diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:04:41 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:04:41 -0700 |
| commit | e2ae0736e794bdc3ff8d592f3d9ef1dabefdce5b (patch) | |
| tree | 76a16600252b377ab8a60dac6a00fd7e97ed2052 /35885-8.txt | |
Diffstat (limited to '35885-8.txt')
| -rw-r--r-- | 35885-8.txt | 6985 |
1 files changed, 6985 insertions, 0 deletions
diff --git a/35885-8.txt b/35885-8.txt new file mode 100644 index 0000000..7c0b620 --- /dev/null +++ b/35885-8.txt @@ -0,0 +1,6985 @@ +Project Gutenberg's Jeanne d'Arc, by Henri Emile Koopmans van Boekeren + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Jeanne d'Arc + de maagd van Orléans + +Author: Henri Emile Koopmans van Boekeren + +Release Date: April 16, 2011 [EBook #35885] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JEANNE D'ARC *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. | + | | + | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. | + | Vette tekst is weergegeven als #vet#. In het origineel | + | uitgespatiëerde tekst is weergeven als ~uitgespatiëerd~. | + | Het zwaard-symbool is weergegeven met [zwaard]. | + | | + | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | + | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als | + | »aanhalingstekens«. | + | | + | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | + | e-boek op https://www.gutenberg.org | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + + [Decoratieve illustratie] + + + DE MEULENHOFF-EDITIE + EEN ALGEMEENE BIBLIOTHEEK + + [Decoratieve illustratie] + + UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF + TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXVI + + +[Illustratie: Jeanne d'Arc te Domremy. + + In marmer gebeeldhouwd door H. Chapu.] + + + + + JEANNE D'ARC + + DE MAAGD VAN ORLÉANS + + + DOOR + + H. E. KOOPMANS + VAN BOEKEREN + + + GEÏLLUSTREERD + + [Decoratieve illustratie] + + UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF + AAN HET DAMRAK 88 TE AMSTERDAM + + + + +JEANNE D'ARC + + + + +INHOUD + + + I. DOMRÉMY.--VAUCOULEURS.--CHINON.--POITIERS blz. 13-56 + + II. ORLÉANS » 57-80 + + III. JARGEAU.--PATAY.--REIMS.--PARIJS » 81-112 + + IV. COMPIÈGNE.--ROUAAN » 113-176 + + V. PROCES VAN REHABILITATIE » 177-185 + + VI. GENIE EN PUCELLE » 186-198 + + VII. JEANNE IN BEELD: UITERLIJK EN COSTUUM » 199-205 + + VIII. DE ZALIGVERKLARING » 206-219 + + IX. NASCHRIFT » 220-230 + + + + +INLEIDING. + + +Wanneer ik, in den tijd toen ik mij bezighield met de studie van Jeanne +d'Arc, hierover met mijne vrienden sprak, is het mij meer dan eens +overkomen, dat normaal ontwikkelde personen mij met een soort verbazing +vragen stelden als: »Heeft die dan werkelijk bestaan?« of »Is over haar +dan werkelijk iets bekend?« Dit klinkt wel vreemd over een persoon, die +toch geleefd heeft in de vijftiende eeuw na Christus, en waarvan wij +misschien meer weten, dan van eenige andere figuur uit dien tijd, maar +het wijst m.i. tevens op eene leemte in onze letterkunde. Het is waar, +ik had degenen, die zoo spraken, kunnen verwijzen naar de eerste de +beste encyclopedie, naar een enkel tijdschrift-artikel, maar ik kon hun +niet den titel opgeven van een modern Nederlandsch boek, dat hen wat +uitvoeriger en vollediger op de hoogte zou brengen van hetgeen omtrent +Jeanne bekend is. + +De Franschen, dat spreekt vanzelf, bezitten eene rijke litteratuur over +hunne nationale Heilige, maar ook in het Engelsch verschenen belangrijke +studies over Jeanne d'Arc en zelfs de derde entente-mogendheid levert +haar contingent met een artikel van de hand van generaal Dragomiroff, +terwijl ook in het vijandige kamp de Duitschers onder hunne schrijvers +eenen Jeanne d'Arc-biograaf kunnen aanwijzen. + +Zou in een Protestantsch land als het onze geene belangstelling gevonden +worden bij het lezende publiek voor de geschiedenis van Jeanne, omdat +zij voor de Katholieken in reuke van heiligheid staat? Kom, kom... Neen, +de grootheid van haar karakter is van alle tijden, de geschiedenis van +haar leven is stichtelijk voor alle gezindten, belangwekkend voor alle +beschaafde volken, zoo goed als de geschiedenis van elk waarachtig +genie. + +Wat ik dus in de hier volgende hoofdstukken in de eerste plaats heb +trachten te geven, is een aanééngeschakeld verhaal van het leven +van Jeanne d'Arc, zooals dit is op te bouwen uit de feiten, die +geschiedkundig vaststaan. Als voornaamste bronnen, waaruit ik mijne +gegevens heb geput, noem ik: + +Jules Quicherat, Procès de Jeanne d'Arc, dite la Pucelle. Paris 1841. +I-V, een werk van onschatbare waarde voor elken biograaf van Jeanne; + +J. Michelet, Histoire de France. Paris 1874. Tome V; + +J. Fabre, Procès de condamnation de Jeanne d'Arc. Traduction française +des textes authentiques des procès-verbaux officiels. Paris; + +J. Fabre, Procès de Réhabilitation de Jeanne d'Arc. Paris 1913. I-II; + +Gabriel Hanotaux, Jeanne d'Arc. Paris 1911; + +Anatole France, Vie de Jeanne d'Arc. Paris I-II; + +Mgr. le Nordez, Jeanne d'Arc racontée par l'Image. Paris 1898; + +Andrew Lang, The Maid of France, London 1909; + +Frantz Funck Brentano, Jeanne d'Arc. Paris 1912; + +Abel Desjardins, Vie de Jeanne d'Arc. Paris 1862; + +J. Fabre, Les Bourreaux de Jeanne d'Arc et sa Fête Nationale. Paris +1915. + +Verder erken ik hierbij dankbaar, dat mij voor het hoofdstuk +»Beatificatie« met groote welwillendheid gegevens werden verstrekt +van wege het Seminarie Rijsenburg te Driebergen. + +Ik bepaal mij tot deze algemeene verklaring om het euvel van talrijke +noten aan den voet van elke pagina te kunnen vermijden, want vóór alles +wilde ik gaarne iets leveren, dat vlot gelezen kan worden. + +Ten slotte een raad of een verzoek aan den lezer: Prent goed in Uw +geheugen en houd steeds voor oogen, dat wat hier volgt de geschiedenis +is van het leven van een jong meisje, geboren in 1412, verbrand in 1431, +en dat dus niet ouder werd dan negentien jaar. + + + + +JEANNE D'ARC. + + + + +HOOFDSTUK I. + +Domrémy.--Vaucouleurs.--Chinon.--Poitiers. + + Il faut que tout écrivain, tout artiste, qui touche + à un tel sujet, apprenne à quel ridicule définitif il + s'expose, s'il s'éloigne de la simple et nue vérité. + + Gabriel Hanotaux. »Jeanne d'Arc«. + + +De toestand, waarin Frankrijk verkeerde in de eerste dertig jaren van de +vijftiende eeuw, dat is dus even vóór en tijdens het leven van Jeanne +d'Arc, kan met één enkelen trek niet beter en vollediger geschetst +worden, dan met dit woord van Jeanne zelf: »grande pitié était au +royaume de France«. De toestand was erbarmelijk, de ondergang van het +wettige koningshuis scheen nabij. + +Nadat Karel VI in het eind van de veertiende eeuw krankzinnig was +geworden, en dientengevolge de regeering aan zijne bloedverwanten had +moeten overlaten, was onder dezen een heftige strijd ontbrand over de +opvolging op den troon van Frankrijk. + +In dezen krijg vinden wij aanvankelijk tegenover elkaar den Hertog van +Orléans, wiens troepen onder bevel staan van Bernard, graaf van Armagnac +en den Hertog van Bourgondië. Maar Bourgondië staat niet alleen en roept +de hulp in van zijn bondgenoot Hendrik IV, koning van Engeland. Na den +dood van Hendrik IV zet zijn opvolger Hendrik V den strijd tegen de +Armagnacs voort en vernietigt in 1415 in den slag bij Azincourt hun +leger en een voornaam deel van de Fransche adel. In 1419 valt Rouaan, ja +geheel Normandië in handen van de Engelsche veroveraars, en eindelijk +wordt bij het verdrag van Troyes, gesloten tusschen Isabeau de Bavière, +de vrouw van Karel VI, en Filips de Goede, met de Engelschen in 1420 +Frankrijk aan Engeland overgeleverd. Hendrik V en de ongelukkige Karel +VI sterven in hetzelfde jaar 1422. De Engelschen en Bourgondiërs +erkennen den nog zeer jongen Hendrik VI als erfgenaam van den dubbelen +troon van Engeland en Frankrijk. Maar Karel VI had kinderen. Zijn +aangewezen en wettige troonopvolger was dus zijn oudste zoon, tevens +oudste kind, eveneens Karel geheeten. Deze dauphin was op zestienjarigen +leeftijd gevlucht naar het eenige deel van Frankrijk dat hem trouw +was, gelegen aan gene zijde van de Loire; daar werd hij te Bourges als +Karel VII gekroond. De strijd van den jongen koning tegen zijn beide +machtige vijanden scheen bijkans hopeloos; steeds drijven de Godoms (de +Engelschen) zijn troepen verder terug. De eene ramp volgt op de andere. + +De bewoners van de steden, maar vooral die van het platte land, lijden +ontzettend onder deze oorlogen. De rondtrekkende legers zaaien overal op +hun pad dood en verderf, en kleinere, ongeregelde benden loopen heele +landstreken af, verwoesten den oogst, verbranden de dorpen, brengen +overal schrik en ellende. Nergens is men zijn leven een oogenblik zeker. +Dag en nacht moet men zich gereed houden, om op het eerste alarmgelui +zijn have en goed te verdedigen of zich uit de voeten te maken. + +Zoo is de toestand in Frankrijk als in de eerste maanden van 1429 een +meisje van zeventien jaar aan het hof van Karel VII verschijnt en den +koning belooft Frankrijk te zullen redden. Zij komt van Domrémy, haar +naam is Jeanne d'Arc. + + * * * * * + +In den nacht van den 6en Januari 1412, dus in den nacht van het +Driekoningenfeest, werd Jeanne d'Arc te Domrémy geboren. Dit is het +simpele, geschiedkundige feit, maar wij willen volledigheidshalve +melding maken van het gerucht, dat zich op het oogenblik van de geboorte +van Jeanne, een gevoel van ongekende en geheimzinnige vreugde meester +maakte van de bewoners van hare geboorteplaats, en alle hanen eensklaps +lustig begonnen te kraaien; dat behoort natuurlijk thuis op het gebied +van de zuivere legende en wij laten het voor rekening van den +dichterlijken uitvinder. + +De ouders van de kleine Jeannette, zooals zij in de eerste jaren +genoemd wordt, zijn Jacquot d'Arc, wiens naam destijds uitgesproken werd +d'Aï, en Isabelle Romée. Zij hebben behalve Jeanne nog vier kinderen, +drie zoons, Jacquemin, Jean en Pierre en een dochter genaamd Cathérine. + +Jacquot d'Arc is een eenvoudig burgerman, met een kleinen veestapel en +een stukje bouwland, maar in zijn dorp geniet hij eenig aanzien, hij +is deken van de gemeente, commandant van de wacht, en draagt zorg voor +de bewaking van de gevangenen. De moeder van Jeannette is een brave, +vrome vrouw. In 1429 neemt zij deel aan een pelgrimstocht naar het +heiligdom van Notre Dame du Puy-en-Velay, en enkele geschiedschrijvers +meenen zelfs dat zij den naam Romée te danken had aan een vroegeren +pelgrimstocht naar Rome. De vervulling van hare kerkelijke en +godsdienstige plichten belet haar niet haren kinderen een voor dien tijd +behoorlijke opvoeding te geven. Als Jeanne later voor hare rechters +verklaart, dat zij zich in de kunst van naaien en spinnen durft meten +met elke vrouw in Domrémy, dan is dit een compliment aan hare moeder, +die haar deze zaken geleerd heeft. Nog leerde de moeder haren kinderen +de voornaamste gebeden, het Ave, het Pater noster en het Credo, en dat +was al. Jeanne leerde lezen, noch schrijven, zij kende A noch B, zooals +zij het zelf later uitdrukte, maar dat was niets bijzonders, dat had zij +gemeen zelfs met zeer veel hooggeplaatste adellijke heeren en voorname +dames van dien tijd. + +[Illustratie: Het geboortehuis van Jeanne d'Arc te Domremy, zooals dit + thans nog bestaat. + + Naar een photographie.] + +Van hare ouders ontving zij als kind een ring met het opschrift: +»Jhesu-Maria«, hetzelfde dus, dat wij later terugvinden boven hare +brieven en op haren standaard. + +Omtrent de verdere familie-relaties van Jeanne, waarvan ons trouwens ook +niet veel bekend is, kunnen wij volstaan met te vermelden, dat haar oom +van moederszijde pastoor was te Sermaize, en haar germain-neef Nicolas +Romée, genaamd de Vouthon, geestelijke aan de abdij van Cheminon. Met +een anderen oom, Durand Laxart te Burey-le-Petit, maken wij later nog +nader kennis. + +Het dorp Domrémy, waar Jeanne geboren is, en waar zij hare jeugd heeft +doorgebracht, is gelegen in het Noord-Oostelijk deel van Frankrijk, +tusschen Neufchâteau en Vaucouleurs aan de Maas. De bevolking van +Domrémy, die bestond uit kleine landbouwers, leefde van hare kudden +en van de opbrengst van kleine wijngaarden op de naburige heuvels. Een +beek verdeelde het dorp, dat op een heuvelhelling gebouwd was, in drie +deelen, waarvan één, het deel waarin de kerk en het huis van Jacquot +d'Arc zich bevonden, ressorteerde onder de heerlijkheid Vaucouleurs, en +regelrecht stond onder het gezag van de kroon van Frankrijk. Eerst aan +de overzijde van de Maas begon het gebied van het hertogdom Lotharingen. +Het was dus ten onrechte, dat Jeanne in den volksmond dikwijls +»Lorraine« werd genoemd; zij beschouwde zichzelf als en was ook +inderdaad: »Française«. + +De ligging van de geboorteplaats en zelfs van het geboortehuis van +Jeanne is ongetwijfeld van grooten invloed op haar verder leven geweest. +De groote weg, die Vlaanderen en Bourgondië verbond met de Rijnlanden, +met Zuid-Duitschland en zelfs met Italië, loopt door Domrémy langs het +huis van Jeanne's vader. Dagelijks trokken dus reizigers, kooplieden +met hunne kleine karavanen en bedelmonniken hare woning voorbij. Dit gaf +eenig vertier, ja zelfs gezelligheid, want de vermoeide reiziger vond in +het gastvrije huis van Jacquot d'Arc een leger om te rusten en een stal +voor zijn paard en ook de rondzwervende bedelmonnik vond er een stevig +maal en in de kou een warm vuur. + +Gedurende de lange winteravonden zaten deze passanten, deze gasten voor +één nacht, genoegelijk met het gezin om de groote schouw, en verhaalden +van hunne wederwaardigheden, of wat zij onder weg gehoord hadden. Zij +maakten groote reizen en konden dus veel vertellen, maar in dien tijd +van rampspoed liepen de gesprekken en handelden hunne verhalen steeds +over hetzelfde onderwerp, waarover men nooit uitgepraat raakte: de +verschrikkingen van den oorlog en de »grande pitié qui était au royaume +de France«. + +De kleine Jeanne zat daarbij en hoorde die verhalen aan. Is het te +verwonderen dat zij op haar jong, ontvankelijk gemoed een diepen, +onuitwischbaren indruk hebben gemaakt? Is het niet zeer natuurlijk +zelfs, dat die telkens herhaalde beschrijvingen van bloedige tafereelen, +van plundering, brand en moord haar voortdurend voor den geest bleven, +haar zelfs niet verlieten in hare droomen, en haar vervulden met een +groot en innig medelijden met het zwaar beproefde volk? + +Een andere omstandigheid van groot gewicht is, dat het huis, waarin +Jeanne is groot gebracht, gelegen was in de onmiddellijke nabijheid van +de kerk van Domrémy; de tuin grensde aan het kerkhof. Van hare vroegste +jeugd af hoorde zij dagelijks op gezette tijden het vroolijke beieren +van de klok; zij luisterde er naar, want ze hield van dat geluid, zij +onderbrak er haar werk of haar spel een oogenblik voor, en soms ook +stond ze er op te wachten met ongeduld, wetende dat het komen zou. De +klokkenluider van Domrémy was een jongen, dien Jeanne dagelijks zag, +dien zij kende en met wien zij sprak. Zij kon hem niet vergeven, dat +hij lui was en dikwijls te laat kwam, en beloofde hem eenmaal zelfs een +mandje witte wol van de schapen van haren vader, als hij in het vervolg +beter op zijn tijd wou passen en op tijd de klok wou luiden. + +Een natuurlijk en bijna onvermijdelijk gevolg van de onmiddellijke +nabijheid van de kerk was nog, dat Jeanne daar behalve voor het bijwonen +van een dienst, het hooren van een Mis, ook op andere tijden dikwijls +binnen liep. Zij zag daar enkele beelden en schilderijen, afbeeldingen +van Heiligen. Vergeten wij niet, dat voor een kind, levende op het +platteland, in de eerste jaren van de vijftiende eeuw, de kerk doorgaans +de eenige plaats was, waar het iets kon zien, dat naar een beeld of +schilderij geleek. Jeanne had voor de afbeeldingen, die zij in de kerk +van Domrémy zag, alle aandacht van een kind, dat zich rekenschap geeft +van hetgeen zij om zich heen ziet. Zij werd langzamerhand vertrouwd tot +zelfs met de kleinste bijzonderheden van de naïeve voorstellingen die +zij dagelijks bewonderde, en als later hare stemmen tot haar zullen +spreken en hare Heiligen haar zullen verschijnen, zullen deze laatsten +gekleed en versierd zijn als de figuren in de kerk te Domrémy. + +Vele bijzonderheden zijn ons uit de eerste kinderjaren van Jeanne niet +bekend. Wij weten slechts, maar dit is juist van groot belang, dat zij +een gezond en vroolijk kind was, dat met hare kornuitjes speelde en +stoeide op zijn tijd. Men heeft haar later dikwijls voorgesteld in woord +en beeld als herderinnetje; wij weten uit eene verklaring van Jeanne +zelf, dat deze voorstelling niet zeer juist is; zij heeft duidelijk +gezegd, dat zij slechts zelden de kudde van haren vader gehoed heeft. + +De talrijke getuigen uit Domrémy in het proces van Rehabilitatie weten +ons allemaal te vertellen, dat een ieder op zijn beurt er op uit trok, +om het vee van alle bewoners te zamen te weiden en dat Jeanne dit ook +slechts gedaan heeft, wanneer het haar beurt was. + +Geen dweepstertje dus was de kleine Jeanne, dat zich van andere kinderen +afzonderde en leefde met hare droomen; neen, een klein meisje, waaraan +aanvankelijk niets bijzonders was, en dat men dus niet opmerkte. + +Jaarlijks, op vaste dagen, trokken de kinderen uit de omstreken van +Domrémy in optocht naar het zoogenaamde »bois chesnu«. Dit was een bosch +van statige eiken, gelegen op een heuvel op een kleine mijl afstands van +het dorp. Aan den zoom stond bij een beek een beukeboom, de schoone Mei +genaamd. Volgens oud gebruik brachten de kleinen bloemen en kransen, +door henzelf gevlochten, aan den voet van dien beuk of hechtten ze aan +zijn takken. Men mompelde iets van de verschijning van feeën bij dien +boom en van wonderdadige geneeskundige kracht van het water van de beek, +maar die praatjes waren verdacht en riekten naar den mutserd. Jeanne, +hierover later ondervraagd, verklaarde die verhalen wel gehoord, maar er +nooit aan geloofd te hebben; zij hield ze voor bakersprookjes. Wel was +zij trouw altijd medegetrokken met hare kameraadjes, vroolijk zingend +langs den weg, en had ook zij haar eigen gevlochten kransje neergelegd +aan den voet van de schoone Mei of zooals hij ook wel genoemd werd de +Boom der Feeën. + + * * * * * + +De eerste jeugd van Jeanne verliep dus heel gewoon zonder eenige +belangrijke of schokkende gebeurtenis voor het kind. Maar in den zomer +van 1425, als zij dus dertien jaar is, krijgt zij haar eerste visioen. +Het was op een middag tegen twaalf uur, zoo vertelt zij zelf. Zij +wandelde rustig in den tuin van haar vader, toen zij eensklaps een stem +hoorde, die haar bij haar naam noemde. Zij zag op naar de zijde, vanwaar +zij geroepen werd, en zag aan haar rechterhand, aan den kant van de +kerk, een helder licht. Dan roept dezelfde stem haar nogmaals en +vermaant haar zich behoorlijk te gedragen. + +Die eerste maal schrikt Jeanne hevig, zij is bang, maar als de visioenen +zich kort daarna eenige malen herhaald hebben, begrijpt zij, dat zij +haar door God gezonden worden en bij de derde gelegenheid weet zij +reeds, dat het de stem is van den Heiligen Michaël, die tot haar +spreekt. Zij heeft den Heilige duidelijk voor zich zien staan in het +groote licht rechts aan de zijde van de kerk; hij was als ridder gekleed +en omringd van een breede schaar van engelen. + +De zekerheid, dat het een Heilige was, die tot haar sprak en die haar +door God gezonden was, stelt haar gerust, zoodat zij het ook niet noodig +acht, met iemand, zelfs niet met hare moeder, over hare visioenen te +spreken. Eerst later te Chinon vertelt zij alles aan den koning, en +eindelijk aan hare rechters te Rouaan deelt zij er van mede, wat zij +oordeelt, dat zij er van vertellen mag. + +De visioenen herhalen zich twee of driemaal per week en verschijnen nu +eens, terwijl de kerkklok luidt, dan weer, als alles stil is in den +omtrek. Na eenige malen is het niet meer uitsluitend de Heilige Michaël, +die zich aan Jeanne vertoont, maar ziet zij ook de Heilige Cathérine +en de Heilige Marguérite. Zooals zij zelf verklaart, herkent zij deze +Heiligen door de namen, waarmede zij elkaar aanspreken en aan de wijze, +waarop zij haar groeten. Bij hun verschijnen dragen zij kostbare kronen +op het hoofd en verspreiden een heerlijken geur. Als Jeanne ze voor de +eerste maal ziet, knielt zij neder, en steekt biddend hare handen op. De +Heiligen zegenen dan den ring met het opschrift »Jhesu-Maria« en Jeanne +doet hun plechtig de gelofte, dat zij Maagd zal blijven, zoolang het God +behagen zal. + +Aanvankelijk bepalen de stemmen er zich toe, Jeanne te vermanen, zich +goed te gedragen en trouw ter kerke te gaan, maar al spoedig beginnen +zij er op aan te dringen, dat zij zich op zal maken om »naar Frankrijk« +te gaan, om het land te redden. Het arme kind, hoewel langzamerhand +beseffende, dat zij door God is uitverkoren, acht de taak, dien men haar +opdraagt, te zwaar. Hoe wil zij, een arm meisje van nog geen veertien +jaar, dat niets weet, niets geleerd heeft, haar land te hulp komen? +In dien zin antwoordt zij ook haren stemmen, zeggende: »Ik ben een +arm meisje, dat kan paardrijden, noch oorlogvoeren«. Maar de stemmen +houden aan, en laten haar niet los. Zij herhalen hunne oproepingen soms +tweemaal in één week en dat gedurende geruimen tijd, ja gedurende eenige +jaren. In deze periode van grooten, innerlijken tweestrijd merkt ook +de omgeving van het jonge meisje eenige verandering in haar op. Van +een dartel, vroolijk jong ding, wordt zij nu meer teruggetrokken, zij +verlaat nu dikwijls het spel van hare kameraadjes en zondert zich af in +de eenzaamheid of verdiept zich in de kerk in gebed. Voor al haar doen +en laten vraagt zij raad aan hare Heiligen, die haar blijven steunen en +leiden. Maar helaas, hunne bezoeken duren slechts kort. Jeanne, telkens +verrukt als zij de Heilige Cathérine en de Heilige Marguérite voor zich +ziet, valt ze eerbiedig te voet, kust hunne voeten en den zoom van hun +schitterend kleed. Zij stort haar hart voor hen uit en smeekt ze, haar +mede te nemen naar het Paradijs. Maar de Heiligen trachten haar gerust +te stellen, wijzen haar op hare verheven taak, en als zij verdwijnen, +blijft Jeanne schreiend achter, diep bedroefd, dat zij haar verlaten en +niet medegenomen hebben. + +Niemand is er, met wien Jeanne durft spreken over hare Visioenen, over +hare stemmen, en de opdracht, die zij haar gegeven hebben. + +In het proces wordt haar later verweten, dat zij haar biechtvader er +niet over geraadpleegd heeft. Maar Jeanne achtte dit niet noodig. Worden +hare Heiligen haar niet rechtstreeks door God gezonden, waartoe dan zou +zij menschelijke hulp inroepen in een zaak uitsluitend tusschen Messire +en haar? + +Steun, d.w.z. medewerking voor hare groote plannen, zou zij bij hare +ouders zeker niet gevonden hebben. Bekend is, dat haar vader, blijkbaar +geen vriend van halve maatregelen, in die dagen een droom gehad heeft, +waarin hij Jeanne zag, die met een gewapenden troep ten strijde trok. +Maar aan zijn zoons, wien hij zijn droom vertelde droeg hij op, dat zij +haar, wanneer zoo iets ooit gebeurde, moesten verdrinken, en voegde hij +er aan toe, wanneer zij het niet deden, zou hij haar zelf verdrinken. + +Hoogst merkwaardig is zeker, dat Jeanne soms met hare stemmen in +discussie treedt. Zij is in haar verzet dan steeds volkomen logisch en +bewijst dat zij ook in tegenwoordigheid van hare Heiligen of als hare +stemmen tot haar spreken, de volle beschikking behoudt over haar gezond +verstand. Zij wijst in deze eerste jaren hare stemmen op de schier +onoverwinnelijke moeilijkheden aan haar taak verbonden: hoe kan zij +wegkomen van het ouderlijk huis, hoe zal zij den Dauphin bereiken, die +in een van zijne kasteelen aan de Loire vertoeft, dus op een afstand van +eenige honderden kilometers van Domrémy, terwijl de tusschengelegen +streek onveilig wordt gemaakt door vijandige Engelsch-Bourgondische +troepen of ongeregelde plunderende benden? + +Maar ook later, als zij met hare stemmen spreekt over haar plan, om +uit het kasteel Beaurevoir te ontsnappen, zijn hare tegenwerpingen zoo +nuchter verstandig, zoo zuiver menschelijk. Nu het er echter om gaat +haar de aangevoerde moeielijkheden uit het hoofd te praten, weten hare +stemmen haar een middel aan de hand te doen, dat een groot deel van +hare bezwaren opheft, en waaraan Jeanne zelf niet gedacht had. Zij +behoeft zich niet regelrecht bij den Koning aan te melden, houden zij +haar telkens voor; zij kan beginnen met zich te wenden tot Robert de +Baudricourt, kapitein van Vaucouleurs. Vaucouleurs is slechts eenige +mijlen van Domrémy verwijderd en de bevolking van de plaats is den +Koning trouw gebleven. De naam van den kapitein was Jeanne ook niet +onbekend. Robert de Baudricourt was het type van een ruw soldaat, een +echte houwdegen, maar een open, ronde kerel, hij deed genoeg van zich +spreken in de gansche streek, en Jacquot d'Arc was meermalen persoonlijk +met hem in aanraking geweest, o. a. bij de onderhandelingen over eene +schadevergoeding aan Robert de Saarbrück, waarbij de kapitein als +scheidsrechter optrad. + +Hem kan Jeanne haar plan mededeelen; hij zal haar helpen en de noodige +manschappen te harer beschikking stellen, die haar veilig en wel bij den +Koning zullen brengen. + +Maar Jeanne aarzelt nog en geen wonder. + +Juist alles, wat zij over de Baudricourt gehoord heeft, doet haar +betwijfelen of hij nu wel de rechte man is, die haar gelooven zal, en +dien zij voor haar groote zaak zal kunnen winnen. Zal deze krijgsman +haar wel ontvangen en aanhooren? + +Hare stemmen houden aan, steeds dringender. De nood stijgt hooger; +reeds hebben de vijanden het beleg voor Orléans gelegd en troepen worden +gezonden, om ook het oosten van het land, de streek van Vaucouleurs, te +onderwerpen. + +Dan eindelijk, in de eerste dagen van Mei 1428, is haar besluit genomen. +Jeanne vertrekt. Het is Gods wil, zij kan niet anders. Niets kan haar nu +meer tegenhouden, en »al had zij ook honderd vaders en moeders gehad, al +was zij eene koningsdochter geweest, zij zou toch vertrokken zijn«. + +Zij verlaat de ouderlijke woning onder een voorwendsel. Zij krijgt +toestemming van hare ouders, om voor eenige dagen naar haar »oom Durand +Laxart« te Burey-le-Petit te gaan. Deze »oom«, in werkelijkheid een +neef, die door de kinderen van Jacquot d'Arc, omdat hij veel ouder is, +oom genoemd wordt, zal zij eerst in vertrouwen nemen, in de hoop dat hij +haar helpen zal, om met Robert de Baudricourt in aanraking te komen. + +Maar oom Durand schijnt niet op het eerste gehoor van de hooge roeping +van zijn nicht overtuigd geweest te zijn en Jeanne heeft gedurende een +week al hare overredingskracht noodig, om hem te winnen. Zij herinnert +hem o.a. aan eene oude voorspelling »dat een vrouw het Fransche +koninkrijk zou te gronde richten, en dat een Maagd het zou redden«. + +Durand kent deze voorspelling en dit laatste argument van Jeanne stemt +hem tot nadenken. De eerste helft van de voorspelling is reeds droeve +waarheid geworden: heeft Isabeau de Bavière, de weduwe van Karel VI, +het land niet aan zijn vijanden overgeleverd en verkocht? Waarom zou +dan de tweede helft.... en waarom zou dan zijne nicht niet kunnen zijn +de Maagd, gezonden door God, om te volbrengen, wat zij allen zoo vurig +wenschen? Durand geeft eindelijk toe en met Jeanne vertrekt hij den 13en +Mei naar Vaucouleurs. Daar aangekomen, begeven zij zich regelrecht naar +het kasteel. Men brengt hen in de zaal, waar Robert zich bevindt in +gezelschap van eenige andere krijgslieden. Maar Jeanne behoeft geen +oogenblik te aarzelen, hare stemmen duiden haar aan tot wien zij zich +wenden moet en vastberaden treedt zij op den kapitein toe met de +woorden: + +»Ik ben door Messire tot U gezonden, opdat gij den dauphin zult doen +weten, dat hij stand houde en zijnen vijanden geen slag moet leveren.« + +De bijzonderheden omtrent deze eerste ontmoeting tusschen Jeanne en +Robert de Baudricourt zijn ons bekend uit de getuigenis van Bertrand de +Poulengy, een schildknaap, die bij de samenkomst aanwezig was. Hij kende +Domrémy en zijne bewoners, had meermalen zelfs Jacquot d' Arc bezocht, +zoodat vermoedelijk Jeanne zelf ook geen vreemde voor hem was. + +Seigneur Robert, hoewel voor geen kleintje vervaard, staat het eerste +oogenblik toch eenigszins verwonderd tegenover Jeanne; de verschijning +van dit jonge meisje, gekleed in een eenigszins armoedig rood jurkje, +en dat hem zonder eenige inleiding, op kalmen en beslisten toon een +opdracht geeft voor den dauphin, overvalt hem wel wat onverwacht. + +Jeanne vervolgt en voorspelt: »Voor mi-carême zal Messire hem hulp +zenden.« + +Dan zet zij in enkele woorden uiteen een deel van de taak, die zij zich +gesteld heeft: »In waarheid is het koninkrijk niet in het bezit van +den dauphin. Maar Messire verlangt, dat de dauphin koning zal zijn en +heerschen zal over het koninkrijk. Ondanks zijne vijanden zal de dauphin +tot koning gekroond worden, en ik zal het zijn, die hem naar de +kroningsplechtigheid geleiden zal.« + +Robert begrijpt haar niet. Toch vraagt hij nog: »Wie is Messire?« en +Jeanne legt hem uit: »De Koning der Hemelen.« Maar deze verklaring maakt +voor den kapitein het geval niet duidelijker. Te drommel, wat wil ze van +hem, die knappe verschijning met hare heldere oogen en haar manhaftig +optreden? Tegenover de overige aanwezigen, zijn krijgsmakkers en +onderhoorigen, redt hij zijn figuur door eenige ruwe, ongepaste +soldatengrappen ten koste van het jonge meisje, dat tegenover hem staat; +dan wendt hij zich tot oom Durand en stuurt hem weg met Jeanne: »Breng +haar terug bij haar vader en wasch haar maar eens ferm de ooren!« + +Deze eerste tegenslag doet Jeanne den moed niet verliezen. Haar +vertrouwen heeft niet in het minst geleden, zij behoeft slechts te +wachten op eene betere gelegenheid. Teruggekeerd in de ouderlijke +woning, vertelt zij niets omtrent haar bezoek aan Vaucouleurs en ook +oom Durand schijnt haar geheim trouw bewaard te hebben. Alleen in vage +termen spreekt Jeanne met sommige personen over de groote dingen, die te +gebeuren staan, maar zij verzwijgt de rol, die zij daarin vervullen zal. +Zoo neemt zij b.v. Michel Lebuin, een knaap van haren leeftijd, in +vertrouwen, en voorspelt hem (23 Juni): + +»Er woont tusschen Coussey en Vaucouleurs een meisje, dat, vóór er een +jaar verstreken is, den koning van Frankrijk zal doen kronen.« + + * * * * * + +De vijand zit intusschen niet stil. Er worden toebereidselen gemaakt om +het werk der onderwerping van het geheele koninkrijk te voltooien. De +regent van Hendrik VI in Frankrijk, de hertog van Bedford, draagt aan +Antoine de Vergy, gouverneur van Champagne, op om een troepenmacht van +een duizend man te verzamelen en het oostelijk deel van Frankrijk, de +streek van Vaucouleurs, in bezit te nemen. In de tweede helft van Juli +rukken de twee gebroeders Antoine en Jean de Vergy met hun leger op. +Zooals het oorlogsgebruik van dien tijd medebrengt, worden de dorpen, +die zij op hun marsch door trekken, geplunderd en verbrand en de +bewoners, die zich niet tijdig uit de voeten hebben gemaakt, vermoord. +Als zij Domrémy naderen, verlaten de bewoners met hun vee en alles, wat +zij redden kunnen, het dorp en vluchten naar Neufchâteau in Lotharingen. +Onder deze vluchtelingen bevindt zich ook Jacquot d'Arc met zijn gezin. + +Jeanne en hare familie vinden een onderkomen bij eene vrouw, genaamd La +Rousse die een herberg, wij zouden zeggen een klein hôtel, hield. + +Valsche getuigen, booze tongen, hebben later verklaard, dat Jeanne in +die dagen in die herberg met vrouwen van lichte zeden een losbandig +leven heeft geleid. Maar de verklaringen van verscheidene geloofwaardige +personen uit Domrémy, die met haar waren uitgeweken, zijn daar om te +bewijzen, dat dit slechts vuile laster is. + +Wel had Jeanne tijdens het korte verblijf te Neufchâteau een voor +haar onaangename zaak te beredderen. Zij werd voor den rechter te Toul +geroepen op aanklacht van een jongen man uit Domrémy, die beweerde, dat +Jeanne hem trouwbeloften had gedaan. Later, in het proces te Rouaan, +keert men de zaak om en verwijt men Jeanne, dat zij den jongen man had +doen dagvaarden. Zij zet dan uiteen, hoe de zaak zich werkelijk heeft +toegedragen: zij was gedaagde, zij had geen trouwbeloften gedaan, en +wordt ook door den rechter in het gelijk gesteld, zeer tegen den wensch +van haar vader, die het jongmensch genegen was, en hem gaarne met zijne +dochter Jeanne had zien huwen. + +Na een dag of veertien keeren de vluchtelingen naar hunne haardsteden +terug, of beter gezegd, naar de plek, waar die zich eenmaal bevonden. +Zij vinden van het dorp nagenoeg niets terug. Hunne huizen, de kerk, +alles is verbrand en geplunderd en de oogst is verwoest. + +Wij kunnen gerust aannemen, dat de gebeurtenissen van de tweede helft +van Juli en van begin Augustus 1428, de vlucht naar Neufchâteau en de +terugkeer in het verwoeste dorp, Jeanne buitengewoon gesterkt hebben in +hare overtuiging, dat voor haar het oogenblik om te handelen gekomen +was, dat spoedige hulp voor den dauphin en voor Frankrijk noodzakelijk +was. + +Ook laten hare stemmen haar geen dag met vreê. Steeds met meer nadruk +dringen zij er bij Jeanne op aan, dat zij haar dorp zal verlaten en naar +Frankrijk zal gaan. De nood is op het hoogst, ook Orléans wordt reeds +door den vijand belegerd. + +In het begin van 1429 komt het toeval Jeanne te hulp. De vrouw van oom +Durand Laxart ligt in het kraambed en laat nu vragen, of Jeanne eenigen +tijd in Burey-le-Petit mag komen, om voor het huishouden en de kleine +te zorgen. Dit verzoek, dat volstrekt niets buitengewoons had onder +familieleden in dien tijd, wordt toegestaan. In gezelschap van oom +Durand, verlaat Jeanne dus, één van de eerste dagen van Februari, het +ouderlijk huis en Domrémy, om er nooit meer terug te keeren. Zij is +opgewekt en vol goeden moed. Onderweg groet zij vroolijk alle kennissen, +haren speelkameraadjes, Guillemette de Greux en Mengette, roept zij +toe »Adieu, ik ga naar Vaucouleurs.« Zij ontloopt alleen haar oudste +vriendinnetje, Hauviette genaamd, dat eerst later verneemt, dat Jeanne +vertrokken is, en dan zeer verdrietig is. In Vaucouleurs neemt zij haar +intrek bij de vrouw van een wagenmaker, Henri Le Royer, eenen goeden +bekende van hare familie. + +Ditmaal schijnt Robert de Baudricourt moeilijker te genaken te zijn +geweest. Er verloopen ten minste eenige dagen, voor het Jeanne gelukt, +hem weer te spreken te krijgen. Zij brengt die dagen door met het +verrichten van huishoudelijk werk voor hare gastvrouw, en verder +met bidden in de kerk. Het eerste bezoek van Jeanne aan Robert de +Baudricourt en het doel van haar komst waren in Vaucouleurs geen geheim +gebleven. + +De kapitein had er later met zijne krijgsmakkers nog eens hartelijk om +gelachen. Eén van hen, Jean de Metz, een dappere jonge man van dertig +jaar, vindt Jeanne op een morgen voor de deur van den wagenmaker en +roept haar toe: + +»Wel, beste meid, wat doe je nog hier? Moet de koning uit zijn rijk +gejaagd worden en moeten wij Engelschen worden?« + +Jeanne legt hem uit, dat het haar nog niet gelukt is met Robert de +Baudricourt te spreken. Zij wilde hem verzoeken, haar naar den koning +te zenden, want zij alleen kan Frankrijk redden. Dan geeft Jean de Metz +haar heel kameraadschappelijk een hand en vraagt: »Welnu, beste meid, +wanneer vertrekken wij?« + +En Jeanne antwoordt: + +»Liever nu dadelijk dan morgen, en liever morgen dan later.« + +Jean de Metz en Bertrand de Poulengy, met welken laatste Jeanne een +dergelijke ontmoeting had, dringen er bij den kapitein op aan, dat hij +haar ontvangen zal. Hun moeite heeft het gewenschte resultaat. Nu, bij +de tweede ontmoeting, hoort Robert Jeanne kalm aan en jaagt haar niet +weg. Zij vertelt hem, dat Messire haar heeft opgedragen, naar den +dauphin te gaan, daarna Orléans te ontzetten en vervolgens den koning +te doen kronen te Reims. + +[Illustratie: Kamer in het huis waar Jeanne d'Arc te Domremy woonde. + Het huis wordt zooveel mogelijk in den oorspronkelijken toestand + bewaard. In het midden een standbeeld van Jeanne. + + Naar een photographie.] + +Geheel gewonnen is Robert nog niet dadelijk. Hij zendt Jeanne naar +Nancy om daar door den hertog van Lotharingen ondervraagd te worden. +Deze geeft haar een geschenk in geld en zendt haar weer terug naar +Vaucouleurs. + +Zij komt daar aan den twaalfden Februari 1429, dus juist op den dag van +de »Bataille des Harengs« te Rouvray bij Orléans, waarin de Franschen +weer verslagen werden. Het is beslist onmogelijk, dat Jeanne op dien dag +iets van dien veldslag en den uitslag daarvan heeft kunnen weten; toch +zegt zij dadelijk bij haar aankomst tot de Baudricourt: + +»In Godsnaam, gij talmt te lang met mij te zenden, want heden heeft de +(gentil) dauphin bij Orléans een zeer groot verlies geleden. Hij loopt +gevaar, een nog grooter verlies te lijden, wanneer gij mij niet spoedig +naar hem toezendt«. + +Als eenige dagen daarna het bericht van de nederlaag bij Rouvray +Vaucouleurs bereikt, herinnert Robert zich de onheilspellende woorden +van Jeanne. Er is m.i. voldoende grond voor het vermoeden, dat deze +gebeurtenis er veel toe heeft bijgedragen, om hem voor de plannen van +Jeanne te winnen. Hij neemt dan een besluit en laat haar vertrekken. + +Voor haar vertrek uit Vaucouleurs ondergaat Jeanne in haar uiterlijk een +belangrijke metamorphose. Zij legt het sjovele roode jurkje, waarin zij +gekomen is, af en kleedt zich in een volledig, fonkelnieuw page-costuum, +dat de bewoners van Vaucouleurs voor haar hebben laten maken. Verder +laat zij zich de haren afknippen, tot boven de ooren, ook in den vorm, +zooals destijds de pages het haar droegen. Zij acht het veiliger en +behoorlijker, om in gezelschap van mannen ook als man gekleed te +reizen. Vermoedelijk van het geld, haar door den hertog van Lotharingen +geschonken, heeft zij zich een zwart paard gekocht en van Robert de +Baudricourt heeft zij een zwaard ten geschenke gekregen. Volledig +toegerust als een jong krijgsman, is zij dus gereed, den gevaarlijken +tocht te ondernemen. + +Haar escorte is zes man sterk en bestaat uit Jean de Novelompont, +genaamd Jean de Metz, Bertrand de Poulengy, Jean en Julien, hun knechts, +Richard, een boogschutter, en een boodschapper van den koning, Colet +de Vienne genaamd. De reis is lang en gevaarlijk: de geheele streek, +die zij moeten doortrekken, wordt nog onveilig gemaakt door vreemde +krijgsbenden. Men heeft dus besloten, overdag te rusten en 's nachts te +reizen. Jeanne alleen ziet geen gevaar: zij stelt een ieder, die haar +waarschuwt, gerust: + +»Messire zal mij een weg banen, om den dauphin te bereiken.« + +Den 23en Februari, tegen den avond, heeft het vertrek plaats. Vrienden +en kennissen van Jeanne vergezellen den kleinen troep tot aan de poort +van Vaucouleurs. Ook Robert de Baudricourt is daar. Hij laat de mannen +zweren dat zij goed zorg zullen dragen voor haar, die hij aan hunne +hoede heeft toevertrouwd. Dan geeft hij Jeanne een brief voor den koning +en neemt afscheid van haar met de woorden: + +»Welnu, ga, en laat gebeuren wat wil.« + +[Illustratie: Vertrek uit Vaucouleurs, 1429. + + Naar een schilderij van J. Scherrer, Orléans.] + +Nog eenige oogenblikken staren zij den kleinen page met zijn escorte +na en luisteren naar den doffen hoefslag van de paarden, wier voeten met +doeken omwoeld zijn. Dan verdwijnt het zevental in den mist en wordt het +stil. Terwijl de ophaalbrug wordt opgehaald en de poort van Vaucouleurs +gesloten, brengen wij den kleinen page het eere-saluut: + + »Seigneurs, barons, inclinez-vous + Devant celui qui part, il est plus grand que nous.« + + * * * * * + +De geheele reis was buitengewoon voorspoedig. Jean de Metz en Bertrand +de Poulengy waren dergelijke tochten door eene gevaarlijke, vijandige +streek gewoon. Zij hadden alle mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen, +kenden het land en wisten dus welke punten zij mijden moesten en waar +zij de minste kans liepen, opgemerkt te worden. + +Den eersten avond wordt doorgereden tot men tegen den nacht de abdij van +Sint Urbain bereikt. Bij den Abt Arnoult d'Aulnoy, een bloedverwant van +Robert de Baudricourt, vinden zij een veilig onderkomen. Den volgenden +morgen voor hun vertrek hoort Jeanne de Mis. + +Op het verdere traject wordt meestal 's nachts gereisd en overdag gerust +onder den blooten hemel. Jeanne ligt dan geheel gekleed in een deken +gewikkeld tusschen Jean de Metz en Bertrand de Poulengy in. Zij slaapt +gerust en vol vertrouwen in hare beide ridders, die gezworen hebben, +haar behoorlijk te zullen geleiden. En inderdaad de heeren hebben woord +gehouden en haar behandeld als een zuster. + +Hun voorzichtige en geheimzinnige wijze van reizen heeft voor Jeanne +één groot bezwaar: zij heeft daardoor niet de gelegenheid, dagelijks de +kerk te bezoeken en de Mis te hooren. Het valt haar zwaar, daarin te +berusten en zij beklaagt zich herhaaldelijk over dit gemis. Verder stelt +zij hare geleiders onder weg steeds gerust en deelt hun mede dat hare +»broeders in het Paradijs« haar steeds zeggen, wat zij doen moet. + +De moeilijkste en gevaarlijkste punten van den tocht zijn wel de +rivieren. De overkant van de Marne bereiken zij over de brug bij Sint +Urbain, maar zij doorwaden de Aube bij Bar sur Aube, de Seine bij Bar +sur Seine en de Yonne bij Auxerre en dat in Februari na een strengen +winter, terwijl de rivieren nog breed en gezwollen zijn! + +Als zij eindelijk Gien bereiken, bevinden zij zich op gebied van den +dauphin en is dus het voornaamste gevaar geweken. + +Van Gien trekt men verder naar Fierbois. Te Fierbois bevond zich een +beroemd heiligdom van één van de patronessen van Jeanne n.l. van de +Heilige Cathérine, die in het bijzonder de Fransche krijgsgevangenen +beschermde. Jeanne bezoekt de kapel en hoort te Fierbois eenige malen de +Mis. Ook zendt zij van daaruit een bode naar den dauphin met den brief +van Robert de Baudricourt en met een brief door haar zelf gedicteerd, +waarin zij verzoekt, te Chinon te mogen komen, daar zij honderd vijftig +mijlen te paard heeft afgelegd om den dauphin mededeelingen te doen, die +hem van nut kunnen zijn en die zij alleen weet. + +Te Chinon arriveert zij na haar vermoeienden tocht in volkomen welstand +tegen den middag van den 6en Maart en stapt er af in een klein logement. + +Dienzelfden dag nog begeeft zij zich naar het koninklijk slot, maar +wordt niet toegelaten. Karel VII kent haar niet, hij laat vragen, +wie ze is en wat zij komt doen. De beide brieven, door Jeanne gezonden +hebben hem dus blijkbaar niet bereikt. In zijn omgeving had men ze +waarschijnlijk ter zijde gelegd en niet noodig gevonden, hem daarmede +in kennis te stellen. Nog voor het eerste verschijnen van Jeanne aan +het hof van Karel VII ondervindt zij reeds tegenwerking, doet zich die +geheime macht reeds gevoelen die, voortkomende uit de onmiddellijke +omgeving van den dauphin, haar zal blijven dwarsboomen en een politiek +zal voeren tegen de hare in, tot het einde toe. + +Jeanne moet drie dagen geduld hebben. Op de vraag, haar namens Karel VII +gedaan, wat zij kwam doen, heeft zij niets willen antwoorden dan in het +algemeen, dat zij kwam om Orléans te ontzetten en den dauphin voor de +kroning naar Reims te geleiden. Jean de Metz en Bertrand de Poulengy +worden ondervraagd; in den Raad van den koning kan men het evenwel niet +eens worden, men aarzelt, tot het laatste oogenblik toe, zelfs nog nadat +de meerderheid reeds besloten heeft, dat Jeanne moet toegelaten worden +en zij ook reeds onderweg is. Na lang wikken en wegen, en op advies van +de meerderheid van zijn Raad, besluit Karel VII echter ten slotte, +Jeanne te ontvangen. + +Pasquerel, die Jeanne later als biechtvader naar Orléans zal +vergezellen, deelt nog mede, dat zij op weg naar het koninklijk slot een +ruiter ontmoette, die haar onder luid vloeken en razen grof beleedigde, +waarop Jeanne tot hem zou gezegd hebben: »Gij vloekt den naam van God, +en dat terwijl de dood U zoo nabij is.