor de
+ontelbare gebouwen moesten worden gelegd en de schoorsteenen
+opgetrokken.</p>
+<p>De maatschappij op aandeelen was gevormd met een grondkapitaal van
+100,000 rijksdaalders en de stad was ten slotte zoo moedig geworden,
+dat men had besloten het Engelsche huis niet uit te noodigen tot het
+nemen van aandeelen, nu het zich zoo voornaam had teruggetrokken.</p>
+<p>&rsquo;t Heele kapitaal werd dus in de stad geplaatst en de fabriek
+&bdquo;Fortuna,&rdquo; zooals ze in veel champagne gedoopt was, werd de
+trots en de lieveling van &rsquo;t stadje. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2271" href="#xd20e2271" name=
+"xd20e2271">113</a>]</span></p>
+<p>Mordtmann was blij en vol hoop. Nooit was hij z&oacute;&oacute;
+tevreden over zich zelf en alle andere menschen geweest. Van een
+ondergeschikte in een vreemd land, was hij nu de eerste in een nieuwe
+onderneming geworden, die hij zelf van den beginne af zou leiden.</p>
+<p>Daar noch de directeur, noch de aandeelhouders een flauw begrip van
+de zaak hadden, werd hij al gauw een orakel; en hij werkte sterk op
+&rsquo;t effect! Waar zijn kennis hem in den steek liet, was hij er
+niet bang voor te schermen met groote woorden, die allen volkomen
+dupeerden.</p>
+<p>Een massa arbeiders kregen vast werk; hij betaalde Zaterdags de
+loonen uit; de vrouwen kwamen bij hem om voorschot; en hij werd in
+korten tijd bekend en bemind bij groot en klein. Alleen in de
+ambtenaarskringen en in enkele oude stijf conservatieve huizen bleef
+men een diepen afkeer tegen hem koesteren en d&agrave;&agrave;r
+beklaagde men Professor L&ouml;vdahl, omdat zijn vrouw zulke menschen
+ontving.</p>
+<p>Maar Mordtmann stoorde er zich niet aan, hij voelde zich vroolijk en
+gezond als hij &rsquo;s morgens vroeg in de mooie zomermaanden naar
+zijn fabriek ging,&mdash;dicht buiten de stad. De arbeiders waren niet
+als de Engelsche, die alleen aan hun werk denken. Hier namen ze de pet
+af en zeiden &bdquo;Goeden morgen,&rdquo; en namen den tijd voor een
+praatje, als hij dat wilde.</p>
+<p>&rsquo;t Was ook iets om trotsch op te wezen, dit alles op te zien
+groeien en te zien schikken volgens zijn eigen plan; de vele
+zonderlinge gebouwen, die door de stad als wonderen van zijn vernuft
+werden beschouwd; heel dien grootschen aanleg met onbeperkt opperbevel
+en geld in overvloed&mdash;&rsquo;t was wel iets voor een jong
+werklustig man om met vreugde onder handen te nemen.</p>
+<p>En toch was er iets anders, dat langzamerhand <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2284" href="#xd20e2284" name=
+"xd20e2284">114</a>]</span>hem liever werd dan al het andere;&mdash;dat
+waren de bezoeken bij Mevrouw Wenche.</p>
+<p>Hij had niet met veel dames in de stad kennis gemaakt; zijn zaak had
+hem van den beginne aan alleen met mannen in aanraking gebracht, en nu
+hij werkelijk zoo veel te doen had, dat zijn dag er geheel door was
+ingenomen, had hij geen aanleiding of behoefte om meer conversatie te
+zoeken dan de club en de familie L&ouml;vdahl.</p>
+<p>Maar des te meer kwam hij bij den professor aan huis. Men had hem
+eens vooral gezegd, dat hij daar ten allen tijde welkom was en
+Mordtmann had alle reden te vermoeden, dat dit oprecht gemeend was; de
+professor was altijd even beminlijk en voorkomend.</p>
+<p>Toch was het duidelijk, dat zijn bezoeken de vrouw des huizes
+golden, en zij voelde dat zelf.</p>
+<p>Elken dag tusschen twaalf en &eacute;&eacute;n wachtte zij hem met
+een glas wijn, dat hij opdronk, terwijl ze een half uurtje vroolijk
+babbelden.</p>
+<p>Maar als het regende en slecht weer was kwam hij alleen maar voor
+&rsquo;t raam en liet haar zijn modderige laarzen en zijn natte jas
+zien, en dan spraken ze gewoonlijk af, dat hij &rsquo;s avonds zou
+komen.</p>
+<p>Mevrouw Wenche had de zaak zoo opgenomen, dat ze hem een beetje
+moederlijk behandelde, wat haar door haar positie gemakkelijk afging,
+al was het verschil in ouderdom tusschen hen eigenlijk niet
+noemenswaard.</p>
+<p>Hij vond dat niet prettig, maar had geen moed een verandering voor
+te stellen; en zij hield hem in een schertsenden toon, die menig woord
+en menig blik voor minder kon laten doorgaan dan ze werkelijk
+waren.</p>
+<p>Zij had te veel sympathie voor hem en ze stelde zijn gezelschap te
+veel op prijs om te willen begrijpen, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2303" href="#xd20e2303" name="xd20e2303">115</a>]</span>dat hij
+haar het hof maakte. Had ze niet nu al jaren lang den onderdirecteur
+Abel om zich heen zien smachten; en hij had haar wezenlijk in &rsquo;t
+minst niet gehinderd.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e2306" title=
+"Bron: Mordtman">Mordtmann</span> was nu wel heel anders dan Abel, maar
+toch, zij was waarlijk niet bang, noch voor wat ze zelf deed, noch voor
+wat anderen er van zeiden.</p>
+<p>Ook tegenover haar man vond zij er geen bezwaar in; hij had nooit
+een zweem van jalouzie getoond. Van het oogenblik af, dat zij getrouwd
+waren, was Carsten L&ouml;vdahl een en al beminnelijkheid geweest
+tegenover de jonge mannen, die haar naderden&mdash;aangetrokken door
+haar schoonheid en levendigheid.</p>
+<p>Een enkelen keer had Mevrouw Wenche gevonden, dat hij in deze
+liberale houding wel wat ver ging; maar later had ze steeds moeten
+erkennen, dat zijn verstandig en kalm gedrag veel weer in orde gebracht
+had wat anders moeilijk genoeg had kunnen worden.</p>
+<p>Zelf was ze nooit ernstig bewogen geworden, misschien juist wel
+omdat alles zoo kalm en vrij toeging. En dat, niettegenstaande ze niet
+lang getrouwd was geweest met Carsten L&ouml;vdahl, v&oacute;&oacute;r
+ze merkte in hoe weinig zij harmonisch dachten.</p>
+<p>Hij was zoo voorzichtig, zoo irriteerend, door altijd in den vorm te
+blijven dat ze vaak vond, dat hij laf en onvertrouwbaar was. Maar er
+was toch ook iets beschaafds en ridderlijks in zijn karakter, dat hem
+altijd in haar achting staande gehouden had. En al stelde zij hem niet
+zoo bizonder hoog, en al was hij niet zoo heel veel voor haar, er was
+daarentegen toch nooit zulk een groote leegte gekomen in haar hart, dat
+zij zich geheel van hem afwendde.</p>
+<p>En nu was ze immers oud, met een halfvolwassen zoon; een vrouw van
+ervaring, een gezeten burgeres, waarom zou ze gemoedsbezwaren
+hebben?&mdash;was het <span class="pagenum">[<a id="xd20e2320" href=
+"#xd20e2320" name="xd20e2320">116</a>]</span>niet eerder belachelijk
+van haar, dat ze zich nog verbeeldde zoo gevaarlijk te zijn?</p>
+<p>Ze liet dus de menschen praten,&mdash;(en dat deden ze) en gaf zich
+zonder bedenking over aan het aangename gevoel dagelijks als vriend een
+knap, beschaafd man, die vrij van vooroordeelen was, om zich heen te
+hebben, die met bewondering luisterde naar alles wat haar man
+&bdquo;overspannen idee&euml;n&rdquo; placht te noemen.</p>
+<p>Maar daardoor deed ze Abraham te kort, zonder dat zij het wist. Ze
+voelde dat nog minder nu het samenviel met een verandering, die in den
+knaap zelf had plaats gevonden. Hij kwam niet langer met honderd
+vragen, begeerde ook niet meer, dat ze met hem stoeien of damspelen
+zou; en bovendien had zij het gevoel van onzekerheid tegenover hem nog
+niet overwonnen, zoodat ze hem misschien een beetje minder vrij en
+vroolijk tegemoet kwam.</p>
+<p>Bij de begrafenis van kleine Marius had Mevrouw Gottwald den wensch
+uitgesproken, dat Abraham vlak achter de kist, naast den predikant zou
+loopen, hij was de beste vriend van kleine Marius; en hij had immers in
+&rsquo;t geheel geen familie.</p>
+<p>Maar de rector had er zich tegen verzet. Abraham mocht alleen in den
+stoet met zijn kamaraden meegaan; en hij moest nog blij toe zijn, dat
+hij dat mocht.</p>
+<p>Eindelijk kwam het zoover, dat de heele school en daardoor een groot
+gedeelte van de stad een vagen indruk hield, dat er iets niet in den
+haak was met Abraham L&ouml;vdahl.</p>
+<p>De professor moest zich geweld aandoen, om zijn zoon niet te vroeg
+te vergeven; hij was er zoo blij om, dat zijn methode zoo goed gewerkt
+had, en in zijn hart had hij zoo&rsquo;n medelijden met den armen
+jongen, die daar zoo alleen rondliep met aller oogen op zich
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2334" href="#xd20e2334" name=
+"xd20e2334">117</a>]</span>gericht. Eindelijk kon hij het niet langer
+uithouden en begon met glimlachjes en vriendelijke woorden.</p>
+<p>Deze eerste glimlachjes! Zij daalden op Abraham neer als een regen
+van zaligheid. Er was toch niemand op de wereld als zijn vader; en
+minder dan ooit kon hij begrijpen, hoe hij zulk een vader
+z&oacute;&oacute;&rsquo;n groot verdriet had kunnen doen.</p>
+<p>Nu begon hij tot in de kleinste kleinigheden er naar te streven
+geprezen te worden; hij werd attent en gedienstig aan tafel, zette
+&rsquo;s avonds de pantoffels van den professor klaar, en nu het tegen
+het eind-examen liep, werkte hij harder dan ooit.</p>
+<p>Mevrouw <span class="corr" id="xd20e2343" title=
+"Bron: Wensche">Wenche</span> placht altijd me&ecirc; te gaan naar het
+plechtige examenfeest. Van den tijd af dat haar zoon nog klein was, had
+ze het een genoegen gevonden op &rsquo;t noemen van zijn naam te zitten
+wachten, hem naar den katheder te zien gaan, zijn groot rapport
+aannemen en een buiginkje maken, waarbij zij altijd onwillekeurig even
+me&ecirc; boog met haar hoofd.</p>
+<p>Maar toen ze dit jaar haar man zijn witten das zag aandoen&mdash;om
+Ephor te wezen&mdash;(vroeger had ze altijd gemeend, dat hij even als
+zij me&ecirc;ging uit belangstelling voor hun kleinen
+Abraham)&mdash;toen kwam het haar zoo akelig voor, dat de ouders dien
+eenen keer op het slotfeest kwamen, terwijl zij &rsquo;t heele jaar hun
+arme kinderen aan hun lot overlieten.</p>
+<p>Ze wilde niet langer me&ecirc;doen aan die comedie&mdash;haar man op
+een hoogen stoel naast den burgemeester te zien zitten als een
+vertegenwoordiger van de deelneming der ouders in de school; ook wilde
+ze haar tranen niet vermengen met die van de vele gedachtelooze
+moeders, die over de mooie woorden van den rector zaten te schreien,
+als hij aandoenlijk sprak over de school, en het huis, en het tehuis
+hier boven.</p>
+<p>Daarom liet zij den professor alleen met Abraham <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2352" href="#xd20e2352" name=
+"xd20e2352">118</a>]</span>gaan, zonder de reden op te geven; maar de
+professor begreep het en vroeg daarom niet.</p>
+<p>Intusschen dreigde haar morgen bizonder vervelend te worden; ze had
+toch wel lust om naar &rsquo;t schoolfeest te gaan; maar ze had zich nu
+eenmaal voorgenomen het niet te doen. Eindelijk nam ze haar hoed en
+parasol, om een groote wandeling te doen; &rsquo;t was de eerste Juni
+en helder, frisch zomerweer met noordenwind.</p>
+<p>Ze ging den kant uit naar de nieuwe fabriek. Michal Mordtmann had
+haar zoo dikwijls gevraagd daar eens te komen, zoodat hij haar al zijn
+heerlijkheden kon laten zien.</p>
+<p>Zij ging er heen zonder bekommering; &rsquo;t was immers een
+eerlijke zaak; alle menschen waren er geweest en bovendien&mdash;wat
+gaf ze daarom?</p>
+<p>Toch was ze niet heelemaal vrij van wat hartklopping toen ze op de
+hoogte stond en in het kleine dal tusschen de heuvels neer zou gaan,
+waar de nieuwe gebouwen waren opgetrokken.</p>
+<p>Ze ontdekte hem al in de verte. Hij stond heel beneden bij de kade
+op een zwaar gehouwen blok graniet; in de eene hand hield hij een rol
+teekeningen, met de andere wees hij, terwijl hij orders gaf aan de
+arbeiders, die bezig waren ijzeren platen uit een boot op te hijschen
+met de nieuwe kraan.</p>
+<p>Het grijze zomerpak zat strak om zijn slank lichaam; op &rsquo;t
+hoofd had hij een onmogelijken Engelschen hoed, die hem uitstekend
+stond; hij had een korte broek aan en in plaats van de groote laarzen
+droeg hij om het warme, droge weer, linnen schoenen met gele
+riemen.</p>
+<p>Men kon zich &bdquo;de arbeid&rdquo; niet in eleganter vorm
+voorstellen; en zooals hij daar stond op dat solide voetstuk, zoo
+intelligent en zelfbewust, met zijn rol teekeningen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2368" href="#xd20e2368" name=
+"xd20e2368">119</a>]</span>zag hij er juist uit, zooals het voor een
+ingenieur van onze dagen past.</p>
+<p>Toen hij haar voor de tweede maal zag, sprong hij van den steen;
+want toen hij haar voor &rsquo;t eerst ontdekte&mdash;boven op den
+heuvel, was hij op den steen gesprongen. Hij snelde haar tegemoet en
+heette haar vroolijk welkom in zijn koninkrijk; en dadelijk wilde hij
+beginnen met haar alles te laten zien.</p>
+<p>&bdquo;Maar ik dacht, dat u het druk hadt; kunt u zoo maar van
+&rsquo;t werk weggaan?<a id="xd20e2375" name="xd20e2375"></a> U moet
+heusch niet om mij&mdash;&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach...... dat is zoo erg niet; nu ik ze aan den gang geholpen
+heb kunnen ze wel voort zonder mij.&rdquo;</p>
+<p>Ja&mdash;dat was een waar woord! dachten de arbeiders; zij hadden
+niet begrepen waarom de chef&mdash;zoo wilde hij genoemd
+worden&mdash;op eens op den steen sprong en begon te roepen en te
+commandeeren; maar toen zij die dame zagen, begrepen ze &rsquo;t
+allemaal wel.</p>
+<p>Zij gingen samen&mdash;Mordtmann en Mevrouw L&ouml;vdahl, tusschen
+de gebouwen door en hij begon te verklaren. Zij had <span class="corr"
+id="xd20e2383" title="Bron: pleizier">plezier</span> in al die
+wonderlijke inrichtingen en hij had buitengewoon veel plezier in haar
+onhandige vragen.</p>
+<p>Zij lachten dikwijls en kwamen in een vroolijke ongedwongen stemming
+aan het kantoor, waar hij haar overhaalde om binnen te komen en zijn
+port te proeven.</p>
+<p>De bel van de fabriek had intusschen twaalf uur geluid; en de
+arbeiders gingen in groepen naar de stad of naar het arbeidersgebouw,
+waar een eetlokaal was.</p>
+<p>&rsquo;t Kantoorpersoneel was ook verdwenen toen de chef en Mevrouw
+Wenche aan het kantoor kwamen. De gang, die naar de kamer van den chef
+leidde, was half versperd door veel stukken van machines, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2392" href="#xd20e2392" name=
+"xd20e2392">120</a>]</span>van staal en glimmend koper, die voorloopig
+daar waren neergezet, om niet in den weg te staan en goed bewaard te
+worden.</p>
+<p>Mordtmann maakte excuses, omdat het er zoo nauw was.</p>
+<p>&rsquo;t Kantoor van den chef was het eenigste in de fabriek, dat
+heelemaal afgewerkt scheen te zijn. Het was Engelsch: gezellig en mooi
+ingericht.</p>
+<p>Toen Mevrouw Wenche in de groene, met leer overtrokken sofa ging
+zitten, voelde zij zich toch niet geheel op haar gemak. &rsquo;t Was
+zoo stil geworden; geen mensch in den omtrek, geen gedruisch van
+ijzeren platen of hamerslagen, geen stemmen,&mdash;alleen enkele
+haastige voetstappen van iemand, die vlug naar zijn middagmaal
+ging.</p>
+<p>&bdquo;Ik moet trouwens gauw weg,&rdquo; zeide zij en maakte haar
+hoed los. Het was warm.</p>
+<p>&bdquo;O, goede hemel! wij hebben allen tijd: &lsquo;Uw man wacht u
+zeker niet thuis v&oacute;&oacute;r &rsquo;t eten.&rsquo;<span class=
+"corr" id="xd20e2405" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Neen,&mdash;Carsten is ook Ephor vandaag,&rdquo; antwoordde
+ze vroolijk; maar had er onmiddellijk spijt van, want ze zag, dat hij
+dat dadelijk opvatte als iets van haar man, waar zij samen gewoonlijk
+om lachten. En dat was haar bedoeling niet.</p>
+<p>&bdquo;Uw man is zeker over &rsquo;t algemeen meer in touw, dan hij
+eigenlijk wezen moest.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Meer&mdash;in touw?&rdquo;&mdash;</p>
+<p>&bdquo;Ik bedoel,&mdash;als men een vrouw heeft als u&mdash;Mevrouw
+Wenche!&mdash;de man, die zoo gelukkig is, heeft, dunkt me&mdash;de
+verplichting...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu, nu! Mr. Mordtmann! U weet het&mdash;correct!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En u is het juist, die niet hebben wilt, dat ik correct ben,
+Mevrouw.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar nu wil ik het,&mdash;op dat &eacute;&eacute;ne punt
+begrijpt u?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e2422" href=
+"#xd20e2422" name="xd20e2422">121</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik begrijp het niet, maar ik gehoorzaam. Er is trouwens
+niets&mdash;wat een woord van U......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spaar uw woorden. Drink liever uw wijn uit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Voor liefde is wijn maar een slecht geneesmiddel, Mevrouw
+Wenche!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bah&rdquo;&mdash;antwoordde ze en ontweek zijn oogen, terwijl
+ze haar hoed terecht zette.</p>
+<p>&bdquo;Gaat u heen?&mdash;Is u boos op me?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat ben ik niet; maar ik ben bang dat ik het gauw
+worden zal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom?&mdash;U kunt me toch niet verbieden&mdash;van u
+te houden&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Mordtmann! Wat is dat leelijk van u! En hoe dom van
+u onze vriendschap te bederven.&mdash;Wilt u mij uitlaten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb niet anders gezegd, dan wat u al wist,&rdquo;
+antwoordde hij eerbiedig en neerslachtig, terwijl hij de deur voor haar
+openmaakte; &bdquo;mag ik u naar de stad brengen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde Mevrouw Wenche, en ging hem voorbij;
+maar in haar pogingen om boos te kijken en gauw weg te komen, stootte
+ze tegen de stukken van machines, die in den gang stonden; een geraas
+volgde, alsof er iets dreigde om te vallen en plotseling greep hij haar
+om het middel en rukte haar terug in de kamer; op &rsquo;t zelfde
+oogenblik viel er een zwaar stuk metaal&mdash;naar binnen op den
+drempel.</p>
+<p>&bdquo;Pardon,&rdquo; zeide hij kalm en zette het zware ding weer
+overeind tegen den muur; &bdquo;&rsquo;t Is eigenlijk te dwaas, dat die
+dingen hier staan; wees u nu voorzichtig, Mevrouw, en loop nu vlak
+langs deze muur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar lieve hemel!&rdquo; riep Mevrouw Wenche nog heelemaal
+verschrikt en vol respect voor zijn kalmte: &bdquo;ik had hier wel dood
+kunnen blijven!&mdash;het is hier een gevaarlijk huis!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2448" href="#xd20e2448" name=
+"xd20e2448">122</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En dit was een hoogst ongelukkig bezoek,&rdquo; voegde hij er
+bij met een buiging, toen zij de huisdeur uitging.</p>
+<p>&bdquo;Nu? hoe zal het gaan?&rdquo; vroeg ze zonder om te zien.
+&bdquo;Gaat nu me&ecirc; naar de stad of niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar u zei immers zelf......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar daarna hebt u mijn leven gered,&rdquo; antwoordde ze
+lachend: &bdquo;en dan ook: natuurlijk geen woord meer
+daarover!&rdquo;</p>
+<p>Hij beloofde alles en liep vlug weg om zijn hoed te halen.</p>
+<p>Hij hield zijn woord&mdash;tot haar groote verwondering. Hij sprak
+vroolijk en natuurlijk zonder ook maar op eenige manier ergens den
+nadruk op te leggen; zelfs in zijn oogen was niets, dat pijnlijk voor
+haar zou kunnen zijn, toen zij afscheid namen.</p>
+<p>Mevrouw Wenche was heel tevreden over zich zelf. Nu <span class=
+"corr" id="xd20e2464" title="Bron: bad">had</span> ze hem eens voor al
+op zijn plaats gezet. En ze was ook over hem tevreden.</p>
+<p>Hij had begrepen, dat dit niets baatte. En zoo wilde ze hem houden,
+rustig, op die vrije, prettige manier, zonder dien voortdurenden angst,
+dat hij te ver zou gaan.</p>
+<p>Ze kwam bizonder opgewekt thuis. In lang had ze zich niet zoo blij
+en jong en licht van binnen gevoeld;&mdash;haar geweten was ook
+verlicht, omdat ze hem de waarheid had gezegd: die zaak was nu in
+orde.</p>
+<p>Ze ging voor de piano zitten, terwijl ze op den professor en Abraham
+wachtte; maar ze stond weer op en maakte haar haren wat in orde voor
+den spiegel&mdash;al neuri&euml;nde.</p>
+<p>&mdash;Intusschen had Abraham wat gedrongen gezeten tusschen zijn
+kamaraden, en de professor naast den burgemeester. De groote feestzaal
+van de school was propvol kinderen en volwassenen. Er was een
+onverdragelijke warmte, vol gemengde geuren. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2475" href="#xd20e2475" name=
+"xd20e2475">123</a>]</span></p>
+<p>De onvermoeide rector stond op den katheder en deelde de rapporten
+uit, alle jongens oproepende in de volgorde, waarin zij nu geplaatst
+waren.</p>
+<p>Eerst kwamen er een paar voorloopige woorden over hen, die naar de
+universiteit zouden gaan; daarop volgde de hoogste afdeeling van de
+vierde klasse en dan de laagste&mdash;zij, die uit de derde klasse
+waren overgegaan in de vierde.</p>
+<p>&bdquo;Hans Egede Broch!&rdquo; <span class="corr" id="xd20e2483"
+title="Bron: roep">riep</span> de rector; dat was No. 1; maar de
+volgende was Abraham Knorr L&ouml;vdahl!<a class="noteref" id=
+"xd20e2486src" href="#xd20e2486" name="xd20e2486src">1</a></p>
+<p>Abraham sprong op; hij had zelfs niet durven denken No. 2 te worden,
+ofschoon zijn examen goed geweest was. &rsquo;t Duurde een poosje voor
+hij uit de bank komen kon. De professor volgde hem met de oogen om hem
+toe te knikken, maar Abraham keek niet op.</p>
+<p>De rector gaf hem het rapport met de woorden:</p>
+<p>&bdquo;Je bent vlijtig geweest, Abraham! en daarom is ook je examen
+zoo goed gegaan. We hopen, dat wij,&mdash;je leeraren&mdash;ook in
+andere opzichten over je tevreden zullen zijn in &rsquo;t volgend
+jaar,&mdash;tevredener dan vroeger.&rdquo;</p>
+<p>Al Abrahams vreugde was voorbij! hij ging onzeker en onhandig naar
+zijn plaats terug; en &rsquo;t was hem, alsof &rsquo;t heel koud en
+doodstil in de zaal werd door al die koude oogen, die op zijn zondig
+hoofd waren gericht.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl kuchte wat scherp; nu was het wel genoeg; het
+stond hem niet aan, dat zijn zoon zoo openlijk gesignaleerd werd.</p>
+<p>Het opnoemen van de nummers ging voort. Vaders en moeders luisterden
+gespannen tot hij kwam&mdash;de <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2501" href="#xd20e2501" name="xd20e2501">124</a>]</span>naam,
+waar zij op wachtten. Dan kwam er een oogenblik leven op hun gezicht,
+als hun lieve zoon voor den katheder stond, maar daarna zonken allen
+weer weg in hun onverschilligheid&mdash;warm,&mdash;onaangenaam te
+moede;&mdash;was &rsquo;t nu maar klaar, zoodat de rector zijn
+toespraak kon houden!</p>
+<p>Maar voor de kleinen was dat opnoemen van nummers heel wat anders.
