summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/35885-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:04:41 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:04:41 -0700
commite2ae0736e794bdc3ff8d592f3d9ef1dabefdce5b (patch)
tree76a16600252b377ab8a60dac6a00fd7e97ed2052 /35885-8.txt
initial commit of ebook 35885HEADmain
Diffstat (limited to '35885-8.txt')
-rw-r--r--35885-8.txt6985
1 files changed, 6985 insertions, 0 deletions
diff --git a/35885-8.txt b/35885-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..7c0b620
--- /dev/null
+++ b/35885-8.txt
@@ -0,0 +1,6985 @@
+Project Gutenberg's Jeanne d'Arc, by Henri Emile Koopmans van Boekeren
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Jeanne d'Arc
+ de maagd van Orléans
+
+Author: Henri Emile Koopmans van Boekeren
+
+Release Date: April 16, 2011 [EBook #35885]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JEANNE D'ARC ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Vette tekst is weergegeven als #vet#. In het origineel |
+ | uitgespatiëerde tekst is weergeven als ~uitgespatiëerd~. |
+ | Het zwaard-symbool is weergegeven met [zwaard]. |
+ | |
+ | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als |
+ | »aanhalingstekens«. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op https://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+
+ DE MEULENHOFF-EDITIE
+ EEN ALGEMEENE BIBLIOTHEEK
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+ UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF
+ TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXVI
+
+
+[Illustratie: Jeanne d'Arc te Domremy.
+
+ In marmer gebeeldhouwd door H. Chapu.]
+
+
+
+
+ JEANNE D'ARC
+
+ DE MAAGD VAN ORLÉANS
+
+
+ DOOR
+
+ H. E. KOOPMANS
+ VAN BOEKEREN
+
+
+ GEÏLLUSTREERD
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+ UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF
+ AAN HET DAMRAK 88 TE AMSTERDAM
+
+
+
+
+JEANNE D'ARC
+
+
+
+
+INHOUD
+
+
+ I. DOMRÉMY.--VAUCOULEURS.--CHINON.--POITIERS blz. 13-56
+
+ II. ORLÉANS » 57-80
+
+ III. JARGEAU.--PATAY.--REIMS.--PARIJS » 81-112
+
+ IV. COMPIÈGNE.--ROUAAN » 113-176
+
+ V. PROCES VAN REHABILITATIE » 177-185
+
+ VI. GENIE EN PUCELLE » 186-198
+
+ VII. JEANNE IN BEELD: UITERLIJK EN COSTUUM » 199-205
+
+ VIII. DE ZALIGVERKLARING » 206-219
+
+ IX. NASCHRIFT » 220-230
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Wanneer ik, in den tijd toen ik mij bezighield met de studie van Jeanne
+d'Arc, hierover met mijne vrienden sprak, is het mij meer dan eens
+overkomen, dat normaal ontwikkelde personen mij met een soort verbazing
+vragen stelden als: »Heeft die dan werkelijk bestaan?« of »Is over haar
+dan werkelijk iets bekend?« Dit klinkt wel vreemd over een persoon, die
+toch geleefd heeft in de vijftiende eeuw na Christus, en waarvan wij
+misschien meer weten, dan van eenige andere figuur uit dien tijd, maar
+het wijst m.i. tevens op eene leemte in onze letterkunde. Het is waar,
+ik had degenen, die zoo spraken, kunnen verwijzen naar de eerste de
+beste encyclopedie, naar een enkel tijdschrift-artikel, maar ik kon hun
+niet den titel opgeven van een modern Nederlandsch boek, dat hen wat
+uitvoeriger en vollediger op de hoogte zou brengen van hetgeen omtrent
+Jeanne bekend is.
+
+De Franschen, dat spreekt vanzelf, bezitten eene rijke litteratuur over
+hunne nationale Heilige, maar ook in het Engelsch verschenen belangrijke
+studies over Jeanne d'Arc en zelfs de derde entente-mogendheid levert
+haar contingent met een artikel van de hand van generaal Dragomiroff,
+terwijl ook in het vijandige kamp de Duitschers onder hunne schrijvers
+eenen Jeanne d'Arc-biograaf kunnen aanwijzen.
+
+Zou in een Protestantsch land als het onze geene belangstelling gevonden
+worden bij het lezende publiek voor de geschiedenis van Jeanne, omdat
+zij voor de Katholieken in reuke van heiligheid staat? Kom, kom... Neen,
+de grootheid van haar karakter is van alle tijden, de geschiedenis van
+haar leven is stichtelijk voor alle gezindten, belangwekkend voor alle
+beschaafde volken, zoo goed als de geschiedenis van elk waarachtig
+genie.
+
+Wat ik dus in de hier volgende hoofdstukken in de eerste plaats heb
+trachten te geven, is een aanééngeschakeld verhaal van het leven
+van Jeanne d'Arc, zooals dit is op te bouwen uit de feiten, die
+geschiedkundig vaststaan. Als voornaamste bronnen, waaruit ik mijne
+gegevens heb geput, noem ik:
+
+Jules Quicherat, Procès de Jeanne d'Arc, dite la Pucelle. Paris 1841.
+I-V, een werk van onschatbare waarde voor elken biograaf van Jeanne;
+
+J. Michelet, Histoire de France. Paris 1874. Tome V;
+
+J. Fabre, Procès de condamnation de Jeanne d'Arc. Traduction française
+des textes authentiques des procès-verbaux officiels. Paris;
+
+J. Fabre, Procès de Réhabilitation de Jeanne d'Arc. Paris 1913. I-II;
+
+Gabriel Hanotaux, Jeanne d'Arc. Paris 1911;
+
+Anatole France, Vie de Jeanne d'Arc. Paris I-II;
+
+Mgr. le Nordez, Jeanne d'Arc racontée par l'Image. Paris 1898;
+
+Andrew Lang, The Maid of France, London 1909;
+
+Frantz Funck Brentano, Jeanne d'Arc. Paris 1912;
+
+Abel Desjardins, Vie de Jeanne d'Arc. Paris 1862;
+
+J. Fabre, Les Bourreaux de Jeanne d'Arc et sa Fête Nationale. Paris
+1915.
+
+Verder erken ik hierbij dankbaar, dat mij voor het hoofdstuk
+»Beatificatie« met groote welwillendheid gegevens werden verstrekt
+van wege het Seminarie Rijsenburg te Driebergen.
+
+Ik bepaal mij tot deze algemeene verklaring om het euvel van talrijke
+noten aan den voet van elke pagina te kunnen vermijden, want vóór alles
+wilde ik gaarne iets leveren, dat vlot gelezen kan worden.
+
+Ten slotte een raad of een verzoek aan den lezer: Prent goed in Uw
+geheugen en houd steeds voor oogen, dat wat hier volgt de geschiedenis
+is van het leven van een jong meisje, geboren in 1412, verbrand in 1431,
+en dat dus niet ouder werd dan negentien jaar.
+
+
+
+
+JEANNE D'ARC.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+Domrémy.--Vaucouleurs.--Chinon.--Poitiers.
+
+ Il faut que tout écrivain, tout artiste, qui touche
+ à un tel sujet, apprenne à quel ridicule définitif il
+ s'expose, s'il s'éloigne de la simple et nue vérité.
+
+ Gabriel Hanotaux. »Jeanne d'Arc«.
+
+
+De toestand, waarin Frankrijk verkeerde in de eerste dertig jaren van de
+vijftiende eeuw, dat is dus even vóór en tijdens het leven van Jeanne
+d'Arc, kan met één enkelen trek niet beter en vollediger geschetst
+worden, dan met dit woord van Jeanne zelf: »grande pitié était au
+royaume de France«. De toestand was erbarmelijk, de ondergang van het
+wettige koningshuis scheen nabij.
+
+Nadat Karel VI in het eind van de veertiende eeuw krankzinnig was
+geworden, en dientengevolge de regeering aan zijne bloedverwanten had
+moeten overlaten, was onder dezen een heftige strijd ontbrand over de
+opvolging op den troon van Frankrijk.
+
+In dezen krijg vinden wij aanvankelijk tegenover elkaar den Hertog van
+Orléans, wiens troepen onder bevel staan van Bernard, graaf van Armagnac
+en den Hertog van Bourgondië. Maar Bourgondië staat niet alleen en roept
+de hulp in van zijn bondgenoot Hendrik IV, koning van Engeland. Na den
+dood van Hendrik IV zet zijn opvolger Hendrik V den strijd tegen de
+Armagnacs voort en vernietigt in 1415 in den slag bij Azincourt hun
+leger en een voornaam deel van de Fransche adel. In 1419 valt Rouaan, ja
+geheel Normandië in handen van de Engelsche veroveraars, en eindelijk
+wordt bij het verdrag van Troyes, gesloten tusschen Isabeau de Bavière,
+de vrouw van Karel VI, en Filips de Goede, met de Engelschen in 1420
+Frankrijk aan Engeland overgeleverd. Hendrik V en de ongelukkige Karel
+VI sterven in hetzelfde jaar 1422. De Engelschen en Bourgondiërs
+erkennen den nog zeer jongen Hendrik VI als erfgenaam van den dubbelen
+troon van Engeland en Frankrijk. Maar Karel VI had kinderen. Zijn
+aangewezen en wettige troonopvolger was dus zijn oudste zoon, tevens
+oudste kind, eveneens Karel geheeten. Deze dauphin was op zestienjarigen
+leeftijd gevlucht naar het eenige deel van Frankrijk dat hem trouw
+was, gelegen aan gene zijde van de Loire; daar werd hij te Bourges als
+Karel VII gekroond. De strijd van den jongen koning tegen zijn beide
+machtige vijanden scheen bijkans hopeloos; steeds drijven de Godoms (de
+Engelschen) zijn troepen verder terug. De eene ramp volgt op de andere.
+
+De bewoners van de steden, maar vooral die van het platte land, lijden
+ontzettend onder deze oorlogen. De rondtrekkende legers zaaien overal op
+hun pad dood en verderf, en kleinere, ongeregelde benden loopen heele
+landstreken af, verwoesten den oogst, verbranden de dorpen, brengen
+overal schrik en ellende. Nergens is men zijn leven een oogenblik zeker.
+Dag en nacht moet men zich gereed houden, om op het eerste alarmgelui
+zijn have en goed te verdedigen of zich uit de voeten te maken.
+
+Zoo is de toestand in Frankrijk als in de eerste maanden van 1429 een
+meisje van zeventien jaar aan het hof van Karel VII verschijnt en den
+koning belooft Frankrijk te zullen redden. Zij komt van Domrémy, haar
+naam is Jeanne d'Arc.
+
+ * * * * *
+
+In den nacht van den 6en Januari 1412, dus in den nacht van het
+Driekoningenfeest, werd Jeanne d'Arc te Domrémy geboren. Dit is het
+simpele, geschiedkundige feit, maar wij willen volledigheidshalve
+melding maken van het gerucht, dat zich op het oogenblik van de geboorte
+van Jeanne, een gevoel van ongekende en geheimzinnige vreugde meester
+maakte van de bewoners van hare geboorteplaats, en alle hanen eensklaps
+lustig begonnen te kraaien; dat behoort natuurlijk thuis op het gebied
+van de zuivere legende en wij laten het voor rekening van den
+dichterlijken uitvinder.
+
+De ouders van de kleine Jeannette, zooals zij in de eerste jaren
+genoemd wordt, zijn Jacquot d'Arc, wiens naam destijds uitgesproken werd
+d'Aï, en Isabelle Romée. Zij hebben behalve Jeanne nog vier kinderen,
+drie zoons, Jacquemin, Jean en Pierre en een dochter genaamd Cathérine.
+
+Jacquot d'Arc is een eenvoudig burgerman, met een kleinen veestapel en
+een stukje bouwland, maar in zijn dorp geniet hij eenig aanzien, hij
+is deken van de gemeente, commandant van de wacht, en draagt zorg voor
+de bewaking van de gevangenen. De moeder van Jeannette is een brave,
+vrome vrouw. In 1429 neemt zij deel aan een pelgrimstocht naar het
+heiligdom van Notre Dame du Puy-en-Velay, en enkele geschiedschrijvers
+meenen zelfs dat zij den naam Romée te danken had aan een vroegeren
+pelgrimstocht naar Rome. De vervulling van hare kerkelijke en
+godsdienstige plichten belet haar niet haren kinderen een voor dien tijd
+behoorlijke opvoeding te geven. Als Jeanne later voor hare rechters
+verklaart, dat zij zich in de kunst van naaien en spinnen durft meten
+met elke vrouw in Domrémy, dan is dit een compliment aan hare moeder,
+die haar deze zaken geleerd heeft. Nog leerde de moeder haren kinderen
+de voornaamste gebeden, het Ave, het Pater noster en het Credo, en dat
+was al. Jeanne leerde lezen, noch schrijven, zij kende A noch B, zooals
+zij het zelf later uitdrukte, maar dat was niets bijzonders, dat had zij
+gemeen zelfs met zeer veel hooggeplaatste adellijke heeren en voorname
+dames van dien tijd.
+
+[Illustratie: Het geboortehuis van Jeanne d'Arc te Domremy, zooals dit
+ thans nog bestaat.
+
+ Naar een photographie.]
+
+Van hare ouders ontving zij als kind een ring met het opschrift:
+»Jhesu-Maria«, hetzelfde dus, dat wij later terugvinden boven hare
+brieven en op haren standaard.
+
+Omtrent de verdere familie-relaties van Jeanne, waarvan ons trouwens ook
+niet veel bekend is, kunnen wij volstaan met te vermelden, dat haar oom
+van moederszijde pastoor was te Sermaize, en haar germain-neef Nicolas
+Romée, genaamd de Vouthon, geestelijke aan de abdij van Cheminon. Met
+een anderen oom, Durand Laxart te Burey-le-Petit, maken wij later nog
+nader kennis.
+
+Het dorp Domrémy, waar Jeanne geboren is, en waar zij hare jeugd heeft
+doorgebracht, is gelegen in het Noord-Oostelijk deel van Frankrijk,
+tusschen Neufchâteau en Vaucouleurs aan de Maas. De bevolking van
+Domrémy, die bestond uit kleine landbouwers, leefde van hare kudden
+en van de opbrengst van kleine wijngaarden op de naburige heuvels. Een
+beek verdeelde het dorp, dat op een heuvelhelling gebouwd was, in drie
+deelen, waarvan één, het deel waarin de kerk en het huis van Jacquot
+d'Arc zich bevonden, ressorteerde onder de heerlijkheid Vaucouleurs, en
+regelrecht stond onder het gezag van de kroon van Frankrijk. Eerst aan
+de overzijde van de Maas begon het gebied van het hertogdom Lotharingen.
+Het was dus ten onrechte, dat Jeanne in den volksmond dikwijls
+»Lorraine« werd genoemd; zij beschouwde zichzelf als en was ook
+inderdaad: »Française«.
+
+De ligging van de geboorteplaats en zelfs van het geboortehuis van
+Jeanne is ongetwijfeld van grooten invloed op haar verder leven geweest.
+De groote weg, die Vlaanderen en Bourgondië verbond met de Rijnlanden,
+met Zuid-Duitschland en zelfs met Italië, loopt door Domrémy langs het
+huis van Jeanne's vader. Dagelijks trokken dus reizigers, kooplieden
+met hunne kleine karavanen en bedelmonniken hare woning voorbij. Dit gaf
+eenig vertier, ja zelfs gezelligheid, want de vermoeide reiziger vond in
+het gastvrije huis van Jacquot d'Arc een leger om te rusten en een stal
+voor zijn paard en ook de rondzwervende bedelmonnik vond er een stevig
+maal en in de kou een warm vuur.
+
+Gedurende de lange winteravonden zaten deze passanten, deze gasten voor
+één nacht, genoegelijk met het gezin om de groote schouw, en verhaalden
+van hunne wederwaardigheden, of wat zij onder weg gehoord hadden. Zij
+maakten groote reizen en konden dus veel vertellen, maar in dien tijd
+van rampspoed liepen de gesprekken en handelden hunne verhalen steeds
+over hetzelfde onderwerp, waarover men nooit uitgepraat raakte: de
+verschrikkingen van den oorlog en de »grande pitié qui était au royaume
+de France«.
+
+De kleine Jeanne zat daarbij en hoorde die verhalen aan. Is het te
+verwonderen dat zij op haar jong, ontvankelijk gemoed een diepen,
+onuitwischbaren indruk hebben gemaakt? Is het niet zeer natuurlijk
+zelfs, dat die telkens herhaalde beschrijvingen van bloedige tafereelen,
+van plundering, brand en moord haar voortdurend voor den geest bleven,
+haar zelfs niet verlieten in hare droomen, en haar vervulden met een
+groot en innig medelijden met het zwaar beproefde volk?
+
+Een andere omstandigheid van groot gewicht is, dat het huis, waarin
+Jeanne is groot gebracht, gelegen was in de onmiddellijke nabijheid van
+de kerk van Domrémy; de tuin grensde aan het kerkhof. Van hare vroegste
+jeugd af hoorde zij dagelijks op gezette tijden het vroolijke beieren
+van de klok; zij luisterde er naar, want ze hield van dat geluid, zij
+onderbrak er haar werk of haar spel een oogenblik voor, en soms ook
+stond ze er op te wachten met ongeduld, wetende dat het komen zou. De
+klokkenluider van Domrémy was een jongen, dien Jeanne dagelijks zag,
+dien zij kende en met wien zij sprak. Zij kon hem niet vergeven, dat
+hij lui was en dikwijls te laat kwam, en beloofde hem eenmaal zelfs een
+mandje witte wol van de schapen van haren vader, als hij in het vervolg
+beter op zijn tijd wou passen en op tijd de klok wou luiden.
+
+Een natuurlijk en bijna onvermijdelijk gevolg van de onmiddellijke
+nabijheid van de kerk was nog, dat Jeanne daar behalve voor het bijwonen
+van een dienst, het hooren van een Mis, ook op andere tijden dikwijls
+binnen liep. Zij zag daar enkele beelden en schilderijen, afbeeldingen
+van Heiligen. Vergeten wij niet, dat voor een kind, levende op het
+platteland, in de eerste jaren van de vijftiende eeuw, de kerk doorgaans
+de eenige plaats was, waar het iets kon zien, dat naar een beeld of
+schilderij geleek. Jeanne had voor de afbeeldingen, die zij in de kerk
+van Domrémy zag, alle aandacht van een kind, dat zich rekenschap geeft
+van hetgeen zij om zich heen ziet. Zij werd langzamerhand vertrouwd tot
+zelfs met de kleinste bijzonderheden van de naïeve voorstellingen die
+zij dagelijks bewonderde, en als later hare stemmen tot haar zullen
+spreken en hare Heiligen haar zullen verschijnen, zullen deze laatsten
+gekleed en versierd zijn als de figuren in de kerk te Domrémy.
+
+Vele bijzonderheden zijn ons uit de eerste kinderjaren van Jeanne niet
+bekend. Wij weten slechts, maar dit is juist van groot belang, dat zij
+een gezond en vroolijk kind was, dat met hare kornuitjes speelde en
+stoeide op zijn tijd. Men heeft haar later dikwijls voorgesteld in woord
+en beeld als herderinnetje; wij weten uit eene verklaring van Jeanne
+zelf, dat deze voorstelling niet zeer juist is; zij heeft duidelijk
+gezegd, dat zij slechts zelden de kudde van haren vader gehoed heeft.
+
+De talrijke getuigen uit Domrémy in het proces van Rehabilitatie weten
+ons allemaal te vertellen, dat een ieder op zijn beurt er op uit trok,
+om het vee van alle bewoners te zamen te weiden en dat Jeanne dit ook
+slechts gedaan heeft, wanneer het haar beurt was.
+
+Geen dweepstertje dus was de kleine Jeanne, dat zich van andere kinderen
+afzonderde en leefde met hare droomen; neen, een klein meisje, waaraan
+aanvankelijk niets bijzonders was, en dat men dus niet opmerkte.
+
+Jaarlijks, op vaste dagen, trokken de kinderen uit de omstreken van
+Domrémy in optocht naar het zoogenaamde »bois chesnu«. Dit was een bosch
+van statige eiken, gelegen op een heuvel op een kleine mijl afstands van
+het dorp. Aan den zoom stond bij een beek een beukeboom, de schoone Mei
+genaamd. Volgens oud gebruik brachten de kleinen bloemen en kransen,
+door henzelf gevlochten, aan den voet van dien beuk of hechtten ze aan
+zijn takken. Men mompelde iets van de verschijning van feeën bij dien
+boom en van wonderdadige geneeskundige kracht van het water van de beek,
+maar die praatjes waren verdacht en riekten naar den mutserd. Jeanne,
+hierover later ondervraagd, verklaarde die verhalen wel gehoord, maar er
+nooit aan geloofd te hebben; zij hield ze voor bakersprookjes. Wel was
+zij trouw altijd medegetrokken met hare kameraadjes, vroolijk zingend
+langs den weg, en had ook zij haar eigen gevlochten kransje neergelegd
+aan den voet van de schoone Mei of zooals hij ook wel genoemd werd de
+Boom der Feeën.
+
+ * * * * *
+
+De eerste jeugd van Jeanne verliep dus heel gewoon zonder eenige
+belangrijke of schokkende gebeurtenis voor het kind. Maar in den zomer
+van 1425, als zij dus dertien jaar is, krijgt zij haar eerste visioen.
+Het was op een middag tegen twaalf uur, zoo vertelt zij zelf. Zij
+wandelde rustig in den tuin van haar vader, toen zij eensklaps een stem
+hoorde, die haar bij haar naam noemde. Zij zag op naar de zijde, vanwaar
+zij geroepen werd, en zag aan haar rechterhand, aan den kant van de
+kerk, een helder licht. Dan roept dezelfde stem haar nogmaals en
+vermaant haar zich behoorlijk te gedragen.
+
+Die eerste maal schrikt Jeanne hevig, zij is bang, maar als de visioenen
+zich kort daarna eenige malen herhaald hebben, begrijpt zij, dat zij
+haar door God gezonden worden en bij de derde gelegenheid weet zij
+reeds, dat het de stem is van den Heiligen Michaël, die tot haar
+spreekt. Zij heeft den Heilige duidelijk voor zich zien staan in het
+groote licht rechts aan de zijde van de kerk; hij was als ridder gekleed
+en omringd van een breede schaar van engelen.
+
+De zekerheid, dat het een Heilige was, die tot haar sprak en die haar
+door God gezonden was, stelt haar gerust, zoodat zij het ook niet noodig
+acht, met iemand, zelfs niet met hare moeder, over hare visioenen te
+spreken. Eerst later te Chinon vertelt zij alles aan den koning, en
+eindelijk aan hare rechters te Rouaan deelt zij er van mede, wat zij
+oordeelt, dat zij er van vertellen mag.
+
+De visioenen herhalen zich twee of driemaal per week en verschijnen nu
+eens, terwijl de kerkklok luidt, dan weer, als alles stil is in den
+omtrek. Na eenige malen is het niet meer uitsluitend de Heilige Michaël,
+die zich aan Jeanne vertoont, maar ziet zij ook de Heilige Cathérine
+en de Heilige Marguérite. Zooals zij zelf verklaart, herkent zij deze
+Heiligen door de namen, waarmede zij elkaar aanspreken en aan de wijze,
+waarop zij haar groeten. Bij hun verschijnen dragen zij kostbare kronen
+op het hoofd en verspreiden een heerlijken geur. Als Jeanne ze voor de
+eerste maal ziet, knielt zij neder, en steekt biddend hare handen op. De
+Heiligen zegenen dan den ring met het opschrift »Jhesu-Maria« en Jeanne
+doet hun plechtig de gelofte, dat zij Maagd zal blijven, zoolang het God
+behagen zal.
+
+Aanvankelijk bepalen de stemmen er zich toe, Jeanne te vermanen, zich
+goed te gedragen en trouw ter kerke te gaan, maar al spoedig beginnen
+zij er op aan te dringen, dat zij zich op zal maken om »naar Frankrijk«
+te gaan, om het land te redden. Het arme kind, hoewel langzamerhand
+beseffende, dat zij door God is uitverkoren, acht de taak, dien men haar
+opdraagt, te zwaar. Hoe wil zij, een arm meisje van nog geen veertien
+jaar, dat niets weet, niets geleerd heeft, haar land te hulp komen?
+In dien zin antwoordt zij ook haren stemmen, zeggende: »Ik ben een
+arm meisje, dat kan paardrijden, noch oorlogvoeren«. Maar de stemmen
+houden aan, en laten haar niet los. Zij herhalen hunne oproepingen soms
+tweemaal in één week en dat gedurende geruimen tijd, ja gedurende eenige
+jaren. In deze periode van grooten, innerlijken tweestrijd merkt ook
+de omgeving van het jonge meisje eenige verandering in haar op. Van
+een dartel, vroolijk jong ding, wordt zij nu meer teruggetrokken, zij
+verlaat nu dikwijls het spel van hare kameraadjes en zondert zich af in
+de eenzaamheid of verdiept zich in de kerk in gebed. Voor al haar doen
+en laten vraagt zij raad aan hare Heiligen, die haar blijven steunen en
+leiden. Maar helaas, hunne bezoeken duren slechts kort. Jeanne, telkens
+verrukt als zij de Heilige Cathérine en de Heilige Marguérite voor zich
+ziet, valt ze eerbiedig te voet, kust hunne voeten en den zoom van hun
+schitterend kleed. Zij stort haar hart voor hen uit en smeekt ze, haar
+mede te nemen naar het Paradijs. Maar de Heiligen trachten haar gerust
+te stellen, wijzen haar op hare verheven taak, en als zij verdwijnen,
+blijft Jeanne schreiend achter, diep bedroefd, dat zij haar verlaten en
+niet medegenomen hebben.
+
+Niemand is er, met wien Jeanne durft spreken over hare Visioenen, over
+hare stemmen, en de opdracht, die zij haar gegeven hebben.
+
+In het proces wordt haar later verweten, dat zij haar biechtvader er
+niet over geraadpleegd heeft. Maar Jeanne achtte dit niet noodig. Worden
+hare Heiligen haar niet rechtstreeks door God gezonden, waartoe dan zou
+zij menschelijke hulp inroepen in een zaak uitsluitend tusschen Messire
+en haar?
+
+Steun, d.w.z. medewerking voor hare groote plannen, zou zij bij hare
+ouders zeker niet gevonden hebben. Bekend is, dat haar vader, blijkbaar
+geen vriend van halve maatregelen, in die dagen een droom gehad heeft,
+waarin hij Jeanne zag, die met een gewapenden troep ten strijde trok.
+Maar aan zijn zoons, wien hij zijn droom vertelde droeg hij op, dat zij
+haar, wanneer zoo iets ooit gebeurde, moesten verdrinken, en voegde hij
+er aan toe, wanneer zij het niet deden, zou hij haar zelf verdrinken.
+
+Hoogst merkwaardig is zeker, dat Jeanne soms met hare stemmen in
+discussie treedt. Zij is in haar verzet dan steeds volkomen logisch en
+bewijst dat zij ook in tegenwoordigheid van hare Heiligen of als hare
+stemmen tot haar spreken, de volle beschikking behoudt over haar gezond
+verstand. Zij wijst in deze eerste jaren hare stemmen op de schier
+onoverwinnelijke moeilijkheden aan haar taak verbonden: hoe kan zij
+wegkomen van het ouderlijk huis, hoe zal zij den Dauphin bereiken, die
+in een van zijne kasteelen aan de Loire vertoeft, dus op een afstand van
+eenige honderden kilometers van Domrémy, terwijl de tusschengelegen
+streek onveilig wordt gemaakt door vijandige Engelsch-Bourgondische
+troepen of ongeregelde plunderende benden?
+
+Maar ook later, als zij met hare stemmen spreekt over haar plan, om
+uit het kasteel Beaurevoir te ontsnappen, zijn hare tegenwerpingen zoo
+nuchter verstandig, zoo zuiver menschelijk. Nu het er echter om gaat
+haar de aangevoerde moeielijkheden uit het hoofd te praten, weten hare
+stemmen haar een middel aan de hand te doen, dat een groot deel van
+hare bezwaren opheft, en waaraan Jeanne zelf niet gedacht had. Zij
+behoeft zich niet regelrecht bij den Koning aan te melden, houden zij
+haar telkens voor; zij kan beginnen met zich te wenden tot Robert de
+Baudricourt, kapitein van Vaucouleurs. Vaucouleurs is slechts eenige
+mijlen van Domrémy verwijderd en de bevolking van de plaats is den
+Koning trouw gebleven. De naam van den kapitein was Jeanne ook niet
+onbekend. Robert de Baudricourt was het type van een ruw soldaat, een
+echte houwdegen, maar een open, ronde kerel, hij deed genoeg van zich
+spreken in de gansche streek, en Jacquot d'Arc was meermalen persoonlijk
+met hem in aanraking geweest, o. a. bij de onderhandelingen over eene
+schadevergoeding aan Robert de Saarbrück, waarbij de kapitein als
+scheidsrechter optrad.
+
+Hem kan Jeanne haar plan mededeelen; hij zal haar helpen en de noodige
+manschappen te harer beschikking stellen, die haar veilig en wel bij den
+Koning zullen brengen.
+
+Maar Jeanne aarzelt nog en geen wonder.
+
+Juist alles, wat zij over de Baudricourt gehoord heeft, doet haar
+betwijfelen of hij nu wel de rechte man is, die haar gelooven zal, en
+dien zij voor haar groote zaak zal kunnen winnen. Zal deze krijgsman
+haar wel ontvangen en aanhooren?
+
+Hare stemmen houden aan, steeds dringender. De nood stijgt hooger;
+reeds hebben de vijanden het beleg voor Orléans gelegd en troepen worden
+gezonden, om ook het oosten van het land, de streek van Vaucouleurs, te
+onderwerpen.
+
+Dan eindelijk, in de eerste dagen van Mei 1428, is haar besluit genomen.
+Jeanne vertrekt. Het is Gods wil, zij kan niet anders. Niets kan haar nu
+meer tegenhouden, en »al had zij ook honderd vaders en moeders gehad, al
+was zij eene koningsdochter geweest, zij zou toch vertrokken zijn«.
+
+Zij verlaat de ouderlijke woning onder een voorwendsel. Zij krijgt
+toestemming van hare ouders, om voor eenige dagen naar haar »oom Durand
+Laxart« te Burey-le-Petit te gaan. Deze »oom«, in werkelijkheid een
+neef, die door de kinderen van Jacquot d'Arc, omdat hij veel ouder is,
+oom genoemd wordt, zal zij eerst in vertrouwen nemen, in de hoop dat hij
+haar helpen zal, om met Robert de Baudricourt in aanraking te komen.
+
+Maar oom Durand schijnt niet op het eerste gehoor van de hooge roeping
+van zijn nicht overtuigd geweest te zijn en Jeanne heeft gedurende een
+week al hare overredingskracht noodig, om hem te winnen. Zij herinnert
+hem o.a. aan eene oude voorspelling »dat een vrouw het Fransche
+koninkrijk zou te gronde richten, en dat een Maagd het zou redden«.
+
+Durand kent deze voorspelling en dit laatste argument van Jeanne stemt
+hem tot nadenken. De eerste helft van de voorspelling is reeds droeve
+waarheid geworden: heeft Isabeau de Bavière, de weduwe van Karel VI,
+het land niet aan zijn vijanden overgeleverd en verkocht? Waarom zou
+dan de tweede helft.... en waarom zou dan zijne nicht niet kunnen zijn
+de Maagd, gezonden door God, om te volbrengen, wat zij allen zoo vurig
+wenschen? Durand geeft eindelijk toe en met Jeanne vertrekt hij den 13en
+Mei naar Vaucouleurs. Daar aangekomen, begeven zij zich regelrecht naar
+het kasteel. Men brengt hen in de zaal, waar Robert zich bevindt in
+gezelschap van eenige andere krijgslieden. Maar Jeanne behoeft geen
+oogenblik te aarzelen, hare stemmen duiden haar aan tot wien zij zich
+wenden moet en vastberaden treedt zij op den kapitein toe met de
+woorden:
+
+»Ik ben door Messire tot U gezonden, opdat gij den dauphin zult doen
+weten, dat hij stand houde en zijnen vijanden geen slag moet leveren.«
+
+De bijzonderheden omtrent deze eerste ontmoeting tusschen Jeanne en
+Robert de Baudricourt zijn ons bekend uit de getuigenis van Bertrand de
+Poulengy, een schildknaap, die bij de samenkomst aanwezig was. Hij kende
+Domrémy en zijne bewoners, had meermalen zelfs Jacquot d' Arc bezocht,
+zoodat vermoedelijk Jeanne zelf ook geen vreemde voor hem was.
+
+Seigneur Robert, hoewel voor geen kleintje vervaard, staat het eerste
+oogenblik toch eenigszins verwonderd tegenover Jeanne; de verschijning
+van dit jonge meisje, gekleed in een eenigszins armoedig rood jurkje,
+en dat hem zonder eenige inleiding, op kalmen en beslisten toon een
+opdracht geeft voor den dauphin, overvalt hem wel wat onverwacht.
+
+Jeanne vervolgt en voorspelt: »Voor mi-carême zal Messire hem hulp
+zenden.«
+
+Dan zet zij in enkele woorden uiteen een deel van de taak, die zij zich
+gesteld heeft: »In waarheid is het koninkrijk niet in het bezit van
+den dauphin. Maar Messire verlangt, dat de dauphin koning zal zijn en
+heerschen zal over het koninkrijk. Ondanks zijne vijanden zal de dauphin
+tot koning gekroond worden, en ik zal het zijn, die hem naar de
+kroningsplechtigheid geleiden zal.«
+
+Robert begrijpt haar niet. Toch vraagt hij nog: »Wie is Messire?« en
+Jeanne legt hem uit: »De Koning der Hemelen.« Maar deze verklaring maakt
+voor den kapitein het geval niet duidelijker. Te drommel, wat wil ze van
+hem, die knappe verschijning met hare heldere oogen en haar manhaftig
+optreden? Tegenover de overige aanwezigen, zijn krijgsmakkers en
+onderhoorigen, redt hij zijn figuur door eenige ruwe, ongepaste
+soldatengrappen ten koste van het jonge meisje, dat tegenover hem staat;
+dan wendt hij zich tot oom Durand en stuurt hem weg met Jeanne: »Breng
+haar terug bij haar vader en wasch haar maar eens ferm de ooren!«
+
+Deze eerste tegenslag doet Jeanne den moed niet verliezen. Haar
+vertrouwen heeft niet in het minst geleden, zij behoeft slechts te
+wachten op eene betere gelegenheid. Teruggekeerd in de ouderlijke
+woning, vertelt zij niets omtrent haar bezoek aan Vaucouleurs en ook
+oom Durand schijnt haar geheim trouw bewaard te hebben. Alleen in vage
+termen spreekt Jeanne met sommige personen over de groote dingen, die te
+gebeuren staan, maar zij verzwijgt de rol, die zij daarin vervullen zal.
+Zoo neemt zij b.v. Michel Lebuin, een knaap van haren leeftijd, in
+vertrouwen, en voorspelt hem (23 Juni):
+
+»Er woont tusschen Coussey en Vaucouleurs een meisje, dat, vóór er een
+jaar verstreken is, den koning van Frankrijk zal doen kronen.«
+
+ * * * * *
+
+De vijand zit intusschen niet stil. Er worden toebereidselen gemaakt om
+het werk der onderwerping van het geheele koninkrijk te voltooien. De
+regent van Hendrik VI in Frankrijk, de hertog van Bedford, draagt aan
+Antoine de Vergy, gouverneur van Champagne, op om een troepenmacht van
+een duizend man te verzamelen en het oostelijk deel van Frankrijk, de
+streek van Vaucouleurs, in bezit te nemen. In de tweede helft van Juli
+rukken de twee gebroeders Antoine en Jean de Vergy met hun leger op.
+Zooals het oorlogsgebruik van dien tijd medebrengt, worden de dorpen,
+die zij op hun marsch door trekken, geplunderd en verbrand en de
+bewoners, die zich niet tijdig uit de voeten hebben gemaakt, vermoord.
+Als zij Domrémy naderen, verlaten de bewoners met hun vee en alles, wat
+zij redden kunnen, het dorp en vluchten naar Neufchâteau in Lotharingen.
+Onder deze vluchtelingen bevindt zich ook Jacquot d'Arc met zijn gezin.
+
+Jeanne en hare familie vinden een onderkomen bij eene vrouw, genaamd La
+Rousse die een herberg, wij zouden zeggen een klein hôtel, hield.
+
+Valsche getuigen, booze tongen, hebben later verklaard, dat Jeanne in
+die dagen in die herberg met vrouwen van lichte zeden een losbandig
+leven heeft geleid. Maar de verklaringen van verscheidene geloofwaardige
+personen uit Domrémy, die met haar waren uitgeweken, zijn daar om te
+bewijzen, dat dit slechts vuile laster is.
+
+Wel had Jeanne tijdens het korte verblijf te Neufchâteau een voor
+haar onaangename zaak te beredderen. Zij werd voor den rechter te Toul
+geroepen op aanklacht van een jongen man uit Domrémy, die beweerde, dat
+Jeanne hem trouwbeloften had gedaan. Later, in het proces te Rouaan,
+keert men de zaak om en verwijt men Jeanne, dat zij den jongen man had
+doen dagvaarden. Zij zet dan uiteen, hoe de zaak zich werkelijk heeft
+toegedragen: zij was gedaagde, zij had geen trouwbeloften gedaan, en
+wordt ook door den rechter in het gelijk gesteld, zeer tegen den wensch
+van haar vader, die het jongmensch genegen was, en hem gaarne met zijne
+dochter Jeanne had zien huwen.
+
+Na een dag of veertien keeren de vluchtelingen naar hunne haardsteden
+terug, of beter gezegd, naar de plek, waar die zich eenmaal bevonden.
+Zij vinden van het dorp nagenoeg niets terug. Hunne huizen, de kerk,
+alles is verbrand en geplunderd en de oogst is verwoest.
+
+Wij kunnen gerust aannemen, dat de gebeurtenissen van de tweede helft
+van Juli en van begin Augustus 1428, de vlucht naar Neufchâteau en de
+terugkeer in het verwoeste dorp, Jeanne buitengewoon gesterkt hebben in
+hare overtuiging, dat voor haar het oogenblik om te handelen gekomen
+was, dat spoedige hulp voor den dauphin en voor Frankrijk noodzakelijk
+was.
+
+Ook laten hare stemmen haar geen dag met vreê. Steeds met meer nadruk
+dringen zij er bij Jeanne op aan, dat zij haar dorp zal verlaten en naar
+Frankrijk zal gaan. De nood is op het hoogst, ook Orléans wordt reeds
+door den vijand belegerd.
+
+In het begin van 1429 komt het toeval Jeanne te hulp. De vrouw van oom
+Durand Laxart ligt in het kraambed en laat nu vragen, of Jeanne eenigen
+tijd in Burey-le-Petit mag komen, om voor het huishouden en de kleine
+te zorgen. Dit verzoek, dat volstrekt niets buitengewoons had onder
+familieleden in dien tijd, wordt toegestaan. In gezelschap van oom
+Durand, verlaat Jeanne dus, één van de eerste dagen van Februari, het
+ouderlijk huis en Domrémy, om er nooit meer terug te keeren. Zij is
+opgewekt en vol goeden moed. Onderweg groet zij vroolijk alle kennissen,
+haren speelkameraadjes, Guillemette de Greux en Mengette, roept zij
+toe »Adieu, ik ga naar Vaucouleurs.« Zij ontloopt alleen haar oudste
+vriendinnetje, Hauviette genaamd, dat eerst later verneemt, dat Jeanne
+vertrokken is, en dan zeer verdrietig is. In Vaucouleurs neemt zij haar
+intrek bij de vrouw van een wagenmaker, Henri Le Royer, eenen goeden
+bekende van hare familie.
+
+Ditmaal schijnt Robert de Baudricourt moeilijker te genaken te zijn
+geweest. Er verloopen ten minste eenige dagen, voor het Jeanne gelukt,
+hem weer te spreken te krijgen. Zij brengt die dagen door met het
+verrichten van huishoudelijk werk voor hare gastvrouw, en verder
+met bidden in de kerk. Het eerste bezoek van Jeanne aan Robert de
+Baudricourt en het doel van haar komst waren in Vaucouleurs geen geheim
+gebleven.
+
+De kapitein had er later met zijne krijgsmakkers nog eens hartelijk om
+gelachen. Eén van hen, Jean de Metz, een dappere jonge man van dertig
+jaar, vindt Jeanne op een morgen voor de deur van den wagenmaker en
+roept haar toe:
+
+»Wel, beste meid, wat doe je nog hier? Moet de koning uit zijn rijk
+gejaagd worden en moeten wij Engelschen worden?«
+
+Jeanne legt hem uit, dat het haar nog niet gelukt is met Robert de
+Baudricourt te spreken. Zij wilde hem verzoeken, haar naar den koning
+te zenden, want zij alleen kan Frankrijk redden. Dan geeft Jean de Metz
+haar heel kameraadschappelijk een hand en vraagt: »Welnu, beste meid,
+wanneer vertrekken wij?«
+
+En Jeanne antwoordt:
+
+»Liever nu dadelijk dan morgen, en liever morgen dan later.«
+
+Jean de Metz en Bertrand de Poulengy, met welken laatste Jeanne een
+dergelijke ontmoeting had, dringen er bij den kapitein op aan, dat hij
+haar ontvangen zal. Hun moeite heeft het gewenschte resultaat. Nu, bij
+de tweede ontmoeting, hoort Robert Jeanne kalm aan en jaagt haar niet
+weg. Zij vertelt hem, dat Messire haar heeft opgedragen, naar den
+dauphin te gaan, daarna Orléans te ontzetten en vervolgens den koning
+te doen kronen te Reims.
+
+[Illustratie: Kamer in het huis waar Jeanne d'Arc te Domremy woonde.
+ Het huis wordt zooveel mogelijk in den oorspronkelijken toestand
+ bewaard. In het midden een standbeeld van Jeanne.
+
+ Naar een photographie.]
+
+Geheel gewonnen is Robert nog niet dadelijk. Hij zendt Jeanne naar
+Nancy om daar door den hertog van Lotharingen ondervraagd te worden.
+Deze geeft haar een geschenk in geld en zendt haar weer terug naar
+Vaucouleurs.
+
+Zij komt daar aan den twaalfden Februari 1429, dus juist op den dag van
+de »Bataille des Harengs« te Rouvray bij Orléans, waarin de Franschen
+weer verslagen werden. Het is beslist onmogelijk, dat Jeanne op dien dag
+iets van dien veldslag en den uitslag daarvan heeft kunnen weten; toch
+zegt zij dadelijk bij haar aankomst tot de Baudricourt:
+
+»In Godsnaam, gij talmt te lang met mij te zenden, want heden heeft de
+(gentil) dauphin bij Orléans een zeer groot verlies geleden. Hij loopt
+gevaar, een nog grooter verlies te lijden, wanneer gij mij niet spoedig
+naar hem toezendt«.
+
+Als eenige dagen daarna het bericht van de nederlaag bij Rouvray
+Vaucouleurs bereikt, herinnert Robert zich de onheilspellende woorden
+van Jeanne. Er is m.i. voldoende grond voor het vermoeden, dat deze
+gebeurtenis er veel toe heeft bijgedragen, om hem voor de plannen van
+Jeanne te winnen. Hij neemt dan een besluit en laat haar vertrekken.
+
+Voor haar vertrek uit Vaucouleurs ondergaat Jeanne in haar uiterlijk een
+belangrijke metamorphose. Zij legt het sjovele roode jurkje, waarin zij
+gekomen is, af en kleedt zich in een volledig, fonkelnieuw page-costuum,
+dat de bewoners van Vaucouleurs voor haar hebben laten maken. Verder
+laat zij zich de haren afknippen, tot boven de ooren, ook in den vorm,
+zooals destijds de pages het haar droegen. Zij acht het veiliger en
+behoorlijker, om in gezelschap van mannen ook als man gekleed te
+reizen. Vermoedelijk van het geld, haar door den hertog van Lotharingen
+geschonken, heeft zij zich een zwart paard gekocht en van Robert de
+Baudricourt heeft zij een zwaard ten geschenke gekregen. Volledig
+toegerust als een jong krijgsman, is zij dus gereed, den gevaarlijken
+tocht te ondernemen.
+
+Haar escorte is zes man sterk en bestaat uit Jean de Novelompont,
+genaamd Jean de Metz, Bertrand de Poulengy, Jean en Julien, hun knechts,
+Richard, een boogschutter, en een boodschapper van den koning, Colet
+de Vienne genaamd. De reis is lang en gevaarlijk: de geheele streek,
+die zij moeten doortrekken, wordt nog onveilig gemaakt door vreemde
+krijgsbenden. Men heeft dus besloten, overdag te rusten en 's nachts te
+reizen. Jeanne alleen ziet geen gevaar: zij stelt een ieder, die haar
+waarschuwt, gerust:
+
+»Messire zal mij een weg banen, om den dauphin te bereiken.«
+
+Den 23en Februari, tegen den avond, heeft het vertrek plaats. Vrienden
+en kennissen van Jeanne vergezellen den kleinen troep tot aan de poort
+van Vaucouleurs. Ook Robert de Baudricourt is daar. Hij laat de mannen
+zweren dat zij goed zorg zullen dragen voor haar, die hij aan hunne
+hoede heeft toevertrouwd. Dan geeft hij Jeanne een brief voor den koning
+en neemt afscheid van haar met de woorden:
+
+»Welnu, ga, en laat gebeuren wat wil.«
+
+[Illustratie: Vertrek uit Vaucouleurs, 1429.
+
+ Naar een schilderij van J. Scherrer, Orléans.]
+
+Nog eenige oogenblikken staren zij den kleinen page met zijn escorte
+na en luisteren naar den doffen hoefslag van de paarden, wier voeten met
+doeken omwoeld zijn. Dan verdwijnt het zevental in den mist en wordt het
+stil. Terwijl de ophaalbrug wordt opgehaald en de poort van Vaucouleurs
+gesloten, brengen wij den kleinen page het eere-saluut:
+
+ »Seigneurs, barons, inclinez-vous
+ Devant celui qui part, il est plus grand que nous.«
+
+ * * * * *
+
+De geheele reis was buitengewoon voorspoedig. Jean de Metz en Bertrand
+de Poulengy waren dergelijke tochten door eene gevaarlijke, vijandige
+streek gewoon. Zij hadden alle mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen,
+kenden het land en wisten dus welke punten zij mijden moesten en waar
+zij de minste kans liepen, opgemerkt te worden.
+
+Den eersten avond wordt doorgereden tot men tegen den nacht de abdij van
+Sint Urbain bereikt. Bij den Abt Arnoult d'Aulnoy, een bloedverwant van
+Robert de Baudricourt, vinden zij een veilig onderkomen. Den volgenden
+morgen voor hun vertrek hoort Jeanne de Mis.
+
+Op het verdere traject wordt meestal 's nachts gereisd en overdag gerust
+onder den blooten hemel. Jeanne ligt dan geheel gekleed in een deken
+gewikkeld tusschen Jean de Metz en Bertrand de Poulengy in. Zij slaapt
+gerust en vol vertrouwen in hare beide ridders, die gezworen hebben,
+haar behoorlijk te zullen geleiden. En inderdaad de heeren hebben woord
+gehouden en haar behandeld als een zuster.
+
+Hun voorzichtige en geheimzinnige wijze van reizen heeft voor Jeanne
+één groot bezwaar: zij heeft daardoor niet de gelegenheid, dagelijks de
+kerk te bezoeken en de Mis te hooren. Het valt haar zwaar, daarin te
+berusten en zij beklaagt zich herhaaldelijk over dit gemis. Verder stelt
+zij hare geleiders onder weg steeds gerust en deelt hun mede dat hare
+»broeders in het Paradijs« haar steeds zeggen, wat zij doen moet.
+
+De moeilijkste en gevaarlijkste punten van den tocht zijn wel de
+rivieren. De overkant van de Marne bereiken zij over de brug bij Sint
+Urbain, maar zij doorwaden de Aube bij Bar sur Aube, de Seine bij Bar
+sur Seine en de Yonne bij Auxerre en dat in Februari na een strengen
+winter, terwijl de rivieren nog breed en gezwollen zijn!
+
+Als zij eindelijk Gien bereiken, bevinden zij zich op gebied van den
+dauphin en is dus het voornaamste gevaar geweken.
+
+Van Gien trekt men verder naar Fierbois. Te Fierbois bevond zich een
+beroemd heiligdom van één van de patronessen van Jeanne n.l. van de
+Heilige Cathérine, die in het bijzonder de Fransche krijgsgevangenen
+beschermde. Jeanne bezoekt de kapel en hoort te Fierbois eenige malen de
+Mis. Ook zendt zij van daaruit een bode naar den dauphin met den brief
+van Robert de Baudricourt en met een brief door haar zelf gedicteerd,
+waarin zij verzoekt, te Chinon te mogen komen, daar zij honderd vijftig
+mijlen te paard heeft afgelegd om den dauphin mededeelingen te doen, die
+hem van nut kunnen zijn en die zij alleen weet.
+
+Te Chinon arriveert zij na haar vermoeienden tocht in volkomen welstand
+tegen den middag van den 6en Maart en stapt er af in een klein logement.
+
+Dienzelfden dag nog begeeft zij zich naar het koninklijk slot, maar
+wordt niet toegelaten. Karel VII kent haar niet, hij laat vragen,
+wie ze is en wat zij komt doen. De beide brieven, door Jeanne gezonden
+hebben hem dus blijkbaar niet bereikt. In zijn omgeving had men ze
+waarschijnlijk ter zijde gelegd en niet noodig gevonden, hem daarmede
+in kennis te stellen. Nog voor het eerste verschijnen van Jeanne aan
+het hof van Karel VII ondervindt zij reeds tegenwerking, doet zich die
+geheime macht reeds gevoelen die, voortkomende uit de onmiddellijke
+omgeving van den dauphin, haar zal blijven dwarsboomen en een politiek
+zal voeren tegen de hare in, tot het einde toe.
