diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:05:01 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:05:01 -0700 |
| commit | 0682957da35f9bf8d5c03a1cd6c823bc5ad5d3d0 (patch) | |
| tree | 54b54a41883b0fad35a2e0bd6d21debe52261436 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 36056-8.txt | 5042 | ||||
| -rw-r--r-- | 36056-8.zip | bin | 0 -> 113662 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h.zip | bin | 0 -> 242916 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/36056-h.htm | 6652 | ||||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/book.png | bin | 0 -> 218 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/card.png | bin | 0 -> 249 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/kaft.jpg | bin | 0 -> 77931 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/logo.gif | bin | 0 -> 7083 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 36056-h/images/titelpagina.gif | bin | 0 -> 23546 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
13 files changed, 11710 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/36056-8.txt b/36056-8.txt new file mode 100644 index 0000000..f51f95f --- /dev/null +++ b/36056-8.txt @@ -0,0 +1,5042 @@ +The Project Gutenberg EBook of De zonderlinge avonturen van "Zijne +Excellentie de Generaal", by M. J. Brusse + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De zonderlinge avonturen van "Zijne Excellentie de Generaal" + +Author: M. J. Brusse + +Release Date: May 8, 2011 [EBook #36056] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIGNE EXCELLENTIE DE GENERAAL *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + DE ZONDERLINGE AVONTUREN VAN + "ZIJNE EXCELLENTIE DE GENERAAL" + + Door + + M.J. BRUSSE + + + + Rotterdam MCMXV + W. L. & J. Brusse's Uitgevers-Maatschappij + + + + + + + Bewerkt uit de rubriek + ONDER DE MENSCHEN + in de Nieuwe Rotterdamsche Courant + + + + + + +HOOFDSTUK I. + + +Een vriend van mij, een kunstschilder, had Racier als model genomen, +vooral om z'n merkwaardigen dweperskop. Een mager-verhongerde zwerver; +dreigend lang in z'n op den draad verschooierde pool, die 'm over +de voeten sleepte. Maar toch droeg hij dien armzaligen dallesdekker +met Don Quichottige statie. Daarboven hield hij het hoofd altijd +even achterover in den nek, keek je zoo uitdagend van onderop +aan, en wonderlijk uit de hoogte. Een trotsche, fanatiek hatende +martelaarsfacie, ziekelijk wit in de rosse harigheid die tot een +puntbaard verliep, en onder iedere emotie gloeiërig blozend. Dan was 't +of hij koorts had; z'n lichtbruine oogen vonkelden in de innig zwakke +donkere rimpeltjes-randen. Geagiteerd frunnikten z'n fijne handen de +snorre-punten omhoog, met bevende vingers ... Maar meteen liet hij zich +in den leunstoel wat dieper teruggaan; een stille glimlach berustigde +zijn gezicht, en dan zag hij je goedig aan, alsof die wereldsche +zaken toch eigenlijk te onbeduidend waren, om je druk over te maken. + +"Nog drie jaar de bajes in ... en 't is met mijn ommers gedaan. Het +'t grootkappetaal weer z'n zin ... Als die poot nou maar niet zoo +schrikkelijk zeer deed." + +Daar sukkelde hij nu al mee, zoolang ie uit de gevangenis ontslagen +was. Dien eersten dag had de drukte op straat 'm duizelig gemaakt. 't +Geschreeuw van den sleeper had ie niet gehoord, en het wiel was 'm +over z'n wreef gegaan. 't Wou niet genezen. En dokters vertrouwde hij +niet: waren allegaar in dienst van den rijkdom. Kon ie geen dankie +tegen spelen. Maar vóór hij naar 't atelier ging om te poseeren, +strompelde hij, dreigend lang in z'n slepende zwerversjas, de Maas +langs, naar een plek waar nog geen kaaimuur was, en hield daar z'n +verbrijzelden voet in 't water van de rivier, dat bij vloed immers +een magische geneeskracht moet hebben. De heele seance door lag die +wonde extremiteit bloot op z'n andere knie gekruist, streelde hij er +troetelend langs, tot de twee uur weer om waren. Dan wond hij er de +gore lappen zorgzaam om, bond de slof er onder, en rechtop meesleepend +z'n leed als een martelaar, schreed hij terug naar de slaapstee, +waar hij met spottenden eerbied "Generaal" werd genoemd.--"Zijne +Excellentie de Generaal"--zoo presenteerde hij bij voorkeur zich zelf +met een even ironischen ernst; wat zielig geworden herinnering aan +zijn groote dagen! + +"Racier is wel de wonderlijkste kerel, dien 'k ooit als model heb +gehad: een prinselijk fantast, kinderlijk dweper, soms zoo zacht +als een lammetje in de Mei en dan weer ineens met bevliegingen van +anarchistische bommengooierij. Hij is me nu onder 't werken door z'n +leven aan 't vertellen. Da's één eindelooze reeks van de zonderlingste +oplichterijen met telkens langere pauzes in de gevangenis. En 't komt +allemaal uit een soort hoogmoedswaan voort. Want ik zie er volkomen +een modernen Don Quichot in ... Je moet eens komen luisteren. Hij +beweert Franschman, gevluchte Communard te wezen. Dat hij zelf de +lont in het kruit heeft gestoken! Enfin, loop eens aan." + +Toen op dien morgen ben ik er op 't atelier bij komen zitten. De +schilder stond aan z'n ezel te schetsen; in een luien stoel zat de +schooier voornaam achterover geleund, den misvormden bloederigen +voet op z'n schoot, 't fanatieke gezicht sterk belicht onderuit, dat +'t wel treffend klassiek aandeed, als een apostel op een of andere +primitieve schilderij. + +Hij was zóó in de herinnering aan z'n eerste oplichters-"rol" verdiept, +dat hij mij niet merkte en voortredeneerde: + +"Zie je, toe was 'k dus ontslage as misdadiger van 't miletairisme; +maar er kleefde nog geen vlekkie op me naam as burger: wat 't miletaire +betreft gaat ommers 't ceviele niet an ... Maar nou komt me eerste +misdaad; wel zoo groot niet ... toch is tie mooi. En er komt van +'t kappitalisme in te pas--snap je?--da's juist 't mooie. Van de +ouderdom af van 17 jare ben ik altijd de grooste tegestander van +'t kappitaal geweest ... Da's me zenuwe ... Me moederskwaal. Heb je +niet opgemerkt, da'k altijd na die deur kijkt? Nou heb 'k momenteel +toch niks op me gewete ... anders liep 'k niet op straat, hè? Maar +die omstandighede komme erbij, dan weet je niet waar je heen mot en +je ziet dat rijke tuig éte ... + +"Was dàt niet 't geval, dan was ik tot hede toe altijd nog +fatsoendelijk man, en door me capaciteite--'k spreek àlle tale,--nou +al lang gepensionneerd eerste-luitenant. Want, zie je, a'k honger +heb, kruip ik in die krotjes op de Schiedamschedijk, waar die vreemde +zeelui komme; 'k bied ze me potlooje an, me kenijntjes, en spreek ze +in d'r moers taal toe. Dat trekt, en dat geeft. Of 'k krijg altemet +'s 'n toeval op de stoep van 'n rijk restaurant--Overiges zet 'k +'t menschdom heelegaar an kant, as atheïst zijnde ... tot in me +niere. Dar! 'k Was nog geen twintig jaar oud, da'k tege mijn pa zei: +Mon père, le temps viendra, dat 't kappitaal de riksdaalders met +schoppe uit raam smijt, maar dan zal 't te laat zijn. Trop tard ... + +"Jawel, 't kappitaal wil je je ooge verblinde. As 'k een paar millioen +rijk ben, ken 'k op mijn jare nog wel 'n beeldschoone, piepjonge +dame krijge, waar niks op valt te zegge ... Nou tràppe ze me d'r uit +... Begrijp je me ook?--Op mijn jare, trouwens ... 'k heb 't mooiste +genote, 't fijnste, van alle naties gehad, en nou zeg 'k met de apostel +Paulus: de geest is nog wel gewillig maar 't vleesch is te zwak ... + +"As je je knieë wou buige, liep je in 't zwarte lake ... Maar dat +vervloek ik ... Was 'k 'n hond--ja dan, dan vrat ik meschien op wat +'k al an atheïsme uit heb gespoge. Nou blijf 'k zoo, to'k kapot ga: +de natuur in; niks as natuur.--As je mijn maar begrijpt ... + +"Dáár krijg je me misdaad, me eerste slag ... al ben 'k ook zoo slecht +niet ..." + +Toen zweeg hij even. En je hoorde enkel in 't stille schildersatelier +'t broze schrappen van 't houtskool. + +Dan stak hij koesterend z'n magere handen naar den haard uit: + +"'k Mag dat piepe van die kokies zoo graag hoore! 'n Ope vuur is 't +mooiste voor iemand die liefelijk denkt ... Bij de rijkdom hebbe ze +d'r van die blokkies hout op; dan gane de gedachte nog zachter ... Wat +'n weer is 't buite ... 'k Mot er tòch door ... Affijn ... Luister +je wel?--Dan is 't goed. Kan 'k beginne: + +"As 'k zoozoowat beraam van 'n plan, dan is 's-Gravenhage me +hoofdzetel. Koninklijke residentie ... snij je me hart ope, vin je +één bonk oranje. Met respect ... Maar waaròm De Haag me hoofdzetel is, +dat legt in me ziel begrave. Hoort nooit niemand. Gaat mee in me graf. + +"Nou. Met me uitgangskast van f 180 uit de bajes had ik niet +genoeg om de rol te spele, die ik in 't detentiehuis in me hoofd had +gesteld. Daarom nam ik me toevlucht tot mama. Ik vroeg die edelvrouwe +of ze mijn de som van duzend gulde op wou sture. Maar deze edele +moeder wist welk vleesch ze in de kuip had, en daarom--schreef ze +mijn--mot gij u tevrede stelle met honderd gulde, geliefde zoon. 't Had +natuurlijk ten doel om baron van ..... in De Haag te late springe, +want die z'n zoon wou ik same met mijn an lager wal hale ... As +je nou dus maar voelt dat 'k àl wat ik ondergaan, te danke heb an +me ideeë, om rede ondergeteekende 'n atheïst is, da' wil zegge: +'n natuurkind. Vergeet 't nooit asjeblieft. + +"Voor die f 280 heb ik me toe' late make een blauw kamgare pak, +jaquet-kostuum Engelsche koningssnit; een paar kaplaarzen met +vergulde sporen, een fantasie-hoed style Louis XV, en een groote lange +ulster, "coat", zegge de Engelsche tailleurs.--Van de mode weet ik +àlles!--Daarbij in stijl een fantasie-ketting, een fantasie-ring en een +zilvere remontoir-horloge. Zoo was me kostuum--èn een fantasie-lorgnet; +gesiseleerd goud netuurlijk. Dat heele zakie kostte me over de f120 +... 't ware verlakte chevreau laarze, style moderne ... + +"Toe huurde 'k me een paard en ging zoo rije in 't Haagsche bosch om +'t groote kappitaal na te doen. Maar dit kon ook geen stand houwe. Want +waar afgaat en niet bijkomt, dat mindert ... sterk. + +"Ik was gedurende me eerste misstap gelogeerd in 't Wape van 'Oorn +... da's weer 'n hache, die ik niet uit kan spreke, door me Fransche +afkomst, merk je wel? En 'k heb dat leve slechs zeve dage volgehouwe, +alhoewel 't ondergeteekende zeer wel beviel, niet zoozeer om te geure, +as om me misdadige plan ten uitvoer te brenge. Hetgeen helaas mislukt +is, waar ik op hede toe geen spijt van heb ... want dan zat ik me +hier nou niet bij jouw kacheltje te warme. + +"Maar toe' ten ende raad zijnde, en geen geld meer hebbende, en op +mijn logement, waar ik thuis was, op mijn gebied geen schuld kunnende +make--die Koossie Harme, de bolleboffin, kende mijn wel, want al +hoorde ze tot de classe ouvrière, toch het ze me wel op eige koste +'s nachs weg late brenge met rijtuig, as ze van de recherche na me +kwamme vrage, die russe,... ja, zukke logemente moste d'r meer zijn +... Affijn: geen schuld willende make ..." + +"Zeg, Racier"--kwam even 't hoofd van den schilder om den ezel--"je +spreekt nou ineens net zoo plechtig als 'n feuilleton uit 't +Rotterdammertje!" + +"Ja, fullitons, die heb ik in alle tale geschreve ..." + +"O zoo, pardon dan, cher maître." + +"A votre service.--Dus"--neeg de zwerver ernstig--"dus geen schuld +willende make, en met het kostbare uniform, als bove omschreve, +een nacht en twee dage onder de bloote hemel mottende bivakkeere, +zonder ete of drinke, want vrage kan ondergeteekende niet ... Zie +je, dan ging 'k meest uitruste op dat bankie op de Vijverberg, pal +tegenover 't kantoor van die bankier, omdat daar een boezemvrind van +mijn directeur-général is, 'n ami intime, waar 'k in me jeugd nog mee +gestudeerd heb. Maar hij laat me an me lot over, de stumper. Zoo is +'t kappitaal ... + +"Nou komme de tale; mot je je best doen ze zonder taalfoute te +verstaan, anders schrijf ik 't op logement liever voor je uit, met +de traduction d'rnaast. + +"Dus geen raad meer wetende--nou komt de rol!--ging ik de Korte +Vijverberg af, de Gevangepoort door--ja, 't is een onthou!--zoo àl +slenterende,--met de achtermiddag begrijp je?--en daar kwam ik door de +Spuistraat. Zoowat 't vierde of vijfde huis vóór je an 't Spui bent, +had je daar het hotel-restaurant Du Commerce--de baas leeft nou van +z'n cente. Amen! + +"Nou komt die schets van mijn: Zag 'k daar al die groote hoofde +lekker ete en drinke. Ik liep er hongerig voorbij de glaze en zag +dat. En 'k vroeg mezelvers af: da's toch zoo goed voor mijn as voor +'t kappitaal? Goed, ik tree binnen, gaan an 'n tafeltje zitte, trek +me ulster uit, en volges die etikette hang 'k 'm an de portemanteau, +die achter dat tafeltje plaas heeft.--Ja, jij weet niet wat er onder +de rijkdom bestaat. Maar ze hebbe d'r effetjes twaalf kelners, zwarte +rok, witte das, gefriseerd, èn een opperhoofd, die persoonlijk heen +en weer loopt om te kijke of de geachte cliënte elk op z'n beurt +wordt bediend, zooas de etiquette dat vereischt. + +"Op de tafel staat een eletrieke bel. Daar druk je op dat knoppie, +en de kelner numéro neuf kwam bij mijn, en miek zijn révérencie. Ik +zeide tot hem in me moeders taal: "Garçon, hm, apportez moi la +carte."--Waarop hij de menu van den dag bij mijn op tafel lag. Ik +bestelde toen van die menu een diner... complet, die bedraagt f + 3.75.--Ja natuurlijk,'k had ommers tòch geen lood. En da's me eerste +stap geweest.--Nadat ik geconsumeerd had, schelde ik weer, waarop de +kelner numéro neuf weer bij mijn kwam onder een révérencie, en ik hem +in me moeders taal vroeg: "Apportez moi la carte des vins". Waarop +hij een kaart op de tafel lag met de noodige merke van de wijn, die +aanwezig is in de kelders. Waarop ik uitkoos--alles in me moeders taal: +"apportez moi une bouteille St. Julien ..." Da's een fijn etiket, +hoor; nou asseblieft; 'k wou 'k nou maar 'n glaassie had, dan verzette +'k me zinne nog 's. + +"Volges de etiquette van de gevraagde wijn of flesch, wordt daar +een borretje bij gebracht met de kwitantie. Die bediende loopt heen +en weer. De minste beweging, dat hij ziet of merkt, dat je geld op +dat borretje legt, neemt ie 't weg met de kwitantie, en brengt de +overschot van 't geld weer op z'n plaas an de tafel waar je zit.--Mot +je allemaal die etiquette van wete, zooas ik. + +"Dan schuif je volgens die etiquette--angezien die bediende geen +salaris hebbe--dat fooitje, dat je 'm heb toegedacht, vooruit ... Maar +ik heb geen lood, geen rooje spie, en mot zien hoe 'k me eige daar +uitzwem. Angezien de bediende heen en weer loopt, en er zoo machtig +veel rijk volk bij zit, kan 'k niet séance tenant me rol vervulle, en +vroeg ik de garçon, in me moeders taal, of ik hem eve privé alleenig +mog spreke. + +"Toe 'k onder vier ooge met hem sprak, gaf 'k voor te zijn de +burgemeester van Loosduine, en dat me paard stond Laan van Meerdervoort +in de stalle van de heere X. 's Morgens bij 't ankleeje van mezelf--zoo +miek 'k 'm wijs--èn 't te paard stijge, had ik blijkbaar me portemenee +vergete, of da'k die na alle waarschijnlijkheid door 't rije in 't +Haagsche bosch wellicht had kènne verlieze. Maar angezien't alles +spiksplinternieuw was, wa'k an me donder had, gemaakt bij le tailleur +le plus chic, daar de name van stonde vermeld achter op de lis, zei +ik tot hem: "ik zal me pantalon uittrekke, binneste buite kere en u +in bewaring geve, totda'k over 'n uur uit Loosduine te paard of in me +eige equipage met twee zweetvosse terugkom"... alles in me moeders +taal. "Wil u s'il vous plait zoolang voor één uur me voorspraak +weze bij monsieur votre patron?"... Want ik mos die risterasie toch +uit.--Waarop hij antwoordde: "mijnheer, dat is niet noodig, want u +ken van mijn nog wel vijf en twintig pop d'r bij krijge." Waarop ik +antwoordde: "ik wil zoo, en ik gaan van mijn begrip nie af." Waarop de +bediende antwoordde--(Luister je nog?--Dan 's 't goed) antwoordde ..." + +"Waarop!"--viel de schilder ernstig in. + +"Waarop?"--begreep de vagebond niet--"wel op de privaat, netuurlijk; +want 'k heb die knul meegenome. Waarop ik in die pletie ging, +me kaplaarze uittrok en zoodoende me bovebroek... Zie je, me lange +ulster ha'k óók an, anders ha'k door dat café niet terug kenne gaan, +in me onderbroek... Waarop ik hem mijn broek in bewaring gaf en +hij 't heele bedrag betaalde: flesch wijn, veertien gulde, en 3.75 +'n diner... complet. Waarop ik 'm vroeg in me moeders taal: "avez +vous les moyens pour me prêter quelquechose?" Waarop hij antwoordde: +"meneer, al wou je vijf en twintig gulde hebbe." Waarop ik antwoordde: +"Donnez moi quarante sous"--da's 'n gulde, maar wij spreke in sous--"'t +is om me paard te hale en die knecht een fooitje te geve." Waarop ik +die gulde in me spoorzakkie steek. En ik ben natuurlijk an finance +rijker, maar an kleedingstukke ben 'k smerig verminderd. + +"'k Gaan daar 't hôtel uit, ongehinderd en wel, en volg de Spuistraat: +zonder broek... Ja, 't is wat! Maar die lange ulster hing mijn op +me enkels en daar kwamme me kaplaarze uit. Dus ik denk: 'k loop +in me onderbroek onder de mensche en ze ziene 't niet, verblinde +Christene as ze daar benne voor mijn: atheïst! Dan gaan 'k op de +hoek 't Maastrichsche bierhuis binne, en koop een kleintje klare van +Ulskamp--die hache spreek 'k nooit uit als Franschman zijnde--om rede +me diner te late zakke. Geef me gulde uit me spoorzakkie, en krijg +nege dubbeltjes werom. + +"Da's de eerste rol, me eerste misstap..." + +Glorieuselijk en volkomen in z'n spel draaide de vagebond z'n +snorren op, met de andere hand aldoor aaiend over z'n zeeren voet; +den verhongerden dwepers-kop rood aangegloeid, de oogen vervoerd. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + + +Den volgenden ochtend vertelde de zwerver weer verder. De schilder +wilde hem 't liefst zoo redeneerende hebben, om de geëxalteerde +uitdrukking van z'n dwepersgezicht des te feller te treffen. Daarom +liet hij 'm maar ongestoord in zijn fantasieën over 't verledene gaan, +al sloeg de burleske verbeelding ook gedurig met den pooveren sire op +hol. Want juist om den waan van den armen bliksem was het den artiest +immers te doen. Om dat prachtige air, dat prinselijk gebaar, dien +hautainen glimlach, die zijn groteske invallen illustreerde. Dan kwam +de lange, magere schooiersfiguur fier overeind, bleeke kop in den nek, +vernietigend van dédain. Z'n verrafelde pool hing in flarden langs hem +heen, maar hij werkte er soms mee als met een koningsmantel. Daaronder +droeg hij nog altijd zijn verschoten gevangenis-boezeroen over z'n +bloote baadje, en een schrikkelijk dievige pet stond met de breede +klep dicht op z'n oogen. + +Op de andere knie lag weer de wond-gekneusde voet, dien hij zorgelijk +streelde. + +Terwijl de schilder nog even z'n palet in orde bracht om 't portret +in kleuren op te gaan zetten, babbelde Racier maar wat huiselijkjes +voor zich uit: + +"Zeg, kunstenaar ... hè je gezien? Me zeere voete brande al." + +"Wàt?" + +"Ja; die ouwe schoene knelde me zoo, en toe jij d'r strakkies effe nie +bij was, heb 'k ze op 't haardje gesmete ... 't Dee' me goed, omdat +ze me zooveel pijn gedaan hebbe ... èn ze benne van 'n domenee!... Mot +je mijn standpunt as atheïst goed verstaan ..." + +"En waar loop je nou op?" + +"As we strak klaar zijn, krijg 'k 'n paar wije van jou ... halfslete +kunstenaarsschoene. Kan ik hebbe ... Begrijp je me ook; of hè je geen +menschekennis?... Mot je mijn hebbe; ik kijk 'n iedereen dwars door +ze ziel ... Die geliefde van jou, of hoe ze hiet: je mevrouw ... uwes +dame, die's edel. Ik heb eerbied voor 't zwakke geslacht, van die +je in d'r kerakters kan leze ... En as ze soms 's 'n kleintje moch +krijge, en 't is klierig ... 't kon zijn hè?... dan is t'r geen goud +zoo goed as stavezaad met jenever. 'k Mag leie dat je vrouwtje d'r +trekke d'r speciaal in komme legge ... Daar neem 'k me petje voor af! + +"Maar zeg, ruik je nog niks?... Fijne geur, musc, zegge wij +Fransche. 't Benne me schoene ... 'n Schoemaker, as tie óók eris +lekker wil ruike, verbrandt ie oud leer. Mot je wéte. En as je eens +of twee maal in de week je aarappelschille in je kacheltje gooit, dan +heb ie nooit 'n schoorsteenveger van noode ... Daar gaat alle roet +meteen 't pijpie mee uit ... Da's wèl niet mooi hè, aarappelschille +verbrande?--want je heb diere die ze vrete en d'r 't menschdom melkie +voor geve ... + +"Nou, kan je d'r nou 's niet op je gemak bij gaan zitte?--Dan gaat +de voorstelling weer beginne: de Hamlet, les Brigants, La Muette de +Portici ... 'k Heb óók nog 's gefigereerd in de rol van Madame Angot +... Hè, 'k wou da 'k er maar 'n mooi tooneelstuk van miek. 't Is fijn, +hè, me leve?... Maar vin je 't nou niet diep treurig, dat 'n mensch +zoo van de eene misdaad in de andere valt?... 'k Heb 'n voorgevoel, +da' je me laat schiete as je alles van me weet..." + +"Niet?--'t Zou me meevalle. Ben je dan soms ook atheïst?... Anders +zeg je an 't slot: Nee Racier, snij maar uit ... jij ben me te slecht. + +"Is de verf nou klaar ... kunstenaar? Hoor je dat rijme? 'k Dicht van +me tiende jaar af. Maar de kunst is verkocht an 't groote kappitaal, da +'k in me niere veracht ... Mot je hoore: Toe 'k in de Krentetuin zat, +wou 'k d'r uit, en as 'n echte rijmdichter he'k an z'n eksjelenzie +gerekwestreerd: + + + Ekzjelenzie, + Een moeder die haar kind moet derve, + Verlangt geen troost, wil gaarne sterve, + Als zij haar kind slechts wederziet. + Mijn màmma is een ziekelijk weze, + Ik ben in staat haar te geneze, + As ik haar al mijn hulpe bied. + Mocht u, zijn ekzjelenzie, mijn straftijd nog soms verlenge, + Wellicht kon 'k nooit mijn plicht volbrenge, + Die mijn nog tijdig overschiet. + Zijn ekzjelenzie! Welaan; ik durf op grond te vrage, + 't Zijn ekzjelenzie moog behage, + Een gunstig blijk mij niet ontvliedt. + Met dankbaarheid zal ik u loone, + Want mijn gedrag zal altijd toone, + De maatschappij ... da'k werkzaam ben op ieder gebied. + En nu ten slotte hoogvereerde heer Baron + Schenk Hendrik Evert Timmermans z'n vrijheid werom?" + + +"Timmermans?"--kwam de schilder verwonderd om z'n ezel. + +Maar Racier hoorde hem niet. Hij zat ontroerd, en de tranen liepen +'m langs z'n witte gezicht. + +"Was je moeder zoo ziek?"--vroeg de ander meewariger. + +"Kà je denke ... zoo'n nobele vrouwe het ommers d'r lijfars. Nee, +'t was me dichtaar, die me dat zoo ontlokte ..." + +"Maar waarom schreef je d'r nou toch in 's hemelsnaam Timmermans +onder?" + +"Wel, daar werkte ik toentertijd onder, onder die naam ... pseudoniem +bij de rolle, die 'k allemaal vervulde ... We bèn nog zoo ver niet +... Zal je wel hoore, as 'k er an ben geland ... + +"Kan 'k verder gaan? 'k Weet 't nou precies. Want 'k kon weer niet +slape van 't prakkezeere vannacht, en toe heb 'k 't me eige woord +voor woord overhoord, in me krippie, daar tussche al die gedalleste +jonges ... As je maar luistert, dan za'k wel beginne: + +"'k Vertrek vandaar--'k was ommers in 't Maastrichsche koffiehuis +geweest,--nou daar trek ik vandaan, te voet, de Pote deur, en zoo na +'t Rijnspoor: in me onderbroek! Gaan 'k in die wachtkamer zitte, en +zit te leze in 'n stuk krant, genaamd de Figaro, die 'k op verzoek van +de kelner uit het café-restaurant Du Commerce had magge meeneme, onder +'t gebruik van geen consumptie, angezien me middele dat séance tenante +nie' toeliet. Maar niemand heeft me die wachtkamer binne zien gaan. En +nou komp er een trein an--waarvandaan is me tot hede onbekend--maar +ik loop met dat volk mee 't station uit, en stap 't eerste rijtuig +'t beste binne. + +"Die koesier vraagt mijn: "mijnheer waarnetoe mot ik uedele +brenge?" Maar ik doen da 'k die man nie verstaat. Waarop de +tolk van de Maréchale de Turenne geroepe wordt--'t rijkste hotel +op de Kalveremart--waarop die koetsier zeit: "ik kan de man nie' +verstaan." Maar die tolk die zeit: die man mot weze in De Zeve kerreke +van Rome, en je mot 'n bitje hard rije, want daar zit een goeie fooi +voor je op; die vreemdeling is een Spaansche edelman!--Waarop de +koesier zijn zweep op zijn vierjarige zweetvos leit en mijn ventre +à terre stilhoudt voor de Zeve Kerreke van Rome ... En dat in me +onderbroek! Ja, die rol is mooi; daar hebbe ze wat van geleerd. Maar +er komt nog meer ... Wat je nou weet is maar kindere-spel. + +"Die bediende treedt buite, maar verstaat mijn niet ..." + +"Wat sprak je dan toch?" + +"Italiaansch. Waarop hij de hotelhouer riep--son patron--waarop ik +vroeg: "eb u voor mijn 'n kamer?" Waarop de hotelhouer zee: "jawel +mijnheer, zooas u beveelt." Volges die etiquette steeg ik dat rijtuig +uit, en zee tege de hotelhouder: "betaal me koesier, en geef'm 'n +gulde fooi." Hm. + +"Nou de entrée in die gelagkamer. Dit alles geschiedt vóór zesse. Daar +zit die meneer van 't hotel, en onder 't gebruik van 'n fijne flesch, +etiket St. E.m.i.l.i.o.n,--die mot nòg betaald worde, maar da's 't +kappitaal--het ie gedurende een uur met mijn zitte prate over Italië, +waar ie speciaal mee bekend was. Nou, maar 'k sting 'm!--Waarop ik +mijn in de gereedstaande vertrekke terug wou trekke, om onder 't +gebruike van een gloeiend haardvuur, mèt blokkies, mijn gedachte de +vrije loop te late.--Ja, 'k mos me rol toch afprakkezeere!--Waarop ik +gebrach wor in de hotelkamers numéro één tot zes, en ze me zoodoende +an me lot overliete. + +"Daar ik mijn uit had gegeve voor luxe-paardehandelaar uit ... Jena, +en er toemaals net 's anderedags paardemart in Rotterdam was, vroeg +ik de hotelhouer, mijn vroeg te roepe, want ik geliefde met de eerste +trein te vertrekke.... (En dat alles: zonder lood. Da's 't ware d'r +van!)... ten einde paarde te koope voor mijn firma! + +"Nou begint pas de rol.--Daar hij mijn antwoordt: "daar is een +elektrieke schel in je kooi, en daar wordt op gedrukt, en dan zal +uedele wel opstaan, mijn gast." Waarop ik hem antwoord: "ik heb +dat in Arnhem in 't Zwijnshoofd ook bijgewoond en sliep toch deur, +om rede de bediende mijn an me mouw mot pakke en dàn staan ik pas +op." Waarop hij mijn antwoordt: "aan uw vraag zal voldaan worre." + +"Daar elke reizeger 's morreges pas betale mot, wier mijn +netuurlijkerwijs 's avens nog om geen geld gemaand. Maar espres voor +mijn wier 'n kelner angeschaft, die die taal machtig was, die ik sprak. + +"Ik heb daar 's aves gesoupeerd--ja, netuurlijk eerste klas, 'k zel +'t niet doen!--en vroeg om halftien na bed te magge gaan, daar'k om +zeve ure twaalf mos vertrekke na Rotterdam, 'k Wier nabove gebrocht +door de nieuwe bediende, die in die Spaansche taal tegen mijn zei: +"meneer, je zet je laarze maar an je deur, en ze worre vanzelf +gepoest."--"Nee"--zeg ik--"'t benne verlakte". + +"Ik begon binne te gaan in salon numéro premier; dan op numéro deux, +dan op numéro trois, en zoo navenant, van alle gemakke voorzien, as +biljarte, toilet mèt private,... èèè ... cuisine, en schrijfbureau +style Louis quatorze, met satijn overtrokke, volges de etiquette van +dat hotel ... au premier! Zoo begaf ik mijn naar de gereedstaande +chambre à coucher: nachttafeltje, table de nuit Louis quinze, met zes +passende stoele, kleerkaste ... met portemanteau, overal van levende +roze voorzien in vaze, style Louis ... quatorze. + +"Daar begon ondergeteekende z'n eige uit te kleeje. Maar dit mos vlug +in ze werk gaan, angezien ik geen broek heb. Ik trok me ulster uit en +zette me kaplaarze buite de deur en sloot netuurlijk die deur, maar +niet op 't hakie, want anders kon me nieuwe kamerbediende d'r niet in. + +"Een speld kon je daar late valle, want er lagge allegaar tepijte, +zoo stil as in een steene graf, want ze magge volges die etiquette +de reizegers niet moeie. + +"Ik nam me ulster en hong die een halve santimètre van me nachttafel, +trok me jaquet en me fantasie-vest uit--broek ha'k nie--en gong in +me bed onder de hemel legge. 'k Heb nog nooit zoo royaal gemaft!--Hoe +vin je 'm? + +"Hoe 'k geslape heb ken elk weldenkend mensch wel denke. Nee, +ondergeteekende het geen oog dicht geloke, want 'k denk aldeur: +hoe za'k d'r morge vroeg af komme? Maar 'k hieuw me eige toch slapend. + +"Die bediende komt 's morreges, die voor mijn ampart angesteld was, +en zeit in de Italiaansche taal: "meneer, 't is tijd voor de trein." + +"Die kamer lei vol tapijte, zoo 'k al zei. Maar toch hoor 'k 'm +komme. En ik zee tege hem: "donnez moi mon pantalon, s'il vous plait; +die leit onder me jaquet en vest op de stoel, en me ulster hangt er +overheen." Hij zoekt mijn broek, en zeit: "je ne vois pas". Waarop +ik in woedende vaart uit me bed vliegt en 'm vraagt of ie dacht dat +'k soms gek was geworde. En... "vite, appelez votre patron". Waarop +mijnheer zelf in de kamer kom, en ik hem zee dat ik séance tenante na +'t "Vaderland" in de Parkstraat zou gaan met een ingezonden stuk as ie +mijn de schaai niet vergoedt. Maar hij valt op ze knieë, en smeekt: +"ne faites pas ça, want anders ben 'k eeuwig verneuried. En ik zal +bij dat vest in de confectiewinkel sitót een dito broek late hale." + +"Ik zeg: "daar ben 'k nie mee gered, want me portemenee zat er in" +(ja, 'k mos toch geld hebbe: as je 'n rol speelt, mot je 't goed +doen!) "Hoeveel zat er in?"--vraagt hij. 'k Zeg: "da' kan 'k op geen +tachetig, negetig, honderd gulde na zegge."--"Nou"--zeit hij--"weet +je wat, dan late we die afrekening maar zoo zitte, jij krijgt nog +'n broek en één honderd gulde ..." + +"Maar nou komt die steek, die 'k laat valle. + +"Dat mos vlug in ze werk gaan, angezien 't rijtuig voor de deur sting +te wachte om mijn te vervoere. Dit geschiedde allemaal in de vreemde +tale. De hotelhouder buigt voor mijn als 'k instijg, en 'k zeg: +"A la gare!" Maar bij de Koepokinrichting trek ik die koesier an ze +jas, geef 'm de nege dubbeltjes, die 'k nog over heb van de kelner +uit de Commerce, en zeg op z'n Hollansch: "zoo zal 't wel in orde +weze". Waarop hij schrikt van die tale--na 'k later van de commissaris +hoorde. Waarop ik de Rijswijkscheweg oploop, en me kostvrouw tege +kom, mejuffrouw Damman uit Lammetjegroen, en zeg: "Bet, heb je niet +altemet een paar gulde voor mijn?" Waarop zij mijn drie gulde geeft, +en ik haar de honderd gulde van de "Zeve Kerke van Rome"--in bewaring +netuurlijk. Waarop ik deurloop ... dwars in me ongeluk! + +"Want daar op 't hoekie van de Ammenisie-have en 't Spui is 'n café, +waar ondergeteekende binnegaat. Maar daar motte nou net nooit niks as +kelners bij mekandere komme--óók 'n strop, zeg?--dat ze daar allemaal +'s morges vroeg hullie kejakkie gaan gebruike, van 't hôtel Maréchale +de Turenne, de Zeve Kerke van Rome, Hôtel des Indes, Hôtel Paulez, de +Ouwe en de Nieuwe Doele--mot je mee bekènd zijn--èn uit 't restaurant +de Maas in de Wagestraat. Want zie je, die baas in die zaak is zooveel +as placeur. + +"Staat me daar de bediende uit de Commerce--die van 't +diner... complet! met die van de Zeve Kerreke van Rome, die enkel +voor mijn was angenome,--hoor je hoe 'k rijm?--en die zeit: "wat daar +vannacht bij ons plaas het gegrepe op de kamer van een Spaansche +graaf?"... Om kort te gaan, die speelt mijn rol uit. En de kelner +uit de Commerce vraagt: "hoe zag die heer er uit?" Maar nou krijgt ie +mijn in de gate, en zeit: "'k Val dood as dat dezelfde knul niet en +is, die zich voor het gegeve voor de burgemeester van Loosduine." De +bediende van de Zeve Kerreke van Rome gaat 't an ze chef vertelle; +die roept de pelisie. Mijn koesier slaat deur. 't Signalement wordt +per telefoon na Delft overgebracht. En zoo wier 'k an de Ollandsche +theetuin gepàkt!--Hoorde je die hache, die 'k as Franschman zijnde, +weer niet uit kon spreke?" + + + + + + +HOOFDSTUK III. + + +Toen de schilder den volgenden morgen op z'n atelier kwam, vond hij +zijn model al wachten. Racier was erg onrustig, zag er opvallend +slecht uit, en z'n oogen glansden geagiteerd. + +"Je mot me niet meer alleen late"--zei hij gejaagd--"daarom staan 'k +nou voor 't raam, want dat groen achter die straat bevalt me ... As +je me zoolang alleen laat, gaan 'k hier altijd maar staan; 't maakt +me bang en ongedurig, zoolang jij d'r niet bij bent ... 't Komt door +die vrijer daar ... 'k heb er 'n hekel an; die kijkt je dwars door +je niere, wor je eng van... waar je staat, staan je... Doen me nou +'s 'n eer, en draai die vent om--kunstenaar?" + +De schilder nam glimlachend 't portret van z'n vader, dat in +een hoek op den grond stond te drogen, en keerde 't vriendelijke +oudemanne-gezicht naar den wand. + +"Hoe kom je zoo zenuwachtig vanmorgen, Generaal? Wil je 'n sigaar?" + +"Nee, ik rook niet." + +"Wàt zeg je?" + +"Nee, as 'k daar an wen, komt 't mijn te duur. Da's nou 's 'n idee +van mijn!--Weet je wàt fijn is?... 'n Pijp varinas ... dan ga je +fanteseere ..." + +"Maar waarom heb je nou waarachtig dat knappe pak niet aan?... 'k +Geef je geen stuk meer, als je 't toch dadelijk verkoopt ... Je loopt +'t weer bij als 'n roover ..." + +"Pardon, kunstenaar, ik sterf nog liever, dan da'k wat verkoop wa'k +van 'n ami intime gekrege heb. Maar 'k heb 't geleend an 'n jonge +knul op logement, die op 'n betrekking uit mos. Hij kon d'r zonder +mijn toilet ommers niet heen. Z'n pardessus was kaal ... zat 'n vreemd +lappie op ... Hoog fijne knul anders, spreekt alle tale... op één na: +'t Spaansch. Zal ik 'm nou leere ... kost mijn ommers niks. Maar één +ding neem 'k 'm kwalijk: die jonge bidt!... Tòch gaf 'k 'm me jas en +me vest!--Wie doet dat?--Ik, Jean Charles Racier ... as atheïst!... En +vannacht ben 'k van die cente uitgeweest ... daar zien 'k zoo bleek +van ..." + +"Van de centen van mijn pak ... als atheïst zijnde!" + +Racier schrok schuw in elkaar. + +"Dáár heb 'k 'n steek late valle. As je de rechter van extruksie was, +zat 'k er zóó alweer in ... Affijn, we zulle d'r nou maar niks verder +van zegge, da's beter ... enne ... jij ben ook de kwaaiste toch niet +... vergete en vergeve--zei de Heer ... 'k wil zegge: de Natuur." + +Hij zat nu verlegen te blozen en voor zich uit te stamelen. Keek +telkens tersluiks even op of "de kunstenaar" nog kwaad was, en lachte +dan kinderachtig om 't weer goed te maken. + +"Nou, 'k dacht dat jij gladder kon liegen, Excellentie. Je valt me +tegen ... Maar vertel nou maar verder van hoe dat toen afliep met +dien Spaanschen graaf-veekooper uit de Italiaansche stad Jena ... Je +zat leelijk geknipt, hè?" + +"Ja--ze mieke mijn in de val! Waarop de rechercheur van Dremmele an me +vroeg: "waar kom jij vandaan?" 'k Zeg: "ik kom met 't mooie weer uit +Voorburg gekuierd." "Zoo"--zeit ie--"dan bè je mijn arrestant." En +met ze tweeë brenge ze mijn in de trein na De Haag. Daar kwamme d'r +vier stille bij, en dat opperhoofd zeit: "Zoo, Racier, nou bè je dus +weer binne." Nou, 'k hoefde dus me naam al vàst niet te verzwijge, +want ze kenne me hier, en in De Haag, ja, door heel Nederland, as de +bonste hond. Maar ik had nies op me gewete, hè? En 'k zeg dus: "je +kan met mijn doen wat je wil." Doch daar ik arrestant ben, vervloek 'k +'t netuurlijk om te loope--as 'k gesnapt ben, dan loop ik principieel +nooit--waarop zij verplicht zijne volleges artikel tweehonderd ... enne +... dertien van de Code Pénal van 't jaar achttienhonderd en ... drie +en dertig, om me per rijtuig na 't bereau te leie ... + +"'k Had ommers niks gedáán! Daar getuigt eerst die garçon van de +hotel-restaurant du Commerce ... à prix fixe ... première classe, +en ik zeg: "die man is in ze recht." Dan hale ze de kelner uit de +Zeve Kerke van Rome ... les Sept églises de Rome, met z'n patron +spécial, propriétaire ... et directeur-général--en ik hou vol: wat +die persone zegge is allegaar waarheid ... alleen heb 'k geen honderd +gulde gehad ... + +"'k Wier gevisenteerd en ze vonne op mijn dan ook twee gulde en +vijf-en-dertig cente, zijnde 't soldo van wat ik verteerd heb an +biere, wijne, thee enne ... room-chocolade, à la vanille. Waarop ze +mijn overbrenge, pèr vigelante met twee ... driejarige zweetvosse +bespanne, na 't huis van bewaring op de Prinsegracht, wat tot hede +nie meer bestaat. Want nou is 't in de Cazjewarisstraat. Waarop ik in +verhoor zijn genome door de edelachtbare heere rechter van exstruksie, +de weledele heer W.L.F. Morsing, wonende destijds Prinsengracht 753, +derde huis van 't hoekie. Angezien ik geen avecaat laat pleite, zijnde +die tòch an 't groote kappitaal verpand, en ik zelfs as verdediger +van ondergeteekende optreed, was mijn eisch weges oplichterij ... op +hooge schaal: drie maande cellulair. En wel voor 't eerst op eige naam, +as Jean Charles ... Constantin Edouard Racier ... Cadet, zijnde mijn +vader in de Commune gevalle as ... martelaar de première classe." + +Hier zweeg hij van ontroering, dikke tranen in z'n oogen. + +"Is je vader op de barricade gebleven, Racier?"--vroeg de schilder +deelnemend. + +"Hè?"--werd de ander uit z'n droomen gewekt--"papa? Wel nee, die +is ommers as vrouw verkleed, as markiezin dan netuurlijk, Napoléon +achtervolgd, l'Empereur ... en heeft 'm de grenze overgejaagd ... We +hebbe d'r nooit spijt van gehad." + +"Dàt begrijp ik." + +"De generaal Racier ... Ainé is op z'n château ... genaamd ... le +Lion d'or, in hooge ouderdom in de familie-kelder, tombeau familiaar +... bijgezet ..." + +"Maar, da's waar: vroeger heb je verteld, dat je vader tot +directeur-generaal van het huis Rothschild in Berlijn was benoemd ..." + +"Ja, benoemd, maar hij had ommers de dood an 't groote kappitaal +gezien, net as ikke, z'n zoon Cadet ... en heeft 't afgeweze ..." + +"O zoo ..." + +"Maar nou heb je me weer in de war gemaakt ... Waar was 'k gebleve?" + +"In 't huis van bewaring ..." + +"Dus de eisch weges oplichterij op gróóte schaal was zes maande ..." + +"Drie, wil je zegge." + +"Nee, zès; want 't vonnis wier één maand met aftrek van preventief, +want daar had ik zoo mooi voor gepleit, netuurlijk. Dus heb ik toe maar +twee dage op Scheveninge doorgebracht, op A 46 ... Ja, da' pleidooi, +daar konne die avekate van leere, zoo fijn as dat was. Die heele rol ha +'k uitgeschreve op papier, in de gevangenis, en uit me hoofd geleerd. + +"Ik vroeg netuurlijk eerst an die welejelachtbare heere président en +rechters of 'k 'n beest in 't spel mog neme om zoodoende me misdaad +of val an de dag te brenge. "Welejelachtbare heere président en +rechters! Veronderstel dat u met uw dame van Scheveninge kuiert, maar +van De Haag komt er 'n hond, die wellicht verdacht voorkomt en schurf +heef. Welejelachtbare heere président en rechters, wat doet uwe dan?" + +""Beklaagde, staai 's op"--zee de president--"Dan gaan 'k 'n stappie of +vijf opzij met me vrouw om mijn of mijn mevrouw niet te late besmette +van dat beest." + +""Welejelachtbare heere président en rechters! Zoo'n dito persoon +staat sitôt voor de rechtbank. As gevalle man kan ik nerges geen +betrekking krijge en daar de Natuur--as atheïst zijnde noem 'k +God's naam nooit--de Natuur, dus, ze rechte eischte, en ik voorbij +het hotel-restaurant kwam, genaamd du Commerce, café au premier, +en ondergeteekende erge honger had, en door de welejelachtbare +heer Janse, as president van de soepbedeeling daags voor me val was +verwijderd (die zat er bij in de rechtbank, en ik noemde 't kind bij +ze doopnaam) vroeg ik mezelf af: dat rake tuig zit daar lekker te +vrete, en 't is net zoo goed van mijn, om rede ik bedoelde rol heb +afgespeeld. Nou vraag ik, welejelachtbare heere président en rechters, +of artikel tweehonderd zeve en zestig van de Code Pénal van 't jaar +achttienhonderd ... drie en veertig nie' te zwaar is voor deze kleine +misdaad? En vraag verzachting van omstandighede, waarop ik hoop en +wensch dat de rechtbank mijn pesitie zal in oogenschouw neme, en laat +'t verders over an de clemenzie van de rechtbank. Hetwelk doende, +Jean Charles Bernard Antoine Racier ... Cadet!" + +"En toe de president toe an me verdediger vroeg hoe of wat (die wordt +'r toch voor betaald en die mot toch ook wat zegge), zee die: "Ik +kan daar niks an toe voege, want zoo zal 't wel in werking weze ook." + +"Maar bij me ontslag gaan 'k netuurlijk sebiet na me kostvrouw, die +me de zeve en negetig gulde teruggaf, waarop ik haar 'n briefie van +tien gulde presanteer voor de moeite; maar dit geschiedde onder vier +ooge in de binnekamer. 'k Kom daar netuurlijk alleen as 'k wat heb. En +'k had ommers honderd gulde verdiend binne 'n maand, en ze magge me +daar toch nie weer derec achter slot en grendel voor zette. + +"Nou komt 't páárdelef d'r bij en 't kerakter van iemand: Waarop ik +weer me intrek neem in de Zeve Kerke van Rome! En nou toucheer ik die +propriëtair, want ik zeg: "donnez moi vous même un massagrin!" (Da's +de zwarste koffie). Hij herkon mijn sebiet, want ik had me baard +nog, omda'k onder de drie maande had gehad en dan wor je niet +geschore. Waarop ik hem 'n briefie van véértig gulde gaf om af te +houwe. Maar 'k gaf 'm 'n kwàrtje fooi. Toen bedankte 'k 'm, dat ie +me voor de rechtbank nie bezwaard had!" + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + + +Alsof hij 't las uit een verrajers-roman in afleveringen, vertelde +Racier dag aan dag voort van wat zijn groteske verbeelding over +z'n armzalige zwerversbestaan fantaseerde. En de schilder liet hem +ongestoord begaan, om dien raren waan te zien blozen in z'n fanatieken +kop, z'n oogen vonkelend van extase. Want zoodra hij 'm, voor een +detail, vroeg om 's even z'n mond te houden, verslapte dat gezicht zoo +moe, en staarde de stumperd zoo wezenloos suf voor zich heen, dat alle +leven eruit scheen. Hij was een geboren comediant, zag de wereld als +een schouwtooneel voor draken. Zijn bestaan was een eindelooze reeks +van burleske creaties, melodramatische rollen, bonte vertooningen +van voorname personages, zooals hij zich die in zijn bekrompenheid +voorstelde. En, fantast als hij was, geloofde hij oprecht wat hij +speelde; zag hij het leven om zich heen door denzelfden waan. Tot ie +dan telkens weer opgepakt werd, en in de gevangenis voortwarde aan de +bitterste medidaties over miskenning en onrecht, hem aangedaan door +de kleinzielige, baatzuchtige wereld. Stormen van felle opstandigheid +wisselden met stilten van filosofisch-geláten martelaarschap. En +langzaam aan vormde zich dan in z'n ziekelijk overspannen brein weer +een ander ridderlijk plan, om uit te dolen, zoodra hij ontslagen +zou zijn. Dan fleurde de poovere sire weer heelemaal op in zijn cel, +kwam z'n versukkelde lichaam fier overeind, en de oraties, die hij +hield tegen gevangenbewaarders en andere bezoekers, verliepen in de +bizarste aberraties, op een niet te stelpen woordenstroom. + +Straks ging het scherm weer op en zou hij in de comédie humaine +z'n sterreloop voortzetten ... Want hij was immers de verhevendste +kunstenaar, de universeelste geleerde, de messias van het atheïsme, de +edelste mensch naar karakter en afkomst. Nu zou hij daden verrichten, +die over heel de wereld den naam van Racier beroemd zouden maken; +en lukte 't niet in het goede ... dan maar in het kwaad! Duizelig van +exaltatie waggelde hij de gevangenispoort uit, zag hij zich op straat +verdachtelijk nagekeken om z'n verschooierde plunje, dat de haat tegen +"'t rijke tuig" 'm razend maakte. + +Maar z'n afgetobde kop, en z'n ziekelijke lijf waren te zwak om +feiten te plegen. De wraak bleef bij woorden, woorden van afkeer, +van minachting, èn zelf-adoratie. En om z'n ellendige sjofele +slaapstee-bestaan te zien in een gulden schijn, om zelf weer durf te +krijgen, z'n machteloosheid aan te vuren tot een roes van grootheid, +zette hij 't telkens die eerste dagen en nachten op een drinken. + +"'k Was als 'n leeuw--de koning der dieren--die van de ketting +afkwam. Met één slag van me klauw ha'k al dat kleine gebroed nou kapot +wille slaan; me dàn weer wille vertoone in al me majesteit. Maar ze +hadde me lam gesuft in die kooi. En dat maakte me zóó zenewachtig, +da'k met me eige geen raad wist ... 'k Had aan Hare Majesteit de +geëerbiedigde Koningin wille schrijve ... enne ... an Napoléon, om die +nobele held bij te staan met raad ende daad. Maar 'k was niet in staat +'n pen in me vingers te houwe, zoo af en moei en ellendig as 'k was. 'k +Wou alles, 't grooste, 't beste, zoo nobel as 't niet bestaat ... maar +'k kon niks, niks en 'k had niet de noodige kappitale. Daardoor ben +'k toen an de alkohol verslaafd, heb ik jenever gezope, dat de luize +op me kop begonne te danse ... Om 't goeie, 't groosche tot stand te +brenge door die alkeholische krachte, die 'k zelf nie meer had. Mooie +werreke voor de menschwaardigheid van 't heele uitspansel zou 't weze +... want 'k heb an geen verrajers borste gezoge ... + +"En toe ... toe kocht ik voor de laatste cente van me uitgangskast +weer 'n ander toilet--da's juist je rol: de kostuum--en 'k bestelde +een colbert anglais, chutte-perge laarze, 'n rubenshoed met 'n bruine +demi èn fantesie-lorgnet. Daar rees ik mee na Utrecht, per rijtuig +van twee arabiër vosse ... zweetvosse ... getrokke. En 'k liet me +brenge na 't hôtel-restaurant Pays-Bas, waar 'k volges de etiquette +me koesier weer laat betale. Want ik ben nou de baron van X. tot IJ., +gepensionneerd luitenant-k'rnel van 't Nederlandsch-Indische leger, +waaronder 'k een jaar en drie maande as keloniaal heb gediend, toe 'k +door Zemajesteit Koning Willem III wier gepardeneerd van de strop en +gepardeneerd van de kogel voor vijf jare detentie. Dáárvan wist ik nou +dus al die generaals-etekette, en heb ik daar drie weke in dat logement +gelogeerd en aszoodanig gegete en gedronke en vertering gemaakt voor +drie honderd en zes en tàchetig gulde zeventien cente. Hetgeen 'k +zou betale as 'k mijn pensioen ontvangde. Wat zij respecteerde. Want +'k had me daar nageschore, nagemaakt met 'n pruik, snorre en baarde +en die betreffede poltieke costuum met fantasieketting, om rede, a'k +'n rol speel, 'k de persoon in kwestie eerst bestudeer, zooda'k d'r +sprekend op lekent. Waarop er niet de minste twijfel bestaan kòn, +en ondergeteekende een behandeling genoot eerste klas. + +"Om an de noodige kappitale te gerake, vroeg ik dagelijks in de +vreemde tale het adresboek, waar 'k in naploos de name die 'k wel kon +met familiebetrekkinge onder 't leger in de Oost, waarop ik receptie +anvroeg, èn ontving, en de tijdinge over d'r lui anverwante deelachtig +maakte an die persone, waarop ik de noodige gelde leende om nooit werom +te geve ... (Bij 't groote kappitaal netuurlijk, da's me hekel!) en +op zoo'n voet op hooge schaal zware verteringe miek ... 'n enkele keer +ook in de groote cafés waar de Figaro leit ... enne le Petit Journal, +omdat dat me moerstaal is ... + +"Nou mot je uit die etiquettes van dat leger wete, dat je van +begin-soldaat tot an adjudant-onderofficier je pesioen mag hale vier +maal in 't jaar, op de 15e; en boven die rang op de 16e, 17e en 18e +April, Juli, October en Janewari. + +"Dit wetende, zou mijn pesioen ontvange worde op de achttiende, om rede +ik de zeventiende per noorderzon na Alkmaar vertrok, waarop ik séance +tenante gearresteerd werd, en zoo wier ik weer korrepus dilikt. Ze +vroege vijf jare, maar 't wiere d'r twee, die 'k uit heb gedaan in +Scheveninge, want daar ben 'k graag, zooda' 'k er altijd om vraagt. 't +Is daar stilder en as je over je koekoek kan kijke hoor je de zee, +en 't is er beter van verdienste. Me nummer van cel was B 154, waar +'k zevehonderd dertig dage deurbracht na aftrek van me prevetieve; +'t benne vier en twintig maande ... en honderd vier weke ... + +"Da' beviel me wel niet als te best, want 'k ben ook wel liever in 't +Bible Hôtel, maar 'k kan me in elk lot schikke, van wie wat verdient, +dat ie ook wat mot hebbe. 't Volk hebbe de wette gemaakt, en daarna +mot de misdadiger behandeld worde. Dit alles is de schuld van de +maatschappij en 't hooge kappitaal die mijn an me lot overlaat. + +"A'k 't allegaar opskreef wier da' boek zóó dik ... 'k heb er nooit +geen menuut spijt van, want as er 'n hond tege 'n muur ze pootje +licht, heffe d'r veertig d'r poot op en doene 't allemaal ... Helaas, +'k wil zoo goed. Me gedrag bleek immers in de gevangenis, maar daar +gavve ze me te vrete. En 'k heb in de cel nog nooit geen straf gehad, +as voor 'n pruimpie tabak. Om rede ik er nooit met de kelégaas muurtje +heb getikt, want ik wou er niet bij name bekend weze. Maar nou ben +'k deur de wol heen, en toe was ik nog erg da 'k mijn schaamde. + +"'k Heb 'r matjes geweve, om voor de rijkdom d'r deure te legge, +en met zuinig te weze, zonder de cantine op te geve--ik kon voor me +ziekte geen tarwebrood bekomme, omdat 't een civiele dokter is, en +die ken je niks wijs make--maar zoo verdiende ik een en veertig gulde. + +"Daar kocht ik bij me ontslag een paar schamele kleere voor, en twintig +gulde galanterieë: gare, band, zeep, postpapier en zakkammetjes. Want +van 'n stijselkissie had 'k 'n marsie met laadjes gemaakt en die ware +niet eens vol; voor twintig gulde hè je ommers zooveel niet. En je +mot er netuurlijk minstens de helft op verdiene. + +"Met lak had 'k dat marsie zwart gemaakt, en voorzien van kopere +spijkertjes met me naam: Jean Charles Racier voluit. Maar vóór op de +kist sting met groote letters: + +"WAT IS EEN MENSCH EN WAARTOE IS EEN MENSCH GEBORE". + +"Zoo ging 'k van de Haag over Leie en Haarlem an de huize bij 't +kappitaal. En dan vroege ze wat dat woord beteekent. Kwam 'k nou +bij geloofsgenoote--'k ben atheïst en beweert dusdanig dat alles uit +de Natuur voorkomt en wij afstammelinge benne van de arraroetangs; +da's me leer en gaan 'k niet af ook--zie je, bij geloofsgenoote miek +'k dan wel 's goeie zake. Maar voor de tweede keer ben ze niet thuis, +en hiet 't: daar hei je die vervelende vent weer. En wie dat woord op +me kissie niet verstonde, werd ondergeteekende bij de deur verwijderd. + +"Wat zoo overdag verkocht was, werd 's aves bij de grossier +angevuld. En vente is me lust en me leve, want huur ik drie maande +'n wage met negocie, dan is tie mijn. Maar ze storte me liever de +afgrond in, dan dat ze me de brug overhelpe. Die persoon die dat +doet, za'k dankbaarder weze dan me eige broer. Maar 't kan me nie +meer schele ook en 'k wor d'r onverschillig over. + +"Daar had je Dr. X, christelijk afschaffer en vegetariër. Bel 'k +ook an de deur. Roept de meid: "mevrouw, kom nou toch 's kijke, +daar staat dat en dat op die man z'n kist." Geeft de mevrouw mijn +receptie in die gehoorzaal, en vraagt mijn wat dat beteekende. Maar +ik zag er de Bijbel op tafel legge, en zeg: "Mevrouw, da' kan 'k uwe +op hede nie vertelle",--angezien ik zag waar ik was. "Maar wat doet +meneer?"--"Professor in de godgeleerdheid." + +"Daar kreeg ik toen kennis an. As ik bij mijn idees as atheïst +bleef--zei die hooggeleerde--zou 'k 25, 30, 40 jaar in de gevangenis +motte verblijve. En die knul het 'n voorzeggende geest gehad. Overal +waar ik kom, wordt brood gebakke, maar voor mijn is t'r geen boo'schap +bij. Wat 'n mensch opgelege is, dat ontgaat 'm niet. Mijn mama, +die edele vrouwe, zei altijd: As je voor 'n kwartje gebore ben, +krijg je nooit dertig cente ..." + + + + + + +HOOFDSTUK V. + + +Inmiddels was 't schilderij afgekomen en Racier weer in zijn gedalleste +wereldje verdoold. Maar mijn herinnering aan den Don Quichottigen +schooier bleek heel sterk, zóó, dat toen ik tijden later in Amsterdam +familiaar werd aangefloten en niemand minder dan den hoogmoedigen +zwerver wenkend achter mij zag--de eerste schrik aanstonds oversloeg +in een onbedwingbaren lach. + +Maar hij nam 't me niet kwalijk. Fier stond hij hoog boven mij uit, +de lange kerel in den zwier van z'n verschooierde plunje. De trouwe +dallesdekker, afgelegde ulster, die hij eens alsof 't een koningsmantel +was, gracelijk van mij had aanvaard, hing nog altijd te wijd van +z'n schouders af, en eenigszins opzichtig hield hij daaronderuit de +fluweelen broek om z'n magere beenen te kijk. Zijn fanatieke gezicht +was overschaduwd door den neergeslagen rand van een slap vilthoedje, +dat ik ook nog wel meende te herkennen. Maar z'n rossige puntbaard +was afgeschoren in de gevangenis, waar hij, naar ik later vernam, +weer kortelings ontslagen was, na er opnieuw een oplichterijtje te +hebben uitgezeten. + +"Nou"--zei ie wijsgeerig gelaten--"as je straks klaar ben met lache +... Zie je, jij meent 't nie' kwaad, en je ben geen verrajer ... As je +'n gesjochte jonge an de galg wou helpe kon je anders je testament +ook wel make ... Hoe gaat 't overigens met de kunstschilder, me +kameraad? Al nie veel beter vak om alle dag van te ete dan boef, +hè, die kunst? Maar zoo gedallest as ik ben ... niet om 't een of +'t andere, hoor, want leene doe 'k nooit van 'n ami-intime ... 't +Eenigste is, as je knap angekleed ben krijg je nog wel 'n goeie +revolver, maar ons schorem geve ze 'n ding dat niet afgaat ... As je +mijn maar begrijpt ..." + +Nu ben ik uit den aard van mijn connecties niet wat men noemt +"groosch". Maar, eerlijk gezegd, vond ik Racier, zooals die +er nu uitzag, toch wel 'n èrg opzichtigen schooier voor een +vertrouwelijk gesprek, staande in de pantoffelparade midden op de +Leidschestraat. Want we hadden natuurlijk dadelijk een belangstellend +publiekje om ons heen gekregen, en op een paar pas afstand had zich +ook reeds een dienstijverige diender gepoot, wat aan de ontmoeting +min of meer het intieme karakter benam. Dus stelde ik Racier voor +om wat op te kuieren en zoo argeloos mogelijk leidde ik hem toen +de eerste de beste dwarsstraat mee in, waar hij mij weldra in een +gezelligen schaftkelder de eer van een hartig maal wilde aandoen. Want +de kerel zag er schrikkelijk verhongerd uit. En toen, in die voldane +na-den-eten-stemming, is zijn verbeelding weer aanstonds vaardig +geworden, en heeft hij mij de stoutste variaties op zijn sjofele +leven verder zitten vóórfantaseeren tot eigen oprechte ontroering. + +Hij was nu heel week, de stumperige held, al hadden we heusch niets +dan stikke-koffie gedronken. "As je me hart door kon snije"--zei hij +met bevende lippen--"zou je zien hoe edel 't is. En ik zweer je, wáár +ik tot me dood toe ook ben in de wereld: in Londen, Parijs of Monaco +... of weer in de lik!... jij krijgt me correspondentie. Me mama en +papa zijn tòch ommers dood. En wat mijn zwager voor een cadet is, za +'k je late leze"... + +Toen morrelde hij uit een versleten zakportefeuille met veel vergeelde +paperassen twee brieven te voorschijn ... "Mot je op je gemak bij +gaan zitte, en je verstand bij gebruike." + +Ik las halfluid, en hij luisterde gretig mee: + + +"Zwager Racier in de gevangenis te X. + +"Vernemend, dat ge alweer waart, waar ge als man van Jaren niet +meer had moeten komen, deed mij geen plijzier. Ge weet wie ik ben, +en jij kunt toch nooit niet zeggen: Charles heeft mij slechte raad +gegeven. Daar ik je al van jongeling zijnde heb leeren kennen. Gij +waart toen 18 Jaren oud, dus circa 38 Jaar geleden. Waar is de tijd na +toe gevlogen wanneer wij zoo eens evetjes achter ons zien, is het maar +een schim. Wij hebben allen onze weg gegaan. Zoo we het beste dachten, +naar ons eigen goeddunken, gij de uwe, ik de mijne, veel ondervonden, +voor en tegenspoed, elk op zijne weg. + +"Het doet mij leed dat ik niet mag schrijven op het adres zooals het +zou moeten zijn, maar het is niet anders, en zoo ik verder verneem +uit uw schrijven zijt ge het einde nabij ..." + + +"Wat?"--viel ik uit--"ben je zoo ziek geweest, Racier?" + +Heel even kwam een rose blosje in z'n wangen op. Toen beheerschte +hij zich weer, en zei: "Zoo sterk as 'n peerd, man!... Nou, hoe vin +je die rol?" + +"Had je dan aan je zwager geschreven, dat je ziek was?" + +"Natuurlijk wel, toe 'k me verveelde, en wel 's graag een lettre +intime wou ontvangen ... Lees nou maar voort ..." + + +"... en zoo ik verder verneem uit uw schrijven, zijt ge +het einde nabij, en hebt ge u met God verzoend ..." + + +"Wàààt?... En je was zoo'n verstokt atheïst?" + +"Nogal glad, hè ... Toe de domenee bij mijn wou komme in me cel, heb +ik 'm er met dat driepikkertje, dat krukkie, weer uitgetimmerd. Maar +de natuur, die anbid ik, en as 't dondert en bliksemt ga ik 't liefst +over me koekoek hange om uit te kijke ... Hoe vin je nou die rol, da +'k allemaal an me zwager had geschreve?" + + + "... zijt ge het einde nabij, en hebt ge u met God verzoend, ik + hoop en wensch dat ge ditmaal de waarheid schrijft, en nu zoudt ge + u ook met ons willen verzoenen, ik weet niet wat ge daarmee bedoelt + of zeggen wil. Wij uwe zuster en ik hebbe nooit eenige haat tegen + je gekoesterd, als alleenlijk dat dat wij altijd op afstand moesten + houden, omdat ge het er naar maakte, is het zoo niet? Dat is het + eenige uitsluitsel wat wij tegenover uw gemaakt hebben, voor zoover + als wij weten, anders hebben wij ons niet te verontschuldigen + en nu in de hoop dat gij het tijdelijke met het eeuwige denkt te + gaan verwisselen, wenschen wij uw niets meer of niets minder, dat + je de oogen in vrede mag sluiten, en aan moogt zitten gelijk de + moordenaar aan 't kruis op Golgotha aan de Regterhand van Hem, die + geeft en neemt naar Zijn eeuwig welbehagen. Dit zij onze laatste + bede voor uw, zuchtende ongelukkige van dit wereldrond. Van uwe + nog tot heden toe liefhebbende zwager en zuster Charles en Marie." + + +Toen ik opkeek zag ik Racier voorovergebogen zitten; dikke tranen +gleden langs zijn bleeke gezicht. + +"Is het toch niet diep treurig"--snikte hij ineens uit--"dat 'n mensch +zoo van de eene misdaad in de andere valt, en in 't spinhuis lag te +sterve, zonder vader of moeder?... Op me bloote knieë heb ik gelege +voor God's troon, en met opgeheve arme gebede: Heere vergeef 't hem +...!" Maar toen zag hij mijn verbaasde gezicht en verbouwereerd brak +hij af: "Jij bent óók link .... Jij denkt: daar laat ie 'n steek valle, +die verstokte atheïst ... Zie je, 'k vergeet telkens dat wij vrinde +zijn, en da 'k voor jou niet me mooiste hoef voor te doen ... Lees +nou maar verder, want er staat nog meer in: over me nà-latenschap ..." + +Inderdaad, in een post-scriptum heette 't onder meer: + + + "Ge hebt ook gevraagd, waar het adres van uw nicht Dora is, voor + het erfdeel. Ik zal dit opgeven, maar heb vooreerst daar nog iets + over te zeggen, en dat is dit dat Dora niet je eenigste Nicht + is, er zijn er nog, heb je daar nog wel eens over nagedacht dat + de andere neven en nichten even na zijn, en je anders Jalousie + verwekt, dat moogt ge ook niet doen. En nu Basta hier over, en + nu wij hebben je nooit kwaad gewild, dat het gelukkig zou zijn + dat je bij den Heer zou zijn." + + +"Lees maar voort"--viel de vagebond aanstonds in, om geen verderen +uitleg te hoeven geven--"lees maar eerst voort, dien tweeden brief, +en zeg me dan hoe ie is, die rol met me zwager?"-- + + + "Zwager Jors! + + "Uw laatste schrijven heb ik en de mijne in gezondheid ontvange, + en daarmede vernome, als dat ge weer in de ziekenzaal ligt, zooals + ge zegt, en met een bloedspuwing en daarbij een dubbele breuk, dus + Jors, zijt ge nu voor altijd, als dat waar is, zoo lang ge nog te + leve hebt, een man die niet veel meer in de pot te brokkelen hebt, + wanneer je nog eens op vrije voeten moogt komen, want dan hebt ge + geen krachten meer zooals een gewoon mensch die niets mankeert, + want alles is dadelijk boven uwe magt. Ik schrijf dit zoo om rede + ik weet met wie ik te doen heb, omdat ge me altijd schrijft dat ge + zoo weinig schrijven van ons ontvangt, en ge al de brieven, die ik + u toegezonden heb, altijd heb ontvangen. Dit weet ik van den Heer + Directeur, die mij, nadat ik hem geschreven had, mij ten antwoord + gaf, dat ge niet op sterven lag maar zeer gezond was, wat nu ook + wel het geval zal zijn, en altijd uwe brieven gehad heeft. Maar + ge begrijpt toch ook zeer goed, dat ik op al de flauwe praatjes, + die er in uw schrijven voortkomen, geen antwoord op kan geven, + daar het mij in 't geheel niet raakt, en ik nog zoo nu en dan de + pen eens op neem om je te antwoorden. Je eigen broer laat zelfs + niets van zich hooren. En dat Dora niet antwoord over de erfenis, + die voor haar is, begrijp ik; die moet alles gestopt houden voor + man en kinders, want die worden ook al groot vergeet dat niet. En + dan nog zoo het een en ander ook over den predikant, die uw komt + bezoeken, zooals ge zegt, en u veel troost in sterven geeft, en + dat die gezegd heeft, dat hij op 40 jaren Predikant te zijn, nog + nooit zulke hartvochtige menschen had ontmoet als wij door niet + altijd te antwoorden. Maar hebt ge ook wel aan dien Eerwaarde al + verteld, wat ge in die 38 jaar die ik u ken, al uitgevoerd hebt ten + nadeele uwer overledene ouders en te meer nog uwer Moeder. Maar + ik geloof dat de Predikant niet beter weet of ge zijt nog maar + voor de eerste keer daar en dan kan ik aannemen dat hij alzoo + spreekt en nu Basta hierover. En wil je me nu nog schrijven dat + is goed maar verwacht niet meer dan 2 per jaar, die ik dan zal + beantwoorden. Dat is correspondentie genoeg tusschen ons en u, + dan weet ge toch zoo nu en dan hoe het ons gesteld is en wij + weten dan meteen dat Jors nog leeft ja of Neen en waar hij zich + bevind. En eindig nu na uw ook vast een goed jaar 1908 te hebben + toegewenscht. Van geluk zal ik maar niet spreken, en wensch uw + niets anders dan een goed jaar in de omstandigheden waarin ge u + bevindt en teeken mij nu als altijd na groete van je zuster als + ook van mijn + + "Uw zwager Charles en Marie." + + +Maar Racier liet geen tijd om verder over die brieven te +praten. Zenuwachtig joeg ie door met allerlei verwarde verhalen: + +"Zoo generaal, hoe gaat 't met 't leven?" had gisteren immers nog +een van de grootste inbrekers 'm aangeklampt. "Zaggies an"--had ie +geantwoord--"maar bang nog niet voor de duivel."--"Mot je driemaal +tikke"--had die ander gezeid. En zoo had ie 'm 't adres opgegeven van +de dievensociëteit. "Hoef jij niet te zoeke"--keek de vagebond mij +aan met dédain--"want dat vind je nooit as ordentelijk mensch. Toch +kan je d'r dag en nacht van voren en van achteren in. Drie maal +tikke. Vraagt zoo'n portier: "Kom jij pas uit de bajes, da'k jou +nog nie kan?" Laat ik effe drie ontslagbrieve zien. Drie trappe af, +loopt 't zoo deur onder de grond en van 's avonds tot 's morgens komt +'t volk er binnen, zoowel van die vrouwen, die op de baan loope, +as manne, die met de vijf ons kanne werke. + +"De waardin is 'n weduwsvrouw, met een paar bootwerkers an +de hand. Die zegt tegen mijn: "Wat ben jij voor 'n vent?" "'n +Middelburger"--antwoord ik droog, en zij begrijpt mijn. Maar meteen +vraag ik: "Zeg vrouw, wat kost hier dat slape?"--"'n Maffie. Maar +mot jij niet ete?"--"Ete"--zeg ik--"da's werk voor 't groote +kappitaal."--"Nou maar"--zeit zij--"dat gáát hier zoo niet; d'r mag +hier niemand zonder ete na bed!"--"En 't lood dan?"--"Komt morge +terecht; je durft toch ook wel 'n vinkie te lichte?"--Mot je zoo'n +ouwe gepensionneerde hebbe as ik. + +"Zie je, as je maar mee kan prate in een elk z'n taal en z'n zede, +dan ben je in zu'k gezelschap ook gauw genog in. En as je nou lef +heb, dan leg je twee kwartjes op tafel, en zeg je: "nou, mensch, +da's nou me heele kappitaal, zal me maar opmake same"... Zegge zij: +da's een toffe sjlemiel ... + +"Je mot je immers in alle kringe kanne bewege! Zet mijn met een amazone +te paard, of bij de duurste dames van dat vermaak an de tafel ... table +d'hôte à prix fixe, vin de champagne demi-sec y compris ... en m'n +aard van huis uit as zijnde le chevalier de Racier zal da'lijk weer +bove komme. Maar daar raak je de teere snaar van wijle Papa en Mama, +en 't ouderlijk 'uis chez nous à Paris, da'k nog altijd die "hache" +niet uit kan spreke ... Want we woonde immers Boulevard des Italiens, +quatre vingt dix, en as kind al speelde ik achter die Bastille ... + +"La' me die bolleboffin nou nog 'n kom zweet commedeere, dan za +'k je dat allegaar haarfijn vertelle ..." + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + + +En de vagebond vertelde met die schor-verschooiërde stem: + +"Het huis an de Boulevard des Italiens numéro quat' vingt +dix, waar papa en mama woonde met mijn, had natuurlijk zeve +verdiepinge. Rez-de-chaussée woonde een coiffeur pour dames ... de +premier ordre; op de tweede étage le président général van de Banque +... eh ... de l'Europe, en op de derde woonde papa. Je begrijpt, zoo'n +huis van zeve verdiepinge, heelemaal van 't duurste blauwe hardsteen +gebouwd, met ... marmel ingeleid èn graniet, en alles ... satijnhout +van binne, dat was papa en mama te hol om alleenig in te wone, +en dus voor de gezelligheid nam ze daar die andere amis bij in: le +coiffeur-en-chef, le président supérieur, en al die verdere vrinden +van de hoogste aristocratie van papa ... Zoo wàs mon père noble! + +"Ik ga tòch nog 's kijke in Parijs of dat ouderhuis er nog staat, +waar mijn dierbaarste kinderjare in zijn verslete ... Maar dan gaan +ik vermomd, want as ik er kom, word ik opgepakt, en daar ben ik te +dom voor. Zoodra ik om reisgeld telegrafeer, heb ik 't netuurlijk +meteen. Na' Londòn óók, maar dan neem 'k me route over Harlinge met +de koeieboot, om op 't vee te passe, want dan bè je voor ... vijf en +twintig stuivers over ..." + +"En hoe vermom je je dan, Racier?"--kwam ik 'm in 't gevlei. + +"Wel, dan gaan ik eerst na onze residentieplaas, het vorstelijk +'s Gravenhage--daar haal ik altijd mijn geest vandaan--en kijk +precies na 't model van die generaals, die je daar uitgemonsterd ziet +rondloope. Zoo heb ik daar direct de maat van, en koop me een dolman, +rijbroek èn twee pantalons, beneves de kaplaarze. Om geen argwaan te +koestere, doen ik die inkoope te ... Leischendam. Maar de garniture +en goude kraag met passende vangsnoere koop ik in de Haag, alsmede +de roode bieze voor in de pantalon. Natuurlijk gaan 'k in een ander +magasin royal voor die pet met breede goude rand en een hoed met pluim +voor grand tenu. Met de ridderordes en Kraton-medaille, expeditiekruize +met twéé gepse, zal ik netuurlijk veel moeite hebbe, maar daar word ik +an geholpe door tusschekomst van een vierde persoon te ... Rotterdam." + +"Natuurlijk!--Maar vertel nu eens eerst verder van je kinderjaren in +'t ouderlijk huis ..." + +"Dat was netuurlijk allemaal speciaal eerste klas gemeubileerd +... alles rood fluweel ... couleur de rose, met een vleugelpiano, want +papa was de grooste liefhebber van de muziek, ameublement d'acajou, +gróóte canapé en de duurste schilderije van De Ruyter ..." + +"De Ruyter?" + +"Ja, waar verleê jaar immers nog al die feeste voor benne gevierd, +toen ik in de lik zat;--daar had papa ... laa's zien, drie in 't +salon, en drie in de huiskamer, en twee in de spreekkamer, en in de +slaapkamers, de rookkamers, de salle à manger ..." + +"De badkamer?" + +"Zjuust, en, om kort te gaan, in alle compartimente had papa natuurlijk +die schilderije late ophange van ... hoe heet die knul nou ook weer +dat ze zonge? 'k Kon er die nachte in me cel nie eens van slape +... De Ruyter, De Ruyter-kilekile?--Lammeling, om 'n arme gevangene +nog wakker te houwe ..." + +"Racier--nou ben je toch leelijk aan 't warren. Bedoel je misschien +... Rembrandt?" + +"Kilekile!! 't Was om stapelgek van te worde,"--vloog ie +rood-aangeschoten op--"want 'k sliep tòch zoo beroerd, en net effe +was je dan ingedommeld, of je schrok al weer wakker van dat getreiter +... En dan netuurlijk aldoor droome van pa's schilderije, waar die +De Ruy ..., Rembrandt-kile, wil 'k zegge, de schoonste vrouwe op had +uitgeschilderd. Want die Vrouwe ben natuurlijk de hoogste natuur; +voor mijn ook ... Heb ik van kind af respect voor gehad. Net as +papa. Die hieuw kolossaal van mama ... + +"Mama was vanzelfs een ... Spaansche, beeldschoon, en in 't hôtel de +Belvédère, waar zij rees met haar familie en dat bediende-personeel, +had papa haar gezien. Sting immédiatement in vuur en vlam, en twee jaar +daarna heeft ie ma geschaakt ... uit Madrid. Zij was ommers Roomsch, +en hij van 't protestansche gloof. Maar behalve de Heilige Maagd, ging +dat best same. En wij, me broer en me zuster en ik, wiere geloovig +opgevoed, van bidde voor en na 't ete, met 't Onze Vader, en as we +na bed ginge, wij kinderen, altijd 'n Wees gegroetje op z'n Fransch. + +"Maar op school, in me kinderjare, was ik 'n ondeugende bliksem, 'k +Voerde bar veel kattekwaad uit, en as 'k een dooie hond ving, bond ik +'m subbiet 'n touwtje om z'n nek en hing 'm an de bel bij de meester. + +"Daarom most ik van school. En toe' zei papa: "die jonge van mijn zal +'k late studeere", wat ik ook deed tot me achttiende jaar in de rechte +... van 't Chineesche rijk! Maar daardoor wier ik natuurlijk niet +langer kerksch.--Nee, da' begrijp je, want die boeke brachte mijn op +een dwaalspoor. Toch heb ik mij nooit afgegeve met vreemde meisies, +of ook soms Koning Alcohol gediend. Want 's avonds zat ik altijd in +de Opera, voor huit sous, omda' 'k zoo'n gróót demecraat was, en as +'k thuis kwam om 12 uur lagge papa en mama al ter ruste, zoodat mijn +geachte ouders hiervan nooit niks hadden bespeurd. + +"Toch had ik daar netuurlijk in die Chineesche rechte verders geen +zin, door de zwendelderij die ik in de wereld had ontmoet, en ben +'k heengegaan uit de academie na 't kantoor van ... Rothschild. + +"Toe kwam ommers die Fransch-Duitsche oorlog. Nou, papa die kapitein +van de garde nationale de Paris was, trok meteen z'n pakkie as kaptein +uit en bedankte, want die zag ook de zwendelderij en wou z'n eige +niet late omkoope as moordenaar, hoe 'n erge tegenstander ie ook was +van Duitschland. Maar edel boven al. + +"Daarom hebbe papa en ik same natuurlijk Napoléon op de vlucht gejaagd, +en daar heb ik nooit spijt van gehad ... Nee, waarachtig niet! Zoo'n +doerak. + +"Voor die grappemakerij van de Commune vergaderde wijlie as +samenzweerder op allerlei plaasse van de Rue St. Honoré, Rue Valmi, +Rue St. Laurent, en bij papa. 't Ware 82 mannen en 14 vrouwen. En +die de lont angestoke heeft bij de Tour Vendôme, was een zekere +Sandant, later gewichtewerker, same met zijn ami intime Rollin, +"Hercule du monde". Teminste: dat leert de geschiedenis zoo, maar die +wete natuurlijk niet dat ik die Rollin was, hercule du monde,--zal +je later beter verstaan. + +"'t Gebeurde, zooals je weet oppe ... 