« + +Dienzelfden avond nog, ja volgens het verhaal van Pasquerel, voor er een +uur verstreken was, viel de man in het water en verdronk. + +In de verklaring van Pasquerel wordt de vermaning van Jeanne natuurlijk +een profetie, een van de vele bewijzen voor haar helderziendheid, haar +bovenmenschelijkheid. + +Maar ook teruggebracht tot het gewoon menschelijke behoudt de episode +voor ons haar waarde. Ook indien de woorden van Jeanne slechts bedoeld +zijn geweest als »memento mori« voor den krijgsman in die bange dagen +van moord en slachting, dan nog staat deze vermaning van het jonge +meisje door haar waardigheid en bezadigdheid reeds op één lijn met +zoovele van hare voortreffelijke antwoorden uit het latere proces. + +Nog dikwijls zal het voorkomen, dat Jeanne grof beleedigd wordt, vooral +later door hare doodsvijanden, de Engelschen, en steeds zal het haar +diep grieven en pijn doen, ja een enkele maal zelfs b.v. wanneer tijdens +den strijd om Orléans, de Engelschen haar den laagsten scheldnaam naar +het hoofd slingeren, dien men voor een jong meisje bedenken kan, zal zij +in snikken uitbarsten. Hare Heiligen zullen haar dan moeten troosten en +moed inspreken. + + * * * * * + +Als Jeanne dan eindelijk in het kasteel van Karel VII is aangekomen, +wordt zij door Louis van Bourbon, graaf van Vendôme, geleid naar de +zaal, waar de koning zich bevindt. + +De houding van Jeanne bij haar eerste verschijnen in de omgeving van den +koning is hoogst merkwaardig. De kalmte, waarmede dit zeventienjarige +boerenmeisje de meest ongewone dingen eenvoudig aanvaardt, is gewoonweg +verbluffend. Alles wat haar wedervaart in verband met de vervulling van +hare Goddelijke roeping wordt door haar beschouwd als vanzelf sprekend: +geen moeilijkheden schrikken haar af, geen milieu kan haar verblinden, +geen mise-en-scène kan haar imponeeren. + +Met de rust en het zelfvertrouwen, waarmede wij haar in Vaucouleurs te +paard hebben zien stijgen voor een levensgevaarlijken tocht van twaalf +dagen, zien wij haar nu de groote receptiezaal van het kasteel te Chinon +binnentreden, en zullen wij haar eenmaal zien verschijnen voor een +rechtbank van Kardinalen en Bisschoppen. + + * * * * * + +Dien avond van den 8en Maart bevond Karel VII zich te midden van +ongeveer driehonderd edellieden in de groote zaal van zijn kasteel. +Onder dit uitgelezen gezelschap waren la Trémouille en andere leden +van zijn Raad en vermoedelijk ook de Bisschop van Reims, tevens +Rijkskanselier. Een houtvuur brandde onder de groote schouw, vijftig +toortsen wierpen hun schijnsel op de bontgekleurde, kostbare gewaden van +de hovelingen en krijgslieden en vormden een voor dien tijd voorwaar +schitterende verlichting. Wie is in deze bonte menigte de dauphin? De +mogelijkheid, dat Jeanne ooit te voren een beeltenis van Karel VII zou +gezien hebben, is zoo goed als uitgesloten. Ook weten wij, dat de koning +geen persoon was, die door zijne houding, zijne gestalte, of door de +kostbaarheid van zijn costuum in het oog viel of de aandacht trok. +(Bekend is, dat hij meermalen in een oud wambuis nieuwe mouwen liet +zetten). Toch aarzelt Jeanne geen oogenblik en met vast beraden +tred, maar volgens de verklaring van den heer van Gaucourt, een der +voornaamste ooggetuigen, »met groote nederigheid en eenvoud« treedt +zij op den koning toe. Dan ontbloot zij het hoofd en met een linksche +buiging begroet zij hem met de woorden: »God schenke U een lang leven, +gentil Dauphin.« Op de vraag van den koning, wie zij is en wat zij van +hem verlangt, antwoordt zij, dat haar naam is »Jeanne la Pucelle« en zet +zij in enkele woorden uiteen welke opdracht haar door »den Koning der +Hemelen« gegeven is. + +Daarna neemt Karel VII haar ter zijde, en heeft er tusschen hem en +Jeanne een langdurig onderhoud plaats. + +Hiermede zijn wij genaderd tot één van de groote vraagteekens in de +geschiedenis van Jeanne d'Arc. Wat is er in dit onderhoud zonder +getuigen tusschen haar en den koning verhandeld? Wat behelst »het +Geheim van den Koning« en wat is geweest »het teeken te Chinon«? Met +absolute zekerheid is dit niet te zeggen. Een rechtstreeksche verklaring +hieromtrent van Karel VII bezitten wij niet en ook Jeanne heeft tot haar +dood toe geweigerd, hiervan een volledig relaas te geven. De doktoren te +Poitiers zullen er haar naar vragen en er haar mede lastig vallen, maar +zonder het gewenschte resultaat. En dan later de rechters te Rouaan; +telkens en telkens weer zullen zij terugkomen op datzelfde punt: het +geheime teeken te Chinon. Maar Jeanne zal hun afschepen met ontwijkende +antwoorden, of zij zal kort en bondig weigeren, eenig nader bescheid te +geven. Zij zullen het beproeven met listen en strikvragen, maar Jeanne +zal hun slimheid doorzien, zal ook op dat gebied hun meerdere blijven. + +Er bestaan over dit vraagpunt enkele lezingen van tijdgenooten, verder +een overvloed van commentaren van latere geschiedschrijvers. + +Materiaal genoeg, maar er is veel kaf onder het koren, veel fantasie: +schiften en oppassen is de boodschap. + +Om te beginnen weten wij uit eene verklaring van Jeanne zelf, dat hare +stemmen haar reeds in Domrémy hadden aangemoedigd met de woorden: »Ga en +wees onverschrokken; wanneer gij bij den Koning zult zijn, zal hij een +teeken krijgen om hem te overreden in u te gelooven, en u te ontvangen.« + +Ook geeft zij in het proces te Rouaan nog een belangrijke bijzonderheid, +wanneer zij mededeelt, dat het teeken in verband stond met hare eigen +daden. Dit laatste détail is ook volstrekt niet in strijd met hetgeen +Jeanne verder in het proces heeft losgelaten omtrent »den engel« die +te Chinon verschenen is, en »de kroon« die zij er gezien heeft. Ook +al nemen wij niet aan, dat, zooals in het ongeteekende deel van het +procesverbaal vermeld staat, Jeanne zelf zou geëindigd zijn, met aan +het einde van het proces haar verklaringen omtrent het teeken te Chinon +te herroepen, door te zeggen, dat zij als zuivere symboliek bedoeld +waren, toch is het voor ons duidelijk dat zij afkomstig zijn van den +persoon, die geregeld in aanraking kwam met hemelboden en Heiligen uit +het Paradijs. + +En past ditzelfde détail ook niet volkomen in de omlijsting van het +verhaal, afkomstig uit de onmiddellijke omgeving van Karel VII en +volgens hetwelk Jeanne den koning tijdens dit eerste onderhoud het +verhaal van hare zending zou bevestigd hebben door hem geheime en +verborgen zaken mede te deelen. + +Het is zeer wel mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk, dat Karel VII in de +laatste dagen voor de eerste ontmoeting met Jeanne bijzonder mismoedig +was. Zijn zaak stond er op dat oogenblik slecht voor en »grande pitié +était au royaume de France«. Orléans belegerd, zijne troepen bij Rouvray +weer verslagen. Wanneer Orléans valt is het pleit verloren en rest hem +niet veel anders, dan te trachten zijn leven althans in veiligheid te +brengen, en te vluchten naar Spanje of Schotland. Waar de troepen, waar +het geld vandaan te halen om Orléans te ontzetten en den vijand het land +uit te drijven? + +In de vergaderingen van zijn Raad wordt deze vraag druk besproken, men +zoekt naar een oplossing, maar tot nu toe te vergeefs. Er zijn evenwel +elementen in zijn Raad, die den koning drukken, ook daar durft hij +niet alles uitspreken, wat in zijn binnenste omgaat, en zijn gemoed +dikwijls angstig bezwaart. Karel VII is geen groote, krachtige figuur, +die zijn gansche omgeving beheerscht, hij is verlegen en weifelmoedig. +De tegenspoeden en rampen van den laatsten tijd hebben zijn zwak +zelfvertrouwen nog ernstig geschokt en in het diepst van zijn ziel +is twijfel gerezen aan zijn goed recht, aan het rechtvaardige van +de zaak waarvoor hij strijdt, ja, zelfs aan het rechtmatige van zijne +afstamming. Wanneer hij werkelijk de wettige opvolger op den troon +van Frankrijk was, zou God hem dan geen hulp gezonden hebben en zijn +legers hebben doen zegevieren? In zijn stille gebeden, want hij is zeer +godsdienstig, heeft hij God gesmeekt, hem voor te lichten en den weg te +toonen, dien hij volgen moet. + +In deze gemoedsstemming treft hem Jeanne aan bij de eerste ontmoeting +te Chinon. Men heeft den koning reeds verteld van den bijzonder +voorspoedigen tocht, dien dit meisje uit Domrémy heeft ondernomen om +tot hem te komen, en hem belangrijke mededeelingen te doen. + +En daar staat zij nu voor hem, wel is waar in travesti als page gekleed, +maar in hare volle, slanke gratie en jeugdige frischheid. Twee heldere, +open oogen zien hem aan uit dat knappe gezicht, haar optreden is kalm en +beslist, zonder eenige opdringerigheid. + +Als zij daarna in gesprek raken, klinken hare woorden vol overtuiging +en getuigt de groote bezieling, die van haar uitgaat, van de kracht van +haar eigen, machtig geloof. Eén voor één neemt ze met groote beslistheid +alle punten van twijfel en onzekerheid weg, door de verklaring van hare +Missie. God heeft haar tot den dauphin gezonden om Orléans te bevrijden +en om daarna hem, den koning, te doen kronen te Reims. Is dat niet +juist het antwoord op de vragen, waarmede hij zich in zijne eenzame +overpeinzingen had bezig gehouden, en waarover hij niemand ter wereld +had durven raadplegen? Dan zou dit dus de voorlichting zijn, waarom hij +God gebeden had, en de hulp hem door God gezonden, nu de nood op het +hoogst gestegen is. Terwijl Jeanne tot hem spreekt, voelt hij zijn moed +herleven, zijn zelfvertrouwen wederkeeren. Zonder dat hij haar iets +gevraagd heeft, en zonder dat iemand haar op de hoogte kan gebracht +hebben van de heimelijke angsten van den koning, stelt ze hem gerust, +door hare houding, haar optreden, haar woord, haar geloof, door de +bekoring en de bezieling, die er van haarzelf uitgaan. Zij heeft op den +rechten toon, het rechte woord, op het rechte oogenblik gesproken. + +Dit is voor ons »het geheim van den koning« en »het teeken te Chinon«, +zooals het geweest was het geheim van Burey le Petit, toen zij oom +Durand moest winnen en het geheim van Vaucouleurs, toen zij den +allesbehalve bijgeloovigen Robert de Baudricourt moest overtuigen. + +Zeer zeker, de Engel, waarover men haar later ondervraagd heeft, is op +dien avond in de groote zaal van het koninklijk slot te Chinon geweest, +want Jeanne heeft hem immers gezien, hij heeft haar geleid te midden +van die bonte menigte, tot zij stond voor den dauphin, en tijdens het +geheime onderhoud met Karel VII heeft hij haar gesteund en terzijde +gestaan. En wanneer de Koning hem ook gezien heeft en La Trémouille +en de Gaucourt en mogelijk ook de Bisschop van Reims en alle andere +raadslieden en edellieden van den Koning, welnu dan is die Engel Jeanne +zelf geweest. + +En toen Jeanne den Koning vertelde, dat het de wil was van »Messire« dat +zij hem naar Reims zou geleiden om hem daar te doen kronen, droeg toen +die Engel niet een kroon in zijn hand en wel een kroon van een edeler +metaal en versierd met nog schitterender steenen, dan die waarvan men +zich later bedienen zal bij de plechtigheid te Reims? En heeft Karel VII +die kroon niet gezien, ja, moet hij die niet gezien hebben zooals Jeanne +haar zag, terwijl zij tot den dauphin sprak over het tweede deel van +hare Goddelijke opdracht, dat zou afloopen bij het einde van de kroning +in de kathedraal te Reims? + + * * * * * + +Na afloop van zijn onderhoud met Jeanne wil Karel VII overleg plegen met +zijn Raad. Hij is voorzichtig. In zijn omgeving trouwens wil men ook +eerst de zaak goed wikken en wegen, voor men iets van belang durft +ondernemen. Men is bang zich aan koud water te branden. Is Jeanne +werkelijk door God gezonden tot redding van het koninkrijk, of is zij +van den duivel bezeten en is alles wat zij zegt dus uit den booze? + +Voorloopig wordt in elk geval besloten dat Jeanne te Chinon zal blijven. +In den toren du Coudray van het kasteel krijgt zij een kamer: zij wordt +toevertrouwd aan de zorgen van een officier van het Hof en zijn vrouw, +en Louis de Contes, een jong mensch van vijftien jaar ongeveer, wordt +haar toegewezen als page. + +De koning bezoekt haar dikwijls en spreekt dan zeer vertrouwelijk met +haar, hij voelt bij intuïtie, dat zij oprecht is en in elk geval te +goeder trouw. Op een morgen, als Jeanne weer met haar »gentil dauphin« +in een druk gesprek gewikkeld is in een van de zalen van het koninklijk +slot, treedt daar een jongeling binnen; de hertog van Alençon. Jaren +lang is hij krijgsgevangene van de Engelschen geweest en eerst kort +geleden is hij uit die gevangenschap ontslagen en bij de zijnen +teruggekeerd. Een koerier is hem komen berichten, dat aan het Hof een +meisje verschenen is, door God gezonden om de Engelschen uit Frankrijk +te verjagen. Dat meisje wil hij zien en daarom is hij onverwijld naar +Chinon gekomen om haar te ontmoeten. Als Jeanne hem ziet nadertreden +en van den koning vernomen heeft dat het zijn neef is, de hertog van +Alençon en een schoonzoon van den hertog van Orléans, groet zij hem +eerbiedig en spreekt hem aan met de woorden: + +»Wees van harte welkom. Hoe meer bloed van den koning van Frankrijk hier +vereenigd is, hoe beter het zal zijn.« + +Beiden jong, strijdlustig en vol geestdrift voor een zelfde zaak, zullen +zij in het vervolg steeds goede kameraden zijn en in den mond van Jeanne +zal d'Alençon steeds heeten »mon beau duc«. + + * * * * * + +Intusschen is men te Chinon, op last van Karel VII reeds een voorloopig +onderzoek naar Jeanne en haar verleden begonnen. Het voornaamste +onderzoek zal evenwel plaats hebben te Poitiers, waar in die dagen het +Parlement gevestigd was. Een commissie van onderzoek wordt benoemd; +zij bestaat uit professoren, doctoren en geestelijken, waaronder twee +bisschoppen. Voorzitter zal zijn: Regnault de Chartres, Rijkskanselier, +Aartsbisschop van Reims. Evenals later de Rechtbank te Rouaan, heeft +ook deze Commissie, voor den aanvang van het eigenlijke verhoor, alle +mogelijke gegevens verzameld en zijn als getuigen gehoord allen, die +te Domrémy, te Vaucouleurs of elders met Jeanne in aanraking zijn +geweest. Als men met alle toebereidselen gereed is, vertrekt Jeanne +zelf met een gewapend escorte naar Poitiers, en neemt daar haar intrek +in hôtel de la Rose. In hetzelfde hôtel logeert Mr. Jean Rabateau, de +advocaat-generaal, en aldaar zal ook het verhoor plaats hebben. + +Op weg naar Poitiers is Jeanne een oogenblik in den waan, dat men haar +reeds naar Orléans brengt. Zij is ongeduldig en er is reeds veel tijd +verloren gegaan in Chinon. Ze is diep teleurgesteld, als men haar +vertelt dat zij naar Poitiers gaat om door een commissie ondervraagd te +worden. + +»Bij God«, zucht zij, »ik weet dat ik het daar niet gemakkelijk zal +hebben, maar Messire zal mij helpen. Laten wij dus gaan.« + +Uit deze verzuchting blijkt wel, dat Jeanne van te voren erg heeft +opgezien tegen het onderzoek van al die geleerde heeren, maar als +eenmaal het eigenlijke verhoor is begonnen, beschikt zij weer over hare +volle vrijmoedigheid en zelfvertrouwen. Hare antwoorden zijn duidelijk +en scherp en de indruk, dien zij maakt, is bijzonder gunstig. Wij mogen +hierbij evenwel niet uit het oog verliezen, dat deze commissie, in +tegenstelling met de rechtbank te Rouaan, er niet beslist op uit was +haar in het verderf te storten en op den brandstapel te brengen. + +Zij deelt aan hare ondervragers mede, wat hare stemmen tot haar gezegd +hebben en hoe zij haar hebben opgedragen naar Frankrijk en tot den +koning te gaan om het land te redden. + +Men merkt haar op dat God, wanneer hij Frankrijk wil redden, daartoe +toch geen krijgslieden noodig heeft. Waarop Jeanne antwoordt: + +»Bij God, de krijgslieden zullen vechten en God zal hun de overwinning +geven.« + +Na eenige séances begint het verhoor haar danig te vervelen. In haar +onschuld begrijpt zij natuurlijk niet, wat men van haar wil. Zij is +gekomen met een opdracht om Orléans te ontzetten. Waarom talmt men +dan? Is dit niet allemaal verloren tijd? En dan, zij gevoelt zich niet +zoo op haar gemak tegenover die doctoren en geleerde heeren met hunne +dikke boeken en paperassen. Als op een morgen Gobert Thibault, een +jonge krijgsman dien zij reeds te Chinon ontmoet heeft, met eenige +commissieleden binnenkomt, stapt zij op hem af, klopt hem vertrouwelijk +op zijn schouder en zegt: + +»Ik zou een heelen troep van krijgslieden willen hebben, zoo goed gezind +als gij«. + +Ja, laat men haar soldaten geven, zij hunkert er naar de beloften, die +zij gedaan heeft, te vervullen. + +Hare antwoorden worden ietwat humeurig. Als zij mededeelingen doet over +haar missie en hare stemmen en men spreekt haar tegen, dan bijt zij van +zich af: + +»Er staat in de boeken van Onzen Heer meer dan in de Uwe«. + +Als later een priester uit Limoge haar met zijn eigenaardig accent +vraagt: + +»Welke taal spreken Uwe stemmen?«, dan antwoordt zij ondeugend: + +»Een betere dan de Uwe.« + +De commissie, hoewel zij Jeanne niet slecht gezind is, is moeilijk te +voldoen. Zij dringt er steeds bij haar op aan, dat zij door een teeken +bewijzen zal, dat zij door God gezonden is. En telkens weer geeft Jeanne +hetzelfde antwoord, dat zij niet te Poitiers gekomen is, om teekens te +geven. Het eenige teeken, dat zij geven kan, is dat zij volbrengen zal, +wat zij beloofd heeft: zij zal Orléans bevrijden en den dauphin te Reims +doen kronen. + + * * * * * + +In Poitiers dicteert zij ook een brief aan de Engelschen. Bovenaan staan +de woorden [zwaard] Jhesu Maria [zwaard] en dan vervolgt zij: + +»Koning van Engeland en gij, hertog van Bethfort, die U regent noemt van +het koninkrijk Frankrijk, Guilleaume la Poule, graaf van Suffort« etc. +De namen van den hertog van Bedford en den graaf van Suffolk werden door +de Franschen in dien tijd wel zonderling geradbraakt, en opmerkelijk +is ook dat Jeanne William Pole, graaf van Suffolk, in dit schrijven +en ook later aanspreekt als »la Poule« en William Glansdale, baljuw +van Alençon, voor den koning van Engeland als »Glasidas« of »Glasdas«. +Wij kunnen niet meegaan met Hanotaux, die haar Thomas de Scales als +»Glasidas« laat aanspreken. In dien brief eischt zij van den koning van +Engeland en van zijn veldheeren, kort en bondig, dat zij de sleutels +van de steden, die zij veroverd hebben, zullen teruggeven aan haar »la +Pucelle« die door God gezonden is, en dat zij het land zullen verlaten. +Zij is blijkbaar in hare verbeelding reeds aan het hoofd van hare +troepen, want zij noemt zich »chief de guerre« en dreigt, de Engelschen +die niet in haar en hare Goddelijke Missie gelooven, bij de eerste +ontmoeting tot den laatsten man te zullen vernietigen, maar degenen, +die zich onderwerpen, en haar gehoorzamen willen, zal zij in genade +aannemen. + + * * * * * + +Als het verhoor van geleerden en geestelijken is afgeloopen, moet Jeanne +nog een ander onderzoek ondergaan, dat voor haar zeker niet minder +onaangenaam is. Terwijl kort na haar aankomst te Chinon eenige dames +hadden moeten nagaan van welk geslacht zij was, wordt thans aan een +commissie, eveneens uit dames bestaande, opgedragen te onderzoeken of +zij werkelijk maagd is. Hoe onkiesch, smakeloos en belachelijk ons dit +ook voorkomt, toch was dit voor dien tijd een punt van groot gewicht. + +Maagdelijkheid gold toenmaals voor een groote kracht en was het symbool +van het weerstandsvermogen tegen de voortdurende hinderlagen van den +duivel. Jeanne zelf was trouwens hiervan ook volkomen doordrongen. Had +zij niet zelf haren Heiligen bij een van hun eerste bezoeken de gelofte +gedaan, Maagd te zullen blijven, zoolang het God behagen zou? Noemt zij +zich zelf niet steeds met fierheid »Jeanne la Pucelle« en zal zij niet +later, bij het hooren van haar doodvonnis, jammeren en weeklagen »dat +haar lichaam, dat zij tot het einde toe rein en ongerept heeft weten te +bewaren, verbrand en tot asch verteerd moet worden?« Zoowel te Poitiers +als later te Rouaan zal zij zich telkens gedwee en gelaten aan het +onderzoek onderwerpen. + +Het rapport van de dames-commissie, waarin o.a. zitting hadden genomen +de koningin van Sicilië en Jerusalem en de vrouw van den heer de +Gaucourt, luidde volkomen gunstig voor Jeanne: »que c'était une vraie et +entière pucelle.« + +Dan eindelijk is het onderzoek afgeloopen: het heeft zes weken geduurd. +De commissie heeft hare conclusies opgesteld, die hier op neerkomen: Men +is van oordeel, dat de beloften, door Jeanne gedaan, geen Goddelijken +oorsprong hebben, doch zuiver menschelijk zijn, maar men heeft in haar +geen kwaad, doch uitsluitend goede eigenschappen kunnen vinden; zij +is nederig, maagd, vroom, eerlijk en eenvoudig. Aangezien zij beloofd +heeft, het bewijs van hare Goddelijke Missie te zullen leveren voor +Orléans, adviseert men, haar met hare soldaten en onder behoorlijk +geleide naar Orléans te laten oprukken, omdat men zich Gods hulp, +wanneer die wordt aangeboden, niet onwaardig mag toonen. + +Een afschrift van deze conclusies, waarin één en ander behoorlijk +gestaafd wordt met aanhalingen en teksten uit de Heilige Schrift, wordt +gezonden naar alle steden van het koninkrijk en aan alle vorsten van de +bekende wereld. + +Opgewekt en vol goeden moed, innig dankbaar, dat voor haar nu eindelijk +spoedig het oogenblik van handelen zal aanbreken, en zij weldra aan de +wereld zal kunnen toonen, wie zij is en wat zij met Gods hulp vermag, +vertrekt Jeanne van Poitiers naar Tours waar men voor hare bewapening en +uitrusting zorg zal dragen. + +De Franschen van de eerste helft der vijftiende eeuw betoonen zich, +evenals hunne nakomelingen van den tegenwoordigen tijd, meesters in de +kunst der régie en mise-en-scène. Van het oogenblik af, dat men besloten +heeft Jeanne naar Orléans te geleiden, om haar in de gelegenheid te +stellen, hare beloften te vervullen, heeft men tevens ingezien, dat bij +eene onderneming als deze »een goede aankleeding« van groot belang is. + +Aan een kundig wapensmid te Tours wordt op bevel van den koning +opgedragen, op maat voor Jeanne en haar krijgsros, een volledig harnas +te vervaardigen. In plaats van het lichte page-costuum, waarin zij uit +Vaucouleurs is vertrokken, krijgt het jonge meisje nu een blanke, stalen +wapenrusting te torsen, die bestaat uit een helm met beweegbare kinband +en vizier, een kuras, verder stalen platen ter bescherming van armen, +ellebogen en schouders, beenen, voeten en knieën, dan handschoenen, met +stalen plaatjes bekleed en een soort maliënkolder, die als een korte +rok onder uit het kuras op de dijen hangt. + +Jean de Metz en Bertrand de Poulengy schaffen zich ook bij denzelfden +wapensmid een wapenrusting aan, die met het harnas van Jeanne op één en +dezelfde nota voorkomen. + +De Heiligen van Jeanne hebben haar gezegd, waar zij het zwaard kan +vinden, dat zij dragen moet. Zoodra dan ook de overige deelen van de +wapenrusting gereed zijn, zendt zij haar wapensmid met een brief naar de +Gouverneurs van de kapel van de Heilige Cathérine van Fierbois. Volgens +hare aanduiding kan het zwaard dat voor haar bestemd is, gevonden worden +in de nabijheid van het altaar, waar het begraven is. Het is een roestig +zwaard, waarop vijf kruisjes gegraveerd staan. + +Inderdaad vinden de priesters van de kapel na eenig graven op de +aangegeven plek een zwaard, als door Jeanne beschreven. Het wordt zonder +eenige moeite roestvrij gemaakt en blank geschuurd en daarna Jeanne +toegezonden met een schede, als geschenk van de priesters te Fierbois. + +Dit geheimzinnige verhaal omtrent het zwaard van Fierbois, dat wij +hierboven wat de hoofdpunten betreft, weergeven naar de verklaring van +Jeanne zelf in het proces te Rouaan, is natuurlijk door hare geloovige +tijdgenooten gretig aanvaard als een wonder. Er is op dit dankbare thema +dadelijk ijverig voortgeborduurd. + +Nauwkeurig volgens voorschrift van Jeanne en onder haar toezicht zijn +intusschen door een Schotschen schilder, genaamd James Power, hare +vaandels vervaardigd. Ze zijn drie in getal: een banier, een standaard +en een vaan. + +De banier vertoonde een crucifix zonder meer. Zij wordt voortaan voor +Jeanne uitgedragen door een van de geestelijken uit haar gevolg. + +Op de vaan, gedragen door een van hare dienaren, en die als +herkenningsteeken dienst deed, zag men een voorstelling van Maria +Boodschap: een engel, die de Heilige Maagd een lelie aanbiedt. + +Het voornaamste van de drie was haar standaard. Hierover verklaart zij +in het proces te Rouaan: + +»Dien droeg ik zelf, wanneer ik den vijand aanviel, om te voorkomen, dat +ik iemand doodde.... want ik heb nooit iemand gedood.« + +Hij was van wit linnen, bezaaid met Fransche lelies; in het midden, +gezeten op een regenboog, God de Vader, de Koning der Hemelen, de eene +hand zegenend uitgestrekt en met de aardbol in de andere hand; aan +weerszijden lag een engel geknield, het zijn de Heilige Michaël en de +Heilige Gabriël, die God een lelie aanbieden. In het midden bovenaan +stond haar devies: »Jhesu Maria.« + + * * * * * + +Nu nog het gevolg van Jeanne. + +Enkele personen, die met haar uit Poitiers gekomen waren, maakten +van het oponthoud te Tours gebruik, om deel te nemen aan de groote +pelgrimstocht naar het heiligdom van Notre Dame du Puy en Velay. +Bertrand de Poulengy was vermoedelijk een dier bedevaartgangers. De +terugreis maakte hij in gezelschap van een jongen Augustijner, Broeder +Pasquerel. Bertrand dringt er bij den Broeder op aan, dat deze kennis +zal maken met Jeanne. Op een morgen bezoeken zij haar samen in het hôtel +van Jean du Puy, waarin Jeanne haar intrek had genomen. Zij ontvangt den +jongen priester op hare gewone, hartelijke wijze met de woorden: »Het +doet mij genoegen, den eerwaarden vader te ontmoeten; ik heb reeds over +hem hooren spreken en morgen zal ik bij hem te biecht gaan.« + +Van dien dag af werd broeder Pasquerel haar vaste biechtvader, haar +veldprediker. Hij bleef getrouw aan haar zijde, tot het einde toe, tot +den laatsten dag in Compiègne. + +Verder vinden wij in het gevolg van Jeanne haar beide pages, Louis de +Contes en Raymond, twee herauten, de beide getrouwen Jean de Metz en +Bertrand de Poulengy, eenige gewone dienaren, en eindelijk haar trouwe, +brave schildknaap Jean d'Aulon, die zich te Blois onder hare bevelen +stelde, en die haar, evenals broeder Pasquerel niet meer verlaten zal +en zelfs aan hare zijde en tegelijk met haar te Compiègne zal worden +gevangen genomen. + +Waarschijnlijk hebben ook te Tours reeds de beide broeders van Jeanne, +Pierre en Jean, zich bij haar staf aangesloten. + +Na het vertrek van Jeanne uit Vaucouleurs was oom Durand aan de familie +te Domrémy gaan mededeelen, wat er gebeurd was. Toen men bekomen was van +den eersten schrik, besloot men zich te schikken in het onvermijdelijke, +en werden haar beide jongste broeders haar achterna gezonden om haar te +volgen en zoo noodig te beschermen. + +Het eenvoudige boerendeerntje, dat in Februari van hetzelfde jaar (1429) +op bloote voeten en in een schamel, rood wollen jurkje haar dorpje had +vaarwel gezegd, verlaat thans Tours een van de laatste dagen van April +in een schitterende wapenrusting, voorafgegaan door hare banieren, aan +het hoofd van een groot gevolg, en in gezelschap van nog vele andere +voorname personaadjes, waaronder Regnault de Chartres, Rijkskanselier +en Aartsbisschop van Reims, om zich naar Blois te begeven, waar zij den +27en aankomt. + + + + +HOOFDSTUK II. + +ORLÉANS. + + +Den 12en October 1428 begint het beleg van Orléans. Een aanzienlijk +Engelsch-Bourgondisch leger onder bevel van den graaf van Salisbury +heeft de gansche streek tusschen Parijs en Orléans onderworpen. +Ernstigen weerstand hebben zij op hun veroveringstocht niet ondervonden, +maar een veertigtal grootere en kleinere versterkte plaatsen hebben +zij onderweg bezet, en zooals toen gebruikelijk was, uitgemoord en +geplunderd. Vanuit Janville, waar Salisbury den 5en September met zijne +troepen was aangekomen, heeft hij twee herauten naar Orléans gezonden, +om de sleutels van de stad op te eischen, maar zij is niet van plan +het vijandige leger binnen hare muren te ontvangen en stelt zich dus +in staat van verdediging. Op den 12en October, dus op den dag dat het +Engelsch-Bourgondische leger uit het zuiden van de zijde van la Sologne +op Orléans komt aanrukken, verwoesten de burgers van de stad nog in +allerijl de aan den overkant van de Loire gelegen voorstad de Portereau +en maken haar geheel gelijk met den grond, om den vijand te beletten +zich in de huizen of in het klooster te verschansen. De bewoners van de +Portereau en van de andere voorsteden trekken zich terug binnen de muren +van de eigenlijke stad, zoodat Orléans, dat destijds in gewone dagen +eene bevolking van vijftienduizend zielen telde, tijdens het beleg een +bevolking van dertigduizend inwoners moest huisvesten en voeden. Voor de +verdediging van de vesting rekende men in hoofdzaak op de burgerwacht +van de stad, die bestond uit ongeveer 3000 man met 71 kanonnen. + +Voor een zuiver begrip van den loop van het gansche beleg van Orléans +willen wij beginnen met de aandacht erop te vestigen, dat de insluiting +van de stad geen oogenblik volkomen is geweest, zoodat kleine convooien +met levensmiddelen steeds gelegenheid houden, al is het dan ook des +nachts en in alle stilte, binnen de belegerde vesting te komen. Ook +kleinere of grootere troepenafdeelingen gelukt het soms, de belegerde +stad van uit het omliggende land te bereiken of haar te verlaten. + +[Illustratie: ORLÉANS TEN TIJDE VAN HET BELEG IN 1429 + + Gereconstrueerd door Mej. F. Bremer (Penteekening)] + +De belegeraars beginnen met zich te verschansen ten zuiden van de stad, +op de puinhoopen van de verwoeste voorstad en tegenover de groote +steenen brug over de Loire, die verdedigd wordt door het op het uiteinde +van de brug gelegen fort les Tourelles. Zoodra het leger van Salisbury +zijn kanonnen in positie heeft gebracht, wordt een aanvang gemaakt met +het bombardement van de brug en het fort en van de stad daarachter. Den +21en October volgt dan een eerste algemeene aanval op les Tourelles. +De burgers van Orléans, geholpen door hunne vrouwen, drijven die eerste +maal de Godons terug, maar bij een herhaalden aanval op den 24en October +bemerken zij, dat de vijand loopgraven onder de brug heeft gemaakt en +zien zij zich gedwongen, het fort te verlaten. Op hun terugtocht slagen +zij er nog in, twee bogen van de brug aan de stadszijde te vernielen en +daardoor de verbinding met den anderen oever van de Loire te verbreken. + +Salisbury zelf, de Engelsche bevelhebber, wordt dienzelfden avond, +staande op een van de torens van het nieuw veroverde fort, door een +kanonskogel uit de stad getroffen en sterft drie dagen later. Het bevel +over zijne troepen wordt overgenomen door William Pole, door Jeanne +genoemd la Poule, John Thalbot en Thomas de Scales. + +De belegerden lijden door de verovering van les Tourelles een zwaar +verlies. Van af de torens van het fort overziet men het geheele plan van +de stad, hetgeen een belangrijk voordeel bij de beschieting oplevert. + +Eigenaardig en ook al weer teekenend voor de gebrekkige afsluiting van +de stad, is het feit, dat eerst daags na den val van les Tourelles, +Dunois, de bastaard van Orléans, met nog eenige voorname heeren, +waaronder de bekende kapitein la Hire, binnen de muren van Orléans +verschijnt en het opperbevel over de verdedigingstroepen op zich neemt. + +Onder zijne leiding worden gedurende de eerste wintermaanden ook de +andere voorsteden van de stad geraseerd, daar de belegeraars begonnen +waren, hunne schansen op te werpen aan de overzijde van de Loire ten +oosten en ten westen van de stad. Belangrijke gevechten hebben in den +aanvang van den winter niet plaats; alleen heeft men binnen de stad veel +te lijden van het hardnekkige bombardement van de vijandige kanonnen. +Maar de toestand zoowel binnen de muren van de »benarde veste« als in +het kamp van de belegeraars is alles behalve rooskleurig. De winter is +koud en de levensmiddelen raken op. De convooien met proviand worden +dikwijls onderschept en zij, die de plaats van hunne bestemming +bereiken, zijn klein en ten eenenmale onvoldoende: hongersnood staat +voor de deur. + +In het begin van Februari 1429 verneemt men in de stad, dat een groot +convooi met proviand, van Parijs komende, onderweg is voor het +Engelsch-Bourgondische leger. Dunois verlaat de stad met een escorte van +tweehonderd man en trekt naar Blois om met den jongen graaf van Clermont +te beraadslagen, wat men doen zal. Besloten wordt, dat de troepen van +Orléans en van Blois door een gecombineerden aanval zullen trachten, +het convooi te onderscheppen: men zal elkaar ontmoeten te Rouvray. De +verdedigers van Orléans komen het eerst te Rouvray aan; even voor het +leger uit Blois en even voor het vijandig convooi onder leiding van +Falstolf. Hadden la Hire, Poton de Xaintrailles en William Stuart, de +broer van den connétable van Schotland, hun zin kunnen volgen en met +de burgerwacht van Orléans den vijand dadelijk aangevallen, zij zouden +Falstolf, die aanvankelijk niets kwaads vermoedde, overrompeld en zich +zonder veel moeite meester gemaakt hebben van het geheele convooi. Men +zond nog ijlings renboden naar den graaf van Clermont, maar deze liet +uitdrukkelijk bevelen, dat men niets zou ondernemen voor zijn aankomst. +In dien tijd had Falstolf rustig de gelegenheid, zich in staat van +verdediging te stellen en te verschansen achter de wagens van zijn +eigen convooi. De besluiteloosheid van den jongen, onervaren graaf +van Clermont, had tengevolge dat die 12e Februari voor de Fransche +troepen zeer ongelukkig afliep. De Engelsche ruiterij sloeg de Franschen +voor zij zich vereenigd hadden uiteen. Vele dapperen sneuvelden; de +graaf van Clermont vluchtte met zijn leger binnen Orléans; hun aftocht +werd gedekt door la Hire en Poton. + +Het vurig begeerde convooi, dat, aangezien men in de vasten was, +grootendeels bestond uit haringen, kon verder rustig zijn bestemming +bereiken. De nederlaag bij Rouvray, die door de Franschen genoemd +wordt »la journée des Harengs«, wordt door Jeanne dienzelfden dag te +Vaucouleurs aangekondigd als zij tot Robert de Baudricourt zegt: »Heden +heeft de (gentil) dauphin bij Orléans een zeer groot verlies geleden.« + +Na dezen grooten tegenslag laten de belegerden den moed zinken. Regnault +de Chartres verlaat de stad en begeeft zich naar den koning. Ook la Hire +trekt Orléans uit met tweeduizend man, maar hij belooft terug te zullen +komen met levensmiddelen en hulptroepen. De graaf van Clermont, die +na zijn optreden bij Rouvray weinig sympathie bij de burgers van de +belegerde stad vond, acht het veiliger zich met zijne troepen uit de +voeten te maken. De stad gaat nu hulp zoeken aan een gansch andere zijde +en zendt eenige afgevaardigden naar den hertog van Bourgondië, om met +hem te onderhandelen over eene mogelijke opheffing van het beleg. + +In die dagen dringt langzamerhand tot Orléans het bericht door, dat aan +het hof van den dauphin een jonge maagd verschenen is, die beweert door +God gezonden te zijn om Orléans te bevrijden, en den dauphin daarna voor +zijne kroning naar Reims te geleiden. + +Een maagd door God gezonden, om hen uit hun bangen, benauwden toestand +te verlossen! Geen wonder, dat dergelijke geruchten bij de bewoners +van Orléans een dankbaar gehoor vonden en gretig aanvaard werden: men +gelooft zoo gemakkelijk, wat men vurig wenscht. Van hooger hand wordt +geen poging gedaan, om de geruchten tegen te spreken; integendeel, men +ziet, dat ze de bevolking weer bezielen met nieuwen moed en met een +groot vertrouwen. + +Voor alles wil men echter weten, of de berichten waarheid bevatten en +Dunois zendt dus twee afgevaardigden naar Chinon om naar de zaak te +informeeren. + +Als Jeanne den 27en April te Blois aankomt, vindt zij daar behalve +Gilles de Rais, la Hire, Ambroise de Loré en nog andere groote heeren, +de hulptroepen en het convooi, die zij naar Orléans zal geleiden. De +koning was er ten slotte eindelijk in geslaagd, het noodige geld voor +de expeditie te vinden, en men kan dus vertrekken. Dienzelfden dag nog +zet de trein zich in beweging, d.w.z. dat men een deel van het convooi, +dat in zijn geheel bestond uit zeshonderd wagens met levensmiddelen en +munitie en vierhonderd stuks vee, voorloopig nog te Blois laat, om zich +in de vijandelijke streek sneller en gemakkelijker te kunnen bewegen. +Hoe groot het ontzettingsleger is, door Jeanne aangevoerd, is niet +met zekerheid te zeggen: de een zegt tienduizend man, een ander zeven +à achtduizend, maar vermoedelijk zal het niet meer dan ongeveer +vierduizend man sterk zijn geweest. Aan de spits van dit leger rijdt +Jeanne in haar blanke wapenrusting met haar schitterend gevolg van +edelen en onmiddellijk voorafgegaan door hare banierdragers en door een +breede schaar van priesters en monniken, die het »Veni Creator Spiritus« +aanheffen. + +Van het eerste oogenblik af aan en nog voor de eerste vijand in het +gezicht is, stelt Jeanne zich niet tevreden met de passieve rol van door +God gezondene, die zich laat leiden, maar neemt zij zelf de leiding in +handen en begint met te veranderen wat haar in haar eigen troepen niet +aanstaat en grieft. Hare manschappen zoo goed als zij zelf hebben eene +Goddelijke zending te vervullen en daarom verlangt zij, dat in haar +leger de naam des Heeren niet ijdelijk gebruikt zal worden: zij verbiedt +het vloeken. Ook wil zij niet, dat, zooals het algemeen gebruik van dien +tijd dat medebracht, een groot aantal publieke vrouwen medetrok in den +tros van haar leger. + +Om van uit Blois het belegerde Orléans te bereiken stonden twee wegen +open. Men kon den rechter Loire-oever volgen en de stad dus naderen +van de westzijde door la Beauce, of langs den linker oever en dus +door la Sologne op de stad aantrekken. Is dit punt voor het vertrek +in tegenwoordigheid van Jeanne besproken en heeft men haar op haar +uitdrukkelijk verlangen om den eersten weg te volgen, eenige toezegging +in dien zin gedaan? Met andere woorden, heeft men haar willens en wetens +misleid? Het is moeilijk, hierop met beslistheid te antwoorden, maar +zeker is het, dat Jeanne, die in de vaste overtuiging verkeerde, dat men +de stad zou naderen van uit het westen en dus van de zijde, waar Talbot +zich met zijne Engelsche troepen verschanst had, diep teleurgesteld en +hoogst ontstemd was, toen men op den avond van den 29en April even ten +Oosten van Orléans maar aan den linkeroever van de Loire halt hield. + +Zoodra de wachters op de wallen en torens van de belegerde stad de +aankomst van het leger van Jeanne hadden aangekondigd had, Dunois de +stad verlaten en was hij Jeanne te gemoet getrokken. Maar de ontvangst +van hare zijde is bij die eerste ontmoeting niet bijster vriendelijk. +Zij verwijt hem, dat men haar bedrogen heeft. Is het op zijn advies, dat +men deze route gevolgd heeft? Dan heeft hij nu zijn verdiende loon, want +een sterke tegenwind maakt het vooralsnog onmogelijk de troepen en het +convooi met de gereed liggende zeilbooten over de rivier en binnen de +belegerde stad te brengen. + +»Bij God«, roept zij uit, »de raad van Messire is zekerder en wijzer +dan de Uwe. Gij hebt mij willen bedriegen en hebt U zelf bedrogen.