+
+Jeanne moet drie dagen geduld hebben. Op de vraag, haar namens Karel VII
+gedaan, wat zij kwam doen, heeft zij niets willen antwoorden dan in het
+algemeen, dat zij kwam om Orléans te ontzetten en den dauphin voor de
+kroning naar Reims te geleiden. Jean de Metz en Bertrand de Poulengy
+worden ondervraagd; in den Raad van den koning kan men het evenwel niet
+eens worden, men aarzelt, tot het laatste oogenblik toe, zelfs nog nadat
+de meerderheid reeds besloten heeft, dat Jeanne moet toegelaten worden
+en zij ook reeds onderweg is. Na lang wikken en wegen, en op advies van
+de meerderheid van zijn Raad, besluit Karel VII echter ten slotte,
+Jeanne te ontvangen.
+
+Pasquerel, die Jeanne later als biechtvader naar Orléans zal
+vergezellen, deelt nog mede, dat zij op weg naar het koninklijk slot een
+ruiter ontmoette, die haar onder luid vloeken en razen grof beleedigde,
+waarop Jeanne tot hem zou gezegd hebben: »Gij vloekt den naam van God,
+en dat terwijl de dood U zoo nabij is.«
+
+Dienzelfden avond nog, ja volgens het verhaal van Pasquerel, voor er een
+uur verstreken was, viel de man in het water en verdronk.
+
+In de verklaring van Pasquerel wordt de vermaning van Jeanne natuurlijk
+een profetie, een van de vele bewijzen voor haar helderziendheid, haar
+bovenmenschelijkheid.
+
+Maar ook teruggebracht tot het gewoon menschelijke behoudt de episode
+voor ons haar waarde. Ook indien de woorden van Jeanne slechts bedoeld
+zijn geweest als »memento mori« voor den krijgsman in die bange dagen
+van moord en slachting, dan nog staat deze vermaning van het jonge
+meisje door haar waardigheid en bezadigdheid reeds op één lijn met
+zoovele van hare voortreffelijke antwoorden uit het latere proces.
+
+Nog dikwijls zal het voorkomen, dat Jeanne grof beleedigd wordt, vooral
+later door hare doodsvijanden, de Engelschen, en steeds zal het haar
+diep grieven en pijn doen, ja een enkele maal zelfs b.v. wanneer tijdens
+den strijd om Orléans, de Engelschen haar den laagsten scheldnaam naar
+het hoofd slingeren, dien men voor een jong meisje bedenken kan, zal zij
+in snikken uitbarsten. Hare Heiligen zullen haar dan moeten troosten en
+moed inspreken.
+
+ * * * * *
+
+Als Jeanne dan eindelijk in het kasteel van Karel VII is aangekomen,
+wordt zij door Louis van Bourbon, graaf van Vendôme, geleid naar de
+zaal, waar de koning zich bevindt.
+
+De houding van Jeanne bij haar eerste verschijnen in de omgeving van den
+koning is hoogst merkwaardig. De kalmte, waarmede dit zeventienjarige
+boerenmeisje de meest ongewone dingen eenvoudig aanvaardt, is gewoonweg
+verbluffend. Alles wat haar wedervaart in verband met de vervulling van
+hare Goddelijke roeping wordt door haar beschouwd als vanzelf sprekend:
+geen moeilijkheden schrikken haar af, geen milieu kan haar verblinden,
+geen mise-en-scène kan haar imponeeren.
+
+Met de rust en het zelfvertrouwen, waarmede wij haar in Vaucouleurs te
+paard hebben zien stijgen voor een levensgevaarlijken tocht van twaalf
+dagen, zien wij haar nu de groote receptiezaal van het kasteel te Chinon
+binnentreden, en zullen wij haar eenmaal zien verschijnen voor een
+rechtbank van Kardinalen en Bisschoppen.
+
+ * * * * *
+
+Dien avond van den 8en Maart bevond Karel VII zich te midden van
+ongeveer driehonderd edellieden in de groote zaal van zijn kasteel.
+Onder dit uitgelezen gezelschap waren la Trémouille en andere leden
+van zijn Raad en vermoedelijk ook de Bisschop van Reims, tevens
+Rijkskanselier. Een houtvuur brandde onder de groote schouw, vijftig
+toortsen wierpen hun schijnsel op de bontgekleurde, kostbare gewaden van
+de hovelingen en krijgslieden en vormden een voor dien tijd voorwaar
+schitterende verlichting. Wie is in deze bonte menigte de dauphin? De
+mogelijkheid, dat Jeanne ooit te voren een beeltenis van Karel VII zou
+gezien hebben, is zoo goed als uitgesloten. Ook weten wij, dat de koning
+geen persoon was, die door zijne houding, zijne gestalte, of door de
+kostbaarheid van zijn costuum in het oog viel of de aandacht trok.
+(Bekend is, dat hij meermalen in een oud wambuis nieuwe mouwen liet
+zetten). Toch aarzelt Jeanne geen oogenblik en met vast beraden
+tred, maar volgens de verklaring van den heer van Gaucourt, een der
+voornaamste ooggetuigen, »met groote nederigheid en eenvoud« treedt
+zij op den koning toe. Dan ontbloot zij het hoofd en met een linksche
+buiging begroet zij hem met de woorden: »God schenke U een lang leven,
+gentil Dauphin.« Op de vraag van den koning, wie zij is en wat zij van
+hem verlangt, antwoordt zij, dat haar naam is »Jeanne la Pucelle« en zet
+zij in enkele woorden uiteen welke opdracht haar door »den Koning der
+Hemelen« gegeven is.
+
+Daarna neemt Karel VII haar ter zijde, en heeft er tusschen hem en
+Jeanne een langdurig onderhoud plaats.
+
+Hiermede zijn wij genaderd tot één van de groote vraagteekens in de
+geschiedenis van Jeanne d'Arc. Wat is er in dit onderhoud zonder
+getuigen tusschen haar en den koning verhandeld? Wat behelst »het
+Geheim van den Koning« en wat is geweest »het teeken te Chinon«? Met
+absolute zekerheid is dit niet te zeggen. Een rechtstreeksche verklaring
+hieromtrent van Karel VII bezitten wij niet en ook Jeanne heeft tot haar
+dood toe geweigerd, hiervan een volledig relaas te geven. De doktoren te
+Poitiers zullen er haar naar vragen en er haar mede lastig vallen, maar
+zonder het gewenschte resultaat. En dan later de rechters te Rouaan;
+telkens en telkens weer zullen zij terugkomen op datzelfde punt: het
+geheime teeken te Chinon. Maar Jeanne zal hun afschepen met ontwijkende
+antwoorden, of zij zal kort en bondig weigeren, eenig nader bescheid te
+geven. Zij zullen het beproeven met listen en strikvragen, maar Jeanne
+zal hun slimheid doorzien, zal ook op dat gebied hun meerdere blijven.
+
+Er bestaan over dit vraagpunt enkele lezingen van tijdgenooten, verder
+een overvloed van commentaren van latere geschiedschrijvers.
+
+Materiaal genoeg, maar er is veel kaf onder het koren, veel fantasie:
+schiften en oppassen is de boodschap.
+
+Om te beginnen weten wij uit eene verklaring van Jeanne zelf, dat hare
+stemmen haar reeds in Domrémy hadden aangemoedigd met de woorden: »Ga en
+wees onverschrokken; wanneer gij bij den Koning zult zijn, zal hij een
+teeken krijgen om hem te overreden in u te gelooven, en u te ontvangen.«
+
+Ook geeft zij in het proces te Rouaan nog een belangrijke bijzonderheid,
+wanneer zij mededeelt, dat het teeken in verband stond met hare eigen
+daden. Dit laatste détail is ook volstrekt niet in strijd met hetgeen
+Jeanne verder in het proces heeft losgelaten omtrent »den engel« die
+te Chinon verschenen is, en »de kroon« die zij er gezien heeft. Ook
+al nemen wij niet aan, dat, zooals in het ongeteekende deel van het
+procesverbaal vermeld staat, Jeanne zelf zou geëindigd zijn, met aan
+het einde van het proces haar verklaringen omtrent het teeken te Chinon
+te herroepen, door te zeggen, dat zij als zuivere symboliek bedoeld
+waren, toch is het voor ons duidelijk dat zij afkomstig zijn van den
+persoon, die geregeld in aanraking kwam met hemelboden en Heiligen uit
+het Paradijs.
+
+En past ditzelfde détail ook niet volkomen in de omlijsting van het
+verhaal, afkomstig uit de onmiddellijke omgeving van Karel VII en
+volgens hetwelk Jeanne den koning tijdens dit eerste onderhoud het
+verhaal van hare zending zou bevestigd hebben door hem geheime en
+verborgen zaken mede te deelen.
+
+Het is zeer wel mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk, dat Karel VII in de
+laatste dagen voor de eerste ontmoeting met Jeanne bijzonder mismoedig
+was. Zijn zaak stond er op dat oogenblik slecht voor en »grande pitié
+était au royaume de France«. Orléans belegerd, zijne troepen bij Rouvray
+weer verslagen. Wanneer Orléans valt is het pleit verloren en rest hem
+niet veel anders, dan te trachten zijn leven althans in veiligheid te
+brengen, en te vluchten naar Spanje of Schotland. Waar de troepen, waar
+het geld vandaan te halen om Orléans te ontzetten en den vijand het land
+uit te drijven?
+
+In de vergaderingen van zijn Raad wordt deze vraag druk besproken, men
+zoekt naar een oplossing, maar tot nu toe te vergeefs. Er zijn evenwel
+elementen in zijn Raad, die den koning drukken, ook daar durft hij
+niet alles uitspreken, wat in zijn binnenste omgaat, en zijn gemoed
+dikwijls angstig bezwaart. Karel VII is geen groote, krachtige figuur,
+die zijn gansche omgeving beheerscht, hij is verlegen en weifelmoedig.
+De tegenspoeden en rampen van den laatsten tijd hebben zijn zwak
+zelfvertrouwen nog ernstig geschokt en in het diepst van zijn ziel
+is twijfel gerezen aan zijn goed recht, aan het rechtvaardige van
+de zaak waarvoor hij strijdt, ja, zelfs aan het rechtmatige van zijne
+afstamming. Wanneer hij werkelijk de wettige opvolger op den troon
+van Frankrijk was, zou God hem dan geen hulp gezonden hebben en zijn
+legers hebben doen zegevieren? In zijn stille gebeden, want hij is zeer
+godsdienstig, heeft hij God gesmeekt, hem voor te lichten en den weg te
+toonen, dien hij volgen moet.
+
+In deze gemoedsstemming treft hem Jeanne aan bij de eerste ontmoeting
+te Chinon. Men heeft den koning reeds verteld van den bijzonder
+voorspoedigen tocht, dien dit meisje uit Domrémy heeft ondernomen om
+tot hem te komen, en hem belangrijke mededeelingen te doen.
+
+En daar staat zij nu voor hem, wel is waar in travesti als page gekleed,
+maar in hare volle, slanke gratie en jeugdige frischheid. Twee heldere,
+open oogen zien hem aan uit dat knappe gezicht, haar optreden is kalm en
+beslist, zonder eenige opdringerigheid.
+
+Als zij daarna in gesprek raken, klinken hare woorden vol overtuiging
+en getuigt de groote bezieling, die van haar uitgaat, van de kracht van
+haar eigen, machtig geloof. Eén voor één neemt ze met groote beslistheid
+alle punten van twijfel en onzekerheid weg, door de verklaring van hare
+Missie. God heeft haar tot den dauphin gezonden om Orléans te bevrijden
+en om daarna hem, den koning, te doen kronen te Reims. Is dat niet
+juist het antwoord op de vragen, waarmede hij zich in zijne eenzame
+overpeinzingen had bezig gehouden, en waarover hij niemand ter wereld
+had durven raadplegen? Dan zou dit dus de voorlichting zijn, waarom hij
+God gebeden had, en de hulp hem door God gezonden, nu de nood op het
+hoogst gestegen is. Terwijl Jeanne tot hem spreekt, voelt hij zijn moed
+herleven, zijn zelfvertrouwen wederkeeren. Zonder dat hij haar iets
+gevraagd heeft, en zonder dat iemand haar op de hoogte kan gebracht
+hebben van de heimelijke angsten van den koning, stelt ze hem gerust,
+door hare houding, haar optreden, haar woord, haar geloof, door de
+bekoring en de bezieling, die er van haarzelf uitgaan. Zij heeft op den
+rechten toon, het rechte woord, op het rechte oogenblik gesproken.
+
+Dit is voor ons »het geheim van den koning« en »het teeken te Chinon«,
+zooals het geweest was het geheim van Burey le Petit, toen zij oom
+Durand moest winnen en het geheim van Vaucouleurs, toen zij den
+allesbehalve bijgeloovigen Robert de Baudricourt moest overtuigen.
+
+Zeer zeker, de Engel, waarover men haar later ondervraagd heeft, is op
+dien avond in de groote zaal van het koninklijk slot te Chinon geweest,
+want Jeanne heeft hem immers gezien, hij heeft haar geleid te midden
+van die bonte menigte, tot zij stond voor den dauphin, en tijdens het
+geheime onderhoud met Karel VII heeft hij haar gesteund en terzijde
+gestaan. En wanneer de Koning hem ook gezien heeft en La Trémouille
+en de Gaucourt en mogelijk ook de Bisschop van Reims en alle andere
+raadslieden en edellieden van den Koning, welnu dan is die Engel Jeanne
+zelf geweest.
+
+En toen Jeanne den Koning vertelde, dat het de wil was van »Messire« dat
+zij hem naar Reims zou geleiden om hem daar te doen kronen, droeg toen
+die Engel niet een kroon in zijn hand en wel een kroon van een edeler
+metaal en versierd met nog schitterender steenen, dan die waarvan men
+zich later bedienen zal bij de plechtigheid te Reims? En heeft Karel VII
+die kroon niet gezien, ja, moet hij die niet gezien hebben zooals Jeanne
+haar zag, terwijl zij tot den dauphin sprak over het tweede deel van
+hare Goddelijke opdracht, dat zou afloopen bij het einde van de kroning
+in de kathedraal te Reims?
+
+ * * * * *
+
+Na afloop van zijn onderhoud met Jeanne wil Karel VII overleg plegen met
+zijn Raad. Hij is voorzichtig. In zijn omgeving trouwens wil men ook
+eerst de zaak goed wikken en wegen, voor men iets van belang durft
+ondernemen. Men is bang zich aan koud water te branden. Is Jeanne
+werkelijk door God gezonden tot redding van het koninkrijk, of is zij
+van den duivel bezeten en is alles wat zij zegt dus uit den booze?
+
+Voorloopig wordt in elk geval besloten dat Jeanne te Chinon zal blijven.
+In den toren du Coudray van het kasteel krijgt zij een kamer: zij wordt
+toevertrouwd aan de zorgen van een officier van het Hof en zijn vrouw,
+en Louis de Contes, een jong mensch van vijftien jaar ongeveer, wordt
+haar toegewezen als page.
+
+De koning bezoekt haar dikwijls en spreekt dan zeer vertrouwelijk met
+haar, hij voelt bij intuïtie, dat zij oprecht is en in elk geval te
+goeder trouw. Op een morgen, als Jeanne weer met haar »gentil dauphin«
+in een druk gesprek gewikkeld is in een van de zalen van het koninklijk
+slot, treedt daar een jongeling binnen; de hertog van Alençon. Jaren
+lang is hij krijgsgevangene van de Engelschen geweest en eerst kort
+geleden is hij uit die gevangenschap ontslagen en bij de zijnen
+teruggekeerd. Een koerier is hem komen berichten, dat aan het Hof een
+meisje verschenen is, door God gezonden om de Engelschen uit Frankrijk
+te verjagen. Dat meisje wil hij zien en daarom is hij onverwijld naar
+Chinon gekomen om haar te ontmoeten. Als Jeanne hem ziet nadertreden
+en van den koning vernomen heeft dat het zijn neef is, de hertog van
+Alençon en een schoonzoon van den hertog van Orléans, groet zij hem
+eerbiedig en spreekt hem aan met de woorden:
+
+»Wees van harte welkom. Hoe meer bloed van den koning van Frankrijk hier
+vereenigd is, hoe beter het zal zijn.«
+
+Beiden jong, strijdlustig en vol geestdrift voor een zelfde zaak, zullen
+zij in het vervolg steeds goede kameraden zijn en in den mond van Jeanne
+zal d'Alençon steeds heeten »mon beau duc«.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen is men te Chinon, op last van Karel VII reeds een voorloopig
+onderzoek naar Jeanne en haar verleden begonnen. Het voornaamste
+onderzoek zal evenwel plaats hebben te Poitiers, waar in die dagen het
+Parlement gevestigd was. Een commissie van onderzoek wordt benoemd;
+zij bestaat uit professoren, doctoren en geestelijken, waaronder twee
+bisschoppen. Voorzitter zal zijn: Regnault de Chartres, Rijkskanselier,
+Aartsbisschop van Reims. Evenals later de Rechtbank te Rouaan, heeft
+ook deze Commissie, voor den aanvang van het eigenlijke verhoor, alle
+mogelijke gegevens verzameld en zijn als getuigen gehoord allen, die
+te Domrémy, te Vaucouleurs of elders met Jeanne in aanraking zijn
+geweest. Als men met alle toebereidselen gereed is, vertrekt Jeanne
+zelf met een gewapend escorte naar Poitiers, en neemt daar haar intrek
+in hôtel de la Rose. In hetzelfde hôtel logeert Mr. Jean Rabateau, de
+advocaat-generaal, en aldaar zal ook het verhoor plaats hebben.
+
+Op weg naar Poitiers is Jeanne een oogenblik in den waan, dat men haar
+reeds naar Orléans brengt. Zij is ongeduldig en er is reeds veel tijd
+verloren gegaan in Chinon. Ze is diep teleurgesteld, als men haar
+vertelt dat zij naar Poitiers gaat om door een commissie ondervraagd te
+worden.
+
+»Bij God«, zucht zij, »ik weet dat ik het daar niet gemakkelijk zal
+hebben, maar Messire zal mij helpen. Laten wij dus gaan.«
+
+Uit deze verzuchting blijkt wel, dat Jeanne van te voren erg heeft
+opgezien tegen het onderzoek van al die geleerde heeren, maar als
+eenmaal het eigenlijke verhoor is begonnen, beschikt zij weer over hare
+volle vrijmoedigheid en zelfvertrouwen. Hare antwoorden zijn duidelijk
+en scherp en de indruk, dien zij maakt, is bijzonder gunstig. Wij mogen
+hierbij evenwel niet uit het oog verliezen, dat deze commissie, in
+tegenstelling met de rechtbank te Rouaan, er niet beslist op uit was
+haar in het verderf te storten en op den brandstapel te brengen.
+
+Zij deelt aan hare ondervragers mede, wat hare stemmen tot haar gezegd
+hebben en hoe zij haar hebben opgedragen naar Frankrijk en tot den
+koning te gaan om het land te redden.
+
+Men merkt haar op dat God, wanneer hij Frankrijk wil redden, daartoe
+toch geen krijgslieden noodig heeft. Waarop Jeanne antwoordt:
+
+»Bij God, de krijgslieden zullen vechten en God zal hun de overwinning
+geven.«
+
+Na eenige séances begint het verhoor haar danig te vervelen. In haar
+onschuld begrijpt zij natuurlijk niet, wat men van haar wil. Zij is
+gekomen met een opdracht om Orléans te ontzetten. Waarom talmt men
+dan? Is dit niet allemaal verloren tijd? En dan, zij gevoelt zich niet
+zoo op haar gemak tegenover die doctoren en geleerde heeren met hunne
+dikke boeken en paperassen. Als op een morgen Gobert Thibault, een
+jonge krijgsman dien zij reeds te Chinon ontmoet heeft, met eenige
+commissieleden binnenkomt, stapt zij op hem af, klopt hem vertrouwelijk
+op zijn schouder en zegt:
+
+»Ik zou een heelen troep van krijgslieden willen hebben, zoo goed gezind
+als gij«.
+
+Ja, laat men haar soldaten geven, zij hunkert er naar de beloften, die
+zij gedaan heeft, te vervullen.
+
+Hare antwoorden worden ietwat humeurig. Als zij mededeelingen doet over
+haar missie en hare stemmen en men spreekt haar tegen, dan bijt zij van
+zich af:
+
+»Er staat in de boeken van Onzen Heer meer dan in de Uwe«.
+
+Als later een priester uit Limoge haar met zijn eigenaardig accent
+vraagt:
+
+»Welke taal spreken Uwe stemmen?«, dan antwoordt zij ondeugend:
+
+»Een betere dan de Uwe.«
+
+De commissie, hoewel zij Jeanne niet slecht gezind is, is moeilijk te
+voldoen. Zij dringt er steeds bij haar op aan, dat zij door een teeken
+bewijzen zal, dat zij door God gezonden is. En telkens weer geeft Jeanne
+hetzelfde antwoord, dat zij niet te Poitiers gekomen is, om teekens te
+geven. Het eenige teeken, dat zij geven kan, is dat zij volbrengen zal,
+wat zij beloofd heeft: zij zal Orléans bevrijden en den dauphin te Reims
+doen kronen.
+
+ * * * * *
+
+In Poitiers dicteert zij ook een brief aan de Engelschen. Bovenaan staan
+de woorden [zwaard] Jhesu Maria [zwaard] en dan vervolgt zij:
+
+»Koning van Engeland en gij, hertog van Bethfort, die U regent noemt van
+het koninkrijk Frankrijk, Guilleaume la Poule, graaf van Suffort« etc.
+De namen van den hertog van Bedford en den graaf van Suffolk werden door
+de Franschen in dien tijd wel zonderling geradbraakt, en opmerkelijk
+is ook dat Jeanne William Pole, graaf van Suffolk, in dit schrijven
+en ook later aanspreekt als »la Poule« en William Glansdale, baljuw
+van Alençon, voor den koning van Engeland als »Glasidas« of »Glasdas«.
+Wij kunnen niet meegaan met Hanotaux, die haar Thomas de Scales als
+»Glasidas« laat aanspreken. In dien brief eischt zij van den koning van
+Engeland en van zijn veldheeren, kort en bondig, dat zij de sleutels
+van de steden, die zij veroverd hebben, zullen teruggeven aan haar »la
+Pucelle« die door God gezonden is, en dat zij het land zullen verlaten.
+Zij is blijkbaar in hare verbeelding reeds aan het hoofd van hare
+troepen, want zij noemt zich »chief de guerre« en dreigt, de Engelschen
+die niet in haar en hare Goddelijke Missie gelooven, bij de eerste
+ontmoeting tot den laatsten man te zullen vernietigen, maar degenen,
+die zich onderwerpen, en haar gehoorzamen willen, zal zij in genade
+aannemen.
+
+ * * * * *
+
+Als het verhoor van geleerden en geestelijken is afgeloopen, moet Jeanne
+nog een ander onderzoek ondergaan, dat voor haar zeker niet minder
+onaangenaam is. Terwijl kort na haar aankomst te Chinon eenige dames
+hadden moeten nagaan van welk geslacht zij was, wordt thans aan een
+commissie, eveneens uit dames bestaande, opgedragen te onderzoeken of
+zij werkelijk maagd is. Hoe onkiesch, smakeloos en belachelijk ons dit
+ook voorkomt, toch was dit voor dien tijd een punt van groot gewicht.
+
+Maagdelijkheid gold toenmaals voor een groote kracht en was het symbool
+van het weerstandsvermogen tegen de voortdurende hinderlagen van den
+duivel. Jeanne zelf was trouwens hiervan ook volkomen doordrongen. Had
+zij niet zelf haren Heiligen bij een van hun eerste bezoeken de gelofte
+gedaan, Maagd te zullen blijven, zoolang het God behagen zou? Noemt zij
+zich zelf niet steeds met fierheid »Jeanne la Pucelle« en zal zij niet
+later, bij het hooren van haar doodvonnis, jammeren en weeklagen »dat
+haar lichaam, dat zij tot het einde toe rein en ongerept heeft weten te
+bewaren, verbrand en tot asch verteerd moet worden?« Zoowel te Poitiers
+als later te Rouaan zal zij zich telkens gedwee en gelaten aan het
+onderzoek onderwerpen.
+
+Het rapport van de dames-commissie, waarin o.a. zitting hadden genomen
+de koningin van Sicilië en Jerusalem en de vrouw van den heer de
+Gaucourt, luidde volkomen gunstig voor Jeanne: »que c'était une vraie et
+entière pucelle.«
+
+Dan eindelijk is het onderzoek afgeloopen: het heeft zes weken geduurd.
+De commissie heeft hare conclusies opgesteld, die hier op neerkomen: Men
+is van oordeel, dat de beloften, door Jeanne gedaan, geen Goddelijken
+oorsprong hebben, doch zuiver menschelijk zijn, maar men heeft in haar
+geen kwaad, doch uitsluitend goede eigenschappen kunnen vinden; zij
+is nederig, maagd, vroom, eerlijk en eenvoudig. Aangezien zij beloofd
+heeft, het bewijs van hare Goddelijke Missie te zullen leveren voor
+Orléans, adviseert men, haar met hare soldaten en onder behoorlijk
+geleide naar Orléans te laten oprukken, omdat men zich Gods hulp,
+wanneer die wordt aangeboden, niet onwaardig mag toonen.
+
+Een afschrift van deze conclusies, waarin één en ander behoorlijk
+gestaafd wordt met aanhalingen en teksten uit de Heilige Schrift, wordt
+gezonden naar alle steden van het koninkrijk en aan alle vorsten van de
+bekende wereld.
+
+Opgewekt en vol goeden moed, innig dankbaar, dat voor haar nu eindelijk
+spoedig het oogenblik van handelen zal aanbreken, en zij weldra aan de
+wereld zal kunnen toonen, wie zij is en wat zij met Gods hulp vermag,
+vertrekt Jeanne van Poitiers naar Tours waar men voor hare bewapening en
+uitrusting zorg zal dragen.
+
+De Franschen van de eerste helft der vijftiende eeuw betoonen zich,
+evenals hunne nakomelingen van den tegenwoordigen tijd, meesters in de
+kunst der régie en mise-en-scène. Van het oogenblik af, dat men besloten
+heeft Jeanne naar Orléans te geleiden, om haar in de gelegenheid te
+stellen, hare beloften te vervullen, heeft men tevens ingezien, dat bij
+eene onderneming als deze »een goede aankleeding« van groot belang is.
+
+Aan een kundig wapensmid te Tours wordt op bevel van den koning
+opgedragen, op maat voor Jeanne en haar krijgsros, een volledig harnas
+te vervaardigen. In plaats van het lichte page-costuum, waarin zij uit
+Vaucouleurs is vertrokken, krijgt het jonge meisje nu een blanke, stalen
+wapenrusting te torsen, die bestaat uit een helm met beweegbare kinband
+en vizier, een kuras, verder stalen platen ter bescherming van armen,
+ellebogen en schouders, beenen, voeten en knieën, dan handschoenen, met
+stalen plaatjes bekleed en een soort maliënkolder, die als een korte
+rok onder uit het kuras op de dijen hangt.
+
+Jean de Metz en Bertrand de Poulengy schaffen zich ook bij denzelfden
+wapensmid een wapenrusting aan, die met het harnas van Jeanne op één en
+dezelfde nota voorkomen.
+
+De Heiligen van Jeanne hebben haar gezegd, waar zij het zwaard kan
+vinden, dat zij dragen moet. Zoodra dan ook de overige deelen van de
+wapenrusting gereed zijn, zendt zij haar wapensmid met een brief naar de
+Gouverneurs van de kapel van de Heilige Cathérine van Fierbois. Volgens
+hare aanduiding kan het zwaard dat voor haar bestemd is, gevonden worden
+in de nabijheid van het altaar, waar het begraven is. Het is een roestig
+zwaard, waarop vijf kruisjes gegraveerd staan.
+
+Inderdaad vinden de priesters van de kapel na eenig graven op de
+aangegeven plek een zwaard, als door Jeanne beschreven. Het wordt zonder
+eenige moeite roestvrij gemaakt en blank geschuurd en daarna Jeanne
+toegezonden met een schede, als geschenk van de priesters te Fierbois.
+
+Dit geheimzinnige verhaal omtrent het zwaard van Fierbois, dat wij
+hierboven wat de hoofdpunten betreft, weergeven naar de verklaring van
+Jeanne zelf in het proces te Rouaan, is natuurlijk door hare geloovige
+tijdgenooten gretig aanvaard als een wonder. Er is op dit dankbare thema
+dadelijk ijverig voortgeborduurd.
+
+Nauwkeurig volgens voorschrift van Jeanne en onder haar toezicht zijn
+intusschen door een Schotschen schilder, genaamd James Power, hare
+vaandels vervaardigd. Ze zijn drie in getal: een banier, een standaard
+en een vaan.
+
+De banier vertoonde een crucifix zonder meer. Zij wordt voortaan voor
+Jeanne uitgedragen door een van de geestelijken uit haar gevolg.
+
+Op de vaan, gedragen door een van hare dienaren, en die als
+herkenningsteeken dienst deed, zag men een voorstelling van Maria
+Boodschap: een engel, die de Heilige Maagd een lelie aanbiedt.
+
+Het voornaamste van de drie was haar standaard. Hierover verklaart zij
+in het proces te Rouaan:
+
+»Dien droeg ik zelf, wanneer ik den vijand aanviel, om te voorkomen, dat
+ik iemand doodde.... want ik heb nooit iemand gedood.«
+
+Hij was van wit linnen, bezaaid met Fransche lelies; in het midden,
+gezeten op een regenboog, God de Vader, de Koning der Hemelen, de eene
+hand zegenend uitgestrekt en met de aardbol in de andere hand; aan
+weerszijden lag een engel geknield, het zijn de Heilige Michaël en de
+Heilige Gabriël, die God een lelie aanbieden. In het midden bovenaan
+stond haar devies: »Jhesu Maria.«
+
+ * * * * *
+
+Nu nog het gevolg van Jeanne.
+
+Enkele personen, die met haar uit Poitiers gekomen waren, maakten
+van het oponthoud te Tours gebruik, om deel te nemen aan de groote
+pelgrimstocht naar het heiligdom van Notre Dame du Puy en Velay.
+Bertrand de Poulengy was vermoedelijk een dier bedevaartgangers. De
+terugreis maakte hij in gezelschap van een jongen Augustijner, Broeder
+Pasquerel. Bertrand dringt er bij den Broeder op aan, dat deze kennis
+zal maken met Jeanne. Op een morgen bezoeken zij haar samen in het hôtel
+van Jean du Puy, waarin Jeanne haar intrek had genomen. Zij ontvangt den
+jongen priester op hare gewone, hartelijke wijze met de woorden: »Het
+doet mij genoegen, den eerwaarden vader te ontmoeten; ik heb reeds over
+hem hooren spreken en morgen zal ik bij hem te biecht gaan.«
+
+Van dien dag af werd broeder Pasquerel haar vaste biechtvader, haar
+veldprediker. Hij bleef getrouw aan haar zijde, tot het einde toe, tot
+den laatsten dag in Compiègne.
+
+Verder vinden wij in het gevolg van Jeanne haar beide pages, Louis de
+Contes en Raymond, twee herauten, de beide getrouwen Jean de Metz en
+Bertrand de Poulengy, eenige gewone dienaren, en eindelijk haar trouwe,
+brave schildknaap Jean d'Aulon, die zich te Blois onder hare bevelen
+stelde, en die haar, evenals broeder Pasquerel niet meer verlaten zal
+en zelfs aan hare zijde en tegelijk met haar te Compiègne zal worden
+gevangen genomen.
+
+Waarschijnlijk hebben ook te Tours reeds de beide broeders van Jeanne,
+Pierre en Jean, zich bij haar staf aangesloten.
+
+Na het vertrek van Jeanne uit Vaucouleurs was oom Durand aan de familie
+te Domrémy gaan mededeelen, wat er gebeurd was. Toen men bekomen was van
+den eersten schrik, besloot men zich te schikken in het onvermijdelijke,
+en werden haar beide jongste broeders haar achterna gezonden om haar te
+volgen en zoo noodig te beschermen.
+
+Het eenvoudige boerendeerntje, dat in Februari van hetzelfde jaar (1429)
+op bloote voeten en in een schamel, rood wollen jurkje haar dorpje had
+vaarwel gezegd, verlaat thans Tours een van de laatste dagen van April
+in een schitterende wapenrusting, voorafgegaan door hare banieren, aan
+het hoofd van een groot gevolg, en in gezelschap van nog vele andere
+voorname personaadjes, waaronder Regnault de Chartres, Rijkskanselier
+en Aartsbisschop van Reims, om zich naar Blois te begeven, waar zij den
+27en aankomt.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+ORLÉANS.
+
+
+Den 12en October 1428 begint het beleg van Orléans. Een aanzienlijk
+Engelsch-Bourgondisch leger onder bevel van den graaf van Salisbury
+heeft de gansche streek tusschen Parijs en Orléans onderworpen.
+Ernstigen weerstand hebben zij op hun veroveringstocht niet ondervonden,
+maar een veertigtal grootere en kleinere versterkte plaatsen hebben
+zij onderweg bezet, en zooals toen gebruikelijk was, uitgemoord en
+geplunderd. Vanuit Janville, waar Salisbury den 5en September met zijne
+troepen was aangekomen, heeft hij twee herauten naar Orléans gezonden,
+om de sleutels van de stad op te eischen, maar zij is niet van plan
+het vijandige leger binnen hare muren te ontvangen en stelt zich dus
+in staat van verdediging. Op den 12en October, dus op den dag dat het
+Engelsch-Bourgondische leger uit het zuiden van de zijde van la Sologne
+op Orléans komt aanrukken, verwoesten de burgers van de stad nog in
+allerijl de aan den overkant van de Loire gelegen voorstad de Portereau
+en maken haar geheel gelijk met den grond, om den vijand te beletten
+zich in de huizen of in het klooster te verschansen. De bewoners van de
+Portereau en van de andere voorsteden trekken zich terug binnen de muren
+van de eigenlijke stad, zoodat Orléans, dat destijds in gewone dagen
+eene bevolking van vijftienduizend zielen telde, tijdens het beleg een
+bevolking van dertigduizend inwoners moest huisvesten en voeden. Voor de
+verdediging van de vesting rekende men in hoofdzaak op de burgerwacht
+van de stad, die bestond uit ongeveer 3000 man met 71 kanonnen.
+
+Voor een zuiver begrip van den loop van het gansche beleg van Orléans
+willen wij beginnen met de aandacht erop te vestigen, dat de insluiting
+van de stad geen oogenblik volkomen is geweest, zoodat kleine convooien
+met levensmiddelen steeds gelegenheid houden, al is het dan ook des
+nachts en in alle stilte, binnen de belegerde vesting te komen. Ook
+kleinere of grootere troepenafdeelingen gelukt het soms, de belegerde
+stad van uit het omliggende land te bereiken of haar te verlaten.
+
+[Illustratie: ORLÉANS TEN TIJDE VAN HET BELEG IN 1429
+
+ Gereconstrueerd door Mej. F. Bremer (Penteekening)]
+
+De belegeraars beginnen met zich te verschansen ten zuiden van de stad,
+op de puinhoopen van de verwoeste voorstad en tegenover de groote
+steenen brug over de Loire, die verdedigd wordt door het op het uiteinde
+van de brug gelegen fort les Tourelles. Zoodra het leger van Salisbury
+zijn kanonnen in positie heeft gebracht, wordt een aanvang gemaakt met
+het bombardement van de brug en het fort en van de stad daarachter. Den
+21en October volgt dan een eerste algemeene aanval op les Tourelles.
+De burgers van Orléans, geholpen door hunne vrouwen, drijven die eerste
+maal de Godons terug, maar bij een herhaalden aanval op den 24en October
+bemerken zij, dat de vijand loopgraven onder de brug heeft gemaakt en
+zien zij zich gedwongen, het fort te verlaten. Op hun terugtocht slagen
+zij er nog in, twee bogen van de brug aan de stadszijde te vernielen en
+daardoor de verbinding met den anderen oever van de Loire te verbreken.
+
+Salisbury zelf, de Engelsche bevelhebber, wordt dienzelfden avond,
+staande op een van de torens van het nieuw veroverde fort, door een
+kanonskogel uit de stad getroffen en sterft drie dagen later. Het bevel
+over zijne troepen wordt overgenomen door William Pole, door Jeanne
+genoemd la Poule, John Thalbot en Thomas de Scales.
+
+De belegerden lijden door de verovering van les Tourelles een zwaar
+verlies. Van af de torens van het fort overziet men het geheele plan van
+de stad, hetgeen een belangrijk voordeel bij de beschieting oplevert.
+
+Eigenaardig en ook al weer teekenend voor de gebrekkige afsluiting van
+de stad, is het feit, dat eerst daags na den val van les Tourelles,
+Dunois, de bastaard van Orléans, met nog eenige voorname heeren,
+waaronder de bekende kapitein la Hire, binnen de muren van Orléans
+verschijnt en het opperbevel over de verdedigingstroepen op zich neemt.
+
+Onder zijne leiding worden gedurende de eerste wintermaanden ook de
+andere voorsteden van de stad geraseerd, daar de belegeraars begonnen
+waren, hunne schansen op te werpen aan de overzijde van de Loire ten
+oosten en ten westen van de stad. Belangrijke gevechten hebben in den
+aanvang van den winter niet plaats; alleen heeft men binnen de stad veel
+te lijden van het hardnekkige bombardement van de vijandige kanonnen.
+Maar de toestand zoowel binnen de muren van de »benarde veste« als in
+het kamp van de belegeraars is alles behalve rooskleurig. De winter is
+koud en de levensmiddelen raken op. De convooien met proviand worden
+dikwijls onderschept en zij, die de plaats van hunne bestemming
+bereiken, zijn klein en ten eenenmale onvoldoende: hongersnood staat
+voor de deur.
+
+In het begin van Februari 1429 verneemt men in de stad, dat een groot
+convooi met proviand, van Parijs komende, onderweg is voor het
+Engelsch-Bourgondische leger. Dunois verlaat de stad met een escorte van
+tweehonderd man en trekt naar Blois om met den jongen graaf van Clermont
+te beraadslagen, wat men doen zal. Besloten wordt, dat de troepen van
+Orléans en van Blois door een gecombineerden aanval zullen trachten,
+het convooi te onderscheppen: men zal elkaar ontmoeten te Rouvray. De
+verdedigers van Orléans komen het eerst te Rouvray aan; even voor het
+leger uit Blois en even voor het vijandig convooi onder leiding van
+Falstolf. Hadden la Hire, Poton de Xaintrailles en William Stuart, de
+broer van den connétable van Schotland, hun zin kunnen volgen en met
+de burgerwacht van Orléans den vijand dadelijk aangevallen, zij zouden
+Falstolf, die aanvankelijk niets kwaads vermoedde, overrompeld en zich
+zonder veel moeite meester gemaakt hebben van het geheele convooi. Men
+zond nog ijlings renboden naar den graaf van Clermont, maar deze liet
+uitdrukkelijk bevelen, dat men niets zou ondernemen voor zijn aankomst.
+In dien tijd had Falstolf rustig de gelegenheid, zich in staat van
+verdediging te stellen en te verschansen achter de wagens van zijn
+eigen convooi. De besluiteloosheid van den jongen, onervaren graaf
+van Clermont, had tengevolge dat die 12e Februari voor de Fransche
+troepen zeer ongelukkig afliep. De Engelsche ruiterij sloeg de Franschen
+voor zij zich vereenigd hadden uiteen. Vele dapperen sneuvelden; de
+graaf van Clermont vluchtte met zijn leger binnen Orléans; hun aftocht
+werd gedekt door la Hire en Poton.
+
+Het vurig begeerde convooi, dat, aangezien men in de vasten was,
+grootendeels bestond uit haringen, kon verder rustig zijn bestemming
+bereiken. De nederlaag bij Rouvray, die door de Franschen genoemd
+wordt »la journée des Harengs«, wordt door Jeanne dienzelfden dag te
+Vaucouleurs aangekondigd als zij tot Robert de Baudricourt zegt: »Heden
+heeft de (gentil) dauphin bij Orléans een zeer groot verlies geleden.«
+
+Na dezen grooten tegenslag laten de belegerden den moed zinken. Regnault
+de Chartres verlaat de stad en begeeft zich naar den koning. Ook la Hire
+trekt Orléans uit met tweeduizend man, maar hij belooft terug te zullen
+komen met levensmiddelen en hulptroepen. De graaf van Clermont, die
+na zijn optreden bij Rouvray weinig sympathie bij de burgers van de
+belegerde stad vond, acht het veiliger zich met zijne troepen uit de
+voeten te maken. De stad gaat nu hulp zoeken aan een gansch andere zijde
+en zendt eenige afgevaardigden naar den hertog van Bourgondië, om met
+hem te onderhandelen over eene mogelijke opheffing van het beleg.
+
+In die dagen dringt langzamerhand tot Orléans het bericht door, dat aan
+het hof van den dauphin een jonge maagd verschenen is, die beweert door
+God gezonden te zijn om Orléans te bevrijden, en den dauphin daarna voor
+zijne kroning naar Reims te geleiden.
+
+Een maagd door God gezonden, om hen uit hun bangen, benauwden toestand
+te verlossen! Geen wonder, dat dergelijke geruchten bij de bewoners
+van Orléans een dankbaar gehoor vonden en gretig aanvaard werden: men
+gelooft zoo gemakkelijk, wat men vurig wenscht. Van hooger hand wordt
+geen poging gedaan, om de geruchten tegen te spreken; integendeel, men
+ziet, dat ze de bevolking weer bezielen met nieuwen moed en met een
+groot vertrouwen.
+
+Voor alles wil men echter weten, of de berichten waarheid bevatten en
+Dunois zendt dus twee afgevaardigden naar Chinon om naar de zaak te
+informeeren.
+
+Als Jeanne den 27en April te Blois aankomt, vindt zij daar behalve
+Gilles de Rais, la Hire, Ambroise de Loré en nog andere groote heeren,
+de hulptroepen en het convooi, die zij naar Orléans zal geleiden. De
+koning was er ten slotte eindelijk in geslaagd, het noodige geld voor
+de expeditie te vinden, en men kan dus vertrekken. Dienzelfden dag nog
+zet de trein zich in beweging, d.w.z. dat men een deel van het convooi,
+dat in zijn geheel bestond uit zeshonderd wagens met levensmiddelen en
+munitie en vierhonderd stuks vee, voorloopig nog te Blois laat, om zich
+in de vijandelijke streek sneller en gemakkelijker te kunnen bewegen.
+Hoe groot het ontzettingsleger is, door Jeanne aangevoerd, is niet
+met zekerheid te zeggen: de een zegt tienduizend man, een ander zeven
+à achtduizend, maar vermoedelijk zal het niet meer dan ongeveer
+vierduizend man sterk zijn geweest. Aan de spits van dit leger rijdt
+Jeanne in haar blanke wapenrusting met haar schitterend gevolg van
+edelen en onmiddellijk voorafgegaan door hare banierdragers en door een
+breede schaar van priesters en monniken, die het »Veni Creator Spiritus«
+aanheffen.
+
+Van het eerste oogenblik af aan en nog voor de eerste vijand in het
+gezicht is, stelt Jeanne zich niet tevreden met de passieve rol van door
+God gezondene, die zich laat leiden, maar neemt zij zelf de leiding in
+handen en begint met te veranderen wat haar in haar eigen troepen niet
+aanstaat en grieft. Hare manschappen zoo goed als zij zelf hebben eene
+Goddelijke zending te vervullen en daarom verlangt zij, dat in haar
+leger de naam des Heeren niet ijdelijk gebruikt zal worden: zij verbiedt
+het vloeken. Ook wil zij niet, dat, zooals het algemeen gebruik van dien
+tijd dat medebracht, een groot aantal publieke vrouwen medetrok in den
+tros van haar leger.
+
+Om van uit Blois het belegerde Orléans te bereiken stonden twee wegen
+open. Men kon den rechter Loire-oever volgen en de stad dus naderen
+van de westzijde door la Beauce, of langs den linker oever en dus
+door la Sologne op de stad aantrekken. Is dit punt voor het vertrek
+in tegenwoordigheid van Jeanne besproken en heeft men haar op haar
+uitdrukkelijk verlangen om den eersten weg te volgen, eenige toezegging
+in dien zin gedaan? Met andere woorden, heeft men haar willens en wetens
+misleid? Het is moeilijk, hierop met beslistheid te antwoorden, maar
+zeker is het, dat Jeanne, die in de vaste overtuiging verkeerde, dat men
+de stad zou naderen van uit het westen en dus van de zijde, waar Talbot
+zich met zijne Engelsche troepen verschanst had, diep teleurgesteld en
+hoogst ontstemd was, toen men op den avond van den 29en April even ten
+Oosten van Orléans maar aan den linkeroever van de Loire halt hield.
+
+Zoodra de wachters op de wallen en torens van de belegerde stad de
+aankomst van het leger van Jeanne hadden aangekondigd had, Dunois de
+stad verlaten en was hij Jeanne te gemoet getrokken. Maar de ontvangst
+van hare zijde is bij die eerste ontmoeting niet bijster vriendelijk.
+Zij verwijt hem, dat men haar bedrogen heeft. Is het op zijn advies, dat
+men deze route gevolgd heeft? Dan heeft hij nu zijn verdiende loon, want
+een sterke tegenwind maakt het vooralsnog onmogelijk de troepen en het
+convooi met de gereed liggende zeilbooten over de rivier en binnen de
+belegerde stad te brengen.
+
+»Bij God«, roept zij uit, »de raad van Messire is zekerder en wijzer
+dan de Uwe. Gij hebt mij willen bedriegen en hebt U zelf bedrogen.«
+
+Maar de voor het prestige van Jeanne op dat oogenblik zoo noodzakelijke
+wonderen geschieden. In de eerste plaats draait de wind, zoodat de
+zeilbooten, met troepen en proviand geladen, Orléans kunnen bereiken en
+in de tweede plaats blijft de vijand op een afstand rustig toekijken en
+steekt geen hand uit om den overtocht te beletten of zelfs ook maar te
+bemoeilijken.
+
+De bewoners van de belegerde stad zijn op het eerste bericht van de
+nadering van haar, die hun door God gezonden wordt te hunner verlossing,
+naar de wallen gestormd. Zij zien van daaruit de aankomst van het
+ontzettingsleger, leven de oogenblikken van spanning mede als de
+tegenwind de booten belet de stad te naderen en steeds nog vreezen zij,
+dat de vijand op het laatste oogenblik hun hoop zal verijdelen. Maar
+langzamerhand beginnen zij te begrijpen, als zij getuige zijn van de
+wonderen, die geschieden. In het vijandige kamp blijft alles rustig en
+plotseling draait de wind, zoodat veilig met het overbrengen van troepen
+en proviand een aanvang kan gemaakt worden.
+
+Dan maakt zich van de gansche bevolking een koortsachtige geestdrift
+meester. Het is dus waar, het kan niet anders, geen twijfel is meer
+mogelijk. Dat kan geen werk zijn van menschen, maar slechts van haar,
+die met een Goddelijke opdracht tot hen komt. Als de avond begint te
+vallen wil Jeanne terug naar Blois om het achtergebleven gedeelte
+van het convooi te halen en Gilles de Rais en Dunois hebben al hun
+overredingskracht noodig, om haar dit voornemen uit het hoofd te praten.
+Dunois vooral is er bijzonder op gesteld, dat Jeanne nog dien avond haar
+intocht binnen Orléans zal houden. Hij voorziet de heftigste tooneelen
+van wanhoop en vertwijfeling, wanneer hij zonder de door zijn volk
+verwachte Heilige terugkomt.
+
+Het is reeds laat in den avond als Jeanne eindelijk toegeeft en met
+Dunois en een klein gevolg de poort van Orléans binnenrijdt. Men
+verwacht haar en ondanks het vergevorderd uur is de geheele stad op de
+been. De geestdrift, waarmede de bevolking van Orléans haar ontvangt, is
+eenvoudig onbeschrijfelijk. Voorafgegaan door een aantal toortsdragers
+rijdt Jeanne naast Dunois door de straten van Orléans, waarin zich eene
+dichte menigte heeft opgehoopt. In alle huizen heeft men de lichten
+ontstoken als even vele vreugdevuren. Arm en rijk, oud en jong verdringt
+zich niet alleen om haar te zien, maar om zoo mogelijk haar de hand te
+kussen of slechts den zoom van haar kleed aan te raken. De vreugde, zegt
+een ooggetuige, had niet grooter kunnen zijn, wanneer God zelf in de
+stad was neergedaald.
+
+Op het einde van haar zegetocht begeeft Jeanne zich naar de kerk van het
+Heilige Kruis, waar zij God dankt in een lang en vurig gebed. Vervolgens
+brengt men haar bij Jacques Boucher, den thesaurier van den hertog van
+Orléans, in wiens huis zij den nacht zal doorbrengen.
+
+Zooals het toenmalig gebruik verlangde, sliep zij dien nacht en de
+overige nachten van haar verblijf te Orléans, bij het dochtertje van
+haar gastheer, een meisje van een jaar of negen, genaamd Charlotte.
