summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/36716-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '36716-8.txt')
-rw-r--r--36716-8.txt4110
1 files changed, 4110 insertions, 0 deletions
diff --git a/36716-8.txt b/36716-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..9332756
--- /dev/null
+++ b/36716-8.txt
@@ -0,0 +1,4110 @@
+The Project Gutenberg eBook, Een verheugd volk en een jubelende stad, by
+Johanna Maria Sielof
+
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+
+
+
+Title: Een verheugd volk en een jubelende stad
+
+
+Author: Johanna Maria Sielof
+
+
+
+Release Date: July 12, 2011 [eBook #36716]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+
+***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN VERHEUGD VOLK EN EEN JUBELENDE
+STAD***
+
+
+E-text prepared by the Online Distributed Proofreading Team
+(http://www.pgdp.net)
+
+
+
+Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this
+ file which includes the original illustrations.
+ See 36716-h.htm or 36716-h.zip:
+ (http://www.gutenberg.org/files/36716/36716-h/36716-h.htm)
+ or
+ (http://www.gutenberg.org/files/36716/36716-h.zip)
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn |
+ | verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Vette tekst is weergegeven als #vet#. Uitgespatieerde tekst |
+ | is weergegeven als ~uitgespatieerd~. |
+ | |
+ | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven |
+ | als »aanhalingstekens«. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+EEN VERHEUGD VOLK EN EEN JUBELENDE STAD.--
+
+AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.
+
+[Illustratie: DE KONINKLIJKE FAMILIE.]
+
+
+
+
+Een Verheugd Volk
+en
+Een Jubelende Stad
+
+
+door J. BRESSEN.
+
+
+GEÏLLUSTREERD.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+
+
+La Rivière & Voorhoeve
+Zwolle.
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+_Het is mij een recht aangename taak een woord van waardeering te mogen
+schrijven voor het boekske, dat hierbij den lezer geboden wordt._
+
+_Een uitnemend plan is hier verwezenlijkt, een plan waarvan den
+ontwerper, den heer _W. ten Have_, den bekenden boek- en kunsthandelaar
+te Amsterdam, alle eer toekomt. Want, ik mag het hier wel zeggen, van
+hem ging het uit._
+
+_Maar ook, hoe voortreffelijk heeft Mej. _J. Bressen_ dat schoone plan
+verwezenlijkt. Zij is geen onbekende, en toonde nog onlangs hoe
+gewaardeerd werk zij geven kan. Ook nu weer heeft zij moeite noch zorg
+gespaard, en iets goeds en loffelijks geleverd, dat haar recht doet
+kennen in haar innige liefde voor ons Oranjehuis._
+
+_De uitgave van zulk een boek, dat aan rijken inhoud ook schoonen vorm
+moest paren, was wel toevertrouwd aan de hh. _La Rivière & Voorhoeve_ te
+Zwolle. Hoe zij hun taak opvatten en volbrachten, daarvan kan zich elk
+overtuigen._
+
+_Hebbe dit boekske een voorspoedigen loop. Zij het velen in lengte van
+dagen een gedenkboek, dat stemt tot dank aan God, en de liefde versterkt
+voor het huis van Oranje, de jeugdige Prinses en de Vorstelijke Ouders,
+wier vreugd en hoop Zij is._
+
+ Amsterdam,
+ November 1910.
+ A. J. Hoogenbirk.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+
+ I. Plannen 9
+
+ II. Van enkele Huldeblijken 23
+
+ III. 30 April 1909 54
+
+ IV. Van Hier en Daar. (Nà 30 April 1909) 93
+
+ V. Een Jubelende Stad. (Van 26 Mei-2 Juni 1910) 109
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+Plannen.
+
+
+»Goed weer voor een flinke wandeling, meisjes!« zoo sprak op een ochtend
+in het laatst van December 1908 een Française, de gouvernante eener vrij
+talrijke familie te Amsterdam.
+
+Deze mededeeling viel niets in den smaak van 't drietal, dat zich juist
+voorgenomen had den eersten vrijen dag te besteden aan het inpakken of
+voltooien harer kerstgeschenken.... geen smeekbede, dat wisten ze bij
+ondervinding, zou iets baten om Mademoiselle van haar voornemen af te
+brengen. Zouden ze het Mama vragen? Neen, dat zou niets geven; Mama
+vond altijd goed wat de juffrouw zeide, en dan was er kans, dat deze nog
+boos werd op den koop toe. De vrees, dat bij den ongestadigen, natten
+winter de wandeling in den namiddag onmogelijk werd, deed Mademoiselle
+reeds om 10 uur de voordeur achter zich en haar drie discipeltjes dicht
+trekken.
+
+»Mag ik even lezen wat daar is aangeplakt, Mademoiselle?« vroeg Ida,
+toen ze alweer een winkel voorbijgingen, waar de menschen zich voor een
+bulletin van Nieuws-, Handelsblad of Telegraaf verdrongen.
+
+»Hetgeen ge weten moet, zal Papa of Mama je wel meedeelen; berichten
+van moord of diefstal enz. verlangt Mevrouw niet, dat ge onder uw oogen
+krijgt, dat weet ge heel goed, Ida!«
+
+Zwijgend gingen allen verder en na ruim anderhalf uur ontsnapte een
+zucht van verlichting aan Lize, toen ze met Ida en Dora op haar
+slaapkamer kwam, om mantels en hoeden op te bergen.
+
+»Was ze maar met vacantie naar huis gegaan, dan konden we doen wat we
+willen!« riep Lize uit.
+
+»Maar dan was de vacantie zooveel korter, en nu hebben we net zoo lang
+vrij als de jongens,« merkte Dora op.
+
+»Och, de jongens hebben vrienden sedert ze schoolgaan; en jullie beiden
+hebt ook je muzieklessen in de vacantie; gelukkig ben _ik_ daar af,«
+aldus besloot Lize.
+
+»Wel meisjes, hebt ge aangenaam gewandeld?« vroeg Mevrouw aan de
+koffietafel. »Het is zulk heerlijk droog weer als we in lang niet van
+genoten, ik zou graag meê gegaan zijn, toen ik Mademoiselle op de trap
+hoorde; maar ik had het te druk.«
+
+»Zeker met het pakjes maken, Mama! Heerlijkjes, hé, heerlijkjes! vindt
+jullie het ook niet, jongens?« vroeg Dora.
+
+Juist kwam Papa binnen en Lize moest haar vraag: »Jongens! heb
+je die bulletins ook gezien daar zooveel menschen voor stonden?«
+terughouden, daar mijnheer aan tafel geen oogenblik te verliezen
+had, zou de beursbengel hem niet verrassen. Ida en Lize moesten haar
+nieuwsgierigheid bedwingen tot 's avonds de courant binnengebracht
+werd; toen verdiepten zij zich zoo in allerlei geheimzinnigheden voor
+25 December, dat zij het bulletin heelemaal vergaten.
+
+De zoo vurig verbeide 25e van Wintermaand brak aan en Dora moest, wegens
+een zware verkoudheid, thuisblijven. Ze had zich nog al zooveel genoegen
+van haar eersten kerkgang voorgesteld. Het rijtuig nam Mama en de zusjes
+met Mademoiselle mede; de heeren en de jongens gingen te voet en Dora
+wierp allen een vriendelijke doch verdrietige kushand toe. Maar ze wist
+raad en ging zich troosten over haar gedwongen thuiszitten door een
+nieuw schrijfboek te nemen en weldra vloog haar potlood over het papier.
+
+Zoodra ze wat schrijven kon, had ze zich vermaakt met het verzinnen en
+opschrijven van geschiedenisjes, gewoonlijk alleen voor de ooren harer
+poppen bestemd; een enkele maal viel zulk een geschrift een der zusters
+in handen, die haar dan braaf met den inhoud plaagde.
+
+De onderwijzeres, die den meisjes les gaf in de Nederlandsche taal, de
+geschiedenis en het rekenen, gaf Dora onlangs een schrijfboek met een
+fraai bedrukt omslag, en dit besloot Dora voor haar historietjes te
+houden. Heden werd het in gebruik genomen en zou, zorgvuldig in haar
+kastje weggesloten, aan aller blik ontsnappen.
+
+»Wat bad de leeraar hartelijk voor onze Koningin, en hoe schoon, niets
+gezocht, bracht hij die blijde verwachting te pas in de preek,« zei
+Mevrouw onder de koffie.
+
+»Jawel!« antwoordde Mijnheer, en richtte tegelijkertijd zijn blik naar
+de plaats, waar de jongeren zaten. Mevrouw zag daardoor de vragende
+oogen van Ida en hoorde tegelijk Lize zeggen: »o, Mama! begreep ik het
+goed, verwacht de Koningin een kindje?«
+
+»Ja, wist jij dat nog niet? Je hadt het kunnen lezen op de bulletins;
+overal hingen ze; niet enkel in de sigarenwinkels,« zoo luidde de
+inlichting van Gustaaf, den oudsten broeder, student in de rechten.
+
+»Nu, daar hebt je het eindelijk, wat Mademoiselle niet wou, dat we
+lezen zouden; geen moord of zoo stond er op, dat zag ik best onder het
+voorbijloopen; Jan en Louis, zulke kleintjes, wisten het eer dan jij
+Ida! 't Is toch wat moois, altijd zoo gering....«
+
+»Stil Lize, Mademoiselle doet wat ik haar vraag, en kon niet weten wat
+blij nieuws ditmaal per bulletin bekend werd.«
+
+»Ja, Mama, maar....«
+
+Een blik der gouvernante, die geen Hollandsch sprak, doch wel verstond,
+hield Lize's woordenstroom tegen; toch kreeg zij een terechtwijzing, en
+wel van Louis, den jongsten broer. »Zulke kleintjes! Hoe klein ben jij
+dan wel, jongejuffrouw Eliza? Jan is 13, ik ben 11 en jij wordt gauw 10,
+en durft ons zulke kleintjes noemen, pas op, hoor!«
+
+»Ondeugden! geen getwist op Kerstdag en dan nog wel, als het heele land
+blijde is, omdat er een Prins of Prinses van Oranje verwacht wordt!«
+
+»Braaf gesproken, oudste zuster! Het zal 't hart van je aanstaanden man
+goeddoen. Is hij soms familie van die Oranjeklanten, de Van Harens, jou
+stoere Friesche baron?«
+
+»Ik geloof het niet, Gustaaf. Doch over deze heugelijke tijding schreef
+Sjoerd mij nog niet, maar _ik zelf_ denk er zoo over.«
+
+»Zeker dank 't onderwijs onzer Hollandsche juffrouw, die met het Huis
+van Oranje dweept;« veronderstelde Mevrouw, »maar we moeten danken; en
+dan moet Dora een poos gaan rusten, anders kan ze van avond niet laat
+opblijven, u denkt er wel aan, Mademoiselle?«
+
+De bespreking van het groote nieuws bracht in dit huis, gelijk overal
+pennen en tongen in beweging; en op 2en Kerstdag vernam Dora's
+poppengezelschap van haar mamaatje het volgende verhaal:
+
+»Er is een lieve Koningin, die woont met een Prins in een mooi paleis
+in Gelderland. Dat paleis staat in een grooten tuin, en daar is een heel
+lief Zwitsersch huisje in; die Koningin speelde daar, toen zij nog klein
+was, met haar poppen, voerde haar duiven, plukte aardbeien en bessen in
+het tuintje er om heen. Die Koningin hield alles zelf netjes in orde,
+keurig hoor!--De Hollandsche juffrouw heeft het gezien meer dan eens
+en ook eenmaal de duifjes van de Koningin uit haar hand laten eten!
+Vindt jullie dat niet heel aardig?--Foei! je kijkt of het je verveelt,
+Marietje, dan lees ik niet meer.--Die kleine Koningin werd groot en
+heeft het alle dagen heel druk; behalve als ze op reis gaat, maar dan
+moet die Majesteit toch nog o, zoovele brieven lezen en schrijven,
+zoodat ze alle dagen wel 2 uur er voor noodig heeft. Op een keer kwam
+die Koningin, 't is onze eigen lieve Koningin, waarvan ik je voorlees,
+weet jullie, in Amsterdam met een blonden heer, daar was zij mee
+getrouwd in den Haag. Toen was er hier een groot feest; maar daarvan zal
+ik je later eens vertellen. Nu moet je goed luisteren, toen we verleden
+jaar bij tante Anna waren, die zulk een snoezig klein kindje had en ik
+altijd mocht komen kijken als zij dit liefje baadde, zei Tante op een
+keer: »Ik wou toch maar, dat onze beste Koningin ook zoo'n lieverdje
+kreeg, zoo'n poezelig dikkertje, als dit Heleentje is.« Ik vroeg aan
+Tante, dat lieve schatje aan de Koningin te geven, ze is zoo zoet en
+kraait al van pret. Tante, u houdt toch nog meer meisjes over, dan Mama
+heeft en uwe zijn allemaal nog klein. »Gunst, neen, Dora! waar denk
+je over!« riep Tante. »Ik zou Heleentje voor nog zooveel niet willen
+missen. Neen, neen schatje! jij blijft bij Moes, wees maar niet bang,
+dat ik je weggeef.«
+
+Maar vandaag vertelde de dominee in de kerk aan je tantes Ida en Lize,
+dat er in dat mooie paleis een klein, lief kindje komt. Wat zal de
+Koningin dan blij wezen! Ik hoop net zoo'n dikkertje als Tantes schatje.
+Als jullie heel, heel zoet bent, zal ik het je dadelijk vertellen,
+als het kindje er is; en als Mama het goed vindt, ga ik iets heel
+verrukkelijk moois voor dat kindje maken. Ik weet nog niet wat.«
+
+Zoo eindigde de voorlezing aan het zestal poppen, doch die dametjes
+hoorden nog vóór Nieuwjaarsdag, dat haar mama niets maken kon, mooi
+genoeg voor een koningskind. Dat vonnis kostte Dora veel tranen.
+
+In het hoofdje van Dora ontstond niet alleen het plan om aan de
+blijdschap van haar hart uiting te geven, als onze lieve Koningin een
+kleintje kreeg; neen, weldra hoorde men van alle kanten in couranten
+en circulaires, dat zich comité's vormden om H. M. een huldeblijk aan
+te bieden ter gelegenheid dier verwachte, blijde gebeurtenis.
+
+Amsterdam en Enschedé zetten 't eerst hiervoor een plan op touw;
+Haarlem, Rotterdam en Leeuwarden volgden na enkele dagen, evenals
+Groningen en, hoe zou het anders kunnen, Apeldoorn en 's-Gravenhage.
+
+Daar zond men stukken en stukjes naar dagbladen, welker schrijvers
+het betreurden, indien in een tijd van tegenspoed en werkeloosheid,
+wanneer van de liefdadigheid zooveel gevraagd wordt, gelden zouden
+bijeengebracht worden voor kostbare geschenken, en die schrijvers
+meenden naar het hart van H. M. te spreken, als zij afrieden om aan
+al zulke voornemens gevolg te geven. In verschillende kringen vond
+dergelijk schrijven instemming; zoo besprak op zekeren avond in de
+groote, warme keuken van Dora's ouders het dienstpersoneel deze zaak,
+naar aanleiding van een stukje in een dagblad om zoo min mogelijk de
+krachten te versnipperen, door tallooze comité's en comiteetjes te
+vormen, en verder raadde het aan in het openbaar niet meer te schrijven
+over deze kiesche zaak.
+
+»Nog een kopje thee Anton?«
+
+»Asjeblieft Alida. Heb je daar de krant van van avond al?«
+
+»Neen, van gisteren; heb je van de week gelezen wat ze aanraadde over al
+die geschenken en comité's voor de Koningin?«
+
+»Het is maar heel goed,« viel de 3e meid in, »dat er een eind aan al
+die gekheid komt, de Koningin kan best een wieg koopen en alles betalen
+wat er noodig is. Waarvoor moet er zooveel geld weggegooid aan goud en
+zilver, zijde en kant? Kan dat kindje niet gewoon opgebakerd worden? En
+dan.... de menschen lijken wel gek met al hun plannen; ik heb nu al van
+5 wiegen gelezen en 2 of 3 wagens en tafels en kasten en waschstellen;
+de Koningin moest het verbieden; er is zooveel armoede en daarvoor wordt
+niets gedaan; 't was heel wat beter al dat geld uit te deelen, dat zeg
+ik maar! Daar heb je me zusters man, hij is al maanden thuis, ze leven
+van giften en gaven en van wat zij met wasschen in huis verdient, ze kan
+haar kleine kinderen toch niet alleen laten om uit werken te gaan; daar
+komt ook weer een kleintje, wie denkt daar over?«
+
+»Wel jij, Greta!« sprak de werkmeid; »jij doet je best voor je zuster
+en haar kinderen en jij maakt nog wel _wat moois_ voor het te wachten
+kleintje; ik zal _wat warms_ er bij geven, als het er is, en je mag mijn
+avondje hebben om er extra heen te gaan, als Mevrouw het goed vindt.
+Maar je moet toch begrijpen, dat de geboorte van het kindje van de
+Koningin een gebeurtenis is van groot belang voor ons heele land. Als
+de Koningin eens stierf zonder kinderen na te laten, wie moest er dan
+regeeren?«
+
+»Zou je graag onder de plak van Troelstra zitten en zijn vrindjes, zeg
+Greta?« vroeg de knecht.
+
+»Nu ja, maar ik zeg, dat het schande is zooveel duizenden guldens weg te
+gooien om van alles te maken, dat misschien nog bovendien nooit gebruikt
+wordt, zeggen ze,« hield de aangesprokene vol.
+
+»Hier is de courant van vanavond, zoek eens gauw op hoe de Koningin het
+maakt, Anton; ik hoop zoo, dat zij wèl mag blijven; wat zal ze blij
+wezen en Koningin Emma ook, als die grootmoeder wordt.«
+
+»Daar heb je het al: Een brief van den secretaris der Koningin! De
+knecht las dien in zijn geheel voor.--Zie je nu wel Greta, dat de
+Koningin niet hebberig is, en wel echt weet, dat er veel behoeften
+zijn, nu wil de Koningin hebben, als men _al_ het geld niet voor
+liefdadigheid geven kan, dan toch een deel.«
+
+»Anton, waarom kunnen ze niet alles geven?« vroeg de werkmeid.
+
+»Wel, zie je, als wij nu met ons allen geld wegleggen voor een
+huwelijksgeschenk voor de juffrouw, zou je het dan goed vinden als
+Mevrouw op den bruidsdag zei: Ik vind het heel aardig, dat jullie
+zoo voor een mooi cadeau opgespaard hebt, maar op dat dorp, waar de
+juffrouws baron woont zijn eenige huisjes, waarin armen voor niets
+wonen, die huisjes moeten opgeknapt worden, geeft daarvoor dat geld nu,
+en koopt geen zilverwerk, voor mijn dochters huishouden, ze krijgt al
+zooveel moois en....«
+
+»Neen, neen, dat zullen we nooit goedkeuren, die armenhuisjes komen toch
+wel in orde, daarvoor hebben we niet opgespaard!« riepen allen.
+
+»Daar heb je nu net zoo'n geval, als waarover jij, Greta! je ergert
+en Heintje nagedacht heeft. De Koningin laat daarom haar secretaris
+schrijven: »Daar de vriendelijke bedoeling der gevers en het bewijs van
+aanhankelijkheid voor H. M. hoofdzaak is, het H. M. veel genoegen zou
+doen, indien het mogelijk ware, een gedeelte der gelden, ingezameld
+voor dit doel, een bestemming te geven ten behoeve van liefdadige
+instellingen.«--We zullen er, als alles klaar is wel meer van hooren,«
+besloot de voorlezer.--
+
+»Staat er anders niets over de Koningin zelf in, zeg Anton?«
+
+»Ja, hoor eventjes, maar val me niet in de rede, ik moet 't theegoed
+wegruimen. »H. M. dejeuneert dagelijks bij de Koningin-Moeder, en doet
+kleine wandelingen voorafgegaan door een heer, vergezeld van een hofdame
+en gevolgd door een lakei.«--Zoekt zelf maar verder, meisjes.«--En weg
+was de knecht, binnen hoorde hij hetzelfde onderwerp behandelen, doch
+natuurlijk deed hij, als verstond hij er geen woord van.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+Van enkele Huldeblijken.
+
+
+»Mama, Grootmama noodigt Ida en mij te logeeren, om haar 70en verjaardag
+te helpen vieren;« aldus Gustaaf met een brief in zijn hand. »Zet u maar
+geen ernstig gezicht over die 3 of 4 dagen verzuim van de lessen; zij
+bleef den heelen winter wel; zij miste er geen een. Grootmama zal haar
+meenemen om de Haagsche wieg te gaan zien.«
+
+»Mama, niet eerst aan Mademoiselle vragen, laat Guus dadelijk Grootmama
+berichten, dat zij komen; Ida zal zóó verrukt ophooren: Eenig, eenig!
+zal ze juichen; zeg nu gauw ja, Moedertje!« zoo pleitte de oudste
+dochter.
+
+En Ida juichte, toen ze aan de thee vernam van het ongedachte
+uitstapje; al kostte het Mevrouw en den twee grooten eenige moeite, toch
+zwegen ze van de wieg, om zelven later temeer van Ida's opgetogenheid te
+genieten.
+
+Gezellig zaten Ida en Gustaaf in Grootmama's ouderwetsche, doch
+huiselijke zitkamer met haar aan de thee en spraken over het ontmoeten
+der vele bloedverwanten, die den vorigen dag ter eere van den 70en
+verjaardag gekomen waren. Allen, kleinkinderen, kinderen niet het minst,
+verheugden, zich over den welstand der oude mevrouw, die lang niet
+altijd een kalm leventje had geleid, en toch nog zoo kras mocht heeten.
+
+»Grootmama, heeft u heusch 11 kinderen gehad? Ik kan niet meer dan 7
+ooms en tantes vinden en Papa er bij dat is 8.--Zijn er van uw kinderen
+3 gestorven?«
+
+»Ja, Ida; ik heb bij mijn eigen kinderen ook 'n Ideletta gehad, die
+werd 20 jaar en stierf aan typheuse koorts met longaandoening; 'n Jacob,
+die op 14-jarigen leeftijd aan hersenziekte overleed, en een Willem die
+een jaar ouder was dan je Papa; hij werd maar 11 weken en bleef in een
+stuip. De Heer had je Grootpapa nog gespaard; ik behoefde zoo zeer zijn
+steun bij elk dier sterfgevallen.«
+
+De oude mevrouw zweeg lang, zoodat Ida begon te vreezen, dat zij door
+haar nieuwsgierigheid haar goede grootmoeder smart had aangedaan; zij
+keek bedrukt van haar werk op en staarde in de grillige vlam van het
+turfvuur in den wijden schoorsteen.
+
+»Kind, waar peins je over? Gustaaf is verdiept in zijn courant, waarvan
+hij al het nieuws voor zich houdt; en jij, praatgraag, zegt niets.«
+
+»Grootmama, ik dacht, dat ik u verdriet had gedaan met mijn vragen, het
+zou mij werkelijk spijten.«
+
+»Neen, kindlief! mijn overleden man en kinderen vergeet ik nooit en mis
+ik nog altijd, doch ze zijn in den Heer ontslapen en dat troost mij.«
+
+»'t Moet toch vreeselijk akelig wezen om dood te gaan, denkt u ook
+niet?«
+
+»Je Hollandsche juffrouw zou zeker zeggen: »Ida, Ida, je moest zeggen:
+Dunkt het u ook niet? En is dat nette taal _doodgaan_?«« vroeg Gustaaf,
+die zijn courant neergelegd had.
+
+»Guus! ik ben hier niet in de leerkamer, gelukkig niet! Die Hollandsche
+lessen zijn wel de prettigste; maar onmogelijk kan ik altijd op mijn
+woorden letten.«
+
+»Zou je graag nagewezen worden voor slecht Fransch, leelijk Engelsch,
+onnauwkeurig gesproken Duitsch, petekind?«
+
+»O, neen, Grootmama, maar Hollandsch hoeft zoo mooi niet.«
+
+»'t Is goed, dat H. M. je niet hoort, meisje! Die vindt het bepaald
+noodig, dat Nederlanders hun taal goed spreken; ik wou dat je al
+uitgingt en je Mama je aan het hof liet voorstellen, dan zou je eens
+hooren, niet alleen die lieve stem der Koningin, maar ook hoe zuiver Zij
+onze mooie moedertaal uitspreekt. Heeren zijn soms in de gelegenheid
+H. M. bij officiëele gelegenheden een toespraak te hooren houden. Zij
+roemen de Koningin altijd, omdat Zij zoo duidelijk en van pas spreekt;
+gelukwenschen en aanspraken degelijk beantwoordt; de Koningin kan vooraf
+niet bedenken wat Zij zeggen zal, want wie vertelt Haar wat de betrokken
+burgemeester, president enz. te berde zal brengen; neen, Ida, ge moet
+het Nederlandsch liefhebben en daarom eeren en goed spreken.«
+
+»Grootmama, u spreekt naar mijn hart, wij, studenten, hebben een
+reciteer- en declameerclub met het doel goed en voor de vuist ons over
+allerlei uit te drukken; en om u te plezieren, wil ik er wel bijvoegen,
+dat ik mijn best doe de platte taal, die velen tegenwoordig mooi vinden,
+te weren.«
+
+Grootmama zag haar oudsten kleinzoon zeer tevreden aan en drukte even
+zijn stevige hand, die hij haar zoo gul toestak; daarop wendde ze zich
+weer tot Ida en zei: »Als je nu belooft nooit meer zoo gering van onze
+taal te spreken, dan mag je morgen iets zien, dat H.M. gaat gebruiken.
+God geve het naar ons wenschen en bidden,« voegde de oude dame er bij.--
+
+»Iets dat de Koningin gaat gebruiken, wat bedoelt u, Grootmama?«
+
+De blik van verstandhouding met Gustaaf gewisseld, ontging het jonge
+meisje niet; toen de oude mevrouw antwoordde: »Waarin zal de Prins of
+Prinses over dag rusten? Immers in de Haagsche kamerwieg, meisjelief,
+die mag je morgen gaan zien.«
+
+»Wat, Grootmama! Ik? Dat kan immers niet, ik heb er niet aan
+bijgedragen. We wonen niet in Zuid-Holland. Mag ik heusch?«
+
+»Ja, heusch! Hoe het kan is mijn geheim, je mama en Gustaaf hebben dit
+geheimpje ook goed bewaard, dat merk ik wel.--Nu, Gustaaf was geen zoon
+van mijn Hendrik, als hij niet zwijgen kon.«
+
+»Heerlijk, eenig, verrukkelijk!« jubelde Ida, die even opsprong en
+Grootmama eens pakte, op gevaar af den ouden, mageren hals pijn te doen.
+»Welk een genotje! hoe lief van u bedacht; u is toch een echte
+grootmama! dat zeg ik maar!«
+
+»Het is goed, dat ik niet alle dagen voor een verrassing van een echte
+grootmama omhelsd word;« zeide Mevrouw, terwijl ze de kanten slippen
+harer muts terecht schikte.
+
+»Ik wou u geen pijn doen, maar 't komt zoo onverwacht, 't is de eerste
+wieg, die aangeboden wordt. Ik zal morgen dadelijk naar huis schrijven,
+dan weten ze het nog vóór de courant komt.«
+
+Ida was zoo goed als haar woord.