« + +Maar de voor het prestige van Jeanne op dat oogenblik zoo noodzakelijke +wonderen geschieden. In de eerste plaats draait de wind, zoodat de +zeilbooten, met troepen en proviand geladen, Orléans kunnen bereiken en +in de tweede plaats blijft de vijand op een afstand rustig toekijken en +steekt geen hand uit om den overtocht te beletten of zelfs ook maar te +bemoeilijken. + +De bewoners van de belegerde stad zijn op het eerste bericht van de +nadering van haar, die hun door God gezonden wordt te hunner verlossing, +naar de wallen gestormd. Zij zien van daaruit de aankomst van het +ontzettingsleger, leven de oogenblikken van spanning mede als de +tegenwind de booten belet de stad te naderen en steeds nog vreezen zij, +dat de vijand op het laatste oogenblik hun hoop zal verijdelen. Maar +langzamerhand beginnen zij te begrijpen, als zij getuige zijn van de +wonderen, die geschieden. In het vijandige kamp blijft alles rustig en +plotseling draait de wind, zoodat veilig met het overbrengen van troepen +en proviand een aanvang kan gemaakt worden. + +Dan maakt zich van de gansche bevolking een koortsachtige geestdrift +meester. Het is dus waar, het kan niet anders, geen twijfel is meer +mogelijk. Dat kan geen werk zijn van menschen, maar slechts van haar, +die met een Goddelijke opdracht tot hen komt. Als de avond begint te +vallen wil Jeanne terug naar Blois om het achtergebleven gedeelte +van het convooi te halen en Gilles de Rais en Dunois hebben al hun +overredingskracht noodig, om haar dit voornemen uit het hoofd te praten. +Dunois vooral is er bijzonder op gesteld, dat Jeanne nog dien avond haar +intocht binnen Orléans zal houden. Hij voorziet de heftigste tooneelen +van wanhoop en vertwijfeling, wanneer hij zonder de door zijn volk +verwachte Heilige terugkomt. + +Het is reeds laat in den avond als Jeanne eindelijk toegeeft en met +Dunois en een klein gevolg de poort van Orléans binnenrijdt. Men +verwacht haar en ondanks het vergevorderd uur is de geheele stad op de +been. De geestdrift, waarmede de bevolking van Orléans haar ontvangt, is +eenvoudig onbeschrijfelijk. Voorafgegaan door een aantal toortsdragers +rijdt Jeanne naast Dunois door de straten van Orléans, waarin zich eene +dichte menigte heeft opgehoopt. In alle huizen heeft men de lichten +ontstoken als even vele vreugdevuren. Arm en rijk, oud en jong verdringt +zich niet alleen om haar te zien, maar om zoo mogelijk haar de hand te +kussen of slechts den zoom van haar kleed aan te raken. De vreugde, zegt +een ooggetuige, had niet grooter kunnen zijn, wanneer God zelf in de +stad was neergedaald. + +Op het einde van haar zegetocht begeeft Jeanne zich naar de kerk van het +Heilige Kruis, waar zij God dankt in een lang en vurig gebed. Vervolgens +brengt men haar bij Jacques Boucher, den thesaurier van den hertog van +Orléans, in wiens huis zij den nacht zal doorbrengen. + +Zooals het toenmalig gebruik verlangde, sliep zij dien nacht en de +overige nachten van haar verblijf te Orléans, bij het dochtertje van +haar gastheer, een meisje van een jaar of negen, genaamd Charlotte. + +Den volgenden dag (30 April) wil zij besteden om de Engelschen te +sommeeren, in vrede heen te gaan, zonder dat zij ze met geweld van +wapenen behoeft te verjagen. Omtrent de bijzonderheden van deze sommatie +bestaan verschillende lezingen. Volgens de eene zond Jeanne twee +herauten, genaamd Ambleville en Guyenne naar het vijandige kamp met +den brief, dien zij reeds in Maart te Poitiers gedicteerd had. Volgens +anderen was deze brief dadelijk in Maart verzonden en wendde zij zich +van uit Orléans tot de Engelschen met een nieuw schrijven. + +Vast staat in elk geval, dat van de twee herauten van Jeanne, wanneer +zij ook gezonden werden, slechts één terugkeerde. Guyenne hielden de +Engelschen gevangen: zij dreigden hem te zullen verbranden tegen alle +wetten van het volkenrecht in, volgens welke de persoon van een heraut +heilig was. + +Terwijl Dunois naar Blois vertrokken is, om het achtergebleven deel van +het convooi te halen, besluit Jeanne eenige dagen rustig af te wachten +of de Engelschen gehoor geven aan hare aanmaning. + +Intusschen heeft men moeite, het volk kalm en in bedwang te houden. Ze +willen hun Heilige zien en bewonderen en verdringen zich voor het huis +van den zilversmid Boucher. Men dringt er bij Jeanne op aan, dat zij +zich zal vertoonen en Zondag den 1en Mei rijdt zij dan met een klein +gevolg door de straten van Orléans, toegejuicht en gehuldigd door een +talrijke menigte. + +Ook den volgenden dag (2 Mei) stijgt zij vroeg weer te paard en gaat +met enkelen van hare getrouwen de positie van het vijandelijke leger +verkennen. + +'s Morgens van den derden Mei kondigen de wachters de nadering aan van +het leger van Blois. Jeanne rijdt het tegemoet. Ook Dunois komt terug. +Hij brengt de tijding mee, dat Falstolf weer onderweg is met een groot +convooi. Hij moet Jeanne vast en stellig belooven dat hij haar +waarschuwen zal, als Falstolf passeert: ze wil hem zien. + +Den voormiddag van den vierden is Jeanne druk in de weer bij het binnen +brengen van de troepen en het convooi uit Blois. Na het middagmaal om +één uur legt zij zich met haar slaapkameraadje een oogenblik te rusten. +Maar plotseling vliegt ze weer overeind. Hare stemmen hebben haar +gewaarschuwd, dat er gevochten wordt, maar ze weet niet precies waar. Ze +waarschuwt d'Aulon, die eveneens vermoeid zich in hetzelfde vertrek te +slapen had gelegd. + +In allerijl wordt zij gekleed en gewapend. Zij stormt de kamer uit en +ontmoet haar page Louis de Contes. + +»Waarom heb je mij niet gewaarschuwd, dat er Fransch bloed vergoten +wordt?« roept ze hem toe: + +»Breng mij mijn paard«.-- + +Door een raam reikt men haar haar banier nog toe en dan ijlt zij in +vollen galop door de straten van Orléans in de richting, waar zij +het meeste rumoer hoort. D'Aulon en de Contes volgen haar. Door de +Bourgondische poort verlaat zij de stad: er wordt gevochten om de +Bastille de Saint Loup, ten einde de aandacht van de Engelschen van +den overtocht van het convooi af te leiden. + +[Illustratie: De belegering van Orléans. + + Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.] + +Als de Franschen onder Gilles de Rais Jeanne zien naderen, juichen zij +haar toe. Haar tegenwoordigheid geeft hun nieuwen moed en zal hun geluk +aanbrengen. Als een goed veldheer begint Jeanne met hare troepen te +verzamelen; ze waren te veel verspreid en ieder vocht op zijn eigen +gelegenheid. Met haar banier in de hand, bevindt zij zich weldra vooraan +bij de gracht, waar het pijlen en projectielen regent. Men verzamelt +zich om haar heen, een forsche, algemeene aanval volgt en de Bastille +wordt genomen. Als Talbot met zijn troepen te hulp snelt, ziet hij op +een afstand nog slechts den rook van de brandende Bastille. + +De geheele bezetting was gedood of gevangen genomen. Het zien van +zoovele dooden, die gestorven zijn zonder toediening van de sacramenten +der stervenden, maakt Jeanne diep bedroefd. Onder de gevangene +Godons vindt zij enkele krijgslieden, die zich gekleed hebben in +priestergewaden uit de naburige sakristie. Zij wil niet, dat hun eenig +leed zal geschieden: »Men moet dezen geestelijken niets vragen,« zegt +zij spottend. + +Dien avond, terwijl haar soldaten de overblijfselen van de Bastille +verder verwoesten, gaat Jeanne te biecht bij Pasquerel en deelt haar +biechtvader mede dat zij den volgenden dag ter eere van den +Hemelvaartsdag niet zal vechten. + +Op dien dag wordt er binnen Orléans krijgsraad gehouden. Men besluit tot +een schijnaanval op het kamp van Saint-Laurent, ten einde de Engelsche +troepen daarheen te lokken; intusschen wil men dan een poging wagen, +zich meester te maken van het fort les Tourelles op de groote steenen +brug over de Loire. Na eenig over en weer praten acht de meerderheid +het raadzaam, Jeanne althans met dat deel van de plannen in kennis te +stellen, dat meer in het bijzonder de burgerwacht van Orléans betreft. +Maar Jeanne laat zich niet misleiden, zij voelt dat men haar iets +verbergt en dat maakt haar boos. + +»Zeg mij wat gij besloten en beschikt hebt. Ik kan wel een belangrijker +geheim bewaren«, valt zij uit. + +Dunois kalmeert haar door de waarheid te vertellen. + +Dienzelfden dag nog schrijft Jeanne een nieuwen brief aan de +belegeraars, waarin zij ze nogmaals sommeert, het beleg op te breken. Ze +zegt zelf: »Dit is voor de derde en laatste maal, dat ik U schrijf; nu +schrijf ik U niet meer.« + +Dit zou dus pleiten voor de lezing, dat de brief, gedicteerd in +Poitiers, en die van den 30en April niet dezelfde waren. + +Zij begeeft zich zelf met haar schrijven naar de brug. Door luid te +roepen kan zij zich daar verstaanbaar maken voor de bezetting van het +fort les Tourelles. Zij toont den Godons het perkament en roept hun toe: +»Leest dit! Het is nieuws!« + +Dan hecht zij haar brief aan een pijl en laat dien in het vijandige kamp +schieten. De Engelschen bespotten en hoonen haar, schelden haar uit. + +»Er is nieuws van de h... van de Armagnacs«, roepen zij uit. + +Als Jeanne dit hoort, is zij diep bedroefd en barst in tranen uit. Maar +hare stemmen troosten haar en spreken haar moed in. + +De beide volgende dagen zullen dagen zijn van belangrijke en +beslissende krijgsbedrijven. Men is bij het krieken van den morgen reeds +in de weer, maar voor de troepen zich in beweging zetten, wordt op +voorschrift van Jeanne door Pasquerel voor het front de mis gelezen, en +wordt de zegen des hemels afgebeden voor hun onderneming. Daarna verlaat +men de stad door de Bourgondische poort en steekt Jeanne met hare +troepen de Loire over. Het eerste belangrijke punt, waarop zij stuiten +is de Bastille de Saint Jean le Blanc. + +Volgens sommigen was deze op dat oogenblik verlaten en behoefden de +troepen uit Orléans haar slechts in het voorbijgaan te verbranden en te +verwoesten. Volgens anderen daarentegen was zij sterk bezet, maar +bezweek zij na een algemeenen aanval, waarbij Jeanne met haar banier +vooraan reed en de haren aanmoedigde door ze toe te roepen: + +»Bij God, houdt moed, vooruit, vooruit!« + +De soldaten meenden, dat zij na de verwoesting van de Bastille van St. +Jean weer binnen Orléans zouden terugkeeren. Maar daar wil Jeanne niets +van weten, ze wil vooruit: de dag is nog lang. Men trekt dus verder naar +de Bastille van de Augustijners. + +Wij weten in elk geval zeker, dat deze laatste Bastille, die achter het +fort les Tourelles en in het verlengde van de brug gelegen was, door de +Engelschen hardnekkig verdedigd werd. Het was voor hen een belangrijk +punt. De eerste aanval van de Franschen wordt zelfs afgeslagen en ze +trekken terug. Maar er komen versterkingen uit de stad. Dunois steekt de +rivier over met Gilles de Rais. Ze brengen kanonnen mede en alles, wat +er noodig is voor een krachtigen aanval. Het geschut maakt een bres in +de buitenste palissade en dan volgt de algemeene stormloop. Jeanne is in +het voorste gelid met Gilles de Rais. Zij moedigt de soldaten aan door +haar voorbeeld. + +»Vooruit maar«, roept zij steeds, »moed gehouden, trekt maar binnen.« + +Tegen zoo'n aanval zijn de verdedigers niet bestand, zij wijken en +de Bastille wordt genomen. De Godons worden bijna allen gedood of +gevangen genomen. Slechts enkelen van hen kunnen nog tijdig het fort +les Tourelles bereiken. Na de Bastille wordt nog het naburige, door de +Engelschen bezette, Augustijner klooster aangevallen en veroverd, waarna +de gebouwen en de Bastille door de Franschen worden verbrand en +verwoest. + +Het plan is nu, den volgenden dag een aanval te wagen op les Tourelles. +Men vreest, dat dit niet zoo gemakkelijk zal gaan. + +»Daar zullen wij wel een maand voor noodig hebben, om die te veroveren«, +mompelen de soldaten. + +In elk geval zal het er warmpjes toegaan en zal er hard gevochten moeten +worden. + +Ook Jeanne voorziet een zwaren dag. In Orléans teruggekeerd, zegt zij +tot de burgers: »Staat morgen nog vroeger op dan vandaag en doet goed uw +best«. + +Aan Pasquerel verzoekt zij, haar den volgenden dag niet te verlaten, +want zij voorspelt: »Ik zal morgen veel harder moeten werken dan ik tot +nu toe gedaan heb en morgen zal er bloed vloeien uit mijn lichaam«. +Ook tegenover anderen moet zij dien avond voorspeld hebben, dat zij +gedurende de bestorming van les Tourelles gewond zou worden boven haar +borst. + + * * * * * + +De zevende Mei is dus de groote dag van de verovering van les Tourelles, +de beslissende dag voor de bevrijding van Orléans en het ontzet van +Orléans zal in zijn gevolgen blijken te zijn een gewichtig keerpunt +in den ganschen oorlog. Het is wel merkwaardig, dat het Engelsche +geschiedschrijvers zijn, die het verst gaan in hunne bewondering voor +dit wapenfeit der Franschen, en de verovering van les Tourelles +rangschikken onder »de vijftien beslissende slagen« van de wereld. En +allen, zelfs de meest sceptische schrijvers, zijn het hierover wel eens, +dat het leeuwenaandeel van de eer voor deze belangrijke overwinning +toekomt aan Jeanne, aan het zeventienjarig meisje, dat, hoewel zelf +vrij ernstig gewond, hare troepen tot het einde toe bleef aanvoeren en +bezielen, en dat, door op het goede oogenblik, de eenige noodige daad te +verrichten en het juiste woord te spreken, hare manschappen +onoverwinnelijk maakte. + +Een onverklaarbaar punt in de geschiedenis van dezen dag is de houding +van de Engelsche troepen, die buiten les Tourelles om Orléans gelegerd +waren. Wanneer Talbot, wien het waarlijk niet aan moed ontbrak, met +zijne troepen de belegerden in het fort tijdig te hulp was gesneld, +wanneer hij gedurende de bestorming van les Tourelles een krachtigen +aanval gewaagd had op de stad, waarin zich uit den aard der zaak slechts +een veel kleinere bezetting bevond, wanneer hij of het garnizoen van les +Tourelles in den nacht van den 6en op den 7en Mei de uitgeputte Fransche +troepen overvallen was, die zonder Jeanne en de andere bevelhebbers +kampeerden op de puinhoopen van het Augustijnerklooster, dan zouden +de zaken voor de belegeraars hoogst waarschijnlijk een gansch anderen +loop genomen hebben. Wat de verdediging van de bezetting van het fort +zelf betreft, zij is zeker dapper en hardnekkig geweest, maar de +tegenwoordigheid en het optreden van de »tooverheks«, de »koehoedster +der Armagnacs«, zooals zij Jeanne noemden, en vooral haar weder +verschijnen na de verwonding, maakte de Engelsche soldaten ten slotte +zenuwachtig en bang en deze omstandigheid heeft zeker niet weinig +bijgedragen tot het welslagen van de geheele onderneming. + +Jeanne is bij het aanbreken van den dag al uit de veeren en gewapend; +als gewoonlijk gaat zij voor alles bij Pasquerel te biecht en hoort de +Mis. + +Men brengt haar een geschenk, een mooie visch, dan zegt zij schertsend: + +»Bewaar die voor van avond, voor het avondeten, dan breng ik een Godon +mee, die er ook zijn deel van zal hebben. Ik kom terug over de Brug.« + +Die laatste voorspelling maakt op alle omstanders een diepen indruk. Het +geeft hun moed en bezielt hen weer met nieuwe geestdrift. + +Als zij daarna weer te paard gestegen is, roept zij nog kinderlijk +vertrouwelijk: + +»Wie mij lief heeft, volge mij!« + +Er zijn er velen die haar volgen, hoewel enkele van de leiders nog +willen wachten en de troepen laten rusten. Met haar vertrekken Dunois, +Gaucourt, la Hire en Poton de Xaintrailles en nog een deel van de +burgerwacht ter versterking van de troepen, die zich reeds op de +bouwvallen van de voorstad de Portereau bevinden. Het achterblijvende +deel van de bezetting zal den ganschen dag zich bezighouden met de +voorbereiding van een aanval op les Tourelles van de zijde van de stad, +en dus met de vervaardiging van een hulpbrug. + +Zoodra de Franschen allen bijeen zijn, worden de troepen in slagorde +gebracht en wordt het signaal gegeven voor een eersten aanval op de +bolwerken, die nog op den oever van de Loire zijn gelegen en door een +houten ophaalbrug gescheiden zijn van het eigenlijke fort. De muren +van den boulevard zijn stevig en hoog en worden dapper verdedigd +door zeshonderd man onder bevel van Moleyns, Poynings en Glasdale. De +eerste aanvallen worden afgeslagen. Het lukt den aanvallers niet, de +stormladders tegen de muren te plaatsen onder den regen van Engelsche +projectielen. + +Jeanne is ook nu weer vooraan; zij geeft het voorbeeld en roept haar +manschappen steeds toe, dat zij moed moeten houden en voorwaarts +trekken. Zoodra men er in geslaagd is, een stormladder tegen den muur +te plaatsen, snelt zij er heen, zij is de eerste, die naar boven wil +klauteren. Maar dan op eens valt ze neer: een pijl is doorgedrongen +onder de schouderplaat van haar harnas. Zij is vrij ernstig gewond boven +de rechterborst. + +De Franschen snellen toe en brengen haar buiten het gewoel. De trouwe +Pasquerel en haar page Mugot zijn aan haar zijde. Voorzichtig wordt +de gewonde plek bloot gelegd. Van alle kanten komen er natuurlijk +gedienstigen en ieder met een anderen raad en een andere remedie. Men +dringt er vooral op aan, dat zij zich zal laten bezweren, maar daar wil +Jeanne niet van hooren: + +»Liever dood«, antwoordt zij daarop, »dan dat ik iets zou doen, waarvan +ik weet, dat het zonde en tegen den wil van God is.« + +Men bestrijkt den gewonden schouder met olijfolie en legt op de wonde +zelf een plakje spek. Daarna stort Jeanne nogmaals haar hart uit voor +haar biechtvader en bidt. Hare Heiligen verschijnen haar en dit geeft +haar nieuwe kracht en moed. Met alle energie, die in haar is, staat zij +op en zoekt geheel gewapend haar plaats op in het voorste gelid. + +De Engelschen, die haar hadden zien vallen, en bloed hadden zien vloeien +uit haar wond, hadden luide gejuicht. Nu was het uit met de macht van de +tooverheks, want zoo geloofde men destijds algemeen: een heks verloor +met haar bloed of een deel daarvan ook haar macht en haar invloed. + +En ziet, daar op eenmaal nadert zij weer met vasten tred en +onverschrokken. Daar is zij weer, die slanke gestalte in het blanke +harnas en haar soldaten sluiten zich weer bij haar aan en volgen haar +banier. De Engelschen staan verstomd, en een onbestemd gevoel van angst +bekruipt hen. + +De Franschen hebben intusschen tijdens de afwezigheid van Jeanne met hun +aanval geen groote vorderingen gemaakt. Reeds loopt het tegen den avond +en Dunois wil het signaal voor den aftocht laten geven. Maar Jeanne +houdt hem hiervan terug; nog een weinig geduld en, bij God, zij zullen +weldra het fort kunnen binnen trekken, verzekert zij. + +»Twijfel niet, de plaats is ons,« roept zij haren getrouwen toe. +Vervolgens vertrouwt zij haar banier een oogenblik toe aan de zorgen +van een Baskisch soldaat en zondert zich een korten tijd af in een +naburigen wijngaard om hare stemmen te raadplegen en zich te verdiepen +in een rustig gebed. Gesterkt door dit gebed en aangemoedigd door hare +Heiligen, komt zij terug. In het schemerduister ontdekt zij haren +standaard aan den voet van den boulevard. Een oogenblik gelooft zij aan +onraad en roept: »Mijn standaard, mijn standaard«, maar dan bemerkt zij +dat hij nog in handen is van den Baskiër. Omringd van haar troepen met +hun leiders, volgt Jeanne aandachtig de bewegingen van d'Aulon, haar +schildknaap, die, vergezeld van den Baskiër en onder beschutting van een +schild, wil trachten met den standaard van Jeanne als verzamelteeken den +voet van het vijandige bolwerk te bereiken. + +»Ziet goed toe,« roept Jeanne, »wanneer de stok van mijn standaard den +muur zal aanraken«. Na eenige oogenblikken van spanning schreeuwt men +haar toe van alle kanten: »Jeanne, de stok van den standaard raakt den +muur!« Dan roept zij plotseling in geestdrift uit: »Welnu, trekt dan +binnen, de vesting is ons!« + +Dit was het tooverwoord waarop men wachtte. Nauwelijks is het +uitgesproken, of de Franschen stormen als één man naar het vijandige +bolwerk, de ladders worden beklommen onder een regen van projectielen, +maar er is nu niets meer, dat de aanvallers kan tegenhouden; ze zien +geen gevaar. Op de muren ontstaat een verwoede strijd van man tegen man +en zwaar dreunen de slagen der zwaarden op de schilden en kurassen. De +Franschen winnen veld: ze springen van de muren binnen de versterking en +drijven langzamerhand den vijand achteruit, naar de ophaalbrug. + +In het midden van het hevigst gewoel staat boven op den muur Jeanne, de +schrik der Engelschen. Als zij Glasdale ziet, die den aftocht van zijn +troepen dekt, sommeert ze hem nog, zich over te geven: + +»Clasdas, Clasdas, ren-ti, ren-ti au roi des cieux«, roept zij hem toe. + +»Gij hebt mij uitgescholden voor h......., maar ik heb medelijden met +uwe ziel en die van uwe soldaten!« + +Als de Engelschen op hun terugtocht de ophaalbrug naderen, wachten hen +nieuwe rampen. De achtergebleven bezetting van Orléans is van de zijde +van de stad een aanval op les Tourelles begonnen, de vijand zit tusschen +twee vuren, en tot overmaat van ellende is men er van uit Orléans in +geslaagd, een brander op de Loire onder de ophaalbrug te sturen en +daar vast te leggen. Als Poynings, Mouleyns en Glasdale zich nog een +oogenblik verdedigen op de houten brug, zakt deze brandend inéén en +allen, die er op zijn, storten in de rivier en verdrinken. Met hen +verdween ook de oude, beroemde standaard van Chandos. Intusschen zijn de +Franschen van de andere zijde er in geslaagd, les Tourelles te bereiken. +Een groot deel van de bezetting sneuvelt, het overige deel wordt +gevangen genomen of springt in wanhoop in de Loire. + +Te midden van dit bloedbad en deze algemeene slachting is Jeanne op hare +knieën gevallen. Zij is diep ontroerd en schreit tranen van medelijden +over de zielen van de gevallen dapperen, die niet naar haar hebben +willen luisteren. + +Spoedig is nu alles afgeloopen en komen de overwinnaars tot bezinning en +tot rust. In de eerste plaats moet er nu aan gedacht worden, de troepen +weer veilig binnen de muren van Orléans te brengen, want de zon is reeds +onder en het wordt nacht. + +Als na eenige uren van ingespannen arbeid de brug hersteld en voldoende +versterkt is, begint de overtocht van de troepen. Zooals Jeanne beloofd +en voorspeld had, komt zij terug over de brug aan de spits van haar +zegevierend leger. Voor haar uit draagt men hare banieren en trekken de +monniken en priesters onder het zingen van een Te Deum. Bij den rossigen +gloed van toortsen en nog spookachtig verlicht door het brandende, +veroverde fort, trekt de stoet in triumf de stad binnen, waar de klokken +beieren, waar de vreugdevuren en lichten zijn ontstoken, evenals in den +nacht van den eersten blijden intocht van Jeanne, en waar een opgewonden +en geestdriftige menigte haar ontvangt met de vreugdekreet: »Noël!« +»Noël!« + +Bij Boucher aangekomen, wordt Jeanne verbonden door een chirurgijn, +vervolgens neemt zij eenig voedsel en een glas wijn en dan begeeft zij +zich kalm ter ruste: zij is vermoeid en uitgeput naar lichaam en naar +geest. + +Den volgenden morgen (Zondag 8 Mei) voeren de Engelschen onder Talbot +nog eene schijnbeweging uit in de richting van de stad, daarna maken zij +rechtsomkeert en trekken af: Orléans is ontzet! + +Men vraagt Jeanne nog toestemming, het vertrekkende leger te vervolgen, +maar zij verlangt, dat men rust zal nemen en den Zondag zal eerbiedigen. + +De stad is ontzet: het teeken, door Jeanne beloofd, is dus ook werkelijk +door haar voor Orléans gegeven. Hiermede is tevens reeds het eerste deel +van hare roeping vervuld en de eerste helft van de haar door God gegeven +taak volbracht. Na een angstig en benauwend beleg van zeven maanden is +het Jeanne in acht dagen gelukt, de Engelschen te verjagen: men durft +weer ademhalen binnen de muren van Orléans, de stad is bevrijd en +behouden gebleven voor den dauphin. + +Het bericht van de bevrijding van Orléans maakte een diepen indruk tot +zelfs ver buiten de grenzen van het land. De dauphin zelf en velen uit +zijne omgeving, die aanvankelijk getwijfeld hadden aan de belofte van +Jeanne, erkennen in hun dankbaarheid en door de feiten overtuigd de +»Goddelijke tusschenkomst«. + +[Illustratie: Intocht van Jeanne d' Arc binnen Orléans. + + Naar een schilderij van J. Scherrer. Museum Orléans.] + + + + +HOOFDSTUK III. + +Jargeau.--Patay.--Reims.--Parijs. + + +Het ligt geheel in de lijn van het voortvarend karakter van Jeanne, +dat zij na het behaalde succes in Orléans niet op haar lauweren gaat +rusten. Zij heeft nog slechts een deel van haar taak volbracht en wil +met alle kracht doorzetten. De Engelsche troepen zijn voor het oogenblik +gedemoraliseerd, maar men moet hun den tijd niet laten van de schrik +te bekomen en de geleden verliezen te herstellen. De Fransche troepen +daarentegen zijn met nieuwen moed bezield; de bevrijding van Orléans +heeft hun weer zelfvertrouwen gegeven, hun gevechtswaarde is zeker meer +dan verdubbeld. Maar van die gunstige stemming moet gebruik gemaakt +worden, men moet naar Reims, en vandaar naar Parijs, de Engelschen +moeten het land uit, voor zij den tijd gehad hebben, tot bezinning te +komen. + +Aldus redeneert Jeanne en in dien zin spreekt zij ook tot den dauphin +dadelijk bij het eerste wederzien in Tours. Maar de koning en zijn Raad +denken er anders over. De oppositie van la Trémouille en de zijnen +tegen de politiek van Jeanne wordt steeds duidelijker en Karel VII is +geen persoon, waarvan men kan verwachten, dat hij openlijk in verzet +tegen zijn Raad zal komen. In de omgeving van den koning acht men het +oogenblik voor den opmarsch naar Reims nog niet gekomen. Men wil eerst +vanuit Orléans de verdere Loire-streek van vijanden zuiveren. Ook acht +men een tocht door het land tusschen Orléans en Reims niet zonder +gevaar, zoolang de voornaamste plaatsen, die men langs moet, als Troyes +en Châlons, zich in handen der Engelschen bevinden. Maar, hoewel zij +niet openlijk werd uitgesproken, zal de voornaamste reden van het verzet +tegen het plan van Jeanne wel geweest zijn, dat men het groote nut van +de kroning te Reims nog niet inzag, nog niet voldoende doordrongen was +van de noodzakelijkheid ervan, of het geniale van de vinding nog niet +wilde erkennen. + +Eenige dagen na het ontzet van Orléans verlaten enkele leiders met hunne +troepen de stad, een ander gedeelte van de troepen wordt afgedankt +bij gebrek aan middelen om hen onder de wapens te houden. Ook Jeanne +vertrekt met Gilles de Rais. Een geestdriftige en innig dankbare menigte +doet haar uitgeleide tot de poort en velen zijn tot tranen toe geroerd +bij het afscheid. Als zij te Tours aankomt, is de koning er nog niet en +zij besluit dus, hem te gemoet te trekken. + +Bij het eerste wederzien betoont Karel VII zich tegenover Jeanne +hartelijk en vriendelijk, maar zonder eenige geestdrift. Het is de +koning, die na een overwinning zijn zegevierenden veldheer ontvangt, die +zijn plicht gedaan heeft. Ook uit zijn brieven van die dagen spreekt nog +altijd groote voorzichtigheid en een zekere angst om zich te veel bloot +te geven, als hij den bewoners van de steden, die hem trouw bleven, op +het hart drukt, God te loven en de dappere daden in Orléans bedreven in +eere te houden en wel vooral die van Jeanne »die steeds en in persoon +bij dat alles tegenwoordig was«. Maar na zoo'n koude douche willen wij +ons weer even verwarmen aan het enthousiasme van d'Alençon en Dunois en +de eerste over Jeanne laten verklaren: + +»Zij was zeer bekwaam in den oorlog, in het in slagorder brengen van de +troepen zoowel als in het opstellen van de kanonnen. Allen bewonderden +hare voorzichtigheid en haar zorg voor alles, alsof zij een kapitein was +met dertig jaar ondervinding.« + +en de tweede: + +»Zij ontwikkelde een bewonderenswaardige geestkracht en deed meer werk +dan twee of drie van de beroemdste veldheeren met de meeste +ondervinding.« + + * * * * * + +Tien dagen blijft Jeanne met het hof te Tours, daarna volgt zij den +koning naar Loches. Maar zij is verre van tevreden over dit talmen; het +is verloren tijd; zij wil naar Reims. Helaas, men luistert niet naar +haar goeden raad, zelfs niet als zij waarschuwt: + +»Ik zal slechts een jaar duren en niet veel langer.« + +Bij een van hare bezoeken bij den dauphin om hem te smeeken, toch niet +langer te dralen en vooral »niet zoo dikwijls en zoolang te vergaderen«, +maar haar te volgen naar Reims, ontmoet zij den heer van Harcourt, die, +als de koning geen antwoord geeft op het verzoek van Jeanne, gebruik +maakt van de gelegenheid, om haar weer te ondervragen over hare stemmen +en den raad van hare Heiligen. Maar Jeanne laat ook nu niet veel meer +los, dan hetgeen men reeds weet; alleen legt zij er bij deze gelegenheid +den nadruk op, dat zij er dikwijls veel verdriet van heeft, dat men +haar niet gelooven wil en hare stemmen haar in die oogenblikken van +neerslachtigheid troosten met de woorden: »Ga, dochter van God, ga!« + + * * * * * + +Den 6en Juni bevindt Jeanne zich met den koning te St. Aignan waar zij +o. a. een heraut ontvangt, haar als opperbevelhebber van de Fransche +troepen gezonden door de bewoners van Orléans, om haar op de hoogte te +brengen van de bewegingen van den vijand. + +Het plan, om van uit Orléans als operatie-basis, de geheele streek om +de stad van Engelschen te zuiveren wordt doorgezet. Jeanne, verheugd +dat zij tenminste niet langer met de armen over elkaar behoeft te +zitten, komt in den avond van den 9en Juni te Orléans aan, waar zich +de andere leiders met hunne troepen reeds verzameld hebben. Met een +vrij aanzienlijk leger onder bevel van d'Alençon en La Hire vertrekt zij +weldra weer in de richting van Jargeau. Men zal deze stad, die verdedigd +wordt door den graaf van Suffolk, met een grootendeels uitgelezen +bezetting, moeten belegeren, dus stormladders, kanonnen en alles, wat +noodig is voor een geregeld beleg, wordt medegevoerd, o.m. la Bergère, +een groot kanon, dat reeds bij de beschieting van les Tourelles +uitstekende diensten had bewezen. + +Zoodra de voorhoede der Franschen voor de stad is aangekomen, hebben +er enkele schermutselingen plaats, waarbij de belegeraars worden +afgeslagen. Dienzelfden dag wordt er krijgsraad gehouden. Men is het er +nog niet over eens, of men Jargeau wel zal durven aanvallen en vooral +niet sedert men heeft vernomen, dat Falstolf in aantocht is met een +ontzettingsleger van tienduizend man. Het is Jeanne weer, die hun moed +in moet spreken en den doorslag moet geven. Wat doet het ertoe, of de +Engelschen sterker en talrijker zijn, als Messire strijdt aan de zijde +der Franschen? + +»Wanneer ik daar niet zeker van was«, verklaart zij, »zou ik liever +schapen hoeden, dan mij blootstellen aan zulke gevaren.« + +Maar voor den aanvang van het eigenlijke beleg sommeert zij Suffolk nog +tot de overgave en biedt den Engelschen vrijen aftocht aan met +achterlating van al hunne wapenen en munitie. + +Den 12en Juni begint reeds in de vroegte een geregeld artillerie-duel +en een algemeene stormloop. Met hare banier in de hand en aan de zijde +van d'Alençon, haren »gentil duc«, voert Jeanne hare troepen aan. + +Plotseling, in het heetst van het gevecht, duwt zij d'Alençon met kracht +op zij: + +»Ga gauw uit den weg«, roept ze hem nog toe, en wijzende op een groot +kanon op de muren van de stad vervolgt zij: »die machine daar zou U +dooden.« Degeen, die een oogenblik daarna d'Alençons plaats innam, kon +niet meer gewaarschuwd worden en werd werkelijk gedood door een +projectiel uit het bewuste kanon. + +Evenals bij de bestorming van les Tourelles is Jeanne ook nu weer een +van de eersten, die een voet durft zetten op de ladders tegen den muur. +Maar zij wordt getroffen door een grooten steen, die de Engelschen naar +beneden wierpen, en valt terug. Goddank, zij is niet ernstig gewond en +springt weer overeind, roepende: + +»Toe maar, vrienden, vooruit! Moed gehouden! De Engelschen zijn ons!« + +Dan volgen allen haar weer, de muren worden beklommen, de vijand wijkt +en de stad is genomen. Bij de vervolging van de bezetting valt ook de +graaf van Suffolk in handen van de Franschen. + +Dadelijk na de verovering van Jargeau trekt Jeanne met het leger terug +naar Orléans, waar ter eere van deze nieuwe overwinning een groote +processie wordt gehouden en men haar overlaadt met kostbare geschenken. +Van den Raad van de stad ontvangt zij een huik en een overkleed van +groene en karmozijnroode stof, en dus in de kleuren van den Hertog van +Orléans, die in Engeland gevangen zat. + +Na de verovering van Jargeau, dat ten oosten van Orléans is gelegen, +wil Jeanne nu ook het westen gaan zuiveren en kondigt aan, dat zij de +Engelschen te Meung zal gaan bestoken. Den 15en Juni trekt het leger +er weer op uit. De versterkingen van de brug bij Meung worden zonder +veel moeite genomen. Men laat er eenig garnizoen achter en zonder zich +verder om de stad te bekommeren, zet het leger zijn opmarsch voort naar +Beaugency. De voorsteden van het stadje worden niet verdedigd en de +Franschen trekken er binnen, maar dan blijkt dat de vijand zich in de +huizen heeft verschanst en ontstaat een verwoed straatgevecht. Het +resultaat is evenwel dat de Engelschen worden verdreven en zich +terugtrekken in het kasteel. + +Terwijl de Fransche troepen bezig zijn, het kasteel en de bastilles +van de brug te omsingelen, ontvangt d'Alençon het onaangename bericht, +dat de connétable Arthur van Bretagne, heer van Richemont, in aantocht +is, en verzoekt, zich met zijne troepen bij de belegeraars te mogen +aansluiten. Deze onverwachte verschijning brengt den jongen d'Alençon in +eene zeer netelige positie. De connétable was n.l. in ongenade bij den +koning en had zelfs de troepen van la Trémouille openlijk bestreden. +d'Alençon is dus aanvankelijk niet van plan, hem en zijne manschappen in +zijn kamp te ontvangen en dreigt zelfs, hem met wapengeweld te zullen +verjagen; maar hiervan houden gelukkig de anderen hem terug. + +Jeanne evenwel denkt anders en practischer over de zaak. Zij weet, +dat de heer van Richemont bekend staat als een van de meest geduchte +veldheeren van het land. Doet men dan niet verstandiger, zijn hulp, die +men zoo opperbest gebruiken kan, dankbaar te aanvaarden? D'Alençon laat +zich ten slotte door de argumenten van Jeanne overreden en trekt den +connétable met haar tegemoet. Jeanne begroet hem, zooals een ridder in +die dagen zijn meerdere behoorde te begroeten, maar zegt daarna heel +kalm tot hem: + +»Connétable, gij zijt hier niet gekomen om mij, maar nu gij hier eenmaal +zijt, heet ik U welkom«. + +Waarop Richemont, die behalve als een uitstekend legeraanvoerder, bekend +stond als een trouw zoon van de kerk en een aartsketterjager, antwoordt: + +»Jeanne, ik heb gehoord, dat gij mij hebt willen bevechten. Ik weet +niet, of gij door God gezonden zijt, of niet. Wanneer gij door God +gezonden zijt, vrees ik U niet, want God is mijn vreugde. Wanneer gij +door den duivel gezonden zijt, vrees ik U nog minder!« + +Dien nacht houden de troepen van den connétable voor het belegerde +kasteel de wacht en den volgenden dag nemen zij deel aan de bestorming. +Met de kanonnen, die men uit Orléans heeft medegebracht, wordt den 17en +Juni de sterkte beschoten, zoowel van de landzijde als van de zijde van +de Loire, door geschut, dat men op platte vaartuigen heeft opgesteld! +Eindelijk, tegen den nacht, geeft de vesting zich over. + +Talbot en Falstolf zijn onder weg met een ontzettingsleger van +vijfduizend man, maar zij komen te laat. De troepen van Jeanne en +d'Alençon krijgen hen, als zij terugkomen van Beaugency, in het gezicht. +De Engelschen stellen zich dadelijk in staat van verdediging en wel op +dezelfde wijze als op den dag van de »bataille des Harengs«, namelijk +achter een dichte haag van lansen en pieken en achter de wagens van hun +convooi. Maar de Franschen laten hen dien dag ongemoeid en wijzen het +aanbod af, om den strijd te doen beslissen door een gevecht van drie +ridders van elke partij. Zij kondigen evenwel aan, dat men elkaar den +volgenden dag nader zal spreken. + +Den volgenden morgen merken de Franschen tot hun verbazing, dat de +vijand is verdwenen. Ver af kunnen ze evenwel niet zijn, en men besluit +dus, ze te gaan zoeken. Merkwaardig is wel, dat dien dag de voorhoede +van het Fransche leger en de hoofdtroep onder bevel staan van Poton, La +Hire, d'Alençon en Dunois, terwijl men Jeanne met Gilles de Rais in de +achterhoede heeft geplaatst. Dat men dit gedaan zou hebben uit angst, +dat Jeanne in een hinderlaag zou vallen, lijkt mij niet waarschijnlijk. +Had zij tot nu toe op alle tochten niet steeds de leiding genomen, en +had zij bij de bestormingen niet steeds vooraan gestreden, in het +voorste gelid en op het gevaarlijkste punt? + +Het is in de vlakte bij Patay en door een bloot toeval dat de Fransche +éclaireurs, terwijl zij op een hert jagen, eensklaps stuiten op de +achterhoede van het Engelsche leger. + +Zonder dralen gaat La Hire met zijn troepen oogenblikkelijk tot den +aanval over. Maar de eerste schok is dadelijk zoo hevig dat zij +eigenlijk beslissend is voor den geheelen slag. Voor nog Falstolf zich +met Talbot heeft kunnen vereenigen en eigenlijk nog voor de Fransche +achterhoede met Jeanne aan het gevecht kan deelnemen, hebben de +Franschen den slag gewonnen en is het grootste gedeelte van het +vijandelijke leger in de pan gehakt en gevangen genomen. Onder de +gevangenen was ook de dappere Talbot. + +Van het geheele gevecht bij Patay woonde Jeanne slechts het eind van de +algemeene slachting bij, maar ook ditmaal was zij zeer geroerd bij dit +gruwelijke schouwspel en stortte zij tranen van medelij met al de +gesneuvelde dapperen. De terugkomst binnen de muren van Orléans na den +slag bij Patay is voor Jeanne weer een triumftocht. Zij mocht dan +persoonlijk aan dit laatste gevecht een minder werkzaam deel hebben +genomen, men schrijft het min of meer terecht aan haar optreden toe, dat +de krijgskansen plotseling gekeerd zijn, en de Franschen overal, waar +zij zich met haar vertoonen, de overwinning behalen. + +Waarom was de koning niet in Orléans? De bewoners hadden op zijn komst +gerekend en zelfs de straten en huizen reeds met vlaggen en bloemen +versierd. Was het zijn plicht niet geweest, nu hij toch in de buurt was, +de stad te bezoeken, die zich zoo moedig verdedigd had? + +Jeanne ontmoet haar »gentil dauphin« te St. Benoit sur Loire. Zij komt +natuurlijk met het doel om, nu het Engelsche leger verslagen en de +streek om Orléans gezuiverd is, den koning te bewegen, haar naar Reims +te volgen. Maar voor zij dit onderwerp aanroert, heeft zij nog een +anderen plicht te vervullen: zij smeekt Karel VII, dat hij den +connétable weer in genade zal ontvangen, maar dit verzoek wordt haar +geweigerd. De koning en zijn raadsman la Trémouille willen van die +verzoening niets weten. + +Vervolgens vertrekt het hof naar Gien en aldaar wordt na veel wikken en +wegen tot den tocht naar Reims besloten. + +Als men de houding van den koning in die jaren gadeslaat, maakt zich +soms een gevoel van wrevel van ons meester over zooveel aarzeling, +zooveel slapheid en zoo'n totaal gemis aan alles, wat zou zweemen naar +eenige vastheid van karakter, en, hoewel innig overtuigd dat het zijne +Raadslieden zijn, die er hem toe brengen, slaakt men een zucht van +verluchting, wanneer men hem een enkele maal een belangrijk besluit ziet +nemen. + +Met een zucht van verluchting en een dankbaar gemoed verlaat ook +Jeanne den 27en Juni Gien, en de koning met zijn gevolg vertrekt twee +dagen later. Even voor haar vertrek uit Gien had Jeanne nog een brief +gedicteerd aan de bewoners van Tournai, die Karel VII als hunnen koning +erkend hadden. Zij deelt hun mede, dat zij de geheele Loire-streek van +Engelschen gezuiverd heeft, en dringt er op aan, dat zij zich vooral +door eene deputatie moeten laten vertegenwoordigen bij de +kroningsplechtigheid te Reims. + +Zooals wij reeds opmerkten bevonden zich de voornaamste plaatsen, +waar Jeanne op weg naar Reims langs trekt, in handen van den hertog +van Bourgondië. Auxerre sluit dan ook zijne poorten, maar zendt +afgevaardigden om over een voorwaardelijke overgave te onderhandelen. La +Trémouille moet bij die gelegenheid door de afgevaardigden van Auxerre +zijn omgekocht voor tweeduizend kronen, waarna eene schikking tot stand +kwam, dat de stad het voorbijtrekkende leger van levensmiddelen zou +voorzien, maar verder neutraal zou blijven. + +Het eenige ernstige oponthoud heeft plaats voor Troyes. De stad +verdedigt zich en wordt den 5en Juli tot overgave gesommeerd. + +De Fransche leiders aarzelen. Zal men aanvallen of maar niet liever +terugkeeren, want met een vijandige stad in den rug durft men den tocht +niet voortzetten. De Rijkskanselier en Aartsbisschop van Reims +raadpleegt Jeanne en het zijn ook ditmaal weer haar invloed, hare +doortastendheid, die een belachelijke mislukking van de gansche +onderneming voorkomen. + +Niet omkeeren, raadt zij natuurlijk aan, maar zich gereed maken voor de +bestorming van de stad en zij staat er voor in, dat Troyes zich binnen +twee dagen zal overgeven. Een belangrijken steun ondervindt Jeanne bij +deze gelegenheid van de zijde van broeder Richard. Deze gevaarlijke +drijver, die door zijn geestdriftige welsprekendheid een machtigen +invloed had op de bevolking van Troyes, ziet in Jeanne niet anders, +dan een afgevaardigde van den duivel. Men zendt hem met een groote +wijwaterkwast op haar af en hij komt geheel bekeerd en volkomen +overtuigd van de heiligheid van Jeanne in de stad terug. Op den verderen +tocht naar Reims volgt hij haar. + +Na de overgave van Troyes op den 9en Juli kan het Fransche leger zijn +weg rustig vervolgen tot aan Reims toe. Evenals Châlons zendt de stad +van den Aartsbisschop den koning een deputatie tegemoet met de sleutels. + +[Illustratie: Kathedraal van Reims + waarheen Karel VII door Jeanne d' Arc en haar zegevierend leger geleid + werd, om daar gekroond te worden. + + De Kathedraal, die zich bij het uitbreken van den tegenwoordigen + wereldoorlog nog in den zelfden toestand bevond, heeft thans door + het bombardement van de stad zeer geleden. + + (Naar een photographie)] + +In den avond van den 16en Juli houdt de koning met zijn gevolg en zijn +leger zijn feestelijken intocht in Reims. 's Nachts worden in allerijl +de noodige toebereidselen gemaakt voor de groote plechtigheid van +den volgenden dag, en inderdaad schijnt men daarin bijzonder goed +geslaagd te zijn, want volgens de verklaring van ooggetuigen was het +een wonderschoon schouwspel en »even plechtig en tot in de kleinste +bijzonderheden voortreffelijk geregeld, alsof men daarvoor een jaar den +tijd had gehad«. + +Tegen negen uur in den morgen van den 17en Juli begeeft de koning +zich met zijn gevolg naar de groote kathedraal. Onmiddellijk achter hem +loopt Jeanne met haar standaard en gevolgd door haar page en broeder +Richard. Het geheele kerkgebouw is gevuld met een dicht opeengepakte +menigte, die den koning bij het binnentreden geestdriftig toejuicht. +Voor het hoofdaltaar aangekomen, knielt hij neer en wordt eerst volgens +de oude voorschriften tot ridder geslagen door zijn neef d'Alençon. +Daarna treedt Regnault de Chartres, de Aartsbisschop, naar voren en +wordt Karel van Valois gezalfd met de geheimzinnige, heilige olie die +te Reims bewaard wordt en nooit vermindert, en vervolgens drukt de +Aartsbisschop, bijgestaan door twaalf pairs, den koning de kroon, die in +de schatkamer van de kathedraal aanwezig was, op het hoofd. Dan schallen +en schetteren de bazuinen en het volk jubelt: »Noël, Noël!« + +Gedurende de gansche plechtigheid, die met alle ceremoniën toch nog +eenige uren geduurd heeft, staat Jeanne aan den voet van het altaar met +haar witten standaard in de hand. Maar als eindelijk de plechtigheid is +afgeloopen en de menigte in gejubel is losgebarsten, knielt zij voor den +koning neer en innig verrukt en dankbaar stamelt ze: + +»Nu, koning, is Gods wensch vervuld, die wilde dat ik het beleg van +Orléans zou opheffen en U naar Reims zou geleiden voor Uwe plechtige +kroning, om daarmede te toonen dat gij zijt de ware koning en degeen, +aan wien het koninkrijk Frankrijk moet toebehooren.