+
+Den volgenden dag (30 April) wil zij besteden om de Engelschen te
+sommeeren, in vrede heen te gaan, zonder dat zij ze met geweld van
+wapenen behoeft te verjagen. Omtrent de bijzonderheden van deze sommatie
+bestaan verschillende lezingen. Volgens de eene zond Jeanne twee
+herauten, genaamd Ambleville en Guyenne naar het vijandige kamp met
+den brief, dien zij reeds in Maart te Poitiers gedicteerd had. Volgens
+anderen was deze brief dadelijk in Maart verzonden en wendde zij zich
+van uit Orléans tot de Engelschen met een nieuw schrijven.
+
+Vast staat in elk geval, dat van de twee herauten van Jeanne, wanneer
+zij ook gezonden werden, slechts één terugkeerde. Guyenne hielden de
+Engelschen gevangen: zij dreigden hem te zullen verbranden tegen alle
+wetten van het volkenrecht in, volgens welke de persoon van een heraut
+heilig was.
+
+Terwijl Dunois naar Blois vertrokken is, om het achtergebleven deel van
+het convooi te halen, besluit Jeanne eenige dagen rustig af te wachten
+of de Engelschen gehoor geven aan hare aanmaning.
+
+Intusschen heeft men moeite, het volk kalm en in bedwang te houden. Ze
+willen hun Heilige zien en bewonderen en verdringen zich voor het huis
+van den zilversmid Boucher. Men dringt er bij Jeanne op aan, dat zij
+zich zal vertoonen en Zondag den 1en Mei rijdt zij dan met een klein
+gevolg door de straten van Orléans, toegejuicht en gehuldigd door een
+talrijke menigte.
+
+Ook den volgenden dag (2 Mei) stijgt zij vroeg weer te paard en gaat
+met enkelen van hare getrouwen de positie van het vijandelijke leger
+verkennen.
+
+'s Morgens van den derden Mei kondigen de wachters de nadering aan van
+het leger van Blois. Jeanne rijdt het tegemoet. Ook Dunois komt terug.
+Hij brengt de tijding mee, dat Falstolf weer onderweg is met een groot
+convooi. Hij moet Jeanne vast en stellig belooven dat hij haar
+waarschuwen zal, als Falstolf passeert: ze wil hem zien.
+
+Den voormiddag van den vierden is Jeanne druk in de weer bij het binnen
+brengen van de troepen en het convooi uit Blois. Na het middagmaal om
+één uur legt zij zich met haar slaapkameraadje een oogenblik te rusten.
+Maar plotseling vliegt ze weer overeind. Hare stemmen hebben haar
+gewaarschuwd, dat er gevochten wordt, maar ze weet niet precies waar. Ze
+waarschuwt d'Aulon, die eveneens vermoeid zich in hetzelfde vertrek te
+slapen had gelegd.
+
+In allerijl wordt zij gekleed en gewapend. Zij stormt de kamer uit en
+ontmoet haar page Louis de Contes.
+
+»Waarom heb je mij niet gewaarschuwd, dat er Fransch bloed vergoten
+wordt?« roept ze hem toe:
+
+»Breng mij mijn paard«.--
+
+Door een raam reikt men haar haar banier nog toe en dan ijlt zij in
+vollen galop door de straten van Orléans in de richting, waar zij
+het meeste rumoer hoort. D'Aulon en de Contes volgen haar. Door de
+Bourgondische poort verlaat zij de stad: er wordt gevochten om de
+Bastille de Saint Loup, ten einde de aandacht van de Engelschen van
+den overtocht van het convooi af te leiden.
+
+[Illustratie: De belegering van Orléans.
+
+ Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.]
+
+Als de Franschen onder Gilles de Rais Jeanne zien naderen, juichen zij
+haar toe. Haar tegenwoordigheid geeft hun nieuwen moed en zal hun geluk
+aanbrengen. Als een goed veldheer begint Jeanne met hare troepen te
+verzamelen; ze waren te veel verspreid en ieder vocht op zijn eigen
+gelegenheid. Met haar banier in de hand, bevindt zij zich weldra vooraan
+bij de gracht, waar het pijlen en projectielen regent. Men verzamelt
+zich om haar heen, een forsche, algemeene aanval volgt en de Bastille
+wordt genomen. Als Talbot met zijn troepen te hulp snelt, ziet hij op
+een afstand nog slechts den rook van de brandende Bastille.
+
+De geheele bezetting was gedood of gevangen genomen. Het zien van
+zoovele dooden, die gestorven zijn zonder toediening van de sacramenten
+der stervenden, maakt Jeanne diep bedroefd. Onder de gevangene
+Godons vindt zij enkele krijgslieden, die zich gekleed hebben in
+priestergewaden uit de naburige sakristie. Zij wil niet, dat hun eenig
+leed zal geschieden: »Men moet dezen geestelijken niets vragen,« zegt
+zij spottend.
+
+Dien avond, terwijl haar soldaten de overblijfselen van de Bastille
+verder verwoesten, gaat Jeanne te biecht bij Pasquerel en deelt haar
+biechtvader mede dat zij den volgenden dag ter eere van den
+Hemelvaartsdag niet zal vechten.
+
+Op dien dag wordt er binnen Orléans krijgsraad gehouden. Men besluit tot
+een schijnaanval op het kamp van Saint-Laurent, ten einde de Engelsche
+troepen daarheen te lokken; intusschen wil men dan een poging wagen,
+zich meester te maken van het fort les Tourelles op de groote steenen
+brug over de Loire. Na eenig over en weer praten acht de meerderheid
+het raadzaam, Jeanne althans met dat deel van de plannen in kennis te
+stellen, dat meer in het bijzonder de burgerwacht van Orléans betreft.
+Maar Jeanne laat zich niet misleiden, zij voelt dat men haar iets
+verbergt en dat maakt haar boos.
+
+»Zeg mij wat gij besloten en beschikt hebt. Ik kan wel een belangrijker
+geheim bewaren«, valt zij uit.
+
+Dunois kalmeert haar door de waarheid te vertellen.
+
+Dienzelfden dag nog schrijft Jeanne een nieuwen brief aan de
+belegeraars, waarin zij ze nogmaals sommeert, het beleg op te breken. Ze
+zegt zelf: »Dit is voor de derde en laatste maal, dat ik U schrijf; nu
+schrijf ik U niet meer.«
+
+Dit zou dus pleiten voor de lezing, dat de brief, gedicteerd in
+Poitiers, en die van den 30en April niet dezelfde waren.
+
+Zij begeeft zich zelf met haar schrijven naar de brug. Door luid te
+roepen kan zij zich daar verstaanbaar maken voor de bezetting van het
+fort les Tourelles. Zij toont den Godons het perkament en roept hun toe:
+»Leest dit! Het is nieuws!«
+
+Dan hecht zij haar brief aan een pijl en laat dien in het vijandige kamp
+schieten. De Engelschen bespotten en hoonen haar, schelden haar uit.
+
+»Er is nieuws van de h... van de Armagnacs«, roepen zij uit.
+
+Als Jeanne dit hoort, is zij diep bedroefd en barst in tranen uit. Maar
+hare stemmen troosten haar en spreken haar moed in.
+
+De beide volgende dagen zullen dagen zijn van belangrijke en
+beslissende krijgsbedrijven. Men is bij het krieken van den morgen reeds
+in de weer, maar voor de troepen zich in beweging zetten, wordt op
+voorschrift van Jeanne door Pasquerel voor het front de mis gelezen, en
+wordt de zegen des hemels afgebeden voor hun onderneming. Daarna verlaat
+men de stad door de Bourgondische poort en steekt Jeanne met hare
+troepen de Loire over. Het eerste belangrijke punt, waarop zij stuiten
+is de Bastille de Saint Jean le Blanc.
+
+Volgens sommigen was deze op dat oogenblik verlaten en behoefden de
+troepen uit Orléans haar slechts in het voorbijgaan te verbranden en te
+verwoesten. Volgens anderen daarentegen was zij sterk bezet, maar
+bezweek zij na een algemeenen aanval, waarbij Jeanne met haar banier
+vooraan reed en de haren aanmoedigde door ze toe te roepen:
+
+»Bij God, houdt moed, vooruit, vooruit!«
+
+De soldaten meenden, dat zij na de verwoesting van de Bastille van St.
+Jean weer binnen Orléans zouden terugkeeren. Maar daar wil Jeanne niets
+van weten, ze wil vooruit: de dag is nog lang. Men trekt dus verder naar
+de Bastille van de Augustijners.
+
+Wij weten in elk geval zeker, dat deze laatste Bastille, die achter het
+fort les Tourelles en in het verlengde van de brug gelegen was, door de
+Engelschen hardnekkig verdedigd werd. Het was voor hen een belangrijk
+punt. De eerste aanval van de Franschen wordt zelfs afgeslagen en ze
+trekken terug. Maar er komen versterkingen uit de stad. Dunois steekt de
+rivier over met Gilles de Rais. Ze brengen kanonnen mede en alles, wat
+er noodig is voor een krachtigen aanval. Het geschut maakt een bres in
+de buitenste palissade en dan volgt de algemeene stormloop. Jeanne is in
+het voorste gelid met Gilles de Rais. Zij moedigt de soldaten aan door
+haar voorbeeld.
+
+»Vooruit maar«, roept zij steeds, »moed gehouden, trekt maar binnen.«
+
+Tegen zoo'n aanval zijn de verdedigers niet bestand, zij wijken en
+de Bastille wordt genomen. De Godons worden bijna allen gedood of
+gevangen genomen. Slechts enkelen van hen kunnen nog tijdig het fort
+les Tourelles bereiken. Na de Bastille wordt nog het naburige, door de
+Engelschen bezette, Augustijner klooster aangevallen en veroverd, waarna
+de gebouwen en de Bastille door de Franschen worden verbrand en
+verwoest.
+
+Het plan is nu, den volgenden dag een aanval te wagen op les Tourelles.
+Men vreest, dat dit niet zoo gemakkelijk zal gaan.
+
+»Daar zullen wij wel een maand voor noodig hebben, om die te veroveren«,
+mompelen de soldaten.
+
+In elk geval zal het er warmpjes toegaan en zal er hard gevochten moeten
+worden.
+
+Ook Jeanne voorziet een zwaren dag. In Orléans teruggekeerd, zegt zij
+tot de burgers: »Staat morgen nog vroeger op dan vandaag en doet goed uw
+best«.
+
+Aan Pasquerel verzoekt zij, haar den volgenden dag niet te verlaten,
+want zij voorspelt: »Ik zal morgen veel harder moeten werken dan ik tot
+nu toe gedaan heb en morgen zal er bloed vloeien uit mijn lichaam«.
+Ook tegenover anderen moet zij dien avond voorspeld hebben, dat zij
+gedurende de bestorming van les Tourelles gewond zou worden boven haar
+borst.
+
+ * * * * *
+
+De zevende Mei is dus de groote dag van de verovering van les Tourelles,
+de beslissende dag voor de bevrijding van Orléans en het ontzet van
+Orléans zal in zijn gevolgen blijken te zijn een gewichtig keerpunt
+in den ganschen oorlog. Het is wel merkwaardig, dat het Engelsche
+geschiedschrijvers zijn, die het verst gaan in hunne bewondering voor
+dit wapenfeit der Franschen, en de verovering van les Tourelles
+rangschikken onder »de vijftien beslissende slagen« van de wereld. En
+allen, zelfs de meest sceptische schrijvers, zijn het hierover wel eens,
+dat het leeuwenaandeel van de eer voor deze belangrijke overwinning
+toekomt aan Jeanne, aan het zeventienjarig meisje, dat, hoewel zelf
+vrij ernstig gewond, hare troepen tot het einde toe bleef aanvoeren en
+bezielen, en dat, door op het goede oogenblik, de eenige noodige daad te
+verrichten en het juiste woord te spreken, hare manschappen
+onoverwinnelijk maakte.
+
+Een onverklaarbaar punt in de geschiedenis van dezen dag is de houding
+van de Engelsche troepen, die buiten les Tourelles om Orléans gelegerd
+waren. Wanneer Talbot, wien het waarlijk niet aan moed ontbrak, met
+zijne troepen de belegerden in het fort tijdig te hulp was gesneld,
+wanneer hij gedurende de bestorming van les Tourelles een krachtigen
+aanval gewaagd had op de stad, waarin zich uit den aard der zaak slechts
+een veel kleinere bezetting bevond, wanneer hij of het garnizoen van les
+Tourelles in den nacht van den 6en op den 7en Mei de uitgeputte Fransche
+troepen overvallen was, die zonder Jeanne en de andere bevelhebbers
+kampeerden op de puinhoopen van het Augustijnerklooster, dan zouden
+de zaken voor de belegeraars hoogst waarschijnlijk een gansch anderen
+loop genomen hebben. Wat de verdediging van de bezetting van het fort
+zelf betreft, zij is zeker dapper en hardnekkig geweest, maar de
+tegenwoordigheid en het optreden van de »tooverheks«, de »koehoedster
+der Armagnacs«, zooals zij Jeanne noemden, en vooral haar weder
+verschijnen na de verwonding, maakte de Engelsche soldaten ten slotte
+zenuwachtig en bang en deze omstandigheid heeft zeker niet weinig
+bijgedragen tot het welslagen van de geheele onderneming.
+
+Jeanne is bij het aanbreken van den dag al uit de veeren en gewapend;
+als gewoonlijk gaat zij voor alles bij Pasquerel te biecht en hoort de
+Mis.
+
+Men brengt haar een geschenk, een mooie visch, dan zegt zij schertsend:
+
+»Bewaar die voor van avond, voor het avondeten, dan breng ik een Godon
+mee, die er ook zijn deel van zal hebben. Ik kom terug over de Brug.«
+
+Die laatste voorspelling maakt op alle omstanders een diepen indruk. Het
+geeft hun moed en bezielt hen weer met nieuwe geestdrift.
+
+Als zij daarna weer te paard gestegen is, roept zij nog kinderlijk
+vertrouwelijk:
+
+»Wie mij lief heeft, volge mij!«
+
+Er zijn er velen die haar volgen, hoewel enkele van de leiders nog
+willen wachten en de troepen laten rusten. Met haar vertrekken Dunois,
+Gaucourt, la Hire en Poton de Xaintrailles en nog een deel van de
+burgerwacht ter versterking van de troepen, die zich reeds op de
+bouwvallen van de voorstad de Portereau bevinden. Het achterblijvende
+deel van de bezetting zal den ganschen dag zich bezighouden met de
+voorbereiding van een aanval op les Tourelles van de zijde van de stad,
+en dus met de vervaardiging van een hulpbrug.
+
+Zoodra de Franschen allen bijeen zijn, worden de troepen in slagorde
+gebracht en wordt het signaal gegeven voor een eersten aanval op de
+bolwerken, die nog op den oever van de Loire zijn gelegen en door een
+houten ophaalbrug gescheiden zijn van het eigenlijke fort. De muren
+van den boulevard zijn stevig en hoog en worden dapper verdedigd
+door zeshonderd man onder bevel van Moleyns, Poynings en Glasdale. De
+eerste aanvallen worden afgeslagen. Het lukt den aanvallers niet, de
+stormladders tegen de muren te plaatsen onder den regen van Engelsche
+projectielen.
+
+Jeanne is ook nu weer vooraan; zij geeft het voorbeeld en roept haar
+manschappen steeds toe, dat zij moed moeten houden en voorwaarts
+trekken. Zoodra men er in geslaagd is, een stormladder tegen den muur
+te plaatsen, snelt zij er heen, zij is de eerste, die naar boven wil
+klauteren. Maar dan op eens valt ze neer: een pijl is doorgedrongen
+onder de schouderplaat van haar harnas. Zij is vrij ernstig gewond boven
+de rechterborst.
+
+De Franschen snellen toe en brengen haar buiten het gewoel. De trouwe
+Pasquerel en haar page Mugot zijn aan haar zijde. Voorzichtig wordt
+de gewonde plek bloot gelegd. Van alle kanten komen er natuurlijk
+gedienstigen en ieder met een anderen raad en een andere remedie. Men
+dringt er vooral op aan, dat zij zich zal laten bezweren, maar daar wil
+Jeanne niet van hooren:
+
+»Liever dood«, antwoordt zij daarop, »dan dat ik iets zou doen, waarvan
+ik weet, dat het zonde en tegen den wil van God is.«
+
+Men bestrijkt den gewonden schouder met olijfolie en legt op de wonde
+zelf een plakje spek. Daarna stort Jeanne nogmaals haar hart uit voor
+haar biechtvader en bidt. Hare Heiligen verschijnen haar en dit geeft
+haar nieuwe kracht en moed. Met alle energie, die in haar is, staat zij
+op en zoekt geheel gewapend haar plaats op in het voorste gelid.
+
+De Engelschen, die haar hadden zien vallen, en bloed hadden zien vloeien
+uit haar wond, hadden luide gejuicht. Nu was het uit met de macht van de
+tooverheks, want zoo geloofde men destijds algemeen: een heks verloor
+met haar bloed of een deel daarvan ook haar macht en haar invloed.
+
+En ziet, daar op eenmaal nadert zij weer met vasten tred en
+onverschrokken. Daar is zij weer, die slanke gestalte in het blanke
+harnas en haar soldaten sluiten zich weer bij haar aan en volgen haar
+banier. De Engelschen staan verstomd, en een onbestemd gevoel van angst
+bekruipt hen.
+
+De Franschen hebben intusschen tijdens de afwezigheid van Jeanne met hun
+aanval geen groote vorderingen gemaakt. Reeds loopt het tegen den avond
+en Dunois wil het signaal voor den aftocht laten geven. Maar Jeanne
+houdt hem hiervan terug; nog een weinig geduld en, bij God, zij zullen
+weldra het fort kunnen binnen trekken, verzekert zij.
+
+»Twijfel niet, de plaats is ons,« roept zij haren getrouwen toe.
+Vervolgens vertrouwt zij haar banier een oogenblik toe aan de zorgen
+van een Baskisch soldaat en zondert zich een korten tijd af in een
+naburigen wijngaard om hare stemmen te raadplegen en zich te verdiepen
+in een rustig gebed. Gesterkt door dit gebed en aangemoedigd door hare
+Heiligen, komt zij terug. In het schemerduister ontdekt zij haren
+standaard aan den voet van den boulevard. Een oogenblik gelooft zij aan
+onraad en roept: »Mijn standaard, mijn standaard«, maar dan bemerkt zij
+dat hij nog in handen is van den Baskiër. Omringd van haar troepen met
+hun leiders, volgt Jeanne aandachtig de bewegingen van d'Aulon, haar
+schildknaap, die, vergezeld van den Baskiër en onder beschutting van een
+schild, wil trachten met den standaard van Jeanne als verzamelteeken den
+voet van het vijandige bolwerk te bereiken.
+
+»Ziet goed toe,« roept Jeanne, »wanneer de stok van mijn standaard den
+muur zal aanraken«. Na eenige oogenblikken van spanning schreeuwt men
+haar toe van alle kanten: »Jeanne, de stok van den standaard raakt den
+muur!« Dan roept zij plotseling in geestdrift uit: »Welnu, trekt dan
+binnen, de vesting is ons!«
+
+Dit was het tooverwoord waarop men wachtte. Nauwelijks is het
+uitgesproken, of de Franschen stormen als één man naar het vijandige
+bolwerk, de ladders worden beklommen onder een regen van projectielen,
+maar er is nu niets meer, dat de aanvallers kan tegenhouden; ze zien
+geen gevaar. Op de muren ontstaat een verwoede strijd van man tegen man
+en zwaar dreunen de slagen der zwaarden op de schilden en kurassen. De
+Franschen winnen veld: ze springen van de muren binnen de versterking en
+drijven langzamerhand den vijand achteruit, naar de ophaalbrug.
+
+In het midden van het hevigst gewoel staat boven op den muur Jeanne, de
+schrik der Engelschen. Als zij Glasdale ziet, die den aftocht van zijn
+troepen dekt, sommeert ze hem nog, zich over te geven:
+
+»Clasdas, Clasdas, ren-ti, ren-ti au roi des cieux«, roept zij hem toe.
+
+»Gij hebt mij uitgescholden voor h......., maar ik heb medelijden met
+uwe ziel en die van uwe soldaten!«
+
+Als de Engelschen op hun terugtocht de ophaalbrug naderen, wachten hen
+nieuwe rampen. De achtergebleven bezetting van Orléans is van de zijde
+van de stad een aanval op les Tourelles begonnen, de vijand zit tusschen
+twee vuren, en tot overmaat van ellende is men er van uit Orléans in
+geslaagd, een brander op de Loire onder de ophaalbrug te sturen en
+daar vast te leggen. Als Poynings, Mouleyns en Glasdale zich nog een
+oogenblik verdedigen op de houten brug, zakt deze brandend inéén en
+allen, die er op zijn, storten in de rivier en verdrinken. Met hen
+verdween ook de oude, beroemde standaard van Chandos. Intusschen zijn de
+Franschen van de andere zijde er in geslaagd, les Tourelles te bereiken.
+Een groot deel van de bezetting sneuvelt, het overige deel wordt
+gevangen genomen of springt in wanhoop in de Loire.
+
+Te midden van dit bloedbad en deze algemeene slachting is Jeanne op hare
+knieën gevallen. Zij is diep ontroerd en schreit tranen van medelijden
+over de zielen van de gevallen dapperen, die niet naar haar hebben
+willen luisteren.
+
+Spoedig is nu alles afgeloopen en komen de overwinnaars tot bezinning en
+tot rust. In de eerste plaats moet er nu aan gedacht worden, de troepen
+weer veilig binnen de muren van Orléans te brengen, want de zon is reeds
+onder en het wordt nacht.
+
+Als na eenige uren van ingespannen arbeid de brug hersteld en voldoende
+versterkt is, begint de overtocht van de troepen. Zooals Jeanne beloofd
+en voorspeld had, komt zij terug over de brug aan de spits van haar
+zegevierend leger. Voor haar uit draagt men hare banieren en trekken de
+monniken en priesters onder het zingen van een Te Deum. Bij den rossigen
+gloed van toortsen en nog spookachtig verlicht door het brandende,
+veroverde fort, trekt de stoet in triumf de stad binnen, waar de klokken
+beieren, waar de vreugdevuren en lichten zijn ontstoken, evenals in den
+nacht van den eersten blijden intocht van Jeanne, en waar een opgewonden
+en geestdriftige menigte haar ontvangt met de vreugdekreet: »Noël!«
+»Noël!«
+
+Bij Boucher aangekomen, wordt Jeanne verbonden door een chirurgijn,
+vervolgens neemt zij eenig voedsel en een glas wijn en dan begeeft zij
+zich kalm ter ruste: zij is vermoeid en uitgeput naar lichaam en naar
+geest.
+
+Den volgenden morgen (Zondag 8 Mei) voeren de Engelschen onder Talbot
+nog eene schijnbeweging uit in de richting van de stad, daarna maken zij
+rechtsomkeert en trekken af: Orléans is ontzet!
+
+Men vraagt Jeanne nog toestemming, het vertrekkende leger te vervolgen,
+maar zij verlangt, dat men rust zal nemen en den Zondag zal eerbiedigen.
+
+De stad is ontzet: het teeken, door Jeanne beloofd, is dus ook werkelijk
+door haar voor Orléans gegeven. Hiermede is tevens reeds het eerste deel
+van hare roeping vervuld en de eerste helft van de haar door God gegeven
+taak volbracht. Na een angstig en benauwend beleg van zeven maanden is
+het Jeanne in acht dagen gelukt, de Engelschen te verjagen: men durft
+weer ademhalen binnen de muren van Orléans, de stad is bevrijd en
+behouden gebleven voor den dauphin.
+
+Het bericht van de bevrijding van Orléans maakte een diepen indruk tot
+zelfs ver buiten de grenzen van het land. De dauphin zelf en velen uit
+zijne omgeving, die aanvankelijk getwijfeld hadden aan de belofte van
+Jeanne, erkennen in hun dankbaarheid en door de feiten overtuigd de
+»Goddelijke tusschenkomst«.
+
+[Illustratie: Intocht van Jeanne d' Arc binnen Orléans.
+
+ Naar een schilderij van J. Scherrer. Museum Orléans.]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+Jargeau.--Patay.--Reims.--Parijs.
+
+
+Het ligt geheel in de lijn van het voortvarend karakter van Jeanne,
+dat zij na het behaalde succes in Orléans niet op haar lauweren gaat
+rusten. Zij heeft nog slechts een deel van haar taak volbracht en wil
+met alle kracht doorzetten. De Engelsche troepen zijn voor het oogenblik
+gedemoraliseerd, maar men moet hun den tijd niet laten van de schrik
+te bekomen en de geleden verliezen te herstellen. De Fransche troepen
+daarentegen zijn met nieuwen moed bezield; de bevrijding van Orléans
+heeft hun weer zelfvertrouwen gegeven, hun gevechtswaarde is zeker meer
+dan verdubbeld. Maar van die gunstige stemming moet gebruik gemaakt
+worden, men moet naar Reims, en vandaar naar Parijs, de Engelschen
+moeten het land uit, voor zij den tijd gehad hebben, tot bezinning te
+komen.
+
+Aldus redeneert Jeanne en in dien zin spreekt zij ook tot den dauphin
+dadelijk bij het eerste wederzien in Tours. Maar de koning en zijn Raad
+denken er anders over. De oppositie van la Trémouille en de zijnen
+tegen de politiek van Jeanne wordt steeds duidelijker en Karel VII is
+geen persoon, waarvan men kan verwachten, dat hij openlijk in verzet
+tegen zijn Raad zal komen. In de omgeving van den koning acht men het
+oogenblik voor den opmarsch naar Reims nog niet gekomen. Men wil eerst
+vanuit Orléans de verdere Loire-streek van vijanden zuiveren. Ook acht
+men een tocht door het land tusschen Orléans en Reims niet zonder
+gevaar, zoolang de voornaamste plaatsen, die men langs moet, als Troyes
+en Châlons, zich in handen der Engelschen bevinden. Maar, hoewel zij
+niet openlijk werd uitgesproken, zal de voornaamste reden van het verzet
+tegen het plan van Jeanne wel geweest zijn, dat men het groote nut van
+de kroning te Reims nog niet inzag, nog niet voldoende doordrongen was
+van de noodzakelijkheid ervan, of het geniale van de vinding nog niet
+wilde erkennen.
+
+Eenige dagen na het ontzet van Orléans verlaten enkele leiders met hunne
+troepen de stad, een ander gedeelte van de troepen wordt afgedankt
+bij gebrek aan middelen om hen onder de wapens te houden. Ook Jeanne
+vertrekt met Gilles de Rais. Een geestdriftige en innig dankbare menigte
+doet haar uitgeleide tot de poort en velen zijn tot tranen toe geroerd
+bij het afscheid. Als zij te Tours aankomt, is de koning er nog niet en
+zij besluit dus, hem te gemoet te trekken.
+
+Bij het eerste wederzien betoont Karel VII zich tegenover Jeanne
+hartelijk en vriendelijk, maar zonder eenige geestdrift. Het is de
+koning, die na een overwinning zijn zegevierenden veldheer ontvangt, die
+zijn plicht gedaan heeft. Ook uit zijn brieven van die dagen spreekt nog
+altijd groote voorzichtigheid en een zekere angst om zich te veel bloot
+te geven, als hij den bewoners van de steden, die hem trouw bleven, op
+het hart drukt, God te loven en de dappere daden in Orléans bedreven in
+eere te houden en wel vooral die van Jeanne »die steeds en in persoon
+bij dat alles tegenwoordig was«. Maar na zoo'n koude douche willen wij
+ons weer even verwarmen aan het enthousiasme van d'Alençon en Dunois en
+de eerste over Jeanne laten verklaren:
+
+»Zij was zeer bekwaam in den oorlog, in het in slagorder brengen van de
+troepen zoowel als in het opstellen van de kanonnen. Allen bewonderden
+hare voorzichtigheid en haar zorg voor alles, alsof zij een kapitein was
+met dertig jaar ondervinding.«
+
+en de tweede:
+
+»Zij ontwikkelde een bewonderenswaardige geestkracht en deed meer werk
+dan twee of drie van de beroemdste veldheeren met de meeste
+ondervinding.«
+
+ * * * * *
+
+Tien dagen blijft Jeanne met het hof te Tours, daarna volgt zij den
+koning naar Loches. Maar zij is verre van tevreden over dit talmen; het
+is verloren tijd; zij wil naar Reims. Helaas, men luistert niet naar
+haar goeden raad, zelfs niet als zij waarschuwt:
+
+»Ik zal slechts een jaar duren en niet veel langer.«
+
+Bij een van hare bezoeken bij den dauphin om hem te smeeken, toch niet
+langer te dralen en vooral »niet zoo dikwijls en zoolang te vergaderen«,
+maar haar te volgen naar Reims, ontmoet zij den heer van Harcourt, die,
+als de koning geen antwoord geeft op het verzoek van Jeanne, gebruik
+maakt van de gelegenheid, om haar weer te ondervragen over hare stemmen
+en den raad van hare Heiligen. Maar Jeanne laat ook nu niet veel meer
+los, dan hetgeen men reeds weet; alleen legt zij er bij deze gelegenheid
+den nadruk op, dat zij er dikwijls veel verdriet van heeft, dat men
+haar niet gelooven wil en hare stemmen haar in die oogenblikken van
+neerslachtigheid troosten met de woorden: »Ga, dochter van God, ga!«
+
+ * * * * *
+
+Den 6en Juni bevindt Jeanne zich met den koning te St. Aignan waar zij
+o. a. een heraut ontvangt, haar als opperbevelhebber van de Fransche
+troepen gezonden door de bewoners van Orléans, om haar op de hoogte te
+brengen van de bewegingen van den vijand.
+
+Het plan, om van uit Orléans als operatie-basis, de geheele streek om
+de stad van Engelschen te zuiveren wordt doorgezet. Jeanne, verheugd
+dat zij tenminste niet langer met de armen over elkaar behoeft te
+zitten, komt in den avond van den 9en Juni te Orléans aan, waar zich
+de andere leiders met hunne troepen reeds verzameld hebben. Met een
+vrij aanzienlijk leger onder bevel van d'Alençon en La Hire vertrekt zij
+weldra weer in de richting van Jargeau. Men zal deze stad, die verdedigd
+wordt door den graaf van Suffolk, met een grootendeels uitgelezen
+bezetting, moeten belegeren, dus stormladders, kanonnen en alles, wat
+noodig is voor een geregeld beleg, wordt medegevoerd, o.m. la Bergère,
+een groot kanon, dat reeds bij de beschieting van les Tourelles
+uitstekende diensten had bewezen.
+
+Zoodra de voorhoede der Franschen voor de stad is aangekomen, hebben
+er enkele schermutselingen plaats, waarbij de belegeraars worden
+afgeslagen. Dienzelfden dag wordt er krijgsraad gehouden. Men is het er
+nog niet over eens, of men Jargeau wel zal durven aanvallen en vooral
+niet sedert men heeft vernomen, dat Falstolf in aantocht is met een
+ontzettingsleger van tienduizend man. Het is Jeanne weer, die hun moed
+in moet spreken en den doorslag moet geven. Wat doet het ertoe, of de
+Engelschen sterker en talrijker zijn, als Messire strijdt aan de zijde
+der Franschen?
+
+»Wanneer ik daar niet zeker van was«, verklaart zij, »zou ik liever
+schapen hoeden, dan mij blootstellen aan zulke gevaren.«
+
+Maar voor den aanvang van het eigenlijke beleg sommeert zij Suffolk nog
+tot de overgave en biedt den Engelschen vrijen aftocht aan met
+achterlating van al hunne wapenen en munitie.
+
+Den 12en Juni begint reeds in de vroegte een geregeld artillerie-duel
+en een algemeene stormloop. Met hare banier in de hand en aan de zijde
+van d'Alençon, haren »gentil duc«, voert Jeanne hare troepen aan.
+
+Plotseling, in het heetst van het gevecht, duwt zij d'Alençon met kracht
+op zij:
+
+»Ga gauw uit den weg«, roept ze hem nog toe, en wijzende op een groot
+kanon op de muren van de stad vervolgt zij: »die machine daar zou U
+dooden.« Degeen, die een oogenblik daarna d'Alençons plaats innam, kon
+niet meer gewaarschuwd worden en werd werkelijk gedood door een
+projectiel uit het bewuste kanon.
+
+Evenals bij de bestorming van les Tourelles is Jeanne ook nu weer een
+van de eersten, die een voet durft zetten op de ladders tegen den muur.
+Maar zij wordt getroffen door een grooten steen, die de Engelschen naar
+beneden wierpen, en valt terug. Goddank, zij is niet ernstig gewond en
+springt weer overeind, roepende:
+
+»Toe maar, vrienden, vooruit! Moed gehouden! De Engelschen zijn ons!«
+
+Dan volgen allen haar weer, de muren worden beklommen, de vijand wijkt
+en de stad is genomen. Bij de vervolging van de bezetting valt ook de
+graaf van Suffolk in handen van de Franschen.
+
+Dadelijk na de verovering van Jargeau trekt Jeanne met het leger terug
+naar Orléans, waar ter eere van deze nieuwe overwinning een groote
+processie wordt gehouden en men haar overlaadt met kostbare geschenken.
+Van den Raad van de stad ontvangt zij een huik en een overkleed van
+groene en karmozijnroode stof, en dus in de kleuren van den Hertog van
+Orléans, die in Engeland gevangen zat.
+
+Na de verovering van Jargeau, dat ten oosten van Orléans is gelegen,
+wil Jeanne nu ook het westen gaan zuiveren en kondigt aan, dat zij de
+Engelschen te Meung zal gaan bestoken. Den 15en Juni trekt het leger
+er weer op uit. De versterkingen van de brug bij Meung worden zonder
+veel moeite genomen. Men laat er eenig garnizoen achter en zonder zich
+verder om de stad te bekommeren, zet het leger zijn opmarsch voort naar
+Beaugency. De voorsteden van het stadje worden niet verdedigd en de
+Franschen trekken er binnen, maar dan blijkt dat de vijand zich in de
+huizen heeft verschanst en ontstaat een verwoed straatgevecht. Het
+resultaat is evenwel dat de Engelschen worden verdreven en zich
+terugtrekken in het kasteel.
+
+Terwijl de Fransche troepen bezig zijn, het kasteel en de bastilles
+van de brug te omsingelen, ontvangt d'Alençon het onaangename bericht,
+dat de connétable Arthur van Bretagne, heer van Richemont, in aantocht
+is, en verzoekt, zich met zijne troepen bij de belegeraars te mogen
+aansluiten. Deze onverwachte verschijning brengt den jongen d'Alençon in
+eene zeer netelige positie. De connétable was n.l. in ongenade bij den
+koning en had zelfs de troepen van la Trémouille openlijk bestreden.
+d'Alençon is dus aanvankelijk niet van plan, hem en zijne manschappen in
+zijn kamp te ontvangen en dreigt zelfs, hem met wapengeweld te zullen
+verjagen; maar hiervan houden gelukkig de anderen hem terug.
+
+Jeanne evenwel denkt anders en practischer over de zaak. Zij weet,
+dat de heer van Richemont bekend staat als een van de meest geduchte
+veldheeren van het land. Doet men dan niet verstandiger, zijn hulp, die
+men zoo opperbest gebruiken kan, dankbaar te aanvaarden? D'Alençon laat
+zich ten slotte door de argumenten van Jeanne overreden en trekt den
+connétable met haar tegemoet. Jeanne begroet hem, zooals een ridder in
+die dagen zijn meerdere behoorde te begroeten, maar zegt daarna heel
+kalm tot hem:
+
+»Connétable, gij zijt hier niet gekomen om mij, maar nu gij hier eenmaal
+zijt, heet ik U welkom«.
+
+Waarop Richemont, die behalve als een uitstekend legeraanvoerder, bekend
+stond als een trouw zoon van de kerk en een aartsketterjager, antwoordt:
+
+»Jeanne, ik heb gehoord, dat gij mij hebt willen bevechten. Ik weet
+niet, of gij door God gezonden zijt, of niet. Wanneer gij door God
+gezonden zijt, vrees ik U niet, want God is mijn vreugde. Wanneer gij
+door den duivel gezonden zijt, vrees ik U nog minder!«
+
+Dien nacht houden de troepen van den connétable voor het belegerde
+kasteel de wacht en den volgenden dag nemen zij deel aan de bestorming.
+Met de kanonnen, die men uit Orléans heeft medegebracht, wordt den 17en
+Juni de sterkte beschoten, zoowel van de landzijde als van de zijde van
+de Loire, door geschut, dat men op platte vaartuigen heeft opgesteld!
+Eindelijk, tegen den nacht, geeft de vesting zich over.
+
+Talbot en Falstolf zijn onder weg met een ontzettingsleger van
+vijfduizend man, maar zij komen te laat. De troepen van Jeanne en
+d'Alençon krijgen hen, als zij terugkomen van Beaugency, in het gezicht.
+De Engelschen stellen zich dadelijk in staat van verdediging en wel op
+dezelfde wijze als op den dag van de »bataille des Harengs«, namelijk
+achter een dichte haag van lansen en pieken en achter de wagens van hun
+convooi. Maar de Franschen laten hen dien dag ongemoeid en wijzen het
+aanbod af, om den strijd te doen beslissen door een gevecht van drie
+ridders van elke partij. Zij kondigen evenwel aan, dat men elkaar den
+volgenden dag nader zal spreken.
+
+Den volgenden morgen merken de Franschen tot hun verbazing, dat de
+vijand is verdwenen. Ver af kunnen ze evenwel niet zijn, en men besluit
+dus, ze te gaan zoeken. Merkwaardig is wel, dat dien dag de voorhoede
+van het Fransche leger en de hoofdtroep onder bevel staan van Poton, La
+Hire, d'Alençon en Dunois, terwijl men Jeanne met Gilles de Rais in de
+achterhoede heeft geplaatst. Dat men dit gedaan zou hebben uit angst,
+dat Jeanne in een hinderlaag zou vallen, lijkt mij niet waarschijnlijk.
+Had zij tot nu toe op alle tochten niet steeds de leiding genomen, en
+had zij bij de bestormingen niet steeds vooraan gestreden, in het
+voorste gelid en op het gevaarlijkste punt?
+
+Het is in de vlakte bij Patay en door een bloot toeval dat de Fransche
+éclaireurs, terwijl zij op een hert jagen, eensklaps stuiten op de
+achterhoede van het Engelsche leger.
+
+Zonder dralen gaat La Hire met zijn troepen oogenblikkelijk tot den
+aanval over. Maar de eerste schok is dadelijk zoo hevig dat zij
+eigenlijk beslissend is voor den geheelen slag. Voor nog Falstolf zich
+met Talbot heeft kunnen vereenigen en eigenlijk nog voor de Fransche
+achterhoede met Jeanne aan het gevecht kan deelnemen, hebben de
+Franschen den slag gewonnen en is het grootste gedeelte van het
+vijandelijke leger in de pan gehakt en gevangen genomen. Onder de
+gevangenen was ook de dappere Talbot.
+
+Van het geheele gevecht bij Patay woonde Jeanne slechts het eind van de
+algemeene slachting bij, maar ook ditmaal was zij zeer geroerd bij dit
+gruwelijke schouwspel en stortte zij tranen van medelij met al de
+gesneuvelde dapperen. De terugkomst binnen de muren van Orléans na den
+slag bij Patay is voor Jeanne weer een triumftocht. Zij mocht dan
+persoonlijk aan dit laatste gevecht een minder werkzaam deel hebben
+genomen, men schrijft het min of meer terecht aan haar optreden toe, dat
+de krijgskansen plotseling gekeerd zijn, en de Franschen overal, waar
+zij zich met haar vertoonen, de overwinning behalen.
+
+Waarom was de koning niet in Orléans? De bewoners hadden op zijn komst
+gerekend en zelfs de straten en huizen reeds met vlaggen en bloemen
+versierd. Was het zijn plicht niet geweest, nu hij toch in de buurt was,
+de stad te bezoeken, die zich zoo moedig verdedigd had?
+
+Jeanne ontmoet haar »gentil dauphin« te St. Benoit sur Loire. Zij komt
+natuurlijk met het doel om, nu het Engelsche leger verslagen en de
+streek om Orléans gezuiverd is, den koning te bewegen, haar naar Reims
+te volgen. Maar voor zij dit onderwerp aanroert, heeft zij nog een
+anderen plicht te vervullen: zij smeekt Karel VII, dat hij den
+connétable weer in genade zal ontvangen, maar dit verzoek wordt haar
+geweigerd. De koning en zijn raadsman la Trémouille willen van die
+verzoening niets weten.
+
+Vervolgens vertrekt het hof naar Gien en aldaar wordt na veel wikken en
+wegen tot den tocht naar Reims besloten.
+
+Als men de houding van den koning in die jaren gadeslaat, maakt zich
+soms een gevoel van wrevel van ons meester over zooveel aarzeling,
+zooveel slapheid en zoo'n totaal gemis aan alles, wat zou zweemen naar
+eenige vastheid van karakter, en, hoewel innig overtuigd dat het zijne
+Raadslieden zijn, die er hem toe brengen, slaakt men een zucht van
+verluchting, wanneer men hem een enkele maal een belangrijk besluit ziet
+nemen.
+
+Met een zucht van verluchting en een dankbaar gemoed verlaat ook
+Jeanne den 27en Juni Gien, en de koning met zijn gevolg vertrekt twee
+dagen later. Even voor haar vertrek uit Gien had Jeanne nog een brief
+gedicteerd aan de bewoners van Tournai, die Karel VII als hunnen koning
+erkend hadden. Zij deelt hun mede, dat zij de geheele Loire-streek van
+Engelschen gezuiverd heeft, en dringt er op aan, dat zij zich vooral
+door eene deputatie moeten laten vertegenwoordigen bij de
+kroningsplechtigheid te Reims.
+
+Zooals wij reeds opmerkten bevonden zich de voornaamste plaatsen,
+waar Jeanne op weg naar Reims langs trekt, in handen van den hertog
+van Bourgondië. Auxerre sluit dan ook zijne poorten, maar zendt
+afgevaardigden om over een voorwaardelijke overgave te onderhandelen. La
+Trémouille moet bij die gelegenheid door de afgevaardigden van Auxerre
+zijn omgekocht voor tweeduizend kronen, waarna eene schikking tot stand
+kwam, dat de stad het voorbijtrekkende leger van levensmiddelen zou
+voorzien, maar verder neutraal zou blijven.
+
+Het eenige ernstige oponthoud heeft plaats voor Troyes. De stad
+verdedigt zich en wordt den 5en Juli tot overgave gesommeerd.
+
+De Fransche leiders aarzelen. Zal men aanvallen of maar niet liever
+terugkeeren, want met een vijandige stad in den rug durft men den tocht
+niet voortzetten. De Rijkskanselier en Aartsbisschop van Reims
+raadpleegt Jeanne en het zijn ook ditmaal weer haar invloed, hare
+doortastendheid, die een belachelijke mislukking van de gansche
+onderneming voorkomen.
+
+Niet omkeeren, raadt zij natuurlijk aan, maar zich gereed maken voor de
+bestorming van de stad en zij staat er voor in, dat Troyes zich binnen
+twee dagen zal overgeven. Een belangrijken steun ondervindt Jeanne bij
+deze gelegenheid van de zijde van broeder Richard. Deze gevaarlijke
+drijver, die door zijn geestdriftige welsprekendheid een machtigen
+invloed had op de bevolking van Troyes, ziet in Jeanne niet anders,
+dan een afgevaardigde van den duivel. Men zendt hem met een groote
+wijwaterkwast op haar af en hij komt geheel bekeerd en volkomen
+overtuigd van de heiligheid van Jeanne in de stad terug. Op den verderen
+tocht naar Reims volgt hij haar.
+
+Na de overgave van Troyes op den 9en Juli kan het Fransche leger zijn
+weg rustig vervolgen tot aan Reims toe. Evenals Châlons zendt de stad
+van den Aartsbisschop den koning een deputatie tegemoet met de sleutels.
+
+[Illustratie: Kathedraal van Reims
+ waarheen Karel VII door Jeanne d' Arc en haar zegevierend leger geleid
+ werd, om daar gekroond te worden.
+
+ De Kathedraal, die zich bij het uitbreken van den tegenwoordigen
+ wereldoorlog nog in den zelfden toestand bevond, heeft thans door
+ het bombardement van de stad zeer geleden.
+
+ (Naar een photographie)]
+
+In den avond van den 16en Juli houdt de koning met zijn gevolg en zijn
+leger zijn feestelijken intocht in Reims. 's Nachts worden in allerijl
+de noodige toebereidselen gemaakt voor de groote plechtigheid van
+den volgenden dag, en inderdaad schijnt men daarin bijzonder goed
+geslaagd te zijn, want volgens de verklaring van ooggetuigen was het
+een wonderschoon schouwspel en »even plechtig en tot in de kleinste
+bijzonderheden voortreffelijk geregeld, alsof men daarvoor een jaar den
+tijd had gehad«.
+
+Tegen negen uur in den morgen van den 17en Juli begeeft de koning
+zich met zijn gevolg naar de groote kathedraal. Onmiddellijk achter hem
+loopt Jeanne met haar standaard en gevolgd door haar page en broeder
+Richard. Het geheele kerkgebouw is gevuld met een dicht opeengepakte
+menigte, die den koning bij het binnentreden geestdriftig toejuicht.
+Voor het hoofdaltaar aangekomen, knielt hij neer en wordt eerst volgens
+de oude voorschriften tot ridder geslagen door zijn neef d'Alençon.
+Daarna treedt Regnault de Chartres, de Aartsbisschop, naar voren en
+wordt Karel van Valois gezalfd met de geheimzinnige, heilige olie die
+te Reims bewaard wordt en nooit vermindert, en vervolgens drukt de
+Aartsbisschop, bijgestaan door twaalf pairs, den koning de kroon, die in
+de schatkamer van de kathedraal aanwezig was, op het hoofd. Dan schallen
+en schetteren de bazuinen en het volk jubelt: »Noël, Noël!«
+
+Gedurende de gansche plechtigheid, die met alle ceremoniën toch nog
+eenige uren geduurd heeft, staat Jeanne aan den voet van het altaar met
+haar witten standaard in de hand. Maar als eindelijk de plechtigheid is
+afgeloopen en de menigte in gejubel is losgebarsten, knielt zij voor den
+koning neer en innig verrukt en dankbaar stamelt ze:
+
+»Nu, koning, is Gods wensch vervuld, die wilde dat ik het beleg van
+Orléans zou opheffen en U naar Reims zou geleiden voor Uwe plechtige
+kroning, om daarmede te toonen dat gij zijt de ware koning en degeen,
+aan wien het koninkrijk Frankrijk moet toebehooren.«
+
+ * * * * *
+
+Ja, waarlijk, zoo is het. Als de plechtigheid van de kroning in de
+kathedraal te Reims is afgeloopen, is daarmede de taak, die Jeanne zich
+gesteld had, volbracht. Na het eerste wonder van hare gelofte is thans
+ook het tweede: de vervulling dier belofte, geschied. Zij staat nog op
+het hoogste punt van haar invloed en macht; maar haar geluksster zal
+snel verbleeken en spoedig ondergaan.
+
+Zou men niet verwachten en was het niet volkomen logisch geweest, dat
+men na alle bewijzen, die Jeanne van haar helder doorzicht gegeven had,
+steeds meer vertrouwen was gaan stellen in hare adviezen, en in de
+door haar aangegeven politiek van flink doorzetten tot het einde toe?
+Integendeel zullen wij zien, dat van dit oogenblik af de partij der
+oppositie steeds meer in macht zal toenemen, dat men Jeanne, nu zij
+gegeven heeft, wat zij geven kon, langzamerhand zal gaan verwaarloozen
+en eindelijk geheel aan haar lot zal overlaten.
+
+[Illustratie: Kroning van Karel VII te Reims, 1429.
+
+ Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.]
+
+Na de plechtigheid van de kroning blijft Jeanne nog eenige dagen te
+Reims. Evenals te Orléans aanbidt de bevolking haar als eene heilige,
+juicht haar toe en verdringt zich in de straten om haar te zien, of om
+haar hand, haar kleed aan te raken en te kussen. Zij ontmoet er behalve
+haar oom Durand Laxart ook nog haar vader die uit Domrémy was gekomen,
+om getuige te zijn van de glorie van zijne dochter, om de plechtigheid
+in de kathedraal bij te wonen en om den koning te verzoeken om
+vrijstelling van belasting voor de bewoners van zijn dorp. De oude
+Jacquot d'Arc wordt door de burgers van Reims als vader van hunne
+heilige gastvrij ontvangen, zij bekostigen zijn verblijf en schenken
+hem bij zijn vertrek nog een paard voor de terugreis.
+
+De koning geeft na zijne kroning de gebruikelijke feesten en geschenken,
+en o.m. krijgt la Trémouille den titel van graaf en wordt Gilles de Rais
+bevorderd tot Maarschalk van Frankrijk.
+
+Het verblijf te Reims duurt evenwel naar het oordeel van Jeanne
+weer onnoodig lang. Waartoe thans weer dit talmen? Zij heeft er op
+aangedrongen dat men zoo spoedig mogelijk na de kroning naar Parijs zou
+optrekken, waarvan een deel der bevolking bereid is, de poorten voor
+den koning te openen. Maar dan moet men met spoed te werk gaan, want er
+zijn Engelsche hulptroepen in aantocht en het is dus van het grootste
+belang, Parijs te veroveren en te bezetten vóór de versterkingen de
+stad bereikt hebben. Helaas, de oppositie denkt er anders over. Er zijn
+onderhandelingen aangeknoopt over een wapenstilstand met Bourgondië, en
+men zal daarvan eerst rustig het resultaat afwachten. Een eerste botsing
+dus tusschen de doortastende politiek van Jeanne en de lijnrecht
+daarmede in strijd zijnde »politiek der wapenstilstanden«.