+
+ DEN HAAG, 3 April '09.
+
+ _Lieve Lize en Dora._
+
+Jullie dacht niet, als ik maar 4 dagen wegbleef toch een brief van
+mij te krijgen, maar ik wil je gauw vertellen wat ik van middag gezien
+heb. Raden kan het niemand.--De kamerwieg van den Haag en Zuid-Holland
+(behalve Rotterdam)! Eerst dacht ik er staat niets dan ragfijne kant;
+maar ik lette goed op en luisterde naar de freule, die uitleg gaf.--
+
+De eigenlijke wieg is van zeer mooi mandenwerk, van buiten en van binnen
+versierd met een kanten strook, over de kap zitten kanten strooken en
+ook langs de gordijntjes. De sprei, heeft middenin een koninklijke
+kroon, is van duchesse applicatie op licht blauw fluweelen ondergrond,
+om de fijnheid. De randen der kanten vertoonen oranjebloesems met
+oranjeappeltjes. De motieven voor dit mooie kantwerk zijn naar een
+oude Argenton kant door Jhr. E. H. van Loon, den voorzitter der
+kantwerkstersschool, daarvoor geleend. Tesselschade (niet de echte, dat
+weet jelui wel!) borduurde in beelderig, dicht Fransch werk de lakentjes
+en sloopjes en de wit satijnen deken. Alles is opgemaakt door: »Arbeid
+Adelt.« Onder al dit moois staat een voetstuk van opengewerkt hout,
+met vergulde, bronzen bas-reliefs. Het voor- en achterstuk (die zijn
+maar kort) vertoonen vóór, spelende kinderfiguurtjes en achter, de
+koninklijke kroon; dit heele onderstel is wit gelakt, versierd met
+beeldhouwwerk, dat men met poedergoud verguld heeft.
+
+Het is eenig mooi en alles zoo rijk en toch zoo luchtig en sierlijk; ik
+hoop maar, dat de Amsterdamsche wieg net zoo, liefst nòg fraaier wordt,
+als dit mogelijk is.
+
+De Koningin zal wel heel vroolijk kijken. Het heerlijkste zal toch wel
+wezen, als zoo'n lief, rose kindje daar tusschen die mooie lakentjes,
+op dat lieve kussentje ligt te slapen, misschien steekt het wel eens,
+net als Dora deed, op een keertje een blootgewoeld voetje tusschen de
+dekentjes uit. Zou jullie niet graag eens in die kinderkamer met al dat
+moois gaan kijken? Ik wel, dolgraag; maar dat is alleen een genotje voor
+de hofdames.
+
+Nu, gegroet! veel liefs aan Papa en Mama en jullie allen van Grootmama
+en van mij; tot overmorgen! Dan kom ik weer meê zuchten en brommen over
+al de lessen.
+
+O ja! mijn beleefde groete aan Mademoiselle.
+
+ Je zus Ida.
+
+»Mevrouw, de kastenmaker,« aldus diende Anton den knappen schrijnwerker
+aan, die sedert verscheidene jaren de familie bediende. Tot schrik
+van Mademoiselle, tot blijdschap van het drietal, moest Mevrouw met
+Gladschaaf in de leerkamer raadplegen over een ouderwetsche kast
+daar; en Mevrouw kwam niet alleen, ook een familielid, uit Engeland
+overgekomen, verlangde over zulk een pronkstuk te worden ingelicht.
+
+»Zulk werk wordt niet meer vervaardigd, is het wel?« vroeg
+laatstgenoemde.
+
+»Neem mij niet kwalijk, Mevrouw, als de dames er het geld voor over
+hebben, dan kunt u tegenwoordig nog veel schooner stukken van
+werkmanskunst bekomen. De werktuigen en gereedschappen zijn veel
+verbeterd en de schrijnwerker, die zijn vak verstaat en er pleizier in
+heeft, kan door tijdschriften en afbeeldingen zich op elken stijl, dien
+hij verkiest, toeleggen; maar daar de levenswijs duurder is en de loonen
+hooger zijn, moet er voor mooi en degelijk werk meer betaald worden,
+dan vroeger. Ik ben blij over het mooie ontwerp voor de Amsterdamsche
+wieg en wat ik van de Friesche kast las, deed mij watertanden om ook
+mijn krachten aan zoo'n bewijs van Nederlandsche vindingrijkheid te
+beproeven. Als u er mij een bestelt, zult u in Engeland er om benijd
+worden, Mevrouw!«
+
+De Engelsche dame, die veel in haar grootouders vaderland vertoefde,
+verstond alles wat Gladschaaf zeide en vroeg hem nu haar iets te
+vertellen, over de meubelen, die H. M. voor de kinderkamer reeds
+ontvangen had of die bijna gereed waren. Dat niet alleen _haar_ ooren,
+maar ook die der meisjes gretig toeluisterden, dat zelfs Mademoiselle
+aandachtig den jongen man aanzag, bevreemdde Mevrouw niet; want met vuur
+ging hij voort:
+
+»Mevrouw, door mijn bekendheid met vele patroons ben ik in de
+gelegenheid u op de hoogte te brengen. In den Bosch zag ik een
+kinderkast, uit rozenhout, geheel vervaardigd naar de afmetingen, welke
+men ingewonnen had. Ze is een modelstuk, stijl Lodewijk XVI. Ze doet
+den vervaardiger, Dirks, alle eer aan. De kleedtafel uit Gelderland met
+zilver beslag, die H. M. vooruit beloofde te zullen aanvaarden, steekt
+niets af bij de kinderkleedtafel uit de provincie en stad Utrecht; deze
+is van Cubaansch mahoniehout en in wit ivoor geschilderd.
+
+De jongejuffrouwen zullen het wel aardig vinden, dat »Arbeid adelt«
+een matrasje er bijvoegde voor de kleedtafel met een doos sloopjes.
+Het waschgerei is van zilver: spons- en zeepdoos, kom en kan alles met
+parelrandjes afgezet. H. M. roemde van al de voorwerpen de fraaie en
+welgeslaagde uitvoering als proefstukken van Utrechts nijverheid.--Doch
+Mevrouw ik zou u te lang ophouden, als ik zoo voortging; zal ik de
+kastdeur morgenmiddag komen uitnemen? Hier kan ik die herstelling niet
+verrichten, zal ze goed wezen.«
+
+»Wat krijgt de Koningin veel geschenken, vinden jullie het ook niet,«
+riep Dora, na het vertrek van Gladschaaf. »O, hij heeft er geen tiende
+part genoeg van verteld, alle avonden staan de couranten vol over
+aangeboden of ten toon gestelde huldeblijken,« zei Lize.
+
+»Mademoiselle, we gaan _onze wieg_ toch allemaal zien, niet waar?«
+
+»Onze wieg, wou je er soms ook eens in Dora?« spotte Ida.
+
+»Och, kom; de wieg van Amsterdam is onze wieg en die wordt de mooiste en
+dat is maar goed ook, want Amsterdam is Amsterdam!«
+
+Mademoiselle en de zusjes lachten allen even hartelijk over die
+redeneering der kleine meid; deze, door die vroolijkheid niets uit
+het veld geslagen, ging voort: »Het is heerlijk, zegt de Hollandsche
+juffrouw, dat het heele land blij is met de Koningin, want zoo'n kindje
+is er nog nooit in ons lief Oranjehuis geweest.«
+
+»Maar Dora, zoo kan de juffrouw dit niet gezegd hebben!«
+
+»Maar ze meende het wel zoo, niet waar Mademoiselle? U hoorde het toch
+ook.«
+
+De aangesprokene achtte het beter hier niet op in te gaan en zette ieder
+weder aan het werk.
+
+»Zeg, Doraatje! weet je dat het kindje kleine meubeltjes krijgt?
+Apeldoorn geeft ze; kastje, tafeltje, stoeltjes alles wit gelakt en met
+gebattikte kussentjes, wat zal het lief staan. Ze zijn allemaal klaar en
+blijven op Apeldoorn, maar een photographie er van met een oorkonde is
+aan de Koningin gezonden.«
+
+»Wat moet het oor van de Koningin met die photographie doen, Jetje?«
+Allen proestten het uit; de lachbui bedaard, legde Mevrouw het haar
+kleine meid dus uit. »Een oorkonde is een zeer fraai geschreven brief,
+waarin staat aan wie men dit bijzonder geschenk geeft en waarom men dit
+doet en wie de gevers zijn; een _konde_ is een bekendmaking, die het
+_oor_ moet hooren, vat je het Dora?«--»Ja, Mama.«
+
+ * * * * *
+
+»Wel Coosje, ge moet eens vlug den kleinen koffer pakken, en met Mientje
+een dag of 8 naar Middelburg gaan,« zoo sprekende zette Gladschaaf zich
+aan het middagmaal.
+
+Met haar oogen in stomme verbazing op haar man gericht, liet zijn Coosje
+de schaal dicht, waarvan ze juist den dekselknop in haar hand vatte.
+»Wat zeg je, Ferdinand? Ik moet 8 dagen op reis met Mientje?--En jij
+dan? Wie zal voor jou zorgen? Wie de klanten te woord staan als je bij
+de dames verslag uitbrengt over de huldeblijken? Ik naar Middelburg, zoo
+in eens maar; wat moet ~ik~ daar doen?«
+
+»Wat je daar doen moet? Wel gaan zien af de Zeeuwsche wagenmaker naar je
+genoegen gewerkt heeft voor H. M.; je wordt er nog wel per briefkaart
+voor uitgenoodigd.«
+
+»Nu begrijp ik er heelemaal geen woord meer van, een uitnoodiging van
+een wagenmaker uit Zeeland; ik ken er geeneen, dat ik weet.«
+
+»Luister dan: Hierbij wordt u, juffrouw Gladschaaf geb. den Blaauwe,
+uitgenoodigd den kinderwagen, het huldeblijk der Zeeuwsche vrouwen voor
+H. M. bij gelegenheid der blijde gebeurtenis den zooveelsten ..... te
+Middelburg daar en daar te komen bezichtigen.«
+
+»Waar staat dat allemaal op, Fer?«
+
+»Op deze kaart, die ik je daar voorlees, als antwoord op je postwissel
+van 3 Februari.«
+
+»Ik zou een postwissel naar Middelburg gestuurd hebben, neen, man! dat
+is niet waar.«
+
+»Man en vrouw is één; is het dan niet goed, als de man, wetende dat zijn
+vrouwtje in hart en nieren een Zeeuwsche blijft, tijdig zorgt, dat
+namens haar een postwissel voor dit schoone doel inkwam?«--
+
+Dat 't vroegere Walchersche boerinnetje opsprong, haar man eens kuste,
+dat het klonk, spreekt van zelf; niet minder dat zij ooren naar dit
+reisje had; ze vernam nu hoe haar jongste schoonzuster reeds beloofde,
+haar plaats in dien tijd zooveel mogelijk te vervullen.
+
+»Krijg ik nu nog wat op mijn bord, vrouwtje?« vroeg Ferdinand, toen
+Coosje, nog vol gedachten, weer op haar plaats zat.
+
+»Zeker, man, maar het is haast te mooi om te gelooven, en Mientje is pas
+4 en mag zoo ver op reis!«--
+
+»Ja, ja! ze begint vroeg; maar het is uit liefde voor Oranje, vergeet
+dit niet; die liefde is jou toch aangeboren? Alle Veersche menschen zijn
+Oranjeklanten niet waar? En dat wil wat zeggen, al de inwoners van zoo'n
+groote stad!«
+
+Coosje hief haar vinger op met de woorden: »Wat ben je weer aan het
+plagen!« maar keek toch even blij en ging na het eten eens gauw alles
+bij haar schoonouders bespreken.
+
+»Wel vader, las u in de courant, dat de Times eens goed vond ons geluk
+te wenschen, nu we een troonopvolger mogen verwachten?«--vroeg Ferdinand
+op een avond.
+
+»Neen, jongen. Wat reden had die Londensche krant daarvoor?«
+
+»De Times telde op, dat er 36 pretendenten (hoe gek hè?) of
+rechthebbenden, (al even dwaas!) voor den Nederlandschen troon zijn; en
+dan gaat het blad niet verder terug dan tot Prinses Carolina, de dochter
+van Willem V.«
+
+»God geve ons een Prins of Prinses, dat bid ik alle dagen,« zei moeder
+Gladschaaf; »en make,« ging zij voort, »Koningin Wilhelmina een even
+verstandige moeder als Koningin Emma was.--Want uitstekend is de
+Koningin opgevoed, dat zeggen alle menschen, die het weten kunnen. Denk
+eens Koningin Emma kwam even als Coosje en onze meisjes uit een groot
+gezin, en huwde een Vorst, 41 jaar ouder dan Zij. Koningin Emma moest
+zich geven en tevens inleven in vreemde toestanden in een ander land
+aan een Haar onbekend hof; en toen ons dierbaar Prinsesje geboren werd,
+viel de belangrijke taak Harer opvoeding zeker niet gemakkelijker, omdat
+Z. M. toen nog een volwassen zoon bezat, den 2en Prins van Oranje,
+Alexander; maar een dochterken had de Koning nooit gehad; een oud man,
+die grootvader kon wezen, bemint zoo'n lief poppetje meer en heel anders
+dan een jeugdig vader doet; toch voedde Koningin Emma Haar eenig Kind,
+vergeet het niet, Haar Eenige! voortreffelijk op.
+
+Daarbij wijdde Zij zich aan de verzorging des Konings, die na Mei '87
+het Loo niet meer verliet. Koningin Emma #gaf zich zoo#, dat H. M.
+een kamerheer zond, toen Prinses Helena van Waldeck-Pyrmont, Haar
+doorluchtige Moeder zwaar krank lag, want H. M. kon den Koning niet
+verlaten. Prinses Helena overleed en ook ter begrafenis liet Koningin
+Emma zich vertegenwoordigen.«
+
+»O vader,« riep Coosje, »dat is net als in 't mooie lied: Van een
+Koningsvrouwe.«
+
+»Ja, ja,« riep Margreet, »zing jij, dan speel ik.« Ze liep naar het
+orgel, Marie zocht fluks het stuk op, en Vader en Moeder hoorden met
+innig genot deze onverwachte uitvoering aan.
+
+ Die oude grijze Koning, hij werd zoo mat, hij werd zoo krank;
+ Aan 't leger lachte het dochterkijn,
+ en de Vrouwe, Zij reikte Hem medicijn,
+ Veel dagen en maanden lank.
+ Doe stierf de grijze koning, 't was bij zijn open graf,
+ Dat met een kus de Vorstenvrouwe
+ Den schepter van goud, omfloersd van rouwe
+ Aan het blozende dochterkijn gaf.
+ Het dochterken gaf den gouden, den zwaren schepter haar weer.
+ »Och Moeder,« (zei ze) »dat gij hem bewaar!
+ Voor ik groot zal zijn komt nog zoo menig jaar,
+ Ik ben nog zoo jong en zoo teer.«
+ Doe heerschte die Koninginne, al over het land bij de zee;
+ En het zeevolk zingt: »Ja, dat blonde kind
+ Het wordt er zoo vurig van ons bemind,
+ Maar wij minnen de Koningsvrouw meê.
+ Wij zweren dat blonde Koningskind de trouwe in vreugde en in smart,
+ Maar de bruid uit het land, waar de bergen zijn,
+ Die Koningsvrouwe zoo fier en zoo rein,
+ Zij heeft er gevangen ons hart!--«
+
+[Illustratie: DE JULIANABRON, op den Dam te Amsterdam.
+
+(Bij gelegenheid van het ~eerste~ bezoek van Prinses Juliana.)]
+
+Coosje met haar zuivere stem had met haar gansche hart uit volle borst
+gezongen.
+
+En nadat het drietal nog eenmaal het fraaie lied van Boele van
+Hensbroek[1] nu ook met het eerste vers gezongen hadden vroeg de
+grootvader:
+
+[1] »Van eene Koningsvrouwe.« Lied voor eene zangstem. Woorden van
+ P. A. M. Boele van Hensbroek. Muziek van Arnold Spoel. Uitgegeven
+ bij G. H. van Eck te 's Gravenhage.
+
+»Weet jullie het nog, kinderen, hoe op 31 Augustus 1898, wijlen Ds.
+W. H. Gispen in den dankstond zeide: »Huis en goed zijn een erve der
+vaderen, maar een verstandige vrouw is van den Heere; en die verstandige
+vrouwe bleek onze Koningin Emma, voor wijlen Z. M. Koning Willem III en
+nu reeds bijna 8 jaar lang voor heel ons land!««
+
+»O, ja, vader! #ik# weet 't nog best, de tekst was,....« ging Marie
+voort.
+
+»Kinderen!« viel de moeder in, »Moge Koningin Emma een zeer blijde
+toekomst tegengaan, wanneer haar lief eenig kind #Moederweelde# mag
+smaken!«
+
+ * * * * *
+
+En Coosje toog met haar dochtertje naar Middelburg; bij het zien van
+den wagen[2] riep de kleine meid, op moeders arm gezeten: »Moesje waar
+is 't Pinsesje?«--»Dat is nog te klein om in een wagen te zitten,
+liefje,« zei een dame die het hoorde.
+
+[2] De wagen is met ivoor bekleed, gevoerd met wit satijn; de krukken
+ enz. zijn verzilverd, het Zeeuwsche wapen aan den eenen, de
+ koninklijke kroon aan den anderen kant, zijn van echt zilver.
+ De kap, van wit chroomleder, heeft een kanten rand en onder den
+ wagenrand van binnen zit ook een kant; alles fijne echte kant te
+ Nieuw-Naemen bij Clinge vervaardigd. Twee lakentjes, een sloopje,
+ een onder- en een bovenkleed, benevens een wit satijnen spreitje en
+ zelfs een zilver wagenkruikje waren er bijgevoegd en nog bleven er
+ gelden over voor een liefdadig doel.
+
+Op de thuisreis miste Coosje haar aansluitenden trein te Rotterdam, doch
+terwijl ze zich beklaagt en den stationschef vraagt, wanneer zij nu moet
+vertrekken en hoe laat ze dan thuis kan komen, ziet zij een harer tantes
+op haar toestappen met een: »Wel, wel! (op zijn Zeeuwsch bel, bel!) hoe
+kom jij hier, kind?«
+
+Die vraag is spoedig beantwoord; Tante stelt nu voor naar Coosjes huis
+te telegrafeeren, dat zij tot morgenmiddag in Rotterdam blijft, dan ziet
+ze Oom en de neven en nichten ook weer eens. Zoo gezegd, zoo gedaan.
+
+Onder den maaltijd liep het gesprek over niets anders dan over Zeeland,
+Zeeuwsche bloedverwanten en .... den Zeeuwschen kinderwagen.
+
+»Coosje, het is jammer, dat je gisterenmorgen niet hier waart, toen was
+het Rotterdamsche kinderservies te zien. Vader had je wel een
+kijkkaartje bezorgd. O, het is zoo mooi!«
+
+»Is het dan al klaar?«
+
+»Ja, al verzonden. Met het blad mee 10 stuks alles gedreven mat zilver,
+werk van den bekenden kunstenaar Zwollo, het versiermotief is een
+oranjetak met massief gouden appeltjes; aan de achterzijde het wapen der
+stad en: »Aan H. M. Koningin Wilhelmina aangeboden door de vrouwen van
+Rotterdam April 1909.« Het sluitornament is een oude munt met de spreuk
+»Orange fleurira.«--Het wordt geborgen in een doos van onderscheidene
+kostbare Indische houtsoorten vervaardigd. De Industrieschool zorgde
+voor 12 keurig bewerkte witte servetjes en Tesselschade gaf een dozijn,
+versierd met borduurwerk, voorstellende de kleederdrachten.«
+
+»Weet jullie nog, welke stuks het servies vormen?«
+
+»Ten naastenbij wel: Melkkan, beker, plat- en diepbord, servetring,
+vork, lepel en nog...... ik meen een opscheplepel of eetschepje.«
+
+»Gunst, wat zal dat alles schitteren, als het op tafel staat!«
+
+»Ja, Coosje, maar je moet denken bij de Koningin is alles nog prachtiger
+dan bij de rijke lui.«
+
+Coosje genoot volop van haar Zeeuwsche familie dien avond te Rotterdam;
+en kwam goed op tijd aan het station en bereikte Amsterdam, toen juist
+haar oudste schoonzuster ook uit den trein stapte.
+
+»Wel Margreet hebben we samen gereisd? hoe jammer dat ik je niet zag;
+waar ben je ingestapt?«
+
+»Te Haarlem, ik heb niet naar je uitgezien, want je zoudt gisteren
+thuiskomen. Ik ben een weekje naar Haarlem geweest bij mijn peettante
+ook om het papstel voor het Koningskind te gaan zien. Ten Boom heeft het
+vervaardigd en H. M. heeft in Haar bedankbrief dit voortbrengsel der
+Haarlemsche kunstnijverheid zeer geroemd.«
+
+ * * * * *
+
+Honderde menschen, beter gezegd: dames, kinderen, jonge meisjes, vrouwen
+van allerlei stand en leeftijd stroomden uren lang door de Doelenstraat
+en verdwenen in en verschenen weer uit de veilingzalen van Frederik
+Muller, om haar huldeblijk voor H. M. te gaan zien en, hoe kon het
+anders? te bewonderen.
+
+Daar stond dan de Amsterdamsche wieg! Hoevelen sloegen met innige
+bewondering haar gade! Ja liefdevolle blikken zag men, van haar, die
+zich voorstelden hoe koninklijk de lieve kleine, met zooveel vreugde
+verbeid, daarin rusten zou. Menige zucht ontglipte aan deze en gene
+moeder, die aan haar eigen thans ledige wieg dacht, en die zucht
+vertolkte zich in een bede, dat God de Heere H. M. een welgeschapen,
+gezond kindeken mocht geven en laten behouden.
+
+Koninklijk zal de Prins of Prinses rusten tusschen die plooien van het
+crème-zijden behangsel, vastgehouden door een vergulden, metalen vogel,
+wiens snavel een edelgesteente draagt; en die vogel vormt de bekroning
+van een helmvormig, fraai bewerkt hemeltje. Eer een jaar voorbijgegaan
+is gluren een paar lieve kinderoogjes, naar we hopen, op de wit en
+geel zijden borduursels der voering van het overkleed; daarin waakt
+zinnebeeldig reeds de Nederlandsche leeuw, in gezelschap van lonkende,
+flonkerende sterren over de daartusschen gevoegde oranjeappeltjes, en
+het gebed en de liefde van Neêrlands volk smeekt God om bescherming van
+het telgje, aan het Koninklijk gezin en onze natie geschonken.
+
+Zes zuiltjes, door een kruis verbonden, schragen den korf, fraai
+ciseleerwerk versiert èn zuiltjes èn metalen banden van den korf. Geheel
+opengewerkt, versierd met gedreven metaal, zijn de openingen tusschen de
+verticale paneeltjes, gevoerd met grijs fluweel, geborduurd met goud,
+alles in overeenstemming met snij-, ciseleer- en drijfwerk. Met fraai
+bewerkte kant is de binnenzijde der voering omzoomd.
+
+Nog heel wat zinnebeelden, behalve de aanwezigheid van den geborduurden
+Nederlandschen leeuw, zijn aan die wieg te vinden. Van rozehout is ze,
+afkomstig uit Suriname, dus reeds heeft West-Indië een product voor den
+Vorstentelg geleverd. En van dat rozehout is een kruis gevormd,
+onwillekeurig lispelt de mond:
+
+ »Een kruis met rozen
+ Is 't menschenlot.
+ Is 't rijke leven
+ Uw gave, o God.«
+
+Ja, het kruis zal ook Prins of Prinses niet gespaard worden; geve God
+slechts daarbij het geloof in den Gekruiste, Die alleen het kruis ter
+verzoening torschte, in Wien zoo menige Prins en Prinses uit het Huis
+van Oranje-Nassau geloofde en voor Wien hun heldenbloed vloeide!--
+
+Zes zuiltjes dragen den korf, moge liefde tot God en het ons van Hem
+geschonken vorstenhuis steeds een der zuilen van ons volksbestaan
+zijn; dan zullen liefde tot den naaste tot recht en gerechtigheid,
+weldadigheid en moed ook hechte stutten blijken van den troon, gelijk
+de wijze Salomo reeds schreef: »Een koning houdt het land staande door
+het recht.« »En door weldadigheid ondersteunt hij zijnen troon.«
+
+ * * * * *
+
+Te lang reeds mijmerden wij bij die vorstelijke wieg, welke op 5 April
+door de werklieden van »De Ploeg« naar 's Gravenhage werd gebracht;
+keeren wij thans naar onze vrienden in Amsterdam terug.
+
+»Wel Dora, hoe vindt je nu _onze_ wieg?« zei haar Papa; »zou je nog
+altijd graag op eens een klein kindje in huis willen vinden, om dit dan
+in zoo'n wieg te leggen?«
+
+»Neen, Papa! dat #kan# niet, dat #mag# niet; zulk een wieg, met zooveel
+moois, hoort alleen in een paleis, bij een koningin!«
+
+»Knap gesproken kleintje!« viel Gustaaf in. »Doch daar is Anton met de
+brieven. Wat 'n dikke, Jet, voor jou, natuurlijk uit Friesland; als je
+mij hem niet lezen laat, krijg je hem niet;« plaagde Jan.
+
+»Ik zal er je wat uit voorlezen als je hem mij gauw geeft; maar gauw
+dan, zeg ik je.«
+
+»Wat een gevaarlijke belofte doe je daar, kind.«
+
+»Och, Papa....«
+
+»Zie zoo! daar heb je hem, vlug openmaken en voorlezen óók, je hebt het
+beloofd.«
+
+»#Wat# er uit, heb ik gezegd.«
+
+»Neen, neen, den heelen brief,« riepen de drie zoons.
+
+»Foei, Gustaaf, wees zoo flauw niet om met de kleintjes meê te doen; ik
+heb gezegd: ik zal er je #wat# uit voorlezen.«
+
+»Dat is waar jongens, laat Jetje nu met rust;« zei mijnheer, want Jan en
+Louis trachtten zich van Jets brief meester te maken.
+
+»O, de kast is klaar en net als Gladschaaf vertelde, ze is een pronkstuk
+van houtsnijkunst.