13 September '68! Toen kwame +wij tussche tiene en elve op de Place de la Bastille same; ik stong +naast pa en tusschen 1 en 2 hebbe ze 'm de lucht in geblaze ... Jò, +wat 'n knal. Da' was vuurwerk! En 'k wou dat alle millionnairs met +die rot-automobiele van de wereld d'r in hadde gezete. Want daar +heb 'k toch zóó 't smoor an, dat 'k er niet van ken slape!... En 'k +hing! Om kort te gaan, nou most ik op de vlucht. Weg van mijn dierbare +ouders en uit mijn geliefde vaderstad Parijs, want 't uur der wrake +was geslage. Waar papa toe' gevloge is, heb ik nooit an de weet kenne +komme, maar mama met me zuster Elizabeth zijn alleen thuis gebleve. + +"Wij gingen te voet over St. Denis na Brussel. Sandant as +gewichtewerker, waar ie an de honderdponders voor was geholpe, maar +in andere kleere die zijn vrouw hem immédiatement had meegegeve, +en ikke als Rollin, hercule du monde. De eerste nacht sliepe we al +bij een boer, diep in 't veld, onder de bloote hemel; daar stuurde +ma mijn die passende vrouwekleere na, met de boôschap, da 'k nou +ook me baard af most schere. Toe was ik 22 jare oud en had 50 frank +op zak. We reze ook nog in de trein, maar te voet ginge we over de +Belgische grenze, anders ware we natuurlijk gesignaleerd. + +"Mot je goed verstaan. Me hart trok na Holland, na Sluis as je weet, +om rede ik daar in 't jaar 1877 was gebore, toen me ouwelui een +rondreis maakte na Oostende, en mama in Sluis de kraam van mijn uit +ging legge. Maar daarna namme ze mijn netuurlijk as echtelijk kind +zijnde,--bébé juridique--mee na Parijs. + +"Van daar dat 't bloed weer na Zeeland trok, en ik netuurlijk die +Hollansche taal ook met de moedermelk had ingezoge. Ik liep dus van +Antwerpe over Oude God na Breda. Toe sprak ik nog. Maar in Dordt ware +me cente op, en nog altijd ter spraak, heb ik voor 't eerst van me +leve op koste van de politie geslape in 't Logement de Drie Krone in +de Wijnstraat. Die commissaris had dus medelije met mijn, en gaf me +een kaartje voor de boot na Middelburg. Op die overtocht dacht ik: +"as ik me stom houw, zal ik willicht de liefdadigheid opwekke van de +mensche." Dus ik bestudeer die eerste rol, en in de Winterstraat op +'t hoekie van 't Waaigat in dat logement van Tazelaar, voorheen Van +Zwijneren, hieuw ondergeteekende zich of hij niet kon spreke. Toe zeit +die vrouw: "Je mot mejelij hebbe met zoo'n man, want hij kan spreke +nòch verstaan. Leg die man bove as alle mensche in bed legge, in die +krip onder 't raam." Dat gebeurt. Maar in die linksche be'stee sliep +me aanstaande vrou, Carline Borin. Daar krijg ik kennis an, hoewel +ik geen geluid gaf. "Wat zal God nou geve?"--zeit zij nog. Maar +'t was vlak bove de be'stee van vrouw Tazelaar. Die hoort dat, +en zeit midde in de nacht tege mijn: "nou mot je eruit." Ik klee +me an, en schrijf op me leitje: "Waar zij gaat, gaan ik mee." "Pas +op"--zeit vrouw Tazelaar--"want die meid denkt zeker dat jij geld +heb." "Nee"--zeit Carline--"ik zal zoolang jij stom en doof blijft +die kost voor jou verdiene, want je ben een knap manspersoon ... al +most ik ook an de huize anbelle ..." + +"Nou, 'k ben vier jaar met Carline geweest, want ze was 'n beeldschoone +vrouw, maar dat mensch het nooit me stem gehoord. As doofstomme trok +ik met haar langs de weg om eerlijk ons brood te verdiene: marchant +ambulant ... Ze heeft me vier zone geschonke!" + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + + +Onder het vertellen door was Racier nu stil bedroefd geworden,--z'n +gezicht zoo zwakjes bleek en weggetrokken; en z'n oogen zagen rood +van 't verknepen schreien. Uit z'n fanatieke fantasieën scheen hij +nu moe neergezakt in echt menschelijke kleingevoeligheid, de zielige +held van eigen ziekelijke verbeelding. + +Hij had toch ook zoo ziels veel van dat wijf gehouden!--brak even +z'n stem.--En nog telkens trok ze 'm. Wáár ie dan ook in de wereld +zweeft,--as 't teminste in geen cel is, dat 't verlangen na z'n +liefde in z'n hart schiet--maar dan mot en zal ie na De Haag. En +stiekum sluipt ie as 'n dief dat ongelukkige straatje in, waar d'r +man die slaapstee houdt. "As 't mooi weer is, zit ze dan nog wel +'s buite op d'r stoel, want ze is netuurlijk lam hè, zooas die vent +haar heeft mishandeld ... Dat het ze an mijn verdiend ... Wat er naast +valt is nòg zonde ... Zoo zit die haat vast ingekankerd in mijn borst +... Want as 'k 'r zie, oud en verslete met d'r verstijfde lijf, dan +zien 'k nòg in dat gezicht die trekke van mijn beeldschoone meid ... + +"Zoo'n edel vrouwmensch as Carlien toch was! De adeldom lag in d'r +heele weze; 'n gezicht, man ... blank en gaaf as van een lelie, +met zwart lang krulhaar... en 'n houding, hè ... 'n ras, niet te +dik en niet te mager ... schoon, beeldschoon... twee druppels water +'n prinses ... 'k Heb 'r nog 's op de Bosscher kermis late loope met +zoo'n orgel, op z'n Italiaansch verkleed, dat al wat man was rilde! + +"Ja, ze was 'n echte edelvrouw, toen ik in Middelburg op logement +kennis an d'r kreeg ... Ze reisde met zoo'n mandje met zeep, gare +en band, en ik as doofstomme liep netuurlijk met Brabansche kant +... Maar daar vond ze mijn veels te goed voor. "Wa's dat nou voor +'n leve voor zoo'n knappe kerel als jij ben?"--zei ze--"Gaat met mijn +same, la me 'n flinke wage met handel zien te koope, dan zal ik voor +jou óók wel spreke." + +"Dat ging zoo vier jare goed, en nooit had dat mensch mijn stem nog +gehoord. Maar toe wier me dat in ééne te mats, en vroeg ik op zekere +nacht op me vingers: "Ka' jij 'n geheim beware tot in jou graf?" + +"Misschien wel"--zeit zij--"as 'k maar eerst wist met wie ik toch +eigenlijk sprak. Want we ben nou al vier jare same, en ik heb nog +nooit 'n woord over je lippe hoore komme. Dus bijaldien je mijn dat +geheim niet zegt, wat er in jou hart leeft, dan kan je wel 's een +moord hebben gedaan, en ik leg met geen moordenaar onder één deke." + +"Toe schrijf ik op me leitje: Een moordenaar ben ik niet, maar ... uw +man Charles Edouard Racier ken spreke, en niet alleen in één, maar +in verschillende tale! + +"Nou, da' begrijp je, hoe die vrouw toe' verschoot. "Wel"--zeit +ze--"spreek dan eris." + +"En meteen komt dat eerste geluid van vier jaar over mijn mond, +en spreek ik de woorde: "Geef me me pakkie tabak eris an, da'k een +pruimpie neem!" + +"Maar dat wijf dat schrikt zoo, dat ze immédiatement van d'r zelve +leit ... angezien zij nog nooit ondergeteekende z'n lijfelijke spraak +had vernome. + +"Goed ... da's netuurlijk 'n heele heibel op zoo'n logement--we sliepe +in 't Wape van Utrecht an de Amunitiehave drie en twintig--en die +bure komme op dat gille af en brenge d'r bij. Maar zoodra die weg +benne, en we legge weer same in bed, eisch ik netuurlijk van haar de +verklaring bij de almachtige God--waar ondergeteekende as atheïst +zijnde voor z'n eige tòch niet an glooft--maar dat zij mijn eeuwig +trouw blijft. "Jawel"--zeit ze--"daar zal nooit geen haan na kraaie." + +"Dus toe' die morge anbrak ging ik door een valsche naam gedekt weer +uit met mijn handel, waar 't bordje op hong: "doof en stom". Ja, +netuurlijk, a'k 'n rol begin, doen 'k 'm goed, en 'k had weke dat +'t mijn vijftig gulde opbrocht ... Maar waar niet en is verliest de +keizer z'n baard. Mot je hoore: + +"Die vrouw van mijn had met 'r geheim geen rust noch duur. Daarom +kleedt ze d'r eige die eigenste morge nog erg netjes an, gaat huilende +na de commissaris toe en spreekt: "Weledelgestrenge heer, wa' ben 'k +vannacht toch geschrokke, want mijn man, die doofstom is, kan prate!" + +"Heb jij 'n boterbriefie?" vraagt hij. + +"Nee"--zeit me vrouw--"dat brengt ons mensche nooit geen geluk an." + +"Goed"--zeit die commissaris--"omdat jij dan zoo'n beeldschoone +vrouw bent za'k vanavond een rechercheur in dat nachtlogies sture, +om die zaak te bespieë." Want hij dacht: wellicht is die vrouw niet +als te wel bij haar hoofd, en dan ben d'r geen getuige ... + +"Dus: zoo gezeid zoo gedaan. Ik kom 's avens op logement werom met me +cente, weet van niks en denk: da's alles vergete en vergeve. En toe +dat afgeloopen was, heb 'k 'r in eer en deugd weer gezoend. Nou lagge +me natuurlijk met de kindere op zoo'n vijfpersoonskamer, die ik altijd +afhuurde, om alleenig te weze. Want as je daar zoo tussche de slapers +in leit, kan 'n mensch wel 's hard motte droome, en was 'k verlore +... Hoewel ondergeteekende daar ook veels te dom voor was, en nooit +in 't publiek sliep zonder knoop in z'n mond, met een lappie daarop +genaaid, da' je'm niet inslikte. Dus die volgende morge heb ik weer +gepraat, zonder erg, en wist van de prins geen kwaad. Maar die stille +klabak het dat netuurlijk bespeurd, en jawel, 'n uur later, da'k op +de Mauritskade de huize langs leur, wor 'k van die straat opgenome.-- + +"Nou schrikt ondergeteekende nooit. Maar zoodra ik gearresteerd wor, +ruik ik lont, en door me sterke zelfbeheersching weet 'k da'lijk +me rol. + +"Ze brenge me voor die commissaris, en die zeit: "Vrind, dat ziet er +niet rooskleurig voor u uit, want u kunt spreke." + +"Omdat die man geen baard draagt, kan ik an die beweginge van zijn +lippe zien wat hij zegt, want 'k ben ook doof gebore. Zoo laat ik hem +direc deur die mande valle, en schrijf op me leitje: "doof en stom." + +"Toe is daar bijgehaald een medicijnarts om dat ongeluk te +constateere. Die nam mijn mee na 't ziekehuis, maar daar wier eerst nog +een andere commissaris geroepe, die wèl een baard had, dat ik zijn mond +niet zou kenne zien. En die snijer zeit: "ik zou maar spreke, want je +eige vrouw is 't komme verklappe ..." Daar gaf 'k natuurlijk geen asem +op, was 'k te dom voor, en gaf 'm me leitje, dat ie 't maar op mos +schrijve ... "Je kunt gaan!"--zeit die dokter. Ik blijf natuurlijk, +want 'k hoor dat niet. Hij zet 't op dat leitje. As 'k de deur in me +hand heb, om de trap af te gaan, roept ie me werom ... Ik hoor niks, +ga stiekem deur. Maar op de trap schiet die man een revolver af achter +mijn; ik keerde m'n eige geen oogenblik om, gaan kalm na huis ... Ja, +mot je lef voor hebbe! Maar dat was allegaar nog kindere-spel. + +"Op logement dee 'k net of 'k wist van niks. Zij ontving me +vrindelijk. Ik gaf me geld over. Toe kon ze zich niet houwe, en vroeg +of me niks overkomme was, maar ik zeg: nee. + +"Jawel hoor, de andere dag word ik door de politie voor dat +geneeskundige onderzoek na 't ziekehuis gebracht. En zeve deskundige +profesters met dokters èn artse wachte mijn daar op. + +"Eerst wor ik spiernakend uitgekleed, en zoo in 't dooje-huisje op dat +marbel-blad gelege. Dat was de kou-proef. Ik hou me gedekt.--Toe stak +d'r een in me zevende rib met zijn lancet ... 't dee' 'n eeuwige pijn, +maar ik gaf geen teeke van spreke. + +"Maar de tweede perfester zei: "die man is doofstom, 't is werkelijk +waar, en ik zal 'm niet pijnige." De derde zeit: dito; de vierde: +dito; de vijfde: dito. Komt die zesde z'n beurt. Die zeit: "ik zal +'m toch nog 's eerst effe neme." 't Was de Judas. Hij laat me me +groote toon van me rechter voet uitsteke, en gaat daar met een naald +in staan pikke. Want zie je, dat is de zenuw die bove op je harses +correspondeert ... Maar ondergeteekende gaf geen teeke van spreke. + +"Dus ze hale dat groote document al tevoorschijn, dat alle zeve de +profesters motte onderteekene, toe de zevende uitroept: "nou zal ik +'m dan toch nog 's effetjes kwelle!" Die gelast an ze knecht: "breng +me gereedschapskist 's", en daar haalt ie een geëmailleerde pan uit +met kokende lijnolie. "Hou nou je hoofd achterover"--duwt ie mijn, +en me mond spert ie wagewijd ope. En as ik zoo leg, neemt ie een +lepel kokende lijnolie en houdt die vlak boven mijn mond. "Mot je +maar slikke,"--zeit ie. Maar ik doch': dat doet ie toch nooit. En +'n andere profester ving nog net een druppel op, die anders pardoes +in me keel was gevalle ... + +"Toe was 't dus welletjes. "Doet wat je wil met die man"--zeie ze in +'t Latijnsch tege mekaar--"maar hij is werkelijk doofstom." En de +kiste met die marteltuige konne meteen weer na huis. + +"Zoo kreeg ik mijn verklaring van zeve profesters geteekend, dat alle +gesprokene over Charles Edouard Castergoni,--zooas ik toentertijd +hiette--leuges ware, en dat patiënt waarlijk was ... sourd et +muet. Bovedien ontving ik van de deskundige as schadevergoeding de +somma van f 65, mèt een briefie door burgemeester Gevers Deynoot +eigehandig onderteekend, dat ik door heel Nederland vrij mocht vente +zonder patent, as zijnde beproefd doof èn stom. + +"Toch zei ik die zelfde nacht nog tege me wijf met me lijfelijke mond: +"jou vlieger is niet opgegaan, hè? Maar as 'k dat gat goed schoon zien, +maak ik jou kapot." + +"Helaas, zoover ben ik tot hede niet kenne komme!"... 't Was wonderlijk +zooals Racier dan, zijn roesje weldra bekoeld, met een welhaast +verlegen meewarigen glimlach mij even onderuit aan kon kijken, of ik +'t toch niet àl te schrikkelijk had opgenomen. + +"Kom"--zei hij--"'t is nacht. En as ik nou strakkies weer tussche +al die gedalleste scharrelaars leg, dan kan 'k soms nòg denke: +toch feitelijk mooi van de Natuur, dat ie zoo'n oud varke as +ondergeteekende nog weer 'n fijne dag met 'n ami-intime het vergund +.... Tabé, kameraad, jij kruipt maar weer onder de zij' in 't dons +... z'n Excellentie de Generaal begeeft zich ... over 't lijntje ..." + +En tòch klonk bij 't afscheid z'n schorre lach nog wel oolijk +ondernemend. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + + +Onze hernieuwde kennismaking in Amsterdam, waar Racier, "as Atheïst +zijnde", de "Natuur" dank voor wist, werd maanden later op minder +verrassende wijze bij mij thuis voortgezet. Op een goeden morgen +kwam de dienstbode "een echt ènge man" aandienen, die volhield +dat hij een intieme vriend van meneer zou zijn. Maar, 't was zonde +dat ze 't zei,--zóó'n schooier was er nou toch nog nooit an de deur +geweest,... wat een raar volk er tusschenbeide ook om meneer kwam. Ze +had 'm natuurlijk op stoep laten staan en inspres met de nachtknip +gesloten. Hoe ze daar nou mee an moest, met dien griezeligen kerel, die +natuurlijk den boel is op kwam nemen om vandaag of morgen in te breken? + +--Of ie geen naam had genoemd?" + +--Jawel, zooies met 'n Fransche poeha ... maar de vent keek me zoo +om te zegge verleielijk an met die glazige ooge, en dadelijk zei ie: +mejonkvrouw, uw beeldschoone trekke ben as twee droppels water 'n +prinses ... da 'k me doodschaamde voor Marie van hiernaast ... Ja, +nou nog mooier, zoo'n meid mog is denke da 'k geen duurder verkering +kon krijge, dan die ..." + +--Racier, hè? Zei ie dat niet?" + +--Wel zoowat, maar met veel meer omhaal d'r bij." + +--Charles Edouard Racier?" + +--Ja net ... 'n Echte engert, dat is tie." + +--Verzoek dan mijn vriend le chevalier Charles Edouard Racier naar +mijn kamer te komen, Rika--als je zoo vriendelijk wilt zijn. Hij +is een Fransch edelman, en alleen omdat ie zoo nederig van aard is, +schenkt hij zoo weinig zorg aan z'n toilet ..." + +Maar voor het eerst sedert de "goospenning" aarzelde onze gedienstige, +om mijn verzoek ten uitvoer te brengen. "As meneer nou soms dacht +... want zoowaar as die tuchthuisboef"--'t was nogmaals zonde dat ze +'t zei--een edelman was, was zij ... 'n ... 'n prinses! + +--Daar zag Ridder Racier je immers ook voor aan?" + +--Nou, meneer mot 't wete ... maar as 't huis in opspraak raakt in +de buurt ... enne ... ik weet wel da 'k van nou af geen nacht zonder +'t werveltje op mijn deur slaapt ... Mag 'k dan eerst de overlooper +nog effetjes legge?" + +Maar nu werd er weer gescheld. Rika schrok rood, vloog naar +beneden,--zei: 't was om de riebel te krijgen, en ik hoorde haar +roepen: "as je teminste je beene goed afveegt, want me portaal en me +trappe ben net gedaan." + +--Za 'k dan soms me schoene eerst effe uit doen, mijn lieve oogelust?" + +--'t Is al lang goed, schiet nou maar op met je smoesies." + +--'k Heb anders 't grooste respect voor zoo'n edele vrouwe ... en as +'k nog weer 's in een beter emplooy kom, stuur 'k jou een wit zijde +baljapon thuis, met 'n paarle-collier ... meid, hoe zou je bruigom +dàn na je kijke? Nòg 'n trap op?... Die stijve poot van me, daar het +'t groote kappitaal met ze wage overheen gerost en gereje, mot je wete +... A'k 'n bom ... chocola had, van die fijne met nougat en crème de +vanille ... lus je dat wel? Zoo'n heele groote ... van Suchard uit +Parijs?... Wacht ... nee, schoone fee,--'k heb me portemenéé ... Hoor +je daar hoe Racier, vóór 't déjeuner, kan dichte in e?"... + +--Ja? Binnen?" + +--Je vous souhaite ... eh ... le bienvenu, excellence! A cause de la +bonne--ange blonde et mignonne tout à fait digne à la noble famille +de votre excellence--je parle ma langue maternelle ..." + +Maar met een ontdaan gezicht had Rika al lang de deur nijdig achter +'m dichtgemept. + +--Hoe kom jij zoo hier in Rotterdam verzeild, Racier?" + +--Op me voete, uedelaardigheid. Van Amsterdam af gelóópe. Gisteravond +uit 't Muierbosschie vertrokke ... en zoo eve binnegekomme door de +Delfsche Poort ... Mot je zien? Me voete ben één klomp bloederigheid, +maar dat heb 'k best voor 'n ami intime over ... As je me hart +doorsnijdt is 't één anhankelijkheid ..." + +--Ga dan zitten, trek je jas uit, en steek 'n sigaar op." + +--'t Is edel. Drie-eenheid van menschlievendigheid. Maar je weet--as +atheïst zijnde--mag 'k daar niet an gloove. En zoo is 't nou hier +ook: Die luie stoel van jou, da' bèd, wil 'k voor niks niet in +zitte ... krijg 'k zóó al de hoogheidswaanzin van. En me jas hou +'k an; daar he'k nou mijn idee in, dat 'k m'n eige nie meer ben, +as 'k uit die dallesdekker kom kruipe. Da's nou mijn mantel van de +masère ... daarom maak 'k ook die gate nooit dicht ... Want zooas +'t spreekwoord zeit, dat je geen koning mot zien in z'n caleçon, zoo +mot je ook 'n boef as ik ben, niet uit z'n dallesdekkertje pelle ..." + +--Accoord. Blijf dus stáán met die roovers-uniform aan ..." + +--We begrijpe mekaar ... En as je dat fijne segaartje nou heb +uitgerookt--da'k eerst méé profiteer van die lucht--geef mijn dan +'t peukie om te pruime. Want 't is zonde voor ... de Natuur, dat er +van zu'k edel kruid een kruimpie verlore mocht gaan. Maar róóke, dat +doen ik nooit. As 'k daar an wen, komt 't mijn te duur ... Alleenig, +zie je, bij die schilder ... Weet jij nou met jou verstand, waarom ik +daar altijd zoo vroeg op dat atelier kwam? Nee, hè, want je kan me nog +niet, hoe 'n doortrapte misdadiger as ik in me hart en me niere toch +ben, hè? Die man had op dat ouwe kassie--antiek, hoor, Louis Quinze, +mot je wéte--zoo'n oud-blauwe pot, zoo'n pul, met tabak. Dat was 't +fijnste ... fijner nog dan habana ... da' was, za'k sterve op slag, +je puur-zuiverste varinas, van ... ja, de Natuur weet ... meschien wel +'n riksdaalder 't pond, man. Nou mot je wete, dat er één ding op de +wereld is, waar de ondergeteekende wel 'n moord voor kan doen, en da's +juist branderige varinas, want as je die rookt, gaan je immédiatement +fanteseere.--Snap je 'm al?... Maar je weet nog niet alles.--Hè jij +in die dage nou 's nooit wat vermist?" + +--Ik?... Nee, tenminste niet dat ik weet ..." + +--Zoo is die rijkdom;--mist niet eens de fijnste spulle van z'n +overdaad ... Nou, dan wil ik je wel zegge, dat 't mijn meer waard is +dan 't hemelrijk hiernamaals ... 'k Za' 't jou late zien. Wacht ..." + +Onder z'n sleepjas uit groef ie toen 'n houten pijpje, hield 't stijf +vast in bei z'n handen, en liet daar eerst behoedzaam 't donkerbruine +kopje uitkijken. + +--Herken je 'm nou?" + +--Jawel, da's een ouwe pijp van mij ..." + +--En vin je 't nou niet diep treurig dat 'n mensch zoo van de eene +misdaad in de andere vervalt?... Dit pijpie, door een kunstenaar uit +'t alderfijnste hout bewerkt ... objet d'art, waar jij natuurlijk +intiem an gehecht was ... dat heb ik van jou, me speciaalste vrind +... gegàpt, alleenig om er uit te kenne rooke die gestole tabak!--Nou, +trap je mijn nou dan je huis niet uit? En zeg je niet: Racier, je +ben mijn te slecht?... Zou me meevalle. + +"Maar 'k weet 't, je hèt een edel gemoed en daarom vraag ik je, hoe +dat pijpie mijn staat? A'k 't zóó vasthou, as 'n bloem bij z'n steel, +teer en lieftallig; kijk ... en dan zoetjes zuige, zoo, langzaam +... Langzaam die rook langs dat verhemelte late glije ... Want zie +je, je mot 'n misdaad in z'n intiemste begrijpe; wat dat is: voor 'n +... 'n zwerver ... 'n boef, hè ... die toch óók z'n edelste gevoelens +wil koestere, as mensch. + +"Da' pijpie, dat het me nou twee jare lang dag en nacht trouw +gezelschap gehouwe ... behalve in me cel, want 'k had 't in me caleçon +verborge, maar ze hebben 't me afgepakt, die ganneve ... Zóó intiem +ben 'k daar in me schik mee, omdat 't precies mijn idee is, of je +'t gedroomd had ... En 'k sterf nog liever, dan da'k wat verkoop of +verlies, wa 'k van 'n ami intime as gedachtenis heb ... + +"Maar je weet nog niet alles!... As je 't niet houdt, mag je 't +nog effetjes hebbe ... Kijk nou 's goed: op dat zilvere bandje om +de steel, daar heb 'k op logement jou naam in late graveere ... Is +dat voor 'n boef soms niet edel bedacht?... En zooas je me nou ziet, +zie je me over vijf en twintig jaar nòg ..." + +--Je bent 'n rare kerel, Racier. Maar wat kom je nou eigenlijk doen?" + +--Och, 'n ouwe bajesvrind van mijn was met de nachtboot uit +Rotterdam gekomme om werk te zoeke en dat het ie gevonde an 't +witloodfabriek. Nou, toe vroeg ie an mijn, of 'k soms dat retourtje +van Amsterdam werom kon gebruike ..." + +--En je was kome lóópen?" + +--Of dacht je soms da'k dàt nog niet over had voor zoo'n hartsvrind +as jij ben?--Nou, maar dan kàn je me niet ... Snij me hart gerust ope, +'t is één klomp dankbaarheid, man!" + +--Jawel, dus uit pure vriendschap ben jij, mèt je kaartje op zak, +naast de nachtboot mee komen kuieren ..." + +--Och, man, 'k ben immers al 's heel van Marseille af komme loope +... Maar dàn zie je wat! As je bij de Hollansche consuls angaat, +krijg je effe 7-1/2 ct. per uur voor de trein, 'n logementbriefie, +'n briefie voor de bakkers, en 'n briefie voor wijn. Benne ze èrg +menschlievend, dan geve ze je zelfs nog 'n pokkebriefie! Maar die +cente die hou je, en om je eige 's lekker te sarre loop je dan met +jou bloederige voete die rijkste kasteele voorbij, tot de luize op +je kop beginne te danse van afgunst en chegrijn ... + +"Maar 'k wou je wat vrage: Of je van dat leve van mijn geen toneelstuk +voor de kemedie kon make?... Dan schrijf ik daar zèlfs 't slotstuk wel +an, van hoe 'k met mijn vernederde positie zàt in jou gemeubileerde +kamer. Want dat geheim, dat weet jij nog niet, en dat vertel 'k je +... nooit, zoo oud as 'k wor ... Of mot 'k dan soms bij je weg gaan?" + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + + +Of 't nu was in de hoop op een tooneelstuk van zijn levensavonturen, +wellicht ook door de bevredigende kwaliteit van de varinas, die +'k voor 'm had laten halen, dan wel dat 't fantaseerende vertellen +hem een passie was geworden--hoe 't zij, Racier vereerde mij na die +zonderlinge introductie met een reeks bezoeken. En zooals de wijs van +een draaiorgel, waar willekeurig de slinger afgenomen is, soms midden +in een Satz redeloos inzet zoodra de orgelman maar weer aan 't draaien +slaat, zoo kon ook hij vaak een paar dagen na z'n laatste visite mijn +kamer binnenstappen, afgetrokken groeten, neerzitten, en aanstonds de +episode voortzetten, waarin hij den vorigen keer onverwachts gestoord +was. Want--verklaarde hij vaak--hij leefde er nu weer zóó in, in die +"gespeelde rollen," zooals hij zijn leven zag, dat ze 'm dag en nacht +bezig hielden en van jaren en jaren terug werd 't hem weer alles even +klaar. Je alles haarfijn te herinneren leerde je trouwens 't best door +dikwijls met "rechters van exstructie" om te gaan; dat waren gladde +knapen, en je had er, die de grootste boeven stònden in geslepenheid. + +Maar affijn. We waren toen tertijd dan gebleven, dat die zéven +prefesters in 't Haagsche ziekenhuis hem, na de kwellingen, as +'t ware hadden gediplemeerd in de doofstommigheid--ja, 't is wat, +die hooge wetenschap!--en dat de edelachtbare burgervader van de +koninklijke Residentie--dit zeggende salueerde hij aan z'n pet--hem +een vrijpas had gegeven om heel Holland af te stroopen van cente of +wat de mensche méér wouwen geven. + +"Nou is doofstomme koopman een rol waar iedereen de duvel an gezien +het, omdat je netuurlijk met je gezondheid spot ... waarachtig, ze +hebbe d'r allegaar 'n hekel an ... en vooral toe we van De Haag na +Alkmaar reze voor de kermis, want daar hadde de pokke ook geheerscht, +mot je wete. We ware al gewaarschouwd in de trein, en toe vroeg 'k +an me vrouw wat die mensche zeje, omdat 't allegaar manne met baarde +ware. Maar goed, wij namme 'n besluit en ginge! + +"In Alkmaar--dat zal je ook wel wete--mag je niet met negocie loope, +as je geen permissie heb van de commissaris. En een jaar geleje nog +had de politie een man, die diezelfde functie uitoefende as ik dee, +leere prate, door 'm in de dwangboeie te kluistere. Toe ze 'm die +andraaide riep ie: "O lieve God, ou!" en viel door de mande. Goed, +dus die logementsvrouw zei al: nou, hèm zelle ze ook vast wel 'n +spraaklessie geve, want dat is zeker geen zuivere koffie.--Ik keek +me vrouw eris an, die zoo'n beetje kleurde, maar ik ging weer dwars +deur dat vuur heen! + +"As je in Alkmaar bekend ben, dan weet je, dat je daar naast 't +logement zoo'n touwslagerij had, en die man was doofstom gebore. Die +vent gaan ik eens een bezoek brenge op de vingers--óók gochem van +mijn--om te vragen of ie me 't pelisiebereau wou wijze. En al pratende +met onze hande, loope we same langs de straat, zoodat die commissaris +natuurlijk docht, 't zal wel in orde weze. 'k Liet 'm vanzelfs ook 't +bewijs leze van de zeve perfesters, waarop hij over z'n portemenee +ging en mijn f 2.50 ter hand stelde met 'n bewijsie, da'k vrij +loope moch gedurende de kerremis, en in de poffertjeskrame en overal +toegelate mos worre! Ja, dat grappie het me nog f 322 opgeleverd, +want ik ventte met van die voordrachte van Tollens en Laurillard: +'t Kerkp'rtaal, de Echtscheiding, De Onnibus, en zoo, allemaal +overgedrukt in Haarlem ... Veel beteekene dee dat niet, maar affijn, +'t volk houdt nou eenmaal van die flausies. En domenee Laurillard is +nog een hooge bij de "Zedelijke verbetering van gevangene", dus die wou +'k wel begunstige ook, want je kon nooit 's wete ... Eén keer al, in +groot Mokum, da 'k pas ontslage was en om werk of 'n paar cente voor +de negotie kwam vrage, toe had die diender des geloofs mij alleres +begiftigd met 'n ouwe hooge zije! Zukke weldoenders wil je dus in +eere houwe, niewaar ... en op d'r beurt 'n voordeeltje gunne ... + +"Maar as doofstomme zijnde, mot je denke an alles. Soms gooide die +mensche wel 's geld uit de rame, en as 'k dat dan zag, raapte ik +'t wel op; maar viel 't achter me rug, dan liet ik 't legge ... Je +ben ommers doof óók, moch' je nooit vergete. Dikwijls genog, da +'k in die herberge kwam, en dat ze mijn riepe: hier, pst, heb je +een kwartje.--Da's hard, hoor, om je eige dan niet ommers te keere +... Maar toch ginge de zakies gesmeerd. Toe' ze me pakte, had ik in die +vier jare tijd nog effe f 3900 overgehouwe ... Affijn, da's voorbij, +en voor 't vervolg verkeke óók ... Mot je hoore: + +"In Haarlem lagge we in de Schoolsteeg op logement: de Rookende Kluit +... ook zoo'n dievezooi! Beja, je kan overal geen gestoffeerde kamer +betrekke ... en we betaalde er toch nog acht stuivers de nacht voor +man, vrouw en vier kindere. Die ware toen één, twee, drie en vier +jare oud, en 't ware de appele van me ooge, want of je die kindere +nou ziet of da' je mijn ziet, is één en 't zelfde gezicht. + +"Toe krijgt me vrouw daar op een kwaje nacht, dat ze te veel water met +azijn het gedronke, een krampkeliek, en dat mensch gaat zóó allemachies +te keer, dat niemand op logement kon slape. Ik staan dus op, klee me +eige an, en gaan de straat op om een dokter te hale ... + +"Maar 'k kon nie prate!?... ja,'t is me wat! En dat om twee ure in +die nacht! + +"Goed, 'k lees overal die bordjes, en eindelijk vind ik op de Gedempte +Gracht een huis met een spreekbuis, waar 'k anbel, want daar woonde +een medicijnarts. "Wie is daar?"--vrage ze door die buis. Maar ik kan +ommers niet hoore of prate. Door dat anhoudende gebel gaat er bove +een raam ope, en roept een man: "Vrind, wat mot u?" Maar ik kijk niet +na bove. "Nou mot ik wete wat dat is"--zeit de dokter--"want die man +ken wel doof weze." Hij komt ongekleed beneje, zet die deur vierkant +voor mijn ope, en om rede 't licht brandde, schreef ik me boo'schap op +'t leitje. Daar wier die medicijn-arts netuurlijk zóó bedroefd van, +dat ie tege ze vrouwtje zeit: "Mina, 't is al goed; hij is niet +alleen doof, maar hij is d'r stom bij .... En immédiatement gaan +'k séance tenante met 'm mee. + +"Ja, zoo'n rol mot je in al z'n zwaarte en z'n talente verstáán +... Maar tusschebeie spràk ik toch wel ... op die buitewege, as de +zon zoo mooi scheen, dat elk vogeltje ging zinge zooas tie gebekt is; +ja, dan kon ondergeteekende 't ook niet langer verdouwe, en hield +ik lange voordrachte in ma langue maternelle, want: vive la France, +hoor! Poeh ... nou ... + +"Om kort te gaan, die dokter zeit tege mijn: man, man, ik benij jou +zoo'n beeld-schoone, piep-jonge vrouw, en 't zou wel zonde weze as daar +mankemente an kwamme ... Dus, moedertje, 'k zal jou ies voorschrijve, +maar as dat soms niet helpt, mot je subitement na 't gasthuis.--Ik +breng op een draffie dat recep' na die aptheker in de Jansstraat, en +daar ik zoo ongelukkig was, heeft 't medicijn mijn geen cent gekost +... Alweer 'n bewijs, dus, dat je as schurk zijnde wel goed geholpe +wordt, maar as geen fasoendelijk mensch ... ja, die wereld is wat! + +"Toch holp 't niet, en die andere ochtend wier mijn Carlientje na 't +ziekehuis overgebracht, en bleef ik met die vier schape van kindere +alleenig over op logement. + +"Maar 'k mos ze achterlate. Anders had 'k ommers geen brood voor +d'r lui, en in dat ziekehuis vroege ze ook drie kwartjes per dag en +acht dage vooruit ... Dus ik trok er met me doofstommigheid op uit +na Amsterdam ... + +"En toe is 't gebeurd ... waardoor de ondergeteekende voor z'n +levesdage in't ongeluk is gestort, want om kort te gaan schrijft +mijn vrouw toe' an haar minnaar, die ze had buite mijn wete om: +Charles is weg, en ik leg in 't ziekehuis; kom mijn hale.--Dat was +d'r tegenwoordige man; en die kwam uit de Haag, waar ie woonde. Nou, +angezien die zuster van 't gasthuis wel wist dat zij een man had, +maar mijn nog nooit bij lijve gezien had, liet ze hem toe, en dacht +dat die Judas de ware echtgenoot was van Carlina Fernanca! + +"Mot je doorgronde zoo'n dramma. En wacht nou effe, da'k eerst me +gevoelens vermeestert ..." + +Racier kwam nu langzaam overeind in z'n lompen-plunje, en ging bij +'t raam staan; veegde tersluiks met den rug van z'n hand de tranen weg. + +"Groen is goed voor verdriet"--zei ie schor--"daarom kijk 'k nou maar +effe na buiten op dat land ... Krijg 'k weer lucht van, in mijn volle +gemoed ..." + +Dan, na een poosje, kwam ie traag in zijn stoel terug; en z'n rooien +zakdoek uithalend, verklaarde hij: "die hou 'k maar zoolang in me hand, +voor as de droefenis me soms weer overmant ... want wat er nou komt, +zal je met geen droge ooge an kenne hoore ... Dat die beeldschoone +vrouw mijn met die sla'baas verleidt ... ruik ik ... héél in Amsterdam +... Ja, want 'k wist van niks, hè? En toch wier 'k na Haarlem +heengetrokke as door zeve paarde! Dus ik gaan, stort me hart eerst +bij me kindere uit .. nou, die hadde 't daar kollesaal!... Toe nam ik +me kwartje in me hand, wat dat ziekebezoek kostte voor 't onderhoud +van dat gebouw--zoo arm as 't was ... en daar laat die eerwaardige +zuster uit d'r mond valle: "Eh, oudt die juffrouw Fernanca d'r dan +twéé manne op na?" waarop ik van de schrik me leitje laat valle en +riep: "O God, nou ben 'k reddeloos verlore!" Want ik voelde asdat +'t die weduwnaar was, die me toen destijds me vrouw het ontroofd. + +"Nou, toe was 'k verraje ook. Ik had gesproke met me lijfelijke +stem bij mensche die de rechtvaardigheid handhave ... "Echtgenoote, +die wij nie kenne, magge niet bij d'r vrouwe worde gelate"--zeit +die juffrouw. En dalijk wier de pelisie gehaald, waarop ik vervoerd +wier--in volle schande en onteering: te voet--na de Tuchthuisstraat. + +"De kogel was deur de kerk, en 't kon me nie' meer schele ook, want +zoo'n leve zonder haar, al verdiende ik ook duzend gulde per dag, +was voor ondergeteekende geen leve!" + +Toen drukte Racier z'n mageren kop harstochtelijk in den rooden doek, +en z'n verschooierde lijf schokte van 't snikken. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + + +"Maar Racier, kunnen ze 'n mensch óók al oppakken,"--vroeg ik--"omdat +je onnoozelweg gezegd hebt: "o God, nou ben 'k reddeloos verlore?" + +"Welnetuurlijk wel, man, weges spreke met je lijfelijke stem as +doofstomme zijnde, netuurlijk!... Maar jij ben me met je vrage aldoor +vóór ... Affijn, da's wel goed ook, want dan krijg 'k meer lucht in +me overlaje gemoed. Zie je wel an me, hoe 'k d'r nog altijd kappot +onder ben?... 't Is me knak gewees ... As je eige beeldschoone vrouw +je verleidt, wor je daar onmenschelijk tegenin, en heb je de eerekroon +van je hoofd verlore ... Nou, dan ben je zóó al klaar voor misdaad +en zonde, en staat de lik wijgewaad ope voor jou ... + +"Zoe koest as 'n làm ben 'k d'r dan ook ingedraaid. 't Onderzoek na +die zaak duurde dertien dage, van 's morges tiene tot 's middags viere, +dat die rechter van extructie mijn in z'n lemoenknijper hieuw ... Wat +'n kunst, met al die geleerdigheid en 'n zwerm cipiers as gerechtigheid +staande tege één gesjochte, verraje man. Want ik sprak ommers gewoon +en heb direc' alles bekend ... Kon 't mijn verders verlaaitafele--'n +atheïst vloekt nooit!--ja, wat ze deje met mijn, toe 'k tòch beroofd +was van me Carlientje. + +"Zeit die commissaris van pelisie da'lijk al op 't bereau: Hoe hè je +d'r toe kenne komme, want je heb God na de ooge gespot?"--"De Natuur, +bedoel je," verbeter ik 'm subiet, as atheïst zijnde; "en wie sta, +ziet toe dat ie niet en valt ... Maar die vrouw het 't van de eerste +nacht af gewete, dat haar doofstomme man alevel kos spreke!" Dat loog +'k netuurlijk. Maar 'k denk: as jij mijn verraait, néém ik jou ook +effe tuk, overspelige Magdalena ..." + +--Carlien, wil je zeggen." + +"Nee, da's juist 'n woordspeling van mijn ... mot je net zóó in dat +tooneelstuk van je plaasse.--Nou, en 'k wier dan voor de rechtbank +veroordeeld weges ..." + +--Oplichterij!" + +"Praat jij d'r toch niet aldeur tusschenin, man, want je het er ommers +'t minste verstajem nie van! Nee, juist niet weges oplichterij ... Dat +sting er met onderstreepte woorde in, in dat vonnis: "Heelegaar om géén +oplichterij, maar om 't artikel ... drie honderd ... ènne ... twaal +... van bedele met geveinsdheid, waar òp slaat: zes maande bajes en +'n jaar na de schans ..." + +--Ga maar vast zitten!" + +"Nee, ga maar niet zitte ... Je begrijpt 'r gloof 'k geen lor +van!... Daarvoor kon 'k ommers de menister van justicie vééls te +spéciaal ... Da' was óók 'n Franschman in die dage ... nou, en daar +ha 'k netuurlijk in Parijs naast gezete op school ... in dezèlde +bank!... Dat wou ie zoo graag, zie je?--want die jonge was schrikkelijk +hardleers ... 'n merakel zoo'n imbéciel knaapie as dàt was ... Zie je, +en daarom kroop ie naast mijn, dat ik met mijn verstand hem alles voor +kon zegge, netuurlijk ... Nou, dus da' begrijp je, wil zoo'n man ommers +nooit wete, dat ie door mijn voorspraak op de troon van de hoogste +gerechtigheid is geklomme.--'k Had 'm in me macht. 'k Heb er wel +'s meer een in de Asmodee ontmaskerd ... Tjonge ja, hoor ... zou hij +niet wete, as je de baas ben van al de speurders en pelitie-honde in +'t land ... Dus vanzelfs schrijft 'k 'n briefie an hem.--Dirk hiet ie +... "A mon ami intime Dirk",--da' wil zegge: "Didé ... rique",--zette +ik d'r bove. 'k Denk, da' trekt nog, onz' beider moerstaal, notre +langue maternelle ... Vive la france! Poeh nou ... + +"Toch het ie me nog effe late darre, om as menister z'n lef op mijn +te koele, netuurlijk. Want op school had ik hèm vaak gedeukt, hè,--'t +was 'n akelig ventje, entre nous soit dit--nou, en nou had ie mijn +in zijn macht, en toe knauwde hij mijn ... Had gelijk; was z'n recht. + +"Maar na zes en twintig dage sting ondergeteekende dan toch alweer +op z'n vrije voete ... Want 'k had netuurlijk nederig gevraagd an +z'n eksjellentie, of 'k, as eenigste koswinner mijner moeder, voor +die edelvrouwe weer 't werk op mocht vatte ... Vlieg jij daar in, +eksjellentie--docht ik bij m'n eige--dan snor ik die vrouw van mijn +temet wel op, om d'r effe voor d'r kop te blaze, zonder dat zij +een benane-gil ken geve .... Ja, want da' kon 'k nie' verknoerste, +hè, dat die meid nou in de wereldsche welluste zat, en dat ik an +'t celibaat was overgelate ... Helaas, van dat idee is niks magge +komme, want 'k heb 'r niet weer ontmoet voor na een jaar en twáálf +dage. Toe was zij voor 't altaar gehuufd, en ik was me rechte kwijt, +want as je tege 'n kerkelijk getrouwd vrouwmensch wat uithaalt, +krijg je netuurlijk alle jare van de wereld. + +"Maar op Europeesch grondgebied was dat toch me eerste logeere geweest +voor rijkskoste ... Tegeswoordig ben ik bij de Staat as kind an huis +.... Schande genog ... Want as 'k er niet in zit, ben 'k toch zoo +goed as op weg ... + +"Toetertijd greep me dat nog schrikkelijk an. Ja, wat 'n affront, +hè, zoo'n eerste keer in die lik? 'k Schaamde m'n eige zóó, da' +'k voor 't tribunaal een naam opgaf, die 'k nog nooit had gedrage: +Ferdinant Rascrosi! En ze vrage je je heele kattebak, dus 'k denk: +zeg 'k dat ondergeteekende van 't atheïstegloof is, dan ben de +edelachtbare heere netuurlijk niet in d'r schik. Daarom had 'k me +toen voor Roomsch-Katholiek uitgegeve. + +"Maar da' was 'k in me cel netuurlijk al lang weer vergete, want van +dat prakkeseere was me gedachte heelegaar weg ... en toe komt me daar +in eens 'n pastoor in me kooi, om te vrage of 'k me Pasche wel zou +houwe ... Da' wier ik kwaad, en zooas 'k later strijk en zet met de +domenees dee', gaf 'k Zijn Eerwaarde 'n tik met dat driepikkertje +waar je op zit,--dat die goeie man nog dacht: nummer 483 z'n hoofd +is een wepsenest. + +"Toen ie terug kwam, zei hij: ik vergeef 't u, Rascrosi." + +"'k Zeg: ik uwe ook, weleerwaarde." Want ik, as Racier zijnde, dacht: +die geestelijke het zich bepaald 'n deurtje vergist ... Ja, die +valsche naam--pseudeniem!--was me ommers gladweg ontschote .... Maar +toe hebbe me same as verstandige mensche ordentelijk gepraat, en +hij heeft mijn niet voor de roomsche relizie, en ik hèm niet voor +'t atheïsme bekeerd. Zooas dat dan gaat ... Toch goeie vrinde gebleve +... As je mekaar maar verstaat ... + +"Trouwes, erte-zoeke is nou óók zooveel niet gedaan in 't eerst. Want +as doofstomme leurder, kon 'k daar netuurlijk niet als te best mee +overweg. In die zeve weke ..." + +--Zes en twintig dagen, bedoel je." + +"O, sla jij de plank weer net effe mis, man?.... Da' was toe niet; +da' was netuurlijk 'n andere keer. Kan ik al dat zitte uit mekandere +houwe? Maar zooa'k zeg, in zéve weke schifte ik 'n rond mud, en daar +won ik mee ... de som van 45 cente. Goed betaald! ... Toch tel 'k net +zoo lief bankpapier, as misdadiger zijnde ... dat 'r nog 's een an +me duimlid blijft kleve ... Ja, zoo ben 'k--En 'k wou 'k die cente +'s bij mekandere zag, die ik nadien al 's heb geflescht van me leve. + +"Maar as jij dat nou allegaar van 't verraad en dat zitte in ons +tooneelstuk zet, denk er dan om dat er avecate op de banke bij kanne +weze, die daar ook d'r weetje over hebbe. En daar maak je dan een +pauze voor, tussche die actes in. Dat de heere in de fumoir 'n habana +kenne rooke, en de edelvrouwe-met-gekapte-hoofde 'n glas pons of wat +ze dan luste ... ijs de vanille gaat ook. + +"Zie je, want 'k heb ook me straf eerst later uit motte zitte. Zoolang +'n vrouw in 't ziekehuis leit, is die man ommers ontoerekenbaar, +en wordt niet gestraft as zijnde 't hoofd van dat gezin.--Of ben +jij nou heelemaal zoo'n kind in die wette?--Wat de man doet, kanne +de vrouw en de kindere toch niet helpe?... Maar toe ik gevonnist +wier, was zij temet haast gehuufd ... Mijn lot was beslist ... Want +'k mog 'r toch ook zoo gráág, man ... 'k Heb er zoo ziels veel van +gehouwe! Gloof mijn: 'k zag ze nog liever dan de appele van me ooge ... + +"En dan in de Schans tussche allegaar kerels te zitte!..." + +--Ben je dan tòch naar Veenhuizen opgezonden?"--vroeg ik naief, nog +telkens met mijn nuchter verstand geschokt op de hooge golven zijner +fantasieën. Maar dan keek hij mij even diep-medelijdend aan, omdat +ik de breede vlucht van zijn stoute verbeelding niet kon volgen. En +geprikkeld door de stoornis, snauwde hij: + +"Let dat jou soms wat, wannéér of ik nou precies in die Krentetuin +heb gezete?... A'k klaar ben, zal me d'r is een telsom bij make, +maar dan kon 't wel beure, da'k er nòg een possie of wat van vergeet +... Nou heb je me heelemaal weer uit me verbande gerukt ... En as +jij d'r aldeur je neus tussche steekt, kan er nooit 'n tooneelstuk +van komme ... Mot je dan zelfs ook maar wete ..." + +--Neem me niet kwalijk, Generaal.--Je zat in Veenhuizen ...?" + +"Dat lieg je: in de Ommerschans ..." + +--Dat wou ik zeggen ..." + +"Wou je zegge in de Ommerschans?... Nou, dan was je de zaak net +... zestien jare vooruit. Want eerst zestien jaar nà Veenhuize ben +'k na de Schans toe gebrocht.--Mijn blijft 't anders lood om oud +ijzer. 'k Ken 'n kerel--ami intime--as die z'n cente op benne, +gaat ie er immédiatement weer na toe. Want die zit liever op de +pepereilande van Java, dan in de cel. Nou zit er 7000 man ... As +d'r drank binne kon, dan zat er de halve wereld! Maar je ken er niks +inkrijge as pekelharing en bokking: dat smokkele ze binne tussche die +dubbelde bojems van de beertonne. En 't wordt à prix fixe verkocht, +as de majoor d'r niet is op de zaal ... + +"Maar ik mot er niet weze. 'k Zit liever eenzaam.--'k Hoop dat de +Natuur mijn d'r voor mag beware ... Maar a'k d'r weer inkom, dan zal de +wereld over mijn spreke!... Daarom ben 'k nou al bezig om wat cente te +krijge zoogezeid voor 'n wage met handel ... Mot je begrijpe!... Zoodra +'k de moos eenmaal had, kocht ik d'r subiet dinamiet voor ... Ja, +want a'k die autemebiele van 't groote kapitaal zoo zien rije en +rosse ... Hèèè!" Toen wreef hij zich schrikkelijk z'n magere handen. + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + + +"'k Heb nog wat vergeten!"--zoo viel Racier den volgenden ochtend +met de deur in huis.--Dat wil zeggen ... bij manier van spreken. Want +z'n entrée de chambre was meest onheilspellend luideloos. Hij waarde +binnen. + +Wanneer je dan argeloos van je werk opkeek, zag je plots dien langen +kerel als een geest in 't slepend hulsel van z'n dallesdekker, en je +welgedane burgerziel verschoot van dat dreigend spook der menschelijke +ellende. Zoo prachtig gestyleerd kon die schooier coquetteeren met +z'n armzaligheid. + +Trouwens, 'k geloof, dat hij er z'n professioneele eer in stelde, +in dat verraderlijke binnensluipen. Want als ie dan in m'n ontstelde +gezicht keek, lachte hij zoo witjes zelfgenoegzaam, en 'n tikje +triomfantelijk zei ie: "Ja, waarde gastheer, me voici: Charles +Edouard Racier lui même!" Daar strekte hij, als 'n goochelaar, z'n +beide groezelbleeke handen ruggelings uit, zoo of ie vragen wilde: +hoe stiekem heb 'k 'm dat nou weer gelapt, hè?--Later dacht ik ook +wel, of dit manuaal bewijzen moest, dat ie toch heusch niets achter +mij had weggegapt. + +Maar op dien morgen, waar ik nu van spreek, wachtte hij niet naar +gewoonte zwijgend tot 'k toevallig om zou kijken ... want hij was te +vol gedacht. Had er 's nachts op logement, waar die Belg naast 'm zat +te valsche-munten, niet van kunnen slapen, zooals de verbeeldingen +in schrijnend licht door z'n moeën kop heen zwaaiden. + +"'k Heb nog wat vergeten! De edele daad van trouwe moederliefde. Hoe +die nobele vrouwe, in de zwarte weduwrouw, met zilverwitte krulle +langs d'r slape ... en 'n zware gouwe lorgnet op, as 'n markiezin, +te voet viel voor haar zoon, waarbij zij uitriep--schrijf dat effe +op, man, dat je 't niet vergeet--en snikkend uitriep: "Charles, +Edouard! mijn kind, hoe diep gij ook gezonke zijt, ik min u nòchtans, +kom aan mijn bloedend hart ... mon coeur saignant, et embrassez-moi +.... immédiatement!" + +"Waar wàs dat?"--vroeg 'k verbaasd. + +"Wel, netuurlijk in die Krentetuin"--verviel hij uit den +rederijkerstoon plots in z'n vertrouwelijk patois.--"Da' was mijn +moeder, die me effe 'n bankbiljet van duzend gulde brocht, man. Oók +'n kaantje ... In envelop, gecacheteerd, met 't familiewape ... kroon +d'r bove, piek fijn.--A'k 'n slag slaan, za'k er 's 'n zegelring voor +koope ... mot je zien hoe ridderlijk dat staat. Tjonge ja, hoor. Da' +dee mijn mama ... Maar 'k bèlam a'k snap, hoe zij toch, met háár eer +en deugd, an al die cente kwam. Want pa had na die Commune netuurlijk +alles meegenome ... Papa het mijn en allemaal in 't ongeluk gestort, +en hoe dat toe is afgeloope, 't rechte wat daar tussche zit, is mijn +tot hede een raadsel ... Affjn, mijn edel bloed roept om geen wrake +... 'k vergeef die man ... enne ... de Natuur hebbe z'n ziel ... + +"Dat van Dreyfus was anders óók mooi, hé? Maar in Frankrijk benne ze +niet link genog. Ik had 't wel gewete, wie die verrajer was ... Die +juffrouw met die zwarte sluier ... die het de borderels vervalscht +... Maar 'k hou me mond; Racier het an geen verrajers-borste gezoge +... Tjonge nee, man, en 't is tòch ommers één klont zwijnderij! Daarom +ben ik nou maar zoo blijd, hè, da' wij--ik en papa--Napoléon achter +z'n vodde hebbe gezete, dat ie van arremoei 't land uit most, zoo'n +doerak ... Nooit, nooit nog he'k dáár 'n oogeblikkie spijt om gehad, +al zal Racier niet licht gesjochte jonges an de galg helpe ... In +die kerel knauwde 'k ommers al 't onrecht van de maatschappij, +de macht van overheid en heerschappij ... èn 't groote kappitaal, +waar ondergeteekede de grooste hekel an gezien het, nou! Met d'rlui +rot-autemebiele! + +"Och màn! 'k Wou dat je 's àlles wist ... Za' 'k me 's vermomme +voor jou? Dan kom 'k met donkere an je deur, en de juffrouw ken +mijn niet--die dienstbooi, zoo gezeid ... beeldschoone vrouw, hoor, +twee druppels water 'n prinses, die meid! Maar die zal mijn niet +meer herkenne; nooit!... En jij?--'k Zal in je kamer komme, hier +op diezelfde plek gaan zitte, man, en jij zal denke da' je 'n èchte +markiezin voor je het ... 'k Ben nòg 's in vrouwekleere rondgeloope, +in ... Valvecienne, as je weet. Geen mensch die dan wat an mijn ziet, +zóó weet ik me te houwe ... Dan maak 'k nèt zukke kleine stappies +... 'n beetje stijfies draaie met me achterwerk ... en 'k bin' +vanbinne die rokke vast met sterk linne, da 'k me slank beweegt +... Maar dan mos 'k netuurlijk eerst 'n goud-blond kapsel hebbe, met +zoo'n Belze lok ... Hè man ... da's nou net 'n rol voor mijn, dat 'k +bij die millionairs an huis komt in me prachtgewade, stijf van 't goud +en edelsteene ... en lief en aardig, je begrijp me ... maar as zoo'n +man z'n eige dan vergeet, dan is die schoone fee gesmeerd, en leit er +'n sardineblikkie in z'n pot de chambre ... met zoo'n lontje ... hèèè +man! As je mijn maar goed begrijpt ... Ssss ... boem!! Pelisie, leger, +bereje ruiterij ... de spuite trekke uit ... Te la-a-t. 't Noodlot +is geveld. De onschuld het weer overwonne ... Maar ik neem me kuite +en verstop me bij mijn vrinde inne ... Siberië. En pas later kom 'k +uit me schuilhok ... Dan gaan 'k vierkant op die trappe van de Beurs +staan, slaan me op me fiere borst, en roep, dat 'n elkeen mijn ken +verstaan: Die held, die 't groote kappetaal het opgeblaze en verwoest, +die man was ik! Hier staan 'k, Charles Edouard Racier, Chevalier, +van moeders zijde markiezin ... maar door de wereld deur dat slijk +gesleurd as atheïst ...'k Trek me pistool, loop an me mond. Een knal, +een gil ... Ik ben niet meer!... Hèèèè, man!" + +Met z'n bloedrooden zakdoek veegde hij de tranen van z'n gezicht +.... "Wat 'n held .... wat 'n held voor de menschheid!"--snikte hij +na--"Gevalle, gevalle ... voor Vaderland en Koningin. Want snij je +mijn hart ope ... zien je één bonk oranje!... En zij die dan wete, dat +de wieg van die volksbevrijer toch maar sting in 't armzalige dorpie +Sluis, die zelle zich afvrage: Wat ken daar komme uit Nazareth?--En +daar komme zjuust die gróóste name van daan ..." + +Maar 't huilen van een vagebond is erg penibel ..... Daarom zocht +'k een nuchter zinnetje om 'm weer uit z'n grotesken heldenhemel neer +te halen. + +--En toen je er toen uitkwam, uit de Schans, wat ben je toen voor je +kostje begonnen, Racier?" + +Hij keek me even lodderig aan, als iemand die plots wakker +wordt. Meteen ontspande de fanatieke wijding van z'n gezicht, net als +bij een ouden tooneelrot die afkomt uit een zware rol en direct heel +zakelijk tegen de knechts gaat snauwen. + +"Wàt ... Schans?... 'k Gloof dat jij slaapt ... Weet je dan niet, +dat De Háág altijd me standplaas is geweest? As je mot zitte, vraag +dan of 't in de Haag mag, in Schevelinge zoogezeid. Dat gerommel +van die zee wor je slaperig van en is goed tege 't prakkezeere. Ook +is die lucht d'r nog 's frisschies zilt, en as je over je koekoek +kijkt, zien je vaak de meeuwe vliege .... Geef 'n arme gevangene z'n +vertier. Maar da' wou'k niet zegge, want daar het 'n iedereen geen +gevoel voor .... Nee, wat meer zeit: 't ete is d'r beter. Je krijgt +er wel geen biefstuk alledag, of zwezerikke met gebraje haantjes, +goud-bruin in de echte boter gefruit,--geen appeltjes met bloedbeuling, +offe ... kabeljauwstaart onder de schijfies lemoen .... Och, man! Maar +toch komt je lichaam d'r vol. Want zóó goochem ben 'k wèl, dat mijn +maag netuurlijk in alle gevalle geen roggebrood kan leie ... En +'t Rijk is rijk genog, dus in Schevelinge smoes 'k wel zóó, da 'k +me dag an dag wit tarwemik voor laat zette .. 'k heb er ommers mijn +rechte as habitué! + +"Maar toe 'k weer an die poort wier gezet, was ondergeteekende één +gulde en 35 cente rijk. Daar kocht 'k me een hartige brok van, stuk +kaas of vleesch, wat 'k lustte, want drinke doen 'k tòch nooit, en +as 't hier of daar mot, stoot 'k bij ongeluk me glaassie nog om. Dus +die eerste nacht he 'k dan weer in me lijflogement intrek genome, en +toen zeit die bollebof tege mijn: 'k zou maar Brabantsche kant neme, +en maar pratende langs die huize gaan. Dat heb 'k dan ook vier weke +gedaan. Maar 'k dorst in die stad me niet wage, en dus nam 'k enkel +de huize an de weg, to'k tien dage later in Amersfoort an was geland. + +"Daar krijg 'k kennis an twee lui, die d'r an 'n tafeltje zatte. Jonge +jonges zooas ik. Die zegge: wij gane na Harderwijk, ga met ons mee, +dan neme we same dienst voor Nederlandsch-Inje. En ik douw zóó al me +papier en potlooje de kachel in, en begeef me met die lui te voet +na Harderwiek ... Ja, 'k mos toch weer van de weg af, en 'k wou in +Indië ook 's een kijkie neme. + +"Zoo komme wij drieë slampampers daar zonder 'n cent an 't koloniale +werfdepot an, 's avons om kwart over tiene, dat er alleen nog maar +een sergeant an die deur staat. Maar die zeit: nee jonges, hier kan je +vannacht niet maffe, vervoeg je nou eerst bij de sergeant-majoor van +inkwartiering. En die heet ons wellekom. Maar ik heb geen papiere, +en zij wel, dus die ware acht dage vóór mijn afgericht en gekleed, +en ik bleef alleenig. Tot mijn bulle óók bij mekaar zijn gegaard, +gekeurd, voetjes gemaakt, in de livrei ... en jewel 's morges om +tien uur staan 'k netjes en wel buite de poort met me gratificatie +van twee honderd gulde. + +"Nou, 'k was netuurlijk zonder vrind of maagd, en wat zou 'k me +verloftijd verspore, dus die eigeste ochend nam 'k met me loodpot +me intree in die Ree van Batavia. 'k Gaan an 'n tafeltje zitte; +die waardin kijkt me an, en zeit: da's bloemkool. Wat beteekent--na +ondergeteekende later vernam--dat ie z'n gratificatie nog had, want +anders zeit die madam: 't is savoye. Nou, 'k liet die twee dames +met rust--want Venus he'k altijd in d'r eer gelate--en we dronke +champagne, atte d'r fijn van, da'k 'n leve as 'n prins had met die +alderliefste vrouwe. En na twee dage en nachte was 't uit, want toe +ware me twee honderd gulde net op, en mos 'k om kwart over achte in +die kazerne weze. + +"Maar die madam was 'n waardige vrouw, want die zee: Charles--zei +ze--je het hier je cente verdaan, dus tot jij afvaart kan je hier +alle dag komme drinke en ete op koste van ongelijk. Deze edele dame +is later netuurlijk van de arme begrave, want as d'r een afgekeurd +wier, gaf ze 'm de verbraste gelde werom. En toe 'k vertrok, schonke +ze mijn: 'n kissie segare, 'n meerschuime pijp, 'n segarepijpie +èn ... 'n briefie van zestig gulde. Dat dee ze an allemáál voor +gedurende de reis. Maar ik heb die cente as gedachtenis bewaard, +en onderweg heb 'k voor Pietje en Klaasie aardappele geschild en +z'n boel schoon gehouwe, da'k daarvan an boord me slokkie of wat +'k dan lustte kon betale ... 't Natuurschoon op zoo'n zee, man, met +die berge en die zonsondergange, dat brandt in je ooge. Daarvan ben +'k nog 'n poos rijmdichter geweest ... Maar die Bokkeneesche schoone, +da's netuurlijk me val weer geworde." + + + + + + +HOOFDSTUK XII. + + +"A' je 't het opgemerkt"--vervolgde Racier de fantasieën over z'n +zwervende leven--"a' je 't het opgemerkt, dan is 't in mijn mémoires +ook al wat wij Parijzenaars noeme: cherchez la femme! Daar ha' je as +jonge me moeder, die me verwende en me niet afhieuw van dat grappie +met de Commune,--en eerste bedrijf, première femme!... Toe kreeg je +de acte van me doofstommigheid met Carline, 't beeldschoone wijf, +dat me verraaide en zoo 't gif in me adere dreef van misdaad en +zonde, dat 't me allegaar niks meer kon verkankelemine wat daar van +kwam--deuxième femme, kwaje geest van 't tweede bedrijf. + +"Maar nou krijg je je derde, waarin ondergeteekede onder de palme +speelt, twee jare lang, met een beeld van 'n Oostersche schoonheid, +Bokkeneesche meid, man,--hèèè! Louetta hiette ze--wat 'n náám +hè? Lou-et-ta ... dat smelt in je oore. En 't loopt me nog koud langs +me rug a'k denk an dàt kind ... Want zestien jare was ze heelegaar oud +... en 'n óóge! met 'n vlàm!... dat 't merg in je botte zóó smolt, +as ze maar effe die kijkertjes opsloeg en lachte ... d'r bloedrooïe +lippies los dee, d'r tandjes liet kijke ... o, màn, en dan met die +glimmende bruine arme wijduit, langzaampies, zoo treiterig weg, op +de teene van d'r bloote voetjes, na je toe kwam. Want dat was niks as +maar danse, danse en kronkele, tot je d'r opving, 't lieve diertie! En +ze het mijn een zoon en een dochter geschonke, die nou nog wel erges +in die bossche met de ape over die klapperboome zalle kloutere. + +"Dat was op Salatiga, waar 'k als kulloniaal in 't kostuum van +artelerist heengestuurd wier. En 'k heb daar zoo goed opgepast, +da 'k binne drie jare tijd de rang van adjedant-onderofcier moch' +bekleeje ... Maar toe kwam die vrouw dus weer in 't spel, en dat +gedurende de dienst ... waar 'k twee jaar mee ben geweest en dat me +kaakslag is geworde.--Mot je hoore: + +"Daar zij een beeldschoone vrouw was, en meteen nog 'n kind in die +vormelijkheid--want overtollig vet benne ze niet--wier zij niet +met rust gelate van een eerste-luitenant, die zelf een beeldschoone +mevrouw had, met vijf lieve dochters. En om rede zij zielsveel van +ondergeteekende hieuw, verklapte die Bokkeneesche mijn telkes as +die andere man zich door 't warme klemaat--zet er dat bij, want +'t is er branderig heet--an haar had wille vergrijpe, om rede, +dat ze netuurlijk op bloote voetjes ging ... Maar toe op 'n keer +wor ik giftig, gaan 'k in de stormpas rizzeliet op 'm af, slaan an, +zet m'n eige in de pesisie van mindere tege 'n hooger in rang, en +spreek: "Luit'nt, 'n woretje met verlof, maar as dat met die meid +niet ophoudt,--zoowaar 'k hier staan, da 'k niet na uw mevrouw gaan +om 't te vertelle."--"Dat lieg ie!"--zeit hij.--"Goed," zeg 'k, met +respec', "maar u ben nou gewaarschouwd, want al ben 'k maar sergeant, +toch ben 'k mènsch, en laat 'k me eige niet de molligste boutjes van me +borretje snoepe!"--'k Slaan weer an--na de disepline dat vereischt--en +'k gáán--laat hem gloeiend wit van alterasie en spijtigheid staan. + +"Maar dat was an geen doovemans-deurtje geklopt, want tege 't +gezag spit je as mindere zijnde toch 't onderdelft, zoodat die man +mijn toe in me dienst krimmeneel het gezocht. D'r deugde net niks +meer: an me boeke niet, en nerges meer an; 't bloed wier me uit me +nagels gekankerd, en toen er op 't appèl 'n paar man mekeerde, wier +ondergeteekede netuurlijk effe genome,--net drie maande na die rel +van d'r straks! + +"Goed, dat gaat zoo lang as 't voete in die aard het ... tot 'k op +'n Donderdag na de excercisie van de benting afkom, en in die rust +tussche 12 en 2 me luitenant net snap, dat ie me vrouw pakt, en zij +schreeuwt: "malla, lâ me met rust!"... Maar ik as de minnaar had dat +beloerd ... me bloed dat kookt over--'t was net weer zoo'n snikheete +dag--'k val op 'm an, grijp 'm vast as 'n leeuw, en 'k heb 'm met ze +harsings tege de muur angeplakt. Ja want d'r ware tòch geen getuige!... + +"Maar jewel, hoor, da' kon met fesoen nie meer deur die beugel. Hij +maakt groot lef en brengt me an bij die krijgsraad ... Ik spreek as +'n dolle stier van me af--wat 'n wonder: d'r had 'r een an me wijfie +geraakt!--nou, en van da'k in Parijs dat Sjeneesche recht had geleerd, +kon 'k netuurlijk die wet op me duim, zoo da'k met vlag en wimpel +vrij wier gesproke met niks as twee dage prevoost.--En hij? Ken je +zoo nagaan ... Ja, groote honde bijte mekáár!... Hem maakte ze'n +heibel onder vier ooge, en de luit'nt kon gaan. + +"Maar dat was zijn zin niet. En die man het d'n ondergeteekende +na datum zoodanig gesard en gezocht, to 'k gediggredeerd wier, en +teruggezet ben tot de rang van kopperaal. + +"Nou mot je mijn kenne ... met nog aldoor dat gif in me bloed van toen +'k as doofstomme door Carlien, die beeldschoone vrouw, was verleid +en verraje. Die wrok kwam daarbij, hieuw er schrikkelijk huis, da'k +geel van de gal zag, en me reuzel van die haat op wier geteerd ... + +"Je lijkt wel 'n dooie, zooals jij vermagert; geliefde, geliefde wat +ziet gij er uit,"--snikte Louetta. Maar daar holpe geen inlansche +kruie, die me bruine bruid voor ondergeteekende in die woude ging +plukke, dat ze werom kwam met de slange an d'r bloedende voete ... Is +dat effe trouw?... + +"En nou, as je mijn nou goed in je hoofd heb geprent, zoo 'k daar rond +ging as skelet van de wrake ... O, man!--Hè je nog varinas in die pot, +da'k eerst effe me zinne verzet? Want daar komt 't ..." + +Z'n vingers beefden nu zoo, dat ie de tabak niet in z'n gouwenaartje +gepeuterd kon krijgen: "Stop jij maar ... Nou merk je meteen 's hoe +'k daar nòg onder lijd ... Zie je me hart, hoe dat angaat?... Nee, +lâ me maar liever effe met rust ... 't Ben de andoeninge die mijn +bovemeestere... Maar a'k nou 'n oogeblik stil an dat raam hier mag +staan en maar star in die lucht kijk--zie je--zooas die wolke daar +nou stilletjes vare ... dan maakt mijn dat kalm... Zoo... In de cel +ook... Soms weet je geen raad meer van de brandende drifte, dat je +denkt: as de vlamme niet uitslaan berst ik op slag ... Maar dan klim +'k op me driepoot, en deur die koekoek draai 'k me hoofd om na bove +... Blijf zoo hange ... Da's die lucht ... da's de ruimte, die d'r +toch is, ook voor mijn asem... En de wolke, of wat er dan zijn mag +... de sterre bij nacht ... die drijve vlak bij je, en benne nooit +bang, houwe zooveel as de eeuwige wacht. Nou, as dàt maar zoo is, en +de natuur is maar kalm, die ik anbidt--as Atheïst!--en de eeuwe gaan +rustigies-an d'rlui gang, dan ben 'k óók niet benauwd meer ... Nee, +want zoo'n zwerver hoort daar toch net zoo goed in... Geen donder +of bliksem doet mijn meer nood, want goed, of 'n huis, waar 't soms +nog's in kan slaan, he'k nooit gehad, en me eigeste leve ... a'k +crêpeer lucht dat ommers op,... geen hond die 'n traan om mijn laat +... en me lijf, al is 't ook niet vet ... wie weet of d'r niet nog +'s blompies uit op magge meste ... Teminste, as 't gif uit me ziel +d'r wortels niet rot maakt.--Je het hier anders 'n erg mooi uitzicht +... Dat laaste groen, daar achter die straat, mag 'k toch zoo graag +zien ... A'je me lang alleen laat, gaan 'k hier altijd maar staan +... 't maakt me bang en ongedurig, da'je wegblijft ... Dan knarst +dat slot zoo, want die deur van jouw kamer kan leze en schrijve, en +'t is net of d'r telkes een inkomt, zonder dat ie ope gaat ... Toch +heb 'k nou niks op me gewete, anders liep 'k niet op straat ... En an +die vent daar, die kop op je kast, hè'k ook zoo'n hekel ... die vrijer +kijkt je zoo an, wor je eng van ... waar je staat staan je ... Verleje +ben 'k al 's bezig geweest om me zakdoek d'r over te hange ... maar +'k had 'r geen bij me ... + +"Nou, de wolke hebbe me storm alweer zóóver bedaard ... En, dat +most, want wat er nou komt, daar hangt 't tooneelstuk vanaf. 't +Is 't aldermooiste ... Weet je wa'k met die man heb gedaan, met +die vrouwe-verleier?... Mot je hoore ... Maar denk eran dat 't uit +minnenijd is gebeurd, en dan benne de manne 't valschte ... 'k Zou 't +nou niet meer doen ... wees maar gerust ... de fut is er al zoo làng +tussche die vier muurtjes uitgeknouwd, en 'k ben veel verkoeld. Was +zoo brandende hittig in me jonge jare!... Zie je, 'k zeg 't je maar +... as je soms bang van me wier ... Gebroke man, hoor, die je met één +hand van z'n beene afslaat ... Heelegaar versukkeld, uitgeteerd, man, +van verdriet en ellende ... verschooierd, verhongerd ... tam, hoor, +onder 'n hoedje te vange!... Dat berouw sloopt je óók af ... as je +'s nachts niet ken slape ... + +"Nou dan ... 't was op 'n avend ... dat wil zegge, as 'k 't terug zien, +ziet alles róód voor me ooge, zoo'n rooie nevel as de zon 's winters +wel onder kan gaan ... maar dat zal 't bloed wel geweest zijn, door +me razende ooge. Want toe' zag 'k 'm staan, hè?--in polletiek wel, +maar 'k herkon 'm subbiet ... en ie had 'r stijf beet, as 'n beest +... en ze lippe die zoge vast an d'r mondje ... + +"Nog effe sting 'k ... Toe' neem 'k 'n sprong, val over 'm heen +en met me pennemes he'k 'm ze twee lampies uit z'n tronie gegrist, +z'n twee ooge, zoo: rits! rits! + +"Nou, en nou zal jij wel nooit meer an 'n vrouw kenne zien of ze mooi +is of leelijk!" + +"Racier toch ...?!" + +"Nee, laat me nou deurgaan!... zeg nou toch niks!"--joeg ie haast +grienende voort--"Want hij lègt nog, en ik kan ommers dat brulle +niet hoore ... 'k Vlieg na Louetta, jáág'r zoo op, gil enkel maar: +"vlucht! vlucht!" Draaf dan terug na de kazerne, en geef me meteen +bij de overste an ... Ze sluite mijn op ... De volgende dag wier dat +al voor die krijgsraad getrokke en wordt onder geteekende vliegens +veroordeeld voor de strop of de kogel ... Zie je, hier in 't land +wor je netuurlijk op jare gezet, voor leveslang; en as er dan in 't +Vorstelijke Huis soms 'n aardigheid voorvalt, trappe ze je effe eerder +d'r uit ... Maar spijt?... spijt? néé!--nog geen menuut! Wel da'k +'m z'n nek niet af heb gesneje; was ie meteen uit z'n lije geholpe +... Want twaalf jaar geleje ben 'k hier nog 's bij 'm an z'n villa +geweest ... en 't was 'n erg eng inzicht in die dooje kasse ... Maar +z'n vrouw het me bij 'm gebracht. "Man"--zei ze--"hier is Racier".--Hij +stak me z'n hand toe. Of ie huilde kon 'k nou netuurlijk niet zien +... En toe' ik maar weer wegging--want we zeie tòch niks--was 't: "dar, +arme bliksem!" en gaf ie me 'n tientje ... Nou, da' kon 'k best hebbe!" + +Heel lang bleef de Generaal toen in 't vuur zitten staren. 't Was +pijnlijk stil ... 'n Paar keer schudde hij z'n rood overspannen kop +met een ruk, of hij 't vizioen af wilde schudden. + +"Nou"--zei hij eindelijk schor--"nou je dàt allemaal van mijn weet, +ben ik hier me rust toch ook weer kwijt. 'k Zal er 'n end an vertelle, +en dan vertrek ik vanavond liever na Harlinge toe, voor 'n nieuw +geheim. Luister nou nog maar effe na mijn, 't is misschien voor +'t laast, da'k hier in die stoel bij je mag zitte. + +"Van de strop en de kogel ben 'k toe verlost, zoo je ziet, door +Zemajesteit Willem III, Koning der Nederlande, die mijn pardonneerde om +rede al mijn diggredasies door tusschekomst van mijn slachtoffer ware +gepleegd, en zoo wier dat dus veranderd in vijf jare detensie. Die +knapte 'k eerst op in Pontzo, de disceplenaire klas ... Nou, +en Louetta, daar treurde ik netuurlijk niet over, want dat was +geen Hollansche maar een inlansche vrouw, hè? 't Was een belabberde +dienst in die klas. Vijf maal per dag uitpakke, en speksie ... affijn, +daar wen je ook an, hoewel niet zoo gauw as an hange. Maar toe ze dat +morke, werd ik na 't huis van detensie in Leie verzonde, waar 't nog +beter gesteld was. Want daar zit je gemeenschappelijk, en ik raakte +er vrinde met één, die tien jaar had. Beste man, alleen erg an koning +Alcohol verslaafd, wat dan ook z'n dood is geweest ... Poosie geleje, +da'k net toevallig weer niet in de cel zit, spreek ik ze broer. Die +zeit: "Generaal"--zeit ie--"hoe staat jou 't leve?" Ik laat 'm me +laaste ontslagbrieve zien. "Zóó"--zei ie--"maar Hein is net zoo +wild van 't lirium as 'n dolle stier, en die zal de nacht wel niet +hale." "Goed"--zeg 'k--"dan gaan 'k mee." 't Was in Amsterdam, in de +Pieter Jacobstraat, as je weet? Daar lag ie op de vliering en ie ging +zoo te keer, dat 't volk ernaast d'r van opspeelde, want die mensche +konne niet slape ... Nou, toen 'ie mijn zag, zeit ie nog: "daar hè +je de Generaal ook, en ik ben van 't alkehol bezete."--"Ja Hein"--zeg +'k--"dat zien ik wel, vrind. Maar as je weer wild wor, za'k wel op je +beene gaan zitte, want je maakt 't niet lang meer ... de Netuur heb' +je ziel, man. En as ze daar eerst die dampe uit late luchte, is die nog +zoo kwaad niet"... Nee, want ik mog 'm graag leie ... Nou, en toe is +tie die nacht d'r dan ook in gebleve ... 'k Had er wil van, da'k 'm ze +lampies nog heb af kanne dekke ... Want ze zagge d'r erg griezelig uit, +toe ie dood lag, en 'k had er bij z'n leve graag in magge kijke... Daar +zat trouw in, en die vin je niet vaak in de wereld... 't Dee me goed, +a'k d'r in keek, toe we same die jare in Leie verzatte ... want die +man kon zoo maar zitte fanteseere voor z'n eige, en a'k dat zag, dan +begon 'k óók ... Fideele kerel ... As ie z'n knieë had wille buige, +liep ie nou in 't zwarte lake... net as ik. Maar daar ben me te +trotsch voor... as atheïst!... Wat ie nou is?... 'k Denk er vaak an +... 't kan best beure dat z'n ziel nou weer spookt in die koei daar, +die rooie op 't veld ... Hoe 'k d'r an kom ... maar 'k kijk er 't +dier dikwijls op an ... Net zukke ooge... zoo trouw... echt fideel. En +dan is tie van de alcohol óók af... tjonge nou... wat sting die koei +vanmorge nog uit dat modderslootje te slobbere ... Of zu'k slikwater +nou beter is dan klare jenever?... Affijn misschien wel voor z'n ziel. + +"Toch was 't 'n rare. Die Hein had één hekel; die kon nou op geen +kraag gouwe sterretjes zien. "Da's vast me kwaal"--zei ie soms--"van +de zenuwe vliege ze aldoor al rond voor me ooge, en a'k ze dan op +'n ofciers-jas óók nog anschouw, dan mot 'k ze plukke..." Nou, +sterretjes-plukke is kinderewerk--dat vin ik. Maar hij von dat niet. As +kopperaal zijnde is ie 's 'n majoor na ze strot toe gevloge... Zoo +in ééne, enkel omdat ie die sterre nou niet zien kon op die man z'n +kol... En toe de majoor dat niet wou, het ie 'm pardoes voor z'n +test geblaze... Daar hàd ie tien jaar voor!... Erg beste kerel... De +Idéëe van Multátuli kon ie temet zoo uit ze hoofd, en mijn het ie 'r +ook verscheie van buite geleerd ... Want geleerd was tie ... tot in +de toppe van ze teene ... A' je die koei ankijkt, zie je diezelfde +geleerdigheid nòg in z'n ooge.--En nou ga' 'k je groete. Je weet +nou me grooste geheim van die misdaad,--en eer je dáár an gewend ben +geraakt ..." + +Racier hield woord. Hij stond resoluut op, en in geen maanden zag ik +'m terug. + + + + + + +HOOFDSTUK XIII. + + +Fantastische zwerver, poovere Don Quichotte-figuur, zooals hij altijd +nog maar waardig rechtop in de statie van zijn lange dallesdekker langs +'s Heeren wegen schooiert, van dorp naar stad, van stad naar dorp, +moeizaam trekkend met zijn rechterbeen, waarvan de voet immers eens +gekneusd werd onder die automobiel van ... "het groot-kappitaal!" + +In de magere vingers van zijn glad-koude hand houdt hij nog steeds +kleumig het bosje dunne, roode potlooden omklemd, dat hem voor +opzending naar den Krentetuin moet bewaren. En door zijn altijd +wat overspannen, rood-aangegloeiden kop draaien op zijn lange +landlooperstochten de wonderlijke verbeeldingen voort als de eindelooze +film in een bioscoop van louter prikkelende Sherlock Holmes-tafereelen, +die zijn oogen doen glinsteren, en zijn ziekelijk dwepersgezicht in +felle mimiek laten leven. + +Mijn vriend Racier deelt zijn bestaan trouw voort tusschen de rust in +de bajes en dan weer 't vervolg van zijn oplichterijtjes,--zoo simpel +in wezen van naïef bedrog, maar voor zijn eigen gloeiende fantasie zóó +rijk aan Balzac-iaansche romantiek en intriges, waar hij zelf immers +den wèl vaak belaagden, doch steeds overwinnenden held in speelt.