+
+Eindelijk, den 21en Juli, verlaat de koning met Jeanne en het leger
+Reims en begeeft zich in de eerste plaats naar St. Marcoul de Corbeny,
+voor de traditioneele plechtigheid van de genezing der kliergezwellen.
+Volgens een oud geloof kregen de Fransche koningen door de zalving met
+de Heilige Olie de macht, om door aanraking genezing te brengen aan
+lijders aan kliergezwellen of de zoogenaamde »koninklijke ziekte.«
+
+Gedurende eenige dagen marcheert alles naar wensch: men is op weg naar
+Parijs en de steden, die men passeert, als Laon en Soissons, openen
+hunne poorten voor de koninklijke troepen. Maar dan plotseling, den
+1en Augustus, maakt het leger een zwenking naar het Zuiden en trekt
+bij Château Thierry de Marne over. Een wapenstilstand van veertien dagen
+is gesloten met Filips van Bourgondië en men heeft het Parijsche plan
+laten varen.
+
+Jeanne is door deze wijziging in de plannen diep teleurgesteld. Wel is
+haar invloed op het leger en op haar naaste omgeving nog groot, maar zij
+voelt bij intuïtie, dat er in den Raad des konings machten aan het werk
+zijn, waar zij niet tegen op kan. Uit die dagen is ons een uitlating van
+haar bekend, die ons een duidelijk beeld geeft van hare gemoedsstemming.
+Als het leger n.l. gekomen is in de buurt van Crépy en Valois, rijdt
+Jeanne tusschen den Rijkskanselier en Dunois. Het volk is den koning
+tegemoet getrokken met de vreugdekreet: »Noël, Noël!« Innig dankbaar
+voor deze goede ontvangst zegt zij tot Regnault de Chartres:
+
+[Illustratie: Karel VII, Koning van Frankrijk.
+
+ Naar een schilderij uit het »Musée du Louvre«, te Parijs.]
+
+»Dat is een goed volk; ik heb nog nooit het volk zoo verheugd gezien bij
+de aankomst van den edelen koning. Ach, dat ik het geluk moge hebben,
+als eenmaal mijn laatste uur zal zijn geslagen, om in deze streek
+begraven te worden.«
+
+Op de vraag van den Kanselier, waar zij denkt te sterven, antwoordt zij:
+
+»Waar het God zal behagen. Omtrent den tijd en de plaats weet ik niets
+met zekerheid, evenmin als gij zelf.«
+
+En zij laat er de verzuchting op volgen:
+
+»O, dat het Gode mijnen Schepper mocht behagen, dat ik thans mijne
+wapens kon afleggen en heen kon gaan om mijn vader en moeder te dienen
+en hun kudde te hoeden met mijn zuster en mijn broers, die zoo gelukkig
+zouden zijn als ze mij weer zagen.« Een hoogst merkwaardige uiting; de
+eenige, waarin Jeanne spreekt over hare ouders en het ouderlijk huis.
+Zelfs wanneer men haar later in het proces ondervraagt over hare familie
+en haar jeugd, zal zij zich beperken tot korte, zuiver zakelijke
+antwoorden, maar in de bangste oogenblikken in haar kerker en aan het
+slot op den brandstapel komt geen enkele maal een beroep op of een woord
+van verlangen naar hare familie haar over de lippen.
+
+ * * * * *
+
+Bij Crépy, of beter gezegd op den weg tusschen Crépy en Senlis, stuit
+het Fransche leger op de troepen van Bedford. Van den 14en tot den 16en
+Augustus staan de vijandelijke machten tegenover elkaar, zonder dat het
+evenwel tot een beslissend gevecht komt. Bedford had al den tijd gehad,
+zich stevig te verschansen achter hooge palissaden, maar de Franschen
+denken er niet aan hem, in die gunstige positie aan te vallen. Zij doen
+alle mogelijke moeite, hem naar buiten te lokken. Jeanne met haar banier
+in de hand nadert de versterkingen en klopt zelfs tegen de palissaden.
+Zij daagt de Engelschen uit tot een strijd in het open veld, maar
+tevergeefs. Eindelijk, in den morgen van den 17en, verlaat Bedford zijne
+positie en trekt het Noorden in.
+
+Dienzelfden dag nog ontvangt de koning de sleutels van Compiègne en
+trekt hij daar met het geheele leger naar toe. Op een van de eerste
+dagen van zijn verblijf binnen Compiègne worden hem de sleutels gebracht
+van Beauvais. Cauchon, de Bisschop van Beauvais, had de bevolking
+geraden, de poorten te sluiten en de stad in staat van verdediging te
+brengen. Maar dit advies viel bij de geloovigen in slechte aarde, zij
+joegen hun Bisschop de stad uit en zonden afgevaardigden naar Compiègne
+om den koning als hun Heer en Meester te begroeten. In Rouaan en in het
+proces zullen wij zien, hoe de Bisschop revanche nam voor zijn
+nederlaag.
+
+In Compiègne is het weer wachten en talmen, talmen en wachten. Het is
+weer de oude scène: Jeanne, vol ongeduld, dringt er op aan, dat men
+onverwijld zal voorttrekken naar Parijs en profiteeren zal van de
+gunstige omstandigheden, en de oppositie remt, onderhandelt met
+Bourgondië over wapenstilstanden. Maar in den ganschen Raad van Karel
+VII is er niemand, die de politiek van den sluwen hertog van Bourgondië
+doorziet; zij volgen hem allen gedwee, daarheen, waar hij ze hebben
+wil, en dat alleen omdat hij de handigheid heeft, om ze als lokaas van
+uit de verte iets voor te houden, dat lijkt op een duurzamen vrede.
+
+Op den laatsten dag van het verblijf van Jeanne te Compiègne, ontvangt
+zij nog een brief van den graaf van Armagnac, waarin deze haar vraagt,
+welke van de drie door hem genoemde Pausen de ware is. Wanneer zij op
+dat oogenblik een verstandigen raadsman bij zich had gehad, had zij
+kunnen volstaan met een antwoord in telegramstijl: Martinus V.
+Vermoedelijk wist zij niets af van den strijd, die op dat oogenblik
+gevoerd werd tusschen Paus en tegenpausen, maar dat wil zij niet
+erkennen en bovendien zij wil den graaf van Armagnac, als zij kan, wel
+van dienst zijn. Het antwoord, waarmede zij zich voorloopig van de zaak
+afmaakt, komt hier op neer, dat zij er eens rustig over wil nadenken en
+er met den koning en de anderen over wil raadplegen. In het proces wordt
+haar later dit weiflend antwoord verweten.
+
+Met d'Alençon en een deel van het leger verlaat zij eindelijk den
+23en Augustus Compiègne en den 25en arriveert zij te St. Denis.
+Van uit St. Denis, waar zij haar hoofdkwartier vestigt, begint
+Jeanne oogenblikkelijk hare verkenningen om Parijs. Maar helaas, de
+omstandigheden zijn er de laatste dagen niet beter op geworden. Bedford
+heeft een deel van de Engelsche troepen uit Parijs teruggetrokken
+en de verdediging van de stad hoofdzakelijk aan de burgerwacht en
+Bourgondische troepen overgelaten. Juist de aanwezigheid van al die
+Engelsche soldaten in de stad, waar ze bij de bevolking zoo gehaat
+waren, had een groote kans gegeven, dat ook Parijs, wanneer de koning
+zich tijdig vertoond had, zich zou hebben overgegeven. En ook nu is de
+koning er nog niet, en Jeanne en d'Alençon voelen beiden, dat zij met
+een beslissenden aanval moeten wachten tot zij het geheele leger van
+den koning tot hunne beschikking hebben, tot Karel VII zelf zich kan
+vertoonen en de overgave van zijn hoofdstad kan eischen. Wel heeft de
+koning Compiègne verlaten, hij nadert, maar met een slakkengang, zoodat
+d'Alençon hem van uit St. Denis meer dan eens gaat opzoeken om hem tot
+meer spoed te bewegen. Maar Karel maakt geen haast en waarom zou hij
+ook? Den 28en Augustus wordt te Compiègne tusschen hem en den hertog van
+Bourgondië voor zes maanden een wapenstilstand gesloten. De bepalingen
+van dit verdrag, juist op dat oogenblik gesloten, zijn wel buitengewoon
+zonderling. Om een voorbeeld te noemen, werd overeengekomen, dat de
+koning Parijs mocht aanvallen, maar dat Bourgondië het recht behield, de
+Engelschen ter zijde te staan met de troepen, waarover hij in de stad
+beschikte. En dan de houding van Karel VII tegenover Compiègne: deze
+stad, die zich loyaal betoond had en den koning bij zijn nadering hare
+afgevaardigden met de sleutels tegemoet gezonden had, wordt gedurende
+den wapenstilstand weer aan Bourgondië afgestaan. Gelukkig neemt de stad
+zelf hier geen genoegen mede, en geen wonder. Is dit de wijze, waarop
+een koning de onderdanen, die hem trouw blijven, beloont? Welken invloed
+moet het voorbeeld van een behandeling als van Compiègne wel niet
+uitoefenen op het gedrag van de andere steden?
+
+Sommige biografen van Jeanne, waaronder enkele van de meest
+geestdriftigen, trachten toch nog een woord van verdediging te spreken
+voor de politiek van den koning, en beroepen zich daarbij op het
+eindresultaat van den oorlog, dat voor de Franschen toch gunstig is
+geweest. Zij beoordeelen de bekwaamheden van den metselaar naar den
+muur. Maar ik kan daarin onmogelijk met hen medegaan. Karel VII is
+niet anders geweest dan een domper voor alle enthousiasme, en een
+bluschmiddel voor elke warme en spontane opvlamming van loyauteit. Wat
+bereikt is, is bereikt ondanks zijne remmende politiek van schipperen
+en talmen. De eindzege, ook al kwam die na haar dood, is te danken
+geweest aan Jeanne, aan haar invloed, haar genie, aan haar heerlijk
+enthousiasme, haar geloof in eigen kracht, aan het plichtsbesef en het
+begrip van vaderlandsliefde, dat zij door haar voorbeeld, voor het eerst
+haren troepen gegeven en nagelaten heeft.
+
+ * * * * *
+
+Mokkend en tegen zijn zin komt de koning eindelijk den 7en September te
+St. Denis. Den volgenden dag, den 8en, heeft de eerste aanval op Parijs
+plaats. Het is zeer waarschijnlijk, dat d'Alençon, Gaucourt, de Rais en
+de andere bevelhebbers, nog gemeend hebben, dat een ernstige aanval niet
+noodig zou zijn, en dat na eenig machtsvertoon en een soort schijnaanval
+de hoofdstad hare poorten wel zou openen. Jeanne heeft verklaard, dat
+zij voor dezen aanval geen bijzondere opdracht van hare stemmen heeft
+ontvangen. Aan alles is dan ook duidelijk te zien, dat de regeling en de
+voorbereiding van het gevecht niet het werk van Jeanne zijn geweest.
+Toch is zij het geweest, die van het oogenblik, dat zij hare medewerking
+aan den aanval heeft toegezegd, er nog van gemaakt heeft, wat er van te
+maken was.
+
+Het eigenlijke gevecht begint pas in den namiddag en dus veel te laat.
+De Franschen rukken op tusschen de poorten van St. Denis en St. Honoré
+aan den voet van den heuvel met de molens, het tegenwoordige Montmartre.
+Van een tegenaanval op een ander punt, om de aandacht af te leiden, is
+geen sprake. De eerste aanval op de buiten-boulevard bij de poort St.
+Honoré gelukt en het bolwerk wordt bezet. Dan neemt Jeanne een oogenblik
+weer de leiding. Met haar standaard in de hand, steekt zij de diepe
+buitengracht over, waarin geen water staat, en met den stok van haar
+vaandel begint zij de diepte te peilen van de binnengracht.
+
+Een boogschutter op den muur ziet haar hiermede bezig en onder het
+uitbraken van de grofste scheldwoorden schiet hij haar een pijl door
+haar dij, en met een tweede schot doodt hij haar banierdrager. Zwaar
+gewond wordt Jeanne weggedragen. Zij tracht nog met hare stem hare
+troepen tot een aanval te bewegen, maar de avond begint reeds te vallen,
+en d'Alençon met de reserve-troepen is te ver af, achter de »butte«; het
+is zeker te laat, om zonder de leiding van Jeanne nog over een ernstigen
+aanval te denken.
+
+Ondanks hare zware verwonding en het bloedverlies, dat zij geleden
+heeft, is Jeanne den volgenden morgen reeds vroeg in de weer. Zij wil
+het signaal tot een nieuwen aanval laten blazen, zij heeft geen rust,
+voor ook de hoofdstad veroverd is. Zij overlegt met d'Alençon en de
+andere chefs; er komen nog versterkingen aan.... maar dan opeens
+ontvangen zij bericht, dat de koning van geen nieuwen aanval op Parijs
+weten wil en dat het leger bij hem te St. Denis terug moet komen. Een
+oogenblik is er nog van aarzeling, of men wel aan dit onverwachte en
+alles verstorende bevel zal gehoorzamen. Den volgenden morgen zelfs
+doet Jeanne met d'Alençon nog een verkenningstocht naar een brug, die
+d'Alençon in de buurt van St. Denis heeft laten slaan, maar tot hun
+groote verbazing bemerken zij, dat gedurende den nacht een gedeelte van
+die brug op bevel van den koning weer is afgebroken. Deze ontdekking
+breekt hun verzet en slaat hen met lamheid.
+
+Karel VII heeft dus eindelijk gesproken, hij heeft zelfs gehandeld. Zou
+dit beduiden een eerste teeken van ontwaken? Wee dan, wee! want zijn
+eerste gebaar is er een geweest, waarmede hij Jeanne ontrouw wordt,
+verloochent en »désavoueert.«
+
+Diep terneergeslagen begeeft Jeanne zich met de andere leiders en het
+leger naar St. Denis. Eenige dagen besteden zij nog om te trachten, den
+koning tot andere gedachten te brengen, maar hun geestdrift en hun
+welsprekendheid stuiten af op de koppige domheid van hun koning en zij
+staan daar tegenover machteloos.
+
+Het gebaar, waarmede Jeanne antwoordt op de eerste formeele daad van
+laffe verloochening van haar dierbaren koning, is van geheel anderen
+aard. Het is een daad, zoo geheel liggende in de lijn van haar groot
+karakter, een daad die ontroert door haar plechtigen eenvoud. Zoodra het
+vast staat, dat een deel van het leger zal worden afgedankt en de koning
+met het overschot zich weer zal terugtrekken aan de Loire, begeeft
+Jeanne zich naar de kathedraal te St. Denis en legt daar haar blanke
+wapenrusting neer op het altaar van de Heilige Maagd. Op dit oogenblik
+is het haar dus wel duidelijk, dat haar taak in hoofdzaak is volbracht
+en zij toont dit in een vroom gebaar van kinderlijke dankbaarheid en
+verheven berusting.
+
+Als men haar later in het proces vraagt, waarom zij hare wapenrusting
+juist te St. Denis gebracht had, antwoordt zij: »Omdat St. Denis de
+oorlogskreet van Frankrijk is.«
+
+Den 13en September breken de Franschen op: een klein garnizoen wordt
+achtergelaten te St. Denis. Den 21en komt de koning met Jeanne en zijn
+gevolg te Gien aan.
+
+Tegen haar zin wordt Jeanne medegevoerd. Zij blijft bij hare meening en
+komt daar openlijk voor uit, dat men had moeten doortasten en haar haar
+gang had moeten laten gaan, dan zou ook de hoofdstad zich over gegeven
+hebben. Zij begrijpt, wat nu gebeuren zal: het is reeds najaar; een
+groot gedeelte van het leger zal uit zuinigheid worden afgedankt en voor
+het volgend voorjaar zal zeker aan een ernstig aanvallend optreden van
+Fransche zijde niet gedacht kunnen worden. Zij voorziet een winter van
+luieren en stilzitten.
+
+De koning van zijn kant verzint al het mogelijke, om haar bezig, ik
+schreef haast, om haar zoet te houden. Van Gien trekt zij met het hof
+naar Selles en Bergy, Bourges, Loches, Jargeau, Issoudun en het kasteel
+Mehun sur Yèvre. Men overlaadt haar met kostbare geschenken en fraaie
+kleeren, zij heeft de vrije beschikking over de beste paarden uit den
+koninklijken stal. Maar wat maalt zij om dat alles, om persoonlijk
+voordeel is het haar immers niet te doen? Om deze dwaze en smakelooze
+vertooning volledig te maken, wordt Jeanne met hare geheele familie,
+zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie in den adelstand
+verheven, »om door alle tijden heen de herinnering te vereeuwigen aan
+zooveel Goddelijke genade en glorie.« De acte zegt uitdrukkelijk, dat
+de nieuwe familie-naam van de »lieve en beminde Johanna d'Ay« zal
+zijn »du Lys« en Jeanne zelf heeft verklaard, dat haar broers zich
+als familie-wapen gekozen hadden: twee gouden fransche lelies op een
+schild van azuur, met in het midden een kroon, gedragen door een zwaard.
+Nergens blijkt gelukkig, dat Jeanne ooit haar nieuwen naam of wapen
+heeft gevoerd: haar banier bleef onveranderd en tot het einde toe heeft
+zij zich zelf niet anders genoemd dan: »Jeanne la Pucelle«.
+
+Gelukkig voor Jeanne besluit de Raad des konings tegen het eind van
+October tot een kleine expeditie in de Loirestreek. Dat geeft dus werk,
+al is het niet het groote werk, dat Jeanne verlangt. In de nabijheid van
+Bourges worden troepen bijeengebracht en de leiding van de expeditie
+wordt opgedragen aan d'Albret en Jeanne. De vijanden van Jeanne, de
+oppositie in den Raad, gaat in haar partijdigheid en onrechtvaardigheid
+zoover, dat zij Jeanne een verwijt maakt van de mislukking van den
+aanval op Parijs. Voor eigen fouten hebben zij een zondenbok noodig,
+maar zij vergeten, of liever gezegd, zij verzwijgen, dat zij diezelfde
+Jeanne, de eenige persoon, die door haar doorzettingsvermogen en haar
+geestdrift in staat was geweest, van een totaal onvoldoend voorbereiden
+aanval nog een belangrijk wapenfeit te maken, op het beslissende
+oogenblik aan handen en voeten gebonden en haar elk verder handelen
+onmogelijk gemaakt hebben.
+
+In den aanvang van de herfstcampagne van 1429 zal Jeanne nog eenmaal
+toonen, wat zij vermag, dat haar invloed op hare troepen nog dezelfde
+is, maar het slot van de expeditie zal een mislukking zijn, omdat
+de middelen zullen ontbreken, om de troepen langer onder de wapenen
+te houden en het leger niet meer over voldoende munitie zal kunnen
+beschikken. De beide voornaamste biografen van Jeanne teekenen hierbij
+terecht aan, dat: »de kunst van hare tegenstanders hier in bestaan
+heeft, dat zij haar belet hebben, zich weer op te heffen van haar val.«
+
+In de laatste dagen van October vinden wij Jeanne met hare troepen voor
+Saint Pierre le Moustier. De artillerie is in stelling gebracht en na
+een bombardement van eenige dagen is het den belegeraars eindelijk
+gelukt, een bres in de muren te schieten. Dan volgt een aanval, die
+evenwel door de verdedigers wordt afgeslagen. Jeanne strijdt weer in
+het voorste gelid. Zij houdt stand aan den voet van den muur, nadat
+hare troepen reeds zijn teruggetrokken. d'Aulon, die door eene zware
+verwonding geen deel kan nemen aan het gevecht, ziet haar daar staan
+met nog slechts enkele getrouwen en beseft oogenblikkelijk in welke
+gevaarlijke positie zij zich bevindt. Met moeite stijgt hij nog te
+paard en rijdt naar haar toe. Als hij haar vraagt, waarom zij zich zoo
+blootstelt en alleen is achtergebleven, licht zij het vizier van haar
+helm op en antwoordt:
+
+»Ik ben niet alleen, ik heb nog vijftigduizend man bij mij en zal niet
+van hier gaan, voor ik de stad heb ingenomen.«
+
+d'Aulon, verbaasd over zooveel optimisme, blijft aandringen, dat zij
+zich in veiligheid zal brengen, maar Jeanne wil er niet van hooren en
+met luider stem geeft zij bevel, dat men takkenbossen zal aandragen, om
+een deel van de gracht te dempen.
+
+Hare manschappen gehoorzamen. Zij is de eerste, die de gracht oversteekt
+en den soldaten toeroept:
+
+»In Gods naam, nu aanvallen! De stad is ons!«
+
+En ook ditmaal nog blijkt dit tooverwoord voldoende, om haar leger als
+één man in beweging te brengen en de stad met één krachtigen aanval,
+waarvoor alles wijken moet, te veroveren.
+
+Na de verovering van Saint Pierre le Moustier trekken d'Albret en Jeanne
+met hunne troepen verder over Moulins naar Charité sur Loire, waarvan
+de insluiting begint op 24 November. Maar de winter is intusschen met
+groote strengheid ingevallen, de belegeraars hebben gebrek aan warme
+kleeren, aan geld en aan munitie. Jeanne heeft reeds naar enkele
+streken brieven gezonden met verzoek om steun, en er is ook reeds hulp
+ontvangen o. a. van de trouwe en dankbare bewoners van Orléans, maar met
+wat men thans bijeen heeft, zal men het niet lang kunnen houden. Na vier
+weken van ellende en ontberingen in de bittere kou wordt dan ook het
+beleg van la Charité opgeheven, de troepen worden afgedankt en Jeanne
+met haar gevolg begeven zich naar het hof, dat zich te Jargeau bevindt.
+
+Dan volgen eenige maanden van stilzitten. De wapenstilstand met
+Bourgondië, waaraan beide partijen zich al bijzonder weinig gestoord
+hebben, is telkens weer verlengd en de laatste maal zelfs tot aan de
+week voor Paschen. Als in de eerste dagen van Maart het hof naar Sully
+sur Loire trekt, gaat Jeanne mee, en van uit Sully verdwijnt zij met een
+kleine troepenmacht zonder iemand te waarschuwen, juist tegen het einde
+van het bestand. Zij trekt naar Lagny, maar onderweg te Melun krijgt zij
+de eerste waarschuwing van hare Heiligen, dat zij gevangen genomen zal
+worden vóór Sint Jan, dat was dus vóór den 24en Juni van dat jaar.
+
+»Als ik dan gevangen wordt genomen«, antwoordt zij in kalme berusting,
+»laat mij dan dadelijk sterven, zonder langdurige gevangenschap«.
+
+De waarschuwing blijft haar bezighouden en telkens als hare Heiligen
+haar weer verschijnen, vraagt zij nadere bijzonderheden omtrent den dag,
+het uur en de plaats van hare gevangenneming. Maar de Heiligen laten
+zich er verder niet over uit en raden haar slechts aan, er niet verder
+over te tobben en zich niet angstig te maken, want »God zal haar
+bijstaan.«
+
+Te Lagny verblijft Jeanne geruimen tijd, de bevolking draagt haar op de
+handen en vereert haar als een Heilige. Van één geval, waarin men haar
+tusschenkomst als afgezant van God inroept, willen wij melding maken,
+omdat het later in den breede behandeld is in het proces en hare
+rechters er haar een verwijt van gemaakt hebben.
+
+Er was dan te Lagny een kind geboren, maar dadelijk na de geboorte
+overleden, nog voor men den tijd had gehad, het te doopen. Het geval
+was algemeen in de plaats bekend en allen, vooral de vrouwen en moeders,
+waren er zeer mede begaan. Den derden dag eindelijk besluit men, de hulp
+van Jeanne in te roepen: mogelijk, dat men met haar tusschenkomst nog
+iets bereiken kan. Volgens verklaring van Jeanne zelf was het lijkje
+reeds zwart, toen men het haar toonde. Zij geeft den raad, dat men
+het in de kerk zal brengen en neder zal leggen voor het altaar van de
+Heilige Maagd. Daarna vereenigt zij zich met de vrouwen en meisjes, die
+in grooten getale zijn toegestroomd, in een vurig, gemeenschappelijk
+gebed.
+
+»En ziet«, vertelde Jeanne, »aan het eind van ons gebed scheen het,
+dat er leven in het kindje kwam. Het gaapte driemaal en werd gedoopt.
+Dadelijk daarna stierf het en het werd in gewijde aarde begraven.«
+
+Uit de uitdrukking van Jeanne zelf, dat het kindje na eenig teeken van
+leven gegeven te hebben, al was dit dan ook het eerste na de geboorte,
+»stierf«, blijkt wel voldoende, dat zij zelf niet in den waan
+verkeerde, een wonder verricht en eene opwekking uit den dood
+bewerkstelligd te hebben.
+
+De omstreken van Lagny werden in die dagen onveilig gemaakt door een
+ongeregelde bende van drie- à vierhonderd man onder aanvoering van
+een zekeren Franquet d'Arras. Zij behoorden tot de partij van de
+Bourgondiërs en vermoordden en verbrandden onderweg alles, wat zij van
+de Franschen in handen konden krijgen. Jeanne trekt er op een dag met
+hare troepen op uit, om met die gevaarlijke bende af te rekenen. Bij
+een eerste treffen worden de manschappen van d'Arras allen gedood of
+gevangen genomen en hij zelf valt ook in handen van de Franschen. Bij de
+verdeeling van de krijgsgevangenen, zooals die toen gebruikelijk was,
+wordt de aanvoerder Franquet d'Arras aan Jeanne toegewezen. Vermoedelijk
+zal zij hem gekocht hebben, een krijgsgevangene van eenigen rang of
+stand kreeg men niet voor niets, maar een ander zal voor haar betaald
+hebben, want zij heeft uitdrukkelijk later in het proces verklaard,
+dat zij geen geld voor hem gegeven had, daar zij nimmer munter of
+schatmeester van Frankrijk was geweest. Jeanne was van plan, haren
+gevangene uit te wisselen tegen een hôtelier uit Parijs, den »Seigneur
+de l'Ours«, maar, als zij vernomen heeft dat de hôtelier gedood is,
+zwicht zij voor den aandrang van den baljuw van Senlis en levert
+Franquet d'Arras aan hem uit. Na een kort proces wordt hij daarna ter
+dood veroordeeld en onthoofd. In Bourgondische kringen is men heftig
+verontwaardigd geweest over de terechtstelling van dezen kapitein en er
+schijnt in deze zaak ook iets te zijn, dat niet geheel strookte met de
+gebruiken van dien tijd. Maar het is ten onrechte, dat men er Jeanne
+een ernstig verwijt van heeft gemaakt: zij heeft slechts toegestemd in
+de voltrekking van het vonnis, omdat d'Arras de hem ten laste gelegde
+feiten bekend had, en zij meende, dat het recht zijn loop moest hebben.
+In het proces zal men uit deze gebeurtenis een bewijs putten voor de
+wreedheid en bloeddorstigheid van Jeanne.
+
+Men heeft het Jeanne in het proces nog lastig gemaakt over eene andere
+bijzonderheid uit haar verblijf te Lagny, n.l. over hetgeen zij gedaan
+had met het beroemde zwaard, dat zij uit Fierbois had laten halen. Maar
+zij heeft geweigerd, hieromtrent iets mede te deelen. Men heeft algemeen
+verzekerd, dat zij het in een plotselinge opwelling van verontwaardiging
+had stuk geslagen, met één slag van het plat van het zwaard, op den
+rug van een vrouw van lichte zeden, die zij ondanks haar herhaald en
+uitdrukkelijk verbod aantrof in den tros van haar leger. Voor zij Lagny
+verlaat, krijgt zij een zwaard, dat men op een Bourgondiër veroverd had,
+en dat zij behouden heeft tot hare gevangenneming toe.
+
+Als Jeanne eindelijk Lagny verlaat, begeeft zij zich met haar troepen,
+een duizend ruiters ongeveer, over Senlis naar Compiègne. Compiègne,
+dat zich, zooals wij reeds gezien hebben, loyaal betoond had, was door
+Karel VII bij zijn verdrag met den hertog van Bourgondië weer aan dezen
+laatste overgeleverd. Maar Guilleaume de Flavy, de bevelhebber van de
+stad, had van deze overgave niets willen weten en zijn poorten voor de
+Bourgondiërs gesloten gehouden.
+
+Thans, nu de wapenstilstand geëindigd was, had de hertog van Bourgondië
+een nieuw en krachtig leger verzameld, dat onder aanvoering van Jean de
+Luxembourg, graaf van Ligny, onderweg was, om zich allereerst van de
+weerspannige stad meester te maken.
+
+Bij haar wederverschijnen in Compiègne op den 13en Mei wordt Jeanne
+door de bevolking feestelijk ontvangen en met het ceremonieel voor
+hooggeplaatste personen: men bood haar wijn aan. Van uit Compiègne
+trekt ze met de andere aanvoerders als de Graaf van Vendôme en de
+aartsbisschop van Reims naar Soissons, maar hun poging om in de
+nabijheid van deze plaats de Aisne over te trekken, mislukt, en ze moet
+weer terug, maar neemt afscheid van den aartsbisschop, die met een deel
+van de troepen naar Senlis trekt. Zij verlaat Compiègne nogmaals voor
+een expeditie naar Pont l'Évèque, dat in handen van de Engelschen is.
+Voor eene verovering van dit belangrijke punt beschikt zij evenwel niet
+over voldoende troepen. Hun aanval wordt afgeslagen. Op haar terugtocht
+verneemt zij te Crépy, dat de Bourgondiërs het beleg voor Compiègne
+hebben geslagen. Zij begrijpt, dat er nu geen oogenblik te verliezen is.
+Ze wil trachten, door de belegeraars heen te sluipen en zóó de stad nog
+te bereiken. Men doet nog een poging, haar van dit plan af te brengen,
+maar zij zet door. »Wij zijn talrijk genoeg«, zegt zij, »ik ga mijne
+goede vrienden in Compiègne opzoeken«.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+Compiègne--Rouaan.
+
+
+Na een ganschen nacht te hebben doorgereden aan het hoofd van haar
+kleine troepenmacht van hoogstens vierhonderd man, komt Jeanne in den
+morgen van den 23en Mei 1430 in Compiègne aan. Zij heeft waarschijnlijk
+haren troepen daarna enkele uren rust gegund en mogelijk ook zichzelf.
+Zij zal ter kerk gegaan zijn, de mis gehoord, en vermoedelijk ook
+overleg gepleegd hebben met Guilleaume de Flavy, die namens den
+koning bevel voerde in Compiègne. Maar tegen vijf uur van dienzelfden
+rampspoedigen Vrijdag, zien wij haar weer in volle wapenrusting,
+met een donkerroode, met goud bestikte huik over het blanke harnas,
+gevolgd door ongeveer vijfhonderd ruiters en voetknechten, de ophaalbrug
+voor Compiègne over trekken, den belegeraars te gemoet. Het bericht,
+dat Jeanne zich sedert dien morgen in Compiègne bevond, had het
+Engelsch-Bourgondische leger reeds bereikt. De vijand kende haar
+rustelooze voortvarendheid en was dus op een spoedigen uitval
+voorbereid. De bevelhebber van het vijandige leger had op twee punten
+groote troepenafdeelingen in hinderlaag gelegd. Ongeveer vijfduizend
+Engelschen te Venette, beneden de stad, en een tweede troep in het
+struikgewas op een heuvel, genaamd Mont-Ganelon, met het doel aan het
+leger van Jeanne bij zijn terugkeer den pas af te snijden en het te
+beletten Compiègne wederom te bereiken.
+
+Niets kwaads achter zich vermoedende trekt zij met hare volgelingen
+langs den hoofdweg snel voorwaarts, haar ongeluk tegemoet. Na een
+krachtigen frontaanval werpt zij de hoofdmacht van Jean de Luxembourg
+terug. Als altijd zien wij haar ook in dit hardnekkige gevecht strijdend
+in het voorste gelid, vooraan op de punten waar het meeste gevaar
+dreigt, vol ijver, onvermoeid, haar getrouwen aanmoedigend, ze
+meesleepend door haar voorbeeld en haar woord, dan hier, dan daar,
+schier overal tegelijk.
+
+Maar daar verlaten de Engelsch-Bourgondische troepen op den Mont Ganelon
+hun hinderlaag en stormen naar den weg. Jeanne's vrienden zien het
+gevaar, dat hen bedreigt en waarschuwen haar.
+
+»Keer haastig terug naar de stad«, roepen zij haar toe, »of gij en wij
+allen zijn verloren!«
+
+Maar Jeanne gelooft aan geen gevaar, wil van geen terugtrekken weten.
+
+»Zwijgt!« antwoordt zij, »gij hebt het in uw macht ze te vernietigen.
+Slaat maar toe!«
+
+De angst voor omsingeling heeft zich van haar troepen meester gemaakt,
+zij maken rechtsomkeert en beginnen te vluchten naar de brug en de
+booten om Compiègne nog te bereiken.
+
+Jeanne houdt nog een oogenblik stand met enkele getrouwen, dringt nog
+voorwaarts op den vijand in. Dan grijpt op eenmaal d'Aulon de teugels
+van haar paard, doet het snel zwenken en voert haar zoo mede in de
+richting van de stad. Nog strijdt zij met haar enkele dapperen voort,
+maar als een goed bevelhebber thans in het achterste gelid, om den
+aftocht van haar manschappen te dekken.
+
+Maar het is te laat. Van alle kanten komen versche versterkingen van
+den vijand aangestormd. Ook de Godons van Venette komen opdagen. Zij
+is genoodzaakt met haar troep den hoofdweg te verlaten en het lage
+moerassige land daarnaast in te trekken.
+
+Zoo naderen Franschen, Bourgondiërs en Engelschen, steeds vechtende,
+doch in de grootste verwarring, de stad. Dan geeft Guilleaume de Flavy,
+die vreest dat in de verwarring van den terugtocht, met zijn eigen
+troepen ook de vijanden de stad zullen binnentrekken, bevel de
+ophaalbrug op te halen en ontneemt hiermede aan Jeanne en hare troepen
+de laatste kans op redding.
+
+Steeds dichter dringen de vervolgers op de vluchtelingen aan. Zij
+haasten zich, want reeds valt de schemer, en hun prooi mag hun ditmaal
+niet ontsnappen. Zonder troepen en nog slechts in gezelschap van haar
+broers, van d'Aulon en diens broeder en nog enkele anderen nadert Jeanne
+de singelgrachten van Compiègne.
+
+Maar zij kan er niet over, de brug is open, ze moet terug. Nu wordt ze
+van nabij omsingeld.
+
+»Geef je over, en geef ons je woord, niet te ontsnappen!« roept men haar
+toe. Maar Jeanne antwoordt kalm:
+
+»Ik heb mijn woord gegeven en trouw gezworen aan een ander dan aan
+jullie, en mijn eed aan Hem zal ik gestand doen!«
+
+Op dit oogenblik springt een Picardiër, genaamd Lyonnel, achter op haar
+paard, slaat zijn beide armen om haar heen en valt met haar in het gras.
+
+Jeanne is gevangen.
+
+ * * * * *
+
+Dan, kunnen wij ons voorstellen, weerklinken in het half duister woeste
+vreugdekreten door gansch het vijandige kamp. Nog voor den nacht zendt
+de hertog van Bourgondië renboden met de blijde tijding naar zijn
+vrienden in de steden.
+
+Maar in Compiègne is het stil. Van de wallen af zien de inwoners de
+vreugdevuren der Bourgondiërs, hooren zij het joelen en tieren der
+Godons.
+
+Het wordt nacht. Het vierde bedrijf van het groote treurspel is
+afgespeeld. Het scherm valt.
+
+ * * * * *
+
+Jeanne, krijgsgevangene van Jean de Luxembourg, wordt eerst opgesloten
+in een toren van het kasteel Beaulieu-le-Comte bij Compiègne. Maar het
+gelukt haar daar op haar beurt haar wachter in een toren op te sluiten.
+Zij wil dan ontsnappen tusschen twee planken, maar wordt nog juist, voor
+zij het kasteel verlaat, ontdekt door den portier.
+
+[Illustratie: Gevangenneming van Jeanne d' Arc bij Compiègne.
+
+ Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.]
+
+Vermoedelijk uit angst voor een tweede, gelukkiger poging tot
+ontvluchten, laat Jean de Luxembourg haar overbrengen naar het kasteel
+Beaurevoir, waar zich op dat oogenblik bevinden Jeanne de Béthune, zijn
+vrouw, met haar dochter uit haar eerste huwelijk, Jeanne de Bar en zijn
+tante.
+
+Deze drie dames spreken vaak en zeer vertrouwelijk met Jeanne. Zij mogen
+haar graag en zijn getroffen door haar schoonheid, haar lieftalligheid,
+haar innige vroomheid. Het hindert hun alleen, dat Jeanne manskleeren
+blijft dragen. Zij vinden dit onbetamelijk, onderhouden er haar over,
+bieden haar zelfs vrouwenkleeren aan of stof om daar zelf vrouwenkleeren
+van te maken.
+
+Hun oprechte belangstelling maakt wel indruk op Jeanne, maar zij kan
+hun raad niet volgen, zij heeft daartoe nog geen toestemming van haar
+Heer ontvangen. Later heeft zij wel verklaard dat, indien zij haar
+manskleeren had moeten afleggen, zij het eerder op verzoek van deze
+dames had gedaan, dan van eenige andere dame in Frankrijk, uitgezonderd
+de Koningin.
+
+Verder nog ontvangt zij dikwijls bezoek van een Bourgondischen edelman,
+Aimond de Macy genaamd. Hij spreekt gaarne met haar, maar schijnt ook
+niet ongevoelig te zijn ondanks haar manskleeren of, wie weet, juist
+daardoor, voor de jonkvrouwelijke bekoring, die er van de achttienjarige
+gevangene uitgaat. Zijn poging om zijn hand in haar boezem te steken
+wordt door Jeanne op forsche en niet al te zachthandige wijze verijdeld.
+
+In het algemeen moeten wij ons een gevangene in die dagen niet
+voorstellen als geheel afgesloten van de buitenwereld. Men kan Jeanne
+bezoeken, met haar spreken. Zij blijft daardoor op de hoogte van hetgeen
+er gebeurt in Frankrijk en van het lot van »die goede lieden van
+Compiègne«. Voortdurend is zij in gedachten in Compiègne. De berichten,
+die zij ontvangt, zijn afwisselend, tegenstrijdig, maar zoowel de goede
+als de kwade tijdingen laten haar rust noch duur. Is de stad in nood?
+Zij wil er heen om hare vrienden te helpen. De gedachte dat de stad zal
+worden ingenomen, uitgemoord en verbrand, doet haar menig bang oogenblik
+doorleven. Zij wil er heen; ze wil weg uit de zeventig voet hoogen
+toren, waarin men haar heeft opgesloten, zij wil ontsnappen, al zou dit
+ook gepaard moeten gaan met een levensgevaarlijken sprong. In de
+eenzaamheid raadpleegt zij hare stemmen, hare Heiligen.
+
+De Heilige Cathérine tracht haar eenigszins te kalmeeren en gerust te
+stellen:
+
+»Waag den sprong niet, God zal U en eveneens de lieden van Compiègne
+helpen«.
+
+Maar ook deze belofte vermag niet haar te vreden te stellen. Zij treedt
+met de Heilige Cathérine in discussie; zij is dankbaar maar niet
+voldaan:
+
+»Wanneer God dan de lieden van Compiègne te hulp zal komen, wil ik er
+bij zijn«.
+
+Bij de voortdurende ongerustheid over het lot van hare vrienden, voegt
+zich nog haar doodelijke angst dat men haar zal overleveren aan de
+Engelschen.
+
+In dezen zwaren strijd, zijn het eindelijk haar zucht naar vrijheid en
+de angst voor het lot, dat haar wacht, als men haar uitlevert aan de
+Engelschen, die overwinnen, die haar het verbod van hare Heiligen doet
+overtreden. Zij waagt den sprong.
+
+Als men haar bewusteloos vindt liggen en voor dood opneemt en wegdraagt,
+zijn het hare Heiligen die haar troosten.
+
+De Heilige Cathérine spreekt haar moed in: zij zal genezen en Compiègne
+zal geholpen worden.
+
+Dat doet haar gelooven dat het haar Heiligen zijn, die haar bij
+haar sprong van den dood gered hebben. Zij toont berouw over haar
+ongehoorzaamheid. Dan raadt de Heilige Cathérine haar aan haar schuld te
+biechten en God vergiffenis te smeeken, dat zij den sprong gedaan heeft
+en eindelijk na haar biecht stelt haar Heilige haar gerust: God heeft
+haar vergiffenis geschonken.
+
+Na drie of vier dagen is zij van de gevolgen van haren sprong hersteld.
+
+Na den sprong van Beaurevoir acht Jean de Luxembourg zijn gevangene
+aldaar niet meer voldoende in veiligheid. Hij is niet alleen bang, dat
+hare vrienden vroeg of laat een poging zullen doen haar te bevrijden,
+maar van Engelsche zijde worden hem groote sommen geboden, wanneer hij
+hun Jeanne wil overleveren.
+
+Na overleg met Philips van Bourgondië brengt hij Jeanne tegen het eind
+van September naar Arras, vermoedelijk naar het kasteel la Cour le
+Comte. Van verschillende zijden blijft men het hem lastig maken, blijft
+men bij hem aandringen dat hij de »porte-bonheur des Armagnacs« zal
+uitleveren aan de Godons, die lokkend blijven rammelen met hun goud. De
+Parijsche Universiteit gaat in haar edelen ijver zelfs zoover, dat zij
+Monseigneur Jean dreigt met den banvloek, wanneer hij het bod van de
+Engelschen afslaat. Eindelijk tegen half November besluit hij tot den
+verkoop voor tienduizend gouden kronen. Voorwaar een koninklijke prijs.
+
+Van Arras wordt Jeanne nu vervoerd naar Crotoy en aldaar aan haar
+doodsvijanden overgeleverd. Van Crotoy brengt men haar over Saint-Valery
+en Dieppe naar Rouaan, waar zij tegen Kerstmis aankomt en waar zij
+opgesloten wordt in den toren van het Oude Kasteel.
+
+Rouaan zal zij niet meer verlaten. Met de uitlevering van Jeanne aan
+de Engelschen is eigenlijk haar doodvonnis in beginsel reeds geteekend.
+Toch zullen er nog vijf maanden moeten verloopen, vijf lange maanden van
+moreele en geestelijke marteling voor onze negentienjarige heldin, eer
+de beul haar in handen krijgt.
+
+ * * * * *
+
+Van het oogenblik af, dat Jeanne gevangen was genomen, hadden zich
+verschillende machten in beweging gesteld, om zich van haar meester te
+maken en haar uit den weg te ruimen. Hiertoe behoorde in de eerste
+plaats de Parijsche Universiteit.
+
+Onder de eerste processtukken treffen we al dadelijk aan:
+
+1e. Een brief van de Universiteit aan den Hertog van Bourgondië om hem
+ te verzoeken Jeanne over te leveren aan den Bisschop van Beauvais.
+
+2e. Een brief d.d. 14 Juli 1430 van haar aan Jean de Luxembourg, met
+ de bede om toch vooral Jeanne niet tegen losprijs weer aan haar
+ vrienden uit te leveren en eindelijk
+
+3e. Een brief van de Sorbonne aan den koning van Engeland (d.d. 3 Jan.
+ 1430) waarin zij hem smeekt dat Jeanne toch naar Parijs zal worden
+ overgebracht om zich daar te verantwoorden voor eene kerkelijke
+ rechtbank.
+
+De ijver, die dit beroemde lichaam, dat slechts een bron van licht
+had behooren te zijn voor heel de beschaafde wereld, betoont in
+deze zaak van afschuwelijke duisternis, kent geen grenzen en nadert
+het ongeloofelijke. Geen enkele van de groote biografen van Jeanne
+is er in geslaagd of heeft zelfs een ernstige poging gewaagd het
+optreden van de illustre Sorbonne in deze zaak goed te praten of
+te verdedigen. Integendeel de meesten raken in vuur en uiten hun
+heilige verontwaardiging in een heftig en welsprekend: »J'accuse«!
+
+De Parijsche Universiteit haatte Jeanne en zag in deze ketterin, die
+volgens hare overtuiging van den duivel bezeten was, een groot gevaar.
+Maar de voornaamste reden, waarom het voor de Parijsche Universiteit
+van het grootste belang was, dat Jeanne in het openbaar als afvallige
+van de Heilige Moederkerk en als ketterin werd terechtgesteld, moeten
+wij naar mijne meening nog elders zoeken. Zij ligt meer op politiek
+terrein. Parijs was n.l. in handen der Engelschen. De Universiteit was
+de getrouwe dienares van den Regent, die van zijn kant haar daarvoor
+zijn genegenheid en dankbaarheid meermalen met daden getoond had. Als
+noodzakelijk gevolg hiervan ontkende de Universiteit ten eenenmale het
+goede recht van Karel VII op den troon van Frankrijk. Het bericht dat
+er een jonge maagd aan het hof van Karel te Chinon was verschenen, die
+beweerde door God gezonden te zijn om hem weer in het bezit te stellen
+van den ouden Troon, had hen getroffen als een plotselinge donderslag.
+De tijdingen omtrent het succes der Fransche troepen onder Jeanne's
+leiding, omtrent den tocht naar Reims en de kroning, had hen met schrik
+en angst vervuld. Wat zou hun lot zijn wanneer het Karel gelukte de
+hoofdstad te veroveren? Één middel was er slechts om hun afvalligheid
+en trouweloosheid, waarvan zij zich in het diepst van hun ziel bewust
+moeten geweest zijn, te verdedigen en te rechtvaardigen.
+
+Die vrouw, die maagd, die zich uitgaf voor een bode van God zelf,
+die vrouw moest in een officieel en openbaar proces, door de Heilige
+Inquisitie, door de geheele Heilige Moederkerk schuldig bevonden worden
+aan ketterij. Die vrouw moest als een dienares des duivels haar dood
+vinden op den brandstapel.
+
+In de tweede plaats noemen wij Pierre Cauchon, bisschop van Beauvais.
+In zijn optreden in die dagen doet hij ons denken aan het roofdier,
+opgeschrikt door de lucht van het aas. Nauwelijks heeft het bericht
+van Jeanne's gevangenneming hem bereikt of hij zet zich in beweging
+en begeeft zich naar Compiègne. Hij eischt Jeanne op, omdat zij is
+gevangen genomen binnen het gebied van zijn diocees. Niet alleen wordt
+deze bewering door enkelen beslist bestreden, maar bovendien kan zij
+toch onmogelijk als verklaring dienen voor zooveel ijver, zooveel
+hardnekkigheid. De leugen ligt er te dik op, maar is doorschijnend
+genoeg om daaronder duidelijk te doen herkennen, een krachtig verlangen
+om de Engelschen in het gevlei te komen en verder bovenal: persoonlijke
+wraakzucht. Cauchon koestert tegen Jeanne een doodelijken haat. Van haar
+eerste optreden af aan heeft zij hem schier in alles gedwarsboomd en
+benadeeld, en staat zij zijn carrière beslist in den weg.
+
+Als diplomaat was de bisschop van Beauvais een voorstander van den
+wapenstilstand. Hij trad als onderhandelaar op tusschen Karel VII en
+Philips van Bourgondië en bewees in deze hoedanigheid door zijn list
+en geslepenheid, aan den Bourgondiër belangrijke diensten.
+
+Jeanne daarentegen was de vrouw van de daad. Zij wilde van geen
+wapenstilstand weten, drong er steeds bij Karel VII en zijne raadslieden
+op aan, krachtig door te zetten tot het einde toe; eerst Orléans, dan
+Reims, vervolgens Parijs en dan eindelijk de Engelschen het land uit en
+de zee over.
+
+Maar, en dat woog nog zwaarder, ook als Bisschop heeft Pierre Cauchon
+tot tweemaal toe voor Jeanne het veld moeten ruimen. Een maand voor de
+kroning bevond hij zich nog in zijn volle, bisschoppelijke heerlijkheid
+te Reims, maar bij de nadering van het Fransche leger onder aanvoering
+van Karel VII en van Jeanne, had Cauchon zich uit de voeten gemaakt.
+Evenzoo verging het hem in zijn eigen Bisschopsstad Beauvais. Cauchon
+had de bevolking geraden de poorten van de stad te sluiten en de plaats
+tegen de troepen van den koning te verdedigen. Maar tegen zijn advies
+in hadden zij den koning de sleutels van Beauvais gebracht en Jeanne
+met haar troepen in triumf binnengehaald. Den bisschop bleef toen niets
+anders over dan de vlucht: hij zocht zijn veiligheid bij den hertog van
+Bedford en bij Philips van Bourgondië.
+
+Dat zijn bittere pillen, die zwaar op de maag liggen, en die zelfs een
+bisschop niet licht verteert.
+
+Thans biedt zich een gelegenheid dien smaad te wreken. De blaadjes zijn
+omgekeerd: Jeanne is gevangen, de vogel is in het net. Cauchon neemt de
+leiding. Langzaam maar zeker zullen wij hem zien afgaan op het doel,
+dat hij voor oogen heeft. De vogel zal tegenspartelen, Jeanne zal zich
+dapper verdedigen tot het einde toe. Wat baat het haar? Waar een Pierre
+Cauchon de lijnen van het net in handen heeft, is geen ontsnappen
+mogelijk. Hij zal zijn rol tot het slot met volkomen meesterschap
+vervullen en als eindelijk zijn slachtoffer, tengevolge van zijn eigen
+toedoen, valt, zal zelfs de theatrale traan van meelij niet ontbreken.
+
+ * * * * *
+
+Jeanne, in handen van de Engelschen, wordt bij brieven van 3 Januari
+1431 door den koning Hendrik VI overgeleverd aan den Bisschop van
+Beauvais. Zij zal zich te verantwoorden hebben voor een geestelijke
+rechtbank.