+
+Jammer dat nicht reeds naar Engeland vertrok, dan had ze deze kunnen
+bewonderen. Een Makkummer stel, van het mooiste soort, staat er op; en
+Dora, hoor eens, in de binnenkastjes is zilver kinderspeelgoed. Ook is
+er in een zilveren koker, rijk bewerkt en met Frieslands wapen gesierd,
+een baby-boek.«
+
+»Een baby-boek? Jet, zoo'n heel klein boekje als in de kast van mijn
+poppenhuis?«
+
+»Neen, Dora het is een mooi gebonden schrijfboek, waarin de Koningin
+alles op kan schrijven over het kleintje.«
+
+»Weet u wat er in zal staan, Mama? heeft u ook zulke boeken over ons?«
+
+»Neen, die heb ik niet; maar de Koningin zal er zeker inschrijven op
+welken dag 't kindje geboren werd en gedoopt is; hoe het kindje er uit
+ziet, op wie het lijkt, naar wie het heet; wanneer het tandjes krijgt,
+gaat kruipen, loopen, praten en zoo al meer.«
+
+»Hoe dolletjes! Als het kindje dan groot is en lezen leert, mag 't
+zeker wel de poppen er uit voorlezen, hè Mama?«
+
+»Als 't kindje een prinsesje is, kan het wel gebeuren,« antwoordde haar
+vader. »Waarheen wordt de kast verzonden, Jetje? Naar het Loo of naar 't
+Noord-Einde?«
+
+»Sjoerd meldt het niet Papa, maar o, daar staat weer iets heel
+bijzonders in zijn brief. Een zeker heer W. H. te Harlingen vond, dat
+deze dagen zeker een gepaste gelegenheid gaven om H. M. een bokaal aan
+te bieden, sedert ruim een eeuw in zijn familie. Die bokaal behoorde
+eenmaal tot de rariteitenkamer van Prins Willem V. Na zijn overlijden
+te Brunswijk, in 1806, zag de Prinses-Weduwe zich genoodzaakt vele dier
+rariteiten te verkoopen uit geldgebrek. H. M. zal volgaarne dit zeldzame
+huldeblijk, waarop de huidige eigenaar toch zeer gesteld is, aanvaarden,
+heeft de particuliere secretaris geschreven.«
+
+»Dat is veel belangwekkender, dan je opgaaf van leerlingen en werkuren
+der Haagsche wieg, Ida! Je zult ze wel niet meer weten!«
+
+»Ik weet ze nog opperbest: Alleen betreft het de kanten, 34 leerlingen
+werkten 12000 uren; maar dit is een aandoenlijke mededeeling, vind ik.«
+
+»Als Dora nog klein was, zou ze weer zeggen: »Ik krijg er de huil van in
+mijn keel!« Niet waar,« vroeg Jan.
+
+»Die huil daargelaten, is het waarlijk zeer treffend zoo iets te
+vernemen. Over de ellende en rampen, die ons volk troffen in dien
+droeven Franschen tijd, weet iedereen wat en soms uit ondervinding, in
+de familie, niet waar, Papa? maar wie vraagt zich af: Wat hebben de
+Oranjes toen geleden?« merkte Gustaaf op.
+
+Bij de Gladschaafs besprak de jongste dochter hetzelfde onderwerp door
+haar in de courant gevonden.--»Op onze les moesten we onlangs een
+persoonsvergelijking lezen over Willem V en Lodewijk XVI. Hier is nu
+weer één trek, die bewijst hoe moeielijk het gaat zulke vergelijkingen
+te maken. De voorgangers van den beklagenswaardigen Lodewijk XVI dachten
+er slechts aan hun genot- en praalzucht te bevredigen, hun toomelooze
+heerschzucht bot te vieren en daarvoor hun volk uit te mergelen; daarmeê
+vormt de goedigheid en de liefde tot zijn volk van den rampspoedigen
+Lodewijk XVI een scherpe tegenstelling en met innig medelijden denken
+we aan het lijden van hem en de zijnen in de Tempel-gevangenis. Maar hoe
+geheel anders is het uitwijken van Willem V. Opdat er om #zijnentwil#
+geen bloed zou vloeien, gaat hij met de zijnen de jammeren van de
+ballingschap gewillig tegen. En hoe zelfopofferend en onbaatzuchtig
+hadden zijn voorgangers en zijn voorvaderen gehandeld!--En van die 18
+jaren, waarin dat gezin van vorstelijke personen velerlei kommer leerde
+kennen, weten slechts weinigen iets.«
+
+»Marielief, ge zijt in uw gedachten bezig met een brief aan uw Fransche
+vriendin, stop nu even en hoor wat ik net lees.--De Koningin-Moeder
+bracht den geheelen namiddag op 't paleis in 't Noord-Einde door, doch
+heeft zich gisterenavond weer naar haar eigen paleis begeven.--De
+menschen, die reeds omstreeks 's Prinsen verjaardag op de verwachte
+gebeurtenis hoopten, en gisteren bijna den geheelen dag om het
+Ruiterstandbeeld postvatten, keerden langzamerhand om elf uur 's
+avonds huiswaarts.
+
+»Wij moeten geduld oefenen, en wie er het naast bij betrokken zijn, nog
+meer dan wij«--zegt de vader.
+
+»Man, laat ons veel bidden, God moge allen en ons verhooren; Hij alleen
+kan ook hier uitkomst geven. Moge Hij zijn gunst gebieden!«
+
+»Zoo is het Moeder, ik begreep best, waarover gij dacht, toen ge van
+nacht niet slapen kondt.«
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+30 April 1909.
+
+
+»Marietje, Betsy, Willy, ik ga je allemaal voor het raam zetten, Anton
+is met den kruier bezig de vlag uit te steken, er is bericht uit Den
+Haag gekomen; het lieve kind is in het paleis,« zoo spreekt Dora en
+plaatst haar zestal op stoelen en stoeltjes voor de groote ramen in de
+voorkamer in haar ouders huis. Doch wat is dat? »Halen ze de vlag weer
+in?« Haar gezichtje stijf tegen de ruiten gedrukt, staart ze naar buiten
+en vergeet zelfs het aan haar poppen te vertellen. Ja! Papa's vlag gaat
+weer weg, aan den overkant haalt men ze ook weer binnen. Nu begrijpt ze
+er niets meer van, en snelt naar beneden, bijna loopt ze Mademoiselle
+omver, en hoort geen woord van haar vermaning om toch zoo onbesuisd niet
+te loopen.
+
+»Mama, Mama, is het er niet? Papa vertelde het toch.«
+
+»Wat lief kind, wat?«
+
+»Het kindje, het kindje van de Koningin,« en schreiend bracht ze het
+uit; »is het Prinsesje er niet?«
+
+»Lieve Dora, stoute menschen in Den Haag hebben gejokt; misschien konden
+ze het niet helpen en hadden ze het verkeerd verstaan. Papa heeft nu bij
+Mevrouw van Loon, la dame du Palais, laten vragen en die berichtte Papa,
+dat de tijding niet waar was. Huil maar niet; wie weet, misschien eten
+morgen de arme kindertjes in Den Haag al die beschuitjes met
+Oranje-muisjes wel lekkertjes op.«
+
+»Wat eten ze, Mama?«
+
+»Een dame in Den Haag heeft 10.000 beschuitjes laten bakken, smeren en
+met Oranje-muisjes bestrooien, in trommels laten pakken en klaar zetten,
+om die uit te deelen zoo gauw, als het Koningskindje geboren is. Ik zal
+bij de Bont en Leyten er laten halen voor jou en ons allemaal zoodra
+als de klokken spelen en de kanonnen afgeschoten worden, vindt je dat
+niet best? Rose-muisjes heb je dikwijls, maar Oranje-muisjes nooit
+gegeten, is 't wel, kleintje?«
+
+In tal van plaatsen werden de menschen teleurgesteld en al uitten ze het
+op andere wijs, hun verdriet was niet minder groot dan dat der kleine
+meid in Amsterdam.
+
+Wel maakte menigeen zich vroolijk over Rotterdam, waar om 12 uur
+de vlag uit den toren van de beurs werd gestoken; mannen van zaken,
+schoolkinderen en negotiemenschen, allen stonden stil en staarden naar
+die vlag, de trams stopten van wege de ophooping der kijkende menschen,
+maar geen kwartier daarna werd de vlag ingehaald. Loos alarm! Alle
+klokken luidden in Oud-Pekela om half 11 's avonds, en 's morgens vernam
+men, 't was een valsch bericht geweest.
+
+Het Nieuwsblad van het Noorden gaf een bulletin uit: Een Prinses
+geboren. In dichte drommen stroomden de Groningers naar hun prachtige
+Groote Markt; het was er stampvol, doch de Provinciale Groninger Courant
+zegt: »Neen, 'k heb later bericht ontvangen; de toestand van H. M. is
+bevredigend; H. M. Koningin Emma is den geheelen dag in het paleis
+Noord-Einde; maar de oranjezegels op de telegram-enveloppen hebben
+anderen, doch ons niet gefopt.«
+
+Iedereen had dien Donderdagavond wat te vertellen. De een hoorde een
+conducteur van een tram zeggen: »Er #is# een Prinses geboren;--maar
+Mevrouw, #ik# weet er nog niets van.«--Een ander zat in een tram en
+vroeg: »Mijnheer u heeft van uw familie in Den Haag mogelijk iets
+vernomen?«--»Neen, mijnheer, ik weet absoluut van niets.«--»O!«
+zei een burgerjuffrouw, »ik ben de tante van een nicht van de vaste
+schoonmaakster van een deftige meneer, hier uit Amsterdam, die nu in Den
+Haag woont, want die meheer is minister van de Koningin geworde; ik kom
+er net effetjes van daan, en die nicht van me had zoo om 3 uur nog niks
+gehoord, niks zeg ik uwé, dus uwé hoeft 't niet te gloove, ze zulle de
+vlagge in de Kalverstraat wel weer inhale.«--Op de redactiebureaux der
+groote dagbladen liet de telefoon geen oogenblik den bedienenden klerk
+met rust; altijd weer hoorde men antwoorden: »Niets bekend Mijnheer,
+of Geen Prins of Prinses Mijnheer;--of geen enkel woord van onzen
+berichtgever Mijnheer; om weder met: Niets bekend mijnheer niets
+bekend!« te beginnen tot antwoord aan een volgenden belangstellende.
+
+Het was maar goed, dat de couranten in de laatste dagen nog van
+allerlei mededeelden, waarover in den gespannen toestand waarin het
+geheele land verkeerde eens gepraat kon worden. Zoo vond men een
+opsomming der hoven, waaraan het huis van Oranje sedert Prins Willem I
+door diens nakomelingen verwant is; alles goed nalezende, komt men tot
+de verbazingwekkende slotsom, dat alle gekroonde hoofden in Europa
+afstammelingen of bloedverwanten zijn in de mannelijke of vrouwelijke
+lijn van Prins Willem, twee vorsten uitgezonderd: de koning van Servië,
+en last not least, de sultan van Turkije!
+
+Enkele dagen geleden werd H. M. een Bundel »Kinderliederen van
+P. Jonkers« aangeboden, het geschenk werd door de Koningin gaarne
+aangenomen en de komponist in een schrijven namens H. M. bedankt. Er
+kan dus van het allernieuwste, laat ons hopen van het allerbeste, voor
+het kindeken gezongen worden.
+
+Een aardige ontmoeting had de onderwijzeres en een leerling der
+naaischool uit Scheveningen, die, met een zeer fraai wagenspreitje naar
+het Noord-Einde getogen, het ongedachte voorrecht genoten, dat Z. K. H.
+de Prins in eigen persoon het geschenk aannam, bezichtigde en het aan
+H. M. ging overhandigen; Die nog denzelfden avond per telegram bedankte.
+
+Een zeker zeldzaam begeleidend schrijven vergezelde een ander zeer
+fraai bewerkt wagenkleedje, n.l. een brief in Brailschrift, uitdrukking
+gevende aan de beste wenschen van Elizabeth van den Berg, een blinde
+onderwijzeres in het R. K. Gesticht »de Wijngaard« te Grave. Het
+schrijven van Hr. Ms. secretaris zal zeker zeer zorgvuldig in dit
+Blindengesticht bewaard worden en niet minder in het geheugen der
+vriendelijke en bekwame werkster.
+
+Intusschen wordt het laat, het plasregent, de menigte voor het paleis
+in het Noord-Einde staat geduldig en stilzwijgend te staren naar de 9
+ramen in den hoofdgevel; een gezelschap heeren en dames der hofhouding,
+van tafel komende, blijft even kijken naar die tallooze menschenmassa
+en.... gaat verder. Om 10 uur verzekert de hofmaarschalk: »Geen Prins
+of Prinses; toestand van H. M. gunstig.« Om half drie is er niemand meer
+op het plein voor het paleis: »'t kan duren tot aan den morgen.«--En
+intusschen wordt daar binnen.... daar buiten.... gewaakt en gebeden door
+tal van harten.... En God verhoorde.
+
+ * * * * *
+
+Vrijdagmorgen snellen velen op het land naar het gemeentehuis, anderen
+stoutmoediger bellen in den vroegen ochtend bij den burgemeester aan;
+Z.E.A. weet nog niets. De dagbladbureaux zien al om 6 uur troepen
+menschen voor het raam der bulletins staan; doch daar vinden ze alleen
+dat van 's nachts 3 uur; dit bevredigt hen niet en daarom.... zij
+blijven wachten.
+
+ * * * * *
+
+»Gustaaf, Gustaaf!« de aangeroepene kijkt om en zegt: »Wat, Willem jij
+al op?«
+
+»Is dat zoo'n wonder? Veel meer wonder! een heer student uit Amsterdam
+naar Den Haag getogen, om dáár te zes uur op straat te loopen, wat
+beweegt jou daartoe?«
+
+»Zeker dezelfde bewegende oorzaak of drijfkracht, of.... 't doet er
+niet toe wat, die een Haagsch ambtenaar aan het Min. van Kol. zijn bed
+uitjaagt. Ik ga naar het Noord-Einde om het eerste en echte nieuws.
+Gisteren liet Papa de vlag uitsteken en ~inhalen~, om daarover onze
+kleine Dora te troosten, stoomde ik naar Grootmama en beloofde de
+kleuter dadelijk een telegram te sturen, als ik #hier# iets _zekers_
+wist.« Intusschen bereiken de jongelieden het Noord-Einde en vergrooten
+de menigte belangstellenden achter het Ruiterbeeld.
+
+Z. K. H. de Prins verlaat even 7 uur het paleis en begeeft zich naar het
+telegraafbureau om zelf Zijn Moeder de heugelijke tijding te zenden.
+Nauwelijks heeft Z. K. H. zich verwijderd, daar berichten, neen!
+dat is te zwak! vol trots, opgewonden van blijdschap proclameeren de
+dienstdoende politieagenten voor het paleis aan alle grage ooren:
+»H. M. heeft een Prinses, alles wel! Een Prinses, alles wel!«
+
+Heerlijke, blijde tijding! In ademlooze stilte door de eerste rijen
+vernomen en fluisterend overgebracht, want vol liefde gevoelen allen
+het, stilte, volmaakte stilte is noodig!--En, 't klinkt wel familiaar,
+maar och! zoo echt hartelijk en innig, wat Gustaaf en Willem, die zich
+tot rennende nieuwsboden maken, telkens hooren vragen: »Is het echt
+waar, geen valsch gerucht, geen loos alarm mijnheer en dan onmiddellijk:
+is moeder en kind wel, mijnheer?« Na deze verzekering: Welke opgeklaarde
+gezichten, welke blijde blikken! vergezeld van een: God zij gedankt!
+Welk een zegen! Hoe heerlijk! Wat een gebedsverhooring! Hoe blij
+ben ik voor de Koningin! Een weldaad voor ons land! Die gelukkige
+Koningin-Moeder! en nog veel meer zulke uitingen ving hun oor op.
+
+Aan het telegraaf- noch telefoonkantoor zou Gustaaf vooreerst geen beurt
+krijgen. »Dora moet maar wat wachten. Willem haal jou fiets en ik de
+mijne en dan naar het Malieveld; wij moeten de schoten hooren lossen.«
+Grootmama schreide van louter vreugde, toen haar oudste kleinzoon de
+blijde tijding bracht. »Eerst ontbijten jongen, dan mag je naar het
+Malieveld, we moeten samen danken, kindlief. O, sedert mijn eerste
+geboren werd, ben ik zoo bezorgd niet geweest als nu. Het is een pak van
+mijn hart; den heelen nacht heb ik, zelfs als ik maar even sluimerde,
+aan onze Koningin gedacht.«
+
+»Grootmama, Grootmama, maken uw 70 jaren u zenuwachtig; u is nooit zoo
+geweest! Wat zal Papa zeggen, als ik hem dat vertel? Papa zal me niet
+gelooven. En u wist toch, toen ik om 12 uur van nacht het laatste
+bulletin ging lezen, dat de toestand gunstig was. U moet u toch niet
+noodeloos ongerust maken.«
+
+»Hoor me die jeugd nu eens; van 12 tot 7 uur kind, is een heele tijd
+van wachten en spanning en er kon zooveel gebeurd wezen, als God het
+niet verhoed had! Denk toch aan ons vaderland, aan alles wat geducht
+kon worden. Heeft niet de Koningin een voogd of voogdes, een raad van
+voogdij moeten benoemen al in Maart? Welke aanstaande moeder, die haar
+echtgenoot bezit, wordt tot zoo iets geroepen?«
+
+»Maar beste Grootmoeder, het is heel eenvoudig naar de Grondwet, en die
+kent H. M. op haar duimpje en houdt zich daar stipt aan, dat H. M. zeer
+tot eer verstrekt; maar daarin is niets ~vreeselijks~,--om met Lize te
+spreken.«
+
+»Jongenlief, als je eens drie kruisjes telt en vader hoopt te worden,
+zul je begrijpen, dat er ontzaglijk veel in de ziel der Koningin is
+omgegaan, toen die benoemingen moesten gedaan worden. Geve God, dat
+alles welga en het een doode letter blijve.
+
+Nu eerst den Bijbel!« Gustaaf belde en de dienstboden binnengekomen,
+wenschten om strijd de oude dame geluk met _onze Prinses_ en daarna
+kreeg de blijde boodschapper ook een handdruk. Psalm 103 verving het
+hoofdstuk, dat aan de orde was; en Gustaaf begreep heel goed, (al wou
+hij het zich zelf niet bekennen,) waarom Grootmama 's stem soms zoo
+beefde, terwijl zij anders altijd zoo statig las.
+
+Op de fiets, in gezelschap van honderde fietsers en duizende voetgangers
+werd het Malieveld bereikt. Om 9 uur 1 min. viel het eerste schot! De
+hooge hoed in de hand, de pet van het hoofd hoorden heer en werkman
+dit vredig losbranden aan; en daarna werd elk der 51 schoten met
+zakdoekgewuif en hoerageroep begeleid. De beide neven reden weldra weg.
+
+»Kijk eens Guus, daar stormen de schoolkinderen de deuren weer uit,«
+»Wel jongens, geen school?« »Neen, mijnheer, geen school, weet #u# het
+nog niet?«--»Wat?« »De Koningin heeft van morgen een Prinsesje gekregen;
+nu hebben we den heelen dag vrij!«--»Gekheid jongens!« »Neen, dan weet
+u er niks van heeren, het staat op al de borden, kijkt u maar even in
+school.« En weg draafden de praters. Weg! naar het lokaal, waar de
+beschuitjes uitgedeeld zouden worden. Mevrouw Tjaden-Modders liet de
+uitdeeling onder muziek plaats hebben; en ieder kind kreeg, tot
+vergoeding voor het lange wachten, een reep van Houtens chocolade op
+den koop toe. Men genoot van de vroolijke kijkers der smullende, arme
+kinderen, gedurig echter wachtten dezen en genen even om met de muziek
+in te stemmen; vooral als _Piet Hein_ of _Al is ons Prinsje nog zoo
+klein_, gespeeld werd.
+
+Naar de landsdrukkerij fietsten Gustaaf en Willem, daar verscheen om 10½
+uur een buitengewoon nummer van de Staatscourant luidende:
+
+»H. M. de Koningin is hedenmorgen door Gods goedheid voorspoedig
+bevallen van eene Prinses.« Volgen de bulletins. Zeer druk werd deze
+extra oplaag gekocht; ook daarin uitten zich de algemeene opgewektheid
+en blijdschap, die ontspanning bracht na de angstig doorleefde dagen en
+nachten.
+
+»Nu maak ik, dat ik van onze Amsterdamsche opgetogenheid genieten kan,
+Willem, dus wil ik den trein nog halen, vaarwel! Maar wat is daar in de
+verte? Het lijken wel herauten te paard. Ja! met trompetters er bij.«
+
+»Het feestcomité zendt 4 herauten, ieder door 2 trompetters met bazuinen
+vergezeld, de heele stad door; laat ons gauw peddelen om er bij te
+komen, Guus, dan maar een lateren trein naar je geboortegrond.«
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan. Van plein 1813 vertrekken ze.
+
+De Heraut houdt een perkamenten rol in zijn rechterhand, met
+Oud-Hollandsche letter bedrukt; van den rechter hoek aan den benedenkant
+hangt een breed, dubbel Oranjelint af, door een groot zegellak
+verbonden. Hij is in Oud-Hollandsche kleedij gedost, rood met zilver
+afgezet; daaroverheen een loshangende dalmatiek van Oranje fluweel (over
+borst en rug) versierd met het wapen der Koningin en van den Prins. Een
+breedgerande, grijs vilten hoed, met afhangende oranjeveder dekt zijn
+hoofd. De trompetters zijn in een zwart met rood afgezet wambuis met
+stalen halsstuk gestoken, dragen een slappen hoed met roode tressen
+opgetoomd; ook de paarden zijn op Oud-Hollandsche manier opgetuigd.
+
+Met een triomfantelijke stem roept de heraut uit:
+
+ »Ingezetenen,
+
+Met groote vreugde maakt het Feestcomité de blijde boodschap bekend,
+dat H. M. de Koningin door Gods goedheid bevallen is van een Prinses.
+Geheel de burgerij van 's-Gravenhage deelt van harte in de gevoelens
+van vreugde, die dit heugelijk feit bij het Nederlandsche volk opwekt!
+Dankbaar erkent het den zegen, die aan het Koninklijk Huis en aan het
+Vaderland is geschonken.
+
+Moge deze blijde gebeurtenis strekken tot versterking van den
+eeuwenouden band tusschen Nederland en Oranje.
+
+Leve de Koningin! Leve de jonge Prinses van Oranje!«
+
+De hoeden zwaaien, de zakdoeken wuiven, de menschen klappen in de
+handen of drukken, hoewel volkomen vreemd, elkaar hartelijk de hand
+en tegelijkertijd klinkt het spontaan, nu uit honderde kelen: Leve de
+Koningin! Leve de jonge Prinses van Oranje! gevolgd door een Oranje
+Boven! Hoera! Hoezee!
+
+De herauten rijden weg en herhalen overal met dezelfde uitwerking
+dezelfde blijde tijding. Dichte drommen van menschen en kinderen volgen
+hen; een klein meisje roept een vriendinnetje toe: »Ik heb hem al 9 maal
+gehoord en jij?« »Ik kan het al opzeggen!«
+
+»Grootmama komt beslist op de stoep om te luisteren Willem,« zegt
+Gustaaf en zij rijden nog even naar het voorvaderlijk huis om van dit
+tooneeltje te genieten. 't Was zoo. Grootmama en de dienstboden, tot
+het schellemeisje toe, allen rijkelijk met oranje gesierd, staan op
+de stoep. Na een kort afscheid zit de heer student in den trein en
+verhandelt met zijn reisgenooten wat hij zag en hoorde in de zoo
+gelukkige residentiestad.
+
+ * * * * *
+
+»Ida, word eens gauw wakker, toe vlug wat, luister!« Een ruk vergezelde
+deze woorden van Lize. Ontwaakt, begreep Ida dadelijk den vinger op
+Lize's lippen en fluisterend vroeg zij haar: »Is er wat gebeurd, Lize?«
+
+»Niet dat ik weet, maar Mama heeft al om Anna gebeld; wat zou er wezen?«
+
+Intusschen gingen beiden zonder eenig gedruisch te veroorzaken
+zich kleeden, om gereed, in gang of portaal haar meisjesachtige
+nieuwsgierigheid te bevredigen. Had Mademoiselle 't geweten, zij zou
+genoten hebben van de vlugheid en stilte, waarmede het anders vrij
+drukke en bij het kleeden tamelijk langzame tweetal, thans haar bedden
+netjes afgehaald, gekapt en gekleed de gang doorliep en over de leuning
+keek om naar Anna uit te zien.
+
+»Anna, Anna!« half luid, half zacht, »scheelt Mama iets?--zeg gauw op,
+wat?«
+
+»Neen, jongejuffrouwen, maar Mevrouw is al gekleed naar beneden gegaan.«
+
+Na enkele sekonden wordt er aan Mama's kamerdeur geklopt en op
+het binnen! klinkt het als uit één mond: »Mama, heeft Gustaaf
+getelegrafeerd? Weet _u_ er alles van? Is de Koningin wel?«
+
+»Maar kinderen, ondeugden! Zul je eerst je Moeder goeden morgen zeggen;
+jullie doet me schrikken met al je nieuwsgierige vragen.«
+
+Na de behoorlijke morgenbegroeting vernam Mevrouw dezelfde vragen met
+nog enkele andere vermeerderd: eer zij beantwoord waren, kwam, zonder op
+het binnen te wachten, Jan in, pakte Mama eerst hartelijk en vroeg toen:
+»Waarom is Papa al naar het kantoor gegaan, Mama? Al driemaal heb ik de
+telefoon gehoord; zeker is het antwoord: _in gesprek_; of zou Guus nog
+niet op wezen?«
+
+»Hij slaapt altijd zoo lang, als hij 's avonds gewerkt heeft,« valt Ida
+in. »Dat doet hij bij Grootmama toch niet, zou ik meenen;« vult Lize
+aan.
+
+»Kind'ren wat zijt ge allen opgewonden, bedaar een beetje. Papa is op
+mijn verzoek naar 't kantoor gegaan, niet om Gustaaf op te bellen,
+want Grootmama is niet intercommunaal aangesloten, waar zou het
+lieve menschje 't voor noodig hebben?--maar oom Willem wilden we
+telefoneeren.--Ben je nu tevreden? Ik weet niets meer dan jij.«--
+
+»Mama, laat mij gauw even naar Mevrouw van Loon loopen, die krijgt
+beslist een telegram, en anders naar de jonge barones Roëll, de vriendin
+der Koningin. U weet wel, de Mama van kleinen Willem, het petekind van
+H. M. Toe, lieve Moeder, zeg maar gauw ja!«
+
+Mevrouw, verbaasd over zooveel belangstelling van de kinderen, zag Jan
+een oogenblik besluiteloos aan; wat zou Mevrouw van Loon zeggen of
+denken van zooveel vrijpostigheid, daarna keek ze naar de pendule; pas
+kwartier over zevenen!
+
+»Mama, wie zwijgt, stemt toe, niet waar? Zoo gauw ik het echte weet, kom
+ik thuis,« en weg was Jan. »Echt goed bedacht!« riep Lize uit. »Waarom
+ben ik ook geen jongen, dan liep ik 's morgens en 's avonds alleen over
+straat,« voegde zij er aan toe.
+
+»Zeker, zoo praten altijd alle meisjes, die nog op een leerkamer zijn,«
+spot Mevrouw met een lachje; »gaat nu gauw uw bedden afhalen, wat zou
+Anna anders wel denken.«
+
+»Wat doen jullie hier? Al beneden schelmpjes?« vraagt haar vader, die
+juist binnenkomt.
+
+»Alles belangstelling beste Henk, pure belangstelling in het groote
+nieuws, dat we verwachten.«
+
+»Zag ik Jan de stoep afgaan, Amélie? Met één sprong was hij op straat.«
+
+»Hij vroeg mij verlof om naar Mevrouw van Loon-Egidius te gaan, eer ik
+mij nog bedacht had, holde hij de gang al in. Wat zal Mevrouw wel van
+ons denken?«
+
+»Jan zal wel netjes zijn boodschap doen; lang geen kwade inval; aan
+de telefoon kon ik geen beurt krijgen; 5 maal heb ik intercommunaal
+gevraagd en altijd weer hoorde ik »In gesprek.««
+
+Jan draaft voort tot op de brug der Spiegelstraat; even staat hij stil.