« + + * * * * * + +Ja, waarlijk, zoo is het. Als de plechtigheid van de kroning in de +kathedraal te Reims is afgeloopen, is daarmede de taak, die Jeanne zich +gesteld had, volbracht. Na het eerste wonder van hare gelofte is thans +ook het tweede: de vervulling dier belofte, geschied. Zij staat nog op +het hoogste punt van haar invloed en macht; maar haar geluksster zal +snel verbleeken en spoedig ondergaan. + +Zou men niet verwachten en was het niet volkomen logisch geweest, dat +men na alle bewijzen, die Jeanne van haar helder doorzicht gegeven had, +steeds meer vertrouwen was gaan stellen in hare adviezen, en in de +door haar aangegeven politiek van flink doorzetten tot het einde toe? +Integendeel zullen wij zien, dat van dit oogenblik af de partij der +oppositie steeds meer in macht zal toenemen, dat men Jeanne, nu zij +gegeven heeft, wat zij geven kon, langzamerhand zal gaan verwaarloozen +en eindelijk geheel aan haar lot zal overlaten. + +[Illustratie: Kroning van Karel VII te Reims, 1429. + + Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.] + +Na de plechtigheid van de kroning blijft Jeanne nog eenige dagen te +Reims. Evenals te Orléans aanbidt de bevolking haar als eene heilige, +juicht haar toe en verdringt zich in de straten om haar te zien, of om +haar hand, haar kleed aan te raken en te kussen. Zij ontmoet er behalve +haar oom Durand Laxart ook nog haar vader die uit Domrémy was gekomen, +om getuige te zijn van de glorie van zijne dochter, om de plechtigheid +in de kathedraal bij te wonen en om den koning te verzoeken om +vrijstelling van belasting voor de bewoners van zijn dorp. De oude +Jacquot d'Arc wordt door de burgers van Reims als vader van hunne +heilige gastvrij ontvangen, zij bekostigen zijn verblijf en schenken +hem bij zijn vertrek nog een paard voor de terugreis. + +De koning geeft na zijne kroning de gebruikelijke feesten en geschenken, +en o.m. krijgt la Trémouille den titel van graaf en wordt Gilles de Rais +bevorderd tot Maarschalk van Frankrijk. + +Het verblijf te Reims duurt evenwel naar het oordeel van Jeanne +weer onnoodig lang. Waartoe thans weer dit talmen? Zij heeft er op +aangedrongen dat men zoo spoedig mogelijk na de kroning naar Parijs zou +optrekken, waarvan een deel der bevolking bereid is, de poorten voor +den koning te openen. Maar dan moet men met spoed te werk gaan, want er +zijn Engelsche hulptroepen in aantocht en het is dus van het grootste +belang, Parijs te veroveren en te bezetten vóór de versterkingen de +stad bereikt hebben. Helaas, de oppositie denkt er anders over. Er zijn +onderhandelingen aangeknoopt over een wapenstilstand met Bourgondië, en +men zal daarvan eerst rustig het resultaat afwachten. Een eerste botsing +dus tusschen de doortastende politiek van Jeanne en de lijnrecht +daarmede in strijd zijnde »politiek der wapenstilstanden«. + +Eindelijk, den 21en Juli, verlaat de koning met Jeanne en het leger +Reims en begeeft zich in de eerste plaats naar St. Marcoul de Corbeny, +voor de traditioneele plechtigheid van de genezing der kliergezwellen. +Volgens een oud geloof kregen de Fransche koningen door de zalving met +de Heilige Olie de macht, om door aanraking genezing te brengen aan +lijders aan kliergezwellen of de zoogenaamde »koninklijke ziekte.« + +Gedurende eenige dagen marcheert alles naar wensch: men is op weg naar +Parijs en de steden, die men passeert, als Laon en Soissons, openen +hunne poorten voor de koninklijke troepen. Maar dan plotseling, den +1en Augustus, maakt het leger een zwenking naar het Zuiden en trekt +bij Château Thierry de Marne over. Een wapenstilstand van veertien dagen +is gesloten met Filips van Bourgondië en men heeft het Parijsche plan +laten varen. + +Jeanne is door deze wijziging in de plannen diep teleurgesteld. Wel is +haar invloed op het leger en op haar naaste omgeving nog groot, maar zij +voelt bij intuïtie, dat er in den Raad des konings machten aan het werk +zijn, waar zij niet tegen op kan. Uit die dagen is ons een uitlating van +haar bekend, die ons een duidelijk beeld geeft van hare gemoedsstemming. +Als het leger n.l. gekomen is in de buurt van Crépy en Valois, rijdt +Jeanne tusschen den Rijkskanselier en Dunois. Het volk is den koning +tegemoet getrokken met de vreugdekreet: »Noël, Noël!« Innig dankbaar +voor deze goede ontvangst zegt zij tot Regnault de Chartres: + +[Illustratie: Karel VII, Koning van Frankrijk. + + Naar een schilderij uit het »Musée du Louvre«, te Parijs.] + +»Dat is een goed volk; ik heb nog nooit het volk zoo verheugd gezien bij +de aankomst van den edelen koning. Ach, dat ik het geluk moge hebben, +als eenmaal mijn laatste uur zal zijn geslagen, om in deze streek +begraven te worden.« + +Op de vraag van den Kanselier, waar zij denkt te sterven, antwoordt zij: + +»Waar het God zal behagen. Omtrent den tijd en de plaats weet ik niets +met zekerheid, evenmin als gij zelf.« + +En zij laat er de verzuchting op volgen: + +»O, dat het Gode mijnen Schepper mocht behagen, dat ik thans mijne +wapens kon afleggen en heen kon gaan om mijn vader en moeder te dienen +en hun kudde te hoeden met mijn zuster en mijn broers, die zoo gelukkig +zouden zijn als ze mij weer zagen.« Een hoogst merkwaardige uiting; de +eenige, waarin Jeanne spreekt over hare ouders en het ouderlijk huis. +Zelfs wanneer men haar later in het proces ondervraagt over hare familie +en haar jeugd, zal zij zich beperken tot korte, zuiver zakelijke +antwoorden, maar in de bangste oogenblikken in haar kerker en aan het +slot op den brandstapel komt geen enkele maal een beroep op of een woord +van verlangen naar hare familie haar over de lippen. + + * * * * * + +Bij Crépy, of beter gezegd op den weg tusschen Crépy en Senlis, stuit +het Fransche leger op de troepen van Bedford. Van den 14en tot den 16en +Augustus staan de vijandelijke machten tegenover elkaar, zonder dat het +evenwel tot een beslissend gevecht komt. Bedford had al den tijd gehad, +zich stevig te verschansen achter hooge palissaden, maar de Franschen +denken er niet aan hem, in die gunstige positie aan te vallen. Zij doen +alle mogelijke moeite, hem naar buiten te lokken. Jeanne met haar banier +in de hand nadert de versterkingen en klopt zelfs tegen de palissaden. +Zij daagt de Engelschen uit tot een strijd in het open veld, maar +tevergeefs. Eindelijk, in den morgen van den 17en, verlaat Bedford zijne +positie en trekt het Noorden in. + +Dienzelfden dag nog ontvangt de koning de sleutels van Compiègne en +trekt hij daar met het geheele leger naar toe. Op een van de eerste +dagen van zijn verblijf binnen Compiègne worden hem de sleutels gebracht +van Beauvais. Cauchon, de Bisschop van Beauvais, had de bevolking +geraden, de poorten te sluiten en de stad in staat van verdediging te +brengen. Maar dit advies viel bij de geloovigen in slechte aarde, zij +joegen hun Bisschop de stad uit en zonden afgevaardigden naar Compiègne +om den koning als hun Heer en Meester te begroeten. In Rouaan en in het +proces zullen wij zien, hoe de Bisschop revanche nam voor zijn +nederlaag. + +In Compiègne is het weer wachten en talmen, talmen en wachten. Het is +weer de oude scène: Jeanne, vol ongeduld, dringt er op aan, dat men +onverwijld zal voorttrekken naar Parijs en profiteeren zal van de +gunstige omstandigheden, en de oppositie remt, onderhandelt met +Bourgondië over wapenstilstanden. Maar in den ganschen Raad van Karel +VII is er niemand, die de politiek van den sluwen hertog van Bourgondië +doorziet; zij volgen hem allen gedwee, daarheen, waar hij ze hebben +wil, en dat alleen omdat hij de handigheid heeft, om ze als lokaas van +uit de verte iets voor te houden, dat lijkt op een duurzamen vrede. + +Op den laatsten dag van het verblijf van Jeanne te Compiègne, ontvangt +zij nog een brief van den graaf van Armagnac, waarin deze haar vraagt, +welke van de drie door hem genoemde Pausen de ware is. Wanneer zij op +dat oogenblik een verstandigen raadsman bij zich had gehad, had zij +kunnen volstaan met een antwoord in telegramstijl: Martinus V. +Vermoedelijk wist zij niets af van den strijd, die op dat oogenblik +gevoerd werd tusschen Paus en tegenpausen, maar dat wil zij niet +erkennen en bovendien zij wil den graaf van Armagnac, als zij kan, wel +van dienst zijn. Het antwoord, waarmede zij zich voorloopig van de zaak +afmaakt, komt hier op neer, dat zij er eens rustig over wil nadenken en +er met den koning en de anderen over wil raadplegen. In het proces wordt +haar later dit weiflend antwoord verweten. + +Met d'Alençon en een deel van het leger verlaat zij eindelijk den +23en Augustus Compiègne en den 25en arriveert zij te St. Denis. +Van uit St. Denis, waar zij haar hoofdkwartier vestigt, begint +Jeanne oogenblikkelijk hare verkenningen om Parijs. Maar helaas, de +omstandigheden zijn er de laatste dagen niet beter op geworden. Bedford +heeft een deel van de Engelsche troepen uit Parijs teruggetrokken +en de verdediging van de stad hoofdzakelijk aan de burgerwacht en +Bourgondische troepen overgelaten. Juist de aanwezigheid van al die +Engelsche soldaten in de stad, waar ze bij de bevolking zoo gehaat +waren, had een groote kans gegeven, dat ook Parijs, wanneer de koning +zich tijdig vertoond had, zich zou hebben overgegeven. En ook nu is de +koning er nog niet, en Jeanne en d'Alençon voelen beiden, dat zij met +een beslissenden aanval moeten wachten tot zij het geheele leger van +den koning tot hunne beschikking hebben, tot Karel VII zelf zich kan +vertoonen en de overgave van zijn hoofdstad kan eischen. Wel heeft de +koning Compiègne verlaten, hij nadert, maar met een slakkengang, zoodat +d'Alençon hem van uit St. Denis meer dan eens gaat opzoeken om hem tot +meer spoed te bewegen. Maar Karel maakt geen haast en waarom zou hij +ook? Den 28en Augustus wordt te Compiègne tusschen hem en den hertog van +Bourgondië voor zes maanden een wapenstilstand gesloten. De bepalingen +van dit verdrag, juist op dat oogenblik gesloten, zijn wel buitengewoon +zonderling. Om een voorbeeld te noemen, werd overeengekomen, dat de +koning Parijs mocht aanvallen, maar dat Bourgondië het recht behield, de +Engelschen ter zijde te staan met de troepen, waarover hij in de stad +beschikte. En dan de houding van Karel VII tegenover Compiègne: deze +stad, die zich loyaal betoond had en den koning bij zijn nadering hare +afgevaardigden met de sleutels tegemoet gezonden had, wordt gedurende +den wapenstilstand weer aan Bourgondië afgestaan. Gelukkig neemt de stad +zelf hier geen genoegen mede, en geen wonder. Is dit de wijze, waarop +een koning de onderdanen, die hem trouw blijven, beloont? Welken invloed +moet het voorbeeld van een behandeling als van Compiègne wel niet +uitoefenen op het gedrag van de andere steden? + +Sommige biografen van Jeanne, waaronder enkele van de meest +geestdriftigen, trachten toch nog een woord van verdediging te spreken +voor de politiek van den koning, en beroepen zich daarbij op het +eindresultaat van den oorlog, dat voor de Franschen toch gunstig is +geweest. Zij beoordeelen de bekwaamheden van den metselaar naar den +muur. Maar ik kan daarin onmogelijk met hen medegaan. Karel VII is +niet anders geweest dan een domper voor alle enthousiasme, en een +bluschmiddel voor elke warme en spontane opvlamming van loyauteit. Wat +bereikt is, is bereikt ondanks zijne remmende politiek van schipperen +en talmen. De eindzege, ook al kwam die na haar dood, is te danken +geweest aan Jeanne, aan haar invloed, haar genie, aan haar heerlijk +enthousiasme, haar geloof in eigen kracht, aan het plichtsbesef en het +begrip van vaderlandsliefde, dat zij door haar voorbeeld, voor het eerst +haren troepen gegeven en nagelaten heeft. + + * * * * * + +Mokkend en tegen zijn zin komt de koning eindelijk den 7en September te +St. Denis. Den volgenden dag, den 8en, heeft de eerste aanval op Parijs +plaats. Het is zeer waarschijnlijk, dat d'Alençon, Gaucourt, de Rais en +de andere bevelhebbers, nog gemeend hebben, dat een ernstige aanval niet +noodig zou zijn, en dat na eenig machtsvertoon en een soort schijnaanval +de hoofdstad hare poorten wel zou openen. Jeanne heeft verklaard, dat +zij voor dezen aanval geen bijzondere opdracht van hare stemmen heeft +ontvangen. Aan alles is dan ook duidelijk te zien, dat de regeling en de +voorbereiding van het gevecht niet het werk van Jeanne zijn geweest. +Toch is zij het geweest, die van het oogenblik, dat zij hare medewerking +aan den aanval heeft toegezegd, er nog van gemaakt heeft, wat er van te +maken was. + +Het eigenlijke gevecht begint pas in den namiddag en dus veel te laat. +De Franschen rukken op tusschen de poorten van St. Denis en St. Honoré +aan den voet van den heuvel met de molens, het tegenwoordige Montmartre. +Van een tegenaanval op een ander punt, om de aandacht af te leiden, is +geen sprake. De eerste aanval op de buiten-boulevard bij de poort St. +Honoré gelukt en het bolwerk wordt bezet. Dan neemt Jeanne een oogenblik +weer de leiding. Met haar standaard in de hand, steekt zij de diepe +buitengracht over, waarin geen water staat, en met den stok van haar +vaandel begint zij de diepte te peilen van de binnengracht. + +Een boogschutter op den muur ziet haar hiermede bezig en onder het +uitbraken van de grofste scheldwoorden schiet hij haar een pijl door +haar dij, en met een tweede schot doodt hij haar banierdrager. Zwaar +gewond wordt Jeanne weggedragen. Zij tracht nog met hare stem hare +troepen tot een aanval te bewegen, maar de avond begint reeds te vallen, +en d'Alençon met de reserve-troepen is te ver af, achter de »butte«; het +is zeker te laat, om zonder de leiding van Jeanne nog over een ernstigen +aanval te denken. + +Ondanks hare zware verwonding en het bloedverlies, dat zij geleden +heeft, is Jeanne den volgenden morgen reeds vroeg in de weer. Zij wil +het signaal tot een nieuwen aanval laten blazen, zij heeft geen rust, +voor ook de hoofdstad veroverd is. Zij overlegt met d'Alençon en de +andere chefs; er komen nog versterkingen aan.... maar dan opeens +ontvangen zij bericht, dat de koning van geen nieuwen aanval op Parijs +weten wil en dat het leger bij hem te St. Denis terug moet komen. Een +oogenblik is er nog van aarzeling, of men wel aan dit onverwachte en +alles verstorende bevel zal gehoorzamen. Den volgenden morgen zelfs +doet Jeanne met d'Alençon nog een verkenningstocht naar een brug, die +d'Alençon in de buurt van St. Denis heeft laten slaan, maar tot hun +groote verbazing bemerken zij, dat gedurende den nacht een gedeelte van +die brug op bevel van den koning weer is afgebroken. Deze ontdekking +breekt hun verzet en slaat hen met lamheid. + +Karel VII heeft dus eindelijk gesproken, hij heeft zelfs gehandeld. Zou +dit beduiden een eerste teeken van ontwaken? Wee dan, wee! want zijn +eerste gebaar is er een geweest, waarmede hij Jeanne ontrouw wordt, +verloochent en »désavoueert.« + +Diep terneergeslagen begeeft Jeanne zich met de andere leiders en het +leger naar St. Denis. Eenige dagen besteden zij nog om te trachten, den +koning tot andere gedachten te brengen, maar hun geestdrift en hun +welsprekendheid stuiten af op de koppige domheid van hun koning en zij +staan daar tegenover machteloos. + +Het gebaar, waarmede Jeanne antwoordt op de eerste formeele daad van +laffe verloochening van haar dierbaren koning, is van geheel anderen +aard. Het is een daad, zoo geheel liggende in de lijn van haar groot +karakter, een daad die ontroert door haar plechtigen eenvoud. Zoodra het +vast staat, dat een deel van het leger zal worden afgedankt en de koning +met het overschot zich weer zal terugtrekken aan de Loire, begeeft +Jeanne zich naar de kathedraal te St. Denis en legt daar haar blanke +wapenrusting neer op het altaar van de Heilige Maagd. Op dit oogenblik +is het haar dus wel duidelijk, dat haar taak in hoofdzaak is volbracht +en zij toont dit in een vroom gebaar van kinderlijke dankbaarheid en +verheven berusting. + +Als men haar later in het proces vraagt, waarom zij hare wapenrusting +juist te St. Denis gebracht had, antwoordt zij: »Omdat St. Denis de +oorlogskreet van Frankrijk is.« + +Den 13en September breken de Franschen op: een klein garnizoen wordt +achtergelaten te St. Denis. Den 21en komt de koning met Jeanne en zijn +gevolg te Gien aan. + +Tegen haar zin wordt Jeanne medegevoerd. Zij blijft bij hare meening en +komt daar openlijk voor uit, dat men had moeten doortasten en haar haar +gang had moeten laten gaan, dan zou ook de hoofdstad zich over gegeven +hebben. Zij begrijpt, wat nu gebeuren zal: het is reeds najaar; een +groot gedeelte van het leger zal uit zuinigheid worden afgedankt en voor +het volgend voorjaar zal zeker aan een ernstig aanvallend optreden van +Fransche zijde niet gedacht kunnen worden. Zij voorziet een winter van +luieren en stilzitten. + +De koning van zijn kant verzint al het mogelijke, om haar bezig, ik +schreef haast, om haar zoet te houden. Van Gien trekt zij met het hof +naar Selles en Bergy, Bourges, Loches, Jargeau, Issoudun en het kasteel +Mehun sur Yèvre. Men overlaadt haar met kostbare geschenken en fraaie +kleeren, zij heeft de vrije beschikking over de beste paarden uit den +koninklijken stal. Maar wat maalt zij om dat alles, om persoonlijk +voordeel is het haar immers niet te doen? Om deze dwaze en smakelooze +vertooning volledig te maken, wordt Jeanne met hare geheele familie, +zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie in den adelstand +verheven, »om door alle tijden heen de herinnering te vereeuwigen aan +zooveel Goddelijke genade en glorie.« De acte zegt uitdrukkelijk, dat +de nieuwe familie-naam van de »lieve en beminde Johanna d'Ay« zal +zijn »du Lys« en Jeanne zelf heeft verklaard, dat haar broers zich +als familie-wapen gekozen hadden: twee gouden fransche lelies op een +schild van azuur, met in het midden een kroon, gedragen door een zwaard. +Nergens blijkt gelukkig, dat Jeanne ooit haar nieuwen naam of wapen +heeft gevoerd: haar banier bleef onveranderd en tot het einde toe heeft +zij zich zelf niet anders genoemd dan: »Jeanne la Pucelle«. + +Gelukkig voor Jeanne besluit de Raad des konings tegen het eind van +October tot een kleine expeditie in de Loirestreek. Dat geeft dus werk, +al is het niet het groote werk, dat Jeanne verlangt. In de nabijheid van +Bourges worden troepen bijeengebracht en de leiding van de expeditie +wordt opgedragen aan d'Albret en Jeanne. De vijanden van Jeanne, de +oppositie in den Raad, gaat in haar partijdigheid en onrechtvaardigheid +zoover, dat zij Jeanne een verwijt maakt van de mislukking van den +aanval op Parijs. Voor eigen fouten hebben zij een zondenbok noodig, +maar zij vergeten, of liever gezegd, zij verzwijgen, dat zij diezelfde +Jeanne, de eenige persoon, die door haar doorzettingsvermogen en haar +geestdrift in staat was geweest, van een totaal onvoldoend voorbereiden +aanval nog een belangrijk wapenfeit te maken, op het beslissende +oogenblik aan handen en voeten gebonden en haar elk verder handelen +onmogelijk gemaakt hebben. + +In den aanvang van de herfstcampagne van 1429 zal Jeanne nog eenmaal +toonen, wat zij vermag, dat haar invloed op hare troepen nog dezelfde +is, maar het slot van de expeditie zal een mislukking zijn, omdat +de middelen zullen ontbreken, om de troepen langer onder de wapenen +te houden en het leger niet meer over voldoende munitie zal kunnen +beschikken. De beide voornaamste biografen van Jeanne teekenen hierbij +terecht aan, dat: »de kunst van hare tegenstanders hier in bestaan +heeft, dat zij haar belet hebben, zich weer op te heffen van haar val.« + +In de laatste dagen van October vinden wij Jeanne met hare troepen voor +Saint Pierre le Moustier. De artillerie is in stelling gebracht en na +een bombardement van eenige dagen is het den belegeraars eindelijk +gelukt, een bres in de muren te schieten. Dan volgt een aanval, die +evenwel door de verdedigers wordt afgeslagen. Jeanne strijdt weer in +het voorste gelid. Zij houdt stand aan den voet van den muur, nadat +hare troepen reeds zijn teruggetrokken. d'Aulon, die door eene zware +verwonding geen deel kan nemen aan het gevecht, ziet haar daar staan +met nog slechts enkele getrouwen en beseft oogenblikkelijk in welke +gevaarlijke positie zij zich bevindt. Met moeite stijgt hij nog te +paard en rijdt naar haar toe. Als hij haar vraagt, waarom zij zich zoo +blootstelt en alleen is achtergebleven, licht zij het vizier van haar +helm op en antwoordt: + +»Ik ben niet alleen, ik heb nog vijftigduizend man bij mij en zal niet +van hier gaan, voor ik de stad heb ingenomen.« + +d'Aulon, verbaasd over zooveel optimisme, blijft aandringen, dat zij +zich in veiligheid zal brengen, maar Jeanne wil er niet van hooren en +met luider stem geeft zij bevel, dat men takkenbossen zal aandragen, om +een deel van de gracht te dempen. + +Hare manschappen gehoorzamen. Zij is de eerste, die de gracht oversteekt +en den soldaten toeroept: + +»In Gods naam, nu aanvallen! De stad is ons!« + +En ook ditmaal nog blijkt dit tooverwoord voldoende, om haar leger als +één man in beweging te brengen en de stad met één krachtigen aanval, +waarvoor alles wijken moet, te veroveren. + +Na de verovering van Saint Pierre le Moustier trekken d'Albret en Jeanne +met hunne troepen verder over Moulins naar Charité sur Loire, waarvan +de insluiting begint op 24 November. Maar de winter is intusschen met +groote strengheid ingevallen, de belegeraars hebben gebrek aan warme +kleeren, aan geld en aan munitie. Jeanne heeft reeds naar enkele +streken brieven gezonden met verzoek om steun, en er is ook reeds hulp +ontvangen o. a. van de trouwe en dankbare bewoners van Orléans, maar met +wat men thans bijeen heeft, zal men het niet lang kunnen houden. Na vier +weken van ellende en ontberingen in de bittere kou wordt dan ook het +beleg van la Charité opgeheven, de troepen worden afgedankt en Jeanne +met haar gevolg begeven zich naar het hof, dat zich te Jargeau bevindt. + +Dan volgen eenige maanden van stilzitten. De wapenstilstand met +Bourgondië, waaraan beide partijen zich al bijzonder weinig gestoord +hebben, is telkens weer verlengd en de laatste maal zelfs tot aan de +week voor Paschen. Als in de eerste dagen van Maart het hof naar Sully +sur Loire trekt, gaat Jeanne mee, en van uit Sully verdwijnt zij met een +kleine troepenmacht zonder iemand te waarschuwen, juist tegen het einde +van het bestand. Zij trekt naar Lagny, maar onderweg te Melun krijgt zij +de eerste waarschuwing van hare Heiligen, dat zij gevangen genomen zal +worden vóór Sint Jan, dat was dus vóór den 24en Juni van dat jaar. + +»Als ik dan gevangen wordt genomen«, antwoordt zij in kalme berusting, +»laat mij dan dadelijk sterven, zonder langdurige gevangenschap«. + +De waarschuwing blijft haar bezighouden en telkens als hare Heiligen +haar weer verschijnen, vraagt zij nadere bijzonderheden omtrent den dag, +het uur en de plaats van hare gevangenneming. Maar de Heiligen laten +zich er verder niet over uit en raden haar slechts aan, er niet verder +over te tobben en zich niet angstig te maken, want »God zal haar +bijstaan.« + +Te Lagny verblijft Jeanne geruimen tijd, de bevolking draagt haar op de +handen en vereert haar als een Heilige. Van één geval, waarin men haar +tusschenkomst als afgezant van God inroept, willen wij melding maken, +omdat het later in den breede behandeld is in het proces en hare +rechters er haar een verwijt van gemaakt hebben. + +Er was dan te Lagny een kind geboren, maar dadelijk na de geboorte +overleden, nog voor men den tijd had gehad, het te doopen. Het geval +was algemeen in de plaats bekend en allen, vooral de vrouwen en moeders, +waren er zeer mede begaan. Den derden dag eindelijk besluit men, de hulp +van Jeanne in te roepen: mogelijk, dat men met haar tusschenkomst nog +iets bereiken kan. Volgens verklaring van Jeanne zelf was het lijkje +reeds zwart, toen men het haar toonde. Zij geeft den raad, dat men +het in de kerk zal brengen en neder zal leggen voor het altaar van de +Heilige Maagd. Daarna vereenigt zij zich met de vrouwen en meisjes, die +in grooten getale zijn toegestroomd, in een vurig, gemeenschappelijk +gebed. + +»En ziet«, vertelde Jeanne, »aan het eind van ons gebed scheen het, +dat er leven in het kindje kwam. Het gaapte driemaal en werd gedoopt. +Dadelijk daarna stierf het en het werd in gewijde aarde begraven.« + +Uit de uitdrukking van Jeanne zelf, dat het kindje na eenig teeken van +leven gegeven te hebben, al was dit dan ook het eerste na de geboorte, +»stierf«, blijkt wel voldoende, dat zij zelf niet in den waan +verkeerde, een wonder verricht en eene opwekking uit den dood +bewerkstelligd te hebben. + +De omstreken van Lagny werden in die dagen onveilig gemaakt door een +ongeregelde bende van drie- à vierhonderd man onder aanvoering van +een zekeren Franquet d'Arras. Zij behoorden tot de partij van de +Bourgondiërs en vermoordden en verbrandden onderweg alles, wat zij van +de Franschen in handen konden krijgen. Jeanne trekt er op een dag met +hare troepen op uit, om met die gevaarlijke bende af te rekenen. Bij +een eerste treffen worden de manschappen van d'Arras allen gedood of +gevangen genomen en hij zelf valt ook in handen van de Franschen. Bij de +verdeeling van de krijgsgevangenen, zooals die toen gebruikelijk was, +wordt de aanvoerder Franquet d'Arras aan Jeanne toegewezen. Vermoedelijk +zal zij hem gekocht hebben, een krijgsgevangene van eenigen rang of +stand kreeg men niet voor niets, maar een ander zal voor haar betaald +hebben, want zij heeft uitdrukkelijk later in het proces verklaard, +dat zij geen geld voor hem gegeven had, daar zij nimmer munter of +schatmeester van Frankrijk was geweest. Jeanne was van plan, haren +gevangene uit te wisselen tegen een hôtelier uit Parijs, den »Seigneur +de l'Ours«, maar, als zij vernomen heeft dat de hôtelier gedood is, +zwicht zij voor den aandrang van den baljuw van Senlis en levert +Franquet d'Arras aan hem uit. Na een kort proces wordt hij daarna ter +dood veroordeeld en onthoofd. In Bourgondische kringen is men heftig +verontwaardigd geweest over de terechtstelling van dezen kapitein en er +schijnt in deze zaak ook iets te zijn, dat niet geheel strookte met de +gebruiken van dien tijd. Maar het is ten onrechte, dat men er Jeanne +een ernstig verwijt van heeft gemaakt: zij heeft slechts toegestemd in +de voltrekking van het vonnis, omdat d'Arras de hem ten laste gelegde +feiten bekend had, en zij meende, dat het recht zijn loop moest hebben. +In het proces zal men uit deze gebeurtenis een bewijs putten voor de +wreedheid en bloeddorstigheid van Jeanne. + +Men heeft het Jeanne in het proces nog lastig gemaakt over eene andere +bijzonderheid uit haar verblijf te Lagny, n.l. over hetgeen zij gedaan +had met het beroemde zwaard, dat zij uit Fierbois had laten halen. Maar +zij heeft geweigerd, hieromtrent iets mede te deelen. Men heeft algemeen +verzekerd, dat zij het in een plotselinge opwelling van verontwaardiging +had stuk geslagen, met één slag van het plat van het zwaard, op den +rug van een vrouw van lichte zeden, die zij ondanks haar herhaald en +uitdrukkelijk verbod aantrof in den tros van haar leger. Voor zij Lagny +verlaat, krijgt zij een zwaard, dat men op een Bourgondiër veroverd had, +en dat zij behouden heeft tot hare gevangenneming toe. + +Als Jeanne eindelijk Lagny verlaat, begeeft zij zich met haar troepen, +een duizend ruiters ongeveer, over Senlis naar Compiègne. Compiègne, +dat zich, zooals wij reeds gezien hebben, loyaal betoond had, was door +Karel VII bij zijn verdrag met den hertog van Bourgondië weer aan dezen +laatste overgeleverd. Maar Guilleaume de Flavy, de bevelhebber van de +stad, had van deze overgave niets willen weten en zijn poorten voor de +Bourgondiërs gesloten gehouden. + +Thans, nu de wapenstilstand geëindigd was, had de hertog van Bourgondië +een nieuw en krachtig leger verzameld, dat onder aanvoering van Jean de +Luxembourg, graaf van Ligny, onderweg was, om zich allereerst van de +weerspannige stad meester te maken. + +Bij haar wederverschijnen in Compiègne op den 13en Mei wordt Jeanne +door de bevolking feestelijk ontvangen en met het ceremonieel voor +hooggeplaatste personen: men bood haar wijn aan. Van uit Compiègne +trekt ze met de andere aanvoerders als de Graaf van Vendôme en de +aartsbisschop van Reims naar Soissons, maar hun poging om in de +nabijheid van deze plaats de Aisne over te trekken, mislukt, en ze moet +weer terug, maar neemt afscheid van den aartsbisschop, die met een deel +van de troepen naar Senlis trekt. Zij verlaat Compiègne nogmaals voor +een expeditie naar Pont l'Évèque, dat in handen van de Engelschen is. +Voor eene verovering van dit belangrijke punt beschikt zij evenwel niet +over voldoende troepen. Hun aanval wordt afgeslagen. Op haar terugtocht +verneemt zij te Crépy, dat de Bourgondiërs het beleg voor Compiègne +hebben geslagen. Zij begrijpt, dat er nu geen oogenblik te verliezen is. +Ze wil trachten, door de belegeraars heen te sluipen en zóó de stad nog +te bereiken. Men doet nog een poging, haar van dit plan af te brengen, +maar zij zet door. »Wij zijn talrijk genoeg«, zegt zij, »ik ga mijne +goede vrienden in Compiègne opzoeken«. + + + + +HOOFDSTUK IV. + +Compiègne--Rouaan. + + +Na een ganschen nacht te hebben doorgereden aan het hoofd van haar +kleine troepenmacht van hoogstens vierhonderd man, komt Jeanne in den +morgen van den 23en Mei 1430 in Compiègne aan. Zij heeft waarschijnlijk +haren troepen daarna enkele uren rust gegund en mogelijk ook zichzelf. +Zij zal ter kerk gegaan zijn, de mis gehoord, en vermoedelijk ook +overleg gepleegd hebben met Guilleaume de Flavy, die namens den +koning bevel voerde in Compiègne. Maar tegen vijf uur van dienzelfden +rampspoedigen Vrijdag, zien wij haar weer in volle wapenrusting, +met een donkerroode, met goud bestikte huik over het blanke harnas, +gevolgd door ongeveer vijfhonderd ruiters en voetknechten, de ophaalbrug +voor Compiègne over trekken, den belegeraars te gemoet. Het bericht, +dat Jeanne zich sedert dien morgen in Compiègne bevond, had het +Engelsch-Bourgondische leger reeds bereikt. De vijand kende haar +rustelooze voortvarendheid en was dus op een spoedigen uitval +voorbereid. De bevelhebber van het vijandige leger had op twee punten +groote troepenafdeelingen in hinderlaag gelegd. Ongeveer vijfduizend +Engelschen te Venette, beneden de stad, en een tweede troep in het +struikgewas op een heuvel, genaamd Mont-Ganelon, met het doel aan het +leger van Jeanne bij zijn terugkeer den pas af te snijden en het te +beletten Compiègne wederom te bereiken. + +Niets kwaads achter zich vermoedende trekt zij met hare volgelingen +langs den hoofdweg snel voorwaarts, haar ongeluk tegemoet. Na een +krachtigen frontaanval werpt zij de hoofdmacht van Jean de Luxembourg +terug. Als altijd zien wij haar ook in dit hardnekkige gevecht strijdend +in het voorste gelid, vooraan op de punten waar het meeste gevaar +dreigt, vol ijver, onvermoeid, haar getrouwen aanmoedigend, ze +meesleepend door haar voorbeeld en haar woord, dan hier, dan daar, +schier overal tegelijk. + +Maar daar verlaten de Engelsch-Bourgondische troepen op den Mont Ganelon +hun hinderlaag en stormen naar den weg. Jeanne's vrienden zien het +gevaar, dat hen bedreigt en waarschuwen haar. + +»Keer haastig terug naar de stad«, roepen zij haar toe, »of gij en wij +allen zijn verloren!« + +Maar Jeanne gelooft aan geen gevaar, wil van geen terugtrekken weten. + +»Zwijgt!« antwoordt zij, »gij hebt het in uw macht ze te vernietigen. +Slaat maar toe!« + +De angst voor omsingeling heeft zich van haar troepen meester gemaakt, +zij maken rechtsomkeert en beginnen te vluchten naar de brug en de +booten om Compiègne nog te bereiken. + +Jeanne houdt nog een oogenblik stand met enkele getrouwen, dringt nog +voorwaarts op den vijand in. Dan grijpt op eenmaal d'Aulon de teugels +van haar paard, doet het snel zwenken en voert haar zoo mede in de +richting van de stad. Nog strijdt zij met haar enkele dapperen voort, +maar als een goed bevelhebber thans in het achterste gelid, om den +aftocht van haar manschappen te dekken. + +Maar het is te laat. Van alle kanten komen versche versterkingen van +den vijand aangestormd. Ook de Godons van Venette komen opdagen. Zij +is genoodzaakt met haar troep den hoofdweg te verlaten en het lage +moerassige land daarnaast in te trekken. + +Zoo naderen Franschen, Bourgondiërs en Engelschen, steeds vechtende, +doch in de grootste verwarring, de stad. Dan geeft Guilleaume de Flavy, +die vreest dat in de verwarring van den terugtocht, met zijn eigen +troepen ook de vijanden de stad zullen binnentrekken, bevel de +ophaalbrug op te halen en ontneemt hiermede aan Jeanne en hare troepen +de laatste kans op redding. + +Steeds dichter dringen de vervolgers op de vluchtelingen aan. Zij +haasten zich, want reeds valt de schemer, en hun prooi mag hun ditmaal +niet ontsnappen. Zonder troepen en nog slechts in gezelschap van haar +broers, van d'Aulon en diens broeder en nog enkele anderen nadert Jeanne +de singelgrachten van Compiègne. + +Maar zij kan er niet over, de brug is open, ze moet terug. Nu wordt ze +van nabij omsingeld. + +»Geef je over, en geef ons je woord, niet te ontsnappen!« roept men haar +toe. Maar Jeanne antwoordt kalm: + +»Ik heb mijn woord gegeven en trouw gezworen aan een ander dan aan +jullie, en mijn eed aan Hem zal ik gestand doen!« + +Op dit oogenblik springt een Picardiër, genaamd Lyonnel, achter op haar +paard, slaat zijn beide armen om haar heen en valt met haar in het gras. + +Jeanne is gevangen. + + * * * * * + +Dan, kunnen wij ons voorstellen, weerklinken in het half duister woeste +vreugdekreten door gansch het vijandige kamp. Nog voor den nacht zendt +de hertog van Bourgondië renboden met de blijde tijding naar zijn +vrienden in de steden. + +Maar in Compiègne is het stil. Van de wallen af zien de inwoners de +vreugdevuren der Bourgondiërs, hooren zij het joelen en tieren der +Godons. + +Het wordt nacht. Het vierde bedrijf van het groote treurspel is +afgespeeld. Het scherm valt. + + * * * * * + +Jeanne, krijgsgevangene van Jean de Luxembourg, wordt eerst opgesloten +in een toren van het kasteel Beaulieu-le-Comte bij Compiègne. Maar het +gelukt haar daar op haar beurt haar wachter in een toren op te sluiten. +Zij wil dan ontsnappen tusschen twee planken, maar wordt nog juist, voor +zij het kasteel verlaat, ontdekt door den portier. + +[Illustratie: Gevangenneming van Jeanne d' Arc bij Compiègne. + + Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.] + +Vermoedelijk uit angst voor een tweede, gelukkiger poging tot +ontvluchten, laat Jean de Luxembourg haar overbrengen naar het kasteel +Beaurevoir, waar zich op dat oogenblik bevinden Jeanne de Béthune, zijn +vrouw, met haar dochter uit haar eerste huwelijk, Jeanne de Bar en zijn +tante. + +Deze drie dames spreken vaak en zeer vertrouwelijk met Jeanne. Zij mogen +haar graag en zijn getroffen door haar schoonheid, haar lieftalligheid, +haar innige vroomheid. Het hindert hun alleen, dat Jeanne manskleeren +blijft dragen. Zij vinden dit onbetamelijk, onderhouden er haar over, +bieden haar zelfs vrouwenkleeren aan of stof om daar zelf vrouwenkleeren +van te maken. + +Hun oprechte belangstelling maakt wel indruk op Jeanne, maar zij kan +hun raad niet volgen, zij heeft daartoe nog geen toestemming van haar +Heer ontvangen. Later heeft zij wel verklaard dat, indien zij haar +manskleeren had moeten afleggen, zij het eerder op verzoek van deze +dames had gedaan, dan van eenige andere dame in Frankrijk, uitgezonderd +de Koningin. + +Verder nog ontvangt zij dikwijls bezoek van een Bourgondischen edelman, +Aimond de Macy genaamd. Hij spreekt gaarne met haar, maar schijnt ook +niet ongevoelig te zijn ondanks haar manskleeren of, wie weet, juist +daardoor, voor de jonkvrouwelijke bekoring, die er van de achttienjarige +gevangene uitgaat. Zijn poging om zijn hand in haar boezem te steken +wordt door Jeanne op forsche en niet al te zachthandige wijze verijdeld. + +In het algemeen moeten wij ons een gevangene in die dagen niet +voorstellen als geheel afgesloten van de buitenwereld. Men kan Jeanne +bezoeken, met haar spreken. Zij blijft daardoor op de hoogte van hetgeen +er gebeurt in Frankrijk en van het lot van »die goede lieden van +Compiègne«. Voortdurend is zij in gedachten in Compiègne. De berichten, +die zij ontvangt, zijn afwisselend, tegenstrijdig, maar zoowel de goede +als de kwade tijdingen laten haar rust noch duur. Is de stad in nood? +Zij wil er heen om hare vrienden te helpen. De gedachte dat de stad zal +worden ingenomen, uitgemoord en verbrand, doet haar menig bang oogenblik +doorleven. Zij wil er heen; ze wil weg uit de zeventig voet hoogen +toren, waarin men haar heeft opgesloten, zij wil ontsnappen, al zou dit +ook gepaard moeten gaan met een levensgevaarlijken sprong. In de +eenzaamheid raadpleegt zij hare stemmen, hare Heiligen. + +De Heilige Cathérine tracht haar eenigszins te kalmeeren en gerust te +stellen: + +»Waag den sprong niet, God zal U en eveneens de lieden van Compiègne +helpen«. + +Maar ook deze belofte vermag niet haar te vreden te stellen. Zij treedt +met de Heilige Cathérine in discussie; zij is dankbaar maar niet +voldaan: + +»Wanneer God dan de lieden van Compiègne te hulp zal komen, wil ik er +bij zijn«. + +Bij de voortdurende ongerustheid over het lot van hare vrienden, voegt +zich nog haar doodelijke angst dat men haar zal overleveren aan de +Engelschen. + +In dezen zwaren strijd, zijn het eindelijk haar zucht naar vrijheid en +de angst voor het lot, dat haar wacht, als men haar uitlevert aan de +Engelschen, die overwinnen, die haar het verbod van hare Heiligen doet +overtreden. Zij waagt den sprong. + +Als men haar bewusteloos vindt liggen en voor dood opneemt en wegdraagt, +zijn het hare Heiligen die haar troosten. + +De Heilige Cathérine spreekt haar moed in: zij zal genezen en Compiègne +zal geholpen worden. + +Dat doet haar gelooven dat het haar Heiligen zijn, die haar bij +haar sprong van den dood gered hebben. Zij toont berouw over haar +ongehoorzaamheid. Dan raadt de Heilige Cathérine haar aan haar schuld te +biechten en God vergiffenis te smeeken, dat zij den sprong gedaan heeft +en eindelijk na haar biecht stelt haar Heilige haar gerust: God heeft +haar vergiffenis geschonken. + +Na drie of vier dagen is zij van de gevolgen van haren sprong hersteld. + +Na den sprong van Beaurevoir acht Jean de Luxembourg zijn gevangene +aldaar niet meer voldoende in veiligheid. Hij is niet alleen bang, dat +hare vrienden vroeg of laat een poging zullen doen haar te bevrijden, +maar van Engelsche zijde worden hem groote sommen geboden, wanneer hij +hun Jeanne wil overleveren. + +Na overleg met Philips van Bourgondië brengt hij Jeanne tegen het eind +van September naar Arras, vermoedelijk naar het kasteel la Cour le +Comte. Van verschillende zijden blijft men het hem lastig maken, blijft +men bij hem aandringen dat hij de »porte-bonheur des Armagnacs« zal +uitleveren aan de Godons, die lokkend blijven rammelen met hun goud. De +Parijsche Universiteit gaat in haar edelen ijver zelfs zoover, dat zij +Monseigneur Jean dreigt met den banvloek, wanneer hij het bod van de +Engelschen afslaat. Eindelijk tegen half November besluit hij tot den +verkoop voor tienduizend gouden kronen. Voorwaar een koninklijke prijs. + +Van Arras wordt Jeanne nu vervoerd naar Crotoy en aldaar aan haar +doodsvijanden overgeleverd. Van Crotoy brengt men haar over Saint-Valery +en Dieppe naar Rouaan, waar zij tegen Kerstmis aankomt en waar zij +opgesloten wordt in den toren van het Oude Kasteel. + +Rouaan zal zij niet meer verlaten. Met de uitlevering van Jeanne aan +de Engelschen is eigenlijk haar doodvonnis in beginsel reeds geteekend. +Toch zullen er nog vijf maanden moeten verloopen, vijf lange maanden van +moreele en geestelijke marteling voor onze negentienjarige heldin, eer +de beul haar in handen krijgt. + + * * * * * + +Van het oogenblik af, dat Jeanne gevangen was genomen, hadden zich +verschillende machten in beweging gesteld, om zich van haar meester te +maken en haar uit den weg te ruimen. Hiertoe behoorde in de eerste +plaats de Parijsche Universiteit. + +Onder de eerste processtukken treffen we al dadelijk aan: + +1e. Een brief van de Universiteit aan den Hertog van Bourgondië om hem + te verzoeken Jeanne over te leveren aan den Bisschop van Beauvais. + +2e. Een brief d.d. 14 Juli 1430 van haar aan Jean de Luxembourg, met + de bede om toch vooral Jeanne niet tegen losprijs weer aan haar + vrienden uit te leveren en eindelijk + +3e. Een brief van de Sorbonne aan den koning van Engeland (d.d. 3 Jan. + 1430) waarin zij hem smeekt dat Jeanne toch naar Parijs zal worden + overgebracht om zich daar te verantwoorden voor eene kerkelijke + rechtbank. + +De ijver, die dit beroemde lichaam, dat slechts een bron van licht +had behooren te zijn voor heel de beschaafde wereld, betoont in +deze zaak van afschuwelijke duisternis, kent geen grenzen en nadert +het ongeloofelijke. Geen enkele van de groote biografen van Jeanne +is er in geslaagd of heeft zelfs een ernstige poging gewaagd het +optreden van de illustre Sorbonne in deze zaak goed te praten of +te verdedigen. Integendeel de meesten raken in vuur en uiten hun +heilige verontwaardiging in een heftig en welsprekend: »J'accuse«! + +De Parijsche Universiteit haatte Jeanne en zag in deze ketterin, die +volgens hare overtuiging van den duivel bezeten was, een groot gevaar. +Maar de voornaamste reden, waarom het voor de Parijsche Universiteit +van het grootste belang was, dat Jeanne in het openbaar als afvallige +van de Heilige Moederkerk en als ketterin werd terechtgesteld, moeten +wij naar mijne meening nog elders zoeken. Zij ligt meer op politiek +terrein. Parijs was n.l. in handen der Engelschen. De Universiteit was +de getrouwe dienares van den Regent, die van zijn kant haar daarvoor +zijn genegenheid en dankbaarheid meermalen met daden getoond had. Als +noodzakelijk gevolg hiervan ontkende de Universiteit ten eenenmale het +goede recht van Karel VII op den troon van Frankrijk. Het bericht dat +er een jonge maagd aan het hof van Karel te Chinon was verschenen, die +beweerde door God gezonden te zijn om hem weer in het bezit te stellen +van den ouden Troon, had hen getroffen als een plotselinge donderslag. +De tijdingen omtrent het succes der Fransche troepen onder Jeanne's +leiding, omtrent den tocht naar Reims en de kroning, had hen met schrik +en angst vervuld. Wat zou hun lot zijn wanneer het Karel gelukte de +hoofdstad te veroveren? Één middel was er slechts om hun afvalligheid +en trouweloosheid, waarvan zij zich in het diepst van hun ziel bewust +moeten geweest zijn, te verdedigen en te rechtvaardigen. + +Die vrouw, die maagd, die zich uitgaf voor een bode van God zelf, +die vrouw moest in een officieel en openbaar proces, door de Heilige +Inquisitie, door de geheele Heilige Moederkerk schuldig bevonden worden +aan ketterij. Die vrouw moest als een dienares des duivels haar dood +vinden op den brandstapel. + +In de tweede plaats noemen wij Pierre Cauchon, bisschop van Beauvais. +In zijn optreden in die dagen doet hij ons denken aan het roofdier, +opgeschrikt door de lucht van het aas. Nauwelijks heeft het bericht +van Jeanne's gevangenneming hem bereikt of hij zet zich in beweging +en begeeft zich naar Compiègne. Hij eischt Jeanne op, omdat zij is +gevangen genomen binnen het gebied van zijn diocees. Niet alleen wordt +deze bewering door enkelen beslist bestreden, maar bovendien kan zij +toch onmogelijk als verklaring dienen voor zooveel ijver, zooveel +hardnekkigheid. De leugen ligt er te dik op, maar is doorschijnend +genoeg om daaronder duidelijk te doen herkennen, een krachtig verlangen +om de Engelschen in het gevlei te komen en verder bovenal: persoonlijke +wraakzucht. Cauchon koestert tegen Jeanne een doodelijken haat. Van haar +eerste optreden af aan heeft zij hem schier in alles gedwarsboomd en +benadeeld, en staat zij zijn carrière beslist in den weg. + +Als diplomaat was de bisschop van Beauvais een voorstander van den +wapenstilstand. Hij trad als onderhandelaar op tusschen Karel VII en +Philips van Bourgondië en bewees in deze hoedanigheid door zijn list +en geslepenheid, aan den Bourgondiër