+
+Pierre Cauchon zelf zal voorzitter zijn, aan hem dus ook de zorg voor
+het uitkiezen en bijeenroepen van de overige leden van dit illustre en
+verheven lichaam.
+
+Naast Cauchon vinden wij Jean Lemaître, een dominicaner als Vicaris van
+den Inquisiteur te Rouaan, en Jean d'Estivet als Promotor.
+
+Als eerste griffier zal zitting nemen Guillaume Manchon, die zal worden
+bijgestaan door Guillaume Colles, bijgenaamd Boisguillaume.
+
+Wij willen geen droge opsomming geven van alle namen van de leden van
+dit college, waarin o.a. zitting nemen tien abbés van de groote abdijen
+in Normandië, die mijters dragen evenals de bisschoppen, bijgestaan door
+drie priors, verder zestig assessoren en eindelijk alle geestelijken van
+het kapittel te Rouaan. Wij kunnen volstaan met het noemen van enkele
+der voornaamsten met hun titels en soms met hun toekomstige titels, dit
+laatste om duidelijk te doen uitkomen, dat ondanks het latere proces van
+rehabilitatie, de medeplichtigheid aan den dood van Jeanne de rechters
+van het eerste proces niet bepaald geschaad heeft in hun carrière.
+
+Wij vermelden dus nog:
+
+Henri Beaufort, Kardinaal van Engeland, chef van den Engelschen Raad.
+
+Louis de Luxembourg, broeder van Jean de Luxembourg, Bisschop van
+Thérouanne, later kardinaal.
+
+Jean de Castiglione, een Italiaan, aarts-diaken van Évreux, later
+kardinaal.
+
+William Ahnwick, Bisschop van Norwich, een Engelschman.
+
+Jean de Mailly, Bisschop van Noyon. Hij zal later ook deelnemen aan het
+proces van rehabilitatie.
+
+Gilles de Duremort, Jean Lefévre, Richard Prat (Engelschman) drie
+toekomstige bisschoppen; Raoul Roussel, Pasquier de Vaulx, Robert
+Ghillebert, drie toekomstige aartsbisschoppen.
+
+Ten slotte nog deze enkele, merkwaardige bijzonderheid: Nicole Midy, de
+rechter, die Jeanne in het openbaar toespreekt op den dag van haar dood,
+is dezelfde, die in 1438 de officieele feestrede uitspreekt bij den
+blijden intocht van Karel VII in Parijs en Thomas de Courcelles, een
+andere rechter van Jeanne, zal bij den dood van den koning de plechtige
+lijkrede houden.
+
+ * * * * *
+
+De zaak wordt geheel in den vorm en deugdelijk voorbereid. In Domremy
+worden inlichtingen genomen en ook op andere plaatsen waar Jeanne
+vertoefd heeft. Personen, waarmede zij heeft omgegaan, en nog andere
+getuigen worden gehoord. Kortom, alle mogelijke gegevens worden
+verzameld, maar bijna uitsluitend uit Engelsch-Bourgondische bron.
+
+Maître Maugier, de advocaat van de familie d'Arc in het proces van
+Rehabilitatie, heeft er later op gewezen, dat de gunstige informaties,
+die men omtrent Jeanne had gekregen in haar geboorteland, zich niet in
+het dossier van het proces te Rouaan bevinden, en dus vermoedelijk
+verdonkeremaand zijn.
+
+Eindelijk wordt Jeanne gedagvaard tegen den 21en Februari. Zij verklaart
+zich bereid te verschijnen, doch verlangt dat aan de Rechtbank, zooals
+deze thans is samengesteld, een gelijk aantal Fransche geestelijken van
+haar partij zal worden toegevoegd, en dat men haar zal toestaan de Mis
+te hooren. Deze beide verzoeken worden door den Bisschop-voorzitter
+afgewezen.
+
+Terwijl dus Cauchon van zijn kant de zaak in alle opzichten goed heeft
+voorbereid, is er van eenige voorbereiding van de kant van Jeanne geen
+sprake kunnen zijn. Zij heeft geen advocaat, geen verdediger, geen
+raadsman: zij heeft met niemand overleg kunnen plegen, er zijn voor haar
+geen getuigen à décharge opgeroepen, zij weet eigenlijk niet waar het om
+gaan zal, waarvan men haar beschuldigt.
+
+Als Jeanne den 21en Februari voor hare rechters verschijnt is zij
+gekleed in manskleeren en blootshoofds, hare handen en armen zijn vrij,
+maar hare voeten zijn geboeid met zware ketenen.
+
+Volgens het recht en de gewoonten van dien tijd, had men Jeanne, van
+het oogenblik af, dat zij gevangene was van de Kerk, behooren over te
+brengen naar eene behoorlijke gevangenis, waar zij door vrouwen bewaakt
+werd. Maar de Engelsche heeren stoorden zich niet aan die gebruiken. Zij
+bleef dus opgesloten in een donkere cel, met zware ketens aan handen en
+aan voeten en werd dag en nacht bewaakt door Engelsche voetknechten. Dit
+laatste vooral is mogelijk wel een van de wreedste en meest verfijnde
+martelingen geweest, die men dit jonge meisje van negentien jaar heeft
+doen ondergaan. De soldaten van dien tijd waren over het algemeen ruwe,
+zedelooze en gewetenlooze kerels, de legers waren samenraapsels van
+allerhande schuim. Het is wel merkwaardig juist uit den mond van Andrew
+Lang, den Engelschen biograaf van de Maid of France, de verzuchting
+te hooren, dat wanneer Jeanne in handen was gekomen van Philips van
+Bourgondië, zij waarschijnlijk toch wel verbrand zou zijn, maar de
+Bourgondiër zou in zijn zucht naar wraak niet zoo diep gezonken zijn en
+zou haar niet zoo laaghartig behandeld hebben als de hertog van Bedford
+en de graaf van Warwick gedaan hebben.
+
+Het costume waarin Jeanne verscheen, maakte dadelijk al op de meeste
+van hare rechters een slechten indruk, alsook het feit dat zij zich
+vertoonde met ongedekten hoofde, met hare mooie, zwarte haren kort
+afgeknipt boven het oor. De vrouwen van dien tijd, zelfs die van het
+laagste soort, zag men nimmer blootshoofds. Het is dus eenigszins te
+begrijpen, dat deze breede schare van celibatairen aanstoot nam aan de
+voor hen vreemde verschijning van Jeanne.
+
+ * * * * *
+
+Het verhoor van den eersten dag is dadelijk voor Jeanne van het grootste
+belang. Het gaat om niets meer of minder dan de vraag: zal Jeanne door
+haar eed en haar eerste optreden de wettigheid en de bevoegheid van
+de Rechtbank erkennen? Wij zullen zien dat zij in hare antwoorden de
+moeilijkheid ontwijkt:
+
+Cauchon: »Jeanne, zweer met de hand op het Heilig Evangelie, dat gij
+naar waarheid zult antwoorden op de vragen, die U zullen worden
+gesteld.«
+
+Jeanne: »Ik weet niet waarover gij mij zult ondervragen. Misschien zult
+gij mij wel dingen vragen, die ik U niet mag zeggen.«
+
+Cauchon voelt de handigheid van dit antwoord, maar hij laat niet los,
+hij wil den eed.
+
+Jeanne: »Ik zal antwoorden over wat ik gedaan heb, maar niet over de
+dingen, die mij door God geopenbaard zijn; die heb ik slechts aan den
+koning medegedeeld. Al zou men mij ook het hoofd afslaan, daarover zal
+ik zwijgen.«
+
+In dien zin legt zij dan ook den eed af.
+
+Als men haar daarop verwijt dat zij heeft willen ontsnappen, antwoordt
+zij openhartig en vrijmoedig:
+
+»Het is waar, ik heb willen ontsnappen, en ik wil het nog. Is dat dan
+niet geoorloofd aan elken gevangene?«
+
+Deze zitting was zeer rumoerig. Het publiek en vooral de Engelschen
+onder hen maakten door hun geraas en getier Jeanne en zelfs den rechters
+het spreken soms onmogelijk. Besloten werd de volgende zittingen in een
+kleinere zaal te houden en minder publiek toe te laten.
+
+Den volgenden dag, 22 Februari, is het niet Cauchon, die ondervraagt,
+maar Maurice Beaupère, één van de zes afgevaardigden, die de Parijsche
+Universiteit tegen den aanvang van het proces in allerijl naar Rouaan
+had gezonden om deel te nemen aan het geding. Beaupère is een zeer
+beroemd man van groot gezag. Hij maakt bijna het geheele proces mede.
+Plotseling drie dagen voor het eind-vonnis verlaat hij Rouaan. Hij
+vlucht onder voorwendsel dat hij naar Bazel moet vertrekken om het
+Concilie bij te wonen.
+
+Zijne mede-afgevaardigden zijn:
+
+Pierre Maurice, die later Jeanne op den 23en Mei in een lange
+redevoering zal toespreken.
+
+Gérard Feuillet, Doktor in de Godgeleerdheid. Hij woont slechts de
+eerste helft van het geding bij.
+
+Jacques de Tourraine, Professor.
+
+Thomas de Courcelles, een van de grootste geleerden van de Universiteit,
+toekomstig kardinaal. Hij bekleedt bij het proces te Rouaan de functie
+van redacteur en secretaris, en vertaalt het proces in het latijn. Ook
+hij zal deelnemen aan het Concilie te Bazel.
+
+En eindelijk Nicolas Midy, die later de beruchte twaalf artikelen zal
+opstellen.
+
+Hij en Beaupère zijn wel degenen, die het heftigst zijn in hun aanvallen
+op Jeanne. Aan Midy wordt opgedragen de veroordeelde toe te spreken
+den dag van haren dood, maar ook dat zelfs doet hij in heftige en
+beleedigende bewoordingen. Hij zelf sterft later melaatsch, na een lang
+en bitter lijden.
+
+ * * * * *
+
+Dien tweeden dag wordt Jeanne uitvoerig ondervraagd over haar jeugd,
+hare eerste visioenen. Zij antwoordt kalm en duidelijk, geeft alle
+bijzonderheden die men van haar verlangt, mits men zich maar niet waagt
+op wat zij beschouwt als verboden terrein. Zij is voortdurend op haar
+»qui-vive« en slagvaardig.
+
+Zij begint met te verklaren, dat alles wat zij gedaan heeft haar gelast
+is in hare openbaringen.
+
+Als Beaupère haar vraagt:
+
+»Wie heeft U aangeraden manskleeren aan te trekken?« antwoordt zij
+eenvoudig weg:
+
+»Daar beschuldig ik niemand van.«
+
+Haar bezoek aan Robert de Baudricourt wordt behandeld en vervolgens haar
+komst aan het hof te Chinon.
+
+Maar als Beaupère bijzonderheden wil weten over het teeken, dat zij
+Karel VII heeft gegeven, bijt zij kort van zich af:
+
+»Daar zal ik U niets op antwoorden. Sla dat maar over en ga verder.«
+
+Een tweede poging zal hetzelfde negatieve succes hebben. Zij geeft
+Beaupère den raad:
+
+»Zend iemand naar den Koning, hij zal het U zeggen.«
+
+ * * * * *
+
+Bij den aanvang van de derde zitting komt Cauchon eerst terug op de
+kwestie van den eed. Hij raadt Jeanne aan te zweren zonder eenige
+beperking, zooals het inquisitoriale recht het verlangt. Zijn aandringen
+op dit punt ontlokt haar een verklaring, die aan openhartigheid en
+duidelijkheid niets te wenschen overlaat, maar die haar dadelijk
+tegenover den Inquisiteur in gevaar brengt.
+
+»De geheele geestelijkheid van Rouaan en van Parijs zou mij niet kunnen
+veroordeelen, wanneer zij er het recht niet toe heeft«.
+
+»Ik ben gekomen van God: ik heb hier niets te doen; laat men mij
+terugzenden naar God van wien ik gekomen ben«.
+
+Beaupère neemt het verhoor over en stelt haar eenige vragen van minder
+belang, maar Jeanne wendt zich nogmaals tot Cauchon zeggende:
+
+»Gij zegt, dat gij mijn rechter zijt; wees voorzichtig; gij brengt U in
+groot gevaar«.
+
+Vervolgens ondervraagt Beaupère haar wederom uitvoerig over haar
+jeugd en vooral over de vraag, wat zij geweten heeft van de bekende
+voorspelling, dat er een Lotharingsche vrouw zou komen om Frankrijk te
+redden. Ook de manskleeren komen weer ter sprake:
+
+Beaupère: »Zijt gij bereid weer vrouwenkleeren aan te trekken?«
+
+Jeanne: »Geef ze mij, ik zal ze aantrekken en heengaan. Maar ik ben
+tevreden met de kleeren die ik heb, omdat het Gode welgevallig is, dat
+ik ze draag«.
+
+Enkele vragen omtrent hare stemmen weigert zij ook ditmaal te
+beantwoorden. Op een bijzonder moeilijke vraag van Beaupère betreffende
+het vraagstuk van de genade Gods, geeft zij zoo'n handig en
+voortreffelijk antwoord, dat hare rechters er verbaasd over staan.
+
+De scène is van groot belang en wij willen haar derhalve hier in extenso
+weergeven. Beaupère verhoort en aan hem dus ook vermoedelijk de eer voor
+de uitvinding van deze buitengewoon verraderlijke vraag, die men, zooals
+Michelet het uitdrukt, zonder misdadig te worden aan geen levend wezen
+mag stellen.
+
+Beaupère: »Jeanne, savez vous être en la grace de Dieu?« (»en état de
+grace«).
+
+Een huivering vaart door de gansche rechterschaar. Zij voelen het gevaar
+en bespeuren duidelijk de adder die onder het gras schuilt. Een kort
+oogenblik van groote spanning.
+
+Dr. Jean Le Fèvre, professor in de Godgeleerdheid, staat op. Naar
+zijn meening gaat men te ver, hij wil een woord van protest doen
+hooren. Aarzelend brengt hij in het midden, dat deze vraag te moeilijk
+is, en dat Jeanne er niet op behoeft te antwoorden, waarop Cauchon hem
+toesnauwt: »Gij, gij zoudt beter doen te zwijgen!« Maar nu neemt Jeanne
+het woord. Hare zeldzame slagvaardigheid stelt haar ook nu weer in
+staat de knoop door te hakken en met vaste stem en onverschrokken
+antwoordt zij:
+
+»Si je n'y suis, Dieu m'y mette; et si j'y suis, Dieu m'y tienne.«
+
+(»Si ego non sim, Deus ponat me; et si ego sim, Deus me teneat in
+illa«).
+
+»De quo responso interrogantes fuerunt multum stupefacti,« verklaart
+verder de getuige uit het proces van Rehabilitatie, Boisguillaume,
+aan wien wij deze bijzonderheden verschuldigd zijn. »Verbaasd«, wij
+gelooven het graag, over zooveel gevatheid, en zulk een goddelijken
+eenvoud, maar wij zouden, al vinden wij dat ook niet vermeld in de
+getuigenverklaring, er aan willen toevoegen »grootelijks verlucht«.
+Verlucht na de angstige spanning waarin de netelige vraag van Beaupère
+hen allen gebracht had en waaruit het voortreffelijke en verrassende
+antwoord van Jeanne hen had verlost.
+
+Den 25en en 26en Februari wordt Jeanne niet ondervraagd. Zij is
+lichtelijk ongesteld: koorts en brakingen. Zij had visch gegeten, haar
+gezonden door Cauchon.
+
+Jean d'Estivet, de Promotor van het proces, komt haar in haar kerker
+bezoeken. Liet zij mogelijk in een gesprek met hem, iets doorschemeren
+van een verdenking? Zeker is het, dat het gesprek zeer heftig eindigde;
+van weerskanten vielen harde woorden. De opwinding deed Jeanne geen
+goed.
+
+De graaf van Warwick maakt zich ernstig ongerust dat.... zijn gevangene
+haar natuurlijken dood zal sterven. Dat moet in geen geval. Hij laat
+doctoren komen, die Jeanne onderzoeken en een aderlating noodig achten.
+
+Nieuw gevaar: zij is in staat daardoor zelfmoord te plegen. Toch wordt,
+na rijp beraad, tot een aderlating besloten en Jeanne is na twee dagen
+weer hersteld.
+
+De volgende zitting heeft plaats den 27en Februari. Beaupère
+ondervraagt. Hij wil weten of zij ook thans nog hare stemmen hoort.
+Jeanne hoort ze nog dagelijks, zij spreekt nog telkens met de Heilige
+Cathérine en de Heilige Marguerite. Zij spreken haar moed in en zeggen
+haar dikwijls wat zij antwoorden moet.
+
+Hoe weet zij dat het Heiligen zijn, hoe herkent zij ze, hoe zijn zij
+gekleed, is hun beider kleed van dezelfde stof, hoe oud zijn zij,
+spreken zij te gelijk of één voor één? Steeds meer bijzonderheden
+worden haar gevraagd, maar Jeanne weigert enkele van die vragen te
+beantwoorden. Vervolgens moet zij vertellen hoe zij haar degen heeft
+laten halen te Fierbois, hoe zij haar harnas en degen weer gedeponeerd
+heeft in de basiliek van Saint-Denis. Hoe zag haar banier er uit en door
+wien werd die gedragen:
+
+Jeanne: »Die droeg ik zelf wanneer ik den vijand aanviel, om te
+voorkomen dat ik iemand doodde ... want ik heb nooit iemand gedood.«
+
+Nog even voor de zitting wordt opgeheven vraagt Beaupère haar of zij
+gewond is geweest, omdat men algemeen geloofde in dien tijd, dat de
+heksen, wanneer zij gewond werden, met hun bloed hun macht verloren.
+Beaupère put zich werkelijk uit in spitsvondigheden, doch voorloopig nog
+zonder veel resultaat.
+
+Cauchon zelf vraagt haar in de zitting van den eersten Maart welke van
+de drie Paussen zij voor de ware houdt.
+
+In het dossier bevinden zich de copieën van een brief van den graaf van
+Armagnac, waarin deze haar dezelfde vraag stelt en van het antwoord
+van Jeanne daarop. Haar eigen brief wordt haar voorgelezen, doch zij
+verklaart, dat deze copie op verschillende plaatsen niet juist weergeeft
+wat zij gedicteerd heeft. Laat haar geheugen haar in den steek of heeft
+er vervalsching plaats gehad? En dan nog een duister punt: hoe kwamen
+deze brieven in het dossier?
+
+Jeanne verklaart duidelijk en tot tweemaal toe, dat zij voor zich
+slechts gelooft in den Paus te Rome.
+
+Cauchon komt daarna nogmaals terug op het geheim tusschen Jeanne en den
+koning, op het teeken, dat zij den koning gegeven heeft en op den engel
+met de kroon.
+
+ * * * * *
+
+In den nacht van den 2en op den 3en Maart bezoeken hare Heiligen
+haar en spreken haar moed in. Gelukkig, want de verhooren vermoeien
+haar. Hare stemmen zijn haar eenige steun. Zij voelt instinctmatig, dat
+achter elke vraag, zelfs achter de oogenschijnlijk meest onbeduidende,
+een gevaar schuilt.
+
+Hadden hare Heiligen armen, haren, ringen in hunne ooren? Hoe klonk hun
+stem?
+
+Wee haar, wanneer zij in deze détail-beschrijvingen aan de Heilige
+Cathérine en de Heilige Marguerite eigenschappen toekent, die volgens
+het algemeen geloof in die dagen slechts gevonden worden bij de booze
+geesten, bij den Duivel en zijne handlangers.
+
+Is onder die omstandigheden de vrijmoedigheid niet dubbel
+bewonderenswaardig, waarmede zij antwoordt op de vragen of de Aartsengel
+Michaël, wanneer hij haar verscheen, naakt was:
+
+»Gelooft gij dan dat het Messire aan de middelen ontbreekt om zich te
+kleeden?« en of hij kort geknipt haar had:
+
+»Waarom zou het hem zijn afgeknipt?«
+
+ * * * * *
+
+Geen wonder dat Cauchon niet tevreden is: de zaak schiet niet op. In
+zes geheime vergaderingen ten huize van den Bisschop worden thans de
+volgende zittingen voorbereid.
+
+ * * * * *
+
+Jeanne heeft in deze zes dagen gelegenheid om uit te rusten. In de
+eerste zittingen na deze korte wapenstilstand, is zij bijzonder goed op
+dreef. Jean Delafontaine ondervraagt. Hij blijft hoofdzakelijk op het
+terrein van de politiek, het geheime teeken te Chinon, de kroon te
+Reims.
+
+Heeft Jeanne een Goddelijke opdracht gekregen om Karel VII aan te
+wijzen? Zij moet haren rechters telkens herinneren: »Maar dat heeft
+niets te maken met het proces!« Als er rumoer is in de zaal, roept zij
+ze toe: »Spreekt toch niet allen te gelijk«.
+
+Over het proces-verbaal, dat haar aan het einde van de zitting van 11
+Maart wordt voorgelezen, is zij ook al niet tevreden. Zij drukt den
+griffier op het hart in het vervolg beter op te passen:
+
+»Wanneer gij U nog eens vergist, zal ik U aan Uwe ooren trekken«.
+
+ * * * * *
+
+Cauchon dringt er bij den Inquisiteur-Generaal op aan, dat de
+Vice-Inquisiteur, Jean Lemaître, voortaan de zittingen zal bijwonen. Met
+andere woorden, dit was tot nu toe niet geschied. Dit feit werpt wel een
+zeer eigenaardig licht op de wettigheid van het proces, zooals het tot
+nu toe gevoerd was.
+
+Eerst vanaf den 12en Maart zal dus de rechtbank compleet zijn en krijgt
+ook de Inquisitie een deel van de verantwoordelijkheid te dragen.
+
+Welk een machtig wapen zou deze onregelmatigheid in de samenstelling van
+de rechtbank niet geweest zijn in handen van een verdediger? Maar Jeanne
+had er geen, en dit op zich zelf was ook reeds in strijd met het
+kerkelijk recht.
+
+Trouwens, een handig en kundig verdediger had om de onwettigheid van de
+gansche procedure te bewijzen, niet lang naar argumenten behoeven te
+zoeken.
+
+Was Jeanne niet zelf begonnen met de bevoegdheid van de rechtbank te
+ontkennen op grond van haar partijdigheid? Had men aan de beklaagde,
+behalve een verdediger, niet een curator behooren toe te voegen,
+omdat zij minderjarig was? Behoorde niet de Bisschop steeds zelf te
+ondervragen en was men niet verplicht geweest gevolg te geven aan het
+beroep dat Jeanne aan het slot van de procedure deed op den Paus?
+
+ * * * * *
+
+Hoewel wij er dus niet aan twijfelen of een terzake kundig en
+geroutineerd verdediger zou van de verschillende leemten en
+onregelmatigheden in de procedure beter partij getrokken hebben, toch
+zijn er in dit lange proces talrijke momenten, dat wij haast niet kunnen
+gelooven, dat er achter de negentienjarige beklaagde geen rechtsgeleerde
+raadsman heeft gestaan, die haar aangaf wat zij doen moest, wat zij
+volgens rechtsgebruik mocht eischen of verlangen.
+
+Dadelijk bij de eerste dagvaarding wijst zij den deurwaarder Massieu
+op de partijdigheid en de onvolledigheid van het college van rechters
+waarvoor zij zal verschijnen. Telkens als Cauchon van haar verlangt, dat
+zij den eed zal afleggen, verklaart zij zich bereid, doch onder zekere
+restrictie. Restrictie maakt zij eveneens wanneer de Bisschop haar
+verzoekt het »Onze Vader« op te zeggen: zij wil volgaarne aan het
+verzoek voldoen maar in de biecht. Het verbod van opnieuw eene poging
+tot ontvluchting te wagen aanvaardt zij eenvoudigweg niet, opdat niemand
+haar ooit zou kunnen verwijten, dat zij haar woord gebroken heeft.
+Herhaaldelijk weigert zij op enkele vragen te antwoorden, zeggende:
+»Dit behoort niet tot het proces« (»Hoc est non de processu vestro«),
+of zij stelt haar antwoord uit tot het volgende verhoor en in dat geval
+vraagt zij om een afschrift van de haar gestelde vragen. Aan het slot
+van een incident in het vijfde geheime verhoor (Woensdag 14 Maart),
+waarin sprake schijnt geweest te zijn van het overbrengen van Jeanne
+naar Parijs (nadere bijzonderheden omtrent dit incident ontbreken,
+helaas, ten eenenmale) vraagt zij om een afschrift van alle vragen en
+antwoorden, teneinde dit in Parijs te kunnen overleggen. Ook verwijst
+zij soms naar het rapport van de commissie in Poitiers of, wanneer
+de ondervrager in herhalingen treedt, verwijst zij doodleuk naar een
+vroeger verhoor: »Gij hebt daarop reeds mijn antwoord. Lees Uw boek maar
+goed na en gij zult het vinden.«
+
+Handigheden, gevatheden zouden wij dergelijke zetten noemen, wanneer
+zij afkomstig waren van een advocaat of van een anderen man van het vak,
+maar nu wij ze hooren uit den mond van een ongeletterd kind, kunnen wij
+met deze qualificaties niet volstaan, en worden het gezegden die ons
+vervullen met eerbied en bewondering.
+
+ * * * * *
+
+In de eerstvolgende zitting van 13 Maart komt Jean Delafontaine
+nogmaals terug op het teeken te Chinon; hij wil ook weten of Saint Denis
+haar ooit verschenen is, de schutspatroon der Fransche koningen. Dan
+plotseling de vraag aan wien zij de gelofte heeft gedaan maagd te zullen
+blijven.
+
+Zij verklaart die gelofte gedaan te hebben, de eerste maal dat zij hare
+stemmen hoorde, aan hare Heiligen, die haar door God gezonden werden.
+
+Heeft zij aan een jongen boer een trouwbelofte gedaan?
+
+Zij ontkent een dergelijke belofte ooit gedaan te hebben.
+
+Het terrein van de politiek wordt nu verlaten, maar helaas, een ander,
+een veel gevaarlijker terrein wordt thans betreden, n.l. dat van de
+dogmatiek. Het klinkt op het eerste gehoor bijna ongeloofelijk, toch is
+het de zuivere, droeve waarheid.
+
+Een meisje van negentien jaar, haast een kind dus nog, dat nooit een
+school heeft bezocht, dat lezen noch schrijven kan, dat alleen van haar
+moeder de voornaamste gebeden heeft geleerd, zal voor een rechtbank van
+gestudeerde en geletterde mannen, zonder eenige bijstand noch hulp,
+vragen te beantwoorden krijgen, liggende op het terrein der zuivere
+dogmatiek, en van die beantwoording zal haar leven afhangen.
+
+Geen wonder, dat zij niet alle voetangels en klemmen zal kunnen
+vermijden, dat zij verward zal geraken in de mazen van het net, dat men
+voor haar spant.
+
+Delafontaine: »Is het Uwe overtuiging, sedert Uwe stemmen U gezegd
+hebben, dat gij tenslotte in het Paradijs zult ingaan, dat gij gered
+zijt, en dat gij niet verdoemd zult zijn in de hel?«
+
+Jeanne: »Ik geloof vast wat mijne stemmen mij gezegd hebben, dat ik
+gered zal zijn; voor mij staat dit zoo vast, alsof ik reeds gered was.«
+
+Delafontaine: »Gelooft gij na deze openbaring dat gij U niet meer
+schuldig kunt maken aan doodzonde?«
+
+Jeanne: »Daar weet ik niets van, ik verlaat mij op den Heer.«
+
+Delafontaine: »Dat is een antwoord van groot gewicht.«
+
+Jeanne: »Juist, en dat is voor mij een groote schat.«
+
+Delafontaine: »Gevoelt gij behoefte te biechten, nu gij gelooft aan de
+openbaring van Uwe stemmen, dat gij gered zult zijn?«
+
+Jeanne: »Ik denk, dat wanneer ik schuldig was aan doodzonde, de Heilige
+Cathérine en de Heilige Marguerite mij wel oogenblikkelijk aan mijn lot
+zouden overlaten. Verder geloof ik, dat men nooit zijn geweten te veel
+kan zuiveren.«
+
+ * * * * *
+
+»Ik verlaat mij op den Heer«, een getuigenis opwellend uit een
+waarachtig vroom gemoed, door Jeanne afgelegd in haar gulden naïviteit.
+Maar, o wee! Jeanne's rechters denken er anders over, zij geven aan die
+verklaring een anderen uitleg. Zoo'n antwoord wordt haar niet vergeven:
+het riekt naar ketterij.
+
+Bij den aanvang van de volgende zitting op 15 Maart zal men het haar
+duidelijk maken in vriendelijke bewoordingen.
+
+Weet dan Jeanne, dat daar is een zegevierende Kerk en een strijdende
+Kerk en dat er tusschen de zegevierende Kerk, dat is dus tusschen God,
+die in den Hemel is, omringd van Zijne Heiligen, en van de engelen, en
+elke Christen, geen andere verbinding mogelijk is dan door de strijdende
+Kerk op aarde.
+
+Onthoud dit goed Jeanne. Uwe rechters zullen dit punt niet meer
+loslaten, ze zullen U er mede vervolgen tot het bittere einde toe.
+
+Wanneer gij moeilijkheden hadt of gewetensbezwaren, hebt gij U tot God
+gewend in het gebed of tot Uwe heiligen en gij hebt ze om raad gevraagd.
+Ketterij!..
+
+Delafontaine: »Wilt gij, wat gij gedaan hebt en gezegd hebt, onderwerpen
+aan de beslissing van de Kerk?«
+
+Jeanne: »Mijne daden en mijne werken zijn allen in de hand van God; in
+alles verlaat ik mij op Hem«.
+
+Ketterij! ook al voegt gij er aan toe: »Ik verzeker U dat ik niets zou
+willen zeggen of doen tegen het Christelijk geloof«.
+
+Cauchon gevoelt, dat hij nu op den goeden weg is en verdubbelt dus zijn
+ijver, zich niet bekommerend om Jeanne's onwetendheid en kinderlijke
+naïviteit. Dienzelfden avond nog bezoekt hij haar met enkele der
+rechters in haar kerker en behandelt dan hetzelfde onderwerp.
+
+Cauchon: »Verlaat gij U op de beslissing van de Kerk«.
+
+Jeanne: »Ik verlaat mij op God die mij gezonden heeft, op onze Lieve
+Vrouwe, op alle Heiligen van het Paradijs. Ik ben van meening dat God
+één is met de Kerk, en dat men daarover geen moeilijkheden moet maken.
+Waarom maakt gij mij daarover moeilijkheden?«
+
+Waarom?... Vraag het Uwen rechters niet Jeanne, ze zullen het U niet
+zeggen. Zij zullen Uwe verklaring opnemen in het proces-verbaal. Hun
+doel is thans bereikt: gij zijt verloren.
+
+De bisschop legt haar nog eenmaal de moeilijkheid uit.
+
+Cauchon: »Er bestaat een zegevierende Kerk, dat zijn God, de Heiligen,
+de Engelen en de geredde zielen. Er bestaat nog een andere Kerk, de
+strijdende Kerk, dat zijn de Paus, Gods stedehouder op aarde, de
+kardinalen, de prelaten van de Kerk, de geestelijkheid, alle goede
+Christenen en Katholieken. Deze Kerk, vereenigd in een wettige
+bijeenkomst, kan niet dwalen, daar zij bestuurd wordt door den Heiligen
+Geest. Wilt gij U op die Kerk verlaten.«
+
+Maar Jeanne blijft getrouw aan haar overtuiging en belijdt nogmaals haar
+vast geloof.
+
+Jeanne: »Ik ben gekomen tot den koning van Frankrijk op bevel van
+en gezonden door God, de Heilige Maagd Maria, alle Heiligen van het
+Paradijs en de Zegevierende Kerk van daarboven. Aan die Kerk onderwerp
+ik al mijne goede daden, alles wat ik gedaan heb en doen zal. Op de
+vraag of ik mij zal onderwerpen aan de strijdende Kerk, zal ik nu niets
+anders antwoorden.«
+
+ * * * * *
+
+Het is Cauchon zelf, die nu dit verhoor den naam van den Paus noemt, als
+hoogste macht in de strijdende Kerk.
+
+Ook in de volgende zitting vraagt men Jeanne of zij bereid zou zijn
+alles mede te deelen aan den Paus. Dan verzoekt zij voor den Paus
+gebracht te worden, zij zal hem antwoorden alles wat zij moet
+antwoorden.
+
+Het spreekt bijna van zelf, dat aan dit verzoek geen gevolg wordt
+gegeven, maar waarom dan de zaak ter sprake gebracht?
+
+Cauchon verklaart daarop de voorloopige en geheime verhooren voor
+geëindigd.
+
+d'Estivet maakt een uittreksel uit het procesverbaal.
+
+ * * * * *
+
+Voor het gewone proces begint, speelt zich tusschen den rechter Cauchon
+en zijn ongelukkig slachtoffer nog een hoogst aangrijpende scène af.
+
+Sedert Jeanne in Rouaan gevangen zit, heeft men haar geweigerd de Mis
+bij te wonen. Onder dit verbod begint zij met den dag meer te lijden.
+Zelfs in de woeligste dagen van den oorlog heeft zij trouw hare
+kerkelijke plichten vervuld; in de steden die zij doortrok heeft zij
+steeds de kerken bezocht, en op het slagveld zelfs liet zij voor den
+strijd door haar biechtvader dikwijls de Mis lezen. Het is een behoefte
+geworden waar deze eenvoudige, vrome ziel niet buiten kan en zeker niet
+in deze droeve en angstige dagen. Nu het Paaschfeest nadert wil zij nog
+een poging wagen: op Palmzondag vraagt zij toestemming de Mis bij te
+wonen.
+
+Men is bereid het haar toe te staan, wanneer zij hare manskleeren
+aflegt. Dat kan zij niet doen, hare stemmen hebben haar dat verboden.
+Maar voor de hardnekkige weigering van Jeanne op het punt van hare
+kleeding zijn vermoedelijk nog andere redenen die onbewust even zwaar
+bij haar wegen, maar die zij tegenover haar rechtbank niet onder woorden
+kan brengen.
+
+Zijn het in de eerste plaats niet hare manskleeren, die haar tot op een
+zekere hoogte nog beschermen tegen de belagingen van hare ruwe bewakers?
+En dan... is zij niet krijgsgevangene? Heeft de vijand zich niet meester
+van haar gemaakt, terwijl zij als aanvoerder van hare troepen in volle
+actie was? Wie weet, of niet een dezer dagen hare vrienden haar zullen
+komen bevrijden? Welnu in dat geval zullen zij haar terugvinden zooals
+zij hen verlaten heeft.
+
+Zij smeekt met tranen in hare oogen, maar te vergeefs.
+
+Jeanne: »Is het dan niet mogelijk de Mis te hooren zooals ik ben? Ik
+verlang het zoo vurig. Wat de voorwaarde betreft, dat ik van kleeding
+moet veranderen, daar kan ik niet aan voldoen, dat is niet in mijn
+macht.«
+
+Men blijft weigeren.
+
+Jeanne: »Ik kan niet veranderen; moet ik dan verstoken blijven van het
+Sacrament? Ik smeek U, mijne heeren, staat mij toe de Mis te hooren in
+manskleeren. _Deze kleeding verandert toch mijn ziel niet_, en het is
+toch niet in strijd met de wetten van de Kerk!«
+
+ * * * * *
+
+Maar hare tranen en haar smeeken zijn niet bij machte de dorre en
+verstokte zielen van hare rechters te vermurwen. Geen enkele is er die
+het voor haar opneemt of haar te hulp durft komen. Is onder al deze
+priesters dan geen enkele man?....
+
+Een nieuwe weigering en daarmede is het incident gesloten.
+
+ * * * * *
+
+Den 27en Maart, dus den Dinsdag na Palmzondag, begint het gewone
+proces. Ter elfder ure biedt men haar nu een raadsman aan. »Omdat zij
+niet geleerd genoeg is en niet genoeg onderricht in deze netelige
+kwesties«, mag zij uit hare rechters er een kiezen die haar zal
+bijstaan. Uit een oogpunt van onpartijdigheid is dit zeker een hoogst
+bedenkelijk aanbod; bovendien komt het veel te laat, nu hare rechters
+reeds alle materiaal tegen haar verzameld hebben, en hun oordeel in deze
+zaak reeds gevestigd hebben. Zij wijst het aanbod dan ook af, wel is zij
+het gezelschap dankbaar voor de goede bedoeling, maar ook in het vervolg
+zal zij zich slechts houden aan Gods raad.
+
+Het uittreksel van d'Estivet, saamgevat in zeventig artikelen, wordt
+haar voorgelezen. Men vindt daarin o. m. reeds de voornaamste punten van
+beschuldiging die ook zullen voorkomen in het eindvonnis. Men heeft
+Jeanne schuldig bevonden aan toovenarij, ketterij, afvalligheid van het
+geloof; zij wordt genoemd onkuisch en bloeddorstig. De beklaagde hoort
+alles rustig aan. Slechts een enkele maal onderbreekt zij de voorlezing,
+om nogmaals een herhaling te geven van de door haar reeds vroeger
+afgelegde belijdenis.
+
+Jeanne: »Ik geloof, dat de Paus te Rome, de bisschoppen en andere
+geestelijken zijn aangesteld om het Christelijk geloof te bewaken, en om
+hen te straffen, die daarin tekort schieten, maar wat mij betreft, mijne
+daden zal ik slechts onderwerpen aan het oordeel van de Hemelsche Kerk,
+d.w.z. aan God, aan de Maagd Maria, en aan de Heiligen in het Paradijs.
+Ik geloof vast niet in mijn geloof tekort gekomen te zijn, en voor niets
+ter wereld zou ik daarin willen tekort komen.«
+
+Hier breekt het Latijnsche rapport af; het Fransche heeft nog de
+woorden: »en ik verzoek....«
+
+Volgens de verklaring van één der assessoren, genaamd La Pierre,
+volgde hier een beroep op het Concilie van Bazel, waarvan deze zelfde
+dominicaner haar de beteekenis had duidelijk gemaakt. Maar Cauchon viel
+haar woedend in de rede met een kort en bondig: »Zwijg voor den duivel«
+en verbood den notaris dit beroep in het proces-verbaal op te nemen.
+Jeanne van haar kant verweet hem toen, zeer terecht, dat men opschreef
+wat tegen haar was, maar niet hetgeen ten haren gunste getuigde.
+
+ * * * * *
+
+In een speciaal verhoor in haar kerker, ondervraagt Cauchon haar
+den 31en Maart nog eenmaal uitvoerig over haar onderwerping aan de
+strijdende Kerk. De zes vertegenwoordigers van de Parijsche Universiteit
+wonen dit verhoor bij als eenige getuigen.
+
+Maar Jeanne is niet van haar stuk te brengen. Haar geloof en haar
+vertrouwen staan vast. Alles wat zij gedaan, gezegd en geantwoord heeft
+betreffende hare visioenen en openbaringen, heeft zij gedaan en gezegd
+uit naam van God. Voor niets ter wereld zou zij iets anders verklaren.
+Wanneer de strijdende Kerk hare visioenen en openbaringen uitmaakt voor
+hersenschimmen uit den Booze zal zij zich slechts beroepen en verlaten
+op God alleen. O zeker, zij gelooft wel dat ook zij onderworpen is aan
+de strijdende Kerk, maar.... _God moet eerst gediend zijn._
+
+Jeanne: »Mijne antwoorden zijn geen eigen verzinsels; maar zij zijn mij
+ingegeven door mijne stemmen. Mijne stemmen hebben mij bevolen niet
+ongehoorzaam te worden aan de Kerk, maar.... _God moet eerst gediend
+zijn._« Kan het duidelijker, kan het zuiverder, kan het waarachtig
+godsdienstiger?
+
+ * * * * *
+
+Uit de zeventig artikelen, opgemaakt door d'Estivet, besluit men
+nogmaals een uittreksel te maken. Nicolas Midy wordt met de redactie van
+dit nieuwe uittreksel belast. Hij vervaardigt de om hunne onjuistheid en
+valschheid zoo beruchte twaalf artikelen.
+
+In het kort bevatten deze twaalf artikelen natuurlijk de voornaamste
+beschuldigingen tegen Jeanne, maar de feiten zijn dikwijls scheef
+voorgesteld, hare antwoorden zijn dikwijls verkeerd weergegeven en wat
+zeker wel het verfoeilijkst is: de twaalf artikelen waarop de verdere
+beraadslagingen en ook het eindvonnis gebaseerd zijn geweest, werden
+Jeanne nooit voorgelezen.
+
+De sprong te Beaurevoir wordt voorgesteld als een poging tot zelfmoord,
+terwijl bij het verhoor juist gebleken was dat van zelfmoord geen sprake
+was.
+
+Op insinueerenden toon wordt haar verweten, dat zij zich op hare tochten
+nooit onder de hoede stelde van een vrouw. Maar de verklaring van Jeanne
+hoe zij voor haar kuischheid wist te waken wordt verzwegen; van het
+rapport van de deskundigen, waaronder de hertogin van Bedford, die haar
+onderzocht en maagd bevonden hadden, wordt geen melding gemaakt.
+
+In hun domheid maken zij zelfs Jeanne er een verwijt van, dat zij
+verklaard heeft, dat hare stemmen geen engelsch spreken, omdat zij op
+de hand der Franschen zijn. Wanneer hare Heiligen geen Fransch tot haar
+gesproken hadden, hoe had Jeanne ze dan kunnen verstaan, en hoe had het
+arme kind, dat zelf geen enkele vreemde taal kende, moeten constateeren
+of het Engelsch of iets anders was?
+
+ * * * * *
+
+In een bijeenkomst op den 13en April worden de twaalf artikelen
+besproken, elke rechter zegt afzonderlijk zijn meening. De meesten zijn
+zeer hard en streng in hun oordeel. Enkelen slechts, n.l. Jean Alespée,
+Jean Basset en Raoul Sauvaige zijn Jeanne wat beter gezind en durven
+zelfs iets mompelen omtrent een beroep op het Concilie van Bazel.
+
+Maar Jeanne is ziek, ernstig ziek: men vreest voor haar leven. Is het
+wonder dat na alles wat zij in de laatste weken naar lichaam en naar
+ziel heeft moeten verdragen, hare krachten haar begeven?
+
+Opgesloten in een ellendigen kerker met boeien aan handen en voeten; dag
+en nacht bewaakt door ruwe, laaghartige soldaten die haar bespotten,
+tergen en beleedigen en daar tusschen door uren lang afgebeuld door
+moeilijke en pijnlijke verhooren. Wie zou daar tegen bestand zijn? O,
+ware het de rampzalige gegeven geweest, toen rustig heen te gaan, haar
+verlossing tegemoet, welk eene ellende, welk eene vernedering zou haar
+bespaard zijn gebleven.
+
+Haar lichaam is afgetobd en krank, maar haar geest blijft onveranderlijk
+helder.
+
+Hare beulen laten haar ook nu niet met vree. Tot in haar kerker en op
+haar leger vervolgen zij haar, steeds met dezelfde grieven, steeds met
+dezelfde verwijten. Maar niets kan haar rots-vaste geloof doen wankelen,
+ook nu niet, nu mogelijk haar einde nadert. Wat er ook moge gebeuren,
+zij zal niet anders kunnen verklaren, dan wat zij reeds in het proces
+gezegd heeft. Nog heeft zij haar vertrouwen in de menschen, ja zelfs in
+hare vijanden, niet geheel verloren. Zij rekent er vast op dat, zoo zij
+mocht sterven in de gevangenis, men haar zal begraven in gewijde aarde.
+Doet men dit niet, dan verlaat zij zich ook hierin op God.
+
+Jeanne: »Ik ben een goede christin, ik ben gedoopt, ik zal als goede
+christin sterven«.
+
+Dit bezoek had plaats den 18en April. Den 2en Mei is Jeanne hersteld.
+
+Hare stemmen hebben haar in dien tusschentijd weer moed ingesproken.
+Zelfs de Aartsengel Gabriël is haar verschenen en heeft haar geraden
+zich in alles op den Heer te verlaten, Hij zal haar helpen. Met nieuwen
+moed bezield verschijnt zij voor hare drie en zestig rechters.
+
+Het eerst wordt zij toegesproken door Jean de Chatillon. Hij vangt aan
+met een ernstige vermaning, maar op bijna minzamen toon uitgesproken, en
+wijst haar op hare fouten, maar zijn toespraak eindigt met bedreigingen
+met dood en brandstapel. Op dienzelfden toon spreken nog enkele andere
+rechters haar toe.
+
+Voor het eerst wijst men haar in het openbaar op de noodlottige, doch
+onvermijdelijke gevolgen van haar dwaling.
+
+Wil zij zich dan niet onderwerpen aan het Heilig Concilie, of aan den
+Heiligen Vader, den Paus?
+
+Haar antwoord is kort:
+
+»Breng mij voor hem, ik zal hem antwoorden!«
+
+ * * * * *
+
+Dan biedt men Jeanne aan wat zij voor den aanvang van het proces
+verlangd heeft: bijstand van priesters van haar eigen partij. Wat zouden
+die thans nog voor haar kunnen doen?
+
+»Geef mij een bode«, antwoordt zij op dit aanbod, »en ik zal hem
+schrijven wat ik denk over het geheele proces, zooals gij het gevoerd
+hebt.«
+
+Nog één hamerslag, steeds op het zelfde aanbeeld, maar daarin klinkt een
+zekere wanhoop en vertwijfeling van de zijde van hare rechters.
+
+»Zeg ons dan een reden, een enkele slechts, waarom gij weigert U op de
+Kerk te verlaten.«
+
+Maar Jeanne zwijgt. Men wil niet hooren, men wil haar niet begrijpen.
+Zij heeft niets meer toe te voegen aan de reeds zoo herhaaldelijk door
+haar afgelegde verklaringen: men weet het toch, zij kan niet anders.
+
+ * * * * *
+
+Nog is er een middel om Jeanne mogelijk tot spreken te dwingen en haar
+misschien tot andere gedachten te brengen: de pijnbank.
+
+Den negenden Mei brengt men Jeanne in het vertrek, waar zich de pijnbank
+en de folterwerktuigen bevinden. Men toont haar de werktuigen en de
+scherprechters, die gereed staan hun werk te beginnen. Dan leest men
+haar voor de artikelen, waarop zij tot nu toe geweigerd heeft te
+antwoorden. Maar Jeanne laat zich niet bang maken, zij zwicht niet,
+zelfs niet voor het dreigement met de pijnbank. Zij blijft bij hetgeen
+zij tot nu toe gezegd heeft en als zij op de pijnbank iets anders
+verklaarde, zou zij toch altijd later zeggen, dat men haar er toe
+gedwongen had.
+
+Onder deze omstandigheden acht Cauchon het voorloopig nutteloos om tot
+een foltering over te gaan.
+
+In een bijeenkomst te zijnen huize wordt de zaak nog besproken. De
+meeningen loopen uiteen. Enkelen vreezen dat het vergeefsche moeite zal
+zijn, daar zij veronderstellen, dat Jeanne van den duivel de gave der
+stilzwijgendheid heeft ontvangen. Anderen achten haar te verstokt en
+de gunst van een foltering onwaardig: het zijn degenen wier oordeel
+reeds gevestigd is. Nicolas Loiseleur was een van degenen, die van een
+foltering »als medicijn voor haar ziel« wel eenig heil verwachtte en
+dus voor de pijnbank stemde. De meerderheid is van oordeel dat voor het
+oogenblik geen reden bestaat om tot de foltering over te gaan: aldus
+wordt besloten en de pijnbank is het eenige wat Jeanne bespaard is
+gebleven.
+
+ * * * * *
+
+Daarna vertrekken de zes afgevaardigden van de Sorbonne naar Parijs,
+gewapend met de Twaalf Artikelen. Dadelijk na hun aankomst komen de
+geleerde heeren bijeen om te overleggen. Eerst vergadert elke faculteit
+apart, daarna vereenigen zij zich in een algemeene vergadering, waarin
+het onderzoek van de zaak wordt verwezen naar de theologische faculteit
+en de faculteit voor Kerkelijk Recht.
+
+Na veertien dagen zijn de beide faculteiten met hun onderzoek gereed,
+en deelen in een nieuwe algemeene vergadering van de Universiteit hunne
+conclusies mede. Het resultaat is, zooals te verwachten was, voor
+Jeanne vernietigend. Men noemt haar verraderlijk, trouweloos, wreed,
+bloeddorstig, afvallig, leugenachtig. Uitgemaakt wordt doodeenvoudig
+dat hare Heiligen, booze geesten waren en wel Bélial, Satan en Béhémot.
+De eer van deze uitvinding komt toe aan de Theologische Faculteit,
+terwijl daarentegen de faculteit voor Kerkelijk Recht er zich weer op
+mag beroemen o.a. te hebben uitgemaakt in art. 3 van haar rapport,
+dat Jeanne een afvallige was, »omdat zij zich met verkeerde oogmerken
+het haar had laten afknippen, dat God haar gegeven had, om haar hoofd
+te bedekken«. Beide faculteiten zijn eenstemmig van oordeel dat
+Jeanne behoort te worden overgeleverd aan het wereldlijk gezag, en
+overeenkomstig hare misdrijven behoort gestraft te worden. De algemeene
+vergadering neemt het advies van de commissie van onderzoek over en
+maakt het tot het hare.