+»Waar zal hij heengaan, rechtuit naar Mevrouw van Loon, of eerst naar de
+jonge mevrouw Roëll?« Terwijl hij zich dit afvraagt, ziet hij mevrouw
+van Loon de brug aan de Vijzelstraat oversteken, zoo gauw als zij maar
+loopen kan, ze zweeft letterlijk. »Die gaat naar baron Roëll, ik ook;
+daar komt de baron op de stoep en loopt naar Mevrouw toe. Ha, Ha! die
+twee weten het.« En als ging het om zijn leven zoo draaft Jan; als een
+pijl uit een boog schiet hij voort en hoort het juist: »Mevrouw, ik wou
+het u even komen vertellen!« »Mijnheer, ik kon aan de telefoon maar geen
+beurt krijgen om het u te berichten; heerlijk hé?«
+
+De samensprekenden drukken elkaar innig hartelijk de hand en zien er
+beiden recht verheugd en gelukkig uit. Jan slaat zijn slag: »Mevrouw, ik
+mocht even naar u of naar den baron toe, is het kindje geboren?«
+
+»Ja, Jan, een Prinses, zeg maar tegen je mama #alles wel#!«
+
+Voor Jan zijn »dank u mevrouw!« ten antwoord geeft, maakt hij een
+flinken sprong, zwaait zijn pet en geeft zijn gemoed lucht in zulk een
+luid hoera! dat de baron en mevrouw in een lach schieten, daarop rent
+hij, even snel als hij gekomen was, naar huis.
+
+Hier brengt hij door zijn mededeeling alles in opschudding. Dora danst
+met twee poppen in iederen arm en zingt van »Willemientje, 't lieve
+kindje.« Lize loopt naar de dienstboden, om 't te vertellen aan wie het
+nog niet van Jan vernamen; Louis sjort Anton mee naar zolder. »Gauw,
+Anton, gauw! nu echt de vlag uit en vooreerst niet weer inhalen, hoor!
+wel 14 dagen of langer uit, tot de visites beginnen net als toen Dora
+er pas was.« Ida opende haar geliefde piano en speelde en zong Wilhelmus
+en Wien Neerlands bloed; niemand dacht aan zijn werk, allen verblijdden
+zich!--En Jan kreeg verlof, terwijl Louis de vlag hielp uitsteken om den
+ooms het door hem verkregen bericht te gaan meedeelen. De ooms alleen
+hoorden het niet van den aardigen jongen; neen, ieder op straat die
+luisteren wou kreeg het verhaal van de samenspraak der beide
+waardigheid-bekleeders ten paleize.
+
+Even haalt Jan zijn horloge uit, ja, ik kan nog best naar de Hollandsche
+juffrouw gaan. Het ontbijt loopt toch in de war en we krijgen op school
+geen uitbrander voor te laat komen. Het arme mensch is al dagen in
+onrust geweest en ze ligt ziek, wie weet hoe lang het anders duurt eer
+ze het hoort.
+
+»Wie kan daar zoo hard schellen?--De bakker en de melkboer zijn er al
+geweest, doe eens gauw open, Aagje, gauw.«
+
+»Juffrouw, kompliment van mevrouw.... ('t is jongeheer Jan, weet u,) de
+Koningin kreeg van morgen vroeg een Prinses, en alles is wel! Zijn Mama
+weet het van mevrouw van Loon; u wenscht hij beterschap;--en meteen ging
+de jongeheer de stoep weer af.«
+
+»Aagje, meisje, laat ons God danken. Hij heeft onze vrees
+beschaamd.--Welk een genade, welk een zegen! Zulk een tijding zou me
+half beter maken!«
+
+»Maar juffrouw zou het wel waar wezen? Zoo meteen zeide de vischvrouw
+nog: »Ze zegge dat er 'n Prinses is, 'kgloof er niks van, 'tzalle wel
+weer praatjes wesen, net as gistere.«--«
+
+»Had die vischvrouw Mevrouw Van Loon gesproken per telefoon, of aan haar
+huis misschien, Aagje?«
+
+»Als die mevrouw nu ook een valsch bericht kreeg, juffrouw, ze hebben
+gisteren in de Kalverstraat en zelfs in »De Bocht« gevlagd en 't was
+#toch# niet waar!«
+
+»Ja, het ochtendblad zal die vergissing wel ophelderen, maar denk eens,
+Mevrouw Van Loon is dame du palais, dat is in Amsterdam, wat een hofdame
+in Den Haag is, die dame zelve kreeg beslist een telegram.«
+
+Aagje haalde haar schouders op, ging naar de keuken al mompelend: »de
+juffrouw boven kreeg ook zoo'n boodschap van d'r man, die is aan een
+krant en zij geloofde d'r ook niemendal van; de vischvrouw kwam heel
+van de Ruyterkade, 't mensch had nergens geen een vlag gezien, maar me
+juffrouw is zoo op al die grootelui kinderen!--nou ze mot het zelvers
+wete.«
+
+»Wat voor groente van daag, Aagje? Wel meid, wat kijk je boos.«
+
+»Och, 'k geloof er niks van dat er 'n Prinses is, heb jij er wat van
+gezien, Mozes?«
+
+»Neen, Aagie; ze reie met een auto van 't Handelsblad en met rijtuigen
+van 't Nieuws, ze strooide bulletijns; maar de kranten, zie je, die
+liege zoo dikkels; 'k zeg maar as de kanonne afgaan, de klokken speule,
+de vlagge op de tores komme dan zeg 'k 't is waar.--Nou meisie, wat mot
+je hebbe?«
+
+Aagje kende haar meesteres te goed om de twijfelingen van den groenjood
+over te brieven, juist ging ze met mand en bak gewapend naar de stoep,
+toen een loopjongen van Gladschaaf ademloos kwam aanhollen, haar een
+briefkaart overreikte met een: »Even je juffrouw laten lezen.« In stomme
+verbazing hoorde ze toe: »Beste Tante, De Heer schonk voorspoedig een
+Prinses, alles wel!« Haar juffrouw krabbelde vlug er onder: »De Heer zij
+geprezen! Hartelijk dank voor je boodschap;« en Aagje moest den jongen
+nog een kwartje tot belooning in de hand stoppen. Zij èn de buurjuffrouw
+èn de groentenverkooper èn de vischvrouw volhardden in hun meesmuilen en
+hoofdschudden doch geen tien tellen later snelde Mozes de stoep weer op,
+trok aan de bel en riep: »Kijk, aan den overkant steken ze op het
+politiebureau de vlag uit, kijk Aagje, 't is waar, Goddank!«
+
+Ze waren geen eenlingen. Och, neen! Overal in de saaie buitenwijken, in
+het hartje der stad, in de vroegrit-trams, aan de stations, overal
+ongeloovige gezichten. De mannen van de pers werden hoofdschuddend
+aangehoord of nagekeken. En toch, men hoopte, men verlangde naar
+bericht! Op den Dam werd het al voller.
+
+»Wacht maar, als de bulletins de waarheid zeggen, komt zoo meteen de
+burgemeester op het balkon om het voor te lezen,« zegt er een.
+
+»Wel neen, mensch! daar gebeurt nooit zoo iets op het balkon.«
+
+»En bij de inhuldiging dan? Toen stonden ze aan weerszij aan de hoeken
+het uit te trompetten.«
+
+»Ja, wel, das heel wat anders weet uwé! Maar de klokke beginne subiet te
+speulen, als de burgemeester het weet.«
+
+»Wat is het hier uiïg, hé Jan?« riep Louis. »Zullen we nog een poosje
+blijven luisteren?«
+
+»Neen, ga mee naar de kanonnen.«
+
+»Jongens ja, dat zal leuk wezen. Vooruit!«
+
+Reeds den 29n had een heer plaats genomen in de Roelof Hartstraat, (hij
+bracht daartoe een stoel mee,) om getuige te wezen van het schieten,
+vooral _van het eerste_ schot; en dan te blijven om tot 101 of tot 51 te
+tellen; dàn alleen, dàn pas stond het voor hem vast: Er is een Prins
+of Prinses. Hij kwam juist met zijn stoel weer aansjouwen, met hem
+verschenen ontelbaar velen op die gewichtige plaats, sommigen voorzien
+van hun kodaks, want van het afvuren moest een kiekje genomen.
+
+Jans ooren als immer gespitst, vingen weer veel op om aan de zussen als
+het allernieuwste nieuws te verhalen. Weet u het zeker, commandant?
+'t klonk deftig in de ooren van den luitenant, die de order tot 't
+afvuren moest geven. Heeft u een dagorder voor een Prins of een Prinses
+gekregen? Neen, hij had een met Oranje gesierden verslaggever van het N.
+v. d. Dag in de politiepost geroepen; die had het hem stellig verzekerd,
+dat er een Prinses geboren was; doch hij wachtte nog op het telegrafisch
+bevel voor het losbranden.
+
+»Zouwe de kanonne blijve staan, as ze schiete?«
+
+»Wà bedoel je? Denk je dasse verschove worre?«
+
+»Nee, dat niet; maar van 't dreune ziet uwé? Ze motte ommers de rame ook
+opedoen hier in de buurt.«
+
+»Ja wel! maor dat is eel wot aors,« valt een Zeeuw in. »En waor is et,
+'k eb zelvers de vlag op het Paleis van Justitie ezien.«--
+
+Jan en Louis begrepen, dat het wachten op het eerste schot heel lang
+kon duren en gingen daarom verder. »Louis! niet meer naar de nieuwe
+stad; naar 't Leidsche plein en de Kalverstraat.«
+
+»Best Jan!«--En daar hoorden ze een agent op den hoek van het
+Koningsplein aan de voorbijgangers verklaren: »Mensche, van Baron Roëll
+zelvers heb ik het gehoord: Een Prinses en alles wèl.«--De man moest een
+bloedverwant wezen van hem, die dicht bij het N. v. d. Dag op post stond
+die, toen een berichtgever met de bulletins in een rijtuig wipte, een
+sprong van louter blijdschap maakte, bij het vernemen van het heugelijke
+nieuws! Een dier medegenomen bulletins werd aan de erfelijke oranjevrouw
+van den Zandhoek, juffrouw Vork, gegeven. Zij, haar armen vol met
+vlaggen en wimpels, dadelijk op weg naar den Oranjeboom van '98, las
+het eerst tot aan »alles wel!« En toen riep ze. »Kom jonges, de boom
+versiere! Meheer u krijgt het blaadje niet werom; het moet aan de boom;
+bovenaan weet uwé.« Daar kreeg het papier tusschen de vlaggen de
+eereplaats!
+
+Vader Gladschaaf, door de spoedbestelling van zijn knappen zoon vroeg op
+de hoogte gebracht, riep eerst zijn gezin bijeen, om God te danken voor
+de aanvankelijke verhooring der gebeden van ons volk; om ook even vurig
+te smeeken om alles wat voor de doorluchtige Moeder en het Kindeken
+verder noodig was; daarna moest Greta het orgel openen en ruischte het:
+
+ God zij altoos op 't hoogst geprezen!
+ Lof zij Gods goedertierenheid,
+ Die nimmer mij heeft afgewezen,
+ Noch mijn gebed gehoor ontzeid.
+
+zóó van harte gezongen door de kamer, dat de moeder het met geen droge
+oogen kon aanhooren.
+
+»Vader,« vroeg Maria daarop, »nu nog als 't u belieft: »Mijn schild en
+mijn betrouwen,« toe Greet begin maar,« voegde ze er bij.
+
+»Vrouw, laat de Vrijdag nu de Vrijdag en 't werk, 't werk, zoo gauw als
+we ontbeten hebben gaan we allemaal uit, om de nationale vreugde in onze
+stad te zien.«
+
+»Vader! eerst Coosje en Mientje afhalen, die moeten ook mee, als Fer
+niet met hen uit kan.«
+
+»Goed zoo kinderen. O ik kan maar aan niets anders denken dan aan die
+groote gave aan de Koningin en ons allen,« zegt de moeder, die van
+vreugde eet noch drinkt.
+
+Hoe verrukkelijk is het op straat! Men ziet een bekende, stapt op hem
+toe en wenscht elkaar hartelijk geluk. Loopt er iemand zonder oranje,
+hij wordt aangesproken: »Weet u het nog niet? Een Prinses. Moeder
+en Kind zijn wel. Wat een blijdschap, hè?« Wie nog zonder strik is
+uitgegaan, koopt oranje. De winkels tooien zich op allerlei manieren, en
+de waaiende driekleur van alle torens, openbare gebouwen, vele schepen
+en de meeste huizen geeft heel Amsterdam een gelukkig aanzien.
+
+De draaiorgels laten vaderlandsche liederen hooren of nooden op het
+asphalt tot een bal van louter vreugdebetoon; de beursbengel luidt volle
+drie kwartier om heel Amsterdam te zeggen, hoe de handel in de algemeene
+blijdschap deelt! Het klokkenspel op het Paleis en op de torens van 12-1
+en van 1-5 laten oude en nieuwe liederen van nationale gebeurtenissen
+hooren. Zoo luidde een geboorteklok, al trok Vondel niet aan het
+klokketouw!
+
+De beurs zelf ziet wat gebeuren dien 30n April! In plaats van zaken
+te doen, wenschen de handelslui elkaar geluk, hartelijker veelal dan
+op 1 Januari; daarop zingen zij vaderlandsche liederen; de jongeren
+werpen met serpentines en steken kamer- nu _beurs_vuurwerk af. Een
+voorbijtrekkend muziekkorps wordt ingeroepen en marcheert het geheele
+gebouw door en daar zingen honderde stemmen mee! Geen officiëele
+prijsnoteering komt dezen Vrijdag uit!....
+
+In Frascatie maken de tabakkers het nog beter! In de groote zaal
+keurig versierd met groen en vlaggen, wordt een piano binnengedragen;
+daarop wordt het Wilhelmus gespeeld waarmee allen staande instemmen.
+Oranjemutsjes dekken oogenblikkelijk menig denkend hoofd en met de
+grootste geestdrift wordt het merk »#Vorstenlanden#« begroet. Na de
+noteering klinkt nogmaals het Wilhelmus door de ruimte.
+
+Pas na enkele weken zal men het vernemen, hoe groote blijdschap de
+telegrammen van den Minister van Koloniën in Oost- en West-Indië
+verwekten!
+
+Geen grootje bleef aan het spinnewiel, zei men vroeger, thans lijkt het
+er naar. Mademoiselle stelt eigener beweging Mevrouw voor, dien dag vrij
+af te geven en zij gaat met de 3 meisjes er op uit! Mogelijk doet het
+voorbijtrekken van al de leerlingen der machinisten- en handelsschool,
+der gymnasia en H. B. Scholen er het zijne toe, om Mademoiselle zoo
+vaderlandslievend te stemmen. Zij kon toch niet weten, dat de Belgische
+gezant, (die altijd vroeg een wandeling maakt,) naar zijn gewoonte zelf
+informeerde naar den toestand der Koningin en zoo doende de allereerste
+was, die het felicitatie-register teekende;--een #Belgische# baron
+daarop bovenaan, dan mocht een #Fransche# gouvernante wel uit de gewone
+sleur raken en uitgaan.
+
+Door een tegenovergestelde oorzaak vertoont 1909 gedurende één dag
+althans wat 1672 zoo lang deed aanschouwen. »Scholen en rechtbanken
+hadden vacantie, ambachten en bedrijven stonden stil, plaatsen van
+vermaak waren ledig, doch de kerken waren te klein voor alle benauwde
+harten.« De plaatsen van vermaak en vooral de kerken schijnen nu aan den
+avond van Vrijdag en den morgen van Zaterdag ook te klein doch heden
+voor alle #blijde# harten. Ze stroomen vol; aandachtige, verheugde
+gezichten en tintelende blikken worden tot de leeraars opgeheven;
+dankbare tonen ontlokken de organisten aan hun heerlijke instrumenten;
+vol aangrijpende geestdrift stemmen de scharen in met de opgegeven
+zangverzen.
+
+Doch wat is dat? Daar heeft de dienaar des woords vol warmte nagegaan
+wat God in de vervlogen eeuwen door en met Oranje Neerland schonk,
+heeft in een vurig dank- en smeekgebed, de Koningin en Haar huis en de
+Jonggeborene den Heere opgedragen; de menschen zullen naar hun woningen
+wederkeeren, niemand gaat. De orgelist laat de eerste tonen van het
+Wilhelmus hooren en allen, allen vallen in. Zie eens rond. Vaders en
+moeders zeggen kleinen van 5 of 6 jaar voor, opdat ze mede kunnen
+zingen; en heel wat kinderstemmetjes, op de scholen met woorden en
+melodie vertrouwd gemaakt, zingen luidkeels mede. Na enkele coupletten
+van ons echte volkslied, zetten een paar jongelui Da Costa's: »Zij
+zullen het niet hebben« in; en het heerlijke lied met de Liefde's
+zielvolle melodie, wordt met steeds klimmender geestdrift gezongen. Het
+schijnt, of de menschen niet weg kunnen gaan; zij willen en moeten in
+het huis des gebeds lucht geven aan het gevoel van verademing, dat aller
+hart vervult.
+
+Overal, in kerken en kerkjes van stad en dorp, bij elke gezindte jubel,
+dank en lof aan God, Die ons Vorstenhuis en Vaderland gedacht.
+
+En de armen varen wel bij de nationale blijdschap, want allen geven
+mild.
+
+Een aardige tegenstelling vormt de gave van 51 guldens in het kerkzakje
+der Remonstrantsche Broederschap te Utrecht met de bekende gift in
+Amsterdam van het jaar 1650. Bij 51 guldens, (zeker 51 om de 51
+kanonschoten!) was het volgende versje gevoegd:
+
+ Een nieuwe Oranjeloot!
+ Dies zij mijn gaaf vergroot.--
+ Ik weet geen beter maar
+ In acht en twintig jaar!
+
+Dag Groomoe! ik filiciteer u met ons Pinsesje! daarmee stapte Mientje op
+de vriendelijke oude toe; met haar vader en moeder kwam ze naar gewoonte
+Zondags op de koffie.
+
+»Wel liefje, dat is goed. Heb je al Oranje-muisjes geproefd?«
+
+»Ja Groomoe!«
+
+»Wil je ze vandaag ook nog?«
+
+Daaraan valt niet te twijfelen, zij en allen eten oranjemuisjes en
+spreken aanhoudend over wat ze hoorden van of over de blijde
+gebeurtenis. De behandelde teksten, de gezongen psalm- en gezangverzen,
+de geestdriftige dagbladartikelen, alles, alles wordt verhandeld.
+
+»Ik zal jullie iets voorlezen, kinderen,« zegt de grootvader over de
+heugelijke gebeurtenis.
+
+»Nu heeft God een kindeken aan H. M., aan den Prins, aan ons volk
+geschonken!--Eens was er een vleug der hope, maar wreed als het over ons
+land gehengd scheen, tastte juist in die dagen een giftige krankheid het
+leven onzer dierbare Koningin aan. Er zijn toen uren geweest, dat elk
+oogenblik het schriktelegram van 't Loo geducht werd. Vreeze beving
+aller hart, dat niet alleen onze hope op de geboorte van een Vorstelijke
+Spruit zou beschaamd worden, maar dat onze Koningin zelve ons zou
+ontnomen worden! Dat bangste is toen, God zij lof, afgewend.«
+
+»Vader,« viel Maria in de rede, »Da Costa zegt iets dergelijks van den
+Prins van Oranje, onzen lateren tweeden Koning.«
+
+»Zoo meisje? Laat hooren.«
+
+ »Of eindelijk als die maar
+ Het land met doodschrik sloeg,
+ Krank, zorg'lijk in gevaar!«....
+
+»Mooi aangehaald, waaruit, kind?«
+
+»Uit De Vijf-en-twintig Jaar, Vader.«
+
+[Illustratie: Het mooiste versierde woonhuis in de bocht der
+Heerengracht, Amsterdam.]
+
+»Hoor nu maar verder: »Een gerucht deed straks de blijde zekerheid
+opgaan, dat het onzen God toch nog beliefd had, de smeekbede van heel
+ons volk te verhooren. Het hoopvolle woord van »_Blijde Verwachting_«
+deed zijn intrede. En opeens was het of Nederland weer opleefde. Een
+belangstelling, als nooit in eenig land bij zulk een gebeurtenis gekend
+is, waakte op. Het gebed was nu niet meer om afwending van het bangste,
+maar of onze God voleinden mocht wat Zijn hand begon. Gelijk nooit de
+liefde voor Oranje in de harten getrild had, zóó trilde ze nu. Algemeen
+werd de behoefte gevoeld om aan zijn blijdschap uiting te geven. Het
+stroomde geschenken naar het Vorstelijk Paleis. Het werd één saamleven
+in blijde verwachting van onze Koningin mèt haar Volk. Reeds rekende men
+den dag uit. Ieder zon er op, hoe, als die dag eindelijk kwam, heel 't
+volk in al zijn steden en dorpen dien dag van nationale verheffing naar
+waarde vieren zou. Zelfs in het buitenland trok het de aandacht, hoe
+sterk hier Dynastie en Natie aan elkaar verknocht waren. En de natiën
+van rondom, over eigen profijt heenziende, juichten met het volk van
+Nederland, dat toch eindelijk onze nationale hope in vervulling ging.
+
+Nu ~dankt~ het volk, gelijk het eerst ~gebeden~ heeft. En het ~Nun
+danket alle Gott!~ spreekt aller hart toe.
+
+Het Vorstelijk kind dat geboren werd, heeft onze liefde, al heeft ons
+oog 't nog niet aanschouwd. Nu reeds is deze telg uit het geliefde
+stamhuis, mocht zij eens de Kroon dragen, van onze trouw en onze
+gehechtheid verzekerd. Voor dit Vorstelijke kind en voor onze Koningin
+zullen we bidden. Bidden, dat de Heere God de Moeder en het Koninklijke
+Kind genadig zij en blijve.
+
+Een vreemde vorst zou ons zoo hard zijn gevallen; nu Oranje blijft,
+steken we 't hoofd weer omhoog, in het geloof dat Neerland nog zijn
+eerekroon zal dragen.«
+
+»Wel, wat zegt ge, zoons! is het niet uit ons hart gesproken?«
+
+»Ja, Vader, echt.«
+
+»Groomoe, mag tante Eta spelen en wij zingen? is het Zondag?« met deze
+vraag maakte de kleine een einde aan de plechtige stilte.
+
+»Ja, liefling, Tante zal spelen.«
+
+»Vader,« zoo begon Coosje, »ons Prinsesje heeft mooie namen, vindt u
+niet?«
+
+Maria verstoute zich om gauw te antwoorden: »Mooie, mooie, Coosje? Zeg:
+heerlijke, dierbare, onvergetelijke, zuiver historische! #Juliana#, je
+zult het hooren is naar de stammoeder der beide takken Oranje èn
+Oranje-Nassau; Louise zal naar Louise de Coligny wezen.
+
+ »Zij was de Dochter, Weeuw en Moeder van de Helden,
+ Die goed en bloed voor God, voor Staat en vrijheid stelden.«
+
+Of Zij heet naar Louise Henriëtte, de prinses van Oranje, die met den
+Keurvorst van Brandenburg trouwde. Het is innig, onbegrijpelijk innig,
+diep gevoeld van de Koningin om juist #die namen# te geven!«
+
+»Heeft je peettante je dit alles voorgezegd?« spotte haar Vader.
+
+»Neen, o, neen! Vader, maar u zegt in uw hart volmaakt hetzelfde, ik ken
+u veel te goed; u heeft 't Oranjehuis lief, zielslief. En Moeder niet
+minder, al zegt ze nu geen woord.«
+
+»Wat zou Nederland wezen zonder Oranje? Een speelbal van regenten- en
+familieregeering, anders niet. Heeft God onze ondankbaarheid van 1795
+niet bezocht, met dien schrikkelijken Franschen tijd? 't Schrikkelijkst
+zeker omdat het grootste deel des volks Zijn straffende hand niet
+erkende. Toe Vader! lach me niet uit maar val me liever bij; 't is de
+waarheid, vraag het Groen maar.«
+
+»Als je met Groen aankomt zusje, nieuw-bakken onderwijzeresje, dan moet
+het slot op onzen mond, niet waar?« zei Mientjes vader. »Coosje,« ging
+hij voort, »vraag Marie van alles over Juliana van Stolberg en die twee
+Louise's, maar dan van avond, na de kerk; dan heb je de heele week wat
+om over te denken; nu moeten we naar huis, kijk eens op de
+pendule.«--»Gunst! zoo laat al, Fer?«
+
+»Ja, ja, de kleine Prinses stuurt al wat in de war, tot jou
+tijdrekenkunde toe, hè? Maar dat is niet de eerste maal.«
+
+Allen lachten. Weldra waren de aanzittenden van de gezellige koffietafel
+opgestaan en toog ieder zijns weegs.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+Van Hier en Daar.
+
+(Nà 30 April 1909.)
+
+
+»Ligt ons Juliaantje nu in onze wieg, Mama?« zoo begon Dora aan de thee.
+
+»Neen, Dora; Koningin Emma liet de wieg, waarin onze Koningin zelve lag,
+in orde maken en die moet door het Prinsesje het eerst gebruikt worden.«
+
+»Is die nog mooier dan de Amsterdamsche, Mama?« vroeg Lize thans.
+
+»Naar wat 'k in de courant las is die wieg heel deugdelijk, heel gepast
+in een paleis, maar eenvoudiger en daardoor zeker beter geschikt voor
+alledaagsch gebruik. En dan is het zulk een lieve gedachte, dat Mama en
+Grootmama 't kleintje in de wieg zien, waarbij Koning Willem III zoo
+gaarne stond om naar zijn eenig dochtertje te kijken.«
+
+»Dat zal je wel aan het rechte eind hebben, Amélie,« veronderstelde
+mijnheer; »Prins Hendrik heeft althans net gedaan bij de aangifte van
+dit Prinsesje als Z. M. bij die van het Zijne.«
+
+»Zoo? Hoe dan, Henk?«
+
+»Na Hr. Ms. geboorte, toen de officiëele personen voor de aangifte ten
+paleize in het Noord-Einde gekomen waren, liet de Koning het Prinsesje
+binnenbrengen en zei: »Mijne Heeren, u ziet dat ze er wezenlijk is;«
+en zelf nam daarop Z. M. het kindje in Zijn arm om het den ministers
+te toonen. Gisteren nadat de wethouder de Wilde met den chef van den
+burgerlijken stand Meys en de beide ministers, als getuigen in de zaal
+waren aangekomen, verscheen Z. K. H. de Prins vergezeld van Jhr. van
+Suchtelen.
+
+Z. K. H. drukte ieder der vier heeren de hand zeggende: »Ik ben toch zoo
+hartelijk verheugd.« Onmiddellijk daarop werd de Prinses binnengedragen
+door een verpleegster. De Prins toonde Haar eerst aan den wethouder,
+daarna aan de getuigen. Een blozend kindje, goed van gewicht was de
+indruk.