--En +over de humanitaire vorderingen van ons gevangeniswezen is hij niet +zonder waardeering,--de gevangenisdoctoren prijst hij genegen om +'t halve pintje melk daags, 't wittebrood, en de lange pauzes van +rust door de broom in 't vermoeiende spel zijner verbeelding. Waarna +hij dan weer, wat aangedikt in de wangen, zich den rossen baard laat +groeien tot den sik van Spaanschen grande,--een groote bloem in zijn +knoopsgat koopt, en 'n pakje geurige sigaretten, om behagelijk de +nieuwe vrijheid in te flaneeren door de mondaine stadsdrukte, die hem +verlokt, de oogen wat pijnlijk geknepen tegen de in de cel ontwende +zon, en telkens weer, zoo'n eersten dag, spiedende rondziend naar den +armen bliksem, aan wien hij zijn "goede daad" zal wijden.--Want op den +dag zèlf der bevrijding aan een grauwen hongerlijder 'n riksdaalder +toestoppen van zijn poovere uitgaanskasje, en dan als een heilige +in de volte spoorloos verdwijnen eer de andere zwerver zijn dank +heeft gestameld,--dat behoort, mèt 't in ondeelbaar kleine snippers +scheuren van zijn ontslagbrief, tot de vaste ceremoniën, die eenmaal +de mislukking moeten bezweren van Raciers laatsten groote-slag. + +En als hij dan eindelijk, eindelijk 't wondere ideaal zal hebben +bereikt, en, onnoemelijk rijk, zijn paleis in Hyde Park bewoont, +met harem èn renstal "au grand complet",--dan wil hij mij ergens op +de Veluwe een lief landhuis laten bouwen naar mijn zin, om mijn leven +verder rustig aan 't schrijven van zijn heldhaftige memoires te wijden. + +Maar tot heden blijven dat chateaux en Espagne, al ben ik er in mijn +diepst verholen wezen aan gaan gelooven, zooals hij zelf 't zeker +wéét. Met 'n ietwat bleeken zienersglimlach op zijn tòch verzorgde +zwervers-tronie pleegt hij mij daaromtrent vrij geregeld, zoo omstreeks +de influenza op 't einde van 't jaar, te komen geruststellen--als zijn +vaste toer door het land en 't wat wisselvalliger oponthoud aan de meer +bedoelde stations hem al weer rond en in Rotterdam terug heeft geleid. + +In die donkere dagen voor Kerstmis, als 't buiten regent of mist, +en de stad leeft in zoo'n vaal-groen onderwatersch licht, kijk ik +telkens al uit, of ik den pooveren sire nog niet langs mijn huis zie +waren. Maar of zijn sjofele figuur zich oplost in de naargeestigheid +van 't weer,--'t is mij nog nooit gelukt hem te verkennen vóór ik +onverhoeds, met een aanraking, die mij telkens tòch opnieuw een rilling +over den rug geeft, zijn hand op mijn schouder voel kloppen, en zijn +dor-schorre stem hoor zeggen: "Zoo vrind, 'n zalig uiteinde,--want +vrede op aarde komt niet uit mijn atheïstische strot." + +"Racier!"--tracht ik dan zoo blij mogelijk verrast hem te +verwelkomen. En even lachend wisselen we telkens weer dienzelfden +blik van verstandhouding,--die nu eenmaal 'n stilzwijgende vraag +beduidt van mijn kant, en zijn bemoedigend antwoord: "nee hoor, géén +onrein. 'k Heb inspres m'n laaste maffie besteed an 'n bad mèt zeep, +en om me hoofd kaal te knippe, dat je me met 'n vrij gewete binne kan +late ... 'k Zou liever me rechter hand opvrete, dan dat jij, al was +'t maar zóó'n kleinigheid, von' 'a'k strakkies weer weg been ... de +Natuur weet waarheen." + +Zijn Kerstgaaf aan mij is 't verhaal van zijn láátste--z'n "slag", +zóó mooi, zóó effetief, als ie er van z'n leven nog géén heeft +geslagen. Terwijl hij dan ouder gewoonte, wat nadrukkelijker +strompelend, mijn kamer rondmonstert of ik er wat nieuws heb +bijgekregen of verhangen aan den wand, maakt hij de gebruikelijke +plichtplegingen, steeds uiterst vleiend en hoofsch voor mijzelf en +de leden van mijn gezin. Inmiddels zie ik zijn boven 't verweerde +gezicht onder de fameuse kleppet zoo blank bewaarde hooge voorhoofd +bedenkelijk aanrooden, zijn lampjes gaan glimmen, zijn gestalte zich +fierder rechten, tot hij eindelijk zelf een leunstoel aanrolt bij den +open haard, zich behagelijk handenwrijvend vastschurkt in de veering, +z'n gammele extremiteit wurmt uit de verloopen schoen, en zoo op 't +randje voor 't vuur te koesteren zet, dat de damp weldra walmt uit +'t troebel verband.... + +Zijn kop ligt nu vertrouwd tegen den zachten stoelerug aan, de rossige +puntbaard in den vorm gestreeld onderuit; twee zwakke blosjes gloeien +op de glimmende jukbeenknobbels boven z'n zwakjes ingevallen wangen +en reeds weiden zijn opgetogen oogen verder en verder weg in den +verbeeldingsdroom van zijn "slag". Tot hij de groote lijnen der +intrige verkend heeft, en 't nu alles duidelijk ziet daar in de +vlammen van 't vuur, 't waarachtig echt doorleeft, wat zijn woorden +voor mij realiseeren als bloedwarme werkelijkheid, waarin hij zelf +heilig gelooft. + +"Heb ik je 't sterven van Mama al verteld?"--leidt zijn diepe grafstem +in. "Och nee, 't is ook waar,--jou leve en mijn leve,--d'r ligt een +wèreld van misère tussche.--Van misère en verdoemenis. Zèg, je rookt +'n ander merk sigarette, maar de lucht is niet slecht, al ben ze erg +zwaar ... 't Is geen affront hè, a'k 'm maar weggooit,--'k wor er in +ééne dronke van ... Misschien is 't ook van de herinnering an háár +dood, da'k me nou zoo draaïerig voel ... 't Was me eenige, al had ik +haar na de Commune niet meer gezien ... Me ziel en me gewete, omda'k +as atheïst niet zegge wil: me God ... 'k Laat nooit 'n steek valle; +wat 'k ben, ben 'k stijf ... Dat kan de wereld juist niet verknoerste +van 'n armoedzaaier zooals ik ... Wou ik buige, wou ik kniele,--'k +reed met de vier ... Van 't voorjaar nog op dat rijke buite bij Velp +... die beeldschoone maagd, die gravin ... Maar 'k sting in eene op +uit 'r omarming, schud me los, en roep: "edelvrouwe, gij drukt de +baarlijke duivel an uw teedere boezem,--mijn tong sterft af, werp ik +uit as 't verdorde lid, zoodra ik maar 't eerste woord bid ..." + +"En toen?" + +"Toe?--zien je die winkelhaak in me broek? 'n frommes op logement +het'm nog zoo zedig voor me gestopt ... Maar dat hebbe háár honde +gedaan, de hellehonde, die die barones toe eigenhandig op mijn los +het gelate .... 'k Ben d'r trosch op,--wat let me, as je'n domenee +was tornde ik die nade zoo, rits rits weer los, en dan zei ik: "Hier +sta ik, godsloochenaar met de flarde van 't ongeloof langs me beene, +as de tropeeën van de martelare ... Want, ja, man, zoo ben ik ... Of +ken je mijn altemet nog niet? + +"Na mama's dood kreeg ik d'r overschot;--'n kappitaal van zès duzend +gulde! Wat 'n zonde, hoor 'k je denke. Ja, vrind, dat heb 'k jou wel +gezeid,--vóór we an 't end benne zal je pas wete wat Racier 'n groote +misdadiger is... Maar 'k kan er niks an doen, 't is me opgeleid, +tusschenbeije kan 'k er zóó baloorig van loope over de weg, dat alle +meziek er bij mijn uit is en ik 't hemelsch firmament beschouwt als +'n vuil beddelake vol vlooiepikke, met verlof ... Da's 't sjagrijn, +nee en drinke doen 'k niet meer. + +"Maar nou mot je hoore. Met die zes duzend gulde op zak was +ondergeteekende na Haarlem vertrokke om de omstreke van Bloemedaal +te bezichtige. Daar ontmoette ik de tweede groote rol voor mijn +slag: de Markies de Touard, net persoon, groot van stuk, en met +'n prachtig voorkome ... beneves geletterd,--gelètterd... tot in +de toppe van z'n teene! 't Was in een geheelonthouders-zaak van 't +socialisme. Daar vroeg iemand ies an de kastelein,--'n Armeniër was +'t en ik vertaalde dat voor 'm. Toen zeit de Markies: "meneer, u ken +meer as leze en schrijve;--ik ook". + +"Daar de Markies arm was en an lager wal--néé, als edelman zijnde heeft +hij mijn nooit zijn geheime verteld--vroeg hij an mijn: "zelle we same +geen rol uitvoere?"--"Nou"--zeg ik--"dat kenne we van de week wel 's +zien, want rolle-bestudeere is geen dagelijksch werk."--Daarop benne +we same gaan loogeere in een eersterang hôtel en ik betaalde voor zijn. + +"Daar ondergeteekende alle dage de dagblade lees ... in alle vreemde +tale, en ook wel eens een adresboek raadpleeg,--merk ik uit het +Vaderland op dat een generaal, welks naam ik verzwijg, uit Indië +terug is gekomme en gevestigd te Haarlem, an de Schouteweg. Toe' +antwoord ik 's morges bij mijn ontwake an de Markies de Touard: +"ik heb 't gevonde, maar we motte er nog een man bij hebbe." Ik +bedoelde netuurlijk me eige door te late gaan as bedoelde generaal: +generaal-inspecteur, op reis met z'n staf, want naar ik erbij had +geleze was hij met groot-verloftijd van drie jaar in Nederland, +maar most immediatement weges familie-omstandighede na Amerika ... + +"Die rol ging ik toe an 't bestudeere; en na me eige idees zat daar +geld in. 'k Zeg tege de Markies: we gaan terug na De Haag voor die +'k hebbe mot, want die rol zal me same spele. 't Kost drie weke +studie,--en eerst mot de echte generaal Nederland uit. Toe heb ik de +Markies dus netjes angekleed en an 't bewuste adres late informeere, +waarop die lakei antwoordde: de generaal was daags tevore per +scheepsgelegenheid vertrokke uit Rotterdam, en dan per spoor verder +na Grand Rapids Bizoean ... + +"Dus ik speelde de rol, en zullie ware me knechs.--Nou begin ik +dat stuk: Daar ondergeteekende speciaal bekend is met de dienst +van soldaat tot generaal, en zijn staf twee gesjochte jonges ware, +moest ik die eerst dresseere. Na zeve dage had ik de derde persoon in +De Haag gevonde: een man van anleg, maar met die dienst niet op de +hoogte. Hij was een Italiaansche boekhouwer, die een val had gedaan +en twaalf jaar in Leeuwarde doorgebracht had,--o, dat geeft niks, +in de gevangenis zit de grooste geest. Heb je ooit wat uit te voere, +zoek dan 'n recidivist en hij volbrengt 't! + +"Ik vond 'm in de Lange Nieuwstraat,--'n temijezaak, 't "café +Anna". Ja, da's bargoensch. Ondergeteekende spreekt nege tale, èn de +dievetaal. Hij was groot van postuur, en ijzer-sterk. Maar de Markies +ging alleenig binne, om rede de generaal z'n eige nooit met geen vrouwe +inlaat,--en ik erge kwetsie met die madam Anna gehad had. Dus vroeg +de Markies haar verlof om die klant de deur uit te sleepe, en dat +'t haar geen windeiere legge zou. Nou, dit alles geschiedde onder 'n +toilet dat wij vermomd ware, ik, en de Markies as mijn cavalier,--dus +die dame, niet anders dan een meisje van plezier zijnde, gaf da'lijk +toe ... Nee, nie waar, dat most allemaal gebeure buite de deur, +want alle mure hebbe oore. Waarop wij gonge na 't Haagsche bosch, een +heel end weg voorbij de societeit, om, gebruik makende van de natuur, +met z'n drieë onder de bloote hemel te beprate wat er an de hand was. + +"Hij hiette ... Ferdinand van Haamsberg, maar ik had 'm van Brakelen +van Brandenburg getituleerd, wat de naam was van de adjudant van de +generaal. En al 'n end op de Leische weg zeit ie: "as ik er geen kwaad +bij kan, gaan ik mee, al was 't na Londen."--Nou, dàt was 'n span, want +de Markies had met de ouwe wet óók zes jaar en acht maande gehad--zes +pond en acht ons, onder ons, gesjochte jonges--in 't detensiehuis in +Hoorn, voor diefstal met braak en poging tot moord: 'n lid eerste klas, +dus. Máár ... in z'n doen en late 'n chevalier ... d'industrie! + +"De volgende middag al zitte we in Amsterdam in die fijne dames-zaak +op 't Rokin, 't Groene Huis, Maison Verte, met z'n twee en twintige +an tafel in een bonte rij, om an mijn adjudante die etiquette te +leere, en de omgang met de edelvrouwe in zij en satijn, gepoeierd èn +gedecolleteerd, en hoe ze die als d'r cavaliers bediene motte, dat +ze later, as ik an die grootelui's tafels wier genood, geen flater +zouwe make, door bevoorbeeld maar toe te taste na wat die gravinne en +freules zoo bloot an d'r buurlui late zien. En we hebbe 't daar vol +gehouwe,--àcht dage lang van 's morgens tot 's avens. ... Maar as d'r +dan weer een z'n poote uitstak, of met z'n jatte at uit die schale, +of z'n lijfelijke rommeling niet bedwong,--floep, dan kreeg ie 'n lik, +pardoes in z'n ponum. Want ik was de baas, hè? 'k Had de kaptale, en +... tucht bovenal. Ja, dat het wat 'n cente gekost, zal jij denke. Nou, +zoo merakel veel niet, want 't was geen maison eerste klas. En overdag +ging ik met me staf na de manege om ze paard te leere rije, en na vier +dage les galloppeerde we zoo same al ventre à terre door de stad. Nou, +en ik had netuurlijk in Indië bij de cavelerie gelege, en later jare +bar veel gereje toe 'k in Parijs nog boekhouwer bij Rothschild was ... + +"Zie zoo, dacht ik, die staf van mijn, nou kenne ze de dames-bediening +óók,--en op de goeiekoopste manier, want ik betaalde er enkel 't ete +maar, wees d'rlui hoe ze d'r vorke moste vasthouwe, en as ze vroege +uit welke rede, dan zei ik waarom. + +"Toe' ben me van Amsterdam na 's-Gravenhage, onze residensieplaas, +terug gereisd, want daar haal ik nou eenmaal altijd mijn geest vandaan, +en studeerde ik precies 't model van hoe die generaals uitgemonsterd +benne, die je daar bij bossies ziet rondloope met d'r bijpassende +officiere. Nou, Haagsche kleermakers ben nooit te vertrouwe, waarop +mijn logementbaas zei: "gaat 's in Gorrekum neuze." + +"Zoo gezeid, zoo gedaan. Die kleermaker daar vraag 'k onder vier ooge +te spreke, waarop hij zijn vrouw met acht kindere laat verwijdere, +en mij afvraagt: "a'k er geen kwaad bij kan, wil 'k je wel helpe, want +jij speelt 'n valsche rol. Denk er dus om, want na je ziet zit ik hier +met 'n k'nijnehok vol, en is de negende alweer op de komst."--"Wees +gerust"--zeg ik--"alles wat ik doen, dat is in 'n geslote graf",--en +meteen geef 'k hem vierhonderd gulde, omdat ie ook maar 'n arme donder +is, en dat ie 't lake kon koope, waarop ie direct mijn de maat nam. + +"Ik koos dus een generaalspak van: dolman, rijbroek èn twee pantalons +met bijpassende kaplaarze. Maar voor de garniture, de gouwe kraag +en de vangsnoere ging ik werom na de Haag, èn voor de rooje bieze +in de pantalon. Me pet met breeje gouwe rand kocht ik in een andere +winkel, mèt me hoed met pluime voor grand tenu en dito voor me twee +collega's. Maar an me ridderordes en Kraton-medalje, me expeditiekruize +met twee gepse had ik veel moeite, want die ware momenteel in geen +een winkel voorhande. Daar werd ik an geholpe door tusschekomst van 'n +vierde persoon, in Rotterdam.... Me kruis van de Militaire Willemsorde +mèt kroontje heb ik voor f 8.75 van een gesjochte ridder gekocht, +na hem mijn geheim onder vier ooge te hebbe onthuld. En de rest van +me dure borst dee' ik hier en daar op, me eereteeke van Tonkin bij 'n +eerste luit'nt, me eereteeke van 1881 met de Eikekroon bij 'n tweede... + +"Toe was alles present,--en na twaalf dage was ook de kleeremaker +klaar. Maar die had netuurlijk geen spiegel, die bij eerste-klasse +tailleurs anwezig is, want die is wel zoo groot van de zolder tot de +vloer met dito vis-a-vis voor 't bekijke van achtere. Zooeen heb ik +er toe' late hale en voor hem betaald, waarop we 'n paar uur moste +wachte. Maar toe deje we vast onze vermomminge an uit Parijs: Mijn +grijze baard met dito pruik à la Napolitaine--van dat lange polkahaar, +weet je? Me eerste-luitenant, de Markies, 'n zwarte ringbaard, +op z'n Engelsch weg, maar van z'n eige, want die was natuur. En me +tweede-luitenant 'n dito baard op z'n Engelsch, maar in 't blond, óók +afkomstig van de kapper van 't Théâtre français in Parijs. Daarvoor nam +een coiffeur hier eerst de maat. Dit alles kostte kappitale van geld. + +"Wij kleedde daarop onze politieke pakkies uit. Vier en twintig +uur van te vore had ik drie nieuwe koffers an late komme, en daar +werde die ingedaan met onze bijpassende pantalon en betiens, die we +niet noodig hadde ... En de generaal met zijn staf kleedde zich an, +bekeke zich rechsomkeerd, en 't zat model .... As 't nou maar goed +uitloopt! Ik voor m'n eige ben wel nooit benauwd. En as er geen +verraad in 't spel komt, zal ik de rol ten ende make. + +"Toe 'k bel, komt de kleermaker binne, slaat an voor zijn eksjellentie, +wenscht hem veel geluk met zijn rol, en daarop worde die kiste dicht +gedaan. Eigehandig zet ik daar 't adres op van Z. Exc. baron van +T. v. S., generaal-inspecteur van het Nederlansch-Indische leger, +met zijn staf. Onze bediende brenge die na 't spoor. + +"Nog 'n uur blijve we bij die kleeremaker, omdat ik daar dejeuneer +met me staf--'t was voor de eerste maal same in uniform, mèt +me vermomming. Waarop ik 'n telegram schreef an de Ouwe Doele te +Middelburg om plaats voor de generaal en gevolg. Vijf en dertig menute +daarna kwam 't antwoord, dat onze vereerde ankomst hoogst angenaam was. + +"Tot hiertoe had de dressage van me adjudante, mèt die uniforme +mijn rond f 4900 gekost. Daarop stapte we de deur uit, en omdat er +in Gorrekum geen militaire legge, werde we door tusschekomst van de +burgemeester en de politie in alle eer na 't station gebracht. + +"Da's de eerste pessage. Nou komt de tweede, de moeilijkste, waarbij ik +erg zenewachtig wier; maar me knechs bleve normaal, want die steunde +op mijn capaciteite..." + + + + + + +HOOFDSTUK XIV. + + +"A'je die eerste pessage nou goed in je 'oofd 'eb"--vervolgde de +vagebond, naar lichaam en ziel in zijn rol, zóó, dat hij nu opeens +zelfs in 'n wonderlijke affectatie herhaaldelijk weer de h's uit +zijn woorden wegliet--"a'je dat nou allegaar in je kop 'eb gestoke, +dan krijg je me twééde bedrijf, dat in Middelburg speelt... + +"Let nou op: In 'n rijtuig met twee paarde wordt z'n eksjellentie de +generaal en z'n twee onder'oorige van 't station afgeäald,--beneves +'n vigelant voor 'ullie bagazie, waarmee ondergeteekende ree' +na't'ôtel. Daar was van te vore 'n rooje markies bove die poort +uitge'ange, en er lagge allegaar tapijte: eerst zwarte, toen rooie, +toe' witte, tot an dat rijtuig over die straat. Links van de ingang +stane vier kelners opgesteld in zwarte rokke, en rechts ... drie. In +'t midde op dat tapijt daar legge na alder'oogste etiquette geknield +die 'otel'ouwer met z'n dame.--Netuurlijk 'ad die militaire macht +mijn van 't spoor af met volle meziek opgebrocht... + +"Volges dressage stap ik 't eerste dat rijtuig uit, me eerste-luitenant +nommer twee en alles na venant. Zullie spreke geen woord. En die +'otelouwer met dat wijf, gekleed in grijze satijn, staan op en zegge: +"Zijne eksjellentie, welkom in Nederland." + +"Met d'rlui rugge achteruit, gaan zij mijn voor na me appartemente en +me begazie na die chambre à coucher. Dertig menute later kwam baron +Sch. v. d. O.--toentertijd dienstdoend kaptein van 't 'ollansche +leger--om introductie van die 'otelouwer, dat ie mijn wou verwelkomme +in Nederland. We sliepe netuurlijk met ons drieë, ik en me knechs, +in één kamer, want ik mos 'ullie 's nachs vanzelf 'ullie rolle opgeve. + +"Nou klopt die 'otelhouwer an de deur, slaat an--gekleed in zwarte rok +mèt witte das--, en vraagt: "Zijn eksjellentie, ister altemet geen +belet?"--"Nee" zeg ik, "'k geef gedurende 'n uur audiëntie"--ja, +audiëntie, zeg, zoo mot je 'r dat bijzette.--Waarop die kaptein +binnekwam, en ik opsting en 'ij mijn die 'and reikte, en tege die +'otel'ouwer zee: "belam, twee glaze water met mekander kenne niet zoo'n +vergelijking geve as deze generaal, want 'ij is 't spreked. 'k Eb 'm +toevallig zien rije op die Schouteweg in 'aarlem."--Nou, dat snap ie +zoo, é? Ik liep erg trotsch, zooas 'ij gewend was te loope, en 'ieuw +me dus met mijn mindere niet op.--En netuurlijk 'ad die 'ôtelouwer +geen wantrouwe, en ik vroeg geen rekening en niet wat ik daags most +betale. Want we leefde die eerste dag op de aldergrooste schaal,--om +mijn zinne te verzette, en dronke wel twintig flessche champagne +... 'adde goed gedineerd en gesoupeerd... Toe' liet ik tachetig brieve, +die ik zelf geschreve 'ad an mezelf, na alle plaasse verzende, en +die weer terugkwamme an Z. Eksj. de generaal v. T. v. S... Dus bij +gevolg dacht die bollebof: die generaal is alom bekend en van grooten +'uize,--da's de fijnste clandisie voor mijn 'ôtel. + +"Je ken dus zoo nagaan: die eerste dag zette ik geen voet op die +straat. + +"'s Anderedags--a 'k 'n segaar krijg kan 'k beter door prakkezeere--'s +anderedags, ja, toe ginge we na die manege, waar ondergeteekede drie +paarde vroeg, bestaande uit 'n bruine, 'n vos met witte pootjes, +wat genoemd wordt 'n bles, èn 'n schimmel voor z'n eksjellentie. Die +'ortsikke werde opgezadeld, en toe stuurde ik me eerste educan met +'n briefie, dichtgevouwe à l'étiquette de Louis XV--allemaal volges +'t militarisme--om S. v. d. O. op te 'ale, die toe me eerste-luitenant +volgde: te paard. Waarop me tweede-luitenant mijn peerd nam--da's +volges die etiquette, want anders 'ad die kaptein netuurlijk gezeid: +da's geen zuivere koffie,--en ik opsteeg, en die kaptein ree links +volges die etiquette, me eerste rechs, de generaal in 't midde,--en +me tweede volgde ons op tien passe afstand... Ja, of 'k 'n goeie +comediant zou zijn, nou! + +"Waarop 'ij onderweg vroeg: "Zijn eksjellentie, waar is de +reis natoe?"--"Ik wou die klas van disepline is inspecteere in +Vlissinge"--zeg ik; waarop wij stapsgewijze Middelburg uitgonge, +en in galop op de Vlissingsche weg na de klas reje. + +"Bij ankomst stane al die klassiane voor mijn in parade an die deur, +waarop de kaptein afstijgt--da's nou zijn plicht--en mijn paard 'ieuw, +waarop ik afsteeg. An die poort stane vier 'oofdofficiere,--van +welke range 'eb ik niet bekeke, daar 't regenachtig weer en ik in +zenuwachtige toestand was. Ik liet op die binneplaas die klassiane +diffileere ... à la baguette langs mijn 'een, en gaf zèlf die +ordes. Toe gong ik bove die zale specteere, waar twee klassiane an +'t lijntrekke ware, één op 'n stoel en één op ze krip. Angezien +die alreeds in de eerste categórie ware--op 't laast van d'r +straftijd--vroeg ik: "'eb gij voor God en uws gewete geen spijt van +wat je misdreve heb tege Koningin en Vaderland?"--Maar ze zeie asdat +die drank erlui zoo ver had gebracht, de eene voor drie deserties en +de andere twee. Waarop ik me eige omkeerde en de dienstdoende officier +verordeneerde om die twee klassiane immediatement na 'ullie regemente +terug te sture ..." + +"Had je te doen met die kerels?" vroeg ik bemoedigend, omdat nu de +tranen over Raciers glimmende jukbeenderen glisten. + +"Ajjemenou,--zèg?! 'k Mos toch èrges voor komme, as eksjellentie +zijnde? Of was 'k soms vroeger niet zèlf door 'n generaal uit de klas +gepardonneerd?--Waarop ik me eige verwijderde te peerd en wou zien +of die kaptein goed rije kon, en ree ventre à terre na Middelburg +werom... Maar netuurlijk, daar in de stad ging 'k weer op stap.--"Met +uws verlof, eksjellentie"--zeit die baron buite asem--"rij je in +Indië óók altijd zoo 'ard?"--"Onverschillig in welk klimaat"--kom ik +leuk--"want ik ben 'n netuurkind, die an geen G..." Haast a'k me daar +'n atheïstische steek late valle ... + +"Dit alles geschiedde zonder betale, want wie vertrouwt er geen +generaal? Maar telkes bij ankomst stinge daar twee schildwachs, die 'un +plicht voor mijn deje as eerbewijzing ... Mot je dènke, ik saleweerde +nooit werom, dee net of 'k 'ullie niet zag. En dan naast mijn eige zaal +'n kamer, daar moch' nooit niemand op, en me slaapkamer, salonkamer, +conversatiekamer,--alles voor mijn alléénig ... Toe die 'ôtelouwer vijf +menute na ankomst weer antikt en binnekomt,--gekleed in zwàrte rok, +want die mos mijn altijd eiges bediene--, met mijn correspondencie, +waaronder 'n brief was, waarop mijn oog viel, zoo'n raar schrift as +dat was. En geen wonder: van Jhr. v. d. L. d. C., villa Dolle roze, te +Middelburg. Die in'oud luidde: Z'n eksjellentie, angezien ik ge'oord +en gezien 'eb asdat u in 't land ben, wenschte ik graag of u mijn +met 'n bezoek wou vereere,--en dan die eerbewijzing, begrijp je wel, +met onderteekening as de luitenant-kolonel van die infanterie. + +"Waarop ik mijn twee collega's vroeg: "wat dunkt u daarvan?" Waarop +de Markies de Touard zeit: "nou gane me de lik in, want dat zou me +sterk bewondere of t'er nou al geen s..... an die knikker is." Waarop +ik antwoordde: "Jij ben mesjogge",--en mijn vesitekaartje nam mèt +titel. Volges etiquette-gewijs draaide ik an die rechterkant 't puntje +om, stak 't in een passend envelop, en liet 't wegbrenge door mijn +éducan .... à pied.--Zie je, 'k laat er inspres veel Fransche woorde +in doorvloeie, dat staat wel prachtig! + +"Waarop me educan wier binnegelate bij die luitenant-kolonel en wat +gebruikte wat op dat oogeblik de tijd vereischte, waarop 'ij met +'t adreskaartje van die Jhr. v. d. L. de C., mèt omgeboge kantje +an die linker'and, per rijtuig terug wier vervoerd na mijn.--Dat +plooie van dat randje an die linker kant beduidt: die receptie is +angenome.--Snap je nou effe wat die opvoeding van al die etiquettes +'n groote rol speelt in 'n mensch z'n leve? + +"Nou, die educan bracht mijn de bewuste envelop en antwoordde mijn +onder vier ooge privé: "Racier, 'k ben machtig in 't lef, maar dàt +zakie durf 'k belàm niet te wage; want 't zou me sterk ontvalle of +die dinertafel zat stijf van die ofciere."--Waarop ik antwoord: +"Vertrouw op mijn, mijn dappere Markies, ik zal me rol net spele +as dat ie be'oort",--waarop die allebei zich verwijderde en ik +alleenig in die salonkamer ging zitte prakkezeere voor 't raam an de +Mart, en me rol bestudeerde, onder 't gebruik van een bouteille de +St. Estèphe, een 'eel zachte wijn voor die koerazjie, waarbij 'n kissie +sigare-van-75-cente-'t-stuk op dat tafeltje stinge, die ik 'ad besteld. + +"Zoo welgedaan en gesterkt--och, as je 't maar fijn 'ebt op de wèreld, +is 't geen kunst om d'r link bij te blijve--zoo kom 'k na 'n uur +bij me twee educans werom en gelast 'un: "stroop je rijbroeke af, +trek je pantalonne an en zet je in grand tenu",--'t geen de generaal +zelf óók dee'... + +"'Alf uur later sting 't rijtuig al voor ons drieë klaar om ons af te +'ale: koesier en palfenier, stijf in 't goud, getrokke door twee edele +zweetschimmels, en waar de luitenant-kolonel in polletiek zelf óók in +zat. Netuurlijk nam ik plaats naast m'n ami, want in tijd van oorlog +is hij volges rang en stand me vrind, en me twee educans in uniform +d'honneur zatte vlak vóór mijn. Onder 't rije merk ik best op, dat +de Markies de Touard erg zat te knijpe, waarom ondergeteekende de +grooste schik 'ad in z'n eige. + +"Volges die etiquette confronteerde de gast'eer mijn toe an ze vrouw, +waarop ik volges die etiquette van 't militarisme 'aar de 'and reikte +onder 't uitspreke van de woorde: "edelvrouwe angename kennismaking +en ik 'eb de eer uwe jonkvrouwe voor te stelle an zijn eksjellentie +de generaal met zijn staf van bovegenoemde name."--Waarop wij na de +rookkamer gonge--zoo noeme ze dat in die groote wèreld--en ons vijf +'oofdofficiere afwachtte; waaran ik door de luitenant-kolonel, gevolgd +door zijn edelvrouw, ook geconfronteerd wier, dezelfde beweging dee' as +straksies vermeld, en wij onder 't gebruik van een flesch wijn koetjes +en kalfies sprakke over dat leve in Indië, vóór wij an tafel gonge: + +"Volges oud gebruik van diners en recepsies is de generaal 't +'oofd van die tafel. De edelvrouwe des 'uizes 'ad drie dochters: +een van 21, een van 23 en een van 27 jaar, beeldschoone dames,--och, +man, hou op!--en eerstgenoemde een barre lief'ebster van paardrije, +nou! Dit alles geschiedde onder de 'oogste etiquette.--Ja, je ken +daar zóó uit de 'oek gaan schiete, want er wier netuurlijk op mijn +en me staf fel gespionneerd of wij 't wel ware, en dan mot je derec +tege zukke mokkels beginne: mag 'k je 's ... 'n smokkeltje geve, +lekker dier?--An elkeen wier dus z'n plaas beweze, uitgezonderd de +generaal; die mot zelf wete waarof tie zit. + +"Me twee educans plaasse zich vlak vóór mijn, en naast 'ullie de +dochters,--de ouste met de gastedelvrouw, en zoo bleve ze 'een en +weer loope, waarbij ik 'ullie vergezelde. Me dege 'ong netuurlijk an +die portemanteaux; dat zou anders te lastig weze bij dat rondkuiere +over die kleeje ... + +"Toe ik die beweging zag dat de tafel 'n anvang zou neme, nam ik me +plaas, voor mijn bestemd, met de edelvrouw rechs en dat ouste hippie +links van mijn, en zoo allegaar verder navenant met d'r galakleeren +an van zwarte zij, en rose zij,--de vijf ofciere met 'ullie medams, +en daartusschenin de polletieks, mijn tot 'ede nòg onbekend, daar +'t van de 'oogste aristokráássie was, wat later beweze te zijn de +graaf v. P., gepensionneerd kamenier van zemajesteit Willem III en +die z'n ordonnancies ... in buitengewone dienst! + +"Dus 'oe of ik daar tussche zat?--en dat voor 'n gesjochte jonge, +daar klopt 'eel Nederland voor in ze 'ande,--maar nou staat de +Generaal dan ook weer in de rij voor 't Toevlucht van 't Leger des +'eils en vraagt z'n eksjellentie om 'n kom zweet met 'n 'omp brood,--as +'t zijn kan zonder kachel'outjes te 'akke. + +"Waarop dat diner een anvang nam, en alle ooge gevestigd ware op +mijn en me educans ... Nou, die zatte netuurlijk heel skrikkelijk in +d'r knijpert, maar gelukkigerwijs 'ad ik ze goed gedresseerd daar in +Amsterdam in dat 'uis met die namaak-edel-vrouwe om 't op te leere en +'k 'ieuw mijn ooge niet van erlui af, dat ze geen flaters konne begaan +door d'r menaziekleppe ope te zette. Ze zwege dan ook as 't graf. Want +niemand spreekt dan, as de generaal alleenig! En zullie bediende +'ullie twee dames, en ik mijn dame an stuur- en an bakboord,--en, +christeneziele noggetoe dat ouwe dirazie keek mijn maar met van +die smullige ooge an, da'k dacht ... "nou, daar ga je"--zei ik dan +maar--"sla noggeris om, 't is je gegund"... Maar dit alles wier +netuurlijk geschied onder de grooooooste etiquette! + +"Onder 't ete 'eb 'k toe' 't meeste gesproke over de toestande en 't +leve in Indië, mijn als kloniaal partekelier bekend,--maar 'k 'ieuw +'n wachter tege me lippe voor àl te peperige gijntjes. Zullie vroege +maar raak, en ik antwoordde minzaam: van soldaat tot generaal ... + +"Ja man, wat 'ebbe me dáár fijn geschranst... oef! Me ooge beginne nòg +te kolle as 'k er weer an denk: vijftien, zestien, zeventien koeverte +... Eerst soep. Dan neem je daar 'n lepeltje van en schep je dames op, +maar denk er an dat je niet op de rand van d'r bord spat. Krijg je dàt +in de gate, dan neem je je servet of 'n slippie van dat tafellake en +veeg je 't er fijntjes weer af. Die bediendes zette die koeverte maar +áls naast je neer. Na de soep zes, zeve soorte van vleesch, èn kip, +en dessert met fijne suikerwerkies na. Da's dan koud. Overal neem +je maar een klein likkie van, en wat je daar dan van opzet, eet je +op volges etiquette ... Maar voor elk menu krijg je een nieuw schoon +bord. Dat ònderste alleenig blijft in die groote wèreld altijd staan +voor die podding... Of ik er lekker gebikt heb?--o christenziele, +en hoe! 'k Vrat me temet 'ne duizeling! + +"Die wijne worre volges die etiquette op tafel gezet; je ontkurkt +de flesch maar met 'n kurketrekker van masief zilver òf compesisie; +dan maak je dat nekkie met 't borsteltje schoon, schenkt dat glas +van je dames op drie vingers na vol, en zet je flesch dan weer neer. + +"Op 't eerste glas is de generaal verplicht om overend te gaan staan en +je drinkt op de gezondheid van je tafel waarop 'n elkeen opstaat en 't +bewijs van eer tege mijn glas geeft.--Zoo 'ebbe we daar geëte: twéé en +'n 'àlf uur lang,--ja, wat 'n merakel!--en ze vrage je tusschebeie van +de vinijnigste strikvrage. Maar ik wou netuurlijkerwijze dat karakter +van die luitenant-kolonel scherp opneme,--ja, wat 'n wonder, want +ik had éérst goed geschranst, en nou mos 'k geld zien óók... Nogal +wiedas! Dach 'ie soms da'k dat miek voor me eige vermaak en voor +louw?--Maar a'k je eerlijk de waarheid vertel, mot je nie' kwaad worde, +'oor je. + +"Na afloop dee' de kolonel de meedeeling dat z'n jongste dochter jarig +was, en daarom 'ieuw 'ij om tien uur een bal. Maar daar ondergeteekende +fijn danse kan, en niet wist of z'n educans dat wel konne, werd +dit door 'em nederig geweigerd.--Ja, netuurlijk, dat was ommers de +eerste keer, en toevallig wazze we nooit met ons drieë na 'n gesjochte +huppelzaak geweest, dus ondergeteekede was bàng voor z'n staf. + +"Ik klee dus m'n eige vast an en wor vergezeld van man, vrouw en +dochters en de mijn op dat oogeblik onbekende graaf v. P.--maar +die heb ik later óók gevild, aggenebbiesj! Toe, bij 't afscheid, +vraag ik me gast'eer of 'k nog 'n privé-gesprek onder vier ooge met +'m mag. Wat mijn toegestaan wier. En ik 'm meedeelde op dat oogeblik in +verlege omstandig'ede te zijn, en in Middelburg geen bankier 'ebbende, +vroeg of 'ij me voor drie dage niet kon 'elpe an f 2500.--Da's me +éérste oplichting as generaal geweest.--Waarop 'ij antwoordde: "zijn +eksjellentie, al wou je tien lappies van duzend 'ebbe," en over z'n +brandkist ging en d'r vast twee uit'aalde en toe nog vijf blauwe rugge, +met de vaste beweging erbij dat er nooit 'n kip na zou kraaië ... + +"Ja, na zóó'n diner, en daar 'n paar cente nog bij,--a'k maar 'n gat +zag, dan kroop ik d'r vandaag nòg zoo in. Want van die cente 'oefde we +niet eens te gaan vrete--wat jou?--en in dat 'ôtel betaalde we tòch +niet ... We gonge dus same in polletiek na 'n café eerste klas onder +'t gebruik van wijn, rum, cognac en fijne segare,--en de netuur mag +wete hoe, maar 's morges om nege uur wier ik weer wakker gemaakt +door de 'ôtelouwer zelf, in zwarte rok,--die mijn me twee gekluste +eiertjes brocht met 'n skeutje port, op 'n zilvere blad!--Die mot óók +'n paar spijkers hebbe--docht die vent--en die zal in De Haag wel +met geen potlooië of kenijntjes 'oeve te loope." + + + + + + +HOOFDSTUK XV. + + +... En terwijl ik er hem dan maar verbaasd op zat aan te kijken, +den ziekelijken fantast, zag ik 'm langzaam aan moe worden en weer +versjofelen,--de hittige glorie dooven uit zijn lampjes en den +klatergouden waan afglijden van z'n kale lompenstatie. + +De triomfantelijke leugen, waaraan hij zich opwindt als 'n ander aan +opium, aan drank,--die raakte nu weer uitgewerkt. De valsche schijn +verschemerde voor z'n slap-geworden gezicht. Z'n vooze passie kòn +niet meer;--en wat lag hij daar nu stumperig zwakjes in dien veel te +wijden leunstoel weggezakt bij 't vuur. + +Als in schitterende kleurtjes opgeblazen zeepbellen--dacht ik--die tot +niets dan zoo'n troebel sopje verspatten en vergaan.--Als 'n ruiende, +dood-verfomfaaide adelaar die in zijn dierentuinkooi zit te koekeloeren +naar den triesten dag van over de achterbuurthuizen.--Zoo'n afgepafte +zevenklapper, verweekt in de goot!--Tuberculeuse kermisleeuw met +z'n steek nog op, na de glimmerlichte vertooning terug in zijn hok +daar tusschen den rommel van de achtertent, als de morfine nog door +soest.--'t Was 'n stumper,--zoo'n in de broeikas van zijn heete +verbeelding tot overdadigen bloei getrokken plant, die dra weer +verflenst hangt en al zijn bloemen laat vallen.--Weemoedig wrak van +een als bark volbezeilde klomp, op drift geraakt en tegen den anderen +wal aangekwakt.--Zoo'n doodmoe gepiaste hart-zieke clown, nu ie daar +neerleit als 'n vod. + +Van de koortsige verbeeldingen bleef enkel de inzinking na;--en +daar zat hij nu, aan den haard weer kleumig schurkend in dien veel +te langen, vaal-geschooiden ulster; z'n borst ingezonken, amechtig en +stram door 't smerige leven, met uit de modderrafels van z'n broekspijp +dien grammelen voet in beide handen gevat en pijnlijk befrutseld. + +Z'n oogen zochten moe naar de staag vervlakkende fata-morgana aan zijn +... atheïstenhemel! Want al zijn overmoed, zijn felle durf was in die +lange opgetogenheid weer opgestookt ... De Generaal--berooide bedelaar +nu weer, schunnige armoedzaaier zonder fut,--de overal wat meewarig +om zijn psychose bespotte ... "recidivist!"--och arme. Landlooper in +onbenullige oplichterijtjes, zoo deerniswaardig grotesk van eigen +heldenverbeelding, en als zoo'n half-sjoegen harlekijn met grollig +eerbetoon omsolde "excellentie" onder de gesjochte jongens van 't +gilde en de deerns in de slaapsteê ... En dan telkens maar weer +om de stuntelige vergrijpen van zijn zielszieken waan in de cel +opgesloten... Poovere sire in ongenade,--wat schuwden zijn straks +nog zoo uitdagende oogen nu verlegen naar mij om,--weerloos goedig +als van 'n verzworven hond, dien je in de warmte hebt genomen--: +en of ik hem nou altemet dan tòch zou hebben doorgrond? + +"Hoe vin je me rol?"--polste na 'n heele poos zwijgen die weer dor +geworden bedelstem, terwijl er even 'n sluw vonkje opgloorde in zijn +gedoofde lampjes. Hij vroeg 't aarzelend, en al vergoelijkend week, +voor 't geval, dat ik 'm mocht hebben betrapt,--glimlachend alsof 't +toch maar 'n onschuldig grapje was geweest, en da 'k er vooral niet +boos om mocht worden. Maar toen 'k heel ernstig knikte, herleefde hij +weer wat, omdat hij me dus wel waarlijk overdonderd had. En sterker +herhaalde hij, hoewel nog schor en moe: "Ja, wat 'n rol, hè?... maar +ik kan je dat netuurlijk niet allegaar zoo haarfijn verder vertelle, +want die beweging het ... twee-en-een-half jaar en drie dage geduurd." + +Maar alle overtuiging was uit 'm verzwakt. Dat dandieuse van straks, +zooals ie, van de leuning overeind, fier rechtop zat, enorm hautain, +met de borst gewelfd als in 'n ridderkuras, 't hoofd minzaam nijgend +uit de statiekaros van mijn fauteuil;--en dan die verrukkelijke +kranerie waarmee hij z'n enorme dalvers-pet heel even tusschen duim +en vinger aan de klep rechtstandig van z'n hoofd kon lichten! Dat +was alles immers even fel bezield, hartstochtelijk spel, tot in +den edelen zwier van de sigaar-mèt-bandje naar zijn mond, en 't +fattig lipgespitste rook-uitblazen. Dat was 'n strekken van zijn Don +Quichotte-gestalte, hoog en hooger naar zijn steigerende verbeeldingen +op, die steeds weidscher om zwierden in de aristocratische kringen +van "die alderhoogste wèreld", boven mijn toch ook maar simpele +burgerlijkheid uit. + +Doch nu, afgemat als hij was, klonk er vermoeide gelatenheid in zijn +stem, een nederig streven om zijn hooghartigheid jegens mij vooral +weer goed te maken; een verlegenheid met dien vaak bevelenden toon +van zijn extase, en dat hij me zoo laatdunkend de geheimenissen van +"die etiquette onder de grootelui" had toegeduwd ... + +Hij was onder 'n hoedje te vangen, terwijl ie nog maar zoowat +voortstamelde en stotterde, telkens blozend bij àl te doorzichtige +leugens, om 't verhaal aan 'n end te brengen--èn langzaam den gepasten +overgang te vinden op 't ontvangen van mijn Kerstgaaf in zijn technisch +uitgestoken bedelaarshand,--altijd min of meer penibele situatie, die +hij zoo goed mogelijk pleegt te redden door zijn familiare lachje, +en 't achteloos gebaar, waarmee hij 't geld dan zoo maar in den +wijden, wijden zak van zijn dalles-dekker laat vallen, zonder 'n +woord van dank. + +Hij hortte en stootte dus moeizaam voort, 'n machteloos opfladderen +van zijn vleugellam gevlogen verbeelding, met matte herhalingen, zonder +verband,--als 'n stumperig uit zijn rol gevallen acteur. Maar nòg kon +hij niet vermoeden in zijn hooge waan, dat ik 'm snapte;--'k aanvaardde +immers àl zijn verzinsels sullig weg en naar de letter! Hij vindt +mij een lummel--dat merk ik telkens--omdat ik 'm nooit tegenspreek +en hem altijd heel belangstellend aanzie als 'n uiterst curieus +object. Hij heeft 'n welbewuste minachting voor mijn ongewikstheid, +al vindt ie in 't verschil van maatschappelijke positie--ach arme +stumpers die wij daar allemaal zijn!--tòch wel 'n prikkel om mij z'n +amice te noemen, en 'n gretig behagen om in 't verzorgder milieu +van mijn werkkamer te vertoeven, van de slaapsteê, of, God weet, +van onder de bruggen uit. Daar droogt ie dan weer 's heelemaal op en +wordt warm tot in het gestremde merg van z'n gebeente. Ook waardeert +hij precieuselijk onze geurige koffie en thee, en dan smullen zijn +stiekeme oogen glunder aan de in 't frissche katoen geserreerde figuur +onzer dienstmaagd, wanneer die hem "eigenhandig" zijn dampend kopje of +wel het twaalf-uurtje brengt... Maar bovenal stemt de rust van zoo'n +dag eens niet de onherbergzaam kille wereld in te hoeven zwerven hem +biester kneuterig... + +Zal ik 't hem nu aandoen, na zijn bravoerlijk paradeeren onder de +grootheid--twee hoofdstukken lang voor uw verblufte oogen!--om hier +den berooiden generaal van kort vóór zijn val te vertoonen, op slappe +beenen van weelde-genoten, doorgezakt in de knieën, zijn "goud" zwart +beslagen, z'n "eereborst" afgetakeld, z'n pet voor stille speurders +stiekem over de oogen gedrukt en met den in de lorum geraakten staf +sjegrijnig en knijperig sukkelend achter 'm aan? + +'t Wordt 'n desolate historie,--de generaal is zoo moe. Laat ik +'m liever 'n extraatje geven om eens ferm te schransen en lekker +te gaan slapen in een frisch bed, dan kan ik 'm morgenochtend zijn +oordeel vragen... Misschien dat hij er van nacht 'n minder smadelijk +eind aan beleeft. + + + + + + +HOOFDSTUK XVI. + + +"Och ja"--zei de vagebond, nu meer op koel mededeelenden dan +op beeldenden toon--"dat heeft toe' twee en half jaar en drie dage +geduurd ... Maar godallemàchies zoo'n ròl!--Zoo kan ik me hand twee en +dertig maal verdraaië, en as die rechtbank d'r achter komp, dan zeg +'k dat 't niet-en-waar is. O man, en allegaar zóó fijn geskreve, da' +j't háást niet ken leze ..." + +Ook stonden z'n h's er nu weer allemaal in, want 't was voorloopig +erg nuchter en zakelijk: + +"Zie je,"--vertelde hij--"want we ben daar toe' nog 'n week of drie +gebleve, na 'k bij 't kappetaal 'n oplichterij had gedaan, groot +... vier duzend acht honderd gulde;--bij 't hóóge kappetaal! An +de schatrijkste lui ging ik weer de komplemente brenge van die +familiebetrekkinge in Indië,--die 'k van me levensdage nooit had +gezien. Daar stuurde 'k dan me beletkaartjes an en wier afgehaald of +gong er zelf per rijtuig heen, wier d'r heerlijk onthaald, terwijl +ik de inwendige mensch nakeek of daar voor mijn wat viel te plukke +bij geval,--om rede mijn bankier uit was, en van zu'k soort smoesies +meer. Dusdanig leende ik overal duzend of vijftienhonderd gulde en +dempte daar die putte van drie-, vier-, vijfhonderd mee. Zoodat ik +as eerlijk man groote oplichtinge miek om de kleine te dekke. Maar +hôtels en kleermakers betaalde ik nóóit;--da' was eenmaal Fransch en +kon ondergeteekende zich dus niet an onttrekke ... + +"Toe Middelburg af was gestroopt, trokke me dus na dat hotel Pays Bas +in Utrecht,--met de éérste trein weg, in 'n éérste klas rijtuig, en +daar er dan welderis andere passegiers inzitte, en ik in polletiek wel +'s niet vermomd was,--want da's zwaar zoo'n pruik en baard--huurde +ik voor mijn en me staf alleenig die hééle coupé effe af ... Nou +en polletieke ha'k netuurlijk genog: op laast zeve, acht pakke, +want wie vertrouwt er soms geen generaal?... Maar de kleermakers +magge hierbij niet worde vermeld, om rede d'r nog in leve benne, +die f 2500 op ondergeteekende's krijt hebbe staan. + +"Ook ka' je zoo nagaan da'k bij me vertrek iedere bediende, van +schoenpoeser tot kofferdrager af, 'n tientje gaf volgens die etiquette +van de hoogste aristocraassie, en zoo wiere er voor mij vanzelfs diepe +buiginge gemaakt in bijzijn van die verneuriede hotelhouwer ... An 't +station schonk ik me koesier effe ... vijf en twintig gulde fooi.--"La' +maar zitte." Goeiegenade noggetoe, nogal niks! + +"Netuurlijk kreeg ik in Pays Bas me appartement weer bove die +poort met vijf kamers, en vijf kelners wiere angenome voor mijn +alleenig, angezien die bollebof nog nooit eerste klas slapers had +gekamerd. Waarop ik speksie miek in de kazerne van "de Veld" en +ik orders gaf an de dienstdoende kappitein Jhr. O., om de andere +dag die stukke in die Maliebaan te gaan zette, om rede ik zelf 't +commando uit wou voere.--Zeg?--nou! òf die ofciere in draf zatte, +want ik zat op me schimmel, ree links en rechs met me educans, +om te kijke of die kenonne in orde voor tijd van oorlog ware, en +'t was allegaar oudroest.--Wat een deining!--Toe vergezelde ik zelf +die heele stoet na de kazerne werom, waarop kapitein Jhr. O. mijn na +'t hotel opgeleidde, waar me schilderhuis al sting en me wacht, en +ik zoo maar de sierade van me borst afplukte, om kedo te doen an de +ofciere d'r dames. En ik noodigde er verscheie uit van de veld en de +mineurs bij mijn op 'n neutje ... sjampoepel, waar 'k op 't moment +nòg wel 's effe zin an had ... + +"Maar de zake mochte er niet onder lije, en vier dage later zat 'k +alweer druk-op in me oplichterije. Zoo gauw ze uit Middelburg maande, +seinde 'k: "Spectiereis, geduld"--werom ... Binne 'n groote zes weke +ha'k ook hier me zestien miel geflescht ... + +"To 'k twee dage voor ons vertrek 's alleenig in Wageninge gong neuze, +waar 'n boezemvrind uit Brussel van mijn was gevestigd, en 'k dus +me staf achterliet. Maar die ami-intime van mijn had me verniggeld, +zooda'k langs die straat loop, en 'n groentevrouw an die deur van 'n +eerste klas villa hoor vrage an die mevrouw: "heb u nog als maar geen +tijding uit Indië gehad?"--Wat ondergeteekende achter z'n oor knoopte. + +''k Gong dus 'n herreberg in--'k wil zegge: zoo'n groot café-restaurant +à la carte, en liet me 'n kejakkie brenge mèt de Figaro, en hieuw die +inspres onderstbove, want ik zat bijna in donker.--"Ka je dat averechs +leze meheer?"--zeit me dat frommes achter die tapkast. "Ik kan rechs +en links leze dame, a'k mijn bril maar heb of gouwe lornjet." Wat +allegaar begonne was om kennismaking. Want: ik zoch iemand die d'r +zoon as eerste-luitenant in Indië was. (Dat ha'k ommers van dat wijf +an die groentewage gehoord.) Waarop zij zeit: "dan mot uwe zeve deure +verder weze; daar het me man verleê week nog wijn gebracht, en toe' +het die mevrouw gezeid: 't zou me wel duzend gulde waard zijn a'k +maar tijding had."--"Zóó"--zeg ik--"noodig uws man dan uit om haar +edele effe mijn eksjellentie's kaartje an te prizzeteere". Waarop +ik na Utrecht werom ging, want ik most volges die etiquette eerst +uitgenoodigd worde door die medam. + +"En jawel hoor, klokke vier en twintig uur later kwam die brief. Die +hotelhouwer most zich daarvoor natuurlijk eerst in gala kleeje, +om die mijn te brenge, en anders miek 'k 'n standje--want 'k zat +juist te dineere... En me ete, da's me heilige plicht voor 't in +stand houwe van die menschheid. Altijd, en nòg. A'k vreet kan 'k +bevoorbeeld ook nooit geen pelisie vele. Buite ben 'k pakbaar--da's +volges de code civile. Maar a'k binne zit te bikke, dan kenne die +klabakke eerst fesoendelijk d'r beurt afwachte,--to'k over die dake +weg ben gespat. Wat jou? + +"Recht is recht. En daar sting in die brief of z'n eksjellentie baron +v. T. v. S. zoo goed wou weze na Wageninge bij die douairière over +te komme, want 't was 'r wel d'r rechterarm waard, om tijding van +d'r geliefde kroost te hoore.--Je mot me maar niet ankijke, nou; +a'k dat vertel begin 'k amper te huile.--In geen vijf jaar had ze +geen letter vernome!... + +"Da's koffie"--zeg 'k tege me maats--"dan lawe medeen maar onze +bagazie na Arnem in 't Zwijnshoofd brenge"--want die hotelhouwer hier +wou àls maar die afrekening na mijn standplaas in Haarlem sture, wat +ik voorgaf niet te wille wete voor me vrouw, van wege die vertering, +die ik miek op grooste schaal,--en stapte zelf af in Wageninge met +me staf. Hier wiere we door de grooste heer van 't gerecht gesalueerd. + +"Te voet trokke we in optocht door die stad. Daar sting al 'n groot +publiek in blije verwachting voor die deur en in de ronde. Lakeie +in livrei hieuwe die orde en introduzeerde ons an mevrouw. Zij zat +vergezeld met hare dochter--haar eenige troost die d'r nog overgebleve +was,--en ontving ons allerminzaamst: + +--Zijn eksjellentie, zou u mijn zoon nog herkenne in polletiek en +in grand tenu?"--vroeg ze mijn, die doerak.--"Ik ben de almachtige +God zoo dankbaar, dat de caféhouwer mijn meegedeeld heeft as dat er +'n generaal bij zijn geweest was, die weet had van mijn laaste kroost." + +--Mevrouw douairière, 't is geen drie maande geleje dat ik nog met +zijn edele uw zoon te paard heb gewandeld op Padang Pandjang ..." + +--"Hier is mijn album",--zeit zij toe', waarmee ondergeteekende niet +op ze gemak was, omrede hij de bewuste persoon natuurlijk nooit in de +linke gehad had, en 't album twee-en-tachetig differente fotografies +bevatte van allegaar dames en heere in polletiek.--Waarop ik dat eerste +blad opende. En daar spreker dezes 'n premier klas fisolemie-kenner +is, en in de petrette van de mannelijke tak geen millitair voorkomen +zag, vestigde ik mijn aandacht op dat vijfde blad en leesde ik in +die fisolemie: dit is een krijgsmanshouding. Waarop ik antwoordde +met groot lef: "da's ie sprekend, maar as jonger". + +--Daaran het zijn eksjellentie gelijk"--zuchtte die édele weduwvrouwe +met trane van geluk over d'r wange. En ik 'm vervolges zes, zeve +keere in polletiek d'r uithaalde uit 't zelfde fisolemie. Waarop ik +mededeelde op dat oogeblik in benauwde omstandighede te verkeere, +en niet durfde telegrafeere uit rede van de zenuwstaat van mijn +vrouw de barones, die zij netuurlijk van anhuwelijking speciaal goed +kon,--en of ze me altemet an geen f 1500 wou helpe.--"Volgaarne, +eksjellentie"--zeit zij--"maar 'k hoef nooit 'n cent ervan weerom +te hebbe, omrede uw familie daar te goed voor is, en uws dienst is +met geen geld te betale."--Zoodat ik toe' diep geroerd beloofde an +de menister van kolonië de bewuste gedetacheerde te late verhooge in +die milletaire stand. + +"Nou heb ik dus weer vijftienhonderd pop in me zak, en 't benne +allegaar oplichterije. Dus ik vertrek, en blijd da'k van dat wijf +af ben,--'k had zitte knijpe.--In Arnem staan netuurlijk weer die +twee schilderhuize met de noodige schildwachte op mijn te wachte, +want dat was al overal bekend.--En 't zelfde liedje. An de sergeant +van 't piket gevraagd waar die generaal woonde van de gele rijers; +waarop zij allemaal in de pesisie stinge, niet voor mijn polletieke +pakkie, maar voor me borst met ridderorders.--Andere dag met me staf te +paard op bezoek bij me mede-generaal. En toe me educan daar anbelde, +zou z'n eksjellentie juist ook te paard stijge, waarvoor die deur +geopend wier door 'n heereknecht in 't groen, met dito broek tot an +ze kouse. Daaronder witte kouse met láge schoene stile Louis treize, +alles na de hoogste etiquette voor zijn bewuste meester. + +"Maar ik wou zien of hij zijn etiquette versting en bleef dus +zitte. Hij bekeek mijn eerst en zei toe': "U ben 'n persoon om +kennis te make." Nou legt die opvoeding van de dienst an mijn eige +persoon. Waarop hij na achtere gaat, waar zijn paard sting met zijn +ordonnans,--en 't de weet van mijn is, waar ik rije mot op mijn paard, +dat as in oorlogstijd uit 'n schimmel bestond. Maar mijn educans volge +mijn op vijftien pas. En toe' ik zag dat zijn ordonnans rechs van 'm +reed, dee ik dat ook.--Ja, je mot geen knoopedraaier weze voor zoo'n +rol!--"En z'n eksjellentie"--zeg ik--"u heb wellicht wel 's meer met +een generaal uit rije geweest?"--Hoe vin je 'm, die kneep van mijn? Ja, +want ik wou netuurlijk Velp welleris zien omdat daar óók nog zoo'n +schatrijke douairière met 'n zoon in Indië zat, die ik effe gauw op +twee lappies van duzend had geschat.--En toe ginge we weer ventre +à terre door Arnem terug tot zijn huis, waarop ik afsteeg, en mijn +eerekaartje afgaf met de vraag of ik spectie over die gele rijers make +moch', wa'k er ... ja, krimmeneel bezonder heb afgebracht!--Maar da's +lèf, hoor,--met 'n echte generaal,--en geeneen gesjochte jonge doet +'t mijn na ... D'r is immers nog nóóit zoo'n rol gespeeld in ons land! + +"Maar netuurlijk kan ik je niet al die oplichterije vertelle, want dat +zou 'n roman worde, nog zeve maal dikker as de Bijbel ... en die drie +maande in Arnem alleen heb 'k 'n duzend gulde of elf op de kop kanne +tikke. Toe ben 'k effe na Utrecht gegaan om mijn hotel te betale,--'t +eenigste wat ik in Nederland ooit betaald heb, en daarna heb ik +incognito op gemeubeleerde kamers uit zitte blaze in De Haag, mijn +geliefde residentieplaas. Dat kostte mijn daar, met me twee educans, +an de Voorhout effe f 75 per week voor ameublement mèt pension--da's +de kost. Ik heb er netuurlijk ook wel enkelde slaggies geslage, maar +die hadde nie' veel te beduie: van één, twee, drie honderd gulde,--geen +grand-tenu-somme; ka' je zoo nagaan, want ik werkte daar in polletiek, +omdat er veels te veel gouwe torre rondkroele in die stad, met van +die ouwe gehaaide verraai-generaals. + +"Toe trok me hart weer na Zeeland terug, met name in Goes. We zworve +daar dat land in de ronde, en bij de rijkste leende ik wat ik kon +leene, al ware 't soms kleine kaptale, waarvan--ik bezweer je--'k nooit +'n cent terug heb betaald. En zoo kwamme we dan eindelijk in Berge +op Zoom, die vuile ongeluksstad, waar je geeneens 'n 1e- of 2e-rangs +logement had, zoodat we weer verplicht ware gestoffeerd te gaan wone, +en hier trok ik alle dag met me staf in uniform door die strate, +om dat wantrouwe niet op te wekke. + +"Zoo loop ik, in polletiek, met me maats van Berge op 'n prachtige +achtermiddag na Thole om te geniete van die natuur bij maanlicht,--waar +ondergeteekende 'n speciale liefhebber van is,--as mij daar in ééne +'n beeldschoone dame in zwarte sluier tegekwam, en mijn enkel maar +afvroeg: "Wat ben u gauw bevorderd, eksjellentie, u ben net zoo min +generaal as ik kapiteinsvrouw".--Waarop ik heel skrikkelijk verschoot, +en mijn vleugeladjudant, de Markies de Touard, die lijende was an de +vallende ziekte, van de schrik een toeval miek. + +"En zij zweeft door na' Berge op Zoom.--Waarop ik in 't naastbijgelege +café om hulp vroeg voor me educan op te knappe, en 'n half uur +privé met me collega's weze moch', voor 't geld dat 't kostte, onder +'t nuttige van 'n dejeuner ... froid à la fourchette, bestaande uit +brood, vleesch en koffie. + +"Toe vroege die twee jonges an mijn: "Wat motte me nou beginne,--de +kogel is door de kerk, en me benne verneuried?" + +"Laat alles maar an mijn over"--zeg ik--"ik zal dat varke wel +wassche.--Want in me jonge jare het die beeldschoone dame mijn haar +liefde verklaard,--en daar het ze nou zeker 'n soort haat en nijd +van gemaakt."-- + +"Ja man, nou vertel ik je de fijnste roman uit dat verrajersleve +van die vrouwelijke seksie. Want een vrouw in zwarte sluier had er +mondelings kennis van gegeve an de commissaris van politie en an +die kazerne. Maar de justitie dorst mijn niet te arresteere, en dee +dat over an de milletaire macht om da'lijk de valsche generaal te +onteere... Nie minder dan vier, vijf patrouilles defileerde er heen en +weer door die stad: sergeant, kopperaal met acht man, of luitenant, +'n eerste, 'n tweede, à tour de ròle. Maar daar was ondergeteekende +zich niet van bewust. Dus ik gong na Berge terug. + +"Onder de weg ontmoet ik 'n wachtmeester van de huzare, die mijn +speciaal kon. Hij komt na me toe en zeit: "meheer, je mag wel oppasse, +want ze loope patroulle om je te vatte. En dat zou mijn spijte, +want je rol is te mooi." + +"Daarop zijn we in dat koffiehuis de avond gaan zitte afwachte met +verschillende consumsies. 't Bitterste was dat in Berge die paarde +nog stinge van me eige: 'k had f 675 voor mijn schimmel gegeve en +voor die twee andere f 550,--van kleine oplichterije netuurlijk +betaald. Zoodat ik in die herberg eerst me pruik en baard afdee, en +werp in die sloot, met modder, gras en zand d'r over. Maar 'k zat met +de gelde nog in de zak van me kamgare pak, èn beige demi. Dus denk ik: +'t eenige wat ik doen kan is die caféhouwer me heele rol te vertelle, +waarop hij met me brief na' de stal is gegaan, de huur het betaald, +en die paarde na dat café late brenge ... Wat netuurlijkerwijs 'n +flater van mijn was ... Ja, da's de steek wat de spreker het late +valle,--zooas 't de beste breisters vaak overkomt. + +"Vervolges heb ik me persoonlijk alleen vervoegd in ons +kosthuis--sluipenderwijs langs-achter die tuin, waar ik snikkend an +die kostjuffrouw vroeg: "Mevrouw, ik bid u uit de Netuur of u mijn wil +bescherme?"--"As 't me man goed is ...", zeit zij.--"Uws man zal voor +mijn geen oogeblik van ze vrijheid motte misse".--Waarop die man miek: +"Meheer, meheer, wat heb je nou uitgevoerd?" + +"Ja"--zeg ik weer--"wie sta, zie toe dat hij niet valt." + +"Daar die mensche erg vroom ware, koesterde ze een diep meelije met +mijn. Daarom heb ik hullie me kiste in late pakke met die adresse op me +eige naam, bureau restant Anvers. Maar dat gèld nam ik er netuurlijk +zèlf eerst uit: f 11.422 zonder dat zullie 't zagge. En toe' vroeg +ik wat ik haar schuldig was. + +"De cente, die u thans nog in je zak heb, zal je wel noodig hebbe om +te ontkomme; daarom geve we je de penninge, dat je ons schuldig ben, in +naam van Jezus Christus cadeau.--Zorg alleenig dat je uit de gevangenis +blijft!"--Waarop ik huilende wegging en die vrouw omarmde ... + +"Ja, want ik was óók niet heelegaar brandschoon, omrede ik onder +de weg en in dat café, waar me educans maar wit-bestorve zatte +te knijpe, tot hede drie-en-twintig kejakkies genome had, en maar +niet dronke kon worde, zooas die zenuwe inwendig trokke. En in 't +bewuste koffiehuis hebbe me toe' ook nog 't een en ander verteerd, +zoodat we wel rijtuige hoorde voorbijrije, maar niet wetede dat +dat om òns was begonne. Waarop ik die koffiehuishouwer betaalde èn +'m voor ze weldaad honderd gulde wou geve. Maar nee--zei die edele +man--"geef die dan maar an me dochtertje, die, as Katteliek zijnde, +'t andere jaar toch d'r eerste kemunie mot doen." Zoo ginge me dus +die plaas op, bestege onze gereedstaande rosse, en reje in 't holst +van de nacht die weg na Thole op. + +"Die pont, die je daar heb, stakke we over te paard, en an de +eerste tol, die dicht was--óók verraje werk--schreeuwde mijn eerste +vleugeladjedant om de tolbaas ... toe daar p'rdoes vier heere met +hooge hoeje uitspronge: de president van de rechtbank uit Zierikzee, +met de substituut, de officier uit Middelburg, en een ander, die ik +niet kon. Maar de eerste kwam na mijn toe, en: "Eksjellentie"--zeit +ie--"stijgt van uws paard, want ik wou wel 'n paar woorde met +je verwissele." Waarop ondergeteekede, zooas je wel begrijpe kan, +netuurlekerwijs wel lont rook, van ze paard af klom, dat vastgehouwe +wier door 'n man met róóje baard, en me laaste bevele gaf an me +staf. Toe zeit hij: "in naam des Konings zijt gij mijn arrestant, want +ge zijt niet de baron v. T. v. S., maar Racier, de vroegere doofstomme +marskramer,"--'t welk doende hij zijn rooje sjerp vertoonde an mijn. + +"Nou--gedane zake neme geen keer, hè?--en achter dat tolhuissie +stinge 'n antal van na mijn schatting wel 15 à 16 veldwachters, dus +ik antwoordde nederig: "edelachtbare heere president èn rechters, +ik ben geknipt en 'k zal volgaarne meegaan, maar om de nagedachtenis +van me edele moeder smeek ik genadig of we 't altemet niet zonder +geleië van die heere veldwachters af zouwe magge, want--hoe diep ook +gedaald zijnde as atheïst, het 'n mensch toch nog z'n schaamte en +eergevoel".--Waarop die officier zijn orders gaf dat die openbare +macht kon verdwijne, en ik mèt me staf en van die justitie z'n +tegenwoordigheid vereerd, in 'n rijtuig met twéé paarde ... na 't +huis van bewaring in Middelburg wier overgebracht ..." + +Snikkend, met z'n zwerverskop schokkend in die lange dorre handen, +kon Racier nog enkel maar uitbrengen: "... voor 't eerst ... na twee +en 'alf jaar ... en drie dage ... van de alder'oogste eerbewijzing +... zonder ... lakei ... op die bok ...!" + + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + + +"Om vijf menute voor twaalve op de klok van de kerk wiere we daar +toe weer in 't huis van bewaring dichtgegrendeld,"--verzuchtte de +vagebond.--"En die eerste zeve, acht dage heb 'k geen brok geëte, geen +spoog water door me opgekropte keel kanne spoele, daar in dat akelige +celletje weer ... Ja, na altijd zukke groote gastmale: je kucchie +roggebrood, en alles mondjesmaat,--as je van zooveel oplichtinge +geleefd heb en gemorke dat er geen bokking zoo mager is, of je braait +er nog vet uit! Van die mest alleen wiere die varkes ommers vaam-dik! + +"En ze hadde mijn vanzelfs medeen die duzende guldes afgenome, zoodat +er zelfs geen sprake was van nog 's 'n witte boteram, laat staan 'n +stukkie Edammer, uit de kantien. 'k Vroeg dus derec, om wat te magge +verdiene, of 'k touw moch' gaan pluize,--da's van dat teertouw; maak +je 'n zeven-en-halve cent in de week mee, maar dan mot je nog vlùg +zijn,--met je wit-geworde generaalshande,... vrekskuus, eksjellentie! + +"Maar dagelijks ha'k 't vertier van uit dat sardine-blikkie te worde +gepulkt, om met me staf voor de extructie te komme. De achste dag hadde +me zoo same van haver tot gort alles bekend, en vroeg 'k of me nou dan +ook gemeenschappelijk mogge gaan zitte. En zoo ware ze óók niet, of dat +mog. En toe krege me beter werk, benne me koffieboone gaan zifte. En +dat deelde me same. 'n Vijftien cente per dag,--konne me direc 'n +hompie witte en kaas late komme ... Nou, netuurlijk, je weet van te +vore: as je gesnord ben, is 't met je vrijigheid en dat hartelijke +bikke gedaan,--dus zoo beschouwd hadde we 't nog niet eens zoo beroerd. + +"Want dat vertier hieuw maar an: negen-en-tachetig dage duurde die +extructie, van tiene tot viere, in 't bijzijn van alle getuige, die +we hadde opgelicht: honderd twee en tachetig á sjars en dissjars--och +màn, zoo'n fijn stel, van die hoogste aristokraassie, en met wat 'n +belabberd verbouwereerde facies keke die grave en baronne, die gouwe +torre en edelvrouwe van vroeger ons toch allegaar an.--Uitgezonderd +die dage van andere extructies, want dan duurde die kemedie van ons +maar van tiene tot twaalf.--Of 'k er lol in had?--chriseneziele mot +ge vráge--en nòg, in me bed, a'k er om leg te denke. + +"Toe kwam die terechtzitting. 'k Had droppels van de dokter, en nog +'n flesschie mee in me zak voor die zaal, omda 'k zoo beefde en niet +van me tremetane zou gaan. Maar er ware nog twee zake vóór ons an de +beurt, 'n inbraak met diefstal, en 'n schennis van die eerbaarheid op +de publieke weg, waar 'k veel afleiding bij had, en veel van geleerd +heb, omdat 'k uit die getuigekamer, die ope sting, van allegaar kon +hoore wat of dat was. + +"A' wij daarop die zaal wiere binnegebracht, zei dat opebare +minnesterie: "nou zulle me beginne met die zaak van Racier". Waarop +die gedetineerde mot recht staan, en de president vraagt: "Hoe is +uws naam?--Waar ben je gebore?--wat je beroep?" en "nou mot u maar +andachtig luistere na wat dat opebare minnesterie uwe ten laste +zal legge".--Dan zeg ie: "Dank u, edelachtbare heere president èn +rechters", en mag je gaan zitte, as hij dat heele prottekol van +je voorleest. + +"Nou, d'r stinge daar wel 'n paar honderd man op die peblieke tribune +toe te schouwe na mijn--'t was effe geen dramma!--en dan ha' je 'r +twee-en-veertig bezette plaasse, maar daar mot je voor betale, want die +dáár gaan zitte, zijn van de alderhoogste adel, die graag van misdade +houwe en brandend nieuwsgierig om mijn as beruchte generaal met d'r +lijfelijke ooge te anschouwe. De fijnste mokkels met gekapte hoofde +ware er bij--krek de kemedie, en ik de gróóte rol zooas Bouwmeester +ze speelt, onze Lewie! + +"Is dat zoo?"--zeit die president dan weer, as dat openbare minnesterie +je slag bloot het geleid voor die zaal. Nou, ik had me heele dramma +op eigehandig schrift vóór mijn legge, net as die a'vecaat-prokkereur +z'n pleidooi. En die kiste van mijn, met me goed, ware óók vier of +vijf dage na me arrestaassie uit Antwerpe na dat parket gesjouwd, en +vergezeld van 'n rechter in mijn bijzijn uitgepakt door tusschekomst +van dat openbare minnesterie, mèt die vent, die aldoor met die kwaste +rondloopt. En toe stootte die eene rechter ze maat naast 'm an, +en die zei, of die uniforme en polletieke allegaar van mijn ware, +waarop ik ze stuk voor stuk nauwkeurig bekeek en alles mijn eigedom +erkende. De pruike mèt baard ware nieuw angeschaft voor de fenancië +van dat rijk, en lagge voor de president op tafel. + +"Maar of 'k nog wat had an te merke?--"Nee, edelachtbare heere +president èn rechters, wat die te laste legging anbetreft". Waarop die +ofcier heel die scène afleesde van zeker anderhalf uur lang, en zei: +"me hebbe hier te doen met 'n barre recidivist, die de koning van de +oplichters is?"--Ja man, dat zei die van mijn!! + +"Toe de markies: "Hoe is uws naam?"--"Markies de Touard."--"Wil uwe +dan maar andachtig luistere?", en zoo, net as strakkies,--"en hoe of +u an Racier gekomme bent?"--"Zoo a'k an die rechter van instructie +voorgegeve heb."--"Kò' j'm van vroeger?"--"Nee, edelachtbare",--en +dat verdere smoesie--"want ik had net twaalf jaar in dat groote huis +van Leeuwarde achter me rug. 'k Was gesjochte, en Racier had cente +uit die erfenis van zijn beminde mama... Nou, en toe zei die an mijn: +an azijn kan ommers niks meer zuur worde..." + +"Zoo verliep 't met me tweede educan navenant. + +"Waarop die eerste getuige, jhr. v. d. L. d. C., die luitenant-kolonel +van de infanterie, waaran ik ommers in Middelburg met me staf me eerste +eerediner met die edelvrouw van hem en z'n beeldschoone dochters en +zoo had vereerd,--langs z'n neus weg miek, of de generaal alstemet +in die antichambre niet z'n pakkie moch antrekke? En dat moch', door +mijn erg onverschillig, met me pruik en me baard door die kapper van +'t gerecht na de laaste mode stiel Louis treize opgemaakt... En mèt +da'k werom kom, gaat die deur ope, en daar komt mijn model in levende +lijve binne, die echte generaal v. T. v. S., en staat angetreje vlak +naast mijn, en 't was sprekend, met noch in houding, noch in gezicht, +'n spier verschil, of 'k me eige in de spiegel bekeek... Je hóórde ze +rille op die peblieke tribune, en op de betaalde plaasse verschole +die edelvrouwe d'r wit bestorve gezichte van schrik achter ... d'r +éventails... dat ben waaiers, stiel ... Louis ... quatorze. + +"Waarop die president vroeg an de generaal of tie mij +kon.--"Edelachtbare heere president èn rechters"--zeit die--"'k heb de +vent nooit gezien, maar 'k neem tóch me petje voor zijn af, daar z'n +oplichting beliep twee-en half jaar en drie dage en hij eerste klas +op de hoogte is van de milletaire dienst, zooda'k uw edelachtbaarheid +vrindelijk verzoek an hem te vrage waar hij dat geleerd het, en in +welke schole dat allegaar na die alderhoogste etikette genote?" + +"Waarop ik 't milletaire saluut voor mijn spiegelbeeld miek en zei, +dat opvoeding niet in de lappe zit, maar wel in 't hoofd. Want dat ik +daar net zoo goed sting as generaal as zijn eksjellentie, uitgezonderd +enkel me dege, die voor de president op tafel lei. + +"Herkent u hem ook?"--vroeg de president toe' an Jhr. v. d. L. de +C., die uit 't diepst van z'n ontsteld gemoed antwoordde: "Ja, 't is +twee druppels water van die voorgegeve generaal", en 't heele relaas +vertelde, en asdat, met 'n schildwacht voor die poort, 'n elk mensch +d'r in kon loope. + +"Dat zeië ook die hotelhouwers. Maar de eene ze vrouw getuigde: +"edelachtbare heere president èn rechters, nou ze allebei vóór me +stane, kan 'k ze niet uit mekandere houwe, zooda 'k niet en meer durf +getuige wie de eigelijke oplichter is, hij of hij ..." + +"Zoo kwamme d'r honderd twee-en-tachetig getuige, die 't allegaar +volhieuwe ... ja, en a'k weer in zoo'n piekfijne luierstoel bij jou +haard zit, wor 'k nòg gek, want 'k had er toch ook van geleefd as +zemajesteit Willem drie! + +"Vijf weke en drie dage achter mekaar duurde die zaak, da'k aldoor die +hééle rechtbank voor mijn alleenig gehad heb--enne ... nog twee dage. + +"'s Middags ging 't kappitaal van de bezette plaasse de fijnste +dejeuners-dinatoir gebruiken ... à la fourchette, en zat ik met me +puissie roggebrood en me tas chocola-uit-de-lange-arm. Zij hadde d'r +ànder hàlf uur an één stuk voor noodig! + +"Maar 'k mork wel op, dat de rechters links en rechs van de president +en de ofcier d'r lache amper in konne houwe om mijn rol. En 'k dacht: +Racier, ouwe gladjanes, dat ziet er goed voor jouw uit.--Maar na dat +getuigeverhoor kreeg de Markies de Touard twee maal een toeval, en +wier ie door 'n officier van gezondheid weer bijgebrocht.--Van wie dat +betaald is, weet ik tot hede nog niet. Maar wat die bediening angaat, +was dat alles ... prima. + +"Tot die president in eene zeit tege mijn: "Nou is dat woord an die +verdediger; of Racier, doen je 't altemet zelfs?"--"Edelachtbare heere +president èn rechters"--sting ik toe plechtig op--"as oud-recidivist +en dus speciaal best met die maze van de wet bekend, heb 'k an die +officier om die eer gevraagd die verdediging van m'n eige voor te +magge drage." Waarop ik die verzachtende omstandighede anvoerde, van +mijn standpunt as atheïst zijnde, en gevalle man ... och lieve God +nog an toe, ajje dat 's gehoord had, zooas ze daaronder, allegaar, +allegáár met tranende oogen mijn ankeke, in die hoogste vereering +van menschelijk hartzeer om zoo'n diepe val, na zóó hooge zitting, +en de gróóste eerbewijzing ...: + +"Mijn edelachtbare heere-en-meesters ... in die alderhoogste +rechte,--het gemoed, dèn spiegel der menschheid, waarin men gansch +zijn leve ken terugzien, belast mijn met zwarighedes.--Mijn leve, dat +nies is as éénen aaneenschakeling van ellende, arremoei, verdriet en +misdade, gepaard met nog vele andere misdrijvinge en omstandighedes, +doet mijn bij zekere klas van persone 'n anzien verschafte as uitschot +der maatschappij,--nieteling in dèn samenleving. + +"Nochtans, edelachtbare heere president èn rechters, gij, dat levend +massa, gij die bezield ben met een edel gevoel en zacht karakter, +begaafd met eenen uitstekende geleerdheid, gedenk een man, die an +het visionisme lijdt. + +"Menigmaal heb ik opgemorke, dat na 't verhaal van een klein gedeelte +mijns levensloop den ongeletterden of bijgeloovigen mensche een afkeer +voor mijn koesterde, as zijnde atheïst, mensche, dien ik anzien as +ontaarde wezens wiens koerakter na het dierlijke overhelt. + +"Edelachtbare heere president èn rechters, vergeef het een man +as ik, rondzwervende rampzalige die ook alle uitvluchsels en +omstandighedes der samenleving ken, volges mij zou uw sympethie, die +uwe edelachtbaarhede mijn toekoesterde, min of meer uitgedoofd kanne +zijn, en kan mijn inbeelde wat of daar anleiding toe geeft. Maar, gij, +edelachtbaarhede, die mijn rol ken, vergeef mij de goedheid van mij +af te smeke op mijn bloote knieje, steunende op uw edelmoedigheid, +achtbare heere president èn rechters,--om mij niet verlate te late +staan in mijn noodwendighede, en in te beelde dat ik nederig en +goedhartig ben angaande mijn persoon, en ik de grooste voorliefde voor +u koester, dat uw medelijdig oog zal nederzien op het rampzalige leve +van mijn, as verlore zoon eener liefhebbende mama van edelen 'uize, +die nooit 'n levesbaan mocht' bewandele van geluk en voorspoed, +vertrapt weze a'k daar voor u staan, verstoote van iedereen ..." + +"Me eige bepleite?... nou! 