+
+Het resultaat van de beraadslagingen wordt naar Rouaan verzonden met een
+ellenlang begeleidend schrijven aan den bisschop Cauchon, waarin deze
+hemelhoog wordt geprezen om zijn zeer bijzondere christelijke liefde
+en de uitnemende, krachtige wijze waarop hij het proces voert tegen die
+vrouw, die men Maagd noemt, doch wier gift zich ver verspreid heeft en
+de christelijke kudde in bijna het geheele Westen heeft besmet en
+verpest.
+
+Zoodra de uitspraak van de Sorbonne in Rouaan is overgebracht, komen
+Jeanne's rechters in completen getale bijeen. Het oordeel van de
+Universiteit maakt hun de zaak veel gemakkelijker, neemt hun een groot
+deel van de verantwoordelijkheid van de schouders: zij sluiten zich
+gaarne bij dat oordeel aan.
+
+Den 23en Mei wordt het resultaat van de beraadslagingen van de
+Parijsche Sorbonne aan Jeanne voorgelezen door den jongste der zes
+afgevaardigden: Pierre Maurice. Hij spreekt haar daarna toe in een lange
+redevoering, maar zijn toon is kalm vermanend, bijna vertrouwelijk.
+Hij vergelijkt haar ongehoorzaamheid aan de geestelijken, dat is aan de
+officieren van Christus, bij de ongehoorzaamheid van een ridder aan de
+bevelen van den koning en diens officieren. Hij tracht op haar gevoel
+te werken. Aan het eind van zijn rede genaderd vraagt hij aan Jeanne,
+die hem kalm en aandachtig heeft aangehoord, of zij niet tot inkeer wil
+komen en hare daden en gezegden wil onderwerpen aan het oordeel van de
+strijdende Kerk. Doch geen menschelijke welsprekendheid is bij machte
+haar te doen wankelen. Zij belijdt voor de zooveelste maal:
+
+Jeanne: »Wat ik gezegd en volgehouden heb in het proces, handhaaf ik ook
+thans nog. Wanneer ik veroordeeld was en ik zag den beul gereed om het
+vuur aan te steken, ik zag de takkenbossen branden en ik stond midden in
+het vuur, dan nog zou ik niets anders zeggen, en wat ik verklaard heb in
+het proces, zou ik volhouden tot aan den dood.«
+
+In margine vinden wij bij dit antwoord de ongevraagde opmerking van den
+griffier: Responsio Johannae superba.
+
+ * * * * *
+
+Dan sluit Cauchon de beraadslagingen en bepaalt de uitspraak van het
+vonnis op den volgenden dag.
+
+ * * * * *
+
+Nog enkele uren dus en het onherroepelijke woord, dat Jeanne vonnist,
+zal gesproken worden. Nog is het niet te laat, nog is er redding
+mogelijk.
+
+Ik sprak soms op bitteren toon over Jeanne's rechters en noemde ze hare
+beulen. Ik neem hiervan niets terug, want, weliswaar leven wij met
+Jeanne in een tijd van oorlog, maar hare rechters waren Franschen,
+tenminste verreweg de meesten en bovendien, wat nog bezwarender is, het
+waren geestelijken.
+
+Maar hoe dan te oordeelen over hare vrienden, over hare bloedverwanten?
+Zijn zij niet medeplichtig aan haren dood?
+
+Niemand van haar partij heeft een woord gesproken, een vinger
+uitgestoken om haar te verdedigen of te bevrijden. Onder Jeanne's
+familieleden waren geestelijken: waarom zijn die dan niet naar Rouaan
+gegaan om te getuigen, waarom hebben die van hun kant de hulp van den
+Paus niet ingeroepen? De geestelijken, doctoren en advocaten, die door
+de Engelschen en Bourgondiërs uit Parijs verjaagd waren, waarom hebben
+die geen van allen geprotesteerd? De Bisschop van Reims, die aan Jeanne
+zooveel te danken had, waarom is hij niet tusschenbeide gekomen door
+gebruik te maken van zijn recht om Cauchon, zijn wij-bisschop, tot de
+orde te roepen? De raadslieden van Karel VII, de priesters uit de naaste
+omgeving van den koning, de doctoren te Poitiers die Jeanne ondervraagd
+hadden, waarom hebben ze allen een misdadig stilzwijgen bewaard?
+
+En dan eindelijk de koning zelf; waarom doet Karel VII geen beroep bij
+den Paus, waarom brengt hij de bisschoppen en andere geestelijken, die
+hem trouw zijn gebleven, niet in actie, waarom doet hij geen enkele
+poging om Jeanne met geweld van wapenen te bevrijden? Is hij alles
+vergeten wat Jeanne voor hem gedaan heeft, wil hij het zich niet
+bekennen dat het de bezieling is geweest, die van haar uitging, die zijn
+eigen troepen nieuwe moed heeft gegeven, dat haar verschijning, haar
+naam soms voldoende was om verwarring te brengen onder de vijanden? Weet
+hij niet meer, dat het Jeanne is geweest die hem naar Reims gebracht
+heeft? Was zij niet zijn »porte-bonheur?« Waarom waagt hij dan, al was
+het slechts uit welbegrepen eigenbelang, geen poging haar te redden?
+
+Ik voor mij geloof, dat op al deze vragen één en hetzelfde antwoord
+kan gegeven worden. Wij behoeven niet te zoeken op politiek gebied,
+naar geheime beweegredenen, ook is het niet noodzakelijk een fijnere
+détailstudie van het karakter van Karel VII te maken. Ik ben overtuigd,
+dat wij den vinger op de wonde plek leggen indien wij zeggen: zij
+durfden niet.
+
+Van het oogenblik af, dat uitgemaakt was, dat Jeanne terecht zou staan
+voor een geestelijke rechtbank, durft niemand meer een mond open doen of
+een vinger verroeren. Zelfs de collega's en gelijken van Cauchon zijn
+daarmede ontwapend.
+
+Voor hen, evengoed als voor de lagere geestelijken, en zelfs voor den
+koning is het buitengewoon gevaarlijk zich te mengen in een geestelijk
+proces, of in de zaken van de Inquisitie.
+
+De Kerk zal spreken, en dan heeft elk geloovige te zwijgen op gevaar van
+zelf in botsing met de Inquisitie te komen.
+
+Hierin schuilt m. i. het geheele geheim waarom enkele van de rechters
+zich laten dwingen de verhooren bij te wonen, waarom niemand van hare
+vrienden, waarom de koning, ja zelfs haar eigen broeders, die aan haar
+zijde hadden gestreden, in het proces te Rouaan geen partij durven
+kiezen voor de arme beklaagde, en op een afstand zullen moeten aanzien
+dat Jeanne beleedigd, mishandeld en eindelijk ter dood gebracht wordt.
+
+Jeanne toont ook hier haar waarachtige grootheid. Zij beschouwt ook
+dezen tegenslag, deze ellende als een gevolg van Gods wil: zij berust.
+Geen verwijt over de ontrouw of de lafhartigheid van hare vroegere
+vrienden komt over hare lippen; integendeel, zij blijft ze steeds een
+goed hart toedragen en verdedigen: haar liefde en bewondering voor den
+koning behoudt zij tot het einde toe.
+
+ * * * * *
+
+In den morgen van den 24en Mei bezoekt Jean Beaupère Jeanne in haar
+kerker, ook ontmoet ze Nicolas Loiseleur nog. Beiden trachten haar nog
+te overreden zich te onderwerpen aan de Kerk en Loiseleur doet haar
+zelfs valsche beloften en valsche voorspiegelingen. Wij behoeven niet
+alle beschuldigingen te gelooven, die in het tweede proces tegen Nicolas
+Loiseleur zijn uitgesproken, maar vast staat het wel, dat deze kanunnik
+de Judasrol tegenover Jeanne heeft gespeeld.
+
+Onder voorwendsel een gevangene van haar partij te zijn, heeft hij haar
+vertrouwen weten te winnen en haar zelfs de biecht afgenomen, terwijl
+hij wist, dat zijne gesprekken met Jeanne in het belendende vertrek
+werden afgeluisterd en opgeteekend. Ook nu bij de zoogenaamde afzwering
+staat Loiseleur aan haar zijde en zal het gedeeltelijk op zijn
+aandringen zijn, dat Jeanne het perkament teekent, dat men haar
+voorhoudt.
+
+Evenals Judas zou ook hij zijn ure van wroeging en berouw gehad hebben,
+waarin hij handenwringend en in wanhoop Jeanne volgde en om vergeving
+smeekte op haar laatsten tocht naar de Oude Markt. Men brengt Jeanne nu
+in een open kar onder gewapend geleide naar het ruime kerkhof van den
+abdij van Saint Ouen, waar zij nogmaals plechtig en in het openbaar zal
+worden toegesproken en waar de scène van de zoogenaamde afzwering zal
+plaats hebben.
+
+Op dit kerkhof heeft men voor deze gelegenheid een groote tribune
+gebouwd tegen het schip van de kerk. Daarop hebben plaats genomen
+Pierre Cauchon, Bisschop van Beauvais, Jean Lemaître, Vicaris van den
+inquisiteur, de Kardinaal van Winchester, verder alle hooge en lagere
+geestelijken, die aan het proces hebben deel genomen, en verscheidene
+hooggeplaatste Engelsche heeren. Rondom het kerkhof verdringt zich een
+dichte menigte, die door Engelsche soldaten op een eerbiedigen afstand
+wordt gehouden.
+
+Op een kleine verhevenheid tegenover de groote tribune bevindt zich
+meester Guilleaume Erard. Zeer tegen zijn zin heeft men hem aangewezen
+om Jeanne in deze plechtige bijeenkomst toe te spreken, zooals het
+gebruik van de Heilige Inquisitie dat meebracht.
+
+Dan brengt men Jeanne in den kring: zij draagt manskleeren, en hoewel
+zichtbaar onder den indruk, eenigszins beduust door de openlucht en het
+volle zonlicht treedt zij kalm en vastberaden voorwaarts. Men plaatst
+haar op de verhevenheid naast Guilleaume Erard, en zoodra men stilte
+heeft verkregen onder de talrijke aanwezigen, neemt deze het woord.
+
+Hij heeft zich als tekst voor zijn toespraak gekozen het woord uit het
+Evangelie naar Johannes, hoofdstuk XV: »De rank kan geen vrucht dragen
+van haar zelven, zoo zij niet in den wijnstok blijft.« »Zoo moeten
+dan ook alle katholieken in den wijnstok blijven van onze Heilige
+Moederkerk, die de hand van onzen Heere Jezus Christus heeft geplant.«
+
+In den loop van zijn heftige toespraak herhaalt hij, de verschillende
+punten van beschuldiging tegen Jeanne, en zet die nader uiteen. Op haar
+is zeer zeker van toepassing het woord van dezen tekst: Zij heeft de
+Moederkerk verlaten, is van de eene dwaling in de andere, van de eene
+misdaad in de andere vervallen, en heeft op duizenderlei wijze het
+christelijke volk geërgerd. Nooit te voren was er een grooter monster
+dan Jeanne in Frankrijk.
+
+De arme Jeanne hoorde dit schelden en schimpen rustig aan: zij was er in
+de laatste maanden reeds aan gewoon geraakt.
+
+Maar zoodra hoort zij niet den naam des konings noemen, of zij richt
+zich op, luistert met dubbele aandacht, en al de oude strijdlust wordt
+weer in haar wakker. Waarschijnlijk om de aanwezige Engelschen in het
+gevlei te komen valt Guilleaume Erard Karel VII heftig aan. Dan richt
+hij zich uitdrukkelijk tot Jeanne met de woorden:
+
+»Jeanne ik spreek tot U en ik zeg U dat Uw koning is een ketter en een
+afvallige.«
+
+Dat is te veel voor de arme Jeanne. Die woorden krenken haar in het
+diepst van haar ziel. Een groote ontroering maakt zich van haar meester,
+hare Heiligen verschijnen haar, zij hoort hare stemmen. Zij raden haar:
+
+»Antwoord hem flinkweg, dien prediker die U toespreekt.«
+
+En oogenblikkelijk stuift zij op en valt Guilleaume Erard in de rede:
+
+Jeanne: »Voorwaar, Messire, met allen eerbied, ik durf te verklaren
+en zweren op straffe des doods, dat hij de edelste Christen van alle
+Christenen is, die het geloof en de Kerk het meest liefheeft; en hij is
+niet zooals gij zegt«.
+
+Erard, vertoornd over deze onderbreking, laat Jeanne door den
+deurwaarder tot zwijgen brengen. Hij is het einde van zijn preek
+genaderd en komt nog eenmaal op het oude thema terug: wil zij hare
+woorden en daden onderwerpen aan het oordeel van de Kerk.
+
+Maar wat zij gedaan heeft, deed zij uit naam van God, niemand heeft
+daar schuld aan, noch de koning, noch iemand anders. Dan doet zij een
+officieel beroep op den Paus. Het laffe antwoord van de rechters, dat de
+Paus te ver weg is, en men hem niet kan gaan halen, slaat haar niet uit
+het veld. Laat men haar dan naar den Paus brengen en laat die haar dan
+ondervragen. Zij wil niet, dat men een uittreksel uit het proces-verbaal
+van dit proces, ter beoordeeling van den Paus, naar Rome zendt, daar
+heeft zij geen vertrouwen in, men kan daarin zetten wat men wil. Neen,
+zelf en in persoon wil zij zich tegenover den Heiligen Vader
+verantwoorden.
+
+Op eene laatste vermaning komt hetzelfde antwoord: zij herroept niets
+van hetgeen zij heeft verklaard.
+
+Hiermede is de zaak beslist.
+
+Het woord is thans aan Cauchon. Van de twee vonnissen, die hij bij zich
+heeft, één voor het geval Jeanne ter elfder ure tot inkeer zou komen,
+het andere voor het geval zij in hare dwaling bleef volharden, heeft hij
+het laatste te voorschijn gehaald. Hij is opgestaan en leest het vonnis.
+
+Het bestaat uit een lange reeks van beschuldigingen, waarvan wij de
+meesten reeds kennen. De rechters hebben »met Christus en de eer van het
+orthodoxe geloof voor oogen« Jeanne schuldig bevonden aan: leugen, aan
+de uitvinding van zoogenaamde goddelijke verschijningen en openbaringen,
+aan betoovering, bijgeloof, waarzeggerij, Godslastering, verachting van
+God zelf in zijne Heilige sacramenten, enz. enz.
+
+Cauchon leest langzaam verder en onderwijl dringen er nog enkele
+rechters, waaronder Guilleaume Erard en Loiseleur, bij Jeanne op aan,
+dat zij zal afzweren. Nog is het tijd, houden zij haar voor.
+
+»Onderwerp je aan de kerk«, zegt Erard, die persoonlijk gaarne zou zien
+dat de afzwering van Jeanne kon worden aangemerkt als de vrucht van zijn
+toespraak. »Beloof dat je weer vrouwenkleeren zult aantrekken«, dringt
+Loiseleur aan, en beiden dreigen ze met den brandstapel. Erard heeft
+eene verklaring van afzwering gereed en houdt die Jeanne voor.
+
+Dan geeft Jeanne een teeken en Cauchon onderbreekt oogenblikkelijk de
+voorlezing van het vonnis.
+
+Een volkomen juist en getrouw beeld geven van hetgeen nu gebeurt is niet
+geheel mogelijk: er blijft vooralsnog één duister punt.
+
+Vast staat dat zoodra Cauchon zwijgt er eenige verwarring ontstaat onder
+de Engelsche soldaten en zelfs eenig rumoer onder de Engelsche heeren op
+de tribune. Zij begrijpen niet geheel wat er gebeurt, maar zij vreezen
+verraad en zijn bang dat Jeanne hun ontsnapt. Warwick bijt Cauchon toe:
+»De zaken van den koning gaan slecht, die vrouw zal ons nog ontglippen.«
+
+Cauchon tracht hem gerust te stellen en mompelt: »Wees maar niet bang,
+wij zullen haar wel weer vangen.«
+
+Maar ook andere Engelschen maken het hem lastig en beschuldigen hem
+zelfs openlijk van verraad. Dan stuift Cauchon op, dat laat hij zich
+niet zeggen. Hij is beleedigd, hij wil niet verder procedeeren voor men
+hem voldoening gegeven heeft. Is hij als rechter in geloofszaken niet
+verplicht eerder het heil van die vrouw te zoeken dan haar dood? zoo
+huichelt hij. Warwick brengt de andere heeren tot kalmte. Cauchon's
+verklaring »wij zullen haar wel weer vangen« heeft hem voldoende
+gerustgesteld, dat de zaak bij dezen rechter nog steeds in goede handen
+is.
+
+Op de kleine verhooging midden in den kring is al even veel verwarring
+als op de groote tribune. Van alle kanten bestormt men Jeanne, dat zij
+de verklaring van Erard zal teekenen. Uit de menigte, die voor een deel
+bestaat uit Franschen, die haar sympathiek zijn, roept men haar toe,
+dat zij moet doen, wat men haar aanraadt en zoodoende haar leven moet
+redden. Jeanne wil nog een uitstel om de zaak te overwegen en om hare
+stemmen te raadplegen. Zij vraagt aan Jean Massieu wat zij doen moet.
+Maar men wil ditmaal van geen uitstel weten en ook Jean Massieu dringt
+er op aan, dat zij teekenen zal, en wel nu dadelijk nu het nog tijd is.
+
+Jeanne geeft toe; tenminste afgaande op de voorspiegelingen en beloften
+die men haar doet, teekent zij een stuk, dat men haar voorhoudt, en
+waarvan men haar in de verwarring met enkele woorden den inhoud heeft
+medegedeeld.
+
+Maar wat heeft men haar beloofd, wat heeft er in het stuk gestaan,
+dat Jeanne teekende en eindelijk, hoe heeft zij geteekend? Zie hier
+het duistere punt, waarop ik zooeven zinspeelde. Zeker heeft men haar
+beloofd, dat wanneer zij teekende, zij voortaan zou behandeld worden als
+een gevangene van de Kerk en dus onder toezicht zou komen van vrouwen in
+plaats van Engelsche soldaten. Dit blijkt overtuigend uit hetgeen Jeanne
+zegt aan het einde van deze plechtigheid. Maar welk stuk heeft zij
+geteekend en hoe? De verklaring van afzwering, die zich in het dossier
+bevindt, draagt geen handteekening, doch een kruisje. Nu is het nagenoeg
+zeker, dat Jeanne in die dagen het zoover gebracht had, dat zij ten
+minste haar handteekening kon plaatsen. In dat geval is een stuk met een
+kruisje geteekend niet geldig.
+
+Wat verder den inhoud van het stuk betreft hebben wij in de eerste
+plaats de verklaring door Jeanne zelf twee dagen later gegeven, dat zij
+begrepen had, dat het er om ging dat zij van kleeding zou veranderen en
+bovendien de zeer bezwarende verklaring door Jean Massieu in het proces
+van rehabilitatie afgelegd en door nog verscheidene andere getuigen
+bevestigd, dat het lange latijnsche stuk, dat zich in het dossier
+bevindt, een geheel ander is als de korte Fransche verklaring, die
+Massieu aan Jeanne heeft voorgelezen en die zij onderteekend heeft.
+Maar bovendien, heeft zij Erard, op zijn krachtig aandringen niet kalm
+toegevoegd: »U geeft U werkelijk te veel moeite om mij te verleiden«.
+
+En was Jeanne niet gedurende de geheele plechtigheid volkomen rustig?
+Stond zij niet, tot groote verontwaardiging van hare Engelsche vijanden,
+glimlachend te midden van de priesters die haar tot teekenen trachtten
+te bewegen? Zou zij dan glimlachend de overtuiging en het geloof,
+waarvoor zij reeds zooveel geleden had, en die zij zoo dapper al die
+weken, in een strijd op leven en dood, verdedigd had, prijs gegeven
+hebben?
+
+Neen, driewerf neen! Men heeft haar misleid, er heeft vervalsching of
+verwisseling van de processtukken plaats gehad, maar Jeanne heeft niet
+afgezworen.
+
+ * * * * *
+
+Als Cauchon eindelijk weer het woord neemt is het thans om het andere,
+het minder strenge vonnis voor te lezen, waarbij Jeanne veroordeeld
+wordt tot levenslange gevangenisstraf, op water en brood, of zooals het
+in de latijnsche vertaling van het vonnis luidt: »in perpetuum carcerem,
+cum pane doloris et aqua tristitiae«, om hare zonden en fouten te
+beweenen.
+
+ * * * * *
+
+Daarna is de plechtigheid afgeloopen. Jeanne verwacht nu, dat men de
+zooeven afgelegde belofte zal nakomen en zegt tot hare rechters:
+
+»Welnu dan, heeren geestelijken, brengt mij in Uwe gevangenissen, en
+levert mij niet meer over in handen van die Engelschen!«
+
+Men had haar schandelijk bedrogen. Trouwens wat Jeanne vroeg, omdat men
+het haar beloofd had, was niet mogelijk, want met de Engelschen was
+uitdrukkelijk overeengekomen, dat Jeanne hun na het proces weer zou
+worden uitgeleverd.
+
+Het laatste woord is aan hem, die Warwick toegefluisterd heeft: »Wees
+maar niet bang wij zullen haar wel weer vangen.«
+
+Als eenig antwoord op haar bede, geeft Cauchon aan de bewakers van
+Jeanne het korte, doch voor haar vernietigende bevel:
+
+»Brengt haar daar waar gij haar vandaan gehaald hebt.«
+
+ * * * * *
+
+Zoodra Jeanne weer terug is in haar ouden kerker en men haar opnieuw in
+ketenen heeft vastgeklonken, wordt zij herinnerd aan de belofte om van
+costuum te veranderen. Zij is daartoe thans bereid, en trekt een japon
+aan, die de hertogin van Bedford voor haar heeft laten maken. Evenals
+Aimond de Macy op het kasteel Beaurevoir, veroorlooft de kleermaker,
+die Jeanne de japon brengt en haar behulpzaam is bij het aantrekken
+ervan, zich een vrijmoedigheid, die Jeanne zoo boos maakt, dat zij hem
+een fermen oorvijg geeft. Het haar van Jeanne, dat zij droeg als de
+krijgslieden van dien tijd, wordt afgeknipt.
+
+Zoo laat men dit negentienjarige meisje, thans weer als vrouw gekleed,
+dag en nacht bewaken door Engelsche soldaten, d. w. z. door halve
+bandieten, halve beesten. Wij herhalen het, dit is mogelijk wel de
+wreedste en meest verfijnde marteling die men dit arme schepseltje heeft
+laten ondergaan. Wel was Jeanne moedig en zou zij zich, zoo goed haar
+ketenen dit toelieten, tegen aanrandingen hebben weten te verdedigen,
+maar de hoon, de spot, de beleedigingen, de ruwe dronkemanstaal van
+hare bewakers, die in hare tegenwoordigheid zaten te dobbelen en te
+drinken, heeft zij moeten verduren en aanhooren. Onbeschrijfelijk moet
+zij daaronder geleden hebben; toch houdt zij den strijd nog twee dagen
+vol, dan legt zij haren japon af, steekt zich opnieuw in manskleeren,
+en breekt hiermede de door haar afgelegde belofte.
+
+Dit geschiedt in den morgen van den 27en Mei, op den Zondag van de
+Heilige Drievuldigheid. Als wij de verklaring van den deurwaarder Maître
+Jean Massieu in het proces van rehabilitatie moeten gelooven, is het
+niet vrijwillig dat Jeanne hare belofte gebroken heeft, maar heeft men
+er haar bepaald met geweld toe gedwongen, door in den nacht van den 26en
+op den 27en Mei, terwijl zij sliep, hare vrouwenkleeren te verbergen en
+het mans-costuum voor haar gereed te leggen. Zij moet zelfs aanvankelijk
+geweigerd hebben het verboden costuum weer aan te trekken, er op
+wijzende, dat dit in strijd zou zijn met hare belofte, maar ten slotte
+was zij wel genoodzaakt toe te geven, aangezien zij voor een zuiver
+menschelijke behoefte het bed en zelfs een oogenblik haar kerker moest
+verlaten. (»Intendens ventrem purgare«).
+
+In de getuigen-verklaringen van het proces van rehabilitatie komen
+evenwel meerdere dergelijke verhalen voor van schandelijk bedrog,
+van ten hemel schreiend verraad. Wij aanvaarden ze met de noodige
+voorzichtigheid en wij hebben ze trouwens niet noodig. De geschiedenis
+zooals wij haar kennen uit de feiten die onomstootelijk vaststaan, is
+reeds verschrikkelijk en tragisch genoeg.
+
+Het bericht van Jeanne's weder-afvalligheid ging als een loopend vuur
+door de stad. Oogenblikkelijk zetten hare rechters en vijanden zich in
+beweging. De door Cauchon verwachte gelegenheid om haar weder te vangen,
+biedt zich aan. Jeanne is verloren.
+
+Den volgenden morgen begeeft Cauchon zich met verscheidene andere
+rechters naar het kasteel waar Jeanne gevangen zit. Onderweg worden zij
+bespot en uitgejouwd door een troep Engelsche soldaten. De griffier van
+het proces wordt ontboden. Men vindt Jeanne in manskleeren, maar zij is
+diep terneer geslagen, afgetobd en in tranen.
+
+Als men haar naar de reden vraagt antwoordt zij, dat het haar, nu zij
+onder mannen verkeert, behoorlijker voorkomt, dat zij ook manskleeren
+draagt en verder: »Ik heb niet begrepen wat de verklaring van afzwering
+behelsde. Ik heb niets willen herroepen, dan wat God verlangde.... Als
+de heeren er op staan zal ik weer vrouwenkleeren aandoen, maar dan moet
+men ook volbrengen wat men mij beloofd heeft en mij in een kerkelijke
+gevangenis brengen. Verder zal ik niets doen«.
+
+In margine teekent de griffier hier weer bij aan: »Responsio mortifera«.
+
+Ondanks den wanhopigen toestand, waarin zij Jeanne aantreffen, hebben
+Cauchon en de zijnen nog den treurigen moed, haar weer lastig te vallen
+en te kwellen met de oude, bekende vragen omtrent de kroon in Reims en
+het geheime teeken te Chinon.
+
+Maar de ongelukkige Jeanne staat ze hierover niet meer te woord. Zij
+kan niet meer, zij is geestelijk lam geslagen. Dan liever op eenmaal
+boete gedaan met haar leven, dan langer die eindelooze kwellingen en
+pijnigingen te doorstaan. Wat geeft het haar of zij blijft strijden,
+men zal niet rusten, dat voelt zij nu, voor men haar gedood heeft. Nog
+één verzuchting van de wanhopige: »Ik wil liever sterven«, en dan zwijgt
+zij.
+
+Den volgenden dag komen de rechters bijeen in het aartsbisschoppelijk
+paleis. De zaak is nu voor hen heel eenvoudig geworden. Zij zijn het
+er over eens dat Jeanne zich heeft schuldig gemaakt aan meineed
+en weder-afvallig is geworden, en aangezien de Kerk de door haar
+uitgesproken doodvonnissen niet zelf voltrekt, zal de veroordeelde
+worden overgeleverd aan den wereldlijken rechter.
+
+De broeders Martin Ladvenu en Isambart de la Pierre krijgen de opdracht
+de veroordeelde te gaan mededeelen, dat zij den volgenden dag zal
+verbrand worden.
+
+In den vroegen morgen van den 30en komen zij in den kerker van Jeanne.
+Martin voert het woord. Als hij uitgesproken heeft, barst Jeanne in
+een wanhopig snikken los. Daar ligt ze nu, het arme, moedige, lieve
+schepseltje als verpletterd door deze vreeselijke tijding, daar ligt ze
+nu alleen, door iedereen verlaten in haar ellende. Geen liefderijke hand
+is er, die zich naar haar uitstrekt, geen woord van troost of medelijden
+wordt tot haar gesproken. In dit oogenblik van angst en felle smart
+hoort zij ook hare stemmen niet. Zij jammert en weeklaagt luid. »Haar
+lichaam, dat zij tot het einde toe rein en ongerept heeft weten te
+houden, zal dus verbrand en tot asch verteerd worden«, en voor het leed
+en onrecht haar aangedaan, beroept zij zich op God, den rechter aller
+rechters.
+
+Nog verscheidene andere geestelijken en doctoren zijn onder Jeanne's
+snikken haar kerker binnengekomen en kwellen haar met vragen. Zij
+beantwoordt de meesten nog geduldig en gedwee, maar dan staat plotseling
+Cauchon zelf op den drempel. Zij ziet in hem een van de hoofdoorzaken
+van al haar leed en van haar dood. Zij richt zich op en met haar nog
+betraande oogen ziet ze hem aan. Nog eenmaal staat ze daar in hare
+maagdelijke fierheid, in de volle majesteit van hare tengere jeugd en
+met dezelfde heldere, krachtige stem, waarmee zij op het slagveld hare
+troepen had aangemoedigd en bezield, dondert zij haar rechter het
+striemende verwijt tegemoet: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!«
+
+ * * * * *
+
+Broeder Martin neemt haar de biecht af. Jeanne is diep geroerd en
+schreit bitter, als zij daarna voor de laatste maal de heilige Hostie,
+het lichaam des Heeren ontvangt.
+
+Wat moeten wij toch denken van deze tegenstrijdigheid? Diezelfde Kerk,
+die een oogenblik te voren de arme Jeanne als ketterin verstooten had
+en haar had overgeleverd aan den wereldlijken rechter, stemt er thans
+in toe, dat men haar het Avondmaal toedient en zelfs dat het Sacrament,
+zooals Ladvenu het uitdrukkelijk verzoekt, haar met alle mogelijke praal
+en heerlijkheid wordt gebracht, door een gansche stoet van geestelijken
+en met een menigte gewijde kaarsen. (»avec beaucoup de lumière«).
+
+Van de pogingen die men daarna nog eenmaal gewaagd heeft om Jeanne tot
+nieuwe bekentenissen te brengen, is later een proces-verbaal opgemaakt,
+dat de griffier, die er bij tegenwoordig was, geweigerd heeft te
+teekenen.
+
+ * * * * *
+
+Eindelijk om negen uur verlaat Jeanne voor goed den kerker en het oude
+kasteel, waar zij honderd acht en zeventig bange dagen en nachten heeft
+doorgebracht.
+
+Zij is gekleed in een lange japon en op het hoofd draagt zij een kapje.
+Met een gewapend escorte van tachtig Engelsche soldaten, voert men het
+slachtoffer in een wagen naar het oude marktplein van Rouaan. Martin
+Ladvenu en Massieu vergezellen haar. Zij schreit en bidt, en eenmaal
+roept zij onderweg in wanhoop uit:
+
+»Rouaan, Rouaan, zal ik hier dan sterven? Zult gij mijn laatste
+woonplaats zijn?«
+
+ * * * * *
+
+Het marktplein is afgezet door Engelsche soldaten, waarachter zich een
+dichte menigte van nieuwsgierigen verdringt. Aan de eene zijde van het
+plein, op het kerkhof van de Saint Sauveur heeft men een groote tribune
+gebouwd, waarop de rechters hebben plaats genomen, daartegenover
+een kleine verhooging, waarop Jeanne zal worden tentoongesteld en
+toegesproken, en eindelijk in het midden op een gemetselde verhooging,
+een stapel takkebossen: de brandstapel. Aan een paal op den brandstapel
+leest men het volgende opschrift:
+
+»Jeanne, die zich laat noemen la Pucelle, leugenaarster,
+volksmisleidster, Godslasteraarster, afvallige van het geloof van Jezus
+Christus, ketterin, enz. enz.« in het geheel zestien beschuldigingen,
+maar zestien valsche beschuldigingen, zestien leugens.
+
+Ditmaal is het een van de zes afgevaardigden van de Parijsche
+Universiteit, een dokter in de theologie en wel Nicolas Midy, die de
+eer geniet de ongelukkige veroordeelde, in hare laatste oogenblikken, te
+mogen toespreken, en hij doet dit, evenals Beaupère, zijn voorganger, in
+heftige en beleedigende bewoordingen. Als tekst neemt hij een woord uit
+den eersten zendbrief van Paulus aan de Corinthiërs: (XII: 26). »En het
+zij dat één lid lijdt, zoo lijden alle de leden mede.«
+
+Dit woord van Paulus, op waardige wijze toegepast, zou zeker eenen
+prediker met een hart, ook in deze omstandigheden, stof en gelegenheid
+genoeg geboden hebben om Jeanne een oogenblik voor haar dood nog enkele
+woorden toe te voegen, waaruit althans eenig menschelijk gevoel,
+ja misschien medelijden sprak. Maar niet aldus deed deze Parijsche
+godgeleerde. »Het lid dat lijdt« uit den brief van Paulus wordt in zijn
+mond, het lid dat rot, en dreigt zijn besmetting over te brengen op de
+andere leden, het lid dat uitgeworpen moet worden uit de eenheid van de
+Kerk, dat uitgerukt moet worden uit het lichaam, en overgeleverd moet
+worden aan de wereldlijke macht.
+
+Aldus luidt ook het vonnis dat Cauchon, na het einde van de toespraak
+van Midy, voorleest. Het eindigt met de geijkte, schijnheilige formule,
+waarbij hij die zelfde wereldlijke macht verzoekt zich in haar oordeel
+over het arme slachtoffer te matigen. (»Rogando eam ut cum ea velit mite
+agere, citra mortem et membrorum mutilationem«). Bij de beraadslagingen
+over de sententie hadden twee geestelijken toch nog den treurigen moed
+gehad te verklaren, dat naar hun oordeel in het onderhavige geval deze
+»supplication misèricordieuse« wel achterwege kon blijven.
+
+Als Jeanne het vonnis vernomen heeft barst zij in tranen en snikken uit;
+met gevouwen handen zinkt zij op hare knieën en bidt tot God. Zij roept
+Maria aan en de Heiligen in het Paradijs. In hartroerende woorden smeekt
+zij allen, die zij eenig leed mocht berokkend hebben, ja zelfs haren
+rechters en den Engelschen om vergeving. Geruimen tijd blijft zij zoo in
+wanhoop liggen. Waar wacht men op? De geestelijke rechters hebben hun
+rol afgespeeld en gaan heen. Velen van hen zijn diep geroerd en ook
+Cauchon verdwijnt met tranen in de oogen. De Engelsche soldaten, die
+ongeduldig worden, roepen hem nog toe: »Zeg eens, priester, zullen we
+hier nog moeten blijven eten?«
+
+ * * * * *
+
+Jehan Salvaing, de wereldlijke rechter in wiens handen Jeanne nu is
+overgeleverd, had haar naar het raadhuis behooren te brengen, om
+haar het vonnis voor te lezen. In de haast worden deze formaliteiten
+overgeslagen. Men verlangt naar het einde van het drama, dat velen
+reeds te lang geduurd heeft. Op een teeken van den schout, pakken zijne
+dienaren Jeanne beet en voeren haar in den wagen, die haar gebracht
+heeft, naar den brandstapel.
+
+Men heeft haar het kapje van het hoofd genomen en haar een mijter
+opgezet met het opschrift: »Ketterin, Afvallige, Afgodendienares.« Tegen
+deze beschuldigingen waagt Jeanne nog een laatst protest.
+
+Zoo geeft men haar over aan den beul en zijne knechts. De deurwaarder
+Massieu en twee jonge geestelijken, de broeders Isambard de la Pierre
+en Martin Ladvenu (laten wij hunne namen goed onthouden), die allen
+diep geroerd zijn, vergezellen haar tot den brandstapel. Voor zij dien
+bestijgt roept zij nog: »Oh, Rouaan, ik vrees wel, dat gij door mijn
+dood zult moeten lijden.«
+
+Als eenmaal de beul, vermoedelijk genaamd Geoffroy Thérage, zijn
+moordend werk begonnen is, en de takkenbossen in brand gestoken heeft,
+vraagt Jeanne een kruis. Een Engelsche soldaat maakt er een van twee
+stokjes en geeft het haar. Zij kust het en drukt het vast tegen zich
+aan. Op haar verzoek laat broeder Isambard nog een groot kruis halen uit
+de Saint-Sauveurkerk. Ook dit omhelst ze nog onder een hevig snikken.
+
+Deze trouwe broeder Isambard blijft haar bijstaan tot het einde toe.
+Staande op een der takkenbossen van den brandstapel houdt hij, op haar
+uitdrukkelijk verzoek, haar steeds het groote kruis voor oogen, hoort
+haar aan en spreekt haar toe, en eindelijk als het vuur zich verspreidt
+en de vlammen hem kunnen bereiken, is het op verzoek van Jeanne, dat hij
+eenige schreden terug gaat. Ook in deze oogenblikken dus heeft zij nog
+oog voor het gevaar, dat een ander bedreigt en is zij vervuld van
+teedere zorg.
+
+Te midden van een zee van hoog oplaaiende vlammen en van een schier
+verstikkenden rook verklaart zij nog eenmaal met heldere, luide stem,
+dat zij geen ketterin, geen afvallige is,.... dat alles wat zij gedaan
+heeft haar door God bevolen was,.... dat hare stemmen haar niet bedrogen
+hebben.
+
+En eindelijk eenige oogenblikken later in den barnenden gloed roept
+Jeanne luid: »Jezus!«.... buigt het hoofd, en.... geeft den geest.
+
+ * * * * *
+
+Als Jeanne gestorven is, dooft men op bevel van den hoofdschout het
+vuur: men wil zekerheid hebben, dat zij niet met behulp van den duivel
+ontsnapt is. Doch men vindt hare overblijfselen: de overlevering zegt
+zelfs dat het hart niet door het vuur verteerd was. Haar asch wordt
+verzameld en in de Seine geworpen.
+
+Zoo verliet dan Jeanne een wereld waarvoor zij te groot en te goed was.
+Zoo bleef zij tot het einde getrouw aan hare roeping als bode des
+Hemels, als reddende Engel van Frankrijk, en ging zij heen als
+Martelares voor de goede zaak, die zij gediend had.
+
+ * * * * *
+
+[Illustratie: Jeanne d' Arc op den brandstapel.
+
+ Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.]
+
+Is het wonder dat velen, die getuige waren geweest van haar lijden en
+sterven, het angstig gevoel hadden een Heilige verbrand te hebben? Hoor
+de verzuchting van Jean Alespée den avond na Jeanne's dood: »Ik zou
+willen, dat mijn ziel was dààr waar de ziel van die vrouw thans is«, is
+zij niet begrijpelijk en door en door menschelijk? Het leven van Jeanne,
+maar bovenal haar einde was dat van een Heilige, een geloofsheldin.
+Haren tijdgenooten en ook het nageslacht gaf zij een voorbeeld van moed
+en trouw en een onwankelbaar geloof. In heel het drama dat zich afspeelt
+in de laatste weken van haar leven, en waarin zij staat tegenover
+zoovele mannen van gezag en aanzien, is dit negentienjarige meisje de
+eenige, die blijk geeft van zedelijken moed, van groote vastberadenheid
+en een machtig vertrouwen. Hare vrienden, haar Koning zelfs, zij laten
+haar aan haar lot over, zij durven zich niet roeren van het oogenblik
+af, dat Jeanne is overgeleverd in handen van de kerk: zij zijn bang.
+Hare geestelijke rechters talmden maanden lang en dat in een tijd,
+dat men werkelijk zooveel omhaal niet maakte om een ketter naar
+den brandstapel te verwijzen. Cauchon zoekt medeplichtigen in de
+Inquisitie en de Parijsche Universiteit, aan wie hij een deel van de
+medeverantwoordelijkheid op de schouders laadt. Cauchon en heel de
+geestelijke rechterschaar zijn bang. En dan hare doodsvijanden de
+Engelschen. Ze razen, ze tieren, omdat ze niet verstaan en begrijpen wat
+er gebeurt. Ze jachten, ze dringen op spoed aan, zij zijn niet gerust
+voor het einde daar is; en dan nog zoeken zij de overblijfselen van hun
+slachtoffer bijeen en laten ze door den wind verstuiven over het water
+van de Seine, want... ze zijn bang.
+
+Jeanne heeft velen geïmponeerd door haar uiterlijke verschijning, hare
+woorden en daden, en dat is iets dat kleine zielen een medemensch
+dikwijls niet vergeven. Maar hen, die haar zagen in hare laatste
+oogenblikken, moet zij bovenal diep getroffen hebben door haar innige
+vroomheid, haar verheven gelatenheid, haar waarachtige grootheid. Zij
+moeten, toen Jeanne was heengegaan, het gevoel gehad hebben, dat de
+Hoofdman over honderd en hen die met hem waren op Golgotha, na Jezus
+verscheiden, bezielde: »ende ziende de dingen die geschied waren, werden
+zij zeer bevreesd, zeggende: »Waarlijk, deze was Gods zoon«.«
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+PROCES VAN REHABILITATIE.
+
+
+Het proces in 1431 te Rouaan tegen Jeanne gevoerd, had in de eerste
+plaats een politieke strekking. Jeanne moest worden terechtgesteld als
+ketterin en afgodendienares, omdat daarmede eens en voor altijd werd te
+niet gedaan de waarde van al hare verklaringen omtrent de wettige
+aanspraken van Karel VII op den troon van Frankrijk.
+
+Het proces van rehabilitatie in 1456 te Rouaan gevoerd, heeft eveneens
+eene politieke strekking en wel juist in tegenovergestelden zin. Het
+vonnis van 1431 moet worden vernietigd, en Jeanne moet in eere en
+aanzien worden hersteld, omdat men daarmede bewijzen wil, dat zij, die
+den dauphin naar Reims gevoerd had, was gekomen met een opdracht van
+God, en dat het dus God zelf was geweest, die Karel VII als den wettigen
+koning had aangewezen.
+
+Als wij Karel VII in 1450 de eerste voorloopige stappen zien doen om
+tot een revisie van het vonnis van 1431 te geraken, kunnen wij hem met
+droge oogen volgen en behoeven wij ons geen oogenblik illusie te maken,
+dat hij handelt onder den machtigen drang van wroeging en berouw. Hij
+veegt de stoep schoon voor zijn eigen deur, hij handelt zuiver uit
+welbegrepen eigenbelang, het komt hem minder gewenscht voor, dat zij, op
+wier aandringen hij zich te Reims heeft laten kronen, in de annalen van
+de Kerk en van de Inquisitie geboekt blijft staan als heks en ketterin.
+
+De eerste pogingen van Karel VII hebben evenwel weinig succes. Het bevel
+tot revisie van een kerkelijk proces moet van Rome uitgaan, en Rome of
+liever gezegd de toenmalige Paus, Nicolaas V, heeft er weinig ooren
+naar. Het feit, dat de eerste pogingen uitgingen van het Fransche Hof,
+bracht de politieke kant van de zaak openlijk te veel naar voren. Rome
+had er op dat oogenblik te veel belang bij om Engeland, dat natuurlijk
+ook Katholiek was, niet te kwetsen.
+
+Na eenig wikken en wegen vindt men een middel. De familie, d. w. z.
+de moeder en de beide broers van Jeanne leven nog, en het ligt dus
+geheel op hun weg de noodige stappen te doen om, zoo mogelijk, tot een
+herziening van het onteerende vonnis te komen en de nagedachtenis van
+Jeanne weer te rehabiliteeren.
+
+Het is Paus Calixtus III, Alphonse Borgia, die de zaak eindelijk ernstig
+aanpakt en in Juni 1455 zijn toestemming geeft. Er is heel wat beleid en
+voorzichtigheid noodig om de zaak goed in elkaar te zetten. Het doel dat
+men voor oogen heeft, moet bereikt worden, Jeanne moet gerehabiliteerd
+worden, maar aan den anderen kant zijn er machten en personen, die een
+werkzaam deel aan het eerste proces genomen hadden en die men ontzien
+moet.
+
+Uit de geheele opzet van het proces en uit de wijze waarop het gevoerd
+wordt, blijkt wel duidelijk, en dit is van groot belang, dat van te
+voren heeft vastgestaan, hoe ver men gaan zal, en dat onder andere het
+resultaat zal zijn een bekrachtiging van de straffeloosheid der ware
+schuldigen.
+
+De Parijsche Universiteit b.v. moet men te vriend houden en moet er
+zonder te veel kleerscheuren afkomen. Er wordt daarom uitgemaakt, dat
+de Sorbonne ter goeder trouw was afgegaan op de twaalf artikelen. Van
+het feit dat de twaalf artikelen een valsch en bedriegelijk beeld van
+de zaak gaven, kan men de Sorbonne geen verwijt maken, en men kan haar
+dus buiten het geding laten. Maar zondenbokken heeft men noodig en als
+zoodanig worden uitverkoren Cauchon, de leider van het gansche proces en
+de promotor Guilleaume d'Estivet, beiden overleden als het tweede proces
+aanvangt.
+
+Tegen 12 December 1455 worden de beschuldigers, allen, die iets ten
+nadeele van Jeanne wenschen te verklaren, opgeroepen om te Rouaan te
+verschijnen. Niemand komt op.
+
+Daarna wordt een aanvang gemaakt met het onderzoek te Domremy,
+Vaucouleurs, Poitiers, Chinon, Orléans, enz. enz., alleen niet te Reims
+en te Compiègne, en evenals in 1431 wordt een heele reeks van zorgvuldig
+uitgekozen getuigen gehoord.
+
+Voor de biographen van Jeanne en in het algemeen voor allen, die
+belang stellen in haar geschiedenis, is het proces van rehabilitatie
+voornamelijk hierom van belang, dat het door de talrijke en uitvoerige
+getuigen-verklaringen, een aanvulling vormt op het eerste proces.
+
+De mise en scène is weer grandioos, en het geheele proces wordt met
+buitengewone plechtigheid gevoerd. Men was hiertoe in staat gesteld
+door den koning, die alle kosten voor zijn rekening nam. Zelfs de
+overhandiging van het eerste verzoekschrift van de familie van Jeanne,
+geschiedt zoo officieel mogelijk in de Notre Dame te Parijs. De
+aartsbisschop van Reims, de Bisschop van Parijs en meester Jean Bréhal,
+Inquisiteur, zijn daar om het verzoekschrift in ontvangst te nemen van
+Isabelle Romée, de moeder van Jeanne, (haar vader en Jacquemin, haar
+oudste broer, waren van verdriet gestorven) die hun, onder luid snikken,
+in rouwkleeren gehuld en in knielende houding, nadert. De talrijke
+menigte, die is toegestroomd, doet de gansche kerk weergalmen van hare
+zuchten en weeklachten.
+
+Dadelijk, bij de voorloopige verhooren, krijgen wij reeds belangrijke
+mededeelingen, o. a. van broeder Toutmouillé, die Jeanne gezien had
+den laatsten dag van haar leven en naast Cauchon stond, toen Jeanne
+hem geeselde met de woorden: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!« En
+vervolgens de verklaringen van Isambart de la Pierre, die officieel
+bevestigt den uitval van Cauchon: »Zwijg voor den duivel« en die er bij
+was geweest dat Cauchon, toen hij op den laatsten dag de gevangenis
+verliet, de Engelschen gerust stelde met de woorden: »Farewell, eet
+lekker, het is in orde«.
+
+En dan in het eigenlijke proces, de verklaringen van hen, die Jeanne in
+hare kinderjaren gekend hadden, van hen, die met haar gestreden hadden
+en eindelijk van hen, die bij het eerste proces waren betrokken geweest.
+
+Hauviette, Mengette en Isabellette, de drie vriendinnetjes van Jeanne,
+worden gehoord. Hauviette vertelt ons: »Ze was zoo goed en ik hield
+zooveel van haar. Ze was mijn vriendin«. Van Isabellette hooren wij dat
+Jeanne armen en ongelukkigen lief had en ze gaarne hielp. Voor hen was
+ze zelfs steeds bereid haar bedje af te staan en zelf op den grond bij
+den haard te gaan slapen.
+
+Merkwaardig en in het oog loopend is, dat de meeste verklaringen van de
+getuigen uit Domremy, een punt gemeen hebben. Luister maar:
+
+Hauviette: »Jeanne was goed, eenvoudig en zacht«.
+
+Mengette: »Het was een goed, eenvoudig en vroom meisje«.
+
+Isabellette: »Zij was zelfs eenvoudig en goed«.
+
+Katharina (van Vaucouleurs): »Zij was een goed, eenvoudig, zacht en zeer
+bescheiden meisje«.
+
+Gérardin: »Zij was bescheiden, eenvoudig en vroom«.
+
+Simonin Musnier: »Jeannette was goed, eenvoudig en vroom«.
+
+Perrin de klokkenluider van Domremy: »Jeannette was steeds een goed,
+kuisch, eenvoudig meisje«.
+
+En tot slot de pastoor van Domremy: »Jeannette was een goed, eenvoudig
+en welopgevoed meisje«.
+
+Is het toeval dat die eenvoud van Jeanne zoo naar voren wordt gebracht
+of moeten wij met Anatole France mede gaan en het woord »simple«
+eenigszins nemen in den zin van het Hollandsche woord »simpel« en m. a.
+w. constateeren, dat het er in het proces van rehabilitatie om te doen
+was Jeanne voor te stellen als een meisje dat, laten we het eenigszins
+familiaar mogen zeggen »ze niet alle vijf bij elkaar had«, en dat hare
+rechters in het eerste proces niet had kunnen volgen en niet begrepen
+had? Dit drijven van de rechters in 1456 zou volgens die opvatting nog
+bovendien het voordeel gehad hebben, dat het Gods almacht beter deed
+uitkomen, die zich van een dergelijk »simpel« persoontje bediend had
+om het wettige en door Hem uitverkoren koningshuis in Frankrijk te
+herstellen. Ik geloof van neen. Het zou te mal, het zou absurd zijn.
+Een dergelijk drijven zou toch ook niet vol te houden zijn geweest en in
+botsing zijn gekomen met de verklaringen van de getuigen van de tweede
+groep n.l. van hen, die Jeanne in actie hadden gezien, die aan haar
+zijde gestreden hadden en die zij door haar helder doorzicht en hare
+daden dikwijls in verrukking had gebracht.