+Eergierigheid, ijdelheid, teleurstelling en wanhoop tot gevoelloosheid
+toe; wangunst en haat, hoogmoed en vreugd over &rsquo;t leed van
+anderen&mdash;tot wraakzucht toe, dat alles ging door de rijen dicht
+opeengepakte hoofden. &rsquo;t Was een heele oefening om zich in
+&rsquo;t leven vooruit te dringen, boven elkaar te komen, al was
+&rsquo;t maar &eacute;&eacute;n nummer; gelijkheid en kameraadschap
+moesten vergeten worden, om hen er aan te wennen zich met anderen in
+strijd te voelen om rang en roem; ze leerden benijden wie boven hen
+stonden, en verachten wie beneden hen waren.</p>
+<p>En terwijl er &rsquo;t heele jaar door niets gezegd of gedaan was om
+het moeilijke verwerven van kennis tot een gemeenschappelijken arbeid
+in broederschap en vreugd te maken, zoo werd ook nu aan het slot geen
+woord gesproken over kennis, die gelijkheid en broederzin brengt; maar
+die kennis zelf werd zorgvuldig gebruikt om hen allen te nummeren, te
+rangschikken&mdash;naar boven en naar beneden.</p>
+<p>Eindelijk waren de 319 rapporten voorgelezen en uitgedeeld. De
+rector veegde zijn kaal voorhoofd af en beloonde zich zelf met een half
+lood snuif in ieder neusgat. Daarop begon hij zijn lange toespraak met
+afscheid te nemen van hen, die de school hadden afgeloopen: vier lange,
+bleeke jongelingen in vier lange jassen, die er uitzagen, alsof ze in
+een stijve zwarte stof waren uitgehouwen. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2509" href="#xd20e2509" name="xd20e2509">125</a>]</span></p>
+<p>Als het waar is, dat men den boom kent aan zijn vruchten, kon het
+wat vreemd schijnen, dat dit groote geleerde toestel met die vele en
+overvolle klassen niet meer dan deze vier specimina aan de eerwaarde
+Universiteit afleverde; maar de reis naar den Parnassus is lang en
+moeilijk. Onderweg vallen er zoo velen af; maar daarom zijn &rsquo;t
+ook de buitengewoon krachtigen, die het doel bereiken.</p>
+<p>De rector hoopte, dat deze vier specimina de school eer zouden
+aandoen, maar v&oacute;&oacute;r alles wilde hij hun smeeken den
+kinderzin en het kinderlijk geloof te bewaren, die zij van de school
+me&ecirc;brachten. Dan ontwikkelde hij het begrip &bdquo;school&rdquo;
+en koos daarvoor als uitgangspunt de oorspronkelijke beteekenis van het
+woord. &bdquo;Een school,&rdquo; zei hij<span class="corr" id=
+"xd20e2515" title="Niet in bron">,</span> &bdquo;werd de naam van de
+veilige plaats, waar de jeugd,&mdash;nog niet bereikt door de zorgen
+des levens...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een verduiveld veilige plaats, zeg&rdquo; mompelde Morten
+Kruse, en stootte Abraham aan,&mdash;maar deze verroerde zich niet en
+vertrok geen spier; hij was zoo bang, dat iemand zou denken, dat hij
+niet stil zat. Nu dacht Abraham er &rsquo;t meeste aan, dat hij No. 2
+was. Zoo hoog had hij nog nooit gezeten; en intusschen ging de rector
+voort te verklaren hoe de school een voorbereiding voor het leven, en
+vooral een vorming tot <span class="letterspaced">zedelijkheid</span>
+was.</p>
+<p>&bdquo;Deze uitdrukking,&rdquo; ging hij voort, &bdquo;die zoo als
+bij onze oude leermeesters&mdash;de Grieken en de Romeinen, het hoogste
+en edelste uit de beschaving beteekent, is maar een zwakke aanduiding
+voor het einddoel van de beschaving, dat wij voor oogen moeten hebben.
+Want over ons straalt de zon der openbaring; wij onderscheiden niet
+alleen door de nevelen van dit aardsche bestaan een hooger leven aan
+gene zijde van het aardsche; maar voor ons is een uitzicht geopend,
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2525" href="#xd20e2525" name=
+"xd20e2525">126</a>]</span>licht en vrij en heerlijk! op een hemelsch
+Vaderland. Dus niet alleen tot burgers, niet alleen tot menschen, maar
+voor en boven alles tot christenen moeten onze jongelieden gevormd
+worden. Het licht van den godsdienst moet de wetenschap bestralen, haar
+waarheden zullen allen in dat licht hun uitgang, hun beteekenis en hun
+einddoel vinden.&rdquo;</p>
+<p>De kleinen sliepen in door de warmte en door die lange toespraak,
+die even vervelend was als een preek. De zomerzon scheen dwars door de
+dunne, blauwe gordijnen, zoodat een bleek lijkachtig licht over de
+zwarte groep leeraren viel, die links van den katheder bijeen
+stonden.</p>
+<p>Het stekelvarken stond overeind te slapen. &rsquo;t Was een
+overlevering op school, dat hij dat kon; de onderdirecteur Abel keek
+door zijn lorgnet naar de dames; de adjunct Borring had zich in een
+hoek teruggetrokken en nam stilletjes de kans waar een veeren pen te
+snijden; maar de blinde darm stond in gedachten de vreeselijkste
+gezichten te trekken, wat zijn lieve discipelen ten zeerste
+vermaakte.</p>
+<p>Maar allen zagen er uit, alsof het geheel hen innig verveelde en zij
+naar het eind van die comedie verlangden.</p>
+<p>&bdquo;En gij, mijn geliefde medearbeiders!&rdquo; zei de rector met
+bewogen stem, &bdquo;gij, die u aan de moeilijke, maar schoone roeping
+gewijd hebt, de jeugd in kennis en zedelijkheid in dezelfden
+christelijken geest te leiden, moge de Almachtige u steeds kracht
+verleenen om met dezelfde toewijding, met denzelfden ernst, met
+dezelfde liefde aan uw levenstaak vol verantwoording te arbeiden.
+Ontvangt mijn dank en die van de school voor het afgeloopen jaar; en
+geve God, dat wij hier weer gezond en frisch mogen bijeenkomen om weer
+in Jezus&rsquo; naam ons werk ter hand te nemen.&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2535" href="#xd20e2535" name=
+"xd20e2535">127</a>]</span></p>
+<p>Daarop wendde hij zich tot de kleinen en smeekte hen zoo vurig zich
+toe te leggen op alle christelijke deugden en te arbeiden in dienst van
+het goede, zooals het kinderen des lichts betaamt.</p>
+<p>Hier begonnen vooral de moeders te schreien en de goede rector sprak
+voort over het kind, over &rsquo;t kinderhart en het kinderlijk geloof.
+Na een warm nagebed stond de geheele school op en zong:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Zie op ons werk met Vaderoogen</p>
+<p class="line xd20e2543">Gij die het Al geschapen hebt,&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">waarop de rector nog een &bdquo;Onze Vader&rdquo;
+bad en toen was het feest eindelijk voorbij.</p>
+<p>&rsquo;t Gedrang was groot bij het uitgaan; want niets of niemand
+kon de jongens terughouden.</p>
+<p>Hoewel de regel was, dat de leerlingen wachten moesten, tot de dames
+en de toehoorders de zaal verlaten hadden en eerst dan in goede orde
+heengaan, klasse voor klasse, liepen toch steeds meer van hun plaats,
+drongen tusschen de dames door en verdwenen.</p>
+<p>Warm en met beschreide gezichten stroomden de moeders eindelijk naar
+buiten&mdash;er waren maar heel weinig vaders; het deed haar zoo goed
+de jeugd zoo bijeen te zien, en hoe heerlijk en ernstig had de rector
+gesproken.</p>
+<p>Hij had trouwens die toespeling aan het slot wel achterwege kunnen
+laten, die opmerking, dat er vrij wat onverschilligheid onder de ouders
+heerschte voor het werk van de school. Dat was tenminste iets, dat niet
+op een van hen van toepassing was; dat had hij liever aan de ouders
+moeten zeggen, die niet gekomen waren, ... b.v. aan Mevrouw
+L&ouml;vdahl!</p>
+<p>Dat was toch al te erg, en dat nog wel terwijl haar man Ephor was!
+Maar zij kwam nooit, waar men Gods woord hooren kon. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2558" href="#xd20e2558" name=
+"xd20e2558">128</a>]</span></p>
+<p>Kinderen en volwassenen stroomden naar de schoolplaats; zoete
+jongens liepen netjes naast hun ouders met het rapport opgevouwen in de
+hand, anderen gingen achter het gebouw en scheurden het hunne in
+stukken en vertrapten het; anderen stoven weg met Indianengeschreeuw en
+vroolijke sprongen; maar de vier stijve, zwarte jassen wandelden achter
+de leeraren aan om een glaasje wijn in de huiskamer van den rector te
+drinken.</p>
+<p>Abraham ging naar huis met zijn vader.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl was bewogen. Terwijl ze naast elkaar liepen;
+zei hij tot hem: &bdquo;Je bent flink geweest Abraham! En ik zie
+daarin, dat je je best doet weer in orde te maken, wat je verkeerd
+gedaan hebt. En nu spreken we daar niet meer over. Ik zal er ook met
+den rector een woordje over spreken, dat hij die zaak niet meer
+aanroert.&rdquo;</p>
+<p>Abraham stormde de kamer in en riep: &bdquo;Moeder, Moeder! Ik ben
+No. 2!&rdquo;</p>
+<p>Mevrouw Wenche kwam hem even stralend van geluk tegemoet loopen, ze
+nam hem in haar armen, kuste hem en danste met hem; en toen de
+professor binnenkwam met het gewone: &bdquo;Stil&mdash;kinderen&rdquo;
+lachte ze maar, nam den arm van haar zoon en ging aan tafel.</p>
+<p>De professor wilde wijn aan tafel hebben, en &rsquo;t werd een
+familiefeestje. Abraham voelde zich zoo licht als een vogel; en toen de
+professor met hem klonk, vond hij, dat zijn vader toch de beste, de
+grootste man van de wereld was.</p>
+<p>Maar dezen dag voelde hij zich ook zoo tot zijn moeder aangetrokken.
+In lang had hij dat gevoel niet gehad.</p>
+<p>Eigenlijk hield hij toch evenveel van beide en hij was als in een
+roes van zaligheid, terwijl dat wat hij had <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2576" href="#xd20e2576" name=
+"xd20e2576">129</a>]</span>doorgemaakt een sombere herinnering werd,
+die hij liefst vergeten en uitwisschen wou.</p>
+<p>&bdquo;Ja, is &rsquo;t nu niet zooals ik zei?&rdquo; riep de
+professor uit, toen zij vertelde, waar zij geweest was. &bdquo;Voor die
+fabriek heb je toch een warme belangstelling.&rdquo;</p>
+<p>Ze lachte maar en sprak hem niet tegen. Vandaag voelde ze zich zoo
+wonderlijk licht te moede, zoo heel gelukkig.</p>
+<div class="figure xd20e2583width"><img src="images/o129.png" alt=
+"Ornament." width="135" height="149"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e2587" href="#xd20e2587" name=
+"xd20e2587">130</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2486" href="#xd20e2486src" name="xd20e2486">1</a></span> In
+Noorwegen dragen de kinderen v&oacute;&oacute;r den naam van den vader
+die van de moeder. Ook de vrouw draagt haar eigen naam
+v&oacute;&oacute;r dien van haar man. Mevr. L&ouml;vdahl heet officieel
+W. Knorr L&ouml;vdahl.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt="Negende hoofdstuk."
+width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e2589" class="main">Negende hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e2591"><span class="xd20e2591init">A</span>brahams
+aanneming was steeds uitgesteld of liever; er was nooit over
+gesproken.</p>
+<p>Want de professor wist maar al te goed, dat Mevrouw Wenche er zich
+met alle macht tegen verzetten zou; reeds van af den tijd, dat haar
+zoon klein was, had ze gezegd: &bdquo;Aangenomen zal hij niet
+worden.&rdquo;</p>
+<p>Haar man had gezwegen en de quaestie ontweken. Hij had gedacht:
+&bdquo;die dan leeft, die dan zorgt.&rdquo; En het was zijn gewoonte
+niet, iets onaangenaams aan te pakken, zoolang hij het ook maar
+eenigszins vermijden kon. Daarom had hij de zaak laten rusten, tot
+Abraham zijn 16de jaar intrad en dat was vrij laat voor de aanneming,
+volgens &rsquo;t gebruik in de stad.</p>
+<p>Maar nu in &rsquo;t najaar moest hij worden ingeschreven; want
+aangenomen zou hij worden&mdash;dat stond even vast bij den professor,
+als het tegenovergestelde bij zijn vrouw.</p>
+<p>Op een morgen, terwijl zij zich kleedden,&mdash;Abraham <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2601" href="#xd20e2601" name=
+"xd20e2601">131</a>]</span>was juist naar school gegaan,&mdash;begon de
+professor kalm en alsof het van zelf sprak.</p>
+<p>&bdquo;Ja, nu denk ik er over om Abraham in de volgende maand bij
+proost Sparre te laten inschrijven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Inschrijven?...... bij Sparre?...... wat in de wereld zeg je
+toch?&rdquo; Mevrouw Wenche keerde zich haastig op haar stoel om; zij
+zat voor den spiegel haar lang haar op te maken.</p>
+<p>&bdquo;Voor &rsquo;t aannemen, kind.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je denkt er zeker niet aan, dat we aldoor afgesproken hebben,
+dat Abraham niet aangenomen zal worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Afgesproken?&mdash;Neen Wenche, dat hebben we
+nooit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar heb ik dan niet honderdmaal gezegd: hij zal niet
+aangenomen worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar dat is geen afspraak.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar je bent het toch met me eens geweest. Je hebt er nooit
+een woord tegen gezegd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb er geen woord van <span class="corr" id="xd20e2622"
+title="Bron: gezgd">gezegd</span>, zoolang de zaak niet aan de orde
+was. Maar van jouw kant moet je toch toegeven, dat je voor zoover je
+mij kent er toch volkomen van overtuigd kon zijn, dat ik wilde, dat de
+jongen aangenomen zou worden, zooals de gewoonte is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe kun je nu met &lsquo;de gewoonte&rsquo; aankomen,
+Carsten! In zoo&rsquo;n ernstige zaak!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laten we nu eens probeeren over deze ernstige zaak te spreken
+zonder heftig te worden, lieve Wenche! want uit heftigheid komt nooit
+iets goed voort. Denk er nu eens over na, of je &rsquo;t recht hebt je
+zoon in een heel anderen toestand te brengen dan alle anderen, wat hem
+in zijn leven bemoeilijken en aan alle kanten belemmeren
+kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is juist de groote weldaad, die ik mijn zoon <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2631" href="#xd20e2631" name=
+"xd20e2631">132</a>]</span>bewijzen wil: hem tot een uitzondering te
+maken tusschen al die huichelaars en leugenaars.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Groote woorden&mdash;Wenche! &rsquo;t Is alsof je meent dat
+je zoon niet anders kan zijn en nooit wat anders worden, dan wat je
+zelf bent.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoel je?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je nooit over de mogelijkheid gedacht, dat Abraham een
+christen kon worden? Ja&mdash;ik weet wel, wat je zeggen wilt. Je hebt
+nu eenmaal niet veel vertrouwen op mijn christendom; maar kun je je
+niet voorstellen, dat Abraham misschien een oprecht christen zou kunnen
+worden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jawel,&rdquo; antwoordde Mevrouw Wenche in gedachten en keek
+voor zich uit. &bdquo;Daar heb ik dikwijls over gedacht. En je moet
+niet denken; dat ik dat zou tegengaan, of het als een ongeluk
+beschouwen voor hem of voor ons. Dat is het juist. Oprechtheid is alles
+voor me. Halfheid, leugen en huichelarij&mdash;d&agrave;t is &rsquo;t
+wat ik uit het leven van mijn zoon houden wil.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar als je volkomen oprechtheid wilt, moet je ook volle
+vrijheid toestaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat doe ik ook; hij mag gerust kiezen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, pardon! Je geeft hem geen volle vrijheid om te kiezen,
+als je hem buiten iets houdt&mdash;of hem een trap van ontwikkeling
+laat overspringen, die al de andere jonge menschen
+doormaken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar juist die trap van ontwikkeling&mdash;zooals jij
+&rsquo;t noemt, die is juist de poort tot den leugen,&mdash;dat is mijn
+vaste overtuiging!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar twijfel ik niet aan, Wenche! er kan zeker ook allerlei
+tegen het aannemen worden gezegd; maar hier is nu geen sprake van wat
+jij gelooft of wat ik geloof, maar van Abraham&rsquo;s geloof. &rsquo;t
+Is niet, omdat ik zelf&mdash;hm&rdquo;&mdash;hun oogen ontmoetten
+elkaar in den spiegel,&mdash;&bdquo;nu, ik ben nu eenmaal niet
+godsdienstig <span class="pagenum">[<a id="xd20e2652" href="#xd20e2652"
+name="xd20e2652">133</a>]</span>aangelegd, zooals jij, en &rsquo;t is
+dus niet om die reden, dat ik mijn zoon in de christelijke leer wil
+laten opvoeden. Maar naar mijn meening hebben noch jij, noch ik het
+recht om hem iets te onthouden, wat hem kan helpen bij die keus, of hem
+tot iets te dwingen, wat het hem onmogelijk maakt te kiezen. Hoe kunnen
+we nu eerlijk tegenover onzen zoon staan, als we niet tegen hem zeggen:
+Wil je dezen proef met jezelf nemen? Of heb je al van te voren
+gekozen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu verdraai je de boel, Carsten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat doe ik niet. Abraham is oud genoeg om te begrijpen
+waar het om gaat; daarom heb ik zoolang gewacht; laat hem zelf kiezen
+of hij wil worden aangenomen of niet. Dat dunkt mij, dat jij, met je
+sterk gevoel voor vrijheid en rechtvaardigheid goed moet
+vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu goed, laat hem kiezen!&rdquo; riep Mevrouw Wenche; maar
+dadelijk liet zij er op volgen: &bdquo;Ach neen,&mdash;wat geeft dat?
+zoo&rsquo;n jongen!&mdash;hij kiest natuurlijk te zijn als alle
+anderen&mdash;om rust te hebben. Neen, neen Carsten! &rsquo;t is zonde
+om hem met open oogen in leugen en knoeierij te zenden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeg eens<span class="corr" id="xd20e2662" title=
+"Bron: .">,</span> Wenche! Hoe lang heb je je voorgesteld voor je zoon
+te kiezen? Wil je mettertijd ook een vrouw voor hem kiezen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is onzin, Carsten. Ik ben het immers, die er altijd op
+sta, dat hij zijn vrijheid hebben moet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is een wonderlijk soort van vrijheid! Als Abraham nu
+wezenlijk kiest om aangenomen te worden&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan is &rsquo;t alleen, omdat hij nog niet wijzer is op dit
+oogenblik.</p>
+<p>&bdquo;En als hij nu over een paar jaar niet wijzer is en een vrouw
+wil nemen, waarvan je vast en zeker overtuigd bent&mdash;zooals je
+gewoonlijk bent,&mdash;dat ze je zoon grenzenloos ongelukkig zal maken,
+wat dan?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e2674" href=
+"#xd20e2674" name="xd20e2674">134</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is wezenlijk een ellende met je te
+praten&mdash;Carsten! want je haalt alles door elkaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat ons nu niet heftig worden, want dat dient nergens voor.
+Ik vond juist, dat we hier zoo kalm en goed over praatten. Zou ik het
+nu wel zijn, die alles door elkaar haalt? Zou jij &rsquo;t niet eerder
+zijn, die in je groote liefde voor Abraham onwillekeurig wat van de
+tyrannie mengt, ... pardon! die onafscheidelijk is van alle liefde? Zou
+jij niet, in je ijver om hem &rsquo;t beste te bezorgen, voortdurend
+voor hem willen kiezen? terwijl je toch zoo dikwijls gezegd hebt, dat
+het &rsquo;t beste is, dat een mensch zelf kiest.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wil graag kalm zijn&mdash;Carsten! en &rsquo;t is niet om
+onvriendelijk te zijn, dat ik het zeg; maar &rsquo;t is heusch
+gevaarlijk om met je te praten; want je draait me rond en zet alles
+ondersteboven. Nooit zou ik geloofd hebben, dat ik gewillig mijn zoon
+voor het aannemen zou zien voorbereiden; maar nu komt het me bijna
+voor, dat er iets van aan is wat je zegt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik geloof, dat ik dezen keer &rsquo;t meest in
+overeenstemming met je principes ben,&rdquo; antwoorddde de professor,
+die nu geheel gekleed was en wilde heengaan.</p>
+<p>&bdquo;Maar dat zeg ik je,&rdquo; riep plotseling Mevrouw Wenche,
+toen hij al op den drempel stond, &bdquo;op den morgen, dat Abraham
+naar de kerk moet om die ongelukkige belofte af te leggen, wil ik als
+zijn moeder het recht hebben hem te vragen of hij weet wat hij doet. En
+is hij dan niet volkomen oprecht en eerlijk, dan zal noch jij noch
+eenig domin&eacute; in de wereld het gedaan krijgen, dat mijn zoon
+heengaat en een leugen zegt!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat mag je doen, zoo als je zelf wilt,&rdquo; antwoordde haar
+man en ging heen. &bdquo;Die dan leeft, die dan
+zorgt&rdquo;&mdash;Voorloopig had hij gedaan gekregen wat hij
+verwachten kon. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2687" href=
+"#xd20e2687" name="xd20e2687">135</a>]</span></p>
+<p>Maar Mevrouw Wenche was onrustig en ontstemd; zij had een pijnlijk
+gevoel, dat haar man haar listig haar toestemming tot het aannemen
+ontlokt had&mdash;dat aannemen&mdash;de walgelijkste comedie, die ze
+kende.</p>
+<p>Ze sprak er met Mordtmann over, en hij gaf haar in alles volkomen
+gelijk; hij was nog heftiger in zijn uitdrukkingen. Maar overigens
+interesseerde de quaestie hem niet zoo sterk.</p>
+<p>Toen nam ze Abraham bij zich en sprak ernstig met hem op een avond,
+dat de professor in de club was.</p>
+<p>Ze legde hem uit, zoo duidelijk en openhartig als zij kon, wat ze
+van dit domin&eacute;&rsquo;s verzinsel:&mdash;het aannemen, dacht.</p>
+<p>Ze liet hem zien dat die belofte, die ze eischten en aannamen van
+minderjarige kinderen<a class="noteref" id="xd20e2699src" href=
+"#xd20e2699" name="xd20e2699src">1</a> niets anders was dan het
+vreeselijkste spelen met het ernstigste; dat het niet anders zijn
+<span class="letterspaced">kon</span>&mdash;absoluut niet
+anders&mdash;in aanmerking genomen de eischen, die het ware christendom
+aan de menschen stelde&mdash;dan dat de jonge menschen bij troepen het
+leven ingeleid werden door een grooten leugen heen, erger dan een
+meineed. Wilde hij dat met open oogen me&ecirc;doen? of had hij
+gekozen?</p>
+<p>Als hij zonder vrees voor de menschen kon besluiten voort te werken,
+zonder die verbintenis, die alleen bestond om verbroken te
+worden,&mdash;kon hij dat, dan zou ze hem trouw helpen.</p>
+<p>Abraham zat met ne&ecirc;rgeslagen oogen zonder te antwoorden,
+zonder haar in de rede te vallen. &rsquo;t Was hem altijd pijnlijk, als
+iemand met hem over godsdienst sprak. Op school leerde hij godsdienst
+als <span class="pagenum">[<a id="xd20e2709" href="#xd20e2709" name=
+"xd20e2709">136</a>]</span>ieder ander vak; en alleen de rector in zijn
+redevoeringen, of als er iets niet in den haak was, sprak met nadruk
+over God; de professor kon zoo nu en dan een uitdrukking doen als b.v.
+&bdquo;Je mag onze Lieve Heer wel bidden je daarvoor te bewaren,&rdquo;
+of iets dergelijks.</p>
+<p>Abraham wist wel hoe hij moest staan kijken, als zooiets gezegd
+werd, en kon ook wel een antwoord mompelen op den juisten toon; maar
+akelig vond hij het toch.</p>
+<p>En nu met zijn moeder was het nog erger; want het hielp niet of hij
+bij haar met de gewone zinnetjes aankwam;&mdash;en den juisten toon
+wilde zij precies <span class="letterspaced">niet</span> hebben; en hoe
+zou hij toch in ernst op haar vraag kunnen antwoorden?</p>
+<p>Ja,&mdash;natuurlijk wou hij aangenomen worden, zooals alle anderen;
+&rsquo;t was hem al lang een ergernis geweest, dat hij de laatste was
+van alle jongens, die even oud waren als hij. Dat sprak immers van
+zelf. En nu kwam zijn moeder en maakte het tot zooiets verschrikkelijk
+gewichtigs, alsof &rsquo;t een keerpunt in zijn leven was.</p>
+<p>En terwijl ze tegen hem bleef spreken, zoo ernstig en met een zachte
+stem over waar en eerlijk wezen, in welk geloof het dan ook was, zat
+hij er aan te denken hoe wonderlijk het toch was, dat juist zij zoo
+sprak. Dat was toch de verkeerde wereld!</p>
+<p>De rector, waarvan nu toch iedereen wist, dat hij een buitengewoon
+godvruchtig man was, en zijn eigen vader, die ook godsdienstig
+was&mdash;zoo matig,&mdash;juist genoeg, vond Abraham&mdash;die alle
+twee, en behalve dat, alle christenmenschen in de stad, hielden het
+aannemen in eere, ja zij zouden een woord tegen die heilige handeling
+voor Godslastering houden. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2724"
+href="#xd20e2724" name="xd20e2724">137</a>]</span></p>
+<p>Maar zijn moeder, die zelf dikwijls gezegd had dat &rsquo;t met haar
+geloof niet zoo heelemaal in orde was,&mdash;en Abraham had van
+buitenaf toespelingen gehoord op erger dingen&mdash;dat zij nu dat
+alles, waar ze zelf niet aan geloofde, en wat ze dus ook niet echt
+begrijpen kon&mdash;dat zij het aannemen ernstiger, plechtiger opnam
+dan de geloovigen zelf&mdash;dat vond hij al h&eacute;&eacute;l vreemd;
+en terwijl hij daaraan dacht werd hij onwillekeurig een beetje
+ongeduldig. Hoe kon zij, die zelf niet geloofde, hooger eischen stellen
+dan de geloovigen! Zelf werd zij tenslotte ook ongeduldig toen zij den
+jongen daar zag zitten als een stok: stijf en stom.</p>
+<p>&bdquo;Antwoord me nu, Abraham!&mdash;wat kies je? Wil je aangenomen
+worden?&mdash;of wil je het niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik weet het niet&rdquo;, antwoordde Abraham.</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar dat moet je toch weten. Je ben nu groot genoeg om te
+weten, dat je zelf moet kiezen. Denk er nu maar eens een paar dagen
+over na; maar d&agrave;t wil ik je zeggen, wat ik van morgen tegen je
+vader gezegd heb: op den dag, dat je naar de kerk gaat zul je eerst bij
+mij biechten; en kun je dan niet naar waarheid tegen mij&mdash;je
+moeder&mdash;zeggen: &lsquo;Ik wil en kan die belofte afleggen&rsquo;
+dan zul je niet naar dat leugenfeest gaan, zoo waarachtig als ik Wenche
+heet.&rdquo;</p>
+<p>Een poos later kwam de professor thuis; ze gebruikten het avondeten
+en er werd over andere dingen gesproken. Maar Abraham liep verscheidene
+dagen rond met dat pijnlijk gevoel van te moeten kiezen.</p>
+<p>Ja, natuurlijk wilde hij aangenomen worden! Als ze hem op school
+vroegen of hij in &rsquo;t najaar voor zijn aannemen zou gaan leeren,
+antwoordde hij ja. Over een paar weken moest hij ingeschreven worden;
+zijn moeder vroeg hem niets; zijn vader ook niet. En intusschen ging de
+tijd voorbij. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2738" href=
+"#xd20e2738" name="xd20e2738">138</a>]</span></p>
+<p>Op school was niet veel afwisseling; alleen had hij in de nieuwe
+klasse meer Latijn en meer Grieksch. Hij begon langzamerhand zich bij
+Broch aan te sluiten; vroeger had hij niet van hem gehouden. Maar nu
+zaten ze naast elkaar als de twee hoogsten in de klasse en Abraham was
+vlijtig geworden.</p>
+<p>Kleine Marius had geen spoor achtergelaten. Hij was verdwenen; zijn
+nummer door een ander bezet. De stroom sloot zich over hem, en zijn
+naam werd nooit meer genoemd, omdat allen hem al spoedig vergeten
+hadden. Het dagelijksch geblok in dezelfde kamer, in dezelfde vakken,
+dezelfde lessen, &rsquo;t zitten&mdash;dat alles maakte, dat hun
+gedachten zich niet bezig hielden met wat voorbij was. En Marius
+Gottwald werd al gauw voor hen een kleine jongen, dien ze jaren geleden
+gekend hadden, toen ze zelf klein waren en in de lagere klasse
+zaten.</p>
+<p>De eenige, die aan hem bleef denken, was Abraham.&mdash;Niet alleen
+om die herinnering, die hem hinderde, en waaraan hij maar liefst zoo
+zelden mogelijk dacht.</p>
+<p>Mevrouw Gottwald, die nu niets meer in de wereld te doen had dan de
+herinneringen aan haar lieven kleinen Marius te koesteren, klampte zich
+aan zijn besten vriend vast.</p>
+<p>Wanneer ze Abraham ook maar in &rsquo;t oog kreeg liep ze naar
+buiten of klopte aan het raam.</p>
+<p>Abraham vermeed dat &rsquo;t liefste; hij vond het niet prettig, als
+iemand hem naar binnen zag gaan, en hij vond het ook niet prettig naar
+Mevrouw Gottwald te luisteren.</p>
+<p>Zoodra ze hem goed en wel op de sofa had gekregen, begon zij over
+kleine Marius te praten. Ze kon immers den heelen langen dag geen woord
+spreken over het eenige, waar ze dag en nacht aan dacht. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2753" href="#xd20e2753" name=
+"xd20e2753">139</a>]</span></p>
+<p>Schuw en teruggetrokken als ze was, had ze geen vriendinnen. Alleen
+&rsquo;s avonds kwamen de oude stamgasten,&mdash;de sombere gedachten
+aan schande en berouw&mdash;de kleine kamer in en gingen in &rsquo;t
+rond tegen de wanden zitten en staarden haar aan.</p>
+<p>Er was een gast bijgekomen, erger dan de anderen. &rsquo;t Was het
+knagend verwijt, dat zij uit ijdelheid haar zoon meer had willen laten
+leeren dan zijn hoofd verdragen kon; maar daar durfde zij nooit over
+spreken.</p>
+<p>Overigens vertelde zij iederen keer hetzelfde, vroeg of het niet
+waar was, dat kleine Marius de allerknapste in het Latijn geweest was,
+en werd niet moede te vertellen, hoeveel hij van zijn vriend gehouden
+had, hoe hij hem bewonderde en tot hem opzag;&mdash;&bdquo;Ja, het ging
+z&oacute;&oacute;ver,&rdquo;&mdash;hier lachte de bleeke dame met een
+klein, flauw lachje&mdash;&bdquo;dat ik, zottin!&mdash;heel jaloersch
+werd op dien Abraham L&ouml;vdahl. Zie eens hier, achter in een van
+zijn themaboeken heeft hij met groote letters geschreven: &lsquo;A. L.