+
+De heer Meys las de geboorteacte voor en die werd vervolgens geteekend.
+De heer de Wilde vroeg verlof nog iets te mogen zeggen en sprak ongeveer
+'t volgende. »Hij rekende het eene hooge eere voor den burgerlijken
+stand van 's Gravenhage om in zijne registers te mogen zien aangeteekend
+het vorstelijk kind, zoo lang door het Nederlandsche volk verbeid.
+Hij hoopte, dat dit vorstelijke kind tot in lengte van dagen onder de
+levenden in de registers van den burgerlijken stand blijve aangeteekend,
+tot vreugd van het Koninklijk Huis, tot heil en zegen van het dierbaar
+Vaderland.«
+
+De Prins-Vader dankte den Wethouder met een handdruk; waarna de heeren
+vertrokken.«
+
+»Wel hoe alleraardigst en hartelijk ging dat toe; staat het letterlijk
+zoo in de courant?«
+
+»Ja, Mama,« sprak Ida die over Papa's schouder medelas, »en als 't
+Prinsesje gedoopt wordt mogen wij drieën in Den Haag bij Grootmama
+komen.«
+
+»Is 't echt waar, Ida?« riepen Lize en Dora tegelijk uit.
+
+»Vraag het Mademoiselle maar, Grootmama heeft 't haar gevraagd en zij
+gaat mee, niet waar, Mademoiselle?«
+
+»Dat is weer een meisjesgenot, die verzuimen maar, als ze 't
+goedvinden!« klaagde Louis.
+
+»En H. B. S.-jongens gaan het den burgemeester vragen,« plaagde Jet.
+
+»Neen, de Handels- en Machinistenschool zijn op het stadhuis geweest,
+wij niet;« bracht Jan fier in, die in zijn eerste jaar van
+Hoogerburgerschap was.
+
+»In Dusseldorf woei den 30n de Hollandsche driekleur, Papa! In Pruisen
+moet zoo iets aangevraagd worden; de daar wonende Nederlanders hadden al
+lang geleden permissie gevraagd en gekregen. Op de Noordzee wist men het
+groote nieuws eer dan in Amsterdam.«
+
+»Kom Gustaaf! geen studentenmopjes, welke »men« is dat? De kabeljauwen
+mogelijk?« vroeg Mevrouw.
+
+»Mama, het is volle ernst. De Batavier, een stoomschip, kreeg een
+Marconi-bericht, heesch oogenblikkelijk de groote vlag en al de
+seinvlaggetjes volgden. De Hollanders jubelden, de Engelschen, verbeeldt
+je, de Engelschen! drukten hun het eerst de hand en wenschten hen geluk,
+»Wilhelmus« en »Wien Neerlands bloed« weerklonken, toen de boot aan den
+Hoek van Holland binnen liep, waar, evenals op de Maas alle booten
+floten.«
+
+»Weet je nog wat bijzonders, Guus?« klinkt het uit alle jonge monden.
+
+»De stationschef in Haarlem liet een locomotief heen en weer rijden om
+knalsignalen te geven. In Berlijn (trouwens dat is overal zoo in 't
+buitenland) eten ze geen muisjes bij geboortefeest of doopmaal, ze
+kennen ze niet eens! De Berlijnsche vereeniging »Nederland en Oranje«
+laat ze bakken, in mooie zakjes doen, met oranjelintjes toegestrikt en
+aan alle te Berlijn wonende Nederlanders uitdeelen. Als ik jelui van de
+feestelijkheden in ons land vertellen moet, die al plaats hadden, en op
+10 Mei zullen wezen, wel dan zit ik van avond om 10 uur hier nog. Maar
+iets aardigs las ik, aan Prins Hendrik een dag of wat geleden overkomen.
+Iemand vroeg een der verslaggevers van de groote bladen (ze logeerden
+in »De Zalm« achter het paleis Noord-Einde): »Is het niet vervelend
+zoo aanhoudend voor schildwacht te spelen?« »Niet zoo vervelend als
+u denkt, men ziet en hoort van allerlei en 2 uur is dan gauw om.
+Zoo bijv. gisterenmorgen. U weet misschien, dat aan het Hof de goede,
+voorvaderlijke gewoonte nog stand houdt: Vroeg op en vroeg naar
+bed.«--»Wat noemt u vroeg?«--»Wel om 7 uur ziet men Z. K. H. in dezen
+tijd van het jaar in eenvoudige burgerkleeding uitgaan voor een loopje.
+Gisterenochtend dan, komt de Prins in het Noord-Einde met een pijp in
+den mond. Een werkman stapt op Z. K. H. toe met een: »Vuur, asjeblieft
+meheer?« De Prins heeft blijkbaar schik, dat hij niet herkend wordt,
+doet even een flinken trek en houdt zijn pijp aan den onbekende voor
+en vraagt, terwijl die een goeden haal doet: »Gaat het?« »Opperbest
+meneer!« en daarop: »Dank je wel menheer!« met een tik aan zijn pet.
+»Tot je dienst,« van den Prins, die glimlachend verder gaat.««
+
+Allen lachen en de zusters vragen natuurlijk: »Weet je nog meer, Guus?«
+beantwoord met een »Voor van avond genoeg.«
+
+»Mama, hoe gelukkig zullen de Koninginnen nu wel zijn! en zeker denkt de
+Koningin aan al die mooie geschenken, die de menschen stuurden, omdat
+zij zoo blij waren, dat er een kindje kwam; dunkt u niet, dat de
+Koningin nu dubbel blij is met alles en met _onze wieg_?«
+
+»Doraatje, als ik de Koningin goed begrijp, dan is H. M. het blijdst
+met dat lieve dotje in de wieg en daarna over alle arme menschjes en
+kindertjes, die van alles krijgen door de geboorte van haar lieverdje!«
+
+»Ik begrijp u niet, Mama.«
+
+»Vraag dan eens wat Jetje van mijn woorden verstaat,« zegt haar moeder.
+
+»Toen de menschen veel geld verzamelden om uit liefde en vreugde rijke
+geschenken te koopen, vroeg de Koningin hun dit niet te doen; maar als
+de menschen dit verzoek onaangenaam vonden, daar ze zoo heel graag het
+kindje wilden verrassen, dan zou het, dacht de Koningin het heerlijkste
+wezen, de meeste gelden voor arme of ongelukkige kindertjes of zieke
+moeders te gebruiken.«
+
+»Deelt nu de Koningin alle dagen melk en eieren uit en laat de
+keukenmeid bouillon en soep koken, Jet?«
+
+Gelukkig voorkwam Mama's wenk een algemeene lachbui, en Dora keek haar
+zuster zoo ernstig aan, dat zij van de onderdrukte vroolijkheid niets
+merkte.
+
+»Neen, Dora,« zei de oudste zus, die door eerst een kopje thee te
+drinken haar ernst behield; »dat zou te druk voor H. M. wezen; je weet
+wel die heeft altijd zooveel te lezen en te schrijven, alle dagen uren
+lang; maar de dames hebben met die guldens, rijksdaalders en tientjes
+net gedaan wat Papa met het geld doet, dat jij van je Peettante op je
+verjaardag en met Nieuwjaar krijgt, weet je dat kleintje?«
+
+»O, ja, heel goed, het wordt weggeborgen in de brandkast en Papa teekent
+het op in een boekje en dan wordt het altijd meer en meer. Lach me niet
+uit Jan, Papa heeft het zoo gezegd, en als ik dan groot ben en ga
+trouwen, evenals Jet, dan ga ik voor al dat geld met mijn man op reis.«
+
+Niemand kon nu zijn lachen inhouden, tot Mijnheer vroeg: »Hoe kom je aan
+zoo'n plan Dora?«
+
+»Ik heb het Mama aan Jet hooren vertellen; u en Mama hebben het ook
+gedaan.«
+
+»Kleine potten hebben ook ooren, Henk!«
+
+»Jet, vertel me verder van al die guldens.«
+
+»De Nederlandsche dames in Londen zorgen voor een arme juffrouw of
+kind, dat voor gezondheid naar zee moet. Alle jaren één, weet je.
+Van de baronie van Breda kreeg 't Prinsesje een gouden speld om haar
+boezelaartje vast te steken; voor al het andere geld zullen ze voor
+zieke kleintjes zorgen. Andere steden of provincies laten zwakke
+kinderen naar vacantiekolonies gaan of bouwen een kinder-ziekenhuis
+zooals er hier in Amsterdam een is. En de dames van de kolonels en
+generaals laten overal vragen, welke onderofficieren op 30 April ook een
+kindje kregen, en dan krijgt zulk een kindje een spaarbankboekje zooals
+jij hebt; dat bewaart de vader dan tot 't groot is. In Antwerpen zullen
+ze zorgen voor arme moeders, die kleintjes hebben en zooals jij zegt,
+daarom alle dagen melk, eieren en soep krijgen. Heb ik het je goed
+uitgelegd, en kan je het Zondag je poppenfamilie oververtellen, Dora?«
+
+»Heel best en ik vind het mooi en lief van de Koningin en al die
+menschen. Is er van onze wieg geld overgebleven, Mama?«
+
+»Ik weet het niet, kleine vraagster, wel weet ik nog iets heel liefs.
+Herinner jullie je nog die aardige luiermandjes van den winter op de
+bazar? zulke luiermandjes heeft de Koningin ten geschenke gekregen om
+uit Haar naam te sturen aan behoeftige moeders, die op denzelfden dag
+een klein kindje krijgen. De meisjes van de Vakschool in Den Haag hebben
+er voor genaaid en gebreid en er was veel en van alles in; Grootmama
+schreef mij: »Ze zien er keurig fijn uit.««
+
+»Kom, Papa! vertel ons ook eens iets, dat Mama of de grooten niet
+weten;« opperde Lize.
+
+»Ondeugd, denk je dat je Papa tijd heeft om evenals Gustaaf nieuwtjes in
+de couranten op te snorren?«
+
+»O, u weet wat, u weet wat, anders zei u geen ondeugd!« riep Ida uit.
+
+»Ida, met welk schip heeft de Koningin Paul Kruger laten afhalen?«
+
+»Met de Gelderland, Papa!«
+
+»Ferm zoo. Diezelfde Gelderland kwam vandaag aan de ree te Willemstad en
+werd van den top van den mast tot de waterlinie electrisch verlicht.«
+
+»Heeft Willemstad een ree, Papa?«
+
+»Zeker Louis, het is de hoofdstad van Curaçao waarvan ik spreek; de
+Curaçaosche dames zonden een doop- of draagkleed in 'n mahoniehouten
+kistje, en in Bonairiaansch geelhout staat op het deksel:
+
+ Kolonie Curaçao 1909.
+
+Van binnen is het kistje met licht blauw satijn gevoerd; heb ik dat niet
+mooi onthouden?
+
+»Ik vind het merkwaardig,« ging Mijnheer voort, »dat de koloniën zoo vol
+belangstelling medeleven met 't Moederland. De gouverneur van Suriname
+stelde f 1000 ter beschikking voor feestelijkheden en die van Curaçao
+f 500 en er werd bij bepaald, dat het Lazarushuis van St. Eustatius
+daarin ook moest deelen.«
+
+»Wat is dat voor een huis, Henk?«
+
+»Een gesticht voor melaatschen, die arme ongeneeslijken worden daar
+liefdevol verpleegd.«
+
+»Hoe treffend dat aan armen en ongelukkigen en zulke beklagelijke
+menschen gedacht wordt, omdat 't heele volk zich verheugt! 't Is toch
+maar een zegen om in een Christenland te wonen;« besloot Mevrouw. »Hier
+zullen we geen bijzondere feesten hebben vóór dat ons lief Prinsesje in
+Amsterdam komt; dus zullen we Dora nu naar bed zenden en moeten allen
+met haar leeren wachten en geduld oefenen tot April 1910!«
+
+ * * * * *
+
+De Zomermaand bracht heerlijke dagen, en Dora, gelukkig niet ongesteld,
+zag een hartewensch bevredigd, toen zij bij Grootmama met Mademoiselle
+en de zussen, vertoevende, zag hoe de grootmeesteres in de koets het
+Koninklijke wichtje ophief om het aan de saamgestroomde, wachtende
+menigte te toonen; toen ons Prinsesje naar de Willemskerk gereden werd,
+om aldaar het teeken van den Heiligen Doop te ontvangen; dezelfde kerk,
+waarin onze Koningin ook gedoopt werd.
+
+Wel aanschouwde de kleine meid niets van de pracht ten toon gespreid
+in de ambtsgewaden van alle grootwaardigheidsbekleeders, die als
+genoodigden of vertegenwoordigers hunner souvereinen daar bijeen waren;
+maar naar dàt schouwspel ging haar kinderhart niet uit.
+
+Te gretiger luisterde zij naar het verhaal bij Grootmoeder aan tafel.
+Onder plechtig gezang kwamen H.H. M.M. en Z.K.H. de kerk binnen, en
+namen, als gewone menschen, plaats op de stoelenrij tegenover den
+preekstoel. Slechts met groen (zonder bloemen) uit H. M.'s park
+afkomstig was de kerk stemmig voor de plechtigheid versierd.
+
+Dr. Gerretsen, waarnemend hofprediker, preekte op uitnemende wijze.
+Z. W. E. W. las het geheele doopsformulier met de beide gebeden, en
+plechtig weerklonken de namen onzer geliefde Prinses: Juliana, Louise,
+Maria, Emma, Wilhelmina, vóór de Naam des Drieëenigen werd uitgesproken.
+Als elk kind, zonder titulatuur werd het Vorstelijke wichtje als dooplid
+bij de Kerk gevoegd. God vervulle in Zijn genade de gezongen zegenbede
+van Psalm 134 vers 3.
+
+H. M. hield het Prinsesje al dien tijd in Haar armen; daarna kuste H. M.
+het lieve Kindje en hield het daartoe ook den Prins-Gemaal voor. Toen
+pas werd de Prinses met hetzelfde ceremoniëel weggedragen, als Zij
+gekomen was.
+
+Gustaaf, voor dien Zaterdag, 5 Juni, overgewipt naar de Hofstad, kwam
+de meisjes halen; hij had haar een plaatsje bereid, van waar ze H.H.
+M.M. en Z. K. H. het paleis konden zien binnengaan bij de terugkomst uit
+de kerk.
+
+Aan het gejubel scheen geen einde te komen, toen de dierbare Vorstin,
+aan den arm van Haar Gemaal, voor de vensters verscheen; het begon
+opnieuw toen Koningin Emma Haar Kleindochtertje toonde aan de verheugde
+schare, en ten teeken van groetenis het lieve, kleine handje ophief.
+
+»Heerlijkjes Guus, eenig lief van je,« zei Doraatje met een omhelzing.
+»Heb jij het ook goed gezien?«
+
+»Met jou op zijn hoofd, hoe kon hij dan zelf zien?« riep Lize uit.
+
+Een nieuwe omhelzing en liefkoozingen, als ware hij nog een kleine
+jongen, beloonde den grooten broer voor zijn zelfverloochening.
+
+ * * * * *
+
+Het Zondagsch koffieuurtje bracht bij den ouden Gladschaaf alle kinderen
+om de tafel, en het Prinsesje er op zooals het zeggen luidt. Over niets
+anders liep het gesprek dan over de doopplechtigheid die plaats had
+gegrepen, over wat daarbij gesproken en voorgevallen was.
+
+Moeder Gladschaaf was maar innig dankbaar, zeide zij, dat de lieve
+Moeder gelukkig bewaard was geworden, toen de paarden schrikten, »het is
+al acht dagen geleden, we kunnen nu hopen, dat H.M. en het Kleintje er
+geen gevolgen van ondervonden,« voegde zij er bij.
+
+Nog een oogenblikje luisteren we aan de koffietafel. »Vader,« aldus
+Maria, »was u niet blij, dat Dr. Gerretsen van Juliana van Stolberg
+sprak, de vrome moeder van den eenigen Willem I. »Zonder Juliana van
+Stolberg geen Prins Willem van Oranje; zonder Willem van Oranje geen
+vrijheidsoorlog; zonder vrijheidsoorlog geen vrijheid; zonder vrijheid
+geen Nederland!« zoo stond het in de courant. En die vrijheidsoorlog in
+de dagen van den Prins, was om vrijheid van godsdienst, zei de Prins
+niet: »Liever dijken en dammen doorgestoken, de molens in vlam gezet en
+op schepen aan gene zijde der zee een nieuw vaderland gezocht, dan Gods
+Woord opgeofferd.« Kijk me niet hoofdschuddend aan Fer! het is zóó, al
+was het maar een plan om het volk in de bangste jaren voor vertwijfelen
+te bewaren. Alles opgeven, alles verzaken, behalve het Woord Gods dat
+was en bleef 's Prinsen leuze na 1572. Heeft Filips zelfs niet eens bij
+langdurige vredesonderhandelingen den Prins aangeboden, Oranje alle
+bezittingen buiten de Nederlanden gelegen terug te geven, zijn voor
+ons gemaakte schulden te betalen en.... Filips Willem de vrijheid te
+schenken, als de Prins zijn handen maar van de oproerlingen (zei hij)
+aftrok, hun noch raad, noch bijstand schonk. En hij, Willem van Oranje,
+had zelfs zijn zoon niet liever dan de verdrukten in dit land; o, ja!
+Prins Willem was zijner vrome moeder waardig!«--»Zeg liever kind: Op
+dezen prins kunnen we het woord van Jezus _niet_ toepassen: »Die zoon
+of dochter lief heeft boven Mij, is mijns niet waardig. Gode daarvoor
+de eere!«...
+
+»Moge onder de trouwe leiding van onze Koningin, Haar Prinselijken
+Gemaal, Haar vrome Moeder, onze jonge Prinses opwassen in oprechte
+godsvrucht; worde Haar naam eens met eere genoemd onder die vele vrome
+vorstinnen, waaraan 't Oranjehuis steeds zoo rijk is geweest!«
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+Een jubelende Stad.
+
+(Van 26 Mei-2 Juni 1910.)
+
+
+»Wat duurt een jaar toch vreeselijk lang!« zoo klaagt Dora op Kerstdag
+1909. »Verleden Kerstfeest mocht ik niet naar de kerk om mijn
+verkoudheid en van 't jaar mag ik nog niet op Oudejaarsavond opblijven,
+omdat ik _pas_ 7 werd!«
+
+»Je hebt 't hard, zusje! Met ons is 't net zoo gegaan; behalve dat wij
+niet naar zooveel pleziertjes mee mochten als jij; want toen was Guus
+een jongen en Jet bezat nog geen Sjoerd om te vragen voor haar en ook
+voor de kleintjes; wees maar getroost, als je 10 wordt ga je mee naar
+de avondkerk en blijft tot over 12 uur op!«
+
+Veel uitwerking oefende deze troostrede niet; de afleiding door Jans
+verhalen over alles en nog wat hielp veel beter. Lize, ruim 4 jaar
+ouder, tamelijk ontwikkeld, heel flink voor haar leeftijd, kon niet meer
+zoo in alles met Dora meedoen; daardoor voelde de kleine meid zich soms
+eenzaam; al bleef ze ieders speelpop en liefling; terwijl Mama wel
+zorgde, dat ze niet bedorven werd.
+
+Eén onderwerp vooral kwelde, met steeds wederkeerend en vermeerderend
+ongeduld haar kleine hersens, n.l. 't verlangen om #ons Prinsesje in
+Amsterdam# te hebben. Als Dora daarover begon, kwam er niet spoedig een
+eind aan. In Den Haag had ze #Het Liefje# zien voorbijrijden, toen ze
+gedoopt zou worden; maar die Hagenaars zagen Juliana, (ze zei meestal
+familiaar Juliaantje) meest alle dagen! En op Apeldoorn ging het
+ook al zoo. Nu eens het Prinsesje met freule van der Poll en haar
+kinderjuffrouw en dan eens, veel mooier: Juliana op den schoot der
+Koningin in 't rijtuig.
+
+'t Heugde Dora als gisteren: dat op een zonnigen dag even voor 12 uur
+H. M. met Haar Dochtertje de Koningsschool[3] te Apeldoorn voorbijreed;
+daar stormde de jeugd juist naar buiten. »Hoera! Prinses Juliana!«
+en roepend omstuwden ze het hofrijtuig, tot groot vermaak der kleine
+Prinses. Luid kraaide Zij en schudde, uit eigen beweging, zoo hard Zij
+maar kon Haar rammelaar!--»Hè! zoo iets moois moest ik eens beleven,
+zoo _heel gewoontjes_ de Koningin en het Prinsesje vlak bij te zien;«
+riep Dora uit toen Gustaaf, de wandelende courant, haar dit berichtje
+vertelde; en haar verlangen naar de komst in Amsterdam, van #ons
+Prinsesje#, het snoezige Juliaantje, nam gestadig toe, al zou het dan
+niets gewoontjes wezen.
+
+[3] School door Z. M. koning Willem III gesticht voor de kinderen van
+ allen, die op het Paleis of in het Park op 't Loo dienst doen.
+
+Daar vertelt Papa op zekeren dag aan tafel:
+
+»'t Is beslist, de Koningin, de Prins en de Prinses komen 26 Mei in
+Amsterdam.«--Spijt alle goede manieren, gooide Dora vork en mes neer en
+danste uitgelaten van blijdschap de kamer rond. Papa's lachlust redde
+haar van straf.
+
+»Dat belooft wat als we zoo ver zijn,« merkte Mademoiselle met een zucht
+op; doch Mevrouw stelde haar gerust. »Dora is eerst uitgelaten in het
+vooruitzicht van eenig lang gewenscht genot, Mademoiselle; maar dan
+gaat ze er over denken, zich alles en nog wat daarvan voorstellen; en
+feitelijk geniet ze dan vooruit, onderwijl en naderhand; maar meer in
+stilte; zoo is ze altijd geweest, het lieve kind.«
+
+In alle kringen loopen weldra de gesprekken over niemand anders dan
+H. M. en Prinses Juliana. Hoe Haar te ontvangen, wat men zal doen, wie
+mee zal werken, waar alle vreugdebetoon zal plaats vinden? Wel ging het
+niet toe als in Almen ten tijde van den Hoofdigen Boer, waar men het 3
+maal 30 dagen had over: palen, balken en planken en weer 3 maal 30 dagen
+lang over: balken, planken en palen; maar toch men leest geen dag- of
+weekblad, men hoort van geen vergadering of men denkt aan de komende
+feestweek; en als Mei in het land komt ziet men al hier en daar allerlei
+toebereidselen maken.
+
+In den Gemeenteraad krijgt een mooi plan zijn beslag, en het middelpunt
+van alle feestelijkheden De Dam vaart daar wel bij. Drie dagen vóór
+H. M. komt, heeft Mademoiselle reeds beloofd de dagelijksche wandelingen
+in ontdekkingstochtjes te herscheppen; en, door mijnheer gerustgesteld
+omtrent haar eigen veiligheid en die harer leerlingen, zou men allerlei
+buurten doorkruisen.
+
+»Maandag, 23 Mei, slag bij Heiligerlee,« zegt Lize met een blijden
+lach »en wij, Oranje ter eere! naar.... ja, waarheen? Wat is klaar,
+Gustaaf?«--»De Dam pas Donderdagochtend, in de Kalverstraat is men
+nog druk aan 't werk. Gaat naar de nieuwe wijken, daar is veel gereed.
+Mademoiselle, begint u maar met de brug aan de Ferdinand Bolstraat, dan
+langs de Stadhouderskade naar het Rijksmuseum, 't hoofdkantoor van de
+tram, over Leidsche- en Koningsplein naar de Doelenstraat, zoo naar de
+Jodenbuurt, door de Hoogstraten naar de Warmoesstraat en over de Nieuwe
+Brug langs 't Damrak naar het Rokin en dan naar »de Bocht« en naar huis;
+dat is een tocht voor van daag; u moet tusschenbeide een eindje trammen
+doch 't is warm genoeg _met_ de meisjes #buiten op#. Veel genoegen
+kleintjes!« sprak zeer beschermend de oudste broeder.
+
+De aangegeven weg door Lize vlugjes opgeteekend geeft groote voldoening
+aan de wandelaarsters. De brug over de Stadhouderskade gaf zoo iets
+geheel anders te zien dan naar gewoonte. Ida teekende die in haar
+zakboekje aan onder 't opschrift: »de illuminatie.«
+
+»Die 5 eerepoorten tusschen het Rijksmuseum en de IJsclub, wat zijn die
+mooi en overal reuzen van J's; de 3 Amsterdamsche kruisen met franjes;
+en die zuilen zoo mooi wit geschilderd; en al die deviezen, 't is eenig
+fraai,« roept Lize telkens uit.
+
+»Zal de Koningin ze lezen, eerst: »Dieu aide Orange!« en dan die 9
+andere?« vraagt Dora.
+
+»'t Rijtuig zou dan stil moeten houden, en daarvoor heeft H. M. geen
+tijd,« zegt Mademoiselle.
+
+»Is 't niet jammer, als alles zoo gauw voorbijgereden wordt en de
+Koningin onderwijl nog zoo onophoudelijk buigen en groeten moet,
+Mademoiselle?«
+
+»Dora, men zal de Koningin wel van alles verteld hebben of afbeeldingen
+er van geven; maar als jelui hier zoo blijft studeeren, komen we niet
+verder; vraagt de Hollandsche juffrouw er maar naar; die kent die
+spreuken op haar duimpje.«
+
+»Ida, schrijf je dit op, om bij de illuminatie te gaan zien?«
+
+»Neen, die Latijnsche spreuk: »Saevis tranquillus in undis«, schrijf ik
+op. Ze komt me bekend voor. Is ze van Maurits of Prins Willem, Lize?«
+
+»Saevis is sauvé; tranquillus is tranquille; undis is ondes; dat zou wel
+kunnen wezen. »Gered, veilig in de baren;« maar mee, gauw, Mademoiselle
+is vooruit, pas op, maak haar niet boos.«
+
+Kijk, voor het kantoor der trams net een brug; een tram zoo groot als
+een echte er midden op, niets ontbreekt aan het vernuftige latwerk, wit
+en oranje van kleur, met groen en vlaggen gesierd. De meisjes blijven
+staan om te bewonderen; Dora begint de electrische knoppen te tellen,
+die den avond in dag zullen veranderen. Een heer ziet het opgetogen,
+aardige drietal en vertelt ze, dat het personeel van de bureaux alles
+zelf bedacht heeft, dat die doorvaart 12 M. wijd is, de lantaarns op de
+brug 5 M. hoog zijn en 's avonds, alles schitterend geïllumineerd, door
+H. M., door den Prins en Koningin Emma bewonderd zal worden, maar niet
+door ons Prinsesje, die moet in Haar wiegje.
+
+»Naar de Leidsche straat, Mademoiselle!« zegt Lize en weldra valt het
+»Welkom Prinses Juliana« allen in het oog; de wapendragers aan de
+huizen met de verdere gevelversiering van sparregroen en de vlaggen er
+tusschen in, staan allerliefst. Daar is de Heerengracht met de vierkante
+kronen aan kabels opgehangen; »jammer dat die niet Oranje, rood, wit of
+blauw zijn geverfd, vindt je ook niet, Ida? Zou men touw kunnen verven,
+Mademoiselle?«
+
+»Ik weet het niet, maar als die vierkante daken leeg blijven hangen, zal
+'t raar staan.«
+
+»Er komen oranjekleurige lampions als omgekeerde kronen in te hangen,«
+verzekert Gustaaf; »het zal 's avonds mooier wezen dan over dag,«
+beslist Lize.