'k Zien kans om de ergste crimmenaliste +te vermurwe,"--snakte hij uit--"en dat heit van kwart over twaalve +tot elf menute voor viere an één stuk geduurd, da' je 'n speld in die +rechtzaal kon late valle!... Dàt heet ik ... páárde-lef hebbe! En ze +honge vàstgezoge an mijn bloedbleeke lippe ... + +"Waarna die officier in woejende vaart overend sting, en z'n stoel +'n paar keer achteruit schoof,--"nou", zeit die veldwachter achter +mijn nog, "as tie an z'n stoel schopt is tie kwaad, en dan krijg je +'t onderste uit de kan"--en jewel hoor, daar begon ie te requireere +voor alle feite, en besomde blauwweg voor die opebare tribune en dat +betaalde publiek precies op ze duimpie hoeveel 'k as recidivist al +an levesjare had verzete.--"Da's óók 'n schande!"--riep er nog 'n +gesjochte jonge van de tribune.--"Ze magge de ziekte krijge!"--zei +d'r een--"en als 't op is, ka' je nog meer krijge." Want z'n eisch +was: twintig jare tuchthuisstraf voor mijn; twáálf jaar voor de +markies, óók as recidivist zijnde, en dezelfde portie voor me tweede +vleugel-adjudant, die ommers onder de ouwe wet óók al 's zes pond en +acht ons op had geknapt.--Maar die gesluierde dame heb ik voor dat +gerecht niet gezien. Hoogstwaarschijnlijk is zij dus, as mijn ouwe +geliefde, betááld voor haar verraad ... Gedurende me daarop gevolgde +ontslag heb ik 't heele land door-en-door gereze, èn België--met +welk doel ik haar naspoorde neem 'k mee in me graf--maar nerges heb +ik dat wijf meer ontmoet. + +"Veertien dage hierna viel de uitspraak. Toe was die tribune zóó vol, +en de grootheid zat temet op dat trappetje van die rechtbank. Maar +ik verkeerde in zenuwachtige houding, en 'k had niks gegete;--enkel +die druppeltjes van de dokter hieuwe mijn stijf, zóó zag ik tege die +straftijd op. Tot dat lot viel as 'n molesteen op onz' nekke: allegaar +twaalf jaar tuchthuis, en we onder geleide van drie veldwachters, an +mekaar geboeid--omdat ze toetertijd in Middelburg nog geen cellewages +hadde--over de straat na die Teerpakhuize werom gebracht wiere.--Maar +onder de grooste kalmte, want wij ware geen moordenaars. En spreker +het best opgemorke, dat ze voor zijn de hoogste achting koesterde--van +de veldwachters af tot de president, van de gesjochte jonges op die +publieke tribune tot an de adeldom van die gehuurde banke: en twee +en twintig pakkies tabak hadde ze voor mijn op de plee geleid en zoo +maar in me zakke gestoke--wat de briggadier luikoogend toeliet ... + +"Is dat effe jutte?" + + + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + + +"Och ja; en hoe gaat dat dan verder, hé?"--veronderstelde Racier +als oud-vertrouwde gevangenisklant vanzelf ook bij mij dat laatste +bedrijf van zijn dramma wel-bekend. 't Scheen hem de moeite van het +vertellen nauwelijks meer waard. + +Hij was weer kalm geworden en heel goedmoedig. Behagelijk lag hij +in mijn leunstoel en verkneuterde zich aan den gloed van 't vuur. De +passie was uitgelaaid, en nu rustte hij, bevredigd. Blijkbaar verlucht +dat de wonderbaarlijkheden af-verzonnen waren en hij zich dezen morgen +niet meer zoo moeizaam hoefde op te winden tot het bloed jagend +klopte door zijn roode hoofd. Want daartoe moest hij zich telkens +weer eerst forceeren. Dàn pas kwamen de verbeeldingen van zèlf, +en voerden hem rusteloos mee, verder en verder naar die afmattende +extase, waarin hij zichzelf zoo ontroerend welsprekend hoorde, +zoo triomfantelijk zich zag verheffen als een vreemden andere, als +een duizeling-wekkend hóóge, als een held, om eigen knieën voor te +buigen, om eigen lange zwervers-armen fanatiek naar uit te strekken, +en te schreien, te snikken om zoo wrééde verguizing,--de vuisten te +ballen in rossen haat tegen de ongerechtigheid van heel 't menschdom. + +Maar dat was nu allemaal uitgetierd en weer bezonken tot een weldadig +weeke rust. Hij had zijn rol zoo overwèldigend geleefd, dat ie er nóg +slap vermoeid van zat en gansch voldaan. Een edele zelf-voldoening, +bewustzijn van eigen grootmenschelijkheid, dat, over alle ijdelheid +heen, weer eenvoudig en gelaten is geworden, met een goedertieren +glimlach om den mond. Want hij had nu een stil behagen in mijn +toch wel onnoozel meegeloof. In mijn goedig-voorkomende, zorgzame +aandacht voor hem, en dat ik 'm zoo trouwhartig onbenullig nam naar +zijn woord,--hem, den vagebond toch maar, den door de wereld dan toch +diep verachten recidivist, den oplichter, die zich altijd schichtig +bespied en nagespeurd waande, den overal geschuwden schooier, daar +intiem op mijn kamer, in mijn gemakkelijken stoel aan den haard, +waar hij de eene sigaar na de andere opblies.... + +En alle vrees voorbij van te worden betrapt op wat hij verzon in +weer die wonderlijk onbedwingbare agitatie, waaruit de verbeeldingen +kwamen, veel gloeiend reëeler dan de vale werkelijkheid van zijn +zwerversbestaan--hij keek er mij verholen telkens op aan, kwasi +argeloos en zoetsappig, wat een valschen trek gaf in zijn gezicht. Maar +nee, hij zag aan mij geen spoor van twijfel. En dat ontspande hem dan +volkomen, stemde 'm opeens soms warm genegen, als 'n vader voor zijn +kind, wanneer hij een wondersprookje verteld heeft, en de schampere +lach uit eigen levenservaring wordt beschamend verteederd door het +onschuldige kinder-vertrouwen.... Tot ik dan weer in zijn oogen, +die naar de vlammen tuurden, looze gedachten zag glunderen, en dat +sluwe glimmertje lichten, waardoor zijn even loenzende tronie wel +bar ongunstig werd. + +Met dit al was hij rustig monter gestemd, en zoo redeneerde hij +gemoedelijk weg en ongekunsteld over de dingen die hem nu eenmaal +gemeenzaam zijn,--over z'n slaapstee, en 'n vent daar, dien ie +vannacht had zien zitten munten: "Nou, slapen dee' ie toch nooit; +'s even indommelen, dan weer wakker, altijd zoo gejaagd en van alles +schrikken. Maar die valsche munter dàcht dat de generaal sliep, +tot ie 'm 's morgens ineens door die reetjes van z'n lampies had +zien kijken. Hij had enkel gezeid: "wie mijn verraait, kost 't z'n +leven!"--Nou, dat doen ik tòch niet,--ben je ommers 't recht kwijt van +je vrinde. En van de honderd misdadigers ken ik er negen-en-negetig +speciaal,--alleen al uit de bajes netuurlijk ... + +"A'k dan maar 'n celletje heb met vanbove 'n inzicht in de +natuur.... Want dat groen, dat bevalt mijn. En 'n lap lucht kan je zoo +zoetjes en zachies in prakkezeere ... Daar in Scheveninge, a'k dan op +me krukkie ging staan, keek ik zóó over de duine in zee... Och man, +en bij donder en bliksem maar over die koekoek heen hange,--want voor +'n gesjochte jonge is er ommers tòch geen nood... En ... atheïste +kenne geen angst! + +"Ja.... daar in Scheveninge, da's nou mijn Kurhaus. Ik heb 't inspres +gevraagd, toe' na me rol van generaal, of 'k assiblief daar weer me +tijd op moch' knappe, en die vijf jaartjes viele me d'r niet eens zoo +schrikkelijk lang. Nee, want ik sting er van ouds in de kas, en ..." + +--Vijf jaar?"--vroeg ik--"en jullie waren allemaal tot twaalf jaar +veroordeeld?" + +"Hè man, wa' ben jij toch ongedurig!"--viel hij toen kregel uit. "Kà je +dan nooit zoo 's lossies tege jou prate?... Maar affijn, gaat er nou +dan ook op je gemakkie bij zitte, dan vertel ik je dat tooneelstuk +van mijn medeen effe uit. Kan 't spel weer beginne!--Laa's zien, +waar wazze me ook weer gebleve?... 't Spant jou, hè? Vin je 't +schrikkelijk boeiend?... Maar wat d'r nou komt, daar is die hooge +wereld en alles heelegaar uit, hoor ... Da's me natuur weer, om zoo +te zegge,--de natuurstaat van die misdadige menschheid, zoo gezeid; +en daar valt niet veel boeiends an te beleve. + +"'k Hè je toch al gezeid van die twee-en-twintig pakkies tebak?--Nou +dan, dat heele kappitaaltje kon 'k zoo binnesmokkele, omdat 'k altijd +'n goed gedrag an de dag leg, zoowel in dat huis van bewaring as in +'t gróóte Huis. Daarom wordt ondergeteekede nooit gevisenteerd.--Dat +pruimde ik dus, en deelde 'k netuurlijk onder de deke der liefde an +mijn andere lotgenoote mee. Nou, nogal wiedas, die zagge mijn maar +niet graag van de rechtbank terugroepe. A'k 'n groote eter geweest +was, ha'k alle dag wel vijf porsies kenne krijge voor me tabak. Zóó +dol is de gevange mensch daar toch op;--och jò, daar doen ze 'n moord +voor.--Maar a'k pàs weer daar ben, dan eet en dan drink en dan slaap +ik niet, alléén van dat smeulende dóórdenke. + +"Nou, en toe' in dat huis van bewaring werom na de uitspraak, toe +kreeg ik nog ruzie ook met mijn staf, omdat zij net zoo goed twaalf +jaar hadde, en ik eerst had gezeid, da'k alle gevolge op mijn nam. Op +'n dag zitte we daar weer same tabak te strippe--erg fniezerig werk, +na je wel snapt--as de Markies de Touard mijn die oorzaak van zijn +tweede val gaat verwijte, en dat ie nou z'n keel wel an de kapstok +kon hange. En jawel hoor, die tweede educan valt mijn ook af, en na +'n heeleboel vijve en zesse rake me handgemeen,... knokke, man... och +christeneziele! Maar die andere jonges hadde meelij met mijn en weerde +hullie af... om die tabak. Toe komme die bewaarders binne, en vatte +ons beet,--één loopt er pardoes met ze booschop bij de directeur an, +en die zeit: "Kom jonges, jullie hebt 't met z'n drieë in de vrijheid +ommers altijd zoo goed kenne stelle,--waarom maak je nou ruzie?"--Maar +jawel, hoor, medeen most 'n elkeen weer in z'n cel.--We hadde daar +zoo netjes onder mekandere gezete;--'k had echt 't sjegrijn in me +lijf. Ja, gedurende de appèldage hadde ze me wel tien maal gevraagd, +da'k nog geen uitsluitsel wou geve, om rede ik 't daar zoo fijn na me +zin had ... Maar toe',--zukke roetgooiers!--'k denk: wat let mijn? en +de laaste dag nog om vier uur teeken ik an ... Hadde zullie 't smoor +in, dat ze d'r eige inspres ankleeje moste voor dat parket!... En die +volgende morge die cel uitgehaald, en weer met z'n drieë geboeid an +mekaar--maar nou kwaad!--da' we met zes veldwachters vervoerd wiere +om dat hoogere beroep te gaan doen. + +"Nou, en dan krijg je al dat gezeul en gemier van nieuws an. Zes uur +porre, de noodige inwendige mensch versterke met 1480 deele melk en +water benevens je kuggie. Kuggie mee om op te ete onder de reis na De +Haag--mijn geliefde residentie, na je wel weet--maar nou: voor 't Hof. + +"Dat stompie roggebrood heb ik netuurlijk gauw an dat publiek cadeau +gegeve. En zoo wier die stoet vertransporteerd: ik met me staf an +mekaar, briggedier-victief en twee veldwachters, allegaar in de +trein. Maar daar hawwe 't goed. Want we mogge de boteramme van onze +eerewacht opete, en die ware flink gemeubeleerd met ham; me krege +segare te rooke en 'n kop van de alderfijnste koffie uit dat station +Rosendaal,--viel niks op an te merke, petje af, èrg best transport. Al +hè'k dan ook onder 't rije van me vleugeladjudant de Markies nog 'n +labberdoedas op me wang gehad, die 'k tot hede ten dage spijt heb 'm +vanwege die opebare macht niet dubbel werom te hebbe kenne verkoope, +zóó kwaad as die man op mijn was. Maar ook me andere had ziels met +z'n eige te doen, want zij ware toch maar me knechs geweest en hadde +niks opgelicht,--wat waarheid bevatte, uitgenome 't drage van de +milletaire kleere, wat ook om straf vraagt van de wet! + +"En ajje dan ankomt in je residentieplaas, staat die equipage al op je +te wachte, met koesier en twee palfreniers achterop,--de cellewage, +vervloekte ijzere kast; allegaar amparte 'okkies, waar je ingeduwd +wordt, 'n stank van dieve, zoo scherp dat je bijna stikt; en zoo'n kar +rammelt, dat je denkt, dat je maag om zal draaie. Bè je dankbaar ajje +op die binneplaas ontboeid wordt! En dan komt altijd die directeur +medeen erg vrindelijk na mijn toe, en zeit: "Zoo Racier, ben je daar +weer?" Waarop die briggedier 't bewijs van zijn gevangene overlevert. + +"Affijn, in De Haag wier toe' die heele zaak weer uitgeploze, maar +alles veel minder mooi en vertierig, en met maar veertien getuige +erbij. En eindelijk voor dat hooge hof, eischte die zwartrok van +'n procureur-generaal,--waar 'k bij laat vloeie dat 't geen kat is +om zonder handschoene an te pakke en die de grooste hekel het an +recidiviste--: bevestiging van de straf voor Racier en zijn staf.--'k +Wil je best bekenne: toe' zat ik in draf, en d'r ware twéé geneesheere +noodig, om mijn weer bij me trimmetane te brenge, want ik was van me +stokkie gevalle.--Maar eindelijk benne we allegaar tot niet meer dan +vijf jaar veroordeeld, en door tusschekomst van de directeur ware we +medeen al gescheië, zoodat zullie na Leeuwarde ginge en ik vroeg om +me eigeste celletje werom in me vertrouwde Scheveninge!... + +"Maar 't eenige wat ik daar toe' toch zoo schrikkelijk miste, dat +was me slaatje.--O man, ik smachtte soms zóó om te pruime, da'k dat +teertouw ging kouwe, dat ik uit zat te pluize. Dikkels genog hoor, +kwam de directeur, en dan zei 'ie: "spoeg's uit op je hand," dat ie +die touwvezels zag ... + +"Nou moch' ik daar, om me goeie gedrag, nog wel's me celletje uit +om dinge van zolder te hale, zooas cocos om te vlechte voor die +mensche, en dan liep ik zoo maar as 'n vrij man onder die hanebalke +rond ... Och Heere, wat mòch' ik dat graag,--'k ruik nòg die scherpe +touwlucht a'k er om denk. + +"Maar nou op 'n keer ontmoet ik in die gang 't dochtertje van de +werkmeester. En 'k maak zoo'n lief praatje, toe zij zeit: "Ja, ze +was tabak weze brenge an vader." Dat wier me medeen of er 'n vlam +opsloeg achter me ooge;--'k most me vasthouwe, zóó beroerd as mijn dat +miek. Maar 'k laat netuurlijk niks merke, en dat meissie loopt deur, +en ik sluip stiekem werom die trappe weer op. Want zie je, gestole +heb ik nog nooit, maar tabak is as 'n suikerpot voor 'n kind. Dáár +kan je niet afblijve. En och christeneziele, a'k die jekker van de +werkmeester navoel, die d'r hong op de touw-zolder,--dan snap ik +daar met 'n woord van waarachtig ...: 'n heel pond Friesche baai, +da'k eerst nog dacht, dat z'n boteram was! En eer 'k 't wist, ha'k +'t al weggepakt... Man, màn! da' kan jij niet doorvoele wat dat voor +'n bajesklant is: tabak genog voor z'n hééle straftijd om van te +pruime, a' je 't 'n beetje gochem angeleid het... + +"Maar as de directeur in me cel kwam, dan vond ie niks as dat ééne +slaatje soms in mijn mond. En dat ie niks von, dat gaf 'n heele +opstand; wiere telkes invalle voor gedaan om mijn celletje na te +speure,--ja, 'n paar maal hebbe ze me stroozak opegesnede... Hi, +hi!--daar làg 't niet. + +"Nee man... Maar omda'k altijd zooveel hieuw van diere--bij mijn goeie +gedrag--moch' ik alle Zondags op zolder die twee katte van de opzichter +gaan verzorge; en daar liete ze mijn onder de roos dan zoo'n heele +middag vrij passegiere. Nou, je had er vanzelfs wel tralies voor die +rame, maar je was er zoo hoog, en zoo kon je 'r heelegaar die schepies +in zee zien, die mijn gedachte ver mee trokke. Hè, en ondergeteekende +màg zoo graag reize... A'je me 'n riksdaalder geeft, zit 'k morge +in Londe,--met die veeboot van Harlinge over, as drijver achter die +schape an... Zie je, en dan die vrijende paartjes bespieë daar in die +duine as 't weer lente wier, en d'r zoo'n groene liefelijkheid kwam +over dat zand ... Nou, en dan kreeg ik voor die poesies 'n bitje zoete +melk mee, stukkies vleesch, wittebrood, maar dat vrat 'k netuurlijk +zelvers allegaar op, want dan dacht ik: die lieve beesies worde tòch +wel vet, en ik lust 't graag, krijg 't nooit... + +"Ja, 'n Zòndagsche Zondage, hoor! Wàt had 'k 't op die zolders toch +best: vrijuit loope, lekkertjes schranse, en, och christeneziele +noggetoe, die heele zak vol tabak, die 'k onder 't touw en 't cocos +stiekem weggeborge had..." + + + + + + +HOOFDSTUK XIX. + + +"... Maar toen op 'n keer heb ik 'n steek late valle"--vervolgde +Racier, nòg weer verdrietig, z'n verhaal over de tabaks- en andere +zaligheden in den zolderhemel van de gevangenis--: Hij had de +verleiding niet kunnen weerstaan en 'n handjevol van die "effetieve +Friesche baai" uit den weggemoffelden zak van den werkmeester mee +naar zijn celletje genomen voor den nacht, om de hartigheid van nog +'s een versche pruim bij z'n slapeloosheid, waar ie zoo wee van wier op +'t lest... En daar ineens was de directeur bij 'm binnengevallen, had +'m ontijdig uit z'n kooi gehaald, en, wijzend op die noodlottige bobbel +achter z'n kiezen, verordineerd: "doe d'r 's uit." Diens technische +blik had de substantie dra herkend. Dat was geen teertouw, tot vezels +gekauwd,--dat waren lange draden ... tabak! En: "hoe kom je daar an, +Generaal?"--had hij eerst nog 'n tikje gemoedelijk, maar toch streng +gevraagd. + +"'t Is van 'n endje segaar, da'k op de luchtplaas heb +gevonde"--antwoordde Racier spontaan.--"Hebt uwe daar zeker zèlfs +late valle." + +"Dat lieg je, want ik pruim of rook nooit"--was 't bescheid. + +"Dan meschien van de domenees of de pastoor, of van die andere heere +voor onze Zedelijke Verbetering, die d'r gevange medemensch nog 's +'n rookgeurtje wouwe gunne...." + +Maar omdat hij de waarheid niet had willen zeggen, moest ie toen in +de strafcel, daar in den kelder;--naar de bajen, zoo gezeid. + +Vijf dagen later werd hij om kwart voor tienen op de klok voor dat +college van regenten gebracht, en op die groene tafel lag daar zijn +pruim uitgespreid als korrepus elikser... Doch hij hieuw astrantig vol, +dat ie 't gevònden had, en derhalve kreeg ie er nog een-en-twintig +dagen strafcel bij--wat 'm driftig gemaakt had en hem 'n bondige +verwensching ontlokt, bedoelende het botte afsnijden van der heeren +respectieve levensdraden--met als gevolg natuurlijk verzwaring van +straf: "in de boeien!" + +Doch dit deerde hem amper. Want naast de bajen had je de +gevangeniskeuken, en die kok was de kwaaiste nog niet. Te minder +omdat hij nog wel 's door zijn koksmaatje een vaatje margarine placht +te laten verheimelijken voor eigen huiselijk gebruik,--waarvan Racier +toevalligerwijs niet onkundig was gebleven.--Nou, verraje dee' hij tòch +nooit, naar ik wel wist. Maar voorloopig had hij geen termen gevonden +om den kok van dit zijn principe de overtuiging te schenken. En die +was 'n erge beste man, bezonder meelijdig en mededeelzaam,--óók voor +'n ander. Met dit gevolg, dat Racier in de strafcel zóó vet en zoo +dik wier, dat die boeien 'm bekans van z'n lejen afborstten... Maar +die ànderen begrepen dat niet! + +Bovendien had hij toen, als atheïst zijnde, de hoogste vereering +opgevat voor 'n predikant,--al kon hij uiteraard de sóórt nooit als +te best zetten... Maar dàt was nou nog 's een domenee! Die kwam soms +dag aan dag bij 'm, en vertelde van allegaar verhale uit die groote, +vrije wèreld, zonder gezemel of flauwe smoesies,--dat 't was of je +'t las in 'n boek vanne ... Paul de Kock ... offe Multátuli. "En àls +maar door, en àls maar minzaam tege 'n gevalle mensch, want--zei +die altijd zelf--: "wie staat, ziet toe dat hij niet en valle, en +in dat groote Huis, daar zitte die gróóste misdadigers niet."--Fijn +gesproke,--is dat effe wat voor 'n dienaar van 't heilige woord, +die daar toch ook van mot bikke?"--Racier nam er zijn petje voor +af. "Dikkels genog hoor, dat domenee kwam in die strafcel, met z'n +boterammetjes onder ze arm, en dan was z'n eerste tege de bewaarder: +"doen die man ze boeie af; zóó kan 'k niet met 'm prate!" En of 't dan +was om hèm weer die vrije beweging van arme en beene te late?--domenee +dee' ook de celledeur achter 'm dicht, dat de generaal z'n kap af moch' +neme,--hoe 't zij, vaak zat ie er 's avons nòg, en mos die bewaarder +komme vrage of z'n eerwaarde wel wist dat 't half nege was. Onder z'n +trooste was die man z'n tijd heelegaar vergete,--zoo'n eerbied had die +voor 'n ander z'n ongeloof.... Zie je, às er toch nog 's ies was--wat +'k niet en gloof as atheïst zijnde--maar 'n ander leve of zoo, dan +het Ds. X. daar de aldereerste plaas, of 'k mag zóó dood valle.... + +"Maar zie je: vijf jaar, dat benne zestig maande, twee +honderd zestig weke, achttien-honderd-vijf-en-twintig dage +.... drie-en-veertig-duizend-acht-honderd ure, en ajje de menute wil +wete, weet ik ze ook buite me hoofd, want dat leg je daar allegaar +maar telkes uit te rekene, as je snachs nie ken slape: omdat je er +ommers geen seconde van wordt geschonke, waar je niet zoo siekeneurig +langzaam doorheen hoeft te gaan... Je wordt er zoo flauw van, krijgt +zoo'n kinderachtige smaak in je mond,--waarvoor ze in dat groote +Huis nog wel 's 'n stukkie bokking uitdeele an wie beneje 't jaar +hebbe,--maar as recidivist zijnde, wordt jou geen hartelijkheid van +haring of 'n harderwieker gegund. + +"Nou, en dan is dat bij mijn maar aldoor prakkeseere. Dan haal 'k +me heele levesloop weer door me hoofd, van onschuldige zuigeling af +in die wieg, en van 't respek voor je ouwers en je familie, die je +te schande heb gedaan door je valle.... 'k Heb nog twee zusters na +je weet;--die ben erg deftig getrouwd, allebei van de alder'oogste +kringe in Brussel.--Nou, da' kan 'k dan nie verknoerste, da' die +edelvrouwe mijn zoo verachte. En om d'r meelij nog's op te wekke, +schrijf ik dan weer da'k in die gevangenis op sterve leg en me Heer +en Heiland anschouwd heb, vanwege dat hullie met d'r manne allebei +an de fijne kant benne. Da'k me bekeerd heb--zoo gezeid--, om nog 's +'n woord van troost en liefelijkheid te magge verneme uit de mond +van mijn eige bloed in die verlatenheid van me cel. En dan maak +'k ze lekker ook, want dan schrijf ik d'r telkes bij, da'k an me +nichie Merie mijn heele nalatenschap heb vermaakt,--wat zullie nie +wete dat mometeel niks as me dallesdekkertje is, die lange pool, die +'k nog van jou heb gehad, en me pijp, aggenebbiesj! + +"Die twee brieve in antwoord draag 'k altijd speciaal bij me; gaan mee +in me graf. Ajje d'r nou bij gaat zitte, za'k ze je nog's voorleze, +omdat jij toch 'n ami intime van me bent... Mot je hoore, en maar +nie' na me kijke, a'k altemet van inwendige ontroeringe weer nie' +verder kan komme ..." + +Tot de onverwachte wending weer kwam, op mijn meewarigheid: "Wel +christeneziele, wa' bè jij toch 'n slome kadet, da' je die inzichte +van mijn nooit wil begrijpe. 'k Was zoo lekker as kip--nogal wiedas, +daar vlak naast die keuke... Maar 'k smachtte ommers van heimwee na +'n woord van vertroosting, enne ... as 't kon nog 'n paar cente +d'r bij voor 'n krans op mijn graf... Want 't liep na ontslag en de +uitbetaling van die uitgangskas... Val jij mij ook aldoor in die +rede!--'t Mooiste komt ommers nog, van hoe ze al stiekem op die +erfenis van mijn gevangenis-cente aasde." + +Maar die comedie kende ik nu al wel.--"Ja man, van je familie moet je +'t maar hebben ..."--sneed ik de pathetische voordracht bot af.--"En +toen na je ontslag, wat heb je toen verder uitgespookt?" + +"Och ... zie je, die brave domenee had mijn met rijtuig af wille komme +hale van de poort: maar 'k heb 't afgeslage ... voor 't oog van me +maats, hè? dat de Generaal d'r nou uit kwam, as verstokt atheïst, +in één bakkie met 'n predikant! Al kostte 't me hartzeer, want 't +was voor mijn 'n erg beste zielevertrooster geweest... + +"Maar 'k ken me zelfs ommers veel te goed. A'k na zóó veel jare +die poort weer uitstap, dan ben 'k as 'n hond die van de ketting +af komt,--zóó zenewachtig, da 'k met m'n eige geen rade meer weet, +en alleenig maar schrikkelijk an die drank ben verslaafd... Dan mot +'k jenever gaan zuipe, net zoo lang to 'k die luize op me kop zoo +voel danse ... ja', da'k m'n eige wel dood wou zuipe ... al heb +'k an geen verrajers borste gezoge... + +"En tòch ... toe, toe is dat alles ten goeie gekeerd ... door 'n +vrouw die mijn liefelijke hart verstond, 'n vrouw as 'n engel ... + +"'t Was de veertiende Juni. Toe sting ik in Scheveninge weer op de +straat, met me heele armoeiïge lijf ineens in die zon. Buite de poort, +in die lange laan van hooge groene boome,--da'k van duizeligheid niet +en wist of 'k links dan rechts af zou slaan. + +"Toe vroeg d'r 'n man: "waar mot jij heen?"--'k Zeg: "na de +watertore",--want hij zag niet da'k uit de bajes kwam, zoo netjes +gekleed as 'k was in dat zwarte pakkie van mijn domenee. En dus +doende kom ik in dat eerste 't beste café an, van de andere kant as +uit dat groote Huis. En om nog minder in de gate te loope, vraag 'k +een kop koffie. Maar nou stane daar 'n boel mensche voor toonbank, +en tòch geneer 'k me eige zoo'n beetje, toe die waard, die dat zeker +an mijn ziet, blauw-weg zeit: "Och man, schaam u maar niet; ze komme +hier allemaal 't eerste an." En ik weg! + +"Dan valt mijn oog op 'n ordentelijk huis, waar an staat: café +Alcazar. En op dat raam geschreve: "ici on parle français." Nou hè,--ik +die tòch zoo graag mijn moedertaal hoort, 'k stap daar na binne en +vraag: "donnez moi une tasse de café." Maar Fransch kon zij niet. Wel +wier 'k, om mijn nette kleedij, in 'n amparte gelagkamer gelate, +waar 'k door d'r beeldschoone dochter wier angesproke,--da'k er van +schrok, zóó'n beeld! 'n Schoonheid man,--a'k van mijn leve nooit had +gezien, met 'n bruinachtige tint en koolzwart haar, dito wenkbrauwe, +'n klein mondje, en ivoorwitte tande ... Daarmee bevond ik me eige +niks op mijn gemak, hoor, want 'k ben toch ook man, hè, en dan vijf +jaar cel ... "Jongejuffrouw"--zeg 'k van ontroering--"vraag maar +liever eerst of uws mama óók bij ons komt." + +"Nou, en toe' vroeg die mevrouw of 'k een gepensionneerde +was. "Nee"--antwoord ik in 't Maleisch--"ik kom juist uit 't +Kurhaushotel met 'n briefie van houdt 'm in de gate."--En toe kreeg 'k +'n kop extra zwarte koffie voor de reparatie,--en 'k at daar,--en 'k +nam twee kejakkies, want ik dacht, 't is jullie tòch te doen om mijn +kappitaal;--maar aldoor in bijzijn van dat beeldschoone mokkeltje, +waaran 'k óók twee kejakkies had gegeve.--En toe zeg 'k zoo: "'t +Spijt mijn, da'k geen twintig jaar jonger ben, want dan ontging jij +mijn niet, edele nymf." Waarop zij in eene mijn heele inwendigheid +an 't smelte bracht door dat gezegde: "Meheer, ik ben atheïst en +trouw nooit, want ik weet veels te goed, waar 'n mensch toe komme kan!" + +"Daar schrok ik toe zóó van, want 't was twee druppels water mijn +eige gedachte,--en och, christeneziele Venus was d'r maar 'n aroeang +bij. Da'k in ééne zeg: "Ze magge mijn alle jare van de wèreld geve, +a'k je effe as 'n zuster an mijn hart drukke mag." En 'k ril d'r +nòg van, man, want d'r mama sting toe dat dat moch', en 'k miek d'r +koontjes nat van mijn trane. + +"Toe bestelde ik 'n diner eerste klas, mèt 'n flesch wijn,--aldoor nog +in die gedachte, dat ik me in 'n huis bevond, waar 't om 't lood was +te doen. En na afloop huur ik 'n kamer, om daar te logeere. Waarop ik +vroeg: "Mevrouw, wat is me schuld?"--"Wat je op fatsoenlijke manier +hier gebruikt"--zeit zij toe'--"brengt geen schuld mee, omdat u derek +de waarheid het gesproke, en 'k graag mensche mag, die met de volle +waarheid voor de borst komme ..." + +"O, man--dat voel je dan over je rug. Zooda 'k an die dochter vroeg +of zij mijn nou de eer wou doen van mijn De Haag te late anschouwe +... Zóó uit de bajes, met 'n beeldschoone dame an mijn arm,--'n +ontslage boef! En ze vertoonde mijn 't paleis van onze geëerbiedigde +Koningin,--snij je me hart ope, is 't één bonk oranje!--, en bij die +Gevangepoort hieuw ze halt: "wat hier te zien is, is prachtig,--je +ken er de martelinge waarmerke van Johan de Witt, enzoovoort." En +onder de wandeling vroeg ik haar kennis van de boeke van Multátuli, +en hoe zij an 't atheïsme was gekomme? + +"Zoowat twee-en-half uur heb ik met haar gewandeld, en 'k dorst niet +te vrage van wat te gebruike, want daar was zij te fassoendelijk +voor. Maar in eene zeit zij, "wat hè jij 'n mooi ringetje an!"--'k +Zeg: "'t is 'n gedachtenis an mijn mama." En 'k paste 't haar alvast +an. Waarop ik in de Hoogstraat die winkel van Van Kempe inging, +zeggende om 'n boodschop, en uit achting voor 't geen ik genote had en +de toekomst van de nacht wellicht nog opbrenge zou, bij die juwelier +voor de som van f 8.50 'n ringetje kocht, in rose watte geleid met +'n doossie.--En zoo ging ik weer gearm met haar na huis. + +"Toe heb ik s'avens met verschillende heere daar 'n partijtje biljart +gespeeld, en geeneen van verlore, dus wij mieke de grooste pret. Ik +dacht, da'k in de hemel was, daar 'k 's ochtens in me cel nog me kuggie +had gebruikt.--Om tien uur souper, met dat beeldschoone mensch altijd +bij me ... da's óók 'n plaag, om gek van te worde! + +"Daarop vroeg ik an haar mama: "wil u mijn 'n plezier doen, onder zes +ooge privé?"--En dat moch.--Toe zei ik: "mevrouw, voor 't geen u gedaan +heb an 'n gevalle man, heb ik dit gekocht, en mag ik nou de vrijheid +hebbe het an 't geen u lief en dierbaar is te overhandige?"--Waarop +die mevrouw zei: "zie je wel, dat je opvoeding niet en leere ken?" + +"En die dochter riep tege mijn: "geef nou uws hart maar lucht, +want gij zijt óók atheïst!"--Waarop ik snikkende dat doossie ope +miek en haar die ring overhandigde met de woorde: "Kind, dit is 'n +gedachtenis van 'n atheïst, en dit doen ik niet voor 't een of andere, +maar 't is louter mijn opvoeding, die zich ten prooi geeft",--en ik +'t an haar vinger stak. + +"As gij tòch atheïst zijt"--zei zij toe verblijd--"geef 'k u verlof +om buite bijzijn van mama, na sluite van 't café nog 'n paar woorde +met mijn te verwissele."--Om twaalf uur ging die bak dicht, en tot +twee uur hebbe me wijn zitte hijsche.... Da's karakter....: ze had +an mijn gezien, da 'k een gevalle man was..." + +En weer verborg Racier z'n snikkenden kop in z'n rooden zakdoek. Tot +hij zich vermande, en met een smeltend weeke stem besloot: + +"Die andere morge stinge wij allebei erg laat op, en toe het mijn +beeldschoone engel mijn eigehandig na 't spoor toe gebracht. Want +'k wou in De Haag niet blijve, om rede daar die Markies de Touard +óók net af was gestapt en met potlooje die klante langs leurde, +die ik met me staf vijf jaar geleje opgelicht had.--Daarom trok ik +na Middelburg werom, en door tusschekomst van Jhr. v. d. L. d. C., +van de president van de rechtbank, en nog andere grootheid, die mijn +wel konne, ben 'k toe an 'n wage huishoudelijke artikele geholpe, +om de boer mee op te gaan vente.--'t Een of andere uit te hale, dat +doet die Markies nou nie meer. En ikke óók niet, as de maatschappij +mijn maar niet in de steek laat. + +"Maar toe' 'k daar die eerste avend in Middelburg ankwam, en me +intrek in dat logement voor gesjochte jonges nam, komt medeen die +vent met de nachtlijst na mijn toe en zeit: "Zoo Generaal, hoe gaat +'t met 't leve?"--"Zachies an",--zeg 'k nog.--"Nou vrouw"--roept ie +die bolleboffin d'r bij--"je mag de vlag wel uithange, want zúkke +hooge personaadjes hebbe me nog nóóit te slape geleid!" + + + + + + +HOOFDSTUK XX. + + +"Achtbare Heer, + + +"Het gemoed den spiegel der menschheid waarin men gansch zijn leven +kan terugzien, belast mij met zwarighedes. + +"Mijn leven dat niets anders is dan eene aaneenschakeling van ellende, +armoede, verdriet en misdaden, gepaard met nog vele andere misdrijven +en omstandighedes, doet mij bij zekere klas van personen een aanzien +verschaften als uitschot der maatschappij, nieteling in de samenleving. + +"Nochtans geachte Heer, gij, dat levend massa, gij die bezield zijt +met een fabelachtig vermogen, een edel gevoel en innemend karakter, +begaafd met eene geleerdheid van Salemon, gedenk een man die aan het +visionisme lijd? + +"Menigmaal heb ik opgemerkt dat na het verhaal van een klein gedeelte +mijns levensloop den ongeletterden of bijgeloovig mensch een afkeer +voor mij koesterde, menschen die ik aanzien als ontaarde wezens, +wiens karakter naar het dierlijke overhelt. + +"Achtbare Heer, vergeef het mij, maar man als ik rondzwervende +rampzalige, die ook alle uitvluchtsel en omstandigheden der samenleving +kent, volgens mij is de sympathie die uwe dienstbode mij koesterde min +of meer uitgedoofd. Ik kan mij inbeelden wat daar aanleiding toe geeft. + +"Maar vermits gij eenmaal gansch mijn levensloop zult weten--'t +ergste komt nog!--veroorloof ik mij uw goedheid af te smeeken, om +mij te helpen in mijne noodwendigheden, en haar, die twee druppels +water een Prinses is, in te beelden dat ik goedhartig en nederig ben +aangaande haar persoon. + +"Steunende op Uw welwillende Edelmoedigheid achtbare Heer, en in +aanmerking nemende mijn voorliefde, die ik voor u koester, hoop ik wel +geachte Heer, dat uw medelijdend oog zal nederzien op het rampzalig +leven van mij + +"Uw nederig dienaar C. E. Racier." + + +Dien middag had Racier tot drie uur op mijn kamer zitten vertellen. Een +uur later vond ik dezen brief in de bus,--getrouwe variatie op zijn +fameuse generaalspleidooi,--zóó keurig gecalligrafeerd en met zulke +prachtig omkrulde beginletters versierd, dat hij hem zeker door een +ander had laten schrijven. + +Maar net of er niets tusschenbeide was gekomen, zat hij den volgenden +morgen al weer tijdig klaar om op het vale stramien van zijn leven de +bonte kleuren zijner verbeeldingen voort te borduren. Ik sprak evenmin +van den brief. En 't scheen al alsof die rare gril bij stilzwijgende +overeenkomst maar liever zou worden genegeerd, toen hij opeens lacherig +verlegen naar mij opkeek, en er waarachtig een schuchter rose opbloosde +in zijn groezelwitte gezicht.--Want 't was wonderlijk, maar nu en dan +zag je op die verloopen facie kinderlijk-teere emoties weerschijnen, en +de kerel, die in 't grove zoo meesterlijk kon veinzen, zoo bedriegelijk +comedie kon spelen, was nog altijd z'n naïeve aandoeningen geen baas, +al trachtte hij ze ook aanstonds brutaal te overschetteren. + +Zoo ging 't ook nu. 't Hinderde hem, dat ik er niet over begon. Dat +zwijgen verwarde 'm een beetje, en zoodra hij zich voelde blozen, +schoot ie in een onechten schaterlach, sloeg overdreven op z'n knieën, +en alsof 't niets dan een mop was geweest, proestte hij los: "hoe +was tie, hoe was tie?--wat 'n bak hè, zeg, hoe von je 'm nou?" + +Maar ik was in een stemming om 'm te plagen en hield me lakoniek of +'k er niets van begreep. En door z'n aanstellerij van uitbundige pret +heen hunkerden z'n oogen aldoor dat ik toch mee zou gaan lachen om +zijn penibele houding te redden... + +"Ja, zie je"--begon hij zich nu gejaagd te verontschuldigen met eerst +telkens pauzes van confuus gegrinnik--"zie je, 'k had 't je ommers +beloofd, hè ... da'k je 's me fijnste handschrift zou sture... Hè je +die eerste letters gezien?... en dat adres, hè?... zoo allegaar uit de +vrije hand ... op logement in me leege ure getrokke ... En heelegaar +zèlf, hoor ... heelegaar zèlf .... geen mensch an geholpe ... of +doch je van niet? ... want die rekweste-schrijver leit tegeswoordig +ommers op 'n ander logement... Ik kòn 'm niet eens, die man, toe +'k je schreef ... nee, en toe 'k 't 'm liet zien, toe zeit ie: +'k ben d'r jaloersch op zooas jij toch ken schrijve ... want 't is +twee droppels water mijn eigeste hand, maar alleenig veel fijnder +... nòg fijnder ... nog nobelder... Ja, dat zei d'ie, dat 't nobelder +was dan zijn hand!... Nou, en hoe von jij 't dan nou?.. want je zeit +niks... Waarom zèg je nou niks?... 'k Hè je toch niet beleedigd?... Of +was 't je te amekaal van zoo'n schooier, van zoo'n brok vuil, hè +... da 'k je 'n brief schreef, zooas tie uit mijn zondige hart op was +geweld?... Want me laaste ademtocht ... hè ... me doodsnik ... da' +weet je ... de kreet eener stervende, wiens misdadige ziel opstijgt +voor de vierschaar ... van de Natuur--Nou dach jij da 'k me daar ging +versmoeze .... da 'k as verwoed atheïst me steke liet valle ... Maar +valt 't je mee ... zeg ... valt 't je mee van Racier dat-ie nog net +op 't laatste nippertje Gods's naam in het geslikt en me eigeste +geloof hoog heb gehouwe?... Want jij snàpt mijn, geloof ik ... Jij +kijkt me zoo link ... die brilleglaze van jou bore 'n mensch dwars +door z'n hart ... en d'r ontsnapt jou niet veel, man!... Waarom be' +je eigelijk geen rechter van exstructie geworde?... Of hè je nog +te veel met de boeve te doen, hè ... met d'r rampzalige lot ... om +ze allegaar in de lik op te sluite?... Anders mot je 't maar zegge +... as je met zoo'n zondaar as ik ben ... a'k je ben tegegevalle +... want 'k hè je vooruit wel gewaarschouwd... Van de eerste dag an +he'k tege jou gezeid: man, a'je Racier kan, in z'n inwendig gemoed, +en ziet hoe vuil, hoe zwart 't daar is .... dan schud je je hoofd +en roept uit: Ga van me, jij ben me te slecht!... As 't zoo ver is, +da' jij me verstoot ... nou affijn, zeg 't dan maar ... Hier zit ik, +me hoofd is geboge, neem je moker dan op, en slaan me de harsings +kapot ... Wat geef ik om mijn leve?... D'r is een wijf op logement +... van de vijnste famielje ... d'r pappa was notaris ... d'r broers +benne dokter, avecaat, en lid van de Raad ... maar zij, de gevallene, +zij loopt op de baan ... En die heeft me op koste van ongelijk lief +gekrege, die arme meid ... Gisteraved, toe ze d'r laaste volk uit +had gelate ... is ze zóó op de straat voor me voete gevalle, het ze +me knieë gegrepe, en gesnikt ... to'k d'r alles van begreep ... Maar +'k heb d'r niet verstoote ... Zooas 't een ridder betamelijkt, he'k +d'r opgeheve ... zij is toch jonkvrouw, óók immers van adel ... en +me mededogendheid van misdadiger die nog altijd een mensch is, he'k +over d'r rampzalige ziel uitgegote.--"Grijp u vast an 't kruis, +Mina!"--dat heb 'k gezeid ... Ja, as atheïst zijnde heb 'k haar +'t kruis voorgehouwe, want zij staat altijd nog in de Bosschieskerk +ingeschreve ... "Zoek uw heul en uw toeverlaat in de heilige biecht, +meid! En wend je af van de manne, want 'tben toch immers allegaar +verslete kerels die jij krijgt..." Ja, 't is toch waar, zoo'n ouwe +lijkstaassie die an de brandspiritus verslaafd is, en met 't onrein +in d'r grijze hare ... "Ik--dat heb 'k gezeid--ben an 't gloof van +me moeder ontvalle; maar jij, Mina, wie veel lief heeft gehad, zal +veel vergeve worde, meid. Je het 't uit geen weelde gedaan, dat weet +God!" ... Toe heb 'k 'r 'n dubbeltje van die gulde van uwe gegeve, en +'k heb d'r geraje: ga nou morge 't eerste voor die cente baje, en vraag +dan an m'eer pastoor om je zonde te boete, en as 't kan om 'n bitje +bedeeling van turf, aarappeltjes, en 'n paar brooje bedeeling in de +week voor van 't winter... Ik ben je genege; we zijn allebei zondige +mensche van edele afkomst, maar kijk mijn an: ben ik nou de eik, waar +jij je as klimop voor eeuwig om slingere ken?... Zeg 't zelf, ik ben +'n ruïne, al ken 'k ook nog wel 'n knap vrouwspersoon an. Maar ik +zwalk zonder stuur door de bare van 't leve. En waar 'k 's nachs van +droom, die rol speel 'k 's morges, net zoo lang to'k weer in de lik +anbelant, of jammerlijk op de klippe der zonde verplettert. Want voor +mijn staat daar geen kruis meer met roze op die rotse. Zeg nou zelf, +zoo'n schuit is 'n wrak, en geen huwelijksboot, meid-lief ... Maar +'k vraag je één ding--want je ken me nog niet--: he'k voor eeuwig +schipbreuk geleje, lees dan trouw iedere aved de krant, of daar geen +berichie van de schouwburg in staat, dat er 'n stuk wordt vertoond: +"Het Leve van 'n Atheïst, of die Martelaar van zijn Geloof" ... Die +martelaar, Mina, die held voor 't ongeloof, die rampzalige gevalle man, +dat ben ik! En a' je 't dan maar effe kan lappe, effe an 'n armoeiïge +schelling kan komme--ja, al mos je 'm ook stele!--gaan dàt stuk dan +kijke, want je ziet er 't leve in gespeeld van de man, die je daar effe +je liefde het geopebaard, maar die veels te slecht was om ooit jou +bruigom te worde."--Ze snikte, haar hoofd was voor 't eerst en voor +'t laast an mijn boezem gezonke ... Ik streelde haar lokke, ze zijn +nog zoo zacht ... as zij, man ... en de bleekheid der liefde verfde +haar wange ... Maar 'k rukte mijn los ... "La' we sterk zijn, Mina, +en geen kussing meer deele, daar 't noodlot zijn grauwe vlerke op +spreidt... Neem me an as uws broeder, en luister na me raad ... Voor +'t onrein is geen goud zoo goed as stavezaad met jenever ... en om +je van 't spiritus af te wenne ... drink je hier dag an dag voor mijn +cente één glaassie cognac. Me zalle d'r maar direc mee beginne ..." + +"Toe hebbe me same elk 'n slaapmutsie gevat ... Da's ook goed voor +'t sjegrijn, want we hadde te doen met mekander. Zij met mijn, ik met +haar, die arme meid. En toen alle volk na kooi was, zei de waardin: +"Kom kinders, 'k heb maf, 't wordt tijd." Mina is na 't zolder, ik +ben na de vliering gestrompeld, maar vanochend zag 'k 't haar wel an, +dat ze net zoo min as ik een oog dicht had geloke.-- + +"Ben je nou nog beleedigd, om die brief?... Of heb 'k me goeie hart +voor je ope geleid, dat 't één bonk dankbaarheid is?.. Jaag me anders +maar weg... Ben 'k je te min, dan trap je me subbiet je kamer af +... Want die stoel hier bij dat kacheltje za 'k tòch nooit vergete ... + +"Weet je hoe 't komt, da 'k vannacht niet kon slape?"... Ik dacht àls +an die brief ... 'k Had zèlf twee nieuwe penne gekocht, dat die man +'m op z'n mooiste zou schrijve ... Nou, en hoe was tie?... 'k Was +t'r zoo trotsch op, da 'k 'm er jou pijp met dat zilvere plaatje voor +heb gegeve ... Misschien hè je later nog wel 's zoo'n Gou'sch stompie +voor mijn ... want 'n souvenir zit 'm niet in de waarde ..." + +De meid kwam binnen en bracht twee koppen koffie. + +Toen ze weg was, zat Racier met z'n handen voor z'n oogen. Hij had +van die zielig verarmde, lange, bleeke handen, met roode knoken. En +ze beefden nu, schokten voor z'n gezicht. + +Maar in eens keek hij met z'n betraande facie lachend naar me op: +"Zoo bèn jij nou ... da's je nobele hart ... Je zeit niks, maakt +me geneens verwijte om de astranterigheid van die brief ... En toch +deurzien je 'n mensch z'n innigste wensche ... + +"Ben je dus nou weer heelegaar goed? Is 't alles van gistere vergeve +en vergete?... Want anders dan ben 'k je koffie niet waard, en zet +ik geen mond an 't bakkie ..." + +"Waarachtig, Racier--als 'k je nou toch begrijp ..." + +Maar hij stak me zijn voeten toe: z'n verloopen schoenen glommen +opmerkelijk. + +??? + +"Ja, ja, dat was 't, dat is 't natuurlijk geweest. Da 'k daar zóó +maar, met slikkerige bene, zoo maar, net as 'n beest van de straat +in je huis was geloope. Die beleediging, da 'k haar trappe bevuild +had en jou fijne kleed in je kamer ... 't Was ommers 't minste, +'t laagste ... Toe hadde jullie netuurlijk genog van de schooier; +was zij nog te vies om an een kop uit dr keuke mijn lippe te zette +... Toe was 't uit met de eer van 'n bak warme troost uit dezelfde +pot ... Dàt was 't! Vannacht is 't me in eene te binne geschote, +toe 'k maar maalde en tobde wat 't toch zijn kon, dat 'k nou geen +kop koffie meer waard was. Want dat schrijnde me, man; me ooge wouwe +d'r niet meer van dicht ... En medeen, da 'k 't snapte, ben 'k met +'n rood hoofd van schaamte me bed uitgestapt, heb 'k an Mina d'r +doossie schoensmeer gevraagd, en sting 'k te poese ... + +"Niet zoo zeer om die koffie, al wist ik ook nooit, dat er zóó'n +weldaad voor 'n ziekelijk lichaam bestond; want da's medicijn, je +leeft er van op, je voelt je as zwerver de keizer gelijk,--'t hangt +effetief bruin an de kom ... en dat schuim, dat je van de lucht +altemet al gaat droome ... Ja, man, die kop zege za 'k nou tot me +dood toe dag an dag misse ... + +"Maar da 'k 'm gistere nie kreeg--'t speet me geducht, want 'k lag +er de heele nacht na te vlasse ... Toch ha 'k dat nog wel kanne +verknoerste, as 't niet was, dat jullie, me laaste, me anker in +de zee van de zonde, mijn nou óók al niet langer lust ... En met +me bloedende hart, he 'k toen in één asem die brief opgemaakt, nou +'k van jou mot scheië ... + +"Eén ding alleenig, da' mo'k je nog vrage ... Want zie je, die +Mina, waar 'k je daar strakkies van sprak, die kan d'r wel uit, +uit mijn tooneelstuk. Die ouwe lijkstaassie verdoet zich tòch an 't +brandspiritus, want al wat er 's avens tussche ons was voorgevalle, +had ze vanmorge alweer heelegaar vergete. Toe 'k d'r, vóór 'k hierheen +ging, nog 's effe teerhartig over begon, keek ze mijn an of ik gek +was ... dus: dronke geweest, óók pizekor: een liefdesverklaring +van spiritusdamp ... Ha'k 't gewete, dan ha'k d'r een lucifer bij +gehouwe en was d'r heele declaraassie in een mooi blauw vlammetje +subbiet opgebrand. Dat was dan maar beter geweest ook ... Dus laat +die Mina uit onze kemedie maar liever weg as je wil ... De mensche +zouwe der nog maar om motte lache.--Zoo is dat gekapte-hoofde-publiek, +dat tuig van de autemebiele! En dáár is die meid me toch nog van te +nobele afkomst ook voor; wat jou? Is 't soms niet rampzalig genog, +zoo'n val? Bovedien ... ik as held, zou door zoo'n declaraassie +ommers óók van me staassie, van me doorluchtende glorie ... van me +adel en majesteit, dar! af motte brokkele, en in 't kemieke vervalle +... Nee man, die passazie van Mina hou je d'r buite, op ieder geval, +en je zet er maar in op 't slot dat schrijver dezes netuurlijk met +zu'k soort zondaresse geen omgang hieuw ... Zulle die toeschouwers +mijn inwendig koerakter van gevalle man nog bewondere ..." + +Met bei z'n armzalige handen om den kop heen, vertroetelend, zoog ie nu +eindelijk z'n koffie, de oogen aanstellerig dicht in z'n verheerlijkte, +witte gezicht. Toen stond Racier langzaam uit den leunstoel op, en +opeens wonderlijk weemoedig, nam hij afscheid als voor een lange, +lange reis ... + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De zonderlinge avonturen van "Zijne +Excellentie de Generaal", by M. J. Brusse + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIGNE EXCELLENTIE DE GENERAAL *** + +***** This file should be named 36056-8.txt or 36056-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/6/0/5/36056/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/36056-8.zip b/36056-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..16efbb1 --- /dev/null +++ b/36056-8.zip diff --git a/36056-h.zip b/36056-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c894fcf --- /dev/null +++ b/36056-h.zip diff --git a/36056-h/36056-h.htm b/36056-h/36056-h.htm new file mode 100644 index 0000000..cad841a --- /dev/null +++ b/36056-h/36056-h.htm @@ -0,0 +1,6652 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2011-05-08T20:03:41.061+02:00. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content= +"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> +<title>De zonderlinge avonturen van „Zijne Excellentie de +Generaal”</title> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii"> +<meta name="generator" content= +"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> +<meta name="author" content="M.J. Brusse"> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="DC.Creator" content="M.J. Brusse"> +<meta name="DC.Title" content= +"De zonderlinge avonturen van „Zijne Excellentie de Generaal”"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="#####"> +<style type="text/css"> +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/* Titlepage */ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/* End Titlepage */ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +table.alignedtext +{ +border-collapse: collapse; +} +table.alignedtext td +{ +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedtext td.first +{ +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedtext td.second +{ +padding-left: 10px; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocPart +{ +margin:1.58em 0%; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.opener, .address +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline +{ +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/* Tables */ +td, th +{ +vertical-align: top; +} +td.label, tr.label td +{ +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td +{ +font-style: italic; +} +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/* Poetry */ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/* Drama */ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/* End Drama */ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +table.tocList +{ +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum +{ +text-align: right; +width: 15%; +padding-left: 1em; +padding-right: 1em; +} +td.tocDivTitle +{ +width: 70%; +} +span.corr, span.gap +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/* Font Styles and Colors */ +.ex +{ +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc +{ +font-variant: small-caps; +} +.uc +{ +text-transform: uppercase; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/* End Font Styles and Colors */ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote, div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +/* External Links */ +.pglink, .catlink, .exlink +{ +background-repeat: no-repeat; +background-position: right center; +} +.pglink +{ +background-image: url(images/book.png); +padding-right: 18px; +} +.catlink +{ +background-image: url(images/card.png); +padding-right: 17px; +} +.exlink +{ +background-image: url(images/external.png); +padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover +{ +background-color: #FFDCDC; +} +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd20e80width +{ +width:480px; +} +.xd20e85 +{ +text-align:center; +} +.xd20e92width +{ +width:475px; +} +.xd20e109width +{ +width:174px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De zonderlinge avonturen van "Zijne +Excellentie de Generaal", by M. J. Brusse + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De zonderlinge avonturen van "Zijne Excellentie de Generaal" + +Author: M. J. Brusse + +Release Date: May 8, 2011 [EBook #36056] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIGNE EXCELLENTIE DE GENERAAL *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd20e80width"><img src="images/kaft.jpg" alt= +"Oorspronkelijke voorkant." width="480" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="divBody"> +<p class="first xd20e85">De zonderlinge avonturen van<br> +„Zijne Excellentie de Generaal”</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd20e92width"><img src="images/titelpagina.gif" alt= +"Oorspronkelijke titelpagina." width="475" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="subTitle">De zonderlinge avonturen van</div> +<br> +<div class="mainTitle">„Zijne Excellentie de +Generaal”</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">M.J. Brusse</span></div> +<div class="figure xd20e109width"><img src="images/logo.gif" alt= +"Uitgeverslogo." width="174" height="173"></div> +<div class="docImprint">Rotterdam MCMXV<br> +W. L. & J. Brusse’s Uitgevers-Maatschappij</div> +</div> +<div class="div1"> +<div class="divBody"> +<p class="first xd20e85">Bewerkt uit de rubriek<br> +ONDER DE MENSCHEN<br> +in de Nieuwe Rotterdamsche Courant <span class="pagenum">[<a id="pb1" +href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e127" class="main">Hoofdstuk I.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Een vriend van mij, een kunstschilder, had Racier als +model genomen, vooral om z’n merkwaardigen dweperskop. Een +mager-verhongerde zwerver; dreigend lang in z’n op den draad +verschooierde pool, die ’m over de voeten sleepte. Maar toch +droeg hij dien armzaligen dallesdekker met Don Quichottige statie. +Daarboven hield hij het hoofd altijd even achterover in den nek, keek +je zoo uitdagend van onderop aan, en wonderlijk uit de hoogte. Een +trotsche, fanatiek hatende martelaarsfacie, ziekelijk wit in de rosse +harigheid die tot een puntbaard verliep, en onder iedere emotie +gloeiërig blozend. Dan was ’t of hij koorts had; z’n +lichtbruine oogen vonkelden in de innig zwakke donkere +rimpeltjes-randen. Geagiteerd frunnikten z’n fijne handen de +snorre-punten omhoog, met bevende vingers ... Maar meteen liet hij zich +in den leunstoel wat dieper teruggaan; een stille glimlach berustigde +zijn gezicht, en dan zag hij je goedig aan, alsof die wereldsche zaken +toch eigenlijk te onbeduidend waren, om je druk over te maken.</p> +<p>„Nog drie jaar de bajes in ... en ’t is met mijn ommers +gedaan. Het ’t grootkappetaal weer z’n zin ... Als die poot +nou maar niet zoo schrikkelijk zeer deed.”</p> +<p>Daar sukkelde hij nu al mee, zoolang ie uit de gevangenis ontslagen +was. Dien eersten dag had de drukte op straat ’m duizelig +gemaakt. ’t Geschreeuw van den sleeper had ie niet gehoord, en +het wiel was ’m over z’n wreef gegaan. ’t Wou niet +genezen. En dokters vertrouwde hij niet: waren allegaar in dienst van +den rijkdom. Kon ie geen dankie tegen spelen. Maar vóór +hij naar ’t atelier ging om te poseeren, strompelde hij, dreigend +lang in z’n slepende zwerversjas, de Maas langs, <span class= +"pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span>naar een +plek waar nog geen kaaimuur was, en hield daar z’n verbrijzelden +voet in ’t water van de rivier, dat bij vloed immers een magische +geneeskracht moet hebben. De heele seance door lag die wonde +extremiteit bloot op z’n andere knie gekruist, streelde hij er +troetelend langs, tot de twee uur weer om waren. Dan wond hij er de +gore lappen zorgzaam om, bond de slof er onder, en rechtop meesleepend +z’n leed als een martelaar, schreed hij terug naar de slaapstee, +waar hij met spottenden eerbied „Generaal” werd +genoemd.—„Zijne Excellentie de Generaal”—zoo +presenteerde hij bij voorkeur zich zelf met een even ironischen ernst; +wat zielig geworden herinnering aan zijn groote dagen!</p> +<p>„Racier is wel de wonderlijkste kerel, dien ’k ooit als +model heb gehad: een prinselijk fantast, kinderlijk dweper, soms zoo +zacht als een lammetje in de Mei en dan weer ineens met bevliegingen +van anarchistische bommengooierij. Hij is me nu onder ’t werken +door z’n leven aan ’t vertellen. Da’s +één eindelooze reeks van de zonderlingste oplichterijen +met telkens langere pauzes in de gevangenis. En ’t komt allemaal +uit een soort hoogmoedswaan voort. Want ik zie er volkomen een modernen +Don Quichot in ... Je moet eens komen luisteren. Hij beweert +Franschman, gevluchte Communard te wezen. Dat hij zelf de lont in het +kruit heeft gestoken! Enfin, loop eens aan.”</p> +<p>Toen op dien morgen ben ik er op ’t atelier bij komen zitten. +De schilder stond aan z’n ezel te schetsen; in een luien stoel +zat de schooier voornaam achterover geleund, den misvormden bloederigen +voet op z’n schoot, ’t fanatieke gezicht sterk belicht +onderuit, dat ’t wel treffend klassiek aandeed, als een apostel +op een of andere primitieve schilderij. <span class="pagenum">[<a id= +"pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span></p> +<p>Hij was zóó in de herinnering aan z’n eerste +oplichters-„rol” verdiept, dat hij mij niet merkte en +voortredeneerde:</p> +<p>„Zie je, toe was ’k dus ontslage as misdadiger van +’t miletairisme; maar er kleefde nog geen vlekkie op me naam as +burger: wat ’t miletaire betreft gaat ommers ’t ceviele +niet an ... Maar nou komt me eerste misdaad; wel zoo groot niet ... +toch is tie mooi. En er komt van ’t kappitalisme in te +pas—snap je?—da’s juist ’t mooie. Van de +ouderdom af van 17 jare ben ik altijd de grooste tegestander van +’t kappitaal geweest ... Da’s me zenuwe ... Me +moederskwaal. Heb je niet opgemerkt, da’k altijd na die deur +kijkt? Nou heb ’k momenteel toch niks op me gewete ... anders +liep ’k niet op straat, hè? Maar die omstandighede komme +erbij, dan weet je niet waar je heen mot en je ziet dat rijke tuig +éte ...</p> +<p>„Was dàt niet ’t geval, dan was ik tot hede toe +altijd nog fatsoendelijk man, en door me capaciteite—’k +spreek àlle tale,—nou al lang gepensionneerd +eerste-luitenant. Want, zie je, a’k honger heb, kruip ik in die +krotjes op de Schiedamschedijk, waar die vreemde zeelui komme; ’k +bied ze me potlooje an, me kenijntjes, en spreek ze in d’r moers +taal toe. Dat trekt, en dat geeft. Of ’k krijg altemet ’s +’n toeval op de stoep van ’n rijk restaurant—Overiges +zet ’k ’t menschdom heelegaar an kant, as atheïst +zijnde ... tot in me niere. Dar! ’k Was nog geen twintig jaar +oud, da’k tege mijn pa zei: Mon père, le temps viendra, +dat ’t kappitaal de riksdaalders met schoppe uit raam smijt, maar +dan zal ’t te laat zijn. Trop tard ...</p> +<p>„Jawel, ’t kappitaal wil je je ooge verblinde. As +’k een paar millioen rijk ben, ken ’k op mijn jare nog wel +’n beeldschoone, piepjonge dame krijge, waar niks op valt +<span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name= +"pb4">4</a>]</span>te zegge ... Nou tràppe ze me d’r uit +... Begrijp je me ook?—Op mijn jare, trouwens ... ’k heb +’t mooiste genote, ’t fijnste, van alle naties gehad, en +nou zeg ’k met de apostel Paulus: de geest is nog wel gewillig +maar ’t vleesch is te zwak ...</p> +<p>„As je je knieë wou buige, liep je in ’t zwarte +lake ... Maar dat vervloek ik ... Was ’k ’n hond—ja +dan, dan vrat ik meschien op wat ’k al an atheïsme uit heb +gespoge. Nou blijf ’k zoo, to’k kapot ga: de natuur in; +niks as natuur.—As je mijn maar begrijpt ...</p> +<p>„Dáár krijg je me misdaad, me eerste slag ... al +ben ’k ook zoo slecht niet ...”</p> +<p>Toen zweeg hij even. En je hoorde enkel in ’t stille +schildersatelier ’t broze schrappen van ’t houtskool.</p> +<p>Dan stak hij koesterend z’n magere handen naar den haard +uit:</p> +<p>„’k Mag dat piepe van die kokies zoo graag hoore! +’n Ope vuur is ’t mooiste voor iemand die liefelijk denkt +... Bij de rijkdom hebbe ze d’r van die blokkies hout op; dan +gane de gedachte nog zachter ... Wat ’n weer is ’t buite +... ’k Mot er tòch door ... Affijn ... Luister je +wel?—Dan is ’t goed. Kan ’k beginne:</p> +<p>„As ’k zoozoowat beraam van ’n plan, dan is +’s-Gravenhage me hoofdzetel. Koninklijke residentie ... snij je +me hart ope, vin je één bonk oranje. Met respect ... Maar +waaròm De Haag me hoofdzetel is, dat legt in me ziel begrave. +Hoort nooit niemand. Gaat mee in me graf.</p> +<p>„Nou. Met me uitgangskast van ƒ 180 uit de bajes had ik +niet genoeg om de rol te spele, die ik in ’t detentiehuis in me +hoofd had gesteld. Daarom nam ik me toevlucht tot mama. Ik vroeg die +edelvrouwe of ze mijn de som van duzend gulde op wou sture. Maar deze +edele moeder wist welk vleesch ze in de kuip had, en +daarom—<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name= +"pb5">5</a>]</span>schreef ze mijn—mot gij u tevrede stelle met +honderd gulde, geliefde zoon. ’t Had natuurlijk ten doel om baron +van ..... in De Haag te late springe, want die z’n zoon wou ik +same met mijn an lager wal hale ... As je nou dus maar voelt dat +’k àl wat ik ondergaan, te danke heb an me ideeë, om +rede ondergeteekende ’n atheïst is, da’ wil zegge: +’n natuurkind. Vergeet ’t nooit asjeblieft.</p> +<p>„Voor die f 280 heb ik me toe’ late make een blauw +kamgare pak, jaquet-kostuum Engelsche koningssnit; een paar kaplaarzen +met vergulde sporen, een fantasie-hoed style Louis XV, en een groote +lange ulster, „coat”, zegge de Engelsche +tailleurs.—Van de mode weet ik àlles!—Daarbij in +stijl een fantasie-ketting, een fantasie-ring en een zilvere +remontoir-horloge. Zoo was me kostuum—èn een +fantasie-lorgnet; gesiseleerd goud netuurlijk. Dat heele zakie kostte +me over de ƒ120 ... ’t ware verlakte chevreau laarze, style +moderne ...</p> +<p>„Toe huurde ’k me een paard en ging zoo rije in ’t +Haagsche bosch om ’t groote kappitaal na te doen. Maar dit kon +ook geen stand houwe. Want waar afgaat en niet bijkomt, dat mindert ... +sterk.</p> +<p>„Ik was gedurende me eerste misstap gelogeerd in ’t Wape +van ’Oorn ... da’s weer ’n hache, die ik niet uit kan +spreke, door me Fransche afkomst, merk je wel? En ’k heb dat leve +slechs zeve dage volgehouwe, alhoewel ’t ondergeteekende zeer wel +beviel, niet zoozeer om te geure, as om me misdadige plan ten uitvoer +te brenge. Hetgeen helaas mislukt is, waar ik op hede toe geen spijt +van heb ... want dan zat ik me hier nou niet bij jouw kacheltje te +warme.</p> +<p>„Maar toe’ ten ende raad zijnde, en geen geld meer +hebbende, en op mijn logement, waar ik thuis was, op mijn gebied geen +schuld kunnende make—die Koossie <span class="pagenum">[<a id= +"pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>Harme, de bolleboffin, kende +mijn wel, want al hoorde ze tot de classe ouvrière, toch het ze +me wel op eige koste ’s nachs weg late brenge met rijtuig, as ze +van de recherche na me kwamme vrage, die russe,... ja, zukke logemente +moste d’r meer zijn ... Affijn: geen schuld willende make +...”</p> +<p>„Zeg, Racier”—kwam even ’t hoofd van den +schilder om den ezel—„je spreekt nou ineens net zoo +plechtig als ’n feuilleton uit ’t +Rotterdammertje!”</p> +<p>„Ja, fullitons, die heb ik in alle tale geschreve +...”</p> +<p>„O zoo, pardon dan, cher maître.”</p> +<p>„A votre service.—Dus”—neeg de zwerver +ernstig—„dus geen schuld willende make, en met het kostbare +uniform, als bove omschreve, een nacht en twee dage onder de bloote +hemel mottende bivakkeere, zonder ete of drinke, want vrage kan +ondergeteekende niet ... Zie je, dan ging ’k meest uitruste op +dat bankie op de Vijverberg, pal tegenover ’t kantoor van die +bankier, omdat daar een boezemvrind van mijn +directeur-général is, ’n ami intime, waar ’k +in me jeugd <span class="corr" id="xd20e188" title= +"Bron: mog">nog</span> mee gestudeerd heb. Maar hij laat me an me lot +over, de stumper. Zoo is ’t kappitaal ...</p> +<p>„Nou komme de tale; mot je je best doen ze zonder taalfoute te +verstaan, anders schrijf ik ’t op logement liever voor je uit, +met de traduction d’rnaast.</p> +<p>„Dus geen raad meer wetende—nou komt de rol!—ging +ik de Korte Vijverberg af, de Gevangepoort door—ja, ’t is +een onthou!—zoo àl slenterende,—met de achtermiddag +begrijp je?—en daar kwam ik door de Spuistraat. Zoowat ’t +vierde of vijfde huis vóór je an ’t Spui bent, had +je daar het hotel-restaurant Du Commerce—de baas leeft nou van +z’n cente. Amen!</p> +<p>„Nou komt die schets van mijn: Zag ’k daar al die +<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name= +"pb7">7</a>]</span>groote hoofde lekker ete en drinke. Ik liep er +hongerig voorbij de glaze en zag dat. En ’k vroeg mezelvers af: +da’s toch zoo goed voor mijn as voor ’t kappitaal? Goed, ik +tree binnen, gaan an ’n tafeltje zitte, trek me ulster uit, en +volges die etikette hang ’k ’m an de portemanteau, die +achter dat tafeltje plaas heeft.—Ja, jij weet niet wat er onder +de rijkdom bestaat. Maar ze hebbe d’r effetjes twaalf kelners, +zwarte rok, witte das, gefriseerd, èn een opperhoofd, die +persoonlijk heen en weer loopt om te kijke of de geachte cliënte +elk op z’n beurt wordt bediend, zooas de etiquette dat +vereischt.</p> +<p>„Op de tafel staat een eletrieke bel. Daar druk je op dat +knoppie, en de kelner numéro neuf kwam bij mijn, en miek zijn +révérencie. Ik zeide tot hem in me moeders taal: +„Garçon, hm, apportez moi la carte.”—Waarop +hij de menu van den dag bij mijn op tafel lag. Ik bestelde toen van die +menu een diner... complet, die bedraagt f 3.75.—Ja +natuurlijk,’k had ommers tòch geen lood. En da’s me +eerste stap geweest.—Nadat ik geconsumeerd had, schelde ik weer, +waarop de kelner numéro neuf weer bij mijn kwam onder een +révérencie, en ik hem in me moeders taal vroeg: +„Apportez moi la carte des vins”. Waarop hij een kaart op +de tafel lag met de noodige merke van de wijn, die aanwezig is in de +kelders. Waarop ik uitkoos—alles in me moeders taal: +„apportez moi une bouteille St. Julien ...<span class="corr" id= +"xd20e201" title="Niet in bron">”</span> Da’s een fijn +etiket, hoor; nou asseblieft; ’k wou ’k nou maar ’n +glaassie had, dan verzette ’k me zinne nog ’s.</p> +<p>„Volges de etiquette van de gevraagde wijn of flesch, wordt +daar een borretje bij gebracht met de kwitantie. Die bediende loopt +heen en weer. De minste beweging, dat hij ziet of merkt, dat je geld op +dat borretje legt, neemt ie ’t weg met de kwitantie, en brengt de +overschot <span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name= +"pb8">8</a>]</span>van ’t geld weer op z’n plaas an de +tafel waar je zit.—Mot je allemaal die etiquette van wete, zooas +ik.</p> +<p>„Dan schuif je volgens die etiquette—angezien die +bediende geen salaris hebbe—dat fooitje, dat je ’m heb +toegedacht, vooruit ... Maar ik heb geen lood, geen rooje spie, en mot +zien hoe ’k me eige daar uitzwem. Angezien de bediende heen en +weer loopt, en er zoo machtig veel rijk volk bij zit, kan ’k niet +séance tenant me rol vervulle, en vroeg ik de garçon, in +me moeders taal, of ik hem eve privé alleenig mog spreke.</p> +<p>„Toe ’k onder vier ooge met hem sprak, gaf ’k voor +te zijn de burgemeester van Loosduine, en dat me paard stond Laan van +Meerdervoort in de stalle van de heere X. ’s Morgens bij ’t +ankleeje van mezelf—zoo miek ’k ’m +wijs—èn ’t te paard stijge, had ik blijkbaar me +portemenee vergete, of da’k die na alle waarschijnlijkheid door +’t rije in ’t Haagsche bosch wellicht had kènne +verlieze. Maar angezien’t alles spiksplinternieuw was, wa’k +an me donder had, gemaakt bij le tailleur le plus chic, daar de name +van stonde vermeld achter op de lis, zei ik tot hem: „ik zal me +pantalon uittrekke, binneste buite kere en u in bewaring geve, +totda’k over ’n uur uit Loosduine te paard of in me eige +equipage met twee zweetvosse terugkom”... alles in me moeders +taal. „Wil u s’il vous plait zoolang voor één +uur me voorspraak weze bij monsieur votre patron?”... Want ik mos +die risterasie toch uit.—Waarop hij antwoordde: „mijnheer, +dat is niet noodig, want u ken van mijn nog wel vijf en twintig pop +d’r bij krijge.” Waarop ik antwoordde: „ik wil zoo, +en ik gaan van mijn begrip nie af.” Waarop de bediende +antwoordde—(Luister je nog?—Dan ’s ’t goed) +antwoordde ...”</p> +<p>„Waarop!”—viel de schilder ernstig in. +<span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name= +"pb9">9</a>]</span></p> +<p>„Waarop?”—begreep de vagebond +niet—„wel op de privaat, netuurlijk; want ’k heb die +knul meegenome. Waarop ik in die pletie ging, me kaplaarze uittrok en +zoodoende me bovebroek... Zie je, me lange ulster ha’k +óók an, anders ha’k door dat café niet terug +kenne gaan, in me onderbroek... Waarop ik hem mijn broek in bewaring +gaf en hij ’t heele bedrag betaalde: flesch wijn, veertien gulde, +en 3.75 ’n diner... complet. Waarop ik ’m vroeg in me +moeders taal: „avez vous les moyens pour me prêter +quelquechose?” Waarop hij antwoordde: „meneer, al wou je +vijf en twintig gulde hebbe.” Waarop ik antwoordde: „Donnez +moi quarante sous”—da’s ’n gulde, maar wij +spreke in sous—„’t is om me paard te hale en die +knecht een fooitje te geve.” Waarop ik die gulde in me +spoorzakkie steek. En ik ben natuurlijk an finance rijker, maar an +kleedingstukke ben ’k smerig verminderd.</p> +<p>„’k Gaan daar ’t hôtel uit, ongehinderd en +wel, en volg de Spuistraat: zonder broek... Ja, ’t is wat! Maar +die lange ulster hing mijn op me enkels en daar kwamme me kaplaarze +uit. Dus ik denk: ’k loop in me onderbroek onder de mensche en ze +ziene ’t niet, verblinde Christene as ze daar benne voor mijn: +atheïst! Dan gaan ’k op de hoek ’t Maastrichsche +bierhuis binne, en koop een kleintje klare van Ulskamp—die hache +spreek ’k nooit uit als Franschman zijnde—om rede me diner +te late zakke. Geef me gulde uit me spoorzakkie, en krijg nege +dubbeltjes werom.</p> +<p>„Da’s de eerste rol, me eerste misstap...”</p> +<p>Glorieuselijk en volkomen in z’n spel draaide de vagebond +z’n snorren op, met de andere hand aldoor aaiend over z’n +zeeren voet; den verhongerden dwepers-kop rood aangegloeid, de oogen +vervoerd. <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name= +"pb10">10</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e226" class="main">Hoofdstuk II.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Den volgenden ochtend vertelde de zwerver weer verder. +De schilder wilde hem ’t liefst zoo redeneerende hebben, om de +geëxalteerde uitdrukking van z’n dwepersgezicht des te +feller te treffen. Daarom liet hij ’m maar ongestoord in zijn +fantasieën over ’t verledene gaan, al sloeg de burleske +verbeelding ook gedurig met den pooveren sire op hol. Want juist om den +waan van den armen bliksem was het den artiest immers te doen. Om dat +prachtige air, dat prinselijk gebaar, dien hautainen glimlach, die zijn +groteske invallen illustreerde. Dan kwam de lange, magere +schooiersfiguur fier overeind, bleeke kop in den nek, vernietigend van +dédain. Z’n verrafelde pool hing in flarden langs hem +heen, maar hij werkte er soms mee als met een koningsmantel. Daaronder +droeg hij nog altijd zijn verschoten gevangenis-boezeroen over +z’n bloote baadje, en een schrikkelijk dievige pet stond met de +breede klep dicht op z’n oogen.</p> +<p>Op de andere knie lag weer de wond-gekneusde voet, dien hij +zorgelijk streelde.</p> +<p>Terwijl de schilder nog even z’n palet in orde bracht om +’t portret in kleuren op te gaan zetten, babbelde Racier maar wat +huiselijkjes voor zich uit:</p> +<p>„Zeg, kunstenaar ... hè je gezien? Me zeere voete +brande al.”</p> +<p>„Wàt?”</p> +<p>„Ja; die ouwe schoene knelde me zoo, en toe jij d’r +strakkies effe nie bij was, heb ’k ze op ’t haardje gesmete +... ’t Dee’ me goed, omdat ze me zooveel pijn gedaan hebbe +... èn ze benne van ’n domenee!... Mot je mijn standpunt +as atheïst goed verstaan ...” <span class="pagenum">[<a id= +"pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p> +<p>„En waar loop je nou op?”