belangrijke diensten. + +Jeanne daarentegen was de vrouw van de daad. Zij wilde van geen +wapenstilstand weten, drong er steeds bij Karel VII en zijne raadslieden +op aan, krachtig door te zetten tot het einde toe; eerst Orléans, dan +Reims, vervolgens Parijs en dan eindelijk de Engelschen het land uit en +de zee over. + +Maar, en dat woog nog zwaarder, ook als Bisschop heeft Pierre Cauchon +tot tweemaal toe voor Jeanne het veld moeten ruimen. Een maand voor de +kroning bevond hij zich nog in zijn volle, bisschoppelijke heerlijkheid +te Reims, maar bij de nadering van het Fransche leger onder aanvoering +van Karel VII en van Jeanne, had Cauchon zich uit de voeten gemaakt. +Evenzoo verging het hem in zijn eigen Bisschopsstad Beauvais. Cauchon +had de bevolking geraden de poorten van de stad te sluiten en de plaats +tegen de troepen van den koning te verdedigen. Maar tegen zijn advies +in hadden zij den koning de sleutels van Beauvais gebracht en Jeanne +met haar troepen in triumf binnengehaald. Den bisschop bleef toen niets +anders over dan de vlucht: hij zocht zijn veiligheid bij den hertog van +Bedford en bij Philips van Bourgondië. + +Dat zijn bittere pillen, die zwaar op de maag liggen, en die zelfs een +bisschop niet licht verteert. + +Thans biedt zich een gelegenheid dien smaad te wreken. De blaadjes zijn +omgekeerd: Jeanne is gevangen, de vogel is in het net. Cauchon neemt de +leiding. Langzaam maar zeker zullen wij hem zien afgaan op het doel, +dat hij voor oogen heeft. De vogel zal tegenspartelen, Jeanne zal zich +dapper verdedigen tot het einde toe. Wat baat het haar? Waar een Pierre +Cauchon de lijnen van het net in handen heeft, is geen ontsnappen +mogelijk. Hij zal zijn rol tot het slot met volkomen meesterschap +vervullen en als eindelijk zijn slachtoffer, tengevolge van zijn eigen +toedoen, valt, zal zelfs de theatrale traan van meelij niet ontbreken. + + * * * * * + +Jeanne, in handen van de Engelschen, wordt bij brieven van 3 Januari +1431 door den koning Hendrik VI overgeleverd aan den Bisschop van +Beauvais. Zij zal zich te verantwoorden hebben voor een geestelijke +rechtbank. + +Pierre Cauchon zelf zal voorzitter zijn, aan hem dus ook de zorg voor +het uitkiezen en bijeenroepen van de overige leden van dit illustre en +verheven lichaam. + +Naast Cauchon vinden wij Jean Lemaître, een dominicaner als Vicaris van +den Inquisiteur te Rouaan, en Jean d'Estivet als Promotor. + +Als eerste griffier zal zitting nemen Guillaume Manchon, die zal worden +bijgestaan door Guillaume Colles, bijgenaamd Boisguillaume. + +Wij willen geen droge opsomming geven van alle namen van de leden van +dit college, waarin o.a. zitting nemen tien abbés van de groote abdijen +in Normandië, die mijters dragen evenals de bisschoppen, bijgestaan door +drie priors, verder zestig assessoren en eindelijk alle geestelijken van +het kapittel te Rouaan. Wij kunnen volstaan met het noemen van enkele +der voornaamsten met hun titels en soms met hun toekomstige titels, dit +laatste om duidelijk te doen uitkomen, dat ondanks het latere proces van +rehabilitatie, de medeplichtigheid aan den dood van Jeanne de rechters +van het eerste proces niet bepaald geschaad heeft in hun carrière. + +Wij vermelden dus nog: + +Henri Beaufort, Kardinaal van Engeland, chef van den Engelschen Raad. + +Louis de Luxembourg, broeder van Jean de Luxembourg, Bisschop van +Thérouanne, later kardinaal. + +Jean de Castiglione, een Italiaan, aarts-diaken van Évreux, later +kardinaal. + +William Ahnwick, Bisschop van Norwich, een Engelschman. + +Jean de Mailly, Bisschop van Noyon. Hij zal later ook deelnemen aan het +proces van rehabilitatie. + +Gilles de Duremort, Jean Lefévre, Richard Prat (Engelschman) drie +toekomstige bisschoppen; Raoul Roussel, Pasquier de Vaulx, Robert +Ghillebert, drie toekomstige aartsbisschoppen. + +Ten slotte nog deze enkele, merkwaardige bijzonderheid: Nicole Midy, de +rechter, die Jeanne in het openbaar toespreekt op den dag van haar dood, +is dezelfde, die in 1438 de officieele feestrede uitspreekt bij den +blijden intocht van Karel VII in Parijs en Thomas de Courcelles, een +andere rechter van Jeanne, zal bij den dood van den koning de plechtige +lijkrede houden. + + * * * * * + +De zaak wordt geheel in den vorm en deugdelijk voorbereid. In Domremy +worden inlichtingen genomen en ook op andere plaatsen waar Jeanne +vertoefd heeft. Personen, waarmede zij heeft omgegaan, en nog andere +getuigen worden gehoord. Kortom, alle mogelijke gegevens worden +verzameld, maar bijna uitsluitend uit Engelsch-Bourgondische bron. + +Maître Maugier, de advocaat van de familie d'Arc in het proces van +Rehabilitatie, heeft er later op gewezen, dat de gunstige informaties, +die men omtrent Jeanne had gekregen in haar geboorteland, zich niet in +het dossier van het proces te Rouaan bevinden, en dus vermoedelijk +verdonkeremaand zijn. + +Eindelijk wordt Jeanne gedagvaard tegen den 21en Februari. Zij verklaart +zich bereid te verschijnen, doch verlangt dat aan de Rechtbank, zooals +deze thans is samengesteld, een gelijk aantal Fransche geestelijken van +haar partij zal worden toegevoegd, en dat men haar zal toestaan de Mis +te hooren. Deze beide verzoeken worden door den Bisschop-voorzitter +afgewezen. + +Terwijl dus Cauchon van zijn kant de zaak in alle opzichten goed heeft +voorbereid, is er van eenige voorbereiding van de kant van Jeanne geen +sprake kunnen zijn. Zij heeft geen advocaat, geen verdediger, geen +raadsman: zij heeft met niemand overleg kunnen plegen, er zijn voor haar +geen getuigen à décharge opgeroepen, zij weet eigenlijk niet waar het om +gaan zal, waarvan men haar beschuldigt. + +Als Jeanne den 21en Februari voor hare rechters verschijnt is zij +gekleed in manskleeren en blootshoofds, hare handen en armen zijn vrij, +maar hare voeten zijn geboeid met zware ketenen. + +Volgens het recht en de gewoonten van dien tijd, had men Jeanne, van +het oogenblik af, dat zij gevangene was van de Kerk, behooren over te +brengen naar eene behoorlijke gevangenis, waar zij door vrouwen bewaakt +werd. Maar de Engelsche heeren stoorden zich niet aan die gebruiken. Zij +bleef dus opgesloten in een donkere cel, met zware ketens aan handen en +aan voeten en werd dag en nacht bewaakt door Engelsche voetknechten. Dit +laatste vooral is mogelijk wel een van de wreedste en meest verfijnde +martelingen geweest, die men dit jonge meisje van negentien jaar heeft +doen ondergaan. De soldaten van dien tijd waren over het algemeen ruwe, +zedelooze en gewetenlooze kerels, de legers waren samenraapsels van +allerhande schuim. Het is wel merkwaardig juist uit den mond van Andrew +Lang, den Engelschen biograaf van de Maid of France, de verzuchting +te hooren, dat wanneer Jeanne in handen was gekomen van Philips van +Bourgondië, zij waarschijnlijk toch wel verbrand zou zijn, maar de +Bourgondiër zou in zijn zucht naar wraak niet zoo diep gezonken zijn en +zou haar niet zoo laaghartig behandeld hebben als de hertog van Bedford +en de graaf van Warwick gedaan hebben. + +Het costume waarin Jeanne verscheen, maakte dadelijk al op de meeste +van hare rechters een slechten indruk, alsook het feit dat zij zich +vertoonde met ongedekten hoofde, met hare mooie, zwarte haren kort +afgeknipt boven het oor. De vrouwen van dien tijd, zelfs die van het +laagste soort, zag men nimmer blootshoofds. Het is dus eenigszins te +begrijpen, dat deze breede schare van celibatairen aanstoot nam aan de +voor hen vreemde verschijning van Jeanne. + + * * * * * + +Het verhoor van den eersten dag is dadelijk voor Jeanne van het grootste +belang. Het gaat om niets meer of minder dan de vraag: zal Jeanne door +haar eed en haar eerste optreden de wettigheid en de bevoegheid van +de Rechtbank erkennen? Wij zullen zien dat zij in hare antwoorden de +moeilijkheid ontwijkt: + +Cauchon: »Jeanne, zweer met de hand op het Heilig Evangelie, dat gij +naar waarheid zult antwoorden op de vragen, die U zullen worden +gesteld.« + +Jeanne: »Ik weet niet waarover gij mij zult ondervragen. Misschien zult +gij mij wel dingen vragen, die ik U niet mag zeggen.« + +Cauchon voelt de handigheid van dit antwoord, maar hij laat niet los, +hij wil den eed. + +Jeanne: »Ik zal antwoorden over wat ik gedaan heb, maar niet over de +dingen, die mij door God geopenbaard zijn; die heb ik slechts aan den +koning medegedeeld. Al zou men mij ook het hoofd afslaan, daarover zal +ik zwijgen.« + +In dien zin legt zij dan ook den eed af. + +Als men haar daarop verwijt dat zij heeft willen ontsnappen, antwoordt +zij openhartig en vrijmoedig: + +»Het is waar, ik heb willen ontsnappen, en ik wil het nog. Is dat dan +niet geoorloofd aan elken gevangene?« + +Deze zitting was zeer rumoerig. Het publiek en vooral de Engelschen +onder hen maakten door hun geraas en getier Jeanne en zelfs den rechters +het spreken soms onmogelijk. Besloten werd de volgende zittingen in een +kleinere zaal te houden en minder publiek toe te laten. + +Den volgenden dag, 22 Februari, is het niet Cauchon, die ondervraagt, +maar Maurice Beaupère, één van de zes afgevaardigden, die de Parijsche +Universiteit tegen den aanvang van het proces in allerijl naar Rouaan +had gezonden om deel te nemen aan het geding. Beaupère is een zeer +beroemd man van groot gezag. Hij maakt bijna het geheele proces mede. +Plotseling drie dagen voor het eind-vonnis verlaat hij Rouaan. Hij +vlucht onder voorwendsel dat hij naar Bazel moet vertrekken om het +Concilie bij te wonen. + +Zijne mede-afgevaardigden zijn: + +Pierre Maurice, die later Jeanne op den 23en Mei in een lange +redevoering zal toespreken. + +Gérard Feuillet, Doktor in de Godgeleerdheid. Hij woont slechts de +eerste helft van het geding bij. + +Jacques de Tourraine, Professor. + +Thomas de Courcelles, een van de grootste geleerden van de Universiteit, +toekomstig kardinaal. Hij bekleedt bij het proces te Rouaan de functie +van redacteur en secretaris, en vertaalt het proces in het latijn. Ook +hij zal deelnemen aan het Concilie te Bazel. + +En eindelijk Nicolas Midy, die later de beruchte twaalf artikelen zal +opstellen. + +Hij en Beaupère zijn wel degenen, die het heftigst zijn in hun aanvallen +op Jeanne. Aan Midy wordt opgedragen de veroordeelde toe te spreken +den dag van haren dood, maar ook dat zelfs doet hij in heftige en +beleedigende bewoordingen. Hij zelf sterft later melaatsch, na een lang +en bitter lijden. + + * * * * * + +Dien tweeden dag wordt Jeanne uitvoerig ondervraagd over haar jeugd, +hare eerste visioenen. Zij antwoordt kalm en duidelijk, geeft alle +bijzonderheden die men van haar verlangt, mits men zich maar niet waagt +op wat zij beschouwt als verboden terrein. Zij is voortdurend op haar +»qui-vive« en slagvaardig. + +Zij begint met te verklaren, dat alles wat zij gedaan heeft haar gelast +is in hare openbaringen. + +Als Beaupère haar vraagt: + +»Wie heeft U aangeraden manskleeren aan te trekken?« antwoordt zij +eenvoudig weg: + +»Daar beschuldig ik niemand van.« + +Haar bezoek aan Robert de Baudricourt wordt behandeld en vervolgens haar +komst aan het hof te Chinon. + +Maar als Beaupère bijzonderheden wil weten over het teeken, dat zij +Karel VII heeft gegeven, bijt zij kort van zich af: + +»Daar zal ik U niets op antwoorden. Sla dat maar over en ga verder.« + +Een tweede poging zal hetzelfde negatieve succes hebben. Zij geeft +Beaupère den raad: + +»Zend iemand naar den Koning, hij zal het U zeggen.« + + * * * * * + +Bij den aanvang van de derde zitting komt Cauchon eerst terug op de +kwestie van den eed. Hij raadt Jeanne aan te zweren zonder eenige +beperking, zooals het inquisitoriale recht het verlangt. Zijn aandringen +op dit punt ontlokt haar een verklaring, die aan openhartigheid en +duidelijkheid niets te wenschen overlaat, maar die haar dadelijk +tegenover den Inquisiteur in gevaar brengt. + +»De geheele geestelijkheid van Rouaan en van Parijs zou mij niet kunnen +veroordeelen, wanneer zij er het recht niet toe heeft«. + +»Ik ben gekomen van God: ik heb hier niets te doen; laat men mij +terugzenden naar God van wien ik gekomen ben«. + +Beaupère neemt het verhoor over en stelt haar eenige vragen van minder +belang, maar Jeanne wendt zich nogmaals tot Cauchon zeggende: + +»Gij zegt, dat gij mijn rechter zijt; wees voorzichtig; gij brengt U in +groot gevaar«. + +Vervolgens ondervraagt Beaupère haar wederom uitvoerig over haar +jeugd en vooral over de vraag, wat zij geweten heeft van de bekende +voorspelling, dat er een Lotharingsche vrouw zou komen om Frankrijk te +redden. Ook de manskleeren komen weer ter sprake: + +Beaupère: »Zijt gij bereid weer vrouwenkleeren aan te trekken?« + +Jeanne: »Geef ze mij, ik zal ze aantrekken en heengaan. Maar ik ben +tevreden met de kleeren die ik heb, omdat het Gode welgevallig is, dat +ik ze draag«. + +Enkele vragen omtrent hare stemmen weigert zij ook ditmaal te +beantwoorden. Op een bijzonder moeilijke vraag van Beaupère betreffende +het vraagstuk van de genade Gods, geeft zij zoo'n handig en +voortreffelijk antwoord, dat hare rechters er verbaasd over staan. + +De scène is van groot belang en wij willen haar derhalve hier in extenso +weergeven. Beaupère verhoort en aan hem dus ook vermoedelijk de eer voor +de uitvinding van deze buitengewoon verraderlijke vraag, die men, zooals +Michelet het uitdrukt, zonder misdadig te worden aan geen levend wezen +mag stellen. + +Beaupère: »Jeanne, savez vous être en la grace de Dieu?« (»en état de +grace«). + +Een huivering vaart door de gansche rechterschaar. Zij voelen het gevaar +en bespeuren duidelijk de adder die onder het gras schuilt. Een kort +oogenblik van groote spanning. + +Dr. Jean Le Fèvre, professor in de Godgeleerdheid, staat op. Naar +zijn meening gaat men te ver, hij wil een woord van protest doen +hooren. Aarzelend brengt hij in het midden, dat deze vraag te moeilijk +is, en dat Jeanne er niet op behoeft te antwoorden, waarop Cauchon hem +toesnauwt: »Gij, gij zoudt beter doen te zwijgen!« Maar nu neemt Jeanne +het woord. Hare zeldzame slagvaardigheid stelt haar ook nu weer in +staat de knoop door te hakken en met vaste stem en onverschrokken +antwoordt zij: + +»Si je n'y suis, Dieu m'y mette; et si j'y suis, Dieu m'y tienne.« + +(»Si ego non sim, Deus ponat me; et si ego sim, Deus me teneat in +illa«). + +»De quo responso interrogantes fuerunt multum stupefacti,« verklaart +verder de getuige uit het proces van Rehabilitatie, Boisguillaume, +aan wien wij deze bijzonderheden verschuldigd zijn. »Verbaasd«, wij +gelooven het graag, over zooveel gevatheid, en zulk een goddelijken +eenvoud, maar wij zouden, al vinden wij dat ook niet vermeld in de +getuigenverklaring, er aan willen toevoegen »grootelijks verlucht«. +Verlucht na de angstige spanning waarin de netelige vraag van Beaupère +hen allen gebracht had en waaruit het voortreffelijke en verrassende +antwoord van Jeanne hen had verlost. + +Den 25en en 26en Februari wordt Jeanne niet ondervraagd. Zij is +lichtelijk ongesteld: koorts en brakingen. Zij had visch gegeten, haar +gezonden door Cauchon. + +Jean d'Estivet, de Promotor van het proces, komt haar in haar kerker +bezoeken. Liet zij mogelijk in een gesprek met hem, iets doorschemeren +van een verdenking? Zeker is het, dat het gesprek zeer heftig eindigde; +van weerskanten vielen harde woorden. De opwinding deed Jeanne geen +goed. + +De graaf van Warwick maakt zich ernstig ongerust dat.... zijn gevangene +haar natuurlijken dood zal sterven. Dat moet in geen geval. Hij laat +doctoren komen, die Jeanne onderzoeken en een aderlating noodig achten. + +Nieuw gevaar: zij is in staat daardoor zelfmoord te plegen. Toch wordt, +na rijp beraad, tot een aderlating besloten en Jeanne is na twee dagen +weer hersteld. + +De volgende zitting heeft plaats den 27en Februari. Beaupère +ondervraagt. Hij wil weten of zij ook thans nog hare stemmen hoort. +Jeanne hoort ze nog dagelijks, zij spreekt nog telkens met de Heilige +Cathérine en de Heilige Marguerite. Zij spreken haar moed in en zeggen +haar dikwijls wat zij antwoorden moet. + +Hoe weet zij dat het Heiligen zijn, hoe herkent zij ze, hoe zijn zij +gekleed, is hun beider kleed van dezelfde stof, hoe oud zijn zij, +spreken zij te gelijk of één voor één? Steeds meer bijzonderheden +worden haar gevraagd, maar Jeanne weigert enkele van die vragen te +beantwoorden. Vervolgens moet zij vertellen hoe zij haar degen heeft +laten halen te Fierbois, hoe zij haar harnas en degen weer gedeponeerd +heeft in de basiliek van Saint-Denis. Hoe zag haar banier er uit en door +wien werd die gedragen: + +Jeanne: »Die droeg ik zelf wanneer ik den vijand aanviel, om te +voorkomen dat ik iemand doodde ... want ik heb nooit iemand gedood.« + +Nog even voor de zitting wordt opgeheven vraagt Beaupère haar of zij +gewond is geweest, omdat men algemeen geloofde in dien tijd, dat de +heksen, wanneer zij gewond werden, met hun bloed hun macht verloren. +Beaupère put zich werkelijk uit in spitsvondigheden, doch voorloopig nog +zonder veel resultaat. + +Cauchon zelf vraagt haar in de zitting van den eersten Maart welke van +de drie Paussen zij voor de ware houdt. + +In het dossier bevinden zich de copieën van een brief van den graaf van +Armagnac, waarin deze haar dezelfde vraag stelt en van het antwoord +van Jeanne daarop. Haar eigen brief wordt haar voorgelezen, doch zij +verklaart, dat deze copie op verschillende plaatsen niet juist weergeeft +wat zij gedicteerd heeft. Laat haar geheugen haar in den steek of heeft +er vervalsching plaats gehad? En dan nog een duister punt: hoe kwamen +deze brieven in het dossier? + +Jeanne verklaart duidelijk en tot tweemaal toe, dat zij voor zich +slechts gelooft in den Paus te Rome. + +Cauchon komt daarna nogmaals terug op het geheim tusschen Jeanne en den +koning, op het teeken, dat zij den koning gegeven heeft en op den engel +met de kroon. + + * * * * * + +In den nacht van den 2en op den 3en Maart bezoeken hare Heiligen +haar en spreken haar moed in. Gelukkig, want de verhooren vermoeien +haar. Hare stemmen zijn haar eenige steun. Zij voelt instinctmatig, dat +achter elke vraag, zelfs achter de oogenschijnlijk meest onbeduidende, +een gevaar schuilt. + +Hadden hare Heiligen armen, haren, ringen in hunne ooren? Hoe klonk hun +stem? + +Wee haar, wanneer zij in deze détail-beschrijvingen aan de Heilige +Cathérine en de Heilige Marguerite eigenschappen toekent, die volgens +het algemeen geloof in die dagen slechts gevonden worden bij de booze +geesten, bij den Duivel en zijne handlangers. + +Is onder die omstandigheden de vrijmoedigheid niet dubbel +bewonderenswaardig, waarmede zij antwoordt op de vragen of de Aartsengel +Michaël, wanneer hij haar verscheen, naakt was: + +»Gelooft gij dan dat het Messire aan de middelen ontbreekt om zich te +kleeden?« en of hij kort geknipt haar had: + +»Waarom zou het hem zijn afgeknipt?« + + * * * * * + +Geen wonder dat Cauchon niet tevreden is: de zaak schiet niet op. In +zes geheime vergaderingen ten huize van den Bisschop worden thans de +volgende zittingen voorbereid. + + * * * * * + +Jeanne heeft in deze zes dagen gelegenheid om uit te rusten. In de +eerste zittingen na deze korte wapenstilstand, is zij bijzonder goed op +dreef. Jean Delafontaine ondervraagt. Hij blijft hoofdzakelijk op het +terrein van de politiek, het geheime teeken te Chinon, de kroon te +Reims. + +Heeft Jeanne een Goddelijke opdracht gekregen om Karel VII aan te +wijzen? Zij moet haren rechters telkens herinneren: »Maar dat heeft +niets te maken met het proces!« Als er rumoer is in de zaal, roept zij +ze toe: »Spreekt toch niet allen te gelijk«. + +Over het proces-verbaal, dat haar aan het einde van de zitting van 11 +Maart wordt voorgelezen, is zij ook al niet tevreden. Zij drukt den +griffier op het hart in het vervolg beter op te passen: + +»Wanneer gij U nog eens vergist, zal ik U aan Uwe ooren trekken«. + + * * * * * + +Cauchon dringt er bij den Inquisiteur-Generaal op aan, dat de +Vice-Inquisiteur, Jean Lemaître, voortaan de zittingen zal bijwonen. Met +andere woorden, dit was tot nu toe niet geschied. Dit feit werpt wel een +zeer eigenaardig licht op de wettigheid van het proces, zooals het tot +nu toe gevoerd was. + +Eerst vanaf den 12en Maart zal dus de rechtbank compleet zijn en krijgt +ook de Inquisitie een deel van de verantwoordelijkheid te dragen. + +Welk een machtig wapen zou deze onregelmatigheid in de samenstelling van +de rechtbank niet geweest zijn in handen van een verdediger? Maar Jeanne +had er geen, en dit op zich zelf was ook reeds in strijd met het +kerkelijk recht. + +Trouwens, een handig en kundig verdediger had om de onwettigheid van de +gansche procedure te bewijzen, niet lang naar argumenten behoeven te +zoeken. + +Was Jeanne niet zelf begonnen met de bevoegdheid van de rechtbank te +ontkennen op grond van haar partijdigheid? Had men aan de beklaagde, +behalve een verdediger, niet een curator behooren toe te voegen, +omdat zij minderjarig was? Behoorde niet de Bisschop steeds zelf te +ondervragen en was men niet verplicht geweest gevolg te geven aan het +beroep dat Jeanne aan het slot van de procedure deed op den Paus? + + * * * * * + +Hoewel wij er dus niet aan twijfelen of een terzake kundig en +geroutineerd verdediger zou van de verschillende leemten en +onregelmatigheden in de procedure beter partij getrokken hebben, toch +zijn er in dit lange proces talrijke momenten, dat wij haast niet kunnen +gelooven, dat er achter de negentienjarige beklaagde geen rechtsgeleerde +raadsman heeft gestaan, die haar aangaf wat zij doen moest, wat zij +volgens rechtsgebruik mocht eischen of verlangen. + +Dadelijk bij de eerste dagvaarding wijst zij den deurwaarder Massieu +op de partijdigheid en de onvolledigheid van het college van rechters +waarvoor zij zal verschijnen. Telkens als Cauchon van haar verlangt, dat +zij den eed zal afleggen, verklaart zij zich bereid, doch onder zekere +restrictie. Restrictie maakt zij eveneens wanneer de Bisschop haar +verzoekt het »Onze Vader« op te zeggen: zij wil volgaarne aan het +verzoek voldoen maar in de biecht. Het verbod van opnieuw eene poging +tot ontvluchting te wagen aanvaardt zij eenvoudigweg niet, opdat niemand +haar ooit zou kunnen verwijten, dat zij haar woord gebroken heeft. +Herhaaldelijk weigert zij op enkele vragen te antwoorden, zeggende: +»Dit behoort niet tot het proces« (»Hoc est non de processu vestro«), +of zij stelt haar antwoord uit tot het volgende verhoor en in dat geval +vraagt zij om een afschrift van de haar gestelde vragen. Aan het slot +van een incident in het vijfde geheime verhoor (Woensdag 14 Maart), +waarin sprake schijnt geweest te zijn van het overbrengen van Jeanne +naar Parijs (nadere bijzonderheden omtrent dit incident ontbreken, +helaas, ten eenenmale) vraagt zij om een afschrift van alle vragen en +antwoorden, teneinde dit in Parijs te kunnen overleggen. Ook verwijst +zij soms naar het rapport van de commissie in Poitiers of, wanneer +de ondervrager in herhalingen treedt, verwijst zij doodleuk naar een +vroeger verhoor: »Gij hebt daarop reeds mijn antwoord. Lees Uw boek maar +goed na en gij zult het vinden.« + +Handigheden, gevatheden zouden wij dergelijke zetten noemen, wanneer +zij afkomstig waren van een advocaat of van een anderen man van het vak, +maar nu wij ze hooren uit den mond van een ongeletterd kind, kunnen wij +met deze qualificaties niet volstaan, en worden het gezegden die ons +vervullen met eerbied en bewondering. + + * * * * * + +In de eerstvolgende zitting van 13 Maart komt Jean Delafontaine +nogmaals terug op het teeken te Chinon; hij wil ook weten of Saint Denis +haar ooit verschenen is, de schutspatroon der Fransche koningen. Dan +plotseling de vraag aan wien zij de gelofte heeft gedaan maagd te zullen +blijven. + +Zij verklaart die gelofte gedaan te hebben, de eerste maal dat zij hare +stemmen hoorde, aan hare Heiligen, die haar door God gezonden werden. + +Heeft zij aan een jongen boer een trouwbelofte gedaan? + +Zij ontkent een dergelijke belofte ooit gedaan te hebben. + +Het terrein van de politiek wordt nu verlaten, maar helaas, een ander, +een veel gevaarlijker terrein wordt thans betreden, n.l. dat van de +dogmatiek. Het klinkt op het eerste gehoor bijna ongeloofelijk, toch is +het de zuivere, droeve waarheid. + +Een meisje van negentien jaar, haast een kind dus nog, dat nooit een +school heeft bezocht, dat lezen noch schrijven kan, dat alleen van haar +moeder de voornaamste gebeden heeft geleerd, zal voor een rechtbank van +gestudeerde en geletterde mannen, zonder eenige bijstand noch hulp, +vragen te beantwoorden krijgen, liggende op het terrein der zuivere +dogmatiek, en van die beantwoording zal haar leven afhangen. + +Geen wonder, dat zij niet alle voetangels en klemmen zal kunnen +vermijden, dat zij verward zal geraken in de mazen van het net, dat men +voor haar spant. + +Delafontaine: »Is het Uwe overtuiging, sedert Uwe stemmen U gezegd +hebben, dat gij tenslotte in het Paradijs zult ingaan, dat gij gered +zijt, en dat gij niet verdoemd zult zijn in de hel?« + +Jeanne: »Ik geloof vast wat mijne stemmen mij gezegd hebben, dat ik +gered zal zijn; voor mij staat dit zoo vast, alsof ik reeds gered was.« + +Delafontaine: »Gelooft gij na deze openbaring dat gij U niet meer +schuldig kunt maken aan doodzonde?« + +Jeanne: »Daar weet ik niets van, ik verlaat mij op den Heer.« + +Delafontaine: »Dat is een antwoord van groot gewicht.« + +Jeanne: »Juist, en dat is voor mij een groote schat.« + +Delafontaine: »Gevoelt gij behoefte te biechten, nu gij gelooft aan de +openbaring van Uwe stemmen, dat gij gered zult zijn?« + +Jeanne: »Ik denk, dat wanneer ik schuldig was aan doodzonde, de Heilige +Cathérine en de Heilige Marguerite mij wel oogenblikkelijk aan mijn lot +zouden overlaten. Verder geloof ik, dat men nooit zijn geweten te veel +kan zuiveren.« + + * * * * * + +»Ik verlaat mij op den Heer«, een getuigenis opwellend uit een +waarachtig vroom gemoed, door Jeanne afgelegd in haar gulden naïviteit. +Maar, o wee! Jeanne's rechters denken er anders over, zij geven aan die +verklaring een anderen uitleg. Zoo'n antwoord wordt haar niet vergeven: +het riekt naar ketterij. + +Bij den aanvang van de volgende zitting op 15 Maart zal men het haar +duidelijk maken in vriendelijke bewoordingen. + +Weet dan Jeanne, dat daar is een zegevierende Kerk en een strijdende +Kerk en dat er tusschen de zegevierende Kerk, dat is dus tusschen God, +die in den Hemel is, omringd van Zijne Heiligen, en van de engelen, en +elke Christen, geen andere verbinding mogelijk is dan door de strijdende +Kerk op aarde. + +Onthoud dit goed Jeanne. Uwe rechters zullen dit punt niet meer +loslaten, ze zullen U er mede vervolgen tot het bittere einde toe. + +Wanneer gij moeilijkheden hadt of gewetensbezwaren, hebt gij U tot God +gewend in het gebed of tot Uwe heiligen en gij hebt ze om raad gevraagd. +Ketterij!.. + +Delafontaine: »Wilt gij, wat gij gedaan hebt en gezegd hebt, onderwerpen +aan de beslissing van de Kerk?« + +Jeanne: »Mijne daden en mijne werken zijn allen in de hand van God; in +alles verlaat ik mij op Hem«. + +Ketterij! ook al voegt gij er aan toe: »Ik verzeker U dat ik niets zou +willen zeggen of doen tegen het Christelijk geloof«. + +Cauchon gevoelt, dat hij nu op den goeden weg is en verdubbelt dus zijn +ijver, zich niet bekommerend om Jeanne's onwetendheid en kinderlijke +naïviteit. Dienzelfden avond nog bezoekt hij haar met enkele der +rechters in haar kerker en behandelt dan hetzelfde onderwerp. + +Cauchon: »Verlaat gij U op de beslissing van de Kerk«. + +Jeanne: »Ik verlaat mij op God die mij gezonden heeft, op onze Lieve +Vrouwe, op alle Heiligen van het Paradijs. Ik ben van meening dat God +één is met de Kerk, en dat men daarover geen moeilijkheden moet maken. +Waarom maakt gij mij daarover moeilijkheden?« + +Waarom?... Vraag het Uwen rechters niet Jeanne, ze zullen het U niet +zeggen. Zij zullen Uwe verklaring opnemen in het proces-verbaal. Hun +doel is thans bereikt: gij zijt verloren. + +De bisschop legt haar nog eenmaal de moeilijkheid uit. + +Cauchon: »Er bestaat een zegevierende Kerk, dat zijn God, de Heiligen, +de Engelen en de geredde zielen. Er bestaat nog een andere Kerk, de +strijdende Kerk, dat zijn de Paus, Gods stedehouder op aarde, de +kardinalen, de prelaten van de Kerk, de geestelijkheid, alle goede +Christenen en Katholieken. Deze Kerk, vereenigd in een wettige +bijeenkomst, kan niet dwalen, daar zij bestuurd wordt door den Heiligen +Geest. Wilt gij U op die Kerk verlaten.« + +Maar Jeanne blijft getrouw aan haar overtuiging en belijdt nogmaals haar +vast geloof. + +Jeanne: »Ik ben gekomen tot den koning van Frankrijk op bevel van +en gezonden door God, de Heilige Maagd Maria, alle Heiligen van het +Paradijs en de Zegevierende Kerk van daarboven. Aan die Kerk onderwerp +ik al mijne goede daden, alles wat ik gedaan heb en doen zal. Op de +vraag of ik mij zal onderwerpen aan de strijdende Kerk, zal ik nu niets +anders antwoorden.« + + * * * * * + +Het is Cauchon zelf, die nu dit verhoor den naam van den Paus noemt, als +hoogste macht in de strijdende Kerk. + +Ook in de volgende zitting vraagt men Jeanne of zij bereid zou zijn +alles mede te deelen aan den Paus. Dan verzoekt zij voor den Paus +gebracht te worden, zij zal hem antwoorden alles wat zij moet +antwoorden. + +Het spreekt bijna van zelf, dat aan dit verzoek geen gevolg wordt +gegeven, maar waarom dan de zaak ter sprake gebracht? + +Cauchon verklaart daarop de voorloopige en geheime verhooren voor +geëindigd. + +d'Estivet maakt een uittreksel uit het procesverbaal. + + * * * * * + +Voor het gewone proces begint, speelt zich tusschen den rechter Cauchon +en zijn ongelukkig slachtoffer nog een hoogst aangrijpende scène af. + +Sedert Jeanne in Rouaan gevangen zit, heeft men haar geweigerd de Mis +bij te wonen. Onder dit verbod begint zij met den dag meer te lijden. +Zelfs in de woeligste dagen van den oorlog heeft zij trouw hare +kerkelijke plichten vervuld; in de steden die zij doortrok heeft zij +steeds de kerken bezocht, en op het slagveld zelfs liet zij voor den +strijd door haar biechtvader dikwijls de Mis lezen. Het is een behoefte +geworden waar deze eenvoudige, vrome ziel niet buiten kan en zeker niet +in deze droeve en angstige dagen. Nu het Paaschfeest nadert wil zij nog +een poging wagen: op Palmzondag vraagt zij toestemming de Mis bij te +wonen. + +Men is bereid het haar toe te staan, wanneer zij hare manskleeren +aflegt. Dat kan zij niet doen, hare stemmen hebben haar dat verboden. +Maar voor de hardnekkige weigering van Jeanne op het punt van hare +kleeding zijn vermoedelijk nog andere redenen die onbewust even zwaar +bij haar wegen, maar die zij tegenover haar rechtbank niet onder woorden +kan brengen. + +Zijn het in de eerste plaats niet hare manskleeren, die haar tot op een +zekere hoogte nog beschermen tegen de belagingen van hare ruwe bewakers? +En dan... is zij niet krijgsgevangene? Heeft de vijand zich niet meester +van haar gemaakt, terwijl zij als aanvoerder van hare troepen in volle +actie was? Wie weet, of niet een dezer dagen hare vrienden haar zullen +komen bevrijden? Welnu in dat geval zullen zij haar terugvinden zooals +zij hen verlaten heeft. + +Zij smeekt met tranen in hare oogen, maar te vergeefs. + +Jeanne: »Is het dan niet mogelijk de Mis te hooren zooals ik ben? Ik +verlang het zoo vurig. Wat de voorwaarde betreft, dat ik van kleeding +moet veranderen, daar kan ik niet aan voldoen, dat is niet in mijn +macht.« + +Men blijft weigeren. + +Jeanne: »Ik kan niet veranderen; moet ik dan verstoken blijven van het +Sacrament? Ik smeek U, mijne heeren, staat mij toe de Mis te hooren in +manskleeren. _Deze kleeding verandert toch mijn ziel niet_, en het is +toch niet in strijd met de wetten van de Kerk!« + + * * * * * + +Maar hare tranen en haar smeeken zijn niet bij machte de dorre en +verstokte zielen van hare rechters te vermurwen. Geen enkele is er die +het voor haar opneemt of haar te hulp durft komen. Is onder al deze +priesters dan geen enkele man?.... + +Een nieuwe weigering en daarmede is het incident gesloten. + + * * * * * + +Den 27en Maart, dus den Dinsdag na Palmzondag, begint het gewone +proces. Ter elfder ure biedt men haar nu een raadsman aan. »Omdat zij +niet geleerd genoeg is en niet genoeg onderricht in deze netelige +kwesties«, mag zij uit hare rechters er een kiezen die haar zal +bijstaan. Uit een oogpunt van onpartijdigheid is dit zeker een hoogst +bedenkelijk aanbod; bovendien komt het veel te laat, nu hare rechters +reeds alle materiaal tegen haar verzameld hebben, en hun oordeel in deze +zaak reeds gevestigd hebben. Zij wijst het aanbod dan ook af, wel is zij +het gezelschap dankbaar voor de goede bedoeling, maar ook in het vervolg +zal zij zich slechts houden aan Gods raad. + +Het uittreksel van d'Estivet, saamgevat in zeventig artikelen, wordt +haar voorgelezen. Men vindt daarin o. m. reeds de voornaamste punten van +beschuldiging die ook zullen voorkomen in het eindvonnis. Men heeft +Jeanne schuldig bevonden aan toovenarij, ketterij, afvalligheid van het +geloof; zij wordt genoemd onkuisch en bloeddorstig. De beklaagde hoort +alles rustig aan. Slechts een enkele maal onderbreekt zij de voorlezing, +om nogmaals een herhaling te geven van de door haar reeds vroeger +afgelegde belijdenis. + +Jeanne: »Ik geloof, dat de Paus te Rome, de bisschoppen en andere +geestelijken zijn aangesteld om het Christelijk geloof te bewaken, en om +hen te straffen, die daarin tekort schieten, maar wat mij betreft, mijne +daden zal ik slechts onderwerpen aan het oordeel van de Hemelsche Kerk, +d.w.z. aan God, aan de Maagd Maria, en aan de Heiligen in het Paradijs. +Ik geloof vast niet in mijn geloof tekort gekomen te zijn, en voor niets +ter wereld zou ik daarin willen tekort komen.« + +Hier breekt het Latijnsche rapport af; het Fransche heeft nog de +woorden: »en ik verzoek....« + +Volgens de verklaring van één der assessoren, genaamd La Pierre, +volgde hier een beroep op het Concilie van Bazel, waarvan deze zelfde +dominicaner haar de beteekenis had duidelijk gemaakt. Maar Cauchon viel +haar woedend in de rede met een kort en bondig: »Zwijg voor den duivel« +en verbood den notaris dit beroep in het proces-verbaal op te nemen. +Jeanne van haar kant verweet hem toen, zeer terecht, dat men opschreef +wat tegen haar was, maar niet hetgeen ten haren gunste getuigde. + + * * * * * + +In een speciaal verhoor in haar kerker, ondervraagt Cauchon haar +den 31en Maart nog eenmaal uitvoerig over haar onderwerping aan de +strijdende Kerk. De zes vertegenwoordigers van de Parijsche Universiteit +wonen dit verhoor bij als eenige getuigen. + +Maar Jeanne is niet van haar stuk te brengen. Haar geloof en haar +vertrouwen staan vast. Alles wat zij gedaan, gezegd en geantwoord heeft +betreffende hare visioenen en openbaringen, heeft zij gedaan en gezegd +uit naam van God. Voor niets ter wereld zou zij iets anders verklaren. +Wanneer de strijdende Kerk hare visioenen en openbaringen uitmaakt voor +hersenschimmen uit den Booze zal zij zich slechts beroepen en verlaten +op God alleen. O zeker, zij gelooft wel dat ook zij onderworpen is aan +de strijdende Kerk, maar.... _God moet eerst gediend zijn._ + +Jeanne: »Mijne antwoorden zijn geen eigen verzinsels; maar zij zijn mij +ingegeven door mijne stemmen. Mijne stemmen hebben mij bevolen niet +ongehoorzaam te worden aan de Kerk, maar.... _God moet eerst gediend +zijn._« Kan het duidelijker, kan het zuiverder, kan het waarachtig +godsdienstiger? + + * * * * * + +Uit de zeventig artikelen, opgemaakt door d'Estivet, besluit men +nogmaals een uittreksel te maken. Nicolas Midy wordt met de redactie van +dit nieuwe uittreksel belast. Hij vervaardigt de om hunne onjuistheid en +valschheid zoo beruchte twaalf artikelen. + +In het kort bevatten deze twaalf artikelen natuurlijk de voornaamste +beschuldigingen tegen Jeanne, maar de feiten zijn dikwijls scheef +voorgesteld, hare antwoorden zijn dikwijls verkeerd weergegeven en wat +zeker wel het verfoeilijkst is: de twaalf artikelen waarop de verdere +beraadslagingen en ook het eindvonnis gebaseerd zijn geweest, werden +Jeanne nooit voorgelezen. + +De sprong te Beaurevoir wordt voorgesteld als een poging tot zelfmoord, +terwijl bij het verhoor juist gebleken was dat van zelfmoord geen sprake +was. + +Op insinueerenden toon wordt haar verweten, dat zij zich op hare tochten +nooit onder de hoede stelde van een vrouw. Maar de verklaring van Jeanne +hoe zij voor haar kuischheid wist te waken wordt verzwegen; van het +rapport van de deskundigen, waaronder de hertogin van Bedford, die haar +onderzocht en maagd bevonden hadden, wordt geen melding gemaakt. + +In hun domheid maken zij zelfs Jeanne er een verwijt van, dat zij +verklaard heeft, dat hare stemmen geen engelsch spreken, omdat zij op +de hand der Franschen zijn. Wanneer hare Heiligen geen Fransch tot haar +gesproken hadden, hoe had Jeanne ze dan kunnen verstaan, en hoe had het +arme kind, dat zelf geen enkele vreemde taal kende, moeten constateeren +of het Engelsch of iets anders was? + + * * * * * + +In een bijeenkomst op den 13en April worden de twaalf artikelen +besproken, elke rechter zegt afzonderlijk zijn meening. De meesten zijn +zeer hard en streng in hun oordeel. Enkelen slechts, n.l. Jean Alespée, +Jean Basset en Raoul Sauvaige zijn Jeanne wat beter gezind en durven +zelfs iets mompelen omtrent een beroep op het Concilie van Bazel. + +Maar Jeanne is ziek, ernstig ziek: men vreest voor haar leven. Is het +wonder dat na alles wat zij in de laatste weken naar lichaam en naar +ziel heeft moeten verdragen, hare krachten haar begeven? + +Opgesloten in een ellendigen kerker met boeien aan handen en voeten; dag +en nacht bewaakt door ruwe, laaghartige soldaten die haar bespotten, +tergen en beleedigen en daar tusschen door uren lang afgebeuld door +moeilijke en pijnlijke verhooren. Wie zou daar tegen bestand zijn? O, +ware het de rampzalige gegeven geweest, toen rustig heen te gaan, haar +verlossing tegemoet, welk eene ellende, welk eene vernedering zou haar +bespaard zijn gebleven. + +Haar lichaam is afgetobd en krank, maar haar geest blijft onveranderlijk +helder. + +Hare beulen laten haar ook nu niet met vree. Tot in haar kerker en op +haar leger vervolgen zij haar, steeds met dezelfde grieven, steeds met +dezelfde verwijten. Maar niets kan haar rots-vaste geloof doen wankelen, +ook nu niet, nu mogelijk haar einde nadert. Wat er ook moge gebeuren, +zij zal niet anders kunnen verklaren, dan wat zij reeds in het proces +gezegd heeft. Nog heeft zij haar vertrouwen in de menschen, ja zelfs in +hare vijanden, niet geheel verloren. Zij rekent er vast op dat, zoo zij +mocht sterven in de gevangenis, men haar zal begraven in gewijde aarde. +Doet men dit niet, dan verlaat zij zich ook hierin op God. + +Jeanne: »Ik ben een goede christin, ik ben gedoopt, ik zal als goede +christin sterven«. + +Dit bezoek had plaats den 18en April. Den 2en Mei is Jeanne hersteld. + +Hare stemmen hebben haar in dien tusschentijd weer moed ingesproken. +Zelfs de Aartsengel Gabriël is haar verschenen en heeft haar geraden +zich in alles op den Heer te verlaten, Hij zal haar helpen. Met nieuwen +moed bezield verschijnt zij voor hare drie en zestig rechters. + +Het eerst wordt zij toegesproken door Jean de Chatillon. Hij vangt aan +met een ernstige vermaning, maar op bijna minzamen toon uitgesproken, en +wijst haar op hare fouten, maar zijn toespraak eindigt met bedreigingen +met dood en brandstapel. Op dienzelfden toon spreken nog enkele andere +rechters haar toe. + +Voor het eerst wijst men haar in het openbaar op de noodlottige, doch +onvermijdelijke gevolgen van haar dwaling. + +Wil zij zich dan niet onderwerpen aan het Heilig Concilie, of aan den +Heiligen Vader, den Paus? + +Haar antwoord is kort: + +»Breng mij voor hem, ik zal hem antwoorden!« + + * * * * * + +Dan biedt men Jeanne aan wat zij voor den aanvang van het proces +verlangd heeft: bijstand van priesters van haar eigen partij. Wat zouden +die thans nog voor haar kunnen doen? + +»Geef mij een bode«, antwoordt zij op dit aanbod, »en ik zal hem +schrijven wat ik denk over het geheele proces, zooals gij het gevoerd +hebt.« + +Nog één hamerslag, steeds op het zelfde aanbeeld, maar daarin klinkt een +zekere wanhoop en vertwijfeling van de zijde van hare rechters. + +»Zeg ons dan een reden, een enkele slechts, waarom gij weigert U op de +Kerk te verlaten.