+is de grootste held van de school.&rsquo; Dat ben jij&mdash;dat is
+U......&rdquo; Mevrouw Gottwald werd verlegen; ze wist bijna niet, of
+ze &bdquo;jij&rdquo; kon blijven zeggen tegen Abraham; hij was zoo
+stijf, zoo groote mensch-achtig.</p>
+<p>&rsquo;t Was haar ook niet mogelijk hem te bewegen om lang achter
+elkaar te blijven of dikwijls terug te komen; tot ze eindelijk op
+&rsquo;t idee kwam hem op wijn en gebakjes te tracteeren; en dat hielp
+een beetje.</p>
+<p>Hij kwam nu soms uit zich zelf&mdash;liefst in &rsquo;t donker en
+zat nogal geduldig naar de oude verhalen te luisteren; nu en dan
+vertelde hij ook trekjes uit hun samenleven, die de arme Mevrouw
+Gottwald in <span class="corr" id="xd20e2765" title=
+"Bron: verrukkig">verrukking</span> brachten.</p>
+<p>Maar Abraham sloop altijd stil heen en terug naar <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2770" href="#xd20e2770" name=
+"xd20e2770">140</a>]</span>deze bezoeken, hij voelde wel, dat zijn
+vader het in &rsquo;t geheel niet goed zou vinden, dat hij den omgang
+met de moeder van kleine Marius aanhield.</p>
+<p>Maar wie kan op zijn zestiende jaar de verzoeking van wijn en
+boterspritsen weerstaan?</p>
+<p>&mdash;Intusschen bleef Michal Mordtmann steeds even vol van zijn
+fabriek, die nu bijna klaar was. Maar toen de herfstregens doorzetten
+was &rsquo;t niet zoo prettig daar iederen dag heen te gaan. Daarom
+richtte hij in de stad een kantoor in voor de fabriek
+&bdquo;Fortuna.&rdquo;</p>
+<p>Over zijn verhouding met Mevrouw Wenche was hij niet recht tevreden;
+die ging al te langzaam vooruit,&mdash;misschien wel heelemaal niet.
+Hij was nu zeer door haar bekoord; een liaison met zoo&rsquo;n mooie en
+interessante vrouw van zulk een liberaal man stelde hij zeer op prijs.
+Dat zij werkelijk ook,&mdash;in alle geval bijna&mdash;verliefd op hem
+was, dat wist hij zeker; hij had het al ontelbare malen aan
+kleinigheden gemerkt.</p>
+<p>Mevrouw Wenche had trouwens iets vreemds over zich gehad in den
+laatsten tijd, iets zenuwachtigs, iets ongestadigs. Nu eens staarde ze
+voor zich uit en sprak weinig; dan weer was ze zoo redenrijk, dat het
+bijna pijnlijk werd.</p>
+<p>Mordtmann was er van overtuigd, dat hij de oorzaak van al haar
+gemoedsbeweging was en ze was juist in dezen tijd zoo mooi, zoo
+bekoorlijk, dat de anders zoo voorzichtige man zijn zelfbeheersching
+begon te verliezen.</p>
+<p>In plaats van de bezoeken op het middaguur waren er op de lange
+herfstavonden vertrouwelijke, langdurige gesprekken gekomen in de
+schemering bij het schijnsel van den kachel. Mevrouw Wenche placht heen
+en weer om de tafel te loopen; hij zat op de sofa in het roode
+kachellicht. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2785" href="#xd20e2785"
+name="xd20e2785">141</a>]</span></p>
+<p>De professor was bijna altijd uit op dien tijd, maar soms kwam hij
+ook thuis en vond hen zoo, en altijd waren zij of hij dan wat
+verlegen.</p>
+<p>Maar in Michal Mordtmann&rsquo;s bloed was onrust&mdash;als hij daar
+zat en haar zoo kalm en regelmatig langs zich heen zag loopen.</p>
+<p>Ze was somber dien avond en zij spraken over den dood en over
+treurige dingen; hij sprak weinig, zij antwoordde met een paar woorden,
+en ze waren het er over eens, dat het leven niet veel waard was.</p>
+<p>Maar dat was zijn stemming niet; hij ging met haar me&ecirc;. Zelf
+was hij vol ongeduld en hoop; hij berekende de gevolgen niet, en had
+geen gewetensbezwaren; telkens als ze langs hem liep, kostte het hem
+meer moeite haar te laten gaan, zonder op te springen en haar vast te
+houden.</p>
+<p>Na een pauze bleef zij vlak voor hem staan en zag hem in &rsquo;t
+opgeheven gezicht.</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom zit u nu dat alles te zeggen, wat u immers
+heelemaal niet meent?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben het ook niet, die hier zit, en hier spreekt! ik weet
+niet wat ik doe; ik weet alleen, dat ik <span class=
+"letterspaced">dit</span> niet langer uithouden kan.&rdquo;</p>
+<p>Terwijl hij dit zei, had hij zijn arm om haar middel geslagen en
+haar neer getrokken, zoodat zij in &rsquo;t schijnsel van &rsquo;t vuur
+op zijn linkerknie zat.</p>
+<p>Hij boog zijn hoofd over haar en kuste haar op de wang. &bdquo;We
+kunnen ons toch niet langer voor elkaar verbergen; het is toch
+waar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, het is waar,&rdquo; antwoordde ze mat en legde haar arm
+op zijn schouder.</p>
+<p>Maar langzamerhand maakte zij zich voorzichtig los en stond op.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen,&rdquo; zei ze&mdash;als &rsquo;t ware nog half in
+een droom. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2814" href="#xd20e2814"
+name="xd20e2814">142</a>]</span></p>
+<p>Maar hij sprong op en wilde haar grijpen, met hartstochtelijke
+woorden, zonder samenhang.</p>
+<p>&bdquo;Neen&mdash;neen!&rdquo; riep ze heftiger en op eens, als of
+ze wakker werd: &bdquo;raak me niet aan! Is u dwaas! Meent u, dat ik
+twee mannen hebben wil?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar je bent nu van mij&mdash;van mij alleen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen volstrekt niet, bedenk toch......!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Denk zelf maar na, hoe vaak hebben we daar niet over
+gesproken; heb je niet altijd het recht van de liefde
+verdedigd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niet nu&mdash;niet zoo,&mdash;breng me niet in de war, laat
+me met rust; zie toch eens wat we al niet vernielen;&mdash;neen, laat
+het blijven als vroeger, of als dat niet mogelijk is; ga dan
+heen!&mdash;Ik smeek u, Mijnheer Mordtmann, laat mij met
+rust.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik dan,&mdash;ik? daar denk je niet aan. Wat moet er dan
+van mij worden?&rdquo;</p>
+<p>Ze nam hem bij de schouders, keerde hem naar het licht en zag hem
+oplettend in &rsquo;t gezicht. Hun beider ademhaling was kort en
+ongeregeld, en zijn gezicht was bleek en vertrokken; terwijl hij
+onverstaanbare woorden stamelde en haar handen heftig drukte.</p>
+<p>&bdquo;Wat heb ik gedaan!&rdquo; riep Mevrouw Wenche; want zijn
+hartstocht was zoo onmiskenbaar en waar op dat oogenblik, dat die haar
+geheel overtuigde en sterk aangreep: &bdquo;ik heb ons beiden kwaad
+gedaan!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, dat heb je niet! je hebt gekozen, je bent de
+mijne.&mdash;Als je me niet bedriegt!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik bedrieg je niet, beste vriend.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom dan!&mdash;Blijf niet halverwege staan. Wees de
+mijne!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Luister nu, luister even naar een verstandig woord, we zijn
+op dit oogenblik immers beide half toerekenbaar; nu moet <span class=
+"letterspaced">ik</span> handelen, ik ben de oudste.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2845" href="#xd20e2845" name=
+"xd20e2845">143</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Och......&rdquo; viel hij haar ongeduldig in de rede, maar
+zij legde de hand op zijn mond:</p>
+<p>&bdquo;Ga nu heen, ga heen, lieve Mordtmann en kom over een paar
+dagen terug; we moeten beiden nadenken en alles overwegen. Laat ons
+niet in den roes van dit oogenblik onherstelbaar verdriet over ons zelf
+en anderen brengen. Doe nu wat ik zeg. Je weet wel dat ik gelijk
+heb.&rdquo;</p>
+<p>Hij wilde niet luisteren, maar met smeeken en liefderijke woorden
+drong ze hem naar de deur, nog eens greep hij haar aan en kuste haar;
+daarop stoof hij de deur uit en liep half bewusteloos door de
+vestibule.</p>
+<p>Ze wierp zich op de sofa en hield de handen voor de oogen. Zijn
+kussen brandden haar; ze had hem lief; daar lag een smart in, die haar
+als vastsnoerde in een gelukzaligen angst en haar gedachten stonden
+stil voor dat &eacute;&eacute;ne.</p>
+<p>Ze kon er niet toe komen aan haar man en aan haar zoon te denken;
+maar een halfbewust gevoel van angst, waar ze al lang me&ecirc;
+gestreden had, mengde zich pijnlijk in deze onuitsprekelijke
+verwarring.</p>
+<p>Haar man kwam thuis. Hij ging uit de vestibule dadelijk in zijn
+kamer. Daar hing een kastje aan den muur, waarvan hij den sleutel
+altijd aan zijn sleutelring droeg en waarin hij enkele zeldzame
+geneesmiddelen bewaarde;&mdash;de apotheek was niet bijzonder
+vertrouwbaar.</p>
+<p>De professor zocht een fleschje versterkende droppels uit, mengde
+een sterke dosis met water en dronk het uit. Toen bekeek hij zijn
+gezicht in den spiegel; dat was heel bleek.</p>
+<p>Toen hij zoo een poos gestaan had, deed hij het licht uit en ging
+door de huiskamer, om zich in zijn slaapkamer te wasschen, zooals hij
+altijd deed, als hij &rsquo;s avonds van zijn visites thuiskwam.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2863" href="#xd20e2863" name=
+"xd20e2863">144</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Goedenavond Wenche, zou je de lamp niet opsteken?&rdquo;
+vroeg hij, terwijl hij haar voorbij ging.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde zij van de sofa, zonder zich te
+bewegen.</p>
+<p>Abraham zat over zijn boeken. Hij was met Broch op de kamer van
+Morten Kruse geweest, waar ze rookten, en hij had een warm hoofd en een
+prikkelig gevoel in zijn huid; hij voelde zich niet wel.</p>
+<p>&bdquo;Nu&mdash;Abraham,&rdquo; vroeg de vader, terwijl hij ouder
+gewoonte heen en weer door de kamers liep onder &rsquo;t toilet maken.
+&bdquo;Heb je al een besluit genomen hoe het met het aannemen gaan
+moet? Dat moet gauw gebeuren, als je er dezen keer bij wilt zijn. Of
+wil je liever niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik wil liever w&egrave;l.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Goed!&mdash;je weet, dat je daar vrij in bent. Wil je
+aangenomen worden, dan mag je. Heb je &rsquo;t al aan Moeder
+verteld?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&mdash;wilt u dat niet liever doen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&mdash;waarom? Beste jongen, ga nu maar meteen naar
+binnen en zeg het. Moeder is in de kamer.&rdquo;</p>
+<p>Abraham ging heel verlegen naar binnen.</p>
+<p>&bdquo;Zeg, Moeder,&rdquo; begon hij toen hij een poosje bij de
+kachel gezeten had; &bdquo;ik geloof toch, dat ik voor mijn aannemen
+leeren wil.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat dacht ik wel,&rdquo;&mdash;antwoordde Mevrouw Wenche
+bijna hard. Ze was zoo volkomen in haar gedachten verdiept.</p>
+<p>Maar Abraham kreeg een schok.</p>
+<p>Dat ze dat nu z&oacute;&oacute; op kon nemen! Ze had hem zoo open en
+liefdevol gezegd, dat hij zelf kiezen mocht. Hij sloop even verlegen
+weg, als hij gekomen was; en hij begon al te rillen van angst voor dien
+morgen, dat zijn Moeder bij hem zou komen om hem duchtig in verhoor te
+nemen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e2891" href="#xd20e2891" name=
+"xd20e2891">145</a>]</span></p>
+<p>&mdash;Toen Michal Mordtmann duizelend de huisdeur uitvloog, was hij
+vlak op Professor L&ouml;vdahl aangeloopen, die juist thuiskwam.</p>
+<p>De professor stootte met zijn stok op de steenen en het kwam
+Mordtmann voor, alsof hij iets zeggen wilde, maar zich bedwong. Het
+scheen hem ook toe, dat het gezicht van den professor een zonderlinge
+uitdrukking had, toen hij vluchtig opzag en groette.</p>
+<p>Maar hij was al te veel vervuld van wat er met Mevrouw Wenche
+gebeurd was. Hij ging haastig naar huis en sloot zijn deur af, om
+alleen en ongestoord zijn geluk te genieten.</p>
+<p>Hij liet zich in zijn leuningstoel neervallen, sprong weer op en
+liep heftig heen en weer, zocht het portret op, dat hij van haar had,
+sprak er tegen en sprak tegen zich zelf,&mdash;gelukkig, zonder
+belemmerende gedachten, trotsch dat hij zijn doel bereikt had.</p>
+<p>Maar naarmate hij wat tot rust kwam, betrapte hij er zich telkens
+op, dat hij aan den professor dacht. Dat was toch eigenlijk een
+zonderling gezicht, dat hij gezet had.</p>
+<p>Het begon Mordtmann onrustig te maken. Hij begon er over te denken
+hoe ontzettend onvoorzichtig ze gehandeld hadden. Nog maar een paar
+minuten later en de professor zou hen verrast hebben in een ontroering,
+die onmogelijk te verbergen zou zijn geweest.</p>
+<p>Dit moest heel anders ingericht worden,&mdash;die
+verhouding,&mdash;als dat zou kunnen doorgaan en dat gaf zijn
+overdenkingen een andere richting.</p>
+<p>Hij stak een sigaar aan en ging zitten om na te denken. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e2908" href="#xd20e2908" name=
+"xd20e2908">146</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2699" href="#xd20e2699src" name="xd20e2699">1</a></span> In
+Scandinavi&euml; worden de kinderen op hun veertiende jaar
+aangenomen.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o075.png" alt="Tiende hoofdstuk."
+width="461" height="139"></div>
+<h2 id="xd20e2910" class="main">Tiende hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e Proost Sparre
+was met zijn cathechisanten bezig in &rsquo;t oude vergaderinglokaal
+van de Haugianen en hoewel er een massa jongens waren, scheen het toch
+maar een klein troepje in de groote, lage, grauwe zaal met vensters aan
+drie zijden.</p>
+<p>De cathechisanten waren zoo geplaatst, dat er een scherpe
+afscheiding tusschen hen was.</p>
+<p>Op een lange bank vlak voor den katheder zaten de kinderen van de
+lagere school; &rsquo;t verst naar de hoeken de arme kinderen uit
+West-end en de andere uithoeken van de stad.</p>
+<p>Maar aan de rechterhand van den predikant, vlak bij den katheder, op
+kortere banken die recht op den muur stonden, daar zaten de
+goedgekleede jongens van de andere scholen; &rsquo;t gymnasium op de
+eerste bank en Abraham heel bovenaan bij den predikant.</p>
+<p>De proost had altijd een menigte cathechisanten, want hij had den
+naam, dat bij hem de leerlingen er <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e2922" href="#xd20e2922" name="xd20e2922">147</a>]</span>veel
+gemakkelijker &bdquo;door kwamen&rdquo; dan bij de andere predikanten
+in de stad.</p>
+<p>Onmogelijke domooren, die het al meermalen te vergeefs geprobeerd
+hadden, werden zonder moeilijkheden door den proost aangenomen. En men
+moest waarlijk niet zeggen, dat dit kwam doordat hij het niet zoo nauw
+nam met hun kennis van het christendom. Men moest die domooren maar
+eens hooren, als ze in de kerk stonden, op de cathechisatie! Ze
+antwoordden van een leien dakje, en dat dikwijls op de allermoeilijkste
+vragen uit de heele Pontoppidan.</p>
+<p>Daarom werd de proost zeer bewonderd&mdash;meer dan hij
+verdiende&mdash;eerlijk gezegd; want hij nam zijn geheime
+maatregelen.</p>
+<p>De proost wist namelijk even goed als ieder ander predikant of
+leeraar, dat er onder de kinderen van de lagere school niet
+&eacute;&eacute;n jongen of meisje was, die een syllabe begreep van wat
+er in Pontoppidan&rsquo;s boek stond. Daarom was het heelemaal
+toevallig wat er in de minder heldere hoofden van het geleerde bleef
+hangen en van buiten gekend.</p>
+<p>Terwijl dus de knapsten onder hen op iedere vraag uit het heele boek
+konden antwoorden, als hij maar oplette, dat hij woordelijk vroeg,
+precies als de vraag luidde, waren er veel anderen, die maar een enkel
+stukje ontgonnen grond in hun hoofd hadden, terwijl de rest een en al
+vraagteekens bevatte.</p>
+<p>Nu had de proost deze methode, dat hij scherp uitkeek naar de kleine
+ontgonnen plekjes in al die hersens; en als hij merkte, dat er een paar
+woorden als vastgespijkerd zaten in &eacute;&eacute;n van de domste
+hoofden, dan schreef hij dat in een notitieboekje op.</p>
+<p>Op den grooten dag, dat hij de cathechisanten in de kerk moest
+overhooren te midden van de gemeente, was het een wonder, hoe hij kon
+springen van &rsquo;t eene <span class="pagenum">[<a id="xd20e2937"
+href="#xd20e2937" name="xd20e2937">148</a>]</span>onderwerp op het
+andere, hier en daar een vraag doen en altijd den cathechisant
+voorbereid vinden, en goed voorbereid.</p>
+<p>De proost zelf was heel bezorgd voor dat geheim. In het kleine
+notitieboekje stonden enkel getallen, die er voor den oningewijde
+uitzagen als cijfers, die hij den kinderen onder de cathechisatie
+gegeven had. Maar hij was alleen bezorgd, omdat hij heel goed inzag hoe
+gemakkelijk zijn handelwijze verkeerd begrepen kon worden en verkeerd
+uitgelegd.</p>
+<p>Tegenover zijn eigen geweten daarentegen was hij volkomen
+gerust.</p>
+<p>Want als nu de geestelijke gaven zoo ongelijk verdeeld waren, en als
+nu Pontoppidan misschien niet voor allen zoo gemakkelijk te begrijpen
+was, dan zou het toch een groote onrechtvaardigheid zijn een jong
+mensch, dat er om vraagt, den toegang tot de gemeente en de
+genademiddelen te weigeren, omdat hij het vermogen miste iets van
+buiten te leeren.</p>
+<p>Aangenomen moesten ze nu eenmaal worden; er kwam waarlijk nooit
+anders van dan last en misnoegen in de gemeente als men den kinderen
+toegang tot de bevestiging weigerde; waarom zou men dan moeilijkheden
+maken door onbillijke strengheid in zijn eischen? &rsquo;t Koninkrijk
+Gods behoort aan de eenvoudigen van hart.</p>
+<p>Nu en dan waren ze wel wat bedenkelijk &bdquo;eenvoudig&rdquo; en de
+proost voelde zich dikwijls weinig op zijn gemak tegenover de
+gymnasiasten, die soms bijna stikten van &rsquo;t lachen. Daarom was
+hij ook wat koel en terughoudend tegenover Abraham in de eerste
+dagen.</p>
+<p>Abraham was buitengewoon oud voor een aannemeling, en de proost had
+niet veel goeds van hem gehoord; &rsquo;t was buitendien ook bekend
+genoeg dat <span class="pagenum">[<a id="xd20e2951" href="#xd20e2951"
+name="xd20e2951">149</a>]</span>zijn moeder tot de vrijdenkers
+behoorde. Maar langzamerhand kreeg hij een beter indruk van den jongen
+L&ouml;vdahl; hij was eerbiedig en ernstig en vertrok geen spier op
+zijn gezicht, als er de zonderlingste antwoorden van de lange bank
+kwamen. Hij was daarentegen attent en hielp den proost de jas
+aantrekken, gaf hem het boek opengeslagen aan en sprong op om het
+potlood aan te geven als het viel.</p>
+<p>En eindelijk vond de proost, voor wie deze uren met zijn
+cathechisanten een marteling waren, er iets aangenaams in, dien
+welopgevoeden jongen man zoo dicht bij zich te hebben. En in het eene
+uur na het andere ontwikkelde zich een soort van <span class="corr" id=
+"xd20e2955" title="Bron: vrienschappelijk">vriendschappelijk</span>
+elkaar verstaan tusschen den proost en Abraham, zoodat ze elkaar
+aanzagen als er iets bizonders onder &rsquo;t overhooren gebeurde, of
+de proost mompelde een latijnsche aanhaling, die Abraham met een
+bescheiden glimlach beantwoordde, onverschillig of hij die begreep of
+niet.</p>
+<p>De voorbereiding voor de aanneming werd daardoor een genoegen voor
+Abraham. &rsquo;t Was al heerlijk om twee of drie uren in den morgen
+van school weg te mogen gaan, en als hij bij den katheder van Proost
+Sparre zat, had hij een prettig gevoel van de eerste te zijn.</p>
+<p>Door zijn onderwijs op school kende hij &rsquo;t heele boek van
+Pontoppidan al van buiten; zoodat hij niets wist van het ontzettend
+werken voor en den <span class="corr" id="xd20e2962" title=
+"Bron: verschikkelijken">verschrikkelijken</span> angst onder het
+overhooren, die de wildste jongens van de lagere school bleek en stil
+maakte met wijd opengesperde oogen.</p>
+<p>Wat voor hen de gewichtigste gebeurtenis in hun levens was, een
+naalde-oog om door te kruipen met de grootste inspanning van alle
+krachten, dat was voor <span class="pagenum">[<a id="xd20e2967" href=
+"#xd20e2967" name="xd20e2967">150</a>]</span>hem iets wat hem niet
+inspannen kon; hoogstens kon het vervelend worden.</p>
+<p>Maar dat werd het nu niet door zijn prettige verhouding met den
+proost; en als hij een enkelen keer overhoord werd, spraken zij
+gewoonlijk niet over Pontoppidan, en &rsquo;t werd dan meer een gesprek
+over theologische onderwerpen tusschen een oudere en een jongere,
+terwijl de anderen zaten te gapen of onder de tafel vast het volgende
+leerden.</p>
+<p>&mdash;De proost overhoorde het tweede gedeelte: de artikelen des
+geloofs.</p>
+<p>&bdquo;Ole Martinius Pedersen, kun je mij zeggen hoeveel goden er
+zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Twee soorten, n.l. goede en booze,&rdquo; antwoordde Ole
+Martinius Pedersen rad.</p>
+<p>&bdquo;Neen, mijn jongen! dat is niet goed. Je antwoordde op een
+andere vraag; op welke vraag antwoordde hij? Kan iemand me dat
+zeggen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Op de vraag van de engelen,&rdquo; riep een kleine roodharige
+jongen, die achteraan bij den kachel zat.</p>
+<p>&bdquo;Juist, Jens Hansen. Er zijn twee soorten van engelen, n.l.