</p> +<p>„As we strak klaar zijn, krijg ’k ’n paar wije van +jou ... halfslete kunstenaarsschoene. Kan ik hebbe ... Begrijp je me +ook; of hè je geen menschekennis?... Mot je mijn hebbe; ik kijk +’n iedereen dwars door ze ziel ... Die geliefde van jou, of hoe +ze hiet: je mevrouw ... uwes dame, die’s edel. Ik heb eerbied +voor ’t zwakke geslacht, van die je in d’r kerakters kan +leze ... En as ze soms ’s ’n kleintje moch krijge, en +’t is klierig ... ’t kon zijn hè?... dan is +t’r geen goud zoo goed as stavezaad met jenever. ’k Mag +leie dat je vrouwtje d’r trekke d’r speciaal in komme legge +... Daar neem ’k me petje voor af!</p> +<p>„Maar zeg, ruik je nog niks?... Fijne geur, musc, zegge wij +Fransche. ’t Benne me schoene ... ’n Schoemaker, as tie +óók eris lekker wil ruike, verbrandt ie oud leer. Mot je +wéte. En as je eens of twee maal in de week je aarappelschille +in je kacheltje gooit, dan heb ie nooit ’n schoorsteenveger van +noode ... Daar gaat alle roet meteen ’t pijpie mee uit ... +Da’s wèl niet mooi hè, aarappelschille +verbrande?—want je heb diere die ze vrete en d’r ’t +menschdom melkie voor geve ...</p> +<p>„Nou, kan je d’r nou ’s niet op je gemak bij gaan +zitte?—Dan gaat de voorstelling weer beginne: de Hamlet, les +Brigants, La Muette de Portici ... ’k Heb óók nog +’s gefigereerd in de rol van Madame Angot ... Hè, ’k +wou da ’k er maar ’n mooi tooneelstuk van miek. ’t Is +fijn, hè, me leve?... Maar vin je ’t nou niet diep +treurig, dat ’n mensch zoo van de eene misdaad in de andere +valt?... ’k Heb ’n voorgevoel, da’ je me laat schiete +as je alles van me weet...”</p> +<p>„Niet?—’t Zou me meevalle. Ben je dan soms ook +atheïst?... Anders zeg je an ’t slot: Nee Racier, snij maar +uit ... jij ben me te slecht. <span class="pagenum">[<a id="pb12" href= +"#pb12" name="pb12">12</a>]</span></p> +<p>„Is de verf nou klaar ... kunstenaar? Hoor je dat rijme? +’k Dicht van me tiende jaar af. Maar de kunst is verkocht an +’t groote kappitaal, da ’k in me niere veracht ... Mot je +hoore: Toe ’k in de Krentetuin zat, wou ’k d’r uit, +en as ’n echte rijmdichter he’k an z’n eksjelenzie +gerekwestreerd:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Ekzjelenzie,</p> +<p class="line">Een moeder die haar kind moet derve,</p> +<p class="line">Verlangt geen troost, wil gaarne sterve,</p> +<p class="line">Als zij haar kind slechts wederziet.</p> +<p class="line">Mijn màmma is een ziekelijk weze,</p> +<p class="line">Ik ben in staat haar te geneze,</p> +<p class="line">As ik haar al mijn hulpe bied.</p> +<p class="line">Mocht u, zijn ekzjelenzie, mijn straftijd nog soms +verlenge,</p> +<p class="line">Wellicht kon ’k nooit mijn plicht volbrenge,</p> +<p class="line">Die mijn nog tijdig overschiet.</p> +<p class="line">Zijn ekzjelenzie! Welaan; ik durf op grond te +vrage,</p> +<p class="line">’t Zijn ekzjelenzie moog behage,</p> +<p class="line">Een gunstig blijk mij niet ontvliedt.</p> +<p class="line">Met dankbaarheid zal ik u loone,</p> +<p class="line">Want mijn gedrag zal altijd toone,</p> +<p class="line">De maatschappij ... da’k werkzaam ben op ieder +gebied.</p> +<p class="line">En nu ten slotte hoogvereerde heer Baron</p> +<p class="line">Schenk Hendrik Evert Timmermans z’n vrijheid +werom?”</p> +</div> +<p class="first">„Timmermans?”—kwam de schilder +verwonderd om z’n ezel.</p> +<p>Maar Racier hoorde hem niet. Hij zat ontroerd, en de tranen liepen +’m langs z’n witte gezicht.</p> +<p>„Was je moeder zoo ziek?”—vroeg de ander +meewariger.</p> +<p>„Kà je denke ... zoo’n nobele vrouwe het ommers +d’r lijfars. Nee, ’t was me dichtaar, die me dat zoo +ontlokte ...” <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" +name="pb13">13</a>]</span></p> +<p>„Maar waarom schreef je d’r nou toch in ’s +hemelsnaam Timmermans onder?”</p> +<p>„Wel, daar werkte ik toentertijd onder, onder die naam ... +pseudoniem bij de rolle, die ’k allemaal vervulde ... We +bèn nog zoo ver niet ... Zal je wel hoore, as ’k er an ben +geland ...</p> +<p>„Kan ’k verder gaan? ’k Weet ’t nou precies. +Want ’k kon weer niet slape van ’t prakkezeere vannacht, en +toe heb ’k ’t me eige woord voor woord overhoord, in me +krippie, daar tussche al die gedalleste jonges ... As je maar luistert, +dan za’k wel beginne:</p> +<p>„’k Vertrek vandaar—’k was ommers in +’t Maastrichsche koffiehuis geweest,—nou daar trek ik +vandaan, te voet, de Pote deur, en zoo na ’t Rijnspoor: in me +onderbroek! Gaan ’k in die wachtkamer zitte, en zit te leze in +’n stuk krant, genaamd de Figaro, die ’k op verzoek van de +kelner uit het café-restaurant Du Commerce had magge meeneme, +onder ’t gebruik van geen consumptie, angezien me middele dat +séance tenante nie’ toeliet. Maar niemand heeft me die +wachtkamer binne zien gaan. En nou komp er een trein +an—waarvandaan is me tot hede onbekend—maar ik loop met dat +volk mee ’t station uit, en stap ’t eerste rijtuig ’t +beste binne.</p> +<p>„Die koesier vraagt mijn: „mijnheer waarnetoe mot ik +uedele brenge?” Maar ik doen da ’k die man nie verstaat. +Waarop de tolk van de Maréchale de Turenne geroepe +wordt—’t rijkste hotel op de Kalveremart—waarop die +koetsier zeit: „ik kan de man nie’ verstaan.” Maar +die tolk die zeit: die man mot weze in De Zeve kerreke van Rome, en je +mot ’n bitje hard rije, want daar zit een goeie fooi voor je op; +die vreemdeling is <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" +name="pb14">14</a>]</span>een Spaansche edelman!—Waarop de +koesier zijn zweep op zijn vierjarige zweetvos leit en mijn ventre +à terre stilhoudt voor de Zeve Kerreke van Rome ... En dat in me +onderbroek! Ja, die rol is mooi; daar hebbe ze wat van geleerd. Maar er +komt nog meer ... Wat je nou weet is maar kindere-spel.</p> +<p>„Die bediende treedt buite, maar verstaat mijn niet +...”</p> +<p>„Wat sprak je dan toch?”</p> +<p>„Italiaansch. Waarop hij de hotelhouer riep—son +patron—waarop ik vroeg: „eb u voor mijn ’n +kamer?” Waarop de hotelhouer zee: „jawel mijnheer, zooas u +beveelt.” Volges die etiquette steeg ik dat rijtuig uit, en zee +tege de hotelhouder: „betaal me koesier, en geef’m ’n +gulde fooi.” Hm.</p> +<p>„Nou de entrée in die gelagkamer. Dit alles geschiedt +vóór zesse. Daar zit die meneer van ’t hotel, en +onder ’t gebruik van ’n fijne flesch, etiket St. +E.m.i.l.i.o.n,—die mot nòg betaald worde, maar da’s +’t kappitaal—het ie gedurende een uur met mijn zitte prate +over Italië, waar ie speciaal mee bekend was. Nou, maar ’k +sting ’m!—Waarop ik mijn in de gereedstaande vertrekke +terug wou trekke, om onder ’t gebruike van een gloeiend +haardvuur, mèt blokkies, mijn gedachte de vrije loop te +late.—Ja, ’k mos me rol toch afprakkezeere!—Waarop ik +gebrach wor in de hotelkamers numéro één tot zes, +en ze me zoodoende an me lot overliete.</p> +<p>„Daar ik mijn uit had gegeve voor luxe-paardehandelaar uit ... +Jena, en er toemaals net ’s anderedags paardemart in Rotterdam +was, vroeg ik de hotelhouer, mijn vroeg te roepe, want ik geliefde met +de eerste trein te vertrekke.... (En dat alles: zonder lood. Da’s +’t ware d’r van!)... ten einde paarde te koope voor mijn +firma!</p> +<p>„Nou begint pas de rol.—Daar hij mijn antwoordt: +<span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name= +"pb15">15</a>]</span>„daar is een elektrieke schel in je kooi, en +daar wordt op gedrukt, en dan zal uedele wel opstaan, mijn gast.” +Waarop ik hem antwoord: „ik heb dat in Arnhem in ’t +Zwijnshoofd ook bijgewoond en sliep toch deur, om rede de bediende mijn +an me mouw mot pakke en dàn staan ik pas op.” Waarop hij +mijn antwoordt: „aan uw vraag zal voldaan worre.”</p> +<p>„Daar elke reizeger ’s morreges pas betale mot, wier +mijn netuurlijkerwijs ’s avens nog om geen geld gemaand. Maar +espres voor mijn wier ’n kelner angeschaft, die die taal machtig +was, die ik sprak.</p> +<p>„Ik heb daar ’s aves gesoupeerd—ja, netuurlijk +eerste klas, ’k zel ’t <span class="ex">niet</span> +doen!—en vroeg om halftien na bed te magge gaan, daar’k om +zeve ure twaalf mos vertrekke na Rotterdam, ’k Wier nabove +gebrocht door de nieuwe bediende, die in die Spaansche taal tegen mijn +zei: „meneer, je zet je laarze maar an je deur, en ze worre +vanzelf gepoest.”—„Nee”—zeg +ik—„’t benne verlakte”.</p> +<p>„Ik begon binne te gaan in salon numéro premier; dan op +numéro deux, dan op numéro trois, en zoo navenant, van +alle gemakke voorzien, as biljarte, toilet mèt private,... +èèè ... cuisine, en schrijfbureau style Louis +quatorze, met satijn overtrokke, volges de etiquette van dat hotel ... +au premier! Zoo begaf ik mijn naar de gereedstaande chambre à +coucher: nachttafeltje, table de nuit Louis quinze, met zes passende +stoele, kleerkaste ... met portemanteau, overal van levende roze +voorzien in vaze, style Louis ... quatorze.</p> +<p>„Daar begon ondergeteekende z’n eige uit te kleeje. Maar +dit mos vlug in ze werk gaan, angezien ik geen broek heb. Ik trok me +ulster uit en zette me kaplaarze buite de deur en sloot netuurlijk die +deur, maar niet op <span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" +name="pb16">16</a>]</span>’t hakie, want anders kon me nieuwe +kamerbediende d’r niet in.</p> +<p>„Een speld kon je daar late valle, want er lagge allegaar +tepijte, zoo stil as in een steene graf, want ze magge volges die +etiquette de reizegers niet moeie.</p> +<p>„Ik nam me ulster en hong die een halve santimètre van +me nachttafel, trok me jaquet en me fantasie-vest uit—broek +ha’k nie—en gong in me bed onder de hemel legge. ’k +Heb nog nooit zoo royaal gemaft!—Hoe vin je ’m?</p> +<p>„Hoe ’k geslape heb ken elk weldenkend mensch wel denke. +Nee, ondergeteekende het geen oog dicht geloke, want ’k denk +aldeur: hoe za’k d’r morge vroeg af komme? Maar ’k +hieuw me eige toch slapend.</p> +<p>„Die bediende komt ’s morreges, die voor mijn ampart +angesteld was, en zeit in de Italiaansche taal: „meneer, ’t +is tijd voor de trein.”</p> +<p>„Die kamer lei vol tapijte, zoo ’k al zei. Maar toch +hoor ’k ’m komme. En ik zee tege hem: „donnez moi mon +pantalon, s’il vous plait; die leit onder me jaquet en vest op de +stoel, en me ulster hangt er overheen.” Hij zoekt mijn broek, en +zeit: „je ne vois pas”. Waarop ik in woedende vaart uit me +bed vliegt en ’m vraagt of ie dacht dat ’k soms gek was +geworde. En... „vite, appelez votre patron”. Waarop +mijnheer zelf in de kamer kom, en ik hem zee dat ik séance +tenante na ’t „Vaderland” in de Parkstraat zou gaan +met een ingezonden stuk as ie mijn de schaai niet vergoedt. Maar hij +valt op ze knieë, en smeekt: „ne faites pas ça, want +anders ben ’k eeuwig verneuried. En ik zal bij dat vest in de +confectiewinkel sitót een dito broek late hale.”</p> +<p>„Ik zeg: „daar ben ’k nie mee gered, want me +portemenee zat er in” (ja, ’k mos toch geld hebbe: as je +’n rol <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name= +"pb17">17</a>]</span>speelt, mot je ’t goed doen!) „Hoeveel +zat er in?”—vraagt hij. ’k Zeg: „da’ kan +’k op geen tachetig, negetig, honderd gulde na +zegge.”—„Nou”—zeit hij—„weet +je wat, dan late we die afrekening maar zoo zitte, jij krijgt nog +’n broek en één honderd gulde ...”</p> +<p>„Maar nou komt die steek, die ’k laat valle.</p> +<p>„Dat mos vlug in ze werk gaan, angezien ’t rijtuig voor +de deur sting te wachte om mijn te vervoere. Dit geschiedde allemaal in +de vreemde tale. De hotelhouder buigt voor mijn als ’k instijg, +en ’k zeg: „A la gare!” Maar bij de Koepokinrichting +trek ik die koesier an ze jas, geef ’m de nege dubbeltjes, die +’k nog over heb van de kelner uit de Commerce, en zeg op +z’n Hollansch: „zoo zal ’t wel in orde weze”. +Waarop hij schrikt van die tale—na ’k later van de +commissaris hoorde. Waarop ik de Rijswijkscheweg oploop, en me +kostvrouw tege kom, mejuffrouw Damman uit Lammetjegroen, en zeg: +„Bet, heb je niet altemet een paar gulde voor mijn?” Waarop +zij mijn drie gulde geeft, en ik haar de honderd gulde van de +„Zeve Kerke van Rome”—in bewaring netuurlijk. Waarop +ik deurloop ... dwars in me ongeluk!</p> +<p>„Want daar op ’t hoekie van de Ammenisie-have en +’t Spui is ’n café, waar ondergeteekende binnegaat. +Maar daar motte nou net nooit niks as kelners bij mekandere +komme—óók ’n strop, zeg?—dat ze daar +allemaal ’s morges vroeg hullie kejakkie gaan gebruike, van +’t hôtel Maréchale de Turenne, de Zeve Kerke van +Rome, Hôtel des Indes, Hôtel Paulez, de Ouwe en de Nieuwe +Doele—mot je mee bekènd zijn—èn uit ’t +restaurant de Maas in de Wagestraat. Want zie je, die baas in die zaak +is zooveel as placeur.</p> +<p>„Staat me daar de bediende uit de Commerce—die van +’t diner... complet! met die van de Zeve Kerreke <span class= +"pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span>van +Rome, die enkel voor mijn was angenome,—hoor je hoe ’k +rijm?—en die zeit: „wat daar vannacht bij ons plaas het +gegrepe op de kamer van een Spaansche graaf?”... Om kort te gaan, +die speelt mijn rol uit. En de kelner uit de Commerce vraagt: +„hoe zag die heer er uit?” Maar nou krijgt ie mijn in de +gate, en zeit: „’k Val dood as dat dezelfde knul niet en +is, die zich voor het gegeve voor de burgemeester van Loosduine.” +De bediende van de Zeve Kerreke van Rome gaat ’t an ze chef +vertelle; die roept de pelisie. Mijn koesier slaat deur. ’t +Signalement wordt per telefoon na Delft overgebracht. En zoo wier +’k an de Ollandsche theetuin gepàkt!—Hoorde je die +hache, die ’k as Franschman zijnde, weer niet uit kon +spreke?” <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name= +"pb19">19</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e369" class="main">Hoofdstuk III.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen de schilder den volgenden morgen op z’n +atelier kwam, vond hij zijn model al wachten. Racier was erg onrustig, +zag er opvallend slecht uit, en z’n oogen glansden +geagiteerd.</p> +<p>„Je mot me niet meer alleen late”—zei hij +gejaagd—„daarom staan ’k nou voor ’t raam, want +dat groen achter die straat bevalt me ... As je me zoolang alleen laat, +gaan ’k hier altijd maar staan; ’t maakt me bang en +ongedurig, zoolang jij d’r niet bij bent ... ’t Komt door +die vrijer daar ... ’k heb er ’n hekel an; die kijkt je +dwars door je niere, wor je eng van... waar je staat, staan je... Doen +me nou ’s ’n eer, en draai die vent +om—kunstenaar?”</p> +<p>De schilder nam glimlachend ’t portret van z’n vader, +dat in een hoek op den grond stond te drogen, en keerde ’t +vriendelijke oudemanne-gezicht naar den wand.</p> +<p>„Hoe kom je zoo zenuwachtig vanmorgen, Generaal? Wil je +’n sigaar?”</p> +<p>„Nee, ik rook niet.”</p> +<p>„Wàt zeg je?”</p> +<p>„Nee, as ’k daar an wen, komt ’t mijn te duur. +Da’s nou ’s ’n idee van mijn!—Weet je +wàt fijn is?... ’n Pijp varinas ... dan ga je fanteseere +...”</p> +<p>„Maar waarom heb je nou waarachtig dat knappe pak niet aan?... +’k Geef je geen stuk meer, als je ’t toch dadelijk verkoopt +... Je loopt ’t weer bij als ’n roover ...”</p> +<p>„Pardon, kunstenaar, ik sterf nog liever, dan da’k wat +verkoop wa’k van ’n ami intime gekrege heb. Maar ’k +heb ’t geleend an ’n jonge knul op logement, die op +’n betrekking uit mos. Hij kon d’r zonder mijn toilet +ommers niet heen. Z’n pardessus was kaal ... zat ’n vreemd +<span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name= +"pb20">20</a>]</span>lappie op ... Hoog fijne knul anders, spreekt alle +tale... op één na: ’t Spaansch. Zal ik ’m nou +leere ... kost mijn ommers niks. Maar één ding neem +’k ’m kwalijk: die jonge bidt!... Tòch gaf ’k +’m me jas en me vest!—Wie doet dat?—Ik, Jean Charles +Racier ... as atheïst!... En vannacht ben ’k van die cente +uitgeweest ... daar zien ’k zoo bleek van ...”</p> +<p>„Van de centen van mijn pak ... als atheïst +zijnde!”</p> +<p>Racier schrok schuw in elkaar.</p> +<p>„Dáár heb ’k ’n steek late valle. As +je de rechter van extruksie was, zat ’k er zóó +alweer in ... Affijn, we zulle d’r nou maar niks verder van +zegge, da’s beter ... enne ... jij ben ook de kwaaiste toch niet +... vergete en vergeve—zei de Heer ... ’k wil zegge: de +Natuur.”</p> +<p>Hij zat nu verlegen te blozen en voor zich uit te stamelen. Keek +telkens tersluiks even op of „de kunstenaar” nog kwaad was, +en lachte dan kinderachtig om ’t weer goed te maken.</p> +<p>„Nou, ’k dacht dat jij gladder kon liegen, Excellentie. +Je valt me tegen ... Maar vertel nou maar verder van hoe dat toen +afliep met dien Spaanschen graaf-veekooper uit de Italiaansche stad +Jena ... Je zat leelijk geknipt, hè?”</p> +<p>„Ja—ze mieke mijn in de val! Waarop de rechercheur van +Dremmele an me vroeg: „waar kom jij vandaan?” ’k Zeg: +„ik kom met ’t mooie weer uit Voorburg gekuierd.” +„Zoo”—zeit ie—„dan bè je mijn +arrestant.” En met ze <span class="corr" id="xd20e404" title= +"Bron: tweëe">tweeë</span> brenge ze mijn in de trein na De +Haag. Daar kwamme d’r vier stille bij, en dat opperhoofd zeit: +„Zoo, Racier, nou bè je dus weer binne.” Nou, +’k hoefde dus me naam al vàst niet te verzwijge, want ze +kenne me hier, en in De Haag, ja, door heel Nederland, as de bonste +hond. Maar ik had nies op me gewete, hè? En <span class= +"pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>’k +zeg dus: „je kan met mijn doen wat je wil.” Doch daar ik +arrestant ben, vervloek ’k ’t netuurlijk om te +loope—as ’k gesnapt ben, dan loop ik principieel +nooit—waarop zij verplicht zijne volleges artikel tweehonderd ... +enne ... dertien van de Code Pénal van ’t jaar +achttienhonderd en ... <span class="ex">drie</span> en dertig, om me +per rijtuig na ’t bereau te leie ...</p> +<p>„’k Had ommers niks gedáán! Daar getuigt +eerst die garçon van de hotel-restaurant du Commerce ... +à prix fixe ... première classe, en ik zeg: „die +man is in ze recht.” Dan hale ze de kelner uit de Zeve Kerke van +Rome ... les Sept églises de Rome, met z’n patron +spécial, propriétaire ... et +directeur-général—en ik hou vol: wat die persone +zegge is allegaar waarheid ... alleen heb ’k geen honderd gulde +gehad ...</p> +<p>„’k Wier gevisenteerd en ze vonne op mijn dan ook twee +gulde en vijf-en-dertig cente, zijnde ’t soldo van wat ik +verteerd heb an biere, wijne, thee enne ... <span class= +"ex">room</span>-chocolade, à la vanille. Waarop ze mijn +overbrenge, pèr vigelante met twee ... driejarige zweetvosse +bespanne, na ’t huis van bewaring op de Prinsegracht, wat tot +hede nie meer bestaat. Want nou is ’t in de Cazjewarisstraat. +Waarop ik in verhoor zijn genome door de edelachtbare heere rechter van +exstruksie, de weledele heer W.L.F. <span class="corr" id="xd20e419" +title="Niet in bron"></span>Morsing, wonende destijds Prinsengracht +753, derde huis van ’t hoekie. Angezien ik geen avecaat laat +pleite, zijnde die tòch an ’t groote kappitaal verpand, en +ik zelfs as verdediger van ondergeteekende optreed, was mijn eisch +weges oplichterij ... op <span class="ex">hooge</span> schaal: +<span class="ex">drie</span> maande cellulair. En wel voor ’t +eerst op eige naam, as Jean Charles ... Constantin Edouard Racier ... +Cadet, zijnde mijn vader in de Commune gevalle as ... martelaar de +première classe.” <span class="pagenum">[<a id="pb22" +href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span></p> +<p>Hier zweeg hij van ontroering, dikke tranen in z’n oogen.</p> +<p>„Is je vader op de barricade gebleven, +Racier?”—vroeg de schilder deelnemend.</p> +<p>„Hè?”—werd de ander uit z’n droomen +gewekt—„papa? Wel nee, die is ommers as vrouw verkleed, as +markiezin dan netuurlijk, Napoléon achtervolgd, l’Empereur +... en heeft ’m de grenze overgejaagd ... We hebbe d’r +nooit spijt van gehad.”</p> +<p>„Dàt begrijp ik.”</p> +<p>„De generaal Racier ... Ainé is op z’n +château ... genaamd ... le Lion d’or, in hooge ouderdom in +de familie-kelder, tombeau familiaar ... bijgezet ...”</p> +<p>„Maar, da’s waar: vroeger heb je verteld, dat je vader +tot directeur-generaal van het huis Rothschild in Berlijn was benoemd +...”</p> +<p>„Ja, benoemd, maar hij had ommers de dood an ’t groote +kappitaal gezien, net as ikke, z’n zoon Cadet ... en heeft +’t afgeweze ...”</p> +<p>„O zoo ...”</p> +<p>„Maar nou heb je me weer in de war gemaakt ... Waar was +’k gebleve?”</p> +<p>„In ’t huis van bewaring ...”</p> +<p>„Dus de eisch weges oplichterij op gróóte schaal +was <span class="ex">zes</span> maande ...”</p> +<p>„Drie, wil je zegge.”</p> +<p>„Nee, zès; want ’t vonnis wier één +maand met aftrek van preventief, want daar had ik zoo mooi voor +gepleit, netuurlijk. Dus heb ik toe maar twee dage op Scheveninge +doorgebracht, op A 46 ... Ja, da’ pleidooi, daar konne die +avekate van leere, zoo fijn as dat was. Die heele rol ha ’k +uitgeschreve op papier, in de gevangenis, en uit me hoofd geleerd. +<span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name= +"pb23">23</a>]</span></p> +<p>„Ik vroeg netuurlijk eerst an die welejelachtbare heere +<span class="ex">pré</span>sident en rechters of ’k +’n beest in ’t spel mog neme om zoodoende me misdaad of val +an de dag te brenge. <span class="corr" id="xd20e465" title= +"Niet in bron">„</span>Welejelachtbare heere <span class= +"ex">pré</span>sident en rechters! Veronderstel dat u met uw +dame van Scheveninge kuiert, maar van De Haag komt er ’n hond, +die wellicht verdacht voorkomt en schurf heef. Welejelachtbare heere +<span class="ex">pré</span>sident en rechters, wat doet uwe +dan?”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e475" title= +"Niet in bron">„</span>„Beklaagde, staai ’s +op”—zee de president—„Dan gaan ’k +’n stappie of vijf opzij met me vrouw om mijn of mijn mevrouw +niet te late besmette van dat beest.”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e480" title= +"Niet in bron">„</span>„Welejelachtbare heere <span class= +"ex">pré</span>sident en rechters! Zoo’n dito persoon +staat sitôt voor de rechtbank. As gevalle man kan ik nerges geen +betrekking krijge en daar de <span class="ex">Natuur</span>—as +atheïst zijnde noem ’k God’s naam <span class= +"ex">nooit</span>—de Natuur, dus, ze rechte eischte, en ik +voorbij het hotel-restaurant kwam, genaamd du Commerce, café au +premier, en ondergeteekende erge honger had, en door de welejelachtbare +heer Janse, as president van de soepbedeeling daags voor me val was +verwijderd (die zat er bij in de rechtbank, en ik noemde ’t kind +bij ze doopnaam) vroeg ik mezelf af: dat rake tuig zit daar lekker te +vrete, en ’t is net zoo goed van mijn, om rede ik bedoelde rol +heb afgespeeld. Nou vraag ik, welejelachtbare heere <span class= +"ex">pré</span>sident en rechters, of artikel tweehonderd +<span class="ex">zeve</span> en zestig van de Code Pénal van +’t jaar achttienhonderd ... <span class="ex">drie</span> en +veertig nie’ te zwaar is voor deze kleine misdaad? En vraag +verzachting van omstandighede, waarop ik <span class="ex">hoop</span> +en wensch dat de rechtbank mijn pesitie zal in oogenschouw neme, en +laat ’t verders over an de clemenzie van de rechtbank. Hetwelk +doende, Jean Charles Bernard Antoine Racier ... Cadet!” +<span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name= +"pb24">24</a>]</span></p> +<p>„En toe de president toe an me verdediger vroeg hoe of wat +(die wordt ’r toch voor betaald en die mot toch ook wat zegge), +zee die: „Ik kan daar <span class="ex">niks</span> an toe voege, +want zoo zal ’t wel in werking weze ook.”</p> +<p>„Maar bij me ontslag gaan ’k netuurlijk sebiet na me +kostvrouw, die me de zeve en negetig gulde teruggaf, waarop ik haar +’n briefie van <span class="ex">tien</span> gulde presanteer voor +de moeite; maar dit geschiedde onder vier ooge in de binnekamer. +’k Kom daar netuurlijk alleen as ’k wat heb. En ’k +had ommers honderd gulde verdiend binne ’n maand, en ze magge me +daar toch nie weer derec achter slot en grendel voor zette.</p> +<p>„Nou komt ’t <span class= +"ex">páár</span>delef d’r bij en ’t kerakter +van iemand: Waarop ik weer me intrek neem in de Zeve Kerke van Rome! En +nou toucheer ik die propriëtair, want ik zeg: „donnez moi +vous <span class="corr" id="xd20e521" title= +"Bron: mème">même</span> un massagrin!” (Da’s +de zwarste koffie). Hij herkon mijn sebiet, want ik had me baard nog, +omda’k onder de drie maande had gehad en dan wor je niet +geschore. Waarop ik hem ’n briefie van véértig +gulde gaf om af te houwe. Maar ’k gaf ’m ’n +kwàrtje fooi. Toen bedankte ’k ’m, dat ie me voor de +rechtbank nie bezwaard had!” <span class="pagenum">[<a id="pb25" +href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e526" class="main">Hoofdstuk IV.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Alsof hij ’t las uit een verrajers-roman in +afleveringen, vertelde Racier dag aan dag voort van wat zijn groteske +verbeelding over z’n armzalige zwerversbestaan fantaseerde. En de +schilder liet hem ongestoord begaan, om dien raren waan te zien blozen +in z’n fanatieken kop, z’n oogen vonkelend van extase. Want +zoodra hij ’m, voor een detail, vroeg om ’s even z’n +mond te houden, verslapte dat gezicht zoo moe, en staarde de stumperd +zoo wezenloos suf voor zich heen, dat alle leven eruit scheen. Hij was +een geboren comediant, zag de wereld als een schouwtooneel voor draken. +Zijn bestaan was een eindelooze reeks van burleske creaties, +melodramatische rollen, bonte vertooningen van voorname personages, +zooals hij zich die in zijn bekrompenheid voorstelde. En, fantast als +hij was, geloofde hij oprecht wat hij speelde; zag hij het leven om +zich heen door denzelfden waan. Tot ie dan telkens weer opgepakt werd, +en in de gevangenis voortwarde aan de bitterste medidaties over +miskenning en onrecht, hem aangedaan door de kleinzielige, baatzuchtige +wereld. Stormen van felle opstandigheid wisselden met stilten van +filosofisch-geláten martelaarschap. En langzaam aan vormde zich +dan in z’n ziekelijk overspannen brein weer een ander ridderlijk +plan, om uit te dolen, zoodra hij ontslagen zou zijn. Dan fleurde de +poovere sire weer heelemaal op in zijn cel, kwam z’n versukkelde +lichaam fier overeind, en de oraties, die hij hield tegen +gevangenbewaarders en andere bezoekers, verliepen in de bizarste +aberraties, op een niet te stelpen woordenstroom.</p> +<p>Straks ging het scherm weer op en zou hij in de comédie +humaine z’n sterreloop voortzetten ... Want hij was <span class= +"pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>immers +de verhevendste kunstenaar, de universeelste geleerde, de messias van +het atheïsme, de edelste mensch naar karakter en afkomst. Nu zou +hij daden verrichten, die over heel de wereld den naam van Racier +beroemd zouden maken; en lukte ’t niet in het goede ... dan maar +in het kwaad! Duizelig van exaltatie waggelde hij de gevangenispoort +uit, zag hij zich op straat verdachtelijk nagekeken om z’n +verschooierde plunje, dat de haat tegen „’t rijke +tuig” ’m razend maakte.</p> +<p>Maar z’n afgetobde kop, en z’n ziekelijke lijf waren te +zwak om feiten te plegen. De wraak bleef bij woorden, woorden van +afkeer, van minachting, èn zelf-adoratie. En om z’n +ellendige sjofele slaapstee-bestaan te zien in een gulden schijn, om +zelf weer durf te krijgen, z’n machteloosheid aan te vuren tot +een roes van grootheid, zette hij ’t telkens die eerste dagen en +nachten op een drinken.</p> +<p>„’k Was als ’n leeuw—de koning der +dieren—die van de ketting afkwam. Met één slag van +me klauw ha’k al dat kleine gebroed nou kapot wille slaan; me +dàn weer wille vertoone in al me majesteit. Maar ze hadde me lam +gesuft in die kooi. En dat maakte me zóó zenewachtig, +da’k met me eige geen raad wist ... ’k Had aan Hare +Majesteit de geëerbiedigde Koningin wille schrijve ... enne ... an +Napoléon, om die nobele held bij te staan met raad ende daad. +Maar ’k was niet in staat ’n pen in me vingers te houwe, +zoo af en moei en ellendig as ’k was. ’k Wou alles, +’t grooste, ’t beste, zoo nobel as ’t niet bestaat +... maar ’k kon niks, niks en ’k had niet de noodige +kappitale. Daardoor ben ’k toen an de alkohol verslaafd, heb ik +jenever gezope, dat de luize op me kop begonne te danse ... Om ’t +goeie, ’t groosche tot stand te brenge door die alkeholische +krachte, die ’k zelf nie meer had. Mooie werreke voor de +menschwaardigheid <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" +name="pb27">27</a>]</span>van ’t heele uitspansel zou ’t +weze ... want ’k heb an geen verrajers borste gezoge ...</p> +<p>„En toe ... toe kocht ik voor de laatste cente van me +uitgangskast weer ’n ander toilet—da’s juist je rol: +de kostuum—en ’k bestelde een colbert anglais, chutte-perge +laarze, ’n rubenshoed met ’n bruine demi èn +fantesie-lorgnet. Daar rees ik mee na Utrecht, per rijtuig van twee +arabiër vosse ... zweetvosse ... getrokke. En ’k liet me +brenge na ’t hôtel-restaurant Pays-Bas, waar ’k +volges de etiquette me koesier weer laat betale. Want ik ben nou de +baron van X. tot IJ., gepensionneerd luitenant-k’rnel van +’t Nederlandsch-Indische leger, waaronder ’k een jaar en +drie maande as keloniaal heb gediend, toe ’k door Zemajesteit +Koning Willem III wier gepardeneerd van de strop en gepardeneerd van de +kogel voor vijf jare detentie. Dáárvan wist ik nou dus al +die generaals-etekette, en heb ik daar drie weke in dat logement +gelogeerd en aszoodanig gegete en gedronke en vertering gemaakt voor +drie honderd en zes en tàchetig gulde zeventien cente. Hetgeen +’k zou betale as ’k mijn pensioen ontvangde. Wat zij +respecteerde. Want ’k had me daar nageschore, nagemaakt met +’n pruik, snorre en baarde en die betreffede poltieke costuum met +fantasieketting, om rede, a’k ’n rol speel, ’k de +persoon in kwestie eerst bestudeer, zooda’k d’r sprekend op +lekent. Waarop er niet de minste twijfel bestaan <span class= +"ex">kòn</span>, en ondergeteekende een behandeling genoot +eerste klas.</p> +<p>„Om an de noodige kappitale te gerake, vroeg ik dagelijks in +de vreemde tale het adresboek, waar ’k in naploos de name die +’k wel kon met familiebetrekkinge onder ’t leger in de +Oost, waarop ik receptie anvroeg, èn ontving, en de tijdinge +over d’r lui anverwante deelachtig <span class="pagenum">[<a id= +"pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>maakte an die persone, +waarop ik de noodige gelde leende om nooit werom te geve ... (Bij +’t groote kappitaal netuurlijk, da’s me hekel!) en op +zoo’n voet op hooge schaal zware verteringe miek ... ’n +enkele keer ook in de groote cafés waar de Figaro leit ... enne +le Petit Journal, omdat dat me moerstaal is ...</p> +<p>„Nou mot je uit die etiquettes van dat leger wete, dat je van +begin-soldaat tot an adjudant-onderofficier je pesioen mag hale vier +maal in ’t jaar, op de 15e; en boven die rang op de 16e, 17e en +18e April, Juli, October en Janewari.</p> +<p>„Dit wetende, zou mijn pesioen ontvange worde op de +achttiende, om rede ik de zeventiende per noorderzon na Alkmaar +vertrok, waarop ik séance tenante gearresteerd werd, en zoo wier +ik weer korrepus dilikt. Ze vroege vijf jare, maar ’t wiere +d’r twee, die ’k uit heb gedaan in Scheveninge, want daar +ben ’k graag, zooda’ ’k er altijd om vraagt. ’t +Is daar stilder en as je over je koekoek kan kijke hoor je de zee, en +’t is er beter van verdienste. Me nummer van cel was B 154, waar +’k zevehonderd dertig dage deurbracht na aftrek van me +prevetieve; ’t benne vier en twintig maande ... en honderd vier +weke ...</p> +<p>„Da’ beviel me wel niet als te best, want ’k ben +ook wel liever in ’t Bible Hôtel, maar ’k kan me in +elk lot schikke, van wie wat verdient, dat ie ook wat mot hebbe. +’t Volk hebbe de wette gemaakt, en daarna mot de misdadiger +behandeld worde. Dit alles is de schuld van de maatschappij en ’t +hooge kappitaal die mijn an me lot overlaat.</p> +<p>„A’k ’t allegaar opskreef wier da’ boek +zóó dik ... ’k heb er nooit geen menuut spijt van, +want as er ’n hond tege ’n muur ze pootje licht, heffe +d’r veertig d’r poot <span class="pagenum">[<a id="pb29" +href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>op en doene ’t allemaal +... Helaas, ’k wil zoo goed. Me gedrag bleek immers in de +gevangenis, maar daar gavve ze me te vrete. En ’k heb in de cel +nog nooit geen straf gehad, as voor ’n pruimpie tabak. Om rede ik +er nooit met de kelégaas muurtje heb getikt, want ik wou er niet +bij name bekend weze. Maar nou ben ’k deur de wol heen, en toe +was ik nog erg da ’k mijn schaamde.</p> +<p>„’k Heb ’r matjes geweve, om voor de rijkdom +d’r deure te legge, en met zuinig te weze, zonder de cantine op +te geve—ik kon voor me ziekte geen tarwebrood bekomme, omdat +’t een civiele dokter is, en die ken je niks wijs make—maar +zoo verdiende ik een en veertig gulde.</p> +<p>„Daar kocht ik bij me ontslag een paar schamele kleere voor, +en twintig gulde <span class="corr" id="xd20e564" title= +"Bron: galanteriëe">galanterieë</span>: gare, band, zeep, +postpapier en zakkammetjes. Want van ’n stijselkissie had +’k ’n marsie met laadjes gemaakt en die ware niet eens vol; +voor <span class="corr" id="xd20e567" title= +"Bron: twigtig">twintig</span> gulde hè je ommers zooveel niet. +En je mot er netuurlijk minstens de helft op verdiene.</p> +<p>„Met lak had ’k dat marsie zwart gemaakt, en voorzien +van kopere spijkertjes met me naam: Jean Charles Racier voluit. Maar +vóór op de kist sting met groote letters:</p> +<p><span class="sc">„WAT IS EEN MENSCH EN WAARTOE IS EEN MENSCH +GEBORE”.</span></p> +<p>„Zoo ging ’k van de Haag over Leie en Haarlem an de +huize bij ’t kappitaal. En dan vroege ze wat dat woord beteekent. +Kwam ’k nou bij <span class="corr" id="xd20e578" title= +"Bron: gloofsgenoote">geloofsgenoote</span>—’k ben +atheïst en beweert dusdanig dat alles uit de Natuur voorkomt en +wij afstammelinge benne van de arraroetangs; da’s me leer en gaan +’k niet af ook—zie je, bij geloofsgenoote miek ’k dan +wel ’s goeie zake. Maar voor de tweede keer ben ze niet thuis, en +hiet ’t: daar hei je die vervelende vent weer. En wie dat woord +op me kissie <span class="ex">niet</span> verstonde, werd +ondergeteekende bij de deur verwijderd. <span class="pagenum">[<a id= +"pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span></p> +<p>„Wat zoo overdag verkocht was, werd ’s aves bij de +grossier angevuld. En vente is me lust en me leve, want huur ik drie +maande ’n wage met negocie, dan is tie mijn. Maar ze storte me +liever de afgrond in, dan dat ze me de brug overhelpe. Die persoon die +dat doet, za’k dankbaarder weze dan me eige broer. Maar ’t +kan me nie meer schele ook en ’k wor d’r onverschillig +over.</p> +<p>„Daar had je Dr. X, christelijk afschaffer en vegetariër. +Bel ’k ook an de deur. Roept de meid: „mevrouw, kom nou +toch ’s kijke, daar staat dat en dat op die man z’n +kist.” Geeft de mevrouw mijn receptie in die gehoorzaal, en +vraagt mijn wat dat beteekende. Maar ik zag er de Bijbel op tafel +legge, en zeg: „Mevrouw, da’ kan ’k uwe op hede nie +vertelle”,—angezien ik zag waar ik was. „Maar wat +doet meneer?”—„Professor in de +godgeleerdheid.”</p> +<p>„Daar kreeg ik toen kennis an. As ik bij mijn idees as +atheïst bleef—zei die hooggeleerde—zou ’k 25, +30, 40 jaar in de gevangenis motte verblijve. En die knul het ’n +voorzeggende geest gehad. Overal waar ik kom, wordt brood gebakke, maar +voor mijn is t’r geen boo’schap bij. Wat ’n mensch +opgelege is, dat ontgaat ’m niet. Mijn mama, die edele vrouwe, +zei altijd: As je voor ’n kwartje gebore ben, krijg je nooit +dertig cente ...” <span class="pagenum">[<a id="pb31" href= +"#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e593" class="main">Hoofdstuk V.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Inmiddels was ’t schilderij afgekomen en Racier +weer in zijn gedalleste wereldje verdoold. Maar mijn herinnering aan +den Don Quichottigen schooier bleek heel sterk, zóó, dat +toen ik tijden later in Amsterdam familiaar werd aangefloten en niemand +minder dan den hoogmoedigen zwerver wenkend achter mij zag—de +eerste schrik aanstonds oversloeg in een onbedwingbaren lach.</p> +<p>Maar hij nam ’t me niet kwalijk. Fier stond hij hoog boven mij +uit, de lange kerel in den zwier van z’n verschooierde plunje. De +trouwe dallesdekker, afgelegde ulster, die hij eens alsof ’t een +koningsmantel was, gracelijk van mij had aanvaard, hing nog altijd te +wijd van z’n schouders af, en eenigszins opzichtig hield hij +daaronderuit de fluweelen broek om z’n magere beenen te kijk. +Zijn fanatieke gezicht was overschaduwd door den neergeslagen rand van +een slap vilthoedje, dat ik ook nog wel meende te herkennen. Maar +z’n rossige puntbaard was afgeschoren in de gevangenis, waar hij, +naar ik later vernam, weer kortelings ontslagen was, na er opnieuw een +oplichterijtje te hebben uitgezeten.</p> +<p>„Nou”—zei ie wijsgeerig gelaten—„as je +straks klaar ben met lache ... Zie je, jij meent ’t nie’ +kwaad, en je ben geen verrajer ... As je ’n gesjochte jonge an de +galg wou helpe kon je anders je testament ook wel make ... Hoe gaat +’t overigens met de kunstschilder, me kameraad? Al nie veel beter +vak om alle dag van te ete dan boef, hè, die kunst? Maar zoo +gedallest as ik ben ... niet om ’t een of ’t andere, hoor, +want leene doe ’k nooit van ’n ami-intime ... ’t +Eenigste is, as je knap angekleed ben krijg je nog wel ’n goeie +revolver, maar ons schorem geve ze ’n <span class= +"pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>ding dat +niet afgaat ... As je mijn maar begrijpt ...”</p> +<p>Nu ben ik uit den aard van mijn connecties niet wat men noemt +„groosch”. Maar, eerlijk gezegd, vond ik Racier, zooals die +er nu uitzag, toch wel ’n èrg opzichtigen schooier voor +een vertrouwelijk gesprek, staande in de pantoffelparade midden op de +Leidschestraat. Want we hadden natuurlijk dadelijk een belangstellend +publiekje om ons heen gekregen, en op een paar pas afstand had zich ook +reeds een dienstijverige diender gepoot, wat aan de ontmoeting min of +meer het intieme karakter benam. Dus stelde ik Racier voor om wat op te +kuieren en zoo argeloos mogelijk leidde ik hem toen de eerste de beste +dwarsstraat mee in, waar hij mij weldra in een gezelligen schaftkelder +de eer van een hartig maal wilde aandoen. Want de kerel zag er +schrikkelijk verhongerd uit. En toen, in die voldane +na-den-eten-stemming, is zijn verbeelding weer aanstonds vaardig +geworden, en heeft hij mij de stoutste variaties op zijn sjofele leven +verder zitten vóórfantaseeren tot eigen oprechte +ontroering.</p> +<p>Hij was nu heel week, de stumperige held, al hadden we heusch niets +dan stikke-koffie gedronken. „As je me hart door kon +snije”—zei hij met bevende lippen—„zou je zien +hoe edel ’t is. En ik zweer je, wáár ik tot me dood +toe ook ben in de wereld: in Londen, Parijs of Monaco ... of weer in de +lik!... jij krijgt me correspondentie. Me mama en papa zijn tòch +ommers dood. En wat mijn zwager voor een cadet is, za ’k je late +leze”...</p> +<p>Toen morrelde hij uit een versleten zakportefeuille met veel +vergeelde paperassen twee brieven <span class="corr" id="xd20e609" +title="Bron: tevoorschijn">te voorschijn</span> ... „Mot je op je +gemak bij gaan zitte, en je verstand bij gebruike.”</p> +<p>Ik las halfluid, en hij luisterde gretig mee: <span class= +"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span></p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Zwager Racier in de gevangenis te X.</p> +<p>„Vernemend, dat ge alweer waart, waar ge als man van Jaren +niet meer had moeten komen, deed mij geen plijzier. Ge weet wie ik ben, +en jij kunt toch nooit niet zeggen: Charles heeft mij slechte raad +gegeven. Daar ik je al van jongeling zijnde heb leeren kennen. Gij +waart toen 18 Jaren oud, dus circa 38 Jaar geleden. Waar is de tijd na +toe gevlogen wanneer wij zoo eens evetjes achter ons zien, is het maar +een schim. Wij hebben allen onze weg gegaan. Zoo we het beste dachten, +naar ons eigen goeddunken, gij de uwe, ik de mijne, veel ondervonden, +voor en tegenspoed, elk op zijne weg.</p> +<p>„Het doet mij leed dat ik niet mag schrijven op het adres +zooals het zou moeten zijn, maar het is niet anders, en zoo ik verder +verneem uit uw schrijven zijt ge het einde nabij ...”</p> +</div> +<p>„Wat?”—viel ik uit—„ben je zoo ziek +geweest, Racier?”</p> +<p>Heel even kwam een rose blosje in z’n wangen op. Toen +beheerschte hij zich weer, en zei: „Zoo sterk as ’n peerd, +man!... Nou, hoe vin je die rol?”</p> +<p>„Had je dan aan je zwager geschreven, dat je ziek +was?”</p> +<p>„Natuurlijk wel, toe ’k me verveelde, en wel ’s +graag een lettre intime wou ontvangen ... Lees nou maar voort +...”</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„... en zoo ik verder verneem uit uw schrijven, +zijt ge het einde nabij, en hebt ge u met God verzoend ...”</p> +</div> +<p>„Wàààt?... En je was zoo’n verstokt +atheïst?” <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" +name="pb34">34</a>]</span></p> +<p>„Nogal glad, hè ... Toe de domenee bij mijn wou komme +in me cel, heb ik ’m er met dat driepikkertje, dat krukkie, weer +uitgetimmerd. Maar de natuur, die anbid ik, en as ’t dondert en +bliksemt ga ik ’t liefst over me koekoek hange om uit te kijke +... Hoe vin je nou die rol, da ’k allemaal an me zwager had +geschreve?”</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„... zijt ge het einde nabij, en hebt ge u met +God <span class="corr" id="xd20e645" title= +"Bron: verzoent">verzoend</span>, ik hoop en wensch dat ge ditmaal de +waarheid schrijft, en nu zoudt ge u ook met ons willen verzoenen, ik +weet niet wat ge daarmee bedoelt of zeggen wil. Wij uwe zuster en ik +hebbe nooit eenige haat tegen je gekoesterd, als alleenlijk dat dat wij +altijd op afstand moesten houden, omdat ge het er naar maakte, is het +zoo niet? Dat is het eenige uitsluitsel wat wij tegenover uw gemaakt +hebben, voor zoover als wij weten, anders hebben wij ons niet te +verontschuldigen en nu in de hoop dat gij het tijdelijke met het +eeuwige denkt te gaan verwisselen, wenschen wij uw niets meer of niets +minder, dat je de oogen in vrede mag sluiten, en aan moogt zitten +gelijk de moordenaar aan ’t kruis op Golgotha aan de Regterhand +van Hem, die geeft en neemt naar Zijn eeuwig welbehagen. Dit zij onze +laatste bede voor uw, zuchtende ongelukkige van dit wereldrond. Van uwe +nog tot heden toe liefhebbende zwager en zuster Charles en +Marie.”</p> +</div> +<p>Toen ik opkeek zag ik Racier voorovergebogen zitten; dikke tranen +gleden langs zijn bleeke gezicht.</p> +<p>„Is het toch niet diep treurig”—snikte hij ineens +uit—„dat ’n mensch zoo van de eene misdaad in de +andere valt, en in ’t spinhuis lag te sterve, zonder vader of +moeder?... Op me bloote knieë heb ik gelege voor God’s +<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name= +"pb35">35</a>]</span>troon, en met opgeheve arme gebede: Heere vergeef +’t hem ...!” Maar toen zag hij mijn verbaasde gezicht en +verbouwereerd brak hij af: „Jij bent óók link .... +Jij denkt: daar laat ie ’n steek valle, die verstokte +atheïst ... Zie je, ’k vergeet telkens dat wij vrinde zijn, +en da ’k voor jou niet me mooiste hoef voor te doen ... Lees nou +maar verder, want er staat nog meer in: over me nà-latenschap +...”</p> +<p>Inderdaad, in een post-scriptum heette ’t onder meer:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„Ge hebt ook gevraagd, waar het adres van uw +nicht Dora is, voor het erfdeel. Ik zal dit opgeven, maar heb vooreerst +daar nog iets over te zeggen, en dat is dit dat Dora niet je eenigste +Nicht is, er zijn er nog, heb je daar nog wel eens over nagedacht dat +de andere neven en nichten even na zijn, en je anders Jalousie verwekt, +dat moogt ge ook niet doen. En nu Basta hier over, en nu wij hebben je +nooit kwaad gewild, dat het gelukkig zou zijn dat je bij den Heer zou +zijn.”</p> +</div> +<p>„Lees maar voort”—viel de vagebond aanstonds in, +om geen verderen uitleg te hoeven geven—„lees maar eerst +voort, dien tweeden brief, en zeg me dan hoe ie is, die rol met me +zwager?”—</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Zwager Jors!</p> +<p><span class="corr" id="xd20e667" title= +"Niet in bron">„</span>Uw laatste schrijven heb ik en de mijne in +gezondheid ontvange, en daarmede vernome, als dat ge weer in de +ziekenzaal ligt, <span class="ex">zooals ge zegt</span>, en met een +bloedspuwing en daarbij een dubbele breuk, dus Jors, zijt ge nu voor +altijd, als dat waar is, zoo lang ge nog te leve hebt, een man die niet +veel meer in de pot te brokkelen hebt, wanneer je nog eens op vrije +voeten moogt komen, <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" +name="pb36">36</a>]</span>want dan hebt ge geen krachten meer zooals +een gewoon mensch die niets mankeert, want alles is dadelijk boven uwe +magt. Ik schrijf dit zoo om rede ik weet met wie ik te doen heb, omdat +ge me altijd schrijft dat ge zoo weinig schrijven van ons ontvangt, en +ge al de brieven, die ik u toegezonden heb, altijd heb ontvangen. Dit +weet ik van den Heer Directeur, die mij, nadat ik hem geschreven had, +mij ten antwoord gaf, dat ge niet op sterven lag maar zeer gezond was, +wat nu ook wel het geval zal zijn, en altijd uwe brieven gehad heeft. +Maar ge begrijpt toch ook zeer goed, dat ik op al de flauwe praatjes, +die er in uw schrijven voortkomen, geen antwoord op kan geven, daar het +mij in ’t geheel niet raakt, en ik nog zoo nu en dan de pen eens +op neem om je te antwoorden. Je eigen broer laat zelfs niets van zich +hooren. En dat Dora niet antwoord over de erfenis, die voor haar is, +begrijp ik; die moet alles gestopt houden voor man en kinders, want die +worden ook al groot vergeet dat niet. En dan nog zoo het een en ander +ook over den predikant, die uw komt bezoeken, zooals ge zegt, en u veel +troost in sterven geeft, en dat die gezegd heeft, dat hij op 40 jaren +Predikant te zijn, nog nooit zulke hartvochtige menschen had ontmoet +als wij door niet altijd te antwoorden. Maar hebt ge ook wel aan dien +Eerwaarde al verteld, wat ge in die 38 jaar die ik u ken, al uitgevoerd +hebt ten nadeele uwer overledene ouders en te meer nog uwer Moeder. +Maar ik geloof dat de Predikant niet beter weet of ge zijt nog maar +voor de eerste keer daar en dan kan ik aannemen dat hij alzoo spreekt +en nu Basta hierover. En wil je me nu nog schrijven dat is goed maar +verwacht niet meer dan 2 per jaar, die ik dan zal beantwoorden. Dat is +correspondentie genoeg tusschen ons en u, dan weet ge <span class= +"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span>toch zoo +nu en dan hoe het ons gesteld is en wij weten dan meteen dat Jors nog +leeft ja of <span class="ex">Neen</span> en waar hij zich bevind. En +eindig nu na uw ook vast een goed jaar 1908 te hebben toegewenscht. Van +geluk zal ik maar niet spreken, en wensch uw niets anders dan een goed +jaar in de omstandigheden waarin ge u bevindt en teeken mij nu als +altijd na groete van je zuster als ook van mijn</p> +<p class="signed">„Uw zwager <span class="ex">Charles en +Marie</span>.”</p> +</div> +<p>Maar Racier liet geen tijd om verder over die brieven te praten. +Zenuwachtig joeg ie door met allerlei verwarde verhalen:</p> +<p>„Zoo generaal, hoe gaat ’t met ’t leven?” +had gisteren immers nog een van de grootste inbrekers ’m +aangeklampt. „Zaggies an”—had ie +geantwoord—„maar bang nog niet voor de duivel.<span class= +"corr" id="xd20e690" title= +"Niet in bron">”</span>—<span class="corr" id="xd20e693" +title="Niet in bron">„</span>Mot je driemaal +tikke”—had die ander gezeid. En zoo had ie ’m +’t adres opgegeven van de dievensociëteit. „Hoef jij +niet te zoeke”—keek de vagebond mij aan met +dédain—„want dat vind je nooit as ordentelijk +mensch. Toch kan je d’r dag en nacht van voren en van achteren +in. Drie maal tikke. Vraagt zoo’n portier: „Kom jij pas uit +de bajes, da’k jou nog nie kan?” Laat ik effe <span class= +"ex">drie</span> ontslagbrieve zien. Drie trappe af, loopt ’t zoo +deur onder de grond en van ’s avonds tot ’s morgens komt +’t volk er binnen, zoowel van die vrouwen, die op de baan loope, +as manne, die met de vijf ons kanne werke.</p> +<p>„De waardin is ’n weduwsvrouw, met een paar bootwerkers +an de hand. Die zegt tegen mijn: „Wat ben jij voor ’n +vent?” „’n Middelburger”—antwoord ik +droog, en zij begrijpt mijn. Maar meteen vraag ik: „Zeg vrouw, +wat kost hier dat slape?”—<span class="corr" id="xd20e701" +title="Niet in bron">„</span>’n Maffie. Maar mot jij niet +ete?”—<span class="corr" id="xd20e704" title= +"Niet in bron">„</span>Ete<span class="corr" id="xd20e707" title= +"Niet in bron">”</span>—zeg ik—<span class="corr" id= +"xd20e710" title="Niet in bron">„</span>da’s werk voor +’t groote kappitaal.”<span class="pagenum">[<a id="pb38" +href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>—<span class="corr" id= +"xd20e716" title="Niet in bron">„</span>Nou maar<span class= +"corr" id="xd20e719" title="Niet in bron">”</span>—zeit +zij—<span class="corr" id="xd20e722" title= +"Niet in bron">„</span>dat gáát hier zoo niet; +d’r mag hier niemand zonder ete na bed!”—<span class= +"corr" id="xd20e725" title="Niet in bron">„</span>En ’t +lood dan?”—<span class="corr" id="xd20e728" title= +"Niet in bron">„</span>Komt morge terecht; je durft toch ook wel +’n vinkie te lichte?”—Mot je zoo’n <span class= +"corr" id="xd20e731" title="Bron: ouwegepensionneerde">ouwe +gepensionneerde</span> hebbe as ik.</p> +<p>„Zie je, as je maar mee kan prate in een elk z’n taal en +z’n zede, dan ben je in zu’k gezelschap ook gauw genog in. +En as je nou lef heb, dan leg je twee kwartjes op tafel, en zeg je: +„nou, mensch, da’s nou me heele kappitaal, zal me maar +opmake same”... Zegge zij: da’s een toffe sjlemiel ...</p> +<p>„Je mot je immers in alle kringe kanne bewege! Zet mijn met +een amazone te paard, of bij de duurste dames van dat vermaak an de +tafel ... table d’hôte à prix fixe, vin de champagne +demi-sec y compris ... en m’n aard van huis uit as zijnde le +<span class="ex">chevalier</span> de Racier zal da’lijk weer bove +komme. Maar daar raak je de teere snaar van wijle Papa en Mama, en +’t ouderlijk ’uis chez nous à Paris, da’k nog +altijd die „hache” niet uit kan spreke ... Want we woonde +immers Boulevard des Italiens, quatre vingt dix, en as kind al speelde +ik achter die Bastille ...</p> +<p>„La’ me die bolleboffin nou nog ’n kom zweet +commedeere, dan za ’k je dat allegaar haarfijn vertelle +...” <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name= +"pb39">39</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e746" class="main">Hoofdstuk VI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">En de vagebond vertelde met die +schor-verschooiërde stem:</p> +<p>„Het huis an de Boulevard des Italiens numéro +quat’ vingt dix, waar papa en mama woonde met mijn, had +natuurlijk zeve verdiepinge. Rez-de-chaussée woonde een coiffeur +pour dames ... de premier ordre; op de tweede étage le +président général van de Banque ... eh ... de +l’Europe, en op de derde woonde papa. Je begrijpt, zoo’n +huis van zeve verdiepinge, heelemaal van ’t duurste blauwe +hardsteen gebouwd, met ... marmel ingeleid èn graniet, en alles +... satijnhout van binne, dat was papa en mama te hol om alleenig in te +wone, en dus voor de gezelligheid nam ze daar die andere amis bij in: +le coiffeur-en-chef, le président supérieur, en al die +verdere vrinden van de hoogste aristocratie van papa ... Zoo wàs +mon père noble!</p> +<p>„Ik ga tòch nog ’s kijke in Parijs of dat +ouderhuis er nog staat, waar mijn dierbaarste kinderjare in zijn +verslete ... Maar dan gaan ik vermomd, want as ik er kom, word ik +opgepakt, en daar ben ik te dom voor. Zoodra ik om reisgeld +telegrafeer, heb ik ’t netuurlijk meteen. Na’ Londòn +óók, maar dan neem ’k me route over Harlinge met de +koeieboot, om op ’t vee te passe, want dan bè je voor ... +vijf en twintig stuivers over ...”</p> +<p>„En hoe vermom je je dan, Racier?”—kwam ik +’m in ’t gevlei.</p> +<p>„Wel, dan gaan ik eerst na onze residentieplaas, het +vorstelijk ’s Gravenhage—daar haal ik altijd mijn geest +vandaan—en kijk precies na ’t model van die generaals, die +je daar uitgemonsterd ziet rondloope. Zoo heb ik daar direct de maat +van, en koop me een dolman, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href= +"#pb40" name="pb40">40</a>]</span>rijbroek èn twee pantalons, +beneves de kaplaarze. Om geen argwaan te koestere, doen ik die inkoope +te ... Leischendam. Maar de garniture en goude kraag met passende +vangsnoere koop ik in de Haag, alsmede de roode bieze voor in de +pantalon. Natuurlijk gaan ’k in een ander magasin royal voor die +pet met breede goude rand en een hoed met pluim voor grand tenu. Met de +ridderordes en Kraton-medaille, expeditiekruize met twéé +gepse, zal ik netuurlijk veel moeite hebbe, maar daar word ik an +geholpe door tusschekomst van een vierde persoon te ... +Rotterdam.”</p> +<p>„Natuurlijk!—Maar vertel nu eens eerst verder van je +kinderjaren in ’t ouderlijk huis ...”</p> +<p>„Dat was netuurlijk allemaal speciaal eerste klas gemeubileerd +... alles rood fluweel ... couleur de rose, met een vleugelpiano, want +papa was de grooste liefhebber van de muziek, ameublement +d’acajou, gróóte canapé en de duurste +schilderije van De Ruyter ...”</p> +<p>„De Ruyter?”</p> +<p>„Ja, waar verleê jaar immers nog al die feeste voor +benne gevierd, toen ik in de lik zat;—daar had papa ... +laa’s zien, drie in ’t salon, en drie in de huiskamer, en +twee in de spreekkamer, en in de slaapkamers, de rookkamers, de salle +à manger ...”</p> +<p>„De badkamer?”</p> +<p>„Zjuust, en, om kort te gaan, in alle compartimente had papa +natuurlijk die schilderije late ophange van ... hoe heet die knul nou +ook weer dat ze zonge? ’k Kon er die nachte in me cel nie eens +van slape ... De Ruyter, De Ruyter-kilekile?—Lammeling, om +’n arme gevangene nog wakker te houwe ...”</p> +<p>„Racier—nou ben je toch leelijk aan ’t warren. +Bedoel je misschien ... Rembrandt?” <span class="pagenum">[<a id= +"pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span></p> +<p>„Kilekile!! ’t Was om stapelgek van te +worde,”—vloog ie rood-aangeschoten op—„want +’k sliep tòch zoo beroerd, en net effe was je dan +ingedommeld, of je schrok al weer wakker van dat getreiter ... En dan +netuurlijk aldoor droome van pa’s schilderije, waar die De Ruy +..., Rembrandt-kile, wil ’k zegge, de schoonste vrouwe op had +uitgeschilderd. Want die Vrouwe ben natuurlijk de hoogste natuur; voor +mijn ook ... Heb ik van kind af respect voor gehad. Net as papa. Die +hieuw kolossaal van mama ...</p> +<p>„Mama was vanzelfs een ... Spaansche, beeldschoon, en in +’t hôtel de Belvédère, waar zij rees met haar +familie en dat bediende-personeel, had papa haar gezien. Sting +immédiatement in vuur en vlam, en twee jaar daarna heeft ie ma +geschaakt ... uit Madrid. Zij was ommers Roomsch, en hij van ’t +protestansche gloof. Maar behalve de Heilige Maagd, ging dat best same. +En wij, me broer en me zuster en ik, wiere geloovig opgevoed, van bidde +voor en na ’t ete, met ’t Onze Vader, en as we na bed +ginge, wij kinderen, altijd ’n Wees gegroetje op z’n +Fransch.</p> +<p>„Maar op school, in me kinderjare, was ik ’n ondeugende +bliksem, ’k Voerde bar veel kattekwaad uit, en as ’k een +dooie hond ving, bond ik ’m subbiet ’n touwtje om z’n +nek en hing ’m an de bel bij de meester.</p> +<p>„Daarom most ik van school. En toe’ zei papa: „die +jonge van mijn zal ’k late studeere”, wat ik ook deed tot +me achttiende jaar in de rechte ... van ’t Chineesche rijk! Maar +daardoor wier ik natuurlijk niet langer kerksch.—Nee, da’ +begrijp je, want die boeke brachte mijn op een dwaalspoor. Toch heb ik +mij nooit afgegeve met vreemde meisies, of ook soms Koning Alcohol +gediend. Want ’s avonds zat ik altijd in de Opera, voor huit +sous, <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name= +"pb42">42</a>]</span>omda’ ’k zoo’n +gróót demecraat was, en as ’k thuis kwam om 12 uur +lagge papa en mama al ter ruste, zoodat mijn geachte ouders hiervan +nooit niks hadden bespeurd.</p> +<p>„Toch had ik daar netuurlijk in die Chineesche rechte verders +geen zin, door de zwendelderij die ik in de wereld had ontmoet, en ben +’k heengegaan uit de academie na ’t kantoor van ... +Rothschild.</p> +<p>„Toe kwam ommers die Fransch-Duitsche oorlog. Nou, papa die +kapitein van de garde nationale de Paris was, trok meteen z’n +pakkie as kaptein uit en bedankte, want die zag ook de zwendelderij en +wou z’n eige niet late omkoope as moordenaar, hoe ’n erge +tegenstander ie ook was van Duitschland. Maar edel boven al.</p> +<p>„Daarom hebbe papa en ik same natuurlijk Napoléon op de +vlucht gejaagd, en daar heb ik nooit spijt van gehad ... Nee, +waarachtig niet! Zoo’n doerak.</p> +<p>„Voor die grappemakerij van de Commune vergaderde wijlie as +samenzweerder op allerlei plaasse van de Rue St. Honoré, Rue +Valmi, Rue St. Laurent, en bij papa. ’t Ware 82 mannen en 14 +vrouwen. En die de lont angestoke heeft bij de Tour Vendôme, was +een zekere Sandant, later gewichtewerker, same met zijn ami intime +Rollin, „Hercule du monde”. Teminste: dat leert de +geschiedenis zoo, maar die wete natuurlijk niet dat ik die Rollin was, +hercule du monde,—zal je later beter verstaan.</p> +<p>„’t Gebeurde, zooals je weet oppe ... 13 September +’68! Toen kwame wij tussche tiene en elve op de Place de la +Bastille same; ik stong naast pa en tusschen 1 en 2 hebbe ze ’m +de lucht in geblaze ... Jò, wat ’n knal. Da’ was +vuurwerk! En ’k wou dat alle millionnairs met die rot-automobiele +van de wereld d’r in hadde gezete. Want daar heb ’k toch +zóó ’t smoor an, dat ’k er niet <span class= +"pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>van ken +slape!... En ’k hing! Om kort te gaan, nou most ik op de vlucht. +Weg van mijn dierbare ouders en uit mijn geliefde vaderstad Parijs, +want ’t uur der wrake was geslage. Waar papa toe’ gevloge +is, heb ik nooit an de weet kenne komme, maar mama met me zuster +Elizabeth zijn alleen thuis gebleve.</p> +<p>„Wij gingen te voet over St. Denis na Brussel. Sandant as +gewichtewerker, waar ie an de honderdponders voor was geholpe, maar in +andere kleere die zijn vrouw hem immédiatement had meegegeve, en +ikke als Rollin, hercule du monde. De eerste nacht sliepe we al bij een +boer, diep in ’t veld, onder de bloote hemel; daar stuurde ma +mijn die passende vrouwekleere na, met de boôschap, da ’k +nou ook me baard af most schere. Toe was ik 22 jare oud en had 50 frank +op zak. We reze ook nog in de trein, maar te voet ginge we over de +Belgische grenze, anders ware we natuurlijk gesignaleerd.</p> +<p>„Mot je goed verstaan. Me hart trok na Holland, na Sluis as je +weet, om rede ik daar in ’t jaar 1877 was gebore, toen me ouwelui +een rondreis maakte na Oostende, en mama in Sluis de kraam van mijn uit +ging legge. Maar daarna namme ze mijn netuurlijk as echtelijk kind +zijnde,—bébé juridique—mee na Parijs.</p> +<p>„Van daar dat ’t bloed weer na Zeeland trok, en ik +netuurlijk die Hollansche taal ook met de moedermelk had ingezoge. Ik +liep dus van Antwerpe over Oude God na Breda. <i>Toe sprak ik nog.</i> +Maar in Dordt ware me cente op, en <i>nog altijd ter spraak</i>, heb ik +voor ’t eerst van me leve op koste van de politie geslape in +’t Logement de Drie Krone in de Wijnstraat. Die commissaris had +dus medelije met mijn, en gaf me een kaartje voor de boot na +Middelburg. Op die overtocht dacht ik: „as ik me stom houw, zal +ik willicht de liefdadigheid opwekke <span class="pagenum">[<a id= +"pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>van de mensche.” +Dus ik bestudeer die eerste rol, en in de Winterstraat op ’t +hoekie van ’t Waaigat in dat logement van Tazelaar, voorheen Van +Zwijneren, hieuw ondergeteekende zich of hij <i>niet</i> kon spreke. +Toe zeit die vrouw: „Je mot mejelij hebbe met zoo’n man, +want hij kan spreke nòch verstaan. Leg die man bove as alle +mensche in bed legge, in die krip onder ’t raam<span class="corr" +id="xd20e816" title="Bron: ”.">.”</span> Dat gebeurt. Maar +in die linksche be’stee sliep me aanstaande vrou, Carline Borin. +Daar krijg ik kennis an, hoewel ik geen geluid gaf. „Wat zal God +nou geve?”—zeit zij nog. Maar ’t was vlak bove de +be’stee van vrouw Tazelaar. Die hoort dat, en zeit midde in de +nacht tege mijn: „nou mot je eruit.” Ik klee me an, en +schrijf op me leitje: „Waar zij gaat, gaan ik mee.” +„Pas op”—zeit vrouw Tazelaar—„want die +meid denkt zeker dat jij geld heb.” „Nee”—zeit +Carline—„ik zal zoolang jij stom en doof blijft die kost +voor jou verdiene, want je ben een knap manspersoon ... al most ik ook +an de huize anbelle ...”</p> +<p>„Nou, ’k ben vier jaar met Carline geweest, want ze was +’n beeldschoone vrouw, maar dat mensch het nooit me stem gehoord. +As doofstomme trok ik met haar langs de weg om eerlijk ons brood te +verdiene: marchant ambulant ... Ze heeft me vier zone geschonke!” +<span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name= +"pb45">45</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e823" class="main">Hoofdstuk VII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Onder het vertellen door was Racier nu stil bedroefd +geworden,—z’n gezicht zoo zwakjes bleek en weggetrokken; en +z’n oogen zagen rood van ’t verknepen schreien. Uit +z’n fanatieke <span class="corr" id="xd20e827" title= +"Bron: fantasiëen">fantasieën</span> scheen hij nu moe +neergezakt in echt menschelijke kleingevoeligheid, de zielige held van +eigen ziekelijke verbeelding.</p> +<p>Hij had toch ook zoo ziels veel van dat wijf gehouden!—brak +even z’n stem.—En nog telkens trok ze ’m. +Wáár ie dan ook in de wereld zweeft,—as ’t +teminste in geen cel is, dat ’t verlangen na z’n liefde in +z’n hart schiet—maar dan mot en zal ie na De Haag. En +stiekum sluipt ie as ’n dief dat ongelukkige straatje in, waar +d’r man die slaapstee houdt. „As ’t mooi weer is, zit +ze dan nog wel ’s buite op d’r stoel, want ze is netuurlijk +lam hè, zooas die vent haar heeft mishandeld ... Dat het ze an +mijn verdiend ... Wat er naast valt is nòg zonde ... Zoo zit die +haat vast ingekankerd in mijn borst ... Want as ’k ’r zie, +oud en verslete met d’r verstijfde lijf, dan zien ’k +nòg in dat gezicht die trekke van mijn beeldschoone meid ...</p> +<p>„Zoo’n edel vrouwmensch as Carlien toch was! De adeldom +lag in d’r heele weze; ’n gezicht, man ... blank en gaaf as +van een lelie, met zwart lang krulhaar... en ’n houding, +hè ... ’n ras, niet te dik en niet te mager ... schoon, +beeldschoon... twee druppels water ’n prinses ... ’k Heb +’r nog ’s op de Bosscher kermis late loope met zoo’n +orgel, op z’n Italiaansch verkleed, dat al wat man was rilde!</p> +<p>„Ja, ze was ’n echte edelvrouw, toen ik in Middelburg op +logement kennis an d’r kreeg ... Ze reisde met zoo’n mandje +met zeep, gare en band, en ik as doofstomme <span class= +"pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>liep +netuurlijk met Brabansche kant ... Maar daar vond ze mijn veels te goed +voor. „Wa’s dat nou voor ’n leve voor zoo’n +knappe kerel als jij ben?”—zei ze—„Gaat met +mijn same, la me ’n flinke wage met handel zien te koope, dan zal +ik voor jou óók wel spreke.”</p> +<p>„Dat ging zoo vier jare goed, en nooit had dat mensch mijn +stem nog gehoord. Maar toe wier me dat in ééne te mats, +en vroeg ik op zekere nacht op me vingers: „Ka’ jij +’n geheim beware tot in jou graf?”</p> +<p>„Misschien wel”—zeit zij—„as ’k +maar eerst wist met wie ik toch eigenlijk sprak. Want we ben nou al +vier jare same, en ik heb nog nooit ’n woord over je lippe hoore +komme. Dus bijaldien je mijn dat geheim niet zegt, wat er in jou hart +leeft, dan kan je wel ’s een moord hebben gedaan, en ik leg met +geen moordenaar onder één deke.”</p> +<p>„Toe schrijf ik op me leitje: Een moordenaar ben ik niet, maar +... uw man Charles Edouard Racier <span class="ex">ken spreke</span>, +en niet alleen in één, maar in verschillende tale!</p> +<p>„Nou, da’ begrijp je, hoe die vrouw toe’ +verschoot. „Wel”—zeit ze—„spreek dan +eris.”</p> +<p>„En meteen komt dat eerste geluid van vier jaar over mijn +mond, en spreek ik de woorde: „Geef me me pakkie tabak eris an, +da’k een pruimpie neem!”</p> +<p>„Maar dat wijf dat schrikt zoo, dat ze immédiatement +van d’r zelve leit ... angezien zij nog nooit ondergeteekende +z’n lijfelijke spraak had vernome.</p> +<p>„Goed ... da’s netuurlijk ’n heele heibel op +zoo’n logement—we sliepe in ’t Wape van Utrecht an de +Amunitiehave <span class="ex">drie en twintig</span>—en die bure +komme op dat gille af en brenge d’r bij. Maar zoodra die weg +benne, en we legge weer same in bed, eisch ik netuurlijk van haar de +verklaring bij de almachtige God—waar ondergeteekende as +atheïst zijnde voor z’n eige tòch <span class= +"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>niet an +glooft—maar dat zij mijn eeuwig trouw blijft. +„Jawel”—zeit ze—„daar zal nooit geen haan +na kraaie.”</p> +<p>„Dus toe’ die morge anbrak ging ik door een valsche naam +gedekt weer uit met mijn handel, waar ’t bordje op hong: +„doof en stom”. Ja, netuurlijk, a’k ’n rol +begin, doen ’k ’m goed, en ’k had weke dat ’t +mijn vijftig gulde opbrocht ... Maar waar niet en is verliest de keizer +z’n baard. Mot je hoore:</p> +<p>„Die vrouw van mijn had met ’r geheim geen rust noch +duur. Daarom kleedt ze d’r eige die eigenste morge nog erg netjes +an, gaat huilende na de commissaris toe en spreekt: +„Weledelgestrenge heer, wa’ ben ’k vannacht toch +geschrokke, want mijn man, die doofstom is, kan prate!”</p> +<p>„Heb jij ’n boterbriefie?” vraagt hij.</p> +<p>„Nee”—zeit me vrouw—„dat brengt ons +mensche nooit geen geluk an.”</p> +<p>„Goed”—zeit die commissaris—„omdat jij +dan zoo’n beeldschoone vrouw bent za’k vanavond een +rechercheur in dat nachtlogies sture, om die zaak te +bespieë.” Want hij dacht: wellicht is die vrouw niet als te +wel bij haar hoofd, en dan ben d’r geen getuige ...</p> +<p>„Dus: zoo gezeid zoo gedaan. Ik kom ’s avens op logement +werom met me cente, weet van niks en denk: da’s alles vergete en +vergeve. En toe dat afgeloopen was, heb ’k ’r in eer en +deugd weer gezoend. Nou lagge me natuurlijk met de kindere op +zoo’n vijfpersoonskamer, die ik altijd afhuurde, om alleenig te +weze. Want as je daar zoo tussche de slapers in leit, kan ’n +mensch wel ’s hard motte droome, en was ’k verlore ... +Hoewel ondergeteekende daar ook veels te dom voor was, en nooit in +’t publiek sliep zonder knoop in z’n mond, met <span class= +"pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>een +lappie daarop genaaid, da’ je’m niet inslikte. Dus die +volgende morge heb ik weer gepraat, zonder erg, en wist van de prins +geen kwaad. Maar die stille klabak het dat netuurlijk bespeurd, en +jawel, ’n uur later, da’k op de Mauritskade de huize langs +leur, wor ’k van die straat opgenome.—</p> +<p>„Nou schrikt ondergeteekende nooit. Maar zoodra ik +gearresteerd wor, ruik ik lont, en door me sterke zelfbeheersching weet +’k da’lijk me rol.</p> +<p>„Ze brenge me voor die commissaris, en die zeit: „Vrind, +dat ziet er niet rooskleurig voor u uit, want u kunt spreke.”</p> +<p>„Omdat die man geen baard draagt, kan ik an die beweginge van +zijn lippe zien wat hij zegt, want ’k ben ook doof gebore. Zoo +laat ik hem direc deur die mande valle, en schrijf op me leitje: +„doof en stom.”</p> +<p>„Toe is daar bijgehaald een medicijnarts om dat ongeluk te +constateere. Die nam mijn mee na ’t ziekehuis, maar daar wier +eerst nog een andere commissaris geroepe, die wèl een baard had, +dat ik zijn mond niet zou kenne zien. En die snijer zeit: „ik zou +maar spreke, want je eige vrouw is ’t komme verklappe ...” +Daar gaf ’k natuurlijk geen asem op, was ’k te dom voor, en +gaf ’m me leitje, dat ie ’t maar op mos schrijve ... +„Je kunt gaan!”—zeit die dokter. Ik blijf natuurlijk, +want ’k hoor dat niet. Hij zet ’t op dat leitje. As +’k de deur in me hand heb, om de trap af te gaan, roept ie me +werom ... Ik hoor niks, ga stiekem deur. Maar op de trap schiet die man +een revolver af achter mijn; ik keerde m’n eige geen oogenblik +om, gaan kalm na huis ... Ja, mot je lef voor hebbe! Maar dat was +allegaar nog kindere-spel.</p> +<p>„Op logement dee ’k net of ’k wist van niks. Zij +ontving me vrindelijk. Ik gaf me geld over. Toe kon ze zich niet +<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name= +"pb49">49</a>]</span>houwe, en vroeg of me niks overkomme was, maar ik +zeg: nee.</p> +<p>„Jawel hoor, de andere dag word ik door de politie voor dat +geneeskundige onderzoek na ’t ziekehuis gebracht. En zeve +deskundige profesters met dokters èn artse wachte mijn daar +op.</p> +<p>„Eerst wor ik spiernakend uitgekleed, en zoo in ’t +dooje-huisje op dat marbel-blad gelege. Dat was de kou-proef. Ik hou me +gedekt.—Toe stak d’r een in me zevende rib met zijn lancet +... ’t dee’ ’n eeuwige pijn, maar ik gaf geen teeke +van spreke.</p> +<p>„Maar de tweede perfester zei: „die man is doofstom, +’t is werkelijk waar, en ik zal ’m niet pijnige.” De +derde zeit: dito; de vierde: dito; de vijfde: dito. Komt die zesde +z’n beurt<span class="corr" id="xd20e894" title= +"Niet in bron">.</span> Die zeit: „ik zal ’m toch nog +’s eerst effe neme.” ’t Was de Judas. Hij laat me me +groote toon van me rechter voet uitsteke, en gaat daar met een naald in +staan pikke. Want zie je, dat is de zenuw die bove op je harses +correspondeert ... Maar ondergeteekende gaf <span class= +"ex">geen</span> teeke van spreke.</p> +<p>„Dus ze hale dat groote document al tevoorschijn, dat alle +zeve de profesters motte onderteekene, toe de zevende uitroept: +„nou zal ik ’m dan toch nog ’s effetjes +kwelle!” Die gelast an ze knecht: „breng me +gereedschapskist ’s”, en daar haalt ie een +geëmailleerde pan uit met kokende lijnolie. „Hou nou je +hoofd achterover”—duwt ie mijn, en me mond spert ie +wagewijd ope. En as ik zoo leg, neemt ie een lepel kokende lijnolie en +houdt die vlak boven mijn mond. „Mot je maar +slikke,”—zeit ie. Maar ik doch’: dat doet ie toch +nooit. En ’n andere profester ving nog net een druppel op, die +anders pardoes in me keel was gevalle ...