+
+'t Hotel l' Europe vindt beter genade in de oogen der wandelaarsters,
+die verklaarden geen vermoeienis te voelen. En 't eilandje in de
+Kloveniersburgwal, waarvan een oud heer, die juist zijn woning verlaat
+om naar de beurs te gaan haar vertelt, dit aardige stukje gronds is 12
+bij 21 M. en het lichtstuk in het midden, tot 12 Meter hoog, zal zelfs
+op 't Rembrandtplein gezien worden.
+
+Door Hoog- en Damstraat wordt weldra de Vijgendam bereikt; daar vertoont
+een geschilderd baldakijn H. M. in 1890 en in 1898 met Koningin Emma
+tusschen beide beeltenissen in, terwijl de achterkant de opening van
+het Merwede-kanaal voorstelt. Alle andere baldakijns spreken ons van
+de Nederlandsche koningen en enkele hunner daden. Koning Willem III
+in de Bommelerwaard, en H. M. met Z. K. H. in Zeeland, beide bij de
+overstroomingen, de eerste in 't bootje en dezen uit de auto stappende,
+zijn treffend afgemaald! Waterloo's slag, naar Pienemans stuk, vertoont
+de achterzijde van Willem II en Anna Paulowna, en de Scheveningsche bom,
+die den Oranjevorst in 1813 terugvoert, brengt ons aan het uiteinde der
+Warmoesstraat, langs welker gevels kleine onderling verbonden schilden
+de namen te lezen geven veler steden en dorpen, terwijl hun eigenaardige
+nijverheid door de benoodigde werktuigen wordt voorgesteld.
+
+Toen van het Centraal-Station naar huis.
+
+Den volgenden dag krijgt de Hooge Sluis een, beurt van de meisjes, van
+nabij een boot vol bloemen gelijk, zien ze van de Magere brug, dat zij
+een groote kabelbrug voorstelt, die bij de illuminatie een betooverenden
+aanblik zal bieden.
+
+Straten en grachten van Haarlemmerpoort en van Lennepkwartier, van
+Plantage en Muiderpoort werden bezocht; en altijd weer nieuwe verbazing
+over zooveel verscheidenheid en vindingrijkheid in boog en guirlande,
+kroon en ornament, ten toon gespreid.
+
+Hoe eenig schoon van Spui tot Heiligen weg die luchtige, groote,
+vergulde kronen, die in een priëel van groene slingers opgehangen,
+zelven boven sierlijke gulden bloemenmanden zweven. »Als de electrische
+gloeilichten daar 's avonds bij ontstoken worden, zal dat eind
+Kalverstraat een tooverpaleis gelijken,« meent Mademoiselle.
+
+»Eindelijk! Daar is de Dam, als we die eerepoort door zijn.«--»'t Is
+geen eerepoort, Lize; kijk maar 't is een deel van de Damversiering.«
+
+»Ik zie den Dam niet meer, wel het Paleis en Naatje maar anders is de
+Dam weg!« riep Dora mistroostig uit.
+
+'t Duurde, een poos eer de 3 meisjes door Mademoiselle onderricht, wier
+geoefend oog ras de schoone idee dezer ongemeene versiering opmerkte,
+zich een heldere voorstelling konden vormen van de omtoovering, die
+had plaats gegrepen. Toen zij later de Julianabron met haar watervallen
+en opspuitende fonteinen in gekleurd licht zagen baden, het glanspunt
+vormende van den schitterend verlichten Dam, begrepen zij pas iets van
+wat Mademoiselle dikwijls over de schoonheid van La fête de Nuit te
+Versailles verhaald had.
+
+»Is die groote tribune voor de hofhouding, Mademoiselle?«
+
+»Neen, meisje, zeker voor genoodigden, gemeenteraadsleden en andere
+heeren met hun dames,« denk ik.
+
+»Ja, Mademoiselle, Papa krijgt 2 toegangskaarten; hoe mooi zal men daar
+de Koningin op het balcon kunnen zien, en de optochthulde, en de aubade
+kunnen hooren. Ik wou, dat Papa er 10 had, dan zaten we er allemaal,«
+wenschte Lize.
+
+ * * * * *
+
+25 Mei! Gelukkig! dacht de _jonge jeugd_, om met de Transvalers te
+spreken, gelukkig! nog maar één nacht! dan zien we Juliana!
+
+»Wat, ga jij nu de stad uit, Greta, ik herken je niet! De Koningin hier,
+en jij weg?« zoo uitte Maria Gladschaaf haar verbazing in den vroegen
+morgen van dien 25n van Bloeimaand.
+
+»Weet je de schikkingen niet? Ferdinand gaat met jou en Coosje (zijn
+knechts krijgen vrije middagen met behoud van loon) naar den intocht
+van de Koningin, den Prins met ons Prinsesje kijken; Fer kan niet op
+3 vrouwlui passen, naar hij zegt; Tante heeft _mij_ morgen in Haarlem
+genood. Om nu zeker te weten, dat de trein mij meeneemt, ga ik om negen
+uur naar de Bloemenstad. Jij bent zeker van Fers bescherming en een
+goede plaats op morgen.«
+
+Maria jubelde en gunde, (trouwens die goede gewoonte was bij de
+Gladschaafs inheemsch,) haar zuster dit extraatje.
+
+Daar stonden ze dicht opeen gepakt, de Amsterdammers. Sommigen al om 7
+uur op het Stationsplein gekomen om een uitgezochte plaats te veroveren
+en die tot 5½ uur als het Prinsesje kwam te bezetten! Geen veldheer
+verdedigde een pas veroverde vesting met meer trouw, met meer liefde dan
+zij die 2 voet gronds!
+
+Gustaaf kortte den tijd van wachten voor Jan en Louis (hij liet zijn
+mede-studenten alleen om zijn broers te helpen, hij is toch een beste?
+je ware!) door hun de pas bekende aankomst van Z. K. H. te verhalen.
+
+»De Prins stoomde na de begrafenis van koning Eduard VII naar Edinburg.
+Hij houdt veel van de zee, daar is de Prins een Mecklenburger voor.«
+
+»Ga maar voort, Guus, 'k weet nog alles van Hem en de Berlin,« vermaande
+Louis.
+
+»Van nacht om 12 uur kwam »de Heemskerck« aan de sluis te IJmuiden;
+een heer van het Handelsblad mocht aan boord komen en met een ander de
+reis meemaken. De Prins op de brug naast den gezagvoerder riep door de
+duisternis: »Goeden avond heeren,« ze waren alleen zichtbaar door het
+licht der seinlantaarns, want 't was knap donker. Om half één ging de
+Prins naar kooi. Om 3 uur lag Hr. Ms. »Heemskerck«, de Prinsenvlag in
+top (tegenwoordig zonder gekijf zou de Hollandsche juffrouw zeggen) voor
+den ingang van het Oosterdok. Ongeveer half 10 verkondden de vuurmonden
+van de Heemskerck al bulderende, dat de Prins in de admiraalsloep, nù
+met de Prinsenvlag gesierd, naar het Centraal Station voortschoot, en de
+Prins als vice-admiraal gekleed stapt onder luid gejuich aan wal en
+wordt door burgemeester Roëll welkom geheeten.
+
+Vergezeld van den burgemeester in ambtsgewaad, kwam Z. K. H. in de
+koninklijke wachtkamer.
+
+Opgelet jongens, als de Koningin aan de grens van Amsterdam komt, wordt
+er een koninklijk saluut op de »Heemskerck« gelost, meteen zal de
+grootste klok van den Wester geluid worden en ook de Beursklok; en de
+klokken op het paleis spelen: »Dankt, dankt nu allen God.««
+
+»Guus, Vincent speelt niet, maar slaat op zijn toetsen,« viel Louis hem
+in de rede.
+
+»Slaat, hoe kom je daaraan; 't is net een reusachtige piano, de toetsen
+zijn niet met ivoor overdekt, maar anders«....
+
+»Toen we laatst met Mademoiselle het paleis gezien hebben, zijn we ook
+op den toren geweest en de torenwachter«....
+
+»Mis, Louis! die zijn er niet meer; hij was een beambte ten paleize,«
+verbeterde Jan, »die«....
+
+»Vooruit dan!«
+
+»Achteruit gaat hier beter, dan neemt een ander je mooie plaats!« spotte
+Jan.
+
+»'t Doet er niets toe, die ten paleize dan, zei tegen mij, toen ik hem
+vroeg wat die schermhandschoenen daar moesten doen. »Jongenheer, die
+zijn van mijnheer Vincent om de klokken te laten spelen, anders zou
+mijnheer zijn handen stuk slaan, om die groote, zware klokken te doen
+bewegen,«--dus Gustaaf....«
+
+»Hoor, hoor! #boem! boem!# dat is het kanon! De trein komt dadelijk.
+Goed kijken, jongens!«
+
+De halzen uitgerekt, de oogen turende op den uitgang van het koninklijk
+paviljoen, dachten Jan, en Louis over niets meer dan hoe hard ze hoera!
+zouden roepen.
+
+We laten ze juichen en zien ondertusschen, hoe H. M. uit het
+salonrijtuig van Koningin Emma gestapt, (want Prinses Juliana komt in
+het eigen salonrijtuig Harer Koninklijke Moeder van het Loo,) vroolijk
+op den Prins-Gemaal toetreedt, een echt hartelijke ontmoeting! In de
+wachtkamer is te midden der hooge heeren de kleine Willem Roëll, zoontje
+van Hr. Ms. vroegere hofdame, een door H. M. zelve ten doop gehouden
+petekind; de kleine man maakt echt kranig een hoflijke buiging voor ons
+aller Koningin; die weldra, na op het stationsplein van een lief klein
+meisje een bouquet te hebben aangenomen, onder het spelen van het
+Wilhelmus, zich in Haar rijtuig neerzet en langs den korten, maar zoo
+vroolijk gesierden intochtsweg onder de aloude driekleur den Dam
+bereikt.
+
+Op den Dam! O, op den Dam! Daar is het heerlijk!
+
+Hoe goed ook gedrild, de paarden der huzaren sidderen, steigeren of
+brieschen, toen, na al het gejubel onder het oprijden van den stoet, en
+enkele oogenblikken van stilte, de balcondeuren opengaan en wij weer
+voor het eerst na 1908 #onze Koningin# op het balcon zien verschijnen!
+De luide hoera's stijgen op, het koper schalt met zijn doordringende
+klanken de nationale en de stedelijke blijdschap uit! De Koningin
+buigt, de Prins slaat aan, de ovatie wordt herhaald en herhaald, en vol
+welgevallen slaat het Koninklijk Echtpaar de geestdriftig juichende
+menigte op den versierden Dam eenige minuten lang gade, om na nog een
+buiging, en nog een groet naar binnen te gaan.
+
+Tot vertrekken was Jan noch Louis van het C. S. te bewegen. »Nu we hier
+zoo'n beste plaats hebben Guus, blijven we tot de Koningin naar Haarlem
+gaat; dan hebben we Haar vandaag ten minste tweemaal gezien.«
+
+»Wat zal Mama zeggen?«
+
+»Hun hoofd is op hol, ze denken om eten noch drinken dezer dagen.« »Dat
+zul je hooren, en we zijn vóór 12 thuis; ga maar heen we passen wel op
+ons zelf.« Gustaaf vond het voor Louis wel wat gewaagd in die drukte en
+bleef bij hem.
+
+ * * * * *
+
+Terwijl H. M. de hoofdstad der provincie bezoekt, waar men sedert 1897
+de Koningin niet had mogen begroeten, trekt door Amsterdam een
+eigenaardige optocht van versierde expeditievoertuigen.
+
+»Anton, vondt je 't mooi, die optocht?« vroeg Greta onder de thee in de
+keuken.
+
+»Mooi, neen, zeker niet, wel aardig. 't Is leuk bedacht en nog leuker
+gedaan en de muziek op die wagens er bij maakte het vroolijk; en dan,
+de menschen moesten nu toch van middag wat te zien hebben, terwijl we
+op het Prinsesje wachtten. Maar je kon er wat van leeren as je om die
+steenkolenmijn denkt; hè, wat een ellendig leven hebben die mijnwerkers;
+honderden ellen onder den grond en dan lees je zoo dikwijls van
+ontploffingen en overstroomingen in zoo'n mijn; 'n mensch moet er niet
+aan denken, als je de kachel opstookt, brrr!«
+
+»Grappig vond ik die meisjes in die groote lijst van
+spuitwaterflesschen,« zei Anna; »'t is te hopen, dat ze geen dorst
+kregen, anders was 't om tureluursch te worden.«
+
+»O, en dan die waschinrichting-reclame! Eén wagen met waschmanden vol
+bloemen en een met een wasch op de lijn; die vond ik het dolst,« bracht
+de keukenprinses in.
+
+»Neen, die kippenloopen met al die kakelende kippen en kraaiende hanen,
+die maakten iedereen aan het lachen,« meende het schellemeisje.
+
+»'t Fijnste van alles gaf 'n bloemist; 6 jonge meisjes in het wit in een
+gazen tent geheel versierd met rose rozen,« sprak Ida, die juist iets
+kwam vragen.
+
+»En als de oudste juffrouw trouwt, laat ze in Friesland tegen de
+vochtigheid daar, zeker zoo'n huis van luchtbanden bouwen, net als op
+dien wagen van de autofabriek stond, jongejuffrouw?« vroeg Anton
+lachende.
+
+»Wie weet wat ze doet, maar haal me gauw die groote doos voor bloemen,
+Mevrouw zegt dat jij ze 't best op zolder vinden kunt, Anton,« en weg
+was ze om toch niet te veel van het gesprek binnen te missen; 't gesprek
+over het glanspunt van dien 26n Mei, de intocht van Prinses Juliana!
+
+ * * * * *
+
+»Zit je goed Coosje? Jij ook Marie?« aldus onderzocht Gladschaaf Jr.,
+toen vrouw en zuster een uitnemend hoekje innamen, van waar ze over een
+paar uur Prinsesjes blijde inkomst zouden aanschouwen.
+
+»Wat een mooi gezicht al die vereenigingen en corporaties met hun
+banieren langs het Damrak en hier op het Stationsplein; 't lijkt op den
+intocht van de huldiging, vindt je niet Ferdinand?« vroeg zijn vrouw.
+
+»O ja, daar heb je groot gelijk in en 't is zulk mooi weer!«
+
+»Wat zag de Koningin er nog jong en lief uit.«
+
+»H. M. is nog niet oud, al is het 12 jaar geleden en ze vertellen, dat
+de Koningin er heel goed uitziet en weer veel jonger dan voor een paar
+jaar.«
+
+»Echte vrouwenpraatjes,« zei de jonge man; »Marie me dunkt het is een
+historische datum vandaag, help me eens.«
+
+»Zeker, 1578, Amsterdam verlaat de Spaansche zijde op 26 Mei; die
+roemrijke omwenteling zonder bloedvergieten. Toen was het ook vol op den
+Dam.«
+
+»Je hebt gelijk, waar Naatje staat, bevond zich de wolwaag, daar
+stormden de gewapenden uit naar het Stadhuis, en ze brachten de
+vroedschap op de schuiten, die in het Damrak lagen bij de Papenbrug hè?«
+
+»Juist zoo, Fer; en allen jammerden, want ze meenden men zou hen nu eens
+verdrinken; maar ze werden alleen netjes aan den Diemerdijk gezet; 'k
+zei van morgen tegen Vader: Zonder 26 Mei 1578 hadden we heden dezen dag
+hier niet.«
+
+»En wat zei Vader toen, Marie?«
+
+»Wie weet kind! Wie weet! En hij voegde er bij:
+
+ Weg heeft Hij allerwegen
+ En middelen zonder tal,
+ Zijn doen is louter zegen.
+
+Toen keerde hij zich om en ging uit.«
+
+[Illustratie: De verlichte Westertoren te Amsterdam.]
+
+Al pratende bemerkte dit drietal, hoe allengs de tijd verliep; en ze in
+hun hoekje van alles konden waarnemen.
+
+»Daar staat de gouden koets voor de koninklijke deur, Fer!«
+
+»Ja, in 't Ochtendblad werd verzekerd, dat Prinses Juliana daarin zou
+binnenrijden.«
+
+»Wat is de Koningin toch beleefd en dankbaar; de eerste keer dat
+het lieve Kind hier binnentrekt, gebruikt H. M. het geschenk der
+Amsterdammers; evenals toen Prins Hendrik de eerste maal hier was; toen
+is het Koninklijk Paar in de gouden koets naar den Schouwburg gereden.
+Het leek wel een sprookje; zoo schilderachtig zaten die twee daarin, ik
+zie het nog als ik m'n oogen toedoe.«
+
+»Niet zoo familiaar _die twee_; Coosje, Coosje! Maar zeker zal de
+Koningin het Prinsesje dan op Haar schoot nemen; dat zal ook een
+sprookje lijken;« zei Marie.
+
+»Houd stil! Gauw! hoor de muziek!« riep Gladschaaf thans.
+
+»Kijk, kijk de Koningin draagt zelve Haar Kindje, hoe snoezig, hoe
+moederlijk! Nu de koets in; daar zit ons Prinsesje op Moeders schoot!«
+
+Het is een schoon, overweldigend oogenblik van hooge, nationale
+geestdrift, het is niet te schilderen! Die jubelkreten, dat buigen
+der vaandels en banieren, die honderdduizenden, dicht opeengepakt,
+verlangend, reikhalzend om de jongste Oranjespruit te aanschouwen! En
+stapvoets gaat de sprookjeskoets verder, door zes prachtige, zwarte
+paarden getrokken, van den bok door den gepruikten koetsier gereden en à
+la daumont bespannen. De Koningin neemt het handje van Haar Dochtertje
+en laat het Haar juichenden Amsterdammers toewuiven; 't lijkt wel alsof
+Prinsesje schik heeft in al dat gejubel.
+
+Daar komt de stoet voor het paleis. De Koningin wendt het Prinsesje naar
+rechts en laat Haar aan de Janmaats der eerewacht het eerste zien. Even
+stilte, want de Koninklijke Familie heeft de gouden koets verlaten,
+aller oogen richten zich naar het balcon.
+
+Daar gaan de deuren weer open, de Koningin verschijnt, neemt plaats op
+een zetel en toont de vorstelijke telg zittende op Haar Moeders schoot!
+Even huilt de kleine, geen wonder! Zoovele stemmen, zoovele kreten, zulk
+een gejubel zou een grooter kind ontstellen; maar 't is gauw over;
+Moeders schoot is ook voor een vorstenkind de veiligste schuilplaats.
+
+De menschen genieten van dien aanblik en jubelen het blozende,
+allerliefste gezichtje tegen, dat verwonderde, groote oogen opzet of
+naar Haar Koninklijke Moeder vertrouwelijk opziet.
+
+Niemand werd het jubelen moe en zelfs toen de Koninklijke Familie naar
+binnen ging klonken de hoera's nog helder en blij op!
+
+Wel te rusten Prinses Juliana! We zien elkander weer!
+
+ * * * * *
+
+De 2 kaarten van Papa worden niet vervijfvoudigd naar Lize's wensch,
+doch dijen wel genoegzaam uit om de vrouwelijke oogen in staat te
+stellen H. M. voor de aubade op het balcon te zien komen met Prinses
+Juliana op Haar arm. Daar kijken de lieve, blauwe oogjes neer op die
+duizenden tot #Haar# opgeheven, blijde gezichtjes. De vlaggetjes met
+hun kransjes, (de firma Simons maakte ze in enkele dagen alle 8000, van
+duizenden oranjebloempjes, groene blaadjes en een half millioen meter
+lint) worden gezwaaid, de stemmetjes roepen Hoera! Hoezee! Oranje boven!
+Leve 't Prinsesje, van alles, weer door Hoera's overstemd!
+
+Maar de heer den Hertog heft den dirigeerstok op, na enkele oogenblikken
+van stilte ruischt het echte, het geliefde volkslied door de lucht;
+zang en orkest hebben coupletten van het Wilhelmus (nieuwe zetting)
+geëindigd. Daar schalt het Oranjeliedje, gevolgd door Heye's vlaggelied
+(getoonzet door Wilhelmus Smits.) Hadden die twee dàt eens beleefd; zóó
+mooi gezongen; zóó vol gevoel, die verheerlijking van onze dierbare
+driekleur, en nog wel voor zulke doorluchtige ooren, ter eere van het
+aanvallige, afgebeden Kindje!
+
+Reeds wordt het vlaggelied gevolgd door 't aardige versje, zóó gepast
+voor deze gelegenheid vervaardigd: »Ons Prinsesje.« De kleine zangers en
+zangeressen leggen er al hun liefde en geestdrift in, en Ons Prinsesje,
+dat daar boven hen tegen de ruiten klopt, kiekeboe speelt of weer naar
+al die kindertjes kijkt, neemt overal deel in op Haar manier. De dichter
+Nijk en de componist den Hertog, die twee genoten, in levende lijve, van
+hun welgeslaagde poëzie en muziek. Wel hebben de zangertjes hun best
+gedaan, want onberispelijk heffen ze nogmaals het Wilhelmus aan, nu naar
+de oude zetting en dat.... zonder orkest!
+
+De Koningin blijft, zichtbaar ontroerd, even zwijgend toeven; daarna
+laat H. M. de heeren Prof. Fabius, den Hertog, en Nijk bij zich nooden.
+
+»Ja, Mama, die eerste is de professor, de tweede de heer die de maat
+sloeg, ze gaan met een derde naar binnen; nu moeten we tot van avond
+wachten eer we hooren wat de Koningin zegt.«
+
+»Kijk Ida, Dora, Mademoiselle! daar komt de professor op den hoogen
+stoel; hij roept wat door een koperen spreekbuis.« ('t Was een
+scheepsroeper!) »De Koningin laat de kinderen zeer hartelijk bedanken,
+dat ze zóó mooi en zóó treffend hebben gezongen; en de onderwijzers voor
+de vele zorgen door hen aan het instudeeren besteed. De Koningin heeft
+de aubade heel mooi gevonden!«
+
+Die boodschap wordt met luid gejubel, gewuif en vlaggengezwaai van die
+8000 jeugdige Nederlanders ontvangen. Nogmaals hoera! en hoezee! Leve 't
+Prinsesje; en 4 aan 4 trekken ze de Nieuwe Kerk weer in, even ordelijk
+als ze er uitgemarcheerd waren.--Alle kinderen ontvingen een portret van
+het Koninklijk Gezin, opzettelijk vervaardigd voor deze gelegenheid.
+
+»Jammer dat wij niet schoolgaan! hè Ida en Lize? Het Prinsesje staat er
+zoo snoeperig lief op, Juliaantje steekt haar dikke poezelhandje in de
+blouse der Koningin! Ze is om te stelen, zoo lief! Ga mee naar beneden,
+het nichtje van Anna heeft meegezongen, zij is in de keuken om het haar
+tante te laten zien; Anton riep mij daarvoor,« zoo uitte Dora haar
+bewondering voor de koninklijke gift aan de zingende kinderen!
+
+»Ja, het is allerbeelderigst!« betuigden de grooteren, »en de datum
+staat er onder gedrukt en het is zoo lief op licht bruin karton afgezet;
+'t is wezenlijk fraai!«
+
+Niet alleen H. M. onderhield zich met de 3 heeren, de Prins betuigde
+zijn verbazing over de buitengewone eenheid in den zang van dit
+reusachtig kinderkoor. Wel wist Z. K. H. dat de heer den Hertog 8 maal
+met telkens 1000 kinderen gerepeteerd had, maar zulk een eenheid had
+Z. K. H. voor deze uitvoering niet mogelijk geacht.
+
+H. M. huldigde den heer den Hertog voor de toonzetting en uitvoering
+van »Ons Prinsesje.« De Koningin sprak van de bekoring, die de tekst
+van dit liedje op Haar had uitgeoefend; en ook verblijdde H. M. zich,
+dat Prinses Juliana zich tijdens de uitvoering zoo goed had gehouden.
+
+Dit laatste gaf gewis 't grootste genot aan de zingenden, reeds
+opgetogen door de onderscheiding dat zij de Amsterdamsche schooljeugd
+vertegenwoordigden en daarbij van ochtend de zoo mooi versierde Dam heel
+alleen voor hen was.
+
+»Al worre me kindere 100 jaar, ze vergete van daag nooit meheer,«
+zoo sprak een moeder uit het volk, die vóór 8 uur bij den Dam was
+met de kleintjes, en den vorigen dag, daar op het trottoir, met allen
+gekampeerd had van 8 tot 5½ uur om alles te zien, slechts nu en dan op
+den rand gezeten om van het meegebrachte brood en de flesch koude koffie
+te gebruiken.
+
+In de Van Speykzaal sliep ons Prinsesje zeker rustig en goed, al weet
+Zij in de eerste jaren nog niet wie de meubelen daarvan bestelde; n.l.
+Z. M. Willem III, en dat, toen de Kon. Tapijtfabriek te Deventer schreef
+geen tapijt in enkel rood en zwart, voor die zaal passende en dat de
+fabriek eer aan zou doen, te kunnen leveren, dat toen Z. M. zelf een
+teekening ontwierp, waarnaar het kleed in de Amsterdamsche kleuren
+vervaardigd werd en ook Koning Leopold behaagde, toen deze vorst in
+1883 door Z. M. ten paleize alhier ontvangen werd. Het vervaarlijk
+groote ruiterbeeld van Koning Willem II stond toen nog in de groote
+zaal, waarboven de vlag van Chassé hing, die vlag werd door Leopold II
+opzettelijk gegroet. Hij zeide: »Hulde aan den dappere!«
+
+»Vooruit dan,« zou Louis roepen en hij heeft gelijk. Daar staat het
+hofrijtuig en Prinses Juliana rijdt met Freule van der Poll en juffrouw
+Manting uit. Voor het eerst komt de wacht in het geweer voor de Prinses
+alléén! Wacht maar! Nu draait Zij het hoofdje slechts om naar de mannen
+in uniform, over een paar jaar, zal Juliana, net als ons Prinsesje
+Wilhelmientje, de wapens groeten met haar handje. »Ze keek naar ons,
+zag jullie het wel?« zoo vraagt men elkaar. En onwillekeurig komt de
+geschiedenis van den schildwacht bij den tuin van het Noord-Einde op het
+tapijt.
+
+Daar in een eenzaam hoekje op post, ziet hij de verpleegster met
+'t Prinsesje op den arm in den tuin komen; goed soldaat als hij is,
+presenteert hij het geweer. De zuster ziet er niets van, de kleine
+Hoogheid nog minder, doch Prins Hendrik, juist voor een der ramen in
+den achtergevel, merkt het op. De schildwacht wordt afgelost en moet op
+orde van H. M. (aan wie Z. H. het verteld had) in het paleis komen. De
+Prins prijst zijn gevoel van gehoorzaamheid, en uit naam der Koningin
+ter gedachtenis aan het feit dat de Prinses heel alleen een eersten
+militairen groet ontving biedt Z. H. hem de keus aan tusschen een
+juweelen dasspeld en een gouden horloge met toepasselijk inschrift.