« + +Maar Jeanne zwijgt. Men wil niet hooren, men wil haar niet begrijpen. +Zij heeft niets meer toe te voegen aan de reeds zoo herhaaldelijk door +haar afgelegde verklaringen: men weet het toch, zij kan niet anders. + + * * * * * + +Nog is er een middel om Jeanne mogelijk tot spreken te dwingen en haar +misschien tot andere gedachten te brengen: de pijnbank. + +Den negenden Mei brengt men Jeanne in het vertrek, waar zich de pijnbank +en de folterwerktuigen bevinden. Men toont haar de werktuigen en de +scherprechters, die gereed staan hun werk te beginnen. Dan leest men +haar voor de artikelen, waarop zij tot nu toe geweigerd heeft te +antwoorden. Maar Jeanne laat zich niet bang maken, zij zwicht niet, +zelfs niet voor het dreigement met de pijnbank. Zij blijft bij hetgeen +zij tot nu toe gezegd heeft en als zij op de pijnbank iets anders +verklaarde, zou zij toch altijd later zeggen, dat men haar er toe +gedwongen had. + +Onder deze omstandigheden acht Cauchon het voorloopig nutteloos om tot +een foltering over te gaan. + +In een bijeenkomst te zijnen huize wordt de zaak nog besproken. De +meeningen loopen uiteen. Enkelen vreezen dat het vergeefsche moeite zal +zijn, daar zij veronderstellen, dat Jeanne van den duivel de gave der +stilzwijgendheid heeft ontvangen. Anderen achten haar te verstokt en +de gunst van een foltering onwaardig: het zijn degenen wier oordeel +reeds gevestigd is. Nicolas Loiseleur was een van degenen, die van een +foltering »als medicijn voor haar ziel« wel eenig heil verwachtte en +dus voor de pijnbank stemde. De meerderheid is van oordeel dat voor het +oogenblik geen reden bestaat om tot de foltering over te gaan: aldus +wordt besloten en de pijnbank is het eenige wat Jeanne bespaard is +gebleven. + + * * * * * + +Daarna vertrekken de zes afgevaardigden van de Sorbonne naar Parijs, +gewapend met de Twaalf Artikelen. Dadelijk na hun aankomst komen de +geleerde heeren bijeen om te overleggen. Eerst vergadert elke faculteit +apart, daarna vereenigen zij zich in een algemeene vergadering, waarin +het onderzoek van de zaak wordt verwezen naar de theologische faculteit +en de faculteit voor Kerkelijk Recht. + +Na veertien dagen zijn de beide faculteiten met hun onderzoek gereed, +en deelen in een nieuwe algemeene vergadering van de Universiteit hunne +conclusies mede. Het resultaat is, zooals te verwachten was, voor +Jeanne vernietigend. Men noemt haar verraderlijk, trouweloos, wreed, +bloeddorstig, afvallig, leugenachtig. Uitgemaakt wordt doodeenvoudig +dat hare Heiligen, booze geesten waren en wel Bélial, Satan en Béhémot. +De eer van deze uitvinding komt toe aan de Theologische Faculteit, +terwijl daarentegen de faculteit voor Kerkelijk Recht er zich weer op +mag beroemen o.a. te hebben uitgemaakt in art. 3 van haar rapport, +dat Jeanne een afvallige was, »omdat zij zich met verkeerde oogmerken +het haar had laten afknippen, dat God haar gegeven had, om haar hoofd +te bedekken«. Beide faculteiten zijn eenstemmig van oordeel dat +Jeanne behoort te worden overgeleverd aan het wereldlijk gezag, en +overeenkomstig hare misdrijven behoort gestraft te worden. De algemeene +vergadering neemt het advies van de commissie van onderzoek over en +maakt het tot het hare. + +Het resultaat van de beraadslagingen wordt naar Rouaan verzonden met een +ellenlang begeleidend schrijven aan den bisschop Cauchon, waarin deze +hemelhoog wordt geprezen om zijn zeer bijzondere christelijke liefde +en de uitnemende, krachtige wijze waarop hij het proces voert tegen die +vrouw, die men Maagd noemt, doch wier gift zich ver verspreid heeft en +de christelijke kudde in bijna het geheele Westen heeft besmet en +verpest. + +Zoodra de uitspraak van de Sorbonne in Rouaan is overgebracht, komen +Jeanne's rechters in completen getale bijeen. Het oordeel van de +Universiteit maakt hun de zaak veel gemakkelijker, neemt hun een groot +deel van de verantwoordelijkheid van de schouders: zij sluiten zich +gaarne bij dat oordeel aan. + +Den 23en Mei wordt het resultaat van de beraadslagingen van de +Parijsche Sorbonne aan Jeanne voorgelezen door den jongste der zes +afgevaardigden: Pierre Maurice. Hij spreekt haar daarna toe in een lange +redevoering, maar zijn toon is kalm vermanend, bijna vertrouwelijk. +Hij vergelijkt haar ongehoorzaamheid aan de geestelijken, dat is aan de +officieren van Christus, bij de ongehoorzaamheid van een ridder aan de +bevelen van den koning en diens officieren. Hij tracht op haar gevoel +te werken. Aan het eind van zijn rede genaderd vraagt hij aan Jeanne, +die hem kalm en aandachtig heeft aangehoord, of zij niet tot inkeer wil +komen en hare daden en gezegden wil onderwerpen aan het oordeel van de +strijdende Kerk. Doch geen menschelijke welsprekendheid is bij machte +haar te doen wankelen. Zij belijdt voor de zooveelste maal: + +Jeanne: »Wat ik gezegd en volgehouden heb in het proces, handhaaf ik ook +thans nog. Wanneer ik veroordeeld was en ik zag den beul gereed om het +vuur aan te steken, ik zag de takkenbossen branden en ik stond midden in +het vuur, dan nog zou ik niets anders zeggen, en wat ik verklaard heb in +het proces, zou ik volhouden tot aan den dood.« + +In margine vinden wij bij dit antwoord de ongevraagde opmerking van den +griffier: Responsio Johannae superba. + + * * * * * + +Dan sluit Cauchon de beraadslagingen en bepaalt de uitspraak van het +vonnis op den volgenden dag. + + * * * * * + +Nog enkele uren dus en het onherroepelijke woord, dat Jeanne vonnist, +zal gesproken worden. Nog is het niet te laat, nog is er redding +mogelijk. + +Ik sprak soms op bitteren toon over Jeanne's rechters en noemde ze hare +beulen. Ik neem hiervan niets terug, want, weliswaar leven wij met +Jeanne in een tijd van oorlog, maar hare rechters waren Franschen, +tenminste verreweg de meesten en bovendien, wat nog bezwarender is, het +waren geestelijken. + +Maar hoe dan te oordeelen over hare vrienden, over hare bloedverwanten? +Zijn zij niet medeplichtig aan haren dood? + +Niemand van haar partij heeft een woord gesproken, een vinger +uitgestoken om haar te verdedigen of te bevrijden. Onder Jeanne's +familieleden waren geestelijken: waarom zijn die dan niet naar Rouaan +gegaan om te getuigen, waarom hebben die van hun kant de hulp van den +Paus niet ingeroepen? De geestelijken, doctoren en advocaten, die door +de Engelschen en Bourgondiërs uit Parijs verjaagd waren, waarom hebben +die geen van allen geprotesteerd? De Bisschop van Reims, die aan Jeanne +zooveel te danken had, waarom is hij niet tusschenbeide gekomen door +gebruik te maken van zijn recht om Cauchon, zijn wij-bisschop, tot de +orde te roepen? De raadslieden van Karel VII, de priesters uit de naaste +omgeving van den koning, de doctoren te Poitiers die Jeanne ondervraagd +hadden, waarom hebben ze allen een misdadig stilzwijgen bewaard? + +En dan eindelijk de koning zelf; waarom doet Karel VII geen beroep bij +den Paus, waarom brengt hij de bisschoppen en andere geestelijken, die +hem trouw zijn gebleven, niet in actie, waarom doet hij geen enkele +poging om Jeanne met geweld van wapenen te bevrijden? Is hij alles +vergeten wat Jeanne voor hem gedaan heeft, wil hij het zich niet +bekennen dat het de bezieling is geweest, die van haar uitging, die zijn +eigen troepen nieuwe moed heeft gegeven, dat haar verschijning, haar +naam soms voldoende was om verwarring te brengen onder de vijanden? Weet +hij niet meer, dat het Jeanne is geweest die hem naar Reims gebracht +heeft? Was zij niet zijn »porte-bonheur?« Waarom waagt hij dan, al was +het slechts uit welbegrepen eigenbelang, geen poging haar te redden? + +Ik voor mij geloof, dat op al deze vragen één en hetzelfde antwoord +kan gegeven worden. Wij behoeven niet te zoeken op politiek gebied, +naar geheime beweegredenen, ook is het niet noodzakelijk een fijnere +détailstudie van het karakter van Karel VII te maken. Ik ben overtuigd, +dat wij den vinger op de wonde plek leggen indien wij zeggen: zij +durfden niet. + +Van het oogenblik af, dat uitgemaakt was, dat Jeanne terecht zou staan +voor een geestelijke rechtbank, durft niemand meer een mond open doen of +een vinger verroeren. Zelfs de collega's en gelijken van Cauchon zijn +daarmede ontwapend. + +Voor hen, evengoed als voor de lagere geestelijken, en zelfs voor den +koning is het buitengewoon gevaarlijk zich te mengen in een geestelijk +proces, of in de zaken van de Inquisitie. + +De Kerk zal spreken, en dan heeft elk geloovige te zwijgen op gevaar van +zelf in botsing met de Inquisitie te komen. + +Hierin schuilt m. i. het geheele geheim waarom enkele van de rechters +zich laten dwingen de verhooren bij te wonen, waarom niemand van hare +vrienden, waarom de koning, ja zelfs haar eigen broeders, die aan haar +zijde hadden gestreden, in het proces te Rouaan geen partij durven +kiezen voor de arme beklaagde, en op een afstand zullen moeten aanzien +dat Jeanne beleedigd, mishandeld en eindelijk ter dood gebracht wordt. + +Jeanne toont ook hier haar waarachtige grootheid. Zij beschouwt ook +dezen tegenslag, deze ellende als een gevolg van Gods wil: zij berust. +Geen verwijt over de ontrouw of de lafhartigheid van hare vroegere +vrienden komt over hare lippen; integendeel, zij blijft ze steeds een +goed hart toedragen en verdedigen: haar liefde en bewondering voor den +koning behoudt zij tot het einde toe. + + * * * * * + +In den morgen van den 24en Mei bezoekt Jean Beaupère Jeanne in haar +kerker, ook ontmoet ze Nicolas Loiseleur nog. Beiden trachten haar nog +te overreden zich te onderwerpen aan de Kerk en Loiseleur doet haar +zelfs valsche beloften en valsche voorspiegelingen. Wij behoeven niet +alle beschuldigingen te gelooven, die in het tweede proces tegen Nicolas +Loiseleur zijn uitgesproken, maar vast staat het wel, dat deze kanunnik +de Judasrol tegenover Jeanne heeft gespeeld. + +Onder voorwendsel een gevangene van haar partij te zijn, heeft hij haar +vertrouwen weten te winnen en haar zelfs de biecht afgenomen, terwijl +hij wist, dat zijne gesprekken met Jeanne in het belendende vertrek +werden afgeluisterd en opgeteekend. Ook nu bij de zoogenaamde afzwering +staat Loiseleur aan haar zijde en zal het gedeeltelijk op zijn +aandringen zijn, dat Jeanne het perkament teekent, dat men haar +voorhoudt. + +Evenals Judas zou ook hij zijn ure van wroeging en berouw gehad hebben, +waarin hij handenwringend en in wanhoop Jeanne volgde en om vergeving +smeekte op haar laatsten tocht naar de Oude Markt. Men brengt Jeanne nu +in een open kar onder gewapend geleide naar het ruime kerkhof van den +abdij van Saint Ouen, waar zij nogmaals plechtig en in het openbaar zal +worden toegesproken en waar de scène van de zoogenaamde afzwering zal +plaats hebben. + +Op dit kerkhof heeft men voor deze gelegenheid een groote tribune +gebouwd tegen het schip van de kerk. Daarop hebben plaats genomen +Pierre Cauchon, Bisschop van Beauvais, Jean Lemaître, Vicaris van den +inquisiteur, de Kardinaal van Winchester, verder alle hooge en lagere +geestelijken, die aan het proces hebben deel genomen, en verscheidene +hooggeplaatste Engelsche heeren. Rondom het kerkhof verdringt zich een +dichte menigte, die door Engelsche soldaten op een eerbiedigen afstand +wordt gehouden. + +Op een kleine verhevenheid tegenover de groote tribune bevindt zich +meester Guilleaume Erard. Zeer tegen zijn zin heeft men hem aangewezen +om Jeanne in deze plechtige bijeenkomst toe te spreken, zooals het +gebruik van de Heilige Inquisitie dat meebracht. + +Dan brengt men Jeanne in den kring: zij draagt manskleeren, en hoewel +zichtbaar onder den indruk, eenigszins beduust door de openlucht en het +volle zonlicht treedt zij kalm en vastberaden voorwaarts. Men plaatst +haar op de verhevenheid naast Guilleaume Erard, en zoodra men stilte +heeft verkregen onder de talrijke aanwezigen, neemt deze het woord. + +Hij heeft zich als tekst voor zijn toespraak gekozen het woord uit het +Evangelie naar Johannes, hoofdstuk XV: »De rank kan geen vrucht dragen +van haar zelven, zoo zij niet in den wijnstok blijft.« »Zoo moeten +dan ook alle katholieken in den wijnstok blijven van onze Heilige +Moederkerk, die de hand van onzen Heere Jezus Christus heeft geplant.« + +In den loop van zijn heftige toespraak herhaalt hij, de verschillende +punten van beschuldiging tegen Jeanne, en zet die nader uiteen. Op haar +is zeer zeker van toepassing het woord van dezen tekst: Zij heeft de +Moederkerk verlaten, is van de eene dwaling in de andere, van de eene +misdaad in de andere vervallen, en heeft op duizenderlei wijze het +christelijke volk geërgerd. Nooit te voren was er een grooter monster +dan Jeanne in Frankrijk. + +De arme Jeanne hoorde dit schelden en schimpen rustig aan: zij was er in +de laatste maanden reeds aan gewoon geraakt. + +Maar zoodra hoort zij niet den naam des konings noemen, of zij richt +zich op, luistert met dubbele aandacht, en al de oude strijdlust wordt +weer in haar wakker. Waarschijnlijk om de aanwezige Engelschen in het +gevlei te komen valt Guilleaume Erard Karel VII heftig aan. Dan richt +hij zich uitdrukkelijk tot Jeanne met de woorden: + +»Jeanne ik spreek tot U en ik zeg U dat Uw koning is een ketter en een +afvallige.« + +Dat is te veel voor de arme Jeanne. Die woorden krenken haar in het +diepst van haar ziel. Een groote ontroering maakt zich van haar meester, +hare Heiligen verschijnen haar, zij hoort hare stemmen. Zij raden haar: + +»Antwoord hem flinkweg, dien prediker die U toespreekt.« + +En oogenblikkelijk stuift zij op en valt Guilleaume Erard in de rede: + +Jeanne: »Voorwaar, Messire, met allen eerbied, ik durf te verklaren +en zweren op straffe des doods, dat hij de edelste Christen van alle +Christenen is, die het geloof en de Kerk het meest liefheeft; en hij is +niet zooals gij zegt«. + +Erard, vertoornd over deze onderbreking, laat Jeanne door den +deurwaarder tot zwijgen brengen. Hij is het einde van zijn preek +genaderd en komt nog eenmaal op het oude thema terug: wil zij hare +woorden en daden onderwerpen aan het oordeel van de Kerk. + +Maar wat zij gedaan heeft, deed zij uit naam van God, niemand heeft +daar schuld aan, noch de koning, noch iemand anders. Dan doet zij een +officieel beroep op den Paus. Het laffe antwoord van de rechters, dat de +Paus te ver weg is, en men hem niet kan gaan halen, slaat haar niet uit +het veld. Laat men haar dan naar den Paus brengen en laat die haar dan +ondervragen. Zij wil niet, dat men een uittreksel uit het proces-verbaal +van dit proces, ter beoordeeling van den Paus, naar Rome zendt, daar +heeft zij geen vertrouwen in, men kan daarin zetten wat men wil. Neen, +zelf en in persoon wil zij zich tegenover den Heiligen Vader +verantwoorden. + +Op eene laatste vermaning komt hetzelfde antwoord: zij herroept niets +van hetgeen zij heeft verklaard. + +Hiermede is de zaak beslist. + +Het woord is thans aan Cauchon. Van de twee vonnissen, die hij bij zich +heeft, één voor het geval Jeanne ter elfder ure tot inkeer zou komen, +het andere voor het geval zij in hare dwaling bleef volharden, heeft hij +het laatste te voorschijn gehaald. Hij is opgestaan en leest het vonnis. + +Het bestaat uit een lange reeks van beschuldigingen, waarvan wij de +meesten reeds kennen. De rechters hebben »met Christus en de eer van het +orthodoxe geloof voor oogen« Jeanne schuldig bevonden aan: leugen, aan +de uitvinding van zoogenaamde goddelijke verschijningen en openbaringen, +aan betoovering, bijgeloof, waarzeggerij, Godslastering, verachting van +God zelf in zijne Heilige sacramenten, enz. enz. + +Cauchon leest langzaam verder en onderwijl dringen er nog enkele +rechters, waaronder Guilleaume Erard en Loiseleur, bij Jeanne op aan, +dat zij zal afzweren. Nog is het tijd, houden zij haar voor. + +»Onderwerp je aan de kerk«, zegt Erard, die persoonlijk gaarne zou zien +dat de afzwering van Jeanne kon worden aangemerkt als de vrucht van zijn +toespraak. »Beloof dat je weer vrouwenkleeren zult aantrekken«, dringt +Loiseleur aan, en beiden dreigen ze met den brandstapel. Erard heeft +eene verklaring van afzwering gereed en houdt die Jeanne voor. + +Dan geeft Jeanne een teeken en Cauchon onderbreekt oogenblikkelijk de +voorlezing van het vonnis. + +Een volkomen juist en getrouw beeld geven van hetgeen nu gebeurt is niet +geheel mogelijk: er blijft vooralsnog één duister punt. + +Vast staat dat zoodra Cauchon zwijgt er eenige verwarring ontstaat onder +de Engelsche soldaten en zelfs eenig rumoer onder de Engelsche heeren op +de tribune. Zij begrijpen niet geheel wat er gebeurt, maar zij vreezen +verraad en zijn bang dat Jeanne hun ontsnapt. Warwick bijt Cauchon toe: +»De zaken van den koning gaan slecht, die vrouw zal ons nog ontglippen.« + +Cauchon tracht hem gerust te stellen en mompelt: »Wees maar niet bang, +wij zullen haar wel weer vangen.« + +Maar ook andere Engelschen maken het hem lastig en beschuldigen hem +zelfs openlijk van verraad. Dan stuift Cauchon op, dat laat hij zich +niet zeggen. Hij is beleedigd, hij wil niet verder procedeeren voor men +hem voldoening gegeven heeft. Is hij als rechter in geloofszaken niet +verplicht eerder het heil van die vrouw te zoeken dan haar dood? zoo +huichelt hij. Warwick brengt de andere heeren tot kalmte. Cauchon's +verklaring »wij zullen haar wel weer vangen« heeft hem voldoende +gerustgesteld, dat de zaak bij dezen rechter nog steeds in goede handen +is. + +Op de kleine verhooging midden in den kring is al even veel verwarring +als op de groote tribune. Van alle kanten bestormt men Jeanne, dat zij +de verklaring van Erard zal teekenen. Uit de menigte, die voor een deel +bestaat uit Franschen, die haar sympathiek zijn, roept men haar toe, +dat zij moet doen, wat men haar aanraadt en zoodoende haar leven moet +redden. Jeanne wil nog een uitstel om de zaak te overwegen en om hare +stemmen te raadplegen. Zij vraagt aan Jean Massieu wat zij doen moet. +Maar men wil ditmaal van geen uitstel weten en ook Jean Massieu dringt +er op aan, dat zij teekenen zal, en wel nu dadelijk nu het nog tijd is. + +Jeanne geeft toe; tenminste afgaande op de voorspiegelingen en beloften +die men haar doet, teekent zij een stuk, dat men haar voorhoudt, en +waarvan men haar in de verwarring met enkele woorden den inhoud heeft +medegedeeld. + +Maar wat heeft men haar beloofd, wat heeft er in het stuk gestaan, +dat Jeanne teekende en eindelijk, hoe heeft zij geteekend? Zie hier +het duistere punt, waarop ik zooeven zinspeelde. Zeker heeft men haar +beloofd, dat wanneer zij teekende, zij voortaan zou behandeld worden als +een gevangene van de Kerk en dus onder toezicht zou komen van vrouwen in +plaats van Engelsche soldaten. Dit blijkt overtuigend uit hetgeen Jeanne +zegt aan het einde van deze plechtigheid. Maar welk stuk heeft zij +geteekend en hoe? De verklaring van afzwering, die zich in het dossier +bevindt, draagt geen handteekening, doch een kruisje. Nu is het nagenoeg +zeker, dat Jeanne in die dagen het zoover gebracht had, dat zij ten +minste haar handteekening kon plaatsen. In dat geval is een stuk met een +kruisje geteekend niet geldig. + +Wat verder den inhoud van het stuk betreft hebben wij in de eerste +plaats de verklaring door Jeanne zelf twee dagen later gegeven, dat zij +begrepen had, dat het er om ging dat zij van kleeding zou veranderen en +bovendien de zeer bezwarende verklaring door Jean Massieu in het proces +van rehabilitatie afgelegd en door nog verscheidene andere getuigen +bevestigd, dat het lange latijnsche stuk, dat zich in het dossier +bevindt, een geheel ander is als de korte Fransche verklaring, die +Massieu aan Jeanne heeft voorgelezen en die zij onderteekend heeft. +Maar bovendien, heeft zij Erard, op zijn krachtig aandringen niet kalm +toegevoegd: »U geeft U werkelijk te veel moeite om mij te verleiden«. + +En was Jeanne niet gedurende de geheele plechtigheid volkomen rustig? +Stond zij niet, tot groote verontwaardiging van hare Engelsche vijanden, +glimlachend te midden van de priesters die haar tot teekenen trachtten +te bewegen? Zou zij dan glimlachend de overtuiging en het geloof, +waarvoor zij reeds zooveel geleden had, en die zij zoo dapper al die +weken, in een strijd op leven en dood, verdedigd had, prijs gegeven +hebben? + +Neen, driewerf neen! Men heeft haar misleid, er heeft vervalsching of +verwisseling van de processtukken plaats gehad, maar Jeanne heeft niet +afgezworen. + + * * * * * + +Als Cauchon eindelijk weer het woord neemt is het thans om het andere, +het minder strenge vonnis voor te lezen, waarbij Jeanne veroordeeld +wordt tot levenslange gevangenisstraf, op water en brood, of zooals het +in de latijnsche vertaling van het vonnis luidt: »in perpetuum carcerem, +cum pane doloris et aqua tristitiae«, om hare zonden en fouten te +beweenen. + + * * * * * + +Daarna is de plechtigheid afgeloopen. Jeanne verwacht nu, dat men de +zooeven afgelegde belofte zal nakomen en zegt tot hare rechters: + +»Welnu dan, heeren geestelijken, brengt mij in Uwe gevangenissen, en +levert mij niet meer over in handen van die Engelschen!« + +Men had haar schandelijk bedrogen. Trouwens wat Jeanne vroeg, omdat men +het haar beloofd had, was niet mogelijk, want met de Engelschen was +uitdrukkelijk overeengekomen, dat Jeanne hun na het proces weer zou +worden uitgeleverd. + +Het laatste woord is aan hem, die Warwick toegefluisterd heeft: »Wees +maar niet bang wij zullen haar wel weer vangen.« + +Als eenig antwoord op haar bede, geeft Cauchon aan de bewakers van +Jeanne het korte, doch voor haar vernietigende bevel: + +»Brengt haar daar waar gij haar vandaan gehaald hebt.« + + * * * * * + +Zoodra Jeanne weer terug is in haar ouden kerker en men haar opnieuw in +ketenen heeft vastgeklonken, wordt zij herinnerd aan de belofte om van +costuum te veranderen. Zij is daartoe thans bereid, en trekt een japon +aan, die de hertogin van Bedford voor haar heeft laten maken. Evenals +Aimond de Macy op het kasteel Beaurevoir, veroorlooft de kleermaker, +die Jeanne de japon brengt en haar behulpzaam is bij het aantrekken +ervan, zich een vrijmoedigheid, die Jeanne zoo boos maakt, dat zij hem +een fermen oorvijg geeft. Het haar van Jeanne, dat zij droeg als de +krijgslieden van dien tijd, wordt afgeknipt. + +Zoo laat men dit negentienjarige meisje, thans weer als vrouw gekleed, +dag en nacht bewaken door Engelsche soldaten, d. w. z. door halve +bandieten, halve beesten. Wij herhalen het, dit is mogelijk wel de +wreedste en meest verfijnde marteling die men dit arme schepseltje heeft +laten ondergaan. Wel was Jeanne moedig en zou zij zich, zoo goed haar +ketenen dit toelieten, tegen aanrandingen hebben weten te verdedigen, +maar de hoon, de spot, de beleedigingen, de ruwe dronkemanstaal van +hare bewakers, die in hare tegenwoordigheid zaten te dobbelen en te +drinken, heeft zij moeten verduren en aanhooren. Onbeschrijfelijk moet +zij daaronder geleden hebben; toch houdt zij den strijd nog twee dagen +vol, dan legt zij haren japon af, steekt zich opnieuw in manskleeren, +en breekt hiermede de door haar afgelegde belofte. + +Dit geschiedt in den morgen van den 27en Mei, op den Zondag van de +Heilige Drievuldigheid. Als wij de verklaring van den deurwaarder Maître +Jean Massieu in het proces van rehabilitatie moeten gelooven, is het +niet vrijwillig dat Jeanne hare belofte gebroken heeft, maar heeft men +er haar bepaald met geweld toe gedwongen, door in den nacht van den 26en +op den 27en Mei, terwijl zij sliep, hare vrouwenkleeren te verbergen en +het mans-costuum voor haar gereed te leggen. Zij moet zelfs aanvankelijk +geweigerd hebben het verboden costuum weer aan te trekken, er op +wijzende, dat dit in strijd zou zijn met hare belofte, maar ten slotte +was zij wel genoodzaakt toe te geven, aangezien zij voor een zuiver +menschelijke behoefte het bed en zelfs een oogenblik haar kerker moest +verlaten. (»Intendens ventrem purgare«). + +In de getuigen-verklaringen van het proces van rehabilitatie komen +evenwel meerdere dergelijke verhalen voor van schandelijk bedrog, +van ten hemel schreiend verraad. Wij aanvaarden ze met de noodige +voorzichtigheid en wij hebben ze trouwens niet noodig. De geschiedenis +zooals wij haar kennen uit de feiten die onomstootelijk vaststaan, is +reeds verschrikkelijk en tragisch genoeg. + +Het bericht van Jeanne's weder-afvalligheid ging als een loopend vuur +door de stad. Oogenblikkelijk zetten hare rechters en vijanden zich in +beweging. De door Cauchon verwachte gelegenheid om haar weder te vangen, +biedt zich aan. Jeanne is verloren. + +Den volgenden morgen begeeft Cauchon zich met verscheidene andere +rechters naar het kasteel waar Jeanne gevangen zit. Onderweg worden zij +bespot en uitgejouwd door een troep Engelsche soldaten. De griffier van +het proces wordt ontboden. Men vindt Jeanne in manskleeren, maar zij is +diep terneer geslagen, afgetobd en in tranen. + +Als men haar naar de reden vraagt antwoordt zij, dat het haar, nu zij +onder mannen verkeert, behoorlijker voorkomt, dat zij ook manskleeren +draagt en verder: »Ik heb niet begrepen wat de verklaring van afzwering +behelsde. Ik heb niets willen herroepen, dan wat God verlangde.... Als +de heeren er op staan zal ik weer vrouwenkleeren aandoen, maar dan moet +men ook volbrengen wat men mij beloofd heeft en mij in een kerkelijke +gevangenis brengen. Verder zal ik niets doen«. + +In margine teekent de griffier hier weer bij aan: »Responsio mortifera«. + +Ondanks den wanhopigen toestand, waarin zij Jeanne aantreffen, hebben +Cauchon en de zijnen nog den treurigen moed, haar weer lastig te vallen +en te kwellen met de oude, bekende vragen omtrent de kroon in Reims en +het geheime teeken te Chinon. + +Maar de ongelukkige Jeanne staat ze hierover niet meer te woord. Zij +kan niet meer, zij is geestelijk lam geslagen. Dan liever op eenmaal +boete gedaan met haar leven, dan langer die eindelooze kwellingen en +pijnigingen te doorstaan. Wat geeft het haar of zij blijft strijden, +men zal niet rusten, dat voelt zij nu, voor men haar gedood heeft. Nog +één verzuchting van de wanhopige: »Ik wil liever sterven«, en dan zwijgt +zij. + +Den volgenden dag komen de rechters bijeen in het aartsbisschoppelijk +paleis. De zaak is nu voor hen heel eenvoudig geworden. Zij zijn het +er over eens dat Jeanne zich heeft schuldig gemaakt aan meineed +en weder-afvallig is geworden, en aangezien de Kerk de door haar +uitgesproken doodvonnissen niet zelf voltrekt, zal de veroordeelde +worden overgeleverd aan den wereldlijken rechter. + +De broeders Martin Ladvenu en Isambart de la Pierre krijgen de opdracht +de veroordeelde te gaan mededeelen, dat zij den volgenden dag zal +verbrand worden. + +In den vroegen morgen van den 30en komen zij in den kerker van Jeanne. +Martin voert het woord. Als hij uitgesproken heeft, barst Jeanne in +een wanhopig snikken los. Daar ligt ze nu, het arme, moedige, lieve +schepseltje als verpletterd door deze vreeselijke tijding, daar ligt ze +nu alleen, door iedereen verlaten in haar ellende. Geen liefderijke hand +is er, die zich naar haar uitstrekt, geen woord van troost of medelijden +wordt tot haar gesproken. In dit oogenblik van angst en felle smart +hoort zij ook hare stemmen niet. Zij jammert en weeklaagt luid. »Haar +lichaam, dat zij tot het einde toe rein en ongerept heeft weten te +houden, zal dus verbrand en tot asch verteerd worden«, en voor het leed +en onrecht haar aangedaan, beroept zij zich op God, den rechter aller +rechters. + +Nog verscheidene andere geestelijken en doctoren zijn onder Jeanne's +snikken haar kerker binnengekomen en kwellen haar met vragen. Zij +beantwoordt de meesten nog geduldig en gedwee, maar dan staat plotseling +Cauchon zelf op den drempel. Zij ziet in hem een van de hoofdoorzaken +van al haar leed en van haar dood. Zij richt zich op en met haar nog +betraande oogen ziet ze hem aan. Nog eenmaal staat ze daar in hare +maagdelijke fierheid, in de volle majesteit van hare tengere jeugd en +met dezelfde heldere, krachtige stem, waarmee zij op het slagveld hare +troepen had aangemoedigd en bezield, dondert zij haar rechter het +striemende verwijt tegemoet: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!« + + * * * * * + +Broeder Martin neemt haar de biecht af. Jeanne is diep geroerd en +schreit bitter, als zij daarna voor de laatste maal de heilige Hostie, +het lichaam des Heeren ontvangt. + +Wat moeten wij toch denken van deze tegenstrijdigheid? Diezelfde Kerk, +die een oogenblik te voren de arme Jeanne als ketterin verstooten had +en haar had overgeleverd aan den wereldlijken rechter, stemt er thans +in toe, dat men haar het Avondmaal toedient en zelfs dat het Sacrament, +zooals Ladvenu het uitdrukkelijk verzoekt, haar met alle mogelijke praal +en heerlijkheid wordt gebracht, door een gansche stoet van geestelijken +en met een menigte gewijde kaarsen. (»avec beaucoup de lumière«). + +Van de pogingen die men daarna nog eenmaal gewaagd heeft om Jeanne tot +nieuwe bekentenissen te brengen, is later een proces-verbaal opgemaakt, +dat de griffier, die er bij tegenwoordig was, geweigerd heeft te +teekenen. + + * * * * * + +Eindelijk om negen uur verlaat Jeanne voor goed den kerker en het oude +kasteel, waar zij honderd acht en zeventig bange dagen en nachten heeft +doorgebracht. + +Zij is gekleed in een lange japon en op het hoofd draagt zij een kapje. +Met een gewapend escorte van tachtig Engelsche soldaten, voert men het +slachtoffer in een wagen naar het oude marktplein van Rouaan. Martin +Ladvenu en Massieu vergezellen haar. Zij schreit en bidt, en eenmaal +roept zij onderweg in wanhoop uit: + +»Rouaan, Rouaan, zal ik hier dan sterven? Zult gij mijn laatste +woonplaats zijn?« + + * * * * * + +Het marktplein is afgezet door Engelsche soldaten, waarachter zich een +dichte menigte van nieuwsgierigen verdringt. Aan de eene zijde van het +plein, op het kerkhof van de Saint Sauveur heeft men een groote tribune +gebouwd, waarop de rechters hebben plaats genomen, daartegenover +een kleine verhooging, waarop Jeanne zal worden tentoongesteld en +toegesproken, en eindelijk in het midden op een gemetselde verhooging, +een stapel takkebossen: de brandstapel. Aan een paal op den brandstapel +leest men het volgende opschrift: + +»Jeanne, die zich laat noemen la Pucelle, leugenaarster, +volksmisleidster, Godslasteraarster, afvallige van het geloof van Jezus +Christus, ketterin, enz. enz.« in het geheel zestien beschuldigingen, +maar zestien valsche beschuldigingen, zestien leugens. + +Ditmaal is het een van de zes afgevaardigden van de Parijsche +Universiteit, een dokter in de theologie en wel Nicolas Midy, die de +eer geniet de ongelukkige veroordeelde, in hare laatste oogenblikken, te +mogen toespreken, en hij doet dit, evenals Beaupère, zijn voorganger, in +heftige en beleedigende bewoordingen. Als tekst neemt hij een woord uit +den eersten zendbrief van Paulus aan de Corinthiërs: (XII: 26). »En het +zij dat één lid lijdt, zoo lijden alle de leden mede.« + +Dit woord van Paulus, op waardige wijze toegepast, zou zeker eenen +prediker met een hart, ook in deze omstandigheden, stof en gelegenheid +genoeg geboden hebben om Jeanne een oogenblik voor haar dood nog enkele +woorden toe te voegen, waaruit althans eenig menschelijk gevoel, +ja misschien medelijden sprak. Maar niet aldus deed deze Parijsche +godgeleerde. »Het lid dat lijdt« uit den brief van Paulus wordt in zijn +mond, het lid dat rot, en dreigt zijn besmetting over te brengen op de +andere leden, het lid dat uitgeworpen moet worden uit de eenheid van de +Kerk, dat uitgerukt moet worden uit het lichaam, en overgeleverd moet +worden aan de wereldlijke macht. + +Aldus luidt ook het vonnis dat Cauchon, na het einde van de toespraak +van Midy, voorleest. Het eindigt met de geijkte, schijnheilige formule, +waarbij hij die zelfde wereldlijke macht verzoekt zich in haar oordeel +over het arme slachtoffer te matigen. (»Rogando eam ut cum ea velit mite +agere, citra mortem et membrorum mutilationem«). Bij de beraadslagingen +over de sententie hadden twee geestelijken toch nog den treurigen moed +gehad te verklaren, dat naar hun oordeel in het onderhavige geval deze +»supplication misèricordieuse« wel achterwege kon blijven. + +Als Jeanne het vonnis vernomen heeft barst zij in tranen en snikken uit; +met gevouwen handen zinkt zij op hare knieën en bidt tot God. Zij roept +Maria aan en de Heiligen in het Paradijs. In hartroerende woorden smeekt +zij allen, die zij eenig leed mocht berokkend hebben, ja zelfs haren +rechters en den Engelschen om vergeving. Geruimen tijd blijft zij zoo in +wanhoop liggen. Waar wacht men op? De geestelijke rechters hebben hun +rol afgespeeld en gaan heen. Velen van hen zijn diep geroerd en ook +Cauchon verdwijnt met tranen in de oogen. De Engelsche soldaten, die +ongeduldig worden, roepen hem nog toe: »Zeg eens, priester, zullen we +hier nog moeten blijven eten?« + + * * * * * + +Jehan Salvaing, de wereldlijke rechter in wiens handen Jeanne nu is +overgeleverd, had haar naar het raadhuis behooren te brengen, om +haar het vonnis voor te lezen. In de haast worden deze formaliteiten +overgeslagen. Men verlangt naar het einde van het drama, dat velen +reeds te lang geduurd heeft. Op een teeken van den schout, pakken zijne +dienaren Jeanne beet en voeren haar in den wagen, die haar gebracht +heeft, naar den brandstapel. + +Men heeft haar het kapje van het hoofd genomen en haar een mijter +opgezet met het opschrift: »Ketterin, Afvallige, Afgodendienares.« Tegen +deze beschuldigingen waagt Jeanne nog een laatst protest. + +Zoo geeft men haar over aan den beul en zijne knechts. De deurwaarder +Massieu en twee jonge geestelijken, de broeders Isambard de la Pierre +en Martin Ladvenu (laten wij hunne namen goed onthouden), die allen +diep geroerd zijn, vergezellen haar tot den brandstapel. Voor zij dien +bestijgt roept zij nog: »Oh, Rouaan, ik vrees wel, dat gij door mijn +dood zult moeten lijden.« + +Als eenmaal de beul, vermoedelijk genaamd Geoffroy Thérage, zijn +moordend werk begonnen is, en de takkenbossen in brand gestoken heeft, +vraagt Jeanne een kruis. Een Engelsche soldaat maakt er een van twee +stokjes en geeft het haar. Zij kust het en drukt het vast tegen zich +aan. Op haar verzoek laat broeder Isambard nog een groot kruis halen uit +de Saint-Sauveurkerk. Ook dit omhelst ze nog onder een hevig snikken. + +Deze trouwe broeder Isambard blijft haar bijstaan tot het einde toe. +Staande op een der takkenbossen van den brandstapel houdt hij, op haar +uitdrukkelijk verzoek, haar steeds het groote kruis voor oogen, hoort +haar aan en spreekt haar toe, en eindelijk als het vuur zich verspreidt +en de vlammen hem kunnen bereiken, is het op verzoek van Jeanne, dat hij +eenige schreden terug gaat. Ook in deze oogenblikken dus heeft zij nog +oog voor het gevaar, dat een ander bedreigt en is zij vervuld van +teedere zorg. + +Te midden van een zee van hoog oplaaiende vlammen en van een schier +verstikkenden rook verklaart zij nog eenmaal met heldere, luide stem, +dat zij geen ketterin, geen afvallige is,.... dat alles wat zij gedaan +heeft haar door God bevolen was,.... dat hare stemmen haar niet bedrogen +hebben. + +En eindelijk eenige oogenblikken later in den barnenden gloed roept +Jeanne luid: »Jezus!«.... buigt het hoofd, en.... geeft den geest. + + * * * * * + +Als Jeanne gestorven is, dooft men op bevel van den hoofdschout het +vuur: men wil zekerheid hebben, dat zij niet met behulp van den duivel +ontsnapt is. Doch men vindt hare overblijfselen: de overlevering zegt +zelfs dat het hart niet door het vuur verteerd was. Haar asch wordt +verzameld en in de Seine geworpen. + +Zoo verliet dan Jeanne een wereld waarvoor zij te groot en te goed was. +Zoo bleef zij tot het einde getrouw aan hare roeping als bode des +Hemels, als reddende Engel van Frankrijk, en ging zij heen als +Martelares voor de goede zaak, die zij gediend had. + + * * * * * + +[Illustratie: Jeanne d' Arc op den brandstapel. + + Naar een muurschildering van Lenepveu in het Panthéon.] + +Is het wonder dat velen, die getuige waren geweest van haar lijden en +sterven, het angstig gevoel hadden een Heilige verbrand te hebben? Hoor +de verzuchting van Jean Alespée den avond na Jeanne's dood: »Ik zou +willen, dat mijn ziel was dààr waar de ziel van die vrouw thans is«, is +zij niet begrijpelijk en door en door menschelijk? Het leven van Jeanne, +maar bovenal haar einde was dat van een Heilige, een geloofsheldin. +Haren tijdgenooten en ook het nageslacht gaf zij een voorbeeld van moed +en trouw en een onwankelbaar geloof. In heel het drama dat zich afspeelt +in de laatste weken van haar leven, en waarin zij staat tegenover +zoovele mannen van gezag en aanzien, is dit negentienjarige meisje de +eenige, die blijk geeft van zedelijken moed, van groote vastberadenheid +en een machtig vertrouwen. Hare vrienden, haar Koning zelfs, zij laten +haar aan haar lot over, zij durven zich niet roeren van het oogenblik +af, dat Jeanne is overgeleverd in handen van de kerk: zij zijn bang. +Hare geestelijke rechters talmden maanden lang en dat in een tijd, +dat men werkelijk zooveel omhaal niet maakte om een ketter naar +den brandstapel te verwijzen. Cauchon zoekt medeplichtigen in de +Inquisitie en de Parijsche Universiteit, aan wie hij een deel van de +medeverantwoordelijkheid op de schouders laadt. Cauchon en heel de +geestelijke rechterschaar zijn bang. En dan hare doodsvijanden de +Engelschen. Ze razen, ze tieren, omdat ze niet verstaan en begrijpen wat +er gebeurt. Ze jachten, ze dringen op spoed aan, zij zijn niet gerust +voor het einde daar is; en dan nog zoeken zij de overblijfselen van hun +slachtoffer bijeen en laten ze door den wind verstuiven over het water +van de Seine, want... ze zijn bang. + +Jeanne heeft velen geïmponeerd door haar uiterlijke verschijning, hare +woorden en daden, en dat is iets dat kleine zielen een medemensch +dikwijls niet vergeven. Maar hen, die haar zagen in hare laatste +oogenblikken, moet zij bovenal diep getroffen hebben door haar innige +vroomheid, haar verheven gelatenheid, haar waarachtige grootheid. Zij +moeten, toen Jeanne was heengegaan, het gevoel gehad hebben, dat de +Hoofdman over honderd en hen die met hem waren op Golgotha, na Jezus +verscheiden, bezielde: »ende ziende de dingen die geschied waren, werden +zij zeer bevreesd, zeggende: »Waarlijk, deze was Gods zoon«.« + + + + +HOOFDSTUK V. + +PROCES VAN REHABILITATIE. + + +Het proces in 1431 te Rouaan tegen Jeanne gevoerd, had in de eerste +plaats een politieke strekking. Jeanne moest worden terechtgesteld als +ketterin en afgodendienares, omdat daarmede eens en voor altijd werd te +niet gedaan de waarde van al hare verklaringen omtrent de wettige +aanspraken van Karel VII op den troon van Frankrijk. + +Het proces van rehabilitatie in 1456 te Rouaan gevoerd, heeft eveneens +eene politieke strekking en wel juist in tegenovergestelden zin. Het +vonnis van 1431 moet worden vernietigd, en Jeanne moet in eere en +aanzien worden hersteld, omdat men daarmede bewijzen wil, dat zij, die +den dauphin naar Reims gevoerd had, was gekomen met een opdracht van +God, en dat het dus God zelf was geweest, die Karel VII als den wettigen +koning had aangewezen. + +Als wij Karel VII in 1450 de eerste voorloopige stappen zien doen om +tot een revisie van het vonnis van 1431 te geraken, kunnen wij hem met +droge oogen volgen en behoeven wij ons geen oogenblik illusie te maken, +dat hij handelt onder den machtigen drang van wroeging en berouw. Hij +veegt de stoep schoon voor zijn eigen deur, hij handelt zuiver uit +welbegrepen eigenbelang, het komt hem minder gewenscht voor, dat zij, op +wier aandringen hij zich te Reims heeft laten kronen, in de annalen van +de Kerk en van de Inquisitie geboekt blijft staan als heks en ketterin. + +De eerste pogingen van Karel VII hebben evenwel weinig succes. Het bevel +tot revisie van een kerkelijk proces moet van Rome uitgaan, en Rome of +liever gezegd de toenmalige Paus, Nicolaas V, heeft er weinig ooren +naar. Het feit, dat de eerste pogingen uitgingen van het Fransche Hof, +bracht de politieke kant van de zaak openlijk te veel naar voren. Rome +had er op dat oogenblik te veel belang bij om Engeland, dat natuurlijk +ook Katholiek was, niet te kwetsen. + +Na eenig wikken en wegen vindt men een middel. De familie, d. w. z. +de moeder en de beide broers van Jeanne leven nog, en het ligt dus +geheel op hun weg de noodige stappen te doen om, zoo mogelijk, tot een +herziening van het onteerende vonnis te komen en de nagedachtenis van +Jeanne weer te rehabiliteeren. + +Het is Paus Calixtus III, Alphonse Borgia, die de zaak eindelijk ernstig +aanpakt en in Juni 1455 zijn toestemming geeft. Er is heel wat beleid en +voorzichtigheid noodig om de zaak goed in elkaar te zetten. Het doel dat +men voor oogen heeft, moet bereikt worden, Jeanne moet gerehabiliteerd +worden, maar aan den anderen kant zijn er machten en personen, die een +werkzaam deel aan het eerste proces genomen hadden en die men ontzien +moet. + +Uit de geheele opzet van het proces en uit de wijze waarop het gevoerd +wordt, blijkt wel duidelijk, en dit is van groot belang, dat van te +voren heeft vastgestaan, hoe ver men gaan zal, en dat onder andere het +resultaat zal zijn een bekrachtiging van de straffeloosheid der ware +schuldigen. + +De Parijsche Universiteit b.v. moet men te vriend houden en moet er +zonder te veel kleerscheuren afkomen. Er wordt daarom uitgemaakt, dat +de Sorbonne ter goeder trouw was afgegaan op de twaalf artikelen. Van +het feit dat de twaalf artikelen een valsch en bedriegelijk beeld van +de zaak gaven, kan men de Sorbonne geen verwijt maken, en men kan haar +dus buiten het geding laten. Maar zondenbokken heeft men noodig en als +zoodanig worden uitverkoren Cauchon, de leider van het gansche proces en +de promotor Guilleaume d'Estivet, beiden overleden als het tweede proces +aanvangt. + +Tegen 12 December 1455 worden de beschuldigers, allen, die iets ten +nadeele van Jeanne wenschen te verklaren, opgeroepen om te Rouaan te +verschijnen. Niemand komt op. + +Daarna wordt een aanvang gemaakt met het onderzoek te Domremy, +Vaucouleurs, Poitiers, Chinon, Orléans, enz. enz., alleen niet te Reims +en te Compiègne, en evenals in 1431 wordt een heele reeks van zorgvuldig +uitgekozen getuigen gehoord. + +Voor de biographen van Jeanne en in het algemeen voor allen, die +belang stellen in haar geschiedenis, is het proces van rehabilitatie +voornamelijk hierom van belang, dat het door de talrijke en uitvoerige +getuigen-verklaringen, een aanvulling vormt op het eerste proces. + +De mise en scène is weer grandioos, en het geheele proces wordt met +buitengewone plechtigheid gevoerd. Men was hiertoe in staat gesteld +door den koning, die alle kosten voor zijn rekening nam. Zelfs de +overhandiging van het eerste verzoekschrift van de familie van Jeanne, +geschiedt zoo officieel mogelijk in de Notre Dame te Parijs. De +aartsbisschop van Reims, de Bisschop van Parijs en meester Jean Bréhal, +Inquisiteur, zijn daar om het verzoekschrift in ontvangst te nemen van +Isabelle Romée, de moeder van Jeanne, (haar vader en Jacquemin, haar +oudste broer, waren van verdriet gestorven) die hun, onder luid snikken, +in rouwkleeren gehuld en in knielende houding, nadert. De talrijke +menigte, die is toegestroomd, doet de gansche kerk weergalmen van hare +zuchten en weeklachten. + +Dadelijk, bij de voorloopige verhooren, krijgen wij reeds belangrijke +mededeelingen, o. a. van broeder Toutmouillé, die Jeanne gezien had +den laatsten dag van haar leven en naast Cauchon stond, toen Jeanne +hem geeselde met de woorden: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!