+goede en booze, maar God is &eacute;&eacute;n niet waar, Ole
+Martinius?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Slechts &eacute;&eacute;n eenig God,&rdquo; antwoordde Ole
+Martinius Pedersen, die een van de knapste op de lange bank was.</p>
+<p>&bdquo;Hoe heeft het Goddelijk wezen zich in de schrift
+geopenbaard?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als &eacute;&eacute;n eenig wezen: Vader, Zoon en Heilige
+Geest, welke toch allen &eacute;&eacute;n zijn en de heilige
+Drie&eacute;&eacute;nheid genaamd worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kunnen wij wel met ons verstand dit begrijpen: dat God
+&eacute;&eacute;n en toch tegelijk drie is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen; dit gaat ver boven&mdash;ofschoon niet tegen ons
+verstand; daarom is het een geloofs- en geen verstands-artikel;
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e2995" href="#xd20e2995" name=
+"xd20e2995">151</a>]</span>en God zou geen God zijn, als Hij door ons
+verstand begrepen kon worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel goed&mdash;Ole Martinius, je weet je zaakjes als je je
+maar even bedenkt. Nu jij, Mons Monsen! Zijn dan de woorden: Vader,
+Zoon en Heilige Geest drie verschillende namen of eigenschappen in God
+en niets anders?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja!&mdash;het is meer dan enkel verschil in namen of
+eigenschappen; want ieder van hen duidt iets afzonderlijks aan, dat
+niet aan de anderen toekomt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niet zoo gauw, mijn jongen. Waarin bestaat het
+verschil?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is&rdquo;, antwoordde
+Mons Monsen in een vliegende vaart, en zonder ergens op te houden:
+&bdquo;Niet in het wezen, zooals reeds gezegd is, maar... maar het
+woord dat vereenigd is met water&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen Mons, nu ben je aan wat anders bezig; pas nu op:
+&lsquo;niet in het wezen, zooals reeds gezegd is; maar in
+zeker......&rsquo;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&mdash;Maar in zekere persoonlijke, inwendige handeling, als
+kleeren, schoenen, eten en drinken, huis en haard, echtgenoote en
+kinderen, velden, vee&mdash;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, neen, Mons! Nu ben je weer aan wat anders bezig;
+&lsquo;die ieder van hen......&rsquo;<span class="corr" id="xd20e3011"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;&mdash;die ieder van hen afzonderlijk toekomen, n.l. de
+Vader, die uit niemand is, doet zijn Zoon geboren worden uit de
+eeuwigheid; de Zoon is uit den Vader en de Heilige Geest is uit hen
+beiden. Dit alles is waar en zeker......</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen Mons. &lsquo;Dit alles is......&rsquo;<span class=
+"corr" id="xd20e3018" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;...... Dit alles is het diepe geheim van het geloof, dat ons
+verstand niet doorgronden kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Juist, dat is goed, Mons Monsen! je ben een flinke jongen,
+als je maar wat kalm aan doet. Maar je <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3026" href="#xd20e3026" name="xd20e3026">152</a>]</span>praat zoo
+vreeselijk gauw, dat je in de war komt. Hier zijn de boeken wat
+verschillend&mdash;wat misschien de gymnasiasten gemerkt hebben,&rdquo;
+zei de proost tegen Abraham, &bdquo;verscheidene jongens van de lagere
+school hebben uit een oude uitgave geleerd.&rdquo;</p>
+<p>Dit was ook een eigenaardigheid van den proost die de andere
+predikanten bewonderden of waar zij zich over <span class="corr" id=
+"xd20e3030" title="Bron: ergden">ergerden</span>.</p>
+<p>De meesten vonden namelijk, dat als het onderwijs in het Christendom
+een band zou vormen tusschen de gemeenteleden, dan moesten
+v&oacute;&oacute;r alles de leerboeken dezelfde zijn voor allen; en
+daarom gaven zij onderwijs volgens de laatste uitgave van Pontoppidans
+boek, die door den koning was goedgekeurd en wilden van geen andere
+weten.</p>
+<p>Maar Sparre nam aan wat de leerlingen gaven, als ze het maar
+behoorlijk van buiten kenden. Daarom moest hij ook die wonderbaarlijke
+kennis hebben van al de oude en de nieuwe uitgaven, zoodat hij ieder
+vragen kon en op gle&ecirc; helpen met het antwoord.</p>
+<p>Door over het verschil te spreken tusschen de oude en de nieuwe
+uitgaven dacht de Proost aan een ongelukkigen aannemeling, dien hij dit
+jaar had. De predikant Martens had hem in de konsistoriekamer een
+<span class="corr" id="xd20e3039" title=
+"Bron: onverbetelijken">onverbeterlijken</span> idioot genoemd.</p>
+<p>&rsquo;t Was een groote, sterke jongen van 18 jaar, die als een reus
+tusschen de andere jongens zat, en al meermalen het saaie lokaal met
+onderdrukt gejubel over zijn grenzenloos dwaze antwoorden had
+vervuld.</p>
+<p>De proost zelf begon te twijfelen. Maar toch sloeg hij hem
+nauwkeurig gade, en luisterde aandachtig naar de stukken en brokken,
+die de arme Osmund te hooi en te gras ten beste gaf, als hij gevraagd
+werd. Eindelijk meende de proost, dat hij een draad gevonden had, en
+vandaag wilde hij het probeeren. Hij nam <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3046" href="#xd20e3046" name="xd20e3046">153</a>]</span>vlug een
+sprong van de drie&eacute;&eacute;nheid, om de proef te kunnen
+wagen.</p>
+<p>&bdquo;Jij daar, Osmund Asbj&ouml;rnsen Sauamyren,&rdquo; begon hij
+vriendelijk en langzaam, om den ander tijd te geven zijn gedachten bij
+elkaar te halen: &bdquo;kun je me antwoorden&mdash;mijn
+jongen&mdash;kun je me antwoorden op deze vraag: &lsquo;Welke zijn dan
+de genadegaven van het Evangelie?&rsquo;&rdquo;</p>
+<p>Osmund Asbj&ouml;rnsen Sauamyren zat een oogenblik heel stil; toen
+begon hij, eentonig, maar vast, en steeds sterker zingend,&mdash;met
+een vaart, die hem bijna ademloos maakte:</p>
+<p>&bdquo;Dat zijn: de rechtvaardigheid van Christus, de vergiffenis
+der zonden, de uitverkorenheid der kinderen, de voorzorg van God den
+Vader, het erfrecht, de vrede met God, kinderlijk vertrouwen, de zoete
+geur van Gods liefde, toegang tot God en moed om te bidden,
+verzekerdheid van Gods genade, van gebedsverhooring en hulp in allen
+nood, buitengewoon krachtige bescherming tegen alle zichtbare en
+onzichtbare vijanden, geduld met onze zwakheden en genadige
+verschooning voor ons geheele leven; de voorsmaak van het eeuwige
+leven, blijdschap in den heiligen geest; besturing, licht, bezieling en
+kracht van den zelfden geest; bevrijding van straf voor en
+overheersching van de zonde, den vloek en den dwang der wet, van den
+Satan, de macht van hel en dood, van de wereld en een slecht geweten;
+de uitkomst van alle dingen, ook van het bitterst lijden, ten beste der
+geloovigen en een levendige hoop op de zaligheid, waarop eindelijk de
+onuitsprekelijke eeuwige blijdschap en heerlijkheid in den hemel volgt,
+en zoo voorts.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk nu eens hier,&rdquo; riep de proost triomfeerend, en
+noteerde iets in zijn boekje; &bdquo;ik dacht wel, dat het met jou wel
+gaan zou&mdash;Osmund!&mdash;Je kunt misschien <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3056" href="#xd20e3056" name=
+"xd20e3056">154</a>]</span>de vragen niet zoo gemakkelijk begrijpen als
+de jongens in de stad; maar je weet toch wel wat, mijn jongen!&mdash;ga
+jij maar door met werken en opletten, je zult zien dat het wel
+gaat.&rdquo;</p>
+<p>De jongens van &rsquo;t gymnasium waren teleurgesteld; zij hadden
+een kostelijke lachpartij verwacht; maar de heele lange bank boog zich
+voorover en keek Osmund met de grootste verbazing aan.</p>
+<p>Zelf zat hij met open mond den proost aan te staren. Zooiets was hen
+nog nooit overkomen. Nooit had hij een woord van lof of hoop gehoord,
+maar ook nog nooit te voren had een predikant dit zijn groote en eenige
+bravournummer van de genadegaven van het Evangelie ontdekt.</p>
+<p>Osmund Asbj&ouml;rnsen <span class="corr" id="xd20e3065" title=
+"Bron: Saunamyren">Sauamyren</span> had het al bij veel predikanten
+geprobeerd en&mdash;ik weet niet hoeveel&mdash;cathechisatie-boeken
+versleten.</p>
+<p>Al van den tijd toen hij op veertien-, vijftienjarigen leeftijd het
+boek me&ecirc; naar de bergweiden nam, waar hij de geiten hoedde, had
+hij tevergeefs geworsteld met vragen en antwoorden.</p>
+<p>Slechts &eacute;&eacute;n enkelen keer, op een gelukkig oogenblik,
+hadden zijn hersens met een reusachtige inspanning, die groote vraag
+over de genadegaven van het Evangelie in zich kunnen opnemen. En met de
+wonderlijke toevalligheid, die met het van buiten leeren samengaat, was
+dit &eacute;&eacute;ne dreuntje heelemaal, zonder fout of onzekerheid
+vast blijven zitten; en z&oacute;&oacute; dikwijls had hij dat nu in
+uren van moedeloosheid herhaald, dat het niet meer los kon gaan uit
+zijn hoofd zonder dat het broze Osmundsche verstand me&ecirc; ging.</p>
+<p>Maar hoe weinig hadden de genadegaven van het Evangelie hem tot nu
+toe geholpen! Tot spot voor allen en tot verdriet van zijn ouders was
+hij van jaar tot jaar blijven loopen als hopelooze aannemeling,
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3074" href="#xd20e3074" name=
+"xd20e3074">155</a>]</span>thuis in zijn dorp en nu hier, nadat zijn
+vader naar de stad was verhuisd als opperman bij de fabriek. Nergens
+kon hij aan &rsquo;t werk komen. Een jongen, die niet was aangenomen,
+kon nergens terecht; als looper met quitanties op kantoren, in winkels,
+noch bij de bureaux van &rsquo;t zeewezen wilde men zoo&rsquo;n dommen
+of ontaarden jongen hebben, die op zijn achttiende jaar nog niet was
+aangenomen. Zijn groot lichaam hielp hem ook niet veel. Zijn beenderen
+waren nog te zwak voor het handwerk van zijn vader en&mdash;behalve
+dat, wat kon een jongen, die nog niet aangenomen was, voor loon
+verwachten? Niet eens op zee wilde een reederij hem laten gaan
+v&oacute;&oacute;r hij aangenomen was.</p>
+<p>Osmund Asbj&ouml;rnsen Sauamyren had niet zulke groote plannen,
+dacht ook niet zoo ver vooruit te komen in &rsquo;t leven; en men zou
+meenen, dat er zooveel kansen waren, dat aan zijn bescheiden eischen
+voldaan zou kunnen worden.</p>
+<p>Toch vond hij alle wegen zorgvuldig gesloten; voor hem was geen
+andere weg om vooruit te komen dan die langs den predikant; en telkens
+begon Osmund geduldig met een nieuwen predikant om een poosje bespot en
+dan weggestuurd te worden.</p>
+<p>Nu zag hij eindelijk een eind aan al zijn moeite; hij zat er lang
+over te denken, wat Moeder wel zeggen zou, als hij thuis kwam, en eer
+hij &rsquo;t wist, begon hij te schreien.</p>
+<p>&rsquo;t Wekte algemeene vroolijkheid, toen men merkte dat Goliath
+huilde; Abraham lachte ook toen de proost glimlachte.</p>
+<p>Hij was alles samengenomen heel blij met zijn goede verstandhouding
+met Proost Sparre; en hij was nu alleen nog maar bang voor den morgen,
+dat zijn Moeder komen zou en hem tot een oprechten biecht dwingen. Zoo
+dikwijls stelde hij zich dat voor, dat hij haar <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3086" href="#xd20e3086" name=
+"xd20e3086">156</a>]</span>als &rsquo;t ware binnen zag komen. En wat
+moest hij haar antwoorden?</p>
+<p>Die voorbereiding voor de aanneming kon hem immers heelemaal niet
+ernstig stemmen&mdash;laat staan hem diep ontroeren; en hij wist, dat
+hij bij zijn moeder alleen met ernst aan durfde komen; de kleinste
+poging dat te ontduiken zou ze dadelijk ontdekken.</p>
+<p>Intusschen ging de herfst voorbij en &rsquo;t duurde immers nog lang
+eer &rsquo;t Paschen was.</p>
+<p>Abraham vond langzamerhand, dat Broch een goede kameraad was; ze
+gingen &rsquo;t meest om met de hoogsten in de klasse, met de
+&bdquo;kranen,&rdquo; die &rsquo;t volgend jaar admissie-examen moesten
+doen. Ze rookten en speelden kaart en &rsquo;s avonds wandelden ze met
+de jonge meisjes.</p>
+<p>Er was iets in Abraham, dat hem een zeker aanzien, een zeker
+prestige gaf onder zijn kameraden.</p>
+<p>De onderdrukte lust tot oppositie, die in hem was, kreeg een anderen
+uitweg door spotten en belachelijk maken. Hij kon geestigheden zeggen
+over ernstige en godsdienstige zaken; en hoe vreedzaam en eerbiedig hij
+op school en thuis was, kon hij de ergste zijn in &rsquo;t spotten en
+den draak steken met allerlei, als ze onder elkaar op een kamer zaten,
+in een dikke wolk tabaksrook.</p>
+<p>Broch was slap van lachen, en die bijval moedigde Abraham aan,
+zoodat hij hoe langer hoe erger werd en nergens meer om
+gaf,&mdash;alsof hij zich schadeloos wou stellen voor den dwang door
+echt wild en dwaas te zijn als hij zich heelemaal durfde laten
+gaan.</p>
+<p>Hij probeerde ook karikaturen te teekenen; en lang ging er een
+teekening rond in de vierde klasse van &rsquo;t gymnasium, die de hel
+voorstelde, waar de heeren Aalbom en Borring van weerskanten onder
+elkaar een vuurtje stookten, terwijl de Conferensraad Madvig
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3103" href="#xd20e3103" name=
+"xd20e3103">157</a>]</span>en Erik Pontoppidan een woesten &bdquo;pas
+de deux&rdquo; uitvoerden in de vlammen.</p>
+<p>Op school ging het hem nu heel goed. Abraham was vlijtig genoeg en
+had ook langzamerhand een eigenaardige manier gevonden om met de
+leeraren om te gaan; zelfs Aalbom vergat dien &bdquo;duivel!&rdquo;
+door zijn innemende vriendelijkheid en alleen de rector had nog iets
+tegen hem gehouden.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl sloot zich in dezen tijd dicht bij zijn zoon
+aan, deed &rsquo;s Zondags groote wandelingen met hem en sprak bijna
+met Abraham, alsof hij volwassen was.</p>
+<p>Dat was niet alleen omdat de Professor met alle macht zijn zoon tot
+zich wilde trekken, maar ook, omdat hem iets <span class="corr" id=
+"xd20e3111" title="Bron: drukt">drukte</span>, zoodat hij er behoefte
+aan had opgebeurd te worden door de vroolijkheid van den jongen.</p>
+<p>De vertrouwelijkheid tusschen hen werd zoo groot, dat Abraham zelfs
+een en ander vertelde, wat hij anders stellig zou verzwegen hebben.</p>
+<p>Zoo kwam hij er eens toe in den loop van het gesprek, half tegen
+zijn zin, een geschiedenis uit de school te vertellen.</p>
+<p>Er was een ruit gebroken, in de hoogste klasse en alle jongens
+wisten, dat Morten Kruse het gedaan had, maar toen de rector er naar
+vroeg, wilde niemand antwoorden. Toevallig was Broch ziek, zoodat
+L&ouml;vdahl de eerste was.</p>
+<p>Nu was er niets, dat den rector zoo driftig maakte, als wanneer hij
+merkte, dat er verzet was; en als oud schoolmeester begreep hij
+dadelijk, dat de klasse had afgesproken den schuldige niet te
+verraden.</p>
+<p>Hij was toen regelrecht op Abraham afgekomen: &bdquo;Pas nu op,
+L&ouml;vdahl! denk er aan, dat je al eens vroeger je aan oproerigheid
+hebt schuldig gemaakt; maar pas op voor den tweeden keer. Weet je wie
+het gedaan heeft&mdash;of weet je het niet?&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3125" href="#xd20e3125" name=
+"xd20e3125">158</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Je antwoordde toch dadelijk?&rdquo; vroeg de professor
+bezorgd.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&mdash;ik antwoordde,&rdquo;&mdash;Abraham wendde het
+hoofd af.</p>
+<p>&bdquo;Je zei, dat het Morten Kruse was.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, want hij had het gedaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Natuurlijk moest je antwoorden; &rsquo;t was immers
+krankzinnig geweest om nog eens schandaal te maken in de
+school&mdash;vooral nu je voor je aannemen leert. Ik weet wel, dat deze
+en gene met overspannen praatjes aan zou komen, dat je je vriend niet
+verraden mag&mdash;of iets dergelijks;&mdash;maar daar moet je je maar
+in &rsquo;t geheel niet aan storen. Gehoorzaamheid&mdash;zie
+je&mdash;tegenover je superieuren is absoluut de allereerste plicht en
+de hoogste deugd voor een jong mensch en een braaf burger; door met
+misdadigers om te gaan wordt je er ten slotte zelf een, terwijl je je
+zelf en de rechtvaardigheid dient door het booze en strafbare bekend te
+maken.&rdquo;</p>
+<p>Toen ze een eind verder geloopen hadden zei de professor zoo in
+&rsquo;t voorbijgaan: &bdquo;Dat hoef je nu niet aan Moeder te
+vertellen. &rsquo;t Is beter er niet over te spreken.&rdquo;</p>
+<p>Abraham zag niet op; zij ontweken elkaars oogen een poos. &rsquo;t
+Was alsof ze geheimen voor Moeder hadden; en terwijl Abraham zich
+gerust stelde met zijn vaders goedkeuring, dacht hij er niet veel meer
+over, dat zijn moeder de zaak anders zou beschouwd hebben.</p>
+<p>Maar zij was zoo vreemd in dezen tijd. Ze was eigenlijk zich zelf
+niet; want er was iets <span class="corr" id="xd20e3143" title=
+"Bron: ander">anders</span> bij gekomen, behalve Mordtmann.&mdash;Haar
+nerveuse angst was nu zekerheid geworden, en die zekerheid vervulde
+haar met een smart, waarover zij zich schaamde en die zij zocht te
+bestrijden.</p>
+<p>Mevrouw Wenche kon het zich namelijk niet langer ontveinzen, dat zij
+weer moeder worden zou. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3148" href=
+"#xd20e3148" name="xd20e3148">159</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o008.png" alt="Elfde hoofdstuk."
+width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e3150" class="main">Elfde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e1202"><span class="xd20e1202init">E</span>r waren eenige
+dagen voorbijgegaan, zonder dat Mevrouw Wenche iets van Mordtmann
+gemerkt had. Op een middag ging hij voorbij, toen hij van de fabriek
+kwam, maar zij trok zich terug van het venster en verborg zich.</p>
+<p>Het gebeurde met Mordtmann was wat op den achtergrond gekomen; zij
+had nu geen gedachten voor iets anders dan voor dat wat haar wachtte:
+dat zij nog eenmaal moeder zou worden.</p>
+<p>Toen Abraham ter wereld gekomen was had zij lang gewenscht, dat hij
+een zusje zou krijgen, maar toen de jaren voorbijgingen had zij die
+hoop opgegeven: en nu waren haar gedachten over kinderen en
+kinderopvoeding van dien aard geworden, dat zij zich gelukkig prees,
+omdat zij maar voor &eacute;&eacute;n de verantwoording droeg.</p>
+<p>Haar man zou ook niet blij zijn, als hij het hoorde; dat kon zij wel
+van te voren weten.</p>
+<p>Maar het ergst, ja, bijna niet uit te houden werd <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3162" href="#xd20e3162" name=
+"xd20e3162">160</a>]</span>die gedachte, als zij zich mengde in haar
+verhouding tot Mordtmann.</p>
+<p>Zij werd rood van schaamte, telkens als zij dacht aan hun laatsten
+avond.</p>
+<p>Hij had haar gekust en gezegd, dat zij <span class=
+"letterspaced">alleen</span> de zijne was;&mdash;en zij&mdash;wat had
+zij gedaan?&mdash;en wat moest zij doen?</p>
+<p>Zij kon immers niet alleen blijven rondloopen midden in dit alles;
+wat&mdash;of wie moest zij kiezen? Wat nu gebeuren ging moest gebeuren
+en wat dan?</p>
+<p>Zij ging op een schemeravond op de sofa zitten, nadat zij het
+dienstmeisje op het hart gedrukt had niemand binnen te laten,&mdash;ook
+Mijnheer Mordtmann niet. Zij had zich de wanhoop nabij gevoeld en was
+plotseling bang geworden voor haar verstand. Nu wilde zij trachten een
+overzicht van alles te krijgen om te zien waar zij stond.</p>
+<p>Maar dat werd een droevig overzicht en Mevrouw Wenche zag met
+ontzetting waar zij stond.</p>
+<p>Want zij stond immers diep in leugen en verwarring aan alle kanten.
+Zij, die zoo kloek en zonder omzien zich door het leven geslagen had,
+zonder ooit zelf te liegen en zonder anderen te laten liegen, voor
+zoover zij er iets aan doen kon; zij, die geloofd en beweerd had, dat
+wie oprecht wenscht waar en eerlijk te zijn zonder schade door het
+leven zal kunnen gaan, hoe boordevol het ook is van leugen en
+lafheid.</p>
+<p>Daar lag zij nu. In welke van die verhoudingen, die haar het
+sterkste bonden, was zij op dit oogenblik volkomen waar? Zij ging ze
+&eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n na, en begon met Abraham.</p>
+<p>Waar was haar zoon gebleven? Zij had hem zoo dicht bij zich gehad,
+dat zij iedere kleine beweging in zijn ziel had kunnen zien, iedere,
+ook de kleinste <span class="pagenum">[<a id="xd20e3184" href=
+"#xd20e3184" name="xd20e3184">161</a>]</span>gedachte of twijfel, die
+in zijn jong hoofd opkwam, had kunnen volgen en verstaan.</p>
+<p>Waar was hij nu? Wat wist zij nu van hem? Het hielp niet veel, dat
+ze zei: &bdquo;Zij hebben mij hem afgenomen.&rdquo; Want dat was het
+immers juist, wat zij had moeten verhinderen; ze had op hem moeten
+passen, hem vasthouden in een helderen zuiveren atmosfeer van waarheid;
+niet uitwijken, niet los moeten laten, niet moe mogen worden in den
+dagelijkschen strijd.</p>
+<p>Dat was het immers, dat zij zich zelf duizend keeren beloofd had,
+als zij hem op haar armen droeg, toen hij klein was;&mdash;en
+nu&mdash;nu hij zoo groot was geworden, dat hij er behoefte aan had,
+dat zij aan haar beloften dacht, kon zij nu voor hem gaan staan en
+zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Hier ben ik. Hier ben ik,&mdash;je trouwe moeder.&rdquo;</p>
+<p>Kon hij nog op haar vertrouwen zooals vroeger?</p>
+<p>&bdquo;Neen&rdquo;, zei Mevrouw Wenche hardop en het klonk zoo
+treurig in de leege kamer, &bdquo;neen, dat kan hij niet.&rdquo;</p>
+<p>Tweemaal, eerst met die geschiedenis op school en later in de
+<span class="corr" id="xd20e3198" title="Bron: kwestie">quaestie</span>
+met het aannemen had zij het opgegeven, haar principe prijs gegeven,
+was zij zichzelf ontrouw geworden en had voor goed het vertrouwen van
+haar zoon verspeeld. Nooit had hij haar zien wankelen, dan juist
+tegenover deze twee zaken, die voor hem de gewichtigste waren geworden.
+En wat waren dat voor redenen, waarom zij overwonnen was?&mdash;Goede
+hemel, hoe ellendig kwamen ze haar nu voor in vergelijking met dat
+groote: haar plicht om haar zoon staande te houden.</p>
+<p>Neen, het was iets anders wat haar machteloos gemaakt had, en dat
+was Mordtmann. Terwille van hem, en van hem vervuld, had zij haar zoon
+verlaten!&mdash;verlaten? Neen, verraden! <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3203" href="#xd20e3203" name="xd20e3203">162</a>]</span></p>
+<p>En nu dacht zij over Mordtmann en ging hun verhouding na, en die
+kwam haar zoo onrein voor. Die scheen haar in dit oogenblik zoo weinig
+waard.</p>
+<p>Zij dacht over haar liefde en beproefde daar de kracht van, door
+zich af te vragen of zij bereid was, haar huis, haar positie, haar man,
+haar zoon, haar goeden naam te offeren en telkens als er weer iets
+bijkwam zag zij angstig naar haar liefde en het einde was: dat zij te
+oud was.</p>
+<p>Zij was te oud, meende ze, voor die alles overweldigende liefde, die
+verleidelijk is als een zaligheid en dwingend als een plicht. Zij wist
+al te veel van het leven om zich door eenige illusie te laten
+verblinden en was te rechtschapen en te plichtmatig om niet de rechten
+van anderen te erkennen. Zij hield veel van Mordtmann. Uren lang kon
+het als een bekoring over haar komen, als zij zich dacht als de zijne.