+
+Waarheen is de Prinses intusschen getogen? Naar het Vondelpark; heeren
+bestuurders van dit park, door rijke en vermogende Amsterdammers voor
+hun stadgenooten aangelegd en onderhouden, hebben H. M. een afgerasterd
+gedeelte tot kindertuin voor ons Prinsesje aangeboden tijdens Haar
+verblijf in ons midden. Dankbaar aanvaardde H. M. deze vriendelijke
+schikking. Daar kan het lieve Kindje zonder gedrang of gedruisch
+frissche lucht genieten. En waarin rijdt Prinses Juliana rond? In den
+Zeeuwschen wagen. 't Is te hopen dat de Zeeuwen van de Zanghulde dit
+eens gaan zien, ze zullen er in groeien! Wij Amsterdammers althans
+vinden het uitnemend dat de Prinses in onze wieg rustte, al bood Moeders
+eigen kinder-slaapstede Haar voor den nacht een gezelliger hoekje.
+
+Soms tweemaal per dag gaat het lieve Kindje naar haar tuin; op het
+gras dicht bij den vijver wordt Haar wagen gereden en kijkt Zij naar
+de zwanen. Op heen- en terugtocht altijd honderden om ons Prinsesje te
+zien. Eens, daar bemerkt het scherpziend oog eener moeder, dat de kleine
+Prinses op weg naar huis begint te knikkebollen. »Ze is zeker moe, laten
+we niet hoera roepen!« Dit liefdevol besluit vindt dadelijk instemming.
+Zij legt haar vinger op den mond, dit wordt nagevolgd; de wacht wordt
+gewaarschuwd en komt naar buiten, doch de trom zwijgt, en ingesluimerd
+wordt het Liefje naar binnen gedragen. Zoo vindt de wacht het ook goed,
+al kregen ze er al schik in, dat Prinses Juliana soms naar hen omkijkt
+over den schouder der verpleegster heen.
+
+»Gauw, gauw! Jan en Louis,« roept een hunner vrindjes, die juist
+vernomen heeft, hoe ons Prinsesje van morgen niet naar het Vondelpark
+rijdt en op weg is naar Artis. »Gauw, jongens! gauw op de fiets dwars
+door de Jodenbuurt zijn wij er nog eer!« Heelemaal lukte dit niet, maar
+toch zat Haar Hoogheid pas in den witten wagen, toen de knapen hun fiets
+stalden; doch H. M. die Zelve Haar Dochtertje bracht, Die hadden ze niet
+herkend in de eenvoudig gekleede dame, die naast den wagen ging.
+
+»Gaat Prinsesje eerst naar het mooie apenhuis, wat denk je Jan?«
+
+»Neen, Louis, die maken soms zoo'n geschreeuw--en dan kon ze wel eens
+schrikken; Ze zal de eendjes voeren.«
+
+En zoo ging het ook. Bij den vijver gekomen nam uit een mandje
+Prinsesjes handje stukjes brood; doch als alle kleintjes, stak Prinsesje
+eerst wat in het eigen mondje; en bij den zwanenvijver gooide Zij onder
+luide toejuiching het heele mandje al zwaaiende in den vijver. Een
+kiekje werd van H. K. H. genomen op den arm van zuster Manting. Daarna
+met Freule v. d. Poll tusschen de steenen, liggende beelden gezeten,
+werden twee lorretjes met hun standaards bij Prinsesje neergezet. Groote
+oogjes zette 't Prinsesje op, als die kromme snavels in het geweekte
+brood pikten en als ze hun mooie gekuifde koppen weer oplichtten, dan
+strekte de Kleine de handjes uit van pret.
+
+»Kijk Jan! die is ferm hè?«
+
+»Goed zoo, 't komt niet te pas,« zei hij.
+
+Deze tweespraak betrof een juffrouw, die den wagen naderde en van 't
+Prinsesje een handje wilde hebben en voor die vrijpostigheid met de
+parasol van freule v. d. Poll, welke de lakei droeg, een tikje op haar
+vingers kreeg.
+
+De freule schudt weldra de lakentjes en 't dekentje uit, want de kleine
+Hoogheid had wat gekruimeld, dekt alles met een fraai wagenkleedje toe
+en begeeft zich daarna met de kinderjuffrouw, die het Prinsesje op haar
+arm draagt, naar den Aquarium-uitgang, waar het hofrijtuig en een groote
+menigte het Kindje opwachten.
+
+Het publiek, onderwijl veel talrijker geworden, gedroeg zich niet
+altijd zeer bescheiden, holde zelfs over grasperken heen, om dichtbij te
+komen; doch vergeeflijk was het misschien? omdat Ons Prinsesje pas voor
+de eerste maal in Amsterdam en in Artis kwam!
+
+Kom vaak terug, lief Kindje! Bezoek dikwijls onze geheel eenige, en zoo
+rijke diergaarde!
+
+»Daar is oom de burgemeester, en Jets aanstaande schoonpapa! Die gaan
+morgen naar het paleis voor de Cour van gelukwensching,« zoo verklaarde
+Lize bij de aankomst der twee eerste gasten, die van Amsterdams jubelen
+kwamen genieten. Niet alleen bij Dora's ouders, bij tal van andere
+Amsterdammers namen bloedverwanten of vrienden hun intrek, heden voor
+de Zanghulde, en later om den optocht en de illuminatie te zien.
+
+Van het allerschoonste, het geheel eenige, dat de laatste te zien
+zal geven, kunnen we reeds genieten, van onzen Westertoren! Hoe
+onbeschrijflijk lieflijk en teeder schittert die goudglans, en geeft
+van omloop en trans, van kroon en kruis den omtrek nauwkeurig weer!
+De donkere toren is er als achter verdwenen en wordt slechts, als het
+uur slaat en de lichtjes dooven, weder als reusachtige, sombere massa
+zichtbaar! Maar dadelijk daarna gloeien ze weer aan de 5000 lichten, en
+pralen in stillen gloed, sprekende van Amstels blijdschap, nu Prinses
+Juliana voor het eerst binnen de gordel der 3 koninklijke grachten
+sluimert.
+
+Nooit of nimmer heeft de gevel van ons statig paleis op den Dam zulk een
+gejubel van geestdrift gehoord, als toen H. M. met Prinses Juliana op
+den arm het balcon betrad. 't Leek wel of die 6000 dames en heeren uit
+alle oorden des lands met die 4000 kinderen alleen daartoe hier gekomen
+waren om voor Koningin en Prinses te juichen!
+
+Maar 't doel hunner tegenwoordigheid reeds lang te voren vastgesteld
+is een zanghulde! Een Oranje-Nassau-Cantate op muziek van den heer
+M. H. van 't Kruys met woorden van den heer P. Landsman zal worden
+voorgedragen. Eén generale repetitie hield men van morgen achter
+Oranje-Nassau. En thans, Prinses Juliana zichtbaar voor een der ramen,
+H. M. en Z. K. H. gezeten op het balcon, daar klinkt de oproep:
+
+ »Blaast de bazuin, juicht nu vroolijk gij landen,
+ Volk van de zee en gij volk van de stranden,
+ Volken in Oost en in West!«
+
+Zij zullen ze lezen in Oost en West, die schoone Feest-Cantate en
+lezende zullen ze genieten. Maar daar, onder die heerlijke Meizon te
+hooren, hoe de paleisklokken den zang der kinderen daar van uit den
+koepel inluiden, hoe ze mede instemmen die muziekkorpsen, in dien
+feestzang! Dien zang zoo te hooren, uit naam van gansch een volk
+toegezongen aan Neerlands Koningin, toegezongen aan de Koningin, als
+Moeder, toegezongen aan den Prins-Gemaal, als Vader, toegezongen op
+huppelende tonen door de kinderen aan hun Prinsesje Juliana, toegezongen
+aan de (afwezige) geliefde Koningin-Moeder, eenmaal Koningin-Regentes,
+nu Koningin-Grootmoeder, 't is en blijft onbeschrijflijk, hoe die zang
+daar onder den vrijen hemel opklonk; en hoe de zangers bezield door
+Vondel met den Vlissinger in bond, in naam van de geheele natie, het
+hart verheffen in hun zang tot Aller Heeren Heer! om Hem te danken en
+hoe zij verklaren nimmer Zijn liefde en trouw te willen vergeten!
+
+Niet minder geroerd dan 's morgens luistert het Koninklijk Echtpaar toe
+en volgt aandachtig den tekst der Cantate.
+
+'t Is voorbij! De laatste woorden, »Willem van Nassau,« zijn gezongen,
+de laatste tonen smelten weg. De zanghulde is geëindigd!--
+
+Prof. Fabius en de heer Van 't Kruys worden bij H. M. ontboden, de
+dirigent-componist heeft de vriendelijkste gelukwenschen in ontvangst
+te nemen, Prof. Fabius krijgt in opdracht namens H. M. in de warmste
+bewoordingen aan alle deelnemers Hr. Ms. hartelijken dank over te
+brengen voor die uitvoering, voor die uitnemend geslaagde zanghulde,
+en Hr. Ms. blijdschap te betuigen dat er #uit alle deelen des lands#
+deelnemers voor deze zanghulde zijn opgekomen!
+
+Een luide ovatie beantwoordt Hr. Ms. boodschap en allen trekken in rijen
+van 4 al groetende voorbij het balcon, steeds teruggegroet door H. M.,
+Z. K. H. en het snoezige Prinsesje, die nu eens in het rechter, dan weer
+in het linkerhandje met een klein wit zakdoekje wuift; het gansche half
+uur, dat het voorbijtrekken duurt.
+
+Prins Hendrik schijnt schik te hebben in het fanfarencorps »St.
+Caecilia« der Volendammers in hun eigenaardige kleedij gedost met
+de Astrakan mutsen op het hoofd. Kwartier over zessen gaan H. M. en
+Z. K. H. weer naar binnen;--zeker zal die zanghulde nog menigmaal het
+onderwerp van Hun gesprek zijn.
+
+ * * * * *
+
+»De Koningin heeft het geducht druk dezer dagen. Zaterdag, evenals
+Vrijdagmorgen, de Cour van gelukwensching ten hove; en 's namiddags
+de rijtoeren, maar niet tot verfrissching of om uit te rusten,
+Zaterdagavond de raout; 70 dames werden in de troonzaal aan H. M.
+voorgesteld en toen zaten of stonden de Koningin en de Prins in de
+Burgerzaal tot half twaalf; en met tal van personen onderhield zich
+H. M., die met de sieraden van het Nationale huldeblijk van '98 getooid
+was.«
+
+»Papa, waarover sprak de Koningin wel met die heeren?« vroeg Jet.
+
+»Daar er geen audiëntie plaats had, kon H. M. dezen en genen niet
+bedanken voor al de feestelijkheden hier ter stede ter eere van H. M.
+en Prinses Juliana; zoo o. a. ontving de heer C. W. R. Scholten als
+voorzitter der Vondelparkcommissie Hr. Ms. bijzonderen dank voor den
+vriendelijken afstand van een deel van dat park als Prinsesjes tuin; zoo
+onderhield de Prins zich ook met de heeren der feestcommissie en roemde
+hoogelijk deze heerlijke week.«
+
+»Toen de Koningin en de Prins de Burgerzaal verlieten wendde H. M. zich
+nogmaals tot Hare gasten en groette allen met een diepe buiging.«
+
+»H. M. buigt zeer bevallig niet waar, Mama?«
+
+»Zoo is het, Ida. Heb je gisteren in Artis het Koninklijk Echtpaar ook
+nog gezien?«
+
+»Ja, Mama; en de jongens ook in de Kerk; Louis wou, dat de Koningin
+elken Zondagmorgen hier kerkte.«
+
+»Waarom, jongste zoon?«
+
+»Omdat de dominee zoo kort preekte, Mama.«
+
+»Foei! Louis, vindt jij het niet heerlijk om naar de kerk te gaan,«
+vroeg zijn jongste zus.
+
+»Neen, niet als ik er niets van begrijp, wel als de dominé uit den
+Bijbel preekt, dan is 't mooi.«
+
+»Ze preken altijd uit den Bijbel, jongen, maar je bedoelt zeker over een
+geschiedenis;« zeide zijn Grootmama.
+
+»Was het prachtig op de raout, Amélie?« vervolgde de oude dame.
+
+»Ja, Mama. Fijne toiletten, niet te veel geschitter van paarlen en
+juweelen; vele heeren in rokken, vele ook in hofcostuum en dan de
+hoofdofficieren in groot tenue, en Roomsche geestelijken in purperen
+kleedij maakten het schouwspel zeer belangwekkend.«
+
+Deze en dergelijke gesprekken kortten den tijd, waarin men op den
+historisch-allegorischen optocht wachtte bij Dora's ouders, waar hij al
+vroeg voorbijtrok; oom de burgemeester en de Friesche baron namen de
+meisjes mede om nog eens en nog eens op straat den stoet te zien voorbij
+trekken. Het ambtsgewaad van eerstgenoemde, dat hij om de nichtjes te
+plezieren had aangetrokken, deed menigeen voor het zestal ruimte maken,
+temeer daar Jetje's aanstaande schoonvader zijn kolonelsuniform van
+vroeger had aangedaan.
+
+Bij de Gladschaafs was men ook al vroeg bijeen om van het kleurenrijk
+voorbijtrekken toch ten volle te genieten.
+
+»Nog nooit leenden zich _in Amsterdam_ echte, jonge dames tot
+opluistering van een stoet. Heeren, zelfs van onze patriciërs, vormden
+vaak een eerewacht; maar zooals heden, de optocht ter eere van Prinses
+Juliana's komst in ons midden, neen! zoo is 't bij menschenheugenis hier
+nooit gebeurd,« zei de vader.
+
+Ziet ze daar voorbijtrekken, deftig opgezeten, terwijl ze of vriendelijk
+buigen voor het gejuich, of bekenden groeten met gebaar of blik; in
+die rijke dracht der XVI en XVII eeuw, vormen ze een levend stuk
+geschiedenis. Zoo oordeelen allen, die zich de moeite getroost hebben,
+het programma der opstelling vooraf goed over te lezen. En ze leven als
+voor ons oog op, die droeve èn die glorierijke dagen!
+
+Een Egmond en Hoorne onthoofd, een Willem van Oranje vermoord, zoowel
+als zijn vertegenwoordigers, een Ripperda, een Ruichaver, een Cabeliau,
+een Van der Does, en een Van der Werff, burgemeesters en bevelhebbers
+van belegerde vesten.
+
+Een Amsterdammer als De Rijck met een Treslong en Boisot, vergezeld van
+hun Watergeuzen, ze roepen Gods beproevende en reddende hand voor onze
+aandacht.
+
+Daar is het tweetal, die Willems werk voortzetten; Maurits en Willem
+Lodewijk, door tal van door hen gevormde krijgslieden omgeven. En de
+heer Van Dieden draagt de banier niet minder fier, dan toen hij Wezel
+verraste en zoo den Stedendwinger in staat stelde te kunnen uitroepen:
+»Dit Bosch is mijn!« En wat al vreemdelingen en groote heeren verdringen
+zich om hem, die wel den Vrede van Munster niet meer beleefde, maar
+wist, dat die niet verre meer was.
+
+Hoe aardig stellen die in het witgehulde jonge dames dien vrede voor.
+Jammer dat de wagen en zijn hoog toestel niet bestand is tegen het
+schokken op de keien, en het op en afgaan der hooge bruggen. Ach, de
+Vrede van Munster bracht geen voortdurende rust, en dit zijn zinnebeeld,
+werd zelfs door pieken gestut! en moest een poos uit den stoet
+verwijderd worden!
+
+Hoe jammer, dat Willem Frederik en Albertina Agnes ontbreken, wier
+huwelijk de verbindende schakel vormt tusschen 't geslacht van Prins
+Willem en van Jan den Ouden; door hen toch stamt onze Koningin ook in
+rechte lijn van den Vader des Vaderlands af.
+
+Kon de praalwagen, die het Muiderslot voorstelt, alle dichters en
+kunstenaars niet herbergen; al evenmin kon de oorlogsbodem allen
+zeehelden, plaats verleenen, die Neêrlands waterleeuw op zeeën en
+stroomen deden eerbiedigen.
+
+Staatslieden en Amsterdamsche burgers, volgen den wagen, die
+
+ Aan d' Amstel en aan 't IJ,
+ Daar doet zich heerlijk ope
+ De Koningin der aard,
+ Het sieraad van Europe
+
+zinnebeeldig vertoont, de Friesche stadhouder met zijn Maykemoe, toen
+even bemind als Us-Heit weleer, voorafgegaan door den Koning-Stadhouder
+met zijn vrome gemalin, Maria II Stuart, hij die Europa's evenwicht
+handhaafde tegen de staatkundige en godsdienstige dwinglandij van een
+Lodewijk XIV; zij allen roepen ons het grootsch verleden van ons land
+voor den geest.
+
+Hoe jammer, dat de Scheveningsche bom, zoo eigenaardig van pas hier,
+moest achterblijven; en Koning Willem I en de dappere Prins van Oranje,
+de held van Quatre-Bras en Waterloo, niet tot hun recht komen, zoo
+zelfs dat aan het einde van den stoet een gevoel van teleurstelling zich
+van velen meester maakt.
+
+ * * * * *
+
+Precies half twee komt de stoet op den Dam. Prins Hendrik aan de
+achterzijde van het paleis bespiedt vooraf den rijken aanblik; en komt
+nu met 't Prinsesje op den arm van freule V. d. Poll en H. H. M. M. op
+'t balcon, want heden morgen, na 't bezoek aan de collectie Drucker,
+hebben onder een toeloop van duizenden en nogmaals duizenden de Koningin
+en de Prins aan het Centraal-Station Koningin Emma afgehaald.
+
+Toen was er weer gejuicht en gejubeld voor het paleis, Koningin Emma met
+Haar Kleinkind op Haar arm kwam met het Koninklijk Echtpaar op het
+balcon. Het gansche Koninklijk Huis bijeen! Moge God nog vele takken aan
+den dierbaren, alouden Oranjestam doen uitspruiten!
+
+Een der vendels van den optocht heft plechtig het Wilhelmus aan en de
+pages der Oranjevorsten en -vorstinnen leggen groote bloemkransen als
+hulde neer, terwijl de voorstellers van Hr. Ms. voorgeslacht een rij
+vormen en zoo dicht mogelijk naderen om hun eerbiedigen groet te
+brengen.
+
+Rondom het gedenkteeken van Neêrlands volksgeest in 1831 zijn de
+muziekcorpsen en vendels geschaard en daar omheen, in groote haag van de
+Nieuwe kerk tot de Groote club, de geheele stoet met de praalwagens en
+hun begeleiders.
+
+De stoet vormt zich opnieuw en trekt onder het spelen van vroolijke
+marschen of het zingen van Geuzenliederen verder. Die geuzenliedekens
+hebben in gansch andere tijden weerklonken, toen de maker, drukker,
+verkooper, of zanger vaak zijn vermetelheid met zijn leven boette.
+
+Prins Hendrik vindt het geheel zoo mooi, dat Z. K. H. den optocht nog
+eens wil zien, daartoe spoedt de Prins-Gemaal zich naar den heer Van
+Loon-Egidius, uit wiens rijk versierd huis het prachtige schouwspel op
+nieuw door den Prins bewonderd wordt.
+
+»Waar zullen we van avond heengaan voor de illuminatie Ferdinand,« zoo
+vraagt zijn vrouw voor zich en de zusters, toen men een beetje
+uitgepraat raakte over den optocht.
+
+»We gaan de Nederlandsche Bank zien, de Gekroonde Valk, de Heemskerck,
+de Hooge Sluis, het Museum-Kwartier en al het voornaamste daar tusschen
+gelegen. De trams rijden, dus we zullen in een uur of drie misschien
+vier dien tocht wel zonder al te groote vermoeienis volbrengen. Vader is
+kras genoeg om mee te gaan, maar die houdt Moeder gezelschap, die hier
+van avond op Mientje komt passen; zóó heeft Vader het met mij
+afgesproken, wat dunkt jullie daarvan?«
+
+»Het is opperbest, mooi geschikt en Vader en Moeder denken, als altijd,
+eerst aan de kinderen!«
+
+»Net zoo Margreet,« vulde Marie aan.
+
+Een jaarlijksch koninklijk bezoek duurt gewoonlijk slechts 5 dagen,
+ditmaal blijven de hooge gasten langer; en, nadat H. H. M. M. en
+Z. K. H. van de illuminatie hadden genoten, waarbij ook die binnenshuis
+niet onopgemerkt bleven, de Westertoren doofde bij derzelver komst, maar
+door het zoeklicht van de Heemskerck opgespoord, spreidde hij weldra
+weder zijn stillen luister ten toon, kreeg Arti Dinsdag een bezoek.
+Het bestuur van dit genootschap had uitvoering gegeven aan het lieve
+denkbeeld om een tentoonstelling van kinderportretten te openen.
+
+Tweemaal zou de schoone Amstel op dienzelfden dag de doorluchtige
+bezoekers aan zijn oevers zien neergezeten en zelfs op zijn golfjes
+medevoeren.
+
+»Anton, jij hebt van middag maar heel mooi alles kunnen zien en wij
+zagen niets!« zoo verklaarde de keukenmaagd des avonds laat, onder een
+kopje koffie.
+
+»Ja, alles heb 'k gezien en heel mooi ook; maar ik had het toch druk
+met het bedienen van alle genoodigden op mijnheers plezierboot. De
+veranda van »De Hoop« leek een echte serre, met 3 vergulde stoelen,
+dus enkel voor de Koninginnen en den Prins, begrijp jullie? Dan hoorde
+ik vertellen dat de zaal veranderd, of ze zeggen dan omgetooverd was,
+in een Oud-Hollandsch woonvertrek, dan kon H. M. daar even uitrusten,
+want de Koningin had de sport op 't IJsclub-terrein ook al bijgewoond.
+Van het terras, daar je zoo'n mooi gezicht op den Amstel hebt, hadden
+ze het dek van een mailboot gemaakt, en daar zag je de trap naar den
+aanlegsteiger. Een havenbootje lag gemeerd en leek op 'n plezierjacht,
+het wachtte alleen op de deftige bezoekers.
+
+Het woei aardig, maar de Koningin schijnt overal tegen te kunnen,
+trouwens je moet zeggen, wel een beetje moe, maar uitstekend ziet de
+Koningin er uit; en zoo echt gelukkig als men Haar met Haar Kindje
+ziet, dat vertelden ze allemaal aan elkaar. 'k Hoorde van dames die
+Zondagmorgen door het Vondelpark naar de kerk gingen, en het juist
+troffen, toen de Koningin zelve, vóór Zij naar de Nieuwe Kerk moest,
+even het Prinsesje naar dat stukje park voor het Kleintje bestemd,
+wegbracht.
+
+Vandaag voeren Ze tot vlak bij het Kalfje, een paar mooie bochten langs,
+hè? Allebei de kanten stonden stikvol menschen, en voor alle ramen en op
+de daken stonden of zaten ze.«
+
+»Op een dak zie je toch niks,« meende Greta.
+
+»Net mis, je ziet de gezichten van de lui niet, maar de booten en de
+versieringen zie je opperbest en zoo ver weg kan je kijken. De Amstel,
+niet de Hoop, heeft de Julianabeker gewonnen, ze moesten bijna 5000 M.
+roeien. Zulk roeien! Zoo gelijk gaan die riemen op en neer, 't lijkt of
+'t er maar één is; en toen de Koningin terugkwam, gingen de versierde
+schuitjes, een 60, voorbij; met 2 dames en 2 heeren er in, die groetten
+ook allemaal.«
+
+»Hoe doen ze dat Anton, wuiven de dames?«
+
+»Wel neen! Net als de matrozen in de sloepen, trekken ze de riemen in en
+die houden ze in eens steil rechtop in de hoogte. Als je het nooit zag,
+kijk je er eerst beduusd van.«
+
+»Van avond woei het veel te hard voor de illuminatie en het vuurwerk;
+maar ze kunnen de dingen niet uitstellen of afzeggen, dat begrijpen
+jullie ook wel. 't Was echt jammer van het geld voor het vuurwerk. Van
+het groote, het mooie stuk was bijna niets te zien door de rook die
+niet optrok; en van de versierde en geïllumineerde bootjes en schuitjes
+woeien de lichtjes uit; aan »De Hoop« konden zelfs de vetpotjes niet
+branden.
+
+Maar dat schip veroveren, dat was toch zóó mooi, dat ging zoo goed; 't
+verbeeldde een echt gevecht uit den Spaanschen tijd.«
+
+»Wie gaven dat, Anton?«
+
+»De vereeniging Volksweerbaarheid; gisteren vroeg ik den
+jongejuffrouwtjes er naar en die vertelden mij, hoe dat al in 1573
+gebeurd was, verbeeldt je. Maar we moeten naar bed.«
+
+»Kom, vertel het nog effentjes, morgen is er weer wat anders, 't is nu
+toch laat.«
+
+De knecht liet zich niet lang bidden en ging voort. »Juffrouw Ida zei:
+Alva had Haarlem ingenomen en schandelijk was daar gemoord en geplunderd
+en ze hadden vast en zeker beloofd, dat ze den menschen niets zouden
+doen. Toen hebben ze Alkmaar willen nemen, maar dat lukte niet zoo gauw,
+als ze gedacht hadden; en ik weet niet krek meer hoe, maar ze hoorden
+dat Oranje ze allemaal zou laten verdrinken en toen zijn ze aan den loop
+gegaan, 't was in October.
+
+Onder de hand had Alva een vloot in de Zuiderzee laten komen, groote,
+flinke schepen met soldaten en kanonnen er op bij de vleet; de
+Hollanders hadden maar kleine scheepjes, maar die durfden toch maar van
+alles in dien tijd.
+
+De admiraal van die vloot van den Spanjool was een Hollandsche graaf,
+wat 'n schande hè? en zijn schip heette de Inquisitie, dat was de naam
+van de rechtbank, die in dien tijd de menschen, die niet Roomsch wilden
+blijven of weer wilden worden, liet gevangen nemen en dooden. Nu 't
+leek wel, zei Ida, of Alva voor temptatie dien naam aan dat schip
+gegeven had. Toen die vloot uit Amsterdam, (daar hielpen ze toen die
+Spanjaarden) zeilde en op de Zuiderzee kwam, probeerden 3 scheepjes om
+die Inquisitie te nemen en vechten, dat ze er op deden, dat was dan
+maar raak. Maar die graaf van Bossu (ja, zoo heette hij) wou zich niet
+overgeven. Toen dreven ze, aldoor maar aan 't vechten, rond, tot dicht
+bij Hoorn en daarvandaan kwamen toen vletten en schuitjes met nieuwe
+geweren en kogels en mannen, die nog niets moe waren en toen moest hij
+zich laten gevangen nemen, bijna al zijn soldaten waren gewond of dood,
+en toen hebben ze dien graaf in het weeshuis in Hoorn gevangen gezet;
+maar later heeft hij zich gebeterd en Oranje trouw geholpen. Maar nu zou
+ik haast vergeten, dat hij eigenlijk al lang zich had moeten overgeven;
+want een man, Jan Haring heet die, was tusschen die Spanjaards
+doorgeslopen, en rukte de vlag van den grooten mast; dit beteekent dat
+je overwonnen bent, begrijp je? Die arme kerel viel met de vlag in zijn
+hand dood op het dek, ze schoten zoo op hem.