« En +vervolgens de verklaringen van Isambart de la Pierre, die officieel +bevestigt den uitval van Cauchon: »Zwijg voor den duivel« en die er bij +was geweest dat Cauchon, toen hij op den laatsten dag de gevangenis +verliet, de Engelschen gerust stelde met de woorden: »Farewell, eet +lekker, het is in orde«. + +En dan in het eigenlijke proces, de verklaringen van hen, die Jeanne in +hare kinderjaren gekend hadden, van hen, die met haar gestreden hadden +en eindelijk van hen, die bij het eerste proces waren betrokken geweest. + +Hauviette, Mengette en Isabellette, de drie vriendinnetjes van Jeanne, +worden gehoord. Hauviette vertelt ons: »Ze was zoo goed en ik hield +zooveel van haar. Ze was mijn vriendin«. Van Isabellette hooren wij dat +Jeanne armen en ongelukkigen lief had en ze gaarne hielp. Voor hen was +ze zelfs steeds bereid haar bedje af te staan en zelf op den grond bij +den haard te gaan slapen. + +Merkwaardig en in het oog loopend is, dat de meeste verklaringen van de +getuigen uit Domremy, een punt gemeen hebben. Luister maar: + +Hauviette: »Jeanne was goed, eenvoudig en zacht«. + +Mengette: »Het was een goed, eenvoudig en vroom meisje«. + +Isabellette: »Zij was zelfs eenvoudig en goed«. + +Katharina (van Vaucouleurs): »Zij was een goed, eenvoudig, zacht en zeer +bescheiden meisje«. + +Gérardin: »Zij was bescheiden, eenvoudig en vroom«. + +Simonin Musnier: »Jeannette was goed, eenvoudig en vroom«. + +Perrin de klokkenluider van Domremy: »Jeannette was steeds een goed, +kuisch, eenvoudig meisje«. + +En tot slot de pastoor van Domremy: »Jeannette was een goed, eenvoudig +en welopgevoed meisje«. + +Is het toeval dat die eenvoud van Jeanne zoo naar voren wordt gebracht +of moeten wij met Anatole France mede gaan en het woord »simple« +eenigszins nemen in den zin van het Hollandsche woord »simpel« en m. a. +w. constateeren, dat het er in het proces van rehabilitatie om te doen +was Jeanne voor te stellen als een meisje dat, laten we het eenigszins +familiaar mogen zeggen »ze niet alle vijf bij elkaar had«, en dat hare +rechters in het eerste proces niet had kunnen volgen en niet begrepen +had? Dit drijven van de rechters in 1456 zou volgens die opvatting nog +bovendien het voordeel gehad hebben, dat het Gods almacht beter deed +uitkomen, die zich van een dergelijk »simpel« persoontje bediend had +om het wettige en door Hem uitverkoren koningshuis in Frankrijk te +herstellen. Ik geloof van neen. Het zou te mal, het zou absurd zijn. +Een dergelijk drijven zou toch ook niet vol te houden zijn geweest en in +botsing zijn gekomen met de verklaringen van de getuigen van de tweede +groep n.l. van hen, die Jeanne in actie hadden gezien, die aan haar +zijde gestreden hadden en die zij door haar helder doorzicht en hare +daden dikwijls in verrukking had gebracht. + +Ik geloof eerder dat de getuigen uit Domremy met hunne verklaringen +omtrent den eenvoud van Jeanne, _die trouwens het antwoord bevatten op +de vastgestelde vragen, saamgevat in een en hetzelfde formulier_, moeten +bewijzen, dat zij Jeanne steeds gekend hadden als een dood gewoon, lief, +kalm schepseltje, meteen kinderlijk vroom gemoed, zonder eenige +bijzondere eerzucht of pretentie. + +Met de verklaringen van oom Durand Laxart komen wij van Domremy tot +Vaucouleurs en de getuigenissen van Bertrand de Poulengy en Jean de +Metz, die ons bijzonderheden geven over de bezoeken aan Robert de +Beaudricourt, den tocht naar en het verblijf te Chinon. Van de commissie +te Poitiers worden slechts enkele leden gehoord. + +Daarna volgen de hoofdpersonen van de tweede getuigengroep: Pasquerel, +de wapenbroeders van Jeanne: Dunois, de Gaucourt, d'Alençon, d'Aulon, de +page Louis de Contes en enkele burgers van Orléans. De verklaringen van +hen, die Jeanne op hare tochten vergezelden en aan hare zijde streden, +die haar soms dagen en nachten achtereen geen oogenblik verlieten, zijn +ook daarom van groot gewicht, omdat zij Jeanne, behalve in het gewoel +van den strijd, ook hadden leeren kennen in het meer intieme leven, en +steeds vol bewondering waren geweest voor haar groote ingetogenheid, en +haar buitengewone, ongeveinsde kuischheid. + +En eindelijk wordt de rij gesloten door de droevige figuren van hen, die +deelgenomen hadden aan het eerste proces. Het zijn povere verschijningen +van meest hoog bejaarde geestelijken en monniken, die elk op hun manier +een houding zoeken om hun medeplichtigheid aan den dood van Jeanne te +doen vergeten en de schuld van zich af te schuiven. Er is er een, die +zich niets herinnert (zoo slecht nog niet bedacht), anderen die onder +luid snikken en weeklagen in hartverscheurende bewoordingen erkennen hoe +zij getroffen zijn geweest door de oprechte vroomheid van Jeanne in hare +laatste oogenblikken. De inquisiteur van het proces van 1431 wordt wel +gedagvaard en gezocht, maar niet gevonden. De griffiers en notarissen +zijn het ijverigst in het afbreken van Cauchon: hij is dood, hij is de +zondenbok, aan hem de schuld. + +Maar een verklaring als die van den griffier Manchon, is behalve +bezwarend voor Cauchon toch ook wel heel interessant. Het is o. a. +daardoor, dat wij te weten zijn gekomen tot welke valsche listen en +lagen men zijn toevlucht heeft durven nemen om het arme slachtoffer er +in te laten loopen en ten val te brengen. Manchon weet uit den mond +van Warwick en Cauchon alle bijzonderheden omtrent de Judasrol door +Loiseleur gespeeld; hij verklapt ons dat er bij de verhooren, behalve de +officieele griffiers nog twee geheime schrijvers in de zaal verborgen +waren, die wanneer het op collationeeren aankwam, bleken uitsluitend +genoteerd te hebben wat bezwarend voor de beklaagde kon zijn. Door zijn +relaas is het ook, dat wij weten, dat sommige rechters met tegenzin +hebben deelgenomen aan het afschuwelijke proces, en dat zij, evenals +degenen, die Jeanne dorsten bijstaan met goeden raad, of iets in haar +voordeel waagden te berde te brengen, steeds door Cauchon's dreigementen +met banvloek of brandstapel, tot de orde geroepen en tot zwijgen +gebracht werden. + +De eindzittingen van de rechtbank hadden met groote plechtigheid plaats +in de eerste week van Juli 1456, in het aartsbisschoppelijk paleis +te Rouaan, onder presidium van den aartsbisschop van Reims, Jean +Jouvenel des Ursins, en in tegenwoordigheid van Jean Bréhal, den +inquisiteur-generaal. De broer van Jeanne, Jean d'Arc vertegenwoordigt +de familie. + +De voorbereiding van de zaak heeft zes maanden geduurd; thans zijn alle +getuigen gehoord. Petrus Maugier, Rijksprocureur bij de Universiteit +te Parijs en advocaat van de familie, heeft al zijne grieven tegen +het eerste proces uiteengezet, en den 7en Juli wordt de vertooning +gesloten, met de voorlezing van het vonnis, waarbij de rechtbank: + +»uitspreekt, decreteert en verklaart, dat de gevoerde processen en +vonnissen, bezoedeld met bedrog, laster, onrechtvaardigheid, tegenspraak +en duidelijke dwaling... zijn geweest, van nul en geener waarde en te +niet worden gedaan«; + +verder: »verklarende, dat op gezegde Jeanne en hare bloedverwanten, door +genoemde vonnissen geen enkele smet of vlek van eerloosheid kan rusten«. + + * * * * * + +In Orléans werd het resultaat van het tweede proces met groote vreugde +vernomen, en de vrienden van Jeanne vierden plechtig de rehabilitatie +van hun Heilige. + + + + +HOOFDSTUK VI. + +GENIE EN PUCELLE. + + +Wat was Jeanne d'Arc? Voor de Katholieken een Heilige, voor andere +geloovigen een uitverkorene des Heeren, iemand die een roeping te +vervullen had uit naam van God en die ook vervuld heeft. Dit is zeker +wel de gemakkelijkste en eenvoudigste verklaring, die verder alle +commentaar en onderzoek overbodig maakt. + +Voor anderen weer en o. a. voor Anatole France en Dr. G. Dumas, +vermoedelijk een hysterica met eenzijdige hallucinaties, die volgens +de théorie van Charcot waarschijnlijk gepaard zijn gegaan met halve +ongevoeligheid. Omtrent dit laatste punt van de halve ongevoeligheid had +de pijnbank zekerheid kunnen geven, zegt Dr. Dumas bijna op een toon, +alsof hij het betreurt, dat door dit verzuim van Jeanne's rechters het +ziektebeeld niet volkomen duidelijk is geworden. Neen, zekerheid kan +de groote neuropatholoog op dit punt niet geven, »een retrospectieve +diagnose«, na bijna vijf eeuwen is niet mogelijk. Maar bovendien, +wanneer de naam van Jeanne thuis behoort op de lijst van de groote +hystericae, dan nog zou deze ziekte slechts eene verklaring kunnen +geven van hare visioenen en hallucinaties. Slechts een onderdeel dus, +want dit is zeker, en dat erkent Dr. Dumas ook aan het slot van zijn +verklaring, het verstand en de wil van Jeanne blijven, te oordeelen naar +de gegevens, die wij bezitten, tot aan het einde van haar leven volkomen +gezond. + +Nu wij ons toch op het gebied der pathologie bewegen, willen wij +volledigheidshalve vermelden, hoe d'Aulon geopperd heeft, dat Jeanne +nooit de maandelijksche ongesteldheden gekend heeft der huwbare vrouw. +Tegen dit vermoeden pleiten haar physieke kracht en buitengewoon +uithoudingsvermogen, haar normaal ontwikkeld kuischheidsgevoel en de +flink ontwikkelde lichaamsbouw, die Aimond de Macy en den kleermaker +van de hertogin van Bedford, tot ongepaste vrijmoedigheid verleidt. + +Wat m.i. vast staat is, dat Jeanne enkele verschijnselen van »eviratie« +vertoont. Het liefst gaat zij om met hare krijgslieden en onder hen +gevoelt zij zich ook het best thuis. Hoewel zij niet zelf doodt, bevindt +zij zich het meest in haar element, in volle actie, in het heetst van +het gevecht. Zij rijdt uren, ja soms dagen achtereen te paard, zij is +een uitstekend en onvermoeibaar ruiter. En dan, en dat is misschien +wel het voornaamste verschijnsel, haar groote voorliefde voor het +mans-costuum. Zeer zeker had dit costuum ook groote voordeelen voor +haar; zij zat er gemakkelijker mede te paard, zij gevoelde zich er +veiliger in op hare tochten, die soms dagen duurden, in het gezelschap +van uitsluitend mannen, maar opvallend is toch het gemak, waarmede zij +het aanneemt en waarmede zij zich van het begin af aan er in beweegt. +Ondanks deze eviratie-verschijnselen evenwel moeten wij ons wel wachten, +ons Jeanne voor te stellen als een soort man-wijf. Het is en blijft een +door en door vrouwelijke verschijning, en de bekoring die van haar +uitgaat, is die van een negentienjarig meisje. + +Maar wat bereiken wij voor de verklaring van de groote hoofdzaak, van de +persoon van Jeanne, zooals die voor ons leeft, met al deze min of meer +pathologische verschijnselen? Pailleron heeft het zoo fijntjes gezegd: + +»Men heeft Jeanne d'Arc verbrand en men heeft haar verklaard«. + +»De Engelschen hebben er een martelares van gemaakt en de geleerden een +hysterica«. + +»Ik houd mij bij de Engelschen«. + +Wat heeft de zeer positieve oppositie van Jeanne tegen de politiek van +de hofkliek van Karel VII, tegen de politiek der wapenstilstanden, wat +heeft het scherpe doorzicht, dat haar doet aandringen op den tocht naar +Reims, dien zij met geweld moet doordrijven, wat heeft eindelijk de door +haar bij meer dan één gelegenheid getoonde krijgsmanskunst te maken +met mogelijke hysterie? Is het voor ons niet belangrijker dat generaal +Davout haar een doorkneed strateeg noemt, dan dat Dr. Dumas vermoedt dat +zij hysterica was? + +Wanneer het waar is, wat sommigen beweren, dat Napoleon epilepticus +was, verklaart dat dan zijn verhouding tot zijne soldaten, verklaart dat +Marengo en Austerlitz? + +Neen, wat Frankrijk in den beklagenswaardigen toestand, waarin het in +de laatste jaren voor Jeanne's verschijnen verkeerde, voor haar redding +noodig had, was een genie, een boven alles uitblinkenden geest, een +waarlijk groot karakter. Het genie, dat zich zelf bewust is genie te +zijn en zich als zoodanig boven andere aardsche grootheid verheven +gevoelt, vinden wij in de analphabeet Jeanne d'Arc. Haar goddelijke +roeping wordt dan voor ons het zelfbewustzijn dat zij Frankrijk kan +en dus moet redden. Zij heeft zich dit als taak gesteld, omdat zij de +kracht daartoe in zich voelt, en zal het dus volbrengen. Door haar +voorbeeld leert zij haren tijdgenooten wat is plichtbesef en liefde voor +het vaderland. Hiervoor is het noodig dat zij zelf een weg bewandelt, +die dood loopt op den brandstapel. In Godsnaam, zij zal daardoor haar +doel bereiken en zij zal Frankrijk redden. + +Wanneer de innig vrome Jeanne zegt: »goddelijk roeping« en wij zeggen: +»genie«, geven we dan niet elk een andere benaming aan hetzelfde begrip? +Als »fille de Dieu« treedt zij vrijmoedig haren koning, met alle grooten +van het hof, tegemoet en tracht ze te bewegen haar te volgen, zich +zonder meer aan haar leiding toe te vertrouwen; met de zelfbewustheid +van het genie zegt zij haren Rouaanschen rechters waar het op staat, +stelt zij zich op een standpunt, van waar zij over hunne mijters en +kardinaalshoeden heen kan zien, werpt zij Cauchon de simpele waarheid +voor de voeten: »Bisschop, ik sterf door Uw schuld!« + +Voor mij persoonlijk bestaan er geen Heiligen in den zin der Katholieke +Kerk, en ik geloof dus niet aan hunne wonder-verschijningen, maar het +staat voor mij vast, dat Jeanne hare Heiligen gezien en hare stemmen +gehoord heeft, en dat zij volkomen te goeder trouw is geweest in +hare mededeelingen hierover. In hoeverre hare visioenen wijzen op +pathologische afwijkingen en waar een dergelijk »geval« dan verder moet +worden ondergebracht, ik herhaal het, het laat mij tot op zekere hoogte +koud. De hoofdzaak is voor mij, dat Jeanne in de oogenblikken, dat +wij haar het meest bewonderen, bewijst, te beschikken over een helder +doorzicht, een ruime mate van goede logica en een buitengewoon gezond +verstand. + +Het meest krijgen wij m. i. den indruk, dat Jeanne met hare begrippen +haar tijd verre vooruit is, als wij hare antwoorden lezen op de +strikvragen van hare rechters. Nemen wij als voorbeeld het verhoor, dat +den 31en Maart, den dag voor Paschen, plaats heeft in den kerker. De +rechters doen een hernieuwde poging om van Jeanne de verklaring te +verkrijgen, dat zij zich onderwerpt aan de Strijdende Kerk. + +»Gelooft gij niet«, wordt haar gevraagd, »dat gij onderworpen zijt aan +Gods Kerk hier op aarde, dat wil zeggen aan onzen Heiligen Vader den +Paus, aan de kardinalen, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere +prelaten van de Kerk?« + +Waarop zij het buitengewoon treffende antwoord geeft: + +»Oui, Notre Sire Dieu premier servi.« + +Voor hare rechters klinkt deze verklaring als een gewone uiting van +insubordinatie tegen de Kerkelijke discipline, als een ketterij, +zonder meer. Maar wij hooren daarin iets anders en ten opzichte van +een verklaring als deze staan wij weer op een ander standpunt als de +Fransche biografen van Jeanne, die allen, ook al zijn er onder hen +vrijdenkers, zooals Anatole France, leven in een Katholiek land en +opgevoed zijn met Katholieke begrippen. Met dit beroemde »Dieu premier +servi« doet Jeanne een stap van eenige eeuwen tot zelfs ver over de +Kerkhervorming heen. + +Ik zal niet beweren, dat Jeanne met dit gezegde heeft willen te kennen +geven, dat zij zich geen getrouwe dochter gevoelde van de Alleen +Zaligmakende Kerk, maar zij belijdt hier voor het eerst de groote +waarheid, dat hetgeen, waar het voor alle geloovige en vrome menschen in +de allereerste plaats op aan komt, is hun persoonlijke verhouding tot +God, afgescheiden van wat daaromtrent de dogmata der Kerken en andere +door menschen gestichte genootschappen ook leeren en voorschrijven. + +Even te voren was haar gevraagd: + +»En indien de Strijdende Kerk U beval het tegendeel te doen (van wat gij +in het proces verklaard hebt op bevel van God gedaan te hebben)?« + +Waarop Jeanne geantwoord had: + +»In geval de Strijdende Kerk mij beval het tegendeel te doen, zou ik mij +op geen mensch ter wereld verlaten, maar op God alleen, en ik zou steeds +Zijne bevelen volgen.« + +Daar hebben wij het al. Geen mensch ter wereld, geen priesters, geen +concilie, geen Kerk kan wijziging brengen in hetgeen zij volgens haar +geweten is overeengekomen met God. Zij voelt bij intuitie wat wij +kinderen van de twintigste eeuw gerust hardop durven zeggen, dat onze +verhouding tot God niet afhangt van en niets te maken heeft met de +Kerk of de godsdienstige secte waartoe wij behooren, dat waarachtige +vroomheid en Godsvrucht mogelijk is bij menschen, voor wie er geen Kerk +bestaat en die niet thuis hooren in een van de vakjes, waarin men gewoon +is de Christenen te verdeelen. + +Met zulk een verlichting moest men Cauchon en zijnen mederechters nog +niet aankomen, maar zelfs voor de ooren van Calvijn en Luther waren deze +woorden nog niet geschikt, evenmin als voor allen voor wie in onze dagen +begrippen als vroomheid en geloof nog niet te scheiden zijn van een +Kerkgenootschap of Godsdienstige secte. + +[Illustratie: Ruiterstandbeeld van Jeanne d' Arc te Reims. + + Door P. Dubois.] + +Hoe vreemd dit ook moge klinken over een persoontje, dat op +negentienjarigen leeftijd levend wordt verbrand, toch blijft het waar: +_Jeanne heeft in haar leven veel geluk gehad_. Maar ook dat heeft zij +gemeen met de meeste groote figuren, die zich op hetzelfde gebied +bewogen hebben. Het is haast een gemeenplaats geworden, om te spreken +over de geluksster van sommige groote veldheeren, en zeer in het +bijzonder over die van Napoleon, maar wij weten, dat hij zelf in zijn +ster geloofde en nog iets verder ging in deze richting, wanneer hij +er openlijk voor uitkwam, dat hij geen generaals kon gebruiken zonder +»veine«. De beroemde uitroep van Jeanne, bij de bestorming van les +Tourelles, blijkt te zijn een tooverwoord, dat in één oogenblik beslist +over de geheele krijgsverrichting en eigenlijk een wending geeft aan den +loop van den geheelen verderen oorlog. Komt de eer daarvan niet eerlijk +toe aan haar, die het woord gesproken heeft, en is haar verdienste +minder groot, dan die van Napoleon, als schrijver van de rollende en +knetterende, maar zeer zeker ook bezielende zinnen, in zijne terecht +beroemd geworden proclamaties? + +Als bij de aankomst van Jeanne voor Orléans de Engelschen binnen hunne +verschansingen blijven, en ter gelegener ure de wind draait, roepen de +geloovigen binnen de stad: »een wonder!« en vallen dankbaar op hunne +knieën. Wij constateeren »veine«, maar zonder eenige geringschatting, +want het is de veine, die zelfs de grootste schaker noodig heeft, en hem +in staat stelt, te profiteeren van een oogenblik van onbedachtzaamheid, +van een minder goed gekozen zet van zijn tegenpartij. + +In het heetst van het gevecht, en bij haar eigenaardige wijze van +strijden steeds in het voorste gelid en op het gevaarlijkste punt, +dient Jeanne het geluk, dat aan zoovele beroemde veldheeren is te beurt +gevallen, als zij »onder een dichten kogelregen, die hunne troepen +decimeerde«, zelf ongedeerd bleven. De keeren, dat zij getroffen of +gewond wordt, is het niet doodelijk en zelfs zonder ernstige gevolgen. + +De tijd en de omstandigheden maken, of wilt ge liever, »openbaren« +het genie. Is dat dus ook niet reeds een kwestie van »veine«? Om haar +land te behoeden voor een wissen ondergang, moet Jeanne opgroeien +in een tijd, dat »grande pitié était au royaume de France«. Om hare +hervormingen en verbeteringen in te voeren, moest zij wantoestanden +en verwarring aantreffen, om in de harten en hoofden van hare +tijdgenooten voor het eerst begrippen te prenten van plicht, discipline +en vaderlandsliefde, moest zij leven in den avond der middeneeuwen, om +te werken en zich geheel te geven, moest zij een vruchtbaar arbeidsveld +vinden. Maar dat alles doet niets af aan de grootte van haar genie, want +om een Luther te doen spreken moesten er misbruiken in de Katholieke +Kerk zijn, voor ridders is er een verdrukte onschuld, zijn er draken en +monsters noodig en voor een Herakles een Augiasstal. + + * * * * * + +Jeanne, de Maagd van Orléans, een voorbeeld van ingetogenheid en +ongeveinsde kuischheid. Ook deze intiemere kant van haar leven en +karakter is in het eerste proces te Rouaan tot in de kleinste +bijzonderheden nageplozen en allerhande lasterpraatjes zijn gretig +verzameld. Het opschrift aan de paal op den brandstapel vermeldde +uitdrukkelijk dat Jeanne o.a. schuldig was bevonden aan »losbandigheid« +maar deze verklaring van hare rechters heeft evenveel waarde als de +overige conclusies uit hun vonnis en kon evengoed afkomstig zijn van +de Engelsche soldaten, die Jeanne nooit anders genoemd en aangesproken +hebben dan als »de heks of de hoer der Armagnacs«. + +Jeanne was kuisch en is als maagd gestorven, maar zij was een kind +van haar tijd en was afkomstig van het platte land, m. a. w. Jeanne +_wist_ van hetgeen er destijds in de wereld te koop was, alles wat een +boerenmeisje van haar leeftijd wel weten moest, omdat de natuur en het +leven zelf het haar geleerd hadden en er haar vertrouwelijk mede hadden +gemaakt. + +Wij moeten dit goed voor oogen houden. Het bepaalt voor ons de +waarde, die wij hechten kunnen aan de belofte, die Jeanne reeds op +dertienjarigen leeftijd aan hare Heiligen doet »dat zij maagd zal +blijven, zoolang het God behaagt« en het houdt bovendien voor ons een +verklaring in voor den hardnekkigen en verwoeden strijd door Jeanne +aangebonden en tot het einde toe gevoerd tegen de gewoonte, dat vrouwen +van lichte zeden medetrokken in den tros van de legers. + +Is het feit dat Jeanne ten minste eenig begrip had van wat er in de +wereld op sexueel gebied te koop is, m. a. w. dat zij wist waarvoor zij +zich te hoeden had, niet juist de oorzaak van haar behoud geweest? Zou +zij argeloos en groen van den eersten dag af aan de rechte en juiste +houding hebben kunnen aannemen tegenover al die krijgslieden, waarmede +zij in aanraking kwam en in wier gezelschap zij soms dagen en nachten +achtereen vertoeven moest? Zij beweegt zich met het grootste gemak, +is niet overdreven preutsch, dat zou oogenblikkelijk tot botsingen +geleid hebben en misschien tot erger, maar zij weet de grenzen en het +is vermoedelijk ook weer voor een groot deel aan haar buitengewone +takt te danken geweest, dat al die mannen, die ruwe krijgslieden +van 1400-zooveel, waarmede zij omging, zich ook steeds in haar +tegenwoordigheid op hun gemak hebben gevoeld en haar gerespecteerd +hebben. + +Bij het onderzoek te Vaucouleurs voor het eerste proces, heeft men een +relaas opgedaan over een gesprek van Jeanne met Robert de Baudricourt. +De bron er van is niet zeer vertrouwenwekkend en Jeanne heeft, toen zij +er over ondervraagd werd, ook verklaard zich niets van dit onderhoud te +herinneren. + +Wij geven het dan ook slechts weer, omdat wij het ons zouden kunnen +voorstellen als een voorbeeld van de wijze waarop Jeanne iemand te woord +staat als den kapitein van Vaucouleurs, die ook in een gesprek met een +jong meisje geen blad voor zijn mond neemt en er niet voor terugschrikt +zich op gewaagd terrein te begeven. + +Jeanne zou dan Robert verteld hebben, dat wanneer eenmaal de groote +opdracht, haar door Messire gegeven, volbracht zou zijn, zij zou trouwen +en drie zoons krijgen, waarvan de een paus, de tweede keizer en de derde +koning zou worden. + +De schalk Robert vatte hierop dadelijk vuur, zeggende: + +»Als dat zulke voorname lui zullen zijn, zou ik je er wel één van willen +maken. Mijn aanzien zou daardoor ook verhoogd worden.« + +Maar Jeanne antwoordde kalm en vrijmoedig: »Nennil, nennil, gentil +Robert, zoover zijn we nog niet. En te zijner tijd zal daar dan de +Heilige Geest wel voor zorgen.« + +A la guerre, comme à la guerre. In den namiddag van den vierden Mei zien +wij hoe Jeanne die een vermoeienden morgen achter den rug heeft, zich +zonder haar wapenrusting, dat wil dus zeggen, grootendeels ontkleed, +ter ruste begeeft met het dochtertje van haar gastheer, in hetzelfde +vertrek waar d'Aulon zich ook te slapen legt. Door hare stemmen gewekt +en gewaarschuwd dat er gevochten wordt, vliegt zij spoedig daarna weer +overeind en is het ook weer d'Aulon, die haar als kamenier of laten +wij zeggen als schildknaap behulpzaam is bij het aantrekken van haar +wapenrusting. En ten overvloede hooren wij denzelfden d'Aulon in het +proces van rehabilitatie verklaren dat Jeanne mooi en welgevormd was, +en dat hij meerdere malen, als hij haar hielp om zich te kleeden (te +wapenen) of bij het behandelen van hare wonden, hare bloote beenen had +gezien, zonder dat dit in hem eenig vleeschelijk verlangen had opgewekt. +Maar Aimond de Macy en Jeannotin, de kleermaker van de hertogin van +Bedford, weten zich minder goed te beheerschen. Hun beider poging om hun +hand in de boezem van Jeanne te steken bekomt hun slecht. Wij zouden +misschien tot hunne verontschuldiging kunnen aanvoeren, dat zij mogelijk +geen bepaald slechte bedoelingen hadden, en dat hun vrijpostigheid meer +thuis behoort op het gebied der ongeoorloofde aardigheidjes. Zij +zagen trouwens Jeanne onder geheel andere omstandigheden dan hare +krijgsmakkers, de heldin is ontwapend, de Heilige mist haar aureool. + +Bepaald stuitend en grievend is alles wat op dat gebied hare vijanden +haar aandoen. Wij hebben Jeanne zien schreien op de brug van Orléans +toen de Engelschen haar laatste sommatie in ontvangst namen met +den kreet: »Er is nieuws van de hoer van de Armagnacs!« en wij +zijn er getuige van geweest hoe zij het arme schepseltje schier tot +vertwijfeling brengen door haar in haar gevangenschap bloot te stellen +aan de ruwe en schandelijke bejegening van hare bewakers. Een van de +getuigen in het proces van rehabilitatie heeft zelfs verklaard dat +Warwick tot tweemaal toe op de hartverscheurende kreten van het jonge +meisje is toegesneld om haar te beschermen tegen de beestachtige +belagingen van de Engelsche soldaten die de wacht hielden in haar +kerker. Hoewel met zware ketens aan handen en voeten geboeid is Jeanne +blijkbaar toch in staat geweest haar lijf te verdedigen, maar zij had +ooren, die hoorden en oogen, die zagen.... en wij doen beter de onze te +sluiten en deze gruwelen te laten in het afschuwelijk duister, waarin ze +thuis hooren. + +Maar telkens weer, als wij denken aan den smaad en de ellende, het +arme schepseltje in de dagen van haar gevangenschap door haar vijanden +aangedaan, hooren wij den wanhoopskreet waarmee zij ineenzinkt als +zij vernomen heeft, dat zij den volgenden dag op den brandstapel moet +sterven: »Mijn lichaam, dat ik tot het einde toe rein en ongerept heb +weten te houden, zal dus verbrand, en tot asch verteerd moeten worden!« +Hoe diep weemoedig ze ook zijn, toch bevatten deze woorden voor ons +iets, dat klinkt als een troost, omdat deze kreet, die plotseling +opwelde uit het diepst van haar gemoed de waarheid bevat en niets dan de +waarheid: Jeanne is volkomen rein en als Maagd gestorven. + + + + +HOOFDSTUK VII. + +Jeanne in Beeld: Uiterlijk en Costuum. + + +Het is weer door een verklaring van Jeanne zelf, dat wij weten, dat +zij nimmer voor een schilder geposeerd heeft, noch op andere wijze ooit +een beeltenis van zich zelf heeft laten maken. Wel is zij ook tijdens +haar leven talrijke malen afgebeeld, maar zij heeft gezegd, dat zij +slechts eenmaal een portret zag met eenige gelijkenis. Onder de andere +afbeeldingen, tijdens haar leven vervaardigd, kunnen er geweest zijn van +de hand van kunstenaars, die haar gezien en gekend hebben, maar tot op +heden is er van Jeanne geen enkel portret gevonden, waardoor wij ons een +voorstelling kunnen maken hoe zij er werkelijk heeft uitgezien. Tijdens +het leven van Jeanne en vooral tijdens het proces hebben er beeltenissen +van haar gehangen in de kerken van Frankrijk, maar die zijn verloren +geraakt en bovendien waren zij vermoedelijk voor het grootste gedeelte +gefantaseerd. + +Wat ons hare tijdgenooten omtrent het uiterlijk van Jeanne hebben +medegedeeld, komt hierop neer: zij was slank gebouwd, haar gansche +verschijning was bijzonder innemend en vol jeugdige gratie. Zij had een +knap gezicht met een paar heldere, mooie oogen, een sierlijke, dunne +hals, een klein rood vlekje achter een van de ooren, een fraai gewelfde +borst (»videbat ejus mammas, quae pulchrae erant.« Verklaring van den +duc d'Alençon). + +Verder weten wij nog een belangrijke bizonderheid: Jeanne had zwart +haar. Er is n.l. een brief van haar bewaard gebleven aan Dunois, en +deze brief is, volgens gebruik van dien tijd, verzegeld geweest met +een afdruk van haar cachet in was en een zwart haar: een haar van de +afzendster. + +Dit zijn ongeveer de eenige gegevens waarover de tallooze beeldende +kunstenaars hebben beschikt, die in de laatste vijf eeuwen, door Jeanne +geïnspireerd, haar beeltenis hebben vervaardigd. + +Merkwaardig is het wel te zien, hoe de meesten zich van deze schoone +taak hebben gekweten, hoe betrekkelijk zeer weinigen er zijn onder +die velen, wier opvatting ons kan bevredigen. De ouderen onder hen +vallen wij niet hard om hun naïviteit, wanneer zij van Jeanne een goedig +vrouwtje aan het spinnewiel, een soort oorlogsgodin, een veldheer van de +zeventiende eeuw of een balletfiguurtje uit een Bergerie gemaakt hebben. +Zij wisten niet beter en deden hetzelfde wat Rembrandt heeft gedaan als +hij zijne Bijbelsche figuren stak in costumes van zijn eigen tijd. Maar +van de artisten van den lateren en van onzen tijd verwondert het ons +meer, als wij zien welke vrijheden zij zich veroorloven in het costuum +en hoe weinigen er aan gedacht hebben, dat zij de beeltenis moesten +scheppen van een jong meisje, in elk geval niet ouder dan negentien +jaar. + +Want wat het costuum betreft tasten wij niet in het duister. Het +verstelde jurkje van roode wollen stof, waarin zij Domremy verlaat, +is te reconstrueeren, het pagecostuum, haar door de bewoners van +Vaucouleurs geschonken, was het costuum, dat alle pages droegen in dien +tijd, en is dus bekend, het blanke harnas, waarin zij ten strijde trekt, +en de huik, die zij bij sommige gelegenheden over haar wapenrusting +droeg, zijn voor een ieder, die zich de moeite wil geven, b.v. het boek +van Quicherat »Histoire du Costume en France« te raadplegen, tot in de +kleinste bijzonderheden weer te geven zonder hinderlijke fouten en +anachronismen. + +Vreemd is b.v. dat Ingres, al had hij dan ook Quicherat nog niet tot +zijn dispositie, in 1854 met een portret van Jeanne voor den dag komt +in den vorm van een »plantureus uitgedijde« vrouw, met een paar heupen, +waarop een Katwijksche visschersvrouw jaloersch zou worden en in een +costuum waarop uit een historisch oogpunt ook nog wel het een en ander +aan te merken valt. + +Hoeveel momenten zijn er in het korte, doch veel bewogen leven van +Jeanne niet, die een schilder of beeldhouwer konden inspireeren? + +Jeanne, als kind, luisterende naar hare stemmen, en wij denken onder +veel meer aan de schilderijen van Pierre Lagarde, Bastien Lepage, +Cabanes, Benouville en Wagrez, het standbeeld van Lefeuvre en de +beeldengroep van Allar te Domremy. + +Jeanne in volle wapenrusting te voet of te paard; en wij noemen de +ruiterstandbeelden te Parijs, Reims, Nancy, Orléans, Chinon en van +Moreau en le Nordez, de beelden van Allouard, Beylard, le Veel en te +Compiègne en Beaurevoir en de schilderijen van Scherrer. + +Jeanne op den brandstapel; en wij vermelden het beeld van Cordonnier, +een brons van Cugnot, een céramiek naar Blondat en de schilderij van +Carrier-Belleuse. + +Maar er is nog veel meer, te veel om op te sommen, als wij ons b.v. +maar even herinneren,--en wij hadden die wel in de eerste plaats mogen +noemen,--de bekende fresco's van Lenepveu in het Panthéon te Parijs, +en de bijzonder schoone illustraties van Guillonnet voor het boek van +Funck-Brentano. + +Wat ons in de platen van Guillonnet dadelijk treft en zoo bijzonder +aantrekt, is, dat ze ons Jeanne zoo gewoon menschelijk weergeven, en +niet steeds als een soort gehallucineerde, met oogen voortdurend naar +den hemel gericht, en die slechts dingen zien, die voor ons onzichtbaar +zijn. Zelfs Lenepveu laat haar b.v. Orléans binnen rijden, met eene +uitdrukking op het gelaat, of zij met hare gedachten geheel in hooger +sfeeren is. Met die opvatting kunnen wij ons vereenigen bij de kroning +van Reims en verder o.a. op den brandstapel, maar toen zij Vaucouleurs +verliet, toen zij haar eersten triumftocht hield binnen Orléans, en +bij nog zoovele andere gelegenheden, die men in beeld gebracht heeft, +stellen wij ons voor, dat zij de omstanders met een opgewekt en van +dankbaarheid stralend gezicht in de oogen heeft gezien, en ze bekoord +heeft door haar eenvoud en haar ongekunstelden glimlach. De deemoed en +berusting waarmede Jeanne geknield heeft gelegen voor het altaar in +de basiliek van St. Denis, toen zij daar haar harnas neerlegde, haar +houding en uiterlijk op dat onvergetelijke oogenblik, hoe dankbaar en +decoratief zij voor een kunstenaar ook mogen geweest zijn, zijn daarom +voor ons van minder belang, omdat zij op zich zelf beschouwd en als +zoodanig geene gevolgen hebben gehad. Maar haar verschijning en de +uitdrukking van haar gelaat op het oogenblik dat zij als met een +tooverwoord hare troepen plotseling bezielde, of hare rechters te +Rouaan verblufte door haar gevatheid en logica, interesseeren ons tot +in de kleinste bijzonderheden, omdat een juiste voorstelling daarvan +onontbeerlijk is, voor een verklaring en een zuiver begrip van het door +Jeanne behaalde succes. En dan, wij herhalen het, dan is het ons niet +mogelijk haar beeld voor den geest te roepen als een gehallucineerde, +als iemand levende in een soort extase, zooals zoovelen haar in die +oogenblikken hebben afgebeeld; er moet behalve haar jeugd en gratie, +kracht en fierheid van haar zijn uitgestraald; zij moet vertrouwen +gewekt en geïmponeerd hebben. + +Een ander bezwaar dat wij hebben tegen zeer vele afbeeldingen van +Jeanne, is dat zij haar weergeven met een soort rokje aan. Mogelijk +hebben de kunstenaars dit gedaan om aan het geharnaste figuurtje iets +vrouwelijks te geven. Maar zij schijnen dan niet geweten of althans +vergeten te hebben, dat één van de grieven van de rechters in Rouaan is +geweest dat Jeanne een manscostuum droeg, en dat zij zelf daarvoor als +zeer aanneembare redenen opgaf, dat dit costuum haar gemakkelijker was +bij het paardrijden, en dat het haar welvoegelijker voorkwam in het +gezelschap van uitsluitend mannen ook als man gekleed te gaan. Met haar +rokje aan zooals wij haar o.a. vereeuwigd vinden in het Panthéon te +Parijs in een standbeeld van polychroom marmer door Allouard, had zij +zeker geen paard kunnen rijden en zou zij ook het andere doel dat zij +beoogde, vermoedelijk niet bereikt hebben. + +Eigenaardig is, dat uit de chaos van duizende afbeeldingen, die van +Jeanne gemaakt zijn, tot op heden nog geen duidelijk type naar voren +is getreden. De meest natuurgetrouwe afbeeldingen zullen vermoedelijk +zijn de bovengenoemde ruiterstandbeelden in het volle harnas. Maar ook +al dragen deze figuren een open vizier, toch zijn zij, juist door de +harnasbekleeding, nog te anoniem, en ongeschikt tot het scheppen van +een type. De voorstelling op de banier, dus een van buiten toegevoegd +attribuut, is ook in deze gevallen, soms nog het eenige teeken, waardoor +het ons duidelijk wordt, dat wij met een Jeanne d'Arc en niet met een +ander willekeurig jong strijder uit haar tijd te doen hebben. + +Wij wachten nog met ongeduld op den kunstenaar, wien het zal mogen +gelukken ons niet voor de zooveelste maal _een_ Jeanne d'Arc uit te +beelden, maar eens en voor altijd _de_ Jeanne d'Arc te geven, het +type, zooals zoovele historische figuren, waarvan geen portretten naar +het leven bestaan, toch door de tijden heen een vast en gemakkelijk +herkenbaar type hebben gekregen, dat de groote massa, maar ook de genen, +die door studie meer met de figuur bekend zijn geraakt, in hoofdzaak en +over het algemeen bevredigt. L'image à faire serait l'image qui crée le +type. + +De taak, die wij voor dezen artiest hebben uitgezocht is niet +gemakkelijk, maar ze is dankbaar, hij zal daardoor zijn naam voor eeuwig +verbinden aan den naam van de schoone figuur die hem inspireerde. + +Zijn loon zal zijn de onsterfelijkheid. + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +De Zaligverklaring. + + +Wanneer ik het een zestal jaren geleden had ondernomen een geschiedenis +van Jeanne d'Arc te schrijven, had ik destijds het zuiver geschiedkundig +gedeelte kunnen afsluiten na het proces van rehabilitatie. Thans staan +wij er echter geheel anders voor, nu na de Rehabilitatie van 1456 de +Beatificatie gevolgd is in 1909. Sedert de nagedachtenis van Jeanne door +het tweede proces in eer en aanzien is hersteld, bestaat in Orléans de +gewoonte, het ontzet van de stad in 1429 op den 8en Mei feestelijk en +plechtig te herdenken o.a. door het uitspreken van een lofrede op Jeanne +van den kansel in de groote kathedraal. Meer dan eens komt het voor, dat +voor die gelegenheid bekende redenaars door den Bisschop van Orléans +worden uitgenoodigd. Zoo zien wij op den 8en Mei 1860 een nog jong +geestelijke, genaamd Freppel, den kansel bestijgen. Zijn naam als +schitterend redenaar was in die dagen reeds gevestigd. Hij is het, +die aan het slot van zijn eerste panégyrique een geheel nieuw element +inlascht, al is het ook nog slechts aarzelend en in den vorm van een +enkele onderstelling. »Misschien«, zoo waagt hij te zeggen, »zal het God +eenmaal behagen Zijn lieflijke dienares te verheerlijken met de aardsche +kroon, die de Kerk bewaart (réserve) voor den heldenmoed van de deugd.« + +Als hem in 1867 andermaal de eer te beurt valt op uitnoodiging van +Mgr. Dupanloup, den Bisschop, op den 8en Mei de gemeente van Orléans te +mogen toespreken, durft hij reeds een groote stap verder gaan. De vraag +omtrent een mogelijke zaligverklaring wordt nu voor de eerste maal +duidelijk gesteld, onderzocht en besproken. + +Aan de hand van de daarvoor geijkte formule, die hij ontleent aan het +werk van Paus Benedictus XIV, over de »Canonisatie der Heiligen«, stelt +hij nu onomwonden de volgende vragen: + +»Kan men verdedigen dat Jeanne d'Arc de christelijke deugden betracht +heeft tot in het heldhaftige« (à un degré héroïque) »en dat God de +heiligheid van Zijne dienares heeft bevestigd door geloofwaardige« +(authentique) »en onbetwistbare wonderen?« + +Van een redenaar, die geroepen is om den volke den lof te verkondigen +van een persoon, die in reuke van Heiligheid staat, en die daarbij de +boven aangehaalde vragen aldus stelt, en tevens een oogenblik later +uitroept: »O, wat mij betreft, ik kan het niet ontkennen, er zijn weinig +menschelijke levens, die ik zoo waarachtig stichtelijk vind«, is het +dunkt mij niet te gewaagd te veronderstellen, dat hij voor zich althans +geneigd zou zijn, de gestelde vragen met een volmondige bevestiging te +beantwoorden. Als die zelfde redenaar in volle geestdrift over Jeanne +verklaart: »Haar openbare leven is één doorloopend wonder«, verraden +dan die woorden niet reeds den geest, waarin hij de tweede door hem +opgeworpen vraag beantwoorden zou? Maar Freppel, hoewel toekomstig +Bisschop, was op het oogenblik, dat hij zoo sprak, nog slechts een jong +geestelijke, en het past hem dus voorzichtig en bescheiden te zijn. + +»Ik heb niet de bevoegdheid«, laat hij er dan ook wijselijk op volgen, +»om in deze kwestie te beslissen, zelfs niet om haar voor de bevoegde +machten in de Kerk te brengen. Het is aan de Bisschoppen om na te gaan +of de zaak daar rijp voor is; het is aan den Stedehouder van Jezus +Christus om te beoordeelen of Gods uur geslagen heeft.« + +Dit staat in elk geval vast, dat door de woorden van Mgr. Freppel de +kwestie van een mogelijke Zaligverklaring van Jeanne d'Arc voor het +eerst en tevens definitief op het tapijt is gebracht. De bewonderaars +van Jeanne laten de zaak niet meer los, de Bisschoppen rusten niet, +alvorens zij het noodige materiaal bijeen vergaard hebben, en zij de +zaak rijp achten om haar voor den Stoel van den Stedehouder van Christus +te brengen. + +Den 13en December 1908 verschijnt een decreet van Paus Pius X tot +erkenning van drie wonderen, verkregen door de tusschenkomst van de +Eerbiedwaardige Jeanne d'Arc, maagd van Orléans. Het verhaal van de in +dit decreet bedoelde drie wonderen, komt voor in een herderlijken brief +van Mgr. Touchet, Bisschop van Orléans. + +Het eerste van de drie bevat de geschiedenis van Zuster Thérèse van St. +Augustinus, Benedictijner-non van het Calvarie van Orléans. Zij is sinds +drie jaren lijdende aan hevige maagpijnen, die gepaard gaan met steeds +heviger, veelvuldiger bloedspuwingen. Voedsel kan zij niet meer tot zich +nemen: de dokter acht haar einde nabij. Dan stelt den 30en Juli 1900 de +moeder-overste haar voor aan Jeanne d'Arc haar genezing te vragen. Het +geheele klooster zal zich met haar in het gebed vereenigen. + +Gedurende de novene, die den 31en Juli geopend wordt, neemt de kwaal nog +aanmerkelijk in hevigheid toe. Men houdt het Heilige oliesel voortdurend +in de infirmerie bij de hand, want elk oogenblik vreest men, dat zuster +Thérèse bezwijken zal. + +In den avond van den 7en Augustus vraagt de zieke, midden in een +heftigen aanval, om hare kleeren. Zij zal morgen kunnen opstaan, want +dan zal zij genezen zijn. De ziekenverzorgsters kijken elkaar aan: +»Laten wij haar hare kleeren maar beneden halen«, zeggen zij tot elkaar, +»zij zullen haar als doodskleed kunnen dienen«. + +Daarop slaapt zuster Thérèse in tot twee uur na middernacht. Zij wil +opstaan, maar men gebiedt haar te blijven rusten tot half zes. Zij +gehoorzaamt. + +Den 8en Augustus om 5½ uur kleedt zij zich alleen aan en gaat zij +alleen naar beneden naar de kapel, bidt daar een Onze Vader, een Ave +en spreekt er, met de armen in kruisvorm uitgestrekt, verschillende +invocaties uit. Dan ontvangt zij de communie, en vervolgens gebruikt zij +met de andere zusters een maal, bestaande uit aardappelen in de asch +gesmoord, zonder dat het haar iets hindert. + +Haar volkomen en plotselinge genezing heeft zich sedert dien geen +oogenblik verloochend. + +De geschiedenis van Zuster Julie Gauthier in het tweede wonderverhaal +ademt een geest van zoo'n verrukkelijke naïviteit, zij is zoo'n prachtig +voorbeeld van vrouwelijke logica door hare toepassing van de waarheid, +dat 9 × 1 = 1 × 9, dat wij hier in extenso de vertaling laten volgen van +het verslag daarvan in den herderlijken brief van Mgr. Touchet gegeven. + +Tweede Wonder. + +Te Faverolles, diocees Evreux, leed Zuster Julie Gauthier aan een +kankerachtige zweer aan de linker borst. Na een smartelijk lijden van +vijftien jaren, heeft zij alle hoop op genezing verloren: als dan op +een dag de pijnen haar met dubbele hevigheid folteren, en zij het plan +heeft opgevat haren superieuren te verzoeken haar van haren post als +onderwijzeres te ontheffen, gebeurt het haar dat zij haren leerlingen +vertelt over Jeanne d'Arc. Het idée komt plotseling bij haar op om +genezing te bidden door de Heilige Bevrijdster. Maar, daar zij haast +heeft, vindt zij eene novene uit van een nieuwe soort. Zij zal naar de +kerk gaan met acht van hare kleine meisjes leerlingen, zij zullen dus +negen in getal zijn, en met haar negenen zullen zij dus eene novene van +gebeden kunnen maken in één enkele séance. Dit oprechte geloof, deze +kort aangebonden, maar naïve piëteit, deze bijstand van kinderen, konden +de Zalige moeilijk mishagen, verondersteld ten minste, dat wij daarboven +eenige van onze neigingen van hier beneden behouden. + +Julie Gauthier werd verhoord. Zij, die zich met moeite naar de kerk had +kunnen slepen, keert er flink en moedig uit terug. De wond is gesloten +en voor altijd genezen. + + * * * * * + +In het derde wonderverhaal is het Zuster Marie Saguier, van de +Congregatie van de Heilige Familie, te Fruges, diocees Atrecht, +die sinds maanden lijdende is aan eene tuberculeuse periostitis +(beenvliesontsteking). De kanunnik Debout, schrijver van een +levensgeschiedenis van Jeanne d'Arc, raadt haar een novene tot Jeanne +aan. Zuster Marie, die zich reeds verzoend heeft met de gedachte spoedig +te zullen sterven, is hiertoe slechts met moeite te bewegen (ten minste +»als ik hieromtrent goed ben ingelicht« voegt Mgr. Touchet er aan toe). +Zij wijst op hare verbonden ledematen, zeggende: »Hoe wilt ge dat Jeanne +d'Arc dat genezen zal?