+Een leven met een man, die het zoo geheel met haar eens was, zoo vrij
+van vooroordeelen, zoo kloek en edel in ieder opzicht.</p>
+<p>En als ze dan dacht aan haar leven, zooals het van nu af worden zou
+met haar man, dan rilde zij van die leugens; en dan werd haar dat alles
+z&oacute;&oacute; walgelijk, dat het eenige, wat het beste in haar
+redden kon, een breuk was&mdash;een breuk met alle gezonde,
+hartverscheurende smart, die daaraan verbonden was, en dan een nieuw
+leven&mdash;hetzij dan zooals &rsquo;t worden moest&mdash;met
+Mordtmann.</p>
+<p>Maar ze kon immers niet naar Mordtmann gaan zooals ze nu was.</p>
+<p>En een oogenblik vergat ze al haar verdriet in een bitter medelijden
+met dat kind, waarvan de moeder &rsquo;t niet verwachtte met verlangen
+en liefde, en dat niemand welkom wezen zou, als het kwam.</p>
+<p>Zij was geen moeder, waar een kind mee gebaat <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3219" href="#xd20e3219" name=
+"xd20e3219">163</a>]</span>zou zijn; geen vrouw voor een man, geen
+vertrouwbare vriendin,&mdash;niets voor wie dan ook&mdash;was &rsquo;t
+niet het beste, dat ze maar heenging?</p>
+<p>De dood kwam haar niet zoo zwaar voor; ze had zich vaak met de
+gedachte bezig gehouden vrijwillig heen te gaan; en ze meende, dat als
+eerst het besluit genomen was, de moed haar niet zou ontbreken.</p>
+<p>Ze had geglimlacht over de minachting, waarme&ecirc; over &rsquo;t
+algemeen gesproken werd over de lafhartigheid van hen, die kiezen zelf
+uit &rsquo;t leven heen te gaan; want die gedachte was haar
+z&oacute;&oacute; nabij gekomen dat zij wist, dat er moed toe
+behoorde&mdash;vooral moed om te kiezen.</p>
+<p>Moe van den maalstroom, waarin haar gedachten haar hadden gejaagd,
+verzonk ze in een stil, zwaarmoedig peinzen over deze vraag: zou ze
+niet &rsquo;t beste handelen tegenover de anderen en tegenover zichzelf
+door te bekennen, dat haar leven een nederlaag geweest was, en als
+overwonnene heen te gaan; in plaats van door te leven van leugen en
+stukken van haar verbrijzeld bestaan, opgevende dat waar ze voor
+gestreden had en waar ze ontrouw aan geworden was: volle, zuivere
+waarheid in woorden en daden?</p>
+<p>Maar zij was immers niet alleen.</p>
+<p>&rsquo;t Beeld van een klein, zacht kinderkopje vervolgde haar; was
+dat goed een ander wezen me&ecirc; te nemen; een licht te dooven
+v&oacute;&oacute;r het nog aangestoken was?</p>
+<p>Nieuwe twijfel, nieuwe pijn, nieuwe vragen martelden haar; waarom,
+was er toch niets&mdash;niemand om te helpen!</p>
+<p>Eindelijk kwam hij&mdash;&rsquo;t was over achten&mdash;haar man,
+waar ze niet op gewacht had; maar dien ze toch wist, dat om dezen tijd
+komen zou. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3236" href="#xd20e3236"
+name="xd20e3236">164</a>]</span></p>
+<p>Hij ging nu door de vestibule, en zette zijn stok weg. Zou ze met
+hem spreken? hij was haar man, hem kwam de helft van dat jonge leven
+toe, dat zij had willen uitblusschen; hij sloeg de hand aan den knop
+van de deur en kwam binnen.</p>
+<p>&bdquo;Is hier iemand?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben hier,&rdquo; antwoordde zij van de sofa.</p>
+<p>&bdquo;Ben je alleen?&rdquo;</p>
+<p>Er was iets in zijn toon, dat haar opjoeg; zij antwoordde niet; maar
+stak snel de hanglamp aan; haar hand beefde z&oacute;&oacute;, dat het
+glas tegen de ballon rammelde.</p>
+<p>&bdquo;Scheelt er wat aan, Wenche?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Scheelt jou niet eerder wat?&rdquo; vroeg ze stug, want haar
+man liep onrustig heen en weer, met een boosaardigen, akeligen
+glimlach.</p>
+<p>&bdquo;Och ja!&mdash;mij scheelt wat,&mdash;niet veel, maar een
+kleinigheid, waar ik met je over spreken wou. Maar&mdash;mijn
+God!&mdash;wat zie je er uit, Wenche!&rdquo;</p>
+<p>Op eens kreeg ze den inval te doen, alsof ze niet begreep, dat hij
+haar beschreid en ongelukkig gezicht bedoelde, en ze greep de
+gelegenheid aan om het hem te zeggen.</p>
+<p>&bdquo;Hoe ik er uitzie?&mdash;Ik dacht, dat je het wist.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het wist?...... wist?......&mdash;Wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je dan niet begrepen ...?&rdquo;</p>
+<p>Opeens verzamelde hij zijn gedachten; hij greep naar zijn hoofd, zag
+haar onderzoekend aan met zijn scherpe doktersoogen, wendde zich af en
+kwam weer terug, terwijl hij iets mompelde.</p>
+<p>&bdquo;Wat zeg je, Carsten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik?&mdash;Ik zeg alleen: zoo, zoo!&rdquo; antwoordde hij
+bleek.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben bang, dat geen van ons beiden recht hart heeft voor
+die kleine stakker.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd20e3270"
+href="#xd20e3270" name="xd20e3270">165</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Welke stakker?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ons kind, Carsten. Ons arm kindje.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ons?&rdquo;&mdash;antwoordde hij met dien zelfden leelijken
+glimlach en keerde zich een oogenblik naar haar toe.</p>
+<p>Mevrouw Wenche zag hem een seconde in &rsquo;t vertrokken gezicht,
+zonder hem te begrijpen.</p>
+<p>Hij keerde zich om naar de deur, om weer heen te gaan.</p>
+<p>&bdquo;Carsten!&rdquo; ze stoof plotseling op, &bdquo;Carsten! wat
+zei je daar?&rdquo;</p>
+<p>Hij keerde zich om in de deur. De heele man was veranderd; zijn
+grijze haren stonden overeind, zijn tanden werden <span class="corr"
+id="xd20e3286" title="Bron: zichbaar">zichtbaar</span>, zijn oogen
+waren als die van een dier, dat plotseling zijn kooi stuk slaat, heesch
+en ademloos zei hij haar vlak in &rsquo;t gezicht: &bdquo;Ik geloof je
+niet.&rdquo;</p>
+<p>Ze vloog hem achterna met een gil en opgeheven handen; maar hij was
+al in de vestibule, en ze gaf het op. Ze kon hem toch niet neerslaan,
+en d&agrave;t had ze gewild.</p>
+<p>Een oogenblik stond ze bevend stil; daarna richtte ze zich op. Ze
+ging de kamer uit en gaf de dienstmeisjes orders: de professor kwam
+zeker niet thuis voor &rsquo;t avondeten. Zij zelf ging ook uit en nam
+den huissleutel me&ecirc;. Niemand behoefde voor haar op te
+blijven.</p>
+<p>Abraham was bij Broch en speelde kaart; ze had hem wel graag willen
+zien; maar &rsquo;t was misschien het beste, dat ze niet meer in de war
+gebracht werd.</p>
+<p>Ze deed haar bonten mantel aan, trok den kap over haar hoofd en ging
+naar buiten op straat.</p>
+<p>Mevrouw Wenche ging regelrecht naar Mordtmann; de afstanden in de
+stad waren niet groot; en terwijl zij daar liep, dacht ze niet verder,
+dan dat ze nu vrij was&mdash;heelemaal vrij van haar man; nu ging ze
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3299" href="#xd20e3299" name=
+"xd20e3299">166</a>]</span>naar Mordtmann om hem alles te vertellen; nu
+kwam er licht&mdash;waarheid, eindelijk! in hun verhouding zooals
+vroeger; veel geluk verwachtte zij niet.</p>
+<p>Ze was nooit in Mordtmanns huis geweest; maar ze kende zijn
+vensters, die op de straat uitzagen. Er was licht aan. &rsquo;t Huis
+was als de meeste anderen in de stad: de groote straatpoort open, geen
+gesloten entr&eacute;e; ze ging regelrecht naar zijn deur, klopte aan
+en ging binnen.</p>
+<p>Michal Mordtmann stond midden in de kamer met hoed en overjas, een
+pas aangestoken sigaar, juist bezig met de lamp neer te draaien, om
+naar de club te gaan.</p>
+<p>In de kamer was een flauwe lucht van warm avondeten, vermengd met
+den fijnen geur van de eerste trekken aan een goede sigaar.</p>
+<p>&bdquo;Goeden avond Mordtmann!&rdquo; zei ze en glimlachte droevig.
+&bdquo;Nu kom ik bij je. Wacht maar even tot ik wat kalmer
+ben.&rdquo;</p>
+<p>Hij stamelde&mdash;hij kon niets zeggen. Hij legde zijn sigaar weg
+en deed zijn overjas uit.</p>
+<p>Deze dagen hadden hem bekoeld; het onheilspellend gezicht van den
+professor had hem op de gedachte gebracht, dat dit alles toch al te
+ernstig was.</p>
+<p>Mevrouw Wenche was klaarblijkelijk ook al te ernstig, te weinig
+luchtig, dan dat zij een verhouding, zooals hij zich had voorgesteld,
+zou kunnen dragen.</p>
+<p>Zij kwam zijn kamer binnen, ging in zijn sofa zitten en zei:
+&bdquo;Nu kom ik!&rdquo;&mdash;Wat ter wereld moest hij toch beginnen?
+welken toon moest hij aanslaan?&mdash;voor den drommel! hoe moest hij
+de zaak aanpakken?&mdash;Mooi was ze!&mdash;ze was prachtig, zooals ze
+daar op zijn sofa zat, bleek en wat verwaaid; maar wat hielp
+dat?&mdash;en dan die wonderlijke plechtige manier van doen.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3318" href="#xd20e3318" name=
+"xd20e3318">167</a>]</span></p>
+<p>Hij schonk haar een glas wijn in:</p>
+<p>&bdquo;Lieve Mevrouw Wenche! wat is er?&mdash;is er wat treurigs
+gebeurd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde ze en zag weer glimlachend naar hem
+op. &bdquo;Je zult misschien zelfs vinden, dat het wat goeds is, omdat
+het op eens je wensch vervult.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vertel, vertel!&rdquo; riep hij geanimeerd en op een toon,
+die verrukt moest heeten.</p>
+<p>Ze merkte niets,&mdash;vervuld als ze was van wat ze hem nu
+vertellen zou,&mdash;van dat oogenblik, dat ze het verbond met den
+eenen man verbrak om een nieuw met een ander te sluiten.</p>
+<p>Ze begon daarom kalm, alsof ze hem om geduld wou verzoeken; &rsquo;t
+zou een lang en ernstig verhaal worden:</p>
+<p>&bdquo;Ja, lieve Mordtmann!&mdash;ik ben van mijn man heengegaan en
+ben bij je gekomen; maar eerst is er nog iets anders.&rdquo;&mdash;</p>
+<p>&bdquo;U hebt...... zegt u...... u is van uw man...... ik begrijp
+niet recht......;&rdquo; hij zag al &rsquo;t heele stadje in oproer;
+Mevrouw L&ouml;vdahl,&mdash;de vrouw van Professor
+L&ouml;vdahl&mdash;van haar man weggeloopen, om den nacht in zijn
+huis&mdash;&rsquo;t huis van een ongetrouwd man door te brengen!</p>
+<p>Door &rsquo;t lichaam van Mevrouw Wenche ging een lichte schok; ze
+zag hem snel aan en zei&mdash;als in &rsquo;t voorbijgaan:</p>
+<p>&bdquo;Dat wil zeggen: ik heb een hevige sc&egrave;ne met mijn man
+gehad; en daarom kwam ik hierheen om u om een goeden raad te
+vragen.&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e3341" title=
+"Bron: &mdash;">&rdquo;</span>O, lieve Mevrouw! Ik wil alles voor u
+doen; u maakte me eerst heelemaal verschrikt; maar &rsquo;t was toch
+vrij onvoorzichtig van u op dezen tijd te komen.&rdquo; Hij zette zich
+naast haar op de sofa. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3344" href=
+"#xd20e3344" name="xd20e3344">168</a>]</span></p>
+<p>Maar &rsquo;t gezicht van Mevrouw Wenche werd heelemaal stijf, en
+rimpels, die er vroeger nooit geweest waren, legden zich stram om haar
+mond. Zij, die altijd de waarheid sprak, had een fijn oor voor al wat
+hol klonk en onvertrouwbaar was; op dit oogenblik doorzag ze hem geheel
+en onverbiddelijk.</p>
+<p>En dat ze het niet vroeger gedaan had, was omdat haar eigen
+ontwakende liefde haar blind en vol vertrouwen gemaakt had; en behalve
+dat&mdash;er was, vooral bij hun laatste ontmoeting&mdash;zooveel echte
+hartstocht in hem geweest.</p>
+<p>Maar nu, nu ze in haar eersten twijfel hem dien strik spande,
+verraadde hij zich dadelijk. Er was in zijn stem z&oacute;&oacute;veel
+verlichting, toen hij hoorde, dat het niet zoo ernstig was&mdash;alleen
+maar een hevige sc&egrave;ne met haar man&mdash;dat het op eens Mevrouw
+Wenche duidelijk werd, dat ze op het punt stond zich zelf te
+vergooien&mdash;van lafhartigheid en huichelarij in de meest valsche
+valschheid te vervallen.</p>
+<p>Ze stond op en zag hem in de oogen.</p>
+<p>Hij stond ook op, zocht naar woorden, streed zoo goed hij kon met
+die oogen, die zich in hem boorden, zonder dat ze waren af te
+weren.</p>
+<p>Een paar seconden hield hij het uit; maar toen moest hij zijn oogen
+afwenden.</p>
+<p>En toen hij weer opzag, werd zijn gezicht heel bleek en hij hield de
+handen op, alsof er iets op hem neervallen en hem vermorzelen zou.</p>
+<p>Maar toen had Mevrouw Wenche met hem afgedaan. Ze stak de hand uit
+als om het glas wijn te grijpen, dat op tafel stond. In dit pijnigend
+oogenblik werd ze hevig bevreesd voor een flauwte&mdash;hierboven, bij
+hem! maar ze bedwong zich met alle macht, hield zich staande en ging
+heen.</p>
+<p>Ze was door de stille, leege straten zoover gegaan, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3364" href="#xd20e3364" name=
+"xd20e3364">169</a>]</span>dat er geen lantaarns meer waren; ze merkte
+dat eerst toen ze struikelde en den weg niet meer zien kon.</p>
+<p>Langs de kanten waren groote steenen gezet en diep beneden zich
+hoorde ze &rsquo;t zware geluid van de golven, die zich tegen de rots
+verhieven en weer naar beneden ruischten, met een zingend geluid
+rukkend aan het taaie zeewier.</p>
+<p>Van de lantaarns in de stad blonken kleine strepen langs het fjord
+haar tegen; maar ze wendde zich af, ging op een steen zitten en zag
+voor zich uit in het duister.</p>
+<p>&bdquo;Arme kleine Abby&mdash;arme kleine Abby!&rdquo; herhaalde
+Mevrouw Wenche halfluid. Hij was de eenige, van wie ze afscheid nam:
+hij was de eenige, aan wie ze zich verbonden voelde.</p>
+<p>Want met Mordtmann had ze afgedaan&mdash;volkomen afgedaan. Ze
+schaamde zich, ze voelde zich vernederd en verontreinigd, doordat ze
+zich zoo lang door dien man had laten bedriegen. Maar niet alleen haar
+liefde had hij omlaag en door &rsquo;t stof gesleurd; al haar
+idee&euml;n, haar liefste en moedigste gedachten had hij stuitend voor
+haar gemaakt; na dit kon ze op niets of niemand meer rekenen;&mdash;ook
+niet op zich zelf.</p>
+<p>En als ze nu van haar man heenging deed ze dat zonder zelfverwijt.
+Alles in hem wat hem in hun samenleven hoog gehouden had, was als
+weggevaagd door die laatste beleediging; toen was een ruwheid te
+voorschijn gesprongen&mdash;juist dat grove man-achtige, dat ze haatte,
+en dat hij tot nu toe met kunst voor haar had weten te verbergen.</p>
+<p>Neen, naar hem wilde ze niet teruggaan.</p>
+<p>En dat arme stumpertje, dat ze nu me&ecirc;nam&mdash;ook dat maakte
+haar niet onrustig meer; want nu zag ze zoo zeker, zoo duidelijk, dat
+het een weldaad was&mdash;<span class="pagenum">[<a id="xd20e3380"
+href="#xd20e3380" name="xd20e3380">170</a>]</span>de laatste, die zij
+zou kunnen bewijzen,&mdash;het licht te dooven v&oacute;or het was
+aangestoken,&mdash;die kleine, dat meer dan twijfelachtige
+goed&mdash;een leven te sparen.</p>
+<p>En in haar grenzenlooze eenzaamheid aan den uitersten rand van het
+leven, dat zij zich genoodzaakt voelde op te geven, werd dit voor haar
+als een flauwe schemering van moedervreugde,&mdash;alsof ze haar
+schreiend kindje in de armen hield en &rsquo;t met zich droeg naar de
+gezegende rust.</p>
+<p>Maar Abraham!&mdash;dat kind, dat ze had, was hij dan zoo heelemaal
+voor haar verloren, dat ze hem onmogelijk kon herwinnen?</p>
+<p>Telkens op nieuw maakte ze die som weer over; en telkens als ze
+meende, dat die zou kunnen opgaan, kwam er iets, dat alles voor haar
+weer in de war bracht.</p>
+<p>Neen! hem kon ze geen goed meer doen door te leven, zooals haar
+leven in &rsquo;t vervolg zou moeten worden,&mdash;dat was
+onmogelijk.</p>
+<p>Daarentegen zou ze zich kunnen voorstellen, dat de herinnering aan
+haar eens in zijn later leven hem tot een steun kon worden, tot een
+hulp om weer op te staan, als het hem ooit duidelijk zou
+worden&mdash;en dat hoopte zij&mdash;dat zij, zijn Moeder, haar best
+gedaan had zijn zieleleven gezond en waar te houden, en dat die anderen
+zijn jeugd hadden vergiftigd en hem laf en onvertrouwbaar gemaakt.</p>
+<p>Haar arm hoofd kon bijna niet meer; ze was maar volkomen zeker van
+&eacute;&eacute;n ding: haar besluit. Haar smartelijke afrekening met
+het leven had haar gedachten vermoeid en verstompt; ze voelde het zelf
+en ze ging naar den dichtstbijzijnden lantaarn, om op haar horloge te
+zien.</p>
+<p>&rsquo;t Was twaalf uur geworden. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3397" href="#xd20e3397" name="xd20e3397">171</a>]</span></p>
+<p>Mevrouw Wenche wist al lang hoe zij het doen zou, en ze had aan hen
+gedacht, die na haar moesten leven.</p>
+<p>Zij wikkelde zich in haar mantel en keek nog eens uit over het fjord
+en naar de lichten in de stad. En ze nam alles bijeen: haar jeugd, haar
+vreugd, haar geluk, al wat het leven haar aan zonneschijn gebracht had,
+liet alles in schemerachtige omtrekken aan zich voorbij gaan en koos
+toen weer de duisternis,&mdash;moe, maar vast en zonder aarzelen.</p>
+<p>Toen ging ze haastig terug door de stad, regelrecht naar huis.</p>
+<div class="figure xd20e3405width"><img src="images/o171.png" alt=
+"Ornament." width="235" height="101"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e3409" href="#xd20e3409" name=
+"xd20e3409">172</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o018.png" alt=
+"Twaalfde hoofdstuk." width="460" height="132"></div>
+<h2 id="xd20e3412" class="main">Twaalfde hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e professor
+wekte groote verbazing in de club door tot na tienen te blijven en
+toddy te drinken.</p>
+<p>Hij was namelijk anders zoo geregeld als een klok: elken
+Vrijdagavond een partijtje whist op de club, maar alle andere dagen
+precies om negen uur naar huis. Hem als vandaag&mdash;op een
+Dinsdagavond zijn avondeten daar te zien gebruiken, en later
+&bdquo;&agrave; la guerre&rdquo; te zien spelen met een paar jongere
+heeren was een wondervreemd geval.</p>
+<p>Hij lachte er ook zelf om en was heel opgewekt; maar toen hij
+thuiskwam&mdash;zoowat tegen elf uur, werd hij verwonderd en
+onaangenaam gestemd toen hij zijn vrouw niet te bed vond.</p>
+<p>Hij had berekend, dat ze slapen zou&mdash;of zou doen alsof ze
+sliep, als hij zoo laat thuis kwam; en hij wilde voor geen geld van de
+wereld een gesprek hebben, nu alles nog zoo heftig was, zoo versch in
+&rsquo;t geheugen lag. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3422" href=
+"#xd20e3422" name="xd20e3422">173</a>]</span></p>
+<p>Hij rekende na, waar ze wel kon wezen.</p>
+<p>Veel vriendinnen had Mevrouw Wenche niet, maar er waren toch altijd
+drie &agrave; vier families, met wie ze zoo&rsquo;n vertrouwelijken
+omgang hadden, dat ze daar een avond heen kon gaan zonder
+ge&iuml;nviteerd te zijn, en zonder belet te vragen.</p>
+<p>Maar half elf was laat, om van zoo&rsquo;n bezoek thuis te
+komen.</p>
+<p>Eerst kwam het niet in hem op, dat er iets gebeurd zou kunnen zijn.