</p> +<p>„Toe was ’t dus welletjes. „Doet wat je wil met +die <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name= +"pb50">50</a>]</span>man”—zeie ze in ’t Latijnsch +tege mekaar—„maar hij is werkelijk doofstom.” En de +kiste met die marteltuige konne meteen weer na huis.</p> +<p>„Zoo kreeg ik mijn verklaring van zeve profesters geteekend, +dat alle gesprokene over Charles Edouard Castergoni,—zooas ik +toentertijd hiette—leuges ware, en dat patiënt waarlijk was +... sourd <span class="ex">et</span> muet. Bovedien ontving ik van de +deskundige as schadevergoeding de somma van f 65, mèt een +briefie door burgemeester Gevers Deynoot eigehandig onderteekend, dat +ik door heel Nederland vrij mocht vente zonder patent, as zijnde +beproefd doof èn stom.</p> +<p>„Toch zei ik die zelfde nacht nog tege me wijf <span class= +"ex">met me lijfelijke mond</span>: „jou vlieger is niet +opgegaan, hè? Maar as ’k dat gat goed schoon zien, maak ik +jou kapot.”</p> +<p>„Helaas, zoover ben ik tot hede niet kenne komme!”... +’t Was wonderlijk zooals Racier dan, zijn roesje weldra bekoeld, +met een welhaast verlegen meewarigen glimlach mij even onderuit aan kon +kijken, of ik ’t toch niet àl te schrikkelijk had +opgenomen.</p> +<p>„Kom”—zei hij—„’t is nacht. En +as ik nou strakkies weer tussche al die gedalleste scharrelaars leg, +dan kan ’k soms nòg denke: toch feitelijk mooi van de +Natuur, dat ie zoo’n oud varke as ondergeteekende nog weer +’n fijne dag met ’n ami-intime het vergund .... +Tabé, kameraad, jij kruipt maar weer onder de zij’ in +’t dons ... z’n Excellentie de Generaal begeeft zich ... +over ’t lijntje ...”</p> +<p>En tòch klonk bij ’t afscheid z’n schorre lach +nog wel oolijk ondernemend. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href= +"#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e924" class="main">Hoofdstuk VIII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Onze hernieuwde kennismaking in Amsterdam, waar +Racier, „as Atheïst zijnde”, de „Natuur” +dank voor wist, werd maanden later op minder verrassende wijze bij mij +thuis voortgezet. Op een goeden morgen kwam de dienstbode „een +echt ènge man” aandienen, die volhield dat hij een intieme +vriend van meneer zou zijn. Maar, ’t was zonde dat ze ’t +zei,—zóó’n schooier was er nou toch nog nooit +an de deur geweest,... wat een raar volk er tusschenbeide ook om meneer +kwam. Ze had ’m natuurlijk op stoep laten staan en inspres met de +nachtknip gesloten. Hoe ze daar nou mee an moest, met dien griezeligen +kerel, die natuurlijk den boel is op kwam nemen om vandaag of morgen in +te breken?</p> +<p>—Of ie geen naam had genoemd?<span class="corr" id="xd20e930" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p>—Jawel, zooies met ’n Fransche poeha ... maar de vent +keek me zoo om te zegge verleielijk an met die glazige ooge, en +dadelijk zei ie: mejonkvrouw, uw beeldschoone trekke ben as twee +droppels water ’n prinses ... da ’k me doodschaamde voor +Marie van hiernaast ... Ja, nou nog mooier, zoo’n meid mog is +denke da ’k geen duurder verkering kon krijge, dan die +...”</p> +<p>—Racier, hè? Zei ie dat niet?”</p> +<p>—Wel zoowat, maar met veel meer omhaal d’r +bij.”</p> +<p>—Charles Edouard Racier?”</p> +<p>—Ja net ... ’n Echte engert, dat is tie.”</p> +<p>—Verzoek dan mijn vriend le chevalier Charles Edouard Racier +naar mijn kamer te komen, Rika—als je zoo vriendelijk wilt zijn. +Hij is een Fransch edelman, en alleen omdat ie zoo nederig van aard is, +schenkt hij zoo weinig zorg aan z’n toilet ...” +<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name= +"pb52">52</a>]</span></p> +<p>Maar voor het eerst sedert de „goospenning” aarzelde +onze gedienstige, om mijn verzoek ten uitvoer te brengen. „As +meneer nou soms dacht ... want zoowaar as die +tuchthuisboef”—’t was nogmaals zonde dat ze ’t +zei—een edelman was, was zij ... ’n ... ’n +prinses!</p> +<p>—Daar zag Ridder Racier je immers ook voor aan?”</p> +<p>—Nou, meneer mot ’t wete ... maar as ’t huis in +opspraak raakt in de buurt ... enne ... ik weet wel da ’k van nou +af geen nacht zonder ’t werveltje op mijn deur slaapt ... Mag +’k dan eerst de overlooper nog effetjes legge?”</p> +<p>Maar nu werd er weer gescheld. Rika schrok rood, vloog naar +beneden,—zei: ’t was om de riebel te krijgen, en ik hoorde +haar roepen: „as je teminste je beene goed afveegt, want me +portaal en me trappe ben net gedaan.”</p> +<p>—Za ’k dan soms me schoene eerst effe uit doen, mijn +lieve oogelust?”</p> +<p>—’t Is al lang goed, schiet nou maar op met je +smoesies.”</p> +<p>—’k Heb anders ’t grooste respect voor zoo’n +edele vrouwe ... en as ’k nog weer ’s in een beter emplooy +kom, stuur ’k jou een wit zijde baljapon thuis, met ’n +paarle-collier ... meid, hoe zou je bruigom dàn na je kijke? +Nòg ’n trap op?... Die stijve poot van me, daar het +’t groote kappitaal met ze wage overheen gerost en gereje, mot je +wete ... A’k ’n bom ... chocola had, van die fijne met +nougat en crème de vanille ... lus je dat wel? Zoo’n heele +groote ... van Suchard uit Parijs?... Wacht ... nee, schoone +fee,—’k heb me portemenéé ... Hoor je daar +hoe Racier, vóór ’t déjeuner, kan dichte in +e?”...</p> +<p>—Ja? Binnen?”</p> +<p>—Je vous souhaite ... eh ... le bienvenu, excellence! A cause +de la bonne—ange blonde et mignonne tout à <span class= +"pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>fait +digne à la noble famille de votre excellence—je parle ma +langue maternelle ...”</p> +<p>Maar met een ontdaan gezicht had Rika al lang de deur nijdig achter +’m dichtgemept.</p> +<p>—Hoe kom jij zoo hier in Rotterdam verzeild, +Racier?”</p> +<p>—<a id="xd20e973" name="xd20e973"></a>Op me voete, +uedelaardigheid. Van Amsterdam af gelóópe. Gisteravond +uit ’t Muierbosschie vertrokke ... en zoo eve binnegekomme door +de Delfsche Poort ... Mot je zien? Me voete ben één klomp +bloederigheid, maar dat heb ’k best voor ’n ami intime over +... As je me hart doorsnijdt is ’t één +anhankelijkheid ...”</p> +<p>—Ga dan zitten, trek je jas uit, en steek ’n sigaar +op.”</p> +<p>—’t Is edel. Drie-eenheid van menschlievendigheid. Maar +je weet—as atheïst zijnde—mag ’k daar niet an +gloove. En zoo is ’t nou hier ook: Die luie stoel van jou, +da’ bèd, wil ’k voor niks niet in zitte ... krijg +’k zóó al de hoogheidswaanzin van. En me jas hou +’k an; daar he’k nou mijn idee in, dat ’k m’n +eige nie meer ben, as ’k uit die dallesdekker kom kruipe. +Da’s nou mijn mantel van de masère ... daarom maak +’k ook die gate nooit dicht ... Want zooas ’t spreekwoord +zeit, dat je geen koning mot zien in z’n caleçon, zoo mot +je ook ’n boef as ik ben, niet uit z’n dallesdekkertje +pelle ...”</p> +<p>—Accoord. Blijf dus stáán met die +roovers-uniform aan ...”</p> +<p>—We begrijpe mekaar ... En as je dat fijne segaartje nou heb +uitgerookt—da’k eerst méé profiteer van die +lucht—geef mijn dan ’t peukie om te pruime. Want ’t +is zonde voor ... de Natuur, dat er van zu’k edel kruid een +kruimpie verlore mocht gaan. Maar róóke, dat doen ik +nooit. As ’k daar an wen, komt ’t mijn te duur <span class= +"corr" id="xd20e984" title="Bron: ..">...</span> Alleenig, zie je, bij +die schilder ... Weet jij nou met jou verstand, waarom ik daar altijd +zoo vroeg op dat atelier kwam? Nee, <span class="pagenum">[<a id="pb54" +href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>hè, want je kan me nog +niet, hoe ’n doortrapte misdadiger as ik in me hart en me niere +toch ben, hè? Die man had op dat ouwe kassie—antiek, hoor, +Louis Quinze, mot je wéte—zoo’n oud-blauwe pot, +zoo’n pul, met tabak. Dat was ’t fijnste ... fijner nog dan +habana ... da’ was, za’k sterve op slag, je puur-zuiverste +varinas, van ... ja, de Natuur weet ... meschien wel ’n +riksdaalder ’t pond, man. Nou mot je wete, dat er +één ding op de wereld is, waar de ondergeteekende wel +’n moord voor kan doen, en da’s juist branderige varinas, +want as je die rookt, gaan je immédiatement +fanteseere.—Snap je ’m al?... Maar je weet nog niet +alles.—Hè jij in die dage nou ’s nooit wat +vermist?”</p> +<p>—Ik?... Nee, tenminste niet dat ik weet ...”</p> +<p>—Zoo <i>is</i> die rijkdom;—mist niet eens de fijnste +spulle van z’n overdaad ... Nou, dan wil ik je wel zegge, dat +’t <i>mijn</i> meer waard is dan ’t hemelrijk hiernamaals +... ’k Za’ ’t jou late zien. Wacht ...”</p> +<p>Onder z’n sleepjas uit groef ie toen ’n houten pijpje, +hield ’t stijf vast in bei z’n handen, en liet daar eerst +behoedzaam ’t donkerbruine kopje uitkijken.</p> +<p>—Herken je ’m nou?”</p> +<p>—Jawel, da’s een ouwe pijp van mij ...”</p> +<p>—En vin je ’t nou niet diep treurig dat ’n mensch +zoo van de eene misdaad in de andere vervalt?... Dit pijpie, door een +kunstenaar uit ’t alderfijnste hout bewerkt ... objet +d’art, waar jij natuurlijk intiem an gehecht was ... dat heb ik +van jou, me speciaalste vrind ... gegàpt, alleenig om er uit te +kenne rooke die gestole tabak!—Nou, trap je mijn nou dan je huis +niet uit? En zeg je niet: Racier, je ben mijn te slecht?... Zou me +meevalle.</p> +<p>„Maar ’k weet ’t, je hèt een edel gemoed en +daarom vraag ik je, hoe dat pijpie mijn staat? A’k ’t +zóó vasthou, <span class="pagenum">[<a id="pb55" href= +"#pb55" name="pb55">55</a>]</span>as ’n bloem bij z’n +steel, teer en lieftallig; kijk ... en dan zoetjes zuige, zoo, langzaam +... Langzaam die rook langs dat verhemelte late glije ... Want zie je, +je mot ’n misdaad in z’n intiemste begrijpe; wat dat +<i>is</i>: voor ’n ... ’n zwerver ... ’n boef, +hè ... die toch óók z’n edelste gevoelens +wil koestere, as mensch.</p> +<p>„Da’ pijpie, dat het me nou twee jare lang dag en nacht +trouw gezelschap gehouwe ... behalve in me cel, want ’k had +’t in me caleçon verborge, maar ze hebben ’t me +afgepakt, die ganneve ... Zóó intiem ben ’k daar in +me schik mee, omdat ’t precies mijn idee is, of je ’t +gedroomd had ... En ’k sterf nog liever, dan da’k wat +verkoop of verlies, wa ’k van ’n ami intime as gedachtenis +heb ...</p> +<p>„Maar je weet nog niet alles!... As je ’t niet houdt, +mag je ’t nog effetjes hebbe ... Kijk nou ’s goed: op dat +zilvere bandje om de steel, daar heb ’k op logement jou naam in +late graveere ... Is dat voor ’n boef soms niet edel bedacht?... +En zooas je me nou ziet, zie je me over vijf en twintig jaar nòg +...”</p> +<p>—Je bent ’n rare kerel, Racier. Maar wat kom je nou +eigenlijk doen?”</p> +<p>—Och, ’n ouwe bajesvrind van mijn was met de nachtboot +uit Rotterdam gekomme om werk te zoeke en dat het ie gevonde an +’t witloodfabriek. Nou, toe vroeg ie an mijn, of ’k soms +dat retourtje van Amsterdam werom kon gebruike ...”</p> +<p>—En je was kome lóópen?”</p> +<p>—Of dacht je soms da’k dàt nog niet over had voor +zoo’n hartsvrind as jij ben?—Nou, maar dan kàn je me +niet ... Snij me hart gerust ope, ’t is één klomp +dankbaarheid, man!”</p> +<p>—Jawel, dus uit pure vriendschap ben jij, mèt je +kaartje op zak, naast de nachtboot mee komen kuieren ...” +<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name= +"pb56">56</a>]</span></p> +<p>—Och, man, ’k ben immers al ’s heel van Marseille +af komme loope ... Maar dàn zie je wat! As je bij de Hollansche +consuls angaat, krijg je effe 7–1/2 ct. per uur voor de trein, +’n logementbriefie, ’n briefie voor de bakkers, en ’n +briefie voor wijn. Benne ze èrg menschlievend, dan geve ze je +zelfs nog ’n pokkebriefie! Maar die cente die hou je, en om je +eige ’s lekker te sarre loop je dan met jou bloederige voete die +rijkste kasteele voorbij, tot de luize op je kop beginne te danse van +afgunst en chegrijn ...</p> +<p><a id="xd20e1033" name="xd20e1033"></a>„Maar ’k wou je +wat vrage: Of je van dat leve van mijn geen toneelstuk voor de kemedie +kon make?... Dan schrijf ik daar zèlfs ’t slotstuk wel an, +van hoe ’k met mijn vernederde positie zàt in jou +gemeubileerde kamer. Want dat <i>geheim</i>, dat weet jij nog niet, en +dat vertel ’k je ... nooit, zoo oud as ’k wor ... Of mot +’k dan soms bij je weg gaan?” <span class="pagenum">[<a id= +"pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1040" class="main">Hoofdstuk IX.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Of ’t nu was in de hoop op een tooneelstuk van +zijn levensavonturen, wellicht ook door de bevredigende kwaliteit van +de varinas, die ’k voor ’m had laten halen, dan wel dat +’t fantaseerende vertellen hem een passie was geworden—hoe +’t zij, Racier vereerde mij na die zonderlinge introductie met +een reeks bezoeken. En zooals de wijs van een draaiorgel, waar +willekeurig de slinger afgenomen is, soms midden in een Satz redeloos +inzet zoodra de orgelman maar weer aan ’t draaien slaat, zoo kon +ook hij vaak een paar dagen na z’n laatste visite mijn kamer +binnenstappen, afgetrokken groeten, neerzitten, en aanstonds de episode +voortzetten, waarin hij den vorigen keer onverwachts gestoord was. +Want—verklaarde hij vaak—hij leefde er nu weer +zóó in, in die „gespeelde rollen,” zooals hij +zijn leven zag, dat ze ’m dag en nacht bezig hielden en van jaren +en jaren terug werd ’t hem weer alles even klaar. Je alles +haarfijn te herinneren leerde je trouwens ’t best door dikwijls +met „rechters van exstructie” om te gaan; dat waren gladde +knapen, en je had er, die de grootste boeven stònden in +geslepenheid.</p> +<p>Maar affijn. We waren toen tertijd dan gebleven, dat die +zéven prefesters in ’t Haagsche ziekenhuis hem, na de +kwellingen, as ’t ware hadden gediplemeerd in de +doofstommigheid—ja, ’t <span class="ex">is</span> wat, die +hooge wetenschap!—en dat de edelachtbare burgervader van de +koninklijke Residentie—dit zeggende salueerde hij aan z’n +pet—hem een vrijpas had gegeven om heel Holland af te stroopen +van cente of wat de mensche méér wouwen geven.</p> +<p>„Nou is doofstomme koopman een rol waar iedereen <span class= +"pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>de duvel +an gezien het, omdat je netuurlijk met je gezondheid spot ... +waarachtig, ze hebbe d’r allegaar ’n hekel an ... en vooral +toe we van De Haag na Alkmaar reze voor de kermis, want daar hadde de +pokke ook geheerscht, mot je wete. We ware al gewaarschouwd in de +trein, en toe vroeg ’k an me vrouw wat die mensche zeje, omdat +’t allegaar manne met baarde ware. Maar goed, wij namme ’n +besluit en ginge!</p> +<p>„In Alkmaar—dat zal je ook wel wete—mag je niet +met negocie loope, as je geen permissie heb van de commissaris. En een +jaar geleje nog had de politie een man, die diezelfde functie +uitoefende as ik dee, leere prate, door ’m in de dwangboeie te +kluistere. Toe ze ’m die andraaide riep ie: „O lieve God, +ou!” en viel door de mande. Goed, dus die logementsvrouw zei al: +nou, hèm zelle ze ook vast wel ’n spraaklessie geve, want +dat is zeker geen zuivere koffie.—Ik keek me vrouw eris an, die +zoo’n beetje kleurde, maar ik ging weer dwars deur dat vuur +heen!</p> +<p>„As je in Alkmaar bekend ben, dan weet je, dat je daar naast +’t logement zoo’n touwslagerij had, en die man was doofstom +gebore. Die vent gaan ik eens een bezoek brenge op de +vingers—óók gochem van mijn—om te vragen of +ie me ’t pelisiebereau wou wijze. En al pratende met onze hande, +loope we same langs de straat, zoodat die commissaris natuurlijk docht, +’t zal wel in orde weze. ’k Liet ’m vanzelfs ook +’t bewijs leze van de zeve perfesters, waarop hij over z’n +portemenee ging en mijn f 2.50 ter hand stelde met ’n bewijsie, +da’k vrij loope moch gedurende de kerremis, en in de +poffertjeskrame en overal toegelate mos worre! Ja, dat grappie het me +nog f 322 opgeleverd, want ik ventte met van die voordrachte van +Tollens en Laurillard: ’t Kerkp’rtaal, de <span class= +"pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name= +"pb59">59</a>]</span>Echtscheiding, De Onnibus, en zoo, allemaal +overgedrukt in Haarlem ... Veel beteekene dee dat niet, maar affijn, +’t volk houdt nou eenmaal van die flausies. En domenee Laurillard +is nog een hooge bij de „Zedelijke verbetering van +gevangene”, dus die wou ’k wel begunstige ook, want je kon +nooit ’s wete ... Eén keer al, in groot Mokum, da ’k +pas ontslage was en om werk of ’n paar cente voor de negotie kwam +vrage, toe had die diender des geloofs mij alleres begiftigd met +’n ouwe hooge zije! Zukke weldoenders wil je dus in eere houwe, +niewaar ... en op d’r beurt ’n voordeeltje gunne ...</p> +<p>„Maar as doofstomme zijnde, mot je denke an alles. Soms gooide +die mensche wel ’s geld uit de rame, en as ’k dat dan zag, +raapte ik ’t wel op; maar viel ’t achter me rug, dan liet +ik ’t legge ... Je ben ommers doof óók, moch’ +je nooit vergete. Dikwijls genog, da ’k in die herberge kwam, en +dat ze mijn riepe: hier, pst, heb je een kwartje.—Da’s +hard, hoor, om je eige dan niet ommers te keere ... Maar toch ginge de +zakies gesmeerd. Toe’ ze me pakte, had ik in die vier jare tijd +nog effe f 3900 overgehouwe ... Affijn, da’s voorbij, en voor +’t vervolg verkeke óók ... Mot je hoore:</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1062" title= +"Niet in bron">”</span>In Haarlem lagge we in de Schoolsteeg op +logement: de Rookende Kluit ... ook zoo’n dievezooi! Beja, je kan +overal geen gestoffeerde kamer betrekke ... en we betaalde er toch nog +acht stuivers de nacht voor man, vrouw en vier kindere. Die ware toen +één, twee, drie en vier jare oud, en ’t ware de +appele van me ooge, want of je die kindere nou ziet of da’ je +mijn ziet, is één en ’t zelfde gezicht.</p> +<p>„Toe krijgt me vrouw daar op een kwaje nacht, dat ze te veel +water met azijn het gedronke, een krampkeliek, en dat mensch gaat +zóó allemachies te keer, dat niemand <span class= +"pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>op +logement kon slape. Ik staan dus op, klee me eige an, en gaan de straat +op om een dokter te hale ...</p> +<p>„Maar ’k kon nie prate!?... ja,’t is me wat! En +dat om twee ure in die nacht!</p> +<p>„Goed, ’k lees overal die bordjes, en eindelijk vind ik +op de Gedempte Gracht een huis met een spreekbuis, waar ’k anbel, +want daar woonde een medicijnarts. „Wie is +daar?”—vrage ze door die buis. Maar ik kan ommers niet +hoore of prate. Door dat anhoudende gebel gaat er bove een raam ope, en +roept een man: „Vrind, wat mot u?” Maar ik kijk niet na +bove. „Nou mot ik wete wat dat is”—zeit de +dokter—„want die man ken wel doof weze.” Hij komt +ongekleed beneje, zet die deur vierkant voor mijn ope, en om rede +’t licht brandde, schreef ik me boo’schap op ’t +leitje. Daar wier die medicijn-arts netuurlijk zóó +bedroefd van, dat ie tege ze vrouwtje zeit: „Mina, ’t is al +goed; hij is niet alleen doof, maar hij is d’r stom bij .... En +immédiatement gaan ’k séance tenante met ’m +mee.</p> +<p>„Ja, zoo’n rol mot je in al z’n zwaarte en +z’n talente verstáán ... Maar tusschebeie +spràk ik toch wel ... op die buitewege, as de zon zoo mooi +scheen, dat elk vogeltje ging zinge zooas tie gebekt is; ja, dan kon +ondergeteekende ’t ook niet langer verdouwe, en hield ik lange +voordrachte in ma langue maternelle, want: vive la France, hoor! Poeh +... nou ...</p> +<p>„Om kort te gaan, die dokter zeit tege mijn: man, man, ik +benij jou zoo’n beeld-schoone, piep-jonge vrouw, en ’t zou +wel zonde weze as daar mankemente an kwamme ... Dus, moedertje, +’k zal jou ies voorschrijve, maar as dat soms niet helpt, mot je +subitement na ’t gasthuis.—Ik breng op een draffie dat +recep’ na die aptheker in de Jansstraat, en daar ik zoo +ongelukkig was, heeft ’t <span class="pagenum">[<a id="pb61" +href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>medicijn mijn geen cent gekost +... Alweer ’n bewijs, dus, dat je as schurk zijnde wel goed +geholpe wordt, maar as geen fasoendelijk mensch ... ja, die wereld is +wat!</p> +<p>„Toch holp ’t niet, en die andere ochtend wier mijn +Carlientje na ’t ziekehuis overgebracht, en bleef ik met die vier +schape van kindere alleenig over op logement.</p> +<p>„Maar ’k mos ze achterlate. Anders had ’k ommers +geen brood voor d’r lui, en in dat ziekehuis vroege ze ook drie +kwartjes per dag en acht dage vooruit ... Dus ik trok er met me +doofstommigheid op uit na Amsterdam ...</p> +<p>„En toe is ’t gebeurd ... waardoor de ondergeteekende +voor z’n levesdage in’t ongeluk is gestort, want om kort te +gaan schrijft mijn vrouw toe’ an haar minnaar, die ze had buite +mijn wete om: Charles is weg, en ik leg in ’t ziekehuis; kom mijn +hale.—Dat was d’r tegenwoordige man; en die kwam uit de +Haag, waar ie woonde. Nou, angezien die zuster van ’t gasthuis +wel wist dat zij een man had, maar mijn nog nooit bij lijve gezien had, +liet ze hem toe, en dacht dat die Judas de ware echtgenoot was van +Carlina Fernanca!</p> +<p>„Mot je doorgronde zoo’n <span class="ex">dramma</span>. +En wacht nou effe, da’k eerst me gevoelens vermeestert +...”</p> +<p>Racier kwam nu langzaam overeind in z’n lompen-plunje, en ging +bij ’t raam staan; veegde tersluiks met den rug van z’n +hand de tranen weg.</p> +<p>„Groen is goed voor verdriet”—zei ie +schor—„daarom kijk ’k nou maar effe na buiten op dat +land ... Krijg ’k weer lucht van, in mijn volle gemoed +...”</p> +<p>Dan, na een poosje, kwam ie traag in zijn stoel terug; en z’n +rooien zakdoek uithalend, verklaarde hij: „die hou ’k maar +zoolang in me hand, voor as de droefenis me soms weer overmant ... want +wat er nou komt, zal je <span class="pagenum">[<a id="pb62" href= +"#pb62" name="pb62">62</a>]</span>met geen droge ooge an kenne hoore +... Dat die beeldschoone vrouw mijn met die sla’baas verleidt ... +<i>ruik</i> ik ... héél in Amsterdam ... Ja, want +’k wist van niks, hè? En toch wier ’k na Haarlem +heengetrokke as door zeve paarde! Dus ik gaan, stort me hart eerst bij +me kindere uit .. nou, die hadde ’t daar kollesaal!... Toe nam ik +me kwartje in me hand, wat dat ziekebezoek kostte voor ’t +onderhoud van dat gebouw—zoo arm as ’t was ... en daar laat +die eerwaardige zuster uit d’r mond valle: „Eh, oudt die +juffrouw Fernanca d’r dan twéé manne op na?” +waarop ik van de schrik me leitje laat valle en riep: „O God, nou +ben ’k reddeloos verlore!” Want ik voelde asdat ’t +die weduwnaar was, die me toen destijds me vrouw het ontroofd.</p> +<p>„Nou, toe was ’k verraje ook. Ik had gesproke met me +lijfelijke stem bij mensche die de rechtvaardigheid handhave ... +„Echtgenoote, die wij nie kenne, magge niet bij d’r vrouwe +worde gelate”—zeit die juffrouw. En dalijk wier de pelisie +gehaald, waarop ik vervoerd wier—in volle schande en onteering: +te voet—na de Tuchthuisstraat.</p> +<p>„De kogel was deur de kerk, en ’t kon me nie’ meer +schele ook, want zoo’n leve zonder haar, al verdiende ik ook +duzend gulde per dag, was voor ondergeteekende <span class= +"ex">geen</span> leve!”</p> +<p>Toen drukte Racier z’n mageren kop harstochtelijk in den +rooden doek, en z’n verschooierde lijf schokte van ’t +snikken. <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name= +"pb63">63</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch10" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1114" class="main">Hoofdstuk X.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Maar Racier, kunnen ze ’n mensch +óók al oppakken,”—vroeg ik—„omdat +je onnoozelweg gezegd hebt: „o God, nou ben ’k reddeloos +verlore?”</p> +<p>„Welnetuurlijk wel, man, weges spreke met je lijfelijke stem +as doofstomme zijnde, netuurlijk!... Maar jij ben me met je vrage +aldoor vóór ... Affijn, da’s wel goed ook, want dan +krijg ’k meer lucht in me overlaje gemoed. Zie je wel an me, hoe +’k d’r nog altijd kappot onder ben?... ’t Is me knak +gewees ... As je eige beeldschoone vrouw je verleidt, wor je daar +onmenschelijk tegenin, en heb je de eerekroon van je hoofd verlore ... +Nou, dan ben je zóó al klaar voor misdaad en zonde, en +staat de lik wijgewaad ope voor jou ...</p> +<p>„Zoe koest as ’n làm ben ’k d’r dan +ook ingedraaid. ’t Onderzoek na die zaak duurde dertien dage, van +’s morges tiene tot ’s middags viere, dat die rechter van +extructie mijn in z’n lemoenknijper hieuw ... Wat ’n kunst, +met al die geleerdigheid en ’n zwerm cipiers as gerechtigheid +staande tege één gesjochte, verraje man. Want ik sprak +ommers gewoon en heb direc’ alles bekend ... Kon ’t mijn +verders verlaaitafele—’n atheïst vloekt +nooit!—ja, wat ze deje met mijn, toe ’k tòch beroofd +was van me Carlientje.</p> +<p>„Zeit die commissaris van pelisie da’lijk al op ’t +bereau: Hoe hè je d’r toe kenne komme, want je heb God na +de ooge gespot?”—<span class="corr" id="xd20e1124" title= +"Niet in bron">”</span>De Natuur, bedoel je,” verbeter ik +’m subiet, as atheïst zijnde; „en wie sta, ziet toe +dat ie niet en valt ... Maar die vrouw het ’t van de eerste nacht +af gewete, dat haar doofstomme man alevel kos spreke!” Dat loog +’k netuurlijk. Maar ’k denk: as jij mijn verraait, +néém ik jou ook effe tuk, overspelige Magdalena +...” <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name= +"pb64">64</a>]</span></p> +<p>—Carlien, wil je zeggen.”</p> +<p>„Nee, da’s juist ’n woordspeling van mijn ... mot +je net zóó in dat tooneelstuk van je plaasse.—Nou, +en ’k wier dan voor de rechtbank veroordeeld weges ...”</p> +<p>—Oplichterij!”</p> +<p>„Praat jij d’r toch niet aldeur tusschenin, man, want je +het er ommers ’t minste verstajem nie van! Nee, juist +<span class="ex">niet</span> weges oplichterij ... Dat sting er met +onderstreepte woorde in, in dat vonnis: „Heelegaar om +géén oplichterij, maar om ’t artikel ... drie +honderd ... ènne ... twaal ... van bedele met geveinsdheid, waar +òp slaat: zes maande bajes en ’n jaar na de schans +...”</p> +<p>—Ga maar vast zitten!”</p> +<p>„Nee, ga maar <span class="ex">niet</span> zitte ... Je +begrijpt ’r gloof ’k geen lor van!... Daarvoor kon ’k +ommers de menister van justicie vééls te +<i>spé</i>ciaal ... Da’ was óók ’n +Franschman in die dage ... nou, en daar ha ’k netuurlijk in +Parijs naast gezete op school ... in dezèlde bank!... Dat wou ie +zoo graag, zie je?—want die jonge was schrikkelijk hardleers ... +’n merakel zoo’n imbéciel knaapie as dàt was +... Zie je, en daarom kroop ie naast <i>mijn</i>, dat ik met mijn +verstand hem alles voor kon zegge, netuurlijk ... Nou, dus da’ +begrijp je, wil zoo’n man ommers nooit wete, dat ie door mijn +voorspraak op de troon van de hoogste gerechtigheid is +geklomme.—’k Had ’m in me macht. ’k Heb er wel +’s meer een in de Asmodee ontmaskerd ... Tjonge ja, hoor ... zou +<i>hij</i> niet wete, as je de baas ben van al de speurders en +pelitie-honde in ’t land ... Dus vanzelfs schrijft ’k +’n briefie an hem.—Dirk hiet ie ... „A mon ami intime +Dirk”,—da’ wil zegge: „Didé ... +rique”,—zette ik d’r bove. ’k Denk, da’ +trekt nog, onz’ beider moerstaal, notre langue maternelle ... +Vive la france! Poeh nou ... <span class="pagenum">[<a id="pb65" href= +"#pb65" name="pb65">65</a>]</span></p> +<p>„Toch het ie me nog effe late darre, om as menister z’n +lef op mijn te koele, netuurlijk. Want op school had ik hèm vaak +gedeukt, hè,—’t was ’n <span class= +"ex">akelig</span> ventje, entre nous soit dit—nou, en nou had ie +mijn in <span class="ex">zijn</span> macht, en toe knauwde hij mijn ... +Had gelijk; was z’n recht.</p> +<p>„Maar na zes en twintig dage sting ondergeteekende dan toch +alweer op z’n vrije voete ... Want ’k had netuurlijk +nederig gevraagd an z’n eksjellentie, of ’k, as eenigste +koswinner <i>mijner</i> moeder, voor die edelvrouwe weer ’t werk +op mocht vatte ... Vlieg jij daar in, eksjellentie—docht ik bij +m’n eige—dan snor ik die vrouw van mijn temet wel op, om +d’r effe voor d’r kop te blaze, zonder dat zij een +benane-gil ken geve .... Ja, want da’ kon ’k nie’ +verknoerste, hè, dat die meid nou in de wereldsche welluste zat, +en dat ik an ’t celibaat was overgelate ... Helaas, van dat idee +is niks magge komme, want ’k heb ’r niet weer ontmoet voor +na een jaar en twáálf dage. Toe was zij voor ’t +altaar gehuufd, en ik was me rechte kwijt, want as je tege ’n +kerkelijk getrouwd vrouwmensch wat uithaalt, krijg je netuurlijk alle +jare van de wereld.</p> +<p>„Maar op Europeesch grondgebied was dat toch me eerste logeere +geweest voor rijkskoste ... Tegeswoordig ben ik bij de Staat as kind an +huis .... Schande genog ... Want as ’k er niet in zit, ben +’k toch zoo goed as op weg ...</p> +<p>„Toetertijd greep me dat nog schrikkelijk an. Ja, wat ’n +affront, hè, zoo’n eerste keer in die lik? ’k +Schaamde m’n eige zóó, da’ ’k voor +’t tribunaal een naam opgaf, die ’k nog nooit had gedrage: +Ferdinant Rascrosi! En ze vrage je je heele kattebak, dus ’k +denk: zeg ’k dat ondergeteekende van ’t atheïstegloof +is, dan ben de <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name= +"pb66">66</a>]</span>edelachtbare heere netuurlijk niet in d’r +schik. Daarom had ’k me toen voor Roomsch-Katholiek +uitgegeve.</p> +<p>„Maar da’ was ’k in me cel netuurlijk al lang weer +vergete, want van dat prakkeseere was me gedachte heelegaar weg ... en +toe komt me daar in eens ’n pastoor in me kooi, om te vrage of +’k me Pasche wel zou houwe ... Da’ wier ik kwaad, en zooas +’k later strijk en zet met de domenees dee’, gaf ’k +Zijn Eerwaarde ’n tik met dat driepikkertje waar je op +zit,—dat die goeie man nog dacht: nummer 483 z’n hoofd is +een wepsenest.</p> +<p>„Toen ie terug kwam, zei hij: ik vergeef ’t u, +Rascrosi.”</p> +<p>„’k Zeg: ik uwe ook, weleerwaarde.” Want ik, as +Racier zijnde, dacht: die geestelijke het zich bepaald ’n deurtje +vergist ... Ja, die valsche naam—pseudeniem!—was me ommers +gladweg ontschote .... Maar toe hebbe me same as verstandige mensche +ordentelijk gepraat, en hij heeft mijn niet voor de roomsche relizie, +en ik hèm niet voor ’t atheïsme bekeerd. Zooas dat +dan gaat ... Toch goeie vrinde gebleve ... As je mekaar maar verstaat +...</p> +<p>„Trouwes, erte-zoeke is nou óók zooveel niet +gedaan in ’t eerst. Want as doofstomme leurder, kon ’k daar +netuurlijk niet als te best mee overweg. In die zeve weke +...”</p> +<p>—Zes en twintig dagen, bedoel je.”</p> +<p>„O, sla jij de plank weer net effe mis, man?.... Da’ was +<span class="ex">toe</span> niet; da’ was netuurlijk ’n +<span class="ex">andere</span> keer. Kan ik al dat zitte uit mekandere +houwe? Maar zooa’k zeg, in zéve weke schifte ik ’n +rond mud, en daar won ik mee <span class="corr" id="xd20e1194" title= +"Bron: ..">...</span> de som van 45 cente. Goed betaald! ... Toch tel +’k net zoo lief bankpapier, as misdadiger zijnde ... dat ’r +nog ’s een an me duimlid blijft kleve ... Ja, zoo ben +’k—En <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" +name="pb67">67</a>]</span>’k wou ’k die cente ’s bij +mekandere zag, die ik nadien al ’s heb geflescht van me leve.</p> +<p>„Maar as jij dat nou allegaar van ’t verraad en dat +zitte in ons tooneelstuk zet, denk er dan om dat er avecate op de banke +bij kanne weze, die daar ook d’r weetje over hebbe. En daar maak +je dan een pauze voor, tussche die actes in. Dat de heere in de fumoir +’n habana kenne rooke, en de edelvrouwe-met-gekapte-hoofde +’n glas pons of wat ze dan luste ... ijs de vanille gaat ook.</p> +<p>„Zie je, want ’k heb ook me straf eerst later uit motte +zitte. Zoolang ’n vrouw in ’t ziekehuis leit, is die man +ommers ontoerekenbaar, en wordt niet gestraft as zijnde ’t hoofd +van dat gezin.—Of ben jij nou heelemaal zoo’n kind in die +wette?—Wat de man doet, kanne de vrouw en de kindere toch niet +helpe?... Maar toe ik gevonnist wier, was zij temet haast gehuufd ... +Mijn lot was beslist ... Want ’k mog ’r toch ook zoo +gráág, man ... ’k Heb er zoo ziels veel van +gehouwe! Gloof mijn: ’k zag ze nog liever dan de appele van me +ooge ...</p> +<p>„En dan in de Schans tussche allegaar kerels te +zitte!...”</p> +<p>—Ben je dan tòch naar Veenhuizen +opgezonden?”—vroeg ik naief, nog telkens met mijn nuchter +verstand geschokt op de hooge golven zijner fantasieën. Maar dan +keek hij mij even diep-medelijdend aan, omdat ik de breede vlucht van +zijn stoute verbeelding niet kon volgen. En geprikkeld door de +stoornis, snauwde hij:</p> +<p>„Let dat jou soms wat, wannéér of ik nou precies +in die Krentetuin heb gezete?... A’k klaar ben, zal me d’r +is een telsom bij make, maar dan kon ’t wel beure, da’k er +nòg een possie of wat van vergeet ... Nou heb je me heelemaal +weer uit me verbande gerukt ... En as jij d’r aldeur je neus +tussche steekt, kan er nooit ’n tooneelstuk van komme ... Mot je +dan zelfs ook maar wete ...” <span class="pagenum">[<a id="pb68" +href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span></p> +<p>—Neem me niet kwalijk, Generaal.—Je zat in Veenhuizen +...?”</p> +<p>„Dat lieg je: in de Ommerschans ...”</p> +<p>—Dat wou ik zeggen ...”</p> +<p>„Wou je zegge in de Ommerschans?... Nou, dan was je de zaak +net ... zestien jare vooruit. Want eerst zestien jaar nà +Veenhuize ben ’k na de Schans toe gebrocht.—Mijn blijft +’t anders lood om oud ijzer. ’k Ken ’n +kerel—ami intime—as die z’n cente op benne, gaat ie +er immédiatement weer na toe. Want die zit liever op de +pepereilande van Java, dan in de cel. Nou zit er 7000 man ... As +d’r drank binne kon, dan zat er de halve wereld! Maar je ken er +niks inkrijge as pekelharing en bokking: dat smokkele ze binne tussche +die dubbelde bojems van de beertonne. En ’t wordt à prix +fixe verkocht, as de majoor d’r niet is op de zaal ...</p> +<p>„Maar <i>ik</i> mot er niet weze. ’k Zit liever +eenzaam.—’k Hoop dat de Natuur mijn d’r voor mag +beware ... Maar a’k d’r weer inkom, dan zal de wereld over +mijn spreke!... Daarom ben ’k nou al bezig om wat cente te krijge +zoogezeid voor ’n wage met handel ... Mot je begrijpe!... Zoodra +’k de moos eenmaal had, kocht ik d’r subiet dinamiet voor +... Ja, want a’k die autemebiele van ’t groote kapitaal zoo +zien rije en rosse ... Hèèè!” Toen wreef hij +zich schrikkelijk z’n magere handen. <span class= +"pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch11" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1226" class="main">Hoofdstuk XI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„’k Heb nog wat vergeten!”—zoo +viel Racier den volgenden ochtend met de deur in huis.—Dat wil +zeggen ... bij manier van spreken. Want z’n entrée de +chambre was meest onheilspellend luideloos. Hij waarde binnen.</p> +<p>Wanneer je dan argeloos van je werk opkeek, zag je plots dien langen +kerel als een geest in ’t slepend hulsel van z’n +dallesdekker, en je welgedane burgerziel verschoot van dat dreigend +spook der menschelijke ellende. Zoo prachtig gestyleerd kon die +schooier coquetteeren met z’n armzaligheid.</p> +<p>Trouwens, ’k geloof, dat hij er z’n professioneele eer +in stelde, in dat verraderlijke binnensluipen. Want als ie dan in +m’n ontstelde gezicht keek, lachte hij zoo witjes zelfgenoegzaam, +en ’n tikje triomfantelijk zei ie: „Ja, waarde gastheer, me +voici: Charles Edouard Racier lui même!” Daar strekte hij, +als ’n goochelaar, z’n beide groezelbleeke handen +ruggelings uit, zoo of ie vragen wilde: hoe stiekem heb ’k +’m dat nou weer gelapt, hè?—Later dacht ik ook wel, +of dit manuaal bewijzen moest, dat ie toch heusch niets achter mij had +weggegapt.</p> +<p>Maar op dien morgen, waar ik nu van spreek, wachtte hij niet naar +gewoonte zwijgend tot ’k toevallig om zou kijken ... want hij was +te vol gedacht. Had er ’s nachts op logement, waar die Belg naast +’m zat te valsche-munten, niet van kunnen slapen, zooals de +verbeeldingen in schrijnend licht door z’n moeën kop heen +zwaaiden.</p> +<p>„’k Heb nog wat vergeten! De edele daad van trouwe +moederliefde. Hoe die nobele vrouwe, in de zwarte <span class= +"pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name= +"pb70">70</a>]</span>weduwrouw, met zilverwitte krulle langs d’r +slape ... en ’n zware gouwe lorgnet op, as ’n markiezin, te +voet viel voor haar zoon, waarbij zij uitriep—schrijf dat effe +op, man, dat je ’t <span class="ex">niet</span> vergeet—en +snikkend uitriep: „Charles, Edouard! mijn kind, hoe diep gij ook +gezonke zijt, ik min u nòchtans, kom aan mijn bloedend hart ... +<span lang="fr">mon coeur saignant, et embrassez-moi .... +immédiatement!</span>”</p> +<p>„Waar wàs dat?”—vroeg ’k +verbaasd.</p> +<p>„Wel, netuurlijk in die Krentetuin”—verviel hij +uit den rederijkerstoon plots in z’n vertrouwelijk +patois.—„Da’ was <i>mijn</i> moeder, die me effe +’n bankbiljet van <i>duzend</i> gulde brocht, man. Oók +’n kaantje ... In envelop, gecacheteerd, met ’t familiewape +... kroon d’r bove, piek fijn.—A’k ’n slag +slaan, za’k er ’s ’n zegelring voor koope ... mot je +zien hoe ridderlijk dat staat. Tjonge ja, hoor. Da’ dee +<i>mijn</i> mama ... Maar ’k bèlam a’k snap, hoe zij +toch, met háár eer en deugd, an al die cente kwam. Want +pa had na die Commune netuurlijk alles meegenome ... Papa het mijn en +allemaal in ’t ongeluk gestort, en hoe dat toe is afgeloope, +’t rechte wat daar tussche zit, is mijn tot hede een raadsel ... +Affjn, mijn edel bloed roept om geen wrake ... ’k vergeef die man +... enne ... de Natuur hebbe z’n ziel ...</p> +<p>„Dat van Dreyfus was anders óók mooi, hé? +Maar in Frankrijk benne ze niet link genog. <i>Ik</i> had ’t wel +gewete, wie die verrajer was ... Die juffrouw met die zwarte sluier ... +<i>die</i> het de borderels vervalscht ... Maar ’k hou me mond; +Racier het an geen verrajers-borste gezoge ... Tjonge nee, man, en +’t is tòch ommers één klont zwijnderij! +Daarom ben ik nou maar zoo blijd, hè, da’ wij—ik en +papa—Napoléon achter z’n vodde hebbe gezete, dat ie +van arremoei ’t land uit most, zoo’n doerak ... +<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name= +"pb71">71</a>]</span>Nooit, nooit nog he’k dáár +’n oogeblikkie spijt om gehad, al zal Racier niet licht gesjochte +jonges an de galg helpe ... In die kerel knauwde ’k ommers al +’t onrecht van de maatschappij, de macht van overheid en +heerschappij ... èn ’t groote kappitaal, waar +ondergeteekede de grooste hekel an gezien het, nou! Met d’rlui +rot-autemebiele!</p> +<p>„Och màn! ’k Wou dat je ’s àlles +wist ... Za’ ’k me ’s vermomme voor jou? Dan kom +’k met donkere an je deur, en de juffrouw ken mijn niet—die +dienstbooi, zoo gezeid ... beeldschoone vrouw, hoor, twee druppels +water ’n prinses, die meid! Maar die zal mijn niet meer herkenne; +nooit!... En jij?—’k Zal in je kamer komme, hier op +diezelfde plek gaan zitte, man, en jij zal denke da’ je ’n +èchte markiezin voor je het ... ’k Ben nòg ’s +in vrouwekleere rondgeloope, in ... Valvecienne, as je weet. Geen +mensch die dan wat an mijn ziet, zóó weet ik me te houwe +... Dan maak ’k nèt zukke kleine stappies ... ’n +beetje stijfies draaie met me achterwerk ... en ’k bin’ +vanbinne die rokke vast met sterk linne, da ’k me slank beweegt +... Maar dan mos ’k netuurlijk eerst ’n goud-blond kapsel +hebbe, met zoo’n Belze lok ... Hè man ... da’s nou +net ’n rol voor mijn, dat ’k bij die millionairs an huis +komt in me prachtgewade, stijf van ’t goud en edelsteene ... en +lief en aardig, je begrijp me ... maar as zoo’n man z’n +eige dan vergeet, dan is die schoone fee gesmeerd, en leit er ’n +sardineblikkie in z’n pot de chambre ... met zoo’n lontje +... hèèè man! As je mijn maar goed begrijpt ... +Ssss ... <span class="ex">boem</span>!! Pelisie, leger, bereje ruiterij +... de spuite trekke uit ... Te la-a-t. ’t Noodlot is geveld. De +onschuld het weer overwonne ... Maar ik neem me kuite en verstop me bij +mijn vrinde inne ... Siberië. En pas later kom ’k uit me +schuilhok ... <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name= +"pb72">72</a>]</span>Dan gaan ’k vierkant op die trappe van de +Beurs staan, slaan me op me fiere borst, en roep, dat ’n elkeen +mijn ken verstaan: Die held, die ’t groote kappetaal het +opgeblaze en verwoest, die man was ik! Hier staan ’k, Charles +Edouard Racier, Chevalier, van moeders zijde markiezin ... maar door de +wereld deur dat slijk gesleurd as atheïst ...’k Trek me +pistool, loop an me mond. Een knal, een gil ... Ik ben niet meer!... +Hèèèè, man!”</p> +<p>Met z’n bloedrooden zakdoek veegde hij de tranen van z’n +gezicht .... „Wat ’n held .... wat ’n held voor de +menschheid!”—snikte hij na—„Gevalle, gevalle +... voor Vaderland en Koningin. Want snij je mijn hart ope ... zien je +één bonk oranje!... En zij die dan wete, dat de wieg van +die volksbevrijer toch maar sting in ’t armzalige dorpie Sluis, +die zelle zich afvrage: Wat ken daar komme uit Nazareth?—En daar +komme zjuust die gróóste name van daan ...”</p> +<p>Maar ’t huilen van een vagebond is erg penibel ..... Daarom +zocht ’k een nuchter zinnetje om ’m weer uit z’n +grotesken heldenhemel neer te halen.</p> +<p>—En toen je er toen uitkwam, uit de Schans, wat ben je toen +voor je kostje begonnen, Racier?”</p> +<p>Hij keek me even lodderig aan, als iemand die plots wakker wordt. +Meteen ontspande de fanatieke wijding van z’n gezicht, net als +bij een ouden tooneelrot die afkomt uit een zware rol en direct heel +zakelijk tegen de knechts gaat snauwen.</p> +<p>„Wàt ... Schans?... ’k Gloof dat jij slaapt ... +Weet je dan niet, dat De Háág altijd me standplaas is +geweest? As je mot zitte, vraag dan of ’t in de Haag mag, in +Schevelinge zoogezeid. Dat gerommel van die zee wor je slaperig van en +is goed tege ’t prakkezeere. Ook is <span class="pagenum">[<a id= +"pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>die lucht d’r nog +’s frisschies zilt, en as je over je koekoek kijkt, zien je vaak +de meeuwe vliege .... Geef ’n arme gevangene z’n vertier. +Maar da’ wou’k niet zegge, want daar het ’n iedereen +geen gevoel voor .... Nee, wat meer zeit: ’t ete is d’r +beter. Je krijgt er wel geen biefstuk alledag, of zwezerikke met +gebraje haantjes, goud-bruin in de echte boter gefruit,—geen +appeltjes met bloedbeuling, offe ... kabeljauwstaart onder de schijfies +lemoen .... Och, man! Maar toch komt je lichaam d’r vol. Want +zóó goochem ben ’k wèl, dat mijn maag +netuurlijk in alle gevalle geen roggebrood kan leie ... En ’t +Rijk is rijk genog, dus in Schevelinge smoes ’k wel +zóó, da ’k me dag an dag wit tarwemik voor laat +zette .. ’k heb er ommers mijn rechte as habitué!</p> +<p>„Maar toe ’k weer an die poort wier gezet, was +ondergeteekende één gulde en 35 cente rijk. Daar kocht +’k me een hartige brok van, stuk kaas of vleesch, wat ’k +lustte, want drinke doen ’k tòch nooit, en as ’t +hier of daar mot, stoot ’k bij ongeluk me glaassie nog om. Dus +die eerste nacht he ’k dan weer in me lijflogement intrek genome, +en toen zeit die bollebof tege mijn: ’k zou maar Brabantsche kant +neme, en maar pratende langs die huize gaan. Dat heb ’k dan ook +vier weke gedaan. Maar ’k dorst in die stad me niet wage, en dus +nam ’k enkel de huize an de weg, to’k tien dage later in +Amersfoort an was geland.</p> +<p>„Daar krijg ’k kennis an twee lui, die d’r an +’n tafeltje zatte. Jonge jonges zooas ik. Die zegge: wij gane na +Harderwijk, ga met ons mee, dan neme we same dienst voor +Nederlandsch-Inje. En ik douw zóó al me papier en +potlooje de kachel in, en begeef me met die lui te voet na Harderwiek +... Ja, ’k mos toch weer van de weg af, en ’k wou in +Indië ook ’s een kijkie neme. <span class="pagenum">[<a id= +"pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p> +<p>„Zoo komme wij drieë slampampers daar zonder ’n +cent an ’t koloniale werfdepot an, ’s avons om kwart over +tiene, dat er alleen nog maar een sergeant an die deur staat. Maar die +zeit: nee jonges, hier kan je vannacht niet maffe, vervoeg je nou eerst +bij de sergeant-majoor van inkwartiering. En die heet ons wellekom. +Maar ik heb geen papiere, en zij wel, dus die ware acht dage +vóór mijn afgericht en gekleed, en ik bleef alleenig. Tot +mijn bulle óók bij mekaar zijn gegaard, gekeurd, voetjes +gemaakt, in de livrei ... en jewel ’s morges om tien uur staan +’k netjes en wel buite de poort met me gratificatie van twee +honderd gulde.</p> +<p>„Nou, ’k was netuurlijk zonder vrind of maagd, en wat +zou ’k me verloftijd verspore, dus die eigeste ochend nam +’k met me loodpot me intree in die Ree van Batavia. ’k Gaan +an ’n tafeltje zitte; die waardin kijkt me an, en zeit: +da’s bloemkool. Wat beteekent—na ondergeteekende later +vernam—dat ie z’n gratificatie nog had, want anders zeit +die madam: ’t is savoye. Nou, ’k liet die twee dames met +rust—want Venus he’k altijd in d’r eer +gelate—en we dronke champagne, atte d’r fijn van, +da’k ’n leve as ’n prins had met die alderliefste +vrouwe. En na twee dage en nachte was ’t uit, want toe ware me +twee honderd gulde net op, en mos ’k om kwart over achte in die +kazerne weze.</p> +<p>„Maar die madam was ’n waardige vrouw, want die zee: +Charles—zei ze—je het hier je cente verdaan, dus tot jij +afvaart kan je hier alle dag komme drinke en ete op koste van ongelijk. +Deze edele dame is later netuurlijk van de arme begrave, want as +d’r een afgekeurd wier, gaf ze ’m de verbraste gelde werom. +En toe ’k vertrok, schonke ze mijn: ’n kissie segare, +’n meerschuime pijp, ’n segarepijpie èn ... ’n +briefie van zestig gulde. <span class="pagenum">[<a id="pb75" href= +"#pb75" name="pb75">75</a>]</span>Dat dee ze an allemáál +voor gedurende de reis. Maar ik heb die cente as gedachtenis bewaard, +en onderweg heb ’k voor Pietje en Klaasie aardappele geschild en +z’n boel schoon gehouwe, da’k daarvan an boord me slokkie +of wat ’k dan lustte kon betale ... ’t Natuurschoon op +zoo’n zee, man, met die berge en die zonsondergange, dat brandt +in je ooge. Daarvan ben ’k nog ’n poos rijmdichter geweest +... Maar die Bokkeneesche schoone, da’s netuurlijk me val weer +geworde.” <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name= +"pb76">76</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch12" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1305" class="main">Hoofdstuk XII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„A’ je <span class="corr" id="xd20e1309" +title="Bron: ’">’t</span> het +opgemerkt”—vervolgde Racier de fantasieën over +z’n zwervende leven—„a’ je ’t het +opgemerkt, dan is ’t in mijn mémoires ook al wat wij +Parijzenaars noeme: cherchez la femme! Daar ha’ je as jonge me +moeder, die me verwende en me niet afhieuw van dat grappie met de +Commune,—en eerste bedrijf, première femme!... Toe kreeg +je de acte van me doofstommigheid met Carline, ’t beeldschoone +wijf, dat me verraaide en zoo ’t gif in me adere dreef van +misdaad en zonde, dat ’t me allegaar niks meer kon verkankelemine +wat daar van kwam—deuxième femme, kwaje geest van ’t +tweede bedrijf.</p> +<p>„Maar nou krijg je je derde, waarin ondergeteekede onder de +palme speelt, twee jare lang, met een beeld van ’n Oostersche +schoonheid, Bokkeneesche meid, man,—hèèè! +Louetta hiette ze—wat ’n náám hè? +Lou-et-ta ... dat smelt in je oore. En ’t loopt me nog koud langs +me rug a’k denk an dàt kind ... Want zestien jare was ze +heelegaar oud ... en ’n óóge! met ’n +vlàm!... dat ’t merg in je botte zóó smolt, +as ze maar effe die kijkertjes opsloeg en lachte ... d’r +bloedrooïe lippies los dee, d’r tandjes liet kijke ... o, +màn, en dan met die glimmende bruine arme wijduit, langzaampies, +zoo treiterig weg, op de teene van d’r bloote voetjes, na je toe +kwam. Want dat was niks as maar danse, danse en kronkele, tot je +d’r opving, ’t lieve diertie! En ze het mijn een zoon en +een dochter geschonke, die nou nog wel erges in die bossche met de ape +over die klapperboome zalle kloutere.</p> +<p>„Dat was op Salatiga, waar ’k als kulloniaal in ’t +kostuum van artelerist heengestuurd wier. En ’k heb daar +<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name= +"pb77">77</a>]</span>zoo goed opgepast, da ’k binne drie jare +tijd de rang van adjedant-onderofcier moch’ bekleeje ... Maar toe +kwam die vrouw dus weer in ’t spel, en dat gedurende de dienst +... waar ’k twee jaar mee ben geweest en dat me kaakslag is +geworde.—Mot je hoore:</p> +<p>„Daar zij een beeldschoone vrouw was, en meteen nog ’n +kind in die vormelijkheid—want overtollig vet benne ze +niet—wier zij niet met rust gelate van een eerste-luitenant, die +zelf een beeldschoone mevrouw had, met vijf lieve dochters. En om rede +zij zielsveel van ondergeteekende hieuw, verklapte die Bokkeneesche +mijn telkes as die andere man zich door ’t warme +klemaat—zet er dat bij, want ’t is er branderig +heet—an haar had wille vergrijpe, om rede, dat ze netuurlijk op +bloote voetjes ging ... Maar toe op ’n keer wor ik giftig, gaan +’k in de stormpas rizzeliet op ’m af, slaan an, zet +m’n eige in de pesisie van mindere tege ’n hooger in rang, +en spreek: „Luit’nt, ’n woretje met verlof, maar as +dat met die meid niet ophoudt,—zoowaar ’k hier staan, da +’k niet na uw mevrouw gaan om ’t te +vertelle.”—„Dat lieg ie!”—zeit +hij.—„Goed,<span class="corr" id="xd20e1320" title= +"Niet in bron">”</span> zeg ’k, met respec’, +<span class="corr" id="xd20e1323" title= +"Niet in bron">„</span>maar u ben nou gewaarschouwd, want al ben +’k maar sergeant, toch ben ’k mènsch, en laat +’k me eige niet de molligste boutjes van me borretje +snoepe!”—’k Slaan weer an—na de disepline dat +vereischt—en ’k gáán—laat hem gloeiend +wit van alterasie en spijtigheid staan.</p> +<p>„Maar dat was an geen doovemans-deurtje geklopt, want tege +’t gezag spit je as mindere zijnde toch ’t onderdelft, +zoodat die man mijn toe in me dienst krimmeneel het gezocht. D’r +deugde net niks meer: an me boeke niet, en nerges meer an; ’t +bloed wier me uit me nagels gekankerd, en toen er op ’t +appèl ’n paar man <span class="pagenum">[<a id="pb78" +href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>mekeerde, wier ondergeteekede +netuurlijk effe genome,—net drie maande na die rel van d’r +straks!</p> +<p>„Goed, dat gaat zoo lang as ’t voete in die aard het ... +tot ’k op ’n Donderdag na de excercisie van de benting +afkom, en in die rust tussche 12 en 2 me luitenant net snap, dat ie me +vrouw pakt, en zij schreeuwt: „malla, lâ me met +rust!”... Maar ik as de minnaar had dat beloerd ... me bloed dat +kookt over—’t was net weer zoo’n snikheete +dag—’k val op ’m an, grijp ’m vast as ’n +leeuw, en ’k heb ’m met ze harsings tege de muur angeplakt. +Ja want d’r ware tòch geen getuige!...</p> +<p>„Maar jewel, hoor, da’ kon met fesoen nie meer deur die +beugel. Hij maakt groot lef en brengt me an bij die krijgsraad ... Ik +spreek as ’n dolle stier van me af—wat ’n wonder: +d’r had ’r een an me wijfie geraakt!—nou, en van +da’k in Parijs dat Sjeneesche recht had geleerd, kon ’k +netuurlijk die wet op me duim, zoo da’k met vlag en wimpel vrij +wier gesproke met niks as twee dage prevoost.—En hij? Ken je zoo +nagaan ... Ja, groote honde bijte mekáár!... Hem maakte +ze’n heibel onder vier ooge, en de luit’nt kon gaan.</p> +<p>„Maar dat was zijn zin niet. En die man het d’n +ondergeteekende na datum zoodanig gesard en gezocht, to ’k +gediggredeerd wier, en teruggezet ben tot de rang van kopperaal.</p> +<p>„Nou mot je mijn kenne ... met nog aldoor dat gif in me bloed +van toen ’k as doofstomme door Carlien, die beeldschoone vrouw, +was verleid en verraje. Die wrok kwam daarbij, hieuw er schrikkelijk +huis, da’k geel van de gal zag, en me reuzel van die haat op wier +geteerd ...</p> +<p>„Je lijkt wel ’n dooie, zooals jij vermagert; geliefde, +geliefde wat ziet gij er uit,”—snikte Louetta. Maar daar +holpe geen inlansche kruie, die me bruine bruid voor <span class= +"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name= +"pb79">79</a>]</span>ondergeteekende in die woude ging plukke, dat ze +werom kwam met de slange an d’r bloedende voete ... Is dat effe +trouw?...</p> +<p>„En nou, as je mijn nou goed in je hoofd heb geprent, zoo +’k daar rond ging as skelet van de wrake ... O, +man!—Hè je nog varinas in die pot, da’k eerst effe +me zinne verzet? Want daar komt ’t ...”</p> +<p>Z’n vingers beefden nu zoo, dat ie de tabak niet in z’n +gouwenaartje gepeuterd kon krijgen: „Stop jij maar ... Nou merk +je meteen ’s hoe ’k daar nòg onder lijd ... Zie je +me hart, hoe dat angaat?... Nee, lâ me maar liever effe met rust +... ’t Ben de andoeninge die mijn bovemeestere... Maar a’k +nou ’n oogeblik stil an dat raam hier mag staan en maar star in +die lucht kijk—zie je—zooas die wolke daar nou stilletjes +vare ... dan maakt mijn dat kalm... Zoo... In de cel ook... Soms weet +je geen raad meer van de brandende drifte, dat je denkt: as de vlamme +niet uitslaan berst ik op slag ... Maar dan klim ’k op me +driepoot, en deur die koekoek draai ’k me hoofd om na bove ... +Blijf zoo hange ... Da’s die lucht <span class="corr" id= +"xd20e1347" title="Bron: ..">...</span> da’s de ruimte, die +d’r toch is, ook voor mijn asem... En de wolke, of wat er dan +zijn mag ... de sterre bij nacht ... die drijve vlak bij je, en benne +nooit bang, houwe zooveel as de eeuwige wacht. Nou, as dàt maar +zoo is, en de natuur is maar kalm, die ik anbidt—as +Atheïst!—en de eeuwe gaan rustigies-an d’rlui gang, +dan ben ’k óók niet benauwd meer ... Nee, want +zoo’n zwerver hoort daar toch net zoo goed in... Geen donder of +bliksem doet mijn meer nood, want goed, of ’n huis, waar ’t +soms nog’s in kan slaan, he’k nooit gehad, en me eigeste +leve ... a’k crêpeer lucht dat ommers op,... geen hond die +’n traan om mijn laat ... en me lijf, al is ’t ook niet vet +... wie weet of d’r niet <span class="pagenum">[<a id="pb80" +href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>nog ’s blompies uit op +magge meste ... Teminste, as ’t gif uit me ziel d’r wortels +niet rot maakt.—Je het hier anders ’n erg mooi uitzicht ... +Dat laaste groen, daar achter die straat, mag ’k toch zoo graag +zien ... A’je me lang alleen laat, gaan ’k hier altijd maar +staan ... ’t maakt me bang en ongedurig, da’je wegblijft +... Dan knarst dat slot zoo, want die deur van jouw kamer kan leze en +schrijve, en ’t is net of d’r telkes een inkomt, zonder dat +ie ope gaat ... Toch heb ’k nou niks op me gewete, anders liep +’k niet op straat ... En an die vent daar, die kop op je kast, +hè’k ook zoo’n hekel ... die vrijer kijkt je zoo an, +wor je eng van ... waar je staat staan je ... Verleje ben ’k al +’s bezig geweest om me zakdoek d’r over te hange ... maar +’k had ’r geen bij me ...</p> +<p>„Nou, de wolke hebbe me storm alweer zóóver +bedaard ... En, dat most, want wat er nou komt, daar hangt ’t +tooneelstuk vanaf. ’t Is ’t aldermooiste ... Weet je +wa’k met die man heb gedaan, met die vrouwe-verleier?... Mot je +hoore ... Maar denk eran dat ’t uit minnenijd is gebeurd, en dan +benne de manne ’t valschte ... ’k Zou ’t nou niet +meer doen ... wees maar gerust ... de fut is er al zoo làng +tussche die vier muurtjes uitgeknouwd, en ’k ben veel verkoeld. +Was zoo brandende hittig in me jonge jare!... Zie je, ’k zeg +’t je maar ... as je soms bang van me wier ... Gebroke man, hoor, +die je met één hand van z’n beene afslaat ... +Heelegaar versukkeld, uitgeteerd, man, van verdriet en ellende ... +verschooierd, verhongerd ... tam, hoor, onder ’n hoedje te +vange!... Dat berouw sloopt je óók af ... as je ’s +nachts niet ken slape ...</p> +<p>„Nou dan ... ’t was op ’n avend ... dat wil zegge, +as ’k ’t terug zien, ziet alles róód voor me +ooge, zoo’n <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" +name="pb81">81</a>]</span>rooie nevel as de zon ’s winters wel +onder kan gaan ... maar dat zal ’t bloed wel geweest zijn, door +me razende ooge. Want toe’ zag ’k ’m staan, +hè?—in polletiek wel, maar ’k herkon ’m +subbiet ... en ie had ’r stijf beet, as ’n beest ... en ze +lippe die zoge vast an d’r mondje ...</p> +<p>„Nog effe sting ’k ... Toe’ neem ’k ’n +sprong, val over ’m heen en met me pennemes he’k ’m +ze twee lampies uit z’n tronie gegrist, z’n twee ooge, zoo: +rits! rits!</p> +<p>„Nou, en nou zal jij wel nooit meer an ’n vrouw kenne +zien of ze mooi is of leelijk!”</p> +<p>„Racier toch ...?!”</p> +<p>„Nee, laat me nou deurgaan!... zeg nou toch +niks!”—joeg ie haast grienende voort—„Want hij +lègt nog, en ik kan ommers dat brulle niet hoore ... ’k +Vlieg na Louetta, jáág’r zoo op, gil enkel maar: +„vlucht! vlucht!” Draaf dan terug na de kazerne, en geef me +meteen bij de overste an ... Ze sluite mijn op ... De volgende dag wier +dat al voor die krijgsraad getrokke en wordt onder geteekende vliegens +veroordeeld voor de strop of de kogel ... Zie je, hier in ’t land +wor je netuurlijk op jare gezet, voor leveslang; en as er dan in +’t Vorstelijke Huis soms ’n aardigheid voorvalt, trappe ze +je effe eerder d’r uit ... Maar spijt?... <i>spijt?</i> +néé!—nog geen menuut! Wel da’k ’m +z’n nek niet af heb gesneje; was ie meteen uit z’n lije +geholpe ... Want twaalf jaar geleje ben ’k hier nog ’s bij +’m an z’n villa geweest ... en ’t was ’n erg +eng inzicht in die dooje kasse ... Maar z’n vrouw het me bij +’m gebracht. „Man”—zei ze—„hier is +Racier”.—Hij stak me z’n hand toe. Of ie huilde kon +’k nou netuurlijk niet zien ... En toe’ ik maar weer +wegging—want we zeie tòch niks—was ’t: +„dar, arme bliksem!” en gaf ie me ’n tientje ... Nou, +da’ kon ’k best hebbe!” <span class="pagenum">[<a id= +"pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span></p> +<p>Heel lang bleef de Generaal toen in ’t vuur zitten staren. +’t Was pijnlijk stil ... ’n Paar keer schudde hij z’n +rood overspannen kop met een ruk, of hij ’t vizioen af wilde +schudden.</p> +<p>„Nou”—zei hij eindelijk schor—„nou je +dàt allemaal van mijn weet, ben ik hier me rust toch ook weer +kwijt. ’k Zal er ’n end an vertelle, en dan vertrek ik +vanavond liever na Harlinge toe, voor ’n nieuw geheim. Luister +nou nog maar effe na mijn, ’t is misschien voor ’t laast, +da’k hier in die stoel bij je mag zitte.</p> +<p>„Van de strop en de kogel ben ’k toe verlost, zoo je +ziet, door Zemajesteit Willem III, Koning der Nederlande, die mijn +pardonneerde om rede al mijn diggredasies door tusschekomst van mijn +slachtoffer ware gepleegd, en zoo wier dat dus veranderd in vijf jare +detensie. Die knapte ’k eerst op in Pontzo, de disceplenaire klas +... Nou, en Louetta, daar treurde ik netuurlijk niet over, want dat was +geen Hollansche maar een inlansche vrouw, hè? ’t Was een +belabberde dienst in die klas. Vijf maal per dag uitpakke, en speksie +<span class="corr" id="xd20e1376" title="Bron: ..">...</span> affijn, +daar wen je ook an, hoewel niet zoo gauw as an hange. Maar toe ze dat +morke, werd ik na ’t huis van detensie in Leie verzonde, waar +’t nog beter gesteld was. Want daar zit je gemeenschappelijk, en +ik raakte er vrinde met één, die tien jaar had. Beste +man, alleen erg an koning Alcohol verslaafd, wat dan ook z’n dood +is geweest ... Poosie geleje, da’k net toevallig weer niet in de +cel zit, spreek ik ze broer. Die zeit: +„Generaal”—zeit ie—„hoe staat jou +’t leve?” Ik laat ’m me laaste ontslagbrieve zien. +„Zóó”—zei ie—„maar Hein is +net zoo wild van ’t lirium as ’n dolle stier, en die zal de +nacht wel niet hale.” „Goed”—zeg +’k—„dan gaan ’k mee.” ’t Was in +Amsterdam, in de Pieter Jacobstraat, <span class="pagenum">[<a id= +"pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>as je weet? Daar lag ie +op de vliering en ie ging zoo te keer, dat ’t volk ernaast +d’r van opspeelde, want die mensche konne niet slape ... Nou, +toen ’ie mijn zag, zeit ie nog: „daar hè je de +Generaal ook, en ik ben van ’t alkehol +bezete.”—„Ja Hein”—zeg +’k—„dat zien ik wel, vrind. Maar as je weer wild wor, +za’k wel op je beene gaan zitte, want je maakt ’t niet lang +meer ... de Netuur heb’ je ziel, man. En as ze daar eerst die +dampe uit late luchte, is die nog zoo kwaad niet”... Nee, want ik +mog ’m graag leie ... Nou, en toe is tie die nacht d’r dan +ook in gebleve ... ’k Had er wil van, da’k ’m ze +lampies nog heb af kanne dekke ... Want ze zagge d’r erg +griezelig uit, toe ie dood lag, en ’k had er bij z’n leve +graag in magge kijke... Daar zat trouw in, en die vin je niet vaak in +de wereld... ’t Dee me goed, a’k d’r in keek, toe we +same die jare in Leie verzatte ... want die man kon zoo maar zitte +fanteseere voor z’n eige, en a’k dat zag, dan begon +’k óók ... Fideele kerel ... As ie z’n +knieë had wille buige, liep ie nou in ’t zwarte lake... net +as ik. Maar daar ben me te trotsch voor... as atheïst!... Wat ie +nou is?... ’k Denk er vaak an ... ’t kan best beure dat +z’n ziel nou weer spookt in die koei daar, die rooie op ’t +veld ... Hoe ’k d’r an kom ... maar ’k kijk er +’t dier dikwijls op an ... Net zukke ooge... zoo trouw... echt +fideel. En dan is tie van de alcohol óók af... tjonge +nou... wat sting die koei vanmorge nog uit dat modderslootje te +slobbere ... Of zu’k slikwater nou beter is dan klare jenever?... +Affijn misschien wel voor z’n ziel.</p> +<p>„Toch was ’t ’n rare. Die Hein had +één hekel; die kon nou op geen kraag gouwe sterretjes +zien. „Da’s vast me kwaal”—zei ie +soms—„van de zenuwe vliege ze aldoor al rond voor me ooge, +en a’k ze dan op ’n ofciers-jas <span class= +"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name= +"pb84">84</a>]</span>óók nog anschouw, dan mot ’k +ze plukke...” Nou, sterretjes-plukke is kinderewerk—dat vin +<i>ik</i>. Maar hij von dat niet. As kopperaal zijnde is ie ’s +’n majoor na ze strot toe gevloge... Zoo in ééne, +enkel omdat ie die sterre nou niet zien kon op die man z’n kol... +En toe de majoor dat niet wou, het ie ’m pardoes voor z’n +test geblaze... Daar hàd ie tien jaar voor!... Erg beste +kerel... De Idéëe van Multátuli kon ie temet zoo uit +ze hoofd, en mijn het ie ’r ook verscheie van buite geleerd ... +Want geleerd was tie ... tot in de toppe van ze teene ... A’ je +die koei ankijkt, zie je diezelfde geleerdigheid nòg in +z’n ooge.—En nou ga’ ’k je groete. Je weet nou +me grooste geheim van die misdaad,—en eer je dáár +an gewend ben geraakt ...”</p> +<p>Racier hield woord. Hij stond resoluut op, en in geen maanden zag ik +’m terug. <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name= +"pb85">85</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch13" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1393" class="main">Hoofdstuk XIII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Fantastische zwerver, poovere Don Quichotte-figuur, +zooals hij altijd nog maar waardig rechtop in de statie van zijn lange +dallesdekker langs ’s Heeren wegen schooiert, van dorp naar stad, +van stad naar dorp, moeizaam trekkend met zijn rechterbeen, waarvan de +voet immers eens gekneusd werd onder die automobiel van ... „het +groot-kappitaal!”</p> +<p>In de magere vingers van zijn glad-koude hand houdt hij nog steeds +kleumig het bosje dunne, roode potlooden omklemd, dat hem voor +opzending naar den Krentetuin moet bewaren. En door zijn altijd wat +overspannen, rood-aangegloeiden kop draaien op zijn lange +landlooperstochten de wonderlijke verbeeldingen voort als de eindelooze +film in een bioscoop van louter prikkelende Sherlock Holmes-tafereelen, +die zijn oogen doen glinsteren, en zijn ziekelijk dwepersgezicht in +felle mimiek laten leven.</p> +<p>Mijn vriend Racier deelt zijn bestaan trouw voort tusschen de rust +in de bajes en dan weer ’t vervolg van zijn +oplichterijtjes,—zoo simpel in wezen van naïef bedrog, maar +voor zijn eigen gloeiende fantasie zóó rijk aan +Balzac-iaansche romantiek en intriges, waar hij zelf immers den +wèl vaak belaagden, doch steeds overwinnenden held in +speelt.—En over de humanitaire vorderingen van ons +gevangeniswezen is hij niet zonder waardeering,—de +gevangenisdoctoren prijst hij genegen om ’t halve pintje melk +daags, ’t wittebrood, en de lange pauzes van rust door de broom +in ’t vermoeiende spel zijner verbeelding. Waarna hij dan weer, +wat aangedikt in de wangen, zich den rossen baard laat groeien tot den +sik van Spaanschen grande,—een <span class="pagenum">[<a id= +"pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>groote bloem in zijn +knoopsgat koopt, en ’n pakje geurige sigaretten, om behagelijk de +nieuwe vrijheid in te flaneeren door de mondaine stadsdrukte, die hem +verlokt, de oogen wat pijnlijk geknepen tegen de in de cel ontwende +zon, en telkens weer, zoo’n eersten dag, spiedende rondziend naar +den armen bliksem, aan wien hij zijn „goede daad” zal +wijden.—Want op den dag zèlf der bevrijding aan een +grauwen hongerlijder ’n riksdaalder toestoppen van zijn poovere +uitgaanskasje, en dan als een heilige in de volte spoorloos verdwijnen +eer de andere zwerver zijn dank heeft gestameld,—dat behoort, +mèt ’t in ondeelbaar kleine snippers scheuren van zijn +ontslagbrief, tot de vaste ceremoniën, die eenmaal de mislukking +moeten bezweren van Raciers laatsten groote-slag.</p> +<p>En als hij dan eindelijk, eindelijk ’t wondere ideaal zal +hebben bereikt, en, onnoemelijk rijk, zijn paleis in Hyde Park bewoont, +met harem èn renstal „au grand complet”,—dan +wil hij mij ergens op de Veluwe een lief landhuis laten bouwen naar +mijn zin, om mijn leven verder rustig aan ’t schrijven van zijn +heldhaftige memoires te wijden.</p> +<p>Maar tot heden blijven dat chateaux en Espagne, al ben ik er in mijn +diepst verholen wezen aan gaan gelooven, zooals hij zelf ’t zeker +wéét. Met ’n ietwat bleeken zienersglimlach op zijn +tòch verzorgde zwervers-tronie pleegt hij mij daaromtrent vrij +geregeld, zoo omstreeks de influenza op ’t einde van ’t +jaar, te komen geruststellen—als zijn vaste toer door het land en +’t wat wisselvalliger oponthoud aan de meer bedoelde stations hem +al weer rond en in Rotterdam terug heeft geleid.</p> +<p>In die donkere dagen voor Kerstmis, als ’t buiten regent of +mist, en de stad leeft in zoo’n vaal-groen onderwatersch +<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name= +"pb87">87</a>]</span>licht, kijk ik telkens al uit, of ik den pooveren +sire nog niet langs mijn huis zie waren. Maar of zijn sjofele figuur +zich oplost in de naargeestigheid van ’t weer,—’t is +mij nog nooit gelukt hem te verkennen vóór ik onverhoeds, +met een aanraking, die mij telkens tòch opnieuw een rilling over +den rug geeft, zijn hand op mijn schouder voel kloppen, en zijn +dor-schorre stem hoor zeggen: „Zoo vrind, ’n zalig +uiteinde,—want vrede op aarde komt niet uit mijn +atheïstische strot.”</p> +<p>„Racier!”—tracht ik dan zoo blij mogelijk verrast +hem te verwelkomen. En even lachend wisselen we telkens weer +dienzelfden blik van verstandhouding,—die nu eenmaal ’n +stilzwijgende vraag beduidt van mijn kant, en zijn bemoedigend +antwoord: „nee hoor, géén onrein. ’k Heb +inspres m’n laaste maffie besteed an ’n bad mèt +zeep, en om me hoofd kaal te knippe, dat je me met ’n vrij gewete +binne kan late ... ’k Zou liever me rechter hand opvrete, dan dat +jij, al was ’t maar zóó’n kleinigheid, +von’ ’a’k strakkies weer weg been ... de Natuur weet +waarheen.”</p> +<p>Zijn Kerstgaaf aan mij is ’t verhaal van zijn +láátste—z’n „slag”, +zóó mooi, zóó effetief, als ie er van +z’n leven nog géén heeft geslagen. Terwijl hij dan +ouder gewoonte, wat nadrukkelijker strompelend, mijn kamer rondmonstert +of ik er wat nieuws heb bijgekregen of verhangen aan den wand, maakt +hij de gebruikelijke plichtplegingen, steeds uiterst vleiend en hoofsch +voor mijzelf en de leden van mijn gezin. Inmiddels zie ik zijn boven +’t verweerde gezicht onder de fameuse kleppet zoo blank bewaarde +hooge voorhoofd bedenkelijk aanrooden, zijn lampjes gaan glimmen, zijn +gestalte zich fierder rechten, tot hij eindelijk zelf een leunstoel +aanrolt bij den open haard, zich behagelijk handenwrijvend <span class= +"pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name= +"pb88">88</a>]</span>vastschurkt in de veering, z’n gammele +extremiteit wurmt uit de verloopen schoen, en zoo op ’t randje +voor ’t vuur te koesteren zet, dat de damp weldra walmt uit +’t troebel verband....</p> +<p>Zijn kop ligt nu vertrouwd tegen den zachten stoelerug aan, de +rossige puntbaard in den vorm gestreeld onderuit; twee zwakke blosjes +gloeien op de glimmende jukbeenknobbels boven z’n zwakjes +ingevallen wangen en reeds weiden zijn opgetogen oogen verder en verder +weg in den verbeeldingsdroom van zijn „slag”. Tot hij de +groote lijnen der intrige verkend heeft, en ’t nu alles duidelijk +ziet daar in de vlammen van ’t vuur, ’t waarachtig echt +doorleeft, wat zijn woorden voor mij realiseeren als bloedwarme +werkelijkheid, waarin hij zelf heilig gelooft.</p> +<p>„Heb ik je ’t sterven van Mama al +verteld?”—leidt zijn diepe grafstem in. „Och nee, +’t is ook waar,—jou leve en mijn leve,—d’r ligt +een wèreld van misère tussche.—Van misère en +verdoemenis. Zèg, je rookt ’n ander merk sigarette, maar +de lucht is niet slecht, al ben ze erg zwaar ... ’t Is geen +affront hè, a’k ’m maar weggooit,—’k wor +er in ééne dronke van ... Misschien is ’t ook van +de herinnering an háár dood, da’k me nou zoo +draaïerig voel ... ’t Was me eenige, al had ik haar na de +Commune niet meer gezien ... Me ziel en me gewete, omda’k as +atheïst niet zegge wil: me God ... ’k Laat nooit ’n +steek valle; wat ’k ben, ben ’k stijf ... Dat kan de wereld +juist niet verknoerste van ’n armoedzaaier zooals ik ... Wou ik +buige, wou ik kniele,—’k reed met de vier ... Van ’t +voorjaar nog op dat rijke buite bij Velp ... die beeldschoone maagd, +die gravin ... Maar ’k sting in eene op uit ’r omarming, +schud me los, en roep: „edelvrouwe, gij drukt de baarlijke +<span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name= +"pb89">89</a>]</span>duivel an uw teedere boezem,—mijn tong +sterft af, werp ik uit as ’t verdorde lid, zoodra ik maar +’t eerste woord bid ...”</p> +<p>„En toen?”</p> +<p>„Toe?—zien je die winkelhaak in me broek? ’n +frommes op logement het’m nog zoo zedig voor me gestopt ... Maar +dat hebbe háár honde gedaan, de hellehonde, die die +barones toe eigenhandig op mijn los het gelate .... ’k Ben +d’r trosch op,—wat let me, as je’n domenee was tornde +ik die nade zoo, rits rits weer los, en dan zei ik: „Hier sta ik, +godsloochenaar met de flarde van ’t ongeloof langs me beene, as +de tropeeën van de martelare ... Want, ja, man, zoo ben ik ... Of +ken je mijn altemet nog niet?