« Ten slotte evenwel laat zij zich overhalen, en +reeds den morgen van den vijfden dag komt zij volkomen en voor goed +genezen naar beneden, om deel te nemen aan het gemeenschappelijk gebed. + + * * * * * + +Het decreet van de Zaligverklaring van Jeanne d'Arc is gedateerd van +den 11en April 1909. Het vangt aan met in enkele regels te schetsen wie +Jeanne geweest is en wat zij voor Frankrijk gedaan heeft. Verder bevat +het natuurlijk een kort verslag van het onderzoek, dat aan het besluit +is voorafgegaan en de gronden waarop het eindelijk met algemeene stemmen +is genomen. + +Wij achten het niet noodig het gewichtige stuk of een vertaling er van +hier over te drukken, ook zullen wij ons niet wagen aan een critiek +op een decreet van Paus Pius X, geteekend door den Staatssecretaris +Kardinaal Merry del Val en handelende over een zaak, waarin Kardinaal +Ferrata rapporteur was; wij willen er ons slechts toe bepalen enkele +punten aan te stippen, die ons bij de lezing van het document bijzonder +hebben getroffen. + +Zoo zien wij in de eerste plaats, dat het zoogenaamde »bois chesnu«, +gelegen bij Domremy, in de officiëele stijl van het decreet wordt tot +»een duister woud, eertijds het toevluchtsoord van Druïdisch bijgeloof« +(prope lucum opacum Druidicae quondam superstitionis asylum). + +Verder is het wel merkwaardig, maar er zijn in het decreet drie plaatsen +aan te wijzen, die aantoonen, dat men ook thans te Rome nog aanneemt, +dat Jeanne zich in hare jonge jaren thuis voornamelijk heeft bezig +gehouden met het hoeden van de kudden (schapen) van haar vader. Ook de +armoede van het gezin, waartoe Jeanne behoorde, en waarvan de tekst tot +tweemaal toe gewaagt, achten wij voor burgers van dien tijd zeer +betrekkelijk. + +»Tantique belli strepitus vix ejus aures contigerat« zegt de tekst, en +wanneer met het rumoer van den grooten oorlog, dat de ooren van Jeanne +te Domremy ter nauwernood zou bereikt hebben, letterlijk bedoeld wordt +het gebulder van de belegeringskanonnen en het geweld van groote +veldslagen, dan kunnen wij deze opvatting deelen. Maar wij zetten in ons +eerste hoofdstuk reeds uit één, hoe Jeanne door de bijzondere ligging +van haar ouderlijk huis veel over de verschrikkingen van den oorlog +hoorde spreken, dat zij wel degelijk wist, dat »grande pitié était au +royaume de France«, dat het ook in de streek van Domremy volstrekt +niet veilig was, en dat men ook daar, evenals in het geheele deel van +Frankrijk, dat ten Noorden van de Loire gelegen is, zoowel direct als +indirect de gevolgen van den oorlog ondervond, al hebben wij daarbij nog +niet eens het oog op de ernstige gebeurtenissen van de tweede helft van +Juli en van begin Augustus 1428, en die dus vielen tusschen het eerste +en het tweede bezoek van Jeanne aan Vaucouleurs. + +Het spreekt wel van zelf, dat hetgeen wij gezegd hebben over het »genie« +en de »veine« van Jeanne, slecht passen zou in een Pauselijk decreet van +Zaligverklaring, en het kan dus geen verwondering baren, dat wij daarin +lezen, dat »God het arme boerinnetje, dat zelfs niet lezen of schrijven +kon, wijsheid, kennis, krijgskundige bekwaamheid gaf en tevens de +wetenschap van verborgen en goddelijke zaken.« + +De beschrijving, die het decreet geeft van den standaard, die Jeanne +droeg: »een witte banier met gouden leliën bestikt«, klopt niet met de +beschrijving daarvan door Jeanne in het proces gegeven, of is althans +niet volledig. Wij weten immers, en de rechters die haar ondervroegen +wisten het ook, dat de Schotsche schilder James Power naar het +voorschrift van Jeanne op de voorzijde van haar standaard, die van wit +linnen was, bezaaid met Fransche leliën, in het midden bovenaan haar +devies: »Jhesu Maria« schilderde en daaronder God den Vader, gezeten op +een regenboog en aan weerskanten geflankeerd door de figuur van een +geknielden engel. + +De uitéénzetting van de gronden, waarop tot de Beatificatie is besloten, +is eigenlijk niet meer dan een beantwoording van de vragen, reeds door +Mgr. Freppel gesteld aan de hand van de formule van Benedictus XIV. + +»Virtutes heroicum attigisse fastigium«. Uitgemaakt wordt dus dat +inderdaad de deugden van Jeanne »het toppunt van heldenmoed bereikt +hebben« en verder wordt verwezen naar het door ons reeds genoemde +decreet van 13 December 1908, waarbij verklaard werd »dat er zekerheid +bestaat omtrent drie wonderen«, (de tribus miraculis constare suprema +auctoritate apostolica declaravimus.) + +Had men werkelijk na de verklaring uit den aanvang van het decreet, dat +heel het leven van Jeanne een wonder is geweest (tota vita prodigium +visa est), die drie »posthume« en door Mgr. Touchet gerapporteerde +wonderen nog noodig, om te voldoen aan de letter van de voorschriften +uit het werk van Benedictus XIV? + +Na een vrij uitvoerige toespeling op de moeilijkheden in Frankrijk, +ontstaan ten gevolge van de wet op de scheiding van Kerk en Staat, volgt +dan de eigenlijke Zaligverklaring met daarbij de bepalingen: 1e. dat +hare beelden met een stralenkrans mogen worden versierd; 2e. dat voor +haar eens in het jaar een Mis mag worden gevierd in de kerken van de +Diocees Orléans; 3e. dat in diezelfde kerken de Zaligverklaring mag +worden gevierd, door een driedaagsch feest, binnen een jaar nadat +dezelfde plechtigheid in de patriarchale basiliek van het Vaticaan zal +zijn gevierd. + + * * * * * + +Met het decreet van 11 April 1909 is dus de Zaligverklaring van Jeanne +d'Arc een voldongen feit. Het blijft evenwel de vraag of de Katholieke +Kerk hiermede officiëel haar laatste woord in deze zaak heeft gesproken, +of de bewoners van Orléans, of alle Franschen hiermede hun schuld +tegenover hunne bevrijdster als vereffend zullen beschouwen. + +De Katholieke Kerk kent naast of beter gezegd boven de Zaligverklaring +nog de Heiligverklaring. Als verschil tusschen deze beiden wordt mij van +bevoegde zijde opgegeven, dat: + +»de Heiligverklaring is eene _definitieve_ beslissing van de Kerk (resp. +den Paus), waardoor verklaard wordt, dat een bepaald persoon Heilig is, +d. w. z. in den hemel, en als zoodanig kan _en moet_ vereerd worden. + +»De zaligverklaring is slechts _een schrede op den weg tot de +heiligverklaring_, het is een voorloopige niet een definitieve +beslissing, dat een persoon in den hemel is; om dit definitief te +beslissen moeten nog meer wonderen geschieden en worden goedgekeurd. +De vereering van zulk een persoon wordt bovendien niet voorgeschreven, +doch alleen _toegestaan_ en gewoonlijk slechts voor een bepaalde +streek.« + +Zullen de trouwe bewonderaars van Jeanne het bij deze eerste _schrede_ +laten, zullen zij rusten zoolang niet de geheele weg is afgelegd, die +leiden moet tot de definitieve Heiligverklaring? + +Haar nagedachtenis leeft in Frankrijk bij oud en jong, bij groot en +klein, daar kunnen wij zeker van zijn. In de hoogst ernstige uren, in +de moeilijke tijden, die Frankrijk nu (December 1914) doorleeft, komt +telkens en telkens weer de herinnering boven aan haar, die eens toen +»grande pitié était au royaume de France« den grooten stoot heeft +gegeven, om haar land te bevrijden en van vijanden te zuiveren. De +streek van het Noorden van Frankrijk, waar nu de bondgenooten een +reuzenstrijd voeren op leven en dood, is dezelfde waar Jeanne eens door +trok aan het hoofd van hare zegevierende troepen: in Compiègne werd +zij gevangen genomen, naar Reims voerde zij haren »gentil Dauphin« +voor zijn kroning in de thans zoo zwaar geteisterde kathedraal. Maar +hoort wat een ooggetuige nu onlangs nog berichtte: »Op het kleine plein +voor de kathedraal is het standbeeld van Jeanne d'Arc _als door een +wonder_ gespaard gebleven, niettegenstaande de stad bijna dagelijks +gebombardeerd wordt. De Fransche driekleur, die er aan bevestigd is, +wappert fier in de lucht.« + +Daar hebt ge reeds een van de nieuwe wonderen, al manifesteert het zich +ook slechts aan het beeld van Haar, wier openbare leven, volgens Mgr. +Freppel, één doorloopend wonder was. En wilt ge nog een ander bewijs, +dat de vrienden van Jeanne naar nieuwe wonderen zoeken, dan vindt +gij er een in de Libre Parole, die in September j.l. duidelijk liet +doorschemeren »dat de Duitschers hun opmarsch naar Parijs hadden +moeten staken, omdat den dag, dat ze tot Compiègne genaderd waren, het +wachtwoord in het versterkte kamp van de hoofdstad »Jeanne d'Arc« was.« + +Met groote ontroering en diepe verontwaardiging heeft heel de beschaafde +wereld het bericht vernomen van de gedeeltelijke vernieling van de +Kathedraal van Reims, en bij duizenden, ja misschien bij millioenen +heeft het de herinnering weer wakker geroepen, aan de kroning van Karel +VII, die Jeanne met zooveel moeite had doorgezet. Want zeker is het, dat +de Kathedraal van Reims, die na de Notre Dame te Parijs misschien de +meest bekende kerk van geheel Frankrijk is, het grootste deel van haar, +als wij het zoo noemen mogen, »wereld-populariteit« te danken heeft aan +de kroningsplechtigheid uit het jaar 1429 en aan de rol daarbij door +Jeanne d'Arc vervuld. + +»Jeanne d'Arc! ô fantôme adoré, vous voici! Haussant votre étendard le +héraut sonne, et Charles est de pourpre vêtu qui, docile, vous suit...« +roept Paul Fort uit in een gedicht in proza-vorm (d.d. 21 September +1914) getiteld »La Cathédrale de Reims«. Want de Kathedraal bezingen en +Jeanne d'Arc niet noemen, het is bijna niet mogelijk. + + * * * * * + +De herinnering aan Jeanne leeft in de diocees Orléans, waar zij als +een Heilige vereerd wordt, in Parijs, waar nog éénmaal in het jaar een +onafzienbare schare van trouwe bewonderaars in optocht haar standbeeld +voorbijtrekt en het bedekt met bloemen en kransen, in heel Frankrijk, +ja, maar ook daar buiten, in Rome, waar het decreet van hare +Zaligverklaring werd uitgevaardigd, en waar Pius X op den 19en April +1909 op eene audiëntie voor Fransche pelgrims in zijn toespraak ook een +woord wijdde aan »die heldin, slachtoffer van de lage schijnheiligheid +en van de wreedheid van een afvallige, die zich aan den vreemdeling +verkocht had«, in Engeland, dat o.a. Mgr. Bourne afvaardigde naar de +Jeanne d'Arc-feesten te Reims en zelfs in Amerika, waar een Mark Twain +in een van zijne zeldzame ernstige oogenblikken heeft verklaard: + +»Het karakter van Jeanne is eenig.... Het neemt nog de meest verhevene +plaats in die een menschelijk wezen kan bereiken, verhevener dan die, +waartoe eenig ander sterveling, wie ook, heeft kunnen geraken«. + + * * * * * + +Is het niet door en door begrijpelijk, dat de geloovigen in Frankrijk, +in deze dagen van angst en spanning, hunne gebeden opzenden tot Haar, +die reeds eenmaal hun vaderland bevrijd heeft? + +Op den 13en September 1914, dus kort na de overwinning der Franschen aan +de Marne, heeft Kardinaal Amette, in eigen persoon en in vol ornaat, +de menigte toegesproken, die zich verdrong zoowel in de Notre Dame +te Parijs, als op het groote plein voor de kathedraal. In zijne rede +beloofde hij plechtig gevolg te zullen geven, aan zijn lang gekoesterd +voornemen, om in Parijs een kerk op te richten, gewijd aan Jeanne d'Arc. +Na de preek ging de processie rond met de relieken van Notre Dame, +waaronder zich ook de banier van Jeanne bevindt. Vervolgens hield de +Kardinaal nog een toespraak tot de geloovigen op het voorplein. De +indrukwekkende plechtigheid eindigde met de invocaties, uitgeroepen +door den aartspriester van Notre Dame, en waarvan de laatste gericht +was tot de »Gelukzalige Jeanne d'Arc, bevrijdster van het vaderland«. +En de duizenden, die daar neergeknield lagen, antwoordden daarop in +koor: »Zegen ons, red ons!« + + Utrecht, April-December 1914. + + + + +NASCHRIFT. + + +Kalm, doch met een vast doel voor oogen, werkt de Kerk voort. Zij zal +niet rusten voor het Haar gelukt is Jeanne te doen opnemen in de rij der +Uitverkorenen, voor de geheele Katholieke wereld haar heilig verklaard +heeft. Maar ook van wereldsche zijde zit men niet stil en wordt er zelfs +in deze spannende en gewichtige dagen, door enkele van hare getrouwen, +rusteloos voortgearbeid aan de verheerlijking van haar, die wellicht +meer dan ooit eenig ander, de groote deugden heeft bezeten, die in het +bijzonder het Fransche volk eigen zijn, van haar, die ééns in dagen, +oneindig donkerder, dan die welke Frankrijk thans doorleeft, haar volk +voor het eerst, door haar voorbeeld en haar woord, geleerd heeft wat +vaderlandsliefde was. Hun streven gaat volstrekt niet tegen het werk +van de Kerk in, maar loopt daarmede min of meer evenwijdig. Voor hen +is Jeanne in de eerste plaats de bij uitstek nationale figuur, de +incarnatie van het patriotisme, die verdient verheerlijkt en vereerd +te worden door alle Franschen, groot en klein, van welk geloof ook +of van welke religie. Heeft zij niet zelf haar volk de eenige religie +gepredikt, die geen atheisten duldt, de religie van het vaderland? O +zeker, zij erkennen, dat Jeanne visioenen gehad heeft en stemmen gehoord +heeft, maar waar het voor hun op aankomt is, dat zij boven alles uit +gezien heeft de »grande pitié qui était au royaume de France« en gehoord +heeft de noodkreet van het vaderland, dat in gevaar verkeerde. + +Aan het hoofd van de wereldsche beweging staat Joseph Fabre, +oud-kamerlid, senator en groot kenner van de geschiedenis van Jeanne. +Van zijn hand hebben reeds verscheidene werken over onze heldin het +licht gezien en het zijn vooral zijne geschriften en studies die voor +ons van Jeanne een figuur hebben gemaakt, die leeft. Quicherat, zoo +drukt Anatole France het uit, had Jeanne ontdekt, maar Fabre heeft haar +toegelicht. + +Sinds jaren reeds ijvert hij voor de officieele instelling van eene +tweeden nationalen feestdag in Frankrijk, die dan gewijd zou zijn aan +Jeanne d'Arc. Naast den 14en Juli, het feest van de vrijheid, den 8en +of den 30en Mei, het feest van het patriotisme, dat zou kunnen en +moeten zijn een dag van algemeene verbroedering, een dag, waarop alle +partijstrijd tijdelijk zou rusten en worden vergeten, een feest voor +alle Franschen, groot en klein, omdat Jeanne, ook, al zal de Kerk haar +aanstonds onder hare Heiligen plaatsen op hare altaren, niet toebehoort +aan eenige partij of aan eenig kerkgenootschap, maar aan het vaderland, +dat zij gered heeft en aan het volk dat zij heeft doen ontwaken. + +In zijn laatste werk »Les Bourreaux de Jeanne d'Arc« et »Sa Fête +Nationale« (Paris 1915) geeft Fabre verslag van wat hij gedaan heeft en +reeds bereikt heeft om te geraken tot de instelling van het Nationale +Feest. + +In 1883 reeds heeft hij voor het eerst het plan geopperd en den 30en +Juni 1884 bereikt de Kamer reeds een wetsvoorstel in dien zin, geteekend +door 252 kamerleden. + +In Mei 1894 wordt een aanvang gemaakt met de behandeling van datzelfde +wetsontwerp in den Senaat. Fabre zelf brengt als rapporteur van de +commissie van onderzoek verslag uit in een welsprekende en luid +toegejuichte rede. Maar hij stuit op eenige oppositie. Art. 1 van het +door hem verdedigde en door 128 Senatoren onderteekende wetsvoorstel +luidt: »De Fransche Republiek viert jaarlijks het feest van Jeanne +d'Arc, feest van het patriotisme«, maar hierop is door enkele Senatoren +een tegen-voorstel ingediend van één enkel artikel, dat luidt: »Er zal, +ter eere van Jeanne d'Arc, op het plein te Rouaan, waar zij levend +verbrand werd, een monument worden opgericht met deze inscriptie: »Aan +Jeanne d'Arc. Het dankbare Fransche Volk.«« + +Senator Demôle treedt op als verdediger van het tegen-voorstel. Wat al +dadelijk bij de discussie in den Senaat in het oog springt, is dat de +politiek in de zaak gemengd wordt. Wij hooren toejuichingen van links, +tegen teekenen van afkeuring van rechts, interrupties van royalisten, +uitroepen van vrijmetselaars. Het is duidelijk, dat de heeren Senatoren +nog niet voldoende van de waarheid »Johanna nostra est« doordrongen +zijn. De royalisten zien kans uit de figuur van Jeanne politieke munt +te slaan en beroepen zich daarbij op het feit, dat Jeanne zich door +God gezonden achtte om den koning te doen kronen en op zijn troon te +bevestigen, maar zij vergeten daarbij voor het gemak het allerdroevigste +figuur, dat Z.M. Karel VII in de geheele geschiedenis van Jeanne +geslagen heeft. De vrijmetselaars staan eenigszins huiverig tegenover +iemand, die door de Kerk reeds zalig verklaard is en op het punt staat +op den R.K. kalender haar heiligen dag te krijgen. Zal de nationale +feestdag, wanneer die samenvalt met den Heiligen dag, niet »ontaarden« +in een zuiver kerkelijk feest? Moeten de Republikeinen zich dan niet +herinneren, dat Jeanne voor het koningschap gestreden en geleden heeft? +»Zoudt gij dan willen«, vraagt een van de sprekers van de tribune, »dat +Jeanne in 1400-zooveel Republiekeinsch geweest was?« + +Een figuur als die van Jeanne, die juist als zuivere incarnatie van het +patriotisme, boven alle partijen staat, wordt ook nu weer bezoedeld en +besmeurd, enkel door het feit, dat zij met geweld wordt neergehaald +tot in het politieke strijdperk. »Ook nu weer«, ja zeker, want het +verschijnsel is niet nieuw. Het duidelijkst blijkt dit wel uit de +geschiedenis, die wij hier voor de curiositeit laten volgen, en die wij +ontleenen aan de redevoering van Senator Wallon, van het monument voor +Jeanne, opgericht in Orléans. + +21 Juli 1456 werd door één van de Bisschoppen, die deel hadden genomen +aan het proces van rehabilitatie, en door den Inquisiteur van Frankrijk, +ter herinnering aan Jeanne een kruis opgericht, dat tegen het einde van +de vijftiende eeuw werd vervangen door een monument, opgericht uit +vrijwillige bijdragen van de vrouwen van Orléans. + +Dit monument wordt in 1567 verwoest door de protestanten, weer hersteld +in 1570, weer verwoest in 1793 door de Revolutie, en met toestemming van +den Eersten Consul Bonaparte, weer opgebouwd in 1804, en eindelijk in +1855 vervangen door het monument, dat er nu nog staat. + +Maar gelukkig, het eind van de discussie in den Senaat is toch, dat het +wetsvoorstel van de commissie wordt aangenomen met 145 tegen 92 stemmen, +en het voorstel omtrent het nationale monument met 180 tegen 20 stemmen. + +18 Juni 1894 verhuist het wetsvoorstel naar de Chambre des Députés, waar +het op dit oogenblik nog ligt. + +Het geheele ontwerp, zooals het nu luidt, bestaat uit de drie volgende +artikelen. + + Art. 1. + +De Fransche Republiek viert jaarlijks het feest van Jeanne d'Arc, feest +van het patriotisme. + + Art. 2. + +Dit feest heeft plaats den tweeden Zondag van Mei, verjaardag van de +bevrijding van Orléans. + + Art. 3. + +Er zal, ter eere van Jeanne d'Arc, op het plein te Rouaan waar zij +levend verbrand werd, een monument worden opgericht met deze inscriptie: + + Aan Jeanne d'Arc. + Het dankbare Fransche volk. + +Meer dan eens heeft men getracht urgentie voor de behandeling van het +wetsvoorstel te verkrijgen, doch te vergeefs. Monsterpetities zijn er +bij de Kamer ingekomen, o. a. een van de Fransche vrouwen, om er op +aan te dringen, dat de behandeling aan de orde van den dag zal worden +gesteld. De afgevaardigde de Mahy, zelf vrijmetselaar, trotseert het +veto van zijn orde, dient een rapport in, waarin hij pleit voor spoedige +behandeling van de wet, »die hem evenals heel Frankrijk, zoo na aan +het hart ligt«. Belangrijke onderdeelen van het groote Gemeenebest +zijn intusschen de Regeering voorgegaan, hebben het goede voorbeeld +gegeven. In Juli 1890 reeds verklaarde de »Conseil Supérieur de +l'Instruction publique« den 8en Mei tot feestdag voor alle inrichtingen +van Openbaar Onderwijs. Met algemeene stemmen heeft ook reeds de +Academische Senaat te Parijs besloten tot de jaarlijksche viering van +een universiteitsfeest voor Jeanne d'Arc binnen haar geheele gebied. + +In 1912 brengt de afgevaardigde Aynard in de Kamer het rapport uit +van de commissie van onderzoek, en eindelijk in December 1914 kondigt +Maurice Barrès aan, dat hij het wetsvoorstel opnieuw zal indienen +aan het Bureau van de Kamer. Maar de Minister-President verzoekt hem +dit voorloopig uit te stellen en Maurice Barrès, hoewel persoonlijk +overtuigd, dat de Minister-President hierin ongelijk heeft, acht het +met het oog op de hoogst ernstige tijden, thans niet het moment daarover +met hem in discussie te treden, en onderwerpt zich dus aan zijn +verlangen. + +»Le Président du Conseil a-t-il tort, a-t-il raison?« vraagt Maurice +Barrès zich af, en er zijn er in Frankrijk, die hem daarop zouden willen +antwoorden: »Il a raison« en daarbij zouden willen aanvoeren, dat men +toch in deze dagen nu Frankrijk en Engeland zijde aan zijde strijden +tegen een gemeenschappelijken vijand, niet vergeten moet, dat Jeanne +juist tegen de Engelschen gevochten heeft, en dat hoewel zij gevonnist +werd door een rechtbank voor het meerendeel bestaande uit Fransche +priesters, het toch in de eerste plaats de Engelschen zijn, die hare +veroordeeling bewerkstelligd en haren dood veroorzaakt hebben. Maar +ook in deze moeilijkheid is voorzien en het is hoogst merkwaardig +te hooren, hoe Joseph Fabre en zijne volgelingen zich met de noodige +spitsvondigheden hier uitredden. Het is evenwel zeker het best en het +onpartijdigst om de eindbeslissing in deze kwestie bij de Engelschen +zelf te zoeken en geheel aan hen over te laten. + +Of is het geen spitsvondigheid, wanneer de vrienden van Jeanne in dit +verband er aan herinneren, dat zij zelf heeft verklaard niets liever te +willen dan, wanneer eenmaal de vrede gesloten en het land van vijanden +gezuiverd zou zijn, gezamenlijk met de Engelschen een kruistocht te +ondernemen ter verdediging van de beschaving en het Christendom. + +Neen, laten we in dit geval liever luisteren naar hetgeen zij te zeggen +hebben van wie men oppositie vreest, en dus het woord geven aan de +Engelschen zelf. + +Als wij dan in de eerste plaats herlezen het warme en enthousiaste +pleidooi dat Andrew Lang ons levert in zijn »Maid of France« zijn wij +dan eigenlijk niet al voldoende op de hoogte van hetgeen het Engeland +van onze dagen denkt over Jeanne? Is het dan nog noodig terug te +gaan naar 1795 toen Robert Southey Jeanne verheerlijkte in een lang +gedicht? Moeten wij dan nog lezen hoe Coleridge den grooten Shakespeare +onderhanden neemt over zijn eerste deel van Henry VI of hoe Thomas de +Quincey haar verdedigt? + +Het verwijt van Carlyle: »Hartelooze Franschen, spotters, gij zijt +de edele maagd niet waard!«, lijkt ons wat hard en onverdiend. +Rudyard Kipling treft beter den toon, wanneer hij de bondgenooten +van heden samen de verantwoordelijkheid voor Jeanne's dood laat dragen +en zegt: »Wij vergeven elkaar onze wederzijdsche fouten en de oude, +onvergeeflijke misdaad, de zonde, waaraan elk onzer zijn deel had, op +het Marktplein te Rouaan.« + +En wat dunkt U verder van de navolgende aanhalingen ontleend aan een +hoofdartikel in de Times van 29 Januari 1894 en dus geschreven in de +dagen, toen te Rome de eerste stappen werden gedaan voor de +Zaligverklaring: + +»Wanneer de dag zal aanbreken van de Heiligverklaring van Jeanne d'Arc, +zullen zelfs zij, die de aanmatiging van Rome absurd of belachelijk +vinden, moeten erkennen, dat nooit edeler figuur aan de vereering der +zielen werd aangeboden. + +In geheel de Middeleeuwen is er geen eenvoudiger en schitterender +geschiedenis, geen smartelijker tragedie dan die van het arme, kleine +herderinnetje, dat door haar hartstochtelijk geloof, haar vaderland +heeft opgeheven uit de diepten der vernedering en der wanhoop, om daarna +zelf door de handen harer vijanden de wreedste en schandelijkste dood te +ondergaan. + +De verhevenheid en de moreele schoonheid van het karakter van Jeanne +hebben de harten veroverd van alle menschen, en de Engelschen herinneren +zich met schaamte de misdaad waarvan zij het slachtoffer werd.... + +Was er ooit een natuur zoo oprecht, zoo teeder, zoo rein, zoo innig +vroom?..... + +Tegenover de gevangenen is zij zacht en mededoogend. Zelfs voor de +Engelschen is haar ziel vol medelijden. Zij noodigt ze uit om zich met +haar te vereenigen voor een grooten kruistocht tegen den vijand van de +Christenheid. + +..... hare laatste woorden zijn woorden van vergeving voor hare beulen. + +In Jeanne d'Arc vereert de Roomsche Kerk een _type_, waaraan niet alleen +een natie, maar de geheele wereld hulde zal brengen, het type van de +goede, teedere, reine Christin, in een zinnelijken en meedoogenloozen +tijd.« + + * * * * * + +En ten slotte voor hen die nu nog mochten twijfelen, nog dit: »Een +Engelsch Gebaar« uit de oorlogsdagen van heden, opgeteekend door Joseph +Fabre: + +»Ziehier een gebaar van onze Engelsche vrienden, dat van een zeldzame +kieschheid is, en wel waard dat men er even over nadenkt. De officieren +van de legers van koning George, verpleegd in het Engelsche hospitaal te +Versailles, wenschten hulde te brengen aan de Fransche soldaten, die met +hen strijden op de zelfde slagvelden. Op het lint van een fraaie garve +witte rozen en anjers lieten zij deze woorden plaatsen: »De Officieren +van het algemeene hospitaal van het Britsche leger te Versailles, als +aandenken en betuiging van bewondering aan hunne Fransche kameraden«. +Vervolgens gingen zij, eenvoudig weg, deze garve nederleggen aan den +voet van het standbeeld van Jeanne d'Arc in de Kerk van den Heiligen +Lodewijk in Versailles.« + +»Is dat niet schoon?« + +Ja zeker is het schoon. Voorwaar een veelzeggend, symbolisch gebaar +van groote suggestieve kracht, dat slechts zijn verklaring kan vinden +in hetzelfde gevoel van oprechte bewondering, dat den Engelschen +bevelhebber bezielde, toen hij order gaf, dat bij de jongste viering van +het Jeanne d'Arc feest, de eerewachten bij hare standbeelden moesten +worden betrokken door Britsche soldaten. + + * * * * * + +Onze conclusie kan kort zijn. Wanneer de Fransche Regeering thans +besluit tot de instelling van een tweeden nationalen feestdag, het +feest van het patriotisme en gewijd aan Jeanne d'Arc, zal zij voorzeker +handelen in den geest van de overgroote meerderheid van het Fransche +volk. Ook behoeft zij niet bevreesd te zijn voor eenige oppositie van +den kant van den machtigen Britschen bondgenoot, want ook aan gene zijde +van het Kanaal zal het besluit gewaardeerd en met vreugde begroet +worden. + +Waartoe dan langer getalmd? Met Maurice Barrès verlangen wij »que +justice soit enfin rendue, après quatre siècles d'ingratitude, à la +sainte de la patrie«. + +[Illustratie: SCHETSKAARTJE VAN FRANKRIJK] + + + + +DE MEULENHOFF-EDITIE + +WIL EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED GEVEN VOOR WEINIG GELD. + +De boeken zijn alle in degelijke, keurige cartonnage met geïllustreerd +omslag verkrijgbaar. Tegen zeer geringe prijsverhooging zijn de werken +der ~MEULENHOFF-EDITIE~ ook verkrijgbaar in smaakvollen prachtband met +goudsnede. + +Voor een zeer billijken prijs ontvangt men een goed boek, #goed# van +inhoud en #goed# van uiterlijk. In de Meulenhoff-Editie worden boeken +gegeven op elk gebied. Onze boeken zijn niet ernstig en geleerd; het +zijn boeken voor _ieder_, zij vormen een bibliotheek voor #huiskamer# +en #salon#. + +Wij laten hier de titels volgen die reeds verschenen zijn. + +No. 1. DE POLITIE-SPION. + + Roman uit den tijd van de Revolutie in Rusland, door Maxim Gorki + f 0.75 (Uitverkocht). + +No. 2. SARAH BERNHARDT. + + Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Jeugd.--Eerste + Tooneeljaren. 2e druk. (6e-10e duizendtal) f 0.75 + + #Een zeer ter lezing aanbevolen prettig geschreven boek, deze + gedenkschriften zijn als de schrijfster zelf, opgewekt, dartel, + geestig, vol leven en beweging.# + #J. H. Rössing, in het N. v. d. Dag.# + +No. 3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIËST. + + Roman door Th. Fontane. 2e dr. f 0.75 + + #Effi Briëst is psychologisch stellig zijn beste roman. Het is + het verhaal van een huwelijk tusschen een ouderen volkomen + gerijpten man en een »blutjunge« vrouw.# + #Elsevier's Maandschrift.# + +No. 4. NAPOLEON. Opkomst en Grootheid. Met vele illustratiën, door + H. P. Geerke. 2e druk. (6e-10e duizendtal) f 0.75 + + #Een degelijk, boeiend boek over Napoleon, keurig uitgegeven en + rijk geïllustreerd.# #Utr. Dagblad.# + +No. 5. WALLY. + + De Roman van een Kelnerin, door Edw. Stillgebauer. 2e druk + f 0.75 + + #De auteur van »Götz Krafft« geeft hier een eenvoudig en + treffend verhaal, onopgesmukt en daardoor overtuigend. Het + banale geval is niet banaal of eenzijdig behandeld. Een mooi + boek.# #De Avondpost.# + +No. 6. DE FRAAIE COMEDIE. + + Een Haagsch Verhaal, door Henri van Booven f 0.75 + + #In dit boek vindt men een prachtige zelf-analyse en een leuke + bespotting van burgerlijk Den Haag.# #G. van Hulzen.# + +No. 7. SARAH BERNHARDT. + + Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Na den + Oorlog.--Sarah Bernhardt als »Ster« f 0.75 + + #Heel interessant is dit boek. Men kan dankbaar zijn voor deze + uitgaaf. Een boek dat er in zal gaan.# #Het Vaderland.# + +No. 8. LIEFDE, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door Cl. + Bienfait. f 0.85 + + #Met vreugde hebben wij dit meesterwerk van den eeuwig-jeugdigen + Noor gelezen, met een blij oog voor het vele zonnige, het fijn + typeerende, echt dichterlijke en zacht harmonische in dit + verhaal van prachtig en sterk uit Noorschen bodem verrezen + menschen.# #De Hofstad.# + +No. 9. DE VAL VAN NAPOLEON, + + door A. Kielland en H. P. Geerke. Geïllustreerd f 0.75 + + #Een boeiende beschrijving, met vele illustraties, die zeker met + genoegen gelezen zal worden.# #Algemeen Handelsblad.# + +No. 10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT. + + Roman door Clara Viebig f 0.85 + + #Deze roman is als een monumentaal gebouw, dat door zijn + grootsche eenheid imponeert en liefde opwekt tot het waarachtig + schoone. Het is wel een zeer bijzonder talent, dat zulk een + kunstwerk heeft gewrocht. Een bijzonder mooi boek.# + #N. Arnhemsche Courant.# + +No. 11. RICHARD WAGNER. + + Zijn leven en werken, door J. Hartog. Rijk geïllustreerd f 0.95 + + #Een keurig uitgevoerd prachtwerk, met rijken inhoud, dat + zich prettig laat lezen, en velen--ook om den zeer lagen + prijs--hoogst welkom zal zijn. De schrijver geeft hier een + zuiver onpartijdig oordeel. Een welverdiend succes zal het + boek wachten.# #C. v. d. Linden (in de Muziekbode).# + +No. 12. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 419 + bladzijden. Deel I. 5e druk (25e-30e duizendt.) f 0.85 + +No. 13. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 381 + bladzijden. Deel II. 5e druk (25e-30e duizendt.) f 0.85 + + #Deze beroemd geworden, ~ALLERVERMAKELIJKSTE~ roman zal + ongetwijfeld in den nieuwen vorm weder vele lezers vinden. + Aardige illustraties van Raemaekers.# #Nieuws v. d. Dag.# + +No. 14. GALERIJ van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem leven + anecdotisch beschreven, door J. H. van der Hoeven, met vele + illustraties f 0.75 + + #Een kostelijke bundel, luchtig geschreven kantteekeningen van + meer of minder piquante gedenkschriften. Het is een keurige + uitgaaf, ook naar het uiterlijk.# + #F. Lapidoth in de Nieuwe Crt.# + +No. 15. MONNA VANNA, + + door M. Maeterlinck, vertaling van Frans Mijnssen, met 1 + portret. 4e druk. f 0.65 + + #De meesterlijke vertaling van Frans Mijnssen in het nieuwe + aantrekkelijke gewaad, der bekende Meulenhoff-Editie.# + #Avondpost.# + +No. 16. HET HEKSENLIED, + + door Von Wildenbruch, op maat overgezet voor de muziek van Max + Schillings door Fr. Pauwels f 0.45 + + #Een handige uitgaaf van het beroemde »Heksenlied« in goede + bewerking, en in maat overgezet voor de muziek van Max + Schillings.# #Utrechtsch Dagblad.# + +No. 17. EEN VROUWENBIECHT. + + Oorspronkelijke roman door G. van Hulzen f 0.75 + + #Het goede in dit boek is de voortreffelijke psychische + uitbeelding, en vooral, dat de overgave van deze vrouw + zelfsprekend is geworden.# #De Groene Amsterdammer.# + +No. 18. MARIE ANTOINETTE. + + Jeugd.--Eerste jaren der Revolutie, door Cl. Tschudi. + Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant + v. d. Mijll-Piepers. Met vele illustraties f 0.85 + + #Een aanbevelenswaardig boek; levendig is hier de geschiedenis + van de ongelukkige koningin beschreven, men leest het boek als + een diep tragische roman.# #Opr. Haarl. Courant.# + +No. 19. DRAMATISCHE WERKEN, door Björnstjerne Björnson. Naar de oorspr. + Noorsche uitgaaf vertaald door Marg. Meijboom. Drie spelen van + recht: De jonggehuwden; Een handschoen; Leonarda. f 0.85 + + #De bekende, in korten tijd populair geworden Meulenhoff-Editie, + brengt een verdienstelijke uitgaaf van Björnson's dramatische + werken, waarin de gelijkheid van man en vrouw behandeld wordt + wat betreft het peil van zedelijkheid, recht en maatschappelijk + optreden.# #Alg. Bibl.# + +No. 20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, door Cl. Tschudi. Naar de + oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der + Mijll-Piepers. Met vele illustraties. 469 bladz. f 0.95 + + #Dit boek toont ons het leven van de arme Koningin op haar + lijdenspad naar het treurig einde.# + + #De schokkende gebeurtenissen der Fransche Revolutie met + al haar verschrikkingen ziet men hier levendig, en getrouw + aan de historische feiten, wedergegeven. Het geheel is in + onderhoudenden, boeienden trant verteld.# + +No. 21. HALFBLOED. Een huwelijk in de tropen. + + Roman door A. Perrin. Vertaald door D. Jacobson f 0.85 + + #Een goed doorgewerkte roman; de strijd tusschen liefde en + bijgeloof van de Indische vrouw is goed weergegeven.# + +No. 22. NA HET DERDE KIND. + + Roman door H. von Mühlau, vertaald door Anna van + Gogh-Kaulbach. f 0.75 + + #Was het derde kind gewenscht?# + + #Mag men deze vraag zelfs opwerpen?# + + #Ziedaar een stukje sociale quaestie waarover deze roman + handelt, en die in den tegenwoordigen tijd aller belangstelling + zal wekken.# + +No. 23. VERLOVING EN HUWELIJK IN VROEGER DAGEN, door Prof. Dr. L. + Knappert. + + Rijk geïllustreerd f 0.95 + + #Een historisch overzicht met vele bijzonderheden over »hoe men + elkaar vroeger vond en kreeg.« Interessant geïllustreerd.# + +No. 24. DE OORLOG. Geïllustreerde Geschiedenis van den Wereldoorlog, + door H. P. Geerke en G. A. Brands. + + Deel I. Rijk geïllustreerd f 0.95 + + #Een interessant boek, dat met zijn vele illustraties en + documenten een blijvende herinnering aan dezen oorlog vormt. + Een en ander geeft aan het boek een eigenaardig cachet. De heer + Meulenhoff heeft voor een fraaie uitvoering gezorgd. 't Is + eigenlijk onnoodig dit te zeggen. Men kent zijn »Editie's«.# + #Prov. Overijss. en Zw. Crt.# + +No. 25. OPGANG. De roman van een vrouwenleven. Oorspronkelijke roman van + Anna van Gogh-Kaulbach f 0.95 + + In extra fraaien band f 1.50 + + #Opgang is de roman van een slachtoffer der tweedracht in een + huwelijk. Het is de ellende, door dit laatste veroorzaakt, die + Anna van Gogh-Kaulbach ons duidelijk voor oogen wil stellen, en + ze slaagt daarin volkomen.# #De Haagsche Vrouwenkroniek.# + +No. 26. »DE WAPENS NEÊR«. Roman van Bertha von Suttner. Deel I. (8e-12e + duizendtal der nieuwe uitgave) f 0.85 + + #Hoe goed heeft deze vrouw opgemerkt, wat heeft zij van veel, + dat ons nog altijd met wilde verbazing vervult, de alledaagsche, + onschuldig schijnende oorzaken aangetoond.# #De Telegraaf.# + +No. 27. »DE WAPENS NEÊR«. Roman van Bertha von Suttner. Deel II. f 0.85 + + #Dit boek, dat den oorlog van 1866 en 1870 schildert, herleeft + thans: Heele citaten waren aan te halen, woordelijk op de + toestanden van thans toepasselijk.# #Utr. Prov. Sted. Dagblad.# + +No. 28. HAREM. + + Schetsen uit het leven van de Turksche vrouw door Demetra Vaka + f 0.75 + + #De inhoud van dit boek is niet verdicht, hoe onwaarschijnlijk + sommige gedeelten ook schijnen. De feiten zijn volkomen naar + waarheid verteld.# + +No. 29. ONS MOOIE NEDERLAND. + + GELDERLAND I, door D. J. van der Ven. Met 80 kunstplaten naar + de natuur. 316 bladz. f 0.95 + + #Wanneer men dit keurige boek opneemt en doorbladert, is de + eerste gedachte: prachtig, sympathiek, smaakvol werk. En dan nog + geen gulden betalen om dit boek het zijne te kunnen noemen... + het lijkt schier ongelooflijk!# #Nieuwe Arnh. Courant.# + +No. 30. HET SCHANDAAL. + + Roman van G. van Ompteda f 0.85 + + #Een boeiende roman waarvan in de origineele uitgave in één jaar + 45000 ex. verkocht werden.# + +No. 31. ACHTER DE SCHERMEN. + + Herinneringen van den Impressario Jos. J. Schürmann f 0.75 + + #Een keurige uitgaaf, prettig geschreven.# #N. Crt.# + +No. 32. BRAND door Henrik Ibsen, vertaald door J. Clant van der + Mijll-Piepers. f 0.85 + + In extra fraaien band f 1.15 + + #»De Meulenhoff-Editie is door het opnemen van Ibsen's Brand + ongetwijfeld wederom een belangrijk deel rijker geworden. De + uitvoering is natuurlijk keurig«.# #Avondpost.# + +No. 33. HET WONDERE LEVEN DER PADDENSTOELEN door D. J. van der Ven, 280 + bladz., met 80 photogr. natuuropnamen f 0.95 + + #De bekende Arnhemsche natuurbeschrijver en kenner van het leven + van dieren en planten deed thans in de Meulenhoff-Editie een + uitvoerige verhandeling verschijnen over het »Wonderleven der + Paddenstoelen« zooals hij het teekenend noemt. Zeer leesbaar + geschreven, versierd met vele photografieën, fraai uitgevoerd + en laag van prijs, behoort dit werkje tot de aantrekkelijkheden + van de boekenmarkt, welker bekoring niemand ontgaat.# + #Haagsche Post.# + +No. 34. DE LAATSTE DAGEN VAN POMPEJI door Edw. Bulwer Lytton. 544 blz. + f 0.95 + + In fraaien band f 1.25 + + #In handig formaat en grondig herzien door Mevr. J. P. Wesselink + van Rossum, verschijnt thans een zevende druk in de bekende + Meulenhoff Editie, goed gedrukt tegen matigen prijs, zoodat + ongetwijfeld velen zich zullen verdiepen in de meesterlijke + schildering van het Romeinsche leven der eerste eeuw en de + verschrikkelijke catastrophe die toen plaats had. Het is en + blijft een werk dat aller aanbeveling verdient.# + #Dordrechtsche Crt.# + +No. 35. DE OORLOG. Geïllustreerde geschiedenis van den wereldoorlog + door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel II. f 0.95 + + #Een verbazend aardige uitgave. Wij hebben nu vóór ons + liggen twee bandjes en die geven een volledig overzicht van + de geweldige gebeurtenissen, zonder een oordeel uit te spreken. + Het is een kostbare verzameling van photographieën, reproducties + van aanplakbiljetten en documenten, waarvan thans reeds de + origineelen zeldzaam zijn. Wij maken alles nog eens mee, wat wij + zelf beleefden of vernamen uit de dagbladen, wij vernemen het in + woord en beeld. Wij zelf en vooral onze naneven mogen schrijvers + en uitgevers dankbaar zijn voor deze populaire en belangrijke + uitgave.# #Boekenschouw.# + +No. 36. NAPOLEON EN DE VROUWEN, door H. P. GEERKE, 300 bldz. f 0.95 + + In prachtband f 1.25 + + #De bekende historieschrijver Dr. H. F. Helmolt schrijft over + Geerke's werken: »Op populaire, duidelijke wijze wordt hier + Napoleon's leven verhaald, zonder dat de lezer vermoedt, welke + grondige studies hier vooraf zijn gegaan. Geerke verstaat de + kunst boeiend en onderhoudend te schrijven en toch historisch + juist de feiten weer te geven. Een welverdiend succes zal zeker + niet uitblijven.«# + +No. 37. »PETRA«, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door + Cl. Bienfait f 0.95 + + In prachtband f 1.25 + + #Een waar prachtwerk, voor weinig geld.# + +No. 38. »DE TORENS ZINGEN«, door D. J. van der Ven. 240 bl. met + 58 afbeeldingen f 0.95 + + In prachtband f 1.25 + + #Is het noodig dit boekje aan te bevelen? De namen van den + schrijver en den uitgever zijn borg dat men in alle opzichten + iets goeds krijgt.# #Architectura.# + + + + + +----------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst | + | aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: maar als de visoenen | + | C: maar als de visioenen | + | B: mise-en scène kan haar imponeeren. | + | C: mise-en-scène kan haar imponeeren. | + | B: teeken te Chinon«. Met | + | C: teeken te Chinon«? Met | + | B: kunst der régie en mise en scène. Van | + | C: kunst der régie en mise-en-scène. Van | + | B: geestelijken niets vragen« zegt | + | C: geestelijken niets vragen,« zegt | + | B: optreden van de »tooverheks« de | + | C: optreden van de »tooverheks«, de | + | B: plaats is ons« roept zij haren | + | C: plaats is ons,« roept zij haren | + | B: vrees ik U nog minder! | + | C: vrees ik U nog minder!« | + | B: uit het »Museé du Louvre«, | + | C: uit het »Musée du Louvre«, | + | B: een tweede schot dood hij haar | + | C: een tweede schot doodt hij haar | + | B: verovering van Saint Pièrre le Moustier | + | C: verovering van Saint Pierre le Moustier | + | B: d' Arc bij Compiégne. | + | C: d' Arc bij Compiègne. | + | B: Een brief dd. 14 Juli 1430 | + | C: Een brief d.d. 14 Juli 1430 | + | B: den troon van Frankrijk Het bericht | + | C: den troon van Frankrijk. Het bericht | + | B: hooren.Aarzelend brengt hij in | + | C: hooren. Aarzelend brengt hij in | + | B: van Rehabilitatie, Boisguilleaume, | + | C: van Rehabilitatie, Boisguillaume, | + | B: »»Dit behoort niet tot | + | C: »Dit behoort niet tot | + | B: Delafontaine: Dat is een antwoord | + | C: Delafontaine: »Dat is een antwoord | + | B: Delafontaine: Gevoelt gij behoefte | + | C: Delafontaine: »Gevoelt gij behoefte | + | B: Cauchon: Verlaat gij U | + | C: Cauchon: »Verlaat gij U | + | B: op die Kerk verlaten. | + | C: op die Kerk verlaten.« | + | B: »Jeanne: »Ik ben gekomen | + | C: Jeanne: »Ik ben gekomen | + | B: Jeanne: Ik kan niet veranderen; | + | C: Jeanne: »Ik kan niet veranderen; | + | B: geen engelsch spreken. omdat | + | C: geen engelsch spreken, omdat | + | B: het niet telaat, nog is | + | C: het niet te laat, nog is | + | B: Beauvais, Jean Lemâitre, Vicaris | + | C: Beauvais, Jean Lemaître, Vicaris | + | B: »Waarlijk, deze was Gods zoon«. | + | C: »Waarlijk, deze was Gods zoon«.« | + | B: haar door Messire ge-gegeven, volbracht | + | C: haar door Messire gegeven, volbracht | + | B: en de schilderijv an Scherrer. | + | C: en de schilderijen van Scherrer. | + | B: afbeeldingen zullen vermoedellijk | + | C: afbeeldingen zullen vermoedelijk | + | B: is het Zuster Maria Saguier, | + | C: is het Zuster Marie Saguier, | + | B: drukt Antole France het uit, | + | C: drukt Anatole France het uit, | + | B: dankbare Fransche Volk.« | + | C: dankbare Fransche Volk.«« | + | B: het koningschap ge-gestreden en geleden | + | C: het koningschap gestreden en geleden | + | B: en dat hoewel zij gevonnisd | + | C: en dat hoewel zij gevonnist | + | B: Lodewijk in Versailles. | + | C: Lodewijk in Versailles.« | + | B: door Edw. Stillgebauer. 2e druk | + | C: door Edw. Stilgebauer. 2e druk | + | B: I. 5e druk (25e-duizendt.) | + | C: I. 5e druk (25e-30e duizendt.) | + | B: II. 5e druk (25e-30e duizendt. | + | C: II. 5e druk (25e-30e duizendt.) | + | B: No. 18. MARIE ANTOINNETTE. | + | C: No. 18. MARIE ANTOINETTE. | + | B: stukje sociale questie waarover | + | C: stukje sociale quaestie waarover | + | | + +----------------------------------------------+ + + + + + +End of Project Gutenberg's Jeanne d'Arc, by Henri Emile Koopmans van Boekeren + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JEANNE D'ARC *** + +***** This file should be named 35885-8.txt or 35885-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/5/8/8/35885/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