+Hij keek of zij den anderen huissleutel me&ecirc;genomen had, en toen
+die weg was, nam hij den zijne uit het slot, opdat ze binnen zou kunnen
+komen.</p>
+<p>Waar ze ook was&mdash;hij wist, dat men daar in huis er voor zorgen
+zou, dat ze naar huis gebracht werd en trouwens de stad was heelemaal
+niet gevaarlijk, zelfs laat in den avond voor een dame, die zoo bekend
+was als de vrouw van Professor L&ouml;vdahl.</p>
+<p>Hij kleedde zich dus snel uit en ging naar bed, opdat hij doen kon,
+alsof hij sliep, als zij thuis kwam. V&oacute;or alles was het er hem
+om te doen, dat dit gesprek, dat hij wist, dat komen moest, tot morgen
+zou worden uitgesteld.</p>
+<p>&rsquo;s Avond was het onmogelijk; het leidde maar tot meer
+heftigheid en oneenigheid. Maar &rsquo;s morgens was alles weer binnen
+de perken gebracht en minder gewichtig; de meest brandende strijdvragen
+konden dan voorzichtig als kleinigheden behandeld worden in de koele
+morgenlucht.</p>
+<p>Professor L&ouml;vdahl was zich ten volle bewust, dat hij zich te
+buiten gegaan was en zijn vrouw ten diepste gekwetst had. Als correct
+man schaamde hij zich, dat hij een stemming verraden had, terwijl hij
+er zijn eer in gesteld had die te verbergen.</p>
+<p>Tegenover zijn vrouw schaamde hij zich bijna minder <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3442" href="#xd20e3442" name=
+"xd20e3442">174</a>]</span>omdat hij zelf wist, dat hij die booze
+woorden niet in ernst gemeend had en omdat hij er vrij zeker van was,
+dat ook zij, als ze even nadacht, wel zou inzien, dat het maar een
+gezegde was, dat hem in de eerste opwelling van misnoegen ontvallen
+was. Want dat was ontegenzeggelijk een vervloekte geschiedenis met dat
+nieuwe kind.</p>
+<p>Nu had hij zich al zooveel jaren lang gewend aan de gedachte aan
+dien &eacute;&eacute;nen zoon. Zoowel in zijn armenpraktijk, als in
+zijn statistische studi&euml;n, had hij zooveel treurige gevolgen
+gezien van veel kinderen in een gezin; hij had er zelf zooveel en zoo
+scherp tegen gesproken en geschreven.</p>
+<p>Kwam hij nu niet een beetje in een komisch daglicht, als hij
+vijftien, zestien jaar daarna, op zijn ouden dag, tegen zijn eigen
+theorie in begon te handelen. Al die geestigheden, die hij zou moeten
+slikken! glimlachjes, <span class="corr" id="xd20e3448" title=
+"Bron: toespellingen">toespelingen</span> en steken onder water!</p>
+<p>En al die last in huis; al die moeite en akeligheid, die men zoo
+gemakkelijk draagt als men jong is en alles nieuw; maar die de rust
+verstoren en &rsquo;t huis overhoop halen, als men eenmaal alles in
+orde heeft.</p>
+<p>Dat alles was op eens over hem gekomen, had zich met de booze,
+opgewonden stemming vermengd, waarin hij al een poos verkeerde en had
+eindelijk dien beschaafden man, zoo vol zelfbeheersching, uit het
+evenwicht gebracht en die woorden uitgelokt, die in zekeren zin zijn
+geheim verraadden, hoewel hij in werkelijkheid er ver van was, wat hij
+gezegd had te meenen, zooals Mevrouw Wenche het moest opgenomen
+hebben.</p>
+<p>Maar morgen zou alles er anders uitzien.</p>
+<p>Aan de zaak zelf was immers niets te doen en Carsten L&ouml;vdahl
+was juist de man om het onvermijdelijke <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3459" href="#xd20e3459" name="xd20e3459">175</a>]</span>met
+gratie te dragen. Hij was ook bereid tegenover zijn vrouw excuses te
+maken; maar kalm, half schertsend, uit de hoogte:&mdash;morgen.</p>
+<p>Hij deed het licht uit; &rsquo;t was eigenlijk het allerbeste rustig
+te gaan slapen; maar dat gelukte hem niet: hij kon niet in slaap
+komen.</p>
+<p>Integendeel hij werd buitengewoon wakker, gespannen, warm en
+zenuwachtig,&mdash;hij lag naar het lichtste geluid te luisteren en het
+kwam hem voor, dat de stille nacht vol geluiden was, terwijl de stad
+sliep, met slechts hier en daar een wegstervende voetstap op haar
+straten.</p>
+<p>En in &rsquo;t donker groeide een sombere angst op, sneller en
+sneller met fantastische omtrekken, en kwam al nader en nader, zwaarder
+en meer beklemmend met iedere vijf minuten, als hij meende, dat er weer
+een kwartier om was en een lucifer aanstak.</p>
+<p>Waar blijft ze toch? Over half twaalf! Nu moest er toch iets gebeurd
+zijn.</p>
+<p>Hun laatste gesprek, haar gil toen hij vluchtte, omdat hij bang was
+dit gesprek voort te zetten&mdash;dat alles stond hem voor den
+geest.&mdash;En zij, die zoo heftig was, zich nergens aan
+stoorde......!</p>
+<p>Die overspannen naturen toch!&mdash;hij kende ze. Wat konden ze niet
+verzinnen! Waar was ze op dit oogenblik?&mdash;hij duizelde. Zwierf ze
+alleen rond in den nacht? Of lag ze al te drijven bij de steile rotsen
+in het fjord?</p>
+<p>Hij ging overeind in bed zitten en stak een kaars aan. Hij sprak
+kalmeerend tegen zich zelf als tegen een koortspati&euml;nt; maar het
+hielp niet.</p>
+<p>Eindelijk hoorde hij de huisdeur.</p>
+<p>Dadelijk deed hij de kaars uit, ging liggen en haalde langzaam en
+geregeld adem, alsof hij al lang sliep. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3480" href="#xd20e3480" name="xd20e3480">176</a>]</span>Hij
+voelde zich grenzenloos verlicht en glimlachte over zijn angst.</p>
+<p>Mevrouw Wenche kwam binnen, stak licht aan en trok haar japon uit,
+terwijl ze haar man aandachtig gadesloeg; hij sliep vast en rustig.</p>
+<p>Stil en voorzichtig&mdash;zoodat niet &eacute;&eacute;n sleutel
+rammelde, legde zij haar hand op zijn sleutelring, nam de kaars
+me&ecirc; en ging de slaapkamer uit.</p>
+<p>Hij merkte, dat ze de kamer weer uitging, maar dacht daar niet
+verder over. Nu was ze thuis, zijn angst was voorbij, morgen zou het
+wel weer in orde komen. En zooals hij daar nu gerustgesteld en moe van
+ontroering lag en deed, alsof hij sliep, viel hij werkelijk in slaap en
+sliep vast en rustig twee, drie uur.</p>
+<p>Maar toen hij midden in den nacht wakker werd en voelde, dat het bed
+van zijn vrouw leeg en koud was, schrikte hij weer op in angst, stak de
+kaars aan en keek rond. Alles was stil; &rsquo;t was over drie&euml;n;
+hij zag geen spoor van zijn vrouw, behalve de japon, die zij
+uitgetrokken had.</p>
+<p>Carsten L&ouml;vdahl voelde zijn hart stilstaan: het werd hem
+duidelijk, dat er nu toch iets gebeurd was. Hij verzamelde al zijn
+kracht, hij wapende zich met alle kalmte, die in zijn natuur lag en die
+het leven en zijn werk nog in hem had versterkt en ontwikkeld.</p>
+<p>Toen hij zich half gekleed had, nam hij het licht mee om haar te
+gaan zoeken.</p>
+<p>Door de kamers viel een lichtstreep uit zijn spreekkamer; de deur
+stond op een kier. Hij moest even blijven staan; maar toen deed hij de
+weinige voetstappen naar de deur; hij wist nu wat hij zien zou.</p>
+<p>Toch moest hij zich vasthouden en de kandelaar was hem bijna uit de
+hand gevallen.</p>
+<p>Stijf uitgestrekt in zijn grooten leunstoel lag het <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3501" href="#xd20e3501" name=
+"xd20e3501">177</a>]</span>lijk van Mevrouw Wenche. De kaars op de
+tafel was bijna uitgebrand; en uit haar hand, die zij in &rsquo;t
+laatste oogenblik over de tafel had uitgestrekt, was een van zijn
+kleine fleschjes gerold, die hij kende.</p>
+<p>Hij zette de kaars weg en wilde zich op haar werpen. Maar een
+gedachte drong zich op eens aan hem op en maakte hem stil en koud: nu
+moest hij er aan denken wat hem nu te doen stond, wat er nog verborgen
+kon worden; nu was het tijd om een man te zijn.</p>
+<p>En weer bedwong hij alle gevoel met zijn door gewoonte sterke
+zelfbeheersching, hield een spiegel voor haar mond, ofschoon hij wel
+weten kon, dat de dood onmiddellijk was ingetreden, toen het fleschje
+leeg was. Hij nam het op en zette het weer in het kastje, en lichtte
+langs den vloer om de kurk te vinden.</p>
+<p>Daarop sloot hij zijn medicijnkast en stak den sleutelring in de
+zak.</p>
+<p>Met afgewend gezicht boog hij zich over haar neer, nam haar op en
+droeg haar de kamers door naar haar bed.</p>
+<p>Toen hij de kaarsen weer naar de slaapkamer gebracht en nog eens
+rondgekeken had, ging hij naar boven en riep de dienstmeisjes.</p>
+<p>Een liep dadelijk naar buiten om Dr. Bentzen, een van de
+gemeente-artsen te roepen: Mevrouw was ziek, gevaarlijk ziek, &rsquo;t
+ging om leven en dood.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is al voorbij&mdash;lieve vriend&mdash;hier is niets
+meer te doen, een hartverlamming, plotseling! in een oogenblik!&rdquo;
+zei de professor, toen hij Bentzen in de gang tegemoet kwam.</p>
+<p>&bdquo;Arme vriend!&rdquo; antwoordde Bentzen en drukte hartelijk
+zijn hand, &bdquo;kom ik te laat om je te helpen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och neen! ik kwam <span class="corr" id="xd20e3522" title=
+"Bron: eigelijk">eigenlijk</span> ook zelf te laat, zie je, ik lag te
+slapen; zij ging later naar bed dan ik; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3525" href="#xd20e3525" name="xd20e3525">178</a>]</span>en zoo
+stil en plotseling is alles gegaan, terwijl ze zich uitkleedde, dat ze
+al bewusteloos was en de doodstrijd al begonnen was, toen ik wakker
+werd.&rdquo;</p>
+<p>Prof. L&ouml;vdahl sprak in groote spanning en uitvoerig&mdash;als
+een moordenaar, die den indruk van vrijmoedigheid maken wil.</p>
+<p>&bdquo;Heb je haar muskus gegeven?&rdquo; vroeg Dr. Bentzen wat
+verrast, terwijl hij zich over haar boog.</p>
+<p>&bdquo;Ja, wat moest ik doen?&rdquo; antwoordde de professor met een
+gebaar van radeloosheid; &bdquo;ik was wanhopend en alleen&mdash;even
+voor je kwam greep ik wat ik bij de hand had. Maar ze was zonder
+twijfel al dood toen ik het haar in den mond goot. Ik ben altijd bang
+voor Wenche&rsquo;s hart geweest;&mdash;maar dat het zoo zou
+gaan.....&rdquo;</p>
+<p>Bentzen legde de hand op zijn schouder: &bdquo;Wees een
+man&mdash;L&ouml;vdahl&mdash;wij beiden hebben al zoo vaak zulke dingen
+zien gebeuren, dat we ons sterk moeten toonen, als de slag ons zelf
+treft. Ik zie ook, dat je kalm bent en behalve dat&mdash;je weet,
+Goddank! waar je de beste troost op den duur kunt vinden.&rdquo;</p>
+<p>De gemeentearts Bentzen vond altijd een paar vrome zinnetjes bij
+zulke gelegenheden, ofschoon zijn mond in &rsquo;t dagelijksche leven
+vol was van vloeken en minder fijne verhalen.</p>
+<p>Maar toen hij weg was, de huisdeur gesloten, het ergste verborgen en
+zijn positie gered, toen was &rsquo;t uit met Carsten L&ouml;vdahls
+zelfbeheersching; hij sloot zich op bij de doode, wierp zich neer naast
+het bed en steunde.</p>
+<p>Z&oacute;&oacute; was het dan <span class="corr" id="xd20e3541"
+title="Bron: ge&euml;ndigd">ge&euml;indigd</span>, zijn huwelijk.</p>
+<p>&rsquo;t Was voor hem &eacute;&eacute;n lange strijd geweest, waarin
+hij voortdurend verloren had&mdash;ook dezen keer.</p>
+<p>Hij had gestreden om zijn vrouw te winnen op een andere manier dan
+in verliefdheid. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3549" href=
+"#xd20e3549" name="xd20e3549">179</a>]</span></p>
+<p>Zij zou leeren hem heelemaal te waardeeren&mdash;ook zoo, dat ze
+zijn levensopvatting als de ware erkende en zich daarvoor boog.</p>
+<p>Carsten L&ouml;vdahl&rsquo;s ijdelheid was zijn karakter; alles had
+bijgedragen om die te versterken&mdash;alleen zijn vrouw wilde zich
+niet voor hem buigen.</p>
+<p>En naarmate zij in hun samenleven elkaar leerden kennen, begreep
+hij, dat de kans steeds kleiner werd, dat zij zich zou buigen in
+bewondering en des te sterker wenschte hij te overwinnen.</p>
+<p>&rsquo;t Zou toch ten slotte wel eens blijken, dat ze niets bereiken
+kon zonder hem; al haar overspannen idee&euml;n zouden eens blijken te
+zijn wat ze waren: praatjes en groote woorden.</p>
+<p>Maar toch imponeerde ze hem. Die grenzenlooze vrijmoedigheid, die
+vaste, zekere blik, dien hij op zich voelde rusten, al was ze ook aan
+het andere eind van de kamer, zoo vaak hij handig en prettig een loopje
+met de waarheid nam;&mdash;dat alles drukte en irriteerde hem, omdat
+hij haar nooit aan het wankelen kon brengen.</p>
+<p>Alleen op &eacute;en punt had hij overwonnen; dat was in den strijd
+om Abraham. Maar tegelijk was er iets bij gekomen en dat was erger dan
+al het andere en had alles vernield.</p>
+<p>Want het geheim, dat hij zijn heele leven met inspanning van alle
+kracht had verborgen was dit: hij was jaloersch,&mdash;stil, verbeten
+jaloersch. Maar zooals zijn ijdelheid nooit bleek in iets wat ook maar
+in de verste verte op pralerij geleek, zoo vertoonde de duivel van zijn
+jaloezie ook nooit zijn bokkepoot in heftigheid en overijling.</p>
+<p>Hij herinnerde zich altijd een woord, dat hij in zijn jeugd gelezen
+had: een jaloersch man is altijd belachelijk; maar &rsquo;t meeste als
+hij met een dolk komt aanloopen. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3566" href="#xd20e3566" name="xd20e3566">180</a>]</span></p>
+<p>Belachelijk te worden was voor Carsten L&ouml;vdahl het toppunt van
+menschelijke jammerlijkheid, en daarom had hij zich zelf eens voor al
+beloofd nooit met een dolk aan te komen.</p>
+<p>Dat kwam ook niet met zijn persoonlijkheid overeen; en hoe diep hij
+zich ook gekwetst kon voelen, en hoe onmiddellijk hij &rsquo;t minste
+krenkende woord opmerkte, of wanneer hij op zij gezet werd, nooit kwam
+er maar een schaduw op zijn gezicht, die iemand opmerken kon.</p>
+<p>Daarom had hij van &rsquo;t oogenblik af, dat zij getrouwd waren
+deze methode gekozen: te doen, alsof hij niets zag of begreep; hij was
+vriendelijk en voorkomend voor de jonge mannen, die zijn vrouw
+naderden, en in zijn spreken over hen vol lof&mdash;zoodat het haar
+zelf bijna verveelde.</p>
+<p>Tevens hield hij zich wat op den achtergrond; liet al het
+ridderlijke in zijn persoon goed uitkomen; hij week uit of was bij de
+hand; zoo bescheiden en trouw, dat de jonge vrouw, wier volle liefde
+hij nu eenmaal niet bezat, toch liever tot hem terugkeerde als een of
+andere verhouding haar begon te verontrusten. Ten slotte was hij het
+toch, waar ze &rsquo;t beste op vertrouwen kon.</p>
+<p>Maar telkens als hij zulk een crisis had doorgemaakt, voelde Carsten
+L&ouml;vdahl, dat het een volgenden keer moeielijker werd. Dit was ook
+een van de redenen, waarom hij de hoofdstad verlaten had. Hier in de
+kleine stad ging het beter.</p>
+<p>Wel maakte de onderdirecteur Abel zijn bezadigde strijkaadjes, en
+dat ergerde den <span class="corr" id="xd20e3580" title=
+"Bron: profossor">professor</span>; maar in werkelijkheid was dat toch
+heel onschuldig.</p>
+<p>&rsquo;t Was, alsof hij eindelijk rust zou krijgen van de slang, die
+aan zijn hart knaagde;&mdash;maar toen kwam Mordtmann. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3585" href="#xd20e3585" name=
+"xd20e3585">181</a>]</span></p>
+<p>Al van dat onzalige diner, dat <span class="corr" id="xd20e3588"
+title="Bron: profesor">professor</span> L&ouml;vdahl gegeven had, omdat
+hij vond dat het zijn plicht was, en omdat Mevrouw Wenche tot nu toe
+zoo onverholen haar onverschilligheid aan Mordtmann had
+getoond,&mdash;al van dien blik, waarme&ecirc; ze den jongen vreemde
+dankte voor zijn hulp in dat groote gesprek over de school,&mdash;van
+dat oogenblik af wist Carsten L&ouml;vdahl ook hoe het gaan
+zou,&mdash;dat wil zeggen: &rsquo;t kwam niet in hem op, dat het
+z&oacute;&oacute; zou eindigen.</p>
+<p>Maar hij voorzag een nieuwe beproeving, en volgde zijn oude methode:
+hij nam aandeelen in de fabriek &bdquo;Fortuna,&rdquo; ging in &rsquo;t
+bestuur en noodigde Mordtmann uit met zijn vriendelijksten
+glimlach.</p>
+<p>Maar hij merkte al gauw zelf, dat het niet meer zoo gemakkelijk ging
+als vroeger. &rsquo;t Werd hem bij den dag moeilijker zich te
+beheerschen. Niets ontging hem, hij wist en begreep alles; hij zag hun
+verhouding zich vestigen, groeien en groeien&mdash;lang
+v&oacute;&oacute;r en veel duidelijker dan Mevrouw Wenche het zag.</p>
+<p>En hij kookte! &rsquo;t Was hem onmogelijk langer comedie te spelen,
+terwijl zijn huis op &rsquo;t punt stond in elkaar te storten. De oude
+methode hielp niet.</p>
+<p>Hij moest ingrijpen&mdash;of tegen den een of bij de andere.</p>
+<p>Hij stampte met zijn stok op den grond op dien avond, toen Mordtmann
+naar buiten kwam met dat geheele hartstochtelijke tooneel in zijn
+gezicht geschreven, z&oacute;&oacute;, dat de professor &rsquo;t in
+&eacute;&eacute;n seconde gelezen had,&mdash;hij stampte met zijn stok
+op den grond, maar hij voelde op hetzelfde oogenblik, dat dit de
+laatste keer was dat hij het zoo kon doen.</p>
+<p>Een paar dagen had hij zoo rondgeloopen; maar vandaag was hij
+thuisgekomen om alles aan zijn vrouw te zeggen,&mdash;alles! zooals het
+van den eersten dag af was gegaan tot nu toe. Aan het verootmoedigende
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3604" href="#xd20e3604" name=
+"xd20e3604">182</a>]</span>wat daarin gelegen was dacht hij niet meer;
+hij wilde zich beklagen,&mdash;daar had hij recht toe; hij wilde haar
+tot haar plicht roepen, haar plicht, dien ze als rechtschapen vrouw
+niet kon ontkennen, waar ze zich niet aan kon onttrekken.</p>
+<p>Maar toen trof het zoo ongelukkig,&mdash;die mededeeling,
+waarme&ecirc; ze hem tegemoet kwam,&mdash;zoo onaangenaam, zoo volkomen
+onverwacht. En toen verloor hij zijn kalmte, die hij met zooveel moeite
+bewaard had; hij was heelemaal buiten zich zelf toen hij haar die
+beleediging in het gezicht slingerde.</p>
+<p>Hij had haar willen zeggen,&mdash;hij kwam om haar te zeggen, dat
+hij haar niet langer vertrouwde; dat hij was begonnen aan haar te
+twijfelen; hij wilde haar waarschuwen, haar smeeken, of haar hard
+toespreken, al naar &rsquo;t gesprek liep.</p>
+<p>Maar &rsquo;t was verre van hem geweest haar te willen beleedigen.
+Dat haar hart van hem vervreemd kon worden&mdash;dat wist hij; en dat
+was immers zijn angst; maar d&agrave;t wist hij ook, dat zoodra het
+gebeurd was en de keus met bewustheid gedaan, dan zou ze uit zich zelf
+bij hem komen en het vertellen. Dat ze ontrouw zou zijn&mdash;op andere
+wijze&mdash;dat zou hij nooit in ernst van haar denken.</p>
+<p>En allerminst op dit oogenblik, nu hij daar in zijn sombere
+gedachten verdiept zat en haar aanstaarde.</p>
+<p>Ze lag daar zoo rein, zoo stil, zoo geheel zijn meerdere na &rsquo;t
+volvoeren van haar besluit.</p>
+<p>Hij zat daar, en hij voelde, hoe ze op nieuw en nu afdoende
+overwonnen had.</p>
+<p>Want wat hem in haar oogen hoog gehouden had, was juist, dat hij
+trots alles wat zij lafheid en onwaarheid noemde, toch iets ridderlijks
+had bewaard, wat haar aantrok en waarvoor ze achting hebben kon.</p>
+<p>Maar nu had hij juist in hun laatste samenzijn het <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3622" href="#xd20e3622" name=
+"xd20e3622">183</a>]</span>slechtste, wat er in hem was, laten zien,
+zich op zijn allerleelijkst vertoond&mdash;en met dat beeld was zij
+heengegaan.</p>
+<p>Hij kwam daartegen op met de diepste verbittering; zijn liefde voor
+haar was voor &rsquo;t grootste gedeelte een brandende lust geweest om
+haar tot eerbiedige bewondering te brengen,&mdash;eerst dan was ook hij
+bereid tot bewonderen.</p>
+<p>Nu was hij onverbiddelijk geslagen, ze had hem volkomen veracht, had
+hem den rug toegekeerd en was heengegaan.</p>
+<p>Al zijn smart en teleurstelling, heel het overschot van zijn liefde,
+dat nog niet door zijn ijdelheid verslonden was, werd op dit oogenblik
+in haat tegen Mordtmann omgezet; dat zou voortaan zijn levensdoel zijn,
+hem op de knie&euml;n te dwingen, zich zelf en zijn nederlaag te
+wreken; iets anders bestond niet meer voor hem.</p>
+<p>Maar hij had Abraham vergeten, Abraham was er immers nog, haar zoon;
+en bij die gedachte werd zijn bitterheid iets verzacht. Hem zou hij
+toch tot bewondering kunnen dwingen; hij zou de liefde die <span class=
+"corr" id="xd20e3633" title="Bron: zij">zijn</span> vader hem aanbood,
+met dank en wederliefde aannemen, hij zou hem liefhebben, zooals
+Carsten L&ouml;vdahl bemind wilde worden.</p>
+<p>Hij zou Abraham helpen zijn verdriet te dragen,&mdash;hij zou mogen
+treuren; maar tevens wilde hij hem ontwikkelen en vormen naar zijn
+beeld, hem zoo ver, zoo hoog brengen&mdash;z&oacute;&oacute; hoog als
+zijn liefde groot was. Dan zou de zoon hem ten minste schenken, wat hij
+van de moeder nooit had kunnen verkrijgen.</p>
+<p>De professor nam de lamp, om Abraham te wekken, en hem zoo
+voorzichtig mogelijk te zeggen, dat hij zijn moeder verloren had.</p>
+<p>De dienstmeisjes waren niet weer naar bed gegaan; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3642" href="#xd20e3642" name=
+"xd20e3642">184</a>]</span>ze wachtten met ongeduld, dat de dag zou
+aanbreken zoodat ze naar buiten konden komen en &rsquo;t nieuws
+vertellen; onderwijl maakten zij den kachel aan en kookten koffie.</p>
+<p>Abraham had in den slaap gemerkt, dat de kachel in zijn kamer was
+aangelegd, en daarom had hij den indruk, dat het tijd werd om naar
+school te gaan.</p>
+<p>Toen hij nu door zijn vader gewekt werd, ging hij met een ruk
+overeind zitten en meende, dat hij zich verslapen had.</p>
+<p>&bdquo;Is het al acht uur!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen&mdash;mijn jongen!&mdash;&rsquo;t is nog pas zes uur;
+maar ik maak je wakker, omdat ik iets heel treurigs te zeggen
+heb.&mdash;Je moet sterk zijn&mdash;Abraham!&mdash;en God bidden je
+kracht te geven; want we hebben van nacht allebei een groot verlies
+geleden. Je Moeder is plotseling ziek geworden&mdash;&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is Moeder dood?&rdquo; riep Abraham wanhopend en greep zich
+aan zijn vader vast.</p>
+<p>&bdquo;Kalm nu, mijn jongen! je ziet, dat ik ook kalm ben; je moet
+het dragen als een man, hoe jong je ook bent. Och&mdash;Ja! Onze lieve
+Heer heeft ons beiden een zware beproeving opgelegd; je moeder werd
+vannacht plotseling ziek. &rsquo;t Was een beroerte, die geen
+menschenmacht voorkomen of genezen kon, en nu&mdash;nu heeft zij het
+goed en wij beiden zijn alleen.&rdquo;</p>
+<p>Abraham was nog niet recht helder; hij greep haastig naar zijn
+kleeren in een vage behoefte om op te staan en bij zijn moeder te
+komen.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen, Abraham, blijf nu stil liggen! &rsquo;t is nog
+zoo vroeg, en je zult nog tijd genoeg hebben om te treuren,
+stakker!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar Vader, Vader! Is &rsquo;t wel zeker waar?&rdquo; Abraham
+barstte uit in luid en heftig schreien en wierp zich in de kussens.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3663" href="#xd20e3663" name=
+"xd20e3663">185</a>]</span></p>
+<p>Lang zat de vader aan &rsquo;t bed en streelde zijn hoofd. Maar toen
+het schreien langzamerhand wat bedaarde, stond hij op:</p>
+<p>&bdquo;Blijf nu liggen tot het licht wordt&mdash;Abraham&mdash;of
+zoo lang je wilt. Je hoeft niet naar school te gaan in deze dagen; ik
+kom gauw weer bij je.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was zoo wonderlijk, zoo onmogelijk om te begrijpen, dat
+Moeder dood was, onherroepelijk dood en weg, &bdquo;dood,&rdquo;
+herhaalde hij halfluid in zich zelf.</p>
+<p>Hij zat overeind in het bed en staarde naar het roode punt in de
+deur van den kachel, tot de tranen hem weer te machtig werden, en hij
+ging weer liggen en schreide; hij hoefde niet naar school, dat was maar
+goed ook; hij schreide tot hij in slaap viel en hij sliep lang.</p>
+<p>Telkens als hij bijna wakker werd, kwam het hem voor, alsof hem iets
+heel akeligs wachtte; maar hij hoefde niet naar school en hij zette het
+van zich af.</p>
+<p>Zoodoende stond hij niet op voor elf uur. Zijn ontbijt was in zijn
+kamer gezet, terwijl hij sliep; maar hij kon niet eten; hij was als
+half bedwelmd.</p>
+<p>Abraham kwam eindelijk uit zijn kamer en wilde over de smalle gang
+naar de kamer van zijn ouders gaan,&mdash;maar de deur was afgesloten,
+zoodat hij door den keuken gaan moest.</p>
+<p>Daar verbaasde het hem eerst de kookvrouw te vinden, die gewoonlijk
+kwam als er een diner of souper gegeven werd. Ze was bezig met vleesch
+te schrappen en op het fornuis stond een groote pan soep te koken.</p>
+<p>Abraham ging de huiskamer binnen om in de slaapkamer te komen. In de
+kamers zag hij Mevrouw Bentzen en verscheiden andere dames, die hij
+kende. Ze waren allen in &rsquo;t zwart, en over de tafels en stoelen
+lag veel wit goed. Overal rook het naar muskus. Niets <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3683" href="#xd20e3683" name=
+"xd20e3683">186</a>]</span>drong helder tot hem door,
+v&oacute;&oacute;r hij bij zijn moeders bed stond.</p>
+<p>Daar lag zij: nu zag hij het.</p>
+<p>&bdquo;Moeder,&rdquo; zei hij heel zacht; &bdquo;Moeder!&rdquo; riep
+hij wat harder.</p>
+<p>Toen was het alsof hij stikken zou. Op eens begreep hij den
+onverbiddelijken dood. Hij kon niet schreien.</p>
+<p>Zijn vader kwam zachtjes binnen, en sprak vriendelijk tot hem.
+&bdquo;Wij beiden, Abraham, moeten ons bij elkaar aansluiten. Zij heeft
+uitgestreden. Zie maar, hoe rustig zij daar ligt.&rdquo;</p>
+<p>Daarop nam hij hem voorzichtig me&ecirc; uit de slaapkamer.</p>
+<p>Er was een liefderijke stemming en een stille gedempte drukte in
+huis. De witte gordijnen moesten hoe eer hoe beter voor de vensters
+gehangen worden<a class="noteref" id="xd20e3697src" href="#xd20e3697"
+name="xd20e3697src">1</a>, en &rsquo;t huis was groot, met veel
+vensters aan de straat.</p>
+<p>Alleen in de spreekkamer van den professor mocht niemand komen. Daar
+zocht Abraham zijn toevlucht.</p>
+<p>Zijn vader zat telegrammen te schrijven, hield nu en dan op en
+zuchtte. Abraham keek naar buiten op de plaats, waar de herfstdag
+gelijkmatig troosteloos neerzeeg.</p>
+<p>De professor werd gestoord door een bleeken, zachtmoedigen man, dien
+Abraham kende als den aanspreker; en terwijl ze samen spraken, sloop
+hij weer naar de slaapkamer.</p>
+<p>Daar zat hij en staarde zijn moeder aan; hij schreide bijna niet,
+staarde maar als verlamd naar die bekende trekken, die hij maar niet in
+beweging kon <span class="pagenum">[<a id="xd20e3708" href="#xd20e3708"
+name="xd20e3708">187</a>]</span>brengen. Zouden de anderen zich toch
+niet kunnen vergissen? Stel je voor! Als zij zich nu eens naar hem
+toekeerde en zei: &bdquo;Abbylief, ik ben niet dood.&rdquo;</p>
+<p>Zijn vader kwam weer binnen en vond hem daar; hij sprak wat met hem
+en bracht hem zachtjes de kamer uit.</p>
+<p>De professor sprak fluisterend in &rsquo;t voorbijgaan een paar
+woorden met het mooie vrouwtje van den commissaris van politie; en kort
+daarna vroeg ze hem&mdash;&rsquo;t moest van zelf heeten, maar Abraham
+begreep het best:&mdash;</p>
+<p>&bdquo;Toe, kom eens hier en houd de trap vast, Abraham! en geef mij
+de spelden &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n aan, wil
+je?&rdquo;</p>
+<p>Zij stond op de trap en was met de gordijnen bezig.</p>
+<p>Abraham ging naar haar toe en hielp haar. De dames hielden hem om
+strijd bezig en overstelpten hem met lof, omdat hij zoo flink en handig
+was. En zoo ging de dag voorbij tot etenstijd.</p>
+<p>Toen begreep Abraham ook waarom de kookvrouw er was. Want in de
+groote kamer was een lange tafel gedekt; al de behulpzame dames zouden
+daar eten.</p>
+<p>Abraham ging op zijn gewone plaats zitten: maar toen hij de oogen
+opsloeg en zag, dat Mevrouw Bentzen naast hem zat voor de soepterrine
+en soep opschepte, barstte hij plotseling in luid schreien uit en moest
+van tafel worden weggebracht.</p>
+<p>En eerst toen voelde hij heel zijn verdriet voluit. &rsquo;t Kwam
+over hem als een stortvloed: het grootst en bitterst verdriet, waarvoor
+geen troost te vinden is in z&oacute;&oacute;&rsquo;n jong
+hart;&mdash;het overstelpend kinderverdriet, waarvan de <span class=
+"corr" id="xd20e3727" title="Bron: volwassennen">volwassenen</span>
+meenen, dat &rsquo;t zoo gauw voorbijgaat, omdat er zooveel over
+h&eacute;en groeit.</p>
+<p>Met een doordringende bitterheid, zooals geen ander verdriet heeft,
+boort dit zich diep in den bodem van <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e3732" href="#xd20e3732" name="xd20e3732">188</a>]</span>het hart;
+en alles, wat daar later kan opgroeien, dat alles wortelt in die
+heilige smart.</p>
+<p>&rsquo;t Leven en de tijd kunnen later wel buigen en wijzigen; maar
+een gemeenschappelijke stempel, een gemeenschappelijke pijnlijke plek
+zal er altijd zijn voor hen, die de eigenschap kregen, dat zij
+begrijpen en lijden kunnen, en dan dadelijk moeten beginnen met het
+allergrootst verlies&mdash;het eenige, dat nooit vergoed kan
+worden.</p>
+<div class="figure xd20e3737width"><img src="images/o188.png" alt=
+"Ornament." width="147" height="98"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e3741" href="#xd20e3741" name=
+"xd20e3741">189</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3697" href="#xd20e3697src" name="xd20e3697">1</a></span> Bij een
+sterfgeval worden in &rsquo;t Noorden witte gordijnen voor de vensters
+gehangen.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="figure"><img src="images/o112.png" alt=
+"Dertiende hoofdstuk." width="462" height="134"></div>
+<h2 id="xd20e3743" class="main">Dertiende hoofdstuk.</h2>
+<p class="xd20e148"><span class="xd20e148init">D</span>e winter ging
+stil voorbij voor Abraham. Hij treurde en miste zijn moeder zoo
+smartelijk in het begin en zat menig avond in den hoek bij den kachel
+te schreien in de leege kamer.</p>
+<p>Maar zijn vader hield zich op allerlei manieren met hem bezig, en
+wandelde met hem, en liet hem zoo dikwijls hij lust had Broch en andere
+vrienden bij zich vragen.</p>
+<p>Alle menschen trouwens hielden zich met hem bezig; de heele stad
+stroomde over van medelijden met den armen moederlooze; ofschoon toch
+de meesten in hun hart dachten en in vertrouwelijke oogenblikken
+zeiden, dat &rsquo;t misschien beter was zulk een moeder als Mevrouw
+Wenche niet te hebben.</p>
+<p>Haar plotselinge dood werd een treffend voorbeeld voor de gemeente;
+en velen, die in lang niet in de kerk geweest waren, kwamen nu opdagen
+om den predikant te hooren preeken over de onboetvaardigen, die door
+den dood te midden van hun zonde en weerbarstigheid overvallen worden.