+
+Ik geloof eerder dat de getuigen uit Domremy met hunne verklaringen
+omtrent den eenvoud van Jeanne, _die trouwens het antwoord bevatten op
+de vastgestelde vragen, saamgevat in een en hetzelfde formulier_, moeten
+bewijzen, dat zij Jeanne steeds gekend hadden als een dood gewoon, lief,
+kalm schepseltje, meteen kinderlijk vroom gemoed, zonder eenige
+bijzondere eerzucht of pretentie.
+
+Met de verklaringen van oom Durand Laxart komen wij van Domremy tot
+Vaucouleurs en de getuigenissen van Bertrand de Poulengy en Jean de
+Metz, die ons bijzonderheden geven over de bezoeken aan Robert de
+Beaudricourt, den tocht naar en het verblijf te Chinon. Van de commissie
+te Poitiers worden slechts enkele leden gehoord.
+
+Daarna volgen de hoofdpersonen van de tweede getuigengroep: Pasquerel,
+de wapenbroeders van Jeanne: Dunois, de Gaucourt, d'Alençon, d'Aulon, de
+page Louis de Contes en enkele burgers van Orléans. De verklaringen van
+hen, die Jeanne op hare tochten vergezelden en aan hare zijde streden,
+die haar soms dagen en nachten achtereen geen oogenblik verlieten, zijn
+ook daarom van groot gewicht, omdat zij Jeanne, behalve in het gewoel
+van den strijd, ook hadden leeren kennen in het meer intieme leven, en
+steeds vol bewondering waren geweest voor haar groote ingetogenheid, en
+haar buitengewone, ongeveinsde kuischheid.
+
+En eindelijk wordt de rij gesloten door de droevige figuren van hen, die
+deelgenomen hadden aan het eerste proces. Het zijn povere verschijningen
+van meest hoog bejaarde geestelijken en monniken, die elk op hun manier
+een houding zoeken om hun medeplichtigheid aan den dood van Jeanne te
+doen vergeten en de schuld van zich af te schuiven. Er is er een, die
+zich niets herinnert (zoo slecht nog niet bedacht), anderen die onder
+luid snikken en weeklagen in hartverscheurende bewoordingen erkennen hoe
+zij getroffen zijn geweest door de oprechte vroomheid van Jeanne in hare
+laatste oogenblikken. De inquisiteur van het proces van 1431 wordt wel
+gedagvaard en gezocht, maar niet gevonden. De griffiers en notarissen
+zijn het ijverigst in het afbreken van Cauchon: hij is dood, hij is de
+zondenbok, aan hem de schuld.
+
+Maar een verklaring als die van den griffier Manchon, is behalve
+bezwarend voor Cauchon toch ook wel heel interessant. Het is o. a.
+daardoor, dat wij te weten zijn gekomen tot welke valsche listen en
+lagen men zijn toevlucht heeft durven nemen om het arme slachtoffer er
+in te laten loopen en ten val te brengen. Manchon weet uit den mond
+van Warwick en Cauchon alle bijzonderheden omtrent de Judasrol door
+Loiseleur gespeeld; hij verklapt ons dat er bij de verhooren, behalve de
+officieele griffiers nog twee geheime schrijvers in de zaal verborgen
+waren, die wanneer het op collationeeren aankwam, bleken uitsluitend
+genoteerd te hebben wat bezwarend voor de beklaagde kon zijn. Door zijn
+relaas is het ook, dat wij weten, dat sommige rechters met tegenzin
+hebben deelgenomen aan het afschuwelijke proces, en dat zij, evenals
+degenen, die Jeanne dorsten bijstaan met goeden raad, of iets in haar
+voordeel waagden te berde te brengen, steeds door Cauchon's dreigementen
+met banvloek of brandstapel, tot de orde geroepen en tot zwijgen
+gebracht werden.
+
+De eindzittingen van de rechtbank hadden met groote plechtigheid plaats
+in de eerste week van Juli 1456, in het aartsbisschoppelijk paleis
+te Rouaan, onder presidium van den aartsbisschop van Reims, Jean
+Jouvenel des Ursins, en in tegenwoordigheid van Jean Bréhal, den
+inquisiteur-generaal. De broer van Jeanne, Jean d'Arc vertegenwoordigt
+de familie.
+
+De voorbereiding van de zaak heeft zes maanden geduurd; thans zijn alle
+getuigen gehoord. Petrus Maugier, Rijksprocureur bij de Universiteit
+te Parijs en advocaat van de familie, heeft al zijne grieven tegen
+het eerste proces uiteengezet, en den 7en Juli wordt de vertooning
+gesloten, met de voorlezing van het vonnis, waarbij de rechtbank:
+
+»uitspreekt, decreteert en verklaart, dat de gevoerde processen en
+vonnissen, bezoedeld met bedrog, laster, onrechtvaardigheid, tegenspraak
+en duidelijke dwaling... zijn geweest, van nul en geener waarde en te
+niet worden gedaan«;
+
+verder: »verklarende, dat op gezegde Jeanne en hare bloedverwanten, door
+genoemde vonnissen geen enkele smet of vlek van eerloosheid kan rusten«.
+
+ * * * * *
+
+In Orléans werd het resultaat van het tweede proces met groote vreugde
+vernomen, en de vrienden van Jeanne vierden plechtig de rehabilitatie
+van hun Heilige.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+GENIE EN PUCELLE.
+
+
+Wat was Jeanne d'Arc? Voor de Katholieken een Heilige, voor andere
+geloovigen een uitverkorene des Heeren, iemand die een roeping te
+vervullen had uit naam van God en die ook vervuld heeft. Dit is zeker
+wel de gemakkelijkste en eenvoudigste verklaring, die verder alle
+commentaar en onderzoek overbodig maakt.
+
+Voor anderen weer en o. a. voor Anatole France en Dr. G. Dumas,
+vermoedelijk een hysterica met eenzijdige hallucinaties, die volgens
+de théorie van Charcot waarschijnlijk gepaard zijn gegaan met halve
+ongevoeligheid. Omtrent dit laatste punt van de halve ongevoeligheid had
+de pijnbank zekerheid kunnen geven, zegt Dr. Dumas bijna op een toon,
+alsof hij het betreurt, dat door dit verzuim van Jeanne's rechters het
+ziektebeeld niet volkomen duidelijk is geworden. Neen, zekerheid kan
+de groote neuropatholoog op dit punt niet geven, »een retrospectieve
+diagnose«, na bijna vijf eeuwen is niet mogelijk. Maar bovendien,
+wanneer de naam van Jeanne thuis behoort op de lijst van de groote
+hystericae, dan nog zou deze ziekte slechts eene verklaring kunnen
+geven van hare visioenen en hallucinaties. Slechts een onderdeel dus,
+want dit is zeker, en dat erkent Dr. Dumas ook aan het slot van zijn
+verklaring, het verstand en de wil van Jeanne blijven, te oordeelen naar
+de gegevens, die wij bezitten, tot aan het einde van haar leven volkomen
+gezond.
+
+Nu wij ons toch op het gebied der pathologie bewegen, willen wij
+volledigheidshalve vermelden, hoe d'Aulon geopperd heeft, dat Jeanne
+nooit de maandelijksche ongesteldheden gekend heeft der huwbare vrouw.
+Tegen dit vermoeden pleiten haar physieke kracht en buitengewoon
+uithoudingsvermogen, haar normaal ontwikkeld kuischheidsgevoel en de
+flink ontwikkelde lichaamsbouw, die Aimond de Macy en den kleermaker
+van de hertogin van Bedford, tot ongepaste vrijmoedigheid verleidt.
+
+Wat m.i. vast staat is, dat Jeanne enkele verschijnselen van »eviratie«
+vertoont. Het liefst gaat zij om met hare krijgslieden en onder hen
+gevoelt zij zich ook het best thuis. Hoewel zij niet zelf doodt, bevindt
+zij zich het meest in haar element, in volle actie, in het heetst van
+het gevecht. Zij rijdt uren, ja soms dagen achtereen te paard, zij is
+een uitstekend en onvermoeibaar ruiter. En dan, en dat is misschien
+wel het voornaamste verschijnsel, haar groote voorliefde voor het
+mans-costuum. Zeer zeker had dit costuum ook groote voordeelen voor
+haar; zij zat er gemakkelijker mede te paard, zij gevoelde zich er
+veiliger in op hare tochten, die soms dagen duurden, in het gezelschap
+van uitsluitend mannen, maar opvallend is toch het gemak, waarmede zij
+het aanneemt en waarmede zij zich van het begin af aan er in beweegt.
+Ondanks deze eviratie-verschijnselen evenwel moeten wij ons wel wachten,
+ons Jeanne voor te stellen als een soort man-wijf. Het is en blijft een
+door en door vrouwelijke verschijning, en de bekoring die van haar
+uitgaat, is die van een negentienjarig meisje.
+
+Maar wat bereiken wij voor de verklaring van de groote hoofdzaak, van de
+persoon van Jeanne, zooals die voor ons leeft, met al deze min of meer
+pathologische verschijnselen? Pailleron heeft het zoo fijntjes gezegd:
+
+»Men heeft Jeanne d'Arc verbrand en men heeft haar verklaard«.
+
+»De Engelschen hebben er een martelares van gemaakt en de geleerden een
+hysterica«.
+
+»Ik houd mij bij de Engelschen«.
+
+Wat heeft de zeer positieve oppositie van Jeanne tegen de politiek van
+de hofkliek van Karel VII, tegen de politiek der wapenstilstanden, wat
+heeft het scherpe doorzicht, dat haar doet aandringen op den tocht naar
+Reims, dien zij met geweld moet doordrijven, wat heeft eindelijk de door
+haar bij meer dan één gelegenheid getoonde krijgsmanskunst te maken
+met mogelijke hysterie? Is het voor ons niet belangrijker dat generaal
+Davout haar een doorkneed strateeg noemt, dan dat Dr. Dumas vermoedt dat
+zij hysterica was?
+
+Wanneer het waar is, wat sommigen beweren, dat Napoleon epilepticus
+was, verklaart dat dan zijn verhouding tot zijne soldaten, verklaart dat
+Marengo en Austerlitz?
+
+Neen, wat Frankrijk in den beklagenswaardigen toestand, waarin het in
+de laatste jaren voor Jeanne's verschijnen verkeerde, voor haar redding
+noodig had, was een genie, een boven alles uitblinkenden geest, een
+waarlijk groot karakter. Het genie, dat zich zelf bewust is genie te
+zijn en zich als zoodanig boven andere aardsche grootheid verheven
+gevoelt, vinden wij in de analphabeet Jeanne d'Arc. Haar goddelijke
+roeping wordt dan voor ons het zelfbewustzijn dat zij Frankrijk kan
+en dus moet redden. Zij heeft zich dit als taak gesteld, omdat zij de
+kracht daartoe in zich voelt, en zal het dus volbrengen. Door haar
+voorbeeld leert zij haren tijdgenooten wat is plichtbesef en liefde voor
+het vaderland. Hiervoor is het noodig dat zij zelf een weg bewandelt,
+die dood loopt op den brandstapel. In Godsnaam, zij zal daardoor haar
+doel bereiken en zij zal Frankrijk redden.
+
+Wanneer de innig vrome Jeanne zegt: »goddelijk roeping« en wij zeggen:
+»genie«, geven we dan niet elk een andere benaming aan hetzelfde begrip?
+Als »fille de Dieu« treedt zij vrijmoedig haren koning, met alle grooten
+van het hof, tegemoet en tracht ze te bewegen haar te volgen, zich
+zonder meer aan haar leiding toe te vertrouwen; met de zelfbewustheid
+van het genie zegt zij haren Rouaanschen rechters waar het op staat,
+stelt zij zich op een standpunt, van waar zij over hunne mijters en
+kardinaalshoeden heen kan zien, werpt zij Cauchon de simpele waarheid
+voor de voeten: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!«
+
+Voor mij persoonlijk bestaan er geen Heiligen in den zin der Katholieke
+Kerk, en ik geloof dus niet aan hunne wonder-verschijningen, maar het
+staat voor mij vast, dat Jeanne hare Heiligen gezien en hare stemmen
+gehoord heeft, en dat zij volkomen te goeder trouw is geweest in
+hare mededeelingen hierover. In hoeverre hare visioenen wijzen op
+pathologische afwijkingen en waar een dergelijk »geval« dan verder moet
+worden ondergebracht, ik herhaal het, het laat mij tot op zekere hoogte
+koud. De hoofdzaak is voor mij, dat Jeanne in de oogenblikken, dat
+wij haar het meest bewonderen, bewijst, te beschikken over een helder
+doorzicht, een ruime mate van goede logica en een buitengewoon gezond
+verstand.
+
+Het meest krijgen wij m. i. den indruk, dat Jeanne met hare begrippen
+haar tijd verre vooruit is, als wij hare antwoorden lezen op de
+strikvragen van hare rechters. Nemen wij als voorbeeld het verhoor, dat
+den 31en Maart, den dag voor Paschen, plaats heeft in den kerker. De
+rechters doen een hernieuwde poging om van Jeanne de verklaring te
+verkrijgen, dat zij zich onderwerpt aan de Strijdende Kerk.
+
+»Gelooft gij niet«, wordt haar gevraagd, »dat gij onderworpen zijt aan
+Gods Kerk hier op aarde, dat wil zeggen aan onzen Heiligen Vader den
+Paus, aan de kardinalen, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere
+prelaten van de Kerk?«
+
+Waarop zij het buitengewoon treffende antwoord geeft:
+
+»Oui, Notre Sire Dieu premier servi.«
+
+Voor hare rechters klinkt deze verklaring als een gewone uiting van
+insubordinatie tegen de Kerkelijke discipline, als een ketterij,
+zonder meer. Maar wij hooren daarin iets anders en ten opzichte van
+een verklaring als deze staan wij weer op een ander standpunt als de
+Fransche biografen van Jeanne, die allen, ook al zijn er onder hen
+vrijdenkers, zooals Anatole France, leven in een Katholiek land en
+opgevoed zijn met Katholieke begrippen. Met dit beroemde »Dieu premier
+servi« doet Jeanne een stap van eenige eeuwen tot zelfs ver over de
+Kerkhervorming heen.
+
+Ik zal niet beweren, dat Jeanne met dit gezegde heeft willen te kennen
+geven, dat zij zich geen getrouwe dochter gevoelde van de Alleen
+Zaligmakende Kerk, maar zij belijdt hier voor het eerst de groote
+waarheid, dat hetgeen, waar het voor alle geloovige en vrome menschen in
+de allereerste plaats op aan komt, is hun persoonlijke verhouding tot
+God, afgescheiden van wat daaromtrent de dogmata der Kerken en andere
+door menschen gestichte genootschappen ook leeren en voorschrijven.
+
+Even te voren was haar gevraagd:
+
+»En indien de Strijdende Kerk U beval het tegendeel te doen (van wat gij
+in het proces verklaard hebt op bevel van God gedaan te hebben)?«
+
+Waarop Jeanne geantwoord had:
+
+»In geval de Strijdende Kerk mij beval het tegendeel te doen, zou ik mij
+op geen mensch ter wereld verlaten, maar op God alleen, en ik zou steeds
+Zijne bevelen volgen.«
+
+Daar hebben wij het al. Geen mensch ter wereld, geen priesters, geen
+concilie, geen Kerk kan wijziging brengen in hetgeen zij volgens haar
+geweten is overeengekomen met God. Zij voelt bij intuitie wat wij
+kinderen van de twintigste eeuw gerust hardop durven zeggen, dat onze
+verhouding tot God niet afhangt van en niets te maken heeft met de
+Kerk of de godsdienstige secte waartoe wij behooren, dat waarachtige
+vroomheid en Godsvrucht mogelijk is bij menschen, voor wie er geen Kerk
+bestaat en die niet thuis hooren in een van de vakjes, waarin men gewoon
+is de Christenen te verdeelen.
+
+Met zulk een verlichting moest men Cauchon en zijnen mederechters nog
+niet aankomen, maar zelfs voor de ooren van Calvijn en Luther waren deze
+woorden nog niet geschikt, evenmin als voor allen voor wie in onze dagen
+begrippen als vroomheid en geloof nog niet te scheiden zijn van een
+Kerkgenootschap of Godsdienstige secte.
+
+[Illustratie: Ruiterstandbeeld van Jeanne d' Arc te Reims.
+
+ Door P. Dubois.]
+
+Hoe vreemd dit ook moge klinken over een persoontje, dat op
+negentienjarigen leeftijd levend wordt verbrand, toch blijft het waar:
+_Jeanne heeft in haar leven veel geluk gehad_. Maar ook dat heeft zij
+gemeen met de meeste groote figuren, die zich op hetzelfde gebied
+bewogen hebben. Het is haast een gemeenplaats geworden, om te spreken
+over de geluksster van sommige groote veldheeren, en zeer in het
+bijzonder over die van Napoleon, maar wij weten, dat hij zelf in zijn
+ster geloofde en nog iets verder ging in deze richting, wanneer hij
+er openlijk voor uitkwam, dat hij geen generaals kon gebruiken zonder
+»veine«. De beroemde uitroep van Jeanne, bij de bestorming van les
+Tourelles, blijkt te zijn een tooverwoord, dat in één oogenblik beslist
+over de geheele krijgsverrichting en eigenlijk een wending geeft aan den
+loop van den geheelen verderen oorlog. Komt de eer daarvan niet eerlijk
+toe aan haar, die het woord gesproken heeft, en is haar verdienste
+minder groot, dan die van Napoleon, als schrijver van de rollende en
+knetterende, maar zeer zeker ook bezielende zinnen, in zijne terecht
+beroemd geworden proclamaties?
+
+Als bij de aankomst van Jeanne voor Orléans de Engelschen binnen hunne
+verschansingen blijven, en ter gelegener ure de wind draait, roepen de
+geloovigen binnen de stad: »een wonder!« en vallen dankbaar op hunne
+knieën. Wij constateeren »veine«, maar zonder eenige geringschatting,
+want het is de veine, die zelfs de grootste schaker noodig heeft, en hem
+in staat stelt, te profiteeren van een oogenblik van onbedachtzaamheid,
+van een minder goed gekozen zet van zijn tegenpartij.
+
+In het heetst van het gevecht, en bij haar eigenaardige wijze van
+strijden steeds in het voorste gelid en op het gevaarlijkste punt,
+dient Jeanne het geluk, dat aan zoovele beroemde veldheeren is te beurt
+gevallen, als zij »onder een dichten kogelregen, die hunne troepen
+decimeerde«, zelf ongedeerd bleven. De keeren, dat zij getroffen of
+gewond wordt, is het niet doodelijk en zelfs zonder ernstige gevolgen.
+
+De tijd en de omstandigheden maken, of wilt ge liever, »openbaren«
+het genie. Is dat dus ook niet reeds een kwestie van »veine«? Om haar
+land te behoeden voor een wissen ondergang, moet Jeanne opgroeien
+in een tijd, dat »grande pitié était au royaume de France«. Om hare
+hervormingen en verbeteringen in te voeren, moest zij wantoestanden
+en verwarring aantreffen, om in de harten en hoofden van hare
+tijdgenooten voor het eerst begrippen te prenten van plicht, discipline
+en vaderlandsliefde, moest zij leven in den avond der middeneeuwen, om
+te werken en zich geheel te geven, moest zij een vruchtbaar arbeidsveld
+vinden. Maar dat alles doet niets af aan de grootte van haar genie, want
+om een Luther te doen spreken moesten er misbruiken in de Katholieke
+Kerk zijn, voor ridders is er een verdrukte onschuld, zijn er draken en
+monsters noodig en voor een Herakles een Augiasstal.
+
+ * * * * *
+
+Jeanne, de Maagd van Orléans, een voorbeeld van ingetogenheid en
+ongeveinsde kuischheid. Ook deze intiemere kant van haar leven en
+karakter is in het eerste proces te Rouaan tot in de kleinste
+bijzonderheden nageplozen en allerhande lasterpraatjes zijn gretig
+verzameld. Het opschrift aan de paal op den brandstapel vermeldde
+uitdrukkelijk dat Jeanne o.a. schuldig was bevonden aan »losbandigheid«
+maar deze verklaring van hare rechters heeft evenveel waarde als de
+overige conclusies uit hun vonnis en kon evengoed afkomstig zijn van
+de Engelsche soldaten, die Jeanne nooit anders genoemd en aangesproken
+hebben dan als »de heks of de hoer der Armagnacs«.
+
+Jeanne was kuisch en is als maagd gestorven, maar zij was een kind
+van haar tijd en was afkomstig van het platte land, m. a. w. Jeanne
+_wist_ van hetgeen er destijds in de wereld te koop was, alles wat een
+boerenmeisje van haar leeftijd wel weten moest, omdat de natuur en het
+leven zelf het haar geleerd hadden en er haar vertrouwelijk mede hadden
+gemaakt.
+
+Wij moeten dit goed voor oogen houden. Het bepaalt voor ons de
+waarde, die wij hechten kunnen aan de belofte, die Jeanne reeds op
+dertienjarigen leeftijd aan hare Heiligen doet »dat zij maagd zal
+blijven, zoolang het God behaagt« en het houdt bovendien voor ons een
+verklaring in voor den hardnekkigen en verwoeden strijd door Jeanne
+aangebonden en tot het einde toe gevoerd tegen de gewoonte, dat vrouwen
+van lichte zeden medetrokken in den tros van de legers.
+
+Is het feit dat Jeanne ten minste eenig begrip had van wat er in de
+wereld op sexueel gebied te koop is, m. a. w. dat zij wist waarvoor zij
+zich te hoeden had, niet juist de oorzaak van haar behoud geweest? Zou
+zij argeloos en groen van den eersten dag af aan de rechte en juiste
+houding hebben kunnen aannemen tegenover al die krijgslieden, waarmede
+zij in aanraking kwam en in wier gezelschap zij soms dagen en nachten
+achtereen vertoeven moest? Zij beweegt zich met het grootste gemak,
+is niet overdreven preutsch, dat zou oogenblikkelijk tot botsingen
+geleid hebben en misschien tot erger, maar zij weet de grenzen en het
+is vermoedelijk ook weer voor een groot deel aan haar buitengewone
+takt te danken geweest, dat al die mannen, die ruwe krijgslieden
+van 1400-zooveel, waarmede zij omging, zich ook steeds in haar
+tegenwoordigheid op hun gemak hebben gevoeld en haar gerespecteerd
+hebben.
+
+Bij het onderzoek te Vaucouleurs voor het eerste proces, heeft men een
+relaas opgedaan over een gesprek van Jeanne met Robert de Baudricourt.
+De bron er van is niet zeer vertrouwenwekkend en Jeanne heeft, toen zij
+er over ondervraagd werd, ook verklaard zich niets van dit onderhoud te
+herinneren.
+
+Wij geven het dan ook slechts weer, omdat wij het ons zouden kunnen
+voorstellen als een voorbeeld van de wijze waarop Jeanne iemand te woord
+staat als den kapitein van Vaucouleurs, die ook in een gesprek met een
+jong meisje geen blad voor zijn mond neemt en er niet voor terugschrikt
+zich op gewaagd terrein te begeven.
+
+Jeanne zou dan Robert verteld hebben, dat wanneer eenmaal de groote
+opdracht, haar door Messire gegeven, volbracht zou zijn, zij zou trouwen
+en drie zoons krijgen, waarvan de een paus, de tweede keizer en de derde
+koning zou worden.
+
+De schalk Robert vatte hierop dadelijk vuur, zeggende:
+
+»Als dat zulke voorname lui zullen zijn, zou ik je er wel één van willen
+maken. Mijn aanzien zou daardoor ook verhoogd worden.«
+
+Maar Jeanne antwoordde kalm en vrijmoedig: »Nennil, nennil, gentil
+Robert, zoover zijn we nog niet. En te zijner tijd zal daar dan de
+Heilige Geest wel voor zorgen.«
+
+A la guerre, comme à la guerre. In den namiddag van den vierden Mei zien
+wij hoe Jeanne die een vermoeienden morgen achter den rug heeft, zich
+zonder haar wapenrusting, dat wil dus zeggen, grootendeels ontkleed,
+ter ruste begeeft met het dochtertje van haar gastheer, in hetzelfde
+vertrek waar d'Aulon zich ook te slapen legt. Door hare stemmen gewekt
+en gewaarschuwd dat er gevochten wordt, vliegt zij spoedig daarna weer
+overeind en is het ook weer d'Aulon, die haar als kamenier of laten
+wij zeggen als schildknaap behulpzaam is bij het aantrekken van haar
+wapenrusting. En ten overvloede hooren wij denzelfden d'Aulon in het
+proces van rehabilitatie verklaren dat Jeanne mooi en welgevormd was,
+en dat hij meerdere malen, als hij haar hielp om zich te kleeden (te
+wapenen) of bij het behandelen van hare wonden, hare bloote beenen had
+gezien, zonder dat dit in hem eenig vleeschelijk verlangen had opgewekt.
+Maar Aimond de Macy en Jeannotin, de kleermaker van de hertogin van
+Bedford, weten zich minder goed te beheerschen. Hun beider poging om hun
+hand in de boezem van Jeanne te steken bekomt hun slecht. Wij zouden
+misschien tot hunne verontschuldiging kunnen aanvoeren, dat zij mogelijk
+geen bepaald slechte bedoelingen hadden, en dat hun vrijpostigheid meer
+thuis behoort op het gebied der ongeoorloofde aardigheidjes. Zij
+zagen trouwens Jeanne onder geheel andere omstandigheden dan hare
+krijgsmakkers, de heldin is ontwapend, de Heilige mist haar aureool.
+
+Bepaald stuitend en grievend is alles wat op dat gebied hare vijanden
+haar aandoen. Wij hebben Jeanne zien schreien op de brug van Orléans
+toen de Engelschen haar laatste sommatie in ontvangst namen met
+den kreet: »Er is nieuws van de hoer van de Armagnacs!« en wij
+zijn er getuige van geweest hoe zij het arme schepseltje schier tot
+vertwijfeling brengen door haar in haar gevangenschap bloot te stellen
+aan de ruwe en schandelijke bejegening van hare bewakers. Een van de
+getuigen in het proces van rehabilitatie heeft zelfs verklaard dat
+Warwick tot tweemaal toe op de hartverscheurende kreten van het jonge
+meisje is toegesneld om haar te beschermen tegen de beestachtige
+belagingen van de Engelsche soldaten die de wacht hielden in haar
+kerker. Hoewel met zware ketens aan handen en voeten geboeid is Jeanne
+blijkbaar toch in staat geweest haar lijf te verdedigen, maar zij had
+ooren, die hoorden en oogen, die zagen.... en wij doen beter de onze te
+sluiten en deze gruwelen te laten in het afschuwelijk duister, waarin ze
+thuis hooren.
+
+Maar telkens weer, als wij denken aan den smaad en de ellende, het
+arme schepseltje in de dagen van haar gevangenschap door haar vijanden
+aangedaan, hooren wij den wanhoopskreet waarmee zij ineenzinkt als
+zij vernomen heeft, dat zij den volgenden dag op den brandstapel moet
+sterven: »Mijn lichaam, dat ik tot het einde toe rein en ongerept heb
+weten te houden, zal dus verbrand, en tot asch verteerd moeten worden!«
+Hoe diep weemoedig ze ook zijn, toch bevatten deze woorden voor ons
+iets, dat klinkt als een troost, omdat deze kreet, die plotseling
+opwelde uit het diepst van haar gemoed de waarheid bevat en niets dan de
+waarheid: Jeanne is volkomen rein en als Maagd gestorven.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+Jeanne in Beeld: Uiterlijk en Costuum.
+
+
+Het is weer door een verklaring van Jeanne zelf, dat wij weten, dat
+zij nimmer voor een schilder geposeerd heeft, noch op andere wijze ooit
+een beeltenis van zich zelf heeft laten maken. Wel is zij ook tijdens
+haar leven talrijke malen afgebeeld, maar zij heeft gezegd, dat zij
+slechts eenmaal een portret zag met eenige gelijkenis. Onder de andere
+afbeeldingen, tijdens haar leven vervaardigd, kunnen er geweest zijn van
+de hand van kunstenaars, die haar gezien en gekend hebben, maar tot op
+heden is er van Jeanne geen enkel portret gevonden, waardoor wij ons een
+voorstelling kunnen maken hoe zij er werkelijk heeft uitgezien. Tijdens
+het leven van Jeanne en vooral tijdens het proces hebben er beeltenissen
+van haar gehangen in de kerken van Frankrijk, maar die zijn verloren
+geraakt en bovendien waren zij vermoedelijk voor het grootste gedeelte
+gefantaseerd.
+
+Wat ons hare tijdgenooten omtrent het uiterlijk van Jeanne hebben
+medegedeeld, komt hierop neer: zij was slank gebouwd, haar gansche
+verschijning was bijzonder innemend en vol jeugdige gratie. Zij had een
+knap gezicht met een paar heldere, mooie oogen, een sierlijke, dunne
+hals, een klein rood vlekje achter een van de ooren, een fraai gewelfde
+borst (»videbat ejus mammas, quae pulchrae erant.« Verklaring van den
+duc d'Alençon).
+
+Verder weten wij nog een belangrijke bizonderheid: Jeanne had zwart
+haar. Er is n.l. een brief van haar bewaard gebleven aan Dunois, en
+deze brief is, volgens gebruik van dien tijd, verzegeld geweest met
+een afdruk van haar cachet in was en een zwart haar: een haar van de
+afzendster.
+
+Dit zijn ongeveer de eenige gegevens waarover de tallooze beeldende
+kunstenaars hebben beschikt, die in de laatste vijf eeuwen, door Jeanne
+geïnspireerd, haar beeltenis hebben vervaardigd.
+
+Merkwaardig is het wel te zien, hoe de meesten zich van deze schoone
+taak hebben gekweten, hoe betrekkelijk zeer weinigen er zijn onder
+die velen, wier opvatting ons kan bevredigen. De ouderen onder hen
+vallen wij niet hard om hun naïviteit, wanneer zij van Jeanne een goedig
+vrouwtje aan het spinnewiel, een soort oorlogsgodin, een veldheer van de
+zeventiende eeuw of een balletfiguurtje uit een Bergerie gemaakt hebben.
+Zij wisten niet beter en deden hetzelfde wat Rembrandt heeft gedaan als
+hij zijne Bijbelsche figuren stak in costumes van zijn eigen tijd. Maar
+van de artisten van den lateren en van onzen tijd verwondert het ons
+meer, als wij zien welke vrijheden zij zich veroorloven in het costuum
+en hoe weinigen er aan gedacht hebben, dat zij de beeltenis moesten
+scheppen van een jong meisje, in elk geval niet ouder dan negentien
+jaar.
+
+Want wat het costuum betreft tasten wij niet in het duister. Het
+verstelde jurkje van roode wollen stof, waarin zij Domremy verlaat,
+is te reconstrueeren, het pagecostuum, haar door de bewoners van
+Vaucouleurs geschonken, was het costuum, dat alle pages droegen in dien
+tijd, en is dus bekend, het blanke harnas, waarin zij ten strijde trekt,
+en de huik, die zij bij sommige gelegenheden over haar wapenrusting
+droeg, zijn voor een ieder, die zich de moeite wil geven, b.v. het boek
+van Quicherat »Histoire du Costume en France« te raadplegen, tot in de
+kleinste bijzonderheden weer te geven zonder hinderlijke fouten en
+anachronismen.
+
+Vreemd is b.v. dat Ingres, al had hij dan ook Quicherat nog niet tot
+zijn dispositie, in 1854 met een portret van Jeanne voor den dag komt
+in den vorm van een »plantureus uitgedijde« vrouw, met een paar heupen,
+waarop een Katwijksche visschersvrouw jaloersch zou worden en in een
+costuum waarop uit een historisch oogpunt ook nog wel het een en ander
+aan te merken valt.
+
+Hoeveel momenten zijn er in het korte, doch veel bewogen leven van
+Jeanne niet, die een schilder of beeldhouwer konden inspireeren?
+
+Jeanne, als kind, luisterende naar hare stemmen, en wij denken onder
+veel meer aan de schilderijen van Pierre Lagarde, Bastien Lepage,
+Cabanes, Benouville en Wagrez, het standbeeld van Lefeuvre en de
+beeldengroep van Allar te Domremy.
+
+Jeanne in volle wapenrusting te voet of te paard; en wij noemen de
+ruiterstandbeelden te Parijs, Reims, Nancy, Orléans, Chinon en van
+Moreau en le Nordez, de beelden van Allouard, Beylard, le Veel en te
+Compiègne en Beaurevoir en de schilderijen van Scherrer.
+
+Jeanne op den brandstapel; en wij vermelden het beeld van Cordonnier,
+een brons van Cugnot, een céramiek naar Blondat en de schilderij van
+Carrier-Belleuse.
+
+Maar er is nog veel meer, te veel om op te sommen, als wij ons b.v.
+maar even herinneren,--en wij hadden die wel in de eerste plaats mogen
+noemen,--de bekende fresco's van Lenepveu in het Panthéon te Parijs,
+en de bijzonder schoone illustraties van Guillonnet voor het boek van
+Funck-Brentano.
+
+Wat ons in de platen van Guillonnet dadelijk treft en zoo bijzonder
+aantrekt, is, dat ze ons Jeanne zoo gewoon menschelijk weergeven, en
+niet steeds als een soort gehallucineerde, met oogen voortdurend naar
+den hemel gericht, en die slechts dingen zien, die voor ons onzichtbaar
+zijn. Zelfs Lenepveu laat haar b.v. Orléans binnen rijden, met eene
+uitdrukking op het gelaat, of zij met hare gedachten geheel in hooger
+sfeeren is. Met die opvatting kunnen wij ons vereenigen bij de kroning
+van Reims en verder o.a. op den brandstapel, maar toen zij Vaucouleurs
+verliet, toen zij haar eersten triumftocht hield binnen Orléans, en
+bij nog zoovele andere gelegenheden, die men in beeld gebracht heeft,
+stellen wij ons voor, dat zij de omstanders met een opgewekt en van
+dankbaarheid stralend gezicht in de oogen heeft gezien, en ze bekoord
+heeft door haar eenvoud en haar ongekunstelden glimlach. De deemoed en
+berusting waarmede Jeanne geknield heeft gelegen voor het altaar in
+de basiliek van St. Denis, toen zij daar haar harnas neerlegde, haar
+houding en uiterlijk op dat onvergetelijke oogenblik, hoe dankbaar en
+decoratief zij voor een kunstenaar ook mogen geweest zijn, zijn daarom
+voor ons van minder belang, omdat zij op zich zelf beschouwd en als
+zoodanig geene gevolgen hebben gehad. Maar haar verschijning en de
+uitdrukking van haar gelaat op het oogenblik dat zij als met een
+tooverwoord hare troepen plotseling bezielde, of hare rechters te
+Rouaan verblufte door haar gevatheid en logica, interesseeren ons tot
+in de kleinste bijzonderheden, omdat een juiste voorstelling daarvan
+onontbeerlijk is, voor een verklaring en een zuiver begrip van het door
+Jeanne behaalde succes. En dan, wij herhalen het, dan is het ons niet
+mogelijk haar beeld voor den geest te roepen als een gehallucineerde,
+als iemand levende in een soort extase, zooals zoovelen haar in die
+oogenblikken hebben afgebeeld; er moet behalve haar jeugd en gratie,
+kracht en fierheid van haar zijn uitgestraald; zij moet vertrouwen
+gewekt en geïmponeerd hebben.
+
+Een ander bezwaar dat wij hebben tegen zeer vele afbeeldingen van
+Jeanne, is dat zij haar weergeven met een soort rokje aan. Mogelijk
+hebben de kunstenaars dit gedaan om aan het geharnaste figuurtje iets
+vrouwelijks te geven. Maar zij schijnen dan niet geweten of althans
+vergeten te hebben, dat één van de grieven van de rechters in Rouaan is
+geweest dat Jeanne een manscostuum droeg, en dat zij zelf daarvoor als
+zeer aanneembare redenen opgaf, dat dit costuum haar gemakkelijker was
+bij het paardrijden, en dat het haar welvoegelijker voorkwam in het
+gezelschap van uitsluitend mannen ook als man gekleed te gaan. Met haar
+rokje aan zooals wij haar o.a. vereeuwigd vinden in het Panthéon te
+Parijs in een standbeeld van polychroom marmer door Allouard, had zij
+zeker geen paard kunnen rijden en zou zij ook het andere doel dat zij
+beoogde, vermoedelijk niet bereikt hebben.
+
+Eigenaardig is, dat uit de chaos van duizende afbeeldingen, die van
+Jeanne gemaakt zijn, tot op heden nog geen duidelijk type naar voren
+is getreden. De meest natuurgetrouwe afbeeldingen zullen vermoedelijk
+zijn de bovengenoemde ruiterstandbeelden in het volle harnas. Maar ook
+al dragen deze figuren een open vizier, toch zijn zij, juist door de
+harnasbekleeding, nog te anoniem, en ongeschikt tot het scheppen van
+een type. De voorstelling op de banier, dus een van buiten toegevoegd
+attribuut, is ook in deze gevallen, soms nog het eenige teeken, waardoor
+het ons duidelijk wordt, dat wij met een Jeanne d'Arc en niet met een
+ander willekeurig jong strijder uit haar tijd te doen hebben.
+
+Wij wachten nog met ongeduld op den kunstenaar, wien het zal mogen
+gelukken ons niet voor de zooveelste maal _een_ Jeanne d'Arc uit te
+beelden, maar eens en voor altijd _de_ Jeanne d'Arc te geven, het
+type, zooals zoovele historische figuren, waarvan geen portretten naar
+het leven bestaan, toch door de tijden heen een vast en gemakkelijk
+herkenbaar type hebben gekregen, dat de groote massa, maar ook de genen,
+die door studie meer met de figuur bekend zijn geraakt, in hoofdzaak en
+over het algemeen bevredigt. L'image à faire serait l'image qui crée le
+type.
+
+De taak, die wij voor dezen artiest hebben uitgezocht is niet
+gemakkelijk, maar ze is dankbaar, hij zal daardoor zijn naam voor eeuwig
+verbinden aan den naam van de schoone figuur die hem inspireerde.
+
+Zijn loon zal zijn de onsterfelijkheid.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+De Zaligverklaring.
+
+
+Wanneer ik het een zestal jaren geleden had ondernomen een geschiedenis
+van Jeanne d'Arc te schrijven, had ik destijds het zuiver geschiedkundig
+gedeelte kunnen afsluiten na het proces van rehabilitatie. Thans staan
+wij er echter geheel anders voor, nu na de Rehabilitatie van 1456 de
+Beatificatie gevolgd is in 1909. Sedert de nagedachtenis van Jeanne door
+het tweede proces in eer en aanzien is hersteld, bestaat in Orléans de
+gewoonte, het ontzet van de stad in 1429 op den 8en Mei feestelijk en
+plechtig te herdenken o.a. door het uitspreken van een lofrede op Jeanne
+van den kansel in de groote kathedraal. Meer dan eens komt het voor, dat
+voor die gelegenheid bekende redenaars door den Bisschop van Orléans
+worden uitgenoodigd. Zoo zien wij op den 8en Mei 1860 een nog jong
+geestelijke, genaamd Freppel, den kansel bestijgen. Zijn naam als
+schitterend redenaar was in die dagen reeds gevestigd. Hij is het,
+die aan het slot van zijn eerste panégyrique een geheel nieuw element
+inlascht, al is het ook nog slechts aarzelend en in den vorm van een
+enkele onderstelling. »Misschien«, zoo waagt hij te zeggen, »zal het God
+eenmaal behagen Zijn lieflijke dienares te verheerlijken met de aardsche
+kroon, die de Kerk bewaart (réserve) voor den heldenmoed van de deugd.«
+
+Als hem in 1867 andermaal de eer te beurt valt op uitnoodiging van
+Mgr. Dupanloup, den Bisschop, op den 8en Mei de gemeente van Orléans te
+mogen toespreken, durft hij reeds een groote stap verder gaan. De vraag
+omtrent een mogelijke zaligverklaring wordt nu voor de eerste maal
+duidelijk gesteld, onderzocht en besproken.
+
+Aan de hand van de daarvoor geijkte formule, die hij ontleent aan het
+werk van Paus Benedictus XIV, over de »Canonisatie der Heiligen«, stelt
+hij nu onomwonden de volgende vragen:
+
+»Kan men verdedigen dat Jeanne d'Arc de christelijke deugden betracht
+heeft tot in het heldhaftige« (à un degré héroïque) »en dat God de
+heiligheid van Zijne dienares heeft bevestigd door geloofwaardige«
+(authentique) »en onbetwistbare wonderen?«
+
+Van een redenaar, die geroepen is om den volke den lof te verkondigen
+van een persoon, die in reuke van Heiligheid staat, en die daarbij de
+boven aangehaalde vragen aldus stelt, en tevens een oogenblik later
+uitroept: »O, wat mij betreft, ik kan het niet ontkennen, er zijn weinig
+menschelijke levens, die ik zoo waarachtig stichtelijk vind«, is het
+dunkt mij niet te gewaagd te veronderstellen, dat hij voor zich althans
+geneigd zou zijn, de gestelde vragen met een volmondige bevestiging te
+beantwoorden. Als die zelfde redenaar in volle geestdrift over Jeanne
+verklaart: »Haar openbare leven is één doorloopend wonder«, verraden
+dan die woorden niet reeds den geest, waarin hij de tweede door hem
+opgeworpen vraag beantwoorden zou? Maar Freppel, hoewel toekomstig
+Bisschop, was op het oogenblik, dat hij zoo sprak, nog slechts een jong
+geestelijke, en het past hem dus voorzichtig en bescheiden te zijn.
+
+»Ik heb niet de bevoegdheid«, laat hij er dan ook wijselijk op volgen,
+»om in deze kwestie te beslissen, zelfs niet om haar voor de bevoegde
+machten in de Kerk te brengen. Het is aan de Bisschoppen om na te gaan
+of de zaak daar rijp voor is; het is aan den Stedehouder van Jezus
+Christus om te beoordeelen of Gods uur geslagen heeft.«
+
+Dit staat in elk geval vast, dat door de woorden van Mgr. Freppel de
+kwestie van een mogelijke Zaligverklaring van Jeanne d'Arc voor het
+eerst en tevens definitief op het tapijt is gebracht. De bewonderaars
+van Jeanne laten de zaak niet meer los, de Bisschoppen rusten niet,
+alvorens zij het noodige materiaal bijeen vergaard hebben, en zij de
+zaak rijp achten om haar voor den Stoel van den Stedehouder van Christus
+te brengen.
+
+Den 13en December 1908 verschijnt een decreet van Paus Pius X tot
+erkenning van drie wonderen, verkregen door de tusschenkomst van de
+Eerbiedwaardige Jeanne d'Arc, maagd van Orléans. Het verhaal van de in
+dit decreet bedoelde drie wonderen, komt voor in een herderlijken brief
+van Mgr. Touchet, Bisschop van Orléans.
+
+Het eerste van de drie bevat de geschiedenis van Zuster Thérèse van St.
+Augustinus, Benedictijner-non van het Calvarie van Orléans. Zij is sinds
+drie jaren lijdende aan hevige maagpijnen, die gepaard gaan met steeds
+heviger, veelvuldiger bloedspuwingen. Voedsel kan zij niet meer tot zich
+nemen: de dokter acht haar einde nabij. Dan stelt den 30en Juli 1900 de
+moeder-overste haar voor aan Jeanne d'Arc haar genezing te vragen. Het
+geheele klooster zal zich met haar in het gebed vereenigen.
+
+Gedurende de novene, die den 31en Juli geopend wordt, neemt de kwaal nog
+aanmerkelijk in hevigheid toe. Men houdt het Heilige oliesel voortdurend
+in de infirmerie bij de hand, want elk oogenblik vreest men, dat zuster
+Thérèse bezwijken zal.
+
+In den avond van den 7en Augustus vraagt de zieke, midden in een
+heftigen aanval, om hare kleeren. Zij zal morgen kunnen opstaan, want
+dan zal zij genezen zijn. De ziekenverzorgsters kijken elkaar aan:
+»Laten wij haar hare kleeren maar beneden halen«, zeggen zij tot elkaar,
+»zij zullen haar als doodskleed kunnen dienen«.
+
+Daarop slaapt zuster Thérèse in tot twee uur na middernacht. Zij wil
+opstaan, maar men gebiedt haar te blijven rusten tot half zes. Zij
+gehoorzaamt.
+
+Den 8en Augustus om 5½ uur kleedt zij zich alleen aan en gaat zij
+alleen naar beneden naar de kapel, bidt daar een Onze Vader, een Ave
+en spreekt er, met de armen in kruisvorm uitgestrekt, verschillende
+invocaties uit. Dan ontvangt zij de communie, en vervolgens gebruikt zij
+met de andere zusters een maal, bestaande uit aardappelen in de asch
+gesmoord, zonder dat het haar iets hindert.
+
+Haar volkomen en plotselinge genezing heeft zich sedert dien geen
+oogenblik verloochend.
+
+De geschiedenis van Zuster Julie Gauthier in het tweede wonderverhaal
+ademt een geest van zoo'n verrukkelijke naïviteit, zij is zoo'n prachtig
+voorbeeld van vrouwelijke logica door hare toepassing van de waarheid,
+dat 9 × 1 = 1 × 9, dat wij hier in extenso de vertaling laten volgen van
+het verslag daarvan in den herderlijken brief van Mgr. Touchet gegeven.
+
+Tweede Wonder.
+
+Te Faverolles, diocees Evreux, leed Zuster Julie Gauthier aan een
+kankerachtige zweer aan de linker borst. Na een smartelijk lijden van
+vijftien jaren, heeft zij alle hoop op genezing verloren: als dan op
+een dag de pijnen haar met dubbele hevigheid folteren, en zij het plan
+heeft opgevat haren superieuren te verzoeken haar van haren post als
+onderwijzeres te ontheffen, gebeurt het haar dat zij haren leerlingen
+vertelt over Jeanne d'Arc. Het idée komt plotseling bij haar op om
+genezing te bidden door de Heilige Bevrijdster. Maar, daar zij haast
+heeft, vindt zij eene novene uit van een nieuwe soort. Zij zal naar de
+kerk gaan met acht van hare kleine meisjes leerlingen, zij zullen dus
+negen in getal zijn, en met haar negenen zullen zij dus eene novene van
+gebeden kunnen maken in één enkele séance. Dit oprechte geloof, deze
+kort aangebonden, maar naïve piëteit, deze bijstand van kinderen, konden
+de Zalige moeilijk mishagen, verondersteld ten minste, dat wij daarboven
+eenige van onze neigingen van hier beneden behouden.
+
+Julie Gauthier werd verhoord. Zij, die zich met moeite naar de kerk had
+kunnen slepen, keert er flink en moedig uit terug. De wond is gesloten
+en voor altijd genezen.
+
+ * * * * *
+
+In het derde wonderverhaal is het Zuster Marie Saguier, van de
+Congregatie van de Heilige Familie, te Fruges, diocees Atrecht,
+die sinds maanden lijdende is aan eene tuberculeuse periostitis
+(beenvliesontsteking). De kanunnik Debout, schrijver van een
+levensgeschiedenis van Jeanne d'Arc, raadt haar een novene tot Jeanne
+aan. Zuster Marie, die zich reeds verzoend heeft met de gedachte spoedig
+te zullen sterven, is hiertoe slechts met moeite te bewegen (ten minste
+»als ik hieromtrent goed ben ingelicht« voegt Mgr. Touchet er aan toe).
+Zij wijst op hare verbonden ledematen, zeggende: »Hoe wilt ge dat Jeanne
+d'Arc dat genezen zal?« Ten slotte evenwel laat zij zich overhalen, en
+reeds den morgen van den vijfden dag komt zij volkomen en voor goed
+genezen naar beneden, om deel te nemen aan het gemeenschappelijk gebed.
+
+ * * * * *
+
+Het decreet van de Zaligverklaring van Jeanne d'Arc is gedateerd van
+den 11en April 1909. Het vangt aan met in enkele regels te schetsen wie
+Jeanne geweest is en wat zij voor Frankrijk gedaan heeft. Verder bevat
+het natuurlijk een kort verslag van het onderzoek, dat aan het besluit
+is voorafgegaan en de gronden waarop het eindelijk met algemeene stemmen
+is genomen.
+
+Wij achten het niet noodig het gewichtige stuk of een vertaling er van
+hier over te drukken, ook zullen wij ons niet wagen aan een critiek
+op een decreet van Paus Pius X, geteekend door den Staatssecretaris
+Kardinaal Merry del Val en handelende over een zaak, waarin Kardinaal
+Ferrata rapporteur was; wij willen er ons slechts toe bepalen enkele
+punten aan te stippen, die ons bij de lezing van het document bijzonder
+hebben getroffen.
+
+Zoo zien wij in de eerste plaats, dat het zoogenaamde »bois chesnu«,
+gelegen bij Domremy, in de officiëele stijl van het decreet wordt tot
+»een duister woud, eertijds het toevluchtsoord van Druïdisch bijgeloof«
+(prope lucum opacum Druidicae quondam superstitionis asylum).
+
+Verder is het wel merkwaardig, maar er zijn in het decreet drie plaatsen
+aan te wijzen, die aantoonen, dat men ook thans te Rome nog aanneemt,
+dat Jeanne zich in hare jonge jaren thuis voornamelijk heeft bezig
+gehouden met het hoeden van de kudden (schapen) van haar vader. Ook de
+armoede van het gezin, waartoe Jeanne behoorde, en waarvan de tekst tot
+tweemaal toe gewaagt, achten wij voor burgers van dien tijd zeer
+betrekkelijk.