+
+»Nu van avond hebben ze ook zoo gedaan bij de Hooge Sluis; het leek
+zoo precies op echt schieten en alles werd zoo mooi verlicht door de
+Heemskercks zoeklichten; toen die man (die Jan Haring verbeelden moest)
+de vlag er afrukte, hadt je dat Hoera! eens moeten hooren.«
+
+»Ze schoten hem toch niet dood, Anton!«
+
+»Wel, neen, Anna! 't Verbeeldde immers maar wat die Watergeuzen vroeger
+deden. En ze heschen er meteen een vlag op Oranje, wit en blauw, dat was
+de vlag van Prins Willem I, toen werd er nog veel harder hoera! geroepen
+en meteen zongen ze Wilhelmus naar den kant van »De Hoop« en aan den wal
+deden ze hard mee. Jongens, jongens! dit was niet nog mooier, maar toch
+begrijpelijker dan die prachtige optocht; daar moest je zooveel voor
+weten, zeiden de juffertjes. Ik heb dit mooi gevonden en heel mooi
+ook, omdat ik het zoo goed begreep. Maar meisjes, naar bed hoor! en
+stilletjes ook, kijk me die klok eens!«
+
+ * * * * *
+
+Met het water heeft H. M. nog niet afgedaan, het grootste schip ooit in
+Nederland gebouwd zou 1 Juni van stapel loopen; daar zullen de Koningin
+met den Prins bij tegenwoordig wezen en zoo doende rijdt H. M. met
+Z. K. H. 's Woensdags om even één uur uit naar de Conradstraat.
+
+Op het J. D. Meyerplein wacht H. M. een verrassing. Voor de Ned. Isr.
+hoofdsynagoge bevinden zich 300 kinderen en 100 zangers. De deuren staan
+wijd open, alle lichten branden, de rabijnen staan op den drempel;
+zoodra het koninklijke rijtuig stilstaat heffen de kristalheldere
+kinderstemmen met de zware mannenstemmen te zamen een Hebreeuwsche
+aubade aan. Het fraaie gedicht, vervaardigd door den heer Woudhuyzen
+en op muziek gebracht door den heer Schlesinger klinkt indrukwekkend
+plechtig.
+
+Voor het heil van H. M. zoowel als voor dat der teere telg van
+Oranje-Nassau klimt de bede ten hemel, in de taal van den Koning-Dichter
+van Israël.
+
+H. M. en Z. K. H. ontvingen de aubade in het Hebreeuwsch en Nederlandsch
+fraai gecalligrafeerd, en ook onzen E.A. heer burgemeester en den
+hoofd-commissaris van politie werden afschriften aangeboden.
+
+Beiden heeren werd door H. M. in vleiende bewoordingen dank gezegd voor
+die lieflijke hulde; terwijl twee peuzels H. M. een bouquet mochten
+overhandigen, waarbij de eene haar witte rozen »voor Ons Prinsesje«
+bestemde.
+
+»Hoe heerlijk vol is het hier! Wat mooie bloemen en planten in het
+kantoor! Wat hooge tribune! Moet de Koningin die oploopen?«
+
+Zulke en dergelijke uitroepen hoort men niet alleen van onze Dora maar
+van menig ander kind en als H. M. en de Prins naar de aanspraak van
+Jhr. Op ten Noort luisteren, is er ademlooze stilte om toch, als H. M.
+antwoorden gaat, geen woord te missen. De heer Op ten Noort »dankt voor
+de eer die H. M. de Stoomvaartmaatschappij Nederland en de Nederlandsche
+Scheepsbouwmaatschappij bewijst en dankt Z. K. H. voor de zijden vlag,
+(die op hetzelfde oogenblik geheschen wordt,) welke voor de Maatschappij
+een blijvend aandenken aan deze plechtige gebeurtenis zal zijn; hierbij
+voegt Z. H. W. G. den wensch dat het S.S. »Prinses Juliana« op alle
+zeeën, welke het zal bevaren, den naam van Hare Koninklijke naamgeefster
+eere zal aandoen en een sieraad zal zijn der Nederlandsche
+koopvaardijvloot.«
+
+De heer Goedkoop, directeur der Ned. Scheepsbouwmaatschappij noodigt
+H. M. uit het schip te willen doopen en te water laten.
+
+Hierop antwoordt H. M.:
+
+»Het was mij zeer aangenaam gevolg te kunnen geven aan de uitnoodiging
+van de besturen der »Stoomvaartmaatschappij Nederland,« en der »Ned.
+Scheepsbouwmaatschappij« om het schroefstoomschip »Prinses Juliana« te
+water te laten, en gaarne geef ik u de verzekering dat ik hoogelijk
+waardeer de gevoelens, die u geleid hebben tot het kiezen van dezen naam
+voor het grootste schip tot heden in ons vaderland gebouwd.
+
+Moge het S.S. »Prinses Juliana« tot eer strekken van de Nederlandsche
+industrie en er toe bijdragen dat de Stoomvaartmaatschappij »Nederland«
+haar roeping ten allen tijde hoog houde.«
+
+Met verheffing van Haar klankrijke stem:
+
+»Stoomschip »Prinses Juliana« moge God u met uwe opvarenden steeds
+veilig geleiden over den oceaan!«
+
+Niet alleen blanke, ook bruine onderdanen begroeten H. M. hier; een
+aantal Javanen in dienst op de booten der Mij. Nederland maken hun
+»sembah« (Javaansche groet) voor hun blanke Vorstin.
+
+Zondag in Artis bevonden zich in den Hollandschen tuin aldaar ook een
+12-tal Javanen en Maleiers, naar Europa ontboden om werkzaamheden der
+Indische nijverheid op de tentoonstelling te Brussel te verrichten. Zij
+en hun hoofd waren slechts voor deze reis te vinden geweest, als men
+beloofde de Radjah Blanda hun te laten zien, de groote gebiedster van
+hun land. Op het gras neergehurkt maakten zij driemaal hun sembah en
+daarna oogden zij schuchter die vorstelijke gestalte na, die zoo
+vriendelijk voor hen neeg.
+
+Doch H. M. drukt op een electrischen knop, de klinken worden
+weggeslagen, de flesch champagne door de Koninklijke hand tegen de
+stalen huid verbrijzeld spat schuimend op en.... het trotsche zeekasteel
+zet zich in beweging, glijdt in steeds sneller vaart de helling af,
+terwijl de Koningin op het uiteinde der tribune gaat staan om
+onbelemmerd het schouwspel gade te slaan.
+
+Onder luide toejuichingen keerde het Koninklijke Echtpaar naar den Dam
+terug om.... voor de eerste maal mèt Prinses Juliana een rijtoer te
+maken.
+
+Langs den heelen, langen weg ziet men honderden en nogmaals honderden:
+vrouwen, moeders, jongens en meisjes! Al wie maar even kan, wacht op het
+Koninklijke gezin in de roode gala-koets. De kleuters worden opgetild,
+de grooteren klimmen op stoepen en karren, in lantaarnpalen, in boomen
+om toch maar goed dat lieve Kindje in haar witte jurkje en hoedje te
+zien. Ons dierbaar Prinsesje! De gansche stad jubelde nogmaals. Geen
+zanghulde, maar een onafgebroken gejuich van heel een bevolking klonk
+den gelukkigen Ouders tegen.
+
+Weesjes in de Tesselschadestraat, vereenzaamde kinderen uit de toevlucht
+van den heer Jonker, allen verheugen zich, als het kleine handje alleen,
+of met een zakdoekje wuift; doch liefst, dat merkt men wel, kijkt ze
+naar Haar Koninklijke Moeder, of ze beproeft zich op te heffen om naar
+de gouden epauletten van Haar Prinselijken Vader te grijpen!
+
+En Prins Hendrik hield zijn belofte, aan de bemanning van de Heemskerck
+op zee gedaan; n.l. dat Z. K. H. hen in staat zou stellen de jonge
+Prinses te huldigen. En daar stonden ze nu, onze Janmaats, van Hr. Ms.
+oorlogsbodem 350 koppen vóór het paleis geschaard bij de thuiskomst
+van dezen rijtoer, uiterst langzaam reed de koets hen voorbij, een
+uitnemende gelegenheid werd hun zóó geboden om het Koninklijke Kind te
+zien.
+
+Ging vroeger de Koninklijke Familie altijd Zaterdags naar den
+Stads-Schouwburg, dit jaar woonde H.H. M.M. en Z. K. H. de
+gala-voorstelling van »De Stedendwinger« door J. Huf van Buren, op den
+laatsten avond van het verblijf (1 Juni) bij. Op den heen- en terugweg
+weer hartelijk door de menigte begroet.
+
+Talloos velen begaven zich naar den Dam en het Damrak om bij het vertrek
+den geliefden, hoogen bezoekers een laatsten groet te brengen en een
+laatsten blik op Prinses Juliana te vestigen! Tusschen dichte drommen
+reed het Koninklijk gezin naar het Centraal-Station. Ons lief Prinsesje,
+weder op den schoot Harer beminde Moeder gezeten, wuifde gedurig met
+Haar handje en zag zich even hartelijk uitgeleiden als binnenhalen.
+
+In het Koninklijk paviljoen verzoekt H. M. den burgemeester, Haar dank
+aan de burgerij wel te willen overbrengen, daar Zij zeer getroffen
+was door de hartelijke ontvangst Haar en Prinses Juliana in 's Rijks
+hoofdstad bereid en gaf in de meest vriendschappelijke bewoordingen
+uiting aan Haar gevoelens.
+
+En Donderdag 2 Juni 10 uur behoorde het onvergetelijk eerste bezoek van
+Prinses Juliana tot het verleden!
+
+De woorden van afscheid door H. M. gesproken, vormen een naklank van
+die, geuit bij Hr. Ms. heildronk op Amsterdam aan den disch ten paleize
+op 31 Mei; aan het gastmaal door H. M. den gemeenteraad en den leden van
+het bureau der feest-commissie aangeboden:
+
+ Mijnheer de Burgemeester,
+
+»Ik gevoel mij gedrongen bij gelegenheid van ons eerste bezoek met ons
+innig geliefd Kind aan de hoofdstad des Rijks aan dezen feestdisch een
+enkel woord te spreken ook voor den Prins, ofschoon ik mij wel bewust
+ben, dat het moeilijk is weer te geven, wat op dit oogenblik in ons
+omgaat. Wij zijn diep bewogen, zoowel door de indrukwekkende uiting van
+blijdschap, welke aan de schoone en welgeslaagde feesten ten grondslag
+ligt, als door de geestdrift, die er de bezieling aan gaf, bovenal stemt
+het ons ouderhart tot groote dankbaarheid getuige te hebben mogen zijn
+van de liefde, waarmede Zij, die wij zoo gaarne ons »_zonneschijntje_«
+noemen, allerwege is ontvangen en begroet.
+
+Er is in deze korte spanne tijds meer dan één band voor geheel het leven
+gevlochten.
+
+Wij stellen ons voor, Haar later dikwijls van haar eerste verblijf
+alhier te vertellen en wij koesteren de hoop, dat Zij, ouder geworden
+zijnde, zal toonen te beseffen, welk een groote plicht der dankbaarheid
+op Haar rust. God geve Haar daartoe overvloedige gelegenheid!
+
+Als wij nu weldra Amsterdam gaan verlaten, dan zal het zijn met een
+gevoel van bijzondere erkentelijkheid voor de dagen, welke de bevolking
+zoo gelukkig en onvergetelijk voor ons heeft gemaakt en dan zal mijn
+afscheidsgroet een innig gevoelde wensch zijn voor den toenemenden bloei
+en voorspoed van de hoofdstad, wier belangen Mij zoo na ter harte gaan
+en waaraan wij door vele historische en enge persoonlijke banden
+gehecht zijn.
+
+Mede namens Mijne Moeder en Mijn Gemaal stel ik dezen heildronk in op
+het geluk en het welzijn van Amsterdam!«
+
+De burgemeester, Jhr. Mr. Dr. A. Roëll, antwoordde het volgende:
+
+ Mevrouw! Koninklijke Hoogheid!
+
+»Wilt mij veroorloven U. M. eerbiedig dank te zeggen voor den heildronk,
+mede namens H. M. de Koningin-Moeder en Z. K. H. den Prins der
+Nederlanden uitgebracht op het welzijn van Amsterdam, maar bovenal
+voor de treffende woorden, die H. M. aan dien dronk heeft willen doen
+voorafgaan. Woorden, die voorzeker zullen gegrift blijven in het gemoed
+van allen, die ze hoorden, en die voor stad en ingezetenen juist daarom
+van zooveel beteekenis zijn, omdat zij worden uitgesproken aan den
+disch, die U. M. heeft bereid aan de vertegenwoordigers van de burgerij.
+
+Dat U. M. en Z. K. H. de Prins der Nederlanden tot dezen disch
+ook--andermaal--de leden van het dagelijksch bestuur der gemeente en
+een deputatie uit de feestcommissie noodden, is voor hen een reden van
+groote erkentelijkheid, die het mij vergund zij tevens te vertolken.
+
+U. M. heeft in bewoordingen, die door ons allen niet genoegzaam
+kunnen worden gewaardeerd, uitdrukking gegeven aan de gevoelens, die
+de geestdrift dezer dagen in Uwe harten, Koninklijke Ouders van de
+aanvallige Prinses heeft opgewekt. Laat mij wederkeerig aan U. M. de
+eerbiedige verzekering mogen geven, dat die geestdrift slechts de
+onbedwingbare uiting was van de aloude, maar toch altijd jeugdige en
+frissche verknochtheid aan U. M. en Haar Huis en dat die geestdrift wel
+haar toppunt moest bereiken, nu die nieuwe loot aan den Oranjestam »Het
+Zonneschijntje« is het zonnetje in het Koninklijk Gezin, maar waarvan de
+stralen in deze dagen zoo talloos velen hebben verwarmd en gekoesterd.
+
+Het koninklijk bezoek aan de hoofdstad staat dit jaar in het teeken van
+het kind en het zal aan U. M. niet zijn ontgaan, hoe ditmaal, vooral
+aan de Kinderen, aan de kleine en misdeelden niet het minst, bij de
+feestviering eene plaats is ingeruimd. Als U. M. dan later aan de
+Prinses zal verhalen van Haar eerste verblijf te Amsterdam en van het
+gejubel, dat Hare komst daar te weeg bracht, moge het dan vooral ook
+zijn van de liefde en van de bewondering, die het Koningskind in de
+harten der kinderen heeft doen ontbranden. Zij toch zijn de mannen
+en vrouwen van straks, de toekomst der natie, op wier hou en trou de
+Prinses, als zij ouder zal zijn geworden, onder alle omstandigheden zal
+moeten bouwen.
+
+En wij ouderen, kunnen slechts de vurigste wenschen stamelen voor het
+voorspoedig opgroeien van Uw Kind, dat, 't zij met allen eerbied gezegd,
+door het vertrouwen, waarmede U. M. het onder de burgerij heeft laten
+verkeeren, ook eenigermate _ons_ kind geworden is, en de bede opzenden,
+dat God aan de Prinses het leven en de gezondheid spare, Haar alles
+schenke wat Uw ouderhart slechts verlangen kan, Haar in één woord in
+lengte van jaren krone met de keur Zijner zegeningen.
+
+Amsterdam is U. M. en den Prins der Nederlanden innig dankbaar voor dit
+eerste bezoek met de Prinses; het zal met gulden letteren geboekstaafd
+blijven in de stadshistoriebladen.
+
+Vergunne mij dan U. M. deze dankbaarheid te bezegelen met den heildronk
+van de Amsterdamsche burgerij op het gansche Koninklijke Huis.
+
+Lang leve onze geliefde Koningin met onzen hoog vereerden Prins der
+Nederlanden! Leve H. M. de Koningin-Moeder! Leve, groeie en gedije
+Prinses Juliana!«
+
+Heel Amsterdam gaf in die woorden van zijn burgervader uiting aan wat in
+ieders gemoed leeft.
+
+ * * * * *
+
+»De stad begint er weer gewoon uit te zien na die drukke dagen; hoe
+aangenaam ook, het gewone werken is toch beter vol te houden dan
+feestvieren, vindt u dat ook niet, Vader?« vroeg Ferdinand Gladschaaf.
+
+»Ja, jongen! de arbeid is een zegen Gods, Wee! die niet werken _wil_,
+als hij _kan_. Allen zijn diep te beklagen, die om werk vragen en het
+niet kunnen krijgen; maar Ferdinand, zulke dagen van algemeene vreugde
+door het verblijf der Koningin en dan nu zoo geheel anders nog door de
+komst van ons Prinsesje, o, zulke dagen doen mijn hart zoo recht goed.«
+
+»Hoe bedoel je dat, Man?«
+
+»Wel, de vreugde over het aanschouwen van onze Vorstin, de blijde
+juichkreten als Zij in ons midden is, de blijdschap van jullie jongeren
+vooral, dat je zóó en zóó dikwijls de Koningin, den Prins en Prinses
+Juliana gezien hebt, dat doet me telkens denken aan wat mijn vader me
+vertelde. Hij ging juist eens den Dam over, toen Koning Willem II op het
+balcon kwam. De held van Waterloo en van den Tiendaagschen Veldtocht
+werd zeer bemind en gevierd. Vader staat stil en juicht hartelijk mede
+en wil daarna (hij was op weg naar een klant,) verder gaan, toen een
+buitenman tot hem zegt: »Wat een gejuich.« »Ja,« zegt mijn vader, »als
+de koning zich vertoont, is het volk verheugd!« En de buitenman zegt:
+»Wat zal het zijn als de hoogste Koning komt!«
+
+»Dan is er eeuwige vreugde en blijdschap op hunne hoofden,« luidt vaders
+antwoord.
+
+Die twee onbekenden zien elkaar blijde aan en drukken elkander de hand;
+wel bewust dat zij eenmaal dien Koning in Zijne schoonheid zien zullen.«
+
+ * * * * *
+
+Het gesprek aan de koffietafel bij de Gladschaafs liep nu van zelf over
+allerlei bijzonderheden, in hun familie vroeger voorgevallen en terwijl
+zij daarover kouten, luisteren wij nog even aan de keukendeur der zoo
+gezellig saam levende dienstboden in Dora's thuis.
+
+»Weet je al Greta, dat de Koningin, 'k denk puur om jou te plezieren, de
+armen zoo goed bedacht heeft?«
+
+»Och, kom Anton, plaag me niet.«
+
+»'t Is de zuivere waarheid, maar de Koningin doet het altijd bij Haar
+vertrek, weet je.«
+
+Allen hadden schik, dat Anton Greta in het zonnetje zette; maar in de
+eetkamer zat de kleine meid, anders de vroolijkheid in eigen persoon,
+bedrukt te kijken.
+
+»Dora, kindje, wat scheelt er aan?« vroeg haar Papa; »je eet niet en je
+kijkt telkens naar de ramen, waar denk je zoo bedrukt over, kleintje?«
+
+»Neen Papa, mij scheelt niets, maar.... maar.... De Koningin is weg, de
+Prins is weg, Koningin Emma ging van daag weg en het duurt een heel,
+heel jaar voor ik ons lief Prinsesje, de snoeperige Juliaantje weer zien
+kan.«
+
+De waterlanders stonden op het punt van te komen, en Mijnheer keek
+Mevrouw vragend aan.
+
+»Ze is zeker wat moe van al het genieten, niet waar, Mademoiselle?«
+
+»Ja, Mevrouw, ze zal enkele avonden vroeger naar bed moeten gaan, dat
+helpt het beste.«
+
+»Ik wil wel om 6 uur naar bed, als alles maar wat langer duurde. Kijk
+daar breken ze aan den overkant de versieringen al weg; en morgen kan
+niemand meer iets zien van al het moois, dat hier in Amsterdam was voor
+ons lief Prinsesje.«
+
+»Nu,« zei Jet, »vertel jij dan aan je poppekinderen, dat Papa en Mama,
+evenals meer dames en heeren besloten hebben, die bloembakken voor de
+ramen te laten blijven en ze telkens weer te laten vullen, dan zal het
+je zeker helpen om zonder tranen nog dikwijls aan het versierde en
+jubelende Amsterdam te denken en als Prinses Juliana het volgende jaar
+weer hier komt, wie weet hoe dikwijls jij Haar dan zien zult!«
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+[Illustratie: Langs Rechte Vaart]
+
+[Illustratie: 30 APRIL 1909]
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: Jan en Louis zulke kleintjes, |
+ | C: Jan en Louis, zulke kleintjes, |
+ | B: niet meer.--»Die kleine Koningin |
+ | C: niet meer.--Die kleine Koningin |
+ | B: dit Heleentje is. Ik vroeg aan |
+ | C: dit Heleentje is.« Ik vroeg aan |
+ | B: zoo'n dikkerdje als Tantes |
+ | C: zoo'n dikkertje als Tantes |
+ | B: instellingen.«--»We zullen er, |
+ | C: instellingen.«--We zullen er, |
+ | B: een lakei.«--»Zoekt zelf maar |
+ | C: een lakei.«--Zoekt zelf maar |
+ | B: nette taal _doodgaan_?« vroeg Gustaaf, |
+ | C: nette taal _doodgaan_?«« vroeg Gustaaf, |
+ | B: mag je morgen gaan zien. |
+ | C: mag je morgen gaan zien.« |
+ | B: van Willem V. |
+ | C: van Willem V.« |
+ | B: riep Coosje, dat is net als |
+ | C: riep Coosje, »dat is net als |
+ | B: lachte het dochterkijn, en de Vrouwe, |
+ | C: lachte het dochterkijn, |
+ | en de Vrouwe, |
+ | B: (zei ze) dat gij hem bewaar! |
+ | C: (zei ze) »dat gij hem bewaar! |
+ | B: heeft er gevangen ons hart!-- |
+ | C: heeft er gevangen ons hart!--« |
+ | B: lang voor heel ons land!« |
+ | C: lang voor heel ons land!«« |
+ | B: te telagrafeeren, dat zij |
+ | C: te telegrafeeren, dat zij |
+ | B: voor jou, natuurtlijk uit Friesland; |
+ | C: voor jou, natuurlijk uit Friesland; |
+ | B: riepen de drie zoons.« |
+ | C: riepen de drie zoons. |
+ | B: brief meester te maken.« |
+ | C: brief meester te maken. |
+ | B: particuliere secretaris geschreven. |
+ | C: particuliere secretaris geschreven.« |
+ | B: keel!« »Niet waar,« |
+ | C: keel!« Niet waar,« |
+ | B: er nog niets van.--Een ander zat |
+ | C: er nog niets van.«--Een ander zat |
+ | B: burgerjuffrouw, ik ben de tante |
+ | C: burgerjuffrouw, »ik ben de tante |
+ | B: het geschenk aanam, bezichtigde en |
+ | C: het geschenk aannam, bezichtigde en |
+ | B: voor het paleis: 't kan duren |
+ | C: voor het paleis: »'t kan duren |
+ | B: #hier# iets _zekers_ wist. |
+ | C: #hier# iets _zekers_ wist.« |
+ | B: trein naar je geboortgrond.« |
+ | C: trein naar je geboortegrond.« |
+ | B: kwartier over zevenen!« |
+ | C: kwartier over zevenen! |
+ | B: weer hoorde ik »In gesprek.« |
+ | C: weer hoorde ik »In gesprek.«« |
+ | B: pas was. Ida opende haar |
+ | C: pas was.« Ida opende haar |
+ | B: wesen, net as gistere.«-- |
+ | C: wesen, net as gistere.«--« |
+ | B: »Best Jan!--En daar hoorden ze |
+ | C: »Best Jan!«--En daar hoorden ze |
+ | B: toen riep ze. Kom jonges, de boom |
+ | C: toen riep ze. »Kom jonges, de boom |
+ | B: »Vader, vroeg Maria daarop, nu nog |
+ | C: »Vader,« vroeg Maria daarop, »nu nog |
+ | B: mijnheer; Prins Hendrik heeft |
+ | C: mijnheer; »Prins Hendrik heeft |
+ | B: vertrokken. |
+ | C: vertrokken.« |
+ | B: te spelen?« Niet zoo vervelend |
+ | C: te spelen?« »Niet zoo vervelend |
+ | B: die glimlachend verder gaat. |
+ | C: die glimlachend verder gaat.«« |
+ | B: zien er keurig fijn uit.« |
+ | C: zien er keurig fijn uit.«« |
+ | B: bij bepaald, det het Lazarushuis |
+ | C: bij bepaald, dat het Lazarushuis |
+ | B: eenigen Willem I. Zonder Juliana van |
+ | C: eenigen Willem I. »Zonder Juliana van |
+ | B: langdurige vredesonderhandilingen den |
+ | C: langdurige vredesonderhandelingen den |
+ | B: kon Haar rammelaar!«--»Hè! zoo |
+ | C: kon Haar rammelaar!«--»Hè! zoo |
+ | B: 23 Mei, »slag bij Heiligerlee,« |
+ | C: 23 Mei, slag bij Heiligerlee,« |
+ | B: fraai, roept Lize telkens uit.« |
+ | C: fraai,« roept Lize telkens uit. |
+ | B: tranquillus in undis, schrijf |
+ | C: tranquillus in undis«, schrijf |
+ | B: sauvé; tranquilles is tranquille; |
+ | C: sauvé; tranquillus is tranquille; |
+ | B: kabels opgehangen; jammer dat die |
+ | C: kabels opgehangen; »jammer dat die |
+ | B: 't raar staan. |
+ | C: 't raar staan.« |
+ | B: De Prins stoomde na de begrafenis |
+ | C: »De Prins stoomde na de begrafenis |
+ | B: dankt nu allen God.« |
+ | C: dankt nu allen God.«« |
+ | B: doorluchtige ooren, ter eere ven het |
+ | C: doorluchtige ooren, ter eere van het |
+ | B: koperen spreekbuis. ('t Was |
+ | C: koperen spreekbuis.« ('t Was |
+ | B: de grooteren, en de datum |
+ | C: de grooteren, »en de datum |
+ | B: zoo goed had gehouden.« |
+ | C: zoo goed had gehouden. |
+ | B: schouwspel zeer belangwekkend. |
+ | C: schouwspel zeer belangwekkend.« |
+ | B: Ripperda, een Ruichaver; een Cabeliau, |
+ | C: Ripperda, een Ruichaver, een Cabeliau, |
+ | B: stonden of zaten ze. |
+ | C: stonden of zaten ze.« |
+ | B: kijk me die klok eens! |
+ | C: kijk me die klok eens!« |
+ | B: Ik gevoel mij gedrongen bij |
+ | C: »Ik gevoel mij gedrongen bij |
+ | B: ook niet, Vader? vroeg Ferdinand |
+ | C: ook niet, Vader?« vroeg Ferdinand |
+ | B: Zijne schoonheid zien zullen. |
+ | C: Zijne schoonheid zien zullen.« |
+ | |
+ +----------------------------------------------+
+
+
+
+***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN VERHEUGD VOLK EN EEN JUBELENDE
+STAD***
+
+
+******* This file should be named 36716-8.txt or 36716-8.zip *******
+
+
+This and all associated files of various formats will be found in:
+http://www.gutenberg.org/dirs/3/6/7/1/36716
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://www.gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit:
+http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+