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3753" href="#xd20e3753" name=
+"xd20e3753">190</a>]</span></p>
+<p>Prof. L&ouml;vdahl zat in zijn bank daarnaar te luisteren met die
+mooie, droevige uitdrukking op zijn gezicht en gevouwen handen. Abraham
+zat er ook en boog zijn hoofd, zoodat hij al die oogen niet ontmoette,
+die op hem gericht werden.</p>
+<p>Hij wist niet, wat hij van zijn moeder denken moest.</p>
+<p>Maar een indruk, die meer en meer opdook, was de gedachte, dat ze
+dus nu niet bij hem binnen zou komen op den morgen van zijn
+bevestiging, om hem in &rsquo;t verhoor te nemen.</p>
+<p>Hij zag &rsquo;t zoo duidelijk voor zich, hoe ze de deur in zou
+komen, met die oogen, waaraan geen ontkomen was. En wat moest hij
+antwoorden? Nu was die zorg voorbij; hij schaamde er zich over, dat
+&rsquo;t hem een verlichting was als hij daaraan dacht. En toch was het
+zoo.</p>
+<p>De professor, die vroeger ook al bemind was, werd van nu af aan
+eenvoudig aangebeden. Van mond tot mond gingen de uitvoerige verhalen
+van dien vreeselijken nacht, toen hij wakker werd en zijn vrouw
+stervend vond, en allen waren gesticht door er op te letten hoe manlijk
+hij zijn verdriet droeg en hoe mooi het was, zooals hij zijn troost in
+den godsdienst zocht.</p>
+<p>Maar die laatste avond van Mevrouw Wenche werd nauwkeurig
+onderzocht; waar was zij geweest?</p>
+<p>De vrouw van den commissaris van politie kon al spoedig inlichtingen
+geven: zij was bij Mordtmann geweest,&mdash;wel maar heel kort, maar
+tien minuten worden al gauw twintig als ze wat gerekt worden. En dan
+ook&mdash;in korten tijd kan veel worden afgesproken. Mordtmann was
+dien zelfden avond naar Bergen vertrokken.</p>
+<p>De vraag&mdash;de vraag waar alles op neer kwam&mdash;was nu:
+&bdquo;Waar was Mevrouw Wenche geweest van <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3771" href="#xd20e3771" name=
+"xd20e3771">191</a>]</span>even over negenen tot over
+elven?&rdquo;&mdash;Zie&mdash;d&agrave;t was het ergste: de boot naar
+Bergen ging eerst te middernacht.</p>
+<p>Maar toen moesten Mevrouw With &egrave;n Mevrouw Bentzen beiden
+bekennen, dat ze wisten&mdash;en heel, heel zeker wisten, want zij
+hadden beiden ge&iuml;nformeerd, dat Mevrouw Wenche den avond had
+doorgebracht bij die zoogenaamde Mevrouw Gottwald, waar ze nu en dan
+een visite maakte&mdash;Mevrouw Wenche bemoeide zich nu altijd &rsquo;t
+liefst met menschen, waar een steekje aan los was. Dit bedierf de
+combinaties van de vrouw van den commissaris van politie en maakte een
+eind aan de onderzoekingen. Mevrouw Gottwald had er zelfs bijgevoegd,
+dat Mevrouw L&ouml;vdahl zich dien heelen avond heel onwel gevoeld
+had.</p>
+<p>Laat op dien avond was Mevrouw <span class="corr" id="xd20e3777"
+title="Bron: Gotwald">Gottwald</span> bij kleine Marius op het kerkhof
+geweest en toen ze naar de stad terug ging, zag zij Mevrouw Wenche bij
+den lantaarn, met een gezicht, dat zij nooit vergeten zou.</p>
+<p>Toen nu de geruchten begonnen te loopen, reeds op den volgenden dag,
+was er iets in Mevrouw Gottwald, dat alles begreep of vermoedde en zij
+zond dien kleinen leugen van haar winkel uit.</p>
+<p>Was niet Mevrouw Wenche de eenige geweest, die haar met eerlijke
+vriendelijkheid was te gemoet gekomen, zoodat die haar nooit drukte. En
+behalve dat was ze immers <span class="corr" id="xd20e3784" title=
+"Bron: Abahams">Abrahams</span> moeder.</p>
+<p>Dat geen gerucht van den waren toedracht van de zaak opdook, was
+alleen doordat niemand op die gedachte kwam. En door de volkomen
+zekerheid van den professor, Dr. Bentzen, de dienstmeisjes en Mevrouw
+Gottwald bleef er geen reden tot twijfel over.</p>
+<p>Anders zou het immers een feest geweest zijn voor <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3791" href="#xd20e3791" name=
+"xd20e3791">192</a>]</span>al die vrome harten en vlugge, onvervaarde
+tongen, om alles&mdash;wat dan ook! op het hoofd van die ongeloovige te
+laden&mdash;zij, die zich met vrijdenkers ophield en nooit naar de kerk
+ging.</p>
+<p>Maar&mdash;Goddank! er was nog genoeg op haar te zeggen; en Mevrouw
+Wenche kreeg een lang grafschrift, waarin niets vergeten werd.</p>
+<p>Dit alles vervulde zoozeer den atmosfeer in de stad, dat &rsquo;t
+niet anders kon dan dat Abraham het dikwijls merken moest. Hij werd
+bang om den naam van zijn moeder te noemen en dat werkte storend op
+zijn verdriet,&mdash;vooral in dezen tijd, nu hij voor zijn aanneming
+werd voorbereid en twee keer in de week, behalve des Zondags,
+godsdienstonderwijs ontving.</p>
+<p>Hij was nu volkomen veranderd. En zelfs de rector moest toegeven,
+dat Abraham L&ouml;vdahl een leerling was, waar de school op alle
+manieren trotsch op wezen kon. Hij legde toen zijn tegenzin tegenover
+hem geheel af; en alle leeraren hadden al lang die geschiedenis met
+kleine Marius vergeten. Vlijtig en onderdanig sloop hij door de school
+naast Hans Egede Broch, en velen begonnen hem voor even knap te
+houden.</p>
+<p>Alleen onder de meest vertrouwde vrienden was hij de oude&mdash;ja,
+erger dan vroeger; en er gingen niet veel weken na zijn moeders dood
+voorbij, v&oacute;or hij weer het middenpunt in hun kring was.</p>
+<p>Allen waren over hem tevreden; maar de proost vooral! Was hij
+begonnen met wat antipathie tegenover dezen jongen man, dan was die nu
+overgegaan in de sterkste voorliefde.</p>
+<p>Dat was juist een jongen naar zijn zin: stil, bescheiden, en
+welgemanierd, ver in zijn kennis van &rsquo;t Christendom als maar
+weinig anderen en daarenboven nog bezat hij een zeldzaam vermogen om
+een redeneering te volgen. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3806"
+href="#xd20e3806" name="xd20e3806">193</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Hij moet absoluut in de theologie studeeren; hij heeft een
+buitengewoon helder hoofd,&rdquo; zei de proost vaak tegen den
+professor.</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat moet nu maar gaan zooals de Heer wil,&rdquo;
+antwoordde de professor. Hij vond&mdash;eerlijk gezegd&mdash;niet, dat
+de theologische studie iets voor zijn zoon was.</p>
+<p>Maar de proost was z&oacute;&oacute; met Abraham ingenomen, dat hij
+hem boeken leende en hem zelfs op een avond vroeg.</p>
+<p>&rsquo;t Was met een wonderlijk gevoel, dat Abraham dat huis betrad,
+dat voor nog geen twee jaar het doel van zijn liefste wenschen omsloot,
+en waarheen hij zooveel liefdeblikken had opgezonden.</p>
+<p>Er was nog een heele schaar ongetrouwde dochters; zijn vroegere
+geliefde was op een na de oudste en was een jaar geleden met haar
+telegrafist getrouwd.</p>
+<p>Abraham zag haar terug met bruine vlammen in het gezicht en met een
+treurig figuur.</p>
+<p>Zijn droomenpaleis stortte ineen. Die ridderlijke tijd met den
+trouwen kleinen Marius aan zijn arm werd iets belachelijks, iets om
+zich over te schamen; en den volgenden dag lag Hans Egede Broch weer
+slap van lachen, toen Abraham een verhaal deed van den avond bij den
+proost en voorstellingen gaf van zijn vroegere liefde.</p>
+<p>Intusschen kwam Paschen en de dag van &rsquo;t bevestigen al nader.
+Abraham zag vreeselijk tegen dien dag op, als tegen iets onaangenaams,
+dat nu eenmaal moest worden doorgemaakt; maar wat toch later nuttig
+werken zou.</p>
+<p>De professor nam de bevestiging van zijn zoon heel ernstig op.</p>
+<p>In het eenzame huis met die vele gedachten en herinneringen,
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3828" href="#xd20e3828" name=
+"xd20e3828">194</a>]</span>die hem kwelden, kreeg hij lust zich te
+troosten en zijn zoon zoo gauw mogelijk volwassen te laten worden. Een
+kamer op de bovenste verdieping, met een alcoof werd gemeubileerd en
+voor Abraham ingericht, en zijn vader wilde volstrekt, dat hij in een
+rok naar de kerk zou gaan.</p>
+<p>Dat was geen gebruik meer. De aannemelingen waren nu zoo jong en
+klein, dat ze altijd in een buisje of kort jasje gingen. Abraham
+stribbelde zoo lang mogelijk tegen, omdat hij er zich voor
+schaamde.</p>
+<p>Maar de professor hield hem voor, dat hij immers ouder was dan de
+gewone aannemelingen en bovendien zooveel meer ontwikkeld en
+volwassen.</p>
+<p>Toen gaf Abraham toe; eigenlijk wilde hij ook wel graag een rok
+hebben; bovendien zou hij een <span class="corr" id="xd20e3836" title=
+"Bron: goud">gouden</span> horloge met ketting krijgen, en de professor
+dacht er over hem spoedig verlof te geven om thuis te rooken.</p>
+<p>Maar op den morgen van den bevestigingsdag zelf, onmiddellijk
+v&oacute;&oacute;r hij wakker werd, droomde Abraham, dat de deur
+openging en zijn moeder binnenkwam heel anders dan hij zich zoo vaak
+had voorgesteld.</p>
+<p>Hij stond op, verlegen, angstig. In de kerk luidden de
+klokken&mdash;voor &rsquo;t eerst. Nu moest hij er heen, vooraan in de
+rij staan, zoodat de heele gemeente hem zien kon en die gelofte
+afleggen. En de oogen van zijn moeder, die oogen, die dwars door hem
+heen gingen, die hem volgden; hij voelde ze. Zij was gekomen om zijn
+oprechten biecht te hooren.</p>
+<p>Kon hij heengaan en die gelofte afleggen?</p>
+<p>De rok, waar hij zich op verheugd had, en die zoo mooi en nieuw was
+met het zijden gaas in de achterpanden, hinderde hem nu; hij legde die
+ter zijde.</p>
+<p>Hij was aan &rsquo;t denken geraakt over al den ernst, die
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e3849" href="#xd20e3849" name=
+"xd20e3849">195</a>]</span>eigenlijk aan dezen dag besteed was. Hoe was
+het nu met hem gegaan? Was hij behoorlijk voorbereid&mdash;of stond het
+op zijn voorhoofd geschreven, dat hij een onwaardige was? een
+huichelaar en leugenaar, zou zijn moeder gezegd hebben.</p>
+<p>De proost had hen allen zoo innig vermaand gisterenmiddag, toen zij
+het geld brachten, om zich zelf ernstig te beproeven en zich voor te
+bereiden om voor het aangezicht des Heeren te treden.</p>
+<p>Abraham nam zijn nieuwe Testament en ging zitten lezen. Hij was zoo
+onder den indruk, dat hij klappertandde.</p>
+<p>Daar hoorde hij zijn vader uit zijn kamer komen.</p>
+<p>Abraham sprong op en trok zijn rok aan.</p>
+<p>De professor kwam binnen, geheel gekleed, met een breede witte das
+aan en zijn drie ridderorden in groot formaat. Niemand in de stad had
+er zoo veel:</p>
+<p>&bdquo;Goeden morgen, mijn jongen. De Heer zegene dezen dag voor
+je.&rdquo;</p>
+<p>Daarop reikte hij hem een groot etui over, dat Abraham niet durfde
+opendoen.</p>
+<p>&bdquo;Doe &rsquo;t maar open. En doe aan wat er in zit. &rsquo;t Is
+je horloge, voor je aanneming.&rdquo;</p>
+<p>Abraham deed het open; er lag een gouden horloge in, met ketting en
+medaillon; hij deed nu ook dit open; maar maakte op &rsquo;t zelfde
+oogenblik een onwillekeurige beweging.</p>
+<p>Daar waren die doordringende oogen, die hem sinds zijn droom van
+dien morgen vervolgden.</p>
+<p>&bdquo;Dat is van je moeder zaliger,&rdquo; zei de professor
+aangedaan en drukte hem aan zijn borst.</p>
+<p>Abraham dankte hem stamelend en maakte het horloge vast. Nu stond de
+rok ook beter; hij was lang en slank geworden; maar het gezicht was nog
+in de <span class="pagenum">[<a id="xd20e3876" href="#xd20e3876" name=
+"xd20e3876">196</a>]</span>overgangsperiode, de neus te groot, en de
+huid niet zuiver.</p>
+<p>De professor zag hem intusschen met trots aan, en toen hij het
+nieuwe Testament opengeslagen op tafel zag liggen, klopte hij zijn zoon
+op den schouder:</p>
+<p>&bdquo;Dat is goed! Ik zie dat je het ernstig opneemt,
+Abraham.&rdquo;</p>
+<p>Paschen viel in de eerste helft van April; en &rsquo;t was toen de
+eerste zonnige dag, die wat warm was. De heele stad was op de been, de
+kerk vol, en velen stonden buiten om de aannemelingen te zien
+aankomen.</p>
+<p>Enkele moedige winkeljongens traden reeds op in geheel licht grijze
+zomerpakken met ronde gebogen mouwen en verbazend wijde broeken, die
+bij de laarzen nauw toeliepen; maar dat was al te vroeg, &rsquo;t was
+nog ijskoud in de schaduw.</p>
+<p>Op de plaats v&oacute;&oacute;r de kerk kwamen de aannemelingen
+bijeen uit alle straten; eerst de hoofdpersoon, dan de ouders en een
+paar broers of zusters.</p>
+<p>De meisjes met natte gladgekamde haren, met dunne, blonde vlechten
+in den nek, lange grijze of zwarte omslagdoeken schuin omgeslagen met
+de punt heel tot aan den rand van de jurk neerhangend, met smalle
+schouders en weinig rokken aan, alsof ze uit het water waren opgehaald.
+Een paar uit de hoogere standen kwamen in een rijtuig en hadden een
+Weener shawl om.</p>
+<p>Maar waren de meisjes klein en dun, de jongens waren nog kleiner;
+met buisjes en jasjes, waar de onmogelijkste plooien in zaten van
+achteren en van voren, met groote mutsen, die hun over de ooren hingen,
+alsof ze op &rsquo;t punt waren als dompers neer te vallen.</p>
+<p>Met de handen over &rsquo;t gezangboek gevouwen en <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3895" href="#xd20e3895" name=
+"xd20e3895">197</a>]</span>de oogen stijf op de nieuwe laarzen gericht,
+liepen ze zoo zachtmoedig en godvreezend naar de kerk, alsof &rsquo;t
+voor hen maar een kleinigheid was den duivel en al zijn daden en heel
+zijn wezen te verzaken.</p>
+<p>Maar het was maar goed, dat al hun goed op den groei gemaakt was,
+want al den volgenden dag waren &rsquo;t heel andere kerels. En als men
+niet juist in de kerk geweest was en den proost had hooren verklaren,
+welk een diepe en ernstige verandering er door den heiligen geest in
+hen had plaats gehad, zou men die zachtmoedige en godvreezende
+jongelingen moeilijk herkend hebben in die bende halfdronken jongens,
+die den dag daarna de straten vulde,&mdash;trotsch en triomfeerend,
+omdat ze door &rsquo;t oog van den naald gekropen waren en de pacht
+door den doop bevestigd hadden.</p>
+<p>Er ging een gemompel door de menigte buiten en in de kerk, toen
+Professor L&ouml;vdahl met zijn zoon aankwam. Dat stond ook heel anders
+dan al die kleine zachtmoedigen met hun buisjes aan. Abraham was bijna
+even groot als zijn vader, en dat mooie, licht grijzende hoofd en die
+drie ridderorden in groot formaat straalden uit over de gemeente.</p>
+<p>De heilige handeling begon. Abraham stond bovenaan, het dichtst bij
+het koor. Een enkelen keer zag hij op, maar ontmoette
+z&oacute;&oacute;veel blikken, dat hij dadelijk weer het hoofd boog als
+de anderen.</p>
+<p>Zij, die bovenaan stonden aan den kant van de meisjes, zagen
+doodsbleek en waren op &rsquo;t punt van neer te zijgen van angst, dat
+ze niet zouden kunnen antwoorden op de vragen van den proost. De eene
+mompelde &rsquo;t antwoord op de groote &bdquo;watervraag&rdquo; en de
+ander worstelde wanhopend met het derde artikel, <span class="corr" id=
+"xd20e3906" title="Bron: waarm&ecirc;e">waarme&ecirc;</span> ze in de
+war gekomen was.</p>
+<p>Aan beide kanten was er spanning; maar een en <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3911" href="#xd20e3911" name=
+"xd20e3911">198</a>]</span>ander van de godvruchtige jongelingen dacht
+ook wel: &bdquo;Het kan mij niet schelen hoe het verder gaat, ik sta al
+vast hier.&rdquo;</p>
+<p>Abraham was niet bizonder bang voor het vragen zelf, toch voelde hij
+zich sterk beklemd.</p>
+<p>Zij lieten hem niet los, de oogen uit den droom, hij stond te beven
+en het was hem geen troost langs de rijen naar de anderen te zien.</p>
+<p>Als nu eens een stem&mdash;b.v. een stem als die van zijn moeder,
+plotseling door dit heele spiegelgevecht heenklonk, alles bij den naam
+noemde, de comedie blootlegde, die zij allen met elkaar
+speelden;&mdash;of hem noemde, hem die daar bovenaan stond&mdash;op het
+punt van te liegen? Was hij dan de eenige leugenaar, de eenige
+huichelaar onder enkel oprechten?</p>
+<p>Hij dacht aan dezen en genen in de rij van de jongens en aan vele
+anderen; de ergste kon hij niet wezen; maar toch was alles in hem
+pijnlijk in oproer, en hij begreep niets van de gezangen, die hij
+mee-zong. Maar nu kwam de proost langzaam uit het koor om met het
+ondervragen te beginnen. Zijn gezicht was ernstig en nadenkend, terwijl
+hij nog onder het loopen een blik in zijn altaarboek wierp, waarin
+losse bladen geplakt waren met namen en getallen.</p>
+<p>Het was ook geen kleinigheid, het overhooren zoo te regelen, dat
+ieder zijn vraag kreeg, zonder dat iemand in de gemeente, of de
+kapelaan in de predikantenbank al te groote sprongen merkte.</p>
+<p>Maar toen hij voor Abraham stond, helderde zijn gezicht op; hier
+behoefde hij in ieder geval niet bang te zijn om te vragen naar wat dan
+ook; en hij koos daarom wat hem het eerst inviel.</p>
+<p>&bdquo;In welken persoon in God gelooft gij, mijn waarde Abraham
+L&ouml;vdahl, volgens het tweede artikel?&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3927" href="#xd20e3927" name=
+"xd20e3927">199</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;In den zoon Jezus Christus<span class="corr" id="xd20e3930"
+title="Niet in bron">,</span>&rdquo; antwoordde Abraham, zeker van zijn
+zaak.</p>
+<p>Toen de proost hem naderde beefde hij over het heele lichaam, maar
+zoodra de eerste vraag kwam richtte hij zich dadelijk op. De
+dagelijksche oefening in het ondervraagd-worden ontnam aan dit
+oogenblik al het plechtige, wat hem zoo juist bijna overweldigd had.