+
+»Tantique belli strepitus vix ejus aures contigerat« zegt de tekst, en
+wanneer met het rumoer van den grooten oorlog, dat de ooren van Jeanne
+te Domremy ter nauwernood zou bereikt hebben, letterlijk bedoeld wordt
+het gebulder van de belegeringskanonnen en het geweld van groote
+veldslagen, dan kunnen wij deze opvatting deelen. Maar wij zetten in ons
+eerste hoofdstuk reeds uit één, hoe Jeanne door de bijzondere ligging
+van haar ouderlijk huis veel over de verschrikkingen van den oorlog
+hoorde spreken, dat zij wel degelijk wist, dat »grande pitié était au
+royaume de France«, dat het ook in de streek van Domremy volstrekt
+niet veilig was, en dat men ook daar, evenals in het geheele deel van
+Frankrijk, dat ten Noorden van de Loire gelegen is, zoowel direct als
+indirect de gevolgen van den oorlog ondervond, al hebben wij daarbij nog
+niet eens het oog op de ernstige gebeurtenissen van de tweede helft van
+Juli en van begin Augustus 1428, en die dus vielen tusschen het eerste
+en het tweede bezoek van Jeanne aan Vaucouleurs.
+
+Het spreekt wel van zelf, dat hetgeen wij gezegd hebben over het »genie«
+en de »veine« van Jeanne, slecht passen zou in een Pauselijk decreet van
+Zaligverklaring, en het kan dus geen verwondering baren, dat wij daarin
+lezen, dat »God het arme boerinnetje, dat zelfs niet lezen of schrijven
+kon, wijsheid, kennis, krijgskundige bekwaamheid gaf en tevens de
+wetenschap van verborgen en goddelijke zaken.«
+
+De beschrijving, die het decreet geeft van den standaard, die Jeanne
+droeg: »een witte banier met gouden leliën bestikt«, klopt niet met de
+beschrijving daarvan door Jeanne in het proces gegeven, of is althans
+niet volledig. Wij weten immers, en de rechters die haar ondervroegen
+wisten het ook, dat de Schotsche schilder James Power naar het
+voorschrift van Jeanne op de voorzijde van haar standaard, die van wit
+linnen was, bezaaid met Fransche leliën, in het midden bovenaan haar
+devies: »Jhesu Maria« schilderde en daaronder God den Vader, gezeten op
+een regenboog en aan weerskanten geflankeerd door de figuur van een
+geknielden engel.
+
+De uitéénzetting van de gronden, waarop tot de Beatificatie is besloten,
+is eigenlijk niet meer dan een beantwoording van de vragen, reeds door
+Mgr. Freppel gesteld aan de hand van de formule van Benedictus XIV.
+
+»Virtutes heroicum attigisse fastigium«. Uitgemaakt wordt dus dat
+inderdaad de deugden van Jeanne »het toppunt van heldenmoed bereikt
+hebben« en verder wordt verwezen naar het door ons reeds genoemde
+decreet van 13 December 1908, waarbij verklaard werd »dat er zekerheid
+bestaat omtrent drie wonderen«, (de tribus miraculis constare suprema
+auctoritate apostolica declaravimus.)
+
+Had men werkelijk na de verklaring uit den aanvang van het decreet, dat
+heel het leven van Jeanne een wonder is geweest (tota vita prodigium
+visa est), die drie »posthume« en door Mgr. Touchet gerapporteerde
+wonderen nog noodig, om te voldoen aan de letter van de voorschriften
+uit het werk van Benedictus XIV?
+
+Na een vrij uitvoerige toespeling op de moeilijkheden in Frankrijk,
+ontstaan ten gevolge van de wet op de scheiding van Kerk en Staat, volgt
+dan de eigenlijke Zaligverklaring met daarbij de bepalingen: 1e. dat
+hare beelden met een stralenkrans mogen worden versierd; 2e. dat voor
+haar eens in het jaar een Mis mag worden gevierd in de kerken van de
+Diocees Orléans; 3e. dat in diezelfde kerken de Zaligverklaring mag
+worden gevierd, door een driedaagsch feest, binnen een jaar nadat
+dezelfde plechtigheid in de patriarchale basiliek van het Vaticaan zal
+zijn gevierd.
+
+ * * * * *
+
+Met het decreet van 11 April 1909 is dus de Zaligverklaring van Jeanne
+d'Arc een voldongen feit. Het blijft evenwel de vraag of de Katholieke
+Kerk hiermede officiëel haar laatste woord in deze zaak heeft gesproken,
+of de bewoners van Orléans, of alle Franschen hiermede hun schuld
+tegenover hunne bevrijdster als vereffend zullen beschouwen.
+
+De Katholieke Kerk kent naast of beter gezegd boven de Zaligverklaring
+nog de Heiligverklaring. Als verschil tusschen deze beiden wordt mij van
+bevoegde zijde opgegeven, dat:
+
+»de Heiligverklaring is eene _definitieve_ beslissing van de Kerk (resp.
+den Paus), waardoor verklaard wordt, dat een bepaald persoon Heilig is,
+d. w. z. in den hemel, en als zoodanig kan _en moet_ vereerd worden.
+
+»De zaligverklaring is slechts _een schrede op den weg tot de
+heiligverklaring_, het is een voorloopige niet een definitieve
+beslissing, dat een persoon in den hemel is; om dit definitief te
+beslissen moeten nog meer wonderen geschieden en worden goedgekeurd.
+De vereering van zulk een persoon wordt bovendien niet voorgeschreven,
+doch alleen _toegestaan_ en gewoonlijk slechts voor een bepaalde
+streek.«
+
+Zullen de trouwe bewonderaars van Jeanne het bij deze eerste _schrede_
+laten, zullen zij rusten zoolang niet de geheele weg is afgelegd, die
+leiden moet tot de definitieve Heiligverklaring?
+
+Haar nagedachtenis leeft in Frankrijk bij oud en jong, bij groot en
+klein, daar kunnen wij zeker van zijn. In de hoogst ernstige uren, in
+de moeilijke tijden, die Frankrijk nu (December 1914) doorleeft, komt
+telkens en telkens weer de herinnering boven aan haar, die eens toen
+»grande pitié était au royaume de France« den grooten stoot heeft
+gegeven, om haar land te bevrijden en van vijanden te zuiveren. De
+streek van het Noorden van Frankrijk, waar nu de bondgenooten een
+reuzenstrijd voeren op leven en dood, is dezelfde waar Jeanne eens door
+trok aan het hoofd van hare zegevierende troepen: in Compiègne werd
+zij gevangen genomen, naar Reims voerde zij haren »gentil Dauphin«
+voor zijn kroning in de thans zoo zwaar geteisterde kathedraal. Maar
+hoort wat een ooggetuige nu onlangs nog berichtte: »Op het kleine plein
+voor de kathedraal is het standbeeld van Jeanne d'Arc _als door een
+wonder_ gespaard gebleven, niettegenstaande de stad bijna dagelijks
+gebombardeerd wordt. De Fransche driekleur, die er aan bevestigd is,
+wappert fier in de lucht.«
+
+Daar hebt ge reeds een van de nieuwe wonderen, al manifesteert het zich
+ook slechts aan het beeld van Haar, wier openbare leven, volgens Mgr.
+Freppel, één doorloopend wonder was. En wilt ge nog een ander bewijs,
+dat de vrienden van Jeanne naar nieuwe wonderen zoeken, dan vindt
+gij er een in de Libre Parole, die in September j.l. duidelijk liet
+doorschemeren »dat de Duitschers hun opmarsch naar Parijs hadden
+moeten staken, omdat den dag, dat ze tot Compiègne genaderd waren, het
+wachtwoord in het versterkte kamp van de hoofdstad »Jeanne d'Arc« was.«
+
+Met groote ontroering en diepe verontwaardiging heeft heel de beschaafde
+wereld het bericht vernomen van de gedeeltelijke vernieling van de
+Kathedraal van Reims, en bij duizenden, ja misschien bij millioenen
+heeft het de herinnering weer wakker geroepen, aan de kroning van Karel
+VII, die Jeanne met zooveel moeite had doorgezet. Want zeker is het, dat
+de Kathedraal van Reims, die na de Notre Dame te Parijs misschien de
+meest bekende kerk van geheel Frankrijk is, het grootste deel van haar,
+als wij het zoo noemen mogen, »wereld-populariteit« te danken heeft aan
+de kroningsplechtigheid uit het jaar 1429 en aan de rol daarbij door
+Jeanne d'Arc vervuld.
+
+»Jeanne d'Arc! ô fantôme adoré, vous voici! Haussant votre étendard le
+héraut sonne, et Charles est de pourpre vêtu qui, docile, vous suit...«
+roept Paul Fort uit in een gedicht in proza-vorm (d.d. 21 September
+1914) getiteld »La Cathédrale de Reims«. Want de Kathedraal bezingen en
+Jeanne d'Arc niet noemen, het is bijna niet mogelijk.
+
+ * * * * *
+
+De herinnering aan Jeanne leeft in de diocees Orléans, waar zij als
+een Heilige vereerd wordt, in Parijs, waar nog éénmaal in het jaar een
+onafzienbare schare van trouwe bewonderaars in optocht haar standbeeld
+voorbijtrekt en het bedekt met bloemen en kransen, in heel Frankrijk,
+ja, maar ook daar buiten, in Rome, waar het decreet van hare
+Zaligverklaring werd uitgevaardigd, en waar Pius X op den 19en April
+1909 op eene audiëntie voor Fransche pelgrims in zijn toespraak ook een
+woord wijdde aan »die heldin, slachtoffer van de lage schijnheiligheid
+en van de wreedheid van een afvallige, die zich aan den vreemdeling
+verkocht had«, in Engeland, dat o.a. Mgr. Bourne afvaardigde naar de
+Jeanne d'Arc-feesten te Reims en zelfs in Amerika, waar een Mark Twain
+in een van zijne zeldzame ernstige oogenblikken heeft verklaard:
+
+»Het karakter van Jeanne is eenig.... Het neemt nog de meest verhevene
+plaats in die een menschelijk wezen kan bereiken, verhevener dan die,
+waartoe eenig ander sterveling, wie ook, heeft kunnen geraken«.
+
+ * * * * *
+
+Is het niet door en door begrijpelijk, dat de geloovigen in Frankrijk,
+in deze dagen van angst en spanning, hunne gebeden opzenden tot Haar,
+die reeds eenmaal hun vaderland bevrijd heeft?
+
+Op den 13en September 1914, dus kort na de overwinning der Franschen aan
+de Marne, heeft Kardinaal Amette, in eigen persoon en in vol ornaat,
+de menigte toegesproken, die zich verdrong zoowel in de Notre Dame
+te Parijs, als op het groote plein voor de kathedraal. In zijne rede
+beloofde hij plechtig gevolg te zullen geven, aan zijn lang gekoesterd
+voornemen, om in Parijs een kerk op te richten, gewijd aan Jeanne d'Arc.
+Na de preek ging de processie rond met de relieken van Notre Dame,
+waaronder zich ook de banier van Jeanne bevindt. Vervolgens hield de
+Kardinaal nog een toespraak tot de geloovigen op het voorplein. De
+indrukwekkende plechtigheid eindigde met de invocaties, uitgeroepen
+door den aartspriester van Notre Dame, en waarvan de laatste gericht
+was tot de »Gelukzalige Jeanne d'Arc, bevrijdster van het vaderland«.
+En de duizenden, die daar neergeknield lagen, antwoordden daarop in
+koor: »Zegen ons, red ons!«
+
+ Utrecht, April-December 1914.
+
+
+
+
+NASCHRIFT.
+
+
+Kalm, doch met een vast doel voor oogen, werkt de Kerk voort. Zij zal
+niet rusten voor het Haar gelukt is Jeanne te doen opnemen in de rij der
+Uitverkorenen, voor de geheele Katholieke wereld haar heilig verklaard
+heeft. Maar ook van wereldsche zijde zit men niet stil en wordt er zelfs
+in deze spannende en gewichtige dagen, door enkele van hare getrouwen,
+rusteloos voortgearbeid aan de verheerlijking van haar, die wellicht
+meer dan ooit eenig ander, de groote deugden heeft bezeten, die in het
+bijzonder het Fransche volk eigen zijn, van haar, die ééns in dagen,
+oneindig donkerder, dan die welke Frankrijk thans doorleeft, haar volk
+voor het eerst, door haar voorbeeld en haar woord, geleerd heeft wat
+vaderlandsliefde was. Hun streven gaat volstrekt niet tegen het werk
+van de Kerk in, maar loopt daarmede min of meer evenwijdig. Voor hen
+is Jeanne in de eerste plaats de bij uitstek nationale figuur, de
+incarnatie van het patriotisme, die verdient verheerlijkt en vereerd
+te worden door alle Franschen, groot en klein, van welk geloof ook
+of van welke religie. Heeft zij niet zelf haar volk de eenige religie
+gepredikt, die geen atheisten duldt, de religie van het vaderland? O
+zeker, zij erkennen, dat Jeanne visioenen gehad heeft en stemmen gehoord
+heeft, maar waar het voor hun op aankomt is, dat zij boven alles uit
+gezien heeft de »grande pitié qui était au royaume de France« en gehoord
+heeft de noodkreet van het vaderland, dat in gevaar verkeerde.
+
+Aan het hoofd van de wereldsche beweging staat Joseph Fabre,
+oud-kamerlid, senator en groot kenner van de geschiedenis van Jeanne.
+Van zijn hand hebben reeds verscheidene werken over onze heldin het
+licht gezien en het zijn vooral zijne geschriften en studies die voor
+ons van Jeanne een figuur hebben gemaakt, die leeft. Quicherat, zoo
+drukt Anatole France het uit, had Jeanne ontdekt, maar Fabre heeft haar
+toegelicht.
+
+Sinds jaren reeds ijvert hij voor de officieele instelling van eene
+tweeden nationalen feestdag in Frankrijk, die dan gewijd zou zijn aan
+Jeanne d'Arc. Naast den 14en Juli, het feest van de vrijheid, den 8en
+of den 30en Mei, het feest van het patriotisme, dat zou kunnen en
+moeten zijn een dag van algemeene verbroedering, een dag, waarop alle
+partijstrijd tijdelijk zou rusten en worden vergeten, een feest voor
+alle Franschen, groot en klein, omdat Jeanne, ook, al zal de Kerk haar
+aanstonds onder hare Heiligen plaatsen op hare altaren, niet toebehoort
+aan eenige partij of aan eenig kerkgenootschap, maar aan het vaderland,
+dat zij gered heeft en aan het volk dat zij heeft doen ontwaken.
+
+In zijn laatste werk »Les Bourreaux de Jeanne d'Arc« et »Sa Fête
+Nationale« (Paris 1915) geeft Fabre verslag van wat hij gedaan heeft en
+reeds bereikt heeft om te geraken tot de instelling van het Nationale
+Feest.
+
+In 1883 reeds heeft hij voor het eerst het plan geopperd en den 30en
+Juni 1884 bereikt de Kamer reeds een wetsvoorstel in dien zin, geteekend
+door 252 kamerleden.
+
+In Mei 1894 wordt een aanvang gemaakt met de behandeling van datzelfde
+wetsontwerp in den Senaat. Fabre zelf brengt als rapporteur van de
+commissie van onderzoek verslag uit in een welsprekende en luid
+toegejuichte rede. Maar hij stuit op eenige oppositie. Art. 1 van het
+door hem verdedigde en door 128 Senatoren onderteekende wetsvoorstel
+luidt: »De Fransche Republiek viert jaarlijks het feest van Jeanne
+d'Arc, feest van het patriotisme«, maar hierop is door enkele Senatoren
+een tegen-voorstel ingediend van één enkel artikel, dat luidt: »Er zal,
+ter eere van Jeanne d'Arc, op het plein te Rouaan, waar zij levend
+verbrand werd, een monument worden opgericht met deze inscriptie: »Aan
+Jeanne d'Arc. Het dankbare Fransche Volk.««
+
+Senator Demôle treedt op als verdediger van het tegen-voorstel. Wat al
+dadelijk bij de discussie in den Senaat in het oog springt, is dat de
+politiek in de zaak gemengd wordt. Wij hooren toejuichingen van links,
+tegen teekenen van afkeuring van rechts, interrupties van royalisten,
+uitroepen van vrijmetselaars. Het is duidelijk, dat de heeren Senatoren
+nog niet voldoende van de waarheid »Johanna nostra est« doordrongen
+zijn. De royalisten zien kans uit de figuur van Jeanne politieke munt
+te slaan en beroepen zich daarbij op het feit, dat Jeanne zich door
+God gezonden achtte om den koning te doen kronen en op zijn troon te
+bevestigen, maar zij vergeten daarbij voor het gemak het allerdroevigste
+figuur, dat Z.M. Karel VII in de geheele geschiedenis van Jeanne
+geslagen heeft. De vrijmetselaars staan eenigszins huiverig tegenover
+iemand, die door de Kerk reeds zalig verklaard is en op het punt staat
+op den R.K. kalender haar heiligen dag te krijgen. Zal de nationale
+feestdag, wanneer die samenvalt met den Heiligen dag, niet »ontaarden«
+in een zuiver kerkelijk feest? Moeten de Republikeinen zich dan niet
+herinneren, dat Jeanne voor het koningschap gestreden en geleden heeft?
+»Zoudt gij dan willen«, vraagt een van de sprekers van de tribune, »dat
+Jeanne in 1400-zooveel Republiekeinsch geweest was?«
+
+Een figuur als die van Jeanne, die juist als zuivere incarnatie van het
+patriotisme, boven alle partijen staat, wordt ook nu weer bezoedeld en
+besmeurd, enkel door het feit, dat zij met geweld wordt neergehaald
+tot in het politieke strijdperk. »Ook nu weer«, ja zeker, want het
+verschijnsel is niet nieuw. Het duidelijkst blijkt dit wel uit de
+geschiedenis, die wij hier voor de curiositeit laten volgen, en die wij
+ontleenen aan de redevoering van Senator Wallon, van het monument voor
+Jeanne, opgericht in Orléans.
+
+21 Juli 1456 werd door één van de Bisschoppen, die deel hadden genomen
+aan het proces van rehabilitatie, en door den Inquisiteur van Frankrijk,
+ter herinnering aan Jeanne een kruis opgericht, dat tegen het einde van
+de vijftiende eeuw werd vervangen door een monument, opgericht uit
+vrijwillige bijdragen van de vrouwen van Orléans.
+
+Dit monument wordt in 1567 verwoest door de protestanten, weer hersteld
+in 1570, weer verwoest in 1793 door de Revolutie, en met toestemming van
+den Eersten Consul Bonaparte, weer opgebouwd in 1804, en eindelijk in
+1855 vervangen door het monument, dat er nu nog staat.
+
+Maar gelukkig, het eind van de discussie in den Senaat is toch, dat het
+wetsvoorstel van de commissie wordt aangenomen met 145 tegen 92 stemmen,
+en het voorstel omtrent het nationale monument met 180 tegen 20 stemmen.
+
+18 Juni 1894 verhuist het wetsvoorstel naar de Chambre des Députés, waar
+het op dit oogenblik nog ligt.
+
+Het geheele ontwerp, zooals het nu luidt, bestaat uit de drie volgende
+artikelen.
+
+ Art. 1.
+
+De Fransche Republiek viert jaarlijks het feest van Jeanne d'Arc, feest
+van het patriotisme.
+
+ Art. 2.
+
+Dit feest heeft plaats den tweeden Zondag van Mei, verjaardag van de
+bevrijding van Orléans.
+
+ Art. 3.
+
+Er zal, ter eere van Jeanne d'Arc, op het plein te Rouaan waar zij
+levend verbrand werd, een monument worden opgericht met deze inscriptie:
+
+ Aan Jeanne d'Arc.
+ Het dankbare Fransche volk.
+
+Meer dan eens heeft men getracht urgentie voor de behandeling van het
+wetsvoorstel te verkrijgen, doch te vergeefs. Monsterpetities zijn er
+bij de Kamer ingekomen, o. a. een van de Fransche vrouwen, om er op
+aan te dringen, dat de behandeling aan de orde van den dag zal worden
+gesteld. De afgevaardigde de Mahy, zelf vrijmetselaar, trotseert het
+veto van zijn orde, dient een rapport in, waarin hij pleit voor spoedige
+behandeling van de wet, »die hem evenals heel Frankrijk, zoo na aan
+het hart ligt«. Belangrijke onderdeelen van het groote Gemeenebest
+zijn intusschen de Regeering voorgegaan, hebben het goede voorbeeld
+gegeven. In Juli 1890 reeds verklaarde de »Conseil Supérieur de
+l'Instruction publique« den 8en Mei tot feestdag voor alle inrichtingen
+van Openbaar Onderwijs. Met algemeene stemmen heeft ook reeds de
+Academische Senaat te Parijs besloten tot de jaarlijksche viering van
+een universiteitsfeest voor Jeanne d'Arc binnen haar geheele gebied.
+
+In 1912 brengt de afgevaardigde Aynard in de Kamer het rapport uit
+van de commissie van onderzoek, en eindelijk in December 1914 kondigt
+Maurice Barrès aan, dat hij het wetsvoorstel opnieuw zal indienen
+aan het Bureau van de Kamer. Maar de Minister-President verzoekt hem
+dit voorloopig uit te stellen en Maurice Barrès, hoewel persoonlijk
+overtuigd, dat de Minister-President hierin ongelijk heeft, acht het
+met het oog op de hoogst ernstige tijden, thans niet het moment daarover
+met hem in discussie te treden, en onderwerpt zich dus aan zijn
+verlangen.
+
+»Le Président du Conseil a-t-il tort, a-t-il raison?« vraagt Maurice
+Barrès zich af, en er zijn er in Frankrijk, die hem daarop zouden willen
+antwoorden: »Il a raison« en daarbij zouden willen aanvoeren, dat men
+toch in deze dagen nu Frankrijk en Engeland zijde aan zijde strijden
+tegen een gemeenschappelijken vijand, niet vergeten moet, dat Jeanne
+juist tegen de Engelschen gevochten heeft, en dat hoewel zij gevonnist
+werd door een rechtbank voor het meerendeel bestaande uit Fransche
+priesters, het toch in de eerste plaats de Engelschen zijn, die hare
+veroordeeling bewerkstelligd en haren dood veroorzaakt hebben. Maar
+ook in deze moeilijkheid is voorzien en het is hoogst merkwaardig
+te hooren, hoe Joseph Fabre en zijne volgelingen zich met de noodige
+spitsvondigheden hier uitredden. Het is evenwel zeker het best en het
+onpartijdigst om de eindbeslissing in deze kwestie bij de Engelschen
+zelf te zoeken en geheel aan hen over te laten.
+
+Of is het geen spitsvondigheid, wanneer de vrienden van Jeanne in dit
+verband er aan herinneren, dat zij zelf heeft verklaard niets liever te
+willen dan, wanneer eenmaal de vrede gesloten en het land van vijanden
+gezuiverd zou zijn, gezamenlijk met de Engelschen een kruistocht te
+ondernemen ter verdediging van de beschaving en het Christendom.
+
+Neen, laten we in dit geval liever luisteren naar hetgeen zij te zeggen
+hebben van wie men oppositie vreest, en dus het woord geven aan de
+Engelschen zelf.
+
+Als wij dan in de eerste plaats herlezen het warme en enthousiaste
+pleidooi dat Andrew Lang ons levert in zijn »Maid of France« zijn wij
+dan eigenlijk niet al voldoende op de hoogte van hetgeen het Engeland
+van onze dagen denkt over Jeanne? Is het dan nog noodig terug te
+gaan naar 1795 toen Robert Southey Jeanne verheerlijkte in een lang
+gedicht? Moeten wij dan nog lezen hoe Coleridge den grooten Shakespeare
+onderhanden neemt over zijn eerste deel van Henry VI of hoe Thomas de
+Quincey haar verdedigt?
+
+Het verwijt van Carlyle: »Hartelooze Franschen, spotters, gij zijt
+de edele maagd niet waard!«, lijkt ons wat hard en onverdiend.
+Rudyard Kipling treft beter den toon, wanneer hij de bondgenooten
+van heden samen de verantwoordelijkheid voor Jeanne's dood laat dragen
+en zegt: »Wij vergeven elkaar onze wederzijdsche fouten en de oude,
+onvergeeflijke misdaad, de zonde, waaraan elk onzer zijn deel had, op
+het Marktplein te Rouaan.«
+
+En wat dunkt U verder van de navolgende aanhalingen ontleend aan een
+hoofdartikel in de Times van 29 Januari 1894 en dus geschreven in de
+dagen, toen te Rome de eerste stappen werden gedaan voor de
+Zaligverklaring:
+
+»Wanneer de dag zal aanbreken van de Heiligverklaring van Jeanne d'Arc,
+zullen zelfs zij, die de aanmatiging van Rome absurd of belachelijk
+vinden, moeten erkennen, dat nooit edeler figuur aan de vereering der
+zielen werd aangeboden.
+
+In geheel de Middeleeuwen is er geen eenvoudiger en schitterender
+geschiedenis, geen smartelijker tragedie dan die van het arme, kleine
+herderinnetje, dat door haar hartstochtelijk geloof, haar vaderland
+heeft opgeheven uit de diepten der vernedering en der wanhoop, om daarna
+zelf door de handen harer vijanden de wreedste en schandelijkste dood te
+ondergaan.
+
+De verhevenheid en de moreele schoonheid van het karakter van Jeanne
+hebben de harten veroverd van alle menschen, en de Engelschen herinneren
+zich met schaamte de misdaad waarvan zij het slachtoffer werd....
+
+Was er ooit een natuur zoo oprecht, zoo teeder, zoo rein, zoo innig
+vroom?.....
+
+Tegenover de gevangenen is zij zacht en mededoogend. Zelfs voor de
+Engelschen is haar ziel vol medelijden. Zij noodigt ze uit om zich met
+haar te vereenigen voor een grooten kruistocht tegen den vijand van de
+Christenheid.
+
+..... hare laatste woorden zijn woorden van vergeving voor hare beulen.
+
+In Jeanne d'Arc vereert de Roomsche Kerk een _type_, waaraan niet alleen
+een natie, maar de geheele wereld hulde zal brengen, het type van de
+goede, teedere, reine Christin, in een zinnelijken en meedoogenloozen
+tijd.«
+
+ * * * * *
+
+En ten slotte voor hen die nu nog mochten twijfelen, nog dit: »Een
+Engelsch Gebaar« uit de oorlogsdagen van heden, opgeteekend door Joseph
+Fabre:
+
+»Ziehier een gebaar van onze Engelsche vrienden, dat van een zeldzame
+kieschheid is, en wel waard dat men er even over nadenkt. De officieren
+van de legers van koning George, verpleegd in het Engelsche hospitaal te
+Versailles, wenschten hulde te brengen aan de Fransche soldaten, die met
+hen strijden op de zelfde slagvelden. Op het lint van een fraaie garve
+witte rozen en anjers lieten zij deze woorden plaatsen: »De Officieren
+van het algemeene hospitaal van het Britsche leger te Versailles, als
+aandenken en betuiging van bewondering aan hunne Fransche kameraden«.
+Vervolgens gingen zij, eenvoudig weg, deze garve nederleggen aan den
+voet van het standbeeld van Jeanne d'Arc in de Kerk van den Heiligen
+Lodewijk in Versailles.«
+
+»Is dat niet schoon?«
+
+Ja zeker is het schoon. Voorwaar een veelzeggend, symbolisch gebaar
+van groote suggestieve kracht, dat slechts zijn verklaring kan vinden
+in hetzelfde gevoel van oprechte bewondering, dat den Engelschen
+bevelhebber bezielde, toen hij order gaf, dat bij de jongste viering van
+het Jeanne d'Arc feest, de eerewachten bij hare standbeelden moesten
+worden betrokken door Britsche soldaten.
+
+ * * * * *
+
+Onze conclusie kan kort zijn. Wanneer de Fransche Regeering thans
+besluit tot de instelling van een tweeden nationalen feestdag, het
+feest van het patriotisme en gewijd aan Jeanne d'Arc, zal zij voorzeker
+handelen in den geest van de overgroote meerderheid van het Fransche
+volk. Ook behoeft zij niet bevreesd te zijn voor eenige oppositie van
+den kant van den machtigen Britschen bondgenoot, want ook aan gene zijde
+van het Kanaal zal het besluit gewaardeerd en met vreugde begroet
+worden.
+
+Waartoe dan langer getalmd? Met Maurice Barrès verlangen wij »que
+justice soit enfin rendue, après quatre siècles d'ingratitude, à la
+sainte de la patrie«.
+
+[Illustratie: SCHETSKAARTJE VAN FRANKRIJK]
+
+
+
+
+DE MEULENHOFF-EDITIE
+
+WIL EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED GEVEN VOOR WEINIG GELD.
+
+De boeken zijn alle in degelijke, keurige cartonnage met geïllustreerd
+omslag verkrijgbaar. Tegen zeer geringe prijsverhooging zijn de werken
+der ~MEULENHOFF-EDITIE~ ook verkrijgbaar in smaakvollen prachtband met
+goudsnede.
+
+Voor een zeer billijken prijs ontvangt men een goed boek, #goed# van
+inhoud en #goed# van uiterlijk. In de Meulenhoff-Editie worden boeken
+gegeven op elk gebied. Onze boeken zijn niet ernstig en geleerd; het
+zijn boeken voor _ieder_, zij vormen een bibliotheek voor #huiskamer#
+en #salon#.
+
+Wij laten hier de titels volgen die reeds verschenen zijn.
+
+No. 1. DE POLITIE-SPION.
+
+ Roman uit den tijd van de Revolutie in Rusland, door Maxim Gorki
+ f 0.75 (Uitverkocht).
+
+No. 2. SARAH BERNHARDT.
+
+ Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Jeugd.--Eerste
+ Tooneeljaren. 2e druk. (6e-10e duizendtal) f 0.75
+
+ #Een zeer ter lezing aanbevolen prettig geschreven boek, deze
+ gedenkschriften zijn als de schrijfster zelf, opgewekt, dartel,
+ geestig, vol leven en beweging.#
+ #J. H. Rössing, in het N. v. d. Dag.#
+
+No. 3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIËST.
+
+ Roman door Th. Fontane. 2e dr. f 0.75
+
+ #Effi Briëst is psychologisch stellig zijn beste roman. Het is
+ het verhaal van een huwelijk tusschen een ouderen volkomen
+ gerijpten man en een »blutjunge« vrouw.#
+ #Elsevier's Maandschrift.#
+
+No. 4. NAPOLEON. Opkomst en Grootheid. Met vele illustratiën, door
+ H. P. Geerke. 2e druk. (6e-10e duizendtal) f 0.75
+
+ #Een degelijk, boeiend boek over Napoleon, keurig uitgegeven en
+ rijk geïllustreerd.# #Utr. Dagblad.#
+
+No. 5. WALLY.
+
+ De Roman van een Kelnerin, door Edw. Stillgebauer. 2e druk
+ f 0.75
+
+ #De auteur van »Götz Krafft« geeft hier een eenvoudig en
+ treffend verhaal, onopgesmukt en daardoor overtuigend. Het
+ banale geval is niet banaal of eenzijdig behandeld. Een mooi
+ boek.# #De Avondpost.#
+
+No. 6. DE FRAAIE COMEDIE.
+
+ Een Haagsch Verhaal, door Henri van Booven f 0.75
+
+ #In dit boek vindt men een prachtige zelf-analyse en een leuke
+ bespotting van burgerlijk Den Haag.# #G. van Hulzen.#
+
+No. 7. SARAH BERNHARDT.
+
+ Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Na den
+ Oorlog.--Sarah Bernhardt als »Ster« f 0.75
+
+ #Heel interessant is dit boek. Men kan dankbaar zijn voor deze
+ uitgaaf. Een boek dat er in zal gaan.# #Het Vaderland.#
+
+No. 8. LIEFDE, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door Cl.
+ Bienfait. f 0.85
+
+ #Met vreugde hebben wij dit meesterwerk van den eeuwig-jeugdigen
+ Noor gelezen, met een blij oog voor het vele zonnige, het fijn
+ typeerende, echt dichterlijke en zacht harmonische in dit
+ verhaal van prachtig en sterk uit Noorschen bodem verrezen
+ menschen.# #De Hofstad.#
+
+No. 9. DE VAL VAN NAPOLEON,
+
+ door A. Kielland en H. P. Geerke. Geïllustreerd f 0.75
+
+ #Een boeiende beschrijving, met vele illustraties, die zeker met
+ genoegen gelezen zal worden.# #Algemeen Handelsblad.#
+
+No. 10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT.
+
+ Roman door Clara Viebig f 0.85
+
+ #Deze roman is als een monumentaal gebouw, dat door zijn
+ grootsche eenheid imponeert en liefde opwekt tot het waarachtig
+ schoone. Het is wel een zeer bijzonder talent, dat zulk een
+ kunstwerk heeft gewrocht. Een bijzonder mooi boek.#
+ #N. Arnhemsche Courant.#
+
+No. 11. RICHARD WAGNER.
+
+ Zijn leven en werken, door J. Hartog. Rijk geïllustreerd f 0.95
+
+ #Een keurig uitgevoerd prachtwerk, met rijken inhoud, dat
+ zich prettig laat lezen, en velen--ook om den zeer lagen
+ prijs--hoogst welkom zal zijn. De schrijver geeft hier een
+ zuiver onpartijdig oordeel. Een welverdiend succes zal het
+ boek wachten.# #C. v. d. Linden (in de Muziekbode).#
+
+No. 12. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 419
+ bladzijden. Deel I. 5e druk (25e-30e duizendt.) f 0.85
+
+No. 13. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 381
+ bladzijden. Deel II. 5e druk (25e-30e duizendt.) f 0.85
+
+ #Deze beroemd geworden, ~ALLERVERMAKELIJKSTE~ roman zal
+ ongetwijfeld in den nieuwen vorm weder vele lezers vinden.
+ Aardige illustraties van Raemaekers.# #Nieuws v. d. Dag.#
+
+No. 14. GALERIJ van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem leven
+ anecdotisch beschreven, door J. H. van der Hoeven, met vele
+ illustraties f 0.75
+
+ #Een kostelijke bundel, luchtig geschreven kantteekeningen van
+ meer of minder piquante gedenkschriften. Het is een keurige
+ uitgaaf, ook naar het uiterlijk.#
+ #F. Lapidoth in de Nieuwe Crt.#
+
+No. 15. MONNA VANNA,
+
+ door M. Maeterlinck, vertaling van Frans Mijnssen, met 1
+ portret. 4e druk. f 0.65
+
+ #De meesterlijke vertaling van Frans Mijnssen in het nieuwe
+ aantrekkelijke gewaad, der bekende Meulenhoff-Editie.#
+ #Avondpost.#
+
+No. 16. HET HEKSENLIED,
+
+ door Von Wildenbruch, op maat overgezet voor de muziek van Max
+ Schillings door Fr. Pauwels f 0.45
+
+ #Een handige uitgaaf van het beroemde »Heksenlied« in goede
+ bewerking, en in maat overgezet voor de muziek van Max
+ Schillings.# #Utrechtsch Dagblad.#
+
+No. 17. EEN VROUWENBIECHT.
+
+ Oorspronkelijke roman door G. van Hulzen f 0.75
+
+ #Het goede in dit boek is de voortreffelijke psychische
+ uitbeelding, en vooral, dat de overgave van deze vrouw
+ zelfsprekend is geworden.# #De Groene Amsterdammer.#
+
+No. 18. MARIE ANTOINETTE.
+
+ Jeugd.--Eerste jaren der Revolutie, door Cl. Tschudi.
+ Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant
+ v. d. Mijll-Piepers. Met vele illustraties f 0.85
+
+ #Een aanbevelenswaardig boek; levendig is hier de geschiedenis
+ van de ongelukkige koningin beschreven, men leest het boek als
+ een diep tragische roman.# #Opr. Haarl. Courant.#
+
+No. 19. DRAMATISCHE WERKEN, door Björnstjerne Björnson. Naar de oorspr.
+ Noorsche uitgaaf vertaald door Marg. Meijboom. Drie spelen van
+ recht: De jonggehuwden; Een handschoen; Leonarda. f 0.85
+
+ #De bekende, in korten tijd populair geworden Meulenhoff-Editie,
+ brengt een verdienstelijke uitgaaf van Björnson's dramatische
+ werken, waarin de gelijkheid van man en vrouw behandeld wordt
+ wat betreft het peil van zedelijkheid, recht en maatschappelijk
+ optreden.# #Alg. Bibl.#
+
+No. 20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, door Cl. Tschudi. Naar de
+ oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der
+ Mijll-Piepers. Met vele illustraties. 469 bladz. f 0.95
+
+ #Dit boek toont ons het leven van de arme Koningin op haar
+ lijdenspad naar het treurig einde.#
+
+ #De schokkende gebeurtenissen der Fransche Revolutie met
+ al haar verschrikkingen ziet men hier levendig, en getrouw
+ aan de historische feiten, wedergegeven. Het geheel is in
+ onderhoudenden, boeienden trant verteld.#
+
+No. 21. HALFBLOED. Een huwelijk in de tropen.
+
+ Roman door A. Perrin. Vertaald door D. Jacobson f 0.85
+
+ #Een goed doorgewerkte roman; de strijd tusschen liefde en
+ bijgeloof van de Indische vrouw is goed weergegeven.#
+
+No. 22. NA HET DERDE KIND.
+
+ Roman door H. von Mühlau, vertaald door Anna van
+ Gogh-Kaulbach. f 0.75
+
+ #Was het derde kind gewenscht?#
+
+ #Mag men deze vraag zelfs opwerpen?#
+
+ #Ziedaar een stukje sociale quaestie waarover deze roman
+ handelt, en die in den tegenwoordigen tijd aller belangstelling
+ zal wekken.#
+
+No. 23. VERLOVING EN HUWELIJK IN VROEGER DAGEN, door Prof. Dr. L.
+ Knappert.
+
+ Rijk geïllustreerd f 0.95
+
+ #Een historisch overzicht met vele bijzonderheden over »hoe men
+ elkaar vroeger vond en kreeg.« Interessant geïllustreerd.#
+
+No. 24. DE OORLOG. Geïllustreerde Geschiedenis van den Wereldoorlog,
+ door H. P. Geerke en G. A. Brands.
+
+ Deel I. Rijk geïllustreerd f 0.95
+
+ #Een interessant boek, dat met zijn vele illustraties en
+ documenten een blijvende herinnering aan dezen oorlog vormt.
+ Een en ander geeft aan het boek een eigenaardig cachet. De heer
+ Meulenhoff heeft voor een fraaie uitvoering gezorgd. 't Is
+ eigenlijk onnoodig dit te zeggen. Men kent zijn »Editie's«.#
+ #Prov. Overijss. en Zw. Crt.#
+
+No. 25. OPGANG. De roman van een vrouwenleven. Oorspronkelijke roman van
+ Anna van Gogh-Kaulbach f 0.95
+
+ In extra fraaien band f 1.50
+
+ #Opgang is de roman van een slachtoffer der tweedracht in een
+ huwelijk. Het is de ellende, door dit laatste veroorzaakt, die
+ Anna van Gogh-Kaulbach ons duidelijk voor oogen wil stellen, en
+ ze slaagt daarin volkomen.# #De Haagsche Vrouwenkroniek.#
+
+No. 26. »DE WAPENS NEÊR«. Roman van Bertha von Suttner. Deel I. (8e-12e
+ duizendtal der nieuwe uitgave) f 0.85
+
+ #Hoe goed heeft deze vrouw opgemerkt, wat heeft zij van veel,
+ dat ons nog altijd met wilde verbazing vervult, de alledaagsche,
+ onschuldig schijnende oorzaken aangetoond.# #De Telegraaf.#
+
+No. 27. »DE WAPENS NEÊR«. Roman van Bertha von Suttner. Deel II. f 0.85
+
+ #Dit boek, dat den oorlog van 1866 en 1870 schildert, herleeft
+ thans: Heele citaten waren aan te halen, woordelijk op de
+ toestanden van thans toepasselijk.# #Utr. Prov. Sted. Dagblad.#
+
+No. 28. HAREM.
+
+ Schetsen uit het leven van de Turksche vrouw door Demetra Vaka
+ f 0.75
+
+ #De inhoud van dit boek is niet verdicht, hoe onwaarschijnlijk
+ sommige gedeelten ook schijnen. De feiten zijn volkomen naar
+ waarheid verteld.#
+
+No. 29. ONS MOOIE NEDERLAND.
+
+ GELDERLAND I, door D. J. van der Ven. Met 80 kunstplaten naar
+ de natuur. 316 bladz. f 0.95
+
+ #Wanneer men dit keurige boek opneemt en doorbladert, is de
+ eerste gedachte: prachtig, sympathiek, smaakvol werk. En dan nog
+ geen gulden betalen om dit boek het zijne te kunnen noemen...
+ het lijkt schier ongelooflijk!# #Nieuwe Arnh. Courant.#
+
+No. 30. HET SCHANDAAL.
+
+ Roman van G. van Ompteda f 0.85
+
+ #Een boeiende roman waarvan in de origineele uitgave in één jaar
+ 45000 ex. verkocht werden.#
+
+No. 31. ACHTER DE SCHERMEN.
+
+ Herinneringen van den Impressario Jos. J. Schürmann f 0.75
+
+ #Een keurige uitgaaf, prettig geschreven.# #N. Crt.#
+
+No. 32. BRAND door Henrik Ibsen, vertaald door J. Clant van der
+ Mijll-Piepers. f 0.85
+
+ In extra fraaien band f 1.15
+
+ #»De Meulenhoff-Editie is door het opnemen van Ibsen's Brand
+ ongetwijfeld wederom een belangrijk deel rijker geworden. De
+ uitvoering is natuurlijk keurig«.# #Avondpost.#
+
+No. 33. HET WONDERE LEVEN DER PADDENSTOELEN door D. J. van der Ven, 280
+ bladz., met 80 photogr. natuuropnamen f 0.95
+
+ #De bekende Arnhemsche natuurbeschrijver en kenner van het leven
+ van dieren en planten deed thans in de Meulenhoff-Editie een
+ uitvoerige verhandeling verschijnen over het »Wonderleven der
+ Paddenstoelen« zooals hij het teekenend noemt. Zeer leesbaar
+ geschreven, versierd met vele photografieën, fraai uitgevoerd
+ en laag van prijs, behoort dit werkje tot de aantrekkelijkheden
+ van de boekenmarkt, welker bekoring niemand ontgaat.#
+ #Haagsche Post.#
+
+No. 34. DE LAATSTE DAGEN VAN POMPEJI door Edw. Bulwer Lytton. 544 blz.
+ f 0.95
+
+ In fraaien band f 1.25
+
+ #In handig formaat en grondig herzien door Mevr. J. P. Wesselink
+ van Rossum, verschijnt thans een zevende druk in de bekende
+ Meulenhoff Editie, goed gedrukt tegen matigen prijs, zoodat
+ ongetwijfeld velen zich zullen verdiepen in de meesterlijke
+ schildering van het Romeinsche leven der eerste eeuw en de
+ verschrikkelijke catastrophe die toen plaats had. Het is en
+ blijft een werk dat aller aanbeveling verdient.#
+ #Dordrechtsche Crt.#
+
+No. 35. DE OORLOG. Geïllustreerde geschiedenis van den wereldoorlog
+ door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel II. f 0.95
+
+ #Een verbazend aardige uitgave. Wij hebben nu vóór ons
+ liggen twee bandjes en die geven een volledig overzicht van
+ de geweldige gebeurtenissen, zonder een oordeel uit te spreken.
+ Het is een kostbare verzameling van photographieën, reproducties
+ van aanplakbiljetten en documenten, waarvan thans reeds de
+ origineelen zeldzaam zijn. Wij maken alles nog eens mee, wat wij
+ zelf beleefden of vernamen uit de dagbladen, wij vernemen het in
+ woord en beeld. Wij zelf en vooral onze naneven mogen schrijvers
+ en uitgevers dankbaar zijn voor deze populaire en belangrijke
+ uitgave.# #Boekenschouw.#
+
+No. 36. NAPOLEON EN DE VROUWEN, door H. P. GEERKE, 300 bldz. f 0.95
+
+ In prachtband f 1.25
+
+ #De bekende historieschrijver Dr. H. F. Helmolt schrijft over
+ Geerke's werken: »Op populaire, duidelijke wijze wordt hier
+ Napoleon's leven verhaald, zonder dat de lezer vermoedt, welke
+ grondige studies hier vooraf zijn gegaan. Geerke verstaat de
+ kunst boeiend en onderhoudend te schrijven en toch historisch
+ juist de feiten weer te geven. Een welverdiend succes zal zeker
+ niet uitblijven.«#
+
+No. 37. »PETRA«, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door
+ Cl. Bienfait f 0.95
+
+ In prachtband f 1.25
+
+ #Een waar prachtwerk, voor weinig geld.#
+
+No. 38. »DE TORENS ZINGEN«, door D. J. van der Ven. 240 bl. met
+ 58 afbeeldingen f 0.95
+
+ In prachtband f 1.25
+
+ #Is het noodig dit boekje aan te bevelen? De namen van den
+ schrijver en den uitgever zijn borg dat men in alle opzichten
+ iets goeds krijgt.# #Architectura.#
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: maar als de visoenen |
+ | C: maar als de visioenen |
+ | B: mise-en scène kan haar imponeeren. |
+ | C: mise-en-scène kan haar imponeeren. |
+ | B: teeken te Chinon«. Met |
+ | C: teeken te Chinon«? Met |
+ | B: kunst der régie en mise en scène. Van |
+ | C: kunst der régie en mise-en-scène. Van |
+ | B: geestelijken niets vragen« zegt |
+ | C: geestelijken niets vragen,« zegt |
+ | B: optreden van de »tooverheks« de |
+ | C: optreden van de »tooverheks«, de |
+ | B: plaats is ons« roept zij haren |
+ | C: plaats is ons,« roept zij haren |
+ | B: vrees ik U nog minder! |
+ | C: vrees ik U nog minder!« |
+ | B: uit het »Museé du Louvre«, |
+ | C: uit het »Musée du Louvre«, |
+ | B: een tweede schot dood hij haar |
+ | C: een tweede schot doodt hij haar |
+ | B: verovering van Saint Pièrre le Moustier |
+ | C: verovering van Saint Pierre le Moustier |
+ | B: d' Arc bij Compiégne. |
+ | C: d' Arc bij Compiègne. |
+ | B: Een brief dd. 14 Juli 1430 |
+ | C: Een brief d.d. 14 Juli 1430 |
+ | B: den troon van Frankrijk Het bericht |
+ | C: den troon van Frankrijk. Het bericht |
+ | B: hooren.Aarzelend brengt hij in |
+ | C: hooren. Aarzelend brengt hij in |
+ | B: van Rehabilitatie, Boisguilleaume, |
+ | C: van Rehabilitatie, Boisguillaume, |
+ | B: »»Dit behoort niet tot |
+ | C: »Dit behoort niet tot |
+ | B: Delafontaine: Dat is een antwoord |
+ | C: Delafontaine: »Dat is een antwoord |
+ | B: Delafontaine: Gevoelt gij behoefte |
+ | C: Delafontaine: »Gevoelt gij behoefte |
+ | B: Cauchon: Verlaat gij U |
+ | C: Cauchon: »Verlaat gij U |
+ | B: op die Kerk verlaten. |
+ | C: op die Kerk verlaten.« |
+ | B: »Jeanne: »Ik ben gekomen |
+ | C: Jeanne: »Ik ben gekomen |
+ | B: Jeanne: Ik kan niet veranderen; |
+ | C: Jeanne: »Ik kan niet veranderen; |
+ | B: geen engelsch spreken. omdat |
+ | C: geen engelsch spreken, omdat |
+ | B: het niet telaat, nog is |
+ | C: het niet te laat, nog is |
+ | B: Beauvais, Jean Lemâitre, Vicaris |
+ | C: Beauvais, Jean Lemaître, Vicaris |
+ | B: »Waarlijk, deze was Gods zoon«. |
+ | C: »Waarlijk, deze was Gods zoon«.« |
+ | B: haar door Messire ge-gegeven, volbracht |
+ | C: haar door Messire gegeven, volbracht |
+ | B: en de schilderijv an Scherrer. |
+ | C: en de schilderijen van Scherrer. |
+ | B: afbeeldingen zullen vermoedellijk |
+ | C: afbeeldingen zullen vermoedelijk |
+ | B: is het Zuster Maria Saguier, |
+ | C: is het Zuster Marie Saguier, |
+ | B: drukt Antole France het uit, |
+ | C: drukt Anatole France het uit, |
+ | B: dankbare Fransche Volk.« |
+ | C: dankbare Fransche Volk.«« |
+ | B: het koningschap ge-gestreden en geleden |
+ | C: het koningschap gestreden en geleden |
+ | B: en dat hoewel zij gevonnisd |
+ | C: en dat hoewel zij gevonnist |
+ | B: Lodewijk in Versailles. |
+ | C: Lodewijk in Versailles.« |
+ | B: door Edw. Stillgebauer. 2e druk |
+ | C: door Edw. Stilgebauer. 2e druk |
+ | B: I. 5e druk (25e-duizendt.) |
+ | C: I. 5e druk (25e-30e duizendt.) |
+ | B: II. 5e druk (25e-30e duizendt. |
+ | C: II. 5e druk (25e-30e duizendt.) |
+ | B: No. 18. MARIE ANTOINNETTE. |
+ | C: No. 18. MARIE ANTOINETTE. |
+ | B: stukje sociale questie waarover |
+ | C: stukje sociale quaestie waarover |
+ | |
+ +----------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Jeanne d'Arc, by Henri Emile Koopmans van Boekeren
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JEANNE D'ARC ***
+
+***** This file should be named 35885-8.txt or 35885-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/5/8/8/35885/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.