</p> +<p>„Na mama’s dood kreeg ik d’r +overschot;—’n kappitaal van zès <i>duzend</i> gulde! +Wat ’n zonde, hoor ’k je denke. Ja, vrind, dat heb ’k +jou wel gezeid,—vóór we an ’t end benne zal +je pas wete wat Racier ’n groote misdadiger is... Maar ’k +kan er niks an doen, ’t is me opgeleid, tusschenbeije kan +’k er zóó baloorig van loope over de weg, dat alle +meziek er bij mijn uit is en ik ’t hemelsch firmament beschouwt +als ’n vuil beddelake vol vlooiepikke, met verlof ... Da’s +’t sjagrijn, nee en drinke doen ’k niet meer.</p> +<p>„Maar nou mot je hoore. Met die zes duzend gulde op zak was +ondergeteekende na Haarlem vertrokke om de omstreke van Bloemedaal te +bezichtige. Daar ontmoette ik de tweede groote rol voor mijn slag: de +Markies de Touard, net persoon, groot van stuk, en met ’n +prachtig voorkome ... beneves geletterd,—gelètterd... tot +in de toppe van z’n teene! ’t Was in een +geheelonthouders-zaak van ’t socialisme. Daar vroeg iemand ies an +de kastelein,—’n Armeniër was ’t <span class= +"pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>en ik +vertaalde dat voor ’m. Toen zeit de Markies: „meneer, u ken +meer as leze en schrijve;—ik ook”.</p> +<p>„Daar de Markies arm was en an lager +wal—néé, als edelman zijnde heeft hij mijn nooit +zijn geheime verteld—vroeg hij an mijn: „zelle we same geen +rol uitvoere?”—„Nou”—zeg +ik—„dat kenne we van de week wel ’s zien, want +rolle-bestudeere is geen dagelijksch werk.”—Daarop benne we +same gaan loogeere in een eersterang hôtel en ik betaalde voor +zijn.</p> +<p>„Daar ondergeteekende alle dage de dagblade lees ... in alle +vreemde tale, en ook wel eens een adresboek raadpleeg,—merk ik +uit het Vaderland op dat een generaal, welks naam ik verzwijg, uit +Indië terug is gekomme en gevestigd te Haarlem, an de Schouteweg. +Toe’ antwoord ik ’s morges bij mijn ontwake an de Markies +de Touard: „ik heb ’t gevonde, maar we motte er nog een man +bij hebbe.” Ik bedoelde netuurlijk me eige door te late gaan as +bedoelde generaal: generaal-inspecteur, op reis met z’n staf, +want naar ik erbij had geleze was hij met groot-verloftijd van drie +jaar in Nederland, maar most immediatement weges familie-omstandighede +na Amerika ...</p> +<p>„Die rol ging ik toe an ’t bestudeere; en na me eige +idees zat daar geld in. ’k Zeg tege de Markies: we gaan terug na +De Haag voor die ’k hebbe mot, want die rol zal me same spele. +’t Kost drie weke studie,—en eerst mot de echte generaal +Nederland uit. Toe heb ik de Markies dus netjes angekleed en an +’t bewuste adres late informeere, waarop die lakei antwoordde: de +generaal was daags tevore per scheepsgelegenheid vertrokke uit +Rotterdam, en dan per spoor verder na Grand Rapids Bizoean ...</p> +<p>„Dus ik speelde de rol, en zullie ware me knechs.—Nou +<span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name= +"pb91">91</a>]</span>begin ik dat stuk: Daar ondergeteekende speciaal +bekend is met de dienst van soldaat tot generaal, en zijn staf twee +gesjochte jonges ware, moest ik die eerst dresseere. Na zeve dage had +ik de derde persoon in De Haag gevonde: een man van anleg, maar met die +dienst niet op de hoogte. Hij was een Italiaansche boekhouwer, die een +val had gedaan en twaalf jaar in Leeuwarde doorgebracht had,—o, +dat geeft niks, in de gevangenis zit de grooste geest. Heb je ooit wat +uit te voere, zoek dan ’n recidivist en hij volbrengt +’t!</p> +<p>„Ik vond ’m in de Lange Nieuwstraat,—’n +temijezaak, ’t „café Anna”. Ja, da’s +bargoensch. Ondergeteekende spreekt nege tale, èn de dievetaal. +Hij was groot van postuur, en ijzer-sterk. Maar de Markies ging +alleenig binne, om rede de generaal z’n eige nooit met geen +vrouwe inlaat,—en ik erge kwetsie met die madam Anna gehad had. +Dus vroeg de Markies haar verlof om die klant de deur uit te sleepe, en +dat ’t haar geen windeiere legge zou. Nou, dit alles geschiedde +onder ’n toilet dat wij vermomd ware, ik, en de Markies as mijn +cavalier,—dus die dame, niet anders dan een meisje van plezier +zijnde, gaf da’lijk toe ... Nee, nie waar, dat most allemaal +gebeure buite de deur, want alle mure hebbe oore. Waarop wij gonge na +’t Haagsche bosch, een heel end weg voorbij de societeit, om, +gebruik makende van de natuur, met z’n drieë onder de bloote +hemel te beprate wat er an de hand was.</p> +<p>„Hij hiette ... Ferdinand van Haamsberg, maar ik had ’m +van Brakelen van Brandenburg getituleerd, wat de naam was van de +adjudant van de generaal. En al ’n end op de Leische weg zeit ie: +„as ik er geen kwaad bij kan, gaan ik mee, al was ’t na +Londen.”—Nou, dàt was ’n span, want de Markies +had met de ouwe wet óók <span class="pagenum">[<a id= +"pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>zes jaar en acht maande +gehad—zes pond en acht ons, onder ons, gesjochte jonges—in +’t detensiehuis in Hoorn, voor diefstal met braak en poging tot +moord: ’n lid eerste klas, dus. Máár ... in +z’n doen en late ’n chevalier ... d’industrie!</p> +<p>„De volgende middag al zitte we in Amsterdam in die fijne +dames-zaak op ’t Rokin, ’t Groene Huis, Maison Verte, met +z’n twee en twintige an tafel in een bonte rij, om an mijn +adjudante die etiquette te leere, en de omgang met de edelvrouwe in zij +en satijn, gepoeierd èn gedecolleteerd, en hoe ze die als +d’r cavaliers bediene motte, dat ze later, as ik an die +grootelui’s tafels wier genood, geen flater zouwe make, door +bevoorbeeld maar toe te taste na wat die gravinne en freules zoo bloot +an d’r buurlui late zien. En we hebbe ’t daar vol +gehouwe,—àcht dage lang van ’s morgens tot ’s +avens. ... Maar as d’r dan weer een z’n poote uitstak, of +met z’n jatte at uit die schale, of z’n lijfelijke +rommeling niet bedwong,—floep, dan kreeg ie ’n lik, pardoes +in z’n ponum. Want ik was de baas, hè? ’k Had de +kaptale, en ... tucht bovenal. Ja, dat het wat ’n cente gekost, +zal jij denke. Nou, zoo merakel veel niet, want ’t was geen +maison eerste klas. En overdag ging ik met me staf na de manege om ze +paard te leere rije, en na vier dage les galloppeerde we zoo same al +ventre à terre door de stad. Nou, en ik had netuurlijk in +Indië bij de cavelerie gelege, en later jare bar veel gereje toe +’k in Parijs nog boekhouwer bij Rothschild was ...</p> +<p>„Zie zoo, dacht ik, die staf van mijn, nou kenne ze de +dames-bediening óók,—en op de goeiekoopste manier, +want ik betaalde er enkel ’t ete maar, wees d’rlui hoe ze +d’r vorke moste vasthouwe, en as ze vroege uit welke rede, dan +zei ik waarom. <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name= +"pb93">93</a>]</span></p> +<p>„Toe’ ben me van Amsterdam na ’s-Gravenhage, onze +residensieplaas, terug gereisd, want daar haal ik nou eenmaal altijd +mijn geest vandaan, en studeerde ik precies ’t model van hoe die +generaals uitgemonsterd benne, die je daar bij bossies ziet rondloope +met d’r bijpassende officiere. Nou, Haagsche kleermakers ben +nooit te vertrouwe, waarop mijn logementbaas zei: „gaat ’s +in Gorrekum neuze.”</p> +<p>„Zoo gezeid, zoo gedaan. Die kleermaker daar vraag ’k +onder vier ooge te spreke, waarop hij zijn vrouw met acht kindere laat +verwijdere, en mij afvraagt: „a’k er geen kwaad bij kan, +wil ’k je wel helpe, want jij speelt ’n valsche rol. Denk +er dus om, want na je ziet zit ik hier met ’n k’nijnehok +vol, en is de negende alweer op de komst.”—„Wees +gerust<span class="corr" id="xd20e1463" title= +"Niet in bron">”</span>—zeg ik—<span class="corr" id= +"xd20e1466" title="Niet in bron">„</span>alles wat ik doen, dat +is in ’n geslote graf”,—en meteen geef ’k hem +vierhonderd gulde, omdat ie ook maar ’n arme donder is, en dat ie +’t lake kon koope, waarop ie direct mijn de maat nam.</p> +<p>„Ik koos dus een generaalspak van: dolman, rijbroek èn +twee pantalons met bijpassende kaplaarze. Maar voor de garniture, de +gouwe kraag en de vangsnoere ging ik werom na de Haag, èn voor +de rooje bieze in de pantalon. Me pet met breeje gouwe rand kocht ik in +een andere winkel, mèt me hoed met pluime voor grand tenu en +dito voor me twee collega’s. Maar an me ridderordes en +Kraton-medalje, me expeditiekruize met twee gepse had ik veel moeite, +want die ware momenteel in geen een winkel voorhande. Daar werd ik an +geholpe door tusschekomst van ’n vierde persoon, in Rotterdam.... +Me kruis van de Militaire Willemsorde mèt kroontje heb ik voor f +8.75 van een gesjochte ridder gekocht, na hem mijn geheim onder vier +ooge te <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name= +"pb94">94</a>]</span>hebbe onthuld. En de rest van me dure borst +dee’ ik hier en daar op, me eereteeke van Tonkin bij ’n +eerste luit’nt, me eereteeke van 1881 met de Eikekroon bij +’n tweede<span class="corr" id="xd20e1473" title= +"Bron: ..">...</span></p> +<p>„Toe was alles present,—en na twaalf dage was ook de +kleeremaker klaar. Maar die had netuurlijk geen spiegel, die bij +eerste-klasse tailleurs anwezig is, want die is wel zoo groot van de +zolder tot de vloer met dito vis-a-vis voor ’t bekijke van +achtere. Zooeen heb ik er toe’ late hale en voor hem betaald, +waarop we ’n paar uur moste wachte. Maar toe deje we vast onze +vermomminge an uit Parijs: Mijn grijze baard met dito pruik à la +Napolitaine—van dat lange polkahaar, weet je? Me +eerste-luitenant, de Markies, ’n zwarte ringbaard, op z’n +Engelsch weg, maar van z’n eige, want die was natuur. En me +tweede-luitenant ’n dito baard op z’n Engelsch, maar in +’t blond, óók afkomstig van de kapper van ’t +Théâtre français in Parijs. Daarvoor nam een +coiffeur hier eerst de maat. Dit alles kostte kappitale van geld.</p> +<p>„Wij kleedde daarop onze politieke pakkies uit. Vier en +twintig uur van te vore had ik drie nieuwe koffers an late komme, en +daar werde die ingedaan met onze bijpassende pantalon en betiens, die +we niet noodig hadde ... En de generaal met zijn staf kleedde zich an, +bekeke zich rechsomkeerd, en ’t zat model .... As ’t nou +maar goed uitloopt! Ik voor m’n eige ben wel nooit benauwd. En as +er geen verraad in ’t spel komt, zal ik de rol ten ende make.</p> +<p>„Toe ’k bel, komt de kleermaker binne, slaat an voor +zijn eksjellentie, wenscht hem veel geluk met zijn rol, en daarop worde +die kiste dicht gedaan. Eigehandig zet ik daar ’t adres op van Z. +Exc. baron van T. v. S., generaal-inspecteur van het +Nederlansch-Indische leger, <span class="pagenum">[<a id="pb95" href= +"#pb95" name="pb95">95</a>]</span>met zijn staf. Onze bediende brenge +die na ’t spoor.</p> +<p>„Nog ’n uur blijve we bij die kleeremaker, omdat ik daar +dejeuneer met me staf—’t was voor de eerste maal same in +uniform, mèt me vermomming. Waarop ik ’n telegram schreef +an de Ouwe Doele te Middelburg om plaats voor de generaal en gevolg. +Vijf en dertig menute daarna kwam ’t antwoord, dat onze vereerde +ankomst hoogst angenaam was.</p> +<p>„Tot hiertoe had de dressage van me adjudante, mèt die +uniforme mijn rond f 4900 gekost. Daarop stapte we de deur uit, en +omdat er in Gorrekum geen militaire legge, werde we door tusschekomst +van de burgemeester en de politie in alle eer na ’t station +gebracht.</p> +<p>„Da’s de eerste pessage. Nou komt de tweede, de +moeilijkste, waarbij ik erg zenewachtig wier; maar me knechs bleve +normaal, want die steunde op mijn capaciteite...<span class="corr" id= +"xd20e1490" title="Niet in bron">”</span> <span class= +"pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch14" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1495" class="main">Hoofdstuk XIV.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„A’je die eerste pessage nou goed in je +’oofd ’eb”—vervolgde de vagebond, naar lichaam +en ziel in zijn rol, zóó, dat hij nu opeens zelfs in +’n wonderlijke affectatie herhaaldelijk weer de h’s uit +zijn woorden wegliet—„a’je dat nou allegaar in je kop +’eb gestoke, dan krijg je me twééde bedrijf, dat in +Middelburg speelt...</p> +<p>„Let nou op: In ’n rijtuig met twee paarde wordt +z’n eksjellentie de generaal en z’n twee onder’oorige +van ’t station <span class="corr" id="xd20e1501" title= +"Bron: afgëaald">afgeäald</span>,—beneves ’n +vigelant voor ’ullie bagazie, waarmee ondergeteekende ree’ +na’t’ôtel. Daar was van te vore ’n rooje +markies bove die poort uitge’ange, en er lagge allegaar tapijte: +eerst zwarte, toen rooie, toe’ witte, tot an dat rijtuig over die +straat. Links van de ingang stane vier kelners opgesteld in zwarte +rokke, en rechts ... drie. In ’t midde op dat tapijt daar legge +na alder’oogste etiquette geknield die ’otel’ouwer +met z’n dame.—Netuurlijk ’ad die militaire macht mijn +van ’t spoor af met volle meziek opgebrocht...</p> +<p>„Volges dressage stap ik ’t eerste dat rijtuig uit, me +eerste-luitenant nommer twee en alles na venant. Zullie spreke geen +woord. En die ’otelouwer met dat wijf, gekleed in grijze satijn, +staan op en zegge: „Zijne eksjellentie, welkom in +Nederland.”</p> +<p>„Met d’rlui rugge achteruit, gaan zij mijn voor na me +appartemente en me begazie na die chambre à coucher. Dertig +menute later kwam baron Sch. v. d. O.—toentertijd dienstdoend +kaptein van ’t ’ollansche leger—om introductie van +die ’otelouwer, dat ie mijn wou verwelkomme in Nederland. We +sliepe netuurlijk met ons drieë, ik en me knechs, in +één kamer, want ik mos ’ullie ’s nachs +vanzelf ’ullie rolle opgeve. <span class="pagenum">[<a id="pb97" +href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span></p> +<p>„Nou klopt die ’otelhouwer an de deur, slaat +an—gekleed in zwarte rok mèt witte das—, en vraagt: +„Zijn eksjellentie, ister altemet geen +belet?”—„Nee<span class="corr" id="xd20e1511" title= +"Niet in bron">”</span> zeg ik, <span class="corr" id="xd20e1514" +title="Niet in bron">„</span>’k geef gedurende ’n uur +audiëntie”—ja, audiëntie, zeg, zoo mot je +’r dat bijzette.—Waarop die kaptein binnekwam, en ik +opsting en ’ij mijn die ’and reikte, en tege die +’otel’ouwer zee: „belam, twee glaze water met +mekander kenne niet zoo’n vergelijking geve as deze generaal, +want ’ij is ’t spreked. ’k Eb ’m toevallig zien +rije op die Schouteweg in ’aarlem.”—Nou, dat snap ie +zoo, é? Ik liep erg trotsch, zooas ’ij gewend was te +loope, en ’ieuw me dus met mijn mindere niet op.—En +netuurlijk ’ad die ’ôtelouwer geen wantrouwe, en ik +vroeg geen rekening en niet wat ik daags most betale. Want we leefde +die eerste dag op de aldergrooste schaal,—om mijn zinne te +verzette, en dronke wel twintig flessche champagne ... ’adde goed +gedineerd en gesoupeerd... Toe’ liet ik tachetig brieve, die ik +zelf geschreve ’ad an mezelf, na alle plaasse verzende, en die +weer terugkwamme an Z. Eksj. de generaal v. T. v. S... Dus bij gevolg +dacht die bollebof: die generaal is alom bekend en van grooten +’uize,—da’s de fijnste clandisie voor mijn +’ôtel.</p> +<p>„Je ken dus zoo nagaan: die eerste dag zette ik geen voet op +die straat.</p> +<p>„’s Anderedags—a ’k ’n segaar krijg +kan ’k beter door prakkezeere—’s anderedags, ja, toe +ginge we na die manege, waar ondergeteekede drie paarde vroeg, +bestaande uit ’n bruine, ’n vos met witte pootjes, wat +genoemd wordt ’n bles, èn ’n schimmel voor z’n +eksjellentie. Die ’ortsikke werde opgezadeld, en toe stuurde ik +me eerste educan met ’n briefie, dichtgevouwe à +l’étiquette de Louis XV—allemaal volges ’t +militarisme—om S. v. d. O. op te ’ale, die toe me +eerste-luitenant volgde: <span class="pagenum">[<a id="pb98" href= +"#pb98" name="pb98">98</a>]</span>te paard. Waarop me tweede-luitenant +mijn peerd nam—da’s volges die etiquette, want anders +’ad die kaptein netuurlijk gezeid: da’s geen zuivere +koffie,—en ik opsteeg, en die kaptein ree links volges die +etiquette, me eerste rechs, de generaal in ’t midde,—en me +tweede volgde ons op tien passe afstand... Ja, of ’k ’n +goeie comediant zou zijn, nou!</p> +<p>„Waarop ’ij onderweg vroeg: „Zijn eksjellentie, +waar is de reis natoe?”—„Ik wou die klas van +disepline is inspecteere in Vlissinge”—zeg ik; waarop wij +stapsgewijze Middelburg uitgonge, en in galop op de Vlissingsche weg na +de klas reje.</p> +<p>„Bij ankomst stane al die klassiane voor mijn in parade an die +deur, waarop de kaptein afstijgt—da’s nou zijn +plicht—en mijn paard ’ieuw, waarop ik afsteeg. An die poort +stane vier ’oofdofficiere,—van welke range ’eb ik +niet bekeke, daar ’t regenachtig weer en ik in zenuwachtige +toestand was. Ik liet op die binneplaas die klassiane diffileere ... +à la baguette langs mijn ’een, en gaf zèlf die +ordes. Toe gong ik bove die zale specteere, waar twee klassiane an +’t lijntrekke ware, één op ’n stoel en +één op ze krip. Angezien die alreeds in de eerste +categórie ware—op ’t laast van d’r +straftijd—vroeg ik: „’eb gij voor God en uws gewete +geen spijt van wat je misdreve heb tege Koningin en +Vaderland?”—Maar ze <span class="corr" id="xd20e1527" +title="Bron: zeïe">zeie</span> asdat die drank erlui zoo ver had +gebracht, de eene voor drie deserties en de andere twee. Waarop ik me +eige omkeerde en de dienstdoende officier verordeneerde om die twee +klassiane immediatement na ’ullie regemente terug te sture +...”</p> +<p>„Had je te doen met die kerels?” vroeg ik bemoedigend, +omdat nu de tranen over <span class="corr" id="xd20e1532" title= +"Bron: Racier’s">Raciers</span> glimmende jukbeenderen glisten. +<span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name= +"pb99">99</a>]</span></p> +<p>„Ajjemenou,—zèg?! ’k Mos toch èrges +voor komme, as eksjellentie zijnde? Of was ’k soms vroeger niet +zèlf door ’n generaal uit de klas +gepardonneerd?—Waarop ik me eige verwijderde te peerd en wou zien +of die kaptein goed rije kon, en ree ventre à terre na +Middelburg werom... Maar netuurlijk, daar in de stad ging ’k weer +op stap.—„Met uws verlof, eksjellentie”—zeit +die baron buite asem—„rij je in Indië +óók altijd zoo +’ard?”—„Onverschillig in welk +klimaat”—kom ik leuk—„want ik ben ’n +netuurkind, die an geen G...” Haast a’k me daar ’n +atheïstische steek late valle ...</p> +<p>„Dit alles geschiedde zonder betale, want wie vertrouwt er +geen generaal? Maar telkes bij ankomst stinge daar twee schildwachs, +die ’un plicht voor mijn deje as eerbewijzing ... Mot je +dènke, ik saleweerde nooit werom, dee net of ’k +’ullie niet zag. En dan naast mijn eige zaal ’n kamer, daar +moch’ nooit niemand op, en me slaapkamer, salonkamer, +conversatiekamer,—alles voor mijn alléénig ... Toe +die ’ôtelouwer vijf menute na ankomst weer antikt en +binnekomt,—gekleed in zwàrte rok, want die mos mijn altijd +eiges bediene—, met mijn correspondencie, waaronder ’n +brief was, waarop mijn oog viel, zoo’n raar schrift as dat was. +En geen wonder: van Jhr. v. d. L. d. C., villa Dolle roze, te +Middelburg. Die in’oud luidde: Z’n eksjellentie, angezien +ik ge’oord en gezien ’eb asdat u in ’t land ben, +wenschte ik graag of u mijn met ’n bezoek wou vereere,—en +dan die eerbewijzing, begrijp je wel, met onderteekening as de +luitenant-kolonel van die infanterie.</p> +<p>„Waarop ik mijn twee collega’s vroeg: „wat dunkt u +daarvan?” Waarop de Markies de Touard zeit: „nou gane me de +lik in, want dat zou me sterk bewondere of t’er nou al geen +s..... an die knikker is.” Waarop ik <span class= +"pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name= +"pb100">100</a>]</span>antwoordde: „Jij ben +mesjogge”,—en mijn vesitekaartje nam mèt titel. +Volges etiquette-gewijs draaide ik an die rechterkant ’t puntje +om, stak ’t in een passend envelop, en liet ’t wegbrenge +door mijn éducan .... à pied.—Zie je, ’k laat +er inspres veel Fransche woorde in doorvloeie, dat staat wel +prachtig!</p> +<p>„Waarop me educan wier binnegelate bij die luitenant-kolonel +en wat gebruikte wat op dat oogeblik de tijd vereischte, waarop +’ij met ’t adreskaartje van die Jhr. v. d. L. de C., +mèt omgeboge kantje an die linker’and, per rijtuig terug +wier vervoerd na mijn.—Dat plooie van dat randje an die linker +kant beduidt: die receptie is angenome.—Snap je nou effe wat die +opvoeding van al die etiquettes ’n groote rol speelt in ’n +mensch z’n leve?</p> +<p>„Nou, die educan bracht mijn de bewuste envelop en antwoordde +mijn onder vier ooge privé: „Racier, ’k ben machtig +in ’t lef, maar dàt zakie durf ’k belàm niet +te wage; want ’t zou me sterk ontvalle of die dinertafel zat +stijf van die ofciere.”—Waarop ik antwoord: „Vertrouw +op mijn, mijn dappere Markies, ik zal me rol net spele as dat ie +be’oort”,—waarop die allebei zich verwijderde en ik +alleenig in die salonkamer ging zitte prakkezeere voor ’t raam an +de Mart, en me rol bestudeerde, onder ’t gebruik van een +bouteille de St. Estèphe, een ’eel zachte wijn voor die +koerazjie, waarbij ’n kissie +sigare-van-75-cente-’t<span class="corr" id="xd20e1549" title= +"Bron: ">-</span>stuk op dat tafeltje stinge, die ik ’ad +besteld.</p> +<p>„Zoo welgedaan en gesterkt—och, as je ’t maar fijn +’ebt op de wèreld, is ’t geen kunst om d’r +link bij te blijve—zoo kom ’k na ’n uur bij me twee +educans werom en gelast ’un: „stroop je rijbroeke af, trek +je pantalonne an en zet je in grand tenu”,—’t geen de +generaal zelf óók dee’... <span class= +"pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span></p> +<p>„’Alf uur later sting ’t rijtuig al voor ons +drieë klaar om ons af te ’ale: koesier en palfenier, stijf +in ’t goud, getrokke door twee edele zweetschimmels, en waar de +luitenant-kolonel in polletiek zelf óók in zat. +Netuurlijk nam ik plaats naast m’n ami, want in tijd van oorlog +is hij volges rang en stand me vrind, en me twee educans in uniform +d’honneur zatte vlak vóór mijn. Onder ’t rije +merk ik best op, dat de Markies de Touard erg zat te knijpe, waarom +ondergeteekende de grooste schik ’ad in z’n eige.</p> +<p>„Volges die etiquette confronteerde de gast’eer mijn toe +an ze vrouw, waarop ik volges die etiquette van ’t militarisme +’aar de ’and reikte onder ’t uitspreke van de woorde: +„edelvrouwe angename kennismaking en ik ’eb de eer uwe +jonkvrouwe voor te stelle an zijn eksjellentie de generaal met zijn +staf van bovegenoemde name.”—Waarop wij na de rookkamer +gonge—zoo noeme ze dat in die groote wèreld—en ons +vijf ’oofdofficiere afwachtte; waaran ik door de +luitenant-kolonel, gevolgd door zijn edelvrouw, ook geconfronteerd +wier, dezelfde beweging dee’ as straksies vermeld, en wij onder +’t gebruik van een flesch wijn koetjes en kalfies sprakke over +dat leve in Indië, vóór wij an tafel gonge:</p> +<p>„Volges oud gebruik van diners en recepsies is de generaal +’t ’oofd van die tafel. De edelvrouwe des ’uizes +’ad drie dochters: een van 21, een van 23 en een van 27 jaar, +beeldschoone dames,—och, man, hou op!—en eerstgenoemde een +barre lief’ebster van paardrije, nou! Dit alles geschiedde onder +de ’oogste etiquette.—Ja, je ken daar zóó uit +de ’oek gaan schiete, want er wier netuurlijk op mijn en me staf +fel gespionneerd of wij ’t wel ware, en dan mot je derec tege +zukke mokkels <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name= +"pb102">102</a>]</span>beginne: mag ’k je ’s ... ’n +smokkeltje geve, lekker dier?—An elkeen wier dus z’n plaas +beweze, uitgezonderd de generaal; die mot zelf wete waarof tie zit.</p> +<p>„Me twee educans plaasse zich vlak vóór mijn, en +naast ’ullie de dochters,—de ouste met de gastedelvrouw, en +zoo bleve ze ’een en weer loope, waarbij ik ’ullie +vergezelde. Me dege ’ong netuurlijk an die portemanteaux; dat zou +anders te lastig weze bij dat <span class="corr" id="xd20e1565" title= +"Bron: rondkuïere">rondkuiere</span> over die kleeje ...</p> +<p>„Toe ik die beweging zag dat de tafel ’n anvang zou +neme, nam ik me plaas, voor mijn bestemd, met de edelvrouw rechs en dat +ouste hippie links van mijn, en zoo allegaar verder navenant met +d’r galakleeren an van zwarte zij, en rose zij,—de vijf +ofciere met ’ullie medams, en daartusschenin de polletieks, mijn +tot ’ede nòg onbekend, daar ’t van de ’oogste +aristokráássie was, wat later beweze te zijn de graaf v. +P., gepensionneerd kamenier van zemajesteit Willem III en die z’n +ordonnancies ... in buitengewone dienst!</p> +<p>„Dus ’oe of ik daar tussche zat?—en dat voor +’n gesjochte jonge, daar klopt ’eel Nederland voor in ze +’ande,—maar nou staat de Generaal dan ook weer in de rij +voor ’t Toevlucht van ’t Leger des ’eils en vraagt +z’n eksjellentie om ’n kom zweet met ’n ’omp +brood,—as ’t zijn kan zonder kachel’outjes te +’akke.</p> +<p>„Waarop dat diner een anvang nam, en alle ooge gevestigd ware +op mijn en me educans <span class="corr" id="xd20e1575" title= +"Bron: ..">...</span> Nou, die zatte netuurlijk heel skrikkelijk in +d’r knijpert, maar gelukkigerwijs ’ad ik ze goed +gedresseerd daar in Amsterdam in dat ’uis met die +namaak-edel-vrouwe om ’t op te leere en ’k ’ieuw mijn +ooge niet van erlui af, dat ze geen flaters konne begaan door d’r +menaziekleppe ope te zette. Ze zwege dan ook as ’t graf. Want +<span class="ex">niemand</span> spreekt <span class="pagenum">[<a id= +"pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>dan, as de +<span class="corr" id="xd20e1583" title= +"Bron: genenaal">generaal</span> alleenig! En zullie bediende +’ullie twee dames, en ik mijn dame an stuur- en an +bakboord,—en, christeneziele noggetoe dat ouwe dirazie keek mijn +maar met van die smullige ooge an, da’k dacht ... „nou, +daar ga je”—zei ik dan maar—„sla noggeris om, +’t is je gegund”... Maar dit alles wier netuurlijk geschied +onder de grooooooste etiquette!</p> +<p>„Onder ’t ete ’eb ’k toe’ ’t +meeste gesproke over de toestande en ’t leve in Indië, mijn +als kloniaal partekelier bekend,—maar ’k ’ieuw +’n wachter tege me lippe voor àl te peperige gijntjes. +Zullie vroege maar raak, en ik antwoordde minzaam: van soldaat tot +generaal ...</p> +<p>„Ja man, wat ’ebbe me dáár fijn +geschranst... oef! Me ooge beginne nòg te kolle as ’k er +weer an denk: vijftien, zestien, zeventien koeverte ... Eerst soep. Dan +neem je daar ’n lepeltje van en schep je dames op, maar denk er +an dat je niet op de rand van d’r bord spat. Krijg je dàt +in de gate, dan neem je je servet of ’n slippie van dat tafellake +en veeg je ’t er fijntjes weer af. Die bediendes zette die +koeverte maar áls naast je neer. Na de soep zes, zeve soorte van +vleesch, èn kip, en dessert met fijne suikerwerkies na. +Da’s dan koud. Overal neem je maar een klein likkie van, en wat +je daar dan van opzet, eet je op volges etiquette ... Maar voor elk +menu krijg je een nieuw schoon bord. Dat ònderste alleenig +blijft in die groote wèreld altijd staan voor die +podding<span class="corr" id="xd20e1590" title="Bron: ..">...</span> Of +ik er lekker gebikt heb?—o christenziele, en hoe! ’k Vrat +me temet ’ne duizeling!</p> +<p>„Die wijne worre volges die etiquette op tafel gezet; je +ontkurkt de flesch maar met ’n kurketrekker van masief zilver +òf compesisie; dan maak je dat nekkie met ’t borsteltje +schoon, schenkt dat glas van je dames op drie vingers na vol, en zet je +flesch dan weer neer. <span class="pagenum">[<a id="pb104" href= +"#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p> +<p>„Op ’t eerste glas is de generaal verplicht om overend +te gaan staan en je drinkt op de gezondheid van je tafel waarop +’n elkeen opstaat en ’t bewijs van eer tege mijn glas +geeft.—Zoo ’ebbe we daar geëte: twéé en +’n ’àlf uur lang,—ja, wat ’n +merakel!—en ze vrage je tusschebeie van de vinijnigste +strikvrage. Maar ik wou netuurlijkerwijze dat karakter van die +luitenant-kolonel scherp opneme,—ja, wat ’n wonder, want ik +had éérst goed geschranst, en nou mos ’k geld zien +óók... Nogal wiedas! Dach ’ie soms da’k dat +miek voor me eige vermaak en voor louw?—Maar a’k je eerlijk +de waarheid vertel, mot je nie’ kwaad worde, ’oor je.</p> +<p>„Na afloop dee’ de kolonel de meedeeling dat z’n +jongste dochter jarig was, en daarom ’ieuw ’ij om tien uur +een bal. Maar daar ondergeteekende fijn danse kan, en niet wist of +z’n educans dat wel konne, werd dit door ’em nederig +geweigerd.—Ja, netuurlijk, dat was ommers de eerste keer, en +toevallig wazze we nooit met ons drieë na ’n gesjochte +huppelzaak geweest, dus ondergeteekede was bàng voor z’n +staf.</p> +<p>„Ik klee dus m’n eige vast an en wor vergezeld van man, +vrouw en dochters en de mijn op dat oogeblik onbekende graaf v. +P.—maar die heb ik later óók gevild, aggenebbiesj! +Toe, bij ’t afscheid, vraag ik me gast’eer of ’k nog +’n privé-gesprek onder vier ooge met ’m mag. Wat +mijn toegestaan wier. En ik ’m meedeelde op dat oogeblik in +verlege omstandig’ede te zijn, en in Middelburg geen bankier +’ebbende, vroeg of ’ij me voor drie dage niet kon +’elpe an f 2500.—Da’s me éérste +oplichting as generaal geweest.—Waarop ’ij antwoordde: +„zijn eksjellentie, al wou je tien lappies van duzend +’ebbe,” en over z’n brandkist ging en d’r vast +twee uit’aalde en toe nog vijf blauwe rugge, met de vaste +<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name= +"pb105">105</a>]</span>beweging erbij dat er nooit ’n kip na zou +kraaië ...</p> +<p>„Ja, na zóó’n diner, en daar ’n paar +cente nog bij,—a’k maar ’n gat zag, dan kroop ik +d’r vandaag nòg zoo in. Want van die cente ’oefde we +niet eens te gaan vrete—wat jou?—en in dat +’ôtel betaalde we tòch niet ... We gonge dus same in +polletiek na ’n café eerste klas onder ’t gebruik +van wijn, rum, cognac en fijne segare,—en de netuur mag wete hoe, +maar ’s morges om nege uur wier ik weer wakker gemaakt door de +’ôtelouwer zelf, in zwarte rok,—die mijn me twee +gekluste eiertjes brocht met ’n skeutje port, op ’n zilvere +blad!—Die mot óók ’n paar spijkers +hebbe—docht die vent—en die zal in De Haag wel met geen +potlooië of kenijntjes ’oeve te loope.” <span class= +"pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch15" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1608" class="main">Hoofdstuk XV.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">... En terwijl ik er hem dan maar verbaasd op zat aan +te kijken, den ziekelijken fantast, zag ik ’m langzaam aan moe +worden en weer versjofelen,—de hittige glorie dooven uit zijn +lampjes en den klatergouden waan afglijden van z’n kale +lompenstatie.</p> +<p>De <span class="corr" id="xd20e1614" title= +"Bron: trionfantelijke">triomfantelijke</span> leugen, waaraan hij zich +opwindt als ’n ander aan opium, aan drank,—die raakte nu +weer uitgewerkt. De valsche schijn verschemerde voor z’n +slap-geworden gezicht. Z’n vooze passie kòn niet +meer;—en wat lag hij daar nu stumperig zwakjes in dien veel te +wijden leunstoel weggezakt bij ’t vuur.</p> +<p>Als in schitterende kleurtjes opgeblazen zeepbellen—dacht +ik—die tot niets dan zoo’n troebel sopje verspatten en +vergaan.—Als ’n ruiende, <span class="corr" id="xd20e1619" +title="Bron: dood-verfonfaaide">dood-verfomfaaide</span> adelaar die in +zijn dierentuinkooi zit te koekeloeren naar den triesten dag van over +de achterbuurthuizen.—Zoo’n afgepafte zevenklapper, +verweekt in de goot!—Tuberculeuse kermisleeuw met z’n steek +nog op, na de glimmerlichte vertooning terug in zijn hok daar tusschen +den rommel van de achtertent, als de morfine nog door +soest.—’t Was ’n stumper,—zoo’n in de +broeikas van zijn heete verbeelding tot overdadigen bloei getrokken +plant, die dra weer verflenst hangt en al zijn bloemen laat +vallen.—Weemoedig wrak van een als bark volbezeilde klomp, op +drift geraakt en tegen den anderen wal aangekwakt.—Zoo’n +doodmoe gepiaste hart-zieke clown, nu ie daar neerleit als ’n +vod.</p> +<p>Van de koortsige verbeeldingen bleef enkel de inzinking na;—en +daar zat hij nu, aan den haard weer kleumig schurkend in dien veel te +langen, vaal-geschooiden <span class="pagenum">[<a id="pb107" href= +"#pb107" name="pb107">107</a>]</span>ulster; z’n borst +ingezonken, amechtig en stram door ’t smerige leven, met uit de +modderrafels van z’n broekspijp dien grammelen voet in beide +handen gevat en pijnlijk befrutseld.</p> +<p>Z’n oogen zochten moe naar de staag vervlakkende fata-morgana +aan zijn ... atheïstenhemel! Want al zijn overmoed, zijn felle +durf was in die lange opgetogenheid weer opgestookt ... De +Generaal—berooide bedelaar nu weer, schunnige armoedzaaier zonder +fut,—de overal wat meewarig om zijn psychose bespotte ... +„recidivist!”—och arme. Landlooper in onbenullige +oplichterijtjes, zoo deerniswaardig grotesk van eigen +heldenverbeelding, en als zoo’n half-sjoegen harlekijn met +grollig eerbetoon omsolde „excellentie” onder de gesjochte +jongens van ’t gilde en de deerns in de slaapsteê ... En +dan telkens maar weer om de stuntelige vergrijpen van zijn zielszieken +waan in de cel opgesloten... Poovere sire in ongenade,—wat +schuwden zijn straks nog zoo uitdagende oogen nu verlegen naar mij +om,—weerloos goedig als van ’n verzworven hond, dien je in +de warmte hebt genomen—: en of ik hem nou altemet dan tòch +zou hebben doorgrond?</p> +<p>„Hoe vin je me rol?”—polste na ’n heele poos +zwijgen die weer dor geworden bedelstem, terwijl er even ’n sluw +vonkje opgloorde in zijn gedoofde lampjes. Hij vroeg ’t +aarzelend, en al vergoelijkend week, voor ’t geval, dat ik +’m mocht hebben betrapt,—glimlachend alsof ’t toch +maar ’n onschuldig grapje was geweest, en da ’k er vooral +niet boos om mocht worden. Maar toen ’k heel ernstig knikte, +herleefde hij weer wat, omdat hij me dus wel waarlijk overdonderd had. +En sterker herhaalde hij, hoewel nog schor en moe: „Ja, wat +’n rol, hè?... maar ik kan je dat netuurlijk niet allegaar +zoo <span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name= +"pb108">108</a>]</span>haarfijn verder vertelle, want die beweging het +... twee-en-een-half jaar en drie dage geduurd.”</p> +<p>Maar alle overtuiging was uit ’m verzwakt. Dat dandieuse van +straks, zooals ie, van de leuning overeind, fier rechtop zat, enorm +hautain, met de borst gewelfd als in ’n ridderkuras, ’t +hoofd minzaam nijgend uit de statiekaros van mijn fauteuil;—en +dan die verrukkelijke kranerie waarmee hij z’n enorme dalvers-pet +heel even tusschen duim en vinger aan de klep rechtstandig van +z’n hoofd kon lichten! Dat was alles immers even fel bezield, +hartstochtelijk spel, tot in den edelen zwier van de +sigaar-mèt-bandje naar zijn mond, en ’t fattig +lipgespitste rook-uitblazen. Dat was ’n strekken van zijn Don +Quichotte-gestalte, hoog en hooger naar zijn steigerende verbeeldingen +op, die steeds weidscher om zwierden in de aristocratische kringen van +„die alderhoogste wèreld”, boven mijn toch ook maar +simpele burgerlijkheid uit.</p> +<p>Doch nu, afgemat als hij was, klonk er vermoeide gelatenheid in zijn +stem, een nederig streven om zijn hooghartigheid jegens mij vooral weer +goed te maken; een verlegenheid met dien vaak bevelenden toon van zijn +extase, en dat hij me zoo laatdunkend de geheimenissen van „die +etiquette onder de grootelui” had toegeduwd ...</p> +<p>Hij was onder ’n hoedje te vangen, terwijl ie nog maar zoowat +voortstamelde en stotterde, telkens blozend bij àl te +doorzichtige leugens, om ’t verhaal aan ’n end te +brengen—èn langzaam den gepasten overgang te vinden op +’t ontvangen van mijn Kerstgaaf in zijn technisch uitgestoken +bedelaarshand,—altijd min of meer penibele situatie, die hij zoo +goed mogelijk pleegt te redden door zijn familiare lachje, en ’t +achteloos gebaar, waarmee <span class="pagenum">[<a id="pb109" href= +"#pb109" name="pb109">109</a>]</span>hij ’t geld dan zoo maar in +den wijden, wijden zak van zijn dalles-dekker laat vallen, zonder +’n woord van dank.</p> +<p>Hij hortte en stootte dus moeizaam voort, ’n machteloos +opfladderen van zijn vleugellam gevlogen verbeelding, met matte +herhalingen, zonder verband,—als ’n stumperig uit zijn rol +gevallen acteur. Maar nòg kon hij niet vermoeden in zijn hooge +waan, dat ik ’m snapte;—’k aanvaardde immers +àl zijn verzinsels sullig weg en naar de letter! Hij vindt mij +een lummel—dat merk ik telkens—omdat ik ’m nooit +tegenspreek en hem altijd heel belangstellend aanzie als ’n +uiterst curieus object. Hij heeft ’n welbewuste minachting voor +mijn ongewikstheid, al vindt ie in ’t verschil van +maatschappelijke positie—ach arme stumpers die wij daar allemaal +zijn!—tòch wel ’n prikkel om mij z’n amice te +noemen, en ’n gretig behagen om in ’t verzorgder milieu van +mijn werkkamer te vertoeven, van de slaapsteê, of, God weet, van +onder de bruggen uit. Daar droogt ie dan weer ’s heelemaal op en +wordt warm tot in het gestremde merg van z’n gebeente. Ook +waardeert hij precieuselijk onze geurige koffie en thee, en dan smullen +zijn stiekeme oogen glunder aan de in ’t frissche katoen +geserreerde figuur onzer dienstmaagd, wanneer die hem +„eigenhandig” zijn dampend kopje of wel het twaalf-uurtje +brengt... Maar bovenal stemt de rust van zoo’n dag eens niet de +onherbergzaam kille wereld in te hoeven zwerven hem biester +kneuterig...</p> +<p>Zal ik ’t hem nu aandoen, na zijn bravoerlijk paradeeren onder +de grootheid—twee hoofdstukken lang voor uw verblufte +oogen!—om hier den berooiden generaal van kort vóór +zijn val te vertoonen, op slappe beenen van weelde-genoten, doorgezakt +in de knieën, <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" +name="pb110">110</a>]</span>zijn „goud” zwart beslagen, +z’n „eereborst” afgetakeld, z’n pet voor stille +speurders stiekem over de oogen gedrukt en met den in de lorum +geraakten staf sjegrijnig en knijperig sukkelend achter ’m +aan?</p> +<p>’t Wordt ’n desolate historie,—de generaal is zoo +moe. Laat ik ’m liever ’n <span class="corr" id="xd20e1649" +title="Bron: extratje">extraatje</span> geven om eens ferm te schransen +en lekker te gaan slapen in een frisch bed, dan kan ik ’m +morgenochtend zijn oordeel vragen... Misschien dat hij er van nacht +’n minder smadelijk eind aan beleeft. <span class= +"pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch16" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1654" class="main">Hoofdstuk XVI.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Och ja”—zei de vagebond, nu meer op +koel mededeelenden dan op beeldenden toon—„dat heeft +toe’ twee en half jaar en drie dage geduurd ... Maar +godallemàchies zoo’n ròl!—Zoo kan ik me hand +<span class="ex">twee en dertig</span> maal verdraaië, en as die +rechtbank d’r achter komp, dan zeg ’k dat ’t +niet-en-waar is. O man, en allegaar zóó fijn geskreve, +da’ j’t háást niet ken leze ...”</p> +<p>Ook stonden z’n h’s er nu weer allemaal in, want +’t was voorloopig erg nuchter en zakelijk:</p> +<p>„Zie je,<span class="corr" id="xd20e1665" title= +"Niet in bron">”</span>—vertelde hij—<span class= +"corr" id="xd20e1668" title="Niet in bron">„</span>want we ben +daar toe’ nog ’n week of drie gebleve, na ’k bij +’t kappetaal ’n oplichterij had gedaan, groot ... vier +duzend acht honderd gulde;—bij ’t hóóge +kappetaal! An de schatrijkste lui ging ik weer de komplemente brenge +van die familiebetrekkinge in Indië,—die ’k van me +levensdage nooit had gezien. Daar stuurde ’k dan me beletkaartjes +an en wier afgehaald of gong er zelf per rijtuig heen, wier d’r +heerlijk onthaald, terwijl ik de inwendige mensch nakeek of daar voor +mijn wat viel te plukke bij geval,—om rede mijn bankier uit was, +en van zu’k soort smoesies meer. Dusdanig leende ik overal duzend +of vijftienhonderd gulde en dempte daar die putte van drie-, vier-, +vijfhonderd mee. Zoodat ik as eerlijk man groote oplichtinge miek om de +kleine te dekke. Maar hôtels en kleermakers betaalde ik +nóóit;—da’ was eenmaal Fransch en kon +ondergeteekende zich dus niet an onttrekke ...</p> +<p>„Toe Middelburg af was gestroopt, trokke me dus na dat hotel +Pays Bas in Utrecht,—met de éérste trein weg, in +’n éérste klas rijtuig, en daar er dan welderis +andere passegiers inzitte, en ik in polletiek wel ’s niet vermomd +was,—want da’s zwaar zoo’n pruik en baard<span class= +"pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name= +"pb112">112</a>]</span>—huurde ik voor mijn en me staf alleenig +die hééle coupé effe af ... Nou en polletieke +ha’k netuurlijk genog: op laast zeve, acht pakke, want wie +vertrouwt er soms geen generaal?... Maar de kleermakers magge hierbij +niet worde vermeld, om rede d’r nog in leve benne, die f 2500 op +ondergeteekende’s krijt hebbe staan.</p> +<p>„Ook ka’ je zoo nagaan da’k bij me vertrek iedere +bediende, van schoenpoeser tot kofferdrager af, ’n tientje gaf +volgens die etiquette van de hoogste aristocraassie, en zoo wiere er +voor mij vanzelfs diepe buiginge gemaakt in bijzijn van die verneuriede +hotelhouwer ... An ’t station schonk ik me koesier effe ... vijf +en twintig gulde fooi.—„La’ maar zitte.” +Goeiegenade noggetoe, nogal niks!</p> +<p>„Netuurlijk kreeg ik in Pays Bas me appartement weer bove die +poort met vijf kamers, en vijf kelners wiere angenome voor mijn +alleenig, angezien die bollebof nog nooit eerste klas slapers had +gekamerd. Waarop ik speksie miek in de kazerne van „de +Veld” en ik orders gaf an de dienstdoende kappitein Jhr. O., om +de andere dag die stukke in die Maliebaan te gaan zette, om rede ik +zelf ’t commando uit wou voere.—Zeg?—<span class= +"ex">nou!</span> òf die ofciere in draf zatte, want ik zat op me +schimmel, ree links en rechs met me educans, om te kijke of die kenonne +in orde voor tijd van oorlog ware, en ’t was allegaar +oudroest.—Wat een deining!—Toe vergezelde ik zelf die heele +stoet na de kazerne werom, waarop kapitein Jhr. O. mijn na ’t +hotel opgeleidde, waar me schilderhuis al sting en me wacht, en ik zoo +maar de sierade van me borst afplukte, om kedo te doen an de ofciere +d’r dames. En ik noodigde er verscheie uit van de veld en de +mineurs bij mijn op ’n neutje ... sjampoepel, waar ’k op +’t moment nòg wel ’s effe zin an had ... +<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name= +"pb113">113</a>]</span></p> +<p>„Maar de zake mochte er niet onder lije, en vier dage later +zat ’k alweer druk-op in me oplichterije. Zoo gauw ze uit +Middelburg maande, seinde ’k: „Spectiereis, +geduld”—werom ... Binne ’n groote zes weke ha’k +ook hier me zestien miel geflescht ...</p> +<p>„To ’k twee dage voor ons vertrek ’s alleenig in +Wageninge gong neuze, waar ’n boezemvrind uit Brussel van mijn +was gevestigd, en ’k dus me staf achterliet. Maar die ami-intime +van mijn had me verniggeld, zooda’k langs die straat loop, en +’n groentevrouw an die deur van ’n eerste klas villa hoor +vrage an die mevrouw: „heb u nog als maar geen tijding uit +Indië gehad?”—Wat ondergeteekende achter z’n oor +knoopte.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1688" title= +"Niet in bron">‘</span>’k Gong dus ’n herreberg +in—’k wil zegge: zoo’n groot café-restaurant +à la carte, en liet me ’n kejakkie brenge mèt de +Figaro, en hieuw die inspres onderstbove, want ik zat bijna in +donker.—„Ka je dat averechs leze meheer?”—zeit +me dat frommes achter die tapkast. „Ik kan rechs en links leze +dame, a’k mijn bril maar heb of gouwe lornjet.” Wat +allegaar begonne was om kennismaking. Want: ik zoch iemand die +d’r zoon as eerste-luitenant in Indië was. (Dat ha’k +ommers van dat wijf an die groentewage gehoord.) Waarop zij zeit: +„dan mot uwe zeve deure verder weze; daar het me man verleê +week nog wijn gebracht, en toe’ het die mevrouw gezeid: ’t +zou me wel duzend gulde waard zijn a’k maar tijding +had.”—„Zóó”—zeg +ik—„noodig uws man dan uit om haar edele effe mijn +eksjellentie’s kaartje an te prizzeteere”. Waarop ik na +Utrecht werom ging, want ik most volges die etiquette eerst +uitgenoodigd worde door die medam.</p> +<p>„En jawel hoor, klokke vier en twintig uur later kwam die +brief. Die hotelhouwer most zich daarvoor natuurlijk <span class= +"pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name= +"pb114">114</a>]</span>eerst in gala kleeje, om die mijn te brenge, en +anders miek ’k ’n standje—want ’k zat juist te +dineere... En me ete, da’s me heilige plicht voor ’t in +stand houwe van die menschheid. Altijd, en nòg. A’k vreet +kan ’k bevoorbeeld ook nooit geen pelisie vele. Buite ben +’k pakbaar—da’s volges de code civile. Maar a’k +binne zit te bikke, dan kenne die klabakke eerst fesoendelijk d’r +beurt afwachte,—to’k over die dake weg ben gespat. Wat +jou?</p> +<p>„Recht is recht. En daar sting in die brief of z’n +eksjellentie baron v. T. v. S. zoo goed wou weze na Wageninge bij die +douairière over te komme, want ’t was ’r wel +d’r rechterarm waard, om tijding van d’r geliefde kroost te +hoore.—Je mot me maar niet ankijke, nou; a’k dat vertel +begin ’k amper te huile.—In geen vijf jaar had ze geen +letter vernome!...</p> +<p>„Da’s koffie”—zeg ’k tege me +maats—„dan lawe medeen maar onze bagazie na Arnem in +’t Zwijnshoofd brenge”—want die hotelhouwer hier wou +àls maar die afrekening na mijn standplaas in Haarlem sture, wat +ik voorgaf niet te wille wete voor me vrouw, van wege die vertering, +die ik miek op grooste schaal,—en stapte zelf af in Wageninge met +me staf. Hier wiere we door de grooste heer van ’t gerecht +gesalueerd.</p> +<p>„Te voet trokke we in optocht door die stad. Daar sting al +’n groot publiek in blije verwachting voor die deur en in de +ronde. Lakeie in livrei hieuwe die orde en introduzeerde ons an +mevrouw. Zij zat vergezeld met hare dochter—haar eenige troost +die d’r nog overgebleve was,—en ontving ons +allerminzaamst:</p> +<p>—Zijn eksjellentie, zou u mijn zoon nog herkenne in polletiek +en in grand tenu?”—vroeg ze mijn, die +doerak.—„Ik ben de almachtige God zoo dankbaar, dat +<span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name= +"pb115">115</a>]</span>de caféhouwer mijn meegedeeld heeft as +dat er ’n generaal bij zijn geweest was, die weet had van mijn +laaste kroost.”</p> +<p>—Mevrouw douairière, ’t is geen drie maande +geleje dat ik nog met zijn edele uw zoon te paard heb gewandeld op +Padang Pandjang ...”</p> +<p>—„Hier is mijn album”,—zeit zij toe’, +waarmee ondergeteekende niet op ze gemak was, omrede hij de bewuste +persoon natuurlijk nooit in de linke gehad had, en ’t album +twee-en-tachetig differente fotografies bevatte van allegaar dames en +heere in polletiek.—Waarop ik dat eerste blad opende. En daar +spreker dezes ’n premier klas fisolemie-kenner is, en in de +petrette van de mannelijke tak geen millitair voorkomen zag, vestigde +ik mijn aandacht op dat vijfde blad en leesde ik in die fisolemie: dit +is een krijgsmanshouding. Waarop ik antwoordde met groot lef: +„da’s ie sprekend, maar as jonger”.</p> +<p>—Daaran het zijn eksjellentie gelijk”—zuchtte die +édele weduwvrouwe met trane van geluk over d’r wange. En +ik ’m vervolges zes, zeve keere in polletiek d’r uithaalde +uit ’t zelfde fisolemie. Waarop ik mededeelde op dat oogeblik in +benauwde omstandighede te verkeere, en niet durfde telegrafeere uit +rede van de zenuwstaat van mijn vrouw de barones, die zij netuurlijk +van anhuwelijking speciaal goed kon,—en of ze me altemet an geen +f 1500 wou helpe.—„Volgaarne, +eksjellentie”—zeit zij—„maar ’k hoef +nooit ’n cent ervan weerom te hebbe, omrede uw familie daar te +goed voor is, en uws dienst is met geen geld te +betale.”—Zoodat ik toe’ diep geroerd beloofde an de +menister van <span class="corr" id="xd20e1712" title= +"Bron: kolonïe">kolonië</span> de bewuste gedetacheerde te +late verhooge in die milletaire stand.</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1716" title= +"Niet in bron">„</span>Nou heb ik dus weer vijftienhonderd pop in +me zak, <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name= +"pb116">116</a>]</span>en ’t benne allegaar oplichterije. Dus ik +vertrek, en blijd da’k van dat wijf af ben,—’k had +zitte knijpe.—In Arnem staan netuurlijk weer die twee +schilderhuize met de noodige schildwachte op mijn te wachte, want dat +was al overal bekend.—En ’t zelfde liedje. An de sergeant +van ’t piket gevraagd waar die generaal woonde van de gele +rijers; waarop zij allemaal in de pesisie stinge, niet voor mijn +polletieke pakkie, maar voor me borst met ridderorders.—Andere +dag met me staf te paard op bezoek bij me mede-generaal. En toe me +educan daar anbelde, zou z’n eksjellentie juist ook te paard +stijge, waarvoor die deur geopend wier door ’n heereknecht in +’t groen, met dito broek tot an ze kouse. Daaronder witte kouse +met láge schoene stile Louis treize, alles na de hoogste +etiquette voor zijn bewuste meester.</p> +<p>„Maar ik wou zien of hij zijn etiquette versting en bleef dus +zitte. Hij bekeek mijn eerst en zei toe’: „U ben ’n +persoon om kennis te make.” Nou legt die opvoeding van de dienst +an mijn eige persoon. Waarop hij na achtere gaat, waar zijn paard sting +met zijn ordonnans,—en ’t de weet van mijn is, waar ik rije +mot op mijn paard, dat as in oorlogstijd uit ’n schimmel bestond. +Maar mijn educans volge mijn op vijftien pas. En toe’ ik zag dat +zijn ordonnans rechs van ’m reed, dee ik dat ook.—Ja, je +mot geen knoopedraaier weze voor zoo’n rol!—„En +z’n eksjellentie”—zeg ik—„u heb wellicht +wel ’s meer met een generaal uit rije geweest?”—Hoe +vin je ’m, die kneep van mijn? Ja, want ik wou netuurlijk Velp +welleris zien omdat daar óók nog zoo’n schatrijke +douairière met ’n zoon in Indië zat, die ik effe gauw +op twee lappies van duzend had geschat.—En toe ginge we weer +ventre à terre door Arnem terug tot zijn huis, waarop ik +afsteeg, en mijn eerekaartje afgaf met de <span class="pagenum">[<a id= +"pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>vraag of ik spectie +over die gele rijers make moch’, wa’k er ... ja, krimmeneel +bezonder heb afgebracht!—Maar da’s lèf, +hoor,—met ’n echte generaal,—en geeneen gesjochte +jonge doet ’t mijn na ... D’r is immers nog +nóóit zoo’n rol gespeeld in ons land!</p> +<p>„Maar netuurlijk kan ik je niet al die oplichterije vertelle, +want dat zou ’n roman worde, nog zeve maal dikker as de Bijbel +... en die drie maande in Arnem alleen heb ’k ’n duzend +gulde of elf op de kop kanne tikke. Toe ben ’k effe na Utrecht +gegaan om mijn hotel te betale,—’t eenigste wat ik in +Nederland ooit betaald heb, en daarna heb ik incognito op gemeubeleerde +kamers uit zitte blaze in De Haag, mijn geliefde residentieplaas. Dat +kostte mijn daar, met me twee educans, an de Voorhout effe f 75 per +week voor ameublement mèt pension—da’s de kost. Ik +heb er netuurlijk ook wel enkelde slaggies geslage, maar die hadde +nie’ veel te <span class="corr" id="xd20e1727" title= +"Bron: beduïe">beduie</span>: van één, twee, drie +honderd gulde,—geen grand-tenu-somme; ka’ je zoo nagaan, +want ik werkte daar in polletiek, omdat er veels te veel gouwe torre +rondkroele in die stad, met van die ouwe gehaaide +verraai-generaals.</p> +<p>„Toe trok me hart weer na Zeeland terug, met name in Goes. We +zworve daar dat land in de ronde, en bij de rijkste leende ik wat ik +kon leene, al ware ’t soms kleine kaptale, waarvan—ik +bezweer je—’k nooit ’n cent terug heb betaald. En zoo +kwamme we dan eindelijk in Berge op Zoom, die vuile ongeluksstad, waar +je geeneens ’n 1e- of 2e-rangs logement had, zoodat we weer +verplicht ware gestoffeerd te gaan wone, en hier trok ik alle dag met +me staf in uniform door die strate, om dat wantrouwe niet op te +wekke.</p> +<p>„Zoo loop ik, in polletiek, met me maats van Berge op +<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name= +"pb118">118</a>]</span>’n prachtige achtermiddag na Thole om te +geniete van die natuur bij maanlicht,—waar ondergeteekende +’n speciale liefhebber van is,—as mij daar in +ééne ’n beeldschoone dame in zwarte sluier +tegekwam, en mijn enkel maar afvroeg: „Wat ben u gauw bevorderd, +eksjellentie, u ben net zoo min generaal as ik +kapiteinsvrouw”.—Waarop ik heel skrikkelijk verschoot, en +mijn vleugeladjudant, de Markies de Touard, die lijende was an de +vallende ziekte, van de schrik een toeval miek.</p> +<p>„En zij zweeft door na’ Berge op Zoom.—Waarop ik +in ’t naastbijgelege café om hulp vroeg voor me educan op +te knappe, en ’n half uur privé met me collega’s +weze moch’, voor ’t geld dat ’t kostte, onder +’t nuttige van ’n dejeuner ... froid à la +fourchette, bestaande uit brood, vleesch en koffie.</p> +<p>„Toe vroege die twee jonges an mijn: „Wat motte me nou +beginne,—de kogel is door de kerk, en me benne +verneuried?”</p> +<p>„Laat alles maar an mijn over”—zeg +ik—„ik zal dat varke wel wassche.—Want in me jonge +jare het die beeldschoone dame mijn haar liefde verklaard,—en +daar het ze nou zeker ’n soort haat en nijd van +gemaakt.”—</p> +<p>„Ja man, nou vertel ik je de fijnste roman uit dat +verrajersleve van die vrouwelijke seksie. Want een vrouw in zwarte +sluier had er mondelings kennis van gegeve an de commissaris van +politie en an die kazerne. Maar de justitie dorst mijn niet te +arresteere, en dee dat over an de milletaire macht om da’lijk de +valsche generaal te onteere... Nie minder dan vier, vijf patrouilles +defileerde er heen en weer door die stad: sergeant, kopperaal met acht +man, of luitenant, ’n eerste, ’n tweede, à +<span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name= +"pb119">119</a>]</span>tour de ròle. Maar daar was +ondergeteekende zich niet van bewust. Dus ik gong na Berge terug.</p> +<p>„Onder de weg ontmoet ik ’n wachtmeester van de huzare, +die mijn speciaal kon. Hij komt na me toe en zeit: „meheer, je +mag wel oppasse, want ze loope patroulle om je te vatte. En dat zou +mijn spijte, want je rol is te mooi.”</p> +<p>„Daarop zijn we in dat koffiehuis de avond gaan zitte afwachte +met verschillende consumsies. ’t Bitterste was dat in Berge die +paarde nog stinge van me eige: ’k had f 675 voor mijn schimmel +gegeve en voor die twee andere f 550,—van kleine oplichterije +netuurlijk betaald. Zoodat ik in die herberg eerst me pruik en baard +afdee, en werp in die sloot, met modder, gras en zand d’r over. +Maar ’k zat met de gelde nog in de zak van me kamgare pak, +èn beige demi. Dus denk ik: ’t eenige wat ik doen kan is +die caféhouwer me heele rol te vertelle, waarop hij met me brief +na’ de stal is gegaan, de huur het betaald, en die paarde na dat +café late brenge ... Wat netuurlijkerwijs ’n flater van +mijn was ... Ja, da’s de steek wat de spreker het late +valle,—zooas ’t de beste breisters vaak overkomt.</p> +<p>„Vervolges heb ik me persoonlijk alleen vervoegd in ons +kosthuis—sluipenderwijs langs-achter die tuin, waar ik snikkend +an die kostjuffrouw vroeg: „Mevrouw, ik bid u uit de Netuur of u +mijn wil bescherme?”—„As ’t me man goed is +...”, zeit zij.—„Uws man zal voor mijn geen oogeblik +van ze vrijheid motte misse”.—Waarop die man miek: +„Meheer, meheer, wat heb je <span class="ex">nou</span> +uitgevoerd?”</p> +<p>„Ja”—zeg ik weer—„wie sta, zie toe dat +hij niet valt.”</p> +<p>„Daar die mensche erg vroom ware, koesterde ze een diep +meelije met mijn. Daarom heb ik hullie me kiste in <span class= +"pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>late +pakke met die adresse op me eige naam, bureau restant Anvers. Maar dat +gèld nam ik er netuurlijk zèlf eerst uit: f 11.422 zonder +dat zullie ’t zagge. En toe’ vroeg ik wat ik haar schuldig +was.</p> +<p>„De cente, die u thans nog in je zak heb, zal je wel noodig +hebbe om te ontkomme; daarom geve we je de penninge, dat je ons +schuldig ben, in naam van Jezus Christus cadeau.—Zorg alleenig +dat je uit de gevangenis blijft!”—Waarop ik huilende +wegging en die vrouw omarmde ...</p> +<p>„Ja, want ik was óók niet heelegaar brandschoon, +omrede ik onder de weg en in dat café, waar me educans maar +wit-bestorve zatte te knijpe, tot hede drie-en-twintig kejakkies genome +had, en maar niet dronke kon worde, zooas die zenuwe inwendig trokke. +En in ’t bewuste koffiehuis hebbe me toe’ ook nog ’t +een en ander verteerd, zoodat we wel rijtuige hoorde voorbijrije, maar +niet wetede dat dat om òns was begonne. Waarop ik die +koffiehuishouwer betaalde èn ’m voor ze weldaad honderd +gulde wou geve. Maar nee—zei die edele man—„geef die +dan maar an me dochtertje, die, as Katteliek zijnde, ’t andere +jaar toch d’r eerste kemunie mot doen.” Zoo ginge me dus +die plaas op, bestege onze gereedstaande rosse, en reje in ’t +holst van de nacht die weg na Thole op.</p> +<p>„Die pont, die je daar heb, stakke we over te paard, en an de +eerste tol, die dicht was—óók verraje +werk—schreeuwde mijn eerste vleugeladjedant om de tolbaas +<span class="corr" id="xd20e1769" title="Bron: ..">...</span> toe daar +p’rdoes vier heere met hooge hoeje uitspronge: de president van +de rechtbank uit Zierikzee, met de substituut, de officier uit +Middelburg, en een ander, die ik niet kon. Maar de eerste kwam na mijn +toe, en: „Eksjellentie”—zeit ie—„stijgt +van uws paard, want ik wou <span class="pagenum">[<a id="pb121" href= +"#pb121" name="pb121">121</a>]</span>wel ’n paar woorde met je +verwissele.” Waarop ondergeteekede, zooas je wel begrijpe kan, +netuurlekerwijs wel lont rook, van ze paard af klom, dat vastgehouwe +wier door ’n man met róóje baard, en me laaste +bevele gaf an me staf. Toe zeit hij: „in naam des Konings zijt +gij mijn arrestant, want ge zijt niet de baron v. T. v. S., maar +Racier, de vroegere doofstomme marskramer,”—’t welk +doende hij zijn rooje sjerp vertoonde an mijn.</p> +<p>„Nou—gedane zake neme geen keer, hè?—en +achter dat tolhuissie stinge ’n antal van na mijn schatting wel +15 à 16 veldwachters, dus ik antwoordde nederig: +„edelachtbare heere president èn rechters, ik ben geknipt +en ’k zal volgaarne meegaan, maar om de nagedachtenis van me +edele moeder smeek ik genadig of we ’t altemet niet zonder +geleië van die heere veldwachters af zouwe magge, want—hoe +diep ook gedaald zijnde as atheïst, het ’n mensch toch nog +z’n schaamte en eergevoel”.—Waarop die officier zijn +orders gaf dat die openbare macht kon verdwijne, en ik mèt me +staf en van die justitie z’n tegenwoordigheid vereerd, in +’n rijtuig met twéé paarde ... na ’t huis van +bewaring in Middelburg wier overgebracht ...”</p> +<p>Snikkend, met z’n zwerverskop schokkend in die lange dorre +handen, kon Racier nog enkel maar uitbrengen: „... voor ’t +eerst ... na twee en ’alf jaar ... en drie dage ... van de +alder’oogste eerbewijzing ... zonder ... <i>lakei</i> ... op die +bok ...!” <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" +name="pb122">122</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch17" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1783" class="main">Hoofdstuk XVII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Om vijf menute voor twaalve op de klok van de +kerk wiere we daar toe weer in ’t huis van bewaring +dichtgegrendeld,”—verzuchtte de vagebond.—„En +die eerste zeve, acht dage heb ’k geen brok geëte, geen +spoog water door me opgekropte keel kanne spoele, daar in dat akelige +celletje weer ... Ja, na altijd zukke groote gastmale: je kucchie +roggebrood, en alles mondjesmaat,—as je van zooveel oplichtinge +geleefd heb en gemorke dat er geen bokking zoo mager is, of je braait +er nog vet uit! Van die mest alleen wiere die varkes ommers +vaam-dik!</p> +<p>„En ze hadde mijn vanzelfs medeen die duzende guldes afgenome, +zoodat er zelfs geen sprake was van nog ’s ’n witte +boteram, laat staan ’n stukkie Edammer, uit de kantien. ’k +Vroeg dus derec, om wat te magge verdiene, of ’k touw moch’ +gaan pluize,—da’s van dat teertouw; maak je ’n +zeven-en-halve cent in de week mee, maar dan mot je nog vlùg +zijn,—met je wit-geworde generaalshande,... vrekskuus, +eksjellentie!</p> +<p>„Maar dagelijks ha’k ’t vertier van uit dat +sardine-blikkie te worde gepulkt, om met me staf voor de extructie te +komme. De achste dag hadde me zoo same van haver tot gort alles bekend, +en vroeg ’k of me nou dan ook gemeenschappelijk mogge gaan zitte. +En zoo ware ze óók niet, of dat mog. En toe krege me +beter werk, benne me koffieboone gaan zifte. En dat deelde me same. +’n Vijftien cente per dag,—konne me direc ’n hompie +witte en kaas late komme ... Nou, netuurlijk, je weet van te vore: as +je gesnord ben, is ’t met je vrijigheid en dat hartelijke bikke +gedaan,—dus zoo beschouwd hadde we ’t nog niet eens zoo +beroerd. <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name= +"pb123">123</a>]</span></p> +<p>„Want dat vertier hieuw maar an: negen-en-tachetig dage duurde +die extructie, van tiene tot viere, in ’t bijzijn van alle +getuige, die we hadde opgelicht: honderd twee en tachetig á +sjars en dissjars—och màn, zoo’n fijn stel, van die +hoogste aristokraassie, en met wat ’n belabberd verbouwereerde +facies keke die grave en baronne, die gouwe torre en edelvrouwe van +vroeger ons toch allegaar an.—Uitgezonderd die dage van andere +extructies, want dan duurde die kemedie van ons maar van tiene tot +twaalf.—Of ’k er lol in had?—chriseneziele mot ge +vráge—en nòg, in me bed, a’k er om leg te +denke.</p> +<p>„Toe kwam die terechtzitting. ’k Had droppels van de +dokter, en nog ’n flesschie mee in me zak voor die zaal, omda +’k zoo beefde en niet van me tremetane zou gaan. Maar er ware nog +twee zake vóór ons an de beurt, ’n inbraak met +diefstal, en ’n schennis van die eerbaarheid op de publieke weg, +waar ’k veel afleiding bij had, en veel van geleerd heb, omdat +’k uit die getuigekamer, die ope sting, van allegaar kon hoore +wat of dat was.</p> +<p>„A’ wij daarop die zaal wiere binnegebracht, zei dat +opebare minnesterie: „nou zulle me beginne met die zaak van +Racier”. Waarop die gedetineerde mot recht staan, en de president +vraagt: „Hoe is uws naam?—Waar ben je gebore?—wat je +beroep?<span class="corr" id="xd20e1798" title= +"Bron: ’">”</span> en „nou mot u maar andachtig +luistere na wat dat opebare minnesterie uwe ten laste zal +legge”.—Dan zeg ie: „Dank u, edelachtbare heere +president èn rechters”, en mag je gaan zitte, as hij dat +heele prottekol van je voorleest.</p> +<p>„Nou, d’r stinge daar wel ’n paar honderd man op +die peblieke tribune toe te schouwe na mijn—’t was effe +geen dramma!—en dan ha’ je ’r twee-en-veertig bezette +plaasse, maar daar mot je voor betale, want die dáár +<span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name= +"pb124">124</a>]</span>gaan zitte, zijn van de alderhoogste adel, die +graag van misdade houwe en brandend nieuwsgierig om mijn as beruchte +generaal met d’r lijfelijke ooge te anschouwe. De fijnste mokkels +met gekapte hoofde ware er bij—krek de kemedie, en <i>ik</i> de +gróóte rol zooas Bouwmeester ze speelt, onze Lewie!</p> +<p>„Is dat zoo?”—zeit die president dan weer, as dat +openbare minnesterie je slag bloot het geleid voor die zaal. Nou, ik +had me heele dramma op eigehandig schrift vóór mijn +legge, net as die a’vecaat-prokkereur z’n pleidooi. En die +kiste van mijn, met me goed, ware óók vier of vijf dage +na me arrestaassie uit Antwerpe na dat parket gesjouwd, en vergezeld +van ’n rechter in mijn bijzijn uitgepakt door tusschekomst van +dat openbare minnesterie, mèt die vent, die aldoor met die +kwaste rondloopt. En toe stootte die eene rechter ze maat naast +’m an, en die zei, of die uniforme en polletieke allegaar van +mijn ware, waarop ik ze stuk voor stuk nauwkeurig bekeek en alles mijn +eigedom erkende. De pruike mèt baard ware nieuw angeschaft voor +de fenancië van dat rijk, en lagge voor de president op tafel.</p> +<p>„Maar of ’k nog wat had an te merke?—„Nee, +edelachtbare heere president èn rechters, wat die te laste +legging anbetreft”. Waarop die ofcier heel die scène +afleesde van zeker anderhalf uur lang, en zei: „me hebbe hier te +doen met ’n barre recidivist, die de <span class= +"ex">koning</span> van de oplichters is?”—Ja man, dat zei +die van <i>mijn</i>!!</p> +<p>„Toe de markies: „Hoe is uws +naam?”—„Markies de Touard.”—„Wil +uwe dan maar andachtig luistere?”, en zoo, net as +strakkies,—„en hoe of u an Racier gekomme +bent?”—„Zoo a’k an die rechter van instructie +voorgegeve heb.”—„Kò’ j’m van +vroeger?”—„Nee, edelachtbare”,—en dat +verdere smoesie—„want ik <span class="pagenum">[<a id= +"pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>had net twaalf jaar +in dat groote huis van Leeuwarde achter me rug. ’k Was gesjochte, +en Racier had cente uit die erfenis van zijn beminde mama... Nou, en +toe zei die an mijn: an azijn kan ommers niks meer zuur +worde...”</p> +<p>„Zoo verliep ’t met me tweede educan navenant.</p> +<p>„Waarop die eerste getuige, jhr. v. d. L. d. C., die +luitenant-kolonel van de infanterie, waaran ik ommers in Middelburg met +me staf me eerste eerediner met die edelvrouw van hem en z’n +beeldschoone dochters en zoo had vereerd,—langs z’n neus +weg miek, of de generaal alstemet in die antichambre niet z’n +pakkie moch antrekke? En dat moch’, door mijn erg onverschillig, +met me pruik en me baard door die kapper van ’t gerecht na de +laaste mode stiel Louis treize opgemaakt... En mèt da’k +werom kom, gaat die deur ope, en daar komt mijn model in levende lijve +binne, die echte generaal v. T. v. S., en staat angetreje vlak naast +mijn, en ’t was sprekend, met noch in houding, noch in gezicht, +’n spier verschil, of ’k me eige in de spiegel bekeek... Je +hóórde ze rille op die peblieke tribune, en op de +betaalde plaasse verschole die edelvrouwe d’r wit bestorve +gezichte van schrik achter ... d’r éventails... dat ben +waaiers, stiel ... Louis ... quatorze.</p> +<p>„Waarop die president vroeg an de generaal of tie mij +kon.—„Edelachtbare heere president èn +rechters”—zeit die—„’k heb de vent nooit +gezien, maar ’k neem tóch me petje voor zijn af, daar +z’n oplichting beliep twee-en half jaar en drie dage en hij +eerste klas op de hoogte is van de milletaire dienst, zooda’k uw +edelachtbaarheid vrindelijk verzoek an hem te vrage waar hij dat +geleerd het, en in welke schole dat allegaar na die alderhoogste +etikette genote?” <span class="pagenum">[<a id="pb126" href= +"#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p> +<p>„Waarop ik ’t milletaire saluut voor mijn spiegelbeeld +miek en zei, dat opvoeding niet in de lappe zit, maar wel in ’t +hoofd. Want dat ik daar net zoo goed sting as generaal as zijn +eksjellentie, uitgezonderd enkel me dege, die voor de president op +tafel lei.</p> +<p>„Herkent u hem ook?”—vroeg de president toe’ +an Jhr. v. d. L. de C., die uit ’t diepst van z’n ontsteld +gemoed antwoordde: „Ja, ’t is twee druppels water van die +voorgegeve generaal”, en ’t heele relaas vertelde, en +asdat, met ’n schildwacht voor die poort, ’n elk mensch +d’r in kon loope.</p> +<p>„Dat zeië ook die hotelhouwers. Maar de eene ze vrouw +getuigde: „edelachtbare heere president èn rechters, nou +ze allebei vóór me stane, kan ’k ze niet uit +mekandere houwe, zooda ’k niet en meer durf getuige wie de +eigelijke oplichter is, hij of hij ...”</p> +<p>„Zoo kwamme d’r honderd twee-en-tachetig getuige, die +’t allegaar volhieuwe ... ja, en a’k weer in zoo’n +piekfijne luierstoel bij jou haard zit, wor ’k nòg gek, +want ’k had er toch ook van geleefd as zemajesteit Willem +drie!</p> +<p>„Vijf weke en drie dage achter mekaar duurde die zaak, +da’k aldoor die hééle rechtbank voor mijn alleenig +gehad heb—enne ... nog twee dage.</p> +<p>„’s Middags ging ’t kappitaal van de bezette +plaasse de fijnste dejeuners-dinatoir gebruiken ... à la +fourchette, en zat <i>ik</i> met me puissie roggebrood en me tas +chocola-uit-de-lange-arm. <i>Zij</i> hadde d’r ànder +hàlf uur an één stuk voor noodig!</p> +<p>„Maar ’k mork wel op, dat de rechters links en rechs van +de president en de ofcier d’r lache amper in konne houwe om mijn +rol. En ’k dacht: Racier, ouwe gladjanes, dat ziet er goed voor +jouw uit.—Maar na dat <span class="pagenum">[<a id="pb127" href= +"#pb127" name="pb127">127</a>]</span>getuigeverhoor kreeg de Markies de +Touard twee maal een toeval, en wier ie door ’n officier van +gezondheid weer bijgebrocht.—Van wie dat betaald is, weet ik tot +hede nog niet. Maar wat die bediening angaat, was dat alles ... +prima.</p> +<p>„Tot die president in eene zeit tege mijn: „Nou is dat +woord an die verdediger; of Racier, doen je ’t altemet +zelfs?”—„Edelachtbare heere president èn +rechters”—sting ik toe plechtig op—„as +oud-recidivist en dus speciaal best met die maze van de wet bekend, heb +’k an die officier om die eer gevraagd die verdediging van +m’n eige voor te magge drage.” Waarop ik die verzachtende +omstandighede anvoerde, van mijn standpunt as atheïst zijnde, en +gevalle man ... och lieve God nog an toe, ajje dat ’s gehoord +had, zooas ze daaronder, allegaar, allegáár met tranende +oogen mijn ankeke, in die hoogste vereering van menschelijk hartzeer om +zoo’n diepe val, na zóó hooge zitting, en de +gróóste eerbewijzing ...:</p> +<p>„Mijn edelachtbare heere-en-meesters ... in die alderhoogste +rechte,—het gemoed, dèn spiegel der menschheid, waarin men +gansch zijn leve ken terugzien, belast mijn met zwarighedes.—Mijn +leve, dat nies is as éénen aaneenschakeling van ellende, +arremoei, verdriet en misdade, gepaard met nog vele andere misdrijvinge +en omstandighedes, doet mijn bij zekere klas van persone ’n +anzien verschafte as uitschot der maatschappij,—nieteling in +dèn samenleving.</p> +<p>„Nochtans, edelachtbare heere president èn rechters, +gij, dat levend massa, gij die bezield ben met een edel gevoel en zacht +karakter, begaafd met eenen uitstekende geleerdheid, gedenk een man, +die an het visionisme lijdt. <span class="pagenum">[<a id="pb128" href= +"#pb128" name="pb128">128</a>]</span></p> +<p>„Menigmaal heb ik opgemorke, dat na ’t verhaal van een +klein gedeelte mijns levensloop den ongeletterden of bijgeloovigen +mensche een afkeer voor mijn koesterde, as zijnde <span class= +"ex">atheïst</span>, mensche, dien ik anzien as ontaarde wezens +wiens koerakter na het dierlijke overhelt.