+Van nu af aan antwoordde hij vlug en duidelijk met de oogen op den
+proost gericht.</p>
+<p>&bdquo;Is het van groot gewicht Christus te kennen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, er is geen verlossing in iets anders, want er is ook geen
+andere naam onder den hemel aan de menschen gegeven door welke wij
+verlost kunnen worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeft Christus niet alle menschen verlost?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, Hij gaf zich zelf tot verlossing en schulddelging voor
+allen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar worden dan niet velen verdoemd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja voorwaar,&rdquo; antwoordde Abraham flauw, en zijn oogen
+gleden neer langs de plooien van de lange toga van den proost.</p>
+<p>&bdquo;Maar wat is dan de oorzaak van hun verdoemenis?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hun eigen onboetvaardigheid en ongeloof.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeer juist, mijn jongen vriend; dat is hun eigen
+onboetvaardigheid en ongeloof,&rdquo; herhaalde de proost tevreden; hij
+wilde nu het leerboek verlaten en een van zijn theologische uitstapjes
+ondernemen om recht met zijn beste aannemeling te schitteren:
+&bdquo;Blijkt eens menschen ongeloof altijd in booze, goddelooze
+handelingen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&mdash;niet altijd,&rdquo; antwoordde Abraham zonder op
+te zien.</p>
+<p>&bdquo;Niet altijd, dat is waar,&rdquo; herhaalde de proost en liet
+zijn oogen over de gemeente glijden om te genieten <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3958" href="#xd20e3958" name=
+"xd20e3958">200</a>]</span>van de bewondering, die zijn lieveling
+wekken moest.</p>
+<p>Maar de proost schrikte; het was ademloos stil in de kerk, allen
+rekten de halzen uit en zagen Abraham aan, maar niet met bewondering,
+het was eerder een boosaardige, wreede nieuwsgierigheid.</p>
+<p>En op eens ging den proost een licht op; daar zat nu de heele
+gemeente en meende, dat hij met de vragen aan Abraham op diens moeder
+doelde.</p>
+<p>De proost zag in zijn eersten schrik naar den professor en toen naar
+Abraham; zij ook geloofden het allebei. Professor L&ouml;vdahl hield
+zijn oogen stijf op den proost gericht en Abraham was als het ware in
+&eacute;&eacute;n gezonken; hij verborg zijn gezicht in zijn zakdoek en
+zag er uit, alsof hij in den grond wilde kruipen.</p>
+<p>De proost kwam z&oacute;&oacute; in de war en was z&oacute;&oacute;
+ongelukkig over zijn misgreep, dat hij heelemaal niet meer wist hoe hij
+het had. Men zou niets kunnen bedenken dat minder op hem leek, niets
+dat minder in zijn bedoeling kon liggen, dan onaangenaam of hinderlijk
+te zijn voor zijn lieveling&mdash;en dat nog wel voor den zoon van
+Professor L&ouml;vdahl.</p>
+<p>In zijn verwarring wist hij niet beter te doen dan zijn hand op
+Abrahams schouder te leggen en een lofrede op hem te beginnen.</p>
+<p>&bdquo;Het is mij een genoegen, ja een vreugd voor mijn hart
+geweest,&rdquo; zei hij met warmte, &bdquo;U, mijn lieve Abraham
+L&ouml;vdahl, voor de heilige handeling van dezen dag voor te
+bereiden.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e3974" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zelden heb ik een jongeling ontmoet, die
+z&oacute;&oacute; begaafd was, zoo heerlijk toegerust met de beste
+eigenschappen van hoofd en hart en ziel. En nu gij als volwassen lid
+van de gemeente toetreedt, hoop en vertrouw ik zeker, dat gij ons
+ouderen tot vreugde en stichting zult worden en voor de jongeren een
+goed en navolgingswaardig voorbeeld.&rdquo;&mdash; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e3977" href="#xd20e3977" name=
+"xd20e3977">201</a>]</span></p>
+<p>Dit nu was iets volstrekt ongehoords! De kapelaan, Pastor Martens,
+grinnikte wat achter het groene gordijn in de predikanten-bank, en de
+geheele gemeente luisterde aandachtig. Maar de vele oogen, die op
+Abraham gericht waren, werden toch zachter hierna. Het deed hun allen
+goed uit den mond van den proost te hooren, dat er nog hoop was dezen
+zoon van de verloren moeder te redden.</p>
+<p>Zelf wist hij niet hoe hij zich houden moest. Waarom moest hij
+geprezen worden boven alle anderen? Dit kon nooit goed gaan! De proost
+veegde zijn voorhoofd af en ging verder langs de rijen. Zijn eerste
+tegenspoed maakte hun dubbel attent, en het overhooren ging
+schitterender dan ooit.</p>
+<p>De kapelaan boog zich voorover en hoorde met stijgende verbazing de
+goede antwoorden van de onmogelijkste idioten, die hij zelf had
+opgegeven, maar hij viel bijna achterover in zijn bank, toen Osmund
+Asbj&ouml;rnsen Sauamyren in zijn zingend boerendialekt zijn stem
+verhief en zijn groote bravouraria over de genademiddelen des
+Evangelies voordroeg.</p>
+<p>Het duurde eindeloos lang, eer de twee rijen overhoord waren; een
+van de jonge dames met de mooie shawls om werd onwel en moest naar de
+consistorie-kamer om wat water te drinken.</p>
+<p>Langzamerhand overwon de vermoeidheid ook Abraham&rsquo;s onrust en
+angst; hij begon zich veiliger te voelen, de doordringende oogen zag
+hij niet meer; daarentegen louter welwillende gezichten; en toen hij
+eindelijk aan de plechtige belofte toe was, was zijn gevoel volkomen
+stomp.</p>
+<p>&bdquo;Geef dan den Heer uw hart en mij uw hand,&rdquo; zei de
+proost ernstig en zacht, en Abraham reikte hem de hand; die van den
+proost was zacht en glad en gaf hem een warmen, vertrouwelijken
+handdruk. <span class="pagenum">[<a id="xd20e3991" href="#xd20e3991"
+name="xd20e3991">202</a>]</span></p>
+<p>Eindelijk was de heilige handeling ten einde; die had van &rsquo;s
+morgens negen uur tot &rsquo;s middags drie uur geduurd;
+z&oacute;&oacute;veel aannemelingen waren er en zoo grondig deed de
+proost het.</p>
+<p>De bleekzuchtige, jonge dames in de mooie shawls moesten half naar
+den wagen gedragen worden; de smalgeschouderde meisjes met de gele
+staartvlechtjes zagen er nog steeds uit, als of ze uit het water kwamen
+en de zachtmoedige, godvreezende jongelingen staarden nog vromer en
+ootmoediger naar hun nieuwe laarzen.</p>
+<p>De kookvrouw bij Professor L&ouml;vdahl was wanhopend en &rsquo;t
+was de laatste maal&mdash;dit zwoer zij met een duren eed&mdash;dat ze
+naar een aannemelingenpartij ging.</p>
+<p>Driemaal had ze nu al aardappelen gekookt, verleid door valsche en
+overijlde berichten van de door haar uitgezette wachtposten.</p>
+<p>De gasten, waaraan de uitnoodiging gericht was om te komen:
+&bdquo;na afloop van de godsdienstoefening&rdquo; liepen rond in den
+tuin en buiten op de markt, of ze zaten zich in de kamers te vervelen,
+met allerlei heilwenschen aan het adres van Proost Sparre, die nooit
+het einde kon vinden.</p>
+<p>&rsquo;t Was over half vier eer men eindelijk aan tafel kwam in de
+groote kamer. Abraham aan &rsquo;t hoofd van de tafel, met zijn vader
+aan de rechterhand en den proost aan de linker; verder alleen oudere
+heeren en Hans Egede Broch, die als Abraham&rsquo;s beste vriend was
+uitgenoodigd.</p>
+<p>&rsquo;t Waren de rector en de meeste van Abraham&rsquo;s leeraren;
+de ambtman en de burgemeester, de andere ambtenaren en de doktoren uit
+de stad, een twintigtal uitverkoren vrienden en collega&rsquo;s van den
+professor.</p>
+<p>Abraham kon in &rsquo;t eerst niet op zijn gemak komen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e4008" href="#xd20e4008" name=
+"xd20e4008">203</a>]</span>als hoofdpersoon in dit waardig gezelschap;
+maar naarmate ze wat warm door den wijn werden, ging het beter en
+werden ze allen gezelliger.</p>
+<p>&rsquo;t Was de eerste groote partij, die de professor na den dood
+van zijn vrouw gaf, en allen waren blij, dat ze weer bijeen waren in
+het gastvrije huis. Professor L&ouml;vdahl was zelf een groot
+liefhebber van conversatie en werd al spoedig opgewekt.</p>
+<p>Er was nog iets, dat de stemming verhoogde, het gezelschap was goed
+gekozen; geen wanklank was mogelijk, men kon zelfs over politiek
+spreken; en nadat de proost en de rector elk hun toast op Abraham
+uitgebracht hadden, werd er op den koning, de koningin, den kroonprins,
+de kroonprinses, de koninklijke familie, het heele koninklijke huis, de
+Unie en Zweden gedronken onder eenstemmig gejubel.</p>
+<p>Ze werden steeds vroolijker; allen trokken een lijntje met Abraham,
+en <span class="corr" id="xd20e4017" title="Bron: Bloch">Broch</span>
+en hij wisselden nu en dan een blik over de vroolijkheid van de oude
+heeren. De blinde darm en het stekelvarken zaten met elkander te lachen
+en te fluisteren over een karaf oude Madera, en na tafel trok de
+onderdirecteur Abel zijn jongen vriend met een glas Cura&ccedil;ao in
+een hoek en sprak over zijn heerlijke moeder, tot hij van aandoening
+schreide.</p>
+<p>Het gezelschap ging vrij vroeg op den avond uiteen; want omdat ze
+naar aanleiding van zooiets ernstigs bijeen waren, werd er geen kaart
+gespeeld.</p>
+<p>Toen zij alleen waren&mdash;vader en zoon&mdash;sprak professor
+L&ouml;vdahl:</p>
+<p>&bdquo;Ja, nu&mdash;goedennacht, mijn lieve Abraham.&mdash;Je zult
+wel moe zijn. Je bent nu het leven ingetreden als volwassen man, en ik
+kan naar waarheid zeggen, dat ik over je tevreden ben. Hoe het je
+verder in de wereld gaan zal, ligt zeer zeker&mdash;zooals de proost
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e4026" href="#xd20e4026" name=
+"xd20e4026">204</a>]</span>zei&mdash;in &rsquo;s Heeren hand; maar
+&rsquo;t hangt ook voor een groot gedeelte van je zelf af.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4029" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>De natuur heeft je in alle opzichten goed
+toegerust: je bent geboren op een gelukkig gekozen plaats in de
+maatschappij; je zult mettertijd over een vermogen
+beschikken&mdash;groot genoeg naar onzen stand, en ik, je vader, heb
+een invloed, die je ten goede kan komen, welken weg je ook kiest.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4033" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Je bent dus een van hen, die ver,
+h&eacute;&eacute;l ver komen kunnen en moeten in de maatschappij.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4037" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Maar&mdash;er is nog &eacute;&eacute;n
+punt, dat ik nu moet aanroeren&mdash;ik hoop, dat het voor het laatst
+tusschen ons ter sprake zal komen;&mdash;er is nog maar
+&eacute;&eacute;n punt, dat me zorg geeft.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4041" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Er is een neiging, die voor een paar jaar
+bij je tot een uiting kwam,&mdash;je weet wel bij welke gelegenheid.
+Welnu, het is Goddank! beter gegaan dan het toen scheen te kunnen
+worden: je hebt je dwaling ingezien, en je hebt later&mdash;voor zoover
+ik heb kunnen nagaan&mdash;je fout hersteld. Maar laat mij toch op
+dezen voor jou zoo gewichtigen dag je waarschuwen voor dat, wat
+misschien je nog in &rsquo;t bloed zit.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4045" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span><span class="corr" id="xd20e4047" title=
+"Bron: En">Er</span> is&mdash;zie je&mdash;in iedere maatschappij,
+zelfs in de best geordende&mdash;een misnoegd element, een zaksel, een
+klein troepje, samengesteld voor de helft uit dweepers, voor de helft
+uit misdadigers, menschen zonder geweten, zonder ware vaderlandsliefde,
+zonder God!</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4051" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Waar je ook in de wereld komt, overal zul
+je zulke menschen vinden. Zij komen&mdash;en daarom waarschuw ik je
+juist&mdash;ze komen meestal als de beschermers der onderdrukten met
+mooie woorden over &lsquo;de kleinen tegenover de grooten&rsquo; en
+iets dergelijks.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4056" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Zie je, Abraham,&mdash;die menschen zijn
+het juist, waar je voor oppassen moet; want dat zijn de schadelijke
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e4059" href="#xd20e4059" name=
+"xd20e4059">205</a>]</span>dieren in de samenleving, die het volk
+bederven, en voortdurend trachten de maatschappij te ondermijnen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4062" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>En ik&mdash;ik, als je vader, ik geef er
+je hierbij mijn woord op, dat er achter al wat deze menschen zeggen en
+doen, bewuste leugen en slechtheid, hoogmoed en heerschzucht
+schuilen.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4066" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>En als je naar hen luistert, dan stort je
+jezelf zeer zeker in het verderf.</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4070" title=
+"Niet in bron">&bdquo;</span>Nu kun je kiezen tusschen je vader en...
+je... en,... en die anderen.&rdquo;</p>
+<p>De professor was zoo heftig geworden, dat hij zich bijna versproken
+had; maar Abraham reikte hem beide handen, en zei: &bdquo;Ik kies U,
+Vader!&rdquo;</p>
+<p>Dat zei hij ernstig en met overtuiging. Zijn onrustige stemming van
+dien morgen was nu geheel overwonnen. De openlijke lof in de kerk, het
+feest en de volwassen mannen, die hem in hun midden opnamen en nu ten
+slotte die toespraak van zijn vader maakten, dat hij zich rustig en
+veilig voelde; hij zag zich zelven reeds onder de besten, en zijn leven
+in glans en eere.</p>
+<p>Toen hij was heengegaan, zag Carsten L&ouml;vdahl vergenoegd om zich
+heen in de kamer. In de oogen van Abraham had hij de liefde en de
+bewondering gelezen, die hij zocht. En hij voelde zich gelukkig.</p>
+<p>Eindelijk had hij in zoover overwonnen: zijn zoon zou hem geven, wat
+de moeder hem onthouden had; en dat verzachtte eenigszins de pijnlijke
+bitterheid in de herinnering aan haar.</p>
+<p>Maar Abraham spoedde zich naar boven, de horlogeketting rammelde zoo
+mooi, als hij zich maar even bewoog. Hij verheugde er zich op, te zien,
+hoe zijn mooie kamer er uit zou zien bij licht en ook op het optrekken
+van zijn klok. <span class="pagenum">[<a id="xd20e4083" href=
+"#xd20e4083" name="xd20e4083">206</a>]</span></p>
+<p>Maar toen hij de kaarsen had aangestoken stond er een groote bouquet
+van de prachtigste, zeldzaamste bloemen op tafel.</p>
+<p>Abraham greep verrast en blij naar het kaartje, dat tusschen de
+bloemen gestoken was; maar hij liet het weer vallen alsof hij er zich
+aan gebrand had. Zijn gezicht werd gloeiend rood en hij wendde zich af,
+alsof hij zich schaamde.</p>
+<p>Op het kaartje had Mevrouw Gottwald met een onvast dameshandje
+geschreven: &bdquo;Van kleine Marius.&rdquo;</p>
+<p class="trailer xd20e4091">Einde.</p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e4093" href="#xd20e4093" name=
+"xd20e4093">207</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#pre">Voorwoord</a><span class="tocPagenum"><a class=
+"pageref" href="#xd20e146">5</a></span></li>
+<li><a href="#ch1">Eerste hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e177">7</a></span></li>
+<li><a href="#ch2">Tweede hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e368">18</a></span></li>
+<li><a href="#ch3">Derde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e760">36</a></span></li>
+<li><a href="#ch4">Vierde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1200">54</a></span></li>
+<li><a href="#ch5">Vijfde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1616">77</a></span></li>
+<li><a href="#ch6">Zesde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1722">86</a></span></li>
+<li><a href="#ch7">Zevende hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2086">103</a></span></li>
+<li><a href="#ch8">Achtste hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2261">112</a></span></li>
+<li><a href="#ch9">Negende hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2589">130</a></span></li>
+<li><a href="#ch10">Tiende hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2910">146</a></span></li>
+<li><a href="#ch11">Elfde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3150">159</a></span></li>
+<li><a href="#ch12">Twaalfde hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3412">172</a></span></li>
+<li><a href="#ch13">Dertiende hoofdstuk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3743">189</a></span></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 class="main">Wereld-Bibliotheek</h2>
+<p class="firstpar"><span class="smallcaps">Eerste jaargang</span></p>
+<p>Serie A. <i>Letterkunde:</i></p>
+<p><i>Romans en Novellen:</i></p>
+<p>No. 1 en 2. <a class="pglink" title=
+"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/etext/10400">HISTORIE VAN MEJUFFROUW SARA
+BURGERHART</a>. Door <span class="letterspaced">E. Bekker</span> en
+<span class="letterspaced">A. Deken</span>, met portret, gravures en
+Inleiding door Prof. dr. <span class="letterspaced">L.
+Knappert</span>.</p>
+<p>No. 5 en 6. ALBERT VERWEY. Inleiding tot de nieuwere Nederl.
+Dichtkunst, (1880&ndash;1900) met aanhalingen uit de voornaamste
+werken.</p>
+<p>No. 15. CHARLES DICKENS. <span class="letterspaced"><a class=
+"pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/etext/28560">Een Kerstlied in
+Proza</a></span>, uit het Engelsch door <span class="letterspaced">J.
+Kuylman</span>.</p>
+<p>No. 17 en 18. G. v. HULZEN, <span class=
+"letterspaced">Getrouwd</span>. Een Roman.</p>
+<p>No. 20. GRAAF LEO TOLSTOJ. <span class="letterspaced">Iwan de
+Dwaas</span> en andere vertellingen. Uit het Russisch vertaald door
+<span class="letterspaced">J. Brandt</span> en Dr. <span class=
+"letterspaced">D. C. Hesseling</span>, met portret.</p>
+<p>No. 22. M. SCHARTEN-ANTINK. <span class=
+"letterspaced">Sprotje</span>.</p>
+<p>No. 24 en 25. H. G. WELLS. <span class=
+"letterspaced">Godenvoedsel</span> en <span class="letterspaced">hoe
+het op aarde kwam</span>, uit het Engelsch door <span class=
+"letterspaced">J. Kuylman</span>.</p>
+<p>No. 30. HONORE DE BALZAC. <span class="letterspaced">Het gevloekte
+kind</span>. Vertaling en Inleiding van <span class=
+"letterspaced">C.</span> en <span class="letterspaced">M.
+Scharten-Antink</span> en portret.</p>
+<p>No. 33. S. FALKLAND. <span class="letterspaced">Kleine
+Vertelsels</span>. <span class="pagenum">[<a id="xd20e4186" href=
+"#xd20e4186" name="xd20e4186">208</a>]</span></p>
+<p><i>Boeken voor Jongeren:</i></p>
+<p>No. 7. ALADDIN EN DE WONDERLAMP, door <span class="letterspaced">J.
+W. Gerhard</span>, met 24 illustraties.</p>
+<p>No. 8. ALI BABA EN DE VEERTIG ROOVERS, idem.</p>
+<p>No. 9 en 10. JUDITH GAUTIER. <span class=
+"letterspaced">Gedenkschriften van een Witten Olifant</span>, met 11
+illustraties; vert. <span class="letterspaced">J. Kuylman</span>.</p>
+<p>No. 11 en 12. CHARLES KINGSLEY. <span class="letterspaced">De
+Waterkindertjes</span>, door <span class="letterspaced">M. v. Eeden-v.
+Vloten</span>, met 7 illustraties; van <span class="letterspaced">G. v.
+d. Wall-Perne&eacute;</span>.</p>
+<p><i>Tooneelstukken en kunst:</i></p>
+<p>No. 4. HENRIK IBSEN. <span class="letterspaced">Steunpilaren der
+Maatschappij</span>. Vert. <span class="letterspaced">F.
+Kapteyn</span>, met Inleiding van L. S.</p>
+<p>No. 16. MOLI&Egrave;RE. <span class="letterspaced">Schelmstreken van
+Scapin</span>. Vert. <span class="letterspaced">S. J. Bouberg
+Wilson</span>.</p>
+<p>No. 19. FRIEDRICH HEBBEL. <span class="letterspaced">Maria
+Magdalena</span>. Vertaling van <span class="letterspaced">Louis
+Landry</span>.</p>
+<p>No. 21. WILLIAM SHAKESPEARE. <span class=
+"letterspaced">Coriolanus</span>. Vertaling Dr. <span class=
+"letterspaced">Edw. B. Koster</span>.</p>
+<p>No. 28 en 29. F. SCHMIDT-DEGENER. <span class=
+"letterspaced">Rembrandt Harmensz. v. Rijn, zijn leven en werk</span>,
+met 32 auto-typie&euml;n op plaatpapier.</p>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar"></p>
+<div class="figure xd20e4261width"><img src="images/spine.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke rug." width="720" height="75"></div>
+<p>&nbsp;</p>
+<div class="figure xd20e4268width"><img src="images/back.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke achterkant." width="473" height="720"></div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="firstpar">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class=
+"exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>Oorspronkelijke Noorse titel: <i>Gift</i>, voor het eerst verschenen
+in 1883. Het vervolg is <i><a class="pglink" title=
+"Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/etext/33308">Fortuna</a></i>.</p>
+<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href=
+"http://www.gutenberg.org/etext/32306">32306</a>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is
+geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2010-04-29 Begonnen.</li>
+<li>2010-08-01 Afbeeldingen toegevoegd.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e185">7</a></td>
+<td class="width40">appelboomje</td>
+<td class="width40">appelboompje</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e508">23</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e531">24</a></td>
+<td class="width40">Griegsch</td>
+<td class="width40">Grieksch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e620">28</a></td>
+<td class="width40">antwoorde</td>
+<td class="width40">antwoordde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e682">32</a></td>
+<td class="width40">wat</td>
+<td class="width40">was</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e779">37</a></td>
+<td class="width40">direkt</td>
+<td class="width40">direct</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e791">38</a></td>
+<td class="width40">t</td>
+<td class="width40">&rsquo;t</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e805">38</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e940">41</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e945">41</a></td>
+<td class="width40">grapige</td>
+<td class="width40">grappige</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e984">43</a></td>
+<td class="width40">Vindt</td>
+<td class="width40">Vind</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1010">44</a></td>
+<td class="width40">kanonen</td>
+<td class="width40">kanonnen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1013">44</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1020">44</a></td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1126">49</a></td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1204">54</a></td>
+<td class="width40">wilde</td>
+<td class="width40">wilden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1267">58</a></td>
+<td class="width40">meebracht</td>
+<td class="width40">me&ecirc;bracht</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1344">62</a></td>
+<td class="width40">d&auml;t</td>
+<td class="width40">d&agrave;t</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1349">62</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1377">64</a></td>
+<td class="width40">&rsquo;</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1383">64</a></td>
+<td class="width40">,.</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1398">64</a></td>
+<td class="width40">lewenden</td>
+<td class="width40">levenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1423">65</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1451">67</a></td>
+<td class="width40">Wensche</td>
+<td class="width40">Wenche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1459">68</a></td>
+<td class="width40">ergenis</td>
+<td class="width40">ergernis</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1464">68</a></td>
+<td class="width40">meeging</td>
+<td class="width40">me&ecirc;ging</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1503">71</a></td>
+<td class="width40">eenisgzins</td>
+<td class="width40">eenigszins</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1532">72</a></td>
+<td class="width40">merkt</td>
+<td class="width40">merkte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1560">73</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rsquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1588">75</a></td>
+<td class="width40">maar</td>
+<td class="width40">waar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1745">87</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1822">90</a></td>
+<td class="width40">Carstens</td>
+<td class="width40">Carsten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1831">91</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1841">91</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1878">92</a></td>
+<td class="width40">meedoen</td>
+<td class="width40">me&ecirc;doen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1893">93</a></td>
+<td class="width40">wolkie</td>
+<td class="width40">wolkje</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1914">94</a></td>
+<td class="width40">kamaraden</td>
+<td class="width40">kameraden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1936">95</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1939">95</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1946">95</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1949">95</a></td>
+<td class="width40">latijn</td>
+<td class="width40">Latijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1964">96</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2036">100</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2064">101</a></td>
+<td class="width40">bijne</td>
+<td class="width40">bijna</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2090">103</a></td>
+<td class="width40">Jorgen</td>
+<td class="width40">J&ouml;rgen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2131">105</a></td>
+<td class="width40">!</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2147">106</a></td>
+<td class="width40">huichalerij</td>
+<td class="width40">huichelarij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2187">109</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2199">110</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2223">110</a></td>
+<td class="width40">Momebuntur</td>
+<td class="width40">Monebuntur</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2233">110</a></td>
+<td class="width40">ben</td>
+<td class="width40">bent</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2240">111</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2306">115</a></td>
+<td class="width40">Mordtman</td>
+<td class="width40">Mordtmann</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2343">117</a></td>
+<td class="width40">Wensche</td>
+<td class="width40">Wenche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2375">119</a></td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2383">119</a></td>
+<td class="width40">pleizier</td>
+<td class="width40">plezier</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2405">120</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2464">122</a></td>
+<td class="width40">bad</td>
+<td class="width40">had</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2483">123</a></td>
+<td class="width40">roep</td>
+<td class="width40">riep</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2515">125</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2622">131</a></td>
+<td class="width40">gezgd</td>
+<td class="width40">gezegd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2662">133</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2765">139</a></td>
+<td class="width40">verrukkig</td>
+<td class="width40">verrukking</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2955">149</a></td>
+<td class="width40">vrienschappelijk</td>
+<td class="width40">vriendschappelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2962">149</a></td>
+<td class="width40">verschikkelijken</td>
+<td class="width40">verschrikkelijken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3011">151</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3018">151</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3030">152</a></td>
+<td class="width40">ergden</td>
+<td class="width40">ergerden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3039">152</a></td>
+<td class="width40">onverbetelijken</td>
+<td class="width40">onverbeterlijken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3065">154</a></td>
+<td class="width40">Saunamyren</td>
+<td class="width40">Sauamyren</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3111">157</a></td>
+<td class="width40">drukt</td>
+<td class="width40">drukte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3143">158</a></td>
+<td class="width40">ander</td>
+<td class="width40">anders</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3198">161</a></td>
+<td class="width40">kwestie</td>
+<td class="width40">quaestie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3286">165</a></td>
+<td class="width40">zichbaar</td>
+<td class="width40">zichtbaar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3341">167</a></td>
+<td class="width40">&mdash;</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3448">174</a></td>
+<td class="width40">toespellingen</td>
+<td class="width40">toespelingen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3522">177</a></td>
+<td class="width40">eigelijk</td>
+<td class="width40">eigenlijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3541">178</a></td>
+<td class="width40">ge&euml;ndigd</td>
+<td class="width40">ge&euml;indigd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3580">180</a></td>
+<td class="width40">profossor</td>
+<td class="width40">professor</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3588">181</a></td>
+<td class="width40">profesor</td>
+<td class="width40">professor</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3633">183</a></td>
+<td class="width40">zij</td>
+<td class="width40">zijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3727">187</a></td>
+<td class="width40">volwassennen</td>
+<td class="width40">volwassenen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3777">191</a></td>
+<td class="width40">Gotwald</td>
+<td class="width40">Gottwald</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3784">191</a></td>
+<td class="width40">Abahams</td>
+<td class="width40">Abrahams</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3836">194</a></td>
+<td class="width40">goud</td>
+<td class="width40">gouden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3906">197</a></td>
+<td class="width40">waarm&ecirc;e</td>
+<td class="width40">waarme&ecirc;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3930">199</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3974">200</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4017">203</a></td>
+<td class="width40">Bloch</td>
+<td class="width40">Broch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4029">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4033">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4037">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4041">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4045">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4047">204</a></td>
+<td class="width40">En</td>
+<td class="width40">Er</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4051">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4056">204</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4062">205</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4066">205</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4070">205</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&bdquo;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vergif, by Alexander Kielland
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERGIF ***
+
+***** This file should be named 32306-h.htm or 32306-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/2/3/0/32306/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team for Project Gutenberg at
+http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/32306-h/images/back.jpg b/32306-h/images/back.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d91bbb8
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/back.jpg
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/book.png b/32306-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/card.png b/32306-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..69f4fd4
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/cover.jpg b/32306-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..de3e74f
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/external.png b/32306-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/ia130.png b/32306-h/images/ia130.png
new file mode 100644
index 0000000..54440e3
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/ia130.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/ib036.png b/32306-h/images/ib036.png
new file mode 100644
index 0000000..e6f6a24
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/ib036.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/id075.png b/32306-h/images/id075.png
new file mode 100644
index 0000000..73ce390
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/id075.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/ie054.png b/32306-h/images/ie054.png
new file mode 100644
index 0000000..e995e50
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/ie054.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/ih112.png b/32306-h/images/ih112.png
new file mode 100644
index 0000000..b6c6089
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/ih112.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/ik008.png b/32306-h/images/ik008.png
new file mode 100644
index 0000000..cd80837
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/ik008.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/im086.png b/32306-h/images/im086.png
new file mode 100644
index 0000000..2c9562b
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/im086.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o005.png b/32306-h/images/o005.png
new file mode 100644
index 0000000..7aa79e6
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o005.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o008.png b/32306-h/images/o008.png
new file mode 100644
index 0000000..2b20a44
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o008.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o017.png b/32306-h/images/o017.png
new file mode 100644
index 0000000..b5e4a26
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o017.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o018.png b/32306-h/images/o018.png
new file mode 100644
index 0000000..22d1347
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o018.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o035.png b/32306-h/images/o035.png
new file mode 100644
index 0000000..7d7d511
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o035.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o074.png b/32306-h/images/o074.png
new file mode 100644
index 0000000..666a8df
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o074.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o075.png b/32306-h/images/o075.png
new file mode 100644
index 0000000..feeaa31
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o075.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o083.png b/32306-h/images/o083.png
new file mode 100644
index 0000000..488648e
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o083.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o086.png b/32306-h/images/o086.png
new file mode 100644
index 0000000..694efa1
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o086.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o111.png b/32306-h/images/o111.png
new file mode 100644
index 0000000..8b77b56
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o111.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o112.png b/32306-h/images/o112.png
new file mode 100644
index 0000000..304dd29
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o112.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o129.png b/32306-h/images/o129.png
new file mode 100644
index 0000000..ce97e1d
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o129.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o171.png b/32306-h/images/o171.png
new file mode 100644
index 0000000..45d3757
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o171.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/o188.png b/32306-h/images/o188.png
new file mode 100644
index 0000000..ff6dd59
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/o188.png
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/spine.jpg b/32306-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6acc779
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/32306-h/images/titlepage.png b/32306-h/images/titlepage.png
new file mode 100644
index 0000000..ffe130e
--- /dev/null
+++ b/32306-h/images/titlepage.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..9f618a8
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #32306 (https://www.gutenberg.org/ebooks/32306)