</p> +<p>„Edelachtbare heere president èn rechters, vergeef het +een man as ik, rondzwervende rampzalige die ook alle uitvluchsels en +omstandighedes der samenleving ken, volges mij zou uw sympethie, die +uwe edelachtbaarhede mijn toekoesterde, min of meer uitgedoofd kanne +zijn, en kan mijn inbeelde wat of daar anleiding toe geeft. Maar, gij, +edelachtbaarhede, die mijn rol ken, vergeef mij de goedheid van mij af +te smeke op mijn bloote knieje, steunende op uw edelmoedigheid, +achtbare heere president èn rechters,—om mij niet verlate +te late staan in mijn noodwendighede, en in te beelde dat ik nederig en +goedhartig ben angaande mijn persoon, en ik de grooste voorliefde voor +u koester, dat uw medelijdig oog zal nederzien op het rampzalige leve +van mijn, as verlore zoon eener liefhebbende mama van edelen +’uize, die nooit ’n levesbaan mocht’ bewandele van +geluk en voorspoed, vertrapt weze a’k daar voor u staan, +verstoote van iedereen ...”</p> +<p>„Me eige bepleite?... nou! ’k Zien kans om de ergste +crimmenaliste te vermurwe,”—snakte hij uit—„en +dat heit van kwart over twaalve tot elf menute voor viere an +één stuk geduurd, da’ je ’n speld in die +rechtzaal kon late valle!... Dàt heet ik ... +páárde-lef hebbe! En ze honge vàstgezoge an mijn +bloedbleeke lippe ...</p> +<p>„Waarna die officier in woejende vaart overend sting, en +z’n stoel ’n paar keer achteruit +schoof,—„nou”, zeit die veldwachter achter mijn nog, +„as tie an z’n stoel schopt <span class="pagenum">[<a id= +"pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>is tie kwaad, en dan +krijg je ’t onderste uit de kan”—en jewel hoor, daar +begon ie te requireere voor alle feite, en besomde blauwweg voor die +opebare tribune en dat betaalde publiek precies op ze duimpie hoeveel +’k as recidivist al an levesjare had +verzete.—„Da’s óók ’n +schande!”—riep er nog ’n gesjochte jonge van de +tribune.—„Ze magge de ziekte krijge!”—zei +d’r een—„en als ’t op is, ka’ je nog meer +krijge.” Want z’n eisch was: twintig jare tuchthuisstraf +voor mijn; twáálf jaar voor de markies, óók +as recidivist zijnde, en dezelfde portie voor me tweede +vleugel-adjudant, die ommers onder de ouwe wet óók al +’s zes pond en acht ons op had geknapt.—Maar die gesluierde +dame heb ik voor dat gerecht niet gezien. Hoogstwaarschijnlijk is zij +dus, as mijn ouwe geliefde, betááld voor haar verraad ... +Gedurende me daarop gevolgde ontslag heb ik ’t heele land +door-en-door gereze, èn België—met welk doel ik haar +naspoorde neem ’k mee in me graf—maar nerges heb ik dat +wijf meer ontmoet.</p> +<p>„Veertien dage hierna viel de uitspraak. Toe was die tribune +zóó vol, en de grootheid zat temet op dat trappetje van +die rechtbank. Maar ik verkeerde in zenuwachtige houding, en ’k +had niks gegete;—enkel die druppeltjes van de dokter hieuwe mijn +stijf, zóó zag ik tege die straftijd op. Tot dat lot viel +as ’n molesteen op onz’ nekke: allegaar twaalf jaar +tuchthuis, en we onder geleide van drie veldwachters, an mekaar +geboeid—omdat ze toetertijd in Middelburg nog geen cellewages +hadde—over de straat na die Teerpakhuize werom gebracht +wiere.—Maar onder de grooste kalmte, want wij ware geen +moordenaars. En spreker het best opgemorke, dat ze voor zijn de hoogste +achting koesterde—van de veldwachters af tot de president, van +<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name= +"pb130">130</a>]</span>de gesjochte jonges op die publieke tribune tot +an de adeldom van die gehuurde banke: en twee en twintig pakkies tabak +hadde ze voor mijn op de plee geleid en zoo maar in me zakke +gestoke—wat de briggadier luikoogend toeliet ...</p> +<p>„Is dat effe jutte?” <span class="pagenum">[<a id= +"pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch18" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1881" class="main">Hoofdstuk XVIII.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Och ja; en hoe gaat dat dan verder, +hé?”—veronderstelde Racier als oud-vertrouwde +gevangenisklant vanzelf ook bij <i>mij</i> dat laatste bedrijf van zijn +dramma wel-bekend. ’t Scheen hem de moeite van het vertellen +nauwelijks meer waard.</p> +<p>Hij was weer kalm geworden en heel goedmoedig. Behagelijk lag hij in +mijn leunstoel en verkneuterde zich aan den gloed van ’t vuur. De +passie was uitgelaaid, en nu rustte hij, bevredigd. Blijkbaar verlucht +dat de wonderbaarlijkheden af-verzonnen waren en hij zich dezen morgen +niet meer zoo moeizaam hoefde op te winden tot het bloed jagend klopte +door zijn roode hoofd. Want daartoe moest hij zich telkens weer eerst +forceeren. Dàn pas kwamen de verbeeldingen van zèlf, en +voerden hem rusteloos mee, verder en verder naar die afmattende extase, +waarin hij zichzelf zoo ontroerend welsprekend hoorde, zoo +triomfantelijk zich zag verheffen als een vreemden andere, als een +duizeling-wekkend hóóge, als een held, om eigen +knieën voor te buigen, om eigen lange zwervers-armen fanatiek naar +uit te strekken, en te schreien, te snikken om zoo wrééde +verguizing,—de vuisten te ballen in rossen haat tegen de +ongerechtigheid van heel ’t menschdom.</p> +<p>Maar dat was nu allemaal uitgetierd en weer bezonken tot een +weldadig weeke rust. Hij had zijn rol zoo overwèldigend geleefd, +dat ie er nóg slap vermoeid van zat en gansch voldaan. Een edele +zelf-voldoening, bewustzijn van eigen grootmenschelijkheid, dat, over +alle ijdelheid heen, weer eenvoudig en gelaten is geworden, met een +goedertieren glimlach om den mond. Want hij had nu een stil behagen in +mijn toch wel onnoozel meegeloof. <span class="pagenum">[<a id="pb132" +href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>In mijn goedig-voorkomende, +zorgzame aandacht voor hem, en dat ik ’m zoo trouwhartig +onbenullig nam naar zijn woord,—hem, den vagebond toch maar, den +door de wereld dan toch diep verachten recidivist, den oplichter, die +zich altijd schichtig bespied en nagespeurd waande, den overal +geschuwden schooier, daar intiem op mijn kamer, in mijn gemakkelijken +stoel aan den haard, waar hij de eene sigaar na de andere +opblies....</p> +<p>En alle vrees voorbij van te worden betrapt op wat hij verzon in +weer die wonderlijk onbedwingbare agitatie, waaruit de verbeeldingen +kwamen, veel gloeiend reëeler dan de vale werkelijkheid van zijn +zwerversbestaan—hij keek er mij verholen telkens op aan, kwasi +argeloos en zoetsappig, wat een valschen trek gaf in zijn gezicht. Maar +nee, hij zag aan mij geen spoor van twijfel. En dat ontspande hem dan +volkomen, stemde ’m opeens soms warm genegen, als ’n vader +voor zijn kind, wanneer hij een wondersprookje verteld heeft, en de +schampere lach uit eigen levenservaring wordt beschamend verteederd +door het onschuldige kinder-vertrouwen.... Tot ik dan weer in zijn +oogen, die naar de vlammen tuurden, looze gedachten zag glunderen, en +dat sluwe glimmertje lichten, waardoor zijn even loenzende tronie wel +bar ongunstig werd.</p> +<p>Met dit al was hij rustig monter gestemd, en zoo redeneerde hij +gemoedelijk weg en ongekunsteld over de dingen die hem nu eenmaal +gemeenzaam zijn,—over z’n slaapstee, en ’n vent daar, +dien ie vannacht had zien zitten munten: <span class="corr" id= +"xd20e1898" title="Niet in bron">„</span>Nou, slapen dee’ +ie toch nooit; ’s even indommelen, dan weer wakker, altijd zoo +gejaagd en van alles schrikken. Maar die valsche munter dàcht +dat de generaal sliep, tot ie ’m ’s morgens ineens door die +reetjes van z’n lampies had zien kijken. Hij had enkel gezeid: +<span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name= +"pb133">133</a>]</span>„wie mijn verraait, kost ’t +z’n leven!”—Nou, dat doen ik tòch +niet,—ben je ommers ’t recht kwijt van je vrinde. En van de +honderd misdadigers ken ik er negen-en-negetig speciaal,—alleen +al uit de bajes netuurlijk ...</p> +<p>„A’k dan maar ’n celletje heb met vanbove ’n +inzicht in de natuur.... Want dat groen, dat bevalt mijn. En ’n +lap lucht kan je zoo zoetjes en zachies in prakkezeere ... Daar in +Scheveninge, a’k dan op me krukkie ging staan, keek ik +zóó over de duine in zee... Och man, en bij donder en +bliksem maar over die koekoek heen hange,—want voor ’n +gesjochte jonge is er ommers tòch geen nood... En ... +atheïste kenne geen angst!</p> +<p>„Ja.... daar in Scheveninge, da’s nou mijn Kurhaus. Ik +heb ’t inspres gevraagd, toe’ na me rol van generaal, of +’k assiblief daar weer me tijd op moch’ knappe, en die vijf +jaartjes viele me d’r niet eens zoo schrikkelijk lang. Nee, want +ik sting er van ouds in de kas, en ...”</p> +<p>—Vijf jaar?”—vroeg ik—„en jullie waren +allemaal tot twaalf jaar veroordeeld?”</p> +<p>„Hè man, wa’ ben jij toch +ongedurig!”—viel hij toen kregel uit. „Kà je +dan nooit zoo ’s lossies tege jou prate?... Maar affijn, gaat er +nou dan ook op je gemakkie bij zitte, dan vertel ik je dat tooneelstuk +van mijn medeen effe uit. Kan ’t spel weer +beginne!—Laa’s zien, waar wazze me ook weer gebleve?... +’t Spant jou, hè? Vin je ’t schrikkelijk boeiend?... +Maar wat d’r <i>nou</i> komt, daar is die hooge wereld en alles +heelegaar uit, hoor ... Da’s me natuur weer, om zoo te +zegge,—de natuurstaat van die misdadige menschheid, zoo gezeid; +en daar valt niet veel boeiends an te beleve.</p> +<p>„’k Hè je toch al gezeid van die twee-en-twintig +pakkies tebak?—Nou dan, dat heele kappitaaltje kon ’k zoo +binnesmokkele, omdat ’k altijd ’n goed gedrag an +<span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name= +"pb134">134</a>]</span>de dag leg, zoowel in dat huis van bewaring as +in ’t gróóte Huis. Daarom wordt ondergeteekede +nooit gevisenteerd.—Dat pruimde ik dus, en deelde ’k +netuurlijk onder de deke der liefde an mijn andere lotgenoote mee. Nou, +nogal wiedas, die zagge mijn maar niet graag van de rechtbank +terugroepe. A’k ’n groote eter geweest was, ha’k alle +dag wel vijf porsies kenne krijge voor me tabak. Zóó dol +is de gevange mensch daar toch op;—och jò, daar doen ze +’n moord voor.—Maar a’k pàs weer daar ben, dan +eet en dan drink en dan slaap ik niet, alléén van dat +smeulende dóórdenke.</p> +<p>„Nou, en toe’ in dat huis van bewaring werom na de +uitspraak, toe kreeg ik nog ruzie ook met mijn staf, omdat zij net zoo +goed twaalf jaar hadde, en ik eerst had gezeid, da’k alle gevolge +op mijn nam. Op ’n dag zitte we daar weer same tabak te +strippe—erg fniezerig werk, na je wel snapt—as de Markies +de Touard mijn die oorzaak van zijn tweede val gaat verwijte, en dat ie +nou z’n keel wel an de kapstok kon hange. En jawel hoor, die +tweede educan valt mijn ook af, en na ’n heeleboel vijve en zesse +rake me handgemeen,... knokke, man... och christeneziele! Maar die +andere jonges hadde meelij met mijn en weerde hullie af... om die +tabak. Toe komme die bewaarders binne, en vatte ons +beet,—één loopt er pardoes met ze booschop bij de +directeur an, en die zeit: „Kom jonges, jullie hebt ’t met +z’n <span class="corr" id="xd20e1921" title= +"Bron: driee">drieë</span> in de vrijheid ommers altijd zoo goed +kenne stelle,—waarom maak je nou ruzie?”—Maar jawel, +hoor, medeen most ’n elkeen weer in z’n cel.—We hadde +daar zoo netjes onder mekandere gezete;—’k had echt +’t sjegrijn in me lijf. Ja, gedurende de appèldage hadde +ze me wel tien maal gevraagd, da’k nog geen <span class= +"pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name= +"pb135">135</a>]</span>uitsluitsel wou geve, om rede ik ’t daar +zoo fijn na me zin had ... Maar toe’,—zukke +roetgooiers!—’k denk: wat let mijn? en de laaste dag nog om +vier uur teeken ik an ... Hadde zullie ’t smoor in, dat ze +d’r eige inspres ankleeje moste voor dat parket!... En die +volgende morge die cel uitgehaald, en weer met z’n drieë +geboeid an mekaar—maar nou kwaad!—da’ we met zes +veldwachters vervoerd wiere om dat hoogere beroep te gaan doen.</p> +<p>„Nou, en dan krijg je al dat gezeul en gemier van nieuws an. +Zes uur porre, de noodige inwendige mensch versterke met 1480 deele +melk en water benevens je kuggie. Kuggie mee om op te ete onder de reis +na De Haag—mijn geliefde residentie, na je wel weet—maar +nou: voor ’t Hof.</p> +<p>„Dat stompie roggebrood heb ik netuurlijk gauw an dat publiek +cadeau gegeve. En zoo wier die stoet vertransporteerd: ik met me staf +an mekaar, briggedier-victief en twee veldwachters, allegaar in de +trein. Maar daar hawwe ’t goed. Want we mogge de boteramme van +onze eerewacht opete, en die ware flink gemeubeleerd met ham; me krege +segare te rooke en ’n kop van de alderfijnste koffie uit dat +station Rosendaal,—viel niks op an te merke, petje af, èrg +best transport. Al hè’k dan ook onder ’t rije van me +vleugeladjudant de Markies nog ’n labberdoedas op me wang gehad, +die ’k tot hede ten dage spijt heb ’m vanwege die opebare +macht niet dubbel werom te hebbe kenne verkoope, zóó +kwaad as die man op mijn was. Maar ook me andere had ziels met +z’n eige te doen, want zij ware toch maar me knechs geweest en +hadde niks opgelicht,—wat waarheid bevatte, uitgenome ’t +drage van de milletaire kleere, wat ook om straf vraagt van de wet! +<span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name= +"pb136">136</a>]</span></p> +<p>„En ajje dan ankomt in je residentieplaas, staat die equipage +al op je te wachte, met koesier en twee palfreniers achterop,—de +cellewage, vervloekte ijzere kast; allegaar amparte ’okkies, waar +je ingeduwd wordt, ’n stank van dieve, zoo scherp dat je bijna +stikt; en zoo’n kar rammelt, dat je denkt, dat je maag om zal +draaie. Bè je dankbaar ajje op die binneplaas ontboeid wordt! En +dan komt altijd die directeur medeen erg vrindelijk na <i>mijn</i> toe, +en zeit: „Zoo Racier, ben je daar weer?” Waarop die +briggedier ’t bewijs van zijn gevangene overlevert.</p> +<p>„Affijn, in De Haag wier toe’ die heele zaak weer +uitgeploze, maar alles veel minder mooi en vertierig, en met maar +veertien getuige erbij. En eindelijk voor dat hooge hof, eischte die +zwartrok van ’n procureur-generaal,—waar ’k bij laat +vloeie dat ’t geen kat is om zonder handschoene an te pakke en +die de grooste hekel het an recidiviste—: bevestiging van de +straf voor Racier en zijn staf.—’k Wil je best bekenne: +toe’ zat ik in draf, en d’r ware twéé +geneesheere noodig, om mijn weer bij me trimmetane te brenge, want ik +was van me stokkie gevalle.—Maar eindelijk benne we allegaar tot +niet meer dan vijf jaar veroordeeld, en door tusschekomst van de +directeur ware we medeen al <span class="corr" id="xd20e1938" title= +"Bron: gescheïe">gescheië</span>, zoodat zullie na Leeuwarde +ginge en ik vroeg om me eigeste celletje werom in me vertrouwde +Scheveninge!...</p> +<p>„Maar ’t eenige wat ik daar toe’ toch zoo +schrikkelijk miste, dat was me slaatje.—O man, ik smachtte soms +zóó om te pruime, da’k dat teertouw ging kouwe, dat +ik uit zat te pluize. Dikkels genog hoor, kwam de directeur, en dan zei +’ie: „spoeg’s uit op je hand,” dat ie die +touwvezels zag ...</p> +<p>„Nou moch’ ik daar, om me goeie gedrag, nog wel’s +<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name= +"pb137">137</a>]</span>me celletje uit om dinge van zolder te hale, +zooas cocos om te vlechte voor die mensche, en dan liep ik zoo maar as +’n vrij man onder die hanebalke rond ... Och Heere, wat +mòch’ ik dat graag,—’k ruik nòg die +scherpe touwlucht a’k er om denk.</p> +<p>„Maar nou op ’n keer ontmoet ik in die gang ’t +dochtertje van de werkmeester. En ’k maak zoo’n lief +praatje, toe zij zeit: „Ja, ze was tabak weze brenge an +vader.” Dat wier me medeen of er ’n vlam opsloeg achter me +ooge;—’k most me vasthouwe, zóó beroerd as +mijn dat miek. Maar ’k laat netuurlijk niks merke, en dat meissie +loopt deur, en ik sluip <span class="corr" id="xd20e1949" title= +"Bron: stieken">stiekem</span> werom die trappe weer op. Want zie je, +gestole heb ik nog nooit, maar tabak is as ’n suikerpot voor +’n kind. Dáár kan je niet afblijve. En och +christeneziele, a’k die jekker van de werkmeester navoel, die +d’r hong op de touw-zolder,—dan snap ik daar met ’n +woord van waarachtig ...: ’n heel pond Friesche baai, da’k +eerst nog dacht, dat z’n boteram was! En eer ’k ’t +wist, ha’k ’t al weggepakt... Man, màn! da’ +kan jij niet doorvoele wat dat voor ’n bajesklant is: tabak genog +voor z’n hééle straftijd om van te pruime, a’ +je ’t ’n beetje gochem angeleid het...</p> +<p>„Maar as de directeur in me cel kwam, dan vond ie niks as dat +ééne slaatje soms in mijn mond. En dat ie niks von, dat +gaf ’n heele opstand; wiere telkes invalle voor gedaan om mijn +celletje na te speure,—ja, ’n paar maal hebbe ze me +stroozak opegesnede... Hi, hi!—daar làg ’t niet.</p> +<p>„Nee man... Maar omda’k altijd zooveel hieuw van +diere—bij mijn goeie gedrag—moch’ ik alle Zondags op +zolder die twee katte van de opzichter gaan verzorge; en daar liete ze +mijn onder de roos dan zoo’n heele middag vrij passegiere. Nou, +je had er vanzelfs <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" +name="pb138">138</a>]</span>wel tralies voor die rame, maar je was er +zoo hoog, en zoo kon je ’r heelegaar die schepies in zee zien, +die mijn gedachte ver mee trokke. Hè, en ondergeteekende +màg zoo graag reize... A’je me ’n riksdaalder geeft, +zit ’k morge in Londe,—met die veeboot van Harlinge over, +as drijver achter die schape an... Zie je, en dan die vrijende paartjes +<span class="corr" id="xd20e1958" title= +"Bron: bespiëe">bespieë</span> daar in die duine as ’t +weer lente wier, en d’r zoo’n groene liefelijkheid kwam +over dat zand ... Nou, en dan kreeg ik voor die poesies ’n bitje +zoete melk mee, stukkies vleesch, wittebrood, maar dat vrat ’k +netuurlijk zelvers allegaar op, want dan dacht ik: die lieve beesies +worde tòch wel vet, en ik lust ’t graag, krijg ’t +nooit...</p> +<p>„Ja, ’n Zòndagsche Zondage, hoor! Wàt had +’k ’t op die zolders toch best: vrijuit loope, lekkertjes +schranse, en, och christeneziele noggetoe, die heele zak vol tabak, die +’k onder ’t touw en ’t cocos stiekem weggeborge +had...” <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name= +"pb139">139</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch19" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1965" class="main">Hoofdstuk XIX.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„... Maar toen op ’n keer heb ik ’n +steek late valle”—vervolgde Racier, nòg weer +verdrietig, z’n verhaal over de tabaks- en andere zaligheden in +den zolderhemel van de gevangenis—: Hij had de verleiding niet +kunnen weerstaan en ’n handjevol van die „effetieve +Friesche baai” uit den weggemoffelden zak van den werkmeester mee +naar zijn celletje genomen voor den nacht, om de hartigheid van nog +’s een versche pruim bij z’n slapeloosheid, waar ie zoo wee +van wier op ’t lest... En daar ineens was de directeur bij +’m binnengevallen, had ’m ontijdig uit z’n kooi +gehaald, en, wijzend op die noodlottige bobbel achter z’n kiezen, +verordineerd: „doe d’r ’s uit.” Diens +technische blik had de substantie dra herkend. Dat was geen teertouw, +tot vezels gekauwd,—dat waren lange draden ... <span class= +"ex">tabak</span>! En: „hoe kom je daar an, +Generaal?”—had hij eerst nog ’n tikje gemoedelijk, +maar toch streng gevraagd.</p> +<p>„’t Is van ’n endje segaar, da’k op de +luchtplaas heb gevonde”—antwoordde Racier +spontaan.—„Hebt uwe daar zeker zèlfs late +valle.”</p> +<p>„Dat lieg je, want ik pruim of rook nooit”—was +’t bescheid.</p> +<p>„Dan meschien van de domenees of de pastoor, of van die andere +heere voor onze Zedelijke Verbetering, die d’r gevange medemensch +nog ’s ’n rookgeurtje wouwe gunne....”</p> +<p>Maar omdat hij de waarheid niet had willen zeggen, moest ie toen in +de strafcel, daar in den kelder;—naar de bajen, zoo gezeid.</p> +<p>Vijf dagen later werd hij om kwart voor tienen op de klok voor dat +college van regenten gebracht, en op die <span class="pagenum">[<a id= +"pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span>groene tafel lag daar +zijn pruim uitgespreid als korrepus elikser... Doch hij hieuw astrantig +vol, dat ie ’t gevònden had, en derhalve kreeg ie er nog +een-en-twintig dagen strafcel bij—wat ’m driftig gemaakt +had en hem ’n bondige verwensching ontlokt, bedoelende het botte +afsnijden van der heeren respectieve levensdraden—met als gevolg +natuurlijk verzwaring van straf: „in de boeien!”</p> +<p>Doch dit deerde hem amper. Want naast de bajen had je de +gevangeniskeuken, en die kok was de kwaaiste nog niet. Te minder omdat +hij nog wel ’s door zijn koksmaatje een vaatje margarine placht +te laten verheimelijken voor eigen huiselijk gebruik,—waarvan +Racier toevalligerwijs niet onkundig <span class="corr" id="xd20e1986" +title="Bron: wasgebleven">was gebleven</span>.—Nou, verraje +dee’ hij tòch nooit, naar ik wel wist. Maar voorloopig had +hij geen termen gevonden om den kok van dit zijn principe de +overtuiging te schenken. En die was ’n erge beste man, bezonder +meelijdig en mededeelzaam,—óók voor ’n ander. +Met dit gevolg, dat Racier in de strafcel zóó vet en zoo +dik wier, dat die boeien ’m bekans van z’n lejen +afborstten... Maar die ànderen begrepen dat niet!</p> +<p>Bovendien had hij toen, als atheïst zijnde, de hoogste +vereering opgevat voor ’n predikant,—al kon hij uiteraard +de sóórt nooit als te best zetten... Maar dàt was +nou nog ’s een domenee! Die kwam soms dag aan dag bij ’m, +en vertelde van allegaar verhale uit die groote, vrije wèreld, +zonder gezemel of flauwe smoesies,—dat ’t was of je +’t las in ’n boek vanne ... Paul de Kock ... offe +Multátuli. „En àls maar door, en àls maar +minzaam tege ’n gevalle mensch, want—zei die altijd +zelf—: „wie staat, ziet toe dat hij niet en valle, en in +dat groote Huis, daar zitte die gróóste misdadigers +niet.”—Fijn <span class="pagenum">[<a id="pb141" href= +"#pb141" name="pb141">141</a>]</span>gesproke,—is dat effe wat +voor ’n dienaar van ’t heilige woord, die daar toch ook van +mot bikke?”—Racier nam er zijn petje voor af. +„Dikkels genog hoor, dat domenee kwam in die strafcel, met +z’n boterammetjes onder ze arm, en dan was z’n eerste tege +de bewaarder: „doen die man ze boeie af; zóó kan +’k niet met ’m prate!” En of ’t dan was om +hèm weer die vrije beweging van arme en beene te +late?—domenee dee’ ook de celledeur achter ’m dicht, +dat de generaal z’n kap af moch’ neme,—hoe ’t +zij, vaak zat ie er ’s avons nòg, en mos die bewaarder +komme vrage of z’n eerwaarde wel wist dat ’t half nege was. +Onder z’n trooste was die man z’n tijd heelegaar +vergete,—zoo’n eerbied had die voor ’n ander +z’n ongeloof.... <a id="xd20e1993" name="xd20e1993"></a>Zie je, +às er toch nog ’s ies was—wat ’k niet en gloof +as atheïst zijnde—maar ’n ander leve of zoo, dan het +Ds. X. daar de aldereerste plaas, of ’k mag zóó +dood valle....</p> +<p>„Maar zie je: vijf jaar, dat benne zestig maande, twee honderd +zestig weke, achttien-honderd-vijf-en-twintig dage .... +drie-en-veertig-duizend-acht-honderd ure, en ajje de menute wil wete, +weet ik ze ook buite me hoofd, want dat leg je daar allegaar maar +telkes uit te rekene, as je snachs nie ken slape: omdat je er ommers +geen seconde van wordt geschonke, waar je niet zoo siekeneurig langzaam +doorheen hoeft te gaan... Je wordt er zoo flauw van, krijgt zoo’n +kinderachtige smaak in je mond,—waarvoor ze in dat groote Huis +nog wel ’s ’n stukkie bokking uitdeele an wie beneje +’t jaar hebbe,—maar as recidivist zijnde, wordt jou geen +hartelijkheid van haring of ’n harderwieker gegund.</p> +<p>„Nou, en dan is dat bij mijn maar aldoor prakkeseere. Dan haal +’k me heele levesloop weer door me hoofd, van onschuldige +zuigeling af in die wieg, en van ’t respek <span class= +"pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>voor +je ouwers en je familie, die je te schande heb gedaan door je valle.... +’k Heb nog twee zusters na je weet;—die ben erg deftig +getrouwd, allebei van de alder’oogste kringe in +Brussel.—Nou, da’ kan ’k dan nie verknoerste, +da’ die edelvrouwe mijn zoo verachte. En om d’r meelij +nog’s op te wekke, schrijf ik dan weer da’k in die +gevangenis op sterve leg en me Heer en Heiland anschouwd heb, vanwege +dat hullie met d’r manne allebei an de fijne kant benne. +Da’k me bekeerd heb—zoo gezeid—, om nog ’s +’n woord van troost en liefelijkheid te magge verneme uit de mond +van mijn eige bloed in die verlatenheid van me cel. En dan maak +’k ze lekker ook, want dan schrijf ik d’r telkes bij, +da’k an me nichie Merie mijn heele nalatenschap heb +vermaakt,—wat zullie nie wete dat mometeel niks as me +dallesdekkertje is, die lange pool, die ’k nog van jou heb gehad, +en me pijp, aggenebbiesj!</p> +<p>„Die twee brieve in antwoord draag ’k altijd speciaal +bij me; gaan mee in me graf. Ajje d’r nou bij gaat zitte, +za’k ze je nog’s voorleze, omdat jij toch ’n ami +intime van me bent... Mot je hoore, en maar nie’ na me kijke, +a’k altemet van inwendige ontroeringe weer nie’ verder kan +komme ...”</p> +<p>Tot de onverwachte wending weer kwam, op mijn meewarigheid: +„Wel christeneziele, wa’ bè jij toch ’n slome +kadet, da’ je die inzichte van mijn nooit wil begrijpe. ’k +Was zoo lekker as kip—nogal wiedas, daar vlak naast die keuke... +Maar ’k smachtte ommers van heimwee na ’n woord van +vertroosting, enne ... as ’t kon nog ’n paar cente +d’r bij voor ’n krans op mijn graf... Want ’t liep na +ontslag en de uitbetaling van die uitgangskas... Val jij mij ook aldoor +in die rede!—’t Mooiste komt ommers nog, van hoe ze al +<span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name= +"pb143">143</a>]</span>stiekem op die erfenis van mijn gevangenis-cente +aasde.”</p> +<p>Maar die comedie kende ik nu al wel.—„Ja man, van je +familie moet je ’t maar hebben ...”—sneed ik de +pathetische voordracht bot af.—„En toen na je ontslag, wat +heb je toen verder uitgespookt?”</p> +<p>„Och ... zie je, die brave domenee had mijn met rijtuig af +wille komme hale van de poort: maar ’k heb ’t afgeslage ... +voor ’t oog van me maats, hè? dat de Generaal d’r +nou uit kwam, as verstokt atheïst, in één bakkie met +’n predikant! Al kostte ’t me hartzeer, want ’t was +voor mijn ’n erg beste zielevertrooster geweest...</p> +<p>„Maar ’k ken me zelfs ommers veel te goed. A’k na +zóó veel jare die poort weer uitstap, dan ben ’k as +’n hond die van de ketting af komt,—zóó +zenewachtig, da ’k met m’n eige geen rade meer weet, en +alleenig maar schrikkelijk an die drank ben verslaafd... Dan mot +’k jenever gaan zuipe, net zoo lang to ’k die luize op me +kop zoo voel danse ... ja’, da’k m’n eige wel dood +wou zuipe ... al heb ’k an geen verrajers borste gezoge...</p> +<p>„En tòch ... toe, toe is dat alles ten goeie gekeerd +... door ’n vrouw die mijn liefelijke hart verstond, ’n +vrouw as ’n engel ...</p> +<p>„’t Was de veertiende Juni. Toe sting ik in Scheveninge +weer op de straat, met me heele armoeiïge lijf ineens in die zon. +Buite de poort, in die lange laan van hooge groene +boome,—da’k van duizeligheid niet en wist of ’k links +dan rechts af zou slaan.</p> +<p>„Toe vroeg d’r ’n man: „waar mot jij +heen?”—’k Zeg: „na de +watertore”,—want hij zag niet da’k uit de bajes kwam, +zoo netjes gekleed as ’k was in dat zwarte pakkie van mijn +domenee. En dus doende kom ik in dat eerste ’t beste café +an, van de andere kant as uit dat groote Huis. En om nog minder in de +gate te loope, <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name= +"pb144">144</a>]</span>vraag ’k een kop koffie. Maar nou stane +daar ’n boel mensche voor toonbank, en tòch geneer +’k me eige zoo’n beetje, toe die waard, die dat zeker an +mijn ziet, blauw-weg zeit: „Och man, schaam u maar niet; ze komme +hier allemaal ’t eerste an.” En ik weg!</p> +<p>„Dan valt mijn oog op ’n ordentelijk huis, waar an +staat: café Alcazar. En op dat raam geschreve: „ici on +parle français.” Nou hè,—ik die tòch +zoo graag mijn moedertaal hoort, ’k stap daar na binne en vraag: +„donnez moi une tasse de café.” Maar Fransch kon zij +niet. Wel wier ’k, om mijn nette kleedij, in ’n amparte +gelagkamer gelate, waar ’k door d’r beeldschoone dochter +wier angesproke,—da’k er van schrok, +zóó’n beeld! ’n Schoonheid +man,—a’k van mijn leve nooit had gezien, met ’n +bruinachtige tint en koolzwart haar, dito wenkbrauwe, ’n klein +mondje, en ivoorwitte tande ... Daarmee bevond ik me eige niks op mijn +gemak, hoor, want ’k ben toch ook man, hè, en dan vijf +jaar cel ... „Jongejuffrouw”—zeg ’k van +ontroering—„vraag maar liever eerst of uws mama +óók bij ons komt.”</p> +<p>„Nou, en toe’ vroeg die mevrouw of ’k een +gepensionneerde was. „Nee”—antwoord ik in ’t +Maleisch—„ik kom juist uit ’t Kurhaushotel met +’n briefie van houdt ’m in de gate.”—En toe +kreeg ’k ’n kop extra zwarte koffie voor de +reparatie,—en ’k at daar,—en ’k nam twee +kejakkies, want ik dacht, ’t is jullie tòch te doen om +mijn kappitaal;—maar aldoor in bijzijn van dat beeldschoone +mokkeltje, waaran ’k óók twee kejakkies had +gegeve.—En toe zeg ’k zoo: „’t Spijt mijn, +da’k geen twintig jaar jonger ben, want dan ontging jij mijn +niet, edele nymf.” Waarop zij in eene mijn heele inwendigheid an +’t smelte bracht door dat gezegde: „Meheer, ik ben +atheïst en trouw nooit, want ik <span class="pagenum">[<a id= +"pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>weet veels te goed, +waar ’n mensch toe komme kan!”</p> +<p>„Daar schrok ik toe zóó van, want ’t was +twee druppels water mijn eige gedachte,—en och, christeneziele +Venus was d’r maar ’n aroeang bij. Da’k in +ééne zeg: „Ze magge mijn alle jare van de +wèreld geve, a’k je effe as ’n zuster an mijn hart +drukke mag.” En ’k ril d’r nòg van, man, want +d’r mama sting toe dat dat moch’, en ’k miek +d’r koontjes nat van mijn trane.</p> +<p>„Toe bestelde ik ’n diner eerste klas, mèt +’n flesch wijn,—aldoor nog in die gedachte, dat ik me in +’n huis bevond, waar ’t om ’t lood was te doen. En na +afloop huur ik ’n kamer, om daar te logeere. Waarop ik vroeg: +„Mevrouw, wat is me schuld?”—„Wat je op +fatsoenlijke manier hier gebruikt”—zeit zij +toe’—„brengt geen schuld mee, omdat u derek de +waarheid het gesproke, en ’k graag mensche mag, die met de volle +waarheid voor de borst komme ...”</p> +<p>„O, man—dat voel je dan over je rug. Zooda ’k an +die dochter vroeg of zij mijn nou de eer wou doen van mijn De Haag te +late anschouwe <span class="corr" id="xd20e2035" title= +"Bron: ..">...</span> Zóó uit de bajes, met ’n +beeldschoone dame an mijn arm,—’n ontslage boef! En ze +vertoonde mijn ’t paleis van onze geëerbiedigde +Koningin,—snij je me hart ope, is ’t één bonk +oranje!—, en bij die Gevangepoort hieuw ze halt: „wat hier +te zien is, is prachtig,—je ken er de martelinge waarmerke van +Johan de Witt, enzoovoort.” En onder de wandeling vroeg ik haar +kennis van de boeke van Multátuli, en hoe zij an ’t +atheïsme was gekomme?</p> +<p>„Zoowat twee-en-half uur heb ik met haar gewandeld, en +’k dorst niet te vrage van wat te gebruike, want daar was zij te +fassoendelijk voor. Maar in eene zeit zij, „wat hè jij +’n mooi ringetje an!”—’k Zeg: „’t +is ’n gedachtenis an mijn mama.” En ’k paste ’t +haar alvast an. <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" +name="pb146">146</a>]</span>Waarop ik in de Hoogstraat die winkel van +Van Kempe inging, zeggende om ’n boodschop, en uit achting voor +’t geen ik genote had en de toekomst van de nacht wellicht nog +opbrenge zou, bij die juwelier voor de som van f 8.50 ’n ringetje +kocht, in rose watte geleid met ’n doossie.—En zoo ging ik +weer gearm met haar na huis.</p> +<p>„Toe heb ik s’avens met verschillende heere daar +’n partijtje biljart gespeeld, en geeneen van verlore, dus wij +mieke de grooste pret. Ik dacht, da’k in de hemel was, daar +’k ’s ochtens in me cel nog me kuggie had +gebruikt.—Om tien uur souper, met dat beeldschoone mensch altijd +bij me ... da’s óók ’n plaag, om gek van te +worde!</p> +<p>„Daarop vroeg ik an haar mama: „wil u mijn ’n +plezier doen, onder zes ooge privé?”—En dat +moch.—Toe zei ik: „mevrouw, voor ’t geen u gedaan heb +an ’n gevalle man, heb ik dit gekocht, en mag ik nou de vrijheid +hebbe het an ’t geen u lief en dierbaar is te +overhandige?”—Waarop die mevrouw zei: „zie je wel, +dat je opvoeding niet en leere ken?”</p> +<p>„En die dochter riep tege mijn: „geef nou uws hart maar +lucht, want gij zijt óók +atheïst!”—Waarop ik snikkende dat doossie ope miek en +haar die ring overhandigde met de woorde: „Kind, dit is ’n +gedachtenis van ’n atheïst, en dit doen ik niet voor +’t een of andere, maar ’t is louter mijn opvoeding, die +zich ten prooi geeft”,—en ik ’t an haar vinger +stak.</p> +<p>„As gij tòch atheïst zijt”—zei zij toe +verblijd—„geef ’k u verlof om buite bijzijn van mama, +na sluite van ’t café nog ’n paar woorde met mijn te +verwissele.”—Om twaalf uur ging die bak dicht, en tot twee +uur hebbe me wijn zitte hijsche.... Da’s karakter....: ze had an +mijn gezien, da ’k een gevalle man was...” <span class= +"pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span></p> +<p>En weer verborg Racier z’n snikkenden kop in z’n rooden +zakdoek. Tot hij zich vermande, en met een smeltend weeke stem +besloot:</p> +<p>„Die andere morge stinge wij allebei erg laat op, en toe het +mijn beeldschoone engel mijn eigehandig na ’t spoor toe gebracht. +Want ’k wou in De Haag niet blijve, om rede daar die Markies de +Touard óók net af was gestapt en met potlooje die klante +langs leurde, die ik met me staf vijf jaar geleje opgelicht +had.—Daarom trok ik na Middelburg werom, en door tusschekomst van +Jhr. v. d. L. d. C., van de president van de rechtbank, en nog andere +grootheid, die mijn wel konne, ben ’k toe an ’n wage +huishoudelijke artikele geholpe, om de boer mee op te gaan +vente.—’t Een of andere uit te hale, dat doet die Markies +nou nie meer. En ikke óók niet, as de maatschappij mijn +maar niet in de steek laat.</p> +<p>„Maar toe’ ’k daar die eerste avend in Middelburg +ankwam, en me intrek in dat logement voor gesjochte jonges nam, komt +medeen die vent met de nachtlijst na mijn toe en zeit: „Zoo +Generaal, hoe gaat ’t met ’t +leve?”—„Zachies an”,—zeg ’k +nog.—„Nou vrouw”—roept ie die bolleboffin +d’r bij—„je mag de vlag wel uithange, want +zúkke hooge personaadjes hebbe me nog nóóit te +slape geleid!” <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" +name="pb148">148</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch20" class="div1"> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e2059" class="main">Hoofdstuk XX.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first salute">„Achtbare Heer,</p> +<p>„Het gemoed den spiegel der menschheid waarin men gansch zijn +leven kan terugzien, belast mij met zwarighedes.</p> +<p>„Mijn leven dat niets anders is dan eene aaneenschakeling van +ellende, armoede, verdriet en misdaden, gepaard met nog vele andere +misdrijven en omstandighedes, doet mij bij zekere klas van personen een +aanzien verschaften als uitschot der maatschappij, nieteling in de +samenleving.</p> +<p>„Nochtans geachte Heer, gij, dat levend massa, gij die bezield +zijt met een fabelachtig vermogen, een edel gevoel en innemend +karakter, begaafd met eene geleerdheid van Salemon, gedenk een man die +aan het visionisme lijd?</p> +<p>„Menigmaal heb ik opgemerkt dat na het verhaal van een klein +gedeelte mijns levensloop den ongeletterden of bijgeloovig mensch een +afkeer voor mij koesterde, menschen die ik aanzien als ontaarde wezens, +wiens karakter naar het dierlijke overhelt.</p> +<p>„Achtbare Heer, vergeef het mij, maar man als ik rondzwervende +rampzalige, die ook alle uitvluchtsel en omstandigheden der samenleving +kent, volgens mij is de sympathie die uwe dienstbode mij koesterde min +of meer uitgedoofd. Ik kan mij inbeelden wat daar aanleiding toe +geeft.</p> +<p>„Maar vermits gij eenmaal gansch mijn levensloop zult +weten—<i>’t ergste komt nog!</i>—veroorloof ik mij uw +goedheid af te smeeken, om mij te helpen in mijne noodwendigheden, en +haar, die twee druppels water een Prinses is, in te beelden dat ik +goedhartig en nederig ben aangaande haar persoon. <span class= +"pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span></p> +<p><span class="corr" id="xd20e2080" title= +"Niet in bron">„</span>Steunende op Uw welwillende Edelmoedigheid +achtbare Heer, en in aanmerking nemende mijn voorliefde, die ik voor u +koester, hoop ik wel geachte Heer, dat uw medelijdend oog zal nederzien +op het rampzalig leven van mij</p> +<p class="signed"><span class="corr" id="xd20e2084" title= +"Niet in bron">„</span>Uw nederig dienaar C. E. +Racier.”</p> +<p>Dien middag had Racier tot drie uur op mijn kamer zitten vertellen. +Een uur later vond ik dezen brief in de bus,—getrouwe variatie op +zijn fameuse generaalspleidooi,—zóó keurig +gecalligrafeerd en met zulke prachtig omkrulde beginletters versierd, +dat hij hem zeker door een ander had laten schrijven.</p> +<p>Maar net of er niets tusschenbeide was gekomen, zat hij den +volgenden morgen al weer tijdig klaar om op het vale stramien van zijn +leven de bonte kleuren zijner verbeeldingen voort te borduren. Ik sprak +evenmin van den brief. En ’t scheen al alsof die rare gril bij +stilzwijgende overeenkomst maar liever zou worden genegeerd, toen hij +opeens lacherig verlegen naar mij opkeek, en er waarachtig een +schuchter rose opbloosde in zijn groezelwitte gezicht.—Want +’t was wonderlijk, maar nu en dan zag je op die verloopen facie +kinderlijk-teere emoties weerschijnen, en de kerel, die in ’t +grove zoo meesterlijk kon veinzen, zoo bedriegelijk comedie kon spelen, +was nog altijd z’n naïeve aandoeningen geen baas, al +trachtte hij ze ook aanstonds brutaal te overschetteren.</p> +<p>Zoo ging ’t ook nu. ’t Hinderde hem, dat ik er niet over +begon. Dat zwijgen verwarde ’m een beetje, en zoodra hij zich +voelde blozen, schoot ie in een onechten schaterlach, sloeg overdreven +op z’n knieën, en alsof ’t niets dan een mop was +geweest, proestte hij los: „hoe was <span class="pagenum">[<a id= +"pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>tie, hoe was +tie?—wat ’n bak hè, zeg, hoe von je ’m +nou?”</p> +<p>Maar ik was in een stemming om ’m te plagen en hield me +lakoniek of ’k er niets van begreep. En door z’n +aanstellerij van uitbundige pret heen hunkerden z’n oogen aldoor +dat ik toch mee zou gaan lachen om zijn penibele houding te +redden...</p> +<p>„Ja, zie je”—begon hij zich nu gejaagd te +verontschuldigen met eerst telkens pauzes van confuus +gegrinnik—„zie je, ’k had ’t je ommers beloofd, +hè ... da’k je ’s me fijnste handschrift zou +sture... Hè je die eerste letters gezien?... en dat adres, +hè?... zoo allegaar uit de vrije hand ... op logement in me +leege ure getrokke ... En heelegaar zèlf, hoor ... heelegaar +zèlf .... geen mensch an geholpe ... of doch je van niet? ... +want die rekweste-schrijver leit tegeswoordig ommers op ’n ander +logement... Ik kòn ’m niet eens, die man, toe ’k je +schreef ... nee, en toe ’k ’t ’m liet zien, toe zeit +ie: ’k ben d’r jaloersch op zooas jij toch ken schrijve ... +want ’t is twee droppels water mijn eigeste hand, maar alleenig +veel fijnder ... nòg fijnder ... nog nobelder... Ja, dat zei +d’ie, dat ’t nobelder was dan zijn hand!... Nou, en hoe von +jij ’t dan nou?.. want je zeit niks... Waarom zèg je nou +niks?... ’k Hè je toch niet beleedigd?... Of was ’t +je te amekaal van zoo’n schooier, van zoo’n brok vuil, +hè ... da ’k je ’n brief schreef, zooas tie uit mijn +zondige hart op was geweld?... Want me laaste ademtocht ... hè +... me doodsnik ... da’ weet je ... de kreet eener stervende, +wiens misdadige ziel opstijgt voor de vierschaar ... van de +<span class="ex">Natuur</span>—Nou dach jij da ’k me daar +ging versmoeze .... da ’k as verwoed atheïst me steke liet +valle ... Maar valt ’t je mee ... zeg ... valt ’t je mee +van Racier dat-ie nog <span class="pagenum">[<a id="pb151" href= +"#pb151" name="pb151">151</a>]</span>net op ’t laatste nippertje +Gods’s naam in het geslikt en me eigeste geloof hoog heb +gehouwe?... Want jij snàpt mijn, geloof ik ... Jij kijkt me zoo +link ... die brilleglaze van jou bore ’n mensch dwars door +z’n hart ... en d’r ontsnapt jou niet veel, man!... Waarom +be’ je eigelijk geen rechter van exstructie geworde?... Of +hè je nog te veel met de boeve te doen, hè ... met +d’r rampzalige lot ... om ze allegaar in de lik op te sluite?... +Anders mot je ’t maar zegge ... as je met zoo’n zondaar as +ik ben ... a’k je ben tegegevalle ... want ’k hè je +vooruit wel gewaarschouwd... Van de eerste dag an he’k tege jou +gezeid: man, a’je Racier kan, in z’n inwendig gemoed, en +ziet hoe vuil, hoe zwart ’t daar is .... dan schud je je hoofd en +roept uit: Ga van me, jij ben me te slecht!... As ’t zoo ver is, +da’ jij me verstoot ... nou affijn, zeg ’t dan maar ... +Hier zit ik, me hoofd is geboge, neem je moker dan op, en slaan me de +harsings kapot ... Wat geef ik om mijn leve?... D’r is een wijf +op logement ... van de vijnste famielje ... d’r pappa was notaris +... d’r broers benne dokter, avecaat, en lid van de Raad ... maar +zij, de gevallene, zij loopt op de baan ... En die heeft me op koste +van ongelijk lief gekrege, die arme meid ... Gisteraved, toe ze +d’r laaste volk uit had gelate ... is ze zóó op de +straat voor me voete gevalle, het ze me knieë gegrepe, en gesnikt +... to’k d’r alles van begreep ... Maar ’k heb +d’r niet verstoote ... Zooas ’t een ridder betamelijkt, +he’k d’r opgeheve ... zij is toch jonkvrouw, +óók immers van adel ... en me mededogendheid van +misdadiger die nog altijd een mensch is, he’k over d’r +rampzalige ziel uitgegote.—„Grijp u vast an ’t kruis, +Mina!”—dat heb ’k gezeid ... Ja, as atheïst +zijnde heb ’k haar ’t kruis voorgehouwe, want zij staat +altijd nog in de Bosschieskerk ingeschreve ... <span class= +"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name= +"pb152">152</a>]</span>„Zoek uw heul en uw toeverlaat in de +heilige biecht, meid! En wend je af van de manne, want ’tben toch +immers allegaar verslete kerels die jij krijgt...” Ja, ’t +is toch waar, zoo’n ouwe lijkstaassie die an de brandspiritus +verslaafd is, en met ’t onrein in d’r grijze hare ... +„Ik—dat heb ’k gezeid—ben an ’t gloof van +me moeder ontvalle; maar jij, Mina, wie veel lief heeft gehad, zal veel +vergeve worde, meid. Je het ’t uit geen weelde gedaan, dat weet +God!” ... Toe heb ’k ’r ’n dubbeltje van die +gulde van uwe gegeve, en ’k heb d’r geraje: ga nou morge +’t eerste voor die cente baje, en vraag dan an m’eer +pastoor om je zonde te boete, en as ’t kan om ’n bitje +bedeeling van turf, aarappeltjes, en ’n paar brooje bedeeling in +de week voor van ’t winter... Ik ben je genege; we zijn allebei +zondige mensche van edele afkomst, maar kijk mijn an: ben ik nou de +eik, waar jij je as klimop voor eeuwig om slingere ken?... Zeg ’t +zelf, ik ben ’n ruïne, al ken ’k ook nog wel ’n +knap vrouwspersoon an. Maar ik zwalk zonder stuur door de bare van +’t leve. En waar ’k ’s nachs van droom, die rol speel +’k ’s morges, net zoo lang to’k weer in de lik +anbelant, of jammerlijk op de klippe der zonde verplettert. Want voor +mijn staat daar geen kruis meer met roze op die rotse. Zeg nou zelf, +zoo’n schuit is ’n wrak, en geen huwelijksboot, meid-lief +... Maar ’k vraag je één ding—want je ken me +nog niet—: he’k voor eeuwig schipbreuk geleje, lees dan +trouw iedere aved de krant, of daar geen berichie van de schouwburg in +staat, dat er ’n stuk wordt vertoond: „Het Leve van +’n Atheïst, of die Martelaar van zijn Geloof” ... Die +martelaar, Mina, die held voor ’t ongeloof, die rampzalige +gevalle man, dat ben ik! En a’ je ’t dan maar effe kan +lappe, effe an ’n armoeiïge schelling kan komme—ja, al +mos je ’m <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" +name="pb153">153</a>]</span>ook stele!—gaan dàt stuk dan +kijke, want je ziet er ’t leve in gespeeld van de man, die je +daar effe je liefde het geopebaard, maar die veels te slecht was om +ooit jou bruigom te worde.”—Ze snikte, haar hoofd was voor +’t eerst en voor ’t laast an mijn boezem gezonke ... Ik +streelde haar lokke, ze zijn nog zoo zacht ... as zij, man ... en de +bleekheid der liefde verfde haar wange ... Maar ’k rukte mijn los +... „La’ we sterk zijn, Mina, en geen kussing meer deele, +daar ’t noodlot zijn grauwe vlerke op spreidt... Neem me an as +uws broeder, en luister na me raad ... Voor ’t onrein is geen +goud zoo goed as stavezaad met jenever ... en om je van ’t +spiritus af te wenne ... drink je hier dag an dag voor mijn cente +één glaassie cognac. Me zalle d’r maar direc mee +beginne ...”</p> +<p>„Toe hebbe me same elk ’n slaapmutsie gevat ... +Da’s ook goed voor ’t sjegrijn, want we hadde te doen met +mekander. Zij met mijn, ik met haar, die arme meid. En toen alle volk +na kooi was, zei de waardin: „Kom kinders, ’k heb maf, +’t wordt tijd.” Mina is na ’t zolder, ik ben na de +vliering gestrompeld, maar vanochend zag ’k ’t haar wel an, +dat ze net zoo min as ik een oog dicht had geloke.—</p> +<p>„Ben je nou nog beleedigd, om die brief?... Of heb ’k me +goeie hart voor je ope geleid, dat ’t één bonk +dankbaarheid is?.. Jaag me anders maar weg... Ben ’k je te min, +dan trap je me subbiet je kamer af ... Want die stoel hier bij dat +kacheltje za ’k tòch nooit vergete ...</p> +<p>„Weet je hoe ’t komt, da ’k vannacht niet kon +slape?”... Ik dacht àls an die brief ... ’k Had +zèlf twee nieuwe penne gekocht, dat die man ’m op +z’n mooiste zou schrijve ... Nou, en hoe was tie?... ’k Was +t’r zoo trotsch op, da ’k ’m er jou pijp met dat +zilvere plaatje voor <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" +name="pb154">154</a>]</span>heb gegeve ... Misschien hè je later +nog wel ’s zoo’n Gou’sch stompie voor mijn ... want +’n souvenir zit ’m niet in de waarde ...”</p> +<p>De meid kwam binnen en bracht twee koppen koffie.</p> +<p>Toen ze weg was, zat Racier met z’n handen voor z’n +oogen. Hij had van die zielig verarmde, lange, bleeke handen, met roode +knoken. En ze beefden nu, schokten voor z’n gezicht.</p> +<p>Maar in eens keek hij met z’n betraande facie lachend naar me +op: „Zoo bèn jij nou ... da’s je nobele hart ... Je +zeit niks, maakt me geneens verwijte om de astranterigheid van die +brief ... En toch deurzien je ’n mensch z’n innigste +wensche ...</p> +<p>„Ben je dus nou weer heelegaar goed? Is ’t alles van +gistere vergeve en vergete?... Want anders dan ben ’k je koffie +niet waard, en zet ik geen mond an ’t bakkie ...”</p> +<p>„Waarachtig, Racier—als ’k je nou toch begrijp +...”</p> +<p>Maar hij stak me zijn voeten toe: z’n verloopen schoenen +glommen opmerkelijk.</p> +<p>???</p> +<p>„Ja, ja, dat was ’t, dat is ’t natuurlijk geweest. +Da ’k daar zóó maar, met slikkerige bene, zoo maar, +net as ’n beest van de straat in je huis was geloope. Die +beleediging, da ’k haar trappe bevuild had en jou fijne kleed in +je kamer ... ’t Was ommers ’t minste, ’t laagste ... +Toe hadde jullie netuurlijk genog van de schooier; was zij nog te vies +om an een kop uit dr keuke mijn lippe te zette ... Toe was ’t uit +met de eer van ’n bak warme troost uit dezelfde pot ... +Dàt was ’t! Vannacht is ’t me in eene te binne +geschote, toe ’k maar maalde en tobde wat ’t toch zijn kon, +dat ’k nou geen kop koffie meer waard was. Want dat schrijnde me, +man; me ooge <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name= +"pb155">155</a>]</span>wouwe d’r niet meer van dicht ... En +medeen, da ’k ’t snapte, ben ’k met ’n rood +hoofd van schaamte me bed uitgestapt, heb ’k an Mina d’r +doossie schoensmeer gevraagd, en sting ’k te poese ...</p> +<p>„Niet zoo zeer om die koffie, al wist ik ook nooit, dat er +zóó’n weldaad voor ’n ziekelijk lichaam +bestond; want da’s medicijn, je leeft er van op, je voelt je as +zwerver de keizer gelijk,—’t hangt effetief bruin an de kom +... en dat schuim, dat je van de lucht altemet al gaat droome ... Ja, +man, die kop zege za ’k nou tot me dood toe dag an dag misse +...</p> +<p>„Maar da ’k ’m gistere nie kreeg—’t +speet me geducht, want ’k lag er de heele nacht na te vlasse ... +Toch ha ’k dat nog wel kanne verknoerste, as ’t niet was, +dat jullie, me laaste, me anker in de zee van de zonde, mijn nou +óók al niet langer lust ... En met me bloedende hart, he +’k toen in één asem die brief opgemaakt, nou +’k van jou mot <span class="corr" id="xd20e2140" title= +"Bron: scheïe">scheië</span> ...</p> +<p>„Eén ding alleenig, da’ mo’k je nog vrage +... Want zie je, die Mina, waar ’k je daar strakkies van sprak, +die kan d’r wel uit, uit mijn tooneelstuk. Die ouwe lijkstaassie +verdoet zich tòch an ’t brandspiritus, want al wat er +’s avens tussche ons was voorgevalle, had ze vanmorge alweer +heelegaar vergete. Toe ’k d’r, vóór ’k +hierheen ging, nog ’s effe teerhartig over begon, keek ze mijn an +of ik gek was ... dus: dronke geweest, óók pizekor: een +liefdesverklaring van spiritusdamp ... Ha’k ’t gewete, dan +ha’k d’r een lucifer bij gehouwe en was d’r heele +declaraassie in een mooi blauw vlammetje subbiet opgebrand. Dat was dan +maar beter geweest ook ... Dus laat die Mina uit onze kemedie maar +liever weg as je wil ... De mensche zouwe der nog maar om motte +lache.—Zoo is dat gekapte-hoofde-publiek, dat tuig <span class= +"pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span>van +de autemebiele! En dáár is die meid me toch nog van te +nobele afkomst ook voor; wat jou? Is ’t soms niet rampzalig +genog, zoo’n val? Bovedien ... ik as held, zou door zoo’n +declaraassie ommers óók van me staassie, van me +doorluchtende glorie ... van me adel en majesteit, dar! af motte +brokkele, en in ’t kemieke vervalle ... Nee man, die passazie van +Mina hou je d’r buite, op ieder geval, en je zet er maar in op +’t slot dat schrijver dezes netuurlijk met zu’k soort +zondaresse geen omgang hieuw ... Zulle die toeschouwers mijn inwendig +koerakter van gevalle man nog bewondere ...”</p> +<p>Met bei z’n armzalige handen om den kop heen, vertroetelend, +zoog ie nu eindelijk z’n koffie, de oogen aanstellerig dicht in +z’n verheerlijkte, witte gezicht. Toen stond Racier langzaam uit +den leunstoel op, en opeens wonderlijk weemoedig, nam hij afscheid als +voor een lange, lange reis ... <span class="pagenum">[<a id="pb157" +href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1"> +<div class="divBody"> +<p class="first">Bij W. L. & J. BRUSSE’S +UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ is mede verschenen:</p> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">M. J. BRUSSE</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">BOEFJE. Dertiende druk. 23–37ste duizendtal met +22 penteekeningen en omslagversiering van H. Meijer. Prijs ingenaaid f +0,65, gebonden in halflinnen f 1,—.</p> +<p>HET NACHTLICHT VAN DE ZEE. Derde duizendtal. Met een penteekening +van Jozef Israël en een omslagteekening van J. B. Heukelom. Prijs +ingenaaid f 0,90, gebonden f 1,25.</p> +<p>LANDLOOPERIJ. Eerste druk. Met een kopergravure van Prof. P. Dupont. +Nog enkele exemplaren gebonden à f 2,90.</p> +<p>LANDLOOPERIJ. Vijfde duizendtal, goedkoope uitgaaf. Prijs ingenaaid +f 0,90, gebonden f 1,25.</p> +<p>BOEFJE. Naar het leven verteld door M. J. Brusse. Tiende druk, op +veertien steenen in prent gebracht en verlucht met bladversiering en +beginletters door Dirk Nijland. Met een voorrede door Johan de Meester. +Gebonden in perkamenten band met gouden stempels. (33 × +27½ cM., XX + 156 + 14 × 4 bladzijden, 14 prenten op +Japansch papier, buiten den tekst). No. 1–100 épreuves +d’artiste, gewaarmerkt door den schrijver en den teekenaar met +hunne handteekeningen. Prijs f 47,50.</p> +<p>HET ROSSE LEVEN EN STERVEN VAN DE ZANDSTRAAT. De Rotterdamsche +„Polder” gesloopt. Met historische afbeeldingen naar +teekeningen en foto’s uit deze internationaal vermaarde +nachtbuurt, haar bevolking, en wat de sloopers er van hebben gemaakt. +Vijfde duizendtal. Uitverkocht.</p> +<p>EEN DIERENKOLONIE IN EEN GROOTE STAD. Met vijfentwintig illustraties +van W. F. A. I. Vaarzon Morel. Vierde druk, voor de jeugd bewerkt. +Prijs gebonden f 0,75.</p> +<p>SLAVERNIJ VOOR MOOIE KLEEREN. Uit het leven van de „lijders +aan confectie”. Omslagteekening van Johan Briedé. Tweede +druk. Uitverkocht.</p> +<p>ACHTER DE COULISSEN. Tweede druk. f 0,35, geb. f 0,55.</p> +<p>IN DE NACHTBUURT. Derde druk. Zeventiende duizendtal. Prijs +ingenaaid f 0,35, gebonden f 0,55.</p> +<p>SNOK EN SAM. Twee ouwe bajesklanten. Vijfde duizendtal. Prijs +ingenaaid f 0,35, gebonden f 0,55. <span class="pagenum">[<a id="pb158" +href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">C. S. ADAMA VAN SCHELTEMA</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first"><a class="pglink" title= +"Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"https://www.gutenberg.org/ebooks/26530">MEI-DROOM. Een feestelijk +verbeeldingsspel.</a> Prijs ingenaaid f 0,60, halfleder gebonden f +1,10.</p> +<p>EERSTE OOGST. Bloemlezing door den dichter samengesteld uit Een Weg +van Verzen en Uit den Dool. Prijs f 0,90, geb. f 1,40.</p> +<p>UIT STILTE EN STRIJD. Derde druk. Prijs f 0,60, geb. f 1,10.</p> +<p>EENZAME LIEDJES. Derde druk. Prijs f 0,60, geb. f 1,10.</p> +<p>ZWERVERSVERZEN. Derde druk. Prijs f 0.60, geb. f 1,10.</p> +<p>VAN ZON EN ZOMER. Vierde druk. Prijs f 0,60, geb. f 1,10.</p> +<p>LEVENDE STEDEN: 1 Londen. 2 Dusseldorp. 3 Amsterdam. Prijs ingenaaid +f 0,60, gecartonneerd f 1,10 per deel. Enkele exemplaren op geschept +Hollandsch papier f 2,50 per deel.</p> +<p>ITALIË. Indrukken en Gedachten. Een causerie. Met 23 +afbeeldingen buiten den tekst. Prijs f 3,90 ingenaaid; gebonden in +linnen stempelband f 5,—.</p> +<p>DE GRONDSLAGEN EENER NIEUWE POËZIE. Proeve van een +maatschappelijke kunstleer tegenover het naturalisme en anarchisme, de +tachtigers en hunne decadenten. Uitverkocht.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">H. P. BERLAGE</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">OVER STIJL IN BOUW- EN MEUBELKUNST. Met 38 teekeningen +van den schrijver. Tweede verbeterde druk. Prijs f 2,60, gebonden f +3,25.</p> +<p>GRUNDLAGEN UND ENTWICKLUNG DER ARCHITEKTUR. Vier Vorträge +gehalten im Kunstgewerbe Museum zu Zürich von H. P. Berlage. Mit +29 Abbildungen. Prijs f 2,25, gebonden f 2,90.</p> +<p>STUDIES OVER BOUWKUNST, STIJL EN SAMENLEVING. Met 20 teekeningen +naar ontwerpen van den schrijver door Johan Briedé. Prijs f +2,90, in linnen stempelband f 3,50.</p> +<p>BESCHOUWINGEN OVER BOUWKUNST EN HARE ONTWIKKELING. Versierd met +teekeningen door Johan Briedé, uitsluitend naar ontwerpen van +den schrijver. Prijs f 2,90, in linnen stempelband f 3,50.</p> +<p>EEN DRIETAL LEZINGEN IN AMERIKA GEHOUDEN<span class="corr" id= +"xd20e2217" title="Niet in bron">.</span> Prijs f 0,60.</p> +<p>AMERIKAANSCHE REISHERINNERINGEN. Met 16 afbeeldingen naar +fotografieën. Prijs f 1,40, gebonden f 2,—. <span class= +"pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p> +<p>HET PANTHEON DER MENSCHHEID. Afbeeldingen der ontwerpen. Met een +bijschrift in verzen door Henriette Roland Holst-van der Schalk. Prijs +f 1,25.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">P. C. BOUTENS</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">HET TREURSPEL VAN AGAMEMNOON. Naar het Grieksch van +Aischylos in Nederlandsche verzen overgezet. Met aanteekeningen. Tweede +druk, in twee kleuren op geschept papier. Prijs ingenaaid f 2,50, +gebonden f 3,50.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">J. H. LEOPOLD</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">VERZEN. Royaal 8<sup>o</sup>, bijzonder verzorgde +uitgaaf met omslagen bandversiering van S. H. de Roos. Nummer +26–350, prijs ingenaaid f 3,90, gebonden f 5,50. Nummer +1–25 voorzien van de handteekening des dichters op geschept +Hollandsch Van Gelder papier, in heel lederen stempelband. Prijs f +16,50.</p> +<p>UIT DEN TUIN VAN EPICURUS. Uit den brief aan Herodotus over het +wezen der dingen—Epicurus aan +Menoeceus—Hoofduitspraken—Andere +uitspraken—Testament—Lucretius II. vs. 1–61. +Lucretius III. vs. 1–30. Cicero de Finibus I. 9–29. Ciris +vs. 1–42.—Naschrift. Met een afbeelding van Epicurus en +boekversiering van J. B. Heukelom. Prijs f 0,95, gebonden f 1,35.</p> +<p>STOISCHE WIJSHEID. Het Handboekje van Epictetus—Marcus +Aurelius tot zich zelven, boek V, IX en XI. Derde druk. Met +boekversiering van J. B. Heukelom. Prijs f 0,95, geb. f 1,35.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">HENR. ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">HET FEEST DER GEDACHTENIS. Prijs ingenaaid f 1,10, +gebonden in linnen f 1,50.</p> +<p>DE VROUW IN HET WOUD. Lyriek. Prijs ingenaaid f 1,10, gebonden in +linnen f 1,50. Tweede 1000-tal.</p> +<p>THOMAS MORE. Een Treurspel. Prijs ingenaaid f 1,10, gebonden in +linnen f 1,50. Tweede 1000-tal.</p> +<p>OPWAARTSCHE WEGEN. Verzen. Prijs ingenaaid f 1,10, gebonden in +linnen f 1,50. Tweede druk.</p> +<p>DE NIEUWE GEBOORT. Verzen. Prijs ingenaaid f 1,10, gebonden in +linnen f 1,50. Derde druk.</p> +<p>SONNETTEN EN VERZEN IN TERZINEN GESCHREVEN. Prijs f 1,10, gebonden f +1,50. Tweede druk.</p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<ul> +<li><a href="#ch1">Hoofdstuk I.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e127">1</a></span></li> +<li><a href="#ch2">Hoofdstuk II.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e226">10</a></span></li> +<li><a href="#ch3">Hoofdstuk III.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e369">19</a></span></li> +<li><a href="#ch4">Hoofdstuk IV.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e526">25</a></span></li> +<li><a href="#ch5">Hoofdstuk V.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e593">31</a></span></li> +<li><a href="#ch6">Hoofdstuk VI.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e746">39</a></span></li> +<li><a href="#ch7">Hoofdstuk VII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e823">45</a></span></li> +<li><a href="#ch8">Hoofdstuk VIII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e924">51</a></span></li> +<li><a href="#ch9">Hoofdstuk IX.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1040">57</a></span></li> +<li><a href="#ch10">Hoofdstuk X.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1114">63</a></span></li> +<li><a href="#ch11">Hoofdstuk XI.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1226">69</a></span></li> +<li><a href="#ch12">Hoofdstuk XII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1305">76</a></span></li> +<li><a href="#ch13">Hoofdstuk XIII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1393">85</a></span></li> +<li><a href="#ch14">Hoofdstuk XIV.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1495">96</a></span></li> +<li><a href="#ch15">Hoofdstuk XV.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1608">106</a></span></li> +<li><a href="#ch16">Hoofdstuk XVI.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1654">111</a></span></li> +<li><a href="#ch17">Hoofdstuk XVII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1783">122</a></span></li> +<li><a href="#ch18">Hoofdstuk XVIII.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1881">131</a></span></li> +<li><a href="#ch19">Hoofdstuk XIX.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e1965">139</a></span></li> +<li><a href="#ch20">Hoofdstuk XX.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href= +"#xd20e2059">148</a></span></li> +</ul> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> +<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen +overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class= +"exlink" title="Externe link" href= +"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink" title="Externe link" href= +"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen +poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2011-01-25 Begonnen.</li> +</ul> +<h3 class="main">Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%" summary= +"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e188">6</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">mog</td> +<td class="width40" valign="bottom">nog</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e201">7</a>, <a class="pageref" href="#xd20e690">37</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e707">37</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e719">38</a>, <a class="pageref" href="#xd20e930">51</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1062">59</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1124">63</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1320">77</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1463">93</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1490">95</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1511">97</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1665">111</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e404">20</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">tweëe</td> +<td class="width40" valign="bottom">tweeë</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e419">21</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom"></td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e465">23</a>, <a class="pageref" href="#xd20e475">23</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e480">23</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e667">35</a>, <a class="pageref" href="#xd20e693">37</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e701">37</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e704">37</a>, <a class="pageref" href="#xd20e710">37</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e716">38</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e722">38</a>, <a class="pageref" href="#xd20e725">38</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e728">38</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1323">77</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1466">93</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1514">97</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1668">111</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1716">115</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1898">132</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e2080">149</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2084">149</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e521">24</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">mème</td> +<td class="width40" valign="bottom">même</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e564">29</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">galanteriëe</td> +<td class="width40" valign="bottom">galanterieë</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e567">29</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">twigtig</td> +<td class="width40" valign="bottom">twintig</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e578">29</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">gloofsgenoote</td> +<td class="width40" valign="bottom">geloofsgenoote</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e609">32</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">tevoorschijn</td> +<td class="width40" valign="bottom">te voorschijn</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e645">34</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">verzoent</td> +<td class="width40" valign="bottom">verzoend</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e731">38</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">ouwegepensionneerde</td> +<td class="width40" valign="bottom">ouwe gepensionneerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e816">44</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">”.</td> +<td class="width40" valign="bottom">.”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e827">45</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">fantasiëen</td> +<td class="width40" valign="bottom">fantasieën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e894">49</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2217">158</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e973">53</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1993">141</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">„</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e984">53</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1194">66</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1347">79</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1376">82</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1473">94</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1575">102</a>, <a class="pageref" href= +"#xd20e1590">103</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1769">120</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2035">145</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">..</td> +<td class="width40" valign="bottom">...</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1033">56</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">—</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1309">76</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">’</td> +<td class="width40" valign="bottom">’t</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1501">96</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">afgëaald</td> +<td class="width40" valign="bottom">afgeäald</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1527">98</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">zeïe</td> +<td class="width40" valign="bottom">zeie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1532">98</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Racier’s</td> +<td class="width40" valign="bottom">Raciers</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1549">100</a></td> +<td class="width40" valign="bottom"></td> +<td class="width40" valign="bottom">-</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1565">102</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">rondkuïere</td> +<td class="width40" valign="bottom">rondkuiere</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1583">103</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">genenaal</td> +<td class="width40" valign="bottom">generaal</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1614">106</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">trionfantelijke</td> +<td class="width40" valign="bottom">triomfantelijke</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1619">106</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">dood-verfonfaaide</td> +<td class="width40" valign="bottom">dood-verfomfaaide</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1649">110</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">extratje</td> +<td class="width40" valign="bottom">extraatje</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1688">113</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">‘</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1712">115</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">kolonïe</td> +<td class="width40" valign="bottom">kolonië</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1727">117</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">beduïe</td> +<td class="width40" valign="bottom">beduie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1798">123</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">’</td> +<td class="width40" valign="bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1921">134</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">driee</td> +<td class="width40" valign="bottom">drieë</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1938">136</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">gescheïe</td> +<td class="width40" valign="bottom">gescheië</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1949">137</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">stieken</td> +<td class="width40" valign="bottom">stiekem</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1958">138</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">bespiëe</td> +<td class="width40" valign="bottom">bespieë</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e1986">140</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">wasgebleven</td> +<td class="width40" valign="bottom">was gebleven</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href= +"#xd20e2140">155</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">scheïe</td> +<td class="width40" valign="bottom">scheië</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De zonderlinge avonturen van "Zijne +Excellentie de Generaal", by M. J. Brusse + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIGNE EXCELLENTIE DE GENERAAL *** + +***** This file should be named 36056-h.htm or 36056-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/6/0/5/36056/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/36056-h/images/book.png b/36056-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8c9ee4f --- /dev/null +++ b/36056-h/images/book.png diff --git a/36056-h/images/card.png b/36056-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ffbe1a --- /dev/null +++ b/36056-h/images/card.png diff --git a/36056-h/images/external.png b/36056-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/36056-h/images/external.png diff --git a/36056-h/images/kaft.jpg b/36056-h/images/kaft.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c134e2e --- /dev/null +++ b/36056-h/images/kaft.jpg diff --git a/36056-h/images/logo.gif b/36056-h/images/logo.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ee1cbd0 --- /dev/null +++ b/36056-h/images/logo.gif diff --git a/36056-h/images/titelpagina.gif b/36056-h/images/titelpagina.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..29f9afb --- /dev/null +++ b/36056-h/images/titelpagina.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..6562913 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #36056 (https://www.gutenberg.org/ebooks/36056) |
